Inventory 3910
Japan · 526 pages · 274 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
580 2 No 466 1st Part of the Secret Incoming Letterbook Sent over: 1791 Batavia To the Right Honorable, Valiant, and Most Worshipful Lords, Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Honorable, Valiant Councilors of the Dutch East Indies. Secret To His Right Excellency, the Right Honorable, Valiant, Most Worshipful, and Honorable, Valiant Lords. Paragraph 53: Living in hope that our respectful secret advices of 20 May last, dispatched with the ship Het Loo via Java, will be delivered in due time, we now have the honour dutifully to bring to Your Right Excellencies knowledge, as a sequel to what appears in our aforementioned letter from Paragraph 8 to 37 inclusive, with respect to Paragraph 54: the clove cultivation, that the Regents of the residency of Saparoua and Nussalaut, having been sounded out on whether they were inclined to approve the proposal made to them to fix the delivery of cloves on a permanent footing, have shown no inclination thereto, but, just like those of this main Castle, have declared that they would much rather undergo a further extirpation than, in the event of large crops exceeding the delivery of 1400 bahars, receive only half in money for it, as Your Right Excellencies will be pleased to find reported more fully in the secret letter of the Merchant Blondeel, dated 5 June last, marked with No 6, which is transmitted in copy among the appendices. Paragraph 55: While those of the residency of Hila, according to what was recorded by the provisional resident Koenes in his secret letter of 11 August last, likewise transmitted among the appendices under No 6, have declared not to wish to oppose the regulation that would be made regarding this, yet at the same time stated that they regret that the Company could no longer accept large clove crops as previously, because they had to derive their primary livelihood from an opulent clove delivery. Paragraph 56: From which we trust it will more fully and clearly appear to Your Right Excellencies that our project for a fixed clove delivery is in general greatly repugnant to the native and therefore not advisable to force him to it, as it were. Paragraph 57: But much more serviceable, whenever experience teaches that the upcoming crops are still too large to be sold, to proceed then to the less hateful means of a further extirpation; we, however, gladly submit our opinion in this matter to Your Right Excellencies far wiser judgment and discernment. Paragraph 58: Meanwhile we have the pleasure of being able to inform Your Right Excellencies now that, by Saparouas resident Blondeel, the commission assigned to him along with the other residents of the spice-yielding residencies for the extirpation of the clove trees that are found in the datis of his residency in excess of the permitted 50 pieces of fruit-bearing trees, etc., has been carried out, and by his associates there have been felled in the datis of the negorijs of Saparoua and Nussalaut: 21795 pieces fruit-bearing, 6698 pieces half-grown and [illegible] young, or 23751 pieces of trees in total. Paragraph 59: Among which number, however, also belong those that were found in 184 extinct datis, according to the sworn report of the aforesaid Merchant Blondeel and associates, inserted into the secret resolution of 29 June, to be found under the appendices under No 3, to which we respectfully refer herein, and from which we only mention in a single word that on that occasion no tatanamangs or private plantings of clove trees were discovered, as, according to the statement of the Regents, they have already for a long time been included in the clove census and thereby their fixed number of trees was surpassed. Paragraph 60: While by the aforementioned resident Blondeel it was further maintained that the half-grown and young trees were all private plantings, since the native has had no order since the year 1780 to be allowed to plant any trees; which we may not omit to mention herewith for Your Right Excellencies speculation, as it also seems very probable to us, upon which we shall therefore also be attentive in the future and prohibit all further planting until further orders, if Your Right Excellencies approve, since that measure has already been proposed to Your Excellencies by our submissive letter of 15 June 1787, without any conclusive answer having followed as to whether that proposal was approved or rejected. Paragraph 61: At Laricque, meanwhile, according to our order given to the resident there, the Junior Merchant Martens, the tatanamangs or privately planted fruit-bearing clove trees discovered by the Clove Commission have also been felled to a quantity of 1856 pieces. Paragraph 62: And in the dusuns of the negorijs under the jurisdiction of this main Castle, upon the census of the clove trees, there were likewise found outside the datis: 1049 pieces clove trees of various sorts, besides another 60 ditto that were detected in a private dusun of the former raja of Nussanie, Anthonij de Soijsa, across from this main Castle at Hatoe, and do not belong to any of the datis of that village, as appears from the sworn reports received concerning this and inserted into the secret resolutions of 29 June and 15 of this month. Paragraph 63: The total number of clove trees felled in this year, which were discovered in the datis of the respective clove-producing districts outside Hila in excess of the fixed number of 50 pieces of fruit-bearing trees, thus amounts together to a handsome number of 28746 pieces, namely: 23751
Dutch transcription
580 „ 2 No 466 1e Deel van't Secreet Inkomend Briefflk Overgek: 1791 Batavia Den Hoog Edelen Gestrengen root Achtbaren 7: eere:/ O Willem Arnold Siling. gouverneur generaal J: Cieuen De wel Edele Gestrenge Raden van Nederlands India benevens Secreet Aan zijn Hoog Edelheid Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Wel Edele Gestrenge 7: Cueren § 53: Jnhope levende dat onse erbiedige Secrete advisen van den 20. Maij J: Leeden met 't schip P L00: over Java afgezonden ter zijner tijd besteld zullen wezen, geven wij ons thans de eere uw Hoog Edelhedens schuldpligtig ter kennissite brengen tot een vervolg van het geene voorkomt bij onze evengemelde letteren sub §8: tot 37: inclusive tot ten opzigte §54: der Nagul Cultivre dat de Regenten van t Comptoir Saparoua en Nussalaut gepolst zynde of zy genegen waren te homologee„ „ren de aan hen gedaanen voorstel om de Nagul leverantie op een vasten voet H Ceere en te bepalen, zij daar toe geene genegenheid betoond maar even als die van dit hoofd Casteel betuigd hebben veel liever een nadere extirpatie te willen ondergaan als om bij groote gewassen de leverantie 1400: Bharen te boven gaande daar voor slegts de helft in gelde te ontvangen zo als uw Hoog Edelhedens zulx des gelievende beieder vermeld zullen vinden bij den onder de bijlagen in Copia overgaande secreeten brief van den koop „man Blondeel gedateert 5: Junij l: leden gemerkt met N„o 6: § 55: Terwijl die van 't Comptoir 7: Cila na 't genoteerde door 't p„s hoofd koenes bij deszelv almede onder de bijlagen sub n„o 6 overgaande secreete brief van den 11: Augustus 1l verklaard hebben zig niet te willen aankanten tegens de bepaling die daar omtrend gemaakt zoude worden, dog daar bij ook tevens dat het hen leed doed dat de Comp„ de groote Nagul gewassen, gelijk voor dezen, niet meer, konde accepteeren, dewyl zij §56: waar uit wij vertrouwen dat uw Hoog Edelhedens nader en ten vollen zal blijken dat ons project tot een bepaalde Nagul leverantie den Inlander in 't gemeen grotelijks tegens de borst stoot en dus niet raadzaam om hem daar toe als t ware te dringen §57: Maar veel dienlijker om wanneer de ondervinding leerd dat de aanstaande ge„ „wassen nog te groot zijn om verlied te kunnen worden als dan over te gaan tot heb min hatelijker middel eener nadere extirpatie, wij onderwerpen ons gevoelen hier §58 Intusschen hebben wij het genoegen uw Hoog Edelhedens thans te kunnen be„ „rigten dat door Saparouas hoofd Blondeel de hem nevens de overige hoofden der specirij geevende Comtoiren opgedragene Commissie tot 't extirpeeren der Na„ „gul bomen welke in de datijs van zijn Comtoir boven de gepermitteerde 50. p„s vrugtdragende gevonden worden etc is verrigt en door C: S: zijn omgeveld in de 21795. p„s vrugtdragende 6698: „ halfwasserne en uaudiun Jonge, of 23751: P„s Bomen tezamen datijs die Negorijen van Saparoua en Nussalaut omtrend igter gaarne aan uw Hoog Edelhedens veel wijser oordeel en doorzigt hun voornaamste bestaan moesten hebben uit een opulente Nagul levirantie §59 onder welk getal egter ook gehooren die, dewelke in 184: uitgesturvene datijs gevonden zijn, ha luid beëdigt rapport van voorsz koopman Blondeil C: s: geinsereerd in de secreete resolutie van den 29 Junij onder de bijlagen te vinden sub n„o 3 waar aan wij ons in dezen met eerbied rifereeren en daar uit nog met ein enkeld woord aan §63 Het geheele getal der in dit jaar omgevelde Nagul bomen welke boven 't paalde getal van 50. stuks vrugtdragende in de datijs der respective Nagulgueven „de in de datys der respective Nagul gevende districten buiten Hlila ontdekt zijn bedraagt dus tezamen een fiaaij nomber van 28746 stuks namelijk § 62: En dedousjongs der onder dit hoofd Castal sorteerende Negorijen de bij den opneem der Nagulbomen almede buiten de datijs gevondene 1049 p„s Nagulbomen in zoort, buiten nog 60 „ _o die in een particuliere doussong van den oud radja van Nussanie Anthonij de Soijsa aan de overwal van dit hoofd Casteel te Hatoe opgespeurd zijn, en tot geene der datijs van dat dorp gehooren uitwijsens de diendwegen ingekomene en ter secreete Resolutie van den 29 Junij en 15 dezer geinsereerde en Beedigde Rapporten §61: Te Laricque zijn ondertusschen navolgens onze gegevene ordre aan 't hoofd aldaar den onderkoopman Martens ook omgeveld de bij de Nagul Commissie ontdekte Patanamangs of particuliere aangeplants vrugtdragende Nagal bomen tot een quantiteid van 1856: p:s § 60. Terwijl door gem: hoofd Blondiel daar bij nog gesustineerd is dat de half„ „wassene en jonge bomen alle particuliere aanplantingen waren alzo den Inlander ze„ „dert Ao 1780 geen ordre heeft gehad eenige bomen te mogen aanplanten; was wij niet mogen afzijn zulx hier bij ter speculatie uwer Hoog Edelheedens aan te haalen; als ons, mede zeer waarschijnlyk voorkomende in waar op wy der ook in 't vervolg attent zullen wezen en alle verdere aanplanting tot nadere ordre interdiceeren zo uw Hoog Edelhedens goedkeurd, dewijl Voogst Dezelve dat middel reets is voorgedragen bij onse submisse letteren van den 15: Junij 1787: zonder dat daar op eenig besluitend antwoord is gevolgd of die voordragt ge„ „approbeert of afgekeurde halen dat bij die occagie geene Tatanamangs of particuliere aanplantingen van Nagulbomen ontdekt zijn, als zynde na de opgave der Regenten reets zedert lan„ „gen tijd in de Nagul beschrijving ingetrokken en daar door hun bepaald getaal bomen gesurpasseert. halen 23751 -
English
L: of Sponen 23751 pounds at Saparoua in Nussalaut 1952 pounds at Laucque 1109 pounds at this main Castle and 4934 at Haroeko, making together as stated 28746 2nd pounds Section 64: We cannot doubt that Your High Nobilities will consider the eradication of these spice trees as well done and agreeable, the more so because not the slightest complaints in this regard have come before us. Section 65: As also that we have consented to the presented reasonable request of the Regents of Hila, to the end that the clove extirpation there might remain postponed until after the harvest of the present crop, for such pressing reasons as are set forth at large in the common resolution by circular inquiry of the date of 15 September; to which we refer ourselves with all respect, in the hope that Your High Nobilities may view this indulgence in the most favorable light and approve our course of action in this matter. Meanwhile, we take the liberty to call ourselves with deep respect, Below stood: High Noble, Rigorous, Great Honorable Gentlemen and Right Noble Rigorous Gentlemen; lower: Your High Nobilities' humble and obedient servants; was signed: I: A: Schilling, B: Smissaert, Fostrowkij, J: V: Cogerwaard, W: I: de Bourghelles, L: van Jperen, I: L: Brutz, and I: D: van Clootwijk. In margin: Amboina in the Castle Nieuw Victoria, 28 September Anno 1789. Correspondence Concerning the rebel Noekoe, correspondence has been held with the Gentlemen Governors of Ternate and Banda. A speculative Arabic note having been received from Roemasoal, a copy of its translation has been sent to the Gentleman Governor of Ternate. According to its content, Noekoe and associates wish to attack Sawaij. He is said to have received a letter from the English. Urgent request of the writer that Noekoe may be subdued by a Hongi fleet. Noekoe with his following persists in their rebellion. The Gentleman Governor in Ternate encouraged to blockade the rebel Noekoe in the river Kaijpolko by a Hongi fleet of the King of Tidore. Since he will not easily leave that river. Reasons why. Those of Waygama can then also be punished at the same time for their piracy. Request for the reclamation of 6 brass swivel guns. The rebel Noekoe fled to the river Caijpokko at Romasoal with 2 vessels. The Ceram people are said to have deserted him, except those of Kelteloehov and Goram. His force is small. The former orang kaya of Koelor sent to Roemasoal to claim the cannon of the wrecked bark Batavias Welvaren from the King of Salwatti. Where the rebel Noekoe arrives fleeing with 2 vessels. The rebel Noekoe wishes to send the former orang kaya of Koelor to Saway with the letter to the Governor. Deliberates thereupon with his advisors. Who advise him against this. Intention to murder the former orang kaya of Coelor with the crew of a chiampang brought in by those of Waygama. The former Coelor orang kaya takes flight to Sawaij. Salwatti devastated by the Tidore Captain Goelamanis and the Sangaji of Pattani. 6 brass swivel guns from the wrecked bark Batavias Welvaren taken along by them. Crosses over to the river Kaijpolko. Ceram people Alphabetical Index of the Marginals to the Separate Letter to Their High Nobilities of 28 September 1789 Aru Coomans. First sworn clerk Agrees Fortification Checked
Dutch transcription
L: van Sponen 23751: p:s te saparoua in Nussalaut 1952: „ „ Laucque 1109 „ „ aan dit hoofd Casteel en 4934 te Haroeko, of te zamen gelijk gezegt 28746. 2„ds § 64: wij mogen niet twijffelen of uw Hoog Edelhedens zullende introeijing dezer specerij bomen voor wel gedaan en aangenaam houden, te mierder ons geene de minste klagten derwegens voorgekomen zijn §65: gelijk ook dat wij bewilligd hebben in 't voorgedragene billijk verzoek der Re„ „ginten van Hila ten einde de Nagul extirpatie aldaar iitgesteld mogte blijven tot na den inzaam van 't presente gewas, om zodanige drang reedenen als in 't breede vermeld staan bij de gemeene resolutie van tondvrage de dato 15. september; waar aan wij ons met alle eerbied refereeren, in hope dat uw„ Hoog Edelhedens deze toegevendheid in 't gunstigste ligt betchouwen en onze handelwijze in dezen billijken mogen Intusschen bevrijmoedigen wij ons met diepe eerbied te noemen /:onderstond:/ Hoog Edelen gestrengen groot Achtbaren Heere en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelhedens onderdanige en gehoorzame dienaaren /:was geteekend:/ I: A: Schilling, B Smissairt, Fostrowkij, J„: V Cogerwaard, W: I: de Bour„ „ghelles, L: van Jperen, I L: Brutz en I: D: van Clootwijk. /:in marginne:/ Amboina in't Casteel Nieuw Victoria den 28 Septem„ „ber Ao 1789. — Correspondentie over den rabel Noekos is met de Heeren gouverneurs van Ternaten en Banda gecorrespondeert - - - - - - - - - - - - - - - van een speculatief Arabisch briefje van Roemasoal ontvangen een afschrift van dies Translaat de Heer Ternaats gouverneur toegezonden - - - „ na dies inhoud wil Noekoe C:s: sawaij attacqueeren - - - - - - in zou een brief van de Engelsche ontvangen hebben - - - - - instantie van den schrijver dat Noekoi door een Hongyj vloot te ondergebragt mag worden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - _ _ „ Noekoe met zijn aanhang volharden in hunne ribellie - de Heer gouverneur in Ternaten geamimeerd om den reebel Noekoe in de rivier kaij„ „polko te bezetten door un Hongij vloot van Sidors Koning. dewijl hij die rivier niet ligtelijk zal verlaten. redenen waarom- - „ die van way gaina kunnen dan ook te gelijk over hunne roveri gestraft worden verzoek tot reclameering van 6 metale draaijbassen - - „ den Rebel Noekor na de rivie Caijpokko te Romasoal gevlugt met 2 vaartuigen di Cirammers zouden hem afgevallen zijn, buiten die van kelteloehov en goram - - - - - „ zijne magt gering - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ den oud orangkaij van koelor na Roemasoal gezonden om 't geschut van 't verongs„ „likte barcq Batavias welvaren van den koning van salvatt, afte vorderen„ daar den rebel Noekor komt vlugten met 2 vaartuigen - - - . divikibel Noekoe wil den oud orangkay van koelor na Saway zenden met den brief aan den gouverneur - - - - - - - - - - - beraadslaagt zig daar over met zine Cucaturen - - - - - - - - - - -„ die hem zulx afraden - - - - - - - - - - - -- voorneemen om den oud orangkayj van Coelor te vermoorden met het volk van een Chiampang door die van waygama, opgebragt - - - - - - den oud Coeloes orangkaij neemt de vlug:t na sawaij - - -- -- salwattij verwoest: door den Tidors Capitain goelamanis en Singhadjie van Pattanij„ 6 metale draanbassen van de verongelukte barcq Batavias welvaren steekt over na de rivier kaijpotko - - – – – – - - - - - - - - - - - - „ Cerammers Alphabelisch Register der Marginalen op de Aparte brief aan Hun Hoog Edelhedens van den 28 September Aru Coomans. Eerste gezwktert Accordeert Fortificatie 1789 door hen mede genomen. –– – – – – – – – – – – „ - „ „ 1 ƒ2 12 12 „ „ „ 12 - -- - - - - -- Nagezien
English
L: van Wporen 23751 pieces in Saparoua and Nussalaut 1952 pieces in Laucque 1109 pieces at this main Castle and 1934 at Haroiko, making together, as stated, 28746 2nd § 64: We cannot doubt that Your High Noblenesses will consider the destruction of the spice trees well done and agreeable, the more so as not the slightest complaints have occurred to us in this regard. § 65: As also that we have assented to the reasonable request submitted by the regents of Hila, to the end that the clove extirpation there should remain postponed until after the gathering of the present crop, for such compelling reasons as are broadly stated in the general resolution of the circular inquiry of 15 September; to which we refer with all respect, in the hope that Your High Noblenesses will view this leniency in the most favorable light and approve our course of action in this matter. Meanwhile, we take the liberty to call ourselves, with deep respect, Below stood: High Noble, Rigorous, Grand Honorable, and Right Noble Rigorous Gentlemen. Lower: Your High Noblenesses' humble and obedient servants. Was signed: I: A: Schilling, B Smissairt, Fostrowkij, Jo VCogerwaard, W: D: de Boghelles, L: van Iperen, I L: Brutz, and I: D: van Clootwijk. In the margin: Amboina, in Castle Nieuw Victoria, the 28 September Anno 1789. Correspondence Regarding the rebel Noekoe, correspondence was held with the Gentlemen Governors of Ternate and Banda From a speculative Arabic note received from Roemasoal, a copy of its translation was sent to the Governor of Ternate According to its content, Noekoe and associates want to attack Sawaij He is said to have received a letter from the English Urgent request of the writer that Noekoe may be subdued by a Hongi fleet Noekoe and his followers persist in their rebellion The Gentleman Governor in Ternate encouraged to blockade the rebel Noekoe in the river Kaijpolko by a Hongi fleet of the King of Tidore Because he will not easily leave that river Reasons why Those of Waygama can then also be punished at the same time for their piracy Request to reclaim 6 brass swivel guns The rebel Noekoe fled to the river Caijpokko at Roemasoal with 2 vessels The Ceram people are said to have deserted him, except those of Kellilochor and Goran His power is small The old orangkaya of Koelor sent to Roemasoal to demand the artillery of the wrecked bark Batavias Welvaren from the King of Salwatty Where the rebel Noekoe arrives fleeing with 2 vessels The rebel Noekoe wants to send the old orangkaya of Koelor to Sawaij with a letter to the Governor Deliberates thereon with his followers Who advise him against it Intention to murder the old orangkaya of Coelor with the crew of a chiampang brought in by those of Waygama The old Coelor orangkaya takes flight to Sawaij Salwatty devastated by the Tidore Captain Goelamanis and the Sangaji of Pattani, 6 brass swivel guns of the wrecked bark Batavias Welvaren Crosses over to the river Caijpokko Ceram Alphabetical Register of the Marginals to the Separate Letter to Your High Noblenesses of 20 September 1789 Ari Coomans First Sworn Clerk Agrees Fortification Examined Taken along by them
Dutch transcription
L: van Wporen 23751: ps te Saparoua en Nussalaut 1952: „ „ Laucque 1109 „ „ aan dit hoofd Casteel en 1934 — te Haroiko, of te zamen gelijk gezegt 28746. 2„d § 64: wij mogen niet twijffelen of uw Hoog Edelhedens zullende intwoijing d Spicerij bomen voor wel gedaan en aangenaam houden, te mierder ons ge minste klagten derwegens voorgekomen zijn §65: gelijk ook dat wij bewilligd hebben in 't voorgedragene billijk verzoek de „genten van Hila ten einde de Nagul extirpatie aldaar uitgesteld blijven tot na den inzaam van 't presente gewas, om zodanige drang als in 't breede vermeld staan bij de gemeene resolutie van rondvrage 15. September; waar aan wij ons met alle eerbied refereeren, in hope de Hoog Edelhedens deze toegevendheid in 't gunstigste ligt beschouwen handelwijze in dezen bellijken mogen Intusschen bevrijmoedigen wij ons met diepe eerbied te noemen /:onderstond:/ Hoog Edelen gestrengen groot Achtbaren 7 en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelhede onderdanige en gehoorzame dienaaren /:was geteekend:/ I: A: Schi B Smissairt, Fostrowkij, J„o VCogerwaard, W: D: de Bo „ghelles, L: van Jperin, I L: Brutz en I: D: van Clootwijk /:in marginne:/ Amboina in't Casteel Nieuw Victoria den 28 Se„ „ber Ao 1789. — Correspondentie over den rebel Noekos is met de Heeren gouverneurs van Ternaten en Banda gecorrespondeert - - - - - - - - - - - - - - - „ van een speculatief Arabisch briefje van Roemasoal ontvangen een afschrift van dies Translaat de Heer Ternaats gouverneur toegezonden - - - „ na dies inhoud wil Noekoe C:s: sawaij attacqueeren - - - - - - in zou een brief van de Engelsche ontvangen hebben - - - - - instantie van den schrijver dat Noekoe door een Hongy vloot te ondergebragt mag worden - - - Noekoe met zijn aanhang volharden in hunne rebellie - - de Heer gouverneur in Ternaten geamimeerd om den rebel Noekoe in de rivier kaij„ „polko te bezetten door een Hongij vloot van Sidors Koning - - - - - -„ dewijl hij die rivier niet ligtelijk zal verlaten. . . . . . . . redenen waarom - - - - - -- die van way gamd kunnen dan ook te gelijk over hunne koveryj gestraft worden verzoek tot reclameering van 6imetale draaijbassen - – – – – – – – – – – – – – – – – „ „ den Rebel Noekor na de rivier Caijpokko te Roemasoal gevlugt met 2 vaartuigen 8 10 de Carammers zouden hum afgevallen zijn, buiten de van kellilochor en goran - - - „ 11 zijne magt gering - - - - - - - - - – - - - - - - - - - - - - - „ den oud orangkaij van koelor na Roemasoal gezonden om 't geschut van 't verongs„ „lukte barcq Batavias welvaren van den koning van salwattn afte vrderen„ daar den rebel Noekor komt vlugten met 2 vaartuigen - - - - dinteebel Noekoe wil den oud orangkay van koelor na Saraey zenden met den brief E aan den gouverneur - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ beraadslaagt zig daar over met zijne Cicaturen - - - - - - - - - die hem zulx afraden - - - - - - - - – – voorneemen om den oud orangkay van Coelor te vermoorden met het volk van een Chiampang door die van waygama, opgebragt - - - - - - den oud Coeloes orangkaij neemt de vlugt na sawaij - - -- — salwattij verwoest: door den Tidors Capitain goelamanis en Singhadje van Pattanij, 6 metale draaybassen van de verongelukte barcq Batavias welvaren: steekt over na de rivier baijpotko - - – – – – – - – - - - - - – – - - „ -– – – –„ Cerammees Alphabelisch Register der Marginalen op de Aparte brief aan Hun Hoog Edelhedens van den 20 September 1789 Ari Coomans Eerste gezwktert Accordeert Fortificatie Nagezien door hen mede genomen - - - - - - - - - - - - - - - -- „ 7 119 125 „ -
