VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3986

Japan · 868 pages · 260 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3986_0082 view scan ↗

English

16 March 1792. Ship Rusthoff, currently in the roadstead of Your Honour's Government of Samarang, We find on the project for Macasser, a chiampang to be taken along thither; we find ourselves impeded to take the same along in this late season; Your Right Honourable already knows that currently nothing but south-east winds blow, so we will have very much to do to sail the ordinary fairway to Macasser with the single ship alone; thus we very humbly request to be relieved of this vessel, which cannot sail except before the wind, as otherwise the voyage might fail because of it. With this we have the honour to sign ourselves with the greatest veneration, was signed: Title; lower: Your Right Honourable's most humble servants; was signed: I. Paardekooper, W. L. Baggers, and H. Smit; in the margin: In the Company's ship Rusthoff at the roadstead of Samarang, 9 March 1792. Translation: Bugis letter I say to Your Honour that you are my son and grandson; my vessel goes to trade in Your Honour's country, to which Your Honour must grant assistance, so that no one, in an unjust manner, does it any harm, for if one shall do any violence to it, it will be just as well as if one had done it to myself, and also one shall not be allowed to involve my people in legal proceedings without my prior knowledge, as they are merchants, and no one except Raja Bone alone has the authority to take this vessel of mine to himself. Regarding this letter from Raja Baringin, in whatever country it arrives, one shall not be allowed to do any violence or injustice to it without my prior knowledge. was signed: On the back it is written in Malay: Anachoda Kota; lower: translated by me; was signed: W. Wardenaar, sworn translator. To 94. To His Excellency 28 April 1792. To the Right Honourable, Valiant and Most Respected Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Honourable and Valiant Lords Councillors of Netherlands India, etc., etc. Right Honourable, Valiant and Most Respected Lord, And Right Honourable and Valiant Lords. Paragraph 111. We take the liberty herewith to bring to Your Excellencies' respected notice that the ship Leijden arrived safely here in the roadstead on the 7th of this month, and with it have safely arrived, belonging to the Regiment of Wurtemberg, half a company of artillerymen and 27 men of the recently enlisted chasseurs, of which we take the liberty to present to Your Excellencies herewith the brief strength report, from which it appears that no one died on the voyage. Paragraph 112. Meanwhile, they are busy discharging the aforementioned ship Leijden of the artillery goods brought therewith, whereafter the same will be loaded with rice as quickly as possible, and will be made to undertake the return voyage to the capital. Paragraph 113. Furthermore, we still have the honour most humbly to report that the ship Rusthoff and the pantjalling De Vreede undertook the voyage from Rembang to the Government of Macasser on the 23rd past, the first-mentioned vessel having been loaded there with: 1058 pieces of Chinese planks of 2 to 4 and 50 pieces of ditto of 1 to 1 and a quarter inches, 1600 cannes of coconut oil, 4 pieces of sloops of 10 oars, costing with their shipping expenses and what was further charged, together 1171 guilders, 12 stivers, as appears from the gross invoice, which, along with the cargo manifest, we have the honour to present herewith to Your Excellencies together with the further papers relating to the loading and dispatch of that vessel, as well as a declaration of the Second Lieutenant Gottlob Kloeth, commanding the pantjalling De Vreede, from which it appears that that small vessel is so fully laden that nothing more could be stowed therein. We have the honour to remain with the highest esteem and submission, was signed: Title; lower: Your Excellencies' very obedient and faithful servants; lower: in the absence of the Lord Governor and Director of this Coast; was signed: Jacobus van Santen, Johannes Wilhelmus Crose, Christiaan Gottlob Fischer; in the margin: Samarang, 10 April 1792. 10 April. 16 March 1792. To 43 28 April 1792. To His Excellency, The Right Honourable, Valiant and Most Respected Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Honourable and Valiant Lords Councillors of Netherlands India, etc., etc. Right Honourable, Valiant and Most Respected Lord, And Right Honourable and Valiant Lords. Paragraph 114. We take the liberty herewith to reply to Your Excellencies' very respected dispatches of 20 February, item 5, 6, and 27 March, and 2 of this month, with which we have found ourselves successively honoured. Paragraph 115. With regard to the ships and vessels, we had the honour, in our last submission of the [illegible] of this month, to report to Your Excellencies the arrival here of the ship Leiden, and at present we take the liberty, in continuation thereof, to report,

Dutch transcription

den 16: Maart 1792. schip Rusthoff, thans te rheede van Uwel Edelens Gouvernement Samarang, Vinden op 't project van Macasser, een Chiampang om derwaards meede te neemen, wij vinden ons beswaart om dezelve in dit laat par gelij meede te neemen, Uwel Ed: gravt agtb: hiet reeds zelfs thans niet als Z: O: winde waijen, dus sullen wij seer veel te doen hebben om met 't enkeld schip alleen 't ordinair vaarwaater Macasser te bezeilen, dus verzoeken mij seer needrig van dit vaartuig, dat niet dan voor de wind deilen kan, te neer „den ontslaagen; terwijl anders daar door de reijze soude konnen missen Hiermeede hebben wyj de eer ons met de grootste veneratie te teekenen /: onderstond. / Titul /:lager:/: Uwel Ed. gestr: groot agtb: onderdaanigste dienaard /:was geteekend:/ I: Paardekooper, W=d L=s Baggers, en H: smit /:in margine:/ In 'd' Comp=s schip Rusthoff ter rheede Samarang den 9ehaart 1792. /: Translant:/ Bouginees briefje Ik zeg Uwel Ed:, dat gij mijn zoon en klein zoonzijt; — mijn vaartuig gaat om handel te drijven in Uwel Ed: land, dewelke UE: hulp moet te„ „wijzen, op dat niemand, op een onregtvaardige wijze, het zelve eenige overlast doe, want zus men aan het zelve eenig geweld zal doen, zal 't net zoo goed weezen off men mij het zelf aangedaan heeft, en ook zal men mijn volk„ buiten mijne voorkennis, niet in regten mogen betrekken, alzoo het Negotianten zijn, en niemand als eeniglijk Radja Bore, 't vrmogen heeft, dit mijn vaarting na zij te neemen Aangaande deeze briev van Radja Briengien, in voorland dezelve aak komt, zal men aan dezelve geen geweld of ongelijk mogen doen, luiten mijn voorkennis. /:onderstond:/ Agterop staat in 't Maleidsch geschreeven; Anachoda Kota /:la„ „ger:/ getranslateerd door mij /:was geteekend:/ W: Wardenaar, gesm: Tr: Aan 94. Aan zijn Hoog Edelheid seijden rsche trouper zijn aangekomen „laden, en vervolgens weeder te„ te ontkomen, en van hun onvende alhier verdaa te komen den 28e. Aprill 1792. Den Hoog Edelen Gestrengen groot Achtbaaren Heer Pr M=r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India v. &=a &a Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare Heer. En WelEdele Gestrenge Heeren. § 111 Wij neemen bij deezsen de vrijheid Uw hoog Edelheeden ter g'eer mire alhier van het schrip „de kennisse te brengen dat het schip Leijden op den 7: deezer alhier 1 ter rheede wd' g'arriveert, en daarmeede wel zijn aangekomen te waarmeede eenige wurtemberg„ tot het regiment van Wuitenberg gehoorende een halve comp=e arthilleristen en 27 koppen van de jongst teig gescleevene jagers waarvan wij de vrijheid neemen Uw hoog Edelheeden nee„ „vens deeze de korte sterkte aantebieden, waaruni't blijkt dat op de reis niemand overleeden is. § 112. Ontusschen is men bezig het gem: schip Leijden van de daarmeede gem boden sal men mit rijt be„ aangekragte „rig zenden en partjalling d vreede zijn van Rembrng naar dat gouverne„ „ment verrotken de chartres aanbied. aangebragte Arthillerij goederen te ontlossen, waarnoer men het „selve zn spoedig mogelijk met rijst belaaden, en de terug reis naar de hoofdplaats zal doen aan neemen. o t Mrersen wshij Rister 13. vort hebben wij nog de eere needigst te bedeelen, dat het schip Rusthoff, in de pantjalling de vreede op den 23: passato de reid van Rembang naar het gouvernement Macasser hebben aangenomen, sijnde den eerstgenoemde kiel aldaar belaaden met 1058: p=s Chineesche planken 2 4 &: a 50. p=l d=to 1 a 1¼ d=m 1600. k=n klappes alie 4 p=s schurt van 10 riemen. kartende met dier afscheeps ongerden en het verder aangereekende te zarmer ƒ1171: 12:—. blijkens eagrossement factuur, die wij ven melzer telaading nen de eer hebben Uw hoog Edelheeden neevens de verdere papieren tot de belanding en depechie van dien bodem tetrekkelijk hier„ „neevens aantebieden, als meede ook een verklaaring van den op de pantjalling de vreede gezachvoerende sous lieutenant gottiel kloeth, waaruit blijkt dat, dat kieltje zoodaanig vollaaden is, dat niets meer daarinne heeft kunnen gestoaken worden. Wij vereeren ons met de meeste hoog agting en submissie te blijven /:onderstond:/ Titus /lager:/ Uwer hoog Edelheeden seer gehoorzaame en trouwschuldige dienaaren /:wag lager:/. hij absentie van den Heere„ Gouverneur en Directeur deezer kuste /: was geteekend: /. Jacobus van Santen, Iohannes Wilhelmus Crose, Christiaan Godliel Fisscher, /: in margine. /. Samarang de 10: Aprill 1792. den 10e. Aprill. den 16: Maart 1792. 1 B tet H H Uwe Edelens Gouvernement Samarana Aan 43 den 28e. Aprill 1792. schip met het zeijdeng den vrandrij ltar. „ teauvieux, adsistend kruine, en lieutenant gunkil aangekomen Aan zijn Hoog Edelheed Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaaren Heer. M=r Willem Arnold Atting. Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India &=a V„n V#. Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaaren Heer En WelEdele Gestrenge Heeren. § 114. Wijneemen de vijleid bij desen te krntwoorden wer hoog etondij in nen H N. 60 gelandt Edelheeden seer gevenereerde missives van den 20: februarij item 5 ƒ ƒ 6: en 27=e maart en 2=e deezer, waarmeede wij ons naar den ande„ ƒ „9 „ren hebben vereerd gevonden. § 115. het betrekking tot de scheepen en vaartuigen, hebben wij hij onze laatste sub„ „misse van den 50: deezer, de eer gehad aan Uw hoog Edelhee„ ƒ „den te bedeelen het arrivement alhier van het schip Leiden, en thans neemen wij de vrijheid ten vervolge van dien te mel= te ontkomen, en van hun maande alhier verdaa te komen „den,

NL-HaNA_1.04.02_3986_0086 view scan ↗

English

16 March 1792. That vessel was given a caulking here and sent to Tagal and Paccalongang to take in rice. 28 April 1792. that on that vessel, besides the Wurtembergers mentioned in our said missive, there have also arrived here military Ensign Loran Ioseph de Chasteauvieux and Adjutant Pieter van Kruine, sent hither by Your Noble Excellencies to perform service, as well as the Lieutenant of Artillery Justus Henrich Gunkel, who was stationed at Cabo de Goede Hoop, which latter, according to his own statement, is destined to be placed here in the Marine School to provide instruction, for which purpose we shall also have him employed; in the hope that this may receive the esteemed approval of Your Noble Excellencies. Section 116. Meanwhile, at the request of its officers, we had the aforementioned ship Leiden caulked here, as its seams, according to the accompanying declaration provided by them, had opened up due to the working of the ship, and this measure was therefore highly necessary in order to enable the ship to take in dry products, after which we sent that vessel at once to the station of Paccalongang to take in the remainder of the rice and then proceed down to the station of Tagal for further loading with this grain, while we take the liberty of presenting herewith to Your Noble Excellencies the powder account of the said vessel, with respectful note that nothing noteworthy occurred to us in it. 5 75 28 April 1792. Batavia and the Juffrouw Johanna brought Wurtembergers, sent to Japara to load timber there. 28 April 1792. Section 117. The ships the Batavier and the Juffrouw Johanna arrived safely in the roads here on the 11th and 13th of this month, and with the first-mentioned vessel there arrived here 15 artillerymen and 7 riflemen belonging to the Regiment of the Duke of Wurtemberg, of which we have the honor to submit humbly herewith the short strength report. Section 118. The said ship the Batavier is currently being discharged of the goods brought along, of whose delivery we shall further have the honor to give due notice to Your Noble Excellencies; while we shall subsequently send the said vessel to the station of Japara, in order to be loaded there with timber, and preferably with light assortments, in accordance with the esteemed order of Your Noble Excellencies by missive of 20 February last, which we trust will also be to the satisfaction of Your Noble Excellencies; for although that vessel, upon its dispatch to Java, was projected by Your Noble Excellencies according to what was written on the subject to fetch a cargo of rice, and this is also further mentioned in the letter of accompaniment of that vessel, we were nevertheless ordered by Your Noble Excellencies' said missive of 20 February last to load that vessel preferably with light timber, besides the fact that, after deducting our own needs, we currently have no full cargo of rice available here, and time would be lost considerably if we were to send that keel to the eastern corner for that purpose. 16 March 1792. and sent to Rembang dispatched to Joana some articles unloaded therein 28 April 1792. Section 119. On the other hand, we have let the ship the Juffrouw Johanna depart for the station of Rembang, likewise to fetch a cargo of timber; while we shall have the said vessel, as well as the other ships dispatched by Your Noble Excellencies to this government, supplied with the necessary rations of rice and katjang, in such manner as has been prescribed to us by Your Noble Excellencies on that matter. Section 120. The bark the Eersgezindheid, dispatched by Your Noble Excellencies to Banjermassing, also arrived safely in the roads here on the 13th of this month, and departed today for the station of Joana, to take in there, insofar as shall be feasible, the remainder of the timber demanded by Your Noble Excellencies in the previous year for Banjermassing and left behind by the bark the Verwagting, and then to steer directly for the said station. Section 121. And whereas Your Noble Excellencies have also been pleased to order us to ship on that small vessel, in reduction of the demand still awaited, some provisions and other necessities.

Dutch transcription

den 16: Maart 1792. dien bodem heeft men alhier een kalvaat olag laaten geeven en ter inneem van rijst naar Tagal a Paccalongang gezonden den 28e. Aprill 1792. „den, dat met dien bodem, buiten de, bij onze gedagte missive vermel„ „de wurtembergers, ook alhier aangekomen zijn, de door Uw hoog Edelheeden ter dienst presteering herwaards gezonden vaan„ „drig militair Loran Ioseph de Chasteauvieux, en advitend Pieter van Kruine, als mede de aan cabo de goede hoop beschei„ „den geweest zijnde Lieutenant der arthillerij Justur Henrich Gunkel, welke laatste, volgens desselfe opgaav, bestemd zoude zijn, om alhier tot het geeven van onderwijs, in het Marine= school geplaatst te worden, waartoe wij denselven dan ook zullen laten doorn omploijeeren; in hoop, dat zulx de g'eerde goedkeuring Uwer hoog Edelheeden zal mogen ingdrangen. § 116. Het voorm: schip Leiden hebben wij intusschen, op ver„ „zoek van dier overheeden, alhier doen kalfarten, alzoo de nader van het zelve, volgens de neevensgaande door hun daarvan gegee„ „ven verklaaring, door het werken van het schip, waren open gegaan, en deeze voorziening dus ten hoogsten noodzaakelijk was„ om het schip in staat te stallen tot het inneemen van droogen producten, waar na wij dien bordem ten eersten naar het comp„ „atoir Paccalongang hebben gezonden, on aldaar het restant rijst in te neemen en dan ter verdere belaading met dit graan„ naar het comptoir Tagal aftezatken, termijl wij de vrijheid nee„ „men Uw hoog Edelheeden bij deezen aantelieden de kruitreeke„ „ning van gem: bodem, onder eerbiedige notitie, dat ons daar s i Ruutstill the Hle abuede un Uauel Edelens houvernement Samarana hij 5 75 den 28e. Aprill 1792. te ontkomen, en van hun maande alhier verdaa te komen Batavia en de Juffrouw Johann wurtembergers aangebragt Japara senden ter belading aldaar van houtwerker. den 28e. Aprill 1792. bij niets te remarqueeren voorgekomen is. § 17 Se schapen de Batavier en de Juffrouw Johanna zijn min alhieren t ehrijde op den 11=e en 13=e deezer behouden alhier g'arriveerd, en met den eerstgem: bodem zijn alhier aangekomen 15: koppen Arthilleris. d. eertgem: kil heeft eenige „ten en 7: koppen Iagers, gehoorende tot het Regiment van der Hhertog van wurtemberg, waarvan mij de eer hebben de kor„ 1 „te sterkte in deezen needrig aansehriden § 118. schet gem: schip de Bataviar is men thans aan heezij te stentijde ernige van 1 „ ontlossen van de meede gebragte goederen, van welkers uitleevering wij nader de eer sullen hebben Uw hoog Edelheeden de verschuldigde ken¬ „nit te geeven; terwijl wij gem: bodem vervolgens naar het Comp„ „toir Iapara zullen senden, om aldaar, conform het g'eerd bevel Uwer hoog Edelheeden bij missive van den 20: febr: lit:o met hout„ „werken, en wel bij praeferentai met ligte vorteeringe, belanden te worden, het geen wij vertrouwen, dat ook naar het genoegen van Uw hoog Edelheeden zijn snl, waat afschoon die kiel, bij dier aan„ „leg naar Iava, conform het desweegons aangeschreevene door Uw: 5 hoog Edelheeden gepropecteerd is geweest, om een lading rijst af„ „behaalen, en zulks ook nader bij de geleide brief van dien bodem 1 ƒ aangehaald word, zoo is ons egter bij Uw hoog Ed: gem: missive van den 20:e Februarij a: t: aanbevoolen, dien bodem bij praeferentie 1 met ligte houtwerken te belaaden, behalven dat wij na aftrek van den 16: Maart 1792. dier ende naar Rembang gezon„ „sindken naar Joana is gedepesheert eenige artiktulen darinne afge„ „laaden den 28e. Aprill 1792. van eige benoodigdheid thans hier geene volle laading rijst meer aanhanden hebben, en de tijd te merkelijk zoude verloopen, indien „kiel wy dien „ ten dien einde naar den oosthoek afzonden. terwijl de juffrouw Johanna ten §' 119. sihet schip de juffrouw Iohanna hebben wij daarenteegen naaer het comptoir Rembang laten vertrokken, meede ter afhaal vanr een lading vart Houtwerken; terwijl wij aan gem: bodem, zoo wel als aan de verder door Uw hoog Edelheeden naar dit gouvernement aangelegde scheepen de benoodigde randsoenen van rijst en katjang 6 zullen laaten verstrekken, zoo en in diervoegen, als door Uw hoog Edelheeden ons derweegens aangeschreeven is. enie van de berk de Eersp s 120. De door Uw hoog Edelheeden naar Banjermassing aange„ ƒ „legde bark de Eersgezindheid is op den 13=e deezer ook behou„ „den alhier ter rheede g'arrivert, en id op heeden naar het comp: die ten inneem van houtwerken itoir Toana vertrokken, ter inneem aldaar, in zoo verre til doenlijk weezen zal, van het restant der door Uw hoog Edel„ „heeden in a o p=o voor Banjermassing gevorderde en door de bark„ 8 de verwagting terug gelaatene houtwerken, en om dan direct naar ƒ het gem: comptoir voort te steeveren. alhier aft van egter tooren § 21: En vermits Uw hoog Edelheeden ons tevens hebben gelieven te beveelen, om in dat kieltje, in mindering van de nog verwagt wordende eisch, meede te laaten afscheepen eenige provisien en andere bienoo„ of i Buudtrill the I le abuede uen Uael Edelens houvernement Samarans =ndigtheeden van id.

NL-HaNA_1.04.02_3986_0089 view scan ↗

English

the 28th of April 1792. and of which the bill of lading and invoice are offered, having come to anchor before the channel of Sidayu. Accordingly, we also had that vessel loaded here with 500 lb Gunpowder 250 cannen Sarat oil and 540 cannen Coconut oil, which we trust will meet with Your Right Excellencies' esteemed approval, as we were uncertain which goods actually ought to be dispatched, and we therefore thought it best to govern ourselves in that regard according to the requisition of the previous year, which, aside from the timber, consisted solely of the aforementioned three items; to which we limited ourselves all the sooner since there was not much space left in the aforementioned small keel. Section 122. We present herewith to Your Right Excellencies the bill of lading and invoice of the items dispatched in the aforementioned bark the Eensgezindheid, as well as the gunpowder account of that small keel, in which nothing has been entered that conflicts with the orders. Section 123. By our above-mentioned missive of the 30th of this month, we also had the honor of informing Your Right Excellencies of the departure from Rembang of the ship Rusthoff, destined for Makassar; however, this vessel came to anchor before the channel of Sidayu on the 5th of this month, whereupon its captain informed the Surabaya administrator by missive that the voyage since the departure from the Rembang office had been very disappointing, on account of the easterly winds blowing daily and the strong westward currents, and that many of the Europeans among the crew were also sick, so much so that he, the captain, could not be assisted by any of the officers and was thus forced to serve alone, with a request to be provided from Surabaya with two quartermasters and 8 sailors. But the officials there found themselves able to supply only one quartermaster (being the commander of the pantjalling the Dankbaarheid, which belongs there) and three sailors, as the remaining European seamen stationed there had for the most part sailed out with the cruising vessels to cruise against the pirates, who have already been sighted in various places. Section 124. The captain of the aforementioned ship Rusthoff having on that occasion also requested permission to set a course through the strait in case the easterly winds continued to prevail, the Surabaya officials immediately sent the chief pilot thither with written instructions to the captain to confer with him as to whether that enterprise could be accomplished with complete safety and without danger, and if so, to make use of that course; however, this did not take effect, as the aforementioned vessel, according to the private writing subsequently received by the first signatory from the said Surabaya administrator, already resumed the voyage to Makassar on the 17th of this month, which we hope will turn out more favorably than could have been expected, as both at Surabaya and here continuous, steady west and northwest winds have prevailed ever since. Section 125. The bark the Langmoedigheid, which arrived here from Pontianak the previous year, is currently being made ready and rigged out, in order to be sent to Batavia as soon as weather and wind permit. Section 126. Regarding the delivered cargoes, we present herewith to Your Right Excellencies the report of the ordinary commissioners, along with the memorandum and findings of the chief administrator Jacobus van Santen concerning the delivery of the 25 leagers of arrack sent to us for Your Right Excellencies by the ship Rusthoff, from which Your Excellencies, if it please them, will note that the officers had an overplus thereon of 139 1/2 cannen of arrack, amounting in Dutch money to 32 guilders 6 stuivers 8 pennings, which amount we take the liberty to have credited to the capital, with a humble request that the officers of the aforementioned vessel may be credited for it on their pay accounts. Section 127. For what has been communicated by Your Right Excellencies concerning the resolution taken by the gentlemen of Their High Mightinesses' commission for the inspection of the fortification works in the Indies regarding the irregular 1-pounder ordnance on hand in this government, we express many thanks; and we shall also, in conformity with Your Right Excellencies' esteemed command, not fail to retain the cannon of this caliber for as long as it remains serviceable. Section 128. With relation to the write-offs and entries, we present herewith to Your Right Excellencies a declaration given under offer of oath by the raft-maker Ian Baptist Lourdel stationed at Rembang, containing the loss of a light iron grapnel and a lead with its lead line during the transport of the Rembang timber raft to the capital, and all of which we then also respectfully request may be written off in the books as a loss at sea. Section 129.

