Inventory 3980
Malabar · 1,084 pages · 200 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
as this had been presented on behalf of the Company; but that the First Minister of His Highness, Gowenda Menon, having arrived at Court, had summoned the Canarin Ramen Knie and ordered him to settle his case at Court; that Ramen Knie, having made this received order known to the Honorable Company, was ordered by the Honorable Company, upon being summoned regarding this matter, not to go to the Court, since it had to be investigated and decided by the Honorable Company, and that a Company lascorin was then given to him for his security; that the Minister, learning of this, immediately had the brother of this Ramen Knie, named Madewen, seized and sent to Triponetorre, where he was put in irons; that thereupon the interpreter was sent to the Court and the arrested Canarin was claimed by the Honorable Company, but that the Minister had replied that when Ramen Knie was sent to the Court, he would have his arrested brother brought from Triponetorre and investigate and settle the case. The King replied to this that the Canarins were His Highness's subjects, and that this matter belonged to His Highness's Court; we replied thereupon that this case had first been complained of before the Honorable Company and thus had to be decided by Their Honors; all the more so since the dispute concerned goods that were brought in by sea, and that besides this, arresting and putting in irons the one brother for the other was a great injustice, and an act of violence committed against a vassal of the Honorable Company, which Their Honors could not tolerate. Upon this the King did not answer, but looked at his First Minister, who thereupon took the floor and wished to prove that the Canarins were subjects of the King, with whom His Highness could act as he pleased; we said that the Canarins were vassals of the Honorable Company, and had a right to Their Honors' protection, which had also always been exercised. The Minister then said, the Honorable Company protects my King and his realm, and thus Their Honors are also the protector of His Highness's subjects, but my King may deal with them as he sees fit; we replied that the Honorable Company had never refused Their Honors' protection to the King, as His Highness had experienced multiple times, but that the Canarins were also entitled to the special protection of the Honorable Company against any violence that might be done to them, by whomever it might be. The Minister answered thereto that in none of the contracts entered into between the Honorable Company and the King of Cochin could it be proven that the Honorable Company had such authority over subjects of the King. We replied that the Honorable Company had never desired to exercise any authority over all subjects of the King, but that Their Honors, as long as they have been established here, have had the right to protect the Canarins, which has also never been disputed, and four months ago was even acknowledged by the King himself in the case of the Canarin Ianarden; besides this, the King, both in the year 1772 and also recently in the month of December of last year, promised in writing not to cause any harassment to the Canarins, nor to impose any new orders or burdens on them. That we therefore protested in the name of the Honorable Company against such acts of violence, and reclaimed the Canarin Madewen who had been put in irons, and that when he was set at liberty, the case of his brother would then be investigated and decided by the Honorable Company. The Minister said to that, the King will have the Canarin Madewen brought from Triponetorre and arrested here in the Palace, but then the Company must send his brother Ramen Knie to the Court to investigate the matter here. We answered that the Company demands that Madewen be released from irons and set at liberty, and that the case be investigated by Their Honors by merchants who would be appointed for that purpose; and the Minister replied, that cannot happen; let the Company then keep Ramen Knie in arrest, the King will let Madewen remain at Triponetorre. Having arrived at this point, the King sent word to us that His Highness had only recovered a little from his illness a few days ago, and now found himself very indisposed again and felt tightness of the chest; that we would therefore please state the matters we had to present in brief, as His Highness could not remain seated any longer. We could see that the King was indisposed, as His Highness changed somewhat in countenance from the tightness of the chest; and we thus had the King answered that the one matter had not even been settled yet, and we had several others to present which could not be stated so briefly; that the indisposition of His Highness caused us great regret, as we had hoped on this occasion to settle all matters, but that we would not inconvenience His Highness any further, and that His Highness would therefore please determine when we should come again. The King said thereto, I depart this afternoon for Triponetorre to celebrate another mourning festival there, and arrive at the Court again on the 18th; the following day I will send my First Minister to speak with the Council about all matters. We thereupon took our leave, and were escorted out with the same marks of honor as upon our arrival. We have the honor to be with great esteem, Honorable Sirs, Your Right Honorable obedient servants, was signed: Arnoldus Lunel & J: P: Eversdijck In the margin: Cochin, the 14th of July 1791 Agrees: Arnold Lunel, Secretary J J: Swabe
Dutch transcription
zoo als dit van wegen de Komp:e was voorgesteld; dog dat de eerste Minister van zijn Hoogheid Gowenda Menon aan het Hof gekoomen zynde, den Kanaryn Ramen knie had ontbooden en gelast, zyn Zaak aan het Hof afte doen; dat Ramen knie, deeze ontvangene ordre bij D' E: Kompenie bekend gemaakt hebbende hij door D E: Komp=e gelast was, over deeze zaak ont„ booden wordende niet naar het Hp of te gaan, al„ zoo die by DE: komp=s moest onderzocht, en beslist worden, en dat toen een Kromp= Laskoryn aan hem gegeeven was tot zyn veiligheid, dat de Menister dit verneemende, ten eersten, den Broeder van deezen Ramen Knie, in naame„ Madewen had laaten op vatten en naar Tripone„ torre Zenden, alwaar hij in de Ketting geklonken was; dat daar op de Tolk naar het Hofgezonen „den, en den gearresteerden Kanarijn door D E: Komp:s gereklameerd was, maar dat de Minister geant„ woord had, dat wanneer Ramen Knienaar het Hofgezonden wierd, hij zijn gearresteerden Broe„ „der van Tnponitorre zoude laaten koomen en de zaak onderzoeken en afdoen. De Koning aantwoorde hier op, dat de Kanaryns zyn Hoogheids onderdaanen waaren, en dat deeze zaak aan zijn Hoogheids Hof gehoorde; wij replieerden, daar op dat deeze zaak eerst bij DE: komp:t was beklaagd en dus bij haar Ed: moest beslist werden; te meer, de questi be„ „stond over goederen, die over Zee aangebragt waaren, dat behalven dat t arresteeren en in de ketting klinken van den eenen Broeder voor den anderen Eerbiedige iant part op de Nive met Edelen G. Eijsch benoode 1700 11 7 afs Regee 100 57 57 anderen, eene Groote onrechtvaardigheid was, en een Geweldenarij aan een vassal van D E: Komp=s gepl die haar Ed: niet konde gedoogen Hier op antwoorde de Koning niet maar heek zyn eersten Minister aan, die daar op het word voeraa en bewijzen wilde, dat de kanarijns onderdaanen van den koning waaren waar meede zy n HHoogheid naar me „gevallen kost handelen; wij seiden dat de Kanaryjns vassallen van DE: Komp=e waaren, en recht tot haar Ed: Protexie hadden, die ook altoos geoesend was De Minister Zeide toen, de E Komp:s Protegeert myn Koning en zin Ryk, en dus is haar Ed ook de beschermer van zyn Hoogheids onderdaa„ „nen, maar mijn koning mag daar meede handelen Zoo als het hem goeddunkt; wij repliceerden, dat DE: komp:s nooit haar Ed: Protexie aan den konin geweigerd had, zoo als zyn Hoogheid dit te meer maalen had ondervonden, maar dat de Kanarijn ook tot de bijzondere Protexie van DE: Komp:t gereeh„ tigd waaren, tegen alle geweld, die aan hen mogt worden aangedaan, door wien zulx ook wee„ zen mogte. De Minister antwoorde, daarop, dat by geene der kontrakten tusschen DE: Comp:s en de Koning van Koetsiem aangegaan, beweezen konde worden, dat D E: Comp:s zoodanige macht over onderdaanen van den Koning had. wij repliceerden werden dat DE: Komp:t nooit begeerd had, eenige macht te defere over alle onderdaanen van den koning, maar dat haar Ed: zoo lange zij hier gezeeten is, 't recht heeft gehad, om de Vroenaerijns te beschermen, 't welk ook nimmer nemmer is tegen gesprooken; en voor vier maand en noch door den Koning Zelfs erkend in de Zaak van den Kanarijn Ianarden, behalven dat, de Koning zoo de maand December voorleeden Iaar schriftelijk belofd heeft, de Kanarijns, geen overlast te Zullen aan doen, of hen eenige nieuwe orders of lasten op= Dat wij derhalven uit naame van DE: Komp: tegen zoodaanige geweldenaryen protesteerden, en den in- de ketting geklonken Kanarijns Madewen reklameer„ den, en dat wanneer hij op vrye voeten gesteld word, als dan de zaak van zijnen Broeder bij DE: Komp: zoude onderzocht en beslist worden; De Minister Zeide daar op. De Koning zal den Kanaryn Madewen van Triponitorre laaten koomen en hier in 't Palais arresteeren, maar dan moet de komp:e zyn Broeder Ramen Knie aan het Hof Zenden, om de zaak hier te onderzoeken, wij antwoorden dat DE komp:e begeerd, dat Madewen uit de ketting ge„ „klonken en op vrije voeten gesteld word, en dat de zaak bij haar Ed: onderzocht worden door Koop„ „lieden, die daar toe zouden benoemd worden en de Minister repliceerde, dat kan niet geschieden, laat de komp:s dan Kamen knie in arrest houden, de Koning Zal Madewen op PTriponitorre laaten bliven Tot dus verre gekoomen zynde, liet de Koning ons zeggen dat zyn Hoogheid, maar voor weinige dagen eerst van zyne ziekte een weinig hersteld „leggen. wel in het Jaar 1772: als ook noch Jongst of in was. pe op de Nive Wet Edelen G Eisch benoodig Lin Edele ƒ 100 Eerbiedige Brant netiase Regee 80 58 was, en zich nu weder zeer onpasselyks bevonden benaudheid gevoelde; dat wij derhalven de Zaaken die wij voor te stellen hadden, in het kort geliefden op tegeeven, alzoo zyn Hoogheid niet langer konde blijven zitten wij konden zien, dat de Koning ong selyk was, alzoo zyn Hoogheid van de benaudhen eenigsints in 't weezen veranderde en wij lieten dus den koning antwoorden, dat de eene zaak zelfs noch niet afgedaan was, en ^ vorscheidene anderen voortestellen hadden, die niet zoo in 't kort konden opgegeeven worden; dat de onpasselykheid van Syn Hoogheid ons zeer leed deed, alzoo wij gehoopt haaden bij dee geleegenheid alle Zaaken af te doen doch dat mi ^ niet verder zoude inkomodeeren, dat zijn Hoogheid Zijn Hoogheid ^ derhalven geliefde te bepaalen, wa „neer wij weder koomen moesten De Koning Zeide daar op, ik vertrek kreeden na midde naar Triponitorre om daar een andere rouwfeest te vieren, en koomen den 18=e weder aan het Hof ik zal sdags daar aan, mynen eersten Minister zenden om over alle zaaken met den Raad te sprecke Wij namen daar op afscheid, en werden met dezelfs eerbewijzingen; als bij onze komste weder uit geleit.- Wy hebben de eer met veel hoogachting te zyn /:onderstond:/ E: Heeren: Uwen weledelen gehoorzaa„ me Dienaaren /:was get/:/ Arnoldus Lunel & J: p: Eversdijck /in margine/ Koetfiem den 14=e Ju„ li 1791 Accordeert Arnold Lunel Sekret:s J J: Swabe Eerbiedige Brant part op de Nive WetEdelen G. Eijsch benoodig Hoo notiase Rege 400
English
59 Translation of an ola written by the King of Koetsiem to the Honourable Second Mr. van Spall, received on the 16th of July 1791. After the Members of the Council came to us, we answered regarding the Konkani arrested by us, the brother of Biko Kinie Ramen, concerning the matter in question with the Pattarees who lodged a complaint with us, as well as regarding the demanded tax on sugar cane from the Konkanis, and the guard placed in the Konkani bazaar. Concerning the first article, we replied that the Pattarees had been with us regarding the matter in dispute with the aforementioned Konkani, and that the said Konkani was thereupon summoned by us to the 76oC and told to have the matter investigated there; and although he had submitted to this, he nevertheless concealed himself after the lapse of one or two days, whereupon we arrested his brother here; and when the matter was lawfully investigated and settled, the said Konkani would be set at liberty. And regarding the second article, that we had demanded nothing from the Konkanis except what they had formerly contributed, and that we cannot neglect to demand the same now as well. And regarding the last article, that because the mourning ceremonies must presently be performed, and many people will come for that purpose, we have, according to ancient custom, placed our guards at Paloerty, Mattanseeri, and the Konkani bazaar; and as soon as these are ended, the same will be withdrawn; and we do not doubt in the least that the Members will have made this known to you as required. We have now received a report that on the 15th of July, Friday at one o'clock in the afternoon, a Company of soldiers was sent from the town, and that they violently drove away our guard at the Konkani bazaar and furthermore took up a post there and at Mattanseeri. It grieves us that whenever we, according to ancient custom, demand anything from the Konkanis of our country, a hearing is given to some impertinent Konkanis in the town, and that actions are taken against us in such a manner, which is contrary to the Contract; and we doubt that this treatment is without orders from the Company, and we are well assured that the executors of this course of action, which is also contrary to the Treaty between us and the Company, will have to account for themselves to the High Indian Government. The Honourable Governor, who has governed here for fourteen years, has never treated us in such a manner, and if Your Honour gives ear to malicious people and thus injures us, we shall be obliged to take the necessary measures against it. We therefore request that all this be maturely considered, and that the guards which have been newly placed at Mattanseeri and the Konkani bazaar be withdrawn. We have also heard that the firearms and weapons of our people, who had taken up post at the Konkani bazaar, were violently seized by the Company's people, which is also very unjust. We therefore request that the said weapons be sent to us, as well as the reply hereto. On the side was stamped the King's coat of arms. Below stood: For the translation, Koetsiem, date as above. Signed: J. M. Trugens, Translator. Agreed. Secretary: Arnold Lunel 61 Draft letter written by the Honourable Political Council to the King of Koetsiem on the 17th of July 1791. Your Highness's letter of yesterday was communicated to us by the Second. Your Highness stated therein that the matters concerning the Konkani Madewan arrested by Your Highness, the claim of the Jagerkana, and the guard which Your Highness placed in the Konkani bazaar had been dealt with by the Commissioners of the Illustrious Company. We are exceedingly astonished how Your Highness could have written this, since the Commissioners reported that they only spoke about the article concerning the arrested Konkani, and the conference on that single matter could not even be brought to a conclusion on account of the indisposition of Your Highness, who then requested those gentlemen, if they had any other matters to propose, to state them briefly along with the article then being dealt with. The Commissioners declared that they were unable to do this and therefore requested Your Highness to determine when they should return, whereupon Your Highness replied that you had to depart for Triponitorre that afternoon, would return on the 18th of this month, and would then send your Prime Minister the following day to negotiate with us on all matters. Thus the negotiation was not concluded, and the matters were not decided and settled, but were suspended until Your Highness's Prime Minister should come to the town to negotiate further upon them. As long as this had not occurred, no hostilities should have been committed. However, Your Highness's Minister acted contrary to all justice, and on Friday morning, the 15th of this month, had an Adigari of the Pagood arrested.
Dutch transcription
59 Translaat ola door den koningvan Koelsiem geschreeven aan den Weledelen Meer secunde van Spall, ontvangen den 16 Iuli 1791. Na dat de Leden van dens Raad bij ons zijn gekoomen, hebben wij nopens de bij ons gearresteerden Kanarijn, Broeder van Biko Kinie Ramen, over de zaak in queste met de by ons ge„ „klaagde Pat weesen, als ook weegens de gerequireerde Suikerkana met de Kanarijns, en de gestelde wacht in de Kanarijns bazaar omtrend het eerste Artikel geantwoord, dat de Patreesen over de zaak in questi met voorm: kanarijn bij ons geweest waaren en dat gem: kanaryn daar op aan ons 76oC ontbooden en hem aangezegt was, om de zaak aldaar te laaten onderzoeken, en schoon hij zich daar aan onderworpen had, echter na ver„ „coop van een of twee dagen zich verschoolen hebbende, wij sijnen broeder hier gearresteerd hebben, en wanneer de zaak naar rechten onderzocht in afgemaakt wierd, gem: Kanaryn op vrye voeten zoude gesteld worden, in nopens het tweede artikel dat wij van de Kanaryns niets begeerd hadden, als het geen Ze voor deezen opgebragt hadden, en dat wij niet nalaten kunnen Zonder dezelve thans ook in te vorderen, en nopens het laast artikel, dat wyl thans de rouw Ceramonien moeten volbragt be worden vast op de Neve Wel Edelen G. Eijscht benoodig Lin t 1„ K Hoo Eerbiedige Diant iase Regee 800 worden, en daar toe veele menschen sullen komen wij den volgens het oud gebruik onze wachten op Paloerty, Matti „ri en de Kanaryns bazaar gesteld hebben, en zoo dra ten einde zijn, dezelven zullen ingetrokken worden en twijfelen geensints of de Leden zullen daar van behou bekend gemaakt hebben. Thans hebben wij rapportbekoomen, datop den 13 deezer, den 15:' Juli Vrijdag s middags om een uur een Kompanis van de stad gezonden was, en dat ze onze wacht op de „narijnsc hebazaar met geweld weggejaagd, voorts alda en op Mattenseeri post gevat had: Het doed onsleed wanneer wij tegens de Kanarijns van ons land volgens oud „bruik iets begeerende aan eenige inportinente Kamar in de stad gehoor verleend, en zoodanig tegens ons get „dend word, dat strydig is met het Kontrakt; en wijt „felen dat deeze behandeling buiten order van de hon panie is, en wij zin wel verzeekerd, dat de uitvoerder van deeze handelwyze, die meede strijdig is tegens het Traklaat tusschen ons en de Komp=e aan de H Hooge J „diasche Regeering zich zullen moeten verantwoord De Edele Heer Goeverneur, die nu hiertien Jaaren t bestierd, heeft noit zoodanig met ons gehandeld, en woon neer 60 JWrabe „neer UWE d: aan de quaade gezinde luiden gehoord verleend en dusdanig ons ledeerd, zoo zullen wij genoodzaakt zijn daar tegen het noodig in 't werk te stellen; wij verzoeken derhalven, dit alles rijplijk te overweegen, en de wachten dewelken op Mattanseeri en de Kanowrijns bazaar op nieuw gesteld zyn, intetrekken; ook hebben wij gehoord dat het geweeren wapen van ons volk, het welk op de kangh „rijns bazaar post geval had, door s Komp:s volk ontweldigt was het geen ook zeer onbillijk is; wij verzoeken dus gem: wapens ons toe te zenden, als mede het antwoord hier op Ter zijde stonds konings wapen gedrukt. /:onderstond:/ voor de Translaatsie, Koetsiem dato als boven. /:getj:/ J: M: Trugens & Transl=t Alkkordeerd. sekart:s Arnold Sunel pa op de Neven Met Edelen G. Eijscht benoodig zin K Hoo Eerbiedige Brant iase Regee 800 61 uw Hoogheids brief van gisteren, is door den Heer So„ „cunde aan ons gekommuniceerd; uw Hoogheid zogddaar bij, dat over de zaaken van den door uw Hoogheid gear„ „resteerden kanarijn Madewan over de pretensie van de Jagerkana en over de wacht, die uw Hoogheid in de ka„ „narijnsche negarij gesteltd heeft, met de Heeren Ge„ kommitteerden van de Doorluchtige komp=e gehandeld is„ Het verwonderd ons ten hoogsten, hoe uwe Hoogheid dit= heeft kunnen schrijven daar de Heeren gekommitteerden gerapporteerd hebben, dat alleen over het artikel van den gearresteerden kanarijn gesprooken, en de konferensie over die eene zaak zelfs niet heeft kunnen ten einda gebragt worden wegens de onpaslijkheid van uwe Hoog„ „hoid, die toen aan die Heeren verzocht heeft, indien zij eenige andere zaaken voortestellen hadden, dezelven en ook het artikel waar over toen gehandeld wierd, in het kort optegeeven, hetwelke Heeren Gekommittoorden verklaard hebben niet te kunnen doen, en daarom aan uwe Hoogheid verzocht te bepaalen, wanneer zij moesten weder komen, waar op uwe Hoogheid geantwoord heeft, dat dezelve dien achtermiddag naar Triponitorre moest ver„ „trakken, den 18=e deezer terug komen en als dan den anderen dag deszelfs eersten Minister zenden zoude, om met ons over alle zaaken te handelen. Dus was de onderhandeling niet afgeloopen en de zaaken waaren niet betlist en geschikt, maar opge„ „schort tot uw Hoogheids eersten Minister in de stad zoude komen, om daar over nader te handelen, zoo lange dit niet geschied was, mogten ook geene hostilitei„ „ten gepleegd werden; doch uw Hoogheids Minister heeft tegen alle recht gehandeld en de 15e daeker vrijdag morgen een Adigari van den Lagood laaten op„ koncept brief geschreeven door den E. Politieken Raad aan den Koning van hoetsiem den 17=e Juli 1791. „vatten epast op de Niver witldin G. Eijsch benoode Eerbiedige iants 1700 riase Re 2 n
English
seize and place in the palace under arrest, and also arrest a Manigar and two Canarese chiefs in the pagoda itself. This conduct the Serene and Mighty Company cannot tolerate, and it is to maintain its lawful right that we immediately stationed a guard in the Canarese nagari to protect that nation against all further violence from Your Highness; it was therefore a natural consequence that the guard of Your Highness, which did not belong there and which we have already long demanded to be removed, then had to be sent away from there. We cannot comply with Your Highness's request to remove again the guard stationed by us in the Canarese bazaar and at Mattancherry for the maintenance of our rights and thus for the protection of the Canarese, because the lawful right of the Serene and Mighty Company would thereby be prejudiced. And since Your Highness is publicly making preparations, the purpose of which we do not know, we hereby declare that we have been compelled to reinforce those guards further in order, in the event of any violence, to maintain the right of the Serene and Mighty Company. We are at the same time obliged, on behalf of the Serene & Mighty Company, to protest hereby in the most solemn manner against everything that Your Highness might attempt against its lawful right, and we hold Your Highness accountable for the consequences that might arise therefrom. No weapons were forcibly taken from Your Highness's people, as Your Highness mentions in his letter, but when Your Highness's guard departed, a turban and a shield were left behind, which have been kept by our men and will be returned immediately whenever one of Your Highness's servants is sent for that purpose. May God preserve Your Highness. Below stood: Thus translated by me into Malayalam, Cochin, date as above. Was signed: J: M: Truijens, Sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel, Secretary. Account of the Canarese Gouda Knie Ananda, resident of the Canarese bazaar. That on the 15th of this month, Friday, the Canarese Gouda, along with two Nair sepoys, came to the deponent, and upon their warning that the deponent had to go with them to the Cochin Court, he accompanied them; and having been brought before the First Minister, Govinda Menon, the said Minister then told the deponent: you must supply 4 portions of sugar cane; and upon his refusing answer that he had not given such before and now found himself burdened with this new imposition, the Minister ordered the deponent to be placed in custody, with the warning that he would not be released from there until he had paid the portion of sugar cane. That on the first day the deponent was sent with a guard to his house to eat, but on the second and third days was starved; that the deponent was finally compelled to accept the burden of sugar cane imposed on him and, for his share, had 128 fanams in Cochin currency paid through the Canarese Bappo of Tripunithura, who was then at Court. That thereupon, yesterday the 17th of this month, towards evening, he was released from his arrest. Herewith the deponent concluded his account, with the declaration that it contains the pure truth, and that he is prepared to confirm the same on oath. Cochin, the 18th of July 1791. Signed with some Canarese characters signifying the name of the deponent in the margin, recorded in writing by me. Signed: J: M: Truijens, Sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel, Secretary. Translation of an ola written by the King of Cochin to the Honorable Political Council, received on the 20th of July 1791. We have received Your Honors' letter and clearly understood everything from it. When the Members were with us, we answered them regarding the three mentioned articles and also made known the customs thereof that were previously in practice here; therefore, Your Honors had no reason to be surprised at this. We think, therefore, that this course of action by Your Honors was undertaken without first considering the clear letter of the treaty and the old usages. When we had answered regarding the mentioned three articles that the Members presented to us and had made them understand the old customs, they informed us that there were still matters to be negotiated with us. We replied to them that upon our return from Tripunithura we would send our Minister Govinda Menon to the city, and this can still be done. We have observed with surprise from Your Honors' letter that we are making many preparations; to this it serves that our ancestors and we have made many preparations on all occasions, yet the Company had not feared this until now. But we cannot sufficiently understand for what reason Your Honors have sent armed men, ammunition, and cannons to our territory and have had a post occupied there, even though we have made many preparations.
