Inventory 3927
Ceylon · 804 pages · 470 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
15 September 1791. pattoo, just as other Sinhalese Chiefs have always had an accommodessan, it has been approved and understood to qualify the servants at Galle to grant to the petitioner, from the fields indicated by him, as much by way of accommodessan as a corporal of the Wellebaddepattoe used to have, but on the other hand to refuse his request to have once again the revenues previously enjoyed from the fishery of Dodandouwe. Further were read two requests from Don Simon Weerje Soindere Goenesekere, mohandiram and korale of the Galle Gangebaddepattoe, and Adriaan de Zielva, vidane of Mapelgam, wherein they make known that, on the occasion of the recent rebellion of the Matara inhabitants, having observed that some ill-disposed persons did their best to cause the people of the aforementioned Gangebaddepattoe to assemble, they had not only brought up the authors thereof, but also through their admonitions prevented all the inhabitants of the said pattoo from joining the assembly, yet this had given rise to the assembled mob bringing many complaints against the two of them, and for that reason they had been obliged to lose their offices, requesting therefore equitable justice, and that they might be restored to their offices. And after deliberation it has been approved and understood to send copies of both these requests to the servants at Galle, with orders to place them into the hands of the overseer of the Galle Korale, to state his opinion conscientiously in a written report regarding what is presented therein, and subsequently to examine this report in their meeting, and with the addition of their considerations to send it here as soon as possible. Upon the proposition of the Governor, it has been approved and understood to permit the dismissed chiefs of Matara, namely the former second interpreter and the former head of the Wellebaddepattoe, who are still presently at Galle, and to whom in accordance with the resolution of the 10th of August last their lascars have been returned, if they so desire, to proceed for the present to Polwatte, where they originally belong. Regard being taken that the manner of proceeding at Galle and Matara in the granting of lands to private individuals for cultivation is far too tedious, and that thereby much time elapses before the petitioners for the lands can enter upon and cultivate the same; It is, in order to provide therein, approved and understood to act in both those places in this respect in the very same manner as is customary here, and thus to qualify the Galle Commandeur and the Dessave of Matara, as soon as it appears from the reports of the native commissioners that a requested piece of land may be granted according to the existing orders, directly to grant a certificate to the applicant to enter upon and cultivate it, and further every six months, properly at the end of February and August, to submit a list of all the lands granted in each six-month period, indicating the nature and size of each piece, as well as to whom, when, and under what condition it was granted, in order to obtain thereon the disposition of this government, after which grant letters may first be issued to the recipients. 15 September 1791. Owing to the death of the surveyor Beleke, who served as resident at Kottiyar, upon the proposal of the servants at Trincomalee by letter of the 3rd of August last, it has been approved and understood to appoint the burgher Jan Simonsz. as resident of Kottiyar, and thereby to take him into the Company's service as junior assistant, with the salary of 16 florins per month. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. F. Tretz, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Thursday, 29 September 1791. Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket The Honorable Colonel Carl von Drieberg The Honorable Thomas S操作系统relk The Honorable Matara Dessave Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant Absent: The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, due to indisposition The Honorable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhoven, occupied in the service. The residents of the Magampattoe, the Alutkuru Korle, and Hapitigam Korle, Brinkman, von Pratau, and Sinning, having thus far given much satisfaction in the execution of these their duties, it is for that reason, and on the grounds that with the native it is always of a favorable influence that those who are placed over them are clothed with a rank that somewhat distinguishes them among the minor servants, approved and understood to [illegible] the High Government of the Indies.
Dutch transcription
178 178 88. 129 Den 15. 7ber. 1791. van mapelgam waer't zerstelt de worden. Den 15. 7ber. 1791. ders van gedagte pattoe zig bij de te pattoe, even gelijk andere singaleesche - „zaamen rotting voegden, dog dit Hoofden altijd een accomodessan ge¬ ƒ aanlijding hadde gegeeven, dat „had hebben, goedgevonden, en verstaan ƒ de te zaamen gerotte hoop veele den bedienden te Gale te qualifi„ aden pe ƒ bezwaaren tegen hun beijden inge¬ „ceeren, om aan den suppliant, uit 4 de door hem aangeweezene velden „bragt hadden, en zij daarom zoo veel tot accommodessan toete„ hunne bedieningen hadden moe¬ d darana voegen als een korporaal van de „ten missen, verzoekende der„ wellebaddepattoe pleeg te hebben „halven een billijk recht, en dog daar en teegen zijn verzoek, om weeder te moogen hebben de bevog dat zij weeder in hunne be¬ „vens genootene inkomsten uit de „dieningen mogten worden hersteld. visvangst van Dodandouwe, te ont„ „ En is na deliberatie goedgevon„ zeggen. - „den en verstaan, Copijen van beijde Nog zijn geleezen twee requesten van ƒ ƒ 5 waerom de requesten van deeze requesten te zenden aan de de korael van de ganDon Simon WeEdje soindere Goenese bedienden te Gale met last de„ „gebadde en van den wid aan ve mahandiram en koraal van de „zelven te doen stellen in handen bij ze versoeken om engaalsche Gange baddepattoe, en Adriaan hunne bedoeningen de zielva, vidaan van Mapelgam, waar van den opziender der Gale korle nagale te zenden bij ze te kennen geeven dat zij, bij het geen daar bij voor¬ a geleegendheid van den Jongsten op„ 2 18 „komt zijn gevaelen gemoedelijk „stand der Maturiesche ingezeete op te geeven bij een schriftelijk be¬ „nen, bemerkt hebbende, dat eenige rigt en vervolgens dit berigt in kwaalijk gezinden hun best deeden hunne vergadering te examinee„ om het volk van voorschreeven Gan„ zenen Eraonzie van hunne Consi¬ „gebaddepaltoe te doen te zaamen rotten, zij niet alleen de autheurs ezatien, zan eersten hirwaards daar van hadden opgebragt en aan denzoender der Gale korle O de propositie van den Heer maar ook door hunne ver„ Gouverneur is goedgevonden en ver„ „maaningen belet, dat alle de inwoon„ 13 „ders „staan 170 1 - „ - . - 2 2 5 ƒ „ 25 186 181 Den 15. 2ber: 1791. Te zoigne over Trinkonomale bij de rapporten van de Jnlandsche staan, aan de gedemitteerde hoofden gecommitteerdens blijkt, dat een van Mature, namelijk de geweesene verzogte stuk grond volgens de tweede tolk en het geweesene hoofd der Welsebaddepattoe, die zich leggende ordres afgeeflijk is, di rans nog te Gale bevinden, en waar „rect een bewijs aan den verzoeker aan volgens resolutie van den te verleenen om het aantevaarden 10 5„ Aug:t J„on Jongstleeden hunne en bearbeiden en voorts alle ses houwers te rug gegeeven zijn, te Penen maanden een Hof eigentlijk permitteeren, om des begeerende onder ult=o februarij en augus„ zich voor eerst te begeeven naar „tus, een notitie overteleggen Polwatte, daar zij oorspronke„ van alle de gronden in elke ses „lijk t'huijs hooren. F maanden afgegeeven, aanwijzende snachting genoomen zijnde dat de de natuur en groote van elk stuk, F wijze van handelen te Gale en „ zoomeede aan wien, wanneer en Mature, in het afgeeven van onder welke Conditie het af„ gronden aan particulieren ter ƒ „gegeeven is, ten einde daar op zultiveering, veel te langdraa„ te erlangen de dispositie deezer „dig is, en dat daar door veel tijds verloopt, en de verzoekers regeering, waar na eerst daar van der gronden dezelve kunnen aan„ gifte brieven aan de verkreigers „vaarden en bearbeeden; Is om daar zullen mogen worden verleend. in te voorzien goedgevonden en verstaan op beijde die plaatzen daar omtrend even zodanig te daar handelen, als hier in gebruik is, en dus den Heer gaals komman„ „ teur en den Ei Dessave van Mature te qualificeeren, om zoo dra het a Den 15. 7ber: 1791. Mits het overleiden van dien land„ „meeter Beleke die als resident te kostjaar heeft gefungeerd, is op de voordragt van de bedienden te Trinkonomale, bij brieve van den 3. aug„s bij J:o leeden 310 ƒ - 1 5 „ „ 0 6. 1 „ 3 1 182 13: 183 Den 15: 7ber: 1791. onderdag den 29. ' 7ber: 1791. Prezent. Jolieden, goedgevonden en verstaan, Den Wel Edelen Goedtachtb Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff burger Ian Simonsz: aan testellen tot Den E: Hoofdadministrateur Mattheus Petrus Rakel ee e gede es dee5t ende gordeed e pere resident van koetjaar„ en hem mits Den E: Colonel dezeef Carl van Drieberg ƒ dien in 's komp:s dienst te neemen als ge e e a Thomas Strelk Jong assistent, met de gagie van ƒ 16. 'Smaands. Den E: Matariese Dessare. M:r Christiaan van Angelbeek e e Aldus Gedaan ende Geresolveert Den E: Eerste Pakhuismeester Johannes Runtous het kasteel kolombd ten dage maan Den E: SekretarisBendigti enats Lambertus van Zetter en Iaare voorsz: (:was geteekend.) Den E: negotie boekhouder Abraham Samlant N: J: van de Graaff, M: P: Raker abzent 6 Den E: Zoldij boekhouder Gerrit Engel Holst, D: F: Tretz, C: van Angelbeek, Den E: fiskaal I: Reintous, B: L: van Zitter Johannes Adrianus Vollenhovt H M: de eerste mids indispositie de laatste geoccupeerd en den dienst. en - 1 2 De residenten van de Magampattoe de Aloetkoerkorle en Hapittigamkorl Brink „man, van Pratau, en Sinning tot hier toe veel genoegen gegeeven hebbende, in het waarneemen van deeze hunne bedieningen, is daarom en uit hoof„ „den dat het bij den inlander altoos van een gunstigen invloed is, dat de geenen die over dezelve zijn gestelt, 5 zijn bekleed met een rang die hun „ in de minder bediendens eenigzints onderscheid, goedgevonden en verstaan de Edele Hooge Jndische regeering 174 a - 50 en A: Samlant - de de de - te
English
The 29th of September 1791: To request that the residents of the Magampattoe and the Alloetkoerkorte Capitigamkorte be favored with the title and rank of under-merchant. Upon the Honorable Dessave Fretz having reported by letter of today that his honor had discovered that from the field Dikwille, situated at Harrelde in the Ragampattoe of the Alloetkoerkorte, measuring 6 morgen and 126 roods, no ottoe tax on the paddy crop has been paid to the Company for eleven years, and that his honor, having addressed the owners of this field, being the burgher Christoffel Andries and the former vidaan of Mahare Ramesinge Arraatjege Don Pasquaal, on this matter, they had sought to excuse themselves with the deed of purchase, in which nothing was stated regarding the payment of the aforesaid tax, and that the previous owner had not paid it either, but that his honor could find no reasons why this field should not just as well be subject to the ottoe tax as all other fields; requesting therefore qualification for the collection of the ottoe or tithe tax, both from the said field and from all other fields whose owners cannot prove that they are exempted from paying the tithe tax. Having deliberated upon this, it was taken into consideration that it was already noted at the session of the 8th of March last that the notion of the owners of fields who have not paid tithes to the Company for a long time, that they are therefore not subject to it, appears solely to originate from the neglect of those who drew up the title deeds, not having stated that these fields must pay a tithe of their crop to the Company; that nevertheless such neglect cannot prejudice the Company, because although that special mention was omitted therein, the buyers nevertheless know beforehand that they purchase real estate, whether houses, gardens, or fields, with the burdens and servitudes lying upon them, as is also clearly made known in all deeds of purchase; but that, on the other hand, it will certainly fall somewhat hard on the present owners of such fields to now have to pay the tithe tax for fields which they might have bought for a higher price because, when purchasing them, they thought they were not subject to it, since the previous possessors had paid no tithe. And it is therefore approved and understood to resolve that for all fields in the Colombo Dessavony in whose deeds of purchase it is not stated that the tithe tax must be paid to the Company, and for which reason the same has indeed not been paid for a long time, this tax must be paid and satisfied to the Company after the expiration of another five years, or from the first of December 1796, insofar as the owners cannot prove that the fields are exempted from the payment thereof; and that not only shall notice of this resolution be given to the inhabitants by the posting of placards, but also the secretaries of the Court of Justice and of the Landraad here shall be ordered to state henceforth, when passing deeds of purchase for sowing fields, that the tithe tax of its crop must be paid to the Company, whether it is stated in the old deeds of purchase or not. Further, the Honorable Dessave Fretz having reported by the aforementioned letter that among the lands of the absconded inland inhabitants which were confiscated for the Company at the session of the 22nd of August last, there is a garden named Kongahawatte, planted with 4 coconut trees, and a field named Nebeddegahakoembre measuring 3 amunams, both situated in the village Sandinagamme, for which the fisherman and resident of Tabo, Alfonso Fernando, on the occasion when the lands of the absconders were offered for public sale, had bid 30 rixdollars, with the proposal to cede the said garden and field for that price, since the Company has little profit to expect from them. After deliberation, it was approved and understood to qualify the Honorable Dessave to cede the aforesaid garden and field for 30 rixdollars, if the aforementioned fisherman still wishes to maintain his made bid. Upon the report of the Honorable Dessave Fretz, by his often-mentioned letter, that the vidaan of Bongoddewatte, who has deserted to the bandits, owes 65 rixdollars 36 stivers to the schoolmaster of Wanrodpoint, Anthonie Jansz, upon his garden and field situated in the village Narawille, which were sold for the benefit of the Company for 73 rixdollars, according to a bond on ola from the year 1785 produced by him; and that the said schoolmaster requested that this debt might be satisfied to him from the purchase money of the aforesaid sold lands. It is approved and understood to authorize the Honorable Dessave to satisfy the aforementioned debt.
