Inventory 3927
Ceylon · 804 pages · 470 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Ceylon 1792 Register of Letters & Papers from Ceylon received in 1792, Seventh Volume. Resolutions taken in the Council of Ceylon from 4 January to 23 August 1791. Ditto, ditto concerning the Military Department from 5 January to 17 September 1791. Ditto, ditto concerning the Native Department from 4 January to 10 October 1791. Resolution taken in the Council of Ceylon on Tuesday 4 January 1791. Present: The Right Honourable Governor Willem Jacob van de Graaf. The Honourable Head Administrator, Master Christiaan van Angelbeek. The Honourable Colonel Diederich Carl von Drieberg. The Honourable Disava Diederich Thomas Jaetz. The Honourable First Packhouse Master Johannes Reintous. The Honourable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter. The Honourable Trade Bookkeeper Abraham Camlant. The Honourable Fiscal, Master Johannes Adrianus Vollenhove. Absent: The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, due to indisposition. Approval of five preceding resolutions: The general resolutions of the 4th, 6th, and 10th of December of the past year were summarized and approved, alongside the resolution regarding the Military Department and the secret resolution of the 10th of the said month, of which it is understood this note is retained. The remaining saltpetre with which the return cargo... Considering that the Ministers serving Cochin have notified Galle that there is no hope of providing saltpetre for the return ships from Ceylon this time, and the small stock of 82780 lb that is currently at Galle must necessarily be retained to ballast the ships...
Dutch transcription
ylon 1192 ylon 3192 het restant salpeter van waarmeede de retour lasten ilitien genomen in Rade van Ceilon zedert #inn: tot 23 Augustus 1791. rakende het militaire departement dedert 5 Jann: tot 17 Septemb: 1791. acob van de Graaf dito, dito, rakende het Inlands departement en van Angelbeek van 4 Jann: tot 10 October 1791. al von Drieberg homas Jaetz Remtous. Lambertus van Zitte Camlant. Adrianus Vollenhove Absent. el Hoest. gemeene resolutie :oLeeden, neevens de tement en de secreet maand, waar van inteekening. de Koetsiem bedeeld gale te ontbieden, en hebben, dat 'er geen hoop is om dit maal sal peter scheepen te doen bebal, voor de Ceijlonsche retourscheepen of tedoen, ende geringe voorraad van 82780: lb, die daar van tans te Gale is noodzaakelijk diend aan gehouden Present. Januarij 1791. Register der Brieven & Papieren van Ceijlon overgekoomen 1792. Geevende Deel teworden V: Co - en oomen in Raade op citie. vo het restant salpeter van waarmeede de retour. lasten vang Resolutien genomen in Rade van Ceilon zedert 4 Jann: tot 23 Augustus 1791. dito, dito rakende het militaire departement Zedert 5 Jann: tot 17 Septemb: 1791. acob van de Graaff dito, dito rakende het Inlands departement en van Angelbeek. van 4 Jann: tot 10 October 1791. gal von Drieberg Thomas Jaetz: Remtous. Lambertus van Zitte„ Lamlant. Adrianus Vollenhove Absent. el Holst. gemeene resolutie J:oLeeden, neevens de tement en de secreet maand. waar van inteekening. de Roetsiem bedeeld gale te ontbieden, en hebben, dat 'er geen hoop is om dit maal salpeter scheepen te doen bebal, voor de Ceijlonsche retourscheepen op tedoen, ende geringe voorraad van 82780. lb, die daar van tans te Gale is noodzaakelijk diend aan gehouden Present. Januarij 1791. Genoomen in Raade Register der Brieven & Papieren van Ceijlon overgekoomen 1792. Seevende Deel teworden 1 - op citie. 1otter het restant salpeter van waarmeede de retour. lasten crango Genoomen in Raade op Januarij 1791. Jacob van de Graaff Jan van Angelbeek Carl von Drieberg Thomas Jaetz: Reintous. Lambertus van Zitter Camlant. Adrianus Vollenhove Absent gel Holst. „gemeene resolutie J:o Leeden, neevens de stement en de secreet maand, waar van anteekening. de Roetsiem bedeeld gale te ontbieden, en hebben, dat 'er geen hoop is om dit maal salpeter scheepen te doen bebal, voor de Ceijlonsche retourscheepen of tedoen, en de geringe voorraad van 82780: lb, die daar van tans te Gale is noodzaakelijk diend aan gehouden Present. citie. teworden het restant salpeter van waarmeede de retour lasten Den wel Edelen Groot agtbaaren heer Gouverneu Willem Jacob van de Graaf Een 8 Hoofdad ministratieur. - - . - - . . M„r Christiaan van Angelbeek. . . . . Diederich Carl von Drieberg „ Den E: Colonel. . . . . Deederich Thomas Jaetz: Den E: Dessave Den E: Eersten Pork huijs meester Johannes Reintous Din E: Secretaris - - - - - - - - - - Benedictus Lambertus van Zitte Den 8 Negotie Boekhouder - - - - Abraham Camlant. - - - - - - Mr Johannes Adrianus Vollenhove Den E. fiscaal. Absent. Gerrit Engel Holst. Din E: Zoldij Boekhouder Mits indispositie zijn geresimeerd en g'approbeerd de gemeene resolutie van den 4.: 6: ' en 10. December J:o Leeden, neevens de approbatie van vijf voor„ gaande resolutien resolutie over 't Militair departement en de secreet resolutie van den 10:' van gem maand. waar van verstaan is behouden deese aanteekening. Aangezien de Heeren Ministers de Koetsiem bedeeld gale te ontbieden, en hebben, dat 'er geen hoop is om dit maal salpeter scheepen te doen bebal, voor de Ceijlonsche retourscheepen oftedoen, ende geringe voorraad van 82780: lb, die daar van tans te Gale is noodzaakelijk diend aan gehouden Resolutie Genoomen in Raade van Ceijlon. op Dingsdag Den 4. ' Januarij 1791. Present. teworden 1
English
3 The 4th of January 1791. The 4th of January 1791. Berkhout assigned for the Leviathan for Zeeland Company purchase price of up to 3 stuivers the pound. to be for the powder mill here: It is, upon the proposal of the Governor, approved and resolved to summon the aforesaid remaining saltpeter hither; and on the other hand to write to the servants at Galle to cause both return ships, Berkhout and the Leviathan, to be ballasted with rockstones and the unsuitable goods on hand. Further, it is approved and resolved to consign the ship Berkhout to the Chamber Amsterdam, and the ship the Leviathan to the Chamber Zeeland. Taking into consideration that the collection of Ceylon coffee becomes increasingly meager, most likely because the inhabitants prefer to sell their coffee to private individuals, who pay more for it than the meager price of two stuivers which the Company pays for each pound, and that although the private trade is guarded against as much as possible, it nevertheless does not appear feasible to prevent this entirely, since all the routes that the smugglers know how to devise cannot possibly be traced; but that it may perhaps serve in no small measure to encourage the inhabitants to a more plentiful delivery to the Company if the purchase price were somewhat increased, To The Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies. Right Honorable and High-Commanding Lord, In order to comply with the order of Your Right Honor, the undersigned have the honor to report that one picol or 125 lb. of Jacatra coffee beans, according to the latest Batavian invoice, costs in purchase . . . . . . . rixdollars 3. 48. – ƒ 11. 17 3/5. For 2 per cent Batavian charges according to the invoice 68 pieces 3. 53 3/4. ƒ 12. 2 7/20 money. Burdened hereupon with 63 1/2 per cent, according to the indication in the model Yield; namely: for expenses of ship and servants during the voyage from the Capital to this government 52 per cent, for the risk of the sea 7 per cent, and for interest on the advanced capital in 12 months 4 1/2 per cent . . . . 2. 26 3/4. „ 7. 13 37/20. Thus, one picol of coffee beans brought hither from Batavia comes to cost . . . . . . . rixdollars 6. — 1/2. ƒ 19. 16 3/10. or 1 lb 3 13/25 stuivers Indian money, or Dutch money ƒ— 3. 3. scarce. With which these respectfully sign below /was undersigned:/ increased, all the more as the Javanese coffee, which is sent to the Netherlands with the Ceylonese return ships, according to a report inserted here below from the trade servants, upon arrival hither from Batavia, burdened with the usual charges and excluding the packaging, already comes to stand at 3 2/25 Indian stuivers the pound. increased, Right Honorable
Dutch transcription
3 Den 4. ' Januarij 1791. Den 4. Januarij 1791. Berkhout aangelegd voor de Zaviathan voor Zeeland 's komp:s inkoops prijs van tot 3: st: t pond. teworden voor de kruijtmoolen alhier: Js op de pro„ posatie van den heer Gouverneur, goed gevonden en ver„ „staan, voorsz restant salpeter herwaards te ont„ „bieden; en daar en deegen den bedienden te Gale aante„ „schrijven, om de bijde retour scheepen Berkhout en de Leviathan, met klipsteenen en de aanhan„ den zijnde onbequaame goederen te doen beballasten. Nog is goed gevonden en verstaan, 't schip Berkhout kamer Amsterdam en de de consigneeren aan de Kamer Amsterdam, en het schip de Leviathan aan de kamer Zeeland. Jn agting genoomen zijnde, dat de insaam van Koffie de Ceijlonsche koffij verhoogd hoe langer hoe schraalder word, zeer vermoedelijk, om dat de ingezeetenen hunne Kopsie liever ver„ „koopen aan partikulieren, die daar voor meer geeven dan de geringe prijs van twee stuijvers, welke de Comp: voor iek pond betaald, en dat schoon teegen den particulieren verkoop„ zo veel moogelijk gewaakt word, het echter niet doenlijk schijns, om dat geheel tebeletten, wije alle de weegen, die de smokkelaars weeten uit tedenken, niet wel moogelijk kunnen worden nagespoord; dog dat het misschien net „wijnig zal strekken, om de ingezeetenen aan„ „temoedigen tot een ruijmer leeverantie aan de komp:, indien de inkoops prijs wat wierd Aan Den wel Edelen Groot agtbaaren Heer willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Neederlands India, gouverneur en Direnteur van het Eijland Ceilon, met dues onderhoorigheeden. wel Edele Groot achtbaare Hoog Gebuedende Wer om de voldoen aan de ordre van uwel Edele Groot agtbarre, hebben de ondergeteekendens de eere te berigten, dat een pikol of 125. lb. koffijboonen Jaccatrase volgens de jongste Bataviase aan reekening kosten in Koops. . . . . . . . d:o 3. 48. – ƒ 11. 17 3/5. voor 2. p=rC. Bataviasche ongelden volgens „ —. 5¾. „ — 4¾ de aanreekening 68 P:s 3. 53. ¾. ƒ 12. 2. 7/20. Geld Hier op 63½. p.r C. beswaart, voegens de aanwij„ „zing bij het moddel Rendement; teweeten: voor onkosten van schip en dienaaren geduu„ „rande de rijze van de Hoofd plaats na dit gouvernement 52 p:r C voor de resico der zee 7. pr C. en voor intrest van 't uijtge„ „schooten capitaal in 12. maand en 4:½ prC „. 2. 26¾. „ 7. 13 37/20. gu zoo komt een pikol kopfijboonen van Batavia alhier aangebragt zijnde, be - - - - - - - - d:s 6. —½. ƒ 19. 16 3/10. Kosten of 1 lb 3 13/5. stuijvers Jndias geld ofte Neederlands geld ƒ— 3. 3. schaars. waarmeede desen met eerbied onderschrijven /ondrstond:/ verhorgd, temeer de Javasche Koffie, die met de C lonsche retourscheepen na Neederland word. Werdom„ „den, volgens een hier onser g'insereerd bericht van de Negotie bedienden, bij aanbreng van Batavia alhier, met de gewoone ongelden beswaard en ongereekend de embalagie, reets op 3. 2/25. in disch stuijvers 8 lb komt testaan. verhoogd, wel Edele
English
The 4th of January 1791. It was therefore approved and resolved to set the Company's purchase price of Ceylon coffee everywhere in this government for the coming season at three Indian stuijvers per pound, and to give notice thereof to the Noble High Indian Government; but to suspend the execution of this resolution until the receipt of Their High Nobles' approval thereof. Considering that the revenues of the Diaconate here are decreasing more and more, and that the Deacons have earnestly requested that this might be provided for in one way or another, it was approved and resolved to authorize the Deacons, with the concurrence of the Commissioners over the Diaconate, from time to time, as the fund of the Diaconate shall require, to issue a money lottery, in the same manner as took place according to the resolution of the 9th of June 1787, but each time for no more than one hundred tickets of two rixdollars each, provided that after the conclusion of each lottery, an account thereof must be submitted to this government. It was further approved and resolved, for the benefit of the Diaconate here, to introduce a lease on the betel, areca, and tobacco that are imported within the gravets of Colombo for sale to the public, to be collected upon importation within the gravets, and therefore, over and above what is already paid for the benefit of the bazaar lease on the betel and tobacco, to cause to be collected for the benefit of the Diaconate: for 3,000 betel leaves one stuijver, for 1,000 tobacco leaves three stuijvers, and likewise for every 1,000 areca nuts imported for consumption by the public to be sold at the bazaar, to cause three stuijvers to be paid for the Diaconate. And it was further resolved to authorize the Diaconate to farm out this duty by way of lease for the remaining months of this financial year, in such manner as they can best agree, with the order, however, to publicly lease the same in the coming season, as is done with the other revenues of the Diaconate. Right Honourable, Great, and Respectable, Very Obedient Servants was signed: A. Sambant and J. G. Hofland Although the Noble High Indian Government, by esteemed dispatch of the 26th of May last, declined the transmission of the declaratory statement of the pro interim fiscal advocate Van Massau in the criminal trial against Colonel De Hugonet and associates, a copy thereof was nevertheless subsequently found among the received papers with the ship Berkhout, which was not mentioned in the letter, but listed in the register; the same, along with the papers previously received successively from Batavia, was reviewed by circulation and now brought back to the table. Whereupon, after deliberation, it was approved and resolved that it shall be shown to Their High Nobles that it would be a work of too great length if this government wished to treat ex professo of its grievances regarding the conduct maintained by the aforementioned fiscal advocate in this matter, and the errors residing in the definitive sentence pronounced thereon by the Honourable Council of Justice of the Castle of Batavia, and to substantiate them with legal remarks and arguments. That one is nevertheless obliged to say as much about the matter as is necessary not only to convince Their High Nobles of the soundness, but also of the necessity of the revision, and to that end to point out and prove briefly and substantively: 1. That the pro interim fiscal advocate Van Massau ought not to have abandoned the trial against De Hugonet and associates, but on the contrary was obligated to look after the interests of the officium fisci, and to that end to rectify the informalities, omissions, and other defects which he believed to have been committed in or regarding the same, according to his superior legal experience and practice, and to bring the same into such a state that a definitive sentence could have been pronounced thereon. 2. That the trial documents, being informal and suffering from nullity according to the opinion of the fiscal advocate, could not or should not have served to pronounce a definitive sentence on the principals. 3. That besides this nullity—or whatever the defect of pronouncing a definitive sentence upon informal or nullity-afflicted documents ought to be called in legal terminology—other errors reside in the sentence of the Honourable Council of Justice of the Castle of Batavia, which ought to be corrected in revision. That in order to demonstrate these three principal points with greater clarity, it must first be pointed out that the principal crimes of the aforementioned French officers in the Company's service, which form the subject of these proceedings, were committed not against the Governor in his person and private capacity, but against the Company itself; and this government is therefore obligated, not in its private capacity, but ex officio...
Dutch transcription
5. Den 4. ' Januarij 1791. Den 4. ' Januarij 1791. sluct uitte stellen tot de ont„ vongst van Hunner Hoog Diaconen te qualificeeren eene geld loterij. Ten voordeele van de diaco„ toer van den E: van Mas„ ces tegen den Colonel De Wugonet C: S: En wat de diaconen daar„ omtrent te gelasten. die binnen de gravetten ter wel Edele Groot agtbaare zeer gehoorsaame Dienaaren /:was geteekend:/ A: Sambant en J: G: Hofland worden ingevoerd. Januarij 1791. /in margine:/ Kolombo Den Js derhalven goed gevonden en verstaan 'sComp:s in koops prijs van de Ceijlonsche Roffie, over al in dit gouvernement; voor den aanstaande bestellen op drie indische stuijvers voor 't Ed:, en daar van kennis te geeven aan de Edele Hooge dog deexecutie van dit be„ jindische regeering en de executie van dit besluijt uit„ Edelheeden goedvinden testellen, tot den ontfang van Hoogst derzelver goed vinden daar op. uit aanmerking dat de inkomsten van de Diakonia alhier„ tot het uitschrijven van hoe langs hoe meer verminderen, en dat de Diakonen instantigot verogt hebben, dat daar in op de eene over andere wijze mogten worden voorzien: is goed gevonden en verstaan, de Diaconen te qualificeeren, om met Communicatie van Commissarissen over de Diaconia, van tijd tot tijd, na maate dat 't fonds van de Diakonin dat zal vereijsschen, temoogen u't schrij„ ven eene geld loterij, even zo als dat volgens reso„ „lutie van den 9. ' Junij 1787. geschied is, dog telkens niet meer dan van Een Hondert looten van twee rd:s ieder, mits dat na 't afloopen van elke lo„ terij, daar van eene reekening aan deeze regeering zal moeten worden overgelegd. Nog is goed gevonden en verstaan, om ten voordeele van nu intevoeren een pagt op de Diaconia alhier, intevoeren een pacht op de betel„ schoon de Edele Hooge in disele regeering, bij zeer g'eerde Dispositie op het declaren Missive van den 26. ' Maij J=, de toesending van sau in 't crimineel pro„ het declaratoir van den prointerim ad vocaat fis„ caal van Massau in d Crimineel Proces teegen den Kolonel De Hugonet C. s: g'Excuseerd. heeft, 't zzeedert egter een afschrift daar van, onder de ontfangene En is wijders verstaan de Diakonia te qualificeeren, om deeze belasting voor de nog overige maanden van dit boekjaar, bij weege van admodiatie kemoo„ gen afstaan, zo als ze best zullen kunnen accor„ „deeren, met last egter om dezelve in den aanstaan„ de publiek tedoen verpagten, zoo als geschied met de andere inkomsten van de Diakonia. verkoop aan de gemeente bo ter verkoop aan de gemeente word ingevoerd, om bij het invoeren binnen de gravetten teworden geheeven, en mits dien, booven en behalven 't geen bereeds ten behoeve van de bazaar pagt, word betaald op de betels en tabak, nog den behoeve van de Diakonia te doen heffen, voor 3000: betel blaaderen een stuijver, voor 1000: bladen tabak drie stuijv, en insgelyks voor elke 1000: arreeks nooten, die tot consumtie van de gemeente worden ingevoerd, om op de bazaar tewordin verkogt, drie stuijvers tedoen betaalen voor de Dia„ „konia. wel Edele Groot agtbaare Hoog Gebiedende Weer uwer de betel, arreek en tabak, arreek, en tabak, die binnen de gravetten van kolom„ arreek. Papieren 4. de Den 4. Januarij 1791. Den 4. Januarij 1791. papieren met 't schip Berkhout, gevonden zijnde, 't welk wel niet bij den brief aangehaald, dog bij het register bekend gesteld is; is 't zelve, met de bevoo„ „kens successive van Batavia ontfangene papuren, door rondsending geresumeerd en tans weder ter taffel gebragt. waarop gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaan dat aan hunne Hoog Edelheeden zal worden vertoond dat het een werk van altegroote wijd loopigheid zijn soude indien deese regeering haare beswaarnissen over 't gedrag, 't welk de voornoemde advocaat fiscaal in deeze zaak gehouden heeft, en de erreuren, die in de daar op gevelde diffinitive sententie van den Achtb: raad van Justitie des Kasteels Batavia resideeren, ex professo verhandelen en met regts ge„ leerde aanmerkingen en argumenten adstrueeren wilde Dat men niet temin verpligt is, van 't een en an„ „der ten deesen zoo veel te zeggen, als noodig is om hunne Hoog Edelh: niet alleen van de gefun„ „deerd heid, maar ook van de noodzaakelijkheid van de revisie te overtuijgen, en daartoe oversulks kort en zaakelijk aan tewijzen en te bewijzen: 1. Dat de Heer Prointerim advocaat fiscaal van Massau het proces: teegen D: Hugonet C: s: niet had behooren de abandonneeren, maar in tegendeel gepligt gewast was, de belangen van 't officium fisci ta behartigen, en tot dat zijnde de informalitaiten, omis„ sien en andere gebreeken, die hij vermeende in of om„ trent dezelven begaan te zijn, naar zigne meerdere regts- ervarendheid en practijk te redresseeren, en deszelven in dien staat tebrengen, dat daar op eene diffinitive sententie had kunnen geveld worden. 2. Dat de proces stukken, volgens 't gevoelen van meer advocaat fiscaal, informeel zijnde, en aan milliteyt laboreerende, niet hadden kunnen of moogen die„ nen, om daarop den principaalen een diffinitive sententie bevellen en. 3. Dat buijten deese nulliteijt. /. of hoe men het gebrek, dat op informeele of aan nulliteijt haboreerende stuk„ „ken eene diffinitive sententie geslaagen word, in de stad huijstaal behoord tenoemen:/ nog andere erreuren in de sententie van den Achtb: raad van Justitie des Casteels Batavia resideeren, die in revisie behooren gecorrigeerd teworden. Dat om deeze drie Hoofd stukken met demeerder klaar„ „heid te kunnen betoogen, voor af diend teworden aan„ „geweesen: dat de voornaamste misdaaden der voornoem„ de faansche officieren in 'sComp:s dienst, die het onder„ werk deeser procedures uit maaken, niet teegen den Heer Gouverneur voor zijn perzoon en in zijn prive, maar teegen de komt zelve begaan zijn, in deesze regeering dus niet in haar prive, verpligt maar 6. 7.
