Inventory 4314
Cape · 387 pages · 105 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
74. 7: No. 3: Duplicate dispatch with several enclosures according to the accompanying list, sent last under date 26 May past to the most honorable Lords Seventeen with the ship de Vrouwe Wijnanda Luberta. 4: Documents concerning the enclosed accusation and complaints against the captain of the Zeepaard, Hendrik Swart, consisting of: A narrative from the commander of the troops assigned to that vessel, Johan Jacob Willem Baxman; Eight depositions from several crew members of the said ship Zeepaard; A declaration from the junior merchant A. W. C. van Iddekinge, who came out on that vessel; A ditto from the surveyor E. G. I. van Hassel; A declaration by the petty officers, together with some of the crew of the ship Zeepaard, given and signed at the request of the aforementioned Captain Swart. No. 6: Authentic copy of a letter written by Captain Hendrik Swart, who commanded the aforementioned ship Zeepaard, to the noble Governor and Council here. 5: Authentic copy report of the master of equipment of this government, Justinus van Gennep, and the junior merchant and postholder in False Bay, Christoffel Brand, who were commissioned to oversee the transfer of command of the ship Zeepaard to the master Christiaan Stuur, regarding what occurred on that occasion. 75. No. 8: Authentic copy of orders and instructions given to the captains of the ships de Meermin and het Meeuwtje for their expedition to search for the Company's missing ships. 9: Reports from the provisional Fiscal Gabriel Exter regarding the investigation conducted concerning the wreck of the China return ship Breederode. 10: Written advice from the master of equipment of this government, Justinus van Gennep, together with the sea captains commissioned with him relative thereto. 11: Sworn statement of the saved master and mates of the aforementioned wrecked ship Breederode regarding the accident that befell that vessel. No. 12: Duplicate muster roll of the outbound ship Sparenrijk. 13: Authentic copies of declarations granted by the officers of the ship de Paarl regarding the cleaning and keeping clean of that keel. 14: Account of what was supplied to the aforementioned Dutch private ship de Vrouwe Wijnanda Luberta. 15: An original and a copy of the short invoice of the cargo loaded at Batavia both in the bearer of this, the Prussian private ship Les Quatre Frères mentioned in the heading, and in the Dutch private flute ship de Vrijheid that is to follow. No. 15: List of foreign nations' ships that have appeared at this government since 16 May past. 16: Original petitions of the junior merchant Olof Godlieb de Wet and the bookkeepers Hendrik Lodewijk Bletterman and Egbertus Bergh, in which the first mentioned requests the rank and pay of merchant, and the two last mentioned those of junior merchants. 18: Account of what was supplied here locally to the bearer of this, the aforementioned ship Les Quatre Frères. In the Castle of Good Hope, 23 August 1785. Patria. Ship Les Quatre Frères. Our last respectful writing with the Vrouwe Wijnanda Luberta, with accompanying register. To the Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Directors commissioned to the Illustrious Assembly of the Seventeen, representing the General Chartered Dutch East India Company at the presiding chamber in Middelburg. By the Prussian private ship. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Highly Wise, Prudent, and Very Generous Gentlemen, High Commanding Gentlemen, With the private ship de Vrouwe Wijnanda Luberta chartered by the Honorable Company, which put to sea from False Bay on the 7th of the last preceding month of June, we hope that after its successful completion of the voyage, long before the arrival of this, our respectful writing of the 26 May prior may have been delivered to your Right Honorable Worships, of which we take the liberty to accompany this in duplicate. 77. Departure of the outbound ships Java to Batavia and Sparenrijk to Ceylon, and of the Dutch private ship de Vrijheid from Batavia. Arrival of the bearer of this, the Prussian cargo vessel Les Quatre Frères. The Company's ship Java having departed for Batavia on the 31st of the aforementioned month of May, and the ship Sparenrijk departed for Ceylon on the 29th ditto prior; and since then, on the 2nd of this month, the Prussian ship Les Quatre Frères, chartered and freighted at Batavia on the Company's behalf and mentioned in the heading of this letter, having arrived here in the roads, which, after having repaired the loss of its rudder sustained on the 19th of the last passed month of July in a severe storm, and its rigging carried away by bad weather, now lies ready to proceed on its voyage to the Netherlands at the first suitable opportunity, to be closely followed by the ship de Vrijheid, likewise chartered on behalf of the Honorable Company and fully laden at Batavia, which departed from there on the 17 May aforesaid.
Dutch transcription
74. „ 7: _ n:o 3: Duplicaat missive met eenige bijlagen volgens bijleggende register laatst onder den 26 maij pass:o aan hoogst ged:e heeren seeven„ „thienen met 't schip de Vrouwe wijnanda luberta afgegaan. „ 4: Documenten betreffende de inleggende beschuldiging, en klagten Jee„ „gens den Capitain van 't Zee„ „paard, Hendrik Swart, be„ „staande in Een Relaas van den op dien Bodem bescheijden Commandeur der militairen Iohan Jacob Wil„ „lem Baxman. — Agt Verklaringen van eenige schee„ „pelingen van 't gem: Schip T Zeepaard. - Een Declaratoir van den met dien Bodem uijtgekomen ondercoop „man A: W: C: van Iddekinge. Een d:o van den landmeeter E: G: I: van Hassel „ 5: Copie authenticq berigt van den Equipag f verclaring door de onder deks Officieren, beneevens eenige van het scheeps¬ volk van 't schip T Zee¬ „paard, op requisitie van voornoemde Capitain swart gegeeven en geteekend. . . . . n:o 6. Copia authenticq brief door den op 't voorm: schip 't Zeepaard gecommandeerd hebbende Capitain Hendrik swart aan den Edelen heer gouverneur en Raad alhier geschreeven. „meester dezes gouvernements Justinus van Gennep, &: den onder„ „koopman en Posthouder in de Baaij fals, Christoffel Brand, dewelke zijn gecommitteerd geweest tot overgave van 't Commando van 't Schip 'T Zeepaard, aan den gezag¬ „hebber Christiaan Stuur, betref¬ „fende 't geene bij die geleegendhijd is voorgevallen. — „meester v te V: A: Z. Z 2: Z:. 75. Z. . . . „ 9: —„ „10: Z. . . . . . „ 11. _ Z. . . . . . . n:o 8: Copia authenticq ordres en Instructien aan de Capns. der Scheepen de meermin en 't meeuwtje op hunlieder Expeditie ter op¬ „speuring van 's Comp:s vermiste scheepen mede gegeeven. — berigten van den pro Interim Fiscaal Gabriel Exter, betreffen, Z. de 't gedane ondersoek nopens 't verongelucken van 't Chinas retour schip Breederode. — schriftelijke advijs van den Equipagiemeester deezes gouver¬ „nements Justinus van Gennep, benevens hem gecom¬ „mitteerd geweest zijnde zee„ Cap:ns daartoe relatief. — Beeedigt relaas van den ge„ salveerde schipper en stuurlieden van 't opgem: verongelukte Schip Belderode, betreffende 't ongeval dien bodem overgekomen „ 16: Origineele requesten van den Onder„ „coopman Olof Godlieb de wet en de Boekhouders „ 15: Een Origineele en Een Copia korte factuur van 't geladene tot Batavia zoo in brenger deezes, 't in den hoofde gemelde pruijssisch part:t schip les quatre Freres, als in 't te volgen staande hollands particulier fluijt schip de vrijheijd. - „ 14: Reekening van 't geene aan 't hier vooren„ „gemelde Hollands particu„ „lier Schip de vrouwe Wijnanda Luberta is verstrekt. — „ 13: Copia Authenticq verclaringen door de over„ „heeden van 't Schip de paarl nopens 't rijnigen en schoon¬ „houden dier kiel verleend. — n:o 12: Duplicaat Monsterrol van 't uijtkomend schip Sparenrijk. - te Hendrik Z. ƒ Z. Z . . . N:o 15. Lijst der vreemde Naties Scheepen, die zedert den 16 maij passt: aan dit gouvernement zijn verscheenen. — A:. . . . . . „ 18: Reecq: van het geene hier ter plaatze aan brenger deezes 't opgem: Schip les quatre freres is verstrekt geworden. In't Casteel de goede hoop, den 23 aug:s 1785. — Hendrik Lodewijk Bletter„ „man en Egbertus Bergh, waarbij eergemelde versoekt de qualiteijt en gagie van Coop„ „man, en de twee laatstgemelde die van ondercooplieden. — M torak Eyllercq „Z.. Patria. schip Les quatie Freves. — Ons Laatst Eerbiedig schrijvens met de vrouwe wijnanda Luberta gaarssier Register. Aan de wel Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen gecommitteerd ter Illustre vergadering van ZeevenC„ „thienen, reprresenteerende de generaale neederland, sche geoctroijeerde oost=Indische Comp: ter presictiale Camer Hoog Gebiedende Heeren Met het bij d' E: Compagnie in„ gehuurd Particulier schip neevens in duplicaat de vrouwe Wijnanda Luber„ ta het welk op den 7: der Laetst voorleedene maand Iunij Tot Middelburg p„r 't pruijssisch part Wel Edele Erntfeste, Hoog Agtb: Hoog wijse, Voorsienige en Seer Genereuse Heeren uit ƒ 76. 77. vertrek des uitkomende Batavia en paren„ rijk naar Ceilon en van 't hollands parts van Batavia. arrivement van brenger „ticulier schip Les quatre Ekeres. — uit de Baaij F als in zee is gestooken, hopen wij dat na dies volbragte geluckige rheise reeds lange voor de aankomst deeses Uwe deeses 't voor d'E. Comp: wel Edele Hoog Agtb: moge zijn toegebragt, ons Eerbiedig schrijven van den 26 Maij bevorens waarvan de vrijheid neemen 't duplicaat deesen schip Java op den 31: der evenge„ melde maand Maijnaar Bata„ via, en 't schip Sparenrijk den 29 dito bevorens naar Ceilon vertrocken zeedert op den 2: deeser hier ter rhee„ „de aangekoomen weesende, 't in den hoofde deeses gemelde meede's Comps scheepen Javanaa te doen versellen, sinde meede het schip de vrijseijd weegen afgehuwrd en te batavia bevragt PruijsEisch schip Les qua „tres Freres 't welk na van het op beladene pruiscisch van den 19: der Laatst gepasseerde maend Julij, in eenen leevigen Stotn bekomen verlies van desselfs Roer, en het door onweer weggeslagene seng te zijn hersteld, thans gereedlegd om met de eerste bequame gelee „gendheid de reise naar neederland te vervorderen, en nader gevolgd te werden door het meede ' E: Comp:s weegen ingehuurd, mitsgaders te Batavia afgeladen schip de vryheid, het welk den 17 Maij voorm van daar vertrocken weesende op weegen den
English
