VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3890

Ceylon · 648 pages · 92 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3890_0594 view scan ↗

English

The 3rd of June 1791. never given any positive answer, but merely instructed the Mahamodliaar to maintain this correspondence, in order to make useful use thereof in case the Court should persist in its hostile intentions and the Company might be forced to resist it with force, and that the said Basnayke finally on the 21st of May last sent two trusted persons to the Mahamodliaar with an ola signed by him, in which the aforesaid request and offer were repeated, the translation thereof reading as follows. Translation of an ola written by the Basnaik of Saffregam Eknelligodde Raalehamij to the Mahamodliaar. The ola written by you to me I have received, and from the bearer thereof I have learned everything in detail, for which I thank you. I shall take everything for my guidance. I write you herewith the following, which I request you to make known to the Right Honorable Lord Governor: 1. Previously the places named Oedoemattoe, Kandangammoewe, and Koeroewettie Koorle belonged to the Company, and the inhabitants thereof were then very faithful to their Honors. 2. The inhabitants of the aforesaid three places now request to return again under the obedience of the Company, with the promise to serve their Honors more faithfully than in former times. For this they request to have an assurance that these places with their inhabitants will not again be surrendered to the King. The 3rd of June 1791. As soon as we have received such an assurance, when the Right Honorable Highly Respected Lord Governor and you come to Situak, we will request some military personnel for our assistance, and then we, great and small, will appear before the noble Lord Governor. On what I say here and what the two people who convey this will relate to you orally, you may fully rely. A written order has been sent by the Court to take the number of guns and inhabitants in this Dissavony, and to keep a quantity of provisions ready. People have not submitted to this command, and that this has not occurred is principally because of the trust in you. Because the inhabitants of this Dissavony have been disobedient in complying with the orders of the Court, the First Adigar of the realm has had to cede the said Dissavony to Leeuke Ralehamij, and it is to be known what we shall yet have to undergo because of this. You can easily trace this yourself. It is necessary that the Noble Lord Governor sends an ola addressed to all the inhabitants of Saffregam, great and small, to warn them that the cinnamon peelers, according to the peace treaty, are now about to come to peel cinnamon, and that if the inhabitants should oppose them therein, or do them any harm, they would then run the risk that much grief might befall them. 4761 The 3rd of June 1791. I request not to reveal anything of this even to the Second Modliaar, because he is a good friend of the Second Adigar, namely Leeuke Ralehamij. At Tetuake there are two people, namely a Vedaan Arraatje and a Moor Leeuwetambij. These are accustomed to spread news from the King's country to the Company as well as that from the Company's country in the Kandyan territory. It is good to have these people summoned provisionally to Colombo until the matters that must remain secret are concluded, and to keep them there. Signed: Eknelligodde. Underneath was written: Thus translated the 25th of May 1791. Signed: C: S: Wickerma, sworn clerk of the military department. And having now proceeded to the deliberation on this weighty matter: it was noted from the aforesaid resolution that one can now no longer doubt the hostile designs of the Kandyan Court to force the Company to the surrender of the places with weapons, since this is most clearly demonstrated by the military preparations and the coming down of the Court grandees with troops and heavy artillery, and is completely confirmed by the entire conduct of the Court toward the Company, and that therefore by employing further forbearance one would not only make no progress, but on the contrary considerably disadvantage the Company's true interests, as has been most clearly pointed out in the just-mentioned resolution; The 3rd of June 1791. that by the obstacles that the cinnamon peelers have encountered in Saffregam, the Court itself has brought the matter into the terms mentioned in the secret resolution of the 14th of May last, and further made known in the publication, that the Company would do itself justice if the cinnamon peelers were mistreated; and it was consequently with unanimity approved and agreed to conform herewith to the aforesaid resolution. Furthermore, it was decided to send the company of the Regiment De Meuron, which lies in garrison here, with the few artillerymen of the same who are still here, at once to Hangewelle, and to assign the command over this outpost to Major De Meuron de Motier. There was read a separate secret missive from the Lord Commander Sluijsken of Gale of the 1st of this month, accompanied by a copy of a letter written to the servants at Mature of the very same date, and further of the conference held between him and the Honorable Colonel van Draeberg on the 30th of May previously, and after deliberation it was approved and agreed to approve herewith the operations and measures for the promotion of the expedition to Katoene mentioned by him, and of the considerations of the Lord Sluijsken, which principally relate to the presumed

Dutch transcription

Den 3. Juni 1791. op nooijt eenig positief antwoord gegeeven, maar eenlijk den Mahamodliaar belast heeft, deese Correspondentie aantehou„ den, om ingevalle het Hof bij zijne vijandige voorneemens volharden, ende Comp: noodzaak mogte, zig daartegen met geweld te versetten, daar van een nuttig gebruijk te kunnen maaken, en dat gemelde basnayke eindelijk op den 21. Maij Jongstleeden twee vertrouwde persoonen aan den mak modliaar met eene door hem geteekende ola gesonden hoef waar bij voorschreve versoek en aanbieding hertaald worde luijdende de oversetting daar van als voegd. Translaat van een ola door de Bas„ naik van Saffaegan Eknellie godde„ Raalehamij geschreeven aan den Maha modleaaa De ola doar uE aan mij geschreven heb ik ontvangen en van den besteller daar van heb ik alles omstan dig teweeten gekreegen waar voor ik uw beda jk zal alles tot mijn narigt neemen. Jk schr ve uw: bij deese het volgende, dat ik versoek aan den wel Edelen Heer Gouverneur te kennen te geeven 1: Bevoorens hebben de plaatsen genaamt oedoemattoe kandangammoewe en koeroewettie koorle, aan de komp: toebehoord, ende inwoonders daar van hebben haar Ed: toen zeer trouw geweest. 2. De ingeseetenen van voorm: drie plaatsen versoeken nu om weeder onder de gehoorsaamheijd van de Comp te keeren, met belofte van Haar Edele getrouwen dan eertijds te zullen dienen Hier voor versoeken ze eene verseekering te heb„ ben dat deese plaatsen met der selver inge seetenen niet weder aan de koning zullen worden overgegeeven. 2oo Den 3. Juni 1791. zoo daar we zulke eene verseekering gekreegen hebben zullen we wanneer den wel Ed: Groot agtb: Heer Gou„ verneur en uw op situak koomen versoeken om eenige militairen tot onsen bij stand en dan zullen we Groote en klijne voor den edelen Heer Gouverneur koomen ver„ schijnen. op het geen ik hier zegd en wat de twee luijden die deese overbrengen, aan uw mondeling zullen verhaale, kan uw volkoomen staat maaken. Het is door het Hof eene schriftelijke order gesonden om opteneemen het getal der geweeren en ingeseetenen in deese dessavonij. en om een partij leevens middelen klaar te houden. Men heeft zig aan dit bevel niet onderwerpen, en dat dit niet geschied is, is voornament„ lijk om de wille van het vertrouwen op uw om dat de inwoonders van deese Dessavonie ongehoorsaam geweest zijn in het nakoomen van de beveele van het staf, heeft de eerste Rijksadigaar gem: dessavonij aan Leeuke Ralehamij moeten afstaan, en het is teweeten wat we hier over nog zullen moeten ondergaan. uw han zeeve dit ligt nagaan. Het is nodig dat de Edele Heer Gouverneur een ola zend gerigt aan alle de inwoonders van saffregam Groote en klijne, om haar te waarschou„ wen dat de kanneel schillers volgens het vreedes saaktaat nu staan te koomen om kanneel te schillen, en dat zoo de inwoonders deselve daar in mogten tegen gaan, of haar eenig kwaad doen, ze als dan gevaar loopen, dat haar veel leed zoude konnen overkoomen. Aan - 4761 Den 3. Juni 1791. Aan den tweede modliaar zelfs versoek ik hier van niets te openbaaren, wijl hij een goed vriend is van den tweeden adigaar een Leeuwk Rolehamij # op Tetuake zijn twee luijden, namentlijk en vedaan arraatje en een moor Leeuwtamnbij Deese zijn gewoon om zoo wel tijdinge uijt 's konings land bij de Comp: als die van sComp:s land in het kandiase te verspaijde. Het is goed om deese menschen bij provitie tot dat de zaaken die geheijm moeten blijven, zijn afge„ loopen te laaten roepen te kolombo, en ze daarte houden /:getekend :/ Eknelligodde /:onderstond:/ Aldus getranslateerd den 25. Maij 1791: /was getekend /. C: S: wickerma E: g: klerk van het militair de partement. En als nu getreeden zijnde tot de liberatie over dit ge„ wigtig stuk: zoo werd uijt voorm: resolutie aange„ merkt, dat men aan de vijandige desseinen van't Candiase sof, om de Comp: tot den afstand der staa den met de wapens te deeigen, nu niet verder kan twijffelen, door die dit door de krijgstoe rusting en 't afkoomen van de Hofsgrooten met krijgst voek, en swaare geschut te klaarsten aangetoond, en door het heele gedrag aan het Hof teegen de Comp: aezints bevestigd word, en men dus door verder menage„ ment te gebruijk, niet alleen niet vordere, maar inteegendeel sComp:s waare belangen merkelijk be„ nadeelen, zoude, zoo als dit bij evengemelde resolutie op het duijdelijkste is aan„ geweesen Den 3. Juni 1791. geweesen; Dat door de belottelen, die de kanneelschillers in saffaegam ontmoet hebben, het Hoft, zelve de zaake gebragt hebben in de teamen bij de secreete resolutie van den 14. maij J:o Leeden vermeld, en bij de publicatie nader bekend gesteld, dat de Comp: zig zelve zoude recht doen, zoo de kanneel schillers mishandelt wierde; En werd dien volgende met eens gesintheijd goedgevonden en verstaan zich met voormelde resolutie bij deese te konformeeren Goords is beslooten, de Companie van het oegiment De Meuron, die hier in garnisoe ligt, met de weijnige arthilleresten van het zelve, die zig nog hier bevinden, ten eersten naar hangewelle te„ zende, en het Commando over dit veed post aan de majoor de Meuron de Motier op te draagen werd geleesen een aparte secreete missive vanden Heer Commandeur sluijsken van Gale van den 1: deeser, verseld van een Copij brief aan den be„ dienden te Mature geschreeven van de eijgenste dag= teekening, en voorts van de conferentie, die tus„ schen hem en den E: Colonel van Daieberg den 30: Maij bevoorens gehouden is, en werd na de liberatie goedgevonden en verstaan de verrigtingen, en maat„ reegelen, tot bevordering van de expiditie naar katoene daar hij vermeld, bij deese te appoo„ beeren, en van de bedenkingen van den Heer sluijsken, die voornament„ lijk haare betrekking hebben op het veror derstelde

NL-HaNA_1.04.02_3890_0598 view scan ↗

English

The 3. June 1791 supposed case, that the Company's subjects, in the event of a rupture, will defect from the Company and side with the Court, and to make such use of such an unexpected case as shall be deemed expedient according to the convenience of time and circumstances. And furthermore, to have the aforesaid letters from Gale and Mature and the secret conference mentioned herein inserted. To the Right Honourable, Right Worshipful Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the island Ceijlon with its dependencies, together with the Council. Right Honourable, Right Worshipful, High Commanding Lord, In compliance with Your Right Honourable Worshipful's high orders appearing in your esteemed letter of the 27. of this month, I have consulted with the Honourable Colonel van Drieberg concerning His Honour's intention to command a detachment in the Maturese Dissavony, and further declared my reflections on that matter to His Honour; of which proper record has also been kept, and which record I take the liberty of presenting herewith to Your Right Honourable Worshipful, and, encouraged by Your Honour's favorable statement in the repeatedly mentioned letter, I dare hope for a favorable pardon regarding any clerical errors occurring therein. The Honourable Colonel van Drieberg departed yesterday for Mature in order, according to our agreement and pursuant to the intention of Your Right Honourable Worshipful's further notification by letters of the 29. of this month, the sooner the better to take post with his detachment at Kattoene, which I hope will soon be accomplished, having left to His Honour all freedom and choice regarding military affairs in this Commandment, and having written to the Maturese servants to assist His Honour immediately with all possible dispatch. On the assumption and being sufficiently convinced that one can rely on the loyalty and attachment of our own inhabitants according as the most prominent among them are devoted to us, I am of the opinion that one must keep the principal native chiefs about oneself as much as possible, in order to be able to watch all their actions. And in order to be assured as best as possible that they will not abscond as happened in the beginning of the previous war, I believe that one must absolutely bring them to keep their families and best goods in the Company's strongholds, when I believe that they will likely remain faithful to us, which will then also probably result in the peoples subordinate to them and mostly devoted to them following their example and also remaining 4762 The 3. June 1791. attached to us. The Honourable Colonel von Drieberg also found this proposition of mine agreeable; for which reason some arrangements regarding the Maturese native chiefs have also been determined in that regard, and the servants there have been written to in a letter accompanying this in copy. I trust that these arrangements will be approved by Your Right Honourable Worshipful. Even before the departure of the Honourable Colonel von Drieberg for Mature, we had the honor to receive the secret resolutions of the 7. and 14. May last, sent to us by Your Right Honourable Worshipful. I have taken note of their contents for my dutiful guidance, and I hold myself sufficiently assured that the measures named therein by Your Right Honourable Worshipful will soon achieve the proposed objective. While I assure Your Honour with all the sincerity of a faithful servant that I on my part will exert all my abilities to cooperate constantly as much as possible for the interests of my Lords and Masters. I have the honor to be with all high esteem, It was signed: Right Honourable, Right Worshipful, High Commanding Lord, Your Right Honourable Worshipful's very obedient servant, was signed: P. Sluijsken. In the margin: Gale, the 1. June 1791. To The 3. June 1791. To the Honourable Willem Adriaan Berghuijs, provisional Senior Merchant and Second of the Galle Commandment as well as Dissave, and Pieter Willem Ferdinand van Schuler, Titular Merchant and Lieutenant Dissave. Honourable, Pious, Discreet Sirs, I hope that the Honourable Colonel von Drieberg will already have arrived there, and that you are busy with one another devising and executing the necessary means to let the detachment destined for Kattoene march without loss of time and take post at the said place. All that is requested to that end by the said Honourable Colonel must, if at hand, be given and procured. I have restricted myself from giving you any further instructions on this matter at this moment, relying with peace of mind on your good foresight and management. Pursuant to the order of the Ceylon Government, the Modliars Illekeratna and Saram with 3 to 400 Lascorins must accompany the Lord Colonel von Drieberg. In addition, I have further agreed with the said Lord von Drieberg to write to you, honourable

