Inventory 3893
Ceylon · 956 pages · 275 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
93 The 4th of May 1790. and are divided into two factions, thus these will never be united until another neutral chief from another district is appointed. I have therefore judged it advisable to nominate this person to Your Honourable Worships, as otherwise this fine korle will entirely deteriorate through the aforementioned factional division of the inhabitants. It grieves me to the heart to have to give Your Honourable Worships such bad reports concerning the aforementioned two korals, whereas I gladly would have wished the contrary, as it is completely against my intentions to dismiss chiefs from their service and deprive them of their livelihood; thus I am obliged to proceed to this on account of their bad conduct, all the more so because they in no way execute the orders that I command and send to them, and for which, if their execution is not carried out, I shall be held responsible, as it is impossible for me and the assistant Ripsema to be constantly in the korles for that purpose. Franciscus de Mele was dismissed during the elephant hunt and has been out of office since that time; and since he and the provisional koral of Kaijmelle, Franciscus Lowe, virtually request to be chief over one and the same people, I have accordingly written further to the Opperhoofd to make clearer and more specific nominations to me as to what each of these two persons should be appointed over and over which people, and what they undertake to do in return; and if I receive a further reply thereto, I shall make the necessary proposals to Your Most Honourable Worships, which would also have occurred if the departed Chief, the Honourable Ebell, had complied with my requests. Yet, on the contrary, I hereby most favourably propose to Your Honourable Worships, for the purpose of obtaining their acts of appointment, the suspended Mudaliyar of the Fishermen of Kaijmelle, Francisci de Mele (see under the letter D), and the provisional koral of that place, Franciscus Lowe. The first of these was suspended for no other reason than a false complaint brought against him as if, through his fault, two elephants had escaped from the kraal, as appears from the accompanying petition, Letter E. The second, the koral, is a man who has already performed that service provisionally for four years, during which time he has always conducted himself precisely to the satisfaction of his superiors, which has been made known several times by letter to Your Honourable Worships by the Honourable Ebell; and the written bonds of both regarding their undertaken cultivation, if they were appointed to these posts, were sent to Your Honourable Worships under date of the 23rd of October last. So I now hope that the acts for these two persons will be granted by the Right Honourable Lord Governor through Your Honourable Worships' kind cooperation, as they are most urgently required at that place for the care of the Company's and the inhabitants' well-being. Furthermore, 95. The 4th of May 1790 Furthermore, I take the liberty of bringing to Your Honourable Worships' attention that, during my recent presence at Madampe, it was brought to my notice by the inhabitants that there are so many uncultivated wallepalle lands in the Madampe country which could never be cleared and brought under cultivation by the Chalias, as they consist of only 59 persons (among whom are 16 cinnamon peelers), and to which work none of the Chalias will apply themselves because of the difficulty; yet afterwards, if they see that a beginning is made by an inhabitant with the clearing of such land, they then immediately oppose it out of pure spite and lay claim to the 1/10th of the cultivation of the land, to the surrender of which none of the inhabitants, knowing their factional malice, is inclined; thus, on this account, all these fine lands remain waste in such a manner and to no use. Therefore, the inhabitants of Madampe requested me that some of the aforementioned lands might be granted to them in ownership upon delivering the 1/10th of the producing cultivation. Marginal notes: It has been approved and agreed to have all the lands situated in the village of Kattoepitti Madampa inspected in order, in so far as it is found that there are lands which the aforementioned Chalia Mudaliyar, according to his undertaking under the aforementioned resolution of 9 October 1789, has made fit, to be able to make a further arrangement regarding them; and it is likewise agreed to decree that of the lands situated in the said village, which might at the time be granted to the Vellalas who request them, the usual ottoe or tithe duty must be delivered into the Company's warehouse to be handed over again to the Chalias of Kattoepitti Madampe. The uncultivated wallepalle lands could be granted to the petitioners to deliver the ottoe therefrom; for one cannot demand other duties from such lands that have lain uncultivated, although the wallepalles otherwise had to deliver other duties.
Dutch transcription
93 Den 4 Maij 1790. en in twee ploegen verdeelt zijn, zoo zullen deese nimmer voor dat 'er een ander Neuteraal- Hooft en dat uit een ander District aangesteld is, veree= nigt worden dus ik daarom raad„ saam geoordeelt hebbe deese perzoon uw wel Edele Gebiedende voortedraagen wijl anders deese schoone korle door voorschreeve parthij sugter ver= deeltheijd, der ingesetenen ten eene „maal zal veragteren. doet mijn van Herten leed uw wel Edele geb: sulke slegte rapporten van voorsz: twee coraals temoeten geeven daar gaarne het tegendeel gewenscht hadde, wijl het vsgenedeele mijne betragtingen zijn hoofden uit hun dienst te verslooten en van hun bestaan te berooren, dus ik hier toe uit hoofde van hun slegt Comportement verpligt ben te moeten theeden temeer daarse ook in geenen deele de orders die hun gelaste en afsende te executeeren en waar voor zo dies uitvoering niet gedaan word ik zal Repon= „sabel zijn wijl het voor mijn en den assis= „tend Ripsema onmogelijk is ten dien eijnde geduurig in de corles te zijn. Franciscus de Mele Dog nu integendeel draage uw is bij de Eliphants jagt afgezet, en sedert wel Edele Geb: ter obtenu hunne die tijd buijten func= actens bij deesen op het favora= tie en wijl hij en belst voor, den gesuspendeerde modliaar der den 9q Den 4 Maij 1790 den Provisioneel koraal Modliaar der vissers van Kaijmelle Francis Ci van Kaijmelle francis de Mele vide sub Littera D: in den sprov: kus: Lowe genoegsaam koraal van dies plaats Franciscus over een en dezelfde vol Lowe welkers eerste om geen andere ree= keren versoeken hoofd te weesen, zo heb ik„ den gesuspendeert is, dan om een teegens der weegen nader het opper hem in gebragte valsche klagte als of hoofd aangeschreeven om door zijn toed van twee Eliphanten mij duijdelijker en spe uit de bezitting soude geraakt zijn ciaale voordragten te blijkens neevens gaande versoek schrift doen waartoe, en over O Litt E: welk volk een ieder deser twee persoonen De tweede de Coraal is Een man die reeds vier Jaaren Provicioneel dien dient aangesteld te wor= dienst waarneemt, en welkers tijd „den, en wat zij daar voor aanneemen tedoen en stip hij altoos tot genoegen van zijn ge= zo ik nader daar op bieders zig gedraagen heeft, 't geen door antwoord bekoome dan den E Ebell verscheijde maalen bij brieve d zal ik de noodige voor aan uw welEdelle geb: te kennen gege= dragten aan uw wel Ed: ven is en welkers beijde verband groot Agtb: doen 't schriften hunner aangenoomene geen ook soude ge=cultuure zoo ze in deeze diensten af schied zijn, indien het gesteld wierden onder dato 23 okto= o afgegaane Hoofd DE„ ber Joleeden aan uw wel Ede „tig Ebell aan mijne le gebiedende afgesonden zijn requesten had voldaan. so dat ik thans hoope dat de dat de actens aan deese twee persoonen door Uw wel Edele Gebiedende gein¬ stige meede werking bij den wel Edelen agtbaaren Heere Gouvern zullen worden verleend, wijl ze tot de behartiging van 's Comp:s en der ingeseetenen wel zijn, aan die plaatse ten hoogsten verijscht worden voorts 95. Den 4 Maij 1790 Voorts neeme ik de vrijheijd uw wel Ed: Js goed gevonden en ver De onbewerkt leggende staan om alle de lan wallepalle gronden sou„ geb: onder 't oog tebrengen dat bij mijn den geleegen in 't dorp kat= toe pitti Madampa te doen den aan de versoekers kon= meeden om voor zo vernemen worden toegestaan om laaste aan zijn te Madampe, door de in= bevonden word dat er daar van ottoe op te brengen; gezeetenen mijn ter kennisse gebragt gronden zijn, die de voorsz: want men geen ande van sjaliasse modliaar vol zulke onbewerkt gelee=worde dat 'er zoo veele Malle palla moeste gens zijne aanneeming gen hebbende gronden gronden in het Madampse landen die mim bij voorsz: resolutie van den 9 octob: maart 1789 niet kan vergen schoon de mer door de saliassen wijl ze maar 59. laat bequaam maaken, walle balles anders ande perzoonen bestaan /: waar onder 16 kan= daaromtrend eene nade dienden optebrengen. neel schillers zijn :/ konden schoon gemaakt ve schikking te kun= en tot de Cultuure gebragt worden en nen maaken en is teffens tot welkers werk ook geene die salias= verstaan te arresteeren, „sen, wegens de moeijelijkheijd treeden zal; dat van de landen is gem: dorp geleegen, wel„ dog agter zoo deeze zien, dat doen ke is der tijd aan de wel lales, die daarom ver een ingeseeten een begin ter schoonma= zoeken mogten worden king van zodanigpen grond gemaakt afgegeven, de gewoone word zig als dan uit pure quaad= ottoe of tiende gereg= aardigheijd daadelijke opponeeren „tigheid in 's Comp:s pakhuis en opretensie op de 1/10 der Culture moet worden geleverd. om wederom te worden van de grond maaken, tot wel afgegeven aan de sja= kers afgave geener der ingeseete= „lias van kattoe pitti „nen als hun parthij sugt kennende geneegen is, dus hier door deese schoone gronden alle zodanig en tot geener nutte woest blijven leggen, derhalven de Jngeseetenen van Madampe mijn versogten dat eenige van voorsz: in Eijgendom aan hun mogten worden afgestaan 6 onder opbrenging van de 1/0 der plofueerende Madampe. Cultuure. 39. en = e = de zin
English
The 4th of May 1790 cultivation to the Company, because they wish not, nor are able, to interfere in any way with the Chalias, and because this request of theirs does not appear unacceptable to me, as the Company will in time be able to derive benefit through the collection of its dues, I therefore take the liberty to bring this request made by them to me also to your Honour's attention, in order that through your Honour's commanding and favorable cooperation a favorable decision may be obtained from the Right Honorable Governor. It is understood to approve that the head thombo of the Chilaw inhabitants be renewed, provided this be done with the least trouble and expense to the inhabitants. Furthermore, it is very praiseworthy that the Chief, the Honorable van Ranzow, seeks by all appropriate means to cause the emigrated inhabitants to return, who, as I am informed, owing to the scarcity of subsistence... The description of the head... Furthermore, the confused description of the Chilaw head thombo was presented to me by the assistant Ripsema, and that in the pattus and corles more appuhamys, lekams, vidanes, etc., were to be found than serviceable men; I have therefore resolved by mid-April next, alongside the assistant Ripsema, to proceed personally into the country in order to form a new and accurate thombo, whereby everyone shall be put to his obliged service, as it is hard for the other inhabitants and their equals, who lie under the same obligation, to see them freed therefrom through the favor of the headmen. To improve the thombo is to be regarded as a very useful matter; however, this must take place with the least trouble and expense for the landowners. The 4th of May 1790. headmen. These are the principal reasons why so many inhabitants have fled to the King's country, of whom, however, several have returned to their villages since Chilaw was taken over by me, so that I hope and also in no way doubt that the other absent persons, as soon as they receive word of this necessary work, will also come hither and again take possession of their abandoned dwellings and fields, to which end I at least apply and shall continue to apply my utmost best, because this district presently has a great shortage of working people, so that besides this it is also impossible to carry out the proposal of the cultivation. Lastly, the undersigned would also gladly wish that it might please your Honour to place another 24 Free Moors in the Chilaw district, because the troops presently there are far too few to be able properly to garrison the guard posts; of these, four men could be placed in the pepper garden to keep watch and patrol, who would then be relieved weekly or every 15 days, If it should please the Right Honorable Governor to detach more Free Moor soldiers to Chilaw, some could be stationed in the pepper plantation; but to place them on execution with the headmen whenever they are negligent in the service, I do not find advisable, while the headmen must be kept to their duty in the ordinary manner, or... from which some also, if a headman in the corle The 4th of May 1790. or on account of negligence be reported to the Dessave; besides, a few men could be stationed between Marawila and Soduwawa, along with some lascoreens, in order to keep watch over the vessels, so as to search the latter and not let them depart without a permit. In consideration of the necessity that the Chief can always be in a position to go, even unexpectedly, into the country... 12 coolies the Chief certainly needs to be able to go at every moment wherever... Company. corles was found not to carry out the recommended orders, as I presently to my regret experience all too much, could be quartered upon him, obliging such a negligent headman to board these military men until they had completed the assigned work, which appears to me the best and most suitable means to make the headmen discharge their bounden duty, and to carry into execution the recommended work as speedily and with all zeal as possible; furthermore, two of these Free Moors could also be stationed between the guard posts of Marawila and Soduwawa, who would keep a watchful eye over the vessels, because between the aforesaid two guard posts, as I notice from the side, Chalia dhonies sometimes come ashore, which presumably take on board there some contraband goods of pepper and cinnamon, etc., and transport them to other places, so that I deem this stationing of those men to prevent dreaded smuggling to be highly necessary there. Now finally to come to a conclusion, the undersigned requests your Honour's favorable concession that 12 permanent coolies...
Dutch transcription
96 Den 4 Maij 1790 Cultuure aan DE komp: wijl zij zig in geenen deele met de sjaliassen willen, nog kunnen bemoeijen, en wijl dit hun verzoek mijn niet onaannee= melijk voor komt wijl DE komp: door de invordering dies geregtigheijd met de tijd voordeel zal kunnen be- haalen, zo neeme ik de vrijheijd uw welEd: geb: dit hun aan mijn gedaan verzoek meede ter kennisse te brengen, ten eijnde daar op door uw welEd: gebiedende gunstige meede werking van de wel Ed: groot Agtbaare Heer gouverneur een favorabel decisie te kunnen Erlanges. Js verstaan te approbeeren De beschrijving der hoofd Wijders wierde mijn door den assistent Ripsema de verwarde beschrijving van dat de hoofd Tombo van de silouwse ingesee=thombo te verbeeteren de klauwse Hoofd thombo opgegeeven, tenen word genevo is als eene zeer nuttige en dat 'er in de pattoes en Corles meerder saak aante zien, egter veerd, mits zulx ge appoehamis, Lekams vidaans etc: aan schiede met de min zal dit met de minste dienst baare te vinden waarren dus ik ste omslag en kosten omslag en kosten voor voorgenoomen hebbe met Medio April voor de ingeseetenen. den ingelanden dienen aanstaande, neevens den assistent Ripsema te geschieden. voorts is het persoonlijk mijn in het land te begeven ten seer oprijselijke dat 't opper hoofd de E: van Ransous eijnde eene nieuwe en accuraate stombo door alle gepaste middelen zoekt om de uitgeweeke te formeeren, waar bij een ieder tot inwoonderen te rug te doen zijn verpligte dienst stellen zal, wijl het hard voor de andere ingesee= koomen: die na dat ik onderrigt ben, wegens de schaarsheijd van lee=„tenen, En huns gelijken die even onder dezelve verpligting vens onderhoud leggen door gunst van de hoofden 110. 97. Den 4. Maij 1790. Hoofden, daar van tezien bevrijd dit zijn de voornaamste reeden waarom 'er zoo veele ingeseeten na het konings Land uit gewee„ ken zijn, dog waar van weeder verscheijdene zedert dat Silauw door mijn overgenoo„ „nen is in hun woinderp terug gekoomen zijn zo dat ik hoope en ook in geenen deele twijffele of de verdere geabsenteerde persoonen zullen soo spoedig ze van dit noodzaake„ lijk werk kennis krijgen meede wel na dit heer koomen, en weder possessie van hun veilaatene wooningen en velden neemen waar toe ten minsten mijn uitterste best aan„ wende en door zal, wijl dit Distrikt thans groot gebrek aan werks volk heeft dus buij„ „ten dien ook onmoogelijk de voorstelling der Culture: kan verrigt worden. Laastelijk zoude den ondergeteekende meede Indien het den wel Edele 6 groot agtbaare Heer geu„ gaane wenschen dat het uw wel Edele verneur mogte behaa„ gebiedende behaagen mogte nog 24: vrij= „gen om meerdere vrij„ mooren in het silauwse te plaatsen, wijl „moorse soldaaten na silauw te Datacheeren zo souden er eenige in de thans aldaar zijnde manschappen al te gering zijn om de wagtposten na be„ de peper plantagie kunnen geplaats worden, hooren te kunnen besetten van deese souden Dog om 'er op Executie bij de Hoofden te leggen, vier koppen in de peeper thuijn ter wagt„ wanneer die nalatig in houden en patroel Jeering kunnen worden den dienst zijn, vinde gesteld, die weekelijks dan wel om de ik niet geraaden terwijl de hoofden op de gewoone 15. daagen wierden afgelost van wijze tot hun pligt moeten gehouden, welke ook eenige zoo een Hoofd in de korle. of 98/. Isuit aanmerking van de nood zaake„ „lijkheid, dat 't opperheofd altijd in staat kan zijn, om zelfs op het Den 4:' Maij 1790 of wegens nalaatigheid korles bevonden wierde de aanbevolene aangeklaagt worden bij ordres niet ter uitvoer tebrengen, gelijk den dessave daar en Vee„ ik thans daagelijks tot mijn leed weesen al teveel onderwinde, konden ingequanteert „gen souden een paar man tusschen Mara, worden met oplegging van zodanig een nalaa„ „wille en Sottewaij kun„ tig hooft, en dies militairen zoo lang de kost te geeven tot dat ze 't opgedraagen „nen geplaats worden, nee„ „vens eenige laskorijns werk voltooijd hadden, het geen mijn het. om het oog te houden best in geschikte middel voorkomt de hoof„ over de vaartuijgen, ten „den van hun schuldige pligt tedoen qui„ eijnde de laaste te visi„ ten, en het aanbevoolene werk ten spoedigsten teeren, en hun niet te„ met alle ijver ter uitvoer te brengen, verders, laaten afvaarden zonder souden twee van deese wrijmooren meede tus„ een verloff bewijs. =schen de wagt posten van Marawielle en soddewa, kunnen worden geplaatst die een waaksaam oog over de vaartuijgen hiel„ den, wijl tusschen voorschreve twee wagt posten zoo als ik van ter zij„ „den ontwaaren, som tijds saliasse Thonijs aan landen, die presumtief eenige Contra banden waaren van peeper en kan„ „neel etc: aldaar in scheepen, en na andere plaatsen vervoeren dus ik deese beset„ „ting dier manschappen tot voorkoming van te dugtene sluijkerijen, aldaar ten hoogsten nood zakelijk oordeele Twaalf koelies heeft Om nu eijndelijk tot slot te koomen het opperhoofd wel verzoekt den ondergeteekende uw noodig om op ider wel Edele gebiedende gunstige oogenblik te„ Consessie, dat 12: vaste koelijs konnen gaan waar overwagts, in het land. zijn. Comp.
