Inventory 3929
Malabar · 448 pages · 170 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
358 20:— Invoice report according to according to Surplus Shortage Per Cent lb 1033572. 1002565. — 31007. actual according to Surplus Shortage per Cent lb 1000. 990. - —. 10. 1. nails thin single in 1 barrel 3. Lock plates in 22½ pieces as 221 7/8 lb Double in 12½ pieces and 263 7/8. Single - 10. ditto bundles 400 - 400. —. —. —. Rattans of 50 pieces each. pieces 2. 2. —. —. —. balance and large packaged in gunny weighs 255 lb and 200 lb 3. sugar coolers in 2500. cans. [illegible] In a chest marked No. 25 weighs gross 406 lb thereof in 200. 199½. —. —¼. — 1/8. yellow copper in 6 plates 100. 99 7/8. —. — 1/8 —/8: ditto ditto Brass in 2 bundles In a chest marked no. 1. weighs gross 406. lb therein 301. 300 / —. 5/0: — ditto: Red copper in 7 plates. A chest marked No. Jvt. Gross 493 therein 403: 402½. —. —½. — ditto: Red copper in 10 plates 192. 191¾. —. —¼: — 1/18. yellow ditto 3 ditto 117. 116 7/8: — 5/8: — 1/8: ditto Brass in 2 bundles 533. 532 7/8 —. 5/8. — 1/8. Sheet lead in 4 pigs The above-mentioned deficit being the permitted write- off At the Equipment yard The permitted write-off lb 10000 9768. — 232. 2¼. [illegible] Hoop iron And after deliberation it was approved and agreed for the unaccounted deficit of 51 3/8. jugs of vinegar, 12 Grenadier muskets and 82 lb of hoop iron Cochin the 16 April Anno 1791: /was signed /: I: L: van Spall. 1. —. —. —. old heavy rope in 20 coils whereof 18 coils of 15 inches thick and 2 of 13 inches thick At the Ship carpentry yard Spars 6. 6 —: —. —. Tin slonsjes of 1½ per Cent amounts to lb 150 — ditto Must by the ship's officers be compensated - - 82 1. —. —. —. shroud of 7 inches 2. 2. — — —. ditto 5 of ƒ the n 500: 485. 12½ —: 15. costs 66:- Invoice report 1. 1: — - 1 d n council st da 359 to have debited to the pay accounts of the ship's officers, to have written off the defective barrel in which the lead musket balls were stored and the 23 sailcloths found to be suffocated and defective, to send to Europe according to the order the 24 pieces of defective and broken round shot of 6 and 3 lb, 5 defective bombs of 9¾ and 5 7/8 inches and six pounds of nut dust and gravel, and to have received as such the 50 drum hoops that were found in a chest instead of the same number of drum cords, and on the further delivered goods to validate the permitted leakage, and to reimburse the ship's officers at the buyout price for whatever they delivered in excess thereof, as well as to have repaired the 2000 lb of gunpowder found to be too poor before the onset of the bad monsoon. Concerning the well-delivered Arrack, it is agreed to note hereby that although, according to what was noted in the resolution of 22 March last, several leaguers were found to be deficient, the officers replenished them from their own private stock, and thus surrendered the leaguers full and in good condition. Agreed Arnold Lunel Concerning [illegible] G E Deficit: p Swabe 20. — 360. No: 28: Cochin the 15th of October Anno 1791: C. W. Kautz 1: Journal 1: Ledger 1: Specification Book 1: General Cash Book 1: Small Cash Book Register of the transmitted 739 Trade Books of Anno 1789/90. for the Zeeland Chamber to wit Hendk. Oselet for the packing: Netherlands. Gentlemen To the Right Honorable Directors of the Dutch Chartered East India Company at the Chamber of Amsterdam Right Honorable Gentlemen! We have the honor to present herewith the copy of our letter of today to the presiding Chamber of Zeeland, with the accompanying enclosures according to the register; while we commend your Right Honorable and the important interests 20:— 363 Cochin. the 15th of October interests of the Company to God's protection, and remain with respect and loyalty. Right Honorable Gentlemen Your Right Honorable's humble and faithful servants JH van Bos Let Cellarius WV: Haesten Arnold Lunel. J Spall G GGebhard J: A: Eversdijck 20: 1791. C No: 1: Netherlands To the Right Honorable Gentlemen Directors of the Dutch Chartered East India Company at the Chamber of Amsterdam Right Honorable Gentlemen! We have the honor to present herewith the copy of our letter of today to the Presiding Chamber of Zeeland with the accompanying enclosures according to the register; While we commend your Right Honorable and the important interests of the Company to God's protection 5 362 Cochin the 31st of September and remain with respect and loyalty Right Honorable Gentlemen! Your Right Honorable's humble and Faithful Servants G. G van Angelbeek A H Cellarius d Waeften Arnold Lunel. Vn H Overdegreke A Spall GG Gebbrardt W Svaannoorp 20:— 1791. Netherlands To the Right Honorable Gentlemen Directors at the Meeting of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presiding Chamber of Zeeland Right Honorable Gentlemen. After the dispatch of our humble letter of 15 October last, which was sent in quadruplicate to Ceylon, we had the honor on the 20th of this month to receive two packets from your Right Honorable, containing one register with the accompanying enclosures of 26 November costs - . - 20:— 63
Dutch transcription
358 „ 20:— Faktuur rapport volgens volgens Meerdr Minor. P„r C=to lb 1033572. 1002565. — 31007. eegens volgens Meerd: Mind: p:r C„ lb 1000. 990. - —. 10. 1. spijkers Dunne Enkelde in 1 vat 3: Sloot planten in 22½ stuks als 221: /8 lb Dubbelde in 12½ stuks en 263 7/8. „ Enkelden - „ 10. d=o bosen 400 - 400. —. —. —. Rottings van 50 p=s ieder. p/s 2. 2. —. —. —. ballans en groote in goenij gembaleerd weegd 255: lb en 200 lb 3. zuijker Loeder in 2500. kan. „nassers In Een kas gemt. No. 25 weegd bt. 406. lb daar van in „ 200. 199½. —. —¼. — 1/8. guel koper aan 6 plaaten „ 100. 99 7/8. —. — 1/8 —/8: d=o d=o Lattoen aan 2 bossen In Een kas gemt. no. 1. weegt bruto 406. lb daar in „ 301. 300 / —. 5/0: —d: Rood koper aan 7. plaaten. Een kas gem. No. Jv=t. B„. 493 daar in „ 403: 402½. —. —½. — d: Rood koper aan 10. plaaten „ 192. 191.¾. —. —¼: — 1/18. geel d=o „ 3 d=o „ 117. 116 7/8: — 58: —8: d=o „ Lattoen aan 2 bossen „ 533. . 532 7/8 —. 5/8. — /8. Lietslood aan 4. zeugen De Bovenstaande minderlies zijnde de Gepermitteerde af „ schrijving Op de Equipagie werff De Gepermitteerde afschrijving lb 10'000 9768. — 232. 2¼. r=m Hoepijzer En werd na deliberaatsie goedgevonden en verstaan voor de te min verantwoorde 51 3/8. kannen azijn, 12 Grenadiers geweeren en 82. lb hoepijzer RoAtsiem den 16 April Ao 1791: /was geteekend /: I: L: van Spall. 1. —. —. —. oud swaar touw aan 20. worsten waar van 18: worsten van 15 dm dik en 2 van 13 d=m dik Op de Scheepstimmerwerff Spieren 6. 6 —: —. —. Blekke slonsjes van 1½ p„r C=to bedraagt. . lb 150 — dc Dient door de overheeden vergoed te worden - - „ 82„ 1. —. —. —. wand van 7. d=m 2. 2. — — —. d=o „ 5 „ van ƒ den n „ 500: 485. 12½ —: 15. kost 66:- Setuur rapport 1. 1: — - 1 d n raad st da 359 den Scheepsoverheeden op soldy reekening te laaten belasten het onbequaame vat daar loode koge in geweest zijn en de 23 verstikt en onbequaam bevondene have doeken te laaten afschryven, de 24. stux onbe „quaam en aan stukken bevonden rond scherp van 6 en 3 lb 5: onbequaam bommen van 9¾. en 5 7/8. duim en ses ponden stof en gruis van nooten vo# „gens de ordre naar Europa te zenden, e de 50 tromhoepen die in steede van zo veel tromreepen in een kas bevonden zyn als zodanig te laaten inneemen en op de verdere uitgeleeverde goedere de gepermitteerde spillasie te valideere en het geen de scheeps overheeden daar boven uitgeleeverd hebben aan hen uitkoops goed te doen mitsgaders de 2000: lb te slegt bevonden buskruijt voor het doorbreeken der quaade mousson te laaten repareeren Nopens de wel uitgeleeverde Arak, is de verstaan hier bij te noteeren, dat af schoon volgens het aangeteekende bij resoluutsie van den 22 Maart J„o leeden verscheidene leggers wan bevonden zijn, de overheeden dezelven uit de quantiteit van hun eigen partikuliere aangevuld en de leggers dus vol en wel overgegeeven hebben. Akkordeerd Arnold Lunel Nopens Nedgezie G E Tekart:s: p Swabe 20. — 360. No: 28: Koetsiem den 15:=e oktober A„o 1741: C. W. Kautz 1: Journaal 1: Groot Boek 1: specifikaatsie Boek 1: Groot Kassa Boek 1: kleene kassa Boek Register van de overgaande 739 Negotie Boeken van A„o 1739/90. voor de kamer Zeeland te weeten Hendk. Oselet voor de afpakking: Nederland. Heeren Aan de Weledele Hoog achtbaare Bewindhebberen van de Nederlandsche geoktroi eerde Oostindische Kompenie ter kamer Amsterdam Weledele Hoog achtbaare Heeren! Wij hebben de eer hiernevens aantebieden de Kopij van onzen brief van heeden aan de presidiaale Kamer Zeeland, met de daarby gehoorende by lagen volgens register; terwijl wij uw wel edele Hoog achtbaare en de wigtige be„ langen 20:— 363 Koetsiem. den 15:e oktober „langen der Maatschappij in Gods bescher ming aanbeveelen en met eerbied en trouw blijven. Weledele hoog achtbaare Heer Uwer weled. hoog acht onderdanige en getrouwe dienaaren JHvan Bos Let Cellarius WV: Haesten Arnold Lunel. JSpall G GGebhard J: A: Eversdijck „ 20: 1791. C No: 1: Nederland Aan de weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen van de Nederlandsche Geoktroieerde oostindische kompenie ter kamer Amsterdam Weledele Hoog achtbaare Heeren! Wij hebben de eer hierneevens aantebieden de kopij van onzen brief van heeden aan de Presidiaale kamer Zeeland met de daar bij gehoorende bijlaagen volgens register; Terwijl wij uw weledele Hoog achtbaar en de wigtige be„ „langen der Maatschappij en Gods bescherming aanbeveelen 5 362 Koetsiem den 31:' 7ber: aanbeveelen en met eerbied en trouwe blijven Weledele Hoog achtbaare Heeren! uwerweledele Hoog achtbar onderdaanige en Getrouwe Dienaaren G. G van Angelbeek A HCellarius d Waeften Arnold Lunel. V„n H„ Overdegeke A Spall GG Gebbrardt WSvaannoorp „ „ „20:— 1791. Nederland Aan de weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen ter Vergadering van zeventienen, repre„ „senteerende de Generaale Nederlandsche Geoktroieerde Oostindische kompenie ter Presidiaale kamer Weledele Hoog achtbaare Heeren. Na het afgaan van onzen onderdaa„ „nigen van den 15. e October laastlee„ „den, die vier dubbel naar Ceilon gezonden is, hebben wij op den 20. e dee„ „zer de eer gehad twee pakketten van uw weledele Hoog achtbaare te ontvangen, behelsende het eene een register met de daar bij ge„ „hoorende bijlagen van den 26. No„ Zeeland „vember kost „ - . - „ 20:— 63