English
but in her public office, not for her own satisfaction but for the maintenance of justice and the interests of the Company, had the multi-member officers arrested and delivered over to Justice; since this observation, which is inherently contained in the nature of the case, is of such great weight, that it must never be lost from view during the examination and the assessment of these proceedings. That with respect to the first Chapter, namely: that the Advocate Fiscal ought not to have abandoned this lawsuit, but should have continued it, as was already noted in the dispatched letter to their High Excellencies of 31. January 1788 l. 87. That the officium fisci throughout the whole of the Indies is but one, even though on account of the remoteness of the places, it is administered by various persons. That thus, upon the transfer of a lawsuit, the Fiscal in loco is obliged to continue the same; and That this, in hoc casu, was especially the duty of the Advocate Fiscal. That the first is a right inherent in the nature of the matter; the second is a consequence thereof, and the third is evident therefrom, since the lawsuit mainly turned upon offenses committed against the Company itself, Den 4. Januarij 1791. Den 4. Januarij 1791. and tended to curb and to punish the spite of refractory and mutinous officers in its service, as a deterrent to others. That Mr. van Massau, however, who at that time administered that office, has attempted to exonerate himself from this duty in his report to their High Excellencies of 25. 9ber 1788 with various specious arguments, which one is obliged to refute here with the utmost brevity. That the first argument which he has employed is that, if an Advocate Fiscal were obliged to uphold and maintain further over there the officium fisci during the further course of proceedings that were initiated, whether properly or improperly, at the outstations, the office of Advocate Fiscal of the Indies would not only be difficult, but also dangerous and subject to great responsibility, such that in many cases one would often not be able to extricate oneself, but rather, on account of the blunders committed by others, would expose oneself to well-founded reprimands and further consequences, which would make the office not only most unpleasant, but also most dangerous; committed, Den 1. Januarij 1791. since it appears only too clearly from daily existing examples how unskillfully, confusedly, irregularly, and informally the criminal cases at the outstations were frequently handled, from which those of Ceylon could by no means be excluded. That in proof thereof he appeals to a dispatch of the Gentlemen Seventeen of 11. October 1749, containing: That an Advocate Fiscal of the Indies was not bound willy-nilly to accept, undertake, and prosecute the criminal cases from the outstations before the Council of Justice over there. That although one may indeed concede that an Advocate Fiscal of the Indies is not obliged to take upon his own account the blunders which a Fiscal at an outstation has committed, nor to continue informal proceedings on that footing, it nevertheless cannot be denied that in such a case he is obliged to correct those blunders, and to purge the lawsuit of all informalities and defects, and that he above all is not authorized to abandon such a lawsuit entirely because informalities have been committed, Den 4. Januarij 1791. and that one must trust that the instructions of the Gentlemen Superiors must only be understood in this sense. That one may even go further and concede that the Advocate Fiscal is not obliged to prosecute the claim and conclusion of an inferior Fiscal that is framed incorrectly or assumed too high, in such a manner; but that it nevertheless does not follow therefrom that he is therefore authorized to abandon the entire lawsuit, but rather that he, on the contrary, is in such a case obliged to alter and to moderate the claim and the conclusion in such manner as he shall find to be proper according to law. That, these general arguments of Mr. van Massau being hereby refuted, the special pretexts which he has alleged to exonerate himself from the continuation of the lawsuit in question also ought to be examined as briefly as possible, without however underrating the arguments in that regard from the voluminous case papers, but from his own declaration, which was submitted by him on 21. 7ber 1786 to the Honorable Council of Justice, gone 10. 11 and
Dutch transcription
maar in haar openbaar ampt, niet tot haar eijgene voldoening maar tot hand having van het regt en de belangen der Maatschappij, de meermeede officie„ „ren heeft doen arresteeren en aan de Justitie over „ge geeven, wije deeze aanmerking, die in de na„ tuur der zaak legt, opgeslooten, van zo veel gewigt is; dat zij bij 't onderzoek en de bevor„ „deeling deeser proceduures, nooijt uit het oog moet verlooren worden. Dat met op zigt tot 't eerste Hoofdstuk, naamelijk: dat de Heer advocaat fiscaal dit proces niet had moogen abondonneeren, maar had moeten voortzetten reets bij afgegaane brief aan hunne hoog Edelh: van den 31. Januarij 1788 1.87. aan gemerkt is Dat het officium fiscidoor heel indien maar een is, of schoon het weegens de afgelegenheid der plaatsen, door diverse perzoonen g'administreerd word. dat dus bij verplaatsing van een proces, de fiscaal in locs verpligt is het zelve voort te zetten; en Dat dit inzonderheid in hoe casu de pligt van den advocaat fiscaal was. Dat het eerste in de natuur van de zaak op geslooken regt; Het tweede er een gevolg van is, en Her-derde daar uit blijkt, wijl het proces voornaamelijk roulleerde over delikten, teegen de komp: zelve Den 4. ' Januarij 1791. Den 4. Januarij 1791. begaan, en tendeerde om den wreevel van wederspannige om op roerige officiers in haaren dienst, tot afschrik van anderen, te beteugelen en testraffen Dat de Heer van Massau egter, die dat ampt dier tijds waarnam heeft getragt zig van deesen pligt b„ zijn berigt aan hunne Hoog Edelh: van den 25. ' 9ber: 1788. vaij teplijten, met verscheijdene specieuse ar„ gementen, die men verpligt is. hier met de mes„ „te beknoptheid tewederleggen. Dat het eerste argument, waar van bij zig heeft be„ „diend, is, dat indien een advocaat fiscaal verpligt was, het officium fisci bij den verderen doop der proceduures, die op de buijten kantooren, het zij wel of qualijk g'entameerd waaren, ginter verder tehandhaven en voortstaan, het ampt van advocaat fescaal van indien, niet alleen moeijlijk, maar ook gevaarlijk en aan groote verantwoording subject zijn soude, zoo dat men in verle gevallen dikwils niet instaat zijn soude, zzig daar uit teredden, maar veel eer om de misslaagen, door anderen gepleegd, zig zoude eijpponeeren aan gegronde korrecteen en verdere gevolgen, die het ampt niet al„ „leen aller- onaangenaamst, maar ook aller gevar„ begaan, „lykst Den 1. Januarij 1791. „lijkst maaken zouden: daar 't uit de dagelijks ex„ „steerende voorbeeeden maar alte zeer bluk, hoe on„ kundig, verward, irregulier en informeel de pro„ „cessen in cas Crimineel op de buijten kantooren veel tijds behandeld wierden, waar van die van Ceijlon geen zints kosten uit geslooten worden. Dat hij tot bewijs van dien zig beroept op eene mis„ „sive van de Heeren 17=ren van den 11:' oktober 1749. behelzende. Dat een advocaat fiscaal van Jndia niet ge„ houden was, de Caiineele processen van de buijten kantooren voor den raad van Justiti geinter nolens volens te accepteeren, waarte„ neemen en te prosequeeren. Dat schoon men wel toestemmen kan, dat een ad„ vocaat fiscaal van Jndien niet verpligt is, de misslaagen, die een fiscaal op een buijten kantoor begaan heeft, voor zijne reekening teneemen, op in formeele procedures op dien voet voort te zet„ ten, het nochtans niet kan worden ontkend, dat hij in zulk een val verpligt is, die misslaagen teverbeteren, en 't proces van alle informalityjten en gebreeken te zuijveren, en dat hy voor alle din„ „gen niet bevoegd is, zodanig een proces geheel te abondonneeren, om dat 'er informaliteiten, be„ Den 4. ' Januarij 1791. „gaan zijn, en dat men vertrouwen moet dat het aanschrijven van de Heeren Majoris, alleen in deezen zin moet begreepen worden. Dat men zelfs verder gaan en toestemmen kan; dat de ad vocaat fiscaal niet verpligt is den Eijsch en conclusie van een minderen fiscaal, die ver„ keerd in gesteld of tehoog gewoomen is, zodanig te prosequeeren, maar dat egter daar iit niet volgt, dat hij daarom bevoegt is, het heele proces te abondonneeren, maar wel dat hij integendeel in zulk een val verpligt is, den eijsch en de conclusie zodanig deveranderenen temodereeren, als hij bevinden zal naar regten te behooren. Dat hier door deese generaale argementen van den Heer van Massau wederlegt. zijnde, ook zzo kort als moogelijk is, de speciaale voorwend zees, die hij geallegeerd heeft, om zig van de voortshet„ ting van 't proces in queste wij teplijten, die nen teworden getoeft, zonder egter daar omtrend de argumenten te overkleenen uit de volumi„ neuse proces papieren, maar uit zijn eijgen declaratoir, het welk door hem den 21:' 7ber: 1786. aan den agtb: raad van Justitie ingesiend, „gaan 10. 11 en
English
18. The 4th of January 1794. The 4th of January 1791. and is now sent hither through the goodness of Your High Noblenesses. That by this method, one will not only shorten these remarks considerably, but also bring forward only such proofs and arguments that Your High Noblenesses, without having recourse to the case documents, can judge from the declaration itself at first, while it will also furnish immediate proof that this government had very pressing reasons to trouble the same repeatedly with the request for a copy of this most important document. That the first defect in the Colombo case, according to section 15 of the aforementioned declaration, is the lack of confession; yet at V. WE. appears the confession of De Hugonet with respect to the appointment of a Major against the will and wish of the Governor; at art. 38 appears the confession of De Hugonet that he refused to detach two companies of the regiment to Trincomalee; at art. 29 appears the confession of D'Hugonet that he did not ask for leave to call the regiment to arms; at art. 119 et seq. De Hugonet confessed that he wrote the letter to the French Governor of Pondicherry and presented it to his officers for signature; and at art. 100 et seq. D'Hugonet confesses that he wrote the two letters to the Prince of Luxemburg. That the Lord of Massau indeed attempted to cloak these confessions. That he thus, concerning the first matter or the appointment of the Major, literally says at the end of Art. 18: That De Hugonet, when the Governor opposed the nomination of De La Roche as major, had said: "My Lord, give me your prohibition in writing," and when the latter refused to do so, he had replied that he then could not refrain from appointing De La Roche. That the question thus is whether the Colonel had the right to demand a written order or prohibition, and whether the Governor was obliged to give it! That the Capitulation alone must decide this, just as the seventh article thereof speaks very clearly and reads as follows: of 12. The 15: The Colonel-Proprietor will present to the Deputies of the East India Company the officers who are to compose the said regiment, and subsequently he will be required to send the officers named for replacements to the place indicated to him, in order to have them approved by the East India Company, and if the officer was taken from the troops serving the Company, he will be presented to the Governor, who will accept or refuse him, subject to the pleasure and approval of the Chamber of Seventeen, the Knight of Luxemburg reserving to himself in all cases the nomination to all posts, even superior ones. which, being translated with the strictest accuracy, reads as follows: The Colonel-Proprietor will present the officers of whom the regiment will consist to the Gentlemen Deputies of the East India Company, and will in the future be obligated to send the officers appointed to fill vacancies to the place indicated to him, in order to have them approved by the Company; and if the officer was taken from the regiment in the service of the Company, he will be presented to the Governor, who will accept or reject him, subject to the pleasure and the approval of the Company, the Knight of Luxemburg reserving to himself in all cases the nomination to all posts, even the highest. The 4th of January 1791. That this article determines how it shall be handled with the appointment of officers: 1. at the establishment of the regiment in Europe, 2. at the appointment of replacement officers who will be sent from Europe to India, and 3. at the appointment of officers from the regiment in India. That in the first case, the Gentlemen Deputies of the Company will approve the same; in the second, the Prince of Luxemburg will send the same to one of the Chambers for approval; and in the third (which applies here), the officer taken from the regiment will be presented to the Governor, who will accept or reject him, subject to the approval of the Gentlemen Seventeen. That one can hardly believe that anyone knowledgeable in the French language would take the words "si l'officier etoit pris dans la troupe servant la Compagnie" The 4th of January 1791. to accept 14.
Dutch transcription
18. Den 4. ' Januarij 1794. Den 4. ' Januarij 1791. en tans door de goedheid van Heuwe Hoog Edelheed in herwaards gesonden is. Dat men door deeze met hode, niet alleen deeze aan„ merkingen merkelijk zal verkorten, maar ook alleen zulke bewijs reedenen ter baan brengen, die Hunne Hoog Eddelh, zonder tot de proces stukk„ ken reekoers teneemen, uit t declaratoir zelve den eersten beoordeelen kunnen, terwijl dezelve ook een daadelijk bewijs zal opleeveren: dat deeze regeering zeer dringende reeden gehad heeft, om hoogst dezelven met 't versoek, om de kopij van dit allerwigtigst stuk, bij herhaa„ ling lastig tev allen. Dat 't eerste defect in t kolombosche proces„ volgens 8: 15: van meermelde declaratoir, is het gebrek van confessie, dog bij V. WE. blijkt, de Con„ „fessie van de Augonet, met op zigt tot de aan„ „stelling van een Majoor tegen wille en dank van Den Heer gouverneur, bij art: 38. blijkt de Con„ „fessi van de Hugonet, dat hij geweijgert heeft twee Companien van het regiment naar Crin„ Ronomaale tedetacheeren; bij ant: 29. blijkt de confessie van D' Augonet, dat hij geen verlops gevraagt heeft, tot 't in de wapons brengen van het regement; bij art: 119 et segg: confesseerde De Augonet dat hij den brief aan den faanschen gou„ verneur van Pondicherij geschreeven en aan zijn op „ficiers ter teekening overgelegd heeft, en bij art„ 100. et segg: Confesseerd d' Hugoret, dat hij de twee brieven aan den Prins van Luxemburg geschreeven heeft. Dat de Heer van Massau wel getragt heeft, om deze confessien te bemantelen. Dat hij dus noopens het eerste of de aanstelling van den Majoor aan het slot van Art: 18. woordelijk zegt: Dat de Hugonet, wanneer de Heer gouverneur zig teegen de benoeming van de Pascoche tot ma„ „joor verszettede, gezegd had; Mijn weer geeft mij uw verbod schriftelijk, en wanneer die zulks wijgerde, hij gerepliceerd had, dat hij zig omaant dan niet onthouden kan, De La Roche„ aan te stellen Dat de vraage dus is of de kolonel het regt sad, een schriftelijke order of verbod te eijsschen, en of de gouverneur verpligt was die te geeven! Dat de Capitulaatie alleen dit beslissen moet, zoo als het Leevende artikel daar van heel duijdelijk spreekt en aldus luidt: van 12. Le 15: Le colonel proprietaire presentera a Messieurs les de putés de la Compagni des Jndes des offi„ „ciers qui doivant composer le dit regiment, et por la suite ie sera tenu d'envoijer au lieu qui lui sera indiqué les officiers nomines pour le remplacemens, à fin de les faire agren por la compagnie des indes, et si l' officeer etoit pris dons la troupe servant la Compag„ nie il sera presenté ou gouverneur, qui l' acceptera onrefusera, sous le bon plaisir et l'agrement de la Chambre des dixsept, le Chevalier de Luyemburg de reservant „dans tous les cas la nomination a tous les emplois, même saperieurs: het welk met de strengste naaukeurigheid vertaald zijnde, aldus luidt: De Colonel eygenaar zal de officiers, daar 't regiment uit bestaan zal, aan de weeren gedeputeerden den oost indiesche komt voorstellen, en in 't vervolg verpligt zijn, de officiers, die tot vervulling benoemd zijn, naar de hem aangetoonde plaats besenden, om zen door de komp: belaaten approber„ „ren, en als de offecier genoomen was uit 't regi„ ment in dienst van de komp, zoo zal hij aan den gouverneur gepresenteerd worden, die hem Den 4. Januarij 1791. aanneemen of verwerpen zal, op 't welbehaagen en de approbatie van de komp, reserveerende de ris„ der van Luxemburg zig in allen gevalle de Nominatie tot alle bedieningen, zeefs tot de hoog „sten. Dat bij dit artikel vast gesteld woord, hoe het gehouden zal worden met de aanstellinge van offeciers, 1. by oprigting van 't regiment in Europa 2. bij: aan„ „stelling van offeciers tot plaats vervulling, die ii't Europa naar Jndia zullen gesonden worden en 3. bij aanstelling van officiers uit 't regiment Jndien. Dat in 't eerste geval weeren gedeputeerden van de Comp: dezelven zullen approbeeren; in het tweede zal de prins van Luxanburg dezelven aan eene van de Kameren ter approbatie zenden, en in 't derde /: het welk hier exsteerd:/ zal de officier, die uit 't reegiment genoomen worden aan den Heer Gou„ „verneur gepresenteerd worden, die hem accepteeren of verwerpen zal, op approbatie van de Heeren Zeventienen. Dat men naauwlijks kan gelooven, dat iemand, der fransche daale kundig, de woorden si le officier etoit pres dans la troupe servant la Compagnie Den 4. ' Januarij 1791. aanneemen zoude 14.
English
17. Den 4. ' Januarij 1791. would interpret or apply to 'sComp=s National Militia, since this would involve the obvious absurdity that the Prins van Zuxemburg, in order to recruit his regiment, could dispose of 'sComp:s national troops or their officers, while in the French language it is very customary, once a company, regiment, or entire detachment has been spoken of, subsequently to designate the same synonymously by the word la troupe. That it is therefore very clearly stated here that if someone who already serves with the regiment is proposed or presented as an officer, the lord governor may accept or reject him, but not a word of a written prohibition, and outside this Capitulation one finds in no law or other regulation of the Company the slightest indication that a governor would be obliged to give such a prohibition in writing. That the pretext of D' Hugonet, regarding the 23. art:, that no Commandant can refuse anyone a written order, is so frivolous and so entirely devoid of all truth that one cannot wonder enough how a man so enlightened as Heer Massau could have allowed himself to be so dazzled by it as to accept it as genuine coin, and again to employ it as such in his declaratoir to the honorable Council of Justice, and to base the 435. art: of the aforementioned declaratoir upon it: that the appointment of La Roehe could have been prevented if only the lord governor had seen fit to grant the same in writing instead of verbally, which prohibition D' Hugonet believed he needed in order to justify himself to the Prins van Luxemburg. That nevertheless, with respect to this frivolous pretension, it appears from the report of the Heer van Massau himself that the lord governor actually yielded to the arrogant and unauthorized demand of D' Hugonet and sent him a written prohibition. That in order to show this, it is sufficient to see the very words of 16.
Dutch transcription
17. Den 4. ' Januarij 1791. zoude willen duijden of toepassen op 'sComp=s Natio naale Milietsie, wijl dit de openbaare absurdi„ „teit zoude insluijten, dat de Prins van Zuxem„ „burg, om zijn regiment terecruteeren, over 'sComp:s nationaale troupen of haare officiers kost dispo„ neeren, terwijl 't in de fransche taal zeer ge„ bruijkelijk is, wanneer van eene Comp, Regi„ ment, of heel detachement eens gesverooken is, het zelve in 't vervolg sijnonimicé met. „t woord la troupe tebeteekenen. Dat hier dus zeer duijdelijk staat, dat als iemand, die reeds bij 't regiment diend, tot officier voor geslaagen of gepresenteerd word, de weer gouverneur hem aanneemen of verwerpen mag„ maar geen woord van een schriftelijk verbod, en buijten deese Capitulaatie vint men in geene wet, of andere instelling bij de komp het winste blijk, dat een gouverneur verpligt zijn zoude, zulk een verbod schriftelijk te geeven. Dat het wonwend zel van D' Hugonet, bij het 23. art:, dat geen Commandant iemand, een Dat nochtans met op zigt tot deeze frivoose Pre„ „tentie, uit het berigt van den heer van Massau zelve blijkt, dat de heer gouverneur aan den trotschen en onbevoegden eijsch van D' Hugonet, werkelijk toegegeeven en hem een schriftelijk verbod toe gesonden heeft. Dat om dit dedom zien, genoeg is de eijgene woorden schriftelijks onder wijgeren kan, zoo fricool en zoo teer van alle waarheid ontbloot is, dat men zig niet genoeg verwonderen kan, hoe een Man zoo verligt als de Heer Massau, zig daar door zoo zeer heeft kunnen laaten eblouisseeren om het voor goede munt aan teneemen, en weder voor zodanig in zin deklaratoir aan den agtb: raad van Justitie te emploijeeren, en het 435. ort: van 't meermelde de Claratoir reposeeren. Dat de aanstelling van La Roehe had kunnen voor„ „gekoomen worden, indien de Heer gouverneur maar had kunnen goed vinden, het zelve insteede van mondeling schriftelijk deverleenen, welk ver„ bod D' Hugonet meende noodig te hebben, om zig bij den Prins van Luxemburg deverand„ woorden. Den 4. ' Januarij 1791. schriftelijke van 16. 17. Den 4. ' Januarij 1791. zoude willen duijden of toe passen op 'tCo naale Milietsie, wijl dit de openbaare „teit zoude insluijten, dat de Prins van „burg, om zijn regiment terecruteeren; nationaale troupen of haare officiersk neeren, terwijl 't in de fransche taal bruijkelijk is, wanneer van eene comp „ment, of heel detachement eens ges is, het zelve in 't vervolg sijnonim 't woord la troupe tebeteekenen. Dat hier dus zeer duijdelijk staat, dat die reeds bij 't regiment diend, tot voor geslaagen of gepresenteerd word, gouverneur hem aanneemen of verwe maar geen woord van een schriftelijk en buijten deese Capitulaatie vind geene wet, of andere instelling bij het winste blijk, dat een gouverneur zijn zoude, zulk een verbod schrif te geeven. Dat het voorwend zel van D' Hugonet 23. ant, dat geen Commandant iema Den 4. ' Januarij 1791. schriftelijks order wijgeren kan, zoo frivool en zoo tleer van alle waarheid ontbloot is, dat men zig niet genoeg verwonderen kan, hoe een Man zoo verligt als de Heer Massau zig daar door zoo zeer heeft kunnen laaten eblouisseeren om het voor goede munt aan teneemen, en weder voor zodanig in zin deklaratoir aan den agtb: raad van Justitie te emploijeeren, en het 435. art: van 't meermelde de Claratoir reposeeren. Dat de aanstelling van La Roehe had kunnen voor„ „gekoomen worden, indien de Heer gouverneur maar had kunnen goed vinden, het zelve insteede van mondering schriftelijk te verleenen, welk ver„ bod D' Hugonet meende noodig te hebben, om zig bij den Prins van Luxemburg deverand„ woorden. Dat nochtans met op zigt tot deeze frivoode pre„ „tentie, uit het berigt van den heer van Massau zelve belijkt, dat de heer gouverneur aan den trotschen en onbevoegden eijsch van D' Hugonet, werkelijk toegegeeven en hem een schriftelijk verbod toe gesonden heeft. Dat om dit bedoen zien, genoeg is de eijgene woorden schaif van 16: 2.