Dutch transcription
„vatten en in het Zalais en arrest te zetten; en ook een Manigaar en twee kanarijnsche Hoofden ind pagood zelve arresteeren. Dit gedoente kont de z ^ en Machtige „luchtige ^ kompenie niet toloreeren, en het is on haar Ed: recht te mainktineeren, dat wij ten aenst een wacht in de kanarijnsche nagarij gesteld heb „ben, om die Naatsie tegen alle verder geweld van uwe Hoogheid te beschermen; het was dus aan zoo natuurlijk gevolg, dat de wacht van uwe Hoogh die daar niet behoorde, en die wij reets elange „geerd hebben, dat waggenoomen zoude worden, van daar toen moest worden weggezonden. wij kunnen aan het verzoek van uwe Hoogheid om den door ons tot handhaaving van ons recht en dus tot bescherming van de kanarijns gestelde wacht in de kanarijnsche bazaar en op Mattauseeri wi„ „der wegteneemen, niet voldoen,„ wijl daar door het aettig rocht van de Doorluchtige en Machtige kom „penie zoude te kort gedaan worden. En vermits uwe Hoogheid en het openbaar aanstalten maakt„ die wij niet waeten, tot welk einde geschikt zijn: zoo is 't dat wij bij deezen verklaaren, genoot „zaakt geweest te zijn, die wachten nader te ver„ „sterken om inval van eenig geweld, het recht van de Doorluchtige en Machtige kompenie te hand„ „haavenen. Wij zijn teffens verplicht uit naame van de Doorluchtige & Machtige kompenie bij deezen op de plechtigste wijze te protesteeren tegen al het geen uw Hoogheid tegen haar Ed: wettig rech mogte willen onderneemen, en laaten de gevolgen, die door 62 daar uit ontstaan mogten, voor uwe Hoogheids Gei reekening. Daar zijn geene wapens van uw Hoogheid volk ontweldigd, zoo als uw Hoogheid dit bij zijn brief meld, maar toen de wacht van uw Hoogheid vertrok„ zijn een Tulband, en een schild blijven liggen, die door ons volk bewaard zijn, en wanneer iemand van uw Hoogheid Bedienden daar toe gezonden werd, ten eersten zullen afgegeeven worden. God bewaare uw Hoogheid. /:onderstond:/ zoo „danig door mij in 't Malabaars overgezet, koet= „sian dato als vooren (:was geteekend:) J: M: Truijens G: Transl: akkordeerd. sekrets: Arnold Lunel past op de Neve Wel Edelen G. Eijsch benoode ƒ 170 00 11 riase Regee Eerbiedige iant Nag: G Wrabe 63 Relaas van den kanarijn goudo knie Ananda in woonder aan de„ kanarijns bazaar Dat op den 15:e deezer vrijdagde kanazijn goenden met noch twee Nairosche sipalis bij den reladoonrt ge„ „koomen waaren en op hunne waarschouwing dat de relatant met Een naar het koetsiemsche Hof moeste komen hij meede gegaan was en bij den eersten mi„ „nister Gouwinda Menon gebragt zijnde gem: Mi„ nister toen aan den relastant gezegt had; gij moet r4porsie van suiker kane opbrengen en op het wijgerend antwoord van hem, dat hij zulx nit gegeenn „ven had en thans met die nieuwe last zich bezwaard vond, de Minister gelast had, den relaatoont in regte niste zetten, onder waarschuwing dat daar uit niet zoude gelaate n worden voor dat hij de porsie van suiker kane zal betaald hebben: Dat de relatant de eerste dag met een wacht naar Eeten zijn huis gezonden was om te e maar de tweede en derde dag uit-gehongerd wierd, dat de relatant einde¬ „lijk genoodzaakt was, de aan hem opgelegde last van zuiker kane te accepteeren en voor zijn aandeel 12 8: fanems noets: munt door den kanarijn Bappo van Tripoenitorro die toen aan het Hof was laaten betaalen Dat daarop gisteren den 17:e deezer tegen den avond van zijn arrest ontslagen was. Hier meede eindigde de relatant zijn verhaal on„ e past op de Nive WetEdelen G. Eijsch benoode yn N„o 6. 100 Eerbiedige Brant riase Rege 00 „der „der betuiging, dat het zelve de zuivere waar behelst en bereid is dezelve met eede te bevestige koeffiem den 18e Juli 1791: / getl/ met eenige ka „rijnsche karakters beteekende den naam van d Relatant in marigine door mij ten papiere ge /gete:/ J: M: Truijensg Transl=t Arnold Lunel Akkordeerd Sekarts Nag: Dwabé paal op de Wel Edelen G. Eijsch benoode 1700 No Eerbiedige Be netiase Reg A 140 64 Translaat ola door den Koning van Koetsiem geschreeven aan den E Politieken Wij hebben uw Edelens brief ontvangen en daar uit alles duidelijk verstaan: Toen de Leden bij ons zijn geweest, hebben wij nopens de drie bewuste Artikels aan dezelven geantwoord, en ook de kostumen daar van, die voor deezen alhier in praktijk zijn ge¬ weest, te kennen gegeeven, dus hadden Uw Edelens geen reeden zich hier over te verwonderen. Wij denken derhalven, dat deeze Uw E: „delens handel wijze in het werk gesteld, is, zonder den klaa„ ren letter van het Traktaat, en de oude usantsies eerst te overweegen: Toen wij nopens de bewuste drie Artikels die de Leden ons voorhielden geantwoord en de oude gewoonten hen te verstaan gegeeven hadden, hebben ze ons bekend ge maakt, dat 'er noch zaaken waaren met ons te verhandelen Wij hebben hen daarop toegediend, dat wij met ons te rug„ komste van Tripoenitaire onze Minister Gowinda Menon in de stad zullen zenden, en dit kan noch gedaan werden, Wij hebben met verwondering uit uw Edelens brief gezien, dat wij veele aanstalten maaken, diend daarop; dat onze voorzaaten en wy bij alle geleegenheeden veele toerustingen gemaakt hebben, doch dat de Komp: tot noch toe daar over niet gevreest had. Maar wij kunnen niet genoegzaam be„ grijpen, om wat reeden uw Ed=s gewapend volk, Ammonietsie en kanons op ons grondgebied gezonden, en daar de post hebben laaten vatten. schoon wij veele aanstalten gemaakt hebben gepast op de Niv Wel Edelen G. Eijsch benoode in k Hoo Eerbiedige Beanl tnetiase Regee A 00 Raad, ontvangen den 20=e Juli 1791.
English
had, your Honors nonetheless had no reason to send armed men onto our lands and to cause our people to be mistreated. We have let this pass for this time on account of the good friendship between us and the Company. Your Honors surely also had no right to grant a hearing to the ill-intentioned Canarins and to undertake such actions against us, and we do not doubt in the least that, when your Honors take into consideration the right and the equity of the matters presently examined, everything can be properly settled; but should this not happen, we shall be forced also to uphold now the privileges that our ancestors had always exercised, and we leave the consequences that might arise therefrom to your Honors' account. We therefore request once more to consider these matters maturely, and to arrange everything on the old footing. We shall come to Koetsiem for the celebration of the mourning feast, at which time we shall let the necessary be known and arrange everything; we await an answer to this. In the margin was printed the seal of the king. Below stood: For the translation, Koetsiem, date as above. Signed: J: M: Truijens, sworn translator. Agreed. Swrabe Arnold Lunel secretary 65 Draft letter written by the Honorable Political Council to the king of Koetsiem on 20 July 1791. Your Highness states in the letter received by us today that Your Highness had replied to our deputies regarding the three articles in question and had made known the customs as they had been in former times. We have already stated in our previous letter that only the matter of the Canarin Madewen was spoken of with Your Highness, and that this matter was not even settled, owing to Your Highness's indisposition, but postponed until the arrival of Your Highness's Prime Minister in the city; and this is the plain truth, so that we had complete reason to be astonished that Your Highness said that all matters had been dealt with, just as we declare that we are now even more astonished at how Your Highness could have written such a thing for the second time. Furthermore, it serves in reply to Your Highness's aforementioned letter that the Illustrious and Mighty Company never fears the many preparations that Your Highness has made and might yet make; and that their Honors have posted the guards with full right and power, to which Your Highness has given cause, and why we also, as we already said in our previous letter, leave the consequences to Your Highness's account, and declare that everything we have done up to now is nothing other than according to the right that the Illustrious and Mighty Company possesses, and that we undertake always to account for the same. Furthermore, Your Highness's Prime Minister may come to us whenever it pleases Your Highness. May God preserve Your Highness. Below stood: Thus translated by me into Malabar, Koetsiem, date as above. Signed: J: M: Truijens, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel secretary Swade 66 To the Honorable, Stern, Highly Respected Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Malabar Coast. Honorable, Stern, Highly Respected Lord. We let this serve separately to humbly inform Your Honorable, Stern, Highly Respected Lord that the king of Koetsiem has once again begun to inflict all kinds of vexations upon the Canarins and to impose new burdens upon them. The king demands of them that they should supply a quantity of Jaggery sugar for the mourning feast that was to be celebrated at the Court. The Canarins refused to do this, it being a novelty, and complained about it to the Company. The king cited an example from the year 1676, and the Canarins have shown that the Canarin nation never contributed anything of the sort, but that a Canarin named Kristna Poij, who was not only a servant of the king but also a favorite of His Highness, together with some merchants who were persuaded by him to do so, had made a gift of Jaggery sugar to the king, without the nation or the pagoda having had [illegible] thereof. We therefore forbade paying this contribution to the king, the more so as the king had made this demand without asking the permission of the Company. His Highness also had a Canarin named Madewen arrested, brought to Triponitoore, and there riveted in chains, solely because his brother Hargoe did not wish to answer at the Court concerning a dispute with a Pattara over merchandise that had been brought by sea, and regarding which a complaint had already been lodged with our Shabandar, without being willing to release this Canarin. Furthermore, the king has posted a guard in the Canarin bazaar, under the pretext that it was placed there to watch the mandapas that have been erected behind the bazaar for the mourning feast, and refused to remove that guard from there, although it was pointed out to him that the mandapas stood too far from the guard to be guarded by it. In the garden of the son of one Antoni Koette on Bolghatty, coconuts were taken and trees chopped down by the king's Proverthikar by force and against the protests of the owner. The king also ordered that merchants who sell provisions to foreigners coming from the country must first notify the king's toll-collector thereof, which has likewise never happened before. Because
Dutch transcription
hebben, hadden uwEd=s echter geen reeden, om op ons gronde gewapend volk te zenden en het onze te laaten mishandele Wij hebben zulx uit hoofde van de goede vriendschap tusschen ons en DE: kompanie voor ditmaal laaten voorbijgaan Uw Edelens hadden immers ook geen recht, om aan de qua geintentsioneerde Kanarijns gehoor te verleenen, en zooden tegen ons aantevangen, en wij twijfelen geensins, wanneer uw Edelens het recht en de billijkheid van de thans geexseer zaaken in overweeging neemende alles naar behooren kun„ afgedaan worden, doch zoo dit niet mogte geschieden: zullen wij genoodzaakt zijn, de voorrechten, dewelken on„ Voorzaaten altoos geoefend hadden, thans ook te doen stand grijpen, en wij laaten de gevolgen, die daar uit ontstaan mogten, voor uw Edelens reekening. Wij verzoeken dus nochmaals deeze zaaken reiplijk te overweegen, en alle op den ouden voet te schikken. Wij zullen tegen de celebraa„ van het rouwfeest op Koetsiem komen, wanneer zullen wij noodige laaten weeten en alles schikken; wij verwachte hier op antwoord. Ter zijde stond het wapen van den koning gedrukt /:onderstond:/ Voor de Translaatsie Koetsiem dato als boven /get:/ J: M: Truijens, g Transl: Akkordeerd. 6 Swrabe Arnold Lunel sekret: past op de Neve Wel Edelen G. Eijsch benoodig zin dit ƒ 400 Eerbiedige Brant tndiase Reg A 100 65 Koncept brief door den E: Politieken Raad geschreeven aan den koning van Koetsiem den 20=e Juli 1791. Uw Hoogheid zegt bij den heeden bij ons ontvangenen brief, dat uw Hoogheid over de drie bewuste Artikeld aan onze Gekommit„ teerden, geantwoord ende kostumen zoo als die voor deezen geweest zijn te kennen gegeeven had. wij hebben bij onzen voorigen reets gezegt, dat maar over de zaak van den kanarijn Madewen bij Uwe Hoogheid gesprooken, en die zaak zelfs wegens de onpaslijkheid van uwe Hoogh=d niet is afgehandeld, maar uitgesteld tot de komst van Uw Hoogh=ds eersten Minister in de stad, en dit is de zuivere waarheid, dus wij wel vol komen reeden hebben gehad, om ons te verwonderen, dat Uw Hoogheid gezegd heeft, dat over alle zaaken gehandeld was, zoo als wij betuigen thans noch meer verwonderd te weezen hoe uw Hoogheid zulx voor de tweede maal heeft kunnen schrijven: voorts diend op voorm: uw Hoogheids brief dat de Doorluchtige en Machtige Komp: nooit vreest voor de veele aanstalten, die uw Hoogheid gemaakt heeft en noch maaken mogt; en dat haar Ed: met volkomen recht en macht de wachten uitgesteld heeft, waar toe uw Hoog heid aanleiding heeft gegeeven, en waarom wij ook, zoo als wij dit bij onzen voorigen reets gezegt hebben, de gevolgen voor Uw Hoogheids reekening laaten, en verklaaren, dat al het geen wij tot nu toe gedaan hebben, niet past op de Ne Met Edelen G. Eijsch benoodig zijn te 1 ƒ Hoog Eerbiedige Beanl Indiase Rege A 1400 niet anders is, dan na volgens het recht, het welk de Doo luchtige en Machtige Komp:e heeft, en dat wij zulx op„ neemen altoos te verantwoorden. Voorts kan uw Hooghd eersten Minister bij ons koomen, wanneer het uw Hoogh /:onderstond:/ zoodanig door mij in het Malabaars overgere„ Koetsiem dato als boven /get:/ J: M: Truijens G: Trensz God bewaare Uwe Hoogheid behaagd. Akkordeerd. Arnold Lunel sekrit„ Swade Eerbiedige Brant past op de Nive Wel Edelen gbisch benoodi in Hoo notiase Rege A 100 66 Aan den Weledelen, Gestrengen Groot achtbaaren, Heer Johan Gerard van Angelbeek. Raad ordinair van Nederlandsch Indien Goeverneur en Directeur ter Kuste Malabaar! Weledele, Gestrenge, Groot achtbaare Heer. Wij laaten deezen apart dienen, om aan UWWeledele Gestr: Groot achtb: nedrig kennis te geeven, dat de koning van Koet„ „siem. weder op nieuw begonnen heeft allerhande vepaatsien aan de kanarijns aan te doen en hen nieuwe lasten opte leggen. De koning begeerd van hen, dat zij een quantiteit Jager „zuiker zouden opbrengen, voor het Rouwfeest, het welk aan het Hof gevierd zoude worden. De kanarijns weigerden dit te doen als een nieuwigheid zijnde, en klaagden daar over bij DE kompanie! De koning bragt een voorbeeld bij van het Jaar 1o76, ende kanarijns hebben aangetoond, dat de kanarijnsche Naatsie nooit iets diergelijkx op gebragt heeft, maar dat een kanarijn= genaamd kristna Poij die niet alleen een Dienaar van den kooning, maar ook een Pursteling van zijn Hoogheid was, met eenige kooplieden, die door hem daar toe overhaald wierden, een geschenk van Jager zuiker aan den kominghad Gedaan part op de Never Wel Edelen G. Eijsch benoodig in N„o 9 k H00g Eerbiedige Beanl tndiase Regee A 1009 Fdlumbo. gedaan, zonder dat de Naatse of Pagood daar von is ha Wij verbooden dus deeze kontrabucitsie aan den koning doen, te meer, de koning diezen eisch gedaan had zoude de toestemming van DE: Komp=ie te vraagen. Ook heeft zijn Hoogheid een kanarijn met naame Mader laaten arresteeren, naar Triponitoore brengen en de in de ketting klinken, alleen, om dat zijn Broeder H kuir zich aan het Hof niet wilde verantwoorden oor een geschil met een Pattere weegens negootsie goederen, over zee waaren aangebracht, en waarover reetskla bij onzen sabandaar gedaan was zonder deezen kane te willen ontslaan. wijders heeft de koning een wacht in de kanarijn schhj gesteld, onder voorgeeven, dat die daar geplaatst was, op de Mandoes, die tot het rouwfeest achter hetbak opgeslagen zijn, te passeer, en weigende die wacht daar van daan te neemen, schoon hem aangetoond wed dat de Mandoes te ver van de wacht stonden, om dezelve bewaakt te te worden. Jn den tuin van den zoon van eenen Antoni Koette op Boegatti werd door 's konings Protikaar met gewelk en tegen de protestaatsien van den Eigenaar, kokens gehaald en boomen weggekapt. De koning liet ook gelasten, dat de kooplieden, dist „ren aan Vreemden uit het land koomende verkoopen, dat van eerst aan 's koning Tollenaar moesten kennis geeven, het ge ook naoit bevoorens geschied is. Vermitsen
English
67 Since all admonitions and letters from the first signatory to the King and his Ministers proved of no avail, we resolved to send Commissioners to the King, who, on account of a marriage feast, were not received until the 13th of this month; but who, owing to an indisposition that overcame the King during the conferences, had to return without having accomplished anything, with the promise of the King that he would send his First Minister to the Council on the 19th of this month to speak about all the matters. However, yesterday the Minister of the King had the Head of the Pagoda in the Palace and some others in the Temple itself arrested, and summoned several Canarins to the Court, whereupon the leaders immediately came to us to complain and request our protection. Although the King, by committing acts of violence while the matters were under negotiation, well deserved that reprisals should be taken for it, we have nevertheless, in order to take the gentlest course, placed a guard of twenty-four Malays at the Pagoda under the command of Ensign Bisschop, as this and all further circumstances are more broadly described in our accompanying Resolutions of the 4th, 5th, 6th, 14th, and 15th of this month, to which we humbly refer, trusting that our conduct in this matter may receive the gracious approval of Your Right Honourable, Right Respected sirs. While we commend Your Right Honourable, Right Respected sirs to God's protection and remain with fidelity and respect. Below stood: Right Honourable, Right Respected sirs, Your Right Honourable, Right Respected sirs' humble and dutiful servants, signed: I: L: van Spall, J: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, J: N: Cellarius, W: A: Arnoldus Lunel and J: A: Eversdijck. In the margin: Cochin the 16th of July 1791. Agrees: Arnoldus Lunel Secretary C. Swabe 68 No. 10. To the Right Honourable, Right Respected Sir Johan Gerard van Angelbeek Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with its dependencies. Right Honourable, Right Respected, High-Ruling Sir! In continuation of our respectful letter of the 16th of July last, we have the honour to report the following. That same evening we received word that over 300 sepoys had arrived in the palace from Triponitorre, and that all Moors had received orders from the King to hold themselves ready, armed with shields and swords, to come to the palace at the first summons, furthermore that on Anjekaimaal 300 sepoys also stood ready to cross over, and that all vessels had been pressed in the King's name. Since we did not know what the King intended, and we could not leave our detachment of Malays in danger of being surprised and driven off by a superior force, we resolved to reinforce that detachment to a full company, and to add to it another company of Sepoys, with four field pieces of three-pounder calibre. This was carried out that same evening and the command over the entire detachment was entrusted to Captain von Mittman, who posted himself in such a manner that the whole Canarin village and Pagoda were covered. That same evening we received an Ola from the King, the translation of which is annexed under No. 1, wherein the King complained that we had sent our people and driven away his guard, with a request to withdraw our people. We answered that letter on the 17th and stated therein that, since the King, before the negotiations regarding the matters in dispute were concluded, had again caused a Canarin to be seized and arrested, as well as committed other hostilities against them, we, in order to preserve the Company's rights, were obliged to place a guard in the Canarin village to protect that nation and their Temple against further acts of violence by the King. That therefore the guard of His Highness, which did not belong there and which we had already long desired to be removed, had to be sent away from there; that furthermore, since His Highness openly made preparations of which we did not know to what end they were destined, we had reinforced the guards posted by us, and that we protested against everything the King might undertake and held him responsible for the consequences thereof: as this appears in detail in the draft annexed under No. 2. That same morning Meyer Rabbi came to inform us that the King had sent word to him to come immediately to Triponitorre, and requested our permission to go thither, which we granted him. And we received report that the King had given orders to seize all the Mukkuvas of the pagoda and bring them bound to Triponitorre.