English
November 1790, and the other your Right Noble, Right Honorable, Much Respected dispatch of 4 January of this year, with the corresponding enclosures according to the register of the 19th following, both brought to Ceylon with the ship Christophorus Columbus and sent hither from there. The aforementioned ship Christophorus Columbus put into our roadstead on 6 November last due to a lack of drinking water and on account of the many sick, who were mostly scorbutic. We took 81 persons from it into our hospital, provided the ship with water and refreshments, and let it continue its journey to Ceylon again; however, this could not take place earlier than the 16th following, because the unusually heavy rains and wind squalls that occurred during that time, together with the strong drainage of the river caused thereby, caused much hindrance, both in retrieving the sick and in providing drinking water and refreshments. The ship de Indus arrived here on the 26th of this month from Batavia with a cargo for this government, mainly consisting of: 2000 canassers of powder sugar 50000 lb Japan bar copper 10000 lb cloves 1000 lb nutmegs and 308 lb mace With which ship we have also received three packets from your Right Noble, Right Honorable: One containing an extract from your Right Noble, Right Honorable's dispatch to the High Indian Government of 11 May 1790. A dispatch from your Right Noble, Right Honorable to us of 11 May aforementioned, with a register and enclosures of the 20th June following. And the duplicate of the aforementioned dispatch of 26 November 1790. The honored orders of your Right Noble, Right Honorable contained therein, we shall let serve for our dutiful guidance. The Second and Head Administrator Jan Lambertus van Spall and the Secretary of Police Arnoldus Lunel thank your Right Noble, Right Honorable most humbly for their promotions. We have this time again procured three thousand three hundred and eighty pounds of cardamom, which we are now sending with the ship Doggersbank, which is collecting the remaining pepper lying here, to Gale, costing f 2. 14. — per pound. Furthermore, we have the honor to enclose herewith a list of four bills of exchange, totaling twenty-four thousand six hundred and ninety-nine guilders and seven stuivers, and request that you be pleased to honor the same with payment, consisting of the following: Rupees 999 1/2 counted into the Company's treasury by the Senior Merchant, Second, and Head Administrator Jan Lambertus van Spall, to be repaid to the house of Evert and Anthonij Scheer in Amsterdam at f 1299. 7. —. Carried forward f 1299. 7. —. Brought forward f 1299. 7. —. Rupees 14000 counted into the Company's treasury by the Sea Captain Christiaan de Cerff, commanding the Company's ship Doggersbank, to be repaid upon his arrival there to him, or his authorized agents or heirs, at f 18200. —. —. Rupees 1600 counted into the Company's treasury by the Captain-Lieutenant of the aforementioned ship, Frans van Vlaanderen, to be repaid upon his arrival there to him, or his authorized agents or heirs, at f 2080. —. —. Rupees 2400 counted into the Company's treasury by the Lieutenant of the aforementioned ship, Klaas Peters, to be repaid upon his arrival there to him, or his authorized agents or heirs, at f 3120. —. —. Total f 24699. 7. —. Herewith we commend your Right Noble, Right Honorable and the important interests of the Company to God's protection, and have the honor to be with all respect and fidelity, Right Noble, Right Honorable Sirs, Your Right Noble, Right Honorable's Humble and Faithful Servants, J. G. van Angelbeek J. L. v. Spall G. Gebhardt W. v. Haeften J. H. Cellarius Arnold Lunel J. A. Everstick W. H. van Bossen Cochin, the 31st of December 1791. Register of the papers which, by order of the Right Noble, Honorable, Grand Respected Johan Gerrard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, together with the Council at Cochin, are sent to the Noble, Right Honorable Lords Directors in the Assembly of the Seventeen, representing the General Chartered East India Company of the United Netherlands at the Presidial Chamber of Zeeland, with the State's brig de Vlieg; to wit: No. 1: Original dispatch of today, by and to as mentioned in the heading. No. 2: Closed secret packet. No. 3: Two lists of what was furnished here to the State's brig de Vlieg. No. 4: Two bills of exchange and letters of advice from the Commander of the aforementioned brig drawn upon the Right Noble, Honorable Lord Receiver-General Graafland, amounting to f 1597. 17. 8 and f 98. 13. 8. Cochin, the 27th of February 1792. Arnold Lunel, Secretary. To the Right Noble, Right Honorable Lords Directors in the Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber of Zeeland in Middelburg. Right Noble, Right Honorable Sirs, At the request of the Commander of the State's brig de Vlieg, Mr. Jan Barend Zeegers, we have furnished here for the service of the same f 800 in cash, and some further necessities specified in two signed lists respectfully enclosed herewith, dated the 21st and 24th of this month, and amounting to f 1597. 17. 8 and f 98. 13. 8, of which we humbly offer the first bills of exchange and letters of advice, while we commend your Right Noble, Right Honorable and the important interests of the Company to God's protection, and remain with respect and fidelity, Right Noble, Right Honorable Sirs, Your Right Noble, Right Honorable's Humble and Faithful Servants, J. G. van Angelbeek J. L. v. Spall G. Gebhardt W. v. Haeften W. H. van Bossen Arnold Lunel J. H. Cellarius J. A. Eversteijk Cochin, the 27th of February 1792.
Dutch transcription
362 „vember 1790: en het ander uwer weledele Hoog achtbaare veel ger „pekteerde missive van den 4. ' Janua„ deezes Jaars, met de daar bij ge „hoorende bijlagen volgens register van den 19. e daar aan, beide met schip Christophorus Columbus op Ceilon aangebragt en van daar herwaards gezonden. Het evengemelde schip Christ op E rus columbus heeft den 6. Novem „ber Jongstleeden wegens gebrek aan drinkwater en om de veele zieken, die meest scorbutik wa „ren onze rheede aangedaan. wij he „ben daar van 81. koppen in ons Ho: „pitaal genoomen het schip van wa „ter en verversching voorzien, en de reize naar Ceilon weder laa „ten vervolgen; doch dit heeft niet eerder kunnen geschieden dan den 16. e daar aan, door dien de dien tijd geweest zijnde ongewoone zwaare reegens en windbuien mit „gaders daar door veroorzaakte sterke afwaatering van de rivier veel be „letzel toegebragt hebben, zo wel in het afhaalen der zieken, als het be„ „zorgen van drinkwater en verver„ sching Het schip de Indus is den 26. dee„ „zer van Batavia alhier aangekoo„ „men met een laading voor dit goevernement voornaamlijk bestaan, 2000: kannassers poeder suiker 50'000: lb: Japans staaf koper 10'000: „ Nagelen 1000: „ Nooten en 308. „ foeli Met welk schip wij ook ontvangen hebben, drie pakketten van uw weledele Hoog achtbaare Een inhoudende een Extrakt uit uwer weledele Hoog achtbaare missive aan de Hooge Jndische Regeering van den 11. Mai 1790. Een Missive van uwe weledele Hoog achtbaare aan ons van „de in „gaders den 20. — 365 den 11. Mai evengemeld, met een register en bijlagen van den Juni daar aan. En het duplikaat van den hier voorengemelde missive van den 26: November 1790. De geëerde bevelen van uw wel „edele Hoogachtbaare daar bij ver „vat, zullen wij ons tot schuldinge naricht laaten dienen De secunde en Hoofd administr „teur Jan Lambertus van Spael en de sekretaris van Polietsie Arnoldus Lunel, bedanken uit weledele Hoogachtbaare zeer „drig voor hunne bevorderingen Wij hebben ditmaal weder di „duizend driehonderd„ en tachentig pond kardam om bemachtigd, die wij thans met het schip Doggers „bank, het welk de restant peper die hier ligd, afhaald naar Gald zenden, kostende ƒ2. 14. — het pou d=o 14000: —. —. in 'skomp. s kassa geteld door den kapitain ter zee Christiaan de Cerff kom„ „mandeerende 'skomp=s schip Doggersbank om bij zijn komst aldaar aan hem dan wel deszelfs gemag¬ F „tigden Transporteere - - - - ƒ1299: 7. —. Ropijen 999½ — in 'skomp. s kassa geteld door den Opper„ „koopman secunde en Hoofdadministra¬ „teur Jan Lambertus van Spall om aan het huis van Evert en Anthonij scheer te Amsterdam weder uitge„ „keerd te werden met . . . . . . ƒ1299. 7. —. Voorts hebben wij de eer hierne„ „vens te voegen een Lijst van vier stux Assignaatsies, tezaamen be„ „draagende vierentwintig dui „zend zeshonderd negen en negen„ „tig guldens en zeven stuivers en verzoeken dezelven met betaaling te willen honoreeren, bestaande in de volgenden voorts 20: — P:r Transport. . . . - ƒ 1299: 7. — Koetsiem den 31:' December „tigden of erven weder uit„ „gekeerd te werden met . . . „18200: —. Ropijen 1600: —. —. in 'skomp. s kassa geteld door den kapitain Luitenant van evengemelde schip Frans van vlaande„ „ren om bij zijn komst aldaar aan hem dan wel deszelfs gemagtig„ „den of Erven weder uit„ „gekeerd te werden met „ 2080: —: — d=o 2400: —. — in 's komp=s kassa geteld door den Luitenant van voormelde schip Klaas Peters, om bij zijn komst aldaar aan hem dan wel deszelfs ge„ „magtigden of Erven weder uitgekeerd te 120: werden met. . . . . . Somma . . . . . . ƒ24699: 7. — Hiermeede beveelen wij uw weledele Hoogachtbaare en de wigtige belang der Maatschappij in Gods beschermin Weledele Hoog achtbaare Heeren Uwer weledele Hoog achtbaare onderdanige en Getrouwe Dienaaren Jpran Angelbeeck J Spael W Haeften Arnold Lunel W H. van Bossum en hebben de eere met alle eerbied en trouwe te zijn. G Gebhardt A AtCellarius J„ A„ Everstick 20: 1791: 366 367 Register der Papie¬ ren dewelken ter order van den weledele„ gestrengen groot achtbaaren Heer Johan Gerrard van Angelbeek, Raad ordinair van Nederland Jndien Goeverneur en drekteder ter kuste Mallabaar nevens den Raad te koetsiem aan de Edele Hoog achtb: Heeren Bewindhebberen ter vergaadering van zeeven„ tienen representeerende de Generaale Geoktroieerde Oostindische Maatschappij der vereenigde Nederlanden ter Precidiaale Kamer Zeeland, met 'slands brik de vlieg worden gezonden; als Origineele missive van heeden door en aan als in den hoofde kost N=o 1: gemeld: 8: 8 N gemeld voldaan ontfang 2: Geslooten Sekreet pakket 3: twee lijsten van het geen alhier a slands brik de Vlieg strekt is. twee Wissels en advies brieven van den Kommandant van gem Brik op den Welen gestr: Heer ontvanger Generaal Graafland groot ƒ1597. 