Inventory 3980
Malabar · 1,084 pages · 200 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
3871 8 Register of Letters and Papers from Malabar received 1794. First Volume. Folio 1 to 3. Register of the Papers 4. Original missive from the Governor and Council to the Amsterdam Chamber, dated 18 October 1792. 5 to 8. Register of the Papers. 9 to 14. Original missive from the Governor and Council to the Assembly of Seventeen, of the same date. 15 to 16. Duplicate of the same from and to the same, dated 4 March 1792. 17 to 18. Secret ditto, dated 18 October. 19 to 21. Register of the Papers. 22 to 55. Secret missive from the Governor and Council to the Governor-General and Councillors, dated 16 April 1792. 56 to 58. Report of the Members Lunel and Eversdyk concerning their commission to the King of Cochin, dated 14 July 1791. 59 to 60. Translated ola from the said King to the Second in Command van Spall, dated 16 July 1791, together with 61 to 62. Draft response thereto, dated 17 July 1791. 63. Account of the Canarese Goudoknie Ananda concerning his arrest by the aforesaid King, dated 18 July 1791. 64. Translated ola from the repeatedly mentioned King to the Political Council, dated 20 July 1791, together with 65. Draft response to the same, dated as above. 66 to 67. Missive from the aforesaid Council to Governor van Angelbeek, dated 16 July 1791. 68 to 73. Ditto from and to the same, dated 8 August 1791. 74 to 78. Secret Resolution of 22 July 1791 concerning the plan regarding the posting of guards in front of the Canarese Pagoda. [illegible] Folio 79 to 80. Secret missive from Governor van Angelbeek to the repeatedly mentioned Council, dated 8 September 1791. 81. Draft missive from the said Council to the King of Cochin, dated 26 July 1791. 82. Translated ola from the King's Prime Minister Gowinda Menon to the interpreter Truijens, dated 27 July 1791. 83. Ditto ditto from the King of Cochin to the Political Council, dated 27 July 1791. 84. Draft missive from the repeatedly mentioned Council to the aforesaid King, dated 29 July 1791. 85. Translated ola from the aforesaid King to the repeatedly mentioned Council, dated 1 August 1791. 86. Draft response to the same, dated 2 August 1791. 87 and 88. Translated ola from the aforesaid King to the said Council, dated 12 August 1791. 89. Draft missive from the repeatedly mentioned Council to the said King, dated 19 August 1791. 90. Translated ola from the King's Prime Minister Gowinda Menon to the interpreter Truijens, dated 20 August 1791. 91 and 92. Ditto ditto from the repeatedly mentioned King to the Political Council, dated 21 August 1791. 93. Translation of a justification ola from the Canarese chiefs concerning a measuring para that was allegedly refused by them to the King's servants, dated 22 August 1791, together with 94. Bond of the said King to the benefit of the chiefs of the Canarese Temple Teroemale Deware, dated as before, and 95. Account of paddy duties under the date as above. 96 to 97. Draft missive from the King of Cochin to the Political Council, dated 22 August 1791, together with 98 to 100. Response to the same, dated 23 August 1791. 101 to 102. Draft missive from the aforesaid Council to the repeatedly mentioned King, dated 24 August 1791, together with Folio 103 to 104. Response thereto, dated 25 August 1791. 105 to 107. Two copy accounts of the King's Menon and Taregen concerning the aforementioned measuring para, dated 26 August 1791. 108 to 110. Copy account of the interpreter Truijens concerning the delivery of a missive from the above-mentioned King, dated 26 August 1791. 111. Ditto missive from the repeatedly mentioned Council to the said King, dated as above. 112. Ditto report from the Members Cellarius and Lunel concerning the investigation of the complaints of the repeatedly mentioned King, that the Canarese had forbidden the Vadiyan of Anjekaro to perform any ceremonies, dated 28 August 1791. 113. Draft missive from the repeatedly mentioned Council to the aforesaid King, dated 6 September 1791. 114 to 115. Translated ola from the said King to the aforesaid Council, dated 11 September 1791, together with 116. Draft response thereto, dated 14 September 1791. 117. Ditto missive from the aforesaid King to the said Council, dated 18 September 1791, together with 118. Ditto response thereto, dated 19 September 1791. 119 and 120. Copy missive from Governor van Angelbeek to the aforesaid King, dated 2 September 1791. 121 to 123. Three copy translations of complaint olas of the Christians concerning the acts of violence of the aforesaid King, dated 27 September and 1 October 1791. 124 and 125. Translated ola from the said King to the repeatedly mentioned Council, dated 26 September 1791. 126. Copy account of the Canarese Sasta Poi, Ipparam, Bilbaboden, and Martia Patter, concerning the murder committed by the King's people on 12 October 1791 at Mattancherry, together with [illegible]
Dutch transcription
3871 8 Register der Brieven en Papieren van Mallabaar overgekoomen 1794. Eerste Deel. Fol: 1 a 3. -. Register der Papieren 4. . - - . - . Origineele missive van den Gouverneur & Raad aan de Kamer Amsterdam in do: 18 October 1792. 5 „ 8. . . Register der Papieren. 9 „ 14. –. -. Origineele missive van den Gouverneur & Raad aan de Vergad: van xvij: in dato alseeven 15 „ 16. . - - - Duplicaat dito van en aan dito in dato 4 Maart 1792 17„ 18. - - . Secreete dito.— D 18 octobr: 19„ 21. . - Register der Papieren 22„ 55. . . . Secreete missive van den Gouvernr & Raad aan Gent: en Raaden in d:o: 16 April 1792. 56„ 58. . - . Rapport der Leeden Lunel en Eversdyk nopens hunne Commissie bij den Koning van Koetsiem in dato 14 Julij 1791. 59„ 60. . . Translaat Ola van gem: Koning aan den Secunde van Spall, gedateert 16 July 1791 nevens 61 „ 62. Concept antwoord daar op in dato 17 Julij 1791. 63. . . . . . . Relaas van den Kanarijn Goudoknie Ananda nop s zijn arrest bij voorm: Koning in do: 38 Julij 1791 64. . . . . . . . . Translaat ola van meerm: koning aan den politie„ „ken Raad van den 20 Iulij 1791. nevens. 65. . . . . . . Concept antwoord op het Zelve in dato als boven. 66 a 67. - . . Missive van voormelde Raad aan den Gouverneur Van Angelbeek in do 16 July 1791. 68 „ 73. . . dito van en aan alseeven in d:o 8 August:s 1791. 74 „ 78. Secreete Resolutie van den 22 Julij 1791. nopens het Plan, betrekkelijk het uitzetten van wagten voor de Kanarynsche Pagood. pas WelEdele 160 op de Nevenstaande o Eerbiede Rante diase Regee door 1 Fol. 79 a 80. . . . . Secreete Missive van den Gouverneur van Angelbeek aan meerm: Raad in d:o: 8 Septemb: 1791 81 - - - . . . . Concept missive van gem: Raad aan den koning van Koetsiem van den 26 Julij 1791. 82. . . . . . . . . Translaat ola van 's Konings Eerste Menister Gowin de Menon aan den Folk Truijens in do: 27 Julij 1791. 83. . . . . . . . . dito. . . . dito van den koning van Koetsiem aan den Politieken Raad in dato 27 Julij 1791. 84. . - . -. . . . . Concept missive van meerm: Raad aan voorm: Koning gedateerd 29 July 1791. 85. . . . . . . Translaat ola van voorm: Koning aan meergem: Raad in d:o: 1 August: 1791. 86. . . . . . . . Concept antwoord op het zelve in dato 2 August: 1791. 87 & 88. . . Translaat Ola van voorm: Koning aan gem: Raad in dato 12 August: 1791. 89. . . . . . . Concept Missive van meerm: Raad aan gem: Koning in dato 19 August: 1791. 90. . . . . . . . . . Translaat ola van 's Konings Eersten Minister Go winda Menon aan den Tolk Truijens gedateert 20 August: 1791. 91 & 92. . . . Dito . - dito van meergem: Koning aan den Politieken Raad ind:o: 21 August: 1791. 93. . . . . Translaat van een verantwoording ola van de Bana rijnsche Hoofden nopens een meetparra, die door hen aan de Bediendens van den Koning zouden geweijgerd weezen, gedateert 2e August: 1791 nevens 94. . - Obligatie van gemelde Koning ten voordeelen van de Hoofden van de Kanarijnsche Tempel Teroemale Deware in do: als vooren, en 95. . . . . . . . . Reekening van Nelij Gerechtigheid onder dato als boven 96 a 97. -. . Concept missive van den Koning van Koetsiem aan den Politieken- Raad indo: 22 Augs: 1791. neevens 98 a 500. - . . antwoord op het zelve _o 23— 9 101 „ 102. -. Concept missive van voorm: Raad aan meermelde Koning in do. 24 August: 1791. nevens. Fol: 103 a 304. . . . . antwoord daar op in d:o 25 August: 1793. 105 a 107. . . . . . Twee Copie Relaasen van 's Konings Menon en Tarregen nopens de hier voorengem: Meet Parra in do. 26 August: 1791. 108 „ 110. . . . . -. Copie Relaas van den Tolk Truijens nopens de bezorging eener missive van bovengem: Koning gedateerdt 26 August: 1791. Dito missive van meerm: Raad aangemelde Koning in d. o als boven. 112. . . . . . . . . . . Dito bericht van de Leeden Cellarius & Lienel nopens het ondersoek van de klagten van meerm: Koning, dat de Kanaryns den Wadiaan van Anjekaro verbooden hadden eenige Ceremonien te verrigten gedateerd 28 Aug. s 1791. Concept missive van meermelde Raad aan voorm: Koning in d:o. 6 Septemb: 1791. 114 a 315. - . . -. Translaat ola van gem: Koning aan voorsz: Raad en dato 11 Septemb: 1791. neevens Concept antwoord daar op gedateerd 14 Septemb: 1791 Dito . - - - missive van voorm: koning aangemelden Raad in dato 18 September 1791 nevens. 118. . . . . . . . . Dito antwoord daar op in dato 19 Septemb: 1793. 119 & 126. . . . Copie Missive van den Gouvern r. van Angelbeek aan voorsz Koning in do 2 Septemb: 1791 121 a 123. . . . . Drie Copij Translaaten van Klagt Olas van de Christeren wegens de geweldenarijen van voorm: Koning gedateerd 27 Septemb: en 1 October 1791. 124 & 125. - . -. Translaat Ola van gem: Koning aan meermelden Raad in do. 26 Septemb: 1791. 126. . . . . . . . . Copie Relaas van de Kamarijns Sasta Poi Ipparam Bilbaboden en Martia Patter, nopens de moord door 's konings volk op den 12 October 1791 op Mattanseeri gepleegd, neevens 116. . . . . . . . . 117. . . . . . . . . . 113. . . . pen op de Revens WilEdel 160 Eerbiedige Wiants 170 a d doo 12 lbeek in 111. .. g aad
English
Folio: 127. Secret Resolution of 12 October 1791 concerning the aforesaid murder. 128 to 130. Two duplicate accounts of what was carried off from the Kararijn temple on the same date, 8 December 1791. 131 to 132. Translation of an ola from the King of Cochin to the Political Council on the same date, 14 October 1791, together with 133. Draft reply thereto on the same date, 15 October 1791. 134 to 135. Translation of an ola from the aforementioned king to the aforesaid Council dated 16 October 1791. 136 to 138. Duplicate English letter from the English Resident George Powney to the presiding member J. L. van Spall, together with the Council, dated 16 October 1791, with the Dutch translation, together with 139. The reply thereto dated as above. 140 to 142. Duplicate letter from the aforementioned Resident to the same as above dated 19 October 1791, with the Dutch translation, together with 143. The reply thereto dated as above. 144 to 161. Secret Resolutions dated 27, 30, and 31 December 1791 and 8 January 1792. 162 to 163. Duplicate English letter from the Government of Madras to the Governor and Council on the same date, 29 October 1791, with its translation into Dutch, together with 164 and 165. The reply thereto dated 31 December 1791. 166. Draft letter from Governor van Angelbeek to the Dewan of the King of Travancore dated 9 January 1792, together with 167. The reply thereto on the same date, 11 January 1792. 168 to 169. Report of the interpreter Truijens regarding the delivery of the aforesaid letter to the said Dewan, dated 11 January 1792. 170. Translation of letters from the King of Travancore to the English Government at Madras dated 11 January 1792. Folio 171. Folio: 171 to 173. Duplicate English letter from the Government of Madras to the Governor and Council on the same date, 17 January 1792, with its translation into Dutch. 174 to 177. Secret Resolutions of 1 February 1792. 178 to 182. Duplicate of the same letter from the Governor and Council to the Governor-General and Council on the same date, 12 May 1792. 183 to 213. Secret Resolutions of 11 March and 19 April 1792. 214 to 257. Register of the marginal notes on the letter to the Governor-General and Council on the same date, 16 April 1792. 218 to 302. Duplicate letters from the Governor and Council to the Governor-General and Council dated 14 December 1791, 22 February, and 16 April 1792. 303. Register of Papers. 304 to 305. Duplicate separate secret letter from Governor van Angelbeek to the Assembly of the Seventeen on the same date, 19 October 1792. 306 to 312. Same, same, same as just mentioned to the Governor-General and Council dated 12 May 1792. 313 to 328. Same secret letter from the aforementioned Governor to the same as just mentioned on the same date, 12 September 1792, together with 329. Report of the presiding member J. L. Van Spall regarding the delivery of pepper to the King of Travancore since the years 1780 to 1791, dated 10 September 1792. 330. Indication of the profits that the Company can make annually on pepper in Cochin. 331 to 333. Brief sketch of the Fortress of Cochin and the Company's buildings standing therein. 334 to 336. Extract of the Malabar Resolution of 1 February 1792. 337 a. Indent of Malabar for the year 1792 and the reply thereto. 337 b. Memorandum of purchased goods during the fiscal year 1788/1789. 338 to 339. Return of goods sold. 340 to 345. General ditto. 346. Brief statement of the charges and profits during the fiscal year 1792/1793. [illegible] Folio: 347. Corrected memorandum of collected pepper for the year 1790. 348 to 349. Current account of powdered sugar sold in the year 1792/1793. 350 to 423. List of arrived and departed vessels from the end of August 1790 to the end of August 1791, indicating which goods they brought in and took away again. 424. Name list of deserted persons from 1 April 1791 to the end of March 1792. 425. Memorandum of cash remaining as balances both in Cochin and at the subordinate offices as of the end of August 1791. 426 to 438. Same of the remaining balances both in Cochin and at the subordinate offices as of the date as above. 439 to 440. Statement of account of charges and income of the Diaconate poor in Cochin, and of the leper asylum at Paliaporto, during the year 1790/1791, together with 443 to 442. Report of the commissioners regarding the administration kept over the said funds during the fiscal year 1793/1794. 443. Name rolls of the persons who were present in the aforesaid leper asylum on 22 February 1792. 444. Extract of the Malabar Resolution of 5 April 1792. 445 to 465. Alphabetical register of the standing orders from 1781 to 1790. 466 and 467. Original letter from Governor van Angelbeek to the Assembly of the Seventeen dated 6 October 1793. [illegible] Register of the Papers which, by order of the Right Honorable, Valiant, and Most Worshipful Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Member of the Council of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Coast of Malabar, together with the Council at Cochin, are being sent via Ceylon to the Honorable, Highly Esteemed Directors of the Chamber of Amsterdam; namely: Number 1. Original letter under today's date written by and to the parties mentioned in the heading of this document. 2. Duplicate letter under today's date written to the Assembly of the Seventeen. 3. A packet containing secret papers addressed to the parties mentioned in the heading of this document. 4. A packet containing separate secret papers from [illegible]
Dutch transcription
Fol: 127. - . . . . . Secreete Resolutie van 12 October 1791 betrekkelyk voorsz. moord. 128 a 130. . . . Twee Copie Reeckeningen van hetgeene uit de Kara „rijnsche Tempel ontdraagen is in d:o 8 Dec: 1791. 131 „ 132. –. Translaat ola van den Koning van Koetsiem aan den Politieken Raad in d o. 14 October 1791 neevens. 133. . . . . . . . Concept antwoord daarop in d:o: 15 October 1791. 134 a 135. - . Translaat ola van voorm: koning aan voorsz. Raad in dato 16 October 1791. 136 a 138. . . . . Copie Engelsche Missive van den Engelschen Resident George Porrneij aan het voorzittend Lid J. L. van Spall benevens den Raad in dato 16 October 1791. met het Nederduitsche Translaat nevens 139 . - - - . . . . . 't antwoord daarop in dato als boven 140 a 142. . . Copie missive van voorn: Residenten aan als vooren in dato 19 October 1791. met het Nederduijtse trans laat nevens. 143. . . . . . . fantwoord daar op in dato als vooren 144 a 161. . . . Secreete Resolutien in datis 27. 30 & 31 December 1793. en 8 Januarij 1792 162 „ 163. Copie Engelsche missive van de Regeering van Madras aan den Gouverneur en Raad in d:o: 29 October 1791. met dies Translaat in het Nederduitsch, nevens. 164 & 165. 't antwoord daar op in dato 31 December 1791: 166. . . . . . . Concept missive van den Gouverneur van Angelbeek aan den Divan van den Koning van Trevancoor in dato 9 Jann: 1792. neevens. 167. . . . . . . . . . antwoord daar op in d:o 11 Januarij 1792. 168 „ 169. - . Relaas van den Tolk Truijens nopens de bezorging van voorsz. missive aangemelde Divan gedateert 11 Januarij 1792 170. . . . . . . . . . Translaat missives van den koning van Trevancoor aan de Engelsche Regeering te Madras in dato 11 Januarij 1792. F=o 171. Fol: 171 a 173. . . . Copie Engelsche Missive van de Regeering van Madras aan den Gouvern:r & Raad in do: 17 Januarij 1792 met dies Trenslaat in het Nederduitsch. 174 a 177. . . . - Secreete Resolutien van den 1 Februarij 1792. 178 „ 182. . – –. Copie dito Missive van den Gouvern:r en Raad aan Gener:l en Raaden in d:o 12 Meij 1792. 183„ 213. . . -. Secreete Resolutien van den 11 Maart en 19 April 1792. 214 „ 257. . . Register der Marginaalen op de misse: aan Gen:s: en Raaden in do: 16 April 1792. 218„ 302. . . -. Copie missives van den Gouvern:r & Raad aan Gen:t: & Raaden in datis 14 December 1791. 22 Febr: en 16 April 1792 303. . . . . . . . Register der Papieren 304 a 305. . . - . Copie aparte Secreete missive van den Gouverneur van Angelbeek aan de Vergad: van xvij: in d:o 19 October 1792. 306 „ 312. . . . . dito, dito, dito van als even aan Gen:t en Raaden in dato 12 Meij 1792. 313 „ 328. . . . . dito secreete missive van voorm: Gouvern. r aan alseeven in do. 12 Septemb: 1792 neevens. 329. . . . Bericht van het voorzittend Lid J. L. Van Spall nopens de leverantie van Peper aan den Koning van Trevancoor Zedert de Jaaren 1780 tot 1791. gedateerd 10 Septb: 1792. 330. . . . . aanwijzing der Voordeelen die de Comp: op de Peeper Jaarlijks op Cochim kan behaalen. 331 „ 333. - . korte schets van de Vesting Cochim, ende daar in staan de Comp:s gebouwen. 334. „ 336. Extract Mallabaarsche Resolutie van 1 Feb: 1792. 337 a. . . . . . Eisch van Mallabaar voor den Jaare 1792. en beantwoording op dezelve. 337. b. . . . . . Notitie van ingekogte goederen geduurende 't boekjaar 1795/5 8 9 338 „ 339. -. Rendemen der Verkogte 340 a 345. -. Generaal dito 346. . . - - - . Korte Vertooning der Lasten en winsten, geduurende 6 't Boekjaar 179 2/3. past op de Reven Wel Edele 160 Eerbiedige Wiants 1 1 End doo trans 3 d 3 - 171. Fol: 347. . . . . . . . . Verbeterde Memorie van ingezamelde Peper voor den Jaare 1790. 348 a 349. -. Reeckening Courant van Verkogte Poeder Suiker in A. o. 179 2/5 350 „ 423. . . Lyst der aangekomene & vertrokke schepen zedert Ult=o Aug:s 1790 tot Ult:o Aug:s 1791 met aantooning welke goederen dezelve hebben aangebragt en weder vervoerd. 424. . . . . . . . . Naam lyst van gedeserteerde Perzoonen zedert 1 April 1791 tot Ult.o Maart 1792. 425. . . . . . . . Notitie der Contanten, welke zo op Koetsiem, als op de onderhoorige Comptoiren per restant zijn gebleeven onder Ult:o Aug. s 1791. 426 a 438. -. . dito der Restanten, welke zo op Koetsiem, als op de onder hoorige Comptoiren per resto zijn gebleeven onder dato als boven. 439 „ 440. . . . Staat reeckening der Lasten en inkomsten bij de Diaconij Armen te Koetsiem, en van het Lazarushuijs te Paliaporto, geduurende Ao. 179 /1 neevens 443 „ 442. . . . Bericht van Gecommitteerdens nopens de administratio over gem: Penningen gehouden, geduurende het boekjaar 173/4 443. . . . . . . . . Naam Rollen der Perzoonen, welke zich op den 22 Febr 1792. in voorsz. Lazarushuis bevonden. 444 - - - - - - . . Extract Mallabaarsche Resolutie van 5 April 1792. 445 a 465. . -. Alphabetische Register van de positive orders zedert 1781 tot 1790. 466 en 467. -. Origineele missive van den Gouvern:r van Angelbeek aan de vergad: van xvij:' in d:o 6 October 1793 de op de Nevenstaande itedel 6 Eerbiedige Siant 10 1 door Register den Papieren dewelken ter order van den wol„ „edelen gestrengen groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad Ordinair van Nederlandsch Indiën, Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar, nevens den Raad te koetsiem, aan de Ede„ „le Hoogachtbaare Heeren Bewindhebberen ter kamer Amsterdam over Ceilon worden gezonden; als: :N=o 1. Origineele missive onder heedigen datum door en aan als in den hoofde dee„ „zes geschreeven. „ 2. kopij brief onder heedigen datum aan den ver„ „gadering van Zeeventienen ge¬ „schreeven 3. Een pakket met sakreete papieren aan als in den hoofde deezes gemeld ge„ „richt. 4. Een pakket met aparte sekreete papieren van pa op de Nevensa WilEdele 6 Eerbiedige Biant o as Regee Ende door de „ „
English
No. 14. Financial statement drawn from the trade books of this Government of 1789/90. 15. Memorandum of such pepper as was collected along this coast from mid-December 1790 to mid-December 1791. 16. Current account of powdered sugar sold in the financial year 1789/90. 17. Copy list showing the quantity and quality of the goods which foreign ships and native vessels bring in, the prices for which the same were sold, and which merchandise was transported away again, dated last of August 1791. 18. Muster roll of persons who successively deserted from here from the first of April 1791 to the last of March 1792. Pay Office. No. 19. Specific report of the balance of this Government's treasury, dated last of August 1791. 20. Report of the general outstanding balances according to the trade books as of the last of August 1791, both at Cochin and at the subordinate offices. 21. A chest with copy trade books of 1790/91. 22. A copy register of the same, dated the 12th of this month. Pay Office 23. A chest with copy pay books of 1790/91. 24. A copy register of the same, dated the 12th of this month. 25. Financial statement of the Diaconate poor and the Leper House for the financial year 1789/90, annexed: copy report of the commissioners and a muster roll of the lepers, dated 22 February 1792. [illegible] No. 26. A sealed duplicate forwarded to His Serene Highness the Prince of Orange and Nassau. 27. Extract from the Cochin Resolution of 5 April of this year, concerning the decision on the examination of the unloaded cargo of the ship The Indus. 28. A list of an assignment now being transmitted, amounting to f 300: —. Cochin, the 18th of October 1792. As commissioners, Arnold Lunel E. Swabe W. W. Bakker Secretariat [illegible] Register Netherlands. To the Right Honourable Gentlemen Directors of the Dutch Chartered East India Company at the Chamber of Amsterdam. Right Honourable Gentlemen. We have the honour herewith to present the copy of our letter of today to the presiding Chamber of Zeeland, with the annexes belonging thereto according to the register, while we commend Your Right Honours and the important interests of the Company to God's protection and remain with respect and loyalty, Right Honourable Gentlemen, Your Right Honours' humble and faithful servants, J. G. van Angelbeek G. G. Gebhardt J. W. H. von Rossum J. A. Cellarius W. Hosten A. Spael Arnold Lunel. Cochin, the 18th of October 1792. [illegible] No. 1 Register of the papers which, by order of the Right Honourable, Rigorous, and Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, together with the Council at Cochin, are sent via Ceylon to the Right Honourable Gentlemen Directors representing the Meeting of Seventeen of the General East India Company of the United Netherlands at the Presiding Chamber of Zeeland, namely: No. 1: Original missive under today's date written by and addressed as in the heading hereof. No. 2. Duplicate missive of 4 March of this year, dispatched with the packet boat The Star. [illegible] No. 3. Secret packet addressed to the same. No. 4. Separate secret packet from the Honourable Governor, addressed as above. No. 5. Copy letters to Their High Excellencies the High Government of the Dutch East Indies at Batavia, written on 14 December 1791 and 22 February and 16 April of this year. No. 6. Copy Resolutions from 17 April 1791 to 14 April 1792. No. 7. Copy of the answered Batavian Requisition for the year 1792, dated Batavia, 7 October 1791. No. 8. Extract Resolution taken in the Council of Malabar on 1 February 1792 regarding the outstanding debts according to the books of 1789/90. No. 9. Report of such European merchandise as was sold here in this town by private individuals in the past year, showing the prices obtained for it. Note: not transmitted, as no European merchandise was sold here. 10. Report of such merchandise, provisions, materials, etc., as were purchased from the first of September 1790 to the last of August 1791, showing their quantity and prices. 11. Yield of the trade wares sold in 1790/91 without deduction of expenses. 12. General yield of various merchandise traded during the said financial year, dated last of August 1791, after deduction of expenses. [illegible] No. 13. Yield of such goods as were purchased and sold on the Company's account from the first of September 1790 to the last of August 1791. 14. Financial statement drawn from the trade books of this Government of 1790/91. 15. Memorandum of such pepper as was collected along this coast from mid-December 1790 to mid-December 1791. 16. Current account of powdered sugar sold in the financial year 1790/91. 17. Copy list showing the quantity and quality of the goods. Note: not transmitted, as no private trade was carried on.