Dutch transcription

den 28e. Aprill 1792. en waarvan men de coproscement factuur aanbried het gat Va sidaijoe ter an„ „ker gekomen „digtheeden, zoo telken wij dien conform, dat vaartuig oak alhier doen belaaden met 500: lb Buskruit 250: k=n Sarat olij en 540: „ klappus „ het geen wij vertrouwen, dat de g'eerde goedkeuring Uwer hoog Edelheeden zal mogen wegdraagen, alzoo wij in het onzeekere zijn geweest, welke goederen ergentlijk dienden te worden afgezonden en wij derhelven legt gedagt hebben, om ons dien aangaande te re„ „guleeren naar den eisch van a=o p=s, die, buiten de houtwerken, alleen in de gem: drie articulen bestaan heeft, en waar toe wij ons te eerder bepoald hebben, daar in het voorsz: kieltje buiten dien niet veel ruimte meer overig was. § 122. Het lognoscement factuur van voorm: in de bark de Eensgezindheid afgelaadene artikulen bieden wij Uw hoog Edelheeden neevens deezen aan, gelijk ook de kruitreekening van zoo mede de kuutrekning dat kieltje, waarhij niets opgebragt is, dat teegen de order strijdt. § 123. Bij onze boven gewaagde missive van den 50: deezer heb- tet schip Rusthoff id voor „ben wij ook de eer gehed Uw hoog Edelheeden kennis te gee. „ven van het vertrek van Rembang van het naar Macasser gedetineerd schip Rusthoff, dog deze bodem us op den 5e dee¬ den 28e: Aprill 1792. te ontkomen en van hun onnaane alhier verdlaa te komen „zer Zeevaarende voorzien geworden Het selfde heeft op den 17=e deezer de reis naar Macasservoort„ gezet den 28e. Aprill 1792. „zer voor het gat van Tidaijoe ten anser gekomen, waneer dies Capitain, den sourabaijar gezaghebber bij eene missive bedeeld heeft, dat de reis, veedert het vertrek van het comptoir Rembang, zeer wad teegen gevallen, uit hoofde van de dagelijks waaijende ooste„ „winden, en de sterke stroomen om de west, en dat ork van de Equipage veelen der Europeezen ziek waren, zoodanig dat hij Capitain, door geene der officieren konde worden g'adristeerd, en dus genoodzaakt was, alleen dienst te doen, met versoek om van sourabaija voorzien te mogen worden waot twee siwrre„ en van sourabaija met eenige n tiermeesters en 8 Mattroozen, dan waarvan de Bediendens zich al„ „leer in staat gevonden hebben een kwartiermeester /:zijnde den ge„ „zackhebber van de aldaar te huijs hoorende pantjulling de dankbaarheid:/ en drie Matroozen te voldoen, als zijnde de ove„ „rige aldaar bescheidene europeesihe zeevaarenden, voor het grootste gedeelte, met de kruissersvaartuigen uitgeloopen, om teegen. de zeeroovers, die rieds op verscheidene plaatsen ont„ „waard zijn, te kruissen. § 124: De Capitain van het voorm: schip Rusthoff, bij die ge „leegentheid ook verzoek gedaan kekkende, om cour door den tregter te mogen stellen, ingevalle de ooste winden kleeven door staan, zoo hebben de sourabaijascha bediendens direct den prisseer opper„ sloats derwaarts gezonden, met aanschrijvens aan den Capitain, om met dezelve te overleggen, of die onderneeming, met volkomen ge„ Rntell t tla alede an MulEdelens Couenement Samerans den 16: Maart 1792. „rustheid 79 den 28e. Aprill 1792. men naar dat avra zenden bevindingde uitgeleverde ladin„ van het schip Rustkop. den 28e. Aprill 1792. „rustheid en sonder gevaar volbragt zoude kunnen worden, en soo ja, om als dan van die courd gebruik te vruween maaken; dan het welk egter geen gevolg heeft genomen, alzoo de gem: bodem, volgend het veederd bij den eerstgeteekenden ontvangen partaculier schrijvend van den gem: sourabaijas gezackhebber, reeds op den 7=e deezer, de uit naar Macasser heeft voortgezet, welke wij hoopen dat voorspoediger zal uitvallen, als men heeft mogen verwagten, alzoo men seederd zoo wel te sourabaija als hier, bij aanhoudend„ „heid, door staande west en noord weste winden gehad heeft. § 125. De in a. p. s van Puntiana alhier aangekomen bark de Langde bark de langmoedigteid zal „moedigheid, is men thans deezig in gereedheid te brengen en toele„ „tuigen, om, zoo dra het weer en wind toelaaten zal naar Bata„ „via gezonden te worden. § 126 De Uitgeleeverde laadingen betueffende, bieden wij Uw hoog Edelheeden hier neevens aan het rapport van ordinaire gecommitteer„ „ders anet de memorie en bevinding van den hoofdadministraeur Iacobus van Santen, nopens de uitleevering der voor Uw hoog Edelheeden ond met het schip Rusthrof toegezondene 25: leggers arak, waaruit Hoogst Dezelven, der behaagende, corstee= „ren sal, dat de overheeden daarop over hebben gehad 139½. kannen arak, bedragend ans neederlondsch geld. . ƒ 32: 6: 8: te ontkomen, en van hun ongeval alhier verslaa te komen welk der gemaakte schutting om„ „trerd het iregulier geschut van 1 lb van een oerhooren geraaken dreg 2: on dok died den 28e Aprill 1792. welk bedragen mij de vrijheid reemen de hoofdplarts ten goede te laaten brengen, met humbel verzoek, dat de overheeden van meerm. bodem daar voor op hunne soldij reekening mogen ge„ „crediteerd worden. men der t oorhet bedelde 127. voor het bedeelde door Uw hoog Edelheeden, omtrend de ge„ „maakte veturkking door de Heeren van Hun Hoog Moogende comissie tot den opneem der Fortificatie werken in Indie, nogend het ten deezen gou„ „vernement aanhanden sijnde irregulier geschut van 1: lb, be„ „tuigen wij veelmaals dank, en wij zullen ook conform het g'eerd bevel Uwer hoog Edelheeden niet manqueeren, het Ca„ „non van dit Caliker zoo lang aantehouden, als het bekwam zijn sal. nan provenrend d„t erklaring a„ 128. Met relatie tot de In en Afschrijvingen bieden mij Uw hoog Edelheeden hier neevend aan een verklaaring onder praesentatie van eede door de te Rembang bescheidene vlottemaaker Ian Baptist Lour„ „del gegeeven, behelzende het verlie van een geer ijzere dreg, en een lood met dier lood lijn, bij het transport van het Rem„ om welker afschrijving nen abangs houtolat naar de hoofdplaats, en welk een en ander ƒ wy dan ook eerbiedig versoeken, dat als een verlier ter zee, bij de breken mag worden afgeschreeven f Burthils tt Ile ahuede en Uanl Edelens houuernement Samarana den 16: Maart 1792. §S 129.

NL-HaNA_1.04.02_3986_0093 view scan ↗

English

81 the 28th of April 1792. The production of some maps has been entrusted to the naval school. Who will be instructed in land surveying. Regarding the proceeds of the sold bird's nests. § 129. The maps of the college of Gentlemen Polder Board Members in Batavia, sent hither by Your High Nobilities with regard to the domestic orders, have been well received by us and directly handed over to the first Informer of the naval school here, with orders to have three copies made of each of the same without delay, which we shall have the honor of presenting to Your High Nobilities upon completion, while we in the meantime, in compliance with the honored order of Your High Nobilities, have also given the necessary orders to send two of the most alert and skilled students from the said institution, as soon as practicable, to Batavia, in order to be placed there as assistants at the land surveyor's office, but the aforementioned first informer has requested of the first undersigned that he might keep the aforementioned youths with him for another two to three months, in order to be able to give them, who during this bad monsoon could not be practiced in the application of land surveying, some further instruction, in which we hope Your High Nobilities will kindly consent. § 130. Meanwhile, we convey our respectful thanks to Your High Nobilities for the information provided regarding the proceeds of the 78 lb of bird's nests delivered in the past year by Captain of the Mandarese Bouton, residing on the south side of Java, the 28th of April 1792. to escape, and to come report their misfortune here whereof as well as of the further consignment sent with the ship Dregterland one third part shall be disbursed no Chinese goods brought in the 28th of April 1792. while we, pursuant to the authority granted therewith by Your High Nobilities, will order the Surabaya officials to disburse one third part of the amount of these proceeds, being 339: 40:— rixdollars, to the said Captain Bouton, after deduction of that which has already been paid to him on that account according to the authority given by Your High Nobilities to the first undersigned. § 131. And although in this letter of Your High Nobilities no mention is made of the other consignment of bird's nests of 94 lb, likewise delivered by the aforementioned Captain Bouton and sent to Batavia with the ship Dregterland, we shall nevertheless, in the hope of Your High Nobilities' favorable interpretation, also cause one third part of the proceeds of that consignment to be paid out to the repeatedly mentioned supplier, since these proceeds were also credited to Java in the invoice most recently received from Batavia; and Your High Nobilities were pleased to inform us in the honored letter of the 3rd of May of the past year that such was also the intention. The junk arrived here has § 132. Under the main heading of Private navigation and trade, we take the liberty of bringing to Your High Nobilities' honored notice that the Chinese Lim Soeko, who was permitted by the Highest Same to make a voyage to Java with a Chinese junk named Soenhoeat, also arrived here with this vessel on the 10th of this month, and that the same has brought in no Chinese goods. the 16th of March 1792. with 83 the 28th of April 1792. Arrival off the district of Boentang of a Portuguese ship How they acted in this matter Communication regarding the granted discharge to the Cheribon § 133. Concerning the Foreign Nations, we take the liberty dutifully to bring to the notice of Your High Nobilities that, according to the letter received from Surabaya, it was communicated to the officials there by the Sumenep Resident Schelkes on the 21st of March last, that he had received word of the arrival on the 18th prior off the district of Boentang of a Portuguese ship coming from Macau via Batavia, intending to go to Timor, and that he immediately thereupon had sent the [illegible] Bookkeeper together with the sergeant of the office thither, to inform the commander of that ship that as soon as he should be provided with the necessary drinking water, of which he claimed to have a shortage, he then had to depart from there immediately, which indeed already took place on the 20th thereafter. § 134. With respect to the Servants, we express our respectful thanks to Your High Nobilities for the communication given concerning the discharge granted to the Senior Merchant and Resident at Cheribon Godfried Karel Gockinga, Thanksgiving for the given report, etc. the 28th of April to escape, and to come report their misfortune here

Dutch transcription

81 den 28e Aprill 1792. de vervaardiging van eenige kaar„ Aen het marike vehool opgedraa„ gen „den in de landmeel kunde on„ „derweezen zullen worden. weegens het rendement der ver„ „kopt vogelrestjes. § 129. De door Uw hoog Edelheeden met tetrekking tot de Huijsselijke bestellingen, herwaards gezondene kaarten van het collegie van Heeren Heemraaden te Batavia, hebben wij wel ontvangen en direct laaten afgeeven aan den eerste Informa„ „tor van het marine school alhier, met last, om ten eersten drie Copijen van elke derzelven te doen vervaardigen, die wij na vol„ „tooijing de eer zullen hebben Uw hoog Edelheeden aantebieden, d. d terwijl wij midlerwijl, in voldoening van het geerd bevel twereson med arsoven verlanding ƒ 0 3 ƒ hoog Edelheeden meede de nodige ordres hebben gesteld, omn twee der wattersten en kundigsten scholieren uit het gem: gestrickt, zoo dra doenlijk, naar Batavia- te zenden, ten einde aldaar, als adjunate„ op het landmeeters comptoir geplaatst te worden, dan de voorm: die activer noag eenige maar„ eerste informaton heeft den eerstgeteekenden versogt, dat hij de - voorm: jongelingen, noch twee a drie maanden bij zich zoude mogen houden, om kun, die geduurende deeze kwaade mousson in de prakelijk van de Landmeetkunde niet hebbeen kunnen wor„ „den g'oeffend, nog eenige instructiev te kunnen geeven, waarin wij hoopen dat Uw hoog Edelheeden wel zullen gelieven toe testemmen. § 130. Intusschen betuigen wij Uw hoog Edelheeden eerbiedig verkeyjing der informatie dank voor de gegeevene informatie, weegens tie rendement der in a=o p=o door de aan de zuidkant van Iava remoreerenden Capitain der Mandhareezen Bouton geleeverde 78. lb vogelnest„ den 28. Aprill 1792. te ontkomen, en van hun ongeval alhier verslag te komen rjes waarvan als ook van de met het schip sregterland vezondene nadere parthij een derde gedeelte zal laaten uirkeeren geen brdrieer gederen aangebragt den 28e: Aprill 1792. „ged, terwijl mij, ingevolge de daar hij tevens verleende qualificatie door Uw hoog Edelheeden, de Sourabaijasche bediendend gelasten zullen, om een derde gedeelde van het bedraagen van dit rende„ „ment af rd„s 339: 40:—. aan gem: Capitain Bauton te doen uitkeeren, na aftrek van het geen daarop reeds aan denzelven volgens Uw hoog Edelheeden gegeevene qualificatie aan den eerstgeteekenden is voldaan. § 131 En hoewel bij dit aanschrijvend Uwer hoog Edelheeden geen gewag word gemaakt van de meede door voorsz: kapitain Boutou „geleeverde en met het schip Dregterland naar Batavia gezondene andere parthij vogelnestjes van 94. lb. , zoo zullen wij echter, in ƒ men aan Eyjt verouten ovende koop van Uhver hoog Edelheeden gunstige welduiding, ook van die partij een derde gedeelde van dier rendement aan de meergem: leeverancier doen uitbetaalen, alzoo dit rendement, bij de jongst VV van Batavia ontvangene factuur Iava meede ten goede is gebragt; en uw hoog Edelheeden ons bij g'eerde missive van den 3=e meij ao p=r helben gelieven te informeeren, dat zulx ook de intentie was. de alhie g'ariveerde pant, heft §o 132. Onder het hoofddeel van da P Particuliere vaart en handel, neemen wij de vrijheid Uw hoog Edelheeden ter geerde kennisse te brengen, dat de Chinees Lim soeko, aan wien door Hoogst Dezelven gepermitteerd is, om 1: B. t ll H l d e Hansl Edelens houvernement Samarana den 16: Maart 1792. met 83 den 28e: Aprill 1792. komste voor de Negoij P:oentang van een Portugeerch schip deld heeft communicatie weegens het ver„ „gund ontslag aan den Cheribone met een Chinase Ionk: genaamt soenhoeat een togt naar Iava te doen, ook met dit kieltje op den 10:' deezer alhier g'arriveerd as, en dat dezelven geene Chinasche goederen aangebragt heeft. § 133. D. Vreemde Natien betreffende, neemen wij de vrijheid Uw hoog Edelheeden schuldpligtig ter kennis te brengen, dat, vol„ „gens het ontvangen schrijvens van Sourabaija, door den Sumanapa Resident Schelker, bij hien van den 21=e Maart t. t. aan de lu„ „dienden aldaar biedeeld is, dat hij bericht had ontvangen van de aankomst op den 18:e bevoorens voor de Negorij Boentang van een van Macau over Batavia gekomen Portugeesch schip, de wil hebbende naar Timor, en dat hij direct daarop den handorij men dermeed gehan„ Boekhouder neevens de sergeant van het comptoir naar der„ „waards had gezonden, omr den gezachvoerder van dat schip te verwittigen, dat hij, zoo dra hij met het tenoodigde drinkwater, waaraan hij voorgaf gebrek te hebben, voorzien zoude zijn, als dan ten eersten van daar vertrekken moest, het welk dan ook bereed op den 20: daaraan gevolg heeft genoomen. §o 134. Met opzigt tot de Dienaaren zeggen wij Uw hoog Edelheeden eerbiedig dank voor dnrksoging vm de gegavene de gegeevene communicatie weegens de aan den opperkoopman Rendrt &=a 1 en Resident te Cheribon Gorfied Karel Gockinga, vergunde den 28. Aprill te ontkomen, en van hun ongeval alhier verslag te komen verlossing

NL-HaNA_1.04.02_3986_0096 view scan ↗

English

Permission to the former merchant Freis and former ensign Kierdel to there Permission to be allowed to repatriate to be [illegible] 16 March 1792. [illegible] Government of Samarang 28 April 1792. release to Europe, and in his place the appointment on the contrary of the Tegal Resident Iohan Lubbert Umbgrove, and instead of him, of the under-merchant out of employment Theodorus van Theilingen, and we shall let these matters serve for our due information. 35. In like manner, we remain very much obliged to Your High Excellencies for the notification concerning the permission granted to the former titular merchant and former permanent linen sorter Iohannes Freijs, as well as to the former ensign Iohannes Werner Feidel, to be allowed to make a short trip to Java; with the respectful notice that the last-mentioned has already arrived here with the bark De Eensgezindheid. 36. Furthermore, we take the liberty hereby humbly to present to Your High Excellencies two petitions addressed to the Same, namely one from the young assistant stationed here, Johan Simon Schiele, who, in view of the expiration of his contract, makes a request to be allowed to repatriate, and to that end to be demoted back to soldier, as his straitened circumstances do not allow him to do so in the capacity of assistant, and from the sergeant Iohannes Rang stationed at Boejolalie, making a request that on account of his advanced age, many years of service, and severe physical infirmities, through which he has become incapacitated from serving the Company any longer, he may be favored with the customary pension. Both of which applications we then also take the liberty to recommend in the most favorable terms to Your High Excellencies, and to solicit a favorable ruling thereon. 85 28 April 1792. to remain exempt from paying the 50th penny. 137. In like manner, we also present to Your High Excellencies hereby another petition received by us from the major over the troops of the regiment of the Duke of Wurtemberg stationed here, Carel van Ostheim, requesting, alongside the other officers of the Regiment, to be exempted not only from paying the 50th penny, but also from appearing before the commissioners appointed by us for the collection thereof, as they consider that they ought to remain exempt in general from all other similar taxes, partly because their pay and emoluments here in this country are too small to save anything from them, and besides they also have to pay the taxes existing in Germany on their property there, and secondly because no mention thereof was made in the capitulation, and why we then also take the liberty respectfully to request that Your High Excellencies will please to furnish us with the necessary orders in this regard, in order to regulate ourselves accordingly. 28 April 1792: to escape, and to bring a report here of their misfortune. 138. of the certificate of the soldier Loth promoted at Batavia to corporal the Company's gurap De Reijger, alongside several cruisers and other vessels taken by the pirates of which 3 Europeans and some natives succeeded in saving themselves through the smoke. 28 April 1792. with a request for the sending 138. Further, we take the liberty to bring to the honored notice of Your High Excellencies that in the year 1790 a certain Louw. Loth, native of Rijssel, was sent hither from Batavia as corporal, having arrived in this country for a soldier in that same year with the ship Hoornwijk, but that this person has not yet received his certificate as corporal from Batavia and thus is still registered in the books as a soldier, for which reason we humbly insist that this certificate may yet be sent. 139. From Iapara we have received the unpleasant report that pirates, with a force of more than twenty large and small vessels, have near the so-called Devils Rock off Poulo Mandalika made themselves master of the small Company galley or Gurap De Reijger stationed here, alongside another cruising pantjallang and two other ordinary cruising vessels or perahu mayangs, item another two private cruising vessels of the Iapara Resident, as well as a large bark in distress and several other private vessels, which we have found to be nothing but the truth, since the 3 Europeans and several native sailors who were aboard the aforementioned gurap De Reijger, after they had fired away all their powder and shot, succeeded, favored by the smoke caused by the pirates' artillery, in escaping to land with the dinghy, and to come report their misfortune here. 16 March 1792. [illegible] Government of Samarang

Dutch transcription

permissie aan den oud koopman Freis en oud vaandrig kierdel naar daor permissie on te moon repitreeren „gagare the morden den 16: Maart 1792. 1. B tt ll H dle Meede en Handl Edelens Gouvernement Samarana den 28e: Aprill 1742. verlossing naar Europa, en de aanstelling daarenteegen in zijne plats van den Tagald Resident Iohan Lubbert Ambgrove, en in steede van dien van den onderkoopman buiten emploir Theodorus van Theilingen, en wij sullen ons dit een en ander tot schul„ „dige naricht laten stretken. a ad entimn deerland 35. In zelvervoegen blijven wi Uw hoog Edelheeden meede zeen tot het doen van een opmagtagt: verpligt voor de kennis geeving, omtrend de verleende permissie aan den oud=r koopman tit: en geweezen permanent lijwaat vorteer„ ƒ „der Iohannes Freijs, zoo meede aan den oud vaandrig Iohan„ „ner werner Feidel, om een springtogtje naar Java te mogen o doen; onder eerbiedige notitie, dat de laatst gem: ork bereeds met de bark de Eensgezindheid alhier aangekomen is. dn dirten schil e ake 136. Voorts neemen wij de vrijkend Uw hoog Edelheeden bij dee„ „zen needrig aantebieven, twee aan Hoogst Dezelve g'addresseerde requesten, als een van de alhier bescheidenen jong adoitend Johan Simon schiele, die, mits tijd expiratie, verzoek doed, om te mogen re„ „patrieeren, en ten dien einde terug geschreeven te worden tot sol„ 3 „daat, alzoo zijne bekrompene omstandigheeden hem niet toelaaten zulks in de qualiteit van advistend te kunnen doen, en den srgeent Rang om ge elk van den te Boeijolalie bescheidenen Sergeant Iohannes Rang, versoek doende, om uit hoofde van zijne hooge ouderdom, lang. jaarige 85 den 28e. Aprill 1792. enrijd te blijven van het telaalen var den 50' penning. jaarige dienst en swaare lichaams gebreeken, waardoor hij onke„ „kwaam is geraakt de comp=e langer te kunnen dienen, met de gewoone rustgage te mogen begunstigd worden. en beide welke instantier wij dan ook de vrijheid neemen op het gunstigst aan Uw hoog Edelheeden voor tedraagen, en een favo„ „rabele dispositie daarop te volliciteeren. §o 137. Ingelieroegen bieden wij Uw hoog Edelheeden ack bi deesen en mitas teije a aan een ander bij ons ingekomen request van den Major over de zich hier bevindende troupet van het regiment van den Hertag van ƒ Wurtemberg, Carel van Ostheim, verzoekende om neevens de ver„ „dere officieren van het Regiment, gelibereerd te magen worden niet alleen van het betaalen van den 50= penning, maar ook van de verscheining van de daar ons tot de heffing van dien be„ „noemde gecommitteerdens, als vermeenende dat sij van deeze o„ in het generaal van alle andere voortgelijke belastingen dienen bevrijd te blijven, eensdeels, om dat hun gage in emolumenten hier in het land te gering zijn, om daarvan ielf over te houden en sij daarenlerven ask van hun vermoogen in duitschland de al„ „daar plaats tehbende importen moeten betaalen, en ten anderen om dat, hij de capitulatie daar van ark geen gewag word gei„ e „maakt, en waarom wij dan ook de vrijheid neemen eerbiedag te verzoeken, dat Uw hoog Edelheeden ons desweegens met de nodige ordres gelieven te minneeren, ten einde ons daarnaar te kunnen reguleeren den 28e. Aprill 1792: te ontkomen, en van hun ongeval alhier verdlag te komen Fo. 138. van d' acte van den te Batavia tot corporaal henorderden soldart Loth de comp=s gaerap de Rijger; neevens verscheide kruijssen en „roovers genoomen dag waarvan het 3 Europische en vaije inlanders gelukt is dich door de aligt te redden. den 28e: Aprill 1792. mer versakt om tavending § 138. Wijders neemen wij de vrijheid Uw hoog Edelheeden ter g'eerde kennis te brengen dat in a=o 1790. van Batavia als Corporaal naar herwaards gezonden is deekere Louw. loth gebortig van Reijssel, en in dat selfde jaar met het schip Hoornwijk, voor soldaat tien te lande gekomen, doch dat deeze perzoon zijne acte als corporaal tot nog toe niet van Batavia ontvangen heeft en dus als nog bij de boeken voor soldaat be„ „kent staat, om welk reeden wij needrig insteeren, dat deeze — acte als nog mag gezonden worden. § 139. Van Iapara hebben wij het onaangenaam bericht ontvangen, andere vaartuigen door de zee, val de zeeroovers met een macht van meer dan twintig groote en kleine vaartuigen; zich bij de zoogenaamde Duwvels klip af Poulo Mandalika meester hebben gemaakt van de alhier te huis hoorende klein comp=s galei af Goerap de Reijger, nee„ W „vens nog een kruispantjalling en twee andere gemeene kruis„ aferd of prauwmaijangs, item nog twee eige kruissers vaartin: „gen van den Iaparas Resident, als ook een groote bark in noot verscheide andere particuliere vaartuigen, het geen wij bevonden hebben dat niet dan waare is, vermits de zich op voorm: goe„ „rap de Reijger bevonden hebbende 3 Europeezen, en eenige In„ „landsche zeevaarenden, naar dat zij al hun kruit en lood ver„ „schooten hadden, gelukt is, onder begunstiging van de rook, door der zeeroovers geschut veroorzaakt, met de jol aan land den 16: Maart 1742. 1 3 tt 11 H H W Edalerd Chomueenement Samarans te 5

