Inventory 3895
Malabar · 415 pages · 148 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Monday, 2 August 1790. Forenoon. Present: The Right Honourable and Stern, Most Venerable Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek. The Honourable Acting Senior Merchant, Second and Chief Administrator Ian Lambertus van Spall. The Honourable Major and Head of the Militia Godlieb George Gebhardt. The Honourable Merchant, Fiscal and Cashier Mr. Johan Willem Hendk van Rossum. The Honourable Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius. The Honourable Junior Merchant and Provision Master Willem van Haesten. The Honourable Junior Merchant and Secretary of Policy Arnoldus Junel, and The Honourable Acting Pay-Accountant Iakobus Adrianus Everdijk. Absent: The Honourable Junior Merchant Adrianus Poelvliet, due to indisposition. There was read a letter from the Supreme Council of the English Company in Bengal, in reply to the letter from here dated 18 May last, mentioned more fully in the Secret Resolution of that day, the translation of which was found to read as follows: No. 3. To the Right Honourable and Stern Lord J. G. van Angelbeek, Governor, and the Council at Cochin. Right Honourable and Stern Lord and Gentlemen, We had the honor to receive your letter of the 18th of last month and request permission to assure Your Right Honourable and Stern Lordships that we have a deep feeling for your cordial and friendly proposals to assist us and our allies in the war to which the violence and ambition of Tipu Sultan have compelled us. It was with no little concern that we saw ourselves forced to take refuge in arms, on the one hand because it was our earnest wish to live with all our neighbors in peace and quiet, and on the other hand because of the great expenses with which open hostilities are unavoidably accompanied, and which will come most inconveniently for the interests of the English East India Company. However, we could not let any private considerations whatsoever take place so as not firmly to do what honor and good faith demanded of us, namely, that we were obliged to preserve an old ally from the ruin with which he was threatened; and for this reason, when Tipu attacked the Rajah of Travancore without any legitimate grounds and in spite of the late peace treaties, we did not hesitate for a moment, but resolved to employ all our resources to protect the Rajah and to demand full satisfaction from Tipu for the insult and injury he had done to the Rajah and for the breach of the peace with the Company. The numerous armies and great treasures which this Prince possesses have forced us to proceed with great circumspection, in order to be able to foresee upon reasonable grounds that we would be capable of compelling him to give proper satisfaction for his breach of the peace, wherein certain circumstances also arose which caused our preparations not to be brought to an end as speedily as we could expect. We found ourselves at last, however, in a state to send very considerable armies into the field, and at the same time concluding an alliance with Nizam Ali Khan and the government of the Peshwa, whereby these powers undertook to attack Tipu's northern possessions, we trust we shall soon be in a condition to bring the war to an honorable conclusion. It is at the same time a particular pleasure for us that we have reason to hope that our principal army, under command of General Medows in the province of Coimbatore, will effectively keep Tipu occupied and prevent him from disturbing you or your allies in your neighborhood on the Malabar Coast; and should our arms be crowned with a favorable issue, we shall not have need to trouble you concerning the friendly assistance which you have offered us. If, however, our enterprises should take an unfavorable turn, and the Rajah of Travancore should be threatened with new danger, we shall address ourselves to you and rely upon the assistance that you proposed, and we shall at the same time appoint a proper person to negotiate the terms with you, on which it is to be furnished, and to arrange the mode in which your troops can be most advantageously employed for the general benefit. We have a pleasure in embracing this opportunity to offer our best thanks for your friendly reception of the detachment of our troops under command of Colonel Hartley, and you may be assured that, upon a similar occasion, we shall be happy to make a suitable return for the good offices which you rendered them. We have the honor to be, Honorable Sir and Sirs, Your most obedient humble servants, (Signed) Cornwallis Chas. Stuart Peter Speke Fort William, 25th June 1790. The Secret Resolution taken in the Council of Malabar. Agreed. Arnold Lund, Secretary.
Dutch transcription
62 that you proposed, and we shall at the same time appoint a proper person to negotiate the terms with you, on which it is to be furnished and to arrange the mode in which your Troops can be most advantageously employed for the genera benefit We have a pleasure in embrancing this De Weledele Gestr: Grootachtb: Heer Raad ordin: Van Nederlands Indiens: opportunity to offer our best thanks for your Gouverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek. friendly reception of the Detachment of our DE: Heer pl. Opperkoopm: secunde en Hoofdadm: Ian Lambertus van Spall. DE: Majoor en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhardt. troops under Command of Colonel Hartley DE: Koopman Fiskaal en Kassier M:r Johan Willem Hendk van Rossum and you may be assured that, upon a Simila els DE: Onderkoopman en Pakhuismeester Johan Adam Cellanus occasion, we shall be happy to make a D E: Onderkoopman en Dispencier Willem van Haesten suitable return for the good offices which you DE: Onderkoopm: en Sekretaris van Polietsie Amoldus Junel en DE: pl. Soldijboekhouder Iakobus Adrianus Everdijk rendered them. We have the honor to be Höuble Sir & sirs Your most obedt hble servants Signed bornwalles Cha„s Stuart Peter Speke N. 25 te June 1790. Fort William absent DE Onderkoopman Adrianus Poolvliet, door indisposictie Werd geleeten een brief van den hoogen Raad van de Engelsche Companie in Ben„ „gale, in antwoord op den brief van hier van den 18 Mai jongstleeden, breeder bij de sekreete Resoluutsie van dien dag vermeld, waarvan de overzetting bevonden word aldus te luiden Maandag den 2. Augustus 1790. Voormiddag Present. De Kreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar Akkordeerd Arnold Lund sekre Aan N„o 3: op 63 Aan den Weledele Gestrenge Heer J. G. van Angelbeek. Goeverneur en den Raad Koelsiem te Weledele Gestrenge Heer en Heeren. Wij hebben de eer gehad uwen brief van den 18. der verleeden maand te ont„ vangen en verzoeken Verlof Uw Weledele Gestr. en E:s te mogen ver„ zeekeren, dat wij een diep gevoelen hebben voor Uwe hartlijke en vriende¬ „lijke proposietsies, om ons en onze geallieerdens te assisteeren in den Oorlog waartoe de Geweldenarije en Heerschziegt van Pipoe Suetan ons genoodzaakt heeft Het was met niet weenig bezorgdheid, dat wij ons gedrongen zagen, onze toevlucht tot de wapenen te nee„ „men, eensdeels wijl het onte ern„ stige wensch was met alle onze na buuren in Rust en Vreede te leeven en anderen deels wegens de groote Kosten waarmeede openbaare Vijandelijkheeden onver¬ mijdlijk verzeld zijn, en die voor de belangen der Engelsche Oostindische Kompanie ten hoogsten ongeleegen zullen komen. Wij konden egter geene privaat kon„ „sideraatsien, hoe genaamd, plaats laaten vinden om niet stijs te doen, wat de eer en goede trouwe van ons eischte, naamlijk, dat wij verplicht waaren een oud Bondgenoot voor den On„ „dergang te bewaaren, waarmeede hij gedreigd wierden om deeze reeden wanneer Tipoe den Rajak van Tre„ van hoor aan van dede buiten eenige wettige reedenen en in spijt van de laaste Vreede traktaaten: zoo stonden wij geen oogenblik in twijfel, maar beslooten alle onze Vermogens in het werk te stellen om den Rajah te beschermen en eene volle Vergoeding van Tipoe te eischen voor den hoon en beleediging, die hij den Rajah aangedaan had en voor den Vreede breuk met de Maatschappij De talrijke Armeen en groote schatten die deeze Prins bezit, hebben ons genoodzaakt, met groote omzichtigheid te werk te gaan, ten einde om op redelijke gronden mijdlijk te „ 64 te kunnen voorzien, dat wij in staat zouden zijn Hem te genoodzaaken eene behoorlijke satisfaksie te gee¬ ven voor zijne Vreede breuk, waarbij noch eenige Omstandigheeden op kwa„ „ men die geleegenheid gaven dat wij onze toe bereidzels niet zoo spoedig als wij verwachten konden ten einde brengen. Wij vonden ons egter op het laast in staat zeer aanzienlijke Ar„ meen in het Veld te zenden en sluitende tevens een Verbond met Nisam Alikan en de Regeering van den Peschoa waarbij deeze moogendheeden aannaamen Tipoes noordelijke bezittingen te attastee„ „ren vertrouwen wij haast in het gevalte zullen ## zijn den Oorlog op een honorable wijze ten ein¬ „de te brengen Het is te gelijker tijd een bezonder genoegen voor ons, dat wij reeden hebben te hoopen, dat onse principa„ „le Armée onder Kommando van den Generaal Medocos in in de Provintsie Koimbatoer, Tipoe Kragt dadig tol bezigheid geeven en hem beletten U of Uwe Bondgenooten in Uwe buurt ter Kuste Malabaar te ontrusten, en mogten onze wapenen met eene goede uitkomst bekroont worden, zoo zullen wij niet noodig hebben, U lastig te vallen, aangaan„ „de de vriendelijke hulp, die gij ons aangebooden hebt. Jndien egter onze bedrijven een ongunstigen keer mogten neemen, en den Rajah van Tre„ van Koor met een nieuwe gevaar gedreigd worden: zoo zullen wij ons aan U addresseeren, en Vertrouw„ „en op den bijstand die gij ons voor„ „stelde, en wij zullen dan tevens een bequaam Perzoon benoemen om met Uw E. in Verhandeling te treeden nopens de Voorwaarden naar welker gemelde bijstand zal bezorgder de wijze hoe Uwe Troepen op het voordeelijste voor het geemene best zullen ge„ de
English
to express for the friendly reception of the detachment of our troops under the command of Lieutenant Colonel Hartley. Be assured that in similar circumstances we shall consider ourselves happy to make a proper return for the good services you have rendered them. We gladly avail ourselves of this opportunity to express to Your Honors our particular gratitude. We have the honor to be, Right Honorable Sir and Gentlemen, your most obedient humble servants. Signed: Cornwallis, Peter Speke, and Charles Stuart. In the margin: Fort William, 25 June 1790. Lower below: Translated from the English after the original by, signed, J. A. Cellanius. And after deliberation it was approved and agreed to send copies of the same in the original language and of the translations to the Supreme Government of the Indies at Batavia to show that the further defensive alliance intended therein with the King of Travancore under the guarantee of the English has been politely declined, and furthermore to the Government of Ceylon to show that the Company will take no part in the war against Tipu Sultan and that consequently no assistance from there will be needed either. There was read a letter from the English Government at Madras of 1 June last, the translation of which was found to read as follows: To the Right Honorable Sir, J. G. van Angelbeek, Governor, etc. etc., together with the Council at Cochin. Gentlemen, Mr. Powney, the Resident at Travancore, having sent us a letter from the Rajah of Cochin, in which he expresses a desire to ally himself with the English East India Company and to renounce his obedience to Tipu, we request to be informed what the nature of the engagement of this Rajah with the Dutch Company is, in order that nothing may occur therein which could in any way disturb the good understanding that exists between both Companies. We have instructed Mr. Powney to investigate this matter in particular, and we shall consider ourselves obliged if Your Honors will be assisting him in this inquiry. We avail ourselves of this opportunity to express our gratitude to Your Honors for the very friendly assistance which you recently gave to Lieutenant Colonel Hartley, and for the furtherance of our designs which we wished to carry into execution in your neighborhood. We have the honor to inform Your Honors that General Medows marched from Trichinopoly on the 26th of last month with a powerful army to avenge the insults that have been offered to the English East India Company. We have the honor to be, Gentlemen, your most obedient servants. Was signed: John Turing, Edward Saunders. In the margin: Fort St. George, the first of June 1790. And with respect to its contents, it was proposed by the Governor: That the King of Cochin had already in the month of May indicated to his Honor that when the English army invaded the Nabob's country and captured Palakkaduchery, he would make a request to the Government of Madras to regain the lands which had formerly been torn from his kingdom by the Zamorin, later conquered by the Nabob Haidar Ali Khan, and partly leased to His Highness. That he, the Governor, had advised the King against this out of fear that the English Company would thereby obtain greater influence and authority over these lower lands, and bring the said King under their devotion to the prejudice of our Company; that the said King had nevertheless taken that step, as appeared from the letter from Madras aforementioned, but that the detrimental consequences which he, the Governor, had feared did not seem likely to result therefrom, since the English Government itself sought to avoid those consequences; that he, the Governor, had subsequently demanded and obtained from the King copies of the letters to and from the English Government aforementioned, the translations of which read as follows: Translated copy of a Tamil letter written by the King of Cochin to General Medows at Madras. Since Haidar Ali Khan came down with his army to southern Malabar and conquered our lands, we then betook ourselves to our allies, the Honorable Dutch Company and the Rajah of Travancore, and consulted on the matter; they advised us to settle the affair by means of money for the welfare of the kingdom, and in this manner we retained possession of our lands. The affair remaining in this state, Tipu Sultan came down and destroyed many of our temples and choultries, and subsequently captured the lines of the Rajah of Travancore, as the said Rajah has already written circumstantially to Your Honor about everything.
Dutch transcription
65 te betuigen voor de vrien„ „delike receptsie van 't Detachement onzer troepen onder komman„ do van den Luiten. t kol= lonel Hartley: weest verzeekerd dat wij in gelykstandige Pom= genh standigheeden ons gelukkig zullen achten eene behoorlyke ver= gelding te doen voor de goede diensten „bruikt worden, te beraamen Wij bedienen ons met Vermaak van deeze geleegenheid om Uweldgb: onze bijzondere dankbaarheid die U wed. hen beweezen hebben /:onderstond:/ Wij hebben de eere te zijn, Uweld. Gestr. Heer en Heeren. Uwe gehoorzaamste nedrige Die„ naaren /:geteek:/ Cornwallis, Peter Speke en Ch:s Stuart. /:in margine/ Fort William 25 Iuni 1790 /:lager onderst:/ uit het Engelsch vertaald. naar het origineel, door /:geteek„ J. A. Cellanus. En werd na deliberaatsie goedgevon„ den en verstaan, van den zelven in de Oorspronkelijke Taal en van de overzettingen Afschriften te terden aan de Hooge indische Regeering te Batavia ter aanwij= zing, dat de daarbij bedoelde nadere defensive alliance met den Koning van Prevan Koor onder Aan den Weledele Gestr: Heer J. G. van Angelbeek, Gouverneur &. &. nevens den Raad te Koetsiem Heeren De Heer Powneijon te Resi„ „dent bij Trevankoor hebbende ons een brief toegezonden van den Rajah van Koetsiem, waar„ de garontie der Engelschen beleefde„ „lijk gedeklineerd is, en voorts aan de Regeering van Ceilon ter aanwij- ting: Dat de Companie aan den Oorlogtegen Pipoe Sultan geen deel neemen zal en dat men der„ halven ook geene Assistentsie van ginter zal noodig hebben. Werd geleezen een brief van de Engelsche Regeering te Madras van den 1e. Juni jongstleeden, waarvan de Vertaaling bevonden word te luiden als volgd de „bij 66 „bij hij eene begeerte te kennen geeft, zich met de Engelsche Oostindische Kompanie te verbinden en Tipoe de gehoorzaamheid opte zeggen verzoeken wij te mogen weeten, hoe„ „danig de Verbinten is van deezen Rajah met de Nederlandsche Kom„ panie is, ten einde dat er niets in mogt voorkomen, het welk op eenige wijze de goede Verstandhouding die er tusschen beide Maatschappij plaats heeft zoude kunnen stooven, Wij hebben den Heer Powneij ge„ „ last dit Onderwerp in het bijzon„ „der te onderzoeken en wij zullen ons verpligt agten, indien UwEdgb. Hem in dit onderzoek behulptaam willen zijn. Wij bedienen ons van deeze geleegenheid Uw Edgb: onte erkentlijkheid te betuigen voor den zeer vriendelijken bijstand die gij laast den Lieutenant Kolonel Hart„ leij gegeeven hebt, en de bevordering onter ontwerpen, die wij in Uwe buurt ter uitvoer wilden brengen. En werd met Opzicht tot deszelfs in„ „houd door den Heer Gouverneur voor gesteld: Dat de Koning van Koet„ „reets. siem in de maand Mai aan zijn Ed: had te kennen gegeeven, dat hij, zoo wanneer de Engelsche Armée in 'sNabobs land inviel en Palli„ Ratseeri vermeesterde aan de Re„ „geering van Madras verzoek doen zoude, de landen die bevoorens door den Samorijn van Zijn Rijk afgescheurd, Ieder door den Nabab Wij hebben de Eer Uw Edgeb. te bedeelen, dat de Generaal Medows met een magtige Armée op den 26e. der verleeden Maand van Pritschenapeli gemarscheerd is, om de beleedigingen, die de Engelsche Oostindische Kom¬ „parie aangedaan zijn te wreeken; /:onderstond:) Wij hebben de Eer te zijn, Heeren: Uwe gehoorzaamste Dienaaren /:was geteek:d/ John Turing Ewd s Saunders (:in marg:/ Fort St George den eersten Junij 1790. Wij Haider 67 Haider Alichan vermeesterd en voor een gedeelte aan zijne Hoogheid in pacht afgestaan waaren, weder om te mogen erlangen. Dat Hij, Heer Gouverneur den Koning dit af„ „geraaden had, uit beduchting, dat de Engelsche Kompanie, daar door meerder in vloed en gezag over dee„ „re beneeden landen krijgen, en ge„ melden Koning onder hunne devort¬ „sie brengen zoude tot nadeel van onze Kompanie; dat gem: Koning dien Stap niet te min gedaan had; zoo als bij den brief van Madres hier voorwaards bleek, dog dat de nadeelige gevolgen die Hij Heer Gouverneur gevreest had, daaruit niet scheenen te zul„ „len resulteeren, wijl de Engelsche Regeering Zelve die gevolgen zocht te vermeiden; Dat hij Heer Gouver„ neur, vervolgens van den Koning ge„ eischt en verkreegen hadde afschrif¬ ten van de brieven aan en van de Engelsche Regeering voormeld, waar„ van de Overzettingen luideden als volgt Vermits Haider Alichan met zijn Leger naar de Zuider malabaar afquam en onte landen vermee„ sterde: zoo hebben wij ons toen bij onze Bondgenooten de Edel Hollandsche Kompanie en den Rasia van TrevanRoor begeeven en daarover gekonsulteerd, die ons aangeraaden hadden door middel van geld de zaak te akommodeeren tot welzijn van het Rijk en in diervoegen hadden wij onze landen in possessie behouden. Staande de zaak in deezen Staat, quam Tipoe Sultan af en demogeerde veele onze Tempels en Zallaisen en vermeesterde vervolgens de Linie van Rasia Trevankoor gelijk gem: Rasia reets van al„ „les omstandig aan Uw Edele geschree„ Translaat Kopij tamoelsche brief door den Koning van Koetsiem, geschreeven aan den Heer Generaal Me„ „dowste Madras. Trans ven
English
given, and because Tipu Sultan has committed these hostilities without right or reason, we have decided to abandon the alliance with him and to enter into a treaty with the English Company and its King, since it upholds right and equity and holds power in its hands, and regarding this, as well as the condition of our lands to the north, we have clearly made it known to Mr Powney, who will surely have written to Your Honour. May Your Honour therefore be pleased to take into consideration our sincere conduct, faithfully endured the disturbances that have now befallen us, and to redress them in such a manner that we regain possession of our lands and that we may possess the same in peace and tranquility, and if the English Company shows this favour to us, we shall remain grateful to it to the best of our ability. When the English Army previously arrived at Calicut and Pallikatsery, we assisted to the best of our ability and provided some money to Colonels Ambuston and Reston, as is well known to Your Honour. We expect a comforting reply from Your Honour to this, so that our Kingdom will be brought into peace and tranquility and be possessed by us accordingly. May God preserve Your Honour for many years in health, prosperity, and increase of rank. Underneath stood: For the translation, Cochin the 4th of July 1790. Was signed: J. M. Truijens, sworn translator. Translation copy of a Tamil letter by the Government of Madras to the King of Cochin. The letter that Your Highness wrote to General Medows and sent through Mr Powney has reached us in good order. General Medows has departed as the head of the Army to subdue the enemy, to bring the subjects of the English Company into peace and tranquility, and to support its friends. It was pleasing and agreeable to us to observe from Your Highness's letter that Your Highness is inclined to enter into friendship with the English Company, provided that this does not tend to the detriment of the contracts between Your Highness and the Dutch Company. The remaining matters Mr Powney will make known to Your Highness, and if you take the same to heart, this will serve to the great satisfaction of the English Company. May Your Highness therefore be pleased to deliberate with Mr Powney regarding this, and we have no doubt that everything will turn out to mutual satisfaction. May God preserve Your Highness for many years with happiness and prosperity. Underneath stood: For the translation, Cochin the 13th of July 1790. Was signed: J. M. Truijens, sworn translator. That His Honour had therefore sought over this subject to direct the negotiations between the said King and the English Resident George Powney in such a manner that they tended to the greatest advantage of the King, and at the same time all disadvantageous consequences tending to the diminution or detriment of the Company's interests were prevented by an explicit article that the treaty between the English Company and the King of Cochin should contain nothing that would be contrary to the treaty existing between the Dutch Company and His Highness, and the King of Cochin should be accountable to the English Company solely for such districts as should be conferred upon him by the English Company and in which the Dutch Company had no concern, in which he had also succeeded in so far as Mr Powney had consented to it. That this contract between the aforementioned King and the English on the other hand had to be regarded as advantageous not only for him, but also for the Dutch Company, partly because the King, regaining possession of the said lands outside the lines, could henceforth from the same again supply the Company with the rice provisions that it might need as before, and partly because thereby all connection and all claims of Tipu on the lands of the King were forever cut off, and the power was taken away from him to ever trouble the said King again and consequently also to disturb us any further. Whereupon having been deliberated: It was approved and resolved to conform fully with all that had been performed by the Governor in this matter up to now, and to request His Honour hereby to bring the said negotiations to a desired conclusion on that footing. Upon the communication of the Governor that the holders of the bond of fifty thousand rupees, which in the year 1785 at the request of the Ceylon
Dutch transcription