78. When the ships departed thither. Complaints and accusations that have arisen against Hendrik Swart, of the ship 't Zeepaard. Arrived here at the roadstead on the 17th of this month. The ships de Paarl and 't Zeepaard. The ships de Paarl and het Zeepaard, after the former was provided with a new foremast and bowsprit, and the second, having been laden mostly with goods for this Government, the discharging whereof in False Bay, as well as by reason of the lack of the requisite vessels there, as to provide the ship again in place of the unladen cargo with the necessary ballast stones, which are also very difficult to obtain in the cited bay, having come to require a considerable time, notwithstanding all possible haste applied thereto, not having been able to be dispatched sooner from False Bay, the former on the 25th and the other on the 28th of the more-mentioned last-past month of July came to proceed on the voyage from there to Batavia. And we find ourselves obliged to bring to the knowledge of Your Right Honorable Nobles, that against the captain commanding the vessel 79. Wherein the same mainly consist. For which reasons it was resolved to place said Captain Swart out of service on the ship de Paarl, 't Zeepaard, Hendrik Swart, diverse complaints and accusations have been brought concerning his held conduct and bad treatment of the common ship's company, whereupon the necessary inquiries were immediately taken concerning this, and to that end the requisite statements were gathered from some of the crew, from which investigations it then came to appear that the accusations against their captain mainly consisted in this, that he had exercised not only in general a very far-reaching severity in punishing the crew, but indeed in particular and that which principally served to his burden, that he on his own private authority had subjected a certain sailor stationed on the ship, named Marten Axel, to undergo such a severe and extraordinary punishment, whereby that sailor came to pass away a few days thereafter; but since it was not feasible to terminate this matter by formal proceedings before the Council of Justice of this place, 80. and to send all the gathered inquiries directly to the gentlemen of the High Indian Government, together with conferring the command of the ship 't Zeepaard upon the commander of the ship 't Huijs te Spijk, Christiaan Stuur. without having to detain the ship 't Zeepaard here for a considerable time for that purpose, we therefore deemed it most advisable and consequently, for the greatest service of the Company, had to resolve, in order to preserve good order and peace on that vessel, to transfer the said Captain Hendrik Swart from the same to the ship de Paarl, in order to sail therewith out of service to Batavia; whilst we have caused to be forwarded to the gentlemen of the High Indian Government, in the original with that vessel and in copy with 't Zeepaard, the aforesaid judicial inquiries gathered here relating to that matter, as well as two declarations handed over to the undersigned Governor by the Junior Merchant Mr. Anne Willem Carolinus van Sodekinge and the Land Surveyor Jacob Gerard Johan van Hasselt, both of whom have come over with the aforementioned ship 't Zeepaard, concerning the aforesaid irregular conduct of Captain Swart; the command of the same ship 't Zeepaard having been conferred upon the 81. What, however, occurred in the execution of these arrangements with Captain Swart and some of his officers and common ship's company. Captain-Lieutenant and commander of the ship 't Huijs te Spijk, Christiaan Stuur, as being known for a capable and experienced seaman, to whom to hand over the frequently mentioned ship het Zeepaard with its appurtenances and dependencies according to the orders of the Honorable Company and to cause Captain Swart to cross over to de Paarl, the Captain at Sea and Master of Equipage Justinus van Lennep and the Junior Merchant and Postholder in False Bay Christoffel Brand were expressly commissioned; having hoped and expected that these provisionally devised arrangements would have been sufficient for the end intended thereby, we had to learn with much astonishment from the report of the said commissioners: that they, the commissioners, in pursuance of what was demanded of them, having caused the aforesaid Captain of 't Zeepaard Hendrik Swart to come ashore, had laid open to him the contents of the aforesaid commission and gave readings thereof, with notification that 82. since the order contained therein was to be executed on the day following, and in consequence thereof the command of 't Zeepaard conferred upon the commander Christiaan Stuur, he, Captain Swart, could therefore keep himself retired for that time, which however was answered by him by saying that he, notwithstanding this, would be present at the execution of the said commission. That they, the commissioners, hereupon having proceeded the next day on board the ship 't Zeepaard, had read the commission to both the officers and the entire crew of that vessel, and at the same time communicated that they, the commissioners, had expressly come on board in order to turn over the command, pursuant to the contents of the commission, to the commander Christiaan Stuur, who was also present there, and to present him as such, with earnest recommendation in the name and on behalf of the undersigned Governor, to give said commander Stuur in the [illegible] to him
Dutch transcription
78. wanneer de scheepen de naderwaerds sijn vertroo„ „ken Voorgekomene klagten en beschuldigingen, eegens schip 't Zeepaard Aten„ drik Swart. den 17 deeser hier ter rheede te gearriveerd De scheepen de Paarl en het Paarl en't Zeepaerd Zeepaard na dat het Eerste van een nieuwe Fockemas en Boegspriet was voorsien, en het Tweede als meerendeels met goederen voor dit Gouver= nement beladen geweest zinde, welkers ontlosting in de Baan F als mits het gebrek aan de bene„ digde vaartuijgen, aldaar So wel als om in steede der ontscheepte Lading 't Schip weederom met de nodige Ballaststeenen te voor Voorsien, die in de geciteerde Baaij meede seer moeijelijk zijnde te bekoomen, eenen geruijmen tijd heeft komen te vereijsschen, onge„ „dgt allen daar toe aangewenden mogelijken spoed, niet eerder uijt de Baaij Fals hebbende kunnen werden gedepecheerd, heeft 't eerste op den 25e en het andere o den 28: der meerged: Iongst voor„ „leedene maand Iulij de rheise van daar na Batavia komen te vervorderen. — En vinden wij ons verpligt den Capitain optevengen Uwe wel Edele Hoog Agtb: ter kenniesse te moeten brengen dat teegens den op den Bodem sien 79. Waarin deselve hoofd„ staan. om welke reedenen men ged: Capitain Swart te stellen buijtendienst de Paarl 't Zeepaard Commandeerenden Ca„ „pitain Hendrik Swart inge„ „bragt zijn diverse Klagten en be„ „schuldigingen betreffende desselfs gehouden gedrag en quade behan„ deling van het gemeene scheeps, volk waarop direct desweegens zijn genoomen de nodige Infor„ „matiën, en ten dien einde ingewon„ nen de verEischte verclaringen van eenige der scheepelingen, uit saakelijk hebben be welke Enquesten dan zijnde komen te blijken, dat de beschuldigingen stonden, dat denselven niet alleen in't generaal eene zeer verregaende Jeegens hun Capitain hier inne be en te plagesen op 't schip was deese saak bij formeele, pro„ gestrengheid in 't Straffen van het volk had geoeffend maar wel in't bijsonder en 't geen ten prin„ „cipaale tot zijnen Laste strekte; dat hij op eigen privé zeekeren op 't schip bescheiden geweest zijnde Mattroos, genaamd Mar¬ „ten Axel, eene diergelijke gestren„ „ge en buitensporige straffehad doen ondergaan, waar door dien Mattroos wijnige dagen daar aan was komen t' overlijden; heeft moeten besluiten dan vermits 't niet doenlijk „oedures voor den Raad van Ius„ „titie deeser plaatsen te termineen, gestreng „ten 80. en alle de ingewonne En„ streckelijk aan de heeren der hooge Indiase regee „ring over te senden mitsg=s 't Commando op aan den gesaghebber van t schap 't Huijs &e Spijk Christiaan stuur. „ren, sonder 't schip 't Zeepaard ten dien einde nog een geruijmen tijd hier te moeten aanhouden, heb„ „ben wij dierhalven raadsaamst g'Oordeeld en dienvolgens ten mees„ ten dienste der maatschappij moe„ ten besluiten, om tot Conservatie van goede ordre en Rust op dien Bodem den gezegden Capitain Hendrik Swart van het selve te verplaatsen op 't schip de paare om daarmeede buiten dienst naar Batavia over te Iaaren; Terwijl wij met dien Bodem in „queste tot die saak be Originali en met 't Zeepaard in Copia aan de Heeren der Hooge Indiase Begeering hebben doen toekomen de voorsz: alhier ingewonnen Iustitieele Enqlesten so wel als twee declaratoiren door den ondercoopman Mr Anne Willem Carolinus van Zode¬ „kinge en den Landmeeter Iacob Gerard Johan van Hasselt, dewelke beide met het voorwaards gem: Schip 'T Zeepaerd zijn overgekomen, nopens 't voorz: ongereegeld gedrag van den Ca„ „pitain swart aan den onderge„ gouverneur over gegeeven: zijn¬ 't zeepaard op te dragen, de het Commando op hetselve schip H7 't zeepaard opgedraagen aan den Indiase Cap:l 81. Wal egter bij 't bewerk„ kingen met den Cap=n swart en eenige zijne volk is voorgevallen. — Capitain Lieutenant en gesagheb„ „ber van't schip 't Huijs te spijk Christiaan Stuur, als voor een bequaam en ervaren Zeeman bekend zijnde, om, aan welken het dikn ils gemelde schip het Zeepaard met dies ap=en dependen„ „tie navolgens d'ordre der E: Comp: over te geeven en den Capitair Swart op de paarl te doen over„ „gaan, dan ook expresse gecom„ „mitteerd zijn geworden, den Capi„ „tain ter Zee en Equipagiemeester Justinus van Lennep en den Ondercoopman en Posthouder in de Baaij, Fals Christoffel Brand„ deeze provisioneel beraamde stelligen deeser schic„ schickingen gehoopt en verwagt Officieren, en 't gemeen scheeps hebbende, dat voldoende soude sijn geweest, tot het daarmeede be„ „doeld einde, moesten wij met veel bevreemdiging bij Rapport van de gemelde gecommitteerdens ver„ „neemen: dat zij gecomm: in opvolging van het aan hun gedemandeerde voorsz: Cap=n van 't Zeepaard Hen¬ „drik Swart aan Land hebbende doen komen aan denselven hadden opengelegd, den inhoude der voorsz: Commissie en gegeeven Lectuuren daarvan met aanzegging, dat deeze nadien H 82. nadien de ordre daar in vervat daags daar aan stond te werden g'Executeerd, en ingevolge van dien het Commando van't Zeepaerd aan den gesaghebber Christiaan Btuur opgedraagen, hij Cap=n swart zig dierhalven voor die tijd, soude kunnen geretireerd houden, dog 't welk door Een was beantwoord. met te zeggen dat hij des ongeagt bij 't uitvoeren der ged=e commissie soude Preesent zijn. dat zij gecomm: hier op zig des anderen daags naar boord Van 't schip 'TZeepaard hebbende be„ „geeven, de Commissie so aan de Officiers als de geheele Equipagie van dien Bodem hadden voor„ geleesen, en teffens daarbij ge„ „communiceerd dat zij gecomm: ^ aan boord expres ^ waren gekomen, ten einde ingevolge den inhoude der Com„ missie, het commando aan den meede aldaar present zijnde, gesaghebber Christiaan Stuur„ over te geeven, en denselven als sodanig voor te stellen, met ern„ „stige Recommandatie uit Naamende van weegens den Onderget: gouverneur, ged: gesaghebber Stuur in 't hem geeven op
English
having some of their crew refused to sail with the ship without their Captain, and to acknowledge, respect, and obey the command assigned to the commander. That Captain Hendrik Swart himself, who had until then kept himself retired, nevertheless had then appeared, contrary to the announcement so clearly made to him, and had substantially called out to the crew: "Men, have I ever mistreated you? Have I not given you everything that is due to you, and do you also know anything further to say against me?", to which questions it was answered by the crew with a confused shouting: "No!" In addition to which, it was further cried out by the other deck officers (among whom principally the boatswain and boatswain's mate) and the common crew: "We will not sail without our Captain!" That their commissioners, in order to get out of this confused shouting and screaming, proceeded to the Captain's cabin and, having summoned thither the Captain-Lieutenant, the First Lieutenant, together with the two Sub-Lieutenants of the ship 't Zeepaard, had presented and expressly inquired of the officers whether they were inclined and prepared to acknowledge the commander Christiaan Stuur, who was now placed in command of the ship, therein, and to show him the owed respect; to all of which it was answered by the said officers that they would and also must comply with the orders of the Noble Lord Governor and Council, although with regret. That their commissioners thereupon had also summoned to them the principal petty officers, among whom in particular the boatswain, gunner, and boatswain's mate, and the same question having been put to them, whether they were inclined and prepared to obey the orders of the commander Stuur placed in command, this was answered by the said petty officers with "No," and they requested to be allowed to leave the ship along with their Captain. That subsequently a paper was handed