English
39: Wulftsdorp, 17 April Anno 1790 /was signed/ D. T. Fretz. 4 May 1790— the Company's account could be assigned to me, whether for the payment of 4 Rixdollars or for the ordinary stipulated maintenance; or indeed this could be purchased even more economically if these 12 oeliammers were sent here by the Head of the Moors of Colombo, and that on the same basis as they were granted to the Assistant of the [illegible], who receive no more than one parra of rice per month, which last calculation appears to me acceptable as being the most profitable, because I thus have the utmost need of the same continuous operations in the country as well as in the establishment of the plantations, because my personal presence is daily urgently required for their speedy progress; thus I also do not doubt in the least that this my request, being highly necessary, will gladly be granted by your Honorable. The Undersigned could have elaborated further on this, but fearing to weary your Honorable's attention, considers what is alleged above sufficient for the present, hoping that 4 May 1790. that the same may carry your Honorable's approval, which will further encourage me in the future to present your Honorable with further details of my activities, since my only aims are to serve the true interest of these districts, both for the Honorable Company and the welfare of the inhabitants. In the firm assurance of which I take the high honor, with all high esteem, to be, /underneath stood/ Honorable Sir, your Honorable's humble and obedient Servant, /was signed/ D. D. van Ranzow /in margin/ Negombo, 30 March Anno 1790. his presence is required to go into the country in order to inspect the plantations and other operations in person, it was resolved and agreed to assign to him 12 permanent coolies, who must be taken in turns, either every month or every fifteen days, from the Negombo and Chilaw obligors, or as best can be arranged, for the usual maintenance of one rupee cash and one parra of rice per month; and if they were to be Colombo oeliammers, that many more obligors could work on the plantations, but if that cannot be, then the Chief will have to take those coolies from the Chilaw and Negombo obligors, who then should receive one parra of rice and 30 stivers per month, and then they could claim nothing from the landowners when they are in the country. Finally, it was also resolved to charge in the trade books all the expenses incurred for the aforementioned two Chilaw pepper gardens to a separate account, and on the other hand to credit this account with the amount of the products harvested from the said gardens, recorded at the ordinary purchase price. Was resumed a note of the expenses for the repairs that, according to the resolution of 29 December of the past year, were carried out on the provisions warehouse at Kalutara, from which it appears that for the cutting and dressing of the timber, as well as for the burning of lime and the purchase of bricks and roof tiles, and for the maintenance of the craftsmen, there were issued: 124 2/3 Parras 100 101. 4 May 1790. 124 2/3 Parras of rice, 5 1/24 ditto of salt, and 87 39/100 Ducatoons in cash. And after deliberation, it was resolved and agreed to grant authorization for the write-off of the aforementioned issues. There was also resumed a report inserted below of what is required for the construction of a new paddy barn at Rassapane in the Hewagam Korle, in place of the old and unfit barn. As the paddy barn of this korle at Rassapane is situated in a place where, upon flooding of the river water-side, and even though it is built on piles, it nevertheless comes loose and leans to one side, whereas close by there is a black rock where the water does not reach for so long, it was deemed suitable and chosen for this purpose, for which 5 pillars in a row of 2, 3, and 4 feet high, and likewise 5 on the other side, 2 for the two ends, and 1 for the middle wall, thus together 13 pillars must be made. The timber required for this paddy barn: 2 beams of 17 cubits long and 4 ditto wide, 5 ditto 9 ditto ditto ditto, 10 props 8 ditto 22 ditto, 3 ditto 11 ditto ditto, 10 wall plates of 9 ditto, 10 beams for the upper deck and underneath planks. Translation of Sinhalese report written and presented on ola. 50.
Dutch transcription
39: Wulftsdorp Den 17: April A=o 1790 /was geteekend/ D. T. Fretz. Den 4 Maij 1790— Comp: weegen aan mijn moogen toegevoegt zijn presentie vereijscht land tegaan, ten eijnde de plantagien en andere word en indien het kolom„ wonden het zij tegens de betaaling van 4: verrigtingen in persoon bose oeliammers kenden Ropias, het zij teegens de ordinaijre bepaal„ op veneemen goed gevonden zijn, zo souden zo veel de mantementos, dan wel konde dit nog en verstaan, aan hem toe„ meerder verpligtelingen tevoegen 12: vaste koelijs, ende plantagies kunnen menageuger ingekogt worden, zo deeze 12. die beurtelings het zij om werken dog zo dat niet oeliammers doen het Hoofd der Mooren van de maand of vijftien da„ „gen eens, moeten worden ge„ zijn kan dan zal 't E op„ kolembo, na dit heen gesonden wierde en noomen uit de Nigombose perhoofd die koelies die zulx op den voet als ze aan den assestent en silausche verpligte„ „lingen of zo als dat best uit 't klauwse en Nigombose moeten nee„waaga verleend zijn, die niet meer als een kan worden geschikt voor men die dan een parra parra rijst 'smaands konnen tegenieten, wel„ de gewoone Mainctemen„ rijst en 30: st:s smaands „tos: van een ropij Contant kees laaste reekening mijn aanneemelijkt en een parra rijst: maands souden dienen te hebben als pnofij tabelst zijnde voorkomt, wijl ik Eijndelijk is nog goed ge„ en dan ook niets van vonden en alle de ongel„ den ingelanden zouden dezelve zoo doen de Continueele verrigtin„ den, die aan de voorsz: twee moogen pretendeeren „gen in het land als bij den aanleg der plan„ silause peper tuijnen wanneer zij in het land worden gedaan, bij de ne„ tagies ten uittersten benoodigt hebbe wijl zijn „gotie boeken te doen be„ mijn persoonlijke presentie tot dies spoe„ lasten op eene apparte reek: en daar en teegen „dige voortgang daagelijks daar bij nood saa„ deese reekening telaa„ kelijk vereijscht word, dus ik ook in geenen ten bevoordeelen met het bedraagen van de pro„ deele twijffele of dit mijn versoek als ducten, die uit gem: huij„ nen worden ingezaameld, hoogst noodig zal gaarne door uw wel geteekend teegens den Edele gebiedende ingewilligt worden. Den Ondergeteekende zoude wel in het wijders kunnen uitgewijd hebben dog bedugt zijnde uw wel Edele gebiedende attentie teverveelen agt het booven g'allegeerde voor het tegen„ woordige voldoende, onder verkooping gewoonen in koops paijs. dat. n Den 4. Maij 1790. dat het zelve uw wel Edele Gebiedende goed keuring wegdraage mooge, dat zal mijns verders, aanmoedigen om in het vervolg uw wel Edele gebiedende wijdere detaijlen, van mijne verrigtingen of tedraagen, wijl geene andere mijn betragtingen zijn dan het waare belang van deese districten, zoo voor DE: Comp als der ingeseetenen wel zijn tebeharti„ gen. In welkers vaste verzeekering mij de Hooge eere. aanmatige met alle Hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele gebiedende Heer uw wel Edele gebie„ dende onderdaanige en gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ D: D: van Ranzon /:in margine. /. Negombo Den 30. ' Maart A:o. 1790 — Is geresuimeerd een Notitie van 't bekostigde tot de reparatien, die volgens resolutie van den 29. ' December Anno passato, zijn gedaan aan het provisie Pakhuijs te kaltere, waar bij blijkt, dat zoo wel tot het kop„ „pen en bewerken van de houtwerken, als tot het aanbran„ „den van kalk en het inkoop en van Metzel steenen en dak Pannen, en tot main Hementos van de ambagts„ lieden zijn. verstrekt. 124 2/3. Parras 100 101. Den 4. ' Maij 1790. 124. 2/3. Parras rijst 5. 1/24. d=o zout en 737 87 39/10. Ducatons aan Contant. En is na deliberaatie goed gevinden en verstaan, qualificatie te verlee„ „nen ter afschrijving van de voirsz: gedaane verstrekkingen Nog is geresumeerd een hier onder geinsereerd Rapport van het geen vereijscht word tot het aanmaaken van een nieuwe Nelij Schuur de Rassapare in de Hinakorle, insteede van de oude en onbequaame Schuur. Terwijl het Nelij schuur van deese korle op Rasappane, legt op een plaats waar bij overstrooming van het rivier, waater kant, en of schoon het op paalen gemaakt word zoo raakt het nogtans los en held aan eene zijde, vermits daar digte bij een swarte klip staat waar het water zoo lang niet raakt, is daar toe goed gedagt en verkoosen, waartoe. 5. Pielaaren op een reij van 2: 3. en 4: voeten hoog, en geleijke 5. op de andere zijde 2. voor de twee Enden en 1. voor het middel muur, dus tesaamen 13. pielaaren moet gemaakt worden. Het benoodigde Houtwerken voor deese Nelij Schuur 2. balken van 17. Cob:s lang in 4: d=o breet. 5. d–o „ 9. - - „ - - „ „ d o 10. stutten — „. 8. - „ - - „ - - „ 22: d=o 3 do „ 11 - „ - „ „ do 10: muurplaaten van 9- „- - „ -- 10. balken voor het booven dek en onderkoomende planken Translaat Singaleese Rapport ola geschreeven en gepresenteerd. 50.
English
102. The 4th of May 1790. 50 posts of 7 Cobidos 24 planks of 8 ditto and 1 foot wide for the lower part If the remainder is built up with earthen masonry, this work can, with the above-mentioned and 4 carpenters, be completed in the space of 3 months; this the master carpenter has stated, as well as that 15 lb of post 3 lb of 4-inch nails are required; as well as 15 lb of lath 1 lb of single 3-inch And if the barn must be made entirely of planks, then are further required: 25 planks of 8 Cobidos long and 1 foot wide for the upper deck. 68 ditto of 7 ditto long and 1 ditto wide for the middle and 4 sides of the same, and that 20 lb of nails will be necessary for it, as stated. This written and sent the 17th of April 1790, and signed by the mudaliyar of the Hina Corle, Miesewardene Bandarenaike, and come from Morottoe for this work, Balapoewaddoega Domingo Pieris Maka Maistry; was signed: D. C. P. Dias and Domingo; underneath stood: for the translation, Huelftsdorp the 23rd of April 1790; signed: A. P. van Dersmagt, Thombo Holder. And, considering that the Honorable Disava Fretz believes that stone walls will be more durable and will cost but little more than if this barn were rebuilt of planks, it has been approved and agreed to authorize him to have the said barn built with stone walls. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van De Graaff, C. D. Craijenhoff, M. P. Raket, J. P. C. Tilenius, J. Reintous, B. L. van Zitter, and J. A. Vollenhove. Resolution. 103. Friday the 7th of May, Anno 1790. Present: The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Colonel [illegible], The Honorable Fiscal Johan Philip Christiaan Tilenius, The Honorable Disava [illegible], The Honorable Pay Bookkeeper Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Secretary Mr. Johannes Adrianus Vollenhove, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant. Absent: Diderich Thomas Fretz, Gerrit Engel Holst, the first and last on commission in Mature, and the second on account of indisposition. Received from Batticaloa a letter written the 23rd of April last, whereby the servant sent the following report from Sergeant Carel Benjamin Wende concerning the survey of the district of Panoa conducted by him, containing in substance that in this district there are 23 villages, containing 246 inhabitants capable of agriculture, and that there are 106 sowing fields, of which only 105 amunams are sown, and 385 amunams lie unsown. Resolution taken in the Council of Ceylon, concerning the Native Department. Report. 104. Right Honorable Commanding Sir! Report of the survey of the District of Panoa, by the undersigned on the order of the Chief of these Districts, the Junior Merchant, the Honorable Mr. Jacob Burnand. The 7th of May 1790. Pursuant to the much-respected order of Your Honor of the 15th of February last, to closely inspect and survey the district mentioned, I have, in accordance with the instructions handed to me, found the following; namely: Villages, hamlets, uninhabited places, houses, inhabitants, and fields of the District of Panoa. Amunams Amunams Kurunis 1. 2. To be carried forward: 25. 35. 1. Koemmegamme, or Koemene, situated on the side of the Mature boundary etc., where are to be found: 18. 18. 2 fields; namely: 1. Chinne wielie, of Kapoeganaar, low land: 18. 18. 1. Penie willie, of Dingie Appoe, Gingin Arachchi, Gewaan Neginde, Pillenawe Kamansje, and the Kannekappil Reterale, being low land: 10. In the forests there along the river, which is the boundary between the Mature and Batticaloa territories, the following timbers are found: Burutha, Wal-meneriya, Maruda, and Palu; these can indeed be felled and brought on the river at high water down to the beach, but cannot be transported or shipped off on account of the dangerous navigation there. At a distance of 3/4 of an hour, the said river, together with the tank that irrigates the above-mentioned fields, discharges into the sea and forms a mouth which in the west monsoon must be dammed or silts up of its own accord, and in the bad monsoon repeatedly breaks through.