17. 8. 8 ƒ 98: 1: Koetsiem den 27. Februarij A Arnold Lunel sekret:s Nederland Aan de weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen „vergadering van zeventienen reprezenteerende Generaale Nederlandsche Geoktroieerde Oostin„ sche kompenie ter Precidiaale kamer Middelburg in Zeeland. Weledele Hoog achtbaare Heeren. Wij hebben op verzoek van den kommandant van 'slands brik de Vlieg de Heer Ian Barend Zeegers ten dienste van dezelve alhier verstrekt ƒ 800: - aankon: „tant en eenige verdere benoodigdheeden gespecificeerd bij twee in eerbied hierneevens gevoegde geteekende lijsten gedateerd 21e en 24:e deezer, en Groot ƒ1597: 17: 8: en ƒ98: 13: 8: waar van wij de eerste wissels en advies brieven nedrig aanbieden, terwijl wij mw weledele Hoogachtbaare en de wigtige belan„ gen der Maatschappij in Gods bescherming 368 aanbeveelen aanbeveelen en met eerbied en trouwe blijven Weledele Hoog achtbaare Heeren. Uwer weledele Hoog achtbaare Onderdaanige en Getrouwe Dienaaren J G van Angelbeek Wo W.V. Haesten Arnold„ Lunel. Jn Afb Evendrjck Koetsiem den 27:' Februari J Spael GG Gebhardt van Bossen J AHCellarius 1792: 2
English
No. 1. Original missive from the Governor and Council addressed as in the heading, dated today. 2. Duplicate missive from the Council addressed as above, dated 15 October 1791. 3. Copy of secret missive written by the Governor to the High Indian Government on 14 December 1791. 4. Copy of letter from the English Government of Madras written to Koetsiem, dated 29 October 1791, in both the Dutch and English languages. 5. Copy of letter written in reply thereto to the English Government at Madras on 30 December 1791. 6. Copy of letter from the English Government at Madras written hither on 17 January last, also in both the Dutch and English languages. Register of the secret papers, which are now sent with the national brig De Vlieg to the Right Honorable Gentlemen Directors at the presiding Chamber of Middelburg in Zeeland, to wit: 369 Koetsiem, 27 February 1792. Arnold Lunel, Secretary Netherlands. To the Right Honorable Gentlemen Directors at the Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presiding Chamber of Middelburg in Zeeland. Right Honorable Gentlemen, § 1. In continuation of our respectful reports of 15 October last, the duplicate of which accompanies this, we now have the honor to report further on the troubles with the King of Koetsiem mentioned therein, and to that end to offer your Right Honorable a copy of the separate letter written on this matter by the first-undersigned Governor to the High Indian Government under date 14 December 1791, from which your Right Honorable will be pleased to see that the said King permitted himself all kinds of acts of violence during the absence of the first-undersigned. § 2. This new King, who assumed the kingdom only last year upon the death of the previous King and Crown Prince, is wild, cruel, and bold by nature, and already in the beginning of his reign gave so many tokens thereof, that the first-undersigned already in his separate letter of 15 April 1791, § 100 to 112, complained to the Honorable High Government about his outrages. § 3. In the month of May, he made a contract with the Secunde Van Spall for the delivery of twenty thousand bags of rice and received an advance payment of twenty thousand rupees on it, but after he had delivered only two hundred and eighty-five bags thereof, he sold all his remaining rice to the English. § 4. Only in the month of May last, according to what was communicated to the High Indian Government in the above-mentioned secret letter § 108, he had bound himself in writing not to burden the Canarins, who stand under the Company's protection, with any new imposts; yet in the month of July he formulated a new claim upon them, to furnish a contribution of jaggery sugar for the mourning feast of the deceased King. § 5. He subsequently had a Canarin named Madewen arrested, dragged to Tripoenitorre, and put in chains, because his brother Rama Knie refused to answer before the Court regarding a dispute with a Pattamar concerning merchandise brought by sea, over which this Pattamar had addressed himself with his complaint to our Shahbandar. Furthermore, he placed a military detachment on the Canarin bazaar, under the pretext that it would guard the mandapas for the mourning feast, and refused to withdraw it, notwithstanding he was convinced that the mandapas stood too far off to be guarded by the detachment. § 6. The native Roman Christians, who are also the Company's vassals and according to the ancient contracts and the further convention concluded as recently as the year 1785 may not be burdened with any new imposts, were likewise violated in their rights in all kinds of ways.
Dutch transcription
N=o 1. Origineele missive van den Heer Goeverneur en Raad aan als in den hoofde gericht, gedateerd heeden. . Duplikaat missive van den Raad aan als even gericht gedateerd polic 15=e Oktober 1791. 3. Kopij sekreete missive door den Heer Goeverneur aan de Hooge Jndische Regeering geschreeven op den 14=e December 1791. 4. Kopij brief van de Engelsche Regeering van Madras naar Koet= Siem geschreeven gedateerd 29=e Oktober 1791. in beide de Nederduitsche en Engelsche taale „ 5 Kopij brief in antwoord daar op aan de Engelsche Regeering te Madras op den 30=e December 1791. geschreeven. „ 6. Kopij brief van de Engelsche Regeering te Madras naar herwaards geschreeven den Register der sckreete papieren, dewelken thans met 's Lands Brik de Vlieg gezonden werden aan de Weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen ter presidiaale Kamer Middelburg in Zeeland; te weeten: 17e „ 369 Koetsiem den 27=e Februari 1792. — Arnold Lunel 17=e Januarij Jongstleeden, meede in be de a Nederduitsche en Engelsche taale sekart Nederland. Aan de Weledele Hoogachtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van Zeventienen, representeerende de Generaale Nederlandsche Geoktroieerde Oostindische Kompenie ter Presidiaale Kamer Middelburg Weledele Hoog achtbaare Heeren! § 1. Ten vervolge van onze eerbiedige berichten van den 15=e Oktober po leeden, waar van het duplikaat deezen verzeld, hebben wij thans de eere, van de daar bij ver„ melde onlusten met den Koning van Koetsiem nader verslag te doen en tot dat einde uw weledele Hoogachtbaare een afschrift aantebieden van den aparten brief van den eerstgeteekenden Goeverneur hier over aan de Hooge Indische Regeering geschreeven sub dato 14:e' December 1791, waar uit uw weledele Hoog„ Sekreet, 370 Zeeland. achtbaare No2 in 371 „achtbaare zullen gelieven te zien, dat gemelde Kon zich geduurende de afweezigheid van den eerstgete „kenden allerlij geweldenarijen gepermitteerd heeft. § 2. Deeze nieuwe Koning, die eerst voorleeden jaar doo het overleiden van den voorigen Koning en Kroonp het Rijk geaanvaard heeft, is wild, wieed en stou moedig van aart, en heeft reets in het begin van 2 regeering, daar van zoo veele blijken gegeeven, dat eerstgeteekende al bij zijnen aparten brief van de 15=e April 1791. § 100. tot 112. aan de Edele Hooge Regeering over zijne buitenspoorigheeden geklaagt heeft. Jn de maand Mei maakte hij met den Secuna Van spall een kontrakt over de leverantsie van twintig duizend bollen rijst en genoot daar op eeni vooruitverstrekking van twintig duizend ropijen, s na dat hij daar op slechts twee honderd vijf en tachentig bollen geleeverd had, verkogt hij al zij overige rijst aan de Engelschen. § 4. Noch eerst in de maand Mei jo„ leeden hadde hy volgens het bij evengemelden sekreeten brief 3 108. aan de Hooge Indische Regeering bedeelde, zich schrift lijk verbonden, de Kanarijns, die onder 'skomp=s protes staan, met geene nieuwe lasten te zullen bezwaaren, doch in de maand Juli formeerde hij een nieuwe preten„ „sie op dezelven, om tot het rouw-feest van den overlee„ „denen Koning eene kontribuutsie van Jagerzuiker op te brengen. § 5. Hij liet vervolgens eenen Kanarijn Madewen arres„ „teeren, naar Tripoenitorre sleepen en in de ketting klinken, om dat deszelfs Broeder Rama Knie zich aan het Hof niet wilde verantwoorden, over een ge= schil met een Patterees, wegens negootsie-goederen, die over zee aangebragt, en waar over deeze Patterees zich by onzen Sjabandaar met zijne klagte geaddresseerd had. Wijders plaatste hij een militaire detachement op de Kanarijnsche bazaar, onder voorgeeven, dat hetzelve de mandoes voor het rouw=feest bewaaken zoude, en weigerde hetzelve in te trekken, niet tegenstaande hij overtuigd wierd, dat de mandoes te verre afstonden, om van het detachement te kunnen bewaakt worden. De inlandsche roomsche Christenen, die meede 'skomp=s vasallen zijn en volgens de al oude kontrakten en de eerst noch in 't jaar 1785. geslootene nadere kon„ ventsie met geen nieuwe lasten mogen worden be„ zwaard, wierden meede op allerlij wijze in hunne staan rechten §3. 6.