68 „ven heeft, en door dien Tipoe Sultan zonder recht of reeden deeze Vij¬ „andigheeden gepleegd heeft, hebben wij beslooten van de Verbintenis met hem aftezien en met de En„ gelsche Kompanie en haare Koning wijl te het recht en billijkheid handhaaft en macht aan handen heeft een Verbond aante gaan en dien aangaande als ook de ge„ strentheid van onze landen om de Noord, hebben wij duidelijk van Mr Powneij te verstaan gegeeven die zeekerlijk aan Uw Edele zal geschreeven hebben. UwEd. gelieve derhalven in Overwee„ ging te neemen onze oprechte behandeling, trouw gedragen de Onlusten die ons thans overgekoomen zijn en zoodanig te redresseeren, dat wij onze landen weder in bezit krijgen¬ en dat wij dezelven met nist en Vreede mogen bezitten en zoo de Engelsche Komparie deeze fa„ „veur aan ons bewijst, zullen wij naar maate van onte vermogen haar erkentlijk blijven. Toen het Engelsche Leger be„ „voorens op Calikut en Pallikat„ seen quam hebben wij naar ons ^ haar Vermogen geassisteerd en eenig verstrekt geld verzt aan de Colonels Ambuston en Reston gelijk tul„ Uw Edele wel bewust is. Wij verwachten hierop van UwEd. een troost eijk antwoord, dat ons Rijk-zal in Rust en Vreede gebragt en door ons in diervoegen bezeeten worden God bewaare Uweledele lange Jaaren met gezondheid, voor- „spoed en Vermeedering van staat /:onderstond:/ Voor de Trans„ laatsie, Roetsiem den 4. Iuli 1790 /:was geteek:/ . M. Truijens en Trans „ „ . 69 De briefdien Uwe Hoogheid aan den Heer Generaal Medows geschree„ ven en door wegen Mr. Lowneij gezonden heeft, is ons wel ter hand gekoomen; De Generaal Medows is als Hoofd van het Le¬ ger vertrokken om den Vijand te onderbrengen ende onderhoor„ „gen van de Engelsche Kompanie in Rust en Vreede te brengen en haare Vrienden te ondersteunen Het is ons lief en aangenaam geweest uit Uw Hoogheids brief te beoogen, dat Uw Hoogheid genee gen is, met de Engelsche Kompanie in Vriendschap te treeden, mits dat zulx tot nadeel van de kon„ tranten tusschen Uw Hoogheid en de Hollandsche Kompanie Translaat Kopij tamoelsche brief door de Regeering van Madras aan den Koning van Koetsiem niet strekt. De ovrige zaaken zal M„r Powneij Uw Hoogheid bekend maaken en zoo uw dezelven ter harte neemt zal zulx tot groot genoegen van de Engelsche Kompanie strekken. Uto Hoogheid gelieve derhalven met M„r Lowreij hier omtrend te over„ „weegen en wij twijfelen geen zints, dat alles tot wederzijds genoegen uitvallen zullen God bewaare Uwe Hoogheid lange Jaaren met geluk en Voorspoed (:onderstond:/ Voor de Translaatsie, Koetsiem den 13. Julij 1790 /:was geteekend:/ J. M. Truijens gezw. Translat: Dat zijn Edele derhalven Ieder getragt ^ over dit onderwerp had, de Onderhandelingen ^ tus¬ „schen gemelden Koning en den Engelschen Resident George Poroneij zoodanig te dirigeeren, dat dezelve tot het meeste Voordeel van den Koning strekten, en daarbij tevens alle nadeelige gevolgen tot ver„ niet „mindering . 70 mindering of nadeel van skompanies belangen verhoedt wierden, door een uitdruklijk Artikel, dat het traktaal tusschen de Engelsche Komparie ën den Koning van Koetsiem niet zoude behelzen, het geen strijdig waare met het traktaat tusschen de neder„ landsche Kompanie en Zijne Hoogheid subsisteerende ende Koning van Koetsiem aan de Engelsche Kompanie rede vabel zijn, zoude, eenlijk voor zulke distrikten, als aan hem door de Engel„ „sche Komparie zouden worden op- gedraagen, en waarop de neder„ landsche Kompanie geene betrekking had, het geen hem dan ook in zoo verre gelukt was, dat de Heer Powneij daarin bewilligd had. Dat dit kontrakt tusschen den meerm. Koning en de Engelschen aan de andere zijde als voordeelig voor hem niet alleen, maar ook voor de Ne„ derlandsche Kompanie moest aangemerkt worden, eensdeels wijl de Koning wederom in het bezit van gem. landen buiten de linie gevaa„ „kende, uit dezelven voortaan weder als voorheen aan de Kompanie de rijst Kost leeveren, die zij mogt noodig heb= ben, en anderen deels dat daar door alle betrekking en alle pretensien, van Pipoe op de Landen van den Koning voor altoos afgensneeden wierden, en hem het vermogen benoo¬ „men wierd, om gem: Koning oit we„ „derom te vermoeilijken en over„ „tuly ook om ons verder te ontrusten. Waarop gedelibereerd Zijnde: Zoo verd goedgevonden en verstaan met al het geen door den Heer Gouverneur in deezen tot nu toe vericht was, ten vollen te konformeeren, en zijn Ed: bij deezen te verzoeken om gem: Onderhandelingen op dien Voet tot een gewenscht einde te brengen. Op de Kommunikaatsie van den Heer Gouverneur, dat de houders van de Obligaatiie van vijftig dui„ rend Ropijen, die in het Jaar 1785. op het verzoek van de Ceilon„ van „sche
English
Ceylon Government by secret missive of 11 October of the same year at one percent interest per month had been negotiated, had called in that capital; taking into consideration that the condition of our funds absolutely could not permit the redemption of that capital, it was, after deliberation, approved and understood to request the Ceylon Government to furnish the necessary funds for that purpose, and in default of Surat Rupees to send over Piasters or Tuticorin Pagodas for that end, the former being able to be issued here at 2 1/8 and the latter at 3 2/2 apiece. After this, the Governor gave to know that he had already early in the spring repeatedly urged the Dallewa of Travancore, who holds the administration of affairs virtually alone in his hands, to a prompt delivery of pepper, and had repeated that exhortation on all occasions in the strongest terms, having received each time good promises and assurances of a generous delivery in reply, without the same having actually followed in deed; that His Honour at the beginning of July had summoned the agent Malliga Mallen to him, had addressed him earnestly concerning the delivery, and had brought about so much that he had immediately departed to the Dallewa at Laliporto and had returned the next day with the assurance that the delivery thus far had only been caused by the death of the pepper Sarwadhikari Karagar, but would now begin immediately and the ola for that purpose would be issued at once; that nothing had come of this promise again and Malliga Mallen had been spoken to anew about this this morning, who had then alleged that the pepper contractor had fallen ill and therefore the first pepper writer had been summoned to the Divan in order to recommend to him the delivery to the Company, and also to close the old account and to receive the pepper and areca passes. That from all these flimsy excuses it appeared sufficiently that the Divan sought only to appease the Company with promises, while to this day not a single grain had yet been delivered, and thus no other means remained to effect a change in this than a solemn mission to the King himself, to represent to him earnestly his obligation and the defective compliance therewith, and to admonish him emphatically to a prompt delivery, which seemed all the more necessary because the King had left the last letter of 23 March last concerning the sale of pepper to Portuguese ships unanswered, and thus the writing of a single letter to His Highness would probably also be wasted effort, and the time for the delivery would slip away further in vain. That by that letter to the King it should be pointed out how from the Company's side all occasions were seized to do His Highness pleasure, against which he disadvantaged the Company so greatly in the delivery of pepper that such conduct could not be maintained in the long run and could not consist with mutual friendship, as well as how according to the treaties no pepper passes needed to be granted except after a prompt delivery of pepper, and one therefore did not dare to issue the same this year before a considerable quantity of pepper should be delivered. Upon which, having been deliberated, it was approved and understood to conform in all respects with that proposal, and to commission hereby for that solemn mission the members Johan Adam Cellarius and Jakobus Adrianus Eversdijk, who had offered themselves for that purpose. Further, upon the further proposal of the Governor, it was resolved to address the King once again and emphatically concerning the sale of pepper, and also to instruct the commissioners further to that end. In the same manner, it was understood on this occasion to have the demand renewed regarding the fraudulently bartered boat of the ship Zeeland, of which full mention was made in the joint resolution of 23 March of this year. Also, upon the proposal made to that end by the Governor, it was approved and understood to have the King of Travancore spoken to on this occasion by His Honour's commissioners concerning the garden laid out within the bounds of the Company's post at Grootdewieke and occupied by the King's servants, whereof full mention was made in the joint resolution of 8 July last, and to desire the restitution of the same, as well as to hand to them for that purpose a copy of the report on that subject which was inserted in the resolution. After this was read a letter from the Resident of Porakad of 1 July last, containing report that the King's servants there were burdening the native Christians, who stood under the Company, with various new imposts and thus wished to make them subjects of the King, against which he had addressed himself first to the recently deceased Sarwadhikari Karagar and afterwards to the King himself, and had then also received a promise that the matter would be investigated and the collection would in the meantime be suspended, but that the said servants were now bringing those pretensions forward again, with the aim of drawing the Christians under the Company
Dutch transcription
71 „sche Regeering bij sekreete missive van den 11 Oktober deszelven Jaars tegen een percent intrest 's maands genegotiee waaren, dat Kapitaal opgekundigd hadden in aanmerking genoomen zijnde, dat de toestand onzer gel middelen de aflossing van dat Ka„ pitaal, volstrekt niet kost gedoogen zoo werd na deliberaatsie goedgevon„ „den en verstaan de Ceilonsche Rege ring te verzoeken de noodige pennin gen daertoe te foumeeren, en bij ontsten¬ ten is van Soeratsche Ropijen daartoe Piasters of Tutukorijnsche Pagooden over te zenden, kunnende de eerste 2/1 en de laaste tegen het stuk tegen 3 2/2 hier uit gegeeven worden.. Hierna gaf de Heer Gouverneur te Kennen Dat hij reets vroeg in het voorjaar den Dal„ „lewa van TrevanKoor, die het bestier van zaaken genoegzaam alleen in handen heeft, te meermaalen tot eene nume peperleverantsie aangemaand, en die aanmaaning bij alle geleegenheiden op het nadruklijkst herhaalden teekens goede beloften en verzee¬ „kering van een ruime leverantsie tot antwoord bekoomen had, zonder dat dezelve met der daad gevolgd was, Dat zijn E. met het begin van Juli den Zaakbezorger haliga Mallen bij zich ontboden over de Leverantsie ernstig aangesprooken, en zoo veel te weeg gebragt had, dat hij ten eersten naar den Dallewa te Laliporto ver„ „trokken, en 'sdaags daaraan te rug„ gekoomen was, met de Verzeekering, dat de Leverantsie tot nu toe alleen door het overlijden van den Leper„ „sarwadikane Karen veroorzaakt was, doch nu daadelijk beginnen en de ola daartoe ten eersten gaan afgestaen zoude Dat van deeze belofte weder niets gekoomen en Kaliga Mallen daar„ „over heeden morgen op nieuw onder„ houden was, die toen voorgegeeven had, dat de Leperleverantsier zieh ge„ worden, en derhalven de eerste peper„ „schrijver bij den Divan ontboden was, om hem de Leverantsie aan de Kom„ „penie aantebeveelen, en om tevens de oude reekening te sluiten en de Peper en arreek passen te kering ont„ . ontvangen Dat uit alle deeze Raale uitvluchten genoegzaam bleek, dat de Divan de Kompe„ alleen met beloften tocht te paajen, terwijl tot heeden toe noch geen Korl geleeverd was, en dus geen ander middel om hierin verandering te bewerken, overig bleef, als een plechtige bezending aan den Koning zelve om hem zijne Verplichting en de gebrekkige naar¬ Koming ernstig voorte houden, en tot eene nume leverantsie nadruk„ lijk te vermaanen, het welk te nood„ zaaklijker scheen, wijl de Koning den laasten brief van den 23. Maart jongstl: over den Verkoop van Peper aan Portugeesche Scheepen onbeant„ woord gelaaten had, en dús het schrij¬ ven van een enkelden brief aan zijne Hoogheid waarschijnlijk oost vergeefsche moeite weezen, en de tijd tot de le„ „verantsie noch verder vruchtloos ver„ „loopen zoude Dat bij dien brief aan den Koning diende voorgehouden te worden, hoe van 'skomperies zijde alle gelee¬ „gerheeden waargenoomen wierden, om zijne Hoogheid plaisir te doen, waartegen hij de Rompenie in de Leverantsie van Peper zoo zeer benadeelde, dat zulk een gedrag op den duur geen stand houden en met de onderlinge Vriendschap niet bestaan Kost, als meede hoe volgens de treklaaten geene peperpassen behoefden verleend te worden, dan na eene nume peper= „leverantsie en men dus dit Jaar de„ zelven niet durfde afgeeven, voor dat een aanzienlijk partij peper ge„ leeverd zijn zoude. Waarop gedelibereerd Zijnde: Zoo wend goedgevonden en Verstaan tich met dien Voorstel alzints te konformee¬ „ren, en tot die plechtige bezending de Leeden Johan Adam Cella¬ rius en Jakobus Adrianus Evers¬ „dijk die zich daartoe aangeboden hadden, bij deezen te kommitteeren. Voorts werd op de nadere proposiet- sie van den Heer Gouverneur beslooten, den Koning over den Verkoop van Peper aandermaal doen en - 73 en met nadruk te onderhouden en daartoe ook gekommitteerden nader te instrueeren In zelver voegen is verstaan den Asch nopens de fraudulenslijk ^ verreulde Schuit van het Schip Zeeland, waar¬ van in het breede gesprooken is, bij gemeene Resolúútsie van den 23. Maart deezes Jaars, bij deeze geleegenheid te laaten vernieuwen Ook werd op de daartoe gedaane propofietsie van den Heer Gou„ verneur goedgevonden en verstaan den Koning van TrevanKoor bij dee¬ te geleegenheid door E:s gekommit¬ teerden te laaten onderhouden over den tuin binnen het bestek van 'skomparies post te Groot„ dewieke aangelegt en door sKonings Bedienden geokkupeerd, waar in 't breede gesprooken is bij gemeene resolúútsie van den 8. Juli jongstleeden en de restitut„ sie van dezelve te begeeren, mits¬ gaders tot dat einde aan hun Ed: een Kopij van het benicht dien we¬ „gen, het welk bij de resoluatsie geinsereerd is ter hand te stellen Hierna werd geleezen een brief van den Resident van Porka van den 1 Julij jongstl: houdende bericht, dat 'skonings Bedienden aldaar de inlandsche Christenen die onder de Kompl stond en met verscheidene nieúwe lasten bezwaaren en dus t tot onderdaanen van den Koning maak en wilden waartegen hij tich eerst aan den Ieder overlee¬ den Surwadikane Karen en daar„ na aan den Koning zelve gead¬ dresseerd en toen ook belofte ge„ kreegen had, dat de zaak on¬ der zocht en de invordering mid¬ delerwijle gestaakt zoude werden, doch dat gem: Bedienden, die pretensien, thans weder ter baan bragten, met het Oogmerk om de Christen en van de Compenie „gaders onder
English
to bring under the King, to which end they claimed that the Company in the time of the Kings of Porca had no more than seven Christian families and that the remainder had moved there from the King's land afterwards and were thus subjects of His Highness; That he, the Resident, found no information among the Company's papers as to what rights the Company held over the Christians, and that it enjoyed no other benefits from them than the convenience of their coolies, by which he meant to convey that as long as the Christians were regarded as Company vassals, one was assured of their coolie services at the customary pay, whereas otherwise in this matter one would be dependent on the arbitrary will of the native; and that it was therefore to be wished that matters with them could be placed on the exact same footing as now prevailed at Coylan, to which end he, the Resident, had undertaken the registration of the Christians and had subsequently drawn up a list showing who were descended from the old families and who had arrived from outside, according to which thirty-two households are presently located in Porca that were descended from the aforementioned seven, and thus ought to be regarded as old original Company vassals. Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to confer with the King on this matter as well on this occasion, and to instruct the aforementioned commissioners: That they must endeavour to bring about that the native Christians at Porca be burdened with no new imposts, or that at least the descendants of the aforementioned original seven families, as they currently exist according to the aforementioned list, be declared exempt from all new dues, just as is the practice at Coylan. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek, J. L. van Spall, G. G. Gebhardt, J. W. H. van Rossum, J. A. Cellarius, W. van Haeften, A. Lunel, Eversdijck. Arnold Lunel, Secretary. Agreed. Examined. Hope. Secret Resolution taken in the Council of Malabar Examined. J. H. Schuurman Tuesday, the 10th of August 1790, in the forenoon. Present: The Right Honorable, Venerable, Highly Respected Lord, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek The Honorable Senior Merchant, Second-in-Command, and Head Administrator Jean Lambertus van Spall The Honorable Major and Commander of the Militia Gabriel George Gebhardt The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Jan Willem Hendrik van Rossum The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius The Honorable Junior Merchant and Dispenser Willem van Haeften The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police Arnoldus Lunel, and The Honorable First Pay Bookkeeper Jacobus Adrianus Eversdijck Absent: The Honorable Junior Merchant Adriaan Lootvliet, on account of indisposition. There was resumed the letter that, pursuant to the secret resolution of the 2nd of this month, is to be dispatched with the commissioned members of this assembly, the Honorable Johan Adam Cellarius and Jacobus Adrianus Eversdijck, to the King of Travancore, reading as follows: Draft letter written by the Right Honorable, Highly Respected Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek to the King of Travancore, the 10th of August 1790. On the 23rd of March last, I wrote earnestly to Your Highness concerning the sale of pepper to the Portuguese ships and placed before you the unreasonableness of such conduct, as being contrary to the treaty subsisting between the Honorable Company and Your Highness, and to the repeated promises made by Your Highness to me of delivering a large quantity of pepper. Your Highness has not answered that letter, being convinced of having acted in this matter contrary to the treaties and contrary to good friendship, and I took this silence as an admission of guilt, and flattered myself with the hope that Your Highness would rectify this mistake through an ample delivery of pepper, to which end I have had the Dewan Kesava Pillai reminded on all occasions through Kaliga Mallen, who then repeatedly made me good promises that the delivery would begin soon and that the Company would receive an abundance of pepper this year. A good month ago, he was again addressed on this matter by me in the most emphatic terms, and he then promised me that he would immediately go to the Dewan at Pallippuram, and have the palm-leaf letters written to the pepper suppliers to that end. From all these promises nothing has come to this day, and when I [illegible] Kaliga Mallen
Dutch transcription
onder den Koning te brengen, tot welk einde dezelven voorgaaven, dat de Komparie ten tijde van de Konin„ gen van Porka niet meer als tee„ ven Christen familien gehad had en dat de overige reeden uit skoninge land daarna toegetrokken en dus onderdaanen van zijn Hoogheid waa¬ ren; Dat hij Resident bij 'sKomps Papieren geene naricht vond, want recht de Komparie over de Christe¬ nen had, en dat zij van dezelve geen andere Voordeelen genoot als koelies alleen het gerief van de landen ^ waarmeede hij te komen geeven wilde, dat men, zoo lange de Chris„ tenen als Komps Vas allen aange¬ merkt wierden, van hunne Koeli Diensten tegen gewoone betaaling zeeker was, daar men anders in dit Stuk van de Willekeur van den in¬ lander afhanklijk zijn zoude:/ en het derhalven te wenschen waare, dat het met denzelven op den ei„ „gensten Voet kost gebragt worden als thans te Koilang stand greep tot welk Einde hij President de opnee¬ „ming van de Christenen gedaan en daarna eene Lijst geformeerd had¬ ter aanwijzing wie van de oude familien afkomstig en wie van buiten ingekoomen waaren, volgens welke thans twee en dertig huis ge¬ zinnen tich in Porka bevinden die van voorm: zeeven afstamden, en dus als oude oorspronkelijke Kompenie Vasallen moesten aan¬ gemerkt worden. Waarop gedelibereerd Zijnde: Zoo werd goedgevonden en Verstaan den Koning ook hierover bij deeze geleegenheid te onderhouden en meerm: gekommitteerden in man„ „datis te geeven: Dat zij moeten trach„ „ten te bewerken, dat de inlandscha Christenen te Porka met geen tenieuwe minder lasten bezwaard of dat ten minsten de nakomelingen van de voorm: oorspronkelijke Zeeven familien zoo als deezelven thans als volgens volgens voorschreeve lijst in weezen zijn van alle nieúwe gerechtighee¬ den vrij verklaard worden, zoo als dit te Koilang plaats heeft. Aldus gedaan, geresolveerden gearresteerd in Raade van Malabaar ten dage maand en Jaare voorschreeven was geteekend:/ J. G. van Angelbee J. L. Van Spall, G. G. Gebhardt J. W. H. van Rossum, J. A. Celland W. van Haesten, A. Lunelen Everdijn. er Arnold Lunel sekret:s: Akkordeerd Nagezien Hoop 75 Scnreete Reso Nagezien J H Schuurman De Weledele Gestrenge Groote Achtbaare Heer Raad ordinair van Nederlands Indian Goeverneur in dirckteur Johan Gerard van Angelbeek De E: Heer Opperhoop: sekenede en hoofd: adm: Ieen Lambertus van Saaze De E: Majoor in hoofd der Milcelsie Pobliel George Gebhard De E: Koopwaa Jskaal en kassier M=r Jan Willem Hendrik Van Rosseure de E. Onderkoopman en Zakhuism: Iohan Adam Cellarius d. E: Onderkoopman en Despencier Willem van Haeften D. E. ponderkoopman en sekretoris van Polietsie Arnoldus Lerues en 8. 6. p=s soldij Boekhouder Iacobus Adrianus Eversdijck AbsentP De b. Onderkoopman Adriaan Lootvliet, dor onpasselijkheid werd geresumeerd de brief die volgens sekreeten. Resoluutsie van den 2:e deezen met de gekommitteerden Leden deezer vergadering DE. Iohan Adam Cellarius en Iakobus Dingsdag den 10 e Aug=s 1790 voormiddags Present „liutsce genoomen in Raade van Malabaar Adrianus N„o 4: 1 op 76 Adrianus Eversdijck aan den koning van Trevankoor diend afgezonden te worden luidende als volgd. Concept brief door den wel edelen Groot achtbaaren Heer Goever neur Johan Gerard van Angsbeek geschreeven aan den Koning van Trevankoor den 10:' Aug=s 1790 Op den 23: Maart J:l: hebbe ik Uwe Hoogheid over het verkoopen van pepo aan de Portugeesche schepen eenstig ge„ „schreeven en de onreedelijkheid van zull gedoente voor oogen gehouden, als steijde met het traktaat tusschen de E Komp: en uwe Hoogheid subsisteerende, en met de herhaalde belofte van uwr Hoogheid aan mij gedaan, van een ruime quanti „teel peper te zullen leeveren, uwe Hoog „heid heeft dien brief niet beantwoord, als overteigd zijnde in del steck tegen de van alle deeze beloften is tot nu toe niets geworden, en toen ik Kaliga Mab„ „traktaaten en tegen de goede vriendschap „gehandeld te hebben, en ik hebbe dit stel swijgen opgenoomen voor een schuld be„ Rentenis, en mij daar op gevlijd met de Hoope, dat uw Hoogheid deeze faut verbeeteren zoude door eene ruime peper leverantsie, waar toe ik den Devanke„ „sa zulle bij alle geleegenheeden door kaliga Mallen heb laaten vermaanen, die mij dan ook telkens goede belooften deed, dat de leverantsie spoedig beginnen en de kompanie dit Jaar rijkelijk peper bekoomen zoude. Een groote maand Geleeden werd hij door mij op het nieuw daar over op het na„ „druklijkste onderhouden, en toen beloofde hij mij terstond naar Palliporte bij den Di„ van te zullen gaan, in de olas aan den Peper-leverant sier tot dat einde te laaten schrijven. tradlaaten „len
English
