Inventory 3891
Ceylon · 858 pages · 160 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
3 783 32 Ceylon 119s. Register of the Letters and Papers sent over from Ceylon 1791. Twelfth Volume. 4776. Secret resolution taken in the Council of Ceylon, dated June 1791, in the forenoon. Present: Jacob van de Graaff, Gerard van Angelbeek, Petrus Raket, Carl von Driberg, Jan Angelbeek, Thomas Fretz, Mekern, Engel Holst, Reintous, Adriaan Vollenhove, Ambrosius van Zitter, and Samlant. The first to Sitawaka, the second to the port on account of indisposition. To note that the secret resolutions of this day were resumed and approved. Was read a letter from the Honorable Governor. 4776 to 4790. Secret resolution taken in the Council of Ceylon, dated 15 June 1791. 4791 to 4793. Instruction of Colonel van Drieberg, dated 27 May 1791. 4794 to 4796. Copy of a separate secret missive from Commander Sluisken at Galle to the Governor and Council of Ceylon, dated 7 July 1791. 4797 to 4798. Copy of a missive from Colonel Drieberg, written from Maragodde to Commander Sluysken at Galle, dated 9 June 1791. 4799 to 4808. Secret resolution taken in the Council of Ceylon, dated 17 June 1791. 4809 to 4811. General list of the military forces both on Ceylon and its dependencies, dated 8 July 1791. 4812 to 4822. Register of letters and translations from the Kandyan Empire. 4823 to 4928. Various reports received, both from Kandy and from the subordinate offices, concerning the movements and preparations of the Kandyans. 4929 to 4937. Extract of a missive written from Galle to Colombo regarding the report given by 2 participants in the Lewaya salt lease, that the Company had allegedly abandoned Kirinda and that it was taken into possession by the King of Kandy, etc., dated 14 July 1791, along with the annexes belonging thereto. 4938 to 4943. Register of letters and translations from the Kandyan Empire. 4944 to 4981. Various reports received, both from Kandy and from the subordinate offices, concerning the movements and preparations of the Kandyans since the first of July 1791. 4982 to 5037. Copy of a missive from Dissava C. van Angelbeek at Colombo, defending himself against the accusations of Commander Sluysken to the Governor and Council of Ceylon, dated 6 May 1791, together with 5038 to 5107. Annexes belonging to the aforementioned defense.
Dutch transcription
3 783 32 Ceilon 119s. 4776. Secreete Resoluitsie genoomen in Mlons Register der Brie¬ „ven en Papieren van Cey„ lon overgekoomen 1791. ni 1791: voormiddags. Twaalfde Deel. sent. 4790. secreete Resolutie genoomen in Raade 6 van Ceylon in dato 15 Junij 1791. rard van Angelbeek, 4793. Instructie van den Collonel van Drieberg trus Raket, in dato 27 meij 1791. 4796. Copij aparte secreete missive van den Com„ Jan Angelbeek, mandeur te Gale Sluisken aan den Goudr en Raad van Ceilon in dato 7 Jueij Hekern, 1791. 4798. Copij missive van den Collonel Drieberg Reintous, geschreeven van Marra Godde aan den Commandeur te Gale sluysken amb=s van Zitter, in dato 9e Junij 1791. 9 - - . . 4808. secreete Resolutie genoomen in Paade Samlant, van Ceylon in d=o 17 Junij 1791. - - 4811. Generaale lyst der militaire magt zo op Ceylon als dies onderhoorigheeden ob van de Graaff in dato 8 Julij 1791. 4822 Register der Brieven en Translaa„ Carl von Driberg, „ten uit het kandiasche Ryk. 4928 diverse ingekoomene berigten zo van homas Fretz, Candia als die der onderhoorige Comp¬ toiren weegens de beweegingen en gel Holst, toerustingen der Kandianen. 4937 Extract missive van Gale na Colombo Ariaan Vollenhove geschreeven betrekkelijk 't gegeeven sitavaque de tweede na ne berigt van 2 participanten in de lewaijze zout pagt dat de Comp: de poorsten mits indispositie Kirinde zou verlaaten hebben en door den Koning van Candia in posjesjie ge¬ noomen was etc: in dato 14 Julij 1791. neevens. Bijlagen daartoe gehoorende. en geapproveert zyn. Werd geleesen een brief van den Edelen Heer Gouverneur „teteekenen, dat de se„ deezer geresumeerd van op F 4776. Secreete Resolmitsie genoomen in lons Register der Brie„ „ven en Papieren van Cey„ lon overgekoomen 1791. ni 1791: voormiddags. Twaalfde Deel. sent. 4790. secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceylon in dato 15 Junij 1791. rard van Angelbeek, - -. 4793. Instructie van den Collonel van Drieberg trus Raket, in dato 27 meij 1791. - - 4796. Copij aparte secreete missive van den Com„ an Angelbeek, mandeur te Gale Sluisken aan den Goud„r en Raad van Ceylon in dato 7 Julij Mekern, 1791. . . 4798. Copij missive van den Collonel Drieberg Reintous, geschreeven van Marra Godde aan den Commandeur te Gale sluycken amb=s van Zitter, in dato 9=e Junij 1791. 9 - -. . 4808. secreete Resolutie genoomen in Raade Samlant, van Ceylon in d=o 17 Junij 1791. - - 4811. Generaale lyst der militaire magt zo op Ceylon als dies onderhoorigheeden Cob van de Graaff in dato 8 Julij 1741. 4822 Register der Brieven en Translaa„ Arl von Driberg, „ten uit het kandiasche Ryk. -4928 diverse ingekoomene berigten zo van homas Fretz, Candia als die der onderhoorige Comp¬ toiren weegens de beweegingen en gel Holst, toerustingen der Kandianen. . - - 4937 Extract missive van Gale na Colombo driaan Vollenhove geschreeven betrekkelijk 't gegeeven sitavaque de tweede na ne berigt van 2 participanten in de lewaijze zout pagt dat de Comp: de poorsten mits indispositie Kirinde zou verlaaten hebben en door den Koning van Candia in possesjie ge¬ noomen was etc: in dato 14 Julij 1791. neevens. Bijlagen daartoe gehoorende. en geapproveert zyn. Gouverneur Werd geleesen een brief van den Edelen Heer „teteekenen, dat de se„ deezer geresumeerd van P 0 4776. Secreete Resoluittie genoomen in lon Register der Brie„ „ven en Papieren van Cey„ lon overgekoomen 1791. Twaalfde Deel. 4776 - - - 4790. secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceylon in dato 15 Junij 1791. rard van Angelbeek, 4791. - - - . 4793. Instructie van den Collonel van Drieberg „ trus Raket, in dato 27 meij 1791. 4794 - - - 4796. Copij aparte secreete missive van den Com„ an Angelbeek, mandeur te Gale Sluisken aan den Goud„r en Raad van Ceylon in dato 7 Iueij Mekern, 1791. 4797. . . . 4798. Copij missive van den Collonel Drieberg Reintous, geschreeven van Marra Godde aan den Commandeur te Gale sluycken amb=s van Zitter, in dato 9e Junij 1791. Samlant, 4799 - - -. 4808. secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceylon in d=o 17 Junij 1791. 4809 - - - 4811. Generaale lyst der militaire magt zo op Ceylon als dies onderhoorigheeden Cob van de Graaff, in dato 8 Julij 1791. 4812. -. . . . 4822 Register der Brieven en Translaa„ arl von Driberg, „ten uit het kandiasche Ryk. 4823 - - - - 4928 diverse ingekoomene berigten zo van homas Fretz, Candiae als die der onderhoorige Comp¬ toiren weegens de beweegingen en gel Holst, toerustingen der Kandianen. 4929. - - 4937 Extract missive van Gale na Colombo driaan Vollenhove geschreeven betrekkelijk 't gegeeven a sitavaque de tweede na ne berigt van 2 participanten in de lewaijze zout pagt dat de Comp: de poortsten mits indispositie Kirinde zou verlaaten hebben en door den Koning van Candia in posjesjie ge¬ noomen was etc: in dato 14 Julij 1791. neevens. Bijlagen daartoe gehoorende. en geupproveert zyn. Werd geleesen een brief van den Edelen Heer Gouverneur nteteekenen, dat de Ge„ deezer geresumeerd ni 1791: voormiddags. sent. van of F col: n: 5038. . . 5107. Bylaagen bij voorsz: verantwoording gehoorende. 4938 - - - 4943 Register der Brieven en Translaa„ ten uit 't Candiasch Ryk. 4944 - - - 4981. diverse ingekoomene berigten zo van Candia als die der onderhoorige Comptoiren weegens de beweegin¬ gen en toerustingen der Kandiaanen zedert primo Julij 1791. 4982 - - - 5037. Copij missive van den desjave C: van Angelbeek te Colombo zig verantwoor dende teegen de beschuldigingen van den Commandeur sluysken aan den Goudr. en Raad van Ceylon in do 6 meij 179 neevens. 4776. Secreete Resoluitsie genoomen in ilon nn 1791: voormiddags. sent. rard van Angelbeek, trus Raket an Angelbeek, Mekern, Reintous, amb=s van Zitter, Samlant, cob van de Graaff Aarl von Driberg, homas Fretz, gel Holst, Adriaan Vollenhove a sitavaque de tweede na tsten mits indispositie inteteekenen, dat de se„ deezer geresumeerd gewppooveert zyn. Gouverneur Werd geleesen een brief van den Edelen Heer van op P
English
4776. The Honorable Disava of Matara - - -- The Honorable Secretary - - The Honorable Trade Bookkeeper - - - - Abraham The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Lieutenant Colonel and ad interim Commander of the military Diederich Carl von Driberg, The Honorable Disava of the Colombo environs - Diederich Thomas Fretz, Pay Bookkeeper - - - - - Gerrit Engel Holst, Johannes Adriaan Vollenhove The first and third to Sitawaka, the second to Matara, and the last two due to indisposition Fiscal - - - - - - Initially, it was agreed to record here that the secret Resolutions of the 6th and 9th of this month have been summarized and approved. Governor A letter was read from the Honorable Lord Christiaan van Angelbeek, Benedictus Lambertus van Zitter, Samlant, The Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Chief Administrator - - - - Mattheus Petrus Raket, The Honorable Chief of Tuticorin - - - - Martinus Mekern, The Honorable First Warehouse Master - - - - Johannes Reintous, Absent. Wednesday, 15 June 1791, in the forenoon. Present. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon from at F van de Graaff written from Sitawaka on the 14th of this month, containing: That the daily increasing rainy weather made it impossible for the present to undertake any enterprise in the King's territory with a well-founded hope of success, even if the further conduct of the Court might make this necessary, and that one ought therefore to limit oneself until after the rainy season solely to repelling the attacks of the same, which could best be done from Hangwella, since from there one could counter the attacks of the Court better than from Sitawaka, and that His Honor was therefore of the opinion that all troops ought to be withdrawn from Sitawaka and marched to Colombo, after a detachment for Hangwella had been drawn off from them. Whereupon, after deliberation, it was unanimously approved and agreed to conform fully with that proposal. Alongside the aforementioned letter was received and read in the meeting the report of Colonel 15 June 1791. De 4777. De Meuron regarding the expedition into Sabaragamuwa, and after review it was approved and agreed to insert the Dutch translation of the same here. Translation of the report of Colonel De Meuron written in the French language, dated Avissawella, 8 June 1791: Right Honorable Lord! I have the honor to inform Your Right Honorable that on the 2nd of this month, according to your order and instruction, I proceeded to Kendangamuwa and arrived there at 9 o'clock in the evening; the following day the Maha Mudaliyar of Your Right Honorable conducted an inquiry into the complaints of the Chalias, and since they had no further consequences, I did not dwell on them. The other matter did not take that swift and favorable turn by which it could have been brought to a successful conclusion, and since the incessant rains made safe communication very difficult, as I already wrote to Your Right Honorable yesterday, I have returned with all my men and ammunition, together with the largest part of the remaining provisions. Below was written: Avissawella, 15 June 1791. Avissawella, 18 June 1791. Was signed: P. F. de Meuron. Furthermore, a letter from Commander Sluysken of Galle dated the 11th of this month was read with attention and reviewed, accompanied by a letter from Colonel van Driberg of the 9th, stating that he had already advanced to Maragoda and had therefore resolved to remain stationed there until further orders; further, that the Headmen of Matara appeared to be very attached to the Company, since all in particular showed every assistance and goodwill, which the Lord President affirmed was detailed even further and more circumstantially in a private letter, with the addition that the detachment was provided with everything, and that, on the other hand, the two Don Simons, who acted as ringleaders in the last revolt and of whom one was appointed as Mohandiram in the Kandaboda Pattu and the other as Mudaliyar of the Maham Pattu, had not appeared before him, and according to the word of the second Mudaliyar of the Giruwapattu leaned toward the Kandyans and themselves gladly wished to make plots, and it would thus in his opinion 15 June 1791. be advisable 4778. be advisable to apprehend those two ringleaders and immediately appoint two other Headmen in their place. Whereupon, taking into consideration that the principal motive why the march to Katuwana had been suspended at the session of the 9th of this month had consisted in the alleged unwillingness of the Headmen, and that the same now ceased to exist entirely through the commendable testimony of the said Colonel, it was approved and agreed hereby to approve his decision to remain stationed at Maragoda until further orders. Furthermore, from a letter sent in copy from Galle from the Acting Disava of Matara dated the 12th of this month, it was seen that an Arachchi, being a younger brother of Don Simon, Mohandiram of the Gangaboda Pattu, had come on the evening of the 10th of this month to the Mudaliyar and First Interpreter Don Ilangakoon, and had delivered an ola of a strange content in the name and on behalf of his brother the aforementioned Mohandiram, and that Ilangakoon had brought the bearer with the ola to the Disava, whereupon this Arachchi was arrested and examined in the Landraad. 15 June 1798.
Dutch transcription
4776. Den E: Matureesch Dessave - - -- Den E: Sekretaris - - „Den E: Negotie Boekhouder - - - - Abraham # Den wel Edele Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff, Den E: luit: kolonel en adinterim Chef van de militie Diederich Carl von Driberg, Den E: Dessave der kolombosche ommelanden - Diederich Thomas Fretz, „ „ Zoldij Boekhouder - - - - - Gerrit Engel Holst, Johannes Adriaan Vollenhove De eerste en derde na Sitavaque de tweede na Mature en de twee laatsten mits indispositie „ „ Fiskaal - - - - - - Aanvanklijk werd verstaan hier aante teekenen, dat de se„ kreete Resoluutsien van den 6: en 9: deezer geresumeerd en geapprobeerd zijn. Gouverneur Werd geleesen een brief van den Edelen Heer Christiaan van Angelbeek, - Benedictus Lamb=s van Zitter, Samlant, De welEd gort agt: voe alaba e uvene aidet Johan Gerard van Angelbeek, Den E: Hoofdadministrateur - - - - Mattheus Petrus Raket, Den E: Tutukorijnsch opperhoofd - - - - Martinus Mekern, Den E: Eerste Pakhuismeester - - - - Iohannes Reintous, Absent. Woensdag den 15: Juni 1791: voormiddags. Present. Secreete Resoluittie genoomen in Raade van Ceilon van op F van de Graaff geschreeven van Sitavaka op den 14: dee„ zer behelsende: Dat het Dagelijx toeneemende regenweer het voor het tegenwoordige onmogelijk maakte, met een gegronde hoop van sukces eenige onderneeming in 's konings land te doen, zoo ook het verder gedrag van het Hof dat mogt noodig maaken, en men zich derhalven tot na den regentijd diende te be„ paalen, om de aanslagen van het zelve alleen afteweeren, het geen van Htangwelle uit het best zoude kunnen geschieden, wijl men van daar de aanvallen van het Hof beeter kost tegengaan als van sitavaka, en dat zijn Edele dus van gevoelen was, dat men alle troepen van sitavaka behoorde weg te neemen, en naar kolumbo te laaten mar„ cheeren, na dat daar van een detachement voor Hangwelle zoude afgetrokken zijn. Waarop gedelibereerd zijnde, zoo werd met eenpaarig heid van stemmen goedgevonden en verstaan, zich met dien voorstel volkoomen te kon„ formeeren. Neevens eevengemelde missive werd ontvangen, en in vergadering geleezen het rapport van den overste Den 15: Juni 1791: De 4777 De Meuron van de expedietsie in Sappergam, en werd na resumtsie goedgevonden en verstaan, de Neder= duitsche overzetting van het zelve hier te insereeren. Translaat van het rapport van den Heer overste De Meuron in de fransche taale geschreeven gedagteekend Awisawelle den 8: Juni 1791: Wel Edele Groot Achtbaare Heer! Ik heb de eer uw wel Edele Groot Achtbaare te berigten dat ik den 2=e deezer volgens uwe bevel en Instruktsie mij naar kendangamme be„ geeven heb en daar 'savonds om 9: uur aange„ koomen ben 'sdaags daar aan deed de Mahamod- liaar uw wel Edele Groot Achtbaare onderzoek naar de klagten van de 'Tjalias en wijl dezel„ „ven geen verder gevolg hadden: zoo heb ik mij daar niet bij opgehouden. De andere zaak nam die schielijke en gunstige keer niet, waar door dezelve tot een gelukkig einde had kunnen gebragt worden, en wijl de onophoude„ lyke regens de veilige kommunikaatsie zeer be„ swaarlijk maakten, zoo als, ik uw wel Edele Groot Achtb: reets gisteren schreef, zoo ben ik te rug gekoomen, met al mijn volk en ammo= nietsie mitsgaders met het grootst gedeelte van de overgeschootene provisien /:onderstond:/ Awisa= Den 15: Juni 1791. welle welle den 18: Juni 1791: /:was geteekend:/ P: F: de Meuron. Voorts werden met aandacht geleesen en geresumeerd een brief van den kommandeur sluijsken van Gale van den 11=e deezer, verzeld van een brief van den Kolonel van Driberg van den 9=e inhoudende dat hij reets te Maregodde geavanceerd was, en derhal= ven beslooten had daar te blijven liggen tot nadere order, voorts dat de Hoofden van Mature scheenen zeer aan de komp=e geattacheerd te zijn, wijl alle in 't bezondere alle hulpe en geneegenheid betoonden, het geen de Heer President betuigde noch nader en omstandiger in een partikulieren brief gedetailleerd te zijn, met bijvoeging, dat het detachement van alles verzorgd werd, en dat daar en tegen de twee Don Simons, die in de laaste revolte als belhamers geageerd hebben, en waarvan de eene tot Mohandiram in de kandebaddepattoe, en de andere tot modliaar van de Mahampattoe aangesteld is, niet bij hem verscheenen waaren, en vervolgens zeggen van den tweeden modliaar der Girrewais tot de kan= diaanen overhelden, en zelve gaarne komplot= „ten maaken wilden, en het dus naar zijn begrip Den 15. Juni 1791: raadzaam 4778. raadzaam zijn zoude, die twee muntelingen opte= vatten, en direkt twee andere Hoofden in hunne plaats aantestellen Waarop in aanmerking genoomen zijnde, dat de voornaamste beweegreeden, waarom de optocht naar katoene ter sessie van den 9:e deezer was op= geschort, bestaan had in de pretense onwilligheid der Hoofden, en dat dezelve als nu ten eenemaa„ „le quam te vervallen door het loflijke getuigns van gem: kolonel; zoo werd goedgevonden en verstaan, zijn besluit om tot nader order te Maregodde te blyven liggen bij deezen te approbeeren. Voorts werd bij een van Gale in kopij overgezondenen brief van den waarneemenden Dessave van Ma= ture van den 12: deezer gezien, dat een araatje zijnde een Jongere broeder van Don Simon Mohan„ diram van de Gangebaddepattoe den 10: deezer 's avonds bij den Modliaar en eerste tolk Don Hangakoon gekomen was, en een ola van een zonderlingen inhoud uit naam en van wegen zynen broeder den eevengem: Mohandiram be„ steld had, en dat Jlangakoon den brenger met de ola bij den Dessave gebragt had, waarop deeze arraatje gearresteerd en in den landraad geexa= Den 15: Junij 1798: mineerd
English
15 June 1791: examined and the ola was translated, copies of which were annexed to the letter, and it was beforehand approved and understood to insert here the translation of the ola and the declaration of the deliverer. To this, the letter ola, wrapped in a piece of white linen just as it was delivered by the bearer, is suspended from a string and the ends of the string sealed with the seal of the undersigned signed De Moor Secretary. Translation of an unsigned and undated Sinhalese letter ola addressed to AbéJesiriwardene Jlangakoon mudaliyar, Abezewardene Naweratne Timnekoon mudaliyar, Tillekeratie Gajenaike mudaliyar, and Jajetillekeratne mudaliyar, as well as all the principal chiefs over the nine bands of the conspiracy, by the Grand State Secretary and Dessave of Saffergamme Leeuke Razewardene Rajekaroena senewiratne Berat Moedianse Ralehamie You have previously asked us many times for a word of assurance, and without further inquiry on our part, this remained neglected, but we did not take it into account, and since we have continually been solicited by you since then, we are fully inclined to give you satisfaction in that regard, and to that end 4773. 15 June 1791: end, departed on Friday the 3rd day after the full moon of this month of May [illegible] being the 20th of May from the King's residence city, and have now arrived at the resthouse of Battoegiddere. If it is out of loyalty to our illustrious monarch or out of attachment to us that you have resolved to carry through such a matter without the least doubt, then you must, while the bearer of this is with you, as before, bring all the peoples together into a gathering, whereby you shall indeed demonstrate to us the greatness of your will; and when this is brought to our knowledge by the bearer of this, we shall, with many people and an invincible force, on the day to be determined by you, invade your land and direct our measures according to everyone's inclination. In case you would not take these our representations and orders to heart this time either and might be negligent in that regard, then you may be assured that one will at no time be able to rely in the least upon your word of honor. But if, on the contrary, without the least fear or hesitation of an unfavorable outcome, the orders contained herein were followed by each and every one and we received knowledge thereof, we shall call to our aid the English troops who have arrived by sea and are located not far from Battikaloa, and from this side, fighting our way through, advance toward Costi, at which time you can come through the road of Mature with the united revolting force. 15 June 1791: force. This happening, the Dutch, let alone waging war, will no longer even be able to maintain themselves at Colombo. Therefore, you must proceed with all haste to the necessary preparations and carry out without delay whatever needs to be made ready, further leaving the execution of everything commended to our care. Thus, it would be very good to provide us with an answer regarding this united matter within the space of five days. below stood: for the translation, Mature, 11 June 1791 signed P. A. de Moor Land Secretary in the margin: for the translation signed L. Ferdinandus sworn Interpreter. 11 June Anno 1791: Today appeared before the undermentioned honorable commissioned members from the Reverend Landraad here Don Simon de sielve wijesiri Abenaijke, aratchi under the muhandiram and head of the kandebaddepattu Don Constantino wissesoendre Abenaijke, being the brother of the declarant, currently detained, Christian, aged 35 years. Who, by order of the honorable commanding Lord Dessave Willem Adriaan Berghuijs and translation of the sworn District Interpreter Louis Ferdinandus, declared as follows: Declaration. 4780. 15 June 1791: That yesterday afternoon around half past one, while he was in his sowing field, the aforementioned muhandiram had summoned him, the declarant, and ordered him to transport a sealed ola, which had been brought to the gravet of Hakman and addressed to the name of the mudaliyar Jlangakoon, though wrapped in a piece of linen, together with a lascoryn to Mature and to deliver the same to the aforementioned mudaliyar; but if the mudaliyar should say to hand that ola over to the honorable Lord Dessave, that he could do so. That thereupon the declarant, having said that this was not necessary and that a lascoryn alone could perform that delivery just as well as he together with him, the muhandiram, for the certainty of the conveyance, had expressly desired that the declarant should go along, saying at the same time that a few days before, a rolled-up talipat ola and an oblong ola, one addressed to the honorable Lord Dessave and the other to mudaliyar Jlangakoon, had also been brought to the guard of the aforementioned gravet, and that he had dispatched them to Mature under the delivery of a kangany of the ranche of Koongelle and a lascoryn. That the declarant, in compliance with the muhandiram's order, in the company of a lascoryn under
Dutch transcription
Den 15: Juni 1791: mineerd mitsgaders de ola vertaald was waar van de kopijen bij den brief gevoegd waaren, en werd voor af goedgevonden en verstaan het translaat van de ola en het deklaratoir van den besteller hier te insereeren. Hier aan is de brief ola, in een lapse wit linnen zodanig als te door den brenger besteld is, aan een draad gehangen en de enden van den draad met des ondergeteeken= dens kachet verzeegeld /:was getee„ kend:/ De Moor secret=s. uwE=s hebben bevoorens veelmaalen van ons een ver= zeekerend woord verzogt, en zonder verder bij ons te onderzoeken, is zulks in de steek gebleeven dog wij hebben het niet in aanmerking genoomen en wijl wij zedert dien ook, bij aanhoudendheid door uw E=s aangezogt worden, zijn wij volkomen genegen, om uw E=s daar omtrend genoegen te geeven en ten dien Translaat singaleesche ongeteekende en ongedateerde brief ola gerigt aan AbéJesiriwardene Jlangakoon modli= aar, Abezewardene Naweratne Timne„ koon modliaar, Tillekeratie Gaje= naike modliaar en Jajetillekeratne modliaar benevens alle de principa le Hoofden over de negen benden van de tezamenrotting, door den Groot Rijks sekretaris en Dessave van Saf„ Jergamme Leeuke Razewardene Rajekaroena senewiratne Berat Moe dianse Ralehamie fine 4773. Den 15: Juni: 1791: fine den 3=e dag na de volle maan van deeze maand Maij des vrijdags /: BB: zijnde den 20: Maij :/ uit 'Jko= nings Residentie stad vertrokken en tans aan het Rusthuis van Battoegiddere aangekoomen. Als het is om de getrouwheid voor onzen luijsterrijken vorst of om de aanklevendheid tot ons, dat uw E=s voorgenoo= men hebben zoo eene zaak zonder de minste twijffel deurte zetten, dan moeten uw E=s terwijl den brenger deezes zich bij uw E= bevind, gelijk bevoorens; alle de volke„ ren tot eene tezamenrotting brengen, zullende daar door uw Ed=e aan ons de grootheid van uwen wil met der daad doen blijken en als, ons zulks door den brenger deeses ter kennisse gebragt word, zullen wij met veel volks en een onoverwinnelijke magt, op den door uw E=s te bepalen dag, in uw Ed=s land invallen en na een elks zinlijkheid onze maatregelen be„ stieren: Ingevalle uwE=s deeze onze voorstellingen en beveelen, ook voor deeze rijs niet wilden ter herte neemen en daar omtrend agterlijk mogten weezen, dan kunnen uw E= verzekerd zijn, dat men ten gee„ nen dage op uw mannen woord de minste staat zal konnen maaken. Maar zoo integendeel, zon= der de minste vrees of schroom voor eenen na„ deligen uitslag, de beveelen, hier in vervat, door allen en een iegelijk opgevolgd wierden en wij daar van kennis kreegen, zullen wij het Engelsch krijgs= volk, dat over zee gekoomen is en zich niet ver„ „re van Battikaloa bevind, te hulp roepen en van deeze kant, oorlogende deurslaan na Costi, als wanneer uw E=s met de vereenigde revolteerende magt Den 15: Juni 1791: magt door de weg van Mature konnen koomen. zulks geschiedende zullen de hollanders, laat staan van te oorlogen, zelfs zich niet langer op kolombo konnen houden. Dierhalven moeten uw E:d, met allen spoed, tot de nodige preparatoi= „ren overgaan en het geen in gereedheid diend ge„ bragt te worden, zonder uitstel bewerkstelligen, laatende voorts, de uitvoering van alles, onzer zorge aanbevoolen. Dus waare het zeer goed, ons, wegens deze eendragtelijk zaak, binnen den tijd van vijf daagen bescheid te bezorgen. /:onderstond:/ voor de Translatie Mature den 11=e Juni 1791: /:was geteekend:/ P: A: de Moor Land=s sek=s /:in margine:/ voor de vertaaling /:geteekend:/ L=s Ferdinandus gesw: Tolk. Den 11=e Iunij Anno 1791: Heeden kompareerde voor de ondergenoemde E=s gekom= mitteerde leeden uit den Eerwaarden Land= raad alhier Don Simon de sielve wijesiri Abenaijke arraatje onder den Mohanderam en hoofd der kandebadde„ pattoe Don Constantino wissesoendre Abenaijke, zijnde des deklarants Broeder, tans gedetineerde, Christen oud 35: Jaaren. Dewelke ter ordre van den E: E: gebiedenden Heer Dessave Willem Adriaan Berghuijs en vertaa„ ling van den Land=s geswooren Tolk Louis De klaratoir Fer= p 4780. Den 15: Juni 1791: Ferdinandus deklareerde als volgd. Dat gister namiddag omstreeks half twee uuren, ter„ wijl hij zich op zijn zaaijveld bevond, gem: Mo= handiram hem Deklarant had laaten roepen en geordonneerd om een verzegelde ola, die aan de gravet van Hakman aangebragt en op den naam van den modliaar Jlangakoon gerigt, dog in een lapje linnen omwonden was, nevens een las= korijn naar Mature overtebrengen en dezelve „aan gem: Modliaar te bestellen, dog zo den modli= aar mogte zeggen, die ola aan den E: E: Heer Dessave over te handigen, dat hij zulks doen konde. Dat daar op de Deklarant gezegt hebbende, dat zulks niet nodig was en die bestelling een las= korijn alleen al zo goed doen konde als hij met hem tezamen: zoo hadde Mohandiram, om de zeker„ heid van de overbrenging, expres begeerd, dat de Deklarant mede gaan zoude, zeggende tevens, dat eenige dagen bevoorens ook een te zaamen gerolde talpats ola en een langwerpige ola, de eene gerigt aan den E: E: Heer Dessave en de andere aan Jlangakoon modliaar aan de wagt van gem: gravet gebragt waaren en hij ze onder bestelling van een kangaan van het rantje van koongelle en een Laskorijn naar Ma„ „ture afgedepecheerd had. Dat de Deklarant, in nakoming van des Mohan= 3 dirams order, in geselschap van een Laskorijn onder