to their commissioners by the boatswain, signed first by himself and subsequently by all the other petty officers and some of the common crew, adding that from that paper could be seen the intention of the ship's crew. That after all this had run its course, the Lieutenant of the said ship 't Zeepaard, Paulus van den Bogaard, had approached their commissioners with a rather brusque attitude, which however seemed to proceed from a little drunkenness, asking whether the Captain-Lieutenant of the ship was not deemed competent enough to hold the command of that vessel in place of the commander Stuur placed thereon, as being lower in rank; with the further addition that he, Lieutenant van den Bogaard, could not remain an officer since no reflections were made upon the declarations that he, as well as the other officers of the ship, had given at the requisition and for the benefit of the Captain, and that they must therefore certainly be regarded as perjurers, over and besides more other expressions whose literal content had already escaped the memory of their commissioners; whilst besides the said Lieutenant van den Bogaard, who had principally come into opposition against our arrangement made as aforesaid. Which report was accompanied by the declaration mentioned therein, being signed by the boatswain, the boatswain's mate, most of the other deck officers, and some common crew, together to the number of 49 persons, though for the greatest part signed with a cross-mark; all of which having been taken into further consideration at our meeting of the 17th of the last-passed month of July, we found the conduct of the said Swart to run completely counter to the obedience that he owed to our established orders, and that in addition the calling out to the ship's crew to have his conduct as it were justified by the same according to the tenor of the report, as well as causing a declaration to be signed by a part of the crew, were matters that not only demonstrated to what outrages he was inclined to lead the ship's crew, but that also thereby in fact a principle of mutiny had been instilled into the same, which conduct of Captain Swart in particular has been considered as contrary to the owed obedience of our orders, as tending to mislead the ship's crew and to instill in the same a principle of mutiny, by not only very presumably with the preparation of the minds that preceded to that end, by calling out during the execution of the commission upon that inquiry whether they had anything to bring against him, the Captain, but also subsequently by having the declaration itself signed, as if putting into the mouth of the ship's crew that they did not want to sail with the ship without the command of him, Swart; and by which actions he, Swart, thus sought to forge an opposing faction among the crew; in addition to which, in a letter addressed to us, he complained in a rather brusque manner about our taken measures, just as is also further to be held as an effect of the passion to which he had surrendered himself, the above-mentioned letter addressed to this government, containing a brusque reproach, as if one had already condemned him without his being heard, whereas however the measures that had been taken by us demonstrated precisely the contrary; since one, on the one hand, to avoid a hasty trial of the said Swart through lack of many useful
Dutch transcription
83. hebbende eenige van de der hunnen Capitain met het schip niet te wil„ „len meede vaaren. opgedraagen Commando te er¬ „kennen, respecteeren ende te ge„ „hoorsaamen. — dat den Capitain Hendrik selve gedeclareerd /on: swart die zig tot dus lange had„ de geretireerd gehouden, egter als toen teegens de hem so duijdelijk gedaane aankondiging te voor„ schijn gekoomen synde, 't volk substantieelijk had toegeroepen mannen heb ik ul: ooijt mis handelt heb ik UE: niet al¬ „les gegeeven dat uw toekomt en weet gijl: ook verders iets op mij te zeggen?. op welke vrae„ 1 „gen met een verward geroep door het volk was geantwoord Neen! boven het welk nog door de verde¬ „re deks officieren /:waaronder prin„ „cipaal den bootsman &, Schieman/ en het gemeene volk was uitgeroe¬ pen, wij willen niet vaaren sonder onsen Capitain! dat zij gecomm: om uit dit verward geroepen geschreeuw te geraaken, zig in de Capitains Camer begeeven en aldaar bij hun hebbende ontboden den Capitain Lieutenant, den Eersten Lieutenant, beneevens de Twee Son Lieutenants van 't schip 't Zeepaard aan de Officieren hadden het Voor 14. Bootsman, Constapelen boots„ en daar van een geschrift geteekend en overgelden werd. — voorgehouden en stellig afgewalgd, of zijlieden geneegen en bereid waaren den gesaghebber Christiaan Stuur, die thans in Commando op 't schip was gesteld, daar in t'erkennen en denselven het ver„ schuldigs Respert te bewijsen: op welk een en ander door ged=te officieren was geantwoord de ordres van den Edelen Heer Gouverneur en Raad te sullen en ook te moeten dnaarkoomen, schoon met Leetweesen. — dat zij gecomm: hier op den voornaamste Onderdeks officie„ „ren waaronder bijsonder den „mansmaat meede bij sig hadden Ontbooden en aan hun E: deselfde vrage of geneegen en bereid waren de ordres van den inCommando gestelden gesaghebber Stuur tobedieeren voorgesteld zijnde, sulx door ged: onder officieren was beantwoord met Neen. en versogt neevens hunnen Papi„ „tam van het schip te mogen af„ „gaan. dat vervolgens door den boots„ man aan hun gecomm: waster„ hand gesteld een papier door hemselven eerst en vervolgens Bootsman door 85. terwijl neevens gemelde Lieutenant van den paal meede tegens onse gement in oppositie gekomen. door alle de andere onder officie „ren en eenige van't gemeene volk geteekend, met bijvoeging dat uit dat papier konde werden gezien de intentie van 't scheepsvolk dat nadat dit alles was afge„ B0gaard wel princ=loopen, den Lieutenant van't schip voorp: gemaakte arran, 't Zeepaard Paulus van den Bogaard zig bij hun gecomm= had vervoegd met eene vrij brus„ „que houding, 't geen egter scheen uit een wijnig dronkenschap voort te koomen, vragende of den Capitain Lieutenant van't schip niet voor bequaam genoeg wierde geoordeeld om 't Commando van die„ Bodem in plaatse van de daar„ „in gestelden gesaghebber Stuur„ als minder in rang zijnde te voe„ „ren: met verdere bijvoeging dat hij Lieutenant van den bogaerd geen Officier konde blijven vermits geene reflexien wierden geslagen op de verclaaringen die hij soo wel als de andere officieren van't Schip ter requisitie en ten voordeele van den Capitaij hadden gegeeven en dat sijl: dus see„ „ker moesten werden aange„ „merkt, als mijn Eedigers boven en behalven meer andere expres„ sien welkers woordelijken inhoud Bodem hun 86. welk gedrag van den Cap:n sen is geconsidereerd als strijdig teegens de ver„ „heid onser ordres. als hebbende het scheeps ginsel van mutinatie in te boesemen. hun Gecomm: reeds uit 't geheugen„ was gegaan. — welk rapport verseld was van Swart bijsonder en den de bij het selve vermelde verklae„ schuldigde gehoorsaam„ ring sijnde door den Bootsman den schieman, de meeste der verde„ „re dekes officieren en eenige gemee „ volk tragten te vervoeren G „nen te saamen ten getalen van 49 persoonen, dog voor 't grootste ge„ „deelte met een kruijsmerk getee „kend; al 't welk bij onse vergade„ „ring van den 417: der Jongst gepas„ „seerde maand Iulij nader is overweeging genomen zijnde heb„ ben wij bevonden 't gedrag van denselven Swart volkomen aan te loopen teegens de ogehoorsaemherd die hij aan onse gestelde ordres verschuldigt was, en dat bovens dien het toeroepen aan 't scheeps„ volk om zijn gedrag als 't waaren door het selve te doen Iustificee en aan het selve een be ren na den Teneur van het rapport so wel als het doen teekenen eener verclaaring door een gedeelte der Equipagie, saaken waaren, die niet alleen aantoonden, tot welke buijtenspoorigheedens denselven wel inclineerde het scheepsvolk te vervoeren, maar dat ook daar door in der daad een beginsel van Mutinatie te aan. 87. 't Volk had soeken te Smeeden. en sig daar door eenen aanhang onder 't selve te Smeeden waar en boven densel„ aan ons gerigt, sig op eene vrij brusquerwijse heeft beklaagd order treguelen aan 't selve was ingeboezend, door niet alleen zeer vermoedelijk met de ten dien einde voorafgegan preparatie der gemoederen bij het uitroepen onder de uitvoering der commissie of zijl: iets teegens hem Capitain in te brengen hadden op die afvrager, maar ook vervol „gens door 't doen teekenen der verclaaring Selve, even als in den mond van't scheepsvolk te leggen, dat zij met 't schip niet wilden meede vaaren sonder Com¬ mando van hem Swart: En door welke bedrijven hij swart dus „eenen oppositen aanhang onder ven bij eene Missive soo als ook nog nader voor een omse genomene Maet uitwerkse der passie waaraan hij zig overgegeeven had te houden is, de bovengem: aan deese regee„ „ring gerigte brief, behelsende een Brusq verwijs, als of men hem sonder verhoord te wor„ „den, reeds veroordeelt had, daar evenwel de maatregule, die bij Ins: genoomen waaren Juist 't teegendeel aantoonden; alsoo men aan d'eene zijde om een overhaaste te regt stelling van denselven Swatteviteeren door manquement van veele dien¬ 2 stige
English
which however were without the least prejudice to Justice, serving solely for the redress of good order and peace on the ship, on account of which we have also been compelled to take further measures, regarding the information concerning the accusations brought against him, for the acquisition of which the Company's vessel inevitably would still have had to be detained here for a considerable time, and on the other hand because of the consequences one had to fear from the conduct of him, Swart, on a vessel where he, so far as the said information showed, had committed the most improper excesses in punishing; have transferred him, solely with the least prejudice to Justice and in order to redress good order, to the ship de Paarl, out of service. We found ourselves therefore necessitated by all this to take as speedily as possible such further measures as could serve to prevent the further dreaded consequences that might arise from such deliberate conduct to the detriment of the Company; and in accordance therewith, the postholder in False Bay was immediately written to and ordered to summon the aforesaid Captain Swart from on board to himself, and on our behalf to keep him under the officer of the detachment of soldiers there in close arrest on land until the moment that the ship de Paarl made ready to depart, and then to have him transferred under escort of the officer onto that vessel, in order, according to the previously taken resolution, to sail therewith out of service; as also that he, the postholder, subsequently should likewise require from on board to himself the Lieutenant on the said ship 't Zeepaard, Paulus van den Bogaard, and on account of his conduct in the aforementioned case, to have him transferred until further orders to 't Huijs te Spijk under similar arrest, in order thereby to cut off the further detrimental communication both between him, the Lieutenant, and the Captain and the ship's crew; just as furthermore our order was to have the boatswain Gerrit van Os and the boatswain's mate Hendrik Goggel, who on the aforesaid occasion had been the leaders, spokesmen, and first signatories of the declaration, also transferred in irons to the aforementioned vessel 't Huijs te Spijk; after which the said postholder together with the equipage master had to proceed on board the said ship 't Zeepaard and cause the signatories of the declaration, framed in threatening terms, to come on deck, as well as to question them whether they had well understood the contents of the said declaration signed by them, in order that, in case there might be among them any who stubbornly persisted in refusing to sail on that ship without the command of Captain Swart, to have such persons also transferred until further orders from that ship on board 't Huijs te Spijk by the soldiers at hand in False Bay; but that, upon showing remorse, they should all be very seriously reprimanded about that conduct and, in the presence of the commander Stuur, exhorted to their duty and obedience. All of which having been executed by the aforesaid commissioners in False Bay in that manner with successful results, the transfer of Captain Hendrik Swart to the ship de Paarl, as well as that of Lieutenant Paulus van den Bogaard, the boatswain Gerrit van Os, and the boatswain's mate Hendrik Goggel to 't Huijs te Spijk, has consequently taken place; and in their stead the commander Christiaan Stuur, together with the Lieutenant of the aforementioned ship 't Huijs te Spijk, Jan Hendrik Dekker, alongside another boatswain and boatswain's mate, were placed on the aforementioned ship 't Zeepaard; on which occasion it was also testified to the commissioners, according to verbal report, by the remaining petty officers and the common ship's crew who, besides the aforementioned boatswain van Os and boatswain's mate Goggel, signed the aforementioned declaration, that when the said declaration was presented to them for signature, nothing else had been read to them from it