spoke earnestly with him again about this on the 2nd of this month, his answer was that the Pepper Tarbadikaria kaaren had fallen ill, and the Divan had therefore summoned to him the first writer of the pepper delivery, somenada, in order to recommend to him the delivery to the Company, to give the necessary orders for this, and also to send him to me to close the pepper account of the previous year. Because I can thus place no further reliance on all these promises, and up to this day not a single grain of pepper has been delivered to the Company, I am compelled to commission two Members of the Council, the Gentlemen Cellarius and Eversdijck, to the end of earnestly presenting to Your Highness the treaties and the obligations of Your Highness to the Company, and to demand a generous delivery of pepper for the year. To further press this rightful demand, I am compelled to point out to Your Highness that on our part we seize every opportunity to give Your Highness pleasure with everything that is in our power, and that Your Highness, on the contrary, greatly harms the Company in the matter of pepper deliveries, and that such conduct cannot endure in the long run, and does not correspond with the friendship that has existed for so many years between Their Excellencies and Your Highness. The said gentleman commissioners are further ordered by me to point out to Your Highness that, according to the treaty, no pepper passes may be granted except after a generous delivery of pepper, but that Your Highness delivered last year only twelve hundred and ninety-five candeels of pepper, and that I therefore dare not issue any pepper passes before a considerable quantity of pepper shall have been delivered, for which Your Highness may therefore be pleased to issue orders immediately. Furthermore, let this serve to warn Your Highness to refrain henceforth from selling pepper to foreign nations, as I shall otherwise be obliged to take earnest measures against this for the preservation of the lawful rights of the Company, which would cause me great regret, on account of the good friendship that has taken place up to now. The said commissioners are further ordered to ask Your Highness for compensation for the boat of the ship Zeeland, which had been salvaged at walliatorre, but was exchanged in an entirely fraudulent manner, as I have already made known in my letter of the 15th of March last. I request Your Highness to give a clear answer to the gentleman commissioners on these two points, and also to send a written reply with them to me, so that I may be able to account for myself to my superiors with it. On this occasion, I also inform Your Highness that the Torrekaar of great Aiwike has taken the liberty of taking possession of a newly laid-out garden in the Company's limit at the post there; this happened in the year 1781, but has remained hidden from me until now, which is why I could not complain about it earlier. I therefore request Your Highness to punish this unlawful proceeding of the Torrekaar, and to have the said piece of garden land returned immediately as the property of the Company. Lastly, I must still complain about the servants of Porka, who demand from the Christians there the dues of Tjawara and Roedijkenga, which they have never paid before, about which the Resident there already complained during Your Highness's presence at Aomblepalij, and then also obtained from Your Highness that the servants were ordered to cease that collection until further orders. Yet notwithstanding this, Your Highness's servants are now demanding those dues anew, and also that the net money or walapanam shall henceforth be paid double. I therefore request Your Highness to give strict orders to Your Highness's servants at Porka to leave the Christians there unmolested henceforth, and not to impose any new taxes. God preserve Your Highness. Was below: Thus translated by me into the Malabar language; Roetsiem, date as above; was signed: I: M: Druijens, sworn Translator. Earnest, Valiant, Discreet, from the meeting held concerning your commission and the copy of my Malabar letter. Instruction for the Members Johan Adam Cellarius and Iacobus Adrianus Eversdijck concerning their commission to the King of Travancore. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to conform entirely therewith, and the same having been properly translated, to let it be dispatched to His Highness. There was also summarized the written instruction of the aforesaid commissioners, reading as follows:
Dutch transcription
77 „len op den 2=e deezer hier over wederom ernstig onderhield, was zijn antwoord, dat de Peper Tarbadikaria kaaren ziek geworden was, en de Divan derhalven den eersten schrijvers van de peper leverantsie somenada, zulle bij zich ontboden had, om hem de leverantsie aan de komp: aan te beveelen, en daar toe de noodige order te geeven, en om hem tevens tot het slui„ „ten van de peper reekening van voorl: Ja bij mij te zenden. wijl ik dus op alle deeze beloften geen ver„ „dere staat kan maaken, en tot heeden toe geen korrel peper aan de komp:e geleevert is zoo ben ik genoodzaakt twee Leden uit den Raad de Heeren Cellarius en Eversdijck te kommitteeren, ten einde uwe Hooogheid de traklaaten en de ver„ „plickting van Hoogst dezelve aan de komtfe„ ernstig voor te stellen, en op een ruiwe leverantsie van peper in het Iaar te eischen. Ik ben tot nader aandrang van deezen rechtmaatigen Eisch genoodzaakt uwe Hoogheid voortehouden, dat wij van onze zijde alle geleegenheeden waarneemen, om uw Hoogheid plaisir te doen met al wat in ons vermogen es, en dat uwe Hoogheid daar en tegen de komp:e in het stiek van peper leverantsie zier benadeeld en dat zulk een gedrag op den duur geen sland kan houden, en net overeekomt met de vriendschap, die zeder zoo veele Jaaren tusschen haar Edele en uwe Hoogheid subsisteerde. Gemelde Heeren gekommitteerden zijn verder door mij gelast aan uwe Hoogheid voor te houden, dat volgens het Trak laat geene peperpassen verleend mogen worden, dan na een ruime peper leverantsie, dock dat uwe Hoogheid voorleeden Jaar maar twaalf honderd en vijf en negentig kan„ leverantsie dijln 8 1 d=o 78 „dijken peper geleeverd heeft, en dat ik das geene peper passen durve afgeeven„ voor dat een aanzienlijk partij peper geleeverd zal zijn, waar toe uwe Hoog „heid dus ten eersten gelieve order te stel Vorts laat ik deezen dienen uwe Hoog „heid te waarschuwen, om voortaan van het verkoopen van peper aan vreem Naatsien aftezien, wijl ik anders ver„ „plicht zijn zal daar tegen, tot konservaat sie van het wettige recht van DE komp=e ernstige middelen in het werk te richter het geen mij zeer leed zoude doen, wegens de goede vriendschap, die tot dus verre heeft plaats gehad. Gemelde gekommitteerden zijn voorts gelast van Uwe Hoogheid vergoedingt vraagen van de schuit van het schip Zeeland, die te walliatorre geborgen geweest, doch op eene gansch frauduleuse wijse verruild is, zoo als ik bij mijn brief van den 15: Maart J=ol: reets hebbe te ken„ „nen gegeeven. Ik verzoeke Uw Hoogheid op deeze twee posten aan Heeren Gekommitteerden een duidelijk bescheid te geeven, en tevens ook aan mij een schriftlijk antwoord met hen te zendene, om mij daar mede bij mijne superieuren te kunnen verant„ woorden. Bij deeze geleegenheid geeve ik uwe Hoogheid tevens kennis dat de Torrekaar van groot Aiwike zich aangemaatigd heeft een nieuw aangelegde tuin in 'skomp:s li- niet in de post aldaar in bezit te neemen; dit is in het Jaar 1781: geschied doch tot nu toe voor mij verborgen gebleeven, weshalven ik daar over ook met vroeger hebbe kun„ „nen klaagen. Jk verzoeke uw Hoog „heid derhalven, dit ongeoorlofd gedoente van den Torrekaar te straffen, en gemeld stuk tuin=land, als een Eigendom van DE. komp: ten eersten te laaten te rug geeven van Laastlijk len. 79 Laastlyk moet ik noch mijn beklag doer over de Bedienden van Porka, die van de Christenen aldaar die Gerechtigheeden van Tjawara en Roedijkenga eischen, die ze be„ „voorens noit betaald hebben, waar over de Resident aldaar bij uw Hoogheids aanweezen te Aomblepalij reets geklaagd, en toen ook va uw Hoogheid verworven heeft, dat de Be„ „dienden gelast zijn, die invordering tot nader order te staaken Dork des niet tegenstaande eischen uw Hoogheids bedienden thans op 't nieuw die gerechtigheeden, en tevens dat het nette geld of walapanam voortaan dub„ „beld zal betaald worden. Ik verzoeke rwe Hoogheid derhalven Scherpe bevelen aan zoogst deszelfs bedienden te Porka te geeven, om de Christenen aldaar voortaan ongemoeid te laaten, en geene nieuwe belastingen op te leggen. God bewaare uwe Hoogheid /onderstond/ zoodanig door mij in 't Malo„ Erntfesten, Manhaften, Des kreeten uit de gehoude besoigne over uwe kommissie en het afschrift van mijnen Instruksie voor DE: Leden Johan Adam Cellarius en Iacobus Adrianus Eversdijck nopens hunne Kommissie aan den koning van Pre„ van Roor. Waar op gedelibereerd zijnde, zoo werd goed„ gevonden en verstaan, zich daar mede ten vollen te konformeeren, en denzelven be„ „hoorlijk overgezet zijnde„ aan zijne Hoog„ „heid te laaten afgaan. Ook werd Geresumeerd de schriftlijke In„ „struksie voorgemelde gekommitteerden, lui„ „dende als volgd: 2e „baarsch overgezet/ Roetsiem dato als vooren /was geteekend/ I: M: Druijens g: Translateur. baarsche brief
English
80 letter to the King of Travancore, Your Honors are fully aware of its objective, and the letter also contains the principal arguments and motives which Your Honors will have to employ in the conference in order to achieve the same. However, for further instruction, I also enclose herewith the copies of my letters of March 23rd and 25th last written to the said King concerning the two objects of this commission, and an extract from the treaty regarding the delivery of pepper and the pepper and areca passes. Above all, Your Honors must point out to the King that he acts against the clear letter of the treaty when he sells pepper to foreign nations, and that, should this happen again, I will be obliged to have a formal protest lodged against it in the name of the Company, which would doubly grieve me because of the special esteem I have for the person of His Highness and because of the disagreeable consequences. Regarding the vessel, Your Honors must point out that it had been in the King's custody, and that the King has been greatly affronted by the fraudulent exchange. I am also writing on this occasion to His Highness about the garden within our limits at great Ayacotta, and about the Christian inhabitants at Porca, as Your Honors will see in detail in the copy here, and I enclose herewith a copy of the report from Chief Bos and of the letter from Resident Scheidt, in which those two cases are described in detail. I charge Your Honors also to confer with the King about this, and to arrange that the garden at Ayacotta, as belonging to the Company's post, be evacuated, and that the Christians at Porca be burdened with no new 81 Company burdens. However, since the King's servants at Porca claim that formerly there were only seven Christian families, and that the rest had come in from outside from the King's land and thus ought to pay the aforesaid dues, Your Honors are hereby provided with a list of those seven families, showing how they have multiplied since then. Your Honors must in any case endeavor to bring about that at least these seven families and their descendants, as they currently exist according to that list, be declared free from all new dues, as took place at Coilang. Leaving the rest to Your Honors' discretion, I wish Your Honors a good journey and remain with esteem. /lower down/ Noble, Valiant, Discreet Sirs, Your Honors' good Friend /was signed/ P: G: van Angelbeek /in the margin/ Cochin, August 10th, 1790. And whereas the same contained a clear and complete instruction on all that which must be negotiated with the frequently mentioned King by the frequently mentioned commissioners pursuant to the secret resolution of the 2nd of this month, after deliberation it was approved and understood to conform fully therewith, and to hand the same over to the frequently mentioned commissioners so that they may conduct themselves in all respects accordingly in the execution of the commission entrusted to them. The memorandum of gifts which, according to custom, ought to be delivered to the King on this occasion, having been examined in Council and found very modest in comparison with previous examples, it was approved and understood to ratify the same and to insert it here. 82 Given to the King of Travancore on the occasion of Messrs. Cellarius and Eversdijck going to meet His Highness: Purchase price / Sale price 1 Gold Bengalese roll - - - - - rupees 60: — rixdollars 60: — 2 Badidaars - - - - - - - - - rupees 80: — rixdollars 80: — 2 Double armozines - - - - - rupees 30: — rixdollars 30: — 5 lb. mace - - - - - - - - - - rupees 2: 5 rixdollars 45: — 5 lb. nutmegs - - - - - - - - rupees —: 20 rixdollars 35: — 3 lb. cinnamon - - - - - - - rupees —: 37 rixdollars 15: — 5 lb. cloves - - - - - - - - - rupees 1: 25 rixdollars 17: 24 1 ream large-format paper cut, gilt-edged - rupees 12: 38 rixdollars 12: 38 1 ditto small - - - - - - - - rupees 12: 38 rixdollars 12: 38 Sum: rupees 200: 19 - rixdollars 308: 4 Cochin, August 10th, 1790 was signed / J: L: van Spall For giving small gifts to various court dignitaries and servants of the King, which cannot well be determined beforehand but must depend on the circumstances, for which on previous occasions some pieces of armozine and some spices were also given, it was approved and understood to hand over to the commissioners this time a piece of red cloth and several pounds of cloves. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. /was signed/ J: G: van Angelbeek, J: L: van Spall, G: G: Gebhardt, Mr. J: W: H: van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haeften, A: Lunel, and J: A: Eversdijck. Agreed. Examined. 83 Saturday, September 4th, 1790. Present: The Right Honorable, Valiant, Most Worshipful Lord Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek. The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Jan Lambertus van Spall. The Honorable Captain and Head of the Military Gottlieb George Gebhardt. The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier, Mr. Jan Willem Hendrik van Rossum. The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius. The Honorable Junior Merchant and Purveyor Willem van Haeften. The Honorable Secretary of Police Arnoldus Lunel, and The Honorable Acting Pay-Accountant Jacobus Adrianus Eversdijk. Absent: The Honorable Junior Merchant Adriaan Poolvliet, due to indisposition. Secret Resolution adopted in the Council of Malabar at Cochin. Number 5. In this meeting expressly convened for that purpose, the Lord Governor produced the draft of a treaty of alliance and cession which, pursuant to what was recorded in the secret resolution of August 2nd last, was to be concluded between the English Company and the King of Cochin.
Dutch transcription
80 brief aan den Koning van Trevankoon is Uw Ed=s het oogmerk van dezelve ten vollen bekend, en de brief behelsd tevens de voornaamste argumenten en motiven waar van UwEd:s zich in de konferentsie tot bereiking van het zelve, zullen moeten bedienen, echter voege ik tot nadere onder¬ „richting hier noch bij de afschriften van mijne brieven van den 23: en 25: Maart J:E: over de twee objecten van deeze kommissie aan den gem: koning ge„ „schreeven, en een extrakt uit het traklaat nopens de peper leverantsze en de peper-en areekse passen. vooral moeten uwE: aan den Koning voorhouden, dat hij tegen den klaaren letter van het traklaat handeld, als hij peper aan vreemde Naatsien ver„ „koopt, en dat ik, als dit weergebeuren mogte genoodzaakt weezen zal, daar tegen op een plechtige wijze uit naame van de Romp. e te laaten protesteeren, het geen mij wegens de bezondere aechting dick voor den Persoon van zijne Hoogheid hebbe en wergens de onaangenaame gevol„ „gen dubbeld leed zoude doen. Nopens de schuit moeten uw Ed. aanwijzen, dat dezelve in 's konings bewaaring geweest is, en dat de Koning door de Cranduleuse verreuling h: grootelijx geaffronteerd is. — Ik schrijve bij deeze geleegenheid ook aan 't zijne Hoogheid over de tuin in onse lemiet le groot Arwike, en over de Christenen in„ „wooners te zorka; zoo als uwEd. hiet de kopij omstandig zien zullen, en vorge hier bij een afschrift van het bericht van het opper„ „hoofd Bos, en van den brief van den Resident scheids, waar bij die twee gevallen omstandig beschreeven zijn, en gelaste UwEds den Koning daar over ook te onderhouden, en te bewerken, dat de tuin te Aievike als tot skomp=s post behoorende geëvakueerd in de shris„ „tenen te Porka met geene nieuwe komp=e lasten 21 lasten bezwaard worden. Dan dewijl 'skonings Bedienden te Zor„ „ka voorgeeven, dat daar maar zeeven Christen familien van ouds geweest en de vrorige van buiten ingekoomen waaren uit skonings land die dus de voorsz: gerechtigheeden dienden te betaalen; zoo word uw Ed=s hier nevens eene lijst van die zeeven familien ter hand gesteld, aanwijzende hoe dezelven zich zeder vermeenigvuldige hebben, en moeten Uw Ed= in allen gevallen trochten te bewerken, dat ten minsten deeze zee „ven familien en hunne nakoomelingen, zoo als ze thans, volgens die lyst in wee„ „zen zijn, van alle nieuwe gerechtigheeden wij verklaard worden: zoo als die te Koilang heeft plaats gehad Het overige aan Uw Ed=s beleid overlaatende, wensche ik uw Ed een goede reek in blijve met Drojekt Geschenk achting. /onderstond/ Erntfesten, Man„ „haften, Diskreeten. Uwer E=s goede Vriend /was geteekend/ P: G: van Angelbeek /in margine/ Roetsiem den 10. e Aug=s 1790 En vermits dezelve eene duidelijke en volleedige aan„ „wijzing behelsde van al het geen door meerm: gekom„ „mitteerden volgens schreete Resoluutsie van den 2:e deezer met meermelden koning moet verhan„ „deld worden; zoo werd na de liberaatsie goed ge„ „vonden en verstaan, zich daar mede ten vollen te konformeeren, en dezelve aan meerm: gekommitteer„ „den ter hand te stellen, ten einde ziek in het uitvoeren van de henlieden aanbevoolene kommissie daar na alsins te gedraagen. De memorie van geschenken, die volgens ge„ „woonte, bij deeze geleegenheid aan den koning dienen afgelangd te worden, in Raade geexami„ „neerd en bij vergelijking van voorige exempelen zeer matig bevonden zijnde; zoo werd goed gevon„ „den en verstaan dezelve te approbeeren en hier te insereeren achting aan 82 Aan den Koning van Trevan „koor verschonken ter geleegen„ „heid, dat de Heer in Cellarius en Eversdijck na zijn Hoogheid ter ontmoiting zijn geweest uitkoops Inkoops 1: goude Rol Bengaals - - - - - rep: 60: — r: 60: — 2 - Bodidaars - - - - - - - - - „ 80. - „ 80 — 2 - Armo zijnere dubbelds - - - - - „ 30. – - „ 30 — 5 - lb: foelij. . . . . - „ 2. 5. „ 45. — „ 17. 24. — „ 12:38. — 1 - Riem Groot formaal papier gesnee vergeeld. . „ 12:38. „ 1228. Somma ros:s 200:19.- Rd„s 308. 4. — Woelseem den 10e Augustus 1790 was getd/ I: L: van Spall. 5- „ Nooten - - - - - „ — 20. „ 35. — 3 - „ Kanneel - - - - - - „ — 37 - „ 15— 5 - „ Nagulen - - — – „ 1: 25 1 - d=o kleijn „ „. „ „. . . „ 12: 38 Tot het doen van smalle geschenkjes aan deeze en geene Hofs grooten en Bedienden van den kening die voor af niet wel kunnen bepaald Aldus Gedaan Geresolveerden g'ar„ „risteerd, in Raade van Mallabaar ter steede Roetsiem, ten daage, maand en Iaare voorm=d /was geteekend/ I: G: van Angelbeek, I: L: van Spall, G. J: Gebhardt, M=r J: W: H: van Rossum, I: A: Cillarius, W: van Haeften, A: Leinel en I: A: Eversdijck worden, maar moest van de omstandigheeden afhangen, waar toe bij voorige geleegenheeden eenige stukken Armozijn en wat specerijen meede gegeeven wierden, is goed gevonden en verstaan, aan gekommitteerden dit maar een stuk Rood Laaken en eenige ponden Nogelen ter hand te stellen Arnold Lunel worden J: Hoop Akkogdeerd. 1. Nagezien e sckart, 83 De Weledele Gestr. Grootachtbaare Heer Raad ordin: van Naderlands Indien, Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek De E. Heer Opperkoopm: secunde en Hoofdadm: Jan Lambertus V. Spall. Maroor De E. Kapitaan en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhardt. De E. Koopm: Fishaal en Kassier, M„r Jan Willem Hendk V. Rossum De E. Onderkoopman en Pakhuismeester Johan Adam Cellanus De E. Onderkoopman en Dispencier Willem Van Heesten. De E. Sekretaris van Polietsie Arnoldus Lunel en De E. pl. Soldijboekhouder Jacobus Adrianus Everodijk. absent De E. Onderkoopman Adria na Poolvliet, door in disposietie In deeze daartoe expres belegde Vergadering produceerde de Heer Gouverneur het ont„ „werp van een traklaat van Alliance en overdragt, het welk, ingevolge het aangeteekende bij sekreete Resoluut¬ „sie van den 2:e Augustus jongst leeden tusschen de Engelsche Kompe. en den Koning van Koetsiem stond geslooten Saturdag den 4„e September 1790. Praesent. Sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar te N„o 5: op
English
to be, of which the Dutch translation reads as follows: Translation of the Treaty between the King of Koetsiem and the English Company at Madras, drafted by Mr. George Powneij, Resident of the said Company, in order to be approved by the aforementioned Company. Parampadappoe Valia Rama Warma, Rajah of Koetsiem, having requested an alliance with the United English East India Company, which the Right Honorable Governor and Council at Madras have accepted, on the condition that the said Rajah would rid himself of all connection with Tipoe and become a tributary of the said Company; so Mr. George Powneij, on behalf of the Governor and the Council at Madras, has established this Treaty consisting of seven articles with the aforesaid Rajah. Article 1. Agreed that Rajah Rama Warma of Koetsiem shall never deviate from the terms of this Treaty, but faithfully comply therewith, without reduction or withholding. Article 2. That the noble Company shall assist Rama Warma Rajah with its power to recover his possessions, which Tipoe Sultan took from him, and to make him independent of Tipoe. Article 3. That, when the said possessions or districts, which are specified below, are conquered, Rama Warma Rajah shall be placed in full possession thereof. Names of the districts taken from the Rajah: In the District of Handrivalam the following dependencies: Mookienapoeram Tranacoedal Kodascharij Maperamum Loedukadoe. In the District of Parawattarij the following dependencies: Tritschoer. Parwattanij Ouragam and Lawemanam Jenamakel Chittalapulli The District of Silapalli The District of Mullurkara The District of Larattoevidi The Village of Tekkemangalom The District of Kavalapan In the District of Zal Katscherij: Two hills named Temmalapoerom and Vadamalapoerom. Between these districts: Koddagaranadoe and Naloedesam In the District of Chettua and Manapoeroin: Sadenettalam. Naurah Tirpararo The Village of Kranganoor The Pagoda Tirivangekolom and Fadaturte. Article 4. That, when Rama Warma Rajah shall be in possession of the said districts, he shall become a tributary of the noble United English East India Company and pay to the representatives or authorized agents of the Governor and Council at Madras an annual tribute in the following manner: for the first year that he has possessed the said districts, twenty thousand; for the second year, eighty thousand; for the third year, ninety thousand rupees, and for the fourth, one hundred thousand, and thereafter the last-mentioned sum of 100000 rupees shall always be paid annually, and this annual tribute shall be discharged in equal quarterly payments. Article 5. That by virtue of a Treaty in place between the Noble Dutch Company and the Rajah Rama Warma of Koetsiem, the Governor and Council at Madras, not desiring to establish any conditions that might conflict with the contents of the treaties between the aforesaid parties, it has been agreed that Rama Warma shall be tributary to the Noble English East India Company only for such districts and places as mentioned above, and currently in the power of Tipoe Sultan, and for which the said Rajah has paid tribute to him; furthermore, to which the noble Dutch Company has no relation. Article 6. That the Rajah Rama Warma shall have complete and unhindered authority over the said possessions, acknowledging the sovereignty of the English Company. Article 7. The Noble English Company, trusting in the constancy and perseverance of Rama Warma Rajah's alliance and allegiance, and that he will always faithfully fulfill these his obligations, it has been agreed that no further demand shall be made upon him, and that he shall enjoy the protection which the English Company always grants to its faithful tributaries and allies. And because it contained nothing that conflicted with the interests of our Company, and it was expressly stipulated in the fifth article that the English Company thereby did not desire to establish any conditions that conflicted with the contents of the treaties between the Dutch Company and the said King, and that the King's status as a tributary of the English Company would only apply to such districts and places mentioned in the Treaty and currently in the power of Tipoe Sultan, and to which the Dutch Company thus had no relation: so after mature deliberation it was approved and agreed to grant the King of Koetsiem the Company's consent to conclude that Treaty, and at the same time to answer the letter written by the English Ministry at Madras to this Assembly regarding this draft, inserted into the secret resolution of the 2nd of August last, in such a manner as can be seen further in the draft inserted below: Honorable Sirs! To the Right Honorable Morgan Williams, Governor, and the Council there at Madras. We have duly received Your Honors' letter concerning the Treaty which the King of Koetsiem wishes to conclude with your Company, and deferred the answer thereto until the negotiations concerning it would be concluded.