Dutch transcription
N=o 14. staatroekening getrokken uit de Negootsie boe„ „ken deezes Goevernements van 17. 39/4. 15. Memorie van zoodanige peper als or zeden „ madio Dber 1790. tot medio 2ber: 1791. ter deezer kuste ingezaameld is. 16. Reekening koarant van verkochte poedarzuiker in het boekjaar 17. 39/4. kopij Lijste waar bij aangetoond word de quan„ 17. „titeit en qualiteit der goederen, welke vreemde scheepen en Inlandsche vaartuigen aanbren„ „gen, de preijsen waar voor den„ „zelven verkocht en welke koop„ „manschappen weder vervoerd 18. Naamrol. van Persoonen die sukcessivelijk van hier gedeserteerd zijn Iader p=mo April 1791: tot ultimo maart 1792: gedateerd speifique „ zijn ged=t ult=o Aug=s 1791. soldij Comptn. N=o 19. Specifique notietsie van den staat der kassa deezes Goevernements ged=t ult=o aug=o 1741. Notietsie van den generaale restanten volgens de 20. Negootsie boeken onder ult=o Aug=s 1791. zoo te koetsiem als op den onderhoorige kantooren. 21. Een kas met kopij negootsie boeken van 22: Een kopij Register van dezelven gedateerd 12:e deezer Een kas met kopij soldijboeken van 17 3 ldij Compt 23. Een kopij Register van dezelven gedateerd 4. 12: deezer. 25. staatvrekening van de Diakoni arman en het Leproosenhuis van het boekJaar 17. 3/94 annex. kopia rapport van gekommit= „teerden en Een Naamrolla der Leproosan gedateerd 22e. febr: 1742. epartte Nevensa Wil Edelan 9 16 Eerbiedige Beant 100 netiase nde 21 door de 3/98. 17 Een N=o 26. Een afgeslooten duplikaat aan zijne Doorlucht besorgt. „gen Hoogheid den Heeren Prince van Oranje en Nassauw. 27. Extrakt koetsiemsche Resoluutsie, van den 5e April deezes Jaars behelsende disposietsie op aen bevinding van de uitgeleeverde laading van het schip den Indus. Een Lijste van een thans overgaande assignaatsie 28: groot ƒ 300: —. oetsien den 18:e Oktober 1792 Als gecommitt=en Arnold Lunel E Swabe WWBakker „ Schrit gepast op de Nevenstaande Wel Edelen 16 Eerbiedige Beant Hoo diase Regee door de Register Nederland. Aan de weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen Van de Nederlandsche Geoktroieerde Oostindische Kompanie ter kamer. Amsterdam Weledele Hoogachtbaare Heeren. P Wij hebben de eer hierneevens aan tebieden de Ropij van onzen brief van heeden aan de presidiaale kamer Zeeland met de daar bij gehoorende bijlaagen volgens register terwijl wij uw weledele Hoog achtbaare en de wigtige belangen der Maatschappij in gepast op de Nevens WelEdel GOi 169 Eerbiedige Beaut oo not a g door d in Gods bescherming aanbeveelen en met eerbied en trouwe blijven WelEdele Hoog achtbaare Heeren uwerweledele Hoog achtbaare Onderdaanige en getrouwe J G van Angelbeek Dienaaren. G G Gebhardt JW H voor Rrossum J. A. Cellarius W Haosten Koetsiem den 18. Oktober 1792. ASpael Arnold Lunel. opa op de Nevenstaande Wel Edelen 90 160 Eerbiede Siants 10 mo a Regeer door d N=o 1 Registerder Papieren dewelken ter order van den Weledelen Gestrengen Groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlandsch Indien Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar, nevens den Raad te Koeksiem, aan de Edele Hoog achtbaare Heeren. Bewindhebberen ter vergadering van zeeventienen„ representeerende, de Generaale Oostindische Maatschappyj der vereenigde Nederlanden ter Presidiaale kamer Zeeland over Ceilon worden gezonden als: N=o 1: Origineele missive onder heedigen datum door en aan als in den hoofde deezes geschreeven. N=o 2. Dirplikaat missive van den 4.:e Maart deezes Iaars met de paketboot de star afgezonden Sekriete pas Wil Edelen 9Oite 16 op de Nevens 100 Eerbiedigd Biant Regee door d 1 N=o 3. Sehreeken parscke: aan Hoogst dezelven gerit N=o 4. Apart Sekreet pakker van den Ed: Heer Goeverneur als even gericht N=o 5. Kopij brieven aan Hunne Hoogedel „heeden de Hooge Regee„ „ring van Nederlandsch Indien te Batavia geschree den 14=e Iber: 1791 en 22=e febr en 16. April deezes Jaar N=o 6. Kopij Resoluutsien van den 17 April 179 tot den 14=e April 1792 N=o 7: Hopij beantwoorde Bataviasche Eisch voor den Jaare: 1792: gedateerd Batavia den 7:e October: 1791. — N=o 8. Extrakt Resoluuitsie genoomen in Raad van Malabaar op den 1=e febr 1792. raakende de uit „staande schulden by de boek van 1789/91 geene Europeesche koop kocht zijnde N=o 9. Notietsie van zoodanige Europasche koopmanschappen als in A=o gaat niet over als pass=o hier ter steede door „manschappen hier ver Partikulieren verkocht zijn met aankooning der prijsen daar voor behaald „ 10. Notietsie van zoodanige koopman „schappen, Provisien, Materiaa„ len, enz als er zeeder primo September 1790 tot ult=o Augus „tus 1791 ingekocht. zijn met aantooning van der „zelver quantiteit en prijzen „ 11. Rendement van de verhandelde ne„ „ gootsie wharen in 17¾ zonder aftrek der ongelden „ 12. Generaal Rendement van diverse koopmanschappen, die ge „duurende 't gem: boekjaar zijn omgezet ged=t ult=o aug=s 1791 na aftrek der ongelden Renidement gepast op de Nevenstaande Wel Edelen GO 16 Eerbiedige Tiant 1700 tiase door de d vs C Rendement van zoo danige goederen N=o 13: deser Zeder primo Sep geen partikuliere ptember 1790. tot ult=o Augu „tus 1791. Skomp. s wegen ingekochten verkocht zijn ged=t Staat reekening getrokken uijt de „ 14. Negootsie boeken dezes 3o „vernements van 178/91. „ 15. Memorie van zoodanige peper als Ieder medio xber 1790 to medio Iber 1791. ter deeze kuste ingezaameld is „. 16. Reekening koerant van verkochte poeder zuiker in 't boek Jaar 178/91. „. 17: Kopij Lijste waar bij aangetoond word de quantiteit en qualiteit gaat niet over als handel gedreeven zijnde der
English
of the goods which foreign ships and native vessels bring in, the prices for which the same were sold, and which merchandise was transported away again, dated the last of August 1791. No. 18. Muster roll of persons who have successively deserted from here, from the 1st of April 1791 to the last of March 1792. No. 19. Specific notice of the state of the treasury of this Government, dated the last of August 1791. No. 20. Notice of the general balances according to the trade books as of the last of August 1791, both at Cochin and at the subordinate offices. [illegible] No. 21. A chest with copy trade books of 1788/91. No. 22. A copy register of the same, dated the 12th of this month. No. 23. A chest with copy pay books of 1788/91. No. 24. A copy register of the same, dated the 12th of this month. No. 25. Statement of accounts of the Diaconate poor and the leprosy house for the financial year 1788/91, annexed copy report of commissioners and a muster roll of the lepers, dated 22 February 1792. No. 26. A sealed letter to His Serene Highness, the Lord Prince of Orange and Nassau. [illegible] No. 27. Extract of the Cochin Resolution of 5 April of this year, containing the decision on a finding regarding the discharged cargo of the ship the Indus. No. 28. A list of a bill of exchange now being transmitted in the amount of f 300. No. 29. A copy register of the standing orders since the year 1781 until the year 1790. No. 30. A secret packet from the Noble Lord Governor to the Right Honorable Gentlemen Craijevanger and Romswinkel. Cochin, 18 October 1792. Arnold Lunel, Secretary. [illegible] Register Netherlands. To the Right Honorable Gentlemen Directors at the Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company, at the Presidial Chamber of Middelburg in Zeeland. Right Honorable Gentlemen, Since the dispatch of our last humble letter of 4 March of this year, sent with the packet boat the Star, the duplicate of which is attached hereto, we have successively had the honor to receive the following packets from Your Right Honorable Lordships: On 9 April of this year via Batavia, an extract dispatch to the High Indian Government of 11 May 1790. On 24 August, also via Batavia: A register with the enclosures mentioned therein, dated Amsterdam, 15 June 1791, and Your Right Honorable Lordships' honored dispatch of 19 August 1791, with a register of 6 September appended thereto and the enclosures belonging therewith. On 28 September, brought to Tuticorin by the ship the Schelde, Your Right Honorable Lordships' honored dispatch of 22 December 1791, with a register dated Amsterdam, the 29th thereafter, and the enclosures mentioned therein. And on the 10th of this month, brought to Tuticorin by the ship Vasco da Gama, Your Right Honorable Lordships' dispatch of 3 November 1791, with a register dated Amsterdam, the 30th thereafter, and the enclosures mentioned therein. The honored orders contained therein will serve for our dutiful guidance. The artilleryman Willem Fredrik Molten, mentioned in Your Right Honorable Lordships' aforesaid dispatch of 22 December 1791, was already placed last year, at his request, on the ship Doggersbank in order to repatriate therewith from Ceylon. We have the honor humbly to present herewith the copies of our latest description of the state of this Government under the date of 16 April of this year, and of our further letters to the High Government of India of 14 December and 22 February prior, together with the further papers and enclosures according to a separate register. Upon the inspection of the cargo discharged here from the ship the Indus from Batavia, inserted into our resolution of 5 April of this year, an extract of which is attached hereto, there were found in a well-conditioned homeland chest No. 1, twenty-five drum hoops instead of drum ropes, which, considering that this must be an error in the invoice, we have caused to be entered as such into the books, and in contrast to write off fourteen trowels which in another, likewise well-conditioned homeland chest No. 1 were found to be rotten, together with ten hair cloths which in such a chest No. 3 were suffocated and rotten; however, we are unable to state with which ship or for which Chamber these three chests were sent out, as this was not noted on the Batavian invoice. Pursuant to the further orders from the High Indian Government, we humbly present herewith a copy of the register of the standing orders since the year 1781 to 1790. Furthermore, we have the honor to enclose herewith a list of a bill of exchange in the amount of three hundred guilders, counted into the treasury by the junior merchant and warehouse master Johan Adam Cellarius at 230 19/48 rupees, to be paid out again to Messrs. Godfried Gerlach and Henrik Brugman Bierbaum, merchants at Amsterdam, or to their authorized representatives, order, or heirs, with f 300. Herewith we commend Your Right Honorable Lordships and the important interests of the Company to God's protection, and have the honor to be with all respect and fidelity, Right Honorable Gentlemen, Your Right Honorable Lordships' humble and faithful servants, J. G. van Angelbeek G. G. Gebhardt A. van Foossum Haesten Arnold Lunel D. Spall J. A. Cellarius Cochin, 18 October 1792. No. 7.
Dutch transcription
der goederen, welke vreemden Scheepen en Inlandsche vaartuigen aanbrengen, de prijsen waar voor de „zelve verkocht en welke koopmanschappen weder vervoerd zijn ged=t ulto aug=s 1791: N=o 18: Naamrol van Persoonen die sukces „sivelyk van hier gedeser „teerd zijn Ieder pmo april 1791: tot ult=o maart 1792. „ 19. Specifique notietsie van den staat. der kassa dezes Goeverne. „ments ged=t ult=o aug=s 1791. „ 20. Notietsie van de Generaale restanten volgens de Negootsie boeken onder ult=o aug=s 1791. zoo te koetsiem als op de onder „hoorige kantooren. 240. Een part op de Nevenstaande MilEdelan G Eijsch be k 1700 Eerbiedige Deant Indiase Regeer doo besorg N=o 21. Een kas met kopij negootsie boeken ontf. van 178/91. „ 22. Een kopij Register van dezelven ged=t 12e deezer sodijfCsemp 23. Een kas met kopij soldij boeken van 17 /91 Corst. 24. Een kopij Register van dezelven ged=t 12. deezer. soldij „ 25: Staatreekening van de Diakone arma en het leproosenhuis van 't boekjaar 1788/91. annex kopia rapport van gekom„ „mitteerden en Een Nadim „rolle der leproozen ged=t 22 februarij 1792. — 26. Een afgeslooten brief aan zijne Doorluckt Hoogheid, den Heere Prince van be besorgt Als gekommitteerden Harbegen N=o 27. Extrakt koeksieimsche Resoluntsie van den 5=e April deezes Jaars behelsende dispo„ „sieksie op een bevinding van de uitgeleeverde laading van het schip de Jndus. „ 28: Een Lijste van een thans overgaande assignaatsie groot ƒ 300: „ 29: Een kopij Register van de posetive orders zeder het Jaar 1781. tot het Jaar 1790: Een sehreete pakketje van den Edelen Heer Goeverneur aan de weledele Groot„a „ achtb: Heeren Craijevanger en Romswinkel: Roetsiem den 18: oktober 1742:— Arnold Lunel van oranje en Nassauw sehret:s Eerbied pas hiled Gi be 6 „ 30: oal Register Nederland. Aan de weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van zeventienen re „presenteerende de Generaale Nederlandsche Geoktroieerde Oostindische kompenie ter Presidiaale kamer Middelburg in Zeeland Weledele Hoog achtbaare Heeren. zeeder het afgaan van onzen laasten eer„ „biedigen van den 4. Maart deezes jaars met de parketboot, de star afgezonden, waar van het duplikaat hiernevens, hebben wij sukcessive de eer gehad, de volgende paketten van uw weledele Hoog achtbaare te ontvangen. Op den 9'. April deezes jaars over Ba¬ „tavia een extrakt missive aan de Hooge Jndisch Regeering van den 11. Mei 1790. op den 24. Augustus mede over Ba„ „tavia Een register met de daar bij vermel„ de Eerbien med 96 60 „de bij lagen gedateerd Amsterdam 15. Juni 1791. en uwer weledele Hoog „achtbaare geeerde missive van de 19. Augustus 1791. met een register van den 6. september daar aan en daar bij gehoorende bijlagen Op den 28. September met het schip de schelde te Tutukorijen aangebragt uw wel edele Hoog achtb: geeerde mis„ „sive van den 22. December 1741. met een register gedateerd Amsterdam 29. daar aan en daar bij vermelde bijlaagen. En op den 10. deezer, met het schip Vasch de gama te Tutukorijn aangebragt uwer weledele Hoogachtbaare mis„ „sive van 3. ' November 1791. met een register gedateerd Amsterdam 30. ' daar aan en daar bij vermelde bijlagen De geeerde beveelen bij dezelven vervat, zullen wij ons tot schuldige naricht laaten dienen. De bij uw weledele Hoog achtbaare voormeld missive van den 22. De„ „cember 1791. vermelde Arthillerist willem Fredrik Molten is reets voorleeden jaar op zijn verzoek op het schip schip Doggersbank geplaatst om daar„ „meede van Ceilon te repatrieeren. Wij hebben de eer hiernevens nedrig aantebieden de kopijen van onze jongste beschrijving van den staat deezes Goevernements onder de dagteeke„ „ning van den 16. April deezes Jaars en van onze verdere brieven aan de Hooge Regeering van Jndien van den 14. december en 22. Februari bevoo„ „rens, mitsgaders van de verdere papieren en bijlagen volgens apart register. Bij de bevinding van de alhier uit „geleeverde laading van het schip de jndus van Batavia geinsereed ter onzer resoluutiie van den 5. April deezes jaars, waar uit een extrakt hiernevens, zijn in een wel gekon„ „dietsioneerde vaderlandsche kas N=o 1. vijf entwintig tromhoepen, in steede van tromreepen gevonden, die wij uit aanmerking dat dit eene faute bij de fantuur zal wee„ „zen, als zoodanig bij de boeken hebben laaten inneemen en daar en tegen afschrijven veertien trouvellen hil 6 Oerbie 10. die die in een andere meede wel gekon„ „dietsioneerde vaderlandsche kas N=o 1. verrot bevonden zijn, mitsgaders tien haire doeken dewelken in een zodanige kas N=o 3: verstikt en verrot geweest zijn, doch wij zijn niet in staat op te„ „geeven, met welk schip of voor wel„ „ke kamer deeze drie kassen uit„ „gebragt zijn, alzoo bij de Batavi„ „asche faktuur zulx niet heeft be„ „kend gestaan. Jngevolge het nader aanbevoolene door de Hooge Jndische Regeering bieden wij hiernevens nedrig aan een kopij van het register op de positive orders Ieder het jaar 1781. tot 1790. voorts hebben wij de eer hiernevens te voegen een lijst van eene assig¬ „naatsie groot driehonderd gulden door den onderkoopman en Par„ „huismeester Johan Adam Cellarius in kassa geteld aan 230 19/48. ropijen, om aan de Heeren Godfried Ger„ „lach en Henrik Brugman Bier„ „baum, kooplieden te Amsterdam dan wel derzelver gemachtigden order 3 1-16 koetsiem den 18. Oktober 1792. order of erven weder uitgekeerd te worden met ƒ 300: Hier meede beveelen wij uw weledele Hoog „achtbaare en de wigtige belangen der Maad „schappij in Gods bescherming en hebben de eers met alle eerbied en trouwe te zijn Weledele Hoog achtbaare Heeren. uwer weled Hoog achtbaare onderdaanige en getrouwe Dienaaren. Vy van Angelbeek GGGebhardt Araen Foossum Haesten Arnold Lunel. D Spall J. A. Cellarius Eerbied an huld 6 o1 tien zodanige weest opte„ 1 uit„ tari„ be„ ene ing aan d 1781. nevens assig„ gulden Par„ Cellarius pijen, G Bier„ dam tigden der ge e wel„ 1 Eerbied ild 90 60 No. 7.
English
Duplicate Netherlands To the Right Honorable Gentlemen Directors at the Assembly of Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company, at the Presidial Chamber of Middelburg in Zeeland. Right Honorable Gentlemen, The packet boat De Star is now returning to the Netherlands, with which we have the honor humbly to present the duplicate of our humble dispatch of February 27th of last year, sent with the country's brig De Vlieg. The said packet boat has been victualed here for nine months, and the provisions lacking for that purpose, consisting of 86 4/5 jugs of olive oil, 556 lb of bacon, and 610 lb of meat, shall be received at Kolombo, as there was not sufficient stock here. Furthermore, the sails of this vessel have been repaired, unsuitable cook's and steward's goods have been replaced with others, the repairable items have been mended and cleaned, the ship has been repaired and caulked, the crew has been provided with two months' wages and the necessary medicines, along with other necessities further specified in the expense account. Since this vessel had no boat, and the same could not be dispensed with as being highly necessary for carrying out or lifting anchors, we have purchased for it, for three hundred ropyen, a boat that was offered by private individuals and found suitable for the purpose. Upon the representation of the Bishop of Verapoly that, according to a letter from the Papal Nuncio in Paris, 15,272 French livres had been paid into the Company's treasury in the Netherlands to be disbursed to him, the Bishop, here, we have, upon his urgent request made to that end, advanced to him two thousand ropijen in the month of May 1791 on account of that money. And since in Your Right Honorable's honored missive received since, dated May 11th, 1790, it is recommended that, whenever this money is received by us, it should then be delivered to the aforementioned Bishop in a secure manner, we respectfully request further clarification as to whether we shall disburse the aforementioned 15,272 livres to him, or wait with doing so until the money is sent to us from the Netherlands, and, in the former case, how many ropijen of twenty-four Dutch Stuivers each we shall have to disburse for that sum. With this, we commend Your Right Honorable and the important interests of the Company to God's protection and have the honor to remain, with all respect and fidelity, Right Honorable Gentlemen, Your Right Honorable's humble and faithful servants, J. G. van Angelbeek W. H. van Rossum J. A. Cellarius W. Heften D. Spall G. G. Gebhardt Arnold Lunel Koetsiem, March 4th, 1792 No. 2 Secret Netherlands To the Right Honorable Gentlemen Directors at the Assembly of Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company, at the Presidial Chamber of Middelburg in Zeeland. Right Honorable Gentlemen, On August 24th of this year, we had the honor to receive Your Right Honorable's highly respected missive of May 31st, 1791, via Batavia, containing notification of the appointment of the Gentlemen Commissioners-General over the whole of the Dutch Indies, to whom, pursuant to the recommendations, we shall show all respect, honor, and obedience as such. Furthermore, we have the honor humbly to present herewith the copies of our secret letters to the High Indian Government of April 16th and May 12th of this year, with the accompanying appendices, from which it will appear to Your Right Honorable that the disputes with the King of Koetsiem have been settled to our satisfaction, that the King has recognized the old privileges of the Company as lawful and has promised to respect them properly henceforth, and that everything has thus been restored to the old footing. With this, we commend Your Right Honorable and the important interests of the Company to God's protection and remain, with respect and fidelity, Right Honorable Gentlemen, Your Right Honorable's humble and faithful servants, J. G. van Angelbeek Arnold Lunel D. Spall G. G. Gebhardt W. H. van Rossum J. A. Cellarius W. Heften Koetsiem, October 18th, 1792 Copy Secret Letter from Koetsiem to Batavia, dated April 16th, 1792. Register of the following secret papers, which are now being sent to Their High Excellencies the High Indian Government in Batavia, namely: No. 1. Original letter of today. No. 2. Duplicate letter of December 14th, 1791, dispatched with the private ship Herkules. No. 3. Copy of the report of the Members Lunel and Eversdijck regarding their mission to the King of Koetsiem, dated July 14th, 1791. No. 4. Ditto translation of the Ola from the King of Koetsiem, dated July 16th, 1791. No. 5. Ditto draft of the answer thereto to the King, of July 17th. No. 6. Ditto account of the Canarin Gondo Knie Ananda, regarding his arrest by the King of Koetsiem at Triponitorre. No. 7. Ditto translation of the Ola from the King of Koetsiem, of July 20th. No. 8. Ditto draft of the answer to the King, of July 20th. No. 9. Ditto secret letter from the Political Council to the Honorable Governor Van Angelbeek, written to Kolumbo, dated July 16th. No. 10.