Dutch transcription
102. Den 4. ' Maij 1790 —. 50. praalen van 7. Cobidos 24: planken - „ 8. d=o. en breed 1. voet voor 't onderste gedeelte Als het overige met aarde muuragie opgehaald word, kan met het bovenstaande en 4: timmerlieden dit werk in 3. maanden tijds volhooijd worden, dit heeft de baastimmerman gezegt, so„ meede dat 15: lb: praal 3 - „. 4. d=m spijkers benordigt; als. 15. „ lat„ 1. „ enkelde 3 En als de schuur geheel met planken moet gemaakt worden dan vereijscht nog. 25. planken van 8. Cob=s lang en 1. voet breet voor 't bovendek. 68. do „. 7: „ „ - „ 1. d=o —„ „ „ midden en 4. zeij„ den van dezelve en dat. 20. lb: spijkers daartoe zullen noodig zijn gezegt. Deeze geschreeven en gesonden den 17. ' April 1790. en onderteekend door den modliaar van de Hinacorle miesewardene Bandarenaike en van morottoe tot dit werk gekoomen Balapoewaddoega Domingo Pieris Maka meestrie /:was getekend:/ D. C. P: Dias en Domingo /:onderstond:/ voor de translatie Huelftsdorp den 23: April 1790 -. /:geteekend:/ A: P: van Dersmagt Thombohouder. En is, uit aanmerking dat de E: dessave Fretz: vermeend, dat steene muuren bestendiger zullen zijn, en maar wijnig meer zullen kosten, dan wanneer dese schuur weder van planken word aangemaakt, goed gevonden, en verstaan den zelven tequalificeeren, om gem: schuur van steene muuren temoogen laaten op bouwen, Aldus Gedaan Ende geresolveerd in 't Casteel kolombo ten dage maand en Jaare voorsz: /:was geteekend /: W: J: van De Graaff, C. D: Craijenhoff, M. P: Raket, J: P: C: Filenius, J: Reintous, B: L: van Zitter en J A: vollenhove Rosolutie 103: De E: Hoofdadministrateur - - - De E: Kollonel De E: Fiskaal - De E: Dessave De E: Zoldij Boekhouder - - - - - - - De E: secretaris - - - - - - - Vrijdag Den 7:' Maij Anno 1790. Present. Mattheus Petrus Raket- - - - - _ Johan Philip Christiaan Tilenius., Benedictus Lambertus van Zitter, M„r Iohannes Adrianus Vollenhove Absent Diderich Thomas Fretz:, Gerrit Engel Holst, de eerste en laatste in Commessie te Mature, en de tweede mits in dispositie Den Wel Edelen groot agtb: Heer Gouverneur Willem Iacob van de Graaff, De E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - Iohannes Reintous, De E. Negotie Boekhouder. - - - - - - Abraham Samlant, Ontfangen van Battikaloa een Missive geschreeven der 23. ' April JL waar bij door de bediende is gezonden het ondervolgen= „de rapport van den sergeant Carel Benjamin wende, wegens den door hem gedaanen opneem van 't landschap Panoa, houden de Hoofd zaakelijk, dat in dit landschap zijn 23. dorpen, die inhouden 246: in woonders, bequaam tot den land bouw en dat 'er zijn 106. Zaaijveldens waar van slegts. 105. ammonams bezaaijd worden, en 385. ammenams en besaaij leggen Resolutie Genoomen in Raade van Ceilon, over 't Inlands Departement. Rapport - ..- -- op 104. Is gevolge de veel gerespecteerde ordre van uw wel Edele gebiedende van den 15:e februarij Jongstleeden, om het landschap vermeld nauw keurigt bezigtigen en op teneemen hebbe volgens de aan mij ter hand gestelde Jn„ „structie het volgende bevonden; als. Dorpen, gehugten, onbewoonde Plaatsen Huij„ „zen, Jnwoinders en velden van het Landschap Panoa 65 sred e s se A=m A=m M: 25: — 1. 2. Die Transporteere - - - - - 1. —. koemmegamme, of koemene, leggende ten zijden aan de Matureese limiet et: waar tevinden zijn – – - - 18. 18 2. velden; teweeten. 1. Chinne wielie, van Kapoeganaar, laage grond 1: penie willie, van Dingie appoe, gingin Araatje, gewaan Neginde, Pillenawe kamansje en den kannekappil rete„ In de bosschen aldaar langs de rivier, welke gronsscheijding tusschen het Matureele en Battikaloase gebied is, val„ len De volgende houtwerken, als Broete, Walmeniele, Ma„ roede en Palepalam, kunnende dezelven wel gekapt, en op de rinier bij hoog water tot aan de strand gebragt worden, egter wegens de gevaarlijke vaart aldaar, niet vervoert of afgescheept kunnen worden. Op den afstand van ¾. uur, ontlast zij gem: rivier, be„ „nessens de Tang, welk boven genoemde velden besproeijt in zee, en formeert een Mond welke bij de west moussen moet gedand worden of van zelfs toeloopt, en bij de kwaa„ „de moussen telkens door breekt. raale, zijnde laage grond - - - - - - - Wel Edele Gebiedende Heer! Rapport van den opneem van het Landschap Panoa, door den ondergeteekende op order van het opperhoofd deeser Districten den onderkoop„ „man Den wel Ed: Heer Jacob Burnand. Den 7. Maij 1790. — 35: — . 18. 18. — - - . 10. —
English
105. ƒ 8 18 52 1. 2. Per Transport 3. fields; as follows 2: Poemene, situated to the SW 1. hour walk from the first aforementioned place, where are to be found 1. field Poemme willie, of Kapoeganaar, high ground. Because of the excessively high elevation of this field there is no other prospect of making it suitable for paddy cultivation, except when the tank situated there rises to an extraordinary height, for which reason the inhabitants from there sow the fields of Koemene, the said field having not been sown for 13 years. In the forests there towards the land side, one finds Palapalam wood. 3. Moendam kolom, situated to the E 1½ hours walk from Poemene, there being to be found there 2. fields; namely 1 Koeda willie, of Kaloema Toeran and Mannike, low ground. 1. Koeda willie of the aforementioned two persons, high ground. Where there is a prospect, with an increase in the number of inhabitants, of enlarging this last field, as well as planting coconut trees along the sea side; one also finds there 1 madam or native rest house. In the forests there is nothing other than Palepalam wood. 4. Kirrkoelle, an uninhabited place, where are to be found 1 Kirekoelle willie of Kawede Jatoeran, high ground 1. Cieroema wiellie, ditto, low ditto 1. Koeloewaane wiellie, ditto, ditto the first having remained unsown for many years due to the salinity of the soil, and the two latter, due to old age and sickness of the owner, for 3 years. 5. Oggende Madam; situated to the E 2. hours walk from Kirrkoelle, being a hamlet, where are to be found 1. 1. field Oggende wiellie, of Palleijere, high ground; having remained unsown for 3 years due to the breaching of the tank, for lack of people to repair it; one also finds there 1 madam or native rest house. To be carried forward A:n M: 28. 31. 57. — 8 98 6. 6. 8. —. 8. —. 18. 18. 35 — 65 36 8 4 A: M — — 4– 2. —. 3 6: — 4: 5. 9. 1 2 — 106 The 7th of May 1790. 566 13 21. 6: Salewe, a hamlet, situated to the E ½ hour walk from Oggende Madam, where 1. field Calewre wiallie, of Appoehamie, high ground; the said field, through lack of people, not having been sown for 3 years. 7. Perrie Panege, situated to the N 3 hours walk from Salewe, also 2. fields; as: 1. Penrie Panege wiellie, of Carnappoe kamansje, high ground 1. ditto, ditto, low ditto. 8. Olle, situated to the E at an equal distance from Perrie Panege, where 28. 40: 2. fields, namely: 1: Wragodde willie, of Waagodde kamansje, high ground 1. ditto ditto, ditto, low ditto. 9. Jnrettel, situated to the SW 2 hours walk from Oele, where, besides 24. 36 where are to be found 17. 18. 1. field Janettel, of Koedapoe kamansje and Poense kamensje, low ground 10: Naweloer, situated to the SW ¼ hour walk from Jnrette, where the aforementioned 2 fields as follows: 1. Naweloer wiellie, of Maijenade kamansje, and Walle kamansje, high ground 10. — 1. ditto wiellie, of the abovementioned, low ground 11. Palla Naweloer, situated to the E ¼ hour walk from Naweloer, where 8. 15. 1. field Palla Naweloer mellie, of Nindekan, rale, low ground 13. — 12: Ragam wiellie, a hamlet; situated to the E ½ hour walk from Palla Nuweloer, where 1. field Ragam mellie, of Koeroewiddie rale, high ground 13. Jalpatte, situated to the W landwards 2½ hours walk from where, also 2 fields; namely: 1: Jalpatte wiellie, of Danage kamansje, low ground, 1. J. Janga wiellie, of the aforementioned, high ground; this latter having not been sown for five years because of a certain kind of worms that devour the crop. To be carried forward Transport 55. — 8 9 10 22. — — 33 — 65: —. 9 M. N M: —. 57 — An: 121. 460. 46 — 280. fields 2 2. — 28. 31: — 15.— 12 —. 1. — . .. 4 — 1. ƒ 5. 8. . - 30 5. 18 9 9.
Dutch transcription
105. ƒ 8 18 52 1. 2. P„r Transport - 3. velden; als volgd 2: — Poemene leggende den Z: W: 1. uur gaans van de eerste voorm: plaats, Alwaar tevinden zijn - - - - 1. veld. Poemme willie, van Kapoeganaar, hooge grond Vermits de al te hooge legging deezer veld is er geen ander aparentie tot de nelij kultuur be„ kwaam temaaken, als wanneer de zig daar be„ vindende Jang. tot een en gemeene hoogte reijst weshalven de Jnwoonders van daar de velden van koemene zaaijen, zijnde geld veld zedert 13 Jaa„ „ren niet bezaaijd. In de bosschen aldaar na de land zijde, vind men Palapalam se Hout. 3. — Moendam kolom, leggende ten 0: 1L. uuren gaans van Poemere, zijnde daar tevinden - 2. velden; Teweetten 1 koeda willie, van kaloema Toeran en Mannike, laage grond. 1. koeda willie van voorm: twee perzoonen, hooge grond - Alwaar is apparentie, om bij meerderheid van inwoinders, dese laaste veld tever grooten Als ook aan de zee kand met koker bonmen te be„ planten zomeede vind men daar 1: Madam of Jnlandse uisthuijs In de bosschen vald met anders als Palepalam„ „se hout. Kirrkoelle Een onbewoonde plaats, alwaar tevinden zijn 1 kirekoelle willie van kawede Jatoeran, hooge grond 1. Cieroema wiellie „ do laage d=o 1. koeloewaane wiellie „. d=o do zynde het eerste zedert lange Jaaren wegens de ziltrigheid der grond ende twee laatste, door ouder„ dom en siekte der Eijgenaar, 3 Jaaren onbesaaijd gebleeven. 5. —. oggende Madam; leggende ten 0. 2. uuren gaans van konkoelle, zijnde een gehugt, alwaar tevinden zijn. . . . . 1. 1. veld oggende wiellie, van Palleijere, hooge grond- zijnde Gedert 3. Jaaren weegens het doen breeken van de Jang, ingebrek aan volk dezelve te„ herstellen, onbesaaijd gebleeven meede vind men „daar 1. Madam of Jnlands uisthuijs Die Transporteere . . . . . . A:n M: - - 28. 31. 57. — 8 98 - -- 6. 6. - -. . 8. —. - 8. —. 18. 18. — — — 35 — 65 v6 de es e 36 8 4 A: M — — - - - - - - 4– - - „ . 2. —. -- - - - - - - 3 6: — . 4: 5. 9. - 1 - - - - - - - 2 — 106 Den 7: Maij 1790. 566 13 21. 6: —: Salewe, Een gehugt, leggende ten 0: ½. uur gaans van eggende Madam, Arwaar en 1. veld Calewre wiallie, van Appoehamie, hooge grond zijnde ged: veld, door gebrek aan volk 3. Jaaren niet bezaaijd 7. — Perrie Panege, leggende ten 11: 3 uuren gaans van salewe, zomeede 2. velden; als. 1. Penrie Panege wiellie, van Carnappoe kamansje, hoge grond do do d6 8. — olle, leggende ten 0: op een gelijke afstand van Parrie laage d. 2. velden, teweeten. 1: wragod die willie, van waagodde kamansje hooge grond 1. do . d=o— „ d=o —. do laage do. Jnrettel leggende ten Z: W: in 2: uuren gaans van oelealwaar - - 24. 36 - neffens. 1. veld Janettel, van koedapoe kamansje en Poense kamensje, laage grond - - 10:— Naweloer leggende ten Z: w. ¼. uur gaans van Jurette alwaar Gemelde 2 velden als volgd 1. Naweloer wiellie, van Maijenade kamansje, en walle 1. do wiellie, van booven gem: laage grond 11. – Palla Naweloer, leggende ten 0. ¼. uurgaans van Naweloer alwaar. - - - - . - 1. veld Palla Naweloer mellie van Nindekan, raale, lage grond-- 12: — Ragam wiellie Een gesrigt; leggende ten 0: ½ uur gaans van Palla Nuweloer, alwaar 1. veld Ragam mellie van koeroewiddie raale, hoge grond Jalpatte leggende ten W: landwaards 2½. uuren gaans van semeede. 2 velden; teweeten 1: Jalpatte wiellie, van Danage kamansse lage grind, 1. J. Janga wiellie van voorm: hooge grond - zijnde deese laatste vijf Jaaren niet besaaijd we„ „gens zeker soort van wormen, dewelke het gewasch afvreeten Die Transporteere „. Transport Panege, Alwaar - - - - - - - - - - - - - 28. 40: Jrrettel, alwaar tevinden zijn - - - - - 17. 18. kamansje, hooge grond - - - - - - - - - - - - 10. — - - - Alwaar. . . - „ - - . 8. 15. 13. -. : . 55. — 8 9 - - - 10 – – - 22. — — - 33 — „ 65: —. 9 M. N M: —. 57 — An: 121. 460. 46 — 280. 8e„ & en 8 velden - - - - - 2 2. — - 28. 31: — ed ie Een 653 se & 8 555 8 Een dE 653 S C Ss 8 13 8 14 15 - . ƒ - - - - 15.— - — -- - — — - -. 16 17: ƒ . - - 12 —. 1. — . .. . . . 4 — - 1. ƒ - - 5. 8. . - - - - —— - - -. 30 5. - 18 -- - 9 9.
English
107 Carried forward May 7, 1790. 13. 21. P Anno 121 160 46: — 280 — Between Prettel and Jalpatta runs the river Cadeweaar. In the forest near the said river on this side of Jalpatte, one finds the following timbers, such as Halmeniele, Woenikle and Raane, which can be felled, hauled and transported on the river at high water to Aroe gamme and subsequently shipped off. 14. —. Kittoelaane, situated to the W: landward 1/2 hour's walk from 2 fields as follows: 1 Kittoelaane wielle of Koensie Panderam and Koemare Pandaram, high ground 15. -. Laatjekalle, situated to the W: landward, 1/2 hour's walk from Kittoelaanen, where 3 6 2 fields to wit: 1 Laatje kalle of Apoehanie Kamantje and Podie Kammantje, high ground 1 ditto kalle of the above-mentioned, low ground In the forests there, one finds Broete, Halmenielle and Palepalamse timbers. 16. —. Chengame, situated to the S: E: 1 hour's walk from Talpatte previously mentioned, where 3 1 field Chengame willie, of Wannakapoe Kamansje, low ground 17. —. Kalkolda A hamlet, situated to the E: 1 1/2 hours' walk from Chengamie, where 2 2 The inhabitants work on the fields of Naweloer and Wattie wallie, because there is no suitable place there for nelij cultivation. 18. —. Aroegamme, an uninhabited place situated to the E: 1/2 hour's walk from Kalkoeda, where 3 1 field Aroegamme willie of the vidana Koem Appoe, low ground The three houses existing there lie 1 1/2 hours' walk in the forests. Furthermore, sloops and native vessels can anchor there. There the aforementioned river Sadeweaar discharges into the sea. Talpatti, where are to be found 12. 14. 1827. To be carried forward 12. 13. M. A. M. 153. 198. 63 — 365 — 10. 25 —. 30 — 2. — 5 — 108 May 7, 1790 — 19. —. The Wattewielle, situated to the E: 1/2 hour's walk from Aroegamme, where 4. 5. — together 2 fields, to wit: 1 Poeder willie Moenmarie of the vidana Koem Appoe, high ground 1 Watte willie of the aforementioned, low ground 20. –. Pottewille, situated to the E: 1/4 hour's walk from Watte willie, where 20 30 where are to be found 4. 6. The inhabitants sow on the plain of Cherer. In the forests is found Palepalamse timber. 21. –. Chiria, situated to the N. W. 1 1/2 hours' walk from Pottewille, where 21: 30: To be carried forward. together 1 field Chiria willie, of the vidana Koem Apoe, low ground Where one finds a plain, however, with how many hundred ammunams of nelij the same could be sown, I have not been able to survey, and on that account could learn nothing positive from the headmen; it is only certain that for now nothing is lacking but cultivators, regarding whose condition the following is to be reported: Concerning the high and low grounds in the aforementioned plains, the same on the land side, to the W: when one goes from the village of Chiria to Pottewille, is completely high, and on the sea side to the E: low, except close to the village, where the ground on the sea side to the E: up to the first largest stream is higher, and on the land side to the W: falls lower, where the said field Chiria willie is situated, which has been sown by the inhabitants of Pottewillie; this field being watered by a tank which is situated behind the village. In the said plain there are two large streams and one small stream, running from the W: and S: W: towards the E: which dry up completely in the W: monsoon. In the bad monsoon the said plain is entirely inundated, this being caused by the great amount of water which flows down from the south side to the low grounds and at the same time, when the sea breaches the mouth situated there, puts the said plain entirely under water, only the W: and S: W: side where the ground is highest being free from inundation, these waters discharging through the said mouth. Furthermore, on the land side of the said plain, tanks can best be constructed by throwing up dams, this being understood near the streams; having found during my survey that on the S: W: side near the small stream such work was begun in earlier years, yet for lack of laborers and oversight has not been maintained. Finally, I have chosen the site noted by Your Honor at the S: W: end of that plain near the forest by a small stream to be the most convenient and suitable to erect the necessary buildings, and further observed that the distance from there to Aroegamme amounts to one hour's walk. Brought forward 102. — 380 — A: M: A: M. 153. 198. 63. — 365. -. 181 239. 18. 27: 18. 30 15: — 158 63 23:
Dutch transcription