Dutch transcription
84 te worden, waarvan de Nederduitsche Vertaaling luidende als volgt: Translaat van het Traktacl tússchen den Koning van Koetsiem en de Engelsche Kompanie te Madras door den Heer George Powneij, Resident van gemelde Kompanie ont¬ worpen, om door welmelde Kompanie geapprobeerd te worden . Parampadappoe Valia Rama Warma Rajah van Koetsiem heb- bende gesolliciteerde en Alliance met de Vereenigde Engelsche Oost„ indische Kompanie, die de Wel„ edele Gestr: Heer Goeverneur en Raad te Madras geaccep teerd hebben, met de Voorwaarde dat gemelde Rajah zich van alle Verbinding met Tipoe zoude ont„ „doen en een Inbutans van ge„ noemde Kompanie worden; zoo heeft de Heer George Powneij Dat de edele Kompanie met haar macht Rama Warma Rajah zal bijstaan, om zijne bezittingen, die hem Pipoe Tuctan afgenoo„ men heeft, weder te bekoomen, en Hem van Tipoe onafhanklijk te maaken. Artic: 3. Dat, wanneer gemelde bezittingen of Distrikten, die hieronder ge¬ specificeerd zijn, verooerd worden, Rama Warma Rajah in de vol„ „le bezitting daarvan zal ge„ van weegens den Heer Gouverneur en den Raadte Madrus met voorsz: Rajah deezer Traktaat vastgesteld, bestaande uit Zeeven Artikels. Artic: I: Overeengekoomen, dat Rapah Rama Warma van Koetsiem nimmer zal afwijken van de Voorwaarden deezes Traktaats, maar getrouwlijk daar„ aan tvoldoen, zonder Vermindering of agterhouding Artic: 2: van „steld 85 steld worden Naamen der Distrikten den Rajah afgenoomen In het Distrikt Handrivalam de volgende dependentsies. Mookie napoeram Tranacoedal Kodascharij Maperamum Loedukadoe. In het Districht Pa ra wattanij de volgende dependentsies. Tritschoer. Parwattanij Ouragam en Lawemanam Jena makel, Chittalapulli 6 De Distrikt van Silapalli De District van Mullurkara De Distrikt van Larattoe vidi Het Dorp van Tekkemangalom De Distrikt van Kavalapan In het Distrint Zal Katscherij Twee Heuvels genaamd Tem mala¬ poerom en Vadamalapoerom. Tusschen deeze Distrikten Koddagarana doe en Naloedesam In het Distrikt Chettua en Manapoeroin Sade nettalam. Naurah Tirpararo Het Dorp Kranganoor De Pagood Tiri van gekolom en Fadaturte Art: 4. Dat, wanneer Rama Warma Rajah in het bezit van gemelde Dis„ „trikten mogt zijn, Hij een Tnbu„ taris zal worden van de edele Vereenigde Engelsche Oostindische Kompanie en betaalen aan de Representanten of gemachtigden van den Heer Gouverneur en Raad te Madras een jaarlijks Tribut op de volgende wijze voor het eerste Jaar, dat Hij gemelde Dis¬ trikten bezeeten heeft tewentig duizend; voor het tweede Jaartachtig duizend; voor het derde Jaar negen„ „tig duizend ropijen, en voor het vierde een honderd duizend, en vervolgens zal altoos de Naloe„ laast„ 86 laastgem: som van 100000 ropijen Jaarlijx betaald worden, en deeze jaarlijxe Tribut zal worden voldaan in egaale vierendeel jaars betaa¬ „lingen Artic. 5. Dat uit Hoofde van een Traklaat die plaats heeft tusschen de Edele Nederlandsche Komparie en den Rajah Rama Warma van Koetsiem, De Heer Gouverneur en Raad te Ma„ „dras niet begeerende, eenige voor= „waarden vast te stellen, die strijdig mogten zijn met den Inhoud van de Traktaaten tusschen voorn Partijen goedgevonden is, dat Roma Warma tal Pributair zijn aan de Edele Engelsche Oost¬ indische Komparie alleen voor tulke Distrikten en Plaatzen die bovengenoemd, en thans in de macht van Tipoe Sultan tijn, en voor welken de gemelde Rajah aan hem Tribut betaald heeft; voorts op welke de edele nederlandsche Kom„ parie geen betrekking heeft. Artie. 6. Dat de Rajah Rama Warma eene kompleete en onbelemmerde Autoriteit over gemelde bezittin„ gen tal hebben onder aaner„ kenning der Souverairiteit van de Engelsche Kompanie. Artic: 7. De Edele Engelsche Kompanie ver„ „trouwende op de Standvastigheid en volharding van Roma Warma Rajah Alliance en Leemanschap, en dat hij altoos getrouwe¬ lijk aan deeze zijne Verbindingen tal voldoen is goedgevonden, dat 'er geen verder Eisch op Hem zal gemaakt worden, en dat Hij de beschenming genieten tal, die de Engl. Kompanie altoos aan haare getrouwe Tribulans sen en Bondgenooten ver„ leendt parie En - 87 Madras. En wijl het zelve niets behelfde, het geen met de belangen van on te Kompe streed, en bij het vijfde Artikel expres gestipuleerd was, dat de Engelsche Komparie daarbij geene Voorwaarden begeerde vast te stellen die met den Inhoud der Traktaaten tusschen de nederlandsche Kompe„ en gemelden Koning strijdig waaren¬ en dat de hoedaanigheid des Koning van Tributaris van de Engel¬ sche Komparie alleen toude gelden, van zulke Distrikten en Plaatten, die bij het Trak„ taat genoemd en thans in de macht van Tipoe Sultan waaren¬ en waarop de Nederlandsche Kompenie dus geene betrekking hadde: Zoo werd na rijpe deli¬ beraatsie goedgevonden en ver„ staan, aan den Koning van Koetsiem skompenies toestemming tot het sluiten van dat Traktaat te verleenen, en tevens den Wij hebben den brief van Uw „ Weledelens betreffende het Trak„ „ taat, het welk de Koning van Koetsiem met Uwe Kompanie wenscht te sluiten, richtig ont „vangen, en het antwoord daarop uitgesteld tot dat de Onder„ „handelingen daarover zouden Weledele Heeren! Aan den Weledelen Gestr: Heer Morgan Williams Goevenneur en den Raad aldaar brief, die door het Engelsche Ministe„ „num te madras over dit ontwerp aan deeze Vergadering geschreeven en bij sekreete Resoluutsie van den 2„e Augs jongstleeden gein„ sereerd is, zoodanig te beantwoorden, als bij het hieronder geinsereerd Ont„ „werp nader gezien kan worden. brief afge„
English
would have been concluded, but the illnesses and deaths in the royal family and lastly the death of the King himself, along with the accompanying heathen ceremonies, caused it to only come about in these recent days. We therefore request you not to take it amiss that we express only now our particular gratitude for the friendly communication of the desire of the aforementioned Rajah to conclude an alliance with your Company, and for the fair regard for the rights and interests of our Company in this matter. Pursuant to the request made by your honors to Mr. George Powney, we have given the necessary clarification regarding the relationship that has existed between the Dutch Company and the kingdom of Cochin for more than one hundred years, and since the alliance that the present King seeks to enter into with your Company, and the treaty concerning the lands outside the lines, do not cause any harm to the interests of our Company, it will be agreeable to us if the draft thereof, which was communicated to us by Mr. Powney, will be approved and ratified by your honors. We also take the liberty of favorably presenting to your honors the further request of the Rajah and supporting it with our intercession, that the other lands, which formerly belonged to his kingdom and are now about to be conquered by British arms, may also be left to him in preference to others, against the payment of a fair tribute. It serves as a particular pleasure to us that we were able to provide the necessary assistance to the detachment of Colonel Hartley upon his arrival and during his stay here, and we request you to be assured of our willingness to further supply the British troops with all the accommodations that are in our power. For the friendly information regarding the expedition of General Medows against Tipu Sultan we are very obliged; indeed, Mr. Powney has repeatedly had the goodness to inform us of the fortunate operations of His Excellency. Our heartfelt wish is that the same may continually be crowned with the most glorious results, in which we shall always take part in the most cordial manner. We have the honor to be. (it was signed:) Right Honorable Sirs, your honors' very obedient and humble servants. Agreed. Arnold Lunel Secretary Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. (was signed) G. G. van Angelbeek, J. L. van Spall, G. G. Gebhardt, J. W. H. van Rossum, J. A. Cellarius, W. van Haaften, A. Lunel, and J. A. Eversdijk. J. A. Schuurman Reviewed Tuesday the 7th of September 1790 Present: The Right Honorable, Severe, and Highly Esteemed Lord, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director, Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Jan Lambertus van Spall, The Honorable Major and Commander of the Militia Godlieb George Gebhardt, The Merchant, Fiscal, and Cashier, Mr. Jan Willem Hendrik van Rossum, The Junior Merchant and Warehouse Master Jan Adam Cellarius, The Junior Merchant and Provisioner Willem van Haaften, The Junior Merchant and Secretary Arnoldus Lunel, The Provisional Pay Bookkeeper Jacobus Adrianus Eversdijk, Absent: The Junior Merchant Adriaan Poolvliet, due to indisposition. Secret Resolution adopted in the Council of Malabar. Was read the written report of the honorable members Johan Adam Cellarius and Jacobus Adrianus Eversdijk, who, pursuant to and in fulfillment of the secret resolutions of this assembly of the 2nd and 10th of August last, addressed the King of Travancore concerning the pepper deliveries.
Dutch transcription
88 afgeloopen zijn, doch de Ziektens en Sterfgevallen in de Koninglijke famille en op het laast de dood van den Koning zelve nevens de daarmeede gepaard gaande Heidensche Ceremonie hebben veroorzaakt, dat het zelve eerst deezer dagen tot stand gekoomen is. Wij verzoeken derhalven wel te duiden, dat wij niet vroeger als thans onze bezondere dankbaar„ heid betuigen voor de vriendelijk mede deeling van de begeerte van voormelden Ragia, tot het slui¬ „ten van eene Alliance met Uwe Kompanie, en voor de billij¬ „ke achting voor het rechten de belangen van onze Kompanie bij dit geval. Wij hebben, ingevolge het gedaane verzoek van Uw. Weledelens aan den Heer George Powneij de noodige Opheldering gegee„ „ven, nopens de relaatsie, die tússchen de Nederlandsche Kom¬ panie en het Rijk van Koet„ „ siem teeder meer dan honderd Jaar subsisteerd, en wijl de Alliance, die de tegenwoordige Koning met Uwe Kompenie zoekt aante gaan, en het traktaat over de Landen buiten de Linie aan de belangen van onze kompe„ nie geen nadeel toebrengt, zoo zal het ons aangenaam zijn, als het ontwerp daarvan, het welk ons door den Heer Powneij gekommuniceerd is, door Uw Weledelen goedgekeurd en bekrachtigd zal worden Wij bevrijmoedigen ons tevens aan Uw Weledelen het nader Verzoek van den Ragia gunstig voorte„ draagen en met onze Voorspraak te ondersteunen, dat aan hem ook de oorige landen, die bevoorens tot zijn Rijk gehoord hebben en nu door de Butsche Wa„ pens staan verooerd te worden, tusschen aan 89 aan hem tegen betaaling van een billijk tribút, bij preferentsie voor „mogen anderen overgelaaten worden Het strekt ons tot een bezonder Vermaak, dat wij aan het Detache¬ ment van den Heer Kolonel Hartleij bij deszelfs aankomst en geduurende zijn verblijf alhier de noodige assistentsie hebben Kun¬ nen bewijzen, en wij verzoeken verzeekerd te willen zijn, van onze bereidwilligheid, om verder aan de Brtsche Troepen alle de genig¬ „lijkheeden toetebrengen, die in ons Vermogen zijn. Voor de wiendelijke informaatsie „nopens de expedietsie van den Heer Generaal Medows, tegen Tijpoe Sultan zijn wij teer verplicht, ieder heeft de Heer Powneij de goedheid gehad ons telkens van de gelukkige Verrichtingen van Zijn Excellentsie te informeeren. Akkordeerd. Arnold Lunel Sekret, Aldus gedaan, geresolveerden gearres„ in Raade van Mallabaar teerd „ ter Steede hoetsiem, ten dage maand en Jaare voormeld. /:was geteekend:/ G. G. van Angelbeek, I. L. Van Spall, G. G. Gebhardt J. W. H van Rossum, J. A. Cellanus W. van Haesten, A. Lunel en J. A. Eversdijk. Onze hartlijke Wensch is daarbij dat dezelven bij voortgang met de glonerijkste uitkomsten mogen bekroond worden, waaraan wij steeds op de hartlijkste wijze tallen veel neemen. Wij hebben de Eer te zijn. (:onder„ „stond:/ Weledele Heeren Uiver Weledelen Zeer gehoorzaame en needrige Dienaaren. Onze J A. Schuurman 4. Nagezien 90 Dingsdag den 7:' Sept: 1790: present. De weledele Gestrenge Grootachtbaare Heer Raad ordinair van Nederlandsch Indien, mitsg:s Goeverneur en Direktir Johan Gerard van Angelbeek, D'E: Heer Opperkoopman secunde en Hoofdadministrateur Jan Lambertus van Spall, HE: Majoor en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebraadt, koopman Fiskaal en kassier M:r Jan Willem Henrik van Rossum, Onderkoopman en Pakhuismeester Jan Adam Cellarius, Onderkoopman en Dispencier Willem van Haaften, Onderkoopman en sekretaris Arnoldus Lunel, p:l soldijboekhouder jacobus Adrianus Eversdijk, absent. onderkoopman Adriaan Poolvliet, door indispo„ op Sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar. werd geleezen het schriftlijk rapport van DE:s Leden Johan Adam Cellarius en jacobus Adrianus Eversdijk, die, in „gevolge en ter voldoening van de sekree„ „te resoluutsien deezer vergadering van den 2:e en 10:en Aug:s jongstl:, den koning van Trevankoor, over de peper leve„ „rantsie No 6. „sietsie. —
English
guarantee and other matters, which have been properly maintained by us pursuant to the enclosed instructions inserted with the secret resolution of 10 August; reading as follows. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director on the coast of Malabar, etc., together with the Council. Right Honorable, Highly Esteemed Lord and Gentlemen. After we were commissioned by your Honors on 10 August last to proceed to the residence of the King of Travancore, and there to enter into conference with His Highness and to negotiate verbally concerning the interests of the Company according to the instructions given to us by your Honors, we set out on the journey on the 11th at 8 o'clock in the evening and arrived on the 13th at Porka, on the 14th at Kalikoilang, and on the 15th at Koilang, where by order of your Honors we were provided by the chief there with the necessary coolies to the number of 90, two markas or mandoors included therein. The aforementioned chief could not supply this number, however, and we persuaded 10 of our vessel coolies to make the journey with us, these 10 men being included in the aforementioned number of 90 coolies. We continued our journey and arrived on the 17th at Antjenga, where we were received with friendliness by the English gentlemen. The Resident, Mr. Hutchinson, was not present, but was some miles inland at his garden, being very indisposed. Intending to depart from here, we found that 18 Koilang coolies, all living within our limits and whose names we had the mandoor write down, had maliciously deserted us, putting us in no small embarrassment. However, through the assistance of the English, who in these times could themselves hardly obtain coolies, we took 18 other coolies. We departed and arrived on the 18th at Vilinjum, and on the 19th at Padmanabhapuram. As we had heard everywhere that the King would arrive within two or three days at Padmanabhapuram, where we now found ourselves, we wrote a letter to His Highness requesting to know where and when aforesaid. We 93 pepper deliveries and have also repeatedly received good promises, but without effect, as to date not a single grain has been delivered. We therefore find ourselves bound by our mandate to bring the treaties to Your Highness's attention in the most serious manner, and to demand a plentiful pepper delivery in this year, all the more so since in the previous year only 129 candils were delivered, thus 308 candils less than the year before. The King. I wish with heart and soul to satisfy the Dutch Company as much as is possible for me; I have therefore already given the necessary orders, which I will repeat. Commissioners. Your Highness knows that our Company has at all times been a faithful ally, and has on all occasions assisted Your Highness with all its power. We therefore rightly demand that the treaties also be fulfilled on Your Highness's side. King. Of the fidelity and sincerity of the Dutch Company towards me I am fully assured, and I could wish that my other allies acted just as sincerely towards me. I shall do what is possible, as far as the great war expenses and the devastation of a part of my lands by Tipu Sultan will permit. Commissioners. It is known to Your Highness that this only takes place when the Company has already been satisfied through a plentiful delivery. If this latter does not occur, the Honorable Governor, according to the treaty, will no longer dare to issue pepper passports, and we are ordered to request Your Highness in the most serious manner to give the speediest and most conscientious orders so that the Company may be satisfied and no more pepper be sold to foreign nations, as otherwise the Honorable Governor will be forced, for the conservation of the lawful rights of the Company, to employ serious means against it, namely to make a solemn protest. King. I did not know this; this shall also not happen again. However, I think that under the passports which the Company gives me yearly, I can transport or sell pepper. Commissioners. The servants of Your Highness have seen fit recently to sell a considerable quantity of pepper to Portuguese ships, which ought to have been delivered to the Company; this openly contradicts the treaties and the Company is not a little injured.
Dutch transcription
91 rantsie en andere zaaken, die heuls bij de meede gegeevene en bij sekreete resoluutsie van den 10:en Aug:s geinsereerde instrutisie voorgeschreeven zijn, behoorlijk onderhouden hebben; luidende als volgd. Aan den weled: Gestr: Grootachtb Hee Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlandsch Indien mitsg:s Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar &:a nevens den Raad Weledele Gestrenge Grootachtb: Heer, en Heeren. Na dat wij den 10:' Aug:s jongstl: door uw weledg: gekommitteert waaren, om ons de residentsie van den koning van Trevan „koor te vervoegen; en aldaar met zijn „heid in konferentsie te treeden en de belas „gens der Maatschappij, volgens de instant „sie door uw weg: ons gegeeven mondeling te verhantelen, zoo begaven wij ons den 1 's avonds om 8: uur op de reize en quam den 13:e te Porka, den 14:e te Kalikoila den 15:e te koilang aan, waar wij door het opperhoofd aldaar ter ordre van uww met de noodige koelies ten getal van 90: , twee Markas of Mandoors daar on gereekend, voorzien wierden. voormeld opperhoofd kende echter dit getal nit opbrengen, en wij persuadeerden 10: van onze vaartuig koelies, de reize met ons te doen, zijnde deeze 10: Mai onder voorsch: getal van 90: koelies begreepen. wij vervolgden onze neete, en arriveerden den 17:' te Antjenga, waar wij met vrien„ „delijkheid door de Engelsche Heeren ontvan„ „gen wierden. De Resident M:r Hutchinson was niet pre„ „zent, maar eenige wijlen landwaards, in zijn tuin zeer onsaaslijk. van hier willende vertrekken bevonden wij dat 18: koilangsche koelies, alle binnen onze limieten woonende, en wier naamen wij door den Mandoor lieten opschrijven, ons bookaartig verlaaten hadden, en ons in geen gerieige verloegenheid bragten, echter naamen wij 18: andere koelies door den bijstand der Engelschen, die in deeze tijd zelfs bezwaarlijk koelies konden krijgen. wij vertrokken en arriveerden den 18. en op willij, en den 19:' op Firbandham. wijl wij overal gehoord hadden, dat de ko„ „ning binnen twee of drie dagen op Pir„ „bandram, waar wij ons thans bevon„ „den zoude aankoomen, zoo schreeven wij een brief aan zijn Hoogheid en verzoss„ „ten temogen weeten, waar en wanneer voormeld. wij 8 93 sulten toelaaten. peperleverantsie en ook telkens goede beloften ge „kreegen, maar zonder effekt, zijnde tot heeden toe noch geen korl geleeverd, wij vinden ons dus vol „gens mandaat verplicht, uw Hoogheid op de er „stigste wijze de traklaaten onder het oog te br „gen, en een ruime peperleverantsie in dit jaar eischen, temeer daar in 't voorige jaar maar 129 kandijlen, dus 308: kandijlen minder als het jaa bevoorens geleeverd zijn. De Koning. Ik wensch van hart en Zieb de Nederlandsche Mar „schappin te voldoen, zoo veel mij mogelijk is, hebbe dus reets de noodige orders gegeeven, die ik herhaalen zal. Gekommitteerden. uwe Hoogheid wet, dat onze kompenie in allen tijden een trouw Bondgenoot geweest is, en bij alle geleegenheeden uwe Hoogheit geassisteerd heeft met al haar vermogen. wij eischen dus niet recht, dat ook van uwer Hoogheids zijde de traktaaten vervuld worden, van de trouw en oprechtheid der Hollandsche Maatschappij tegens wij ben ik volkoomen verzeekerd, en wenschte dat mijne overige Bondgenooten, even zoo oprecht met wij lan „delden, ik zal het mogelijke doen, zoo veel de groote oorlogsongelden en de verwoesting van een gedeelte mijner landen door Sipo Gekommitteerden. 'T is uw Hoogheid bekend, dat dit slechts plaats heeft, wanneer de komp: reets door een ruime leve„ „rantsie voldaan is, indien dit laatste niet ge„ „schied, zal de Ed: Heer Goeverneur volgens tweck„ „taat geen peper paspoorten meer durven af„ „geeven, en wij zijn gelast, uw Hoogheid op het ernstigste te verzoeken, om de spoedigste en ge„ „mietenste orders te geeven, dat de Maatschap„ „pij voldaan worde, en geen peper meer aan vreemde Naatsien verkocht worde, wijl de Ed: Heer Goeverneur anders genoodzaakt zijn zal, tot konservaatsie van het wettige recht der komp:, ernstige middelen daar teegen in 't werk te stellen, naamlijk solemneel te protesteeren. koning. Ik hebbe dit niet geweeten, dit, zal ook niet meer geschieden, echter denk ik dat ik op de paspoenten, die mij de komp: jaarlijx geeft, peper vervoeren of verkooper kan. Gekommitteerden. De Bedienden van uwe Hoogheid hebben kunnen goedvinden, enlangs een aanzienlijke guanti„ „teit peper aan pertugeesche schepen te verkoo„ „pen, die aan de komp: behoorde geleeverd te „zijn, dit strijt openbaar tegen de trakloaten en de komp: word niet weinig benadeeld. sultan„ koning. Koning.
English
94 King. I do not wish to hope that the pepper passports will be refused to me, since I need them for the transport of my other products; I also trust that the latter will not be necessary, since I sincerely intend to satisfy the Company to the best of my ability. Commissioners. Nothing would be more disagreeable to the Lord Governor than having to proceed to severe measures, on account of the good understanding and friendship that has existed hitherto, and also on account of His Right Honorable's particular high esteem and friendship, which are grounded upon Your Highness's universally known good and great qualities. King. I have shown more than once that I never had as much esteem and affection for any Governor of the Company as for the Lord van Angelbeek. Commissioners. Your Highness knows that in the month of October or November, ships arrive here annually from Ceylon to collect the pepper at Porca and Calicoilang for the return fleet; that these ships must depart again from this coast before January, in order not to arrive too late; and since until now not a grain of pepper has been delivered, Your Highness sees the necessity of ordering immediately that a beginning be made with the delivery. King. I shall give orders that all the pepper that is on hand be promptly delivered into the Company's warehouses, but I have great extraordinary war expenses, and the Mapillas have ruined the pepper in my northern lands in Parur and Mangatty, and I hope that the Gentlemen will be pleased to use their good offices with the Lord Governor in Cochin and present these circumstances favorably. Commissioners. We consider this commission a particular honor to us, and we shall be very happy if we can satisfy our Lords and Masters through fidelity and zeal in service, and at the same time merit Your Highness's esteem. We are further instructed to ask Your Highness for compensation for the boat of the ship Zeeland, with 200 rupees, which was salvaged at Valiatorre, but was exchanged in a completely fraudulent manner. The Honorable Lord Governor expects this, especially since Your Highness yourself has been offended by your servants in this case. 95 King. I have heard of this case with astonishment. I shall have the one who is guilty punished, and give orders that the compensation of 200 rupees be paid to the Gentlemen at Trevandrum. Commissioners. We are also obliged to bring to Your Highness's attention that the Thorekar of Gavitaiwike has presumed to take possession of a newly laid-out garden within the Company's limit of the post there. This took place in the year 1781, but remained concealed from the Honorable Lord Governor until now; but His Right Honorable hopes that Your Highness will cause this illicit conduct of the Thorekar to be punished, and restore this piece of garden land immediately, as property of the Company. King. This is now over 9 years ago; nothing of it is known to me; how is it that we were not written to about this earlier? I shall in the meantime investigate the matter and give satisfaction to the Company. Commissioners. The previous resident of Coilang, who was demoted on account of his negligence and disobedience, gave no notice of it, but the recently arrived resident did. We must finally make our complaint regarding Your Highness's servants at Porca, who demand from the Christians there the dues of Tjawara and koesitenga, which they have never paid before. The Resident there already complained during Your Highness's presence at Amblepali, and obtained from Your Highness that the servants were ordered to suspend this collection until further orders; yet the servants now demand these dues anew, and also double the net money, wallapanam. We therefore request Your Highness to be pleased to give strict orders to your servants at Porca to leave the Christians there in peace and not to impose any new taxes. King. I shall order that in this case everything be restored to the old, former state, but I hope that no male persons, my subjects, who have allied themselves with the 7 privileged families through marriage, will be withdrawn from my jurisdiction, but that the matter may be settled in the same manner as with the subjects at Coilang. Commissioners. This is also the intention of the Honorable Lord Governor, and just and reasonable.