Dutch transcription
184 185 Den 29. 7ber: 1791: 6 te verzoeken aan de residenten van de Magam„ „pattoe en alloet koerkorte kapitigamkorte met den titul en rang van onderkoopman te begunstigen ƒ 50 Op n Door den E: DesJave Fretz bij brieve van heeden berigt goder zijnde dat zijn E: had ontdekt, dat van het veld 2 Dikwille, geleegen te Harrelde in de Ragampattoe van de alloe 't koerkorte, groot 6. morgen en 126. roeden zedert el Jaare geen of tot geregtigheid van het nelij gewasch aan de Comp=e voldaan is, en dat zijn E: de Eijgenaars van dit veld, zijnde 50013 de burger Christoffel Andries en de geweezene vidaan van Mahare Rame „singe arraatjege Den Paskwaale 5 daar over aangesprooken hebbende 7 deeze zig hadden zoeken te behelpen ƒ van de betaaling der voorsz: gereg¬ „tigheid stond, en dat ook de voorige eigenaar dezelve niet) hadde be„ „taald, dog dat zijn E: geene reedenen 1:105. konden vinden waarom dit veld met even zoo wel ottoe geregtigheid zoude verzoekende derhalven qualificatie tot de invordering van de ottoe of tiende geregtigheid, zoo wel van gem: veld, als van alle andere velden, waar van de eigenaars niet bewijzen - met den koopbrief„ waar bij niets ko onderheuvig zijn, als alle andere velden kunnen, van het betaalen der wijgekend: tiende geregtigheid te zijn s daar ovr gedelibereerden in achting genoomen, dat reeds over dit onderwerp ter sessie van den 8 Maart Jongst leeden n aangemerkt is, dat het begrip van de eegenaars der velden, die in langen tijd geen tiender aan de Comp:e hebben opgebragt, van daar dan niet subjekt te zijn, alleen schijnt oorspronglijk te weezen uit het verzuim van de geenen die de brieven opgemaakt eigendom ƒ niet bekend gesteld heb„ e ar b 3557 ben, dat deeze velder een tiende van haar gewasch aan de Comp:e moeten ebetaalen, dat nogtans diergelijk verzuim de Comp. e niet schaaden kan wijl schoon die speciaale aanhaaling daar bij verzuijmd is de koopers nog „tans voor afweeten, dat ze de vaste goederen het zij huijzen tuijnen of vel„ „den koopen met de lasten en servi „tuiten die daar op leggen, zoo als dat d, ook bij alle de koopbrieven wel duij „delijk word bekend gesteld dog dat het aan de andere kant, voor de pre„ „sente eigenaars van diergelijke velden zekerlijk wat hard zal 6 vallen, de tiende geregtigheid nu te moeten opbrengen voor velden die ze misschien duurder hebben gekogt, om dat zij bij het koopen der zelve gedagt hadden daar aan niet sub„ Den 29. 7ber: 1791. „jekt 38. dod — - 0 5 J - 2 8 52 1 - 3 33 585 187 Den 29. 7ber: 1791. Den 29. xber. 1791. jekt te zijn, wijl de voorige bezitters geen tiende betaald hadden En is derhalven goedgevonden en verstaan te arresteeren dat van alle velden in de kolombosche dessavonij bij welker koopbrie„ „ven niet vermeld staat, dat de tiende geregtigheid aan de Compenie moet den opgebragt, en uit welke hoofde ok dezelve lange werkelijk niet opgebragt is na verloop van ƒ nog vijf Jaaren, of van primo xber 1796. de Beof deeze geregtigheid aan de Compenie moet opgebragt en voldaan worden e d voor zoo verre de eigenaars niet bewijzen kunnen, dat de velden van het opbrengen derzelve vrijgekend, zijn; en dat niet alleen van dit besluit door affegie van biljetten den ingezeetenen kennis zal gegeeven maar ook de sekretarisse van den raad van Justitie en van den landraad alhier gelast zullen worden, ek om voortaan bij het passeeren van koopbrie„ ken van Zaaijvelden, daar bij bekend te stellen dat van dies gewasch tiende gezegtigheid aan de Compenie moet voldaan worden, het zij zullen bij de ude koopbrieven bekend staat of niet! Nog door den E: Dessave Fretz bij voorm. brief berigt zijnde, dat onder de landerijen van de gevlugte Flansche ingezeetenen die ter sessie van den 22:' augustus Jongstleeden voor de Comp: zijn ingetrokken, is een tuijn genaamt kongahawatte, beplant met 4. kokus boomen, en een veld gen:t Nebeddegaha koembre groot 3. ammonams beijde geleegen in het dorp Sandinagamme waar voor de visschen en inwoonder van Tabo Alfonso firando, bij geleegendheid dat de landerijen der ontvlugten publicq te koop gevuld waaren 30: rd:s gebooden had, met propositie om gem: thuijn en veld voor dien brijs afte staan, wijl de Compante daar van wijnig voordeel te wagten heeft. Is na deliberatie goedge vonden en verstaan den E: Dessave te qualifieuren, om voorz: thuijn en veld vaor 30 ed:s aftestaan, indien de voorm: vis„ scher zijn gedaane bod als nog wil Op het berigt van den E: Dessave Fretz, d bij deszelfs meermelden brief, dat de vedaan van Bongoddewatte, die en tot de bandidenen overgelospen is, op zijn thuijn en veld geleegen in het dorp Narawille, welke ten voordeele van de Compance voor 73. rd:s verkogt zijn aan den schoolmeester van Wa„ den „rodpoint Anthonie Jansz: rd:s 65. 36. 15 schuldig is, volgens eene door deezen vertoonde obligatie ola van het Jaar 1785. en dat gem: schoolmees„ v verkogt had, dat deeze schuld 2 o uit de koop penningen van voorsz: vekogte Landerijen aan hem mogte waden voldaan. gestond do Eevedi goedgevonden en verstaan, den E Dessave tot de voldoening koembre van 1 „ „ „ 5 3
English
189 . The 29th of December 1791. 9 aforesaid rixdollars 65. 6 to authorize. Furthermore, on the proposal of the Honorable Dessave Fretz, made in his aforesaid letter, it has been approved and agreed to authorize him, after the purchase money of the sold lands of the residents of Chilaw who defected to the Kandyans has been received, to have the chief of Negombo and Chilaw grant provisional deeds of sale to the buyers, until the lands can be surveyed when opportunity permits and deeds of ownership in the customary form can be granted for them. The Honorable Dessave Fretz having further reported in the repeatedly mentioned letter that his Honor had caused a piece of land situated within the four gravets in the village of Pallepattu in the Salpiti Korale to be inspected and appraised by the Landraad member Spittel and four other native commissioners, and that according to the received report of this commission, the said piece of land, which is 1 parrah of sowing in size and on which 34 cinnamon plants grow, would be worth 40 rixdollars, for which his Honor judged that it could be ceded, as it amounts to more than what would have to be paid for it according to the existing orders. The 24th of September 1791. It was agreed to cede the said piece of land in ownership to the Equipment Master Andringa, against payment of forty rixdollars, provided that he shall be obliged to take care of the conservation of the cinnamon trees that are located there. Since the granting of lands for direct payment is more advantageous than as is currently done to pay a third of the value of the plantation: It has been approved and agreed upon the proposition of the Lord Governor to demand the Honorable Dessave Fretz to conduct a trial regarding lands that private individuals might request in the future to plant entirely for themselves. On this occasion, it having been shown by the Honorable Dessave Fretz that the order existing from olden times—that lands cultivated by private individuals without consent may not be sold, but when the possessors come to die must fall to the Company as Mallapalas—is very disadvantageous to the Honorable Company, because such a case very seldom occurs; and that on the contrary, if such lands are ceded in ownership to the cultivators, the Company is not only paid 1 19 19 35 191 The 29th of December 1791. the third part of the plantation share of the high lands, but also receives upon the sale of the same the twentieth penny, to which all real estate is subject, so that the inhabitants are accommodated thereby and the lands are successively mapped: It is, after deliberation, approved and agreed to declare all lands planted without consent, insofar as they are currently known in the thombo, to be saleable, and to authorize the Landraad here to permit the owners and possessors of the same to sell and alienate them just like other lands cultivated with consent, provided that beforehand a third of the value of the plantation of the gardens is paid in cash to the Company, in accordance with the determination by resolution of the 11th of November 1772. To the Right Honorable, Highly Esteemed, and High Commanding Lord. When the undersigned, by order of your Right Honorable, Highly Esteemed, proceeded to the Hina and Alutkuru Korale to bring the inhabitants there who were in revolt to a standstill, there went with him: From the Guard: 3 aratchies 4 kanganies 75 lascars From the Basnayake: 1 mohandiram 2 aratchies 2 kanganies 40 lascars 6 coolies, who carried the palanquin of the mohandiram 1 cook of the said mohandiram Puddikare: 1 aratchie 1 kangany 15 lascars There was signed a report, inserted here below, from the Maha Mudaliyar Nicolaas Dias, concerning the provisions made on the occasion of the expedition which he undertook pursuant to the secret resolution of the 6th of June 1740, to bring the assembled residents of the Alutkuru and Hapitigam Korale to reason. from the villages, namely: Peliyagoda: 2 kanganies and 40 inhabitants. bearers: 25. 21 Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord. The 29th of December 1791.