English
Fortification works Continuation of Robberies of the Papuans for which reason no suitable placement of the cannon on the batteries of this Castle was sent off in the spring - - - - 139 the one made by the Artillery Lieutenant Hausman is now being sent under the enclosures of the general letter. - - - - - - - - - 140 Hongi /: small/ the chiefs of Hila and Haroeko excused from doing the small Hongi for reasons - which it is hoped will be deemed satisfactory - - - - - - - - - 134 Nutmeg Cultivation the regents of this main Castle the nutmeg cultivation recommended with all earnestness - - - - - 135 the orangkaya of Ema excuses himself from this along with his subordinate villages Roetong and Hoekoerila - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 135 recommendation to the regents for the delivery of the ripe nutmegs with their mace - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 136 promise made regarding this - - - - - - - - - - - - - - - - - - 136 the small delivery shown - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 137 the reasons given for this are based in truth - - - - - - - 138 How many have been delivered, are sent to Batavia, and how many have been issued to the shopkeeper for household use - - - - - - - - - - - - - - - trusting that Their High Excellencies may approve this - - - 138 Robberies of the Papuans. the Expedition to the North Coast of Ceram did not turn out as wished - - - - - 83 due to insurmountable difficulties - - - - - - - - - - - - - - - - 84. no pirate vessel of the Papuans or other marauders discovered - - - - - - - - 84 on the hinterland of Bouro, however, 3 pirate vessels have abducted several people - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 85 suspicion by which those robberies are favored - - - - - - - - - 86 Bouros Resident ordered to state by what means the robberies of the Papuans can be hindered - - - - - - - - - - - - - - - - 88 received considerations of the same - - - - - - - - - - - - 89 proposal to assist the people of Amblau with some muskets, powder, and lead. 93 request for assistance of people for the founding of a new Christian village at Bouro - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 95 declined - - - - - - - - - - - - 96 with orders to carry out the cruising with their own forces - - - - - 97 suspended the request to assist the people of Amblau with muskets, powder, and lead - - - - - - - - - - - 98 reasons asked why no similar proposal was made on behalf of the coastal peoples of Bouro - - - - - - - - - - - - - - - - reasons given for this - - - - - - - - - - - - - - - - - - 100 and found acceptable - - - - - - - - - - - - - - - - - - 101 Bouros resident to be qualified, upon approval of Their High Excellencies, to assist the people of Amblau with muskets, powder, and lead against a capital advance - - - § 102 penalty set against those of Amblau departing otherwise than combined to the backlands of the island of Bouro - - - - - - - - - - - - - - 103 reason for its necessity - - - - - - - - - - - - - - - 104 how many Papuan pirate vessels have been discovered behind Bouro - - - - - - - - - - 102 the young Orangkaya of Kelang has fought against 2 Papuan kora-koras and shot dead and wounded some of those marauders - - - - 102 remark regarding this - - - - - - - - - - 103 First Sworn Clerk A. van Cooman Continuation Separate To His High Noble, Severe, and Grand Honorable Lord Willem Arnold Alting Governor-General and the Honorable Severe Lords Councilors of the Netherlands East Indies at Batavia To His High Noble, Severe, and Grand Honorable Lord along with the Honorable Severe Lords. In my humble spring letter dated 31 May, I assured Your High Excellencies that I would take care that § 79. the Small Hongi by the chiefs of Saparoua, Hila, and Haroeko would take place precisely every year according to the order for the legal inspections. § 80. In continuation of this main section, I now find myself obliged to bring to the knowledge of Your High Excellencies that I have had to excuse the present provisional chiefs of Hila and Haroeko, the junior merchants Koenes and Van Hasselt, from carrying out that Hongi for this year on account of the fundamental reasons put forward by them; the first namely because in this monsoon there is such a heavy surf on the other side that no orembays can lie there without great danger, and most chiefs besides are not provided with cruising orembays; and the other because the beaches
Dutch transcription
Fortificatie werken Vervolg van Roverijen der Japoen om welke reden geen geschikten plaatsing van tCanon op de batterijen van dit Casteel in 't voorjaar afgezonden is - - - - „. 139 - de gemaakte door den Arthillerij lieut:d Hausman gaat thand onder de bijlagen van den gemeenen brief over. -- – – – – – – – – – „ Hongyj /: klime/ de hoofden van Elia en Haroeko van 't doen der klime Mongij geexcuseerd„ om reden - die men hoopt dat voor satiffactoir gehouden zullen worden - - - - - - - - - „ Noten Culture de regenten van dit hoofd Casteel de noten Cutture met alle einst aanbevoolen - - - - - „ den orangkaij van Ema excuseerd zig daar van met zijne ondergestelde dorpen Roe„ „tong en Hoekoerila - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 13 recommandatie aan de regenten tot het leveren der rijp gewordenene Noten mus„ = „schaten met hun foelij - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 136 belofte daar omtrend gedaan - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ - de geringe levirantie verthoond - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 137 de daar van gegevene redenen bestaan in waarheid - - - - - - - „ 138 Hoe veel geleverd zijn in na Batavid verzonden worden en hoe veel tot de huis„ „houding aan den winkelier afgegeven is - - - - - - - - - - - - - - „ — vertrouwen dat Hun Hoog Edelhedens zulx goed keuren mogen - - - „ Roverijen der Papoen. de Expeditie naar de NoordCust van Ceram niet na winsch uitgevallen – - - - - „ 83 door onoverkomelijke swarigheden - - - - - - - - - - - - - - - - 84. „ geen roofvaartuig der papoen of andere Lorrindiaijers ondekt - - - - - - - - „ aan 't agterlandland van Bouro hebben nogthans 3 roofvaartuigen verscheidene minschen opgeligt - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 85 vermoeden waar door die roverijen begunstigd worden - - - - - - - - - „ 86 Bouros Resident gelast op te geven waar door de Hroperigen die Papoen bewaar, „lijk gemaakt kan worden – – – – – - - – – – – – - - - - - „ 8 ingekomene Consideratien van denzelve - - - - - - - - - - - - „ 89 voorslag tot adsistentie der Amblauwers met eenigs geweeren kruit en lood. „ 93 verzoek om adsistintie van volk tot 't stigten van een nieuwen Christen Negorijen. te Bouro - - - - - - - - _ _ - - - - - - - _ _ _ 952 afgeslagen - - - - - - - - - - - - „ –– – – – - – --- 96 met last de bekruissing met eigen magt te doen - - - - - „ 97 gesurcheerd 't verzoek tot 't adsisteeren der Amblauwers met geweeren kruit en 6 lood - - - - - - - - - - - 98 „9 - reedenen gevraagd waaren ten behoeve der strandvolkeren van Bouro geen gelijken voordeagt is gedaan – – – – – – – – – – – – - - - „ — heeden daar van gegeven - – – – – – – – – – – – – – – – - - - „ en aannemelijk bevonden - - - - - - - - - - - - - - - - - - Bouros resident op approbatie Hunner Hoog Edelhedens te qualificeeren de Amblauwers met geweesen komt en lood te adsisteeren tegens een Capitaal advan: - - - § 102 panalitid gesteld tegens die van Amblauw anders dan gecombineert na 't agter„ reden van dies noodzakelijkheid - - - - - - - - - - - - - - - hoe veel Papoese roofvaartuigen agter Bouro ondekt zijn - - - - - - - - - - „ den jongen Orangkaij van kelang heeft tegens 2 papoese Core Corren geslagen en eenige dier Marodeurs dood geschoten en gequetst - - - - E„land van Bouro vertrekken - - - - - – - – - - - - - - „ remarque daar omtrend - - - - - - - - - - Eerste gezw: kiert. 100 Ann Cooman 6 6 „ -- - - - -- „ 103 104 102 „ Vervolg Apart Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere. 15 Willem Arnold Salling gouverneur generaal De wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere wel Edele Gestrenge Heeren. Bij mijnen erbedigen voorjaarschen breef gedaleerd 31: Maij hib ik uw Hoog Edelhedens verteekerd zoropte zullen dragen dat §79. de Kleine Hongij door de hoofden van Saparoua, Hilaen Haroi= „ko von den wettige verwinderingen na de ordre precies alle jaaren zoude geschien„ de hoofden van Milamn §00: Tin vervolge van dit hoofd deel vinde ik mij thans verpligt uw Hoog Edelhee nar oeko van 't doenden kleine dens ten kennisse te brengen dat ik de presente p:l hoofden van Hila en Haroiko de onderkooplieden koenes en van Hasselt, van 't doen dier Hongij, voor dit Jaar heb moeten excuseeren om de door hun bij gebragte fundamenteele reedenen de eerste namelijk om dat in deze mousson aan de over wat zulk een swaare branding staat dat aldaar geene orembaijen zonder groot gevaar kunnen leggen in de meeste hoofden Aan zijn Hoog Edelheid! der Batavia benevens den Hongij geexcuseerd. 787 om derden ook buiten des van geene kruis orembaijen voorzien en den andere om dat de stranden
English
will be considered satisfactory coast of Ceram did not turn out as desired. due to insurmountable winds or other smugglers had escaped investigation and various remarks recorded favored. gunpowder and lead. the same provide, whereby the depredations of the Papuans may be hindered. of the Ceram settlements belonging under that office also form a lower encampment and thus cannot be approached without danger to life. which it is hoped for satis- Paragraph 81. I hope therefore that these reasons will also be considered satisfactory by Your High Nobilities to excuse the aforementioned chiefs. under the heading of Paragraph 82. Papuan Piracies, I had the honor to inform Your High Nobilities by my aforementioned spring letter, folio 841, that I had sent the pantjallings De Vriendschap and Expeditie to the north coast of Ceram to hunt and cruise for the Papuan pirate vessels which in the month of March invaded some settlements under the Post Sawai, though were driven from there by the ensign and commander there, Pieter Fockens, taking refuge at the Seven Islands situated there, with orders to follow them if possible and try to overpower them if they had already moved from there to Hotti or Waru. the expedition to the north Paragraph 83. Now I find myself obliged to inform Your High Nobilities that the outcome of that expedition has in no way met my desires. Paragraph 84. Because when those vessels returned here from there in the month of July, their commanders reported to me orally that they had seen no Papuan vessels upon their arrival at Sawai near the Seven Islands, and therefore, together with the two armed cruising orembaais that followed them thither from Manipa, had cruised for those pirates up to the latitude of Hotti, but that they were then forced to turn back on account of the stiff, persistent east winds, high seas, and the severe straining of the vessels, and that during their cruise they had seen no pirate vessel of the Papuans, nor any single vessel of that rabble or any other smugglers. Paragraph 85. Whereas the Resident of Buru, Mazel, nevertheless informed me by his separate letter of 31 May that three of those pirate vessels were at the hinterland around Lissiella and abducted 7 heads from Tagalisa and 4 from Lissiella, without it being possible to overtake any of those pirate vessels, notwithstanding that the said Resident, upon the news of their appearance there, immediately set out after them with some armed vessels to overtake and overpower them if possible, according to what he further communicated to me by letter of 9 June following. Paragraph 86. For which reason it not only struck me as very vexing that once again so many people were abducted by only 3 of those vessels, but it also appeared very probable to me that those piracies are favored or rendered easy because the Burunese and Amblauwers going inland are unprovided with weapons or are weak in numbers to offer resistance to those marauders; proposal to assist the Amblauwers with some firearms Paragraph 93. That those of Amblauw might be provided with 4 to 6 flintlocks and the necessary gunpowder and lead for the same, and forbidden under a penalty to cross over to the hinterland of Buru and return again otherwise than combined in several prahus or other vessels and armed with the aforementioned flintlocks, under the supervision of one of the village chiefs or at least an elder. Paragraph 92. The means he suggested to me for preventing these depredations are also not unreasonable, consisting of the following: Paragraph 90. Secondly, because the Alfurs, having no regulated villages but living scattered from one another, can very easily be sought out and captured by the pirates, but primarily when they come down from the mountains to seek fish or other supplies, since they are then taken by surprise by the pirates, and some, at the rumor of their proximity, become so powerless from fear itself that they are incapable of fleeing, and thus are very easily captured by the pirates. Paragraph 91. Thirdly, because the Burunese coastal people also set out for the hinterland with only 1, 2, or 3 prahus without any weapons and therefore, upon encountering any pirates, must take flight into the woods so as not to be overtaken, which succeeds now and then but not always, and on the contrary they are not seldom captured by them. Resident ordered Paragraph 87. For that reason I ordered the said Resident to advise me on the necessary measures in that regard, indicating at the same time in what manner or by what means, in his judgment, provision could be made and the continuous depredations of the Papuan pirates could be hindered; Paragraph 88. The answer that I received to this by his letter of 25 July seems very plausible to me, attributing the cause of this: received considerations Paragraph 89. Firstly, because those of Amblauw cross over to the hinterland of Buru or return again in small prahus and with only two or three men, without being provided at best with bow and arrow, whereby it is easy for the pirates to overtake them or surprise them on the water. Paragraph 94. 1
Dutch transcription
factoir gehouden zullen worden cust van Ceram niet na wensch uitgevallen. — door ono verkomlijke waaig hed„ of andere loerendijns onderzt: fe ontrekt hadden en verscheljfen omerken opgelijfen „rijen begunstigd worden. kruit en lood. den zelve geeven waar door de stroperijin der papoen beswaarlijk gemaakt kan worden. der Ceramso Negorijen onder dat Comtoir gehoorende almede een bolke laager uit maken in duls zonden levens gevaar met te naderen zijn. — die men hoopt dat voor satis d 81. Ik hope derhalven dat deze reedenen bij uw Hoog Edelheedens almede voor satisfactoir gehouden zullen worden ter verschoning van gemelde hoofden onder 't hoofd deel van §82 Iapoese Roverijen heb kedes gehad uw Hoog Edelhedens bij mijne opgemelde voorjaarse letteren 841: lb: bedeelen de Pantjallings do vriendschap en Expeditie na Ceram noord eust gezonden te hebben om jagt te maken en te kruissen op de papoese roofvaartuigen welke in de maand Maart eenige Ar= =gorijen onder de Post Iawaij geinvadeert dog door den vendrig en Commandant al= daar Pieter Fockens van daar verdreeven zijn,de wijk na de aldaar leggende seven Eijlanden genomen „ met last om zo zij zig reets van daar na Hottij of warde begeeven mogten) hebben hen bij mogelijkheid te volgen en zien te overmeesteren. — de expediti naar de Noord §83: Thans vindik mij gehouden Hoogst Dezelve te informeeren dat den uitslag van die expeditie in geenen deele aan mijn verlangen heeft voldaan, „ §84: Dewijl die vaartuigen in de maand Julij van daar alhier geretourneerd zijnde mij der zelven gezaghebbers mondeling gerapporteerd hebben geene papoese, vaartuui= „gen bij hunne komst te Sawaief bij de seven Eijlanden, vernomen en daarom met de hen van Manipa na derwaards gevolgde twee gearmeerde kruis orembaijen op die rovers gekruist te hebben tot op de hoogte van Hottij dog dat zij als toen om de stijf doorstaande ooste winden, hoog gaande zeen, en het gewildig werken der vaar= tuigen genoodzaakt geweest waren te rug te keeren, en dat zij geduurende hunne hruis= geen oof vaartuig der Papoin togt ok geen enkeld vaartuig van dat gespuis of eenige andere lorrendraijers gezien §85. Daar mij nogthans den resietent van Bouro Mazel bij deszelfs aparte brief van aan 't agterland van pouro den 31. Maij bedeeld heeft dat drie van die roofvaartuigen aan 't agterland om= hebben /nogthans 3: roofvaartuijgen te end lissella geweest zijn en 7. koppen van Tagalisa en 4. van Lissela geroofd heb= =ben, zonder dat een van die roofvaartuigen te agterhalen is geweest, niet tegenstaan „de gemelde resident op de tijding van hun verschijn aldaar ten eersten met eenige gewapende vaartuigen op hun is afgegaan om ware het mogelijk dezelve te agter= halen en te overmeesteren na het geene hij mij nader bedeelt heeft bij brief van den 9 Junij daar aan §86. wes het mij niet alleen zeer ergerlijk gevallen is dat door slegts 3. diter vaaatuigen weder vermoden waardoor de vor: o vel penschen geroofd zijn, maar daar bij ook zier waarschijnlijk voorgeko„ voorslagtot adsistenter d„o 3: Dat die van Amblauw met 4: â 6. snaphanen in't benodigde kruit en lood voo 't os„ Amblauwers met eenige geweeren ten de geriefd en op eene panaliteid verboden mogte worden anders na 't agterland van Boudo over te steeken, en weder te rug te keeren als met eenige prauwen of andere vaar= tuigen gecombineerd en gewapend met de voorsz: scaphanen onder opzigt van een der Negorijs hoofden of ten minsten een oudste §92: de middelen die hij mij tot voorkoming dezer Moperijen aan de hand gegeeven heeft zijn ook niet buiten den haak als hier in bestaande §90: Ten tweeden om dat de Alphoeren geen gereguleerde Negorijen hebbende maar van elk anderen verspreid woonende zeer faciel door de rovers gezogt en gevan= „gen genomen kunnen worden dog voornamelijk, wanneer zij van 't gebergte afkomen om een visse als anderzints te zoeken, dewijl zij dan door de rovers op 't onverwagtste overvallen en eenige op 't gerugt van hunne nabijheid uit bevreesdheid zelve zo magteloos worden dat zij buiten staat zijn te kunnen vlugten en alzo de o= =vers zeer gemakkelijk gevangen genomen, worden. — §9: Ten derden om dat de Bouroneese strand volkeren ook sligts met 1, 2, â 3: prauwen na 't agterland vertrekken zonder eenige wapenen en daarom bij ontmoeting van eenige rovers, de vlugt bosch waards in moeten neemen om niet agterhaald te worden, 't gunt hien wel nu en dan eens dog niet altoos gelujkt maar zij contrarie niet zelden door hen gevangen genomen worden. vrouws residentgelast of 7: k heb uit dien hoofde gem: resident gelast om mij dien aangaande het nodiget. adviseeren, onder opgave tevens in welkervoegen of door welke middelen daarin na zijn oordeel voorzien in't gestadig stroopen der Perpoese rovers beswaarlijk gemaakt konde worden; §88: Het antwoord dat ik daar op ontvangen hebbe bij zijn schrijven van den 25. Julij komt mij zeer aannemelijk voor als schrijven de oorzaak hier van toe.— §89: Eerstelijk om dat die van Amblauw met kleine prauntjes en met slegt twee of ingekomene consideratien van drie man na het agterland van Bouro oversteeken of weder te rug keeren zon der op zijn best van pijl en boog voorzien te weezen, waar door 't de rovers ge= makkelijk valt om hen te agterhalen of onder de wat te verrassen. — „men dat de overijen beguntig of leven genabbelik gemaakt, worden om dat de Bouroneesen en Amblauwers agter 't land gaande van geene wapenen, voorzien ofte swak van volk zijn om dis marodeurs resistentie te hunnen bieden; men §94: 1 „
English
Bouro judged to be cruised throughout the whole year. to the founding of a new Christian negorij on Bouro with own power suspended the request to assist the coastal peoples of Bouro reason given for that. behind Bouro have been discovered. Amblauw then combined to the Bouro's resident upon approval of Your Right Honourables to qualify, and lead to assist against a capital advance. and and found acceptable §94. And that it would be useful to cruise Bouro throughout the whole year with small vessels in order to be able to approach the shore better and pursue the pirates with more success, in the east monsoon from the corner of Carbouw to Fogie or as much further as weather and wind permit this, and in the west monsoon from Roeba to Masserette or as far as one could go. §95. But that since at least over sixty natives as oarsmen were required for that cruising, and those of Bouro and Amblauw are too weak in people to provide so many people for the cruising alone, besides other Company's services and the woodcutting, he requested that his office might be reinforced with some natives, and specifically from under Ambon, Saparoua, and Haroeko, from each negorij a single household, in order to found a new Christian negorij there. §96. But since the negorijen under Ambon, Saparoua, and Haroeko have already become so weak that barely enough men can be found from them as are required for the reinforcement of the garrison here and the subordinate offices, I have had to deny him that request. §97. And ordered him to manage as best as possible with his own power, and to carry out the cruising with small vessels as long as it is feasible. §98. While I have had to suspend the proposal mentioned in §93 to assist the people of Amblauw with 4 to 6 muskets and the necessary powder and lead, until he should have informed and elucidated to me why he has made no similar proposal to me with respect to the coastal peoples of Bouro, since these, according to his own statement departing for the hinterland, are provided with far too few weapons to be able to offer any resistance to the pirates, like those of Amblauw. §99. And since he has notified me by letter dated 9 September that he did not do so, §100. because the orchards of the people of Amblauw and the places where they are accustomed to purchase provisions were situated under Waijsama and Laemaits, virtually opposite and in clear weather within sight of Amblauw, which had caused him to assume the possibility of having them sail back and forth in combination, as also that the danger of the people of Amblauw mostly lay in crossing that wide space in between. §104. In continuation of this chapter I must add hereto that according to the notes by the said Resident of Bouro in his writing of 6 August, on 27 July, two Papuan pirate vessels previously crossed over from Manipa and destroyed a proa near the corner of Pella, took another along, and that according to the contents of that same letter at Waijpoko, situated on the hinterland of Bouro, five such pirate vessels have likewise been observed. §103. Since without this precaution, threat, and actual administration of punishment, the intended objective will never be achieved. §101. That, on the contrary, the places where the Bouronese have their old negorijen and orchards are situated very far from one another, and it would therefore according to his opinion include a hardship to demand them to have to go in combination, as this, he adds, would mostly be inconvenient for them, and that they were also not well able to be accommodated with muskets, and the regents themselves going were more or less provided from their own, and furthermore the Bouronese were primarily to be secured by a continuous cruising. §102. Since these adduced reasons now appear acceptable to me, and assisting the people of Amblauw with 4 to 6 muskets and the powder and lead required thereto against payment can serve to cause substantial damage to the pirates, I shall, in the hope of Your Right Honourables' favourable approval, qualify Bouro's resident to deliver to those of Amblauw the aforementioned muskets, powder, and lead against cash payment increased with a capital advance, so that no abuse will be made thereof, but those muskets will be held in greater esteem by them and more attention may also be paid to their preservation; provided that according to the proposal they depart no otherwise than combined to the hinterland and back from there, under supervision of one of the negorij chiefs, and in case of illness or otherwise, under that of a trusted elder, upon penalty that those who depart otherwise than in the manner aforesaid from Amblauw to the hinterland of Bouro or return from there and are apprehended, shall without form of trial be put in irons to labour for the time of 6 months on the fortification or teak plantation there for bare food, if it be an elder or commoner; but if a chief himself should violate this order and be caught, to be suspended for one year. §101 §105: denied to do powder and Lead. 18:
Dutch transcription
Bouw 't geheele Jaar door te betruis= geoordeelt. tot het stigten van een nieuw christen negorij te Bouro met latta bekusing met igse magt gesudcheerd 't verzoek tott adsisteeren =houve dipe strands volkeren van Bouro reden daar van gegeven. — gen agter Bouro ontdekt zijn.— =blauw angus dan gescombineerd na 't Bouros resident op approbatie bl: H: Edelhedens te qualificeeren, en lood te adsisteeren tegens een capitaal advans. en en aanneemelyk bevonden §94. En dat Bouro 't geheele Jaar door met kleine vaartuigen om de wal beter „sen met keleing vaartuigen nuttig te konnen Naderen en met meer vrugt de rovers na te zetten bekruist wierde in de oost mousson van de hoek van Carbouw tot fogie of zo veel verder als weer en wind zulks toelaat en in de west mousson van Roeba tot Masserette of zo verre men komen kon §95: Dog dat vermits tot die bekruissing ten minsten ruim sestig Inlanders als overzoek om adsistentie van volk massenaijers vereischt wierden en die van Bouro en Amblauw te swak van volk zijn, om buiten andere Comp:s diensten en het houtkappen tot de bekruissing alleen zo veel volk te leeveren hij verzogt dat zijn Comtoir met eenige Jnlanders ver= sterkt mogte worden en speciaal van onder Ambon, Saparoua en Haroeko van ieder Negorij een enkeld huisgezin om aldaar een nieuwe christen negorij te stigten. §96: Dan dewijl de Negorijen onder Ambon, Saparoud en Haroeko reets zo swak geworden zijn dat daar uit ter nauwer nood zo veel manschap gevonden kan wor= „den als tot versterking van t guarnisoen alhier en de subalterne Comtoiren vecitsn word heb ik hem dat verzoek moeten afslaan § 97: Engelast om zig zo goed mogelijk met eigen magt te moeten redden en de bekruissing met kleine vaartuigen to langen dit wils gevolg te don hebben als doenlijk is §98: Terwijl ik den bij §93. vermelden voorstel om de Amblauwers met 4: a 6. snapha„ der amblauwers met geweeden - men en 't benodigde kruit en lood te adsisteeren heb moeten surcheeren tot hij mij onderrigt en geEluccdeert zou hebben waar om hij aan mij geen gelijken voorstel heeft gedaan ten opzigte der strand volkeren van Bouro, wijl deze, na zijne redenen gevraagd waarom ten beeeigene opgave al te min van wapenen voorzien zijn, na 't agterland vertrekkende gen gelijkn woodragti gedaan om de roovers eenige resistentie te kunnen bieden, als die van Amblauw §99. En vermits hij mij bij brieve in dato 9. September te kennen heeft gegeven zulx S daarom niet gedaan te hebben §100: om dat de doussongs der Amnblauwers en de plaatsen daar zy gewoon zijn levensmiddelen in te kopen, gelegen waren onder waijsama en Laemaits genoeg= „zaam tegen over en bij helden weer in het gezigt van Amblauw, het welk hem de mogelijkheid had doen onderstellen om ze gecombineerd te doen over en weder varen als ook dat het gevaar der Amblauwers meest in 't oversteeken van die wijde tusschen ruimte gelegen zij. — §104: Ten vervolge van dit chapittea moet ik hier bij nog aanhalen dat na 't genotende door gem: Bouros resident bij zijn schrijven van den 6. Augustus, den 27: Julij hoe veel Papoese roof vaartuc bevorens twee Papoese corcersen van Manipa overgestooken en bij de hoek van Pella een prauw vernielden eene andere mede genomen hebben en dat na inhoud van die zelve Brief te waijpoko gelegen aan 't agterland van Bou= „vo almede vijf diergelijke 2oof vaartuigen vernomen. zyn § 103. Dewijl zonder deze voor zorge, bedreiginge en dadelijke straf oeffening het be= eeden van die nod datelijkheid doeld oog merk tock nimmer te berecken zal weezen. — §101. Dat daar in tegen de plaatsen daar de Bouroneesen hunne oude Negorijn en doussongs hebben zeer ver van elkanderen gelegen zijn en het daarom na zijn Sustinue eene haidigheid zoude includeeren hen te vergen om gecombineerd te moeten gaan alzo hen zulx voegt hij er bij, meest ongelegen zou voorkomen in dat thij ook niet wel alle met snaphanen te geriepen en de Regenten zelfs gaande van hun eigen meer of min voorzien waren mitsgaders de Bouronce= „sen voornamelijk door een continueele bekruissing den den beviligt te worden, § 102: Daar mij nu deze bij gebragte reedenen deede aanneemelijk voor komen en het ad= =sisteerden der Amblauwers met 4 a 6: snaphanen en t: daar toe benodigde kruit en lood tegens betaling tot wesentlijken afbreuk der rovers kan strekken zal ik Bouros resident, in hope van uw Hoog Edelhedens goedgunstige apro= de Amblauwers met geweeren hrut batie, qualificeeren om aan die van Amblauw voorm:e geweeden kruit en lood af te geeven tegens contante betaling vermeerdert met een capitaal advans op dat daar van geen misbruik gemaakt maar die geweesen bij hen inte grotere waarde gehouden en op derzelver conservatie ook te meer attentie gevestigd mo= =ge worden mits na den voordragt niet dan gecombineerd na 't agterland en van daar terug vertrekkende onder opzigt van een der Negorijs hoofden en paenaliteid gesteld tegens die van Amo bij ziekte als anderz ints ondir die van een vertrouwde oudsteen op pane dat die agterland van Bhouw vertrekken ' geene welke anders als in voegen voorsz van Amblauw na 't agterland van Bouro of van daare te rug vertrekkend en agterhaald worden zonder form van proces in de ketting geklonken zullen worden om voor den tijd van 6: maanden aan de Fortificatie of Jatij plantagie aldaar voor de bloots kost te aabeiden zo het een oudste of gemeene zij, maer, wanneer een hoofd zelve deze ordre mogte overtreeden en geattrapeerd worden om voor een Jadr gesuspen= deertt worden. — §101 § 105: afgeslagen te dogen kruit en Lood. 18:
English
The young orangkaya of Kelang shot and wounded. Poko fled to Roemasoal with 2 vessels. The Cerammers would have deserted, how in Goram his power low, to murder Koelor with the people of a brought in, who advised him against it, with his kapaleurs, kaya of Koelor to Sawaij, with a letter to the Governor, the old orangkaya of Koelor to wattij to reclaim. Section 105. While the late Manipas, Resident of Capelle, in his letter dated 30 July, also informed me that against 2 Papuan corocores the young orangkaya of the negorij Kelang had, a few days previously, engaged in battle at the hinterland of the island with 2 Papuan corocores, and that on that occasion some of that rabble were shot dead and wounded by him and his people; furthermore, that these plundering ruffians did shoot at him and his villagers with 3 swivel guns and 1 musket, but that no effect or mark of a bullet was seen. Section 106. This case therefore provides a new proof that if such resistance were offered to those robbers everywhere as was done by this young orangkaya of the negorij Kelang, they would very soon tire of robbing and apply themselves to a less dangerous livelihood. Remark made thereon under the head. With 2 vessels. Section 107. Concerning the Cerammers, I had the honour to inform Your High Noblenesses in my separate letters of 31 May of this year, folio 155, Section 108. that the rebel Noekoe did not see fit to await my arrival with the Hongi, but presumably took flight elsewhere a few days beforehand, without my being able to discover with certainty whither. Section 109. Since then, it was brought to my notice by Ensign and Commander of Sawaij Peter Fockens, in his secret letter of 15 June last included among the annexes, that the rebel Noekoe stayed at the river Haijpoko while I was with the Hongi fleet in the vicinity of that river, but that on the evening before the arrival there of the said Ensign, he fled with two vessels to Roemasoal, in the river of the negorij Haijpoko, where he was still staying. Section 110. Furthermore, that according to the report of the old orangkaya of Coelor and some natives of Sawaij who fled from Roemasoal, the Cerammers had deserted Noekoe, except for the Raja of Kelleloehoe and the Gorammers, who had visited him on Roemasoal for some time and provided him with provisions, and that they had thereafter departed again for their negorijen. Section 111. Further, that Noekoe would presently have no more than about 10 Tidorese friends and 20 to 30 serfs with him. Section 112. While it was also reported to me by the aforesaid old orangkaya of Coelor upon his arrival with the aforementioned Ensign Fockens at this main castle: Section 113. That having been sent by my order by the aforementioned Ensign Fockens in the month of November last to Roemasoal, otherwise called Meijoal, in order, with the assistance of those islanders, to reclaim from the King or Raja of Salwattij the artillery and other items held from the two-masted bark Batavias Welvaren stranded there in the latter part of the year 1787, he had for that purpose crossed over with the Moorish priest named Abdul Rachman and the young Raja of Roemasoal, Madiro, with two prahus, to the river Kaijpoko situated on the said island of Roemasoal. Section 114. That while lying in that river in the aforesaid month of November 1788, the exiled Tidorese Prince Noekoe had come fleeing thither from Ceram, accompanied by some deserted Tidorese chiefs and joined by another vessel commanded by the high priest, having fled from Ceram as the cutter was already ahead of the Amboinese Hongi squadron, which was approaching around Ceram. Section 115. That he, the old orangkaya, with the Raja of Lillinta named Sinoepak, was summoned by the said rebel Noekoe and asked what he, as a Ceram regent, had to do there, and that when he replied that he had convoyed the aforementioned priest Abdul Rachman and Madiro and had come there to conduct trade, this rebelling Prince had given him to understand in confidence that after concluding his affairs he wished to send him to Sawaij with a letter to the Lord Fleet Commander, and thereby also return an Amboinese chiampang and crew, which had recently been brought in without his knowledge by the inhabitants of Waijgama and those of the river Kaijpoko. Section 116. That Noekoe subsequently called his secretary and summoned his followers from Kelleloehoe and Goram, so that a few days later they also arrived, namely those of Kelleloehoe with 6 and those of Goram with 10 vessels, this rebel staying in the river Tammangsaij, situated between Hottij and Roemasoal, and deliberated there upon it. Section 117. That the following day Noekoe had the chiefs of the rebels assemble and proposed to them to dispatch a letter to the Lord Fleet Commander of the Amboinese Hongi, in order, if feasible, to devise a means whereby all hostilities on both sides might cease. Section 118. But that those assembled rebels, after being addressed by a certain Raja of Hakepoko named Mayor Tjang and another named Raja Bagus of Roemasoal, had resolved to enter into no treaty with the Dutch Company, as it was none of their business, and that therefore no letter ought to be sent, but that he, the old orangkaya, according to their previous resolution, must be beheaded, as well as the crew of the chiampang whom the inhabitants of Waijgama and those of the river Kaijpoko had brought in.
Dutch transcription
den Jongen orangkaij van kelang heeft schooten en gequetst. — poko te roemasoal gevlugt met 2: vaartuigen. — De cexammers zouden hebbe afge =hoe in gorannen zijn magtgering koelor te vermoorden met 't volk van een op gebragt die hem zulx afraden met zijne caepaluren =kaij van koelox na Sawaij tejden mete breief aan den gouverneur den oud orangkaij van koelox na wattij afte vorderen §105. Terwijl mij den overledene Manipas resident van Capelle bij deszelfs gemeene „tigens 2: papoese Corcorsen Gisl b=rief in dato 30. Julij ook bedeeld heeft dat den Jongen orang saij van de Negorij ofen andegeder mandeurs doof ge=kelang weinig dagen bevorens aan 't agterland van t yland slaags geweest zoude zijn met 2. papoese Corre corren en at bij die occagie door hem en zijn volk eenige van dat gespuis dood geschoten en gequetst waren mitsgaders dit roof geboefte wel op hem sijne derpelingen gschooten hebben met 3. drajbassen in 1 snaphaan dog dat geen uitwir„ king of teeken van een kogel gezien is § 106: Dit geval levert, dus een nieuw benijs uit dat wanneer die rovers overal zulk een tegen weer ge= remar que darontend gemaat booden wierde als door deezen Jongen orangkaij van de Negorij kelang geschiedis, vij het roven wel haast moede kouden worden en zig op een inin gevaaalijkes kost winning toelegen. onder 't caput met 2. vaartuigen — §107: der Cerammers heb ik de eere gehad uw Hoog Edelhedens te bedeelen bij mijne aprrte letteren van den 31: Marij h: a: 155:~ §108: dat den rebel Noekoe, niet goedgevonden heeft mijne komst, met de Hongij te waarr afte wagten, maar vermoedelijk weinige dagen bevoorens de vlugt na elders genomen heeft, zonder dat ik als waen; met weekerheid heb kunnen te weeten kome verwaard §109: zedert is, mij door den vendrig en Commandant van Sawaij Peter Fockens ter kennis Den rebel toekoe nade river haij gebragt bij deszelfs onder de bijlagen overgaande secreeten brief van den 15. Junij p:ladsen heeft op gehouden terwijl ik mij met de Hongij wsloot in de nabijheid dier rivier bevon„ „den hebbe dog dat hij 's avonds voor de komst aldaar vangdagh, vendrig met twee voor „tuigen na Roemasoal gevlugtis in de riviet van de Negorij Haijpoko alwaar § 110: voorts dat volgens rapport van den oud orangkaij van Coelor en eenige Inlanders van „vallen zijn, buten da van keshiloo- Sawaij, die van Roemasoal gevlugt zijn, de Cedammers Hoekoe afgevallen zouden „wesen buiten den radja van kelleloehoe en de gorammers, die hem op Roema= „soal voor eenige tijd bezogt en met mond kost voorzien hebben en dat zij daar na weder na hunne Negorijen vertrokken waren. — heij zig nog ophield. - §111. wijders dat Noekoe Thans niet meer dan omtrend 10. Tidoreese vrienden en 20: à 30. leifeigenen bij zig zoude hebben. — §1. 12. Terwijl mij door voorsz: oud orangkaij van Coelor ook is gerapporteerd bij zijne op komst met voormelde vendrig Fockens aan dit hoofd casteel. — §117. Dat Noekoe Ddaags daar aan de hoofden der rebellen had doen vergaderen en aan dezelve voorgedragen om een brief aan den Heer vlootvoogd van de Ambonsche Hongij te willen depecheeren om ware het doenlijk een middel te beraamen waar door alle hostiliteilen van beide zijde gestaakt mogten worden. n §118: Edog dat die vergaderde Rebellen /: na hem door zeekeren Radja Hakepoko ge„ =maand Masjor Tjang en een andere genaamt Radja Bagus van Roema= soal was verhaald /. besloten hadden met de hollandsche maatschappij in voornemig om den ondorangkaij van geen verbond te treeden als hun zaak niet zijnde en dat derhalven ook geen chiampang door die van waijgame brief behoorde afte gaan maar hij oud orangkaij volgens hun voorig besluit moest worden onthoofd zo wel als het volk van de chiampang die de bewooners van waijgama en die van de rivier Kaijpoko, hadden opgebragt: — =hoe en Goram had doen op ontbiede; in voegen deze dan ook eenige dagen daarna wa „zen aangekomen, namelijk die van kelletoehor met 6: endien van poram met 10. dat zig deezen rebel wel in de vivier Tammangsaij gelegen tusschen Hottij en, warer beraadslaagt zig daar over § 116: dat Hoekoo vervolgens zijnen Secretaris geroepen en zijnen aanhang van kelleloe= Jonke §115: Dat hij oud orangkaij met den radja van Eillental in name Sinoepak bij gemelde rebel den rebel Noekor wildeg oudorangs Hoekoe is ontboden en afgevraagt wat hij daar als een Ceraems regent te verrigt en had en dat thoen hij hem daar op gerepleceerd zoude hebben voorm: priester DAbdul Rachman en Madiru geconvoijeerd en aldaar gekomen te weesen om negotie te drijven, dien rebelleerende Prins hem in vertrouwen te kennen gegeven had na 't verrigten zijne affaires na Sawaij te willen zenden met een brief aan den Heer Chiampa vloot voogd en daar bij ook te rug geeven een Ambonsche en volk, welke onlangs door de bewooners van waijgama en die van de rivier kaijpoko buiten zijn weeten §114. Dat hij in die divier leggende in voorsz: maande Novemb:r 1788: aldaar van Ceram is steekt ove na derivie kaijpoko komen vlugten den uitgeweeken Tidors Prins Hoekoo, verzeld van eenige afgevallen Tidoreese hoofden en geconjungeerd met een ander vartuig gevoerd door den hooge priester daar s aebeleverkoek omtvlugten e atibe kotter als berheed zijnde voor het ambons Hongij Es quader dat in aan teek § 113. Dat hij ter mijner ordre door evengemelde bendrig Foekens in de maand November app=: Roemaspalg'sondn om t get na Rroemasoal anders Meijoal genaamd gezonden zijnde om met behulp dier Eijlan„ welvaeg van de kosing van alders van den koning of aadja van Salwattij afte vorderen het geschut on wesmeer dat van de aldaar in 't laatst van Ao 1787. gestrands twee maste baak Batavias, welvaren aangehouden word, ten dien einde met den moors Priester genaamt Abdul Rachman on den Jongen aadja van Roimasval Madiro met wee prauw en is overgestooken, na de rivier kaijpoko gelegen op gem: Eijland Roemasoal. — § 113. F 719 1 1 waren opgebragt. — 1 was rond Cexame 1 1
English
flight to Sawasij — six brass swivel guns from the senghadje of Battanij. — taken along by him corresponded about the value. — received a from Rosemasoal to attack. and is said to have received a letter from the English. that the hongi may be brought into maintenance request to the Lord of Ternate captain of Tidor obtained at Salfwattij welvaren. those of aijgama can be punished reasons why. — shall leave. — to occupy the river kaijpoko by in their rebellion § 119: Wherefore the old orangkaij, upon the advice of the aforementioned Priest Addul Rachman, fled to the block and crossed over by prahu to Sawaij, and thus was unable to continue his journey to salwattij. § 120: Which also was not necessary, because according to his further account, appearing in the report rendered by him and transmitted under the appendices, the Tidorese captain goelamanis and the Senghadje of Pattanij, with a large fleet in the name of the Lord Governor of the Moluccos and Tidore's monarch Zamaloedien, had devastated everything at salwattij, cut down many rebels, reduced their villages to ashes, and among other things had also carried off as booty 6 brass swivel guns from the sloop Battavias welvaren wrecked there. — § 122: Wherefore I found myself under the necessity of conferring with the Lord Governor of Ternate, Cornabé, about this, as I shall have the honor to report further under the following article. — § 123: Regarding correspondence with the neighboring governorships, concerning which I consider it my duty to bring beforehand to the due knowledge of your High Nobilities that, in accordance with your respected order and my promise contained in my spring letter of the 31st of May last under § 28, I have corresponded with the Lords Governors of Ternate and Banda concerning the means which, in my humble opinion, are best suited for the apprehension and subjugation of the aforementioned rebel Noekoe. § 124: As your High Nobilities may be pleased to observe from my separate letters written to the said Lords Governors on the dates of 20 June and 15 July, accompanying the appendices hereof. — § 125: While to the Lord Governor of Ternate, Cornabé, after the date of, or under cover of, my separate letter of the 3rd of September last, I also sent for his consideration, on account of its curious contents, the translation of a short Arabic letter, which was handed to me by the Commander of sawaij, the Ensign Focken, and written to him by kaitjielie Sinoepah, former radja of the Negorij Kilath on the Island Misoal, and his son Madiro. — § 126: Since thereby not only is notice given that the Rebel Noekoe, with the people of the Papuan Negorijen and those of waijgama, intended to attack Sawaij, but also that the said Noekoe is said to have received a letter from the English. § 127: Wherefore the Commander and I requested that the Hongi fleet might soon arrive there to thwart their intentions, so that the new § 134: The regents of the Great Cultivation have again been recommended with all earnestness and emphasis, and they have also made the best promises thereto, as will appear to your High Nobilities. § 132: And since it appears from the aforementioned report, as already noted in § 121, that the Tidorese captain goelamanis and the Senghadjie of Pattanij had taken along from Salwattij 6 brass swivel guns, which the radja of that Island had detained from the bark Batavias welvaren wrecked there and belonging to this Province, I requested the Lord Governor Cornabé to have those pieces of artillery reclaimed and returned hither at a convenient opportunity, or, in case of their own need, to credit the value thereof to this government, to relieve the heavy expenses that the company must bear for the Company's vessels belonging here. — § 133: Meanwhile, I consider it my duty to bring to the respectful knowledge of your High Nobilities that since my respectful separate letter of the 31st of May, the regents of this main castle have promoted § 131: While on that occasion, by the said Hongi fleet, the people of waijgama could also at the same time be punished for the robbery of the Company's subjects and their possessions, in the very same manner as those of salwattij. § 130: As it is not to be presumed that he will easily leave that place, because it is very convenient for his purpose, on the one hand to prevent the Papuan peoples from paying homage to their lawful sovereign, the present king of Tidor, and on the other hand to be able safely to maintain correspondence with his adherents on Ceram, as being situated not far from there. — § 129: I have proposed to the well-mentioned Lord Governor Cornabé as expedient that the king of Tidor might be encouraged, and at the same time assisted by his Honor, to seek out and occupy that rebel with a corocoro fleet in the aforementioned river Kaijpoko at Roemasoal. § 128: Since it can now be deduced with sufficient certainty from the account of the aforementioned old orangkaij that Noekoe with his adherents has not the least intention to submit, but much rather to persist in their obstinate rebellion and mutiny.