Dutch transcription

Den 3. Juni 1791 derstelde geval, dat sComp: onderdaaren bij eene rupture, va de Comp: af en het Hof toevallen zullen, en zulk een onderhoopt geval, zodanig gebruijk te maaken als, naar geleegendheijd van tijd en omstandigheed zal dienstig geoordeelt worden. En voorts om voorschreven brieven van Gale en Mature en de secreete konfrentie ten deesen vermeld hoe te laaten insereeren. Aan den wel Ed: Gestr: Groot agtb: Heer willem Jacob van de Graaff„ Raad ordinair van nederlands indie gouverneur en Directeur van het eijlan Ceijlon niet dies onderhoorigheeden, nevens de raad. wel Edele Gestr: Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer Jnvoldoening aan uwe Edele Gestaenge Groot agtb: hooge beveele voorkoomende bij derselver g'eerde brief van den 27: deeser heb ik mij met den E: overste van Daieberg aangaan zijn E: opdoogt om een detachement inde Maturiese Dessavonie te Commandeeren be„ raadslaagd en verders mijne bedenkingen desweegens aan zijn E: verklaard; van welk een en ander dan ook een behoor„ lijke aanteekening is gehoude, en welke aan„ teekening ik de vrijheijd neem uwa Gestaenge Groot agtbaare bij dee„ Edele zen Den 3: Junij 1791. ten aantebieden en, aangemoedigt door Hoog derselven gunstige verklaring bij meermelde letteren, om eene gunstige verschooning weegens het geboekkige daar bij voorkoomende derf hoopen De E: overste van Drieberg is gisteren na Moture vertrokten om volgens onse overeenkomst en na de intentie van uwelEd: Gestr: Groot agtb: nader aanschrijving bij brieven van den 29. deeser hoe eer hoe beeter met zijn detachement te kattoene post te vatten, 't welk ik hoop dat spoedig zal bewerkstelligd worden hebbende aen zijn E: alle vrijheijd en verkiesing aangaande het krijgs„ weesen in dit Commandement gelaaten, ende Matu„ reesche bedienden aangeschreeven om met alle moge„ lijke voortvaarentheijd zijn E: dadelijk te assisteeren. Jnde veronderstelling en genoegzaam overtuijgd dat men zig op de trouwe en aankleeving onser eijge ingeceetene kan verlaaten na mate de meest aansienelijkste onder hun ons toegedaan zijn, ben ik van begrip dat men de eerste Jnlandse hoofden zoo veel mogelijk om en bij zich moet houden ten eijnde op alle hunne be„ drijven te kunnen letten. En om best doenlijk verseekerd te zijn dat zij zig niet zullen weg maaken gelijk in de beginne van den voorigen oorlog plaats gevonden heeft, meen ik dat men hun volstrekt daar hun moet brengen om hun„ ne famillies en beste goederen in sComp:s staeklen te beeaaren, wanneer ik geloove dat zij ons mogelijk zullen getrouw blijven het welk dan ook waarscheijnlijk ten gevolge zal hebben dat de hun ondergeschikte en meest al hun toegedaane volkeren na hun voorbeeld ons meede zullen blij„ ven 4762 Den 3. Juni. 1791. ven aankleeven. De E: overste vonr Drieberg vond deese mijne stelling meede gegaone; waarom dan ook dien aang'aande eenige schikkingen betaek lijk de Matureesche Jnlandse Hoofden bepaald en de bediendens aldaar bij een in afschrift deese versellende brief aangeschreven zijn. Jk vertrouwe dat deese schikkingen door uwel Ed: Gestaenge Groot agtb: zullen goed gekeurd worden. nog voor het vertrek van den E: overste voor Drieberg na Mature, hadden wij de eere te ontvangen uwel Edele Gestaenge Groot Achtbaare ons toegesondene secreete resolu„ tien van den 7: en 14: Maij Jongstleeden. Jk heb dies inhouden tot schuldige narigt genoomen en houde mij genoegzaam verseekerde dat de daar bij doar uwel Ed: Gestr: Groot agtb: benaam de moatregelen het voorgestelde oogmerk spoedig zullen doen berijste. Terwijl ik hoog Een zelven met alle opregtigheijd van een getool dienaar verseekere dat ik van mijne kant alle mijne vermoogens zal beoeffene om steeds voor het belangen mijner heeren en Meesteren zoo veel mogelijk mede te werken Jk heb de eer met alle hoog achting te ƒ zijn :/ onderstond:/ welle: Gestaenge Groot agtb: Hoog gebiedende Heer uweehe: Gestr: Groot Achtb: zeer gehoorsaamen Dienaar /:was ge„ tekend:/ P: Sluijsken /:in margine:/ Jale den 1: Junij 1791. Aan - Den 3. Juni 1791. Aan den E: Willem Adriaan Berghuijs provisioneel oppercoopman en secunde van het Gaalsch Commandement mits„ gaders Dessave. en Pieter willem ferdinand van Schuler Titulair Coopman en Luitenant Dassave Eerzaamen vroomen Diskreeten Jk wil hoopen dat den E: Colonel von Drieberg reeds aldaar zal zijn aangekoomen en dat uE: met malkanderen beesig zijn om de noodige middelen te beraamen en werkstellig te maaken om het voor kattoene gedestineerd detache„ mend zonder tijd versuijm te laaten maa„ cheeren en op gemelden plaats post te vatten. Al wat ten dien einde door gedagte E: Colonel gevraagd werd moet, aan handen zijnde, ge„ geven en besorgd worden. Jk heb mij bepaald uE: hier omtrent op dit oogenblik geen verdere voorschriften te geeven mij ge„ rust op uE: goede voorzorge en be„ heijd verlaatende Jngevolge de order der Ceijlonse regeering moeten de Modliaaas Iillekeratna ende saram met 3: a: 400: Lascorijns den Heer Colonel von Drieberg versellen. Wier bij ben ik met gedagte Heer von Daie„ berg nog overeengekoomen uE: aante schrijven agtb:

NL-HaNA_1.04.02_3890_0602 view scan ↗

English

The 3rd of June 1791: to write, as is done by these presents, that the Mudaliyars Glankoon, Jinnekom, and Goeneaetna shall have to stay with Your Honour at Mature, intimating to them that this is done in order to be helpful in the issuing of orders in the country, and Your Honour must take care at all times, in case of necessity, to be able to master the chiefs remaining at Mature; however, no mistrust must be aroused in them. The second Mudaliyar of the Giruways, and Don Simon Mohandiram of the Kandebodapattu, as well as the Vidane Mohandiram of Kattoene, must be ordered, whenever the Honourable Colonel shall be in the country, to repair to His Honour's person in order to render the assistance requested of them. Upon issuing this order, it must be indicated to them that in proportion as they conduct themselves faithfully and willingly in these circumstances, they will also render themselves meritorious. To the Mudaliyar of the Morawak Korale, the Four Gravets, and the Giruways, the Dondra of the Magampattu, and the other chiefs in the country, it must be written to stay in their korales and pattus in order to be able to receive the orders to be dispatched at their assigned posts and to execute them as is proper. The main purpose of these arrangements concerning The Honourable cerning the chiefs is always to be master of them whenever it is necessary. Since it is very probable and almost certain that as long as we are masters of the chiefs, the people and the public will remain devoted to us. For the reason aforesaid, Your Honour must also still consider and bring about that the chiefs have their families and wealth brought to Mature. They will, can, and may not excuse themselves from this if it is requested of them by Your Honour in a confidential yet serious manner. To be safe, I have written three olas, one to the second Mudaliyar of the Giruways, one to Don Simon of the Kandebodapattu, and one to the Vidane Mohandiram of Kattoene, in order to prepare them for the arrival of the Honourable Colonel von Drieberg and to encourage them to present themselves to His Honour and give proof of obedience and loyalty to the Honourable Company. After friendly greetings, I remain, underwritten, Your Honour's Good Friends, was signed, P: Sluijsken, in the margin, Gale, the 1st of June Anno 1791, underneath, Agrees, C: L: B: van Albedijhl. Secret notes Kept at Gale on Monday evening the 30th of May 1791: before the Right Honourable Lord Commander Peter Sluijsken and the Rigorous Lord Colonel Diederich Carel von Drieberg. Initially it was considered how in the best The 3rd of June 1791. manner The 3rd of June 1791. and the second mortar at Mature, being present there, shall be delivered to him. It was The aforesaid determination having been made, it was further resolved that the Honourable Colonel von Drieberg should travel on to Mature tomorrow, in order subsequently to depart from there immediately and, the sooner the better, to take post at Kattoene, so as to be able to fulfill his commission from the esteemed Government of Ceylon received by instructions of the 27th instant. Subsequently it was resolved to leave it to the Honourable Colonel von Drieberg, upon arriving at Mature, to devise and carry out the further measures that His Honour will find necessary regarding the military and His Honour's commission; furthermore, as has already partly been done today, to order the Mature servants by separate letters from the Lord Commander to render His Honour all possible help and assistance toward fulfilling his commission. Having subsequently recalled that the esteemed Government of Ceylon, by a separate secret letter of the 27th instant, among other things instructed the Lord Commander to state his considerations regarding the commission of the Honourable Colonel von Drieberg, and that these considerations will be favorably received by the said government and their high reflection cast upon them, the Lord Commander declared the following, namely to be of the opinion: That sending a detachment of three hundred men to the borders of the Company's territory certainly cannot be without effect: 1. to make the Kandyans believe that the Noble Company truly intends to assert its rights by force of arms; and 2. by sending this detachment, to reassure our own well-disposed inhabitants and to keep the ill-disposed in check. However, in case the Kandyans do not allow themselves to be intimidated, and should actually and immediately begin to act against the Noble Company, then such a small detachment, which cannot possibly penetrate into Kandyan territory with effect, will accomplish little, and might even turn out to the disadvantage of the Honourable Company, since experience has taught: That those who always promised the best, many otherwise brave men, miserably lost their lives in the last war, that many perished through mistaken concepts and yet others through carelessness. That in the last war Mature had to be entirely abandoned, whereas on the contrary, if our commandos had not perished, Mature would have remained ours, much expense would have been prevented, and we might have been the early conquerors of the enemies. That the Sinhalese, in the beginning of the previous war in the year 1760 and subsequently, after which epoch they first somewhat saw our military tactics, were already able to overpower such detachments. That in the event of war with Kandy it is very uncertain whether our inhabitants will not side with the Court, and that as long as they remain faithful to us one can safely send our military into the country, but that if they defect from us again, as has hitherto been the case after