English
rights violated, and abused in person and property; their slaves were seized and carried off; they themselves were forced to labor at the palace in Angekaimaal, which was being repaired, and, what is an utterly unheard-of thing among the natives, their wives were forced to carry sand and earth for throwing up batteries; their fields and gardens were confiscated, despoiled, and laid waste; and they were compelled to deliver fowl, eggs, and other necessities to the Court at a fourth part and less of the market prices. All friendly and earnest remonstrances against this were fruitless and seemed rather to make him bolder, so much so that he had several Canarese seized and imprisoned, and threatened to set fire to their village and murder all who were in it. Although the King, by committing so many acts of violence, and that too at a time when amicable negotiations were being held concerning them, well deserved that reprisals should be taken, the gentlest course was nevertheless chosen, and a detachment of twenty-four Malays was sent to the pagoda to protect it and the Canarese inhabitants against further violence. § 10. But that very same evening, word was received that over three hundred Sepoys had arrived from Tripoenitorre, and all the Moors had received orders from the King to hold themselves ready with shield and sword to come to the palace at the first summons; that another three hundred Sepoys stood ready at Angekaimaal to cross over, and that for this purpose all vessels on the opposite shore were being pressed in the King's name. One was therefore forced, in order not to expose the aforementioned detachment of Malays to the danger of being surprised and overpowered, to reinforce it to a company, and to add to it a company of Sepoys with four field pieces, whereby the entire Canarese village and pagoda were covered; and matters remained unsettled in that posture for some time, while letters and messages were exchanged on both sides, for the King demanded that our guard be withdrawn, to which we consented provided the King promised to leave the Canarese unmolested during the negotiations, which was indeed once verbally promised by his Minister, but not fulfilled. § 12. Finally, on the 12th of October last, the King most unexpectedly had a party of Nairs, who had concealed their firelocks under their clothing, put ashore at Mattanseerie, who fell upon the pandal or warehouse of the Canarese Dewarsa and cut him down in cold blood with two others, wounded several others who were present there, then made themselves masters of the goods that lay at hand and were easy to transport, and fled with them. § 13. Thereupon a military detachment was sent to bombard the palace at Mattanseeri and to drive out the Nairs who were in it and could commit such murder and robbery at any moment; which would without doubt have succeeded had not misfortune willed that both Captains commanding the detachment, along with two other subaltern Officers, were wounded right at the beginning of the attack, whereby a general confusion arose among the troops, followed by the retreat of the entire detachment without having fully attained the aforesaid objective. § 14. The Canarese thereupon left their dwellings and retired under the cannon of our fortress, and it subsequently appeared that they acted wisely, for shortly thereafter the King's armed men fell upon their village, destroyed many houses, and then made themselves masters of the temple, of four Priests who must serve therein and are not permitted to leave it, and of the idols, ornaments, and treasures in ready money, which according to a submitted account amount to over one hundred and sixty thousand rupees. § 15. Finally, to complete this brief picture of the King's outrages, we must add that he had the nose and ears of three of the above-mentioned Priests cut off, and the eyes of the fourth gouged out, after which these poor and unfortunate people returned. § 16. In these circumstances, the English Resident with the King of Travancore, George Townij, whether of his own accord or at the request of the King of Cochin, offered his mediation, which was however accepted only so far as that, to prevent further calamities, affairs should remain in the state in which they then were until the return of the first-signed Governor.
Dutch transcription
372 rechten gekrenkt, en aan persoon en goed mishandele hunne slaaven wierden opgevat en weggevoerd, zij zelv wierden gedwongen, aan het pallais te Angekaima het welk gerepareerd wierd, te arbeiden, en 't geen onder inlanders een heel ongehoorde zaak is, hunne vrouw wierden gedwongen zand en aarde tot het opwerpen van batterijen te draagen; hunne velden en tuinen wierden in beslag genoomen en gespolieerd en verwo en men dwong hen, hoenders, eieren en andere mor behoeften voor een vierde en minder gedeelte van markts-prijzen aan het Hof te leeveren. Alle vriendelijke en ernstige vertoogen daar teege waaren vruchtloos en scheenen veel meer hem sto moediger te maaken, zoo zeer, dat hij verscheiden Kanarijns liet opvatten en gevangen zetten, en dre „de hunne negarij in den brand te steeken, en al wat 'er in was, te vermoorden. Schoon de Koning, door het pleegen van zoo veele ge weldenarijen, en dat wel in een tijd, dat men daar over in minzaame onderhandeling stond, wel verdie hadde, dat daar over repressailles genoomen wierden zoo sloeg men echter den zachtsten weg in en zond an kommando van vier en twintig Malaiers bij de pagood, om dezelve en de Kanarijnsche Inwooners teegen verder geweld te dekken. § 10. Doch noch dien zelven avond kreeg men bericht, dat ruim driehonderd Sipais van Tripoenitorre aange= koomen waaren, en alle Mooren order van den Koning ontvangen hadden, zich met schild en zwaard gereed te houden, om, op het eerste ontbod, bij het pallais te koomen, dat noch drie honderd Sipais te Angekaimaal gereed stonden om overte koomen, en dat daar toe alle vaartuigen aan de overkant uit 's konings naame ge prest wierden. elen was dus, om het evengemelde detachement MMa„ laiers niet in gevaar te stellen van overvallen en overmant te worden, genoodzaakt, hetzelve tot eene kom penie toe te versterken en daar bij eene Kompenie sipais met vier veldstukken te voegen, waar door de heele Kanarijnsche negarij en pagood gedekt wierden, en in dat postuur bleeven de zaaken eenigen tijd onafge„ daan, terwijl men over en weder brieven en bood„ schappen over dezelven wisselde, want de Koning be geerde, dat onze wacht ingetrokken wierd, waarin men bewilligde, mits de Koning beloofde, staande de onder= handeling, de Kanarijns ongemolesteerd te laaten, het Kommando. geen 18 9. 3 11. 373 geen wel eens door zijnen Minister mondeling toegeze wierd, doch niet volbragt is. § 12 Eindelijk liet de Koning op den 12=e Oktober jongste op 't onverwachtste eene partij Nairos, die hunne mo geweeren onder hunne kleeding verborgen hadden, te Mattenseerie aan de wal zetten, die in de pandiaal of het pakhuis van den Kanarijn Dewarsa invielen en denzelven met noch twee anderen in koelen bloed needersabelden, eenige anderen, die zich daar bevonde quetsten, zich vervolgens van de goederen, die voor de lagen en ligt te vervoeren waaren, meesters maakten en daarmede de vlucht namen. § 13. Hierop wierd een militair detachement gezonden, om pallais te Mattanseeri te bombardeeren, ende Nairo die daar in waaren, en alle ogenblikken dergelijken moord en roof pleegen konden, daar uit te verdrijven het welk ook zonder twijfel zoude gelukt hebben, had ongeluk niet gewild, dat de beide Kapitains, die het detachement kommandeerden, met noch twee subaltern Officiers, straks in den beginne van de attaque, gegeet wierden, waar door onder de troepen een generaale kon„ fusie ontstond, die van de retraite van het heele deta„ chement gevolgd wierd, zonder het voorschreeven oognas ten vollen bereikt te hebben. § 14 De Kanarijns verlieten hier op hunne wooningen, en reti„ reerden onder het geschut onzer vesting, en het blijkt van achteren, dat ze wel gedaan hebben, want kort daar na viel's konings gewaapend volk in hunne negarij, vermilde veele huizen, en maakte zich vervolgens meester van den tempel, van vier Priesters, die daar in dienst doen moeten en denzelven niet mogen verlaaten, en van de afgodbeelden, siraadje en schatten aan baar geld, die volgens een ingediende reekening over de honderd en sestig duizend ropijen bedraagen. Eindelijk moeten wij noch om dit kort tafereel van de geweldenarijen van den Koning te voltojen, hier bij voegen, dat hij drie van de bovengem: Priesters-neus en ooren heeft laaten afsnijden, en den vierden de oogen uit= steeken, waar na deeze arme en ongelukkige Menschen terug gekoomen zijn. § 16 Jn deeze omstandigheeden bood de Engelsche Resident bij den Koning van Trevankoor, George Townij, het zij uit eige beweeging, of op het verzoek van den Koning van Koetsiem, zijne mediaatsie aan, die echter niet verder aangenoomen wierd, dan alleen, dat, tot voor„ kooming van verdere onheilen, de zaaken in dien staat, waar in ze toen waaren, blijven zouden, tot de terugkomst van den eerstgeteekenden Goeverneur De van § 15
English
Subsequently we received a letter from the English Government at Madras concerning this incident, whereby they wished to press their mediation upon us, for which we politely declined, as we did not judge it expedient that they should gain a hand in our affairs, and we subsequently sought to settle the disputes amicably, for which purpose the King indeed sent his Minister to the Governor, but the same could not be moved to give reasonable satisfaction for the insults committed and to give assurance that such things would not happen again. from Ceilon. Paragraph 18 We have therefore, in order to maintain the right and the honor of the company against such cruel insults, found ourselves obliged to seize the palace of the King standing in our suburb of Mattanseeri, which took effect on the 3rd of January last, after the King had been warned beforehand and given a term of three days to consider, of which he did not deign to make use. Paragraph 19 A few days thereafter we received a second letter from the English at Madras, whereby they, on quite specious pretexts, maintained that we were obliged to accept their mediation, for which they appointed their aforementioned Resident as Commissioner. Paragraph 21 The letters exchanged concerning this with the English Government accompany this in copy. Paragraph 20 And whereas we assumed on good grounds that they wished to derive from the rejection of the same a pretext not only to interfere further in these disputes, but also to protect the King against us, we chose the lesser of two evils and accepted the mediation, and furthermore appointed as our Commissioner the Senior Merchant and Head Administrator van Spall, the more so because the right on our side and the wrong on the King's side is so clear and fully provable that we do not need to fear the most partial investigation, as indeed, in the two conferences held thus far, the Company's right over the Christians has already been vindicated in the most complete manner, with such evidence that the King himself has had to confess his wrong in this matter. Koetsiem the 27 February 1792. While we remain with all respect and fidelity, Right Honorable Highly Esteemed Sirs, Your Right Honorable and Highly Esteemed Humble and Faithful Servants. J G van Angelbeek, A Cellarius, WWHaesten, Arnold Lunel, W: H: Overdijck, Awall, G G Gebhardt, W Ht von Ros. Batavia, return of the Governor. To His Excellency, the Highly Honorable, Great Esteemed, Far-Commanding Lord Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, Governor-General. The Right Honorable, Rigorous Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies. Highly Honorable, Great Esteemed, Far-Commanding Lord and Right Honorable, Rigorous Gentlemen! Paragraph 1. Due to a painful illness which has forced me to keep to bed for more than three months, I was not able to undertake the return voyage from Ceilon to Koetsiem earlier than on the ship Doggersbank, where I arrived on the 7th of this month, and found the private ship Hercules coming from Maskatte, which affords me the opportunity to present Your Excellencies respectfully with these preliminary reports. Paragraph 2. I found everything here in good condition, except that the King of Koetsiem, about whose outrages I had already complained in my respectful secret letters of the 11th of April last, paragraphs 100 to 112, has in my absence anew committed all kinds of acts of violence, of which, for lack of time and because the bearer of this does not wish to delay, I must postpone a detailed report until a further occasion, and therefore will only indicate briefly the main points here. Paragraph 3. In the month of May he made a contract with the Second van Spall for the delivery of twenty thousand bolls of rice and received thereon an advance payment of twenty thousand ropijen, but after having delivered thereon only two hundred and eighty-five bolls, he sold all his remaining rice to the English. Paragraph 4. Only in the month of March last, according to what was respectfully shared with my aforementioned secret letter, paragraph 108, had he bound himself in writing not to burden the Canarins, who are under the Company's protection, with any new imposts, yet in the month of July he raised a new claim upon them to pay a contribution of jaggery sugar for the mourning feast of the deceased King. Paragraph 5. He subsequently had a Canarin, Madewen, arrested, dragged to Sripoenitorre and fastened in chains, because his brother Rama Knie refused to answer at court concerning a dispute with a Pattarese regarding merchant goods that had been brought by sea, and concerning which this Pattarese had already addressed himself with his complaint to our Shahbandar. Paragraph 6. Furthermore he placed a military detachment at the Canarin bazaar under the pretext that it would guard the mandos for the mourning feast, and refused to withdraw it, despite being convinced that the Mandos were too far away to be guarded by the detachment. The native Roman Christians are likewise the Company's vassals and according to the ancient contracts and the further convention concluded as recently as the year 1785.
