VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3895

Malabar · 415 pages · 148 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3895_0001 view scan ↗

English

22 2 I Mallabaar 1791. Register of the Letters and Papers received from Mallabaar 1791. First Part 3 Register of the Papers 4 - 8 Original Missive from the Governor and Council to the Meeting of the Seventeen, dated 16 October 1790. 9 Register of the Secret Papers 10 - 12 Original separate secret Missive from the Governor alone to the Meeting of the Seventeen, dated 16 October 1790. 13 - 17 Copy ditto as above to the High Government at Batavia, dated 14 May 1790, together with 18 - 19 Copy translated letter by the Diwan of the King of Trevancoor to the Governor, dated 10 May 1790. 20 - 21 Ditto Account of the Interpreter Truyens, dated as above, concerning a commission executed to the Cochin court. 22 Draft letter from the Governor to the Diwan of the King of Trevancoor, dated 11 May 1790. 23 - 26 Copy Secret Missive from the Governor alone to the Governor-General and Council, dated 20 May 1790, together with 27 - 29 Ditto translated letter from the English Government in Bengal to the Ceylon Governor, dated 26 February 1790. 30 - 32 Copy Missive written by the Governor and the Council of Mallabaar in reply to the aforesaid Government, dated 18 May 1790. 33 - 45 Copy separate secret letter from the Governor alone to the Governor-General and Council, dated 6 October 1790. 46 - 59 Copy secret Mallabaar Resolution, dated 18 May 1790. 60 - 61 Copy English letter from the Government in Bengal to the Governor and Council, dated 25 June 1790. 62 - 103 Copy secret Mallabaar resolutions, dated 2, 10 August, 4, 7 and 17 September 1790. 104 - 110 Register of the Marginalia on the Cochin letter to the Governor-General and Council, dated 30 April 1790. 111 - 246 Copy letter from the Governor and Council to the Governor-General and Council, dated 30 April 1790. 247 - 248 Ditto ditto from the Governor alone to and dated as above. 249 Register of the Marginalia on the Cochin letter to the Governor-General and Council, dated 13 May 1790.

Dutch transcription

22 2 I Mallabaar 1791. Register der Brieven en Papieren van Mallabaar over„ gekomen 1791. Eerste Teel 3 Register der Papieren 4 - - - - - - - 8 Origineele Missive van den Gouv:r en Raad aan de Vergad: vans7:' in dato 16 October 1790. - - - - - - Register der secreete Papieren 10 - - - - - - - 12 Origineele aparte secreete Missive van den Gouv=r alleen aan de Vergad: van 17:n in dato 16 Oct: 1790. 13. - - - - - - 17 Copy d. o van als even aan de Hoge Regeering te Batavia in d:o 14 Maij 1790, nevens 18 - - - - - - - - 19 Copij Translaatbrief door den duwan van den Koning 0 van Trevancoor aan den Gouverneur in dato 10 Maij 1790. - - - - 21 dito Relaas van den Tolk Truyens in dato als voren wegens een gedaane Commissie aan't Cochimsche 50 - - - - - Concept brief van den Gouvern.r aan den Diwan van den Ko„ „ning van Trevancoor in dato 11 May 1790. 23 - - - - - - - 26 Copi Secreete Missive van den Gouv:r alleen aan Gen: en Rad: in d:o 20 Meij 1798 nevens. - - - - - - - 29 d:o translaat brief van de Eng: Regeering in Bengalen aan Ceilonsch Gouverneur in d:o 26 feb: 1790. 30 - - - - - - - 32. Copij Missive door den Gouverneur en den Raad van de Mallabaar in antwoord aan voorm: Regeering ge¬ „schreeven in dato 18 Meij 1790. 53. - - - - - - - - 45. Copij aparte secr: brief van den Gouvern:r alleen aan Gen: en Raden in d:o 6 October 1790. 46. - - - - - 59 Copyj seer Mallabaarsche Resolutie in dato 18 mey 1790 60. . . . - . - - 61 Copij Eng: brief van de Regeering in Beng: aan den Gouvr en Raad in do 25 Iuny 1790. 62. - -. . . . . 103 Copy secr: Mallab: resol: in datis 2, 10 aug.:s 4, 7 en 17 Sept. 1790 104. - - - - - 110. Register der Marginalen op de Cochimse brief aan Gen. en Raden in d:o 30 april 1790. 111. - - - - . . 246. Copij brief van den Gouv:r en Raad aan Gen: en Rad: in d:o 30 april 1790. 247. - - - - - - - 248 d. o d.:o van den Gouv„r alleen aan en ind:o als voren. 249 - - - - - - - - Register der Marginaalen op de Cochimsche brief aan Gen: en Rad: in d:o 13 Mey 1790. 20. 22 - coeed. Register der Brieven en Papieren van Mallabaar over„ gekomen 1791. Eerste Teel 3 Register der Papieren Origineele Missive van den Gouv:r en Raad aan de Vergad: vans7:' in dato 16 October 1790. - - -Register der secreete Papieren - - - - - 12 Origineele aparte secreete Missive van den Gouv=r alleen aan de Vergad: van 1 7:m in dato 16 Oct: 1790. . . . - - 17 Copy d. o van als even aan de Hoge Regeering te Batavia in d:o 14 Maij 1790, nevens 0 19 Copij Translaatbrief door den duwan van den Koning van Trevancoor aan den Gouverneur in dato 10 Maij 1790. 21 dito Relaas van den Tolk Truyens in dato als voren wegens een gedaane Commissie aan't Cochimsche 30 Concept brief van den Gouvern. r aan den Diwan van den Ko„ „ning van Trevancoor in dato 11 May 1790. - 26 Copij Secreete Missive van den Gouv:r alleen aan Gen: en Rad: in d:o 20 Meij 1798 nevens. 29 d:o translaatbrief van de Eng: Regeering in Bengalen aan Ceilonsch Gouverneur in d:o 26 feb: 1790. - - 32. Copij Missive door den Gouverneur en den Raad van de Mallabaar in antwoord aan voorm: Regeering ge¬ „schreeven in dato 18 Mey 1790. 45. Copij aparte secr: brief van den Gouvern:r alleen aan Gen: en Raden in d:o 6 October 1790. 59 Copyj seer Mallabaarsche Resolutie in dato 18 mey 1790 - 61 Copy Eng: brief van de Regeering in Beng: aan den Gouv=r en Raad in do. 25 Juny 1790. . 103 Copy secr: Mallab: resol: in datis 2, 10 aug. s 4. 7en 17 Sept 1790 . - 110. Register der Marginalen op de Cochimse brief aan Gen: en Raden in d:o 30 april 1790. 246. Copij brief van den Gouv:r en Raad aan Gen: en Rad: in d:o 30 april 1790. 0 248 d. o d.:o van den Gouv.r alleen aan en ind:o als voren. Register der Marginaalen op de Cochimsche brief aan Gen: en Rad: in d:o 13 Mey 1790. coeeld. Register der Brieven en Papieren van Mallabaar over„ gekomen 1791. Eerste Teel 3 Register der Papieren Origineele Missive van den Gouv:r en Raad aan de Vergad: vans7:' in dato 16 October 1790. -Register der secreete Papieren - - - - 12 Origineele aparte secreete Missive van den Gouv=r alleen aan de Vergad: van 17:n in dato 16 Oct: 1790. 17 Copy d. o van als even aan de Hoge Regeering te Batavia in d:o 14 Maij 1790, nevens 0 19 Copij Translaatbrief door den duwan van den Koning van Trevancoor aan den Gouverneur in dato 10 Maij 1790. 21 dito Relaas van den Tolk Truyens in dato als voren wegens een gedaane Commissie aan't Cochimsche 50 Concept brief van den Gouvern:r aan den Diwan van den Ko„ „ning van Trevancoor in dato 11 May 1790. . 26 Copij Secreete Missive van den Gouv=r alleen aan Gen: en Rad: in d:o 20 Meij 1798 nevens. 29 d:o translaat brief van de Eng: Regeering in Bengalen aan Ceilonsch Gouverneur in d:o 26 feb: 1790. . - 32. Copij Missive door den Gouverneur en den Raad van de Mallabaar in antwoord aan voorm: Regeering ge¬ „schreeven in dato 18 Meij 1790. - - - 45. Copij aparte secr: brief van den Gouvern:r alleen aan Gen: en Raden in d:o 6 October 1790. - - 59 Copy Seer Mallabaarsche Resolutie in dato 18 mey 1790 - - - - - 61 Copij Eng: brief van de Regeering in Beng: aan den Gouv=r en Raad in d:o 25 Iuny 1790. .103 Copy seer: Mallab: resol: in datis 2. 10 aug. s 4. den 17 Sept 1790 . - 110. Register der Marginalen op de Cochimse brief aan Gen: en Raden in d:o 30 april 1790. . - - 246. Copij brief van den Gouv„r en Raad aan Gen: en Rad: in d:o 30 april 1790. 0 7. - - - - - - 248 d. o d.:o van den Gouvr alleen aan en ind:o als voren. 19 - - - - - - - - Register der Marginaalen op de Cochimsche brief aan Gen: en Rad: in d:o 13 Mey 1790. - .. 2 coeeld.

NL-HaNA_1.04.02_3895_0006 view scan ↗

English

Register of the Letters and Papers received from Mallabaar, 1791. First Part 3 Register of the Papers Original Dispatch from the Governor and Council to the Assembly of the 17, dated 16 October 1790. Register of the Secret Papers 10 - 12 Original separate secret Dispatch from the Governor alone to the Assembly of the 17, dated 16 October 1790. 13 - 17 Copy of the same as above to the High Government at Batavia, dated 14 May 1790, together with 18 - 19 Copy translated letter from the duwan of the King of Trevancoor to the Governor, dated 10 May 1790. 21 Ditto account of the Interpreter Truyens, dated as above, concerning a mission undertaken to the Cochin Court. 22 Draft letter from the Governor to the Diwan of the King of Trevancoor, dated 11 May 1790. 23 - 26 Copy Secret Dispatch from the Governor alone to the Governor-General and Council, dated 20 May 1790, together with 29 Ditto translated letter from the English Government in Bengal to the Ceylon Governor, dated 26 February 1790. 30 - 32 Copy Dispatch written by the Governor and the Council of Mallabaar in reply to the aforesaid Government, dated 18 May 1790. 33 - 45 Copy separate secret letter from the Governor alone to the Governor-General and Council, dated 6 October 1790. 46 - 59 Copy secret Malabar Resolution, dated 18 May 1790. 60 - 61 Copy English letter from the Government in Bengal to the Governor and Council, dated 25 June 1790. 62 - 103 Copy secret Malabar resolutions, dated 2, 10 August, 4, 8, and 17 September 1790. 104 - 110 Register of the Marginalia on the Cochin letter to the Governor-General and Council, dated 30 April 1790. 111 - 246 Copy letter from the Governor and Council to the Governor-General and Council, dated 30 April 1790. 247 - 248 Ditto ditto from the Governor alone to and dated as above. 249 Register of the Marginalia on the Cochin letter to the Governor-General and Council, dated 13 May 1790. [illegible] 250 - 255 Copy letter from the Governor and Council to the Governor-General and Council, dated 13 May 1790. 256 - 257 Copy reply to the Batavia Requisition for the year 1790, dated 30 April 1790. 258 - 261 Extract Malabar resolution, dated 8 January 1790, concerning the outstanding debts in the books of 1788/9. 262 Note of the purchased merchandise, etc., in 1788/9. 263 Return of the traded commercial goods in 1788/9. 264 General Return of the purchase and sale prices of the merchandise turned over in 1788/9. 265 Short statement of the Expenses and Profits in 1788/9. 266 Memorandum of the quantity of pepper collected in the year 1789. 267 - 270 Two Current Accounts of the powdered sugar sold in 1788/9. 271 - 343 List of all arrived and departed ships and vessels in 1788/9, together with the quantity of the goods brought and transported by the same, with the prices obtained therefor. 344 Nominal roll of the persons who deserted between 15 March 1789 and 23 April 1790. 345 - 348 Two Current Accounts of the King of Trevancoor, dated 13 May and 12 November 1789. 349 - 350 Current Account of the King of Coetsiem, dated the last of August 1789. 351 Note of the cash remaining on the last of August 1789. 352 - 360 Ditto of the balances on the said date. 361 Financial statement of the Diaconate Poor and the Leper Hospital in 1788/9, together with 362 - 363 Copy report of the Commissioners, dated 7 April 1790, concerning the administration held during the said financial year. 364 Nominal Roll of the Lepers on 7 April 1790. No. 1: Original Dispatch under today's date, written by and to the parties stated in the heading of this document. No. 2: Secret packet addressed to their High Honours. No. 3: Copy letters to their High Excellencies, the High Government of the Dutch Indies at Batavia, written on the 30th of April and the 13th of May of this year, in one bundle. Register of the Papers which, by order of the Right Honorable, Worshipful, Highly Esteemed Lord Johan Gerard Van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, together with the Council at Koetsiem, are sent to the Honorable, Highly Esteemed Lords Directors of the Assembly of the Seventeen, representing the General East India Company of the United Netherlands at the Presidial Chamber of Amsterdam, via Ceylon, as No. 4.

Dutch transcription

Register der Brieven en Papieren van Mallabaar over„ „gekomen 1791. Eerste Teel 3 Register der Papieren Origineele Missive van den Gouv:r en Raad aan de Vergad: vans7:' in dato 16 October 1790. - - - - - - - - Register der secreete Papieren 10 - - - - - - - 12 Origineele aparte secreete Missive van den Gouv=r alleen aan de Vergad:s van 17:n in dato 16 Oct: 1790. 13. - - - - - - 17 Copy d. o van als even aan de Hoge Regeering te Batavia in do 14 Maij 1790, nevens 18 - - - - - - - - 19 Copij Translaatbrief door den duwan van den Koning van Trevancoor aan den Gouverneur in dato 10 Maij 1790. - - - - - 21 dito Relaas van den Tolk Truyens in dato als voren wegens een gedaane Commissie aan 't Cochimsche 50 22 - - - - - - - - Concept brief van den Gouvern. r aan den Diwan van den Ko„ „ning van Trevancoor in dato 11 May 1790. 23 - - - - - - - 26 Copyj Secreete Missive van den Gouv:r alleen aan Gen: en Rad: in d:o 20 Meij 1798 nevens. - - - - - 29 d:o translaatbrief van de Eng: Regeering in Bengalen aan Ceilonsch Gouverneur in d:o 26 feb: 1790. 30 - - - - - - - 32. Copij Missive door den Gouverneur en den Raad van de 1 Mallabaar in antwoord aan voorm: Regeering ge¬ „schreeven in dato 18 Mei 1790. 33 - - - - - - - - 45. Copij aparte secr: brief van den Gouvern:r alleen aan Gen: en Raden in d:o 6 October 1790. 46. - - - - - - 59 Copy seer: Mallabaarsche Resolutie in dato 18 mey 1790 60. . . - . - - 61 Copij Eng: brief van de Regeering in Beng aan den Gouv=r en Raad in d:o 25 Iuny 1790. 62. - -. . . . . 103 Copy secr: Mallab: resol: in datis 2. 10 aug. s 4. sen 17 Sept. 1790 104 - - - - - - 110. Register der Marginalen op de Cochimse brief aan Gen. en Raden in d:o 30 april 1790. 111. - - - - - - 246. Copij brief van den Gouv=r en Raad aan Gen: en Rad: in d:o 30 april 1790. 1 0 247. - - - - - - - 248 d. o d. o van den Gouvr alleen aan en ind:o als voren. 249 - - - - - - - - - Register der Marginaalen op de Cochimsche brief aan Gen: en Rad: in d:o 13 Mey 1790. 4. - 20. - . coeeld. 250. -. . . . . 255. Copijbrief van den Gouverneur en Raad aan Gen en Raad: in do 13 Meij 1790. 256 - - . - - 257. Copij beantwoording Bataviaschen Eisch voor A:o 1790. in d:o 30 April 1790. 258: - - - - - - 261 Extract Mallab: resolutie in dato 8 Januarij 1790 rakende de uitstaande Schulden bij de Boeken van 1788/9. 262 - - - - - - - - - Notitie der ingekogte Koopmansz: &.:a in 1788/9. 263 - - - - - - - Rendementde verhandelde Negotie goederen in 1788/9. 264 - - - - - - - Generaal Rendement der in - en verkoopsprijsen van de omgezette Koopmanschappen in 1768/9. 265 - - - - - - - . Korte vertooning der Lasten en Winsten in 1783/9. 266 - . - - - Memorie der in Anno 1789 ingesamelde quantiteit Peper. 267. - - - - - - 270 Twee reekeningen Courant der in 1788/9 verkogte Poeder Zuiker 271. - - . . . 343 Lyst van alle aangekoomen en vertrokken Scheepen en Vaartuigen in 1788/9 nevens de quantiteit der door deselve aangebragte en vervoerde Goederen met de daar voor behaalde prijzen. 344 - - - - - - Naamlyst der zedert 15 Maart 1789 tot 23 April 1790 gedeserteerde persoonen 345 - - - - 348 Twee reekeningen Courant van den Koning van Tre„ „Vancoor in datis 13 Mey en 12 November 1789. 349 - - - . . 350. reekening Courant van den Koning van Coetsiem in d:o ultimo Augustus 1789. 351 - - - - - - Notitie der onder Ultimo Aug:s 1709 resteerende Con„ „tanten. 352 - - - - 360. d:o der restanten onder gem: datum 361 - - - - - - - Staatreekening van de Diaconij armen en het Leproosenhuis in 178 8/9 nevens. 362. - . . . 363. Copij rapport van Gecommitteerdens in d:o 7 April 1790 wegens de in't gemelde boekjaar gehou„ „dene administratie. 364 - - - - - Naam Rolle der Leproosen onder 7 April ƒ 1790 N=o 1:– Origineele Missive onder heedige datum door en aan als in den hoofde deezes geschreeven „ 2:– Sekreet pakket aan Hoog dezelve gericht een „ 3: – Kopij brieven aan Hunne Hoog Edelheeden de Hooge Regeering van Neder „Landsch Indie te Batavia, geschreeven den 30e. April en 13e: Maij deezes Jaars in eenen bondelie Register der Papieren dewelke ter ordes van den Weledele Gestrenge Groot Achtbaaren Heer Johan Gerard Van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands Jndien, Gouverneur en Direkteur ter kuste Mallabaas, neevens den Raad te Koetsiem, aan d' Edelen Hoog Achtbaare Heere Heeren Bewindhebberen ter ver „gadering van Leeventhienen repraesenteerende de Generaale OostIndische Maatschappij der vereenigde Nederlande ter Praesidiaale Kamer Amsterdam over Ceilon worden gezonden, als No. 4.

NL-HaNA_1.04.02_3895_0009 view scan ↗

English

No European merchandise having been traded here, no note is transmitted. No private trade having been conducted, this return is not transmitted. Number 4. Copy of separate letter to Batavia of 14 May 1790, with the appendices belonging thereto according to separate register in one bundle regarding what was negotiated and determined with the Gentlemen Commissioners of Their High Mightinesses concerning the defense matters in India. Number 5. Copy of Resolutions from 28 March 1789 to 27 April 1790 in one bundle. Number 6. A list of the drafts presently transmitted, totaling 45921:1:8 guilders. Number 7. Copy of answered Batavian requisition for the year 1790, dated Batavia 8 September 1789. Number 8. Extract Resolution taken in the council of Malabar on 8 January 1790 and concerning the outstanding debts on the books of [illegible]. Number 9. Note of such European merchandise as in the past year were sold here locally by private persons, showing the prices obtained therefor. Number 10. Note of such merchandise, provisions, materials, etc., as have been purchased since 1 September 1788 to the last of August 1789, showing their quantity and prices and in 1788/9 without deduction of charges. Number 11. Return of the traded trade goods in 1788/9. Number 12. General return of various merchandise that was turned over during the said financial year, dated the last of August 1789, after deduction of charges. Number 13. Return of such goods as have been purchased and sold on the Company's behalf since 1 September 1788 to the last of August 1789, dated the last of August 1789. Number 14. Balance sheet drawn from the trade books of this Government of 1788/9. Number 15. Memorandum of such pepper as has been collected on this coast since mid-December 1788 to mid-December 1789. Number 16. Current accounts of powdered sugar sold in the financial year 1788/9. Number 17. Copy list showing the quantity and quality of the goods which foreign ships and native vessels bring in, the prices for which the same were sold, and which merchandise was transported away again, dated the last of August 1789. Number 18. Roll of names of persons who successively deserted from here since 15 March 1789 to 23 April 1790. Number 19. Two current accounts of the King of Travancore dated 13 May and 12 November 1789. Number 20. Current account of the King of Cochin dated the last of August 1789. Number 21. Specific note of the state of the treasury of this Government dated the last of August 1789. Number 22. Note of the general remainders according to the trade books as of the last of August 1789, both at Cochin and at the subordinate offices. Number 23. A chest with copy trade books of 1788/9. Number 24. A copy register of the same dated the 14th of this month. Number 25. A chest with copy pay books of the year 1788/9. Number 26. A copy register of the same dated the 1st of this month. Number 27. Financial statement of the Diaconate poor and the Leper House of the financial year 1788/9, annex copy report of Commissioners, a roll of names of the lepers dated 7 April 1790. Number 28. A sealed letter from His Serene Highness the Lord Prince of Orange and Nassau. As Commissioners for the packing, W. V. D. Poel J. Daemichen Cochin 16 October 1790. Arnold Lunel, Secretary. Register Netherlands To the Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Directors representing the Assembly of the Seventeen of the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam. Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen. Since the dispatch of our last respectful letter of 28 December 1789 via Ceylon, we have successively had the honor to receive the following packets from your Right Honorable Worships: On 15 May of this year via Ceylon a register dated Amsterdam 30 September 1789 with the appendices. On 23 August, brought to Tuticorin by the ship Gouverneur Generaal Mossel, a register dated Amsterdam 26 November 1789 with the appendices; your Right Honorable Worships' much esteemed letter of 3 December 1789 with a register dated the 22nd of that month and the appendices belonging thereto. And on 25 August, brought to Tuticorin by the ship de Unie, the duplicate of 3 December with its register and appendices. The honored commands of your Right Honorable Worships contained therein we shall take as our dutiful instruction. The junior merchant Johan Andries Scheids most humbly thanks your Right Honorable Worships for his promotion. The State's frigates of war Zephir and Havik arrived here in good condition on 1 January of this year, and with them we have had the honor to duly receive your Right Honorable Worships' respected letters of 5 and 9 February as well as 10 March 1789. The Gentlemen Commissioners of Their High Mightinesses who arrived with them were received according to order, and by us in the performance [illegible]