Dutch transcription
4. vlugt na Sawasij — ses metale daaaijbassen van de ver= senghadje van Battanij. — voor he mede genomen waerda gecorrespondeert. — van Rosemasoal ontvangen een af attacqueeren. en zou een brief van de Engelschen ont= „vangen hebben. . rongij veoderthondingebrogt mag worden verzoek aan den Heer Ternaats =tain, van Tidor to Salfwattij verkregen welvaren. die van de aijgama kun gestraft (worden reedenen waarom. — zall valaten. — de rivier kaijpoko te bezetten door den in hunne rebellig §119: wishalven hij oud orangkaij op den raad van meermelde Priester Addul Rachman den oud roelores orangkaijneemt de vlugt na het bokk gesomen en met een prauw na Sawaij overgestooken en dus zijne reijs na salwattij niet heeft kunnen vervolgen„ §: 120: dat ook niet nodig is geweest, dewijl volgens zijn verder verhaal, voorkomende in het door hem verleende en onder de bij lagen over gaande relaas salwattij verwoet dor de 2 d: Den Tidors capitain goelamanis en den Senghadje van Pattanij met een groo„ Tidors Ccapitain goelamanis en te vloot uit naam van den Heer Moluccos Landvoogd en Tidors vorst Zama= =loed in te salwattij alles verwoest, veele rebellen nedergesabelt, hunne dorpen ongelukte bark watsvas welvaan in de assche gelegt en onder anderen ook tot buit mede gevoerd zouden hebben 6: stux „metale ardaijbbassen van de aldaar verongelukte chialoup Battavias welvaren. — § 122: weshalven ik mij in de noodzakelijkheid gevonden hebbe den Heer Ternaats gouver= „neur Cornabé daar over te onderhouden, gelijk ik de eede zal hebbe daar nader ver„ slag te doen onder 't volgende artikel. — §123. van Correspondentie met de naburige gouvernementen waar om= over den rebel voekoe is met de Heetzend ik mij gehouden agte uw Hoog Edelhedens voor af ter schuldige kennis= =den gouvernur van Ternatenen so te brengen dat ik conform Hoogst Derzelver geEerde ordre en mijne promes„ „se vervat bij mijne voorjaarsche letteren van den 31: Maij :leeden sub § 28=e met de Heeren gouverneurs van Ternaten en Banda gecorrespondeert hebbe over de middelen welke ter agter haling en te onderbrenging van den voormelden rebel Noekoe na mijn gering oordeel het best geschikt zijn. , §. 124. lo als Hoogst dezelve des gelievende beoogen kunnen ut mijne aparts brieven aan gemelde Heeren Goudverneurs geschreeven in dato 20. Junij 15: Julij de bijlagen dezes verzellende. —. §125: Terwijl ik den Heer Ternaats gouverneur Cornabé na dato of onder geleide mijner van een speculatief arabis briefin aparte letteren van den 3: September J:l: ook om de wille van dies zonderlinge in houd schrift, van dies Tran, slaat de Heer mn copia ter speculatie toegezonden hebbe 't Translaat van een Arabitch briefje Ternaats gouverneur toegevonden dat mij den Commandant van sawaij den vendrig Fockenster hand gesteld heeft en aan hem geschreeven is door kaitjielie Sinoepah oud radja van de Nego= „rij Kilath op 't Eijland Micoal en dies zoon Madiro. — na die inhoud wil toekoas san a„ ƒ26: Nadien daar bij niet alleen kennis gegeeven word dat den Rebel Hoekos met het volk der Papoese Negorijen en die van waijgama voorneemen waren Sawaij te attac= queeren, maar ook dat gem: Noekos een brief van de Engelsche ontvange, zoude hebben raadise bauisen dat roerko op en 7: verzoekende daarom den Commandant en mij dat de Hongij vloot spoedige daar de regenten vande onpeates 134 Der Nrooten Cultuurs weder, met alle ernt en nadruk anbevolen en zij de noten ultuxe met alle emszen daar toe ook de beste belofte gedaan hebben gelijk Hoogst Dezelve te vooren zal komen §132: En dewijl bij meermelde relaas na het reets genoteerde bij §121„ voorkomt dat den Tidors capitain goelamanis en Senghadjie van Pattanij van Salwattij meede genomen gouverneur gedaan tot declamering zouden hebben 6: p=s metale draaijbassen welke den radja van dat Eijland aangehou„ van 6. metalen naaijbasen dorden spin den heeft van de aldaar verongelukte en in deze Provintie thuishoorende bark van de verongelukte bark Batfavias Batavias welvaren heb ik de heer gouverneur Cornabé verzogt om dat ge schut te willen laten reclameeren en bij bekwaame gelegenheid dit heen terug te zenden dan wel bij eige benodigtheid de waarde van dien dit gouvernement ten goede aan te reekenen ter verligting van de swaare ongelden welke de maat= „schappij dragen moet van de alhier thuishoorende Comp:s vaartuigen. — § 133: ondertusschen agte ik het van mijnen pligt te zijn uw Hoog Edelhedens ter gelads kenniste brengen dat ik zederte mijne ee biedige aparite letteren van den 31. Maij de regenten van dit hoofd casteel de bevordering § 131. Terwijl bij die gelegenheid door gemelde Hongij vloot dan ook 't volk van waijga= ook te gelijk over hunne overij - na over het roven van Comp:s onderdanen en derzelver bezittingen even zodanig gestraft zoude kunnen worden als die van salwattij„ §130: Als niet te vermoeden zijnde dat hij die plaats ligtelijk verlaten zal om dat de„ dewijl hij die rivier niet ligtelijk zelve tot zijn voorneemen zeer dienlijk is om aan de eene kant de Papoese volke„ =ren te werderhouden hulde aan hunnen wettigen, vorst den Presenten koning van Tidor te doen en aan de andere kant om de correspondentie, met zijne Caca= „tueren te Ceram veilig te kunnen onderhouden als niet verre van daar gele= gen zijnde. — den Heer Gouvran en Janat„s 129: Heb ik welmelde Heer gouverneur Cornabé als dientig voor gedragen ten inde„ g'animeerd om den rebele voeko in den koning van Tidor mogte geanimeerd en door zijn Ed: tevens geadsisteerd, worden een Hongij vloot van Tidors zo: om dien rebil met een Corre corae vloot te gaan op roeken en bezetten in voormelde rivier Kaijpoko te Roemasoal. „ § 128: daar nu ut het relaas van voormelde oud orangkaij van koelox met geno:g„ Hoekoommet sijn aanhang volhar, zame zeekerheid afte leiden is dat Noekos mett zijnen aanhang geen de minst intentie hebben zig te submitteeren maar veel meer om in hunne halstaarige rebellier en muijtterij te blijven volharden. ~ mogte komen in hunne voornemens verijdelen op dat de nie
English
...which might serve further for information... might be followed... subordinate villages Roettong and Hoekorila. recommendation to the regents for the delivery of ripe nutmegs with their mace, the meager delivery based on truth, how much is dispatched to Batavia and how much was delivered to the shopkeeper, trust that Your Excellencies may approve this, request to be communicated with the esteemed pleasure of Your Right Honourables concerning the arrangement made by the artillery lieutenant Haasman of a more suitable placement of the cannon on the batteries of this castle... The Orangkai of Ema excused himself from this, however, because the soil of his negorij and subordinate villages Roetong and Hoekorila, since the collapse of a mountain, had become far too stony and dry to be able to cultivate that crop there any further: At the conference minutes of the 28th of July, inserted into the general resolution of the 31st of August following. Section 136: And whereas up to that time very few ripe nutmegs with their mace had been delivered, I not only spoke to them earnestly about the cause of this, but also encouraged them to a prompt delivery thereof, with the result that they indeed promised to deliver the ripening nuts with their mace without fail, and made a promise in that regard to also watch to the utmost of their ability that their subordinates do not sell the young nuts to various persons for candied preserves. Section 137: But they also presented as an excuse for the meager delivery that, besides their fruit-bearing trees still being young and therefore impossibly able to produce as much fruit as those that have reached their full growth, the prolonged rain also caused the young nuts to rot on the tree and fall off. Section 138: Wherefore I had to content myself with these reasons founded in truth, the more so as, notwithstanding the unfavorable season of the year, through my continuous urging of the native Regents and others who possess nutmeg trees, I was still able to obtain 17240 pieces, which have been prepared under the supervision of the Equipagemeester Wolsgaard; yet no more than 24 lb of mace came from it, of which, in two soekels, as a sample for the Netherlands, after first being wrapped in sailcloth, 20 lb, or 10 lb in each, and in a smaller ditto for Batavia 1 1/2 lb, as well as in two single rattan soekels also as a sample for the Netherlands 16000 pieces, or 8000 pieces in each, of nutmegs in their shells, and in a smaller rattan soekel for Batavia 1000 pieces; all of which soekels I have the honor to present to Your Right Honourables in three different small boxes, the one inscribed Mace, the other Nutmegs, as samples for the Netherlands, and the third Mace and Nutmegs from Ambon for Batavia, and to charge the amount thereof along with the expenses incurred thereon to the main establishment, respectfully noting that, since 2 1/2 lb of mace were dried on the para-para through the ignorance of the suppliers and thereby turned black, I caused the same to be delivered to the shopkeeper for the daily household along with 240 old nutmegs; in the hope that this will meet with Your Right Honourables' approval and that the aforementioned nuts and mace will also be found better prepared than I could not conceal my fears for to Your Right Honourables in my spring letters of the 31st of May under Section 510. Section 139: Meanwhile, to fulfill Your Right Honourables' entire intent, as by the marginal disposition upon the memorial of the Lord Councillor Extraordinary of the Netherlands Indies Adriaan de Bock, dated 10th of December of the past year, concerning a more suitable placement of the cannon on the batteries of this Castle, I would have sent Your Right Honourables a note regarding this for approval with my separate letter of the 31st of May; but because the gun carriages required for it were not ready and I flattered myself that the same could be manufactured in the meantime or by this latest shipment, I postponed dispatching it: seeing that those gun carriages, however, have not yet been able to be made for lack of timber, I ordered the Lieutenant of Artillery Hausman to provide provisionally in a short report how the placement of the cannon on the batteries of this castle may best be regulated in his judgment and experiential knowledge when the gun carriages required for it shall have been made ready, and I have the honor to present that report to Your Right Honourables now among the annexes to the general letter, with an urgent request to be informed of Your Right Honourables' esteemed pleasure in that regard. While in the meantime I give myself the honor of commending Your Right Honourables' illustrious persons and the weighty interests of the Company to God's gracious protection, and subscribe myself with due respect, High Noble, Severe, Right Honorable Lords and Noble Severe Lords, Your Right Honourables' humble and obedient servant, Signed, J: A: Schilling Amboina in Castle Nieuw Victoria, the 28th of September 1789. Agrees, N. Coomans, First Clerk.
Dutch transcription
t verder ter kea„ den mogten strekken. — mogte by ninge bevolgenn ondergestelde dorpen Roettongs Hbekorila. recommandatie aan de regenten tot =te musschaten met hun foelijn de geringe levirantie, ver= na bestaan sin waarheid tavia vverzonden worden en hoe veel winkelier afgegeefen is vertrouwen dat U U Ed:s zulx goedkeuren mogen verzoek om met 't goed vinden H: H Edelhedens diond wegen de gemaakte door den arthille= van een geschiktene plaatsing van 't canon op de batterijen van Dit Ca= de orangtaij van Emeeronds 35: Den Orangkaij van Ena heeft zig daar van egter geexcuteerd de wijl den grond van zijne seerd / zig daar van met zijne Negorij en ondergestelde dorpen Roetong en Hoekorila zedert 't instorten van een berg veel te steenagtig en droog geworden, was om die culture aldaar voort bij de conferentie notul van den 28. Julij, geinsereerd in de gemoene resolutie van den te hunnen kweeken:- „ 31: Augustus daar aan § 136: En vermits tot die tid ook nog zeer winig rijpe woten musschaten, met hun foelij gelee„ het leveren der rijp geworden No= verd, waren heb ik hen over de oorzaak van dien niet alleen met ernst onderhouden maar ook tot een spoedige levirantie der zelve geanimeerd met dat gevolg dat zij wel beloofden de rijp werdende noten met hun foelij zonder fout te vullen leeveren en belofte daar omtrend gedaan, na uitterste, vermogen ook te vigilieren op dat hunne ondergestelde de Jonge Noten niet aan deze en geene tot Confijt, verkopen. — §137. Maaa: daar bij ook tot verschoning van de geringe leverantie ingebragt dat be= halven hunne vrugtdragende boomtjes nog jong in dus onmogelijk instaat zijn, zo veel vrugten voort te brengen als die hunne volkomene wasdom bereikt hebben, in brief over. den langduurig in regen de Jonge noten ook aan de boom heeft doen verrotten en afvallen. de daarom gegeven ede 138, weshalven ik mij met deze in waarheid bestaande reeden heb moeten vergenoe= gen te meer ik in weerwil van 't ongunstige Jaar Saisoen door mijn onophoude hoe veel geleverd zijn en na pas=lijk aanspooren der Inlandse Regenten en andere die Note bomen bezitten nog tot de huishouding aan de 17240: p:s heb kunnen magtig worden, twelke onder het opzigt van den Equipagie op Vien= der wolsgaard zijn geprepareerd dog daar van niet meer gekomen dan 24: lb foely waar aan in 2: stoekells tot een monstere voor Nederlandzijs afgepakt, na al voorens in Zijldoek geembaleerd te wesen 20: lb of in ader 10: lb en in een kleendere dito voor Ba= tavia 1½ lb, mitsgaders in twee enkelde rotting soekels almede tot een monster voor Nederland 16000 p:s op in ieder 8000: p. s noten musschaten in hun doppen, en in een kleindere Rotting soekel, voor Batavia 1000 p=s, alle welke soekels ik de eers hebbe uw Hoog Edelhedens in drie differente kasjes het eene beschreven Foelij; het andere Noten, musschaten van ^ tot monsters voor Nederland en het derde Foelij en Noten musschaten van Ambon voor Batavia aan te bieden en het bedragen der zelver met de daar op gevallene onkosten de hoofd plaats tevens aan te reekenen, onder eerbiefdige aanhalinge dat vermits door de onkunde der leveranciers op de parra parca gedooogd en daar door swart geworden zijn 2½. lb foely, ik dezelve tot de dagelijkse huishouding aan den winkeliern heb doen afgeven met 240: goude Moote musschaten; in hope dat zulx uw Hoog Edelhedens goedkeuring zal weg dragen en voormelde Nolen en Foelij ook beeter geprepareerd bevonden worden als waar voor ik mijne vreese uw Hoog Edelhedens niet heb kunnen, verbergen bij nij„ „ne ofvoorjaarsche letteren van den 31 Maij sub 510: — §139: om middelerwijl te voldoen aan uw Hoog Edelhedens geherde oogmerk ver„ dat bij de marginale dispositie op de memorie van den Heer ragdertea ord=r om welke reeden geene notitie van Nederlands India Adriaan de Bock de dato 10: December A:o p=o ten aanzien van een geschiktere plaatsing van 't Canon op de batterijen, van astiel in't voorgagr afgestaen is dit Casteel zouik Hoogst Dezelve bij mijne aparte van den 31. Maij 1et eene notitie der wegens ter approbatie toegezonden hebben; dan dewill de daar toe vereischt werdende affruiten niet in gereedheid waren en ik wij vlijde dat dezelve dezelve intusschen of bij desze laatste bezending vervaardigt zouden kunnen wezen heb ik zulx afstoen uitgesteld: gemerkt die affuiten door man= gel van houtwerken egter tot nog toe niet aangemaakt hebben kunnen rij Luitenand Haasman gaat worden, heb ik den huitenand der arthillerij Hausman gelast om bij thans onder de bijlagen van den gemee provisie bij een kort vertoog op te geeven in welker voegen de plaatsing van 't Capon op de batterije van dit casteel na zijn oordeel en bevindenlij= =ke kennisse best te reguleeren zy wanneer de daar toe vereischt woor= „den de affuiten in gereedheid gesragt zullen wezen, en heb de eere dat ver= toog uw Hoog Edelhedens thans onder de bijlagen van den gemeenen brief aan te beeden met instantig verzoek om met Hoogst Derzelver g'eerd„ gomuinieerd te mogen vorden en goedvinden daar omtrend gemunieerd te mogen worden, Terwijl ik mij intusschen de eere geve Uw Hoog Edelhedens gllustee per= „ronen en de swaarwigtige belangens der macatschapij in Godes genadige =bescherminge aan te beveelen en mij met verschuldigde eerbied te onderschrijven /onderstond/ Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Hecoe en wel Edele Gestr Heeren /: lager/ uw Hoog Edelhedens onder= danige en gehoorzame dienaar /. was getekend/ I: A: Schilling /in margine/ Amboina in't Casteel Nieuw Victoria den 28: September 17889. dat Accordeert Nii Coomans Eerttigenn klerk 1 =sehoord. 1
English
Secret To the Right Honorable, Highly Esteemed, and Venerable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, and the Right Honorable and Esteemed Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, and Venerable Lord, Right Honorable and Esteemed Lords. Paragraph 1. On March 7 last, we had the honor to receive via the ship Gouderak your Right Honors' most venerated duplicate secret letter of December 18 of the past year, and the original thereof via Banda on April 6 following, along with several enclosures; in accordance with our resolution of April 19 thereafter, we now submit our respectful reply. Paragraph 2. That with regard to the coffee cultivation, regardless of our reservations expressed regarding that in the past, we continue to encourage the native, in accordance with your Right Honors' favorable confidence, with all earnestness and emphasis toward the propagation of that cultivation, in the hope that the chiefs of this castle will promptly fulfill their promises, which they have renewed upon the distribution and delivery of the received Batavian and Cheribon coffee trees, see the notes in the conference minutes of April 21, inserted in our general resolution of April 27 thereafter. Paragraph 3. Meanwhile, we have the honor to offer your Right Honors, as a sample in a small gabba-gabba box labeled Coffee Beans of Ambon, several small bags of the coffee beans harvested here, which some regents have delivered to the first signatory according to their promise; with the urgent request to be informed at what price we may accept the picol or 125 lb of those beans from the native or burghers, although for the present we dare not flatter your Right Honors that a considerable quantity thereof will be delivered in the first years. To his Right Honor 84 Batavia along with
Dutch transcription
Secreet Den Hoog Edelen Gistrengen Groot Achtbarin Heere M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Dewel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India. - Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere Wel Edele Gestrenge Heeren. §: 1: op den 7. maart 9l. hebben wijde ure gehad pe 't chip gouder kontvangen uw Hoog Edelhedens zeer gevenereerde dupplicaat Secreet missive van den 18: December A„o p=o en 't ori= „gineel van dien over Banda den 6: April daar aan met anige bijlagen, ingevolge ons arrest van den 19. April daar „n dienen wij daar op thans in oerbiedige rescribtie § 2. Dat wij met betrekking tot de Coffij culture ongeagt ons daar omtrend in d: p:s gemaakt be =denkingen den Jnlander, conform uw Hoog Edelhedens gunstig vertrouwen, met alle ermt en nadruk blijven animeeren tot de voortplanting dier culture in hope dat de hoof„ „den van dit Casteel hunne beloften dadelijk zullen vervullen di op nieuw gedaan heb= ben bij de verdeeling en afgave der ontvangene Bataviashe en cheribonk Coffij boomen, vide het aangeteekende bij Conferentie Notul van den 21. April, geinsereerd in onk gemeene Resolutie van den 27: April daar aan. — §3. Intusschen hebben wij de eere uw Hoog Edelhedens tot een monster in een gabbe gabbe kasje beschreeven Coffij Bonen van Ambon aan te bieden eenige zakjes met de al„ =hier vallende coffij boonen, welke sommige Regenten din eersten Teekenaar na derzelven belofte bezorgd hebben; met instantie om geinformeerd te mogen worden tegens welke prijs wij t picol of 125. lb: van die boonen van den jnlander of burgers accepteeren mogen schoon wij voor als nog vloogst Dezelv niet durven vleijen dat daar van in d' eerste Jaaren eene naamnaardige quantiteid geleverd zal worden — Aan zijn Hoog Edelheid 84 Batavia benevens
English
Section 4: For the favorable qualification to excuse the Native from the Hongi corvée and cruising when this can be done without detrimental consequences to the prejudice of the Company and the decay of old customs, provided that no obligation for the future is elicited from it in compensation for the loss of their clove trees, we give humble thanks and find ourselves obliged to note in that regard that we consider that precaution to be most necessary, and that the first signatory also kept this in view when excusing the regents of this principal Castle from cruising the shores during the most recently completed harvest of the cloves, as appears from the conference minutes of the 25th of January of this year, inserted into the general resolution of the 20th of February. Section 5: Since Your High Excellencies have meanwhile been pleased to desist from fixing the payment for the cloves to be delivered to a certain quantity, we cannot fail to offer their said Excellencies respectful thanks for this, as the Native continues to feel the greatest aversion to it. Section 6: And since Your High Excellencies are pleased to recommend to us, on the basis of what is stated in one of the submitted reports that more cloves are cultivated on Saparoua than the regulation allows, and that the large deliveries depend very much on that, to conduct a closer and exact investigation, and to execute the established orders without connivance, both to prevent complaints from other Regents and to prevent overly large deliveries from that post, we find ourselves bound to inform Your High Excellencies that the trees cultivated above the regulation on Saparoua have already been extirpated, according to what was recorded in our autumn secret missive of the 28th of September of the past year, to which we respectfully refer in this regard. Section 7: While we also have the honor to note herewith that, by sending an extract from Your High Excellencies' aforementioned missive, we have given notice to the present provisional head of Hila, the junior merchant Koene Koenes, of Your High Excellencies' satisfaction with the vigilance shown in extirpating the clove trees and saplings at the Haroeko post, in order the more to encourage him to a faithful execution of the extirpation work now undertaken by him at the Hila post. Section 8: The orders issued by the first signatory for the extirpation of the clove trees found at this principal Castle outside the datis, as tending in our view to some extent toward the reduction of the large crops, having received Your High Excellencies' favorable approval, he assures Your High Excellencies that everything is being done by him that can in any way serve to decrease the large clove crops, and that for this reason he also summoned the Hongi vessels to this principal Castle early in the past year and employed their crews, both upon arrival here and upon return from the Hongi, in filling up the lower rooms of the sailors' lodging and the protection of 1 new Equipage warehouse along the riverbank, likewise the cutting of ironwood piles for the dilapidated pier and other services, to save time and expense for the benefit of the Company. Section 12: While we in all respects adhere to Your High Excellencies' recommendation to proceed with all caution and a well-founded view to the future when cutting down the Tatanamangs, in relation to the point of further extirpations of an as yet too ample number of trees, to date. Section 11: Where Your High Excellencies hope that expectations will be met with regard to the Commission appointed by us for the further discovery of Tatanamangs, we have the pleasure of informing Your High Excellencies that this Commission, so far as this principal Castle and the posts of Saparoua, Haroeko, and Laricque are concerned, has met expectations; not doubting that it will also fulfill Your High Excellencies' aim and our hopes at Hila. Section 10: Your High Excellencies being pleased to rely on our assurance that we will cause the clove trees planted without qualification under the name of Tatanamangs to be extirpated everywhere, with approval of the prohibition issued by us on Your High Excellencies' honored order by placart against further cultivation under a fine of 25 rixdollars, we cannot fail to bring to Your High Excellencies' esteemed knowledge herewith that, through that prohibition and the earnest encouragement of the Native regents of this principal castle to search out Tatanamangs and extinct datis, so much has been achieved that, during the recent clove survey, 59 fruit-bearing clove trees were pointed out and, by order of the First Signatory, uprooted in some private grounds and an extinct dati garden, as shown by what was recorded in the general Resolution of the 10th of May. Section 9: And since Your High Excellencies have also been pleased to consider it well done that we ordered the head of Laricque to make a report under presentation of oath on the felling of the Tatanamang clove trees found there, we must further inform Your High Excellencies that we did not leave it at that precaution alone to ensure faithful conduct, but also immediately had that report sworn to by the commissioners employed there, according to what was recorded in the secret Resolution of the 29th of June of the past year.