NL-HaNA_1.04.02_3986_0099 view scan ↗

English

the 28th of April 1792. incident to the servants of the subordinate offices, and tiel with some vessels against these pirates dispatched and powder pantjalling, in an exposed situation encountered and himself has: to escape, and to come report their misfortune here, which accounts we take the liberty to present herewith to Your Right Nobles, with the respectful request that we may refer to them, and with the further addition that given information of this we have at once given notice of this incident to the servants of the subordinate beach, the Cheribon Resident offices as well as to the Resident at Cheribon, so that they may not only be in a position to pay proper attention to everything and defence to devise the necessary measures, in case that rabble might also make their way thither and undertake a landing there, but also to notify the masters of the vessels present there, in order to be on their guard against these pirates; we have also the equipage master, Bossat upon that report, sent out directly the equipage master here, Joseph Bossattiel, with some vessels still available here, properly fitted out, and among others also provided with a detachment of national and Wurttemberg troops under an officer, in order to seek out the pirates and to attack them, and to overpower and destroy them, of which we have until now received no other reports, except only, that the aforesaid Bossatteel, upon his arrival at the the taken Company gurab Duivelsklip or Poulo Mandalika, there made master again of the aforementioned by the pirates taken Company gurab and powder pant jalling 87 the 28th of April 1792. pirates of yet a Cheribon private bark hoy yet and of yet some soldiers to Title jalling, entirely stripped of rigging, artillery, etcetera, and moreover also badly damaged, encountered them and has made himself master of the same. made notification by the pi- It was also communicated to us by the Rembang Resident that rates of another Cheribon there had fled thither the private hoy the Jonge Wilhelmina, chartered at Cheribon, coming from Bancallang, which at the latitude of Poulo Mandalika had likewise been attacked by the pirates and apparently would also have been by them overpowered, if the master had not succeeded first, through the fire of a well-placed swivel gun, in keeping them from their intention to board, and subsequently, through the rising of a good wind, sent further assistance in outnumbering or outsailing them. We therefore hope and wish that our aforesaid equipage master aforesaid enterprise may be crowned by heaven's blessing and that a sensible blow may be dealt to this rabble, so as to inspire them with more respect for the future; while we, furthermore upon the departure of the abovementioned Bossattiel, have at his request sent him some additional soldiers for reinforcement, so as to be able to attack the said pirates, whose number it is said still grows daily, all the better with hope of success, of which upon receipt of further news we shall have the honor to make the dutiful report to Your Right Nobles. § 140. to 89 the 28th of April 1792. bark the 4 Sisters from an unsuccessful voyage to Banda Resident further reports must inform that, according to the private writing received today by the first signatory from the Surabaya Commander returned to Madura dated the 19th of this month, the Grissee Resident, with the cruising vessels that had cruised along the north coast of Madura, received a letter from the master of the private bark the Vier Gezusters, chartered for the transport of rice to Banda and belonging at Grissee, and that he reports therein that he had returned from an unsuccessful voyage to Banda, having indeed already reached as far as the reasons why Toekanbesi, but having been forced there, by the calms and north-easterly winds encountered daily, to abandon the voyage, after having previously waited in vain for 18 days off the coast of Celebes for westerly winds, which were only encountered since the 3rd of this month on the north side of Madura, and because of which he could not make his way up to Grissee; with the further addition that the which the master of the said little ship the Kleine Pallas had already reached as far as Bulukumba and Bon thain; but that this small craft would nevertheless not be able to get any further either, if the winds there continued to blow from the north-east; and that furthermore the Ter nate ship and also a pantjalling had been obliged to steer north of Celebes in order to get the rice. § 140. Furthermore we find ourselves obliged to inform Your Right Nobles of the chartered private We the 28th of April 1792. We have the honor to remain with the greatest respect and submission. Title. Lower down: Your Right Nobles' very humble and faithful servants. Was signed: P. G. van Overstraten, I. van Santen, A. Hamel, B. I. van Nijvenheim, I. W. Cröse, C. G. Fisscher, and F. I. Rothenbuhler. In the margin: Samarang the 28th of April 1792. to to

Dutch transcription

den 28e. Aprill 1792. orgeval aan de Bediendens der dub alterne comptoiren, en „tiel met eenige vaartuijgen op deese roovern afgehorden en kruitpantjalling, in een vlagte dituatie aangetraffen en zieh heeft: te ontkomen, en van hun ongeval alhier verdlag te komen doen, welkers relaazen mij de vrijheid neemen Uw hoog Edel„ „heeden hier neevens aanbrieden, met eerbiedig verzoek, om ons daaraan te mogen refereeren, en met bijvoeging wijders, dat gegavene infornatie van dit wij van dit geval aan de Bediendens der subalterne strand, den eheribous Render „comptoiren soo ook aan den Resident te Cheribon ten eersten meede kennis gegeeven hebben, ten einde niet alleen in staat te weezen, om op aller behoorlijk agt te kunnen geeven en de fensie de nodige maatregulen te beraamen, ingevalle dat gespud zig ook naar derwaards mogt tegeeven en aldaar een landing on„ oderneemen, maar ook de voerders der aldar aanhanden sijn„ „de vaartuigen te vermittigen, ten einde teegen deeze zeerschuimerd op hoede te kunnen zijn, wij hebben ook de huijage opzistten, Baospet„ op dat bericht, den Equpage opzichter alhier Ioseph Bossattiel, met eenige alhier nog aanhanden zijnde vaartuigen, behoorlijk gemonteerd, en onder anderen ook voorzien van een commando nationaale en wurtemberg„ „sche militairen onder een officier, direct uit gezonden, ten einde de zeerooverd te gaan opzoeken en dezelven te attacqueeren, en te overmeesteren en vernielen waarvan wij tot hier toe nog geen andere berigten hebben ontvangen, als eenlijk, dat voorsz: Bossatteel, bij sijne komst bij de ni degenomen Comp:s gerap„ Duveld klip of Poulo Mandalika aldaar de voorm: door denroon werder meeren gemakt de zeeroovers genoomene comp=s goerap en kruit pant„ ^jalling 87 den 28e. April 1792. rooverd van noch een Cheriboon. woke berk hoeker nog ekimen e van nog eenige militairen aan Tittuil „jalling geheel van tuig geschut &=a ontbloot en daarenboven ook zeer ontramponeerd, aangetroffen en zich van dezelve meester ge„ „maakt heeft gedaen aantonding door de ze. Noch us' ons door den Rembangs Resident bedeelt geworden, dat naar derwaards wad komen vlugten de te Cheribon te huur, hoo„ „rende particuliere Hoeker, de jonge Wilhelmina, komende van Bancallang, die op de hoogte van Poulo Mandalitka meede door de zeeroovers was aangevallen en apparent ook door die bun gte an glekiget, dezelven soude sijn overmeesterd geworden, soo het den gesag„ „hebber niet nog geluset was hun eerst, door het vuur van een wel geplaatste draaijlrs van hil voorneemen om te enteren aftehouden, en vervolgens door het opkomen van een goed wird gezondene nadere advistentie hen te ontzeilen. —. wij hoopen en wenschen dus, dat onze vorsts, ecquip: opsiten ber nvoorsz: onderneeming, door 't hemels zeegen moge bekroond en aan dit gespuir eene een gewoelige neep toegebragt worden, ten einde hen voor het vervolg wal meerder ontzag te insperee„ „ren; terwijl vrij, verdert tel vertrek van boven gew: Borsottiel: derzelven nog op zijn verzoek eenige militairen ter verterking, helben toegezonden, om dus te beeter met hoop van succes den gem seeroovert, miss getal men segt, dat nog dagelijks aan„ „groeit, te kunnen aanvallen, waarvan wij bij ontvangst van nader bericht de eer sullen hebben Uw hoog Edelheeden het verschuldigd verslag te doen. § 140. te 89 den 28e: Aprill 1792. bark de 4. gezisterd van een verlooren reit naar Banden brst verder meld moeten bedeelen, dat, volgens het op heeden by den eerstgeteekende ont„hij Madura terug gekomen „vangen particuliere schrijvens van den sourabaijas gezackheb„ „tier de dato 19: deezer, de Grisfeesch Resident, met de aan de „noondkant van Madura gekruist hebbende kruiserd vaartin„ „gen, een brief heeft ontvangen van den gezachhebber van de tot den vervoer van rijst naar Banda ingehuurde en te Gris„ „see te tuir hoorende particuliere bark de vier gezusters, e dat dezelve daarbij meld, dat hij van een verlooren reed naar Banda was terug gekomen, als zynde wel reeds tot aan de redenen marom Toekan bessier geweest doch aldaar, door de dagelijks aangetrof„ „sene stiltens en noord ooste winden genoodzaakt geworden van de reize aftezien, na alvoorens nog 18 dagen onder de kust van leliber te vergeefs naar de weste winden te hebben ge„ „wacht, en die men eerst zeedert den 3=e deezer maand aan de noordkant van Madura had aangetroffen, en om dewelke hij niet tot Gissee konde opkomen, met tijvoeging wijders, dat het wet de gesoghester amn gem„ scheepje de kleine Pallas, reeds tot Boeloe comba en Bon„ „tain gekomen was; doch dat dit kieltje het echter ook met verder zoude kunnen ophaalen, zoo de winden aldaar uit het noord oosten bleeven continueeren; en dat voorts het Ter„ „naatsche schip en ook een pantjallang genoodzaakt waren geweest bevoorden Celeber om te steevenen, om de ris te krijgen. § 140. Voorts vinden wij ond verpligt Uw hoog Edelheeden nog te vingehuurde perticuline Wij den 28e. Aprill 1792. Wij vereeren ons met de meeste hoogagting en submissie te blijven. /: onderstond:/ Titul /. lager:/ Uwer hoog Edelheeden zeer ontmoedige en getrouwe dienaaren, /. was geteekend:/ P: G: van Overstraten, I: van Santen, A: Hamel, B. I: van Nijvenheim, I: W: Cröse, C: G. Fisscher, en F: I: Rotherbukler, /: in margine:/ Samarang den 28:' Aprill 1792. te —. te

NL-HaNA_1.04.02_3986_0103 view scan ↗

English

94 the 28th of April 1792. We, the undersigned officers, stationed on the Honorable Company's ship Leijden, Declare at the request of the Naval Captain commanding that vessel, H. van Dadelbeek, that upon arrival at the roads of Samarang, we saw that both upper decks leaked in several places, which, due to the working of the ship, had caused most of the pitch to spring from the seams, and therefore, in order to preserve dry goods, said decks needed to be caulked. All that is written above we declare to be the pure truth, and are willing, should it be required, to confirm this under oath. Was situated below: Samarang, the 16th of April 1792. Was signed: H. Reichman, G. Beemer, Barent Piettersen. I, the undersigned Jan Baptist Lourdel, raftmaker stationed here at the office, hereby declare, in confirmation of the truth, that it is true and authentic that on the 1st of June of the past year, off the coast of Japara with timber raft No. 9, with which I departed from here for Batavia on the 24th of May, while anchored in 11 feet of water in a north-westerly wind, due to the stormy and heavy seas this machine worked so severely that the anchor rope to which the iron grapnel lay snapped in pieces, whereby I lost the aforementioned grapnel; likewise, I lost the sounding lead with its lead-line during the voyage, the line having broken due to old age. I further declare 75 that the rope of 50 fathoms serving as an anchor rope for the aforementioned raft is so stretched and broken that it can no longer be used, as well as 2 pieces of hoist blocks of 2 to 3 sheaves, which have become unfit for use through long service. This the 28th of April 1792. This above I declare to be the sincere and pure truth, being prepared to confirm this under oath at all times. Was situated below: Rembang, the 29th of February 1792. Was signed: Jan Baptist Lourdel. To the Right Honorable, Highly Respected Lord, Master Pieter Gerardus van Overstraten, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of and along Java's North-East Coast, etc., etc. Title. Whereas the Gentlemen Commissioners appointed for the collection of the voluntary contribution or 50th penny have notified the humble petitioner, Major of the Regiment of Württemberg, Carel von Ostheim, as well as the other officers, to appear before Their Honors to discharge the aforementioned contribution; the subscriber hereby takes the liberty to inform Your Right Honorable that he, as well as the other officers, consider themselves rightfully exempt from this levy, and that for the reason that they together possess no wealth in this country, and their pay and emoluments are such that nothing can be saved from them monthly to form a capital; furthermore, that on whatever one or another possesses in Germany, the annual tribute customary there is already paid to their prince; and that in addition to this, 25 the 28th of April 1792. according to their capitulation, they ought in general to remain exempt from such taxes, since no mention thereof is made therein. Wherefore the petitioner most humbly requests Your Right Honorable to take this into consideration, and not only to exempt both him and the other officers from the payment of such moneys, but also to excuse them from appearing before the aforementioned Gentlemen Commissioners. Hoping that Your Right Honorable will be pleased to grant a favorable assent to this application, he further has the honor to remain, with all due respect, Was situated below: Title. Lower: Your Right Honorable's very obedient and humble servant. Was signed: C. von Ostheim. In the margin: Samarang, the 19th of March 1792. Account of the sailors Gerrit Nieuwland, Christoffel de Wit, and Arie van der Spruit, all three having been stationed on the gurab De Reiger, given at Samarang the 22nd of April 1792. The informants relate that on the 10th of this month they departed from Rembang in company with the gurab De Spreeuw, item the cruising pantjallang of Lasem, and 5 other ordinary coastal vessels or mayang prows, all laden with some timber for Samarang; that due to a heavy north-westerly wind that followed, the said gurab De Spreeuw and the 5 mayang prows became separated from them, without their having heard anything further of them afterwards. That

Dutch transcription

94 den 28e: Aprill 1792. Wij ondergeteekende afficieren, bescheiden op 't Ed: Comp=se schip Leijden Verklaaren ter requisitie van den op dien Bodem commandeerender capitain ter Zee H: van Dadelbeek, dat wij gezien hebben hij 't arrivement ter rheede Samarang de beijde bovendetken, op verschei„ „de plaatsen let waaren, 't welk door 't werken van 't schip de meeste dik uit de raaden had doen springen, en dus om drooge proc „ducten te cultiveeren gemeld dethien diende gecalvaat te werden. Alle 't geen voorschreeven staat verklaaren wij de suivere waar„ „heid te zijn, en zulk gerequireerd werdende met eede gestand te doen. /. onderstond:/ Samarang den 16:' Aprill 1792. /:was geteekend:/ H. Reichman, G=r Beemer, Barent Piettersen. —. It ondergeteekende Jan Baptist Lordel, wlottemarker alhier ten comptoir bescheiden, verklaare mits deezen ter staving der waar„ „heid, waar en waaragtig te zijn, dat op den 1=e Iunij a=o p=a op de hoogte van Japara met het houtvlat N:o 9. , waarmeede den 2 4:o Meij van hier naar Batavia vertrokken, op 11 v=t water voor een A:o W: wind gunkert was, door de onstuimige en swaare see deese machine zoodanig werkte, dat 't anker touw waaraan de ijzere dreg„ waarvoor 't zelve lag, in stukken prong, waardoor voorm: dreg ben quijt geraakt, al meede heb ik het tood met dier lood sijn, door 75 onderdom der lijn gebrooken, op de reijse verlooren, verdere verklaare „caijer 1 't rouw van 50 duim tot een anker touw van meergem: vlot die„ „nende, voodanig is gerekt en gesprongen, dat het zelve niet meer kan gebruikt worden, gelijk meede 2. p=s jein blatken van 2 a 3. schijven, die door lang gebruik onbenuaam zijn geraakt. Dit den 28e. Aprill 1792. Dit bovenstaande verklaare de opregte en zuvere waarheid te zijn, be„ „reid zijnde sulks ten allen tijden met eede te bevestigen. /. onderstond:/ Rembang den 29: Februarij 1792. /:was geteekend:/ Ian Baptigt Lourdel. Aan den Wel Edele Gestrengen Groot Agtbaaren Heer M=r Pieter Gerardus van Overstraten Raad extra ordinair van Neederlandsn Irdie, mitsgaders Gouverreur en Directeur op en langs Javas Noord Oort sust H: W. H=r Titul Door bleeren Commissarissen, benoemt tot de heffing van de libee„ „raale gift ofte 50. penning aan den needrigen suppliant, den Ma„ „jor van het Regiment van Wintemberg Carel van Ostheim, zoo wel als aan de verdere afficieren aangezegd sijnde, om voor Hun Edelens ter aflegging van voornoemde gifte te compareeren, zoo neemt den suliscribent hij deezen de vrijheid Uwel Ed. gestr: groot Achitb: ter kennis te brengen, hoe hij zoo wel, als de verdere affi„ „cieren vermeenen van deeze haffing met regt gelikereert te zijn, en dat wel, om reedenen, zij ingezamt hier te lande geen vermogend bezitten, en hunne gage en emolumenten ook zoodanig zijn, dat daarvan maandelijks niets kan overgehouden worden, om daar van een capitaal te kunnen formeeren, dat verder van het geene den een of ander in duntsland bezit, aldaar reede de in urantie dijpn„ „de jaarlijkse tribut aan hun vorst betaald word, en dat zij ko„ „ven dien te 25 den 28. Aprill 1792. „ven dien al ook naarvolgens hun capitulatie van soodanige im„ blijven „porten in het generaal dienen bevrijd te worden, vermits in dezel„ „ve geen gewag daarvan word gemaakt, weshalven den suppliant Uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: needrigst us verzoekende, zulx in conti„ „deratie te willen neemen, en zoo wel hem, als de overige afficieren niet alleen van de uitkeering van diergelijke penningen vrij te spreeken, maar ook voor het compareeren van voorsz: Heeren Commissarissen te excusseeren. Verhoopende dat Uwel Ed: gestr: groot Agtb: een gunstig fiat op„ deeze instantie zal gelieven te slaan, heeft hij verders de eere met de verschuldigde eerhied te zijn /: onderstond:/ Titul: /:lager:/ UwelEd: gestr: guoot Agtb: zeer gehoorzaame en onderdaanige dienaar /:was geteekend:/ C: von Ostheim /. in margine:/ Samarang den 19=e Maart 1792. — Relaas van de Matroozen Gerrit Nieuw„ „land, Christoffel de Wit, en Arie van der spruit, alle drie bescheiden geweest op de Goerap de Rijger, gegeeven te Samarang den 22e Aprill 1792. 2. Relatanten verhaalen, dat zij op den 10: deezer vertrokken sijn van Rembang in gezelschap van de Goerap de Spreeuw item de Las„ „sumsche Kruispantjalling en nog 5 andere gemeene kuuirvaar„ „tuigen of prauwmaijangs, alle belaaden met eenige houtwerken voor Samarang, dag dat door een daarop gevolgde swaare noord weste wind de gem. Goerap de Boreuw, in de 5 prauwmaijangs van hen afgeraakt zijn, zonder dat zij naderhand iets meerder van hen vernomen hadden. Dat .

NL-HaNA_1.04.02_3986_0106 view scan ↗

English

the 28th April 1792. that, on the contrary, having arrived at the height of Tajoa near Japara, two cruising vessels belonging there had joined them to proceed with them to Samarang, so that they were then 4 vessels in total, namely the gurab the Reiger, the Lasem cruising pantjalling, and the two cruisers of Tajoa. That sailing along in this manner and having come close to the Duivelsklip on Wednesday the 18th of this month, in the morning at about 9 o'clock, they had seen close to them a small pirate vessel, upon which they, the declarants, had fired some shots, and which had then fled head over heels, without the declarants knowing whither. That shortly thereafter, opposite the said reef, they had seen several large pirate vessels lying at sea, but that they, the declarants, notwithstanding this, had jointly continued their course, believing themselves sufficiently capable of defying these vessels; but meanwhile, the wind having died down, several other pirate vessels had suddenly appeared from behind the reef, which together with the aforementioned ones lying at sea had made up a number of more than 10 large and 10 small keels; all being packed full of men and well provided with artillery, of which the smallest were three-pounders and thus much heavier than those carried by the aforementioned gurab and Lasem cruising pantjalling, and which aforementioned vessels had jointly come at them, positioning themselves right before them in a crescent, the better to shoot at them, which had been answered with equal bravery by them, the declarants, as well as by the Lasem cruising pantjalling, on which a European sailor named Hendrik Seijfker was also present as commander; the 28th April 1792. and in order to be able to do this the better, they, the declarants, had directly surrendered the rafts, with which their vessels were encumbered, to three small merchant vessels, which shortly before had placed themselves under their convoy, with orders that, while they the declarants were still busy fighting against the pirates, they should meanwhile attempt to pass between them and proceed ahead to Samarang; but that the Tajoa cruisers, on which there were no Europeans, instead of duly assisting them the declarants, on the contrary, directly after the beginning of the fight, had sheered off and gone away, notwithstanding that they, the declarants, had called out to them several times to remain at their post and assist them. That having thus remained in the fire alone with the two of them, they had nevertheless defended themselves bravely, in which they were bravely assisted by the Javanese men who were on board as sailors, consisting of 13 heads, until by estimation around 4 or 5 o'clock in the afternoon, when they, the declarants, to their utmost consternation, found that their gunpowder and lead were completely exhausted, for which reason they, the declarants, also became fearful that the pirates, whom they had kept off thus far by their firing—although they had not been able to notice that they had caused them great damage thereby, since their vessels were too firm and strong to be harmed much by the light artillery of them, the declarants—as soon as they should notice that they, the declarants, had no more gunpowder or lead, would certainly board their vessel directly and murder everyone; so that they, the declarants, now seeing no other way out, had therefore resolved to try whether they might escape with the small sampan or jolly boat that they had on board, in order not to fall into the hands of the pirates and be mistreated by them. That pursuant to this resolution, they had thereupon gone with all hands into the said jolly boat and rowed away in it, under cover of the heavy smoke from the artillery of the pirates, who had still steadily continued firing at their vessel, without the said pirates noticing this until they were already a good distance away, upon which the pirates did dispatch a vessel after them to overtake them, but in vain, since by their hard rowing they arrived ashore shortly thereafter, where upon inspecting their men, they found that instead of 13 natives they now had only 9, and that thus the remaining 4 had presumably fallen in the attack or must have fallen overboard and drowned in the heat of the fight, and from where they, the declarants, were subsequently brought further to Japara by the inhabitants of the surrounding native villages, and furthermore arrived here this morning. The declarants further relate that, when they were already in the jolly boat and a distance away from it out of the smoke, they had seen the aforementioned European sailor of the Lasem cruising pantjalling, Hendrik Seijfker, standing on the upper deck of the vessel with a musket in hand to fire at the pirates, while the natives meanwhile operated the cannons; but that shortly thereafter they had seen that the said European had fallen down, presumably struck by a bullet from the pirates, and that this rabble had thereupon raised a confused shout of joy, and had directly set about boarding the said vessel, from which they, the declarants, say they believe that no one escaped, since there was no jolly boat or other the 28th April 1792. small

Dutch transcription

den 28e: Aprill 1792. sat daarenteegen op de noagte van Taijae bij Iapara gekomen zijnde, twee der aldaar te tuis hoorende kruissers vaartuigen, zich hij hen gevoegd hadden, om zich meede naar Samarang te begee„ „ven, zij dat sij toen in het geheel sterk waren 4. vaartuigen, te weeten de Goerap de Reiger, de Lassumsche Kruispantjal„ „ling en de twee kruissers van Tajoa Dat zij in deezer voegen voortzeilende en digt hij de Duwveld klip gekomen zijnde op woensdach den 18. deezer, 'T morgens om streeks 9. uuren, digt bij hun gezien hadden een kleer zeeroo„ „vers vaartuig, waarop zij Relatanten eenige schooten hadden gedaan, en het welk zich toen hald over kop wegbegeeven had, zonder dat sij Relatanten wisten werwaards — Dat zij kort daaraan teegen over de gem: klip verscheide groote „ zeeroovers vaartuigen in zee hadden zien leggen, doch dat zij Relatanten der ongaacht gezamentlijk kunnen courd hadden blijven voortzetten, als meenende genoeg in staat te zijn deeze vaartuigen het hoofd te bieden; dan intusschen de wind zijnde gaan leggen, waren eensklaps van achter de klip te voorschijn gekomen verscheide andere zeeroovers vaartuigen, die met de bo„ „ven gem: in zee leggende te zarmen hadden uitgemaakt een ge„ „tal van meer als 10. groote en 10 kleine kielen; zijnde alle opge„ „propt vol van volk en wel voorzien van geschut, waarvan de minste drie ponders en dus veel swaarder waren, als die, welke de voorm: Goerap en Lassumsche Kruippantjalling voerde, en welke gem: vaartuigen gezaamentlijk op hun waaren afgekomen, gaande vlak voor hun in een halve maan leggen, om des te beeter op hen te kunnen schieten, het welk door hen Relatanten, zoo meede door de Lassumsche Kuurpantjalling, waarop zich meede een En„ „ropeersch matrood als Gezachhebber had bevonden namens Hen„ „drik Seijfker, ingelijks met alle watterheid was beantwoord geworden den 28e. Aprill 1742. geworden, en om welk der te beeter te kunnen doen, zij Relatanten de vlotten, waarmeede hunne vaartuigen belemmert waren, direct overgegeeven haddan aan drie kleine handelaars vaartuigen, wel„ „ke sig kort te vooren, onder hun convooij hadden begeeven, met last, om, terwijl zij Relatanten noch beezig waren teegen de zeerooverd te regten, intusschen te tragten tusschen hen door te komen en sig voor uit naar Samarang te tegeeven, dog dat de Tajoesche Kruissers, waarop geen Europeesche waren, in oleeda van hen Relatanten na behooren lij testaan, ter contrarie al direct na het begin van het gevegt, afgeweeken waren en sig weg hadden begeeven, ongracht zij Relatanten hen verschijde maalen hadden toegeroepen om op hun past te blijven en hen bijtestaan— Dat zij dus alleen met hun tweën in het vuur gebleeven zijnde, zich des niet te min dapper geweerd hadden, en waaring zij door het Pa„ „wange volk, dat zig als matroosen aan boord bevand, en bestaen had in 13 koppen, watker waren bijgestaan, tot na-gissing omstreeke 4. uuren 5 nademiddachs, wanneer zij Relatanten, tot hun uiterste ontsteltenis, bevonden hadden, dat hun kruit in lood geheel was opgeraakt, in waarom zij Relatanten dan ook waren bedugt ge„ „worden, dat de roovere, die zij tot dun verre door hun schieten hadden afgehouden, schoon zij echter niet hadden kunnen merken, dat zij dezelven daarmeede groote schade hadden toegebragt, vermits hun vaartuigen te hegt en sterk waren, om door hun Relalantens ligt geschut veel te kunnen lienadeeld worden, zoo dra dezelve gemerkt zouden hebben, dat zij Relatanten geen kruit of lood meer hadden, hun vaartuig zeekerlijk direct enteren: en aller vermoor„ „den zouden, invoegen sij Relatanten nu geen andere uitvlugt ziende„ derhalven als dan geretolveerd hadden, om te beproeven of zij niet met de kleene Champang of sol, die zij aan boord hadden, zouden kunnen ontvlugten, ten einde niet in de handen der Rooverd te vallen en door 5 door hen mishandelt te worden. Dat zij ingevolge van dit besluit, zich daarop met alle man, in de gem: sol hadden begaeven en daarmeede weggeroeid waren, onder bequastiging van de swaare rook uit het geschut van de Roovers, die nog al gestadig op hun vaartuig waren blijven voortschieten, zonder dat gem: Rorvers zulks eerder waren ge„ „waar geworden, als na dat ze eerst een mooi end daar van daan waaren, wanneer de Roovers wel een vaartuig op hun hadden afgezonden, om hen te agterhaalen, doch te vergeefsak, vermits zij door hun sterk roeijen kort daaraan aan de wal waaren gekomen, alwaar zij hij het nazien van hun volk, be„ „vonden hadden, dat zij insteede van 13 Inlanders nu maar 9. had„ „den, en dat dus de overige h. denkelijk bij de attacque gesreu„ „veld af in de hitte van het gevegt over boord moesten gevallen en verdronken zijn, en van waar zij Relatanten vervolgens door de Inwoonders der daaromstreekd leggende Negorijen verder naar Japarra gebragt en voorts deezen morgen alhier g'arriveerd waren. Voorts verhaalen de Relatanten nog, dat, toen zij reeds in de jol en een end weegs daar van daan uit de rook waaren, zij de boovengemeld Europersch matroor van de Lassumsche kruis„ „pantjalling Hendrik Scifker gezien hadden met een geweer in de hand staan boven het vaartuig, om op de Roovers tevuuren, terwijl de Inlanders intusschen met de stukken omgingen, dog dat zij kort daaraan gezien hadden, dat gem: Europees wad ter nee„ „der gestort, denkelijk getroffen door een kogel van de Roovers, en dat dit gespuis daarop een verward vreugde geschree had doen hooren, en zich direct aan het enteren begeeven had van het gem: vaartuig, waarvan zij Relatanten zeggen te vermeenen, dat - het niemand ontkomen is, vermits 'er geen tol of ander den 28=e. Aprill 1792. kleer