Dutch transcription

Geene Europische Koopman. schappen. hier verhandelt zijnde gaat geen Notitie Geene partikuliere handel gedreeven zijnde gaat dit Rendement niet over. N=o 4. Kopij aparte brief naar Batavia van den 14: Mai 1790. met de daar bij gehoorende bijlagen volgens apart register in eenen bondel nopens het ver „handelden en vastgestelde met Heeren Kommissarissen van Hunnen Hoogmoogenden wegens het defensie weezen in Indien.e van den 28:e Maart 1789. tot N:o 5. Kopij Resoluutsien den 27=e April 1790. in eenen bondel een „ 6:. Een Lijst van de thans overgaande assignaatsies te zamen groot ƒ 45921:1:8:—. „ 7: – Kopij beantwoorde Bataviasche Eijsch voor den Jaare 1790. ged=t Batavia den 8:en Septb:r 1789 e „ 8: – Extrakt Resoluutsie genoomen in raade van Mallabaar op den 8e Jann. 1790 en raakende de uijtstaan„ den schulden bij de boeken van „ 9: - Notitie van zodanige Europasche Koopman, schappen als in anno passato hier ter steede door partikulieren verkocht zijn, met aantooning der prysen daar voor behaald. „ 10:- Notitie van zodanige Koopmanschappen Provisie materiaale enz: als 'es zeeder Pmo. Septbr. 1788. tot ult=o 178 8/9. ne „ 17:: Kopij Lijst waar bij aangetoond word de quantiteit en qualiteit der goederen welke Vreemde scheepen en inlandschen Vaartuijgen aanbrengen, de prijzen waar voor dezelve verkocht en welke Koopmanschappen weder Aug=s 1789. ingekocht zijn, met aantooning van derzelves quantiteit en prijzen en in 178 8/9 zonder aftrek der on„ „gelden. „ 12: – Generaal rendement van diverse Koopmanschappen die geduurende het gemelde boekjaar zijn omgezet gedateerd ult:o Aug=s 1789. naar aftrek der ongelden wee „ 13:- Rendement van zodanige goederen als zeeder primo Septb:r 1788 tot ulto Aug:s 1789. 's Komp:s weegen ingekogt en ver „kocht zijn ged=e ult=o Aug:s 1789. „ 14:— Maatreekening getrokken uijt de Negootie boeke„ deezes Gouvernements van 178 8/9. „ 15. Memorie van zodanige peper als zeeder medio DeC:s 1788. tot medio deC: 1789. ter deezer kuste ingezaameld is „ 16:- Reekeningen Kourant van verkochte poeder zuijker in het boekjaas 178 8/9. e N=o. 11. - Rendement van de verhandelde Negootsie Whaeren Aug=s vervoerd over. zor bezo No: 28. Een Afgesloote brief van zijn Doorlugtigste WV„ D„ Poel J Daemichen Vervoerd zijn ged=e ult=o aug=o 1789. e N=o 18: Naamrol van Perzoonen die sukcessivelijk van hier gedeserteerd zijn zedes 15: Maart 1789: tot 23:' April 1790. „ 19: — Twee Reekeningen Kourant van den koning van Trevankoor gedateert 13 Maij en 12:- Novb=r 1789. en „ 20: - Reekening kourant van den koning van Koetsien de dato ulto Augs. 1789.en „ 21:– specifique notietsie van den staat der Kassa deezes Gouvernements gedateerd Laaste aug=s 1789. „ 22: - Notitie van de generaale restanten volgens de Negootie boeken onder Ult:o aug: o 1789. zo te koetsiem als op de onderhorige Kantooren, een „ 23: — Een kas met kopij Negootsie boeken van 178 8/9. een 9. p :o 24:— Een Kopij register van deselven ged:t 14:e deezes een 808196 25: - Een Kas met Kopij soldijboeken van A:o 178 8/9 en do. 1 26. - Een Kopij register van dezelve ged:t 1: deezes. — „ 27: – staatreekening van de Diakonij armen en het Leprosen„ „huijs van het boekjaar 178 8/9. annex Hopia rapport van Gekommitteerden, Een Naamrolle der Leproosen geda¬ „teert 7e April 1790 ee Als Gecommitt=s voor 't afpakken Roetsiem 16. e Oktober 1740. Arnold Lunel Hoogheid den Heere Prince van Orange en Nassauw. No 28. Sekret:s Register Nederland Aan de Weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen ter Vergadering van zeeventienen represen„ „teerende, de Generaale Nederlandsche Geoktroieerde Oostindische kompenien ter Presidiaale kamer Amsterdam Weledele Hoog achtbaare Heeren. Zeder het afgaan van onzen laas„ „ten eerbiedigen van den 28: December 1789. over Ceilon, hebben wij sukces„ sive de eer gehad de volgende paket¬ ten van uw weledele Hoog achtbaare te ontvangen. Op 8 Op den 15: Mai deezes Jaars over Ceilon een register, gedateerd Amsterdam den 30: September 17891: met de bijlage„ op den 23. Augustus met het schip A Goeverneur Generaal Mossel te Tutukorijn aangebragt. Een register gedateerd Amsterdam den 26: November 1789. met de bijla„ Uwer weledele Hoog achtbaare veel geachte missive van den 3:e December 1789. met een register gedateerd 22:e dier maand en de daar bij gehoorende bijlagen En op den 25e: Augustus met het schip de Unie te Tutukorijn aan gebragt, het duplikaat van den 3: December met dies register en bijlagen. De geëerde bevelen van uwe Weledele Hoog achtbaare daar bij ver„ „vat, zullen wij ons tot schuldige naricht laaten dienen. De onderkoopman Johan Andries scheids bedankt uw weledele Hoog„ „achtbaare zeer nedrig voor zijne be„ vordering. Slands fregatten van oorlog de Zephir en de Havik zijn den 1:o Januarij deezes Jaars in goeden staat hier gearriveerd en daar meede hebben wij de eer gehad Uwer weledele Hoog achtbaare geres„ „pekteerde missiven van den 5: en 9e. februarij, mitsgaders 10e Maart 1789. wel te ontvangen. De daarmeede aangekoomene Hee„ „ren kommissarissen van Hunne Hoogmogenden zijn volgens de ordre gerecipieerd en, door ons in het ver„ Weledele „richten D gen.

NL-HaNA_1.04.02_3895_0014 view scan ↗

English

assisted Their Honors' commission according to our ability, after which they departed for Kolombo on the 15th of February following. Regarding what was negotiated and decided here with the aforementioned Gentlemen Commissioners, the undersigned Governor reported to Their High Noble Excellencies the High Indian Government by separate letter of the 14th of May of this year, of which we humbly offer herewith a copy with the accompanying annexes and separate register in one bundle, requesting permission to refer respectfully thereto. Furthermore, we have the honor to present herewith the copies of our latest description of the State of this Government, dated the 30th of April of this year, and of our further letter of the 13th of May to the Noble High Government of the Indies, to which we also add the other annual annexes detailed further in the accompanying register, to which we respectfully refer. Lastly, we have the honor to attach hereto a list of five assignments amounting together to forty-five thousand nine hundred twenty-one guilders, one stuiver, and eight pennings, and request that you honor the same with payment, consisting of the following: ropijen 2192:14. -. counted into the Company's treasury by the Secunde and Chief Administrator Jan Lambertus van Spall, to be paid out again to Messrs. Pieter van Spall, Secretary of the Chapter of St. Pieter at Utrecht, Antonij Hanekamp, Commission Bookkeeper, and Johannes Antonius van Lank, merchant, both at Amsterdam, jointly or to each individually, or to their authorized agents or heirs, amounting to ƒ2850. — ditto 1076: 45: —. counted into the Company's treasury by the just-mentioned Secunde and Chief Administrator van Spall, to be paid out again to Mr. Antonij Hanekamp, Commission Bookkeeper at Amsterdam, or to his authorized agents or heirs, amounting to ƒ1400. –. –. ropijen 2054:32:—. counted into the Company's treasury also by the above-mentioned Secunde van Spall and the Captain of the European Burgher Militia Hendrik Dirksz, to be paid out again to Messrs. Evert and Antonij Scheer, merchants at Amsterdam, jointly or to each individually, or to their authorized agents or heirs, amounting to ƒ2671:1:8. Brought forward ƒ4250. —. –. Brought forward ƒ6921: 1: 8. ropijen 15384:29. - counted into the Company's treasury by the undersigned Governor, to be paid out again to Messrs. Henrik and Jakob Jerhorst, Henrik Bangman Bierbaum, Pieter and Steven Nikolaas Berk, and Anthonij Hanekamp, merchants, jointly or to each individually, or to their authorized agents or heirs, amounting to ƒ20000: —. — ropijen 14615:14. – counted into the Company's treasury by the aforementioned Governor, to be paid out again to the aforementioned persons or their authorized agents or heirs, amounting to ƒ14000: –. –. Total ƒ45921:1:8. Herewith we commend Your Honorable, Highly Respectable Lordships and the important interests of the Company to God's protection, and have the honor to remain with all respect and fidelity, Honorable, Highly Respectable Gentlemen, Your Honorable, Highly Respectable Lordships' Humble and Faithful Servants, HG van Angelbeek G VGechardt Rossum Hof HH d HCellarius WW. Haeften Arnoed Lunel. 1790. the 16th of October Koetsiem D Spall V: H: Veerdgek Letter A: Separate letter by the Governor to those mentioned in the header hereof, dated today. Copy of a separate secret letter written to Batavia on the 14th of May 1790 with the following annexes, namely: No 1: Copy translated letter by the Diwan of the King of Trevankoor to the Governor, dated 10th of May 1790. No 2: Copy report of the interpreter Truijens, dated 10th of May 1790, concerning a message delivered by him to the King of Koetsem. No 3: Copy draft letter to the Governor from the Diwan of the King of Trevankoor, dated 11th of May 1790. Copy of a separate secret letter written to Batavia on the 20th of May 1790 with the following annexes, namely: No 1: Copy translated letter written by the English Government of Bengaalen to the Governor of Ceilon, dated 26th of February 1790. No 2: Copy letter written in reply by the Governor and Council here to the said English Government, dated 18th of May 1790. Register of the secret papers which are currently being sent to the Honorable, Highly Respectable Gentlemen Directors at the presiding Chamber of Amsterdam; namely: No 1: Letter D: Copy of a separate secret letter to Batavia of the 6th of this month with the following annexes in one bundle; namely: No 1: Copy secret resolution of the 18th of May of this year. No 2: Copy English letter from the English Government at Bengaalen to the Governor and Council here, dated 25th of June 1790. No 3: Copy secret resolution of the 2nd of August last. No 4: Copy secret resolutions of the 10th of August just mentioned. No 5: Copy secret resolution of the 4th of September last. No 6: Copy secret resolutions of the 7th of September just mentioned. No 7: Copy secret resolution of the 17th of September just mentioned. Koetsiem, the 16th of October 1790. Arnold Lunel Secretary

Dutch transcription

„ „richten Hunner Ed=s kommissie naar vermogen geassisteerd, waar na dezel„ ven den 15e: februarij daar aan naar kolombo vertrokken zijn. van het geen met welmelde Hee¬ „ren kommissarissen alhier verhan„ „deld en beslooten is, heeft de onderge„ „teekende Goeverneur bij aparte brief van den 14:e Mai deezes Jaars aan Hunne Hoogedelheeden de Hooge Indische Regeering bericht gedaan, waar van wij een kopij met de daar bij gehoorende bijlagen en apart register in eenen bondel hier nevens nedrig aanbieden, met verzoek ons daar aan eerbiedig te mogen gedraagen. voorts hebben wij de eer hiernevens aantebieden, de kopijen van onze Jongste beschrijving van den Staat deezes Goevernements, onder de dag„ „teekening van den 30: April deezes Jaars en van onzen naderen brief van den 13:e Mai aan de Edele Hooge Regeering van Indiën, waar bij wij ook voegen de verdere Jaar„ „lijxe bijlaagen breeder bij het ne„ „vensgaand register vermeld, waar aan wij ons in eerbied gedraagen. Laastelijk hebben wij de eer hiernevens tevoegen een lijst van vijf stux assignaatsien te zaamen bedraagende vijf en veertig duizend negenhonderd een en twintig gul„ „dens, een stuiver en agt pennin„ „gen, en verzoeken dezelven met betaaling te willen honoreeren, Jongste bestaande ropijen 2192:14. -. bestaande in de volgende in 'skomp:s kasse geteld door den Secunde en Hoofdadministrateur D E: Jan Lambertus van Spall„ om aan de Heeren Pieter van Spall, Sekeretaris van het kapit tel St. Pieter te Utrecht, An„ „tonij Hanekamp kommissie Boekhouder en Johannes Anto¬ „nius van Lank koopman beide te Amsterdam, te zaamen of ider in het bezonder dan wel derzelver Gemachtigden of erven weder uitgekeerd te worden met. . . . . . . . . . . . . ƒ2850. — d=o 1076: 45: —. in 'skomp:s kasse geteld door even gem: Secunde en Transporteere en Hoofdadministrateur van Spall, om aan den Heer Antonij Hanekamp, kommis„ sie Boekhouder te Am„ „sterdam, dan wel des„ zelfs Gemachtigden of er„ „ven weder uitgekeerd te worden met. . . - - - - - „ 1400. –. –. ropijen 2054:32:—. in 'skomp:s kasse geteld almede door bovengem: Secunde van spall„ en de kapitain der blan„ „ke Burgerij Hendrik Dirksz om aan de Heeren Evert en Transporteere ƒ4250. —. –. P:r Transport - . - ƒ 2850. —. —. Die P:r Transport. . ƒ 4250. —. —. P„:r Transport. . ƒ 6921: 1: 8. en Antonij Scheer kooplieden te Amsterdam, tezaamen of ieder in het bezonder dan wel derzel„ „ver Gemachtigden of er„ ven weder uitgekeerdte worden met. . . . -. . . . . . . „2671:1:8. ropijen 15384:29. - in 'Skomp. s kasse ge„ „teld door den onderge„ „teekenden Goeverneur om aan de Heeren Hen„ „rik en Iakob Jer„ horst, Henrik Bangman Bier„ baum, Pieter en Transporteere ƒ 6921:1: 8. ropijen 14615:14. – in 'skomp:s kasse ge„ „teld door welmeeden Goe„ verneur, om aan vooren„ „staande perzoonen dan wel derzelver Gemach„ „tigden of erven weder uitgekeerd te worden „ 14000: –. –. me Somma ƒ 45921:1:8. den met. . . - - . . . . „ 20000: —. — en Steven Nikolaas Berk en Anthonij Hanckamp kooplieden, tezaamen of ieder in het be„ „zonder„ dan wel derzel„ „ver Gemachtigden of erven weder uitgekeerd te wor„ Hier met . . . . Hiermede beveelen wij uw weledele Hoog achtbaare en de wigtige belangen der Maatschappij in Gods bescherming en hebben de eere met alle eerbied en trouwe te zijn Weledele Hoog achtbaare Heeren. Uwer weledele Hoog achtb: Onderdanige en Getrouwe Dienaaren HG van Angelbeek G VGechardt Rossum Hof HH d HCellarius WW. Haeften Arnoed Lunel. 1790. den 16=e October Koetsiem D Spall V: H: Veerdgek „ B3. L=a A: Apartebrief door den Heer Goeverneur aan als in den Hoofde deeser gemeld gedateerd heeden, kopen aparten sekreten brief naar Batavia geschreeven den 14=e Mai 1790: met de volgende by„ „laagen, als. N=o 1: Kopy Translaat brief door den Diwan van den Koning van Trevankoor aan den Heer Goeverneur gedateerd 10=e Mai 1790: „ 2: Kopyj Relaas van den Tolk Truijens gedateerd 10=e Mei 1790: weegens een door hem ge„ „daanboodschap by den Koning van Koetsem „ 3: kopy koncept brief aan den Heer Goeverneur van den Diwan van den Koning van Trevankoor gedateerd 11=e Maij 1790. kopy Aparte sekreten brief naar Batavia geschreeven den 20=e Mei 1790: met den volgende bylaagen, als: N=o 1: Kopy Translaat brief door de Engelsche Regeering van Bengaalen aan den Heer Goever„ „neur van Ceilon geschreeven geda„ „teerd 26=e febr: 1790: „ 2: Kopij brief door den Heer Goeverneur en Raad alhier aan gemelde Engelsen Regee„ „ring in Antwoord geschreeven geda„ „teerd 18=e Mai 1790. Register der sekreete papieren dewelke thans gezonden worden aan den WelEdele Hoog achtb: Heeren Bewindhebberen ter presidiaale Ka„ „mer Amsterdam; te weeten. N„o 1: L=a D. Kopy Aparte sekreete brief naar Batavia van den 6„e dee„ „zer met de volgende bylaagen in eenen bondel; als. N=o 1: Kopy sekreete resoluntsie van den 18=e Mair deezer „ 2: kopyj Engelsche brief van de Engelsche Regeering te Bengaalen aan den Heer Goe„ „verneur en Raad alhier gedateerd 25=e Juni 1790: „ 3: kopyjsekreeten resolumitie van den 2: Augustus Jongstr: „ 4: kopyj sekreet resoluntoien van den 10. Augustus even gemeld. „ 5: Kopyj sekreete resoluitsin van den 4: Sept: laast leeden „ 6: kopy sekreeten resaluntien van den 7: September even gem: „ 7: Kopyj sekreeten resoluitsie van den 17. sept: even„ Koetsiem den 16:e Oktober 1790. Arnold „ Lunel Jaars. gemeld sekret:s

NL-HaNA_1.04.02_3895_0020 view scan ↗

English

Netherlands separate secret. To the Right Honourable High and Mighty Directors at the Assembly of Seventeen, representing the General Chartered Dutch East India Company at the Presidial Chamber Right Honourable High and Mighty Sirs. Alongside my respectful letter of 30 April last, I presented to Your Right Honourable High and Mightinesses the copy of my secret advices to the Honourable High Indian Government of that date, containing a detailed account of the machinations employed by the notorious Nabab of Maisoer, Tipoe Sultan, and the subsequent acts of war to subjugate southern Mallabaar. Time did not permit then to dispatch copies of those elaborate advices to the Chambers of Zeeland, Delft, and Rotterdam, as well as Hoorn and Enkhuisen; therefore, they are now being sent over, while, as a continuation of those reports, I respectfully present herewith the copies of the secret letters written to Their High Honours since then, dated 14 and 20 May as well as 6 of this month of October, with the accompanying appendices. From which Your Right Honourable High and Mightinesses will see in detail that Tipoe Sultan, after capturing the Lines of Trevankoor, conquered all further forts north of this fortress, such as Koeriapallen, Kristnakotta, and Koenjetackel, as well as finally also Kranganoor, and advanced with his army as far as Paroer, merely three hours from our fortress, from where he ravaged the entire country around it with fire and sword by means of dispatched raiding parties and by the Mahomedan coreligionists who joined him, living in the land of Trevankoor. However, Providence was pleased to bless the means employed by us to protect our defenceless suburbs, where all the warehouses of the Company and private merchants are situated, the plundering of which would have entailed the ruin of the colony and thus resulted in great detriment to the Company, in such a manner that they were fortunately spared from all hostilities and disasters, of which a detailed account is found in the aforementioned copies. Your Right Honourable High and Mightinesses will also find therein a detailed report of the efforts I made, in compliance with the repeated orders of the High Indian Government, to enter into a closer defensive alliance with the King of Trevankoor under the guarantee of the English Government, but that the proposals made to that end to the English Government in Bengale were declined in a very polite manner, notwithstanding the circumstances at that time seemed to favour them greatly. Whereby my indication made to Their High Honours in my secret letter of 29 April 1789, section 10, that the English would not be inclined to do so, has been entirely justified. Furthermore, these letters contain a succinct account of the acts of war of the English against Tipoe Sultan, of the formidable armies they brought into the field against him, of the subsequent conquests of the lowlands of that Sultan, consisting of the provinces of Dindugal, Koimbatoer, and Palikatseeri, and of a stubborn battle between an English detachment of about four thousand men and an army of Tipoe more than ten times as strong, which lasted two days, but ended to the glory of British arms. Furthermore, in my last letter of 6 of this month, I reported to Their High Honours on the negotiations between the King of Koetsiem for the recovery of his lands outside the lines, which he had until now held on lease from Tipoe Sultan, but lost in this war, and on my measures to direct them in such a manner that the Company's interests are not prejudiced thereby. Finally, Your Right Honourable High and Mightinesses will see from the letter of 6 October last that, for the furtherance of the pepper delivery, we employed all means in vain and finally sent express commissioners from our council to the King of Trevankoor to urge His Highness thereto, to which he did make good promises, but that we nonetheless have reason to fear that the same will make a very poor showing this year. I commend Your Right Honourable High and Mightinesses and the important interests of the Company to the holy protection of the Almighty, and have the honour to be with all respect and fidelity, Right Honourable High and Mighty Sirs, Your Right Honourable High and Mightinesses' most obedient and faithful servant, J. J. van Angelbeek Koetsiem, 16 October 1790. Secret Copy. To His High Honour, The High and Right Honourable, Mighty Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the state of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, and the Right Honourable and Strict Lords Councillors of the Dutch Indies at Batavia. High and Right Honourable, Mighty Lord and Right Honourable and Strict Sirs. In continuation of the recently interrupted war reports, I now have the honour to report that the arrival of the English troops, mentioned in my previous letter, has not yet brought about the turn for the better that I had reasonably anticipated, because, since their landing at Aycotta, they have remained completely inactive against

Dutch transcription

Nederland apart sekreet. Aan den Weledelen Hoog achtbaaren Bewindhebberen ter vergadering van Zeeventienen, representeerende de Generaale Nederlandsche Geottioieerde Oostindische komparis ter presidiale kamer Weledele Hoogachtbaare Heeren. Nevens mijnen eerbiedigen van den 30e. April jl: heb ik aan Uwe Weledele Hoogacht„ baare aangebooden het afschrift van mijne sekreete advisen aan de Edele Hooge indische Regeering van dien datum behelzende een omstandig verhaal van de door den beruchten Nabab van Maisoer Tipoe sullan te werk gestelde konstenarijen en daar op gevolgde oorlogs bedrijven om zuider Mallabaar te overweldigen. De tijd liet toen niet toe, van die om slag„ tige advisen afschriften aan de kame. ren Zeeland, Delft en Rotterdam mitsg„ Hoorn en Enkhuisen af te vaardigen, derhalven gaan dezelven thans over¬ 1. terwijl 1. 2: 10 11 5. 3: terwijl ik tot een vervolg van die berichten hiernevens in eerbied aanbiede de de kopijen van de zeder aan Hunne Hoog edelheeden geschreevene sekreete brieven van den 14=e en 20=e Mai mitsg=s 6=e deezer maand Oktober, met de daartoe gehoorende bijlaagen. Waar uit Uwe Weledele Hoog achtbaare omstandig zien zullen, dat Tipoe sul„ „tan, na het vermeesteren van de linie van Trevankoor, alle verdere Forten benoorden deeze Vesting, als koeriapallen kristnakotta en koenjetackel, mitsgaders eijndelijk ook kranganoor veroverd heeft, en met zijn leger tot Paroer, slegts drie uuren van onze Vesting, voort geriekt is, van waar hij het heele land rondom dezelve, door uitgezondene partijen en door de hem toegevallene mahome„ =daansche Geloofs genooten, in het land van Trevankoor woonende, te vuur en te zwaard verwoest heeft. Doch dat de voorzienigheid de door P: A: ons te werk gestelde middelen tot be„ „veiliging van onse weerloore voorsteeden, daar zich alle pakhuizen van 's komp=s en partikuliere kooplieden, bevinden, welker uitplondering de ruine van de kolonie na zich gesleept en dus tot groot nadeel van de komp=e gestrekt zoude hebben, derwijze heeft gelieven te zeegenen, dat dezelven van alle vij„ „andigheeden en rampen gelukkig zijn verschoond gebleeven, waarvan een omstandig detail bij gemelde kopijen gevonden word. §: 5: Ook zullen Uw weledele Hoog acht„ „baare daarbij een omstandig verslag vinden, van de poogingen, die ik ter voldoening aan de herhaalde beveelen van de Hooge indische Regeering, in 't werk gesteld hebbe, om eene nadere defensive alliance met den koning van Trevankoor onder de garantie van d' Engelsche Regeering aan te gaan, doch dat de daartoe gedaane propo= „sietsien aan de Engelsche Regeering in Bengale op eene zeer beleefde wijze gedeklineerd zijn, niet teegen„ „staande de omstandigheeden te dier tijd dezelven zeer scheenen te begun¬ „stigen. Waardoor mijne aan Hunne Hoogedel„ „heeden gedaane aanwijzing, bij mijnen sekreeten van den 29e April 17898: 10, dat de Engelschen daartoe niet geneegen zijn zouden, alzints is gejustificeerd. Wijders behelzen die brieven een be„ knopt verhaal van de oorlogs bedrijven zoude der 6: §. 7: 12 Koelsiem den 16e October 1790 der Engelschen tegen Tipoe Sullan, van de ontzachlijke armeen die zij tegen hem in 't veld gebragt hebben, van de daar op gevolgde veroveringen van de Beneedenland en van dien sultan, bestaan„ „de in de provintsien van Dindugal, koimbatoer en Palikatseeri en van een hartnekkig gevecht tusschen een Engelsch detachement van omtrend Vierduizend Man en eene Armee van Tipoe ruim tienmaal zoo sterk, het welk twee dagen geduurd heeft, doch tot Glori van de Britsche wapenen geeindigd §. 8. Voorts. hebbe ik bij mijn laasten brief van den 6. e deezer aan Hunne Hoogedel. „heeden verslag gedaan, van de onder„ „handelingen tusschen den koning van koetsiem ter Wederkrijging van zijne landen buiten de linie die hij tot dus ver van Tipoe Sullan in pacht gehad, doch in deezen oorlog verlooren heeft, en van mijne maatregelen om dezelven zoodanig te dirigeeren dat 's komp=s belangen daar door niet benadeeld worden. Eindelijk zullen Uw. Weledele Hoog achtbaare bij den brief van den 6=e Oktobr: jl: zien, dat wij tot bevordering Jk beveele uw Weledele Hoog acht„ „baare en de wigtige belangen der Maatschappij in de heilige bescher„ „ming des Allerhoogsten en hebbe de eere met alle eerbied en trouwe te zijn. Weledele Hoog achtbaare Heeren Uwer Weledele Hoog achtbaare zeer gehoorzaame en getrouwe Dienaar JJvan Angelbeek van de peper leverantsie alle mid= „delen vruchtloos aangewendt en eindelijk aan den koning van Tre„ „van koor expresse Gekommitteerden uit onze Vergaadering gezonden hebben, om zijne Hoogheid tot dezelve aan te maanen, dat hij daar op wel goede beloften gedaan heeft, doch dat wij niet te min met reeden beducht zijn, dat dezelve dit jaar een zeer slechte vertooning maaken van is. 8. 9: zal. P:r A:- La B: Sekreet Kopij. Aan zyne Hoogedelheid Den Hoogedelen Groot achtbaaren Wydgebiedenden Heer! Mr: Willem Arnold Altink G Wegens den staat der vrye vereenigde Nederlanden en haare algemeene geoktroieerde Oostindische kompanie Goeverneur Generaal De Weledele gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien Hoogedele Grootachtbaare Wydgebiedende Heer en Weledele Gestrenge Heeren ervolg van 5224. Ten vervolge van de jongstafgebrookene oorlogs-berichten hebbe ik thans de eere te berichten, dat de aankomst van de En= gelsche troepen by mynen jongstvoorgaanden 5198. vermeldt, de verandering ten goede tot nu toe niet te wege gebragt heeft, die ik daarvan opgoede gronden voorsteede door dien dezelven zeder hunne landing te Accottah met het allerminste tegen- D Engelschen ligger stil d' oorlogs tydingen Batavia den N:o: 2 ende 13