Dutch transcription
67 Vermits alle vermaaningen en schrijven van den eersten Teekenaar aan den Koning en zijne Ministers mitshelpen wieden: beslooten wij Gekommitteerden aan den koning ke zenden, die om de wille hetrouw fest, niet eerder dan den 13=e deezer geakcepteerd wierden; doch die weegens eene aange= koomene orpaslijkheid van den koning onder de konferentjes overrigter zaake hebben moeten terug keeren, met de be„ lofte van den koning, dat hij zijnen eersten Minister den 19=e duzer bij den Raad zenden zoude, om over alle de zaaken te spreeken. Maar gisteren liet de Minister van den koning aen Hoofd van de Pagood in het Pallais en eenige anderen in den Jimpel zelfs arresteeren, en verscheide kanarijns aan het Hof ontbieden, waar omer de hoofden ten eer„ „sten bij ons quamen klagen en onze bescherming ver„ zoeken. schoon de koning door het pleegen van geweldenarijaen geduurende de zaaken in onderhandeling stonden, wel verdiend had dat daar over reprisaelse genoomen wiend„ zoo hebben wij egter, om de zaatste weg in teslaan, een wacht van vier en twintig Malaiers bij de Pa„ „good gelegd onder kommando van den vaandrig Disschop, zoo als dit en alle de verdere omstandigheeden breeder beschreven zijn bij onze hier neevensgaande Resooluutsien, van den 4=e, 5=e, 6=e, 14=e, en 15=e, deezer waar aan wij ons nedrig gedraagen en vertrouwen, dat onze handelwijze in deezen de geende goedkeuring van UW Weledele gestrenge Groot achtbaare wegdraagen mooge. Hruijl wij Uwweledele Gestr: Groot achtbaare epast op de Nev Met Edelen G. Eijsch benoodig ƒ Hoo Eerbiedige Drant netiase Rege 1800 Goos Gods bescherming aanbeveelen en met trouw en eerbied blijven —. /onderstond/ Weledele Gestrenge, Groot achtbaare UWer meled: Gestr: Groot achb: onderdaanige en wor schuldige Dienaaren /get:/ I: L: van Spall,g Gebhardt, J: W: H: van Rossum, J: N: Cellarus, W: V Arnold„s Lunel en J: A: Eversdijck /in margin Koetsiem den 16:e Juli 1791: Ankordierel Arnold Lunel Kolu Sekrets C„ Swabe 68 No. 10. Aan den Weledelen Gestrengen Groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlands Indien, mitsgaders Goeverneur en Direkteur van de kuste Malabaar, met dies onderhoorigheeden. Wiledele, Gestrenge, Grootachtbaare Hooggebiedende Heer! Tot vervolg van onzen eerbiedigen van den 16=e Juli jl: hebben wij de eer het volgende te berichten. Dien zelfden avond kreegen wij bericht, dat van Triponitorre ruim 300: sipais in het palais waaren aangekoomen, en dat alle Mooren ordre van den koning ontvangen hadden, om met schilden en zwaarden gewaapend zich gereed te houden, om bij het eerste ontbod bij het palais te koomen, voorts dat op Anjekaimaal ook 300: sipais gereed stonden om over te koomen, en dat alle de vaartuigen uit 's konings naam waaren geprest„ Vermits wij niet wisten wat de koning in zin had, en wij ons detachement Malaiers niet in gevaar laaten konden, om door een overmacht overvallen en verdreeven te worden: zoo beslooten wij dat detachement te versterken tot een volle kompenie, en daar bij noch een kompenie Sipais te voegen, met vier veldstukken van drie pond kaliber. Dit werd noch dien zelfden avond uitgevoerd en het kommando over het heele detachement aan kapitain von Mittman opgedraagen, die zich zodanig posteerde, dat de heele kanarijnsche negarij past op de Met Edelen G. O9 benoodig n dit 1oo Nov Eerbiedige Beant 1 ndiase Regee 100 1unbo en Pagood gedekt waaren. Dien zelfden avond ontvingen wij een Ola van den koning waar van het Translaat sub N=o 1. hier nevens, waar bij de z ning klaagde, dat wij ons volk gezonden en zijn wacht me Jaagd hadden, met verzoek ons volk weg te neemen. Wij hebben den 17=e dien brief beantwoord en daarbij gezeg dat, vermits de koning eer de onderhandeling over de in gesch zijnde zaaken afgeloopen waaren, weder op nieuw een kanarij had laaten opvatten en arresteeren, mitsg=s ook andere holb liteiten aan hen pleegde, wij om 's komp:s recht te bewaaren genoodzaakt geweest zijn een wacht in de kanarijnsche nigang te stellen, om die Maatsie en hunnen Tempel tegen verdere geweldenarijen van den koning te beschermen. dat dus de wacht van zijn Hoogheid die daar niet behoorde, en die wij reets, lange begeerd hadden, dat weggenoomen zoude worden van daar moest worden verzonden; dat wij voorts, vermits zijn Hoogh=d in het openbaar aanstalten maakte, die wij niet wisten, tot welk einde geschikt waaren, de door ons uitgestelde wachten hadden versterkt, en dat wij protesteerd tegen al het geen de koning mogte onderneemen en de gem gen daar van, voor zijne reekening lieten: zoo als dit omstandig blijkt bij het koncept sub N=o 2 hier nevens gevoegd. Dienzelfden morgen quam Meijer Rabbi ons bekend maaken, dat de koning hem had laaten weeten, ten eersten naar Triponitorre te koomen en verzocht ons verlof, om derwaars te mogen gaan, het geen wij aan hem permitteerden, En wij kreegen bericht dat de koning order gegeeven had, alle de Moradons van de pagood optevatten en gevleergeld naar Trijp nitorre
English
to send to Triponitorre, so we decided to leave the detachment of Captain Von Mittmann as it was, and since it was not known what the king might undertake further, to summon the native Christians, in order to be able to arm and employ them if it were necessary. On the morning of the 18th, the Canarin who had been arrested in the palace arrived in the city, and made known that he had been released, but that he had been obliged to pay 128 fanams to the king for his share in the pretended Jagerkana, as further appears from the copy of the report provided by the said Canarin, under No. 3. That same day Gowinda Menon let it be known that he had received orders to go to Mr. Pownij, to speak with him concerning a letter received from Madras, with the request to give orders to our guards that he and his armed retinue should not be stopped by our advance guard. We had no answer given to him on this, but wrote to the king that it surprised us that His Highness had not yet sent the ratified contract received from the English to us to be examined, and requested the same to be sent to us at once to that end, before His Highness sent any answer regarding this to the Government of Madras or to Mr. Pornij, see copy draft under No. 4. On the 19th Meijer Rabbi returned from Triponitorre and brought word that the king wished to settle the matter and would therefore come to the palace to speak with the first signatory in person, and that he would also, before negotiations, release the Canarin who was in chains. To this the first signatory replied that if the king wished to come into the city, he would be received by the entire Council, and could then enter into negotiations with the same. Anta Sitti also came in the name of Gowinda Menon to seek to settle the matter, stating that he would therefore come into the city with him, Sitti. Subsequently, Meier Rabbi also returned from the palace with the message that the Canarin would be released, provided that the matter in dispute between the brother of this Canarin and the Pattare at Mattanseeri was investigated in the pandal of Meijer by merchants, in the presence of the Company's and the king's servants. To this it was replied that the Canarin first had to be released, whereupon the Company would then declare in what manner that matter was to be investigated. On the 20th a letter arrived from the king, see translation under No. 5 herewith, which contained the opposite of the messages received the day before, and from which it simultaneously appeared that he seemed to stand firm on his position and wished to pursue the matter, so that we, since the king under the guise of the mourning feast could bring many people into the palace, decided that day to reinforce our advanced posts in such a manner that the king could not surprise them, surprise them, and also, should the king undertake anything against us, not only to repel such with force, but then also to drive him out of the palace, and seek to master the same. The letter from the king was answered that same day, stating therein that His Highness himself had given cause for what had occurred, and that we therefore also left all the consequences to his account, see draft No. 6. That day we also received a letter from the king in reply to ours regarding the treaty with the English, see translation under No. 7, in which His Highness wrote that the contract contained the same as the draft that had been presented to Your Right Honorable by Mr. Pornij; on the 21st we replied thereto that the aforesaid draft remained in our possession, and that we therefore desired the ratified contract to be sent to us to be collated against it, see draft under No. 8. Since it appeared from all circumstances that the king would not come to reason, and was firmly resolved to seize some Canarins by force, we further resolved on the 21st, should this happen, not only to repel force with force, but also to attempt at that time to master the palace, in order thereby to give the king no time to entrench himself therein, and to undertake further operations from it, as it was said to be his intention; for this purpose, a plan was accordingly drawn up, which was approved in our meeting of the 22nd
Dutch transcription
69 „nitorre te zenden, dus wij beslooten, het detachement van kapitain Von Mittinann zodanig te laaten als het was, en vermits men niet wist, wat de koning verder onderneemen mogte, de inlandsche Christenen te ontbieden, om die als het noodig was te kunnen waapenen en gebruiken. Den 18=e smorgens quam de kanarijn, die in het Palais gear resteerd was, in de stad, en maakte bekend dat hij gelargeerd was, doch dat hij 128: fanems aan den koning had moeten betaalen voor zijn aandeel in de gepretendeerde Jagerkana„ zoo als nader blijkt bij de kopij van het door gem: kanarijn verleend relaas, sub N=o 3. Dien zelfden dag liet Gowinda Menon weeten, dat hij ordre ontvangen had om naar den Heer Pownij te gaan, om hem over een van Madras ontvangen brief. te spreeken, met verzoek, aan onze wachten ordre te geeven, dat hij en zijn gewapend' gevolg door onze uitgestelde wacht niet tegen ge„ houden wierd. Wij lieten hem daar op niets antwoorden, maar schreeven aan den koning, dat het ons verwonderde dat zijn Hoogheid het van de Engelschen ontvangen geratificeerd kontrakt noch niet aan ons toegezonden had, om te worden geëxamineerd, en verzochten hetzelven ten dien einde ten eersten aan ons te zenden, voor zijn Hoogheid dierweegen eenig antwoord aan de Regeering van Madras of aan den Heer Pornij zond, vide kopij Honcept sub No. 4. Den 19=e quam Meijer Rabbij van Triponitorre terug„ en boodschapte dat de koning de zaak wilde bijleggen en derhalven in het pallais koomen zoude om zelfs met epast op de Nive Met Edelen G. Oiser benoodig te ƒ 400 Eerbiedige Beant Indiase Rege 1400 met den eersten teekenaar te spreeken, dat hij ook v onderhandeling den kanarijn, die in de ketting zat, geeren zoude, Hier op word door den eersten teekenaar geantwoord, dat de koning in de stad koomen wilde, hij door den heele Raad zoude ontvangen worden, en met dezelve als in onderhandeling treeden konde Ook quam Anta fitti uit naam van Gournda Menon zoeken, de zaak bij teleggen, dat hij derhalven met hem sitti in de stad koomen zoude. Vervolgens quam ook Meier Rabbij weder van het pala met de boodschap, dat de kanarijn zoude gelargeerd worde mits de zaak in geleste tusschen den Broeder van deezen he narijn en den Pattare te Mattanseeri in de Pandiaa van Meijer onderzocht wierd door kooplieden, in de genwoordigheid van 'skomp. s en 's konings Bedienden, hier op is geantwoord, dat de kanazijn eerst gelargeerd moest worden, wanneer de Komp: als dan zoude verklaar op welke wijze die zaak moest onderzocht worden. Den 20=e quam een brief van den koning vide translant sub N=o 5. hier nevens, die het teegendeel behelsde van„ 'sdaags te vooren ontvangene boodschappen, en waar uit teffens bleek, dat hij scheen op zijn stuk te blijven staan en de zaak te willen voortzetten, dus wij, vermits de kom onder den naam van het rouwfeest, veel volk in het palo„ kost brengen, dien dag beslooten, onze uitgezette posten zodanig te versterken, dat de koning dezelven niet ko overvallen overvallen, en teffens om, indien de koning iets tegen ons onder neemen mogte, zulx niet alleen met geweld te keeren, maar als dan ook hem uit het palais te verdrijven, en van hetzelve zoeken meester te worden. De brief van den koning werd dien zelfden dag beant„ woord en daar bij gezegd, dat zijn Hoogheid zelfs aanleiding gegeeven had, tot het geen 'er gebeurd was, en wij dus ook alle de gevolgen voor zijne reekening lieten vide koncept No. 6. Dien dag ontvingen wij ook een brief van den koning in ant= woord op den onzen nopens het traktaat met de Engelschen, vide translaat sub N=o 7. , waar bij zijn Hoogh=d schreef, dat het kontrakt het zelfde behelsde als het koncept, hetwelk aan Uw weledele Gestrenge Grootachtb: door M=r Pornij gepresen„ teerd was, luidede, wij antwoordeden den 21=e daar op, dat het voorsz: kontept bij ons berustede, en dat wij daarom begeerden, dat het geratificeerd kontrakt aan ons gezonden wierd om daar teegen gekonfronteerd te worden, vide koncept sub N. o 8. Vermits uit alle omstandigheeden bleek, dat de koning niet tot inkeer zoude koomen, en vast voorgenoomen had, eanige kanarijns met geweld op te ligten: zoo beslooten wy den 21=e nader om, als dit mogt gebeuren, niet alleen geweld met geweld te keer te gaan, maar ook als dan te trachten mees ter te worden van het palais, om daar door aan den koning geen tijd te geeven, zich daar in te versterken, en daar uit ver„ dere onderneemingen te doen, zoo als gezegd wierd dat zijn voorneemen was; hier toe werd derhalven een plan opge„ maakt, het welk in onze vergaadering van den 22: geappro„ „beerd Gepast op de Nev WelEdelen G. Eijsch benoodig zyn dito 6 Hoog Eerbiedige Beaul tndiase Regeer 1400 70
English
was [illegible], of which a copy is attached under No 9. On the 24th, a letter arrived from the king, the translation of which is attached under No 10, in which His Highness wrote that he had ordered his Prime Minister to come to us to speak about the matters, and that he would deal with the English contract upon his arrival in koetsiem. The Minister also immediately requested an audience, but we had him answered that as soon as the arrested Canarin was released, he could obtain an audience with us. The following day in the morning, the Canarin, who the day before had been brought from Triponitorre to the palace, came to report that he had been released, from whom we had an account given of his experience, which is attached under No 11. At the same time, the Minister requested an audience. He was fetched by carriage according to custom and arrived at eleven o'clock with siralen Patter and another Minister named kartago Carwadikariakaar. After the Minister had sought to justify the king's demands on the Canarins, which were refuted each time, he said that the king was to come to the palace within two to three days to observe the mourning festival of the deceased king, and that His Highness would then settle the disputes regarding the Canarins to mutual satisfaction, but that we had to withdraw the posted guards in the meantime, as they served before the eyes of others to demean the king. We had him answered that we would gladly do this if the king would promise in writing that as long as the matter was not settled, he would not molest the Canarins in the least, nor summon them to Court. The Minister promised this, but since we had already experienced that neither on his nor on the king's word could any reliance be placed, we answered that we could not rest upon his oral promise, but desired a letter from the king in that regard, whereupon we would reduce the guard. The Minister declared that the king would not do this, but that he made the promise in the king's name that the Canarins would be left undisturbed for that long, and we insisted that we would await a written proof in that regard from the king or from him, the Minister. On that occasion, the Minister also said that he had orders to go to Mr. Pornij and speak with him about the Northern Lands; and therefore requested that we would be pleased to give orders that our guard let him pass, since he had to take some armed men with him for his retinue. We answered to that only that we had until now expected from the king that he would send the said treaty to us, and that we were waiting for that in order to be able to confront it. As no written promise came from the Minister that the Canarins would not be molested, we wrote to the king on the 26th and informed him that the Minister had requested the withdrawal of the guards, and that we would do so out of friendship for the king if the king or his Minister would bind themselves in writing to leave the Canarins unmolested until the matters concerning them were settled, see copy draft under No 12. On the 27th, the Prime Minister sent an Ola to the Interpreter, in which he made the promise on his part to leave the Canarins unmolested, see copy translation under No 13, and since we could place no reliance upon that, we let the Minister know that, having received no writing from him, we had written to the king about that matter and would await His Highness's answer. That afternoon the king arrived at the palace, and in the evening sent the answer to our letter, the translation of which is attached under No 14, but as it did not contain the promise demanded by us, we wrote to him on the 29th, see copy draft No 15, that His Highness would be pleased to bind himself in a clearer manner to leave the Canarins unmolested for as long as the negotiation lasted, upon which we would withdraw the guards and leave only a small guard at the Pagoda. Since the king had in the meantime reinforced himself in the palace, we did not find it advisable to have it attacked by the detachment of Captain von Mittmann, but ordered him, should the king commit any hostilities, to turn the same back with force and await further orders. On the 1st of this month, the king sent a further letter; however
Dutch transcription
beerd is, waar van een kopij hier neevens sub N=o 9. Den 24=e quam een brief van den koning, waar van het wran laat sub N=o 10. hier neevens, waar bij zijn Hoogheid schree, hij zijnen eersten Minister gelast had bij ons te koomen over de zaaken te spreeken, en dat hij over het Engelsch k trakt bij zijne komste op koetsiem zoude handelen. De N nister liet ook ten eersten gehoor verzoeken, doch wij lietend antwoorden, dat zoo dra de gearresteerde kanarijn gelangen wierd, hij by ons gehoor konde krijgen. Des anderen dag 's morgens quam de kanarijn, die sdaag bevoorens van Triponitorre in het palais gebragt was, zich melden, dat hij gelargeerd was, van wien wij een relaas hebben laaten geeven van zijn wedervaaren, het welk sub N=o 11. hier neevens gevoegd is. De Minister liet te gelijk verzoeken om audientsie. Hij werd volgens gebruik met de koets afgehaad en quam te elf uur met siralen Patter en noch een ander Minister genaamd kartago Carwadikariakaar binnen. Na dat de Minister gezocht had skonings eischen op de Kana„ rijns te rechtvaardigen, die telkens wederlegd wierden zul dezelve, dat de koning binnen twee â drie dagen in het palais stond te koomen om het rouw-feest van den Over leeden koning te vieren, en dat zijn Hoogh=t als dan de geschillen nopens de Kanarijns tot wederzijdsch genoegen zoude afdoen, doch dat wij de uitgezette wachten intus„ schen moesten intrekken, alzoo dezelven voor het oog van anderen tot kleenachting van den koning strekten, Wij lieten hem antwoorden, dat wij dit zeer gaarne zoud doen, indien de koning schriftlijk belooven wilde, dat zi lange 71 lange de zaak niet afgedaan werd, hij de kanarijns in het minste niet zal molesteeren, noch hen aan het Hof ontbieden. — De Minister beloofde dit, doch, vermits wij reets ondervonden hadden, dat op zijn noch op 's konings woord geen staat meer te maaken was, antwoordeden wij, dat wij op zijne mondelijke belofte niet konden berusten, maar een brief van den koning dierweegen begeerden, wanneer wij de wacht ver kleenen zouden. Dit betuigde de Minister, dat de koning niet zoude doen, maar dat hij de belofte uit skonings naam deed, dat de kanarijns zoo lange ingemoeid zouden gelaaten worden, en wij bleeven daar op staan, dat wij een schriftlijk bewijs dierweegen van den koning of van hem Minister verwachten zouden. Bij die geleegenheid zeide de Minister ook, dat hij ordre hadde, om bij den Heer Pornij te gaan en hem over de noordsche Landen te spreeken; en verzocht derhalven, dat wij geliefden ordre te geeven, dat onze wacht hem liet passeeren vermits hij tot zijn staatsie eenig gewaapend volk moest meede neemen. Wij antwoorde den daar op alleen, dat wij als noch van den koning verwacht hadden, dat hij het bewuste traktaat aan ons zoude zenden, en dat wij daar na wachteden om hetzelve te kunnen konfronteeren. Wijl van den Minister geen schriftlijke belofte quam van de Kanarijns niet te zullen molesteeren; zoo schreeven wij den 26. e aan den koning en gaven hem kennis, dat de Minister verzocht had, de wachten intetrekken, en dat wij zulx uit vriendschap voor den koning doen zouden, indien Gepast op de Neve Wel Edelen Geeisch benoodig n dito 6 100 Eerbiedige Bran hap Jndiase Regeer 100 A indien de koning of zijne Minister zich schriftlijk wilde binden, de kanarijns ongemoeid te laaten tot de zaaken nog hen afgedaan wierden. vide kopij koncept sub No 12. Den 27=e zond de eerste Minister een Ola aan den Tolk, bij hij voor zich de belofte deed de kanarijns ongemolegk te laaten, vide kopij Translaat sub N=o 13. , en vermits wij daar op geen staat maaken konden: zoo lieten wij dene nister weeten, dat wij van hem geen schrijvens gekregen hebb over die zaak aan den koning geschreeven hadden, en zijn Hoogheids antwoord afwachten zouden. Dien middag quam de koning in het palais, en zond der avonds het antwoord op onzen brief, waar van het t laat sub N=o. 14. hiernevens, doch wijl hetzelve de door on gepretendeerde belofte niet in hield, zoo schreeven wij de 29=e daar aan, vide kopij koncept N=o 15, dat zijn Hooghed „zich op een duidelijker wijze geliefde te verbinden, de kanarijns ongemolesteerd te laaten tot zoo lange de onderho deling duurde, wanneer wij de wachten intrekken en alle een kleene wacht bij de Pagood laaten zouden. Vermits de koning zich in die tusschen tijd in het paleus versterkt had: zoo vonden wij niet raadzaam hetzelve door het detachement van kapitain von Mittmann laaten attakeeren, maar gelasteden hem, indien de k ning eenige hosteliteiten pleegen mogte, zulx met geweld te keeren en nadere ordre aftewachten. Den 1=e deezer zond de koning een nadere brief; doch echter
English
however without the promise to leave the Canarese unmolested, see copy of the translation under No 16; to which we replied on the 2nd of this month that, upon the request of His Highness's Minister to withdraw the guards posted by us on account of the mourning festival, we had promised to do so provided the King made a written promise not to molest the Canarese in the slightest, that His Highness had not yet made that promise up to now, and that, since the mourning festival had ended, the withdrawal of our guards had become unnecessary; that we therefore expected the King to enter into negotiations according to his promise, and consequently requested to know when he intended to send his Minister. The King was at the same time further exhorted to send the contract concluded with the English for confrontation, see copy of draft under No. 17. Kaliga Malen came on behalf of the Regidor of Paliaporto to make a request to store 5000 bags of rice in the Roman Catholic church there, which Mr. Powney had purchased from the King of Cochin. We refused to grant our permission for this and wrote about it in the aforementioned letter to the King, with an exhortation to fulfill the rice contract with the Company. On the morning of the 3rd, all the Canarese came into the city and declared that they were no longer safe in their negari, since the King was about to return to Tripunithura and had given orders to set fire to their negari after His Highness's departure, requesting therefore to be permitted to retreat within the Flèche with their families; but upon our further assurance [illegible] of the Company's protection and pointing out the disadvantageous consequences for them, they returned to their negari. We also enclose herewith under No 18 a copy of a letter of complaint that was presented to us by the chiefs and congregation of the Canarese pagoda. Since the King sent no answer to our last letter of the 2nd of this month, we had the Interpreter inquire about it yesterday morning, and the King replied that the mourning ceremonies prevented him from answering, but that he will do so shortly and send his Prime Minister to confer with us; that he has no evil intentions against us, but that the guards posted by us grieved him, see report of the Interpreter under No 19. We have therefore, in order to meet the King halfway to some extent and to encourage him to negotiate, withdrawn the guard at Calvetty, leaving only the usual company of sepoys there; but to withdraw the guard in the Canarese Bazaar we have not deemed advisable before the King makes the promise not to molest the Canarese, as we are well assured that His Highness is only waiting for an opportunity to seize some of the chiefs and take revenge upon them; however, to make a change there as well, we have withdrawn the one cannon that stood on the public road, and had Captain von Mittman relieved by Captain Decan. From the aforementioned report it also appears that the King wishes to attribute the failure to deliver rice to the fear his people have of our guards, and that he declared regarding the sale of rice to Mr. Powney that Your Right Honourable Worship has knowledge of it; as well as that regarding the English treaty he still abides by the draft that Mr. Powney delivered to Your Right Honourable Worship. We hope that the King will come to reason and seek to settle the matter in the best manner, and it will serve to our particular satisfaction if our conduct in this matter may receive the honoured approval of Your Right Honourable Worship; while with great respect and faithfulness we remain, underneath stood: Right Honourable, Noble, Highly Esteemed, High Ruling Sir, Your Right Honourable Worship's humble and faithful servants, was signed: I: L: Van Spall, I: W: H: van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haesten, Arnoldus Lunel and J: A: Eversdijck in the margin: Cochin the 8th of August 1790 Agreed. Arnoldus Lunel [illegible] 74 Secret Resolution taken in Council of Malabar at the city of Cochin Friday the 22nd of July 1791, at eleven o'clock in the forenoon. present. The Honourable Senior Merchant, Second and Chief Administrator Jan Lambertus Van Spall, The Noble Major and Head of the Militia Godlieb George Gebhardt, The Honourable Merchant, Fiscal and Cashier Mr. Jan Willem Hendrik van Rossum, The Honourable Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius, The Honourable Junior Merchant and Dispenser Willem Van Haesten, The Honourable Junior Merchant and Secretary of Policy Arnoldus Lunel, and The Honourable Pay Bookkeeper Jacobus Adrianus Eversdijck. absent The Right Honourable, Highly Esteemed Sir, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard Van Angelbeek, to Colombo. It was approved and agreed to insert herewith the letter dispatched to the King of Cochin according to yesterday's Resolution. Draft letter written by the Honourable Political Council to the King of Cochin on the 21st of July 1791. We [illegible]