Dutch transcription
Duplikaat Nederland Aan de Weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van zeventienen represen„ „teerende de Generaale Nederlandsche Geoktroieerde Oostindische Kompenie ter Presidiaale kamer Middelburg Zeeland in Weledele Hoogachtbaare Heeren De pakket boot de star keerd thans naar nederland te rug waar meede wij de eer hebben nedrig aantebieden het duplikaat van onzen onderdaanigen van den 27.:e februari J:o leeden met 'slands brik De Vlieg afgevaardigd. Gemelde pakketboot, is hier voor negen maanden gevik taljeerd en zal het daar toe ontbreekende, bestaan Eerbie hitd 6 bestaan in 86 4/5 kannen olijven olie 556 lb spek en 610.: „ vleesch te kolombo ontvangen, alzoo hier niet genoeg in voorraad was: Voorts zyn de Zeilen van dit vaartuig gere „pareerd, in steede van Onbequaam Koks Botteliers goed, anderen in de plaats verstrekt en de reparabelen verholpen en verkind, de sch is gerepareerden Gekalfaat, aan de Equipa zyn twee maan den gasie en de noodige medi „menten verstrekt, mitsgaders ook noch an benoodigdheeden breeder by de onkostreeken gespecificeerd. Vermits dit vaartuig geen boot hadde en d „zelve niet ontbeerd konde worden als hoog noodig zijnde tot het uitbrengen of ligte van ankers; zoo hebben wij een bootdi van partikulieren aangebooden en dat toe bequaam bevonden wierd voor het zelve ingekocht voor drie honderd ropyen Op de vertooning van den Bisschop v warapolie dat volgens aanschrijven van den Pauslijken Fruncius te Pary 154 fransche livers in Nederland in Skom kas geteld waaren om hier aan hem Bo schop „schop te worden uitgekeerd, hebben wij op zijn daar toe gedaan dringend verzoek in mindering van dat geld twee duisend ropijen in de maand Mei 1791 aan hem verstrekt. En vermits bij uwerweledele Hoog achtb zeder ont„ „vangene geeerde missive van den 11=e Mai 1790 aan bevoolen word, om wan„ „neer dit geld bij ons ontvangen word, het als dan aan voorm: Bisschop op een sekuure wijze te doen geworden: zoo verzoeken wij eerbiedig nader te worden geëlucideerd, of wij de bos„ „vengem 15272. livers aan hem zullen uit keeren dan wel daarmeede wachten tot het geld aan ons uit Nederland gezonden word, en in het eerste geval hoe veel ropijen van vier en twintig Stuivers Hollands ider, wij voor die som zullen moeten uitkeeren Hiermeede Eerbiedige pas Wil Edele 9 Oise benoo C de a KOetseem den 4e Maart Hiermeede beveelen wij uw weledele Hoog achtb en de wigtige belangen der Maatschappy in Gods beschermingen hebben de eere met alle eerbied en trouwe te zin Deledele Hoog achtb Heeren! uwer Weled: Hoog ach onderdaanige en Getrouwe Dienaaren J G van Angelbeek Wrst van Rossum J. A. Cellarius osten „ DSpall G. GGebhardt 1792 No. 2 Arnold Lunel Sekreet Nederland Aan de Weledele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van zeventienen, representeerende de Generaale Nederlandsche Geoktroieerde Oostindische Kompenie ter Presidiaale kamer Middelburg Weledele Hoog achtbaare Heeren Wij hebben op den 24. Aug:s deezes Iaars de eer gehad, Uwer Weledele Hoogachtbaare veel gerespekteerde missive van den 31. Mai 1791. over Batavia te ontvangen, behelsende notifikaatsie van de benoeming van Heeren Kommissarissen Generaal over geheel Nederlandsch Jndien, aan Hoogst dewelken wij ingevolge het Zeeland aanbevoolene Eerbiedige pa WilEdel 9 bi ben te dian aanbevoolen als zoodanig alle respecti eere en gehoorzaamheid zullen be„ =wijzen Voorts hebben wij de eer hierneevens nedrig aan te bieden de Kopijen „Hooge van onze Sekreete brieven aan de Jndisch Regeering van den 16. e April, en 12. Mai deezes Jaars, met de daarbij gehoorende bijlagen, waar uit uw weledele Hoog= achtb: blijken zal, dat de geschillen met den koning van Koetsiem tot ons genoegen bij gelegd zijn, dat de konin de oude voorrechten van de Kompani als wettig erkent en beloofd heeft, dezelven voortaan behoorlijk te respekteeren en dat dus alles op den ouden voet hersteld is. Hier meede beveelen wij uw wel„ „edele Hoog achtbaaren en de wigtige belangen der Maatschappen in 18 Koetsiem den 18:e October 1792: in Gods bescherming en blyve met eerbied en trouwe Weledele Hoogachtbaare Heeren Uwer weledele Hoog achtbaaren Onderdaanige en getrouwe Dienaaren JG van Angelbeek Arnold Lunel DSpall G GGebhardt W Hvan Rossam J. A. Cellarius WHeften Eerbiedige pa itEdite G Oij ben de 0 Di Regeer ƒ0 3 Kopij Koetsiem Bief Sekreele gedateerd 16: April 1742: van naar Batavia Eerbiedige pa WilEdel gOide benoo de N iant a Regeer Aan 1800 19 Register der ondervolgende sekreete Papieren, dewelke thans aan Hunne Hoogedelheeden de Hooge Jndische Regeering te Batavia worden ge= zonden; naamlijk: No. 1. Origineele brief van heeden. „ 2. Duplikaat brief van den 14=e December 1791. met het partikulier schip Herkules afgevaardigd. 3. Kopij Rapport van de Leden Lunel en Eversdijck nopens hunne kommissie bij den Koning van Koet „siem van den 14=e Juli 1791. „ 4. d=o Translaat Ola van den koning van koetsiem, gedateerd 16e Juli 1791. „ 5. d=o Koncept van het antwoord daar op aan den Koning van den 17=e Juli. „ 6. d=o Relaas van den Kanarijn Gondo knie Ananda, nopens zijn arrest bij den koning van Koetjiem op Triponitorre. 7. d=o Translaat Ola van den Koning van Koetsiem van den 20=e sule 8: d=o koncept van het antwoord aan den Koning van den 20e Juli 9. d=o sekreete brief van den Politieken Raad aan den Edelen Heer Goeverneur Van Angelbeek, naar Kolumbo geschreeven, gedateerd 16=e Juli. No. 10. epast met Edel 9 Ei ben Eerbiedige No Scant g Kopij
English
No 10. Copy of secret letter from and to the same, dated 8th August 11. Copy of the same Resolution of the 22nd July 1791. 12. Copy of the same, Letter from the Honorable Governor of Colombo written to the Council here, dated 8th September 1791. 13. Draft letter to the king of Koetsiem of the 26th July 14. Translation of an Ola from the King's first Minister to the Interpreter Fruijens of the 27th July 15. Translation of an Ola from the king of Koetsiem of the 27th July. 16. Draft letter in reply to the king of the 29th July. 17. Translation of an Ola from the king of the 1st August 1791. 18. Draft of the reply thereto of the 2nd August 19. Translation of an Ola from the king of Koetsiem, dated 12th August 20. Draft of a letter to the king, dated 19th August 21. Translation of an Ola from the king's first Minister to the Interpreter Truijens, dated 20th August 22. Translation of Ola from the King of Koetsiem, dated 21st August 23. Translation of an explanatory Ola from the Canarese Chiefs, regarding a measuring parra that was allegedly refused by them to the Servants of the King, annexed: A bond from the King, for the benefit of the Temple, and An Account of paddy dues. No. 24. Copy of draft letter to the king of Koetsein, dated 21st August 25. Translation of Ola from the king in reply, dated 23rd August 26. Draft letter to the king, dated 24th August 27. Translation of Ola from the king in reply thereto, dated 25th August 28. Two copy Reports of the King's Menon and Iarregen, regarding the aforementioned measuring parra. 29. Copy of Report of the Interpreter Truijens, who delivered a letter to the king, dated 26th August. 30. Draft of a letter to the king, dated 26th August 31. Report of the Members Cellarius and Lunel, regarding the investigation into the complaint of the king, that the Canarese had forbidden the Wadiaan of Anjekaro from performing certain ceremonies, dated 28th August. 32. Draft of a letter to the king, of the 6th September 33. Translation of an Ola from the king, dated 11th September 34. Draft of the reply to the King, of the 14th September 35. Draft letter to the king, of the 18th September 36. Translation of the Ola from the king in reply, dated 19th September. 37. Draft of a letter from the Honorable Governor of Colombo written to the king, dated 2nd September 1791. 38. Three copy Translations of complaint sheets from the Christians, concerning the outrages of the King of Koetsiem, dated 27th September and 1st October. No. 39. Copy Translation of Ola from the king of Koetsiem, dated 26th September. 40. Copy of a Report of the Canarese Sasta Poi, Jpparan Bilbaboden and Martia Latter, regarding the murder committed by the King's People on the 12th October 1791 in the Warehouse of the Canarese Wersa, at Mattanseeri. 41. Secret Resolution of the 12th October 1791. 42. Account of what has been carried off from the Canarese Temple. 43. Translation of an Ola from the king of Koetsien, dated 14th October. 44. Copy of a draft letter to the king in reply to the preceding, dated 15th October. 45. Translation of Ola from the king, of the 16th October 46. English letter from the English Resident Mr. George Torriano, dated 15th October, with the Dutch Translation. 47. Reply thereto of that same date. 48. English letter from the aforementioned Mr. Torriano of the 19th October with the Dutch Translation. 49. Copy of the reply thereto of that same date. 50. Secret Resolution of the 27th December 1791. 51. Resolution of the 30th December 1791. 52. The same Resolution of the 31st December 1791. 53. The same Resolution of the 8th January 1792. 54. English letter from the Government of Madras, dated 29th October 1791, with the Dutch translation. No. 55. Copy of reply thereto, dated 31st December 1791. 56. Draft letter to the Dewan of the king of Travancore, of the 9th January 1792. 57. Translation of his reply thereto, of the 11th January 58. Report of the Interpreter Truijens, who delivered the aforementioned letter to the Dewan, dated 11th January 59. Copy of a translated letter, written by the king of Travancore to the English Government at Madras. 60. English letter from the Government of Madras, dated 17th January last, with the Dutch translation. 61. Secret Resolution of the 1st February 1792. Koetsiem, the 16th April 1792. At the bottom stood: was signed Arnoldus Lunel, secretary. Agreed. Arnold Lunel Secret Batavia. Introduction. To his Excellency The Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting On behalf of the state of the free united Netherlands and its General Chartered East India Company Governor General and The Honorable and Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Honorable and Severe Lords! Paragraph 45. In accordance with the promise of the First Undersigned in his respectful letter of the 14th December last, of which the duplicate accompanies this, we now proceed to give a detailed account
Dutch transcription
No 10. Kopij sekreete brief van en aan alseven, ged=t 8=e. Augustus 11. „ do Resoluutsie van den 22=e Juli 1791. „ 12. „ d=o Brief van den Edelen Heer Goeverneur, van Kolumbo aan den Raad alhier geschreeven gedateerd 8=e September 1791. 7 „ 13. „ Koncept brief aan den koning van Koetsiem van den 26:' Jul „ 14. „ Translaat van een Ola van 's Konings eersten Minister aan den Tolk Fruijens van den 27e. Juli „ 15. „ Translaat van een Ola van den koning van Koetsiem van „ 20. „ koncept van een brief aan den koning, ged=t 19=e Aug=s „ 21: „ Translaat van een Ola van 's konings eersten Minister aan den Tolk Truijens, ged=t 20=e Aug=s 22. „ Translaat Ola van den Koning van Koetsiem, ged=t 21 ' Aug=s 23. „ Translaat van een verantwoording Ola van de Kanarijngh Hoofden, nopens een meetparra, die door hen aan de Bedienden van den Koning zoude geweigerd weezen Een obligaatsie van den Koning, ten voordeele van den Timpel en Een Reekening van neligerechtigheid. annex „ 16. „ Koncept brief in antwoord aan den koning van den 29=e Juli. „ 17. „ Translaat van een Ola van den koning van den 1=e Aug=s 1791. „ 18. „ Koncept van het antwoord daarop van den 2' Aug„s 19. „ Translaat van een Ola van den koning van Koetsiem, gedateerd 12=en Aug=s No. 24. den 27e Juli. „ „ N:o 24. Kopij koncept brief aan den koning van Koetsein, gedt 2:' Aug=s „ 25. „ Translaat Ola van den koning in antwoord, ged=t 23=e Aug=t „ 26. „ koncept brief aan den koning, gedateerd 24=e Aug=s „ 27. „ Translaat Ola van den koning in antwoord, daar op, gedateerd 25en Augustus: „ 28. Twee kopij Relaasen van 's Konings Menon en Iarregen, nopens de hier voorengem: meetparra. 29. Kopij Relaas van den Tolk Truijens, die een brief bij den koning besteld heeft, ged=t 26=e Augustus. „ 30. „ Koncept van een brief aan den koning, gedateerd 26=e Aug=s „ 31. „ Bericht van de Leden Cellarius en Lunel, nopens het onderzoek van de klagte van den koning, dat de Kanarijns den Wadiaan van Anjekaro verboden hadden eenige ceremonien te verrichten, gedateerd 28=e Aug=s. 32. „ koncept van een brief aan den koning, van den 6: sept:r „ 33. „ Translaat van een Ola van den koning, ged=t 11=e sept=r „ 34. „ Koncept van het antwoord aan den Koning, van den 14:' sept=r „ 35. „ koncept brief aan den koning, van den 18=e septr „ 36. „ Translaat van de Ola van den koning in antwoord, ged=t 19e. September. „ 37. „ Koncept van een brief van den Ed: Heer Goeverneur, van Kolumbo aan den koning geschreeven, gedateerd 2=den September 1791. 38. Drie kopij Translaaten van klagt blas van de Christenen, wegens de geweldenarijen van den Koning van Koetsiem, n ged=t 27 Sept=n en 1=e. Oktober. No. 39. p elEdel 9bi benood de Eerbiedigd cant ƒ ege 20 „ „ N=o 39. Kopij Translaat Ola van den koning van Koetsiem, gedate 26=en september. „ 40. „ van een Relaas van de Kanarijns Sasta Poi, Jpparan Bilbaboden en Martia Latter, nopens de moord door 's Konings Volk op den 12e: Octo 1791. in het Pakhuis van den Kanarijn 28 „Wersa, op Mattanseeri gepleegd. „ 41. „ Sekreete Resoluutsie van den 12=e Oktober 1791. „ 42: „ Reekening van het geen uit den kanarijnschen Tempel ont „draagen is. „ 43. „ Translaat van een Ola van den koning van Koetsien gedateerd 14=e Oktober. „ 44. „ van een koncept brief aan den koning in antwoord op den voorgaanden, ged=t 15=en Oktober. „ 45. „ Translaat Ola van den koning, van den 16=en Oktober „ 46: „ Engelsche brief van den Engelschen Resident de Heer George Tonneij, ged=t. 15=e. Okctober, met het ne „derduitsch Translaat: „ Antwoord daar op van dien zelfden datum. „ 47. 48. „ Engelsche brief van gem: Heer Porrneij van den 19=e October met het nederduitsch Translaat. 49. „ van het antwoord daar op van dien zelfden datum. 50. „ sekreete Repoluutsie van den 27=e December 1791. _ Resoluutsie van den 30=e December 1791. „ 51. „ _o Resoluuitsie van den 31=e December 1791. „ _o Resoluuitsie van den 8=e Januari 1792. „ 54. „ Engelsche brief van de Regeering van Madras, ged=t 29=e „ 52. Okt=r 1791. met de nederduitsche vertaaling. „ 53. No. 55 „ N=o 55. Kopij antwoord daar op, gedateerd 31=e December 1791. „ 56. „ Koncept brief aan den Didan van den koning van Trevan„ „koor, van den 9=e Januari 1792. „ 57. „ Translaat van zijn antwoord daarop, van den 11:e Jan: „ 58. „ Relaas van den Tolk Truijens, die voorm: brief aan den Di van besteld heeft, ged=t 11=en Jan: „ 59. „ van een vertaalden brief, door den koning van Trevan„ „koor aan de Engelsche Regeering te Madras geschreeven. Engelsche brief van de Regeering van Madras, gedateerd 17=e Januari jo leeden met de nederduitsche vertaaling. „ 61. „ sekreete Resoluutsie van den 1=e Februari 1792. Koetsiem den 16:e April 1792. /:onderstond:/ was geteekend Arnold=s Lunel se„ „ kretaris. - Akkordeerd. Arnold Lunch Eerbiedige pa Will dele 9 benood de N Sianth tegee 0 „ 60. „ sekaet Eerbiedige p MitEde GOid ben de sekreet Batavia. Jnleiding. Aan zijn Hoogedelheid Den Hoogedelen Grootachtbaaren Wijdgebiedenden Heer M=r Willem Arnold Alting Wegen den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene Geoktroieerde Oostindische Kompanie Goeverneur Generaal en De weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Jndien. Hoogedele, Grootachtbaare, Wijdgebiedende Heer en Weledele Gestrenge Heeren! §45. Volgens des Eerstgeteekende belofte bij zijnen eerbiedi„ „gen van den 14=e December J:l:;, waar van het dupli„ „kaat deezen verzeld, gaan wij thans een omstandig verslag part Wel Edele 9 Oi ben de 0 dian Eerbiedige No 1. 22 40
English
Claim of the King of Koetsiem upon the Kanarese. To report on the acts of violence that the King of Koetsiem committed against the Company last year, and on the disturbances that have arisen from them, which to our particular sorrow have not to this day been removed or settled, notwithstanding our having accepted the mediation of the English Company or its Ministry of Madras, but which we nevertheless hope on very good grounds will now shortly end to the satisfaction of our Company. Paragraph 46. The claim of jaggery for the funeral feast of the most recently deceased King, mentioned in paragraph 4, was in itself of no great consequence, but was refused by the Kanarese because it was an innovation to which they were not obligated; and since it had been expressly stipulated in the convention between the Company and the previous King in the year 1772 that he was not to burden the Kanarese with new impositions, one was obligated to investigate this question. His Minister sought to prove its legality. Counter-evidence of the Kanarese. The Minister undertakes to deliver the evidence within three days. Paragraph 47. The Minister of the King, Siralen Patere, who had entered into negotiations on this matter with the Second in Council, sought to prove the legality of this claim with an example from the year 1776; but the Kanarese demonstrated that their nation had never paid anything of the sort, though a Kanarese named Kristna Loi, who at that time was not only in the service of the King but also a favorite of his, had together with some merchants persuaded by him made a present of jaggery, without the nation or the pagoda being assessed for it. Since the said Minister nevertheless maintained that the Kanarese were obligated to this contribution and that he would submit further evidence thereof, against which the Kanarese persisted in their denial, the Second declared that if the King could produce that evidence, the Kanarese would this time pay double the demanded duty. By solemn pledge, the Minister undertook to deliver that evidence within three days. Paragraph 49. But in the meantime he had violence used against the Kanarese. One of them was clapped in irons. The Minister undertook by solemn pledge to deliver that evidence within three days, and the Kanarese submitted to paying double the duty in question in such an event. The aforementioned Minister subsequently promised the Second that in the meantime the Kanarese would not be molested; however, not two hours after his departure, a crowd of that nation already came fleeing in troops toward the city, because the Nairs had entered their houses and declared in the King's name that unless this contribution was paid immediately, they would be taken in chains to Tripontare. Paragraph 50. At the same time the King had a Kanarese named Madewen arrested, taken to Tripontare, and there clapped in irons, because his brother Ramen Krie had refused to come to the Court and account for himself there regarding a dispute with a Pattara over merchandise imported by sea, about which he had already lodged a complaint with us. Paragraph 51. The King placed a guard in the Kanarese Bazaar. Had coconuts taken by force and trees cut down on Bollegatti. Paragraph 53. And instituted a new toll. The King furthermore placed a guard at the Kanarese Bazaar, under the pretense of watching over the pandals that he had caused to be erected behind the palace for the celebration of the funeral feast in memory of the deceased King; but in reality with the intention of further vexing the Kanarese, as it stood far too distant from the pandals to watch over them. His Highness was therefore requested to withdraw it, but he refused under the aforesaid pretext, even though it was demonstrated to him that it was too far from the pandals for the pretended purpose. Paragraph 52. At the same time, the King's provost at Bollegatti had coconuts taken by force and trees cut down in the garden of the Christian Topas Andre de Cruz, against the protest of the owner. Furthermore, the King issued a new order that merchants who sold goods coming from the country to foreigners first had to give notice thereof to the King's toll collector, in order to be additionally assessed by him, which was contrary to old custom and to the convention concluded in the year 1772, according to which the King may introduce no new tolls or taxes at Mattanseeri, and which also tended to the detriment of trade and of the Company's tolls. Commissioners sent to the King could accomplish nothing. Paragraph 54. The protests made against this to the King were of no avail; he persisted in his claim for jaggery, kept the arrested Kanarese in custody, and refused to withdraw the guard from the Kanarese Bazaar, wherefore two commissioners were sent to the King to speak with him about this and to convince him of the illegality of his demands, but they were unable to accomplish anything; as he excused himself from the further conference on account of an alleged indisposition before the matter of the arrested Kanarese was settled, and promised that he would send his Minister to the city to treat further on the subject, as appears in more detail from the report of the said members transmitted among the appendices.
Dutch transcription
pretensie van den Koning van Koetsiem op de Kanarijns. verslag doen van de geweldenarijen, die de Koning van Koetsiem voorleeden jaar tegen de komp: ge„ „pleegd heeft, in van de onlusten, die daar over ontstaan zijn, en tot ons bezonder verdriet tot heeden toe niet uit den weg geruimd of bijgelegd zijn, niet te gen„ „staande wij daar toe de mediaatsie van de Engelsche Komp: of haar Ministerium van Madras aange„ „noomen hebben, doch die wij niet te min op zeer goed gronden hoopen, dat nu binnen korten, tot genoegen van onze Komp: eindigen zullen. § 46. De pretensie van Jagersuiker tot het rouw feet van den jongst overleedenen Koning, waarvan bij §4. gewag gemaakt word, was op zich zelven van geen groot belang, doch werd van de Kanarijns geweigerd, omdat het eene nieuwigheid was, waar toe zij niet verplicht waaren; en wijl bij de konventsie tusschend Komp=e en den voorigen Koning in het jaar 1712. opre„ gestipuleerd wa dat hij de Kanarijns met geen nieuwe lasten mogt bezwaaren, zoo was men ver¬ „plicht, deeze vraag te onderzoeken. den De uge wij te be 23 zijn Minister zocht de wet„ „tigheid daar van te be„ wijzen. tugenbewijs van de Kanarijns. 548. de Minister neemd aan de be„ wijzen binnen drie dagen te bezorgen. 547. De Minister van den Koning, Siralen Patere, die hier over met den sekunde van spall in onderhan= „deling getreeden was, zogt de wettigheid deezer pretensie te bewijzen met een voorbeeld van het jaar 1776; doch de Kanarijns toonden aan, dat hunne Naatsie noit„ iets diergelijx opgebragt had, maar wel, dat een Kana„ „rijn, Kristna Loi genaamd, die ter dier tijd niet al„ „leen in dienst van den Koning, maar ook een Gunst„ „ling van hem was, met eenige kooplieden, die door hem daar toe overgehaald waaren, een geschenk van Jagersuiker had gedaan, zonder dat de Naatsie of de Pagood daar voor belast was. Dan dewijl gem: Minister niet te min staande hield, dat de Kanarijns tot die kontribuutsie verplicht waaren, en dat hij daar van nadere bewijzen zoude inleeveren, waar tegen de Kanarijns bij hunne ont„ „kentnis persisteerden: zoo verklaarde de sekunde, dat, zoo wanneer de Koning die bewijzen bijbrengen kost, de Kanarijns de geëischte gerechtigheid ditmaal, dubbeld opbrengen zouden. De Minister nam onder handtasting. Gepas Mileacl GOi 164 ap Eerbied 349. doch liet intusschen bij de Kanarijns geweld gebruiken. een van hen werd in de ket„ „ting geklonken. handtasting aan, die bewijzen binnen drie dagen te zullen bezorgen, en de Kanarijns onderwierpen zich, i zulk een val de gerechtigheid in questie dubbeld optebring Voornoemde Minister beloofde vervolgens aan den sche „de, dat in dien tusschen tijd de Kanarijns niet zouden gemolesteerd worden, doch geen twee uuren na zijn vertrek quam reets een meenigte van die Naatse troepsgewijze naar de stad vluchten, wijl de Nadr„ in hunne huizen gekoomen waaren, en uitskoning naam aangezegd hadden, dat zij ingevalle dieze kontribuutsie niet aanstonds opgebragt wierd, in de ketting naar Tripontare gebragt zou„ „den worden. §50. Ter zelver tijd liet de koning eenen kanarijn met naame Madewen arresteeren, naar Tripontar brengen en daar in de ketting klinken, om dat zijn Broeder Ramen Krie geweigerd had aan het Hof te koomen, en zich daar te verantwoorden over een geschil met eene Pattere, wegens negootie goederen die 24 351. De Koning stelde een wacht in de Kanarijnsche Bazaar. liet op Bollegatti met geweld Kokos afhaalen en boomen kappen. 553. en stelde een nieuwe tol in. die over zee waaren aangebragt, en waar over hij reets„ bij ons geklaagd had De koning stelde voorts eene wacht op de Kanarijnsche Bazaar, onder voorgeeven van te zullen passen op de mandoes, die hij tot het vieren van het rouw= feeft ter gedagten is van den overleedenen Koning, agter het Palijs had laaten maaken; doch in der daad met oogmerk, om de Kanarijns verder te vereeren, door dien dezelve veel te ver van de mandoes afstond, om dezelven gade te slaan. Men verzocht zijne Hoogh=d dus, dezelve weer in tetrekken, doch hij weigerde dit onder het voorschreeven pretext, of schoon hem aan„ „getoond wierd, dat zij tot het voorgewende oogmerk te ver van de mandoes afstond. §52. Ter zelver tyd liets Konings Protikaar te Bollegatty in de tuin van den Christen Joepas Andre de Cruz met geweld en tegen de protestaatsie van den Eigenaar kokos afhaalen en boomen wegkappen. Voorts gaf de Koning een nieuwe order uit, dat de koop„ „lieden, die goederen uit het land komende aan vreemden verkochten Gepas Miledile G 8 6 Eerbied 0 dat Gekommitteerden aan den Ko„ „ning gezonden. konden niets uitvoeren. verkochten, daar van eerst aan 's Konings Jollenaar moesten kennis geeven, om bij hem nader vertold te worden, hetwelk strijdig was met het oude gebruik en met de in het jaar 1772 geslootene konventsie, volgens welke de Koning geene nieuwe tollen of belastingen te Mattanseeri mag invoeren, en het welk tevens strekke tot nadeel van den Koophandel en van 's komp=s tollen. §54. De hier tegen gedaane protestaatsien aan den Koning hielpen niets, hij bleef bij zijne pretensie van Jager„ „suiker volharden, hield den gearresteerden Kanarijn aan, en wilde de wacht in de Kanarijnsche Bazaar niet intrekken, weshalven twee gekommitteerden aan hem keloning gezonden wierden, om hem hier over te spreeken, en van de onwettigheid van zijne eischen te overtuigen, doch dezelven hebben niets kunnen uitrichten; alzoo hij zich„ voor dat de zaak van den gearresteerden Kanarijn af„ „gehandeld wierd, wegens een voorgewende onpaslykheid. van de verdere konferentsie exkuseerde, en beloofde, zijnen Minister in de stad te zullen zenden, om verder daar over te handelen, zoo als nader blijkt bij het onder de bijlaagen overgaande rapport van gemelde Leden daar den g
English
He again had Canarese arrested; therefore a guard was posted at the temple. The King applies himself to this, and our guard was therefore reinforced. Members of 14 July 1791. Instead of doing this, the Minister, two days thereafter, had a chief of the Canarese Pagoda arrested in the palace, and some others in the Pagoda itself, and also summoned several other Canarese to the Court in order to compel them to the contribution of jaggery sugar. 56. The Canarese made further complaints about this, and then a guard of twenty-four Malays was posted at the Pagoda to prevent further acts of violence. But that same evening the King sent three hundred sepoys into the palace and ordered all Moors to hold themselves ready to appear before the palace at the first summons. He furthermore kept another three hundred sepoys ready at Angekaimaal and had all vessels pressed in order to be able to transport them across. Thereupon the detachment of Malays at the Pagoda was reinforced to a full company, and another company of sepoys with four field pieces was added to it, in order to be able to protect the Canarese dwellings and Pagoda. 58. The King requests the removal of that guard, which was refused. The King releases the arrested Canarese and requests, through Meyer Rabbi, to settle the matter. The King thereupon complained by ola of 16 July that we had sent our people and driven away his guard, and requested that we remove our people. To this it was answered by letter of the 17th that the guard had been placed there by us because the King, before the negotiation on the matters in dispute had ended, had anew caused another Canarese to be seized and arrested, and committed other hostilities against them, and that it had since been reinforced because the King was openly making preparations. 59. The King thereupon had the Canarese who was arrested in the palace released, after he had extorted from him—as appears from the report among the appendices forwarded herewith—128 fanams for his share in the claimed jaggery sugar. And he made known through the Company's merchant Meyer Rabbi that he wished to settle the matters, and would also release the Canarese Madewen, who was chained in irons at Tripontare, provided that the matter of his brother Ramen Knie and the Pattare at Mattanseeri was investigated by merchants in the Pandiaal or the warehouse of Meyer Rabbi, in the presence of the Company's and the King's servants. 60. But from the received ola from the King of 20 July, nothing of this appeared; it contained, on the contrary, a mixture of untruths and threats, amounting to this: He had properly answered our commissioners regarding the three articles and made known the customs that had previously been in practice here; wherefore we ought not to wonder at this. In his view, we had acted in this matter without first considering the clear letter of the treaty. The commissioners had then said that there were still many matters to be treated, to which he had replied that upon his return he would send his Minister, and this could still happen. His ancestors had also made many preparations on all occasions, without the Company having feared them. He could not understand why we had sent armed men, ammunition, and cannons onto his territory. For we had no reasons for this, although he had ordered many preparations to be made. Yet, for this time, on account of the good friendship, he would let this pass. We also had no right to give ear to the ill-intentioned Canarese and to act in such a manner against him. And he did not doubt that, if we took into consideration the right and the equity of the matters now existing, everything could be properly settled. However, if this should not happen, he would be compelled to enforce now also the privileges that his ancestors had always exercised, leaving the consequences thereof to our account. He requested once more to consider these matters maturely and to arrange everything on the old footing, and, coming to the palace for the ceremonies of the mourning festival, he would make known what is necessary and arrange everything. 61. Our answer thereto. The King sends more men into the palace. Our answer to this contained that the King falsely claimed to have answered our commissioners what was necessary regarding the three mentioned articles, as they had only spoken about the matter of the Canarese Madewen, and the further negotiation had been broken off because of his indisposition; furthermore, that the Company did not fear his preparations, and had with full right posted the guards, to which he himself had given occasion; that the consequences thereof were left to his account; and that his Minister could come to us whenever it should please him. 62. In the meantime, under the pretext of the mourning festival, he daily had more men come over into the palace, wherefore the detachment at the Canarese Bazaar was also further reinforced, in order not to be taken by surprise.