English
under the deponent's rantji named Rameherre appoe, had immediately proceeded to Mature and, by estimation, arriving at the house of the Modliaar Jlangakoon past seven o'clock in the evening, had delivered the ola to him. That Hangakoon modliaar, having broken open the ola and read the same, had ordered his servants to seize the Deponent and pin his arms, though, upon his urgent request, he was not bound, but held from behind by his garment by two persons, brought to the Right Honorable Lord Dessave, and subsequently by order of His Right Honor locked up in the Guardhouse in the Trunk. While the modliaar had also entered inside the fort alongside the Deponent, and had reported the receipt of the ola to the Right Honorable Lord Dessave. That the Deponent, when he was seized by order of Hlangakoon, had become very dismayed, not knowing what he had committed, as he had not heard earlier than from the mouth of Hangakoon that it was a Kandyan ola. The deponent being asked whether it is not known to him who had delivered the ola at the gravet at Hakman, he answered No. Furthermore, where the Lascorin is, who had also come from Hakman in his company; the deponent answered that this is not known to him, that he thinks that the Man, seeing that they seized the deponent, will have made himself scarce. With this the appearer concludes his given Deposition, which he testifies to contain the upright and pure truth. Thus Done and declared at the secretariat of the Matura Honorable Landraad, date aforesaid, and in the presence of the Honorable Johan Casper Beijer and Jacobus Abraham Rottiers, both members of the Council aforesaid. Who duly signed the minute of this alongside the deponent, the Interpreter, and me, secretary. Below stood: Which testifies. Was signed: P: A: de Moor, Landraad Secretary. Today, the 12: June Anno 1791: appeared before the Honorable committee members mentioned herein the person mentioned in the preceding Deposition, which, upon translation as before, being clearly presented and explained to him again, he fully persisted therein, with this circumstance, however, that his brother, the Mohandiram of the kandebaddepattoe, upon personally handing over the ola to him for delivery, had said that a lascorin on guard had delivered the same to him and, upon his question who the bringer of that ola was, had answered that a short black man with a stick in his hand coming to the gravet had delivered the ola there. The deponent being further shown the ola in its Cover and the piece of white linen, and asked whether he did not recognize it as the same ola and the same linen of which he has declared herebefore; he answered that he indeed recognized the latter as the same piece of linen, but of the ola he could not tell, because the same lay hidden in the piece of cloth and the two flaps of the piece of cloth were fastened from below with sealing wax. question: How the deponent could have stated then that the ola was sealed, since not a speck of sealing wax is to be seen on the ola? answer: The deponent did not observe it so closely, but the sealing wax that lay under the two flaps of the piece of cloth had made him suspect that the ola was also sealed. question: whether one was able, in that manner as he has stated the ola to have been sealed, to read the address of the ola without untying the piece of cloth? answer no. question: how the Mohandiram, upon handing over the ola to him, could have said then that the same was addressed to the name of the Modliaar Hangakoon? Answer not to know, but his brother the Mohandiram ought to give the reasons for it. Thus Re-examined, persisted, amplified, and answered, Date, at the place and in the presence aforesaid. Was signed: with an illegible signature. In the margin: Present before us. Signed: J: C: Beijer and J: A: Rottiers. Below: for the translation. Signed: L=s Ferdinandus, sworn Interpreter. In the middle: Known to me. Signed: P: A: de Moor, secretary. Whereupon the Lord President communicated to the meeting that His Honor, having received these documents yesterday evening at ten o'clock and judging that, to counteract a revolt, the detachment under the command of Colonel van Drieberg ought to march to katoene as soon as possible, had immediately given orders thereto by a letter to Commander Sluijsken and the Colonel aforesaid, with instructions to send the arraatje hither under arrest and to apprehend the two Don Simons if possible; and as it appeared most clearly from the aforesaid ola that the same was sent by the Court to seduce the inhabitants in the Dessavony to rebellion and defection, and Don Simon Mohandiram and his brother the Modliaar of the Mahampattoe, according to the letter of the Colonel cited herebefore, were otherwise very suspect, which the Commander also affirmed in his letter of the 12th: it was unanimously judged highly necessary that the halted expedition to katoene proceed, in order to keep the inhabitants in check and to prevent a revolt, and on that account it was approved and understood to conform to the orders already given thereto, and to write to them further by a letter from the meeting. For the further encouragement of the Chiefs of Mature, it was resolved to thank the modliaar Hangakoon for the token of fidelity given in this instance, through the acting Dessave in the name of this government. Lastly, it was understood to record here that of the mandate ola, mentioned in the Secret resolution of the 26: May of last year, where
Dutch transcription
onder des deklarants rantji gen=t Rameherre appoe ten eersten zich naar Mature begeeven en, na gissing, over zeven uuren des avonds ten huize van den Modliaar Jlangakoon koomende de ola aan hem overgegeven had„ Dat Hangakoon modliaar de ola opengebrooken en dezelve geleesen hebbende, zijne bediendens geordonneerd had, den Deklarant aante pakken en te vleugelen, dog, op zijn instantig ver„ zoek, niet gebonden, maar door twee perzoonen bij zijn kleed van agteren gevat, naar den E: E: Heer Dessave gebragt en vervolgens ter order van zijn E: E: aan de Hoofdwagt in de Tronk opgeslooten wierd. Terwijl den modliaar nevens. den Deklarant ook binnen het fort gekoomen was, en den ontfangst van de ola aan den E: E: Heer Dessave bericht had. Dat de Deklarant, toen hij ter ordre van Hlangakoon opgevat wierd, zeer verslagen was, geworden, niet weetende wat hij gepereerd had, als hebbende hij niet eerder dan uit de mond van Hanga= koon gehoord, dat het een kandiasche ola was. De deklarant gevraagt zijnde, of hem niet bekend is, wie de ola aan de gravet te Hakman besteld had ? zoo diende hij tot antwoord van Neen. voorts, waar zich de Laskorijn bevind, die in zijn geselschap van Hakman meede gekoomen is:r de deklarant antwoorde, hem zulks niet Den 15: Juni 1791: bekend. 4781. bekend teweezen, dat hij denkt, dat de Man, zien= de, dat men den deklarant opvatte, zich zal geabsenteerd hebben. Eindigende hiermeede de komparant zijn gegee= ven Deklaratoir dat hij betuigd te behelsen de opregte en zuijvere waarheid. Aldus Gedaan ende gedeklareerd ter sekreta= rije van den Matureeschen Eerwaarden Land= raad, dato voorsz: en ter presentie van de E=s Johan Casper Beijer en Jacobus Abra„ ham Rottiers beide leeden uit den Raad voor= meld. Die de minute deses nevens den dekla= rant den Taalman en mij sekretaris behoorlijk hebben onderteekend /:onderstond:/ 'T welk ge„ „tuijgd /:was geteekend:/ P: A: de Moor Landr=s Sekretaris. Heden den 12: Junij Anno 1791: kompareerde voor de in dezen vermelde E=s gekommitteerde leeden de perzoon bij het voorenstaande Deklaratoir vermeld, het welk hem ter vertaaling van als vooren, weder dui= delijk voorgehouden en te verstaan gegeeven zijnde, bleef hij daar bij ten vollen persistee= „ren, met deese omstandigheid nogtans, dat zijn broeder, de Mohandiram der kandebaddepattoe, bij het eigenhandig overgeeven van de ola aan hem ter bestelling, had gezegt, dat een wagthebbende Den 15: Juni 1791: laskorijn Den 15: Juni 1798. laskorijn dezelve aan hem besteld en op zijn vraag, wie den brenger dier ola was.! geant= woord had, dat een kort swart man met een stok in de hand aan de gravet koomende de „e ola aldaar overgeeven had. Den deklarant wijders de ola in haar Couvert en het lapje wit linnen vertoond en gevraagd zijn.= „de, of hij het niet voor dezelfde ola en het zelfde linnen erkende, waar van hij hier voo= ren heeft gedeklareerd: zoo antwoorde hij, het laaste wel voor het zelfde lapje linnen te erkennen, maar van de ola wiste hij niet te zeggen, vermits dezelve in het lapje verborgen lag en de twee slipjes van het lapje van onderen met lak toegemaakt was. vrage: Hoe of de deklarant dan had konnen opgeeven„ dat de ola verzegeld was, nadien op de ola geen siertje lak te zien is! antwoord: De deklarant heeft 'er geen zoo nauwe agt„ opgeslaagen, maar het lak, dat onder de twee slip= Jes van het lapse lag, had men doen vermoeden, dat de ola, ook verzeegeld was. vrage: of men in staat was, om op die wijze, als hij p heeft opgegeeven de ola verzegeld geweest te zijn, het adres van de ola te leesen, zonder het lapje los temaaken ! antwoord neen. vrage: hoe of dan de Mohandiram, bij het overhandi= gen van de ola aan hem, heeft konnen zeggen, dat dezelve gerigt was op den naame van den Modliaar 4782. Modliaar Hangakoon !" Antwoord niet teweeten, maar zijn broeder de Mohandiram behoord 'er van reeden te geeven. Aldus Gerecolleerd, gepersisteerd, geamplieerd en be„ P antwoord Dato ter plaatse en presentie voorsz: /:was geteekend:/ met een onleesbaare handteekening /: in margine :/ ons Present /:geteekend:/ J: C: Beijer en J: A: Rottiers /:Lager:/ voor de vertaeling /:geteekend:/ L=s Ferdinandus gesw: Tolk /:in 't midden :/ In mijn „kennis /:geteekend:/ P: A: de Moor sekret=s Waarop de Heer President aan de vergadering kommu= niceerde, dat zijn Edele deeze stukken gisteren avond om tien uuren ontvangen hebbende en oordee„ lende, dat tot tegengang van eene revolte het de= tachement onder bevel van den overste van Drie„ „berg hoe eer hoe liever naar katoene diende opterukken, ten eersten daartoe bij een brief kommandeur sluijsken en den overste aan den voormeld order gegeeven had met last, om den arraatje in arrest herwaards te zenden en de twee Don Simons des mogelijk optevat= „ten en wijl uit voorsz: ola ten klaarsten bleek dat dezelve door het Hof gezonden was om de ingezeetenen in de Dessavonij tot oproer en afstand te verleiden, en Den 15: Juni 1791: Don Den 15: Juni 1791: Don Simon Mohandiram en zijn broeder de Modliaar van de Mahampattoe volgens den hier voorwaards aangehaalden brief van den overste buiten des zeer suspekt waaren, het geen de kommandeur bij zijnen brief van den 12: almeede affirmeerde: zoo werd met eenpaarigheid van stemmen hoognoo= dig geoordeeld, dat de gestaakte expedietsie naar katoene voortgang neeme, ten einde de ingezeetenen in teugel te houden, en eene revolte voortekoomen, en werd over zulx goed= gevonden en verstaan, zich met de reets daar toe gegeevene ondrte konformeeren, en J. dezelven bij een brief van de vergadering nader aanteschrijven. Tot verdere aanmoediging van de Hoofden van Mature werd beslooten, den modliaar Han= „gakoon voor het in dit geval gegeevene blijk van getrouwigheid, door den waarneemen„ den Dessave uit naam van deeze regeering te bedanken. Laastlijk werd verstaan hier aante teekenen; dat van de mandaat ola, vermeld bij Se= kreete resoluutsie van den 26: Maij J=o leeden, „ waar P
English
4783 whereby the inhabitants are warned against all incitement to rebellion, ten copies have been published and posted in this Dessavony, eight in the lands of Gale, and twelve in the Dessavony of Mature. Furthermore was read a resolution of the Jaffnapatnam servants of the 26th of May last, whereby they, upon the proposal of the Captain Landregent of the Wannie, Nagel, have resolved, in order to counteract the arrival and departure of strangers without permission, and to prevent all smuggling trade beyond the bank of Widdeleltivoe, to have a vessel cruise from Ilpekarwe to Mantotte, and to authorize the said Landregent to hire a batel for that purpose at six rijksdaalders per month until the Jaffnapatnam cruising thoney, which is currently being repaired, shall have been put in proper condition, and to man the same with a tandel earning 3: 24: rijksdaalders and one parra of rice per month, and 6 sailors The 15th of June 1791: earning earning 2: 12:— rijksdaalders and one parra of rice per month each. Whereupon, after deliberation and taking into consideration that it has always been the intention of this government to prevent private navigation to Widdeteltivoe, which is inhabited by Moors, because of the opportunity that one may have there to commit smuggling, and that it is therefore very useful, as well as to prevent the intrusion of suspicious people under these present circumstances, that this region also be cruised, as is already being done along the eastern shores of the Wannie according to the resolution taken thereto at the session of the 21st of March last, it has been approved and understood hereby to approve the aforesaid Jaffnapatnam resolution. The Mannar Chief Ebell having reported by letter of the 10th of this month that, upon the news of some unusual movements and preparations in the Marrua country, he sent a spy thither and, in the meantime, amidst the uncertainty of what might The 15th of June 1791: actually 4783. actually be brewing, had rehired the already discharged cruising thoneys and reinforced the post at Arripo in order to prevent, as far as practicable, any people from the Marrua country coming over, with a request for a reinforcement of troops, since the weak garrison of Mannar is insufficient to repel a considerable number of people: it has been approved and understood, in consideration that the movements in the country of Marrua have arisen from a dispute between the Theuver and his first minister, and that from this nothing is to be feared for this Island, hereby to approve the precaution taken to have the shores more closely guarded, but to reject the request for reinforcements as needless. The Captain Uhlenbeek commanding at Silau having requested by his letter of the 10th of this month that there may be issued weekly free of charge to the Europeans one head of cattle, to the Malays a buffalo, and to the sepoys and Moors dried fish pro rata, it has been approved and understood, although it was resolved at the session of the 12th of April to cease all extra issues The 15th of June 1791: to the troops at Silau, nonetheless taking into consideration that the Silau district is not heavily populated and yields few provisions, that the supply from the Kandyan country is completely stopped now that the gravets of the Seven Korles are closed, and it is thus quite natural that the little that Silau yields or is brought in from the neighboring districts must have risen in price, to grant the request of Captain Uhlenbeek, and thus to authorize him to make the aforesaid extra issue. Further, on the proposal of the said Captain Uhlenbeek, it was approved to authorize him to have the bacon and meat of two barrels from which the brine has leaked, and which is therefore exposed to spoilage, issued to the men. The Chief of Kalpitiya having transmitted alongside his letter of the 9th of this month a report from Lieutenant Mollij concerning the goods lost in the burning down of an ola barracks, with the request that the eastern soldiers who suffered damage thereby might be granted compensation or a gratuity for it: it was, The 15th of June 1791. 4738 after deliberation, approved and understood to write off the burnt Company's goods consisting of 3 pieces of cartridge pouches with their straps and 9 red leather sword knots, but to deny the requested compensation for the eastern soldiers, even though this would not amount to much, in order to prevent more such inappropriate requests, and to recommend to the Kalpitiya Chief not to make such unusual proposals in the future. Thus done and passed in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. /:was signed:/ J: G: van Angelbeek, M: P: Raket, C: van Angelbeek, M: Mekern, J: Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. The 15th of June 1791: Agrees - Sijbrands Examined F Beukman No. 70
Dutch transcription
4783 waar bij de ingezeetenen tegen alle verleiding tot opstand gewaarschouwd worden, tien exem= plaaren in deeze dessavonij, agt in de lan„ den van Gale en twaalf in de Dessa= vonij van Mature gepubliceerd en geaffi= geerd zijn. wijders is geleezen eene resolutie van de Iappe„ nasche bedienden van den 26: Mai J:o Leeden, waar bij zij, op het voorstel van den kapi= tain Landregent van de wannie, Nagel, hebben beslooten, om tot tegengang van het af en aanvaaren van vreemdelingen buiten verlof, en tot weering van alle sluijkhandel buiten de bank van wid= deleltivoe, een vaartuig te laaten kruis= „sen van Ilpekarwe tot Mantotte, en gem: Landregent te qualificeeren, om tot dat de Jafnasche kruistonie, die thans gerepareerd word, zal zijn in staat gebragt, daartoe een battel voor ses rijksdaalders 'smaands intehuuren, en dezelve te bemannen met een tan= del winnende rijksdaalders 3: 24: en een parra rijst 'smaands, en 6: mattroosen Den 15: Juni 1791: winnende winnende Rijksdaalders 2: 12:—. en een parra rijst smaands ider. Waarop gedelibereerd en in aanmerking genoomen zijnde, dat het de intentsie van deeze regeering altijd geweest is; om de partikuliere vaart op widdeteltivoe, 't welk door Mooren bewoond is, te beletten weegens de geleegenheid, die men daar kan hebben tot het pleegen van sluikerijen, en dat het daarom zoo wel, als om in deeze tijdsomstandigheeden den indrang van verdacht volk te belet= ten, zeer nuttig is, dat die streek meede bekruist word, gelijk dat langs de oost= lijke stranden van de wannie reets geschied, volgens het daartoe genoomen besluit ter sessie van den 21: maart Joleeden, is goed= gevonden en verstaan de voorsz: Jafnasche resoluutsie bij deezen te approbeeren. Het Mannaarsch opperhoofd Ebell bij brief van den 10: deezer bericht hebbende, dat hij op de tijding van eenige ongewoone be„ weegingen en toerustingen in het Marru= asche land, een spion derwaards gezonden, en intusschen in de onzeekerheid; wat 'er Den 15. Juni 1791: eigenlijk 4783. eigenlijk in til mogten zijn, de reets afgedank= „te kruistonies weder ingehuurd, en de post te Arripo versterkt had; om, indien 'er eenig volk uit het Marruasche mogte overkomen, dat zoo goeddoenlijk te beletten, met verzoek, om eene versterking van militairen, wijl de zwakke bezetting van Mannaar niet toereikt, om eene merklijk aantal van volk afteweeren: is uit aanmerking, dat de beweegingen in het land van Marrua ontstaan zijn uit een tweespalt tusschen den Theuver en zijnen eersten minister, en dat daaruit voor dit Eiland niets te dugten is, goedgevonden en verstaan, de gebruijkte voorzorg, om de stranden naauwkeuriger te doen bewaaken, bij deesen te approbeeren, doch het verzoek om versterking als noodeloos van de hand te wijzen. Door den te silau kommandeerende kapitain UE= lenbeek bij zijn brief van den 10: deezer verzocht zijnde, dat weekelijx gratis mogen worden ver= strekt aan de Europeesen een koebeest, aan de malaiers een buffel en aan de sipais en mooren karwaat na rato, is, of schoon ter sessie van den 12: april beslooten is, om alle extra verstrek= Den 15=' Juni 1791: kingen „kingen aan de troepes te silau te doen cesseeren, nochtans uit aanmerking, dat het silausch Dis „trikt niet sterk bewoond is; en weinig leevens= middelen opleeverd, dat de toevoer uit het kandia„ sche, nu de gravetten van de zeven korles geslooten zijn, geheel belet, en het dus heel natuurlijk is, dat het weinige wat silau geeft, of van de nabuurige distrikten aangevoerd word, in prijs moet zijn gesteegen, goedgevonden en verstaan, in het verzoek van kapitain Uhlenbeek, te be„ willigen, en hem dus tot de voorsz: extra verstrekking te qualificeeren: Nog is op het voorstel van gemelde kapitain rihlen= „beek goedgevonden hem te qualificeeren, om het spek en vleesch van twee vaten, waarvan de pe= „kel afgeloopen, en het welk dus aan bederf ge= exponeerd is, aan het volk te laaten verstrekken. Door het opperhoofd van kalpettij nevens zijn brief van den 9=e deezer overgezonden zijnde een rap= „port van den Luitenant Mollij van de verloorene goederen bij het afbranden van een ola=kasern, met verzoek, dat aan de oostersche militairen, die daar bij schaade geleeden hadden, daar voor vergoeding of een gratifikaatsie mogte toegelegd worden: is Den 15: Junij 1791. n1a P 4738 na deliberaatsie goedgevonden en verstaan, de ver„ brande kompenies Goederen bestaande in 3: p=s pat= troontassen met haare riemen en 9: roodleere Porte pees te laaten afschrijven, doch de verzochte schade vergoeding voor de oostersche militairen, of schoon dit ook niet veel zoude bedraagen, tot voorkoming van meer diergelijke oneigene verzoeken te ontzeggen, en het kalpettisch opperhoofd te rekommandeeren om voortaan zulke ongewoone voorstellen niet meer te doen. Aldus gedaan ende gepasseert in het kasteel kolombo ten daage maand en Jaare voorschreeve /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, M: P: Raket, C: van Angel= beek, M: Mekern, J: Reintous, B: L: van Zitter en A: Samlant. Den 15: Juni 1791: Akkordeert - Sijbrands HEgreerk Nagezien F Beukman N.o. 70
English
Resolution taken in 1791. Present: Gerard van Angelbeek, Petrus Raket, Mancini de Capelli, van Angelbeek, Philous, Lambertus van Zitter, Inlant. Absent: van de Graaff, Carl von Drieberg, Thomas Fretz, Holst, Adrianus Vollenhove. Sick: Beukman. Checked. Whereas the Court of Kandy, in response to the request made by letter of the 5th of this month to peel cinnamon in the King's land, has answered that this ought to take place through the Company's ambassadors, which under present circumstances is a very improper refusal, because the Court has sent no ambassadors and is thus itself the cause that no embassy could be sent from the Company's side; we have therefore decided at the session of the 14th of this month to make use of the right which the Honourable Company obtained for that purpose in the latest peace treaty, and to that end to send the cinnamon peelers into the King's land, as well as to protect them with arms against all hindrances and molestation. Received from the 15th of this month, Colonel von Drieberg informed me that His Honour, assuming the command of the Dessavony, would actually begin the march to Kattoene today with a force of 358 heads according to the first plan. Although His Honour, due to a lack of coolies as well as other circumstances, has not yet been able to take along all necessities, which however the acting Dessave, the Honourable Berghuijs, as quickly as possible... Javaka, the second at Matura... vidana of the Dewalebadde... it appeared that the notorious Don... of the pattu, accompanied by... of the Mahampattse... Instruction for the head of the militia, the Honourable Colonel Diderich Carel von Drieberg. For the sake of completeness, notice of this was given to the Court in a letter of the 15th of this month, with a request to issue the necessary orders to the inhabitants that our cinnamon peelers be received everywhere in a friendly manner and hindered by no one, adding that we shall wait with this as long as is necessary to obtain an answer thereto, while in the meantime preparations on this side have already been set in motion in order to proceed with it when the term will have expired. Yesterday it was further resolved to put these measures into effect also from the side of Matara, and to entrust the execution thereof jointly to the Commander Sluijsken and Your Honour, as well as to assign to Your Honour the command over the detachment which must be formed for that purpose from the militia in the Galle Commandment; and this serves to prescribe to Your Honour in brief the principal matters that are to be observed in this regard. Your Honour must therefore, upon arrival at Galle, deliberate with the said Commander about what is necessary for the promotion and execution of this purpose, while His Honour is recommended to render Your Honour all assistance thereto. The detachment should consist of roughly three hundred heads: one-third Europeans and two-thirds Orientals; for which purpose, therefore, a full company of the regiment de Meuron, which with a detachment from the second company of Orientals, with as many artillerymen as are required to serve two field pieces and two hand mortars, which the Commander must furnish, to which must further be added three or four hundred Matara lascorins, who must be provided by the Matara officials and must be commanded in person by the Jajanaik Tillekeratne Mudaliyar and the Mudaliyar Saram of the Gangebadde Pattu. The most suitable place for the detachment is Kattoene, lying only two hours from the King's land and in the vicinity of the Kolonna and Atakalan Korale, where generally quite a lot is to be peeled. Upon your arrival there, the cinnamon peelers must be sent to the King's land with several copies of the publication serving for that purpose, containing the reasons why the Chalias are sent to the King's land in this manner at this time, and further the assurance that no harm shall be done to the inhabitants who behave peacefully and leave the Chalias unmolested, but that those who hinder or mistreat the Chalias or their headmen will be treated as disturbers of the public peace. There is, however, still hope that the Kandiyans will seek to settle the disputes, which we greatly prefer under present circumstances; therefore, no commandos must be sent into the King's land until this shall be further written to us, but if the Kandiyans themselves begin hostilities or should stop our cinnamon peelers by force or treat them hostilely... Checked.