English
19: The 4th of January 1791. The 4th of January 1791. of Mr. Massau, from his repeatedly mentioned declaration, to set down here: Article 27. We /: D'Hugonet :/ continued answer 42 et seq. where he is asked whether he did not receive a letter on the 18th of July from the Governor and Council, in response to his dispatch of the same date. That he had received a letter on that day, being the day of the appointment of La Roche, but upon opening it, not finding the signature of the Governor, he had returned it unread. That from this it appears with indisputable conviction that the pretext of D'Hugonet, that he would not have made the appointment had he obtained a written prohibition, as well as the added specious reason that he had considered such a writing necessary to justify himself to the Prince, has been a frivolous evasion, and that therefore the reasoning of Mr. van Massau built upon it in article 435: that the appointment of La Roche could have been prevented by a written prohibition, Article 28. must entirely fall away, because that letter contained that written prohibition from the Governor, which, because the Council had conformed to it, was at least not diminished in force or value, and at the same time was suited in the most perfect manner to satisfy the alleged purpose and thereby justify himself to the Prince. That furthermore D'Hugonet did not simply return that letter, but rejected it in a haughty manner, insulting to a lawful government, is a circumstance that clearly appears from the trial, but which seems to have escaped Mr. van Massau, notwithstanding his statement in article 6 that he examined everything with the precision demanded by the delicacy of the matter, since he cited not a single word of it. That the second offense: the refusal of the repeatedly mentioned Colonel to obey the order given to him for the dispatch of two companies of the regiment to Trincomalee, has also been confessed by him, but at the same entirely time. 10:18: 21: The 4th of January 1791. time also cloaked with the most frivolous evasions, as appears from the 38th answer of the declaration, containing: That the order having been brought to him by Colonel Coquart, he had asked for a written order from the Governor, because in matters of that nature he could do nothing without a written command. That according to known military laws, the orders in the military that a governor causes to be given through the Commandant, Major, or Adjutant must be executed immediately, because the slightest disobedience is criminal, and an absolute refusal is punishable by life and limb. That Colonel D'Hugonet, being with the regiment in the Company's service and pay, was just as subject to this general law as the national officers, and had no more right than a national officer to demand a written order from the Governor. That what absolutely decides this matter, and places the groundlessness of his pretext, that in matters of that nature he could do nothing without a written command, in the clearest daylight, is the Capitulation If the case requires that the regiment be divided, the Commandant of the Regiment shall receive the orders from the Commandant of the Militia, and send the number of men and officers that he shall order. That although the aforementioned order, in conformity with the provision of this article, had now been made known by the Commandant of the Militia Coquart, and D'Hugonet therefore had not the least right to demand the same The 4th of January 1791. same, because in the 21st article of the same it is clearly prescribed: That, if the regiment must be divided, the commandant of the regiment shall receive the order thereto from the commandant of the garrison, and the number of men and officers That this article of the Capitulation is very decisive in this matter, and places the recalcitrance and refusal of service of this officer in a clear daylight, reading as follows: Si le cas exige, que le dit Regiment soit divisé, le Commandant du regiment prendra des ordres du commandant des troupes et enverra le nombre d'hommes et d'officiers qu'il ordonnera, which translated into the Dutch language reads thus: shall send. same, in writing 20:
Dutch transcription
19: Den 4. January 1791. Den 4. January 1791. van den Heer Massau, iit zijn meermelde de Cla„ 2 „ratoir hier ter neder testellen Art: 27. Wij /: de Wugonet.:/ vervolgd ant: 42. et serq waar hij gevraagd word, of hij niet op den 18: ' Juli een brief ontfangen heeft van den Heer gouverneur en raad, in antwoord op zijne missive van den zelfden datum. Dat hij een brief had ontvangen, op dien dag, zijne den dag van de aanstelling van La Roche, dog bij opening de Handteekening van den Heer gouverneur niet vindende, die ongeleesen had terug gesonden. Dat hier uit met onwederspreekelijke overtuij„ ging blykt, dat 't voorgeeven van D' Hugonet. Dat hij de aanstelling niet zoude gedaan hebben indien hij een schriftelijk verbod erlangd had. zoo nie als de bijgevoegde schijn reeden dat hij zulk een geschrift noodig geagt had, om zig bij den Prins te verandwoorden. een frivoole uit vlugt geweest bn, en dat dus ook het daar op gebouwde raisonnement van den Heer van Massau bij art: 435: dat de aanstelling van La Rocke door een schrif „telijk verbod hed kunnen voorgekoomen worden Art: 28. geheel vervallen moet, wijl die brief behelsde dat schriftelijke verbod van den gouverneur, het welk daar door, dat de raad zig met het zelve geconformeerd had, ten minsten met in kragt of maarde vermanderd winrd en tevens op de volkomenste wijze geschikt was, om aan het pretense oogmerk tevoldoen, en tlig daarmeede bij den Panis leverand woorden. Dat voor 't overige D' Hugonet dien brief met een„ voudig terug gesonden; maar op een trotsche, voor eene wettige regeering hoonende wijze, verworpen heeft, eene omstandigheid is, die bij 't proces duij„ delijk blijkt, dog die den Heer van Massau„ on aangezien hij bij art: 6. zegt, alles met die naaukeurigheid, welke de del ikatesse van de zaak vorderen, g'examineerd. te hebben, schijnt ontgeipt te zijn, wijl hij daar van geen en Raed woord heeft aan gehaald. Dat het tweede del ikt: de wijgering van meerwelden Kolonee, om te„ gehoorsaamen aan de hem gegeevene order, tot 't versenden van twee Comp: van het regiment na Jam Konomale. door hem meede geconfesseerd is, dog ter zelver geheel tyd. 10:18: 21: Den 4' Januarij 1791. tijd ook met de aller frivvolste uit vlugten bemon„ „teed, zoo als bij het 38. ant: van 't Declaratoir blykt, beherschende. Dat die order hem door den Kolonee coquart ge„ „bragt zijnde, hij gevraagd had, om een schrif„ telijke order van den Heer gouverneur, wijl hij in zaaken van dien aant, buijten een schriftelijk bevel niets doen kost. Dat volgens bekende krijgs wetten de orders in 't Militair, die een gouverneur door den Commandant ondermajoor of ad Judant, laat geeven, ten eersten ter uitvoer moeten gebragt worden, weijl de min„ „ste ongehoorsaamheid misdadig is, en eene volstoek te wijgering aan lijf en leeven strafbaar is. Dat de colonee D Hugonet, als met 't regiment in sComp:s dienst en zoldije staande, even zoo zeer, als de nationaale officiers, aan deese al gemeene wet onderworppen was, en zo min als een nationaale officier eenig reegt had, om een schriftelijke onder van den gouverneur tevraagen. Dat 't geen ten deezen volstrekt decideerd, en de ongegrond heid van zijn voorgeeven. Dat hij in zaaken van dien aart buijten een schriftelijk bevis niets doen kost. in het klaarste dag ligt steld, is de Capitulatie Jndien het geval vereijscht, dat 't reegiment verdeeld worde: zoo zal de Commandant van 't Regiment de orders ontfangen van den Commandant van de Militie, en 't getal van manschap en officiers zenden, het welk hij ordonneeren zal Dat hoewel nu de voormelde order, conform het voorschrift van dit antikel, door den Commandant van de Militie coguart bekend gemaakt was, en De Meigonet dus geen '. minste regt had dezelve Den 4. Januarij 1791. zelve, wijl bij 't 21: art: van dezelve duijdelijk word voor geschreeven. Dat, als 't reegement verdeeld moet worden, de commandant van H. regement de order daar toe van den kommandant van 't garnizoen, ont„ „vangen, en 't getal manschap en officieren Dat dit artikel van de Capitulatie ten deesen. zeer beslis„ send is, en de wederspannigheid en dienst wijgering van deezen officier in een heeder dag zigt steld, als luijden„ de 't tzelve aldus. si le caseyige, que le dit Regiment soit divisé le Commandant au regiment prendra dles orders du commandant des troupes et enverra le nombre de hommers et d'officiers quil ordonnera 't welk in de Nederduijtsche taal vertaald, dus zenden zal. luijd: zelve, schriftelijk 20:
English
23. The 4. January 1791. to demand in writing: the Lord Governor nevertheless also conceded to this and sent that order in writing, yet it then became clearly apparent that this was not his true motive, as he then again refused to obey the same, and instead thereof, according to article 38 of the declaratoir, gave as an answer: That when the governor replied to thirteen of his letters, he would then treat concerning this subject. That one can safely leave to the judgment of Their High Noblenesses and of the entire impartial world, whether disobedience in such a most essential piece of the service could have been pushed any further; and whether the same alone ought not to have spurred the Lord Advocate Fiscal to prosecute the criminal proceedings against this disobedient chief officer: That the same on the contrary, by the 440. article of his declaratoir, has sought to cloak this disobedience, reading: against the detaching of troops De Hugonet did not directly resist, but beforehand desired an answer to his letters. That one may observe upon this in superfluity: The 4. January 1791. 1. That no military officer has the right to prescribe to his governor any conditions under which he will obey, and 2. That this condition of De Hugonet was in itself unreasonable and frivolous, because the thirteen letters to which he demanded an answer all turned together upon the unreasonable demands that De Hugonet made upon the Company, and which the governor could not or dared not grant, and therefore had orally refused more than once, and which thus required no further answer. That whereas De Hugonet also complains thereof in other places, and according to articles 119. and 120. of the aforesaid declaratoir has asserted that this silence had moved him to write the letter to the Lord Governor of Pondicheri, and delivered the proofs of the abuse of authority, vexations, bad proceedings and measures about which he had complained in the letter, and at the same time pretends that the governor had thereby refused to accommodate him in his requests and absolute necessities; in order to point out as briefly as possible that not the least injustice has been done to him in this regard, one must observe thereon: That these thirteen letters, which all rest with the trial dossier, 1. That only 22. 25. turned only upon three demands which De Hugonet made upon the Company, yet which the governor turned away with all possible friendliness, because they could not or might not be granted. The first was, that nine officers who had taken their discharge from the regiment, and had already departed from Ceylon, but had been scraped together by him at the Cape and brought back to Colombo, should be placed again with the regiment and paid, which request the governor had to refuse, because these nine officers would have had to be paid above the number determined by the Capitulation, which would have been a heavy and unnecessary burden of expense for the Company. The second demand was, that to the recruits whom he had brought along, above their wages, board money and service money should also be credited during the journey, which likewise could not be granted, because the recruits receiving food on board were not entitled to any board money, because the Lord Directors of Zeeland, by letter of the 26. August 1784, had granted the board money and the emoluments during the journey only to Colonel De Hugonet, to Lieutenant De Maiserois, and to two cadets, and therein The 4. January 1791. The 4. January 1791. to find their table monies; and because to the recruits who had arrived previously, nothing more than bare wages had been paid either; wherefore the governor was ex officio obliged to turn that demand away as well. The third demand was, that the governor should give his consent to the appointment of De Fassoche as Major, concerning which has already been treated here before. That one considers this step necessary here all the sooner, because the great fuss that De Hugonet has made about the non-answering of his letters might sometimes create the presumption as if he had been wronged thereby, and as if the difficulties with him could have been prevented by an answer to his letters. That it is meanwhile in this regard still very remarkable that the Lord Van Massau, at the 440. article upon his proposition: That De Hugonet did not directly resist against the detaching of troops, but beforehand had desired an answer to his letters, immediately lets follow: Although Raymond De Greve was the one who advised against obedience in this regard. That the third crime. their Law 24.
Dutch transcription
23. Den 4. Januarij 1791. schriftelijk te eijsschen: de Heer gouverneur nogtans ook hier in toegegeeven en die order schriftelijk gesonden heeft, dog dat het toen duijdelijk bleek dat 't hem daarom niet tedoen was, wije hij toen op 't nieuw wijgerde aan dezelve te gehoorsaemen, in insteede van dien volgens ant: 38. van 't deCla„ ratoir tot andwoord gaf: Dat wanneer de gouverneur op dertien sijner brieven antwoordede als dan over dit onderwerp zoude handelen. Dat men gerust aan 't oordeel van Hunne Hoog Edelh en van de heele onpartijdige wereld kan laaten, of de ongehoorsaamheid in zulk een aller essentsieelst stuk van den dienst, verder had kin „nen gepousseerd worden; en of dezelve alleen niet had behooren den weer ad mocaat fiscaro aan te zetten de Crimineele proceduures teegen deesen ongehoor„ zaamen Hoofd officier de profequeeren: Dat dezelve integondeel bij 't 440. art van zijn de Cla„ ratoir heeft getragt, deeze ongehoorsaamheid te be„ mantelen, luijdende jeegen het detacheeren van troupes heeft De tugonet zig niet direct verszet, maar alvoorent antwoord op zijne brieven begeerd. Dat men hier op ten overvloede aan merken kan. Den 4. ' Januarij 1791. 1 Dat geen Milatair officier 't reegt heeft, zijnen gouverneur eenige Condietsien woorteschrijven, onder welke hij gehoor„ saamen wil, en 2. Dat deeze condietsie van de Wuigonet op zig zelve on„ reedelijk en frivool was, door dien de dertien brieven; waarop hyj antwoord eijschte, gezamentlijk roulleer„ „den over de onreedelijke, eijsschen, die d' Wugonet op de komp: formeerde, en die de gouverneur niet kost of durfde inwilligen, en daarom bij monde meer als een maal afgeslaagen had, en die dus geen verder antwoord vereijsch ten. Dat dewijl D' Hug onet zig daar over ook op andere plaat „sen beklaagd, en volgens art: 119. en 120. van 't meerm: declaratoir beweerd heeft, dat dit stilswijgen hem tot „ schrijven van den brief aan den Heer gouverneur van Pondicheri bewoogen had, en de bewijzen uit lre„ verde van 't misbruijk van gezag, veraatsien, quaade procedures en middelen, waar over hij zig in den brief beklaagd had en teevens voorgeeft, dat de gou„ verneur daar door gewijgerd had, hem in zijne ver„ zoeken en volstrekte benoodigdheeden tegem oet te„ koomen men om zoo kort als moogelijk aante„ „wijzen, dat hem geen het minste oerregt in desen aangedaan zij, daar op moet aanmerken: Dat dese dertien brieven, die alle bij t proces berusten, 1. Dat alleen 22. 25. alleen roulleerden, over drie eijsschen, der D Hugoriet op de komp formeerde, dog de gouverneur met alle moogelijke vriendelijkheid van de hand wees, om dat zij niet konden of mogten in gewilligd worden De eerste was, dat neegen officiras, die hunne demis„ „sie van 't regement genoomen hadden, en reeds van ceijlon vertrokken, dog door hem aan de kaap op„ geschommeld en naar Kolombo terug gebragt waeren, weder bij 'tt regiment zouden geplaatst en betaald wor „den, welk verzoek de gouverneur afwijzen mogt, wijl dese neegen officiers, booven 't bij de Capitulatie bepaald getal zouden hebben moeten betaald worden, het welk eene swaare en onnoodige last post voor de komp zoude geweegt zijn. De tweede eijsch was, dat aan de reekruten, die hij meede gebragt had, booven hunne gagie ook kgtgeld en servis geld, geduurende de reijze, goedgedaan wor „den zoude, welke al meede niet kogt in gewilligd worden, wijl de rekauten aan boord de Rogt kry gende tot geen kostgeld geregtigd waaren, wijl Heeren Bewind hebberen van Zeeland bij biref van den 26. aug: 1784, het Kostgeld en de emolumenten geduurende de reijze alleen aan den Kolonie De rugonet, aan de luijtenant de Maiserois en aan twee cadets toegestaan hadden, em daar in't Den 4. January 1791. Den 4. Januarij 1791. hunne tafel gelden tevinden, en wijl aan de voor heen uitgekoomene rekruten, ook niets meer als de bloote gagie betaald was, washalven de gouver„ neur amptshalve genoodsaakt was dien eijsch almeede van de hand tewijzen. De derde eijsch was; dat de gouvernur zijne toe„ „stemming geeven zoude tot de aanstelling van de rassoche tot Majoor, waar van hier voorwaards reeds gehandeld is. Dat men deesen in't stap hier te eerder nordig agt, wijl de groote op het, die de Hugowet over het niet beant, woorden zyner brieven gemaakt heeft, som tijds het vermooden zoude kunnen werken, als of hem daar door ongelijk gedaan was, en als of de moeijelijk hee„ den met hem, door een antwoord op zijne brieven hadden kunnen voorgekoomen zijn. Dat het inmiddens ten deesen nog zier aanmerke„ „lijk is, dat de Heer van Massau bij 't 440. art: op zijne stelling. Dat d' Hugonet zig teegen het detacheeren van troupes niet direct verzet, maar alvoorens ant„ „woord op zijne brieven begeerd had. onmiddelijk laat volgen. Hoewel Raijmond de grene was, die de gehoorsaam„ „sraid ten deezen ontraade Dat de derde misdaad. hunne Wet 24:
English
26. 27. the taking up of arms by the regiment without prior knowledge of the governor. d'Hugonet has also confessed, according to art: 29. of the declaratoir. His excuse against this was presented by the Heer van Massau under that very same article: that de la Roche had been obliged to inform the Heer governor thereof. Against which de la Roche, according to the 43rd art: has asserted: that in his capacity he could not address the Heer governor outside the orders of his Chief. That d'Hugonet did not let himself be embarrassed by this either, but according to art: 199. had another excuse, reading that if an error had been committed in this, it was now no longer time to speak of it, but that it should have been punished at that time. That it is nonetheless believed that all these excuses contain the confession which the Heer van Massau has not been able to find anywhere. That it is true that of the rebellious intentions and steps of d'Hugonet and his associates no complete confessions are at hand, because Den 4. January 1791. Den 4. Januarij 1791. d'Hugonet and de Bas have stubbornly denied everything, and de la Roche indeed confessed a part, but at the same time added all kinds of excuses to diminish the atrocity of the crime. That it therefore comes down to the evidentiary documents resting with the trial, of which the Heer van Massau in art: 151. says: that so many defects are present therein, that he would not dare presume to base upon them a demand ad torturam, much less ad poenam mortis. That one would exceed the scope if one wished to examine the reproaches he has brought forward against each document and set the salvations against them, and that it is thus sufficient for the present purpose to point out that, if all the specified defects and informations really took place, he would have been obliged ex officio to redress the same in the manner best corresponding with practice, by, for example, having the unsworn attestations re-examined and sworn, having the re-examinations at which the accused were not present conducted anew in their presence, drafting other interrogatories instead of those he found defective or inadmissible, having the confrontations that that 29. Den 4. Januarij 1791. Den 4. Januarij 1791. were not done in the proper style conducted anew and in a legal manner, and in a word to remedy all the abuses that he thought were committed in Colombo. That even if in the proceedings in Colombo such abuses were committed that could not be redressed, which in practice are called nullitates insanabiles, he would have been obliged ratione officii to institute the proceedings anew against the accused, and along that path to maintain the law against them in a legal manner. That indeed one of the principal reasons why such criminal cases may not be adjudicated at the outer offices, but must be sent to the honorable Court of Justice of the Castle of Batavia, consists in this: that from the fiscals less experienced in practice and the less instructed judges at the outer offices one cannot always expect that they fulfill the formalities in all respects, and one must thus make use of the greater experience of an advocate fiscal in practice and the more extensive jurisprudence of the highest court in the Indies. That one may add hereto that the Heer advocate fiscal was all the sooner obliged to do this, since the proceedings revolved around crimes committed against the Company itself and in its service, and the Honorable Company was therefore very particularly interested that the same were properly substantiated according to the laws. That regarding the letter written to the Heer governor of Pondicherry, and the two letters written to the Prince of Luxembourg, one only needs to remark that the same were found by a judicial commission among the papers of d'Hugonet, and were handed over by this government to the fiscal, in order to make the necessary use thereof, since they provide significant proof of the malice and the violent nature of d'Hugonet, and are filled with far-reaching threats, and at the same time with atrocious insults against the governor, not as the Heer van Massau believes in art: 563. and elsewhere in his private capacity, but in his office and against the whole nation, and since in that letter to the Heer governor of Pondicherry the protection of the French flag is invoked against the Dutch government. That in how far crimes were thereby committed, to which class of crimes those crimes That belong! 28.
Dutch transcription
26. 27. wet in de wapens brengen van't reegiment zon„ der voor kennis van den gouverneur. de Augonet almeede geconfesseerd heeft, volgens art: 29. van 't declaratoir. zyne uit vlugt daar teegen heeft de Heer van Massau bij dat eijgenste artikel voorgedraagen. dat de lascoche verpligt geweegt was, aan den Heer gouverneur daar van kennis te geeven. waar teegen de Pascochie volgens het 43. art: beweerd heeft. dat hy in zijne qualiteit zig buijten de orders van zijn Chef, niet aan den Heer gouverneur addres seeren kost. Dat ook hier door d' Hugonet zig niet heeft lanten verleegen maaken, maar volgens art: 199. eene an„ „dere in't vlugt gehad, luijdende dat zoo hier in een fout begaan was, het nu geen tijd meer was, daar van tespreeken, maar dat men dezelve diertyjds had moeten straffen. Dat men egter vertrouwd, dat alle deeze uitvlugten, de Confessie behelsen, die de Heer van Massau nergens heeft kunnen vinden. Dat wel is waar, dat van de oproerige voorneemens en demarches van D Augonet C: S. geene volleedige Confessien voor handen zyn, door Den 4. January 1791. Den 4. Januarij 1791. den de Hugonet en de Bas alles hard wekkig ontkend heb„ ben, en de la Roche wel een gedeelte geconfesseerd, maar en tevens allen leij uit vlugten bij gevoegd heeft, om de atro„ „citeijt van 't delikt de verminderen. Dat '4 hier dus aankomt op de bewijs stukken bij t proses berustende, waar van de Heer van Massau art: 151. Zegt: dat en zoo veele defetsten in plaats hebben, dat hij zig niet zoude surven onderwinden, op dezelven een Eijsch adtorturam, veel minder adpanam mortis tebouwen. Dat men buijten 't bestek zoude gaan, indien men de reeprochres, die hij teegen elk stuk bij gebragt heeft, wilde onderzoeken, en de sal vaten daar teegen stellen, en dat het dus tot t tegenwoordig boeleg genoeg is aan tewijzen, dat hij, zoo wanneer alle de op gegee„ „rene defecten en informatien werkelijk plaats vonden, amptshalve verpligt geweegt waare, de„ zelven op de beste met de praetijk over- een- ko„ „mende wijze te redrisseeren, met bij voorbeeld, de onbeledigde attestatien telaaten recolleerenen,„ be Ee„ „digen, de recollementen, waarbij de geaccuseerden niet present geweest waaren, op 't nieuw in hunne tegen woordigheid telaaten geschieden, insteede van de inten„ rogatorien; die hij gebrekkig of in- admissibel bevond, anderen te ontwerpen, de Confrontatien, dien die 29. Den 4. Januarij 1791. Den 4. ' Januarij 1791. die niet naar stijle gedaan waren, op 't nieuw en op een legale wijzze telaaten geschieden, en met een woord alle de abuijsen te reemedieeren, die hij ver„ meende de kolombo begaan te zijn. Dat zelfs, zoo wanneer in de proceduures te kolombo zulke abuijsen begaan waaren, die niet kosten gere„ „dresseerd worden, die men in de practyk nillitates insanabiles noemd, hij ratione officie verpligt ge„ neest waare, de procedures op 't nieuw teegen de g'accuseerden te institueeren, en langs dien weg het regt teegen derzelven op eene degaale wijze tehand haven. Dat immers eene der voornaamste reedenen, waarom zulke Camineele processen op de buijten kantooren niet moogen int gesprooken, maar aan den agtb: raad van Justitie des Casteels Batavia moeten gesonden worden, hier in bestaat; dat men van de in de practijk minder bedreevene fiscaals en min„ der g'instrueerde regters op de buijten kan„ vooren niet altijd kan verwagten, dat zij in alle op zigten aan de formalien voldoen, en men dus de meerdere ervarendheid van een ad rocaat fiscaal in de practijk, en de meer uit gebreijde regts kunde van de voogste rechtbank in Jndien wie tebaat neemen. Dat mon hier nog bijvoegen mag dat de Heer advocaat fiscarl hier toe te eerder verpligt geweest was, wije de pro„ ceduures roulleerden over delicten teegen de komp: zelve en in haaren dienst begaan, en haar Edele dus daarbij gants bezonders g'interesseerd, was dat deselven, naar volgens de nitten behoorlijk gestaaft wierden. Dat men Nopens den brief aan den Heer gouverneur van Pondicherij, en de twee brieven aan den Prins van Luxem„ „burg geschreeven, nog alleen aan merken moet, dat de„ „zelven door een Justitieeele Commissie onder de Papie„ „rin van D' Wugonet gevonden, en door deeze regeering aan den discarl ter hand gesteld zijn, ten eyjnde door 't noodig gebruijk van temaaken, dewijl dezelven signi„ „finante bewijzen uit leeveren van de baatsheid en den vislenten in borst van D' Hugonet, en met verre„ „gaande dreijgementen, en teevens met atroce in Jurier teegen den gouverneur, niet zo als de Heer van Mas„ „sau bij ant: 563. en elders meent in zijn prive, maar in zijn ampt en teegen de heele naatsie opgevuld zijn, en wijl bij dien brief aan den Heer gouverneur van Pandecherij de bescherming van de fransche vlag deegen het nederlandsche gouvernement inge„ roepen word. Dat in hoe verre daar door misdaaden begaan zijn tot welke klasse van de likten die misdander Dat gehooren! 28.