Dutch transcription

Den 3. Junij 1791: aante schrijven Gelijk geschied door deese dat de Modliaaas Glankoon, Jinnekom, en Goeneaet„ na zig bij uE: te Mature zullen hebben op d houden met aandeiding aan hem dat dit geschied om bij het uijtvaandigen, der order in het land behulpzaam te kunnen zijn en moeten uE: zorgen om ten allen tijde enge val van noodsaakelijkheijd meester te kunnen zijn van de te Mature blijvende Hoofden; egter moet bij hun geen missaar verwekt worden De tweede madliaar van de Gearewaijs, en De Simon Mohanderam van de kandebadoe pattoe, gelijk ook de vie aan Mohandiaa van kattoene moeten gelast worden, zig Wanneer dE: Colonel in het land zal zijn bij zijn E: persoon te begeeven ten een de van hun gevraagd wordende assistentie te besargen. wij het uitvaardigen deese ordre moet hun aangedieid werden dat w maate zij zig in deese omstandigheeden ge„ trouw en bereijdwillig gedraagen, zij zig teffens verdienstig zullen maaken. Aan de Modliaar van de Morruakoale, de Vier Bitmeraals en de Gerrewaijs, Donsen Den van de Magampattoe, ende verdere Hoofden in het land; moet aangeschreeven worden, op Den zig in hunne korles en pattoes op te houden ten einde op hun bescheijdene plaats de eun tevaardigende orders te kunnen ontvangen en wo het behoord werkstellig maaken. Het Hoofd oogmerk van deese schikkingen om trend Den wel Ed: trend de Hoofden is, om altoos wanneer het nodig is van hun meester te zijn. Aangesien het zeer waarpheijnlijk en bij na zeeker is dat zoo lange wij de hoofde meester zijn het volk en het algemeen ons zal toegedaan blijven om reede voorsz: moeten uE: ook als nog bedagt zijn, en weakstellig maken dat de Hoofde hunne families en rijkdommen in Mature laaten koomen. zij zullen, kunnen en mogen zig hier van niet excuseeren indien zulx door uE: op eene ver„ tooude egter ernstige wijse van hun geveagd werd. Ten overvloede heb ik drie alas een aan den tweede Modliaar van de giraewaijs, een aan Don simon van de kandebadde pattoe en een aan den vidaan Mohanderam van kattoene geschreeven om hun tot de komste aan den Heer overste van Drieberg voort„ te berijden en hun aantemoedigen zig bij zijn E: te vervoegen en blijken van gehoorsaamheijd en trouwe aan dE: komp: tegeeven. Jk blijve na vriendelijke graete /:onderstond /:/ uE: Goede vreenden /:was„ geteekend /: P: Sluijsken /:in maagenee/ Gale den 1: Junij A:o 1791: /onderstond /: Accordeert/: C: L: B: van Albedijhl secreete aanteekening Gehouden te Gale op Maandag avond den 30: Maij 1791: voor den wel Ed: Agtb: Heer Commandeur Peter Hluijsken en Gestr: Heer Colonel. - . Diederich Carel von Drieberg Aanvankelijk wierd overmoogen hoedanig op de beste Den 3. Juni 1791. wijse Den 3. Juni 1791. zullende de tweede Mortier te Mature als daar aan hem den zijnde besorgd worde. wierd De voorsz: bepaaling gemaakt zijnde vaede vast gesteld, dat dE: Colonel van Drieberg moogen na Mature zoude voortaijsen, om vervolgens van daar ten eersten te vertrek en hoe eer zoo beter te kattoene post te vatten, ten einde deselfs last van de g'eerde Ceibonse regeeren bij instruksie van den 27: deeser ontvangen, te kunnen volbrengen vervolgens wierd beslooten om aan den E: Colonel von Drieberg overtelaaten om, te Mature koomende de de verdere maatreegelen te beraamen en weakstellig te maaken die zijn E: aangaande het militaire en zijn E: Commissie zal noodig vinden: voorts om, gelijk reeds heden gedieltelijk geschied is, de Matura sche bedienden bij apparte schrijvens van den Heer Commandeur te Gelasten; om zijn E: alle mogelijk hulpe en assistentie ter voldoening van desselfs Com„ missie toetebrengen. Hier na indagtig geworden zijnde dat de g'eerde Ceij„ lonse regeering den Heer Commandeur bij appoot se creete brief van den 27: deeser onder andere, aange„ schreeven heeft, om zijne bedenkingen aangaande de Commissie van den E: Colonel van Duceberg te ver klaarg, en dat deese bedenkingen door welgemee regecainen goedgunstig zullen ontvangen en daar op deselv hooge reflexie geslaagen worden, verklaarde de de Heer Commandeur het volgende, namentlik van gevoelen te zijn Dat het zende van een Detachement van drie deat koppen op de gaensen van sComp:s gebied me „lijk van niet kan weesen 1/: om de kandiaanen te doen gelooven dat de Edele Compenie werklijk haare regten, met geweld gewa= 3 Den 3. Juni 1791. gewapenderhand wil doen gelden; en 2/. om onse eige ingeseetenen door dit zende van de„ tachement, de goedwilligen gerueft te stellen en de kee aard willigen in toom tehouden Edog dat, ingevalle de kandiaanen zig niet laaten in„ timedeeren, en werkelijk en dadelijk teegen, de Edele Comp: mogten koomen te ageeren, als dan een deergelijken klijn detachement, dat onmogelijk in het kandiase met effect doordange kan weijnig niet zal bewerken, en mogelijk zelfs tot nadeel van de E: Comp: koomen, aangesien de ondervinding geleerd heeft. Dat zig altoos het best voorstelde, veele anders baaave mannen, en den laasten voolog hun leeven ongelukkig hebben verlooren, dat veele omgekoomen zijn door verkeerde begrijpte en weeder andere door onagtsaamheijd Dat me te Moture in de laaste oorlog heeft moe„ ten geheel verlaatene daar in teegendeel indien onse Commandos niet omgekoomen waare, Matui„ re aan ons zoude gebleeven zijn, veele onkosten voorgekoomen, en wij mogelijk vroege overwinnoor der vijanden zouden geweest zijn Dat de sangaleesen in den beginne van den voorigen oor„ tog in anno 1760: en vervolgens, na welke epoque„ zij eerst eenigsints onse krijgskunde gesien hebben zig reeds van diergelijk de tachementen hebben weeten mees„ ter te maaken. Dat het ingeval van oorlog met kandia zeer on„ zeeker is of onse ingeseetene niet het Hoff, zullen bij vallen, en dat zoo lange deese onse getrouw blijven men geruijt onse militaire in het land kan zende, edogn dat zoo deese ons weeder afvallen, gelijk tot nog toe na

NL-HaNA_1.04.02_3890_0606 view scan ↗

English

The 3rd of June 1791. 4764 took place in the Sinhalese disturbances, one must imagine that a detachment stationed at Kattoene (a very unhealthy place which has previously cost the lives of many of our people) will not only be deprived of all help and assistance at once, as far as the native is concerned, but also that it can be cut off and put out of reach of receiving any succor. That Tangale, which has the advantage of being situated by the sea, through which that place can be reached by ship, formerly served as headquarters, and from there commandos were detached to Kattoene, Berlepanatere, and the Waluwe. That Kattoene is far out of the way, and, which one must always keep in mind, a detachment stationed there has a very difficult retreat in case of necessity, especially when our inhabitants are not well-disposed toward us, having to retreat through an area of chicane, either via Marakada and Kahawatte, the best road however being three days' travel, or else via Tangale, one day's travel, and then, if the same cannot hold out at Tangale, from there to Matara, this being a day's travel and a very difficult road, especially now that the frequent rains form many extraordinary streams, which discharge into the sea along whose beach one must march. That to be somewhat at ease regarding the detachment of Kattoene, one ought to have communication posts at Kahawatte, The 3rd of June 1791. Marahadde, and Dikewelle, but that these posts cannot currently be established due to a lack of men. That by sending 300 men into the field, by no means any sufficient garrison remains either at Galle or even less at Matara. That not much is required for the defense of Galle against the Sinhalese, but that Matara deserves all the more attention, as is generally known, and among other things also stated in detail in an annexed report from Captain Chevaet dated the 28th of March last. That in the event it should happen that the detachment of Kattoene were lost (which may the gracious God forbid), not only would much be lost thereby, but also the entire Commandement would thereby be exposed to the insolence of the enemies due to a lack of troops, at least for the time being and until further succor. That in an actual war with Kandy, an acting detachment of 300 men can bring virtually nothing toward a decision of matters. That the Lord Commander therefore, considering the aforementioned, assumes that in order to intimidate the Kandiyans, and to reassure our faithful subjects and keep the ill-disposed in check, one can place a detachment on the borders; that this detachment can also hold its ground there for the present in case of disturbances with Kandy, as long as our inhabitants remain well-disposed to us, but that at the slightest well-founded sign and certainty of the unfaithfulness of our 4756 No. 60 Checked to secure the signature of the Lord Commander and the Lord Colonel. Galle, the 30th of May 1791. /was signed:/ P. Sluijsken and von Drieberg. Beside it was written: for note /was signed/ /: C. L. B. van Albedijhl, secretary. Below was written: Agrees /signed:/ C. L. B. van Albedijkl, secretary. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforementioned. /was signed:/ J. G. van Angelbeek, M. P. Raket, E. P. De Capelli, C. van Angelbeek, M. Mekern, J. Reintout, B. L. van Zitter, A. Samelant, J. A. Vollenhove. Agrees Hijbrands Sworn Clerk Beukman Secretary - - - - - - - - The Honorable Lieutenant Colonel and head of the Ceylon militia - - - Diederich Carl von Drieberg, Disava of these Colombo environs - - - - - Diederich Thomas Fretz, The secret resolutions of the 1st and 3rd of this month having been resumed and approved, it was resolved and agreed to keep this record thereof. Sent by the Lord Governor from the headquarters near Sitavaka a copy. Absent the first and third at Sitavaka, the second to Kattoene, the fourth sick, and the last occupied in Justice. The Right Honorable Lord Governor - - - - Willem Jacob van de Graaff Fiscal - - - - - - - Johannes Adrianus Vollenhove. Pay bookkeeper - - - - - - - Gerrit Engel Holst. Secretary - - - - - - - - Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Governor-elect of Malacca Johan Gerard van Angelbeek, Matara Disava . . . . . Mr. Christiaan van Angelbeek, Tuticorin Chief - - - - - - - Martinus Mekern, First Warehouse Keeper - - - Johannes Reintous, The Honorable Head Administrator . . . . . . . . Mattheus Petrus Raket, Trade Bookkeeper - - - - - - - Abraham Samlant. on Monday the 6th of June 1791. in the morning Present Secret Resolution taken in the Council of Ceylon

Dutch transcription

Den 3. Juni 1791. 4764 in de singaleese onlusten plaats gevonden heeft men zig den voorstellen moet dat een Detachement te kattoene /: een zeer ongesonde plaats die te vooren veele van ons volk het leeven gekroft heeft /: geplaats, niet alleen van alle hulp en bij stand, zoo verre den inlander aangaat, ten eersten zal ontboot weesen maar ook dat het zelve kan worden afgesneeden en buijten de ge„ leegendheijd gesteld eenig secoers te bekomen. Dat Jangale het welk het voorregt heeft van aan zee staand te leggen, waar door men die plaats te tbueep kan koomen, eertijds het Hoff quartier gediend heeft, en van daar Commandos na Kattoene, Berlepanatere, ende waluwe gedetacheerd Dat kattoene ver van de hand legd, en woon op men altoot diend bedagt te zijn, en daar geplaatst detachement en zeer moeijelijke eeeterade /: ingeval van noodzaakelijkheijd heeft, voor al wanneer onse ingeseetenen ons niet toegedaan zijn, moetende door en land van Chicane retireeren of voor Marakada en kahawatte de beste weg egter drie daagen rijsen, dan wel over Jangale een dog aijse en v volgens, zoo het zelve te fangale geen ste kan houen van daar na Mature maac hier zijnde een dag reise en een zeer mogelijk weg voor al nu de meenigvuldige reegens veel buijten gewoone deviertjet formeeren, zog zig i zee, langs welker staand men marcheeren moet ontlasten Dat om eenigzints aangaande het Detachemen van kattoene gerust te zijn, men op kah watte zijn. Den 3. Juni 1791. walte Marahadde en Dikevelle Communicatie posten diende te hebben, dog dat deese posten weegens gebrek aan volk tans niet kunnen gesteld worden. Dat door het zenden van 300: Mai; in het veld, geensints eenige toeuijstende besitting nog op Gale nog minder op Mature overblijft Dat tot de defentie van Gale teegen de singaaleesen junst niet veel vereischt word dog dat Mature te meer atentie verdiend, gelijk over bekent is, en onder anderen ook bij een deese annex beregt van den kapitain Chevaet indato den 28. Maart sz: gedetaillieerd staat. Dat ingevalle het mogte gebeuren dat het detache„ ment van kattoene verlooren raakte /: het welk de Gaedeatierene God vergoede :/ heer door niet alleen veel verlooren zoude worden, maar ook tot geheele Commandement daar door weegens gebrek aan krijgsvoek aan de boldadigheijd der vijanden, ten minsten voor eerst en tot nader secoeas zoude bloot gesteld zijn Dat bij een dadelijke oorlog met kandia een ageerene Detaxhement van 300: Man genoegzaam mits ten beslissing van zaaken kan bij brengen. Dat de Heer Commandeur dus, aangesign het voorsz: verondersteld dat men om de kandiaanen te intemideeren, en om onse onderdaanen, de getrouwe geruft te stellen, en de kwaadwilligen in toom te houden, een detachement op de grensen kan leggen, dat dit detachement aldaar ook nog ingeval van onlusten met kandia voor eerst kan stand blijven houden zoo lange onse ingesee„ tenen ons toegedaan blijven, dog dat men bij de minste gegoonde beduijting en zeekerheijd van de ontrouwe onser het 4756: N:o 60 Nagezien handteekening van den Heer Commandeur en den Heea Colonel te verseekeren. Gale den 30: Maij 1791. /was getekend:/ P: Sluijsken en von Drieberg beseijden stond:/ voor de aanteekening /:was geteekend/ /: C: L: B: van Albedijhl secretaris onderstond:/ Akkordeert /:getekend:/ C: L: B: van Albe„ dijkl sec Aldus Geresolveert in het Casteel Kolombo ten daage maand en Jaare voorsz: /was getekend /: J: G: van Angelbeek, M: P: Rathet, E: P: De Capelli, C: van Angelbeek, M: Mekern, J: Reentout, B: L: van Sitter, A: Samelant, J: A: Vollenhove. Accordeert Hijbrands Vegklerk Beukman Sekretaris - - - - - - - - De E: Luijt: bolomnel en boopd dier Ceilonsche militie - - - Diederich Carl von Driberg, Dessave dese kolom bosche ommelanden - - - - - Diederich Thomas Fretz:, De sekrete relboscutsien van den 1en 3. dezer geresumeerd en geapprobeerd zijnde zoo werd goedgevondenen verstaen daar van deeze antekening te houden. ƒt Door den Heer Gouverneur uit het wofd quantik bij sitavaka en kopij Absent de eerste en derde op sitavagie, de tweede na kat„ „toene, de vierde ziek en de laaste geoccupeerd bij de Justitie. De WelEdele Groot Achtb: Heer Gouverneur - - - - Willem Jacob van de Geraaff „ fiskaal - - - - - - - _ _ _ _ _ Johannes Adrianus Vollenhove. Zoldij boek houder - - - - - - - Gerrit Engel Holst. 1 Benedictus Lambertus van Zitter, d ded: Got Aot: van Malakas sueneu ede ohan Gerard van Angelbeek, „ „ Matureesche Dessave . . . . . M:r Christiaan van Angelbeek, „ Tutukonijns opperhoofd - - - - - - - Martinus Kekern, Eerste Pak huismeester - - - - - - Johannes Reintous, De E: Hoofdadministrateur. . . . . . . . Mattheus Petrus Rakel, „ „ Negotie boekhouder - - - - - - - Abraham Samlant. op Maandag den 6. Junij 1791. voor middags Present Sekreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon gezonden „ „ „