Dutch transcription
4791 4733 Citsie Genoomen in Wijl het Hof van kandia op het bij brief van den 1791. 5. deeser gedaane verzoek tot het schillen van Present kaneel in 's koningsland geantwoord: heeft, dat het zelve door 'skomp:s ambassadeurs be„ Gerard van Angelbeek, hoord te geschieden, het geen in de tegenwoor„ rus Raket „dige omstandigheeden eene zeer oneijgene cini de Capelli weigering is, door dien het hof geene ambas= van Angelbeek. sadeurs gezonden heeft, en dus zelve oorzaak is filous dat van 'skomp:s zijde geen gesandschap heeft bertus van Zitter kunnen gezonden worden: zoo hebben wij ter inlant. sessie van den 14. ' deeser beslooten ons te bedie„ Absent. „nen van 't recht het welk dE: komp: daartoe bij het Jongste vreedens traktaat verkreegen van de Graaff heeft en tot dat einde de kaneel schillers in l von Drieberg, 's konings land te zenden, mitsgaders tegen mnas Fretz: alle hindernissen en overlast met de wapens Holst te dekken. anus Vollenhove Javaka, de tweede te Matu„ Ziek. van den 15. deeser ontvange„ overste von Drieberg mij, dat zijn E. de aanneemende de dessavo„ op mansch na kattoene met eene sterk= pidaan van de dewalebadde te van 358. koppen primo plane heeden zoude aanneemen. Hoewel zijn E. weegens bleek, dat de beruchte Don gebrek aan koelies als anderzints nog de pattoe, verseld van niet alle benoodigheeden heeft kunnen meede neemen; die egter de waerneemende van de Mahampattse dessave DE: Berghuijs, zoo spoedig moge= Instruktsie voor het hoofd der milietsie den E: Kolonel Diderich Carel von driberg Tin lijk werklijk op Beukman Nagezien Ten overvloede is hier van aan het hof kennis ge¬ „geeven bij een brief van den 15: deeser met versoek om de noodige orders aan de ingezeete„ „nen aftevaardigen, dat onse kaneel schillers overal vriendelijk ontvangen en door niemand verhinderd worden onder bijvoeging, dat men daar meede zoo veel tijd zal wachten, als nodig is daar op antwoord te erlangen, zijnde middelerwijle de aanstalten aan deese kant reets in't werk gesteld, om daar mede voorste= „vaaren, als het termijn verloopen zal zijn Gisteren is nader beslooten deese maatregelen ook van de kant van Mature werkstellig te maaken en de uitvoering van daar van aan den heer kommandeur sluijsken en uw Ed: te „zaemen te demandeeren, mitsgaders aan uw Ed: het kommando op tedraagen over het dietacle„ „ment het welk daar toe uit de milietsie in het Gaalsche kommandement geformeerd moet worden, en deese diend om uwEd: de voor= „naamste stukken die daar bij in acht te neemen zijn in 't kort voor te schrijven uw Ed: 4792. 1739 uw Ed: moet dus bij aankomst te gale met gem: heer kommandeur overleggen wat tot de bevor„ „dering en uitvoering van dit oogmerk nodig is, terwijl zijn achtb: aanbevoolen word uwho: daar toe alle hulpe te bewijsen 1791. Het detachement diend te bestaan uijt min Present of meer drie hondert koppen een derde Euro „peeschen en twee derde oosterlingen, waar„ erard van Angelbeek, toe dus een volle komp: van het regiment trus Raket de Meuron, die met een detachement uijt cini de Capelli de tweede kompanie oosterlingen met zoo van Angelbeek veel aatilleresten als tot het bedienen van plous twee veld stukken en twee handmortieren, bertus van Litter die de heer kommandeur fourneeren moet, inlant. vereischt worden waar bij nog drie of vier Absent honderd matureesche laskorijns moeten ge„ gevoegd worden, die door de matureesche be„ van de Graaff dienden bezorgd en door den Jajanaik Til= l von Drieberg, „lekeratne modliaar en den modliaar Saram mas Fretz: van de gangebadde pattoe in persoon gekom„ Hoest „mandeerd moet worden De bekwaamste plaats voor het ditachement van den 15. deeser ontvange„ overste von Drieberg mij, dat zijn E. de aanneemende de dessavo„ op mansch na kattoene met eene sterk= te van 358. koppen primo plane heeden vidaan van de dewalebadde zoude aanneemen. Hoewel zijn E. weegens bleek, dat de beruchte Don gebrek aan koelies als anderzints nog de pattoe, verseld van niet alle benoodigheeden heeft kunnen meede neemen; die egter de waerneemende van de Mahampattse dessave DE: Berghuijs, zoo spoedig moge= anus Vallenhove Javaka, de tweede te Matu„ Ziek. itsie Genoomen in lijk werklijk op is Beukman is kattoene, leggende maar Twee uuren van 's koningsland en in de buurt van de Colona en Altakalan kore, waar doorgaans nog al veel te schillen valt. Bij uwe komste aldaar moeten de kaneel schillen naar 's koningland gezonden worden met eenige exemplaaren van de daar toe dienende publi„ „kaatsie behelsende de reedenen waarom men dit „maal de Tjalias op deese wijse na 's konings „land zendt, en voorts de verzeekering dat aan de inwoonders, die zich vreedzaam gedraegen en de Tjalias ongemeid laaten, geen leed geschieden zal, dog dat de geenen, die de sjaleas of derzelver hoofden verhinderen of quaalijk bejeegenen als Hoorders van publieke rust zullen gehandeld worden. Daar is egter nog hoope dat de kandiaanen de ge„ schillen zullen tragten bij te leggen, het gaen wij in de tegenwoordige omstandigheeden zeer prefereeren, dus moet geene kommandos in skoningsland gezon„ „den worden voor dat dit van ons nader zal worden aangeschreeven, dog indien de kandiaanen zelve vijandigheeden beginnen of onse kaneel schillers met geweld tegen houden of vijandig behandelen mogten Nagezien
English
Should they [illegible], it goes without saying that use must be made against them of the military force entrusted to Your Honour. If Your Honour perceives that there are bold fellows here or there who seek to stir up the people to unrest, Your Honour must seek to capture them, or otherwise employ such measures against them as Your Honour shall judge to be the most efficacious to nip such rebellious acts in the bud. In particular, Your Honour must keep a watchful eye on Don Simon, who in the Matara disturbances was one of the foremost mutineers and, since his appointment as mohandiram and head of the Kandebodapattu, has made himself very suspect, and to seize him by the collar at the slightest sign of evil designs and send him under a good escort to Matara. When it must come to that, another Chief must immediately be appointed provisionally over the Kandebodapattu, who for that purpose must be kept in view in good time. Regarding this, Your Honour must in particular consult with the Commander Sluijsken, as well as on what measures would then be most appropriate to secure at the same time his brother, who is also called Don Simon, but in other papers is named Don Constantijn, and is head of the Magampattu, and likewise was one of the foremost leaders of the mutineers in the Matara disturbances. To Your Honour is granted as a field allowance two hundred and fifty rixdollars per month; the further allowances are known to Your Honour and are abundantly communicated to the Commander. Colombo, the 27th of May, anno 1791. Signed: J. G. van Angelbeek. Agrees. Wijbrands, First Clerk. Extract taken in [illegible] 1791. Present: Gerard van Angelbeek, Petrus Raket, [illegible] de Capelli, [illegible] van Angelbeek, [illegible], [illegible]bertus van Zitter, [illegible]. Absent: [illegible] van de Graaff, [illegible] von Drieberg, [illegible] Fretz, [illegible] Hoest, [illegible] Vollenhove, sick. [illegible] the second at Matara, received the 15th of this month [illegible] Colonel von Drieberg informs me that His Honour [illegible] the march to Katuwana with a strength of 358 heads, would undertake today as planned. Although His Honour, due to a shortage of coolies as well as otherwise, has not yet been able to take along all necessities; which, however, the acting Dissave, the Honourable Berghuijs, will send on as soon as possible. Checked: Beukman. No. 71. Right Honourable Ruling Lord, It was already late yesterday evening when I had the honour to receive Your Right Honourable's respected dispatch of the 8th of this month. I shall therefore halt here tomorrow, and am [illegible] To the Right Honourable, Grand Venerable Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. By a letter of yesterday the Honourable Colonel von Drieberg informs me that His Honour, assuming the march to Katuwana with a strength of 358 heads, would undertake today as planned. Although His Honour, due to a shortage of coolies as well as otherwise, has not yet been able to take along all necessities; which, however, the acting Dissave, the Honourable Berghuijs, will send on as soon as possible. The said Honourable von Drieberg brings up in His Honour's letter, of which the copy accompanies this, various difficulties: Firstly, His Honour finds that too small a garrison remains behind at Matara, and that more men should be sent there. Secondly, His Honour supposes the possibility that in case of a breach of peace with Kandy, our inhabitants might possibly become unfaithful to us, and it might then be better to take up a post between Matara and Tangalle in order to cover both places, rather than to march to the King's country. And Thirdly, His Honour complains about the headmen, that notwithstanding all promises they effect nothing, and that the orders of the Honourable Berghuijs do not very well appear to be obeyed.
Dutch transcription
4793. 4739 Citsie Genoomen in mogten, dan spreekt het van zelve, dat van het uwE: toe vertrouwde militair, vermogen daar tegen gebruijk gemaakt moet worden Jndien uwE: bespeurd, dat er hier of daar stoute knaapen zijn, die het volk zoeken tot onrust 1791. op te zetten; moet uwE: deselven trachten te be„ Present machtigen of anders zodanige middelen tegen hem werkstelling maaken, als uwE: oordeelen Gerard van Angelbeek, zal de officacieusle te zijn, om zulke oproerige rus Kaket bedrijven in de geboorte te smooren, Jnsonderheid cini de Capelli moet uwE: een waakend oog houden over Don van Angelbeek simon, die in de matureesche onlusten is geweest plous een der eerste muitelingen zedert zijn aanstel„ „ling tot mohandiram en hoofd van de kande„ bertus van Litter badde pattoe zig zeer suspekt heeft gemaakt, inlant. en denzelven bij de minste blijken van quaade Absent desseinen bij de kop vatten, en onder een goedes= korte naar Mature zenden wanneer het daar van de Graaff„ toe komen moet, moet er aanstonds een ander l von Drieberg, Hoofd provisioneel over de kande badde pattoe mnas Fretz: worden gesteld, die ten dien einde in tijds moet Hoest worden in 't oog gehouden hier over moet uwh: anus Vollenhove Javaka, de tweede te Matur„ Ziek. van den 15. deeser ontvange„ overste von Drieberg mij, dat zijn E. de aanneemende de dessavo„ op mansch na kattoene met eene sterk= te van 358. koppen primo plane heeden vidaan van de dewalebadde zoude aanneemen. Hoewel zijn E. weegens bleek, dat de beruchte Don gebrek aan koelies als anderzints nog de pattoe, verseld van niet alle benoodigheeden heeft kunnen meede neemen; die egter de waerneemende van de Mahampattse dessave DE: Berghuijs, zoo spoedig moge= =lijk e werklijk zig Nagezien Beukman zig inzonderheid beraaden met de heer Komman„ deur sluijsken als mede welke maatregelen als dan zoude de bekwaamiste zijn om zig gelijk tijdig te verseekeren van zijn broeder die ook Don Simon heet, dog bij andere papieren Don konstantijn genaamd word, en hoofd is van de Magam= pattoe en insgelijks in de matureesche onlusten een der eerste aanvoerders van de muijtelingen geweest is. Aan uwE: word tot een veld douceur 's maands Tweehondert en vijftig rd:s toegelegd, de verdere couiceurs zijn uwE: bekend en worden ten over„ vloede aan den Heer kommandeur opgegeeven. Kolombo den 27.:' Maij A:o 1791. /:geteekend:/ J: G: van Angelbeek. Akkordeert. Wijbrands VEijklerk 4733 itsie Genoomen in 1791. Present Gerard van Angelbeek, trus Raket cini de Capelli van Angelbeek. plous ibertus van Zitter inlant. Absent van de Graaff l von Drieberg, mnas Fretz: Hoest anus Vollenhove Javaka, de tweede te Matu„ Ziek. van den 15. deeser ontvan ge„ overste von Drieberg mij, dat zijn E. de aanneemende de dessavo„ op mansch na kattoene met eene sterk= te van 358. koppen primo plane heeden vidaan van de dewalebadde zoude aanneemen. Hoewel zijn E. weegens bleek, dat de beruchte Don gebrek aan koelies als anderzints nog de pattoe, verseld van niet alle benoodigheeden heeft kunnen meede neemen; die egter de waerneemende van de Mahampattse dessave DE: Berghuijs, zoo spoedig moge= =lijk e werklijk op Nagezien Nagezien Beukman F Beukman No. 71. 4737: 4733 Wel Edele Achtbaere Gebiedende Heer SHet was gisteren Avond Reeds laat, toen ik de Eere hadde uwelEdele Achtb: g'eerde Mis„ Gerard van Angelbeek, sieve van den 8. deezer te ontfangen. trus Raket Ik zal dus morgen hier halt houden, en ben het cini de Capelli 4794 van Angelbeek. ntous ibertus van Zitter intant. Absent Aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer Wo: Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch India gouverneur en Directeur van het Eijland van de Graaff Ceijlon met dies onderhoorigheeden, Nevens l von Drieberg, den Raad. mnas Fretz: Hoest anus Vallenhove tavaka, de tweede te Matur„ Ziek. Bij een brief van gisteren bedeeld de E. van den 15. deeser ontvange„ overste von Drieberg mij, dat zijn E. de aanneemende de dessavo„ op marsch na kattoene met eene sterk= te van 358. koppen primo plane heeden vidaan van de dewalebadde zoude aanneemen. Hoewel zijn E. weegens bleek, dat de beruchte Don gebrek aan koelies als anderzints nog de pattoe, verseld van niet alle benoodigheeden heeft kunnen meede neemen; die egter de waerneemende van de Mahampattse dessave DE: Berghuijs, zoo spoedig moge= Wel Edele Gestrenge Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heem kopij Appart secreet m Colombo 1791. Present Citsie Genoomen in =lijk werklijk Beukman Beukman lijk na zal zenden. Gedagte E: von Drieberg brengd bij zijn E. brief, waer van het afschrift dezen ver= zeld, verscheide zwaarigheeden en Eerstens, vind zijn E dat te Mature te weinig bezetting agter blijft en daar nog meer volk diend gezonden teworden. Sweedens verondersteld zijn E. de moge= lijkheid, dat ingeval van vreede breuk met Candia, onze ingezeetenen ons mogelijk zullen ongetrouw worden en het als dan beeter konde zijn tusschen Mature en fangale post ten vatten om beide plaetzen te dek= ken, dan na het konings land te marcheeren. en Derdens. klaegd zijn E. over de hoof= den dat ze onaangezien alle be= losten niets werkstellig maeken dat de orders van den E. Berghuijs niet zeer schemen opgevolgd te worden Nagezien Nagezien No. 71.
English
4737: 4739. Right Honorable Ruling Lord resolution taken in It was already late yesterday evening when I had the honor of receiving your Right Honorable respected letter Gerard van Angelbeek, of the 8th of this month. rus Raket I will therefore halt here tomorrow, and I am cini de Capelli 4795 van Angelbeek ntous ibertus van Zitter ... and that the Mudaliyar, who had inland. promised to provide coolies and pack animals, to have Absent. the rice pounded and to send it to Kattoene, yesterday had van de Graaff not yet even departed from Mature to his district. l von Drieberg, Since everything I have to remark concerning the above mas Fretz: again comes down to what I have so often said, Holst namely that we can rely little on the willingness anus Vallenhove of our headmen, as they would indeed show it on this tavaka, the second at Mature occasion, the more so since it is virtually certain that they sick. can provide whatever the country yields, whether it be rice, received of the 15th of this month... paddy, coolies, pack oxen and so forth, taking the dessave... in abundance for a detachment like that of the Honorable vidane of the dewalebadde Colonel von Drieberg, if only they were willing; it appeared that the notorious Don at least they ought to show themselves active, and further de pattoe, accompanied by that consequently we cannot rely on the loyalty of our of the Mahampatta inhabitants, over whom these headmen certainly have all 1791. possible influence. I repeat, since all I have to remark Present whereupon concerning the state of affairs in the Matara dessavony actually would merely be a repetition of what has already been said E several times, I will not detain your Right Honorable Strict Lordship therewith and only request that you give favorable Checked consideration to the contents of the letter from the Honorable F Beukman Colonel von Drieberg: Beukmans I would gladly send more troops to Mature, but my own No. 71. shortage makes me unable to do so, the more because in case of unrest, I must keep the road to Mature open and to that end intend to take up position at Goyapane and Polwatte, which must be done from here. I request your Right Honorable Strict Lordship, if it is possible, to send another Company of Malays or Europeans hither Checked 4737: 4733 Right Honorable Ruling Lord It was already late yesterday evening when I had the honor of receiving your Right Honorable respected letter Gerard van Angelbeek, of the 8th of this month. trus Raket I will therefore halt here tomorrow, and I am cini de Capelli 4736. van Angelbeek. nlous ibertus van Zitter hither, in order thereby to reinforce Mature, since it is inland. truly almost irresponsible to leave Mature so poorly garrisoned, Absent as the Honorable Colonel von Drieberg himself testifies. van de Graaff Since the headmen at Mature cannot provide any coolies after all, l von Drieberg, I shall immediately send as many Moors from here as is 100 possible for me. I am afraid, however, that I shall have to mas Fretz: decide on an extraordinary payment; the headmen of the Hoest Moors have promised me that they will seek out at least anus vollenhove fifty coolies this very day, whom I will then dispatch tomorrow. tavaka, the second at Mature For the Sinhalese coolies I have, pursuant to your favorable sick. authorization by letter of the 3rd of this month, determined three stivers daily for each person, in addition to the ordinary received of the 15th of this month... provisions of rice or paddy, on which I request your Right taking the dessave... Honorable Strict Lordship's approval, and meanwhile I have vidane of the dewalebadde the honor to be with the due high respect, it appeared that the notorious Don below stood: de pattoe, accompanied by Right Honorable Strict Most Worshipful Ruling Lord; of the Mahampatta your Right Honorable Strict Lordship's obedient servant, E was signed: P:s Sluysken 1791. in the margin: Gale the 7th of June 1791. Present Wybrands, First Clerk resolution taken in Agreed. actually Checked Beukmans No. 71. Beukman Checked 4737: 6733 Ruling Lord Right Honorable It was already late yesterday evening when I had the honor of receiving your Right Honorable respected letter Gerard van Angelbeek, of the 8th of this month. trus Raket I will therefore halt here tomorrow, and I am cini de Capelli van Angelbeek Antons ubertus van Zitter inland. Absent van de Graaff l von Drieberg, mas Fretz: Holst anus Wallenhove tavaka, the second at Mature sick. received of the 15th of this month... taking the dessave... vidane of the dewalebadde it appeared that the notorious Don de pattoe, accompanied by of the Mahampatta 1791. Present resolution taken in actually Checked Beukman Checked Beukmans Checked Beukman No 72. No. 71.