English
31. The 4th of January 1791 belonged! and how the same ought to be punished according to law, has been indicated at large in the claim, and should, if necessary, be demonstrated more closely in revision from the documents resting in the trial. That, in order to observe brevity, one has only cited the principal arguments and confined oneself more to the crimes of D'Hugonet, without pointing out to what extent the other accused have also made themselves guilty, partly because he is the chief personage, and partly because, in order to point out the complicity of the rest, one would have been obliged to detail all events circumstantially, and regarding every fact to bring forward the evidence speaking thereof, which in particular with respect to the seditious designs and machinations, in which the same took immediate part, would have been a very circumstantial work; as one would then have had to demonstrate, and prove with the multitude of depositions resting in the trial, to what extent and in what manner each of them had made themselves guilty of framing the orders to call the regiment to arms by beating the alarm, and therewith to surprise the Dutch guards, making live cartridges, fetching The 4th of January 1791. the cannons from the city ramparts, and placing the same before their barracks, and several other seditious and mutiny-threatening enterprises. That one may therefore hope that this manner of proceeding, by which one has the intention of sparing the precious time of their High Honours as much as possible, will not be interpreted as if the other accused were less guilty. That regarding The second Main Point: if one assumes with the Heer van Massau that the trial documents suffer from all kinds of defects, one must maintain that no definitive sentence ought to have been pronounced thereon. That one needs to make no extensive arguments regarding this, because the proof thereof lies enclosed in the nature of the case, insofar as a sentence built upon informal documents is likewise informal, and if the trial suffers from nullities, the sentence pronounced thereon is also subject to nullity. That if, however, the Honourable Court of Justice has truly found the trial and the documents in such a state 30 33. state as to be able to do principal justice therein and pronounce a definitive sentence, one maintains, with due respect for the same, that errors reside in this sentence which ought to be corrected in revision. That this, constituting the third Main Point of this matter, since these disobedient officers then ought to have been condemned, if not to the demanded capital punishment, at least to such other punishment as should be found to be fitting; so that the first error consists in the fact that the entire claim was dismissed. That the second error is of importance: because it was briefly demonstrated hereinbefore from the declaration of the Heer van Massau himself that several offenses were confessed to by the delinquents themselves, and the others were proved in the claim with a multitude of witnesses, and nevertheless the accused were not only acquitted of the claim by the sentence, but moreover also declared to be innocent of the crimes laid to their charge, from which it would then follow: That the Colonel D'Hugonet had the right to appoint La Rosse as major, not only without the agreement of the governor, but even against his express prohibition. The 4th of January 1791. The 4th of January 1791. That he had the right to call the regiment to arms without prior knowledge of the governor. That he had the right to be disobedient to the orders of the governor regarding the detachment of two companies of the regiment to Trincomalee. That he had the right to invoke the protection of the French fleet against the government, and to request commissioners from the French governor, in order to decide the disputes with the governor at the expense of being in the wrong. That he had the right to fill the letter to the said French governor with disrespectful and insulting expressions and at the same time with threats against the governor, under whose orders he and the regiment stood, and to read it aloud to the entire corps of officers, and by so doing to make the insult public and to inspire the spirit of disobedience and insubordination in the same. That he had the right to write letters to the Prince of Luxembourg, filled with the bitterest insults and calumnies against the governor in his office, and against the entire Dutch nation. That De Tjas and La Roche had the right to support him, D'Hugonet, in all these demarches. That 32.
Dutch transcription
31. Den 4'. Januarij 1791 gehooren! en hoedanig deselven naar regten gestraft moe„ „ten worden, bij den eijsch in 't breede aan geweesen is, en des noods in rivisie uit de ten processe berustende stukken nader diend betoogd teworden. Dat men om de kortheid te betragten, eenlijk de voor„ „naamste argimenten aan gehaald, en zig meet bepaald heeft tot de misdaaden van D' Hugonet, zonder aan„ tewijzen in hoe verre de andere geakkuseerden zig meede schuldig gemaakt hebben, eens deels, om dat hij de hoofd personasie is, en anderen deels, om dat men om de meede pligtigheid van de overigen aantewij„ „sen, genoodsaakt zoude zijn geweest alle gebeurte„ „nissen omstandig te detailleeren, en noopens ieder feit de daar van spreekende bewijzen der baan te„ brengen, het welk in zonderheid den op zigte van de oproerige voorneemens en mashinaatsien, waar aan dezelven onmiddelijk deel genoomen hebben, en zeer omstandig werk zoude geweest zijn; wije men dan hadde moeten aantoonen, en met de ter processe berustende meenigte verklaaringen bewijsen, in hoe verre en op wat wyze elk hunner zig aan het beraamens der orders, om het regiment door 't slaan van allarm in de wapen tebrengen, en daar„ meede de Hollandsche wagten te overrompelen, het maaken van scherpe pattroonen, het haalen Den 4e. Januarij 1791. van de kannons van de stads wallen, en het plaat„ sen van dezelven voor hunne Caserne, en meer an„ dere oproerige en oproer drijgende ondernee„ mingen, schuldig gemaakt hebben. Dat men derhalven hoopen mag, dat derse handel„ „wijze, waar bij men het oogmerk heeft, den kost, baaren tijd van hunne Hoog Edelh: zo veel moge„ „lijk teverschoonen; niet zal uit gelegd worden, aloof de overige geakkuseerden minder schuldig waaren Dat betaeffende. Het tweede Hoofd sturk: wanneer men met den Heer van Massau aanneemt, dat de processtukken aan allerlij defecten laberee„ „ren, men sustineeren moet, dat daar op geene diffinitive sententie had moo„ „gen geveld worden. Dat men hier omtrend geene breed voerige vertoogen behoeft te doen, door dien het bewijs daar van in de natuur van de zaak opgeslooten legt, in zoo ver„ „re, dat eene sententie, die op in formeele stukken gebouwd word, insgelijks in formeel is, en als het proces aan nulliteiten laboreerd, de sententie, die daar op geveld word, meede aan nulliteit onder heevig is. Dat bij aldien echter de achtbaare raad van Justitie het proces en de stukken werkelijk indien van staat 30 33. staat bevonden heeft, om daar in den principaalen te kunnen reecht, doen en eene diffinctive sententie vel „len men behoudens de agting voor den zelven susti„ „neerd, dat in deeze sententie erreuren resideeren, die in rivisie behooren gecorrigeerd teworden. Dat dit wer derde Hoofd stuk den deesen uit maakende. vermits als dan deeze ongehoorsaame officiers hadden behooren gecondemneerd teworden, zoo al niet tot de g' eijschte dord straffe, den minsten tot zodanige an„ „deren straffe, als bevonden zoude weesen te behooren zo dat het eerste eraeur daar in bestaat dat de heele eijsch ontzegd is. Dat het tweede erreur vaij importantia is: wijl men hier vooren uit 't declaratoir van den Heer van Mas„ „sau zelve kort heeft aangetoond, dat verscheidene delikten door de Delinquanten tzelve zijn geconfer„ „seerd, en de anderen zijn bij den eijsch met een meenigte getuijgen beweesen, en niet temin zijn de geaktikuseerden bij de sententie niet alleen van den eijsch geabsolveerd, maar daar en booven ook verklaard onschuldig te zijn aan de hen ten laste gelegde Caminia, waar iit dan zoude volgen. Dat de Colonie D: Hugowet het regt gehad heeft, la Rossre tot majoor aan testellen, niet alleen zonder het agtement van den gouverneur, maar zelve teegen desselfs uitdrukkelijk verbod. Den 4. Januarij 1791. Den 4e' Januarij 1791. Dat hij het regt gehad heeft, het regiment in de wa„ pens tebrengen, zonder voorkennis van den gou„ verneur. Dat hij het regt gehad heeft, ongehoorsaam te zijn aan de orders van den gouverneur, tot 't deacheeren van twee Komp van 't regiment naar Crinskonomale. Dat hy het regt gehad heeft de bescherming van de fransche vlogge teegen 't gouvernement interer„ „pen, en den franschen gouverneur om gecommitteerden te versoeken, ten eijnde de geschillen met den gouver„ „neur op koston van ongelijk, tebeslissen. Dat hij het regt gehad heeft, den brief aan gem: franschen gouverneur met oneerbiedige en hoonende unt drukkin„ „gen en teevens met drijgementen teegen den gouver„ neur, onder neeus order hij en 't regiment stond, aantevullen, en AE: aan 't heele koon officiers voorte, leesen, en zoo doende de in Jurie publiek temaaken en den ges:t. van disobedientsie en in subordi„ naatsie aan 't zelve te inspereeren. Dat hij het regt gehad heeft, brieven aan den Prins van Luxemberg teschrijven, opgevuld met de bit„ „terste in Jurien en lasteringen teegen den gouverneur in zyn ampt, en teegen de heele Neederlandse Naatsie. Dat de Tjas en Zakochre het regt gehad hebben, hem D' Hugovoet in alle deese demarcher te ondersteunn Dat 32.
English
34: 35. The 4th of January 1791. certain two soldiers as and to encourage. That the three accused, being convinced that Augonet deserved through all these crimes to be arrested, had the right to resist it with force, and to that end have live cartridges made, have the cannons fetched from the city walls and placed in front of the barracks, and take decisions for violent means and give orders. That this error becomes all the more important thereby, because the accused, on the basis of this sentence, have considered themselves entitled to importune the Honorable Company in the Netherlands regarding this matter and entangle it in difficulties, the outcome of which would hardly be foreseen if this sentence were to pass into full legal force. That for that reason this government, in a respectful letter to their High Excellencies of the 10th of May 1789, paragraph 26, also employed the necessary precautions against the expiration of the fatalia revisionis. And that because it clearly appears from all the above that the Honorable Company has the greatest interest in having the errors residing in the aforementioned sentence corrected in case of revision, The 4th of January 1791. and this government, due to the far distance from the Headquarters, is not capable of properly arranging the revision from here, especially because the revision in this matter ought to be handled and served by the Advocate Fiscal of India, and upon his death ought to be assigned to another learned legal person who has had no part in the sentence a quo, for which this government may make no dispositions; their High Excellencies will be respectfully requested that it may please them to make such disposition regarding the institution and observation of the revision in this matter as they shall find most serviceable to the Honorable Company and to the maintenance of Justice herein. The Honorable Fiscal Vollenhove has excused himself from voting in this matter, because it arose before His Honor obtained a seat in this assembly; and although that cannot be a motive to excuse oneself from advising, it is nevertheless agreed to accept this with this note. There was read a report from the Honorable Provisional Head Administrator van Angelbeek, stating that His Honor, 37: allow to continue with which from the Cash will be provided to them of Cochin charged to re-calculate the amounts back thither. And what to request from the ministers thereabouts. to be drawn for the future. The 4th of January 1791. in fulfillment of the resolution of the 9th of October last, has looked out for two private persons who could serve as orderlies to the Head Administrator, but found no suitable persons for that purpose, and that the two soldiers Johan Diederich Herman and Johan Christoph Kerstein, who are currently orderlies to the Head Administrator, are inclined to leave the Company's service and continue in their posts if they might retain their current pay and further appointments; And after deliberation it was approved and agreed to allow the aforementioned two soldiers to continue as orderlies to the Head Administrator, and consequently to have them discharged from the military rolls and pay books, and on the other hand to have provided to them from the Cash the amount of their wages and board money, namely to the first, who earns 14 guilders in wages, 5 rixdollars 18½ stuivers per month, and to the latter, who earns 13 guilders in wages, 5 rixdollars 3½ stuivers per month, along with one parra of rice per month each; however, that this may not be drawn into consequence for the future and these orderlies in the course of time, according to the resolution of the 9th of October 1790, will not be allowed to earn more than 9 guilders each with one parra of rice per month. There was received from Cochin with a letter of the 18th of December 1790 a report from the commissioned judicial members Cellarius and Wolff, from which it appears that the ell which was sent to Cochin in accordance with the resolution of the 27th of April last, having been compared with the Cochin ell, was found that the latter is one sixty-fourth of an ell longer. And because this difference gave rise to the discovered shortages of 6 ells of blue cloth, 1 7/16 pounds of silver officer's trim, and 1/8 pound of silver non-commissioned officer's trim, on the 444 ells of blue cloth, 10 ells of officer's trim, and 4½ ells of non-commissioned officer's trim sent from here with the bark De Jonge Willem Arnoes to Cochin: It was approved and agreed to have the amount of 22 guilders 12 stuivers, charged hither in the Cochin invoice of the end of August last for those shortages at the expense of Captain-Lieutenant Edema, re-calculated back thither, and to request the Gentlemen Ministers there to have this amount charged upon the cloths and trims received there.
Dutch transcription
34: 35. Den 4. Januarij 1791. zeekere twee soldaeten als en aantemoedigen. Dat de drie geaccuseerden, overtuijgd zyjnde, dat de Augonet door alle deesze misdaaden verdiend had g'arresteerd teworden, het regt gehad hebben, zig daar teegen met geweld teverzetten, en dat dat eijnde scherpe pattroonen telaaten maaken, de kanions van de stads wallen telaaten haalen en voor de kasernen te plaatsen, en tot geweld „daadige middelen besluijten teniemen en orders te geeven. Dat dit erneur daar door nog importanten word, wijl de geakkuseerden, in't hoofde van deeze sententie, zig geregtigd g'agt hebben, de E. Comp in Neederband over deeze zaak te importineeren en in moeijlijk„ heeden in tewinkelen, waar van de uitkomst be„ swaarlijk zoude tevoorzzien zijn, bij aldien deeze sententie in volle regts kragt overging. Dat daarom ook deese regeering bij eerbiedige letteren aan hunne Hoog Edelh: van den 10. ' Maij 1789. §. 26, de noodige voorbehoedselen teegen het verloop van de fatalia revisionis geemploijeerd heeft. En dat wijl uit al het boovenstaande duijdelijk blykt, dat de E. Comp: het grootste belang daar bij heeft, dat de erreuren die in meerm: sententie resideeren, in cas van revisie gecorrigeerd worden, Den 4. Januarij 1791. en deeze reegeering, wegens den verden afstand van de Hoofd plaats, noet in staat is, de rewvisie van hier naar behooren te veraanstallen, voornaamentlijk wijl de revisie in deesen diend verkogt en bediend teworden door doen heer advocaat fiscaal van Jndia„ en mits desselfs overlijden diend gedemandeerd te„ worden aan een ander regts gelierd perzoon, die aan de sententie aqua geen deel gehad heeft, waartoe deeze regeering geene dis posietsien neemen mag hunne Hoog edelheeden eerbiedig zullen worden ver zogt, dat het hoogst dezelven behaagen morge„ tot 't institueeren en waarneemen van de revisie in deesen zoodanige disposietsie ternaaken, als hoogst dezelve ten meesten dienste van de Ed: komp, en tot hand having van de Justitie in deesen bevinden zullen te behooren. De E fiscaal vollenhove heeft zig verschoond in deeze zaak kooteeren, om dat dezelve is geexteerd voor dat zijn E: in deeze vergadering sessie heeft ge„ „kreegen; en schoon dat geen motief kan zijn, om zig van het adviseeren te excuseeren, is echter verstaan daar van behouden deeze aanteekening. Js. geleesen een bericht van den E: p=l Hoofd adminis„ ordonnansen bij den E:„strateur van Angelbeek, houdende dat zyn Ed, ter en Hoofd 37: laeten continueeren met die hit de Cas ade hun zal worden ver„ strekt T van koetsiem ten laste de bedraegen derwaards te rug te reekenen. En wat de ministers daaromtrent te versoeken. te trekken voor den aan„ staande. Den 4: Januarij 1791. Hoofdadministrateur te ter voldoening aan de resolutie van den 9. ' 8ber: p:o 2, hunne presente besoeding na twee particuliere liiden, die als ordonnanten bij den Hoofdadministrateur zouden kunnen dienst doen, omgezien, dog geen geschikte persoo„ „nen daarter aangetroffen heeft, en dat de twee v stoegard zoldaaten Johan Diederich Herman en Johan Christoph Kerstein, die tans ordormnansen bij den Hoofd administrateur zijn, geneegen zijn, om uit 'sComp:s dienst te gaan en in hunne posten te„ blijven continueeren, indien zij hunne gagie in verdere Appoinctementen, die ze tans winnen, mogten blijven behouden. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan, voor schreeve twee zoldaaten als ordonnansen bij den Hoofd administrateur te laaten Continueeren, en hun mits dien te laaten afschrijven bij de Militaij„ „re rollen en zoldij boeken, en daar en teegen aan hun uit de Cas telaaten verstrekken 't bedraagen van hunne gagien en kostgeld, naa„ „melijk aan den eersten, die ƒ 14. aan gagie wint„ rd:s 5. 18½. smaands; en aan den laatsten, die ƒ13. aan gagie wint, rd:s 5: 3½. smaands; neevens een dog dit niet in gevolg parra rijst per maand ieder, dog dat dit niet zal moogen worden in gevolg getrokken voor den aanstaande en deze ordonnanten bij vervolg Den 4. Januarij 1791. van tijd, volgens resolutie van den 9: oktober 1796 niet meer zullen moogen winnen dan elk ƒ9. met een parra rijst smaands. js van Coetsiem bij brieve van den 18. xber: 172 ontfan„ van Edema aangereeken, gen een rapport van de gecommitteerde Justitiele leeden Cellarius en wolff, waar bij blijkt, dat de re„ die in gevolge resolutie van den 27. April Pass„o, na Koetsiem gesonden is, teegen de Coetsiemse al geconfronteerd zijnde, bevonden is, dat de laatste een vier en sestigste el langer is. En wijl dit verschil aanleijding heeft gegeeven, tot de bevondene minderheeden van 6. ellen blaauw laaken, 17/16. pb t selver officiers passement en 1/8. lb zilver onder officiers passement, op de van hier met de bark de Jonge willem Arnoes na Koetsiem gesondene 444. ellen blaauw laaken, 10. ellen officiers passe„ ment en 4½ ellen onder officiers passement: Js goed; gevonden en verstaan, 't bij koetsiems factuur van ult:o aug:s pass o, voor die minderheeden herwaards aan gereekend bedraagen van ƒ 22. 12. ten laste van den Capitein luutenant Pema, na herwaards be„ laaten terug reekenen, en de Heeren Ministers aldaar teversoeken, om dit bedraagen telaaten be„ „swaaren op de aldaar ontvangene laakenen en van passementen
English
39. The 4th of January 1791. The 4th of January 1791. By the Honorable Raket and van Angelbeek to let them resume their previous offices. Were read the two petitions inserted below from the Honorable provisional Disava of Matara, Raket, and the Honorable provisional Chief Administrator van Angelbeek, both containing the request that, whereas the reasons that moved this government, as shown by the resolutions of the 13th and 14th of June of the past year, to have them exchange offices, no longer exist, and both the headmen of the people and the people themselves have made known their desire in various reports received here that the Honorable provisional Chief Administrator van Angelbeek might return again as Disava of Matara, this government might see fit to restore each of them to their former duties, and consequently allow the first to resume his service as Chief Administrator, and the second his service as Disava of Matara. To the Right Honorable, Highly Esteemed Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Council of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! Based on the considerations appearing in the secret resolution adopted in the Council of Ceylon on the 12th of June of the past year, that however much nothing had occurred concerning the Honorable Mr. Christiaan van Angelbeek from which one might suppose that His Honor gave any cause for such extreme discontent among the people, or that His Honor in any other respects had misbehaved while conducting the administration over the Matara Disavony, it could nevertheless well be that the mutineers, now that things had once been carried so far by them, were held back from returning to their duty through a secret fear that their many and extreme misdeeds, although forgiven, would be less forgotten by a Disava under whose eyes they were committed than by a new Disava to whom their persons are less known and who was no eyewitness thereof, it pleased Your Right Honorable to propose to the undersigned on that same day whether he, for the furtherance of peace in the Matara Disavony and in order to promote the good purpose of the resolution adopted upon the aforesaid considerations in a manner that the true intention thereof was as little apparent to the public as possible, would not be willing to exchange offices for a short time with the Honorable van Angelbeek. And not only did he very willingly consent to this, but he would also very willingly have let this arrangement continue further if it were still necessary continuously. But since peace has been restored and things are now brought back into order, and the aforesaid arrangement is no longer necessary, and since several documents have even arrived showing that both the headmen of the people and the other inhabitants of the Matara Disavony desire that the Honorable van Angelbeek may resume his post of Disava, the undersigned requests that the aforesaid arrangement may now again be changed, and the undersigned consequently, in accordance with the promise made to him by Your Right Honorable, may take back his office of Chief Administrator. The undersigned has the honor with all respect to be, At the foot: Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, Your Right Honorable's very obedient servant, Was signed: M. P. Raket. In the margin: Colombo, the 4th of January 1791. Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! From the resolutions adopted in the Council of Ceylon on the 13th and 14th of June of the past year to have the Honorable Raket exchange offices with the undersigned, it appears that this exchange did not take place for any reasons concerning him personally, but only in the supposition that, after things had once been brought to a high pitch by the mutineers, they might perhaps be held back from returning to their duty through a secret fear that their many and extreme misdeeds, although forgiven, would be less forgotten by a Disava under whose eyes they were committed than by a new Disava to whom their persons are less known and who was no eyewitness thereof, and consequently in order finally to leave nothing untried that in any respect might serve for the restoration of peace. And whereas these reasons now no longer exist, and even in several petitions received since not only a very flattering testimony has been given of the administration of the undersigned, but also thereby most clearly appears the desire, both of the headmen of the people and of the people themselves, that the aforesaid arrangement might again be changed, and the undersigned consequently might resume his post of Disava of Matara, so he takes The 4th of January 1791. To the Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Council of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies, etc., etc. To.