NL-HaNA_1.04.02_3895_0025 view scan ↗

English

have undertaken against the enemy. Section 225. The Nabob has meanwhile turned this inactivity and the confusion of Travancore to such good advantage that he has not only captured the Travancore posts of Kristnakotta, Koeriapalli, and Koenjettaikel, but has also bombarded Fort Kranganoor in sight of the English Army from the first-mentioned Fort Kristnakotta and several thrown-up batteries, with the consequence, incomprehensible to me, that on the night of the 6th of this month it was abandoned by the garrison on orders from the Dewan and thus also fell into his hands, and is presently being demolished by him. Section 226. The repeatedly mentioned English troops hold the post of Aykotta with a battalion and, for the rest, lie encamped with some Travancoreans behind the line near Paliport. The enemy army stands on the other side of the river directly opposite them and is preparing to bombard them, wherefore the Dewan, by a letter of the 10th of this month, the translation of which is enclosed herewith, and further by word of mouth through Kaliga Mallen, most urgently requested me to assist the King in this emergency with four eighteen-pounder and four twenty-pounder cannon. Section 227. Whereupon we resolved in our meeting on the 11th of this month to grant His Highness a further four iron eighteen-pounders with their accessories, because this caliber has been abolished by the Company and is to be replaced with twenty-four-pounders, and one can meanwhile do without these four pieces, but to decline the twelve-pounders on account of our own needs. Section 228. The consequences of this success that Tippu's arms have had thus far, Your Excellencies can easily imagine, and find further described in the enclosed report of the Interpreter Truijens, containing that the King of Cochin, on account of the approaching danger, will send his family to the south, but will remain himself with his Ministers in the palace, and in case of need will retreat inside this Fortress; accordingly, the Queen (or sister of the King) with her Crown Prince and the rest of the family has actually departed by water to Krestnapoeram near Koilang. 15 Section 229. Our suburbs have remained in complete tranquility until now, but upon the approach of the enemy, and especially on account of the increasing wantonness of the rebellious Moors, I have had the detachments covering Jew Town, Mattancherry, and the Canarese Bazaar reinforced by one hundred men, and likewise placed a detachment of one hundred men at Sjakkengatti (the passage through the gardens to the south), because on the night of the 10th of this month the rebels set fire as far as the so-called little castle, which by land lies barely half an hour from those gardens. Section 230. We must have the drinking water for the Company's servants and also for the ships fetched from the river above Verapoly, and to that end we had sent up our water gamet and the boat of the ship Demerarij as usual, but on the 1st of this month they were attacked and dragged away by some of the King's people and a multitude of resident Moors. Section 231. I thereupon sent a detachment of twenty-four Tjegos, who brought them back, Section 232. but without sails, blocks, and rigging, as can be seen in more detail in the joint resolution of the 14th of this month and in the joint letter of today, Section 339. Now we have the necessary drinking water for the Company's servants fetched by armed detachments, because the water in our wells is indeed drinkable in case of need, but brackish and very bad, and must naturally cause diseases and ailments to which we do not wish to expose ourselves and the garrison without great necessity. Section 233. They repeatedly encounter whole troops of sixty to a hundred men who are mostly armed with cutlasses and make as if to attack our people, but disperse as soon as our men level their muskets. Section 234. But because we cannot use any large vessels for this purpose, it has not been possible to give the bearer of this his full requirement of drinking water, which he will therefore have to seek in Galle. Section 235. I hope that these circumstances will soon improve, because according to reliable reports, the English Army of Madras has

Dutch transcription

14 den vyand ondernoomen hebben 5225. De Nabab heeft zich deeze werkeloos= heid en de konfusie van Trevankoor inmis„ „dels zoo welken nutte gemaakt, dat hij niet alleen de Trevankoorsche fosten Kristnakotta koeriapalli en koenjetai= =kel vermeesterd, maar ook het fort kranganoor in 't gezicht van de Engelsche Arinée uit het eerstgemelde fort krist= =nakotte en eenige opgeworpene batteryen beschooten heeft, met dat voor my onbe= gryplyk gevolg, dat hetzelve den 6=e deezer snachts van de garnisoen op order van den Dwan verlaaten en dus ook in zyne han den gevallen is mitsgaders tegenwoordig door hem afgebrooken word § 226. De meermelde Engelsche troepen houden de post van Hikotta met een Battaljon bezet en leggen voor het ovrige met eenige Trevankvorschen achter de linie bij Palu porte gekampeerd, het vyandige leges staat aan d' andere kant van de rivier daa recht tegen over en maakt aanstalt hen te beschieten, weshalven de Divan my den 10=e deezer by een brief, waarvan de vertaaling hiernevens ligt en nader by monde door kaliga Mallen op het na„ =druklykst. verzocht heeft den koning in die zen nood met vier agttien en vier twinig ponders kannons te assisteeren § 227. waarop wy in onze vergadering op den 11=e deezer beslooten hebben aan zyn Hoog heid noch vier yzere agttien ponders met hun toebehooren af te staan, wyl dit kaliber by de komp=e afgeschaft is en met vier en twintig ponders staat gerem- placeerd te worden en men zich midde ler wyle wel buiten deeze vier stukken behelpen kan, doch de twaalf ponders uit hoofde van eige benoodigdheid te exkuteeren §. 228 De gevolgen van deezen voorpoed, die de wa= pens van Tipoe tot dus vergehad hebben kunnen uwe Hoogedelheeden zich ligt voorstellen; en nader be= schreeven vinden bij het nevensliggende relaas van den Tolk Truijens behelzende, dat de koning van koetsiem, wegens het aannade= „rende gevaar, zyne familie naar de zuid zenden, doch zelve met zyne Ministers in't pal„ lais blyven en zich des noods binnen deeze Vesting retiruren zal, urenvolgende dan ook de konangin (of suster van den koning) met haaren Erfprins de verdere familie werk- =lyk over water naar krestnapoeram by koilang =druklykst vertrokken 15 vertrokken is §229. Onze voorsteeden zyn tot nu toe in volle rust gebleeven, doch ik hebbe op de aannadering van den vyand en inzonderheid wegens de toeneemende baldaadigheid van de oproe„ rige Mooren, de detachementen, die de Joodenstad, Mattanseeri en de kanarijnsche Bazaar dekken, met honderd koppen laa„ =ten versterken en op Sjakkengatti (de passasie tusschen de tuinen door naar de zuid) mede een detachement van honderd koppen geplaatst, wyl de rebellen den 10=e deezer snachts tot aan 't zoogenaamd kastel„ letje, 't welk over land nauwlyx een half uur van die tuinen aflegt brand gesticht hebben. - 5230. Wy moeten het drinkwater voorskomp=s Dienaaren en tevens voorde scheepen uit de rivier boven Verapoli laaten haalen en hadden tot dat einde onze water gamet en de boot van 't schip Demerarij volgens gewoonte naar bovengezonden, doch de= zelven wierden op den 1=e deezer door eenig volk van den koning en een meenigte ingezeetene Mooren overvallen en weggesleept. § 231: Ik zond daarop een kommando van vier en twintig Tjegos, die dezelven terug gebragt 5232. Leder laaten wy het benoodigde Drinkwater voor skomp. s Dienaaren met gewapende kommandos haalen, wyl het water in onze putten des noods wel drinkbatar doch zillig en zeer slegt is en natuurlyker wijze ziektens en ongemakken veroorzaaken moet, waaraan wy ons en de bezetting zonder hoogen nood niet willen exponeeren § 233. Dezelve ontmoeten telkens heele troepen van zestig tot honderd die meest met houwers gewapend zyn en welmine maaken, ons volk aante lasten, doch, zoo= dra hetzelve de geweeren aanlegt, uit mal= kander Stuiver § 234. Doch wyl wy hiertoe geene groote vaar= tuigen gebruiken kunnen zoo is het niet mogelyk geweest aan Brenger deezer zyne volle benoodigdheid van drink= water te geeven, hetgeen hy dus te Gale zal moeten zoeken §235. Ik hoope dat deeze omstandigheeden eerlang verbeeteren zullen, wyl d'Engelsche Annu van Madras, volgens verzeekerde hebben, doch zonder zeilen, blokken en touwwerk, zoo dat by gemeene resolueet. sie van den 14=e deezer en by gemeene brief van heeden § 339. omstandiger te zien is. — hebben berichten

NL-HaNA_1.04.02_3895_0027 view scan ↗

English

reports on the 6th of this month began its march from Witschenapoli under the command of the Lord Major General and Governor of Madras, Medous, consisting of: five regiments of cavalry, each 400 horses five regiments of European infantry, each 600 men two battalions of European artillerymen, each 700 men twelve battalions of Sepoys, each 800 men with 70 cannons, among them 40 battery pieces. Paragraph 236. Besides that, Tipoe Sultan is about to be attacked by the Marathas and by the Nabab of Golkonda, Nisam Ali; the former have two battalions from Bombay in their army, and the Bengal Detachment, consisting of six battalions under the command of Colonel Kokerel, will join with the troops of the Nesan. Paragraph 237. So that the proud Sultan, in all likelihood, if not completely eradicated, will at least be humbled to such an extent that his desire to wage war on his peaceful neighbors will surely pass for the time being. Paragraph 238. A few days ago, an opportunity arose to enter into negotiations regarding the much-desired alliance with Trevankoor under the guarantee of the English, because a proposal was made to me by Mr. Paddoek, Senior Merchant and Paymaster of the Bombay troops, in the name of Colonel Hartleij, to join a detachment of our troops with his. Paragraph 239. For this purpose, the following articles were provisionally submitted by me: 1. The Dutch Company provides the King of Trevankoor with a corps of one thousand men, half Europeans and Malays and the remainder Sepoys, with four field pieces and the necessary ammunition. 2. It pays the wages and the ordinary board allowance, and supplies the weapons and ammunition. 3. The King supplies the rice and pays the Batta or field gratuity on the English footing, but with the Malays reckoned at half that of the Europeans. 4. The King supplies the coolies, pack animals, and everything necessary for transport. 5. This detachment shall be commanded by a Major, three Captains, and the necessary subaltern officers, but as far as operations are concerned, it stands under the command of the Commander-in-Chief. The further arrangements regarding how to act in detachments and in other cases shall be made between the Lord Governor van Angelbeek and Colonel Hartleij. 6. The sick and wounded shall be treated in the English hospital. 7. Officers and common soldiers shall share proportionally in the booty and in the prize money. The Malays half as much, and our Sepoys the same as the English Sepoys. 8. Upon the conclusion of peace, the Dutch Company and its ally, the King of Koetsiem, as well as the King of Trevankoor, shall be included and provision made for their indemnification. 9. The King promises henceforth to strictly fulfill the pepper deliveries. Agreed. Arnold Lunel, Secretary. 10. The English Company guarantees this alliance. Paragraph 240. This will without doubt be negotiated during the impending bad monsoon, when operations on this side are at a standstill, the outcome of which I shall then communicate. I foresee this: that the 9th article will encounter the greatest difficulty from the English. However, it is of far too much importance for the Company not to insist upon it on this occasion. Wherefore I request Your Right Nobilities to please instruct me at the first opportunity via Ceilon whether, in the event this article cannot be obtained, I should waive it and nevertheless conclude the treaty of defensive alliance. Paragraph 241. I have the honor to be with all respect and fidelity, (below stood:) Right Noble, Highly Respected, Widely Governing Lord and Honorable Strict Lords, Your Right Nobilities' obedient and faithful servant, (was signed:) I. G. van Angelbeek (in margin:) Koetsiem the 14th of May 1790. On the 27th of this month, or the 7th of May, the army of Tipoe Sultan arrived at Laroer, and in capturing the said place lost many men. However, our troops, who were but few, retired with a small loss to Palliaporto. Because the Sultan has thrown up batteries against Fort Kranganoor and fired heavily upon it, I have withdrawn our troops who were stationed there to my position in order to prevent losing them, and now Palliaporto is well reinforced by our and English troops. Because it has been heard that the Sultan's men intend to throw up a high battery on the east side of Palliaporto and fire upon us, we have decided to throw up a battery on this side as well, for which is Translation of a letter written by the Dewan of the King of Trevankoor, named Kesa Zulle, to the Honorable, Highly Respected Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek. Received the 10th of May 1790. No. 1.

Dutch transcription

16 berichten den 6=e deezer van Witschena= poli op marsch gegaan is onder kom= mando van den Heer Generaal Majoor en Goeverneur van Madras, Medous bestaande uit. vyf Regementen kavalerij ieder 400 paarden vyf Regimenten Europersche Infantery ieder 600. koppen twee battalgons Europeesche Artilleristen ieder 700. koppen twaalf Bultailjons Sipais ieder 800: koppen met 70. kanons daaronder 40. battery stukken §236. Behalven dat staat Tipoe Sultan van de Maratten en van den Nabab van Golkon da, Nisam Ali aangetast te worden, de eersten hebben twee Battailsons van Bomba in hun leger en met de troepen van den Nesan zal het Bengaalsche Detachement konjur geeren, bestaande uit ses Battailjons onder bevel van den kolonel kokerel 3237. Zoodat de Trotsche Sullan, naar alle waarschynlykheid; zoo niet geheel uitgeroeid ten minsten zoo zeer verneederd zal wor„ den dat hem de lust, om zyne vreedzaam nabuuren te beoorlogen, voor eerst wel vergaan zal. 5238. Ieder eenige dagen heeft zich geleegenheid opgedaan tot het enthameeren der onder handelingen over de zoo zeer gewenschte alliance met Trevankoor onder de garan- tie van de Engelschen, doordien my door den Heer Paddoek Opperkoopman en 3ay meester van de Bombaische troepen uit naame van den kolonel Hartleij de proposeetsie gedaan werd een party van onze troepen bij de zijnen te voegen. §239: Hiertoe zyn bij provisie de volgende Artikelen door my opgegeaven. 1. De Holl: kompanie geeft aan den koning van Trevankoor een koops van Dui= =zend Man de helfte Europeeschenen Ma= laiers en de rest Sipais met vier veld stukken en de noodige ammunietsie 2:/ zy betaald de gasie en 't ordinair kost= geld en fourneerd de wapens en am= =minuetsie 3/ De koning fourneerd de ryst en be= taald de Batta of het veld douceur op Engelschen voet doch de Malaiers op de helfte van de Europieschen gereekend 4. / De koning fourneerd de koelies draagbeesten en al wat tot het vergaan transport 17 transport noodig is. 5. / Dit detachement zal gekomman= deerd worden door een Majoor drie kapi„ tains en de noodige subalterne officiers doch staat wat de operaatsien betreft onder 't kommando van den kom= mandant en lhef de vadere schikkin„ =gen, hoe by het delacheeren en in andere gevallen te handelen, zullen tus= schen den H:r Goeverneur van Angelbeek en den Heer kolonel Hartleij gemaakt worden. 6. De zieken en geblesseerden worden gekereerd in 't Engelsche Hospitaal 7. Officiers en gemeenen zullen eevenreedig deel hebben aan den buit en aan de prys monij. De Malaiers half zoo veel en onze als d' Engelsche Sipais 8. By 't Sluiten van den vreede zal de Hollandsche pompe. en haare Bondgenoot de koning van koetsiem zoo wel als de koning van Trevankoor ingeslooten en voor haare schaadeloos stelling ge zorgd worden 9: De koning beloofd voortaan slipt te voldoen aan de peper leverantia Accordeerd Arnold Lunel sekrit:s 10. D' Engelsche kompanie garandeerd dueze alliance §240. Hierover zal buitentwyfel in de op handen zynde quade mousson, wanneer de operaatsien van deeze kantstil staan gehan= deld worden, waarvan ik de uitkomst als dan zal bedeelen: dit voorzie ik, dat het 9=e artikel de meeste zevaarigheid van d'Engelsche ontmoeten zal. doch hetzelve is van alte veel belang voor de komp=e om daarop niet by deeze geleegenheid aan te dringen; weshalven ik uwe Hoogedelheeden verzoeke my met de eerste geleegenheid over Ceilon te willen instrueeren of ik, ingevalle dit Arli= =kel niet geobtineerd kan worden, daarvan af= stappen en niet te min het traktaat van defen „sive alliance sluiten moet. §241. Ik hebbe de eer met alle eerbied en trouwe te zyn (:onderstond:) Hoogedele grootachtbaare Wijdgebiedende Heer en Weledele gestrenge Heeren Uwer Hoogedelheeden gehoorzaame en getrouwe Dienaar (was get:) I. G. van Angelbeek (:in margine:) koetsiem den 14=e Maij 1790. D de Engel 18 Op den 27:e deezer ofte den 7 Mei is het Leger van Tipoe Sultan op Laroer gekoomen, en heeft bij het veroveren van gemelde plaats veel volk verlooren doch onze troepen, die maar weinig waaren, zijn „met een kleen verlies naar Lalliaporto geretireerd, wijl de sultan tegen het fort kranganoor batterijen opgeworpen en het zelve heevig beschooten heeft; zoo heb ik onze troepen die daar lagen, tot voorkooming van dezelve te verliesen, bij mij ingetrokken, en nu is Palliaporto door onze en Engelsche troepen wel versterkt Wijl men gehoord heeft, dat het volk van den sultan van voorneemen is aan de oost=kant van Palliaporto een hooge bat„ „terij op te werpen, en ons te beschieten, zoo hebben wij beslooten aan deeze zijde ook een batterij op te werpen, waar toe word Translaat brief door den Duwan van den koning van Trevankoor gend: kesa Zulle geschreeven aan den Weledelen Groot Achtbaa„ „ren Heer Goeverneur Io„ „han Gerard van Angelbeek. optv: den 10 Mei 1790. hier N. 1:

NL-HaNA_1.04.02_3895_0031 view scan ↗

English

everything necessary has been prepared here, but I will lack heavy artillery to use upon them, and since your Right Honourable is well aware that one presently has no heavy cannons here, I therefore very urgently request your Right Honourable to assist me in this pressing distress as soon as possible with four eighteen- and four twelve-pounders with their appurtenances. As soon as one shall have marched out against the sultan with the troops of the English company who are stationed here, I will gratefully return the cannons lent by your Right Honourable. Since a considerable force is presently being assembled here, and the reinforcement of this place would serve to great benefit for your Right Honourable yourself, I therefore once again request that you accommodate me with the aforementioned cannons. For the rest, Kaliga Mallen will give your Right Honourable an oral account of everything. If there are any commands from your Right Honourable here, please honour me with them, while also wishing you continued prosperity, signed by the aforementioned Divan. Below stood: For the translation, Koetsiem, date as before. Was signed: J: M: Truijens, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel, 2nd secretary. Right Honourable, Highly Commanded Lord: His Highness of Koetsiem informs your Right Honourable that Anta Setti had reported everything to His Highness that your Right Honourable had instructed him, and that His Highness has therefore decided, since the enemy has approached so closely and is laying waste to all the lands with fire and sword, to send the queens and crown prince as well as the further royal family southwards from here to the Trevankoor realm, and for this transport His Highness requests assistance with three good orembaais, and that the same will be sent back from Koilang; but that His Highness and the young prince and other court dignitaries would remain at court, and if they could not hold out there, would then proceed into the city and further follow your Right Honourable faithfully. Regarding the requested troops for the protection of the suburbs: Report made and submitted with great respect by the undersigned interpreter to the Right Honourable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek. Suburbs No. 2. suburbs Mattanseeri, the Jewish Town, Pagodinjo, and Kanarijns Bazaar, His Highness declares that he had no more than ten companies of Nairos in his service, each of 200 men, and that he had given eight of these to the king of Trevankoor, but presently no more than two companies had returned from there, the rest having died in the war as well as from smallpox and other diseases; that His Highness presently had no more than 500 men, and would leave three hundred of them at your Right Honourable's disposal, since most Nairos and other inhabitants had fled to the south. Furthermore, His Highness proposes to your Right Honourable to order the Malabar captains to assemble one thousand able Christians and provide them with their arms; but that His Highness will also not fail to provide them with some guns and ammunition, and that your Right Honourable will also have to assist them with these. But regarding the koerombis, His Highness says that most koerombis and sjegos had also fled to the south, and the few he will be able to find here he would need for transferring the orembaais, but that one could use them upon their return, and that in the meantime, in view of the great shortage of coolies in the present circumstances, one would have to use the Christians. His Highness further assures your Right Honourable of his respect and fidelity. Koetsiem, the 10th of May 1790. Was signed: J: M: Truijens. Agreed. Arnold Lunel, secretary. I have received your letter with the request for four eighteen- and four twelve-pounder cannons yesterday via Kaliga Mallen. Whereupon this serves in friendly reply: that your Honour is very well aware that, upon the repeated requests of His Highness your master, I have accommodated him with more heavy artillery and mortars than I could spare in the present condition of our fortress; however, to assist your Honour in this pressing distress, I shall leave four more eighteen-pounders with their appurtenances and cannonballs to His Highness for the cost price. But to send them over there, I find no possibility, since I have no more than one gamel here which I cannot possibly spare, the other which I had sent at your Honour's request with the Danish cannons having fallen into the enemy's hands. Draft letter written by the Right Honourable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek to the Diwan of the king of Trevankoor, named Kesa Lulla, on the 11th of May 1790. Cannons 22. 3. wherefore I request your Honour to send the two war gamels here immediately to collect the aforementioned pieces. With twelve-pounders I cannot accommodate your Honour at all, for those that lie on the rampart I urgently need for the defence of the fortress itself. Furthermore, I request your Honour to leave to the Company one of the war gamels that your Honour had built here and can presently no longer use. For the rest, Kaliga Mallen will make everything known to your Honour orally. God preserve your Honour. Below stood: Thus translated by me into the Malabar language, Koetsiem, date as before. Was signed: J: M: Truijens, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel, secretary.