Dutch transcription
4737: 4739. Wel Edele Achtbaere Gebiedende Heer utsie Genoomen in Het was gisteren Avond Reeds laat, toen ik de Eere hadde uwelEdele Achtb: g'eerde Mis„ Gerard van Angelbeek, sieve van den 8. deezer te ontfangen. rus Raket Ik zal dus morgen hier halt houden, en ben het cini de Capelli 4795 van Angelbeek ntous ibertus van Zitter „worden en dat de Modliaer, die be= inlant. „loofd had koelies en draagbeesten te be= Absent. „zorgen, de rijst te laaten stampen en na „kattoene te zullen zenden gisteren nog van de Graaff „ niet eens van Mature na zijn districht l von Drieberg, „vertrocken was. Wijl al het geene ik omtrent het voorschree= mas Fretz: Holst vene aentemerken heb, alweder daar op uitkomt wat ik zoo dikwils gezegd heb, anus Vallenhove namentlijk dat wij op de bereedwilligheid tavaka, de tweede te Matur„ onzer hoofden weinig staat kunnen, mae ziek. ken, aengezien zij zulks in deeze ge= leegendheid wel zoude betoonen, te meer wijl het genoegzaam zeeker is dat zij van den 15. deeser ontvange„ alwat het land opleverd, het zij Rijst, aar neemende de dessavo„ Nelie, koelies, Draagossen en zovoorts in overvlaede voor een detachement, gelijk vidaan van de dewalebadde dat van den E. overste von Drieberg kun„ bleek, dat de beruchte Don nen bezorgen indien zij maer geneegen de pattoe, verseld van zijn; ten minsten zouden zij zig dog actief moeten betoonen, voorts dat wij ons van de Mahampatta bij gevolg, op de trouw onzer ingezeetenen 1791. Present waarop werklijk E Nagezien F Beukman Beukmans No. 71. waarop deeze hoofden zeeker al het moo= gelijke vermogen hebben, niet verlaaten kunnen. Ik herzegge wijl al het geene ik omtrend den toestand der zaeken in de matureesche dessavonij aentemerken heb, slegts een herhaeling van het reeds meermaelen gezegde zoude zijn, zoo wel ik uwel Edele gestrenge groot achtb: daarmeede niet ophouden en alleen verzoeken op den inhoud van del E. over= ste von Drieberg brief eene gunstige re= flezie teslaan: Gaarne zoude ik nog meer troupen na Ma= ture zenden, dog eigen gebrek steld mij buiten staat, temeer wijl ik ingeval van onlusten, de weg na Mature dien open= tehouden en ten dien einde te Goijapane en Polwatte denk post te vatten, het welk van hier moet geschieden. Ik ver= zoek uwel Edele gestrenge groot acht„ baane indien het mogelijk is, om nog een Comp: Malaijers of Europeesen na herwaards Nagezien 4737: 4733 Wel Edele Achtbaere Gebiedende Heer DHet was gisteren Avond Reeds laat, toen ik de Eere hadde uwelEdele Achtb: g'eerde Mis„ Gerard van Angelbeek, sieve van den 8. deezer te ontfangen. trus Raket Ik zal dus morgen hier halt houden, en ben het cini de Capelli 4736. van Angelbeek. nlous ibertus van Zitter herwaards te zenden, ten einde daar inlant. mede Mature te versterken, wijl het Absent waerlijk bijna onverantwoordelijk is, Mature zoo slegt bezet te laaten, ge= van de Graaff„ lijk de E. ovorste von Drieberg zelven l von Drieberg, betuigd. 100 mas Fretz: Wijl de hoofden te Mature dog geen koilies Hoest bezorgen kunnen zal ik ten eersten zoo veel mooren hier van daan zen anus vollenhove tavaka, de tweede te Matur„ den, als mij mogelijk is, Ik ben echter ziek. beducht, dat ik tot eene buiten ge= woone betaeling zal moeten besluiten; De hoofden der mooren hebben mij beloofd dat zij nog heeden ten minsten van den 15. deeser ontvange„ vijftig koelies zullen opzoeken, die aanneemende de dessavo„ ik dan morgen verzenden zal. vidaan van de dew alebadde Voor de Singaleesche koelies heb ik inge volge desselfs gunnstige qualifikatie bleek, dat de beruchte Don bij brief van den 3. deezer, drie stui= de pattoe, verseld van vens buiten de gewoone verstrekkingen van Rijst of nelie voor een elk 's daags a van de Mahampattse bepaeld waar op ik uweledele gestr: E 1791. Present Citsie Genoomen in groot werkelijk „1 op Nagezien Beukmans No. 71. Beukman Nagezien groot agtb: approbatie verzoek en in= tusschen de eere heb met de verschul= digde hoog achting te zijn /:onderstond:/ wel edele gestrenge groot agtb: hoog gebiedende heer; uwel Edele gestrenge groot agtb: gehoorzaemen Dienaar /:was getekent:/ P:s Sluijkken /:in margi= p ne:/ gale den 7. Junij 1791. Wybrands HEgklerk Accordeerd. 4737: 6733 Gebiedende Heer Wel Edele Achtbaere DHet was gisteren Avond Reeds laat, toen ik e de Eere hadde uwelEdele Achtb: g'eerde Mis„ Gerard van Angelbeek, sieve van den 8. deezer te ontfangen. trus Raket Ik zal dus morgen hier halt houden, en ben het cini de Capelli van Angelbeek Antons ubertus van Zitter mlant. Absent van de Graaff l von Drieberg, mas Fretz: Holst anus Wallenhove tavaka, de tweede te Matur„ ziek. van den 15. deeser ontvange„ aanneemende de dessavo„ vidaan van de dewalebadde leek, dat de beruchte Don de pattoe, verseld van van de Mahampatta 1791. Present Citsie Genoomen in werklijk op Nagezien Beukman Nagezien Beukmans Nagezien Beukman No 72. No. 71.
English
Honorable, Highly Respected Commanding Lord, It was already late yesterday evening when I had the honor of receiving your Honorable Respected Sir's esteemed missive of the 8th of this month. I shall therefore halt here tomorrow, and I am indeed quite compelled to do so, because from Tangale up to this place today we have had a very difficult march due to the heavy rain that fell here yesterday and today. The water between here and Kattoene is so high that it reaches up to the chest; thus, I have a good pretext to rest here for a few days and await further orders. Had the road been a little better in the meantime, I would, since I am already on the move, have marched these two hours further, which I shall do the day after tomorrow in the hope of favorable conditions. For it seems to me that it is now better to go completely to Kattoene than to remain lying here; perhaps haste will bring about an outcome. I hear this morning that I may perhaps enter the Kolonna Korale without opposition if I receive orders to march inland. Neither of the two Don Simons has appeared. The Second Mudaliyar of the Giruway tells me that they are very much on the Kandyan side and even keen to make plots. It is good that before the march I sent ahead the sannas, of which I have sent a copy to your Honorable Respects, whereby the wavering inhabitants have been reassured, which I continue to try to do more and more wherever I go. It seems to me that it would be good, if one could lay hold of them, to seize these two mutineers by the head and send them up, and immediately appoint two other chiefs in their place, such as the Atapattu Mohandiram of Matara as one, and the provisional Mohandiram Don Adrian as the second; then the people, in my opinion, would remain quiet. The Matara mudaliyars seem to be very attached, as they all individually show all help and affection, and notwithstanding that old Ilangakoon is truly ill, he nevertheless goes along. Perhaps I shall shortly again have the honor in person to convince your Honorable Respects of the true high esteem with which I ever strive to be. Honorable, Respected Commanding Lord, Your Honorable Respects' commanding, fully humble servant, Signed: A: S: Huijkken In the margin: Maragadde, the 9th of June 1791. Agrees, signed: C: L: B: van Albezijl, Secretary. Friday the 17th of June 1791. Decree resolution taken in the Council of Ceylon. Present: The Right Honorable, Highly Respected Acting Governor of Malabar and President, Johan Gerard van Angelbeek The Honorable Chief Administrator, Mattheus Petrus Raket The Honorable Colonel and Chief of Artillery, Elias Paravicini di Capelli The Honorable Dessave of Matara, Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable First Warehouse Master, Johannes Reintous The Honorable Secretary, Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper, Abraham Samlant Absent: The Right Honorable, Highly Respected Lord Governor, Willem Jacob van de Graaff The Honorable Lieutenant-Colonel and ad-interim Chief of the Militia, Diederich Carl von Drieberg The Honorable Dessave, Diederich Thomas Fretz The Honorable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst The Honorable Fiscal, Johannes Adrianus Vollenhove The first and third at Sitavaka, the second at Matara, and the last two sick. Was read a letter received from Galle under covering letter of the 15th of this month from the Merchant Berghuis, administering the Dessaveship of Matara, and a declaration by the Vidane of the Dewalebadde named Don Philip, by which it appeared in detail that the notorious Don Simon Mohandiram of the Gangaboda Pattu, accompanied by his brother Don Simon Mudaliyar of the Mahampattuwa, actually [illegible]
Dutch transcription
4737: 4799. Wel Edele Achtbaere Gebiedende Heer DHet was gisteren Avond Reeds laat, toen ik de Eere hadde uwelEdele Achtb: g'eerde Mis„ GGerard van Angelbeek, sieve van den 8. deezer te ontfangen. rus Raket Ik zal dus morgen hier halt houden, en ben het cini de Capelli ook genoegzaam genoodzaakt te doen; wijl wij van Angelbeek. heeden van fangale af tot hier toe door den swaaren deegen die gisteren en heeden hier ge=Intouis ubertus van Zitter vallen is, en zeer moeijelijken Maasch gehad hebben; Het waater tusschen hier en kattoene imlant. is zoo hoog dat het tot aan de borst komt, dus Absent. hebbe ik een goede pretext, om hier eenige daagen van de Graaff uijtterusten en nadere ordre aftewagten. Was de weeg intusschen een wijnig beeter geweest, zoo „l von Drieberg, was ik, wijl ik eenmaal onderweegs ben, ook mas Fretz: nog deeze twee uuren verder gemarcheerd, het welke ƒ Hoest ik overmorgen in hoope van welduijdinge doen Janus Vollenhove zal want het komt mij voor dat het nu beeter tavaka, de tweede te Matue„ ziek. van den 15. deeser ontvan ge„ ne brief van den koopman Berghuis, waarneemende de dessavo„ „nij van Mature, en een deklaratoir van den vidaan van de dewalebadde„ Don Philip genaamd, waar bij omstandig bleek, dat de beruchte Don Simon Mohandiram van de Gangebadde pattoe, verseld van zijnen broeder Don Simon Modliaar van de Mahampatta 1791. Present itsie Genoomen in ns is werkelijk E op Nagezien F Beukman is volkoomen tot kattoene te gaan, als hier te blijven leggen misschien dat door het spoeden het tot een uijtslag komt. Jk hoore heeden morgen dat ik misschien zonder teegenstand in ^ Collone korle koomen kan als ik ordre krijge Landwaards in te marcheeden Van beijden de Don Simons is niemand verscheenen de tweede Mondliaar der Gerwaij segt mij dat ze zeer aan de Candiaanse zijde over en zelvs gaar„ ne Complotten willen maaken. T is goed dat ik voor den opmaasch den sannas waar van uweledele Achtb: Copia toegezonden heb, hebbe voor afgezonden, waar door de wan„ kelende inwoonders te vreede gesteld zijn het welk is nog althoos meer en meer tragte te doen waar ik koome. Hij komt voor dat goed was deeze twee muijte= lingen als men ze konde magtig werden bij het hoofd te vatten en op te senden, en direct twee andere hoofden in hunne plaatze te stelle als den Attepattoe Mohandiram van Matiore eene en de provisioneele Mohandiram Don Adro =aen 90 4798. 4739. aen de tweede als dan zoude het volk naar mij Ulsie Genoomen in ne gedagten gerust blijven: De Matureesche mondliaars schijnen zeer geatta= cheerd te zijn, dewijl ze alle in het bijzonder alle tulpe en geneegendheijd bekoonen en niet 1791. Present teegenstaande de oude Jillekeratne weezend= lijk ziek is gaat hij egter dog meede. Gerard van Angelbeek, Misschien zal ik in korten weeder in perzoon trus Raket de Eere hebben uweledele Achtb: te over= cini de Capelli tuijgen, van de waare hoog achting met welke van Angelbeek steeds tragte te moogen zijn. /:onderstond:/ intous wel Edele Achtb: gebiedende Heer; uwed: achtb: gebiedende gantsch ootmoedige Die= mbertus van Zitter D: C: von Drieberg naar /:was getekent:/ a:s Huijkken /:in mar= rmlant. gine:/ Maragadde den 9. Junij 1791. /:onder= Absent stond:/ Accordeerd: /: was getekent:/ C: L: B: van Albezijhl SeC= Accordeert van den 15. deeser ontvange„ ne brief van den koopman Berghuis, waarneemende de dessavo„ „nij van Mature, en een deklaratoir van den vidaan van de dew alehadde Don Philip genaamd, waar bij omstandig bleek, dat de beruchte Don Simon Mohandiram van de Gangebadde pattoe, verseld van zijnen broeder Don Simon Modliaar van de Mahampatta van de Graaff rl von Drieberg, rinas Fretz: Holst Tianus Vollenhove Citavaka, de tweede te Matue„ GG Dijbrands HEiklerk werklijk ziek. Nagezien Beukman Beukman Nagezien No. 73. 1733 Den WelE:Groot achtb: W:r Mallabaarsch Gouverneuren President Johan Gerard van Angelbeek, De E: Hoofdadministrateur. . . . . . . Mattheus Petrus Raket „ „ Kolonel en Hoofd van de Artillerie Elias Paravicini de capelli „ „ Matureesche dessave. . . . . . . M:r Christiaan van Angelbeek „ „ Eerste Pakhuijsmeester. . . . . . Johannes Reintous „ „ Sekretaris. . . . . . . . - - - Benedictus Lambertus van Zitter „ „ Negotie boekhouder. . . . . . - Abraham Samlant. Absent De Wel Ed: Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff„ De E: luijt: kolonel en adinterim chof van de militie Diederich Carl von Drieberg, „ „ Dessave. . . . . . . . . . . . . Diederich Thomas Fretz: „ „ Zoldij boekhouder. . . . . . . . Gerrit Engel Holst „ „ fiskaal. . . . . . . . . . . . . Johannes Adrianus Wallenhove de eerste en derde te Sitavaka, de tweede te Matue„ „re en de tweede laasten ziek. Werd geleesen een van Gale onder geleide letteren van den 15. deeser dutvan ge„ ne brief van den koopman Berghuis, waarneemende de dessavo„ „nij van Mature, en een deklaratoir van den vidaan van de dew alebadde Don Philip genaamd, waar bij omstandig bleek, dat de beruchte Don Simon Mohandiram van de Gangebadde pattoe, verseld van zijnen broeder Don Simon Modliaar van de Mahampatta Vrijdag den 17. Junij 1791. Present Dekreete Resoluutsie Genoomen in raade van Ceilon werkelijk op
English
was actively engaged in tempting the inhabitants of his district, as well as of the Morrua and Belligam korle, anew to rebellion and apostasy: it was therefore preliminarily approved and agreed to insert the declaration here. The 17. June 1791. Account given by Iankamoelle Kankanange Don Philip Ammerewiere, acting vidana of the Dewalebadde under the Gajanayake mudaliyar, inhabitant of Kambroegamme within the Matara Four Gravets. Upon the departure of my Chief, the Gajanayake mudaliyar, along with the dispatched commando, he ordered me to provide men. This order was further reiterated the day before yesterday by the mudaliyar's brother-in-law, Widjesienge Appuhami, who, due to his absence, acts in the service of the Gajanayake, and commanded me to supply men. Thereupon I immediately proceeded to the Kandebaddapattu, where most of my people are located, yet could raise no more than 8 men, namely 4 from the village of Dewalegamme and 4 from Koensawe. When I was coming down yesterday morning around eight o'clock in the company of these men and a lascarin of the Gajanayake, I met the muhandiram of the Kandebaddapattu in the village of Raddwille, who, accompanied by five other persons, came toward me and, asking me where I was going, I informed him of the order of my Chief, showing him at the same time the men whom I had taken with me in compliance therewith. Whereupon he, the muhandiram, like a frantic man, wearing only a camboy with a red kerchief around his waist, forbade me to take a single man from his pattu, they being all tom-tom beaters, berreye drum players, and dancers, with whom they had to appear before him yesterday evening. Subsequently, he took me along in his company to Deyandara. Along the way, he expressed himself in many rebellious terms, saying: "Now I have fully understood how matters stand: in former cases we have in every possible respect been helpful to the Matara Chiefs. Yesterday I sent an ola, which came from Kandy and relates to them, into the hands of a certain person to mudaliyar Ilangakoon. 4800 The 17. June 1791: sent. This ola he brought with the bearer to the Lord Dissave, and had the man arrested, asking me whether this was well done." But I answered this question with a compliment and declared that it was a matter of which I had no knowledge. Furthermore, the muhandiram said that he had received an ola the evening before yesterday from the Lord Colonel to provide men, but that he would certainly take care that not a single man was supplied for the service of the commando. Thus speaking, we met two lascarins on the road, of whom the muhandiram asked where they were going; and upon their saying, to Matara, to depart for the commando, he prevented this and ordered them to return to their houses. These men, rejoicing at this, thanked the muhandiram for that favor; however, he took them along in his company and added them to the aforementioned peoples gathered for the mutiny. Continuing our way, we arrived at Deyandara, while the brother of the said muhandiram, being the Chief of the Magampattu, was carried in the company of his wife in a palanquin and, accompanied by many people, also arrived there, and without saying anything went to the Rest House. The muhandiram of the Kandebaddapattu furthermore had it drummed round that place by berreye drums that the inhabitants had to appear before him for an unlawful assembly; sending at the same time messengers to the Morruakorle and the Belligam korle with an announcement to the community there that the revolt would break out today in his pattu, and that they too had to conspire there to rebel, saying further to me that as soon as the revolt had begun in his pattu, the Kandiyans would join with the Matara inhabitants. Until yesterday afternoon at four o'clock I remained with the muhandiram, without being able to obtain permission to depart, until he finally permitted me, saying that I had to consider it a favor, since he as an arachchi had known me for some time past, but that in the future I must not venture to [illegible] in
Dutch transcription
werklijk beesig was, om de Jnwooners van zijn distrikt, mits„ gaders van de Morrua en Belligam korl, op het nieuw tot oproer en afval te verleiden: zoo werd voor af goedgevonden en verstaan dat de klaratoir hier te insereeren. Den 17. Junij 1791. Relaas afgelegd door lankamoelle kan„ kanange Don Philip Ammerewiere waarneemende vidaan van de Dewalebadde onder de Gajenaijke modliaar Jnwoonder van kambroegamme binnen de Matureesche vier Gravetten. Bij het vertrek van mij Hoofd den Gajenaike modliaar nevens het uitgerukt kommando, heeft hij mij geordonneerd volk te leeveren. Deese ordre heeft des modliaars swager widjesienge appoehamie, die mits zijne absentie de dienst van Gajenaijke waarneemd, eer„ gisteren nader herhaald en mij het leveren van volk aan bevoolen Daarop heb ik mij ten eersten naar de kandebaddepattoe, daar mijn meeste volk zich bevind, begeeven, dog niet meer dan 8. Man konnen op doen, te weeten 4. van het dorp Dewalegamme en 4. van Koensawe. Toen ik in geselschap van deese manschap „pen en een laskorijn van de Gajenaijke gisteren morgen om streeks agt uuren afkwam, ontmoetede ik de mohandiran van de kandebaddepattoe in het Dorp Raddwille, die mij verseld van nog vijf persoonen, te gemoet kwaren en mij vraagende, waar ik na toegong: gaf ik hem de order van mij Hoofd te kennen; vertoonende ik hem tevens de menschen die in opvolging van deselve met mij nam. waar op hij Mo„ handiram als een verwoed mensch, aan hebbende slegt een Kaijelie met een roode neusdoek, om de middel, mij ver„ bood een enkeld man uit zijn Paltoe meede te neemen, zijn„ de alle tamblijntjes, berrees en rambams, waarmeede zij gister avond bij hem moesten verscheinen. vervolgens nain hij mij in zijn geselschap meede na Deijandre, onder wee„ „gen liet hij zich uit, in veele rebelleerende uitdruekkingen, zeggende. Nu heb ik wel begreepen hoe het met de zaak„ is: Jn voorige gevallen zijn wij in alle mogelijk op zegten de Matureesche Hoofden behulpig geweest gester heb ik een ola, die uit kandia gekomen is en betrekking tot hun heeft, in handen van zeeker persoon aan Jlangakoon modliaar gesonden 4800 Den 17. ' Junij 1791: 4: gezonden deese ola heeft hij met den overbrenger bij den Heer dessave ge„ „bragt onde Man laaten arresteeren, vraagende mij of dit wel gedaan „ was, Dog ik heb deese vraag met een kompliment beantwoord een be„ tuigd, dat het eene zaak is waarvan ik geen kennis had. voorts heeft de Mohandiram, gesegt, dat hij een ola vergister avond van den Heer kolonel gekreegen had, tot het besorgen van volk maar dat hij wel zorge zoude draagen dat er geen enkeld man ten dienste van het kommando geleeverd. word. Dus spreekende, kwamen ons op de weg teegen twee laskorijns aan dewelken den Mohandiram vraagende waar zij na toe- gingen, en zij daar op zeggende, naar Mature, om naar het kommando te vertrekken, heeft hij zulks belet en hun gelast om naar hunne Huisen terug te gaan. Deeze menschen, daar over verheugd; hebben den mohandiram voor die gunste bedankt, echter heeft hij in zijn geselschap meede genoomen en onder de netemeldene tot de muiterij te zaamen gekomen volkeren getrokken. onze weg vervolgende zijn wij op Deij andre aangekomen, terwijl de broeder van gem: Mohandiaam, zijnde het Hoofd van de Magampattoe, in gezelschap van zijne vrouw gedraagen is, een palenkein en verzeld van veel volk daar ook aan kwam en zonder iets te spreeken naar het Rusthuis ging. De Mohandi„ „ram van de kandebad depattoe het wijders daar ter plaatse zelfs met birrees rondtrommelen, dat de Jngeseetenen tot eene tesaamen rottings bij hem moesten verscheinen; zendende te„ vens bodons naar de Morruakorle en de Billigam korle met aankondiging aan de gemeente aldaar dat de revolte heeden in zijne pattoe zoude uitbreeken en zij zich ook al„ daar tot het munten moesten tesaamen spannen zeggende voorts aan mij dat zoo de revolte in zijne Pattoe een aanvang genoomen heeft, de kandiaanen met de Ma„ „turesche Jngeseetenen zouden konjungeeren. Tot gister nademiddag te vier uwen ben ik bij den Mohandi„ „ram gebleeven, zonder verlof te konnen krijgen om te ver„ trekken, tot dat hij het mij eindelijk permitteerde, zeg„ „gende dat ik het als een gunst moeste aanmerken, wijl hij als Arraatje mij van voor nu eenige tijd afkende maar dat ik in 't vervolg niet moeste onderstaa, om in
English