Dutch transcription
88. die egter sonder de min„ Justitie alleen waaren streckende tot redres op 't schip Waarom wij dan ook genoodsaakt sijn ge„ weest nadere mesures te moeten neemen. — „stige Informatie, ten belange der teegens hem ingebragte be„ schuldigingen, tot welkers in„ „winning onvermijdelijk 's Comp: Bodem nog een geruijmen lijd al„ ste verkortinge der hier soude hebben moeten werden der goede ordre en rust aangehouden en aan de andere kant om de gevolgen die men uit 't gedrag van hem swart te vreesen had op eenen Bodem alwaar hij voor soo verren de ged. Informatie meede bragten de onbetamelijksexces„ sien in 't straffen had gepleegd, denselven slegts tot de minste ver„ „korting der Iustitie en om de goe„ de ordre te redresseeren op 't Schip de Paarl hebben doen over„ gaan buijten den dienst. Wij vonden ons dierhalven door dit een en ander genecessi„ teerd ten spoedigsten sodanige nadere mesures te neemen als dienen konden tot Verhoeding van de verdere gedugt werdende gevolgen die uit een sodanig opsettelijk gedrag ten nadeelen der Maatschappij soude kunnen Ontstaan: en is overeenkomstig deselve ook dadelijk den post, „houder in de Baaij z als aan„ „geschreeven en gelast voorja: Capitain Swart van boord bij de zig 89. en volgens deselve de Land en arrest te houden tot op 't vertrek en hem als dan op 't selve te plaatsen. — mitsg:s den Lieutenant van den Bogaardins Htuijs te pijk te stellen. — als meede den bootsman en Schieman als dienste der verclaaring in de boeijen meede op dien boven te doen, Transporteeren. zig t' ontbieden en van onsent„ Cap:n Swartaar weegen onder den officier van het van 't schip de Paarl detachement Militairen aldaar te houden in naauw arrest tot op 't ogenblik dat het schip de Paarl sig gereed maakte om te vertrecken en als dan onder geleide van den officier te laaten overbrengen op dien Bodemten einde volgens bevorens genoo¬ men Besluit daarmeede over te vaaren buiten den dienst als meede dat hij Posthouder vervol¬ „gens den Lieutenant op 't ged„e schip 't Zeepaard Paulus van „gelijx en arrest op't chipt den Bogaard insgelijx van boord bij sig soude hebben te re„ quireeren en ter saake van zijne gevoerde Conduiten in het hier„ vorengem: geval tot nadere ordre op 't Huijs te spijk laaten over„ brengen in diergelijk arrest, ten einde daar door af te snijden de verdere nadeelige Commu„ „nicatie so wel tusschen hem Lieutenant als den Capitai en 't scheepsvolk so als ook nog daarneevens onse ordre was om den Bootsman Perrit aanvoerders en zeekenae van Osen den schiema Hen„ drik Soggel als bij voorsz: geleegendheid geweest zijnde den boord hoofden 90. en d' overige teekenaers van 't geschrift over te doen be straffe. hoofden, woordvoerders en Eerste Teekenaars der verclaaring in de boeijen geslooten almeeden te doen Transporteeren op voorm: bodem 't huijs te spijk na het welke gem: Posthouder Sig neevens den Equipagiemeester te begeeven hadden aan boord van opged„e schip 't Zeepaard en de Teekenaars der in bedrijgende Termen gestelde verclaaring te doen komen op 't dek mitsg=s deselve af te vraagen of zij wel begreepen hadden den inhouden hun gedrag ernstig van gezegde door hun ondertee„ „kende verclaaring ten eijnde bij aldien zig onder hun mogten bevinden, die hardneckig bleeven persisteeren om niet met dat Schip te willen meede vaaren sonder Commando van den Cap„n Swart de sulken door de in de Baaijf als aan handen zijnde militairen tot nader ordre van dat schip al meede te doen Transporteeren aan boord van 't Puis te spijk maar dat bij het betoonen van berouwd deselven alle over dat gedoente wel ern„ stig souden moeten werden bestreft en in praesentie van den gesag„ „hebber Stuur tot denselver bij pligt 91. al het welke dan ook „teerd geworden is wat door de Teekenaars der voorm: verclaaringe tot hun lieder verschonin ge in deesen is betuijgd ge„ worden. — pligt en gehoorsaemheid vermaend Welk een en ander door voorsz met goed sucoes g Execugecomm: in de Braij fals indiervoe„ „gen met een geluckig succes ge Ex„ cuteerd zijnde, is dienvolgens de verplaatsing van den Capitain Hendrik Swart op 't Schip de Paarl, mitsg=s die van den Lieutenant Paulus van den Bogaard den Bootsman Gerrit van Os en den Schieman Hen„ drik Goggel op 't Huijs te spijk geschied en daar teegens den gesaghebber Christiaan stuur beneevens den Lieuts van 't Voorp: Schip 't huijsten Spijk Jan Hendrik Dekkerik neevens een andere Bootsman en Schieman op't Voorm: schip 't Zeepaard geplaetst zijnde bij die geleegendheid ook door de verdere onder Officie „ren en't gemeene scheepsvolk die behalven opgem: Bootsman van Osen Schieman Poggel de hier voorengem: verclaring hebben onderteekend, aan de gecomm: ingevolge mondeling Rapport betuijgd geworden; dat ged: verclaring aan hun tertee„ rkening voorgehouden weesende hun daar uyt niets anders was spijk voorgeleesen
English
that the same, under recommendation of obedient and peaceful behavior in the future, should be left in their respective services on the ship 'T Zeepaerd. - read out as the testimony concerning the behavior of Captain Swart, and that they, therefore, so far as this document was concerned, could not have refused their signature, but that they had been kept unaware regarding the further addition of not wishing to sail with the ship otherwise than under the command of Captain Swart, which they testified never to have thought of, much less to have signed for it, so that they had transgressed unwittingly therein. Wherefore the said signatories, after having been sharply reprimanded for this committed offense by the aforementioned commissioners pursuant to our order, under promise of all further due obedience and peaceful conduct in the future, have been left in their respective services on the aforementioned ship 't Zeepaard; whereby, as far as was trusted, peace and good order on that ship was completely restored, and we thus hope that all our previously mentioned devised arrangements may receive Your Right Honorable Esteemed Approbation. Meanwhile, so far as this affair is concerned, for further elucidation, we still offer copies of all the inquiries gathered here regarding the aforementioned Captain Hendrik Swart and such other papers as pertain to those affairs and to which we most respectfully refer. We take the liberty to add here that since the commander of the soldiers, Iohan Iacob Willem Baksman on the aforementioned ship het Zeepaard, is compromised in the case of the said Captain Swart, and around him precisely the same reason as with relation to Captain Swart has impeded the termination here of that which militates against him, we have had to resolve to let that commander also cross over on the same vessel 't Zeepaard, yet out of service, to Batavia. Pursuant to the advice given in our humble letter of the 12th of the aforementioned past month of May, the vessel 't Huijs te Spijk, having transferred the goods and provisions from here to False Bay for the ships to arrive there, that ship set sail from there for Batavia on the 12th of this month with a cargo of wines and also some other goods. In our respectful letter of the 12th of May last, among other things, dutiful preliminary notice was also given of our resolution to employ, for the searching out of the Company's overdue return ships Overduijn and the Harmonie together with the provision ship Zeeduijnt, the frigate de Meermin belonging to this government, alongside the outward-bound ship 't Meeuwtje. We shall now have the honor to bring further to Your Right Honorable Esteemed's knowledge that the said ships de Meermin and 't Meeuwtje, having since been prepared for that expedition, departed from this roadstead on the 9th of the past month of June; the captains commanding thereon, Francois du Minij and Huijbert den Breem, having been ordered by a written instruction handed to them to steer directly from here to Rio de la Goa to search for the said missing vessels there first. That in case all three of the aforesaid missing ships should be found there, they shall then immediately attempt to relieve the same from their distress and enable them to proceed hither, to which end there have been left in the vessel 't Meeuwtje most of all the equipment goods that were laden therein for Batavia; while the crew of that vessel has been brought to 95 heads, from which conveniently 50 to 60 heads can be added to the ship or ships in need thereof, and thereto also from the crew of the Meermin, without weakening it too much, a number of 15 to 20 heads can be added, whereby one will then be fully capable of properly supplying the aforementioned ships with manpower, in which it is assumed that their deficiency will principally consist. That when all three ships shall have been found at Rio de la Goa and enabled to steer hither, the Meeuwtje shall have to return at once to report thereof; but the Meermin, being in such circumstances destined for the slave trade, must pursue the voyage via Madagascar to Mozambique to conduct that trade. However, in the event that not all three ships, but only one or two of them, shall have been found at Rio de la Goa, they, after having enabled the same to depart hither, shall then with both ships that have been sent out for the discovery from Rio de la
Dutch transcription