Dutch transcription
317 Vervolgens ontvingen wij eenen brief van de Engelsche Regeering te Madras, over dit voorval, waar bij zij on haare mediaatsie wilde opdringen, waar voor wij beleg bedankten, wijl wij het niet dienstig oordeelden, dat z in onze zaaken de hand kreeg, en wij zochten vervoe gens de geschillen in der minne bijteleggen, waar toe d Koning dan ook zijnen Minister bij den Goeverneur zon doch dezelve was, tot het geeven van billijke satisfakt voor de aangedaane beleedigingen en van verzeekerig dat diergelijken niet meer gebeuren zoude, niet beweegen. van Ceilon. § 18 Wij hebben ons dus, om het recht en de eere van de ko penie tegen zulke cruelle insultes te handhaven verplicht gevonden, het pallais van den Koning in onze voorstad Mattanseeri staande in beslag te neemen, het geen den 3=e Januari Jongstleeden gevolgg„ noomen heeft, na dat de Koning voor af gewaarschuwdt en hem een termijn van drie dagen bedenktijd gegee„ ven was, waar van hij geen gebruik heeft gelieven te maaken. § 19 Eenige dagen daar na kreegen wij een tweeden brief van de Engelschen de Madras, waar bij zij, op vrij speciur § 21 De hier over gewisselde brieven met het Engelsche Goevernement gaan in kopij hierneevens, pretexten, staande hielden, dat wij verplicht waaren, hunne mediaatsie aanteneemen, waar toe zij hunnen voornoemden Resident tot Kommissaris benoemden. § 20. En vermits wij op goede gronden onderstelden, dat zij van het afwijzen van dezelve een pretext ontleenen wilden, om zich niet alleen met deeze geschillen verder te bemoeien, maar ook den Koning tegen ons te protegeeren, zoo hebben wij uit twee quaaden het minste gekoozen, en de mediaatsie aangenoomen, mitsgaders tot onzen Gekommitteerde den Opperkoopman en Hoofd„ administrateur van Spall benoemd, te meer wijl het recht aan onze en het ongelijk aan 's ko„ nings zijde zoo klaar en volkoomen bewijsbaar is, dat wij, het partijdigste onderzoek niet behoeven te schroomen, gelijk dan ook, in de tot dus verge= houdene twee konferensien, 's Kompenies recht over de Christenen reets op de volkoomenste wijze gevin„ diceerd is, met zulk eene evidentsie, dat de Koning zelve zijn ongelijk in dit stuk heeft moeten be „kennen. pretexten terwijl 374 Koetsiem den 27 Februari 1792. terwijl wij met alle eerbied en trouwe blijven Weledele Hoog achtbaare Heeren Uwer Weledele Hoogachtbaare Onderdaanige en getrouwe Dienaaren. J G van Angelbeek diA Cellarius WWHaesten Arnold Lunel. W: H: Overdijck Awall G G Gebhardt W Ht von Ros Batavia te regge komste van den Goeverneur Aan zijn Hoogedelheid, Den Hoogedelen Groot achtbaaren Wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting, Weegen den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene geoktroieerde Oostindische kompanie Goeverneur Generaal. De weledele Gestrenge Heeren Raaden. van Nederlandsch Indien Hoog Edele Groot achtbaare wijdgebiedende Heer, en Weledele Gestrenge Heeren! § 1. Door een pijnlijk ongemak hetwelk mij ruim drie maanden genoodzaakt heeft het bedde te houden, hebbe ik de terug reize van Ceilon niet eerder dan met het schip Doggersbank naar koetsiem kunnen onder„ . ense sekreet 375 „neemen 376 De koning van koetsiem en 2. plugd allerlij geweld daadig verkoopt zijne rijst aan de komp: op vooruit ver„ sthekking en daarna aan de Engelschen. tensien op de kanarijns 57 mishandeld de Christenen 's komp:s vas allen. plaats een detactement § 6. op de kanarijnsche bazaar ketting klinken neemen, waar ik den 7. e deezer aangelandt ben, en van Maskatte komende partikuliere schip Her les aangetroffen hebbe, hetwelk mij geleegen heid geeft uwe Hoogedelheeden met deeze voorloopen berichten in eerbied op te wachten. Ik hebbe hier alles in een goeden staat bevonden, uitgenoomen dat de koning van koetsiem over sekreeten van den 11e. April Jongstleeden & 100. 112. geklaagd hebbe, in mijne afweezigheid op 't nieuw allerlij gewelddaadigheid gepleegd heeft waarvan ik wegens gebrek aan tijd, en om dat brenger deezes niet ophouden wil een omstandig verslag tot een nadere geleegenheid moet uitstellen en dus hier eenlijk het voornaamste kort aan wij „zen zal. §3. Jn de maand Mai maakte hij met den sekundev spall een kontrakt over de leverantsie van twin duizend bollen Rijst en genoot daarop eene voorw verstrekking van twintig duizend ropijen, doch dat hij daarop slegts tweehonderd- vyfen tachentg bollen geleeverd had, verkogt hij al zijn ovrige rijt aan d Engelschen. formeerd nieuwe pre §. 4. Noch eerst in de maand Maart Jongstleeden hal hij, volgens het in eerbied bedeelde bij mijnen eevengemelden sekreeten brief 3 108:, zich schriftlijk verbonden, de kanarijns, die onder 'skompanies protescie staan met geene nieuwe lasten te zullen bezwaaren, doch in de maand Juli formeerde hij een nieuwe pretensie op dezelven, om tot het rouw feest van den overleedenen koning eene kontribuut sie van Jager suiker op te brengen. — „resteeren naar Sripoenitorre sleepen en in de ketting klinken, om dat deszelfs broeder Rama knie zich aan het slof niet wilde verantwoorden over een geschil met een Patrees wegens negootsie goederen, die over zee aangebragt waaren, en waar over deeze Patterees zich reets bij onzen sjabandaar met zijne klagte geaddresseerd had. wijders plaatste hij een militaire detachement op de kanarijnsche bazaar, onder voorgeeven, dat hetzelve de mandoes voor het rouwfeest bewaaken zoude, en wiegende het zelve in te trekken, niet tegenstaande hij overtuigd wierd, dat de Mandoes te verre afstonden om van het ditachement be„ waakt te worden. De Jnlandsche Roomsche Christenen e mede 'skomp:s vasallen zijn en volgens de al oude kontrakten en de eerst noch in t Jaar 1785. geslootene nadere buitenspoorigheiden ik reets bij mijnen eerbiedigen aat een anarijn in de § 5. Hij liet vervolgens eenen kanarijn Madewen ar eeren konventsie heeden.
English
had several Canarins imprisoned. By convention, they were not to be burdened with any new taxes, yet they were likewise infringed upon in their rights in every manner, and abused in person and property. Their slaves were seized and carried off; they were forced to labor at the palace at Angikaimaal, which was being repaired; and, what is a completely unheard-of thing, their women were forced to carry sand and earth for the raising of batteries; their fields and gardens were confiscated, despoiled, and laid waste; they were forced to supply chickens, eggs, and other provisions at a fourth and lesser part of the market prices. All friendly and earnest remonstrances against this were fruitless, and seemed rather to make him all the bolder, so much so that he had several Canarins seized and imprisoned, and threatened to set fire to their village and murder all who were in it. Although the King, by committing so many acts of violence, and that too at a time when amicable negotiations were being conducted with him about it, had deserved that reprisals should be taken for it, the Council nevertheless took the gentlest course and sent a detachment of twenty-four Malays to the Pagoda to protect it and the Canarin inhabitants against further violence. Yet that very same evening report was received that upwards of three hundred Sepoys from Tripoenitorre had arrived, and all Moors had received orders from the King to hold themselves ready with shield and sword to come to the Palace at the first summons; that another three hundred Sepoys stood ready at Angikaimaal to cross over, and that for this purpose all vessels on the opposite shore were pressed in the King's name. Thus, in order not to place the aforementioned detachment of Malays in danger of being surprised and overpowered, one was compelled to reinforce the same to a company, and to add thereto a company of Sepoys with four field pieces, whereby the entire Canarin village and pagoda were covered. In that posture affairs remained unsettled for some time, while letters and messages were exchanged back and forth about the matter; for the King desired that our guard should be withdrawn, and the Council consented thereto, provided the King promised to leave the Canarins unmolested while the negotiation was pending, which was indeed once verbally promised by his Minister, but has not been fulfilled. Finally, on the 12th of October last, the King most unexpectedly had a party of Nairs, who had hidden their weapons under their clothing, put ashore at Mattanseeri, who rushed into the Pandiaal or Warehouse of the Canarin Dewarsa, cut him down in cold blood along with two others, wounded some others who were there, then made themselves masters of the goods that lay ready at hand and were easy to transport, and subsequently took to flight. Hereupon a military detachment was sent by the Council to bombard the palace at Mattanseeri and to drive out the Nairs who were in it and who could at any moment commit similar murder and robbery; which would also undoubtedly have succeeded, had not misfortune had it that both captains commanding the detachment, with two subaltern officers besides, were wounded right at the beginning of the attack, whereby a general confusion arose among the troops, which was followed by the retreat of the entire detachment, without having fully achieved the aforementioned objective. The Canarins thereupon abandoned their dwellings and retreated under the cannon of our fortress, and it appears in hindsight that they did well, for shortly thereafter the King's armed men fell upon their village, destroyed many houses, and subsequently made themselves masters of the temple, of four Priests who had to serve therein and were never permitted to leave it, and of the idols, ornaments, and treasures in ready money, which according to a submitted account amount to over one hundred and sixty thousand rupees. A few days thereafter, the English Resident with the King of Travancore, George Powney, offered his mediation, whether of his own accord or at the request of the King of Cochin, which was however accepted by the Council no further than merely that, to prevent further disasters, matters should remain in the state in which they then were until my return. Finally, to complete this brief picture of the King's acts of violence, I must add here that he had the noses and ears cut off three of the four aforementioned Priests, and the eyes put out of the fourth, after which these poor and wretched men returned. The frequently mentioned King has repeatedly sought to settle these disputes with the Council, which however appears...