to enter his pattu to summon the people, because he would strictly forbid it to everyone. Thereupon, I took leave of the Mohandiram and departed with the lascorins who were with me, but when I left there, only twenty men had gathered at that summons by drumbeat, and on the way I heard here and there from the inhabitants that they were disinclined to a new revolt, and that if they did not join it, they ran the risk of being ruined by their headman, and if they did join it, they would be forced against their will to become unfaithful to the Honorable Company, whereby their entire pattu would be destroyed. Thus related at the secretariat of the Matara Honorable Landraad, the 12th of June in the year 1791. Signed with a Sinhalese signature. In the margin: For the translation, signed L: Ferdinandus, sworn interpreter. Below stood: Put to paper by me, signed P: A: de Moor, Landraad secretary. Underneath stood: Agrees, signed P: A: de Moor, Landraad secretary. Lower: Agrees, signed J: H: Breekman, sworn clerk. Whereupon it was first noted that this declaration, although from only a single person, is considered very credible, not only because of the mutinous conduct of these two brothers in the recent disturbances, of which they are known to be the principal instigators, but also because of their disobedience to the orders sent to them by the Acting Dissava Berghuis and Colonel von Drieberg to present themselves to the latter in his camp, and further still by the account of the deponent that Don Simon had the day before sent an ola from Kandy to Ilangakoon by a certain person who had been arrested in Matara, an event which, according to what was recorded in the recent resolution, did occur at that time, but of which the deponent could have had no knowledge except from the mouth of Don Simon himself, because when this happened, the deponent was already on his way to the Kandebodapattu; and whereupon subsequently, after mature deliberation, it was approved and agreed to sanction hereby that the Acting Dissava immediately informed Colonel von Drieberg of this event and proposed to apprehend Don Simon by cunning or by a detachment, and now further to order the Honorable Commander Sluijsken and Colonel von Drieberg to attack this rebel, if he is still residing in the Kandebodapattu, with the whole detachment if his following is large, or otherwise with a part of it, and also to leave the further arrangement of this to the aforesaid colonel; at the same time to have it published in the Kandebodapattu that Don Simon has been deposed, and that the inhabitants must obey the Mohandiram appointed by Colonel von Drieberg as their head and remain faithful to the Company, under the threat that the rebels will be punished with the utmost severity; furthermore, if the entire Kandebodapattu should be in revolt, to attack it with arms, to gun down all who offer resistance, and to send all who are taken prisoner or surrender as prisoners to Matara and subsequently hither. Furthermore, it was approved and agreed to have the brother of this Don Simon, named Don Simon Constantino, who was appointed mudaliyar of the Magampattu during the recent disturbances and has now also made himself suspected of the highest degree of treachery by roaming around with his brother, apprehended if possible, or otherwise dismissed from office; and to leave the nomination of a Mohandiram of the Kandebodapattu to the aforementioned colonel as being on the spot, and to have a competent person proposed by the Acting Dissava for the office of mudaliyar of the Magampattu. In order to foil as much as possible the attempts of the Court to seduce the Company's subjects into rebellion and apostasy, and at the same time to deter the wavering subjects therefrom, it was unanimously approved and agreed to have mandate olas published in the dissavies of Colombo and Matara, as well as in the Galle Korale and others, whereby the Court's pretense concerning the assistance of the English is refuted, and with respect to Matara, information and reasons are given for the stationing of Colonel Drieberg's detachment at Katuwana, and with respect to Colombo, for the moving of Colonel Meuron's detachment to Hanwella, and the community in both is warned that the subjects who might give ear to the aforementioned seduction will be punished with the utmost severity, and that military detachments will be sent into the rebellious districts to attack the villages and residences of the rebels by force, to destroy all who offer resistance, to burn the houses
Dutch transcription
in zijn pattoe te koomen, tot het oproepen van volk, wijl hij het volstrekt aan allen verbieden zoude; Hier op nam ik van den Mohandiram afscheid en vertrok met de las„ korijns die bij mij was maar toen ik er van dan ging waaren er slegts twintig koppen, op die indaaging bij tromslag bij den anderen gekoomen, en onderweegen vernam ik hier en daar van de Jngeseetenen, dat zij tot een nieuwe revolte on„ „geneegen waaren, en dat zoo zij er toe niet overgingen zij dan gevaar liepen van door hun Hoofd geruineerd te worden en begaaven zij zich er onder dan zoude zij de E: komp: tegen wil en dank moeten ongetrouw blijven, waar door hun ge„ heele pattoe zoude worden gedistrueerd. Aldus Gerelateerd ter sekretarije van den Matureeschen Eerwaarden landraad den 12: Junij A:o 1791. /:was getekend:/ met een singaleesche handteekening /:in margine:/ voor de vertaaling /:geteekend:/ L: Ferdinandus gesw: tolk /:lager stond:/ Te papiere gebragt door mij /: was„ geteekend:/ P: A: de Moor landr:s sekretaris (:onder„ „stond:/ Accordeert /:geteekend:/ P: A: de Moor land:s schretans /:lager:/ Accordeert /:getekend:/ J: H: Breek„ man Gesw: Klerk. Waar op voor af werd aangemerkt, dat dit De klaratoir„ of schoon maar van een enkeld perzoon, zeer geloofdwaar„ „dig word, niets alleen door het muitzugtige gedrag van deese twee broeders in de Jongste onlusten „ waar van zij voor de voornaamste autheuren bekend zijn, maar ook door hunne ongehoorzaamheid aan de hen toegezondene beveelen van de waarneemende Dessave Berghuis en overste von Drieberg om zig bij den laastgemelden in zijn kamp te vervoegen, en nog nader door het verhaal van den Re„ latant, dat Don Simon had 'sdaags te vooren een ola Den 17. Junij 1791: uit ƒ 18e„ uit kandia aan Clangakoon gesonden te hebben met een zeeker perzoon, die te Mature gearresteerd was, een geval, het welk ter dier tijd blijkens het aangeteekende bij de jongste resoluutsie gebeurd is, doch waar van de relatant geen kennis verkreegen hebben, dan uit den mond van Don Simon zelve, wijl de relatant, toen dit voorviel, zich reets op weg naar de kandegaag pattoe bevond, en waar op vervolgens na rijpe deliberaatsie goed gevonden en verstaan werd, bij deesen te approbeeren, dat de waarneemende Dessave ten eersten aan den overste von Drieberg van dit geval kennis gegeeven een voor„ geslaagen heeft, Don Simon door behendigheid ot door een de„ tachement in handen te krijgen, en als nu aan den Weer kom„ „mandeur sluijsken en kolonel von Drieberg nader te gelasten deezen Rebel indien hij zich noch in de kandebaddepattoe ophoud, aantetasten, in dien zijn aanhang groot is met 't heele detachement, of anders met een gedeelte, mitsgaders de nadere schikking hier van aan den voorm: kolonel over te laaten, ter zelver tijd in de kandebaddepattoe te laaten publiceeren, dat Don Simon opgeset is, en de Jngeseetenen den Mohandiaam, die door den kolonel von Drieberg aan„ gesteld worden, als hun hoofd gehoorzaamen, en aan de komp: getrouw blijven moeten, onder bedreiging, dat de rebellen met de hoogste gestrengheid zullen gestraft worden:, wijders in„ „dien de heele kandebaddepattoe mogt geresolteerd zijn dezelve met de wapens aantelasten al wat tegenstand bied onder de voet te schieten, al wat gevangen genoomen werd of zich over geeft, gevangen naar Mature en vervolgens herwaards te zenden. voorts werd goedgevonden en verstaan, den broeder van deese Door Simon Den 27. Junij 1791. Don Don Simon Constantino genaemd, die in de Jongste onlusten tot mod„ liaar van de Mahampattoe aangesteld is, en zich thans me„ de in den hoogsten graad van trouwloosheid suspekt gemaakt heeft, door met zijnen broeder rond te zwerven, des mogelijk te laaten op vatten, of anders uit de bediening te stellen, en de benoeming van een Mohandiram van de kande baddepar„ toe aan den meerm: kolonel, als in loco zijnde gedefereerd te laaten, en tot het ampt van modliaar van de Magampat„ toe door den waarneemenden dessave een bequaam subjekt te laaten voordraagen. om de poogingen van hiet Hof tot het verleiden van 's komp: onder„ daanen tot oproer en afval zoo veel moogelijk te veriedelen, en om tevens de wankelmoedige onderdaanen daar van af„ teschrikken werd met een paarige stemmen goedgevonden en verstaan in de dessavonijen van kolumbo en Mature mitsgaders in de Gale korle en andere mandaat ola te laaten publiceeren, waar bij het voorgeeven van het Hof nopens de assistentsie der Engelschen werderlegd, en met op zigt tot Mature van het plaatsen van 't detache„ „ment van kolonel Drieberg te katoene, en met opzigt tot kolumbo van het verplaatsen van het detachement van kolonel Meuron naar Wangwelle, kennis en reeden gegeeven, en de gemeente in beidge gewaarschuwd word„ dat de onderdaanen, die aan boven gem: verleiding ge„ hoor geeven mogten, met de uiterste strengheid ge„ „straft, en dat in de oproerige distrikten militaire kommandos gesonden zullen worden om de dorpen en wooningen der oproerigen met geweld aan te lasten, al wat tegenstand biedt te vernielen, de huisen te ver„ Den 17 Junij 1791. „baande
English
burn and eradicate all lands and gardens, punish the revolting chiefs with life and limb, deport the remaining rebels to the lowest castes, and send them in chains off the island, just as took place in the year 1764 regarding the rebellious Hina and Mapittigam Korale, which example the inhabitants ought to take as a warning. Taking into consideration that the titular Mohandiram Dahanaik during the latest unrest in Mature made himself very suspicious by wandering around for a whole month in the revolted provinces of the dissavony and among the rebels, for which he had been arrested in Mature, but the investigation of which had to be halted due to the general pardon; allowing him to continue residing in that dissavony under the present circumstances: thus it has been approved and agreed to order the Commander of Gale to summon him to Gale under some pretext or other, and detain him there until further orders. After resumption of a letter from Gale dated the 14th of this month, a copy of a letter from Colonel van Drieberg to Commander Sluysken written on the 12th indicating the preparations that ought to be made in the dissavony of Mature, it was taken into consideration that these will only be suitable in an open war with Kandy combined with a general revolt of the dissavony, and this combined case in all probability will not exist now that the prominent chiefs of that dissavony remain faithful to their trust, and it was unanimously The 17th of June 1791. approved and agreed to leave the execution of those proposals—which would increase expenses and require a number of troops that cannot presently be supplied—postponed for now, until the necessity thereof shall further appear. Having deliberated upon the proposal made by the Commander of Gale to grant the burghers who mount guard there some increase in the monthly allowances that were allocated to them by resolution of the 4th of October 1781 in such a case: considering that all burghers throughout the entire world in case of emergency are obliged to mount guard for the surveillance and defense of their domicile without enjoying the least compensation therefor, it was unanimously approved and agreed to reject that proposal as entirely unacceptable. Two letters were read from the bookkeeper Ripsema dated the 14th and 15th of this month written to the Head at Negombo, van Ranzow, with the accounts mentioned therein, and it was previously approved and agreed to insert them here. Colombo Right Honorable Sir, I have the high honor most respectfully to inform Your Honor that this morning my dispatched Moors Alie Tambie and Segoe Kandoe To the Right Honorable Sir, D. D. Count of Ranzow, Merchant and Chief of Negombo and Chilaw, presently present at Colombo. The 17th of June 1791. returned from Kurunegala, who report to me for certain that the Dissava of the Seven Korales broke camp from Kurunegala on Sunday night and proceeded to the village of Newe Pandanigiddere, which is 2 miles from Kurunegala, and is presently at the resthouse Kandemoelle, which is situated 3 hours from Kurunegala, having with him 3,000 Sinhalese with muskets, though among whom there is neither Malay nor sepoy; he will stay at the last-mentioned resthouse for a few days, and descend from there toward Keppetiewatane, Gallella, and Makandura; Makandura lies 3¼ miles from the village Singakuli in the Pitigal Korale, in which place a heavy detachment was stationed in the previous war. The King's brother, for whom a palace has been built at Kurunegala, is expected there at any hour along with the Dissava of Matale; these will descend with a heavy force, among which, according to reports here, many Malays and sepoys will be present; they are on seven elephants, and various military ammunitions have been brought down to Kurunegala, among which there are also said to be 3 cannons. The Dissava of the Seven Korales had the Madige or Moorish Dissava sjambokked on account of an act of arrogance committed, and thereafter dismissed him from his post while sending him up to the Court of Kandy. The Dissava of Matale is very dissatisfied that the Dissavony of the Seven Korales was not ceded to him, so that he lives on unfriendly terms with the present Dissava of the Seven Korales; for this reason he feigned illness and has not come down to Kurunegala until now, but since the latter has now moved from Kurunegala, he is expected there at any moment alongside the King's brother; yet where they will advance to is as yet unknown; however, it now appears that it will truly come to acts of hostility; I fear for Chilaw. Just this moment I also receive an ola from the mudaliyars which in many parts agrees with the report of the dispatched Moor. The 17th of June 1791.
Dutch transcription
4802 branden en alle landerijen en tuinen uit de roeien, de revoltee„ rende Hoofden aan lijf en leeven te straffen, de overige rebellen tot de laagste kastas te deporteeren in de ketting van het Eiland te zenden, zoo als in 't Jaar 1764. omtrend de op„ roerige Hina en Mapittigamkoal heeft plaats gehad aan welk exempel de Jngezeetenen dienen te spiegelen. jn aanmerking genoomen zijnde dat de titulair Mohandi„ ram Dahanaik in de Jongste onlusten te Mature zich zeer seispekt gemaakt heeft door een heele maand lang in de revolteerde provintien van de des Cavonij en onder de re„ bellen rond te zwerven, waar over deselve te Mature ge„ arresteerd geweest is, doch waarvan het onderzoek door het generaale pardon heeft moeten gestaakt worden,; in de tegenswoordige omstandigheeden in die des savonij te laaten verblijf houden: zoo is goed gevonden en verstaan, den kommandeur van Gale te gelasten, denzelven onder het een of ander voorwendzel naar Gale te ontbieden, en daar tot nader order aanhouden. Na resumptie van een brief van Gale van den 14. deeser, een kopij brief van den kolonel van Drieberg aan den kom„ mandeur sluijsken geschreeven van den 12. aan wijsen„ de de aanstalten, die in de dessavonij van Mature behooren gemaakt te worden, werd in aanmerking genoomen dat dezelven eenlijk zullen paskoomen in een openbaaren oorlog met kandia, en een Generaale revolte van de dessavonij te zaamen, en dit gekom„ bineerd geval naar alle waarschijnlijkheid niet ex isteeren zal nu de aanzienlijke Hoofden van die des savo„ nij aan haar getromw blijven, en werd met eenpaarigheid Den 17. ' Junij 1791. van van stemmen goedgevonden en verstaan, de wekuutsie van die voorstellen, die de ongelden vermeerderen, en een getal troepe„ vereischen zoude welke men thans niet kan fourneeren, voor eerst, en tot de noodzaekelijkheid van deselven nader blijken zal, te laaten uitgesteld blijven. Gedelibereerd zijnde op de gedaane propositie van den komman„ deur van Gale, om aan de Burgerij, die daar op de wagt trekt thans eenige verhooging toetestaan van de maandgelden, die aan deselven bij resoluitsie van den 4:' october 1781: in zulk een geval toegelegd zijn. zoo werd uit aanmerking, dat alle Burgers in val van nood de heele waereld door verplicht zijn, tot bewaaking en defensie van hunne woonplaats op de wagt te trekken, zonder door voor het minste te genieten, met een paarigheid van stemmen goed gevonden en verstaan, dien voorstel als ten eenemaal onaanneemelijk van de hand te wijsen. werden Geleesen twee brieven van den boekhouder Ripsema van den 14. en 15. deeser aan het Hoofd te Nigombo van Ranzouw geschreeven, met de relaasen daar bij ver„ meld, en werd vooraf goedgevonden en verstaan, de„ zelven hier te insereeren. Kolombo WelEdele Heer. Ik hebbe de hooge eere uwel Ed: op 't Eerbiedigst te bedeelen dat heeden morgen mijn uitgesondene mooren Alie Tambie, en segoe kandoe Aan den wel Edelen Heer! D: D: Grave van Ranzow koopman en opperhoofd van Nigombo en silau thans present te kolombo. Den 17. Junij 1791: na 4803 na kornagelle weder te rug gekoomen zijn die mijn in het zeekere berigten dat de Dessaves van de 7. korls zondag nacht van kornegelle opgebroken, en na het dorp Niewe pandanigid dere 't geen 2. meilen van kornagelle opgebroken, en na het is, en zig thans op het rusthuis kandoemoelle, 't geen 3. uuren van kornagelle ge„ leegen is, bevind, bij zig hebbende 3000. sing aleesen met geweeren, doch waar onder geene Mabeijer nog siphaijer is, op laast gem: rusthuis zal zij eenige daagen verblij„ ven, en van daar na keppetiewatane, Gallelle en ma„ candoere afkoomen, macandoere tegt 3¼. meil van het dorp singacoelij in de Pittigalkonle op welkers plaatse in den voorigen oorlog een zwaere detachement geleegen heeft. —. Des konings broeder voor wien een palleis op kornagelle ge„ bouwd is, word alle uuren, nevens den Dessave van Ma„ tele aldaar verwagt, deeze zullen met een zwaare magt afkomen, waar onder veele maleijers en siphaijers volgens de gerugten hier zullen bevinden op zeeven oli„ phanten zijn en verscheide krijgs ammonitien na kor„ nagelle afgebragt waar onder ook 3. kannons zullen zijn. De dessave van de 7. korles heeft de Madoege of Moorse dessave wie„ gens een begaane grootsheid taeten schambokken en daar na uit zijn dienst gesteld onder opzending na het Hof van kandia De dessave van Matele is zeer te onvreeden dat de Dessavo„ nij van de 7. korls niet aan hun afgestaan is, dat zij niet de prezente dessave van de 7. korls: in onvriend„ schap leeft om deeze reeden heeft hij hem ziek ge„ houden en is tot dus lange na kornagelle niet afge„ komen dog wijl deeze tans van kornegalle verhuist is word zij alle oogenblikken aldaar neevens konings broeder verwagt, dog na wat heen te afgaan zullen, is voor als nog onbekend; egter scheijnt het tans dat het wesentlijk tot daadelijk heeden komen zal, ik vree„ se voor silau. zoo oogenblikkelijk ontvang ik meede een ola van de mobliaans die er veele deelen met 't berigt van den afgezonden moor Den 17e: Junij 1791. overeen komt
English
17 June 1791. corresponds, but because the mudaliyar has not yet been reliably informed of what was reported to me, he has sent two trusted persons again to Kurunegala and Kanduwalawa to inquire into the authenticity thereof, after which he reports to me that he will give immediate notice. The mudaliyar has interviewed the lascorins, as they all stand under him, and they promise absolute loyalty to the Company and are inclined to receive firearms and chopping knives, should Your Honour also approve of this, in which case the mentioned weapons can be dispatched from Negombo hither for that purpose to be distributed to him. The mudaliyar requested that in that case a modest monthly pay might be granted to them, as they are all poor. He is as yet unable to state the number of lascorins, but will come hither within a few days to report it. I have also written to him regarding the mayoral levels, to have them registered for that purpose. However, the Honourable Gentleman Captain Vullenbeek is of the opinion that it would be better to issue pikes rather than firearms to them, to which I would also incline, because the issuing of weapons along with powder and lead at this juncture is far too dangerous, since almost all of our residents have their families in Kandy, all the more because nature dictates that every nation honors its own country, and our residents are mostly all Kandyan by birth. Nevertheless, I fully rely on their vigilance and loyalty as long as the Company holds the upper hand. A sergeant and 6 privates departed yesterday for Mawila to receive and take over the cash and further goods, and I have likewise dispatched the interpreter and the lekam thither for that purpose. Sunday night, 1 muhandiram and 19 coolies from among those sent hither from Colombo have deserted, so there are now no more than 9 remaining, who are employed daily on the fortification works. 4804 17 June 1791. The digging of the canal at Karwatte was, according to the survey of the commissioners, a most useful work, but because the water is currently very low, and there is none in the fields and in the tanks, the precise statement of its benefit cannot be given before the high water rises. Tomorrow, as they urge me daily for payment, I shall pay the dam-makers the sum of 132 rixdollars for Your Honour's private account. I do not doubt in the least that if Your Honour petitions the Venerable Government for its reimbursement, it will be granted on the Company's behalf. The residents who take this upon themselves, for example, undertake to repay this sum within six months, either in cash or in paddy at the Company's price. Lastly, since Your Honour is now in Colombo, I humbly request a decisive answer regarding the sowing of the fields at Hottepettie Madampe. The Korale people cannot come to any agreement with the Mahabadda people regarding this, and whatever path one pursues, no decision can be given to the satisfaction of both sides. The Mahabadda people leave the decision to me, but I shall take care not to burden myself with this. The Korale people say that if the Mahabadda people are to sow these fields, since they absolutely cannot agree with the Mahabadda people on the sowing, I have left nothing undone to reach an amicable agreement, but in vain. Thus, I entreat Your Honour once again to obtain a speedy decision on this matter, even if only once more for this year. On my part, I judge it best that this monsoon season be ceded once again to the Korale people, as they are very strong and, in contrast, there are only 4 families of the Mahabadda, since in the circumstances of the times one must exercise a little accommodation. If it comes to a peaceful mediation with the Court of Kandy, which I wish from the bottom of my heart, then another arrangement will also be made here
Dutch transcription
Den 17:' Junij 1:791. over een komt dog wijl de modlcaar van het aan mijn opgegeevene nog niet in het zeekere berigt is, zoo heeft, hij weeder 2. vertrouwd= perzoonen na kornogelle en kandoemoelle afgezonden om na de egtheid derzelve zich te informeeren, waar na hij mijn meld, daadelijk kennis te zullen geeven. De Laskorijns heeft de modliaar wijl ze alle onder hem staan onder houden, en deeze belooven volkoomen getrouwheid aan DE: komp: een zijn tot den ontvangst van geweeren en houwens ge„ neegen zoo uwel Ed: dit meede mogte goedvinden, als dan kunnen ten dien einde gem: wapenen om aan hem uittedee„ len, van Nigombo na dit heen afgezonden worden, de modliaar verzocht dat aan hun in dat geval maande„ lijks een geringe besoeding, wijl ze alle arm zijn, mag toegelegd worden, het getal van de laskopijns is, hij nog onvermogen om te kunnen opgeeven, dog zal zulke binnen een paar daegen om het zelve op te geeven na dit heen afkoomen, de majoraals heb ik hem meede aan„ geschreeven om ten dien einde te laeten opneemen, egter is de wel Edele Manh: Heer kapitein vullenbeek van gevoelen dat het beeter zoude zijn pieken, dan wapen aan hun aftegevven waar toe ik mede zoude inclemneeren, wijl de afgaeve van wapenen nevens kruid en Lood in dat tijd stip wijl onze inge„ zetenen must alle hunne familgies in het kandiase hebben al te gevaarlijk is te meer wijl de natuur het mede brengt dat een ieder natie zijn Land Eert, en onze jngesetenen meest alle kandianen van geboorte zijn, egter vertrouwe ik ten vollen op hun vigilantie en getrouwheid zoo lang DE: komp: de minnende hand heeft. Een sergeant en 6. gemeene zijn na Mawielle ter ontvangst en overnaam der kontanten en verdere goederen gister ver„ trokken, zoo meede ik den tolk en Leekam ten dien einde na dat heen afgezonden: Zondag nacht is 1. moquedon en 19. koelies van dewelken van kalombo na dit heen afgezonden zijn gedrost dues er thans niet meer dan 9. overig zijn, die daagelijks aan de fortifikatie werken gemploijeert worden. 4804 Den 17e: Juni 1791. worden. —. Het doorgraeven van het kanaal te karwette is volgens opneem van gekommitteerdens een alder nuttig werk geweest dog wijl het water thans zeer laag is, en geene op de velden en in de tanken, zoo kan de nette opgaeve van dies bevoordeeling voor het hoog waeter op komt, niet opgegeeven worden ik zal morgen de dammemaakers wijl ze mij dagelijks om de voldoening aanmaanen, voor uw wel Ed:s Partikuliere reek: de somma van 132. rd:s uit betaelen ik twijffele in geenen deele zoo uw wel Ed: om dies voldoening de geveneneerde regiering verzoek doet, of dat zal komp:s weege geakkordeert worden de ingezetenen die hier bij voorbeeldt neeme aan, binnen ses maanden deeze somma weeder te restitueeren het, zij in kontanten, dan wel in Nelij na 's komp:s prijs: Laastelijk verzoek ik ootmoedig wijl uw wel Ed: nu dog op kolombo is, om een decederend andwoord omtrent de be„ saaijing der velden te hottepettie Madampe, de korles„ volkeren kunnen met de Mahabaddes volkeren hier omtrent in geen akkoord komen, er wat weegen dat men ook instaat, kan er geen decitie tot genoegen aan weeders kanten gegeeven worden, de Mahabaddes laaten de decitie aan mijn over dog ik zal wel zorgen dat mijn hier omtrent niet inlaste, de korles volkeren zeggen dat zoo de mahabaddes deeze velden bezaaijen kunnen, wijl ze absolut met de Mahabaddes in de bezaaging niet over een koomen kunnen, niets heb ik nagelaeten om een minsaam akkoord te treffen dog vruchteloos, dus ik uw wel Ed: nogmaals smeeke om hier omtrend een spoedig decesie te erlangen, alwas het maar weeder voor dit jaar, ik aan mijn kant oordeele dat het best is, dat deeze mousson nogmaals aan de korles volkeren afgestaan word, wijl deeze zeer sterk zijn en daar en teegen maar 4. famieljies dat Mahabaddes zijn alzo men in tijds omstandigheeden een weinig inschikkelijkheid gebruiken moet, komt 't met 't Hof van kandia tot vreedige bemiddeling, 't geen ik van horten wensche als dan zal hier ook een andere bemiddeling