Dutch transcription
355 hij liet weder Kanarijns arresteeren. daarom werd een wacht bij den Tempel gelegd. ekning ust zich daar op toe. in onze wacht werd daarom versterkt. Leden van den 14e. Juli 1791. In steede van dit te doen, liet de Minister twee dagen daar na een Hoofd van de Kanarijnsche Pagood in het Palijs, en eenige andere in de Pagood zelve arres„ „teeren; mitsgaders verscheidene andere Kanarijns aan het Hof ontbieden, om hen tot de kontribuutsie van Iagersuiker te noodzaaken. §56. De Kanarijns deeden hier over nadere klagten, en toen werd een wacht van vierentwintig Malaiers bij de Pagood gelegd, om verdere geweldenarijen te beletten, doch de Koning zond dien zelfden avond drie honderd Sipais in het Palijs, en gaf aan alle Mooren order zich gereed te houden, om op het eerste ontbod voor het Palijs te verscheinen, hij hield voorts noch driehonderd sipais op Angekaimaal gereed, en liet alle vaartuigen pres „sen, om ze te kunnen overbrengen. Daar op werd het detachement Malaiers by de Pagood versterkt tot een volle kompanie, en daar bij noch een Kompanie Sipais met vier veld stukken gevoegd, om de Kanarijnsche wooningen en Pagood te kunnen beschermen. De Gepas hitEdel 90 op Eerbied §58 de Koning verzoekt die wacht weg te niemen. het welk geweegerd werd. De Koning ontslaat de gear„ „risteerde Kanarijn en verzoekt door Meier Rabbij de zaak bij te leggen De koning klaagde daar op bij ola van den 16:' Juli dat wij ons volk gezonden, en zijne wacht weggejaag W hadden, en verzocht, dat wij ons volk wilden wegneem„ en daarop werd bij brief van den 17e. geantwoord, dat de wacht aldaar door ons geplaatst was, wijl de Ko„ „ning, eer de onderhandeling over de in geschil zijnde zaaken afgeloopen was, op het nieuw een an„ „deren kanarijn had laaten opvatten en arresteeren mitsgaders andere hostiliteiten aan hen pleegen, en dat zij zeder versterkt was, wijl de Koning in het openbaar toerustingen maakte. §59 De koning liet daar op den Kanarijn, die in het Palijs ge„ „arresteerd was, ontslaan, nadat hij van hem, blijkens re„ „laas onder de bijlaagen deezes overgaande, 128: fanems afgedwongen had voor zijn aandeel in de gepretendeerde Iager suiker; en liet door 's Komp=s Koopman Meier Rabbij weeten, dat hij de zaaken bijleggen wilde, en ook den te Tripontare in de ketting geklonkenen Kanaijn Madewen ontslaan zoude, mits de zaak van zijnen Broeder hee 26 doch bij zijn Ola bleek daar niets van. die een meenigte onwaar„ heeden behelsde Broeder Ramen Knie en den Pattere te Mattanseeri in de Pandiaal of het Pakhuis van Meier Rabbij door Kooplieden onderzocht wierd, in de tegenwoordigheid van 's komp=s en's Konings bedienden. § 60. Doch bij de ontvangene Ola van den Koning van den 20:e Iuli bleek daar niets van. zij behelsde in tegen„ „deel een mengzel van onwaarheeden en dreigementen hierop uit komende: Hij had aan onzen Gekommitteerden nopens de drie Artikelen behoorlijk antwoord verleend, en de gewoonten, die voor deezen alhier in pracklijk geweest waaren, te kennen gegeeven; weshalven wij ons daar over niet behoorden te verwonderen. Na zijn begrip hadden wij ten deezen gehandeld, zonder den klaaren letter van het Traktaat eerst te overweegen. De Gekommitteerden hadden toen gezegd, dat er noch veele zaaken te verhandelen waa„ „ren, waarop hij gediend had, bij zijne terug „komst zijnen Minister te zullen zenden, en Gepass hilld 98 ben Eerbied 800 en dit kost als noch geschieden zijne voorzaaten hadden ook bij alle geleegenheeden veele toerustingen gemaakt, zonder dat de Komp=e daar voor gevreesd had. Hij kost niet begrijpen, waarom wij gewapend voek„ ammunitsie en kanons op zijn grond gebied gezonden hadden. Want daar toe hadden wij geene reedenen, schoon hij veele aanstalten had laaten maaken. Doch dat hij dit voor dieze kier, uit hoofde van de goede vriendschap zoude laaten passeeren. Wij hadden ook geen recht aan de qualijk geintent„ „sioneerde Kanarijns gehoor te geeven, en zoodanig tegen hem te handelen. En hij twijfelde niet, dat, als wij het recht en de bil „lijkheid van de thans geexsteerde zaaken in over „weeging naamen, alles naar behooren kost Doch zoude, als dit niet mogt geschieden, ge„ „noodzaakt zijn, de voorrechten, die zijne voor„ „zaaten altijd geoefend hadden, thans ook te afgedaan worden. doen stand grijpen, laatende de gevolgen daar van §61. ons antwoord daar op. „ Koning zend meer volk „n het Palijs van voor onze reekening. Hij verzocht nochmaals, deeze zaaken rijplijk te overweegen, en alles op den ouden voet te schikken, en zoude, bij de plechtigheeden van het Rouw-feest in het Palijs koomende, het noodige laaten weeten, en alles schikken. Ons antwoord hier op behelsde, dat de koning ten on„ „rechten voorgaf, over de drie bewuste artikelen aan onzen Gekommitteerden het noodige geantwoord te hebben, alzoo eenlijk over de zaak van den Kanarijn Madewen gesprooken, en de verdere onderhandeling wegens zijne onpaslijkheid afgebrooken was, voorts, dat de Komp: voor zijne toebereidzelen niet vreesde, en de wachten met volkom en recht uitgesteld had, waar toe hij zelve aanleiding had gegeeven, dat men de gevolgen daar van voor zijne reekening liet, en dat zijn Minister bij ons kost komen, wanneer het hem behaagen zoude § 62 Inmiddels liet hij dagelijx, onder den naam van het Rouwfeest meer Volk in het Palijs overkomen, weshal „ven men het Detachement op de Kanarijnsche Bazaar ook nader versterkt, om niet overvallen te worden. Van Gepas WilEdel 9 Oi Eerbied
English
Decision to take possession of the Palace if the King should commit acts of hostility is approved by the Lord Governor. Paragraph 63. Of all that had been transacted up to that time, the Council gave notice to the First Signatory, who was then in Kolumbo, by secret letters of the 16th of July and the 8th of August, adding to the last-mentioned dispatch that the King seemed determined to stand his ground and pursue the matter, for which purpose he could bring many men into the Palace under the pretext of the Mourning Ceremony, and that it was therefore resolved to reinforce the advanced posts in such a manner that the King could not surprise them, and also, should he undertake anything against us, not only to repel it by force, but then also to drive him from the Palace and make ourselves master of the same, for which a plan had been adopted, which is inserted among the appendices under the secret Resolution of the 22nd of July. The First Signatory approved the measures which the Council had thus far devised and executed against the acts of violence of the King, as being suited to the circumstances, and in particular also the aforementioned plan to take possession of the Palace of the King, with further orders The King's Ministers come to an audience 367. promise that the King would settle the disputes. take possession of it, should he attack the Company's detachments by force of arms. Paragraph 65. And he added this warning, that in such an event care must above all be taken that the Temples in the Palace were not violated, and the Brahmins were not mistreated, and that to the King of Trevankoor, casu quo, notice must be given that the hostile conduct of the King of Koetsiem had compelled us thereto; provided also, that he would be restored to everything as soon as he desisted from his acts of violence. Paragraph 66. After this digression, we shall resume the thread of our narrative, and therefore report that the Prime Minister on the 24th of July requested an audience in the name of the King, and that this was granted, provided the Canarese Madewen, who had been put in chains, was first released and restored to liberty, which also took place the following day, whereupon the Prime Minister came to the audience with two others. In this conference, they sought by all means to justify the King's demands, which were repeatedly refuted by us, and request that our detachment may be withdrawn. This is granted, provided the King does not molest the Canarese. and notice thereof is given to the King. 169 The Minister makes that promise for himself by Ola. were refuted, whereupon they said that the King would come to his Palace within two or three days for the Mourning Ceremony, and would then settle the disputes to mutual satisfaction, and requested that our detachment might in the meantime be withdrawn, as it was in the way of that solemnity. Paragraph 68. This was granted, provided the King would promise in writing not to molest the Canarese in the least, nor summon them to Court, until the matters were settled; but as nothing came of this, a letter was written to the King on the 26th of July stating that the detachment at the Canarese Bazaar would be withdrawn at his request out of friendship for the King, leaving a small guard there, if the King would make the promise in writing not to molest the Canarese. The following day, or the 27th of July, the Prime Minister sent an Ola to the Interpreter, in which he promised for himself to leave the Canarese unmolested; but since the Council judged that no reliance could be placed on that, 20 But the King did not, wherefore this was further demanded. 371. however, was not received. was, he was answered verbally that, since according to his promise no writing had been received from him, the King had already been written to regarding that matter, and the answer of His Highness would be awaited. Paragraph 70. The King then came to the Palace in person, and sent the answer to our letter, the translation of which is forwarded among the appendices under date of the 27th of July; but not the promise to leave the Canarese unmolested; wherefore, by our further letter of the 29th of that month, also to be found among the appendices, we further demanded that the King should bind himself to this more clearly. And since, by a further letter of the 1st of August, also to be found among the appendices, that promise was likewise not made, we wrote on the 2nd thereafter that we had promised, at the request of His Highness's Minister, to withdraw our detachment from the Canarese Bazaar on account of the Mourning Ceremony, provided the King made a written promise not to molest the Canarese in the least; that His Highness had not been willing to make that promise, and that, since the Mourning Ceremony
Dutch transcription
besluit om het Palijs in bezit te neemen, als de Koning vijandigheeden pleegen mogt word door den Heer Goever„ „neur geapprobeerd. §63. Van al het tot nu toe verhandelde gaf de Raad kennij aan den Eerstgeteekenden, die zich toen te Kolumbo bevond, bij sekreete brieven van den 16=e Juli en 8=en „Augs, onder bijvoeging bij laastgem: missive, dat de Ko„ „ning scheen op zijn stuk te willen blijven staan, en de zaak voortzetten, waar toe hij, onder het voor wendzel van het Rouwfeest, veel Volk in het Palijs kost brengen, en dat daarom beslooten was, de uitgestelde posten zoo„ „danig te versterken, dat de koning ze niet kost overvallen, en tevens om, indien hij iets tegen ons onderneemen mogt, zulx niet alleen met geweld te keeren, maar hem als dan ook uit het Palijs te verdrijven, en van hetzelve Meester te worden, waar toe een plangear„ „resteerd was, het welk bij de sekreeten Resoluutsie van den 22=e Juli onder de bijlaagen geinsereerd is. De Eerstgeteekende approbeerde de maatregelen, die de Raad tot dus ver tegen de geweldenarijen van den Koning had beraamd en in het werk gesteld, als naar de omstandigheeden geschikt zijnde, en inzonderheid ook het eevengem: plan, om het Palijs van den Koning in bezit 28 met nader orders 's konings Ministers koomen ter audientsie 367. belooven dat de Koning de veschillen afdoen zoude. bezit te neemen, indien hij 'skomp=s de tachementen met de wapens mogt aantasten. §65. En hij voegde 'er deeze waarschuwing bij, dat in zulk een val voor al moest gezorgd worden, dat de Tempels in het Palijs niet gevioleerd, en de Braminen niet mis„ „handeld wierden, en dat aan den Koning van Trevan„ „koor, casu quo, moest kennis gegeeven worden, dat het vijandig gedrag van den koning van Koetsiem ons daar toe genoodzaakt had; mitsgaders, dat hij in alles zoude hersteld worden, zoo dra hij van zijne geweldenarijen afzag„ §66. Na deeze afwijking zullen wij den draad van ons verhaal vervolgen, en melden derhalven, dat de eerste Minister den 24:e: Juli uit naam van den Koning gehoor liet verzoeken, en dat dit geakkordeerd wierd, mits de in de ketting geklonkenen kanarijn Madewen eerst ontslaagen en op vrije voeten hersteld wierd, het welk den anderen dag ook geschiede, waar op de eerste Minister met twee anderen ter audientsie quam zij zochten in deeze konferentsie koning eischen op allen „hande wijze te rechtvaardigen, die telkens door ons wederlegd pent op de Nevens WelEdelen Voo G Eijsch be K nitia ha Beanth Eerbiedige en aar van naar heid in en verzochkt dat ons detacdament mag weggenoomen worden dit word toegestaan, mits de „lesteerd. en daar word van aan den Koning kennis gegeeven. 169 De Minister doed die belofte voor zich bij Olo. wederlegd wierden, daarop zeiden zij, dat de Koning bin„ „nen twee of drie dagen op het Rouw-feest in zijn Palgo komen, en als dan de geschillen tot wederzijds genoegen afdoen zoude, en verzochten, dat ons detachement in„ de „tusschen mogt weggenoomen worden, alzoo het zelve bij die plechtigheid in den weg was. §68: Dit werd toegestaan, mits de Koning schriftlijk be„ koning de kanarijns niet mo„ „ looven wilde, tot zoo lange de zaaken niet afgedaan wierden, de kanarijns in het minste niet te molesteeren, noch hen aan het Hof ontbieden; doch vermits daar van niets quam, zoo werd bij brief van den 26e Juli aan den koning geschreeven, dat men het de tachement in de kanarijnsche Bazaar, uit vriendschap voor den koning, op zijn verzoek zoude wegneemen, en een kleene wacht daar laaten, indien de koning de belofte schrift„ „lijk wilde doen, de kanarijns niet te zullen molesteeren. Den anderen dag, of den 27:e Juli zond de eerste Minijster een Ola aan den Tolk, waar bij hij voor zich de belofte deed, de Kanarijns ongemolesteerd te zullen laaten; doch wijl de Raad oordeelde, dat daar geen staat op te maaken was getoter 20 Doch de Koning niet wehalven zulx nader begeerd 371. achter niet ontvangen werd was, zoo werd aan hem mondeling geantwoord, dat vermits volgens zijne belofte van hem geen schrijvens „wos ontvangen was, over die zaakreets aan den Koning ge„ „schreeven, en het antwoord van zijne Hoogheid zoude afgewacht worden. §70. De koning quam toen zelfs in het Palijs, en zond het antwoord op onzen brief, waar van het translaat sub dato 27:e Iuli onder de bijlaagen overgaat; doch niet de belofte, van de kanarijns ongemoeid te zullen laaten; des wij bij ons nader schrijven van den 29=e dier maand, mede onder de bylaagen te vinden, nader begeerden, dat de koning zich duidelijker daar toe moest verbinden. En vermits bij een naderen brief van den 1 Aug=s mede onder de bijlaagen te vinden, die belofte ook niet ge= „daan wierd; zoo schreeven wij den 2=e daar aan, dat wij op het verzoek van zijn Hoogheids Minister beloofd en hadden, ons detachement op de kanarijnsche Bazaar wegens het Rouw-feest in tetrekken, mits de Koning schriftlijk belofte deed, de Kanarijns in het minste niet te zullen molesteeren; dat zijn Hoogheid die belofte niet had willen doen, en dat, vermits het Rouw- feest. pa op de Neven WlEdelen Voog G. Oij ben Eerbiedige Beanth Iniia schap . Aa 1400
English
thus the detachment was not withdrawn. The request of Travancore's Agent to store rice at Paliaporto is denied. and the King of Cochin is urged to deliver rice. 173 The Canarins request to retreat but are satisfied, under promise of protection. The king does not answer mourning ceremony had ended, the withdrawal of the same had become unnecessary, that the King could therefore, according to promise, enter into negotiations, and send his Minister to us for that purpose. §72. Since, at the same time, the Agent of the King of Travancore, in the name of the Regidor of Paliaporto, came to make a request to store 5000: bales of Rice in the Roman church there, which the English Resident George Torriano had bought from the King of Cochin; we refused to give our consent thereto, and admonished the king by the aforesaid letter to fulfill the rice contract made with us. The next day, all the Canarins came into the city, fearing outside the city walls, and requested to retreat with their families under the city walls, since the king was about to return from Tripontare and had given orders to set fire to the Canarin village after his departure, but returned again to their village upon our assurance that they would be protected against this. The king gave no answer to this letter, and let it be known, upon our letter, and promised to do so. answer was received. violence by the upon the further admonition through our Interpreter, that the mourning ceremonies prevented him from answering us, but that he would do this shortly, and then also send his prime Minister. §74. A few days after that, the answer of the King also arrived, of which the translation of the 12th of August likewise accompanies this, containing: that he could not tolerate our conduct towards him, that he was surprised that we could do such a thing, since it was known to us that he had made an alliance with the English Company; that he had the right to make collections from the Canarins, that we had nevertheless protected them, and he had to consider that protection as granted by an enemy; furthermore, he requested thereby that we withdraw the posted guard and inform him when he should send his Ministers to enter into negotiations. §75. After dispatching this letter, he had the Christians inflicted on the Christians by the king seized to work on a battery, and demanded that they supply chickens and eggs at very low prices, and that their women had to carry sand; furthermore, he also ordered that the Christians had to supply vegetables, had their slaves taken away by force as well, and his cattle driven into the sown fields of the Christians, about which was written to him by letter of the 19th of August, and requested to desist from that violence, and to leave the Christians unmolested. written to him. He forbids all supply of provisions to the city. §77. the king denies the outrages to the Christians §76. Shortly thereafter, he forbade all supply of provisions to the city, except for the English Gentlemen Torriano and Mac Nicol. The prime Minister being asked about this, answered that he had no knowledge of it, and would have inquiries made at Angekaimaal; but having received no further message from him, we had the Interpreter write to him and ask for an answer, whereupon he sent the same, containing: that the Canarins had demanded a certain measuring parra from the King's Kariakar and that therefore the aforementioned prohibition had been imposed, see translation of the 20th of August. We also received the answer of the King, whereof the translation of the 21st of August is annexed hereto, whereby he declared not to have disturbed the Christians, alleged that the Canarins had refused the measuring parra, it is found untrue §79 notified to the King. and at the same time also complained that the Canarins had detained the measuring parra, and requested that the same might be returned, in which case he would not prevent the transport of provisions from Angekaimaal to the city. §78. Upon investigation, it appeared that when the account of the Paddy dues transferred by the king to the Canarin Temple in settlement of a debt to the same was confronted, it was discovered that the king was still 613½ parra of paddy in arrears; that the Menon or writer of the King had promised to provide settlement; that that promise had since also been made by the Kariakar, and that after that time the measuring parra, which was kept in the Temple, was not demanded by the latter and thus not refused, as appears more fully from the vindication of the Canarins passing among the appendices. Notice of this was given to the king by letter of the 22nd of August, and pointed out how wrongly the
Dutch transcription
dus het detachement niet is ingetrokken. het verzoek van Trevankoors Agent om rijst op Palipoito te bergen, word ontzegd. in de Koning van Koetsiem aangemaand om rijst te leeveren. 173 De kanarijns verzoeken uit te retireeren doch worden te vreeden gesteld, onder belofte van bescherming De koning antwoord niet Rouw=feest geeindigd was, de intrekking van hetzelve onnoodig geworden was, dat de Koning derhalven, vol„ „gens belofte, in onderhandeling kost treeden, en daar toe zijnen Minister bij ons zenden. 372 Nadien, ter zelver tijd de Agent van den Koning van Trevankoor, uit naam van den Rasiadoor van Pali„ „aporto, verzoek quam doen, om 5000: baalen Rijst in de Roomsche kerk aldaar te bergen, die de Engelsche Resident George Forneij van den Koning van Kotsfin gekocht had; weigerden wij onze toestemming daar toe te geeven, en vermaanden den koning bij voorsz: brief, aan het met ons gemaakt rijstkontrakt te voldoen. Den anderen dag quamen alle de kanarijns in de stadt, vreeze sonder de stadsmuuren en verzochten met hunne familien onder de stads muuren te retireeren, vermits de koning van Tripontare stond terug te keeren, en order gegeeven had, na zijn ver„ „trek de kanarijnsche negarij in den brand te steeken, doch keerden op onze verzeekering, van daar tegen te zullen beschermd worden, weder naar hunne negarij terug. De koning gaf op deezen brief geen antwoord, en liet op de vang op 30 „onzen brief, en beloofd zulx te doen. weantwoord werd zeder ont„ Pali vangen. „n geweldenarijen door den de nadere aanmaaning met onzen Tolk weeten, dat de rouw„ ceremonien hem beletteden aan ons te antwoorden, doch dat hij dit binnen korten doen, en dan ook zijnen eersten Minister zenden zoude. §74. Eenige dagen daar na quam ook het antwoord van den Koning, waar van het translaat van den 12=e Aug=s deezen almede verzeld, behelzende; dat hij onze handelwijze tegen hem niet kost gedoogen, dat het hem verwonderde, dat wij zulx doen kosten, daar het ons bekend was, dat hij een verbond met de Engelsche komp: gemaakt had; dat hij tot het doen van in vorderingen van de Kanarijns recht had, dat wij dezelven des niet tegenstaande beschermd hadden, en hij die bescherming moest aanmerken, als van een vijand verleend; voorts verzocht hij daar bij, dat wij de uitgezette wacht intrekken en hem bedeelen zouden, wanneer hij zijne Ministers zenden moest, om in onderhandeling te treeden, 575. Na het afvaardigen van deezen brief, liet hij de Christenen ning den Christenen aangedaan opvatten, om aan een batterij te arbeiden, en begeerde, dat zij hoenders en eieren tegen heel laage prijzen leeveren zouden, en dat hunne vrouwen zand moesten draagen, voorts liet hij ook belasten, dat de Christenen groentens moesten e past op de Neven Wel Edelen Hoog G. Oij ben Eerbiedigd Biante 4 Indiase schapp 1400 Aa wordaan hem geschreeven. Hij verbied alle toevoer van stad. 577. de koning ontkend de gewil„ moesten bezorgen, liet hunne slaaven mede met gewild„ „voeren, en zijne koebeesten in de Zaivelden van de Chri „nen werden, waar over bij brief van den 19=e Aug=s aa hem geschreeven en verzocht werd, van die geweldenarij aftezien, en de Christenen ongemolesteerd te laaten. §76. Kort daar op verbood hij alle toevoer van leeven smid lleevensmiddelen naar de naar de stad, behalven voor de Engelsche Heeren Torneij en Mac Nicoll. De eerste Minister hier over gevraagd zijnde, antwoorde, dat hij er geen kem van had, en zulx te Angekaimaal zoude laaten ver „neemen; doch van hem geen nader bescheid er langd hebbende, lieten wij door den Tolk aan hem schrijven en antwoord vraagen, waarop hij hetzelve zond, behelsende, dat de Kanarijns zeekere Meet parra van den Jarregen van den koning afgeeischt haden en daarom het voorm: verbod gelegd was, vide Transp „laat van den 20=e Augustus. Ook kreegen wij het antwoord van den Koning, waar dinarijen aan de Christenen van het Translaat van den 21=e Aug=s hier nevens gaat„ waarbij hij verklaarde, de Christenen niet ontrust te hebben d 2 word aan 31 waagd dat de Kandrijns Mutparra geweigerd hadden, 'tword onwaar bevonden 879 aan de Koning bedeeld. hebben, en tevens ook klaagde, over dat de Kannarijns de meet-parra gearresteerd hadden, en verzocht, dat dezelve mogt terug gegeeven worden, wanneer hij de Vervoer van leevensmiddelen van Angekaimaal naar de stad niet zoude beletten. §78 Bij onderzoek bleek, dat toen de reekening van de door den koning aan den kanarijnschen Tempel overgedraagene gerechtigheid van Nelie, ter voldoening van een schuld aan denzelven, gekonfronteerd wierd, ontdekt was, dat de koning noch 613½. parra nelie ten agter„ was, dat de Menon of schrijver van den Koning beloofd had voldoening te zullen bezorgen; dat die belofte zeder ook door den Iarregen mede gedaan was, en dat na die tijd de meetparra, die in den Tem„ ver „pel bewaard werd, door den laasten niet gevraagd en en dus niet geweigerd was, zoo als nader blijkt bij de verantwoording van de Kanarijns onder de bijlaagen overgaande. Hier van werd aan den koning bij brief van den 22=e Aug=s kennis gegeeven, en aangetoond, hoe verkeerd de past op de Nevens WelEdelen G Oi 16 Eerbiedige Beaulh Hoog India happ . R Aa 100 Een
English