Dutch transcription
94 Koning. Ik wil niet hoopen dat mij de peperpaspoor „ten zullen geweigerd worden, wijl ik ze tot vervoer van mijne andere produkten no „dig hebbe, ook vertrouwe ik, dat 't laaste uit noodig zal zijn, wijl ik oprecht voor „neemens ben, de komp: naar vermogent voldoen. Gekommitteerden. Niets zoude den Heer Goeverneur onaangenaa¬ „mer zijn, als tot ernstige maatregelen moeten overgaan, wegens de goede ver„ „standhouding en vriendschap, die tot dus verre plaats gehad heeft, en ook wegens zij wel ed: Gestr: bezondere hoogachting en vriend schap die op uwerhoogheids alom bekende go „de en groote hoetaanigheeden gagrond zijn. Koning. Ik hebbe weer als eens getoond, dat ik nin„ „men voor een Goeverneur van de komp: zoo veel achting en geneegenheid had, als voor den Heer van Angelbrek, Gekommitteerden. uw Hooghid weet, dat in de maand oktober of November jaarlijx schepen van Ceilon dit „heen koomen, om de peper te Porka en ka„ „likoilang, voor de retoervloot aftehaalen dat deeze schepen voor Januari weder van deeze kuste moeten vertrekken, om niet Ik zal onder geeven, dat al de peper die voorhan„ „den is, spoedig in de komp: pakhuizen gelee„ „verd worde, maar ik hebbe groote buiten„ „gewoone oorlogs onkosten en de Mapolas heb„ „ben de peper in mijne noortlijke landen in Paroe en Mangattij geruineerd, en ik hoop dat de Heeren hunne goede officie bij den Heer Goeverneur in Kostsiem, wel zullen willen in 't werk stellen en deede omstan„ „digheeden gunstig voordraagen. Gekommitteerden wij reekenen deeze opcragt ons tot een bezonde„ „re eene, en wij zullen zeer gelukkig zijn, als wij onze Heeren en Meesters door trouw en dienstijver kunnen voldoen en tevens uwer Hoog „heids achting meriteeren. wij zijn verder gesnstrueerd van uwe Hoogheid vergoeding te vraagen van de schuit van het schip Zeeland met 200: ropijen, die te wa„ „liatorre geborgen geweest, doch op eene gantsch bedrieglijke wijze verruild is. De Ed: Heer Goeverneur verwacht dit teueen, wijl uwe Hoogheid zelve door derzelver Besienden in Koning. te laat te koomen, en wijl tot noch toe geen korl peper geleeverd is, zoo ziet uw Hoogheit de noodzaaklijkheid in, ten eersten te ordon„ „neeren, dat met de leverantsie een begin ge„ „maakt worde. te. dit. 95 Ik hebbe met verbaastheid dit geval verstaan ik zal den geenen die schuldig is doen staaffen in order geeven, dat de vergoeding met 200: ropijen aan de Heeren te Tinbandram be¬ „taald worde. gekommitteerden. wij zijn ook verplicht uw Hoogheid onder 't oog te brengen, dat de Torrekaar van Gavit „aiwike zich aangemaatigd heeft, een nieuw aangelegde tuin in 's komp:s limiet van de polt aldaar, in „ bezit te neemen, dit is in 't jaar 1781: geschied, doch tot voet toe voor den Ed: Heer Goeverneur venborgen gebleeven, maar zijn weld: Gestr: hooft dat uw Hoogheid dit onge „oorlofde gedoente van den Tordekaar zal doe straffen, en dit stuk tuin land, als een eigendoo der komp: ten eersten terug geeven. Dit is nu ruim 9: jaan geleeden, wij is 'er niets on bekend, hoe komt het, dat wij niet eerder daar over geschreeven is, ik zal intusschen de zaak „derzoeken en de komp: voldoening geeven. gekommitteerden. Het voorige koilangsche opperhoofd, die om de wille van zijne onachtzaamheid en ongehoor„ „zaamheid gedimoveerd is, heeft 'er geen kennis van gegeeven, maar wel het jongst aange„ Gekommitteerden. Dit is ook de intentsie van den Ed: Heer Goever„ „neur en recht en billijk. Ik zal ordonneeren, dat in dit geval alles tot den ouder, voorigen staat gebragt worde, maar ik hoop, dat er geene Mansperzoonen, mijne onder„ „daanen, die zich met de 7: gepriviligeerde familien door huwelijken verbonden hebben, aan mijn juris„ „diksie zullen onttrokken worden, maar dat de zaak geschikt worde, gelijk met de onderdaanen te Koilang. De Resident aldaar heeft bij uwer Hoogheids aan„ „weezen te Amblepali reets geklaagd, en van uw Hoogheid verworven, dat de Bedienden gelast zijn, deeze invordering tot nader or„ „der te staaken, doch eischen de Bedienden thans op 't nieuw deeze gerechtigheid, en tevens het nettegeld wallapanam dubbeld, wij verzoe„ „ken dus uwe Hoogheid, scherpe beveelen aan Hoogst deszelfs Bedienden te Porka tewillen gee„ „ven, om de Christenen aldaar in rust te laaten en geene nieuwe belastingen opteleggen. koning. „koomen opperhoofd. wij moeten eindlijk ons beklag doen over uwer Hoogheids Bedienden te Porka, die van de Christe„ „nen aldaar de gerechtigheid van Tjawara en koesitenga eischen, die ze bevoorens nooit betaald hebben. koning. dit geval geoffendeerd is. „koomen. Hiermeede 8 Koning.
English
96 With this, the conference, which lasted over an hour, came to an end. The king dismissed us in the most friendly manner, saying, I hope to see the gentlemen here once more the day after tomorrow; in the meantime, I shall prepare the reply to the Lord Governor. We departed and received all military honors. On the 27th at 7 o'clock in the morning we were received as at the first audience. We earnestly requested His Highness to be pleased to give the speediest orders regarding the pepper delivery, as time was passing rapidly. The king. I have written to the Lord Governor that I will do everything possible, but I am very much in need of ready money and intend to request a considerable sum in advance payment, although I know that I am still indebted to the Company. The present heavy war against Tipu Sultan brings me into great embarrassment, but I believe that the Company's treasury in Cochin currently does not have much money in stock. The commissioners. We are not instructed to enter into negotiations with Your Highness regarding money matters and advance payments, but we dare confidently declare this, that the Company has never failed to satisfy Your Highness, and that even in dangerous and critical times Your Highness has had every possible satisfaction in this regard. The king. This is true, but I have written to the Lord Governor about it, and hope for assistance. Subsequently, the king spoke much about indifferent matters, about the war, the European Powers, and the friendship that had been so happily restored between the English and the Dutch, and dismissed us with the greatest affability. We departed the same day and arrived here on the 4th of this month, after having endured not a few hardships on the journey due to bad weather and bad roads, happy and healthy, and we flatter ourselves with the hope of having fulfilled the expectations of Your Right Honorable. We have the honor to remain with deep respect. Was signed: Cochin the 7th Sept: 1790. Was signed: J: A: Cellarius and G: A: Eversdijk. And it was provisionally approved and understood to consider the aforementioned commissioner's resolution thereby fulfilled and to thank Their Honors for the trouble taken in this matter, as they are thanked hereby. Further 97 further was read the translation of the letter from the king of Travancore to the Lord Governor, brought along by the aforementioned Commissioners, containing the reply of His Highness to the letter from the Lord Governor, which was duly delivered to His Highness by the said commissioners, which was found to read as follows. Translation of the letter written by the king of Travancore to the Right Honorable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 4th Sept: 1790:—. We have received from the hands of the Honorable Members of the Council Your Right Honorable letter and understood everything from it, and the said Members have also presented the further matters to us verbally. We very much wished in this past year to deliver a more considerable quantity of pepper to the Honorable Company than in the year 1788, and to that end we had stationed people in all districts and advanced money for the collection thereof, but with the breaking through of the lines on the 6th of the month of Medam, or the 16th of April, the Aven and Saint Thomas Christians, who live in the districts from Feira de Alva down to Changanacherry, to whom the collection was entrusted, have fled not only with the collected pepper, to the amount of two thousand candies, but also with the money for upwards of 800 candies, and Your Right Honorable will also likely have heard of the hostilities that the Mappilas have committed in our lands, and as such great damage has never before befallen us as at present, we therefore doubt whether this year we shall be able to collect even half of the pepper of the previous year. Yet Your Right Honorable please be assured that we shall do our best to make a considerable delivery to the Honorable Company, since we must defray our expenses from it, and this means is therefore of great importance to us. We testify sincerely to Your Right Honorable that we have maintained friendship with all the Governors and Commanders at Cochin, but with Your Right Honorable we hope to preserve the same in particular, and we shall never forget all your good assistance and affection. As in the past month of March the expenses mounted too high and our treasury was poorly provided, our Ministers sold some pepper to a Portuguese ship, but we did not know of this until our return from Paravur to Alappuzha, and then we immediately ordered them to desist from it, and the said ship also departed immediately. two. when
Dutch transcription
96 Hiermeese was de konfermisie, die over een uur duurde, ten einde, de koning dimitteerde ons op de vriendelijkste wijze niet te zeggen, ik hoop de Hee„ ren overmorgen noch eens hier te zien, intusschen zal ik de antwoord aan den Heer Goeverneur in gereedheid brengen. wij vertrokken en ontvingen alle Militaire honneurs. Den 27:' 'smorgens om 7. uur wierden wij gelijk bij de eerste audientsie ontvangen. wij ver„ „zochten zijn Hoogheid instantig, om doch de spoedigste orders nopens de peperleverantsie tewit„ „len geeven, wijl de tijd zeer paisseerde. De koning. Ik hebbe den Heer Goeverneur geschreeven, dat ik al wat mij mogelijk is doen zal, maar ik ben zeer om kontant geld veklregen en voornoemend een aanzienlijke somme vooruitverstrekking te versoeken, schoon ik weet, dat ik noch aan de komp: schuldig ben, de prezente zwaare oor„ „log tegen Tipoe sultan, brengd wij in groote verleegenheid, maar ik geloove, dat de kompt kas in koetsiem, thans niet veel geldvoor„ „raad heeft. gekommitteerden. wij zijn niet geinstrueerd, met uwe Hoogheid no„ „pers geldzaaken en vooruitverstrekkingen in onderhandeling te treeden, maar dit durver wij gerust verklaaren, dat de komp: nieuwe koning. Dit is waar, maar ik hebbe den Heer Goeverneur daar over geschreeven, en hoop assistentsie. vervolgens sprak de koning veel over onverschil„ „lige zaaken, over den oorlog, de Europeesche Mogendheeden en de vriendschap die zoo geluk „kig tusschen de Engelschen en de Nederlanders hersteld was, en dimitteerde ons met de groot„ ste minzaamheid. wij vertrokken den zelfden dag en artiveerden alhier den 4:' deezer, na dat wij op de reize door slecht weer en slechte wegen niet wei„ „nig ongemakken ondergaan hadden, geluk¬ „kig en gezond, en vlijen ons met de hoop, aan de verwachting van inowlgj: voldaan te hebben. wij hebben de eer, met een diep respakt te ver„ „blijven. /:onderstond:/ koetsiem den 7:' Sept: 1790:. /:was geteekend:/ J: A: Cellarius en g: A: Eversdijk. En werd voor af goedgevonden en verstaan, de voorm: kommissoriaale resoluutsie daarmee„ „de te houden voor voldaan en hunne E:s voor de in deezen genoomene moeite te bedanken, gelijk bedankt worden bij deezen. gemankeerd heeft, uwe Hoogheid te voldoen, en dat zelfs in gevaarlijke in kartiete tijden uwe Hoog„ „heid in dit geval alle mogelijke voldoening ge„ „ had heeft. gemankeerd. : voorts 97 voorts werd geleezen de vertaaling van den brief van den koning van Trevankoor, aan den Heer Goeverneur, door gem: Gekommitteerden meede ge „bragt, behelzende het antwoord, van zijne Hoogh op den brief van den Heer Goeverneur, die door meer gekommitteerden aan zijn Hoogheid behoorlijk be „stelt is, die bevonden werd aldus te luiden. Translaat brief door den koning van Trevankoor, geschreeven aan de weledelen Grootachtb: Heer Goeverneu Johan Gerard van Angelbeek, en „vangen den 4:' Sept: 1790:—. wij hebben uit handen van HE: Leden van der Raad uw weled: Grootachtb brief ontvangen daar uit alles verstaan, en gem: Leden hebben ook, de verdere zaaken ons mondeling voorge „draagen. wij hebben zeer gewenscht in dit jongstgepasseerde jaar een aanzienlijker qua „teit peper aan DE: komp: te leeveren; dan jaar 1788:, en tot dat einde hadden wij i alle distrikten volk gesteld en geld verschoot tot verzaameling van dezelve, doch met doorbreeken van de linie op den 6: van de maand Medam, of den 16e: April, zijn de A „ren en S:t Thomas Christenen, die in de di „trikten van fera de Alva af tot na San „naseri toe woonen, /:aan wien de inzad „ling opgedraagen was:/ niet alleen met d ingesnamelde peper, ten bedraagen van tweeduikend kandijlen, maar ook met het geld van ruim 800: kandijlen gevlucht, en de hosteli„ „teiten die de Mapules in onze landen gepleegd hebben, soo zal uw weled: Grootachtb: ook wel ge„ „hoord hebben, en wijl ons nooit zulke groote schaade overgekoomen is als thans, zoo twijfelen wij, of wij dit jaar wel de helfte van de peper zullen kunnen ingesdameld krijgen van het voorige jaar. Doch uw weled: Grootachtb: gelieve verzeekerd te zijn, dat wij ons best doen zullen, om een aanzienlijke leverantsie aan D'E: komp: te doen, wijl wij onze ongelden daar uit haalen moeten, en dus aan dit middel ons veel gelee„ „gen is. wij betuigen uw weled: Grootachtb op„ „rechtlijk, dat wij met alle de Goeverneurs en kommandeurs op Koetsiem de vriendschap on„ „derhouden hebben, doch met uw weled: Grootachtb: hoopen wij dezelve in 't bezonden te konser, „veeren, en het zal ons nimmer ontheugen alle deszelfs goede assistentsie en geneegenheid. wijl in de gepasseerde maand Maart de ongelden te hoog op stok liepen en onze kas slecht voor„ „zien was: zoo hebben onze Ministers eenige peper aan een portugeesch schip verkocht, maar wij hebben zulx niet eerder gewieten, dan mit onze terugkomst van Paroe op Alepe, en toen hebben wij ten eersten gelast, om daar van aftezien, en gem: schip is ook ten eer„ „sten vertrokken. twee. wanneer
English
if your Right Honourable Worships were to withhold the ordinary pepper passes this time, it would cause us great inconvenience, because through granting them to the merchants, we must obtain money to have the pepper bought afresh from the inhabitants, as your Right Honourable Worships can very easily judge; we therefore request the kindness to have the said passes issued this year according to custom. We have written expressly to our Divan Kesa Pulle to return immediately the garden on Groot diwike, which belongs to the Company and has since been taken into possession by our servants, and to allow the vassals for the Company to live freely and unmolested on the border at Porka, and not to burden them with any new charges. Regarding the aforementioned boat, which our engineer Donnauw had sold in a fraudulent manner, we did not know of it until now; we have therefore made satisfaction for it with two hundred rupees according to your Right Honourable letter, and we shall have him punished according to his desert for this unfair conduct of his. Furthermore, we assure your Right Honourable Worships that in the book year 1793/4 we shall have a considerable quantity of pepper delivered to the Honourable Company; as for the rest, the Honourable Members of the Council will give your Right Honourable Worships a detailed account in person. Written by Balia Melesoettoe kanakoe Prasoedoem Peroemaal Madewen and signed by his Highness. Underneath stood: for the translation, Cochin, date as above; was signed: J: M: Truijens, Sworn Translator. And having now proceeded to the deliberation on the matters contained in that report and the letter: it was noted in the first place concerning the delivery of pepper. That the excuse brought forward by the king, that the sale of pepper to Portuguese ships had taken place without his prior knowledge and by his servants on their own authority, is an absolute fabrication; not only because no servants of his Highness dare dispose of a single pack of pepper, much less a shipload, without his prior knowledge, but also because the shipment took place in public, and thus could not remain concealed from his Highness. That the cited war calamities that have befallen the lands of the king this year are indeed well enough known in and of themselves, but that the excuse which his Highness wishes to derive from this, as if all pepper were thereby lost, cannot be accepted as sufficient, because those calamities have only affected the upper country, and the southern provinces, which remained spared from them, yield enough pepper to complete properly the delivery to the Company. That the argument derived from the heavy war expenses indeed contains the actual or principal reason why no pepper has been delivered to the Company until now, and this year, according to all probability, will also be delivered only in a small quantity, because the king must pay seven hundred thousand pagodas to the English Company for this year toward the war expenses against Tipu, and according to what the Governor recently learned from a reliable source, he must deliver three thousand candies of pepper at Anjengo in reduction thereof, at one hundred rupees the candy; and that, although the king does not thereby obtain any lawful reasons to deviate from the contract entered into with our Company, his distress for money is nevertheless so great and urgent that one cannot flatter oneself to persuade him to a proper delivery this time through amicable representations and admonitions. That therefore, to compel the king thereto this year, only two means remain: a formal protest, and the refusal of the yearly pepper passes; but that both are subject to great apprehension. The first, in so far as the king might consult with the English Government at Madras regarding the reply and be instructed by them to state in his reply that his promise and obligation to a yearly pepper delivery under the treaty of 15 August 1753 was set against the promise of the Company to protect his Highness and his lands against foreign violence, but that having been attacked in the year 1765 by the Nawab of the Carnatic, Mahomet Ali Khan, he had reclaimed the aid of the Dutch Company in vain and had thereby been compelled to seek aid from the English Company, which had then also delivered him from that difficulty; and that this was now again the very same case with the Nawab Tipu Sultan, and the Company therefore had no further right to invoke that treaty. While the second means, namely the refusal of passes, was also very hazardous, because the king might thereby be induced to attempt whether he could not dispatch the pepper with English passes, for which he would find encouragement enough from that nation; and that, if this too should turn out...