English
The 17th of June 1741. mediation can take place, because the desire of the korales peoples encompasses the extreme, since both the aforesaid and the mahabaddas peoples want to sow these fields, so that theirs too can sow much content; by the end of three months the fields will be put into a state of cultivation, so I await an answer regarding this within a couple of days, because the vidane of the mahabadde makes a daily request to me about this. The enclosed report has just this moment been handed to me by Mr. Muhlenbeek, with the request to send the same to Your Honour. Last night at three o'clock we had another blind alarm here, which proceeded in the utmost order. I have sent the cash and consumption accounts to Mr. Boetz, as well as the arrival and departure of Messrs. La Motte and Guiljard, which was handled yesterday evening. Everything here is sufficiently in stock except arrack, because the 343 cans that were sent will last only a few days, as will the 60 lb of coffee that was sent; I therefore request the dispatch of the remaining 130 lb. I remain otherwise with all high esteem, beneath stood, Right Honourable Sir, Your Honour's obedient servant, was signed, Petrus Ripsema, in the margin, Silau the 14th of June 1741, lower, P.S. Due to issuing the provisions for tomorrow, and receiving the daily incoming supply, I have not been able to depart for Mawielle. The woodcutters daily saw boeroete planks, which, after the work is done, I have brought to Your Honour's private garden for safekeeping. An inhabitant of the Silau district, who departed last Sunday morning from Kornagelle heading here and arrived here this morning, gave the following report to the undersigned. Last Saturday, a servant of the king named Nieramoelle Toekanerale arrived from Kandia at Kornagelle. Immediately upon his arrival, he spoke privately with the dissava of the Seven Korales, and thereupon the said servant departed back to Kandia. The 4805 The 17th of June 1741. The dissava immediately gave orders to clear the road from Kornagelle to Kattagampelle, and to prepare ordinary resthouses at Niebebe Pantenagodde and Dekanwade, and a large resthouse at Kattegampalle; and in order to accomplish this in haste, the areca trees in the surrounding gardens of the inhabitants must be chopped down for that purpose, as well as the leaves of the coconut trees. The said dissava departed last Saturday night from Kornagelle to Niebebe Pantenagodde, which is about 2 miles from Kornagelle. As the informant has learned, the said dissava is said to have departed yesterday afternoon from the aforementioned place to Dekanwade, which lies 5½ miles from Negombo and 4 miles from Silau; and today he is scheduled to arrive at Kattekampalle, where he will remain for the time being in order to construct a battery. Kattegampalle lies 4½ miles from Negombo and 4 miles from Silau. After that, he will proceed to Kakalle and Makantore; Makantore lies 2½ miles from Negombo and 4 miles from Silau. The said dissava has taken with him from Kornegalle, which the informant himself reports to have seen, some 3,000 men, all equipped with firearms, such as Wellalas, Chalias, fishermen, hunters, and Paduwas, with 3 pieces of cannon, 28 pieces of grasshoppers, and 3 elephants laden with ammunition. The Malays, sepoys, and those who were at Kornagelle with shield and sword went back to Kandia last Friday, to the dissava of Matale under whose command they are; and as the informant has heard, they will march down to these regions together with those who are still in Kandia. Furthermore, last Thursday, 11 elephants laden with ammunition arrived at Kornegalle from Kandia, which were still at Kornagelle when the informant departed from there. The informant further states that in that area of about an hour's walk around Kornagelle, there are over 24,000 men, for the most part armed with Dutch firearms; if an inhabitant comes before the dissava with a Sinhalese firearm, he has it smashed to pieces. Also
Dutch transcription
Den 17:' Iuni 1741. -. bemedeling kunnen plaets vinden, wijl de begeerte van de korles volkeren het uitterste behelsen al zoo de gezegdens zoo de mahabaddes volkeren deze velden willen bezaaijen, zo als dan hunne ook kunnen bezaaijen veel inhoud, met het uit eijnde van drie maand worden de velden tot de kulture in stand ge„ bragt, dus ik hier omtrend binnen een paar daegen andwoord insteere, wijl de vidaan der mahabadde mijn hier om dagelijks aanvraeg doet. — Jngeslooten relaas nord mijn zoo oogenblikkelijk door D E: vuhlenbeek inhandigt, met verzoek het zelve aan zuw wel Ed: aftezenden. Gepasseerde nacht om drie uuren hebben wij weder alhier een bind al„ larm gehad, het geen in de uitterste ordre toegegaan is. De kassa en konsumptie reek: heb ik aan DE: Boetz afgezonden, zoo meede de komst en 't vertrek van DE: La Motte en Guiljard, gisteren avond dat heen bedeelt. Alles es hier genoegsaam in voorraad Excepto arrak wijl de afgezonden werden de 343. kann: voor korte daagen zullen zijn, zoo mede de afgezondene 60. lb: koffij dus ik om de afzending van de overige 130. lb: verzoeke Jk noeme mijn overigens met alle Hoog agting /:onderstond wel Edele Heer uw wel Ed: gehoorzaemen Dienaar /:was geteekend:/ Petrus Rip„ Sema /:in margine:/ Silau den 14:' Junij 1741. /:lager:/ P: S: Met het doen der verstrekkings tegens morgen, en den ontvangst den dagelijks inkoomend vlij heb ik na Mawielle niet kunnen vertrekken. De houtzaegers zaagen daagelijks boeroete planken die ik na gedaane werk na ouw wel Ed:s partiktilier thuin ter bewaering laat brengen. Een ingezeetene uijt het Silause gebied die passeerde zon„ dag morgen van kornagelle na herwaards vertrokken en heeden morgen hier gekoomen heeft aan den ondergetee„ kende het volgende berigt. Gepasseerde Zaturdag is een dienaar van den koning, genoemd Nieramoelle toekanerale van kandia na kornagelle gekoomen dezelve heeft gelijk na zijne komst, met den dessave der 7. korl appart gesprooken en daar op is gem: dienaar na kandia te rug vertrokken. Den 4805 Den 17. Juni 1791. Den dessave heeft inmediaat ordre gegeeven den weg van kornagelle tot kattagampelle schoon te maaken, en te Niebebe pantenagodde, en De kane „made ordinaire Rulthuijsen, en te kattegampalle een groot Rusthuijs gereed te maaken, en om zulks in spoed te konnen verrigten, moeten daar toe die arreeks boomen die daar- omstreeks in de thuinen der Jnge„ „zeetenen zijn om verkapt worden, als die olassen der klappen boomen. Gemelde Dessave is gepasseerde zaturdag nacht van kornagelle tot na Nie„ „bebe pantenagodde vertrokken /: is omtrent 2: mijl van kornagelle / zoo als den declarant vernoomen heeft: zoude gem: Dessave gistean Middag van voorgemelde plaatse tot na Decammade ver„ „trocken zijn /:legt 5½. mijl van Negombo, en 4. mijl van klauw / en heeden staat dezelve te kattekampalle te komen alwaar hij voor eerlt zal blijven, om een batterie aanteleggen /: kattegam „palle legt 4½. mijl van Nigembo, en 4. mijl van silau:/ Nadien zal deselve tot kakalle, en makantore gaan /:makantore legt 2½. mijl van Nigombo en 4. mijl van silau :/ gemelte Dessave heeft van kornegalle met zig genomen :/ dat den Declarant zelfs berigt gezien te hebben :/ een 3000. koppen alle met geweeren verzien, als wellales, Gjaliassen, visschers, Jagers en patjes met 3. p:s kannons, 28: p:s sprinkhaanen, en 3. oliphanten belaaden met ammunitie De Maleijers, lipahis en die zoo met schild en swaart te kornagelle geweest, zijn gepasseerde vrijdag, na kandia terug gegaan, na den dessave van Natele onder wiens bevel dezelve zijn /: en zoo als hij Declarant gehoord heeft zullen deselve met die zoo nog te kandia zijn na deese Conteraijen afkomen :/ nog zijn voorige donderdag te korneg alle 11. oliphanten belaaden met ammunitie van kandia gekomen, die te kornagelle nog was toen de declarant van daar vertrokken is. De declarant zegt verders, dat in die gegent van omtrent een uur gaans om kornagelle, over de 24000. mannen zijn, en de meelten „deels gewapend met hollandse geweeren, als een jngezeetene met een in lingalees geweer bij den Dessave komt, zoo laat dezelve stukken slaan ook
English
The 17. June 1791. The declarant also said that the Dessave of the 7. korles met the Moorish Dessave who was at wielenawe around kornagelle, and that because the Moorish Dessave did not immediately make way with his palanquin, the Dessave of the 7. korles had him given sjambok lashes, relieved him of his post, and sent him up to kandia. The declarant testifies to having seen and heard the aforesaid himself. Below stood: Cilau the 14. June 1791. Was signed: J: w: uhlenbeck Below stood: Agrees. Signed: C: Ripsema. Kolombo To the Right Honorable Sir D: D: van Ranzow Merchant and Chief of Nigombo and Silau Enclosed herein I most humbly offer your Honor a translation of an ola, the original of which I have just received from the modliar of Madampe. Because our inhabitants are in the utmost distress, I answered him that all the guard posts must be manned just as they were occupied in the previous war, and that he should select lascorins for this who are provided with muskets, or failing that, that he provide them with pikes, and that he must put this into effect this very day, which I am also confident will be accomplished by the modliar as a loyal subject. No military men can be spared from here, which I also wrote to him, with the further notification that I will immediately send his ola to your Honor, with the request that troops may be sent over to here for that purpose, which I now have the honor to do herewith. In all respects it appears that the Sinhalese will occupy makandoere and construct a fortification, so that a detachment must absolutely be placed at Singakolie or Tammerawielle to defend us against them, which will also serve to bring great tranquility to our inhabitants and to protect the detachment stationed here. According to the rumors, the Dessave of Matale and the King's brother will 4806 The 17. June 1791. the one proceed to jattekalane in the Silau district, and the other to Tituewelle, at which latter place not an outhouse but a field tent will be pitched by the King's brother. This being so (although I do not hold the rumors to be true), the Silau district is cut off; and if in case of defense our detachment is found to be too weak, no retreat will be possible either, unless Singakolie is occupied, since it now seems to be aimed at Silau by the Kandians. For the rest, I have the honor to be with all high esteem, Below stood: Right Honorable Sir! Your Honor's obedient servant. Was signed: P: Ripsema. In the margin: Silau the 15. June 1791. After previous compliments. The modliar gives notice to the Resident that the Dessave of the seven korles of kornagelle has come down to pandangodda, and departed from there this morning for degamwebbe. Degamwebbe lies 4. miles from kornagelle, from where he will proceed to galelle. He has jingals, muskets, and cutlasses with him, but the number of the men, who are all Sinhalese of all kinds of castes, cannot be stated. Bullets, muskets, and the other ammunition are carried on 3. elephants, and because I know this for certain, I hereby give notice of it. To secure our territory there is not the slightest guard post, so that they can enter by night to take away the possessions of our inhabitants and inflict all manner of harm. Therefore I request the Lord Resident to have the goodness to place guard posts on our borders, which will serve to bring great tranquility and confidence to our inhabitants. I await a speedy reply to this. At the end of the ola was written in Dutch letters Don gerret Herathamij, dated the 15. June 1791. In the margin: for the translation, due to the absence of the interpreter Don Appoe for the translation. Was signed: E: Ripsema. Below stood: Agrees. Signed: P: Ripsema. Translation of Sinhalese ola written by the modliar of Madampe, Don gerret Herathamij, to the Resident at Silau. And The 17. June 1791. And it was, with regard to the proposal made by the aforementioned Ripsema to provide the inhabitants with the Company's weapons, rejected, and they are to be restricted to the use of their own weapons. However, with regard to the redoubt at Silau, against which the preparations of the Kandians specified in the aforementioned accounts appear to be directed, it being further taken into consideration that the resolution adopted at the session of the 6th of this month, to abandon the same upon the approach of a considerable military force of the Kandians and to march the garrison to Putulang or Nigombo, was taken solely on the basis of the inability in which one found oneself at that time to defend Nigombo against enemy attacks, but that now, since the troops from Sitavaka and Hangwelle are for the most part returning, one will be in a position to cover that place with an adequate detachment: it was therefore approved and agreed by a unanimity of votes to rescind that resolution as of now, and to withdraw again the orders issued to Captain Uhlenbeck to that effect; and to restrict him with his detachment solely to the defense of Silau, and to employ for the defense of Nigombo a company of Europeans and a company of Malays, who are expected from Hangwelle. After examination of the account of Captain Uhlenbeck for extraordinary expenses in the month of May last, amounting to 98. rixdollars 27. stuivers, it was approved and agreed to
Dutch transcription
Den 17. Juni 1791. ook heeft den Declarant gezegt, dat den Dessave den 7. korl den moor schen Dessave te wielenawe geweest omtrent kornagelle ontmoet heeft, en dat den Moorsch Dessave niet ten eersten met zijn pallenkijn op zijde wal gegaan, zoo had den Dessave den 7. korl den selve sjambok slaagen laaten geeven, en hem van zijn dienst ontzet, en na kandia opgezonden. Den declarant betuigt het gezegde zelfs gezien, en gehoord te hebben /:onderstond:/ Cilau den 14. ' Juni 1791. /: was geteekend:/ J: w: uhlaubeck /:onderstond:/ Akkerdeert /:geteekend:/ C: Ripsema. Kolombo Aan den wel Edelen Heer D: D: van Ranhow koopman en opperhoofd van Nigombo en Silau Jn deeze geslooten biede uw wel Ed: op het needright aan, een translaat ola welk origineel zoo oogenblickelijk van de modlcaar van Ma„ „dampe ontvangen hebbe, ik heb hem hier op, wijl enze ingezeetenen: in de uiterste verleegendheid zijn, geandwoord om alle de wachtposten gelijk in de voorige oorlog, bezet geweest zijn, te moeten bezetten, en dat hij hier toe lalkonijns uitzoekt die niet geweeren voorzien zijn, dan wel in gebreeke derzelve dat hij ze met pieken voorziet, en dat hij zulks nog heeden werkstellig moet maaken, 't geen ik ook ver„ zeekerd ben dat door de modlaar all een getrouw onderdaan zal volbragt worden, militaire kan van hier geene gemilt worden 't geen hem ook aangeschreeven hebbe, onder wijdere te kennen geeving dat zijn ola daadelijk aan uw wel Ed: afzenden zal, met verzoek dat ten dien einde militairen na dit heen mogen afgezonden worden, het geen thans de eere hebbe bij deezen te verrigten Het schijnt in alles toe dat, de singaleeschen makandoere bezetten en Fertifikatie aanleggen zullen, dat absolut op lingakoelie of Tam„ „merawielle een detachemant om ons tegens hun defendeeren dient geplaatst te werden, het geen meede tot een groote gerultheid van onze ingezeetenen, en tot dekking van het hier zijnde detachement ttrecken zal De dessave van Matole, en 's konings broeder zullen volgens de grangten de 4806 Den 17. Iuni 1741. de eene na jattekalane in het silause distrikt, en de andere na Tituewelle afgaan, op welkers laaste plaatse geen autthuijs maar een veldtent door 't konings broeder zal opgeslagen worden, dit zoo zijnde /: hoewel ik de gerugten niet voor Egt koude :/ is het silause afgesneeden; en zoo in kas van defensie onze detachement te zwak word bevonden, zal en ook geen retaaire kunnen plaats vinden, ten waare singakolie bezet word, wijl het thans door de kandi„ aan en of silau schijnt gemunt te zijn Jk heb overigens de eere met alle Hoog agting te zijn /:onderstend:/ wel Edele Heer ! uw wel Ed: gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ P: Ripsema /:in margine :/ Silau den 15.:' Juni 1791. — Na voorgaande komplimenten Geeft den modliaar den resident te kennen, dat den dessave van de zeeven korlos van kernagelle, na pandangodda afgekoomen, en van daar heeden morgen na de gamwebbe vertrocken is, de gamwebbe legt 4. mijl van kornagelle, van waar hij na galelle afgaan zal sprinkhaanen geweeren en Houwers heeft hij bij zig, dog het ge„ „tal van de manschappen dat alle lingaleeschen van alderhande kaltos zijn, kan niet opgegeeven worden, op 3. Eliphanten wor„ „den koogels geweeren, en de verdere ammunietsies gedraagen en wijl ik dit in het zeekere weet zoo geeve ik hier van kennisse voor onlland te beveiligen is geen de minste wachtpost, zoo dat ze bij nagt kunnen binnen komen om onze ingezeetenen hunne bezittingen wegteneemen en alle leed aan te doen, dus ik de Heer Resident verzoeke de goedheid te hebben om wachtpolten op enze timielen te leggen, het geen tot een groote gewiltheid en vertrouwendheid van onze ingezeetenen strekken zal, ik wag te hier op spoedig andwoord, aan het klot den ola was in hollandse letters geschreeven Den gerret Herathamij, geda„ „teerd den 15. ' Juni 1791. /:in margine:/ voor de vertaaling mits absentie van den tolk Den Appoe voor de tranllatie /.was geteekend:/ E: Ripsema /:onderstond:/ Akkordeert /:geteekend:/ P: Ripsema Translaat singaleesche ola door de modliaar van Madampe Den geraet Aerathamij, aan den Resident te silan geschreeven En Den 17. Iuni 1791. En werd met opzigt tot de door gem: Riplima gedaane voorllag, om de jngezeetenen van skomp:s wapenen te voorzien, aftekennen, en dezelven tot het gebruik van hunne eigene wapens te bepaalen. Doch met opzicht tot de veldschans silau, waar tegen bij de evengem relaaten opgegeevene aanstalten der kandraanen schijnen ge„ richt te zijn, nader in overweeging genoomen zijnde, dat de ter sessie van den 6. e deezer genoomen dispositie, om dezelven bij aannadering van een aanmerkelijk krijgsmaakt der kandi„ aanen te verlaaten, en het garnisoen naar Putulang of Nigombo te doen marcheeren, alleen genoomen is of fundament van het onvermoogen, waar in men zich dierteid bevond om Nigombo teegen vijandige aanvallen te defen„ „deeren, doch dat men thans, nu de troupos van sitavaka en Hangwelle voor het grootste gedeelte terug koomen, in staat zal zijn, die plaats met een toereikende detackement te dekken: zoo werd met eenpaarigheid van stemmen goedgevonden en verstaan, van die resolunttie als nu te reli„ „leeren, en de daar toe verleende ordres aan den kapitein uhlenbeek weder intetrekken; en denzelve met zijn detachement alleen tot de defensie van Lilau te bepaalen, en tot defensie van Nigombo een komp:e Europeelcken en een komp:e Maleiers te emploij„ „eeren, die van Hangwelle verwacht worden. Na examinaatsie van de reekening van kapitein uchlenbeek wegens extra ordinaire ongelden, in de maand Mai j:oL: bedrae„ „gende 98. rd:s 27. stx:s is goedgevonden en verstaan, dezelven te
English
The 17th of June 1791. to approve and insert here. Account of the cash received and disbursed by the undersigned in the past month of May 1791. May. May 1st, according to the closed account of the 2nd of May last, the Honourable Company was still owed - - - - - rd s 28. 10. — The 24th, received from the bookkeeper Ripsema according to the receipt granted - - - - - - - - 100. —. —. Together the sum amounts to rd s 128. 10. — Paid to those sipahis who worked on the fortification - - - rd s 46. 33. — Paid to those sent out into the Kandyan territory - - - - - 51. 42. — Remains at the end of May still under my accountability, a balance of - - 29. 31. — The sum amounts to rd s 128. 10. — Chilaw, the 1st of June 1791 / signed: / W: Willenbeek Finally was read a note from the Honourable Governor van de Graaf regarding the oral conversation held at Sitawaka with a confidant of the well-known Court dignitary, and after reconsideration it was agreed to insert the same here. Oral message from the well-known Court dignitary received on Sunday the 12th of June 1791, and sent by the well-known Pettepattoo Raale. He made it known that he had arrived the day before at Ruanwella with a small retinue. That since last Friday there had arrived at his quarters from the Court a person with 30 skilled archers, who had too much opportunity to observe him for him to dare venture to come here in person, as he had otherwise intended in order to hold a secret oral conversation with the Governor, and that he therefore had to postpone that until a more convenient time. That orders had been given that, whenever our detachment might march in, they should be allowed to march some distance into the King's territory, and then to occupy them from behind, The 17th of June 1791. to occupy, while from Kandy there would be sent, likewise to occupy them from the front, a party of Javanese and Kaffirs with some other armed men, who were being kept in readiness expressly for that purpose. That although he was so close to the borders, the Governor could be certain that from the Three Korales nor from the Four Korales would anything be undertaken, neither against Hanwella nor against this place, and that in proof of this his intention, he had left the majority of his force at Idalmapane. That as well to him as to the Disawa of Sabaragamuwa and the Seven Korales orders had been given to put into effect immediately everything they could find possible to induce the Company's inhabitants to disloyalty, and to cause them to take the side of the Court. That he had not been able to avoid complying faintly with that order, and therefore for that purpose had had to send out some people to the Hina Korale, but that he cared so little about this that he had not even once asked whether these people had actually departed, much less what they had accomplished. That one of his subordinates had reported to him that some ill-disposed inhabitants from the Hina Korale had come to him and had offered to cause unrest, but that he had not wanted to speak with them under the pretext that with people of that stamp one could not involve oneself in matters of such weight, and that he had heard on that occasion that some inhabitants from the Hina Korale had had the intention to kidnap the Adigar Bandarnaike and transport him to the King's territory, which, so it was said, had been frustrated because Bandarnaike mostly stays at Hanwella close to Major Morack. That the Disawa Leuke in the Matara Disawany, and the Disawa of the Seven