Dutch transcription
echter zonder de belofte van de kanarijns ongemolesteerd te laaten, vide kopij Translaat sub N=o 16; waar op wij den 2 deezer geanc woord hebben, dat wij op het verzoek van zijn Hoogheids Minister om de door ons uitgezette wachten intetrekken, wegens het rouwfeest, wij dit beloofd hadden te doen, mits de koning schriftlijke belofte deed, de kanarijns in het minste niet te zullen molesteeren, dat zijn Hoogheid die belofte tot nu toe niet gedaan had, en dat vermits het rouwfeest geeindigd was, de intrekking van onze wachten onnoodig was geworden; dat wij derhalven verwachteden, dat de koning volgens belofte in onderhandeling zoude treeden en derhalven verzochten te weeten, wanneer hij zijnen Minister wilde zenden. De koning wierd daar bij teffens nader vermaand, het met de Engelschen gemaakt kontrakt ter konfrontaatsie te zenden„ Vide Kopij koncept sub No. 17. Kaliga Malen quam uit naam van den Rasiadoor van Palia„ porto verzoek doen, om 5000: ballen rijst in de Roomsche kerk- aldaar te bergen, die de Heer Pownij van den Koning van Koelsein gekocht had. Wij weigerden daar toe onze toestemming begeeven en schreeven daar over bij voorsz: brief aan den koning, met vermaaning, om aan het rijstkontrakt aan de Kompanie te voldoen. Den 3=e smorgens quamen alle de Kanarijns in de stad, en verklaarden, dat zij niet langer zeeker in hunne Ne garij waaren, vermits de koning naar Triponitorre stond te rieg te keeren en ordre gegeeven had, na zijn Hoogh=t vertrek hunne Negarij in den brand te steeken, verzoekende derhal„ ven gepermitteerd te worden, om binnen de Fleche met hunne familien te moogen retireeren; doch zij zijn op onze nadere verzeekering Gepast op de Nev WelEdelen 1700 G. Oisek benoodig Edelen Eerbiedige Beant chap Indiase Regeer 40 verzeekering van 'skomp s protexie en op de aan hen vertoon nadeelige gevolgen voor hen, weder naar hunne Negarij keerd. Wij bieden hiernevens sub N=o 18. teffens aan een kopij van klachtschrift, het welk door de Hoofden en gemeente van kanarijnsche pagood aan ons is gepresenteerd. Nadien de Koning op onzen laasten brief van den 2=e deezer geen antwoord zond, hebben wij gisteren morgen, door den Tolk daarom laaten vraagen, en de koning heeft geantwo dat de rouwceremonien hem beletteden om daar op te an„ woorden, doch dat hij zulx binnen korten zal doen en zijn eersten Minister zenden om met ons te konfereeren, dat hy geene quaade intentsie tegen ons heeft, doch dat de door ons uitgezette wachten hem bedroefden. vide relaas vand Tolk sub N=o 19. Wij hebben derhalven om den koning eenig zints te gemoet te koomen, en tot de onderhandeling te animeeren de wacht op Kalwetti ingetrokken, en daar man het gewoone komp: van sipais gelaaten, doch om de wach in de kanarijnsche Bazaar intetrekken, hebben wij nie raadzaam geoordeeld, voor de koning de belofte doed, de kanarijns niet te zullen molesteeren, alzoo wij wel ver„ zeekerd zijn, dat zijn Hoogheid alleen na een geleegenhen wacht om eenige der Hoofden opte pakken, en zich aan hem te wreeken; om echter daar in ook een verandering te maaken, hebben wij het eene kanon; het welk op den geme„ nen weg. stond, ingetrokken, en kapitain von Mittman door kapitain Decan laaten aflossen. Bij He Bij voorm: Relaas blijkt ook, dat de koning het niet aanbrengen van rijst wil schuiven op de vreeze, die zijn volk voor onze wachten heeft, en dat hij nopens den verkoop van rijst aan M=r Porrnij ver klaard, dat Uw Weledele Gestr: Groot achtb: daar van kennisdraagd; mitsgaders dat hij nopens het Engelsch traktaat zich als noch gedraagd aan het koncept, het welk M=r Porrng aan Uw weledele Gestr: Grootachtb: heeft overgegeeven. Wij hoopen dat de koning tot in keer koomen en de zaak op de, beste wijze zal zoeken afte doen, en het zal ons tot bezonder, satisfaksie strekken, in dien onze handelwijze in deezen de geëërde goedkeuring van uwweledele Gestr: Grootachtb: mag wegdraagen; terwijl wij met veel eerbied en trouwe blijven. /:onderstond:/ weledele, Gestrenge, Grootachtb: Hooggebiedende Heer„ Uwerweled: Gestr: Groot achtb: onderdaanige en Getrouwe Dienaaren /was get/ I: L: Van Spall, I: W: H: van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haesten, Arnold„s Lunel en J: A: Eversdijck /in margine / Koetsiem den 8 Aug=s 1790 bekaet. Akkordeerd. Arnold„ Lunel Gepast op de Neve WelEdelen G. Eisch benoodig 4 4 100 Eerbiedige Beant hap p Indiase Regeer „ 100 Not D Brade 74 Sekreele Resoluuitsie genoomen in Raade van Malabaar ter stede Koetsiem Vrijdag den 22=e Iuli 1791. voormiddags om elf uur. present. dd: Heer Opperkoopman, secunde en Hoofdadminist=r Jan Lambertus Van Spall, VE: Majoor en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhardt, DE: Koopman, Fiskaal en Kossier M:r Jan Willem Hendrik van Rossum, HE: Onderkoopman en Pakhuismeester Iohan Adam Cellarius, DE: Onderkoopman en Dispencier Willem Van Haesten„ dE: Onderkoopman en sekretaris van polietsie Arnoldus Lunel en DE: soldij Boekhouder Iacobus Adrianus Eversdijck absent De Weledele Gestrenge Grootachtbaare Heer, Raad Ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur Johan Gerard Van Angelbeek. naar Kolumbo. Is goedgevonden en verstaan, den volgens Resoluuitsie van gisteren afgegaanen brief aan den Koning van Koetsiem, hier bij intelijven. Koncept brief door den E: Politieken Raad geschreeven aan den Koning van Koetsiem den 21=e Juli 1791. Wij Gepast op de Nev WelEdelen G Oiser benoodig zin Edelen N„o 11. 100 Eerbiedige Beanl 31 Indiase Regee 100
English
We have received Your Highness's letter of yesterday, in which Your Highness states that the draft of the contract concluded by Your Highness with the English Company concerning the Northern territories has been handed over to the Honorable Governor by Mr. Powney. That draft is still in our possession; but since the contract has now been approved by the Government of Madras and sent ratified to Your Highness, we have requested in our previous letter that Your Highness send the same to us, in order to be compared against the above-mentioned draft. We still persist in this demand, and request that before Your Highness proceeds further concerning that contract with the English Company, it first be sent to us. May God preserve Your Highness. It was subscribed: Translated as such into Malayalam by me, Cochin, dated as above. It was signed: J. M. Truijens, Sworn Translator. After reading the plan drawn up by the Honorable Secunde Van Spall in compliance with yesterday's Resolution of this board, to attack the Palace of the King if he should assail the Company's detachment at the Canarese Pagoda in order to seize some Canarese, it was resolved and agreed to approve the same as it lies and to insert it below. Draft of a Plan, in case the King of Cochin should attack the guard placed by the Company before the Canarese Pagoda. The aforementioned guard before the Pagoda is commanded by Captain Johannes Von Mittman, and consists of: 34 Europeans, namely: 1 Captain 3 Ensigns 5 Sergeants 4 Corporals 1 Surgeon's Mate 20 Privates 78 Easterners, of whom: 1 Captain 1 Lieutenant 2 Ensigns 4 Sergeants 7 Corporals 63 Privates 98 Malabar Sepoys, namely: 1 Captain 1 Lieutenant 1 Ensign [illegible] 1 Ensign 5 Sergeants 5 Corporals 84 Privates Attached thereto are: 4 Cannons of 3-lb caliber and 1 Hand mortar with 18 European Artillerymen, namely: 2 Lieutenants 2 Bombardiers 4 Gunners 10 Matrosses 44 Native Artillerymen. To this detachment shall also be added: 1 European Ensign 2 Ditto Sergeants 2 Ditto Corporals and 20 Private Sepoys. At Calvetti there already stands a corps under Captain Pieter Joseph Decan, which consists of: 33 Europeans, namely: 1 Captain 4 Ensigns 2 Sergeants 2 Corporals 3 Drillmasters 1 Surgeon's Mate 20 Privates 100 Malabar Sepoys, namely: 1 Captain 1 Lieutenant 1 Ensign 5 Sergeants 5 Corporals 86 Privates 9 European Artillerymen, namely: 1 Lieutenant 2 Gunners 6 Matrosses 16 Native Artillerymen Attached thereto are: 2 Cannons of 3-lb caliber. To this corps shall be added: 21 Private Europeans 24 Malays 88 Malabar Sepoys 6 European Matrosses with 1 6-lb Howitzer. Two prahus are armed, namely: 1 with 5 cannons of 4-lb 1 with 6 cannons of 4-lb, and 4 Swivel guns. On each of them shall be placed: 1 European [illegible] 1 European Non-commissioned Officer 4 Ditto Grenadiers 4 Malabar Sepoys 2 European and 4 Native Artillerymen. If the detachment under Captain Mittman should be attacked, he shall place the small detachment of 1 Officer and 24 men added to him inside the Pagoda, to secure it against looting, and defend himself against the assault, seek to repel them, march straight thereafter to the Palace, and capture it. As soon as Captain Decan perceives that the detachment of Captain Mittman is being attacked, he shall march with his detachment along Mattancherry before the Palace of the King, attack it from that side, and seek to take it. Then the prahus shall also let themselves be drawn before the Palace in order, if necessary, to defend the detachment. The general command over both detachments is assigned to the senior Captain Johan Frederich Von Struve, who, immediately when the detachment of Captain Decan marches, shall join it and issue the necessary orders. The Captain Commandant of the Artillery, Ferdinand Kasper Heupner, offers to march with this command to supervise the artillery accompanying it himself. Consequently, Captain Lieutenant Vogt shall hold command over the artillery in the city for that duration, and Lieutenant Caspar Heupner must report to the Arsenal to dispense the necessary items from there. Should it come to the point that the Palace of the King is taken into possession, all buildings inside it must immediately be occupied again, and above all care must be taken that no looting occurs therein, and a strong detachment must immediately be sent again to the Pagoda to reinforce the detachment left there, in order to prevent looting. The alarm signal by day shall be seven cannon shots fired in rapid succession from the main rampart, the hoisting of the flag on the tower, and the beating of the drums on the parade ground. [illegible]
Dutch transcription
Wij hebben Uw Hoogheids brief van gisteren va „vangen, waar bij uw Hoogh=d zegd, dat het konceps van het door uw Hoogheid met de Engelsche kompa gemaakt kontrakt nopens de Noordelijke landen do„ den Heer Pownij aan den Edelen Heer Goeverneur is overgegeeven: — Dat koncept berust noch bij ons„ doch vermits het kontrakt nu door de Regeering van Madras geapprobeerd, en geratificeerd aan uw Hoogheid gezonden is: zoo hebben wij bij onzen voorigen brief begeerd, dat uw Hoogheid hetzelve na ons zoude zenden, om teegen het bovengem: koncept gekonfronteerd te worden. Wij blijven bij deezen eijs als noch persisteeren, en verzoeken, voor dat Uw: Hou „heid nopens dat kontrakt met de Engelsche Kompenie verder handeld, het zelve aan ons eerst toetezenden. God bewaare uw Hoogheid. /onderstond/ zoodanig door mij in het Malabaarsch overgezet, Koetsiem dato als booven /was get:/ J: M: Truijens, Gezw: Na lekture van het door den E: Secunde Van Spall, in voldoening aan de Resoluuitsie deezer tafel van gisteren ontworpen Plan, om het Palais van den Koning te attagi „eeren, indien hij skompenies detachement bij de kana„ „rijnsche Tagood mogt aantasten, om eenige Kanarijns opteligten Translateur. opteligten, is goedgevonden en verstaan, hetzelve, zoo„ als het ligd, te approbeeren en hier onder te insereeren. Ontwerp van een Plan, in kas de koning van Koetsieon de kompenies gestelde wacht voor de Kanarijnsche Pagood mogt attaqueeren. De voorm: wacht voor de Pagood word gekomman¬ „deerd door Kapitain Johannes Von Mittman, en bestaat uit 34. Europeeschen, als: 1. Kapitain. 3. Vaandrigs. 5. Serjants: 4. Korporaals 1. Ondermeester 20. Gemeenen. 78. Oosterlingen, daarvan 1. Kapitain. 1. Luitenant. 2 Vaandrigs. 4. serjants. 7: Korporaals. 63. Gemeenen. 98. Malabaarsche Sipais, als: 1: Kapitain. 1. Luitenant. 1. Vaandrig. Gepart op de Neve WetEdelen G. Oiser benoodig zin Edelen Hoo Eerbiedige Beaul Ha Indiase Regeer chappen 6 100 A 1. Vaandrig 5. Serjants 5. Korporaals. 84. Gemeenen. Daar bij zijn 4. Kanons van 3 lb. kaliber en 1. Handmortier met 18. Europeesche Arthilleristen; als: 2: Luitenants. 2. Bombardiers 4. Kanoniers. 10. Handlangers. 44. Inlandsche Arthilleristen. Bij dit detachement zal noch gevoegd worden, 1. Europeesche vaandrig 2. do —: serjants. 2. do korporaals. en 20 Gemeene Sipahis. Op kalwetti staat reets een koor onder den Kap„ „tain Pieter Joseph Decan, het welk bestat uit 33. Europeeschen, als: 1. Kapitain. 4. Vaandrigs. 2. Serjants. 2. korporaals. 3. Drilmeesters. m 1. Ondermeester m 1. Ondermeester 20. Gemeenen 100: Malabaarsche Sipahis, als: 1. Kapitain 1. Luitenant 1. Vaandrig 5 Serjants 5 Korporaals 86 Gemeenen 9. Europeesche Arthilleristen, als: 1. Luitenant 2. Kanoniers 6. Handlangers 16. Inlandsche Arthilleristen Daar bij zijn: 2. Kanons van 3 lb: Kaliber Bij dit koor zal gevoegd worden 21. Gemeene Europeeschen 24. Malaiers. 88. Malabaarsche Sipahis 6. Europeesche Handlangers met 1. 6=do Haubits. Twee Gamels zijn gearmeerd; als: 1. met 5. kanons van 4. lb 1. „ 6. — „ „ „ en 4 Draaibassen. Op ieder derzelve word geplaatst. 1. Europeesche Gepast op de Neve WelEdelen G. Eijsch benoodig zin 4 100 Eerbiedige Bean Indiase Regee Den 100 1. Europeesche Onderofficier 4. do Grenadiers 4. Malabaarsche sipahis. 2. Europeesche en 4. Inlandsche Arthilleristen Als het detachement onder kapitain Mittina„ mogt geattaqueerd worden, dan plaatst hij het„ hem toegevoegd kleen detachement van 1. Officie en 24e. Man in de Pagood, om dezelve voor plaa te beveiligen, en verdeedigd zich tegen de Aanval tracht hen te verjaagen, marcheerd daarna der naar het Palais, en neemt hetzelve in. zodra kapitain Decan gewaar word, dat het de „chiment van kapitain Mittinanh geattaqueerd word, dan marcheerd hij met zijn detachement la„ Mattan seeri voor het Palais van den Koning attaqueerd hetzelve van dien kant, en tracht heb in teneemen. Dan laaten ook de Gamels zich mede tot voor Salaistrekken, om; als het noodig is, het de tach „ment te defendeeren. Het generaal kommando over beide de tachement word opgedraagen aan den oudsten kapitain Johan Frederich Von Struve, die daadlijk als het ditachement van kapitain De Cam marcheerd steld. De kapitain Kommandant van de Arthillerij Ferdinant Kasper Heupner bied zich aan met dit kommando te marcheeren, om zelfs toe„ „zicht over de daar bij zijnde Arthillerij te hebben, Derhalven zal de kapitain Luitenant Vogt zoo lange het kommando over de Arthillerij in de stad voeren, en de Luitenant Ias Kasper Heupner in het Arsenaal zich moeten vervoegen, om daar uit het noodige te verstrekken. Indien het daar toe koomen mogte, dat het Palais van den koning word, in bezit genoomen, moet ten eersten alle gebouwen, die daar in staan, wee bezet en vooral gezorgd worden, dat daar in niet geplunderd word, en moet ten eersten weder een sterk detachement naar de Pagood gezonden worden, tot versterking van het aldaar gelaaten detachement, om het plunderen te beletten: Het zein van allarm zal weezen bij dag, zeeven kort op malkander volgende kanonschooten, van de kapitaale wal, het opheizen van de vlag op de toorn, en het slaan der trommen op de parade marcheerd, zich daar bij voegd en de noodige order„ plaats. Gepast op de Ne Met Edelen G. Eijsch benoodig zijn sta dito Hoo Eerbiedige Beaul 1 Indiase Regeer happe 1 Aa 14009 Den het de
English
place; and by night, instead of the flag, two burning pitch wreaths on the gallows at the Quay and one at the Point Holland. Upon the making of this signal, the following shall be observed: The company of Clerks with their Officers, consisting of 50 heads, shall immediately appear before the Secretariat of Police, to await orders there. And the Company of white Burghers with their officers, consisting of 100 heads, shall assemble before the Main Guard, to await further orders there. All Craftsmen shall gather before the smithy. The Bread Bakers shall immediately have as much bread baked as is possible. The Dispenser shall immediately provide as much rice, salted meat, dried fish, salt, oil, etc., to the appointed Master Bakers as shall then be ordered. and the rest that is required on that occasion. Koetsiem, the 22nd of July 1791. Signed: I: L: Van Spall. It is also agreed, in absence thereof in the Honorable Company's stores, 78 to purchase from private individuals five leaguers of Arrack and five hundred pounds of dried fish, in order to be able to make the necessary provisions to the people if the above-mentioned plan should be carried out. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabaar, at the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid. Signed: I: L: Van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: Van Rossum, I: A: Cellarius, W: V: Haesten, Arnoldus Lunel, and J: A: Eversdijck, Secretary. Agreed. Arnold Lunel [illegible] Koetsiem To the Honorable Political Council Honorable, prudent, discreet sirs. The measures taken by Your Honors and communicated to me by letter of the 8th of August against the King of Koetsiem are hereby approved, as being suited to the circumstances in which one finds oneself. In the same manner, I approve the letters and oral messages and replies to the king and Gowenda Menon mentioned therein. In particular, I approve the drafted plan to take possession of the king's palace, in case he should attack the Honorable Company's detachments with arms. I hope that it may not come to that, but if the king has the audacity to attack the Company hostilely, this plan must be executed without loss of time, and the king's people must be attacked and driven off wherever it can be done. But above all, care must be taken that the temples in the palace are not violated in any way, and that the Brahmins and Servants of the temples are likewise not offended. As soon as these measures become necessary, Your Honors must notify the King of Trevankoor that the hostile conduct of the King [illegible] No 12. of Koetsiem has forced Your Honors to this, and that he will be restored in everything as soon as he desists from his acts of violence. In all disputes with the frequently mentioned king, I have always made fruitful use of the negotiations of the Company's merchant Anta Settij; by this means, the worst consequences could often be prevented. Since with God's help I intend to be back there at the end of October, I recommend that Your Honors, if the disputes with the frequently mentioned prince cannot be settled, at least keep them lingering until my return, not doubting that I will soon bring him to reason. To cooperate in this, I send the accompanying letter to His Highness, which Your Honors, after having taken copies in both the Malabar and Dutch languages, may have delivered by the Interpreter. Since I intend to pay a visit to the King of Trevankoor and His Highness will undoubtedly speak with me about this matter, the Interpreter should bring the Malabar copies of the letter from the King of Koetsiem to me, wherein he promises to no longer trouble the Canarins, and of the further proofs of that nature. The Interpreter must also bring copies of the last contract with Trevankoor made by Mr. Kunis, both in Dutch and in Malabar. But the time when he must depart from Koetsiem, I shall determine later. I am now sending overland the Commander Ian Kasper Nieuhuis of Attendorn and 80. [illegible] and the Quartermaster Fredrik Rune of Lage, to bring over the vessel of the Equipment Master Van Blankenberg, which the Company will take over from him at a fair price. With that vessel, as many provisions can be sent as the space allows. Wherewith, after greetings, I remain beneath. Honorable, prudent, discreet sirs, Your Honors' good friend, signed: I: G: van Angelbeek. In the margin: Kolumbo, the 8th of September 1791. Secretary. Agreed. Arnold Lunel [illegible]
Dutch transcription
plaats; en bij nacht, in steede van de vlag, tw brandende pikkransen op de bok aan de Kaai een op de Punt Holland Op het doen van dit zein, word het volgende o „serveerd: De kompenie Pennisten met hunne Officieren, staande uit 50: koppen, verscheinen daadlijk voor sekretarij van Polietsie, om daar orders aften achten En de Kompenie blanke Burgers met derzelver o „kieren, bestaande uit 100: koppen, koomen voor Hoofdwacht te zaamen, om daar nadere ordersea „wachten. Alle Ambachtslieden vergaderen zich voor de so „winkel. De Broodbakkers laaten aanstonds zoo veel broot bakken, als mogelijk is. De Dispencier geeft ten eersten zoo veel rijst, gezon Vleesch, Karwaat, zout, Oli etc: aan de daar toeg „stelde Bakmeesters, als dan zal worden gelast. en het verdere, dat bij die geleegenheid vereischt Koetsiem den 22=e Juli 1791. /:was get:/ I: L: Van Spall. Ook is verstaan, mits ontstentenis bij DE:s Kompena van 78 van partikulieren inte koopen vijf leggers Arak en vijfhonderd ponden karwaat, om, indien het bovengem: Han mogt worden uitgevoerd, aan het Volk de noodige verstrekking te kunnen doen. Aldus gedaan, geresolveerd en gearresteerd in Raade van Malabaar, ter stede Koetsiem, ten dage„ maand en Jaare voormeld. /getz:/ I: L: Van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: Van Rossum, I: A: Cellarius, W: V: Haesten, Arnold„s Lunel en J: A: Eversdijck„ Sekrits Akkordeerd. Arnold Lunel Gepast op de Neu Wel Edelen G. Oiseh benoodig zin Edelen Goo Eerbiedige Beaul Ha fndiase Regeer appen 1 1o09 en D Srabe epast op de Nev MetEdelen G. Eijsch benoodig in dele 100 Eerbiedige Beanl 1 neliase Regee 100 Skoelsiem Aan den E: Politieken Raad Erntfesten, voorzienigen, Diskreeten. De door uw E=d genomene, en mij ^ brief van den 8e Augus¬ „tus bedeelde maatregelen tegen den Koning van Koeksiem worden bij deezen geapprobeerd, als geschikt zynde naar de omstandigheeden, waar in men zich bevind In zelver voegen approbeere ik de daar bij vermelde brieven en mondeling boodschappen en antwoorden aan den koning en Gowenda Menon. Inzonderheid keure ik goed het ontworpen plan om het pallois van den koning in bezit te neemen, in dien hij 'Skomp=s detachementen met de wapens mogt aantasten. Ik hoope, dat het zoo ver niet moge koomen doch wanneer de koning de stondheid heeft, van de kompe vijandig aan te lasten: zoo moet dit plan zonder tyd verlies ter uitvoer gebragt, en Skonings voek overal, waar het geschieden kan, geattaqueerd en verdreeven worden. Doch vooral moet zorg gedraagen worden, dat de tempels in het pallins in geener hande manier gevioleerd worden, en dat de Brauineezen en Bedienden van de tempels almede niet beleedigd worden. zoo dra deeze maatregelen noodzaakelyk kos moeten uwE.: den koning van Trevankoor kennis geeven, dat het vijandig gedrag van den Koning epast op de Ne Wel Edelen G. Eysch senentig 1700 Eerbiedige Brant Indiase Regee 10 1400 N o 12. koning van koeksem uw E:s daar toe gend „zaakt heeft en dat hij in alles hersteld zal wo zoo dra hij van zijne geweldenarijen afziet Ik heb mij in alle twistgedingen met meermelden koning Steets met vrucht bedie„ van de onderhandeling van 'Skomp=s koop Anta Settij, hier door kunnen dikwils de ergste gevolgen voorgekomen worden. wijl ik met Godes hulpe in 't laast van oktober weer denke ginter te zijn, zoo rekommandeer ik uw E=s om de geschillen met meerm: vorst, zoo ze niet bijteleggen zyn ten minsten tot mijne terr „komst draalende te houden niet twijffelende, of ik zal hem wel Schielijk tot reeden brengen Om hier toe mede te werken, zeude ik neeven „gaanden brief aan zyne Hoogheid, die uw Ed=e na zoo wel van het Malabaarsche als Nederduik kopijen genoomen te hebben, door den Tolk kun laaten bestellen. wijl ik bij den koning van Trevankoor denke een besoek afteleggen en zine Hoogheid binken twijffel over dit geval met mij spreeken zal zoo diend de folk de Malabaarsche kopijen van den brief van den koning van koetsiem aan mij, waar bij hij beloofd de kanarijns met meer te zullen moeyen, en van de verdere bewyze van dienaart mede tebrengen. Ook moet de Tolk medebrengen, afschriften van het laaste kontrakt met Trevankoor door den Heer kunis gemaakt, zoo wel in het Nederduitsche als in het Malabaarsch. Doch den tijd, won „ neer hij van Koetsiem vertrekken moet, zal ik nader bestemmen. Ik zende thans over land de Gezaghebber Ian Kasper Nieuhuis van Atendorf en 80. C JL„ Sorabe en den vice Quartiermeester Fredrik Rune van Lage, om het vaartuig van den Equipasie„ „meester van Blankenberg over te brengen het welk de komp:e van hem tegen een billyken prijs zal overneemen Met dat vaartuig kunnen zoo veel speis ge „zonder worden als de ruim te toelaat Waarmeede na groete blyve /onderstond /. Erntfesten, voorzingen, Diskreeten uw E: goede vriend /getl / I: G: van Angelbeek /in margine kolumbo den 8=e September 1791. sekrit„ Akkordeerd Arnold Lunel Gepast op de Neve Wel Edelen G. Oiseh benoodig in le ƒ Hoo Eerbiedige Biant 3 Indiase Regee happe 1 1400 A„ 1 awa de tober k kun n binken vi bewyse nvan het de d Heer scho Woons ben dorf