NL-HaNA_1.04.02_3986_0109 view scan ↗

English

9 ƒ the 28th of April 1792. And that furthermore, during the fight, the declarants had seen that two cruisers, which had come from Samarang, and upon which, as they had subsequently heard, European commanders had also been present, had done their best to reach them and assist them, but that this had been impossible for them on account of the calm, and that they had therefore remained well to the side of the declarants, in order to fire upon those vessels of the pirates that were closest to them, with which the declarants had also seen that they were continuously engaged the whole time, until the moment that the pirates had captured the goerap and the Lasem cruising pantjalling, whereupon the latter had first set sail and fled with their vessels toward Japara, without being hindered therein by the pirates. Lastly, the declarants also relate that the aforementioned three merchant vessels, to which the timber rafts that they and the Lasem cruising pantjalling had in tow had been handed over, had likewise fallen into the hands of the pirates along with the said rafts, since they, on account of the calm, could not make headway, just as had happened with regard to the two Dayak cruisers likewise mentioned above, although the crew of these latter had had time to go ashore with some of the goods contained therein and thus escape, and besides which aforementioned vessels the declarants also say to have learned, upon their arrival at Japara, that one day after their said incident, another large private bark, together with some smaller vessels, were said to have been taken by the aforementioned pirates, who, according to the statement of the natives, consisted of Tobelo people and were dressed in long white cabayas and a coarse turban on the head, nothing more. Below stood: Thus done and related at the Government of Samarang on the date aforesaid. Was signed: Gerrit Nieuwland, Christoffel de Witt, Arie van der Spruit. Below that: In the presence of me. Was signed: F. I. Rothenbuhler. the 28th of April 1792. 99 18 Letters brought by cruiser to the Right Honourable Gentlemen. To the Right Honourable, Valiant, and Highly Respected Lord, Master Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right Honourable and Valiant Lords, Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. Right Honourable, Valiant, and Highly Respected Lord, Right Honourable and Valiant Lords. § 141. From the Surabaya servants we received on the 27th of this month a packet brought thither from Makassar addressed to Your Right Honours, together with two letters to His Right Honour the Lord Governor-General, and one to the Lord Commissioners on behalf of the High and Mighty Lords for the inspection of the Company's fortifications and militia in the Indies, besides two further private letters to the present and former Commander and Master of the Equipage, which we have the honour to forward to Your Right Honours alongside this by express messenger. We have the honour to remain with the highest respect and submission, Below stood: Title. Lower: Your Right Honours' very humble and faithful servants. Was signed: P. G. van Overstraten, I. van Santen, A. Hamel, B. D. van Nijvenheim, J. W. Cröse, C. G. Tisscher, F. I. Rothenbuhler. In the margin: Samarang, the 30th of April 1792. the 30th of April 1792. 134 To His Right Honour. The arrived bark De Verwachting is allowed to resume its voyage back to Batavia. Returned is the second warehouse master, the aforementioned. To the Right Honourable, Valiant, and Highly Respected Lord, Master Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Right Honourable and Valiant Lords, Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. Right Honourable, Valiant, and Highly Respected Lord, and Right Honourable and Valiant Lords. § 142. The bark De Verwachting, which departed in August past for the post of Banjarmasin, having arrived here on the 3rd of this month, we allow that small vessel, under the escort of this letter, to further undertake the return journey to Batavia. § 143. With the said vessel there has also returned here from Banjarmasin the Junior Merchant and Second Warehouse Master here, Barend van der Worm, who had departed thither on commission by order of Your Right Honours in the year 1790, as well as 1 corporal and 20 common native soldiers, who, according to the writing of the Banjarmasin servants, are gradually to be followed by the remaining natives serving there, since the aforementioned bark De Verwachting could not take more than these. Native soldiers. the 5th of May 1792. To Batavia 9 pieces of runaways and slaves belonging there are returned to their masters. § 144. We seize this opportunity to send along in custody to Batavia, aboard the aforementioned bark De Verwachting, 9 slaves who deserted from there and were apprehended on this coast, according to the accompanying report from the Merchant and Fiscal Barend Jan van Nijvenheim: Biena, from Biema, belonging to the Lord Councillor Extraordinary of the Dutch Indies G. J. Welgevaaren, belonging to a certain native living outside the Utrecht gate, named Dideroe. Barso, belonging to the citizen Winkelman living on the port river. April, from Bangcahoeloe, Boedia, from Balij, Si Maija, from Balij, Saming, from Balij, all belonging to the Chinese Tijek Tang, alias toekan warong, living at Ketepang in the Bantam region. Kieman, from Mandhar, Patoea, from Mandhar, both belonging to the Javanese Bangkar, alias Mandoor Tana, also living at the aforementioned place. Tioeni, from Mandhar, all of whom we respectfully request may be returned to their lawful masters.

Dutch transcription

9 ƒ den 28: Aprill 1792. En dat wijders ook geduurende het gevagt zij Relutanten gezien hadden, dat twee kruissere, die van samarang waren 5 gekomen, en waarop zoo als zij naderhand gehoord hadden, zich meede Europesche gezachvoerderd hadden bevonden hun best hadden gedaan, om bij hen te komen en hen advisteeren, dog dat hen zulks uit hoofde van de stilte onmooglijk was geweest, en dat zij derhalven wal ter zijde van hen Relatanten af waaren blijven, om vuur te geeven op die vaartuigen der Roo„ „vers, welke hen het naaste bij waren, en waarmeede zij Rela„ „ „tanten ook gezien hadden, dat dezelve vervolgens de gantse tijd door waren beezig geweest, tot op het oogenblik, dat de Roovers zich hadden meester gemaakt van de Goerap en de Lassumsche kruispantjalling, wanneer dezelve het eerst op de opat hadden gezet en met hunne vaartuigen naar Japara waren gevlugt, zonder daarin door de Rorverd te kunnen verhin„ „dert worden Laatstelijk verhaalen de Relatanten nog, dat de bovengewaag„ „de drie Handelaars vaartuigen, aan welke door hun en de Las„ „seumsche kruispantjalling de op sleeptouw gehad hebbende houtulatten waaren overgegeeven, met de gem: vlotten insgelijks in handen der zeeroovers waaren gevallen, vermits zij wee„ „gens de stilte, niet voort konden komen, gelijk meede plaats had gevonden ten opzigte van de ingelijks voorwaards vermelde twee dajoesche Kruissers hoewel van deeze laatste het volk de tijd gehad had zich met eenige der daarin zyjnde goederen aan de wal te begeeven en dus te ontkoomen, en buiten welke gem: vaartuigen de Relatanten ook nooh seggen, hij hun„ „ne komst te Japara, vernoomen te hebben, dat een dach na hun gem: voorval, nog een groote partic: bart, neevens kleen vaartuig aan boord was. eenige naar - den 28e. Aprill 1792. eenige kleindere vaartuigen souden genoomen zijn, door de voorsz: zeeroovers, welke, volgens de opdegaar der Inlanders, bestonden uit Clarongers en gekleed waaren in lange witte Cabaijen en een terkhaard tulband op het hoofd zonder meer. /:onderstond:/ Alduus gedaan en gerelateerd ten gouvernemente Samarang dato voorsz: /:was geteekend:/ Gerrit Nieuwland Christoffel de Witt, Arie van der Spruit /: daaronder:/ Jn kennisse van mij /. was geteekend:/ F: I: Rothenbukler. Jan 99 18 „ser aangebragte brieven aan H: H: Ed: Den Hoog Edele Gestrengen Groot Agtbaaren Heer. M=r Willem Arnold Alting. Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India 4„a W. &. Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaaren Heer„ Wel Edele Gestrenge Heeren. § 141 van den Sourabaijascher Bediendn ontvangen wij vomn en aije in maet 1. daar zo een van Macasser aldaar aangebragt paket aan Uw Hoog Edelheeden g'addresseerd, beneevens twee brieven aan zijn Hoog Edelheid den Heer Gouverneur Generaal, en een aan den Heeren Commissarissen van wegens Hum Hoog Mogenden ter inspectie van comp=s fortificatien en militie in Indien, bereevend noch twee particuliere Aan sijn Hoog Edelheid krieven „ater En brieven aan den praesenten en geweesen Commandeur en opper equipagemeester, die wij de eer hebben Uw hoog Edelheeden bezijden deezen per expresse te doen toekomen. Wij ureeren ons met de meeste hoogagting en submissie te telijven, /:onderstond:/ Titul /:lager:/ Uwer hoog Edelhee„ „den zeer ootmoedige en getrouwe dienaaren /. was geteekend:/ P: G: van Overstraten, I: van Santen, A: Hamel, B: D: van Nijvenheim, J. W. Cröse, C. G. Tisscher „ F: I. Rothenbichler. /. in margine:/ Samarang den 30e: Aprill 1792. Van den 30. Aprill 1792. 134 Aan zijn Hoog Edelheid „riveerde bark de verwagting laat men de rend naar Battvia 27 „rug gekomen den tweeden pak„ „huijs meester van der voorm. Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaaren Heer M=r. Willem Arnold Asting. Gouverneur Generaal Beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlandt India &: H. &. Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare Heer! En WelEdele Gestrenge Heeren. § 142. De in a . p„s naar het comptoir Bonjermassing vertark: de on dmimantign ie go „kene bark de verwachting, op den 3:e deezer alhier gestourer ervorgen zijnde, zoo laaten wij dat kieltje, onder geleide deezes, verder de terug reid naar Batavia aanneemen § 143. Met het gem: vaartoug is ook van Banjermassing al „ met gem: kiettje is weder te„ 1 hier terug gekomen, de op order Uwer hoog Edelheeden in den jaare 1790 naar derwaards in commissie vertrokkene onderkoop„ „man en tweede Pakhuismeester alhier Barend van der Worm, zoo meede nog 1 Corporaal en 20. gemeene Inlandsche als ok renguielande se miti: „tairen mititairen maar den 5e Meij 1792. Batavia 9. stuk gedrote en ala„ daar te huis gehoorende slaaven aan hunne lijfargen worden gere¬ estineerd. militairen, die volgens het schrijven der Banjerschen Bediendens successive van de overige aldaar dienst doende Inlanders staan ge„ „volgd te worden, alzoo de voorm: bark de verwachting met meerder als deeze heeft kunnen meede neemen. men oerenden argertunigene § 44. Wij capteeren deeze geleegentheid, om met de voorm: bark de verwachting, in verzeekering naar Batavia te metzenden 9. van „lijf eigeren daar gedroste en ter deezer kust g'apprehendeerte „ namens, volgand hel neevensgaand benitst van den koopman en fiscaal Barend jan van Nijvenheim Biena, van Biema, gehoorende aan de Heer Raad extra orde„ „rair van Neederlandsch Indie G: J. Welgevaaren „ gehoorende aan seekere buiten de utrecht„ ische poort woonende inlander nament Dideroe. Barso, heide gehoorende vande op de porteriver woon¬ „agtigen burger Winkelman April, „ Bangcahoeloe Boedia, „ Balij alle gehoorende aan den te ketepang in het Bantamscha a 5 Si Maija „ „ woonagtigen Chinees Tijek Tangalias toekan warong Saming „ „ Kieman „ Mandhar e) gehoorende aan den meeder ter opgemelde Eplaats woonagtigen Javaan Bangkar, alias S. Mandoor Tana Patoea „ =o en verzoekt dot dezelve weeden alle welke mij eerbiedig versoeken dat aan derzelver mettige lijff Tioeni, „ heeren

NL-HaNA_1.04.02_3986_0115 view scan ↗

English

403 the 11th of May 1792. shipped 2 small boxes of bird nests. private bark De Jalousie the 5th of May 1792. may be restituted upon return, subject to payment of the customary buoy dues and storage charges, which for that purpose we take the liberty of charging to the capital on the accompanying invoice. Section 145. We also take the liberty to send to Your High Noblenesses, per the bark De Verwachting, 2 sealed small boxes containing 150 and 72 lb of bird nests; of which the first was brought here in the month of December of the past year, and the latter just a few days ago from Sourabaija, and both of which were delivered by Captain of the Mandharese Bouton, residing on the south side of Java, with a humble request that it may please Your High Noblenesses to award said Captain Bouton an equal share from the proceeds of these bird nests as from the previous parcels, in order to encourage and spur him on more and more to the delivery. Section 146. In the meantime, we hereby present to Your High Noblenesses an extract from the letter received yesterday from the Sourabaija Servants, from which, if pleasing, will be noted that, besides the small vessel the De Kleine Pallas, of which we made mention in our submission of the 28th ultimo, also, upon the return of the hired bark De Vier Gezusters likewise mentioned in our said writing, nor to 149 the 5th of May 1792. to anchor how one shall act regarding the already paid half of the freight monies of the returned the 5th of May 1792. has arrived at Bonthain, the private bark De Jalousie, chartered for the voyage to Amboina by the first signatory upon the qualification obtained from Your High Noblenesses for that purpose, which small keel had likewise already advanced as far as the Poekan Bessies, but was similarly forced to turn back and come to anchor in the Bonthain roads, while we take the liberty to ask Your High Noblenesses for information as to how we shall act regarding the stipulated freight monies for the aforesaid bark De Vier Gezusters; namely, whether the owners thereof can be considered, now that the aforesaid voyage has failed, to have earned the amount thereof in whole or in part, and whether they therefore must or must not restitute the half of the aforesaid freight monies that was disbursed to them before the departure of that vessel, in partial compensation for the expenses they had to incur to ready the same for the Banda voyage. the state of the Section 147. Regarding the outcome of the rice crop, so important among the products, we can as yet report nothing with certainty to Your High Noblenesses, as the success thereof will depend greatly on the much or little rain still to be expected, although the reports concerning its present condition are otherwise favorable, are 105 the 11th of May 1792. this small fleet dispatched against the pirates had to retreat to Japara the 5th of May 1792. especially with regard to Damak, where, as well as in the other districts belonging under Samarang, not only does the crop stand everywhere very favorably, but here and there a start has already been made with cutting the ripened paddy, although for now this is of little or no significance and is limited only to such fields that, due to their favorable situation, could be planted much earlier than the others. In the eastern corner, the rains that fell there some time ago have also enabled the husbandman to make a beginning with plowing and planting his rice fields, and to proceed diligently therewith, just as the fields in the districts of Tagal, Paccalongang, and Japara are also already planted for the greatest part, and present a very favorable outlook, which is likewise the case in the Japara and Rembang regions, although the fields in general will still require some rains, which we hope heaven will be pleased to bestow generously, so that one may rejoice over a more blessed harvest than was had in the past year. Section 148. Regarding the pirates, we have heard nothing further since the dispatch of our submission of the 28th ultimo, except solely that the number of their vessels is said to have increased terribly, so that the equipment supervisor Bossottiel dared not hold out at sea any longer with his small fleet, but deemed it most advisable to retreat to Japara, whither, upon his request for assistance, we sent 149

Dutch transcription

403 den 11e: Meij 1742. „gescheept 2. kastjes met vogel„ marjer. iticeulier bark d. jaloesie den 5„e. Meij 1792. keeren, mogen worden gerestitueerd, onder betaaling der gewoone boeijquastat en opvatlooren, die mij ten dien einde de vrijheid nee„ omen bij de neevensgaande factuur de hofdplaats aanterekenen. § 145. Oak neemen wij de vrijheid Uw hoog Edelheeden per de merm ok heft m ingen: verk af. bark de verwachting toetezenden 2. verzeegulde kastjes met 150. en 72. lb vogelnestjes; waar van het eerste in de maand December van het gepasseerde jaar, en het laat„ iote nu voor eenige dagen van Sourabaija alhier is aangebragt en welke beide door de aan de Zuidkant van Iava remoreerende Capitain der Mandhareesen Bouton geleevert zijn, met humbel versoek dat tet Uw hoog Edelheeden gelieve te behaagen van het rendement deezer vogelnertjes aan gedagte Capitain Bouton weeder een gelijk aandeel als van de voorige parthijen toeteleggen, ten einde hem meer en meer tot de leeuerantie te arrimeeren en aantespooren. §:o 146. Wij bieden Uw hoog Edelheeden intusschen hij deezen aan, voor henbure ingeturd, van een extract uit de op gieteren ontvangene missive van den Soura„ Mhaijasoken Bediendend, warrnit Hoopst Dezelven, dis bekaagende, consteeren zal, dat tehalven het scheepje de kleene Pallas, waar van wij hij onse submisse van den 28:e parsato, hebben gewag ge„ „maakt, ook, hij het terug keeren der meede bij ond gedagt schrij„ „vens, vermelde ingehuurde bark de vier Gezusterd, noch naar 149 „ den 5e Meij 1792. anker moeten gaan odanig men met de weeder terug reeds uit betaalde helfte der vragtpenningen zal handelen uijtgenad den 5e. Meij 1792. waar Bonthain g'arriveerd is, de door de Eerstgeteekende, op de daartoe bekomene qualificatie van Uw hoog Edelheeden, tot de reid naar Amboina ingehuurde particuliere bark de jaloesie, welk kieltje meede reeds tot di Poekan bessies ge„ heeft ten Benthainsche rheedelen, norderd, dog insgelijks verpligt gewarden was, om terug te keeren en ter Bonthainsche rheede ten anker te koomen, terwijl wij voor 't de vrijheid neemen van Uw hoog Edelheeden informatie ƒ men versoekt in formetie hoe, te vraagen, hoedanig wij handelen zullen met de bedongene vragt„ gekomene brek de vier gezuster „ penningen voor de opgedijte brik de vier gezusters, of nament„ „lijk de eigenaars daarvan gereekend kunnen worden, nu de voorm: reid is misluke, het bedraagen daaraan in het geheel of ten deele te hebben verdiend en of door dezelven dus al of niet gerestitueerd moet worden de halvt der voorm: p vragtpenningen die aan hun voor het vertrek van dat vaartuig sijn afgegeeven van tot een gedeeltelijke goedmaking van de kosten die zij hebben moeten lesteeden, om het selve tot de Bandasche reid in gereed„ „heid te brengen. men berduld de stoat van het § 147. van den uitslag van het onder de Producten, zoo aangeleegen rijstgewasch, kunnen wij Uw hoog Edelheeden voor als nog niets met zeekerheid melden, vermits de reuissite van hetzelve veel zal afhangen van de veele of wei„ „nige reegens die men noch te vermachten heeft, schoon anders waarmedet faooradel geteldde beerichten nopens dier teegenswoordige gesteldheid favorabeel militairen die volgens het schrijven der Banjerschen Bedienden zijn 105 den 11e: Meij 1742. dit op de ieroovers afgesordine vlootdeeltje heeft zich naar Japara moeten tretireeren den 5e. Meij 1792. zijn, insondertend ter opsichten van Tamak, alwar o wel als in de verder onder Sa„ „merang gehoorende districten niet alleen het gewarch alomme zeer voordeelig staat, maar ook hier on daar reed een begin gemaakte is met het snijden de rijx gewordene padij, schom dit voor als noch van weinig of geen belang is en het sich alleen bepaald tot zulke velden, welke door haare goede ge„ „leegentheid veel vroeger als de andere hebben kunnen beplant worden. In der oosthoek is de landman door de voor eenige tijd aldaar gevallene reegens, ook in staal gesteld geworden met hat beplaegen en beplanten zij„ aner uijtvelden een leegin te maken, en daarmeede ieverig voort te vaaren, zoo als de velden in de districten van Tagal Paccalongang en Japara meede reed voor het grootste gedeelte teplaat zijn, en een zeer gurstig uit„ geeven „sicht tebben, het welk in het Iornasche en Rembangsche meeder plaat vind, schoon de velden in het algemeen nog eenige reegend zullen nodig hebben, die wij hoopen, dat de hemel daartoe mildelijk zal ge„ „lieven te schenken, ten einde men zich verzulijden mag over een ge„ „zeegender inzaam als men in het gepasseerde jaar gehad heeft. § 148: Van de Zeeroovers hebben wij veedert het afgaan van onze submisse van den 28:e passate niets werder vernoomen, als eenlijk, dat het getal - hunner vaartuijgen, noet meeselijk zoude vermeerded zijn, invoegen de exu„ „page opzichter Bossottiel, het met desselfs wboortdeetje niet langer in zee heeft duwer houden, maar het raadzaamst g'ordeelt heeft zich naar sapa„ „ra te retireeren, alwaar wij hem op desselfs verzoek om adsistentie, om reset esie de heven og e verentig toegesonden de - 149