e 107 P„r Transport Den 7. Maij 1790. 13. 21. P A:o 121 160 46: — 280 — Tusschen prettel en Jalpatta loopt de rivier Ca„ deweaar. Jn het bosch na bij ged: rivier aan deese sijde van Jalpatte, vind men de volgende houtwer„ „ken, als Halmeniele, woenikle en raane, kun„ nende deselven gekapt, gesleept en op de rivier bij hoogwater tot Aroe gamme getransporteerd en vervolgens afgescheept worden. 14. —. kittoelaane, leggende ten w: landwaards ½. uur gaans van 2: velden als volgd. 1 kittoelaane wielle van koensie Panderam, en koemare Pandaram, hooge grond 15. -. Laatjekalle, leggende ten w: landwaards, ½. uur gaans van ff kittoelaanen, alwaar - - - - - - - - - 3 6 - - - - - - 2 velden teweeten. en 1. laatje kalle van Apoehanie kamantje en Podie kam„ mantje, hooge grond 1: d=o —. kalle van bovengem laage grond - - - - In de bosschen aldaar, vind men, Broete, Halme„ nielle en Palepalamse houten Chengame, leggende ten Z: 0. 1 uur gaans van Talpatte vooren vermeld alwaar - - - - - 1. veld Chengame willie, van wannakapoe kamansje laage . . . . - - - - - grond 17. — kalkolda Een gehugt, leggende ten 0. 1½. uuren gaans van Chengamie, alwaar – – – – – - 2 – 2 - – – — De Jnwoonders werken op de velden van Nawe„ loer, en wattie wallie, vermits aldaar geen be„ kwaame plaats tot de nelij kultuur is. 18 —. Aroegamme, Een onbewoonde plaats leggende ten 0. ½ uur gaans van kalkoeda, alwaar - - - - - - 3 1. veld Aroegamme willie van den vidaan koem Appoe, laage De aldaar zijnde drie huijsen, leggen 1½: uurgaans in de bosschen. wijders kunnen de sloepen en Jnlande vaartuij„ „gen aldaar ten ander leggen. Aldaar ontlast zig voorm. rivier sadewe aan in zee. Talpatti, alwaar tevinden zijn - - - - - - 12. 14 - - - – – –. 1827. Die Transporteere - – – 12. 13 - - - - - - - -- M. A. M. -- 153. 198. 63 — 365 — l enM 881 8 B 9 : - 8 &e e d 52 671 3 3 86 - 8 . - 10. - . -. - - - - - 25 —. - – - – 30 — „ 3 - - - - - - - - 2. - - — - .: grond - 16 — – – – – – – – – – 5 – – 1087 Den 7. Maij 1790 — 19 —. de Wattewielle, leggende ten 0:½: uur gaans van Aroegamme, semeede 2. Velden, teweeten 1 poeder willie Moenmarie van den vidaan koem appoe hooge grond--- 1 - . - 1 watte willie van voormeld laasge grond - - 20. –. Pottewille, leggende ten 0. ¼. uur gaans van watte nillie alwaar - . . 20 30 - - - - - De inwoorders Zaaijen op de vlakte van Cherer: Jn de bosschen vald, palepalamse hout. 21. –. Chiria, leggende ten M. W. 1: ½: uuren gaans van Pottewille Someede 1: veld Chiria willie, van den vidaan kolm Apoe, lage grond- Alwaar vind men een vlakte, egter met hoe veel honderd amm: nelij deselve besaaijd soude kunnen worden, heb ik niet kunnen opneemen, en heb deswegen van de hoofden niets politief kun„ nen verneemen alleen is seeker, dat voor eerst niets dan land bruwers ontbreekt van welkers gesteldheid het vol„ =gende temelden is Aangaande de hooge en laage gronden in voorm: vlakten zo is deselve aan de land zijde, ten w: wanneer men van het dorp Chiria, na Pottewille gaat, ten eene maal hoog en aan de zeekant ten 0. lang behalven digt bij het dorp, alwaar de grond aan de Zeekant ten 0. tot de eerste grooste spruit ver„ heevener, en aan de land zijde, ten w: laager valt alwaar ged: veld Chiria willie bevind, het welk door de Jnwoonders van Pottewillie besaaijd is; wordende dit veld bewaaterd door een Tang dewelke zig agter 't dorp bevind. In ged:t vlakte bevinden zig twee groote en een klijne spruij ten loopende van 't w: en Z: w: maar het O: dewelke in de w: meussen ten eenemaal opdroogen In de kwaade meussen is gem. vlakte in 't geheel over„ stroomd, komende zulx van 't veele water 't welk van de zuijd zijde nederwaarts na de laage grinden afvliet en teffens wan„ neer de zee, de zig daar bevinde mond door breekt, ged: vlak„ „te ten eenemaal onder water zet, zijnde alleen aan de w: en Z: W: kart /: alwaar de grond 't hoogst is, van de overstroming bevrijd, ontlastende zig dese wateren door gem: Mond: wijders kunnen aan de land kant van ged: vlakte 't best tangen door 't opwerpen van Dammen aan gelegd worden, zijn„ „de dit teverstaan na bij de spruijten hebbende bij mijn op„ neem bevonden dat aan de Z: W. kant bij de klijne spruit zulke werk in vroegere Jaaren is begonnen egter bij gebrek aan arbeijds lieden en op sigt niet onderhouden is geworden. Eijndelijk hebbe de door uwel Ed: geb: opgemakte plaats aan de Z: W: eijnde van die vlakte na bij de bosch bij een klijne spruit verkoosen, het gerievelijk ende be„ kwaamste te sijn om de nogdige gebouwen tesetten, en voorts opgemerkt, dat den afstand van daar tot etoegamme een eeur gaans bedraagd. alwaar 4. 5. — alwaar bevinden zijn. . . . . . . . . . 4. 6. 21: 30: Die Transporteere. Transport - - - 102. — 380 — 9. 88 A: M: A: M. 153. 198. 63. — 365. -. 21. 7 m 181 239. 18. 27: 18. - -- ƒ . 30 . - - - - ƒ -— 15: — 158vers 63 8 E - - 23: - - -
English
109 Carried forward - The 7. May 1790. — 3 SGC A 21. /30. to be provided with coconuts. Furthermore, no other timbers are to be found nearby there except palepalam, but I have reliable information and have found that at 2 hours' walk forestward Halmilla wood occurs. Concerning the straw for covering the necessary buildings, the native kangan Chinne has cut it, and regarding this he awaits Your Honorable's orders. I have further noted and found that beside Chiris through the forest there is a small separate plain, which is of the very same qualities and condition as mentioned above, with a stream likewise running through it, where by throwing up a dam a small tank could be constructed; however, this requires much time and a greater number of people. This plain and the one mentioned above have never been cultivated before, except for the previously cited 30 amunams of land, and this plain further promises to reward the diligence and zeal of the farmers if, through an increase in inhabitants, it were brought into that condition mentioned here above. 22 —: Koemaar lies to the N.E. 3 hours from Chiria, where - - . . . . 5 2 fields; namely 1 koemaren willie, of Tambie pedie 1 do. — do. do. 23. —. Cangamankandi, lying N. 1½ hours' walk from Koemare, being an inhabited forest, notable because of the boundary between the territory of Batikaloa and Panoa. There one finds in the forests satinwood and palepalam timbers. also 23: 32. Total — 186: 246. 105. — 385. — Here follow the mouths or places where the sea breaks through during the bad monsoon, closing itself during the west monsoon. 1. Koem egananaar Moene 2: Jakelle - - do. 3. Pittikolle - - - do. 4. Andera kalle do —. 5. Wagere - - - do. 6. Schrikolle. . . do —. 7. Oggende - - - - do here is a high mountainous cliff 8. Salewe . . do 9. Koenoekalle - - do 12: Naweloer-. 15. Koemaare. do— 9 16: Sangaman kande do —. 10. Pannekalle. . . . do — 11. Pannege do 13. Aroegamen - - - do —. In the country of Panoa, no fruit-bearing trees are planted or cultivated by the inhabitants, and from Sangaman kande to Koemene no coconut trees whatsoever are found, except for 20 pieces more or less in the last-mentioned village; nevertheless, I trust that the planting of soursop and other fruit trees would have success in the principal villages where the number of inhabitants allows, with the benefit of taking some care against elephants and other wild beasts; however, the inhabitants should be provided with plant 14. Pottelwillie - - do here the flood of Chir empties - - - - -- M. A: M 181. 239. 102. — 380 —. Description N B d 88 M: —. -- -. - .- -- -- — - - - - 3 -- - - - - 5. — 7. - - - - - 5 d 36: v end & do — - . 110. The vidane of Panoa, Koem Apoe, together with the headmen and inhabitants of this forest, declare and unanimously confirm that this falls under the territory of the Company and is reserved to the district of Panoa. Regarding its condition, it is a dense and high-grown forest, filled with the finest trunks of black ebony, marutu, satinwood, and ranai, though very difficult to transport, being estimated according to the statement of the headmen and inhabitants at 3 Sinhalese miles in length and 4 in breadth, beginning 3 hours' walk from Kittoelaane eastward near a high cliff and ending westward landward through many impassable paths at the King's territory, where the river Mahaweli Ganga forms the boundary division, running from the N. to the S. Furthermore, in the said forest there are 30 houses, inhabited by 20 Sinhalese, 1 Moor, and 9 Veddas, being divided into 8 separate places or hamlets, namely 1 Walene gamme, on the bank of the said river, 2: Warragamma, 3 Boevile, 4 Ware godde, 5. Roelapalle, 6. Nawoekalle, 7. Warre waij, and 8. Stielmel andoewe. The aforesaid inhabitants make no use of agriculture because of the condition of the land; therefore their livelihood consists of the production of kurakkan, field fruits, and honey, except for the inhabitants of Walane and Wara gamme, who, being favored by nature with a small tank, have made use and benefit of it, each place having a sowing field of about 4 to 5 amunams in size, sown this year in February. Furthermore, having accurately investigated the dues which this forest or places must render, I have received the following report concerning this: Each village or hamlet is obliged to render yearly 1 pot of honey, 1 bundle of dried meat, and 24 lb. of wax, of which this year the said dues from the inhabitants of the four last-mentioned places above are in the custody of the vidane Koem Apoe, the remaining inhabitants being fearful and hesitant to render this, since they are until now uncertain under which territory they belong, ever since the vidane Koem Appoe made this praiseworthy discovery that this forest resorts under the Company's territory. Furthermore, these inhabitants have for many years, through the underhand administration of their headman, had to render these dues to the servants of the King's territory, mainly because the vidane of the forest, who by an absurd, oppressive, and at the same time insolent conduct withdrawing himself from the Company's authority, constantly makes the inhabitants culpable with threats of punishment. Which upon closer investigation will become apparent when this forest and its inhabitants are properly brought together under the obedience of the Company. Herewith trusting to have fulfilled Your Honorable's highly esteemed intentions, I take the liberty to call myself with the most humble respect, at the bottom stood, Honorable Sir, Your Honorable's very humble servant, was signed, Carel Benjamin Wende, in the margin, Battikaloa the 24th of March 1790, at the bottom stood, Agrees, signed, C. A. Cramer, authorized. The 7. May 1790 Description of the Forest Pannege wannam or Paneme wadderadde And
Dutch transcription
109 P:r Transport - Den 7. Maij 1790. — 3 SGC A 21. /30. kokus voorzien teworden. verders bevinden zig aldaar na bij geen andere houtwerken, als palepalam, dog ben in 't zeker berigt en heb bevonden, dat 2: uuren gaans bosch waards Halmenaele hout vald wegens het stroo tot dekking der nordige gebouwen hebben, den lands kangaan Chinne gebrooken, de welke dien aangaande uwel Ed: geb: order afwagt. Nog hebbe daar bij opgenormen en bevonden, dat zig bezijden Chiris door het bosch een klijne afgescheijdene vlakte bevind dewelke van de eijgenste hoedanig heeden gesteldheid als booven gem: loopende door deselve desgelijks een spruit, alwaar door het op werpen van een Dam, een klijne vang zoude kunnen aangelegt worden, egter vereijscht zulks veel tijd een meerderheid van volk. Deeze en boven gem: vlakte, zijn tevooren nooijt bewerkt, behalven de vooren aangehaalde 30. Ammonams grond, beloovende verders deesen vlakte den vlijt en iver der land bouwers te belomen, wanneer deselve door vermeerde„ „ring van inwoinders, in die gesteldheid gebragt wierd hier vooren gemeld. 22 —: Koemaar leggen ten N: o. 3. uuren van Chiria, alwaar - - . . . . 5 2. velden; teweeten s koemaren willie, van Tambie pedie 1. do —. do „ do 23. —. Cangamankandi, leggende ten N: 1½. uuren gaans van koemare, zijnde een bewoonde bosch, aanmerkelijk wegens de limiet tusschen het gebied van Batikaloa en Panoa Aldaar vind men in de bosschen Broete en Palepalam„ „se houten. someede 23: 32. Tesaamen — 186: 246. 105. — 385. — Hier volgen de manden of plaatsen, waar de zee bij de kwaade Mousson door breekt, sluivende zig dezelve bij de w: meussen. 1. koem egananaar Moene 2: Jakelle - - do. 3. Pittikolle - - - do. 4 Andera kalle do —. 5. wagere - - - do. 6. sctrikolle. . . do —. zoggende - - - - d=o alhier is een hooge berg agtige klip 8. salewe . . do 9. koenoekalle - - do 12: naweloer-. 15. Koemaare. do— 9 16: sangaman kande do —. 10. Pannekalle. . . . do — 11. Pannege do 13. Aroegamen - - - d.o —. In het land van Panoa, worden geen vrugtdraagende boomen door de inwoinders geplant of gekultiveerd en van sangaman kande tot koemene worden geene klapper boomen hoegenaamd gevinden uitgenoomen 20. stux min of meer in laast gem: Dorp niet tegenstaande vertrouwe ik dat de aanplanting van Zuurzar en andere vrugt bonen suckes soude hebben in de principaalste dorpen daar 't getal der inwoorders toelaat, met mrugt eenige oppassing tegens kliphenten en andere weld gediertens te gebruiken; Egter diende de Inwoinders met plant 14. Pottelwillie - - do alhier ontfast zig de overstrooming van Chir - - - - -- M. A: M 181. 239. 102. — 380 —. Beschrijving N B d 88 M: —. -- -. - .- -- -- — - - - - 3 -- - - - - 5. — 7. - - - - - 5 d 36: v end & do — - . 110. Den vidaan van Panoa, koem Apoe, beneffens de hoofden, ende inwoonders van dit bosch verklaaren en bevestigen een stemming, dat zulks onder het gebied van DE Comp: en aan het landschap Panda reserveerd. Desselfs hoodanigheid betreffende, is het een digt en hoog bewassen bosch; vervult met de schomnste stammen van swart Ebbenhout Ma„ roede, Broete en Raane, egter zeer beswaarlijk te vervoeren, wordende volgens opgaave van de hoofden en Jnwoonders, op 3. singaleese mijlen in de lengte en 4: in de breete begroot beginnende 3. uuren gaans van kittoelaane 0. waards bij een hooge klip en eijndigende ten W. landwaards door veele onweegen bij 'sConings gebied, alwaar de rivier Maijaloija de grensschijding maakt, loopen=de van de N: aan de Z: Varders bevinden zig in ged: bosch, 30. huijsen, bewoont door 20. singaleesen, 1. moor en 9. we„ „dassen, zijnde verdeelt in 8. afgesonderde plaatsen of gehugt, Als een walene gamme, op den oever van gem: rivier 2: warragamma, 3 Boevile, ware godde, 5. Roelapalle, 6. Nawoekalle, 7. warre waij en 8. stielmel andoewe. Voorm: inwoonders markan wegens de gesteldheid van het land, van den landbouw geen gebruik; weshalven haar neering bestaat in het voortbrengen van krakaan, veldvrugten en Hooning behalven de inwoonders van walane en wara gamme dewelke door de natuur met een klijne Tang begunstigd, dezelve zig de nutte en gebruijk van gemaakt, hebbende ieder plaats, en zaaijveld van omtrend 4: à 5. ammenams groote / dit Jaar in februarie besaagjd: Wijders nauwkeurig ondersogt hebbende de geregtigheid, welke dit bosch of plaatsen moeten opbrengen, zoo hebbe dien aangaande 't volgende berigt ontfangen Ider Dorp of gehugt is verpligt Jaarlijks op te brengen 1. Pot kooning. 1. bondel gedroogd vleesch, en 24. lb: wax, waar van dit Jaar van de Jnwoonders van de vier booven laatste plaatsen, onder berusting van den vidaan scoem apoe ged: geregtigheid bevind, zijnde de overige bevreest en agter houdend zulx op te brengen, vermits deselve tot nog toe onzeker zijn, onder welk gebied zij gehooren, zedert dat den vidaan koem appoe deze verijswaardige ontdekking gedaan heeft, dat dit bosch onder sComp=s gebied resorteerd. Voorts hebbe dese inwoinders zedert lange Jaaren deese geregtigheid door het slinkte bestier van Hun: Hoofd, aan de konings gebied bedienden moeten opbrengen, voor„ namentlijk op dat den vidaan van 't bosch, dewelke door een abzurd en kne wel„ agtig en teffens brutaal:/: zig aan 'sComp:s authoriteijt ontrekkende, de inwoorders telkens met straffen bedreijging schuldig maakt. Het geen bij nader ondersoek zal konen te blijken, wanneer dit bosch en dies Jnwoonders, na behooren onder de gehoorsaam„ „heid van DE: Comp: gesaamentlijk gebragt worden. Hiermeede vertrouwende uwel Edele geb: Hoog g'eerde intentie voldaan te hebben, neeme de vrijheid mij met de aller onderdaanigste respect tenoemen /:onderstont:/ wel Edele geb: Heer :/ uwel Edele geb: seer onderdaanige Dienaar /:was getee„ „kend:/ Carel Benjamin wende /:in margine:/ Battikaloa den 24. maart 1790. /:onderstond/: /: Accordeert /:geteekend/ C. A. Cramer g'auth: Den 7. Maij 1790 Beschrijving van het Bosch Pannege wannam of Paneme wadderadde En „
English
111 The 7th of May 1790. And it was approved and agreed to send a copy of this report, as well as of the report of the Korlepattoe received in the year 1787, to Batavia. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van De Graaff, M. P. Raket, J. P. C. Tilenius, I. Reinstous, B. L. van Zetter, and J. A. Vollenhove. Resolution 112. Wednesday the 12th of May, anno 1790. Present: The Right Honorable and Most Respected Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable retired Galle Ruler Cornelius Dimisius Kraijenhoff, The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Colonel Johan Philip Christiaan Tilenius, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove, The Honorable Dessave Diederich Thomas Freth, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter. Absent: The Honorable Pay Accountant Gerrit Engel Holst, The Honorable Trade Accountant Abraham Samlant. Resolution taken in the Council of Ceylon, concerning the Native Department. Read was a Jaffna resolution of the 23rd of April last, whereby the servants, at the request of the town master there, Van de Putten, granted him 10 coolies, or cash payment for them at 4 stivers per day each, and further, according to the regulations, the oeliammers, a permanent man as a herb seeker whenever he might proceed to the Wanni or to Mannar to conduct research on the medicinal herbs that grow there. 113 The 12th of May 1790. And after deliberation, it was approved and agreed to confirm the said resolution, and to instruct the servants at Jaffnapatnam to enter all the expenses incurred in this work into the separate agricultural account. It was also agreed to write to the servants that the aforementioned Van de Putten should not only investigate the medicinal herbs that grow in the Jaffna, Wanni, and Mannar regions, and indicate what use they, in his view, might have for medicine and surgery on this island, but also that he must turn his thoughts to and report on how and when the plants and herbs which he considers useful for medicine and surgery could be cultivated, so that one may always be sufficiently supplied with them; and that he likewise must investigate what kinds of gums and other useful things are found there, and particularly whether gamboge is to be obtained there, and that if he finds that gamboge is to be obtained in a fair quantity at reasonable prices, he must immediately begin gathering it; furthermore, that the servants must direct him to provide an annual clear and detailed report of his discoveries and findings regarding all of this, indicating in particular the quantities of gums and how great a quantity of each sort could be collected annually. Business concerning Trincomalee. Read was a Trincomalee resolution of the 11th of April of this year, whereby the servants, at the request of the extraordinary lieutenant and land regent Diederiks, decided: 1. In order to promote agriculture in the three Trincomalee provinces, to have delivered to the said Diederiks: 24 pieces of iron mamotties 24 axes 24 chopping knives 4 trowels 8 crowbars 100 carrying baskets 200 rattan ditto 100 lb nails for joint irons 1 piece water level 6 wheelbarrows 500 jaggery laths 6 carrying tubs 6 water buckets 5000 pieces of coconut seedlings for propagation 20,000 jaggery seeds; 2. Also to deliver to the said Diederiks 1000 lb of iron and 150 lb of steel, to be sold at the usual sale price to the inhabitants who might need them for the manufacture and repair of agricultural tools; and 3. For the use of the rest house and warehouse at Kattoekolampattoe, to have made and delivered: 114. The 12th of May 1790. 115 4 pieces of door locks, 10 door hooks with their hinges, 8 window hooks with their hinges, bolts, and the nails required for them. And after deliberation, it was approved and agreed to confirm the said resolution, and to order the trade servants here to charge the aforesaid goods mentioned under item 1 in the Trincomalee books to the separate account of agriculture. Business concerning Batticaloa. The Batticaloa Chief Burnand having transmitted, in compliance with the resolution of the 27th of November last, an account of the paddy tithe yielded by the Batticaloa lands in the last 15 harvest years preceding the book year 1789/90, which shows that this tithe amounted to the following: Anno 1773/4 Anno 1774/5 Anno 1775/6 Anno 1776/7 Anno 1777/8 Anno 1778/9 Anno 1779/80 Anno 1780/81 Anno 1781/2 Anno 1782/3 Anno 1783/4 Anno 1784/5 Anno 1785/6 Anno 1786/7 Anno 1787/8 The 12th of May 1790. It is, after deliberation and considering that the