Dutch transcription
377 58. laat verscheidene ka narijns gevangen zetten Men plaats een wagt by § 9. de kanarijnsche paagood den koning konventsie met geen nieuwe lasten mogen werden zwaard, wierden mede op allerlij wijze in hunne rechten gekrenkt, en aan persoon en goed mishan denigsterustingen van hunne slaaven wierden opgevat en weggevoerd zij wierden gedwongen aan het pallais te Angikaima hetwelk gerepareerd wierd, te arbeiden, en 't geenee heel ongehoorde zaak is, hunne vrouwen wierd gedwongen zand en aarde tot het opwerpen van Batterijen te draagen, hunne velden en hunen m in beslag genoomen en gespolieerd en verwoest men dwong hen hoenders, eieren en andere mon behoeften voor een vierde en minder gedeelte magen aanstaeten „ 511. de markts-prijzen te leeveren. Alle vriendelijke en ernstige vertoogen van den s daartegen, waaren vruchtloos en scheenen veel meer hem Htoutmoediger te maaken, zoo zeer dat verscheidene kanarijns liet op vatten en gevangen zetten, en dreigde hunne Negorij in den brand donderhandelingen steeken en al wat er in was, te vermoorden. — Schoon de Koning, door het pleegen van zoo veer geweldenarijen en dat wel in een tijd, dat met daarover in minzaame onderhandeling stond verdiend hadde, dat daarover represailles genoom wierden: zoo sloeg echter de Raad den zachtster weg- in, en zond een kommando van vier en tw Malaiers by de Pagood, om dezelve en de kanarijnsche Inwooners tegen verder geweld te dekken. § 10. Doch noch dienzelven avond kreeg men bericht; dat ruim driehonderd Sipais van Tripoenitorre aange „koomen waaren, en alle Mooren order van den koning ontvangen hadden, zich met schild en zwaard gereed te houden om op het eerste ontbod bij het Pallais te koo„ „men; dat noch driehonderd sipais te Angikaimaal gereed stonden om over te komen, en dat daartoe alle vaartuigen aan de overkant uit 'skonings naame geprest wierden. Men was dus, om het eevengem: detachement Ma„ laiers niet in gevaar te stellen van overvallen en overmant te worden, genoodzaakt, hetzelve tot eene kompanie toe, te versterken, en daarbij eene kompanie sipais met vier veldstukken te voegen, waardoor de heele kanarijnsche Negorij en pagood gedekt wier„ „den, en in dat postuur bleeven de zaaken eenigen tid onafgedaan, terwijl men over en weder brieven en boodschappen over dezelven wisselde; want de koning begeerde, dat onze wacht ingetrokken wierd, en de Raad bewilligde daarin, mits de Koning be„ loofde, staande de onderhandeling, de kanarijns on„ „gemolesteerd te laaten, hetgeen wel eens door zijnen Minister mondeling toegezegt wierd, doch niet voldragt is. Malaiers Eindelijk 378 zijns in hun pakhuis ver„ „moorden. en verscheidenen quetsen het pallais word ge„ § 13. „bombardeerd zonder sukkes. bij te leggen De koning laat dri Pries, § 16. en d'oogen uitsteeken. tusschen komst van den de koning laat een geduelte van De koning laat drie kana § 12. Eindelijk liet de koning op den 12e october Jongstleeden het onverwachtste eene partij Nairos, die hunne geweeren onder hunne kleeding verborgen hadden de negorij verwoesten. Mattenseeri aan de wal zetten die in de Pandiaal het Pakhuis van den kanarijn Dewarsa invielen den den tempel bevoorens denzelven met noch twee anderen in koelen bloede nedersabelden, eenige andere, die zich daar bevon quetsten, zich vervolgens van de goederen, die voor hand lagen en ligt te vervoeren waaren, meesters maakten, en vervolgens de vlucht naamen Hierop werd door den Raad een militair detachem Engelschen Resident Powmij gezonden om het pallais te Mattenseere te bomband ren en de Nairos die daarin waaren en alle oogen blikken, dergelijken moord en roof pleegen konden daaruit te verdrijven, hetwelk ook zonder twijfe zoude gelukt hebben had het ongeluk net gewild, de beide kapitains die het detachement komme deerden met noch twee subalterne officiers stra¬ in den beginne van d' attaque gequetst wierden, ters evens en ooren afsnijden en waardoor onder de troepen een generaale konfuss ontstond, die van de retraite van het heele deta chement gevolgd wierd, zonder het voorschreeven o „merk ten vollen bereikt te hebben. vlucht van de kananijns §14. De kanarijns verlieten hierop hunne wooningen en retireerden onder 't geschut onzer vesting, en erzoekt de geschillen 315. Eenige dagen daarna bood de Engelsche Resident bij den koning van Trevankoor George Pouneij, het zij uit eige beweeging, of op t verzoek van den koning van koetsiem zijne mediaatsie aan, die echter door den Raad niet verder aangenoomen wierd, dan alleen, dat tot voorkoming van verdere on„ „heilen de zaaken in die staal waarin ze toen waaren, blyven zouden tot mijne te rug komst Eindelijk moet ik noch om dit kort tafareel van de geweldenarijen van den koning te vollogen hierbij voegen, dat hij drie van de vier bovengem Priesters Neus en ooren heeft laaten afsnijden en den vierden de oogen uit steeken, waarna deeze arme en ongelukkige menschen te rug gekomen zijn. § 17. Ieder heeft meermelde koning getracht, deeze ge„ schillen met den Raad bij te leggen, hetgeen echter blijkt van achteren, dat zij wel gedaan hebben, want kort daar na viel 'skonings gewapend-volk in hunne Negorij, vernielde veele huizen en maakte zich vervolgens Meester van den tempel van vier Priesters die daarin dienst doen moeten, en denzelven noit mogen verlaaten, en van de afgod-beelden, seraadje en schatten aan baar geld die volgens een ingediende Reekening over de honderd- en-sestigduizend ropijen bedragen. blijkt tot
English
Arrival of troops from Ceylon. Letter from Madras. Application from the king for an amicable settlement. The king of Travancore requests to consult with his Dewan regarding this. Section 19. has been postponed until my return, on which account I, in order to give more weight to the negotiations, requested from the Ceylon Ministers two companies of Europeans and two companies of Easterners, who were immediately sent hither, and will be returned by me by the time the expedition to Candia, in case it should beyond expectation take place this year, may commence. Section 18. Upon my return I found here a letter from the English Government at Madras wherein they seek to force upon us their mediation and intervention in the disputes with the king of Cochin, for which I shall courteously thank them in my reply in due time. Presently he causes an application to be made to me to settle the matter amicably, for which purpose he wishes to send his Ministers to me, and which I also intend to decide upon, in so far as it can be done in a decent manner consistent with the dignity of the Company; however, some time will pass with it, partly because of the dilatory nature of the Natives, and partly because the king of Travancore, upon whom I paid the long-promised visit on my return journey, likewise demands satisfaction from the king of Cochin, because one of the murdered Canarins was his Agent, and has requested me first to consult on this matter with his Dewan, who shortly before had undertaken the journey to the English Army, but upon the news of my return, by order of his Master, had stopped it in order first to meet me and confer about this incident. For True Extract J G van Angelbeek Political Department. To the Honorable J. G. van Angelbeek Esqr. Governor &ca. Council at Cochin. Honorable Sir & Sirs, We are much concerned to learn by a Letter from Mr. Powney, that a dispute had taken place between you and the Rajah of Cochin, which proceeded so far, that he had judged it necessary to interpose his good offices with a view to effect a reconciliation. The imperfect Knowledge We have yet obtained of the cause of this misunderstanding prevents us from offering any opinion upon it; but we are desirous upon motives of friendship to both parties, that every means should be taken to restore harmony between you. For this purpose we have instructed Mr. Powney to make himself fully acquainted with the cause of dispute and, as you have accepted his proposal of mediation, we doubt not, that you will pay due regard to his advice and avail yourselves of his influence with the Rajah to promote an accommodation. We have the honor to be Honble Sir and Sirs, Fort St. George, 29th October 1791. Your most obedient humble servants Signed: Chas. Oakeley Wm. Petrie J. Hudleston Arnold Lunel, Secretary. Agreed. To the Right Honorable Sir Charles Oakeley Bart., Presiding Member, and the Council at Madras. Right Honorable Sir and Sirs, The first-signed Governor, upon his return from Ceylon, received the letter which your Honors did us the honor to write. Since the English Company has no other relation to the Rajah of Cochin than merely that he has become the lessee of some lands lying outside the lines, and your Honors can therefore have no other motives to concern yourselves about what occurs between us and the said Rajah than merely friendship for
Dutch transcription
379 aankomst van troepes van Ceilon brief van Madras. Aanzoek van den koning § 19. om minzaame afdoening. De koning van Trevankoor ver te raade te gaan. — tot myne te rugge komst uitgesteld is, weshalve ik, om aan de onderhandelingen meer nadru bij te zetten, de Ceilonsche Ministers om twee panien Europeeschen en twee kompanien Ooster lingen verzocht hebbe, die ten eersten herwaar gezonden zijn, en door mij terug bezorgd zullen worden, tegen dat de excpedietsie naar kandia ingevalle die boven verwachting dit Jaar mogt „ken, een begin kan neemen. §18. Bij mijne te rug komst vond ik hier eenen brie van de Engelsche Regeering te Madras waars zy hunne bemiddeling en tusschenkomste in de„ schillen met den koning van koetsiem ons zoeken op te dringen, waarvoor ik bij mijn antwoord in tijd hoflijk bedanken zal. Thans laat hij bij mij aanzoek doen, om de zaak der minne af te doen, waartoe hij zijne Minister bij mijn zenden wil, en waartoe ik ook meen te besluiten, voor zoo verre het op eene betaamlijk en met de achtbaarheid van De kompanie best baare wijze geschieden kan, doch daar zal een tijd mede verloopen, eensdeels wegens den talm achtigen aart der Inlanderen, en anderendeels w zoekt hierover met zijnen Divan de koning van Trevankoor bij wien ik het lan„ beloofde bezoek op mijne terug-reize afgele„ hebbe, mede satisfatetsie van den koning van koetsiem eischt, doordien een van de vermoorde kanarijns zijn Agent geweest is, en mij verzogt heeft, over dit stuk eerst te raadpleegen met zijnen Divan, die kort bevoorens de reize naar het Engelsche Leger aangenoomen, doch op de tyding van mijne te ruggekomst, volgens order van zijnen Meester, gestaakt had, om mij eerst te ontmoeten en over dit geval te onderhouden. Pro vero Extractu J G van Angelbeek hebbe, kost Political Department. J. G. van Angelbeek Esq.r Governor &ca. Council. at Cochin. Höuble Sir & Sirs We are much concerned to Wij waren zeer aangedaan, uit learn bij a Letter from Mr. en brief van den Heer Powneij te zien, dat een geschil plaats ge= Powney, that a dispute had had had tusschen U en den Rasia taken place between you and van Cochim, dat zo verreging, dat the Rayah of Cochin, which proceeded so far, that he had hij noodig geoordeelt had, met zijne Judged it necessary to inter oede officien tusschen beide te ko= pose his good offices with a nen, met het oogmerk om eene view to effect a renconsiliation verzoening te bewerken. The imperfect Knowledge De onvolmaakte kennis, die We have yet obtained of the wij van de oorzaak van dit mis¬ cause of this mis understanding verstand hebben, belet