580. he claimed that such had been done. the matters were brought before him, to which was added that, even if it were true that the Canarins had done this, he ought to have written to us about it, but not prohibit the transport of provisions to the city, whereby the Company was greatly offended; wherefore we requested him to remove the prohibition, and not to force the Company to employ measures against it that could not be pleasant for the King. He was further admonished to desist from all such actions, which conflicted with the respect and the rights of the Company, with the declaration that the standard parra measure would be delivered if the prohibition against the supply of provisions issued by the King were removed. By the reply of the King of 23 August, His Highness admitted that he owed money to the Canarin Temple, and had left the nelly duty to the same for the interest thereof. 137 32 and that we had also prohibited the sale of sulfur, etc. the contrary thereof is also shown. had, but at the same time complained that much nelly had been sold for the account of the Temple without paying the duty for it, that he therefore had not allowed the nelly duty to be paid from the year 1789 onward, because the Canarins had left that account unsettled; He further claimed that the Jarriges and Menon had asked for the standard parra measure, but that the Canarins had refused to give it, and promised to withdraw the issued prohibition as soon as the standard parra measure was delivered, and the general prohibition on the part of the Company, both in the city and at Mattanseeri, not to sell any sulfur, saltpeter, copper, iron, paper, and the like to His Highness, was also withdrawn, with the request to have those who denied the refusal of the standard parra measure punished. Section 81. Upon this we wrote further to the King on 24 August that the standard parra measure had not been requested, and thus also had not been refused, and that the Company had never prohibited the sale of any necessity whatsoever to the King, that no ammunition goods were allowed to be sold by petty traders according to an old prohibition, 382 and the prohibition is withdrawn by the King. Declaration of the King to the Interpreter, and further complaint about the Canarins. prohibition, that the King was requested in both the most earnest and friendliest manner to withdraw the prohibition against bringing provisions to the city, and to enter into negotiations with us for the settlement of the disputes. Hereupon the aforementioned prohibition was withdrawn by the King, and he wrote to us on 25 August that he had done this upon our declaration that we had placed no prohibition on goods that were sold to his subjects. The King also sent us two reports from his Jarrige and Menon, in proof that the standard parra measure had been requested, and requested further that the guilty might be punished, with the declaration that the settlement of the disputes depended upon us, and that he had declared himself in that regard to the Interpreter. Section 83. This declaration to the Interpreter, who delivered our letter to the King, consisted of this: that as soon as our guards were withdrawn, he would send his Minister to us, and that he would leave the Canarins unmolested during the our answer to the King. negotiation, that the delivery of rice would then also proceed, with the request that his armed people might not be detained by our guards, with further complaints that the Canarins had forbidden their Priest from performing the usual ceremonies for the Kamotti on Angekarro and for some other Canarins, as further appears from the report of the Interpreter, transmitted among the appendices. Section 84. In our reply to the King of 26 August, we declared that we had never forbidden the sale of goods to his subjects, nor that a single armed man of His Highness might not pass our guards, and that this latter had only taken place regarding a number of armed men; furthermore, that the guards would be withdrawn by us as soon as the King promised in writing to leave the Canarins unmolested during the negotiation. Section 85. Regarding the standard parra measure, the Canarins had further declared the further investigation regarding his complaint is communicated to him. 386 he claims that the Canarins are subject to him. and says he will not send a Minister as long as our guard remains standing. declared not to have detained or refused it, and upon investigation it was found that the prohibition given by them to the Priest not to perform ceremonies was nothing other than a privilege of their Temple, which they exercised on occasion, according to the report of the Members Cellarius and Lunel, who conducted this investigation, transmitted among the appendices, of which notification was given to the King with the request to send the accusers against the Canarins in order to conduct a further investigation into it. The King replied to our aforementioned letter by Ola of 11 September, and claimed that the Canarins were under his obedience; that neither he nor his ancestors had ceded them or their Bazaar to anyone, that we protected them in an unreasonable manner, and that he would certainly find them for their actions, that he would not send his Ministers as long as our guards remained standing, and that if we did not
Dutch transcription
580. hij bewerd dat zulx gedaan was. de zaaken bij hem aangebragt wierden, waar bij he „vens gevoegd werd, dat of schoon het ook waar was, dat de kanarijns dit gedaan hadden, hij daar over aan ons had moeten schrijven, maar niet de vervoe van leevenmiddelen naar de stad verbieden, waar door de komp: zeer was beleedigd; weshalven wij verzochten, het verbod weg te neemen, en de Komp„ niet te noodzaaken, daar tegen middelen in het werk te stellen, die voor den koning niet aangenaam weezen konden. Hij werd daarbij nader vermaand van alle diergelijke gedoentens, die tegen de achting en het recht van de komp=e streeden, aftezien, met verklaaring, dat de meetsparra zoude afgegeeven worden, zoo het door den Koning gegeeven verbod tegen den toevoer van leevensmiddelen weggenomen Bij het antwoord van den koning van den 23:e Aug:s bekende zijne Hoogheid, dat hij aan den Kanarijnschen Tempel geld schuldig was, en de nelie gerechtigheid voor den intrest daar van aan denzelven overgelaaten had. werd. het 137 32 en dat wij ook verboden hadden, zwafel enz: te ver„ koopen. - het tegendeel daar van word mede aangetoond. had, doch klaagde tevens, dat voor reekening van den Tempel veel nelie verkocht was, zonder daar voor den toe te betaalen, dat hij daarom de nelie gerechtigheid van het jaar 1789 af niet had laaten voldoen, vermits de kanarijns die reekening onvereffend gelaaten hadden; Hij beweerde verders, dat de Jarrigen en Menon de meet parra gevraagd hadden, doch dat de Kanarijns die gewei„ „gerd hadden te geeven, en beloofde, het gegeeven verbod te zullen intrekken, zoo dra de meetparra afgegeeven in het generaal verbod van wegen de komp: zoo wel in de stad als op Mattanseeri, om aan zijn Hoogheid geen Zwafel, salpeter, Koper, Ijzer, papier en wesmeer te ver= „koopen, mede ingetrokken wierd, met verzoek de geenen, die de weigering van de meetparra ontkenden, te laaten Straffen. §81. Hier opschreeven wij den 24:e Aug=s aan den Koning nader, dat de meetparra niet gevraagd, en dus ook niet geweigerd was, en dat de Komp: noit verboden had eeri „ge benoodigdheid hoe genaamd van den Koning te verkoopen, dat geene ammunietsie goederen door smalle handelaars mogten verkocht worden, volgens een oud verbod, Gepast op de Nevens met Edelen Voo G. Eijsch ben K happ Indiase Reg 1400 Eerbiedige Beaul aan and„ bod men Aug=s 382 en het verbod word door den koning ingetrokken. Verklaaring van den Koning aan den Tolk, en nadere klagte over de Kanarijns. verbod, dat de koning zoo wel op de ernstigste als vrin „lijkste wijze verzocht wierd, het verbod, om geene leevensmiddelen naar de stad te voeren, in te trekk en ter afdoening der geschillen met ons in onder „handeling te treeden. Hier op werd het voorm: verbod door den Koning ingetrokken, en hij schreef ons den 25=e Aug=s dat hij dit gedaan had op onze verklaaring, dat wij geen verbod gelegd hadden op goederen, die aan zijne Onderdaanen verkocht wierden. Ook zond de koning twee relaasen aan ons van zijnen Jarregen en Menon, ten bewijze, dat de meet „parra gevraagd was, en verzocht nader, dat de schul„ „digen mogten gestrafd worden, met betuiging, dat het afdoen van de geschillen van ons afhing, en dat hij zich daar omtrend aan den Jolk verklaard had, §83. Deeze verklaaring, aan den Tolk, die onzen brief aan den koning bestelden bestond daar in: dat, zoo dra onze wachten ingetrokken wierden, hij zijnen Minister bij ons zenden zoude, en dat hij de Kanarijns, geduurende de ons antwoord aan den koning. van ons de onderhandeling, ongemoeid zoude laaten, dat als dan ook de leverantsie van rijst voortgang zoude hebben, met verzoek, dat zijn gewapend volk bij onze wachten niet mogt opgehouden worden, met verdere klagten, dat de kanarijns aan hunnen Priester verboden had„ „den, de gewoone ceremonien bij den Kamotti op Angekarro, en bij eenige andere kanarijns te ver„ „richten, zoo als dit nader blijkt bij het relaas van den Tolk, onder de bijlaagen overgaande § 84. Bij ons antwoord aan den koning van den 26=' Aug=s verklaarden wij, noit verboden te hebben goederen aan zijne Onderdaanen te verkoopen, noch dat een enkeld gewapend Man van zijn Hoogheid onze wack¬ „ten niet mogt passeeren, en dat dit laaste alleen plaats had gehad omtrend een aantal van gewa„ „pende Manschap; voorts dat de wachten door ons zouden ingetrokken worden, zoodra de koning schriftlijk beloofde, de Kanarijns, geduurende de onderhandeling, ongemoeid te zullen laaten. 385 Nopens de meetparra hadden de Kanarijns nader betuigd Gepast opde Nevens WelEdelen Voo G. Eijs 6 Eerbiedige Beauth Jndiase schapp 1400 A meet„ het nader onderzoek nopens zijne klagte word aan hem bedeeld. 386 hij beweerd dat de Kanarijns onder hem staan. en zegd geen Minister te zullen zenden, zoo lange onze wacht staan blijft. betuigd, die niet gearresteerd of gewigerd te hebben, en bij onderzoek werd bevonden, dat het door hen gegee„ „ren verbod aan den Priester, om geene ceremonie te verrichten, niet anders was, dan een voorrecht van hunnen Tempel, het welk zij bij geleegenheid uit oeffenden, volgens bericht van de Leden Cellarius„ Lunel, die dit onderzoek gedaan hebben, onder de bijlaagen overgaande, waar van aan den Koning kennis gegeeven en verzocht is, de beschuldigers tegen de Kanarijns te zenden, om daar nader onderzoek na te doen. De Koning antwoorde op onzen voorm: brief bij Ola van den 11=e September, en beweerde, dat de Kanarije onder zijne gehoorzaamheid stonden; dat hij noch zijne voorzaaten dezelven of hunne Bazaar aan niemand had afgestaan, dat wij hen op eene onreed „lijke wijze protegeerden, en dat hij hen over hunne gedoentens wel zoude vinden, dat hij, zoo lange onze wachten staan bleeven, zijne Ministers niet zenden zoude, en dat, indien wij de zaak van de kanarijns niet
English
34 387. Answer to that. Paragraph 88. The King forbids harvesting the paddy of the Temple. Our protest against it. would not conform to fairness, he would therefore not fail to exercise his privileges. To this, the king was answered by letter of 14 September, that, since the King had resolved not to send his Ministers to us before our guards were withdrawn, we had also resolved not to withdraw them before he gave assurance that he would leave the Canarins unmolested. Now the king also forbade that the paddy, which stood ripe in the field and belonged to the Canarin Temple, should be harvested, and at the same time demanded that the Heads of the Temple should come to him to account for their affair. Paragraph 89. The Canarins complained about this to us, and thereupon we wrote to the king by letter of 18 September that the Heads, on account of the acts of violence committed against them by the king, had placed themselves entirely under our protection, and they thus could not come to him before the affairs were settled, and that we therefore protested against the prohibition of harvesting the paddy, and held all damages to his account. [illegible] 140 The king's answer. Letter from the Lord Governor to the king. Further acts of violence against the Christians. Paragraph 90. The king replied by Ola of 19 September that no one could share in the damage that he suffered in his country; that the Temple stood under his authority, and it was thus not fair that we granted protection to it, that the Servants of the Temple, as his Subjects, had to come to him regarding their affairs, and that he would only then revoke the seizure of the paddy. Paragraph 91. Shortly thereafter, or on 22 September, we had a letter from the First-signed Governor delivered to the aforementioned king by Anta Sitte, containing friendly and earnest admonitions to desist from further acts of violence, as Your Right Noblenesses may please to see in detail from the copy transmitted among the appendices, from which we promised ourselves much good, because this king, notwithstanding his wild and cruel nature, had still always shown much respect for him; however, instead of that, we had to experience the contrary. Paragraph 92. For he continued to practice all kinds of violence against the Christians; their sowing fields were seized, their slaves apprehended and forced with beatings to work without pay; the coconuts were taken from the trees, 35 Murder committed by the king's people at Mattancherry. the trees themselves were cut down, betel leaves and beans were plucked and taken away, and in a word all kinds of violence were committed, of which until now no example had been seen, as Your Right Noblenesses can find circumstantially described in the accompanying complaint Olas of 22 and 27 of that month, and 1 October following thereafter; and he claimed finally that the Christians were also his Subjects, and that he would not remove the seizures from their gardens before they came in person to satisfy what he demanded of them, according to the letter of 26 September, likewise transmitted in copy. Paragraph 93. Finally, on 12 October, the rash king opened those dreadful murder, blood, and robbery scenes, which the First-signed has already sketched in the rough to Your Right Noblenesses in his separate secret letter of 14 December last, paragraph 12 et sequentes, and of which we shall let a circumstantial description follow here. [illegible] 1400 Continuation. Continuation. Paragraph 94. Around noon, the Sambrade Menon, secretary of the king, came into the bankshall or the warehouse of the Canarin Dewersa, with whom the fellow Canarins Kristnen, Gagakommotti, Maroekoi Sena, and Nagindren, son of the Factor of Travancore Renga Poi, together with Saasta Poi, Ipparen, Bilbaboden, and Martia Patter, were present at that moment, and requested to speak with Dewersa privately, who went with him into another room to that end. Paragraph 95. Thereupon, from two manji boats or small native vessels, the Valiya Sarvadhi Karyakkar, captain of the king, and some Nairs came into the shed; the Captain went with two Nairs into the room in which Dewersa was present, who was held by the Menon and murdered by the Nairs, while the other Nairs attacked the aforementioned seven Canarins in the warehouse, massacred the first four, and wounded the fifth and sixth, while the seventh alone had the good fortune to escape unhurt, after which the Menon took a small chest with him from the bankshall, and
Dutch transcription
34 387. antwoord daar op. §88 de Koning verbied de Nelie van den Tempel te snijden. ons protest daar tegen. niet naar billijkheid schikken wilden, hij daarom niet nalaaten zoude, zijne voorrechten te oefenen. Hier op werd aan den koning bij brief van den 14. ' sep„ „tember geantwoord, dat, vermits de Koning zich bepaald had, zijne Ministers bij ons niet te zenden, voor dat onze wachten ingetrokken wierden, wij ons ook bepaald hadden, dezelven niet in te trekken, voor dat hij verzeekering gaf, de Kanarijns ongemoeid te willen laaten: Thans liet de koning noch verbieden, dat de nelie, die rijp in het veld stond, en aan den kanarijnschen Tempel gehoorde, niet mogt afgesneeden worden, en begeerde tevens, dat de Hoofden van den Tempel, bij hem koomen zouden, om over hunne zaak verantwoording te doen. §89 De kanarijns klaagden hier over bij ons, en daar op schreeven wij aan den koning bij brief van den 18=e September, dat de Hoofden, wegens de aan hen gepleegde geweldenarijen door den koning, zich geheel onder onze bescherming begeeven hadden, en zij dus niet bij hem komen kosten, voor dat de zaaken beslist waaren, en dat wij der hal„ „ven tegen het verbod tot het snijden van de nelie pro„ „testeerden; en alle schaade voor zijne reekening lieten. past op de Nevens Wel Edelen G. Eijsc ben k oo Eerbiedige Beaulh een schappe Indiase Rege A 140 'konings antwoord. brief van den Heer Goe„ „verneur aan den koning verdere geweldenarijen tegen de Christenen. §90. De koning antwoorde bij Ola van den 19=e september, dat niemand teelen kost in de schuade, die hij in zijn land leed; dat de Tempel onder hem stond, en het dus niet billijk was, dat wij protexie aan denzelven verleenden, dat de Bedienden van den Tempel, als zijne Onderdaanen, over hunne zaaken bij hem moesten komen, dat hij als dan het Arrest op de nelie intrekken zoude §91. Kort daarna, of op den 22:en Septemb=r lieten wij aan meerm: koning een brief van den Eerstgeteekenden Goeverneur door Anta Sitte bestellen, inhoudende vriendlijke en ernstige vermaaningen, om van verdere geweldenarigen aftezien; zoo als uw Hoogedelheeden dit nader gelie„ „ven te zien bij de kopij onder de bijlaagen overgaande, waar van wij ons veel goeds beloofden, door dien deeze koning, onaangezien zijnen woesten en wreeden in borst, noch altijd veel ontzag voor denzelven betoond had, edoch in steede van dien moesten wij het tegendeel ondervinden. §92 Wanthij bleef allerlij geweldenarijen tegen de Christenen oefenen; hunne zaivelden wierden gearresteerd, hunne slaaven opgevat, en zonder loon met slaagen tot den arbeid gedrongen; de kokos wierden van de boomen gehaald 35 Moord door 'skonings volk op Mattanseeri gepleegd. gehaald, de boomen zelve wierden om overgekapt, beetel bladen en boontjes wierden afgeplukt en weg ge= „noomen, en met een woord allerlij geweld werd gepleegd, waar van men tot dus ver geen voorbeeld gezien had, zoo als uw Hoogedelheeden dit omstandig kunnen beschree= „ven vinden bij de deezen verzellende klagt Olas van den 22=e en 27=e dier maand, en den 1=e Okctober daar aan „volgende; en hij beweerde eindelijk, dat ook de Chris„ „tenen zijne Onderdaanen waaren, en dat hij de arresten op hunne tuinen niet wegneemen zoude, voor dat zij het geen hij van hen afezischte, in persoon quaamen voldoen, blijkens brief van den 26=e. Septemb=r al mede in kopij overgaande 393 Eindelijk opende de doldriftige koning op den 12=' Octob=r die afgrijslijke moord-bloed en roof-tooneelen, die de Eerstgeteekende reets bij zijnen aparten se„ „kreeten van den 14=e December j: l: aan Uwe Hoog„ „edelheeden § 12. et segg: in het ruwe geschetst heeft, en waar van wij hier eene omstandige beschrij„ „ving zullen laaten volgen. Omtrend part op de Nevensta Ml Edelen Voog G. Eijse ben ƒ een schappe ded Jndiase Rege 1 Aan 1400 Eerbiedige Beaulh doch vervolg vervolg § 94. Omtrend den middag quam de Sambrade Menon /se„ „kretaris / van den koning in de Bangzaal of het Pakhlus van den Kanarijn Dewersa, bij wien zich de medekan „rijns Kristnen, Gagakommotti, Maroekoi sena„ en Nagindren, zoon van den Faktoor van Trevanken Renga Poi, mitsgaders saasta Poi, Jpparen, Bilba„ „boden en Martia Patter, op dat ogenblik bevonden en verzocht Dewersa afzonderlijk te spreeken, die tot dat einde met hem in een ander vertrek ging„ 395 Hierop quaamen uit twee Manjouws of kleene in„ „landsche schuitjes de Ballia Agaman / kapitain, van den koning en eenige Nairos in de Pandiaal; de Kapitain ging met twee Nairos in het vertrek, waar in Dewersa zich bevond, die door den Menon vastgehouden, en door de Nairos vermoord werd, terwijl de ovrige Nairos op de voorwaards genoemde zeeven Kana„ „rijns in het Pakhuis aanvielen, de vier eersten mas„ „sakreerden, en den vijfden en sesden quetsten, terwijl de zeevende alleen het geluk had, ter heelshuids aftekomen, waarna de Menon een kisje uit de Bangzaal medenam, en
English
and retreated with the remaining murderers, all of which was circumstantially testified by the two wounded Canarese Saasta Loi and Ipparam Bilbabodem, as well as by the freed Canarese Martia Patter, in their report of the 14th of that month, likewise transmitted among the appendices. Section 96. As soon as the report of this arrived in the city, the Council was convened, and it was taken into consideration by the same that the Company was openly insulted by this murderous undertaking, and that the King could daily put more such acts of violence into effect, that he was the first aggressor, and that one could not let these insults pass unnoticed, but ought to punish them in a sensible manner; and consequently it was resolved to have the plan decided upon by the Resolution of the 22nd of July executed at once, and to attack the palace, as well as to drive the Nayars out of there, in order to prevent further such murderous undertakings. Section 97. Consequently, the detachment that was stationed near the Canarese Pagoda was ordered to make itself master of the palace, but this undertaking failed, because both Captains Von Struve and De Can, and the two Lieutenants Lintrer and van Manderen were wounded at the beginning of the attack, which caused a general confusion among the troops, followed by the retreat of the entire detachment, without having achieved the prescribed objective. Section 98. Herein one European and two common Orientals were killed; two Captains and two Lieutenants, one corporal and fourteen common Europeans, one corporal and five common Malays, and one Lieutenant, one Ensign and six common Sepoys were wounded; as well as one European corporal and commoner and three common Sepoys missing. Hereupon all Canarese with women and children took flight under our fortress, wherefore the detachment that had served until then for their protection was withdrawn, and only a sergeant with twelve Malays was stationed near the Pagoda, who was also withdrawn toward evening. Section 100. Now the King's people fell upon the Canarese village, destroyed a multitude of houses, made themselves masters of the Temple, and the Priests attached thereto, as well as of the Idols, Temple Ornaments, and treasures gathered from of old, which according to the account delivered to us and subjoined hereto amount to over one hundred and sixty thousand Rupees, and dragged all this to Tripoentare, whereupon by the King's order, three Canarese had their nose and ears cut off, and the fourth had his eyes gouged out. Section 101. In what a sinister and at the same time shameless manner the aforementioned King has brought himself to excuse this committed intentional murder and acts of violence appears from his letter of the 14th of that month, of which the copy accompanies this, containing the following: Since we had written to him that his people, who were sent to Mattanseeri and the Canarese Bazaar to purchase the necessary goods there for his use, would not be insulted by the Company's people nor by any merchants, he had, according to our request, immediately withdrawn the prohibition regarding the supply of foodstuffs; and his people had since also acquired the necessary provisions at Mattanseeri and the Canarese Bazaar. Because he needed broadcloths and linens, he had sent two or three of his servants for the purchase, who with some other servants of his, who were in the Palace, had arrived at Mattanseeri on the 12th of October at one o'clock in the afternoon. When they were sitting in the Pandiaal of Dewersa, a certain Canarese named Kangen had uttered some improper words in respect to him; one of his people had thereupon said that he should not utter such improper words in his presence, as they would not tolerate such, because the Canarese ate the King's bread; the Canarese had paid little heed to that, and had continued to insult him further; his people had not been able to bear such any longer, and one of them had dealt a blow to the said Canarese, who had not only struck back, but had also spat in his face; his people had thereupon dealt a cut to the Canarese with a small knife; thereupon Dewersa with ten or fifteen Canarese had come up to them, and had wanted to mistreat his people; his sattekaars or sjegos, who kept watch in his Pandiaal on Mattanseeri, had then run over there and came to blows, and on that occasion three or four Canarese had died; as soon as the Head of his people, who was at Koetsiem, had heard of this affair, he had gone to the Pandiaal to bring the people to the Court, but on the way the Company's guard at Mattanseeri had shot one of his people dead; shortly thereupon a detachment of armed men with beating drums, flying colors, and heavy artillery had marched toward the Court, and had fired three shots from
Dutch transcription
36 besluit het Palijs te atta= „queeren en zich met de oorige Moordenaars retireerden, al het welk omstandig getuigd is door de twee gequetste Kana„ „rijns Saasta Loi en Ipparam Bilbabodem; mitsg=s door den vrijgeraakten kanarijn Martia Patter, bij hun relaas van den 14=e dier maand, al mede onder de bijlaagen overgaande: §96 zoo dra hier van het bericht in de stad quam, werd de Raad byeengeroepen, en bij denzelven in aanmer= „king genoomen, dat de Komp: door dit moorddaadig bestaan opentlijk geinsulteerd was, en dat de Ko„ „ning diergelijke geweldenarijen dagelijx meer konde in het werk stellen, dat hij de eerste aanvaller was, en men deeze insultes niet ongemerkt konde voor„ „bijgaan, maar op een gevoelige wijze behoorde te straffen, en dienvolgende beslooten, het bij Recoluutsie van den 22e Iuli gearresteerde Plan ten eersten de laaten exekuteeren, en het Palijs te attaqueeren; mitsg=s de Nairos daar uit te jaagen, tot voorkoming ^verdere van diergelijke ^ moorddaadige onderneemingen. §97. Dienvolgende werd het detachement, het welk bij de Kanarijnsche be past op de Nevenstaa Met Edelen Voog G. Eijse be ƒ een schapp did Jndiase Rege 1 A 1400 Eerbiedige Beaul word ter uit voergebragt doch mislukt. vervolg. 599 De Kanarijns vluchten, en het detachement word in„ „getrokken. „kanarijnsche Pagood geplaatst was, gekommandeerd om zich van het Palijs meester te maaken, doch deez onderneeming mislukte, door dien de beide Kapitains Von struve en De Can, in de twee Luitenants Lintrer en van Manderen in het begin van de attaque gequesst wierden, waar door onder de troepen eene generaale kon„ „fisie ontstond, die van de retraite van het gantsche deta„ „chement gevolgd wierd, zonder het voorschreeven oogmerk bereikt te hebben. §98 Hier bij zijn een Europeesche en twee gemeene Oosterlin„ „gen gesneuveld, twee Kapitains en twee Luitenants, een korporaal en veertien gemeene Europeeschen, een korporaal en vijf gemeene Malaiers, en een Luitenant, een Vaandrig en ses gemeene Sipais ge„ „blessierd, mitsg=s een Europeesche Korporaal en ge„ „meener en drie gemeene sipais vermist. Hier op namen alle Kanarijns met vrouwen en Kinderen de vlugt onder onze Vesting, weshalven het detachement, dat tot dus ver tot hunne bescher„ „ming gediend had, ingetrokken, en alleen een serjant„ met de Jempel word beroofd. in de Priesters mishandeld. de wijze hoe de Koning deeze daad bij Ola verschoonen wil. met twaalf Malaiers bij de Pagood geplaatst werd, die tegens den avond mede ingetrokken werd. §100: Nu viel 's Konings volk in de Kanarijnsche negarij, vernielde een meenigte huizen, maakte zich meester van den Tempel, en de daar aan verknogte Priesters, mitsg=s van de Afgod-beelden, Tempel Cier„ „selen en van ouds vergaderde schatten, die volgens de aan ons overgegeevene en hier nevens gevoegde Reekening over de honderd en sestig duizend Ro„ „pijen bedraagen; in sleepte dit alles naar Tripoen„ „tare, waar op 's konings bevel, drie kanarijns neus en voren afgesneeden en den vierden de oogen uitgestoo„ „ken wierden. §101. Op welk een sinistre en tevens onbeschaamde wijze meerm: koning deeze gepleegde opzettelijke moord en geweldenarijen gebragt heeft te verschoonen, blijkt bij zijn brief van den 14=e dier maand, waar van de Kopij deezen verzeld, behelzende het volgende: Wijl wij aan hem geschreeven hadden, dat aan zijn Volk, het welk naar Mattanseeri en de Kanarijnsche Bazaar 4 past op de Nevenstaa WelEdelen Voog G. Eijsch beno k eenschapp did fndiase Rege Aan 40 Eerbiedige Beaulh Bazaar gezonden wierd om de noodige goederen tot zijn gebruik aldaar op te koopen, door 's komp=s volk noch door eenige handelaars niet beleedigdt zoude worden, zoo had hij, volgens ons verzoek het verbod nopens den toevoer van leevensmiddelen direktlijk ingetrokken; en zijn volk had zeder ook het noodige op Mattan= „seeri en de kanarijnsche Bazaar opgedaan. Hij had, vermits hij laakenen en lijnwaaten noodig had, twee of drie zijner Bedienden tot den inkoop gezonden, die met eenige andere Bedienden van hem, die in het Palijs waaren, den 12=e Oktober 's middags om een uur op Mattanseeri waarengekoo„ „men. Toen ze in de Pandiaal van Dewersa zaten, had zeeker kanarijn, Kangen gen=t, ten zij„ „nen opzichte eenige onbetaamlijke woorden geuit; een van zijn volk had daar op gezegd, dat hij zulke onbetaamlijke woorden in zijn presentsie niet uiten moest, wijl zij zulx niet zouden gedoogen, omdat de Kanarijns 's konings broodaten, de Ka„ „narijn had zich weinig daar aan gestoord, en had voortgevaaren 38 voortgevaaren hem verder te insulteeren, zijn volk had zulx niet langer kunnen verdraagen, en een daar van had aan gem: kanarijn een slag toegebragt, die niet alleen wederom geslaagen, maar hem ook in het gezicht gespoogen had, zijn volk had daar op met een kleen mes een kap aan den kanarijn toegebragt, daar op was Dewersa met tien of vijftien Kana„ „rijns daar bij gekoomen, en hadden zijn volk willen mishandelen, zijne sattekaars of sjegos, die de wacht in zijn Pandiaal op Mattanseeri hadden, waaren toen daar bij geloopen en hand gemeen ge= „raakt, en bij die geleegenheid waaren drie of vier kanarijns gestorven; zoo dra het Hoofd van zijn volk, het welk op Koetsiem was, dit geval gehoord had, was hij naar de Pandiaal gegaan, om het volk naar het Hof te brengen, doch onder weg had 'skomp=s wacht op Mattanseeri een van zijn volk dood ge„ „schooten; kort daar op was een kommando gewapend volk met slaande Trom, vliegende vaandels en grof geschut naar het Hof aangemarcheerd, had drie schooten uit Gepast op de Nevenstaa WelEdelen Voog G Eijse ben k een schapp ded fndiase Rege Aan 1400 Eerbiedige Beaul