Dutch transcription
39. Den 4. Januarij 1791. Den 4. Januarij 1791. Door DE:s Raket en van ge ampten te laeten herneemen. passementen. zijn geleesen de twee hier onder g'insereerde requesten Angelbeek hunne voorn: van den E: provisioneel Dessave van Mature Raket en den D provisioneel Hoofd administrateur van Angelbeek, houdende bijde verszoek, dat ver„ mits de reedenen, die deeze regeering beworgen heb„ „ben, blijkens resolutien van den Ben 14. Junij annopass:o, om hun van diensten te doen verwis„ „selen, niet meer bestaan, en zoo wel de Hoofd„ „den des volks als het volk zelfs, bij verscheij„ „dene alhier ontfangene rapporten, hun verlangen hebben te kennen gegeeven, dat de 8 p:l Hoofd admi„ „nistrateur van Angelbeek meder als desJave van Nature mogte terug koomen, deeze regeering mogte goed vinden een ieder hunner in hunne voorige diensten deherstellen en mits dien den eersten weder telaaten herneemen zyn dienst„ als Hooffd administrateur, en den tweeden den dienst als Dessave van Mature Aan den wel daelen Groot agtb: Heer/ willem Jacob van De Graaff Raad ordinair van Neederlands Jndia gouverneur en Direnteur van het eij„ „land Ceijlon met dies onderhoorigheeden wel Edele Groot agtb: Hoog Gebiedende Heer! op de konsideratien die vorkoomen bij de sekreete resolutie genoomen in raade van Cijlon den 12. ' Junij J:o Leeden, dat hoe zeer ook noopens den Heer Mr Christiaan van Angelbeek, niets waare voorgekoo „men waar uit men zoude kunnen onderstellen, dat zyn E eenige aanleyding tot een zoo verre„ „gaand misnoegen onder het volk heeft gegeeven, of dat zijn E: in eenige andere op zigten, ge„ duurende dat hij het bestier over de Maturr Dessavonie gevoerd heeft, zig kwalijk zoude hebben gedraagen, het nogtans wel zyn konde„ dat de muijtelingen, nu de dingen eens zoo verre door hun gebragt waaren, wierden te rug gehouden om weder tekeeren tot hunne pligt, door een gehenne vreezze, dat hunne veele en verre gaande baldaadigheeden, schoon vergeeven, minder zouden worden vergeeten, bij een Dessave onder wiens oog ze zijn gepleegt, dan bij een nieuwen Dessave, bij wien hunne persoonen minder zijn bekend en die daar van geen oog getuijgen geweest is, heeft het uwel Edele Groot agtb: behaagd den ondergetee„ „kende op dien zeefden dag voortestellen, of wij der bevordering van de rujt in de Matureese Dessavonie, en ten einde het goede oogmerk der resolutie op de wensz Konsideratien genoomen, resolutie te bevorderen 38. 41. Den 4. Januarij 1791 te bevorderen op eene wijze dat zoo wywig mogelijk de waare intentie daar van bleek voor het publiek niet voor een korten tijd met den Heer van An„ gelbeek van ampt zouden willen verwisselen, en heeft hij niet alleen daar in zeer gaarne bewil„ ligd, maar zoude wij ook zig deeze schikking verder zeer gaarne laaten wel gevallen, zoo te bij voortduuring nog noodig waare, dan wijl door de wersteede rijt, en dat de Hlooij waar in de dingen tans reeds weder zijn gebragt, en de voorszz schikking niet meer noodig is, en dat 'er zeefs verscheijde stukken zyn ingekoomen waar ui't blijkt dat zoo mee de Hoofden des volks als de verdere ingezeetenen van de Matureese Dessavonie verlangen, dat den Heer van Ar„ „gelbeek zijn post van Dessave mag herneemen verzoekt de ondergeteekende dat de voorssz: schinking als nu wederom mag worden ver„ „andert, en de ondergeteekende mits dien vol„ „gens de toezegging aan hem door uwel Edele groot agtb: gedaan, weder mag terug neemen sijn ampt van Hoofd administrateur De ondergeteekende heeft die eer met alle agting te zijn /onderstond:/ wel Edele Groot agtb: Hoog geb: Heer: uwel Ed: groot agtb: seer gehoorsaamen Dienaar /was getekend M: P: Ratiet /in margine:/ Kolombo den 4:' Januarij 1790. wel Edele Groot agtb: Hoog Gebiedende Weer uit de resolutien gewoonen in raade van Ceijlon op den 13. ' en 14:' Junij J:oL, om dan hier Raket met den ondergeteekende te doen verwisselen van ampden, bleikt, dat deesze verwis„ „seling niet geschied is om eenige reedenen, hem personeel betreffende, maar alleen in veronderstelling, dat, na de dingen door de Muijtelingen eens tot eene groote voogte gebragt waaren, zij misschien konden worden terug ge„ „houden, om weder tot hun pligt te keeren, door een ge„ „heijme vraeze, dat hunne veele en verregaande baldadig „heeden, schoon vergeeven, minder zouden worden vergeeten„ bij een Dessave, onder wiens oog tze zijn gepleegd, dan bij eenen nieuwen Dessave, bij wee hunne perzoonen minder zijn bekend, en die daar van geene oog getuijge geweest is, en mits dien om Eijndelijk niets onbepaoeft telaaten, wat in eenige op zigte zoude kunnen strekken ter herstelling van de rujt. En wyl deeze reedenen thans niet meer bestaan, en dat selfs bij verscheidene zedert ingekoomene adressen niet alleen ge„ „geven is een zeer flatelide getuijgenis van des ondergeteekenden bestier„ maar dat ook daarbij op 't duijdelijkesse bleyjkt het verlangen; zoo van de Hoofden des volks, als van het volk tzelve, dat de voorseide schikking wederom mogte worden verandert, en de ondergeteekende mits dien mogte herneemen zijn post van Dessave van Mature, zoo neemt Den 4. Januarij 1791. Aan Den wel Edelen Groot agtb: Hoog Geb: Heer willem Jacob: van de Graaff. Raad ordinain van Neederlands Jndin, Gou„ verneur en Direkteur van het Eijland Eijkon en dies onderhoorigheeden MC: etC Aan. 40: hij
English
43. The 4th of January 1791. The 4th of January 1791: he may now with complete freedom request that the aforesaid transfer may now once again be changed. The undersigned does not think it necessary to speak here, much less to dwell further upon, what has already been done by the Ceylon resolutions of the 12th of August and the 21st following, regarding the many suspicions spread by the Commander of Galle, Mr. Sluijsken, in his secret report on the conduct pursued by the undersigned while he governed the Matara Dessavony. Besides the fact that the various advices received since then and mentioned above completely clear the undersigned of all blame attributed to him, and contain the most favorable testimony of his conduct in administration, Mr. Sluijsken himself, in his separate secret letter of the 20th of October of last year, paragraph 2, has reduced everything that appears regarding the undersigned in His Honour's secret report of the 31st of July prior, to this: "That the undersigned exercised no sufficient knowledge, or otherwise sufficient attentiveness, in the administration of the Matara Dessavony." And which opinion His Honour seeks to argue with the supposition: "That had this occurred, the undersigned could not have been so considerably misled, and would have known how matters stood in the interior of the country and among the inhabitants, and that knowing this he could have taken care and employed the necessary means so that these inhabitants were properly treated and duly fulfilled their obligations to the lord of the land; in which case no such great dissatisfaction could have resided among the people, much less an insurrection been aroused." Against such general accusations, or whatever else one ought to call such a manner of bringing someone into suspicion, no one can defend himself. The reasons that Mr. Sluijsken gives to substantiate his aforementioned opinion are of such a nature that, if they were admitted, they would also encompass all possible governors of the land, however great their abilities, zeal, and attentiveness may have been, who nevertheless, despite all these requirements, had the misfortune that under their administration the peoples entrusted to their care revolted; and thus they would in particular apply in the truest sense against Commander Sluijsken himself, who had the displeasure, after having already been employed for a series of years in the service of the country—first as Captain of the Galle Corle, and subsequently as First Dessave of Colombo—that the cinnamon peelers, after he had already been head of the Mahabadde for six years, entered into a very far-reaching rebellion during his administration in the year 1777. The same applies to what appears further in Mr. Sluijsken's aforesaid separate letter of the 20th of October, paragraphs 2 and 3. Mr. Sluijsken had stated in an earlier separate letter, written on the 5th of August of last year: That His Honour could not only have said more, but even much more, had he wished to be malicious, which could have caused the undersigned no small amount of unpleasantness. At the express request of the undersigned, Mr. Sluijsken was written to on the 17th of December, pursuant to the resolution taken to that effect on the 12th of August, that he should clearly and without any further reserve state everything that he believed he had against the undersigned. Instead of complying with this, Mr. Sluijsken in his reply poses various questions merely as possible actions that he might have allowed himself, such as, among others, whether he could not have depicted the undersigned in the darkest colors, which he himself assumes may have been done with the best intentions. What else can one say to such things, other than that to do so would on all occasions be exceedingly improper, and in particular does not befit anyone in his public capacity? Other similar, not very well-meaning questions concerning the undersigned that appear from Mr. Sluijsken in the aforesaid separate letter, he passes over here in silence; the raising thereof and of various other matters that appear therein and in the secret report of Mr. Sluijsken concerning the undersigned being foreign to the purpose of this petition, he reserves the right to do so in a subsequent writing, in accordance with what was granted to him by the highly esteemed resolution of the 27th of August of last year. The undersigned is so bold as to recommend himself most respectfully to the powerful protection of Your Right Honorable Nobles, and has the honor to be with all respect, (underneath was written:) Right Honorable, Highly Born Sir: / Your Right Honorable Nobles' very obedient and faithful servant / was signed: / C. van Angelbeek / in the margin: / Colombo, the 4th of January 1791. 42.
Dutch transcription
43. Den 4. Januarij 1791. Den 4. ' Januarij 1791: hij met volkomene vrijheid thans bemoogen verszoeken, dat de voorstz: verplaatsing als nu wederom mag worden ver„ „andert De ondergeteekende denkt niet, dat 't noodig zij hier tespreeken„ nog veel minder om verder te releveeren; dan dat reeds bij de Ceijlonse resolutien van den 12.:' augustus en 21: daaraan is gedaan de veele verdenkingen, door den Heer Gaals Commandeur sluijsken verspaijdt bij zijn gehum: rapport over des ondergeteeken„ des gehouden beleid, geduurende hij de Matureese Dessavonie heeft besteerd. Behalven dat de verscheide zedert ingekoomene en hier boven gem: adrissen den ondergeteekende volkoomen zuijveren van allen hem aangevreeven Blaam, en bevatten een aller gunstigst getuijge„ „nis van zijn gehouden bestien, zo heeft ook de Heer sluijs ten selve bij zijnen apparten secreeten brief van den 20:' 8ber: J:L, 5: 2: alles, wat noopens hem ondergeteekende voorkomt bij zijn Edl: ge„ hei rapport van den 31. ' Julij bevoorens, gereduiseerd tot dit „Dat de ondergeteekende gene toerijkende kennis, of anders vol„ „doende oplettendheid in het sectier van de Matureese Des„ „savonie beoeffend heeft. En welke op inie zijn Edele zoekt te betoogen met de veronderstel „ling: , Ddat zoo dit waare geschied, de ondergetrekende niet 1zoo aan„ „merkelijk zouden hebben kunnen misleid worden, en soude ge„ „weeten hebben, hoe het in 't bimienste nan 't land, en bij de ingezee „tenen gesteed was, en dat hij dit wetende soude hebben kunnen „zorgen en de noodige middelen in het werk stellen, dat deeze ingezeetenen behoorlijk waaren behandeld, geworden, en hunne ver„ „pligting aan den landhaer behoorlijk volbrachten; wanneer als „dan geene zo groote misnoegdheid bij 't volk zoude hebben kon „nen resideeren, nog minder een opstand verwekt worden. Jeegens welke al gemeene beschuldigingen, of hoe men zulk eene wijze om iemand in verdenking tebrengen anders behoord tenoemen, kan zig niemand verbiedigen. De reedenen, die de Heer sluijsker tot staving van voorm zijne opinie op geeft, zijn van dien aart, dat zoo en Reed point. men die admitteerde, ook daar in soude zijn begreepen alle moegen land regenten, hoe goot ook hunne kundig heeden ijver en of Eettend heid ge„ weest hij, in die niet tegenstaande alle deze verijsechdens te sis agrement gehad hebben, dat onder hun bgtien, de volkeren hunne zorge toe vertrouwt ge„ revolteerd hebben, en zo souden insonderheid in den westen zin bestaan tegens den Heer Commandeur sluijs ken zalven, die het ongenoegen gehad heeft na reerds een deecks van Jaaren g'emploijeert te zijn geweegt in den land„ dienst, eerst als kapitein van de Gale Karle, en naderhand als lut Deghaer van Kolombo, dat de Kanneel schillers, na dat hij reeds ses Jaaren ge„ weest nas hoofd van de MMahabasde geduurende zijn bestien in het Jaar 1777. zijn gekoomen tot eene zeer verregaande opstand. zoust ook gelegen met 't geen bij den Heer sluijsken sijn voorsz apparten brief van den 20:' 8ber: 172 en 3. werder workomt. De Weer sluijsken hadde bij eenen vroegeren apporten briev, geschreeven den 5. aug:s J=s , gezegt: Dat sijn Edele niet alleen meer, maar selfs veel meer, had konnen zeggen, zo hij boosaardig souden willen sijn, het geen den ondergeteekende niet wijnig onaangenaamheeden zoude hebben konnen toebrangen, op den ondergeteekendes expris verzoek is den meer sluijsker, volgens de daartoe genoomene replutie op den 12. ' augt, den 17. ' xber: aangesch: dat hij duijdelijk en sonder eenige verdere reserve soude op geven„ al 't geen hij ten laste van den ondergetekende meende tehebben. Jn„ „stheede van hieraam tevoldoen stelt de weer sluijdkin bij zijn antwoord ver„ „scheidene vraagen voor alleen als mogelijke bedrijven, die hij zig soude hebben konnen permitteeren, als onder anderen, of hij niet met de dou„ „kerste verven soude hebben koomen afschiederen van hem ondergetekene, waar van hij zelve verondersteed, dat ze met de begte intentien konnen zijn gedaan wat kon men op diergelijke dingen anders zeggen, dan dat sulks tedoen in alle gelegentheeden ten Hoogsden qualijk voegende soude zijn, en insonderheid aan niemand voegt in sijne publieke kwaliteit. Meer andere diergelijke niet al te wel duijdende vragen, die bij den weer sluijsken zzijn in voorsz: apparten brief, den ondergeteekende be„ „tasffende, voorkoomen, gaat hij hier stil swijgende voorbij met relevee„ „ren daarvan en van verscheidene andere dingen, die daarbij en bij 't geheijm rapport van den Heer sluijsken den angeed ondergetek betreffende voorkoomen, vreemd zijnde aan 't oogmerk van dit requet, zo reserveerd hij zig dit te doen, bij een naderschrift, in gevoege 't hem vergunde bij veel g'eerde resolutie van den 27. ' aug:s J:oL: De ongedagetekz: is so vanj zig in de veel vermogende protecie van uw EEd: groot agtb: op 't eerbeedigste aan tebeveelen, en heeft de eer met alle agting te sijn (onkderstonden wel Ed: groot agtb: Hoog geb: Weer:/ uwel Ed: groot agtb: seer gez: en getrouwen Dieriaar /was geteek:/ C: van Agelbeek / in margune:/ Kolombo Den 4. Jann: 1791 mens Zoo 42.
English
45. The 4th of January 1791. it was thus deliberated upon and taken into consideration that these exchanges of services by resolution of the 13th and 14th of June of the past year did not occur because anything to the detriment of the Honorable van Angelbeek had come before this government, from which one might presume that he had given any cause for such far-reaching discontent that the bulk of the people would desire his removal, or that his Honor had in any other respects misbehaved during the time his Honor held the governance over the Matara Disavony; but rather under the assumption that the mutineers might perhaps, now that matters had been brought so far by them, harbor a secret fear that their many and far-reaching outrages, although forgiven, would be less easily forgotten by a Disava under whose eyes they were committed than by a new Disava to whom their persons are less known and who was not an eyewitness thereof; and finally in order to leave no means untried that might in any respects serve toward the restoration of peace; and that furthermore, to this government, neither in the documents submitted by the Honorable Blaetz and Samlant as Commissioners of this government, nor in the secret report of the Commander Sluijsken and his further separate secret [letter] of the 28th of October, have any accusations against the Honorable van Angelbeek appeared that should with reason prevent him from being allowed to depart again as Disava for Matara; and moreover, it becomes all the more clearly evident from the nine reports, letters, and addresses from the peoples of the Matara Gange- and Wellebadda Pattu, Baygams, the Lordship of Sellegam, the collective fishermen and chandoes, the four gravets, from the Adigar, the wood-haulers, as well as from the most respectable headmen of the people, sent hither from Galle with letters of the 13th, 17th, and 24th of December, that the Honorable van Angelbeek in every way 44. 47. To write off what was furnished and consumed for the construction of a sea padie at Caliture. The 4th of January 1791. still possesses the esteem and love of the people, seeing that in the aforementioned documents, he is not only given the greatest praise for his actions in that Disavony and for his care for the people's welfare in the promotion of their happiness and well-being, but it also appears from the same that they desire nothing more dearly than that the said van Angelbeek may be returned to them again as their Head, requesting this favor from this government as a special benefit, and this general testimony and desire completely clears the said van Angelbeek of all blame. Distinct Note of how much the construction of a new sea Padie here has cost the Honorable Company in materials, maintenance, and cash money. 109 May 5 carpenters and 1 conductor who searched for the necessary timber enjoyed. 1 July 1 master and 6 carpenters for 1/3 month 3 wood sawyers sawed. . . . .. 12 laborers counted for this. . .. in July count only 1 master and 3 smiths for making rivets - - - - - - - - -- October: 3 Wood sawyers November the same for another 1/3 month 60 July master and 4 carpenters, 10 laborers. - - - - - - - - - [illegible] 6 - /3 80 1 November 3 caulkers and 10 laborers, 1 master and 3 smiths 2 carpenters - - - - For further Materials consumed for it: 1/2 barrel of tar, 150 lb. indigenous rosin, and 48 cans of oil in May and this month December: 1 „ „ 4. 8 — 6 8 — 3 wood sawyers - - - - - - - - 1 - October: 1 „. „ 6. 8 —: 6. d — 1 master and 3 smiths. . . . . . . 160 —. 100 —. 19. –. — 1/24. 2 24- further spent therein - - - - - - - - - - 22 —„ 14—: Sum 22 – . 4. — 9 —. 500 — 150 - 9 2/3. 748. 19 14. NB: besides the aforementioned soursop trees, several planks left over from other works were also used for it. Caliture the last of November anno 1790. /: was signed/ J: J: Rudolph /lower:/ Agrees /. signed. A: van Dort. . 2. — — 1/12. 2. - - - - - - 3 - wages together. 3 -. - — 1/8. 13. 24.- -. - - - - 150. . . . 5. —. — 1/4. 3. 6. - - 3. - . - . . 8 —: 3 — — 1/8. 14. 24- 1. . . . . 1. 24. 8. 13 - — 1/24. 20. 12 – - - - - 190. 80 – 13 2/3 7/16. . 26. - - - - - - - - - 12 —. —½. August: 1 „ „ 4. 8 —. 6. 8 —. - - - - - - - - - - - - - - - 12. —. — ½. 16. 36. Ed 5 The 4th of January 1791. Thus it was resolved and agreed with unanimity of votes to grant the aforementioned request, and consequently to allow the Honorable Raket to resume the office of Chief Administrator, and the Honorable van Angelbeek the service of Disava of Matara. Read a copy of a Note inserted below, regarding what was furnished and consumed at Caliture for a sea padi, which according to the authorization given by resolution of the — was newly constructed there. Cent. And 46.