English
81 No. 13. Draft letter written by the Honorable Political Council to the King of Koetsiem on 26 July 1791. We have received Your Highness's letter, and in consequence thereof, Your Highness's Prime Minister has been with us along with two other ministers. They made known to us that upon Your Highness's arrival at the palace, all matters would be negotiated, and requested in Your Highness's name that the guards deployed by us might be withdrawn or at least reduced. We answered them that if Your Highness, or Your Highness's Prime Minister, will bind himself in writing to us not to molest the Canarins in the slightest for as long as the negotiations last, nor to summon them to the Court, and that should this be violated, we may immediately take reprisals in that regard, we shall then immediately withdraw our guards posted for the protection of the Canarins' pagoda, which Your Highness himself has necessitated us to do, and leave only a small guard at the pagoda. The said ministers declared thereupon that they have no qualification for such an engagement, but that they would report our request to Your Highness. We therefore inform Your Highness of this herewith, and declare that if Your Highness is pleased to make the aforementioned promise and obligation to us in a letter, we, for the sake of friendship, shall immediately withdraw our guards and leave only a small guard at the pagoda, when we, upon Your Highness's arrival at the palace, can enter into further negotiations concerning the matters in dispute. May God preserve Your Highness. Below stood: Thus translated into Malabar by me, Koetsiem, date as above. Signed: M: Truijens, Sworn Translator. Agrees, Arnold Lunel C L Swabe, Secretary Translation of the ola written by the Prime Minister Gowinda Menon to the interpreter Truijens, received on 27 July 1791. What I negotiated on the 25th of this month with the Honorable Political Council is well known to you; and when I requested Their Honors to withdraw the guards that the Company has newly deployed at Mattanseere and the Canarins' bazaar, they demanded a written proof from me with the promise that so long as the matter of the Canarins is negotiated and settled according to custom with the Council upon the arrival of my master here at the Court, the Canarins would be left unmolested, and that then the guards would be withdrawn. This I do hereby, and promise to leave the Canarins unmolested as long as the matter is conferred upon by my master himself with the Council and settled according to custom. You will please make this known to the Second and the Honorable Political Council, and arrange that the guards deployed at the aforementioned places be withdrawn. I request that an answer concerning its execution be sent to me hereupon. Signed by the said Minister. Below stood: For the translation, Koetsiem, date as above. Was signed: J: M: Truijens, Sworn Translator. Agrees, Arnold Lunel C L Swabe, Secretary No. 15. Translation of the ola written by the King of Koetsiem to the Honorable Political Council, received on 27 July 1791. We have received Your Honors' letter and seen from it that our ministers have been with Your Honors and conferred on all the matters. Our ministers have also given us a detailed report of everything that was transacted. We hope that the newly deployed guards at Mattanseeri and the Canarins' bazaar, concerning which our Minister Gowinda Menon has already written and made everything known in his ola, will be withdrawn, and concerning the matters, we shall negotiate further at our meeting. We request that an answer be sent hereupon stating that the guards have been withdrawn. At the side was impressed the coat of arms of His Highness. Below stood: For the translation, Koetsiem, date as above. Signed: J: M: Truijens, Sworn Translator. Agrees, 83 Arnold Lunel C L Swabe, Secretary 84 No. 16. Draft letter written by the Honorable Political Council to the King of Koetsiem on 29 July 1791. We have received Your Highness's letter, but since it does not contain the promise and assurance that we requested from Your Highness in our letter, we cannot reduce the deployed guards. If Your Highness, however, will still promise in a letter to leave the Canarins unmolested until the negotiation between us and Your Highness shall be concluded, and not to summon them to the Court during that time, then we promise, as was also done to Your Highness's Minister, to withdraw the guards and leave only a small guard at the pagoda. May God preserve Your Highness. Below stood: Thus translated into Malabar by me, Koetsiem, date as above. Signed: J: M: Truijens, Sworn Translator. Agrees, Arnold Lunel C L Swabe, Secretary
Dutch transcription
81 N13. Koncepl Brief, door den E: Politie „ken Raad geschreeven van den koning van Koetsiem den 26 te Juli 1791. Wij hebben uw Hoogheids brief ontvangen, en in ge„ „volge van dien, is uw Hoogheids eerste Minister met twee anderen Ministers bij ons geweest, zij hebben aan ons te kennen gegeeven, dat met uw Hoogheid komste, aan het Palais over alle zaaken zoude gehandeld worden, en uit uw Hoogheids naam, vertocht, dat de door ons uitgelekte, wachten mogte ingetrokken of ten minsten verkleind worden, wij hebben aan hun geantwoord, dat indien uw Hoogheid dan wel uw Hoogheids eerste, Me„ „nister schriftlijk bij ons verbinden wil, de hanarijns tot zoo lange de onderhandelingen, duuren in het minste niet te mollesteeren, noch hun aan het Hof te ontbieden, en dat wanneer daar teegen mogte„ gehandeld worden wij ten eersten daar over represailijk neemen, mogen, dat wij als dan onze thins uitgehette wachten tot bescherming van de kanarijnse hun pagoot waar toe uw Hoogheid zelfs ons genood„ „zaakt heeft, ten eersten, intrekken, en alleene maar een kleen wacht bij de Pagood laaten zullen Gemelde Eerbiedige Beaulh Gepast op de Reven Wet Edelen G. Eischt benoodig zyn k Hoog ndiase Regeer chappen led va 100 eert Aan 9 door Gemelde Ministers hebben daar op verklaard, tot zoodanig verbintenis geen qualifikaatsie, te hebbe maar dat zij van ons begeerte aan dus Hoogheid rupport, doen. wij geeven dus daar van aan den Hoogheid bij diezen kennis, en verklaaren, dat inde Uer Hoogheid voorschreeven belofte, en verband een brief aan ons geliefd te doen, wij om de willen de Vriendschap ten eersten onze wachten intrekken en alleen een kleene wacht bij de Pagood laaten ^zullen. „wanneer wij met uw Hoogheids komste aan het Palais nader over de ingeschil, zijnde, zaaken, i onderhandeling, treeden, kunnen God Bewaare, Uw Hoogheid. /onderstond:/ zoodanig door mij in 't Malabaarsch overgehet koetsiem dato als vooren. /:getq: / M: Truijens G, Transl: Akkordeerd Arnold Lunil CLSwabe sekret. s Eerbiedige Biant part op de Nedenstaan Wel Edelen Hoog G Eischt benoodig zijn 1o Edelen ƒ Jndiase Regeer pen A 11009 9 door Translaat ola door den eersten Miniester Gowenda Menon geszz: aan den Tolk Truijens, ontr: den 27. Juli 1791. Het geen ik op den 25e dezer met den E Poli„ tieken Raad verhandeld hebbe, is uw: wel bewust en toen ik haar Edele verzochte om de wachten die De: Companie op Mattariseere en de Kana„ „rijns bazaar op nieuw uitgezet heeft, in te trek„ „ken, hebben dezelven van mij een schriftlijk bewijs begeerd met belofte dat zoo lange de zaak van de Kanaryns met de komste van mijn Meester alhier aan het Hof met den Raad verhandeld en volgens gebruik afgedaan wordt, de kanarijns ongemoeid zouden gelaaten wor„ „den, en dat als de wagten zullen ingetrokken worden, Dit doe ik bij deezen en beloove de Ka„ „narijns ongemolesteerd te laaten, zoo lange de zaak door mijn Meester Zelfs met den Raad gekonfereerd en volgens gebruik zullen afge„ daan worden UWE: gelieve zulx aan den Heer No 14. 82 sekunde Eerbiedige Beaulh Gepast op de Nevenstaan Hoog k G. Eijscht benoodig zijn so Edelen Wel Edelen Jndiase Regeer schappen t Aan De 14009 door d schunde en den E. Politieken Raad bekend ten „ken en te bezorgen, dat de uitgezette wacht op voorm: plaatsen ingetrokken worden verzoeke van dies uitvoering mij hier op an „woord te zenden. Geteekend door gem: Minister /:onder stond voor de Translaatsie Koetsiem dato als /was geteekend:/: I: H: Truijens Gezwoore rams Accordeert Arnold Lune Seki Swabe Eerbiedige Bear Caparl op de Nevens Willdel Vooy G. Eischt benoodig zin Edelen K Jndiase Regeer schappen t Aan 1 1009 00 E a N„o 15. Translaat Ola door den Koning van Koetsiem geschreeven aan den E: Politie ken Raad, ontvangen den 27=e Juli 1791. Wij hebben uw Edelens brief ontvangen en daar uitgezien. dat onze Ministers bij Uw Edelens zyn geweest, en over alle de zaaken gekonfereerd hadden. Onze Ministers hebben ook al het verhandelde ons omstandig verslag gedaan. Wij hoopen, dat de op nieuw uitgezette wachten op Mat„ „tanseeri en de Kanarijnsche bazaar, waar over onzen Mi nister Gowinda Menon reets bij zijne Ola alles geschreven en bekend gesteld heeft, zullen ingetrokken worden, en nopens de zaaken zullen wij bij onze ontmoeting nader verhandelen. Wij verzoeken hier op antwoord te zenden, dat de wachten ingetrokken zijn. Ter zijde stond het wapen van zijn Hoogheid gedrukt /:onderstond/ voor de translaatsie, koetsiem dato als boven /getp:/ J: M: Truijens, G Transl: Akkordeerd 83 Arnold Lunel. Eerbiedige Beaulh Gepast op de Nevens WelEdelen 4700g G. Oisch1 benoodig zin H Edel k Jndiase Regeer kappen led Aan 1400 9 door 1„ sekert 10. ƒ Eerbiedige Biant part op de Nevenslaa WelEdelen Hoog G. Oischt benoodig zijn 1o Edelen K Jndiase Regeer scheppen ted 1 Aa 1o0g 1 9 door en 84 C C Strabe No. 16. Koncept bref door den E Politie„ ken Raad geschreeven aan den koning van Koetsiem den 29=e Juli 1791. Wij hebben uw Hoogheids briefs ontvangen, doch ver„ „mits dezelve die belofte en verzeekering niet behelsd, die wij bij onzen brief van UW E Hoogheid begeerd hebben zoo kunnen wij de uitgezitte wachten niet verminderen, Indien uw Hoogheid echter als noch bij een brief wil belooven, de Kanaryns ongemolesteerd te laaten tot de onderhandeling tusschen ons en Uwe Hoogheid zal afgeloopen weezen en zoo lange hen niet aan het Hof te ontbieden, dan belooven wij, zoo als dit ook aan Uw Hoogheids Minister is gedaan, de wrachten inbetrekken, en alleen een kleene wacht by de Pagood te laaten God bewaare uw Hoogheid. /:onderstond/ zoodanig door mij in het Malabaars overgezet Koetsiem dato als boven /getl:/ I: M: Traijens G: Transl=t Akkordeerd. Arnold, Luwel Eerbiedige Beaul Gepast op de Nevensta WelEdelen Hoog G. Eijschte benoodigt zin sta Edelen k Jndiase Regeer schappen ert Aan De baa 1009 door sekret:s Eerbiedge Biant pert op de Revensla Wel Edelen G. Oisch benoodig zijn Edele K Hoog Jndiase Regeer Kappen er Aa „ 1o0g
English
G 85 No. 17. Translation of an Ola written by the King of Koetsiem to the Honorable Political Council, received the 1st of August 1794. We have received Your Honors' letter and understood from it how the withdrawal of the posted guards is to be handled. It serves as an answer to this that the present actions will cause our enemies to make many remarks about it, as if we are in great enmity with the Honorable Company, to which we have given no cause that is contrary to ancient custom, and if the Canarins should have complained about anything, the same can be properly arranged by negotiation between us. We therefore hope that Your Honors will arrange everything properly and answer us regarding this. In the margin was stamped the coat of arms of His Highness. Beneath stood: for the translation, Koetsiem, date as above. Signed: J: M: Truijens, Sworn Translator. Arnold Lunel Agreed. [illegible] 86 No. 18. Draft letter written by the Honorable Political Council to the King of Koetsiem, the 2nd of August 1791. At the request of Your Highness's First Minister to withdraw the guards posted by us on account of the mourning ceremonies of Your Highness, after the celebration of which Your Highness would enter into negotiations with us, we promised on that occasion to do so, provided Your Highness gives a written promise not to molest the Canarins in the slightest. But until now this has not been done, at least we do not find that promise in the letter received yesterday from Your Highness. And since the mourning ceremonies of Your Highness will end today, for which reason alone it was requested that our guards might be withdrawn, that withdrawal has already become unnecessary. We therefore request Your Highness, according to his promise made, to enter into negotiations with us after the mourning ceremonies, to determine the day in answer to this, when Your Highness pleases to send his Minister to us for that purpose. Furthermore, may Your Highness please, according to his promise, to send to us now the treaty ratified by the Government of Madras, in order to confront the same against the draft found among us. Kalliga Mallen comes to request us in the name of the Regidor of Paliporto to store 5000 bales of rice in the church there on account of the English gentleman Pownij, and whereas we have learned to our surprise that the said Pownij is said to have purchased a considerable quantity from Your Highness, which would be very contrary to the latest contract made between Your Highness and us, and contrary to the promise made by Gowinda Menon in the name of Your Highness, namely that the new delivery to the Honorable Company should take place, and this contract was to be concluded with the arrival of the Lord Governor. We must hope that this may be of no consequence, and that Your Highness will soon allow the delivery to us to proceed, which according to promise must be completed at the end of this month. May God preserve Your Highness. Beneath stood: thus translated by me into Malabar, Koetsiem, date as above. Signed: J: M: Truijens, Sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel [illegible] Secretary 87 19 Translation of an Ola written by the King of Koetsiem to the Honorable Political Council, received the 12th of August 1791. No. 19. We have received Your Honors' letter and understood from it that Your Honors, upon our request to withdraw the posted guards, had promised to do so, provided that we would give a written promise not to molest the Canarins in the slightest until matters shall have been negotiated, and since the mourning ceremonies have now ended, we might send our Ministers thither to enter into negotiations with Your Honors, and to determine the day for that purpose; furthermore, to send thither the ratified contract received from Madras. And regarding the rice, everything was perceived in detail in the said letter. Regarding the last two articles, we have verbally informed Your Honors through the interpreter Truijens during his presence here. Although Your Honors seek to obstruct the old friendship between us and the Honorable Company for the sake of petty matters, we are nevertheless not at all of that opinion, for the close alliance between us is such that when small disputes arise, they are always settled to satisfaction by negotiation, and this used to happen now as well, but that which Your Honors have now initiated against us is something that we cannot tolerate; all the more does this course of action surprise us, since Your Honors are well aware that we have an alliance with the English Company. May Your Honors therefore please settle the matter in the best manner, and furthermore disclose to us the reason for this alteration of Your Honors [illegible]
Dutch transcription
G 85 No. 17. Translaat Ola door den koning van Koetsiemn geschreeven aan den E: Politieken Raad, ontvangen den 1=e Aug=s 1794. Wij hebben Uw Edelens brief ontvangen en daar uit verstaan hoedanig met de intrekking der uitgezette wachten moeten gehandeld worden, Diend daarop tot antwoord, dat de tegen woordige behandelingen onze vijanden daar over veele aan merkingen maaken zullen, eeven of we in een groote vijan digheid met DE: Komp=e zijn, waar toe wij geen aanleiding gegeeven hebben, die strijdig is teegen het oud gebruik, en indien de kanarijns over iets mogte geklaagd hebben, zullen dezelve bij onderhandeling tusschen ons naar behooren kunnen geschikt worden. Wij hoopen derhalven, dat uw Edelens alles na behooren schikken en ons hier op ant woorden zullen. Ter zijde stond het wapen van zijn Hoogheid gedrukt /:onderstond/ voor de translaatsie, Koetfiem dato als boven /get:/ J: M: Truijens, G: Translr Arnold Lunel Akkogdeerd. Eerbiedige Beaul Gepast op de Nevenstaan Hoog ƒ G. Eijsch benoodigt zijn Ede Wel Edelen ded chappen Jndiase Regeer Aan 100 „ baa 19 door sekret:s C Srabe Eerbiedige Bianth part op de Nevensaan 100g ƒ Jndiase Regeer ppen 1 1 A 14009 door Wel Edelen G Oisch benoodig zijn Edele 86 No. 18. Koncept brief door den E: Politieken Raad geschreeven aan den Koning van Koetsiem, den 2: Augusts 1791. Op het verzoek van uw Hoogheids eersten Minister, om de door ons uitgezette wachten intetriekken wegens het rouwfeest van uwe Hoogheid, na welker celebraatsie Uwe Hoogh=ts met ons in onderhandeling zoude treeden, hebben wij bij die ge leegenheid beloofd dit te zullen doen, mits uwe Hoogheid schriftlijke belofte doed de Kanarijns in het minste niet te zullen molesteeren, Doch tot nu toe niet gedaan, ten minsten vinden wy die belofte niet bij den gisteren van uwe Hoogh=d ontvangenen brief. En vermits het rouwfeest van Uwe Hoogheid heeden eindigen zal, waarom alleen verzocht is, dat onze wachten mogten ingetrokken worden: zoo is die intrekking reets onnoodig geworden. Wij verzoeken uwe Hoogh=d derhalven, volgens zijne gedaane belofte, om na het rouwfeest met ons in onderhandeling te treeden, in ant„ woord deezes den dag te willen bepaalen, wanneer Uwe Hoogheid zijn Minister, ten dien einde bij ons gelieft te zenden. Voorts gelieve uwe Hoogh=d volgens deszelfs belofte het geratificeert traktaat door de Regeering van Madrag nu aan ons te zenden; om hetzelve tegen het bij onste vinden koncept te kunnen konfronteeren Kalliga Mallen komt ons uit naam van den Rasiadoor van Paliporto verzoeken, om 5000: ballen rijst in de kerk aldaar Eerbiedige Beaulh Gepast op de Nevenstaan 17009 ƒ Jndiase Regeer schappen led Aan 4o0g door Wel Edelen G. Eyscht benoodigt zijn so Edele aldaar te bergen voor reekening van de Engelsche He Towrnij, en terwijl wij tot onze verwondering vernoomen hebben, dat gem: Pornij een aanzienlijke quantiteit zijn van Uw Hoogheid zoude gekocht hebben, dat zeer strijd zoude zijn tegen het jongst gemaakte kontrakt, tussche Uw Hoogheid en ons, en tegens de gedaane belofte d Gowinda Menon uit naam van Uw Hoogheid, dat namentlyk de nieuwe leverantsie aan DE: Komp: 2 de geschieden, en dies kontrakt met de komste van den Heer Goeverneur stonde geslooten te worden. Wij m hoopen, dit van geen gevolgen mag zijn en Uw Hoogh de leverantsie aan ons spoedig zijn voortgang zal laake neemen, die volgens belofte in het einde van deeze maand moet afgeloopen zijn. God bewaare UW: Hoogheid: /onderstond) zoodanig door mij in het Malabaars overgezet, Koeff dato als boven /getz:/ J: M: Truijens G Transl=t Akkordeerd. Arnold Lunel Dwabe Sekret Eerbiedige Brant Coparl op de Nevenstaande Hooi k Jndiase Regeer eenschappen det Aan den Hoog door Wel Edelen G. Eijsch benoodig zijn Edelen 87 19 Translaat Ola door den koning van Koet„ siem geschreeven aan den E: Politieken Raad ontvangen den 12 Aug=s 1791. N„o Wij hebben uw Edelen brief ontvangen en daar uit verstaan, dat uw Edelen op ons verzoek om de uitgezette wachten intetrekken, beloofd hadden; zulx te zullen doen, mits dat wij schriftlijk be„ lofte zoude doen, de Kanarijns in het minste niet te zullen mo„ lesteeren, tot dat de zaaken zullen verhandeld zijn, en wijl thans het rouwfeest ten einde is, wij onze Ministers derwaards moegten zenden om met Uw Edelens in onderhandeling te treeden, en daar toe den dag te bepaalen: voorts het van Madras ont„ „vangen geratificeerd kontrakt dat heen te zenden. En nopens de rijst alles omstandig bij gemelden brief ontwaard. Aangaande de laaste twee Artikels, hebben wij met den Tolk Truijens bij zijn aanweezen alhier, uweledelens mondeling. laaten bekend maaken. Schoon uwEdelen de oude vriendschap tusschen ons en DE: Komp=te om de wille van geringe zaaken zoeken te verhinderen, echter zijn wij gansch van dat gevoelen niet, want de nauwe verbintenis tusschen ons is zoodanig, dat bij het ontstaan van kleene geschillen bij onderhandeling altoos naar genoegen afgedaan worden, en dit plachte thans ook te geschieden, doch het geen Uw Edelens thans tegens ons aangevangen hebben, is iets, dat wij niet tolereeren kunnen, te meer doed ons deeze handelwijze verwonderen, daar uw Ed=s wel bewust zijn, dat wij een verbintenis met DE: Engelsche Kompanie hebben. Uw Edelen gelieven derhalven de zaak op de beste wijze afte„ doen, en voorts ons de reeden van deeze uw Ed=s alteraatsie open te Eerbiedige Beanth Gepast op de Nevenstaan Hoog k enschappen dedaeet Aan „ 1009 Jndiase Regeer o MelEdelen G. Eijsch benoodig zin sa Edele
English
to lay. Since we have the full right to make all collections from our Canarese subjects that ancient customs entail, we have sent our people to them for that purpose; but they brought up one pretext after another to Your Honours, whereupon Your Honours, without taking the former customs into consideration, protected them. This protection must be regarded as if it were granted by our enemies; for the Dutch Company was not accustomed to do such against us. And although Your Honours have placed armed posts with ammunition and cannons on our lawful territory, and sent armed vessels across the river before our Palace, we nevertheless, on account of the old alliance between us and the Honourable Company, looked upon it all with patience; for this conduct is also contrary to the clear letter of our Treaty, whereby the boundary demarcations are expressly stipulated. Since we hope always to uphold our privileges, which we have exercised until now, we expect that Your Honours will withdraw the guards wrongfully posted anew, and arrange the matter in the best manner beforehand. In the time of the Portuguese here, the Canarese came to this coast, and our ancestors granted them a place of residence, and also permitted the building of their Temple, Tiroemale dewara. Aside from this, many gardens and lands in our Kingdom were given to the Canarese, and from the revenues of those lands the Temple is maintained and everything necessary is performed. The Canarese pay us the royal dues upon their Gardens and Lands. When a Canarese dies without leaving heirs, his estate is turned into money, and the same is divided equally between us and the Canarese Temple. The Canarese may adopt no one without our prior knowledge and the presentation of proof; besides these regulations there are still others, the proofs of which are to be found among them. From the coherence of all this, Your Honours can easily understand that the Canarese are our Vassals. About twenty years ago now, when our ancestors wished to punish a certain Canarese for his misdeeds, the Governor at that time, Senff, protected him. But having written about this to the Supreme Indian Government, the Honourable Mr. Moens was sent here to investigate and settle the matter. But because His Honour perceived upon that investigation that the Canarese were our Subjects, His Honour thereupon sent that Canarese with his family away from this coast, and his property was confiscated; from this one can easily deduce that the Canarese are our Subjects. At all Ceremonies, as well at mourning feasts as otherwise, various necessities are requisitioned from our Inhabitants, and from the Canarese only, sugar cane [illegible] and according to former custom, sugar cane was also demanded from them this time, but they brought up one pretext after another about this to Your Honours; and Your Honours have also, without tracing and considering the ancient usages, protected those people. We are well assured that if the Honourable Lord Governor were here, such would not have occurred. When Tipoe devastated our lands the year before last, and we suffered great damage and had a great lack of money, we made a demand for a certain sum of money from the Canarese, but they considered themselves aggrieved by this and lodged a complaint with our Honourable Lord Governor. But His Honour considered the ancient custom, gave the Canarese no room for it, and on the contrary had us assisted therewith. We therefore think that when Your Honours take these and many other ancient usages into consideration, you surely have no right to act against us in such a manner. May Your Honours also please to understand that we cannot fail to uphold the prerogatives of our ancestors, and will do our best to that end. We therefore expect that Your Honours will withdraw the posted guards and inform us when we may send our Ministers to Your Honours to confer about the matters, which shall then also take place; we await a prompt reply to this. Signed by His Highness. Below stood: For the Translation, Koetsiem, date as above. Signed: J: M: Fruijens, J Transl:t Agrees. Arnold Zunel Cl Swade Secret.
