VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3890

Ceylon · 648 pages · 92 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3890_0468 view scan ↗

English

proceed further until we returned from Colombo with an answer, and that the other Dissaves would also not come down to the lowlands until that time; that when the Maha Mudaliyar sent him again with an ola, we had to tell him to also send him, through a confidant of the Mudaliyar and with the foreknowledge of the Governor, 10 coats and 10 hats, in order to be able to present them to the King. That the Adigar had ordered him to disclose nothing of all this to anyone except solely to the Governor and the Maha Mudaliyar. That the Adigar had asked him why Madugoda Appu is arrested, and said that one could surely release him and nevertheless investigate whatever might be charged against him. That we had once asked the Adigar whether the preparations that were being made in Kandy were on account of Puttalam, and that the Adigar had answered: if the Company wishes to keep Puttalam, what would it matter to her if she gave us back the Kapitigam Korale or one or two other korales? That the Adigar, upon his departure, had given him three people who are ordered to return together with them, and that 4723. that these people have lagged behind somewhat on account of the smallpox, and will probably now be at Kiribatgoda or Pettiagoda in the Siyane Korale. He further relates that the same day the second Imperial Adigar set out on his journey, the Dissave of Uva also departed for his Dissavony; that we saw four small cannons lying on the ground in Kandy in front of the house of the second Imperial Adigar; that we saw gunpowder being ground on three stones in the house of the said Adigar, about one mediet of specie on each stone; that more or less 150 Sinhalese, young people, exercise daily with muskets, as well as 100 Javanese; that he saw somewhat less than 100 heads of Malabars go to the Court with shield and sword, and that a whole party of unarmed Sinhalese are still roaming about in Kandy; that we learned from a kangany in the house of the second Adigar that the first Imperial Adigar is very much against the war, and that in the land of Uva there are said to be around 50 Casters and 60 Javanese. Thus related by the aforesaid Sinhalese carpenters on this day, 23 March 1791. Agrees Hybrands First Clerk Examined Wibiel No. 4724. To the Dissave of the Three and Four Korales letter of 2 December 1790, I informed Your Honour that Sri Sanka Sari, of whom in earlier reports everything that could be learned of this man was made known to the Court, was sent to Tuticorin in order from there directly, according to the desire of His Imperial Majesty, to be sent to Batavia. The reasons why he was provisionally sent to Tuticorin, I communicated in the same letter. Since then, no ships have departed from Colombo for Batavia to be able to have him conveyed thither. Now a ship is lying ready, and the Governor had also already given orders to the same to fetch the said person therewith from Tuticorin, and from there to depart directly with him for Batavia. However, these days reports have arrived from various quarters out of the King's country that many very strange and offensive conversations are being held in the lands of His Imperial Majesty regarding this man. For this reason, the Governor will keep the aforesaid already given order to the ship lying ready to sail, to take over Sri Sanka Sari and convey him to Batavia, still suspended, in case His Imperial Majesty might in good time 1731 in good time, to counter all such foolish talk and to put an end to it at once, find it necessary to send someone to the Governor to be able to be present at the embarkation of Sri Sanka Sari and at his departure for Batavia. I request that this be brought before His Imperial Majesty at a favourable hour and that the answer to this be sent to me soon. /:was signed:/ D: T: Fretz. /:in margin:/ Hulftsdorp, 22 March 1791. Agrees. Hybrands First Clerk Examined Staats Year 1791 No. 36. 1421 4725. Fort St. George To His Excellency W: Medows Major General, Governor and President, together with the Gentlemen of the Council of Madras Right Honourable Gentlemen. The first undersigned Governor has communicated to our meeting the letter with which he was favoured by Your Honours on 29 January last. We do not understand, gentlemen, in what could consist the differences that His Highness the Nawab has made known to Your Honours to have arisen between His said Highness and the Honourable Dutch Company regarding each party's share in the Tuticorin pearl and chank fisheries. By a treaty concluded here in Colombo on 7 July 1788 with His Highness's envoy, Mr. James Buchanan, duly authorized thereto by His Highness, it was established in Art. 1 that the aforesaid The Right Honourable Gentleman pearl

Dutch transcription

verder gaan tot dat wij van kolombo met eenandwoord terug kwam, en dat ook de andere Descaves tot zoo lange na de beneeden landen niet zouden afkoomen dat wanneer de Maha Modeliaar hem weeder zon met een ola, wij aan hem moeste zeggen, om met een ver„ „trouweling van den Modeliaar en met voorkennis va den Heer Gouverneur aan hem, ook te zenden 10. rokke en 10. hoeden, om die aan de koning te kunnen presentie „ren. Dat de Adigaal hem hadde gelast om van dit alles aan niemand iets te openbaaren dae alleen aan den Heer Go „verneur en den Maha Modeliaak. Dat de Adigaat hem hadde gevraagt, waarom Madoego „de appoe is gearresteerd, en gezegt, dat men hem immers zoude kunnen los laaten en daarom tog onderzoeken het geen 'er ten zijnen laste mogte zijn. Dat wij eens aan den Adigaar hadde gevraagd of de toebe„ „rijdselen die in kandia gemaakt wierden, waaren om „wille van Putelang, en dat de Adigaar hadde geand „woond: zoo de komp:e Putelang wil behouden, wat zoude het voor haar weezen, als ze ons de kapitigam koul of a of twee andere kouls terug gaf: Dat de Adigaal hem bij zijn vertrek drie luijden heeft meede „geeven, die last hebben om met hen zaamen trugte kooe, d dat 4723. dat deeze Menschen wat agter uijt gebleeven zijn om de wille van de kinder-pokken, en waarschijnlijk nu te kiribad god„ „de of Pettiagorde in de Wina koul zullen weezen ij verhaald wijders, dat de zelfde dag dat de tweede Rijks Adigaar op rijze gegaan is, de Dessave van oewe ook na zijn Dessavonie is vertrokken; dat wij in kandia voor het Huijs van den tweeden Rijks Adigaak op de grond heeft zien leggen vier, klijne kanons, dat wij in het Hhuijs van gem: Ai„ „gaat kruijt heeft zien maalen op drie steenen, op elke steen omtrend een mediet specie, dat min of meer 150. Zinga„ „leesen, Jong volk, dagelijks met geweeren xerceeren, als ook 100. Javaanen; dat hij iets minder dan 100. kop„ „pen mallabaaren met schild en zwaard na het Hof heeft zien gaan, en dat 'er nog een heele partij ongewapende singaleesen in kandia rondzwerven, dat wij van een ƒ kangaan in het huijs van den tweeden Adigaak heeft vernoomen, dat de eerste Rijks Adigaal zeerteegen den oorlog is, en dat in het land van oeive zouden weezen omtrend 50. kasters en 60. Javaanen. 17 zoodanig gerelateerd door voorsz: singaleesche timmer„ „men op heeden den 23:e Maart 1791. Akkordeert Hijbrands Egklerk Nagelien Wiblel No. 4724. Aan den Dessave van de Drie en vier korles brief van den 2:e december 1790. heb ik uwelEd: n oedeeld dat srie sanka Sarie, van wien bij vroegere berigten alles aan het hoff is bekend gemaakt wat men van dee„ „zen Man heeft kunnen verneemen, was verzonden na t Tutukonijn om van daar direkt, volgens het verlangen van zijne kijzerlijke Majesteid, te worden verzonden na ƒ Battavia De heeden waarom hij provisioneel na Tutu„ corijn verzonden is, heb ik bij dezelfde brief bedeeld. zeederd zijn geene scheepen van Holombo na Batavia vertrok„ „sen, om hem daarmeede te kunnen laaten overvoeren. Nu legt ik een schip gereed, en de Heek Gouverneur hadde ook reeds aan hetzelve ordre gegeeven om gem: perzoon daarmeede van Tutukorijn aftehaalen, en van daar di„ „rekt met hem te vertrekken na Batavia. Dog deezer daagen zijn er van verscheijde kanten uijt 's konings land berigten ingekomen, dat 'er in de landen van zijne E: M:, nopens deeze Man veel zeer vreemde en aanstootelijke gesprekken gevoerd worden. Hierom zal de Heer Gouverneur de voorsz: bereeds gegeevene ordre aan het zijlvaardig leggende schip om Drie Tanka Sarie overteneeme en te vervoeren na Bata„ „via, nog opgeschort laaten, of het zijne k: M: kom„ „tijds 1731 . M „tijds tot het teegen gaan van alle zulke onverstandige gestrekken en om die eensklaps te doen eijndigen, mogte nodig vinden iemand, dan den Heer Gouverneur te zee„ „den om te kunnen present zijn bij het na boord. gaan van srie sanka Sarie, en bij zijn vertrek na Batavia Jk verzoek dit bij een goed uur te willen brengen onder het oog van zijne k: M: en mij het andwoord hierop spoo „dig toezenden /:was geteekend:/ D: T: F retz: /: i mar„ „gine:/ Hulftsdorp den 22:e Maart 1791. Akkordeert. Hijbrands Egklerk Nagezien Staats Ao 172 No. 36. 1421 4725. Fort S:t George Aan Zijn Exellentie W: Medors Generaal Majoor, Gouverneur en President beneevens de Heeren van den Raad van Madras Hoog Edele Geboore Heer en Heeren. De eerst ondergeteekende Gouverneur heeft in onse vergade„ „ring gekommuniceerd de brief waar meede hij door uwel Ed:s op den 29:e Januarij J: L: is begunstigt. Wij begrijpen niet mijne weeren, waar in zouden kunnen bestaan de verschillen, die zijn Hoogheid de Nabab aan uwel Ed:s heeft te kennen gegeeven, dat zouden zijn ontstaan, tusschen welgem: zijn Hoogheid en de Edele Neederlandsche komp„e 7 aangaande een elks deel in de Tutukorijnsche paarl en Chankos Visscherijen. Bij een traklaat op den 7:e Julij 1788. hier te kolombo geslooten, met zijn hoogheids gezant de Heer James Buchanan, door zijn Hoogheid daar toe behoorlijk geautoriseerd, is aut: 1. vastgesteld, dat de voorsz: Den Hoog Edelen Heet paarl

NL-HaNA_1.04.02_3890_0476 view scan ↗

English

pearl and chank fisheries shall be divided into two equal parts between the high contracting parties. By that same treaty, Art. 10, it is furthermore stipulated that the said Dutch Company shall retain, without interruption, the full and quiet enjoyment of its trade and all its privileges in His Highness's lands of Madure and Marrua, in the same manner and on the same footing as Her Honour has had for many years past, wherein is specially included the exclusive right of the Noble Dutch Company to the cloth trade in the aforesaid His Highness's lands of Madure and Marua. We are nonetheless very much obliged, Gentlemen, for the friendly offer of your good offices, and would also have made use thereof with complete confidence in your most obliging intention, had there indeed existed any differences concerning the aforesaid matters. We have the honour to be, with the utmost high esteem, underneath stood: High Noble Born Gentlemen, Your Honours' Very Dutiful Servant, was signed: 4726. Graf. d. P. Rato was signed: W: C: van de D: C: Von Drieberg, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter, D: Samlant, and J: M: Vollenhove in margin: Colombo, the 8th of March 1791. Agrees. Dijbrands First Clerk 1421 Wicsel Examined N. No. 37. 4727. 1431 Ceylon To the Right Honourable, Highly Esteemed Sir Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the said Island, of the Coast of Madure, Inchiado, etc., etc., together with the Council. Right Honourable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen! Since, according to the latest reports from Europe of September and October 1790, war between England and Spain appears inevitable and consequently, the latter, France, not being able to remain out of it, the State, according to the alliance with England, may also become entangled therein, we believe it to be our bounden duty to give Your Honours notice of this report, as it is even confirmed in the public newspapers, in order that you may not be ignorant thereof and perhaps be surprised by a Spanish or French visit, and, which God forbid, brought into any Colombo to difficulty. difficulty. We also give notice of this to the Chief at Trincomalee, in order to be able to devise those measures which will be necessary against a surprise attack. We consider writing to the Ministers at Cochin to be superfluous, since Your Honours and Worships are so much closer, and, deeming this necessary, will certainly know what is to be done in this regard. We commend the Company's precious interests, and those entrusted to it, to God's safe protection, having the honour to be with all respect, underneath stood: Right Honourable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen, Your Honours' and Worships' Very Humble Servants, was signed: Jacob Eilbracht, Jacob Sam:l de Raaff, J: J: Winkelmans, J: M: Bloeme, S: J: Wasz. in margin: Paleacatte in the Fort Geldria, the 14th of February 1791. Agrees. Hijbrands First Clerk 17 No. 38. Nagelken Triebel 4731 4728. Translation of a Kandyan ola Letter written by the Disava of the Three and Four Korales, Leuke Ralahamy, to the Great Disava of Colombo, who is a fellow member of the assembly of the Right Honourable, to the Great Court of His King's Majesty, very faithful Lord Governor. After previous compliments. In the letter written by you to me, it was cited as necessary to send a person from the Court to the Right Honourable, Highly Esteemed Lord Governor, in order to be present at the departure of Sri Sanka Sari to Batavia; since someone from here is not necessary to serve as such a witness, it will be good that you make this known to the Right Honourable, Highly Esteemed Lord Governor, so that he may do as His Honour and Worship thinks fit, underneath stood: At the head of the ola signed with an illegible signature, lower down: for the translation, Colombo the 4th of April 1791, signed: D: D: Perera. Agrees. Hyjbrands First Clerk 4731 Examined Beukman No. 39. Military Department. Thursday the 31st of March 1791: Present. The Honourable Head Administrator - - - Mattheus Petrus Raket The Lieutenant Colonel and ad interim Chief of the Militia Carl Fredrik von Drieberg, The Matara Disava - - - - - - - Christiaen van Angelbeek, The First Warehouse Keeper - - Johannes Huntous Secretary - - - - P=o Benedictus Lamb:s van Zitter The Trade Bookkeeper - - - - - - Abraham Samlant. The Right Honourable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graaff absent The Honourable Disava of the Colombo Outer Lands Diderich Thomas Fretz The Honourable Pay Bookkeeper - - - - Gerrit Engelholst The Honourable Fiscal - - - - - - Johannes Adrianus Vollenhove the first two in the country, the third indisposed, and the last occupied with Justice. Was read a received missive from the Right Honourable, Highly Esteemed Lord Governor, written yesterday from Negombo, stating that since the last meeting His Honour has heard nothing further from Kandy other than that the Disava of the Three and Four Korales is said to have departed for Gannoruwa, and that a few days ago he is said to have summoned a party of coolies from the Four Korales. That it is uncertain how far these rumours are true, and that even if these things are so, they might perhaps be attributed to the threatening actions with which the Court has seemed to be busy for some time, though it could also well be otherwise. Resolution taken in Council of Ceylon on and.

Dutch transcription

paarl en Chankos visserijen in twe gelijke deele tusschen hooge kontrakteerende partijen zullen worden verdeeld. Bij dat zelfde traktaat art: 10. is voorts bedongen, dat we gem: Neederlandsche Comp:e zonder interruptie zal blijven behouden, het volle en geruste genot van haaren handel en alle haare voorregten in zijn Hoogheids landen van pwijze Madture en Marrua, op dezelfde en op den zelfden voet als Haar Ed: die zeedert lange Jaaren gehad heeft, e waar in speciaal begreepen is het exclusief regt van de Edele Neederlandsche komp:e tot den lijnwaat hand in voorsz: zijn Hoogheids landen van Madure en Maria Wij zijn niet te min uwel Ed:s zeer verpligt Mijne Heeren voor den vriendelijke aanbieding van derzelver goede die „sten, en zouden ook met een volkoomen vertrouwen in uwel Ed:s zeer verpligtende intentie daar van hebben ge„ „bruijk gemaakt, zoo 'er met der daad noopens de voorsz: zaaken eenige verschillen mogten hebben bestuar Wij hebben de eere met, de uijtterste Hoog agting, te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Gebbore Werk& Heeren. Uwer wel Ed: Zeer Dienstwillige Dienaar /:was geteekend) 4726. Graf„ d. P. Rato /:was geteekend:/ W: C: van de D: C: Von Duberg, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter, D: Jamlant, en J: M Vollenhove /:in margine:/ Kolombo den 8: Maart 1791. Akkordeert. Dijbrands Egneerk 1421 Wicsel Nagelean N. N:o 37. 4727. 1431 Ceilon Aan den Wel Edelen Groot Achtbaaren Heet Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Neederlands Jndia, Gouverneur en Directeur des gemelden Eijlands ter custe Madure Jnchiado Etc=a RC=a neevens den Raad Wel Edele Groot Agtbaare Heer en Heeren! Nademaal volgens de Jongste narigten uijt Europa van Her„ en 8ber: 1790., den oorlog tusschen Engeland en spanje on„ „vermedelijk voorkomt en gevolgelijk, mankrijk daar ^laaste niet kunnende buijten blijven, den staat navolgens de alliae„ „tie met Engeland, ook daar in kan gewikkeld raaker, vermeenen wij het van onze schuldige pligt te zijn Uwe Edel „lens van dit narigt kennisse te geeven als zelfs in de pu„ „blike nieuws papieren bevestigd wordende, ten eijnde daar„ „van niet onkundig te zijn en somwijl door een spaansche of fransche visite verraschten, dat God verhoede in eenige Kolombo Te ongeleegendheid ongelegendheid gebragt te worden. Wij geeven hiervan ook kennis aan het opperhoofd te Trin „nomale om meede die mesures te kunnen beraamen, w teegen een onverhoedsche aanval noodzaakelijk zullen zij Het schrijven aan de Ministers te koetsiem houden wij lom overboodig, nademaal uwel Ed: Groot Agtb: en Edelen zoo veel nader bij, dit noodig oordeelende, wel zullen weer wat dezelve, hier omtrend te doen staat. Wij beveelen skomp:s dier baare belangen, en die dezelve zijn toen „trouwt in Godes vijlige bescherming de eere hebbende met ale respeckt te zij /onderstond:/ wel Edele Groo Achtb: Heer en Heeren, uwel Ed: Groot Agtb: en Ed:s Zeer ootmoedige Dienaaren /:was geteekend:/ Jacob Eilbaach Jacob Sam:l de Raaff, J: J: winkelmans, J: M Bloeme, S: J: Wasz: /:in margine:/ Palleacatta in 't fort Geldria den 14:e februarij 1791. Akkordeert. Hijbrands HEgklerk 17 No. 38. Nagelken Triebel 4731 4728. Translaat kandiasche ola Brief, geschreeven door den Dessave van drie en vier korles Leuke Raalehamij, aan de groot Dessave van Kolombo die een meede Lid is van de vergadering van den Wel Ede„ „len Groot Agtb: aan het groot Hof van L: K: M: zeer getrouwe Heer Gouverneur Na voorgaande Komplimenten Bij den brief door Uw E: aan mij geschreeven is aangehaald gevonden, dat het noodig is om een perzoon uijt het Hof bij den wel Edelen Groot Agtb: Heer Gouverneur te zenden, ten eijnde bij het vertrek van srie sanka Sarij naar Batavia present te blijven; zoodanig als getuijgen iemand hier van daar niet noodig zijnde zal het goed weesen dat uw E: den Wel Edelen Groot ƒ Agtbaaren Heer Gouverneur zulx bekend maakt, om te doen zoo als zijn wel Edele Groot „ Groot Agtb: denkt /:onderstond:/ Aan het hoofd der ola /:geteekend :/ met een onleesbaare hand„ „teekening /:lager:/ voor de translatie kolombs den 4. ' April 1791. /:geteekend:/ D: D: Serera. Akkordeert. Hyjbrands Egkierk 4731 Nagezien Beukman No. 39. Militair Departement. Donderdag den 31:' Maart 1791: Present. De E: hoof dadministrateur - - - . Mattheus Petrus Raket „ Luijtenant Collane en adinterim Chap van de tilitie Carl fredrik von Drieberg, „ Matureese Dessave - - - - - - - Christiaen van Angelbeek, „ „ eerste Pakhuijsmeester. - - Johannes Huntous Secretaris - - - - P=o Genedictus Lamb:s van Litter „ „ negotie boekhouder - - - - - - Abraham Samlant. De wel Ed: groot agtb: heer gouverneur willem Jacob van de g'eae absent De E: dessoive der Colombose ommelanden Diderich Thomas Fagtz: De E: Zoldij boekhouder - - - - - Gerrit EngelHolst De E: fiscael - - - _ _ _ _ _ _ _ Johannes Adrianus vollenhove de twee eersten in 't land, de derde in dispositie en de laeste geoccupeerd bij de Justitie Is geleesen een ontvangene missive van den wel Ed: groot agtb: heer gouverneur, gisteren van nigombo geschreeven houdende dit zijn Edele zeedert de Jongste vergadering, niets naders uit kandia vernoomen heeft, dan dat de desseve van de drie en vier korles zoude zijn vertrokken na Gannanoer en dat hij voor weijnige daegen, een parthij koelies zou de hebben op ontbooden uit de vier korles. Dat het onzeeker is, hoe verre deese gerugten waar zijn en dat zoo deese dingen ook zoo zijn, ze misscheen te stellen zijn op reek: den dreijgende bedrijven, waarmede „beezig het Hoff zig een tijd lang heeft schijnen „ te houden dog dat het ook wel anders zoude kunnen zijn Resoletie genoomen in raade van Ceilon op. en „ „ „ „

NL-HaNA_1.04.02_3890_0488 view scan ↗

English

The 31st of March 1791. and that the rumors still persist that if anything happens, it will be shortly after the Sinhalese New Year. That His Honour, therefore, and because, given the already well-advanced season, no more time is to be lost if the Governor of Malabar, Mr. van Angelbeek, is still to arrive in Ceylon during this fair-weather season, considers that the request to His Honour to come over for a brief visit should be made immediately, pursuant to and in accordance with the resolution already adopted to that end in the session of the 14th of this month. Whereupon, having deliberated, it was taken into consideration that the reports that have come in from the Kandyan territory so far are indeed not so decisive as to determine with certainty from them whether the Court will finally proceed to hostilities, but that they are nevertheless of such a nature that the immediate request to the Noble Mr. van Angelbeek to come here for a brief visit can no longer be delayed, because if one were to wait until the true intentions of the Court develop further, the monsoon will have expired in the meantime, and navigation from Cochin to this place will be closed. And And it is therefore approved and understood to dispatch a letter this very day to the aforementioned Mr. van Angelbeek, containing the request that, if the Company's interests on the Malabar Coast can in any way permit it, in accordance with the provisional proposal already made by letter of the 16th of this month, he be pleased to come over here for a brief visit, and to send this letter with the bark the Chinsura to Tuticorin, with orders to the servants there to forward it to Cochin without delay. Furthermore, upon the proposal made by the Governor in the aforementioned letter, it is approved and understood to request Mr. van Angelbeek at the same time to send here with the first maritime opportunity a Company of the Cochin sepoys, if they can be spared there. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year The 31st of March 1791. aforesaid. aforesaid. /:was signed:/ M: S: Raket, D: C: von Drieberg, C: van Angelbeek, J:s Reentous / B:s L:s van Zitter and A:m Samlant. 4729. No. 40. Agrees the 31st of March 1791. Lands LGorands VEgkeerk =: Beukman Examined — Saturday, the 7th of May 1791, in the forenoon. Present The Right Honourable Governor - - - Willem Jacob van de Graaff, The Honourable Chief Administrator - - - - - - - Mattheus Petrus Raket, The Honourable Lieutenant Colonel and ad interim Commander of the Militia Diderich Carl von Drieberg, The Honourable Dessave of the Colombo Oomanlands: Diderich Thomas Fretz, The Honourable Matara Dessave - - - - - - Mr. Christiaen van Angelbeek, The Honourable First Warehouse Keeper - - - - - - Johannes Reintous, The Honourable Secretary - - - - - - - Benedictus Lamb:s van Zitter, The Honourable Trade Bookkeeper - - - - - Abraham Samlant, The Honourable Fiscal - - - - - - - - Johannes Adrianus Vollenhove, absent due to indisposition. The Honourable Pay Bookkeeper - - - - - - Gerrit Engel Hoest, In this meeting specially convened for the purpose, the Right Honourable Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies and Governor of Malabar, who, pursuant to the request made to His Honour by outgoing separate secret dispatch of the 31st of March last, arrived here on the 29th of April following with the ship Demerary, was fetched Secret Resolution taken in the Council of Ceylon of from from his residence by the two first members, the Honourable Chief Administrator Raket and Colonel von Drieberg, together with Secretary van Zitter, and introduced to the meeting, and was also placed by the Governor in an armchair at his right hand, and complimented with a suitable speech on behalf of the assembly; to which the first-mentioned His Honour responded with thanks for the confidence placed in him, and offering his cooperation towards promoting the welfare of the Company in general and of this Government in particular, it was approved and understood to make this record thereof. Furthermore, upon the representation of the Governor that the aforementioned Ordinary Councillor van Angelbeek requested, as long as the Noble Governor van de Graaff should be present, to attend only the deliberations concerning the affairs of the Kandyan Court and to remain excused from all other council meetings, it was approved and understood to record this here as well. Hereafter, the Governor communicated that the indications of the evil intentions of the Kandyan Court against the Honourable Company, recorded in previous resolutions—of which the Ordinary Councillor van Angelbeek had been properly informed by reviewing the secret papers—had been brought to a higher degree of probability by several reports received since the last meeting, containing that the gravets, the 7th of May 1791. at E