Dutch transcription
§4: voor de gunstige qualificatie om den Jnlander van het Hongij scheppen en Poekruis. „sen te excuseeren wanneer zulx buiten nadeelige gevolgen tot prejuditie van de Comp: en verval der oude gebruiken kan geschieden mits daar uit geene verpligting voor t ver volg geelicieerd worde ter gemoedkoming van het gemis hunner Nagul bomen, dan= „ken wij oodmoedig en vinden ons verpligt daar omtrend te noteeren dat wij die voorzorge als vloogst noodzaakelijk agten en dat den eersten teekenaar zulx ook in 't oog gehouden. heeft bij vercuseeren der regenten van dit hoofd Casteel van het bekruissen der Atranden geduu „rende den jongst afgelopene insaam der Nagulen zo als blijkt bij de conferentie notul van den 25: Januarij dezes jaare, geinsereerd bij de gemeene resolutie van den 20. februa„ §5: daar het uw Hoog Edelhedens ondertusschen heeft gelieven te behagen afte zien om de voldoening der geleverd werdende nagulen op zeekere quantiteid te bepalen, mogen wij niet nalaten Hoogdt dezelve daar voor eerbiedig dank te zeggen, ver= mits den Inlander daar voor de grootste aversie blijft gevoelen. ~ §6: En vermits hloogst Dezelve oms gelieven te recommandeeren op fundament bij een der overgezon „dine rapporten gezegd word dat op Saparoua meer Nagulen gecultiveerd zoude worden als de bepaling toelaat en dat daar van zeer veel afhangen de ruime leverancien, om een nader en eract onderzoek te doen, mitsg=s zo wel voorkoming der klagten van andere Regenten als van te groote leverantien van dat comtoir, de gestelde ordres zonder oogluiking te executeeren, vinden wij ons gehouden uw Hoog Edelhedens te informeeren dat de bo„ ven de bepaling gecultiveerde bomen te Saparoua bereets geertippeerd zijn na 't genoteerde bij onze najaarse secreete missive van den 28:' September A.:o p:s waar aan wij ons ten deezen opzigte met eerbied gedragen. — §7: Terwijl wij tevens de eers hebben hier bij te noteeren dat wij door toezending van extract uit uw Hoog Edelhedens voormelde missive het presenti p:=s hoofd van Hild den on= der koopman Koene Koenes kennis hebben geguvren van Hoogst Derzelver genoegen over de betoonde vigilantie in 't extirpeeren der Nagulboomen en telgen ten Comtoire Haroeko om hem te meer te animeerin: tot een trouwe uitvoering van het door hem thans ondernoment extirpatie werk ten Comtoire Hila. - § 8. De gestelde ordres van den eersten teekenaar tot de extiepatie der aan dit hoofd Casteel buiten de datijs gevondene Nagulbomen als na ons gevoelen eenigzints trekken binnende tot ver= „mindering der groote gewassen, uw Hoog Edelhedens gunstige approbatie hebben de mogen nag gedragen verzekerd hij voogst dezelve dat door hem alles bewerkstelligd word wat § 12. Terwijl wij uw Hoog Edelhedens recommandatie om bij het onvellen des Patanomangs met alle omzigtigheid en een gegrond voor uitzigt op het toekomende te werk te gaan met relatie tot het poinct der verders ertirpatien van een als nog te zuim getal bomen, in allen §11: Iaar uw Hoog Edelhedens verhopen dat aan de verwagting zal worden voldaan met opzigt tot de door ons gedecerneerde Commissie ter verdere ontdekking van Tatanamangs, hebben wij 't genoegen Hloogst Dezelve te kunnen bedeelen dat die Commissie voor zo verre dit hoofd: Casteel en de Comtoiren Saparoua, Haroiko en Laricque betreft aan de verwagting voldaan heeft; niet twijffelende of dezelve zal te Hila almede aan Hoogst derzelver oogmeek en onze hope voldoen. - §10: uw Hoog Edelhedens gelevend te brusten in onze verzekering om de buiten qualifi- „catie aangeplante Nagulbomen onder den naam van Patanamangs alomme te zullen doen ertrepeeren met approbatie van het door ons op Hoogst Derzelver geeerde ordre bij plac= =caat gedaane verbod tegens de verdere cultiveering op een boek van rd=s 25: -: zo mogen wij niet nalaten uw Hoog Edelheedens hier bij ter gederde kennisse, te brengen dat door dat verbod en de ernstige animeering der Inlandsche regenten van dit hoofd casteel ter opspeuring van Tatanamangs en uitgestorvene datijs zo veel uitgewerkt is dat bij de jongst nagul beschrijving aangeweesen en op ordre van den Eersten Teekenaar uitgeroeijt zijn in eenige particulieren en een uitgestorvens datij doussong 59: p=s vrugtdragende nagul bomen uit= wijsen 't genoteerde ter gemeene Resolutie van den 10: Maij. — §: 9: En dewijl uw Hoog Edelhedens almede voor welgedaan hebben geliven aan te merken dat wij laricques hoofd gelast hebben om van de omvelling der aldaar gevondens Patoma„ „mangs Nagulbomen onder presentatie van eede rapport te doen, moeten wij Hoogst dezelve ten vervolge informeeren dat wij 't bij die voorzorge ter verzeekering van een trouwe behande„ „ling alleen niet hebben laten berusten maar dat rapport ook dadelijk doen b'eedigen door de daar ter geemploijeerde gecommitteerdens, na t genoteerde bij secreete Resolutie van den 29. Iunij A.o p=s — tot decrecsement der groote Nagulgewassen eenigzints dienen kan en dat hij daarom ook inden gepasseerden Jare de Hongij vaartuigen vrorgtijdig aan dit Hoofd Casteel heeft op ontboden en het volk derzelve zo bij aankomst alhier als te rug komst van de Hongij geimploijeerd tot het aanvullen der benedenste vertrekken van t' mattroosen logement en beschut= „ting van 1 nieuw Equipagie pakhuis longe de rivier kant item het kappen van Tranipalen voor 't vervallene zee hoofd en andere diensten meer ter uitwining van tijd en kosten tien voordee„ „le der Maatschappij„ tot. dato =zij daar aan. —
English
4. assistants, equipped with such ammunition and artillery goods as the first signatory, in consultation with the aforementioned officers and the Lieutenant of Artillery, deemed necessary for the expedition to Aroe and Goram: must approve of those precautions and consider them most necessary, under the humble assurance that we, for that reason, shall also not propose a further extirpation to Your Right Noblenesses before we are fully convinced by experience of its necessity, in order not to fall from one difficulty into another, although, according to Your Right Noblenesses' prompt intimation, there is still a twenty-five-year supply of cloves on hand. Paragraph 13: Your Right Noblenesses further awaiting the outcome of the commission decreed by us at the office of Saparoua and Hila regarding the clove trees which might be found in the datis exceeding the determined number of 50 fruit-bearing pieces, as well as of the private plantations of deceased or removed Regenten and elders and the extinct datis after a careful examination, we have the honor to submit in this regard that we have already shared the outcome of that commission regarding Saparoua with Your Right Noblenesses in our secret autumn advices of 28 September of the past year, but that we can give no earlier report on that of Hila than this autumn, since it has not yet been concluded this year. Paragraph 14: Meanwhile, we express our humble gratitude for the favorable indulgence toward the fact that we neglected to show Your Right Noblenesses, in our autumn advices of the year 1788, from our secret Resolution of 15 August of that year, the great number of clove trees that the first signatory discovered above the determined number upon examining the clove register of the Saparoua office, without, however, deducting therefrom those which in various datis were found to be fewer than the determined number permits; with the respectful assurance that Your Right Noblenesses' recommendation in that regard will henceforth be kept in mind, and that all matters of any importance will be transferred from the Resolution into the letters and made known therein, in order to avoid Your Right Noblenesses' displeasure. Paragraph 15: The assistance rendered to the province of Banda in the past year having obtained Your Right Noblenesses' desired approval, although the expedition to Aroe failed, which we, along with Your Right Noblenesses, must lament. Paragraph 16: We hope that the assistance rendered anew to that province, though not without our own inconvenience, in compliance with the honored order and authorization contained in the separate letter of 13 November of the past year, may likewise earn Your Right Noblenesses' approval. Paragraph 17: While we also consider ourselves bound to bring to Your Right Noblenesses' dutiful knowledge that this assistance, pursuant to our separate Resolution of 22 January of this year, consisted of: 2 pantjallings, namely Lingen and de Expeditie, 2 capable officers, namely the then-Lieutenant Iohan Michiel Berner, and the Ensign and Commander of Sawaij Pieter Fockens, 3 Sergeants, among whom 2 who with praise attended the expedition to Aroe in the past year, 3 Corporals, 2 Drummers, 2 Fifers, and 88 European and native common soldiers with their full weaponry, or in all 100 heads, and in addition also 2 Under-Surgeons, 1 Bombardier, and 1 Cannoneer, and Paragraph 18: The first signatory having also provided and given along to the aforementioned officers before their departure for Banda such an Instruction as we have the honor to offer to Your Right Noblenesses among the appendices. Paragraph 19: With the heartfelt wish that the aforementioned assistance of vessels and men may answer to Your Right Noblenesses' aim and our expectation, although the head of the expedition fleet, Major van Bose, was murdered on the voyage to Aroe, according to the entry in our general resolution of 19 April last. Paragraph 20: Having received among the appendices an extract from Your Right Noblenesses' secret minutes of 21 September of the past year containing an earnest exhortation toward the improvement of the decayed state of the Company and a serious warning to all who might be indifferent in that regard or might commit any dereliction of duty, with an extract appended thereto from the Secret Missive of the Right Honorable Gentlemen Seventeen of 15 December 1788 concerning that same subject; so may it be permitted to us to assure Your Right Noblenesses that all of us, and the first signatory in particular, shall make it his utmost endeavor to continue to comply with this wholesome admonition in dutiful obligation, with the sacrifice of all private interests and personal views. Paragraph 21: While we must also note herewith that we have likewise received an extract from Your Right Noblenesses' secret minute of 1 November of the past year, with the inserted secret missive from the Gentlemen Directors of the presiding chamber of Amsterdam dated 24 November of the year 1788, with an extract from the Register of the Resolutions of the High and Mighty Lords States-General of
Dutch transcription
4. handlangers, voorzien met zodanige ammonitie en Arthillerij goederen als den eersten rekenaar met deel: moeten billijken in die voorzorge voor aller noodzakelijkst houden, onder redrige verken „kering dat wij Hoogst dezelve daar om ook niet eerder eene nadere extirpatie zullen voor= „dragen, voor wij door de ondervinding van derzelver noodzakelijkheid ten vollen over= „tuigd zijn om uit de eene swarigheid niet tot de andere te vervallen, schoon er nog na Hoogst Derzelver gereede te kennen gave, een vijf en Twigtigen jarigen vertier, van § 13: uw Hoog Edelhedens verdere verwagtende zijnde den uitslag der door ons gedecerneerde Commissie ten Comtoire Saparoua en Hila nopens de Nagul bomen welke in de datijs boven het bepaalde getal van 50: p=s vrugtdragende zouden gevonden worden mitsg=rs van de particuliere aanplantingen van overleedene of gedimoveerde Regenten en oudstens en de uitgestorvene datijs na een nauwkeurig onderzoek zo hebben wij de eers daar op te dienen dat wij den uitslag van die Commissie ten opzigt van Saparoua Hoogst Dezelve reets bedeeld hebben bij onze najaarse secreets advisen van den 28. September A:o p=o dog dat wij van die van Hila geen eerder verslag kunnen doen als in dit najaar, dewijl dezelve nog niet geabsolveerd § 14. Intusschen betuigen wij ons nedrige dankbaarheid voor de gunstige mnschikking dat wij ver= „suimt hebben uw Hoog Edelhedens bij ons najaarse advisen van a:o 1788: uit onke secree= „te Resolutie van den 15: Aug=s van dat jaar te vertoonen 't groot getal Nagulbomen dat den eersten Tekenaar bij't nagaan der Nagulbeschrijving van 't Comtoir Saparoua ontdikt heeft boven het bepaalds getal zonder daar van egter afte trekken die welke in ver„ scheidend datijs minder bevonden zijn als 't bepaald getal toelaat met eerbiedige verzee„ kering dat men voortaan Hoogst derzelver daar omtrend aanbevolene recommanda„ „tie in 't oog zal houden en alle zaken van eenig gewigt uit de Resolutie in de brieven over„ brengen en daar bij bekend stellen ter ontwijking van Hoogst Derzelver misnoeg in § 15: de in d: p=s beweesen adsistentie aan de provintie Banda uw Hoog Edelhedens ge= wentchte goedkeure verworven hebbends, tchoon de expeditie na Aroe mislukt is, en wij met Hoogst dezelve moeten beklagen. ~ § 16: Hopen wij dat den op nieuw dog niet zonder eigene ongerief beweezenen onderstand aan die provintie in voldoening aan de geeerde ordre en qualificatie vervat bij aparte letteren van den 13. November d p=s Vloogst derzelver approbatie almede moge verdienen §17: Terwijl wij ons twens gehouden agten uw Hoog Edelhedens ter schuldige kennisk brom „gen dat die adsistentie na aanleieding oner aparte Resolutie van den 22. Januarij § 20: onder de bijlagen ontvangen hebbende een extract uit uw Hoog Edelhedens secreets notutin van den 21. September A:o p=o houdende eene ernstige opwekking ter verbetering van den vervallene staat der Maatschappij en eene Serieus waarschouwing aan alle die daar omtrend onverschillig zijn of eenig wan devoir mogte peleegen, met een daar agter gevoegde extract uit de Secreete Missive der Hoog Edele Heeren 17:mn van den 15: december 1788: dat zelve onderwerp behelzende, zo zijt ons ge- „gunt uw Hoog Edelhedens te verzeekeren dat wij alle en den eersten teekenaar in 't bijzonder zijne uiterste betragtinge zal maken om aan deze heilzame vermaning na schuldige gehoude- „nis te blijven voldoen met oefering van alle particuleire belangens en bijzondere inzigten:— § 21. Terwijl wij hier bij twens moeten noteren dat bij ons almede ontvangen is extract uit uw Hoog Edelhedens secreet notul van den 1. November a:o p=r met de daar bij geinsereerde seereet missive der Heeren Bewindhebberen van de prasidiale kamer Amsterdam ged: 24. November A:o 1788: „met een Extract uit 't Register der Risol: van de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal van §: 19. Met hartelijken wensch dat opgem: bijstand van vaartuigen en manschappen aan uw Hoog Edelhedens oogmerk en onze verwagting moge beantwoorden schoon 't hoofd der expeditie vloot den majoor van Bose op de reijer na Azoo vermoord is, na 't aangetekende by onze geimee =ne resolutie van den 19: April Jongstleeden. — § 18: Hebbende den eersten teekenaar op gem: officieren voor hun vertrek na Banda ook voorzien en mede gegeven een zodanige Instructie als wij de eere hebben Hoogst Dezelve onder de bijlagen aan te bieden. — dezes jaars bestaan heeft in 2: pantjallings namelijk Lingen en de Expeditie 2: wackere officieren, teweeten den toenmaligen Luitenand Iohan Michiel Berner, en den vendrig in commandant van Sawaij Pieter Fockens 3: Sergianten, waar onder 2: die in d: p=s de Expeditie te Aroe net lof bijgewoond hebben 3: Corporaals 2: Tamboers 100. koppen boven nog 2: onderchirurgijns 1: bombardier 1. Cannonier en overlig den opgem: offcieren en den Luitnand der Arthillerij tot de expeditie na Aros en goram nodig geagt heeft: 2: pijpers en 88: gemeene Europees en Inlandsche militairen met hunne volle wapenen, of te zamen dezes. Nagulen aan handen is. — is
English
Title as before! on 9 May prior, as well as a copy of the 6th article of the treaty of defensive alliance on 15 April of that year between Their High Mightinesses and the Crown of England in [illegible] § 22. With respectful notification that the first signatory had that article translated from French into Dutch by our First Sworn Clerk Elias Mazel and, together with the aforementioned papers, dispatched them to the respective outer offices and the posts of Mlomipa and Sawaij for strict observance and precise execution, accompanied by the extract likewise received by us from Their Supreme Nobles' minutes of 26 November of the past year and the secret dispatch of the Gentlemen Masters of 5 March prior, which entails that henceforth no warships of foreign nations are to be admitted to the Company's Asian establishments, which order we shall likewise duly observe here in accordance with the secret resolution taken by us for that purpose on 19 April: § 23. But since the outer offices and posts belonging under this government are hardly capable of preventing and opposing a single well-manned war chaloupe, much less a warship, from anchoring within their district with any prospect of a desired outcome without the active assistance of the native population, upon which, however, not much reliance can be placed when one looks back at the recent case of the notorious rebel Noekos, we find ourselves compelled to submit for Your Right Honourables' favorable consideration whether it might not be expedient to provide the subordinate chiefs and postholders, as before, with the necessary protests in order to protest against the arrival of foreign warships whenever they appear in the vicinity of their offices and posts, since those protests were withdrawn in the year 1787 on the basis of the extract of secret minutes received from Your Right Honourables dated 7 December 1786. § 24. With a respectful request to be furnished with Their Supreme Nobles' honored orders in this regard, the more so because the resident of Bouro, Coomans, makes a request for this in his secret letter of 15 May, transmitted herewith among the enclosures, without the first signatory being able to defer to it before the receipt of Their Supreme Nobles' approval requested hereinbefore. In the meantime, having commended Your Right Honourables' illustrious persons and the important interests of the Honorable Company to Jehovah's safe keeping and protection, we take the liberty to call ourselves, with profound respect: [below was written] Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Gentlemen and Noble Valiant Gentlemen [lower] Your Right Honourables' humble and obedient servants [was signed] J. A. Schelling, B. Smissaert, F. Ostrowskij, D. S. Blondel, I. Hogerwaard, W. J. de Bourghelles, L. van Jperen, F. L. Brusz and Henias Mackaij [in the margin] Amboina in Castle Nieuw Victoria, 2 June 1790. § 31. Having been delivered here by Saparoua's head Blondel, currently 28746 pieces, and this year in Hila as stated in § 27: 4557 pieces, as well as at this main castle according to what was noted in our recently dispatched secret dispatch of the 2nd of this month, see § 10: 59 pieces, or in total in fruit-bearing, half-grown, and young trees a considerable number of 33362 pieces. § 29. While we also believe we shall not do wrong by making known hereby the general total of clove trees that have been eradicated at the respective clove-producing offices and at this main castle since our decree of 15 August 1788, since that commission has now reached its full conclusion. § 30. We therefore note that according to our respectful autumn reports of 28 September of the past year, there have been extirpated at Saparoua, Haroeko, Larike, and at this main castle: § 28. We may therefore not doubt that Your Right Honourables will consider this extirpation no less agreeable than that performed by the said Koenes at Haroeko in the past year. § 26. This may, however, happen to us now, since that commission has since reached its conclusion, and the report received thereof, inserted in our secret resolution of the 12th of this month, has been confirmed under oath today by the temporary head of Hila, the junior merchant Koenes. § 27. We have accordingly hereby to show to Their Supreme Nobles from this that by the just-mentioned head Koenes, in the districts of the negorijs falling under Hila, there has been extirpated a considerable quantity of 3834 pieces of fruit-bearing, 252 pieces of half-grown, 471 pieces of young, making 4557 pieces of genuine clove trees, in addition to 250876 pieces of clove shoots that were burned. § 25. Although at the dispatch of our respectful secret letters of the 2nd of this month we could not flatter ourselves with being able to report to Your Right Honourables on this occasion concerning the completed clove commission at the office of Hila, because the same had not yet been concluded at that time. Title [illegible] closed:
Dutch transcription