Dutch transcription

20 hier al het noodige in gereedheid gebragt doch mij zal zwaar geschut mankeeren om op dezelven te gebruiken, en wijl uw Weledele Groot Achtbaare wel bewust is dat men thans geen zwaare kanons hier heeft zoo verzoek ik uw weledele Groot Achtb: Zeer instantig mij in deeze drukkende nood met vier agttien en vier twaalf ponders met hun toebehooren ten spoedigsten te assisteeren zoo dra men /. met de troepen van de Engelsche kompenie, die hier liggen:/ naar den sultan zal uitgerukt hebben, zal de door uw weledele Groot Achtb: geleend wordende kanons in dank bezorgen. wijl thans alhier een aanzienlijke macht verzaameld word, ende verster„ „king van deese plaats tot Groot nut voor uw weledele Groot Achtbaare zelfs strekken zoude; zoo verzoek ik nochmaals mij met boovengemelde kanons te gemoed te koomen voor 't overige zal kaliga Mallen van alles uw weledele Groot Achtb: mondeling verslag doen. Hier iets van uw weledele Groot Achtbaa„ „re beveelen zijnde gelieve mij daar mede te vereeren, teffens Deszelfs aanhouden de welstand te bedeelen, geteekend door gem: Divan /:onderstond:/ Voor de Translaatsie, koetsiem dato als vooren /:was geteekend:/ I: M: Truijens gezw: Translateur Akkordeerd. Arnold Luvel te sekrets 19 20 Weledele Groot Achtbaare Hooggebiedende Heer: zijn koetsiemsche Hoogheid laat uweledele Groot Achtb: bekend maaken dat Anta setti alles aan zijn Hoogheid had gerapporteerd wat uw weledele Groot Achtb: hem belast heeft en dat zijn Hoogheid derhalven beslooten heeft wijl de vijand zoo zeer genaderd is en alle de landen te vuur en te swaard verwoest de koningen en kroon Prins als ook de verdere koninglijke familie van hier zuidwaards naar het Trevankoorsche rijk te zenden en tot dies transport ver„ „zoekt zijn Hoogheid hem met drie goede orangbais te assisteeren, en dat dezelve van koilang zullen te rug gezonden worden doch dat zijn Hoogheid en de Jonge Prins en verdere Hofs-Grooten aan het Hof zoijden blijven en zoo ze daar niet kosten houden als dan zich in de stad begeeven en voorts uw weledele Groot Achtb: trouwhartig volgen zouden Nopens de verzoechte troepen tot bescherming van de Relaas gedaan en met veel eerbied overgegeeven door den ondergeteekenden Tolk aan den welEdelen Groot Achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek voorsteeden N„o 2. voorsteeden Mattanseeri de Joode Stadde Pagodinjo en kanarijns Bazaar be „tuigd zin Hoogheid dat hij niet meer in deszelfs dienst had als tien kompeni Nairos ieder van 200 Man en dat daar van agt aan den koning van: Trevankoor gegeeven had doch thans daar van niet meer te rug gekoomen waaren als twee kompenten en de overige in den oorlog als ook aan de kinder-pokken en andere ziekten gestorven waaren dat zijn Hooghed thans niet meer had als 500 koppen en daar van drie honderd tot uw weledele Groot Achtb: disposietsie zoude overlaaten wijl de meeste Nairos en andere inge „zeetenen naar de zuid gevlucht waaren voorts laat zijn Hoogheid uw weledele Groot Achtbaare proponeeren de Malabaa „sche kapitains te gelasten om duisend koppen goede christanten te verzaame „len en met húnne waapens te voor„ zien; doch dat zijn Hoogheid ook niet mankeeren zal, hen met eenige geweeren en ammntsie te voorzien en dat uw weledele Groot Achtbaare hen daar meede ook zal moeten assisteeren Doch aangaande de koerombis zegt zijn Hoogheid dat de meeste koerombis en sjegos ook naar de zuid gevlucht waaren en de weinige die hij hier zal kunnen vinden tot het overbrengen van de orangbais noodig zoude hebben doch dat men dezelven met hunne te rug komste zoude kunnen gebruiken en dat men intusschen uit hoofde van het groot gebrek van koelis in de tegenwoordige omstandig„ „heid de christenen zoude moeten gebruiken. zijn Hoogheid laat voorts uw weledele Groot Achtb: van deszelfs achting en getrouwigheid verzeekeren: Koetsiem den 10:' Mei 1790. /was geteekend:/ J: M: Truijens Akkordeerd Arnold Zunel sekret:s hebben 21 Ik heb uwen brief met verzoek om vier agt„ „tien, en vier twaalf ponder kanons, gister met kaliga Mallen ontvangen. Waar op in vriende„ „lijk antwoord dliend dat uwEd: zeer wel bewust is, dat ik op de herhaalde verzoeken van zijn Hoogheid uwen Meester, hem met meerder grof geschut en Mortiers te gemoed gekomen ben als ik in de tegenwoordige geleegenheid van onze vesting konde missen, doch om uwEd: in deeze drukkend nood te assisteeren, zal ik noch vier agttien ponders met hun toebehooren en kogels voor het kostende aan zijn Hoogheid overlaating doch na dezelven dat heen te zenden vinde ik geen mogelijkheid, wijl ik alhier niet meer hebbe als een Gamel die ak onmogelijk missin kan zijnde de andere die ik met de Deensche Koncept brief door den weledelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek geschreeven aan den Diwan van den koning van Trevankoor gend: kesa Lulla den 11:e Mai 1790. kanons 22. 3 23 kanons op uwEd: verzoek gezonden had in s vij„ „ands handen gevallen, weshalven ik uwEd= verzoek tot het afhaalen van gem: stukken de twee oorlogs gamels, ten eersten dit heen te zenden. Met twaalf ponders kan ik uw Ed: in 't geheel gerieven, want de geene die op de wal liggen heb ik hoog noodig tot defensie van de vesting Zelve Voorts verzoek ik uw Ed: aan de komp: eene van de oorlogs-gamels over te laaten die uwEd: hier heeft laaten aanmaaken en thans niet meer gebruiken kan, voor 't overige zal kalige Mallen alles uw Ed: mondeling bekend maa „ken God Bewaare uw Ed: /:onderstond:/ zoodanig door mij in het malab:s overgezet koetsiem dato als vooren /:was geteekend/ I: M: Truijens Gezw: Translateur Akkordeerd Arnold Lunel Sekret:s

NL-HaNA_1.04.02_3895_0036 view scan ↗

English

Secret Copy. To His Excellency! The High, Right Honourable, Far-Commanding Lord Mr. Willem Arnold Alting, On behalf of the State of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, Governor-General, and The Right Noble and Strict Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies, Batavia. High, Right Honourable, Far-Commanding Lord, Right Noble and Strict Gentlemen. Section 242. I send this by the narrow-ship to Ceilon, in order to give Your Excellencies information concerning the further course of the affairs of war. Section 243. Since my last previous dispatch, the Nabob has retreated from Paroe to the Line, and it is thought that he will also abandon the same and march to meet the English Army from Karnatika; however, no certain reports thereof have been obtained to this day. Section 244. Fort Kranganoor, which has been partly demolished, remains still occupied by his troops, and a few hours above the same an army of about eight thousand men is still encamped; however, it is believed that it is also preparing for the departure, and only remains standing to let the heavy artillery and baggage go ahead. Section 245. It appears, however, that the English do not place much trust in these movements, as they still remain at Saliporto and do not wish to occupy their former camp near Paroe until they have obtained full certainty of the Enemy's retreat. Section 246. Shortly after the departure of my last previous dispatch, we received a letter from the Ceilon Ministers accompanying a missive from the English Supreme Government in Bengale, containing principally that it had resolved not only to grant assistance to the King of Trevankoor against Tipoe Sultan, but also to secure compensation for the insult; and that, in case Tipoe might attack Koetsiem out of revenge for our tokens of friendship which we might give on this occasion to the English Company or its allies, it would not only do everything possible for our aid, but would also endeavor to obtain satisfaction for our Company during the peace negotiations for the damage which it might come to suffer thereby. Section 247. The aforementioned Ceilon Ministers requested us to please answer that letter, which had the closest relation to our establishment, and noted at the same time: that in view of this emphatic promise from the English, it now seemed more than ever a matter of the greatest consideration whether, when the English did indeed attack, we ought not also on our side already to act on behalf of Trevankoor when he claimed the aid promised by the treaty. However, that they left this to us, and would write to the English Government that they had communicated its letter to us and had requested us to give the necessary answer thereto. Section 248. In this manner the way was prepared for the closer Alliance with the King of Trevankoor, which Your Excellencies had repeatedly recommended as a desirable means to improve our condition; and as the negotiations already initiated thereon with Mr. Paddock, of which my previous dispatch mentioned under No. 238, proceeded slowly and nevertheless sooner or later had to come before the frequently mentioned English Government: this weighty matter was taken into consideration in our Meeting on the 18th of this month, and thereupon decided by unanimous vote to declare in our reply to the said English Government: That we had hitherto assisted the King of Trevankoor to the best of our ability, and on its firm promise to secure satisfaction of damages for us during the peace negotiations, we were furthermore prepared to assist His Highness on this occasion to the best of our ability. Section 249. As it was more than probable that the two main articles which had served as a basis for the negotiations with Mr. Paddok had already been communicated by Colonel Hartleij to the frequently mentioned Supreme Government, we judged it best to present the same along with our answer and to elucidate them with some remarks, concerning which I respectfully request permission to refer to the copies accompanying this of the translated English missive and of our answer thereto; as I dare not delay the narrow-ship, which has been placed in the Northern Mud Bay for safety's sake, a single day longer, both to escape the bad monsoon which is about to break, and also to reach the ships still in the Ceilon ports. Section 250. I will also endeavor to improve this deficient report as soon as possible via Ceilon, and in the meantime I have the honour to remain with all respect and fidelity, was undersigned: High, Right Honourable, Far-Commanding Lord and Right Noble and Strict Gentlemen, Your Excellencies' very obedient and faithful Servant, was signed: J. G. van Angelbeek. In margin: Koetsiem, the 20th of May 1790. Agreed. Arnold Zunel Secretary

Dutch transcription

kopij Sekreet. Aan zijn Hoogedelheid! Den Hoogedelen Grootachtbaaren Wijdgebiedenden Heer M„r Willem Arnold Alting Wegens den Staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene geontroieerde Oostindische Kompenie Goeverneur Generaal. De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien. Hoogedele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer Weledele Gestrenge Heeren. §. 242. Ik zende deezen met het smal„ „schip naar Ceilon, om Uw. Hoogedel¬ „heeden van den verderen loop der Oorlogs Zaaken beniht te geeven¬ 3243. De Nabab is zeder mijnen jongst„ „voorgaanden, van Paroe naar de Linie geretireerd, en men denkt, Batavia. L:r C: dat en de en 23 24 dat hij dezelve ook verlaaten en de Engelsche Armée uit Karnatika te gemoet trekken zal, doch men heeft daar van tot heeden geene Zeekere benchten § 244. Het Fort Kranganoor, het welk voor een gedeelte afgebroken is, blijft noch met zijne troepen bezet„ en een paar uur boven het zelve Kampeerd noch een leger van omtrent agt duizend Man, doch men meent dat het zelve zich ook tot den af „marsch gereed maakt, en alleen noch maar staan blijft, om de Zwaare Artillerij en Bagasie noch vooruit te laaten gaan § 245. Het schijnt echter, dat de Engel„ „schen, deeze beweegingen niet veel betrouwen, wijl zij noch te Saliporto staan blijven, en hun voorig leger bij Paroe niet willen betrekken, voor dat zij van 's Vijandes aftocht volle Zeekerheid erlangd hebben. §246. Kort na het afgaan mijnen jongst „voorgaande ontvingen wij eenen brief van de Ceilonsche Ministers ten geleide van eene missive van de Engelsche Hooge Regeering in Bengale, behelzende voornaam„ „lijk, dat zij beslooten had aan den Koning van Pre van Koor niet alleen hulpe tegen Sipoe Sultan te ver„ „leenen, maar ook voor de belei„ „diging vergoeding te bezorgen, en dat zij, ingevalle Pipoe koet„ „siem aantasten mogt uit weer„ „wraak van onze Vriendschaps be„ „wijzen, die wij bij deeze geleegen„ „heid aan de Engelsche Kompenie of haaren geallieerde mogten Kún¬ „nen geeven, niet alleen al het mogelijke ter onzer hulpe doen, maar ook trachten zoude voor on„ ze Kompenie bij de Vreede han¬ delingen voldoening van de Schaa„ „de, te obtineeren, die dezelve daar door zoude koomen te lijden § 247. Evengemelde Ceilonsche Ministers vertocht en ons, dien brief, die de naaste betrekking tot ons eta„ „blissement had, te willen beant„ „woorden, en merkten tevens aan; dat het aangezien deeze nadrúklijke belofte van de van Engel„ 25 Engelschen, thans meer dan oit een Stuk van de grootste bedenking scheen, of wij, wanneer de Engel„ schen met der daad toetasteden niet ook reets van onze zijde be„ hoorden te doen, ten behoeve van Tre van Roor, wanneer hij de bij het traktaat toegezegde hulpe reklameerde. — Doch dat zij dit aan ons overlieten en aan de Engelsche Regeering schrijven rou¬ „den, dat zij derzelven brief aan ons gekommuniceerd en ons verzocht hadden, daarop het noodige te aantwoorden §. 248. Op deeze wijze werd de wegge„ „baand tot de nadere Alliance met den Koning van Ire van Koor„ die Uwe Hoogedelheeden bij her„ haaling als een gewenscht middel tot verbeetering van onzen toestand aan bevoolen hadden, en wijl de daarover reets geenthameerde Onderhandelingen met den Heer Paddok, waarvan mijn voorige sub 5 n. 238. gewaagd, langzaam voortgingen en doch vroeg of of laat voor meerm: Engelsche Rege¬ „ring koomen moesten: zoo werd in onze Vergadering op den 18. deezer dit wigtig Stuk in Overweeging genoomen, en daarop met unani¬ „me stemmen beslooten, bij ons uit„ „woond aan hooggedachte Engel„ „sche Regeering te verklaaren. Dat wij den Koning van Trevan„ Roor tot nú toe naar Vermogen geassisteerd hadden, en op haare Kordaate belofte; om bij de vreede handelingen vol„ doening van Schaade voor ons te bezorgen, na der bereid waaren zijne Hoogheid in dee„ „ze geleegenheid naar Ver„ „mogen bij te staan. §. 249. Wijl het meer dan waarschijn„ „lijk was, dat de twee Hoofdar„ „tikelen die tot een grondslag van de Onderhandelingen met den Heer Paddon gediend had„ „den, door Kolonel Hartleij reets aan meermelde Hooge Re„ „geering gekommuniceerd waaren: zoo oordeelden wij dit, de zelven bij ons antwoord meede voortestel„ laat „len . 26 § 250 „len en met eenige aanmerkingen opte kelderen, waaromtrend ik in eerbied verlof verzoeke, mij te mogen gedraagen aan de dee„ „zen verzellende afschriften van de vertaalde Engelsche missive en van ons antwoord daarop alzoo ik het Smalschip, het welk Zeekerheids halve in de Noorder Modderbai gelegd is, geen eenen dag langer durve ophouden, zoo wel om de qúaade mousson, die op het doorbreeken staat, te ont„ „vluchten, als ook om de Schepen noch in de Ceilonsche Havens opte loopen. Ik zal tevenstrachten, dit gebrek„ „Rig bericht zoo spoedig mogelijk over Ceilon te verbeeteren, en geeve mij middelerwijle de Eere met alle eerbied en trouwe te blijven. /:on„ „derstond:/ Hoogedele, Groot„ „achtbaare wijdgebiedende Heer en Weledele Gestrenge Heeren, Uwer Hoogedelheeden zeer gehoorzaame en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ J. G. van Angelbeek. in marg:/ Koetsiem den 20. Mai 1790. — Akkordeerd. Heeren Arnold Zunel Sekret:

NL-HaNA_1.04.02_3895_0040 view scan ↗

English

27 Right Honourable Sir W: J: van de Graaff Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies etc. etc. Right Honourable Sir. The Governor and Council of Madras have sent to us the copies of the letters that your honour has addressed to them on the 9th and 12th of the past month, and we deem it our duty to assure your honour that we are exceedingly touched by the share your honour professes to take in the interests of the English East India Company and of its ally, the King of Travancore. Although the 6th Article of the Treaty of Alliance between the Crown of Great Britain and the States General of the United Netherlands only contains a provision against the hostile attacks of any European power in the Indies, we are nonetheless so strongly convinced that our mutual interest demands that the greatest candour exist between us, that we shall consider ourselves fortunate to embrace with eagerness all No 1. At Colombo 28 all opportunities that may arise, in order to demonstrate our sincere inclination to maintain on our part the tokens of reciprocal good offices, and to foster and perpetuate the ancient friendship so happily restored between our respective nations. We are very much obliged to your honour for the clear and satisfactory information that your honour has given to the Government of Madras regarding the legality with which the Dutch East India Company possessed Cranganore prior to its cession to the King of Travancore; and as we are entirely of the same opinion as your honour, that the Nabob Tipu Sultan had no right whatsoever to interfere with the arrangement whereby the said King obtained possession of this fort from your nation, we would not have remained indifferent spectators even if he had confined himself to the act of wresting Cranganore from the King of Travancore by force of arms. The violent and ambitious spirit of this Prince appears to contemplate objects of far greater importance. His general contempt for the faith of treaties, and his designs against the territories of Travancore having been most clearly demonstrated by the attack on the lines of the King, made on the 29th of December last, we deem ourselves obliged not to abandon an ally in such manifest danger, and we have consequently resolved to support him effectively, as well as to avenge the insult offered to him in the same manner as if it had been done to ourselves. It is with great pleasure that we have learned the substantial interest that your honour takes in what concerns the aforementioned King; and on the supposition that your honour might be inclined to assist him on this occasion, we shall instruct the Government of Madras to inform your honour of the manner in which the operations in support of Travancore will be carried out by the troops of the said Government, and to inform your honour from time to time how they think, according to their views, the assistance which might be in your honour's power to give, either from Cochin or from Ceylon, can best be employed for the advancement of the common cause. We have recently been informed of the insulting conduct of Tipu with respect to the Governor of Cochin, and of the designs he appears 29 to have against the aforementioned fort and factory. Should he go so far as to attack this place in order thereby to avenge the marks of friendship which your honour might show to us or to our ally the King, we promise to use all our power to compel him to desist from the said undertaking, and also to procure for your honour, in the negotiations for peace, full satisfaction for any damage that your honour might have sustained. As Tipu is the aggressor by violating the treaty of peace upon frivolous grounds, he has forfeited his right to request aid from France, and we also hope that this nation will be little inclined thereto, since they would act contrary to all fundamental principles of justice and good faith by interfering in these disputes. Nevertheless, being convinced that it is our duty to take every possible precaution in order to be on guard against all undertakings that might contrary to our expectation be made from that quarter, we shall request Lord Cornwallis, Commander- in-Chief of His Majesty's ships in the Indies, to watch all the movements of this nation. Your honour will do us a special service if your honour would also be active on your part to discover and counteract all intentions of such a nature that might at any time be in train, and should your honour obtain any information in that regard which might be of importance for us to know, your honour will greatly oblige us by communicating it to us as soon as possible, or else to the Commander or to such an establishment as has the greatest interest in knowing it. We have the honour to be, Right Honourable Sir, your honour's most humble servants, Cornwallis, Ch: Stuart, Peter Speke. In the margin: Fort William the 26th of February 1790. Below: Agreed, signed: G: J: Fijbrands, First Clerk. Agreed, Arnold Lunel.

Dutch transcription

27 Weledel Geboore Heer W: J: van de Graaff Goeverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden &r. a &ra Weledel Geboore Heer. De Goeverneur en Raad van Madras hebben aan ons gezonden de Copijen der brieven, die uweledel heb: den 9: en 12: der gepasseerde maand aan dezelve heeft gericht, en we achten het van onzen plicht uweledel Geb: te verzeekeren, dat we ten uitersten gevoelig zijn aan het deel, dat uweledel Geb: betuigd te neemen in de belangens van de Engelsche Oostindi„ „sche komp: en van haaren bondgenoot de koning van Trevankoor. schoon het 6=de Artikel van het alliantie Traktaat tusschen de kroon van Groot Brittannien en de staaten Generaal der vereenigde Nederlanden alleen inhoud eene bepaaling teegens de vijandelijke aan„ „vallen van eenige Europeesche Mogentheid in Jndien zijn we nochtans zoo zeer overtuigd, dat ons weeder„ „zijdsch belang het vorderd dat tusschen ons de Grootste openhartigheid bestaat, dat we ons zullen gelukkigachten, om met empressement le omhels en holombo alle N„o 1. Te 28 alle geleegenheiden die zich mogten opdoen, ten einde aan den dag te leggen onze oprechte geneigs „heid, om van onze zijde te onderhouden het bewij „sen van weederzijdsche goede diensten, en om aan„ te kweeken en bestendig te doen zijn de oude vriend „schap, zoo gelukkig hersteld tusschen onze respective Natien. we zijn uweledel heb: zeer verplicht voor de duide „lijke en voldoende onderrichting die uweledel Ged aan het Goevernement van Madras heeft gegeeven, van de wittigheid, waar mede de Hollandsche Oost „indische komp: kranganoor bezat, voor den afstam daar van aan den koning van Trevankoor, en wijl we volkoomen met uwe ledel Geb: van het zelfde gevoe „len zijn dat de Nabab Tipoe sultan geen recht had hoe genaamd, om zich te bemoeien met het arrangement, waar door gem: koning het bezit van dit Fort van uw natie heeft verkreegen, zon „den we geene onverschillige aanschouwers gebleeven zijn wanneer Hij zich ook mogte hebben bepaald aan den daad, om door middel der waapenen kre „ganoor aan den koning van Trevankoor te ontrukken De geweldige en heerschzugtige geeft van deezen Prins schijnt voorwerpen van vrij meer aangelee„ „genheid in den zin te hebben. Zijne algemeene verachting voor de trouw der tractaalen, en zijne oogmerken teegens de landen van Trevankoor ten duidelijk sten gebleeken zijnde door den aan„ „val op de linie van den koning, gedaan den 29: December Jongstl: achten we ons verplicht om een geallieerde in een zoo zichtbaar gevaar niet te verlaaten, en we hebben dienvolgens beslooten, om hem krachtdaadig te ondersteunen, als ook om den hoon, die hem is aangedaan te wreeken op de„ „zelfde wijze als of die aan ons zelven was geschied Het is met veel genoegen dat we vernoomen heb„ ben, het weezentlijk belang dat uweledel Geb: neemt in het geen voorm; koning betreft, en in de veronderstelling dat uweledel geb: mogte genee„ „gen zijn om hem in deeze geleegenheid bij te staan, zullen we het Goevernement van Madras gelasten, om uweledel geb: kennis te geeven van de wijze hoedanig de operatien ter ondersteuning van Trevankoor door de troupes van gem: goevernement zullen worden werkstelling gemaakt en uweledel geb: van tijd tot tijd te onderrichten, hoedanig ze denken, dat na haare begrippen op de beste wij„ „ze kan worden gebruikt de hulp die in uweledel geb: vermoogen mochte zijn te geeven het zij van koetsiem of van Ceilon ter bevordering van de gemeene zaak. wij zijn onlangs onder richt van het beleedigend gedrag van Tipoe, ten aansien van den Goeverneur van koesien, en van de oogmerken die Hij schijnt te 29 te hebben teegens voorm: fort en kantoor. zoo hij zoo verre mogte gaan om deeze plaats te attaquee ten einde daar door te wreeken de bewijsen van vriendschap, die uweledel Geb: aan ons of aan onzen bondgenoot den koning mogte geeven, beloo„ „ven we al ons vermoogen te zullen aanwenden om hem te noodzaaken van gem: onderneeming aftezien, en ook om bij de onderhandeling tot de vreede aan uweledel geb: te bezorgen eene vol„ „doening voor de schaade, die uweledel geb: mogte hebben geleeden. wijl Tipoe den aanvaller is door de schending van het vreedens tractaat op niets bediidende gronden, heeft hij zijn recht, om hulp van Frankrijk te vraagen, verlooren en we hoopen ook dat deeze Natie daartoe weinig geneegen zal zijn vermits ze teegens alle grond beginselen van recht en goede trouw zouden handelen, door zich met deeze verschillen te bemoien. Nochtans verzeekerd zijnde dat het onse plich is alle moogelijke voorzorgen te gebruiken, ten einde op hoede te zijn teegens alle ondernee¬ mingen die teegens onze verwachting van dien kant zouden kunnen worden gedaan zullen we den Heer Cornwallis Commandeur en Chef van de scheepen van Zyne Majesteit in Jndien ver„ „zoeken om op alle de beweegingen van deeze Natie te letten. uweledel Geb: zal ons een bezonder dienst doen, indien uweledel geb: ook van zijn kantivie werk„ „zaam zijn om te ontdekken en tegen tegaan alle voorneemens van die natuur die zomtijds mochten in tie zijn, en zoo uweledel Geb: dien aangaande mochte bekoomen eenige onderrich„ „tingen, welke voor ons van aanbelang konde zijn te weeten, zal uweledel geb: ons zeer ver„ „plichten, met ons die te Communiceeren zoo spoe„ „dig moogelijk, dan wel aan den Commandeur of aan zulk een Etablissement, dat het meeste belang heeft om het te weezen wij hebben de eere te zijn. /:onderstond:/ weledel Geboore Heer uwele, „del Geboore zeer ootmoedige Dienaaren /was Getz:/ Cornivallis, Ch: Stuart Peter Speke, /in margine:/ Fort william den 26: Fe „bruari 1790: /:Lager:/ Akkordeerd /:getz:/ G: J: Fijbrands Egklerk. Akkondeerd Arnold Lunil Natie sekkir