92. des deselve onder recom„ van een gehoorsaam en vreedig gedrag in 't ver„ derselve resp: diensten op 't schip 'T Zeepaerd. - voorgeleesen als het getuijgenis omtrend het gedrag van de Cap„n Swart en dat zij l: derhalven voor soo verre dit stuk betrok d'on„ „derteekening niet hadden kunnen wijgeren, maar dat men hun on„ bewust had gelaaten aangaende het verder bij gevoegde van niet anders met het schip te Willen meede vaaren, dan onder Commando van den Cap„n Swart 't geen zij hadden betuijgd nimmes gedagt veel minder daar voor te hebben geteekend, so dat door hun daarin onweetend was misdaan geworden des ged: teekenaars, na dat over dit hun L: gepleegd misdrijf door mandatie en belofte de hier vorengemelde gecommit„ volg sijn gelaaten in„ teerdens ingevolge onse ordre scherpelijk waren bestraft gewor„ „den onder belofte van alle verde„ „re verschuldigde gehoorsaemheid in't vervolg een vreedsaam gedrag zijn gelaaten in derselver res„ pective diensten op 't meermelde schip 't Zeepaard; waarmeede soo veel men vertrouwde de rust en goede ordre op dat schip volkomen was hersteld, en hopen dus dat alle onse hier voren aan„ „gehaalde beraamde Schickingen Uwer wel Edele Hoog Agtb: dit g'Eerde 93. gaande alle de documen„ sende hierneevens in Copia over hebbende men den Commandeur der Pol om reedenen als beslijden gem: buijten dienst met „dien bodem naar Ba „taria doen overvaeren: g'Eerde approbatie sullen moo„ gen wegdragen, Terwijl wij hooger„ „ten deese affaire betref deselve tot nadere Elucidaten nog aanbieden Copia van al„ „le de hier ingewonne Enques„ „ten van meermelde Capitain Hendrik Swart en Soda„ nige andere Papieren meer als tot die affairen betrecke„ lijk sijn en waaraan ons Eerbie„ „digst Refereeren. — Wij neemen de vrien hier nog bij „daaten van 't zeepaerd te voegen dat aangesien den Commandeur der Soldaaten, Iohan Iacob Willem Baksman op 't bovenge¬ melde schip het Zeepaard bescheiden in de saak van gedagte Capitain Swart is gecompromitteerd, en ook Omtrend hem even dieselfde reeden als met Relatie tot den Capitain Swart geimpedieert heeft, de Ter¬ „minatie alhier van 't geen leegens hem militeerd; wij hebben moeten besluiten dien Commandeur op denself¬ „den Bodem 't zeepaard dog meede buijten dienst te laaten Overvaaren. Baksman In 94. vertrek van 't huijs spijk naderwaards met een lading wijnen en andere goederen wanner de scheepen den meer„ „minent Meeuwtje ter opspeu ring van 'sComp neevens gem: sijn vertrocken. Jngevolge het gepraeacvi seerde bij onse Onderdani„ ge van den 12 der opgemelde voorleeden maand Maij den Bodem 't Huijs te Sdijk de goederen en provisien van hier naar de Baaijfals voor deal „daar aan te koomenen scheepen hebben, de overgebragt, is dat Schip met een Lading wijnen en nog eenige andere goederen op den 12: deeser van daar naar Ba„ „tavia onder zeil gegaan. Bij onse Eerbiedige Letten vermerde scheepn rashien „ 29 van den 12 Maij jongstleeden onder anderen meede pligtschuldig voorloopig Kennis zijnde gegeeven van ons Besluijt, omme tot het opspeuren van 's Comp:s agterblij„ vende retourscheepen overduij¬ en de Harmonie neevens het provisie schip Zeeduijnt Em¬ ploijeeren 't bij dit gouvernement gehooren d freguat de Meermin neevens 't uijtkomend Schip 't Meeuwtjes, sullen wij thans d' Eere hebben uwe wel Edele Hoog Agtb: dienaangaande nader ter kennisse te brengen, dat ged„e scheepen de Meermin Uwe wel Edele Hoog Agtb: Uwe en 95. wat aan de daarop Com„ „mandeerende Capitains geworden. en 't Meeuwtje seedert tot die Expeditie in gereedheid zijnde gebragt daarop den 9: der gepas„ „seerde maand Junij van deese rheede zyn vertrocken: zijnde de daarop Commandeerende Ca„ pitains Francois du Minij en Huijbert den Breem bij bij Instructie is gelas, eene aan hun ter handen gestelden schriftelijken Instructie gelost, om van hier direct na Riode La goa te steevenen om gemelde vermiste kielen aldaar t eerst op te soeken. — dat ingevalle alle drie de voorsz: Vermiste scheepen aldaar mogten werden gevonden, zij l: als dan dadelijk deselve sullen moeten tragten uit haare ongeleegendheid te redden en in staat te stellen om herwaards te kunnen opkomen en ten welken einde in't scheepje 't Meeuwtje zijn gelaaten meest alle de Equipagie goederen dewel„ ke daar in voor Batavia zijn afgelaaden; Terwijl d' Equipa„ gie van dat scheepje is gebragt op 95 Cappen, waar van dan ge„ „voeglijk 50: â 60 Coppen aan het des benodigt zijnde schip of schee„ pen sullen kunnen bijgeset, en daarbij ook van d'Equipagien van werden de 96. Meermin sonder deselve te seer te verswacken een aantal van 15 â 20 Coppen gevoegd worden waar door men dan volkomen in staat sal sijn, meerm: scheepen behoor„ „lijk te kunnen voorsien van man„ schappen waar in verondersteld werd dat derselver gebrek wel ten principaaleste zal bestaan dat wanneer alle drie de scheepen te Riode La Poa sullen sijn gevonden en in staat gebragt herwaards te kunnen stee„ venen, het Meeuwtje ten eersten sal moeten te rug keeren om daar„ „van berigt te doen dog de Heer min als bij dusdanige voorkoo„ „mende omstandigheeden tot den slaven handel gedestineerd zijnde, tot het drijven van dien handel de rhijse over Mada¬ gascar na Masambicque moeten vervorderen. — dan bij aldien te riode La Poa niet alle drie de schee„ pen, maar slegts een â Twee derselve sullen sijn gevonden zijl: na deselve in staat te hebben gesteld, om herwaards te vertrecken, als dan met beide de scheepen die ter ontdecking uitgesonden sijn van Riode „min La
English
97. from there shall have to sail to the Bay of St. Augustijn in order to obtain information there as to whether the missing ship or ships might be located there or in one of the adjacent bays; and finding the same there, the Meeuwtje shall have to provide the necessary assistance to those ships, either to come hither or to await further relief, and thereupon return Capewards with the utmost dispatch; but the Meermin is to continue her projected voyage via Madagascar to Mocambique; that, in case it should however unexpectedly happen that the missing ship or ships were not found in the Bay of St. Augustijn, the Meeuwtje in such case shall then have to steer Capewards with the utmost dispatch to bring report of what shall have been discovered at Rio de la Goa, and the Meermin shall have to depart from Fort Dauphin for the east coast of Madagascar, in order, having provided herself there with the necessary rice for the slaves to be traded, to steer onward to Mosambique; 98. that, since it might also well be that of the missing ships one or two of the same were encountered at Rio de la Goa, but might happen to be in such a poor condition that, notwithstanding the aid to be brought to them, they would be unable to put to sea, they shall in such case have to be put in a condition to await with peace of mind the further relief needed from here, and the Meermin and the Meeuwtje shall have to steer onward from Rio de Lagoa to Fort Dauphin to search for the missing ship there; that, when one of the missing ships, having been found somewhere on the east coast of Madagascar by the Meermin, can be put in a condition to come over hither, the said frigate may then proceed with the voyage to Mosambique; but in the contrary case, to wit, that the found ship could not put to sea again, 99. the Meermin, after having furnished that vessel with everything necessary to await further relief from here, shall then have to return hither to inform us of its discovery; that, considering how matters stand with the dispatch of the aforementioned ships the Meermin and the Meeuwtje, in that three ships must be searched for at the same time and that in different places, it is moreover uncertain in what condition they will happen to be, and thus matters might arise which could not be foreseen here and therefore could also not be prescribed to the officers of the aforesaid two ships as to how to conduct themselves in such cases, the said officers are therefore recommended, upon encountering circumstances of which no special mention could be made in their aforesaid instructions, to act according to the circumstances of matters as they shall judge to be most to the service of the Honorable Company and the preservation of the missing ships, which then, as well as all other matters of importance, shall have to be dealt with in a full council, to which the persons who shall constitute that council of both those ships have been expressly nominated by us in the instructions; that furthermore it must always be kept in view that the principal object of this dispatch is the searching for and bringing of assistance to the frequently mentioned missing ships, and the slave trade to be conducted with the Meermin shall not take place except in so far as the same, as has been said herebefore, can be done without bringing any hindrance or detriment to the principal aim; and since, through the delay of the aforesaid victual ship Zeeduijn here, among other things a great scarcity of this so highly necessary rice has also arisen, and thus nothing of it could be given along to the frigate the Meermin for the service of the slaves to be traded, the captain of the same frigate, Francois du Mini, is authorized, upon encountering the said ship Zeeduijn, to take in as much of the rice unladen therein for this Government as he shall need for the aforesaid slaves to be bartered, as well as in case the aforesaid Captain du Minij should also require some pepper for the slave trade, to then take a quantity of 12 to 1500 pounds thereof from the ships the Harmonie and Overduijn, for the delivery of both of which the order for the officers of the aforementioned three ships has been inserted in the instruction; that furthermore, which God forbid, should it happen that either at Rio de Lagoa or in the Bay of St. Augustijn nothing shall have been heard of the missing ships, and the speedy return of the Meeuwtje should not be so very much required as it otherwise would be, the same vessel, together with the Meermin, shall then have to proceed to the east coast of Madagascar, in order, whether at Fort Dauphin, St. Marie
Dutch transcription
97. La Dou sullen moeten seilen naar de Baaij van St Augustijn ten einde aldaar berigt terlan„ gen of sig het manqueerend schijp of scheepen aldaar of in een der naast geleegene Baaijen Souden moogen bevinden, en deselve al¬ daar vindende 't Meeuwtje aan die scheepen de nodige adsistentie 't zij, om herwaards te koomen of nader secours af te wagten sal moeten besorgen en daarop ten spoedigsten Caabwaards keeren, dog de Meermin zijne geprojecteer„ derhijse over madagascar naar Mocambique voort te zetten. — dat ingevalle het egter onver„ hooptelijk mogte gebeuren dat het manqueerend schip of scheepen in de Baaij van S=t Augustijn niet wierde gevonden, 't meeuws„ je in sulken geval als dan ten spoedigsten Caabwaards sal moeten steevenen om van 't geene te riode La goa sal weesen ontdekt berigt te brengen en B de Meermin van Fort Dau„ „phin moeten vertrecken na de oos„ cust van Madagascar, om sig aldaar van de benodigde rijst voor de in te handelene slaaven Voorsien hebbende na Mosambic dat „qul 98. que Voort te steevenen. — dat nadien 't ook wel soude kunnen zijn dat van de vermiste scheepen wel een of twee derselve te Piode La Ba wierden aan„ getroffen, dog zig in dusdanigen slegten staat mogten koomen te bevinden, dat zij ongeagt de aan haar toe te brengene hul„ pe onvermogens souden sijn zig in zee te begeeven deselve in sulken geval in staat sullen moeten werden gesteld om 't verder nodig zijnde secours van hier met gerustheijd af te wagten en de Meermin en't Meeuwtje van Nio de Lagoa naar Fort Dauphin om 't manqueerend schip aldaar op te soeken moeten & Voortsteevenen. — dat wanneer een der vermist werdende Scheepen ergens aan de oost Cust van Madagascar door de Heermin gevonden sijnde, in staat sal kunnen werden ge„ „steld, herwaards over te koomen, het ged„e Fregual als dan de rheise naar Mosambicque sal mogen vervorderen dog in Contrarien geval te weeten, dat het gevonden schip niet weeder¬ „om in zee zoude kunnen gaan, Rio de 99. de Meermen na aan dien Bodem al 't nodige te hebben bijgeset, om verder secours van hier afte wag„ „ten als dan na herwaards sal moe„ „ten te rug keeren om ons van des„ selfs ontdecking t' informeeren. dat geconsidereerd het met de afsending der voorm: scheepen de Meermin en 't Meeuntje indie¬ voegen is geleegen dat, er gelijker tijd drie scheepen ende sulx op on„ „derschijdene plaatsen moetende werden opgesogt het daar bij onseeker is, in welke toestand deselve zig zullen komen te bevinden en er dussaken souder kunnen voorkoomen, dewelke men alhier niet heeft kunnen voorsien en daarom ook niet aan d'overheeden der voorsz Tween scheepen hebben Kunnen werden voorgeschreeven, hoedanig zig in zulken gevallen te gedraagen, zij overheeden derhalven zijn ge„ „recommandeerd bij ontmoeting