Dutch transcription
189 . Den 29. xber: 1791. 9 voorm: rd 65. 6 te qualificeeren. Nog is op het voorstel van den E: Dessave Frelk, bij zijn voorsz: brief gedaan, goedge„ en verstaan denzelven te qualifi„ ceeren om na dat de koop penn: der ver„ kogte landerijen van de tot de kandiaanen overgeloopene silausche ingezietenen zullen zijn ingekoomen, door het opperhoofd van Nigombo en Silau daar van provi„ „sioneele koop bewijzen aan de koopers te laaten verleenen, tot dat dezelve bij geleegendheid gemeeten en daar voor eigendoms bewijzen en den ge„ woonen form verleend kunnen worden. De E: Dessave Fretz bij meerm: brief nog berigt hebbende, dat zijn E: een grond stuken geleegen binnen de vier gravetten — in het dorp Pallepattoe in de salpitti „korle, door het landraads lid spittel en nog vier inlandsche gecommit„ 2 „teerdens had laaten bezigtigen en taxeeren, en dat volgens het ingekoo„ „men rapport van deeze Commissie 2 gem: stuk gr met welk 1. parras 2 zaaijens grootis waar op 34. kan gel plantjes slaan, 40. rd:s waardig „neel zoude zijn, waar voor zijn E: oordeeld dat het zelve zoude kunnen wor „den afgestaan, als meerder bedraa„ „gende dan volgens de leggende orders daar voor zoude moeten betaald en Den 24. 7ber: 1791. den erverstaan gedagte stuk grond aan den Equipagiemeester Andringa in eigendom afte staat, tegens betaaling van vaertigels mits hij verpligt zal zijn zorge te dragen voor de Conservatie de kanneel boomen die zig daar .bevinden Lar van gronden vermits het afgee n n voor rekte betaaling, voordeeliger is, dan zoo als tans ge de r 10 9 om een derde van de waarde der „sch a e aanplanting te voldoen: Is op de propositie van den Heer Gouverneur goedgevonden en verstaan, den E: Des„ „save Fretk te demandeeren daar van een proef te neemen omtrend gron „den, die particulieren in den aan„ „staande mogten verzoeken om in het geheel voor zig zelven te beplanten. fer deezer geleegendheid door den E: Dessave Frets vertoond zijnde, dat de van ouds subsisteerende order, dat de gronden, die lieren zonder consent door part gecultiveerd zijn, niet verkogt mogen worden, maar wanneer de bezitters zoudeeren koomen te sterven, als Mallapalas aan de Comp:e moeten vervallen, zeer nadeelig is voor haar Edele wijl een diergelijk geval zeen zelven Exteerd: en dat daar en teegen, zoo diergelijke gronden in eigen dom aan de Cultiveerders worden afgek aan, de Compence daar voor niet alleen betaald nd de biberatie goedgevon„ den 1 19 19 35 191 Den 29. Xber: 1791. betaald krijgt den derde van het aanplan„ „tings deel der hooge gronden, maar ook bij verkoop van dezelven de twintigste penning, die alle vaste goederen subjekt zijn, derhalven dat daar door de ingezeetenen geriefd worden en de landerijen successive in kaart koomen ovs na deliberatie goedgevonden en verslaan alle de zonder consent be 3 de „plante gronden, voor zoo verre die tans bij de thombo bekend slaan, ver„ koopdaar te verklaaren, en den land „raad alhier te qualificeeren, aan de re en bazatters derzelve te permitteeren, „sent gecultineerde gronden, mits al„ van de waarde der aanplanting volgens de bepaaling bij resolutie de deeides en genanns om dezelve te mogen verkoopen en ver„ „voorens van de tuijnen aan de Comp:e „vreemden even gelijk andere met Con„ Conlant worde betaalt een derde Wel Edele Gestr: Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer. d deden de ondergeteekende op bevel van uwel Edele Gestr: Groot achtb: zich na de Hina „ Alloetkoerkale begeeven heeft om de inwoon „deren aldaar die gerevolleerd waaren, tot stil„ „stand te brengen zijn met hem meede gegaan. uit de Guarde 3. arraatzes 4. kangaans 75. lascorijns uit de Basnaike 1. mohanderam 2. arraaljes ƒ 2. kangaans 40. laskerijns 6. koelies, die de palentij van den mohanderam gedraagen hebben 1. kok. van gem prohandiram Puddikare ƒ 1. arraatje en kangaan Is geteeken een hier onder g'insereerd 15. laskorijns ƒ berigt van den mahamodliaar Nico de ee den dn oe e e n e de det d G e den lorpen teweeten „laas Dias, weegens de gedaane verstrekking ten geleegendheid van test hetlors Pellegore de optogt dier hij volgens secveete tredaan resolutie van den 6: Junij 1740. 2. kangaans en gedaan heeft, om de tezaamen ge„ 40. inwoonders. . rotte ingeszeetenen van de Alloetkoer en oppe draage voor Hapiligam korle tot reeden te brengen. 25. 21 ƒ raad ordinair van Nederlands Jndin Gouverneur en Directeur van het Eijland Ceilon, met dies onder„ hoorigheeden Willem Jacob van de Graaff¬ Aan den Wel Edelen Gestr: Groot achtb: Heer Den 29. xber: 1791. C 3. van den 11:' 9ber 1772. Aan 0 - ƒ ƒ ƒ ƒ
English
193 and 29 September 1791. 192 heads by nomination From the village Pettiagodde vidane inhabitants from the village Dalloegamme vidane 2 kangaans and 45 inhabitants from the village Moelhirijawe vidane 2 kangaans and 35 inhabitants from the Mahabadde peoples 2 arraatjes and 170 Chalia lascorins from the fishermen of Matraal 1 Modliaar and 70 fishermen 6 coolies who carried the palanquin of the aforementioned modliaar. 1 cook from the fishermen of Morottoe 1 Maharidaan 1 pattangatijn and 10 fishermen. from the chandos of kolpetti kangaan and 15 chandos from ambatle 1 kangaan and 13 inhabitants from the blacksmiths Maharidaan and 70 blacksmiths from the washers 2 kangaans and 30 lascorins. from the Jaqaieros. 1 kangaan and 26 Jagereros 4 drummers 1 horn blower from the barkiers 105 heads from the Colombo Moors 1 head and 89 Moors from the Material House 15 Javanese and 1 Molqueden 984 heads in total Rice was issued to them for eight days at 3/4 medid each per day, parras 96. 1. 1 Besides these people, there were also taken from Biejegamme in the Hina korle: 1 modliaar of the korle 20 inhabitants and 12 coolies, and from the dispensary village of the aforementioned korle alloetgamme 1 vidane 2 kangaars 30 inhabitants 66 heads in total, who received rice at 1/4 medid each per day for 5 days: 12. 5 1/2 Carried forward Parras 309. 12. 2 kangaans and arraatje kangaans and inhabitants heads who received rice at 1/4 medid each per day for 3 days: 29. Upon arrival of the undersigned here, by order of Your Right Honorable, were granted to the aforementioned people, namely: To 367 heads chalias, barkiers and moors at 2 medids each: Parras 36. 14. and to the remaining 717 heads at 1 mediet each: 35. 17. To 12 blacksmiths, who cleaned the guns, rice issued for 21 days at 3/4 medid each per day To 8 heads, who were brought from the Hinakorle and arrested here, for 25 days at 3/4 mediet per day To a commando of Malays that departed for Hina Corle To a commando of Malays that departed for the Hapittijgamkorle: 72. Carried forward Parras 431. 4 1/4. The 29 December 1791. Brought forward Parras 304. 1 1/2. Jaelle in the alloet koerkorle were taken. from the gamekeepers 5 1 1 8 each 3 795 2 [illegible] The 29 December 1791. To a Malay commando that departed for Goerbesille: 5. To a Malay commando that departed for Jaelle: 5. To the aforementioned commander of Goerbebille issued once again: 12. To 2 appuhamies of the Hapittigamkorle named Halpe and Hallowe who were arrested: 10. To the lascorins of the guard who kept watch at Attenegale: for the first time: Parras 10. second ditto: 10. third ditto: 15. fourth ditto: 10. To the carriers of this rice: 1. 2 1/2. 46. 2 1/2. Total Parras 497. 16 3/4. The undersigned has received: parras 500. whereof the loss was: 13. Thus remained for distribution: 487. so that the undersigned has issued in excess: Parras 10. 16 3/4. Cash has been issued as follows: for 16 head of cattle purchased and issued to the aforementioned barkiers and moors for eight days: Rixdollars 51. 24. Brought forward Parras 431. 4 1/4. for purchased dried fish for the needs of the aforementioned retinue of the undersigned Carried forward Rixdollars 159. 24. of salted fish: 72. Brought forward for 8000 coconuts for as before for eight days at one per day each, calculated at 7 1/2 rixdollars per 1000: 60. for maldive fish ditto: 12. soursop, pumpkin, bananas, and other side dishes for as just mentioned: 36. Upon arrival of the undersigned here, by order of Your Right Honorable, were granted to the aforementioned people, namely: To 361 heads Chalias, barkiers and moors at 12 stuivers each: rixdollars 91. 36. to the remaining 717 heads at stuivers each: 89. 30. 181. 18. To the commando of the Hinakorle: 50. ditto of the Hapittigamkorle: 25. ditto of Goerbebille: 20. 10. Rixdollars 159. 24. Total rixdollars 543. 42. The undersigned has received: 500. Thus issued in excess: rixdollars 43. 42. The undersigned has also received 34 parras of salt, whereof 29 parras were duly issued to the aforementioned people, and 5 parras were sent to Attenegale. Wherewith the undersigned assumes the high honor to sign this with all respect. Below stood: Right Honorable High Born Sir, Your Right Honorable's humble servant. Signed: N: Dias. In the margin: Colombo the 22 October 1791. Lower: examined. Signed: A: Issendorp.