Dutch transcription

Den 31e: Maart 1791. en dat zig nog alteijd staende houden de gerugten, dat zoo er iets voorvalt, het zijn zal kort na het singaleesch nieuwe Jaar. Dat zijn Edele daar om en om dat er, aangezien 't reeds verre gevordert sai „soen, geen tijd meer te verliesen is, zoo de heer Mallab= gouverneur van Angelbeek nog in deesen voorbaeren tijd op Coilon zal koomen, denkt, dat als nu aan zijn Ed: 't verzoek om voor een springtogt tewillen over „koomen, dadelijk zoude dienen te geschieden, ingevolge en overeenkomstig het bereeds daar toe genoomen besluit ter sessie van den 14:' deeser. Waar over gedelibereerd zijnde, is in agting genoomen, de berigten, die tot nog toe uit het kandiasche zijn ingekoomen wel niet zijn zoo beslissend, om daar uit met zeekerheijd te kunnen bestemmen, of 't hof eijndelijk tot dadelijkheeden overgaen zal, dog dat ze nogtans zijn van dien aart, dat het dadelijk verzoek aan den Edelen heer van Angelbeek; om voor een springtogt dit heen tewillen koomen niet langer kan worden uitgestelt, om dat zoo men daarmeede wilde wagten; tot dat het waare oogmerk van het Hof zig verder ontwikkald, de mausson intusschen verlopen, en de vaart van kroetse na herwaards geslooten zal zijn. En En is derhalven goedgevonden en verstaen, nog heeden aan wel gemelde heer van Angelbeek telaaten af= „gaan een brief, houdende verzoek, om indien 's Comp:s belangens ter kuste Mallabaar dat eenigzints kunnen gedoogen, overeenkomstig het reeds baij brieve van den 16:' deeser gedaene Provisio neel voorstel, voor een springtogt herwaards tewillen overkoomen, en deesen brief met de bark de Chinsura te zenden na Tutukorijn, met aan schrijvens aan de bedienden aldaar, om deselve ten eersten na koetsien voort teschiken Nog is op het door den heer Gouverneur gedaene voorstel bij voorsz: missive, goedgevonden, en ver staen, den heer van Angelbeek ter gelijker tijd te verzoeken, om een Comp: van de Coetsiemse sipahis zoo ze aldaar gemist kan worden, met de eerste zees geleegentheijd dit heen tewilden zenden Aldus geresolveert in het kasteel kolombo ten deege Maend en Jaere Den 31: Maart 1791. voorsz: voorsz: /:was geteekent:/ M: S: Raket, D: C: von Drieberg, C: van Angelbeek J:s Reentous / B:s L:s van Zitter en Am Camlant. 4729. No. 40. Akkondeert den 31:' Maart 1791. Lands LGorands VEgkeerk =: Beukman Nagezien — Saturdag Den 7:' Maij 1791. voormiddags . Present De wel Ed: groot agtb: heer gouverneur - - - Willem Jacob van de Graaff, De E: hoofd administrateur - - - - - - - Mattheus Petrus Raket, De E: luijterant holonel en adinterin Chef van de militie Diderich Carl von Drieberg, De E: Dessave der kolombose onmeelande: Diderich Thomas Faetz: De E: Matureesche dassave - - - - - - M:r Christiaen van Angelbeek, De E: eerste Pakhuijsmeaster. - - - - - - Johannes Reintous, De E: Sekretaris - - - - - - - - - - - Benedictus Lamb:s van Zitter De E: nagotie boekhouder - - - - - Abraham Samlant„ De E: fiscaal - - _ _ _ _ _ _ _ _ - Johannes Adrianus vollenhove absent. mits indispositie. De E: Zoldij boekhouder - - - - - - Gerrit Engel Hoest, Is. deese daar toe expres belegde vergadering werd de wel Edele groot agtb: heer Johan Gerard van An= „gelbeek, raad ordinair van nederlands Jndien en gouverneur van Mallabaar, die in gevolge van het aan zijn Edele gedaen verzoek, bij afgaende aparte schreete Missive van den 31: Maart Jongst leeden op den 29:' april daar aan volgende met het schip Demerarij hier is aangekoomen, door de twee eerste leeden den E: hoofdadministrateur Raket en den kolonel van Drieberg neevens de sekretaris van Zitter Schreete Resolutie genoomen in raade van Ceilon van op van zijne wooning afgehaeld en ter vergadering geintro duceerd, mitsgaders door den heer gouverneur aan desselfs rechterhand in een Leuning stoel geplaatst, en in eene gepaste aanspraek uit naeme van de vergadering gekom plementeerd, het welk door eerstgemelde zijn Edele met dankzegging voor het in hem gestelde vertrouwen, en met „e aanbieding van zijne meedewerking tot bevordering van het wel zijn van de komp: in het algemeen en van dit Gouvernement in het bezonderg beantwoord zijnde, zoo werd goedgevonden en verstaen hier van deese aanteeke„ ning te houden. voorts werd op den voerdragt van den heer Gouverneur, dat hoog gedagte heer Raad ordinair van Angelbeek verzogte, zoo lange de Edele heer Gouverneur van de Graef prezent zijn zoude eenelijk de deliberatien over de zaeken van het kandiasche Hoff bij tewoonen en van alle andere raeds vergaderingen g' Excuseerd te blijven, goedgevonden en verstaan zulks meede alhier aante„ teekenen. Hier na kommuniceerde de heer Gouverneur dat do bij voo„ „rige resolutien aangeteekende indicien van de qualde voornemens van hot kandiasche hoff. teegen d' E: komp:, waar van de heer raad ordinair van Angelbeek door het resumeeren var de sekreete papieren behoorlijk onderrigt was, tot een naderen graed van waarschijnlijk gebragt waaren door verscheijdene zeedert de laetste vergadering ontvangene berigten, beholfende, dat de gravetten, den 7:' Maij 1791. op. E

NL-HaNA_1.04.02_3890_0493 view scan ↗

English

The 7th of May 1791. were closed in several places, and the Company's subjects were no longer allowed to pass them; that the firearms of the King's subjects were actually being collected and delivered to chiefs appointed expressly for that purpose; that at Sitavaka timber was being gathered by some people under the supervision of the Mohotiaar of the Three Korles, under the pretext that it was to serve for the repair of a temple, but with the intention of restoring with it a battery that had stood there in the previous war. That with the upcoming full moon dignitaries of the Court would come down, and that the Modliaar of the Hinakorle, Bandarnaike, had sent word through the second Modliaar of the Gate of the Lord Governor, who had been sent by His Honour to the said Bandarnaike to enquire into the state of affairs, that he thought it should no longer be delayed to establish a military post at Attanagalla in order to cover Hinakorle against all contingencies; and finally, that the aforementioned Mohotiaar of the Three Korles was allegedly ordered to secretly seize and carry off the previously mentioned Modliaar of the Hinakorle, Bandarnaike, who during the recent disturbances in the Colombo dissavony kept the inhabitants in this korle in peace and obedience. And having now proceeded to the deliberation on the weighty question of what ought to be done under these circumstances to the greatest benefit of the Company, it was noted in this regard that waging The 7th of May 1791. 4730. war at no time suits the Company, but especially not in its present weakened circumstances and the great lack of manpower and money occurring here, and that for this reason all conceivable means have hitherto been employed on its part to inspire the Court with moderate and peace-loving sentiments, even to the extent that it has offered to the same the actual payment of the revenues from the ceded shores, not only for the present and the future, but even for the years elapsed since the conclusion of the peace; but that all these peaceable efforts have made not the slightest impression on the Court, and on the contrary, its evil designs against the Company reveal themselves more and more. That, however reluctantly, one will therefore have to resolve upon emphatic and the most serious measures to avert in good time the disaster threatening the Company, to avoid a ruinous war if possible, or if this cannot be done, to bring it in the best manner to a speedy and advantageous conclusion for it. That, however, from all the aforementioned strange movements, one cannot yet determine with any certainty whether the Court really intends to wage war against the Company, or merely aims to intimidate it by the display of war preparations and compel it to surrender the shores in whole or in part. That in the first case, or if Kandy truly intended to wage war against the Company, the sooner the better all preparations for defense should be made, in order to be in a position upon the outbreak of hostilities to repel them with vigor and to compel the Court to peace with arms in hand; while in the second case, or if the Court merely aims to intimidate the Company, one cannot frustrate these attempts better and more quickly than through rigorous preparations for defense. That in both cases the first care ought to be to preserve and confirm peace and obedience among the Company's own subjects, since experience in the previous war with Kandy has taught that the rebellion in the Company's territories among its inhabitants caused the greatest difficulty and cost the most trouble. That the Hinakorle is not only the largest of the dissavony, but that its inhabitants have also of old been known as the boldest and most restless fellows, who in such circumstances set the tone by which the inhabitants of all other districts are accustomed to be guided; and both for that reason, and because this korle borders on the Four Korles, whose dissave is considered the greatest instigator of the present disturbances, it is highly probable that the Kandiyans will direct their first attacks mainly against this province, and will endeavor to persuade its inhabitants to apostasy and rebellion; it was, upon the proposal made to that end by the The 7th of May 1791. Lord

Dutch transcription

den 7:' Maij 1791. op verschijdene plaatsen geslooten waaren, en 's Comp:s onderdae „nen deselve niet meer mogten passeeren, dat degeweeren van 's konings onderdaenen werkelijk opgebragt en aan daar toe expeas gestelde hoof den gelevert kwoorde wierden, dat bij „opzigt Titavakra door eenig volk, onder „ van der Hohotiaer der drie korles houtwerk wierd bij een gebragt, ondervoorwendzel dat het tot ise repareeren van gen tempel zoude dienen, doch, met het oogmerk, om daarmeede een batterij, die in den voorigen oorlog daar geleegen had, te herstallen. Dat met de aanstaande volle Maan Hofsgrooten zou„ den afkoomen, en dat dat de Mod:r van de Hinakorle Bonder= naike door den tweeden Mod:r van de Porta van den heer gouverneur, die door zijn Edele aan gem: Bandernaike gezonden geweest; was, om zig naar den toestand van zaeken te erkondigen, had lasten weeten, dat hij dagte dat 't nu niet langer behoorde teworden uitgesteet, te Attenagale een militaire post teleegen, ten eijnde Hinakorle teegen alle evenementen te dekken, en eijndelijk dat evengem: Mohotiaen van de drie korles gelast zoude den voorwaards genoemden Modliaar der Stinakorle Bandarnaike, die in de Jongste onlusten in de kolombosche dessawonie de Jn= woeners in deese korle in rust en gehoorzaemheijd gehouden heeft, heinlijk opteligten en weg te voeren En als nu getreeden zijnde tot de deliberatie over de wigtige vraege, wat in deese omstandigheeden ten meesten nutte van de Comp: behoord gedaen tewerden, zoo werd hier op aan gemaekt dat 't voeren van Den 7:' Maij 1791. 4730. van oorlog de komp: ter geener tijd konvenieerd, dog voor al niet, in haare tegenwoordige verzwakte omstandigheeden, en 't hier plaats, vindende groot gebrek aan volk en geld, en dat daarom tot nu toe van haare zeijde alle bedenkelijke middel werkstellig gemaakt zijn, om het hoff gemaatigde en vreede lievende gevoelens in te boezenen, zelfs zoo verre, dat men aan het zelve de daedelijke uitkeering van de inkomsten vande afgestaene stranden niet alleen voor het teegenwoor= „dige en toekoomende, maar zelfs ook voor de zeedert het sluijten van den vreede afgeweekene Jaaren heeft aan- „gebooden, dog dat alle deese vreedelievende pogingen geen den minsten, indruk op het Hof gemaekt hebben, en daar en teegen de quaede desseinen van 't selve teegen de Comp: zig hoe langs hoe meer openbaaren Dat men derhalven, hoe ongaarne ook, tot nadrukkelijke en ernstigste middelen zal moeten besluiten, om het onheil van de Comp: waarmeede zij gedreijgd word, bij teids afte winden in een ruineusen oorlog des mogelijk te ver meijden, of zoo dit niet geschieden kan, op de beste wijse tot een schielijk en voor haar voordeelig einde te brengen. Dat men egter uit alle de voorm: vreemde beweegingen noch met geene zeeekerheijd kan opmaeken of het Hof werkelijk voorneemens is, de komp: te beoorlogen, dan wel alleen be doeld, haar door de vertooning van oorlogs aan stulten te intimideeren en tot den afstand van de stranden geheel of ten deele te noodzaeken. Dat men in 't eerste geval, of wanneer kandia de Comp: werkelijk wilde: wilde beoorlogen, hoe vroeger hoe beeter alle aanstalten, tot teegenweer diend temaeken, ten eijnde bij het uit- barsten van vijandigheeden in staet te zijn, deselve met nadruk aftekeeren en het hof met de wapens in de hand tot den vreede te noodzaeken; terwijl men in 't tweede geval, of wanneer 't hop alleen bedoeld de komp: te intimideeren, deese pogingen niet beeter en schielijker als door Rigoureuse aanstaeten tot tegen- weer kan veriedelen. Dat in boide gevallen de eerste zorge behoord te zijn, de rust en gehoorzaamheijd onder 's Comp:s eijgene onderdaenen (te bewaeren en te bevestigen, door dien de ondervinding in den voorigen oorlog met kandia geleerd hoeft, dat de opstand in 'sComp:s landen onder haare ingezeetgnen de grootste zwaerigheijd veroorzaekt en de meeste moeite gekost heeft. Dat de Stinakorle niet alleen de grootste van de dessavonijis, meri dat ok van ouds desselfs inwooners voor de Houtze en onrustigste knaepen bekend zijn die in zulke omstandig „heeden die toon aangeeven, waar na de inwooners van alle andere distrikten gewoon zijn zig te richten, en het zoo wel daarom, als wijl deese korle aan de vier korles greust, wier dessave voor den grootsten drijver van de tegenwoordige onlusten gehouden word, ten hoogsten waarschijnlijk is, dat de kandiae „nen haare eerste aanslaegen voornaemlijk teegen deese provincie richten, en trachten zullen, de in- „wooners van deselve tot afval en oproer overtehaalen zoo werd op de daar toe gedaene opropositie van den den 7:' Maij 1791. heer:

NL-HaNA_1.04.02_3890_0496 view scan ↗

English

the 7th of May 1791. The Governor unanimously approved and resolved to place a military detachment at Attenegale in the Hinakorle on the borders of the King's land, in order thereby to protect that province against actual harassment by the Kandians, to reassure the well-disposed subjects, and to deter the ill-disposed from all rebellious undertakings; and for the present to budget the same at three hundred heads, as well as to employ for that purpose the European national company of Captain Koch, from the Colombo garrison, the company of Madurese which is currently at Hangewelle, and the company of Sumanaspers which, according to the resolution of the 4th of this month, must march from Silau to Negombo; besides a squad of artillerymen with two field pieces of 3 lb. balls and two small mortars and the necessary ammunition for them. And upon the further proposal of the Governor it is approved and resolved to confer the command over this detachment upon Major De Morack, and to prescribe to the same by a written instruction to employ all efficacious means against the instigation of unrest and revolt among the Company's subjects, and if necessary to employ the military power entrusted to him; to leave unmolested the King's subjects who come into the korle with their merchandise, but to turn back those who appear suspicious, and to seize and send into arrest those who have in fact made themselves guilty of rebellious acts; and furthermore immediately to drive away the Kandians who might undertake any violence on the Company's territory, or merely commit insults, without however pursuing them for the present and until further orders into the King's land; to compel by force to their duty those who behave obstinately and could not be brought to their duty by kindness; while it is also resolved to send this same order to Colonel de Meuron who commands the detachment at Hangewelle, with instructions to send diligent patrols from his post toward the side of Sitavaka, as far as can be done without excessively fatiguing the troops or exposing them to surprise. Upon the further disposition of the Governor it is resolved to place at Poegodde, lying between Hangewelle and Attenegale, a detachment of one hundred Moors under the command of Lieutenant Thierbag in order to maintain communication between the two detachments stationed there; and furthermore to subordinate to Morack the detachment of Easterners which is placed under the command of Ensign Elk in the village of Moegroegampelle in the Hapittigamkorle. Thus resolved in the castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. /:was signed:/ W: J: van de Graeff, J:n G:d van Angelbeek, M: P:s Raket, D: C: von Drieberg, D: T: Faetz:, C:n van Angelbeek, J:s Reintous, F:s L:k van Zitter, A=m Samlant, and J:n A: Vollenhove Agrees No. 41 The 7th of May 1791. Hijbrands First Clerk Examined Beukman 1757. 4752 4732. I also have the honor to report that the following was brought to my knowledge by the korale of the Oedoekahapattoe, with the statement that he had learned such from the Kandian country as a certainty: That an order had been issued by the Court to all inhabitants of the Seven and Four Korles to have to deliver their firearms, those of the Seven Korles to Kornagal and those of the Four Korles to Diwolgamme; also that at every guard post of the said two korles, four heads had to keep watch, whose names were recorded at the Court, though only the boundaries of the Seven Korles were closed. That from every family throughout the entire country there had to be collected 30 midielen of rice, 20 mats, and two head of cattle, in order to be able to deliver such upon the first further order. That on the 5th day after the Sinhalese new moon, the dissaves of the Seven and Four Korles would come down, each separately and to his korle, and would also bring some headmen alongside a considerable number of people. Extract of a letter written to the Honorable Lord Dissave dated 30 April 1791 by the resident Sinning: And likewise the dissave of the Three Korles, who is also the second Adigar of the realm, named Pilleine Dallauwe, would come to the boundary of his korle; also that the said three dissaves would not go to their old resting places, although everything would be made ready there for appearances' sake /and the same are already being made ready/, but would take new roads, and would have tents of ola carried along by the aforesaid number of people. That upon their arrival, they would quietly ask the Company's native headmen by olas whether they would stand on their side, and if so, war would then begin without first giving notice to the Company; and if the headmen did not agree with them, they would publicly ask why the last revolt had arisen, whether it had been the fault of the Company or of the inhabitants. That the collection of firearms, rice, and cattle etc. was only done to inspire fear in the Company's headmen and other inhabitants, to make them think that the Kandians were richly expecting foreign auxiliary troops, so that they would thus give their consent to the Court; and finally, if they did not come down within the said nine days, they would also not come for the entire year. I take the liberty most respectfully to request Your Honor's commanding orders as to how I should behave if the aforesaid should happen; it is Your Honor's opinion that if the Kandians came to their boundaries to speak with our headmen, it would be necessary that I also proceed thither with the command stationed here. /underneath/ agrees /:was signed:/ G: Renker, authorized Agrees Wijbrands First Clerk Examined Beukman No: 42.

Dutch transcription

den 7: Maij 1791. heer Gouverneur met eenpaerigheijd goedgevonden en verstaan, een militair detachement te attenegale in de Hinakorle op de grensen van 'kconings land te plaetsen om daar door die provincie teegen feitlijken overlast vand kandiaenen te beveiligen, de welgezinde onderdanen ge„ rust te stellen en de qualijke gezinden van alle oproe rige onderneemingen afteschrikken, en het zelve voor eerst op drie hondert koppen te begrooten, mitsgaders daar toe te emploijeeren de Europeesche naatsionalle komp: van kapitain koch, uit het kolumbosche guarnizoen, de komp: Madureeschen die zig thans te hangewelle bevindt, en de komp: Sumanaspers die vol „gens besluit van den 4:' deeser van Silau naar ingombo „ neevens moet marcheeren „ eene escauade artilleristen met twee veldstukken van 3. lb: bals en twee kleine mortiers en de daar toe noodige ammunietsie En word op de nadere propositie van den heer gouverneur goedgevonden en verstaan, het Commando over dit de tache ment aan den Majoor De Morack op tedraegen, en den zelven bij eene schriftelijke jnstrubitie voor te schrijven, om teegen het verwekken van onrust en opstand onder stromp:s onderdaenen alle efficasieuse middelen, te bewerk„ „stelligen en des noods het hem toevertrouwde militair vermoogen te Emploijeeren, 's konings onderdaenen die in de korle met hunne koopwhaeren koomen, ongemoeid te laaten, dog de geenen, die susseht voorkoomen terug tewijle, en die zig. - zig in der daed aan oproerige bedrijven schuldig gemaekt hebben, optevalten, en in arrest op tezenden, en voorts de krandiaenen die eenig geweld op 's Comp:s grond gebied mogte onderneemen, of maar insultes doen ten eersten te vierjaegen zonder hen nogtans voor eerst en tot na der order tot in 's Conings land tevervolgen, die zig wederhoorig gedraegen en door goedheid niet tot hunne plicht te brengen zijn mogten, met geweld tot hunne plicht te dwingen, terwijl tevens besloo= „ten word deese zelve order te zenden aan den kolonel de Meuron die het detachement te Hangewelle kommandaart met last, om van zijne post vlijtig patrauilles te zenden waar den kant van sita= „vaka, voor zoo veel het geschieden kan, de troe= „pen te zeer af tematten of aan verrassing bloot te stellen. nadere Op de verdere dispositie van den heer gouverneur word verstaen, te Poegodde, leggende tusschen hangewelle en Asttenegale een detachement van hondert mooren onder bevel van den luijtenant Thierbag te plaetsen om de kommunicatie tus= schen de twee daar leggende. Detachementen te onderhouden en voorts het detachement ooster „lingen, het welkonder bevel van den vaandrig Elk in het dorp Moegroegampelle in de hapittij Den 7:' Meij 1791. „gam „gamkorle geplaatst is onder Morack te subordi neeren. Aldus geresolveerd in het kasteel kolombo, ten daege maend en Jaere voorsz: /:was geteekent:/ W: J: van de Graeff, J:n G:d van Angelbeek, M: P:s Raket, D: C: von Drieberg, D: T: Faetz:, C:n van Angelbeek, J:s Reintous, F:s L:k van Zitter, A=m Samlant, en J:n A: vollenhove Akkordeert No. 41 Den 7e: Maij 1791. Hijbrands HEgklerk Nagezien Beukma 1757. 4752 4732. Als meede hebbe de eere te berigten dat het volgende door den koraal der oedoekahapattoe aan mij is ter kennisse gebragt met het zeggen dat zulke uit het kandiase voor een „waarheid zeekere „ hadde vernoomen. Dat van het Hof aan alle ingelanden van de 7: en 4. koals eene ordre was uijtgegeeven om hunne geweeren te moeten leeveren, die van de 7: koal na kornagal en die van 4. korl na Diwolgamme, ook dat aan ieder wagt post van gedagte 2. kools 4. koppen de wagt moesten houden, welker namens bij het Hof aange„ teekend waaren, egter de lemieten van de 7: kool alleenig geslooten waaren. Dat van een ieder famillie uijt het geheele land moeste te zaamen gebragt worden 30: midielen rijst. 20: matjes, en 2. koebeesten om sulks op de eerste nadere ordere te konnen leveren. Dat den 5: dag: na de singaleese nieuwe maan de dessave van de 7: en 4. koals zouden afkoo„ men een ieder apart en na zijne korl, en nog meede zouden brengen eenige hoofden nevens een aanzienlijk getal van voek. Extract van een brief geschree„ ven aan den wel Ed: Geb: Heer Dessave onder dato 30: April 1791: door den resident Sinning een en insgelijks de dessave van 3. kool, welke meele is tweede Rijks adigaar in naame Pil„ leine Dallauwe na zijne korls limiet zoude koomen, meede dat ged: 3: dessaves niet na huuwe oude rustplaatsen zouden Jaar schoon aldaar tot schijn alles in gereedheijd zoude worden gebragt /en worden deselve alreeds in gereedheijd gebragt /. maar nieuwe weegen zouden inslaan, en door het vooren gem getal volk tenten van ola zoude laaten meede voeren. Dat ze bij hunne komste aan 's Compenies in„ landse hoofden in de stilte door olassen zouden vragen of op hunne zeijde wilden staan, zo ja te als dan oorlog, zonder eerst aan de Compenie kennis tegeeven, zoude beginnen. en zoo de hoofden met hun niet eenstemmig waara, ze publiq zoude vraagen, waarom de laaste revolte ontstaan waare, of het de schuld van de Compence dan wel van de ingeseetenen, waaren geweest. Dat de eeren versaameling van geweesen, rijst en koe„ beesten etc:a alleenig geschiede om 'sCompe„ nies hoofden en verdere ingeseetenen vreese intesaagen van te zullen denken dat ze kan„ dianen rijklijk vreemde hulps trouppen te verwagten 4733. 4752 te verwagten hadden, om dus danig hunne toe„ stemming aan het hof zouden geven, en ten laasten. zo ze binnen ged: 9. daagen niet afkwaamen dan ook het geheele Jaar niet zoude koomen. Gebruijke de vrijheijd uwelEdele gebiedende eer„ biedigst te versoeken om order, hoe mij zoo 't vooren gesegde mogte gebeuren, zoude heb„ ben te gedraagen van uwelEd: geb: van gevoe„ len, dat zo de kandianen aan hunne limieten kwaamen met onse hoofden te spreeken, noo„ dig waare dat ik mij met het hier leg„ lende Commando mede na derwaards be„ gaf : /onderstond/ accordeert :/ was geteekend:/ G: Renker geauthoriseerde g. Accordeert Wijbrands Egkeerk Nagezien Beukman No: 42.