Titul als vooren! den 9: Maij bevorens, gelijk ook Copia van 't 6: articul van het tractaat van de finsive alleantie op den 15. April van dat jaar tusschen Hun Hoog Hogende en de kroon van Engeland in Mog„ § 22: Met eerbiedige Communicatie dat den eersten teekenaar dat artikel door onsen Eersten Aincq Elias Mazel uit het Fransch in 't Nederduitsch heeft doen vertalen en met opgem: papieren na de respectie buiten Comtoiren en de Posten van Mlomipa en Sawaij ter stipt observantie en nauwkeurige opvolging afgezonden, in geselschap van het door ons indgelijks ontvangene extract uit Hoogst Derzelver notu„ „len van den 26. November A:o p=s en Secreete missiv der Heeren Meesters van den 5: maart bevoren, on„ die inhoudende om voortaan geene oorlog scheepen van vreemde natoen op 'sComp:s Asiatikhe Stablissem in. =ten te admitteeren welke ordre wij na 't daar toe doer ons genomens secreets besluit van den 19: April alhier mede in schuldige oblervantie zullen houden:~ §: 23: Dan nadien de buiten Comptoiren en Posten onder dit gouvernement gehoorende beswaarlijk in staat zijn om een enkelde wel bemande oorlogs chialoup veel min een oorlog schip het anker en onder hun district met eenig voor uitzigt van een gewenschten uitslag te kunnen beletten en tegen gaan zon„ der eene kragtdadige adsistentie van den Inlander waar op egter niet veel staat te maken is wanneer men te rug ziet op het niet lang geledene geval van den berugten Rebel Noekos vinden wij ons genoodzaakt uw Hoog Edelh=s in gunstigt bedenking te geeven of het niet dienstig zij onder hoofden en Posthouders, gelijk bevoorens, te voorzien met de nodige protesten om bij verschein van vreemde oorlogscheepen in de nabijheid hunner Comtoiren en posten tegens derzelver aan= komst te protesteeren dewijl die protesten in a:o 1787: ingetrokken zijn op Jundament van uw Hoog Edelhed=s ontvangene extract secreet notulen van den 7: December 1786: — § 24: Met eerbiedig verzoek om met V: loogst Derzelver geEerde ordre diendwegen gemunieert te mo. „gen worden, te meer, den resident van Bouro Coomans bij deszelfs onder de bijlagen overgaande secreets brief van den 15: maij daar om verzoek doed zonder dat den eersten teekenaar daar aan kan defereeren voor den ontvangste van Hooget derzelver hier voren verzogte goedvinden. — Intusschen veroorloven wij ons, na uwe Hoog Edelh=s gllustre perzonen en de emportante belangens der Ed. Maatschappij, in Iehovas veilige hoede en bescherming te hebben opgedragen, met diepe eerbied te noemen.- /:onderstond/. Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere en welEd: Gestrenge Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelh=s onderdanige en gehoorzame dienaaren /was geteekend/ J:n A:n Schelling, B: Smissaert, F: Ostrowskij D: S: Blonderl, I: Hogerwaard, w J: de Bourghelles, L: van Jperen, F: L: Brusz en Henias Mackaij / inmargine. /. Amboina in't Casteel Nieuw victoria den 2 Junij 1790. ~ § 31 Door Saparouas hoofd Blondel alhier aangebragt zijnde een hudens 28746: p=s en in dit gaar te Hlila gelijk bij § 27: vermeld staat 4557 „ mitsg=s aan dit hoofd Casteel na te genoteerde bij oner Jongst afgezondene Sicreete missive van den 2 dezer vide §10 59 „ of in 't geheel aan vrugtdragende, halfwassing en Jongebomen een aanzienlijk getal van 33362: P=s § 29 Terwijl wij ook niet meenen te zullen misdoen met hier bij bekent stellen 't generale bedra„ „gen der Nagul bomen die zedert om arrest van den 15 Aug=s 1788 op de respective Na„ „gulgeevende Comtoiren en aan dit hoofd Casteel zijn uitgerout dewijl die Commissie als nu zijn volle beslag erlangt heeft. § 30 wij noturen derhalven dat na onze eerbiedige najaarse adviten: van den 28 September A„o p„o te Saparoua, Haroeko, Laucque in aan dit hoofd Casteel zyn g'extiipeert § 28 wij mogen derhalven niet twyffelen of uw Hoog: Edelhedens, zal deize extrpatie voor niet minder aangenaam houden als „ door gerepte koenes te Haroeko in 't verwekene Iaar is geschieden § 26 Mag ons zulx egter thans gebeuren dewyjl die Commisse zedert zijn berslag erlangst heeft in 't daar van ingekomene berigt, geintereerd in onse Secreete resol: van den 12 dezer door 't p„k Hilas Hoofd den onderkoopman koenes op heeden met eede bekragtigd is. § 27: wij hebben mits dien deuse Hoogst Dezelve daar uit bij deesen te vertonen, dat door even gem hoofd koenes in de districten der onder Hila sorteerende Negorijen geextirpeert zijn een Con„ „siderable quantiteid van 3834: p„s vrugtdragende 252 „ halfwassene 471: „ jongs, dan wel 4557: p„s egte nagulbomin, boven nog 250876: p„s Nagul telgen die verbeand zijn § 25 Schoon wij ons bij de afzending onder eerbiedige secreete letteren van den 2 dezer niet hebben kunnen vleijen uw Hoog Edelhedens nog byj deze gelegenheid verslag te kunnen doen van de volbragte Nagul Commissie ten Comtoire Hild vermits dezelve als toen nog niet geabsolveert was — Titul balier gesloten:
English
a Balinese calling himself Gadehe of Boleling in Balie, who, during the recently conducted small Hongi along the south coast of Ceram, according to his statement, fled from Kellewaroe to Voling and arrived at Saparoua with the orembai of Hoealoy, and § 32 thus the first signatory had a deposition taken from him at the Police Secretariat to ascertain how he, being a free Balinese, came to be on Ceram. § 33 And whereas in that deposition, inserted into our Secret Resolution of the 2nd of this month, it appears among other things: Firstly, that the Radja of Kelliwaroe (who nevertheless during the recently conducted Hongi expedition came to the first signatory, requested pardon, and obtained the same) had been in Balie in the latter part of the past east monsoon and had brought nutmegs, cloves, etc. there for trade, and that the nuts were sold by the thousands and cloves by the picols, both by the aforementioned Radja and by his crew, of whom some had three, others 2, and some one bag of cloves, which, as he had seen himself, weighed a picol each; Secondly, that at the same time the peoples of Gisser, Ketlitay, Goey Goeliy, Oerong, Blimbang (a place unknown to us), and Ceram Laut had also been there with their paduakans, besides another 3 Goram paduakans, and had brought the same sort of merchandise, namely nuts, cloves, etc., which, according to their own statement, are brought annually for trade by them to Balie and other places situated thereabouts; Thirdly, that with the beginning of the west monsoon the aforesaid vessels departed, and at his request he sailed as a passenger on the paduakan of the Radja of Kelliwaroe to Ceram, with the intention of collecting some outstanding debts there from the sale of rice and selling 4 slaves brought along from Balie, but that those slaves were purloined from him by the aforementioned Radja of Kelliwaroe and sold in Banda; Fourthly, that the trade which the Cerammers bring annually to Balie is generally bought and transported further from there elsewhere by some Chinese residing there, to a number of about 10 persons; Fifthly, that to the best of his recollection 6 years ago a large paduakan manned with many Cerammers ran aground at Balie before the village of Badon, and that this paduakan was loaded with 14 pieces of iron cannons of 6 to 8 pound caliber according to his estimation, and that during this grounding all the crew lost their lives except for one, from whom the Balinese learned that this artillery had been fetched on the orders of the Sultan of Ceram or Bancahoeloe, but that since it had happened in earlier times that some Cerammers kidnapped the son of the Radja of Badon, he could no longer tolerate any Cerammers, and therefore had the head of that sole surviving emissary of Noekoe chopped off, and caused the aforementioned artillery to be salvaged and retained. § 34 We consider ourselves obliged to bring all this to the attention of Your High Noble Excellencies, although this story has seemed very dubious to us in many respects, especially with regard to the nuts and cloves, since we cannot understand where the Cerammers could have obtained so many spices as to sell the cloves by the picols and the nuts by the thousands. § 35 However, so that Your High Noble Excellencies may be able to have the necessary investigation conducted into it, we are sending that suspect informant at the disposal of Your High Noble Excellencies via the ship Dregterland. § 36 While we will likewise send a copy of the mentioned deposition to the Honorable Governor and Council in Samarang, in the hope that this may gain the approval of Your High Noble Excellencies. In the meantime we have the honor to subscribe ourselves with the deepest respect, (was written below) High Noble, Right Honorable, and Worshipful Gentlemen, and Noble Honorable Gentlemen, (lower down) Your High Noble Excellencies' very humble and obedient servants, (was signed) I: A: Schilling, B: Smissaert, Fottrowkij, Is Hogerwaard, W: I: de Bourghelles, K: Koenes, L: van Spoorren, F L: Bruvz, L: R J van Hasselt, and Anias Mackaij (in the margin) Amboina in Castle Nieuw Victoria, the 22nd of June 1790.
Dutch transcription
balier zig noemende Gadehe van Boleling te Balie, dewelke onder de Jongst gedaane kleine Hongij langs Cerams zuid bust na zijn zeggen van kellewaros na voling is gerlugt en met de orembaij van Hoealoij te Saparoua aangekomen en § 32 zo heeft hem den eersten teekendar een verklaring ter Sicretarij van Politie laten afneemen ter ontwaring hoe hij als een vrij balier zijnde op Ceram is gekomen— § 33 En vermits bij die verklaring, geinsfeerd in onse Secrete Resolutie van den 2 dezer onder anderen voorkomt p„s dat den Radja van kelliwaroe /: die nogthans onder de Iongst gedaane Hongij rihte bij den eersten teekenaar is gekomen om paidon verzogt en dezelve geobtineerd heeft:/ in 't laakt van de verleedene oostmousjon op Balie geweest en aldaar ten handel aangebragt zoude hebben Note musschaten, garioffel Nagulen etc: en dat de Noten bij duisende en Nagulen picols wijze verkogt waren zo wel door evengem: Radja als zijne op„ „vaarende manschap, waar van er sommige drie andere 2 in eenige een zak nagulen hadden die gelijk hij zelve gezien had ieder een picol gewogen zoude hebben; 2=e dat terzelver tijd de volkeren van Gisser, ketlitaij, goeij goelij, oerong, blimbang een plaats ons onbekent en Ceram Laut met deezelver paduakans mede aldaar ge„ „weest zoude zijn neevens nog 3 goiamk paduakans en gelijk zoortigt handelwha„ „een aangebragt hebben namelijk Noten, Nagulen ito die door hen te Balie en andere daar omstreeks leggende plaatsen na hun eigen zeggen jaarlijks ten han„ „del aangebragt worden— 3„e dat met het begin der westmousson de voorsz vaartuigen vertrokken en hij op zijn verzoek als passagier met de paduakan van den radja van kelliwaroe naar Ceram is ge„ „varen met intentie om aldaar eenige uitstaande schulden over verkoop van eijst h innen in 4 van Balie medi genomene slaven te verkoppen maar dat hem die slaven door mierm radja van kelliwaroo ontfutteld en in Banda verkogt zoude zijn 4=e dat de Negotie die de Cerammers jaarlyks te Balie aanbrengen doorgaans gekogt en weder van daar na eldus vervoud word door eenige aldaar wonende Chineesen tot aen getal van Circa 5„e dat na zijn best geheugen 6 garen geleden te Balie voor de Negorij Badon een groote paduakan bemand met veele Cerammers, is gestrand en dat die paduakan geladen had 14 stukken ijzers Canons na zijne beduiding van 6 â 8 d„o Caliber, mitsg.:s dat bij dit stran„ „den de opvaarende manschap alle om t leven zijn geraakt op ien na van wien de baliers koe; van vernomen hadden dat dit geschut op ordre van den Sulthan Ceram of Bancahoeloe was afgehaald dog dat vermits het eertyds gebeurd is dat eenige Cerammers de zoon van den radja van Badon gerooft hebben, hij geen Cerammer meer dulden kan en daarom din eenig overgeblevene zindeling van Noekoe den kop heeft laten afkappen en het voorm: geschut doen opvisschen en aangehouden. §34 agten wij ons verpligt uw Hoog Edelh=s dit umnen ander onder 'voogte moeten § 36 Terwijl wij ten gelijken ende ook een afcheeft van gerepte verklaring den Ed: Heer gou„ „verneur en Raad te Samarang zullen toezenden in hope dat zulx de goedkeure Uwer Hoog Edelh=s verweeven moge Intusschen verberen wij ons met de diepste Eerbied te onderschrijven /:onderstond/ Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heede en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheedens zeer onder„ „danige in gehoorzame dienaren /:was geteekent:/ I: A: Schilling, B: Smis„ „saert, Fottrowkij, I„s Hogerwaard, w: I: de Bourghelles, k„ „koenes, L: van Speren, F L: Bruvz L: R J van Hasselt en Anias Mackaij /:in margine/ Amboina in Castul Niuw rictoria den 22 Junij 1790 § 35 op dat Hoog Nt Dezelve egter in staat zy om daar na 't versustht, onderzoek te konnen laten doen zenden wij dien verdagten relatant ter dispositie uwer Hoog Edelh=s over met 't schip Dregterland„ brengen, tchoon ons dit verhaal in veelen opzigte zier bedenkelijk is voorgekomen voornam „lijk ten aanzien der noten en Nagulen vermits wij niet kunnen begrijpen van waar de Cerammers zo veel specerijen hebben kunnen bekomen om de Nagulen picols wyk en de noten by duisende te verkopen berengen 10 koppen
English
Alphabetical Register of the Marginals to the Separate Letter to Their High Noble Lordships dated Amboina the 21st of June Anno 1790:— Alfurs hope to convince Pelakahoe of his mistaken fears the gift to the Alfurs belonging under Saraij postponed -- the reason why expression of thanks for the permission to hold a seniri whenever necessity demands such. promise for the good treatment of the Alfurs Cruisings the cruising along the shores of the clove-yielding stations under the Hongi, regulated the negorij Hatoemetting was solicited to defect by the brother of Noekoe with 34 jonks yet that proposal was rejected threats made to destroy this negorij two pantjallings dispatched against those pirates yet also recalled on account of reasons the pantjallings sent anew for assistance to Banda have arrived there safely. two sufficient orembaais stationed at Hatumetten on guard duty for the protection of that negorij see further Serammers and Correspondence Letters and Papers of the received letters one has already been answered expression of thanks for the approval of the Governor's proceedings. peace among the Native is promoted as far as possible. Serammers the orang kaya of Oeroen fled, not without suspicion of having induced his villagers to defect measures employed to bring those misled villagers to repentance turned out fruitless fired upon the rebellious Oeroengers and pursued them into the mountains, yet none of them were captured burned their negorij and vessels to instill fear what effect that chastisement has had the Oeroengers have submitted again under the small Hongi those of Waroe have not yet requested a pardon presumably why the negorij Saleman attacked by 3 jonks of Waroe and repulsed continuation Continuation of Serammers. Nutmeg Cultivation The expedition against the pirate fleet of Noekoe has had no effect § 39 the Hongi expedition undertaken somewhat later than usual on account of reasons Noekoe must nevertheless have received intelligence of it the efforts employed to trap him foiled by his flight the high estimate of his force found to be untrue the islands Geser and Ceram Laut found deserted presumption that Noekoe was informed of the intention to apprehend him in his hiding place Roemasoal investigation into who are loyal to Noekoe the Captain of Geser declared that none of his people would adhere to Noekoe if they were supplied with firearms at his request, some muskets, powder, and lead balls issued on loan Rarakit and Waroe left unvisited for reasons refrained from pursuing Noekoe to Goram. rumors spread by the same. Correspondence corresponding with Ternate and Banda concerning the means to overtake Noekoe. new assistance granted to Banda Salawati devastated and brought under the authority of the Sultan of Tidore Kamaloedien. intention to fight Noekoe with force order to the sergeant of Sawaij to reinforce the fleet of Tidore those of Waroe must be compelled to surrender the Tidorese, Tobelorese, and fugitive peoples belonging under Sawaij not thought proper to place the chiefs of the Tidorese kora-kora force under the command of a corporal. request made to the Governor Cornabe concerning the defected major of Noekoe to persuade the Tidorese fleet commanders to demand the surrender of the former major of Noekoe and provide transport to Tidore request for approval of the arrangements regarding the expected Tidorese kora-kora fleet reasons why hope that that expedition may be fruitful see further Serammers and Cruisings a new king of Salawati appointed Extirpation One is constantly mindful of the extirpation of spice trees recommendation to the sergeant of Manipa to extirpate the spice trees at Kawa similar recommendation made to the one of Ceijlor Native Chiefs no gratuity was promised to the Hongi chiefs who assisted Banda. yet thanks were expressed for what was granted The Native encouraged to pursue the nutmeg cultivation vigorously against the unauthorized sale of nutmegs, the edict of the late Lord van Pleuren was renewed with some amendments, and good expectations thereof recommendation of Their High Noble Lordships to request a description concerning the processing of nutmegs and mace the Governor of Banda was already requested for it in Anno 1787 and further in Anno 1788, without any answer following upon it request for the dispatch of a person skilled in that work for the instruction of others another committee appointed for the receipt and processing of nutmegs and mace Papuan Pirates no vessels of the same discovered. but indeed 4 kora-koras with pirates at Kelang yet received no answer thereto that request has nevertheless been made again alterations
Dutch transcription
Riphabeusen Register der Marginalen op de Aparte Brief Aan Hun Hoog Edelheedens gedateerd Amboina den 21: Iunij A„o 1790:— Alphoereesen hope om Pelakahoe van zijne verkeerde vreese te overtuigen het geschenk aan de Alphoeren onder Saraij gehoorende uitgesteld -- waarom -. . - dankbetuiging voor de permissie om senirie te houden wanneer di noodzakelijkheid zulx vordert. belofte tot het welbehandelen der Alphoeren- Bekruijssingen, de bekruissing der stranden van de nagul gevende Comtoiren onder de Hongij, gereguleerd de Negorij Hatoemetting is tot afval aangezogt door den broeder van Hoekoe met 34: Jonken - - „„ 1 dog dien voorstel afgeslagen - - - - ... . .. . . .- bedreiginge gedaan tot het berigten drie Negorij twee pantjallings op die rovers afgezonden - --- dog ook weder terug geroepen om reeden de op nieuw ter adsistentie na Banda gezondene pantjallings zijn aldaar behouden gearriveerd. twee sufficante orembaijen voor Halumetten op brandwagt gelegt ten boscherming van die Negorij „ 63 zie verder Cerammers en Correspondentie:/ Brieven en Papieren van de ontvangene brieven reets een b'antwoord dankbetuiging voor de approbatie van 's Gouverneurs verrigtingen. - - - - - - - de rust onder den Inlander word na mogelijkheid bevordert. .. . . . .. Cerammers den orangkaij van Oeroen gevlugt niet buiten verdenking van zijne dorpelingen tot den afvral„ bewogen te hebben - - - „ 21: middelen in 't werk gesteld om die verleide dorpelingen tot inkeer te brengen - - - - - - -„ vrugteloos uitgevallen - - - - – – – – - – - - - - - - „ 28 op de wederspanninge Oeroengers vuur gegeven en bergwaards in vervolgd dog geen van hen gevangen gekregen „ 29 hunne Negorij en vaartuigen verbrand om vreese te verwekken - - - - - - - - - - - „ 30 van welk gevolg die Castijding geweest is - - - - - - - - - - - - - „ 31: de oerongers hebben zig onder de kleine Hongie weder gesubmitteerd – – – – – – - – - - „ 38 die van waroe hebben nog geen pardon verzogt - - - - - vermoedelijk waarom - - - - — de Negorij Saleman door J: jonken van waroe aangevallen en afgeslagen - ... .. . 1 - 1 „ 23 „ 35 „ - „ 36 vervolg 2 vervolg van Cerammers. No ten Culture De Expeditie op de roofvloot van Noekoe van geen effect gemeest - - - - - . - - § 39 de Hongij togt wat later als ordinair gedaan - - - - - - - - - - - - - - „ 43 om reeden - - - - - - - Noekoe moet daar van egter kennis gekregen hebben - - - - - - - - - - „ 45 de pogingen in 't werk gesteld om hem in de knipte krijgen door zijne vlugt verijdtelt - - - - - - - - „ „ 46 de grote opgave zijner magt onwaar bevonden - - - - - - - - - - - - - - - - „ 50 p„o gesser en Ceram Laut ontledigt bevonden - - - - - - - - - - - - - - „ 51 presumtie dat Noekoe onderrigt is geweest van 't voorneemen om hem in zijn schuil plaats Roemasoal op te ligten - - - - - - - - - - - - - - - - „ 52: onderzoek wie Hoekoe toegedaan zijn - - - - - - - - - „ 55: Capitain van kesfing verklaard dat geene van hem Hoekoe aankleven zouden zo van geweeren voorsien waren „ 56 op zijn verzoek eenige snaphanen, kruit en kogels ter leen afgegeven - - -- Rarakit en waroe omreeden onbezogt gelaten - - - - van 't vervolgen van Boekoe na goram afgezien. uitstrooijsel van denzelve. . . . . - Correspondentie over de middelen ter agterhaling van Noekoe word met Ternaten en Banda gecorespondeert . D„ 17 neuwe adsistentie aan Banda verleend .. . - - - - salwattij verwoest in onder de magt van den Sulthan van Tido kamaloedien gebragt. - - voorneemen om Hoekoe met magt te bevegten ordre aan Sawaijs Serg=t om de vloot van Tidor te versterken - - - - - - - „ 66 die van warve moeten gedwongen worden tot de uitlevering van de Tidoresen, Tobilders en uit„ „gewekene volkeren onder sawaij gehoorende - - - - - - - - - - „ niet goedgevonden om de hoofden van de Tidorse Covre Corre magt onder 't Commando van een Corp„l te stellen. - - - — – – – – – – – – – – – – „ 67: verzoek aan den heer Gouverneur Cornabe gedaan omtrend den afgevallene majoor van Foekoe - - „ 68 de tidoreesen Vloothoofden te persuadeeren om den gewesene majoor van Hoekoe op te eisschen en transport na Tidor te verleenen - - verzoek om approbatie van de schikkingen omtrend de verwagt werdende lidoreese Correcorre vloot „ 69 omreeden hope dat die expeditie van vrugt mag zijn /:zie verder Cerammers en Bekuijsingen:/ een nieuwe konning van salwattij aangesteld - - - – - - - - - - „ 65 Exterpatie Op de exterpatie van specerijbomen is men steeds bedagt recommandatie aan den serg=t van Manipa om de specerijbomen te kawa te extirpeeren - - - - - gelijke recommandatie aan die van Ceijlor gedaan Inlandsche Hoofden de Hongij hoofden die Banda geadsisteerd hebben is geen douceur toegezegd. - dog voor 't toegelegde dank betuigd - . . - - - - . Den Jnlander geanimeert de noten Culture met kragt door te zetten - - - - - 3 4: teg=s den verkoop der Noten't placcaat van deld Heer van Pleuren gerenoveert met eenige ampliatien en .. goede verwagting daar van - recommandatie Hunner Hoog Edelhedens tot het doen van verzoek eener beschrijving omtrend het bereiden der Soten en foelij - - - - - - - - - - - „ 8: de Heer Bandas gouverneur is reets in A„o 1787: daarom verzogt – – – – „ 9 En in A„o 1788: nader zonder dat daar op eenig antwoord gevolgd is - – – – – – „ 10: verzoek tot verzending van een perzoon in dat werk kundig ter aanleering van andere - - „ 12 een anders gecommitt:s tot den ontvang en bereiding der Ntoten en foelij aangesteld Japoese Rovers geene vaartuigen van dezelve ontdekt. maar wel 4: Corre Corren met rovers te kelang dog daar op geen antwoord ontvangen - - - - - - „ - dat versoek is egter weder gedaan - - - - - - - - - - „ 11 altiratien . . . . . . . . „ — „ „ 5 „ . . - - - - -- - - - – - - „ . – – – – – – – – – – – „ 18 — — . . 2 40 3 14 - „ 64: „ 16 & -– – – – – - - -„ . . . . „ 7: 38 8