Dutch transcription
193 en 29. 7ber: 1791. 192. koppen door voordragt e Nl 453. e is uit het Dorp Pettiagodde „ vedaan intmens uit het Dorp Dalloegamme vidaan 2: kangaans en 45. inwooners uit het dorp Moelhirijawe „. vidaan 2. kangaans en 35. inwooners uit de Mahabaddes volkeren 2. arraatjes en 170. Tjaliasse lascorijns uit de vissers van Matraal 1. Modliaar en 70. vissers 6. koelies die Palenkijn van gem: modliaar gedraagen hebben. 1. kok: uit de vissers van Morottoe 1. Maharidaan 1. pattangatijn en 10. vissers. uit de chandos van kolpetti kangaan en 15. chandos uit ambatle 1. kangaan en 13. inwooners uit de Smeeden „. Maharidaan en 70. Smeeden uit de wassers ƒ 2. kangaans en 30. laskorijns. uit de Jaqaieros. 1: kangaan en 26. Jagereros 4 Tamblinjeros 1. hooren blazer uit de barkiers 105. koppen uit de kolombosche Mooren 1. hoofd en 89. Mooren uit het Materiaalhuijs 15: Javdanen en 1. Molqueden 984. koppen tezaemen Aan hun is rijst verstrekt voor agt daagen tegens 3/4. m: sdaags ide par 96. 1. 1 Behalven deeze menschen zijn, nog van Biejegamme in de Hind korle genoomen: 1. moaliaar van de korle 20. inwooners en 12. koelees, en uit de dispens dor van gem: korle alloetgamme 1 vidaan 2. kangaars 30. inwooners 66: koppen tezaamen, dewelken aan rijst genooten hebben tegens ¼ m: sdaags ieder voor 5. daagen — „ 12. 5½ Transporteere Parr:s 309. 12. 2. kangaansen arraatje kangaans en inwooners koppen die aan rijst tegens 29. ¼. mediel Rlaags ieder 3: daagen genooten hebben - -- „ Bij aankomst van den onder geteekende, alhier zijn aan voorm: luijden op bevel van uw wel Edele Gestr: Groot achtb: geschonken te weeten. Aan 367. koppen sjaliassen ƒ barkiers en mooren â ieder 2. mediden. P:s 36. 14. en aan de overige 717. koppen â 1. mediet ieder. „ 35. 17. Aan 12. Smeeden, die de geweeren schoon gemaakt hebben, voor 21. daagen rijst verstrekt tegens 3¼. med 'sddags ieder Aan 8: koppen, die van de Hinakorle gebragt en alhier gearresteerd waaren, voor 25. dagen â 3¼. mediet 'sdaags Aan een Commando Ma„ „laijers dat na Hina Corle vertrok Aan een Commando Malaijers dat na de Hapittijgamkorle vertrok 72. Transporteere P:s 431. 4¼. Den 29: xber: 1791. P:r Transport Parras 304. 1½. Jaelle in de alloet koerkorle zijn genoomen. uit de Wildschutters 5 „ 1 1 8 - ƒ ieder - e 3 795 2 bev: Den Den 29 xber: 1791. Aan een Maleijds Commando dat na Goerbesille vertrok — Aan een Maleijds Commando, dat na Jaelle vertrok. . . Aan gem: Commanddr van Goer„ „bebille nog eens verstrekt Aan 2. apporkamies van de Hapittigamkorle gen:t Halpe en Hallowe die gearresteerd waaren - - . . . . . . . . „ — 10. Aan de laskorijns der guarde die de wagt op Attenegale hadden. voor de eerstemaal. . . P:s 10. –. tweede do — . . . „ 10. —. „ derde do=. . . „ 15. —. vierde de— „ 10. —. „ Aan de draagers van deeze „ 1. 22. rijst —— „ 46. 2½. 1 Jeld Parr„s 497. 1684: De ondergeteekende heeft ont: vangen - parr:s 500. –. waar van het verlies was „ 13: —. Dus bleef ter verstrekking over - - - „ 487. — zoo dat de ondergeteekende meerder verstrekt heeft - - Parr„s 10. 16¾. Contanten zijn verstrekt als volgd. voor 16: koebeesten die ingekogt en aan voorm: barkiers en mooren voor agt daagen verstrekt zin P:r Transport Parr„s 431. 4.¼ - Rd:s 51. 24. - voor ingekogte karwaat ten e besoend van het voorm: gevolg onder geteekenden van gtergezoute visch Transporteere rd:s 159. 24. „ 72. —. Transport voor 8000. kakus voor als vooren voor agt daagen d ieder sdaags een, te 5. —. „gens 7½: rd:s het 1000. gereekend. . . „ 60. —. 5. — voor Combelinas idem „ 12. — Zuurzaks pampoen, Piezan, en andere toespijs voor als even „ 36. — Bij aankomst van den onder„ kende alhier zyn op g uwel Edele Gestrenge Groot achtbaare Ewel aan voorm: luijden ver„ schonken te weeten Aan 361 koppen Tjaliassen, bar„ „kiers en maaren à ieder „ 181. 18. Aan het Commando van de Hinakorle „ 50. — „ do = —„ „ Hapittigamkole „ 25. —. Teld rd:s 543. 42. De ondergeteekende heeft ontvangen - „ 500. — Dus meerder verstrekt rd:s 43. 42. De ondergeteekende heeft ook 34. parras zout ont „vangen, waar van 29. parras aan voorm: luijden na behooren verstrekt, en 5. parr:s na Attenegale verzonden zijn. Waarmeede de ondergeteekende zig de hooge eere aanmatigd, om deezen met alle eerbied te onderteekenen /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Groot achtb: Hoog dv Geb: Heer:/ uwwel Edele Gestr: Groot achtb: onderdanigen dienaar (:geteekend/ N: Dias (:inmargine:/ kolombo den 22. erk 2ber 1791. /:laager:/ g'examineerd (:geteekend:) Jt stuijvers ieder ƒ 89. 30. A: Issendorp. „ do _ „ Goerbebille. . . „ 20. — 12: stuijvers. . . . . rd„s 91. 36. - - - - „ 10. — rd„:s 159. 24. aan de overige 717. koppen 2 3. 1741. - 36. —. ƒ in sen
English
196 797 The 29th December 1791. The 29th December 1791. In it, after deliberation, it was approved and resolved to sanction this provision, to have refunded to the Maha Mudaliyar the surplus advanced 10 parras and 16 3/4 medidiat rice and rd:s 43. 42 in cash, and to authorize the trade officials to write off the amounts stated in this report on the books, so that, in accordance with their agreement, they shall restitute the received monies and tools to [illegible]. Also read was a report from the bookkeepers Valiaan and Van Geizel, who by order of the Right Honorable Governor, regarding the aforementioned complaint, investigated the aforementioned two sluices, the said report reading as follows: To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies. Right Honorable Lord, Pursuant to Your Right Honorable High-Esteemed order given to us at Dubitoire on the 28th of October last, we have inspected and surveyed the present condition of the large and the small sluices there. We have observed that the water of the stream of Dewetoere, when the gates of the large sluice were lowered and closed, and its course toward the great river was thus obstructed, without pressing with force against the said gates on either side of the sluice, that the same water nevertheless, having made a passage through the masonry on both sides of the erected walls in several places, not far from the ironwood beams mortared beside the gates, penetrates with force from this side toward the great river. Among others, a spout is visible there in one place about the thickness of half a thumb. The Shahbandar Mudaliyar also pointed out that the water even penetrated beneath the foundations, which, however, cannot be seen until the water on this side of the sluice, together with the upper water of the great river, has dropped so much lower, as sometimes happens during the dry season. Read was a petition from the Maha Mudaliyar Nicolaas Dias Abesinge; stating that the Mudaliyar of the Galle Korale, Alwis, and the mason Han Gabo, had obligated themselves by a notarial deed in the year 1784 to construct two sluices in the streams of Duritoere, and to carry out all repairs that might be found necessary to them in the course of five years, for their account; that the petitioner had paid them the stipulated 400 rd:s for this purpose, and had also provided a quantity of tools which he had procured at his own expense; that the small sluice having collapsed in the year 1788, by order of this government 10 lasts of lime were delivered to the aforementioned mason and 12 coolies were assigned to him for a month to repair the same, but that nevertheless nothing was done to it, and that thereby not only could the fields made suitable not have been sown, but also no more lands could have been cultivated, because all the low lands of Durtoere had become submerged under water: the petitioner therefore requesting that the aforementioned two contractors might be constrained to fulfill their obligation, and to refund the received monies and tools. Business concerning Galle.