Dutch transcription
te leggen. Wijl wij het volkome recht hebben van onze Kanarijnsche On daanen alle invorderingen te doen, die de oude gebruiken m brengen: zoo hebben wij ons volk tot dat einde bij dezelven zonden, maar ze hebben een voor het ander bij UwEd=s voor bragt, waar over Uw Ed=s zonder de voorige gebruiken in overweeging te neemen, hebben dezelven geprotegeerd, deeze bes ming moet men aanmerken, of ze van onze vijanden verl is; want de Hollandsche Kompe plagte zulx tegens ons niet doen, en schoon uwEd=s op ons wettig grond gebiedl gewapend va Ammonietsie en Kanons gesteld, en gearmeerde Vaartuigen over rivier voor ons Palais gezonden hebben: echter hebben d uit hoofde van de oude verbintenis tusschen ons en DE: Ko„ alles met geduld toegezien; want dit gedoente is mede strijke tegen den klaaren letter van ons Traktaat, waar bij de l niet scheidingen uitdruklijk gesteld is, wijl wij onze voo rechten, dien wij tot noch toe geoeffend hebben, hoopend toos stand te houden, zoo verwachten wij, dat uw Ed=s de op nieuw ten onrechten uitgestelde wachten intrekken, en voor de zaak op de beste wijze schikken zullen. Ten tijde van de Portugeesen alhier, zijn de Kanarijns ter deezer kuste gekomen, en onze Voorzaaten hebben aan dezelve verblijff plaats verleend, en ook tot het bouwen van hunne Tempel Tiroemale dewara gepermitteerd, en buiten des zij aan de Kanarijns veele tuinen en landerijen in ons Rijk gegeeven, en uit de revenuen van die landen word de Temp onderhouden 88 onderhouden en al het noodig verricht. De Kanarijns betaalen ons de koninglijke gerechtigheeden over hunne Tuinen en Landerijen. Wanneer een Kanarijn zonder Erfgenaamen na te „laaten komt te overleiden, word zijn boedel ten gelde ge„ maakt, en dezelve tusschen ons en de Kanarijnsche Tempel egaal verdeeld.. De Kanarijns mogen niemand adopteeren, zonder onze voor„ „kennis en bewijzen te voorzien, behalven deeze instellingen zijn noch meer anderen, waar van de bewijzen onder dezelven te vinden zijn; uit den zaamhang van dit alles, kunnen Uw Ed:s ligt begrijpen; dat de Kanarijns onze Vasallen zijn. Nu een jaar of twintig geleeden, toen onze voorzaaten eenen zeekeren Kanarijn over zijne quaade gedoenten had„ den willen straffen, protegeerde de toenmaalige Goeverneur senff denzelven: Doch daar over aan de Hooge Indiasche Regeering door ons geschreeven zijnde, wierd den Edelen Heer Moens dit heen gezonden, om de zaak te onderzoeken en aftedoen, maar wijl zijn Edele bij dat onderzoek ontwaarde, dat de Kanarijns onze Onderdaanen waaren. zoo zond zijn Edele daarop die Kanarijn met zijn familie van deeze kust weg, en zijne middelen wierden gekonfis„ „keerd, hier uit kan men ligt nagaan, dat de Kanarijns onze Onderdaanen zijn. Bij alle Ceremonien, zoo wel bij het rouwfeest als anderzing worden van onze Jngezeetenen verscheidene behoeften ingevorderd, en van de Kanarijns eenlijk, suiker kana„ Eerbiedige Bearth Gepast op de Nevenstaande 1700g k Wel Edelen G Oisch benoodig zin Ho Edelen areert Aan De 4009 eenschappen & Jndiase Regeering door en dezelven en volgens het voorig gebruik is ditmaal ook van hem sui kana geëischt, maar dezelven hebben hier over een voor h ander bij UwelEd=s voorgebragt, en uwEd:s hebben ook zond de oude usantsie na te speuren en te overweegen, die mens geprotegeerd, wij zijn wel verzeekerd, dat wanneer de Ed Heer Goeverneur hier was, zulx niet zoude geschied zijn. Joen Tipoe voor verleeden jaar onze landen verdestrueerde en wij groote schaade geleeden en groot gebrek aan geld haade hebben wij een eisch van zeeker somma geld aan de Kanarij gedaan, maar dezelven hebben zich daar over bezwaard en hem klagte bij onzen Edelen Heer Goeverneur gedaan. Maar zijn Edele heeft de oude gewoonte overwoogen en de Kanarijns daar toe geen plaats gegeeven, en in tegendeel ons daar mede ladte assisteeren; wij denken dus, dat wanneer UwEd=s deeze en maa andere oude usantsies in overweeging neemende, immers geen recht hebben, zoodanig tegens ons de handelen; uw Ed: ge lieven ook te begrijpen, dat wij niet nalaaten kunnen zoud de prerogativen van onze voorzaaten te doen stand houden en daar toe ons best te zullen doen. Wij verwachten der„ halven, dat UwEd=s de uitgezette wachten zullen intrekken en ons bedeelen; wanneer wij onze Ministers bij Uw Ed: moeken zenden, om over de zaaken te konfereeren, dat dan ook ge„ „schieden zal, wij verwachten hierop een spoedig antwoord. Geteekend door zijn Hoogheid. /onderstond:/ voor de Trans„ laatsie, koetsiem dato als boven /getz:/ J: M: Fruijens, J Transl:t Akkordeerd. Arnold Zunel Cl Swade se kret,
English
89 No. 20. Draft letter written by the Honorable Political Council to the King of Cochin, the 19th of August 1791. The Christian vassals of the Honorable Company, residing at Bendoertij, Angekaimaal, and Tewaar, have complained to us that Your Highness's sepoys have been to their houses and explicitly ordered that they must proceed immediately with their entrenching tools to the Palace of Angekaimaal in order to erect a battery west of the palace there, and that at the houses where there were no men, they warned the women to go there with baskets to carry sand, and furthermore generally ordered them to supply native vegetables, such as pumpkins, etc. That the Masapodikars of Kadawentarra had seized some Pulaya slave boys of the aforementioned Christians by force, beaten them, and taken away their enchiados, and that the sown fields of the aforementioned Christians had been destroyed by Your Highness's cattle, and more other acts of wantonness are committed daily by Your Highness's sepoys, and the Christians are threatened that if they should not obey Your Highness's order, they would be compelled to do so. The Captain of the Christians, Moendri Matoenij, has also complained that the Balia Eijamaan, Major of Your Highness, demanded of him that he must provide 200 coolies, whether Christians or Pulayas, to work at the Court in Angekaimaal; as well as that he had to provide 500 chickens at 2 fanams each, and a large quantity of eggs, giving 8 for one fanam. We give notice thereof to Your Highness, with the request to desist from such acts of violence, and immediately to establish strict orders that the Christian vassals of the Company be left unmolested and no novelties be demanded of them. At this moment we receive further news of that which Your Highness's people committed against the Christians yesterday evening and this morning, which we can never tolerate; however, we shall first give notice thereof to Your Highness, in order that provisions might be made regarding it, and for the consequences that may arise therefrom. May God preserve Your Highness. (Below was written:) Translated as such by me into the Malabar language, Cochin, date as above. (Signed:) J: M: Truijens, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel, Secretary. 90 No. 21. Translation of an ola written by the Prime Minister Gowinda Menon to the Interpreter Truyens, received the 20th of August 1791. I have received your letter and understood from it that I had not yet provided the answer regarding the prohibition of the transport of provisions from Angekaimaal to your side, and that you are currently expecting the same. Upon my arrival yesterday from Cochin at Angekaimaal, I made known to His Highness that you were with me at the Court yesterday afternoon concerning this matter. Thereupon His Highness answered me that at the Canarese bazaar in Cochin the fima had appointed certain taragens (or brokers), and the King's paras were given to them to sell the paddy, but that the Canarese of the temple have now demanded that para from the taragen, and complaints about this have come to His Highness; and because the Canarese have never done this, His Highness had therefore not been able to understand the reason for this daring enterprise of theirs, and that His Highness had therefore issued the prohibition not to permit any provisions to be transported before and until the measuring para is given to the taragen, and the sale of paddy shall take place through him according to custom. Furthermore, His Highness has also ordered to write to you that he will shortly send the answer to the letter of the Honorable Political Council regarding this matter. You will please make this known to the Gentleman. Signed by the aforementioned Minister. (Below was written:) For translation, Cochin, date as above. (Signed:) J: M: Truijens, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel, Secretary. 91 No. 22. Translation of an ola written by the King of Cochin to the Honorable Political Council, received the 21st of August 1791. We have received your letters concerning the posts at Angekaimaal, and understood from them that the Christians had complained to Your Honors that our people disturb them contrary to ancient custom, and that their sown fields are destroyed by our cattle, and furthermore that their Pulaya slaves are seized. Your Honors will please understand that we will by no means permit their gardens and lands to be destroyed, as such will tend to our own disadvantage in the yield of duties, etc., and thus the complaint of the Christians in this regard is untrue. When any services must be performed at our Court, one is accustomed to use the slaves of the Christians for that purpose, and in the same manner it has now also occurred in order to clean the roads here; as soon as that work is completed, the Pulaya slaves will be dismissed. Our Prime Minister Gowinda Menon has made known to us that the Interpreter Truijens was with him and said in Your Honors' name that our people had forbidden to [illegible]
Dutch transcription
89 No. 20. Koncept brief door den E: Politieken Raad geschreeven aan den koning van Koetsiem den 19=e Aug=s 1791. De Christenen Vasallen van DE: Kompanie, woonachtig te Ben„ doertij, Angekaimaal en Tewaar, hebben bij ons geklaagd, dat de Sipais van Uw Hoogheid bij hem aan huis zijn geweest, en uit druklijk gelast hadden, dat ze zich met hunne schans-gereed= schappen ten eersten naar het Pallais van Angekaimaal moeten begeeven, om aldaar een Batterij bewesten het Pallais„ op te werpen, en dat zij aan de huizen, daar geen Manspersoo„ nen waaren, aan de vrouwen gewaarschuwd hadden, met man„ den daar naar toe te gaan om zant te draagen, voorts in't gene„ raal gelast hadden, om Jnlandsch groenten, gelijk pompoenen inz: te bezorgen. Dat de Masapodikaren van kadawentarra eenige Toliasse slaave Jongens van gem: Christenen met geweld opgevat, geslaagen en hunne inchiados weggebragt had, en dat de Zaivelden van voorn: Christenen door de koebeesten van uw Hoogheid verdestrueerd, en meer andere baldaadigheeden door Uw Hoogh=ds sipais dagelijx gepleegd en de Christenen gedreigd worden, wanneer ze aan het bevel van Uw. Hoogh=d niet mogten obedieeren, zij daar toe zouden gedwongen worden. De Kapitain van de Christenen Moendri Matoenij heeft ook ge= „klaagd, dat de Balia Eijamaan, Majoor van uw Hooghd, van hem begeerd had, dat hij 200: koelies, het zij Christenen, of Poelias, moejte bezorgen, om aan het Hof te Angekaimaal te arbeiden; mitsg=s dat hij 500: hoenders tegen 2: Jan=s ider, een groote quantiteit eiren te geeven, 8: voor een fanum moest bezorgen. Eerbiedige Beauth Gepast op de Nevenstaand Hoog k G. Eijschte benoodig n1 Edelen Wel Edelen Indiase Regeer scheppen deert Aan 3„ 100g lo0 Trans„ Transl:t d Linel sekret wij geeven aan uw Hoogheid daar van kennis, met verzoe zulke gewelden arijen aftezien, en ten eersten strikte orde stellen, dat de Christen Vasallen van de Komp=e ongemole gelaaten en van hen geene nieuwigheeden begeerd worden. wij krijgen op dit ogenblik noch nadere tijding van het ge dat uw Hoogh=ds volk aan de Christenen gisteren avond heeden morgen gepleegd heeft, die wij nimmer kunnen doogen, echter zullen wij uw Hoogheid eerst daar van ken geeven, om dat daar in zoude kunnen werden voorzien de gevolgen die daar door exteeren kunnen. God bewaare Uwe Hoogheid. /onderstond) zoodanig door mij in het Malabaars overgezet, Boetjrem als boven /get: / J: M: Truijens, g Translt Arnold Lunel Akkordeerd. Sekred Srade Eerbiedige Brant Gepast op de Never WelEdelen G Eijsch benoodig zin so Edelen Groot ƒ Hoog Indiase Regeer nschappen eert Aan Den Hoog 3 90 N„o 21. Translaat ola door den Eersten Minister Gowinda Henon geschreeven aan den Tolk Truyens ontvangen den 20 burgo 1791. Ik heb uwE: brief ontvangen en daar uit verstaan, dat ik tot noch het antwoord niet bezorgd had nopens het ver„ „bod van den vervoer van leevens middelen van Ange C Kaimaal naar derwaards en dat uwe het zelve thans ver„ wachte Ik heb met mijn komst op gisteren van Koet, „siem op Angekaimaal zijn Hoogheid bekend gemaakt dat uwE: gesteven middag over dit geval bij mij aan het Hofes geweest. Daar op heeft Hoogst dezelve mij geantwoord, J dat op de Kanarijnsbazaar en Koetsiem de fima zeekere. Iaragens (of Correctors) aangestelden 's Konings Parras Jaan hen gegeeven waaren om de Nelie te verkoopen, maar dat de Kanaryns van de Tempel thans die Parra van de Iaragen afgeeischt hadden, en daar over klachte by zijn Hoogheid gekomen was, en wyl de kanarijns dit noit gedaan hebben, derhalven zijn HHooghd niet had kunnen begrijpen, de reeden van deeze hunne stoute ondernee„ ming, Dat zijn Hooghd daarom het verbod uit gegee„ „ven had, geene leevens-middelen te laaten vervoeren voor Gepast op de Nevenstaan Hoog k eenschappen deduceert Aan Den Hoog Jndiase Regeer Edelen zijn sta benoodig G. Eijsch Wel Edelen Eerbiedige Beant voor en aleer dat de Metparra aan den Iaragen gegeeven, en den verkoop van Velie door hem volg gebruik geschieden zal. voorts heeft zijn Hoogh noch gelast aan uwe te schrijven, dat het ant op den brief van den E: Politieken Raad nopen dit geval, nader toe zenden zal. UWE: gelieve aan den Heer se kunde bekend te maaken Geteekend door gem: Minister. /onderstond:/ Voor translaatsie koetsiem dato als boven /:getc:/ M Druijens, g Fransl=t Akkordeerd. Arnold Lunil sekart Cl Swake. Eerbiedige Brant Gepast op de Nevenstaan Hooi ƒ 09 Gro Edelen zin stae benoodig G. Eijsch WelEdelen deseet Aan Den Hoog enschappen Jndiase Regeer 91 No. 22. Translaat Ota door den horring van Koetsiem, geschreeven aan den E: Poldicken Raad, ontvangen den 21 Aug:s 1794. Wy hebben Uweielens bij de brieven over de posten op Ange kaimaal ontvangen en daar uit verstaan dat de Christenen bij UwEd:s hadden geklaagd; dat ons volk dezelve tegen het oudgebruik ontrust en dat hunne Lairelden door onse Koebeeften verdestrueerd voorts dat de Poeliafs e Haa„ ven van dezelven opgevat worden UWEd= gelieven te begrijpen, dat wij geen zints hunne uinen en landerijen sullen laaten verdestrueeren, wijl zulx tot onze oo eigenadeel on't opbrengen van gerechtigheeden enz: zullen strekken, en dus is de klagte van de Christenen hier omtrent on naar Wanneer eenige diensten aan ons Hoof moeten ver„ „richit werden, plagt men de Claaven van de Christenen daartoe te gebruiken, en in zelven voegen is thans ook geschied, om de wegen alhier schoon te maaken, zoo dra dat werk volbragt is, zullen de Poeliasse slaaven af„ gescheept worden. Onzen eersten Minister Gowinda Menon heeft ons bekend gemaakt, dat de Tolk Truijens by hem is geweest en uit Uw Ed: naam gezegd had, dat ons volk verboden had„ om Gepast op de Nevensta Wel Edelen G. Eijsch benoodig zijn Ho Edelen k Hooy Eerbiedige Beant anschappen ideduceert Aan Den Hoog b E Jndiase Regeer 6 lie
English
to let no provisions pass from Ngekaimaal. We have appointed certain Iaragens on Koetsiem des Sima and the Canarese Bazaar and have given our Parras to them in order to sell paddy, just as Your Honors are aware of the custom, but the Canarese of the Temple have taken the measuring parra of the Canarese bazaar away from the Iaragen and kept it in the Temple. Since they should not have done this, we desire to know the reason for this undertaking of theirs, and we request that this measuring parra be returned to our Daragen; when our affairs proceed everywhere according to old custom, the transport from Ongelmaal will not be hindered either. We consider it unnecessary to write that when all matters are arranged according to the old custom, nothing will be lacking. From Your Honors' previous letter we observed that we had to send the ratified contract with the English Company there for confrontation with our Minister, but as that treaty is very well known to the Honorable Governor, we shall, upon the arrival of His Honor, negotiate about it directly ourselves. We await an answer to this. Signed by His Highness. Below stood: For the translation, Koetseem, date as above. Signed: J. M. Truijens, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel. Respectful Answer Suited to the adjacent Honorable Demanded needed his Honorable [illegible] Deduced to The High High Indian Government Teketz J. Strabe No. 23. Vindication of the Canarese Chiefs of the Temple Tirumala Devaswom concerning the measuring parra. In the year Kollam 937, in the month Midhunam, or Anno 1762 in July, the then King of Koetsiem granted a bond to our Temple amounting to 43,800 Koetsiem fanams, and therewith, in payment of the interest money, leased to the Temple a portion of a certain paddy duty, or Para Taragu, which belongs to His Highness on this side of the Koetsiem river up to Vypeen, for its collection, and such was done until the past Malabar financial year Kollam 966, up to the end of the month Karkadakam, or Anno 1791 up to the 13th of August. And when the account had to be closed, we told the Iaragen, according to custom, to bring the scribe; whereupon Govinda Menon came to the Temple on the 17th of this month and confronted the accounts with our Senai, or secretary, and then discovered that the King was still in arrears by 613½ Parras of paddy for the duty, see the account thereof. When Menon was addressed concerning this payment, he answered that he would make this known to the Minister and would arrange for its payment; and since the said Menon did not appear, we asked the Iaragen about it, who replied to us that letters had been written about it. However, the Iaragen has not asked us for the measuring parra since then, nor have we refused it to him. This is the true state of affairs in this matter. Koetsiem, the 21st of August 1791. Signed by the aforementioned Chiefs. Below stood: For the translation, Koetsiem, date as above. Signed: J. M. Truijens, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel, Secretary. C. Swabe. Respectful Answer Suited to the adjacent High Indian Government Deduced to The High Honorable Demanded needed his No. 23. Translation of a bond ola granted by the King of Koetsiem to the Chiefs of the Canarese Temple Tirumala Devaswom. The account of the 16,000 fanams borrowed through our uncle Malappen, and subsequently another 800 ducats on a bond on account of the Passes, amounting at 3 to 68,800 fanams, has now been settled by us with him, and in reduction of the aforementioned debt we have had paid by Bengadesoeran 25,000 fanams, which he owed to us, and the remaining 43,800 fanams we shall pay to you, and the duty on paddy or Para Taragu, being 1¾ parra per hundred, which belongs to us alongside the river from Koetsiem northwards up to Vypeen and was given in pledge to the abovementioned Malappen, we have redeemed from him and now give in pledge to you, the collection of which shall be done by your people and the account kept by ours; however, of the aforementioned duty of 1¾ parra per hundred, no more than ½ parra may be collected by you for the interest money on the aforementioned capital of 43,800 fanams, while the remaining 1¼ parra and other duty of Edangazhi Taragu shall be collected by us. Furthermore, starting from the year Kollam 938 or Anno 1763, an amount of 16,930 shall be discharged annually in reduction of the aforementioned debt, and subsequently, after its full payment, the duty pledged by us may be reclaimed and this bond shall be cancelled; but as long as the payment of the money has not occurred, you may continue to collect this duty. Given in the year Kollam 937, the 16th of the month Midhunam, or Anno 1762, the 26th of June, at the Court of Cherakkal, by Papattil Ambadi, upon which the King's seal was used. Below stood: For the translation, Koetsiem, the 21st of August 1791. Signed: J. M. Truijens, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel, Secretary. C. Swabe. Respectful Answer Suited to the adjacent Honorable High Demanded needed his Honorable for Deduced to The High Indian Government
Dutch transcription
om geen leevens middelen van ngekaimaal te rom„ wij hebben op koet siem des sima en de Kanarynsche zeekere Iaragens aangesteld en onze Parras aan hen gep om Nelie te verkoopen, gelijk uwEd=s het gebruik bewin maar de Kanaryns van den Tempel hebben de Meetjpar van de Kanarynse bazaar van den Iaragen afgecin en in de Tempel bewaard, wyl ze dit niet gedaan he ben zoo begeeren wyde reeden van deeze hunne onde „neeming te weeten, en wij verzoeken die meet par aan onzen Daragen te laaten terug geeven; m „neer onze zaaken over al volgens oud gebruik haar voortgang hebben: zoo zal den vervoer vant ongel maal ook niet belet worden, wij achter onnoodig te schrijven, dat wanneer alle de zaaken volgens de oudeuisantsie geschikt worden, aan niets on „beeren zal. By den voorigen brief van UwEdelen hebben on waard, dat we hiet geratificeerd kontrakt met Engelsche Komp: ter Konfrontaatsie met onz Minister derwaards moesten zenden, wyl dat tre „taat den Edelen Heer Goeverneur Zeer wel de wust is: zoo zullen met de komste van zijn Ed zelfs 92 zelfs daar over handelen, wy verwacht en hier op antwoord. Geteekend door Zijn Hoogheid /onderstond: voor de translaatsie Koetseem dato als booven /get/:/ J:M: Truijens G Transl=t Arnold Lunel Akhordeerd. Eerbiedige Beant Gepart op de Nevensta WelEdelen G. Eiseh benoodig zijn stoe Edelen 9 tid Gededuceert Aan Den Hoog ba anschappen Jndiase Regeer Hoog ko Teketz J Strabe s 93 No. 23. Verantwoording van de kanarijn„ „sche Hoofden van de Tempel Fircemale Cli Leward over de meetparra. In t Jaar Koelang 937. in de maand Midoenam of Ao 1744 in Juli heeft de toenmaalige koning van koetsiem een obligaatsie aan onze Tompel verleend, groot 43800. koet, „siemsche fanumis en daar bij in voldoening van de intres penningen een gedeelte van seekere Nelie gerechtigheid /of Para Iarago gent:/ die aan deeze zyde van de koetseemsche verier af tot Tajapinie toe, aan zyn Hoogheid toebehoord, aan de Tempel in pacht over geschreeven, om dies invorde, ons „ring te doen, en zulx is tot het verloopene Malabaarsche Boekjaar Koilang 966: tot ullimo van de maand har kadagam ofte A=o 1791 tot den 13=e Augustus toe geschied en toen: de reekening moeste geslooten worden, hebben wij aan den Iaragen gezegt, volgens gebruikde schrijver te brengen; wanneer quam Gowinda Menon op den 17e deezer aan de Tempel, en konfronteerde de reekeninge va met onzens senaij /:of sekretaris:/ en ontwaarde toen „„ dat de koning noch 613½ Parras Nelie aan gerechtigheid ten achteren was, vide daar van zijnde Reekening toen men aan de Merron over dees voldoening onderhielde ant„„ woorde Eerbiedige Beaul Gepast op de Nevensa WelEdelen G. Eijsch benoodig zijn Ho Edelen k Hoog Jndiase Regeer eenschappen ididuceert Aan Den Hoog 6 woorde, dat hij zulx aan den Menister bekend„ ken en dies voldoening bezorgen zoude, en wyl de de Menon niet verscheenen was, zoo hebben wy n Iaragen daar over gevraagd, die ons tot antwoordg dat daar over geschreeven was, doch de Saragin heeft ons zeeder om de Meetparra niet gevraag en wij hebben hem die ook niet geweigerd, de is de waare toedragt van dit geval Koetsiem den 21e Augustus 1791. /:get:k/ door gem: Hoofden. / onderstond:/ voor de Translantsie Koetsiem dato als booven /get:/ M: Truijens. G Translr Akkordeerd Arnold Lunel Sekret, C Smader Eerbiedige Brant Gepast op de Nevenslaan Hooy 6 i Julidicee Aan Den Hoog eenschappen Jndiase Regeer Wel Edelen G. Eijsch benoodig zin sa t 84 No„ 23. Translaat obligaat sie ola verleend ven door den Koning van Koetsiem aan Cilie de Hoofden van de hanarynschelem pel Piroemale De wara„ De reekening van de door onzen com van Malappen geleende 16000. –. Canums, en nader noch op een obligaatsie 800 Dukaaten wegens de Passen, uit makende te 3: 68800. Canums, is thans door ons met hem afgemaakt, en in ver„ mindering van voorn: schuld, hebben wij door Bengade „ soeran. 25000. Canums, die hij aan ons Debet was, laaten voldoen, en de ovrige 43800. -. fz zullen wij aan un vol, ens „doen, en de gerechtigheid van Nelie of Parataragoe zyn, de 13¾ parra ten honderd dewelke bezeidende vivier van Koetsiem af tot ajdepinne noordwaards toe ons toehoord, pand en aan bovengem: Malappen in prsstge geeven was, heb„ „ben wij dezelve van hem gelost, en geeven thans in pand aansun, welkers invordering zal door uw volk geschieden, en de reek: door het onze gehouden worden, doch zal van voorm: gerechtigheid van 1¼ parra voor d' honderd, niet meer voor de intrest penningen op voorm: kapi„ taal van 43800 fanums, door un mogen ingevorderd wor„ „den, dan —½ parra de orrige 1¼ parra en andere gete„ rechtigheid Eerbiedige Beaul Gepast op de Nevenstaand Hoog k heijd adiduceert Aan Den Hoog eenschappen Jndiase Regeer Groot Edelen zijn stoo benoodigt G. Eijsch WelEdelen ged 10 rechtigheid van Edankale-taragoe zullen door ons„ gevorderd worden; voorts zal Ieder het Jaar Koile„ 938 of ao 1763 af, Jaarlyx 16930. in vermindering voorm schuld afgelegd, en voorts na dies volle volo ning de door ons verpande geruhtigheid van Ma te rug geeischt en deeze obligaatie vernietigd wor maar zoo lange de voldoening van het geld niet gep„ kan un deeze gevestatigheid laaten invorderen Gep in 't Jaar Koilang 937. den 16 van de maand Medo nam ofte a:o 1762. den 26 Iuni, aan 't Hof Tjerakel, om Papattil Ambadij, ter zijn stond s Konings wayn gebrukt /onderstond./ voor de Traanslaatsie ho Siem den 21: Augs:s 1791. /was get:k/ I: M: Druijem G Translr Akkordeerd. Arnold Lunel C:Swabe gezig sekaet: Eerbiedige Brant Gepast op de Nevenstaan WelEdele Hoog G Eijschte Ko benoodigt zn 1 Edelen 209 6 voor Gedidiceert Aan Den Hoog enschappen Indiase Regeer el e
English
95 No. 23. Translation of Malabar copy account, compared with the account of the Canarese Temple by Gominda Menon, writer of the Cochin Court. Since the year Kollam 965 the month Vrischikam until 966 month Karkadakam, or Anno 1789 the month November until 1791 the month August, being 21 months at 41½ parras of paddy per month, comes to the duty of paddy, amounts to - parras 871½. The duty of the sold paddy from the temple during all this time being 13318 parras, 14 parras per hundred, amounts to - parras 233. Whereof is deducted - parras 613½. To which is still added the paddy left in arrears in the year Kollam 965 in the month Kanni, or Anno 1789 in September - 258. This must still be disbursed to the Temple - parras 258. Written in the year Kollam 967 the 4th of the Month Chingam, or Anno 1791 the 17th August. Below stood: for the translation, Cochin the 21st August 1790. Signed: F. M. Truijens, sworn translator. Agreed: Arnold Lunel, secretary. 96 No. 24. Draft letter written by the Honorable Political Council, to the King of Cochin. Cochin, the 22nd August 1791. We have received Your Highness's letter, in which Your Highness says that the Canarese of the Temple have demanded the measuring parra from the Canarese bazaar of the Sarvajakariakar and have kept it in the Temple. We have investigated this and found that Your Highness's predecessor in the year 1762 granted a bond to the Canarese Temple on account of a debt to the same of 43800 Cochin fanams, to pay us 16950 fanams annually, and for the interest of this money ceded a portion of certain paddy duties belonging to Your Highness on this side of the Cochin river up to Thanjavur to the Temple in order to collect the same. It is true that Your Highness has paid nothing of the principal up to now, but that paddy duty remained uncollected on behalf of the Canarese Temple until the 13th of this month. When the account was closed it was discovered that Your Highness was still in arrears on that paddy duty for 613½ parras of paddy, according to the accompanying account. When Your Highness's Menon was addressed by the Canarese concerning the satisfaction of the arrears, he promised to provide satisfaction; but since this did not happen, the Canarese addressed the Sarvajakariakar about it, who replied that it had to be written about. However, the Sarvajakariakar has not yet come and has asked about the measuring parra, which has also never been refused by the Canarese. Your Highness sees from this how wrongly these matters are reported to Your Highness, and that the Canarese have not arrested the measuring parra. Even if this had been true, Your Highness should have written to us about it, whereupon we would have provided satisfaction. But Your Highness was not authorized to prevent the transport of provisions to this city, whereby the Illustrious and Mighty Company is very much injured; and it is on that account that we, in the name of the Illustrious and Mighty Company, require Your Highness to remove this prohibition upon receipt of this, and not to compel the Illustrious 97 and Mighty Company to proceed to measures that will not be agreeable to Your Highness. As soon as the prohibition is lifted, we shall not fail to have the measuring parra handed over whenever it is asked for. And we admonish Your Highness in the most well-meaning manner to desist entirely from all actions that conflict with the respect and the lawful right of the Illustrious and Mighty Company, in order thereby to be able further to cultivate the friendship which Your Highness's predecessors so happily maintained with the Illustrious and Mighty Company, the consequences of which we would otherwise leave entirely to Your Highness's account. A certain George Brand, who stayed here for some days and made many debts, has absconded from here in a roguish manner, and we learn that he is at present not only staying at Ernakulam, but has also actually entered into Your Highness's service. If this should be true, we request that he be surrendered to us immediately. While regarding the required Treaty, we must continue to persist and repeat our request once again in that respect, that the same be sent to us for examination. This is also required by our duty on behalf of our Lords and Masters, and it is with much insistence that we urge this further upon Your Highness. We send this letter with our messenger to Your Highness, and he has orders to bring the answer to this back himself; wherefore we request not to detain him, but to answer this at once. May God preserve Your Highness. Below stood: Thus translated by me into Malabar, Cochin, date as above. Signed: J. M. Truijens, sworn translator. Agreed. Arnold Lunel, secretary.