NL-HaNA_1.04.02_3890_0503 view scan ↗

English

4734 An inhabitant of Silauw who has been to Kakoenagolle above Wissenaire declares the following: That a general order was issued 10 days ago throughout the King's territory, that every farmer is obliged, upon the further order to be issued, to prepare 20 large medidas of rice, 1 pot of oil, 2 buffaloes, 20 quivers, 1 musket, and 1 man; this order was issued by the servants of the Atapattu and they await the Dissava of the 7 Korales, who will depart from Kandy this coming Friday. Orders have been given at the gravets that no inhabitants of the Company may go up into the King's country and that no vagrants or jogis may come down from the King's country into the territory of the Dutch. To the Madige Dissava it has been ordered from Kandy to collect from each of his subjects for money, 1 buffalo, 5 large medidas of butter, and 5 ditto of green gram, and all the paddy belonging to the court is being distributed to the inhabitants for the pounding of rice. Silauw, the 3rd of May Anno 1791. Signed: I. W. Uhlenbeek. Agrees, Wijbrands First Clerk 4752 a Examined, Beukman 4735. An inhabitant of the Four Korales in Kakallegamma declares the following: By order of the Dumbara Dissava, 150 cattle have been gathered in his district, and his inhabitants have been ordered that every farmer must keep ready 30 large medidas of rice and some chickens until further orders. That 4 Europeans from Colombo have arrived there with their full weapons, namely 2 in blue and 2 in red coats, and these Europeans are currently at Oyille in the house of a prominent Sinhalese, and 4 inhabitants have been given to them as servants, and money, rice, chickens, and butter are provided to them daily. Ten days ago an order was given to all the gravets that no inhabitants from the territory of the Dutch may be admitted into the King's country, and no vagrants or jogis, nor men with shaven beards, nor Chetties may come down from the King's country into the territory of the Dutch. The Awaragamma Dissava, the Sabaragamuwa Dissava, and the Adigar of Adagam are in Kandy, and the other adigars and 4752 and dissavas are at their appointed places. In 10 or 12 days the Dissava of the 7 Korales will come down from Kandy, but the rest houses for his arrival are not yet covered with white linen. Silauw, the 3rd of May 1791. Signed: I. W. Uhlenbeek Agrees, Wijbrands First Clerk 4752a Examined, Beukman No. 43. 4736. 6752 a Colombo To the Right Honorable Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Highly Commanding Sir and Gentlemen, Just at this moment I receive report that the gravets of the village Kivinde are closed and that no Javelins may be allowed to pass; I take the liberty to give notice thereof to Your Right Honorable. I have the honor to be with all high esteem, Right Honorable, Highly Commanding Sir and Gentlemen, Your Right Honorable's faithful and obedient servant. Signed: A. S. van de Graaff. In the margin: Putulang, the 3rd of May 1791. Below: Postscript. Gentlemen! Military Department I receive report through a Sinhalese that the gravet near the village Hawele, 4 and a half miles from here, is closed, and by Sannas there it is ordered to have provisions ready, as well as 2 pack animals for every village. Agreed, First Clerk Wijbrands 4752 a Examined, Beukman No. 44. Secret 6752 a 4737. Galle To the Honorable, Worshipful Peter Sluysken, Commander of the City and Lands of Galle, Matara, etc., together with the Council. Honorable Sir and Special Good Friends, The Mohandiram of the Magampattu, Wijesoendese Abenaike, has communicated to me in an undated ola that some of the lesser headmen of the said pattu have in former times repeatedly been disloyal to the Honorable Company, and that the ruling gentlemen have sufficient knowledge thereof; that at present some of the foremost lesser headmen have also sent their best goods to the King's country, namely the friends of the deceased Aratchi of the Magampattu and and Pallemallelle Maddeman Aratchi of the Fisher caste, the first mentioned to the village Sammannaweuwe, and the other to the other side of the stream Kenende Oya across the borders Komantotte and Dehigahalotte, four miles distant from his village of residence; that the Washer Vidane of Hondpewelpokkoene has likewise transferred his goods to the village Veroeperette; but why the above-mentioned lesser headmen will not properly perform their duties is unknown to him. That he had inquired after the reason for the arrival of the Dissava of Uva at Badulla, and it was assured to him that the same intends to go to the temple of Kataragama to perform something of the greatest importance there. The Mohandiram of the Vidane of Katuwana, Abesinge Jayewardene, has also written to me in an ola dated 30 April last, 4738. that at the gravet of Walbalgodde in the King's territory, formerly only two persons kept watch, but that at present, according to reports received, the said post is heavily reinforced and a spear is placed on the site, furnished with a white cloth, as a sign that no one from the Company's territory may go or pass into the King's country, or from there to that of the Company; and that he, the Mohandiram, in order to be assured of the truth thereof, made further inquiry and found it to be true, but that he nevertheless does not know what the reason for it may be. I consider it my duty to respectfully notify Your Honors of the foregoing. I have the honor to remain with very great esteem, Honorable Sir and Special Good Friends, Your Honors' dutiful friend and obedient servant. Signed: W. A. Berghuijs. In the margin: Matara, the 2nd of May 1791. Below.

Dutch transcription

4734 Een inwoonder te silauw die geweest is na Kakoenagolle boven wissenaire declareert 't volgende als. Dat 'er een algemeene ordre nu 10. daegen geleeden in het hele konings gebied is, dat een ieder landman gehouden is, op de nader uijttegevene ordre in gereedheid tebrengen 20. groote mediden rijst, 1. pot olie, 2. buffels, 20. kokers, 1. geweer en 1. Man; deese ordre is uijtgegeeven door de bediendens van attoepattoe en zij verwagten de dessave van de 7. Korles die vrijdag aanstaende van kandia zal vertrekken. Aan de gravetten zijn ordre gesteld dat geene inwoonders van de Coup: in 's Konings land moogen opgaanen dat geene landlopers of Jogies uijt 's Konings land na het gebied van de hollanders moogen afkoomen Aan Madige dessave is van Kandia gelast om van een ieder zijner onderdoen voor geld intevorderen, 1. buffel 5. groote mediden boter en 5. dito katjaan en alle de Nelij die tot het hoff gehoord word aan de ingezeetenen uytgedeeld tot het aanstampen van rijst. silauw Den 3.:' Maij A:o 1791. /was getekend/ I: w: uhlenbeek. Akkordeert Wijblands 4 Eireerk 4752 a Nagezien Bjeukman 4735. Een inwoonder uijt de vier korles in Kakal¬ „le gamma, declareert het volgende als. op ordre van Doembare dessave is in zijn gebied 150. beesten versamelt en aan zijne inwoonders is gelast dat een ieder landman 30. groote mediden rijst en eenig ge hoenders moet gereed houden tot nadere ordre Dat 4. Europeesen van kolombo al„ „daar zijn aangekoomen met hunne volle wapens, als 2. met blauwe en 2. met roode rokken en deese Euro„ peesen zijn tans te oijille in een huijs van een voornaam singalees, en aan hun zijn 4. inwoonders gegeven tot bediendens en geld, rijst, hoenders en boter word aan hun dagelijks ver„ strekt. Nu tien dagen geleeden is een ordre aan alle de gravetten gegeven dat geene inwoonders uijt het gebied van de hollanders na 's konings land moogen ingelaaten worden, en gee„ „ne landloopers of Jogies dan wel mannen met geschooken baard of wel sitties van 's konings land na 't gebied van de hollanders mag afkoomen. Awaragamma dessave, Sapara Gamma dessave en Adagam adigaar zijn op Kandia en de verdere adigaers en 4752 en dessaves zijn op hunne bescheide plaatsen. Jn 10 of 12. daagen sal de Dessaven van 7. korles van Kandia afkoomen dog de rusthuijsen tot zijne komste sijn nog met geen wit linnen be„ kleeds Silauw den 3. ' Maij 1791. /was„ getekend/ I: W: uElenbeek Akkordeert Hijbrands Egklerk 4752a Nagezien Beukman No. 43. 4736. 6752 a Kolombo Aan den wel Edelen Groot achtb: Heer. Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van nederlands india gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceijlon met dies onder= hoorigheeden Neevens den Raad Wel Edele Groot Achtbaare Hoog gebiedende Heer en zo op het ogenblik ontvang ik berigt dat de gra„ vetten van het dorp kivinde gesloten zijn en dat 'er geene Iawelangs mag doen gaan; ik neeme de vrijmoedigheijd uweledele gestrenge groot agtb: daar van kennis te geeven. Ik hebbe de eere van met alle hoogagting te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot agtb: hoog geb: Heer en Heeren; uwel Edele groot agtb: trouwe en gehoorsaame dienaar /:was gete= kent:/ A: S: van de Graaff /:in margine:/ Putulang den 3. Maij 1791. /:Lager:/ N: Nader Heeren! Militaire Departement ontfang ontvang ik berigt door een singalees dat de gravet bij het dorp Hawele 4:½. meijl van hier gesloten is, En bij Sannas aldaar gelast om mandimentos gereet te hebben benevens voor ijder dorp 2. draagbeesten„ Accordeerd. Eijklerk Wijbrands 4752 a Nagezien Beukman No: 44. sekreet 6752 a 4737. Gale Aan Den E: E: Achtbaaren Weet Peter Sluijsken Kommandeur der stad en Landen van Gale Mature RC=o nevens den Raad. E: Achtbaare Heer en Bijzondere Goate vrienden De Mohandiram van de Magampattoe wiesjesoendese Abenaike, heeft bij een ola ongedateerd aan mij bedeeld dat eenige van de mindere hoofden van gedagte pattoe eertijds verscheide maalen DE: komppe ontrouw zijn geweest, en dat daar van de Heeren gebieders genoegzaam kennis draagen: Dat tegenswoordig ook eenige van de voornaamste mindere hoofden, hunne beste goederen naar 'skonings land gezonden hebben, namentlijk de vrienden van den overleeden Aaatje van de Magampattoe en en Pallemallelle Maddeman Arraatje van het vissers geslagt, de eerst gemelte naar 't dorp Sammannaweuwe, en de andere naar de overzeide van de spruit kenende = ofe over de deviesen koman= totte en Dehigahalotte, vier meilen ver van desselfs woondorp, dat de wassers wiedaan van Hondpewelpokkoene mede zijne goederen naar het dorp veroeperette overgebragt heeft, Dog waarom bovenge= mette mindere hoofden hunne dienste niet na behooren verrigten. wille, hem onbewust teweesen. Dat hij na de reeden van de komste van den dessave, van oeva op Badoelle zich geinformeerd had en hem verzekert was, dat deselve van voorneemen is naar den tempel van kattregam te gaan, om aldaar iets gewigtigst te verrigten. De Mohandiram van de uidanie van kattoene Abesinge Jazewardene, heeft mij ook bij een ola ged=t 30. April J=o L=n ge= 4738. geschreeven dat aan het gravet van wal= balgodde in 'skonings gebied, eertijds maar twee perzoonen de wagt gehouden hebben, dog dat thans gemelte post volgens er= langde berigten niet meer dascrijns ver e sterkt en eene spies daar toe plaatse gesteld:, is verzien met een witte kleed, tot een teeken dat 'er geene uijt 'skomp„s gebied naar 'skonings land, of van daar na dat van de komp: vermag tegaan of passeeren: en dat hij Mohandiram om de waarheid daar van Versekert teweesen, nader daar na geinkwireerd en zulks waar bevonden had, maar dat hij echter niet weet, wat of de reeden daar van zij. Jk agte mij verpligt van het hier vooren vermelde uwE: E: Achtb: in eerbied kennis te geeven: Jk heb de eer met zeer veel hoog agting te= blijven /:onderstond:/ E: E: Achtb: heer en Bijzondere goede vrienden; uwe E: Achtb: Dienstschuldige vriend en gehoorzaamen Dienaar /:was getekent:/ W: A: Berghuijs /:in margine:/ Matura den 2: Maij 1791. /: on= derstond

NL-HaNA_1.04.02_3890_0518 view scan ↗

English

immediately: Agreed :signed: L: B: van Albedijkl secretary No: 45 Examined Hybrands Eiklerk Agrees Beukman 4739. 4752 a A few days ago, reports were received from various quarters that orders have been sent to the inhabitants of the King's lowlands to hold rice and other provisions in readiness, as well as a number of pack animals to be delivered upon the first order. In addition, it is reported that some Mohandirams and Mohotiaers have arrived at Attapittie, who are busy there registering the firearms of the inhabitants. Finally, it is said that around the coming full moon or even earlier, court dignitaries are expected to come down with some armed men to the King's lowlands, for which purpose some Instruction for the Honorable Major de Morack rest houses are already being prepared. When this occurs, it is likely that the Kandyans will begin by seeing whether they can stir up unrest among the Company's inhabitants, just as was their first action during the previous Sinhalese war. For this reason, it was resolved on the 7th of this month in the Council of Ceylon to station a military detachment at Athegule in the Mina Korle, and to assign the command thereof to Your Honor, as is done hereby. For the time being, the same shall consist of the European company of Captain Koch and two Eastern companies, together with an Artillery detachment consisting of 24 men commanded by an officer. The muster rolls thereof will be delivered to Your Honor separately. 4740. Separate lists will likewise be handed to Your Honor for the ammunition, weaponry, tools, provisions, and cash that are given to Your Honor. The Mudaliyar of the Mina Korle, Bandarnaijke, is a man upon whose good faith and capability I rely very much. He is ordered, in accordance with necessity and as far as circumstances may in any way permit, to stay close to Your Honor's post in order to inform Your Honor immediately of everything that occurs in his korle. In addition, the Mudaliyar of Nigombo is assigned to Your Honor to serve as an interpreter. He shall serve with Your Honor solely in that capacity and may not exercise any authority whatsoever in the country. All orders that Your Honor accordingly deems necessary to give must be given directly in your name. As soon as Your Honor might perceive that there are some rascals here or there seeking to incite the people to unrest, Your Honor must, in consultation with the Mudaliyar Bandarnaijke, promptly employ such measures to counter this as shall appear to Your Honor to be the most effective to nip those things in the bud immediately, even if, should gentler means fail to help, Your Honor should have to employ the military force under your command. Your Honor must endeavor to obtain as much good intelligence as possible regarding what is taking place in the King's land. Thus far, we have nowhere prevented the King's inhabitants 4741. from coming down into the Company's lands with their trade goods and conducting business as usual. Such Kandyans, however, who might appear to Your Honor to be staying on the Company's territory with suspicious intentions, Your Honor must cause to be notified that they are to leave the Company's lands; and if they do not do so upon Your Honor's notice, they must be forced to do so. If there are those who are actually found guilty of having incited the Company's inhabitants to disloyalty, whether by oral messages or olas, they must be apprehended and sent under arrest to Colombo. If the Kandyans should attempt any violence or even commit any insults on the Company's territory, they must be driven off immediately, without, however, pursuing them into the King's land for the time being and until further orders; and Your Honor must accordingly inform yourself accurately as to how far the Company's boundaries extend. All provisions must be paid for in cash, and it is well to ensure that payment is made to the supplier himself and not to the headmen, in which case the money rarely reaches the right man. For the administration of the cash and provisions, a provision commissary will be assigned to Your Honor. The Artillery stores must be administered by the Artillery officer, to whom Your Honor could also assign the administration of the remaining ammunition stores, which for the rest I leave deferred to Your Honor's own arrangement. 4742. 4752 a Besides the officer who commands the Artillery detachment, Second Lieutenant of Artillery Du Perron is also assigned to Your Honor and hereby placed under Your Honor's command; he is very well suited to survey the roads and bridges and to supervise their improvement. He may further be employed by Your Honor for all such duties as Your Honor shall find necessary to assign to him. Colonel de Meuron will have a post established at Poegodde, up to where the provisions and weaponry can be brought by water. From there they must be brought overland to Athegule, for which purpose Your Honor, in so far as Mudaliyar Bandarnaijke

Dutch transcription

derstond:/ Akkordeerd /:was getekent:/ L: B: van Albedijkl seC= No: 45 Nagezien Hybrands Eiklerk Akkordeert Beukman 4739. 4752 a voor wijnige daagen is van verscheide kan„ ten bericht dat er ordre gezonden is aan de ingeseetenen van 'skoning beneeden landen, om rijst en andere levens middelen te moeten in gereedheid houden, als mee„ een partij draagbeesten om op de eerste ordre te kunnen worden geleverd. Hier bij word verteld dat 'er te Attapittie eenige Mohandirams en Mohotiaers zouden zijn afgekoomen, die zig daar beesig houden met het opschrijven der geweeren van de ingeseetenen. Eindelijk zegt men dat er tegens de aan„ staande volle maen of zelfs vroeger„ Hofs grooten zouden staan aftekoomen, met eenig gewapend volk na 'skonings benede landen, waar voor bereeds eenige Instruktie voor den E: Ma„ „joor de Morack rust rusthuijsen zouden worden klaar ge„ maakt. wanneer dit geschied, is het vermoedelijk dat de kandianen zullen beginnen met te zien of ze onrust kunnen stooken on„ der 'skomp:s ingezeetenen, zoo als dat ook hun eerste werk geweest is bij den voorgaenden singaleesen oorlog. Hierom is den 7:' deser in Raede van Ceilon verstaan om op Athegule in de Mina koul een Militair detachement te leggen, en daar over het kommando aan uE: op te draegen gelijk geschied door deesen. Het zelve zal voor eerst bestaan uit de Europesche komp: van kapitijn koch en twee oostersche kom„ panien benevens een detachement Ar„ tillerie bestaende uit 24. Man gekom mandeerd door een officier De naamlijsten daar van zullen aan UE: appart 4740. appart worden overgegeeven van de ammo„ nitie, wapen goederen, gereedschappen poo„ „visien en kontanten die uE: worden mee„ de gegeeven zullen aan uE: jnsgelijks ap„ „parte lijsten worden overhandigt. De modliaar van de Winakorl Ban„ darnaijke is een Man, op wiens goede trouw en beheijd ik heel veel staat mae„ ke. Wij is gelast om na maate van de noodzaekelijkheid en zoo veel het de ge„ leegentheid eenigzints kan toelaeten zig digt bij UE: post op te houden, ten einde UE: van alles wat in zijn korl omgaat, aan stonds kennis te geeven. Hier bij word aan uE: toegevoegd de modei„ aar van Nigombo, om bij uE: als toek dienst te doen. Wij zal alleen in die kwaliteit bij uE: dienen en geen gesag in het land mogen oeffenen hoe genaamd Alle ordre die uE:, mids dien zal nodig agter 4752 agten te geeven, moeten gegeeven worden direkt op uw naam. zoo dra uE: mogte bespeuren dat er hier of daer eenige Houte knaapen zijn die het volk tot onrust zouden zoeken op te zetten moet uE: tot teegengang daar van niet overleg van den modliaar Bandarnaijke ten spoedigsten te werk stellen zoda„ „nige maatregelen als uE: zullen voor„ koomen de efficacieuste te weesen, om die dingen aanstonds in de geboorte te sluiten, al was het ook, zoo zag„ tere middelen niet helpen kunnen, dat uE: daer toe zoude moeten emploij„ „eeren het onder uE: staande Militair vermogen. UE moet zoo veel mogelijk goede berieh„ „ten zien intekrijgen van het geen er in 'skonings land omgaet. Tot nog toe hebben we aan 'skonings ingeseetenen neagens 4741. nergens de vrijheid belet om in 'skomp:s lan„ den met hunne negotie goederen af te koo„ men en te verkeeren als na Gewoonte. zulke kandianen die uE: nogtans mogten voor koomen dat ze zig met verdagte oogmerken op 'skomp:s grond gelied op„ houden, moet uE: doen aanzeggen, dat ze zig uit 'skomp:s landen zullen hebben te begeeven, en doen zo het op uE: aanzeg „gen niet, dan moeten ze daar toe wor„ den genoodzaekt, zijn er zulke die met der daad schuldig bevonden wor„ „den van 'skomp:s ingezeetenen tot oir„ trouw te hebben aangezegt, het zij door mondelinge boodschappen of olassen moe ten ze worden opgevat en in arrest na kolombo worden gesonden. zoo de kandianen eenig geweld mogten on„ der neemen of zelfs maar eenige insultes doen op 'skomp:s grond gebied, moeten ze 4752 zo daar van ten eersten worden verjaegd, zonder hun nogtans voor eerst en tot nadere ordre in 'skonings land te vervol„ „gen, en moet uE: zig mids dien naau„ keurig informeeren tot hoe verre skomp: limieten zig uitstrekken. Alle levensmiddelen moeten kontant wor„ „den betaelt en is het goed toe te zien dat de betaeling geschied aan de leverancier zelve en niet aan de hoofden, wanneer het geld zeldzaam komt aan den reg„ ten Man. Tot het administreeren van de kontante „meede gegeeven een en provisien zal aan UE: worden „ pro„ viand Kommissaris. De Artillerie goe„ deren moeten geadministreerd worden door den officier van de Artillerie, aan wien UE: ook de administratie van de verdere ammonitie goederen zoude kunnen opdraagen, het geen ik voor het overige 4742. 4752 a overige aan UE: eigen schikking laat ge„ defereerd. Buijten der officier die het detachement van de Artillerie kommandeerd, word nog aan uE: meede gegeeven en bij deesen onder uE: Kommando gesteld, de tweede luijtenant van de Artillerie Du Perron, die zeer geschikt is om opteneemen de weegen en de bruggen, en om over het verbeeteren derselve het toezigd te houden. Wij kan voorts door uE: wor„ „den gebruikt tot alle zoodanige ver„ rigtingen als uE: nodig vinden zal hem op te draegen. De Heer overste de Meuron zal een post laeten leggen te Poegodde, tot hoe verre de provisien en wapen goederen te water kunnen worden ge „bragt. van daar moeten ze te land wor„ den gebragt na Atnegale waar toe uE: in zoo verre de modliaaa Ban„ darnaijke