NL-HaNA_1.04.02_3890_0610 view scan ↗

English

The 6th of June 1791. Having taken note of the draft in the Dutch language of the answer to the ola of the Court regarding the liberty of cinnamon peeling, mentioned and inserted by secret resolution of the 1st of this month, it was, after attentive resumption thereof, approved and understood to conform to it, and to insert the same here. To the Dessave of the Three and Four Korles That this time, in sending the cinnamon peelers to the King's land, it could not be acted according to custom, is not the fault of the Company, but of the Court; I have already pointed this out in my previous letter. The Company has neither now nor previously altered matters that are stipulated in the peace treaty. That this is alleged to have happened is now written for the second time without specifying those things, as had been promised would be done if the Court indeed thought it could complain about any wrong. The Court, on the contrary, has for several months made many unusual movements and preparations for war, and still continues to do so. The Court, contrary to the clear contents of the treaty, detains a deserter of the Company, notwithstanding that he has been reclaimed twice. And although it has been requested twice of the Court that the usual orders might be given so that the cinnamon peelers, in accordance with the treaty, could do their work unhindered in the King's land, this too has not been complied with to this day. It is thus the Court, and not the Company, that has altered those matters which are in the peace treaty, or to speak more clearly, has done and still does things that run directly counter to the peace treaty. Thereby the Court has given lawful cause that matters have been brought into the present state. Thus they cannot remain, and the Lord Governor, who has ordered me to write this to you, has thereby ordered me to ask you, as is done by this, for a clear and unvarnished declaration of the intentions of the Court, and whether it is disposed to make restitution for all the wrongs done to the Illustrious Company or not. After the answer to this, as many days will be awaited as usually elapse with writing back and forth. Because complaints have been received that the Company's cinnamon peelers in the dissavony of Saffragam have been prevented from proceeding with the cinnamon peeling, the Company has been compelled, for the maintenance of its rights, to send a military detachment thither. I request to bring this, at a favorable hour, before the eyes of His Imperial Majesty. Was signed: D: T: Fretz. In the margin: Hangwelle, the 2nd of June 1791. Were read and examined various reports and olas, all containing that the Dessaves of the Seven Korles, of the Three and Four Korles, alongside other court grandees, are coming down to the low lands with a large number of armed men and with cannons, grasshoppers, and ammunition, consisting of the following: A report from Captain Uhlenbeek, dated Chilaw the 3rd of this month. An ola from the Koraal of Jagampattoe written to the Resident of Chilaw, of the 29th of May. A report ola from the Malabar Soese Roele to the Resident at Kalpitiya, of the 2nd of this month. An ola from the Korale of the Weuda Korle Bandara, written to the Resident, dated the [illegible]. An ola from the King's body physician written to the Attepattoe Mohandiram, received the 2nd of this month, and it was beforehand approved and understood to insert the same here. Two inhabitants from the Chilaw district have reported to the undersigned this morning: That last Tuesday afternoon, from Kandy, the Dessave of the 7 Korles together with the Dambadeniya Dessave arrived at Kurunegala, having with them 250 Kandyan Malays, and about 30 or 40 sepoys and 500 lascars, all with muskets, and 12 pieces of grasshoppers, as well as a quantity of ammunition, and for their pomp 30 tom-tom beaters. Shortly after the arrival of the said Dessaves, order was given by them to immediately clear the road from Kurunegala to Badagalla, which was also started at once (the said place is 3 miles from Kurunegala towards the side of Tammerawille and Attanagalla). At Wisinavaya iron balls for grasshoppers are being made, and there are two warehouses with paddy, and there are only some lascars guarding it, otherwise there are no people there; the informants declare to have seen and heard what was declared themselves. Chilaw, the 3rd of June 1791. Was signed: J: W: Uhlenbeek. Translation of a Sinhalese ola written by the Koraal of Jagampattoe to the Resident of Chilaw. The Koraal informs the Resident that the two Mohottiars, Basnagoda Mohottiar and Weuda Mohottiar, have arrived at the gravet of Galagedara, who the rest houses of Galagedara

Dutch transcription

Den 6:e Juni 1791. gekonden zijnde van het veder dutsch opstel van het andwoord op de ola van het Hoff nopens de vrijheid van kanneel schillen vermeldt en g'insereerd bij sekreete Resoluuitsie van den 1:e deezer zoo werd na aan„ „zig daarmegde „dachtige resumptie van het zelve goedgevonden en verstan te konporma „ren, en het zelve hier te insereeren. Aan de Dessave van de Drie en vier koulet Dat ditmaal met het zenden van de kanneelschillers na 'Thonin land, niet heeft kunnen worden gelandelt na gewoonte, is niet de schil van de komp:e maar van het Hof, Jk heb dat reeds bij mijn voorigen brief aangeweezen. De komp:s heeft nog nu nog bevoorens zaaken die in het vreeder trakter staan verandert. Dat dit zoude zijn geschied word nu ten tweeden maal geschreeven zonder die dingen op tegeeven, zoo als hadde belooen te geschieden, indien het tof in der daat meend zig over eenig out te kunnen beklaagen. Het Hof heeft daar en teegen zeedert verscheide maanden veele ongewoonen beweegingen en oorlogs toerustingen gemaakt, en gaat daarmeede nog voort. Het Hof houd tegen de duidelijken inhoud van het frakelaat een deserteur van de komp:e aan, niet teegenstaande wij tweemaal is gereklameerd. En schoon twee maal aan het Hof is verzogt dat de gewoone onders mogten worden gesteld dat de kanneelschillers, over een„ „komstig met het traktaat, onverhindert en skonings land hun werk doen konden, is ook daar aan tot nog toe niet voldaan. Aot is dus het vosen met de omp: die zaken welke i het vende a at a heeft 1 Den 6. Juni 1791. heeft verandert, of om duidelijker te spreeken dingen heeft gedaan en nog „ doet, die recht streeks tegens het vreedes Traktaal aanloopen. P Hier door heeft het Hof wettige oorzaak gegeeven dat de zaeken ge„ „bragt zijn in den teegenswoordigen staat. zoo kunnen ze niet blijven een den Heer Gouverneur die mij gelast heeft dieze aan uw te scheij„ „ven, heeft mij daar bij gelast om uw te vraagen gelijk geschied door deezen, een duidelijk en om bewimpelde verklaaring van de gezintheid van het Hof, en of het genugt is om herstelling te doen van alle de ongelijk de Doorl: komp:e aangedaan of niet. Na het antwoord hier op zal zoo veele daegen gewagt worden als gewoonlijk met het heen en weder schrijven verloopen. Wijl 'er klagten zijn ingekoomen, dat's komp:s kanneel schillers in de desca„ „vonie van Laffiegam zijn belet met het kanneel schillen voortegaan, is de komp:e genoodzaakt geweest tot maintenu van haar recht den Militair detachement na derwaards tezenden. Jk verzoek deze bij een goed uur te brengen onder het oog van zijne keij„ „zerlijke Majested /:was geteekend:/ D: T: Fretz: /: in margine:/ Bivis alvelle den 2:e Juni 1791. Werden geleezen en geexamineer verkchedene berichten en elaten, alle belelsende, dat de Dessavers van de Zeven konlesen van de drie en vier koules nevens andere hofs groten met een groot getal gewapend volk en met kanons springhaanen en ammunietsie naar de beneeden landen afkomen, bestaande in de volgenden. Een bericht van kapitain Uhlenbeek gedateerd Silauw den 3:e deezer. Een ola van den konaal van Jagampatte an den resident van Sean geschreven van den 29. Mai J=o 2: Een rapport ola van den Mallabaar Soese Roele an 't operhoofd te kalpetij van den 2. deezer. En olavan den Rohar den Wina koole Bandak Mei ande de ser rek gechereve de der Een 1766. Den 6. Juni: 1791. Een ola van skonings Lijfmedicus aan den attepattoe Mohandiram geschre „ven, ontvangen den 2. deezer, en werd voor af goedgevonden en verstaan de „zelven hier te insereeren. Twee ingeseetene, uit het silause gebied, hebben aan den ondergeteekende deesen mongen berigt. Dat gepasseerde Dingsdag, 's middags, van kandia, te konneg alle gekomen is, den Dessave der 7. korl nevens dombre dessave, bij sig hebbende 250. kandiase maleijers, en omtrend 30. of 40. sipahes en 500. laskorijns, alle met geweeren, en 12. p=s springhaaren, als ook eene quantiteid amunitie, en tot haare statie en 30. tambliers. Kort na de komst, van gemelde Dessaves, is door dezelve ordre gegeeven, om ten ersten den weg, van konne galle, tot badagalli schoon te maa„ „ken; daar ook daadelijk aan begonnen is /: gemelde plaats is 3: /:. mal van kornegalle na de kant van tammerawille, en attenegalle:/ Te wissenaive worden ijzere koegels voor springhaanen gemaakt, en daar zijn twee pakhuisen met Nelij en zijn maar eenige laskoijs die daarop passen, anders is daar geen volk de declaranten betuigen het gedeclareerde selfs gesien en gehoort te hebben. C:ƒ Silauw den 3:e Juni 1791. /:was geteekend:/ J: W: Ullenbeek. M Translaat Singaleese ola door den koraal van Jagampattoe aan den Resident van Selaw geschreeven. De konaal geeft den Resident: te kennen, dat de twee Mohotiaars, Basi„ „gomoewe mghotiaak en winne Nohotiaar aan de gravet van Galged „dere gekomen zijn, die de Rusthuijzen van Galged„ „dere

NL-HaNA_1.04.02_3890_0613 view scan ↗

English

6 June 1791. further on, as far as Kornegale, all draped with white linen. The Head of the Jatigacoale named Kandiegisdere Mohotiaar has also come down to the said pattoes, and has given orders to the Kandyan inhabitants that at the first beat of the drum they must bring all the pikes, sabers, cleavers, and guns down to Kornegale. Last Thursday, all the equipages and goods of the Dissava of the Seven Korles were brought down to Kattoegastotte, which lies a day's journey from Kornegalle. Yesterday, after giving food to the poor, the Dissava of the Seven Korles departed from the Court of Kandia and is expected every hour in Cornegalle. The Dissava of the Four Korles, and other Court dignitaries, have departed toward Lindewa and Angewelle. I find myself obliged to give notice of the above, being written at the end of the ola in Sinhalese characters: Poetje Appoe, Koraal of the Jagampattoe, 29 May 1791. Beneath was written: For the translation, signed: Petrus Ripsema. In the margin: For the translation, signed: D. J. Rammaken. Beneath was written: Agrees, signed: J. G. Boetz, authorized. Lower: Agrees, signed: J. G. Renker, authorized. Translation of Malabar Report Ola Reading as follows: The very humble servant Soese Poelle, resident here, did by order of the Honorable Chief of Kalpettij and Putulang, Adriaan Sebastiaan van de Graaff, on 19 May last depart from here for Kandia, and with much effort and danger arrived there on 21 May. Having arrived, I saw and witnessed the following with my own eyes: That the Dissava of the Seven Korles, after he was hung with a string of pearls around his neck by the King and enjoyed many honors at the Palace, after receiving orders, with approximately 1000 Sinhalese men, taking with him 625 pieces of firearms, 25 grasshoppers, 1 bronze cannon without carriage, 40 barrels of gunpowder, which were carried by two men per barrel, 4 chests of live cartridges, 80 pikes, four elephants loaded with iron balls, marched from Kandia on the morning of 26 May and arrived at Koernegal on the evening of 29 May at 9 o'clock. The supplicant departed from Kandia together with the said troops and arrived at Koernegaal. Along the way, the supplicant, inquiring of the Sinhalese what this train and war materiel were for, received the answer: to attack Putulang. Upon the arrival of the aforementioned Dissava of the Seven Korles at Koernegaal, an order was issued to the inhabitants there to come forward with their guns and assemble. All that I have stated here, I have personally witnessed and seen, which constitutes the pure truth, and I am ready at all times, if desired, to confirm this under oath. The supplicant also learned that the Dissava of the Four Korles with a multitude of men, ammunition, goods, guns, etcetera, has marched from Kandia toward Colombo; however, the supplicant cannot declare this as the truth, having only learned it from the side. On 30 May the supplicant departed from Koernegal and arrived here on 6 June 1791. The ola signed with a Malabar signature by Soese Poelle. Putulang, 2 June 1791. Beneath was written: For the translation, signed: C. Fostij, Secretary. In the margin: For the translation, signed with Malabar characters. Translation of Sinhalese Ola, written to the Honorable Lord High Dissava of Sappergam, the Four and Seven Korles, as well as the Colombo Lands, by the Mudaliyar of the Winakoule, Wisswandene Bandarnaike, dated 5 June 1791. After preceding compliments. The Disava of the Four Korles who commands the Four Korles has sent me a messenger and inquired whether war will truly be commenced, or whether it is merely attempted through cunning to show force and inspire fear, although he thinks that no other nation would have shown so much honor and submission to the Court for so long and continued therein. That, consequently, many matters have also been passed over and arranged in order to continue in peace; but since there is no longer any good success in that, the Court will not stay behind without showing its Lion blood's power as well. That 7 to 8000 armed men had come with him, and besides these many more people are about to join. That 400 parras of gunpowder had been brought up, and to bring much more, olas have been sent to the Court. That likewise all the other Dissavonies are 6 June 1791. supplied