Dutch transcription
95 No. 23. Translaat Malabaarsche hopij reekening ge„ an konfronteerd met de reekening van de kiema, Cili„ ryjnse Sempel door Gominda Menons schryven van 't Koetsiemsche Hof Leedert jaar Koilang 965 de maand B. risigam tot 966 maand ka„ kadagam ofte A=o 1789 de maand 1ber: tot 1791 de maand bng: zijnde 21 maanden a 41½ parras Nelio / maands komt aan gerechtigheid van Velie Komt De gerechtigheid van de verkakhte Velie uit de soon „pel geduurende alle deeze tijd sijnde 13318. Pir„ „ras 14 para voord honderd Kornit - Parras 233. - Waar bij noch komt de int jaar Vevilling 965. in de maand kanniofte a:o 1789 in September ten achteren gebleeven Selie „ 25 Dest moet noch aan de Tempeluit gekeerd worden. Geschreeven in 't jaar koelang 967 den 4, van de Maand sengane ofte Ao 1791 den 17. Augustus / onderstond:/ voor de Translaatsie Koetsiem den 21: Aug=s 1790 / get:t F: M: Truijens g Fransch 178 die Sarras 613½ „ 258 gaat af Akkordeerd Arnold Zunel sekret Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaan WelEdelen Hoog G. Eijschte Ko benoodigt zin o Edelen 09 0 voor 11 Den Hoog iidatee Aan eenschappen Jndiase Regeer door Sarras - 871½. et Srabe Eerbiedige Brant Gepast op de Nevenstaan Wel Edele Hoog G. Eischte benoodig 1 k eenschappen alideet Aan Den Hoog 2 Jndiase Regee 96 No 24. Koncept Brief door den E Politie ean „ken Raad geschreeven, kan een Koning van Cilij Koetsiom Den 22: ' Aug:s 1791. Wij hebben uw Hoogheids brief ontvangen, waar bij unsteog heid segt dat de Kanarijns van de Tempel de meet panaram de Kanarijnsche bazaar van den Iaragen afgeeischt en in den Tempel bewaard hebben. wij hebben dit onderzocht en bevonden, dat uw Hoog„ „heids voorzaat in het jaar 1762. een obligaatsie aan de Kanarijnsche Tempel verleene heeft weegens schuld „aan dezelve van 43800. koetsiemsche fanuoms oms aan ons „lijx 16950 Canums te voldoen om voor de intrest van dit geld een gedeelte van seekere Nelie gerechtigheid die aan deeze zijde van de Koetsiemsche rivier of tot Tajanini toe aan uw Hoogheid behoord aan den Tempe afgestaan om dezelve inte vorderen. Atet is waar dat uwe Hhoogheid van het kapitaal tot het nu toe niets betaald heeft, doch die nelie gerechtig„ a heid is van wegen de Kanarijnsche Tempel tot den in„ 13:' van deeze maand toe ongevordert. Toen de Reeke„ ning geslooten wierd is ontdekt dat uw Hoogheid ij op die nelie gerechtigheid noch ten achteren was 613½ Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaan Wel Edelen Hoog G. Eyschte benoodigt Edele 00 k Jndiase Regeer een schappen idedateet Aan Den Hoog „. n Eed ges 10 613½ parras nele volgens de nevens gaande reeken die uweloogheide Menor over de voldoening van achterstal door de kanaryns aangesprooken heeft beloofd voldoening te zullen bezorgen, d vermits dit niet geschied is: zoo hebben de ho rijns den Iaragen daar over aangesprooken geantwoord heeft, dat daar over geschreeven m doch de Iaragen is Ieder niet gekomen en heeft over de meetparra gevraagd, die ook nooit door Kanarijns geweigerd is. Uw Hoogheid Liet hier uit toe verkeerd dese „ken bij wnspoogheid aangebragt worden, en dat Kanaryns de meet parra niet gearresteerd hebben dien dit al waar geweest hadden: zoo moest unte „heid aan ons daar over geschreeven hhebben, wanneer m„ voldoening zoude hebben bezorge, doch uw Hoog heed niet bevoegd geweest, de vervoer van leevens midde naar deeze stad te beletten, waar door de Doorluck „ge en machtige komp: zeer geledeert word, en het dien hoofde, dat wij uit naam van de Doorluchtige machtige kompanie van uw Hoogheid begeeven dit verk op den ontvangst deezes weg te neemen en de Doorlucktig 97 en Machtige Komp. niet te noodzaaken tot mudelen ven over te gaan die voor uw Hoogheid niet aangenaam Cili zullen zijn; zoodra het verbodont heft word zullen„ wij niet mankeeren de meetparra wanneer die gevaagdnon te laaten afgeeven en wij vermanen uw Hoogheid op de welmee„ word/ te wyze van alle gedoentens die tegen de achting en het wi„ tig recht van de Doorluchtige en Machtige Komparie s trijden geheel af te zien om daar door de vriendschap die un Hoog„ heid voorzaalen met de Doorluchtige en Machtige kom„ „panie soo gelukkig onderhouden hebben verder te kunnen kultiveeren waarvan wij anders de gevolgen geheel voor un Con Hoogheids reekening laaten Teekeren George Brand die zich eenige dagen hier opge„ houden en veele schulden gemaakt heeft, is op een schel„ machtige wijze van hier gevitireerd en wij verneemen dat hij zich thans te Angekarmaal niet alleen ophoud, maar ook werklyk in uw Hoogheids dienst getreeden is, Indien dit waar mog te zijn, zoo verzoeken wij hem ten eersten aan ons te laaten overleeveren Terwijl wij omtrent het gevorderde Traktaat, moeten blyven persisteeren en nochmaals ons verzoek ten dien op zichte herhaalen, dat het zelve aan onster oxa, te„ did as rijp et minaatsie Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaan Wel Edele Hooy G. Eijschte benoodigt in Edele 0 o0t ko een schappen potiditeert Aan Den Hoog Jndiase Regeer di ha ken na heeft w heid midde lih „ ver tig 1n die 21 7a in minaassie werd toegesonden, dit vordert al meede ons plicht weegens onze Heere en Meesters, en hel isoa met veel aandring dat wij dit nader bij Uw Hoogh doen. wij zonden deeze brief met onzen strraat aan uwer Hoogheid, en hij heeft ordre om het ams hier op zelfs meede te brengen, weshalven wij n zoeken hem niet op te houden, maar ten eersten h op te antwoorden God Bewaare uw Hoogheid /:onderstont:/ zoodaning door mij in het mallabar overgezet koetsiem dato als boven /getc:/ I. M: Truijens O Trans Cr Akkordeerd. Arnold Zimel sekrit:s Swade G
English
No. 25. Translation of an ola written by the King of Cochin to the Land and Political Council, received on the 23rd of August 1791. We have received Your Honours' letter and understood from it that Your Honours had investigated regarding the measuring parra detained by the Canarins and found that they did not seize the same, and if this had been true, we ought to have written to Your Honours about it, whereupon Your Honours would have provided us satisfaction; further, that our ancestors had borrowed 43800 fans from the Canarin Temple and assigned a portion of our paddy rights to the same for the interest of that money, and that on those rights we were still 613½ parras of paddy in arrears up to the last of the month of Karkadagam or 13th of August according to the copy of the account sent over. Furthermore, that as soon as the prohibition on Angekaimaal is lifted, the measuring parra would be handed over upon demand, and that Your Honours admonish us to desist from all actions that conflict with the respect and rights of the Company, and lastly, to send the ratified contract in question for confrontation. In our times of need, we were accustomed always to raise and borrow money at interest, as elsewhere, from our vassals and wealthy temples, and in the same manner we borrowed some money from the Canarin Pagoda not only upon the transfer of part of our paddy rights, but indeed more besides, and for the remaining debt the interest thereof has always been satisfied through our paddy rights. But because much paddy had been sold on Cochin for the account of the temple and the proceeds thereof have not been accounted for to us in accordance with that use, the paddy rights ceded by us to that temple have not yet been satisfied since the year Koilang 965, the month of Vrischigam, or the year 1789, the month of November, and the servants of the temple were spoken to about this two months ago, but they have left it unsettled. The previous interest in paddy has been paid annually to the temple by us, which is now already twenty-one months, and since that time our Paragan has had the measuring parra in his possession. Thus it does not agree with the claim that the Canarins did not seize the same, and if this had not actually happened, Your Honours would not need to write that the measuring parra will be delivered upon demand. After the Canarins demanded the said measuring parra from our Paragan, he requested the same back, but it was refused to him. Later our Menon also asked for it, and then the Canarins answered that when the satisfaction of the overdue paddy is provided, the same would be surrendered; and this is the true state of this matter. We are well assured that when Your Honours' Lords Superiors in the Netherlands come to hear of this contempt shown by our Canarin vassals towards us, it will not be pleasing to them, and we cannot sufficiently comprehend how Your Honours make no remarks in this regard. Although Your Honours have grieved us very much, we have nevertheless borne it with patience out of regard for the friendship between the Company and us, solely to maintain the friendship; and our ancestors placed their trust in the Company, in the hope that nothing would happen against the respect and lawful right due to them, and may Your Honours be pleased to take this to heart as well. We communicated in our previous letter that when the measuring parra is returned, the general prohibition will be revoked everywhere. We request that those who denied having seized the measuring parra be punished according to their deserts for their untruthfulness, in order to have the same handed over to our Paragan; further, to lift the general prohibition in the city and at Mattancherry against selling us brimstone and saltpetre, which serve us for the manufacture of gunpowder for the use of our court, namely for the ordinary morning and evening salute shots, as well as copper for making dishes for making offerings to the Brahmins, and iron for making tools for our vassals, as well as copper plates for shoeing our horses, and also writing paper, and further whatever is necessary. As soon as this has happened, we shall not fail to have the prohibition on Angekaimaal, Baypin, and Palloorte revoked as well. Concerning the ratified contract, we have not only made it known through the interpreter Truijens but have also declared it in our ola, and we shall negotiate further regarding this upon the arrival of the Honourable Lord Governor. Your Honours are indeed very well aware that we strive to cultivate friendship with the Company and wish for the exact opposite of any breach. Regarding the European mentioned in Your Honours' letter, it serves to state that no such person has arrived here, but if Your Honours can send someone who knows him, we shall have him handed over at once if he should happen to be found anywhere. We request a reply to this. Signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Signed: J. M. Truijens, Sworn Translator. Agrees, Arnold Lunel, Secretary.
Dutch transcription
98 No. 25. Translaat ola door den Koning van Koessiem geschreeven landen & Politi „ken Raad ontvangen den 23. ' Aug:s 1791. Wij hebben Uw Edelens brief ontvangen en daar uit ver„ „staan, dat Uw Edelens nopens de door de Kanarijns aange„ houdene meet parra onderzocht en bevonden hadden dat ze de zelven niet gearresteert hebben en indien dit alwaar geweest hadden, wij uw Edelens daarom hadden moeten schrijven. wanneer uwEdelens ons de voldoening zoude bezorgd hebben voorst dat inze voor Zaalen van de Kanarynsche Tempel 43800. fans geleend en van de intrest van dat geld een gedeelte van onze Nelie gerechtigheid aan dezelve afgestaan had „den, en dat op die gerechtigheid wij noch 613½ parras Velie tot den laasten van de maand Karkadagam of 13„' Augustus volgens overgezondene Kopij reeke„ „ning ten achteren waaren Wyders dat zoo dra het verbod op Aongekaimaal ontheft word, de meet parna bij afvraaging zoude afgegeeven worden, en datun„ Edelens ons vermaanen om van alle gedoenten die tegen de achtingen recht van de Kompaniestrij„ „den af te zien, en laastlijk het bewuste gerate„ ficeerd Eerbiedige Beanl Gepast op de Neven WelEdelen Hoog G. Eijsch benoodigt te k een schapper ididatee Aan den Hoog Jndiase Regeer ficeerd kontrakt ter Konfrontaatsie te zenden Wij plagten in onze verleegenheid van onsen Jallen, en vermogende Tempels geld voor intrest als an zints altoos te ligten en te leenen, en inzelver vog hebben wij van de Kunarynsche Pagood niet alleen overschrijving van gedeelte onzer Nelie gerech „heideenig geld geleend, maar wel buiten dien ha meer en voor de resteerende schuld is de intrest daa van altoos door onze Nelie gerechtigheid voldaan maar wijl er veele Nelie voor reekening van Tempel op Koetsiem verkocht was en de tot da ^gebruik van ons niet volgens ^ opgebragt is: zoo is de door aan die Tempel gecedeerde Nelie gerechtigheid Leeder het jaar Koilang 965. de maand Brifjig„ ofte A=o 1789. de maand November af tot noch niet voldaan, en hier over sijn de Bedienden van de tempel nu twee maande geleeden onderhouden doch dezelve hebben die onvereffend gelaaten De voorige intrest van Velie is Jaarlyx aan de tempel door ons voldaan, de welke al een en twintig maanden is, en zeeder dien tyd af aan, heeft onzen Iaragen de meetparra 99 bij zich gehad, dus komt het niet over een, het voor „geeven, dat de kanaryns dezelven niet gearresteerd hebben en wanneer dit niet werklyk geschied was, hoeven uwEdelens te schrijven, dat de meetpar„ „ra bij afvraaging, zal afgegeeven worden. Na dat de Kanoeryns gem: meetparra van onzen Iaragen afgeeischt hadden, heeft hij om dezelve ver„ „zocht, maar was hem geweigerd, Ieder heeft onzen Menon ook daar om gevraagd en toen hebben de kanaryns geantw:, wanneer de voldoening van de achterstallige Nelie bezorgd word als dan dezel„ „re soude afgegeeven worden, en dit is de waare toedragt van deeze zaak wij zijn wel verzeeken dat wanneer DE. Heeren Majores van UwEde„ „lens in Nederland deeze monachting van on„ „zen Kanarijnsche rassalen tegens ons, te ooren krijgen, dezelve niet aangenaam zal zijn, en wij kunnen niet genoeg zaam begrijpen, hoe uwed deszelfs aan merkingen hier omtrent niet maa„ „ken. Schoon UwEd: ons zeer veel geledeerd hebben echter hebben we uit hoofde van de vriendschap tusschen DE Komp: en ons met gedult onder gaan Eerbiedige Beant Gepast op de Neven Wel Edele Hoog G. Eijschte benoodig e voor k enschappen Julidute Aan Den Hoog Jndiase Regeer aan gaan, eenlijk omde vriendschap stand te houden en onze voorzaaten hebben hun vertrouwen de Komp: gevestigd, onder hoope dat niets tegens achting en wettig recht van haar geschieden zoude en dit gelieven uwEd=e mede ter hare te neemen Wij hebben bij onze voorigen schrijven bedeelt, dat wanneer de meet parra terug gegeeven word, heb generaal verbod over al zal ingetrokken me „den; wij verzoeken de geene die ontkend hebben de meetparra niet gearresteerd te hebben over hunne onwaarheid naar verdienst te straffen, om dezelve aan onsen Paragen te laaten intrageeren. voorts het generaal verbod in de stad en op Ma tanseeri te ontheften, om aan ons geen snavels salpeter te verkoopen die ons tot het maaken van Kruit ten dienste van ons H of namentle tot de ordinaare morgen en avond salut schooten dienen, als ook koper tot het maaken van schootels, tot het doen van offerhanden aan de Bramineesen, en ijzer, tot het maaken van ge„ reedschappen voor onse Zaelanden mitsgaders Koper 100 Brabe :koper plaaten tot het beslaan onzer Paarden, als ook schrijfpapier, verder sal wat noodig is, zoodra dit sal geschied zyn: zoo sullen wij niet mankeeren het verbod op Arigkaimaal Baysin en Palloore ook te laaten intrekken. Nopens het geratificeerd kon trakt hebben wij niet alleen door den Tolk Truijens laaten weeten maar ook bij onze ola verklaar en wij zullen dien aangaande met de komste van den Edelen Heer goeverneur nader verhandelen. Het is uwEdelens immers zeer wel bewust, dat wij trachten de vriendschap met DE Komp: te kultireeren maar met het tegendeel daar van wenschen. Aangaande de Europees bij uwEd=e brief vermeld, diend dat hier een zoodanig persoon niet gekomen is, maar zoo UwEdelens iemand kunnen zenden die hem kend, zoo zullen wy wanneer hij hem ergens mog„ „te te vonden weezen ten eersten laaten overgeeven, wy verzoeken hier op antwoord. Geteekend door zyn Hoogheid /onderstond/ voor de Translaatsie Koetsiem dato als boven. /:get:/ J: M: Truijens G Translt Akkordeerd Arnold Lunel sekrit„s Eerbiedige Beant Gepast op de Nevensta Wel Edele Hoog G. Eischte benoodigt 1 Edelen voor ko anschappen Grdiduceert Aan den Hoog Jndiase Regeer 9 Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaan Wel Edelen Hoog G. Eijschte benoodig i 24 59 6 001 ko eenschappen aliditeert Aan Den Hoog Jndiase Regee
English
101 No. 26. Draft letter written by the Honorable Political Council to the King of Koetsiem, 24 August 1791. We have received and understood Your Highness's letter of yesterday, to which serves in reply, that the measuring-parra of the Canarins in question was not asked for by Your Highness's servants, nor was it ever refused or seized, and that we have hitherto by no means forbidden the sale of any provisions or goods whatsoever to Your Highness or his subjects. Flints, sulfur, and other artillery ammunition, and weapons may not be sold by petty traders; this is an ancient prohibition in all establishments of the Dutch Company, which always remains in force, and it was recently renewed upon the posting of our guard because we received reports from all sides that the Moors were vigorously buying up powder, sulfur, saltpeter, lead, cartridge paper, and flints, which we could not and dared not tolerate. Such articles have never been refused to Your Highness whenever requested; indeed, the Dutch Company has lent artillerists, gunsmiths, and military officers and non-commissioned officers to Your Highness. By this we have sufficiently proven that this has no reference to Your Highness, nor has Your Highness complained to us about this until today, now that we have shown the pretext regarding the measuring-parra to be groundless. Notwithstanding all these kindnesses, Your Highness has prohibited all supply of all foodstuffs to this city under the severest penalties, and in particular Your Highness has ordered the Christians who are under the protection of the Dutch Company, and who on account of this protection are now being tormented by Your Highness, not to let anything whatsoever pass to Koetsiem, with the sole exception of necessities for the English gentlemen Towneij and MaaNicollij, who reside on our territory. Thereby Your Highness has commenced overt hostilities and forced us to employ reprisals against them. We are therefore obliged to admonish Your Highness most earnestly, yet also most amicably, 102 to enter into negotiations with us to settle the arisen disputes, to revoke immediately the premature prohibition against allowing foodstuffs to pass to Koetsiem, and not to listen to false effusions of people who are not good counselors. Finally, we cannot measure the friendly sentiments toward the Dutch Company which Your Highness claims for himself on all occasions merely by words, but must judge them by actions, being well assured that the protection which Your Highness and his predecessors have enjoyed and can still enjoy from the Dutch Company for more than one hundred years is indeed of such weight that it merits Your Highness's most serious reflection. Wherefore we once again and most amicably admonish Your Highness not to try our patience any further, nor finally to compel us to take refuge in measures which may have bad consequences for Your Highness. We await an answer to this at the earliest. May God preserve Your Highness. (Lower stood:) Thus translated into Malabar by me, Koessien, date as above. (Signed:) J. M. Truijens, sworn translator. By order, Arnold Lunel, Secretary. 103 No. 27. Translation of an ola written by the King of Koetsiem to the Honorable Political Council, received 25 August 1791. We have understood from Your Honors' letter that the measuring-parra of the Canarins in question was not asked for by our servants, nor was it ever refused or seized, and that Your Honors had hitherto by no means forbidden the sale of any provisions or goods whatsoever to us and our subjects, and that the Honorable Company has even assisted us with artillery ammunition and weapons, etc., when requested by us; furthermore, that we have not complained about this general prohibition earlier than now upon Your Honors' writing. Your Honors' reception regarding the measuring-parra is based on the assurance of the Canarins that our servants did not ask for it and that they had never refused or seized it; but to convince Your Honors of the contrary, we send into the hands of the interpreter Truijens the report of our menon (or writer) and sarages who asked for the measuring-parra, and we do not doubt that Your Honors will not fail, after that information, to investigate the matter accurately and punish the guilty. Since Your Honors have declared to us by your letter that it was not yet forbidden to sell the least thing to us and our subjects, we have noted that this happened through a misunderstanding of the people, and we have thus lifted the prohibition regarding the supply of foodstuffs from the North, South, and Kaimal to the city. Your Honors are well aware that we endeavor to maintain the friendship between us and the Company as long as the sun and moon stand, and on account thereof we have taken that true friendship into consideration and exercised patience in the present occurrences. We also desire that the present occurrences may be brought to the former state as soon as possible through negotiation, but that depends
Dutch transcription