NL-HaNA_1.04.02_3890_0526 view scan ↗

English

Bandarnaijke has procured no people for that purpose, as long as necessary you may use the coolies who shall serve for the transport of Your Honour and the other gentlemen officers, after which they must be sent back to Kolombo. At Hangewelle there are a number of pack and draft horses as well as a number of donkeys, and Your Honour must consult with Colonel de Meuron to what extent some of the same might also on this occasion be used for transporting the aforementioned goods. Your Honour might even take over some of them to remain at Your Honour's post. In the Hapittigam Korl, bordering the Hina Korl, an officer is stationed with a detachment of easterners, who is also hereby placed under Your Honour's command. In this Korl is stationed the bookkeeper Sinning, who has been ordered to inform Your Honour of everything that occurs there, in order that if anything should first arise there that might disturb the peace, it may be provided for by Your Honour in the most capable manner. The mudaliyar Bandarnaijke has been ordered to provide Your Honour with some lascars, and also the coolies that Your Honour shall find necessary. The Lord Dessave will indicate what must be furnished to these people. It is unnecessary for me to add hereto that the strictest military discipline must be maintained to prevent the least nuisance from being caused to the inhabitants, and it is even necessary to attract the inhabitants as much as possible by friendly treatment and to instill confidence toward us. Daily Your Honour must send me a report on the condition of your post and of any noteworthy matters that come to Your Honour's knowledge. Kolombo the 10th of May 1791. Signed: W. J. van de Graaff. Agrees, Wijbrands First Clerk Checked, Beukman No. 46. Kandia To the Well-born Dessave of the Three and Four Korles, Leuwke Ralehamy Well-born Sir, A European soldier of the Swiss Regiment de Meuron, in the service of the Illustrious Dutch Company, named Joseph Herman, has deserted in recent days. He subsequently went to the King's country, and arriving there, he was sent to Kandia by the mohottiar of the Three Korles. Upon the report received thereof, I have been ordered by the Right Honourable Governor to request Your Honour, as I have the honour to do hereby, that the aforementioned soldier, pursuant to and in fulfillment of the 18th article of the peace treaty, be apprehended and delivered up to the Company. The Right Honourable Governor hopes and trusts that this will be complied with as expeditiously as possible. The Sinhalese mentioned in my letter of the 31st of January, who was summoned from Jaffanapatnam, was likewise, in virtue of the aforementioned 18th article of the peace treaty, pursuant to the request made by Your Honour to me for that purpose, sent yesterday to the mudaliyar of the Three Korles in order to send him to Kandia. I request that this be brought at a propitious hour before His Royal Majesty, while for the rest I have the honour, after many greetings, to remain with all respect, Well-born Sir, Your Honour's humble servant, Signed: D. S. Deelz. In the margin: Kolombo the 22nd of April 1791. Agrees, First Clerk Wijbrands Checked, Beukman No. 47. To the Dessave of the Three Korles. Well-born Sir, I have received your letter written in reply to mine of the 22nd of April, and I have been ordered by the Honourable Governor to repeat further, as I do hereby, the request made therein that the soldier of the Regiment de Meuron be apprehended and surrendered. The Illustrious Company has always observed the peace treaty with all punctuality. It will also continue to do so in the trust that the same shall happen on the part of His Royal Majesty, for it will tolerate no infringements therein. In your aforementioned letter it is stated that the Dutch have set aside and also altered many things that are in the peace treaty. The Honourable Governor does not know what kind of matters in the peace treaty might have been set aside and also altered by the Illustrious Company; His Honour has consequently ordered me to request you, as I do hereby, to kindly specify clearly what, in the opinion of the Court, might have been lacking on the part of the Illustrious Company in fulfilling everything that was stipulated in the peace treaty. Furthermore, I have been ordered by the Honourable Governor to request Your Honour for a clear statement of that which the Sinhalese who was sent in recent days to the mohottiar of the Three Korles complains about, and whom I see from your aforementioned letter has been found upon investigation to be a priest of the Buddhist doctrine; as soon as he arrived here from Jaffna, from where he was summoned pursuant to the request made for that purpose, he was sent from here loose and free, and only a kangan and a lascar were sent with him to convey him to Sitawaka, and there, according to what was written, to hand him over to the mohottiar of the Three Korles. It is unknown here that anything unjust or unfriendly should have happened to this man. I have the honour, after many greetings, to remain with all respect, Well-born Sir, Your Honour's humble servant, Signed: D. I. Fretz. In the margin: Hulftsdorp the 5th of May 1791. Agrees, No. 49 Beukman Checked, Wijbrands First Clerk

Dutch transcription

darnaijke daar toe geen volk besorgd, zoo lange het noodig is gebruijken ka„ de koelies welke zullen dienen tot transport van UE: en de verdere Heeren officieren waar na ze na kolombo moe ten worden terug gezonden Te Hangewelle zijn een partij draag en trek Rossen als meede een partij Ezels en moet uE: met den Heer overste de Men„ ron overleggen, in hoe verre eenige der„ zelve ook in deese geleegentheid zou„ de kunnen worden gebruikt tot het transporteeren der voorsz: goederen uE: zoude er zelfs eenige van kunnen over overneemen om op uE: post te blijven. In de aan de Hina Korl grensende Ha„ pittigam korl legt een officier met een detachement oosterlingen, die ook bij deesen onder uE: komman„ „do word gesteld. Jn deese Korl legt de 4752 a 4743. de boekhouder sinning, die gelast is om van alles wat daar omgaat aan UE: kennis te„ „geeven, ten einde zoo daar in eerst voorvalt dat de rust zoude kunnen stooren, daar in door UE: op de bekwaemste wijse kan worden voorsien: De modliaar Bandarnaijke is gelast UE: eenige laskorijns tegeeven, en ook de koelies die uE: zal bevinden noodig te hebben De Heer Dessave zal opgeeven wat aan dit volk moet worden verstrekt. Het is onnoodig dat ik hier bij voeg dat de strengste krijgstugt moet worden on„ der houden ter voorkooming dat aan de ingezeetenen geen de minste over„ „last word gedaan en het is zelfs noo„ „dig de ingezeetenen door vriendelijke bejeegeningen zoo veel mogelijk aan te lokken en vertrouwen teegens ons in te boesemen. Dagelijks Dagelijks moet UE: mij toesenden een rapport van de gesteltheid van uw post en van het weetenswaerdige dat tot uEd: ken„ nis komt Kolombo den 10. Maij 1791. /:was getekend:/: W: J: van de Graaff. Akkordeert brands Eyklerk 4752a Nagezien Beukman No. 46. 4752 a 4744. Kansia Aan den Wele Dessavr van de drie en vir korl: Leuw keralekanij Wel Edele Heer Een Europees, soldaat van het regiment Zwitsers de Meu„ # e „ron staande in dienst van de Doorl: Neederlandsche kompenie genaamd Joseph Herman is deeser daagen gedeserteerd. Hij is vervolgens gegaan naar 's konings land, en daar „komende is hij door de Mohotiaar van de drie kouls gezonden na kandia. op het daarvan ingekoomen berigt, ben ik door den wel Ede„ „den Grot Agtb: Heer Gouverneur gelast, Uw Ed: te verzoeken gelijk de eere heb te doen door deesen, dat de voorsz: soldaat ingevolge en ter vordoening van het Fƒ 18. artikel van het vreedens traktaat worde opgevat en aan de komp:e uijtgeleeverd. Den Wel Edelen Groot Agtb: Heer Gouverneur hooft en vertrouwt dat hier aan ten spoedigsten zal worden voldaan. De De singalees vermeld bij mijn brief van den 31: Jann: die Jaffenapatnam is op ontbooden, is insgelijks uijt kera „te van voormn: 18. artikel, van het vreedens traktalat ingevolgen het door uwEd. daartoe aan mij gedaan verzoek gisteren gezonden aan de Montliaar van de drie korls om hem te zenden na kandia Jk versoek deese bij een goed uur te brengen, onder het G. oog van zijn B:-ME. , terwijl ik voor het overige de eere hebbe na veelmaalige groete met alle ƒ agting te zijn /:onderstond: Wel Edele Her Audd D: W: Dienaar /:was geteekend:/ D: S: Deelz /:ien margine:/ kolombo den 22. April 1791. Akkondeert. Egklerk Wijbrands 4752 a Nagezien Beukman No. 47. 4752 a 4745. Aan de Dessave van de drie korles. Wel Edele Heer Ik heb ontvangen uwen brief geschreeven in antwoord van den mijnen van den 22. April, en ben ik door den Edelen Heer Gouverneur gelast om nader te herhaalen zoo als ik doe door deesen het verzoek daarbij gedaan dat de soldaat van het regiment van Meuron word opgevat en uijtgeleeverd. De doorlugtige kompenie is het vreedens traklaat steeds met alle nauwge „zetheid nagekoomen. Haar Edele zal dat ook bij voortduuring doen in vertrouwen dat ook zal geschieden van de kant van zijne k: M: want haar Edele daar in geene inbreuken veelen zal Bij Bij voorsz: uw brief staat de Heer Hollanders hebben veele dinge„ die bij het vreedens traktaal staan, voor en agter gesteld en ook veranderd. De Edele Heer Gouverne weet niet wat voor zaaken het zouden zijn in het vreedenstra „taat die door de Doorluchtige kompenie zouden zijn voor en agter gesteld en ook veranderd 7 zijn Edele heeft mij dienvolgens gelast uw te verzoeken zoo als ik doe door deezen, van duijde „lijk te willen opgeeven wat 'er van de zijde van de Doorluchtige kompenie naar de meening van het Hof mogte hebben ontbrooken om te volbrengen alles, wat bij het vreedens traktaal bedongen is. Nog ben ik door den Edelen Heer Gouverneur gelast, om uwEd: te verzoeken een duijdelijke opgaave van 4746. 4752 a van het geene waar over zig beklaagd den singalees die deezer daagen ge„ „zonden is aan den Mohotiaar van de drie korles, en welke ik bij voorsz: uwen brief zie dat bij onderzoek is bevonden te weezen een priester van de Boedoese leer, zoo dra hij van Jaffena van waar hij volgens het daar toe gedaan verzoek, is. ontbooden, hier is aangekoomen is hij los en vrij van hier gezon „den, en is alleen een kangaan met een laskorijn hem meede gegeeven, om hem over te brengen na situake, en hem daar volgens het aangeschreevene over te geeven aan den Mohotiaar van de drie korles. Het is hier onbekend dat aan deezen Man iets onbil„ „lijks of onvriendelijks zoude o7. zijn geschied Ik heb de eer na veelmaalige groete met alle agting te zijn (:onderstond./ (:onderstond:) Wel Edele Heer uw Edele D:W: Dienaar (:was ge „teekend:/ D: I: Fretz, (inmargine:) Hulftsdorp den 5. Maij 1791. Akkondeert No No. 4 49 Bjeukman Nagezien Wijbrands Egklerk

NL-HaNA_1.04.02_3890_0539 view scan ↗

English

4747. 6752 a To the Dessave of the Three Korales. Honorable Sir, Since it is now the time that the cinnamon peelers begin again with the peeling of cinnamon, and the usual embassy of His Royal Majesty has not yet arrived, after which alone the sending of the Company's usual envoy to Kandy is suspended, I have been instructed by the Honorable Governor to request your Honor to represent this to His Royal Majesty, and to request His said Royal Majesty that He may be pleased, in the meantime and until this request can be further made according to custom by the Company's usual envoy, to issue the necessary orders in the Dissavany of Sabaragamuwa, in the Three and Four Korales, and the Seven Korales up to the mountains of Balane, so that the Company's cinnamon peelers and their headmen, who are to be sent to the aforesaid districts in the coming days, may proceed there unhindered with the cinnamon peeling. Furthermore, after repeated friendly greetings, I have the honor to be with all respect, Honorable Sir, your Honor's humble servant, was signed D. T. Fretz. In the margin: Colombo, the 7th of May 1791. Agrees. Sijbrands Egkeerk 1 Beukman Checked No. 50 4752 a 4748. Translation of a Kandyan ola letter Written by the Grand Adigar and Dessave of the Three Korales, Pilimatalauwe Ralahamy, to the Grand Dessave of Colombo, who is a fellow member of the council of the Right Honorable Governor, very faithful to the High Court of His Royal Majesty. After previous compliments. In the letter written by your Honor to me, it was mentioned that it is unknown to the Right Honorable Governor that many things stated in the peace treaty have been disregarded and also changed by the Dutch Gentlemen, with a request to state clearly if it should be found that there are matters mentioned in the peace treaty which have not been complied with by the Company. Having juxtaposed and considered the things that are mentioned in the peace treaty and that the Dutch Gentlemen have done and said, the Gentlemen themselves can understand, and it will also be possible to state them clearly whenever a good opportunity is found for it. Besides this, the unjust things done from Jaffna up to the arrival in Colombo to the priests of the Buddhist doctrine, who were sent by the Mohottiar of the Three Korales, were plain to see before an investigation was made of it, and one has also heard upon the inquiries made that unjust things have been done which cannot be said or written by me; but if one desires to know this, one will be able to obtain knowledge from the people who seized him at Jaffna, as well as from the people who brought him to Colombo, by making the inquiry with them. Therefore, it will be well that your Honor might inform the Right Honorable Governor of this. Thus this letter was sent on Tuesday, the 29th of the month of Bak of the Saka year 1713, which is the 10th of May 1791. Underneath: at the head of the ola, signed with an illegible signature. Lower: for the translation, Colombo, the 14th of May 1791, signed D. D. Perera. Agrees. Sijbrands Egkeerk Checked Beukman No. 51. Saturday the 14th of May 1791, in the forenoon. Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff, The Right Honorable Malabar Governor Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Lieutenant Colonel and interim Chief of the Military Diderich Carel von Drieberg, The Honorable Lieutenant Colonel and Head of the Artillery Elias Paravicini di Capelli, The Honorable Dessave of the Colombo Lands Diderich Thomas Fretz, The Honorable Matara Dessave Mr. Christiaan van Angelbeek, The Honorable First Warehouse Keeper Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honorable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhoven. Absent: The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, due to indisposition. Were presented by the Governor and read with attention two translated olas from the Court of Kandy, in response to the letters dispatched from here pursuant to the secret resolution of the 4th of this month regarding the cinnamon peeling and the extradition of a deserter, the translations of which read as follows. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. Translation: E op6.

Dutch transcription

4747. 6752 a Aan de Dessave van de drie korles. Wel Edele Heer Wijl het tans de tijd is dat de kanneel schillers met het schillen van kanneel weederom beginnen en de gewoone ambas„ sade van zijne K: M: tot nog toe niet is afgekoomen waar na alleen blijft uijtgesteld het zenden van Plompenies ge „woone gezant na kandia, zoo ben ik door de Edele Heer Gouverneur gelast om uE: te verzoeken van dit aan zijne R: M: tewillen vertoonen, en hoog gem: zijne k: M: te verzoeken dat hoogst dezelve middeler„ „wijl en tot dat dit verzoek volgens gebruijk gebruijk nader kan worden gedaan door 's Comp:s gewoone gezant in de Dessavonij van Saffregam in de drie en vier korles, en de seeven korles tot aan het gebergte van Ballane toe gelieve te stellen de noodige be„ „veelen op dat 's Comp:s kanneel schil „lers en hunne hoofden, die eerst daags na de voorsz: districten staan te worden verzonden, aldaar onver„ „hinderd met het kanneel schillen kunnen voortvaaren. Jk heb voorts de eere na veel „maalige vriendelijk groete met alle agting te zijn (:onderstond:/ Wel Edele Heer. uw Ed: D:W: dienaar /:was geteekend:/ D: T: Fretz, /:inmargine:/ kolombo den 7. Maij 1791. Accordeert Sijbrands Egkeerk 1 Beukman Nagezien No: 50 4752 a 4748. Translaat Kandiasche ola brief Geschreeven door den Groot Adigaar en dessave van de drie korles Pile„ mehalauwe Raalehamij aan de Groot dessave van Kolombo die een meede lid is van de vergade„ „ring van den welEdelen Groot agtb: aan het groot Hoff van Z: K: M: zeer getrouwen, Heer Gouverneur. Na voorgaande komplimenten Bij den brief door UwE: aan mij geschreeven is aan„ „gehaald geweest, dat bij den wel Edelen Groot Agtb: Heer Gouverneur onbekend is, dat veele dingen die bij het vreedens traktaet staan door de Heeren Hollanders voor een agter gesteld, en ook veran„ „derd zijn met versoek om het daarom duijde lijk te willen opgeeven, zoo mogte worden bevonden dat er zaaken zijn bij het vreedens traktaat vermeld, die door de komp: niet zijn naargekoomen. De dingen die bij het vreedens traktaat zijn vermeld en die de Heeren Hol„ „landers gedaan en gesegt hebben bij malkan„ „deren gesteld en overwoogen hebbende, konnen de de Heeren zelven begrijpen en zal ook zulx dui „lijk konnen worden opgegeeven, wanneer daar toe een goede geleegenheid gevonden word Buijten des de gedaane onbillikke dingen van Jaffena af tot de komst naar kolombo aan den priesters van de boedoese leere, dewl ke bij den Moholtiaer van de drie korles is gesonden, waaren met oogen te zien voor dat daarvan is ondersoek gedaane, ean tmein heeft ook bij de gedaane vraagen gehoord, dat onbillijke dingen gedaan zijn, dewelke door mij niet kunnen gesegt nog geschreeven wor„ „den, dog zoo men begeerd zulx te weeten, zal men den weet konnen krijgen van de luijden die hem te Jaffena hebben op gevat zoomeed van de luijden die hem naar kolombo ge„ bragt hebben, doende het ondersoek aan de zelven, Daarom zal het goed weesen dat uwE: den wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Gouverneur hier van kennis mogte geeven. aldus is deese brief gesonden op dingsdag den 29. van de maand Bakmasse van het 4752 a 4749. het Sakejaar 1713. dat is den 10. Maij 1791. /:onderstond:/ aan het hoofd der ola /:getee„ „kend:/ met een onleesbaare handteekening /:lager:/ voor de translatie kolombo den 14. Maij 1791. /:geteekend :/ D: D: Perera. Akkondeert Wijbrands dEgkeerk Nagezien Beukvan N:o: 51. Zaturdag den 14:' Maij 1791. voormiddags. Present: Dewel Ed: groot agtb: heer gouwverneur - - - Willem Jacob van de Graaff, De wel Ed: groot agtb: heer Mallab: gouverneur Johan Gerard van Angelbeek, De E: Hoofdadministrateur - - - . Mattheus Petrus Rahet De E: luijt holonel en adniterin Chiaf van demilitie. Diderich Jarel von Drieberg, „ „ „ „ en hoofd van de artillerie - - - - Elias Paraviçini de Capelli, „. „ Dessave der kolombose ommelanden. . Diderich, Thomas Fretz: „ „ Matureescho dessave - - - - M:r Christiaen van Angelbeek „ „ Eerste Pakhuijsmeester - - - - - Johannes Reintous „ „ Sekretaris - - - - - - - - - - Genediktus Lamb:s van zetter „ negotie boekhouder - - - - - - Abraham Jamlant. fiscaal - - - - _ _ _ - _ Johannes Adrianus vollenhove absent. Holst, mits indispositie De E: soldij boekhouder - - - - - - - Gerrit Engel Wierden door den heer gouverneur overgelegt en met aandogt geleesen twee vertaalde olas van het hof van kandia in antwoord op de van hier volgens sekreete resolutie van den 4:' deeser afgevaardigde brieven over het kanneel schillen en de uitleevering van een Deserteur luijdende die vertaelingen als volgd. Gekreete Resolutie genoomen in raede van Ceilon. Translaat: E op6. „ „ „

NL-HaNA_1.04.02_3890_0548 view scan ↗

English

The 14th of May 1791. Translation of a Kandyan ola letter written by the Adigar and Dessave of the Three Korales, Pilimatalauwe Ralahamy, etc. After customary compliments. In the letter written by your Honour, it was mentioned that the soldier of the Swiss regiment De Meuron by the name of Joseph Herman deserted these days and arrived in Kandy. It is true that this soldier arrived. To the question put to him regarding what he knows, he answered that he understands drilling; thus, some lascars were handed over to him in order to learn the drill. In fulfillment of the 18th article of the peace treaty, it was written to have this soldier apprehended and handed over. The Dutch gentlemen have postponed, disregarded, and also altered many things that are in the peace treaty. Therefore, upon consideration, it will be clear to everyone that it is no good matter, what has been written to be carried out from this side. The Sinhalese man who was summoned from Jaffna, and was sent yesterday to the Mohottiar of the Three Korales, was also mentioned. Upon his arrival, following the investigation conducted, it appeared that he is a priest of the Buddhist doctrine. It has been heard and also seen that things have been done which are improper to do to such a person. That matter is also not fitting with good faith, nor is it a matter that occurred previously, and furthermore, this occurred very unjustly. It will therefore be very good if your Honour might inform the Right Honourable Lord Governor of this. Translation: The 14th of May 1791. Translation of a Kandyan letter written by the First Imperial Adigar and Dessave of the Three Korales, Pilimatalauwe Ralahamy, to the Colombo Dessave. After customary compliments. In your letter it is written that it is now the time that the cinnamon peelers must begin peeling, and that in the meantime orders may be given so that they have the necessary freedom for this in the Three and Four Korales, Seven Korales, and Sabaragamuwa, until this request is made by the ordinary envoy according to custom. For a long time it has been the custom that first the envoys go from here to Colombo, and after they have performed their commission, return here, after which the envoy coming here on behalf of the Company presents the matter of the cinnamon to His Majesty, whereupon such orders are given as His Majesty sees fit. Making a request for peeling in the abovementioned manner has never occurred previously, and cannot occur now either. It is also not fitting to make unusual requests. And thereupon it was noted: Whereas by the peace treaty of the year 1766 the freedom of cinnamon peeling in the King's territory up to the Balane was unconditionally stipulated, and it is nowhere prescribed that permission must first be requested each time by ambassadors, but that this was done by the Company's ambassadors out of mere courtesy, and would also have been done this year if the Court had sent ambassadors in due time, and thereby 4750. The 14th of May 1791. thereby had given the Company the opportunity to send its ambassadors. That the extradition of deserters is also clearly stipulated in the aforementioned treaty, and the pretext of the Court that the Company had also acted against the treaty contradicts the truth and ought to be rejected as a frivolous fiction. That the complaint about the mistreatment of the Buddhist priest mentioned in the ola is likewise an invented pretext, since that man was brought here at the request of the Court itself from Jaffnapatnam, where he and another companion were apprehended as suspicious persons, and at the request of the Court itself was brought here and handed over to the Mohottiar of the Three Korales, on which occasion the deliverers may well have bound that suspicious subject, but that this was then done for security so that he would not escape like his companion at Jaffna, without any further mistreatment having been committed against him. That from these two letters it appears most clearly how all efforts made hitherto to instill moderate and peaceful sentiments in the Court through friendly representations have been fruitless, and have served much more to make it yet prouder and more obstinate, and one therefore has no further hope of leading it to friendship and the observance of the treaty through further indulgence, as this was already understood by the assembly at the session of the 7th of this month and by the resolution of:

Dutch transcription

Den 14:' Maij 1791. Translaat Crandiasche ola brief geschrevven door den Adtigaar en dessave der drie kor= „les Pilimetaelauwe Ralehamij enz: Na voorgaande komplimenten. Bij den brief door uw E: geschreeven, is aangehaeld geweest dat de soldaat van 't regiment zwitsers de Meuron in naeme Joseph Herman deeser daegen gedeserteerd en in kandia aangekoomen is, het is waarheijd, dat die zoldaat gekoomen is op de aan hem gedaene vraege wat hij weet, heeft denselven tot antwoord gediend, dat hij het Exerseeren verstaat, zoo is hem eenige lascorijns overgegeven ƒ ten eijnde om de Exersitie te doen leeren. Ter voldoening aan het 18: artikel van het vreedens traktaal, dien zoldaat te doen opvatten en overgeeven, was aangeschreeven, de Heeren hollanders hebben veele dingen die bij het vreedens traklaat staan, voor en agtergesteld en ook verandert; Mits dien zal het overweegen elk een konnen blijken dat 't geen beste zaek is, het geen geschreeven is om van dees zijde te volbrengen. De zingaleesche man die van Jassana is ontbooden, gisteren bij de Mohotiaar van de drie korles ge= zonden te zijn, is meede aangehaeld geweest. Bij zijn over= komst op het gedaen onderzoek, is gebleeken dat hij een priester van de boeddoes leer is, men heeft gehoord en ook gezien dat er gedaen zijn dingen die aan zodanigen niet kom- peteert te doen, die zaek past ook niet aan de trauw, zoo meede het selve is geen zaak dat voor heen geschied is, mitsgaders is zulks zeer onbillijk geschied, het zal daarom zeer goed weesen dat uw E: den wel Ed: groot agtb: heer gouverneur hier van mogte kennis geeven. Translaet: Den 14: Maij 1791. Translaat trandiasche brief geschree ven door den eersten Rijks adigaar en dessave van de drie korles Pilemeta lauwe Balehamij aan den kolom „boschen desseve Na voorgaande komplimenten In uw brief word geschreven, dat tans de tijd is dat de kanneelschillers met het schillen moeten beginnen en dat intusschen ordre moge gestelt worden dat ze daar toe de nodige ruijheijd hebben in de drie en vier korles, zelven korles en saffregam, tot dat dit verzoek door de gewoone gezant volgens gebruik word gedaen. zeedert lange is 't de gewoonte dat eerst degezanten van hier na kolombo gaan en na dat ze hunne Commissie verrigt hebben, terug graven heeren, waar na de gezant van weegens de komp: hier koomende het stuk van de kanneel aan zijne Majesteijt voordragt, wanneer dan zulke ordres werden gesteelt als zijn Majesteijt goedvixd. Het doen van een een verzoek op bovengem: wijze tot het schillen is bevor= rens nooijt geschied, en kan nu ook niet geschieden. Het past ook niet ongewoone verzoeken te doen. En werd daar op aangemerkt. Daar bij het vroedenstraktaat van het Jaar 1766: de vrijheijd van het kanneel schullen in 's Conings land tot aan de Ballane toe, ombepaeld bedongen en nergens voorgeschree= ven is, dat daar toe telkens eerst door Ambassa dours verlof gevraegd moet worden, maer dat dit door 's Comp:s Ambassadours uit enkelde beleefdheijd gedaen is en ook dit Jaar gedaen zijn zoude, bij aldien het Hof op zijn tijd ambassadeurs gezonden, en daar door. 4750. Den 14:' maij 1791. door aan de Comp: tot het zendin van haare ambassadeurs geleegendheijd gegeeven had. Dat de uitleevering van deserteurs bij evengem: traktaat almeede duijdelijk gestipuleerd is, in het voorgeeven van 't hop, dat de komp: ook teegen 't traktaat gehandelt had, met „verdichtsel de waarheijd strijd, en als een frivool „ behoord gerejebiteerd te worden. Dat de klagte over het mishandelen van den bij de ola vermelden Boedoeschen, priester almeede een opgeraept voorwendsel is, alsoo dieman op verzoek van het Hoff Zelve van Jaffana= „patnam, daar hij en nog een makker als suspekte per zoonen opgevat waaren, op het verzoek van het Hof zelve hier na toe gebragt en aan den Moholiaar der drie horles overgegeven is, bij welke geleegenheijd de overbren= „gers dat suspekte subjekt veogelijk mogelijk wel kunnen gevleugeld hebben, dog dat zulx als dan tot sekuriteijt gedaen is, op dat hij niet, gelijk zijn makker te Jafna ontvluegten zoude, zonder dat aan hem eenige vordere mishandelingen geploegt zijn Dat uit deese twee brieven ten klaarsten blijkt hoe alle tot nu toe aangewende pogingen om het Hof door vriende „lijke vertoogen gematigde en kvreedsaame gevoelens in te boekenen vrugteloos geweest zijn, en veel meer gestrekt. hebben 't zelve nog trotscher en hardnekkiger temaeken, en men dus geen verdere hoop heeft, het zelve door ver dere toegevenheijd tot de vrindschap en het onder houden van 't traktaat opte leijden, zoo als dit reeds ter sessie van den 7:' deeser bij de vergadering begreepen en bij de resolutie van:

NL-HaNA_1.04.02_3890_0551 view scan ↗

English

The 14th of May 1791. of that date was circumstantially argued, for which reason it was already decided then to proceed to more serious measures, whereby it must now further and especially be taken into consideration that with further compliance the Court will not only become prouder, but the time for peeling cinnamon will also expire, whereby the Company would thus suffer a loss of several tons of gold. And it was therefore, with regard to the first main point, the peeling of cinnamon in the King's country, after mature deliberation approved and resolved by a unanimous vote to actually exercise the right which the Company acquired for that purpose in the last treaty, and to that end to send the cinnamon peelers into the King's country, and if necessary to protect them with arms against all harassment, and to inform the Court of this beforehand, as well as to that end, in a further letter to the same, to show with earnestness and emphasis the right that the Company has thereto, and to make known unequivocally its intention to maintain itself in that right, but at the same time, insofar as the Court might thereby be brought to reflection and to peaceful thoughts, not only to leave the way open for amicable negotiations, but also, as it were, to point it out and pave it by a suitable remark regarding the mutual ambassadors, and thus to answer the Court: That the peace treaty nowhere prescribes that permission must be requested to peel cinnamon in the King's country; that the Company's ambassadors are accustomed, out of mere courtesy, to request that: The 14th of May 1791. that His Imperial Majesty may be pleased to issue the necessary orders in his lands so that the Company's cinnamon peelers can do their work unhindered; that it is not the fault of the Company, but of the Court itself, that this time no ambassadors have yet been sent; that if this had occurred, the matter would have been handled according to custom, and that this can still happen as soon as His Imperial Majesty sends his customary ambassadors, who will be received with all goodwill, after which an embassy will also immediately follow from here; but that the peeling of cinnamon cannot wait for that, as the time for it would expire before the ambassadors could be sent back and forth, and that therefore the Company will make use of its right to peel along the Balane, and for that purpose will send its cinnamon peelers into His Majesty's land without further delay; that nevertheless, in order to prevent all misunderstanding and out of pure peacefulness, the sending of the cinnamon peelers will be delayed until an answer hereto can be received, so that the Court in the meantime, in accordance with the request already made to that end, can issue the necessary orders to the subjects so that the cinnamon peelers can proceed with the cinnamon peeling unhindered, because otherwise the Company would be forced to devise the means for it itself. Furthermore. Furthermore, upon the further proposal of the Governor, it was deemed expedient to prepare the Court in time for the reasonable proposals which His Honour intends to make, should it come to a negotiation, for the compensation of damages and costs which the Company has suffered through these disputes, and consequently it was approved and resolved unanimously to append to this letter: That the Company, through its very strange conduct, has already incurred very great costs, among others also by summoning troops from other places, which have already arrived and are still daily expected, and that the Court will therefore need to consider in time the means to compensate this damage to the Company. In order that these measures make a greater impression on the minds of the Court dignitaries, and if necessary can also be carried into actual execution in case of persistent obstinacy, it was approved and resolved, upon the further proposal of the Governor, by that time specified in the aforementioned reply, not only to gather the necessary cinnamon peelers at Sitawaka, but also to have the detachment stationed at Hangwella march thither under the command of Colonel de Meuron, and for the service of the same to summon 300 Lascarins and 200 coolies of the Chalias and 100 coolies in the lands of Galle and Matara, and also: The 14th of May 1791.

Dutch transcription

Den 14:' Maij 1791. van dien datum omstandig betoogd is, weshalven men toen reeds beslooten heeft, tot ernstiger maatregelen overtegaen, waar bij thans nog in nadere en bezondere aanmerking diend genoomen teworden, dat bij verdere toegevenheijd het Hof niet alleen trot „scher worden, maar de tijd tot het kanneel schillen ook ver- „loopen zal, waar bij de komp: dus een schaede van eenige tonnen gouds zoude te beurt vallen. En werd derhalven, met opzigt tot het eerste hoofdpunt, het kanneel schillen, in 'sconings land, na rijpe deliberatie met eenpaerigheijd van stemmen goedgevonden en verstaen het regt, het welk de Comp: zig daar toe bij het laeste traktaal verworven heeft, met der daad te oeffenen en tot dat eijnde de kanneel schillers in 'sConings land tezenden en des noods met de wapenen teegen alleen overlast te beschermen en het stof hier van voor af teverwittigen mitsgaders tot dat eijnde bij een nader schrijven aan het selve het regt, dat de Comp: daar toe heeft, met ernst en nadruk te vertoonen en haere voorneemen, om zig bij dat regt te handhaeven onbewinpeld te kennen te geeven, dog teevens, voor zoo verre het het Hof daar door tot inkeer en tot vreedzaeme gedagten gebragt mogt worden den weg tot minzaeme onderhandelinge niet alleen open te laaten maar ook, als het waare door een gepaste aanmerking nopens de onderlinge Ambassadeurs aan te wijzen en te baenen en overzulx aan het hoff te antworden. Dat 't vreedens traktaat nergens voorschrijft, dat tot het kanneel schillen in 's conings land verlos gevraegd moet worden dat 's Comp:s ambassadeurs uit enkelde hoflijkheijd gewoon zijn te verzoeken, dat: tie Den 14:' Maij 1791. dat zijne keijkerlijke Majesteijd in zijne Landen de noodige beveelen gelieve te stellen, dat 'scomp:s kanneel schillers onverhindert hun werk doen kunnen, dat het niet de schuld is van de Comp: maar van het Hof zelve; dat ditmaal nog geene ambassadeurs gezonden zijn, dat zoo dit geschied waare de zaek naar gewoonte zoude behandelt zijn, en dat dit ook als nog geschieden kan, zoo dra zijn keijserlijke Majesteijt zijne gewoone ambassadeurs afzend, die met alle geneegenheijd zullen, ontvangen worden, waar na ook van hier, ten eersten een ambassade zal volgen, dog dat het schillen van kanneel daar na niet kan wagten; wijl de tijd daar toe verloopen zou„ „de eer dat de ambassadeurs over en weer kunnen gezonden worden en dat derhalven de komp: zig van haar regt om aan de Ballane te schillen; bedienen en daar toe haare kanneelschillers zonder verder verzuijm in het land van zijn Majesteijt, zenden zal, dat men nogtans, om alle misverstand te voorkoomen en uit enkele vreedelievendheijd met 't zenden van de kanneelschillers den tijd afwagten zal, dat hier op antwoord kan worden ontfangen, op dat het Hoff intusschen overeenkomstig met het daar toe reeds gedaene verzoek aan de onder daenen de noodige ordres kan uitvaardigen, op dat de hanneel schillers onverhindert met het kranereel schillen kunnen voortgaen, want dat de Comp: anders zoude genoodsaekt zijn daar toe zelve de middelen te beraemen vervolgens. Vervolgens werd op de nadere propositie van den heer Gouverneur dienstig geoordeeld, het Hoff bij lijds voor te bereijden op de billijke voorstellen, die zijn Edele, als het tot eene onderhandeling mogt koomen, van meening is te doen, tot vergoeding van schaede en kosten, die de komp: door deese geschillen geleeden heeft, en dienvolgen „de met eenparig hoijd goedgevonden en verstaen agter deesen brief tevoegen. Dat de komp: door desselfs zeer vreemd gedrag reeds zeer veele kosten heeft gedaen, onder anderen ook door 't ontbieden van troepen van ander plaetsen, die reeds aangekoomen zijn, en nog dagelijks verwagt worden, en dat het Hof derhalven bij tijds zal dienen bedagt te zijn opmiddelen, om deese schagde aan de Comp: te vergoeden. Ten eijnde dat deese maatregelen, te grooteren indruk op de gemae deren der Hofsgrooten maeken, en des noods ook bij aanhou dende hardnekkigheijd met der daed kunnen ter uit voer gebragt worden, is op de verdere propositie van de heer Gouverneur goedgevonden en verstaen teegen dien bij 't voorsz: antwoord bepaalden tijd niet alleen de noodige kanneel schillers te sitavaka te versamelen, maar ook het de tachement, het welk te hangewelle ligt, onder bevel van de Colonel de Meuron naar derwaards te laeten opmarcheeren en tot dienst van het selve 300. lagho= „rijns en 200. koelies van de sjalias en 100. koelies in't de landen van Gale en Mature op te ontbieden en tee„ Den 14:' Maij 1791. vens.

NL-HaNA_1.04.02_3890_0554 view scan ↗

English

The 14th of May 1791. also from this dissavany to collect 300 Lascorins and 100 coolies and to send them to Sitavaka. Upon the further proposition of the Right Honourable Governor, it was resolved, in case the Company might be compelled to send the cinnamon peelers into the King's country without his consent, to inform the inhabitants of the Saffragam and further Provinces where the cinnamon peelers are sent, in detail by a printed publication, of the Company's intention and motives, and to assure them that all those who do not hinder the cinnamon peelers and their headmen in their work, but act towards them according to custom, may quietly remain in their villages and continue their customary work, because the strictest orders have been given to the Commanders of the Company's troops to maintain strict discipline and, while marching through, which shall not happen unless out of necessity, not to disturb or molest anyone who does no harm to the cinnamon peelers and their headmen; but that those of the inhabitants who mistreat the aforementioned cinnamon peelers or in any manner disturb or hinder them in their work, shall be treated as disturbers of the public peace, and that the headmen and inhabitants of each village shall be obliged to seize immediately all such persons who ill-treat the Company's cinnamon peelers or their headmen, and to hand them over to the The 14th of May 1791. the Commander of the nearest detachment, or if they cannot be seized, at least to drive them away, as the Company will otherwise hold the entire village and especially its headmen responsible for it. With regard to the deserter, it was likewise approved and agreed to demand him once again in emphatic terms, and explicitly to deny the allegation that the Company also supposedly violated the treaty, with the addition: That in the ola of the Court it is not stated what on the part of the Company may, in its opinion, have been lacking in the observance of the treaty, and therefore, as long as this does not take place, no further answer can be given thereto. Regarding the complaint about the mistreatment of the Buddhist priest, it was agreed to answer: That the same, who was known here merely as a Sinhalese and whose status as a Buddhist priest was only noticed since the ola of the Court, was summoned from Jaffna at the express request of the Court and solely for its sake; and that this was done with the necessary precautions so that he would not escape, because it was not known what interest the Court The 14th of May 1791. Court could have in it that he was brought over securely, and that further information concerning this will nevertheless be requested from Jaffna and Manaar. In order to be better able to carry out the measures now planned with force, and in case it should come to a rupture, to compel the Court to an honourable peace, it was agreed to order the servants at Tuticorin to establish two companies of Sepoys there and send them hither as soon as possible. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. van de Graeff, J. G. van Angelbeek, Mr. P. S. Raket, D. C. von Dreeberg, E. P. De Capelli, D. F. Fretz, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. C. van Zitter, A. Camlant, and J. A. Vollenhove. Agrees. Sworn Clerk Ijsbrands Revised Beukman To the Dissave of the Three Korles I have received your letter of the 10th of this month. Therein no answer is given concerning the soldier of the Regiment of Meuron, Joseph Herman, and I have therefore been ordered by the Right Honourable, Most Respected Governor to request of you hereby a definite answer concerning him. The Illustrious Company very expressly denies that anything was ever done on its part contrary to the peace treaty, and since your aforesaid letter also does not state what on the part of the Illustrious Company might, in the opinion of the Court, have been lacking to fulfill what was agreed upon in the peace treaty, no further answer can be given to what was written on that account until this takes place. The Sinhalese who was sent these days to the Mohottiar of of the Three Korles, and whom I saw from your earlier letter was found upon investigation to be a priest of the Buddhist doctrine, was summoned from Jaffna at the express request of the Court and solely for its sake. Not knowing him and not knowing what interest the Court could have in it that he was brought over securely, this was done under the necessary and customary precautions solely so that he might not escape and with no other purpose; nevertheless, further information concerning this will be requested from Jaffna and Manaar. Agrees. Ijsbrands Sworn Clerk Revised Plaats. No. 53 To the Dissave of the Three Korles I have received your letter written in answer to mine of the 7th of this month, and I have been ordered by the Right Honourable, Most Respected Governor to answer you thereto that the peace treaty nowhere prescribes that permission must be asked for the peeling of cinnamon in the King's country; that it is out of mere courtesy that the Company's Ambassadors are accustomed to request that His Royal Majesty be pleased to issue the necessary orders in his lands so that the Company's cinnamon peelers can do their work unhindered; that it is not the fault of the Company, but of the Court itself, that this time no Ambassadors have yet been sent; that if this had happened, the matter would have been dealt with according to custom, and that this can still happen as soon as His Royal Majesty sends his customary Ambassadors, who will be received with all goodwill.

Dutch transcription

4751 Den 14:' Meij 1791. „vens uit deese dessuvonij 300: Cascorijns en 100. koelies te verzaemelen en naar Sitavaka te zenden: op de verdere propositie van den heer Gouverneur werd besloo„ ten, ingevalle de Comp: genoodsaekt zijn mogte, de kanneel schillers zonder 's Conings toestemming in zijn land tesen„ „den als dan de ingeseetenen van de sassergan en verdere Provintien waar de kanneel schillers na toegezonden worden, bij een gedrukte publiekatie omstandig van het oogmerk en de beweegreedenen van de komp: te onderrigten en te verseekeren, dat alle de geenen, die de kanneel schillen en hunne hoofden in hun werk niet verhinderen maar teegen deselven naar gewoonte handelen, gerust ƒ in hunne dorpen blijven, en hun gewoone werk voort= zetten kunnen, door dien aan de Commandanten van 's Comp:s troepen de ernstigste beveelen gegeven zijn, om een strenge kruystugt te houden en bij het door mar cheeren, het welk niet anders als bij noodzaekelijk heijd geschieden zal, niemand, die aan de kanneel schillers en hunne hoofden geen leed doet, te ontrusten of over last aan te doen; dog dat degeene der ingezeetenen die meerm: hanneel schillers mishandelen of op eeniger hande wijze in hun werk ontrusten of verhinderen, als verstoorders der gemeene rust zullen gehandelt worden, en dat de hoofden en ingezeetenen van elk dorp verpligt zullen zijn, om alle de sulken, die 's komp:s kanneel schillers of derselver hoofden quaelijk behandelen aanstonds op te vatten, en aan den Den 14:' Maij 1791. den kommandant van het naeste detachement overteleeveren of indien zij niet te vatten zijn, ten minsten te verjaegen, wijl de Comp: anders het heele dorp en inzonderheijd desselfs hoofden daar voor aanspreekelijke zal weesen houden zal. Met opzigt, tot den deserteur is almeede goedgevonden en verstaan denselven almeede een nadrukkelijke termen andernaal opteisschen en het voorgeeven dat de komp: het traktaat meede zoude overtreeden heb- „ben uitdrukkelijk te ontkennen, onder bijvoeging. Dat bij de ola van het stof niet opgegeven is, water van de zijde van de komp: naar des- „selfs, mining aan het naarkoomen van het trak„ „taet mag hebben ontbrooken, en derhalven zoo lange dat dit geschied, daar op niet verder kan ge= antwoord worden. Noopens de klagte over het mishandelen van de boedoeschen „ is verstaan priester„ te antwoorden. Dat deselve, die hier eenlijk voor een singaleesch bekend geweest en wiens hoedanigheijd van boe doeschen priester zegdert eerst uit de ola van het Hof ontwaerd is, op het expres ver= zoek van het hof en alleen ten gevalle van het zelve van Jasua ontbooden; en dat dit onder de nodige voorzorge, om niet te ontvlugten geschied is, wijl men niet wist, wat belang het hoff. Den 14:' Maij 1791. hoff daar in kost stellen, dat hij sehuur werd overgebragt, en dat men niet te min dien aangaen. „de nadere berigten van Jasna en Manaar vraegen zal. om te beeter in staat te zijn, de tans beraemde maatie= gelen met nadruk ter uitvaer te leggen, en indien het tot een ruptuur koomen mogt het stof tot een honorablen vreede te noodzaeken, is verstaen de bedienden te tutukorijn te gelasten, en daar twee kanpanien Sipanis op terigten en soo spoedig, alle mogelijk, herwaards te zenden. Aldus geresolveert in het kasteel kolombo ten daege Maand en jaere voorsz: /:was geteekent:/ W:: van de Graeff, J: G: van Angelbeek, M:r P:s Raket, D: C: von Dreeberg, E: P: De Capelli, D: F: Fretz: C:n van Angelbeek, J:s Reintous, B: C:r van Zitter, A: Camlant, en J: A: vollenhove: Akkordeert. Vlijklerk Hijbrands 8 voit Nagezien Beukman 4752 4 4752 b. Aan den Dessave van de drie korles Jk heb ontfangen ruwen brief van den 10. deeser. Daar bij word niet geandwoord noopens den soldaat van het Regiment van Meuron Joseph Herman, en ben ik daarom door den wel Edelen Groot Agtb: Heer Gouverneur gelast, om uw door deeze nader te P. antwoord verzoeken een stellig, noopens denzelven. De Doorl: komp:s ontkent zeer expres dat 'er van J R. haar zijde immer iets zoude zijn geschied, strijdig met het vreedens traktaat, en wijl ook bij voorsz: uwen brief niet is opgegeeven, wat 'er van de zijde van de Doorl: komp:e naar de meening van het hof mogte hebben ontbrooken, om te volbrengen wat bij het vreedens traktaat bedongen is, kan tot zoo lange dat dit geschied, op het derweegens geschree„ „vene niet verder worden geandwoortd. De fingalees die deezer daagen aan den Mohotiaar van van de drie koales gezonden is, en ik bij uwen vroeger„ brief heb gezien dat bij onderzoek is bevonden een priester van de boedoese leere is op het expres ver„ „zoek van het Hop en alleen teen gevalle van het zelve, van Jaffena op ontbooden. Idem niet kennende en niet weetende, wat belang 'er het Hof in konde # stellen dat wij sekuur wierde overgebragt, is dat geschied onder de noodige een gewoone voorzor„ „ge alleen op dat wij niet mogte ontkoomen en met ge„ andere oogmerk van Jaffena en Mannaak zal niet te mien derweegens nadere berigten worden gevraagd. Akkordeert. Dijbrands Egklerk gevoe en 15 Nagezien Plaats. No: 53 voerens 4755 4753 Aan de Dessave van de drie koules Jk heb ontfange uwer brief geschreeven in andwvoord van de mijne van den 7. deeser en ben ik door den Wel Edelen Groot Agtb: Heer Gouverneur gelast uw daar op te andwoor„ H „den, dat het vreedens traklaat nergens voorschrijft dat tot het kanneel schillen in 's konings land ver„ „lof gevraagd moet worden; dat het is uijt enkele Hoffelijkheid dat skomp:s Ambassadeurs gewoon zijn 7. te verzoeken dat zijn k: M: in zijne landen gelieve stellen de noodige beveelen op dat skomp:s kanneel schil„ „lers onverhinderd hun werk doen kunnen; dat het niet is de schuld van de komp:e maar van het sop zelve, dat ditmaal geen nog Ambassadeurs gezonden zijn; dat zoo dit geschied waare, de zaak na gewoonte zoude zijn behandeld, en dat dit ook als nog geschieden kan, zoodra zijn k: M: zijne gewoone Ambassa„ „deurs afzend die met alle geneegenheid zullen worden ontfangen - c