NL-HaNA_1.04.02_3895_0044 view scan ↗

English

To His Excellency The High-born Lord Charles, Earl of Cornwallis Knight of the Garter, Lieutenant General in the Armies of His Britannic Majesty and Governor General of British India, Together with the Supreme Council of Bengal, etc., etc. Right Honourable, High-born Lord and Honourable Severe Lords! The Lord Governor and Council of Ceylon have sent us the letter which your Lordship and Honours wrote to them concerning Tipu Sultan, since its contents bear the closest relation to our Government, and we hasten to provide herewith the necessary reply thereto, and humbly to thank your Lordship and Honours for the favourable disposition to our assistance should we be attacked by Tipu, and for the further friendly offers. We No. 2. We have assisted the King of Travancore up to now with all that was in our power and, upon the resolute promise of your Lordship and Honours to obtain satisfaction for our damages in the peace negotiations with Tipu, we are further prepared to assist His Highness in this occasion to the best of our ability. To this end we propose the following principal articles: 1. The Dutch Company and the King of Travancore renew their defensive alliance, and the Company provides to the King in this war against Tipu a Regiment of 500 men, Europeans and Malays, and a Battalion of Sepoys of 500 men, with the necessary field artillery. 2. The Company pays the ordinary wages and provides the weapons and ammunition. 3. The King pays the batta or the field allowance on the English footing, the Malays calculated at half that of the Europeans. 4. The King provides the coolies, draft and pack bullocks, and everything necessary for transport. 5. The detachment shall be commanded by a Dutch staff officer, but, when it is with the English Army, it shall be subject, regarding military operations, to the English General or Commander-in-Chief; the further arrangements, on how to act in cases of detachment and in other instances, shall be made equitably. 6. The sick and wounded shall be treated in the English Hospital. 7. This detachment shall have a proportionate share in the booty and the prize money, the Malays half that of the Europeans. 8. Upon the conclusion of peace, the Dutch Company and its Ally, the King of Cochin, as well as the King of Travancore, shall be included and their damages indemnified. 9. The King promises henceforth to supply properly each year the three thousand candies of pepper which he must deliver to our Company according to the latest contract of 15 August 1753. 10. The English Company guarantees this alliance. For the necessary elucidation of these articles, the following serves: The Regiment mentioned in Article 1 consists of three companies of Europeans, each of 100 men, and of two companies of Malays, each of 100 men; the Battalion of Sepoys likewise consists of five companies, each of 100 men, but with the two Malay and five Sepoy companies, there is with each a European officer as commander and a European non-commissioned officer as drillmaster, and in addition the Battalion of Sepoys is commanded by a European Captain. The Artillery consists of four field pieces with two European officers and 18 European non-commissioned officers and privates, together with 20 Native artillerymen. The 4th article is not only equitable, but also necessary, since we would not be able to obtain any coolies or beasts of burden here. On the 8th article, we must observe concerning the King of Cochin that he, just like the King of Travancore, is our Ally, but moreover also our vassal, who formerly possessed several lands outside the lines of Travancore, which were seized from him by the Zamorin, and which he since leased in part from the Nawab, but which Tipu has now, on account of his faithful adherence to us and to Travancore, taken from him and completely ruined; we therefore remain assured of the justice and equity of your Lordship and Honours, that our intercession on his behalf will merit fair consideration. In the 9th article, we demand no new advantages, but only further security for that to which the King of Travancore is already obligated, according to the aforementioned treaty. If your Lordship and Honours find these proposals acceptable, then this matter could reach its conclusion as soon as possible, provided the Raja of Travancore were informed of the approval of your Lordship and Honours, since Their Excellencies the Supreme Government of Batavia, upon which this establishment immediately depends, have expressly qualified the first signatory to conclude such a contract with Travancore. We have the honour to be with particular high esteem, Subscribed: High-born Lord and Honourable Severe Lords! Your Excellency's and Honours' most humble and obedient servants, was signed: J. G. van Angelbeek, J. L. van Spall, G. G. Gebhardt, J. A. Cellarius, W. van Kaesten and Arnold Lunel. In the margin: Cochin, 18 May 1790. Agreed. Arnold Lunel, Secretary Lit. D. Secret Copy Batavia. To His Excellency The Right Honourable, Highly Esteemed, Widely-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, On behalf of the State of the Free United Netherlands and its Chartered General East India Company, Governor General, and the Honourable Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Highly Esteemed, Widely-Ruling Lord, Honourable Severe Lords. In my respectful letter of 20 May last, I dutifully reported that the Nawab Tipu Sultan with his army had retreated from Parur to the Lines, and the

Dutch transcription

30 Aan zijne Hoogedelheid Den Hooggebooren Heere Charles, Grave van Corn wallis Ridder van de housseband, Luitenant Generaal in de Legers van Zijne Groot Brittannische Majesteit en Goeverneur Generaal van Brittisch Jndia Ne„ „vens den Hoogen Raad van Bengale M: ect: ect: Hoogedele, Hooggebooren Heer en Weledele Gestrenge Heeren! De Heer Goeverneur en Raad van Ceilon hebben den brief, die uw Lordschap en Edelen aan haar over Tipoe sultan geschreeven hebben, aan ons gezonden, wijl de inhoud daar van tot ons Goevernement de naaste betrekking heeft, en wij haasten ons, daar op het noodige bij deezen te antwoorden, en uwe Londschap en Edelen voor de Gunstige disposietsie ter onzer hulpe indien wij van Tipoe aangetast waaren, en voor de verdere vriendelijke aanbeddingen ootmoedig te bedanken. wij No. 2. 31 wij hebben den koning van Trevankoor tot nu toe geassisteerd, met al wat in ons vermoogen was en zijn op de kordaate belofte van uwe Lordschap en Edelen, om bij de vreede handelingen met Tipoe, voldoening van schaade aan ons te bezorgen, nader bereid, zijne Hoogheid in deeze geleegenheid naar vermoogen bij te staan. Hier toe proponeeren wij de volgende hoofd-artikelen 1: De Hollandsche komp: en de koning van Tre„ „vankoor vernieuwen hunne defensive alli„ „ance, en de komp: geeft aan den koning in deezen oorlog tegen: Tipoe een Regiment van 500: koppen Europeeschen en Malaiers en een Battaljon Sipais van 500: koppen, met de noodige veld-artillerij 2: De komp:e betaald de gewoone gasie en four„ „neerd de waapens en ammunietsie. 3: De koning betaald de batta of het veld= doucerir op Engelschen voet, de Malaiers op de helfte van de Europeeschen gereekend. 4: De koning fourneerd de koelies trek=en draag=ossen en al wat tot het transport noodig is. 5. Het delachement word gekommandeerd bij een Hol„ „landschen staf- officier, doch staat, als het bij de Engelsche Armeé is, wat de krijgs-operaatsien aangaat, onder den Engelschen Generaal of kom„ „mandant en Chef, de nadere schikkingen, hoe bij het detacheeren en in andere gevallen te hande„ „len, zullen naar billijkheid gemaakt worden. 6: De zieken en Geblesseerden, worden in het Engel„ „sche Hospitaal gekureerd. 7: Dit detachement zal evenreedig deel hebben aan den buit en de prijs-monij, de Malaiers de helft van de Europeeschen. 8: Bij het sluiten van den vreede, Zal de Holland„ „sche komp:e en haar Bondgenoot, de koning van koetsiem, zo wel als de koning van Trevankoor, ingeslooten en voor haare schaaden loosstelling ge„ „zorgd worden. 9: De koning beloofd voortaan de drie duizend kan„ „dijlen peper, die hij volgens het Jongste kontrakt van den 15: Aug=s 1753: aan onze kompenie leeveren moet, Jaarlijx richtig te voldoen. 10: De Engelschen kompanie garandeerd deeze alliance. Tot de noodige opheldering van deeze artikels, diend het 5. Het volgende 32. volgende Het bij artikel 1: vermelde Regiment bestaat uit drie kompanien Europeeschen ieder van 100: koppen, en uit twee kompanien Malaiers ieder van 100: kop¬ „pen; het Battaljon Sipais bestaat meede uit vijf kompanien ieder van 100: koppen, doch bij de twee Malaitsche en vijf sipais kompanien, staat bij ieder een Europeesche officier, als kommandant en een Europeesche onderofficier als Driemeester en daar en boven word het Battaljon sipais, door een Europeeschen kapitain gekommandeerd. De Arthillerij bestaat uit vier veled=stukken met twee Europeesche officiers en 18: Europeesche onderofficiers en Gemeenen, mitsgaders 20: Jnland„ „sche Arthilleristen Het 4:de artikel is niet alleen billijk, maar ook noodzaaklijk, wijl wij hier geene koelies of draag=beesten zouden kunnen bekoomen. op het 8=ste artikel dienen wij nopens den koning van koetsiem aantemerken, dat hij even zowel als de koning van Trevankoor, onze Bondgenoot maar daar en boven ook onze vasal is, die voor „heen verscheidene landen buiten de linie van Trevankoor bezeten heeft, die hem door den Sammorijn ontweldigd zijn, en die hij zeeder voor een gedeelte van den Nabab in pacht genomen heeft, doch die Tipoe hem thans, wegens zijne getrouwe aankleeving aan ons en aan Trevankoor, afgenoomen en geheel geruineerd heeft; wij houden ons dus van de gerechtigheiden billijk„ „heid van uwe Sordschap en Edelens verzeekerd, dat onze intercessie voor hem billijke reflexie verdienen zal. Bij het 9:e artikel, eischen wij geene nieuwe voordee„ „len, maar alleen nadere verzeekering van het geen, waar toe de koning van Trevankoor reets verplicht is, volgens het bovengemelde traktaat. Indien uw Lordschap en Edelen, deeze propo„ „sietsien aanneemlijk vinden, zoo zoude deeze zaak ten spoedigsten haar beslag kunnen erlangen bij aldien de Rasia van Trevankoor van het goedvinden van in Lordschap en Edelen geinformeerd werd, door dien Hunne Hoogedelheeden de Hooge Regeering van Batavia, waar van dit et ablis„ „sement onmiddelijk dependeerd den Eerst getee„ „kenden expres tot het sluiten van zulk een Trevankoor kontrakt kontrakt gequalificeerd hebben. wij hebben de eere met bezondere hoogachting te zijn. /:onderstond:/ Hoog gebooren Heer en weledele Ge„ „stenge Heeren. ! uwer Hoogedelheid en Edelen zeer nedrige en Gehoorzaame Dienaaren/oas getl:/ I: G: van Angelbeek, I: L: van Spael, G: G: Gebhardt, J: A: Cellarius, w: van Kaeften en Arnold„ Lunel /:in marginne:/ Roetsiem den 18: Mei 1740: — Akkordeerd. Arnold Lunel sekrts L:a D. Kopij Sekreet Batavia. Aan Zijn Hoogedeheid Den Hoogedelen Grotachtbaaren wijdgebieden den Heer Mr Willem Arnold Alling Wegens den Staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene geoktroieerde Oostindische Kompanie ƒ Goeverneur Generaal De Weledele Gestrenge Heeren Raaden Nederlands Indien O Hoogedele Grolachtbaare Wijdgebiedende Heer Weledele Gestrenge Heeren. Bij mijne eerbiedige van den 20 Mait Tipoe Suctan jongstleeden gaf ik plicht schuldig bericht, dat de Nabab Sipoe Sul¬ tan met zijn Leger van Paroe naar de Linie teruggetrokken was ^en de 3. 2 33 en

NL-HaNA_1.04.02_3895_0049 view scan ↗

English

34 retired. 9th Continuation Paragraph 2. Since then he has gradually dropped further southwards, leaving behind in the lands of Kranganoor, Paponetty, and Pettua, as well as along the lines captured by him and in the lands of the King of Cochin situated outside thereof, the necessary troops to observe the English at Saliporto and Aycotta. Military operations of the English Paragraph 3. The rainy season which then set in on this coast prevented all further military operations from this side, whilst the fair monsoon, which at the same time prevails on that side of the high mountain range, favoured the advance of the grand English army of Coromandel. This, however, was in the beginning noticeably delayed because the interim Governor of Madras, Hollond, notwithstanding the strict orders of the Supreme Council of Calcutta, had made not the least preparations, and in particular had neglected to procure the necessary draught and pack oxen. On this account, he also handed over authority to his brother shortly before the arrival of the Governor appointed from Europe, Major General Medows, and departed for England, thus escaping the well-deserved punishment which now fell solely upon the two remaining Council members, Hollond and Casamajor, who were both dismissed from their offices. Paragraph 4. Finally, the aforementioned Major General Medows overcame these difficulties, so that in the month of June last he placed himself at the head of a mighty army consisting of seventeen thousand seven hundred combatants, and with it marched from Trichinopoly against Tipu Sultan; while from the troops which had in the meantime arrived from Bengal under the command of Colonel Cockerell, and from some 35 troops of Madras under the command of Colonel Kelly, an army was formed near Arcot, which together was about eight thousand combatants strong, and would attempt to penetrate from that side through the mountains into the province of Bangalore. Alliance between the English, Nizam Ali, and the Marathas. Paragraph 5. At the same time, the alliance between the English Company, the Nawab of Golconda, and the Marathas at Poona was concluded, of which notice was given to me by the Supreme Council of Bengal in a ministerial letter, without any further explanation other than that it was directed against Tipu Sultan. However, according to private reports, the plan was made that the Nizam should break into the province of Cuddapah, and the Marathas from the north into the province of Savanur, to which end two battalions of English sepoys were assigned to each of these two powers. The detachment of Colonel Hartley Paragraph 6. The Bombay detachment encamped at Aycotta under Colonel Hartley, consisting of one regiment of Europeans, one hundred European artillerymen, and two battalions of sepoys—to which the two Coromandel battalions that have already been stationed at Parur for a year and a day have been joined—was to be reinforced upon the opening of navigation from Bombay with two regiments of Europeans and seven battalions of sepoys. Thereupon the Governor of Bombay, Colonel Abercromby, intended to place himself at the head of this considerable army and thereby commence operations against Tipu from this side. But in this latter plan a change seems to have occurred since, because the general direction over this war was entrusted to General Medows by the Supreme Council of Calcutta, and this 36 gentleman, Colonel Abercromby, has been promoted by His Britannic Majesty to Major General, who will thus remain in his government and send the troops to Tellicherry for the further disposal of the General-in-Chief Medows. Remark Paragraph 7. I have judged that this description of the general plan of military operations would not seem unwelcome or needless to Your High Excellencies, because it is directed against a prince who has long been pregnant with the design to expel all Europeans from both coasts, and who, if his first attack on the Travancore lines had not failed, would have made a beginning thereof with the siege of Cochin; in which operations our Company is therefore considerably interested, as the fate of its possessions on both coasts for the future seems principally to depend upon it. Remark Paragraph 8. Yet I honor the precious time of Your High Excellencies too much to dare waste it with a detailed and extensive narrative of the subsequent military exploits, and shall therefore confine myself merely to a brief sketch of them. Continuation: Military exploits of General Medows. Paragraph 9. The first incursion of the English army occurred in the province of Coimbatore, which has several fortresses that were captured without great resistance. Paragraph 10. From there, Colonel Stuart was sent with a considerable detachment to the more southerly situated province of Dindigul, which likewise fell into their hands without much bloodshed, the English being received everywhere by the inhabitants with open arms, and their army supplied with all kinds of provisions against payment. Paragraph 11.

Dutch transcription

34 retireerd. 9en Vervolg 82. Zeder is hij langzaamder hant ver¬ „der noordwaards afgesakt, laaten de in de Landen van Kranganoors Paponettij en Pettua, mitsgaders aan de door hem verooerde Lunie en in de daar buiten geleegene Landen van den Koning van Koetsiem de noodige troepen, om de Engelschen te Saliporto en ctikotte te observeeren. §. 3. De toen in vallende regentijd op Krijgs operaat, deeze Kuste verhinderde alle sien der Engelschen verdere Krijgs operaatsien van dee„ „ren Kant, terwijl de goede mousson die ter zelver tijd aan geene tijde van het hoog gebergte heerscht, den Optocht der groote Engelsche Annee van Kormandel begunstigde, die ech¬ ter in den beginne meerklijk ver¬ traagd werd, doordien de pro intenin Gouverneur van Madras Holland, ongeacht de stipte beveelen van den Hoogen Raad van Kalk atte geene de minste aanstaeten ge¬ maakt, en inzonderheid vertuumd had, de daartoe noodige tres en drag ossen aan te schaffen, wes¬ „halven hij ook tegen de aankomst van den uit Europa aangestelden Goever¬ neur, den Generaal Majoor Medows het gezag aan zijnen Broeder over¬ gof, en naar England vertrok, en dus de wel verdiende Straffe ontweek, die nu alleen op de twee overgebleevene Raadsleeden, Hollond en Casa Major nederdaalde die beiden uit hun ampt gedruiveerd wierden S. A. Eindelijk quam eevengemelde Gena¬ nal Majoor Medows de ete twaa¬ nigheeden te boven, invoegen hij tich in de maand Juni jongste: aan het hoofd van een magtig Leger stelde, bestaande, bestaan # uit Zeeventien duizend zeeven honderd kombattanten, en daar ende meede van Intsjen apole tegen Tipoe Suctan Sprukte, terwijl van de toeper, die middelen wijle uit Bengale onder bevel van den Kolonel KokKerce aangekoomen waaren, en van en eenige 35 „sam Ali en de Maratten. van Kolon el Harte eenige trepen van Madras, onder bevel van den Kolonel OKellij een Leger bij Arkat geformeerd werd, het welk te zaamen omtrent agt duizend kombattanten sterk was, en trachten zoude, van dien kant door het gebergte in het Landschap Bengaloor in te dringen Ter zelver tijd was ook de Alliance Allianve tússchen tússchen de Engelsche Kompenie de Engelschen, Mi„ den Nabab van Golkonda, en de Maratten te Poenah tot stand gekoomen, waarvan mij door den Hoogen Raad van Bengale bij een Ministeriellen brief werd kennis gegeeven, zonder eenige nadere uitlegging dan alle en dat dezelve tegen Tipoe Sultan gericht was, doch volgens parti„ Kuleere berichten is het Ontwerp gemaakt, dat de Nisam in het Landschap Kudappa, en de Mant¬ ten van de Noord in het Land„ schap Sanoor in breeken tullen, tot welke einde aan ieder van deeze twee Mogendheeden twee Battal„ jons Engelsche Sipais toegevoegd zijn. Het te Aikotte Kampeerende bom„ Het Detachement „ baisch e Detachement onder Kolonel Hartleij, bestaande uit een Regi„ 1 ment Europeeschen, honderd Euro„ peesche Artillensten en twee Bat¬ taljons Sipais, waarbij de reets ze„ „der Jaar en dag te Pare geleegen hebben, de twee Kormandelsche Bat ee taljons gevoegd zijn, zoude met de opene vaart van Bombai met twee Regimenten Europeeschen en Zeeven Battaljons Sipais versterkt worden, en alsdan wilde de Heer Gouverneur van Bombai, de Kolonel Abercrom bij, zich aan het Hoofd van dit aanzienlijk leger stellen, en daarmeede de Openatsien tegen Tipoe van deezen Kant beginnen, doch in dit laaste ontwerp schijnt Ieder eene Verandering opgekoo¬ men te zijn, doordien aan den Heer Generaal Medows de gene„ raale Direksze over deezen Oor„ log door den Hoogen Raad van Kalkatta opgedraagen, en de deeze Heer S. 6. en 36 7 Aan merking e 9 Oorlogs bedrijven van Generaal Medows. Vervolg. 3. 10. Aanmerking Heer Kolon el Abercrom bij van Zijne Groot brittannische Majesteit tot Generaal Majoor bevorderd is, dit dus in zijn Goeverement blijven, en de troepen naar Jellitseen tenden zal ter verdere dispofietsie van den Generaal en ChefMe¬ „dows maermt Ik hebbe geoordeeld, dat deeze be„ schrijving van het generaale plan der Krijgs operaatsten aan Uw. Hoogedelheeden niet ongevallig of noodeloos voorkoomen zoude, door dien het zelve tegen een Vorst gewiht is, die iederlange met het ontwerp twanger ging, alle Europee¬ „schen van beide kusten te verdrijven en bij aldien hem zijn eerste aan¬ „val op de Trevan Koorsche Linie niet misluht waare, met de beleegering van Koetsiem het begin daartoe gemaakt zoude hebben, bij welke operaatsien onze Kompenie derhalven merklijk geinteresseerd is alzoo daarvan het noodlot haar bezittingen op beide Kusten voor den aanstaande voornaamlijk schijnt aftehangen. Doch ik eene teffens den Kostbaaren tijd van Uwe Hoogedelheeden te Reer, dan dat in den zelven met een omstandig en breedvoerig Verhaal van de daarop gevolgde Oorlogs bedrijven zoude dúrven spillen en zal mij dus alleen tot een Korte Schets van dezelven bepaalen De eerste inval van het Engelsche Leger geschiede in het Landschap Koimbatoer het welk verscheidene Vestingen heeft, die zonder grooten tegenstand vervoerd werden Van daar werd Kolonel Stuart met een aanzeenlijk Detachem int naar de tuidelijker liggende Provincietie Dindagal gezonden, die almede zonder veel bloedvergieten in hunne handen viel, wordenda de Engel¬ sch en overal van de Inwooners met opene Armen ontvangen, en hunne Armee met allerlij Lee„ vensmiddelen tegen betaaling verzorgd. den S11. S 8.