Dutch transcription
45. Den 4. ' Januarij 1791. zoo is hier over gedelibereerd en in aanmerking genoomen, dat deese verwisselingen van diensten bij besluijt van den 13. ' en 14. ' Junnij anno pass=o, niet geschied is, uit hoofde, dat aan deeze de geering iets ten laste van den E: van Angelbeek is voorgekoomen; waar uit men zoude kunnen veronderstellen, dat bijn d eenige aanleijding tot eene zoo verregaande misnoegen heeft gegeeven, dat het Gros van het volk zijne verwydering zoude begeeren, of dat zijn Ed zig in eenige andere op zigten, ge„ „duurende dat zijn E: het bestier over de ma„ tureesche Dissavonie werd, kwalijk gedraagen heeft, maar wel in die veronderstelling, dat de muijtelingen zomteijds, nu de dingen eens zoo verre door hun gebragt waaren, eene geheij„ me vreeze mogten hebben, dat hunne veele en verregaande baldadigheeden, schoon vergeenven, minder souden worden vergeeten bij een Des„ „save, onder wiens oog ze zijn gepleegd, dan bij een nieuwe Dessave, bij wien hunne perszonen minder zyn bekend, en die daar van geen orij getuijge geweest is, en eijndelijk om geene mid„ Den 4. . Januarij 1798. delen onbeproeft telaaten, wat en eenige op zig„ „ten zouden kunnen strakken tot herstelling van de rujt; En dat voorts ook, aan deeze regea„ „ring, nog bij de overgelegde papieren door de 8„ laetz en samlant, als Commissarissen van deze reegeering, nog by het geheim rapport van den heer kommanduu sluijsken, en zijne nadere apparte secreete van den 28.:' oktober, eenige be„ schuldigingen teegens den E: van Angelbrek zijn voorgekoomen, die met reeden zouden moeten be„ „detten, om hem weder als Dessave na Mature telaaten vertrekken, en het booven dien uit de bij baieven van den 13:' 17:' en 24. December van Gale herwaards gesonden: neegen rapporten, brief vlas„ „sen en adressen van de volkeren van de Ma„ „tureese gange - en welle badde pattoe, Baijgams, de heerlijkhid van Sellegam, de gesaamentlijke visschers en sjandos, de vier gravetten, van de Adigarie, den houtsleep, als meede van de aanstrendigjkste worfden des volks maar alse kleer komt teblijken, dat dE van Angelbeek nog „delen alle zints 44. 47. 't verstrekte en verbriuik„ te tot het aanbouwen van zee- padie te kaltere te laeten afschrijven. Den 4. Januarij 1791. allezints de agting en liefde des volks bezit, alszoo bij voormelde stukken, hem niet alleenig we„ „gens zijne verrigtingen in die Dessavonie, en we„ gens zijne zorgen voor Tvolks welvaard, in de Distincte Notitie hoe veel het aan„ bevordering van hun geluk en wel zyn, den „bouwen eener nieuwe zee Padie al„ hier aan 8E: komp: aan Materiaalen grootsten loff gegeeven word; maar ook uit mannetementos en Contante penningen dezelve komt teblyken dat ze niets diever gekost heeft. wenschen, dan dat de gemelde van Angelbeek 109 Maij s. timmerman ent. konkdoor die de noodige houtwerken daartoe opgezogt genooten. 1 Julij 1. baas en 6. timmerlieden voor 1/3. maand weder tot hun Hoofd mag worden terug gesonden, 3. hout zaagers gezaagt. . . . .. 12. koppen werksleeden hier toe gereekend. . .. in deesze gunst: van deeze regoering als een tuijs Julij reekene all eenig 1. baas en 3 smeeden tot t mae„ bijzondere weldaad verstoeken, en deeze alge„ ken van klinknagels - - - - - - - - -- 8ber: 3. Hout szagers meene getuijgenis en verlangen op het voldoen„ 9ber dezelve nog voor 1/3. maand „ste hem van Angelbeek van allen Blaan 60. Julj baas en 4. dim merlieden, t0 werksliede. - - - - - - - - - ngantals tomp 6 - /3 80 1 komt te zuijveren. zoo is met een parrigheid van stemmen goed gevonden gber 3. kalvaters en 10. werks lieden, 1. baas en 3. smeeden 2. timmerlieden - - - - Aan verdere Materialen daartoe verbruikt en verstaan, in het voorszegd versoek te bewilli„ ½. vat theer, 150 lb. inlandse harpuis en „gen, en mits dien telaaten herneemen den 8. 48. kann: olij in Maij en deese maand Raket het ampt van Hoofd administrateur, en den E: van Angelbeek den dienst van Dessave van Matura. xber: 1 „ „ 4. 8 — 6 8 — 3 houtsagers - - - - - - - - 1 - 8 ber: 1 „. „ 6. 8 —: 6. d — 1. baas en 3. smelden. . . . . . . 160 —. 100 —. 19. –. — 1/24. 2 24- voorts daar in besteed - - - - - - - - - - 22 —„ 14—: geleezen een hin onder g'insereerde Copij No„ titie, neegens 't geen te Caliture, verstrekt Somma 22 – . 4. — 9 —. 500 — 150 - 9 2/3. 748. 19 14. NB: behalven de voorsz zoor saks boomen zijn nog verscheidene planken die van andere werken overgeschooten zzijn, daar toe verbruijkt. Caliture uxtimo November anno 1790. /: was geteekend/ J: J: Rudolph /lager:/ Accordeert /. geteekend. A: van Dort. . 2. — — 1/12. 2. - - - - - - 3 - aangelde tesamen. 3 -. - — 1/8. 13. 24.- -. - - - - 150. . . . 5. —. — 1/4. 3. 6. - - 3. - . - . . 8 —: 3 — — 1/8. 14. 24- 1. . . . . 1. 24. 8. 13 - — 1/24. 20. 12 – - - - - 190. 80 – 13 2/3 7/16. . 26. - - - - - - - - - 12 —. —½. aug:s 1 „ „ 4. 8 —. 6. 8 —. - - - - - - - - - - - - - - - 12. —. — ½. 16. 36. Ed 5 Den 4. Januarij 1791. ent verbruijkt is aan een zee padi, die volgens gegeevene qualificatie bij reesolutie van den —aldaar nieuw aangebouwd is. Cent. En 46. ... . . ..
English
49: Business concerning Jaffanapatnam. Arrangement regarding the third part of the pupils in the Seminary. Scholarchal meeting regarding this. What to order the Jaffnapatnam servants regarding the collection. Qualification for the purchase of coir. Proposal to grant a reduction to the renter of the passes of the past year. Approval of a Jaffnapatnam resolution containing: The 4th of January 1791. And after deliberation, it was approved and agreed to grant authorization to write off the amounts entered in the said note. Taking into consideration that the inhabitants of Jaffnapatnam do not seem inclined to send their children hither to be accommodated here in the seminary according to the arrangement by resolution of the 15th of April 1786: on the proposal of the Governor, it was approved and agreed that henceforth the third part of the pupils in the seminary here shall not be filled upon vacancies, but the expenses of that third part shall be spent in Jaffnapatnam for the maintenance of the schoolmasters who are summoned in turn from the countryside, on such footing and for such ends as determined by resolution of the 9th of July 1787, with a recommendation to the scholarchal assembly there to make such use of it for the better instruction of the native schoolmasters in the fundamentals of religion as they there shall find appropriate for achieving the good objective intended hereby, and to specifically recommend the care thereof to the minister Schroter. Read a Jaffnapatnam resolution of the 10th of December containing decisions: 1. To propose to this government to grant to the renter of the passes of the past year, Don Joan Rasanajega Kanagasoeria Modeliar, for the damage he suffered due to the rampant smallpox, which he estimates at 737 rixdollars, a reduction of 425 rixdollars, being the exact amount that this rent yielded less in this financial year upon leasing. 2. To qualify the Captain Lieutenant of Artillery and Overseer of the Equipment Brochet to purchase from private individuals, for the service of the Company's sloops and smaller vessels, 20,000 lbs of Catchiaij coir at 13 rixdollars 16 stivers per baar of 480 lbs, and 10,000 lbs of coarse coir at 5 rixdollars per baar of 480 lbs. And after deliberation, it was approved and agreed to approve the aforesaid resolution. However, since it appears from the aforesaid resolution that the postholder at the passes, according to custom, carries out the collection of bark rope for the Company: it was approved and agreed to further enjoin the Jaffnapatnam servants to observe what was written to them in this regard by this government by letter of the 10th of December 1789. The 4th of January 1791. 48. 51. The 4th of January 1791. To request a report from Jaffnapatnam regarding the Catchiaij coir. Note of the expenses incurred in 1789/90 for the sloops and vessels at Jaffnapatnam and Manaar. To write off here the expenses incurred on the sloop Gale. To have the counterfeit dudos reminted, and what to instruct the Galle servants in that regard. Business concerning Galle. Furthermore, taking into consideration that the price of the aforesaid Catchiaij coir, in comparison with the price for which the fine Jaffnapatnam coir is usually purchased, is quite high; it was approved and agreed to request a report from the Jaffnapatnam servants whether the superior quality of the Catchiaij coir can indeed outweigh the great difference in the purchase price; Read a Jaffnapatnam resolution of the 18th of December last, containing an extract of the specifications of the expenses incurred in the year 1789/90 on the sloops and smaller vessels belonging to Jaffnapatnam, and on the smaller vessels and thonies stationed at Manaar, from which it was approved and agreed to note down here that the expenses incurred on the said vessels in the year 1789/90, compared to those of the year 1788/89, amounted to 1872 guilders 11 stivers more for Jaffnapatnam and 346 guilders 9 stivers less for Manaar. Furthermore, it was approved and agreed to instruct the trade servants here that henceforth the expenses incurred on the sloop Gale, which hitherto belonged to Jaffnapatnam but is now used here, shall no longer be charged to Jaffnapatnam, but shall be written off in the books here. Read a report received from Galle from the commissioned judicial members Van Coeverden and Lourensz, who, in compliance with the letter from this government of the 9th of June last, investigated whether the copper dudos to the amount of 150 rixdollars 32 stivers, which according to the mint mark thereon were struck at Galle, but upon reweighing here did not hold their specified weight, and were therefore sent thither with the packet boat Maria Louisa, were actually struck for the Company in the Galle mint. And considering that the greater part of the aforesaid dudos were found to be counterfeit and not minted in the Galle mint, and that the genuine ones were indeed struck there in the Company's mint, but that the minter thereof is already deceased: it was approved and agreed to qualify the Galle servants to allow the aforesaid dudos, in so far as they are too light or visibly counterfeit, to be melted down, and the copper resulting therefrom to be reminted into new dudos, with orders at the same time, after this has been done, to report the entire amount thereof. 50.
Dutch transcription
49: Besoigne over Jasfanapatnam. schikking omtrent het der„ lingen in 't Seminarum. scholarchale vergade„ ning daar omtrent. wat omtrent de invorde„ Japfenase bedienden aan„ te beveelen. „qualifikatie tot den in„ koop van Kaijer. voorstel om aan den pag„ Ao pass=o een afslag te geeven approbatie eener Jaffena„ se resol: houdende Den 4. Januarij 1791. En is na deliberatie, goed gevonden en verstaan, qualificatie te verleenen, om 't bij gem: Notitie op gebragte temoogen laaten afschrijven. Jn agting genoomen zijnde, dat de Jaffanase ingezeete„ de deel van de kweeke„ nen niet geneegen schijnen, om hunne kinderen herwaar besenden, ten eijnde volgens de schikking bij reesolutie van den 15. April 1786, in 't semenarium alhier aan gequur teworden: is op de propositie van den Heer gouverneur, goed gevonden en verstaan, om voortaan het derde deer van de kweekelingen in 't seminarium alhier, bij naca„ „tura niet telaaten vervullen, maar de kosten van dat derzder deel te besbeeden op Jaffana, tot onderhoud. wa de schoolmeesters, die beurteling uit 't land worden op ontbooden, op dien voet en tot zodanige eijndens, als beparld is bij resolutie van den 9:' Julij 1787. met re„ recommandatie aan de Commandatie aan de scholarchale vergadering aldaar om daar van, tot tt beter onderrigt der Jnlandsche schoolmeesters in de gronden van den Godsdienst, zoodanig gebruijk temaaken, als hun derwaarden, der berijking van 't goed oogmerk, dat hiermeede word bedoelt, zullen bevinden te behooren, en de zorge daar over in 't bezonder aan te beveelen aan den predikant schroter ops geleezen eene Jaffanase resolutie van den 10:' December houdende besluijten: 1. om aan deeze regeering voortestellen, om aan Een pagter voor aer maaanden 42„ der passen van A:o Pass:o Don Joan Rasanajega Kana gasoeria mod=r, voor de schaade, die hij wegens de gegrasseerde kinder sziekte heeft geleeden, en die hij begroot op rd:s 737. , een afslag van 425. rd:s deverlee„ nen, zijnde even zoo veel als deeze pagt in dit boek jaar bij de verpagting minder heeft gerendeerd. „ om den Capitein luitenant van de artillerij en op„ ziender van de Equipagie Brochet tequalikceeren, om van partikulieren, ten dienste van 'sComp:s sloopen en mindere vaartuijgen, temoogen inkooppen 20'000: l8. Katchiaische Raijer teegens rd s 13. 16. debaar van 180. lb. en 10'000: lb: Kaijer groove teegens rd:s 5. - - de baar van 480. lb: En is na deliberatie goed gevonden en verstaan voorsz: resolutie te approbeeren. Dog wijl bij voorm: resolutie voorkomt, dat de posthou„ ning van bast lont de, der aan de passen, volgens gewoonte de invordering doen van bast lout voor de Comp:: is goed gevonden en verstaan, den Jaffanasche bedienden nader aante„ beveelen, de observantie van het geen daaromtrnd door deeze reegeering bij brieve van den 10:' Xber: 1789: Den 4. Januarij 1791. hun 48. Is 51. Den 4. Januarij 1791. Den 4.:' Januarij 1791. van Jaffena berigt te chiaijsche kaijer. aanteekening van het sloepen en vaartuigen op de ongelden die aan de alhier zelve afteschrij„ ren. den daaromtrent te gelasten. De valsche doedoes we„ Gesolgne over Gale„ hun is aan geschreven. voorts in aanmerking genoomen zijnde, dat de prijs van vraegen omtrent de cat„ de voorsz Catchiaijse Kaier, in vergelijk van de prijs, waar voor de fijne Kaijer de Jaffana gewoonlijk is in gekogt, vrij wat hoog is; Is goed gevonden en ver„ „staan van de Jappanase bedienden berigt tevraagen, of de betere deugd van de Catchiaijse Kaijen wel kan opweegen 't groot verschil in den inkoops prijs; Js geleesen eene Jaffanasche resolutie van den 18. december 7Z. houdende resimtie van de specitikaten van bekostigde in 17 en an de het bekostigde in Ao 1729/90. aan de sleepen en min„ Jaffena en Manaar dere vaartuijgen, die te Jatfania tehuijs hooren, en aan de mindere vaartuijgen en Chonies, die de Manaar leggen, waar uit goedgevonden en verstaan is hier by aanteteekenen, dat de onkosten, die aan gemeede vaar„ „tuijgen in Ao 17 29/90: gedaan zijn, in vergelijk van die van Anno 178 8/9. de Japana ƒ1872. 11. meerder en de Manaar ƒ 346: 9. minder bedraagen hebben. voerts is goed gevonden en verstaan, den negotie bedienden sloep Gale gedaan worden alhier te gelogten, om voortaan de ongelden, die gedaan worden aan de sloep Gale, dewelke dus lange te Jappa„ na heeft tehuijs gehoord, dog nu alhier gebruijkt word, niet meer na Japana aantereekenen, maar alhier zelve bij de boeken afteschrijven. Is geleezen een van Gale ontfangen rapport van de gecommit„ der te laeten vermunten, deerde Justitieele leeven van Coeverden en Lourensz die ter woedoening aan de aanschrijving deser regeering van den 9. ' Junij J=z, onderzogt hebben of de Kopere doedoes, ten bedraage van rd:s 150: 32, die volgens de daarop staande munt, de Gale zouden zijn aan„ geslaagen, dog bij naaweging alhier haar beparld gewigt wet gehouden hebben, en daarom met de paket boot de Maria Louisa na derwaarts ge„ zonden zzijn, werkelijk in de Gaalsche minterij voor de komp: aangeslaagen zijn. En is ui't aanmerking, dat 't grootste gedeelte van de voorsz: Boedoes zijn bevonden teweesen valsch en net in de gaalsche minterij gemunt, en dat de regt wel aldaar in 'sComp:s munterij geslaagen, dog dat de munter daar van reets overleeden is: goedge„ vonden en verstaan, den gaalsche bedienden tequa„ lificeeren, om voorsz doedoes, voor zo verre ze teligt of blykbaar valsch zijn, bemoogen laaten smeeten, en het daar van komend koper tot nieuwe Doedoes en wat de gaalse bedien verminten, met last teffens, om na dat sulks zal zijn geschied, het geheel bedraagen daar van Besoigie na 50.
English
53. The 4th of January 1791. The 4th of January 1791. To have the lodge next to the Point Utrecht rebuilt and used, according to the proposal from Galle, and which lands to use for that purpose. In compliance with the resolution of the 30th of October last, upon notification from this government by letter, a drawing of the ground plan of the lodge next to the Point Utrecht was received from Galle, as well as of the private plots of land that the servants proposed to purchase for the enlargement of the said lodge; together with a report from the Lieutenant of the Artillery La Garde, stating that the owners of the aforementioned plots of land were unwilling to sell them, but had declared that if the Company needed them, they would surrender them free of charge, and that the construction of a new lodge, if those plots of land are added to it, will cost an estimated 650 guilders. And after deliberation, it was approved and understood to authorize the servants at Galle to have the said lodge rebuilt according to the proposal of Lieutenant La Garde, and for the enlargement thereof to use the aforementioned private lands. Approval of a Galle resolution regarding the purchase of rice from the captain of the ship Berkhout. There was read a Galle resolution of the 29th of November last, whereby the servants resolved, pursuant to the authorization granted by this government by letter of the 4th of November last, to purchase for the Company from the captain of the ship Berkhout his private rice at 67½ rixdollars per last, because the rice, although old and somewhat musty, was nevertheless, according to the sample provided, good and deliverable. And it was approved and understood to approve the aforementioned resolution. Approval, with a certain modification, of a Galle resolution, containing: To have the defects of the ship Berkhout repaired. To have certain goods of that ship repaired. To have certain rice returned to the captain of the aforementioned ship. There was read a Galle resolution of the 30th of November last, containing decisions: 1. To have repaired the defects that were discovered upon inspection of the ship Berkhout, and that might yet be discovered on it; and to have the steward's, boatswain's, cooper's, smith's, and cook's goods of that ship repaired and tinned as far as is found necessary, and to provide new ones in place of whatever is unserviceable. 2. To have returned to the captain of the said vessel 5,039 lb of Batavian rice, which was received from the ship Berkhout among a larger quantity, but was found clotted and spoiled, since he has properly accounted for the Company's rice cargo; and to have thrown into the sea 52. 55. The 4th of January 1791. The 4th of January 1791. To have written off the spoiled meat and bacon brought from Matara. To have written off 1 barrel of pitch and 1½ barrels of rosin that were used for the packet boat De Expeditie, to be charged to the accounts over here. and written off the books 33 lb of meat and 51 lb of bacon, which were brought from Matara with the dhoni De Marendaan, but were found spoiled and undistributable; and 3. To have written off the books 1 barrel of pitch and 1½ barrels of rosin, which were used for paying the caulking seams of the packet boat De Expeditie, and which the Master Attendant Aams neglected to report so as to be charged to the expense account of that vessel. And after deliberation, it was approved and understood to approve the aforementioned resolution, with this modification, however, that the pitch and rosin supplied to the packet boat De Expeditie shall be charged to the Netherlands. Approval of a Galle resolution, containing: To have written off certain Arcos linen. To have the dhoni Hulftsdorp sold, and to use the sails, etc., of the same for other dhonis. To have repaired the defects on the ship Leviathan. To have certain goods of that ship repaired. There was read a Galle resolution of the 7th of December last, whereby the servants resolved: 1. To have written off the books 2 pieces of Arcos linen, which were used for decorating the Sinhalese school on the other side of the Matara River upon the arrival of the Superintendent of the Galle Korale Van Schuler, and according to the declaration of the said Van Schuler were accidentally burned. 2. To have the dhoni Hulftsdorp, which upon inspection was found too unserviceable to be repaired, sold by public auction, but to have the sails, grapnels, etc., that belonged to it brought to Galle, to be used on other Company dhonis; and 3. To have repaired the defects discovered upon inspection of the ship De Leviathan, and to have the steward's, boatswain's, cooper's, smith's, and cook's goods of the said ship tinned and repaired as far as is found necessary, and to provide new ones in place of whatever is unserviceable. And after deliberation, it was approved and understood to approve the aforementioned resolution. Approval of a Galle resolution, containing: To have written off the unserviceable ropes that served for mooring ships and for the packet boats. There was read a Galle resolution of the 8th of December last, containing a decision to write off as unserviceable: 1 mooring rope of 12 inches thick and 100 fathoms long that served for mooring the packet boat De Zeemeeuw; 1 mooring rope of 8 inches thick and 100 fathoms long that was used for hauling ships; 1 mooring rope of 18 inches thick and 95 fathoms long, 2 mooring ropes of 16 inches thick and 100 fathoms long, and 1 mooring rope of 12 inches thick and 100 fathoms long, which were used for mooring the ship De Unie; and 1 mooring rope of 12 inches thick and 100 fathoms long, with which the packet boat De Expeditie was moored, 54.