Dutch transcription
98 wanneer uw weled: Grootachtb: ditmaal de or „dinaire peperpassen mogte terug houden, zoo „de het ons in groote ongeleegenheid bren „gen, wijl wij door het verleenen derzel„ „ven aan de kooplieden, aan geld moeten ko „men, om daar voor de peper van de Ingezeetend op 't nieuw te laaten inkoopen, gelijk uw weled: Grot „ achtb: seer ligt oordeelen kan; wij verzoeken der „halven de goedheid te hebben gem: passen in dit jaar volgens gebruik te lasten afgeeven. wij hebben aan onzen Iivan Kesa Pulle, uit een expresse geschreeven, om de tuin op Groot „diwike, dewelke de kompenie toebehoord en door onze Bedienden zeeder in bezit genoo„ „men is, ten eersten terug te geeven, en de vassallen voor de komp: op de limiet te Porka, vrij en ongemolesteerd te laaten wo „nen, en met geene nieuwe lasten te be„ „zwaaren. Aangaande de bewuste schuit, die onze Inge„ „nieur Donnauw op een fraudeleuze wijze verkocht had, hebben wij niet eerder gewee„ „ten als thans, wij hebben dus de voldoe„ „ning daar van volgens uw weled: Grootaclt brief met tweehonderd nopijen laaten geschie „den en zullen hem over dit zijn onbillijk ge „doente, naar verdienst laaten straffen. voorts verzeekeren wij uw weled: Goootachtb: dat wij in het boekjaar 179/4 een aantientig „ke quantiteit peper, aan DE. komp: zullen laaten leeveren; voor het overige zullen D E E. Leden van den Raad alles mondeling uw weled: Groot achtb: om „standig verslag doen. Geschreeven door Balia Melesoettoe kanakoe Prasoedoem Peroemaal Madewen en getee„ „kend door zijn Hoogheid. /:onderstond:/ voor de translaatsie, koetsiem dato als vooren, /:was geteekend:/ J: M: Truijens, G: Transl: —. En als nu getreeden zijnde tot de deliberaatsie over de zaaken bij dat rapport en den brief ver„ „vat: zoo werd in de eerste plaats nopens de pe„ „perleverantsie aangemerkt. Dat de van den koning ter baan gebragte veront„ „schuldiging, dat de verkoop van peper aan Portugeesche schepen, zonder zijne voorkemnis, en door zijne Bedienden op eigen gezag gedaan waare„ een volstrekt verdichtzel is, niet alleen, wijl geen Bedienden van zijne Hoogheid over een enkel pak peper, veel minder over eene scheepslaading durfd disponeeren, zonder zijn voorkeris„ maar ook, wijl de afscheep in het openbaar geschied is, en dus voor zijne Hoogheid niet kost verborgen blijven. Dat de aangehaalde oorlogsnampen, die de lan„ „den van den koning dit jaar overgekoomen zijn, dan en voor zich zelve bekend genoeg zijn, doch dat de verschooning; die zijne Hoog „heid daar van wil afleiden, als of daar „ke. door 99 door alle peper verloonen waare, niet voor vol „doende kan aangenoomen worden, door dien die calamiteiten alleen de bovenlanden be„ „troffen hebben en de zuider provintsien die daar van verschoone gebleeven zijn, peper genoe opleeveren, om de leverantsie behoorlijk aan de kem„ te volbrengen. Dat het van de zwaare oorlogsongelden afgeleide argument de eigentlijke of voornoemnste rreden wel bevat, waarom tot nu toe geene peper aan komp: geleevert is, en dit gaar ook, naar alle waarschijnlijkheit, niet dan in eene geringe quaat „teit zal geleeverd worden, door dien de koning aan de Engelsche komp: tot de oorlogsongeldente „gen Tissoe voor dit jaar, zeven lak progooden opbrengen, en volgens 't geen de Heer Goederni deezer dagen van goeder hand te weeten ge„ „kreegen heeft, in mindering drieduizend kon „dijlen peper te Ansjengo, tegen zonderd ao „pijen het kandijl leeveren moet, en dat, of schoon de koning daar door geene wettige reedenen verkrijgd, om van het net onze komp: aangegaane kontrakt aftewijken, zijne verleegenheit om geld echter zoo gaant en dringend is, dat men zich niet mag vlij „en, hee door minzaame voorstellingen en vermaaningen; ditmaal tot eene behoorlij„ „ke leverantsie overtehaalen. Dat derhalven, om den koning dit jaar daa toe te noodzaaken, maar twee middelen over„ „schieten, een formeel protest, en het weigeren van de jaarlijxe peper-passer, doch dat beide groo„ „te bedenklijkheid onderheevig zijn; het eerste, voor zoo verre de koning zich over het antwoord met de Engelsche Regeering te Madras beraaden en door dezelve geinstrueerd worden mogte, bij zijn antwoord voortestellen, dat zijne belofte en verbintenis tot eene jaarlijxe peperleverantsie bij het traktaat van den 15:' Aug: 1753: overge„ „steld was, tegen de belofte van de komp:, om zijne Hoogheid en deszelfs landen tegen buiten, „landsch geweld te beschermen, doch dat hij in het jaar 1765: door den Nabab van karnaliker, Mahurt Alichan, aangevatlen zijnde, de hulpe van de Nederlandsche komp: vruchtloos gerekla„ „meerd had en daar door genoodzaakt geweest was, bij de Engelsche komp: hulpe te zoeken, die hem toen ook uit die zwaarigheid verlost had, en dat dit thans met den Nabab Tipoe sultan, weder het eigenste geval was, en de komp: derhalven geen verden recht had, zich op dat traktaat te beroe„ „pen. terwijl het tweede middel, of het wei„ „geren van passen, almeede zeer hachlijk was, door dien de koning daar door zoude kunnen bewoogen worden, te beproeven, of hij de peper niet met Engelsche passen zoude kunnen verzen„ „den, waar toe hij bij die Naatsie aanmoedi„ „ging genoeg zoude vinden; en dat, als ook dit toe. uit
English
100 did not happen, and the king sent no pepper to the coast, and thus also received no tobacco from Jafna, he would on the one hand try to indemnify himself by selling pepper to foreigners in these parts and by purchasing tobacco on the Coromandel Coast, the latter of which would at the same time tend to the great detriment of the Company's interests at Gafnapatnam, and on the other hand have a pretext in the coming year to excuse himself from the delivery by alleging that, for lack of passes, he had had no money to purchase pepper anew, of which nothing but a veiled outline appeared in the king's answer inserted here beforehand. That one, therefore, in these extraordinary circumstances of the times, ought only to confine oneself to further amicable admonitions, and to handle the matter of the passes with discretion and prudence, to which end the Lord Governor proposed for this time, as long as it seemed feasible with propriety and without open displeasure, to offer only six passes, and to refuse the remainder, in order by this means, without however breaking with him, to bring the king somewhat into embarrassment, and to dispose him to an ample delivery for the coming year; and it was consequently unanimously approved and understood not to refuse the pepper passes this time, but if possible to reduce them in number, and to leave it to the Lord Governor to handle this matter according to the findings of affairs, and to reduce the number of passes as much as can be done with propriety and for the achievement of the proposed objective. Regarding the boat of the ship Zeeland mentioned in the report of the Commissioners, which had been salvaged at Waliatorre, but was exchanged in a fraudulent manner by the king's servants, it being observed with pleasure that the said king has had the same compensated with two hundred rupees: it was thus approved and understood to have that amount paid into the Company's treasury by the Commissioners. Regarding the garden at Grootarwike appropriated by the servants of the king, and regarding the new taxes that the said servants have levied on the Company's subjects at Porka, of which detailed mention was made in the secret resolution of the 2nd of August last, it is understood to note hereby that the king, according to the report of the Commissioners and according to the letter of His Highness, has already given orders to return that garden to the Honourable Company and to let our subjects at Porka live there freely and unmolested, on the same footing as such 101 is arranged at Koilang. Was resumed a specification of the traveling expenses and further outlays made by the aforementioned Commissioners, amounting to 787 1/5 rupees, and since nothing was to be remarked upon it, it was approved and understood to have that amount paid out to them from the Company's treasury, and also to insert that specification hereunder. Specification of the expenses incurred by the undersigned on their journey to Palpenapoeram on the occasion when they met the king of Thevankoor there. Carried over for 90 coolies who carried the Commissioners and Interpreter, along with baggage, from Koilang via Antjenga and Tirwanandeporam, for travel wages at 2 1/2 rupees each comes to - - - - - - - - Rop: 225 6 days' board money to the same for the journey to and fro at 2 tjakerans per day, calculated at 26 pieces per rupee, comes to Rop: 44 3/13. Two Markas for wages and board money - 6 1/13. 48: 1 90 coolies who brought the same from Tirwandepoeram to Palpenapoeram for 3 days at 6 tjak: a day each - 62: Two Mankas for 3 days - - 4: — 90 coolies who brought the same from Palpenapoeram to Koilang for 6 days at 6 tjak: each - 121 for 56 bottles of native liquor to the same for 1/5 rupee the bottle - 20:— For ferry money at various crossings and some other small expenses — - - - - 40: /5: Board money to 1 sergeant and 8 Lascars for 28 days, at 1/4 rupee a day for the first and 1/5 rupee each for the latter comes to - - - - - - - - 51 1/5 To the provision purveyor of the king at Palpenapoeram, during their stay there - 10:—. To 10 Common Nairs and 1 Sermanakaar of the bodyguard of His Highness, who fetched the Commissioners from Tirwanandapoeram and escorted them back to Koilang, as a present 35: —. To the 2 Arikaars or mace-bearers of the king who also came as guides – – 24:— To 1 Arikaar and 2 Sepoys who delivered the 200 rupees at Tiroemadirapetti - - - 4: — For board money for the Commissioners and Interpreter for 28 days at 2 rupees each a day for the former and 1 rupee each for the latter comes to - - - - - - 140:—: Carried forward - - - Rop: 462 1/13: Brought forward - - - - Rep: 462 Sum - - Rop: 787: 13/65: [was below:] Cochin the 7th of September Anno 1790. [was signed:] J. A. Cellarius and J. A. Evertdijk. After resumption of a specification from the repeatedly mentioned Commissioners, in what manner the 40 ells of red cloth and 20 lb of Cloves, which according to the secret resolution of the 10th of August last were given to them as small presents for the Court Dignitaries, were
Dutch transcription
100 niet gebeurde, en de koning geene peper naar de kust zond, en dus ook geene tabak van jafna krieg„ hij aan de eene zijde zoude trachten, zich door het verkoopen van peper aan vreemden hier omstreek en door het inkoopen van tabak op de kuste kor„ „mandel schaadeloos te stellen, welk laaste tevens tot groot nadeel van 'skomp:s belangen te gafna„ „patnam strekken zoude, en aan de andere zijde aanstaande jaar een voorwendzel hebben, om zich van de leverantsie te exkuseeren, door het voorgeeven, dat hij, bij gebrek van passen, geen geld gehad had, om op 't nieuw peper in te koo„ „pen, waar van niets eene bedekte schets voor„ „quam bij 's konings antwoord hier voorwaards geinseneerd. Dat men derhalven in deeze buitengewoone tijds omstandigheeden zich alleen behoorde te bepaa„ „len tot verdere minzaame aanmaaningen, en het stuk van de passen met diskrutsie en voorzichtigheid te behandelen, waar toe de Heer Goeverneur in voorslag bragt, om dit „maal, zoo lange als het wet gevoeglijkheid en zonder openbaar ongenoegen doenlijk scheen„ alleen ses passen aantebieden, en de overigen te weigeren, om door dit middel den ko„ „ning, zonder echter met hem te breeken, eenigermaate in verleegenheid te brengen, en tot eene ruime leverantsie voor het aan„ „staande jaar te disponeeren, en werd dein„ „volgende met een paarige stemmen goedgevonden en verstaan, de peper-passen gitmaal niet te weigeren, doch des mogelijk in getal te vermin„ „deren en aan den Heer Goeverneur overtelaaten, dit stuk naar bevinding van zaaken te behande „len, en het getal der passen zoo veel te ver„ „minderen, als met gevoeglijkheid en ter berei „king van het voorgestelde oogmerk geschieden kan. Nopens de bij het rapport van Gekommitteerden vermelde schuit van het schip Zeeland, die te waliatorre geborgen geweest, doch door 's ka„ „nings Bedienden op eene frauduleuze wijse verruild is, met genoegen gesien zijnde, dat gem: koning deselve met tweehonderd ropijees heeft laaten vergoeden: zoo werd goedgeven„ „den en verstaan, dat bedraagen door Gekom„ „mitteerden in 's komp:s kasse te laaten tellen. Nopeus de door de Bedienden van den koning toe„ „geeigende tuin te Grootarwike en nopens de nieu„ „we belastingen die gem: Bedienden op 's komp:s onderdaanen te Porka gelegd hebben, waar van in het breede gesprooken is bij sekreete resoluut, „sie van den 2:e Aug:s gongstl:, is verstaan hier bij te noteeren, dat de koning volgens het rap„ „port van Gekommitteerden en volgens den brief van zijne Hoogheid, reets ordre gesteld heeft die tum aan DE: komp: terug te geeven en onze onder„ „daanen te Porka, vrij en ongemolesteerd aldaar te laaten woonen, op den zelven voet als zulx te „volgende. koilang 101 koilang is ingericht. Is geresumeerd een specifikaatsie van de reize inge „den en verdere uitgaven door voorm: gekommitteer „den gedaan, bedraagende 787: 1/5: repijen, en ver„ „ mits daar op niets, aantemerken viel, zoo is goed „gevonden en verstaan, dat bedraagen aan hen uit komp:s kas te laaten uitkeeren, mitsg:s die specifi„ „kaatsie hier onder te inscheeren. Specifikaatsie van de gedaane on„ „gelden door de ondergeteekenden op hunne reize naar Palpenapoeran ter geleegenheid dat dezelven den ko„ „ning van Thevankoor aldaar int „moet hebben. over aan 90: koelies die de Gekommitteerden en Tolk nevens bagasie van koilang over Antjenga en Pir „wanande poeram hebben gedraagen voor ueisloon âd 2½: ropij id:r komt - - - - - - - - Rop: 225 „ 6: dagen kostgeld aan dezelven voor de heen en weer reize â 2: tjakerans per aange„ „reekend â 26: p:s een ropij komt. Rop: 44 3/13. Twee Markas voir loin en kostgeld - „ 6: 1/13: „ 48:1 „ 90: koelies die dezelven van Tirwandepoe„ „ram naar Palpenapoeram hebben gebragt voor 3: dagen â 6: stak: 'sd:s ad:r- Twee Mankas voor 3: dagen - - „ 90: koelies die dezelven van Palpenapoeram naar koilang hebben gebragt voor 6: dagen â 6: tjak: id„r „ 62: Somma - - Rop: 787: 13/65: /:onderstond:/ koetsien den 7:' Sept: A„o 1790.—. /:was geteekend:/ J: A: Cellarius en J: A: Evertdijk. Na resumsie van een specifikaatsie van meerm: Ge„ „kommitteerden, op wat wijze de 40: ellen root laaken en 20: lb: Nagelen, die volgens sekreete resoluutiie van den 10:' august:s jongstl: aan Eenl: tot geschenkjes aan de Hofsgrooten meede 4: — „ 20:— „ 40: /5: over 56: flessen inlandsche drank aan dezelven v:r 1/5: ropij de fles- Aan veergeld bij diverse overvaarten en eenige kleene andere uitgaven — - - - - kostgeld aan 1: sraatje en 8: Laskorijns voor 28: dagen, â ¼: rep: sd:s de eerste en 1/5. rop: ider ver „ 51: 1/5 Aan den provisie bezonger van den koning op Pal„ „penapoerden, geduurende hur verblijf aldaar- 10:—. Aan 10: Gemeene Nairos en 1: Sermanakaar van de lijfwacht van zijn Hoogheid, die de Gekommitt: van Tirwanandspoekam afgehaald en weder naar koilang geleid hebben, tot een present „ 35: —. Aan de 2: Arikaars of stokdraagers van den koning die als voeren meede zijn gekoomen – – „ 24:— Aan 1: Arikaar en 2: Sipais die de 200: ropijen op Tiroemadirapetti besteld hebben - - -„ Aan kostgeld voor de Gekommitt: en Jolk voor 28: dagen â 2: rop: id:s sd:s de eerste en 1: ropij Jd„s de laaste komt - - - - - - „ 140:—: laasten komt - - - - - - - - P:r Transport - - - Rop: 462 1/13: „ 121 Transporteere - - - - Rep: 462 - — gegeeven.
English
102 Examined P V Schuurman having been given and distributed by them, it was approved and agreed to have the same written off in the books and to insert the specification here. Specification of the private gifts that the commissioners spent on their journey to the court of the king of Trevankoon at Paspenapoeram. Broadcloth / Cloves To the first Minister: 8 el broadcloth, 5 lb Cloves To the first Secretary: 8 el broadcloth, 3 lb Cloves To the Pepper purveyor: 8 el broadcloth, 5 lb Cloves To Captain Flori, where they lodged: 8 el broadcloth, 3 lb Cloves To the 2 staff-bearers who fetched us from Terepanderam and brought us to His Highness at Papenabren and escorted us back to Koilang on the return journey, each 4 el broadcloth and 2 lb Cloves, amounts to: 8 el broadcloth, 4 lb Cloves Total: 40 el broadcloth, 20 lb Cloves Below stood: Koetsiem, 7 September 1790. Was signed: J. A. Cellarius and J. A. Eversdijk. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabaar, in the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek, J. L. van Spall, G. G. Gebhardt, J. W. H. van Rossum, J. A. Cellarius, W. van Haaften, A. Lunel, and J. A. Eversdijk. Agreed. Arnold Lunel, Secretary Friday, 17 September 1790. Forenoon. Present: The Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek. The acting Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Jan Lambertus van Spall. The Major and Head of the Military Godlieb George Gebhardt. The Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Johan Willem Hendrik van Rossum. The Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius. The Junior Merchant and Dispenser Willem van Haaften. The Junior Merchant and Secretary of Police Arnoldus Lunel, and The acting Pay Bookkeeper Jacobus Adrianus Eversdijk. Absent: The Junior Merchant Adriaan Poolvliet, due to indisposition. It was communicated to the Council by the Governor that the King of Trevankoor was satisfied this time with six pepper passes, but that his Dewan Kesa Pulle had requested them without the pepper account being settled, claiming that the Pepper Purveyor and Secretary were sick and that the vessels could therefore not wait for the settlement of the account. But His Honour had refused to issue the same before the pepper account was examined and approved, not only because this had always been done and one should not lightly permit innovations in native affairs, but also because this was necessary for closing the trade books, and was especially required this time since the King remained indebted to the Company for a large sum, which was to be further affirmed and approved by this settlement. Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to conform to His Honour's opinion in this matter, and consequently not to allow any passes to be issued before the account has been properly closed according to annual custom and approved by the King's servants. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabaar, in the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek, J. L. van Spall, G. G. Gebhardt, J. W. H. van Rossum, J. A. Cellarius, W. van Haaften, A. Lunel, and J. A. Eversdijk. Agreed. Arnold Lunel, Secretary Examined A Schuurman 104 Register of marginal notes on the Koetsiem letter to Their Right Excellencies of 30 April 1790: Receipt of letters: Paragraph 1. Expression of thanks for the authorization to retain eleven clerks: Paragraph 2. A new household regulation remains postponed: Paragraph —. The determination of the burdens in the previous description is a reason for the expenses of the sailing and rowing vessels: Paragraph —. The samples of gunny sacks are being transmitted: Paragraph 4. Cardamom plants cannot be procured this time: Paragraph —. The drum cords etc. have been written off and notice thereof given to the Netherlands: Paragraph 5. The report of broken glass panes has been sworn under oath and dispatched: Paragraph —. Counter-gifts from the kings of Trevankoor and Koetsiem: Paragraph —. Reasons regarding the low sales of merchandise: Paragraph 6. Continued: Remark regarding the meager fulfillment of our requisition: Paragraph 7. And regarding the sale of sugar for cash: Paragraph 8. All efforts toward a plentiful pepper supply are fruitless: Paragraph 10. The assistance rendered to Ceilon was necessary: Paragraph —. Error: Paragraph 3. No. 3
Dutch transcription
102 Nagezien P V Schuurman gegeeven zijn, door henl: zijn gedistribueerd, is goedgevonden en verstaan, dezelven bij de boe„ „ken telaaten afschrijven en de specifikaatsie hier inte lijven. Specifikaatsie van de partikulier geschenken die de gekommitteerden op hunne reise naar 't hof van den koning van Trevankoon te Paspe„ „napoeram besteedt hebben. Lake Nag: „ „ Peper leveransier - - - „ kapit: Flori, daar gelogeerd hebben. . 8: 3: „ de 2: stokkedraagers die ons van Tere„ „panderam hebben afgehaald en op Pape„ „nabren bij zijn Hoogheid aldaar hebben gebragt en weder tot koilang in de te„ „rugreise gekonvoreerd ider 4. el laaken Aan den eersten Ministers – – – – – – 1: 5: en 2: lb: Nagelen, komt - - - - - „ 8: 4: De Weledele Gestr: Groot achtbaare Heer Raad ordinair van Nederlands Indien, Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek„ 8: 5: DE pl. Opperkoopm: sekunde en Hoofdadm: Jan Lambertus Van Spall. „ „ eersten Sekretaris - - - - - - - 8: 3: DE Majoor en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhant. DE Koopm: Fiskaal en Kassier M„r Johan Willem Hendk van Rossum„ De Onderkoopman en Pakhuismeester Johan Adam Cellanus DE. Onderkoopman en Dispencier Willem van Haesten. De Onderkoopman en Sekretaris van Polietsie Amnoldus Lunel en DE pl. soldyboekhouder Jacobus Adrianus Eversdijk absent DE Onderkoopman Adriaan Poolvliet, door indisposieti„ 40: 20: /:onderstond:/ koetsiem den 7:e Sept: 1790: /: was Werd door den Heer Gouverneur ter geteekend:/ J: A: Cellarius en J: A: Eversdijk, Vergadering gekommuniceerd, dat de Aldus gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd in Koning van Trevan Koor zich ditmaal Raade van Malabaar, ter stede koetsiem met ses peper passen te vreede hield, ten dage maand en jaare voormeld. /: was getee„ „kend:/ J: G: van Angelbeek, J: L: van Spall, doch dat zijn Divan Kesa Pulle G: G: Gebhardt, J: w: W: van Rossum, J: A: dezelven had laaten verzoeken, Cellarius, W: van Haaften, A: Lunel en zonder dat de peper Reekening J: A: Eversdijk. Akkordeerd. geliquideerd was, voorgeevende: Vrijdag den 17:e September 1790. Voormiddag. Praesent Te Kreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar¬ sekret Arnold Lunel Dat 7: op Dat de Peper Leverantsier en Sekretaris„ zieh waaren en de Vaartuigen dus na de afdoening der Reekening niet kon„ „ten wachten, doch dat zijn Edele ge„ weigerd had, dezelve aftegeeven, voor dat de peper reekening nagazien en geapprobeerd was, niet alleen om dat dit altijd was geschieden men de inlandsche zaaken niet ligt nieuwigheeden moest gedoogen, maar ook om dat dit tot sluiten der negootsie boeken diende te geschieden, en vooral ditmaal noo„ „dig was, door dien de Koning aan de Kompenie een groote Som schuldig bleef, die door deeze afreekening nader stond geaffirmeerden ge„ „approbeerd te worden. Waarop gedelibereerd zijnde goed¬ „gevonden en verstaan werd, zich met het gevoelen van zijn Edelen in deezen te konformeeren, en over zulx geene passen te laaten afgeeven voor dat de Reekening volgens jaar¬ „lijx gebrúik behoorlijk geslooten en door 'sKonings Bedienden geap¬ Arnold Lunel „probeerd zal zijn. Aldus gedaan, geresolveerd en gearresteerd in Raade van Mala¬ „baar ter Steede Koetsiem ten dage maand en Jaare voormeldt. /:was geteekend./ G. G. van Angel„ beek, J. L. Van Spall, G. G. Gebhardt, J. W. H. van Rossum, J. A. Cellanus. W. van Haesten, A. Lunel en J. A. Eversdijk „probeerd Akkordeerd sekret: Nagezien A Schuurman . 104 Register der Marsina„ Brieven en Papieren Ontvangst van brieven - - - - - - - - - - - - - „ P„s 1. dankbetuiging van de qualifikaatsie tot de aanhouding van elf pennisten - - - - - - - - - - „ 2. een nieur regelement van menage blijft uitgesteld - - „— De stelling van de lasten bij de voorige beschrijving is een reden van de ongelden van de zeil en roei vaartuigen - „ —. De monsters goeni zakken gaan over - - - - - „ 4. karelamom plantjes kunnen ditmaal niet bezorgd worden „ —. De tromlijnen etc: zijn afgeschreeven en daar van naar Nederland kennis gegeeven. . . . . . -„ 5. Het bericht van stukkende glase ruiten is beeedigd en ver„ „zonden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — kontra geschinken van de koningen van Trevankoor en – – – – – – – – – – – „ – Koetsiem - - - reedenen nopens den geringen verkoop van koopmanschappen „ 6. vervolg aanmerking nopens de geringe voldoening van onzen Eisch „ 7. en nopens den verkoop van suiker tegen kontanten - - - - - „ 8. alle moeite tot een ruime peper leviransie is vruchteloos - - „ 10. de beweezene hulpe aan Ceilon is noodzaakelijk geweest. „ —. abuis. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 3. „len op de koetsiemsche brief aan Hun Hoogedelheden van den 30 April 1790. —. die No. 3 8
English