NL-HaNA_1.04.02_3890_0564 view scan ↗

English

received, and after which an Embassy will also immediately follow from here, but that the peeling of cinnamon cannot wait for that, since the time for it would in the meantime expire, and that the Embassy can be sent in a week; and that the Company will therefore make use of its right to peel as far as the Ballane and send its cinnamon peelers for that purpose without further delay into the territory of His Majesty; that His Honour nevertheless, in order to prevent all misunderstanding and out of an abundance of peacefulness, will delay the sending of the cinnamon peelers for the time it takes to receive a reply here, so that the Court may in the meantime, in accordance with the request already made to that end, issue the necessary orders to the subjects so that the cinnamon peelers may proceed unhindered with the peeling of cinnamon, as the Illustrious Company would otherwise be compelled to devise the means for it itself. The Illustrious Company has already incurred very heavy expenses through the very strange conduct of 4754. 4755 of the Court, among other things by summoning troops from other places that have already arrived or are still expected daily, and the Court will therefore need to consider in good time the means to reimburse this damage to the Company. I request that this be brought before His Royal Majesty at a favorable hour. Was signed: D: T: Fretz: In the margin: Kolombo, this 16. May 1791. Agrees. Dijbrands First Clerk Examined status. No. 54. 1755 The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Right Honorable Lord Governor of Malabar Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Lieutenant Colonel and interim Chief of the Militia Diederich Carl von Driberg, The Honorable Lieutenant Colonel and Chief of the Artillery Elias Paravicinie de Capelli The Honorable Disava of Matara Christiaan van Angelbeek, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van zitter The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honorable Fiscal Johannes Adranus Vollenhove Absent At the outset it was approved and agreed to note here that the secret Resolutions of the 7th and 14th of this month have been read and approved. Upon the proposal made to that end by the Lord Governor, in accordance with the secret Resolution of the 14th of this month, it was approved and agreed by a unanimous vote to station a detachment at Katoene, the first in the country and the latter due to indisposition. The Honorable Disava of the Colombo Highlands Diederich Thomas Fretz, The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst Thursday, the 26th of May 1791, in the evening Present. of Ceylon Secret Resolution taken in Council as The 26th of May 1791. repeated once in a letter of the 7th of this month written to the Court, of which the copy is printed hereafter. And since the sending of the cinnamon peelers to peel cinnamon in the aforesaid lands and districts can no longer be delayed without great loss to the Company, it has been made known to the Court in the aforesaid letter that the Company would make use of its aforesaid right. As a token, however, of the Company's moderation and peaceful disposition, it is stated in this letter that the actual sending of the cinnamon peelers would still be delayed until an answer to it could be received, so that the Court could in the meantime, in accordance with the request already made for that purpose, issue the necessary orders to the subjects so that the cinnamon peelers may proceed unhindered with peeling cinnamon, with the addition that the Illustrious Company would otherwise have to devise the means for it itself. Since this term has now expired and the Court has not informed us whether it has issued the aforesaid order, this is to make known to all high and lesser Chiefs of the Disavoni of Saffregam, the Three and Four Korales, and the Seven Korales, as well as to all the inhabitants of the same lands, without exception, that the Company's cinnamon peelers under their Chiefs will depart today for the aforesaid lands and districts in order to peel cinnamon there as customary. The strictest orders have been given to all Commanders of the Company's troops to maintain strict military discipline, so that during the marching through of Military detachments, whenever that might be necessary, and which will not occur except under the utmost necessity, no one, whoever he may be, who does no harm to the cinnamon peelers and their Chiefs, is disturbed or subjected to any harassment. All those who accordingly do not hinder the cinnamon peelers and their Chiefs in peeling cinnamon, and further act toward them as is customary, as we expect will happen, may be at ease and assured that no harassment or any harm whatsoever will be done to them. The provisions and all other things that the Company's troops might need will be paid for in cash. Hits

Dutch transcription

ontfangen, en waar na ook van hier te eersten een Ambassade zal volgen, dog dat het schillen van kan„ „neel daar na niet kan wagten, wijl de tijd daar toe middelerwijle verloopen zoude een dat de Ambassade over en week kunne gezonden worden; en dat derhalven de komp:e zig van haar regt om tot aan de Balle „ne te schillen bedienen en daar toe haare kanneel schillers, zonder verder verzuijm in het land van zijn Majesteid zenden zal; dat zijn Ed: nogtans om alle mis verstand te voorkoomen en uijt overmaat van Vreedelievendheid, met het zenden van de kannee „schillers zal afwagten den tijd dat hier op andword kan worden ontfangen, ten Eijnde het Hof intusschen overeenkomstig met het reeds daar toe gedaan verzoek aan de onderdaanen de noodige orders kan uijtvraar„ „digen, op dat de kanneel schillers onverhinderd me het kanneel schillen kunnen voortvaaren, want de Doorl: komp:e anderzins zoude genoodzaakt zij daartoe zelve de middelen te beraemen. De Doorl. komp:s heeft door het zeer vreemd gedaan van 4754. 4755 van het Hof bereeds zier veele kosten gedaan, onder anderen door het ontbieden van troepes van andere plaatse die reeds zijn aangekoomen of nog dagelijks verwagt worden, en het Hof zal dus dienen bij tijds ƒ 2. bedagt te zijn op middelen om deese schaade aan de komp:e te vergoeden. Jk verzoeke deeze bij een goed uur te brengen onder het oog van Z: K: Majesteid /:was geteekend: D: T: Fretz: /:in margine:/ Kolombo dee 16. Maij 1791. Akkordeert. Dijbrands Eeklerk Nagezien staat. No. 54. 1755 De wel Edele Groot Achtb Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff De wel Edele Groot Achtb heer Maltal. Gouvern: Johan Gerard van Angelbeek, De E: Hoofdadministrateur . - - - . Mattheus Petrus Raket, De E: Luit: kolonel en aditerim Chef vande tatitie Diederich Carl von Driberg, „ „ Luijt: kolonel en Hoofd van de Artillerie Elias Paravicinie de Capelli„ „ „ Matureesche Dessave. . . . Christiaan van Angelbeek, „ Eerste Pakhuijsmeester. . . Johannes Reintous, „ Secretaris. - - . . . . . Benedictus Lambertus van zitter Negotie boekhouder. - - - - Abraham Samlant, fiscaal. . . . . . . Johannes Adranus Vollenhove Absent Aanvanklijk is goedgevonden en verstaan hier te nooteeren, dat de sekreete Resoluitsien van den 7=e en 14=e deester geleezen en geapprobeert zijn. Op de daar toe gedaane proposietsie van den Heer Gouverneur is, in overeenstemming met de sekreete Resoluuttie van den 14. ' deezer met eenpaarigheid van stemmen goedgevonden en ver„ „staan, te katoene een detachement te plaatsen, de eerste in 't land en de laaste mits indispositie. De E: Dessave der kolombosche ommelanden Diederich Thomas Fretz, „ „ zoldij Boekhouder - - - Gerrit Engel Holst Donderdag den 26. ' Maij 1791 'savonds Present. van Ceijlon sekreete Resolutie genoomen in Raade zoo Den 26:' Mai 1791. leens herhaeld bij een brief van den 7:e deeser aan het geschreeven waer van de kopij hier agter gedrukt is. En wijl het zenden van de kanneel schillers, tot het schillen va kanneel in de voorsz: landen en distrikten zonder groote scha van de komp: niet langer kan blijven uitgesteld, is voorsz: br aan het Hof bekend gemaakt, dat de komp: van voorsz: haer zoude gebruik maeken. Ten blijke nochtans van skomp:s gemaetigheid en vreeden lieven b staat bij deezen brief, dat met het daedelijk zenden van de kan „neel schillers, nog zoo langs zoude worden gewagt, tot dat daer op antwoord konde zijn ontfangen, ten einde het Hof intusschen overe komstig met het reeds daar toe gedaan verzoek, aan de onder „daanen de noodige beveelen konden uijtvaardigen op dat de „neel schillers onverhindert met het kanneel schillen kunnen w vaaren, met bijvoeging, dat de Doorl: komp: anders zelve de mit „len daer toe zoude moeten beraemen. Wijl dit termijn nu verstreeken is en het Hof, ons niet heeft geinforme of het zelve de voorsz: order heeft uijtgevaardigt, zoo is deeze o alle hooge en mindere Hoofden van de Dessavonie saffregam, drie en vier koales en de zeeven korles mitsgaders alle de inge tenen van dezelve landen niemand uijtgezondert hier meede bekend temaaken, dat skomp:s kanneel schillers onder hunne soo „den op heeden zullen vertrekken na de voorsz: landen en distrik om daar na gewoonte kanneel te schillen. Aan alle De kommandanten van 'skomp:s troepes zijn de ernste beveelen gegeeven, om een strenge krijgstucht te onderhoud op dat bij het doormarcheeren van Militaire detachement wanneer dat mogte noodig zijn, en het welk buijten de hoogste noodzaakelijkheid, niet geschieden zal nieme wie Hij zij die aan de kanneel schillers en hunne Hoofde geen leed doen, word ontrust of eenig overlast word aange „daan. Alle de zulke die mits dien de kanneel schillers en hunne woor niet verhinderen in het kanneel schillen, en voorts teegen hun handelen als na gewoonte, zoo als we verwagten dat geschieden zal, kunnen gerust en verziekerd zijn dat hun geen overlast nog eenig leed hoe genaamd zal worden aangedaan. De leevensmiddelen en alle andere dingen die skomp: troepen mogten noodig hebben zullen kontant worden betaald. Hits

NL-HaNA_1.04.02_3890_0569 view scan ↗

English

May 26, 1791. - Accordingly, only those who harass the Company's cinnamon peelers or their headmen, or in any way hinder the cinnamon peeling, shall be treated as disturbers of the public peace. The headmen and inhabitants of each village shall be obliged to apprehend immediately all such persons who mistreat the Company's cinnamon peelers or their headmen and deliver them to the commander of the Company's military nearest to them, or at least, if they are unable to apprehend them, to drive them away. Otherwise and in default thereof, the Company shall hold the entire village and all its inhabitants, and particularly the headmen of such a village, accountable for it. Given in the Castle of Colombo, May 26, 1791. - And after deliberation it was approved and resolved to confirm the same hereby, and as soon as the Chalias proceed into the King's territory, to send the Sinhalese translations thereof to the headmen, to distribute them among the principal inhabitants, and furthermore to send a copy thereof at the same time to the Court of Kandy. In the same manner, the Dutch drafts of two proclamations were reviewed, which, in the event that matters with the Court should come to hostilities, must be published, one in the King's territory and the other in the Company's korale, reading as follows: Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of all the possessions of the Illustrious Dutch Company on the island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. To all who shall see or hear this read, greetings. The Court of Kandy, having for several months maintained May 26, 1791. — maintained a very unusual conduct toward the Illustrious Dutch Company, has finally, without giving the slightest reason therefor, taken several steps contrary to the peace treaty of the year 1766, and has thereby compelled the Illustrious Dutch Company to take measures that could no longer be avoided. The Illustrious Dutch Company has nevertheless not proceeded thereto without having first tried all means and ways that its dignity permitted it to employ, to bring the Court to peaceful sentiments. The friendly letters and proposals of the Illustrious Company written to the Court to that end have been answered in an arrogant manner or left entirely unanswered, and the breaches of the treaty committed by the Court, about which complaints have repeatedly been made, have not been redressed. The Illustrious Company is thus forced to maintain its rights, and we have thereby been compelled to take up arms, which we are nevertheless ready to lay down again and immediately return to our peaceful sentiments as soon as the Court shall be brought to more reasonable views. And whereas we in the meantime wish to prevent, by all means and ways in our power, the King's peaceful and good subjects from becoming the innocent victims of the wrong measures that His Imperial Majesty, misled for some time by the evil and ruinous counsel of certain of his courtiers, has followed and still follows, we have given the strictest orders to all our army commanders to maintain strict military discipline and to ensure that none of the King's subjects who behave peacefully are mistreated or offended in any village. We hereby notify all high and lesser headmen and, in general, all inhabitants and subjects of the King of this, and assure them that no harassment shall be done to any of them who conduct themselves quietly and peacefully. All who conduct themselves in this manner may accordingly remain quietly and unhindered in their houses with their wives and children, without any fear

Dutch transcription

Den 26. ' Maij 1791. - Mits dien zullen alleen die geene die komp:s kanneel- schillers of hunne Hoofden overlast aandoen of op eenigerhande wijze het kanneel schillen verhinderen, worden gehandelt als verstoorders van de gemeene rust. De Hoofden en ingezeetenen van elk dorp, zullen verpligt zijn om alle de zulken die skomp:s kanneel schillers of hunne Hoofden kwalijk behandelen aanstonds op te vatten en dezelve overleeveren aan de kommandant van 's komp:s Militairen daar ze zig het digste bij zullen bevinden, of ten minsten en wanneer ze dezelve niet opvatten kunnen, ze te verjaagen. Anders en bij foute van dien zal de komp: het geheele dorp en alle de ingezeetenen en inzonderheid de Hoofden van zulk een doop, daar voor aanspreekelijk houden Gegeeven in het kasteel kolombo den 26. Mai 1791. - En werd na deliberaatsie goedgevonden en verstaan, het zelve bij deezen te approbeeren, en zoo dra de sjaleas zich in 'skonings land begeeven, de singaleesche overzettingen daar van aan de Hoofden te zenden, en onder de voornaamste inwooners te verspreiden, en voorts om ter zelver tijd een Exemplaer daar van aan het Hof van kandia te zenden. Jnzelver voege werden geresumeerd de Neederduijtsche opstel„ „len van twee plakkaaten, die ingevalle, het met het Hof tot daade„ lijkheeden koomen mogt; moeten gepubliceerd worden, het eene in 's konings land het ander in 'skomp:s korle, luidende als volgt. Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinaia van Nederlands Jndia, Gouver„ neur en Direkteur van alle de bezittingen van de Doorluchtige Neederlandsche komp: op 't Eijland Ceilon met dies onderhoorig„ „heeden neevens den Raad. Allen den Geenen die deeze zullen zien ofte hooren Leezen salut. Het Hof van kandia na zoedert verschijde maanden te hebben gehouden. R en Den 26:' Mai 1791. — gehouden een zeer ongewoon gedrag teegens de Doorluctin Hollandsche komp: heeft eindelijk zonder daer van de minste reeden op tegeeven, verscheide stappen gedaan, strijdig met het vroe„ dens traklaat van het Jaer 1766, en heeft daar door de Doorl: Hollandsche komp: genoodzaakt tot het neemen van maatrea „gelen die nu niet langer te vermijden waaren. De Doorluchtige Hollandsche komp: is nogtans daer toe niet ge„ „koomen, dan na alvoorens te hebben beproeft alle middelen en weegen die het haare waardigheid heeft toegelaaten te em„ „ploijeeren, om het Hof tot vreedzaame gedagten te brengen. De vriendelijke brieven en voorstellen van de Dooal: komp: ten die„ eijnde aan het Htof geschreeven, zijn op een trotsche wijze beant„ woord, of geheel onbeantwoord gelaaten, en de inbreuken door 't Hofd gedaan in het saaklaat, waar over bij herhaeling is geklaagd, zijn niet hersteld. De Doorluchtige komp: is dus gedwongen om haare regten te maintineeren, en zijn we daar door genoodzaakt geworden om de wapenen op te vatten, die we egter gereed zijn wederom afteleggen en aanstonds terug te keeren tot onze vreedzaame gevoelens, zoo dra het Hof tot reedelijkere gedagten zal zijn gebragt. En wijl we intusschen door alle middelen en weegen die in ons vermogen zijn, willen voorkoomen dat 's konings vreedzaame en goede onderdaanen, niet worden de onschuldige slagt offens van de verkeerde maatregelen, die zijne keijzerlijke Majesteid een tijd lang, misleijd door de kwaede en lands verderfelijke raad van zommige zijner Hofs grooten, heeft gevolgt en nog volgt, hebben we aan alle onze leeger Hoofden de ernstigte beveelen gegeeven om een strenge krijgstugt te onderhouden en te zorgen dat niemand van 'skonings onderdaanen die zig vreedzaem gedraegen, worden kwalijk behandelt of in eenig doorg beleedigt. We geeven daar van door deezen aan alle hooge en mindere Hoofden en in het generaal aan alle ingezeetenen en onderdaanen van den koning kennis en verzeekeren dezelve dat aan niemand hunner die zig stil en vreedzaam gedraagen, eenigen over„ last zal worden aangedaan. Alle die zig dus gedraagen kunnen mits dien met hunne vrouwen en kinderen stil en onbelemmert in hunne huizen blijven, zonder eenige bedugting

NL-HaNA_1.04.02_3890_0571 view scan ↗

English

The 26th of May 1791. fear or dread of the Company's troops, who not only will not harm them or their property, but will even protect them whenever they request it. Likewise, all temples, all houses of God, and the priests who serve them, will not only not be molested, but on the contrary, all commanders of the Company's troops are very expressly ordered to take them under their special protection and to safeguard them against all nuisance. We advise and invite all the King's inhabitants, upon this our promise and pledge, which shall be sacredly kept, to take into earnest consideration that which must serve their own well-being and the well-being of their wives and children. The inhabitants who remain quietly in their homes, and thus have not the least nuisance to fear from the Company's troops, if they have fruit, cattle, chickens, or any other provisions to sell, can bring them with the greatest peace of mind to the commanders of the Company's troops, who will pay a fair price for them in cash. Should it happen by misfortune that, contrary to our will and explicit command, any of the Company's soldiers should do anything improper, or in any way inflict any damage upon the King's inhabitants who conduct themselves quietly and peacefully, and therefore provide no cause for it themselves, each and every one of them is hereby exhorted to make their complaints about this to the nearest commander of the Company's troops, who will render them prompt and proper justice immediately, and not only punish the guilty, but also have them compensated at once. Accordingly, hostile action will only be taken against those who do not listen to this our well-intentioned advice, and instead of conducting themselves quietly and peacefully, commit acts of violence against the troops of the Illustrious Dutch Company, as well as against all those found with weapons in hand. Willem ke The 26th of May 1791. Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceilon and its dependencies, together with the Council. To all who shall see this, or hear it read, greetings. In the King's lands bordering the Company's territories, it is said that court dignitaries have arrived here and there with some armed men, the reasons and purposes of which are not yet known to this Government. In the uncertainty, meanwhile, as to what purpose this is happening, as soon as this was learned, the necessary orders were issued to make ready for march a sufficient number of military personnel to protect the Company's lands and to safeguard its inhabitants against all nuisance, whenever it might be necessary. Notice is hereby given to each and every person, so that none of the Company's inhabitants shall be alarmed by the aforesaid movements in the King's lands. Orders have been sent to the heads of each district to request a commando for the aforesaid purpose as soon as they deem it necessary, and everyone can thus remain quiet and peaceful at their work and usual trade, without being alarmed about anything. If Kandyans, or whomever else they might be, should dare, through oral messages or by sending olasses, to seduce the Company's good subjects from their duties toward the Illustrious Company, their lawful sovereign, they must be apprehended at once and handed over to the head of the district in which they are discovered and caught. To those who have discovered and apprehended them, a reward will be paid according to the importance of the matter, even up to two hundred rd:s. With this announcement of the protection which the Illustrious Company promises to its The 26th of May 1791. its inhabitants against all violence and nuisance, each and every one, both the native Chiefs and the inhabitants, is likewise exhorted to faithfully observe and fulfill their obligations toward the Company, and to conduct themselves in all things as befits good and faithful subjects, with an earnest warning that all those who, notwithstanding the measures taken for their help and protection and these well-intentioned exhortations, are found to have listened to any messages or olasses to lead them away from their duties toward the Illustrious Company, or even merely to have known of them without having made it known, will be punished according to the strictness of the laws. And after deliberation, it was resolved and agreed to approve the same, and to make the necessary use of the Sinhalese translation as the case may require. Lastly, the Lord Governor declared his intention to depart early tomorrow morning for Sitavaka and to place himself at the head of the troops being assembled there, for which his Honour was wished a safe journey and God's blessing upon his person and intentions; whereafter his Honour handed over the presidency in this council and the management of government affairs during his absence to the Lord Ordinary Councillor of India Van Angelbeek, who readily accepted the same, all in accordance with the secret resolution of the 14th of March last, of which it was understood this record should be kept. Thus Examined State Thus resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. (was signed:) W: J: van de Graaff, J: G: van Angelbeek, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, E: P: DeCapelli, C: van Angelbeek, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant and J: A: Vollenhove. Agrees. The 26th of May 1791. Dijhands First Clerk

Dutch transcription

Den 26:' Mai 1791. bedugting of vreeze voor 'skomp:s troupen, die hun nog hunne eigendommen niet alleen niet zullen beleedigen, maar die zelfs zullen beschermen wanneer ze daarom verzoeken. zoo zullen ook alle tempels, alle Godshuizen en de Priesters die de zelve bedienen, niet alleen niet worden gemolesteerd, maer is daer en teegen zeer expres aan alle de kommandanten van skomp:s troupen bevoolen om die te neemen onder hunne bezondere protectie, en dezelve teegens alle over„ „last te beschermen. We raaden en noodigen alle de ingezeetenen van den koning op deeze onze toezegging en belofte, die heilig zal worden nagekomen, te neemen in ernstige overweeging het geene strekken moet tot hun eigen wel zijn en tot wel zijn van hunne vrouwen en kinderen: De ingezeetenen die stil in hunne huijzen blijven en dus voor geen de minste overlast van 's komp:s troepes te vreezen hebben, zoo die vrugten, beesten, hoenders of welke andere leevens middelen het zij, hebben om te verkoopen kunnen die met de grootste gerustheid brengen aan de kommandanten van 's komp:s troepen, die daer voor in kontant zullen betaalen een billijke prijs. zoo het bij ongeluk mogte gebeuren dat tegens onze wil en uijt„ „drukkelijke last eenige van skomp:s soldaaten iets onbehoor„ „lijk deeden, of op eenigerhande wijze eenige schaade toebrag„ „ten, aan 's konings ingezeetenen die zig stil en vreedzaam gedraagen en mits dien zelve daar toe geen oorzaak geeven word elk en een iegelijk hunner door deezen vermaand om daar voor te doen hunne klagten aan de naaste kommandant van de troepes van de komp: die hun ten eersten spoedig en goed recht doen zal, en niet alleen de schuldigen straffen, maer hun ook ten eersten schaedeloos zal doen stellen Mits dien zal alleen teegens de geene die na deese onze wel„ „meenende raad niet zullen luisteren en in steede van zig stil en gerust te gedraagen, aktens van geweld doen tee„ „gens de troepen van de Doorl: Neederlandsche komp: gelijk ook teegens alle die met de wapen in de hand gevonden worden, vijandelijk gehandeld worden Willem ke Den 26. ' Maij 1791. Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Neederlands Jndia, Gou„ verneur en Direkteur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden, Neevens den Raad Allen den Geenen die deezen zullen zien, of hooren Leezen, salut. Jn de aan 'skomp:s landen grensende 's konings landen zijn, naar gezegt word, hier en daar Hofsgrooten afgekoomen met eenige gewapende manschappen, waar van tot nog toe de reedenen en de oogmerken bij deeze Regeering niet bekend zijn. Jn de onzeekerheid intusschen met wat oogmerk dit geschied, zijn zoo daar dit is vernoomen, uijtgevaardigd de noodige beveelen om te doen maaschvaardig zijn een toerijkend getal mili„ „tairen, om 'skomp:s landen te dekken, en haare ingezeete„ „nen te beschermen teegens alle overlast, wanneer het mogte noodig weezen. Hier van word mits dien aan alle en een iegelijk kennis gegeeven, op dat niemand van skomp:s ingezeetenen zig over de voorsz: beweegingen in 's konings landen ontruste. Aan de Hoofden van elk distrikt is ordre gezonden om zoo daa ze het noodig agten, ten einde voorsz: een kom„ mando te vraagen, en een elk kan dus stil en vreedzaam aan zijn werk en gewoon bedrijf blijven, zonder zig over iets te ontrusten. zoo kandianen, of wie het anders zouden moogen weezen, zig mogten verstouten om door mondelinge boodschappen of door het bestellen van olassen skomp:s goede onder„ daanen aftetrekken van hunne pligten teegens de Doorl: komp: hunnen wettigen souverain, zullen dezelve aanstonds moeten worden opgevat, en worden overgegeeven aan het Hoofd van het distrikt, waer in ze zijn ontdekt en agterhaald. Aan de geenen, die deselve zullen hebben ontdekt en opgevat, zal worden betaald een premie na maate van het belang der zaake, zelfs tot twee hondert rd:s toe Bij deeze aankondiging der bescherming, welke de Doorl: komp: haere Den 26. Mai 1791. haare ingezeetenen toezegt teegens alle geweld en overlast, word teevens een elk en een iegelijk zoo wel de inland„ „sche Hoofden als de ingezeetenen vermaand om getrouwlijk na te koomen en te vervullen zijne verpligtingen tee„ „gens de komp:, en zig in alles te gedraagen, zoo als dat goede en getrouwe onderdaanen betaamd, met ernstige waarschouwing, dat na strengheid der wetten zullen wor„ „den gestraft alle de geenen, die niet teegenstaande de tot hun hulp en bescherming genomene maatregelen, en dee„ „ze welmeenende vermaaningen, zullen worden bevonden aan eenige boodschappen of olassen om hen af te trekken van hunne pligten teegens de Doorl: komp: gehoor te hebben gegeeven, of ook zelfs maar daar van te hebben geweeten, zonder het te hebben bekend gemaakt. En werd na deliberatie goedgevonden en verstaan dezelven te approbeeren, en van de singaleesche overzetting Casuquo het nodige gebruik te maaken. Laastelijk verklaarde de Heer Gouverneur zijn voornee„ men om morgen vroeg naer sitavaka tevertrekken, en zich aan het Hoofd van de troepes te stellen, die daar bij een getrokken worden, weshalven aan zijn Edele een behoude reize en Godes zeegen over perzoon en voorneemens toegewenscht werd waer na zijn Edele Presidium, het in deezen raad en de maneance van de Regeerings zaaken geduurende zijn afweezen overgaf aan den Heer Raad ordinair van Jndian van Angelbeek, die het zelve met bereidwil„ „ligheid overnam, het een en ander konform de se„ „kreete resoluutsie van den 14: ' maart Jongstleeden waer van verstaan werd deeze aanteekening te houden. Aldus Nagezien Staats Aldus Geresolveert in het kasteel kolombo ten daage maand en Jaare voorschreeven /:was geteekend:) W: J: van de Graaff, J: G: van Angelbeek, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, E: P: DeCapelli C: van Angelbeek, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant en J: A: vollenhove Akkordeert. Den 26. ' Mai 1791. Dijhands Egklerk 1