NL-HaNA_1.04.02_3986_0118 view scan ↗

English

May 5, 1792. ensign Koolwagen having arrived the bark de Langmoedigheid, which was on the point of departing here from Batavia, with two Soerabaja cruiser vessels, which had been sent hither to obtain some products, and provided with 60 European soldiers under two officers, have sent, whereby he has also been enabled to put to sea again to go and search for the pirates, which we hope may have a successful outcome. folio 149. With respect to the aforementioned servants, we take the liberty to have the military ensign Johan Godlieb Koolwagen, who came over from Banda with the Ridder de Patriot according to what was reported in our submission of August 24 of last year, but who remained here in the hospital due to illness, pass over to Batavia on the aforesaid bark de Verwagting. dispatch of duplicate letter While we furthermore, under presentation of the duplicate of our previous submission of the 30th ultimo, have the honor to remain with the deepest respect and all high esteem, Title, Your High Noble Honors' very obedient and dutiful servants, signed: P: G: van Overstraten, I: van Santen, A: Hamell, B: J: van Nijvenheim, J: W: Cröse, B. van der Worm, C. G. Fisscher, F: I: Rothenbuhler, in the margin: Samarang, May 5, 1792. May 5, 1792. soldiers who according to the letter of the Banjarmasin servants 13 May 11, 1792. Extract from the missive written by the Commander of Soerabaja to the Governor and Director of Java's Northeast Coast, together with the Council of Policy at Samarang, dated: Soerabaja, April 25, 1792. Having received, by letter from the Grissee Resident Schwenke dated the 23rd of this month, the unpleasant news that the private bark de Vier Gezusters, chartered for the Company for the transport of rice to Banda, after having already advanced as far as the islands named de Toekanbesi, had returned from an abortive voyage, caused, according to the report of the master on that vessel, Beverhagen, by the calms steadily encountered there, as well as east and north-east winds, which forced him to return, in order not otherwise to expose the vessel and cargo to being driven onto the reefs by the currents, while, subsequently, they had waited in vain on the roadstead of Bonthain for 19 days and nights for the west winds, in which intervening time there had also arrived, not only the small vessel de Kleene Pallas, with which, upon the departure of the aforementioned bark de Vier Gezusters, they had intended to return to Macasser, but also a private hooker named de Jaloesie, commanded by the lieutenant Paulus van Hoorn, likewise destined for Banda, which last-mentioned vessel had also advanced as far as the Toekanbesi, but had likewise been obliged to return, and May 5, 1792. 149 7 7 at the May 5, 1792. come to anchor at the roadstead of Bonthain. The first undersigned having requested a copy of the journal kept on the aforementioned bark de Vier Gezusters, we shall take the liberty to present the same to Your Right Honorable and Worshipful as soon as it shall have been received, meanwhile requesting that we may be provided with Your Right Honorable and Worshipful's disposition as to in what manner the cargo of rice is to be dealt with, and also regarding the half of the freight charges already paid toward a partial reimbursement of the costs which the owners of the often-mentioned bark de Vier Gezusters have expended in order to ready that vessel for the Banda voyage and to provide it with what was needed. To May 5, 1792. soldiers who according to the letter of the Banjarmasin servants 109 149 May 11, 1792. Bronkhorst of Djokjakarta is allowed per the private galley de Snelheid to depart for Batavia To His High Nobility The High Noble Severe Grand Worshipful Lord! Mr Willem Arnold Alting Governor General Together with The Right Noble Severe Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble Severe Grand Worshipful Lord, Right Noble Severe Lords. And Paragraph 150. Referring to our previous submission of the 5th of this month, and of which we take the liberty to join the duplicate herewith, we let this serve only as an escort for the junior merchant and second Resident of Djukjakarta, Johan Meindert van Bronkhorst, who, pursuant to the permission granted to him by Your High Noble Honors in the honored missive of December 30 of last year for the performance of his private affairs, is to depart today for Batavia on the private galley de Snelheid. Paragraph 151. May 5, 1792. presentation of some letters received from Macasser on which occasion one also Paragraph 151. And we furthermore have the honor hereby to add a packet of papers addressed to Your High Noble Honors, together with two letters to His High Nobility the Lord Governor General, and the Right Noble Grand Worshipful Lord Director General, which were brought from Macasser to the Eastern Salient by a private vessel, and sent to us from there for further forwarding. We honor ourselves to call ourselves with the greatest high esteem and submission, Title, Your High Noble Honors' very obedient and dutiful servants, signed: P: G. van Overstraten, I: van Santen, A: Hamell, B: J: van Nijvenheim, I. W: Cröse, B: van der Worm, C: G: Fisscher, and F: I: Rothenbuhler. In the margin: Samarang, May 9, 1792. May 9, 1792. to the Banjarmasin servants

Dutch transcription

den 5e Meij 1792. „gekomen vrandrig Koolwagen de alhin overarinte debende berk de Langmoedigheid, die reds op zijn vertrekstond van Batavia, met aog d ourabrijrscte knuisersvaartinigen, die, ter verkring 1 : van eenige producten, herwaards waren gezonden, en voorzien met 60. Europriche militairen, onder twee officieren, hebben toegezonden, waardoor hij dan ook in staat is geraakt wede uit te loopen, om de zeeroovers te gaan opzoeken, het geen wij hoopen dat van een geluttig gevolg mag zijn. den in 2. p: van Banda hier aan ƒo 149. Met opzicht tot de er na dan bestamn wngen Tienaaren, neemen myj de rijkend perdehier voormaard vermelde bark de verwagting, naar Batavia te laaten overgaan de volgens het ver„ „melde bij onze rubmisse van den 24: Augustus a:o p:r met de Rotter de Pa„ „triat van Banda overgekomener, dog, weegens ziekte alhier in 't hoopr: „taal verkleevere vaandrig militair Johan Godlieb Koolwagen. vrlieding vn e dij=t bier Terwijl wij voorts onder aanbieding van het dup=t onder oorige sub„ „misse van den 30=e passato de eer hebben met het diepst ontzach en alle hoog agting te blijven /:onderstond:/ Titul. /: lager:/ Uwer hoog Edelheeden zeer gehoorzaame en trouwschuldige dienaaren /. nat geteekend:/ P: G: van Overstraten, I: van Santen, A: Hamell, B: J: van Nijvenheim, J: W: Cröse, B. van der Wormn, C. G. Fisscher = F: I: Rothenbukler, /: in margie:/ Samarang den 5: Meij 1792. den 5e. Meij 1792. militairen die -volaerd het schrijven der Banjerschen Bediendens - 13 den 11e: Meij 1792. Extract uit de Missive geschreeven door der Sourabaijas Gezachtebber aan den Heere Gouverneur en Directeur van Javas Noord oost kust, bereevens den Raad van Palitie te Sama. „rang, gedateerd; sourabaija den 25e Aprill 1792. Bij brief van den Grisseer Resident Schwenke in dat a 23:' deezer, de onaangenaame tijding ontvangen hebbende, dat de voor de Comp=e tot den vervoer van rijst naart Banda ingehuurde particuliere bark de vier Gezusterd, na bereeds tot de Eilanden de Toekan bessie genaamd, gevorderd te zijn, van een verlooren reijze was te„ „rij gekomen, varoorzaakt, volgens het rapport van den gezach„ „voerder op dat kieltje Beverhagen, door de gestadig aldaar aan„ „getroffen stiltens, mitsgaders ooste en Noord ooste winden, die hem genoodzaakt hebben terug te keeren, om anders met het vaartuig en de landing te exponneeren van door de stroomen op de klippen gezet te worden, terwijl, men vervolgend op de rheede van Bonthain 19. Etmaalen te vergeefs op de weste winden had gewagt, in welke tusschen tijd ook aldaar g'urriveerd waren, niet alleen het scheepje de kleene Pallas, met het welken men hij vertrek van de voorm: bark de vier Gezusters van voorneemen is geweest tot naar Macasser terug te keeren, maar ook een par„ „ticuliere Hoeker de faloesie genaamd, en waarop het gezag voerd den vour houtenant Paulus van Hoorn, meede naar Bar„ „da gedistineerd, welke laatst gem: kieltje meede tot de Toekan lessie was gevorderd, maar insgelijks had moeten teruij keeren, en den 5e. Meij 1792. 149 7 7 ter den 5=e Meij 1782. ter rheede Bonthain ter anker komen —. Den eerstgeteekende een afschrift van het journaal, gehouden op de voorm: bark de vier Gezusters gerequireerd hebbende, sullen wij de vrijheid neemen Uwel Ed: gestr: agtber het zelve aantebieden, zoo dra zal ontvangen zijn, intusschen dat mij verzoeken met de dispositie van Uwel Ed: gestr: agtter mogen worden voorzien, inhoedaniger voege met de laading rijst te handelen zijn zal, en ook met de bereeds uit betaal„ „de helfte der vragtpenningen tot een gedeeltelijke goedmaking van de kosten, die de eigenaaren van de meermelde Bark de vier Gezusterd hebben besteed, om dat vaartuig dat de Bandasche „reire in gereedheid te brengen om van het benoodigde te voorzien— Aan den 5e. Meij 1792. militairen die valaand het schrijven der Banierschen Bediendens 109 149 den 11e: Meij 1792. jakarta van Bronkhorst laat men per de partier Galei de Snel„ Aan sijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrengen Groot Agtbaaren Heer! Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Needer„ „lands Indie &s. & &: Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare Heer Wel Edele Gestrenge Heeren. En § 150. Meterbedij aefet tot onde ovorie ushmis van den 5: dase, en tonde ede en waarvan wij de vrijheid neemen het dupplicaat hier neevens hij te ghaid vaar Batavia vertretken vregen, lanten wij deezen alleen dienen ten geleide van den onderkoop„ „man en Djukjakartar tweede Resident Iohan Meindert van Bronkhorst, die, ingevolge de door Uw hoog Edelheeden aan hem bij geerde missive van den 30=e December a.o p=s verleende per„ „missie ter verrigting van zijne particuliere affaires, op heeden, per de particuliere Galei de Snelheid, naar Batavia staat te vertrekken. § 151 den 5e Meij 1792. aanbied eenige van chacasser ontvangene brieven bij welk ocatsie men ook § 151 En wij hebben wijders de eer hij deezen nog te noegen een paket papiren aan Uw hoog Edelheeden g'addreseert, tienee„ „vend twee brieven aan sijn Hoog Edelheid den Heer Gouverneur Generaal, en den Wel Ed: Groot Agtb: Heer Directeur Generaal, die met een particulier vaartuig van Macasser in den oosthoek aangebragt, en ons ter verdere voortschitking van daar toegezon„ „den zijn —. Wij vereeren ons met de meeste hoog agting en submissie te noemen. /. onderstond:/ Titul /:lager:/ Uwer hoog Edelheeden zeer gehoorzaame en trouwschuldige dienaaren. /. was geteek:/ P: G. van Overstraten, I: van Santen, A: Hamell, B: J: van Nijvenheim, I. W: Crose, B: van der Worm, C: G: Fisscher, en F: F: Rothenbukler. /: in margine:/ Sa„ „marang den 9: Meij 1792. Jan den 9=e. Meij 1792. tot rataimen der Banierschen Bediendens

NL-HaNA_1.04.02_3986_0123 view scan ↗

English

May 11, 1792. Returned from the cruise against the pirates. To His Excellency, the High Noble, Right Honorable, and Worshipful Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, along with the Noble, Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies, etc., etc. High Noble, Right Honorable, and Worshipful Lord, Noble and Honorable Lords! Paragraph 152. The Captain of Equipage, Sea Lieutenant, and Equipage Supervisor here, Joseph Bassottiel, mentioned in our submission of the 5th instant, having returned here with his small flotilla from the cruise against the pirates since the dispatch of our last humble letter of the 9th instant, of which we take the liberty of enclosing the duplicate herein, we take the liberty of dutifully informing Your Excellencies thereof, while simultaneously submitting the report provided by him here, from which Your Excellencies, should it please you, will be able to observe that the said Bassottiel, after his departure from Japara, proceeded with the entire flotilla to the islands of Crimon Java, and that he indeed discovered 5 large and several small pirate vessels between the islands, in addition to the two ordinary cruising vessels captured by this riffraff according to what was mentioned in our submission of the 28th ultimo, item three prau mayangs belonging to the Resident of Japara and one native pantjalling or trading vessel, all of which had now also been equipped and prepared for piracy by them; but that, whatever effort the reporter made to come close enough to attack them, it was nevertheless impossible on account of the multitude of reefs and rocks with which he found the channel between these islands obstructed everywhere, and upon which the vessels repeatedly ran aground, so that, after repeated fruitless attempts and after also having attempted in vain to reach the other side of the island in order to try whether a passage might be found there, he was finally compelled to drop anchor, and that the pirates, who had the audacity to fire several times both from their penjajaps and from the shore where they had planted a piece of cannon along with a flagpole, succeeded during the night in escaping through the channel on the other side, without the said Bassottiel subsequently learning anything further of them. May 5, 1792. Paragraph 153. May 11, 1792. Capture of a small native vessel with 3 hands by said Bassottiel, who were sent out by the pirates. The aforesaid pirates have steered westward. Paragraph 153. It will also appear to Your Excellencies, if you please, from the said report, that the aforesaid Bassottiel captured a small native vessel manned with 3 hands near the so-called Duivelsklip or Pulo Mandalika, who claimed to be runaways from the hands of the pirates at Pulo Laut, but who later confessed at Japara to being spies for the pirates, and that they had sent them on reconnaissance from Crimon Java, although upon their arrival here, they completely denied all of this again, persisting in their initial statement that they were runaways from Pulo Laut; but as in the aforesaid report of the equipage supervisor Bassottiel several points are stated against them, which were not mentioned in the declaration sent here by the Resident of Japara and which indeed make it very probable that they were sent out by the pirates as spies, we have given orders to conduct a further investigation in this regard, and we shall have the honor to dutifully impart the outcome thereof to Your Excellencies. Paragraph 154. And as the said pirates, according to the aforesaid report, have proceeded westward with their vessels, and it is thus more than probable that they will endeavor to commit their piracies there, we have judged it our duty to report all this to Your Excellencies as soon as possible, in order that you might in good time devise such measures that they cause no harm to private traders there, whilst we, in the meantime, shall not fail to continuously keep cruising against this riffraff here. We honor ourselves by remaining, with the highest esteem and submission, Your Excellencies' very obedient and dutiful servants. Signed: P. G. van Overstraten, J. van Santen, A. Hamell, B. J. van Nijvenheim, G. W. Crans, B. van der Worm, C. G. Fisscher, and F. J. Rothenbuhler. In the margin: Samarang, May 11, 1792.

Dutch transcription

480 den 11e. Meiy 1742. Aan zijn Hoog Edelheid van de bekruissing tegen de zeeroo„ overs teerig gekomen wiens Den Hoog Edele Gestrengen Groot Agtbaaren Heer. M. Willem Arnold Alting Gouverreur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrienge Heeren Raaden van Neederlands ordia & & # Hoog Edele Gestrengen Groot Agtbaaren Heer WelEdele Gestrenge Heeren! § 152. se bij onse submisse van den 5=e deezer vermelde Capitain de Euijpage prieten Baaptil licutenant ter Zee en Equipage opzichter alhier Ioseph Bos„ „fattiel, seedert het afgaan van onze laatste eerbiedige van den 9=e deezer, waarvan wij de vrijheid neemen het dupp=t deezen uijtenoegen, met desselfs vlootdeeltje van de kruistagt teegen de zeeroveres al„ ahier geretourneerd zijnde, zoo neemen wy de vrijheid Utw hoog Edelheeden daarvan hij deezen plict schuldig kennist te gee„ „ven, onder aanbroding tevens van het door denzelven alhier ger, w relaar men aanbried „geeven relaad, waaruit uw hoog Edelheeden, dat behagende zullen beoogen kunnen, dat gemelde Bossattiel, na dier ver„ „strek van Japara, sich met het geheele vlaatje naar de ei„ „landen En - 149 den 11e. Meij 1792. „laanden van Crimon Java heeft begeeven, en dat hij aldaar ook werkelijk 5 groote en verscheidene kleene zeerovers vaartuigen tusschen de eilanden ontdekt heeft, behalven nog de door dit gespuir, volgens het vermelde bij onze submisse van den 28:e passato, genoomene twee ordinaire kruisvaartuigen, item drie prauwmaijangs van den Iaparas Resident en een Inland„ „sche pantjelling of handelaars vaartuig, en alle welke door hun nu ook g'equipeerd en tot de roof toegerust waren; dog dat, welke moeite de Relatant ook aangewend heeft, om dezelven nabij genoeg te komen, om hen te kunnen attac„ „queeren, zulks echter ondoenlijk is geweest, uit hoofden van de meenigte zeeven en klippen, waarmeede hij het kanaal tus„ „scher deezer erlanden alomme bezet vond; en waarop. de vaartui„ „gen telefsend nast raakten, zoodanig, dat hij, na herhaalde vrugjte„ „looze porgingen en na meede te vergeefte getragt te hebben de andere zijde van het eiland te bereiken, te einde te beproeven of aldaar niet een doortocht zoude te vinden zijn eindelijk is ge„ „nnoodzaakt geworden ten anker te gaan, en dat het den Roovers, die de stoutheid gehad hebben diverse malen, zoo van hunne panja„ „japt, als van de wal alwaar zij een stuk kanon beneevens een vlag„ agenstak geplant hadden, te schieten; toen 't rachtt gelukt is door het kanaal aan de andere zijde te ontsnappen, zonder dat gem: Bossottiel naderhand iets weeder van hen vernoomen heeft. d al tot ortrimen der Banierschen Bedienden den 5=e Meij 1792. S 153. 443 den 11e. Meij 1792. den 11e: Meij 1792. bemagtiging van een klein In„ clandoch vaartuig met 3 kop„ „pen door gem: Fassottial de heeroovers zijn afgezonden ge„ weer de voorm. zearoovers zijn wertwaards aangesteevend § 153. Ook zal uw hoog Edelheeden, des gelievende, uit het gem: relaad, consteeren, dat zich voorsz. Bassattiel, bij de hoogenaam„ „de denveld sclip of Toulo Mandalitka, meester gemaakt heeft. van een klein Inlandsch vaartuig bemond met 3. koppen, dewelke „van voorgaven „ raoet Paulo, uit de handen der zeeroovers gedrost te zijn, dog die naderhand te Japara bekend hebben sprond te zijn van de zeerovers; en dat die hen van Crimon Iava op Rondschap hadden uitgezonden, schoon dezelven, hij hun komst alhier, dit aller weeder volstrekt genegeerd hebben, met persis„ „teering van hun eerste opgave, dat zij drossers waren van Laoet Poulo; dan daar bij het voorsz: relaat van den equipagi opzighter Bassottiel, verscheide poincten ten hunnen beswaar worden opgegeeven, waarvan hij de door den Japarad. Resident herwaards gezondene verklaaring geen gewag gemaakt is en die het inderdaad zeer waarschijnlijk maaken, dat zij van de Lee, die waartchijnlijk ald, mons dan „rovers, als opions, zijn uitgezonden geweest, zoo hebben wij order gesteld, om nu derweegens nader onderzoek te doen, en zullen de eer hebben Uw hoog Edelheeden daarvan den uitslag schuldplig„ „tig te bedeelen. maer p:s 154. En daar de gem: zeerovers zig met hunne vaartuigen, volgens het voorm. relaas, wertwaarts hebben begeeven, en het dus mneer dan waarschijnlijk is, dat sij aldaar hunne rove„ „rijen zullen trachten te pleegen, zoo hebben wij ons verplicht g'oordeelt. „ 1 149 den 5e. Meij 1792. g'oordeeld Uw hog Edelheeden dao draa mogelijk van dit een en ander verslag te doen, ten einde voogst Dezelven in tijds zoo„ „„danige middelen zouden kunnen beraamen, dat zij aldaar, den par„ „ticulieren handelaard geen nadeel toebrengen, terwijl wij in„ „tusschen niet in gebreeken zullen blijven hier bij aanhoudende„ „heid op dit gespuir te doen kruissen. Wij vereeren ons met de meeste hoog agting en submisse te blijven /:onderstond:/ Titul /: lager:/ Uwer hoog Edelheeden veer gehoorzaame en trouwschuldige Dienaaren /= was geteek:/ P: G. van Overstraten, I: van Santen, A. Hamell, B: I. van Nijvenheim, &. W. Crose, B. van der Wormn, C. G. Fisscher, en F: I: Rothenbukler, /. in margine:/ Samarang den 11e. Meij 1792. den 11e: Meij 1792. d t t arturiree der Banierschen Bedienden te

NL-HaNA_1.04.02_3986_0127 view scan ↗

English

145 the 11th of May 1792. the 11th of May 1792. Report of the Captain-Lieutenant at Sea and Equipment Master at Samarang, Joseph Bossattiel, given at Samarang on the 10th of May 1792. The deponent relates that on Sunday the 22nd of April last, he was dispatched by the Right Honorable the Governor and Director of this Coast, with 2 private vessels and 7 cruising praus mayangs, all fitted out and manned more heavily than usual, beyond the regular crew, each with European sailors, in a total number of 56 soldiers and artillerymen, distributed among all the vessels, under an officer, in order to seek out and, if possible, drive away or defeat the pirates who a few days previously had captured the Company's small galley or gurab De Reijger, item the Lassum cruising pantjalling and two other cruisers, besides several other private vessels; and that, having put to sea with this fleet, he had met the following day, near the Japara islands, the gurab De Spreeuw, stationed here, with four cruising praus mayangs, coming from Rembang, towing some timbers, which latter the deponent had immediately sent on to Japara in order to keep the vessels with him, for which purpose the deponent also had immediately four pieces of cannon, or one for each of the aforesaid 4 praus mayangs, brought from Samarang, together with the necessary powder and shot. That the deponent, having received these items along with a reinforcement of a further 13 soldiers, and having equipped the said vessels therewith, subsequently put to sea immediately with the same and another private boat, which the Japara Resident had sent to him for assistance upon his appearance there, heading towards the so-called Devil's Rock or Poulo Mandalitka, where he anchored during the night; and in the morning at the break of day, not far from him, right under the island or the rock, he discovered the aforesaid Company's galley or gurab De Reiger, taken a few days previously by the pirates, and the Lassum cruising pantjalling, the former lying at anchor, but the second drifting at sea; and which the deponent, seeing that they were unmanned, immediately went to repossess, whereupon he found that both these vessels were completely empty and, moreover, very heavily damaged and entirely unprovided with sails and rigging, as well as ironwork etc., which led the deponent to assume that the pirates must have taken this with them, the more so since the cleats, bolts etc. had been torn or chopped out of the planks with force. The deponent had also found a small native vessel drifting there, which he likewise seized, and which he found to be still half loaded with trassie, but without a crew, which the deponent presumes must have been taken away by the pirates. That the deponent, after this operation, sailed around this island or rock and then stood very far out to sea to search for the pirates, but that he was unable to discover anything of them, for which reason he anchored again outside the rock; but that one of the cruising praus with him, on account of a heavy headwind, had not been able to reach so far, but had been forced to anchor about two miles away from the deponent. That the deponent therefore did not fail to look toward this vessel with the spyglass from time to time, so that, in case any 147 the 11th of May 1792. the 11th of May 1792. danger might be perceived, he could bear away before the wind towards them; and being engaged in this, the deponent discovered that a small native vessel fitted with a sail had come from the direction of the islands of Krimon Java towards this cruiser, but having approached to a certain distance, it suddenly dropped its sail and rowed backward again, which gave the deponent the impression that this must be a spy from the pirates, for which reason the deponent immediately signaled three of the best sailing cruisers to pursue this vessel, which had the effect that it was surrounded by them and captured, whereupon it was found to be manned by only 3 men, who, having been brought on board the deponent's vessel, declared that they belonged at Laut Poulo and had seized the opportunity to desert from the hands of the pirates there; which statement the deponent believed the more readily since no weapons were found in the vessel of these people, and for which reason he made no objection to letting them go free until the evening, when the deponent was informed by various persons that these three men had inquired closely about the number of guns on board, and that to ascertain this better, they had not even hesitated to measure the muzzles with their thumbs, which caused the deponent to suspect that these persons did indeed belong to the pirates and that they must have thrown the weapons they had with them overboard when they saw that they could not possibly escape, in order to give greater weight to their story that they had deserted from Laut Poulo; in which opinion the deponent was further confirmed 149