English
fired from the cannon, and broken open the gate, whereby one of his captains along with three or four Sipais had been killed, whereupon his men had also fired, and the Company's troops had then retreated again to the Canarese Bazaar. He had learned all this upon his arrival at Angekaime. His ancestors, by virtue of the sincere and equitable treatment of the Company, had yielded their persons, and had even gone to Batavia, and had there entered into a close alliance with the Company, and had devised and established what was necessary for its maintenance; subsequently brought the Company here to the coast, and for over a hundred years preserved the alliance in that steadfastness. The Company had also assisted him in all circumstances and difficulties as an Ally, but the strange treatment from us, both in granting refuge to his vassals and in committing many irregularities, had greatly astonished him. Out of attachment to the Company, he had let everything pass, solely so as not to attack the Company's people, thinking that, when the matters were investigated, everything would then be properly redressed, but this patience of his had been the cause of him being treated by us in such a manner, which he had not been able to endure; as long as his ancestors had placed their trust in their Ally, the Company, the Company had assisted them in all respects, but never sought to diminish their persons, as we had now done, by firing upon his Palace and murdering people. He was well assured that, when this conduct of ours was made known in the proper place, it would be thoroughly investigated and satisfaction would be provided to him. He had been obliged, on account of the shame brought upon him by our course of action, to take the necessary measures commensurate with it, and gave us notice thereof and requested an answer. §102. This letter was briefly answered the following day. That we would not engage in refuting the far-fetched excuses regarding the murder that had been committed by his men at Mattanseeri between our guards in the Pandiaal of Dewerja, as it was sufficiently evident how premeditated it was. That this incident had been all too sensitive for us; and that, since all correspondence had remained fruitless, we had shown our resentment thereover by having his Palace cannonaded until nightfall, when by our orders our men had returned again to the Canarese Pagoda: That the committed murder had caused such terror among the Canarese that they had declared their intention to abandon their negarij and to proceed with their families across the sea to elsewhere; that we had prevented this until the next day, but upon their further declaration that they would not wait through the second night, we had withdrawn our detachment before the Pagoda again and had permitted the Canarese to come under our city walls to calm their fears, but that this had been in vain, since with vessels hired for that purpose they went out of the river during the night; that we had nevertheless diverted the wealthiest Canarese from doing so by permitting them to remain in the city, and further, that all mild means employed by us had had no effect on him, and that what had occurred was therefore the consequence; that we expected he would thereby come to his senses and endeavor to preserve the friendship of the Company, which was always of great importance to him. §103. Thereupon followed another letter from the King of the following content. He had seen from our letter that the Canarese had fled under the city walls out of fear, and that we were expecting that he would endeavor to maintain the friendship with the Company, which was always of great importance to him. As long as the friendship was preserved without the slightest alteration, no great damage had befallen the city in his Court, nor the Cochin land: But some evildoers had sought to cause him damage, and we had also, without deliberation, given credence to them, and for four months committed many insolences against him, yet he had endured such things. Because some dispute had arisen between his Nairos and Canarese, who were his Subjects, we had sent armed men and cannons, had his Court cannonaded; it grieved him that it had thereby become public that he and the Company had come to that extremity. He hoped that no dispute would ever arise between him and the Company, and assured that on his part there would be no failure. If he were in discord with the Company, he would have likewise troubled the Christians and Topasses, who were Vassals of the Company and resided in his Kingdom, but since this had not occurred, we could understand that he was not of that mindset. He was only acting against the Canarese, who were his Vassals, and he had already clearly written to us, as well as had it made known and requested through his Ministers, as well as our Interpreter and Merchants, not to grant them a hearing and not to act strangely toward them, but to handle everything according to ancient custom
Dutch transcription
uit het kanon gedaan, en de poort opengebrooken, waar bij een van zijne kapitains met drie of vier Sipais gesneuveld waaren, daar op had zijn volk ook geschooten, en 's komp=s troepen waaren toen we„ „der naar de Kanarijnsche Bazaar geretireerd. Hij had dit alles met zijn komst op Angekaime te verstaan gekreegen. zijne voorzaaten hadden uit hoofde van de oprechte en billijke behandeling van de komp=e hunne persoonen gedeklineerd, en waaren zelfs naar Batavia gegaan, en daar in een nauwe verbintenis met de komp: getree„ „den, en hadden tot dies standhouding het noodige beraamd en vastgesteld; vervolgens de komparie alhier ter kuste gebragt, en over de honderd jaaren in die standvastigheid de abliantsie gekonserveerd de Komp had hem ook in alle omstandigheeden en verleegensheeden als Bondgenoot bijgestaan, maar de vreemde behandeling van ons, zoo in het verleenen van verblijf plaats aan zijne vasallen, als in het pleegen van veele ongeregelsheeden had hem 39 hem zeer verwonderd. Hij had uit hoofde van de verknogtheid aan de Komp: alles laaten passeeren, eenlijk om 's komp=s volk niet aantetosten, in de gedagten, dat, wanneer de zaaken onderzocht wier„ „den, als dan alles behoorlijk zouden hersteld worden, doch dit zijn geduld was oorzaak geweest, dat hij door ons dusdaanig behandeld was geworden, het geen hij niet had kunnen verdraagen; zoo lange zijne voorzaaten hun vertrouwen gesteld hadden op hun Bondgenoot, de Komp, had de Konijnagieo hen in alle opzichten geassisteerd, doch noit getragt hunne persoonen te deklineeren, gelijk wij thans gedaan hadden, met zijn Patijs te beschieten en volk te vermoorden. Hy was wel verzeekerd, dat, wanneer dit ons gedoente bekend gemaakt wierd ter plaats, daar het behoorden het wel onder„ „zocht en aan hem voldoening zoude bezorgd worden. Hij was genoodzaakt geweest wegens de schande, die hem door onze handelwijze toegebragt was, het noodige in 't werk te stellen, dat daar mede overeen¬ „komstig parl op de Nevens MelEdelen G. Eijsch ben Eerbiedige Bearl 1700g Jndiase Regee hap A 1400 ons antwoord daar op „komstig was, en gaf ons daar van kennis en verzocht het antwoord. §102. Deeze brief werd's daags daar aan in het kort geant= „woord. Dat wij ons niet inlaaten zouden tot het weder„ „leggen van de uitgezochte verschooningen nopens de moord, die door zijn volke op Mattanseeri tus„ „schen onze wachten in de Pandiaal van Dewerja gepleegd was, alzoo genoeg bleek, hoe gepremedi„ „teerd dezelve was. Dat dit geval al te gevoelig voor ons was geweest; en dat, vermits alle korres„ „pondentsie vruchtloos gebleeven was, wij onze ge„ „voeligheid daar over getoond hadden, met het laaten kannonneeren op zijn Palijs, tot het vallen van den avond, wanneer op onze order ons volk weder naar de Kanarijnsche Pagood was terug gekeerd: Dat de gepleegde moord zoo een schrik onder de Kanarijns gebragt had, dat zij verklaard hadden hunne negarij te willen verlaaten, en zich met hunne 40 hunne familien over Zee naar elders te begeeven, dat wij dit tot den anderen dag hadden tegenge= „houden, doch op hunne nadere verklaaring, dat ze den tweeden nacht niet zouden afwachten, ons detachement voor de Pagood weder ingetrok„ „ken, en de Kanarijns toegelaaten hadden, onder onze stads muuren te koomen, om hunne vreeze te doen bedaaren, doch dat dit vruchtloos geweegst was, door dien zij met daar toe gehuurde vaar„ „tuigen des nachts de rivier uitgingen, dat wij echter de vermoogenste Kanarijns daar van ge= „diverteerd hadden, door hen te permitteeren in de stad te mogen blijven, en voorts, dat alle door ons aangewende zagte middelen bij hem geen invloed gehad hebben, en daar om het gevolg geweest was van het voorgevallene; dat wij ver„ „wachteden, dat hij daar door tot in keer koomen, in de vriendschap van de Kompanie, die voor hem altoos van groot belang was, zoude trachten te konserveeren. Hier Gepast op de Nevens Wel Edelen G. Eijsch benoo Eerbiedige Beanth 100g Jndiase Rege schap A 1400 5103. nadere Ola van den Koning Hier op volgde weder een brief van den Koning volgenden inhouds. Hij had uit onzen brief gezien, dat de Kana„ „rijns zich uit vreeze onder de stads muuren begeeven hadden, en dat wij in verwachting waa „ren, dat hij de vriendschap met de komp„ die voor hem altoos van groot belang was, zoude trachten te onderhouden. Wijl de vriendschap zonder de minste veran„ „dering gekonserveerd wierd, zoo was de stad in zijn Hof, als ook het Koetsiemsche land geen groote schaade overgekoomen: Doch eenige boosdoenders hadden getragt hem schaade toe te brengen, en wij hadden ook, zonder te over„ „weegen, aan hen geloof gegeeven, en vier maande lang veele insolentsies tegen hem gepleegd, doch hij had zulx verdraagen. Wij hadden, omdat tusschen zijne Nairosen Kanarijns, die zijne Onderdaanen waaren„ eenig geschil was ontstaan, gewapend volk en kanons gezonden, in zijn Htof laaten kanonneeren, het deede hem leed, dat daar door ruchtbaar geworden was, dat hij in de Komp=e tot die extremiteit gekoomen waaren. Hij hoopte, dat tusschen hem en de komp: noit eenig geschil ontstaan zoude, en verzeekerde, dat het van zijne zijde niet mankeeren zoude Hij zoude, indien hij met de Komp: in oneenigheid was, de Christenen en Toepassen, die Vas allen van de kompe waaren, en in zijn Rijkwoonden, mede ontrust hebben, doch wijl dit niet geschied was, konden wij begrijpen, dat hij van dat gevoelen niet was. Hij had het eenlijk tegen de Kanarijns, die zijne Vasallen waaren, en hij had ons reets duidelijk geschreeven, als ook door zijne Ministers, mits„ „gaders onzen Tolk en Kooplieden laaten weeten en verzoeken, aan dezelven geen gehoor te verleenen, en tegen hen vreemd te handelen, maar alles volgens oud gebruik Eerbiedige Beanl 4 past op de Nevens WetEdelen G. Eijscht benood k Hooy Jndiase Reg nika 1400 te
English
to settle, in order to prevent all misfortunes, but all the means he had employed had had no influence upon us. He was well assured that, although we acted in such a manner against him, no change would come in the friendship between him and the Company, and that, when this matter was made known to Your Right Honours, everything would be arranged according to right and ancient custom, and those who had brewed this mischief would be punished according to their deserts. The Canarese were afraid because they now repented having sinned against their Lord, since his ancestors had given them a place of residence on this coast. They were his subjects, wherever they might wish to go, and would surely return to him, whom he would also protect, though he would punish the evildoers according to their deserts, which we were pleased to take to heart. 42 is not answered letter from the English Resident Powney who requests to postpone further hostilities If we still had anything further to negotiate in that regard, we could send two of our faithful Interpreters and Anta Sitti to him, through whom he would make his sentiment known. §104. The Council left this letter unanswered, so as not to enter again into a useless and tedious correspondence with him, as not the slightest reliance could be placed on his word, and because they gladly wished to suspend everything until the return of the First Signatory, but on the 15th of that month received a letter from the English gentleman George Powney, who for a year and a day has been stationed as Resident on behalf of his Nation with the King of Travancore, and, since the contract concluded with the King of Cochin concerning the Northern lands outside the lines, has also qualified himself as Resident with this Rajah, whereby he expressed his regret over what had occurred, appealed to the Treaty between his Company and the aforementioned king, and requested us to postpone further hostilities until an inquiry into the matter had been made and submitted to our respective Superiors, which he would also effect with the king, with the further addition that he had strong motives to prevent everything that could in any way cause an estrangement between both companies, as Your Right Honours may be pleased to examine further in the copy and translation, both transmitted among the appendices. This letter brought the Council into great perplexity, for to enter into negotiations with him, as a public Person on behalf of the English Company, concerning disputes between us and the King of Cochin, was irresponsible, and to reject him in the situation in which they then found themselves might also be of evil consequence; they therefore confined themselves solely to the answer that they cordially thanked him for the offer of his good offices to prevent further bloodshed, and accepted the same in so far as the king refrained from all direct or indirect hostilities, in which case they would also postpone all further undertakings against the king until the arrival of the First Signatory Governor. 43 further letter from the said Powney § 106. The letter from Mr Powney was of the following content: He had received our letter of the 15th of October, and considered himself fortunate that, upon his recommendation to refrain for the present from all further hostilities against the king of Cochin, we were of one mind with him in that respect, on condition that the king also fulfilled this on his part; that the King had given him his word to that effect, as also to withdraw his guards, and, as always, to permit provisions and water to be brought to the town again, as also that he would not obstruct the passage of any vessels with merchandise, provided that we also observed the same on our part, ceased all hostilities, and let everything proceed as in the time of the Governor. The King was furthermore content to postpone the inquiry regarding the disputes of the Canarese until the arrival of the Governor; the Canarese could thus, if they so chose, return to their dwellings, and continue to carry on their trade as before, our answer thereto. promising on his word of honour to leave them unmolested. Yet he did not give up his pretension over them as their Sovereign, but hoped that upon returning to their dwelling places they would come alone without a guard or Lascars, and upon resuming their trade would pay the same duties for it as in the time of the Governor. The King had submitted to all the above, and thus everything could remain on this footing, which he would write to the king for the fulfillment of his promise, if we should be satisfied with this. § 107. Our answer to this was: That it was agreeable to us that the king had promised to cease all hostilities directly or indirectly, to withdraw his guards, to permit provisions and water to the town, and no longer to detain any vessels, as also to leave the Canarese unmolested. That
Dutch transcription
te schikken, tot voorkooming van alle onheilen doch alle zijne aangewende middelen hadden bij ons geen invloed gehad. Hij was wel verzeekerd, dat, schoon wij tegen hem dusdaanig handelden, in de vriendschap tusschen hem en de komp: geen verandering koo„ „men zoude, en dat, wanneer deeze zaak aan Uw Hoogedelheeden bekend gemaakt wierd, alles volgens recht en oud gebruik geschikt, i de geenen, die dit quaad gebrouwen hadden, naar verdienst zouden gestraft worden. De Kanarijns waaren bevreest, om dat zij nu berouw hadden, dat zij tegen hun Heer gezondigd hadden, alzoo zijne voorzaaten aan dezelven verblijfplaats op deeze kust gegeeven hadden. — zij waaren zijne Onderdaanen, waar zij, ook mogten willen naar toegaan, en zouden wel di weder bij hem koomen, die hij ook bescher¬ „men, doch de quaaddoenders naar verdienst straffen zoude, het welk wij geliefden der harte beneemen Als word brief „t 42 word niet beantwoord brief van den Engelschen Resident Towrneij die verzoekt verdere hostili„ „teiten uittestellen Als wij daaromtrent noch iets nader te verhandelen hadden, kosten wij twie van onze getrouwe Tolken en Anta Sitti bij hem zenden, door wien hij zijn gevoelen zoude laaten weeten. §104. De Raad liet deezen brief onbeantwoord, om niet weder met hem in een onnutte en langwijlige briefwisseling te geraaken, alzoo op zijn woord geen de minste staat te maaken was, en wijl men gaarne alles tot de terugkomgt van den Eerstgeteekenden wilde opschorten, doch ontving den 15=e dier maand een brief van den Engelschen Heer George Porneij, die zeder jaar en dag als Resident wegens zijne Naatsie bij den Koning van Trevankoor bescheiden is, en zich, zeder het met den Koning van Koetsiem geslootene kontrakt over de Noord„ „sche landen buiten de linie, ook Resident bij deezen Rajah gequalificeerd, waar bij hij zijn leedweezen over het voorgevallene betuigde, zich op het Traktaat tusschen zyne komp: en meerm: koning beriep en ons verzocht, verdere hostiliteiten uittestellen, tot dat een onderzoek naar het geval gedaan, en aan onze respektive Eerbiedige Beaul pastode Nevens Met Edelen G. Eijschte benoodig K 100g Jndiase Reg schap 1400 A 3105 dit word beloofd tot de kompte van den Heer Goeverneur. mitsde koning ditook doed. respective Superieuren overgegeeven zoude weezen, het gp hij ook bij den koning bewerken zoude, onder verdere by„ voeging, dat hij sterke motiven had, alles voor te koomen wat eenigsins verwijdering tusschen beide kompanien ken veroorzaaken, zoo als uw Hoogedelheeden dit nader gelieven te beschouwen, bij de kopij en -vertaaling beide onder de bijlaagen overgaande. Deeze brief bragt den Raad in groote verleegenheid wan om zich met hem, als een publick Persoon van wegende Enge „sche komp„e, over geschillen tusschen ons en den Koning van Koetsiem intelaaten, was onverantwoordlijk, en hem aftewijzen in de situaatsie, waar in men zich toen bevond„ kost mede van quaade gevolgen zijn, men bepaalde zil derhalven eenlijk tot het antwoord, dat men hem voor de aanbieding van zijne goede officien, tot voorkoming, van verder bloedvergieten, vriendlijk bedankte, en dezel„ „ve akcepteerde, voor zoo verre de koning van alle direkte of indirekte hostiliteiten afzag, in welk geval men ook alle verdere onderneemingen tegen den koning zoude uit stel„ „len, tot de komste van den Eerstgeteekenden Goeverneur De 43 nadere brief van gem: Torneij § 106. De brief van den Heer Porneij was volgenden inhouds: Hij had onzen brief van den 15:e Oktober ontvangen, en reekende zich gelukkig, dat wij op zijne rekomman„ ^ verdere „daatsie, om van alle ^ vijandlykheeden tegen den koning van Koetsiem voor eerst aftezien, daar in met hem van een gevoelen waaren, op voorwaarde, dat de koning ook van zijn kant zulx naquam, dat de Koning hem daar toe zijn woord gegeeven had, alsook zijne wachten te zullen intrekken, en, gelijk altoos, te zullen toestaan, provisie en water weder naar de stad te brengen, als ook, dat hij geene vaartuigen met koopman„ „schappen de passasie zoude verhinderen, mits, dat wij ook van onze kant hetzelfde in acht naamen, alle vijandlijkheeden staakten, en alles als in den tijd van den Goeverneur lieten voortgaan. e De Koning was wijders te vreeden, om tot de komste van den Goeverneur het onderzoek omtrend de ge„ „schillen van de kanarijns uittestellen, de Kanarijn, kosten dus, zulx verkiezende, naar hunne wooningen te rugkeeren, en hunnen handel als te vooren verder drijven. Eerbiedige Beaul Geparl op de Nevens MlEdelen 100g G. Eijscht benoo Ind ha ase Rege A 1400 ons antwoord daar op. drijven op zijn woord van ier beloovende, hen ongemoe te zullen laaten. Doch zijne pretensie op hen, als da „zelver Soeverain, gaf hij niet op, maar hoopt, dat zij weder naar hunne woonplaatskeerende, alleen zon„ een wacht of Luskorijns koomen, en bij het weder voortzetten van hunnen handel, daar voor dezelve rechten, als ten tijde van den Goeverneur, opbrengen zouden De Koning had zich aan al het bovenstaande ondr „worpen, en dus kost alles op deze voet blijven, het geen hij, indien wij hier in mogten genoegen neem aan den koning zoude schrijven, tot naarkoming van deszelfs belofte. 3107. Ons antwoord was hier op: Dat het ons aangenaam was, dat de koning beloof„ had, om direkt of indirekt alle vijandlijkheeden te staaken, zijne wachten intetrekken, leeven „middelen en water naar de stad toetestaan, en geene vaartuigen meer aante houden, als ook de Kanarijns ongemoeid te laaten. Dat
English
44 Section 109 The Governor requests and obtains assistance from Ceylon. That we, this having happened and having received assurance thereof, also promised on our part to observe the same, and to cease all preparations, as well as to station our guards and posts as in the time of the First-signed Governor. Section 108. We have described this case up to this point in the most accurate detail with all circumstances, in order to enable Your High Noblenesses the better to examine and judge it, since it is the foundation of the consequences that it has since dragged in its wake, and which we shall now treat with greater brevity. When the First-signed Governor received these vexatious reports at Kolumbo, he requested the Ceylon Government for assistance in troops, which he would send back by the time the expedition to Kandia could begin, if the same, contrary to the then already very probable apprehension, might still be undertaken in this season; and thereupon two European and two Eastern companies were sent hither from Kolumbo. 140 The King of Koetsiem wishes to settle the disputes. His Minister desires to be fetched with the carriage, which is refused. Articles framed as the basis of the negotiation. Section 113. In that meantime, the King of Koetsiem had made an application to the Governor to settle the disputes amicably, which was granted immediately. Section 114. But his Minister desired that the Governor should have him fetched in his carriage, which formerly had taken place out of simple friendship, but now seemed improper; and this incident gave rise to the exchange of letters which is inserted in the Secret Resolution of the 27th of December, in which are also recorded the six Articles that we had framed to serve as a basis for the negotiation, namely: 1. The King must ask the Company for pardon by letter for the mistreatment he committed against the Christians as well as against the Canarins and the Temple, and he must at the same time promise that he will never again molest the Christians, but will strictly adhere to the convention made in that regard on the 11th of October 1785. 2. The Canarins shall henceforth be solely under the Company. 46 A term of three days set for giving satisfaction. 3. The King shall immediately return to the Temple the money, the statues, ornaments, and brassware that his people plundered from the Temple. 4. The King shall immediately restore all the money and goods that were plundered by his people from the warehouse of Dewersa. 5. The King shall give satisfaction to the King of Trevankoor regarding the murder of Dewersa and the son of Renga Poi, as His Trevancorean Highness has demanded in a letter to the Governor. 6. The King shall de facto compensate the Company in cash for the costs it has incurred on account of this affair. Section 115. Because the King made no haste with the negotiation, we decided at the session of the 30th of December last to set him a term of three days for it, to give proper satisfaction to the Company within that time, adding that the Company would otherwise right itself, as further appears from the Dutch draft of the letter, inserted in the aforesaid Resolution, which was delivered that very same day. 1400 The Minister appears and undertakes to present the Articles to the King. Receipt of an Ola from the King, wherein everything is presented distorted and twisted. Section 116. Thereupon his First Minister appeared on the 31st of December, to whom the six Articles mentioned here before were presented, and who, after a multitude of frivolous pretexts, undertook to present the same to his Master and to deliver his answer thereto within the stipulated term. Section 117. But instead of that, the Governor received a letter from the King on the 2nd of January, containing: That he would observe the treaties regarding the Christians without alteration. That the Canarin Temple had fallen into its present state through the fault of the Canarins, but that as soon as the statue which they had taken away was brought back in, and the ceremonies were performed, he would also contribute everything necessary for its upkeep. That it would be hard for him if the ancient rights which his ancestors had exercised over the Canarins and their Temple were altered, and that he therefore requested a personal meeting with the Governor to put matters on the former footing. Section 118. This letter, which is inserted in our Resolution of the 8th of January, was accompanied by a note of what had occurred between him and the Council during the absence of the Governor, but in which everything was presented distorted and twisted, as Your High Noblenesses, if you please, will further observe upon the confrontation of this artful note, which is also incorporated in the Resolution, against the faithful and accurate narrative which we have made of it, and have proven point by point with valid documents. On the 3rd of January the Palace is taken into possession. Section 119. Since it now clearly appeared from all these circumstances that one would never attain one's objective with the Court by amicable means, and that the time one would wish to spend further on it would be fruitlessly wasted, the Governor, according to the resolution taken to that end, had the Palace taken into possession.