Dutch transcription
111 Den 7. Maij 1790 —. En is goed gevinden en verstaan om van dit rapport zo wel, als van 't in A=o 1787: ontfangen rapport van de korlepattoe, kopij tesenden na Batavia — Aldus Gedaan Ende Geresolveerd in het Casteel ko„ „lombo, ten dage maand en Iaare voorsz: /:was geteekend:/ W: J: van De Graaff , M P: Raket J. P: C: Tilenius I: Reinstous, B L van Zetter, en J: A Vollenhove: Resolutie 112. De E: kolonel De E: fiscaal - - Den E: Dessave Den Wel Edelen Groot Agtbaaren Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff, De E: afgegaanen Gaalsche gezaghebber - - Cornelius Dimisius kraijenhoff, De E: Hoofdadministrateur - - - - - Mattheus Petrus Raket„ — — . Johan Philip Christiaan Tilenuis, De E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - - Johannes Reintous . . . . - - M=r Iohannes Adrianus vollenhove De E: secretaris - - - - - - - - Benedictus Lambertus van Zitter, Absent. Den E: Zoldij boekhouder Woensdag Den 12. Maij Anno 1790. Present Resolutie Genoomen in Raade van Ceijlon, over t Inlands Departement. . - - - Diederich Thomas Freth, . . - . Gerrit Engel Holst, Den E. Negotie boekhouder - - - - - - - Abraham Samlant. Is geleezen eene Iaffanasche Resolutie van den 23. ' April I=o leeden, waar bij de bedienden of het ver„ „soek van den stadsmeester aldaar van de Putten, aan hem, hebben toegestaan 10. koelies, of Contante betaa„ „ling daar voor teegens 4: stuwvers sdaags ieder, en nog volgens het reglement, de oeliammers, een vast man als kruijde zoeker, wan„ naar hij zig na de wannie of na Mannaar mogte - - op 8 113 Den 12. ' Maij 1790. mogte begeeven, om onderzoek te doen na de medicinaale kruijden; die daar groeijen En is na deliberatie goedgevonden en verstaan gem: resolutie te approbeeren, en den bedienden te Iaffenapatnam aantebeveelen om alle de ongelden, die bij dit werk vallen, te doen brengen op de apparte reekening van den landbouw Nog is verstaan den bedienden aanteschrijven, dat voorm: van De Putten, niet alleen met onverzoeken de medicinaale kruiden; die in het Taffenasche, van wannische en Mannaersche groeijen, en aanwijsen wat ge- bruik die na zijn inzien, zouden kunnen weezen in de genees en heel kunde ten deesen eijlande, maar ook dat zijne gedagten moet laeten gaan, en opgeeven, toe en wanneer men de planten en kruiden, die hij voor de genees en keel kunde denkt van niet teweesen, zouden kunnen aan teweeken, ten einde daar van steeds na genoegen te kunnen zijn voor- zien, en dat hij insgelijks moet onderzoeken, welke soorten van gommen en andere nuttige ving daar vallen en inzon= derheid ook of 'er de gum gutte te bekomen is, en dat zoo hij bevind, dat de gum gutte en een tamelijke hoeveelheid tegens maetige prijsen te bekomen is, hij dan met de in- zameling daar van dadelijk moet beginnen: voorts ook, dat de bedienden hem moeten gelasten, om Jaarlijks van zijne ont- dekkingen en bevindingen omtrend dit een en ander, een duijde„ lijk en omstandig berigt te doen, aanwijsende inzonder- heid de quantiteiten vergommen en hoe groote quantiteiten Bezoigne over Trinkonomale quantiteiten van elk soort jaarlijks zoude kunnen worden ingezameld. Is geleesen eene Trinkonomaalse resolutie van den 11. April JZ:, waar bij de bevienden, op het versoek van den Extra ordinair luitenant en landregent Diederiks, hebben be- slooten. „om ter bevordering van den landbouw in de drie Tainkonotn: Provintien, aan gem: Diederiks telaaten bezorgen 24: p=s jn Chiadossen 24. „ bylen 24 „ kapmessen 4 „ troffels 8 „ koevoeten 100 „ draagmanden 200 „ rottings d=o. 100 lb: spykers op las yzers 1. p:s waterpas 6. „ kruijwagens 500 „ Jagerlatten 6 „ draagbalies 6 „ water emmers 5000. stuks plant. kokus tot voortplanting 20'000 „ Jager pitten - - 2: Nog aan gem: Diederiks te bezorgen 1000 lb: eijzer en 150 lb: staal, om aan de ingezetenen, die ze mogten nodig hebben, tot 't aanmaeken en repareeren van gereedschappen voor den landbouw teworden verkogt tegens den gewoonen ver- koops prijs: en 3; om ten behoeve van het nust en pakhuis te kattoek olam- pattoe, te laaten aanmaeken en bezorgen Den 12. Maij 1790 F 114: E . . 115 Bezoigne over Battikalva 4. p=s deurslooten. 10 „ deurduijmen met dies Hengsels 8 „ vengster duijmen, met dies hengsels, grenvels en daar toe benodigde spijkers. En is na deliberatie goedgevonden en verstaen gem: resolutie te approbeeren, en de Negotie bedienden alhier tegelasten, om de voorsz: bij aat: 1. gemelde goederen bij de Trinkonomaelse boeken te belasten, op de apparte reekening van den land- bouw. Door het Battikalvasch opperhoofd Burnand, ter voldoening aan de resolutie van den 27: 9ber: pass=o overgesonden zijnde eene aanwijzing van de Nelij geregtigheid, die de Batikaloasche landen in de laatste 15. hoekjaeren, welke het boekjaar 178 9/ zijn voorgegaan, hebben uitgeleeverd, waar uit blykt dat deese geregtig- heid heeft bedraegen, als volgt. A„o 1773/4 1774 „ 177¾ 1775 „ W C. „ 1776 „ „ 177 3/3. „ 177 119 „ 17 23/80. „ 17 80 7 9/81. „ 178½. „ 178 2/3. „ 178 ¾ „ 178¾ „ 178 5/6. „178 / Is na deliberatie, en uit aanmerking dat „ 178 37/8. Den 12. Maij 1790. de O m
English
The 12th of May 1790. As the paddy dues of the Batticaloa lands amounted to the highest, or 3667 parras, in the book year 1783/1784, it has been approved and agreed to take the aforementioned book year as the year according to which, in accordance with the intention of the aforementioned resolution, the bonus on the paddy shall be calculated for the Batticaloa chief and those who are employed under him for the promotion of agriculture. Upon the proposal of the aforementioned Batticaloa chief, it has been approved and agreed to appoint the Sinhalese aratchi Don Joan Ribero as interpreter aratchi and overseer of the province of Nadukadu, and to request the advice of the aforementioned chief regarding the salary he should receive. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforementioned. Was signed: W. J. van de Graaff, C. D. Kraijenhoff, M. P. Raket, J. P. C. Tilenius, J. Reintous, B. L. van Zitter, and J. A. Vollenhove. 116. 117 Monday the 12th of July, in the year 1790. Present. The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Colonel Joan Philip Christiaan Tilenius The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent. The Honorable Disava Diederick Thomas Fretz The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The first in the country, the second sick, and the last on commission in Matara. Resolution taken in the Council of Ceylon, concerning the Native Department. It having been represented by the chief of Negombo, van Ranzow, in his letter of yesterday, that the cinnamon gardens situated between Negombo and Ja-Ela are devoid of fences and that cattle run in and out of them, by which undoubtedly much damage would be caused to the cinnamon, with a request for authorization to hire the necessary laborers at 2 rupees and 1½ parras of rice per month, in order to have these gardens properly maintained and cultivated; it has, in consideration of the fact that the compulsory laborers, who until now have been employed alternately in the plantations at 1 rupee and 1 parra of rice per month, have left the plantations during the recently arisen disturbances, and that as long as tempers have not properly subsided, one cannot well oblige them to work there again for such a meager maintenance, 118 The 12th of July 1790. been approved and agreed to authorize the chief van Ranzow to hire the necessary coolies for the guarding and maintenance of the cinnamon gardens at two rupees and one and a half parras of rice per month, with the recommendation, however, to conduct himself outwardly in this matter as if the aforementioned increase of one rupee and half a parra of rice were provisionally granted from his own initiative. It having appeared from a copy of a letter received along with the aforementioned letter, written on the 10th of this month by the bookkeeper Rypzema to the chief van Ranzow, concerning the request of the said Rypzema, who according to the resolution of the 29th of December past is employed in Chilaw in the department of the country's administration, to be granted the benefit of the bonus that was assigned by resolution to those who are sent into the country for various duties relating to agriculture; it has, in consideration of the fact that this Rypzema has already been in Chilaw since the transfer of the junior merchant Will to Kalpitiya, and gives satisfaction in his duties for the promotion of agriculture, been approved and agreed to authorize the chief of Negombo 119 to authorize him to have paid monthly to him, Rypzema, until further orders from this government, the bonus of 25 rixdollars assigned by the aforementioned resolution, and to let this payment commence after the said chief shall find it fair and equitable in view of what is presently to be performed in the Chilaw district. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforementioned. Was signed: W. J. van de Graaff, J. P. C. Tilenius, J. Reintous, B. L. van Zitter, and J. A. Vollenhove. The 12th of July 1790. Resolution. Tuesday the 20th of July 1790. Present. The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Chief Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove. Absent. The Honorable Colonel Johan Philip Christiaan Tilenius, The Honorable Disava Diederich Thomas Fretz, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. The first and third on account of indisposition, the second in the country, and the last in Matara. Resolution taken in the Council of Ceylon, concerning the Native Department. Read a petition inserted below from the Honorable Colonel De Meuron, requesting a piece of land in the village of Wellawatte, under the Palle Pattu of the Salpiti Korale. 120
Dutch transcription
Den 12. Maij 1790. de nelij geregtigheid van de Battikaloasche landen in het boekjaar 178 3/8. het meest of 3667 parras heeft bedraegen, goedgevonden en verstaan, om gem: boekjaar teneemen voor het jaar, waar na volgens de intentie van de voorsz: resolutie, gereekend zal wor- den het douceur op de nelij voor het Battikaloasche opperhoofd en de geenen, die onder hem ter bevorde= ring van den landbouw worden g'emploijeerd. op de voordragt van 't voorm: Batukaloasch opper- hoofd, is goedgevonden en verstaan, de Singaleesche araetje Don Joan Ribero aantestellen tot tolk ar- raetje en opzigter van de provintie Nadekadoe, en nopens de bezolding, die hij zoude dienen te hebben, te vraagen het advies van gem: opperhoofd. Aldus Gedaan ende Geresolveerd in het Casteel Kolombo„ ten dage, maend en jaare voorsz: /:was geteekend:/ WJ: van de Graaff, C: D: kraijenhoff, M: P: Raket, J: P: C: Tilenius, J: Reintous, H: L: van Zitter en J: A: vollenhove 116. 117 maendag den 12. Iulij Anno 1790 Present. Den wel Edelen Groot achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff — - - Ioan Philip Christiaan Tilenius — - De E: Kolonel De E: Eerste Pakhuismeester - - Johannes Reintous — — - Benedictus Lambertus van zitter De E: sekretaris — — M=r Iohannes Adrianus vollenhove De E: fiskaal Absent. - - - - - Diederick Thomas fresz: Gerrit Engel Holsz de eerste in het land, de tweede ziek en de laatste in commissie te mature Door het opperhoofd van Aigombo van Ranzon, bij zijn brief van gisteren; vertoond zijnde, dat de kanneel tuij= nen, geleegen tusschen Nigombo en jaelle ontbloot zijn van paggers en dat de koebeesten 'er in en uitloopen, waar door sonder twijffel veel schaede aan de kaneel soude worden toegebragt: met verzoek om qualifikatie tot 't aanneemen van 't nodig volk, tegens 2. kopijen en 1½ par= =ra rijst smaends, om deese tuijnen behoorlijk te doen voorsien en bewerken is uit aanmerking dat de verpligtelingen, die tot nog toe beurtelings in de plantagien zijn gebruikt tegens 1. ropij en 1. paara rijst, 'smaends bij de onlangs gereesene onlusten de plantagien heb- ben verlaaten, en dat zoo lang de gemoederen niet De E: Negotie boekhouder - - - Abraham Samlant De E. Dessave De E: zoldij boekhouder - Resolutie Genomen in Rave van Cailon, over 't Jnlands Departement. regt — - 1 op. 118 Den 12. Julij 1790. regt bedaard zijn, men een niet wel verpligten kan, om weder tegens een zoo Jeringe onderhoud daar aan tewerken, goedgevonden en verstaan, het opperhoofd van Ranzon te qualificeeren, om de nodige koelies temogen inhuuren, tot het bewaaken en onderhouden van de caneel tuijnen; tegens twee ropijen en een en een half parra rijst 'smaends, met recommandatie nogtans, om zig in deesen uitterlijk te houden, als of de voorsz: vermeerde= „ring van een ropij en een half parra rijst, bij provisie uijt zijn eijgen geschied. Bij een nevens voorsz: brief ontfangene copij brief, door den boekhouder Ripzema, den 10: ' deser aan 't opperhoofd van Ranzon geschreeven, gebleeken zijnde 't verzoek van gem: Ripzema, die volgens resolutie van den 29. December pass=o in het silause bij 't departement van slands bestrer, word gebruikt, om te mogen hebben 't genot van 't donceur, dat bij resolutie is toegelegd aan de geenen, die in 't land worden gesonden tot deese en geene verrigtingen betrekkelijk den landbouw. js unt aanmerking dat deeze Ripzema, zig reets zedert de verplaatsing van den onder koopman Will na kanaar, te silauw bevind, en in zijne verrigten= gen tot bevordering van den landbouw genoegen geeft, goedgevonden in verstaan, 't opperhoofd van Ranzon te qualificeeren 118 119 te qualificeeren, om aan hem Ripzema, tot nader order deser regeering, maandelijks telaaten verstrekken, 't bij 6 voorsz: resolutien toegelegd donceur van 25 rd:, en deeze verstrekking telaaten beginnen na dat gem: opperhoofd dat uit hoofde van 't geen dans in 't silauwsche tever- rigten valt, reedelijk en billijk zal vinden Aldus Gedaan ende Geresolveert in het Casteel kolom bo, ten dage maand en Iaare voorsz: /:was geteekend:/ WJ vande Graaff, Jb: C: Tilenius, Peintous, J LvanLitter en J Avollenhove Den 12. Iulij 1790: Resolutie Den wel Edelen Groot achtb: Heer Gouverneur Willem Iacob van de Graaff, De E: Hoofdadministrateur - M=r Christiaan van Angelbeek De E: Eerste Pakhuismeester - - - - Iohannes Reintous - - - . Benedictus Lambertus van Sitter De E: sekretaris - . . . M=r Johannes Adrianus vollenhove De E: fiskaal De P: Kolonel De E: Dessare Is geleesen een hier onder g'insereerd addres van den E: Kolonel De Meu- rom, verzoekende; om een stuk grond in het Dorp wellewatte, onder de Pallepattoe van de Salpitti- korle Johan Philip Christiaan Tilemius -. - -. Diederich Thomas Fresz: De eerste en derde mits indispositie de tweede in het land en de laatste De B: Negotie Boekhouver. - - - - - Abraham Samlant. te nature De E: Zoldij Boekhouder - - - Gerrit Engel Wolst Absent. Dingsdag den 20. Iulij 1790 Present. Resolutie Genomen in Raede van Ceilon, over het Inlands Departement. Myn 120 „ - of „ -
English
121 The 20th of July 1790. My Lord Governor. From my childhood I have had a desire for agriculture, in which, having reached the years of discretion, I have carried out several useful experiments at home. My transfer to a climate different from that of my fatherland has not diminished that desire in me, as I had the honour to express to your Right Honourable Excellency long ago, after I had found a piece of land that is known to your Right Honourable Excellency through the drawing that the sworn surveyor made of it. I wished to obtain ownership of it, free of all burdens and obligations; except for the tithe of the crop of the nelly field, and the usual seigneurial dues upon the sale of the same according to the custom introduced in this colony. For this property, I will in return deliver the products that the land will yield, and which will mainly consist of coffee and pepper, to the Honourable Company at the price determined by it, or which it shall hereafter determine for all the inhabitants of this Island. Behold here, my Lord Governor, my plan: I shall have planted around the piece of land a double row of soursop trees, which will amount to at least 450 trees, and, as soon as they are large enough for it, I shall have three pepper vines grow against each of those trees, from which a good harvest is to be expected. In some places this land is too sandy to think that the soursop trees and the pepper will grow there if one does nothing other than to place the plants in the ground according to the custom of the land; however, by means of the nelly field I shall have the opportunity to improve the infertility of the soil. This will cost effort and a little money, but it is what I desire. I hope that through this I will succeed in demonstrating that, with some small expenses spent with prudence and management, one can secure an income upon which one could not otherwise rely. After having cleared the wilderness and planted the fruits that are necessary for a household, I will still have room to plant 12 to 13000 coffee trees, the produce of which can be just as profitable for the Honourable Company as for me, the cultivator thereof. I hope, My Lord Governor, that when one calculates the costs of clearing and planting the aforementioned piece of land, the acquired ownership thereof can be considered compensated by the delivery of the pepper and coffee products at the moderate price that the Honourable Company has determined for it, or shall determine in the future. As regards the nelly field, a part of it requires labour to make it suitable, and the other, which has long been abandoned, can produce nothing without spending costs upon it. The tithe of the crop will, I hope, also be considered to be an equivalent for the relinquished ownership. I am with respect, underneath stood: My Lord Governor, your Right Honourable Excellency's very humble and obedient servant, was signed: P: F: De Meuron, in the margin: Colombo the 14th of July 1790. And after deliberation it was approved and agreed to cede the aforementioned piece of land to the said Honourable De Meuron in full ownership, on the following conditions, namely: 122 123. 1. That His Honour must ensure that the cinnamon trees currently found thereon, which according to the submitted report of the inland commissioners consist of 42 peelable, 240 young, and 12 old trees, are not damaged nor eradicated, but if found necessary during the cultivation of this piece of land, are transplanted to a more suitable place so far as that can be done, and this may not be done without prior knowledge of the overseer of the plantations, Spittel. 2. That His Honour, according to the agreement, must have that part of this land which is suitable for it planted with pepper and coffee, remaining obliged to deliver all the pepper and coffee that comes from it to the Company at the purchase prices that have already been fixed or will be fixed in due time. 3. That in consideration thereof, His Honour shall not need to pay any other burdens to the Company for acquiring and possessing this land than the tithes of the nelly crop from that part of this land which His Honour wishes to lay out as a seed field. 4. That if, however, it is found in time that no coffee or pepper will grow on this land, and the Honourable De Meuron therefore wished to employ the same for other sorts of planting, His Honour shall not be permitted to do so without previously giving notice thereof and requesting permission for it; and His Honour shall then be obliged to pay to the Company, according to custom, the third part of the value of this land, calculated according to the standing valuation thereof. And The 20th of July 1790. 124 The 20th of July 1790. 5. That in any case, whatever this land may be planted with, the usual due of the twentieth penny must be paid to the Company for it, as well as for the seed field, upon sale. And whereas the Honourable First Warehouse Keeper Remtous has expressed his willingness to relinquish the piece of land at Kotahena, which was ceded to His Honour by resolution of the 24th of April 1789, it was approved and agreed to resume this land for the Company, and to transfer the same to the burgher Heijze on the same footing and under the same terms as it was possessed by the said Honourable Remtous, and to issue a customary deed of gift thereof. The Chief of Negombo, having presented by letters of the 1st of this month the request of the fishermen there to be excused from lending their catamarans for the transportation of the Company's goods, cinnamon, etc., because they