Dutch transcription

145 den 11e: Meij 1742. den 11: Meij 1792. Relaat, van den Capitain lieutenant ter Zee, a„ Equipage opzichter te Samarang Joseph Bossattiel, gegeeven te Samarang den 10:e Meij 1792. De Relatant verhoold: dat hij op zondach den 22=en Aprill laatst lee„ „den, door de Wel Edel. Gestrengen: Heer Gouverneur en Directeur deezer kust, met 2. particuliere vaartuigen, en 7: Kruisprauw„ „maijangs, alle sterker als naar gewoonte gemonteerd, en bemand, luiten de gewoone equipage, met noch Europeesch mattraos ieder, in een getal van 56. militairen en arthilleristen, verdeeld op de gezamentlijke vaartuigen, onder een afficier, was afgezonden, om de zeerovers die zich eenige dagen bevoorens hadden meester gemaakt van de Compl kleine Galeij of Goerap de Reijger, item de Lassuu„ „sche kruispantjalling en twee andere Kruissers, behalven noch verscheidene andere particuliere vaartuigen, te gaan opzoeken en, der mogelijk, te verdrijven of te verslaan, en dat hij zich, met dee„ „ze vloot, dan ook in zee begeeven hebbende, 't anderen dags, bij de Iaparasche eilanden, ontmoet had, de alhier te huir hoorende Goerap de Spreeuw, met vier kruis prauwmajangs, komende van Rembang, met eenige houtwerken op slieptouw, welke laatste hij Relatant direct naar Iapara had laaten overbrengen, om de vaartuigen bij zich te kunnen houden, waartoe hij Rela„ „tant ook direct noch vier stukken Kanon, of voor elk der voorsz: be h: prouwmaijangs een, met het nodigte kruit en scherp van Sama„ „rang had laaten afhaalen. Dat hij Relatant dit een en ander neevens een versterking van nog 13:' koppen militairen ontvangen, en de gem: vaartuigen daar ineedse voorzien hebbende, vervolgens direct met dezelve en noch een particuliere bart, welke de Iaparas Resident hem, bij sijne ver„ 0 „ scheining „ 149 „ookerning aldaar, direct tot adsistentie had toegezonden, in see gestooken wat, begeevende zich na de soogenaamde duwels klip of Poulo Mandalitka, alwaar hij 's nachte ten anker was gekomen, en 't moraend met het aandreeken van den dach, niet verre van hem af, vlak onder het erland of de schip, ontdekt had de voorsz: voor eenige dagen bevoorens door de zeerovers genoomene Comp=s ga„ „leij of Goerap de Reiger, en de Lassumsche Kruispantjalling, leggende de eerste voor anker, dog de tweede op zet dreevende, en die hij Relatant derhalven, als ziende, dat zij zonder volk waren direct weeder had gaan in bezit neemen, wanneer hij bevoonden had, dat teide deeze vaartuigen geheel leedig en daarenboven oat zeer ontramponeerd en van zeil en trail, mitsgader ijzerwerk & a gantsch onvoorzien waaren, het geen hem Relatant had doen veronderstellen, dat de zeerovers dit moesten meede genoomen hebben, te meer daar de klampen, bouten &=a zoo maar met geweld uit de planken gescheurd af uitgekapt waren. Oak had hij Relataat nog een klein Inlandsch vaartuig aldaar vinden drijven, waarvan hij zict meede meester gemaakt, en het welk hij bevonden had nog half vol gelaaden te zijn met trassie, doch sonder volk, het geen hij Re„ „latant vermeerd dat door de zeerovers moet weggenoomen zijn. — Dat hij Relatant, na deeze verrichting, dit eiland of schip roud gevaaren en zoo vervolgens tot seer diep in zee gestorken was, om na de see„ „roverd te zoeken, doch dat hij niets van dezelve had kunnen ont„ „dertken, weshalven hij zich buiten de klip weeder ten anker had begeeven, doch dat een van de lijzich hebbende kruisprauwen het weegens een hevige teegen wind;, met zoo verre had kunnen op„ „haalen, maar genoodzaakt was geweest circa twee mijlen van hem Relatant of ten anker te komen. Dat hij Relatant derhalven niet had nagelaaten van tijd tot tijd met de kijker naar dit vaartuig te zien, ten einde, ingevalle er eeni„ den 11e. Meij 1792. den 5e Meij 1782. de tot arturinuen der Bamerschen Bediendens „ge onraat 14 7 den 11e: Meij 1742. den 11e. Meij 1792. „ge onraat mogt vernoomen worden, als dan voor de wind naar hen „ hun„ „nen afhouden, en dat hiermeede beezig zijnde, hij Retatant ontdekt had, dat een kleen Inlandsch vaartuigje voorzien met een zeil, van de Panl: van de eilanden van Krimon Iava, naar deeze kruisser was toegekomen, doch dat hetzelve tot op eenige distantie genaderd: zijnde, eensklapt dier zeil had laaten vollen en weeder agterin't geroeid was„ het geen hem Relatant in het begrip had doen vallen, dat dit een spion moest zijn van de Zeerovers, waarom hij Relatant dan ook direct aan drie der wel bezeilste kruisserd zeijn had gedaan, om dit vaartuugje na te zetten, het geen dan ook van dat effect was ge„ „weest, dat het zelve door hun omcingelt en in de kuij was ge„ „raakt, wanneer men bevonden had, dat het zelve slegte bemand was met 3 koppen, welke bij hem Relatant aan boord gebragt zijnde, verklaard hadden, dat zij te Laaet Poulo te huit hoorden en na de geleegenheid hadden waargenoomen, om van daar; in't handen van de heerovers weg te drossen, welke betuiging hij Rela„ - „tant te eerder geloofd had, daar in het vaartuig van deeze lieden - geen wapens waren gevonden, en om welke reeden hij dan ook geen swaarigheid had gemaakt dezelve lod te laaten loopen tot's avonds wanneer hem Relatant door verscheide perzoonen was bericht geworden, dat deeze drie lieden zick nauwkeurig hadaen g'informeerd na het getal der stukken die aan boord waren, en dat zij, om dit der te bieter te kunnen nagaan, zich zelfs niet ontzien hadden de trompen met de duim te meeten, waardoor hij Relatant in het vermoeden was gevallen, dat deeze perzoonen inderdaad tot de zee„ „roovers gehoorden en dat zij hunne bij sich gehad hebbende wapenen, toen zij gezien hadden, dat zij sich onmooglijk vouueeren konden, over boord moesten geworpen hebben, ten einde hun verhaal dat zij van Laut Poulo gedrost waren, der te meer gewisht bij te zetten, en in welke gedagten hij Relatant nog te meer was versterkt geworden „ 149

NL-HaNA_1.04.02_3986_0130 view scan ↗

English

[illegible] by the account of some of the European sailors on board, namely that the sail which these people had made use of on their vessel had been recognized by them as a piece of the red wall covering which the [illegible] of the abovementioned Lasem cruising pantchalling, taken by the pirates, had always made use of; and that they moreover also, upon their arrival on board, had attested that they had eaten nothing for some days, but that, when one had wished to give them something to eat, they had not only refused to consume anything thereof, but that one had also found upon closer examination that this account of theirs was contrary to the truth, since they had been provided in their vessel with a basket full of very good rice, so that he, Relatant, had then also immediately had these persons bound, and had proceeded therewith directly to Japara, in order to have the recaptured gurab De Reiger and the Lasem cruising pantchalling repaired of the damage they had sustained, and to put them again in a state to put to sea, for which purpose he, Relatant, had caused the necessary artillery, cordage etcetera to be fetched from Samarang. That, having arrived at Japara, he, Relatant, had handed over the aforementioned apprehended three persons to the Resident there, to whom they, in his presence, had confessed to being in truth spies of the pirates, and that these had sent them out on reconnaissance from Karimun Java, whereof a deposition was executed by the aforementioned Resident, which on that same day, together with the aforementioned persons themselves, was sent to Samarang, and to which he, Relatant, requests to be permitted to refer. That, the aforementioned two vessels in the meantime having been rigged and put in order with all possible haste, he, Relatant, therewith and with all the vessels he previously had had with him, except the bark which the Japara Resident had sent to their assistance 11 May 1792. 5 May 1792. for the hire of the Bawean servants sent 11 May 1792. and which he, having no further need of it, had now left behind at Japara, had after the lapse of two days, or on Wednesday 25 April, put to sea again, having moreover also with him the Pontianak bark De Langmoedigheid, which had wintered here, together with 4 Samarang cruisers and a cruiser from Surabaya, which latter, along with 7 others, had also been assigned to him, Relatant, by the Governor, but of which the remainder had not appeared, and with which vessels he, Relatant, had at the same time received a reinforcement from Samarang of another 6 artillerymen and 60 other soldiers, under 2 officers, whom he also immediately distributed among those vessels, and therewith had crossed directly over to the islands of Karimun Java, where they arrived the following day in the morning, to wit on the west side of the first of these islands, which he says is also at the same time the largest, since he had found the south side beset everywhere with rocks and reefs, which had made approaching from that side dangerous, the more so as the fairway had been entirely unknown to them; and furthermore he, Relatant, had judged it advisable to let it run toward the west side, in order to sail through between this and the other islands, as he had not doubted that one would indeed find the pirates there, just as they in fact upon their arrival at the west side of the aforementioned island had seen that between the same and a chain of other small islands and reefs, lying as if in a basin, lay 5 large penjajaps, provided with heavy artillery, and a large number of small sampans, besides another 6 other vessels, which he, Relatant, as well as all the sailors with him, had recognized as the two aforementioned Tayu cruisers, together with three perahu mayangs of the Japara Resident and a native pantchalling, all of which had been taken by the pirates and which the same had now properly equipped and mounted. 149

Dutch transcription

geworden door het verhaal van sommige der aan boord zijnde Europee„ „sche zeevaarende, dat namentlijk het zeil, waarvan sich deeze lieden op hun vaartuig bediend hadden, door hen kerkend was voor een stuk van het Autse Rovi behangzel, waarvan zich de Gezochtekker van de bovengewaagde door de zeeroovers genomene Laosumsche kruis„ „pantjalling, altood had bediend, en dat dezelven daar en boven ook, bij hunne komst aan boord, hadden betuigd, dat zij zeedert eenige dagen niets gegeeten hadden, doch dat, toen men hen te eeten had willen geeven, dezelve niet alleen geweigerd hadden daarvan iets te mit„ „tigen, maar dat men ook hij nader onderzoek bevonden had, dat dit hun verhaal bezijden de waarheid was, vermits zij in hun vaartuig voorsien waren geweest met een mandje wol zeer goede rijst, invoegen hij Relatant deeze perzoonen dan ook direct had laten vast binden, en zich daarmeede en iek raaseerde naar Iapara begeeven, ten einde de weeder bemagtigde Goerap de Reiger, en de Laspimsche Kruirpantjal„ „ling van hun geleedene schade te doen repareeren en weeden tot het uitloopen in staat te stellen, waar toe hij Relatant het benordigd geschut, touwerk &5- van Samarang had laten haalen. Dat te Iapara gekomen zijnde, hij Relatant de voormelde opgevaste drie perzoonen aan den Resident aldaar had overgegeeven, aan wien zij, ter zijner prasentie bekent hadden in der daad spiond te zijn van de zee„ „rovers, en dat die hen van krimon Java op Kondschap hadden uit„ „gezonden, waar van door opgem: Resident een verklaaring was gepasseert, welke noch dien zelfden dach, neevens de gem: perzoonen zelfs, naar Samarang gezonden was en waaraan hij Relatant ver„ „zoekt zich te mogen refereeren. Dat de voorm: twee vaartuigen intusschen met alle mogelijke haast toegetuigd en in order gebragt zijnde, hij Relatant zick daarmeede en met alle de bevoorend bij zich gehad hebbende vaartuigen, excep„ „to de bark, die de Iaparas Resident hun tot adsistentie had toege„ den 11e. Meij 1792. den 5=e Meij 1792. tot enhuume dee Banaerschen Bedienden „zonden den 11e: Meij 1792. aten had, naar verloop van twee dagen, of op woensdag den 25=e April, weeder in zee had begeeven, hebbende bovendien ook noch hij zich de alhier Puntianasche overwinternd hebbende, bark de Langmoedigheid, beneevend 4. Samarang„ „sche kanissers en een kruisser van Sourabaija, welke laatste neevens nog 7. andere, door den Heer Gouverneur hem Relatant meede toege„ „vorden was, doch waarvan de overige niet waren komen gedagen, en met welke vaartuigen hij Relatant tevens van Samarang een verster„ „king had ontvangen, van noch 6: Arthilleristen en 60. andere mili„ „tairen, onder 2. officieren, die hij ook dadelijk op die vaartuigen had ver„ „deeld, en daarmeede direct naar de eilanden van Krimon Iava overge„ „stooken wat, alwaar zij 't anderen dags 't morgens waren aangekomen, te weeten aan de westkant van het eerste deezer eilanden, dat hij zegt dat ook tevens het grootste is, vermits hij de zuijd zeijde overal had lee„ „zet gevonden met rotsen en klippen, die het aandoen van die kant gevaarlijk hadden gemaakt, te meer daar hen het vaarwater zeer ge„ sheel onbekend wat geweest, en daarenhoven had hij Relatant het onk„ raadsaam goordeeld om het na de westkant te haaten loopen, ten ein„ „de tusschen dit en de andere eilanden door te vaaren, alzoo hij niet getwijffeld had, off men soude aldaar de zeeroovers wel vinden, gelijk zij ook inderdaad bij hunne komst aan de westkant van het voorsz: eiland„ gezien hadden, dat tusschen het zelve en een reeks van andere kleene eilanden en klippen, als in een kom in lagen 5 groote Pandjadjaps, voorzien met ewwaar geschut, en een groote partij kleene Champangs, behalven nog 6. andere vaartuigen, die hij Relatant soo wel als alle de bij zich hebben „de zeevaarende, herkend hadden voor de twee voorwaardt vermelde Tajoesche Kruissers, mitsgaders drie prauwmajangs van den Iaparar Resident en een Inlandsche pantjalling, die alle door de seerovers waren genomen en welk dezelve nu behoorlijk g'equipeerd en gemon„ „zonden, en die hij als niet meer nodig hebbende nu te Japara terug gelaa„ „teerd hadden. 149

NL-HaNA_1.04.02_3986_0132 view scan ↗

English

the 11th of May 1792. That he, the Deponent, notwithstanding this advantageous lying-place of the pirate fleet, had nevertheless resolved to advance directly upon them with his vessel through the channel that led between the islands and shoals, as was also carried out immediately thereafter, leaving behind, however, the bark de Langmoedigheid, which, on account of the shallowness of the fairway and the foul grounds, as well as the rising headwind, had been obliged to remain at anchor outside the islands, about three miles away from the pirates; but that, however much he, the Deponent, had exerted all his power to reach the pirates, this had nevertheless been in vain, since most of his vessels continually ran aground on the rocks, so that he, the Deponent, after several repeated attempts, all of which had turned out equally fruitless, since the true channel, which as he, the Deponent, subsequently found, ran winding between the rocks, and of which he says that in order to get through, one absolutely must first have thorough knowledge, and could not possibly have found, and his vessels moreover had also lain exposed to the heavy ordnance of the pirates, from which they had indeed fired several shots, though all of them had gone overhead, against which the ordnance of his, the Deponent's, fleet, being very much lighter than that of the pirates, had not carried far enough to inflict any damage upon that rabble, had finally found himself compelled to abandon this undertaking for that day, but with the firm intention of proceeding the next day to the other side or the south-east side of these islands, whither he had not been able to go at that time due to headwinds, and to attempt whether they might not find a passage there; but that the next day it had likewise blown so violently from the east that he could not possibly overcome the reef, which he says extends very far out to sea on that side of the island. That he, the Deponent, seeing the impossibility of this his undertaking, had therefore the 11th of May 1792. therefore returned again to his former anchorage, and had embarked with a good party of the best men upon one of the lightest vessels, with the purpose of seeking, cost what it might, a passage through the shoals, or if possible, to reach a small island lying not far from there, in order to erect a battery of some three-pounders there against the pirates, as the same was so situated that the pirates upon their departure, whichever way they might turn, would have to pass close by it, but that he, the Deponent, had found this likewise impracticable, as was also the intention subsequently formed by him to have at least some of the soldiers conveyed across the rocks to the said small island, in order to harass the pirates from there with their small arms, so that he, the Deponent, after much struggling, had finally been obliged to return without having accomplished his purpose, all the more so as it had already begun to grow dark, and the pirates moreover had also fired heavily upon him, although no damage was caused to him thereby, and the same had otherwise shown no inclination to come nearer to him. That having anchored again upon this, he, the Deponent, perceived the following morning at daybreak that the pirates had left their hiding-place that night through the coral on the other side of the island, or the south-east side, which he, the Deponent, says he suspects they would have done immediately upon his appearance there, had they not been prevented from sailing out by the violent east winds, as it was so full of rocks on all sides, and very dangerous there with the slightest high sea. That he, the Deponent, thereupon spent some more time sailing along the islands and searching everywhere for the pirates, but hearing nothing of them, he further spent some time sailing between the islands with a small yawl and sounding the grounds, the 11th of May 1792 in order to be able to make advantageous use of his acquired knowledge subsequently, if he should ever come into a similar situation again, but having thereupon returned on board the bark de Langmoedigheid, he, the Deponent, had then seen from the masthead of that vessel with the spyglass that the aforementioned pirate vessels were very far out at sea outside or north of the Crimon Java islands, and were steering westward. That there being nothing more for him, the Deponent, to carry out here, he had therefore resolved to cross over again to the Javanese coast, and that after having cruised for some more time under the high land of Batang, he subsequently returned here on the 9th of this month. Furthermore, the Deponent relates that he cannot tell of what nation these pirates were, since he had not been able to come close enough to distinguish their clothing, but that on the other hand he had seen that those scoundrels, during the time they lay between the islands, had mounted a piece of cannon on the largest of them, or Crimon Java proper, from which they had also fired upon them several times, as well as from the vessels, and that they had also erected a flagpole on the beach of the same island, from which he, the Deponent, had seen a Prince's flag flying most of the time and occasionally also a black or other flag, all of which they had taken with them again upon their departure. Thus related at the government of Samarang, date as above. Was signed: I: Bossottiel. Lower down stood: In the presence of me. Was signed: F: I: Rothenbuhler.

Dutch transcription

den 11e. Meij 1792. Dat hij Relatant niet teegenstaande deese voordeelige leaplaats der zee„ vloot „rooverd, echter beslooten had met zijn aak direct op dezelven lootegaan door het Canaal, dat tusschen de eilanden en schipper daar heenen leiden zoo als den ook dadelijk daarop bewerkstelligd was, met terug lating egter van de bark de langmoedigheid, die, weegens de ondrepte van het vaarwater en de vuile gronden, mitsgaders de opgekomene teegen wind, buiten de eilanden; wel circa drie mijlen van de seerovers af, voor anker had moeten blijven leggen, doch, dat, hoe seer hij Relatant al zijn vermogen had aangewend, om bij de zeerovers te komen, zulks egter te overgeefd was geweest, vermits de meeste zijner vaartuigen tolkend op de klip„ „pen waaren vast geraakt, sodanig dat hij Relatant, na verscheidene her„ „haalde proefneemingen, die alle even vrugttoos waren uitgevallen, ver„ „mits bij de regte kil van het kanaal, die soo als hij Relatant daarna lee„ „vonden had, slangsmijd tusschen de klippen doorliep, en waarvan hij zegt dat men om door te raaken; absolut eerst grondige kennis diend te hebben, en moglijk had kunnen vinden, en sijne vaartuigen daarenboven ook bloot geleagen hadden voor het swaar geschut der zeerovers, waar uit dezelve ook werkelijk eenige schooten hadden gedaan, doch die alle overheen waaren gegaan, waarteegen het geschut van zijn Retatants vloot, als seer veel ligten sijnde als dat der seerovers niet soo verre had gedragen, om dat gespuij daarmeede eenige schade toetebrengen, sich ein„ 5. „delijk wel verplicht had gevonden voor dien dach van deeze onderneeming te moeten afsien, dog met til vaste voorneemen, om dich t' anderen dag na de andere sijde of de zuijd oost kant deezer eilanden werwaartd hij als toen door tegenwind niet had kunnen komen, te begeeven en te beproeven of Kunnen : zij aldaar geen passagie zouden vonden; doch dat het 't' anderen dagt mee„ ade soo heevig uit tot oosten had gewaart, dat hij onmogelijk het rif„ dat hij zegd dat aan die kant van het eiland zich tot zeer ver in zee uit„ astrekt, had kunnen te boven komen. Dat hij Relatant de onmoglijkheid van dese sijne onderneeming ziende, derhalven 121 den 11=e Meij 1742. derhalven weeder naar sijn voorige anker plaats teruig was gekeerd, en sich met een goede parthij van het beste volk op een der ligtste vaartuigen had begeeven, met het oogmerk, om, het mogt kosten wat het wilde, een par„ „sage tusschen de schippen door te zoeken, of „der mogelijk, een niet verre daar van daar leggend eilandje te bereiken, om aldaar een batterij van eenige drie ponders teegen de zeerovers op te werpen, alzoo het zelve oo„ „danig geplaatst was, dat de seerovers bij hun vertrek, na welke kanst zij het ook wenden mogten, digt voorhij het selve passeeren moesten, dog dat hij Relalant dit almeede ondoenlijk had bevonden, gelijk ook het vervolgens door hem gesmeede voorneemen, om ten minsten eenige der militairen over de klippen naar het gem: eilandje te doen brengen, ten einde van daar de Rooveer met hun schul geweer te kunnen lastig vallen, invoegen dat tij Relatant, na lang zuttelens, eindelijk onverrichter zaake had moeten terug keeren, te meer daar het reeds don„ „ker had begonnen te worden, en de seerovers daarenboven ook sterk op hem hadden gevuurd, schoon hem daar door geen schade toegbragt was, en dezelven voor het overige geen kust hadden betoond hem nader bij te komen. Dat hierop weeder ten anker gegaan zijnde, hij Relatant de volgende mor„ „gen met het aanbreeken van de doch ontwaard had, dat de zeeroverd dien nacht hunnen schuilkoek hadden verlaaten door het Coraal aan de andere kant van het oiland, off de zuijd oost zijde, het geen hij Relatant segt te ver„ „meeren, dat sij al direct bij sijne verscheining aldaar, souden gedaan heb„ „ben, indien dezelve niet door de hevige oorte winden waren kelel gewor„ „den uit te loopen, daar het aan alle kanten soo vol klippen, en bij de minste hoog gaande zien aldaar zeer gevaarlijk was. Dat hij Relatant daarop nog eenige tijd had doorgebragt met langs de eilanden te vaaren en overal naar de seerovers te zoeken, doch dat niet) van dezelve verneemende, hij voorts eenige tijd had besteed, om met een kleere jol tusschen de eilanden door te vaaren en de gronden op te neemen den 11e: Meij 1792 neemen, ter einde naderhand, indien hij eene weeder in een voortgelijk ge„ „val mogt komen, zich van zijnen verkragene kennis met voordeel te tun„ „nen ludienen, maar daarop weeder aan boord van de bark de langmoedig„ „heid terug gekeerd sijnde hij Relatant ald toen uit de marsch van dat vaartuig met de verekijker gezien had, dat de meerm: zeeroverd vaartuuigen zich keil verre in zeen buiten of bewoorden de Crimoneshae Javasche ilanden be„ „vonden, en wertwaards aan seevenden. Dat dud hier niets meer voor hem Relatant ini't te voeren sijnde, hij der„ „halven beslooten had weeder naar de Iavasche wal overtesteeken, en dat na nog eenige tijd onder het hooge land van Batang gekruigt te hebben, hij vervolgend op den 9 deezer alhier war terug gekomen. Vants verhaald de Relatant niet te kinnen zeggen van wat natie deese zeerovers zijn geweest, vermits hij zoo digt niet had kunnen komen, om de kleeding te kunnen onderscheiden, maar dat hij daarenteenen gezien had, dat die schuimen, geduurende de tijd dat sij tusschen de eiland lagen„ op het grootste van dezelve of het eigentlijke Crimon Iava, een stuk kanon hadden geplaatst, waar in 't zij ook verscheidenmalen, soo wel als uit de vaartuigen, vuur op hen hadden gegeeven, en dat sij ook aan strand van het zelfde eiland een vlaggestok hadden opgericht, van 1 dewelke hij Relatant de meeste tijd een prince vlag en tusschen beide ook een swarte, of andere vlag had zien waaijen, doch welk een en ander zij bij hun vertrek weeder hadden meede genomen. /:onderstond:/ Aldus gerelateerd ter gouvernemente Samarang dato voorsz: : /: was geteekend:/ I: Bossottiel. /:lager stond:/ in kennisse van mij /: was geteekend:/ F: I: Rothenbukler- Van

NL-HaNA_1.04.02_3986_0135 view scan ↗

English

123 Mr. Willem Arnold Alting. To His Right Honorable, the Highly Esteemed and Venerable Lord Governor General Together with The Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies N. N. W. Right Honorable, Highly Esteemed and Venerable Lord and Honorable, Highly Esteemed Gentlemen. Section 155. The bark De Langmoedigheid having returned here from the cruise against the pirates and having furthermore been put in order, we have subsequently placed that small vessel under the command of boatswain's mate Jan Gerrit Hommel, who had remained behind here in this hospital from the bark De Eensgezindheid and who, according to the statement of the equipage superintendent Joseph Bassottiel, possesses sufficient competence to bring that vessel to Batavia, whither it accordingly departs this day, while we take the liberty to present herewith to Your Right Honors the report of the special commissioners, in whose presence the handover of that vessel by the mentioned equipage superintendent Bassottiel to the aforementioned boatswain's mate Hommel took place, annexed to the inventory of that vessel, to which we request to be permitted to refer. Section 156. The goods brought here from Pontianak with the mentioned small vessel, we have caused to be unpacked and reloaded into the mentioned vessel in the presence of the commissioners, in the manner as they were received, conforming to what was stated in our submission of 2 March last, in order to be transported further to Batavia, with the exception of those which, as appears from what was cited in our aforementioned missive, we have retained here, and the amount of which we credit to the capital city on the accompanying invoice, as well as a certain piece of article which, in hope of Your Right Honors' favorable approval, we have also retained here for use. Section 157. We are also having the former Pontianak Second Resident Botto Schultz transfer to Batavia on the mentioned bark De Langmoedigheid, but the remaining crew members who came over from Pontianak with that small vessel we have retained here, as several of them are lying in the hospital, and most of the mariners have been employed on other vessels. Section 158. We have also placed in the aforementioned bark De Langmoedigheid the sailor Jan Christoffel Smith, who had been stationed here, who, as appears from the accompanying extract from the minutes of the resolution of the Council of Justice here dated 24 February last, was accused of having thrown a certain Javanese, Singo Troeno, into the sea from the cruising proa over which he, Smith, held command, but of which, due to the lack of the necessary evidence, he could nevertheless not be convicted, so that the Fiscal was unable to institute any further action against him, and we therefore respectfully request that it may please Your Right Honors to issue the necessary orders that the said Smith remain removed from this coast forever. Section 159. In addition to the aforementioned goods from Pontianak, we have also caused to be shipped from here in the repeatedly mentioned bark De Langmoedigheid: 168 pieces of mill planks of 2 1/2 inches 60 pieces of lath wood 150 pike shafts 800 jugs of castor oil 39 small baskets of Javanese cloths which, as appears from the accompanying reports of the special commissioners, were not only found good and sound, but for the most part even far surpass the samples. 1260 bundles of long pepper 100 d:o d:o 1 1 case, and a lot of loose unserviceable goods, all further specified in the above-written invoice enclosed herewith, and according to which the one and the other together amount to f 2761: 13. —. Section 160. Furthermore, we present herewith to Your Right Honors a copy of the extract received from Surabaya from the journal of the private bark De Vier Gezusters, as well as an extract from the missive written on that account by the Gresik Resident to the Surabaya servants, whereby the said Resident makes the request that the owners of the said bark may be indemnified for the costs incurred by them, regarding which we shall therefore await the honored orders of Your Right Honors, and meanwhile take the liberty to note that, for lack of other opportunity, the packet recently received from Batavia for the Banda Ministry has been sent to Makassar on the ship Rusthof, with the request to the ministry there that further transport from there to Banda may be granted to it as speedily as possible. Section 161.