Dutch transcription
196 797 Den 29e xber: 1791. Den 29. xber: 1791. om Conform hunne verbintenis, de ge In is na deliberatie goedgevonden e verstaan ƒ otene gelden en gereedschappen weeder aan deeze verstrekkinge te approbeeren, de door de maha„ t restitueeren „modliaar meerder verschootene 10. parral en 16¾4. me Nog is geleezen een rapport van de boekhouders dieten rijst en rd:s 43. 42 Contant aan hem te doen restitu N r d dne sen eeren en de Negotie bedienden te qualificeeren het aliaan en van Geizel die ter order van a Heer Gouverneur de voorsz: twee sluijsen opgebragte bij dit berigt bij de boeken afteschrijven nopens de voorm. klagte onder d0 e e Is geleezen een request van den Mahamodliaar 2 dende gem: rapport Nicolaas Dias Abesinge; houdende, dat de modli„ daar van de Gale korle Alwis en de MetzelaarHan den Wel Edelen Gestr: Groot agtb: Heer e Willem Cacol van de Graaff„ Gabo, zig bij eene sekretarieele acte in het „ Raad onair van Nederlands Jn Jaar 1784. hadden verbonden, twee sluij„ Gouverneur en Directeur van het „sen in de spruiten van Duritoere aante Eiland Ceilon met dies onderhoorig maaken, en alle de reparatien, die in den . Groot Achtbaare Jngevolge uwel Ed: Gestr: Groot achtb. hoog g'eerd bevel op Dubitoire den 28. 8ber: Jongstleeden aan ons verleend, hebben tegenwoordige gesteldheid van de groote de kleene sluijden aldaar opgenomen en bezegtigd. zorgd een parthij gereedschappen die hij Wij hebben gezien dat het water van de spruit voor zijn eijgen reekening had laaten van Dewetoere wanneer de deuren van de groote sluijs neergelaaten en geslooten waaren, en haar loop na de groote rivier dus gestremd was, en aan Jaar 1788. ingestort zijnde, op order dee„ geene kant van de sluijs met aandrang tegen gem „zer regeering, aan voorm: metzelaar 10. lasten deuren sleep, dat het zelfde water als dan, door .. . . het meszelwerk, aan beyde zeijden der opge„ kalk verstrekt en 12. koelies voor de maand „haalde muuren uit verschijde plaatzen, niet toegevoegd zijn, om dezelve te herstellen, dog b verre van de ijzerhoute balken bezijden de deuren dat niet te min daar aan niets gedaan ingemelzeld, een weggemaakt hebbende, met li kragt van deeze zijde na de groote rivier bequaam gemaakte velden niet door dringt onder anderen is aldaar op een plaats een uitwazering te zien ter dikte van een half kam. De Sabandhaar modliaar heeft ook aangeweezen, dat het water zelf onder de fondamente doordrong het welk dog egter niet eer te zien is dan na dat het water aan deeze zide van de sluijs met water waaren geraakt: verzoekende het opperwater van de groote rivier tegelijk de suppliant derhalven, dat de voorsz zoo veel lager gezukt zoude zijn, dat zom„ twee anneemers mogten worden geconstrin„ tijds in de drooge tijd wel gebeurd. worden bevonden, voor hunne reeke„ bedongene 400. rd„s en ook daartoe be„ was, en dat daar door niet alleen de hadden kunnen bezaaijd, maar ook Bezoigne over Gale loop van vijf Jaaren daar aan nodig . e aanmaaken; Dat de klijne sluis in het ena t geen meer gronden hadden kunnen gekultiveerd worden, wijl alle de laage gronden van Durtoere onder hun mids dien had betaald de daar voor 5. „ning te laaten doen; Dat de suppliant voor ƒ p2. 13 50 3 21 3 C 1 60 0 5 geerd ƒ 2 5 ƒ -
English
19 853 199 The 29. 7ber: 1791. The 29. 7ber: 1791. For the rest, we have found that the aforementioned large sluice is provided with an ola roof for the preservation of the woodwork constructed underneath it, which also appears to us to be in good and undamaged condition so far as it stands above water. However, we did not find attached to it the iron chains of 9 feet long each, made at the smithy for that purpose to raise and lower the gates of the said sluice, but rather a coir hawser which is used for that purpose. This was used, according to the statement of the Sinhalese master mason Gabriel de Zillva, on account of its greater lightness for that work and because one can finish more quickly with it, so that the aforesaid large sluice is thus in use, and still serves to drain off the excess water from Duitoire, or to retain inside as much of it as is necessary for the irrigation of the sowing fields on low ground. Having visited the second or small sluice, we found that there was no water at all in the watercourse, nor could we observe how the water can drain away there or penetrate through the openings in the masonry of the sluice during high water. We did notice, however, that the masonry was cracked here and there, and that especially for lack of a roof over it, the woodwork has mostly decayed from standing in the sun, rain, and open air, while white ants nesting in the clay earth piled against the gates and at the bottom of the wooden beams have [illegible]. Furthermore, we found the ironwork and the chains belonging to it still existing, although rust has corroded and rotted the woodwork in several places where nails and bolts pass through. After this, in compliance with Your Right Honourable Grand Esteemed High Order, we took into examination the address concerning the making of the said two sluices, presented to Your Right Honourable Grand Esteemed by the mahamodliaar Dias and handed over to us for that purpose. We summoned the korle modliaar Alwis and the aforesaid master mason Gabriel de Sielwa to appear before us upon our arrival at Gale, but the first-named sent us word that he was very ill and suffering from fever, and also that in this condition of his, he was unable to have someone else answer anything relevant to the matter, and only requested some delay until his recovery. The second-named, however, appeared. We presented to him, the mason Gabriel, the contract of 30 October 1784, of which a copy is respectfully enclosed herewith, as well as the grievances of the aforesaid mahamodliaar in his address. He stated in reply that it is true that he signed the contract with the aforesaid modliaar Alwis, and each bound themselves jointly and severally, but that he, as a mason, had taken only the masonry work upon himself, and the said modliaar, on the contrary, the woodwork and carpentry that was to be done on both sluices; and that out of the four hundred rixdollars, he had enjoyed 150 and the modliaar Alwis 250. That in the first year he repaired the large sluice again, of which the iron and wooden beams had been torn away and washed a long distance away by a strong flood of water, and since then in the year 1788 he also worked on it; and by stopping the holes in the masonry near the trapdoors, he had also prevented most of the gushing out of the water.
Dutch transcription
19 853 199 - Den 29. 7ber: 1791. Den 29. 7ber: 1791. Voor het overige hebben wij gevonden dat gemelte groote sluijs met een ola dak voor zien is, tot preservatie van het houtwerk dat onder het zelve vertimmerd staat, het welk ons ook goed en gaaf zoo verre booven water staat, voorkomt, dog wij heb„ „ben de eijzere kettings van 9. voeten, lang ieder, tot het op en neerhaalen van de deuren van gem. sluijs op de smitswinkel ten dien eijnde aangemaakt, daar aan niet gevonden, maar een vijgertros die daar toe gebeezigd word, welke genomen is volgens opgaave van den singaleesen baas Metzelaar Gabriel de Zillva om de meerdere ligtheid tot dat werk en om dat men daarmeede eerder kan klaar maaken, dus dat evengem: groote sluijs zodanig in gebruik is, en als nog diend om het overtellige water van Dui¬ „toire te doen afzakken, of zoo veel ƒ e daar van te doen binnen blijven, als nodig e Siedan ntebarogting der Zaaijvelde op lasge grond van de tweede of kleene sluijs geweest zijnde hebben wij gevonden dat er in het geheel geen water in de spruit was, on ook niet hebben konnen „i hooda het water daar in kant afzakken of door de openingen van het metzelwerk van de sluijs, in de dee e „42en 74 en 24 hoog water, daar door dringen kan zin hebben egter opgemerkt s en nidat het met Deberk hier en daar gwas en dat inzonder „heid bij gebrek van een dak overge e houwerk meest al vn Elan is door in de zonen reeden dan in operlucht te hebben gestaair, hebbende de witte mieren die tegen aan de deuren, en onder aan de houte bulken gestaapelde klijen aarde nestelen, het ƒ voorts hebben wij het ijzerwerk en de kettings die 'er aan behoorde nog inweesen gevonden schoon de roest, het houtwerk op verscheide plaatsen daar spijkers en bouten door zijn ingevreeten en vermolmd heeft. 1 Hierna hebben wij ter voldoening aan uwel Edele Gestr: Groot achtb: hoog bevel in onderzoek ge„ „noomen het addres over het maaken van gem. twee sluijsen, door den mahamodliaar Dias aan uwel Edele Gestr: Groot achtb: gepresenteerd en aan ons ten dien einde ter hand gesteld: Wij hebben den korl modliaar alwis en den voorm: baas metzelaar Gabriel de Sielwa daar toe na onze komst op Gale bij ons ont„ „booden dog eerstgem: heeft ons laaten weeten dat hij heel ziek en aan de koorslag als ook dat hij in deeze zijnen toestand, niet in staat was iets ter zaake dienende, door een ander te laaten beandwoorden, en eenig uitstel maar te verzoeken, tot zijn bekoome weder herstelling. De tweede genoemde is egter ver„ „scheenen wij hebben hem de verbintenis acte van den 30. oktober 1784. waar van in eerbied bij deese een kopij gevoegd is, zoo wel als de bezwaaren van voorm: mahamodliaar bij zijn addres, hem metzelaar Gabriel voorgehouden. Hij geeft daarop te kennen dat wel is waar hij met voorm: modliaar Alwis, de verbintenis acte geteekend, en een ieder zig in solidum verbon„ „den, maar dat hij als Metzelaar het metzel werk alleen op zig genoomen heeft en gem: modliaar in tegendeel het hout en timmerwerk dat aan bij de sluijsen te doen was. Dat hij van de vier„ „hondert rd:s 150. en de modliaar Alurs 250. ge„ „nooten had. - - Dat hij in het eerste Jaar aan de groote sluijs waar van de eijzere houte balken door sterke vloed van het water weggerukt en een end ver weggespoeld waaren, weder hersteld en zedert in het Jaar 1788 daar aan ook gewerkt; en door het stoppen der gaaten in het metzelwerk bij de valdeuren, de uitstortingen van het meeste daar toe ook gedaan —. meeste deEnostders - 6 5 da water
English
200 201 The 29th of September 1741: The 29th of September 1741. prevented the water, but that this is a work that needs to be done on it every year during the dry season, as the surging water from the stream of Duitoere always reopens those paths and breaks an outlet between the earth and the masonry near and around the said sluice, as could always be seen and observed. That in the mentioned year 1788, having been summoned to Colombo by the Honorable, Valiant, Highly Esteemed, after his return from there, provided here with ten lasts of lime and 12 heads of materials house folk, he worked for a month at Duitoere, and completely repaired the small sluice which was severely dilapidated and of which the previously laid roof had also blown away and collapsed, but that having reached the point where the roofing had to be laid, which concerned the modliaar Alivis, who was also to provide the woodwork, he also handed everything over to him, the modliaar, and departed again from Duitoere to Gale. To the question put to him why two pillars of the roof of the small sluice were only raised halfway, and whether it had not been his duty to raise them so far that the woodwork of the roof could be placed on them, he, the mason Gabriel, answered that the raising of those pillars concerned the modliaar Alwis, since he had received 50 rd:s more for paying the workmen, and that he, Gabriel, had even left some masons under the mentioned modliaar for that purpose to be able to have those pillars raised, but that he cannot state whether the roof could not be completed due to a lack of woodwork or of tiles, with which it was otherwise previously covered, or rather because the mentioned modliaar could not perform his duties for some time, while shortly thereafter the time of their agreement had also expired. Having investigated to the extent that work was done on the sluices