van omstandigheeden waarvan in derselver voors: Jnstructien geen speciaal gewag heeft kunnen werden gemaakt, naar omstan„ „digheid van saaken te moeten handelen sodanig als zijlieden sulx ten meesten dienste der E: Kunnen Comp: 100. Comp:te en de behoudenisse der veer„ „miste scheepen sullen oordeelen te behooren, het geen dan soo wel als alle andere saaken van belang sal moeten werden verhandeld in een breeden raad, waartoe de per„ „soonen dewelke dien Raad sullen moeten uitmaaken, van beide die scheepen door ons in d' Instructien expresselijk zijn benoemd. — dat wijders altoos sal moeten werden in 't ooge gehouden het princi„ paale object deeser afsending te zijn het opsoeken en toebrengen van adsistentien aan de dikwerf„ gem: vermist werdende scheepen en de met de Meermin te drijve„ „ne slaven handel geen plaats sal mogen hebben dan bij so verre deselve gelijk sulx hier bevorens is gezegd sal kunnen geschieden, sonder eenigen hinder of nadeel aan't voornaamste oogmerk toe te brengen. En dewijl men door het agterblij„ ven van 't voorsz: provisie schip Zeeduijn alhier onder anderen ook in groote verleegendheid aan deso hoog benodigt zijnde rijst, is geraakt en dus niets daarvan aan 't fregualde Meermin ten dienste van de in te handelene sla¬ en ven: 101. „ven heeft kunnen werden meede gegeeven, so is den Capitain van het selve Freguat Francois da mini gequalificeerd om bij ontmoeting van 't ged: schip Zeeduijn soo veel van de daar in voor dit Gouvernement afgeladenen rijst in te neemen als hij voor de voorsz: in te ruijlene Slaven sal nodig hebben, soo meede ingeval„ len voorp: Capitain du Minij ook eenige peeper voor den slavenhandeg sal komen te requireeren, als dan daar„ van de quantiteit van 12 â 1500: ponden uit de scheepen de Harmo„ nie en Overduijn te ligten tot d'af„ „gave van welk een en ander de ordre voor d' overreeden der voor„ waerds gem: drie scheepen in de Instructie is geinsereerd. — dat voorts /: het geen God verhoede:/ mogte gebeuren dat 'er 't zij te Ro de Lagoa of in de Baaij van P=t Augustijn niets van de vermiste scheepen sal sijn vernomen en de spoedigen ten rugkomst van 't Meeuwtje niet soo seer als anders wel sou„ de werden vereischt hetselve scheep je sig als dan, neevens de Meer„ „min naar d'OostCust van Ma„ „dagascar sal moeten begeeven, om 't zij te sport Dauphin S:t Ma„ ordre rie
English
102. or in the Bay of Foulpointe to trade a cargo of rice for the benefit of this government and to return hither with it, to which end the sum of 4000 Mexican dollars was delivered into the hands of Captain den Breem. That, as it is fully known to Captain du Minij at which place or places on the east coast of Madagascar rice can most conveniently be obtained, it was therefore left to him to choose which place or places for that purpose, according to which the officers of the Meeuwtje have also been ordered to conduct themselves; the Meermin shall thereupon direct her course to Mozambique, and the Meeuwtje shall return hither with the traded rice. That finally, during the time that the Meermin and the Meeuwtje shall be together, Captain du Minij, as pennant bearer, shall hold command over both ships, wherefore to him as well as to the officers of the Meeuwtje the necessary 103. necessary journals and charts have been issued, with orders that in case they should become separated from one another after their departure from here by fog, storm, or other mishaps, they must then await each other at Rio de la Goa. Just as your Right Honourable Worships will be able to examine all this more closely, if you please, from the aforesaid instructions drawn up for the officers of the aforementioned ships, the Meermin and the Meeuwtje, and which we take the liberty to present to your Right Honourable Worships alongside this in authentic copy. Wherefore we now hope that this expedition may be attended with good success, and since until today one has unfortunately also looked out in vain for the return ship Breedenhoff, without having heard anything else of the same since its departure from Batavia, than that, according to the statement of skipper Thierens, who sailed from the Sunda Strait on 21 February of this year with the already repatriated ship Hoorn, it was due to follow from there the day after; in case that vessel should find itself in one of the difficulties presumed regarding the other three ships, 104. the frigate being destined, as circumstances permit, for Mozambique to trade slaves there, and Captain du Minij being permitted to call at such places as he shall judge best. this same expedition may also serve to the benefit of that ship; which measures taken by us regarding this we trust may obtain the honoured approval of your Right Honourable Worships. Just as we have the honour to have indicated herebefore, our intention with respect to the frigate Meermin has been to let the same proceed from Rio de la Goa or Madagascar to Mozambique to trade slaves, depending on the circumstances of affairs in which the aforesaid lagging ships or any of them should be found, in just the same manner as took place at the dispatch of the frigate Jagtrust in the year 1779 to search for the ship De Venus; relying on the experience of the captain of the aforementioned frigate the Meermin, Francois du Minij, we have left him the freedom in the separate instructions drawn up regarding this—which we likewise have the honour to present to your Right Honourable Worships alongside this in copy— 105. Appearance in False Bay of the three English royal ships. likewise alongside this in copy, to call at such places for that purpose as he should judge best, and to make use of the arrangement made in this respect on his previous voyage with the Portuguese governors at Mozambique, to proceed directly thither and to direct the trade, either at that place itself or from there elsewhere on the coast of Africa where the best sort of slaves are to be obtained. While, besides diverse goods in demand there, to the aforesaid Captain du Minij was also given an amount of 12154 Mexican pieces for the slave trade, and 500 pieces of that same coin for purchasing rice, so that the entire cargo comes to amount to the sum of 46212:5:8 guilders. Furthermore, on the 14th of the past month of July, three English royal ships appeared in False Bay, namely: The Defence, with 74 guns and 600 men The Eagle, with 64 guns and 500 men The Worchester, with 64 guns and 500 men which complement of the crews is stated according to the report given thereof, although one has been informed from other quarters that the same on the three ships together would consist of well over 1800 men; these ships having departed from Madras on 12 May past under the command of Captain Mitchell, who is on the Defence; the same are due within a few days to come over to this Cape roadstead in order to take in the necessary provisions for the further voyage to Europe; while all possible 106. All possible efforts shall be made towards their speedy departure from here, for reasons as mentioned alongside. efforts shall be made, on account of the continuing high prices of provisions and also because the arrival of the National Squadron from the Indies is expected, to persuade them to a speedy departure. On 8 July last, the English Company's ship The Pigot having also appeared in the aforesaid False Bay, we find ourselves obliged, with respect to that vessel, to report dutifully to your Right Honourable Worships
Dutch transcription
102. rie of in de Baaij van Foule Pointen een Lading Rijst ten behoeve deeses gouvernements in te handelen en daarmeede dit heen terug te keeren, ten welken einde dan aan den Capitain den Breem de somma van 4000: Mexicaanen zijn ter handen gesteld. dat nadien het aan den Cap=n die Minij ten vollen bekend is, op welke plaats of plaatsen aan de oostCust van Madagascar de Rijst bequaamlijkst kan wer„ den bekomen; is dierhalven aan hem Overgelaaten wat plaats of te plaatsen, daartoe te verkiesen en waarna de overheeden van 't Meeuws je zijn gelast, sig dan ook te sullen moeten gedraagen, sullende de Meermin hier op den Hteeven naar mo„ sambicque wenden en't Meeúwtjen met de ingehandelde rijst ditheen ten rug t keeren. — dat eindelijk, geduurende den tijd dat de meermin en het meeuwt pe bij malkanderen sullen sijn den Capitain die Minij als win„ pelvoerder over de beide scheepen het bevel sal voeren, des dan ook aan denselven so wel als aan de Overheeden van 't Meeuwtje de plaatsen nodige 103. en waarvan Copia au„ nodige Iournaalen en Caarten zijn afgegeeven met ordre om in„ „gevalle na hun vertrek van hier door mist, stom of andere ongevallen van den anderen mogten geraaken, elkanderen als dan te rio de Lagoa te moeten inwagten. Gelijk uwe wel Edele Hooog thenticq in deezen overgaat Agtb: dit alles bij geliefte nader sul „len kunnen beoogen uijt de voorm. Instructie voor de Overheeden der voorwaards gem: scheepen de Meermin en't Meeuwtje gefor„ meerd en die wij de vrijheijd neemen Uwe wel Edele Hoog Agtb: besij „den deesen in Copia Authentice aan„ te bieden. — Invoegen wij nu hopen dat deese Ex„ peditie van een goed Lucces sal mogen werden agtervolgd en dat dewijl men ongeluckiglijk tot heeden meede te ver„ „geefs na 't retourschip Breedenhoff heeft uitgesien, sonder van 't selve see„ „dens dies vertrek van Batavia iets anders vernoomen te hebben, als dat, volgens opgaaff van den schipper Thierens, die met het reeds gerepatrieerd schip hoorn den 21 febr: deeses Iaars uit Straat Sunda is gezeilt, 's daags daaraan van daar stond te volgen, bij aldien dien Bodem in een der omtrend de drie andere Scheepen gesepponeerde ongeleegendhee¬ ten den 104. synde 't fregual de komende omstandig„ heeden naar mosambie„ que bestemd om aldaar slaven in te handelen. - en aan den Cap:n du minij toe sodanige plaatsen aan te doen als hij best sal oordeelen. — „den sig bevinden mogt, deselve Exere „ditie ook tot nut van dat schip sal mogen strecken, welke onse voorz hier omtrend genoomene maate„ gulen vertrouwen dat de geEerde Approbatie van uwe wel Edele Hoog Agtb: erlangen mogen. — Gelijk nuso als wij d' Eeren hebben len onse Intentie met relatie tot 't fregualde Meermin is geweest om hetselve na omstan „digheeden der saaken waar in zig de voorsz: agterblijvende scheepen of een derselve soude bevinden meermij na voor „ gehad hiervoren reeds aan te haar de vrijheid gelaaten daar „ verlaatende op de ervarendheid even en inselver voegen als bij de afzending van't freguat jJagtn rust in den Iaare 1779 ter opspeu„ ringe van 't schip de Venus heeft plaats gehad, als dan van RiodeLagea of Madagas„ „car ter inhandeling van slaven naar Mosambicque te laten voortsteevenen; hebben wij ons van den Capitain van het meern: fregual de Meermin Francois die Minij aan denselven bij de desweegens geformeerde apar¬ te Instructien die wij d'eere hebben Uwe wel Edele Hoog Agtb: even insgelijx 6 1105. Verschijning in de Baaij als der neevens gem: scheepen.— insgelijx neevens deesen in Copia aante bieden:/ de vrijheid gelaa„ ten ten dien einde sodanige plaet„ sen aan te doen, als hij daartoe best soude oordeelen, en gebruijk te maaken van't arrangement ten deesen opsigte op sijn vorige togt met de Portugeese Gouver„ „neurs te Mosambicque ge„ noomen om sig direct derwaerds te begeeven en den handel 't zij op die plaats self, dan wel van daar elders op de Cust van Afri„ „ca alwaar 't beste zoort van slaaven te bekoomen zijn, te di¬ rigeeren. — Terwijl behalven diverse ginder gewilde goederen aan voormelde Capitain du Minij nog zijn meede gegeeven een montant van 12154: p:s mexicanen tot den slaaven handel en 500 stucken van die„ zelfde munt tot 't incopen van rijst invoegen 't gantsche Car„ guasoen de Somma van ƒ46212:5:8 „komt te bedragen. — Wijders sijn op den 14: der drie Engelsse konings Jongst voorgaande maand Julij in de Baaij Fals verscheenen drie Engelsche Konings scheepen namentlijk.— Thedefence met 74: s1: Canon en 600 Coppen Terwijl verte 106. Sullende alle mogelij„ aangewend tot der sel„ „verspoedig vertrek van hier om reeden als nee„ vensgemeld. arrivement in Voorm:bagij dier natie The segot the bagle met 64: s1: Canon en 500 Coppen the Worchester „ 64„ _o „ 500 — _o welke sterkte der Equipagie gesteld is naar de daar van gedane opga„ „ve, schoon men van ter zijden ge„ informeerd is, dat deselve op den drie scheepen te samen in ruijm 1800 Coppen soude bestaan, sijnde deese scheepen op den 12 maij pass=o van Madras vertrocken onder„ 't Commandeurschap van den Capi„ „tain Mitchell, die zig op the De„ fence bevind, deselve staan bin„ „nen weinige dagen na deese over Caabsse rheede te koomen ten ainde„ de nodige Provisien voor de ver„ deze rheise naar Europa in ten neemen; terwijl alle mogelijken ke pogingen werden Pogingen sullen werden aange„ werd om mits d'aanhoudende duurte der Leevensmiddelen en dat ook de komst van 's Lands Esquader uit Indiën werd te ge„ moed gezien, deselve tot een Spoe„ dig vertrek te disponeeren. Op den 8 Iulij Jongstleeden sals van 't Comp: schip meede in voors: Baaij Fals ver„ „scheenen zijnde, 't Engels comp: schip the Pigot vinden wij ons verpligt Uwe wel Edelen Hoog Agtb: ten opsigte van dien Bodem naar verschuldigt, „deren „heid