ons, onze ge= prevents us from offering any voetens nopens hetzelve te ken= opinion upon it; but we are nen te geeven, maar wij wenschen, desirous upon motives of ik hoofde van vriendschap voor friendship, to both parties. beide Parthijen, dat alle middelen moogen gebruikt worden, om that every means should be To the Honorable van den Weledelen Gestrengen Heer J. G. van Angelbeek Goeverneur en den Raad te Cochim Weledele Gestrenge Heer en Heeren! taken 380 de Fort St. George 29. ' oktober 1791. de eendraagt tusschen Ulieden taken to restore harmony te herstellen. between you. Tot dat einde hebben wij den For this purpose we have Heer Powneij geinstrueerd, zig instructed Mr Pouneij to omtrend de oorzaak der Geschillen make hum self fully acquain ten vollen te informeeren en wijl with the cause of dispute uw E. G. zijne aanbieding van and, as you have accepted hi modiaatsie geaccepteerd hebben: zo proposal of mediation, we twijffelen wij niet, of uw E. G. zul= doubt not, that you will pay len willen schuldige reflexie due regard to his advice and slaan, op zijn gevoelen en gebruik avail yourselves of his influu maaken van zijn invloed op den with the Rayah to promote Rasia om een verdrag te bevorderen an accomodation. Wij hebben de eere te zijn We have the honor to be Weled: Gestr: Heer en Honble fir and sirs. Heeren! Fort St. George uwer E: G. zeer gehoorz: 29:te octob:r Your most obedient 1791. humble servants en nedrige dienaaren (:geteek. d/ Chas. Oakeley W:m Petric Cha s. Oakeleij J. Hudleston W:m petrie en J. Hudlestors Arnold„ Lunel sekret:s Akkgrdeerd Aan den weledelen Gestrengen Heer. Sir Charles Oakelij Bart voorzittend Lid en den Raad. Madras Weledele Gestrenge Heer en Heeren. De eerstgeteekende Goeverneur heeft bij zijne terug komst van Ceilon den brief ontvangen die uwweled: Gestr: en Ed: ons de eer gedaan hebben te schrijven. wijl de Engelsche komp=e tot den Ragia van Cochim geene andere betrekking heeft, dan alleen dat hij pachter is geworden van eenige landen buiten de linie liggende en uwweled: Gestr: en Ed=s dus geene andere moti„ „ven kunnen hebben om zich over het geen tusschen ons en gemelden Ragia voorvalt te bekommeren, dan alleen de vriendschap voor 381
English
for our Company, we are all the more sensible of the kindness with which Your Honors wish for the restoration of good harmony between our Company and the often-mentioned Rajah. We know no better way to demonstrate our gratitude for this than by informing Your Honors of the affair itself, and we do this with all the more readiness because, as your letter speaks solely of disputes and misunderstandings, we clearly understand that Your Honors have not been properly informed of the criminal misdeeds which the Rajah has permitted himself against our Company. The native Roman Catholics, their churches, and the Canarese living near our city are, according to the treaties that remain in full force, under our protection. They may not be burdened with new impositions, much less suffer in their persons. The present Rajah has only recently bound himself to this anew in a solemn manner; and nevertheless, during the Governor's absence, he has inflicted all kinds of vexations upon the Christians as well as the Canarese, too numerous to be recounted here. When representations were made from our side against this, and the Rajah brought forward all sorts of evasions in response, a correspondence arose between him and the Council, from which nothing other than an amicable settlement could be expected. But most unexpectedly, the Rajah sent some armed Nairs into the dwelling of the Canarese Dewersa and had him, along with two others, wretchedly murdered, and carried off the money and gold that was within the murderers' reach. Among these three murdered persons were the Agent of the King of Travancore and the son of his merchant, whereby this King and his merchants have lost great sums, on account of which he has requested our Company, as protector of the Kingdom of Cochin, to procure him proper satisfaction in this regard, as further appears from the copy of the translation. When the Council, in order to prevent further murderous deeds, attempted in vain to expel the Nairs from the palace, which was crowded with them, the often-mentioned Rajah had the Canarese temple, which in particular also stands under our protection, broken open and plundered by his people, the plundered treasures of which are in his hands. And of the four priests who were attached to the service of the Pagoda, he had the noses and ears of three cut off, and the eyes of the fourth put out. When the outrageous conduct of this Rajah had risen so high, Mr. Sunnay offered his mediation to the Council, which was then accepted solely to suspend the progress thereof until the return of the Governor. We are firmly convinced that Your Honors, had these circumstances and the hideous murder and robbery scenes of the Rajah been properly made known to you, would never have interested yourselves with us in his favor. Since the Governor's return, we have demanded proper satisfaction and reparation from the Rajah on this account, but up to now have not been able to obtain it. We are therefore resolved to drive his people from here across the river, unless he provides proper satisfaction, for which we have given him a further three days for consideration. Mr. Sunnay has been informed of this by us, so that, if he deems it advisable, he may prevent the consequences thereof through his counsel to the Rajah. We have the honor to be, (was signed underneath:) Right Honorable and Honorable Sirs, Your Honors' obedient and humble servants, (was signed:) J. G. van Angelbeek, J. van Spall, G. G. Gebhardt, J. W. H. van Rossum, J. A. Cellarius, W. van Haeften, and Arnoldus Lunel. (In the margin:) Cochin, 30 December 1791. Agrees. Arnold Lunel, Secretary. To the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Governor, and the Council at Cochin. Right Honorable Sir and Sirs, We have had the honor to receive your letter of the 30th ultimo. Whilst our respective Nations are so closely and intimately connected at home, and at a time when the friendly intercourse of our Governments in India has been so much strengthened by the conduct of Mr. van de Graaff in the year 1788 and by that of Mr. van Angelbeek at the breaking out of the war with Tippoo Sultaun, it would give us the greatest concern, and we are desired by Lord Cornwallis to say that he would feel it in the same manner, if you were to proceed to the adoption of measures which would place his Lordship and those who are in the government alongside him in the extreme embarrassment
Dutch transcription
382 voor onze kompenie, zoo zijn wij dest gevoeligen aan de vriendelijkheid waarm de uw weled: gestr: en Ede de herstelling van de goede Harmonie tusschen onze kom en meerm=r Ragia wenschen. wij weeten onze dankbaarheid daar over niet beter aan den dag te leggen, dan dat uwweled: Gestr: en Ed=s van het geval zelve informeeren, en wij doen dit niet te meer reidwilligheid, wijl wij uit uwen brief eenlijk van disputen en misverstand spreek klaar begrijpen, dat uw weled: gestr: e Ed van de kriminelle misdaaden die de maa Ragia zich tegen onze kompe geparm teerd heeft, niet behoorlijk geinformee De inlandsche Roomsche Christenen na hunne kerken en de kanazijns bij onsen sta woonende, staan, volgens de in volle krag zijnde traklaaten onder onze protexie mogen met geen nieuwe lasten bezwaar veel minder in hunne persoonen gelede worden, hier toe heeft zich de tegenwoo „gen Ragia noch onlangs eerst op het nieuw plegtig verbonden en niet te m heeft hij in het afweezen van den Goeverneur de Christenen zoo wel als der kanazijns allerlij„ vexatien aangedaan, te meenigvuldig om hier opgenoemd te worden. Joen hier teegen van onze zijde vertoogen gedaan wierden en de Ragia daar tegen allerlij uitvlugten inbragt, zoo ontstond daar uit een korrespondentie tusschen hem en den Raad, waar van men niets anders als een amiable bijlegging kost verwachten; Doch op het onverwachtst zond de Ragia eenige gewapende Nairos in de wooning van den kanarijn Dewersa en liet denzelven met noch twee anderen jammerlijk vermoorden, en het geld en goud, dat onder het bereik dor moordenaars was, wegbrengen. Onder deeze drie vermoorde persoonen bevonden zich de Agent van den koning van grevankoor en de zoon van zijn koopman, waar bij deeze koning en zijne kooplieden groote summen verlooren hebben die derhal„ „van onze komp=e als protector van het Cochimsche Rijk, verzogt heeft, hem derweegen behoorlijke voldoening te bezor„ „gen, zoo als bij de kopij van het translaat nader blijkt. heeft 0en zijn. 383 2„ 84 Joen de Raad om verdere moorddaadige „drijven voortekoomen, vergeefsch getragt de Nairos uit het pallais, hetwelk da meede opgepropt was te verdrijven, lie meermelde Ragia den kanazijnschen temp die inzonderheid ook onder onze protes staat, door zijn volk openbreeken en pli „deren, waar van de geroofde schatten zich in zijne handen bevinden, en van de vier „sters die aan den dienst van de Pagoode knogt waaren, heeft hij drie de neu en voren laaten afsneiden, en den vierden de ooge uitsteeken. Joen de buitenspoorigheid van deezen Rag zoo hoog gereezen was, heeft de Heer zi „nij zijne tusschenkomst aan den Raa aangebooden, die toen ook geaccepteer eenlijk om den voortgang daar van te sluiten, tot de terugkomst van den Goed „neur wij zijn vast verzeekerd, dat uw gestr: en Ed=s, indien deeze omstandighe en afschuwlijke moord en rooftoneels van den Ragia, hun behoorlijk waar bekend gemaakt zich ten faveure van den„ „zelven noit bij ons zouden geinte„ „resseerd hebben. wij hebben zeder terugkomst van den Goeverneur derweegen behoorlijke satisfactie en reparatie van den Ragia geëischt, doch tot nu toe niet mogen erlangen, en zijn dus voorneemens zijn volk van hier over de rivier te verdrijven, ten zijn hij behoorlijke voldoening bezorge, waartoe wij hem nader drie dagen van beraad gegeeven hebben, en de Heer E: on„ „neij is hier van door ons geinformeerd, om zulx geraaden vindende, door zijne raadgeevingen aan den Ragia de ge„ „volgen daar van te voorkoomen. wij hebben de eer te zijn (:onderstond:) Weledelen Gestrenge Haeren Heeren uwerweled: Gestr: en Ed=s gehoor„ bekend „zaame „zaame en nedrige Dienaare. (:was get „kend:/ J: G: van Angelbeek, J: van Spall, G: G: Gebhardt, J: W H: van Rossum, J: A: Cellaria W: van Haeften en Arnold=s Lun (:in margine:)/ koetsiem den 30=e „cember 1791: akkordeerd. Arnold Lunel sekret:s 384 Aan den weledelen Gestrengen Hoor Johan Gerard van Angelboek Goeverneur en den Raad te koetsiem. Weledele Gestrenge Heer en Heeren Wij hebben de eer gehad uwen We have had the Honor to re= ceive your Letter of the 30th brief van den 30: p:s te ontvangen. ultimo. Terwijl onze Naatsien in het va„ Whilst our respective Nations derland zoo nauw en inniglijk are so closely and intimately verbonden zijn, en in een tijd, Connected at some and at a dat de vriendelijke verkeering time when the friendly inter= tusschen onze Goevernementen in India zoo veel krachts ge„ course of our Governments in wonnen heeft door het beleid Jndia has been so much strang= thened by the Conduct of Mr. van den Heer Van de Graaff in van de Graaff in the year het jaar 1788: en bij dat van den 1788. and by that of Mr. van Heer van Angelbeek bij het uit¬ Angelbeek at the breaking barsten van den oorlog met Ti„ out of the war with Tippoo hoe sultan, zoude het ons ten hoogsten leed doen, en Lord Corn„ sultaun, it would give us rallis laat dit ook door ons als the greatest Concern, and we are desired bij Lord Corn= zijn gevoelen verklaaren, als Wallis to say that he would hij wildet overgaan tot maatre¬ feel it in the same Mannier velen die zijn Lordschap, en de geenen, die nevens Hem in het if you were to proceed to the bewind zijn, ten uittersten ver„ adoption of Measures which Houble Sir & Sirs! J. G. van Angelbeek Esqr Governor &a Council at Cochin To the Honorable „leegen would 384