Dutch transcription
121 Den 20. Julij 1790. Mijn Heer Gouverneur. van mijne kindsheid af heb ik lust gehad tot den landbouw, waarin ik tot de Jaaren van onderscheid gekomen zijnde verscheide nutlige proeven bij mij te lande heb genomen, Mijne verplaatsing onder eene lugtstreek verschillende van die van mijn va= derland heeft dien lust in mij, niet vermindert, zo als ik de eere gehad heb zulks aan uwelEd: Groot achtb al voor lange te betuigen, na dat ik gevonden had een stuk land dat uwel Edele Groot achtb: bekend is door de afteekening, die de geswoore landmeeter daarvan heeft gemaekt. Jk wenschte den eigendom daarvan te verkrijgen, vrij van alle lasten en verbinte- nissen; behalven de tiende van het gewas van het nelij veld, en de gewoone steeren geregtigheeden bij verkoop van het zelve volgens 't gebruik dat in deese kolonie is ingevoerd voor deese eigendom zal ik daar en teegen de produkten, die het land zal voortbrengen, en die voornament- lijk in koffij en peper zullen bestaan, aan de Edele komp: leeveren tegens den prijs door haar be- paald, of die ze na deesen zal bepaalen voor alle de ingezeetenen van dit Eijland zie hier, mijn Heer Gouverneur, mijn Plan, jk zal rondom het stuk land laaten planten een dubbelde reij zoorsaks boomen, die ten minsten 450. stuks zullen uitmaeken, en zal, zoo dra ze daar toe groot genoeg zijn, tegens elk dier bomen laaten opgroeijen drie peper ranken, waar van een goeden inzaam tewagten is. op eenige plaatsen van dit land is het te zandig om te kunnen denken dat de zoorsaksboors. en de peper daar zullen opkomen, zoo men niets anders doed dan om de planten daarvan in den grond tezetten na de gewoonte : gewoonte van het land, dog door middel van het nelij veld zal ik geleegentheid hebben om de onvrugtbaerheid van den grond te kunnen verbeeteren: Dit zal moeijte en een wijnig geld kosten, maar het is met het geen ik verlange. Jk hoof dat het mij daar door zal gelukken om aan de too- „nen, dat men met eenige klijne ongelden, besteed met voor- zigtigheid en beleid, zij een inkomen kan bezorgen, waar op men niet konde reekenen. Na een woestijn te hebben aangelegd, en geplant de vrugten, die voor eene huishouding nodig zijn, zal ik nog plaets hebben om 12. â 13000. koffij bomen te planten, waar van het product even zo voordeelig voor de Edele komp: als voor mij, den aanplanter daar van, zijn kan Jk hoop Mijn, Hier Gouverneur, dat als men reekend de kosten van het schoonmaeken en beplanten van voorsz: stuk grond„ men den verkreegen eijgendom daar van kan reekenen voor gekompenseerd door het leveren van de producten aan peper en koffij tegens den maetigen prijs, die de Ed:e komp: daar voor heeft bepaeld, of in het vervolg zal bepaalen. wat aangaat het nelij veld een gedeelte daar van vereischt arbeid om het bekwaam temaaken, en het andere, dat zedert lange verlaeten is, kan niets voortbrengen dan door kosten daar aan te besteeden. De tiende van het gewas zal, hoop ik, ook gehou- =den worden te zijn en equitalent voor den afgestaenen eijgendom. Jk ben met respect /:onderstond:/ Mijn Heer Gouverneur: uwelEdele Groot Achtb: zeer ootmoedige en gehoorsaame Dienaar (:was geteekend:/ P: F: De= Meuron /:in margine:/ kolombo den 14. Julij En is na deliberatie goedgevonden en verstaan voorsz: stuk grond aan gem E: De Meuron aftestaan in vollen eigendom, op de volgende Conditien, Namelijk 122 1790. 123. 1. Dat zijn E: moet zorgen, dat de kaneel koomen die zig thans daar op bevinden, en volgens ingeko= men rapport van Ioilandsche gecommitteerdens, bestaan in 42. schilbaere, 240: Ionge en 12. oude boomen, niet beschadigd, nog uitgeroeijd, maar zoo het bij de bewerking van dit stuk grond nodig word bevonden, op een daar toe geschikter plek verplant worden voor zoo verre dat geschieden kan, en niet zal mogen worden gedaan dan met voorkennis van den opziender der plan- tagien spittel. 2/: Dat zijn E: dat gedeelte van deeze grond, het welk daar- toe bekwaam is, volgens aanneeming, met peper en koffij moet doen beplanten, mits verpligt blijvende, om alle de peper en koffij, die daar van komen, aan de komp: teleeveren voor de inkoops prijsen, die reeds bepaald zijn, of in der teid bepaeld zullen worden. z: dat uit aanmerking van dien, zijn E: voor het verkrijgen en bezitten van deesen grond, geene andere lasten aan de komsp: zal behoeven optebrengen, dan de tienden van het nelij gewas van dat geveelte deezer grond, 'twelk zijn E: tot een zaaijveld wil aanleggen. Dat ingevalle echter met 'er tew: word bevonden, dat op deeze grond geen koffij op peper groeijen wil, en de E: De Meuron dezelve daarom tot andere zoorten van beplantingen wilde emploijeeren, zijn E: dat niet zal moogen doen, zonder daar van, alvorens Den 20. Iulij 1790. kennis 00 124 Den 20 ' Aulij 1790. kennis te geeven, en daar toe verlof te vraagen; en zal zijn E: als dan verpligt zijn, om volgens gewoonte aan de komp: te betaalen, het derde gedeelte van de waarde deezer grond, gereekend naar de daar van leggende bepaeling en 5: Dat in allen geval, op waarmeede ook deese goond beprant mogte worden, daar voor zoo wel als voor het zaaijveld, bij verkoop, de gewoone geregtigheid van den twintigsten penning aan de komp: moet worden voldaan: En aangezien de E: eerste Pakhuismeester Reintous heeft betuigd, gaarne afstand tewillen doen van het stuk grond op kottanckene, 't welk bij resolutie van den 24: April 17829: aan zijn E: is afgestaan. Js goedgevon- =den en verstaan deesen grond weder voor de komp: overteneemen, en deselve aan den vrijburger Heijze op dien voet en op deselfde overtelaaten, als deselve is be- zeeten door gem: E: Remtous, en daar van te doen depecheeren een gewoone gifte brief. Door het opperhoofd van Nigombo, bij brieven van den 1 deser, voorgevraegen zijnde het verzoek van de vissers aldaar, om van het leenen van hunne katteho- nels tot het transporteeren van vra 'skomp=s goederen, kanneel &=a, te moogen verschoond weesen, wijl zij voor
English
Deliberations concerning Battikaloa The 20th of July 1790. enjoy no payment for that, and also frequently, when they cannot borrow their own catamarans, must rent the catamarans of other people and provide them for the service of the Company, with the report at the same time that for Company services nine catamarans can be manufactured, which will cause no other expenses than the maintenance of the woodcutters, It has been approved and agreed to grant the request of the aforementioned fishermen, and consequently to have three paddies and nine catamarans built for the account of the Company, to be used in its service upon occurring occasions. The Chief of Battikaloa having communicated, by letter of the 8th of June last, that to the Sinhalese Aratchi Don Joan Ribero, who by resolution of the 12th of May last was appointed Interpreter and Overseer of the Province of Nadekodde, has been added one rixdollar and two parras of paddy per month, in addition to the salary of the deceased Porta Aratchi Kander Gaspar Moitai, It has been approved and agreed to approve these allowances. 126 The 20th of July 1790. Resumed was a statement received from Battikaloa and inserted below of various necessities for the newly established Post at Karremoeni in the Koralepattoo. Consent. Specification of the requirements at Karemoene in the Koralepattoe. Writing materials: 2 quires large mediaan 1 ditto small ditto 4 ditto ditto format 1 bundle quills 2 sticks sealing wax 1 pot of ink 2 quires cartridge paper Further necessities for a full year: 48 cans coconut oil for night light 36 lb forged iron tools 6 bundles live cartridges 12 lb loose powder 6 lb lead or lead bullets 12 gunflints 24 lb coir rope 24 gunny bags 6 long carrying baskets 12 paddy baskets 12 ballast ditto 3 lb nails of various sorts Various goods under further accounting: 1 single parra with its strike 1 grain shovel 1 balance beam for scales with its pans, which can be made here 8 lead weights, namely of 4 2 1 1/2 1/4 and 1/8 lb 1 carrying tub 1 bailer 1 trunk with its lock 1 hourglass 1 karkal of 7 medites (which must be gauged annually) 1 ditto 6 ditto 1 ditto 4 medites To the postholder and overseer must necessarily be added for his assistance: 1 Conicoply with a salary of 1 rixdollar and 2 parras of paddy per month 3 Lascars, enjoying 1 rupee and 2 ditto paddy each ditto For a full year. 127. The 20th of July 1790. Deliberations concerning Kalpettij The annual provisions mentioned above ought to take effect from the 1st of October of the past year, because the same were actually provided at that time upon the departure of the sergeant together with the detachment to Karemoene, upon approval of the government, everything cited above having been found necessary for that post by the subscriber. Batticaloa the 4th of June 1790. was signed: Gurnand. And after deliberation, it has been approved and agreed to permit that the aforementioned provisions be made, and that they may commence as of the 1st of October 1789. Upon the request presented by the Chief of Kalpettij, by letter of the 30th of May last, of the member of the Kalpitiya Landraad Anthonij Poelle, it has been approved and agreed to discharge him from the said council, and to appoint as member in his place Philip Joeppermanien, nominated by the Chief. The aforementioned Chief having made known by letter of the 4th of this month that the work at the Kalpitiya and Puttalam Landraads cannot possibly be properly attended to by the interpreter of Kalpettij alone, because it has now increased considerably, requesting that one more Interpreter might be appointed either at Kalpettij itself or at Puttalam, for which The 20th of July 1790. he proposed the person of Simon de Rosaijro, It has been approved and agreed, for the reasons of necessity given by the Chief, to appoint the said Simon de Rasairo as interpreter of Puttalam, to simultaneously serve as second interpreter at Kalpettij, and consequently to grant him two rixdollars per month. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month and year aforesaid. was signed: W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter and J. A. Vollenhoven. Resolution 128 129 Friday the 27th of August Anno 1790. Present: The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable Dissave Diederich Thomas Foetz The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter Absent: The Honorable Colonel Johan Philip Christiaan Tilenius The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove the first two sick, the third at Mature, and the last occupied in the administration of justice. The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. Resolution taken in the Council of Ceylon concerning the Native Department. Resumed was an instruction drafted by the Jaffna officials and inserted in their resolution of the 11th of May last, for the Native Orphan Chambers, both Main and Lesser, over there, and after deliberation it has been approved and agreed to approve the said Instruction, with these changes, however, in that of the Main Orphan Chamber, namely: At Article 2: That the estate masters shall not take the Oath of Purgation annually
Dutch transcription
Besoigne over Battikaloa Den 20. Iulij 1790. daar voor geene betaaling genieten, en ook dikwils, wanneer te hunne eijgene katteponels niet leenen kunnen, de katteponels van andere lieden inhuuren, en ten dienste van de komp: besorgen moeten met berigt teffens dat tot Comp: diensten negen katteponels zullen kunnen aangemaekt worden, die op geene andere kosten dan de maintemantos van de kortadoors zullen komen te staan Is goedgevonden en verstaan, om het verzoek van voorsz: vissers toetestaan, en mits dien drie Padies en neegen katteponels, voor reekening van de komp: telaaten aan- maeken, om bij voorvallende geleegentheeden, in haar E: dienst teworden gebruikt Door het opperhoofd van Battikaloa, bij brieve van den 8. Iunij szeeden, bedeeld zijnde; dat aan den singaleeten Arraatje Don Ioan Ribero, die bij resolutie van den 12:' Maij IL tot Tolk en opzigter van de Provintie Nadekodde is aangesteld, is toegevoegd een rd=s en twee parras nelij smaends, benevens het Tractement van den overleden porta arantje kander gaspaer Moitai Is goedgevonden en verstaen, dee se toelaegen te approbeeren: Is. 126 Den 20. ' Iulij 1790. Is. geresumeerd eene van Battikaloa ontvangene; hier onder g'insereerde opgave van diverse benodigtheeden r: voor de nieuw aangelegde Post te karremoeni in de koalepattoe consent Bepaaling van de Huishouding te karemoene in de korlepattoe. schrijfgereedschappen – '2 boek groot iediaan 1 — _=o klijn _o. 4 — _o _o formaet 1 - bos penneschagten 2 - stengen Zegellak 1-. van Inkt 2- boeken kardoespahier verdere Benodigtheeden, voor een rondjaar 48 – kannen klappus olij tot nagtligt 36 - lb: gemaekte yzere gereedschappen 6 - bosschen scherke patroonen 12 -. lb: loskomt 6 - „ lood of loode koegels 12– 8 vuursteenen 24 - lb: kayjadraat 24 — p: goenij zakken 6 —. „ lange draagmanden 12 - „ nelij manden 12 — „ ballast _=o 3 - lb: spykers insoorten Diverse goederen onder nader verantwoording 1. - Enkelde parra met dies strijk stok 1. koomschop. 1. Evenaar tot een ballans met dies bladen, welk hier aangemaekt kan worden. 8. loode gewigten, als van § 42. 2. 1:2. ¼4. en 18 lb: 1. draag balij 1 puts 1. tronk met dies slot. 1. mirglas 1. karkal van 7. mediten ( welke jaarlijks vereijkt moeten worden „ 6. __o. 1. _o 4: Mediten, Aan den posthouder en opsiender, dienen noodsakelijk tot zijn hulp toegevoegt worden. 1. kannekappel met besolding van 1. rd:s en 2: paaras nelij smaends. 3. laskorijns, onder genot van 1. ropij en 2 _=o „ ider _-o voor een rondjaar De 127. Den 20. Iulij 1790. Bezoiijne over kalpettij De jaarlijksche verstrekkings hier boven vermeld, dienen aanvang teneemen van p=mo oktober anno pass=o, wijl deselven op die teid, met het vertrek van den sergeant nevens het com„ mando na karemoene, werkelijk gedaan zijn op approbatie van de regeering zijnde alle het voor aangehaalde door den Terkenaar voor die post noodsaekelijk bevonden Batukalva den 4. Iunij 1790. /:was geteekend :/ Gurnand. En is na deliberatie, goedgevonden en verstaan, om toetestaan, dat de voorsz: verstrekkingen worden gedaan, en dat ze mogen ingaan met P=mo oktober 1789. op het door het opperhoofd van kalpettij, bij brieve van den 30:' Maij Jz:, voorgevroegen verzoek van het lid van den kalpettischen landraad Anthonij Poelle, is goedgevonden en verstaan, hem uit gemelde raade te ontslaan, en in zijn plaats tot lid aantestellen, den door het opper- hoofd voorgedaagenen Philip Joeppermanien door het voorsz: opperhoofd bij brieve van den 4: deeser, tekennen gegeeven zijnde, dat het werk bij de kalpettische en Putulangsche landraeden, door den tolk van kalpettij al- leen onmogelijk na vereijsch kan worden waargenomen, om dat het tans merkelijk vermeerderd is, met versoek dat nog een Tolk op kalpettij selve dan wel op Putulang mogte worden aangesteld, waartoe Den 20. Julij 1790. hij voorvraege waartoe den persoon van simon de Rosaijro Is goedgevonden en verstaan, om de door het opperhoofd gegevene reedenen van noodzaekelykheid, gem: simon de Rasairo aantestellen als tolk van Putulang, om teffens dienst tedoen als tweede tolk te kalpettij, en hem mits dien toeleggen twee rijksd=s smaends: Aldus Gedaan ende Geresolveerd in 't Casteel colombo„ ten dage, maend en Iaare voorsz: /:was geteekend:/ WJ vande Graaff, C: van Angelbeek, J: Reintous, BL: van Litter en J: A: Vollenhoven. Resolutie 128 129 Vrijdag Den 27: Aug:s Ao 1790. Present Den wel Edelen Groot Agtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff Den E: hoofd administrateur - - - . M:r Christiaan van Angelbeek De E: Dessave - - - - - - - - Diederich Thomas Foetz: De E: eerste Pakhuijsmeester - - - - Johannes Reintous De E: Sekretaais - - - - - - - - - Benedictus Lambertus van Zitter Absent - - - - - - - - Johan Philip Christiaan Tilenius Abraham Samlant . . . M:r Johannes Adrianus vollenhove de twee eerste ziek de derde te Mature en de laatste geoccupeerd bij de Justitie De E: soldij Boekhouder - - - - - - Gerrit Engel Holst. Is geresumeerd eene door de Jaffanasche bedienden ont„ „worpene, en bij hunne resolutie van den 11: Maij Tzee„ „den g'insereerde Jnstruktie, voor de Jnlandse Hoofd en Mindere boedelkamers aldaar en is na deliberatie goedgevonden en verstaen. gemelde Jnstruktie te approbeeren, met dese veranderingen echter bij die van de Hoofd„ boedelkamer, Namentlijk: Bij artikul 2. Dat de boedelmeesteren den Eed van purge niet De E: Colonel De E: Negotie Boekhouder - - - De E: Fiskaal -- Resolutie Genomen in Raade van Ceijlon over het Jnlands Departe„ „ment op Jaarlijks : -
English