English
that a certain ship has lain on these coasts in the so-called Kromme River Bay, and to report that the same, according to the statement of Captain Morgan commanding thereon, having departed on 2 February of this year from Madras and being destined for England, through lack of drinking water and having contracted manifold sick both among the crew and the invalids placed on the aforementioned vessel, had found themselves compelled to put in at these coasts. That hereupon, on date 7 May, they had anchored before an inlet where a certain river, named the Kromme River, discharges into the sea and is therefore here in this country named the Kromme River Bay, this inlet being situated fully 160 hours' travel from here and known on the charts under the name of St. Francis Bay. That, after having spoken with one of our inhabitants residing there, they had sent their sick, to the number of fully one hundred persons, ashore, though not without danger to life because of the heavy swells, and had remained there until the 30th of the aforementioned month of May, and in the meantime had been abundantly provided with all provisions, whereby their aforesaid sick, having also fully recovered, had returned on board ship. And from which ship the aforementioned Colonel Dalrymple, alongside his family, has come overland from there hither. That furthermore on the mentioned ship was a certain English Colonel in the King's service named Dalrymple, who, as he has purported, partly out of a desire to see the country and partly because of an arisen misunderstanding between him and the Captain, had resolved to come hither overland, as he then also arrived here, alongside his family and domestics, with some wagons hired from our aforesaid inhabitants residing there; the said Colonel Dalrymple being closely related to the person who, through the discoveries made by him and the published charts of the Indian seas and coasts, has generally made himself very famous, but will probably also have become not unknown there through other enterprises in the Indies. Reasons why it has been deemed of the utmost importance to place military detachments in the bays mentioned on the side, and to that end to increase the garrison here with another 100 soldiers. Although now already for many years past, in the Mossel Bay situated far from here, as well as in the Bay of Algoa lying yet 40 miles further eastward, stones with the Company's mark have been erected as a token of our possession there, and one has not neglected to observe the same during the recently undertaken survey of the Plettenberg Bay situated in between, known on the old charts by the name of Bay Content, we have nevertheless, especially in the present juncture of times, deemed it of the utmost importance to place sufficient military detachments in the aforesaid Mossel, Plettenberg, St. Francis, and Algoa Bays, and to that end have had to take the resolution to increase the garrison here with another one hundred men, and therewith to make a beginning with the retention of the military personnel who have been found among the convalescents here, which resolution taken by us we hope and trust will carry the honored approbation of Your Right Honourable Nobles. Notification of our resolution to have the vacant office of the Independent Fiscal served ad interim by the adjunct. And as we also have had the honor, by our aforementioned humble letters of 26 May last, to advise Your Right Honourable Nobles of the decease of the Senior Merchant and Independent Fiscal of this government, Master Jan Jacob Serrurier, and that we would not fail to issue the requisite orders concerning the provisional execution of the office of fiscal, we shall to that end now have the honor further to report that, considering the short time that the office of fiscal is to remain vacant and in order to proceed in that regard with the least circumstance, we have therefore in our meeting of 17 June last taken the resolution, in the same manner and on the like footing as occurred in the year 1766 upon the accession of the then Independent Fiscal Jan Willem Cloppenburg as second-in-command here, to have the office of fiscal served ad interim by the bookkeeper and adjunct fiscal, Gabriel Peter. And for what reasons the junior merchant Oloff Godlieb de Wet has been adjoined to the below-mentioned secretary in his just-mentioned office, who is at the same time appointed as fellow member of our assembly. We take furthermore the liberty to inform Your Right Honourable Nobles that the advancing years and the weak condition in which the undersigned Merchant and Secretary, as well as fellow member of our assembly, Oloff Martini Bergh, has already found himself for a considerable time, having brought about the unavoidable necessity to add a capable assistant to him in his weighty office in consideration of his forty-eight years of faithful service to the Honorable Company, we have therefore, on the proposal of the cosigning Governor, under Your Right Honourable Nobles' favorable approbation, appointed the Junior Merchant and Storekeeper Oloff Godlieb de Wet to function provisionally as assistant to the said Bergh in the service as Secretary to this Council, and in time, upon the vacating of that office by the same Bergh or otherwise falling open, to occupy the same effectively, just as the said De Wet, under the same high approval, is thereby also appointed as a fellow member of our assembly.
Dutch transcription
107. dat eenige op deese Cus„ „ten in desigenaamde heeft geleegen. heid te berigten dat het selve volgens d' opgave van den daarop Commandeeren¬ „den Capitain Morgan den 2 febr: deese Iaars van Madrass vertrocken en naar Engeland gedestineerd zijnde, mits gebrek aan drinkwaater en de meenig„ vuldige zieken so onder d' Equira gie als de opged„e Bodem geplaetse Invalides bekoomen, zig genood„ „saakt hadden gevonden deese Custen te moeten aandoen. dat zij hierop in dato 7 maij krommen Riviersbaaij voor een inham alwaar sig see„ „kere Rivier, de Kromme Rivier genaamd in zee ontlost en over„ sulx hier te Lande de kromme ri„ kkers Baaij genaamd, waaren ten anker gegaan, zijnde deezen inham ruijm 160 uuren gaans van hier geleegen en bij de Paar„ „ten onder de naam van S:t fran„ „ciscus Baaij bekend. — dat zij na met een onser al¬ daar woonende Ingeseetenen gesprooken te hebben hunne zie, ken ten getalen van ruijm hondert stux, egter niet sonder Leevens gevaar ter oorsaake der sware deijningen aan Land geson„ „den hebbende aldaar tot den 30: genaamd der 108 en van welk schip den nee„ „rimpele neevens zijne familie over Land van „gekoomen. der voorp: maand Maij hadden Vertoeft en inmiddels van alle Leevensmiddelen abundanten lijk waaren voorsien geworden, waar door hunne voorsz: zieken dan ook ten vollen hersteld, waren t' scheep gekoomen. — dat zig wijders op 't gementio„ „vens gem: Collonel dal„neer de schip heeft bevonden seeke„ daar herwaards sijn op„ „re Engelsse Collonel in's konings dienst genaamd Dalrijmple die gelijk hij heeft voorgegeeven ten deele uit begeerte om 't Land te besien en deels mits een ge„ „reesen misverstand tusschen hem en den Capitain te raden was geworden over Land herwaerds op te koomen, gelijk hij dan ook neevens Zijn Familie en Do¬ „mesticquen met eenige van onse voorsz: aldaar woonende Inge¬ seetenen gehuurde wagens alhier is gearriveert, zijnde ged: Collo¬ nel Dalrijmple navermaegd, schapt aan den geenen, die door desselfs gedane Ontdeckingen en uijtgegeevene Caarten der Jndische zeëen en Custen sig in't algemeen seer berugs ge„ maakt, dog waarschijnlijk ook door anderen onderneemingen in Indiën aldaar niet onbekend geworden sal 1169 Reedene waarom men wigt heeft geoordeelde in de besiden gemelde „chementen te leggen. en ten dieneinde 't guarni Zoldaaten te vermeerderen sal sijn Hoezeer nu bereids seedert veele van 't aller uiterste ge Jaaren herwaards in de wijd van baaijen militaire deta hier geleegene masselbaaij, mitsg=s in de nog 40 mijlen verder Oostwaerds leggende Baaij a lagoa ten tee „ken onser Possessie aldaar zijn op geregt steenen met 's Comp„s merk, en dat men niet heeft ver„ „suimd, hetselve meede te doen in agtneemen bij de onlangs ge„ dane opneeming der tusschen beijden Leggende Plettenbergs Baaij bij de oude baarten met de naam van Baaij Content bekend, hebben wij 't egter van het uiterste gewigt, vooral in de presente Conjuncture van tijden geoordeeld, om in Voorsz: Massel= C Plettenbergs, = S=t franciscus en ala Goa Baaijen, Sufficiën, te militairen detachementen te leggen en ten dien einde 't besluit „soen alhier met nog 100' moeten neemen 't guarnisoen al„ „hier met nog Een Hondert man„ „nen te vermeerderen en daar„ meede een begin te maaken met 't aanhouden der Militairen dewelke sig onder de reconva„ „lescenten alhier hebben bevon„ „den welk door ons genoomen Besluit wij hopen en Vertrouwen, het de : 140 kennisgeeving van ons besluijt om 't Vacante door den adjunct te lasten bedienen. de g'Eerde approbatie van Uwe wel Edele Hoog Agtb: te sullen wegdragen. — En gelijk wij meede d' Eeren hebben fiscollaat pro interim gehad, bij onse hier voren gem: onder„ danige Letteren van den 26 maij Laatstleeden Uwe wel Edele Hoog Agtb: t'adviseeren 't over lijden van den oppercoopman en Jndependent fiscaal deeses Gou„ vernements M:r Ian Iacob Serrurier en dat wij niet in gebreeken souden blijven omtrend de provisioneele Waarneeming van 't fiscalaat de verEijschte ordren te stellen, sullen wij ten dien einden thans d' Eere hebben nader te mel¬ „den dat gemerkt den korten tijd dat 't fiscalaat staat Vacant te blijven en omme daar omtrend met den min„ sten omslag te werk te gaan derhal„ „ven in onse Vergadering van den 17: Junij Iongstleeden het besluit hebben genoomen inselvervoegen en opgelijker voet als sulx in den Jare 1766: bij optreedinge van den doenmaaligen Indepen„ „dent Fiscaal Ian Willem Cloppenburg als secunde alhier is geschied, 't fiscalaat prointe„ „rin te laten bedienen door den Boekhouder en Adjunct fis„ thans „caal: 111. „caal Gabriel Peter. — en om welke Reedenen den in zijnen evengem:etiens is geadjungeerd den on„ „lieb de wet. die teffens tot meede Lids aangesteld Wij neemen al verder de vrij Ondergez: secretaris berigheid Uwe wel Edele Hoog Agtb „dercoopman oloff god, te berigten dat de toeneemende Iaa„ ren en den swacken toestand waa „inne den Onderget: Coopman en Secretaris, mitsgaders meede Lidt onser vergadering Olotf Martini Bergh zig reeds een geruimen tijd heeft komen te bevinden de onvermijdelijken noodsaakelijkhei meede gebragt hebbende om den„ selven in sijn swaarwigtig ampt ter Consideratie van zijne agsen onser vergadering is veertig Iarigen trouwe dienst bij d' E: Comp: een bequame hulpe toe te voegen wij dierhalven op de voordragte van den meede ge„ „teekende Gouverneur onder Uwer wel Edele Hoog Agtb: gunstige ap„ probatie den ondercoopman en Pakhuijsmeester Oloff godlieb de wet hebben aangesteld om pro„ „visioneel tot hulpe van ged=e Bergh in den dienst als Selve„ taris bij deesen Raade te fungee„ „ren en in der tijd bij 't verlaaten van dat Ampt door denselven Bergh ofte andersints open„ vallende 't selve effective te be„ kleeden gelijk gem: de wel onderde„ selve hoge welduijding ook daarbij toe tot E