English
Separate. Of the received letters, one is already answered. Section 2. While I am now duty-bound to reply to the other, I first express to Your High Noble Lordships my deep gratitude for the favorable approval of almost all my actions in the Master's service, with the humble assurance that I will gladly continue to employ my modest talents to obtain Your Lordships' lasting satisfaction. Peace among the native population is promoted as far as possible, and the native population is encouraged to pursue the cultivation of nutmeg with zeal. Section 4. The nutmeg cultivation is not without all fruit, as was shown in my respectful separate letters of 28: September of the past year from section 134. to 138. inclusive, and at the same time also the reasons why their planted trees do not yet yield as much fruit as I, together with Your High Noble Lordships, wish in compensation for the meager crops that Banda still yields. Section 5. While the conference minute of 21. April, inserted in the general resolution of 27... Section 3. Meanwhile, I can inform Your High Noble Lordships that peace and quiet among the native population is being promoted to the utmost ability, and that I continuously keep encouraging the Regents of this main Castle in furtherance thereof... 1. One after the other I had the honor to receive Your High Noble Lordships' much respected separate letters of 13: November and 18: December of the past year, both in original and duplicate, and since the first has already been answered by the secret letters dispatched with the ship Gouda dated the 2: of this current month of June, I refer to it with all respect. Honorable, Rigorous Lords, High Noble, Rigorous, Most Honorable Lord, The Honorable, Rigorous Lords Councillors of Netherlands India, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, The High Noble, Rigorous, Most Honorable Lord, To His High Honour, Batavia, together with proof thereof.
Dutch transcription
Appart van de ontvangene brieven reets een beantwoord. ~ §2: Terwijl ik op de andere thans pligtschuldig rescribeeren zullende uw Hoog Edelhedens vooraf dankbetuiging voor de approbatie van mijne dieppe dankbaarheid betuige voor de gunstige approbatie van meeste alle mijne verzigtingen 1 gouverneure verrigtingen. in s meesters dienst, met nedrige verzeekeringe dat ik mijne geringe talenten gaarne zal blij= ven bezigen ter verwerving van Hoogst Derzelver bestendig genoegen de ruit onder den Jnlander word na mogelykheid devordert § 4: De Noten Culture niet buiten alle vrugt. gelijk bij mijne eerbiedige aparte letteren van en den Jnlander geanimeert de noten den 28: September A:o p=r van § 134. tot 138. inclusie is vertoond en te gelijk ook de rieden culteuurs met ijver door te zetten. — waarom hunne aangeplante bomen nog zo veel vrugt niet geeven als ik met uw Hoog Edel „hedens wensche ter vergoeding van de schaale gewassen die Banda als nog uitewverd §5: Terwijl de Conferentie notul van den 21. April geinsereerd in de gemene resolutie van den 27 §3: ondertusschen kan ik uw Hoog Edelhed=s berigten dat de rust en vreede onder den Jnlander na uitterste vermogen bevordert word en dat ik de Regenten van dit hoofd Casteel bij continuatie ook blijv ammeeren ter bevordering van 1. Naden anderen heb ik de eere gehad te ontvangen uw Hoog Edelhedens veel gerespecteerde aparte brieven van den 13: November en 18: December a=o p:o zo in origineel als duplicaat en wijl de eerste bij de reets met 't schip gouda afgezondens secreet brieven d=s 2: dezer lopen de maand Junyj is beantwoord refereere ik mij daar aan met alle eerbied. Wel Edele Gestrenge Heeren Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere De Wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India Ho:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere Aan zijn Hoog Edelheid da4r Batavia benevens blijk daarvan
English
Against the sale of the nuts, the edict with some additions and alterations; good expectations thereof; recommendation from Your High Nobles to make a request for a description regarding the preparation of the nuts to the Lord Governor of Banda, followed by some answer; that request has nevertheless been made again; correspondence with Banda regarding the means for suppression; new assistance granted to Banda, but thanked for that assigned to them; those who assisted were not promised any gratuity; person skilled in that work to instruct others. By which I can also convince Your High Nobles that I seek to fulfill Your highest expectations in that regard to the utmost of my power. Paragraph 6. Whereas it has pleased Your High Nobles to order me to counter the private sale of these spices by a direct command, I have renewed the edict issued in this regard under the administration of the late Governor van Pleuren, with such alterations and additions as are fully described in the general Resolution of the 19th of April, to which I respectfully refer. Paragraph 7. In the hope that Your High Nobles' purpose will thereby be fulfilled, and that the islander will be deterred from delivering his unripe nuts to these shores henceforth for making confit, although the quantity can never have been large. Paragraph 8. While Your High Nobles, meanwhile, regarding my expressed fear and doubt whether the equipage overseer Wolsgaard and the now deceased junior merchant van Clootwijk might be advanced far enough in the preparation of the nuts and mace, please note that this difficulty ought to have been provided for in time by placing someone with the late Captain van Guericke to acquire the necessary knowledge, with the recommendation to request a description from the Banda ministers in that regard. Paragraph 9. May it be permitted to me to report in all respect that after the death of the former equipage overseer Kulk, the Honorable Mr. de Boek placed not only the present equipage overseer Wolsgaard with the then remaining second commissioner of the nuts and mace, the aforementioned Captain van Guericke, in 1787, but also requested elucidations from the Lord Governor of Banda, Haga, by letters dated 22 March and 8 October 1787, as to how the planting of nuts is conducted on Banda and what precautions should be observed regarding that fruit, as well as during the smoking and preparing of the same. Paragraph 10. And that I, since no satisfactory answer followed, renewed that request further in 1788 without my separate letter of 16 August 1788 bringing anything, and thus did all that was in my power, without being able to achieve my aim, as it did not please the Lord Governor Haga to provide any answer thereto. Paragraph 11. However, to comply with Your High Nobles' honored recommendation, I have once again requested of the Lord Governor Haga, in my separate letter of 12 March last, a detailed description of the treatment of ripened nutmegs, adding that if His Honor could send over someone who could instruct others here in that work, it would serve even more to my reassurance. Paragraph 12. But since no answer has followed upon that request either, I find it my duty to request Your High Nobles that the aforementioned Lord Governor of Banda may be written to, in order to send someone from there hither who is experienced in the preparation of ripened nuts and mace to instruct others whom I shall then place with him here. Paragraph 13. Meanwhile, I bring to Your High Nobles' dutiful notice that, as the second commissioner for the receipt and preparation of ripened nutmegs and mace, I have assigned the Castle's chief surgeon Hofman to the equipage overseer Wolsgaard, in place of the deceased junior merchant van Clootwijk, as I have been unable to find any more capable person for it. Paragraph 14. To the heads of the Hongi vessels whom I sent under the Hongi in the year 1788 to assist Banda, nothing else was promised than subsistence money and rations, with the prescription that 20 rixdollars might be advanced as a loan to each of those chiefs and charged to the debit of this government, to be repaid by them or their families. Paragraph 15. However, since Your High Nobles please to consider that advance as a gratuity and to pass it into rations along with the subsistence money, I thank Your High Nobles for that gratuity granted to the aforementioned chiefs, as being the right means to make them and others the more willing to undertake expeditions that must from time to time be carried out outside this province. Paragraph 16. While I hope that the assistance granted anew to the province of Banda, after what was already communicated by secret letters of the 2nd of this month, will deserve Your High Nobles' approval as well as the previous assistance, and that the resumed expedition to Ceram may also have a desired outcome. Paragraph 17. Your High Nobles' renewed recommendation from last year to always be on guard against the enterprises of the rebel Nuku is lost from sight by me just as little as the correspondence with Banda and Ternate regarding the means best suited for his subjugation, so that during the distribution an opportunity will present itself to me to speak of this further. Paragraph 18. Since my spring letter of 31 May, nothing of substance has come before me with respect to the Captain of the Saniri Pelakahoe.
Dutch transcription
tegens den verkoop der Noten t plac= met eenige ampliatien en alteratien goede verwagting daar van recommandatie U: UE: Ed:s tot het doen van verzoek eener beschryving omtrend het bereiden der notens de Heer Bandas gouverneur op eenig antroord gevolgd is dat verzoek is egter weder gedaan over de middelen ter agterhaling Banda gecorrespondeert nieuwe adsistentie aan Banda verleend. dog voor 't hen toegelegde dank= betuigd. — adsisteerd hebben is geen douceur toegezegd. perzoon in dat werkkundig ter aan= leering van andere. ~ daar aan uw Hoog Edelhedens ook vertuigen kan dat ik aan, Hoogst derzelve ver„ wagting daar omtrend na uitterste vermogen zoeke te voldoen. §6: Van wijf 't Hoogst dezelve heeft geliven te behagen mijt gelasten om den particulieren verkoop„ caat van de Ed: er van Hleuren gerenoverd de zer specerij door een direct bevel tegen te gaan heb ik 't derwegens geemaneerde placcaat onder de Regeering van wijlen den Ed: Heer gouverneur van Pleuren met zodanige alteratien en ampliatien gerenoveert; als bij de gemeene Resolutie van den 19. April ampel beschree„ „ven staat en ik mij met eerbied gedrage § 7: In hope dat daar door aan uw Hoog Edelhedens oogmerk voldaan zal zijn en den jlan - en onder gcom: to en ontrange „der afgeschrikt om zijne oneijpe noten tot 't maken van Confijt voortaan meer aan dezeen geine te leveren schoon de quantiteid nooit groot geweest kan zijn § 8: Dewijl uw Hoog Edelhedens ondertusschen omtrend mijne betuigds vrees en twiffeling of den Equipagie opziender wolvgaard en den thans overleedene onder koopman van Cloot= noteeren dat tegens die swarigheid in tijds hadde moeten voorzien geworden door het plaat= =sen van iemand bij wijlen den Capitain van Guericke om de nodige kundigheid te beko= „men met recommandatie om diendwegen een beschrijving van de Bandase ministers te ver„ =zoeken . §9: zo zij't mij vergunt daar op in alle eerbied te dienen dat na 't overleiden van den geweesen Egui„ is reet in 1787. daar om verkogt= pagis opziender kulk aen Edelen Heer de Boek bij den als toen overblijvende tweede ge„ committeerde der Noten en foelij den even gem: Capitain van Tuericke niet alleen ge= plaatst heeft den presenten Equipagie opziender wolsgaard, maar daar bij ook den Heer Bandas gouverneur Haga bij brieve in dato 22. Maart en 8: october 1787. verzogt om elucidatie hoedanig op Banda de aanplanting van Noten ge= schied en wat precautien omtrend die vrugt in agt genomen dienen te worden gelijk ook bij het rooken en prepareeren derzelve § 10: En dat ik dat verzoek, wijl en geen voldoend antwoord op gevolgd is, gerenoveert hebbe en in d:o 1700: nader zonder dat daar bij mijne aparte letteren van den 16: Augustus 1788: en dus algedaan wat in mijn ver„ =mogen is geweest, zonder dat ik mijn oogmirk heb mogen bereiken, wijl 't de Heer vlagd niet gelust heeft daar op eenig antwoord toe te passen. §11: om egter aan uw: Hoog Edelhedens geEerde recommandatie te voldoen heb ik de Heer gouverneur Vlaga bij mijne apparte van den 12: Maart J:l: op nieuw verzogt om een omstandige beschrijving van de behandeling der rijpgewordene Ntoten musschaten onder bijvoeging dat zo zijn Ed: iemand konde over zenden die andere in dat werk dog daar op geen antwoord ontfangen § 18: zedert mijne voorjarigs van den 31: maij is mij niets zakelijks voorgekomen ten op zigtt van den Capitain der Sanirie Pelakahoe. — § 16: Terwijl ik hope dat de op nieuw verleende adsistentie aan de provintie Banda na 't reets bedeelde by secreet litteren van den 2. dezer, zo wel uw Hoog Edelhedens goed keuring zal mogen verdienen als de voorige en dat de hervatte ex peditie na Aros en geram ook van een gewenschten uitslag mag wezen. — uw Hoog Edelhedens gerenoveerde voorjarige recommandatie om tegens de onder= van Noekos word met Ternatenden - neemingen van den Rebel Noekos steeds op hoede te zijn word zo min door mij uit toog verlooren als de correspondentie met Banda en Ternaten over de middelen die tot zijne te onderbrenging het best geschikt zijn, invoegen mij onder de bedeeling gelegenheid zal voorkomen hier van nader te spreeken. — § 15: vermits uw Hoog Edelhedens egter dat verschot als een douceur geliven aan te =merken en met 't kost geld in randzom te passeeren, danke ik Hoogst deselve voor dat douceur aan voorsz hoofden toegelegt als het regte middel zijnde om hen en andere te gewilliger te maken tot het ondernemen van expeditien die in tijd en wijle buiten deze provintie gedaan moeten worden. — tie na Banda gezonden hebbe, is door niets anders toegezigd als kostgeld en randloen met voorschrijving dat aan ieder dier hoofden rd=s 20. ter leen mogte verschoten en dit gouvernement ten laste aangerekend worden om door hin of familie weder voldaan te =wijk wel verre genoeg gevordert mogten wezen in 't bereiden der noten en foelij, gelieven te de Hongij hoofdn die Bandar ge. 3 14. Aan de hoofden der Hongij vaartuigen die ik onder de Hongij in Ao 1788: ter adsisten= § 13. Jntusschen breng ik uw Hoog Edelhedens ter schuldige kennis dat ik den Equipagie op„ beriding e notenen oelij aangested, ziender wolsgaard tot tweede gecommitteerde van den ontvang en bereiding der rijsge- =wordene Notenmusschaten en foelij toegevoegd hebbe den Casteels opperchirurgijn Hlof= =man instede van den overledene onderkoopman van Clootwijk alzo ik daar toe geen bekwamer perzoon heb kunnen vinden. — alhier konde onderwijsen zulx te meer tot mijne gerustheid strekken zoude venstat te onterdig van een 12E: Dan vermit op dat verzoek almed tot het r ge antwoord gevolgdis, vand ik mij en pligt uw Hoog Edelhedens te verzoeken ten einde welm: Heer Bandas gouvernelur aange„ =schreeven. moge worden om iemand van daar herwaards te zinden die geoeffent is int berei= „den der rijp gewordene Noten en Joelij ter aanleezinge van andere duik als dan bij hem zal plaatsen. alhier foelij worden. §17:
English
hope to convince Pelakahoe of his misplaced fear; that the orangkaya of Oerong, having fled, did not induce them to defect; means employed to [illegible]; what the result of that chastisement was; the Oerongers have among themselves; their village and vessels burned; fired upon the rebellious Oerongers and pursued them towards the mountains, yet captured none of them; proved fruitless. § 19: I hope, however, still today or tomorrow to find an opportunity to convince him that his alleged fear of new troubles is entirely without foundation, the more so as Your High Excellencies have also been pleased to let that allegation pass unnoticed. § 20: While in the meantime I wish to hope with Your High Excellencies that the Cerammese villages which, out of fear of the Rebel Noekoe, have not yet submitted to the Company, will in time be persuaded to do so. § 21: I nevertheless find myself obliged to bring dutifully to Your High Excellencies' knowledge that, notwithstanding the orangkaya of Oerong in the past year made a promise of loyalty, without suspicion from his villagers, and thereupon received pardon in the name of Your High Excellencies, he nevertheless, upon my arrival there with the most recently conducted Hongi, did not deign to come to me to pay homage according to custom, but instead betook himself elsewhere, not without suspicion of having first incited his villagers to evade the orders of the Company and to resist them if one should wish to compel them to it. § 22: Because, upon my coming before the village and seeing no one come aboard to me to pay homage as usual, notwithstanding that in that village many people were observed, partly equipped with muskets and partly with indigenous weapons, § 23: I sent off the native messenger and the raja of Iha to bring the villagers to reason and to ask why the orangkaya or, in his absence, no elder came to me, since they indeed knew that they had already received pardon in the past year, without any of them being persuaded to do so, under the pretext that neither orangkaya nor elders were present in the village and that therefore none of them dared to come aboard to me, unless the messenger remained with them as a hostage until they should have returned. § 24: When the aforesaid messenger returned with this message, I could sufficiently infer therefrom that they must have resolved with one another not to recognize the Company as Lord of the land, but to resist it. § 25: I therefore sent that messenger back to shore for the second time, with orders to say to these audacious people that I could not grant their unreasonable desire, with instructions at the same time to bring back the Raja of Iha who had remained there, so that he might not become a victim of their hatred and revenge. § 26: But at the same time I also ordered the military lieutenant Berner to go ashore with a detachment of soldiers and to ask those people categorically whether they desired to be considered as obedient subjects of the Company or as rebels against it, and in the first case, that they should send at least one or more from their midst to me to pay homage, and in the opposite case, to compel them thereto by force and, if possible, to take the principal among them prisoner, but if they wished to use violence, to resist that violence to the best of their ability. § 27: For which purpose I also commanded the Lieutenant of Artillery Landsman to fire upon them with the ordnance of the Company's orembai and the armed vessel De Spion, which was lying close under the shore, if the Oerongers should commit the slightest hostilities. § 28: This was done by me expressly with the intention that, in case my friendly invitation could not bring them back to their duty, they would then at least proceed to do so out of fear of the armed troops sent out; but this means also had not the least beneficial effect upon them, since they not only remained utterly refusing to send anyone aboard to me, but also used these insolent and insufferable words: If the Company has weapons, so do we. § 29: Wherefore Lieutenant Berner, following the orders given by me, had the soldiers brought along march forward to seize some of them; but as they took flight towards the mountains, he had them fired upon as rebellious rebels and pursued them for more than an hour without being able to capture any of them. § 30: I was indeed sorry for this, but as the evening was rapidly drawing near, I found it inadvisable to have those scoundrels pursued further, but on the contrary necessary to inflict as much harm and damage upon them as was ever possible, and to that end gave orders both for the burning down of their village and for the destruction of all the vessels found there, in order to cause dread in the villages situated further up. § 31: As this was then also of such consequence that, upon my arrival at Keffing, not only the elders of Quaij, Quamor, and Kellitaij submitted themselves, along with the son of the late raja of Kelliloehoe, but also the raja of Kellewaroo. § 32: I therefore flatter myself that Your High Excellencies will crown the aforesaid execution of punishment, as having been highly necessary, with the stamp of Your highest approval, the more so as that execution of punishment had the effect that these faithless people, during the recently conducted small Hongi of Saparoua's head Blondeel, submitted again and requested to be discharged from their orangkaya named Affang, on whom they cast the blame for their rebelliousness, because he, by his continual flights, had plunged them into trouble. § 33: Your High Excellencies will find all of this described in detail both in my Hongi narrative inserted into the general resolution of the 22nd of January and among the annexes of the