Dutch transcription

Den 6. Junij 1791. „dere af, tot kornegale toe alle met wit linnen hebben laaten bekleeden, vt het Hoofd van de Jatigacoale genaamt kandiegisdere mohotiaak is mede in gem: pattoes afgekomen, en heeft ordres aan de kandiase ingezeetenen gegeeven, om met de eerste tamblijnslag alle de pehender, N. 1 7 7 Zabels, houwers en geweeren na kornegale te moeten afbrengen, voorleeden Donderdag zijn alle de Equipagies en goederen van de Dessave van de 7. koules, tot kattoegastotte afgebragt, welke een dag reisens van konne galle legt, gisteren, na het geven van kost aan de armen, is de DesJave van de 7. koules van 't Hof van kandia vertrokken e word alle 1, uuren op cornegalle verwagt. De Dessave van de visk korles, en ver„ „dere Hofsgrooten zijn na de kant van Lindewa en angewelle afge„ „gaan, 't bovenstaande vinde mij verpligt kennisse te geven, zijnde aan het slot der ola in singaleide hetters geschreeven, poetje appoe coraal van de Jagampattoe den 29. Mai 1791. /:onderstond:/ voor de Translatie /:geteekend:/ Petrus Ripsema /:in margine:/ voor de vertaaling /:geteekend:/ D: J: Rammaken /:onderstond:/ Accordeert /:geteekend:/ J: G: Boetz geauth: /: lager :/ Accor„ „18 „deert /:geteekend:/ J: G: Renker geauthoriseerde. ƒ Translaat Mallebaarse Rapport ola Luijdende aldus. Den seer nedrigen dienaar Soese Poelle, inwoonder van hier, heeft zig op order van den welEdelen Heer opperhoofd van kalpettij en Putulang Adriaan Sebastiaan van de Graaff op den 19. Mai JZ: van hier na kandia begeeven en met veel mouite en gevaar op den 21: Mai aldar g'arriveerd g'arriveerd zijnde, het volgende met mijn eijgen oogen gezien en bij gewoond „een Dat de Dessave van de seven korlet, na dat hij van de koning met snwoer paarlen om de hals wierd behangen; en op het palijs vel Eerbewijsingen heeft genooten, is hij na ontvangen onder met 1000. man singaleesen na gissing„ mede neemende 625. p:s schiet geweeren, 25. stuks. sprinkhaanen, 1. metaale # stuk zonden affuit 40. vaaten met kruit, die gedragen wierd door twee ma ieder wat, 4. kisten met scherpe pattroone, 80. stuks pieken, vier stukxs Ed„ „phanten belaaden met ijzere koogels, op den 26. mai des morgens van kandia gemarcheert en op den 29. 'savonds om 9. uuren te koernegal g'arriveert; Den sup:t is te gelijk met gem: manschape van kandia vertrken teko„ „negaal aangekomen. „tot Onderweegt den sup:t van de singaleeten vernemende waar deeze trijn en oorlogt 10: behoeftens dienen zullen, ter andwoord kreeg om Putulang te attaqueseelen. Bij aankomst van voorengem: Dessave van de seven koules te koernegaal, is onder uitgegeven aan de inwoders van daar met hunne geweeren op te komen en te verzaamelen. Alle het geene wat ik hier bij opgegeven hebbe, heb ik zelfs igewoond, en gezien, het welk de zuivere waarheid belelst, en ben vereed ten allen tijde met Eede, des begeert wordende te bevestigen. Ook heeft den supp:t vernomden dat de Dessave van de wier koaled met een menigte manschappe, ammonitie goederen, geweeren Etc=a van kandia gemarcheert zijn, aan de kant van Colombo, dog dit kan den supp:t voor de waarheid uit verklaaren, maar van ter zijde vernomen. Den 30:e Mai isde sup:t vn oermagal vertroken en ede a hie ar Den 6. Juni 1791. „veert „veert. De ola getekend met een Mallabaarse hand teekening door soese poelle. # Putulang Den 2. Junij 1791. /:onderstond:/ voor de overzetting /:ge„ „teekend:/ C: Fostij Eec„s /:i margine:/ voor de vertaaling /:geteekend:/ met mallabaause letters. Translaat singaleesche ola, geschreeven an den Wel Ede„ P „len Heer Groot Dessave van Sappergam de vier en seven koules mitsgad:s der kolombosche ommelanden, door de modliaat van de Winakoule wisswandene Bandarnaike, gedateerden 5. Junij 1791. Na voorgaande komplimenten. De digan Sclimetalauwe diede die en wier kouels besient heeft mij en bodschap„ lopen gezonden en laaten vaage, ofer werkelijk een olog zal aangevangen worden, dan wel, of maar listig de magt te toonen in de vres optejaagen getragt word, hoe, „wel hij denset dat geen ander natie dut lang aen het hoff zoo vel Ee en onder„ „danighed zoude beweezen en daar bij gekontinueert hebben. Dat derhalven ook veele zaaken ongemerkt gelaten en gebragt is, om in vrede te blijven Continueeren, dog wijl daar van geen goed sukset meer is het hoff niet agtwr uit zal blijven zonder zijn magt van de Leeuwa bloet mede te toonen. Dat met hem 7. a: 8000. gewapende manschappen gekomen waaren en buiten des nog vele menschen staan bij te koomen. Dat 400. parras bruit aangebragt was en om nog veel meer aan tebrengen olisaa„ „ten naar het hoff gezonden zijn. Dat insgelijks ale de andere de savonijen be„ Den 6„e Junij 1791. „sorgt :

NL-HaNA_1.04.02_3890_0616 view scan ↗

English

4767 The 6th of June 1791. are sent. That the King is about to come down, bringing with him 7000 armed men. That the 7 to 8 emissaries who were to arrive with the foreign nation had not yet appeared, but they expect to arrive together. That 7 to 800 men will arrive at Atteneg to surround and capture the detachment. That the Company's native inhabitants, as has often happened on such occasions, will also go over to them this time, asking me at the same time what I thought of that and what they were thinking. I replied that I could not say what the people think in their hearts on this occasion, and also said that those who previously went over through seductions were deceived and suffered great damage to their houses, wives, children, and cattle, and thus perished; and that they say that by going over no good is to be gained, and that staying here they cannot suffer harm, and therefore, having no other means, prefer to remain and die where they are. That besides this I have nothing to say, because many favors and honors have been shown to me and mine by the Honorable Company and livelihoods have been provided, and moreover my father, mother, brothers, sisters, and children are all at Colombo, and therefore I can proceed to nothing else than to do my best, if there should be an opportunity, to pursue peace, and that besides this I can give him no other answer at all, because according to the present great power of the Dutch gentlemen, matters would not be left without going to war. That tomorrow or the day after tomorrow, 500 men of the English force are to arrive The 6th of June 1791. and besides, as I think, no other nation will be as faithful as the Dutch gentlemen, and at present there is also no opportunity to rely on any help from other nations, and that in case any help might be obtained from other nations, then the name of the Great Court will be entirely lost. That therefore, in whatever manner it may be, it is best that the Lord Adigar attempts to give as much satisfaction as possible to both sides and to work for peace, as I know without doubt that those who wage war will achieve no good success. The aforesaid messenger also told me that the two Korales of the Mapittigam Korale and the first and second titular Mudaliyars of the Alutkuru Korale have written to the side of the Court, and to my question as to what the chiefs of the Hewagam, Salpiti, Rayigam, Pasdum, and Walallawiti Korales had said, he declared that messengers had also been sent to those places, but had not yet returned. Of these matters I have not written to the Right Honorable Governor; I therefore pray Your Honor to be pleased to bring it to the knowledge of His Right Honorable Excellency. At the top of the ola 17 2/5 91. was signed: D: P: C: Dias underneath stood: for the translation Hultsdorf the 6th of June 1791: J: C: Andriesz Secretary in the margin: for the translation signed: J: D: Silva sworn interpreter underneath stood: Agrees signed: J. G. Renker authorized. Translation The 6th of June 1791. Translation of an unsigned Sinhalese ola sent by Haroegotde Oenanse, priest and body physician to the King of Kandy, to the Atapattu Mohandiram Christoffel de Saram, with a servant of the aforesaid priest. If people should begin to wage war this time, I assure you that there is no thinking of peace; therefore it will be good for us if the matter is settled amicably, which will be good for both countries. If the requests of both sides should be agreed to, peace will be made, otherwise not, and if peace should be made outside of that, it will not last. If the friendship and honor of both sides are maintained, then, as I think, one of the requests made by the chiefs will be granted, namely Puttalam alone. And in return, of the requests of the Dutch gentlemen, permission will be granted to peel cinnamon and all trade in the King's country, and all further friendship will take place as before. If I am to expect an answer to this, it must happen quickly. If this matter is settled, in whatever way it may be, it will be well; if not, it will look very bad. Concerning the good and evil that come from peace and war, one must let one's thoughts go further. for the translation signed: J. G. Renker authorized.

Dutch transcription

4767 Den 6. Junij 1791. „songt zijn. Dat de koning na beneeden staat aantekoomen mede brengende 7000. kossen gedeesent volk. Dat de 7. â 8. uitgeksondene huiden en met de vreemde natie aantekomen nog niet verscheenen waaren, maar wagten te zaamen aantekoomen. Dat 7 â. 800. kopen te Atteneg al zulln ankoomen om het kommando de „daak te omsingelen ae optevatten. Dat de komp: ingalse ingeteekenen gelijk meer maalen bij dergelijke gelegen, „heeden gebeurt is, ook ditmaal tot hun zullen overkoomen, aan mij tevens vragende wat ske daar van dagte en wat of zijlieden denken Jk heb kenge„ „dient dat ik niet zeggen kon wat bij deeze geleegenheid de menschen in hunne 1 harten meenen en ok gezegt, dat huiden die bevoorens door verledingen zijn over„ „gegaan, bedroogen zijn geraakt, en veele schaade hebben gelieden, aan hunne rui„ „zen, vrouwen, kinderen en beesten en dusdaanig verlooren gegaan waaren en dat ze zeggen overgaande geen goed te bekoomen is, en hier blijvende niet vaijran„ „ken kunnen en derhalven als geen ander middel hebbende liever waar te zijn blijven en sterven willen. Dat buiten des ik niets te zeggen hebbe, om dat 1 van weegen de Edele komp„ e aan mij en de mijne veele gunsten en eer beweesen en leevens midelen toe gevoegd is, en daar bij mijne wader, moeder, broeders„ susters en kinderen alle te kolomso bevinden en daar door tot niets anders kan overgaan, dan mijne best te doen zo er geleegendheid mogte zijn, om de vreede te betragten en dat buiten de ik in het geheel geen ander andwoord aan hem gelden kan, wijl volgens de teegenwoorndige groote magt van de heeren hollanders niet gelaaten zoude worden zonder te beorloogen. Datop morgen of overmongen van de Engelse magt 500. kosen staan aante„ „komen Den 6:e Junij 1791. „komen en buiten des gelijk ik denke geen ander natie zo getrouw zal zijn als de weeren olanders en tans ok ge geleegendheid is om op eenige hul„ „pe van andere naties staat te maaken en dat ingevalle 'er ook eenige hulpe van andere naties mogte verkreegen worden, als dan de naam van het groote hoff ten eenemaal zal verlooren gaan. Dat derhalven op wat wijze het ook zij het beste is dat de heer adigaar tragt om aan weerszeiden zoo veel doenlijk genoegen toetebrengen en de vreede te be„ „werken alzoo mij zonder twijffel bewust is, dat d'oorlogende geen goed succes te behaalen zal zijn. De voorm: boodschap looper heeft mij ook gesegt, dat de twee koraals van de Mapittigamkoule en de eerste en tweede tit: modliaars van de aloet koerk oule aan de zeide van het hoff geschreeven hebben, en op mij„ „ne vraage wat of de hoofden van de Wewegam, salpittij, Raijgam, Pasdum en wallallawitti konles gezegt hebben, hij betuigd had, dat na die plaatse, meede booschappers gesonden, dog nog niet terug ge„ „komen waaren. van deese zaaken hebbe ik den WelEdelen Groot Agtb: heer Gouverneur niet geschreeven, ik bidde der halven uwel Ed: geb: zijn wel Ed: Groot Agtb: daar van te willen ter kennisse brengen. Aan het hoofd der ola 17 2/5 91. /:was geteekend:/ D: P: C: Dias /:onderstond:/ voor de translatie Hulfsdoop den 6. Junij 1791: J: C: Andriesz Sek:s /: in margine:/ voor /:was geteekend J: D: Silva gesw: tolk /:onder„ de vertaaling /:geteekend:/ „stond:/ Acconderet /:geteekend:/ J. G. Renker geauth: - Translaat aant Den 6:e Junij 1791. Translaat singaleese ongetekende ola door Haroegotde oenance priester en Lijfmedicus van den koning van kandia aan den Attepattoe Mohandiram Cristoffel de Saram gesonden, met eenen Dienaar van voorsz: priester Als ditmaal mogten eginnen te voroogen varzeekere ik, dat er aan ge vreede te denken is, derhalven zal het voor ons goed zijn; wanneer de zaak in de minne bijgelegt worden dat zal voor. beide landen goed zijn. Wanneer den verzoeken van beide zeiden mogten worden geaccor„ „deert zal vreede gemaakt worden, anders niet, en als en buiten dier vreede mogte gemaakt worden, zoo zal deselve van geen duur zijn. Als de vriendschap en eere van beede zeiden zal worden, onder houden, dan wor zoo als ik denk een van de verzoeken, die de hoofden zullen doe, worden toegestaan, namentlijk Putulang alleen. En daar en teegen zal van de verzoeken der heeren Hollanders toegestaan worden kanneel te schie en alle koophandel in' konings land, gelijk ook alle verdere vriend„ „schap zoo als te vooren, zal plaats hebben. Als ik hier op eene antwoord te verwagten heb, zoo moet zulks spoedig Als die zaak bijgelegt word, op wat weeze het ook zij, zal het ged o „sen; zoo niet zal het seer slegt uitzien. Over het goede en kwaarde dat van vrede en vorog komt moet men zijne geda vrerder latenga, /: vor de ranslati / geteken:/ . Ronker gerd Jk geschieden.