105 had Receipt of letters - - - - - - - Folio 26. Request to be allowed to retain the 18-pounder cannons - - - Folio 27. Concerning the reimbursements imposed by the Equipage Master - - - Folio —. Reason for the high price of rice - - - - - - - Folio 13. The supply of the rigging to Zeeland was done according to resolution - - - - - - - - - - - - - - - - - - Folio 30. Request for pardon on account of a mistake concerning the reason for the necessity of that supply, whereby the Company was not disadvantaged - - - - Folio 15. Request to relieve the Equipage Master from payment of this - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Folio 31. Reasons concerning the unfavorable appearance of the state, and of some further entries - - - - - - - - - - - - - Folio 32. Reasons why one becomes overcrowded here with duiten - - - - - - - - - - - - - - - - - Folio 17. Arrangements concerning the supplies to ships - - - Folio 33. Resolution to draw bills of exchange on Soeraette for 60,000 ropijen - - - Folio 34. For how much has since been drawn - - - - - - - - - - Folio 35. Note concerning the rations and increased board money to the Military and Artillerymen - - - Folio —. Resolution not to draw any more bills of exchange. Reason why that supply was not ceased, and request to be allowed to supply the same in the future as well - - - Folio 20. The further orders will be complied with - - - - - Folio —. Response to the homeland extract - - - - - Folio 37. The confusion of the arrears at Koilang has been cleared up - - - Folio 21. What Rosier consequently falls short - - - - - Folio 22. Which he has been ordered to reimburse at purchase price - - - Folio —. Specification of that shortage - - - - Folio 23. For which Rosier has been debited on the pay account - - - Folio 24. Request for leniency, that his salary has not been written off - - - Folio —. Expression of thanks from confirmed and promoted Servants. The objections regarding the prohibition that the Equipage Masters may not trade are further presented - - - Folio 25. The statements of the incomes and emoluments of the Servants. The price of pepper is - - - - - - - - - - - - - - - Folio 19. Sepoys will be sent in more peaceful times - - - - - Folio 36. Receipt - - - - Folio 14. Sale - - - - Folio —. Account - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Folio —. Carried over - - - - Domains The general leasing - - - - Folio 12. The slave lease is being collected again - - - - Folio 140. Incomes from the small Stamp - - - - - - - - - - Folio 26. And from gardens and lands - - - - - - - - - - - Folio —. The lease of the Moettoekoenies ceased as of the ultimate of August 1788 - - - - - - - - - - - - - - - - Folio 137. The deeds of conveyance of Kranganoor etc. have been granted - - - Folio 141. The slave lease - - - Folio —. The negotiation of 80,000 ropijen at par did not take place - - - Folio —. 106 Servants Appointment of an Interpreter at Kalikoilang - - - Folio 241. And of Malay officers - - - - - - - - - - - Folio 242. The Interpreter of Kranganaor remains in service - - - - - - Folio —. The Chief Poolvliet is dismissed from Koilang - - - Folio 243. The Junior Merchant Bos in his place - - - Folio —. The First Clerk Everselijck as pay bookkeeper - - - - - Folio —. The Sworn Clerk Schacht as First Clerk - - - - - - Folio 244. And the Assistant van der Poel appointed as Sworn Clerk - - - Folio —. The Fiscal van Rossum has arrived - - - - - - Folio —. He requests reimbursement of salary, board money, and emoluments - - - Folio 245. Misbehavior of the gunner and a sailor of the Schelde - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Folio —. They have been punished - - - - - - - - - - - - - - Folio 247. Captain-Lieutenant Andree relieved to the Netherlands - - - Folio —. Military promotions - - - - - - - - - - - - Folio 248. Also in the Artillery - - - - - - - - - - - - - - Folio 249. And of the Equipage Master - - - - - - - - - - Folio 250. Request for approval - - - - - - - - - - - - Folio —. Actions of the Lord Governor with the Company - - - Folio —. And those of the Second - - - - - - - - - - - - - - Folio 257. The salary of the Lord Governor as Ordinary Councillor has been entered - - - - - - - - - - - - - Folio 252. Bounty money to soldiers who have entered into a new engagement - - - Folio 201. Requisition Requisition of merchandise - - - Folio 252. Deserters Number of deserters - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Folio 265. Four assistants deserted and delivered up again - - - Folio —. Also a soldier - - - - - - - - - - - - - - - - Folio 266. Desertion of a quartermaster and three sailors - - - Folio —. A sailor captured in 1776 by Heider Ali has returned - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Folio —. Three Englishmen have come over to us - - - - - - Folio 267. Edict against desertion - - - - - - - - Folio 268. Which was also published in the Koetsiem country - - - Folio —. Request of the wife of Sergeant Gelderman to know whether her husband is still alive - - - Folio 253. Captain Weijnsheijmer has passed away - - - - - - - Folio 254. The trainee van der Wall is admitted among the Assistants - - - - - - - - - - - - - - - - - Folio —. The salary of Lieutenant van Mullerts has been written off - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Folio 256. Reason why - - - - - - - - - - - - - - - - Folio —. Lieutenant de Paradi has departed for the French islands - - - - - - - - - - - - - - Folio 256. Sub-Lieutenant Hillerstein has gone to Kolombo - - - Folio 257. List of all the Company's Servants - - - - - - - - - - - Folio —. Sale of the island of Bendoerti etc. to Koetsum - - - Folio 141. Lease of a plot of land granted as a benefice - - - Folio 145. Clarification
Dutch transcription
105 gehad- - - - - - : ontvangst van brieven. . . . - - - - - - - Fo 26. . verzoek om de 18 ponder kanons te mogen aanhouden - - - „ 27. nopens de opgelegde vergoedingen door den Equipasiemeester „ —. reeden van de hooge prijs van de rijst - - - - - - - „ 13. de verstrekking van de wanten aan Zeeland is volgens verzoek van verschooning wegens een abuis nopens 11 resoluutsie gedaan - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 30. „reeden van de noodzaakelijkheid van die verstrekking „ — waar bij de komp: niet benadeeld is. - - - - „ 15. „verzoek om den Equipasiemeester van dies betaaling te reedenen nopens de ongunstige vertooning der staat, onteffenen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 31: 8 en van noch eenige posten - - - - - - - - - - - - - „ 32. reedenen waarom men hier met duiten overkropt schikkingen nopens de verstrekkingen aan scheepen. - „ 33. raakt - - - - - - - - - - - -- - - - - - „ 17. „besluit om voor 6'0000 ropijen wissels op soeraette te trekken „ 34: aanmerking nopens het rantsoen en meerder voor hoe veel zeeder, getrokken is. - - - - - - - - - - „ 35. kostgeld aan de Militairen en Arthilleristen. . . „ —. - besluit geene wissels meer te trekken.. reeden waarom die verstrekking niet opgehouden De verdere orders zullen nagekomen worden - - - - - „ —. en verzoek om dezelve voortaan ook te moogen verstreken „ 20. ƒ beantwoording van het vaderlandsch extrakt - - - - - „ 37. de verwarringen van de restanten te koilang is opgeredderd „ 21. wat Rosier dien volgende te kort komt - - - - - „ 22. het welk hem inkoops ter voegoeding opgelegd is. . - „ — ƒ Specifikaatsie van die te kort kooming - - - - „ 23. waar voor Rosier op soldij reekening belast is „ 24. verzoek om inschikking dat zijn gasie niet afgeschreeven is„ — dankbetuiging van bevestigde en bevorderde Dienaaren de bedenkingen nopens het verbod dat de Equipasiement „ters niet negootsieeren mogen, word nader voorgedraagen - - „ 25. de opgaven de inkomsten en emolumenten der Bedienden de prijs van de peper. . . . . . . . . . is - - - - - - - - - - - - - - - „ 19. . —. sipais zullen bij vreediger tijet gezonden worden - - - - - „ 36. - - - „ 14. —. „reekening - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „— gaan over - - - - . . - . . . . Domainen de generaale verpachting- - - - de slaaven pacht word weder gekollekteerd - - - -. - „ 140. . . . in komsten van het kleen Zegel - - - - - - - - - - „ — en van tuinen en landerijen. . . . . . . . . . . „ —. de pacht van de Moettoekoenies is onder ult=o Aug„s de aktens van opdragt van kranganoor enz: zijn verleend, 141. De slaaven pacht - - - - - - 1788 gecesseerd - - - - - - - - - - - - - - - -.„137. de negotiaatsie van 80000 rop: â pari heeft geen plaats ontvangst verkoop. .. . . . . . . . . . - Po 12. „ 2 . „ 26. „- - „ „ — 106 Dienaaren aanstelling van een Tolk te kalikoilang.- „241. en van Malaitsche officieren. . . . . . . . . . . - „ 242. de Tolk van kranganaor blijfft in dienst. . . . . . „— Het opperhoofd Poolvliet word van koilang ontslagen - „o 243. „— de onderkoopman Bos in zijn plaats de eerste klerk Everselijck als soldij boekhouder - - - - - „ den gezwoorene klerk schacht. als eerste klerk. . . . . . „ 244. en de Assistent van der Poel als gezw: klerk aangesteld - - - „ — de Fiskaal van Rossum is aangekoomen - - - - - - „ —. hij verzoekt om goeddoening van gasie kostgeld en emolumenten, 245. quaad gedrag van den konstapel en een Mattroos van de schelde - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — zij zijn gestraft. . . - - - - - - - - - - - - - - „ 247. de kapitain luitenant Andree naar Nederland verlost. . „ —. Militaire bevorderingen. . . . . . . . - - - - - - „ 248. ook bij de Arthillerij - - - - - - - - - - - - - - „ 249. en van den Equipasiemeester - - - - - - - - - - „ 250. verzoek om approbaatsie - - - - - - - - - - - - „ —. aksien van den Heer Goeverneur bij de kompenie - - - „ — en die van Secunde. . . . . . . . . . . . . . . „ 257: de gasie van den Heer Goeverneur van Raad ordinair -- - „ 252: is ingeschreeven. - - - - - - - - - handgeld aan soldaaten die een nieuw verband hebben Eisch eisch van koopmanschappen - Deserteurs vier handlangers gedeserteerd en weder uitgeleverd. - „ —. ook een Soldaat - - - - - - - - - - - - - - - - „266. desertsie van een quartiermeester en drie Mattroozen „ —. een in 1776 bij Heider Aligevangen Mattroos, is te drie Engelschen zijn tot ons overgekoomen - - - - - - „ 267: plakkaat tegen de desertsie. - - - - - - - - Hetwelk ook in het koetsiemsche land gepubliceerd is - „ 268. — getal der deserteurs - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „265 rug gekoomen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „— verzoek van de vrouw van den serjant Gelderman „ 253. om te weeten of haar Man noch leefd - - - - - - - - „ — kapitain Weijnsheijmer is overleeden. . . . . . . „ 254. de aanqueekeling van der wall is onder de Assis„ de geisie van den Luitenant van Mullerts is af„ de Luitenant de Paradi is naar de fransche ei„ de Sous Luitenant Hillerstein is naar kolombo. „257: lijst van alle skomp:s Dienaaren - - - - - - - - - - - „ — „landen vertrokken. . . . . . . . . . - . . . . „256. .. . . . . . . ..Po 252. tenten opgenoomen - - - - - - - - - - - - - - - - - „— reeden waarom - - - - - - - - - - - - - - - - „ —. „geschreeven - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 256. aangegaan. . . . . . Verkoop van het eiland Bendoerti enz: aan koetsum P„o 141. Verpachting van een ter benficie gegeeven stuk grond „145. aangegaan „ 201. opheldering
English
107 further account of donations - - - - - - - - - - - - - page 237. protest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - - page 159. Fortifications under Stroomburg laterite stones have been dumped. - . . - page 172. repairs to the fort Koilang - - - - - - - page — the further repairs suspended. . . . . . . . . . . page 173. additional coolies at Koilang for the cleaning of improvements to the fortifications of Koetsiem page — the improvements were communicated by separate letter. - - - page 178. reports of the inspection of the outer works. - - - page —. yearly fortification costs - - - - - - . . . - - page — the fort - - - - - - - - - - - - - - - - - - - page 174. Financial matters receipt of money from Tuticorin - - - - - - - - - - page 147. repayment - - - - - - - - - - - - - - - - - page — paid out and renegotiated capital - - - - page 148: a vessel of the Count of Bijland has passed by and 600 rupees advanced to its captain. . . . . page 151. his request for more money refused - - - - - - - - - page 152. the bill of exchange of the 600 rupees was sent to Coromandel, — but received back with protest - - - - - - - - - - - page — contents of the protest - - - - - - - - - - - - - - page — in the Bazaruco mint. . . - - - - . - - - - - - - - - page 150. regarding the fanams. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - page — objection against that - - - - - - - - - - - . page 154 year rented - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - page — Pensioners six pensioners have passed away - - - - - - - - - - - - - page —. a blacksmith has been pensioned - - - - - - - - - - - - - page 264. Domestic matters sale of perishable goods. . . page 211. The gun carriages were too light and are being made heavier page 212. the prices for the same are too low - - - - - - - - - page 213. Further determination of their prices - - - - page —. The gun carriages are no longer tarred but painted page 215. extra issue at Kalikoilang - - - - - - - - - - - page 216. establishment of the post office - - - - - - - - - - - - page 217. further arrangements concerning that . . . . . . . . . . . . page 218: permission to build upon a piece of vacant land. . . page 220. on request of Anta Settij for proof of ownership of his warehouse - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - page 220 the same was granted. . . . . . . . . . . . . . . . . . . page 221: Gifts gifts to Travancore and from the same - - - . page 239. and request for satisfaction concerning that - - - - - - - - - - page 169. new bills of exchange granted in place of lost ones. . page 170: offered private money by Captain Paardekooper page 171. accepted and taken in for the Company - - - - - - page — the Governor has been insulted . . . - - - - - - - page 168: further clarification of this case and evidence against the clarification of the same. . . . . . . . . . page 207: further henceforth 1 c 108 surplus gunpowder found at Koilang - - - - - - - - - page 222: taken into the Company. - - - - - - - - - - - - - page 224. regulations and instructions for the Militia and Artillery page —. sale of guns to Travancore. . . . . . . - page 225. repair of another lot a Protestant soldier has raised his children in the he has been demoted to Sailor on account of this - - - - - - page —. punishment determined against those who do so. . . . - - - - page 227. further arrangements concerning that - - - - - - - - - - . . page 229. account and proof by the curator ad lites - - - - - page 230: unnecessary anchors sent to Ceylon - - - - - - page —. Roman Catholic religion - - - - - - - - - - - page 226. henceforth sugared tamarind will be supplied page 221: Native Affairs the debt of Travancore has been settled with a receipt against the pepper delivery - - - - - - - - - page 235. accounts of Travancore - - - - - - - - page 236. concerning Travancorean vessels from the north and from Cochin - - - - - - - - - - - - - - - - - - page —. to the South. . . . . . . . . . . . . . . . . page — Bookings and write-offs write-offs on goods to and from the outer on memoranda of saltpetre and pepper - – – - - - page 181 on pepper at Kalikoilang - - - - - - - - - - - - - - - page — on rice and unhusked rice issued at Cranganore - - - - page 182. transport of the artillery - - - - - - - - - - page —. report of the destruction - - - - - - - - page 184 stations - - - - - - - - - - - - - - - - - page 180. write-off of stamps - - - - - - - - - - - page 185 Purchases what was purchased for Batavia and Ceylon. - - - - - page 82. as well as out of apprehension of a siege - - - - page —. and for this Government - - - - - - - - - - - page 83 the price current - - - - - - - - - - - - - - - - - . page 86. provision of travel expenses. . . . . . . . . . . . . page 185. write-off on goods in the trade warehouse and write-off on Cranganore - - - - - - - - - - - - - page 186. as well as on hoop iron issued - - - - - - - - page 187. write-off on goods to and from the outer stations page — on mace and nutmegs - - - - - - - - page — provision of paper and wax candles - - - - - - page 189. provision of travel expenses - - - - - - - - page 190 write-off on pepper at Kalikoilang - - - - - - - page —. transport from Cranganore - - - - - - - - - - - page —. discovered surplus in the Cranganore books page 191. discovered deficit in the books - - - - - - page —. deficit in the books of Ayacotta - - - - - - page 192: write-off on pepper brought from Kalikoilang - - page unserviceable and repairable goods - - - - - - - page — on cloves - - - - - - - - - - - - - page —. on discarded coir - - - - - - - - - - - - page 188. write-off of stamps - - - - - - - - - - - - page 193. the dispensary - - - . . . . . . . . . . . . . . . . . . page — and on Ayacotta - - - - . . . . . . . . . . . . . - - - - page —. provision colleges
Dutch transcription
107 verdere reekening van Schenkasie - - - - - - - - - - - - - „ 237. protest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - - P=o 159. Fortifikaatsien onder stroomburg zijn kapoksteenen geworpen. - . . - „ 172. reparaatsien aan het fort koilang - - - - - - - „ — de verdere reparaatsien gestaakt. . . . . . . . . . . „ 173. meerdere koelies te koilang tot het schoonmaaken van verbeeteringen aan de fortifikaatsien van koetsiem „ — de „ verbeeteringen werd bij aparte brieff bedeeld. - - - „ 178. rapporten van de visitaatsie der buiten werken. - - - „ —. Iaarlijxe fortifikaatsie kost - - - - - - . . . - - „ — „. het fort - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 174. Geldzaaken ontvangst van geld van Pitukorijn - - - - - - - - - - „ 147. weder voldoening - - - - - - - - - - - - - - - - - „ - uitbetaalde en weder genegootsieerde kapitaalin - - - - „ 148: een scheepje van den Graaf van Bijland is voorleeden en aan dies kapitain 600 ropijen verschooten. . . . . „ 151. zijn verzoek om meerder geld ontzegd - - - - - - - - - „ 152. de wissel van de 600 ropijen is naar kormandel gezonden, — doch met protest te rug ontvangen - - - - - - - - - - - „ — inhoud van het protest - - - - - - - - - - - - - - „ — in bazeroeken munterij. . . - - - - . - - - - - - - - - „ 150. over de fanems. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — aanmerking daar tegen - - - - - - - - - - - . „ 154 Iaar gechuurd - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — Gegasieerden ses gegasieerden zijn overleiden - - - - - - - - - - - - - „ —. een smit is gegasieerd - - - - - - - - - - - - - - - „ 264. Huislijke bestellingen verkoop van aan bederf onderworpene goederen. . . „ 211. De affuiten waaren te ligt en worden zevaarder gemaakt „ 212. de prijsen voor dezelven zijn te gering - - - - - - - - - „ 213. Nadere bepaaling van dezelven de prijzen - - - - „ —. De affuiten worden niet meer geteerd maar geschilderd „215. extra verstrekking te kalikoilang - - - - - - - - - - - „ 216. oprichting van het postkantoor - - - - - - - - - - - - „ 217. nader schikkingen daaromtrend . . . . . . . . . . . . „ 218: permissie tot het bebouwen van een stuk leedige grond. . . „ 220. op verzoek van Anta Settij om bewijs van eigendom van zijn pakhuis - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 220 is dezelve verleend. . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 221: Geschenken geschenken aan Trevankoor en van den zelven - - - . „ 239. en verzoek daar over satisfaktsie - - - - - - - - - - „ 169. nieuwe wissels in steede van verloorenen verleend. . „ 170: aangebooden partikulier gelet door kapitain Paardekooper „ 171. geakcepteerd en voor de komp: ingenoomen - - - - - - „ — de goeverneur is geinjurieerd . . . - - - - - - - „ 168: nadere opheldering van dit geval en bewijzen tegen het opheldering van den zelven. . . . . . . . . . r=o 207: nadere voortaan 1 c 108 meerder gevonden kruit te koilang - - - - - - - - - „ 222: bij de kompenie ingenoomen. - - - - - - - - - - - - - „ 224. reglementen en instruksies voor de Malietsie en Arthillerij„ —. verkoop van geweeren aan Trevankoor. . . . . . . - „ 225. reparatsie van een andere partij een pro testants soldaat heeft zijn kinderen in de hij is daar over tot Mattroos gedeporteerd - - - - - - „ —. straffe bepaald tegen die zulx doen. . . . - - - - „ 227. verdere schikkingen daar omtrend - - - - - - - - - - . . „ 229. reekening en bewijs door den kurator adlites - - - - - „ 230: onnoodige ankers naar Ceilon gezonden - - - - - - „ —. roomsche relisie opgebragt - - - - - - - - - - - „ 226. voortaan zal gezuikerde tammerinde verstrekt worden P„o 221: Inlandsche Zaaken de schuld van Trevankoor is met een quitansie op de peper leveransie vereffent - - - - - - - - - „ 235. reekeningen van Trevankoor - - - - - - - - „ 236. nopens Trevankoorsche vaartuigen van de noord en van hoetsiem - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —. naar de Zuid. . . . . . . . . . . . . . . . . „ — In en afschrijvingen afschrijvingen op goederen van en naar de buiten op memorien van salpeter en peper - – – - - - „ 181 op peper te kalikoilang - - - - - - - - - - - - - - - „— op verstrekte rijst en neli te kranganoor - - - - „ 182. transport van de arthillerij - - - - - - - - - - „ —. rapport van de vernietiging - - - - - - - - „ 184 kantooren - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 180. afschrijving van Zeegels - - - - - - - - - - - „ 185 Inkoop wat voor Batavia en Ceilen ingekocht ls . - - - - - „ 82. mitsgaders uit beeluchting voor eene beleegering - - - - „ —. en voor dit Goevernement - - - - - - - - - - - „ 83 de prijs Koerant - - - - - - - - - - - - - - - - - . „ 86. verstrekking van reis ongelden. . . . . . . . . . . . . „o 185. afschrijving op goederen in het negootsie pakhuis en afschrijving op kranganoor - - - - - - - - - - - - - „ 186. mitsgaders op verstrekte hoepijzer - - - - - - - - „ 187. afschrijving op goederen van en naarde buiten kantooren „ — op _„o foeli en nooten - - - - - - - - „ — verstrekking van papier en waxkaarsen - - - - - - „ 189. verstrekking van reis ongelden - - - - - - - - „ 190 afschrijving op peper te kalikoilang - - - - - - - „ —. transport van kranganoor - - - - - - - - - - - „ —. ontdekte meerderheid bij de kranganoorsche boeken„ 191. ontdekte minderheid bij de boeken - - - - - - „ —. minderheid bij de boeken van Aikotte - - - - - - „ 192: afschrijving op van kalikoilang aangebragte peper - - „ onbequame en reparabele goederen - - - - - - - „ — op _„o nagelen - - - - - - - - - - - - - „ —. op uitgeworgene Kaier - - - - - - - - - - - - „ 188. afschrijving van Zeegels - - - - - - - - - - - - „ 193. de dispens - - - . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ — en op Atikotte - - - - . . . . . . . . . . . . . - - - - „ —. verstrekking kollesien
English
Colleges muster rolls - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - page 265 changes in the colleges - - - - - - - - page 265 account and discharge of the secretaries of Justice and Orphan Masters. . . . . . . . . . - - - - - page 231. Company servants. . . . . . . . . . . page 232: Church Council changes in the church council - - - - - - - - - page 238. Poor fund account - - - - - - - - - - - - - - - - page 238. Correspondence timbers delivered to Ceylon - - - - - - - - - - - - page 234. Lepers an orphan boy has been found infected and placed at Paliaporto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - page 265: Muster General Muster - - - - - - - - - - - - - page 201. Trade Books report of debtors and creditors. - - - - - - page 191 inspection of the trade books: - - - - - - - - - page 193: Private Trade private trade has not been conducted. - page 104. report on the trade - - - - - - - - - - - - - - - - - page 104. Ships and Vessels the ship De Schelde has been measured. . . . . . . . . . page 55. and the Chinese aboard it interrogated - - - - - - - - - - page 56. supplies to that ship - - - - - - - - - page 56. a sailor from the same has deserted - - - - - - - - - page 58. the same has been stationed on cruise. . . . . . . . . . page 58. arrival and departure of the ship Trinkonomale - - page 58. the ship Demerari has chosen this roadstead because the time had expired. - - - - - - - - - - - - - - - - - page 59. the journal has been examined - - - - - - - - - page 59. and the ship departed again for Surat - - - - - - - page 60. reason for the return - - - - - - - - - - - - - - page 61. the papers relating thereto are transmitted - - - - - page 62 Yet returned again - - - - - - - - - - - - - page 62. Passengers Malay pilgrims - - - - - - - - - page 268. another passenger crosses over - - - - - - - - - page 268. their statements - - - - - - - - - - - - - - - - - page 269. Products the pepper delivery. . . . . . . . . . . . . - page 125. how much sent and sold - - - - - - - - - - - page 125. negotiations with Travancore concerning the delivery page 126. poor hopes for a more ample delivery in the coming year - - - - - - - - - - - - - - - - - - page 132. Portuguese ships load pepper at Alepe - - - - - - page 133. the delivery of rice. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . page 135. 1700 lb cardamom sent to the Netherlands. . . . - page 136. Products the ship is discharged. arrival of the ship Vreedenburg from Colombo - - - page 65. and departure for Tuticorin - - - - - - - - - - - - page 65. supplies to the same - - - - - - - - - page 66. arrival of three barques and a sloop from Colombo with military personnel. - - - - - -- page 67. activities and return departure of the barque De Kreeft. - - page 67. of the barque De Jonge Willem Arnold - - - - page 67. of the barque De Gustaaf - - - page 68. and of the sloop Gale - - - - - - - - - - . page 68. the smalschip De Verwachting has brought a cargo of pepper to Ceylon - - - - - - - - - - - - - - page 68. and was thereafter used for cruising - - - - - page 68. a new foresail has been supplied to the same. . page 69. a loose gamel has drifted away - - - - - - - - - page 69. and another made - - - - - - - - - page 70. the boat of the ship Zeeland has been brought from Vallarpadam - - page 70. and discovered that the same had been exchanged - - - - - - page 71. a letter has been written about this to the King of Travancore... . . . page 71. repairs of the sailing and rowing vessels - - - - page 71. how much the same have cost - - - - - - - page 72. arrival and departure of two war frigates - - - - - - - page 72. The Farmer of the customs house sends cotton bales via De Schelde - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - page 73. supplies to the same - - - - - . . . . . . . page 73. State Account arrangements regarding the state account. No 63. statement of the expenses and profits. . . . . . . . . page 197. comparison against the memorandum of management - - - - - page 198. remark concerning the profits and expenses - - - - - - - - page 199. demonstration page 194. Sale concerning the sale - page 87: net profits - - - - - - - - - - - - - - - - - page 89. the goods with De Schelde have been sold except for the cloves - - - - - - - - - - - - - - - - page 102. how much of the old lot has been sold - - - - page 102. sale of worm-eaten nutmegs. . . . . . . . . . . page 102. Delivered Cargoes delivered cargo of the ship Den Gouverneur Generaal De Klerk. . . . . . . - - - - - - - - page 74. cargo of the ship Trinkonomale - - - - - page 74. cargo of the same De Schelde - - - - - - page 75. cargo of the same Vreedenburg - - - - - - - page 79. of the barque De Kreeft. . . . . . . . . . . . . . page 79. of the same De Jonge Willem Arnold - - - - page 80. goods found in Demerari not recorded on the bill of lading - - - - - - - - - page 81: were unloaded here and sent to Ceylon - - - - page 81. Carpentry and Repair the amount of carpentry and repair page 179: The Hospital has been repaired - - - - - - - - - page 179. Pay Books inspection of the pay books - - - - - - - - - - - page 200. Foreign Ships list of foreign ships. . . . . . page 241. Batavia To His Right Excellency, The Right Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting on behalf of the State of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, Governor General, and the Right Honourable, Right Worshipful Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord, and Right Honourable, Right Worshipful Lords. Letters and Papers Receipt of letters Section 1: On the 30th of October last we had the good fortune to receive Your Right Excellencies' most honoured letters of the 10th of September with