Dutch transcription
hope om pelakahoe van zijne verkeende vrees te overtuigen den orangh: van gerong gevlugt niet tot den afval bewogen te hebben. — middelen in't werk gesteld om die verlende van welk gevolg die Castijding geweest s. de oerongers hebben zig onder de hunne negorij en vaartuigen verbrand op de weerspannige orongers vuur gegeven en bergwaards ver =volgd oog geen van hen gevangen gekreegen. vrugtetoos uitgevallen. §19: jk hope egter nog heden of morgen gelegenheid te zullen vinden om hem te overtuigen dar zijne voorgegevene vreese voor nieuwe ongelegen heden buiten alle grond is te meer, uw Hoog Edelh=s dat voorgeven almede als ongemerkt hebben gelieven te passeeren §20: Daar ik middelerwijls met uw Hoog Edelhed=s wil hopen dat de Ceramse Negorijen die zig ut vreese voor den Rebel Noekoe tot nogto niet aan de Comp onderworppen hebben, daar toe in der tijd bewogen zullen worden. — §21. vind ik mij egter gehouden Hoogst: dezeler ter schuldige bennis te brengen aat niet tegenstaande den buiten verdenking van zijne dorpelingen orangk:n van Oerong in 't verweekene Jaar e„ a belofte van trouwe gedaan en daarop uit naam van uw Hoog Edelhed=s pardon verbreegen heeft, hij zig egter met mijne komst aldaar met de Jongstgeda„ ne Hongij niet verwaardigt heeft bij mij te komen om na den gebruike homagie te doen nemaar zig na elders begeeven niet buiten vermoeden van zijne dorpelingen alvorens opgerokkend te heb„ =ben om zig de ordres der Comps te onttrekken en daar tegen te verzetten bij aldien men hun daar toe mogte willen dringen. - § 22: Dewijl ik voor des Negorij komende in niemand bij mij aanboord ziende komen om na gewoonte homagis te doen niet tegenstaande in dat doop veel volk vernomen wierde ten deele genappend met snap =hanen en ten anderen deele met Jnlandse woopenen §23: Den Jnlandsh bode en den radja van jha afgezonden hebben om te vragen waar om den orangkaij of dorpelingen tot mheer tebrengen. n bij dies absentie geen oudst bij mij kwam daar zij toch wisten reeds in 't verweekene jaar par„ =den verkreegen te hebben, zonder dat een van hin alle daar toe te bewvegen is geweest onder voorge„ „ven dat nog orangkaij nog oudstens in de Negorij present waren en dat daar om geen van hen bij mij aanboord dorste komen ten ware den bode bij hen als gyselaar bleefe tot zij te zug gekomen zoude zijn §24: Den evengem. bode met deze boodschap te rug keerende kon daar ut genoig zaam afliden dat zij met elkanderen besloten moesten hebben de Comp: als vleere van den lande niet te erkennen maar zig daar tegen te verzetten. §25: Ik zond daarom dien bods wel voor de tweede maal weder na de wal met ordre om aan dit wel velmoedige volk te zeggen dat ik in derzelver onbillijke begeerte niet konde bewilligen met last tevens om den daar verblevene Radja van Jha: te rug te brengen op dat hij geen slag offer van hun haat en wraak mogte worden. §26: Dog belast ter zelver tijd ook den luitenand militair Berner om met een Commands militairen na de wal te gaan en dat volk cathagorish afte vragen of zij begeerden als gehoorzame onderdanen van de Comp geconsidereert te worden dan wel als rebellen van dezelve en in't eerste geval dat zij den te minsten een op meer ut hun midden bij bij moesten zenden om homagie te doen en hen byt tegen- „deil daar toe met geweld dwvingen en de voornaamste van hen war 't mogelijk gevangen te neemen maar zo zij geweld wilden gebruiken dat geweld na alle vermogen te wederstaan. — 427: Tenwelken in de ik den Luitenand der Aathilleij randsman tevens Commandeerde om wanneer de oerongers de minste vijandelijkheden mogten bedrijven op hen vuur te geven uit 't geschut van Comp: orembaij en de gewapende suit de spion als onder dewal e gekort leggende § 28: Dit geschiede door mij expres met dat inzigt om ingevalle mijne vrzendelijke nodiging hen tot der„ =zelver pligt niet terug konde brengen, zij dan ten minsten daar toe zouden overgaan uit vreese voor de afgezondene gewepende manschap dog ook dit middel is bij hen van geen de minste utmerking ten goed: geweest dewijl zij niet alleen volstrekt weigerig bleven iemand bij mij aanboord te zenden maar daar bij ook deze rotse en onverdragelijke woorden gebruikten heeft de Comp:s weggens wij ook § 29: weshalven den Luutenand Berner mijne gegevene ordre op volgende de mede genomine militai= 2en liet aanmarcheeren om eenige van hen te vatten; dan wijl zij de vlugt bergwaards nomen liet hij op hen vuuren als wederspannige Rebellen en vervolgde hem over een una lang zonder iemand van hen gevangen te kunnen krijgen. § 30: Dit speet mij wel maar vermit den avond sterk nader de vond ik 't ongeraden om die schelmen ver= der te laten vervolgen maar daar en tegen nodig om hen zo veel schade en nadeel toe te brengen als immers mogelijk was en gaf ten dien emde ordre zo tot 't afbranden van derzelver negorij als tot het vernielen van alle de vaartuigen die aldaar gevonden wierden om een schrik in de verdere opwaards gelegene Negorisen te veroorzaken. § 31: Gelijk dit dan ook van dat gevolg is geweest dat zig met mijnes komst te keffing niet alleen gesub= „mitteerd hebben de oudstens van quaij quamor en kellitaij met den zoon van den overledene radja van kelliloehoe maar ook den radja van kellewaroo. §32. jk asteere mij derhalven dat uw Hoog Edelhedens voorsz staaf oefening als hoog noodzake„ klim Mongij weder gesibmitterd =-lijk geweest zijnde met den stempel van Hoogst derzelver goedkeure bekronen zullen te meer die strafoeffening van dat effect is geweest dat zig dit trouwloos volk onder 't doen der Jongst gedane kleine Hongij van Saparouas hoofd Blondeel weder om gesubmitteerd en verzogt heeft van hunnen orangkaij genaamd Affang op wien zijde schuld hunner wederspannigheid geschoven hebben, ontslagen te mogen worden, dewijl hij hen door zijn telkens vlugten in ongeli= Invoegen §33 uw Hoog Edelhedens het een en ander breedvoerig beschreeven zullen vmden zo bij mijn Hongij vertoog geinsereerd. in de gemeene resolutie van den 22. Januarij: als het onder de bijlagen van de
English
common papers transmitting the daily register of the aforementioned Saparoua head Blondeel concerning his completed small Hongi visit, cited in the general resolution of 25 May. What is customary for the Alfurs under § 34. Since your High Mightinesses have further pleased to qualify me, in accordance with my request, to give a small gift at the Company's expense to the Alfurs who so willingly followed me in the year 1788 from Sawaij to Waroe, I will, when Sawaij's Commander Fockins returns from the expedition of Aro and Goram, deliberate on what it had best and with satisfaction consist of. 927 to establish peace. belonging to Sawaij postponed for reason to make.
Dutch transcription
gemeene papieren overgaand dag register van voorsz Saparouas hoofd Blondeel wegens zijne volbragte kleine Hongij visite, geciteerd bij de gemeene resol: van den 25: Maij. — 't gewient aan de alfaren onder § 34. Daar uw Hoog Edelhed=s mij wijders hebben gelieven te qualifeeren om na mijn versoek aan de Alfoereesen die mij in A:o 1788: van Sawaij na waroe zo goedwillig gevolgt zijn, een Smal ge= schenk ten lasten van de Comp:e te mogen afgeven zal ik met sowaijs Command=t Fockins uit de expeditie van Aro en goram terug komende overleggen waar in het zelve best en met gea„ „genheden bragt. 927 om vreede te verwekken. — sawaij gehoorende uitgesteld om reeden tie te doen is. —
English
the village of Saleman by 7 junks permission to hold sanirie whenever necessity demands such promise for the good treatment of the Alfurs. but indeed 4 kora-koras with pirates the expedition against the pirate fleet of 39: Noekoe has been of no effect trees one is always mindful recommendation to the sergeant of Manipa to extirpate the spice trees at Cawa. — to catch him in the trap frustrated by his flight. - Noekoe must however have received knowledge thereof the hongi voyage somewhat later than ordinary likewise recommendation made to those of Ceylon those of Waroe have not accepted pardon 35: The peoples of Waroe, notwithstanding their expressed inclination to accept submission, have not appeared at this main castle to this day, presumably through the instigation of the rebel Noekoe, who was brought over again to Ceram from his hiding place at Roemasoal by his brother, the tyrant of Aroo, Magova, accompanied by several Goramese and Onin vessels, §36. I shall thus have to await a further opportunity to move those peoples to submission, then Waroe attacked, repulsed notwithstanding that in the recently past month of February 7 junks of that people, assisted by some Tobelorese and Tidorese, etc., sought to surprise the village of Saleman belonging under the post of Cawa, without this having succeeded for them, however, because of the brave resistance offered to them by the sergeant with some men of that post, according to the letter of that sergeant dated 8 March, among the enclosures of the general letter dispatched, and to which I respectfully refer in this matter. expression of thanks for the permission § 37. For the favorable confidence placed in my person with regard to the holding of a sanirie with the Alfurs, I express my due gratitude with the humble assurance that I shall to the utmost of my ability observe and cause to be observed the recommendation annexed thereto, always to attach those peoples to the Company through gentle treatment, in order to derive the most that can be obtained from them in certain circumstances. — 17 vessels 38. The Papuan pirates have kept themselves very quiet during the recent hongi; at least, since my separate letter of the past year of 28 September 1789, none have been perceived in the fairway of Manipa and Bouro, nor on the north coast of Ceram, but indeed in the month of February last, 4 kora-koras at Kelang, which, being sought out and met by the resident sergeant of Manipa and the orangkayas of Kelang, Foeninaros, Massavooij, and Toeba, engaged in combat with that pirate rabble for nearly an hour, without being able to take any of them, as they took to flight, nor to know of what people the crews of those pirate vessels consisted, as appears from the notes of the postholder of Manipa in his letter of 5 February among the enclosures forwarded with the general letter. The dispatched expedition against the pirate fleet of the rebel Noekoe was of no effect, according to what I already had the honor to communicate to Your High Noblenesses in paragraphs 82 to 84 inclusive of my autumn advice of 28 September of the past year, to which I respectfully refer in this matter. on the extirpation of spice trees § 40. On the important point of the extirpation of spice trees in unauthorized places, my care remains unceasingly fixed; I have therefore most earnestly and emphatically recommended to the present postholding sergeant of Manipa, Meijer, to pay another visit during the small hongi to the Alfur village of Cawa, for the detection of such clove and nutmeg trees as are to be found further inland within the district of those villages, although the deceased resident of Manipa, Van Cappelle, verbally informed me before his death that he had found none there. §45: From the report made to me in the middle of the night by the Raja of Tobo and 2 elders of Bellemoerij, while I was sailing from there up the coast, that a native of Gormelang, who had just come from upper Ceram, had told them that 8 kora-koras lay near the small island of Goffa to notify the rebel Noekoe of my arrival, since he had with him on upper Ceram 100 Papuan kora-koras and just as many other vessels from Goram, Aroo, and other peoples, with the intention of encircling my fleet and giving battle if it should come up the coast, I was nevertheless sufficiently able to deduce that this disturber of the peace had already been informed of my arrival, and thus also of my intention to capture him. dispositions made to § 46: I therefore immediately, upon that report, gave orders to the respective chiefs to hold themselves ready for battle, and to some of them on the following morning also to give chase to the aforementioned kora-koras near Pulau Goffa and, if possible, to overpower them in order to deprive them of the opportunity to give notice to Noekoe of my approach. §47: While I at the same time had rowing proceed with redoubled zeal to reach Pulau Gisser, if possible, that very day, since I, as well as many of the hongi chiefs, burned with desire to finally catch Noekoe in the trap. — §48: Whereas the then military lieutenant Berner, whom I had ordered to § 49: But however covertly I kept my design in this matter, so that not even one of my hongi members had knowledge thereof before I set out on my journey from Roemakaij to the upper coast, and the Raja of Natoemetten upon my arrival there also declared he had neither heard nor known anything of my coming. — §42. Having to consider the essential contents of Your High Noblenesses' respected previous missive as answered herewith, I shall now proceed to make a report concerning what has been performed by me since the past year, in so far as no citation thereof has been made above, and making a beginning therewith, I note first under the main heading of §43: Ceram; that I undertook the hongi visitation along its inner and southern coast up to Keffing expressly somewhat later than is usual, and kept myself
Dutch transcription
de negorij Saleman door 7: Jonken sie om sapirie te houden wanneer de nood zakelijkheid sulx vordert belofte tot het welbehandelen der Alfoereesen. maar wel 4: Corae Corre met rovers de expeditie op de roofvloot van 39: Noekoe van geen exffect geweest bomen is men steeds bedagt recommandatie aan den sergeant van manipa om de specerijkoomen te cawa te ex trappeeren. — hem din de knip te krijgen door zijne vlugt vrijdelt. - Noekos moet daar van egter kennis gekreegen hebben de Hongij togt wat later als ord=r gelijks recommandatie aan die van Ceijlon gedaan die van waroe hebben nig pardon 35: Devolkeren van warod zijn in weerwil hunner betuigde genegenhid omi submissie aan genoment =gen worden tot nog toe niet aan dit hoofd casteets verscheenen vermoedelijk door opstoking van =Rebel orkos die door zijn broeder den geweldenaar van Aroo Magova ingeselschap va verscheidene goramsche en ordjineese vaartuigen van zijn schulplaats Roemasoal af haalden te Ceram weder overgebragt is, §36. Ik zal dus eene nadire gelegenheid dienen af te wagten om die volkeren tot submissie te beweg„ dan waroe aangetast , afgeslagen niet tegenstaande in de jongst verweekene maand februarij 7. jonken van dat volk geadsisteerd met eenige Tobildereesen en Tidoreesen etc=a de negorij van Saleman onder de post Sawa gehoorende hebben zoeken te overrompelen zonder dat hen zulx egter geluk is door den peren wederstand welke hen den sergiant met eenige manschappen van die post gebo hebben navolgens schrijven van dien sergiant ged=e den 8: Maart onder de bijlagen van gemeene brief vergaan de en waar aan ik mij met eerbied ten dezen op rigt referere. dank betuiging voor do permi § 37. voor 't goed gunstig vertrouwen dat in mijn perzoon gesteld is ten opzigte van het houden en Sanirie met de Alphoereesen betuige ik mijne verschuldigde dankbaarheid met nedrige verz „ring dat ik de daar bij gevoegde recommandatie om die volkeren steeds door een min zame =handeling aan de Comp: te verbinden na uitterste vermogen zal en doen nakomen om het m dat van hen inzommige omstandigheden getrokken kan worden. — 17 Capars antuign 38. De Pappoese Rovere hebben zignade ot he angekone bong en en gehouden; althans zijn er zeedert mijne voorjarige aparte letteren van den 28: September 1789: geene in 't vaarwater van Mlanipa en Bouro nog ook aan de noord kant van Cin vernomen, maar wel in de maand februarij f l. 4. Corre Corren te kelang die door Manipar houdende sergeant en de orangkaijen van kelang, Foeninaros, Massavooij en Toeba opgezogt in ontmoet zijnde met dat roof geboefte bij na een uur lang slaags geweest zijn zonder daar van te kunnen bekomen dewijl zyj de veugt genomen nog ok te weeten utwelk volk de man die roofvaartuigen bestaan hebbe rutwijsen 't genoteerde door manipas posthouder bij zijn m van den 5: Febr: onder de bijlagen van de gemeene brief overgaande De afgezondene expeditie op de 200fvloot van den rebel Noekos is van geen fect geweest na 't gunt eere rets gehad uw Hoog Edelhedens te bedeelen bij 3. 82: tot 84: incluseer mijner najaarsen te advisen van den 28 Septemb: A:o p=s waar aan ik mij in dezen met alle eerbied refereere op de extirpatie van specerij ƒ 40. op het aangelegene poinet ter extirpatie van specerij bomen op ongepermitteerde plaatsen blijf =ne sorge onop houdelijk gevestigd ik heb daar om den presenten posthoudend sergeant van Man„ Meijer met alle ernst en nadruk aanbevoolen om onder 't doen der kleine Vlongij de Alphoerse. „gorij Cawa op nieuw een visite te geeven ter opspeuring van zodanige Nagul en Notenbomen als onder 't district van die Negorijen verder landwaarts in gelegen te vinden zijn, schoon mijd overleedene resident van Manippa van Cappelle voor zijn dood mondeling heeft laten weten op aldaar gevonden te hebben. §45: Hebik uit het aan mij in 't midden van de nagt gedaane rapport door den Padja van Tobo en 2: oudstens van bellemoerij, terwijl ik van daar na boven schipte, van dat hen een Jnlander van gormelang die eerst van boven Ceram gekomen was, verhaald had dat 8: Corrs Corren bij het Eijlandje gofa lagen om den ribel Noekos van mijne komst kennis te gewven dewijl hij op boven Ceram bij zig had 100. papoese Corro Corren en even zo veel andere vaartuigen van goram, Aros en andere volkeren met intentie om mijne vloot te omcingelen en slag te leveren zo dezelve wilde boven komen, egter genoegzaam kunnen afleiden dat dien rust verstoorder reets van mijn komst verwittigd was en dus ook van mijn voornemen om hem op te ligten. versogaingen intrenk gesteld om 46: Ik gaf derhalven op dat verhaal ten eersten ordre aan de respectiv r hoofden om zig tot den slag gereed te houden en aan eenige derzelve den volgende morgen ook om op de gewaakde Corre Corrin bij p=lo goffa jagt te maken en was t mogelijk dezelve te overmeesteren om hien de gelegenheid 'te beneemen Hoekos van mijne aannadering kennis te kunnen geeven. §47: Terwijl ik tevens met verdubbelden ijver liet scheppen om ware t mogelijk nog dien dag p:r gisser te kunnen bereiken vermits ik zo wel als veele der Hongij hoofden van verlangen brands om Noekoe uindelijk in de knij te mogen krijgen. — §48: Van wijl mij den tomaligen lieutenand militair Berner die ik geordonneerd had om § 49: Dan hor bedektik ook mijn oogmerk in dezen hield zo dat zelve gen een van mijn Hongij leeden daar van kennis droeg voor ik mijn reijse van Roemakaij na boven zitte, en de Radja van Natoemetten met mijne aankomst aldaar ook verklaarde van mijne komste mits gehoord nog geweeten te hebben. — §42. Ten zakelyken in houd uwer Hoog Edelheeden gerospecteerde voork missive huirmede voor beantwoord moetende houden zal ik thans treeden tot 't doen van verslag aangaande 't gunt door mij zeedert 8:o p=o is verrigt voor zo verre daar van hier voren geene aanhaling is gedaan en daar mede ee begin makende noteere ik voor af bnder, 't hoofddeel van §43: Ceram; dat ik de Hongij visite langs dies binnen en zuid cust tot keffing; ex presmat. laten dan gewoonlijk is ondernomen en mij gehouden