Dutch transcription
53. Den 4. Januarij 1791. 1De logie naast de puntul„ laeten verbouwen en te emploijeeren. approbatie eener gaalsche van rijdst van den kap„ om zeker rijst aan de ka„ piteen van voorm: schip te laeten te rag geeven om zeeker goederen van det schip te laeten repareeren approbatie onder zeekere sche resol:, houdende: om de gebreeken van het verhelpen hout. Den 4. ' January 1791. na herwaarts aantereekenen ^aan schrijving deser regeering bij brieve Js der voldoening aan de resolutie van Den 30:' oktober reelst volgens voorstel te Jol van Gale ontfangen een teekening van de plat„ welke gronden daar toe te grond van de Logie naast de punt utrecht, en van de particuliere erven, die de bedienden hebben voorgesteld, om ter vergrooting van gem: logie aan„ te koopen; beneevens een bericht van den luitenant van de antillenie la garde, houdende, dat de eijge„ „naars van de vorste erven onwillig tzijn om de„ „zelven te verkoopen, maar betuijgd hadden, dat di zoo de komp die noodig had, zij die dan gratis zouden afstaan, en dat het bouwen van eene nieuwe logie, in dien die erven daar aan worden getrokken, Calculatief zal koomen testaan op 650. guldens. En is na deliberatie goed gevonden en verstaan, den bedienden te Gale tequalificeeren, om gem: logie, vol„ „gens het voorstee van den luitenant La garde temorgen laaten verbouwen, en ter vergrooting van dezelve bemoogen emploijeeren de voorsz Particuliere gronden. Js geleesen eene Gaalsche resolutie van den 29. Novem„ restol: weegens den inkoopber J:sL, waarbij de bedienden hebben beslooten, „tiin van het schip Berk om ingevolge de gegevene qualificatie door deeze regeering, bij brieve van den 4. November J:o Leeden, van den Capitein van het schip Berkhout, voor de komp in te koop en zijne particuliere rist, teegens 67½. rd:s het last, wijl de rijst schoon oud em eenig zints stoktig, ech ten volgens 't daar van bezorgde monsten, goed en leverbaar was. En is goed gevonden en verstaan voorsz: resolutie te approbeeren: Js geleezen eene Gaalse resolutie van den 30.' Nvem„ verandering eener gaal „ ber Jod, houdende besluijten. „ om de gebreeken, die bij visitatie aan het schip Bersh„ schip Berkhout te laeten hout zyn ondekt, en nog daar aan mogten ontdekt worden, telaaten verhelpen, en om de betteliers, boots„ mans, kuijpers, smits en koks goederen van dat schip voor zoo verre dat noodig word bevonden, te laaten repareeren en vertinnen, en insteede van 't geene daar van onbequaam is, nieuwe telaaten verstrekken. 2 om 5039. lb rijst Bataviasche, die onder een grooter quanditijd uit het schip berkhout ontfangen, dog klondering en bevorven bevonden zijn, aan den Ca„ „pitein van gem: bodem wertzel delaaten terwg geeven, alzo hij de ryst lading van de Comp behoorlijk verantwoord heeft, en om 3. 3. lb: vleesch om 52. tein 55. Den 4. Januarij 1791. bragte bedurven vleessch om 1. vat pik en 1½. vat har„ puijs die ten behoeve van verbruekt zijn te laeten afschrijven. approbatie eener gaalsche resol: houdende om zeeker arkos linnen te laeten afschrijven om de thonij hulftsdorp Approbatie, eener gaalsche bekwaeme touwen die het paket boots gedient heb„ om zeekere goederen van dat schip te laeten repareeren om de gebreeken aan het repareeren. selve aan andere thonies te emploijeeren. te laeten verkoopen Den 4. Januarij 1791. om de van Mature aange, en 51. lb: spek, die met de thonij de Marendaan van en spek te laeten afschrijven Nature aangebragt, dog bedurven en onverstrek„ „baar bevonden zzijn, in zee telaaten werpen en bij de boeken afschrijven en 3. om 1. vat Pik en ½. vat harpuis, die tot het aan„ de patet too de e eden men der Calvaat naaden van de Paklet boot De dx peditie verbruijkt, en door den Equipagiemees„ „ter Aams versluijmt zijn op te geeven, om by de onkost reekening van dien boodem teworden belast, bij de boeken telaaten afschrijven. En is na deliberatie, goed gevonden en verstaan, voorsz: resolutie te approbeeren, met deze veran„ „dering echter, dat 't aan de Baket boot De Eij„ „peditie verstrekte pik en harpuijs, na Nee„ „derland zal worden aan gereekend. is geleezen eene Gaalze resolutie van den 7. December JZ, waarbij de bedienden hebben belooten: 1. om 2. p:s ankoslinnen, die tot het vercieren van de sin„ galeeze school aan de overzeide van de Maturiese rivier, bij aankomst van den op zienden der Gale korle van schueler; gebruijkt en volgens betuijging van gem: van schulen per ongeluk verbrand zijn, bij de boeken telaaten afschrijven. om de thonie Hulfstdorp, die bij visitatie te onbequaam is bevonden om teworden gerepareerd, per publika vendutie te laaten verkoopen, dog om de zeilen, dreggen &: a die daar aan hebben behoord, en de zeelen etd: van de „ na Gale telaaten overbrengen, om aan andere 'sComp:s tonies teworden g'Emploijeerd. en 3. om de gebreeken bij visitatie aan het schip. De schip Leviathan te laeten Leviathan entekt, telaaten repareeren, en om de botteliers, boots mans, Kuijpers, smitts en Koks goederen van ged=te schip, voor zoo verre dat noodig word be„ „vonden, telaaten vertimen en reepareeren, en insterde van het geen daar van onbequaam is, nieuwe te„ laaten verstrekken: En is na deliberatie goed gevonden en verstaan voorsz resolutie te approbeeren. pps geleezen eene Gaalse resolutie van den 8. December resol: houdende om de ne Jol, houdende besluit, om 1. Raijertouw van 12. duijm tot het vertuijen van de vertuigen van scheepen en dik, en 100. vad:m lang dat tot gedient heeft, een vijgertouw ben te laeten afschrijven pa ket boot De zeemeeuw „ van 8. d:m d:k en 100: rad:s lang, dat tot een omhaalder van de scheeppen gebruijkt is, 1. rijgentouw van 18. d=m d.:n en 95. vad:s lang, 2. vijgertouwen van 16. d:m d:n en 100. rad:s lang en 1 vijgentouw van 12. d:m d:m en 100. vad lang, die tot het vertuijen van het schip de einie gebruijkt zijn, en 1 vijgerbouw van 12. d. m d=k en 100. rad:e bang, waarmeede de Pavect boot De Expeditie is verluijt, onbequaam 54: te
English
The 4th of January 1791. and all of which, upon the declaration of the boatswains Stendel and Draaghem that they can no longer be used, have been condemned by judicial commissions and handed over to the Master of the Equipage for lesser duties, to be written off the books. And after deliberation, it was approved and understood to confirm the aforesaid resolution, with orders to the Galle servants to request information from the Master of the Equipage Aams and to report to this government what precautions he takes to preserve from decay the ropes that are lent to the ships and returned in a usable condition, in accordance with what was written to him by this government in the letter of the 26th of November 1789. There was read a Galle resolution of the 18th of December last, whereby the servants decided: 1. to deny the request of Don Joan Cammeredewakera Manamperie, mohandiram and former head of the Kandebadde Pattu, for the remission of 25 7/8 amunams of areca nut, which he had delivered short on the obligation of the said pattu for 1788/89, and to be allowed to receive back the 77 rixdollars and 30 stuivers withheld for it at Matara from the money for the delivered areca nut for the Company, at 3 rixdollars per amunam; 2. likewise to deny the request made by the joint renters of the Girruway Pattu for 1788/89 to be permitted, in view of the fact that the said pattu, due to heavy rains, was flooded up to two times and the paddy in the fields was lost, to suffice solely with accounting for the paddy already collected by them. And after deliberation, considering that at the session of the 9th of August last it was decided to write off the arrears of the areca obligation, and that the inhabitants have already been informed of this through a public announcement, it was approved and understood to likewise write off the aforesaid arrears of Kandebadde Pattu, and consequently to have the money withheld for it refunded to the aforesaid former head; but regarding the request of the Renters of the Girruway, it was decided first to request the considerations of the Honorable Van Angelbeek, as having had the administration at Matara at that time. There was read a Galle resolution of the 13th of December last, containing decisions: 1. to cause the widow of the Matara messenger Bolongie to pay to the Company within six weeks 1028 1/2 parras of paddy, which her late husband owes for the villages of Karregodde and Oessangodde rented by him in the year 1788/89, and 231 1/2 amunams and 1 1/2 kurunies of paddy, which her said husband still has to account for regarding the remaining rent of diverse villages rented by him in the Girruway Pattu, all at 18 stuivers per parra; 2. to constrain the guarantors and co-participants of the said Bolongie to the compensation of 205 rixdollars, which the lewaya salt rent yielded less upon further re-auctioning due to the death of Bolongie; 3. to constrain the widow of the aforesaid Bolongie, the Mudaliyar De Saram, and the former second interpreter of Matara Bartholomeus De Zilva, to pay to the Company the sum of 1800 rixdollars and 30 stuivers, which the said Bolongie, De Saram, and De Zilva owe for the paddy bought by them from the Tangalle warehouse, and for which they have bound themselves, each in solidum, before the secretary. Whereupon, having deliberated, it was approved and understood to direct the servants at Galle: 1. to permit the widow of the messenger Bolongie to suffice with paying the aforesaid arrears of rent paddy to the Company at 16 Indian stuivers per parra; 2. if the further renting out of the Girruway salt rent was not done with the consent of the guarantors of the said Bolongie, to ask them whether they still wish to take over that rent for their own account according to the lease sum for which they bound themselves as guarantors, and if so, to hand it over to them immediately; and 3. in case Bolongie, the Mudaliyar De Saram, and the said second interpreter De Zilva have bound themselves each in solidum for the amount of the paddy bought by them from the Tangalle warehouse, to collect from these latter two what the widow Bolongie falls short on the third part of the amount of the bond, but otherwise to permit them to suffice with the payment of their two-thirds part, unless the widow Bolongie proves that they participated for a larger share in the purchased paddy. Upon the request of the chief surgeon of the ship De Zeven Provinciën Dirk Aaltink, it was approved and understood to permit him to remain behind at Galle with stopped wages, until that
Dutch transcription
57. dog van den Equipagie mees„ gen welke vierzorge hij daaromtrent gebruikt Touwen tegen bederf te bewaaren. Resumtie eener gaalsche resol: houdende om te ontzeggen het ver„ zoek van het gew: hoofd van de kandebadde pattoe om kwijtschelding van de te min geleverde arreek. draegen. Dispositie op een gaalsche resol. houdende de pagtert van de girne„ waijs te vraegen de con„ Angelbrek. besluit van het voorsz: ag„ terstal van de kandebadde„ de pattoe te laeten afschrijven. aan voorm: hoofd te lae„ van de gerrewaij pattoe alleen met de verant„ woording van de reeds Den 4. ' Januarij 1791. en alle welken door Justitieele kommissien, op de verklaaring van de bootslieden stendel en Draag „hem, dat ze niet meer konnen gebruijkt wor„ „den, vernietigd en tot mindere diensten aan den Equipagemeester overgegeeven zijn, bij de boeken telaaten afschrijven. En is na deliberatie, goed gevonden en verstaan, voorm: ter Aams berig te vraa „ resolutie te approbeeren, met last aan de Gaalse om de bruijkbaake bedienden, om van den Equipagiemeester Aams. tevraagen en aan deeze regeering te berichten, wel„ ke voorzorg hij gebruijkt, om de touwen, die aan de scheepen geleend en nog bruijkbaar terug ontvangen worden, teegen bedert te bewaaren, volgens het geen door deezze regeering aange„ „schreeven is by brief: van den 26.' 9ber: 1789. Js geleezen eene Gaalsche resolutie van den 18. ' december ten restitueeren. J„o2, waarbij de bedienden beslooten hebben „kont zeggen 't verzoek van Don Joan Cammere„ de wakera Manamperie, mohanderam en gew: hoofd van de kandebaddepattoe, om kwijtschelding van 25 7/3. amm: arreek, die hij op verpligting van gem: pattoo voor 178 8/9 demin had geleeverd, en om te moogen te rug habben het mits dien terug temorgen erlangen de daar voor te daar voor ingehouden den Mateure, uit de penn: van de geleeverde arreek voor de komp: ingehoudene rd:s 77. 30. , tegens 3 rd s de ammonam. Den 4. Januarij 1791. komede van de pagters 2: om ins gelijks te ontzeggen 't door de gezamentlijke pag„ 1 om te moogen volstaan, ters van de girrewaijpattoe van 178 8/9. gedaan ver„ door thun ingezamelde zoek, om in't woofde dat gem: pattoe, door de geval eene swaare regens, tot twee rijsen overstroomd en de Nely op de velden verlooren geraakt is, bemoo„ „gen volstaan allen met de verantwoording van de reeds door hun ingesameld Nilij. En is na deliberatie, uit aanmerking dat ter sessie voon den 9:' Abemmagaitus pass.:o beslooten is, om de ag„ verstallen van de arreeks verpligting telaaten af„ schrijven, en dan ingezeetenen reeds daar van door eene publicque biekend maaking geinformeerd zijn, goed gevonden en verstaan, 't voorsz: agterstal van kandebaddepattoo meede telaaten afschrijven, en het ingehouden geld en mits dien 't daar voor ingehouden geld aan worm: geweesen hoofd telaaten restitueeren, dog nopens 't dog nopens 't versoek van verszoek van de Pachters van de Geureweijs, is sideratien van den E: van verstaan alvoorens bevraagen de Consideratien van den E: van Angelbeek als te dier tijd 't bestier te exatere gehad hebbende. s geleezen eene Gaalsche resolutie van den 13:' Decem„ „ber J=oL, houdende besluijten. 1 om doorden weduwe van den Matureesen Goode Bolongie, binnen ses weeken, aan de Comp: 2. om te doen 8 nelij. 58: 59. doe betalen dekeke agtestallige nelij van haeren man. Om de borg en participanten stringeeren to ekere ver„ goeding en om de wed: Bolongie C. s. te van zeekere verkogte nelij aan de komp: te betaelen permitteeren om met afgeschree„ Den 4. Januarij 1891. ondoo de med: tolenge te bedoen betaalen 1028½. Parras naly, die haar e Moon voor de door hem in Ao 178 8/9. in pagt genoomene dorpen karre godde en oessangodde ten agteren is, en 231½. amm:s en 1½ Roerdries Nelij, die ged: haar Man wegens reestant pagtschat van diverse door hem gepagte horpen in de geurenaij pattoe nog verontwoorden moet, alles teegens 18. stx: de parra 2. om dde borgen en meede participanten van ged: van gem: solongie te con„ Bolongie te doen Constringeeren tot de vergoeding. van 205. rd„s, die ide lewaise zout pagt bij na„ dere opwijsing, mits het overleijden van Bolon „gie minder gegoeden heeft. 3. om de weduwe van voorsz Bolongie, de Moddel Jaar Decaram en de gew: tweede tolk van Ma„ Constringeeren om 't bedraepture Bartholomeus Dezelva, te Constrengeeren, om aan de Comp: debetaalen red:s 1800: 30. , die gemelde Bo longie, Desaram, en Dezilva, voor de door hin int het tangaals Bakhuijs gekogte Nelij schuldig ijn„ en waar voor ze zijn, ieder in solidum secreta„ riere hebben verbonden. waarover gedelibereerd zynde, is goed gevonden en ver„ staan den bedienden te Gale tegelagten: 1 om de weduwe van den boode Bolongie telaaten volstaan, met de voorsz: agterstallige pagt Nilij blijven. Den 4. Januarij 1794. aan de Komp: te betaalen teegens 16. indische stuijvers de Parra. 1 om zoo de nadere verpagting van de Girrewaijsche zout prgt, niet met boestemming van de borgen van gem: Bolongie is geschied, hum als nog bevraagen of ze verze pagt volgens de pagt schat, waar voor ke zig als borgen verbonden hebben voor hunne reectz willen overneemen, en zoo Ja, dezelve daadelijk aan hem overtelaaten, en 3. om in dien Bolongie, de Modliaan Desaram en de gem tweede volk dezilva, zig ieder in solidaim, heb„ ben verbonden, voor 't bedraagen van de door hun uit 't fangaalsche pakhuijs gekogte Nelij, van dese twee laatsten intevorderen, 't geen de weduwe Bo„ longie te kort komt aan t derde deel van 't bedraagen der obligatie, dog andersints hum te „laaten volstaan met de betaaling van hun twee derde deel, ten zij de weduwe Bolongie bewijgt, dat ze voor een grooten aandeel in de gekogte Nelij hebben geparticipeerd: de opsimeete kantink b„ het verzoek van den oppermeester van 't schip De ven goije te hale te mag tehein eviathan Dirk Aaitink, is goed gevonden en verstaan, hem tepermitteeren, om met of geschree„ rene gagie te Gale dom vogen terug blijven, tot aan dat
English
The 4th of January 1791. In his place on the ship De Leviathan to place the surgeon Maas. Notification to Captain Legrevisse Frans. and two slaves free of transport to take along. Approval of a Galle resolution containing. Approval under certain changes of a Galle resolution regarding the delivered cargo of the ship De Leviathan. The 4th of January 1791. That again a place on one of the ships shall become vacant on the ship De Leviathan, according to the request made thereto, to cause to transfer the surgeon left behind there from the packet boat De Expeditie, Petrus Maas, in order, subject to the favorable pleasure of the Lords Majors, to serve as chief surgeon, with his accruing salary and the rank of chief surgeon during the voyage home, with orders, however, to the Galle officials to announce to him that he shall have no right to the customary premium for the voyage home, since to the crew members who have come out with the packet boats no premium is granted when they sail home with the Company's ordinary ships. Also, upon the request of the said Captain in the Regiment of Luxemburg, Nicolaas Dominique De Legrevesse, it has been approved and understood to permit him to depart for the Netherlands on one of the upcoming return ships, and to take along two slaves as far as the Cape of Good Hope without payment of transport and board. Read a Galle resolution of the 3rd of December last, containing decisions: 1. to let the copperas lessee of 178 7/8, Segoe Aijdroos Casie Lebbe, suffice with the payment of rixdollars 79. 4 4/16, which were imported by him on account of his registration by the port officials of the Commandeur, since he was unable to import more because the transport of betel nuts and copperas was prohibited for a time due to the dearness of provisions; and 2. to grant to the deacons the privilege of the making of coffins and the fittings thereof, in order to be publicly leased annually for the benefit of the Diaconate. And after deliberation, it was approved and understood to approve the aforementioned resolution. Further read a Galle resolution of the 22nd of December last, taken upon the findings of the delivered cargo of the ship De Leviathan; and after deliberation, it was approved and understood to approve the dispositions mentioned therein; with these alterations, however, that the 1/5 cantan due to the officers for spillage must be credited to them not at two capital advances, but at 15 per cent on the purchase cost; that the frame saw and large copper compass found deficient must be reimbursed by the officers to the Company; and that, on the other hand, against the frame saw and large iron compass accounted for by them in excess, they must be credited, and that likewise they must be credited with 54 3/4 pounds of rice, on account of the allowed spillage of 100 pounds for each koyan of 3200 pounds, on the quantity of 61259 pounds retained on board here, after deduction of the smaller parcel delivered there. The 4th of January 1791. Business concerning Tuticorin. Disposition on a Tuticorin resolution containing a decision on a report of destroyed and sold unfit goods, and excesses. What to recommend to the administrators of the Company's goods concerning the unfit goods. Decision on the request of the Tuticorin officials that they might be informed of the sum required of those from whom security is demanded. Read a Tuticorin resolution of the 27th of November last, taken upon a report of destroyed and sold unfit goods, and on the finding of the excesses discovered as of the end of August last; and after deliberation, it was approved and understood to approve the dispositions mentioned therein, with this exception only, that the excess accounted oil and arrack must be settled not in cash, but in kind, and to that end sent from here with the first opportunity. Furthermore, taking into consideration that of the sold unfit goods, 2 half leagers, 3 tarred tarpaulins, and some other goods sold therewith, have brought in only two fanams, whereas the half leagers alone, if they had not been utterly neglected, would certainly have been worth more; it was approved and understood to order the Tuticorin officials, and to instruct the administrators of the Company's goods, not to retain the unfit effects until they have entirely perished, but to give notice successively of whatever becomes unusable, so that they may be sold from time to time, and also to require that in the reports of the inventory, sale, and destruction, it is shown whether the condemned items have received their proper disposal. On the further order of Their High Mightinesses for the immediate posting of the security required by the same for whatever the Company might have been disadvantaged in the cash delivery to the Madura treasury, the Tuticorin officials having agreed, by letter of the 23rd of December last, to comply therewith, with the request, however, that they might be informed how large the sum is for which they must provide security, how much by each of them and how much by the Residents, since providing security without determination of the sum is an absolute impossibility for them, because their best friends [illegible]. The 4th of January 1791.