in the year 1788, contrary to the statements that nothing had supposedly been done for the mentioned mason Gabriel, whereby great damage was caused by not being able to have the prepared fields sown and by not being able to cultivate lands in the past year, the undersigned, having found no sufficient evidence of this latter point, but indeed that the small sluice, although unprotected by a roof, as far as concerns the masonry above ground, according to the aforesaid statement of the mason Gabriel, had been renewed from the foundations shortly before or in January 1789, and could therefore be used, asked the sabandaar modliaar Dias about the reason for this. Whereupon he indicated that although the just mentioned Gabriel, upon the order granted to him in the year 1788, worked for several days at Duvitoere with the people assigned to him, the same was nevertheless left unfinished, and the small sluice had consequently remained out of use, and that he is therefore of the opinion that both contractors are bound, on account of the damage they caused thereby, mentioned to 202 203 The 24th of December 1791. The 29th of September 1791. to return the moneys received for the construction and maintenance of the sluices. The deed of agreement states that the two contractors agreed, with the supply of the necessary wood, ironwork, lime, and stones, as well as coolies to bring the materials, to complete the work, and that for the 400 rd:s they had to pay nothing other than the wages of the carpenters and the masons; they also bound themselves to have the repairs during the first five years carried out at their expense, and if notable defects should arise that cannot be remedied, and the work consequently becomes entirely unserviceable, to then return the 400 rd:s entirely to the Company. As it has now appeared to us that the defects of the sluices are not such that they cannot be remedied, but rather can be repaired, and that the work already done by the contractors according to the demonstration given to them cannot be entirely rejected either, the undersigned are of the opinion, subject to higher and wiser judgment, because the indicated defects in the year 1788 were not completely restored due to the failure to erect a roof over the small sluice, and through lack of supervision the one left the work to the other, and this being something that should have taken place before the end of the stipulated first five years, but was not performed and was neglected, that consequently the same contractors shall be obligated to have both sluices completely repaired of the present defects under that same agreement, to which the aforesaid mason Gabriel promised to contribute his part, while in the event of continuous illness of the modliaar Alwis or through other impediments, if he cannot come to the work himself, what is missing can well be made at his expense. After which execution, by two special commissioners suited for that purpose, the mentioned both sluices can be inspected and handed over to the sabandaar modliaar; these commissioners will then at the same time be able to state in their report whether all the supplied woodworks and materials have genuinely been used on both sluices, and whether they found the ironwork which was specially made for that purpose at the blacksmith's shop here not
Dutch transcription
200 201 Den 29. 7ber: 1741: Den 29: 7ber: 1741. water belet heeft dog dat dit een werk is dat alle Jaaren daar aan in de drooge tijd dient gedaan te worden, wijl het aandringend water van de spruit van Duitoere alteid die weegen weder opent, en een uitweg doorbreekt tusschen de aarde en het metzelwerk bij en omtrend gedagte sluijs, zoo als dat steeds gezien en opgemerkt zoude kunnen worden Dat hij in gem: Jaar 1788. door uwel Edele Gestr: Groot achtb: na Colombo opgeroepen zijnde, na zijne te rug komst van daar met tien lasten kalk en 12. koppen Materiaalshuijs volk alhier voorzien, een maand lang op Diitoere gewerkt, en de kleene sluijs die sterk vervallen en waar van het bevoorens ge „legd dak ook weggewaaijd, en ingestort was, len eenemaal heeft verholpen, dog dat hij zoo verre gekoomen zijnde dat het dak werk moest opgelegd worden, het welk den modliaar Alivis, die de houtwerken te prevenieeren tevens aan betrof aan hem modliaar ook alles overge„ „geeven en weder van duitoere na Gale ver„ „trokken was. op de aan hem gedaane vraage waarom er twee pilaaren van het dak van de kleene sluijs maar halver weegen opgehaalt waaren; en of het zijn pligt niet was geweest, om het zoo ver optehaalen dat het houtwerk van het dak daar op kon gezet worden, andwoorde hij metselaar Gabriel, dat het ophaalen dier pilaaren den modliaar alwis aanbe„ „trof, alzoo hij 50. rd:s meer genooten hadde voor het betaalen der avoeidslieden, en dat hij Gabriel eenige metselaars onder gem: modliaar zelfs daar toe gelaaten hadde om die pilaaren te konnen laaten op haa „len, maar dat hij niet opgeeven kan of het dak door gebrek aan houtwerk of aan pannen, waarmeede het anders bevoorens ook gedekt was, niet heeft konnen voltooijt worden of wel om dat gem: modliaar zijn dienst eenigen tijd niet heeft konnen verrigten terwijl kort daarna de teid van hunne verbintenis ook verstreeken was gezaakt. In zoo verre onderzogt zijnde dat 'er aan de sluijsen in a:o 1788. gewerkt is tegen de opgaaven dat voor gem: Metzelaar Gabriel, niets gedaan zijn zoude, waar door groote schade veroorzaakt was, door het niet konnen laaten bezaaijen van de bequaame gemaakte velden, en door het niet konnen kultiveeren van gronden in het voorleeden Jaar, zoo hebben de onderge „teekenden als van dit laaste geene vol„ „doende blijken gevonden hebbende, maar wel dat de kleene sluijs schoon onbe „veijligd van een dak, wat aangaat het metzelwerk dat boven de grond volgens voorm: opgaave van den met zelaar Gabriel, kort te vooren of in Januarij 1789. van de fondamenten af vernieuwd was, en daar door heeft konnen gebruikt worden, den saban„ „daar modliaar Dias, na de reeden daar van gevraagd, dewelke daarop heeft te kennen gegeeven dat schoon even gemelden Gabriel op de ordre in a:o 1788. aan hem verleend eenige daagen op Duvitoere met het aan hem toegevoegde volk gewerkt heeft, het zelve egter onvollooijt, en de kleene sluijs daar door in onbruik gebleeven was, en dat hij alsoo van gedagten is, dat de beijde aannee„ „mers gehouden zijn door de schaade die zij daar door veroorzaakt hebben, gem: om 202 203 Den 24. xber: 1791. Den 29. 7ber: 1791. om de ontvangene penn: tot het aanmaaken en onderhouden der sluijsen weder uittekeeren. De verbintenis acte luijd dat de twee anneemers bedongen hebben, met toe „voeging van het noodige hout ijzer „werk, kalk, en steenen, als ook koelies om de materiaalen aantebrengen, het werk te vollooijen, en dat ze voor de 400. rd:s niet anders te betaalen had„ „den als het loon der timmerlieden en der metzelaars ook hebben zij zig verbonden om de reparatien in de eerste vijf Jaaren, te laaten doen, voor hunne reekening en zoo er merke„ „lijke gebreeken aankoomen mogten die niet te verhelpen zijn, en het werk mids dien ten eenemaal onbe„ „quaam word om als dan de 400. rd:s ge „heel aan de Companie te rug tekeeren. Wijl het ons nu gebleeken is dat de ge „breeken der sluijsen niet zodanig zijn dat ze om maar wel verholpen konnen worden, en dat het reeds gedaan werk der aanneemers volgens de aan hun ge¬ „daane aanwijzing ook niet geheel kan worden afgekeurt, zoo vermee„ „nen de ondergeteekenden met onder„ „werping aan hoog wijzer gevoelen om reeden de aangeweesene gebreeken in het Jaar 1788. door het niet op„ zetten van Een dak over de klijne sluijs niet volkoomen hersteld zijn, en door gebrek aan toezigt den een het werk op den ander heeft laaten aankoomen, en dit iets zijnde dat voor het uit einde van de bedongene eerste vijf Jaaren had„ moeten geschieden, dog niet verrigt maar verlost is geworden, dat der „halven de zelfde aanneemers verpligt zijn zullen van de teegenwoordige ge„ breeken dan bij de de sluijsen op dat zelfde accoord als nog volkoomen te laaten herstellen en waar toe den voorm: Metselaar Gabriel beloofd het zijne te zullen toebrengen, ter„ „wijl bij aanhoudende ziekte van den modliaar Alwis of door andere verhinderingen, zoo hij bij het werk zelfs niet zal kunnen koomen voor zyne reekening het ontbreekende wel zal konnen gemaakt worden. Na welke verrigting door twee daar toe ge„ „schikte expresse gecommitteerden gemelde beijde sluijsen zullen konnen opgenoomen en aan den sabandaar modliaar overgegeeven worden deeze gecommitteerden zullen dan tegelijk bij hun rapport konnen opgeeven of alle de opgebragte houtwerken en materiaalen weezendlijk aan beijde sluijsen verbruijkt zijn en of zij het ijzerwerk wat op de Smits winkel alhier Expres daar toe niet aangemaakt
English
204 205 The 29th of December 1791. The 29th of December 1791. prepared and delivered to Diwitoere, are actually found there, and if not, by whom the same will then still have to be accounted for, and how many tools have successively been received by the contractors for having the work carried out, how many of them they have accounted for again, and what still remains under their responsibility, of which woodwork, materials, ironwork, and tools a note from the Company's trade books can be handed to the said commissioners for that purpose, although of the aforementioned tools, as is said, the sabandhaar modliaar will have to provide a statement, who furnished a portion of all those which were made for Duwitoeze and delivered thither to the aforementioned contractors for the work on the sluices, and which are therefore not expressly debited separately in the names of both contractors. And considering that it appears from this report that the small sluice has completely fallen into decay and that the large sluice also requires repair, it has been approved and understood to send a copy of the said report to the servants at Gale, to be placed into the hands of the overseer of the Gale Korle Roosmalecocq, with orders to have both the aforementioned sluices properly repaired according to their obligation by the aforementioned modliaar of the Korle and mason in accordance with the proposal in that report, or failing that, to have the said sluices repaired for their account and put into condition so that the necessary use can be made of them. For the rest, we take the humble liberty, with the deepest respect and with all reverence, to sign this. Was undersigned: Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High Commanding Sir! Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed very humble and obedient servants. Was signed: M: I: Gratiaan and D: F: van Geijzel. In the margin: Gale, the 6th of September 1791. 206 207 The 29th of December 1791. Order regarding keeping the roads clean and level. to have them repaired and put into condition so that the necessary use can be made of them. Thus done and resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, D: F: Fretz, C: van Angelbeek, J: Rantous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. Honorable Colonel - - - Honorable Dissave - - - Honorable Secretary . . . - Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant Honorable Fiscal - - - Since the order to keep the roads clean and level, and that no one may narrow them by setting out their fences or walls or by digging ditches, is falling more and more into disuse, it was approved upon the proposal of the Governor Monday the 10th of October 1791. Present: The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Colonel Diderich Carel von Drieberg, The Honorable Dissave Diderich Thomas Fretz, The Honorable Maturese Dissave Mr. Christiaan van Angelbeek, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant. Absent: The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove, the first two due to indisposition, and the latter occupied in the service. to renew the order regarding keeping the roads clean and level.