101 No. 26. Koniept Brief door den E Politie„ ken Raad geschreeven van den Koning van Koetsiem den 24= Augustus 1791. Wij hebben uw Hooghuids brief van gisteren ontvangen en verstaan, waar op diend, dat de bewuste meetparra van de kanarijns door uw Hoogheids bedienden niet gewaagt noch ook nimmer geweigerd of gearresteerd is en dat wij tot noch toe geenzints verbooden hebben eene geprovisien of goederen hoe genaamt aan UW Edh oog„ heid of deszelfs onderdaanen te verkoopen Vuursteenen swarel en andere forthellerij ammu„ nietsie, en wapengoederen mogen door s malle handelaan niet verkocht worden, dit is een oud verbod in alle Establisse menten van des Hollandsche Komp: het welk ook al„ „toos stand grijpt en Jongst bij het uitzetten van onze wacht is dit gerenoveerd om dat wij van alle kante Rapporte kreegen dat de Mooren met alle kracht„ Kruid Zwarel, Salpeter, Lood, Pattroon-papier en vuursteenen opgekochte, dat wij niet hebben kunnen of te mogen tolleveeren; van diergelijke Aprliku „len is nooit aan uw Hoogheid geweigerd, wanneer daarom verzockt is zelfs heeft de Hollansche komp„ Artillers ten Gepast op de Nevenstaand WelEdelen Hoog G. Eijschte benoodig in 1e 09 6 o0t ko anschappen aliduteert Aan den 1oog Jndiase Regeer Eerbiedige Beant Artilleristen &pffuitmaakers en militaire offisie en onder officiers aan uw Hoogheid geleende, hier door hebben wij genoeg voldoende beweezen dit geen be trekking tot uw Hoogheid heeft, en heeft uw Hoog „heid sick ook tot heeden bij ons niet over beswaard, als nu naar dat wij het voorgeeven van de Meespan hebben aangetoond, ongegrond te zijn Niet tegenstaande alle deeze vriendelijkheeden heeft uw Hoogheid alle de toevoer van alle leeven middelen naar deeze stad onder de strengste p „nalileilen verbooden en zonderheid heeft Uw Hoogheid de Christenen die onder de Prolexie van dek vollandsche komp: staan en die om de willen deeze prolexce thans door uw Hoogheid getormenteerd worden laaten aanzeggen niets hoe genaamt man Koetsiem te laaten passeeren, niet uitzondering alleen van benoodigtheeden aan de Engelsche Heeren Towneij en MaaNicollij die op onze gra gebied woonent hier door heeft uw Hoogheid openbaare vijandelyk hreeden begonnen en drong ons daar tegen represailje te gebruiken wij zyn dus genoodzaakt uw Hooghd op het ernstigs te doch 102 doch ook op het vriendelykste te vermaanen met ons ter afdoening der ontslaane geschillen in onderhande„ ling met ons te treeden et voorbaarig verbod van geene leevens middelen naar Koetsiem te laaten passeeren direkt inte trekken en na geene valssche onboezomingen van lieden te luisteren die geene goede raadgevers zijn Wij hunnen eindelijk de vriendelijke gevoelens voor de Hollandsche Kompanie die uw Hoogheid by alle geelegenheeden zich zelver toeschrijft niet naar de woorden maar moeten dezelven na de handeling afmeeten terwijl wel verzeekerd zijn dat de protexee die uw Hoogheid en deszelfs predecesseurs Leeder meer dan Honderd Jaaren van de Hollandsche Komp: genooten hebben en noch genieten kan wel van zo veel geweicht is dat dezelve de ernstigste overdenking van uw Hoogheid meriteerd, weshalven wij Uw Hoog„ heid noch maals en op het vriendelykste ver„ maanin ons geduld niet verder te tergen, en ons eindelijk te noodzaaken tot middelen toe„ ^ voor vlucht te neemen die ^ uw Hoogheid van slechte gevolgen Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaan WelEdelen Hoog G. Eijschte benoodigt n delen voor ko anschappen diduceert Aan Den Hoog Jndiase Regeer niaar ng gron gevolgen kunnen zijn. Wy verwachten hier op ten spoedigsten antwo God Bewaare Uw Hoogheed / onderstond)/ zoo nig door mij in het mallabaars overgezet koessien dato als boven /get:/ J M Truijens G Transt Ah Kordeene Arnold Lunel sekret. trade 103 N„o 27. Translaat ola door den koning van Koetscem geschr: Aam den E Politieken Raad ontvangen den 25 Augustus 1791. — Wij hebben uit uwEdelens brief verstaan dat de be„ wuste meet parra van de Kanarijns door onzel Be„ diende niet gevraagt noch ook nimmer gewei„ gerd of gearresteerd was, en dat uw Edelens tot noch toe geen Zints verbodden hadden eenige provisien of goederen hoe genaamt aan ons en onze onder„ daanen te verkoopen, en dat d'E: Komp: selfs arthillerij- ammunitsie en wapen goederen enz: door ons gevraagt werdende, daar mede assis¬ teerd, voorts dat wij nopens dit generaal ver„ bod niet eerder hebben gedoleerd als nu op uwede„ „lens schrijven; uwedelens resceptie nopens de meetparra is gegrond op de verzeekering van de hanaryns dat onze Bedienden dezelve niet gevraagd, en zij die nimmer geweigerd of gear„ „resteerd hadden maar om uwEdelens het tegen„ deel te doen overtuigen zoo zenden wij in handen van den Tolk Truijens de Relaatsie van onze Menon/ of schryver/ en Iaragen die de meet„ parra Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande WelEdelen Hoog G. Eischte benoodig 1 dito k anschappene Indiduceert Aan Den Hoog 2i Jndiase Regeer a1 parra gevraagt hebben en wij twijfelen geen dat uwEdelens niet nalaaten sullen na dia formaatsie de zaak ex akt te onderzoeken en misdadigen te straffen. Wyl UW: Edelens ons bij deszelfs brief verklaa hebben, dat tot noch niet verbooden was, om aa onsen onze onderdaanen het minste met verkoopen zoo hebben wij aangemerkt dat d door mes verstand van het volk geschied in wij hebben dus het verbodt nopens de Toen van leevensmiddelen van de Noord, Lui „onge Kaimaal naar de stad, ontheft Het is uwe de lenste over bewust dat trachten de vriendschap tusschen ons De Komp: stand te houden zoo lange de zo en Man staan en uit hoofde van dien „ben wij die waare vriendschap in over den king genoomen, en in de thans geeft de gevallen geduld geoesend. Wij begeeren ook dat de tegenwoordige gevallen door onderhandeling ten spoedigsten op de voorige stand mogen gebragt worden, maar hangd
English
104 depends solely on Your Honour, and we have explained to the interpreter Truijens what it consists of; hereupon we await Your Honour's answer. Signed by His Highness / underneath stood / for the translation, Cochin, date as above /: was signed: / I. M. Truijens, Sworn Translator Agreed. Arnold Lunel, Secretary Respectful reply applied to the adjacent requested required personnel of the Right Honourable High Honourable and deduced to the High Indian Government [illegible] J. D. Swabe 105 No. 28. Translation Copy Malabar Account of the Writer Gewinda Menon On the 4th of the month of Singam, or the 17th of August, in the afternoon, I and the Taragan Ramen were at Proemaloe Senaij's and asked for the measuring parra; thereupon Proewala Senaij replied that all the Adigars had gone to wash, and that when we came in the afternoon at three o'clock, the measuring parra would be given. At that time I went together with the Taragan to the temple, and then it was answered to me by the servants thereof that when the arrears of paddy due to the temple at 44½ parras a month are now paid, the parra would be returned. I answered thereto that the order of the Minister was to bring a Pillai of the temple along with me to the said Minister, and that when the account was settled the payment of the paddy would take place. I received as an answer: let the Minister send a Pillai here to the temple to settle the account, Respectful reply applied to the adjacent requested required personnel of the Right Honourable High Honourable and deduced to the High Indian Government [illegible] and when the paddy is measured out to us, the parra will be returned. I said thereto that much of the King's paddy had arrived and he needed the parra to measure the same. Hereupon it was answered: they also have some paddy lying in the temple and that will be measured today; when you come tomorrow morning, you can get the parra. I went again the next day, the 5th or the 18th of August, to request the parra; then the Adigar Sonnoe and several others answered that when the 613 parras of paddy according to the account are paid, and a receipt is executed by the Taragan that henceforth the paddy allowance will be delivered monthly, the measuring parra will be returned. This is the true course of this affair. Signed by the said Pillai / underneath stood / for the translation, Cochin, the 26th of August 1791. I. M. Truijens, Sworn Translator Agreed. Arnold Lunel, Secretary J. D. Swabe Respectful reply applied to the adjacent requested required personnel of the Right Honourable High Honourable and deduced at the time to the High Indian Government [illegible] 106 Translation Copy Malabar Account of the Taragan Begoelan Ramen. On the 4th of the month of Singam, or the 17th of August, in the morning when I went from Anjikarro to the boutique, the Masapodikaren of the Canarese temple near the garden house there came to call me, and said that the Adigars of the temple had him warn me that I had to proceed with the measuring parra to the Canarese bazaar near Babo Kristna Jogiam to measure the paddy which he has for sale. I thereupon went thither, but arriving close to the temple, the measuring parra was demanded from me, pretending that there were two parras of paddy to measure; but after it had been demanded, it was kept inside, and the Manigar Sonno Kamotti asked me why according to custom at the end of the year I had not brought the measuring parra into the temple, and that now it being already the fourth day of the other year, it had not yet been done. I answered thereto that I had now already gone about with that measuring parra for 2 or 3 years, and had never done this, and then requested the parra, since some paddy of His Highness had arrived, Respectful reply applied to the adjacent requested required personnel of the Right Honourable High Honourable and deduced to the High Indian Government [illegible] to measure it. Hereupon the Manigar Sonno replied: go away and bring the writer or Menon to liquidate the account; when that is settled, the measuring parra will be returned. On the 19th of August, the said Sonno had me called, and upon his asking what the Minister had answered to the report of myself and the Menon regarding the measuring parra, I replied to him: that the Minister has said nothing. Sonnoe said thereupon: now you must also bring here the other measuring parra of Cochin de Sima. I answered him thereto that I did not have it, but another Kurumban, Malloe, went about with it, and the Menon had with him the key of the boutique where the measuring parra is kept. Sonnoe said thereupon: you must then execute such a written document, and kept me under arrest until the evening; and since I was not dispatched, I went home myself. When this occurred, the following persons were present: the first Adigar Alakamost, Connoe, Aroewala Senaij, and his son Jogiam. This is the true course of this affair. Signed by the said Kurumban 107 Kurumban Taragan Begoelam Ramen. /: underneath stood: / for the translation, Cochin, the 26th of August 1791 /: was signed: / I. M. Truijens, Sworn Translator Agreed. Arnold Lunel, Secretary Respectful reply applied to the adjacent requested required personnel of the Right Honourable High Honourable and deduced to the High Indian Government [illegible]
Dutch transcription
104 hangd eenlyk van uwEd= af en wij hebben aan den Tolk Truijens verklaard waar in het bestaat hier op verwachten Uwedelens antwoord. Geteekend door zijn Hoogheid / onderstond voor de Translaatse koetsiem dato als boven /:was geteekend. / I M Truijens G. Transtr Akkordeerd. Arnold Zunie Sekaet„s Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande Wel Edele Hoog G. Eyschte benoodig 4 Edele ko aanschappen en diduceert Aan Den Hoog Jndiase Regeer do a J:D: Swabe 105 N„o 28. Translaat Kopij Malabaars Relaas van den Schrijver Gewin da Menon Len 4 van de maand singam ofte den 17. Augustus s middags ben ik en den Iaragen Ramen by Proema loe senaij geweest en om de meetparra gewraagd daar op heeft proewala senaij gerepliceerd, dat alle de Adigaars gegaan waren om te wasschen en wanneer wijs agtermiddag om drie uuren komen de meetparra zoude ^ geeven worden Ik bin op die tijd met den Iaragen te zaamen naar de Tempel geweest en toen wierd mij door de Bedienden van dezelve geantwoord, dat wanneer de achterstallige Nelie aan de Tempel à 44½ par„ „ras s maands thans voldaan word de parra zoude terug gegeeven worden Ik antwoorde daar op dat de order van den Menister was om een Pulle van de Tempel mij mede bij gem: Menister te brengen en wanneer de reekening geslooten word de voldoening van de Nelie zoude geschieden Jk kreeg tot antwoord laat de Menister een Pulle hier na de Tempel zenden om de reekening te Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande WelEdelen Hoog G. Eijschte benoodig 1 Edelen 9 k manschappen pdiduteet Aan Den Hoog Jndiase Regeer a1 te vereffenen, en wanneer de Nelie ons toegeme word: zoo sal de parra te rug gegeeven wordend zeide daar op dat er veel Nelie s konings aange was en de parra noodig hadde om de zelve te m Ahier op wierd geantwoord, Men heeft ook wat ne in de Tempel leggen en die zal van dag gemeelen worden, wanneer gij morgen ogtent komt, hun gij de Parra Kryjgen. Ik ging s anderen dag den of den 18 Augustus weder de parra verzoeken toen antwoorden de Adigaar sonnoe en me anderen, dat wanneer de 613: parra Nelie gens reekening voldaan en door de Taragen een bewijs gepasseerd word, dat voortaan de Nelie gin tigheid maandelyk zal bezorgd worden de ma parra zal terug gegeeven worden Dit is de ma toedrag van deeze zaak Geteekend door gem: Pulle /onderstond/ voor d Translatatsie Koetsiem den 26 Augustus 19 J M Bruyen & G Trans l=r Akkordeerd Arnold, Zunel L Swrade Sekret„ Eerbiedige Brant Gepast op de Nevenstaande WelEdelen Hoog G. Eyschte benoodig so Edelen 9 ko manschappen aliditer Aan tijd Den Hoog Jndiase Regeer 4 d 106 Translaat Kopij Ma= „labaarsch Relaas van den Jaragen Begoelan Ramen. Den 4: van de maand Singam ofte 17: Augus= „tus smorgens toen ik van Anjikarro naar de boe= „tiek ging, quam de Masapodikaren van de kana= „rijnsche tempel digt het speel huisje aldaar„ mij roepen, en zeide, dat de Adigaars van de tempel mij lieten waarschuwen, dat ik mij met de meetparra naar de kanarijnsche bazaar bij Babo Kristna Jogiam moeste begeeven, om de nelie die hij te koop heeft, te meeten; Ik ging daar op naar toe, doch digt bij de tempel komende, wierd mij de meetparta afgevraagd, voorgeevende dat daar twee parras nelie waaren om te moeten, maar na dat dezelve afgevraagd was, wierd die binnen bewaard, en de manigaar sonno Kamotti vroeg mij waarom ik volgens gebruik bij het einde van het Jaar de meetparra, niet in de tem= „pel gebragt had, en dat nu al de vierde dag van het ander Jaar, zijnde noch niet geschied was. Ik antwoorde daar op, dat ik nu al 2. of 3. Jaaren met die meetparra beliep, en noit dit ge= daan had, en verzochte toen om de parra„ wijl daar eenige Nelie van zijn Hoogheid gekoomen Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande WelEdelen Hoog G. Eijschte benoodig 1 Edel k anschappen ulidicee Aan Den Hoog Jndiase Regeer a1 gekoomen was om die te meeten. Hier op repli de de Maniagaar sonno, gaat hij heen en bren de schrijver of Menon om de reekening te lig deeren, als die vereffend is: zoo zal de meet ra terug gegeeven worden. Den 19: Augustu liet gem: sonno mij roepen en op zijn vraage wat de minister op het rapport van mij de Menon nopens de meesparra geant¬ „woord had; repliceerde ik hem; Dat de M „nister niets gezegd heeft, sonnoe zeide daar op, nu moet gij de andere meetparra van koetsiem de sima ook hier brengen. Jk diende hem daar op, dat ik die niet had, ma een andere koerombij Malloe, daarmede „liep en de sleutel van de boeticq waar de meetparra in bewaard is, de Menon by zich had. sonnoe zeide daar op, gij moet da„ een zodanig handschrift passeeren en hield mij tot den avond in arrest; en wijl ik niet afgedappecheerd wierd: zoo ben ik zelfs naar huis gegaan; toen dit voor „viel waaren de volgende perzoonen pre jent de eerste Adigaar Alakamost, Connoe, Aroewala senaij en zijn zoon Jogiam. Dit is de waare toedrag van deeze zaak. Geteekend door Gem korombi 107 korombij Jaragen Begoelam Ramen. /:onderstond:/ voor de Translaatsie, Koct= „siem den 26: Augustus 1791: /: was getee= „kend:/ I: M: Gruijens G„r Translat=n Akkordeerd. Arnold Lunel Eerbiedige Beanl Gepast op de Nevenstaande WelEdele Hoog G. Eijschte benoodig te ko manschappen plidateers Aan Den Hoog Jndiase Regeer a schrit=
English
108 29: To the Honorable Ruling Sir Jan Lambertus van Spall, Senior Merchant, Second, and Chief Administrator on the Coast of Malabar. Honorable Ruling Sir, Pursuant to Your Honor's commanding order, the undersigned went yesterday morning to An- jekaimal, and met His Highness at half past twelve in the afternoon, having given a very detailed account of all that Your Honor instructed him, and after reading the letter His Highness replied as follows: The assertion of the Canarins, that they did not detain the matparra, is completely untrue; from the reports of our Menon or writer Iaragen, which His Highness handed over to the undersigned, it is clearly to be seen that our servants asked for it and the Canarins refused them; we shall send said Menon and Iaragen further to the Second with our Minister, to investigate the matter further, and if it should then turn out that the reports of our people are false, then we shall at that moment, in the presence of the Second, have them exemplarily punished; and finding the contrary, we desire this from the Canarins. Since we never thought that our allies, who assist us in all circumstances with everything necessary, would not forbid the selling of provisions and other goods to us and our subjects, we initially treated that prohibition as unnoticed; but as it became stricter day by day, we finally decided to stop the supply solely for the reason to know the cause thereof; but since the Honorable Political Council has now declared 109 that the prohibition had no reference to us, we have at this moment ordered the prohibition to the North and South, as well as at Anjekaimal, regarding the transport of provisions to the city, to be lifted, and according to old custom to let them pass; and we request an order to be given that our people, when they come to Mattancherry and other places to buy one thing and another, may be allowed to pass and repass unhindered with their weapons, whether with a bayonet or saber, just as we permit the people of the Honorable Company to do within our guards and posts. We would gladly enter into negotiations to bring the present disputes back to the former state, but this depends on the Council, for as soon as the guards are withdrawn according to our previous request, we shall immediately send our Chief Minister thither, and the Council can be assured and rely upon our royal word that as long as the negotiation lasts, the Canarins will not be molested in the least. Then also the delivery of rice shall immediately proceed. And when matters are concluded, we shall send the ratified contract, in which not the least change is to be found from the concept, to the Council for confrontation. The Canarins have again had the audacity 110 to forbid their vaddiaron or priest to perform the ceremonies of the Camoetty at Angicarra and some other Canarins; this is once again a brazen undertaking; we request the Second to issue the necessary orders regarding this. Furthermore, reassure the Council of our sincere and faithful friendship, and that we shall never listen to any false insinuations from anyone, because the true friendship of the Honorable Company is very dear to us; but there are indeed sweet-faced people who seek through their tricks to cause discord between us and the Honorable Company, and to play a role for a short time; we shall oppose this wherever possible, but those who desire such, we think they will come to no good end; we request the Council to take this into consideration. With this His Highness dispatched me and handed over the annexed ola. The undersigned hopes to have carried out this commission according to Your Honor's intended purpose; thus presuming to take the honor with much respect. Below stood: Honorable Ruling Sir, Your Honor's obedient servant. Was signed: J. M. Fruijensz. In the margin: Cochin, 26 August 1791. Agreed. Arnold Lunel, Secretary
Dutch transcription
108 29: Aan den weledelen gebieden de Heer Jan Lambertus van Sall. opperkoopman, sekunde en Hoofd administrateur ter Kuste Malabaar. Heer Weledele Gebiedende volgens uweledele gebiedende order is de ondergeleekende Gisteren morgen naar An„ gekaimaal geweest, en heeft zijn Hoogheid smiddags om half een uur ontmoet, voorsz zeer omstandig verslag gedaan van al het geen uw weledele gebiedende aan hem ge„ „last heeft, en na het leezen van den brief antwoorde zijn Hoogheid het volgende: Het voorgeeven van de kanarijns, dat ze de matparra niet aangehouden hebben, is volstrekt omvaar, bij de Relaasen van onzen Memon / of schrijver / Iaragen /: die zijn Hoogheid aan den ondergezekende over„ gaf :/ is duidelijk te zien, dat on„ „ze gedienden om dezelve gevraagt en de kanarijns ze geweigerd hebben, wij zullen gem: Menon en Iaragen noch nader bij den Heer Sekunde met onze Menister Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande WelEdelen Hoog G. Eischt benoodig 1 del ko ei Indiduceert Aan Den Hoog aanschappen Jndiase Regeer al Meinster zenden om de zaak verde onderzoeken, en wanneer dan mogte „waaren dat de Relaasen van onze zu „dere valsch zijn: zoo zullen wij hen o dat moment in tegenwoordigheid van den Heer sekunde, exemplaarijk laat straffen, en het tegendeel ontwaard dende, begeeren wij dit van de kanar Wijl we minner gedagt hebben, dat onze Bondgenooken, die ons in alle „leegendheeden met al het nodige a „steerd, niet verbieden zal aan ons en onze onderdaanen geene provisien en andere goederen te verkoopen: zo hebben wij dat verbod in t aller eerst als voor onaangemeerkt gelast maar wijl het zelve van d: agtb dag strenger wierd dus hebben wij eindelijk beslooten de toevoek te beletten eenlijk om de reeden daar van te weeten maar wijl de E: Politieken Raad thans verklaard heeft 109 heeft, dat het verbod geen betrekking omtrent ons had zoo hebben wij op dit moment belast om het verbod om de Noord en zuid als ook op Angekai„ maal nopens de vervoer van levens middelen naar de stad te ontheffen, en volgans oud gebruik te laaten passeeren en wij verzoeken order te stellen dat ons volk wanneer ze op Matlanser en andere plaatsen komt om het een en ander te koopen met haar wapen het zij met Een bajonck of sabel over„ „hindert te laaten passeeren en re„ „passeeren gelijk wij aan het volk van d'E: komp: zulx binnen onze wachten en posten permitleeren. — 6 Wij willen gaamne in onderhande„ „ling treeden om de teegenwoordige geschillen in den voorige stand te brengen Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande WelEdelen Hoog G. Eijschte benoodig t zn Edelen ko aanschappen en poliditeert Aan Den Hoog Ei Jndiase Regeer 1a1 brengen, maar dit hangd van de Raad af, want zo dra de wachten volgens ons vorig verzoek in getrok worden: zo zullen wij onmiddelijk on zen eerst Menister derwaards zend en de Raad kan verzeekerd zijn en ons koninglijk woord staat maaken dat zoo lange de onderhandeling duurd, de Kanarijns het minste mo geledeerd zullen worden. — Als dan zal ook de leverantie van rijst ten eersten haar voortgan„ hebben. En als de zaaken zullen afgeloo zijn, zoo zullen wij het geratificeerd kontrakt, waar bij geen de minste verandering aan te vinden is niet het koneept, bij den Raad ter kon „frontaatsie zenden. De Kanarijns hebben alweeder de stout. 110 tondheid gehad den waaddiaan of Priester van dezelve te verbieden, om de Peremonies van den Kamoetti op Anjikarra en eenige Kanarijns meer, niet te verrichten, uit is alweeder een brutaale onderneeming wij verzoeken den Heer Sekunde hier omtrent de noodige ordres te stellen, Voorts ver„ „zeekerd uwE. den Raad van onze oprechte en getrouwe vriendschap, en dat wij minner aan eenige valsche in boezemingen van niemand zullen luisteren, want de waare vriendschap en van d'E: komp: is ons zeer te Dierbaar„ maar daar zijn wel linden op zoet„ „sien die door hunne listen zoeken tusschen ons en D'E komp: oneenig= „heid te verwekken, en voor een korten tijd de rol te speelen, hier toe zullen wij waar mogelijkheid tegen gaan, maar de geenen die zulx begeeren, denken wij, dat ze geen goedeinde zullen Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande WelEdelen Hoog G. Eijschte benoodig zyn Hoo Edelen ko aanschappene plidateert Aan Den Hoog Jndiase Regeer a zullen hebben wij verzoeken dit Raad in aanmerking tewillen „men. Hiermeede Expidieerde mij zijn Hoogheid en inhandigde de neven leggende ola. De ondergeteekende verhoopt deese kommissie naar uweledele get: inter „sie volbragt te hebben: zoo matige zich de eer net veel achting te na „men :/ onderstond:/ weledele Gebieder de Heer Uwer weledele Gebiedende ge¬ „hoorzaame Dienaar /: was Geteekend J=b M=s Fruijensz: / in /:Margine:) Koetsiem den 26. Augustus 1791. Akkordeerd. Arnold Lunel sekrit:s Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande welEdele Hoog G. Eijschte benoodig n Ha Edelen ko heijd Den Hoog pulidatee Aan nschappen Jndiase Regeer al