Dutch transcription
480 Den 17. Juni 1791. te passeeren en hier te insereeren. Reekening van de, door den ondergeteekende, ontvangene, en ver„ „strekte kontanten Jn de gepasseerde maand Meij 1791. Meij. — Aan die sipalis, die aan de fortifi„ katie gewerkt hebben is betageld - - -rd s 46. 33. — Aan uitgezondene in het kandia„ „se is betaald _ _ _ _ - - „ 51. 42. — blijft ult=mo Meij nog ter mijner verandwoording, een saldo van - - „29. 31. — xeenume Teld de Zomma r. 120. 10. — Filau p=mo Juni 179 1/was geteekend:/ : W: til lenbeek Eindelijk werd geleezen eene aanteekening van den Heer Gouverneur van de Graf van het te sitavaka gehouden mondigesprekkn met een vertrouwling van den bekenden Hofsgroote, en werd na resumptie verstaan dezelve hier te insereeren. Hij hiet weeten dat wij sdaags te voonen was gekoomen op Roeanelle met klijn ge„ „volg. Dat zedert verleede vrijdag bij hem aangekomen was van het Hof, een perzoon met 30. geleerde bodgschutters, die te veel gelegendheid had hem „te observeeren, om het te durven waegen in perzoon hier te koomen, zoo gels wij anderzins had voorgenoomen om met de Gouverneur een mondgespeek ien het geleim te houden, en dat wij dat daarom tot geleegener tijd moest uitstel„ Dat bevoolen was, dat wanneer onze kommande mogte inrukken, men ze llen endweegs in 's konings land moest laaten marcheeren, en ze daen van agteren „len. Mondelinge boodschap van den bekende Hofs groote ontfangen op zondag den 12. Juni 1798. een gezonden door de bekende Pttepattoe Raale. Meij p=mo bij de afgeslootene Reekening van den 2: Meij Jol: had DE: komp:e nog te goed - - - - - rd:s 28. 10. — „ 24. van den boekhouder Ripsema ontvangen volgens verleende quittantie _ _ _ _ _ _ - - „ 100. —. —. mimmo Teld te Zaamen rd:s 28. 0. — bezetten „ Den 17. Juni 1791: bezetten, wanneer uit kandia zoude worden gezonden, om ze ingelijks van vooren te bezetten, een partij Javaanen een kaffers met eenig ander ge„ „wapend volk, dat daar toe expres wierd in gereedheid gehouden. Dat schoon Wij zoo kort op de grensen was, de Gouverneur konde zeeker zijn dat uit de drie kouls nog uit de vier korls, niets zoude worden ondernoomen, nog tegens Atnegale nog tegens deeze plaats, en dat wij ten blijke van dit zijn voorneemen, zijn meeste magt gelaaten had op Idelmapane. Dat zoa wel aan hom als aan de Dessavet van de Saffregarna de Zeven kross, niets zoude worden ondernoven, nog tegens: Anegala nagetea„ „gers deeze plaats, en dat wij ten blijke van dit zijn voornoemen, zij weert veagt gelaaten had op Jaelmapane. Dat zoowel aan hem als aan de Desjaver van de saffregam en de zeven kouls #1 was last gegeeven, om dadelyk te werk te stellen alles wat ze zoude moge„ „lijk vinden, om 's komp:s ingezeetenen tot ontrouw te beweegen, en ze de par„ „tij van het hop te doen neemen. Dat sij niet hadde kunnen nalaaten om plaauwelijk aan dien last te vol„ „doen, en mits dien ten dien einde eenige luiden hadden moeten uitzenden, na de Ninakoal, dog dat wij zigdus zoo weinig bekreunde, dat wij zelfs niet eens gevraagd hadde of deeze luiden werkelijk vertrokken waaren, veel min wat ze hebben verrigt. Dat een van zijn onderhoorigen hem had aangedient, dat eenige kwaad„ „willige ingezeetenen uit de Winakoal waaren bij hem gekoomen en zig hadden aangebooden om onrust te willen sligten, dog, dat wij ze niet E hadde willen spreeken onder voorgeeving dat men met luiden van dien stempel, zig over geen zaaken van dat gewigt konde inlaaten, en dat Wij bij die gelegendheid gehoord had, dat eenige ingezeetenen uit de Winakoul het voorneemen gehad hadden, om de Addliaan Bandar„ „naijke opteligten en te vervoeren na 's konings land, het welk zoo ge„ „zegt wierd, was verijdelt geworden, door dien Bandarnaijke zigtland meerendeels ophoud te Anegale digt bij de Majoor Morack. Dat de Dessave Leeupke in de Materese Dessavonie, en de Dessave van de Zeven
English
The 17th of June 1791. Seven Korles from his side took a great deal of trouble to see if they could incite the Company's inhabitants to disloyalty. That the Dessave Leeupke had specifically ordered Maddoeanwolle Modliaar for this purpose, who is a prominent Chief and wealthy man residing in the Kolonokoul, but that the latter had written that he alone, without much help, could do nothing, as large detachments are currently stationed in the Matara Dessavony. That the Court dignitary had instructed him to ask whether we might have batteries constructed on Wakkoeroegalle without giving displeasure to the Governor, to which the answer was given: that it would be better if this did not happen. Asking him (the attepattoe raale) what the Dessave of the Seven Korles actually intended to do, he said he did not know, but that one should mistrust him as well as the Dessave Leeupke of the Saffregam, since both had promised much to the King and would be ashamed if they could now accomplish nothing, and that one should therefore particularly keep an eye on the Matara Dessavony; Asking him whether he had also heard if the Dessave of the Seven Korles had any intelligence with the Chiefs or the inhabitants from the Wapittienamkoul, he said he did not know, that he had heard nothing about it. Asking him whether he or the Court dignitary who had sent him might also think that it would be better to keep fewer men here, he said this was a matter of indifference, even if there were not a single man, though he would nevertheless ask about it and bring the answer. Asking him whether it would not be of service to station a good detachment on the borders of the Seven Korles, he said he thought that it would be good, but that he would also speak about this and bring the answer. Asking him whether it did not greatly weary the inhabitants to have to turn out in this manner and for the greater part sustain themselves at their own expense, he said yes, and that over time it would weary them more and more. That one might even assume that it also wearied the Court dignitaries to be away from home in this manner, but that the Dessave of the Seven Korles and Leeupke, who were the great instigators of this affair, must now put up with it, as well as all others who were in the same predicament on their account. Asking him about the disposition of the second Adigaar, he said that this [illegible] The 17th of June 1791. Examined Beukman person was generally considered to be no supporter of this business, but now that it had once begun, he had said that what no others would do, he would do. Asking him whether it was true that the King's brother had arrived at Idelmapane, he said no, and that he is present at the Court. Asking him what he thought of an order sent to Trincomalee, where many troops are stationed, to place a strong detachment on the borders in that quarter, he said he believed that was very good, but that he would also speak about that and bring the answer. Asking him where the Dessave Leeupke currently was, he said at Battegedere with about 300 men, and that it was said that the Dessave of Oeva would come down to the Saffregam to his assistance, though he could not vouch for the truth or falsehood of that. Asking him whether the Dessave of the Seven Korles and Leeupke of the Saffregam intended to invade the Company's territory, he said he thought not for the time being, but repeated his statement that they would do everything possible to stir up unrest throughout the Company's lands, and both for that reason and to observe our detachments, would advance close to our borders. Thereupon the Governor gave him his dismissal, telling him that he should represent to the Court dignitary in his name how ruinous a war would be for country and people, and that he therefore trusted in him that he would employ his good offices in time to prevent it. Then he asked whether the Company would not at least be willing to cede something of the shores, to which the answer was given no, that they should not think of it, but that for the rest the Company, just as Their Excellencies had done until now, would gladly continue to give all possible proofs of their goodwill to the Court in everything that was reasonable. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. (Was signed:) J: G: van Angelbeek, M: F: Raket, E: S: de Capelli, C: van Angelbeek, J: Raintous, B: L: van Zitter, A. Samlant. No. 76 Wijbrands J Egkalerk Agrees. 3 8ot
Dutch transcription
Den 17. Juni 1791. zeven koules van zijn kant, zig zeeie veel moeite gaeven, om te zien of ze komp: ingezeetenen tot ontrouw konde beweegen. Dat den Dessave Leeupke hier toe inzonderheid gelast had Maddoeanw olle Modliaar dier een aanzienlijke Hoofd en vermoogend Man is woonende in de kolonokoul, doch dat deese had geschreeven, dat wij alleen een zonder veel hulp niet doen konde, wij 'er thans groote kommandos in de Materese Dessavonie leggen. Dat de Hofs groote hem gelast hadde te vraagen, of wij zonder de Gouverneur ongenoegen te geeven, zoude kunnen laaten opbouwen batterijen op Wakkoeroe „galle, waar op is geandwoord; dat het beeter waar dat dit niet geschied Hem /: den attepattoe raale:/ vraagende wat den Dessave van de zeven korles ei„ „gentlijk voorneemens was te doen, zijde wij dat niet te weeten, dog dat mee„ hem zoo wel als de Dessave Leeupke van de saffregam moest mistrouwen, wijl ze bijde aan de koning veel beloofd hadden, en beschaamd zouden zijn zoo te nu niets konden doen, en dat men daarom inzonderheid op de Materese Dessa „vonij wat het oog moet houden; Hem vraagende of wij ook gehoord had of de Dessave van de zeeven korles een „ge intelligentie had met de Hoofden of de ingezeetenen uit de Wapittien amkoul, zijde wij dat niet te weeten, dat wij daarvan niets hadde gehoord. Hem vraagende of hij ook of den Hofsgroote die hem gezonden had ook zom„ „ tijds mogte denken, dat het beeter waare hier minder volk te houden, zij de Wij dit was een onverschillige zaak, al wat 'er ook geen enkeld mae, wij zou„ „de het nogtant vraagen en het bescheid brengen. Hem vraagende of het niet van dienst zoude zijn, dat er een goed detachement gelegt, wierd op de grensen van de zeeven korles, zijde, wij dagte dat hij dagte dat het goed zoude zijn, dog dat wij ook hier over zoude spreeken en bescheid brengen Hem vraagende of het niet de ingezeetenen merkelijk verveelde van zoo te moeten op„ „koomen en voor een grootere gedeelte opeige kosten bestaan, zijde wij van Ja, en dat het hun op den duur hoe langer hoe meer verveelen zoude. Dat men zulks zelfs, mogt veronderstellen, dat het ook de Hofsgrooten verveelde om zoo buiten Thuis te moden zijn, dog dat de Dessave van de zeven kouls en Leeupke die de groote drijvers van dit spul waaren zig dat nu moeste getroosten, en ook alle anderen die om hunnentwil in het zelfde geval waaren. Hem vraagende na de gezintheid van den tweeden Abigaar, zijde wij dat deeze de an ndan Zigtlend van da Den 17. Juni 1791. Nagezien Beukman deeze in het algemeen gehouden wierd te zijn geen voorstanden van dit werk, dog dat nu het eens, begonnen was, Wij hadde gezegt dat het geen andere doen zonde„ zoude wij ook doen. Hem vraagende of het waar was, dat 's konings broeder was gekomen te Idelma„ „pane, zijde wij van neee, en dat wij zig aan het htof bevind., hem vrdagende wat hij dagte van een ordre gesteld na Trinkonomale daar veel volk legt, om een sterk kommando te plaatzen, op de grenzen aan die kant, zijde Wij te gelooven dat dat zeer goed was, dog dat wij ook daar over spreeken zoude en het bescheid brengen. Ibem vraagende waar den dessave Leeupke thans was, zijde wij te Battegisdere met omtrend 300. Man, en dat gezegt wierd, dat de Dessave van gewa tot zijn assistentie zoude afkomen na de saffuegam, dog dat hij de waarheid of onw aan „heid daar van niet konde verzeekeren. Hem vraagende of de Dessave van de zeven korles en Leeupke van de saffiegam het voor„ „neemen hadden om in 's komp:s gebied te vallen, zijde wij dat wij dagte van neer voor als nog, dog herhaalde zijn zeggen, dat ze alle het hun mogelijk zoude doen om onrust voorelk nog in 's komp:s landen te verwekken, en zoo wel daarom als om onze kommandos te observeeren, kort op onze limieten zoude trekken. Hier meede gaf hem de Gouverneur zijn afscheid hem daar bij zeggende, dat wij den Hofsgroot uit zijn naam zoude voorstellen, hoe verderffelijk een oorlog voor land en volk zijn zoude, en dat wij daarom van hem vertrouwde, dat wij zijne goede affizie nog in tijds zoude aanwenden om dat te voorkoomen. Toen vroeg Wij op de komp:e niet ten minsten iets van de stranden zouden willen afstaan, waarep htem is geandwoord neen, dat ze daarom niet moette worden gedogt, dog dat voor het overige de komp:e een als haar Ed: dat tot hier toe gedaan had, gaarne aan, het Hof van haar welgezintheid bij voortduuring in alles wat „redelijk was zoude geven alle mogelijke blijken. Aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolom bo ten daage maand en Jaare voorsz: /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, M: F: Raket, E: S: de capelli, c: van Angelbeek, J: Raintous, B: L: van Zitter, A. Samlant. No. 76 Wijbrands J Egkalerk Akkordeert. 3 8ot
English
Gale ƒ korijn P.S E the his Right Honorable Lieuten- sergeant the Company Infantry Trinconomalen a. The following /60 per Cent ƒ 8 Artillery artillery Infantry Infantry E 5 anter 5 1 ƒ 5 Sterling = E One ƒ No 5 50 ƒ ko kss ƒ ƒ — ƒ — 5 55 ƒ. 10 es ƒ .. ƒ 5 k 57. 53½½ co 25 ƒ . 8 . 6 ƒ : . N. 5 P per Cent 5 v ƒ per Cent S . 6 And S. 2 p57 ½ 88. . CP E 0 p 8 ½ ƒ 1 per Cent C 6 — . Es. C5 6. 5 per Cent _o ƒ 6 — 5 5 67 6 20 ƒ per Cent= e o 66 and 5 6 ƒ 6 6 C ƒ ƒ 5. co 1 : ƒ ns ƒ Zani 5 And . A 2 6p per k E — 10 5 E 5 5 63 p p and Cr 6 per . ƒ . 5 ƒ 6 55 5. 13C ee eren 5 v E E e co ƒ Sp Captain 5 Captain C 5 Gesten ste ƒsƒ Lieuten 5 21. E C Lieuten e 8 so e ensign 6 sergeant S Steporaan E6 SE And e F ƒ Surgeon Total Heads 5 E c EC per Company : Captain N 23 c ste and ƒ8 etc. 6 e ensign vo 13 p 2 e ƒ sergeants E. ƒ ƒ C e Surgeon and Total heads F all . . Captain 8 Invalids a 5 5 6 ƒ. ƒ 5 5 ƒ ƒ 58 ƒ 5 ƒ — 8 67 6 ƒ E ƒ 1 P and 5 E ƒ t 10 ƒo . 8 ƒ ƒ ƒ C 6 fo F C 5 ƒ 6 . all5 80 5 to 5 p p . ƒ 18 ƒ s 5 . F e co E 6 8 Captain 1st Lieutenant 28. Lieutenant ensign E 5 6 9 5 ƒ 50 5 56 e 5 5 8 5 5 5 ƒ 1 1 1 included as here 5 5 5 1 11 2 58 E — 5 5 Meur E ƒ E ƒ ƒ ƒ 5. a 6 pieces 6 ƒ 2 1 1 Batticoloa 7 5 25 205 ƒ 5 58 1 5 5 56 e 5 ƒ e ƒ 3 re ƒ artillery 7 5 - - - 1o & C C . and 5 C S - 5 . ƒ ƒ ƒ 8 . . ƒ. = 1 ƒ 1 ƒ 1 . 1 5p5 5 p. per Cent 2 5 5 1 f 15 per Cent 5 e Ne Chief Hall and C 5 5 E ƒ 5 5 e C5 lo e 6 pfo C — 5 5 Tutucorijn 15 e Jaffanapatnam ƒ Infantry t artillery Infantry nt Total here d Ter Natives :191 so Verlen E Sterling Pet. eso 8 6 C ƒ 8 0ƒ 8 cep Present . 3 8 —. Captains —— Absent 2 23 Present Captain-Lieutenant Absent C7. n Present o po 1st Lieutenant 5 Absent n Present Enf 2nd Lieutenant Absent 80 P 6 Present 88 ƒ ensigns Absent his site eep Sergeants or Bombardiers 5 ec 8 Drummers & Pipers e vr p5ƒ ƒ Sick E . e Present and B 71 E and pco ƒ On active duty and 5 5 . . E Surgeons Captains Captain-Lieutenant 1st Lieutenant 2nd Lieutenant ensign sergeants or Bombardiers Drummers and Pipers 8 Corporals and privates Surgeons total strength both with In ranks and files the prima plana as in missing to complete both with the Prima plana as in ranks and files 5 . per perco 2: per One c e in per vrs ƒ 20 per 55 E rs p one p co _o 65p p —5 6. 6erso ƒ ps ppo 65 23ƒ 5 — 60 co / k e N ƒ tƒ ƒƒ ten How many Companies ƒƒ artillery Infantry e in major the artillery Drummer and sch Colombo c terie emouwe ½f t ƒ — — ½ 57. 7 E. per C . ƒ 67 e 7 E. 55 7 1 /50 C ƒ E . p pe. 6 . 20 8 ƒ37. ƒ 6 . 2. 6 p0 ƒ 1/8 ƒ — 2 ƒ — ƒ — 1 ƒ 5 — ƒ Jul: Infantry 62l ƒ 2 Cartillery 5 ƒ One the 6 e 4 5 8 155 1 285 8 5 5 17. 5 9 85 Of the Departments 9 8 e 8 2 7 e 6 218 9 Names 40 Musician Provost ^ 2 0 5 v e 5 e 8 8 fs Ep 3 ƒ c of establishment plan, according to the standard must be with a Prima ECn ƒ. ec F 5 5 5 r 5 Cr po 6 5 4 and per. p 7 ps ƒ p p . . . 6 1 ƒ 50 C . 4 14 .. . 4814 No. 1: 18. Declaration of a Kandyan named Mawatte gamme kauraele and his wife Dewettige ddere No. 78 4812 Register of the following Reports, Letters, and Translations of the successive incoming reports from the Kandyan territory and from the subordinate stations concerning the movements and preparations in the Kandyan territory. Translation of a Sinhalese ola brought to the Lord Dessave Fretz by a Kandyan. 2: Report of the Bellale named Randsie 3: Translation of a Malabar ola from one who went by order of the Lord Jaffnapatnam Commandeur to Poenwiaddewoe and Pandoemarroeda. No. 17: Translation of a Sinhalese letter ola written by the modliar Bandernaike to the Honorable Dessave, dated the 15th of May No. 4. True Lord Governor s 5010 Honorable Right Honorable secret letter and shall clearly of favorable the same in Your Honor the secret letter 2 No. 4: Report of an inhabitant of the village of Pomangainie who went to Kornagalle, stating that the dessave and adigar of Maliele have been on the road to Trinconomale and Batticaloa. 5: Report of the modliar Ritnesinga who, by order of the Manaar Commander, went across the river into the country. 6. Declaration of a Moor named Niranaijna Mottekara who, by order of the aforesaid modliar, went into the King's lands. 7: Letter written by the bookkeeper Sinning of Moegoeroegampelle to the Honorable Colombo . 4814 Can No. 8: 10: 11: 18. Declaration of a Kandyan named Mawatte gemme kauraele and his wife Dewettige ddere written to the Colombo Dessave under date of the 6th of May. Extract from a letter dated the 7th of May written by the Resident of Prattau to the Lord Dessave. 9. Report of two appohammies who went with a letter to the mohottiar of the Three Korles in Kandia Extract of a letter dated the 8th of May of the past year written by the Negombo Commander to the Colombo Dessave. Copy of a letter written by the Bookkeeper Sinning of Moegoeroegampelle to the Honorable Dessave dated the 10th of May 1791: No. 17: Translation of a Sinhalese letter ola written by the modliar Bandernaike to the Honorable Dessave dated the 15th of May No. 12. man who by Commander country ra Cor the same in of favorable and shall clearly secret letter Right Honorable of Your Honor secret letter Honorable 4813 dies vernor True Lord! 5040 No. 12: Extract of a letter written by the bookkeeper Sinning to the Honorable Dessave dated the 12th of May 1791: 13 Extract of a letter as above dated the 13th of May 1794 14: Report of four spies sent by the Honorable Major Morack to the 4 and 7 Korles. 15. Translation of a Sinhalese letter ola written by the modliar of Hina Korle, Bandernaike, to the Honorable Dessave dated the 14th of May of the past year: 16: Report made to the Honorable Major de Morack by a man returned from the Four Korles. No. 17.
Dutch transcription
Gale ƒ korijn P.S E le zin Wel Ed:G Lieuten= sergeant e CCp Infanterie Trin Conomalen a. De hier ondervolge „ /60 pC ƒ 8 Hilleri artiller Intanterie Infanterie E 5 anter 5 1 ƒ 5 Sterlinge = E Een ƒ No 5 50 ƒ ko kss ƒ ƒ „ — ƒ „ — 5 55 ƒ. 10 es „ „ ƒ .. ƒ 5 k 57. 53½½ co 25 ƒ . 8 . „ 6 ƒ : „ . N. 5 P p Cs 5 v ƒ PC S . „ 6 En S. 2 p57 ½ 88. . CP E 0 p „ 8 ½ ƒ „ 1 pC C 6 „ — . Es. C5 6. 5pC _o ƒ 6 — 5 5 67 6 20 ƒ pr C= e o 66 en 5 6 ƒ 6 6 C ƒ „ ƒ 5. co 1 „ „ „ : ƒ ns ƒ „ Zani „ 5 „ En „ . A 2 6p pr k E — 10 5 E 5 5 63 p p en Cr 6 pr „ „ . ƒ . 5 ƒ 6 55 5. 13C ee eren 5 v E E e co ƒ Sp Capitein 5 Capit=n C 5 Gesten „ste ƒsƒ Lieuten 5 21. E C Lieuten e 8 so e vraandrig ƒ 6sergeant S Steporaan E6 SE En e F ƒ Chirurgijn Totars Hoofde 5 „ E c EC p Co : Capitein N 23 c „ste en ƒ8 etc. 6 e vaandrig vo 13 p 2 e ƒ sergeants E. ƒ ƒ C e Chirurgijn en TTotaal hoofden F alle . . Capiteine 8 Invalides a 5 5 6 ƒ. ƒ 5 5 ƒ ƒ 58 ƒ 5 ƒ — 8 67 6 ƒ E ƒ 1 P en 5 E ƒ t 10 ƒo . 8 ƒ ƒ ƒ C„ 6 fo F C 5 ƒ 6 „ . al5 80 5 te 5 p p . ƒ 18 ƒ s 5 „ . „ F e co E 6„ 8 Capit=n 1. ste Lieutent 28. Lieutent vaan drie E 5 6 9 5 ƒ 50 5 56 e 5 5 8 5 5 5 ƒ 1 1 1 „ 5 greepen als nier 5 5 5 1 11 2 58 E — 5 5 Meur E ƒ E ƒ ƒ ƒ 5. a 6 pees 6 ƒ 2 1 1 Batticoloa 7 5 25 205 ƒ 5 58 1 5 5 56 e 5 ƒ e ƒ 3 re ƒ artillerd 7 5 - - - „ „ „ 1o & C C . ende 5 C S - „ 5 „ . ƒ ƒ ƒ 8 . . ƒ. „ = 1 „ „ „ „ ƒ „ 1 ƒ 1 . „ „ 1 5p5 5 p. pC 2 5 5 1 f 15 per Ct 5 e Ne Hoofd Saal en C 5 5 E ƒ 5 5 e C5 lo e 6 pfo C — 5 5 „ „ Tutucorijn 15 e Jaffanapatnam ƒ Infanterie t artilleren Infanterie nt Notaal hier d Ter Inlanders :191 so Verlen E Vsterling Pet. eso 8 6 C ƒ 8 0ƒ 8 cep Present . 3 „ 8 —. Capiteins —— Absent 2 23 Present Capit: Lieutenant „ Absent C7. n Present „o po 1e: Lieutenant 5 Absent „ n Present Enf 2e. Lieutenant Absent 80 P 6 Present 88 ƒ vaandrigs Absent e sin sijte eep Sergeanten of Bon 5 ec 8 Tamboers & Pijpers e vr p5ƒ ƒ Zieh en E . e Present en B 71 E en pco ƒ Dienstdoende en 5 5 „ „ . . E Chirurgijns Capiteins Capit: Lieutenant 1sto Lieutenant 2d. Lieutenant vaandrig serg=ts of Bombardiens Jamboers en Pijpers 8 Corporaals en gemeene Chirurgijns te zaamen sterk zo wel met P Reijen en gelaederen den prima plana als in manqueeren tot Compleet zo wel met de Prina plana als in rijen en geoederen 5 . pr prco „2: p=r Een c e in pr vrs ƒ 20 pr 55 E rs p een p co _o 65p p —5 6. 6erso ƒ ps ppo 65 23ƒ 5 „ — 60 co „ / k e N ƒ tƒ ƒƒ ten Hoe veel Compagnien ƒƒ artillen Infanterie e in majoor de artille Tamboer en sch Colombo c terie emouwe ½f t ƒ „ — — ½ 57. 7 „ E. p C . ƒ 67 e 7 E. 55 7 1 /50 „ C ƒ E . p pe. 6 . 20 8 ƒ37. „ ƒ 6 . 2. 6 p0 ƒ „ 1/8 ƒ „ — 2 ƒ — ƒ — „ „ „ 1 ƒ 5 „ „ „ — ƒ Jul: Inta 62l ƒ 2 Cartillen 5 ƒ Een de 6 e 4 5 „ 8 155 1 285 8 5 5 17. 5 9 85 Der Departementen 9 8 e 8 2 7 e 6 218 9 Naamen 40 Musicant Provoort ^ 2 0 5 v e 5 e 8 8 „ „ „ „ fs Ep 3 ƒ c van bepaaling plang, volgens en voet 5 moeten zyn met een Prima ECn ƒ. ec F 5 5 5 r 5 Cr po 6 5 4 en pr. p 7 ps ƒ p p . . „ „ . 6 „ 1 ƒ 50 C . 4 „ 14 .. . „ 4814 No 1: 18. Declaratoir van een kandiaan genaamt Mawatte gamme kauraele en zijne vrouw Dewettige ddere No. 78 4812 Register der ondervolgende Relaasen Brieven en Translaaten van de Suc„ cessive ingekoomen Berigten uit het kandiasche en van de onderhoorige kantooren betreffende de bewee= gingen en toerustingen in het kan„ diasche. Translaet singaleesche ola door een kandiaen aan den Heer Dessave Fretz: toegebragt. 2: Relaas van den Belhale met naeme Randsie 3: Translaet Mallabaarse ola van eenen die op order van den heer Jaffer nasche kommandeur naer Poenwiaddewoe en Pandoe= marroeda geweest is. N:o 17: Translaet singalees breef ola door den modli„ aar Bandernaike aan den E: Dessave geschreeven de dato 15 e maij No. 4. Maare Heer ekneur s 5010 gbaare wel Edele Gestren „te secreete brief en zal duyde van gunstige dezelve in VE te preete brief 2 „ N:o 4: Relaas van een inwoonder van het dorp Poman„ gainie die na kornag alle geweest is, houdende als dat de dessave en adigaar van maliele op de weg„ naer Trinconomale en Battica„ loa geweest zijn. 5: Relaas van den modliaar Ritnesinga die op order van 't mannaars opper= =hoofd nade overseide in het land geweest is. 6. Declaratoir van een moor met naeme nira nijna Mottekara die op or„ der van den meerm: modld„ aar in 's konings landen geweest is. 7: Brief door den boekhouder sinning van moegoeroegampelle aan den E: kolombose . „ 4814 Can N:o 8: „ 10: 11: 18. Declaratoir van een kandiaan genaamt Mawatte gemme kauraele en zijne vrouw Dewettige ddere kolombose dessave geschreeven in dato den 6: Maij. Extrakt uit een missive de dato 7:e Maij door den Resident van Prattau aanden heer dessave geschreeven. 9. Relaas van twee appohannees die met een brief aan den mohotiaar der drie korles in kandia geweest zijn Extract missive de dato 8:e maij J:o L: door 't ngombosche opperhoofd aanden kolombosche desseve geschree„ ven. Kopij Brief door den Boekhouder Sinning van moegoeroegam pelle aan den E: desselve geschreeven de dato 10:e Maij 1791: N:o 17: Translaet singalees breef ola door den modli„ aar Bandernaike aan den E: Dessave geschreeven de dato 15. e maij No. 12. man„ die op pper land ra Cor„ dezelve in van gunstige en zal duijde „te secreete brief EEdele Gestren„ van VE tcreete brief gbaare 4813 dies verneur Waaren Heer! 5040 N:o 12: Extrakt missive geschreeven door den boek houder sinning aan DE: Dessave de dan =to 12: maij 1791: 13 Extract missive als booven de dato 13: ' maij 1794 14: Berigt van veer spions door den E: majoor Morack naar de 4: en 7: Corles gezonden. „ 15. Translaet singalees brief ola geschreeven door den modliaar van Hina Corle Bandernaike aan d: E: Dessave de dato 14:e Maij J:o L: „ 16: Rapport gedaen aan d: E: majoor de Morack door een man uit de veer corles terug gekoomen. No 17. „