NL-HaNA_1.04.02_3890_0577 view scan ↗

English

Wednesday the 1st of June Anno 1791. Present: The Right Honourable and Most Respected Lord, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek The Esteemed Chief Administrator Mattheus Petrus Raket The Esteemed Dessave of Matara Christiaan van Angelbeek The Esteemed First Warehouse Keeper Johannes Reintous The Esteemed Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Esteemed Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Esteemed Fiscal Johannes Adrianus Vollenhoven Absent: The Right Honourable and Most Respected Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Esteemed Lieutenant Colonel and interim Chief of the Militia Diederich Carl van Driberg The Esteemed Dessave of the Colombo Countryside Diederich Thomas Fretz The Esteemed Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst the first and third to Sitawaka, the second to Katuwana, and the last due to indisposition Decree Resolution Taken in the Council of Ceylon There was read a letter from the Lord Governor from the Headquarters at Sitawaka, accompanying an ola from the Court in response to the missive determined upon at the session of the 14th of May last concerning the sending of cinnamon peelers into the King's land, the translation whereof reads as follows: Translation of a Sinhalese ola written by the First Adigar of the Realm and Dessave of the Three and Four Korales to the Dessave of Colombo: Previously, no cinnamon peelers were sent into the King's land without having permission from the Court thereto; if that should happen now, these will not be matters that can serve to increase the mutual friendship. Matters that are in the Peace Treaty were changed previously by the Dutch gentlemen themselves, and now the Dutch gentlemen are also changing the mutual friendship, and so that you would clearly understand these matters, this is written. It is good to bring this matter to the attention of the Lord Governor. And whereas it was proposed by the Highly Esteemed Lord Governor in the aforementioned letter that matters could no longer remain on the present footing, and that it should therefore be demonstrated to the Court that the Company on its part has always observed the Peace Treaty, and that the Court, on the contrary, has for a considerable time conducted and still conducts itself toward the Company in a manner by which it is compelled to demand a categorical answer from the same: so it was approved and understood, after mature deliberation, to conform completely with that proposal. The Servants of Galle having communicated by secret letter of the 30th of May last that, at the request of the provisional Dessave of Matara, on account of the strange movements on the borders in the King's land which seemed to indicate hostile intentions, they had sent a company of Malays and some artillerymen with two cannons to Matara, and had ordered a further fifty Europeans and a company of Moors to follow thither, and furthermore that they had instructed Matara to reinforce the post at Tangalle to one hundred and subsequently to one hundred and fifty men: so it is approved and understood, after deliberation, to sanction these arrangements. After the reading of a letter from the Lord Commander Sluysken and Colonel van Drieberg written jointly on the 30th of May last, containing the arrival of the latter there and some provisional preparations, it is approved and understood to record this here. Upon the report of the servants of Jaffnapatnam, by letter of the 19th of May last, that the Coromandel ministers had requested to send a sloop from here to bring back the military detachment which, according to the Servants' secret Resolution of the 29th of May 1790, was sent thither, and upon the proposal made therein to send native vessels thither for that purpose, taking into consideration that there is nothing to fear from European nations, and the patrolling of that side of the Island, to prevent native correspondence, can be carried out just as well and better with dhonies as with sloops, so it was approved and understood to write to the Servants that they are to send the sloop Ceylon to Pulicat as soon as possible, and in the meantime employ the boats Ceylon No. 1 and 2 for the patrolling, and in case those do not suffice, will summon one or two dhonies from Mannar, in so far as they cannot be found in Jaffna itself. No. 59 Examined State. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. It was signed: J: G: van Angelbeek, M: P: Raket, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, and J: A: Vollenhoven. Agrees Wijbrands Sworn Clerk 4 757.

Dutch transcription

De wel Edele Groot Achtb: Heer Aallb: gou:en redent Johan/ Gerard van Angelbeek E: Hoofdadministrateur. .. Mattheus Petrus Raket, „ „ Matureesche Dessave . . Christiaan van Angelbeek „ Eerste Pakhuijsmeester.. Johannes Reintous „ Sekretaris. . . . . . . . . Benedictus Lambertus van Zitter, „ Negotie Boekhouder - - - - Abraham Camlant Iohannes Adrianus Vollenhoven Absent De wel Edele Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff De E: Luit: kolonel en adinterum Chef van de militie Diederich Carl van Driberg, „ „ Dessave der kolombosche omme landen. . Diederich Thomas Fretz: „ „. zoldij Boekhouder - - - Gerrit Engel Holst, de eerste en Derde na sitawaka, de tweede na kattoene en de laatste mits indisposi„ „ Fiskaal. - . .. G tie Werd geleezen een brief, van den Heer Gouverneur uit het Hoofdquartier te sitawake, ten geleede van een ola van het 1of in antwoord op het ter sessie van den 14. ' Maij Jo Leeden gearresteerde aanschrijven, aan het zelve nopens het zenden der kanneelschillers in skonings land, luidende de over zetting daar van als volgt. Translaat singaleese ola geschreeven door den eersten Rijks adigaar en Dessave van de drie en vier korles aan de Dessa„ „ve van kolombo Voor heen zijn geen kanneel schillers en 'skonings land Woensdag den 1=e Junij A„o 1791. — Present op Dekreete Resoluutsie Genoomen in Raade van Ceilon gezonden „ „ - gezonden zonder daer toe te hebben het verlof van het Hof, zoo dat nu mogte geschieden zal dat geen zae„ die ken zijn uuw strekken kunnen om de wederzijdsche vriendschap grooter te maeken. zaeken die in het vreedens Traktaat staan zijn bevoo„ rens. door de Heeren Hollanders zelve verandert en nu ook veranderen de Heeren Hollanders de weder„ „zijdsche vriendschap, en op dat uw die zaeken duijde„ „lijk zoude verstaan, word deeze geschreeven Het is goed om deeze zaek te brengen onder 't oog van den Heer Gouverneur. En wijl door Hoog gedagte Heer Goeverneur bij evengemelde brief voorgesteld werd, dat de zaeken niet langer op den teegenwoordigen voet kosten blijven, en men dus aan het Hof diende te vertoonen Dat de komp: van haare zijde steeds het vredes traktaat is naargekoomen, en het Hof daer en tegen zeder een geruimen tijd teegen de komp: een gedrag gehouden heeft, en noch houdt waar door zij genoodzaakt word van het zelve een ka„ „tegorisch antwoord te eisschen: zoo werd na rijpe deli„ „beraatsie goedgevonden en verstaan zich met dien voorstel volkoomen te konformeeren Door de Gaalsche Bedienden bij sekreeten brief van den 30:' mai Jongstleeden bedeeld zijnde, dat zij op verzoek van den p:l Dessave van Mature, wegens de vreemde beweegingen in skonings land op de grenzen, die vijandige voorneemens scheenen aan„ „teduiden, eene komp: Malaiers en eenige arthilleristen met met twee kanons naar Mature gezonden en nog vijftig Europeeschen en een kompenie Mooren gekommandeerd hadden daer na toe te volgen, en voorts dat ze naar Ma„ „ture aangeschreeven hadden, de post te Tangale tot honderd en vervolgens tot honderd en vijftig koppen te versterken: zoo word na deliberaatsie goedgevonden en verstaan deese schikkingen te approbeeren Na lektuae van een brief van den Heer kommandeur sluijsken en overste van Drieberg te zaamen geschree „ven van den 30 ' Mai Jongstleeden behelzende de aan„ komst van den laastgenoemden aldaar en eenige procr „sioneele toebereidzelen, word goedgevonden en verstaen zulx hier aanteteekenen. Op het berigt van de bedienden van Jaffenapatnam, bij brief van den 19. ' mai Jongst Leeden, dan de korman„ „delsche ministers verzocht hadden eene sloep van hier te zenden om het militair detachement, het welk vol„ „gens der Bedienden sekreete Resoluutsie van den 29:' maij 1790. derwaards gezonden is, weder aftehaalen en op den daar bij gedaanen voorstel, om daar toe inlandsche vaer„ tuigen in te stuuren, in aanmerking genoomen zijnde, dat men van Europeesche naatsien niets te vreezen heeft, en de bekruijssing van dien kant van het Eiland; ter ver„ „hindering van inlandsche korrespondentsie, eeven zoo en beeter met tonies kan geschieden als met sloepen, zoo werd goedgevonden en verstaan, de Bedienden aan teschrij „ven, dat zij de sloep Ceilon ten eersten naer Paliakatte zenden, en inmiddels de boots Ceilon N. o 1. en 2. tot de bekruissing emploieeren, en invalle die niet toerijken noch een No. 59 Nagezien Staats. een of twee tonies van Mannaar ontbieden zullen, voor zoo verre die te Jafna zelve niet te vinden zijn. Aldus Geresolveert in het kasteel kolombo ten daage maand, en Jaere voorschreeven /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, M: P: Raket, C: van Angel, „beek, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant en J: A: Vollenhoven. Accordeert Wijbrands V: Egklerk 4 757.

NL-HaNA_1.04.02_3890_0581 view scan ↗

English

Friday the 3rd of June 1791: Present The Right Honourable and Highly Respected Lord of Malabar, President of the day, Johan Gerard van Angelbeek, The Honourable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honourable Lieutenant Colonel and Head of the Artillery Elias Paravicini De Capelli, The Honourable Matara Disava Christiaan van Angelbeek, The Honourable Chief of Tuticorin Martinus Mekern, The Honourable First Warehouse Keeper Johannes Reintous, The Honourable Secretary Benedictus Lambertus van Litter, The Honourable Trade Bookkeeper Abraham Lamlant, The Honourable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhove. Absent The Right Honourable and Highly Respected Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honourable Lieutenant Colonel and ad interim Chief of the Militia Diederig Caal von Daeberg, The Honourable Disava of the Colombo District Diederig Thomas Fretz, The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. The first and third gone to Sitawaka, the second to Katuwana, and the last being sick. Having been informed by a letter from Major De Morack from Attanagalla dated the 30th of May last that the Mudaliyar Bander Naik was of great service to him, but appeared somewhat dissatisfied that the Mudaliyar of Negombo, Don Philip Perera, had continuously received a gratuity of twenty rixdollars a month, while nothing had been granted to him, who performed far more service; it was approved and resolved, upon the proposal of the Lord President, to grant to the said Bander Naik a monthly gratuity of twenty-five rixdollars for the time that he has served, and shall further serve, with the detachment. Read with attention and resumed a letter to the Council of Ceylon, and a secret resolution taken on The 3rd of June 1791: from the Lord Governor from the Headquarters at Sitawaka dated the 1st of this month, and a secret resolution taken on that day by the aforementioned Lord Governor, Colonel De Meuron, and Disava Fretz, pointing out the reasons and great necessity of the decision taken therein to dispatch without delay a military detachment under the command of Colonel De Meuron into the Sabaragamuwa; accompanied by the written instructions issued for that purpose; and after reading, it was approved and resolved to insert the same here. To the Honourable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Company's Establishments on the Malabar Coast, managing affairs together with the Council there. Honourable, Valiant, Brave, Wise, Prudent, and Very Discreet Lord and Friends. From the resolution which we have the honour to send enclosed herewith, Your Honours will see the reasons and the prospects that have caused us this day to resolve to send Colonel Meuron with a detachment of 300 men to The 3rd of June 1791: to the Sabaragamuwa. We trust that Your Honours will also conform with this our decision, which could not be delayed for a single moment without failing. After this detachment has marched out, only one company of Moors remains here, and we have therefore summoned from Hangwella Captain Gigand with the company of the Meuron regiment stationed there, whom we expect tomorrow in the forenoon. At Hangwella only a company of Moors also remains, wherefore, and especially in case we might eventually require more troops here to support the undertaking in the Sabaragamuwa, we request Your Honours to be pleased to send at once to Hangwella Major Meuron, Motte, with the one company of his regiment that is still at Colombo. Hangwella has no rice, and the 600 paras that were recently sent from Colombo and are on their way to Sitawaka will not suffice here for long either. We therefore request that there may be sent at once the 1,000 paras of rice which the first undersigned, the Governor, instructed the Honourable Chief Administrator Raket to send hither prior to his departure from Colombo. We also request that there may be sent hither soon 3,200 bundles of musket cartridges and 80 to 100 bundles to Hangwella. We declare, after friendly greetings and with all high esteem, to be, below stood, Honourable, Valiant, Brave, Wise, Prudent, and Very Discreet Gentlemen and Friends, Your Honours' willing friend and servant, was signed, W. J. van de Graaff, P. F. De Meuron, D. T. Fretz, in the margin, Sitawaka, the 1st of June, Anno 1791. Secret

Dutch transcription

Vrijdag Den 3: Junij 1791: Present Den wel Ed: Groot Achtb: Heer Mallabaas de Jour: presid:t Johan Gerard van Angelbeek, Den E: Hoofd administrateur - - - - - - - Mattheus Petrus Raket. „ „ Luitenant Colonel en hoofd van de arthillerij Elias Paravicini De Capelli „ „ Matureesche Dessave - - - - M:r Christiaan van Angelbeek „ „ Tutucorijnse opperhoofd - - - - - Martinus Mekern. „ „ Eerste Pakhuijsmeester - - Iohannes Reintous „ „ Secretaris - - . . . . . Benedictus Lambertus van Litter „ „ Negotie boekhouder - - - - - Abraham Lamlant. „ „ iskaal. - . _ _ _ _ _ _ _ Johannes Adrianus Vollenhove, Absent Den wel Edele Groot agtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff, den E: leet: kolomel en adinterinchef van de Militie - - Diederig Caal von Daeberg „ Dessare der kolombosche ommelande - - - - Diederig Thomas Frets. „„ Zoldij boekhouder - - - - - - - - - Gerrit Engel Holst de eerste en derde na sitewake, de tweede na kattoene ende laaste ziek Bij een brief van den Majoor De Morack van Attenegale van den 30. Maij J:o Leeden bedeelt zijnde, dat, de Modliaan Bander Naik hem van grooten dienst was, doch eenigsins misnoegd scheen, over dat aan den Modliaar van Nigombo Don Philip Perera wijelisk demeen douceur van twintig rd:s smaands, en aan hem, die vrij meer dienst deed, niets toegelegd was, werd op de poopositie van den Heer President goed gevonden en verstaan, aan gemelde Bander Naik voor dien toid, dat hij bij het detactement ge„ diend heeft, en verder zal dienen, een maandelijkse douceur van vijfentwintig rd:s toeteleggen: werden met aandagt geleesen een geresumeerd een brief Raade van Ceijlon op Sekreede Resolutie Genoomen in van Den 3. Junij 1791: van den Heer Gouverneur uit het Hoofdquartier van Sitewake van den 1: deeser, en een secreete Resolutie op dien dag, bij hoog gemelden Heer Gouverneur, den overste De Meeeron en den Dessare faetz:, genoomen, aanwijsende de reedenen, en hooge noodzaaklijkheid van het daar bij genoomen besluijt, om sonder uitstel een militair detachement onder Command van den overste DecMeuron inde saffaegam te laaten inst„ rukken; verseed van de daar toe verleende schriftelijke instruktie, en werd na lecture goedgevonden en verstaan deselven hier te insereeren. Aan Den Edelen Heer Johan Geaard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands Jndia, Jou„ verneur en Directeur van sComp:s Etablisse menten ter kuste Mallabaar waarnee„ mende de maneance van zaaken ma vens den raad aldaar Edele Erntfeste Manhafte wijse voorsienige zeer Dis„ kreete Heer en vrienden. uijt de Resolutie die we de eere hebben hier ingesl ten te zenden zullen unweeld: zien de reederen en de vooruijtzigten die ons op heden hebben doen sluijten om Kolonel Meuron met een detachement van 300: Man te zenden na Den 3. Juni 1791. na de saffregam. we vertrouwen dat uwel Edele zig ook zullen Confaoreeren met dit ons be„ sluijt dat geen oogenblik konde blijven uijtge„ steld, om niet te ruslukken. Nadat dit detachement zal zijn uijtgerukt blijft, hier nog alleen een Comp:e mooren en we hebben daar om van wangewelle ontbooden de Capitain Gigand met de Comp:e van het regiment van Meuron die daar legd en we morgen inde voor„ middag verwagten. je Wangewelle blijft dan ook maar een Comp=e Moore, waarom en inzonderheijd of we hier 't omtijds meer troupen mogten nodig hebben, om de onder neeming in de saffregam te ondersteenen, ver„ asoeken we uweeEd:s de Majoor Meuren, Motie met de eene Comp:e van zijn oegiment die nog te Colombo is, ten eersten tewillen zenden na Hangewelle. hangewelle heeft geen rijst en de 600: paaras die Jongst afgesonden zijn van kolambo en op weg zijn na siluake zullen hier ook niet lang toerijk we versoeken daarom dat ten eersten mogen worden gesonden, de 1000. paaras rijst die den eerst ondergetee„ kende Gouverneur nog voor zijn vertrek van Molom b„o den E: Hoofdadministrateur Raket heeft ge„ last na herwaards te zenden. ook versoeken we dat spoedig na herwaards mogen gesonden worden 3200: bossen vaste pattroonenen 80. â: 10 bossen na Wange„ Welle we betuijgen na vriendelijke groete met alle hoog agting :J3 te zijn /: onderstond /: Edele Erntfeste, Manhafte wijse voorsienige zeer diskreete Heeren vreenden wel Ed: uwelEd: Dienstwillige vriend en Dienaar /:was getekend /: w: J: v: de Graaff, P: F: De Meuren, D: I: foesz: /in margine /: Tituake den 1= Junij A:o 1790: secreete

NL-HaNA_1.04.02_3890_0584 view scan ↗

English

Wednesday the 1st of June 1791: Present The Right Honourable Governor Willem Jacob van De Graaff, The Honourable Colonel and Commander of the Regiment de Meuron Pierre Fredrik De Meuron, The Honourable Senior Merchant and Dissave Diederig Thomas Fretz: According to reliable reports, the First Adigar has arrived at Attapittie with a party of armed men and much ammunition of war, having with him, besides a multitude of gingalls, two pieces of cannon if not more, and it is related in addition that daily more men and ammunition of war are being sent from Kandy to Attapittie. Leuke, Dissave of Saffragam, was yesterday in the Barnamal Korle and is expected today in the Saffragam at the village of Koeroewitte, being the principal village of the Koeroewitte Korle which borders on Sitawaka. The Dissave of the Seven Korles is said to have departed for his Dissavony already a number of days ago. Finally, complaints were received today from Saffragam from the cinnamon peelers, stating that, having arrived in the village of Koeroewitte in the Koeroewitte Korle, the headmen of that village announced to them that if they ventured to peel cinnamon, they would seize and bind them and send them thus bound to the Court. In addition, a further message was received today from Saffragam from the Basnayake of Baddegiddere named Eknelligodde, sent by a headman of the Padoas, stating that it is most highly necessary that a detachment be sent tomorrow to Saffragam, and that if this is not done, it is to be feared that the presence of the Dissave in this Dissavony might cause his intention to come over to the Company and to cause the whole Dissavony to revolt, to fail. Secret Resolution taken at Sitawaka on the 3rd of June 1791. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that by the proclamation warning was given that the Company would do itself justice if the cinnamon peelers were ill-treated, and that therefore, if this is not done now, this threat will lose its force already at the very outset. That all amicable means with the Court of Kandy have been found to be fruitless, and that the preparations for war on the King's side demonstrate very clearly that the intention exists to enforce the demand regarding the coasts with all the violence that the Court is capable of. That if the Court is allowed to proceed further, the courtiers will presumably approach the Company's borders more and more, and seek to stir up unrest in our korles, and that if they are allowed to continue with this, matters could soon fall into great confusion. That the more the Court advances its aims in this manner, the more intractable it will become on the matter of the coasts, of which one must surely trust that it will not desist except when compelled thereto by force of arms. That as far as the correspondence with the Basnayake of Baddegiddere is concerned, there is much reason not to doubt the sincerity thereof; that it is known that his wife has long been held under suspicion at the Court, and it is thus also necessary for his own preservation that he change sides, as he has undertaken to do by a signed ola received from him a few days ago. That although the hope of causing the headmen and the people of Saffragam to revolt and to come over to the Company rests solely upon the assurance of this man, yet unless he is a complete deceiver, no reasons can be conceived why he should give us such great assurance on this matter, being well able to foresee that it would afterwards be held against him by us, should it be found that he had misled us. That the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate, who has for some time been in correspondence with the aforesaid Basnayake of Baddegiddere with the knowledge of the undersigned Governor, during these deliberations has testified that from all his dealings with him, he believes in good conscience that he is earnest in sincerely fulfilling what he has promised, and in proof thereof has voluntarily offered, however much he is a man of advanced years, nevertheless to accompany in person and to do his best to make this matter succeed well. That in order to be able to hope with good reason that the inhabitants of Saffragam will attach themselves to us, one will have to promise them, when they present themselves, upon granting protection, that Saffragam, or as much of it as submits, will be kept under the Company's rule, without ever being ceded back to the Court. That this step, if it is seen that it can succeed and is undertaken accordingly, will certainly embitter the Court in the highest degree, but that one can well rely upon it that, whether this is done or not, the Court will nonetheless pursue its hostile aims against the Company as far as is in any way possible. That if the objective with Saffragam, according to the hope that one seems to be allowed to have of it, succeeds well, it is very possible that this will bring the Court