130 The 27th of August 1790. shall do annually, but indeed as often as the servants shall find it necessary, for reasons that shall appear to them to require it... Regarding article 25: That the capitals of the wards shall not be handed over to them except upon reaching majority or contracted marriage, unless the servants in individual cases, with the advice of the Estate Masters, should see fit to allow a ward who is nearly of age and capable of managing his affairs to receive his capital in order to continue his trade. Regarding article 26: That the secretary of the Estate Masters shall not exercise the privilege granted to him of immediate execution against unwilling payers, except upon a decree of the Land Council. Also, at the request of the Jaffna servants by the aforementioned resolution of the 11th of May, it has been approved and agreed to send them the form of the oath which the president, members, and secretary of the Native Estate Chamber must take upon assuming their offices, as well as an extract from Their High Excellencies' dispatch of the 29th of December 1747; and an extract from the resolution of this government of 131. The 27th of August 1790 of the 20th of December 1758; the former speaking of the salary for the Estate Masters, and the latter of intestate succession, with the instruction that the latter, however, must not be followed except in so far as it does not conflict with the laws and customs of the country. Along with the aforementioned Jaffna resolution, a report was received from the Honorable Dissave Schreuder, wherein he, among other things, in compliance with the resolution concerning the Native Department of the 13th of March last, namely to point out the funds for the construction and maintenance of the hospitals and orphanages proposed by him in the Jaffna province, proposes: 1. That in each church district a hospital and an orphanage or poorhouse should be built for the Company's account, constructed of earth or unbaked bricks, and covered with olas. 2. That each hospital shall have a competent native master, who shall receive 2 rds. monthly from the Company, and that the Company would provide some coarse linens for clothing to each hospital and orphanage annually. 3. That over each hospital and orphanage the Dissave shall appoint a matron and a male superintendent, together with 8 or 12 overseers from among the principal inhabitants, of whom annually 132. The 27th of August 1790. half would be replaced annually. 4. That henceforth no one shall be a village master, which from old times is exempt from oeli service, except after prior examination by at least two masters of the aforementioned hospitals. 5. That whenever someone in a village becomes ill, the village master must assist him without payment for three days; unless the illness is too severe or the patient has no maintenance, and that then such a person must be transported to the hospital by the Majoraal of the village, though there shall be excepted from this those sick persons who wish to have themselves treated by the village master for payment. 6. That the sick in these hospitals shall be provided with medicine, nursing, food, and a small garment if they have none. 7. That into the orphanage must be admitted all poor children who are parentless and taken in by no one, as well as parentless children whose parents have left something behind, if the Estate Masters cannot place them with any of the relatives, so that their maintenance is defrayed from the inheritance. 8. That all these children without distinction must be provided with a small garment if they do not bring one with them, with food, education by the ordinary schoolmaster, medicine 133. The 27th of August 1790. medicine by the hospital master, and everything else that may be further required, according to a determination to be made later. 9. That he, the Dissave, will make an advance for the first two or three months, to defray the food, night light, medicines, etc. 10. That the overseers must make the provisions, and that from the accounts that come in from this, an estimate will be made by him, the Dissave, of how much each inhabitant of each district must contribute annually to these institutions, and for the first year double, in order always to have the expenses of one year in advance. 11. That for the collection of this contribution, it shall be published in each district how much each person must give, which according to his estimate would come to 3 to 4 stuivers per year. 12. That the overseers of each hospital and orphanage must collect this money and account for it to the Estate Masters, and that an account of it must be kept in the books of the Estate Masters. Whereupon, having deliberated and considered that, although one has no reason to doubt the utility of these institutions, one nevertheless, before consenting to the erection of the aforementioned orphanages and hospitals, needs to know with some certainty how
Dutch transcription
130 Den 27. Augustus 1790. Jaarlijks zullen doen maar wel zoo dikwils als de bedienden dat, om reedenen, die hem sul„ „len voorkoomen dat te vereysschen, noodig zul„ „len vinden... Bij artikul 25: Dat de kapitaalen der pupillen, aan kun niet zul„ „len moogen worden afgegeven, dan bij berijkte meer„ „der Jaarigheid of voltrokkene huwelijk, ten zij de bedienden in enkelde gevallen met advies van boedelmeesteren, mogten goedvinden, toete„ „staen, dat een Pupil die bij na meerder Jaa„ „dig en in staat is zijne saaken te bestieren, sijn Capitaal ontfanger, om zijne neering te kunnen voort„ zetter Bij artikuel 26: Dat de secretaris van boedelmeesteren, het aan hem gegeeven voorregt van parate Executie tee„ „gen de onwillige betaelders, niet zal moogen exerceeren, dan op een appoinctement van den landraad ook is, op der Jaffanasche bediendens versoek bij voormelde resolutie van den 11: Maij, goedgevon„ „den en verstaan, om aan hun toeteschikken het formulier van den Eed, die de president, leeden en secretaris van de Jnlandsche boedel„ „kamer, bij 't aanvaarden van hunne ampten moe„ „ten presteeren, someede, Een Extrakt uit hunner Hoog Edelheeden Missive van den 29: xber: 1747; en Een Extrakt uit de resolutie deeser reegering van 137. Den 27: Aug:s 1790 van den 20: December 1758:, spreekende het eerste van het salaris voor Boedelmeesteren, en het laat„ „ste van de successie abintestato, met last, dat het laaste egter niet moet worden gevolgd, dan voor zoo verre het niet strijd teegens slands wetten en Costumen Is neevens voorsz: Jaffanasche rezolutie ontfangen een berigt van den E: Dessave schoeuder, waer bij hij onder anderen, ter voldoening aan de resolutie over 't Jnlands Departement van den 13:' Maart Joleeden, om namelijk aantewijzen de fondson tot het aanbouwen en onderhouden, van de door hem geproponeerde hospitaelen en wees„ huijsen in de Jaffanasche provinteen voorsteld. 1/ Dat in ieder kerk Distrikt een hospitael en een wees of armhuijs, voor 'sComp:s reekening dienen teworden gebouwd van aarde of ongebakke steenen opgebouwd; en niet olassen gedekt. 2: Dat ieder hospitaal zal hebben een bekwaame inlandse meester, die van de komp: Maandelijks zal genieten 2: ad:s, en dat de komp: aan ieder hospitael en weeshuijs, Jaarlijks eenige groove lijwaeten tot kleeding zoude verstrekken. 3: Dat over elk hospitael en weeshuijs, door den Dessave zullen worden aangesteld een weesmoeder em min mantineten nevens 8: of 12: op sigters, uit de voornaamste ingezeetenen waer van Jaerlijks 132: Den 27: Augustus 1798. Jaarlijks de helfte soude worden verwisseld. die van ouds 4. Dat voortaan niemand dorfs meester„ vrij van oeli dienst is, zal moogen zijn dan na winsten twee voorgaande examinatie door „ meesters der voorsz: hospitaalen 5. Dat wanneer iemand in een doop ziek word, de doopsmeester hem sonder betaeling drie daegen zal moeten assisteeren; ten zij de ziekte te„ „ „zwaer is of de zeeke geen onderhoud heeft, en dat dan de zodanige, door den Masoraal van 't dorp na het hospitaal moet worden ge„ „transporteerd, doch dat daes van zullen zijn uijtgesondert de zieken, die zig voor betae„ „ling door den doopsmeester willen doen Cou„ „reeren 6. Dat de zieken in deeze hospitaalen zullen worden voorzien van medicijn, oppassing, voedsel en een kleedje als ze er geene hebben 7. / Dat in het weeshuijs moeten geadmitteerd worden alle arme kinderen, die ouderloos zijn en van niemand worden aangenoomen, zoo meede ouderloose kinde„ „den, waer van de ouders iets hebben nagelaaten indien Boedelmeesters hun bij niemand der vrienden kunnen besteld en, niets dat hien onderhoud uit de erffenis word bekostigd. of Dat alle deese kinderen zonder onderscheid moeten worden voorsien van een kleedje in„ „dien ze die niet meede brengen van voedsel onderwijs door den gewoonen schoolmeester medicijn 133. Den 27 augustus 1790. medicijn door der Hospitaals meester, en van alles wat verder nodig zij, naar eene nader temmaeken bepaeling. 9Dat hij dessave voor de eerste twee â drie maenden en ver- schot zal zijn, tot het bokostigen van 't roedsel, nackt ligt, de medicijnen stc: 10. Dat de opzigtegs de verstrekkingen zullen moeten doen, en dat na de reekeningen die daar van inkomen, een overslag door hem Dessave zal worden gemaekt, hoeveel elk ingezeetenen van ieder Distrikt, Jaerlijks tot deeze gestigten moet contribueeren, en wijl 't eerste jaar dubbeld, om alteid de ongelden van een Jaar voor uit te kunnen hebben. „. Dat voor de Invordering van deese contributie, in elk distrikt zal worden gepubliceert, hoeveel ieder moet geeven, dat naar zijne gissing op 3. â 4. stuivers sjaars soude komen te staan. 12. Dat de opzigters van elk hospitaal en weeshuijs, dit geld in vorderen en aan Boedelmeesteren verant- woorden moeten, en vat bij de boeken van Boedelmuste- ren daar van reekening moet worden gehouden. waar over gedelibeerd en in aanmerking genomen zynde, dat schoon men geen reeden heeft, om aan de nuttigheid deeser stigtingen te twijffelen, men egter alvorens te bewilligen in het opruch- ten van voorsz: weeshuijsen en hospitaa= len, met eenige zeekerheid vient teweeten hoe
English
134 The 27th of August 1790. how much the expenses that the Disava Schreuder proposes should be borne on behalf of the Company might amount to. Therefore, in order to calculate this approximately, and at the same time to experience what effect these foundations will have upon the native population, it has been approved and agreed by a majority of votes to authorize the Jaffna servants to permit the Honorable Disava Schreuder to conduct an experiment with the foundation of an orphanage and a hospital in one or two of the church districts at his choice, and to have provided for them the supplies that the said Honorable Disava requested in his aforementioned report to be borne on behalf of the Company, with instructions at the same time to the Honorable Disava to report to this government, after these foundations shall have been established and it has become apparent to his Honour what impression they make upon the minds of the inhabitants to contribute something towards them as well: 1st How much has been expended on behalf of the Company for each of these orphanages and hospitals. 2nd To what extent these arrangements fulfill the assumption of their general usefulness concerning widows, orphans, and other destitute persons. 135 3rd Whether experience has confirmed his Honour's expectation that every inhabitant will willingly contribute something towards this, and if so, how much has been collected in each church district for that purpose. 4th What means exist to recover the costs that the Company has incurred and will further have to incur in the continuation of this work, whether all at once or successively; whereas, on the contrary, the Honorable Reintous is of the opinion that before the aforementioned institutions are established as a test in one or two church districts, a calculated estimate of the costs that according to his proposal must be incurred on behalf of the Company must be requested from the Honorable Disava Schreuder. The Land Council of the Vanni having decided by its resolution of 22 June, inserted in the Jaffna resolution of 23 July, to grant, in accordance with the proposal made thereto by the Captain Country Regent Nagel himself, to the provincial mudaliyars, if they apply themselves diligently to the promotion of agriculture, half of the additional advantages that were granted to the Captain Country Regent and the subordinate servants of the Native Department by resolution of 8 March last; and, for as long as these mudaliyars do well, not to make the appointment of the four permitted adigars for cultivation; The 27th of August 1790. as well as 136 as well as to allow 10 percent from the advantages of the said Captain Country Regent to be credited to the adigars at the posts for the paddy that comes in from their districts in the coming year exceeding that of this year, it has been approved and agreed to sanction these arrangements. The aforementioned Land Council of the Vanni having proposed in its aforementioned resolution to permit the adigars in the Vanni to have the fields of the vanniyars sown for their own benefit, if the heirs of these vanniyars neglect to do so themselves, it has been approved and agreed to sanction this proposal, provided that the adigars must each time request permission from the Captain Country Regent to sow these fields, so that he may investigate whether the owners are truly neglectful in having these fields sown. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. (was signed) W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, D. T. Fretz, J. Reintous, and B. L. van Zitter. Resolution Thursday the 2nd of September Anno 1790. Present. The Right Honorable Governor Willem Jacob van De Graaff The Honorable Chief Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable Disava Diederich Thomas Fretz The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent. The Honorable Colonel Johan Philip Christiaan Filenius The Honorable Pay Bookkeeper Gerret Engel Holst due to indisposition. Resolution taken in the Council of Ceylon regarding the Native Department. There was read an address from the head of the Mahabadde of Gylingen, together with a translation of a report by native commissioners concerning the inspection carried out of a piece of ratninda land, approximately 85 amunams of paddy sowing in extent, situated in the village of Weregodde in the Galle Korale, which was requested by the Chalia inhabitants of the village of Akurala, consisting of pannividakareas, kaskorins, coolies, and cinnamon peelers, on condition of 137
Dutch transcription
134 Den 27. Augustus 1790. hoeveel de kosten, die de dessave schreuder voorsteld, dat 'skomp: weegen daar aan mogten worden gedaan, zouden komen te beloopen Is derhalven om dit ten naasten bij te kunnen bereekenen, en teffens te ervaaren van wat effect deeze stigtingen om trend den inlander zullen zijn, bij meerderheid van stemmen goedgevonden en verstaan, den Jaffe= nasche bedienden te qualificeeren, om aan den E: Dessave schreuder toetestaan, dat hij daarvan een proef mag neemen, met het stigting van een weeshuijs en een Hospitaal, in een a twee der kerk distrikten, ter zijner verkiesing, en om daar aan telaaten doen de verstrekkingen, die gemelde E: Dessave bij zijn voorsz: berigt heeft verzogt, dat 'skomp:s weegen daar aan mogten worden gedaan, met last teffens aan den E: Dessave, om na dat deese stijtingen tot stand zullen zijn gekomen, en het aan zijn E: zal gebleeken zijn, wat indruk dezelven op de gemoederen der ingezeetenen maeken om ook iets daar toe te contribueeren, aan deese regeering terigten 1s Hoe veel aan een elk deezer weeshuijsen en Hospi- taaten skomp: wegen is bekostigd. 2/ Jn hoe verre diede schikkingen beantwoorden aan de onderstelling, van derselver algemeene mit- tigheid omtrend de weduwen, weesen en andere miserabele persoonen. 135 3:/ of de ondervinding heeft bevestigd zijn Ed: verwag. ting, dat een elk ingezeetenen berijdwillig daar toe iets zal willen contribueeren, en zoo ja, hoe veel in elk kerk district daar toe is ingezaemeld. 4: wat middelen 'er zijn om de kosten, die de komp: daar- aan gedaan heeft, en bij het voortzetten van dit werk nog verder zal moeten doen, weder vergoed te krijgen, het zij op eenmaal, dan wel successive; zijnde daar en tegen de E: Raintous van gevoelen, dat alvorens, de voorsz: gestigten, in een â twee kerk distrikten, ter preuve, worden aangelegd, van den E. Dessave schaeuder moet worden gevraegd eene cal- kulative begrooting van de kosten, die volgens zijn voorstel„ comp: wegen daar aan moeten worden gedaen Door de wannische Landsvergadering, bij haere re- solutie van den 22. Iunij g'insereerd bij Jaffenase resolutie van den 23: Iulij, beslooten zijnde, om volgens het daar toe gedaan voorstel door den kapitain Landregent Nagel zelve, aan de provin- tiaale modliaers, indien ze zich bevlijdigen ter be- vordering van den landbouw, toetevoegen de helfte van meerdere voordeelen, die aan hem Capitain Landregent en de mindere bedienden van het Jnlandsche Departement bij resolutie van den 88: Maart JZ: zijn toegestaan, en om zoo lang deese modle vers het welk maaken, de aanstelling van de toegestaene vier adigaers voor de kulture niet tedoen Den 27. aug: 1790. zomede. 136. zo mede, om aan de avigaars op de posten voor de Nelij, die in den aanstaende uit hunne distrikten meerder inkomt dan in dit jaar, telaaten goeddoen 10. prC:, uit de voordeelen van gem: Capitain landregent Js. goedgevonden en verstaan deese schikkingen te approbeeren. Door voorsz: wannische Lands vergadering, bij r. haar voorm: resolutie voorgesteld zijnde, om aan de Adigaers in de warnij te permitteeren, om de velden van de wainias, tot hin eigen voordeel temogen laeten bezoaijen, indien de erfgenaamen deser wannias nalaetig blijven om dat zelve tedoen. Is goedgevonden en verstaan, om dit voorstel te appro- beeren, mits, dat de adigaers telkens, tot 't bezaaijen deezer velden, verlof moeten vrae- gen van den Capitein landregent, op dat dee= ze onderzoeken kan, of de eijgenaers werkelijk nalaetig zijn om deese velden te laaten bezaaijen Aldus Gedaan ende Geresolveerd in 't kasteel ko- lombo, ten daege, maend en Jaare voorschreeven /:was getekend:/ wJ: vande graaff: C: van Angel- „beek, D: F: fretz, J: Reintous en H: L: van Zittal Resolutie Donderdag Den 2. ' September A=o 1790 present. Den welEdelen groot agtb: Heer Gouorneur Willem Jacob van De Graaff De E: Hoofd administrateur - - - - M:r Christiaan van Angelbeek De E: Dessave. . . . . . Diederich Thomas Fretz De E: eerste Pakhuijs meester - - Johannes Rantous De E: secretaris - - - -. - Benedictus Lambertus van Litter De E: Negotie boekhouder - - - Abraham Samlant Mr Johannes Adrianus vollenhove De E: fiscaal Absent. De E: Kolonel- De E: soldij boekhouder -- Is geleesen een Addres van het Hoofd der Maha„ badde van Jijlingen, neevens een Translaat rapport van jnlandsche gecommitteerden, weegens de gedaane visitatie van een stuk ratnaheare grond, groot omtrend 85. ammo„ „nams Nelij Zaaijens, geleegen in het Dorp weeregodde, in de Gale Korle, het welk door de sjaliasse ingezeetenen van het dorp Akkurelle, besstaande uit pan„ newidde Kareas; Cascorijns, Koelies en Can¬ neel schillers, is verzogt, onder voorwaarde Johan Philip Christiaan Filenius Gerret Engel Holst mits indispositie Resolutie Genoomen in Raade van Ceijlon over het Jnlandsch Departement. van op 137.