NL-HaNA_1.04.02_3890_0619 view scan ↗

English

The 6th of June 1791. I furthermore had the bearer of this ola appear before me, and questioned him concerning the various matters currently taking place in the Kandyan country, but he flatly refused to relate the least thing, saying that he was not permitted to speak, as he would otherwise lose his head. However, the aforesaid Mohandiram de Saram affirmed that that Kandyan had told him the following upon handing over that ola: That the 2nd First Adigar Erawwawala Ralahamy was in the Matale Dissavony and had there trained nearly one thousand men, young people, in the use of arms, who were now also drilling well. That at the Court, a thousand Sinhalese and Moors were being drilled by two Topasses who had come there from Nigombo. That at the Court, gunpowder, lead and iron cannonballs, and muskets were being cleaned. That 35 pieces of large cannon were made ready at the Court, and that another 5 pieces were being repaired. That he had seen that the 1st First Adigar Pilima Talauwe Ralahamy with his retinue had come to this side of Gannoruwa. That he was unwilling to say anything further. And whereas it appeared most clearly from all of these reports that the Court was set upon enforcing its demands upon the beaches by force of arms, as already made known by its ola of the 9th of February last and more particularly indicated in that of the 22nd of the same month, and the first three reports agree with one another in that: that the aforementioned Court grandees have arrived with their armed force at Kurunegala, but from this one cannot infer with any certainty whether they are aiming at Putulang or rather at Silau or Nigombo, the important question thus arose as to what should be undertaken in this uncertainty to secure those places against hostile attacks, and upon this it was observed: That the fort Nigombo, with its present small garrison of seventy-five men, can absolutely offer no resistance, and cannot be reinforced from here on account of the weakness of the Colombo garrison, which consists of only five hundred and thirty-two men, to wit: 264 European Infantry 72 Native do 105 European Artillery 72 Native do that, however, much depends on the preservation of that fort, as well on account of the considerable number of inhabitants living under its protection and in the district belonging thereto, and on account of the communication with the forts and establishments situated to the northward, as also on account of the unfavorable impression on the remaining subjects, who through the loss of that fort might become dispirited, and even encouraged to fall away from the Company and join the King, while through that success the enemies would naturally become more insolent and intractable. That The 6th of June 1791. That the fort Putulang is likewise of importance, as well for the reasons cited concerning Nigombo as on account of the opportunity for correspondence with the opposite coast and for smuggling; that the same is barely garrisoned with three hundred and thirty-six men, but for greater security against an attack by a large force ought still to have some reinforcement. That Silau in itself is of less importance, and the small fort there is merely thrown up of earth, and garrisoned with two hundred and forty-three men only against the first attack, and thus, if it were attacked by any force of appreciable superiority, cannot offer a proper defense. That one will therefore, upon the approach of the Kandyans, be compelled to abandon the small fort of Silau, and use its garrison to reinforce whichever of the two other forts will be attacked by them. And consequently it was resolved and agreed by unanimous vote to order Captain Uhlenbeck that, when the Kandyans approach, he shall break up the post of Silau, and without loss of time make preparations to march, upon the certain discovery of their objective, to that place which is about to be attacked by them; it being left to the discretion of the said Uhlenbeck to leave as many sepoys under an officer at Silau as he shall deem expedient, who must also have orders, upon the approach of the Kandyans, to retreat from there as best as possible.

Dutch transcription

Den 6:e. Junij 1791. Jk hebbe voorts den brenger van deze ola voor mij laten koomen, en denzelven na het een en andere in het kandiasche tans omgaande ondervraagt, dog, den zelven heeft finaal geweigert het geringste te verhaale, zegge„ „de dat hij niet mogte spreeken, wijf anders zijn kop zoude verliezen. Egter heeft voorsz: Mohandiram de Laram betuigt dat die kandiaan hem het volgende bij het overgeven van die dla gesegt had. Dat den 2=den rijksadigaar Euraoewelle ralelamij in de Matuleese Dessa„ „vonij wat en aldaar bij na duijzend mannen, Jonge lieden in den wapenhai„ G „del gedeffent had, die nu ook wel exerceerden. manna Dat aan 't Hof een duizen, singaleesen en Moonen door twee toepassen die van Nigombo aldaar gekoomen waaren g'exerceerd wierden. Dat aan 't of bruijd, loode en ijzere kogel, en geweeren schoon gemaakt E wierden. Dat en 35. stuks groote kannonnen aan 't Hof gered waaren, en dat er nog 5. stuks gerepareerd wierden. Dat hij gezien had, dat den 1. ste rijksadigaar Pillieme tallauwe ralehamij met zijne statie aan deeze kant van Ganneroewe waa„ „re gekoomen. Dat hij verders niet meer heeft willen seggen. En vermits uit alle dezelven ter klaarsten bleek, dat het Hof zijne eisschen op de stranden met de wapens was doorzetten, gelijk. het reets bij de ola van hetzelve van den 9. febr: J: : te kennen gegeeven en bij die van den 22=te ejusdem nader aangeduidt is, in de drie eerste rapporten daarin met elkander overeenstemmen, dat aan gel oedig 4768. Den 6:e Junij 1791. dat de voorm: Hofsgrooten met hunne krijgsmacht te koringen „le aangekomen zijn, doch men daar uit met geen zeekerheid op maa„ „ken kan, of zij het op Putulang dan wel op Silau of Nigombo ge„ „munt hebben: zoo ontstond de wigtige vraage, wat men ien deesze on„ „zeekerheid diende in 't werk te stellen, om die plaatsen tege vijande „ge aanvallen te verzeekeren, en werd daarop aangemerkt dat seet Dat het fort Nigombo met de tegenwoordige geringe bezetting van vijfen seventig koppen volstrekt geen tegenstand bieden, en van hier niet ver„ „sterkt worden kan weegens de zwakheid van het kolumbosche gar„ en Dertign „nisoen, als bestaande slegts uit vijffhondert beden e twartig kopen te weeten: 264: Europeesche Jnfanterie 79 72. Jnlandsche 105. Europeesche Artillerij 72. Jnlandsche do dat echter aan het behoud van dat fout veel geleegen is, zoo wel we„ „gens het aanzienlijk getal inwooners, die onder desselfs de schermin en in het daartoe behoorende distrikt woonen, en wegens de kommuni „kaatsie met de noordwaard geleegene forten an tablissementen, als ook wegens den nadeeligen indruk op de overige onderdaanen, die doo het verlies van dat fout zouden kunnen neerslagtig gemaakt, en zelve wel aangemoedigd worden, om van de komp:e af en den koning toete vallen, terwijl de vijanden door dat sukces natuurlijksde wijze tro „schir en onhandelbaaret worden zouden. Dat Den 6. Juni 1791. Dat het fort Putulang mede van aangeleegenheid is, zoo wel wegens de nopens Nigombo aangehaalde reedenen, als wegens de geleegenheid tot korespondenttie met de overwal; en tot sluik handel dat het zelve nooddruftig met driehonderd ses en dertig koppen bezet is, doch tot meerdere zeekerheid tegen een aanval: van een groote macht noch wel eenige versterking behoorde te hebben. Dat silau op zich zelve van minder aanbelang is en het fortje aldaar eenlijk van aarde opgeworpen, en alleen tegen den eersten aanval met twee hondert drie en veertig koppen bezet is, en dus, indien het van eene eenigsins naamwaardige overmacht aangelast werd, geen behoor, „lijke defensie kan bieden. Dat men derhalven op de aannadering van de kandiaanen genoodzaakt zijn zal het fortje silau te abandonneeren, en het garnisoen, van het zelve te gebruiken tot versterking van het zoodanige van de twee an„ E „dere Corten, als door hen geattaqueerd zal worden. En is dienvolgende met eenpaarigheid van stemmen goedgevonden en verstaan, den kapitain uhlenbeek te gelasten: dat hij, zo wanneer de kandiaanen aannaderen, de post Silau zal opbreeken, en zonder tijd verzuim toestel maaken, om op de zaakere ontdekking van hun oogmerk, naar die plaats te marscheeren, die door dezelven staat aangelast te worden, blijvende het aan gem: uhlenbeek: ge dese„ „reerd, zoo veel sipais onder een officier te selau te laaten, als hij dien„ „stig zal oordeelen, dien tevens moeten onder hebben, bij aannadering der kandiaaren, van daar best mogelijk te rtireeren, Jr

NL-HaNA_1.04.02_3890_0622 view scan ↗

English

The 6th of June 1791. In the present uncertainty as to which of the two posts will be attacked, it was noted that the aforementioned Dessave, if he wishes to march over Kurunegala to Putulang, must remain on the north side of the Godakandawala mountain range and will likely follow the ordinary highway; but if he wishes to attack Negombo, he must cross the aforementioned mountain range and pass through Wisinave. Consequently, it was approved and resolved to write to the aforementioned Captain Ullenbeek that, in order not to make a false move in this regard, he must immediately send spies to Wisinave aforesaid, and to Titawella situated north of the frequently mentioned mountain range on the highway to Putulang, with orders to report on the further advance of the frequently mentioned Dessave, so that he, Ullenbeek, upon certain news that the frequently mentioned Dessave has arrived at Wisinave, may immediately march to Negombo, and in the second case to Putulang. From the previously inserted ola of the Modliar of the Hina Corle having been seen that the Kandiyans are actually beginning to stir up the Company's subjects in the corles to rebellion and defection: it was therefore now approved and resolved to have the proclamation, which the Lord Governor according to the secret resolution of the 26th of May of the past year left behind to be published casu quo, now published in the corles and districts of this dessavony, and to note here that the Lord President, upon receipt of the aforesaid ola, ordered the Modliar Bandaranayake henceforth to report such emissaries immediately to the Major, without distinction as to whom they claim to come from, to be placed under arrest in order to be sent by him to the Noble Lord Governor Van de Graaff. Taking into consideration that there is a great shortage of troops here, and that in the directorship of Trincomalee there are over nine hundred troops stationed, who in time of peace with all European powers are not needed there, it was approved and resolved, upon the proposal made to that end by the Lord President, immediately to summon from there two companies of Europeans and two companies of Easterners, with orders to have them march as quickly as possible through the Vanni to Putulang. Whereas Captain La Motte Bertin, commandant of Putulang, must be relieved on account of severe and dangerous illness, and that fort ought immediately to be provided with a commandant again, and here in the garrison only two infantry captains, De Vaugine and Mackena, are on hand, who cannot possibly be spared for long: it was approved and resolved to reinstate the Captain of Infantry Izaak Bernhard de Bellon, who in the year 1789 requested and obtained his discharge to the Netherlands, but has since remained here without pay, into the Company's active service and into the command of Putulang, according to the seniority of his captain's commission, and thus to have his pay resume in the salary ledgers as soon as he shall have arrived at Putulang. Having seen from a letter from Colonel von Drieberg dated Matara the 2nd of this month that he has arrived there with his detachment and has had a sannas published in the country to reassure the inhabitants, it was approved and resolved to note this here, and to insert the Dutch draft of the sannas here. Draft Sannas Ola To all the prominent as well as lesser inhabitants of the corles and pattus, vidanes and lordships of this Matara Dessavony, for their well-being and so that they may completely rely upon it, the following is brought to their notice: That I, who in the capacity of Colonel hold supreme command over the military land forces on the Island of Ceylon (wherewith the Noble Company has at all times maintained its absolute authority) and who hold a seat at the esteemed table of the Political Council of the aforementioned government, pursuant to the high order of the venerated Ceylon government, together with a military force over which a distinguished gentleman, as second in command, holds authority, on account of some weighty interests tending to the well-being not only of the mighty Company, but also of its Noble good inhabitants, am about to depart from here within two to three days for the rest house of Katuwana. This expedition is therefore by no means intended to cause any burden on the march from here to Katuwana to any of the high or low inhabitants of this Dessavony, especially those who live along the common passageway, but solely to proceed with my troops without the slightest disturbance

Dutch transcription

Den 6. Juni 1791. Jn de teegenwoondige onzeekerheid, welke van de twee fouten geattaqueerd worden, werd aan gemerkt, dat de voorm: Pessave, als hij wen konne gale n Putulang marcheeren wil, aan de noond zijde van 't gebergte Gadlkondoula kond blijven moet en waarschijnlijk de gewoone landstraat zal volgen, doch als hij „gombo attakeeren wil, over het voornoemde gebergte trekken en wisenove par „ten moet, en is dien volgende goedgevonden en verstaan, voorm: kapt: ullenbeek aan te schrijven, dat hij, om hier omtrend niet mis te lasten, ten ersten spions moet zenden naar wisenowe voornoemd, en naar Titewelle leggende benomd het meerm: gebergte aan de landstraat van Putulang, met onder om wan„ den verderen aanmarsch van meerm: Dessave bericht te geeve, ten einde hij ullen beek op de zeekere tijding, dat meerm: Dessave te wisenowe gearri „veerd is, ten eersten naar Negombo te marcheeren, en in het tweede geval naar Lutiul Uit de voorselaards geinscreerde ola van den Mooliaat der Winakoule gezien ijnde dat de kandiaanen werklijk beginnen 'sComp:s onderdaanen in de koales tet a opstand en afval op te rojen: zoo werd als nu goedgevonden en verstaen, de publiekend „sie, die de Heer Gouverneur blijkens sekereete re soluutsie van den 26. Mai J:r L: nagt „laaten heeft, om casu quo gepubliceerd te worden, als nu in de konles en distritte van deeze dessavonij te laaten publiceeren, en hier te noteeren, dat de Heer Rresident op den ontvangst van voorsz: ola den Modliaare Bandak Naik heeft laaten ge „lasten, om voortaan zulke: Emissaristen, zonder onderscheid, van wid „ ze zeggen te komen ten eersten bij den Majoor bekend te maaken ter in atrest „ einde door den zelven aan den Edelen haer Gouverneur van de Graaff gezonden te worden. ƒ Jn aanmerking genoomen zijnde, dat men hier groot gebrek aan krijgt Den 6: Juni 1791. krijgtvolk heeft, en dat in de opperhoofdig van Trink onemale otsaan„ koffen legge „zerte over de neegen hondert die in heijd van vreede met alle Puropee„ „sche mogendheeden daar niet noodig zijn, zoo werd op de daartoe gedaane proposietsie van den Heer President goed„ ƒ ƒ „gevonden en verstaan, van daar ten eersten twee kompanien Europeesche en twee kompanien oosterlingen te ontbieden, met last om dezelven ten spedigtten door de wannij naar Putulang te laaten marcheeren. Wijl kapitain La Sotte Bertijn kommandant van Putulang weegens zwaare en gevaarlijke ziekte moet afgelost, en dat „ fort ten eersten weede van een kommandant behoord voorzien te 1 worden, en hier in het garnisoen maar twee kapitains van de Jnfanterij De Vaugine en Mackena aan handen zijn, die on„ „mogelijk lange kunnen gemist worden: zoo is goedgevonden en verstaan, den kapitain van de Jnfanterij Izaak Bern„ „hard de Bellon, die in 't Jaar 1789. zijn ontslag „ naar Neederland verzocht, en geobtineerd heeft, doch zeder met afgeschreeven gagie hier gebleeven is, wederom : in 'skomp:s aktueelen dienst en ien het kommando van „ „ Putulang te stellen naar de anciennitail van zijn . 4769 Den 6. Juni 1791: zijn zijn kapiteins akte, en dus zijne gasie bij de zoldij boeken wederom te laaten koers neemen, zoo dra hij te Putulang zal aangekoomen zijn. Bij een brief van den overste von Druberg geda„ „teerd Mature den 2. deeser gezien zijnde„ dat hij daar met zijn detachement gearri„ „veerd is, en een samas in 't land heeft laa„ „te publiceeren tot geruststelling van de ingezee„ „tenen, is goedgevonden en verstaan zulx hier te noteeren, en het nederduitsch opstel van de san„ „nas hier te insereeren. Aan alle de zoo aanzienlijke als mindere ingezee„ Zee„ „tenen van de korles en Pattoes, vidanien en heer„ „lijkheeden ter deezer Matureesche Dessavonij, word, tot hun wel zijn en op dat zij zich 'er vol„ „komen op kunnen verlaaten, het volgende ter Concept Sannas ola kennisse 1 Den 6:e Juni 1791: kennisse gebragt. Dat ik die in de qualiteit van Collonel het opperbevel voere over de militaire Landmagt ten Eijlande ceilon, /: waarmeede de Edele komp:e haar vol„ „strekt gezag ten allen tijde heeft gemaincti„ „neerd :/ en die aan de aanzienlijke tafel van de Politique vergadering van welgemelde regeering sessie heb, agtervolgens de hooge ordre van de gevenereerde Ceilonsche regee „ring, neevens een militaire magt, waar over een aanzienlijk heer, als tweede bevel„ „hebber, het gezag heeft, ter oorzaake van eenige gewigtige belangen, strekkende tot wel zijn, niet alleen, van de magtige kompanie, maar ook„ van haar Edele goede ingezeetenen, binnen twee â: drie daagen van hier naar het Rusthuis van kattoene staa te vertrek„ „ken. Deeze expeditie is dus geenzints aan„ „gelegd, om op de marsch van hier tot naar kattoene, iemand van de hooge of laage Jngezeetenen deezer Dessavonij, bezondert, die af en aan de gemeene passagie woonen eenigen „maate tot last te verstrekken, maar eenelik, om met mijn volk, zonder de minste ver„ „stoornis