Dutch transcription
kollesien Produkten geplaatst - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 265: monsterrollen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „— reekening en bewijs van de sekretarissen van Justiet„ veranderingen in de kollesien - - - - - - - - „— „sie en weesmeesteren. . . . . . . . . . - - - - - P„o 231. Kompenies ven dietsien. . . . . . . . . . . „ 232: Kerkenraad veranderingen in de kerkenraad - - - - - - - - - „ 238. Armen reekening - - - - - - - - - - - - - - - - „ —. korrespondentie houtwerken aan Ceilon bezorgd - - - - - - - - - - - - „ 234. Leproozen een weesjongen is besmet bevonden en te Paliaporto Monstering Generaale Monstering - - - - - - - - - - - - - „ 201. Negootsie-boeken bericht van debiteuren en krediteuren. - - - - - - „ 191 visitaatsie der negootsie boeken : - - - - - - - - - „93: Partikuliere handel partikuliere handel is niet gedreeven. - verslag van den handel - - - - - - - - - - - - - - - - - „— „ 104. Schepen en vaartuigen het schip de schelde is gemeeten. . . . . . . . . . „ 55. en de sineesen daar op ondervraagd - - - - - - - - - - „56. verstrekkingen aan dat schip - - - - - - - - - „ —. een Mattroos van het zelve is gedezerteerd - - - - - - - - - „ 58. het zelve heeft, op kruistocht geleegen. . . . . . . . . . „„ —. aankomst en vertrek van het schip Trinkonomale - - „ —. het schip Demeraori heeft deeze reede gekoozen wijl de het Journaal is geexamineerd - - - - - - - - - „ —. en het schip weder naar soeratte vertrokken - - - - - - - „ 60. reeden van de terugkomst - - - - - - - - - - - - - - „ 61. de daar toe betreklijke papieren gaan over - - - - - „62 Doch quam weder terug - - - - - - - - - - - - - „ —. tijd verloopen was. - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 59. Lassasiers Malaitsche bedevaartgangers - - - - - - - - - „ 268. noch een Passasier gaat over - - - - - - - - - „ —. hunne opgaven - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 269. hoe veel verzonden en verkocht - - - - - - - - - - - „ — onderhandelingen met Trevankoor over de levaransie „ 126. stechte hoope tot een ruimere leveransie in 't aanstaan„ portugeesche schepen laaden te Alepe peper - - - - - - „ 133. de leveransie van rijst. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „135. 1700. lb: kardamom naar Nederband gezonden. . . . - „136. de peper leverantie. . . . . . . . . . . . . - Po 125. „de Iaar - - - - - - - - - - - - - - - - - - „132. Produkten het e 110 het schip is gelost. aankomst van het schip vree denburg van kolombo - - - „ 65. en vertrek naar Tutukorijn - - - - - - - - - - - - „— verstrekkingen aan het zelve - - - - - - - - - „ 66. aankomst van drie barken en een sloep van ko„ „lombo met militairen. - - - - - - -- „67. verrigtingen en terug vertrek van de bark de kreeft. - - „ —. van de Bark de Ionge Willem Arnold - - - - „ —. van de bark de Gustaaf - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 68. het smalschip de verwachting heeft een laading peper naar Ceilon gebragt - - - - - - - - - - - - - - „ —. en is daar na om te kruissen gebruikt - - - - - „ —. aan het zelve is een nieuwe breefok verstrekt. . „69. een los gamel is weggedreeven - - - - - - - - - „ —. en een andere aangemaakt - - - - - - - - - „ 70. de schuit van het schip Zeeland is van walliatoore gebragt„ —. en ontdekt dat dezelve verruild was - - - - - - „ 71. daar over is aan den koning van Trevankoor ge„ reparaatsien der Zeil en roei vaartuigen - - - - „ — hoe veel dezelven gekost hebben - - - - - - - „72. komst en vertrek van twee oorlogs fegatten - - - - - - - „ — De Pachter van de alfandigo zend kattoen balen met verstrekkingen aan het Zelve - - - - - . . . . . . . „ —. en van de sloep Gale - - - - - - - - - - . „ — schreeven... . . . de schelde over - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 73. Plaatreekening schikkingen nopens de staatreekening. de goederen met de schelde zijn verkocht behalven hoe veel van de oude partij verkocht is - - - - „ — de nagelen - - - - - - - - - - - - - - - - „102. over den verkoop - – – – – – – – – – – – – – – „ 87: zuivere winsten - - - - - - - - - - - - - - - - - „89. Verkoop uitgeleeverde laadingen uitgeleeverde laading van het schip den Gouverneur laading van het schip Trinkonomale - - - - - „ —. van _=o de Ionge Willem Arnold - - - - „ 80. goederen die in Demerarij gevonden zijn op het kog„ „nossement niet bekend staan - - - - - - - - - „ 81: zijn hier geligt en naar Ceilon gezonden - - - - „ — laading _=o de Schelde - - - - - - „ 75. laading _„o vreedenburg - - - - - - - „ 79. generaal de klerk. . . . . . . - - - - - - - - „ 74. van de bark de kreeft. . . . . . . . . . . . . . „ —. vergelijking tegen de memorie van menage - - - - - „ 198. aanmerking over de winsten en lasten - - - - - - - - „ 199. aantooning der lasten en winsten. . . . . . . . . P=o 197. Timmerasie en reparaatsie het bedraagen van de timmeradie en reparaatsie „ 179: Het Hospitaal is gerepareerd - - - - - - - - - „ — Soldij boeken visitaatsie der soleij boeken - - - - - - - - - - - „ 200. aantooning verkoop . .. . . . . . . . No 63. — „— „194. te - e verkoop van vermolmde nooten. . . . . . . . . . . F=o 102. Vreemde Schepen lijst van vreemde scheepen. . . . . .„241. F: Batavia Aan zijn Hoogedelheid. Den Hoogedelen Proot achtbaaren wyjdgebiedenden Heer M„r Willem Arnold Alting wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene geoktroieerde Oostindische kompanie Goeverneur Generaal De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien. Hoog edele Groot achtbaare Wijdgebiedende Heer, en Weledele Gestrenge Heeren. Brieven en Papieren § „: Den 30„' Oktober Jongstleeden hadden wij ontvangst van brieven het geluk, uwer Hoogedelheeden zeer geeerde letteren van den 10„e september met ende 6
English
Thanksgiving for the qualification for the retention of eleven writers. A new menage regulation remains postponed. The stated expenses were erroneous. with the enclosures according to the register, received by the ship De Schelde, to which we respectfully reply as follows. § 2. For the favorable qualification for the retention of eleven Writers and for the provision of more writing materials for the annual copies, which from now on must be sent to the Netherlands in addition to the old stipulation, we express our humble gratitude. § 3. Although the formulation of a new Menage Regulation must remain postponed until matters here are brought into such order that one can rely on some stability, for which, as far as one can judge the circumstances of the present moment, somewhat more prospect now arises, we nevertheless hope that it will meet with your High Honors' respected approval that we have meanwhile made some further arrangements in this regard, which will be properly indicated in the following annual description. § 4. The statement in the answer to the Patriarchal Extract in our latest description, that the Malabar in the financial year 1785/6 had f 232702.-.- in net excess profits, is in itself correct, for in that financial year the profits amounted to f 500027.-.- the expenses to f 267324.-.- thus there remained f 232703.-.- but in the representation, instead of the aforementioned expenses, the expenses of the preceding financial year were placed by mistake at f 314898.9.8, from which the mistake of f 47573.15.8 pointed out by your High Honors in § 9 arose, for which we humbly beg pardon. § 5. With regard to the expenses of the modest sailing and rowing vessels here, which in the financial year 1787/8 amounted to f 10687.15.-, may we be permitted to note that among them f 3593.8.8 are included for the construction of a new vessel, and that the Memorandum of Menage proposed f 16000.-.- Indies currency or f 12000.-.- Netherlands currency for it. § 6. The required samples of gunny sacks are sent herewith, divided over the ships Vreedienburg and De Schelde, with a report from the Chief Administrator Van Spall, which clearly indicates the condition, size, and prices of the same. § 7. But we are not able to send cardamom plants this time, for the Ministers of Cochin, who had promised their delivery, have failed to do so and excuse themselves with the troubles which the continual raids of troops of Tipu Sultan have caused everywhere in the country, and especially along the mountains; we will, however, do our utmost to deliver them next year. § 8. The charged-back drumlines, cords, and skins with the Drie Gebroeders have been written off here, and notice thereof has been given to the Lords Masters in the Netherlands. § 9. The report of the 64 pieces of broken glass window panes, which were brought to the Head Station with the ship De Batavier and brought here with that same ship, we have had sworn under oath according to the resolution of 20 November last and sent to the Netherlands. § 10. Regarding the remark of your High Honors that on the occasion when the first-signed paid a visit to the kings at Tripunithura no counter-gifts were brought into account, we respectfully submit that the King of Travancore presented a gold chain and two bracelets, and the King of Cochin two bracelets, to the Governor, weighing together sixty-eight pagodas, but that the Governor was obliged, in return, to the servants of the Kings of Travancore and Cochin
Dutch transcription
Dankbetuiging voor de qua„ „lisikaats, se tot de aanhouding van elf pennisten Een nieuw reglement van menasie blijft uitgesteld heden van de ongelden van De stelling van de lasten bij 54 abuis met de bijlagen volgens register met het schip De schelde te ontvangen, waar op wij het volgende in eerbied antwoorden. §2. Voor de gunstige qualifikaatsie tot de aan„ houding van elf Pennisten en tot de verstrek„ „king van meerder schrijfgereedschap voor de Iaarlijxe kopijen, die voorlaan boven de oude bepaaling naar Nederland moeten gezonden worden, betuigen wij onze needrige dank„ „baarheid §, 3. Of schoon het formeeren van een nieuw Reglement van Menase moet uitgesteld blijven, tot dat de zaaken hier in die order zullen gebragt zijn, om op eenige bestendig„ „heid te kunnen staat maaken, waar toe zich zoo veel men over de omstandigheeden van het tegenwoordige tijdstip kan oordeelen, „thans eenig meerder vooruitzicht, opdoed zoo koopen wij echter dat het uwer Hoog„ „draagen, dat wij daar toe inmiddels eenig nadere schikkingen gemaakt hebben, die „edelheeden geeerde goedkeuring zal weg, de zeil en doei-vaartuigen bescheidene zeil en roei- vaartuigen, die bij de ondervolgende Iaarlyke beschrijving, behoorlijk zullen aangeweezen worden. De stelling in de beantwoording van het de voorige beschrijving is ten Patriasche Extrakt bij onze Iongste beschrij„ „ving, dat den Malabaar in het Boekjaar 178 5/6. ƒ 232702. –. aan zuivere overwinsten gehad heeft, is op zich zelve rigtig, want in dat boekjaar bedroegen. ,. de winsten. . . . . . ƒ 500027. — : de lasten - „ 267324. — - dus schooten er ƒ 232763. - – over„ doch in de vertooning zijn in steede van de eevengemelde lasten, bij abuis de lasten van het Boekjaar bevoorens gesteld, met ƒ314898. 9. 8. waar uit het door uw Hoog„ „edelheeden bij § 9. aangeweezene abuis van ƒ47573. 15: 8: ontstaan is, waar over wij ootmoedig verschooning verzoeken. § 5. Met opzicht tot de ongelden van de hier in 't boekjaar 118 7/8. ƒ 10687. 15. -. bedraagen hebben, zij het ons geoorloofd aan te merken, bij dat § 6. De monsters goeni zakken gaan over. Kardamon plantjes, kun„ worden. kontra geschenken van de Koetsiem Het bericht, van stukkende glase ruiten is beeedigd en ver„ de tromlijnen ele zijn afge„ „schreeven en daar van haar Nederland kennis gegeeven dat daar onder ƒ 3593: 8. 8. voor het aan„ „maaken van een nieuwe sjouw begreepen sijn, en dat de Memorie van Menaje, daar voor ƒ 16000. — Indische of ƒ 12000. —. Neder„ „landsch geld voorgesteld heeft De geeischte Monsters van Poeni sakken gaan verdeeld over de schepen vreeden „burg en de schelde nevens deezen over, met een bericht van den Hoofd administra„ „teur van spall, het welk de gesteldheid, groote en prijzen van dezelven duidelijk aanwijst. § 7: Dock wij zijn niet in staat ditmaal kar„ „nen ditmaal niet bezorge„ damons plantjes te zenden, want de Mi„ „nisters van koetsiem, die de bezorging beloofd hadden, zijn in gebreeken gebleeven en verschoonen zich met de troebles, die de geduurige strooperijen van troepen van Tipoe Sultan in de Landen overal en voornaamlijk langs het gebergte veroor„ „zaakt hebben, wij zullen echter ons Oest doen, dezelve aanstaande Iaar te bezorgen. De terug gereekende tromlijnen swaaren. 8„ en vellen met de drie gebroeders zijn hier afgeschreeven, en daar van is aan de Heeren Meesters kennis gegeeven. Het bericht van de 64. stux gebrookene glaze ruiten, die met het schip d' Batavier op de Hoofdplaats en met dat zelfde schip hier aan„ „gebragt waaren, hebben wij volgens resoluut„ „sie van den 20 November jongstleden laaten beeedigen en naar Nederland gezonden. § 10. Op de aanmerking van uwe Hoogedelheeden, „koningen van Tre vankooren dat ter geleegenheid dat de eerstgeteekende een bezoek bij de koningen te Tripontare afgelegd hadden geene tegengeschenken in reekening gebragt waaren, dienen wij in eerbied, dat de koning van Trevankoor een goude ketting en twee armringen en de Koning van Koetsiem twee armringen aan den Boeverneur present gedaan hebben. weegende te zaamen agt en sestig pagoden, doch dat de Goeverneur daar en tegen ge„ „noodzaakt geweest is, aan de Bedienden De van „zonden. 59. 153
English
continuation. Remark concerning our requisition. to distribute three hundred ropijen from the king of Trevankoor, which he has not brought into account, requesting to offset the one against the other. § 11: We respectfully request permission, in response to the remarks of your Right Noblenesses at § 31 regarding the low sales of merchandise, to point out the following for our discharge: § 12. The low sales of merchandise is evidently to be attributed to the low stock thereof, and not to the state of trade here, for had we been more amply provided with sugar and spices, we would have lacked no opportunity to dispose of the same, as we had the honor to testify in those very words at § 77 of our description of 29 March 1789. § 13: We readily grant the argument that however small the supply might have been, the demand ought to have been all the stronger with proportionate profits, but the demand with us has also been strong, since everything has been sold, and the prices of 15 ropijen for the sugar, of six ropijen for the nutmeg, and of eight ropijen for the mace have also been very acceptable. § 14: That our requisition arrived too late last year certainly caused us much regret, especially because the low fulfillment of merchandise is attributed to it; yet, because in the requisition of the previous year, according to which your Right Noblenesses say you had to regulate yourselves, 18,000 lb nutmeg, 2000 lb mace, 4000 canassers powder sugar, and 1000 canasters candy sugar had been requested, we certainly might have expected a more ample fulfillment of these three articles, if the scarcity of the same at the Main Office had permitted it. And regarding the sale of sugar for cash. The reminder of your Right Noblenesses that if only the sale of sugar for cash could take place, trade on the Malabaar would become more and more unfavorable, since the sugar primarily had to serve to dispose of the spices for cash at the same time, seems to be based on the supposition that the sugar trade in itself is detrimental to the Company, and against this hypothesis quite a lot could be said, but we need not expound on that here, since we ourselves have repeatedly cited that the sugar also serves here to promote the sale of the cloves, and this was particularly said by us also in our description of the year 1788, where at § 146 we clearly cited regarding the aforementioned requisition that if your Right Noblenesses could send two thousand canasters of sugar more, we requested twenty thousand pounds of cloves more, and this was stated in the most positive manner in our description of the previous year or of 20 March 1787, § 151, where, after having complained in the three preceding paragraphs about the lack of demand for cloves, we presented sugar as the sole means to promote their sale. Our proposal in this matter is so clear and at the same time so decisive that we request permission to repeat that entire paragraph here verbatim. § 151: A large supply of sugar will therefore still be the only means to favor the sale thereof of the cloves somewhat in the coming year, and in that hope, with our present remainder of 48750 lb, we have requisitioned another 20000 lb of that spice along with six thousand canassers of powder sugar, and we therefore humbly request that especially this requisition of ours for sugar be fully satisfied. § 16. All effort toward an ample pepper delivery is fruitless. The complaints and remarks of your Right Noblenesses concerning the bad pepper delivery are only too well founded, but all our effort to move the king of Trevankoor to a more ample delivery is fruitless, and we fear rather that the same will gradually decrease even more, about which the first undersigned will further confer with your Right Noblenesses in his secret dispatches, while hereafter in its proper place it remains to be pointed out that we have exhorted the King and his Prime Minister thereto on every occasion. § 17: In response to the remark of your Right Noblenesses at the end of the 35th paragraph: The proven assistance to Ceilon was necessary. That we should not have used so much condescension for the Ceilon demands, but should first have considered the state of our monetary resources. May it be permitted us to observe, on the one hand, that the Ceilon Government would have gotten into the utmost embarrassment if we had not supported it with all our power, of which the decay of the linen trade on the Madura coast would have been an unavoidable and the loss of our exclusive right thereto a probable consequence, which the Ministers fully confessed in their secret letters of 11 October 1785, 15 September 1786, and 31 January 1787, and the Tutukorin Servants in secrets of 19 August 1785, 22 September, and 18 December 1786, which was then also approved by your Right Noblenesses in esteemed Missives of 21 November 1786, § 33.
Dutch transcription
11/14 reedenen nopen, den geringen vervolg. Aanmerking nopens de. onze Eisch. van den koning van Trevankoor drie hon „derd ropijen uit te deelen, die hij niet in reekening gebragt heeft, verzoekende het een tegen het anderen te reskontreeren. § 11: wij verzoeken eerbiedig verlof, op de aan „merkingen van uwe Hoogedelheeden bij § 31: omtrend den geringen verkoop van koopmanschappen het volgende tot onze decharge te mogen aanwijzen § 12. De geringe verkoop van koopmanschappen verkoop van koopmanschappen is baarblijklijk toe te schrijven aan den geringen voorraad van dezelven, en met aan den mijnen den staat van den handel= alhier, want indien wij van suiker, en specerijen ruimer voorzien geweest waaren„ zoo had ons geene geleegenheid ontbrooken, dezelven van de hand te zetten, zoo als wij de eers gehad hebben dit met die eigenste woorden bij §. 77. van onze beschrijving van den 29 Maart 1789 te betuigen § 13: wij stemmen het argument dat hoe gering de aanbreng ook geweest waare hoe sterker de trek met geproportsioneerde. winsten moest geweest zijn gaarne toe, doch de aftrek is bij ons ook sterk geweest, wijl alles verkocht is, en de prijzen van 15: rd„ „pijen voor de siaiker van ses ropijen voor de Nooten en van agt ropijen voor de Foeli zijn meede zeer aanneemlijk geweest. § 14: Dat onze Eisch voorleeden Iaar te laat geringe voldoening van gekoomen is, heeft ons zeeker zeer leed. gedaan, voor al, wijl daar aan de geringe voldoening van koopmanschappen. toegeschreeven word; doch, wijl bij den Eisch van het Iaar bevoorens, waarna uw Hoogedelheeden zeggen zich te hebben moeten reguleeren 18'000 lb Nooten, 2000 lb: foeli 4008. kanassers poeder zuiker en. 1000. kanasters kandij zuiker geeischt waaren, zoo hadden wij zeeker eene rui„ „mere voldoening van deeze drie Arti„ „kels mogen verwachten, indien de schaars„ „heid van dezelven ter Hoofdplaatse zulx had willen toelaaten hoe De en nopens den verkoop De herinnering van uwe Hoogedelhee„ van suiker tegen kintanten,„ den dat indien alleen de verkoop van suiker tegen kontanten kost geschieden de handel op de Malabaar meer en meer disfavorabel wierd, wijl de suiker voor „naamlijk moest dienen, om daar door tevens de specerijen tegen kontant van de hand te zetten, schijns gebouwd te zijn op de veronderstelling, dat de suiker handel op zich zelve voor de komp nadeelig zij, en tegen deeze hijpothese zoude vrij veel te zeggen vallen, doch wij behoeven hier daar over niet uit te wijden, wijl wij zelve te meermaalen aangehaald hebben dat de suiker hier meede diend, om den de bieb van de Nagelen te bevorderen, en dit is inzonderheid door ons gezegt ook noch bij onze beschrijving van het Iaar 1788: waar wij § 146. duidelijk nopens den evengemelden Eisch aangehaald hebben dat indien uw Hoogedelheeden twee duizend kanasters suiker meer kosten 15. Een ruime voorraad van suiker zal dus noch het eenigste middel zijn, om den vertier daar van /: van de Nagelen:/ in het aanstaande Iaar, noch wat te begunstigen, en in die hoop hebben wij bij ons tegenwoordig restant van 48750. lb. noch 20000. lb: van die specerije geeischt bij ses duizend Kanassers poeder suiker, zenden, wij twintig duizend ponden Nagelen meer verzochten, en dit is op de allerstelligste wijze geposeerd, bij onze beschrijving van het Iaar bevoorens of van den 20.sten Maart 1787. §, 151. waar wij na in de drie voorgaande paragraphen over de ongewildheid der Nagelen geklaagd te hebben, de suiker als het eenigste middel tot bevordering van dies sleet opgeeven, onzen voorstel is ten deezen zoo duidelijk en tevens zoo beslissend dat wij verlof verzoeken, die heele paragraaph hier woordelijk te repeteeren. § 151: zenden en 116 § 16. alle moeite tot een mime peper leveransie is vrucht „loos. de beweezene hulpe aan Ceilon „en wij verzoeken derhalven ootmoedig dat vooral deeze onze Eisch van suiker ten vollen voldaan worde De klachten en aanmerkingen van uwe Hoogedelheeden over de slegte peper leverantsie zijn maar al te zeer gegrondt, doch alle onze moeite, om den koning van Trevankoor tot een ruimere leverantsie te beweegen, is vruchtloos, en wij vreezen veel eer dat dezelve gaande weg noch meer verminderen zal, waar over de Eerstgeteekende uw Hoogedelheeden bij zijn sekreete berichten nader zal onderhouden terwijl hier na op zijn: plaats staat aan „geweezen te worden, dat wij den Koning en zijnen Eersten Minister bij alle ge „leegenheid daar toe vermaand, hebben § 17: Op de aanmerking van uwe Hoog is noodzaakelijk geweest, Edelheeden aan het einde van de 35. paragraaph. Dat wij zoo veel Condescendance voor de Ceilonsche eischen niet hadden „moeten gebruiken maar alvooren. den staat van ons geld vermoogen. overweegen. zij het ons vergunt aan te merken, aan de eene zijde dat het Ceilonsche Goever„ „nement in de uiterste verleegenheid zoude geraakt zijn, indien wij hetzelve met met al ons vermogen ondersteund hadden, waar van het verval van den lijnwaat„ „handel op de Madureesch kuste een onvermijdelijk en het verlies van ons exklusief recht daar toe een waarschijn„ „lijk gevolg geweest zijn zoude, het geen. de Ministers bij hunne sekreete brieven van den 11. Oktober 1785. 15. september 1786. en 31. Ianuari 1787. , en de Tutuko„ „rijnsche Bedienden bij sekreeten van den 19 Aug„s 1785. 22. September en 18. december 1786. volmondig beleeden hebben het geen toen ook van uwe Hoogedelheeden geapprobeerd is, bij geeerde Missives van den 21. November 1186: §: 33. moeten 30.