Dutch transcription
44 §109 De Heer Goeverneur verzoekt en verkreigt assistentsie van Ceilon Dat wij, dit geschied zijnde en daar van verzeekering bekoomen hebbende, ook van onzen kant beloofden, hetzelfde in acht te neemen, en alle toebereidzelen te staaken, als mede onze wachten en posten te stellen, als ten tijde van den Eerstgeteekenden. Goeverneur §108. Wij hebben dit geval tot dus ver met alle onstantigheden op het nauwkeurigst beschreeven, om uw Hoogedelheeden te beter tot deszelfs onderzoek en beoordeeling in staat te stellen, wijl het de grondslag is van de gevolgen, die het zelve zeder naar zich gesleept heeft, en die wij nu met meerdere beknoptheid verhandelen zullen. Toen de Eerstgeteekende Goeverneur deeze facheuse berichten te Kolumbo ontving, verzocht hij de Clilon„ „sche Regeering om assistentsie van Troepen, die hij terug zenden zoude, tegen dat de expedictsie naar Kandia kost beginnen, indien dezelve, tegende toen reets zeer waar„ „schijnlijke bedugting, noch in dit saisoen mogt kunnen ondernoomen worden, en hierop wierden twee Europesche en twee Oostersche kompanien van Kolumbo herwaardt gezonden. Hij pe op de Nevens WelEdelen G Eijschte benoodig Ho0 Eerbiedige Beaul nd hap se Regee A 140 De koning van Koetsiem wil de geschillen bijleggen. zijn Minister begeerd met de koets afgehaald te worden het geen geweigerd word. Artikelen beraamd tot grond= § 113 Jn dien tusschen tijd had de koning van Koetsiem bij den Goeverneur aanzoek gedaan, om de geschillen in minne bij te leggen, het welk ten eersten toegestaan wer §114. Doch zijn Minister begeerde, dat de Goeverneur hem„ zijne koets zoude afhaalen laaten, het geen voor heen in enkelde vriendschap geschied was, doch thans oneigen scheen, en dit incident gaf aanleiding tot de brief wa „seling, die bij sekreete Resoluutsie van den 27„e Deen„ geinsereerd is, waar bij ook de ses Artikelen ingesch „nslag van de onderhandeling. „ven zijn, die wij beraamd hadden, om tot een grond „slag van de onderhandeling te dienen, te weeten: 1. De Koning moet de Komp: bij een brief om exkuus ver „zoeken over de mishandelingen, die hij aan de Christenen zoo wel, als aan de Kanarijns en den Tempel gepleegd heeft, en hij moet tevens belooven, dat hij de Christinen noit meer molesteeren, maar zich stipt gedraagen zal aan de dientwegen ge„ „troffene konventsie van den 11=e Oktober 1785. 2. De Kanarijns zullen voortaan alleen onder de Kompanie staan. De een gesteld Jatis 46 een termijn van drie dagen vysteld tot het geeven van Satissaktsie: 3. De koning zal het geld, de beelden, sieraaden en Koper„ „werken, die zijn Volk uit den Tempel geroofd heeft„ ten eersten in den Tempel terug bezorgen. 4. De Koning zal al het geld, en goederen, die door zijn Volk uit de Bangzaal van Dewersa geroofd zijn, ten eersten restitueeren. 5. De koning zal den Koning van Trevankoor Suti„ „faktsie geeven wegens het vermoorden van Dewer „sa en den zoon van Renga Poi, zoo als zijne Trevankoorsche Hoogheid die geeischt heeft, bij een brief aan den Heer Goeverneur. De Koning zal de Komp: de facto met kontant geld de kosten vergoeden, die zij, om de wille van dit geval, gedaan heeft. §115. Wijl de koning met de onderhandeling geen haast maakte, zoo beslooten wij ter sessie van den 30=e December J: l:, hem daar toe een termijn van drie dagen te stellen, om binnen hetzelve aan de Komp: behoorlijke Catissaktsie te geeven, onder bijvoeging, dat de komp: zich anders zelve zoude recht doen, zoo als nader blijkt bij het Nederduitsch opstel Gepasserde Neven Wel Edelen G. Eijsch benoode Eerbiedige Siant Hoog India Je Regeer 1400 6. De Minister verschijnt en neemd aan de Artikels aan den Koning voor te houden. ontvangst van een Ola van den Koning. opstil van den brief, ter voorsz: Resoluuitsie geinsereerd die noch dien zelven dag besteld wierd. §116 Hier op verscheen zijn eerste Minister den 31: December aan wien de hier voorwaards vermelde ses Artikels wan „gehouden wierden, en die, na een meenigte frirvole uit „vluchten, aannam, dezelven aan zijnen Meester voor te stellen, en deszelfs antwoord daarop binnen het be „paald termijn te bezorgen. §117. Doch in steede van dien, ontving de Goeverneur den 2=e Ianuari eenen brief van den Koning, behelzende: Dat hij de Traktaaten nopens de Christenen zonder verandering zoude naarkoomen. Dat de Kanarijnsche Tempel door de schuld der„ Kanarijns in de tegenwoordige staat gekomen was, doch dat hij zoo dra het beeld, het welk zij weg„ „gebragt hadden, daar weer ingebragt, en de cere„ „monien verricht zijn zouden, ook al het noode„ „ge tot dies standhouding zoude kontribueeren. Dat het hem hard vallen zoude, indien de oude rechten, die zijne Voorzaaten over de Kanarijns en waar by alles verkeerd en den 3:e Januari word het Polijs in bezit genoomen en hunnen Tempel geoefend hadden, veranderd wier „den, en dat hij dus een persoonlijke ontmoeting met den Goeverneur verzocht, om de zaaken op den voorigen voet te stellen. 3118: Deeze brief, die bij onze Resoluutsie van den 8=e Januari werdraid word voorgesteld. geinsereerd is, was verzeld van eene aanteekening, van het geen geduurende de afweerinheid van den Goeverneur tusschen hem en den Raad was voorgevallen, doch waar bij alles verkeerd en verdraid wierd voorgesteld, zoo als Uw Hoogedelheeden dit, desgelievende, nader zullen ontwaaren bij de konfrontaatsie van deeze artificieuse aanteekening, die mede bij de Resoluuitsie is ingelijfd, tegen het getrouwe en nauwkeurige verhaal, het welk wij daar van gedaan, en van post tot post met valable dokumenten beweezen hebben. §119. Vermits nu uit alle deeze omstandigheeden klaar bleek, dat men langs den weg der minne met het Hof noit tot zijn oogmerk zoude komen, en de tijd, die men daar toe verder zoude willen besteeden, vruchtloos gespild zoude worden: zoo liet de Goeverneur, volgens de daar toe geno„ „mene Eerbiedige Siant op de Neven Wel Edelen G. Eijsch benoode 400 iase Regeer
English
operations in that regard. General Resolutions of 27, 30, and 31 December, and the agreement made with the Administrator of Trevankoor on 3 January to take possession of the palace at Mattanseeri by the Second van Spall, who had all rooms inventoried and sealed by two members of our Council, Van Rossum and Eversdijck, and the sworn clerk van Der Wall, and subsequently had the necessary sentries posted everywhere by Captain Koch, who had been commanded for this purpose with his company and two companies of Easterners, with strict orders not to touch anything, not to wash in the tanks, and not to bring any defilement into the palace. Section 120. The detachment was subsequently reinforced with a company of Sjegos under the command of Ensign Schoeman, and two armed vessels, the packet boat de Aar and the small vessel de verwachting, were stationed in the river in front of the Jewish town and Mattanseeri in order to prevent the landing of armed men. 48 continuation. continuation continuation. Section 121. Upon the voluntary offer of the Captain of the native Christians Tjandi, three hundred Malabars were provided with weapons to take up a post at Paloertie alongside a company of Seapoys, and to counter the intrusion of armed men from the opposite bank, receiving for this one mediet of rice and one fanem per day for subsistence. Section 122. Because the king's people on this side of the river had fled to the opposite side, and those places were thus left without administration or oversight, the surveyor Stoltzenberg, who is knowledgeable in the country and the language, was commissioned to reassure the inhabitants and servants of the king who might still be there, and to encourage the latter to continue performing their duties as before, and in places where such officials were not found, to appoint others provisionally. Section 123. Furthermore, the necessary orders were issued for the collection of the king's revenues at Mattanseeri, Tjakkangatti, and neighboring places, as Your Excellencies may please to see in the written report of the Second Van Spall, inserted in our secret Resolution of 8 January of this year, transmitted among the annexes. Section 124. It was also decided on that day to have several small warehouses of the king at the Moorish bazaar and around Paloertie, and two houses of his servants which had been abandoned, opened by the aforementioned commissioners, to inventory whatever was found therein and send it to the city, which was accordingly carried out. Section 125. There is not the slightest doubt that the King would have come to terms immediately by this means, and would have given the Company the satisfaction demanded with so much right and reason, had not the English Ministry of Madras intervened, whereby that prince was encouraged to resist us further, of which we shall now give a full report. Section 126. The First-signed, upon his return, found a letter from the aforementioned Ministry, dated Madras, 29 October 1791, of the following content: They had seen with emotion from a letter of Mr. Powneij that a dispute had occurred between us and the Rajah of Koetsiem, which had gone so far that he had deemed it necessary to intervene with his good offices, with the aim of effecting a reconciliation. The imperfect knowledge of the case prevented them from expressing their sentiments thereon, but they wished, in view of the friendship of both parties, that all means might be used to restore concord. To that end they had instructed Mr. Porneij to inquire into the cause of the dispute, and they did not doubt that we, since we had accepted his offer of mediation, would pay proper heed to his opinion, and make use of his influence with the Rajah to effect a treaty. Section 127. Because we understood that the English intended nothing other by this than to gain a hand in the affairs of the Kingdom of Koetsiem, which ought to be prevented by all means, and toward which all paths should be cut off with the utmost care, Mr. Porneij was thanked orally, and the Government of Madras by a letter, which is inserted in the Resolution of 30 December, and contains the following: The English Company had no other relation to the Rajah of Koetsiem than that he had become the renter of certain lands outside the lines conquered by it, and could therefore have no other motives to concern itself with what had occurred between us and him than friendship for our Company, which we knew no better way to answer than with a narration of what had occurred, to which we the sooner decided, because from their letter, which spoke only of disputes and misunderstanding, we clearly
Dutch transcription
verrichtingen daar omtrend. „mene Resoluutsien van den 27=e 30' en 31' December, en de genomene afspraak met den Rijxbestierder van Trevankoor op den 3=e. Januari bezit van het Palijs op Mattanseeri neemen door den sekunde van Spall, die alle vertrekken door twee Leden onzer Vergadering Van Rossum en Eversdijck en den gezwooren klerk van Der Wall liet inventarisseeren en ver„ „zegelen, vervolgens door Kapitain Koch, die daar toe met zijne kompanie en twee Kompanien Oosterlingen gekommandeerd was, overal de noodige schildwachten stellen, met scherpe orders, om niets aan te raaken, in de tangen niet te wasschen, en geene onreinigheid in het Palijs te brengen. §120. Het detachement werd vervolgens met een Kompanie Sjegos, onder kommando van den Vaandrig Schoeman„ versterkt, en twee gearmeerde Vaartuigen, de Pakelboot de Aar in het Smalschip de verwachting, wierden in de revier voor de Jooden stad en Mattanseeri geplaatst, om het landen van gewapend volk te verhin„ „deren. 48 vervolg. vervolg vervolg. §121. Op de vrijwillige aanbieding van den Kapitain der in„ „landsche Christenen Tjandi, wierden driehonderd Malabaaren van wapens voorzien, om nevens een kompanie Sipais op Paloertie post te vatten, en het indringen van gewapend volk van de overkant te= „gen te gaan, genietende daar voor een mediet rijst en een fanem 's daags, tot leevens onderhoud. §122. Wijl het volk van den koning aan deeze kant van de revier naar de overkant gevlucht was, en dus die plaatsen zonder bestier of opzicht verlaaten waaren, zoo werd de land en taal kundige Boomteller Stoltzenberg gekommitteerd, om de Jnwoonders en Bedienden van den koning, die daar noch zijn mogte„ gerust te stellen, en de laasten tot het verder waar„ „neemen van hunne ampten als voor heen aan te moedigen, en op plaatsen, waar zulke Amptenaaren niet gevonden wierden, anderen bij voorraad aante stellen. §123. Voorts werden de noodige orders gesteld, tot de invordering van 's konings inkomsten op Mattanseeri, Tjakkangatti en nabuurige plaatsen, zoo als uw Hoogedelheeden dit part op de Neven Wet Edelen G. Eijsch benoodig K Hoog Eerbiedige Beant Jndiase Regee A 800 vervolg dit zoude den koning tot in„ „keer gebragt hebben. zochde Engelsche quamen in het spel dit gelieven te zien bij het schriftlijk bericht van den sekunde Van Spall, geinsereerd bij onze sekreete Resoluuitsie van den 8e. Januari deezes jaars, onder de bijlaagen overgaande. §124. Ook wierd ten dien dage beslooten, verscheidene kleene pakhuizen van den koning op de Moorsche bazaar en omtrend Paloertie, en twee huizen van zijne Be¬ „dienden, die verlaaten waaren, door de voorwaard genoemde Gekommitteerden te laaten openen, het gen daar in gevonden wierd inventariseeren en naar de stad zenden, het geen dan ook gevolg genoomen heeft: §125. Daar is geen de minste twijfel aan, of de Koning zoude door dit middel ten eersten aan de hand gekomen zijn, en aan de Komp: de met zoo veel recht en reeden geeischte satisfaktsie gegeeven hebben, waar niet het Engelsche Ministerium van Madras in het spel gekoomen, waar door die vorst aangemoedigd is, zich verder tegen ons te verzetten, waar van wij thans een volleedig bericht zullen geeven. §126. De Eerstgeteekende vond bij zijne terugkomst eenen rnes van de Regeering van Madrac„ eenen brief van eevengem: Ministerium, gedateerd Madras den 29=e Okctober 1791, van de volgende inhoud: Zij hadden met aandoening uit een brief van den Heer Powneij gezien, dat een geschil tusschen ons en den Rajak van Koetsiem plaats had, het welk zoo vergegaan was, dat hij noodig geoordeeld had, met zijne goede officien tusschen beide te komen, met het oogmerk, om eene verzoening te bewerken. De onvolmaakte kennis van het geval belette hen„ hunne gevoelens daar over te uiten, doch zij„ wenschten, uit hoofde van de vriendschap van beide partijen, dat alle middelen mogten ge„ „bruikt worden, de eendragt te herstellen. Tot dat einde hadden zij den Heer Porneij geinstrueerd, zich naar de oorzaak van het geschil te informeeren, en zij twijfelden niet, of wij zouden, wijl wij zijne aanbieding van mediaatsie aangenoomen hadden, behoorlijke reflexie op zijn gevoelen slaan, en van zijnen invloed op den Rajak gebruik maaken, om een par op de Neven Wel Edelen G. Eijsch benoodig K 4ooy Eerbiedige Tiant fnetiase Regee A 400 antwoord daar op. een verdrag te bewerken. §127. Wijl wij begreepen, dat de Engelschen hier bij nietsander bedoelden, dan om de handen in de zaaken van het Koetsiemsche Rijk te krijgen, het welk men op alle wijze behoorde voor te komen, en waar toe men alle wegen op het zorgvuldigste diende aftesneiden: zoo werd de Heer Porneij bij monde, en de Regeering van Madrag bij een brief bedankt, die bij Resoluitsie van den 30e: De¬ „cember geinsereerd is, en het volgende behelst: De Engelsche Komp: had tot den Rajah van Koet„ „siem geene andere betrekking, dan dat hij Paeter geworden was van eenige, door haar veroverde landen buiten de linie, in kost dus ook geen an„ „dere motiven hebben, om zich over het voorge= „vallene tusschen ons en hem te bekommeren, als de vriendschap voor onze Komp:, die wij niet beeter wisten te beantwoorden, dan met een verhaal van het voorgevallene, waar toe wij te eerder beslooten, wijl wij uit haaren brief, die eenlijk van disputen en misverstand gewaagde, klaar
English
50 continuation continuation. clearly perceived that they were not properly informed of the criminal misdeeds which the aforementioned Raja had permitted himself against us. §128. We subsequently sketched very briefly the outrages of the Raja, and followed with this: That, when the same had risen so high, Mr. Powney had offered his mediation, which was accepted by us solely to halt the progress thereof until the return of the Governor; that we thus held ourselves well assured that they, if these circumstances, and in particular the abominable scenes of murder and robbery by the King, had been known to them, would never have interested themselves with us in his favour. §129. And we concluded with the notification that we, since the return of the Governor, had demanded proper satisfaction from the King, but had hitherto not obtained it, and thus intended [illegible] we flattered ourselves that the English would be restrained from choosing the side of the King. §131. but experienced the contrary. intended to drive his people from here across the river, unless he provided the same within three days, of which Mr. Powney was informed by us, in order, if he deemed it advisable, to prevent the consequences through his counsels to the King. §130. When this letter went off, we flattered ourselves with the firm hope that the English, being informed by the same of the true circumstances of the case, if not by nobler motives, would at least by shame be restrained from supporting a barbarian, who had made himself guilty of murder, church robbery, and other abominable deeds, in this his wickedness, and protecting him against us, their close Allies; but we began already shortly thereafter to encounter portents of their unfavourable disposition towards us. For the King of Cochin did not merely keep quiet against us, but also summoned armed people from the North, who in the beginning were indeed stopped by the guards of the §132. Travancore was compelled to open the line gate contrary to his promise: the King of Travancore at the lines, but some time thereafter were let through unhindered, and along this way many hundreds of armed Nayars from the North came daily into his country, under the pretext that they were his subjects from the Northern lands leased from the English, and in that manner several thousand Nayars from Palakkad and from the lands of the Zamorin could be sent to him, without our being able to investigate this, and much less to refute it. That the King of Travancore did not permit these armed people to pass his line gate voluntarily or of his own accord, but was much more compelled to do so against his will and wish, was for us an indubitable truth, not only because he had promised the contrary, but also because his own interest was involved therein, as is cited hereinbefore at §112, and because only shortly before his Divan, to whom the First Signer, shortly after the capture of the Palace, had sent the Chief Interpreter Truijens with a letter to Parur, had repeated the promise not to let any armed people through the lines, [illegible] as Your High Excellencies may, if pleased, see further in the copies of letters from and to the Divan of the 9th and 11th of January, and the written account of the Interpreter Truijens of the same date, to be found among the enclosures, to which we add for your perusal a copy of the letter which the King of Travancore had written to the Government of Madras concerning this matter, and of which the said Divan sent a copy to the Governor. further portent of the bad disposition of the English. is confirmed by a letter from Madras. §133. A further portent of the bad disposition of the English against us we discovered therein, that the battalion of Sepoys, which the Divan had promised us, marched to the North around the middle of January, notwithstanding he had still in his just cited letter of the 11th of January, and further by word of mouth to the Interpreter, promised to send the same to us within eight days. §134. These unfavourable portents were then on the last day of January also confirmed by a letter from Madras of the 17th of that month, which is included among the enclosures in the original language and translation, and of which we shall insert the latter here verbatim, in order to lose nothing in the recounting: To the Right Honourable and Honourable Johan Gerard van Angelbeek, Governor, and the Council at Cochin. Right Honourable and Honourable Sir and Sirs! We had the honour to receive your letter of the 30th past. While our Nations in the Fatherland are so closely and intimately allied, and at a time when the friendly intercourse between our Governments in India has gained so much strength through the conduct of Mr. Van de Graaff in the year 1788, and by that of Mr. van Angelbeek at the outbreak of the war with Tipu Sultan, it would grieve us in the highest degree, and Lord Cornwallis also has us convey this as his [illegible]
Dutch transcription