English
would be extremely embarrassed, and his Lordship along with us thinks the Rajah would forego the advantages he had obtained, and that we, after what had already passed in regard to the Rajah of Cochin, should now suffer him, without deriving any advantage from that mediation, to be crushed by the reinforcements from Columbo. It cannot be the wish of Great Britain, or of her officials in this country, to encourage the Rajah of Cochin, or any other Power in India, to offer insult or injury to the settlements of your nation; but as the Rajah of Cochin is entitled to some consideration from us, by his having joined our standard against Tippoo Sultan, and as he acquiesced in our mediation at a time when the affairs of your Government were in an unpleasant situation, we are convinced it must appear unfair to men of such liberal minds as you are possessed of, that we, after it was insisted upon by our Resident Mr. Powney that the Rajah should relinquish deriving any security from the mediation, should suffer him without that mediation to be crushed by reinforcements from Columbo. Lord Cornwallis unites with us in our earnest desire that this unfortunate dispute may terminate without further hostility; and that, in order to examine with deliberation and coolness the circumstances by which it was occasioned, you will agree to appoint a Commissioner on your part to discuss the subject with the Rajah or his officers in the presence of our Resident, of whose conciliatory disposition we have no doubt, and whom we shall instruct to interpose his good offices in as friendly a manner towards your Government as justice will admit of, to bring this difference to an amicable adjustment. We have the honor to be with great esteem, Honorable Sir and Sirs, Your most obedient humble servants, (signed) Chas Oakley Wm Petrie J. Hudleston Fort St. George, 17 January 1792. Read in the Chamber of Zeeland, 26 July 1792. Agreed. Arnold Lunel. Secret. 1792. Netherlands. To the Right Honorable the Directors at the Assembly of the Seventeen representing the General Netherlands Chartered East India Company at the Presidial Chamber Middelburg in Zeeland. Right Honorable Sirs, The packet boat De Star is now returning to the Netherlands, with which we have the honor humbly to offer the duplicate of our humble letter of 27 February last, dispatched with the naval vessel De Vlieg. The said packet boat has been victualed here for nine months, and will for that purpose
Dutch transcription
385 would be extremely embarrasse Hor Powneij had bewerkt, dat „leegen maken zouden, en die the advantage he had obtained zijn Lordschap nevens ons meent to his Lordship, and to those Rasia de verkreegene voor„ we should suffer him without are Joined with him in Gove deelen zoude laten vaaren, wij dat wij na het geen reets met den Rasia van koetsiem voor ment, and which, after what he that mediation to be Crushed thans zouden dulden, dat hij, alreadij passed in regard to the Ra by reinforcements from „gevallen was, niet verdient zonder eenig voordeel uit die of Cochin his Lordship is of opi Columbo. mediaatsie te trekken, ver„ Het kan de wensch niet zijn withus, we have not dese rved Lord Cornevallis unites brijzelt zoude worden voor de A Cannol be the wish o with us in our earnest desire van Groot Brittannien, of van versterking van Ceilon. Great Britain, or of her offi deszelfs Amptenaaren in dit Lord Cornwallis vereenigd that this unfurtonate dis- land, den Rasia van koetsiem in this Country to encourage zich met ons in het opregtste ver„pute may terminate without of eenige andere moogonheid in Rayah of Cochim, or anij othe further hostility, and that langen, dat dit ongelukkig ge„ Indiën, tot beleediging of veron Power in Jndia to offer Insen schil zonder vordere vijandlijk in order to examine the cir= or Injury to the Settlements camstances by which it was heid moge bijgelegd worden; „gelijking van de bezittingen of your Nation but as the been occasioned with delibe= uwer naatsie aantemoedigen, dat Gij, om de omstandighee„ maar wijl de Rasia gerechtigt Rajah of Cochin is entitleden, die hetzelve veroorzaakt ration and Coolness, you to some Consideration fromhebben, met overleg en bedaard, will agree to appoint à Com= is tot eenig inzicht voor hem, door dien hij zich onder onzen us by his having Joined orheid te onderzoeken, een Gekom missioner on your part, to standard against Tippoo, amitteerde wilt benoemen discuss the subject with standaart tegen Sipoe sultan as he acquieseed in our ne van uwe zijde, om het onder„ the Rayah or his officers gevoegd heeft, en wijl hij be„ rust heeft in onze mediaatsietion, at a time when the awerp te onderzoeken met den in the presence of our in een tijdstip, dat uw Goever„ of your Government were Rasia of deszelfs Ministers Resident; of whose Consi= „nement zich in een onaange„ an unpleasant situation, in de tegenwoordigheid van liatory Disposition we „naame omstandigheid bevond, must, we are Convinced apporzen Resident, aan wiens ge„ have no doubt, and whom zoo zouden, wij zijn er van ver„ umfair to men of such liber neegenheid tot het bewerken we shall instruct to minds as you are possessed van verzoening wij niet twijfe„ „zeekert, Mannen van zulk interpose his good Offices that after ik was insisted ulen, en wien wij zullen in„ een edel gemoed, als gij bezit, in as freendly a manner by our Resident Mr. Pour truceren, om zijne goede of¬ het onreedelijk vinden, dat as Justice will admit of that the Razah should relingficien te willen besteeden, wij na dat onze Resident, de deriving any security from Heer the om toirards hebben. 386 Gelezen ter kamer Z. 26 July 1792. Fort st George den 17=e Januari Akkordeerd. „ Arnold Lunel Fort St George 17=t January 1792. to wards your Government, om dit geschil op zulk een vrien„ bring this difference to an „delijke wijze voor uw Goevorne„ amicable adjustment. „ment bij te leggen, als de regt„ We have the honor to be „matigheid zal toelaten. witt great Esteem. Wij hebben de eer met veel achting te zijn Weledele Gestronge Heer en Heeren. uw zeer gehoorzaamen nedrige Dienaaren. (:was geteekend:/ Chas Oakelij Wm Petrie I: Hudleston. it Honble Sir and Sirs. Your most obedt. the servants (:signed Chas. Oakel an W. Petrie Hudleston Nederland Aan de weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van zeven henen repre„ „senteerende de Generaale Nederland, „sche geokkroieerde oostindische kompenie ter Presidiaale kamer Middelburg in Zeeland Weledele Hoog achtbaare Heeren. De pakket boot de star keerd thans naar nederland te rug waarmeede wij de eer hebben nedrig aantebieden het duplikaat van onzen onderdaanigen van den 27: Februari I„o leeden met 'slands bork De vlieg afgevaardigd. Gemelde pakketboot, is hier voor negen maanden geviktaljeerd en zal het daar toe 1792: sekret,
English
387. shortage, consisting of 86 24/15 kannen of olive oil 556 lb of bacon and 611 lb of meat received at Colombo as there was enough in stock here. Furthermore, the sails of this vessel have been repaired, in place of incompetent cooks and stewards good others were provided, and the repairable items helped and tinned, the boat was repaired and caulked, two months of wages and the necessary medications were provided to the crew, as well as other necessities further specified in the expense account. As this vessel had no boat and the same could not be spared, being highly necessary for dropping or weighing anchors, we purchased a boat for it, which was offered by private individuals and found suitable for that purpose, for three hundred ropijen. Upon the representation of the Bishop of Warapolie that, according to a letter from the Papal Nuncio in Paris, 15272 French livers had been counted into the Company's treasury in the Netherlands to be paid out here to him, the Bishop, we have, upon his urgent request made to that end, provided him with two thousand ropijen in deduction of that money in the month of May 1791. And since, in your Right Honorable's esteemed missive received since then, dated 11 May 1790, it was recommended that when this money is received by us, it should then be delivered to the aforementioned Bishop in a secure manner, we respectfully request further elucidation as to whether we shall pay out the aforementioned 15272 livers to him or wait with that until the money is sent to us from the Netherlands, and in the former case, how many ropijen of twenty-four Dutch stuivers each we shall have to pay out for that sum. Right Honorable Gentlemen. Herewith we commend Your Right Honorable and the important interests of the Company to God's protection and have the honor to be, with all respect and fidelity, Right Honorable Gentlemen, Your humble and faithful servants, JG van Angelbeek Apall HoH van Bos WHaesten Arnold Lunel Moetsiem, the 4th of March 1792.
Dutch transcription
387. toe ontbreekende, bestaande in 86 24/15 kannen olijven olie 556. lb spek en 611: „ vleesch te kolombo ontvangen alzoo hier genoeg in voorraad was. voorts zijn de zeilen van dit vaart gerepareerd, in stiede van onbequaa koks en Botteliers goed anderen in plaats verstrekt en de reparabelen „holpen en vertind, de schuit is gerep en gekalfaat, aan de Equipasie zijn twee maanden gasie en de noodig medikamenten verstrekt, mitsgade ook noch andere benoodigdheeden br bij de onkostreekening gespecificee vermits dit vaartuig geen boot ha en de zelve niet ontboerd konde wor als hoog noodig zijnde tot het in „brengen, of ligten van ankers, zoo hebben wij een boot die van partike „lieren aangebooden en daar toe beg bevonden wierd voor het zelve inge „kocht voor drie honderd ropijen op de vertooning van den Bisscr van warapolie dat volgens aanschrij van den Pauslijken Nuncius te Parijs 15272 fransche livers in Neder „land in 's komp=s kas geteld waaren om hier aan hem Bisschop te worden uit„ „gekeerd, hebben wij op zijn daar toe gedaan dringend verzoek in mindering van dat geld twee duizend ropijen in de maand Mai 1791: aan hem verstrekt: En vermits bij uwer wel„ „edele Hoog achtb: zeder ontvangene geeerde missive van den 11. Mai 1790: aan bevoolen word, om wanneer dit geld bij ons ontvangen word, het als dan aan voorm: Bisschop op een sekuurre wijze te doen geworden zoo verzoeken wij eerbiedig nader te worden geelucideerd, of wij de do„ „vengem: 15272 livers aan hem zullen uitkeeren dan wel-daar„ „meede wachten tot het geld aan ons uit Nederland gezonden word, en in het eerste geval hoe veel ropijen van vier en twintig stuivers Hollands. ider, wij voor die som zullen moeten uitkeeren: Parijs Hier Moetsiem den 4e Maart uwer weled. Hoog ad onderdaanige en getrouw Dienaaren JG van Angelbeek Apall HoH van Bos WHaesten Weledele Hoogadt Heeren. Hier meede beeveelen wij uw wele dele Hoogachtbaare en de wigtige belan„ der Maatschappij in Gods beschermn en hebben de eere met alle eerbied en trouwe te zijn. 1792 Arnold Lunel