Dutch transcription

123 M„r Willem Arnold Alting. Den Hoog Edel Gestrende Groot Achtbaaren Heer Aan zijn Hoog Edelheid vertrek „heid onder commando van den heort manis maat Jan Gerrit Honmel „committeerdens napens de gedaane overgaf, anex den Inventaris van st Gouverneur Generaal Beneevens De Wildele Gestringe Heeren Raaden van Neederlands India N„ N. „ W„ Hoog Edel Gestrenge Groot Agtbaaren Hleer En WelEdele Gestrenge Heeren. § 155. De bark de langmoedigheid, van de kruistoijt tegen de tot deetene bet de enmani Zeerovers, alhier ternig gekoomen en voorts verder in onder gebragt zijnde zoo hebben mij dat kieltje vervolgens onder commando gesteld van de Bortsmansmaat Ian Gerrit Slommel, die van de back de Eens gezindheid alhier in dit Hoopital war terug geleeven en welken volgens de opraf van den Equipage opzichter Ioseph Bossattiel, bekwaamheid genoeg bezit, om dat vaartuig naar Batavia te brengen, werwaards het zelve dan ook op heeden vertrekt, terwijl wij de vrijheid neemen Uw hoog Edelheeden hier neevens aantebre vanhieding vom en krist van ge„ „den het berietit van expresse gecommitteerdend, ton wiend over „ det onarung „staan de overgaav van dat kieltje door gem: Equipage opzichten Bassottiel. den 16: Meij 1792. aderen, sijn weeder afgepast, en die„ „houden zijn „plaats ten goeden gebragt gaat naar Batavia over, den gewee„ „sen Funtianar tweeden Resident B. S. tena. „tiane sijn hier aangehouden Bossattiel aan voorsz: Bootsmansmaat Hommel geschied Fanix de inventaris van dat vaartuijg, waaraam wij verzoeken ond te mogen gedragen. de om Puntiana vangtrugt ges 1 56. De met het gem: kieltje van Puntiana alhier aangebrag. voren al delvent vangen woren te goederen, hebben wij, conform het vermede bij onse submisse van den 2: Maart l: to, indier voegen als dezelve ontvangen waren, ter praesentie van gecommitteerdens, doen afpakken en weeder in het gem: vaartuig afladen, om daarmeede verder naar Batavia ge„ uitgenoen desalte die ragentranspoteert te worden, uitgenomen de zulke, welke wij, blijkens het aangehaalde bij onse opgemelde missive alhier helben aange„ warenan tet bedragn de hoofd. houden, en waarvan mij het bedragen bij de neevensgaande fac„ gelijk ook een p„s articul, brief „tuur de hoofdplaats ten goeden laaten terengen, „ die wij, in hoop van Uwer hoog Edelheeden gunstige welduijding, alhier meede ten ge„ „bruike aangehouden hebben. nt gentens ns agondigted =o 157. Pak laten wij met de gem: bark de langmoedigheid naar Batavia overgaan de geweesen Tuntianad tweeden Renident Botto Schul„ aan en d overije mantschappmngen im gtatiurs: Alna, dog de overige met dat kultje van Pintiana overgekoo„ e deg eamnij nen de 1 1 „mene manschappen, hebben wij alhier aangehouden, alzoo verscheide 1d scha enwi pen . daarvan in het Hospitaal zijn leggende, en de meesten der zeevaaren„ P . „ aden op andere vrartinigen zijn g'emrploieerd geworden. te dan aij een 58. Wij sten ot inde oor z: bik de Langmoedigheid ge„ „plaatst 125 den 16e: Meij 1792. Smith voor atloos van deeze kust mag verwijders blijven. men noteert den afscheep der goede¬ aren van hier, in de meerm. bark „de langmoedig ten geladen voor het groatste gedeelte de monsterd, volgens het bericht „plaast de alhierbeschiden gewast zijnde matrood Jan Christoffel Smith, die, blijkend tal neevensgaand extract uit de notulen van het geraesolveerde bij den Raad van Justitie alhier de dato 24: febr: lil. , beschuldigd is gewoo„ „den, veekere Javaan Singo Troens van de kruisprauw, waarop hij smith het gezack voerde, in see geworpen te hebben, doch waarvan hij„ ui't gebrek van de nodige bewijzen, echter nit heeft kunnen overtuigd worden, invoegen dat de Fiscaal gemn verdere actin teegen hem heeft kunnen institueeren, en wij derhalven eerbiedig verzoeken, dat het Uw men verdat H. H:Ed: dat gem: hoog Edelheeden gelieve te behaagen de nodige ordres te stellen, dat gem: Smith. voor altoos van deze surt verwijderd blijve. § 159. Behalven de voorsz: goederen van Pointiana, hebben wij „meermelde meede nog in de „ bark de langmoedigheid van hier doen af„ „scheepen. 168. p„s moolen planken van 2½. d=m 60. larde houten 150: „ piekstokken 800. konnen Iarak alie 39. korsjes Javasche kleedjes die, blijkens de neevensgaande, 2 jaratshe kladje overtuffen berichten van expresse gecommitteerdens, niet alleen goed man gecommitteerdend. en deugdsaam zijn bevonden, maar ook voor het groot„ „ste gedeelte de monsterd zelfs nog verre overtreffen. 1260. Ed=s lange peeper. 100 „ d:o d:o „ 1 „ - Sinst den 16e. Meij 1742. stract journaal van de particuliere bark de vier geristerd de guiser Randarl aan de Sou„ „rabaijasche Bedinden te gemoed zien ropens het verzoek„ dat de cheeders van gem: bark, in de hadelods gested. 1 kast, en een parthij losse onbekwaame goederen, alle bij de voorschreevene hier neevens overgaande factuur nader gespecificeert, en volgens welke het een en ander te zaamen komt te bedraagen - - - - - ƒ2761: 13. —. vaoendin en epr van t 160. Voorsts bieder wij Uw hoog Edelheeden hier nee„ „vend aan Copia van hel van Sourabaija ontvangen extract uit het Journaal van de partikuliere bark als met en vstrict rief don de vier Gezusters, zoo meede een extract uit de door de Grisseer Resident desweegens geschreevene missi„ „ve aan de Sourabaijasche Bediendens, waarbij ge„ „melde Resident versoek doed, dat de rheeders van ge„ „melde bark in de door hen gemaakte kosten schade„ men blift de beveelen e H. H. Ed. oloot mogen worden gesteld, waar omtrend wij dur de de gemaakte kosten mogen worden geeerde beveelen Uwer hoog Edelheeden zullen bilij„ „ven te gemoed zien, en intusschen de vrijheid nee„ „men te noteeren, dat het onlangs van Batavia ontvangen paket voor het Bandaoch Ministerie wij mits gebrek van andere geleegentheid met het schip Rusthof naar Macasser is gezonden, met verzoek aan het ministerie aldaar, dat aan het selve van daar ten spoedigsten weeder transport naar Banda mag worden verleend. —. S161

NL-HaNA_1.04.02_3986_0139 view scan ↗

English

127 the 16th of May 1792. Paragraph 161. In our submission of the 17th of February last, we had the honor to inform Your High Nobilities that, pursuant to the instructions written by Your High Nobilities with regard to the products, we had ordered the Japara Resident to have refunded from the estate of the deceased indigo-maker Torop any expenses that might have been spent on the Company's behalf on the new indigo machine erected by the said late Torop; and following upon that, we now have the honor to report that no expenses were incurred on the Company's behalf for the said machine, but that the same was constructed by the said Torop alone and out of his private purse. Paragraph 162. Although, according to what was stated in our submission of the 16th of March last, we did not fail to issue the necessary orders for the prompt and complete fulfillment of the articles demanded both for Batavia and for the Netherlands in the general requisition sent hither by Your High Nobilities, Paragraph 163. this will nevertheless, according to the writing of the Sourabaija servants, be impossible with respect to the requested 61,000 cans of lamp oil, because the common man, on account of the prevailing shortage of rice and other foodstuffs everywhere, has been forced to take recourse to the young coconuts, whereby this crop is now in very scarce supply, and the Panumbahan of Madura, and the Regents of Sumanap and Pamacassang, will even have difficulty in delivering their obligated contingents of that fat. Paragraph 164. And since, for that same reason, the preparation of the necessary coir yarns for manufacturing the required native cordage is greatly impeded, it will also, according to the statement of the Sourabaija servants, be equally impossible to supply the yellow coir ropes and hawsers demanded for the capital city, of which we thus take the liberty to inform Your High Nobilities, so that Your High Nobilities may govern yourselves accordingly. Paragraph 165. 129 the 16th of May 1792. Paragraph 165. In the aforementioned requisition received from Batavia, the Javanese sappanwood having among other things also been excused, we have likewise given notice thereof to the Sourabaija servants for their information, upon which elucidation was requested by them as to whether this also includes the sappanwood that the Banjoewangi Commander causes to be purchased on the island of Bali; regarding which we therefore request to be provided with the necessary orders from Your High Nobilities, so that we may conduct ourselves accordingly, while we shall in the meantime instruct the Sourabaija servants provisionally to suspend the further purchase of that wood on the aforesaid island. With due respect and high esteem we remain, title, lower down, Your High Nobilities' very obedient and humble servants. Was signed: Pieter Gerardus van Overstraten, Jacobus van Santen, Anthonij Hamell, Barend Jan van Nijvenheim, Johannes Wilhelmus Crans, Barend van der Worm, Christian Godlieb Fisscher and Frederik Jacob Rothenbuhler. In the margin: Samarang the 16th of May Anno 1792. 131 the 16th of May 1792. Extract from the minutes of what was resolved in the Council of Justice at the Government of Samarang. Friday the 24th of February 1792. Having further accurately reviewed the declaration submitted by the Merchant and Fiscal regarding the accusations imputed to the sailor Jan Christoffel Smith, of having seized the Javanese Singo Troeno by the hair, after prior mistreatment, and thrown him overboard from the cruising prahu over which he, Smith, held command, into the sea, so that the said Singo Troeno, according to those accusations, in all probability had drowned. In which declaration the said officer further gives to understand that, because of the contradictions found in those proceedings and the doubtfulness of the drowning of the said Singo Troeno, he had no conclusive evidence or sufficient grounds to pursue these proceedings ex officio against the said Jan Christoffel Smith any further, although the said Smith nevertheless remained greatly suspected of having given rise to this matter, however it occurred, by his harsh treatment of the native, and is to be regarded as the essential cause. Wherefore he requested that the said Jan Christoffel Smith be released from his arrest at the Equipage Wharf here, and for the aforesaid reason be placed beyond all judicial trouble, and that notice of this matter be given to the Right Honorable Worshipful Lord Governor and Director of this Coast. Thus it has been approved and agreed to grant this request in all respects, and an extract hereof along with the documents and the submitted declaration to his Honor

Dutch transcription

127 den 16e: Meij 1792. den overleedene Indijomaker Jorop is opgericht geworden, wegen gedaan. ening der voor Neederland en Ba„ wavra genorderde articulen de leeverantie der gevraagd 61 oos kannen lamp olie, om daarvan hebben wi de eer gehad uw hoog Edelheeden te redee, is geene berkortijnig comp=s „len, dat wij, ingevolge het aangeschreevene door Uw hoog Edelheeden met relatie tot de Producten, de Japarad Resident gelast hadden, om de ongelden, die comp=ts weegen, aan de door de overleedene Indigo-maker Torop opgerichte nieuwe Indigo machic„ „re, mogten besteed sijn, uit den boedel van ge„ „melden Torop te laaten restitueeren, en ten vervolge van dien, hebben wij thans de eer te berichten, dat aan gemelde machine geene bekostiging compagnies weegen gedaan is, maar dat dezelve door gedachte Torop alleen en ui't prive beurd is geextrueerd geworden. § 161 Bij onse vribmisse van den 17:e februarij laatst leeden aan de trdije machire, die door 8 162. Hoewel wij volgens het vermelde bij te pordigen mng let o 1 onse submisse van den 16:' Maart jongst lee „ nodige onder gesteld. „den niet in gebreeke zijn gebleeven de nodi„ „ge ordres te stellen tot de spoedige en com„ „pleete voldoening der bij de door Uw hoog Edelheeden herwaards gezondene generaale § 163 Eisch, zoo voor Batavia als voor Nee„ salait tegenstamnde egterde „derland, gevorderde articulen, sal dit eck- gegavene redenen ondoenlijk ater, volgend het schrijvens, der Sourabaijasche zijn. Bediendens den 16: Meij 1792. gule capuitaneren en trosen vanr . hoofd aat te beergen Bediendens, ten opzichte der gevraagde 6r000. kannen lamp alie, ondoenlijk zijn, ver„ „mits de gemeene man, uit hoofde van het al om heerschend gebrek aan rijst en andere leevensmiddelen, genoodzaakt is geweest zijn toevlugt tot de jonge klappus te neemen, waardoor het met dit gewasch thans seer schaard gesteld is, en de Panumbahan van Madura, en de Regenten van Sumanap en Pamacassang, selad moeite sullen hebben, om hunne verpligte contingenten van die vettig„ „heid te voldoen. onrderdijtheid on de guisten Po 164. En vermits ook om die selfde reeden, de aanmaking van de nodige Kaijer draaden tot het vervaardigen der gevorderd wordende Inlandsche touwerken, zeer verhinderd word, zoo sal het ook volgens de opgaaf der soura„ „baijasche Bediendens even soo ondoenlijk zijn de voor de hoofdplaats g'eijschte geele kaijer. „touwen en trassen te bezorgen, waarvan wij dus de vrijheid neemen Uw hoog Edelheeden te informeeren, ten einde Hoogst Dezelven zich daarna zonder kunnen reguleeren. §o 165: 129 den 16: Meij 1792. men verzoekt H: H: Ed: nodige beveelen, of het Sappanhout, dat door den Banjoemangier commandant al of niet g'ecusseert word § 165 Bij de opgemelde van Batavia ontvangene eisch, onder anderen, ook g'excusseerd, sijnde het Iavarsch op het ulae belijding kegtaad, hebben. Sappanhout, zoo „ mij de sourabaijasche Bediendens daarvan ten hunner naricht, meede kennis gegeeven, dan waarop door dezelven elucidatie is verzogt of hier onder ook begreepen is, het Sappanhout, dat de Banjoewangiesch Commandant op het eiland Balij laat in kooper, waaromtrend wy dut verzoeken met de nodige beveelen van bliv hoog Edelheeden te mogen gemunieerd worden, ten einde ons daarna te kunnen gedraagen, ter„ „wijl wij ondertusschen de sourabaijasche Be„ „diendent zullen aanschrijven, om de virdere in„ „koop van dat hout op het voorschreevene eiland bij provisie te doen staaken. : Met de verschuldigde eerbied en hoog agting blij„ „ven wij. /:onderstond:/ Titul /. lager:/ Uwer Hoog Edelheeden zeer gehoorzaame en aotmoe„ „dige dienaaren. /:wad geteeken:/ Pieter Gerar„ „dus van Overstraten, Iacobus van Santen, Anthonij Hamell, Barend Jan van Nijven„ „heim, Johannes Wilhelmus Crose, Barend van der Worm, Christian Godliel Fisscher en Frederik Jacob Rattenbukler den 16 Meij 1792. Meij Anno 1792. — Rothenbukler, /. in margine:/ Samarang den 16. e 131 den 16: Meij 1792. Extract uit de Notulen van het geresolveerd. in Raade van Justitie ten Gouvernemen„ „te Samarang Vrijdag den 24e: Februarij 1792. Alwyder naúw keuriglijk geresumeerd zijnde, en door den Koopman en Fiscaal gediend declaratoir, nopens de den Mattroos Jan Christaffel Smith g'imputeerde beschuldigingen van den Iavan Singo Troeno, na voorafgaande mishandelingen, bij de hairen genomen, en van boord van de Kruisprauw, waarop hij Smith het gezag voerde, in zee geworpen te telken, zoo dat gemelde Singo Troeno, volgens die beschuldigingen, na alle waarschijnlijk. „heid zoude verdronken zijn. In welk declaratoir hij officier in 't vreede te kennen geeft, dat hij om de in die procedures gevondene teegenstrijdigheeden, „ de dubieus„ ƒ „heid van het verdrinken van genoemde singo Troeno, geen gepon„ „de bewijzen ofte toerijkende reedenen had, om deeze proceduree er of„ „ficio contra gem. Jan Christoffel Smith verder voort te zetten„ schoon egter gem: Smith grootelijks gesuspecteerd kleef, van door sijne harde behandelingen aan den Inlander tot deeze zaake, hoe ook geschied aanleiding te hebben gegeeven, en te houden is voor de weesentlijke oorzaak. Waaromme hij verzocht, dat gemelde Jan Christoffel Smith uit zijn arrest op de Equipoage werff alhier ontslaagen, en ter oorsaake voorsz: buiten alle Iustitieele Calance wag gesteld worden, en dat van deeze zaake aan den Wel Ed: gesta: Agtb: Her Gouverreur en Directeur deezer kuste kennisse mag gegeeven worden. zoo is goedgevonden en verstaan in dit versoek allezints te accordeeren, en Extract dezes neevens de stutken en het gediend declaratonr aan sijn WilEd:

NL-HaNA_1.04.02_3986_0144 view scan ↗

English

the 16th of May 1792. To be presented to the Right Honorable Court, in order that it may make such further arrangements therein as His Right Honorable Court shall deem appropriate. Below was written: Agreed. Was signed: A. van Hemert. Extract from the private letter written by the Resident Mr. Antonie Schwerke, to the Honorable Commander and Council of the Eastern Corner, dated the 27th of April 1792. Referring to Your Honor's esteemed letter of the 26th current, specifically regarding the bark the Four Sisters, that the cargo was found to be in very good and proper condition, meanwhile the Owners of the said bark very humbly request Your Honor that, through Your Honor's favorable recommendation, they may be indemnified. Below was written: Agreed. Was signed: Corn. van Massau. 133 To His High Mightiness The High and Noble, Right Honorable and Worshipful Lord, Mr. Willem Arnold Alting Governor-General and The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. High and Noble, Right Honorable and Worshipful Lord, Right Honorable Lords. § 166. With respectful reference to our previous submission of the 16th current, whereof we take the liberty to present Your High Mightinesses with the duplicate, we let this serve as the conveyance for the ship the Batavier, which has been laden at Japara, with For the island of Onrust by purchase: 1000 pieces of whole mill planks of 2½ thumbs 851 pieces of 2 thumbs 4000 pieces of 1½ thumbs 3963 pieces of 1 thumb 500 pieces of half mill planks of 2½ thumbs 90 pieces of half mill planks of 2 thumbs 1000 pieces of half mill planks of 1½ thumbs 600 pieces of 1 thumb 600 pieces of powder tables with the corresponding sides of 5 feet length, 1 foot width, 18 thumbs thick For the Netherlands 15 12/25 piculs of fine first-sort Indigo 4 ditto of Cotton yarns Letter A 1st sort or finest 1st sort 16 ditto of Letter B 2nd sort 8 ditto of Letter C 3rd sort 5 ditto of Letter D 4th sort For the Artisans' Quarter by purchase: 1 picul of Cotton yarns Letter A 1 ditto of Letter B 1 ditto of Letter C amounting with its charges, as appears from the bill of lading and invoice sent from that factory to Your High Mightinesses, together to ƒ29,541. 12. —. § 167. We take this opportunity to also send from here to Batavia in the said vessel the Batavier: 1 picul of Cotton yarns Letter A 5 piculs of Letter B 5 piculs of Letter C 20 chests of white flag cloths, being the remainder of the 26 chests which Your High Mightinesses, by letter of the 28th of October last year, permitted us to accept for the last time from the supplier of those linens; while we have retained the remainder here for household use, the one and the other amounting with the shipping charges together to ƒ2090. 3. 8. — as appears from the bill of lading and invoice, which we have the honor to present to Your High Mightinesses herewith. 135 the 17th of June 1742. the 18th of May 1792. § 168. With the said vessel we take the liberty to send under arrest the Peranakan Chinese Tjong Tjong who, as appears from the accompanying extract of a letter from the Resident of Joana dated the ultimo of April last, as a vagrant and bad subject, who has no fixed residence and has made himself guilty of all kinds of evil practices, such as theft and collusion with robbers and other crimes; was delivered to the said Resident by the head of the Chinese at Joana, the Captain Tjangking, and the lieutenant of that nation Oeij Voeising, and by the same was sent hither, and wherefore we also request that the said person, as a most dangerous and harmful subject, may be banished forever from this coast, to such place as Your High Mightinesses shall please to decree. § 169. In like manner, we send under arrest for your esteemed disposal with that vessel: the Peranakan Chinese Bibet, the Peranakan Chinese Limpie, the Macassarese Dabia, and the Javanese Io Dito, who, as appears from the accompanying report of the merchant and Fiscal Barend Jan van Nijvenheim, according to the reports received from the heads of their nation, are very bad and harmful subjects, who have not hesitated to make a living by all kinds of swindling tricks to the detriment of honest merchants, and of whom the two last-named do not even have a fixed residence; and since such vagabonds can be considered nothing other than very harmful and dangerous to the peace of the good inhabitants, we humbly request that it may please Your High Mightinesses to issue the necessary orders to banish the said persons likewise forever from Java. § 170. We also send with the said vessel to Batavia four runaway enslaved persons apprehended here at the coast, being according to another report accompanying this from the merchant and Fiscal van Nijvenheim: Kota, of Palembang, and Drieman, of Padigan, belonging to the Arab Sarij Said residing at Palembang. Salem, of Macassar, belonging to the Chinese Jan Senkong residing at Macassar. Sama