NL-HaNA_1.04.02_3890_0626 view scan ↗

English

The 6th of June 1791. to cause disturbance to anyone, to make the march thither, and hereby assure your honours upon my word that no damage or wrong shall be done to any of you, either by me or my people, and I therefore exhort you by no means to call this my promise and assurance into doubt, but that each of you, without the least fear or anxiety, remain quietly in his village and house, so that I may be assured that you adhere to the mighty Company and are in all respects well-disposed toward us. But in the event it should happen that someone from my retinue, be he a person of distinction or a common man, should cause your people any harm, then I promise you that, as soon as this shall have come to our knowledge, I will compensate for that damage from my private purse and cause the offender among my subordinates to be punished most rigorously as an example to others, taking care that such shall no longer occur in the future; and in the event that you, without viewing this my assurance with suspicion, keep yourselves quiet together with your wives and children The 6th of June 1791. children and each remains peacefully in his dwelling: then I promise, for the well-being of each, to assist you with my help and affection and to give satisfaction, should you reasonably present any requests to me. Thus is this sannas ola published, under assurance that all which is promised herein shall be kept with the purest sincerity, this 2nd of June 1791, by the aforementioned Colonel of the Company's military armed force on the Island of Ceilon, Carl Didrig von Drieberg. Underneath stood: For the translation: Mature the 2nd of June 1791. Signed: P: A: de Moor, Landraad Secretary. In the margin: For the translation, signed: L: Ferdinandus, sworn interpreter. Owing to the lack of an ensign in the Galle garrison, it has been approved and agreed, upon the proposal of 1778. No. 61. Examined The 6th of June 1791. the Honourable Colonel von Drieberg, to promote thereto Sergeant Joost Herman Pelgrim. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month and year aforesaid. Was signed: J: G: van Angelbeek, M: P: Raket, C: van Angelbeek, M: Mekern, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant. Agrees Dijbrands, First Clerk Beukman Thursday the 9th of June A:o 1791, in the forenoon. Present: The Right Honourable Malabar Governor, Resident Johan Gerard van Angelbeek The Honourable Chief Administrator - - - Mattheus Petrus Raket The Matara Dissave - - - Christiaan van Angelbeek The Tuticorin Chief - - - Martinus Mekern First Warehouse Master - - - Johannes Reintous Secretary - - - Benedictus Lambertus van Zitter Fiscal - - - Johannes Adrianus Vollenhoven Honourable Trade Bookkeeper - - - Abraham Samlant Absent: The Right Honourable Governor - - - Willem Jacob van de Graaff The Honourable Lieutenant Colonel and Head of the Ceylon Militia Diederich Carl von Drieberg The Honourable Dissave of the Colombo Environs - - - Diederich Thomas Fretz The Honourable Pay Bookkeeper - - - Gerrit Engel Holst the first and third at Sitavaka, the second to Matara, and the last two indisposed. Secret Resolution Taken in the Council of Ceylon. It having been seen by a letter from the Governor van de Graaff from the Headquarters near Sitavaka of the 8th of this month, that His Honour had recalled the detachment to Sitavaka, which, according to the entry in the Secret Resolution of the 3rd of this month, had marched into Saffragam under the command of Colonel De Meuron, partly because no further complaints were heard from the Chalias, and partly because the Basnaike, who, as appears from the entry in the aforementioned resolution, had promised, upon the appearance of the Company's detachment, The 9th of June 1791. detachment, to surrender himself to the Company with the places and inhabitants of the villages and districts under his authority and to cause the further korles of that Dissavony to revolt, did not seem to possess as much influence over the inhabitants as he had ascribed to himself, but primarily because the heavy rains made the expedition exceedingly difficult, and the swelling of the Kalutara River made penetrating further into the korles situated on the other side impracticable in this season: it was therefore approved and agreed to keep this record thereof. Furthermore, two separate secret letters from the Commander of Galle of the 5th and 7th of this month were carefully read and reviewed, as well as the copies received alongside them of letters from the Matara Servants and from Colonel von Drieberg written to the aforementioned Commander, all concerning the difficulties which the expedition towards Katuwana encountered in the very beginning, consisting primarily in the tardiness of the native chiefs in procuring the supplies necessary thereto, and for the rest in observations regarding the weak garrison at Matara and the necessity

Dutch transcription

Den 6. Juni 1791. „stoornis aan iemand toetebrengen, de optogt der „waards te doen en verzekere mits: dien aan uw Eie „den hier bij op mijn woord, dat aan niemand van uw lieden eenige schaade of ongelijk, het zij door mij of mijn volk, zal worden toegebragt en ik vermane uw lieden over zulks, deeze mijne Z . belofte en verzeekering geenzints in twijffel te trek„ „ƒ „ken, maar dat elk uwer, zonder de minste vree„ ƒ „ze ofangst, in zijn woondorp en huis gerust blijven„ op dat ik verzekerd zijn kan, dat gijlieden de mag„ „tige komp:s aanhangt en ons in alle opzigten toeg: „negen zijt. Doch in gevalle het mogte gebeuren, dat iemant van mijn gevolg, hij zij een aanzienlijk perzoon of gemeene man, uw lieden eenig nadeel mogte toebrengen, zoo beloove ik ublieden, dat, zoodra zulks ter onzer kennisse zal ge„ „koomen zijn, ik die schaade uit prive beurse vergoeden en de overtreeder mijner onder ten ƒ rigoreusten, tot een voorbeeld van anderen, ƒ # zal laaten straffen, zorgdraagende dat zulks in het vervolg niet meer kwam te gebeuren en ingevalle gijlieden, zonder dee„ „ze mijne verzeekering in verdenking te neemen, zich nevens uue vrouwen en Kinderen Den 6. Juni 1791. ƒ kinderen stil houd en elk in zijn wooning gerust blijft: zoo beloove ik, tot een elkt welzijn, met mijne hulpe en toegeneegen „heid uwlieden te zullen bijstaan en genoe„ „gen geeven, bij aldien gijlieden in reedelijkheid eenige verzoeken aan mij kwamt voorte # „stellen. Dusdanig word deeze sannas ola, onder verzeekering, dat al, het geen hier in be„ ƒ loofd is, met de zuivers te welmeenend„ „heid zal gehouden worden, gepubliceerd den 2. Junij 1791. door welgemelde Col„ „lonel over 'sComp:s militaire handmagt te p @ Eijlande Ceilon Carl Didrig voor Drie voor de Translatie „beug /:onderstond:/ Mature den 2: Juni 1791. /:geteekend: /:was geteekend:/ P: A: de Moor Landnaeds Sekretaris /:in mangine:/ voor de ver„ Ferdinandus „taaling /:geteekend:/ L: gesw: tollk. Mits manquement van een vaandrig in 't Gaalsche guarnisoen, is op de voordragt van den 1778. No. 61. Nagezien Den 6. Juni 1791. den E: kollonel von Deuberg, goedgevonden en verstaan „ p daartoe te bevonderen den sergeant Joost Herman Pel„ „grim. Aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo ten daage maand en Jaare voorschr: /:was geteekend:/ J: G:s van Angelbeek, M: P: Raket, C: van e Angelbeek, M. Mekern, J: Reintous, B: L: van Zitter„ A: Camlant. Akkordeert Dijbrands Eijklerk =Beukman Donderdag den 9=e Juni A:o 179. Voor metdags Present De welEdele Grot Achtb: Heer Mallabaarsel Gouvernur, resident Johan Gerard van Angelbeek Den E: Hoofdadministrateur - - - . . . . Mattheus Petrus Rakel „ Matureshe Dissave - - - - . . . . Christiaan van Angelbeek „ Tutukorijnsch opperhoofd - - - - - - - Martinus Mekern. Eerste Pakhuismeester - - - - - - - Johannes Reintous sekaetaris - - -- Benedictus Lambertus van Zitter „ fiskaal - - _ _ _ _ _ _ _ . Johannes Adrianus vollenhoven absent. Willem Jacob van de Graaff Gerrit Engel Holst en de eerste en derde te sitavaka, de tweede na Mature, en de twee laasten indispoost „ E: Negotie Boekhouder - - - - Abraham Samlant Bij een brief van den Heer Gouverneur van de Graaff uit het Hoofdquaatier bij sitavaku van den 8. e deezer gezien zijnde, dat zijn Edele het detachement, het welk, blij„ kens het aangeteekende bij sekrede Resoluitsie van den 3. e deezer, onder bevel van kolonel De Meuron in suffer„ gam was ingerukt, naar Sitavaka had te rug ont„ booden, eensdeels, wijl geen verdere klagten van de sjalias vernoomen waaren en anderen deels, wijl de Basnaike„ die blijkens het aangeteekende bij de evengem: resoluutsie beloofd had, op de verscheining van s komp:s de„ De wel Edele Groot Achtb: Heer Gouverneur -- Den E: luitenant kelonel en hoofd der Ceilonsche Militie Diederich Carl von Driberg, „ E: Dessave der kolombosche ommelanden - . Diederich Thomas Fretz: „ E: Zoldij boekhouder - - - - - - - Sekreete Resoluutsie Genoomen in Raade van Ceilon tachement „ „ 4771 op Den 9:' Juni 1791. tachement zich met de plaatsen en inwooners van de onder hem staande dorpen en distrikten aan de komp:e te zullen overgeeven en de verdere korles van die Dessavonij te doen revolteerden, zoo veel vermoogen op de ingezeetenen niet scheen te hebben, als hij zich had toegeschreeven, doch voornaamlijk, wijl de zwaare„ regen de expedietsie ten hoogsten moeilijk, en het op zwellen van de kaltersche rivier het verder indri „gen in de aan de overkant geleegene korles in dit saisoe ondoenlijk maakte: zoo werd goedgevonden en verstaen, daar van deeze aanteekening te houden. wijders werden met aandagt geleezen en geresumeerd twee aparte sekreete brieven van den Heer komman„ deur van Gale van den 5. en 7. e deezer, en de daar nevens ontvangene kopij brieven van de Matersche Bedienden, en van den kolonel von Driberg aan gem: kommandeur geschreeven alle roulleerende over de zwaarigheeden, die de expedietsie waar katoene in het eerste begin ontmoelede, voornaamlijk bestaande in de trg des Jnlandsche Hoofden, in het bezorgen van de daar toe noodige behoeften, en voor over het Zwak 't overige in aanmerkingen en over de ni gaanisoen te Mature, zaakelijkheid „