Dutch transcription
204 205 Den 29. xber: 1741. Den 29. xber: 1791. aangemaakt en na Diwitoere bezorgd is, werkelijk daar aan vinden, zoo niet door wie dezelve als dan nog zal moeten verandwoord worden en hoe veel gereedschappen door de aannee„ „mers tot het laaten verrigten van het werk successive zijn ontvan„ „gen, hoe wel zij daar van hebben weder verandwoord en wat nog onder hun ter verandwoording staat, van welke houtwer„ „ken; materiaalen, ijzerwerk en gereedschappen een notietsie uit sComp:s negotie boeken alhier gemelte ge„ „committeerden ten dien eijnde zal konnen worden ter hand gestelt, schoon van de genoemde gereedschappen zoo men zegd, de sabandhaar modliaar een opgaave zal moeten doen, die van alle dezelven welke voor Duwi „toeze gemaakt en derwaards be „zorgd zijn, aan voorm: aanneemers een parthij heeft verstrekt, tot het werk van de sluijsen, en dewelke alzoo expresselijk niet apart gedebiteerd staan op de naamen der beijde aanneemers. En is uit aanmerking dat bij dit rapport blijkt, dat de kleijne sluijs geheel vervallen is en dat de groote sluijs meede reparatie vereischt, goed „gevonden en verstaan, een Copij van gem: rapport te zenden aan de be „dienden te Gale, om te worden gesteld in handen van den opziender der Gale korle Roosmalecocq, met last om beijde de voorsz sluijsen door voorm. modliaar der korle en Metzelaar overeenkomstig het voorstel bij dat rapport, behoorlijk te doen herstellen volgens hunne verbin „tenis, of bij gebreeke van dien ge „melde sluijsen voor hunne reekening Wij neemen voor het overige de nedrige vrij „heid met het diepste ontzag en met alle eerbiedigheid deeze te onderschrijven (:onderstond:) Wel Edele Gestr: Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer! uwer wel Edele Gestrenge Groot achtbaare gants oodmoedige en gehoor „zaeme dienaaren /:was geteekend:/ M: I: Gratiaan en D F: van Geijzel (:inmargine:/ Gale den 6. September 1791. — Wij te - 17 206 207 Den 29. xber: 1791. ordre nopens t schoon ssen houden der wee te laaten repareeren; en in staat stellen, om daar van het nodig gebruik te kunnen maaken. Aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo ten dage maand en Iaare voorsz: (:was geteekend:/ W: J: van de Graaff M: P: Raket, D: C: von Drieberg D: F: Fretz :van Angelbeek, I: Rantous, B: L: van Zitter, en A: Samlant E: Colonel - - - E: Dessave E: sekretaris. . . . -. E: Negotie boekhouder Abraham Samlant E: fiskaal - - - Vermits de order tot het schoon en ffen houden der weegen, en dat niemand met het uitzetten van hunne paggers of muuren dan wel met het graaven van gragten, dezelve mogen ver smallen, hoe langs hoe meer buijten observantie raakt. Is op de propositie van den Heer Gouverneur Maandag den 10. ' october 1791. Prezent Wel Edelen Groot achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff, E: Hoofdadministrateur Mattheus Petrus Raket, Diderich Carel van Drieberg Diderich Thomas Fretz E: Matureesche Dessave - M:r Christiaan van Angelbeek Benedictus Lambertus van Zitte Abzent M:r Johannes Adrianus Vollenhove de twee eersten mids in „dispositie, en de laatste geoccupeerd in den dienst. E: soldij boekhouder - - Gerrit Engel Holst, E: Eerste Pakhuijsmeester Iohannes Reintous goedgevonden „ te vernieuwen 206 207 de ordre nopens t schoon en effen houden der wee „gen te vernieuwen te laaten repareeren, en in staat stellen om daar van het nodig gebruik te kunnen maaken. Aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo ten dage maar en Iaare voorsz: (:was geteekend:) W: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg D: F: Fretz van Angelbeek, F: Runtor L: van Zitter, en A: Samla Den 29. 7ber: 1791. Maandag den 10: ' october 1741. Prezent Den Wel Edelen Groot achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff Den E: Hoofdadministrateur Mattheus Petrus Raket, Den E: Colonel- Diderich Carel van Drieberg Diderich Thomas Fretz Den E: Dessave- Den E: Matureesche Dessave - M:r Christiaan van Angelbeek Benedictus Lambertus van Zitto Den E: sekretaris- Den E: Negotie boekhouder Abraham Samlant Abzent Den E: soldij boekhouder - - Gerrit Engel Holst, D. en E: Eerste Pakhuijsmeester Iohannes Reintous M:r Johannes Adrianus Vollenhove Den E: fiskaal de twee eersten mids in „dispositie, en de laatste geoccupeerd in den dienst. Vermits de order tot het schoon en ffen houden der weegen, en dat niemand met het uitzetten van Hunne paggers of muuren dan wel met het graaven van gragten, dezelve mogen ver¬ smallen, hoe langs hoe meer buijten observantie raakt. Is op de propositie van den Heer Gouverneur goedgevonden -
English
208 209: The 10th of October 1791. To recommend the fiscal regarding that. To cede a certain piece of land to the Society for the Promotion of Agriculture in full ownership. It has been approved and agreed, by way of renewing the said order, to command the inhabitants by affixing notices that not only must each person keep the public roads clean and level as far as his land extends, but also that no one shall be permitted to jut out beyond the boundaries of his land with his fence or wall, much less narrow or obstruct the roads by erecting mandus, digging ditches, or in any other manner, all on pain of such punishment as shall be deemed appropriate according to the circumstances; and it is likewise agreed to recommend the Honorable Disava and fiscal that each, in his district, ensure that this order is strictly observed and proceed against offenders as the circumstances require. The following request, presented by or on behalf of the members of the society established for the promotion of agriculture, specifically to conduct an experiment to see whether good sugar could be produced on Ceylon, mentioned in the resolution of the 26th of May 1789, was read around by the Honorable members and is now brought to the table: The undersigned, requested and deputed thereto by the members of the society for the promotion of agriculture to conduct an experiment to see whether good sugar could be produced on Ceylon, and which partners, for the encouragement of this undertaking, have already obtained a very favorable resolution from Your Right Honorable and Worshipful Sirs on the 26th of May 1789, take the liberty hereby to submit to Your Right Honorable and Worshipful Sirs: That the experiments already conducted regarding the feasibility of this work have met expectations fairly well, and that the partners have consequently resolved to pursue this undertaking in earnest, if Your Right Honorable and Worshipful Sirs would have the goodness, by a new resolution, Right Honorable, Worshipful, and Highly Commanding Lord. The 10th of October 1791. To the Right Honorable and Worshipful Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies. 216. The 10th of October 1791. The 10th of October 1791. to cede to them the entire piece of land mentioned in the aforesaid resolution, measuring, according to the incoming reports, approximately 200 morgen, and that in full and irrevocable ownership, so that the partners may not only use the entire aforesaid piece of land as they see fit and have it planted with all such products as they find to be most to their advantage, but also sell, alienate, and divide the same as they shall decide, and that under the following conditions, to wit: 1. If, during the clearing of the lands, cinnamon trees or plants are found, the director of the plantation shall take proper care of them; he shall be permitted, if necessary, to have them transplanted in order to unite them in a separate place expressly destined for that purpose, where all possible care shall be taken of them for the benefit of the Company. 2. The interested parties shall pay annually to the Company for the aforesaid piece of land, instead of all other taxes customary in the granting of lands and in redemption thereof, two shillings or one quarter rixdollar for each morgen, according to the survey that is to be made thereof by the sworn surveyor, beginning on the first of December 1792. 3. The sugar and the rum which the society causes to be produced shall always be and remain considered as items of free trade, and the society shall accordingly be permitted to sell them at their pleasure and to whomever they wish without being hindered therein in any way. Both the sugar and the rum shall now and forever be exempt from all duties whatsoever, insofar as they are not exported to other places situated outside the island. For the sugar exported to any places situated outside the island, an export duty of 5 percent shall be paid to the Honorable Company; for the rum exported to any places situated outside the island, an export duty shall be paid to the Honorable Company equal to that which is currently paid, or shall hereafter be paid, for Colombo double arrack, with which it shall in all cases be and remain equalized in the matter of export duties. 4. In case coffee and pepper are planted on the plantation, both the 211 sworn coffee
Dutch transcription
208 209: Den 10 ' oktober 1791. fiscaal daar omtrent te recommandeeren zeker stuk grond aan de Socreteit ter bevordering van den landbouw in vollen eigendom te Ceederen goedgevonden en verstaan, bij weege van reno „vatie van gemelde order, de ingezeetenen door offixie van biljetten te gelasten, dat niet alleen een igelijk sHeeren weegen, zoo ver zijn grond strekt, moet schoon en effen houden, maar ook dat niemand met zijn pagger of muur zal moogen uitspringen buijten de limieten van zijn grond, veel minder met het opzetten van mandoes, grae„ „ven van gragten of op eenige andere wijze, de weegen versmallen of belamme„ „ren, alles op parie van zodanige Correctie als naar omstandigheid zal worden bevonden te behooren, en is teffens ver„ en wat den dessaveen „staan d'E: Dessave en fiskaal te recom„ „mandeeren om ieder in zijn district, te zorgen, dat deeze order stipt word naargekoomen en teegen de Contraventeurs te procedeeren naar bevinding van zaken Js bij dE: leeden rond geleesen en tans ter tafel gebragt het ondervolgend request, gepresenteerd door of van weegens de g leeden van de solietijd ter bevordering van den landbouw aangegaan in zonder „heid om een proef te neemen, of op Ceilon goed zuijker zoude kunnen worden aangemaakt, vermelt bij resolutie van den 26. Maij 1789 De ondergeteekenden daar toe verzogt en gesprteerd, door de leeden van de societeyd tot bevordering van den landbouw om een proef te neemen of niet op Ceilon goede zuijker zoude kunnen aangemaakt, en welke geassolieerden ter aanmoediging van deeze onderneeming bereeds op den 26. Maij 1789: een zeer gunstige resolutie van uwel Edele Gestr: Groot achtbaare hebben verworven, nee„ „men de vrijheid door deezen aan hoogst den zelven te vertoonen. Dat de proeven bereeds genoomen over de uitvoerlijkheid van dit werk, aan de verwagting daar van tamelijk wel hebben voldaan, en dat de ge„ „associerden daar op zijn te raade geworden, deeze onderneeming met ernst te doen doorzetten, indien uwel Edele Gestr: Groot achtb: de goedheid gelieve te hebben bij een nieuwe resolutie Wel Edele Gestr: Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer. Den 10.' oktober 1791. Aan den Wel Edelen Groot achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff, raad ordinair van Nederlands Jndia, Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden. H aan 2 Aan 216. Den 10. oktober 1791. Den 10. oktober 1791. aan dezelve te Cedeeren het geheele stuk grond bij voorsz: resolutie vermelt groot volgens de ingekoomene rapporten min of meer 200. morgen en zulks in vollen en onherroepen lijken eigendom, zoo dat de geassocieerden het geheele voorsz: stuk grond niet alleen kunnen gebruiken na goedvinden en het doen beplanten met alle zulke producten als ze zullen bevinden dat strekken tot hun meeste voordeel, maar ook het zelve verkoopen, veralineeren en verdeelen zoo als ze dat zullen te raade worden en dat op de vol„ „gende Conditien te weeten. 