Dutch transcription

woensdag den 1: Junij 1791: Present Den wel Edelen Groot agtb: Heer Gouverneur - Willem Jacob van De Graaff, Den E: kolanel en Cerhef van 't regement de Meurem Pierre Fredrik De Meuron Den E: Oppercoopman en Dessave . . . . Diederig Thomas Fritz: volgens verseekerde tijdingen is den eersten Adigaaa tot Attapittie afge„ „koomen met een partij gewapend volk en veel ammonitie van oor„ log, bij zig hebbende behalven een meenigte spainkhoonen twee # stukken konnen zoo niet meer, en word daar bij verhaald dat 4758. er dagelijks meer voek en ammonitie van oorlog uijt Bandia na Attapittie gesonden word. Leeupke Dessave van Saffragam is gisteren inde Barnamal„ Kool geweest en word heden verwagt in de sappaegam op het dorp koeroewitte, zijnde het Hoofddorp van de koeroewitte„ maal die aan situatte grenst. Den Dessave van zeven Corles zegt men reeds een partij daagen geleeden na zijn Dessavonie te zijn vertrokken Eijndelijk zijn heden uijt de saffregam ontvangen klagten vande Kanneelschillers houdende dat ze gekoomen zijnde in het dorp koeroewitte in de koeroewittekorl de Hoofden van dat dorp hun hebben aangekundigt, dat zoo se zig onder stonden om kanneel te schillen ze deselve zouden op vatten en binden en zoo gebonden zende aan het Hof. Hier bij is heden uijt de saffaegam ontvangen een nadere bood„ schap van de Basnaijk van Baddegidde genaamt Eknellegodde gesonden door een Hoofd van de Paddoeassen houdende, dat het hoogft noodzaakelijk zij dat op morgen een detaxhement na de saffaegam gesonden word, en dat zoo dit niet geschied. het te vreesen zij, dat de presentie van den Des„ save in deese Dessavonij zijn voorneemen om tot de Comp:e overtekoomen, en de hiele Dessavonie te doen revolteeren, Secreete Resolutie Genoomen te situake zoude op Den 3. Juni 1791. zoude kunnen doen mislukken Waarop gedelibereerd en in agting genoomen zijnde dat bij de publi„ natie is gewaarschout dat de Comp:e zig zelve regt zoude doen, zoo de kanneelschellers kwalijk wierden behandelt en dat daarom zoo dat nu niet geschied deese bedrijging zijn kragt reeds in den beginne zal verliesen. Dat alle minnelijke wegen met het Hof van Mandia zijn bevonden vreugteloos teweesen, en dat de toerustingen ten oorlog van 'skonings zijde, zeer duijdelijk aantoonen dat het voorneemen er legt, om den eisch op de staanden met al het geweed waar toe het Hof in staat is, ter uijtvoer te brengen. Dat als men het Hof verder laat begaan, de Hofsgroo„ ten vermoedelijk meer en meer 'sComp:s gaensen zullen naderen, en zoeken onrust te stooke in onse koals en dat zoo men ze daar meede laat voortgaan de dingen spoedig zoude kunnen koomen in groote verwaaring. Dat hoe meer het staf op deese wijse zijne oogmeallen bevordert, hoe meer het onhandelbaar H. .. worden zal op 't stuk van de staande, waar van men in het zeeker moet vertrouwen, dat 't niet zal afsien dan door geweld van wapenen daar toe gedwongen Dat watt de karrespondentie met de basnaijk van baddegiddere aangaat, men veele reeden heeft om de op zegtheijd daar van niet in twijffel te trek„ ken; dat 't bekend is dat zijn vrouwe reeds lange aan het stof is verdogt gehouden en het dus ook tot zijn eige behoud nodig zij, dat hij van partij verandert, zoo als hij heeft aangenoomen te doen bij een geteekende ola voor eenige daagen van hem ontvangen Dat wel de Hoop om de hoofden en 't welk van de saffaegam te doen revolteeren en tot de Comp: te doen overkoomen alleen rust Den 3. Juni 1791. rust op de verseekering van deese man, dog dat zoo wij geen volsloge bedrieger is, men geen reedenen kan bedenken waar om hij op dit stuk ons zoo groote verseekering zoude geeven, wel kunnende voorzien dat het hem naderhand bij ons zoude kwalijk worden uijtgelegd, zoo mogte worden bevonden dat hij ons hadde misleijd. Dat de Maha Modliaar van 's gouverneurs porta die zeedert eenigen tijd met voorkennis van den ondergeteekende Gouverneur met de voorsz: Botnaijk van Badde„ giddere, in Correspondentie is, staande dese deliberatien heeft betuijgd dat hij uijt alle zijne handelingen met hem, in gemoede geloofd dat het hem ernst is om op„ regtelijk natekoomen het geen hij heeft beloofd, en ten blij„ ke daar van zig vrij willig heeft aangebodden, om hoe zeer hij ook is een man van hooge Jaaren, nogtans in persoon zelve te willen meede gaan en zijn best te doen, om deese zaak wel te doen gelukk. Dat men om met goonds te moogen hoope, dat de ingesee„ teren van saffregam zig aan ons zullen verbinden zullen „ men deselve wanneer ze zig aanbiede, bij het geeven van protexie zal moeten belooven dat de saffregam of zoo veel zig daar van onderweapt on der 'sComp:s beheering zal worden gehouden, zonder ooijt weder aan het Hof te worden afgestaan. Dat deese stap zoo men steet dat ze lukken kan en mits dien word ondernoomen het Hof zeekerlijk te hoogsten zal verbitteren dog dat men wel staat w ken kan, dat het zij men dit doet of niet, wot des niet te min desselfs vijandelijke oog merken teegens de Comp: zoo verre als eenig sin moogelijk is, zal voortsetten. Dat indien het oogmerk met de sappoegam na de hoop die men daar van scheijnt te mooge hebben wel slaagt, 't zeer mogelijk is dat diet 't Hoof z brengen

NL-HaNA_1.04.02_3890_0587 view scan ↗

English

bring them to reflect upon the further losses that it might suffer, and it will serve as an example that, according to the highest probability, will have a very favorable influence not only on the King's inhabitants who might be of the same mind as those of the Saffragam, but also on the Company's inhabitants, particularly those of the Matara Dissavony, upon whose loyalty, especially of a party among them, little reliance can be placed. That if this should be a treacherous affair with the Basnayake, it will soon reveal itself, and the troops sent in accordance with his request can then see to return as best as possible. That although this in such a case will not proceed without perhaps some losses, these losses and the consequences thereof are not to be compared to the advantages that the successful execution of the enterprise with the Saffragam can bring to the Company. That the aforesaid hindrance caused to the cinnamon peelers gives the Company a legitimate reason for sending a military detachment to the Saffragam, and that taking advantage of that opportunity to attempt the undertaking, should it fail, in any case nothing else will have been done than what has been written to the Court, namely, that if it did not give orders that the cinnamon peelers could perform their work unhindered, the Company would be compelled to take measures for it itself. That apart from all these considerations, the Court is the aggressor through the threatening movements and preparations for war made for a long time, which can have no other objectives than to act hostilely against the Company; that it now further shows the intention to attack the Company through the dispatch of Court grandees with armed men, and is therefore the attacking party in this, and that consequently the Company thereby 3 June 1741. thereby 3 June 1791. is fully justified in employing everything it finds necessary for repelling this hostile undertaking and will find necessary for its own security. Finally, that the matter cannot endure the delay of deliberating about it with the Honorable Mr. Van Angelbeek and the Council of Colombo, but that the Honorable Mr. Van Angelbeek, with whom the undersigned Governor spoke about it before his departure, is fully of the opinion that one must not let this opportunity to inflict damage upon the Court slip away at this juncture, it is unanimously approved and resolved that on account of the aforesaid hindrance caused to the cinnamon peelers in the peeling of cinnamon, a detachment shall be sent tomorrow provisionally as far as Kendengamme, a village situated in the Saffragam 5 hours from here in the Kuruwiti Korale, and that the Basnayake of Saffragam shall immediately be informed thereof in secret. That the aforesaid detachment shall consist of one company of the Regiment de Meuron and two companies of Easterners commanded by Colonel Meuron, who has offered himself for that purpose. That the said Colonel Meuron with the same detachment shall march tomorrow as early as possible and upon his arrival in the aforesaid village of Kendengamme, and when appropriate even on the road thither, shall declare to the inhabitants that because complaints have been received that the Company's cinnamon peelers are ill-treated and directly hindered from proceeding with their work, we have come, in accordance with what was made known by the proclamation, to demand the reason thereof and to conduct an inquiry into it. That 3 June 1791. That when he shall have arrived at Kendengamme and he shall judge from the situation that the offer of the Basnayake is feasible, he shall then cause the Company's flag to be planted, and may grant protection to the Basnayake and to all those who request it, and accept them as actual subjects of the Company, with the promise that the Honorable Company will never surrender them again to the Court of Kandy, and that in order to give this promise all the more force, Colonel Meuron, in confirmation thereof, may have a sannas published with the promise that the same will be ratified and confirmed by a further sannas from the Governor. That the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate, according to his own offer, shall also accompany the expedition as a man very knowledgeable in native affairs who on many occasions has given proofs of loyalty to the Company, and shall command 300 Lascarins under the superior authority of Colonel Meuron. That there shall also go along the Mudaliyar of the Mahabadde and Maha Vidane of the cinnamon peelers, Dinis De Souza, to command 100 Lascarins of the Mahabadde and further to command the Chalia coolies summoned for this expedition and now present here. Finally, it is resolved, in accordance with all the foregoing, to approve and establish the following Instruction for Colonel Meuron. Instruction

Dutch transcription

brengen tot nagedagten over de verdere verliesen die het zoude kunnen, koomen te tijden, en er voorbeeld, zal zijn dat na de hoogste waarscheijnlijkheid van een zeer gunstigen invloed zal weesen niet alleen op 'skonings ingeseeten die even zoo gezind mogten zijn als die van de sastae„ gam, maar ook op 'skomp:s ingeseetenen voornament„ lijk die van de Matureese Dessavonie op welkens trouwe inzonderheijd op een paatij daar van wijnig staat te maaken is. — Dat zoo het ontrouw werk mogt zijn met de bal„ naijk zig dat spoedig ontdekken zal, ende troepes die men overeenkomstig, met zijn versoek zend als dan zoo goed mogelijk kunnen zien te rug te koomen. Dat schoon dit in zulk een geval niet zal toegaan zonder misschien eenig verliesen. Deese verliesen ende gevolgen daar van niet te ver„ gelijk zijn bij de voordeelen die het wel succedeeren van 't voorneemen met de sappregam de Comp:e aanbrengen kan. Dat de voorsz: belettelen de kanneelschillers aange„ „aan de Comp:e een wettige reeden geeft tot het zenden van een Militair detactement na de saffaegam en dat men zig van die geleegendheijd, bediende om't werk te beproeven zoo het moogt mislukke in alle gevalle niets anders zal hebben gedaan dan het geen aan het Hof geschreven is, dat zoo het zelve geen bevel gaf dat de kanneel schillers overhinderd haar werk konden doen, de Comp.: e genoodzaakt zoude zijn, daartoe zelve de maatreegelen teneemen. Dat buijten alle deese konsideraatsieg, het Hof is de aggaes„ seur door de drijgen de beweegingen en oorlogs toerustingen zeedert lange gemaakt die geen andere oogmerken kunnen hebben dan om tegens de Comp:e vijandelijk te handelen; dat het toot door het afzenden van t8ofs grooten met gewapend volk nu nader toort het oogmerk om de Comp:e aan te lasten en dus in deesen is de aanvallende partij en dat mids dien de Comp=e daar Den 3. Juni 1741. door - Den 3. Juni 1791. door volkoomen is geregtigt alles tewerk te stellen wat deselve nodig vind tot afweering deese vijandelijke onder„ „neeming en tot eigen vijligheijd zal nodig vinde. Eijndelijk dat de zaak het uijtstel niet veelen kan om daar over te raad pleegen met de Edele Heer van Angel„ beek en de raad van kolombo, dog dat de Edele Heer van Angelbeek met wie de ondergeteekende Gau„ verneur voor zijn vertrek daar over gesprooken heeft volkoomen is van begrep dat me deese ge„ leegendheijd om het stof afbaeuk te doen in dit 4759 tijdstip niet moet laaten slippen js met eenpaarigheijd van stemmen goedgevonden en verstaan dat uijt Hoofde van 't voorsz: belelsel de kanneel schillers toegebragt in het kanneel schillen, moogen een detachement zal worden gesonden, bij provetie tot na kendengamme een doop in de saffaegam geleegen 5. uuren van hier inde koeroewittekool en dat aan de bas„ naijk van saffaegam, daar van ten eersten in 't geheijm zal worden kennis gegeeven. Dat het voorsz: de tachement zal bestaen uijt een komp:e van 't regiment van Meuron en twee Comp:e oostealingen gecommandeert door de Colonel Meurw die zig daar toe zelfs heeft aangebooden. Dat gem: Colonel Meuron met het zelve deta nement moogen zoo vroeg als het vallen kan zal maacheeren en bij zijne aankomst in voorsz: doop kendengamme en wanneer 't pas heeft ook selfs op de weg na derwaards aan de ingesee„ tenen zal verklaaren, dat wijl er klagten zij inge koomen dat sComp:s Kanneel schelleos kwalijkzi behandelt en dadelijk verhender om met hun w voortevaaren wij overeenkomstig met het geen bij de publicatie is bekend gemaakt, gekoo„ men is om daar van de reede te vroagen en daar op ondersoek te doen. Dat Den 3. Juni 1791. Dat wanneer hij te kendengamme zal zijn aangekoo„ men en hij de aanbieding van de Bassenaijk door de be„ vinding zal oordeelen uijtvoerlijk te zijn wij als dan zal doen planten sComp:e vlog en aan de Bassenaijk en aan alle de geene die de protexie daar van vraagen deselve zal moogen akkordeeren en hun aanneemen als werkelijk sComp:s onderdaanen, niet toesegging dat dE: Comp: haar nummer wederom zal overgeeven aan het Hof van Kandia en dat om deese toesegging van te meer kragt te doen zijn Colonie Meuron ter bevesting van dien een sannas zal mogen laaten publiceeren met toesegging dat deselve door een nadere samas van den Gouverneur zal worden bekragtigd en bevestigd. Dat de Maha modliaar van 's Gouverneurs Porta volgens zijn Eijgen aanbieding zal meede gaan als een zeer kundig Man en Jnlandse zaaken die bij veele geleegendheeden blijken van trouwe aan de Comp: gegeeven heeft en kommandeeren zal 300. Lascorijns onder het hooger gezag van kolo„ nel Meuron. Dat ook zal meede gaan de Modliaar van de Mai„ habadde en Mahavidaan van de kanneel schil„ leus Dinies De Zouza om te Commandeeren 100: Lascooijns van de Mahabadde en voorts te Comman„ deeren de sjaliasse koelijs tot deese expiditie op„ ontbooden en thans hier present zijn. Eindelijk is verstaan om overeenkomstig met alle het voorenstaande te approbeeren en vast te stellen de hier ondervolgende Jnstruktie voor Colonel Meuron Jnstauktie

NL-HaNA_1.04.02_3890_0590 view scan ↗

English

Instruction for Colonel Pierre Frédéric de Meuron The 3rd of June 1791. Honourable and Strict Sir, Your Honour having been present at our deliberation and the resolution taken to send Your Honour with a detachment of 300 men to the Saffragam, it is unnecessary here to speak of the motives that have moved us thereto, and of the objectives thereof. Your Honour will please march with the detachment under your command as early as possible tomorrow morning, in the first place to the village of Kendengamme, for which the necessary guides will be given to Your Honour. On the way Your Honour will have to be very attentive to everything that goes on, for however much reason we have not to doubt the good faith of the offers of the Basnayake of Saffragam, named Eknelligodda, it is nevertheless good to be constantly on guard against all eventualities. Arriving at Kendengamme, Your Honour must cause the Company's flag to be planted there, if the Basnayake with the inhabitants of the Saffragam shall have submitted themselves to Your Honour and shall have requested the Company's protection. Upon your arrival, Your Honour must say to the inhabitants that complaints have been received from the Company's cinnamon peelers that they have been mistreated and even prevented from doing their work properly, and that Your Honour has come to inquire into the reasons thereof and to investigate them; on the road itself, wherever Your Honour shall find it fitting, this may also be said to the inhabitants. To the Basnayake and the inhabitants of the Saffragam who submit to Your Honour in the manner aforesaid, Your Honour must promise the Company's protection and take them under the Company's protection, telling them furthermore that they will henceforth be considered and treated as the Company's subjects, and that they will never be given back to the Court of Kandy. Of this Your Honour may give the aforesaid Basnayake a written proof by way of a sannas and cause it to be published in the country, with the promise that these sannases will at the earliest opportunity be ratified and confirmed by myself by further sannases. If Your Honour finds it necessary to have a sannas published stating that all those who are not inclined to remain living in the Saffragam as subjects of the Company will be given freedom to depart, provided they address themselves to Your Honour for that purpose within a certain short period, this may be done, and such persons may be granted a certain period to sell their immovable property and to transport the proceeds thereof. If Your Honour, after the Basnayake and the inhabitants shall have submitted and been accepted by Your Honour, finds an opportunity, with the help of the people of the country, to seize the Dissave of the Saffragam, Leuke, Your Honour is hereby authorized to do so, and Your Honour may promise the detachment that is employed for that purpose, if he is captured, as large a premium as Your Honour shall find necessary, which will be paid immediately. Whenever Your Honour detects signs of treason, whether on the road to Kendengamme, or at Kendengamme itself, or wherever else it might be, Your Honour must then retreat in the most suitable manner under the pretext that Your Honour, having only come to investigate the complaints of the cinnamon peelers and having found them to be unfounded, this makes Your Honour's further march unnecessary. If matters go well and the person who is Your Honour's guide keeps his word, he will deliver to Your Honour, after you have been at Kendengamme for two days, 50 parras of rice every day for the duration of 5 days. Whenever the Basnayake makes any requests to Your Honour, these must be granted as far as possible, and he may by Your Honour, if Your Honour finds it necessary and proper, provisionally and until I shall have made further arrangements in his favour regarding this matter, be appointed by Your Honour as Head of the Saffragam, and he must also then be so titled in all writings. Leaving the rest, Sir, to Your Honour's discretion and good conduct, I wish that Heaven may bless Your Honour's undertakings, as I most heartily pray from God. Thus resolved at Sitawaka, the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, P. F. De Meuron, and D. P. Faetz. Underneath stood: Agrees. Was signed: P. C. de Vos, sworn clerk. Furthermore, it was taken into consideration beforehand: That the Basnayake of Maddegodde mentioned therein, the head of the priesthood of the named temple of Saffragam, who is held in very high esteem among the inhabitants, has for some time, through verbal messages to the Maha Mudaliyar of the Lord Governor's gate, made application for the Company's protection for himself and the inhabitants of the Korales that previously belonged to the Company; with the promise to come over to them and subsequently cause the entire province to revolt, provided the Company would grant them the desired protection and furthermore promise not to surrender them again to the King; that the Lord Governor, in the hope that the Court would abandon its evil intentions and return to peaceful sentiments and former friendship, thereupon

Dutch transcription

wel Edele Gestrenge Heer uwel Edele present geweest zijnde bij onse deliberatie en genomene resolutie om uweed: met een detachement van 300. Man te zenden na de Saffaegam, is het onnoodig hier te„ spreeken van de motiven die ons daar toe hebben bewoogen, en van de oogmerken daarvan. uwel Edele gelieve met het onder uwe hebbende detachement mogen zoo vroeg als het valle kan voor eerst na het doop kendengamme waar toe uE: de nodige wegwijsers zullen worden meede gegeeven te marcheeren. op den weg zal uE zeer oplettend moeten zijn op alles water omgaat, want hoe zeer me alle reedenen hebben om de goede trouw van de aanbiedige van de bassenaijk van saffaegam genaamt Eknelle godde niet in twijffel te taek ken is het nogtans goed teegens alle evenement steeds op hoede te sijn. Te kendengamme koomende, moet uE sComp vlag daar doen planten zoo daar de Bassenaijk met de ingeseetene van de aan saffaegam zig van uE zullen hebben onderworpe en 'sComp:s pootexie zullen heb„ Instruktie voor den Heer Colone Piere fredrik de Meuron Den 3. Juni 1791: den Den 3. Juni 1791. ben versogt. wij uE komst moet uE: aan de ingeseetenen zeggen, dat de klagten zijn inge„ koomen van 'sComp:s kanneelschillers, dat deselve kwealijk zijn behandelt, en zelfs zijn verhindert om hun werk na behooren te doen, en dat uE gekoomen is, om na de redenen daar van te verneemen, en daar na ondersoek tedoen, op de weg zelve daar uE zal vinden dat het pas heeft, kan dat ook aan de ingeseetenen worden gezegt. — Aan de bosnaijk ende ingeseetenen van de sapae„ gam die zig in voegen voorsz: aen uE: onder„ werpen moet uE: sComp:s protexie toeseggen en hun neemen onder sComp. s bescherming, hun daar bij zeggen dat ze voortaan zullen worden geconsidereerd en behandelt als 'sComp:s onderdaanen, en dat ze nooijt aan het Hof van Randia zullen worden terug gegeeven. Hiervan kan uE aan de voorsz: Bassenaik geeven een schriftelijk bewijs bij weege van een somas doen publiceeren in het land met toesegging dat deese sonuassen ten eersten door mij zelve bij nadere sannassen zullen worden bekragtigd en bevestigd. vind uE: het nodig om een sannas te laaten publiceeren dat alle de geene die niet ge„ neijgt zijn in de sapfregam als onder„ daanen van de Comp:e te blijven woonen, vrijheijd zal worden gegeeven om te vertaekten mitsze zig daar - 4765. Den 3. Juni 1791. daar toe binnen zeker kort termijn aan uE: addres seeven zoo mag dat geschiede en mag aan zulke word toegestaan een zeeker termijn om hunne vaste goede te verkoopen en het proveru daar van te vervoerlen; zoo uE: na dat de basnaijke ende ingeseetenen zig zullen hebben onderwerpen en bij uE: zullen zijn aange„ noomen, gelegendheijd vind met het behulp vande luijden van het land, dessave van de saffaegam leeupke te doen opligten, zoo word uE daar toe door deesen gequalifiseerd, en mag uE: aan het detachement dat daar toe werd gebruijkt be„ looven als bij word gekreegen, een zoo groote p nie als uE zal nodig vinden, die aanstond zal worden betaald wanneer uE: het zij opden weg na kanden„ gamme dan wel te kendengamme zelfs of waar het elders wesen mogt blijken van bespeurt verraad kespreijt, dan moet uE: op de welwe„ gelijkste wijse terug trekken onder voorwend sel dat uE: alleen gekoomen zijnde om de klagten van de Kanneelschillers te onder„ soeken endie ongegoond gevonden hebbende, dit uE verder op maacsch onnoodig maakt. Ald de deugen wel gaan ende pasdoen, die uE: wegwijser is zijn woord houd, zal hij uE na twee daagen te kendegamme te zijn geweest uit: lee„ veren 50: paaras rijst alle daagen geduurende 5. daagen wanneer de Bassenaijk uE eenige versoeken doet, zullen die zoo veel mogelijk moeten worden ingewilligd en mag hij door uE: zoo daar uE: dat nodig en welvoegelijk vinden zal bij Den 3. Juni. 1791. bij provitie en tot dat ik derweegens nadere schikking ter zijner gunste zal hebben gemaekt, door uE werden benoemd tot Hoofd van de soffdegam, en moet hij ook als dan in alle geschriften zodanig worden getituleerd. De rest overlaatende Mijn Heer aan uwel Ed: over„ leg en goed belijd mensch, ik dat den Hemel uE: onderneemingen wil zeggen zoo als ik dat van God op de Hartelijkste wijse ben afbid„ dende Aldus Geresolveert te situake ten dage maande en Jaare voorsz: /:was getekend:/ W: J: vande Graaff, P: f: De Meuron en D: P: faetz: /onder„ stond /: akkordeert /: was getekend:/ P: C: de vos. g: klerk voorts werd vooraf in aanmerking genoomen: Dat de daar bij vermelde basnaijke van baddegiddere het hoofd der geestelijkheijd van den benoemde Tempel van saffregam, die bij de inwoonders in een zeer groot aansien staat, zeedert eenige tijd door mondelinge bood„ schappen aan den Mahamobliaar van 's Heeren Gouverneurs porta aanzoek gedaan heeft, om 'sComp:s protexie voor zich ende ingeseetenen van de Coreles, die be„ voorens aan de Comp: toebehoord hebben; met be„ lofte tot haar te willen overkoomen, en vervol„ gens de heele provintie te doen revoeteeren, mits de komp: haar de begeerde protexie verleenen en daar nevens belooven wilde, haar niet weder dan den koning overtegeeve; dat de Heer Gouverneur in hoope, dat het stof zijne quade voorneemens vaaren laaten en tot vreed„ soame gevoelens ende voorige vriendschap wederkeere, zoude, daar op

← previousnext →