NL-HaNA_1.04.02_3895_0052 view scan ↗

English

Continuation S 14. Remark Section 11. Hereafter, the aforementioned Colonel Stuart was sent to besiege the fortress of Pallikatseeri, and Colonel Hartley received orders to join him with his detachment, while Colonel Floyd advanced toward the Mysore Mountains with the vanguard of the main army, consisting of half a regiment of European infantry, one regiment of European cavalry, two regiments of native cavalry, and three battalions of sepoys, in order to secure the pass over the same. Continuation. Section 12. Until now, Tipu Sultan had undertaken nothing with his army; it was even believed that he was engaged at Seringapatnam with preparations for the defense of the upper lands, from where he, up to three times, sent envoys and letters with peace proposals to General Medows, who for the last time could obtain no audience, but were turned away with letters and all; however, on 13 September last, the aforementioned vanguard was ambushed from the mountains by a formidable army and fought so severely for two days that, due to the great superior strength of the enemy, which was estimated at sixty thousand men, one could hardly have expected anything other than that this entire English corps, which was not much above four thousand men strong, would have been utterly destroyed. Yet military skill, discipline, and bravery preserved in this case their superiority over the superior strength of a disorderly mob; the enemy was beaten off on both days and chose, as soon as he received news through his spies that General Medows was approaching with the main army, to abandon his prey and retreat into the mountains. However, the English paid dearly for this glory, for besides the loss of six field pieces that fell into the enemy's hands at the first attack, Lieutenant Colonel Deare, Captain John Hartley, and three subaltern officers were killed, and nine European officers wounded, after which the loss of common soldiers, which has not yet been reported, may with probability be calculated at two hundred dead and three hundred wounded. Section 15. Further remark. The wound that this loss leaves behind will likely make them more cautious in the future against Tipu, who seems to have adopted from his father, Hyder Ali, the maxim to avoid main battles with Europeans as much as possible, and on the contrary to ambush separate corps or detachments, of which in the previous war Colonel Baillie and Braithwaite, among others, had the sad experience. Section 16. Capture of Palikatsjeri. The fortress of Pallikatseeri surrendered by capitulation on 22 September, before the arrival of Colonel Hartley, who received orders to join the main army with his small army, which upon his departure from Ayacotta consisted of one regiment of Europeans, one hundred European artillerymen, and four battalions of English sepoys, two hundred native artillerymen, and six battalions of Travancore sepoys, and thus together was about eight thousand men strong. Section 17. Strength of the large English army. Since the necessary garrisons for the captured fortresses in Dindigul and Coimbatore must be taken from General Medows' army, for which according to reports from good authority one regiment of European infantry, two battalions of English sepoys, and the troops of Travancore will be used, and one may also reckon around a thousand men for losses in dead, wounded, and sick: thus the main army under General Medows will consist of a good eighteen thousand men, who are currently preparing to attack the enemy in the gorges of the aforementioned mountains that separate the Mysore Kingdom from Southern Malabar and also from Coromandel, and to penetrate into the upper lands along the pass of Guzzlehutty. Section 18. Reports concerning the army under Kelly and the allies. According to reliable reports, the army under the command of Colonels Kelly and Cockerell will at the same time also attempt to force the pass over the aforementioned mountains from the east side and advance into the territory of Bangalore, while Nizam Ali and the Marathas will then also begin their operations, further reports of which are now daily expected, which I shall not fail dutifully to communicate. Section 19. Continuation of the negotiations with the English concerning an alliance with Travancore. In my respectful communication of 14 May last, Section 238 and following, and in the further one of the 20th of that month, Section 246 and following, I dutifully reported that I had seized a favorable opportunity to open with the Supreme Council at Calcutta the negotiations repeatedly recommended to me by Your Excellencies, though deemed hopeless by me, concerning a further treaty of alliance with the King of Travancore under a guarantee of the English Company, and I attached a copy of my letter to the highly esteemed Government, containing the articles that I proposed for that purpose, to which I refer here; however, time did not then permit properly unfolding the motives and objectives of the same. They are fully indicated and demonstrated in the secret resolution of the 18th of that month treating thereof, which was not yet ready then, but now in copy here

Dutch transcription

37 Vervolgh S 14. Aammerking § 11. Hiema werd evengemelde Kolonel Stu„ „art gezonden de Vesting Pallikatseen te belegeeren, en de Kolonel Hartleij Kreeg ordre tich met zijn Detachement bij hem te voegen, terwijl de Kolonel Hoijd met de avantgarde van het Hoofd Leger, bestaande uit een half Regiment Europeesche Infanterij een Regiment Europeesche Kavallerij, twee Regimen¬ ten Jnlandsche Kavallerij en drie Battaljons Sipais, naar het Mai„ „soersche Gebergte oprunte, om zich van de passasie over het zelve te verzeekeren Vervolg. 3: 12 Tot nu toe had Sipoe Sultan met zijne Armée niets ondernoomen, men meende zelfs, dat hij tich te Senngapatnam met de aanstalten tot de Verdeediging der bovenlanden bezighield, van waar hij, tot drie „maal toe Gezanten en brieven met Vreeders Voorslagen aan Generaal MedowsZond, die voor de laaste keer geene audientisie Kosten krijgen, maar met brieven en al afgeweezen wierden, doch den 13 Sept: jongstl werd evengemelde avantgarde van een ont¬ zachlijk legen uit het gebergte overvallen en twee dagen lang zoo¬ danig bevochten, dat men wegens de groote Overmacht van den Vijard die op sestig duizend Man ge„ schat werd haart niets anders had kunnen verwachten, dan dat dit heele Engelsche Koor, het welk niet veel boven de vier duizend Man sterk was geheel en al zoude ver¬ meld geworden zijn. Doch Krijgs Kunde, Discipline, en Dapperheid bewaarden in dit geval hun Vorrecht boven de Overmacht van een roesten hoop; de vijand werd beide dagen afgeslaagen en Ver¬ Roos zoodra hij door Zijne Spi¬ ons tijding Kreeg dat de Generaal Medows met de Hoofd Armée in antocht was Zijne provi te laa„ ten vaaren en naar het gebergte te retireeren Echter hebben de Engelschen deete wierden glorie Vervolg 38 King 317. „te Engelsche Armée 16. glone duur betaald, want buiten het Ver lies van Ses Veldstukken die bij den eersten aanval in 's Vijands han den vielen, zijn de Lieutenant Kolonel Deare de Kapitain Johnge Hartleij en due Sibaeteme, Officier gesneuveld en negen Europeesche Officiere gebleesseerd, waarna men H6 het Verlies van gemeenen, het welk noch niet opgegeeven is met waar„ schijnlijkheid op twee honderd Dooden en drie honderd gequesten bereekenen mag § 15. De wonde, die dit Verlies na laat, zal nadere Aanmer hem wel in den aanstaande voor¬ richtiger maaken teegen Tipoe, die van Zijnen Vader, Haider Ali¬ s chande maaime Schijnt overgenoo¬ men te hebben, Hoofd Battaljes met Europeeschen zoo veel mogelijk ƒ te mijden, en daarentegen afge¬ ƒ ƒ „zonderde Koors of Detachementen te overvallen, waarvan in den voorn„ „gen Oorlog de Kolonel Ballij en Katseri Phaitwith, onder meer anderen, de droevige Ondervinding gehad hebben. De Vesting Sallikatseen is den 22: Vervoering van Pali Sept: bij Kapitulaatsie overgegaan, voor de Komste van Kolonel Hartleij die ieder bevel gekreegen heeft, tich bij de groote Armée te voegen met zijn legertje, het welk bij zijn Vertrek van Aikotta uit een Re„ „giment Europeeschen, honderd Euro„ „peesche Artillensten en vier Bat„ „taljons Engelsche Sipais twee hon„ „derd in landsche Artillensten en Ses Battaljons Prevan Koorsche Sipais bestond en dus te zaamen om trend agt duizend Man sterk was. Wijl de noodige gamizoenen voor de sterkte van de groo„ veroverde Vestingen in Dindagal en Koimbatoer uit de Armee van Generaal Medows moeten genoomen worden, waartoe volgens berichten van goeder hand een Regiment Europeesche Infanterij twee Battal¬ jous Engelsche Sipais en de troepen van TrevanKoor zullen gebruikt Bhait„ worden, Ve 2 9 J 39 § 18. Benichten nopers de Armée onder okellij en de 20 Vervolg3 met de Engelschen over een Alliance met Trevankoor. worden, en men voor de Verliezen aan Dooden, gequasten en zieken ook wel duizend Man mag afreekenen: too zal de groote Annea onder Generaal Medows uit mim agttien duizend koppen bestaan die zich thans klaar maakt, den Vijand in de klooden van dat berichte gebergte het welk het Maisoersche Rijk van Zuider Maladaar en tevens van Kormandel aftonderd, aan te tasten, en langs de passasie van Gossel hattij en de bovenlanden inte dringen Volgens verzeekerde berichten zal ter zelver tijd de Année onderbevel van de Kobonels &Kellijen Kockkerel Bondgenooten. ook trachten, de passasie over meerm gebergte van de oostkant te fonceeren en in het Landschap Bengaloor interukken, terwijl Kusam Ali en de Maratten als dan ook hunne operaatsien beginnen zullen, waarvan de nadere berichten nu da¬ gelijx verwacht worden, die ik niet na¬ laaten tal plichtschuldig te bedeelen. Bij mijnen eerbiedigen van den de onderhandelingen 14. Mai jongstl. §. 238. en volgende en bij de nadere van den 20. dier maand §. 246. en volgende, gaf ik plichtschuldig benicht, dat ik eene gunstige geleegen„ heid had waargenoomen, de mij door Uwe Hoogedelheeden bij herhaaling aanbevoolene doch door mij hooploos gestelde Onderhandelingen over een nader Alliance traktaat met den Koning van TrevanKoor, onder ee garantie van de Engelsche Kom„ perie met den hoogen Raad te Kalkatta te enthameeren, en ik voegde daar een afschrijft bij van mijnen brief aan hooggedachte Regeering; behelzende de Arti„ kelen, die ik daartoe proponeerde, waaraan ik mij hier gedraage. doch de tijd liet toen niet toe, de beweegreeden en Oogmerken van de„ „zelven behoorlijk te ontvouwen Dezelven zijn breedvoerig aangewee„ ren en betoogd bij de daarvan spree„ „kende sekreete Resolúatsie van den 18. e dier maand, die toen noch riet gereed was, doch thans in hopij 19. hier„ 3. 19

NL-HaNA_1.04.02_3895_0055 view scan ↗

English

Supreme Council of Calcutta is annexed hereto, to which I refer here to avoid prolixity, the more so because a detailed review thereof would now be superfluous, after the aforementioned English government declined the proposal made thereto in a very polite manner, as Your High Honours may see in more detail from its reply of 25 June last, a copy of which in the original language is annexed hereto, and the Dutch translation is inserted in the secret resolution of the following 2 August also accompanying this; to which I respectfully refer, and only briefly cite the most essential points here. Section 21. Contents of a letter from the Supreme Council. They had a deep sense of gratitude for our cordial and friendly proposals to assist them and their allies in the war to which the violence and lust for power of Tipu Sultan had forced them; that they saw themselves compelled with no small anxiety to take recourse to arms, partly because it was their earnest wish to live in peace and quiet with all their neighbours, and partly because of the great costs that inevitably accompanied open hostilities, and which would be most inconvenient for their interests. They could, however, give no place to any considerations of that nature whatsoever to fail to do strictly what honour and good faith demanded of them, namely that they were obliged to preserve an old ally from the ruin with which he was threatened, and that for those reasons, when Tipu attacked the King of Travancore without any legitimate reasons and in spite of the latest peace treaties, they did not hesitate for a moment but resolved to employ all their power to protect Travancore and to demand full compensation from Tipu for the insult and injury he had inflicted upon him, and for the breach of peace against the English. They were compelled, on account of the numerous armies and great treasures that Tipu possessed, to proceed with great circumspection in order to be able, on reasonable grounds, to foresee being capable of forcing him to give proper satisfaction for the breach of peace; but circumstances had arisen here which had caused them not to have been able to finish the preparations so quickly. They had, however, at last found themselves in a position to send very considerable armies into the field and to enter into an alliance with Nizam Ali and the Marathas, and thus trusted soon to be in a position to bring the war to an honourable conclusion. They had reason to hope that their principal army under General Medows in Coimbatore would keep Tipu occupied and prevent him from disturbing us or our allies, and if their arms were crowned with good success, they would not need to trouble us regarding the friendly assistance we had offered. If, however, their operations should take an unfavourable turn and Travancore were threatened with a new danger, they would address themselves to us and rely on our assistance, and they would then appoint a qualified person to enter into negotiations with us regarding the conditions under which assistance would be given, and how our troops could be employed most advantageously for the common good. Section 22. Negotiations with the government in Madras on behalf of the King of Cochin regarding his lands outside the lines. I hope to succeed better in the negotiations with the English government in Madras on behalf of the King of Cochin, regarding the lands of the Kingdom of Cochin outside the lines, which in earlier years were torn away from it by the Samorin, later reconquered by the Nawab Hyder Ali Khan and ceded to the King of Cochin against the payment of an annual tribute of 120,000 rupees, but have now been taken into possession by Tipu Sultan, and which the said King of Cochin now wishes to take over again from the English Company against the payment of a moderate tribute. The said King had already made known to me early in the month of May that, if the English should conquer the lowlands of Tipu, he would make a request to that effect to the aforementioned government, and I then dissuaded him from it out of fear that the English Company would thereby gain more influence and authority over southern Malabar and bring the King under their devotion, to the detriment of our Company. Section 23. Letter regarding this from the government of Madras. But later we received a letter from the aforementioned government, stating: that the King of Cochin had made known to it by a letter his desire to ally himself with the English Company and to renounce obedience to Tipu; wherefore they requested to know what the alliance of the King with our Company was, so that nothing might happen that could in any way disturb the good understanding existing between both Companies; that they had ordered Mr Powney to investigate this matter further, and would be very obliged to us if we would assist him therein. Section 24. Negotiations regarding those lands. Resident Powney, who delivered this letter to me in person, informed me in detail how the King's intention was to take over the aforementioned lands from his Company.

Dutch transcription

40 hoogen Raad van Kalkatte. hiernevens gaat, waaraan ik, ter ver„ „mijding van wijdloopigheid, mij hier gedraage, te meer wijl eene omstandige recensie van dezelven thans over„ „vloedig zijn toude, na de Engelsche Regeering voormeld den daartoe ge„ daan en Vorstel op eene zeer beleefde wijze gedeklineerd heeft, zoo als Uw Hoogedelheeden omstandiger tien Kunnen bij het antwoord van dezelve van den 25e: Juni jongstl: waarvan een Kopij in de oorspronk„ „lijke Taal, hiernevens gaat, en de nederduitsche Overzetting bij de deeten meede verzellende sekree„ te Resoluutsie van den 2. Augs daaraan volgende geinsereerd is; waaraan ik mij eerbiedig gedraage, en alleen het zaaklijkste hier kort aanhaale §n 21. „ zij hadden een diep gevoel voor onte inhoud van een„ hartlijke en vriendelijke propo„ brief van den „ sietsies van hun en hunne geal„ lieerden te assisteeren in den Oorlog waartoe de geweldenarij en heersch„ zucht van Tipoe Sultan hen ge„ noodzaakt hadden, dat zij zich met geen weinige bezorgdheid gedron„ „gen zagen, hanre toevlucht tot de wapenen te neemen, eensdeels wijl het hunne ernstige wensch was, met „alle hunne Nabuuren in Rust en Vreede te leeven, en anderen deels wegens de groote Kosten waarmeede openbaare vijandlijkheeden onver„ „mijdelijk verzeld gingen, en die voor hunne belangens ten hoogsten ongeleegen zoúde koomen. zij kon„m den echter aan geene Bedenkin„ „gen van dien Aart hoe genaamd plaats geeven, om niet stipt te „doen wat de éer en goede trouwe van hen eischte, naamlijk dat zij verplicht waaren, een oud Bond„ „genoot voor den Ondergang te be„ „waaren, waarmeede hij gedreigd „wierd, en dat zij om die reedenen„ „toen Tipoe den Koning van Tre„ „„ van Koor buiten eenige wettige ree„ denen, en in Spijt van de laaste „ „nood„ Vreedens„ . „ „ 41. Vreedens traklaaten aan viel, zij geen Oogenblik in twijfel gestaan maar beslooten hadden al hun ver„ mogen in het werk te stellen om PrevanKoor te beschermen en eene volle Vergoeding van Tipoe te eischen voor den Hoon en de Beleediging, die hij hem aangedaan had, en voor den Vreedebreuk tegen de Engelschen. zij waaren genoodzaakt om de wille van de talrijke Armeen en groo¬ „te schatten die Tipoe bezat, met groote omzichtigheid te werk te gaan om op reedelijke gronden te kun„ „„nen voorzien, in staat te zijn„ hen te nood zaaken om behoorlijke satisfantsie te geeven voor de Vreedebreuk, doch hierbij waaren omstandigheeden opgekoomen, die geleegenheid gegeeven hadden, dat zij de toebereidzelen niet zoo spoedig hadden Kunnen ten einde brengen. zij hadden zich echter op het laast in staat bevonden heer aanzien„ lijke Armeën in het Veld te zanden, en een verbond met „ Nisam Ali en de Maratten, aante„ gaan, en vertrouwden dus haast in het geval te zullen zijn, den G #oorlog op een honorable wijze ten ein¬ me de te brengen. „zij hadden reeden te hoopen dat hunne principaale Armee onder Gene„ raal Medows in Koimbatoer Tipoe besrigheid geeven en hem beletten ien „zoude ons of onze Bondgenooten 7 te ontrusten en zoo húnne wapenen ell „ met goede uitkomsten bekword „wierden, zouden zij niet noodig „hebben ons lastig te vallen aan„ „gaande de vriendelijke hulpe, die wij hadden aangebooden. Jndien echter hunne bedrijven een on„ „gunstigen heer mogten neemen, en Trevankoor met een nieuw gevaar ge„ „dreigd wierd: zouden tij zich aan ons addresseeren en vertrouwer op on¬ „zen, bijstand, en zij zouden dan een bequaam Perzoon benoemen, om met ons in onderhandeling te treeden, nopens de Voorwaarden naar welke bijstand zoude gegeeven, en de te hoe onze troepen op het voor„ deeligst voor het gemeene best Nisam houden 42 de Regeering te Ma„ „drat ten behoeve van den Koning van koet over zijne lan §23. „den buiten de Linie de Regeering de Ma „houden gebruikt worden 22. Beter hoope ik te slaagen in de Onder¬ Onderhandelingen net handelingen met de Engelsche Regee„ ning te Madras ten behoeve van den Koning van Roetsiem, over de Landen van het Koetsiemsche Rijk buten de Linie, die in vroegere Jaaren door den Samdrijn van het zelve afgescheurd, ieder door den Nabeb Hoider Mieten heroverden aan den Koning van koetsien, tegen betaaling van een jaarlijx trout van honderd en twintig Rluizend Ropijen, afge„ staan, doch thans door Sipoe Sul„ dan in betat genoomen zijn, en die gemelde Koning van Koetsiem thans wenscht weder van de Engelsche Kompanie tegen betaaling van een magtig tnout over te neemen Gemelde Koning had mij reets vroeg in de maand Mai te kennen gegee¬ ven, dat hij, wanneer de Engelschen de Benedenlanden van Pipoe verove „ren mogten aan oevergemelde Regue„ ning daartoe verzoek doen zoude, en is veed het hem toen af, uit be¬ duchting, dat de Engelsche Komparie daardoor meer invloed en gezag over Zuider malabaar, en den Koning onder hunne devootsie krijgen zoude nadeel van onze komp: tot S. 24. Doch ieder ontvingen wij eenen brief van brief daarover van meerm Regeering; behorende: dat de Koning van Koetsiem aan haar bij een brief had te kennen gegeeven zijne begeerte, tich met de Engelsche Rompenie te verbinden en Tipoede gehoorzaamheid opte teggen weshalven zij verzochten te mogen weeten, hoedanig de Verbint en is van den Koning met onze Komparie wa ten einde 'er niets mogt voorkoo„ man, het welk op eenige wize de goede Verstand houding, die tusschen beide Maatschappijen plaatshai„ zoude kunnen stooren Dat zij den Heer Bmeij gelast hadden dit Onderwerp nader te ondertoeken ie en ons zeer verplicht zouden zijn, indien wij hem daartoe wilden be¬ hulptaam weezen. 25. De Resident Pouneij, die veeten Onderhandeling over brief aan mij in Pertoon bestelde, gaf mij omstandig bericht, hoe het „ Oogmerk van den Koning was, de voornoemde Landen van zijne over Kompe die

NL-HaNA_1.04.02_3895_0058 view scan ↗

English

43 Company, in exchange for the payment of an annual recognition fee, and how his Government was also inclined to do so, provided this was compatible with their interests. Continued. 326. I informed the said Resident thereupon that the King of Koetsiem had been for more than a hundred years not only an ally, but also a vassal of our Company, who dared not enter into any engagements with other Powers that conflicted with this relationship, but that our Company had no objection to the King allying himself with the English Company and leasing from them the lands outside the lines, provided it was stipulated in the treaty that the interests of the Dutch Company would not be prejudiced thereby, and that the King would be tributary to the English Company solely for the lands aforementioned. Continued §27. This was agreed to by him as just and equitable, and I have constantly Article 5. "That on account of a treaty that exists between the Noble and Dutch Company and the Rajah Rama Warma of Koetsiem, the Governor and Council at Madras did not desire to establish any pretenses that might conflict with the contents of the treaties between the aforesaid parties, it is agreed that Rama Warma shall be tributary to the Noble English East India Company solely for such districts and sought to direct the negotiations on this matter between the said King and Resident to the greatest advantage of the Kingdom of Koetsiem, which after the lapse of three months have been brought to such maturity that a treaty has been drafted between them, which was first communicated to me and subsequently sent with my covering letter to the Government at Madras, of which the fifth Article explicitly reads: places 44 places as are mentioned above and are presently in the power of Tipoe Sultan, and for which the said Rajah has paid tribute to him, and furthermore in which the Noble Dutch Company has no concern." 328. The translation of the draft treaty. A Dutch translation of this draft treaty is inserted in the Secret Resolution of 4th Sept. last, in which also my letter on this subject to the English Government is incorporated, to which I refer here to avoid prolixity, the more so as I shall have to return to this matter once again when the approval from Madras is received and the treaty signed; whilst I add hereto that the King has already actually taken possession of those lands and has them governed for him by his Minister. § 29. While I must still report here Death of the King of Koetsiem. that during these negotiations the reigning King of Koetsiem and his brother died of the smallpox, which raged very murderously here this year, and that the sister's son has succeeded to the government under the name Larampadappoe Walia Rama Warma, who is a gentleman of about thirty-six years of age and seems to place a very special trust in me. § 30. With regret I must report to Your Right Excellencies, Bad pepper delivery. that the King of Trevankoor has not delivered any pepper to date, notwithstanding that I have continually admonished him and his prime minister to do so. We were therefore obliged in the session of 2nd Aug. last to decide to commission the members Cellarius and Eversdijk expressly to admonish the King further and in the strongest terms, who then carried out this commission according to the written instructions delivered to them, 331. Commissioners have been sent on this matter. and obtained from His Highness good promises of an ample delivery, which however has not yet been fulfilled. 45 § 32. But as the bearer of this leaves me no time to detail all this properly here, and besides I must detail this important article after the conclusion of the delivery, Wherein one refers to the Resolution. I therefore respectfully request that this report be considered merely provisional, and that I be permitted on this occasion to refer to the Resolutions dealing therewith. 333. Information from Bombai concerning the war in Europe. Lastly I must mention here that the Government of Bombai has, through Major Anstruther, previously given me notice of the war that was about to break out between Great Britain and Spain, and of the probability that France would take part in it; on which I need not expatiate further here, as the bearer of this is sent expressly from Bombai to make this news known to Your Right Excellencies. Lastly I hope that it will not be displeasing to Your Right Excellencies 334. The unrest in Ceilon has been quelled. to find the report here, although it is not of my Department, that the unrest on the Island of Ceilon has entirely ceased. The conclusion. § 35. I commend Your Right Excellencies and the important interests of the Company to God's holy keeping and remain with all respect and esteem. at the bottom stood: Right Honorable, Greatly Respected, Widely-Commanding Lord, and Highly Honorable, Stern Lords, Your Right Excellencies' most humble and faithful servant, was signed: J. G. van Angelbeek in the margin: Koetsiem, 6 October 1790. Agreed. Arnold Lunel, Secretary.

Dutch transcription

43 Kompenie in bezit te Krijgen, tegen de betaaling van eene jaarlijxe re„ hogrietsie, en hoe zijne Regeering daartoe ook geneegen was, mits dit met in te belangen bestaanbaar waare¬ Vervolg. 326. Ik hebbe gemelden Resident daar „ op geinformeerd; dat de Koning van Koetsiem ieder meer dan honderd Jaaren niet alleen een Bondgenoot, maar tevens ook een Vasal van onze Kompenie was, die geene verbin¬ tenissen met andere Mogendhee¬ den durfde aangaan, die met deeze betrekking streeden, doch dat on„ „ze Kompenie 'er niets tegen had, dat de Koning zich met de Engel„ „sche Kompenie allieerde en van haar de Landen buiten de Linie in Pacht nam, mits bij het trak„ „taat gestipuleerd werd, dat de Belangen der Nederlandsche Maat„ schappij daardoor niet benadeeld worden, en de Koning Tributair aan de Engelsche Kompenie zoude zijn, alleen van de Landen voormeld Vervolg §27. Dit werd door hem als recht en billijk toegestemd en ik hebbe teder Artio: 5. „Dat uit hoofde van een traktaat „die plaats heeft tusschen de Edele en „nederlandsche Kompenie en den „Rajah Rama Warma van Koetsiem, „de Heer Gouverneur en Raad te „ Madras niet begeerde eenige „voorwendens vast te stellen die strijdig mogten zijn met den inhoud „van de Traktaaten, tusschen voorm: „partijen goedgevonden is, dat Rama „Warma tal tributair zijn aan de „Edele Engelsche Oostindische Kompe¬ „alleen voor Zúlke Distrikten en en getracht de onderhandelingen hierover tusschen gemelden Koning en Resident ten meesten voordeele van het Koet„ siemsche Rijk te dirigeeren, die dan ook na Verloop van drie maanden in too venre tot rijpheid gebragt zijn, dat tusschen henlieden een traklaat ont„ „worpen is, het welk mij eerst gekom„ „municeerd en vervolgens met mijne geleide letteren aan de Regeering te Madras afgezonden werd, waar„ van het vijfde Artikel uitdruk„ „lijk luidt: ge plaatten 44 328. de overzetting van het koncept traktaat. van Koetsiem. 331. Hierover zijn gezonden plaatzen, die bovengenoemd en thans „ in de macht van Tipoe Sultan zijn, „en voor welke de gemelde Rajah aan hem tribut betaald heeft, voorts „ op welke de Edele nederlandsche „Kompenie geen betrekking heeft. Een nederduitsche overzettang van dit projekt traktaat is geinsereerd bij Sekreete Resolúútsie van den 4d„e Sept: jongstl. waarbij ook mijn brief daarover aan de Engelsche Regeering is ingelijfd, waaraan ik mij hier tot vermijding van Wijdloopig- verantsie „heid gedraage te meerwijl ik doch noch eens tot deete matene tal moe„ ten weder Keeren, wanneer de appro¬ „baatsie van Madras ontvangen en het Traktaat geteekend zal zijn, terwijl in hier noch bij voege, dat de Koning die Landen thans reets gekommitteerden werklijk in bezit genoomen heeft, en als voor hen door zijne Minis¬ ter laat bestieren. § 29. Terwijl ik hier noch melden moet Dood van den Koning dat geduurende deeze onderhandelingen de regeerende Koning van Koetsiem en zijn Broeder aan de Kinderpor¬ „ken, die hier dit Jaar teer moorddaa„ „dig gewoedt hebben, overleeden zijn, en dat de zusters toon de Regeering aangetreeden heeft onder den naam Larampadappoe Walia Rama Warma, die een Heer van omtrend ses en dertig Jaar is, een gansch bezonder Ver„ „trouwen in mij schijnt te stellen. § 30 Met Leedweezen moet ik Uw Hoogedel„ slegte Peper Len heeden berichten, dat de Koning van Prevankoor tot heeden toe geene Peper geleeverd heeft, niet tegenstaande ik hem en zijnen eersten Minister daartoe bij aanhoudendheid vermaand hebbe Wij hebben derhalven ter sessie van den 2e Augs jongstl. moeten beslui„ ten, de Leeden Cellanus en Evers„ „dijk expres te kommitteeren om den Koning daartoe nader en op het nadruklijkste aan te maanen, die deeze Kommissie dan ook navolgens de henlieden ter hand gestelde schriftlijke instruksie ter uitvoer de gebragt - 45 tich aan de Re„ soluutsie gedraagd. Bombai nopens den Oorlog in Europa 334. Ceilon zijn ge„ dempt. gebragt, en van zijne Hoogheid goede beloften tot eene mime leverantsie be„ „koomen hebben, doch waaraan tot nu toe niet voldaan is. §32. Dan dewijl brenger deezer mij geene waar omtrend men tijd laat, het een en ander hier be„ hoorlijk te detailleeren en ik buiten des na het afloopen der Leverantsie dit wigtig Artikel omstandig diene eerbiedig dit bericht eenlijk als pro„ visioneel aante merken, en mij te permitteeren, mij deezen aangaande ditmaal aan de daarvan spree„ „kende Resoluutsien te mogen ge„ draagen. Laastlijk moet ik hier noch aan haalen Informaatsie van dat de Regeering van Bombai mij door den Majoor An moeti pralla„ blement heeft laaten Kennis gee¬ „ven van den Oorlog die tusschen Grootbrittannien en Spanjen stord uit te barsten en van de waarschijn„ „lijkheid die er was, dat Frankrijs daaraan deel neemen toude; waar¬ „over ik hier niet breeder behoeve uit te verhandelen: zoo verzoeke ik Het slot §35. Ik beveele Uw. Hoogedelheeden en de te wijden, wijl brenger dee ter expres van Bombai gezonden word, om Uw Hoogedel„ „heeden deeze tijding bekend te maaken. Laastlijk hoop ik dat het Uw Hoogedel„ De onlusten te „ heeden niet ongevallig zijn tal hier het bericht te vinden of schoon het niet van mijn Departement is, dat de Onlus„ ten ten Eilande Ceilon ten eenemaal opgehouden hebben. wigtige belangen der Maatschappij in Gods heilige hoede en blijve met alle eerbied en hoogachting. /:onderstond:/ Hoogedele Groot achtbaare Wijdgebiedende Heer, en Weledele Gestrenge Heeren, Uwer Hoogedel„ heeden onderdaanigste en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ J. G. van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 6. Oktober 1790. Arnold Lunel te Akkordeerd sekrets e 33.