English
The 2nd September 1790. to plant a third part for the Company with some product. And whereas it appears from the aforesaid report that on this land nothing else has been found for the benefit of the Company other than 258 old and 782 young cinnamon trees, it has been approved and understood to authorize the Galle servants, if there is no objection to the delivery thereof, to have the same measured and ceded to the petitioners, provided that they shall be obliged to conserve the aforesaid cinnamon trees. The Trincomalee servants having resolved, by their resolution of the 30th July last, to summon the inhabitants who have abandoned their villages in the provinces of Kattoekolampattoe and Tamblegam due to the plundering of the Kaffir robbers, by beat of tom-tom and placards, to return to their villages within six weeks and to enter upon and cultivate their lands, with the promise that they will not only have all assistance therein, but will also be protected from the plundering of the Kaffirs, and furthermore on pain that the lands of those who do not return in the aforesaid six weeks shall be sold for the benefit of the Company. It has been approved and understood, after deliberation, to approve the aforesaid decision, with this modification however, that the lands whose owners might not return upon the summons to be made shall, for the present and until further orders, not be allowed to be sold, but must be granted to other people on reasonable conditions for planting or sowing. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. (was signed) W: J: van De Graaff, C: van Angelbeek, D: T: Fretz, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, and J: A: Vollenhove. Resolution. Tuesday the 7th September 1790. Present. The Right Honourable Governor Willem Jacob van de Graaff. The Honourable Chief Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek. The Honourable Dessave Diederich Thomas Fretz. The Honourable First Warehousekeeper Johannes Reintous. The Honourable Secretary Benediktus Lambertus van Zitter. The Honourable Trade Bookkeeper Abraham Samlant. The Honourable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove. The Honourable Pay-Bookkeeper Gerrit Engel Holst. Absent. The Honourable Colonel Johan Philip Christiaan Tilenius, due to indisposition. Resolution taken in the Council of Ceylon concerning the Native Department. The Galle servants having, among other things, resolved by their resolution of the 15th April last to order the Overseer of the Galle Korle, Van Schuler, without loss of time, to cause a census of the inhabitants to be taken within the Galle Four Gravets, and to instruct the Surveyor to measure and map with all accuracy all the lands and gardens situated within the Galle Four Gravets. The 7th September 1790. It has been approved and understood, after deliberation, to approve the aforesaid decisions. It having further been proposed by the servants in the said resolution to appoint as permanent members to the Galle Landraad the bookkeepers Robbertus Henricus Leembruggen, Dirk Francois van Geyzel, and Steven Anthonisz, together with the burgher adjutant Jean Evaristo, with the addition of a monthly allowance of 25 rixdollars to each. It has been approved and understood, after deliberation and in consideration that the Galle Landraad indeed requires four members free from all other official duties, not only to give unhindered progress to the legal proceedings, but also to be able to be employed in commission in the country, not only to appoint the aforesaid bookkeepers as members in this collegiate body, but also this time to appoint the burgher adjutant E. Varisto as a member of the said Landraad on account of the favourable testimony that the servants give of his knowledge of the language and the country; provided, however, that the bookkeeper Leembruggen, being a brother-in-law of the President Van Schuler, shall not be permitted to vote when the latter is present at the meeting; and it has also been agreed to determine The 7th September 1790. that to these four members of the Landraad, whenever they are sent out on commission in the country from time to time, there shall be granted an allowance of 25 rixdollars a month each only for the time that they are actually in the country, for which they will have to provide their own necessary subsistence, and that consequently strict orders shall be issued that they will have to pay according to the market price and as they shall need to purchase in the country for their subsistence, without being permitted to appeal to any old customs or so-called Company prices, and even without the Native Chiefs in the country interfering therewith, unless they should be inclined to do so of their own accord, and that only by way of friendliness, so that these servants may in no respect become a burden to the inhabitants of the country; but that this aforesaid allowance shall not be granted to these Landraad members unless their duties are so far from home that, according to the judgment of the Overseer of the Korle, they ought to enjoy the aforesaid allowance, either in whole or in part, as the Overseer of the Korle shall find to be reasonable.
Dutch transcription
138: Den 2. ' September 1790. van een derde gedeelte voor de komp: te zullen beplanten met eenige product. En wijl bij voorsz: rapport blijkt, dat op deeze grond niets anders ten nutte van de komp: is bevonden, dan 258. oude en 782: Jonge Kanneel boomen is goedgevonden en verstaan, den Gaal„ „sche bedienden te qualificeeren, om dezelve in„ „dien 'er geene abjectie is teegen de afgaave daar van, te laaten meeten en afstaan aande versoo„ kers, mits zij zullen verpligt zijn om de voorsch: kanneel boomen te Conserveeren Door de Trinkonomaalsche bedienden, bij hun re„ solutie van den 30. ' Julij J:o Leeden, beslooten zijnde, om de inwoonders, die hunne dorpen in de provintien Kattoekolampattoe en Tam„ blegam, weegens de stroperijen van de kaffer„ „sche roovers, hebben verlaaten, bij Jamblijn„ ses „slag en beljetten inte daagen om binnen weeken in hunne dorpen terug te koomen, en hunne landerijen aantevaarden en te be„ bouwen, met belofte, dat ze niet alleen daar in alle assistentie zullen hebben, maar ook voor de stroopenijen der kaffers zullen beschut worden, en voorts op peene, dat de ses landerijen, van de geene, die in voortsz: wat tegrug ƒ weeken niet wag koomen, ten voordeele van de komp: zullen worden verkogt. Is na deliberatie goedgevonden en verstaan, voorsz: besluijt te approbeeren met deeze ƒ 139 Den 2. ' September 1790. deeze verandering egter, dat de landerijen, waar van de eijgenaars op de tedoene indaeging niet mog„ „ten terug koomen, voor eerste en tot nadere disposietie, niet zullen moogen worden verkogt, maar aan andere luijden, op bellijke voorwaar„ „den ter beplanting of bezaaijing moeten wor„ „den. afgegeeven. Aldus Gedaan ende Geresolveerd in 't Casteel kolombo ten daage, maanden Jaare voorsz: /:was geteekend:/ W: J: van De Graaff, C: van Angelbeek, D: T: Fretz, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, en J: A: vollenhove. Resolutie 140 De wel Edele Groot agtb: Heer Gouverneur. Willem Jacob van de Graaff De E: hoofadministrater - - - - M:r Christaan van Angelbeek De E Dessave - - - - - - - - Diederich Thomas Fretz De E Eerste pakhuijsmeester - - - - Johennes Reintous De E sekretaris - - - - - - Benediktus Lambertus van Litter De E: Negotie Boekhouder. - - - Abraham Camlant De E: fiscaal - . Mr Johannes Adrianus vollenhove Absent. - - - - - - Johan Philip Christiaan Tilenius mits in dispositie Door de faalsche bedienden bij hunne resolutie van den 15. ' April jol onder anderen beslooten zijnde om den opziender der Gale Korle van schulen aantebeveelen om zonder tijd verzuijm„ een hoofdbeschrijving der ingeseetenen doen, binnen de Gaalsche viergravetten telaaten doen, en om den Landmeeter te gelasten, om alle de landen en tuijnen binnen de Gaalsche vier gravetten geleegen, niet alle accuratisse te„ meeten en in kaart tebrengen. De E. Colonel. De E Zoldij boekhouder - - - - Gerret Engel Molst. Dingsdag Den 7 september 1790 Present. Resolutie Genoomen in Raa„ de van Ceijlon over 't jnlands De partement. J1 - op 141 Den 7: xber: 1790 Is na deliberatie goed gevonden en verstaan, voorsz: besluijten te approbeeren. Nog door de bedienden bij gemelde resolutie voorge„ „steld zijnde, om als parmanente Leeden bij den gaalsen landraad aantestellen de boekhouders Robbertus Henricus Leembruggen, Dikk Francois van Geijzel in steeven Anthonisz:, neevens den burger adjudant Jean Evaristo onder toevoeging van een douceur van 25 rd„s smaaads aan ieder Is na deliberatie en uit aanmerking, dat de Gaal„ „sche landraad wel vier leeden noodig heeft vrij van alle andere ampts vorrigtingen, niet alleen om aan de procedures van overhinderden voortgang te geeven, maar ook om en de Com„ missie in het land te kunnen worden gebruijkt goedgevonden en verstaan, niet alleen voorsz: boehouders als leeden in dit Collgie te plaatsen, maar ook dit maal den burger adjudant E: Na„ risto als lid bij gem: landraad aantestellen uit hoofde van 't favorabel getuijen is, dat de bedien„ „den geeft van zijne taal en land kunde; mits dat egter de boekhouder Leembruggen, als een swager zijnde van den President van schuler, niet sal moogen stemmen, wanneer deese in de vergadering present is en is teffens verstaan te arresteeren Dat Den 7. xber. 1790 Dat aan deeze vier leeden van den landraad, wan„ „neer ze nu en dan in Commissie in het land worden gesonden, alleen voor den tijd dat ze daadelijk in het land zijn, zal worden verstrekt een douceur van 25. rd. s smaands ieder waar voor zij zig zelven het noodig onderhoud zullen moeten besorgen, en dat mits dien de sterkte ordres zullen worden gesteld, dat ze zullen moeten betaalen tegens de prijs van de markt„ en zoo als ze in het land zullen noodig heb„ „ben tot hun onderhoud intekoopen zonder zig te moogen beroepen op eenige oude ge„ woontens, of zo genaamde Comp„s prysen en zelfs sonder dat de Jnlandsche Hoofden in het lavid zig daarmeede zullen bemoeijen, ten zij ze uijt zig selfs daartoe mogten geneijgt zijn, en dis al„ „een bij weege van vriendelijkheid, op dat deese bedienden in geen op zigt moogen strekken tot last van de ingeseetenen deslands, dog dat dan deese landsraadleeden 't voorsz: niet sal moogen. — worden verstrekt, dan wanneer hunne verrigtin„ „gen zo verre van huijs zijn dat ze naar 't voordeel van den opsiender der korle 't voorsz douceur behooren te genieten, het zij geheel da„ wel gedeeltelijk naar dat de op siender den korle dat zal bevinden bellijk teweesen De
English
148 The 7th of December 1790. That the members of the Landraad who are employed in the country as aforesaid must, at the end of each month, or upon the conclusion of their commission, indicate in a written report what has been performed by them in main substance, whether during the entire month or for as many days as they were employed in the country during the same; and that these reports must be addressed to the overseer of the korle, who will have to deliver the same with his remarks to the Lord Commander, who thereupon will grant the warrant for the payment of the aforesaid douceur. That all the emoluments of these members of the Landraad, both their salary and board money, as well as the douceurs granted to them when they are in the country, and the provisions supplied to their retinue, shall be entered in the trade books into a separate account, which account, on the other hand, shall be balanced against the amount of products delivered in excess of the fifteen accounting years whereof the statement has already been requested from the Galle servants pursuant to the resolution of the 27th of November 1789. The 7th of September 1790. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, the day, month, and year aforesaid. Was signed: W J van de Graaff, C van Angelbeek, D J Fretz, J Reintor, B L van Zitten, A Samland, and J A Vollenhove. Hijbrands, sworn clerk. Agrees. 144: 90. The 7th of September 1790. delivered, than in the fifteen [illegible] whereof the statement pursuant to the resolution of the 27th of November 1789 was requested from the Galle servants. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, the day, month, and year aforesaid. Was signed: C van Angelbeek, D J Fretz, B L van Zitten, A Samland, and J A Vollenhove. Agrees. 144 Hijbrands, sworn clerk. 144. Rol. Arch. 3785 144
Dutch transcription
148 Den 7. xber: 1790. Dat de landraads leeden, die invoegen voorsz in het land worden g'employeerd, moet 't uiteijnde van elk maand, of bij het eijndigen van hunne Commissie bij een schriftelijk rapport zul„ len moeten aanwijzen het geen Hoofdzake „lijk door hunn is verrigt, het zij geduurende de heele maand, dan wel voor zo veel da„ „gen, als ze geduurende dezelve in 't land zijn geEmploijeerd geweest en dat die rappor„ „ten zullen moeten zijn gerigt aan den opzienden der korle die dezelve met zijne aanmerkingen zal moeten overgeeven aan den Heer Commandeur die daar op zal verleenen de ordonnantie tot de betaa„ „ling van 't voorsz: douceur Dat alle de appoinctementen van deeze land raadsleeden, zoo wel hunne gagie en kost geld, als de aan hun toegelegde dou„ Ceurs wanneer ze in 't land zijn en de verstrekkingen, die aan hun gevolg wor„ „den gedaan bij de negotie boeken zullen worden ingenoomen op een Rappor te reekening welke reekening daar en tegen zal worden beoordeeld met het be„ „draagen van de produkten, die meerder worden worden geleeverd, dan in de vijftien boekjaa„ „ren waar van de opgaave in gevolge resolutie van den 27. ' 9ber: 1789 reeds van de Gaalsche bedienden gevragt is. Den 7. September 1790. Aldus Gedaan en de geresolveerd in 't Casteel kolombo, ten dage, maand en Jaare voorzz / was getekend /: W J van de Graa C van Angelbeek D J Fretsz: J Reintor B L van zitten A Samland en J A vollen„ rove Hijbrands EeCklerk Accordeert 144: 90. „ outlin Den 7. September 1790. worden geleeverd, dan in de vijftie „ren waar van de opgaave in resolutie van den 2. ' 9ber: 1789 Gaalsche bedienden gevragt Aldus Gedaan ende Geresolv Casteel kolombo, ten dage, m Jaare voorzz / was getekend /: C van Angelbeek D J Fre B L van zitten A Samland enJ rove Accordeer 144 ibra Egt 1o 144. Rol. ArcR. 3785 144