1. Indien bij het schoonmaaken der gronden kanneel boomen of planten gevonden worden zal de directeur van de plantagie daar voor behoorlijke zorge draagen, hij zal ze des noodig zijnde mogen doen verplanten om ze te vereenigen op een aparte plaats daar toe Expres gedesti„ neerd, alwaar voor dezelve alle moogelijke zorge zal worden ge „draagen ten profijte van de Comp„e 2. ) De geinteresseerden zullen voor het voorsz: stuk grond insteede van alle andere lasten, bij het afgeeven van landen gewoon en tot afkoop van dezelve aan de Comp: Jaarlijks betaalen twee schil„ „lingen of een quart rd:s voor elke morgen na de meeting die daar van door den gezw: landmeeter staat te worden gedaan, te beginnen met primo xber: 1792. 3.) De zuijker en de rui, die de societeit doet aanmaaken, zullen altoos zijn en blijven geconsidereerd als artikels van vrijen „handel en zal de solietijd mits dien de„ „zelve naar welgevallen en aan wien ze wel moogen verkoopen zonder daar in op eenigerhande wijze te kunnen worden gehinderd. Beijde de zuijker en de rum zullen voor nu en altoos vrij zijn van alle impositien, hoe genaamd voor zoo verre ze niet na andere plaatsen buijten het Eiland geleegen worden uitgevoerd voor de zuijker, die uitge„ „voerd word naar eenige plaatsen buiten het Eiland geleegen, zal voor uitgaande regten 5. percento betaald worden aan dE: komp:e voor de rum die uijtgevoerd word naar eenige plaatsen buiten het Eiland geleegen, zal aan dE: Comp: worden betaald voor uit„ „gaande regt, even zoo veel als tans betaald word of na deezen zal worden betaald voor de Colombosche dub„ belde arrak waarmeede ze in allen gevalle in het stuk van uitgaande regten zal zijn en blijven gelijk gesteld. 4. Bij aldien koffij en peeper op de planta „gie aangeplant worden zullen zoo wel de 211 gezw: koffij
English
The 10th of October 1791. The 10th of October 1791. coffee as well as pepper, being among the commodities in which the Company trades exclusively, shall be delivered to Their Honours at the prices already determined, or to be determined hereafter. 5. Whenever the Honourable Company shall require sugar or rum on this island for its own use, it shall have the preference to purchase them, provided that the society is warned six months in advance, in order to prevent the society from having at any time to pay compensation to the persons with whom it might have entered into certain agreements for the delivery of sugar or rum, and provided that the Company pays the society the market price and thus just as much as others offer to pay for it. 6. In case the piece of land ceded to the society in the manner aforesaid is sold, whether in whole or in part, the two schellingen per morgen shall continue to be paid by the new owners, and in addition, upon each sale, the twentieth penny shall be paid for the right of this government. 7. The society shall have the liberty to have erected upon the aforesaid terrain all such buildings as it shall deem necessary, without any tax ever being imposed thereon. 8. The society shall have the liberty to have felled in the neighbouring forests the timber that it will need for the construction of houses, warehouses, mills, or whatever it may be, as well as firewood for its daily use, without paying anything for it; only it shall have to conform in this matter to the orders and established customs regarding the cutting of timber. Finally, the petitioners take note here that although the resolution of the 26th of May 1789, mentioned at the head of this document, tends in many respects to encourage and favour this enterprise, nevertheless certain things occur therein that could become detrimental to this enterprise; and they therefore request, in the name and on behalf of the associates in the aforesaid society, their principals, that this resolution may be revoked by a further resolution and, for the peace of mind of the interested parties, be declared to be held as null and void by Your Right Honourable Sir. The undersigned have the honour to be, with all high esteem, [underneath stood:] Right Honourable, Highly Respected, Noble Lord! Your Right Honourable Sir's obedient servants, [signed:] A. Samlant, and I. F. Conradi. [in the margin:] Colombo, the 4th of October Anno 1791. Whereupon, deliberation having been held, it was taken into consideration that nothing can contribute more to the prosperity of a colony, and to the advancement of its commerce, than to increase the produce of the land, and that the surest way to make agriculture flourish is that those who undertake any enterprise are assured of full and irrevocable ownership; and after these grounds had been examined along with the petition transcribed here above, it was approved and agreed to cede the piece of land requested therein and described at length to the same society, as it is ceded by these presents, and that in full and irrevocable ownership, precisely and on such footing as was requested in the aforesaid petition, without any other burdens or impositions ever being placed upon it, provided that everything mentioned in the aforesaid petition is continually fulfilled. Furthermore, it was agreed, in accordance with the request made by and on behalf of the society in the aforesaid petition, and for such reasons as are stated therein, to revoke hereby the resolution of the 26th of May 1789 mentioned therein, and to declare, as is done by these presents, that the same resolution shall now and forever be held as null and void. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. [was signed:] W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, D. T. Fretz, C. van Angelbeek, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Agrees, Dijbrands, First Clerk.
Dutch transcription
Den 10' oktober 1791. Den 10. ' oktober 1791. koffij als de peeper als zijnde bij de zaaken waar in de komp:e alleen handelt aan haar Ed: worden geleevert tegens de prijsen bereeds vast gesteld, of na deezen nog vast te stellen. 5:/ Wanneer de Ed: komp: tot haar eige gebruik op dit Eiland zuijker of rum zal nodig hebben de preferentie om die te koopen, mits de solie „teid ses maanden voor uit word gewaar „schouwd, ter voorkooming, dat de solie tijd niet somtijds schadvergoeding zoude moeten doen aan de luijden waarmeede dezelve eenige bedingen over het leeveren van zuijker of rum konde hebben aangegaan en mids dat de komp:e aan de societijd betaald de prijs van de markt en dus even zoo veel als anderen daar voor presenteeren te betaalen. 6 Jngeval het invoegen voorsz: aan de solciteid gecedeerde stuk grond word verkogt, het zij geheel of ten deele zullen de twee schellingen per morgen bij voortduuring moeten worden betaald door de nieuwe eigenaars en zal boven dien bij elke verkooping worden betaald de twintigste penning voor 'Theezen geregtigheid. 7. / Desoliteijd zal de vrijheid hebben op het voorsz: termzijn te laaten zetten alle zulke gebouwen, als ze zal nodig oordeelen zonder dat daarop ooit eenige belasting zal worden gelegt. 8./. De solietijd zal de vrijheid hebben in de na bij leggende bosschen te laaten kappen het hout dat ze zal nodig hebben tot op bou„ „wen van huijsen, pakhuijsen, moolens, of wat het zoude mogen zijn, zoo wel als het brandhout tot haar dagelijks ge „bruik, zonder daar voor iets te betaalen alleen zal ze zig in deezen moeten konfor„ „meeren aan de orders en getablisseerde gewoonten op het stuk van het hout hakken de vrijheijd Eijndelijk neemen de supplianten hier aantemer „ken, dat of schoon de resolutie van den 26. Maij 1789. in den Hoofde deezes vermelt in veele opzigten is strekkende ter aanmoediging en begunstiging deezer onderneeming daar bij des niet temin deeze en geene dingen voorkoomen, der aan deeze onderneeming zouden kunnen schade „lijk worden, en ze verzoeken mids dien uit naam en van weegens de geassocieerde in de voorsz: societeid hunne kommittenten, dat deeze resolutie bij een nadere resolutie mag worden ingetrokken en tot gerustheid van de geinteresseerden worden verklaard, dat ze door uwel Edele Gestr: Groot achtb: word De ondergeteekenden hebben de eer met alle hoog achting te zijn (:onderstond:/ Wel Edele Gestr: Groot achtb: Hoog Geb: Heer! uwel Edele Gestr: Groot achtb: gehoorzaeme dienaeren (:geteekend:/ A: Samlant, en I: F: Conradi (:inmargine:/ kolombo den 4: oktober A:o 1791. Waar op gedelibereerd zijnde is in agting genoo„ „men dat niets meer tot de welvaart van een kolonie, en tot bevordering van derzelver kommercie strekken kan, dan te vermeerde „ren de voortbrengselen des lands, en dat de zekerste weg om den landbouw te doen opnee „men, is dat de geene, die eenige ondernee„ „ming doen, verzeekerd worden van een vollen en onherroepelijken eigendom, en na deeze gronden g'examineerd zijnde, het hier boven ingeschreeven request, is goedge„ gehouden voor vervallen. 213 Eijndelijk „vonden Den 10. ' oktober 1791. op verzoek van gem: socie„ zeker resol: zal worden vonden en verstaan, het daar bij verzogte en in het breede beschreeven stuk grond, aan dezelve societeid te Cedeeren zoo als het zelve gecedeerd word door deezen, en zulks in vollen en onherroepelijken eigen„ „dom even en op dien voet als het bij voorsz: request is verzogt, zonder dat daar op ooit eenige andere lasten of impositien zullen worden gelegt, mids bij voort„ „dieuring voldaan word aan al het geene bij het voorsz: request is vermeld: Voorts is verstaan om overeenkomstig het „teit te verklaaren dat verzoek door en van weegens de solietyd bij voorsz: request gedaan, en om zodanige gehouden voor venallen reedenen als daar bij zijn vermeld, bij deezen intetrekken de daar bij vermelde resolutie van den 26. Maij 1789. en te verklaaren, gelijk geschied door deezen dat dezelve resolutie nu en voor altoos zal worden gehouden voor vervallen. Aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo ten dage maand en Jaare voorsz. (:was geteekend:/ W: J: van de Graaff M: P: Rakel, D: C: von Drieberg, D, T: Fretz, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter e A: Samlant. Akkordeert Dijbrands Eeek Den 10. ' oktober 1791. op verzoek van gem: socie„ zeker resol: zal worden gehouden voor venvallen vonden en verstaan, het daar bij verzogte en in het breede beschreeven stuk grond aan dezelve societeid te Cedeeren zoo als het zelve gecedeerd word door dee ze zulks in vollen en onherroepelijken „dom even en op dien voet als het bij voorsz: request is verzogt, zonder dat daar op ooit eenige andere lasten of impositien zullen worden gelegt, mids bij voort„ „dieuring voldaan word aan al het geene bij het voorsz: request is vermeld: Voorts is verstaan om overeenkomstig het teit te verklaaren dat verzoek door en van weegens de solietyd bij voorsz: request gedaan, en om zodanige reedenen als daar bij zijn vermeld deezen intetrekken de daar bij ver resolutie van den 26. Maij 1789. en te verklaaren, gelijk geschied door deezen dat dezelve resolutie nu en voor altoos Aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo ten dage maand en Jaare voorsz. (:was geteekend:/ W: J: van de Gra M: P: Rakel, D: C: van Drieberg, D T: Fretz, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter e A: Samlant. Akkordeert zal worden gehouden voor vervallen. Dybrands lyklerk