NL-HaNA_1.04.02_3895_0062 view scan ↗

English

46 J H. Schuurman Examined Tuesday the 18th of May 1790, forenoon. Present: The Right Honourable and Respected Ordinary Member of the Council of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard Van Angelbeek, The Honourable provisional Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Jan Lambertus van Spall, The Honourable Major and Head of the Militia Godleeb George Gebhardt, The Honourable Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius, The Honourable Junior Merchant, Dispenser, and Shopkeeper Willem Van Haaften, The Honourable provisional Junior Merchant and Secretary Arnoldus Lunel, The Honourable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Jan Hendrik Willem Van Bosum, The Honourable Junior Merchant Adriaan Voolvliet, and The Honourable provisional Pay Bookkeeper Jacobus Adrianus Eersdijck. Absent due to indisposition. In this meeting, specially convened for the purpose, the Governor made known to the Honourable Members that the High Indian Government, by secret letter of 28 November 1788 to His Honour, had prescribed regarding the war then feared between Secret Resolution taken in the Council of Malabar. No. 1. 47 Tipu Sultan and the King of Travancore, and regarding the neutrality intended thereby by the Governor: That this rule and this system of neutrality could only be applied if one could achieve the intended neutrality and thus stay out of the conflict; and that therefore the question would be fair whether, if one could not achieve this objective, and regardless of the intended neutrality, one would run the risk of being constantly troubled and attacked, it would not be preferable for the Company's security and interests to bind oneself by a closer defensive alliance with the King of Travancore, rather than to remain always fluctuating in a precarious uncertainty, especially if the English, as allies of Travancore, might wish to guarantee such an alliance and promise and furnish their assistance upon an attack on the Company and Travancore; the more so when taking into consideration in what humiliation and low esteem the Company was held by the Nawab, that one bordered directly on him, that one could never rely on him, and that one always had to fear the first offense from him, whether he wished to attack the Company or the King of Travancore; That by the treaty help against his enemies had been promised to Travancore, and that possibly such a closer connection with Travancore, guaranteed by the English, would restrain the Nawab from attacking us; and that Their High Excellencies submitted these remarks for consideration in order to receive his opinions thereon, and especially whether thereby the peace and tranquility on this coast, which otherwise was unstable 48 and uncertain due to the warlike designs of that Conqueror, and whereby the Company had to exhaust itself constantly through burdens and expenses, could not be preserved and maintained, provided that this alliance could be concluded in such a manner that the Company was not burdened excessively thereby. That he, the Governor, had thereupon presented in his answer of 29 April 1789, section 10, to the said High Government: That the proposed alliance with Travancore was in itself a very desirable matter and in all probability would make a great impression on Tipu Sultan, and that the King of Travancore also greatly longed for it, but that the English would be reluctant to guarantee that alliance, and even less willing to promise to come to our assistance if we were attacked first, without which guarantee and promise this alliance would lose its greatest force and would nevertheless oblige us to maintain a respectable military force here constantly, in order to be in a position, in the event of a hostile incursion by Tipu, to fulfill that alliance and to assist the King with troops, for which the garrison, although at that time 1787 men strong, was not sufficient, and that consequently such an alliance would conflict with the so highly recommended economy, etc. That the said High Government had thereupon further written in a secret letter of 10 September 1789, section 2: "That they still persisted in the previous year's remarks, to attempt, in a closer alliance with Travancore, to obtain the guarantee of the English thereon, with authorization to make a trial thereof, notwithstanding the objections made regarding it by the Governor, on such footing as he should judge to be safest and most advisable." That

Dutch transcription

46 J H. Schuurman Nagezien Dinsdag den 18=e Mai 1790: voormiddag Present De Weledele Gestrenge Groot achtb: Heer Raad ordinair van Nederlands Indien, Goiverneur en Direkteur: Iohan Gerard Van Angelbeek DE: Heer p:l Opperkoopman sekunde en Hoofadm: Ian Lambertus van Spall. D E: Majooren Hoofd der Milietsie Godleeb George Gebhardt D' E: onderkoopman en Pakhuismeester Iohan Adam Cellarius „winkelier D E: onderkoopman en Dispencier en„ Willem Van Haaften en DE p:s onderkoopman en Sekretaris Arnoldus Lunel DE: koopman, Fiscaalen keissier M:r Jan Hendrik Willem Van Bosum DE: onderkoopman Adriaan Voolvliet en DE. p. l Soldyboekhouder Iacobus Adranus Eersdlyck door onpaslijkheid In deeze daartoe in 't bezondere belegde ver= gadering, gaf de Heer Goeverneur aan d E Leeden te kennen, Dat de Hooge Indische Regeering, by sekreete Missive van den 28=e November 1888. aan zyn Edele met op= zicht tot den te diertyds gevreesden oorlog Sekreete Resolucitsie genoomen in Raade van Malabaar. tusschen N„o 1. op absent. 47 tusschen Tipoe sultan en den koning van terankoor en tot de door hem souver= neur daarby bedoelde neutraliteit voor„ geschreeven had. Dat die regel en dat Systima /: van neutva liteit alleen maar van applikaatsie kost zyn, indien men de daardoor bedoelde neutraliteit kostbereiken en dus buiten het spel blyven en dat dus de vraage billyk zyn zoude, of het indien men dit oogmerk niet kostbereiken, en ongeacht de voorgenoomene neutralitei gevaar zoude loopen, gestaadig ontrust en aangevallen te worden, voorskom„ pances veiligheid en belangen met pr ferabel zyn zoude, zich door een nader defensive alliance met den koning van Trevankoor te verbinden, dan allyd in eene nadenklyke onzeekerheid te blyven flukitueeren, bezonder indien de Engelschen als Bondgenooten van Trevankoor zoo eene alliance mog ten willen garandeeren en bij aanval van de komp=e en trevankoor hunne hulpe toezeggen en presteeren, te meer, als men in overweeging nam in wat verneedering en klein achting de kompanie by den Nabab beschouwd werd, dat men het naast aan hem grenste; dat men nimmer op hem be= trouwen kost en dat men van hem steeds den eersten aanstoot te duchten heeft het zy hy de Comp=e of de koning van Trevankoor attacqueeren wilde Dat men by het Tractaat aan Trevan= koor hulpe tegen zijne vijanden beloofd had, en dat mogelyk zoo eene nadere verbinding met Trevankoor, gegaran= deerd met door de Engelschen den Wa= „bab zoude wederhouden om ons aan= te vallen en dat Hunne Hoogedel„ heeden dieze aanmerkingen in be= „denking gaven om daar op van zyne konsideraatsien te dienen, en bezonder of daar door de rust en vreede op deeze kuste, die anders door de oorlogszuchtige desseinen van dien Veroveraar wankelende hunne en en Petrie en 48 en onzeeker was, en waardoor de kom= panie zich gestaatig als uitputten moest doorlasten en ongelden, niet zoude kunnen bewaard en gemainteneerd worden mits die verbintenis in diervoegen kost worden geslooten dat de Comp=e daarbij niet boven mate bezwaard werd Dat hij /:Gouverneur:/ daar op hij zijn antwoord van den 29=e April 17895 10. aan hooggedachte Regeering had vertoond: Dat de voorgeslaagene alliance met Trevan „koor op zich zelve eene zeer wenschlijke zaak zijn en naar alle waarschijnlykheid een grooten indruk op Sipoe Sultan maa„ ken zoude, en dat ook de koning van Trevankoor daarna zeer verlangde, doch dat de Engelschen die alliance bezeaarlyk zouden willen garandeeren en noch min der belooven, ons indien wij eerst aangetast wierden, te hulpe te komen zonder welke carantie en belofte deeze alliance haare grootste kracht ver„ liezen en ons niet te min verplichten zoude hier steeds eene naamwaar„ dige krygsmacht te onderhouden ten einde, by een vyandige inval van Tipoe in staat te zyn die alliance gestand te doen en den koning met Troe= pen te assisteeren, waartoe het fernisoen hoewel diertyds 1787. koppensterk niet toereikende was, en dat derhalven zulx eene alliance stryden zoude tegen de zoo all. hoog aanbevoolene menagie enz: Dat de hooggedachte Regeering hier op bij schree„ te van den 10 Septemb: 1789. § 2. nader aangeschreeven had. „Dat zij als noch bij de voorjaarige aan= merking persisteerde, om bij eene nadere alliance met Tevanhoorte trachten de garantie der Engelschen daar op te bekomen met qualifikatie om daar van ongeacht de naaromtrend door hem soeverneur gemaakte bedenkingen eene preuve te neemen op zoodanigen voet, als hy het veiligste en raad= zaamste oordeelen zoude dige Dat 2

NL-HaNA_1.04.02_3895_0065 view scan ↗

English

49 That he (Governor) had until now kept the execution of this plan dormant, both because of the inability of the company to render the king of Travancore any noteworthy assistance, without which a defensive treaty involved a complete contradiction, and because of the assumed disinclination of the English to guarantee such a treaty, whereby the king would be bound more closely to the company, which ran directly counter to the objective which one had to assume with good reason they had, namely to draw him away from it and make him dependent solely on them; but that the last-mentioned difficulty had unexpectedly been removed, because the Colonel of the English Detachment, James Hartley, shortly after his arrival from Bombay, had caused to be proposed by the Senior Merchant and Paymaster of the same, William Paddock, to assist the king of Travancore in these circumstances also by virtue of the treaties, whilst the first difficulty or the inability to assist Travancore with troops would also fall away as soon as the English attacked Tipu Sultan with force, since a part of the troops available here could then be used for that purpose; and that His Honour had thus conceived some hope of concluding a closer alliance in accordance with the desire of Their High Honours and was moved thereby, with the said Paddock and upon the prior promise of the approval and guarantee of the English Government at Madras, to enter into provisional negotiations concerning that proposal, in which the following Articles were brought to the table: 1. The Dutch Company gives to Travancore a corps of one thousand men, half Europeans and Malays and the rest Sepoys, with four pieces and the necessary ammunition. 50 2. It pays the wages and the ordinary board money and provides the weapons and ammunition. 3. The king provides the rice and pays the Batta or the field allowance on the English footing, but the Malays calculated at half that of the Europeans. 4. The king provides the coolies, pack animals and everything necessary for transport. 5. This detachment shall be commanded by a Major, three captains and the necessary subaltern officers, but stands, as far as operations are concerned, under the command of the Commander-in-Chief; the further arrangements as to how to act when detaching and in other cases shall be made between Governor van Angelbeek and Colonel Hartley. 6. The sick and wounded are cured in the English Hospital. 7. Officers and common soldiers shall have an equal share in the booty and in the prize money, the Malays half as much, and ours as the English Sepoys. 8. At the conclusion of peace, the Dutch Company and its ally the king of Cochin as well as the king of Travancore shall be included and their indemnification provided for. 9. The king promises henceforth strictly to fulfill the pepper delivery. 10. The English company guarantees this alliance. That shortly thereafter a secret letter from the Ceylon Ministers of the 5th of April was brought overland from Tuticorin, accompanying a copy of a dispatch from the English Government in Bengal addressed to Their Honours under date of the 26th of February of this year, containing: that it (English Government) had resolved not only to render assistance to the king of Travancore against Tipu Sultan, but also to obtain redress for the insult, and in case Tipu should attack Cochin out of revenge for the tokens of friendship that the Dutch Company might be able to give to the English or their allies on this occasion, not only to do everything possible for its assistance, but also to endeavor to obtain satisfaction for it at the peace negotiations for any damage that it might happen to suffer thereby. That the said Ceylon Government had referred the answering of that letter to this Government and had thereby made the observation: That the so emphatic promise and serious measures that the English General Government intended to carry out on behalf of Travancore now made it, from more than one perspective, a matter of the greatest consideration whether the company, when the English actually took action, ought also to do something on behalf of the king when he should come to require the assistance promised by the treaty; That this consideration became even considerably more important when one added this second one to it: that the English, if the king of Travancore were delivered from the claws of Tipu Sultan by them alone, would without doubt endeavor to draw him away as much as possible from the Dutch Company and make him altogether dependent on them, as well as obliging him to the delivery of all his country's products and primarily the pepper, and that we ourselves would provide them with the most powerful arguments for this if we rendered no assistance at all to the said king in these circumstances, because they would then above all not fail to impress upon the king that by the very contract by which he was bound to the delivery of pepper, we had also obligated ourselves to assist His Highness against his enemies. 51

Dutch transcription

49 Dat hy (:Gouverneur) de uitvoering van dit ontwerp tot nu toe kooploos gesteld hadde zoo wel wegens het onvermogen van de komp=e om den koning van Drevankoor eene naamwaardige hulpe te verleenen zonder welke een Defenseef- tractaat eene volstrekte kontratisie involveerde, als wegens de veronderstelde ongeneigdheid van de Engelschen, om zulk een een naktaal te garandeeren, waardoor de koning na „der aan de kompanie verbonden wer hetgeen lynrecht aanliep tegen het doel wit, hetwelk men by henl: met veel grond moest onderstellen, om denzelven van haar afte trekken en alleen van het afhanglyk te maaken; doch dat de laast genoemde zevaarigheid onverwacht was we genoomen, door dien de Colonel van het Engelsche Delachement James Hartleij kort na zyn arrivement van Bombal door den Opperkoopman en Paimaster van hetzelve; William Paddok had laaten voorstellen, om den koning van Trevankoor in deeze omstandigheeden uit hoofde van de traktaalen, mede te assis= teeren, terwyl de eerste zwaarigheid of het onvermogen om Trevankoor met troe= pen te assisteeren ook vervallen zoude, zoodra de Engelschen Tipoe Sullan met macht aengreepen wyl als dan een ger deelte van de hier aan handen zynde troepen daartoe kost gebruikt worden en dat zijn Edele dus eenige hoope tot het sluiten van eene nadere alliance overkomstig met de begeerte van Hun= „ne Hoogedelheeden opgevat had en daardoor bewoogen was, zich met gemelden Paddoek en op de voorafgaande belofte van de approba= „tie en garantie van de Engelsche Regeering te Madras over dien voorstel in provisioneel etije onderhandeling in te laaten, waarby „de volgende Artikels op het tapijt geko= men waaren 1. ) De Holl: Comp=e geeft aan wesankoor eeen korps van duizend Man de helfte Europeeschen en Malacers en de restSi= pais met vier stukken en de noodige ammunietsie uit 50 2. zy betaald de gasie en 't ordinaire kost geld en fourneerd de wapens en ammunietie 3. / De koning foumeerd de ryst en betaald de Batta of het velddouceur op Engelsche voet, doch de Malaiers op de helfte van de Europeeschen gereekend. 4:/ De koning fourneerd de koelies, draag„ beesten en alwat tot het transport noo= 5. ) Dit detachement zal gekommandeerd worden door een Majoor drie kapitains en de noodige subalterne officiers, doch staat, wat de operaatsien betreft, onder 't Commando van den Commandant en lheff de nadere schikkingen, hoe by het detaekeeren en in andere gevalle te handelen, zullen tusschen den Heer Goeverneur van Angelbeek en den He Colonel Hartley gemaakt worden 6. ) De zieken en geblesseerden worden ge„ kureerd in 't Engelsch Hospitaal 7. / Officiers en gemeenen, zullen eevenz „dig deel hebben aan den buit en aan de prijsmonnij, de Malaiers half zooveel en onze als de Engelsche Sipais 8. ) My Het sluiten van den vreede zal de Holl: komp=e en haare Bondge= noot de koning van koetsiem zoowel als de koning van Trevankoor inge= =slooten en voor haare schaadeloosheid gezord worden. 9. De koning beloofd voortaan stipt ien te voldoen aan de peper leeverantie 10) De Engelsche kompanie garandeerd deeze alliance Dat kort daarna een sekreete brief van de Ceilonsche Ministers van den 5=e April en J:ol: over den landweg van Tutucorijn aangebragt was, ten geleide van eene kopy missiee van de Engelsche Regeering in Bengale aan hunne Edelen gericht sub dato 26. e februari deezes jaars, be= helsende „dat zy /: Engelsche Regeering:) beslooten had, aan den koning van Trevankoor niet alleen hulpe tegen Sipoe Sultan te verleenen, maar ook voorde be= leediging vergoeding te bezorgen Ny en dig is. 3 en ingevalle Tipoe koetsiem aan- tasten mogt, uit weerwraak van de vriendschaps bewyzen, die de Nederland sche kompanie by deeze geleegenheid. aan de Engelschen of haaren gealli =eerden mogte kunnen geeven, niet alleen al het mogelyke ter haarer hul„ „doen maar ook trachten zoude voor haar bij de vreedehandelingen voldoening van schaade te obtineeren, die zij, daarby mogt komen te lyden Dat de gemelde Ceilonsche Regeering de beantwoording van dien brief aan dit Goevernement gerenvoyeerd en daarby de aanmerking gemaakt had. Dat de zoo nadruklijke belofte en ernstige maatregelen, die het Engels Generaal Gouvernement ten behoeve van Thevankoor wilde bewerkstelln thans meer dan uit een poinct van de meeste bedenking maakte of de komp=e, wanneer de Engelschen met der daad toetasteden, ook iets behoor de te doen ten behoeve van den koning wanneer hy de by het traktaat bee= loofde hulpe quam te requireeren Dat deeze bedenking noch vry wigtiger werd als men deeze tweede daarbij voegde, dat de Engelschen zoo wanneer de koning van Tevankoor uit de klauwen van Sipoe Sultan door hem alleen verlost wierd, buiten ien twyfel zouden trachten, denzelven van de Nederlandsche komp=e zoo veel mogelyk all. afte trekken en ten eenemaal van hun afhanklyk te maaken, mitsgaders tot de leverantie van alle zyne land= produkten en voornaamlyk van de peper te verplichten, en dat wij zelven hen daartoe de krachtigste argumenten zouden aan de hand geeven, indien wy in hetje deeze omstandigheiden aan gem: koning in 't geheel geene hulpe beweezen, want dat zy als dan vooral niet nalaaten zouden, den koning in te prenten, dat ' by hetzelve kontrakt, waarby hy zich tot de peperleverantie verbonden was wy ons ook verplicht hadden, zyne Hoogheid tegen deszelfs Vyanden te en van assisteeren 51

NL-HaNA_1.04.02_3895_0068 view scan ↗

English

52 to assist with the forces at hand, and that as we had not complied therewith, we were the first to break the contract, and his Highness was therefore also not obliged to maintain it any longer and to deliver the pepper to us at such a low price; which insinuation would find acceptance with the King and his Ministers all the sooner, because the English Company paid very high market prices for pepper. That, therefore, the present favorable opportunity to conclude a defensive alliance with the King of Trevankoor under the guarantee of the English ought to be seized, in order on the one hand to satisfy the emphatic and repeated desire of the High Indian Government at Batavia, and on the other hand to avert the aforementioned thoroughly ruinous consequences for the Company, and on the contrary to bind the King of Trevankoor closer to the Company, and likewise to a proper fulfillment of the treaty with respect to the delivery of pepper, concerning which His Honour now made further remarks with respect to the ten Articles proposed for that purpose. Concerning Article 1. That at the beginning of the negotiations with Mr. Paddok, he had attempted to limit the aid to be granted solely to Sepoys and native artillerymen, but had immediately found that the same would not be accepted, but that they were primarily concerned with Europeans, and that he had barely been able to bring it so far that they would be content with a regiment of three hundred Europeans and two hundred Malays, alongside a battalion of Sepoys. Concerning Article 2. That the payment of the wages and the ordinary board money, and the supply of the arms and ammunition, should have been taken at the Company's expense, because the nature of a defensive alliance entailed this, which would degenerate into a mere subsidy treaty if one wished to burden the King therewith. 53 Concerning Articles 3 and 4. That through this all further extraordinary expenses and burdens were saved. Concerning Article 5. That this needed no elucidation. Concerning Article 6. That this also served to manage the expenses and the costs. Concerning Article 7. That this was an arrangement that required no further elucidation. Concerning Article 8. That this was a principal Article, which in more than one respect ought to be treated with great circumspection: on the one hand, to cause the King of Koetsiem to be acknowledged by the English as an ally of the Dutch Company, and in that way to prevent the same on this occasion from being subjected to the English Company, which because of our close relations with this Prince would be very ruinous for the Company's interests; and on the other hand to obtain an opportunity, upon making peace, not only to obtain satisfaction for the extra expenses that one had been obliged to incur on account of the Nabab for several consecutive years, but also if possible to obtain some compensation for Settua and Paponetty, and finally also to be secured and covered thereby against all further assaults by Tipoe. Concerning Article 9. That this Article was of very great importance, but would probably meet with the most opposition as conflicting with the aim of the English to subjugate Trevankoor entirely to themselves on this occasion, and to compel it to deliver its products; at least that Mr. Paddoek had taken much trouble to discard the same from the convention, but that one ought not to let the same slip, 54 because the Company could not subsist here without a plentiful pepper collection, and the King of Trevankoor was steadily reducing the delivery; and that one could with full right maintain this Article, because the same formed the foundation of the previous treaty, by which the Company had promised its aid, and one was therefore not seeking to obtain any new or more extensive privilege thereby, but only to secure for the future that which the King was already bound to pleno jure, but which he had not performed without fail up to now. That His Honour, in order to make that Article find acceptance all the sooner, had only mentioned the positively stipulated three thousand kandglen, and had made no mention of the also stipulated two thousand kandglen from the lands that the King had conquered and should further conquer; on the one hand so as not to discourage the English too much by an overly large demand that would never be satisfied anyway, and on the other hand especially also not to mix any illiquid claim with the first-mentioned liquid demand, which had already been debated by the King's Ministers in the conference on 24 August 1786, as appears from the notes kept thereof in the document sent to Batavia by separate secret letter of 20 March 1787, under the pretext that the King had not since conquered the lands from which that pepper was to be delivered, and had been prevented therefrom by the Company itself. Concerning