English
4814 19 20. 18. Declaration of a Kandyan named Mawatte gemme kauraele and his wife Dewettige Edere araatje zalage poentje menika, containing some Kandyan particulars. Copy of a letter written by the Bookkeeper of Battau from Minnangodde to the Honorable Dessave of Colombo, dated 16 May 1791. Extract of a missive written by the Chief of Negombo to the Honorable Dessave, dated 16 May 1791. have arrived. 53. Translation of a Sinhalese ola letter dated 21 June 1791, written to the Honorable Dessave from Sitawaka by the Mohandiram of the Hewagam Korle, Allahaperoeme, containing some reports from the Kandyan country. No. 17. Translation of a Sinhalese ola letter written by the Mudaliyar Bandernaike to the Honorable Dessave, dated 15 May 1791. No. 21. No. 54. containing secret letter and shall clearly from favorable the same in of Your Honor secret letter Right Honorable Sir, Governor, Honorable Sir! 501 23. 24. 22. Report made to the Honorable Major de Morack by a man who had come from the Four Korles on 18 May last. Report made by a Sinhalese to the Honorable Captain Uhlenbeek concerning the descent of some Kandyan grandees. Report made to the Honorable Major de Morack by one who returned from Algama on 21 June. 25. Report made to the Honorable Major de Morack, dated 14 May last. 16. Report made to the Honorable Major de Morack by a man returned from the Four Korles. Report made to the Honorable Captain Uhlenbeek by an inhabitant of Chilaw who had been in the Kandyan country. No. 17. No. 21. 1 the A 4815 29. by the Ridaan Ranantoenga Aatjege Appoe, returned from Algama, concerning the descent of ambassadors. No. 26. Copy of a letter written by the Bookkeeper Sinning of Moegoerioegampelle to the Honorable Dessave, dated 25 May last. 27. Translation of a Sinhalese ola written by the Boraal of Jagampattoe to the Resident of Chilaw. 28. Report made to the Honorable Major de Morack by [illegible] returned from Arandelle. Report of a servant of the Mudaliyar Bandernaike. have arrived. 53. Translation of a Sinhalese ola letter dated 21 June 1791, written to the Honorable Dessave from Sitawaka by the Mohandiram of the Hewagam Korle, Allahaperoeme, containing some reports from the Kandyan country. No. 54. 6 1 G secret letter and shall clearly from favorable the same in of Your Honor secret letter Right Honorable Sir, Governor, Honorable Sir! 50 from No. 30. Copy of a letter written by the Bookkeeper Sinning of Moegoeroegampelle to the Honorable Major de Morack, dated 1 June last. 31. Report concerning a person who was sent by the First Adigar Pilime Talawe to the Mudaliyar Bandernaike. 32. Report made to the Honorable Major de Morack by two persons returned from the Seven Korles and from Idamalpane, concerning the descent of two Dessaves at Atapiti. dated 14 May last. 16. Report made to the Honorable Major de Morack by a man returned from the Four Korles. Bandernaike sent by him to Idamalpane, in order to ascertain whether the received reports contained the truth. No. 17. A No. 33. 4816 No. 33. Extract of a missive written by the Chief of Negombo to the Honorable Dessave, dated 6 June 1791. No. 34. Report made by the Appuhamy of the village of the Honorable Governor's pantry to the Mudaliyar Bandernaike concerning the detention of a subject of the King who wished to betake himself out of our boundaries with a musket. 35. Declaration of the Moorish inhabitant of Musali named Ablatoenijna Oedoemanijna, concerning what he heard at Sandukallu when he was in the Sinhalese country with some wares. have arrived. 53. Translation of a Sinhalese ola letter dated 21 June 1791, written to the Honorable Dessave from Sitawaka by the Mohandiram of the Hewagam Korle, Allahaperoeme, containing some reports from the Kandyan country. No. 36. No. 54. Honorable Sir! Governor Honorable Right Honorable secret letter and shall clearly from favorable the same in of Your Honor secret letter No. 36. Reports from the Kandyan country made to the Mudaliyar Bandernaike. 37. Report made to the Honorable Major de Morack by an inhabitant of the Hina Korle named Amamdilia, who has returned from Idamalpane. 38. Report made to the Honorable Captain Uhlenbeek by an inhabitant of Chilaw concerning the transactions at Kurunegala. 39. Account given to the Chief of Mannar by the Mudaliyar of the Gate, Raseendra, and the Adappan of the Paravars, Gaspar Patjekoe, concerning the fever. 40. Report made to the Honorable Major de Morack by Ilandarie Souza, inhabitant of Dangal, concerning dated 14 May last. 16. Report made to the Honorable Major de Morack by a man returned from the Four Korles. No. 17. N the 4817 43. Translation of a Malabar report ola from one who went by order of the Chief of Kalpitiya into the King's territory, concerning what he saw and heard. 44. Translation of a Sinhalese ola letter written by the Mudaliyar of Madampe, Senewiratne Herat, to the Chief of Negombo. No. 45. have arrived. 53. Translation of a Sinhalese ola letter dated 21 June 1791, written to the Honorable Dessave from Sitawaka by the Mohandiram of the Hewagam Korle, Allahaperoeme, containing some reports from the Kandyan country. No. 42. Report made to the Honorable Captain Uhlenbeek by an inhabitant from the Chilaw district who came from Kurunegala, concerning the Dessave of the Seven Korles. No. 41. Report by an inhabitant of the Hina Korle named Poonchi Zale, who had returned from Ruwanwella, regarding the transactions at Akuramboda and the descent of the King's brother. No. 54. Honorable Sir Governor 43 Honorable Right Honorable secret letter and shall clearly from favorable the same in of Your Honor secret letter 50
Dutch transcription
4814 19 20. 18. Declaratoir van een kandiaan genaamt Mawatte gemme kauraele en zijne vrouw Dewettige Edere araatje zalage poentje menr„ ka houdende eenige handiasche Bijzonderheeden. Kopia Brief door den Boekhouder van Battau„ van Minnangodde geschreeven aanden E: kolombose Dessave de dato 16 Maij 1791. Extract missive door 't nigombosche opper„ hoofd aan de E: Desseve ge„ schreeven de dato 16 Maij 12. zyn aangekoomen. 53: Translaet singaleesch Brief ola de dato 21: Junij 1791:- aan den E: dessave geschreeven van sitawaka door den mohandiram van de Hewagamkorl Alla„ haperoeme, houdende eenige berichten uit het kandiasche. N:o 17: Translaet singalees breef ola door den modl„ aar Bandernaike aan den E: Dessave geschreeven de dato 15. e maij No. 21. No. 54. houden 1791. „te secreete brief en zal duyde van gunstige dezelve in van VE te Creete brief Edele Gestren gbaare dies verneur Waaren Heer! 501 „ 23. „ 24 „ 22: Rapport gedaen aan den E: majoor de Morack door een man die den 18. e maij J: L: uit de veer korles gekoomen was. Berigt van een sinegalees aan den 8: kapitain ullenbeek gedaan nopens het afkoomen van eenige Kandiasche Mofsgroote. Rapport aan &E: majoor de Morack gedaen door een: en die den 21: Janij uit Alga„ ma is terug gekoomen. „ 25 Rapport gedaen aan D: E: majoor de Morack, door de dato 14:' Maij J: L: „ 16: Rapport gedaen aan 8: E: majoor de Morack door een man uit de veer corles terug gekoomen. Berigt door een silauws inwoonder die in 't kandiasche geweest is, a den E: kapitain uhlenbeek gedaen. No 17. N:o: 21: 1 de A 4815 „ 29: den uit algame terug gekoomen =ne ridaan Ranantoenga Aatjege Appoe nopens 't afkoomen van Ambassadeurs N:o 26: kopij brief door den boekhouder Sinning van Moegoerioegampelle aanden E: dessave geschreeven de dato den 25. maij J:o L: 27: Translaet singalees ola door den boraal van Jagampattoe aan den Resident van Silauw geschree„ ven. 28: Rapport aan den E: majoor de morack ge„ daen door uit arandelle terug gekoomen Rapport van een Bedienden van den modeliaar Bandernaike zyn aangekoomen. 53: Translaet singaleesch Brief ola de dato 21: Junij 1791.- aan den E: dessave geschreeven van sitawaka door den mohandiram van de Hewagamkorl Alla„ haperoeme, houdende eenige berichten uit het kandiasche„ No. 54. 6 1 G „ „ „te secreete brief en zal duide van gunstige dezelve in van VE te Creete brief elEdele Gestren gtbaare dies verneur Haaren Heer! 50 „van N:o 30. kopij brief door den Boekhouder Sinning „ moe goeroegampelle den 8: majoor De Morack geschreeven de dat 1=e Juni I:o L:n „ 31: Berigt weegens een persoon die door den Rijksade„ gaer: Pilime Talaont. aan den modliaar Bandernaik gezonden was. „ 32: Berigt aanden E: majoor de morack gedaen door twee persoonen uit de 7: korles en van ndamelpane te rug gekoomen nopens het afkoomen van twee Dessaves te atapiti de dato 14: Maij v: : „ 16: Rapport gedaen aan d: E: majoor de Morack door een man uit de veer corles terug gekoomen. Bandernaiks door hem naer idamalpane gesonden, ten einde zig te verzeekeren of de ingekoomene Berigten de waerheid hebben behelst No 17. A No. 33 „ 4816. N:o 33. Extract missive door het nigombosche opper„ hoofd aanden E: dessave geschre ven de dato 6:e Junij 1791. N:o 34. Berigt door den appresidaen van den Ed:e Heer Gouverneurs dispens dorp gedaen aan den modeliaar Bandernaik noopens het aen„ houden van een koonings in= „gezeeten die zig met een geweer uit onze lemieten wilde begeeren „ven „ 35. De Claratoir van den moors en inwoonder van moeselie met naeme Abla„ toenijna oedoemanijna, nopen het geene hij te sandoe kalloe gehoord heeft toen hij in 't sin„ galees land met eenige waeren geweest is. zyn aangekoomen. 53: Translaet singaleesch Brief ola de dato 21: Junij 1791. aan den E: dessave geschreeven van sitawaka door den mohandiram van de Hewagamkorl Alla„ haperoeme, houdende eenige berichten uit het kandiasche No. 36 No. 54. htbaaren Heer! vekneur dies 50 gtbaare wel Edele Gestren „te secreete brief en zal duyde„ van gunstige dezelve in van VE teCreete brief N„o 36: Berigten uit 't kandiasche aan den modelieer Bandernaik gedaen. 37: Berigt aanden E: majoor de Morack gedaen door een inwoonder van de Hinakorle met naeme Amam„ dilia die van wamalpane terug is gekoomen. 38. Berigt aan den E: kapitain uhlenbeek gedae„ door een silauwsche inwoonder noopens de verrigtingen te kor„ nagalle. 39. Relaas gedaen: aan den mannaarsche opperhoofd door den modliaar van de porta Raseendra enden adeponaer der parruassen Gaspar Patjekoe noopens de fheuver. 40. Rapport. aan den E Majoor de Morack door ilandarie Souza inwoonders van dangal gedaen, noopens de dato 14: Maij v: a: „ 16: Rapport gedaen aan d: E: majoor de Morack door een man uit de veer corles terug gekoomen. N:o 17. N de 4817. 43. Translaat mallabaersche Rapport ola„ van een en die op order van 't „opperhoofd in skonings Kalpettische „ gebied geweest is noopens 't geene hij gezien en gehoord heeft. 44: Translaat singaleesch Brief ola door den modli„ aar van madampe sineicirat„ =ne herat aan den opperhoofd van Nigombo geschreeven: N:o: 45. zyn aangekoomen. 53: Translaet singaleesch Brief ola de dato 21: Junij 1791:- aan den E: dessave geschreeven van sitawaka door den mohandiram van de Hewagamkorl Alla„ haperoeme, houdende eenige berichten uit het kandiasche. N:o 42: Bericht aan den 8: kapitain uhlenbeek gedaen door een ingezeetenen uit het silauwse gebied van korna galle gekoomen noopens den dessave der 7: Korles- N:o 41: Rapport door een inwoonder van de Hina Corle niet naeme Poonchi zalé die van Roiconelle, terug gekoomen was de verrigtingen te accourougale en het afkoomen van den koo„ nings broeder. No. 54. hWaaren Heer verneur dies 43 Agtbaare wel Edele Gestren „te secreese brief en zal duyde van gunstige dezelve in van VE teCreeke brief 50
English
46. Account of the resident of mitigaet debere named koronna pedeque Avodia, who had returned from Rouanelle on 14 June. 47. Account of a Lascarin who served as a spy and who has returned from Kandy, containing the intentions of the dessave. 48. Account of a Moor who had returned from Rouanelle regarding the erection of batteries. 49. Translated report made by Rasagaeme wanni to the chief of kalpettij, dated 14 May last. 16. Report made to the Honorable Major de Morack by a man returned from the Four Corles. No. 45. Translated Sinhalese palm-leaf letter written by the korale of Pittigalkorle named Mohottimoele wizekoon koraale to the chief of Negombo regarding the coming down of the Dessave of the Seven Korles to have rest houses built. No. 17. 2 4822: No. 81. Report of a Moor named mirabelet who came from the Saffragam Corle regarding the plan by the dessave to entrap our troops. Madampe 20 June Anno 1741. 4818. Report made by a resident from the village Ponnankame, who had come from Dekammade, to the Honorable Captain Uhlenbeek regarding the Dessave of the Seven Korles. 51. Extract letter dated 20 June last, written by the Resident of Prattau to the Honorable Dessave. 52. Copy of a letter written by the Resident of the Morruakorle Rithmiller to the Honorable Dessave of Matara Berghuijs, dated 20 June 1791, stating that two dessaves and an adigar have arrived in the village Kolonne, Mattoe genwelle. 53. Translated Sinhalese palm-leaf letter dated 21 June 1791, written to the Honorable Dessave from Sitawaka by the mohandiram of the Hewragamkorle Allahaperoeme, containing some news from Kandy. No. 54. No. 50. [illegible] secret letter [illegible] favorable [illegible] Right Honorable [illegible] Governor [illegible] 50. 10 No. 54. Account of a person named Karonna Pendique Modia who has returned from the Seven Korles, concerning the coming down of the Dessave of the Seven Korles to Quepiti Ralane. 55. News from Kandy related to the Honorable Captain Uhlenbeek by an inhabitant from Chilaw and a relative of the same who has come from Kandy. 56. Extract from a letter from the Bookkeeper Ripsoma dated 22 June, written from Chilaw to Negombo. 57. Translated palm-leaf letter addressed to the Dessave of Matara concerning the arrival of the Dessaves of Saffragam and Oeva at Kaloine and Wallagodde. No. 45. Translated Sinhalese palm-leaf letter written by the korale of Pittigalkorle named Mohottimoele wizekoon koraale to the chief of Negombo regarding the coming down of the Dessave of the Seven Korles to have rest houses built. No. 58. 4822: No. 58. No. 81. Report of a Moor named mirabelet who came from the Saffragam Corle regarding the plan by the dessave to entrap our troops. Account from Kandy by one Kajepakse Minimottoe Paterege Naindehamij, former vidane of Kallelie, who returned on 20 June from the Seven Korles, concerning the erection of a square building in the village Den Ganmette for the reception of the King's brother. 59. Translated Sinhalese palm-leaf letter addressed to the Honorable Dessave of Matara by the mudaliyar of the Morruakorle Ammerkoon Ekernaijke, also containing the arrival of the Dessaves of Saffragam and Oeva. 60. Translated Sinhalese palm-leaf letter as above, containing the arrival of the Dessave of Saffragam and the conduct maintained on that occasion by Don Simon, mohandiram of the Magampattoo. 4819. Madampe, 20 June Anno 1741. No. 61. [illegible] Right Honorable [illegible] Governor [illegible] secret letter [illegible] No. 61. News from Kandy given to the Honorable Major de Morack by a Sinhalese who left the King's territory out of dissatisfaction. 62. Report from two Moors who returned from the Three Korles regarding the King's brother and the order given by the King. 63. Translated Sinhalese palm-leaf letter written by the mudaliyar of Madampe to the chief of Negombo. 64. Account of a resident from Negombo named Gajesingege Pasqual Zilva, containing some news from Kandy. 65. Translated Sinhalese unsigned palm-leaf letter written by Arroegodde Oenausse, personal physician to the King of Kandy, to the Attepattoo mohandiram De Saram. No. 45. Translated Sinhalese palm-leaf letter written by the korale of Pittigalkorle named Mohottimoele wizekoon koraale to the chief of Negombo regarding the coming down of the Dessave of the Seven Korles to have rest houses built. 4822: No. 81. Report of a Moor named mirabelet who came from the Saffragam Corle regarding the plan by the dessave to entrap our troops. Madampe 20 June Anno 1741. 4820. No. 66. Translated Sinhalese palm-leaf letter dated 25 June, written to the Honorable Dessave by the mudaliyar of the Sina Korle Bandernaike. 67. Report given to the Honorable Major de Morack by one Amandira, who returned from Rouanelle to Attenegale on 25 June last, regarding the First Adigar of the Realm. 68. Extract of a separate letter dated 26 June last, written from Matara to Galle, containing the report made by a Moorish soldier who went to Wallagodde with some trade goods. No. 69. [illegible] Right Honorable [illegible] Governor [illegible] secret letter [illegible]
Dutch transcription
„ 46. Relaas van den inwoonder van mitigaet debere met naeme koronna pedeque Avodia die den 14 Junij van Rouanelle terug gekoomen was. „ 47 Relaas van een Lascorijn die als spion gediend heeft en die uit het kandiase terug gekoomen is houdende voornee„ =mens van den dessave. „ 48. Relaas van een moor die van Rouanelle terug was gekoomen nopens het oprichten van Bacterijen. „ 49 Translaet rapport gedaen door Rasagaeme wanni aan het opperhoofd van kalpettij No. 50. de dato 14: maij v:: „. 16: Rapport gedaen aan d. E: majoor de Morack door een man uit de veer corles terug gekoomen. N:o 45. Translaet Singalees Brief ola door den koraal van Pittigalkorle met naeme Mo„ hottimoele wizekoon koraale aan het nigombosche opperhoofd geschreeven noopens 't afkoomen van den Dessave der 7 korles om rusthuijse te laeten maeken. No 17. 2 4822: N:o 81. Rapport van een moor met naeme mirabelet die uit de saffragam Corl gekoo„ „men is noopens 't aanleg doorden dessave om onze troupes in de strik te krijgen. Malaerbat 20 dunii Ao 1741. 4818. Bericht door een inwoonder uit het dorp Ponnan„ kame die van Dekammade ge„ koomen was aan den E: kapitain uhlenbeek gedaen noopens den Dessave der 7: korles. „ 51: Extrakt missive de dato 20: Junij JL:n door den Resident van Prattau aan den E: desselve geschreeven. „ 52: kopij Brief door den Resident van de morruakorle Rithmiller aan den E: maturesche Dessave Berghuijs geschreeven de dato 20„ Junij 1791. houdend als dat in het Dorp kolonne, Mattoe genwelle twee dessavesen een adigaer zonder zijn aangekoomen. 53: Translaet singaleesch Brief ola de dato 21: Junij 1791:- aan den E: dessave geschreeven van sitawaka door den mohandiram van de Hewragamkorl Alla„ haperoeme, houdende eenige berichten uit het kandiasche. No. 54. N:o 50. ti „te secreete brief en zal duyde„ van gunstige dezelve in an VE te Creete brief elEdele Gestren„ gtbaare dies verneur hbaaren Heer! 50. 10 N:o 54: „ 56: 46. Relaas van den inwoonder van mitigaet debere met Relaes van eenen met naeme karonna pendique N:o Modia die uit de seven korlest terug gekoomen is behelzende 't afkoomen van de Dessave der seven korles na quepiti ralane. „ 55. Berigten uit het kandiasche door een ingezeeten uit 't silausche en een nabestaend van de zelven die uit het kandiasche gekoomen is, aanden b: kapitain uhlenbeek gerela„ Extrakt uit een brief van den Boekhouder Ripsoma de dato 22: Junij van Silau na Nigombo geschreeven. „ 57: Translaet Brief ola gerecht aan den Dessave van mature behelsende de afkomst van de Desserves van saffregam en oeva op kaloine en wallagodde N:o 45. Translaet Singalees Brief ola door den koraal van Pittigalkorle met naeme Mo„ hottimoele wizekoon koraale aan het nigombosche opperhoofd geschreeven noopens 't afkoomen van den Dessave der 7 korlesom rusthuijse te laeten maeken. No. 58. „ teerd O 4822: N:o 58. N:o 81. Rapport van een moor met naeme mirabelet die uit de sapfragam Corl gekoo„ „men is noopens 't aanleg door den dessave om onze troupes in de strik te krijgen. Relaes uit 't- kandiase door een en kajepakse„ Minimottoe paterege naindeha„ mij geweesene vidaen van kalle„ lie die den 20: junij uit de 7: korles terug gekoomen is. behelzende t' opsuchten van een vierkante gebouw in 't dorp. Den ganmette ten ontvangst van 's Koonings Broeder. 59. Translaet singaleesch Brief ola gericht aanden E: maturesche Dessave door den modliaar van de Morrua„ korle Ammerkoon Ekernaij. „ke houdende meede de afkome van de Dessaves van saffregam en oeva 60. Translaet singaleesche Brief ola als booven houdende de afkomst vanden Dessave van saffregam en 't gedrag bij die geleegendheid ge„ houden door Don Simon mohan„ diram van de magampattoe 4819. Malacaaha, 20 aunii Ao 1741: No 61. aaren Heer verneur dees 50.1 gtbaare vel Edele Gestren„ „te secreete brief en zal duyde„ van gunstige dezelve in van VE te sreete brief 46. Relaas van den inwoonder van mitigaet debere met N:o 61 Bericht uit het kandiasche gedaen aanden b: majoor de morack door een singalees die skoonings land in't misnoegendheid verlaeten heeft. Bericht van twee mooren die uit de 3 korles zijn terug gekoomen aengaende 's konings Broeder ende order door den koning gegeeven. 63: Translaet singaleesch Brief ola geschreeven door den modliaar van ma„ dampe aan het opperhoofd van Nigombo geschreeven. 64. Relaes van een Inwoonder uit het Nigombosche met naeme Gajesingege Pas qual Zilva houdende eenige Berichten uit het kandiasche 65. Translaet singaleese ongeteekende brief ola door Arroegodde oenausse lijfmedicus vanden kooning N:o 45. Translaet Singaleis Brief ola door den koraal van Pittigalkorle met naeme Mo„ hottimoele wizekoon koraale aan het nigombosche opperhoofd geschreeven noopens 't afkoomen van den Dessave der 7 korlesom rusthuijse te laeten maeken. van „ 62. „ „ „ 4822: N:o 81. Rapport van een moor met naeme mirabelet die uit de sapfragam Corl gekoo„ „men is noopens 't aanleg door den dessave om onze troupes in de strik te krijgen. Malaehan na dunii Ao 1741. 4820. van kandia geschreeven aan de Attepattoe mohandi„ ram de Sarani. N:o 66 Translaet Singaleese Brief ola de dato 25. Juni aanden E: dessave „geschreeven door den modliaer vande stina korle Bandek„ naike 67: Bericht gedaen aan den E: majoor de Morach door eenen Amandira die den 25. Jn J:o L: te attenegale van Rouanelle terug gekoomen is aangaende den 1e: Rijksadigaer. „ 68: Extrakt apparte missive de dato 26 Junij J=o L: van mature na Gale geschre„ „ven behelsende 't gerelateer„ de door een moorschen zoldaet die met eenige negotie goede„ ren naar wallagod de geweest is. N:o 69 htbaaren Heer! Everneur dies 5010 baare elEdele Gestren„ „te secreete brief en zal duijde„ van gunstige dezelve in van VE te sreete brief he