Dutch transcription
60.. 61. Den 4. Januarij 1791. in zijn plaets op 't schip de Le„ „gijn Maas. aankondigen Aan Capel: Legrerisse Frans. en twee lijfeigene vrij van trans„ neemen. approsatie eener gaalse restl: houdende. Approbatie onder zekere ver„ om dan de diakonij toete„ ren van doodkesten in't beslag veket bedraegen. Den 4. Januarij 1791. dat 'er weder een plaats op een der scheepen zal vacant bi viathan te plaetsen de Chirur, op het schip De Leviathan, volgens 't daar toe gedaan ver „zoek, bedoen overgaan iden aldaar agter gebleeven Chiru„ „gijn van de baker door De Expeditie Petrus Maat om, op het gunstig welbehaagen van de Heeren Majare„ dienst tedoen als oppermeester, met zijn winnende gagie en de rang van oppermeester geduurende de khuijs teijke met last echter aan de Gaalsche bedienden, om hem aan woone premie voor de khuijs rijze, alzo aan de schee daer van pelingen, die met de Paket boots zijn uitgekoomen, geen premie toe gelegd is, wanneer ze met 'sCompagnees„ gewoone scheepen tehuijs vaaren. ook is op het verzoek van den gem: Capitein bij 't reguimant port naer nederland verleend. van Leuxemburg Nicolaas Dommigue De Legrevesse wegens de uitgeleeverde lading goedgevonden en verstaan, hem tepermitteeren, om me vn 't schip de Zeerathan. een der aanstaande retour scheepen na Neederland temoogen vertrekken, en om twee lijf en geven tot aan„ „port en kostgeld te mooge mede de caab de Goede worp zonder betaaling van frans port en kostgeld, bemoogen meede neemen. Js geleesen eene Gaalse reesolutie van den 3. ' december Joz, houdende besluijten. 1. om den koperas pagter van 178 7/8 segoe Aijdroos dg van den koperas pager te lat kasie lebbe telaaten volstaan met de opbrenging „ en de aantekening ring, van de portn bedienden van den Mar Komman deur, zijn ingevoerd, alzoo hij niet meer heeft kunnen in anderen, om dat de vervoer van Rokus en Roppe„ „ras een tid lang was verbooden gewigt, wegens de duurte der leevens middelingen en 2. om aan de diakonen toetevoegen het Privelegie van, ten eijnde Jaarlijks den voordeele van de Dia„ Ronia publiek teworden verprgt. En is na deliberatie, goed gevonden en verstaan voorm: resolutie te approbeeren Nog is geloezen eene Gaalsche reesolutie van den 22' anderingen eener gaelse resp: december J:o 2„ genoomen op de bevinding van de uit„ geleeverde lading van 't schip De Lebiathan: en is na deliberatie, goed gevonden en verstaan, de daar bij vermelde dispositien te approbeeren; met dese veranderingen nogtans, dat de 1/5 kantaen, die aan de overheeden over spillagie toekomt, aan hem negt met twee Capitaalen advans, maar met 15. prC op 't inkoops: kostende moet goed ge„ daan worden, dat de minder bevondene raam„ zaag en groote kopere passer, door de overheeden aan de Comp moeten vergoed, en dat daar en En is teffens goedgevonden en verstaan, om in zijn plaadsliten met de ofrkrenging van van rds 79. 4 4/16, die door hem, wegens zyne aanteeke„ en wat aan hem te doen, dekondigen, dat hij geen reegt zal hebben, tot de gevog t guivelegie van 't maen van het maaken van dood kisten en 't beslag daar van teegen 3 volstaen 62. 63. Den 4. Januarij 1791. Besoigne over Tutukorijn Dispositie op een tutukodijnsche resol houdende besluit. op een berigt van vernietigde en verkogte onbek: goederen, en meerderheeden wat de administrateurs van „ren, omtrent de onde kwaame goederen. de sluit op 't verzoek van de uw mogte worden opgegeven, „de gerekwireerdes voor„ teegen de door hun meerder verantwoorde Kraam zaa en groote ijzere passer, aan hun moeten goed gedaan worden, en dat insgelijks aan hun moeten goedge„ „daan worden 54. ¾. l rijst, wegens toe gestaane spie„ „lagie van 100. lb: voor ieder Cojang van 3200. lb, op de alhier binnen boord behoudene quantiteit van 61259: lb. na afbrek van de aldaar minder uitgelee„ verde parthij. js geleeken eene tutukorijnse resolutie van den 27. ' 9ber: J:oL, genoomen op een bericht van vernietigde en ver„ kogte onbequaame goederen, en op een bevinding van op en beonding van de bevondene de bevondene meerderheeden onder ul:o aug: J:s zeeden, en is na deliberatie, goed gevonden en verstaan, de daar bij vermelde dispositien te approbeeren, alleen met deeze uitzondering, dat de meerder ver e „ dorgmgelen stellen antwoorde olij en arrak niet in Contant, maar in natura moeten voldaan, en ten dien eijnde met de eerste geleegendheid van hier gesonden worden. voorts in aanmerking genoomen zijnde, dat van de 'sComp:s goederen te recommandee„ ver: kogte onbequaame goederen, 2. halve leggers, 3. geteerde presennings en eenige andere daarbij ver„ „kogte goederen, maar twee fanums hebben op„ „gebragt, daar alleen de halve leggers, indien ze op Hunner Hoog Edelheeden nader bevel, tot 't dadelijk ritukolijksche bedienden, dat stellen van de door Hoogst dezelve gerequireerde borg togt voor 't geen de Comp, bij 't in't geeven van de geld spectsien ter kiste Madure, zoude moogen weesen benadeeld, door de Jutukarijnsche bedienden, bij brie„ „ve van den 23. ' xber: J:=ol, aangenoomen zijnde daar aan te voldoen, met verzoek egter dat hun mogte worden op gegeeven, hoe groot de zom is, waar voor ze borg moeten stillen, voor hoe veel door een elk hunner en voor hoe veel door de Re„ „sidenten, wijl 't stellen van borgtogt zonder be„ paaling van de som voor hun een volstrokst on„ moogelijk zaak is, om dat hunne beste nigt westrent verwaarl ogst waaren, zeekerlijk at meer zullen gegoeden hebben; is goed gevonden en verstaan, den ter tu konijnde bedienden te gelasten, om en de administrateurs van 'sComp:s goederen dere Comman„ deeren, om de onbequaame effecten niet aan te hou„ „den tot dat ze geheel vergaan, maar van het geen onbruijkbaar word successive kennen tegeen, 't op dat zo van tyd tot tijd kunnen worden ver„ kogt, en om teffens onder testellen, dat bij de berigh„ den van din op neem verkoop en vernietiging, word aangetoond of de vost werken haar wl beslag hebben. Den 4. Januarij 1791: niet vrienden
English
64. 66. By the Tuticorin servants the coin species. The 4th of January 1791. friends are hesitant to bind themselves for them on such indefinite terms, which they cannot know how far they could be drawn on a trading office where large sums of money are disbursed, all the more so since the definite orders given to them by this government could not release them from accountability in this matter, and from which it naturally follows that their orders to the residents are likewise invalid, and that therefore the intention of Their High Excellencies seems to tend to this: that each person shall have to be responsible for the money he has disbursed. Taking into consideration the fairness of the servants' request, it has been resolved and understood to instruct the first examiner Yssendorp to prepare a calculation of the sum by which the Company would be disadvantaged if the basis on which the coin species on the Madura coast were calculated and disbursed should indeed run counter to the intention of Their High Excellencies' orders regarding the introduction of the Netherlands money in the Indian trade books, and also to attach thereto a statement indicating for how much each of the servants of Tuticorin and every resident at the four factories must be held liable regarding that disadvantage. The 4th of January 1791. Furthermore, transmitted by the Tuticorin servants with the aforesaid letter is a memorandum from which it is reported that since Mr. Buchanan made them rather apprehensive regarding Their High Excellencies' aforesaid order, that their proofs produced up to now were found to be insufficient, they believed they were obliged, for the promotion of their temporal interest and the defense of their honor and good name, to obtain such further proofs as are at hand; and that they therefore, because all the money disbursed there on the coast, after having circulated for some time, mostly ends up in the public treasury of Tinnevelly, where the prices of the coin species must therefore be known very accurately, had addressed themselves to the agent of the Nabob at Tinnevelly, Mr. James Buchanan, presenting to him the state of the dispute and requesting from him an attestation at which prices the coin species are usually received; and that he has sent them the memorandum, which they have sent hither in original, and from which it appeared most clearly for 66. 63. The 4th of January 1791. The 4th of January 1791. it appeared that the pagoda there on the coast does not circulate for 90 Indian stuivers; or, to put it in other words, that the division of a pagoda into 90 parts has entirely no place there and is completely unknown, but that it has a currency proportional to all other coin species, and that therefore, when a ducaton is given an Indian value of 80 stuivers, and if one would also assign an Indian value to a Company's pagoda, the Indian value assigned to the pagoda must be in equal proportion to the real, or as one is accustomed to say, the Netherlands value of each of these species; and that following this very natural rule, from which one cannot depart without willfully erring, if the Indian value which the Company sees fit to give to its coin species is otherwise to signify anything real, especially in a country where the Company has no power to dictate the rate of the coin species, it appears from the aforesaid memorandum that when a ducaton is considered to be worth 80 Indian stuivers, the Company's pagoda, according to that same rule and in the same proportion, is worth almost 100 2/33 Indian stuivers, whereby the servants believe that the proposition that a pagoda circulates for 90 Indian stuivers is completely overthrown, and that likewise all calculations made thereon by those who differ from them in the calculation of the coin species naturally fall away; furthermore noting that it also appears therefrom that at present the coin species, according to an average calculation over three years, stand relative to one another as follows, the difference between the Company's above the Porto Novo pagoda, calculating at the average price of 5 percent, namely: 10. 13/32 Holl: ducats at - - - - 24 1/32 Company's pagodas 10. 19/100 ducatons - - - - 14 21/32 ditto 10. 129/380 Surat rupees - - - - 5 1/32 ditto 10. 17/38 Ceylon ditto - - - - 5 1/32 ditto 10. 17/380 Holl: guilders - - - - 4 23/39 ditto 10. 13/82 Spanish dollars - - - - 11 1/32 ditto and that on the contrary the coin species were disbursed by them as follows: 10. 17/39 Holl: ducats for 23 3/8 Company's pagodas 10. 19/100 ducatons - - - - for 14 7/8 ditto 10. 13/1000 Surat rupees - - - - for 5 3/8 ditto 10. 13/38 Ceylon ditto - - - - for 5 29/32 ditto [illegible] - - - - for 4 1/8 ditto [illegible] those Furthermore
Dutch transcription
64. 66 Door de Tutu korijnsche bedienden de muntspesien. Den 4. ' Januarij 1791. vrienden beschroomd zijn, zig voor hen teverbin„ „den op zulke onbepaalde voorwaarden, die zij niet kunnen weeten, hoe ver die op een handel kantoor, door groote sommen geld worden uit„ „gegeeven, zouden kunnen getrokken worden, te„ meer daar de bepaalde beveelen, door deeze reegu „ring aan hun gegeeven, hen in dit stuk niet had kunnen bevrijden van verantwoording, en daar uit als van tzelve volgt, dat hunne orders aan de residenten op gelijke wijze kragteloos bijn en dat dus het oogmerk van Hanne Hoog Edelh daar toe schijnt te strekken, dat een zal moe„ den verandwoordelijk weezen voor 't geld, het geen hij heeft uitgegeeven. Js in't aanmerking van de bellykheid van der be„ „dienden verszoek, goed gevonden en verstaan, dem pr eersten visitateur Jssendorp tegelasten om eene bereekening op temaaken van de som, waar voor de komp: zoude zijn benadeeld, indien de voet„ waar naar de mintspetien ten kuste Madure zijn bereekend en uitgegeeven, werkelijk mogte aanloopen deegen de intentie van Hunner Hoog Edelh: onder, betrekkelijk tot de inbroductie van 't Neederlands geld bij de indische Negotie boeken en om teffens daarbij dkevoegen eene aanwijzing, Den 4e. Januarij 1791. voor hoev el een elk der bedienden de Tuturorijn, em een ieder resident op de vier vactooren, mee„ „gens die benaadeeling aanspreekelijk moet ge„ „houden worden. Nog door de Jutukorijnsche bedienden byj voorsz brieff overgezonden een memorie van bolhander sig vorst brigt bedeeld zijnde, dat vermits den heer Bachanan nofens winnen Hoog Edelh: voorm: onder hun met reerden bedugt maakte, dat wunne tot nu toe voortgebragte bewij„ „zen niet voldoende zijn bevonden, hij gemeend heb„ „ben, ter bevordering van hun tydelijk kelong en tot voorstand van winne eer en goede naam, verpligt teweesen, om zulke meerdere bewijzen in tewinnen, als 'er voor handen zijn, en dat zij daarom, wije al 't geld, 't geen daar der kuste word uitgegeeven, na eenigen tijd tehebben gecirculeerd, meerendels in de lands cas de firneville komt, daar de prijsen der geld spetien dus heel naaukeurig moeten be„ kend zijn, zig hadden geaddresseerd aan den agent van den Nabab te Sirenevilli, de Heer James Buchanan, aan denzelven den staat des ge„ „schies voorgehouden en van hem verzogt een at„ „tegt, teegens welke prijsen de geldspetien gewoon„ „lijk worden in't gegeeven, en dat hij hin heeft boe„ „gesonden de Memorie, die in origineel herwaards hebben gesonden, en waar uit ten duijdelijk ster bleek voor 66. 63 Den 4. ' Januarij 1791: Den 4. ' Januarij 1791. bleek, dat de pagore saar ter Ruste niet roulleerd voor 90. indische stuijvers; of om met andere woor„ „den bespreeken, dat de indeeling van een Pagood in 90. deelen, daar geheel geen Plaats heeft en k eenemaal onbekend is, maar dat dezelve eene gangbaarheid heeft, evenreedig met alle andere geed spetien, en dat dus, wanneer men een ducaton een indische waarde geeft van 80. stuijv, en men ook aan een Comp:s pagood wiede toe kennen eene Jndische waarde, de indische waarde, die men aan de pagord toekend, in een egaale pro„ portie staan moet met de rezele, of gelijk men gewoon is tespreeken, met de Neederland„ „sche waarde van een elk deser spetien, en dat deezen zeer, natuurlijken regel volgende, waar van men, zonder overzettelijk tedwaalen, zig niet ecarteeren kan, zoo de indische waarde„ die de Comp aan haare geldspetien goedwind be„ „geeven, anderzints iets weesentlijks zal be„ teekenen, in zonderheid in een land, daar de Comp over den Cours der geld spetien niets te beveelen heeft, uit de voorsz Memorie blijkt, dat wanneer en ducaton word gerekend waardig te zijn 80. stuijvers indiasch, de Comp:s pagood, naar daen t heefden regel en in dezelfde proportie, na genoeg waardig is 100: 2/33. indesche steijd:, waar door zij bedienden meenen, dat de eenemaal omder word geworpen de stee„ ling, dat een op agood reoulleerd voor 90: in dische stuijd, en dat insgelijks van zelve vervallen alle de benee„ keningen, die daar op gemaakt zijn door de geenen„ die met hun in de bereekening der geld spetien bijf„ „fergeren: met aanmerking wijders, dat daar uit nog blijkt, dat tegenswoordig de geld opetien, na eene gemiddelde bereekening tzeedert drie Jaaren, rela„ „tief tot malkanderen staan als volgd, 't ver„ „sche tusschen de Comp: boovem de Portonrvosch Pa„ „gord, reekenende naar den gemiddelden prijs van 5. percent, naamelijk: 18. 13/38. 1oel: dilCaaten met - . . . 24: 1/32. Comp:s Bagord. „. . . . 14. 21/32. „. do 18. 19/188. de Ratons. - - - - 5. 1/32. „ 8 — 18. 129/380. soeratse ropyen. „ . . . . . 5. 1/32. „ 8 — 18. 17/38. Cijlonse do —. „. . - - - . . 4. 23/39. „ 8— 18: 17/388. Holl: guldens. . . . „ 18. 13/82. spaanse matten „. . . . . . . 11. 1/32: „ 8 — en dat daar en teegen de geld spetien door hun uitge„ geeven zijn als volgt: 18: 17/39. Moll. Dercaaten. . . . . . . voor 23 3/3. Compt pag: - - - „ 14. 7/8. „ d - 18. 19/188. ducatons. „ 8 — 18. 13/1888. Sodaatse ropijen - - - - - - - - „ 5. 3 18: 13/38. Ceijlonse do — - - - - - - - - - „ 5 29/32 „ 18 — 1 1/10: vaan pendeen - - - - - „ 4 1/8 „ 8 — „ 8 — dien Nog
English
as well as three extracts from the letters of the residents: decision to the memorial and Batavia The 4. January 1791. There were also sent hither by the Tutukorijn servants at the same time three extracts from the letters of the Residents written to Tutukorijn, namely one from Ponnekail dated 8. September 1786, one from Caab Kommokijn dated 10. September 1786, and one from Ponnekail of the last-mentioned date, from which it appears that the merchants have complained that they suffered loss in the disbursement of rupees and guilders, with a request to be allowed rather to receive pagodas, regarding which the servants declare that this complaint was grounded in truth, because although the merchants had received 83. guilders for 20: pagodas, in accordance with the Dutch valuation, they nevertheless could not exchange 83. guilders for 20. pagodas, because the Company pagoda stood uncommonly high at that time: further declaring that they hope that these further representations and proofs will be found sufficient, and will absolve them from further accountability in the matter of the coin species, and finally requesting, if they, contrary to their expectation, should be mistaken in this, to propose to Their High Noble Mightinesses that a Commission might be sent thither from Batavia, or else from Ceylon, to investigate whether the coins were properly or improperly calculated and disbursed by them. Which having been deliberated upon, it was approved and resolved, in order to bring these further demonstrations of the Tutukorijn servants under the eye of the Noble High Indian Government, to insert the aforesaid Memorial here below, and to send copies thereof, as well as of the aforementioned three extract letters, to Batavia. Sir! In response to your Honour's letter of the 22. of the past month, it serves that I have taken all trouble to be able to demonstrate the current value of the coin species which your Honour mentions to me were disbursed by your Honour at various times instead of pagodas, and it gives me great pleasure to be in the opportunity to contribute something to do justice to your Honour in a matter which redounds greatly to your Honour's honor on account of the advantages which your Honour has secured for the Company by disbursing the said species: in order to indicate the value thereof easily, I have taken the liberty to make a statement of the value of each of these coin species calculated against 100: Porto Novo pagodas, to wit: At present [illegible] Dutch Ducats 74. and 4 17/16. for 100. Porto Novo pagodas Surat rupees - 341. and 4. 1/16 ditto Dutch Ducatoons. 124. and 2. 3/16. ditto Ceylon rupees 337. and 4 13/16 ditto Dutch guilders. 405. and 4 1/16. ditto Spanish Piasters. 159. and 1/16. ditto The 4. January 1791. These have been the average prices during the last three years after my arrival in this country, and we have seen the value between the Company and Porto Novo pagodas differ from 5. to 7. per cent in favor of the Company's pagodas: I must remark here with all due respect for the government of Batavia, that by taking a test thereof at present, it will find that although it might have approved other prices that may have been shown to it to disburse the said coin species in this country, its orders on that matter cannot be carried out; and as these coin species are nowhere in demand here in comparison with the Pagodas, in which the amount of the revenues of His Highness the Nabob must mainly be remitted from Tirnevelli to Madras, I believe, Sir, that your Honour has deserved much by having been able to disburse such coin species so advantageously. It is perhaps also not necessary to mention here that it is always in the power of the Regent of the Nabob to somewhat reduce the value of the current species, which has already often been done, and which is presently also the case by the Collector of the English Company. I have the honour to be /underneath was written:/ Sir, your very obedient Servant /signed:/ James Buchanan, Agent of His Highness the Nabob of the Carnatic /in margin:/ To Mr. Mekern, Chief of Tutukorijn. Thus Done and Resolved in the Castle Colombo on the day, month and year aforesaid: /was signed:/ W. J. van de Graaff, C: van Angelbeek, D: C: von Drieberg, D: Fretz: J: Reintous, J: L: van Letter, A: Samlant and J: A: Vollenhove. Monday
Dutch transcription
69. zomede drie extracten uit de brie„ „ven van de residenten: besluit om de memorie ende Batavia Den 4. Januarij 1791. Nog zijn door de Jutukorijnse bedienden der zelver tyd herwaards gesonden drie oxtracten uit de brieven van de Residenten na TutuRoaijn geschreeven, als een van Ponnekail van den 8.:' September 1786, een van Caab kommokijn van den 10. ' September 1786. bij blijkt, dat de kooplieden szig hebben beklaagd dat zij bij het uitgeeven, van ropijen en gulden schade leiden, met versoek om liever pagooden temoogen ond „fangen en waar omtrend de bedienden verklaaren, dat deeze klagte en waarheid gegrond was, om dat schoon de kooplieden 83. guldens voor 20: pagooden hadden ontfangen, overeen komstig de Neederlandse waar„ de, zij echter voor 83. guldens geen 20. pagooden wer„ selen konden, door dien deComp: pagood te dier tijd ongemeen hoog stond: met betuijging wijders, dat zo hoopen, dat deeze nadere vertoogen en bewyzen voldoende zullen worden bevonden, en hun van verdere verantwoording in 'tt stuk der geld petien bevrijden, en met verzoek eijnde„ „lijk, om zoo ze zig, hier in teegen hunne ver„ wagting mogten metgissen, aan Hunne Hoog Edel„ „heeden voorbestellen, dat eene Commessie van Ba„ „tavia, dan vael van Cijlon, derwaarts mogte jn andwoord op uw Edele brief van den 22. ' der gepasseerde maand diend dat ik alle moeijte genoomen heb om te kunnen aan„ „tooiren de kourante waarde der geld opetien die uweede mij meld door uwelle in verscheijde tijden insteede van pagooden te zijn uit gegeeven, en het doed mij veel vermaak in de gelegent„ „heid ter zijn, van iets te kunnen toebrengen, om aan uwelt regt te doen in eene zaak, die uwelts tot zeer veel eere strent un't Hoofde van de voordeelen werke nneelts met gem: spetien int te geeven, aan de komp heeft bezorgt: om gemakkelijk de waarde daar van aantwijzen, heb ik de saaafs gelagt eene opgave bedoen van de waande van elk deser geld opetien gereekend teegens 100: pon„ doesovosche pagorden, teweeden: Htans Vanimis Hollandsche Duklaaten 74. en 4 17/16. voor 100. Pontom: pag: suratse kopijen - 341. „ 4. 1/16 Hollandse Dukatons. 124. „ 2. 3/16. . . . . . „ „. . do 337. „ 4 13/16 „ „ 8 — Cijlonse ropijen Hollandse guldens. 405. „ 4 1/16. „ „ 8 8 spaanse Piasters. 159. „ -„ „ 1/16. „ „ d _ Den 4. ' Januarij 1791. worden gesonden, om te onderzoeken, of de geld sbekke door win wel of Rwalijk beriekend en uit gegee„ waarover gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en ver„ korynsche bedienden bebrengen onder t ooy van de Edele Hooge Jndische Regeering de voorst Me„ morie hier onder te insereeren en daar van zo wel, als van voorm: drie exbaakt brieven, af„ „schrifden besenden na Batavia. „ven zijn. aan van Ponnekais wanj laatstgemelden datum, waar deu ijtatije aen ae staan, om deze nadere dem onstaatien van de Jutu„ worden Dit 68. Mijn Heer! - 71 Den 4. Januarij 1791. Den 4: Januarij 1791. Dit zijn de gemiddelde prijsen geweest geduurende de Jongste drie Jaaren na mijn komst in dit land, en wij hebben de waarde tusschen de Komp: en portonaoosche pagooden zien verschillen van 5. tot 7. p:r C:to in faveur van de komp:s pagorden: Jk moet hier aanmerken met alle verschuldigde eerbied voor de regeering van Batavia, dat ze door tans een proef daar van teneemen bevinden zal, dat schoon ze andere prijsen, die aan haar kunnen zijn vertoond om gem: geld opetien in dit zond unttegeeven mogte hebben goed gekeurd, haare orders op dat stuk niet kunnen worden uitgevoerd; en wijl dese geld spetien hier nergen getrokken tzijn in vergelijk van de Pagooden, waarin voornamentlijk het bedraagen der inkomsten van zijn Hoogheid den Nabab moet worden overgemaakt van firnevelli na Madans, geloove ik mijn Heer, dat uw ells veel verdiend heeft, door sier gelijke geld afsotien zoo voordeelig te hebben kunnen in't geeven. wet is misschien ook niet noodig hier aan te haalen, dat het altoos in de magt van den Landregent van den Nabab. staat, om de waarde van de gangbaare spetien wat te verminderen het geen al dikwils is gedaan, en het welk tegenswoordig ook het geval is door den Collecteur van de Engelsche komp: Jk hib de eere te zijn /:onderstond:/ Mijn Heer:/ uw d zeer gehoorsaame Dienaar /:geteekend:/ James Buchanan Agent van zijn Hoogheid de Nabab van Karhatika /in margine:/ Aan den Heer Mekern opperhoofd van Cutukorijn. Aldus Gedaan en de Geresolveerd in het Casteel kolombo ten dage, maand en Jaare woordt: /was geteekend:/ W. J. van de Graaff, C: van Angelbeek, D: C: von Dhieberg, D: „ Fretz: J: Reintous, J: L: van Letter A: Sam„ „lant en J: A: vollenhove. Aldus Maandag 70.