Dutch transcription

den 16: Mey 1792. WelEd: Gestr: Hofth. te praesenteeren, ten einde na Hoogst Desselfs goed„ „vinden daarin zoodanige verdere schitkingen te maken, als zijn Wel Ed. Gesten Agtb: zal vinden te behooren /: onderstond:/ Accordeerd /: was geteekend:/ A: van Hemert. Extract uit de prisfeesche brief, geschreeven door den Resident M=r Antonie Schwerke, aan den E: Gesaghelber en Raad dev oort„ „hoeks, gedateerd den 27: Aprill 1792. Reseriteerende op Uwel Ed. geerde missive van den 26: deezer en wel ten snjette van de bark de vier Gezusters, dat de laading zeer goed en wel bevonden is, intusschen dat de Reeders van gem: bark Uwel Ed: zeer ootmoedig insteeren, om door Uwel Ed: sovorabele voor„ „dragt, schadelood mogen worden gesteld. /. onderstond:/ Accordeert / werd geteekend:/ Corn: van Massau. van 133 Aan sijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaaren Heer. Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India &„a W: v„s Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaaren Heer Wel Edele Gestrenge Heeren. En § 166. Met erhidig refet t onde vorge ubmise van den 16=e entrten't olegde ata 7 dazen, waarvan wij de vrijherid reemen het dupphicaat Uw hoog Edelhe: aantehieden, laaten wij deese dienen ten geleide van het schip de 3 Batavier, het welk te Iapara beladen is, met Voor het eiland Onrust over inkoop: 1000. p=s moolen planken, heele van 2½. d=t 851: „ 4000 „ 3963. „ „ „ 1½. „ „ „ „ 1. „ „ 2. „. „ „ halve „ 2½. „ dier beloding te Japara naar de hoofspeals 90 p=s 9 „ „ „ „ 500 „ heeft afgescheipt den 18e. Meij 1792. 90: p=s moolen planken halve van 2 d=m „ 1½ „ 1000: „ 600. „ 600 p=s kruit tafels met de daarbij gehoorende aanden l=t 5 v=t d=t 1 V=r P= 18 d=r voor Neederland 15 12/25. pikols Indigo fijne eerste zoort 4 d:o Kirtoene gaarens L=a A: st: of fijnste 1: zoort 16 „ 8 „ 5 „ „ bedraagende met dier ongelden, belijkens de van dat comptoir aan Uw hoog Edelheeden gesonden wordende eograssement fac„ „tuur te zaamen - - - - - - - - - - ƒ29'541: 12. —. en tegen m alher in den kil §o 167. Wij bedienen and van deeze geleegentheid om in het gem: schrig de Batavier ook van hier naar Batavia te zenden 1. pik, Katoene gaarens L=a A: „ B: 5 „ „ „ „ 6:„ 5: „ 20. kortjes mitte vloggedoeken, zijnde het restant van det 26: vlogge korsjes, welke Uw hoog Edelheeden ons, bij missive van den 28:' october „ 1 2. . „ B. 3 „ 6: „ „ A: Voor het Ambachts Quartier over inkoop. „ 1 „ „ „ 135 den 17e Junij 1742. de hoofdplaats der Parnakan Chi„ „neer Tjong sjong die als een vlegt over 4. stuks andere schaden „lijke en dligte oubjeeten den 18e Meij 1792. octaber a:o p=r, gepermitteerd hebben voor het laatst nog van de lee„ „verarcier van dat lijwaat te accepteeren; terwijl wij de overige al„ ehier ten gebruik in de huirshouding hebben aangehonden, kostende het een en ander met de afscheeps ongelden te zaamen ƒ2090: 3: 8:— belijkend cognascement factuur, die wij de eer hebben Uw hoog Edel„ „heeden hier neevens aantebieden. §o 168. Met gem: bodem neemen wij de vrijheid in verzeekering te men in soe in verzekering aan lanten, overgaan de parnakan Chineer Tjong Tjong die blijkens het ribijer te kant staat. neevensgaand extract missive van den Ioanas Resident de dato ult=o aprill l: k: als een swerver en slegt subjet, die geen vaste woonplaatt heeft, en sich schuldig heeft gemaakt aan allerleij kwaarde bedrijven, als dieverij on verstandhouding met roovers en andere fietten; door het hoofd der Chineezen te Jorra: klang Tjangking en de lieutenant dier natie oeij voeising, aan gem: Resident overgegeeven in door dezelve herwaards gezonden is, en waarom wij dan ook versoeken, dat gem: persoon als een ten hoogten gevaarlijk ens nadeelig subject, voor altood van deeze kust mag verbannen worden, naar alzulke plaats als uw hoog Edelheeden behoagen sal te decerneeren. § 169. Dergelijke laaten wij met dien bodem ter g'eerde dispo ook gaan in verzeekering „sitie in verseekering overgaan den parnakan Chinees Bibet. den 1„ 451 alhier g'apprehendeerte slaaven den 18e. Meij 1792. den parrakan Chinees Limpie „ Macassaar Dabia, en „ Javaan Io Dito. die blijkend het neevensgaande bericht van den koopman n Hic„ „caal Barend Jan van Nijvenheim, volgens de ingekome„ „ne rapporten van de hoofden hunner natie veer slegte en scha„ „delijke subjecten sijn, die sich niet ontsien hebben tot benadee„ „ling van den mallen hardelaar, door allerhande blinksestree„ „ken aan de kost te koomen geraaken, en warvan de twee last„ „gem: selvs geen vaste woorplaats hebben, en dewijl diergelijke vagebonden niet dan seer schadelijk en gevaarlijk voor de rust der goede ingezeetenen kunnen aangemerkt worden, soo verzoe„ „ken wij eerbiedig, dat het Uw hoog Edelheeden gelieve te behragen de nodige order te stellen, om de gem. persoonen almeede voor altoos van Iava te doen weeren. als med te tulks gedgt en 170. Poak verzenden wij nag met meermelde kiel naar Batavia ƒ vier alhier ten Fuste geapprehendeerde gedraste leifeigene, zijnde volgens 3 een ander deezen meede verzellend bericht van den koopman en Fis„ „caal van Nijventeim Kota, van Palembang) toebehoorende aan den te Palembarg woonag„ Drieman, „ Patigen Arabiar Sarij Said. salem, van Macasser, toebehoorende aan de te Macasser remorierenden 40: p=s moolen planken halve van 2 d=m den 18=e Meij 1792. Chinees Jan Senkong. Sama

NL-HaNA_1.04.02_3986_0149 view scan ↗

English

13 337 the 18th of May 1742. the 17th of June 1742. be restored to their owners. Kako, who is held under suspicion of having given orders for murder, is now also sent to Batavia, to be sent to China. Jana, from Amboina, belonging to the Chinese Tjo Tik residing in Amboina, with the respectful request that it may please Your Right Honorables to have them restored to their lawful owners or their attorneys, under payment, however, of the usual jailer and arrest fees, which for that purpose we take the liberty to charge to Batavia in the aforementioned invoice. Paragraph 174. And since the captain of the Chinese nation in the Kadoe, Jan Kako, was accused some time ago of a certain murder that allegedly was committed by his order, we also take the liberty to send him by the aforementioned ship the Batavier to the headquarters, and respectfully present to Your Right Honorables an extract from the minutes of the resolution by the Council of Justice here, dated the 22nd of December of the past year, and an attached declaration of the aforementioned merchant and Fiscal van Nijvenheim, from which it will please Your Right Honorables to observe that, for lack of convincing and complete evidence regarding these accusations, the proceedings against the said Jan Kako could not be pursued further, but that he nevertheless remains under vehement suspicion, for which reason we, in accordance with the proposal made by the said Fiscal in his declaration, also respectfully insist that it may please Your Right Honorables, upon the return home of the Chinese junks, to send the aforementioned Jan Kako with them thither, never to return to Java. 151 the 18th of May 1792. accounted for at Batavia. the provisions issued for the said ship the Batavier for the soldiers who were to go over with that vessel, but were detained there. the 18th of May 1792. Bookkeeper van Lugtenburg and also the Junior Merchant Brandis are allowed to return to Batavia on their request with suspension of salary. Paragraph 172. Furthermore, upon his request made thereto by petition, we let return to the headquarters by the aforementioned ship the Batavier, with suspension of salary, the Bookkeeper Abraham van Lugtenburg, sent in the past year by Your Right Honorables to perform service on Java, as well as the Junior Merchant Emanuel Christiaan Brandis, who came over hither some time ago for a pleasure trip. handed over gunpowder account of the ship the Batavier. Paragraph 73. Furthermore, we present herewith to Your Right Honorables the gunpowder account of that vessel, handed over to us by the officers of the above-mentioned ship the Batavier, in which we have found nothing to remark. Paragraph 72. And since in the invoice of charges received a few days ago, along with the duplicate missive of Your Right Honorables serving as an escort for the ship the Arend, which is still expected here, among other things there was charged here an amount of 591 florins and 8 stuivers for the provisions supplied to the aforementioned ship the Batavier for one month's consumption for the service of 90 European soldiers who were to go over hither with that vessel, but upon further orders... 40 pieces of mill planks, half of 2 inches... 139 the 17th of June 1792. the 18th of May 1742. accounted for at Batavia. said amount will be charged back again. shipment in the Timor bark de Verwagting at Rembang. has paid Masson for compensation of the delivered cargo for the ship the Batavier. ...were sent to Batavia, we immediately ordered that these provisions be accounted for here by the officers of the said vessel, but from which we nevertheless refrained, partly because this ship was already fully laden at that time and this would have delayed it too much, and partly because the officers also requested to be permitted to effectuate this at Batavia, wherefore we also trust that this may meet with the esteemed approval of Your Right Honorables, while we shall have the said amount charged back to the headquarters at the first opportunity. Paragraph 175. In our submission of the 16th of March last, we had the honor to inform Your Right Honorables that at the first opportunity we would decide on the accounting rendered by the Resident of Rembang regarding the erroneous shipment of goods in the bark de Verwachting destined for Timor, instead of dispatching that vessel immediately to the office at Grissee; and in pursuance thereof we now have the honor to note that we have declared the said Resident of Rembang liable for all the damages and losses that might be caused to the Company by the aforementioned erroneous shipment. Paragraph 176. Concerning the delivered cargoes, we present herewith to Your Right Honorables the reports of the ordinary commissioners... 151

Dutch transcription

13 337 den 18e. Meij 1742. den 17e: Junij 1742. hunne lijfkeeren gerestitueerd war. „dan Kako die ruspect gehouden word aan last gesoing tot woord, verzend men thans ook nan Batavia. China te zenden Jana, van Amboina, toebehoorende aan den te Amboira woonag¬ „tigen Chinees Tjo Tik. met eerbiedig verzoek dat het uw hoog Edelheeden gelieve te behragen die men verzoekt dat aan dezelve aan hunne wettige lijkkeeren dan wel derzelver gemacktigdens, te doen restitueeren, onder betaaling echter van de gewoone boeijguar„ „tod en op vatloonen, die wij ten dien einde de vrijheid neemen, hij de voormelde factuur Batavia te laaten aanreekenen. §o 174 En vermits de kapitain der Chineesche natie in de Radoe Jan de kopitin Anina in de kade Jan Kako voor eenige tijd us beschuldigd geworden, weegens seekere moord, die ter sijner ordre gepleegd zoude zijn, soo bevrijmoedigen wij ons denzelven almeede per het schip de Batavier voormeld naar de hoofdplaats te verzenden, en w hoog Edelheeden levend aantelieden, een extract uit de notulen van het geresolveerde bij de Raad van Justitie alhier, de dato 22:' December a=o p=r, en een daarbij vermeld de claratoir van den voorm: koopman en Fiscaal van Nijvenheim, waaruit uw hoog Edelheeden, der behaagende, consteeren zal, dat, mits gebrek van convincanten en volkomenen bewijzen weegens desekeschuldigingen, de procedure teegen gem Jan Kako, niet verder hebben kunnen worden voortgezet, dog dat hij der niet te min onder vekemente suspicie blijft, als waarom wij dan ook conform hel door gem: Fiscaal bij sijn gedagt LP declaratoir gedaan voorstel, eerbiedig insteeren dat het the hooy, met verzoek om denzelven aar Edelheeden gelieve te behaagen den voorm: Gan Kako, hij het naar 151 den 18e. Meij 1792. kert aan Beaver brng het gem. schip de Batavier afgegevene randroeren „tembergers die mit dien bodem heb„ „ben sullen overgaan, dog aldaar zijn aangehouden. den 18e: Meij 1792. naar huis seeren der Chinaze Jonken met dezelve derwaards te zem n mnmer avan sava tui t hereren den, om nimmer naar Iava teraij te keeren. dn Boekhonde van uiterhuij So 172. Voorts laaten wij noch op deselfs daartoe bij request gedaan versoek per het meergem: schip de Batavier met stilstand van gage naar de hoofdplaats terug keeren, de in a:o p:s door Uw hoog Edelhee„ „den ter dienstpresteering naar Iava gezondenen Boekhouder A„ al vook den onderkojmen Iesen braham van Lugtenburg, en de ook voor eenige tijd voor een springtagtje herwaards overgekomene onderkoopman Emanuel Christiaan Brandis. vaarhandingde huistenkang van o 73. Wijders bieden wij Uw hoog Edelheeden hier neevens aan de door den overheeden van het bovengem: schip de Batavier aan ons overgegeevene kruitreekening van dien bodem, waarbij wij mials te remarquaeren gevonden hebben. da an tet vhijde tataria Ao 72. En naardien bij de voor eenige dagen, neevens de dupplicant missive van Uw hoog Edelheeden, dienende ten geleide van het schip de Arend, het welk alhier nog word te gemoed gesien ont„ „vangene facteuur van arnreekening onder anderen ook herwaards voor verstrekking van eenige win ten lasten gebragt is een montant van ƒ591:- 8 weegens het ver„ „strekte aan het voorm: schip de Batavier voor een maand consumatie ten dienste van 90. Europeesche militairen, die met naar dien bodem „ herwaards zouden overgaan, dach op nadere order 40: p=s moolen planken halve van 2 d=m te „die f oge 139 den 17e. Junij 1792. den 18e. Meij 1742. te Batavia verantworden bedraagen weeder zal terug reeke. „ren. afscheep in de timorsche brek de verwagting te Rembeng heeft herdent van Masson ten vergaede „ding van de uitgeleeverde laading vaar het schip de bordavier te Batava sijn angesonden, zoo hebben wy direct oder geteld om deeze randoveren door de overheeden van gem: Bodem alhier te doen verantwoor„ „den, dog waarvan wij egter weeder afgezien hebben, eensdeels om dat dit schip toen reeds volladen was, en dit het zelve te seer zoude hebben opgehou„ „don, en ten anderen, vermits de overheeden ook verzoek gedaan hebben om zullen de overheeden van dien borden zulks op Batavia te mogen bewerststelligen, inoregen mij dan ook ver„ atrouwen, dat dit de g'eerde goedkeuring Uwer hoog Edelh: zal mo„ „gen wegdragen, terwijl mij het gem: bedraagen bij eerste geleegenheid on welk rederenen ook dit weeder naar de hoofplaats sullen laten terug reekenen. § 175. Bij onse submisse van den 16=e Maart li k:, hebben wij de eeren d aende ijn e en d gehad ww hoog Edelh: te bedeelen, dat wij, bij eerste geleegenheid vn set e t „den disjpoonneeren op de door de Rembangd Resident gedaane verant„ „woording, weegens de abusieve afscheep van goederen in de naar Timor gedestineerde bark de verwachting, in steede van dat kieltje ten eersten naar het comptoir Grissee voort tezenden, en ten vervolge van dien hebben wij thans de eer te noteeren, dat wij de gem: Ren zal men den den Renbangsten „sident aanspreekes ijk hebben verklaard voor alle de schade en na„ „deelen die de compe. door voormelde abusieve afscheep soude mogen worden toegebragt. § 176. De Uitgeleeverde laadingen totreffende bieden wij Uw hoog Edelh: anhedin de menoir in oun hier neevens aan de raporten van ordinaire gecommitteerdens, ar„ „rex „ 151

NL-HaNA_1.04.02_3986_0152 view scan ↗

English

Annex the memorandum and findings of the Head Administrator Jacobus van Santen, concerning the delivery of the articles sent to us by Your Right Honorables with the ship de Batavier, from which Your Right Honorables, if it pleases them, will observe that the officers of that vessel have delivered in surplus: 7411 3/4 cans arrack 82 7/10 cans Cape white wine 69 4/5 cans Dutch vinegar 26 1/2 cans beer 23 1/2 lb Cape butter 3 1/2 lb wax candles 38 4/5 cans French wine 489 1/2 lb bar iron 6 lb hoop iron 294 lb nails, assorted 4 lb flat iron - 1/4 lb yellow ochre - 1/4 lb brown ochre 45 lb white lead - 1/8 lb red and yellow sheet copper 1 1/2 lb sheet lead 3 lb red minium Amounting in Netherlands currency to f 515: 5: 8. But that they, on the contrary, have also fallen short: May 18, 1792. 40 pieces mill planks, half of 2 inches May 18, 1792. Brought forward 141 June 17, 1742. May 16, 1792. Amounting to f 170: 6: 8. which were missing from 2 barrels of doits: 18 3/4 cans olive oil 63 lb pewter 7 1/2 lb steel, assorted - 3/20 lb mace - 1/20 lb king's yellow - 2/5 lb Berlin blue 14 lb sheet lead 88 lb Banka tin 102 lb lead in cases 1 piece patola silk of 6 arta 10 pieces yellow Nankeen linen 3 pieces smooth files 3 pieces drum hoops Rds 253: 23: in cash in copper doits Short altogether in Netherlands currency - - - f 685: 12: -. and that thus the officers of the said vessel still remain in debit - - - - f 170: 6: 8. Which matter we therefore also take the liberty to currently charge to Batavia, in order to be placed, at the pleasure of Your Right Honorables, upon the pay account of the said ship's officers. Section 177. From the said memorandum of findings, as well as an accompanying report from specially appointed commissioners, Your Right Honorables will also be able to observe, if it pleases them, that of the goods received with the said ship de Batavier, Carried forward . . . . . . . . f 515: 5: 8. received 151 [illegible] of the armory goods several articles were found unusable and defective May 18, 1742. received 57 barrels of doits, only 55 were in good condition, because of the remaining 2 barrels, namely No. 71 and No. 77, the gross weight was found to be noticeably less than was stated on the invoice, and in one of the same a pouch, a cloth, a jacket, and a linen purse band were found, all filled with doits. But although the officers maintain that these barrels must already have been stolen from before their delivery to the ship, since such could not possibly have occurred on board, we have nevertheless thought it best to also charge to Batavia the Rds 253: 23: found short in those barrels according to the said report, to the end that Your Right Honorables might dispose thereof according to Your good pleasure. We also present to Your Right Honorables, alongside the aforesaid finding, a report from military commissioners, the second lieutenant under the Regiment of the Duke of Württemberg Carel van Franquemont and the ensign Hercules de Schwarte, from which, as well as from the finding itself, Your Right Honorables will be able to see, if it pleases them, that among the goods received with the aforementioned ship de Batavier are also: 50 pieces bayonets, which are completely unusable because the sockets or rings are too small to be fitted over the barrel of a musket; 16 carbines, which are damaged in the stocks, locks, and mountings; 17 ditto slings, which are gnawed through by cockroaches and thus entirely unusable; 20 broadsword scabbards, likewise gnawed through by cockroaches and entirely unusable; 10 pieces chamois leather sword frogs; 40 pieces mill planks, half of 2 inches May 18, 1792. 12 pieces 143 May 18, 1742. June 17, 1742. in the district of Paccalongang has sent off vessels 12 pieces drum skins 3 pieces drum snares, which are also gnawed through by cockroaches and thus 3 pieces drum cords, completely unusable. 6 pieces drum braces Wherefore we have the honor hereby to give the requisite notice to Your Right Honorables, while we also take the liberty, pursuant to the order given by Your Right Honorables in that regard, to send the said articles back to Batavia with that same vessel—except for the defective carbines, which we shall have repaired here—and to have their value charged to the main settlement, trusting that this may meet with Your Right Honorables' esteemed approval. Section 179. Furthermore, we have the honor to add hereto a copy of a very daring enterprise of the pirates, received this morning in a private letter written by the Resident of Paccalongang, N. A. Seliveld, to the first signatory, containing the report: that the pirates did not shrink from attempting to seize the rice proas themselves from between the vessels lying there taking on cargo in the roads, and that off the coast of Batang they have not only actually made themselves master of a sloop belonging to the Captain of the Chinese here, but also wished to accomplish the same with respect to another similar vessel, which lay at anchor off Oeloedjami, but that this small craft nevertheless succeeded in saving itself while fighting off the Paccalongang roadstead. We have upon this report, on which one could not place [illegible], immediately caused the vessels available here, consisting of 1 pantchiallang, 2 galleys, and 6 cruising proas, to be properly provided with everything and armed, in order to send them this very evening with a number of military personnel to Paccalongang, and so 151

Dutch transcription

„nex de memorie en bevinding van den hoofd administrateur Iacobus van santen, nopens de uitleevering der door Uw hoog Edelh: ons met het schip de Batavier toegezonden artikulen, waaruit Hoogst Dezelve„ desbehaagende, consteeren zal, dat de overheeden van dien bodem over heb„ „ben uitgeleeverd 7411 ¾ k=n. Arak 82. 7/10 „ Caaboche witte wijn 69 /5 „ azijn holl=s 26½ „ bier 23.½ lb caabsche booter 3½ „ waxkaarsen 38 4/5 k=n fransche wijn 489½ lb staafijzer 6 „ hoep „ 294 „ spijkers inzoort 4 „ plat ijzer — ¼ „ geele ooker — ¼ „ bruine „ 45 „ wit lood — 1/8: „ rood en geel plaat kooper - 1.½. „ plat lood 3 „ rood meine bedraagende aan Naderlandrok geld . . . . . . . . . . . ƒ 515: 5. 8. dog dat sij daarenteegen ank te kort zijn gekomen den 18e: Meij 1792. 40: p=s moolen planken halve van 2 d=m den 18=e Meij 1792. Transporteere 141 den 17e: Junij 1742. den 16e. Meij 1792. men ƒ170: 6: 8. die aan 2 vaten duiten hebben geman„ „rueert 18¾ k=n olijven alie 63: lb opiauter 7½ „ staal habl=s — 3/20 „ foelij — /20 „ Koninge geel — 2/5 „ berlijns 14 „ liets lood 88 „ tchin bankar 102 „ lood in kasten 1 p=s pathool zijde van 6: artaa 10 „ nankings linnen geel 3 „ zoet vijlen 3 „ trom hoeper rd=s 253: 23: contant aan koopere duiten kortende te zaamen aan neederlandsch geld - - - . . . „ 685: 12: —. en dat das de overheeden van gem: bodem nog te kwaad blijven - - - - ƒ 170: 6: 8. warbijd overheden te kmn blij„ welk een on ander wy dan ook de vrijherd neemen thans meede te Batavia laa„ aten arnreekenen, om met believen Haer hoog Edelh: op de soldijreekening van gem: scheeps overheedens gesteld te worden. § 177. lit de gemelde bevindingen memarie, sen meede en daarvo gekoopemnende lengen 3 „rend bericht van expresse gecommitteerdend, zullen Uw hoog Ed:, der beho„ „gende, ook kunnen berogen dat van de met het gem: schip de Batavier ont„ Per Transport. . . . . . . . ƒ 515: 5: 8. „vangene 151 dart nen deroetend rat an „gene wopen kamers goederen sijn verscheiden articulen on „ bevonden hebben de bruikbaar en defect bevonden den 18e. Meij 1742. „vangene 57. vaten met duiten, maar 55. wel geconditioneerd sijn geweest, door dat, van de overge 2 vaten als N:o 71 an N: 77. het bruto gewicht merkelijk, minder leevonden is, als hij de factuur bekent heeft gestaan, en dat in het eene derselve een pao pao, een doek, een baatje en een linne buiskeband, alle gevuld met duiten gevonden sijn. Dan ofschoon de overheeden beweeren, dat uit deeze vaten voor deezelver aanbreng aan het schip, bereeds moet gestoolen zijn geweest, wijl zulks aan boond onmooglijk zoude hebben kunnen gesochie„ „den, hebben mij het echter best gedagt de in die orten, volgens het gem: be„ „rigt te kort bevondene rd=s 253: 23: meede Batavia aantereekenen, ter cin„ „de Uw hoog Edelh. daarover naar goederinden zouden thinnen dipenneeren. enden de etgen stigentan o 78. ok bieden wij Uw hoog Edelh: bij de oorsz: bevonding nog aan een bericht van militaire gecommitteerdens de vond lieutenan:t onder het Regiment van den Hertog van Wurtemberg Carel van Franque„ „mort en den vaandrig serculer de Schwarte, waaruit zoo wel als uit de bevinding selve Uw hoog Ed:, der behargende zullen unnen sien, dat onder de met het meergen: schip de Batavier ontvangen goederen, zich ook 50. p=s bajonetten, welke op saa onbruikbaar sijn, vermits de beuigst of vrngen te klein sijn om over de loop van een geare te kunnen gebragt worden 16„ Kartijns, welke aan schagten, velooten en beslag besohadigd sijn. 17„ d=o riemen, die van de karkelakken doorreeten, en dus geheel onbekwam zijn, 20- pallas scheeden, meede van de vierteleken dooret e, adt getel onbekwam. 10 p=s secmleere portepeer „ „ „ 40: p=s moolen planken halve van 2 d=m den 18=e Meij 1792. 12 p=s 143 den 18e. Meij 1742. den 17e. Junij 1742. in het distriet van Sacabongang pende vertungen heft ofgesenden 12. p=s tromvellen 3 p=s „ onarren die ook van de karkelatten doorwreeten en dus 3 „ „ lijnen en geheel onbekwaam zijn. 6 „ „ opapnders waaroom mij de eer hebben Uw hoog Ed: bij deezen de verschuildigde kennis te geeven, terwijl wij levens de vrijheid neemen de gem: articulen, uitgezonderd de teruil wij aven defecte karbijns, die wij hier sullen laaten repareeren, ingevolge der door Uw hoog Ed: dien aangaande gestelde order, met dien zefdn Boodem naar Batavia terug te zenden, en dier bedragen de hoofdplaatds te laaten aanreekenen, en vertrouwen, dat zulks de g'eerde opprobatie van Hoogst Tezelven zal mogen wegdragen. § 179. Voorts kesken wij de eer deezen noch bij te voegen het afschrift van een hee stoutr ondereeming den serovoer de „den morgen ontvangen, en door „ aca ongangs Resident N: A: seliveld aan de eerstgeteekenden geschrevene particuliere brien, houdende bericht: dat de Zeerovers ziek niet ontzien hebben de rijtgpranwen selve tusschen tet ldaar in lading legend sctrij eiden in het staand te willen wegneemen, en dat zij dich Eygen op de hooste van Bacdelang ok nit alleen werkelijk meeter hebben gemaakt van een den capitein der chineesen alhier toegehoorende chaloup, maar ook zulks ten op„ vligela „dichte van een ander voortgelijk vaarting, het welk voor oeloedjamie ten anker lag, merde tebken willen bewerketelijen, dog dat het dit kieltje nog gesukt id zich als vegtende vaar de Paccalongangocse rheede te reliveeren. Wij hebben op dit beriste op welk men wiest aenge hewaar — ten ersten de alhier aanhanden zijnde vaartingen, bestaande in '1 pantjalling, 2. galeijen, en 6: kruiprauwen, van aller behoorlijk laten voorzien en wapo„ vaen, om nog dezen avond met en getal vam uEl mittarien, ar Pacelongang an zoo „ 151

← previousnext →