50 vervolg vervolg. klaar bespeurden; dat zij van de krimineele misdaaden, die meermelde Rasia zich tegen ons gepermitteerd had, niet behoorlijk geinformeerd was. §128. Wij schelsten vervolgens zeer beknopt de buitenspoo„ „righeeden van den Rasia, en lieten daar op volgen: Dat; toen dezelven zoo hoog gereezen waaren, de Heer Powneij zijne tusschen komst aangeboden had, die van ons geakcepteerd was, eenlijk om den voortgang daar van te sluiten, tot de terug „komst van den Goeverneur, dat wij ons dus wel verzeekerd hielden, dat zij, indien deeze om„ „standigheeden, en inzonderheid de gruuwelij„ „ke moord= en roof-toneelen van den Koning henlieden bekend geweest waaren, zich noit bij ons ten zijnen faveure zouden geintres¬ „seerd hebben. § 129. En wij beslooten met de bekendmaaking, dat wij, zeder de terugkomst van den Goeverneur behoorlijke satisfaktsie van den Koning geeischt, doch tot nu toe niet erlangd hadden, en dus voorneemens e op de Neven Wet Edelen G. Eijscht benoodig 2 K 400g Eerbiedige Biant Ind af Regee Aan 800 wij vleien, dat d' Engelschen, worden, de zijde van den Ko„ „ning te kiezen. §131. doch ondervonden het tegendeel. voorneemens waaren, zijn Volk van hier over de revier te verdrijven, ten zij hij dezelve binnen drie dagen bezorgde, waar van de Heer Forne door ons verwittigd was, om, zulx geraaden win „dende, door zijne raadgeevingen aan den Z„ „ning de gevolgen te voorkomen. § 130. Joen deeze brief afging, vleieden wij ons met de veste hon„ daar door zouden wederhouden dat de Engelschen, door denzelven van de waare om„ „standigheiden van het geval onderricht wordende, zoo al niet door cedelere beweegreedenen, ten minste door schaamte zouden wederhouden worden, eenende wreedaart, die zich aan moord, kerkroof en andere gruwel daaden schuldig gemaakt had, in deeze zijne boosheid te onderschraagen, en tegen ons, hunne naum Geallieerden, te beschermen; doch wij begonnen al kort daar op voorteekens van hunne ongunstige disposiettie tegen ons te ontmoeten. Want de koning van Koetsiem hield zich niet slegtsk„ „gen ons stil, maar ontbood ook van de Noord gewapend Volk, het welk in den beginne wel door de wachten van den 3132 Trevankoor was genoodzaakt nen delinie poort tegen zijne be„ „lofte te openen: den Koning van Trevankoor aan de linie tegengehouden, doch eenigen tijd daarna onverhinderd doorgelaaten wierden, en langs deezen weg quamen dagelijx veele honderd gewapen¬ „de Nairos van de Noord in zijn land, onder den naam, dat het zijne Onderdaanen uit de van de Engelschen gepachte„ Noordsche landen waaren, en op die wijze kost men hem eenige duizend Nairos van Pallikatseeri en uit de samorijnsche landen toekomen laaten, zonder dat wij dit onderzoeken, en veel minder wederleggen kosten. Dat de Koning van Trevankoor dit gewapend volk niet vrijwillig of uit eigene beweeging zijne linie poort passeeren „liet, maar veel meer daar toe tegen wil en dank ge„ „noodzaakt wierd, was voor ons een ontwijfelbaare waar„ „heid, niet alleen, wijl hij het tegendeel beloofd had, maar ook, wijl zijn eigen belang daar mede gemoeid was, zoo als dit hier voorwaards bij §112: aangehaald is, en wijl noch eerst kort bevoorens zijn Divaan, aan wien de Eerstgeteekende, kort na het inneemen van het Palijs, den Oppertolk Truijens met een brief naar Paroer gezonden had, de belofte, van geen gewapend Volk door de linie te laaten Eerbiedige Brant Gepast op de Neven Met Edelen G. Eijsch benoodi K Ho0g Indiase Regeer A 400 nader voorteeken van de quaade disposietsie der Engelschen. word bevestigd door een brief van Een. laaten, herhaald had, zoo als Uw Hoogedelheeden de des gelievende, nader zien kunnen bij de kopij brieven van en aan den Divaan, van den 9e en 11=en Januarij en het schriftlijk relaas van den Tolk Truijens van denzelfden datum, onder de bijlaagen te vinden, waar bij wij tot spekulaatsie voegen een afschrift van den brief, die de Koning van Trevankoor aan de Regeering van Madras over deeze zaak geschreeven had, en waar van gem: Divaan een kopij aan den Goeverneur zond. §133. Een nader voorteeken van de quaade disposietsie der Engelschen tegen ons ontdekten wij daar in, dat het battaljon Sipais, het welk de Divaan ons beloofd had„ omtrend medio Januari, naar de Noord marscheerde niet tegenstaande hij noch bij zijnen zoo eeven aangehaa „den brief van den 11=e Ianuari, en nader bij mmonde aan den Tolk beloofd had, hetzelve binnen agt dagen aan ons te zenden. §134. Deeze ongunstige voorteekens wierdenden laasten Januari dan ook bevestigd door een brief van Madras van den 17=e dier maand, die in de oorspronklijke taal en overzetting onder de bijlaagen overgaat, en waar van wij de laaste hier woordlijk zullen insereeren, om bij het verbaliseeren niets te verliezen Aan den Weledelen Gestrengen Heer Johan Gerard van Angelbeek Goeverneur en den Raad te Koetsiem. Weledele Gestrenge Heer en Heeren! Wij hebben de eergehad, uwen brief van den 30: p: te ontvangen. Terwijl onze Naatsien in 't Vaderland zoo nauw en inniglijk verbonden zijn, en in een tijd, dat de vriend„ lijke verkeering tusschen onze Goevernementen in India zoo veel krachts gewonnen heeft door het beleid van den Heer Van de Graaff, in het Jaar 1788: en bij dat van den Heer van Angelbeek bij het uitbarsten van den oorlog met Tipoe Sultan, zoude het ons ten hoogsten leed doen, en Lord Cornivall is laat dit ook door ons als zijn. Eerbiedige Diant op de Neven 100 In se Regee 4800 Met Edelen G. Eijsch benoodig past op
English
state his opinion if you were to proceed to measures that would utterly embarrass his Lordship and the gentlemen who govern alongside him, and which his Lordship believes we have not deserved after what had already taken place with the King of Cochin. It cannot be the wish of Great Britain, or of its officials in this country, to encourage the Rajah of Cochin, or any other power in the Indies, to insult or encroach upon the possessions of your nation. But as the Rajah is entitled to some consideration from him, having joined under our standard against Tipu Sultan, and having acquiesced in our mediation at a moment when your government was in an unpleasant situation, we are certain that men of such noble disposition as you possess would find it unreasonable that after our resident, Mr. Powney, had brought the Rajah to surrender the acquired advantages, we should now tolerate that he, without drawing any advantage from that mediation, should be crushed by the reinforcements from Ceylon. Lord Cornwallis joins with us in the most sincere desire that this unfortunate dispute may be settled without further hostility, and that you, in order to examine with deliberation and calmness the circumstances that caused it, will appoint a commissioner on your part to investigate the subject with the Rajah or his ministers in the presence of our resident, of whose inclination to bring about reconciliation we have no doubt, and whom we will instruct to use his good offices to settle this dispute for your government in as amicable a manner as justice will allow. We have the honour to be with great esteem, below stood: Right Honourable Sir and Gentlemen, Your most obedient humble servants, signed: Chas Oakeley, W. Petrie, J. Hudleston in the margin: Fort St. George, the 17th of January 1792. §135. From this letter it was most clearly evident that the English were firmly resolved to protect the king against the Company in the currently pending disputes, notwithstanding that they must have been most clearly convinced by our letter of the 30th of December that the Company had been outrageously insulted by the said king and was therefore entitled to a striking satisfaction. §136. The specious reasons on which they maintained they were entitled to take up the interests of the aforementioned king could easily have been refuted by pointing out that the relation their Company claimed to have with that prince could give them no right to infringe upon our Company in its lawful right; that they moreover had a closer relation to our Company than to the Rajah, which ought much rather to oblige them to take our side against him in this dispute; that they themselves, upon entering into the lease contract with the King of Cochin, had declared that they did not wish to prejudice our interests thereby; that the appeal to the once-accepted mediation of their resident Powney was an obvious fallacy, because it had been accepted by the Council no further than up to the return of the Governor, and therefore had also come to an end with that, and so forth. §137. But we understood all too clearly that all these arguments would be wasted in vain, because the tone of this letter clearly betrayed that, in this case, they would not listen to sound reason, but merely intended to use their superior force against us. §138. And yet, even if we had been able, with a further letter refuting their specious pretexts, to achieve our purpose to the extent that they, out of shame before the world in such an openly unjust case, would not have dared to come out directly against us, they still could have sent down upon our necks, through the line gates which Travancore would have had to open, so many armed men under the name of Cochin subjects from the northern lands that our force on hand would not have been able to withstand them. §139. In addition to the fact that in the present circumstances a formal war with the King of Cochin would have served us not at all, we also foresaw as a particular consequence thereof that the King would want to use it as a pretext to break away from all obligations to the Company and throw himself and his kingdom into the arms of the English Company. §140. For all these reasons we understood in the session of the 1st of February last that sound policy required us to yield in this instance to violence and superior force, whereupon the mediation of the English was thus accepted.
Dutch transcription
zijn gevoelen verklaaren, als Gij wildet overgaan tot maat regelen, die zijn Lordschap, en de geeren, de nevens Hem in 't bewind zijn, ten uittersten va „leegen maaken zouden, en die zijn Lordschap neem ons meent, dat wij, na het geen reets met den Bap van Koetsiem voorgevallen was, niet verdient hebben Het kan de wensch niet zijn van Groot Brit„ „tannien, of van deszelfs Amptenaaren inde land, den Rasia van Koetsiem, of eenige ande Moogenheid in Jndiën, tot beleediging of vermo „gelijking van de bezittingen uwer Naatsie aan te moedigen, maar wijl de Rasia gerechtigt is to eenig inzicht voor hem, door dien hij zichonder onzen Standaart tegen Tipoe Sultan gevoeg heeft, en wijl hij berust heeft in onze mediaatse in een tijdstip, dat uw Goevernement zich in een onaangenaame omstandigheid bevond, zoo zouden, wij zijn 'er van verzeekerd, Mannen van zulk een edel gemoed, als gij bezit, het onreedelijk vinden, dat wij, na dat onze Resident„ de 53 de Heer Porneij, had bewerkt, dat de Rasia de verkreegene voordeelen zoude laaten vaaren, wij thans zouden dulden, dat hij, zonder eenig voordeel uit die medicatsie te trekken, verbrijzelt zoude worden door de versterking van Ceilon. Lord Cornwallis vereenigd zich met ons in het op regtste verlangen, dat dit ongelukkig geschil zon„ „ der verdere vijandlijkheid moge bijgelegd worden, en dat Gij, om de omstandigheeden, die hetzelve ver„ „oorzaakt hebben, met overleg en bedaardheid te onderzoeken, een Gekommitteerde wilt benoemen, van uwe zijde, om het onderwerp te onderzoeken met den Rasia of deszelfs Ministers, in de tegen„ „woordigheid van onzen Resident, aan wiens ge= „neegenheid tot het bewerken van verzoening wij niet twijfelen, en wien wij zullen instrueeren, om zijne goede officien te willen besteeden, om dit geschil op zulk een vriendelijke wijze voor Uw Goevernement bij te leggen, als de rechtmaatig= „heid zal toelaaten. Wij Eerbiedige Beaul part op de Neven Wet Edelen G Eijsch benoodig i 4o0 Indiase Regee 400 waar bij bleek, dat zij den koning willen protegeeren. hunne bijgebragte schijn reedenen Wij hebben de eer met veel achting te zijn /:onderstond:/: Weledele Gestrenge Heer en Heeren Uw zeer gehoorzaame nedrige Dienaaren /:geteekend:/ Cha=s Oakeleij, W: Petrie, J: Hualin /in margine:/ Fort S=t George, den 17=e Januari 1742 5135. Uit deezen brief bleek ten klaarsten, dat de Engeste vast beslooten hadden, den koning tegen de Komp: in de thans zweevende geschillen te protegeeren, niet seg „staande zij door onzen brief van den 30e. December 6 klaarsten moesten overtuigd zijn, dat de komp: door gem: koning op een buitenspoorige wijze geinsulteerd en dus tot eene eclatante satisfaktsie gerechtigd was. §136. De schijn- reedenen, waar op zij sustineerden gerechtig bouden konden wel wederlegd worden. zijn, zich de belangen van den meerm: koning aans trekken, zouden wij zeer gemaklijk hebben kunnen wederleggen, door de aanwijzing, dat de betrekking die hunne Komp: voorgaf tot dien vorst te hebben, he „lieden geen recht kost geeven, om onze komp: in ha goed recht te verkorten; dat zij daar en boven nader betrekking tot onze komp: als tot den Rasia hadden die doch 54 doch alle argumenten htige zouden vruchtloos geweest zijn. reeden waarom. die henl: veel eer verplichten moest, onze zijde in dit geschil tegen hem te kiezen; dat zij zelve, bij het aan„ „gaan van het huur kontrakt met den Koning van Koetsiem, verklaard hadden, onze belangen daar door niet te willen benadeelen; dat het beroep op de eens aangenoomene mediaatsie van hunnen Resident Powrneij een openbaare drogreeden was, door dien dezelve door den Raad niet verder aangenoomen was, dan alleen tot de terugkomst van den Goeverneur, en derhalven ook daar mede een einde genoomen had, en zoo voorts. §137. Doch wij begreepen maar al te klaar, dat alle deeze argumenten vruchtloos gespild zouden worden, door dien de toon van deezen brief duidelijk verried, dat zij, in dit geval, aan de gezonde reeden geen gehoor geeven, maar zich alleen van hunne overmacht tegen ons be= „dienen wilden. §138 Edoch, al hadden wij, met een naderen brief, ter weder„ „legging van hunne specieuse voorwendzelen, in zoo verre ons oogmerk kunnen bereiken, dat zij, uit schaam te voor Eerbiedige Biant past op de Neven Wel Edelen G. Eijsch benoodig Zin 100 Indiase Regee 400 vervolg 3140. de mediaatsie der Engelschen werd dus geakcepteerd voor de waereld, in zulk een openbaar onrecktvaardig geval, niet voor de ruist tegen ons hadden durven uw „komen: zoo zouden zij ons doch, door de livie porten, die Trevankoor had moeten openen, zoo veel gewapen Volk, onder den naam van Koetsiemsche Onderdaanen uit de Noordsche landen, hebben kunnen op den hals zend dat onze aan handen zijnde macht daar tegen niet zoude hebben kunnen bestaan. §139. Behalven nu dat ons in de tegenwoordige omstantig „heeden een formeele oorlog met den Koning van Kou„ „siem in het geheel niet zoude gediend hebben, zoo vor„ „zagen wij daar van ook noch als een bezonder gevolg dat de Koning zich van denzelven zoude willen bedie, kernis „nen, tot een voorwendzel, om zich van alle verbir„ „tenissen met de Komp: los te scheuren, en zich en zijn Rijk in de armen van de Engelsche Kompanie te werpen. Om alle deeze reedenen begreepen wij ter sessie van den 1=e Februari j:li;, dat eene gezonde staat kunde van ons vorderde; voor het geweld en de overmacht in deezen te waar waarop tij
English
what has been settled for negotiation, of which notice is given to the repeatedly mentioned Powney, whereupon the negotiation has begun. to yield, to prevent worse consequences, and accordingly we accepted the offered mediation, and all the more readily because in the present case the right of our Company is so clear and provable that it must ultimately be acknowledged and respected even by the most partial Mediators. As a basis for the negotiations, according to the just mentioned Resolution, the six main articles were determined by secret Resolution of the 27th of December, and the Second van Spall was appointed as our Commissioner. §142. Notice of this was given to Mr. Powney by a letter, which was entered into the Resolution of the 1st of February. §143. Thereupon the negotiation with the King began, but since then it has been delayed and held up by all kinds of accidents, of which on our side the illness of the Second was initially a contributing cause, though only for a few days, because we commissioned the Fellow Member Cellarius in his place; but which for the rest must be attributed to the dilatory nature of the Native, and to the continuous chicaneries and new pretenses which the King repeatedly brought forward; we hope, however, that everything will finally be decided satisfactorily, and we shall have the honor to impart the outcome thereof via Ceylon to Your High Nobilities. Herewith we commend Your High Nobilities and the weighty interests of the Company to God's holy keeping and remain with all high esteem and fidelity, Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Honorable Strict Lords, Your High Nobilities' humble and faithful Servants. Was signed: I. G. Van Angelbeek, I. L. van Spall, G. G. Gebhardt, I. W. H. Van Rossum, J. A. Cellarius, W. Van Haeften, A. Lunel, and I. A. Eversdijck. In margin: Cochin, the 16th of April 1792. Agreed. Arnold Lunel, Secretary. 56 To the Honorable Political Council. Honorable Sirs, In fulfillment of the decision taken by resolution of the 4th of this month, the undersigned went only yesterday midday at half past eleven o'clock to the Court of the King of Cochin, to confer with His Highness on some points mentioned in the instruction given to the undersigned; since the King had not been able to grant an audience earlier, on account of a mourning festival which was celebrated these days at the Court. Having been collected from the house of the Mr. Second by the King's Minister Ciralen Patter and having arrived at the Palace, we were received by the said Minister at the stairs; and by the King in the Hall; from the gate of the palace up to the stairs of the Hall stood a line of the Military, and when we passed it, the March was beaten, and we were saluted with the standard and by the officers, and when we had taken a seat near the King, thirteen cannon shots were fired. After the customary compliments, the King made known to the undersigned that the contract made by His Highness with the English Company concerning the lands which His Highness had taken from the same for an annual contribution, had been ratified by the Council of Madras and sent to His Highness, and requested us to be pleased to make this known to the Council. After this we gave His Highness to know that we were expressly sent to confer with His Highness about the vexations and acts of violence that were again freshly committed against the Canarins, and to admonish His Highness to desist therefrom. The King requested us to be pleased to state in what the same consisted; and we answered that the Commandeur, since His Highness had not been able to grant us an audience, had already written to His Highness about it, but had received no answer; and we then said that the Canarin Ramen Knie, over a dispute in a business transaction with Amoerden Patter, had already complained in the month of April to the Honorable Company, and now again a few days ago; that Amoerden Patter had wanted to arrest him in the name of His Highness; that thereupon a Company's Lascarin had been sent to summon both parties into the city to have the matter investigated; but that Amoerden Patter had not heeded the message of the Lascarin, and had stayed away; that thereupon the Interpreter wrote to the King's Minister Ciralen Patter, and it was answered by the latter that Amoerden Patter had already complained about that matter to the Court, and the same should therefore be investigated by merchants who had knowledge thereof. So
Dutch transcription
55 3141. mat tot onderhandeling ge= aresteerd is waarvan aan meerm: Porrneij kennis gegeeven word. waarop de onderhandeling te begonnen is te bukken, tot voorkoming van ergere gevolgen, en dien„ „volgende akcepteerden wij de aangeboodene mediaatsie, en zulx te eerder, wijl in het tegenwoordige geval het recht van onze komp=e zoo klaar en bewijsbaar is, dat het door de partijdigste Mediateurs eindelijk doch zal moeten erkend en gerespekteerd worden. Tot een grondslag van de onderhandelingen wierden, blijkens eevengem: Resoluuitsie, de ses hoofdartikels bij sekreete Resoluutsie van den 27=e Decemb=r. gearresteerd, en tot onze Gekommitteerden werd de sekunde van Spall benoemd. §142. Hier van wild: aan den Heer Porneij kennis ge= „geeven bij een brief, die bij de Resoluutsie van den 1e. Februari ingeschreeven is. §143 Hier op is de onderhandeling met den koning begonnen, doch zeder door allerlij toevallen vertraagd en opge¬ „houden, waar aan van onze zijde de ziekte van den sekunde aanvanglijk mede een oorzaak geweest is, doch maar voor weinige dagen, door dien wij het Medelid Cellarius in zijne plaats gekommitteerd hebben, doch Eerbiedige Siant pat op de Neven Met Edelen G. Eijsch benoodig Hoo Indiase Regee 100 bedie b en hoope dat alles tot genoegen beslist zal worden. 't slot. doer die voor het oorige moet toegeschreeven worden aan talmagtigen aart van den Inlander, en aan de geduuren chikanes en nieuwe pretensien, die de Koning telkens h leaan bragt; wij hoopen echter, dat alles eindelijk tot ge„ „noegen beslist zal worden, en zullen de eer hebben Uw Hoogedelheeden de uitkomst daar van over Ceilon te bedeelen. Hier mede beveelen wij uw Hoogedelheeden en de wig „ge belangen der Maatschappij in Gods heile hoede en blijven met alle hoogachting en trouwe /:onderstond:/ Hoogedele, Grootachtb: Wijdgebiedende Heer en Weledele Gestrenge Heeren 't Uwer Hoogedelheeden onderdaanige en getrouwe Dienaaren /:was get:/ I: G: Van Angelbeek, I: L: van Spall, G: G: Gebhardt, I: W: H: Van Rossum, J: A: Cellaria„ W: Van Haeften, A: Lunel en I: A: Eversdijck /:in margine/ Koetsiem den 16=e April 1792: Akkordeerd. Snade Arnold Lunel Sekret: 56 Aan den E: Politieken Raad E: Heeren In voldoening aan het genoomen besluit bij resoluutsie van den 4=e deezes zyn de ondergeteekenden eerst gisteren mid„ „dag te half twaalf uur naar het 7of van den Koning van Koetsiem gegaan, om zyn Hoogheid over eenige poink ten bij de aande ondergeteekenden gegeevene, instruksie vermeld te onderhouden; alzoo de koning niet eerder heeft kunnen audientsie verleenen, wegens een rouwfeest, het welk deezer dagen aan het HHofgevierd werd. Door 'S Konings Minister Ciralen Patter van het huis van den Heer secunde afgehaald en aan het Salais gekoomen, zijnde, werden wij door gem: Minister aan de trap; mitsgaders door den koning in de Zaal ont„ vangen; van de poort van het palais tot aan de trap van de Zaal stond, een van het Militairen en toen wij het passeerden, werd den Marsch geslaagen, en met het vaandel en van de officieren Gesalueerd en toen wij bij den koning Zit plaats genoomen hadden, dertien kanonschooten gedaan. Na de gewoone Komplementen, maakte de koning aan de ondergeteekenden bekend; dat het door zyn Hoogheid gemaakt kontrakt met de Engelsche Komp:s wegens de landen die zyn Hoogheid van dezelven Eerbiedigediant past op de Never met Edelen G Eijsch benoodig zin N„o 3 ƒ 1700 afs Regeer 00 deselven voor een Iaarlijxe kontribuatsie, genoomen had door den Raad van Madras geratificeerd en zyn Hoogheid gezonden was, en verzocht ons zul aan den Raad te willen bekend maaken Hier na gaven wy aan zijn Hoogheid te ken dat wij expres gezonden waaren, om zijn Hooghe over de overlast en geweldenarijen, die weder op nieuwe aan de kanarijns gepleegd wierden, te on„ houden, en zijn Hoogheid te vermaanen dan van aftezien. De Koning verzocht ons te willen opgeeven, waa dezelven bestonden; en wij antwoorden, dat de Haar„ vermits zijn Hoogheid ons geen audientsie kost geeven, reets daar over aan zijn Hoog hed geschereemd dog geen antwoord ontvangen had; en wij Zeiden toen, dat de hanarijn Ramen knie over een geschi in een negooisie met Mmoerden Patter„ reets in maand April bij D E komp:s geklaagd had, en nu nader voor eenige dagen; dat i moerden Patten hem op den naame van Zyn Hoogheid had wille arresteeren; dat daarop een Komp:s Laskorijn gezon „den was om beide partijen binnen de stad te roepen om de zaak te laaten onderzoeken; maar dat ebm den Patter Zich aan de boodschap van den Las„ Koryn niet had gestoord, en weggebleeven was, dat daar op door den Tolk aan s Koning Menister Cira Patter geschreeven, en door deezen geantwoord wat dat A moerd en Patter over die zaak reets aan het Hb ofgeklaagd had, en dezelve dus doorkoopliden o daar van kennis hadden, diend: Ionderzocht te worden Zoo