Dutch transcription

52 assisteeren met de aanhanden hebbende macht en dat wy daar aan niet voldaan hebbende, het kontrakt eerst verbrooken hadden en zijne Hoogheid dus ook niet verplicht was, hetzelve langer te onder„ houden en voor zulk een laagen prys aan ons de peper te leeveren; welke insinuatie by den koning en zyne Mi= nisters te eerder ingang vinden zoude, wyl de Engelsche kompanie voor de peper zaar hoog vantie prijzen betaalde. Dat derhalven de teegenwoordige gunstige geleegenheid, om met den koning van we= „vankoor een defensive alliance, onder de garantie van de Engelschen, te sluiten, be =hoorde waargenoomen te worden, om aan„ d'eene zyde aan de nadruklijke en her„ „haalde begeerte van de Hooge Jndische Regeering te Batavia te voldoen, en aan d' andere zijde de zoo eevengemelde grond verderflijke gevolgen van de komp„ afte evenden en daar en tegen den ko„ „ning van Trevankoor nader aan de Comp=e en tevens tot eene behoorlijke naarkooming van het traktaat, met Dat de betaaling van de Gasie en'tordinaire kostgeld en het fournissement van de Wapens en ammunietsie voor 'sComp:s Bekeening had moeten genoomen worden wyl de natuur van eene defensive opzicht tot de peperleverantie te verbin= den, waaromtrend zyn Edele thans met r opzicht tot de daartoe in voorslag ge= bragte tien Artikelen nader aanmerkte Nopens Akt: 1. Dat hy in den beginne van de onderhan= delingen met de Heer Paddok, getracht had, de hulpe, die men verbeendn wilde alleen tot Sipais en Inlandsche Artille - all. kisten te bepaalen, doch ten eersten on- dervonden hand, dat dezelve niet zoude m„ aangenoomen worden, maar dat het voor naamlyk te doen was, om Europeeschen, en dat hy het ter nauwer nood zoo ver had kunnen brengen, dat men met een Regement van drie honderd Europeeschen en twee retje honderd Malaiers nevens een Battaillon Sipais wilde voorlief neemen. Nopens Art: 2. opzicht Allianae 4. 53 Alliance dit mede bragte, die in een enkel subsidie traklaat de geneeren zoude, indien indien men den koning daarmede wilde bezwaaren. Nopens Art: 3 en 4. Dat hierdoor alle verdere buiten gewoo= =ne ongelden en lasten uitgewonnen warden Nopens Art: 5: Dat dit geen elucidaatsie noodig haad Nopens Art: 6. Dat dit mede diende, om den omslagen de kosten te menageeren Nopens Art: 7. „nadere Dat dit eene schikking was die geene luci= daatsie vereischte. Nopens Art 8. Dat dit eene hoofdzaaklyk Artikel was, het welk in meer dan een opzicht met veel omzichtigheid diende behandeld te worden eensdeels, om den koning van koetsiem door de Engelschen voor den Bondgenoot van de Nederlandsche Companie te doen erken: =nen en op die wyze te verhoeden, dat dezelve bij deeze geleegenheid niet mede Nopens Art: 9. Dat dit Artakel van zeer groot belang was doch waarschynlyk de meeste tegenspraak ontmoeten zoude als strydende met het„ oogmerk van de Engelschen, om Tresan„ „koor by deeze geleegenheid ten eenemaal aan zich te onderwerpen, en tot de leverantiie van zyne produkten te noodzaaken, al= thans, dat de Heer Paddoek veel moeite onder de Engelsche Companie onderworpen werd, het welk wegens onze nauwe be= trekking tot deezen Vorst voor 's' komp:s belangen zeer verderflyk zyn zoude, en anderendeels om geleegenheid te bekomen, by het maaken van „ vreede niet alleen vol= doening te erlangen van de meerdere on= gelden, die men om de wille van den Nabab nu eenige jaaren achter den anderen had moeten doen, maaks ook des mogelyk eenige verhoeding te bekomen, voor Settua en Paponettij en eindelyk ook om daar door tegen alle verdere aan= en randingen van Tipoe verzekerdt t en ge= dekdt te worden onder gedaan ien 54 gedaan had, hetzelve uit de konventsie te ecarteeren, doch dat men hetzelve niet behoorde te laaten slippen, door dien de Companie zonder een ruimen pe per inzaam hier niet kost bestaan ende koning van Trevankoor de leverantie gaande weg verminderde en dat men op dit Artikel met volkomen recht kost blyven staan, wyl hetzelve het fundament uitmaakte van het voori= je Graktaat, waarby de Companie haare hulpe beloofd haden men derhalven daarby geen nieuw of meer uitgebreidt voorrecht zocht te verkrigen, maar zich alleen van het geen voor het toekomende te verzeekeren waartoe de koning reets pleno Jure verbonden was, doch hetwelk hij tot nu toe niet aangebrekken gepresteerd hadde. Dat zyn Edele by dat Artikel om hetzelve te eerder ingang te doen vinden, alleen van de positief bedongene drie duizend kandglen gewaagd, en van de mede bedongene twee duizend kandg= =len uit de landen die de koning ver= =overd had en verder veroveren zoude, niet gerept had, eensdeels om de Engelschen door een alte grooten Eisch, die doch noit voldaan zoude worden, niet te zeer te decouteeren, en anderendeels inzonderheid ook om met den eerst gemelden lequiden Eisch geene illiquide pretentsie te vermengen, die reets inde Im konferentzie met skonings Ministers is op den 24=e Aug:s 1786. blykens de daar aangehoudene aanteekening in het bedeelde naar Batavia by aparte sekreete van den 20 Maart 1787827. ietje door dezelven gedeballeerd was, onder het voorwendzel, dat de koning de landen, waaruit die Peper geleeverd zoude worden zeder niet gekonquest „teerd had; en daar van door de kom „panie zelve was verhinderd gewor= den mede Nopens

NL-HaNA_1.04.02_3895_0071 view scan ↗

English

55 Concerning Article 10. That the guarantee of the English Company for the intended treaty of defensive alliance in general, and for these articles in particular, was necessary, not only to ensure the faithful compliance of the king, but also to obtain greater security for the future against the attacks of Tipu Sultan, which latter constituted the primary objective of the Supreme Government at Batavia in this matter. All of which having been deliberated upon, and it being further noted that the Company's troops, both officers and privates, would thereby acquire experience and competence, which at present could be assumed of very few; that by participating in this war the Company's honor and prestige, currently so greatly declined, would revive and be restored; and that, if this contract succeeded, the clause added by the Supreme Government in its secret missive of 28 November 1788, "provided that this alliance could be concluded in such a manner that the Company would not be excessively burdened thereby," would not only be fully complied with, but that even the present expenses of the Company would thereby be reduced, because the Company would only have to pay the pay and the ordinary board money of the military in the detachment that is employed therein, and one furthermore also had the prospect of obtaining restitution of those expenses upon the conclusion; Thus it was unanimously approved and resolved to seize the favorable opportunity to initiate this defensive alliance, and to that end to make an offer to the General Government at Calcutta in the reply to its letter. 56 The letter serving this purpose to the English General Government of Bengal having been drafted by the Governor and reviewed in Council, it was unanimously approved and resolved to confirm the same hereby and to dispatch it with the English post, and to insert that letter herein. To His Excellency The Right Honorable Lord Charles, Earl Cornwallis, Knight of the Garter, Lieutenant General in the Armies of His Britannic Majesty and Governor-General of British India, Together with the Supreme Council of Bengal, etc., etc., etc. Right Honorable, Highly Born Lord, Most Honorable, Stern Lords! The Governor and Council of Ceylon, having sent to us the letter which Your Lordship and Honors wrote to them concerning Tipu Sultan, because its contents most closely relate to our Government; we hasten to provide the necessary reply thereto by this letter, and humbly to thank Your Lordship and Honors for the favorable disposition toward our assistance in case we were attacked by Tipu, and for the further friendly offers. We have until now assisted the King of Travancore with all that was in our power, and upon the resolute promise of Your Lordship and Honors to ensure compensation for our damages in the peace negotiations with Tipu, we are further prepared to assist His Highness according to our ability on this occasion. To this end we propose the following principal articles: 57 1. The Dutch Company and the King of Travancore renew their defensive alliance, and the Company gives to the king in this war against Tipu a regiment of 500 men, Europeans and Malays, and a battalion of sepoys of 500 men, with the necessary field artillery. 2. The Company pays the ordinary pay and provides the weapons and ammunition. 3. The king pays the batta or the field gratuity on the English footing, the Malays calculated at half of the Europeans. 4. The king provides the coolies, draft and pack oxen, and all that is necessary for transport. 5. The detachment is commanded by a Dutch staff officer. 6. The sick and wounded are treated in the English hospital. 7. This detachment shall have a proportionate share in the plunder and the prize money, the Malays half that of the Europeans. 8. At the conclusion of peace, the Dutch Company and its ally the King of Cochin, as well as the King of Travancore, shall be included and compensation sought for them. 9. The king promises henceforth the three thousand candies of pepper. However, when it is with the English army, it stands, as far as military operations are concerned, under the English General or Commander in Chief. The further arrangements on how to act when detaching and in other cases shall be made equitably.

Dutch transcription

55 nopens At: 10. Dat de garantie van de Engelsche Compe van het bedoelde traktaat van de defen sive Alliance in het algemeenen van deeze Artikels in het bezonder noodzaa =lijk was, niet alleen om zich van de ge trouwe naarkoming van den koning te verzeekeren, maar ook om voor den aan= „staande tegen de aanslaagen van Sipoe Sul= „te erlangen tan meerdere veiligheid welke laaste het voornaamste oogmerk van de Hoog Regee= „ring te Batavia in deezen uitmaakte. Op al hetwelk gedelibereerd en daarby ook noch aangemerkt zynde dat de troepen van de kompanie zoo wel officiers als Gemeenen, hier door Oudervindingen bequaamheid zouden acquireeren, die men thans by de weingsten kost onder stellen dat door de deelneeming aan deezen Oorlog komp. t eere en aanzien thans zoo zeer in verval, weder op leuken en herleeven zoude, en dat, als dit keontrakt rccesseerde, de van de Hooge Regeering by schreete Messive van den 28 Novemb 17883 11 bygevoegde klausul mits die verbintenis in diervoegen konde wor= den geslooten dat de kompanie daarby net boven maat bezwaard wierd niet alleen volkomen plaats zoude vinden maar dat zelfs de tegenwoordige lasten van de kompanie daar door zouden verminderd worden, wyl den komp=s zll. maar alleen de casie en het ordi= nair kostgeld van de Militairen in Hoep die daar med gebruikt worden betaalen zoude en men daar en boven en ook koop had die ongelden by den voelde gerestitueerd te bekomen Zoo werd met eenpaarigheid van stemmen goedgevonden en verstaan de gunstge geleegenheid tot het enthameeren van deeze defentive alliance waar te neemen en daartoe aan het generaal soevernement te kalkatte by het =antwoord op deszelfs brief aanbieding en te doen van een 56 De hiertoe dienende brief aan het Engel sche Generaal Goevernement van Bene jale door den Heer Goeverneur opgesteld en in Raade geresumeerd zynde: zoo werd met een paarigheid goedgevonden en verstaan denzelven by deezen te arresteeren en met de post Engelsche te verzenden, mits= gaders dien brief hierby te insereeren Aan zyn Hoogedelheid Den Hooggebooren Heer Charles Grave van Corneallis, Ridder van de Kous„ sebant, Lieutenant Generaal in de Legers van zyne Groot brittan= nische Majesteit en Goeverneur Generaal van Buittesch India Nevens den Hoogen Raad van Bengale &a &a. &a Hoog edele Hooggebooren Heer Weledele gestrenge Heeren! De Heer Gouverneuren Raad van Ceilon hebbenden brief die uwr Lordschap en Edelen aan haar over hebben Tipoe Sultan geschreeven # aan ons gezonden, wijl de inhoud daarvan tot ons Gouvernement de naaste betrekking heeft; en wy haarten ons, daar op het noodige by deeze te antwoorden, en Uwe Lordschap en Edelen voor de gunsti= ge disposietsie ter onzer hulpe, indien wy van Tipoe aangetast waaren en voor de verdere vriendelyke aan- biedingen ootmoedig te bedanken Wy hebben den koning van Traan- koor lot nu toe geassisteerd met ietje al wat in ons vermogen was, en zyn op de kordaate belofte van uw Lordschap en Edelen om by de Vreede handelingen met Tipoe, vol= doening van schaade aan ons te be= zorgen, nader bereid zijne Hoog= „in deeze geleegenheid heid naar vermogen bij te staan gell. een Lordschap Hiertoe 57 Hiertoe proponeeren wij de volgende Hoofd artikelen. 1. De Hollandsche Companie en de Kouw van Trevankoor vernieuwen hunne defensive alliance en de Companie geeft aan den koning in deezen oorlog tegen Tiwe een Regiment van 500 Koppen Europeeschen en Malaiers en Malaiers en een Battaillon Sipai van 500. koppen met de noodige veld artillerij 2:) De Companie betaald de gewoone gatie en fourneerd de wapensen ammoenie 3/ De koning betaald de Batta of het veld douceur op Engelschen voet de Malacers op de helfte van de Europeeschen gereekend. 4) De koning fourneerd de koeliet Voek - en Draag ossen en al wat tot het transport noodig is. 5. / Het detachement word gekommen deerd by een Hollandscher Staf offir 6 De zieken en geblesseerden worden in het Engelsche hospitaal gekureerd 7. ) Dit detachement zal eevenreeden deel hebben aan den buit en de prys noor„ nij, de Malaiers de helfte van de Europeeschen 8. / my het sluiten van den vreede zal de Hollandsche komp=e en haare Bondgenoot de koning van koet= Jiem zoo wel als den koning van Trevankoor ingesloote en voor haare schaadeloosstelling gezogd worden. 9. De koning beloofd voortaan de en drie duizend kandijlen Peper, doch staat als het by de Engelsche Armee is, wat de krygs operaatzien aangaat, onder den Engelschen Generaal of Commandant en Chief de nadere schikkingen hoe by het detachee= ven en in andere gevallen te handelen zullen naar billykheid gemaakt worden doeh die

NL-HaNA_1.04.02_3895_0074 view scan ↗

English

58 which he, according to the latest contract of 15 Aug: 1753, must deliver to our Company, to fulfill annually. 10/ The English Company guarantees this alliance. The following serves to provide the necessary clarification of these articles: The regiment mentioned in Art: 1 consists of three European companies of 100 men each and of two Malay companies each of 100 men. The Sipai battalion likewise consists of five companies each of 100 men, but with the two Malay and five Sipai companies there stands with each a European officer as commandant and a European non-commissioned officer as drillmaster, and in addition the Sipai battalion is commanded by a European captain. The artillery consists of four field pieces with two European officers and 18 European non-commissioned officers and privates, together with 20 native artillerymen. The 4th article is not only equitable, but also necessary, as we would not be able to obtain any coolies or beasts of burden here. Regarding the 8th article, we ought to remark concerning the King of Cochin that he, just as well as the King of Travancore, is our ally, but on top of that our vassal, who formerly possessed several lands outside the lines of Travancore, which were seized from him by the Zamorin and which he later took on lease in part from the Nabob, but which Tippu has now, on account of his faithful adherence to us and to Travancore, taken from him and completely ruined. We therefore rest assured of the justice and equity of Your Lordship and Honours that our intercession for him will merit equitable consideration. In the 9th article we demand no new advantages, but only further assurances of that to which the King of Travancore is already obligated, according to the aforementioned treaty. If Your Lordship and Honours find these propositions acceptable, this matter could reach its conclusion most expeditiously, provided the Raja of Travancore were informed of the approval of Your Lordship and Honours, because Their High Mightinesses the High Government at Batavia, upon which this establishment directly depends, have expressly qualified the first undersigned to conclude such a contract. We have the honour to be with particular high esteem. Was signed: Right Honourable High-born Lord, and Right Honourable Gentlemen, Your High Honour and Honours' very humble and obedient servants. Was signed: J. G. van Angelbeek, J. L. van Spall, G. G. Gebhardt, J. H. Cellarius, W. van Haaften and Arnoldus Lunel. In margin: Cochin, the 18 May 1790. Thus done, resolved and decreed in Council of Malabar at the place Cochin, the day, month and year aforementioned. Was signed: J. G. Van Angelbeek, J. L. van Spall, G. G. Gebhardt, J. H. Cellarius, W. Van Haaften and H.s Lunel. Agreed, Arnold Lunel, Secretary. 60 Inspected J J Schuurman To the Honble J. G. van Angelbeek Esqr Governor in Council Cochin Honble Sir Sirs We have had the honor to receive your Letter dated the 18th ultimo and we beg leave to assure you that we entertain the highest sense of your Cordial and friendly propositions to assist us and our Allies in the War into which we have been forced by the Violence and ambition of Tippoo Sultan. It has been with much Concern that we have seen ourselves driven to the necessity of having recourse to arms both because it was our earnest wish to have lived in Peace and tranquillity with all our Neighbours, and on acct. of the expence with which hostilities must unavoidably be attended and which will be extremely inconvenient to the affairs of the English East India Company. No 2: 61. We Could not however allow any private Consideration whatever to prevent our following the dictates of honor and good faith, which required of us that we should endeavor to save an Old ally from the destruction with which he was threatened, and, therefore, when Tippoo attacked the Rayah of Travancore without any Just provocation and in Contempt of the stipulation of the late Treaty of Peace, we did not hesitate a moment in resolving to do our utmost to protect the Rayahs Dominions and to exact ample reparation from Tippoo for the injury that he has done to the Rayah and for his breach of the Treaty with the Company. The Numerous Army and great wealth of which that Prince is possessed has rendered it necessary for us to take our measures with great Circumspection in order to give us a reasonable prospect of being able to force him to make an adequate atonement for his infraction of the Treaty and some Circumstances occurred which occasioned a greater delay than we expected in Completing our preparations. We have however at last had it in our power to send very considerable armies into the Field and having also entered into a confederacy with Nizam Ally Khan and the Peshwas Government by which those powers are engaged to attack Tippoos Northern Dominions, We trust that we shall soon be able to bring the war to an honorable termination. It is also in the mean time a great satisfaction to us to have reason to hope that the operations of our principal army under the Command of General Medows, in the Country of Coimbatour will effectually Occupy Tippoo, and prevent him from disturbing you or any our Allies in your Neighbourhood on the Coast of Malabar and should our arms prove successful, we may have no occasion to be burthensome to you for the friendly aid that you have offered. If, however our affairs should take an unfavorable turn and the Rayah of Travancore be Threatened with any new danger, we shall apply to you with confidence for the assistance that

Dutch transcription

58 die hy volgens het jongste kontrakt van den 15 Aug: 1753. aan onze kompanie leeveren moet, jaarlyx vicrtig te voldoen 10/ De Engelsche kompanie garanden deeze Alliance Tot de noodige opheldering van deeze Artikels dient het volgende Het by Art: 1:/ vermelde Regiment be„ slaat uit drie Companien Europeeschen ieder 100 koppen en uit twee Companee Malaiers ieder van 100 koppen. Het Mattaillon Sipais bestaat mede uit uijt Companien ieder van 100 koppe doch bij de tweede Malaitsche en vyf Sipaet Companien staat by ieder een Europeesche officier als Commandan en een Europeesch ouder officer als Drilmeester en daar en boven word het Battaillon Speeis door een huro„ pertchen Capitaan gekoomandee De Artielerij bestaat uit vier veld„ stukken met twee Europeesche off ciers en 18 Europeesche onderofficiers en gemaenen mitsgaders 20 Inlandsche er Artilleristen Het 4=e Artikel is niet alleen billyk, maar ook noodzaaklyk, wyl wy hier geene koelies of draagbeesten zouden kunnen bekoomen. Op het 8=e Artikel dienen wy nopens den koning van koelsiem aan te merken dat hy even zoo wel als de koning van M Trevankoor onze Bondgenoot, maar daar en boven onze Vasal is, die voor= verscheidene Landen buiten de Linie van Trevankoor bezeeten heeft, die hem door den Samoryn ontweldigd zyjn ietje en die hy zeder voor een gedeelte van den Nabab in Pacht genoomen heeft, doch die Tipve hem thans, wegens n zijne getrouwe aankleeving aan ons en aan Trevankoor afgenoomen en ge= „heel geruineerd heeft. — Wij houden en ons dus van de gerechtigheid en bel= lijkheid van Uer Lordschap en Edelens cies verzeekerd verzeekerd, dat onze intercessie aan hem billyke reflexie verdienen zal. Bij het 9=e Art: eischen wij geene nieuw voordeelen, maar alleen nadere verzeer =keringen van het geen, waartoe de koning van Trevankoor reets verplicht is, volgens het bovengemelde traktaat. Indien Uwe Lordschap en Edelen, deeze proposietsien aanneemlyk vinden: zoo zouden deeze zaak ten spoedigsten haar beslag kunnen erlangen, by aldien de Rasia van Trevankoor van het goed vinden van Uw Lordschap en Edelen geinformeerd werd, door dien Huinne Hoogedelheeden de Hooge Regeering te Batavi waarvan dit etablissement onmiddelyk dependeerd, den Eerstgeteekenden expres tot het sluiten van zulk een kontrakt gequalificeerd hebben Wij hebben de eene met bezondere hoof achting te zyn. /:onderstond:/ Hoog edele Hoog gebooren Heer, en Weledele Cestrense Heeren, Uwer Hoogedelheid en Edelen Aldus gedaan Geresolveerd en gear= resteerd in Raade van Malabaar gall. ter steede koelhem ten dage maand en jaare voormeld /:was get:/ J. G. Van Angelbeek IL van Spaell. GSSebhardt, I A Cettarius G W Van Haaften en H:s Lunel Accordeerd Arnold Lunel sekret: zeer nedrige en gehoorzaame Dienaaren /:was get:/ I G van Angelbeek, IL Van Spall, G. G Gebhardt, I H Cel= „larius, W. van Haaften en Arnod. s Lunel (:in margine:) Cochim den 18 Mai 1790. zeer voor 60 Nagezien J J Schuurman To the Houble J. G. van Angelbeek Esq„r Governor in Council Cochin Hönble Sir Sirs We have had the honor to receive your Letter dated the 18th ultimo and we beg leave to assure you usr. that we entertain the highest fense of your Cordial and friendly propositions to assist us and our Allies en in the War into which we have been forced by the Violence and ambition of Tippoo Sultain. It has been with much Concern that we have seen ourselves driven to the necessity of having recourse to arms both because it was our earnst wish to have lived in Peace and tranquil En lity with all our Neighbours, and on acct. of the expence with which hostilities must unavoidably be attended and which will be extremely inconvenient to the affairs of the English at N„o 2: 61. English East Jndia Company We Could not how ever allow any private Consideration whatever to prevent our follawing the dictales of honor & good faith, wch required of us that we should endeavor to save an Old ally from the distruction with which he was threatned, and, therefore, when Tippoo attacked the Rayah of Travancore without any Just provocation and in Contempt of the stipulation of the late Treaty of Peace, we did not hesitate a moment in resolving to do our utmost to protect the Rayahs Dominions and to exact ampl reparation from Tippoo for the injury that he has done to the Rayah and for his breach of the Treaty with the Company The Numerous Army & great wealth of which that Prince is possessed has rendered it necessary for us to take our measures with great Circumspection in order to give us a reasonable prospect of being able to force him to make an adequate atonement for his infraction of the Treaty and some Circumstan occurred wich occasioned a greater delay tham It is also in the mean time a great satisfac¬ tion to us to have reason to hope that the us operations of our principal army under the Command of General Medows, in the Country of Coimbatour Cen will effectually Occupy Tippoo, and prevent him from desturbing you or any our Allies in your Neighbourhood on the Coast of Malabar and biett should our arms prove successful, we may have no occasion to be burthensome to you for the friendly aid that you have offered If, however our affairs should take an imfavorable turn and the Rayah of Travancore be Threatned with any new danger, we shall den apply to you with confidence for the assistance W'expected in Completing our preparations. We have however at last had it in our power ar to send very considerable armies in to the Field and having also entered into a confideracy with Niram AllyjKhan and the Peswhas Government by which those powers are engaged to attack Sippoos Northern Dominions, We trust that we shall soon be able to bring the war to an honorable termination- we that

next →