NL-HaNA_1.04.02_3890_0631 view scan ↗

English

necessity, in case the Company's subjects in the Disavony might revolt, to take up a post between Mabure and Pangale, and furthermore regarding the question whether the Matara Chiefs should be urged to bring their wives, children, and riches inside the fort there, regarding which the Matara servants are of the opinion that this ought not to happen, as smallpox prevails in Matara, for which the Sinhalese are generally very fearful; as there are no dwellings for them inside the fort, and the families of the Chiefs and the assembled mandos would not want to live there except with great reluctance; and as this order would arouse distrust in the Chiefs, who had shown their willingness to comply with and carry out the intention of this Government, against which, in the Galle missive of the 5th to Matara written in reply by the Lord Commander, several detailed arguments were raised, too elaborate to be recited here. And hereupon it was taken into consideration that the slowness of the Chiefs, and specifically of Tinnekoon Mudaliyar in providing paddy and other necessities, must much rather be attributed to the natural sluggishness and laziness of the native, to which the Chiefs in particular are subject, than to malice or treachery, and that to this Government up to now no signs of treachery have ever appeared, and thus also no reasons for suspicion regarding the Matara Chiefs involved in this matter; and furthermore, that now that the expedition into the Saffragam from this side does not proceed, the march to Katoene also does not require such great haste, and can for the present be suspended; that consequently also for so long as the motives do not exist which Mr. Sluysken has alleged to demand of the Chiefs of Matara, among whom the Mudaliyars Tinnekoon, Ilangakoon, Tillekeratne, and de Saram are primarily meant, that they shall store their families and riches inside the fortress; that the aversion of the Sinhalese to smallpox is a known, and at the same time a very natural reason to make them averse thereto; that such an order cannot possibly fail, among the repeatedly mentioned Chiefs, no matter how well-disposed they may be, to arouse the idea that they are distrusted or suspected of treachery; and that such an idea would naturally cause displeasure and aversion among them; and it was therefore unanimously approved and resolved, in reply to the Commander and Colonel aforementioned, to write that the latter shall take up post with his detachment at Pangale or any other suitable place between Tengale and Matara, or else at Matara itself, and await further disposition from here, and that hereby the reasons why one wished to encourage the Chiefs at Matara to bring their wives, children, and riches inside Matara fell away of themselves, besides that this Government up to now had found not the slightest reason to suspect them of treacherous intentions. The captain of the ship Demerarij, Jan Paardekooper, having complained by a letter to the Lord Commander Sluysken that the Brahmin Prisenkasarie, who was placed on his ship at Tutukorijen to be conveyed to Batavia, continually troubled him for all kinds of delicacies, such as milk, coconuts, bananas, etc., which he could not furnish out of his own purse, it was therefore approved and resolved to order the Galle servants to have those trifles provided for the Company's account. On the proposal of the Opperhoofd of Kalpitiya to demolish yet more houses and gardens, it was approved and resolved to reply that this shall for the present remain postponed, because the Kandiyans, even if they came down to attack Puttalam, will never undertake a siege of the fort, due to a lack of heavy artillery and military skill, and in any case would not know how to make use of those houses and gardens to the detriment of the fort. Thus Done and Resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid: was signed: J: G: van Angelbeek, A: P: Raket, C: van Angelbeek, M: Alckern, J. Reintous, B: L: van Zitter, and J: A: vollenhoven. The 9th of June 1791. Agrees. Hybrands, Sworn Clerk Examined. No: 62. Beukman 4772. 4773 Colombo To the Noble Lord Johan Gerrard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Company's Establishments on the Coast of Malabar, acting in the management of affairs, together with the Council there. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends. Yesterday a letter was received from Kandy, the translation of which is enclosed herein. The matters appearing therein have already been refuted in earlier letters, and the same could thus either be left entirely unanswered, or answered very briefly, but as matters cannot long remain in the present state, I request the Noble Lord van Angelbeek and the Honorable Members of the Council to take into consideration whether it might not be time to demonstrate to the Court that the Company on its part has always complied with the Peace Treaty, and that in contrast the Court has for a long time maintained and still maintains towards the Company a conduct that finally makes it necessary to ask the same for a categorical answer. I remain with all high esteem after friendly greetings, underneath stood: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends! Your Honor's obedient servant and friend, was signed: W: I: van de Graaff, in margin: Avissawella, the 30th of May 1791. Agrees. Wybrands, Sworn Clerk Examined. No. 64 C. Heukman

Dutch transcription

zaaklijkheid, om, ingevalle 'sComp:s onderdaanen in de Dessavonij revolteeren mogten, tusschen Ma„ bure en Pangale post te vatten, en voorts over de vraage, of de Matersche Hoofden zouden aangezet worden, hunne vrouwen, kinderen en rijkdommen binnen het fort aldaar te brengen, waaromtrend de Ma„ tersche Bedienden, van begrip zijn, dat dit niet behoord te geschieden, wijl de kinderziekte in Matu„ re regeerd, waar voor de singaleesen doorgaans zeer angstig zijn wijl binnen het foal geene wooningen voor dezelven zijn, en de familien van de Hoofden en opgeslaagene mandoes niet dan met grooten tegenzin zouden willen woonen; en wijl deeze or„ der, in de Hoofden, die hunne bereidwilligheid ge„ toond hadden, om de intentsie van deeze Re„ geering natekoomen en te bewerkstelligen, mistrou„ wen zoude verwekken, waarteegen bij Gaalsche mis„ sive van den 5:' naar Mature in antwoord ge„ schreeven van den Heer Kommandeur verscheidene breed„ voerige raisonnementen geopperd zijn te omslagtig om „ hier gereceuseerd te worden En werd hier op in aanmerking genoomen, dat de traagheid der Hoofden, en speciaal van Tinne„ koon Modliaaa in het bezorgen van Nelie van en andere behoeften, veel eer aan de natuurlijke vadzigheid en luiheid van den Jnlander, waar aen Den 9:' Juni 1791. de Den 9'. Juni 1791 de Hoofden inzonderheid onderheevig zijn, dan aan quaadwillig„ heid of trouwloosheid moet toegeschreeven worden, en dat aan deeze Re„ geering tot nu toe noit eenige blijken van trouwloosheid, en dus ook geene reedenen van verdenking ten opzichte van de ten deezen betrokkene matureesche Hoofden is te vooren gekoomen; en voorts, dat, nu de eexpedietsie in de saffergam van deeze zijde geen voortgang neemt, de optochtrakt naar katoene ook zoo grooten spoed niet vereischt, en voor eerst gestaakt kan worden; dat mits„ dien ook voor zoo lange de motiven niet exsisteeren die de Heer sluijsken geallegeerd heeft, om de Hoofden van Ma„ ture, waar onder de Modliaaas Tinnekoon, slanga„ koon Tillekeratne en de Saram voornaamlijk bedoeld worden, te vergen, dat zij hunne familie en rijkdommen binnen de fortresse bergen zullen; dat de afkeer der singa„ leesen voor de kinderziekte een bekende, en teevens eene zeer natuurlijke reeden is, om herlieden daar van afkeerig te maaken; dat zulk een order onmogelijk kan missen, bij de meermelde Hoofden, al zijn ze noch zoo welge„ Lind, het denkbeeld te verwekken, dat zij mistrouwd of van trouwloosheid verdagt gehouden worden; en dat zulk denkbeeld natuurlijker wijze misnoegen en afkeer bij deze„ ven zoude veroorzaaken; En werd mitsdien met een paa„ goed gevonden en verstaen, in ant„ righeid van stemmen woord aan Kommandeur en overste voormeld aanteschrij„ ven, dat de laast genoemde wiet zijn detachiment te F Den 9' Juni 1791 te Pangale of eenige andere bequaame plaats tusschen Tengale en Mature, dan wel te Mature zelve post vatten, en de nadere dis„ posiessie van hier afwagten zal, en dat hier door de redenen„ waarom men de Hoofden te Mature animeeren wilde om hunne vrouwen kinderen en rijkdommen binnen Mature, van zelve vervielen, behalven, dut deeze Regeering tot nu toe geene de minste reeden had gevonden, dezelven van trouw„ loozen voorneemens verdagt te houden Door den kapitein van 't schip Demerarij Jan Paardekooper bij een brief aan den Heer kommandeur sluijsken geklaagd zijnde, dat de Bramine Pri senkaSarie, die te Tutukorijen op zijn schip geplaatst is, om naar Batavia overgevoerd te worden, hem geduurig lastig viel om allerleij versnaperingen, als Melk, klappers, Pising etc: die hij uit zijn eigen beurs niet kost fourneeren, zoo is goedgevonden en verstaen, de Gaalscha bedienden te gelas„ ten, om die kleenigheeden voor sComp:s reekening te laaten verstrekken. Op den voorstel van het opperhoofd van kalpellij, om noch meer huizen en tuinen aftebreeken, is goedgevonden en ver„ staan te rescribeeren, dat dit voor eerst zal uitgesteld blijven, door dien de kandiaanen, al quaamen zij af om Pu„ tulang te attaqueeren, noit een beleegering van het fort zullen onderneemen, door gebrek aan Zwaar geschut en krygskunde, en in allen gevalle van die huizen en tuinen tot nadeel van het fort geen gebruik zouden weeten te maaken. Aldus Aldus Gedaan ende Geresolveerd in het kasteel kolombo ten daage maand en Jaare voorsz: /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, A: P: Raket, C: van Angelbeek M: Alckern, J. Reintous, B: L: van Zitter en J: A: vollenhoven Den 9. . Juni 1791. Accordeert. Hijbrands egkeerk Nagezien No: 62. Beukman 4772. 4773 Kolombo Aan den Edelen Heer Johan Gerrard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands Jndia gouverneur en Directeur van 's Comp:s Etablissementen ter kuste Mallabaar waarneemende de manxance van zaaken nevens den Raad. aldaar. Edele Erntfeste Manhafte Wijze Voorzienige Zeer Dis„ „kreete Heer en Vrienden. Gisteren is uit kandia ontvangen een brief waar van het Translaat hier in geslooten gaat. De dingen daar bij voorkoomende zijn reeds bij vroe¬ „gere brieven wederlegt, en dezelve zoude dus of geheel onbeandwoord gelaaten, of heel kort kun„ „nen worden beandwoord, dan wijl de zaaken, niet lange kunnen blijven in den tegens woor„ „digen plooij, verzoek ik de Edele Heer van Angelbeek en de E:s Leeden van den Raad om te „ te willen neemen in overweeging, of het niet tijd zoude worden om aan het Hof te vertoo„ „nen, dat de komp:e van haar zijde steeds het vreedens Contract is nagekoomen en dat daar en teegen het Hof teegens de komp:e zeedert een tijd lang gehouden heeft en nog houd een gedrag dat het eindelijk noodzaakelijk maak aan het zelve te vraagen een katagorisch andwoord. Jk blijve met alle hoog achting na vriendelijk „ke groete /:onderstond:/ Edele Erntfeste Mer hafte, wijze voorzienige zeer Diskree„ „te Heer en Vrienden! uw Edele Dienst willige Dienaar en vriende / was getei„ „kend :/ W: I: van de Graaff, /:in margine:/ Awisawelle den 30: Meij 1791: Akkordeert. Wybrands Segklerk Nagezien No. 64 CHeukman

NL-HaNA_1.04.02_3890_0641 view scan ↗

English

4774 kolombo To the Noble Lord Joan Gerrard van Angelbeek Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Company's Establishment on the Malabar Coast, overseeing the management of affairs alongside the Council there. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Gentlemen, Friends. The rainy weather, which seems to be increasing more and more here, makes it presently impossible to carry out any undertakings in the King's territories with any grounded hope of success, should the further conduct of the Court of kandia make that necessary. We must therefore limit ourselves until after the rainy season to merely warding off the attacks that the Court might undertake, which can best be done from Hangewelle. From there, one can secret better counter the attacks of the Court against the Company in whichever part of this dessavonie it might be, than from here; even those that the Court might wish to undertake against that part of the Hewegam korle that is situated between Hangewelle and this place, which moreover consists mostly of wild and uninhabited land. I am therefore of the opinion that we ought to withdraw all our troops from here, to place as many of them at Hangewelle as are necessary for the aforementioned purpose, and to let the rest march back to kolombo. Colonel de Meuron and the Honorable Dessave faetz, whose opinions I have taken on this matter, also share this advice; and if Your Honors can likewise agree to this, I shall have this carried out as soon as possible. In any case, 300 men are enough to occupy this post and to defend it against all insults of the Kandians, and I shall therefore provisionally reduce the garrison currently stationed here to this number. 4775 In accordance with my letter of the 8th of this month, I send enclosed herewith a copy of the report of Colonel Meuron regarding his expedition to the village of kondegamme in the dessavonie of Iaffnapatnam. I send enclosed herewith a verbal message that I received a few days ago from the well-known Court Grandee. I profess, with true high esteem and friendly greetings, to be Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Gentleman and Friends, Your Honors' dutiful servant and friend, signed, W. G. v. De Graaff. In the margin: Testuake, the 14th of June 1791. Agrees, S Eijklerk Sijbrands Checked, Heukman No. 69.

Dutch transcription

4774 kolombo Aan den Edelen Heer Joan Gerrard van Angelbeek Raad ordinair van nederlands india Gouvea„ „neur en Directeur van 'sComp:s Etablissement ter kuste Mallabaar waarneemende de ma„ neanse van zaaken nevens den Raad aldaar Edele Erntfeste Manhafte wijse voorzinige zeer Distercete Heeren Vrienden Het reegen weer dat hier meer en meer scheijnt toeteneemen, maakt het voor het teegenswoordige onmogelijk, om met een gegaonde hoop. van succes, eenige ondernee„ „mingen tedoen in 'skoningslanden, zoo ook het verder gedaag van het Hof van kandia, dat mogte noodig maaken. we zullen ons dus tot na de degen tijd dee„ nen te bepaalen om de aanslaagen die het Hof zoude moogen onderneemen, alleen af„ teweeden, het geen van Hangewelle besth geschieden kan. van daar kan men sekreet de de aanvallen van het Hof teegens de Comp: in welk gedeelten van deese dessavonie het ook zoude moogen weesen, beeter teegen gaan dan van hier ook zelfs die geenen die het Hof zoude willen onderneemen teegens dat gedeelte van de Hewegam kool dat tusschen Hangewelle en deese plaats geleegen is, en boven dien meest bestaet in woest en onbewoond land. ok ben mits dien van gevoelen, dat we alle onse troupes van hier behooren weg teneemen; zoo veel daar van als ten einde voorsz: noodig is, te plaatsen op Hangewelle, en de rest te laaten terug marcheeren na kolombo. De Heer Colomel Meuron met den E: Dessave faetz: wiens gevoelen ik daar over heb ingenoo„ men, zijn meede van dit advies, en zoo uwel Edele zig ook daar meede kunnen konformeeren, zal ik dit ten eersten doen eftektueeren. Jn allen geval zijn 300: Mai genoeg om deese post te besetten en ze tegens alle insultuet van de kandianen te ver„ deedigen, en zal ik daar om het gar„ nisoen dat teegenswoordig hier legt, bij 4775 bij provisie tot dit getal doen vermin„ deaen. overeenkomstig met mijn brief van den 8: deeser, zende ik hier ingeslooten een Copij van het rapport van kolonel Meuron weegens zijn gedaane togt na het doap kondegamme in de dessavonie van Iaffaegam. Jk zeud hier ingeslooten een mondelinge bood schap, die ik voor een paar daagen van den bekenden Hofsgroote ontvangen heb. jk betuijge met waare hoog achting na vriendelijke groete te zijn /onderstond /: Edele Erntfeste, Manhafte wijse voorsienige zeer diskreete Heer en vreenden, uwel„ Edele Dienstwellige dienaar en vreend / was getekend:/ W: G: v: De Graaff :/ in„ marginie:/ Testuake den 14: Junij 1791: Accordeert S Eijklerk Sijbrands Nagezien Heukman No. 69.

← previous