English
112 Discharge of the Shopkeeper Van Oudshoorn from that office and appointment of the assistant Bergh to Shopkeeper, with the rank of Junior Merchant, and Bletterman to Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein instead of the deceased Rijneveld. Transmitting petitions of De Wet, Bergh, and Bletterman. Likewise of the bookkeeper to be chosen as a fellow member of our assembly. And whereas, upon the request made by the Junior Merchant and Shopkeeper Barend Hendrik van Reede van Oudshoorn, his discharge from the service of the Honorable Company has been granted to him, in order to repatriate from here at the beginning of the coming year, there has been appointed in his place as Shopkeeper, with the status of Bookkeeper, an increase of salary to 30 guilders per month, and the rank of Junior Merchant, the assistant Egbertus Bergh, who has served at the Political Secretariat; likewise, through the death of the Junior Merchant Daniel van Rijneveld, his office of Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein having fallen vacant, we have invested therewith the Bookkeeper and Sworn Clerk at the Judicial Secretariat, Hendrik Lodewijk Bletterman, also with the rank of Junior Merchant, hoping that these appointments may also meet with your Right Honorable Worships' approval. And since permission has been requested of us by the said Oloff Godlieb de Wet, Egbertus Bergh, and Hendrik Lodewijk Bletterman to present their annexed petitions 113 wherein the first-named requests the status and salary as that of Merchant, and the other two that of Junior Merchants, whereupon your Right Honorable Worships are most respectfully requested to grant favorable consideration. What one further takes the liberty to propose regarding Landdrost Bletterman. petitions to your Right Honorable Worships, in which they humbly request, through the favorable goodness of your Right Honorable Worships, to be appointed and favored, the first, following the example of his predecessors who, during their tenure as warehouse merchant and other masters, were also members of this assembly, to the status and salary of Merchant, and both the others, likewise as their predecessors in office, to the status and salary of Junior Merchant, we have not only granted this to them, but take the liberty beyond that most respectfully to request that it may please your Right Honorable Worships to give favorable consideration to their petitions, and this in consideration of the faithfulness and zeal with which the said De Wet has served the Honorable Company for many consecutive years in the positions respectively held by him, and that the other two alongside him also give much satisfaction in their present functions; yet, because we thought we should present the aforementioned request from the petition of Landdrost Bletterman precisely as it is phrased, we merely take the liberty humbly to request therewith that Your Right Honorable Worships, in the disposition regarding the rank arrangement of the burgher officers, taking regard of the considerations supplied thereabout to your esteemed selves with our respectful letter dated 30 June of the preceding 114 Notification regarding our decision to appoint some cadets to the artillery. preceding year, may also be pleased to dispose as favorably toward him, the Landdrost, with respect to status as your high wisdom shall deem proper. The undersigned Governor having brought to the consideration of our meeting of the 13th of the more-mentioned last preceding month of July, that by your Right Honorable Worships on the date of 3 May of the past year 1784, among others, a resolution was adopted on the following point, namely: that it had repeatedly appeared that there was a lack in the Indies of people properly experienced in engineering work; that a similar and perhaps even greater deficiency existed there regarding the artillery service, and that experience showed how difficult it was to provide for those deficiencies when the people for engineering and artillery had to be sent directly from Europe; that regarding the aforesaid point, it would be better fulfilled if arrangements were made at the Cape to successively provide some people with the necessary instruction in the required sciences under the direction of the Director of Fortifications and Chief of Artillery Gilquin, and further to train them for engineering and artillery work to be employed in the Indies; that furthermore, it had been approved by Your Right Honorable Worships in that respect to charge him, the Governor, by the aforesaid Resolution, to examine and consider, having arrived here at the Cape of Good Hope, what arrangements should be made there to achieve the purpose in this matter, and to serve your esteemed selves with advice thereabout; that he, the Governor, in order to fulfill the aforesaid highly honored orders and wholesome objective in this matter, had immediately after his arrival here spoken on the same point with the Director of Fortifications Gilquin, and had conferred with him on a draft or plan whereby, in the view of his Honor and the said Director Gilquin, the pleasure of your 115 Worships could best be met.
Dutch transcription
112 ontslag van de Win„ „kelier van ouds ning. en aanstelling van den tot Winkelier overgaande requesten van Bergh en Bletterman. — mitsg=s van den boekhouder „drost van Stellenbosch van den overleedenen Rijneveld. tot meede Lidt onser vergadering verkoren is. En dewijl meede op gedaan versoek van hoorn van die bedie den ondercoopman en Winkelier Barend Hendrik van Reede van oudshoon desselfs ontslag uit den dienst den E: Comp: aan hem is geaccordeerd, ten einde in't begin des aanstaanden Jaars behoudens qualiteid en gagie weederom tot Winkelier met de adsistend Bergh qualiteid van Boekhouder onder verhoging van gagie à ƒ30 76. maend en den rang van onder„ „coopman aangesteld den terpo„ „liticque Secretarijen dienst gedaan van hier te repatrieeren is in dies plaetsen Bletterman tot Land der coopman hopende dat ook deese aan hebbenden adsistend Egbert as Beogh insgelijx door 't overlyden van den onder coopman Daniel van Rijneveld desselfs ampt van Landdrost van Stellen, bosch en Drakenstein zynde komen oppen te vallen hebben wij daarmeede bekleed den Boekhouder en gesworen Clercq ter Justitieele Secretarije Hendrik Lodewijk Bletterman meede met de rang van on„ en Drakenstein in steede stellingen uwer wel Edele Hooe Agtb: goedkeuring wegdragen mogen. — En nadien door gem: Oloff Godlieb den Wet, Edbertus Bergh en Hendrik de wet en die van gemaen Lodewijk Bletterman aan ons permissie is versogt, om derselver neevens gevoegde re„ hebbende questen 113. waarbij eerstgem versoekt de qualiteid en gagie als die van onder Coopstiedh. waarop uwe wel Edele Hoog Agtb: Eerbiedigst werden „ie te willen te laan. wat men ten belange van Landdross Bletterma verder de Vrijheid neemd voor te draagen. questen aan uwe wel Edele Hoog Agtb te mogen presenteeren waarbij onderelanigs zijn versoekende door de gunstige goedheid uwer wel Edele Hoog Agtb: te mogen werden aangesteld en gefavoriseerd den eersten met op 't voorbeeld van desselfs gere„ „decesseuren die bij de bediening van pakhuijs coopman en de thiepe andere meester teffens Leeden deeser vergadering sijn geweest tot de qualiteid en gagie van Coop„ man en de beide anderen meede gelijk der „selver ampts voorgangers tot de qualiteid en gagie van onder Coopman hebben wij sulx niet alleen aan deselve geaccordeerd maar versogt gunstige reclev„n neemen daar en boven de vrijheid op 't Eerbie digst te versoeken, dat 't uwe wel Edele Hoog Agtb behagen moge op der eluver teguae„ „ten gunstigie reflexie te Claan ende sulx Consideratie van de Trouwe en ijer waermeede gem: de wet veele Jaaren agter een in de bij hem respectivelijk bekleede Emploije, d'EComp: heeft gediend en dat ook de beide ande„ ren neevens hem in derselver teegenswoor „dige functie veel genoegen zijn, geevende dan dewijl wij hebben gemeend het 't voorsz: versoek van den request van den Landdrost bletterman Joda nig te moeten voordragen als deselve is ver„ vattende neemen wij alleen de vrijheid daar„ bij onderdanigstte versoeken, dat Uwewee Edele Hoog Agtb: in de dispositie op de lang schicking der burger officieren reguard neemende op de Consideratie daaromtrend bij onse Eerbiedige van dato 30 Junij des voorleeden „ten 114 kennis geeving nopens ons besluit om eenige en geniet Voorl: Jaers aan hoogst deselve ge suppediteerd„ ook ten opsigte der qualiteid hem Landdrost Sodanig favorabel gelieven te disponee ren als na derselver loge wysheid ver„ meenen sullen te behooren. Den onderget: Gouverneur in Craets bij d'anthillen onse vergadering van den 13 der meer„ „gemelde Laatst voorleedene maend Julij ter overweeging gebragt heb„ benden dat bij uwe wel Edele Hoog Agtb: in dato 3 Maij des gepasseerden Iaars 1784 on„ der anderen op het volgende point resolutie was genomen namentlijk dat te meermaalen gebleeken was 't gebrek dat men in Indiën had aan Lieden in't werk van de gjenie behoorlijk ervaaren. — dat een gelijk en mogelijk nog groter gebrek aldaar plaets had omtrend het Arthillerie weesen en dat d'ondervinding toonde, hoe moeijelyk het was in die gebreeken te voorzien, wanneer de Lieden voor de Penie en Ar„ „thillerie direct uit Europa moes„ „ten gesonden worden. dat omtrend het voorsz: point beeter soude werden voldaan wanneer aan de Caab Schickingen gemaekt wierden om successive eenige Lie„ „den in de verEischte weetenschap had pen 145 pen onder de directien van den Di„ recteur der fortificatien en bretf van d' Arthillerie Silquen 't nodige onder¬ „wijs te doen erlangen en deselve voorts tot het werk der genie en ar„ „thillerien aan te brengen om in de Indien te kunnen werden g'Em„ plaijeerd: dat al verder, door Uwe welEde„ le Hoog Agtb: ten dien opsigten goedgevonden was, hem Heeren gou„ verneur, bij voorsz: Resolutie te gelasten om alhier aan de Caab de goede Hoop gearriveerd zijn„ de na te gaan en te overweegen welke schickingen aldaar soude behooren te werden gemaakt ter bereiking van 't oogmerk in deesen en hoogst deselve daar omtrend te dienen van advijs. — dat hij Gouverneur om aan't voorp: hoog geEerd bevelen heijl„ saam oogmerk ten deesen te vol„ doen, dadelijk naar desselfs aan„ komet alhier, omtrend hetselve poinct, met den directeur der Fortificatien Gelquin gesproken en met denselven overleg had ge„ maakt, tot een ontwerp of plax„ waar door na het inzien van zijn Edele en gezegde Directeur Gil„ quin best aan het goedvinden van behooren Uwe 1
English
as well as in the militia, Your Right Honorable Worships could be satisfied, just as they would then have the honor to submit that plan to you as soon as possible: that the aforementioned resolution was likewise communicated by him, the Governor, to the head of the militia of this Government serving here, Colonel Gordon, and his thoughts having been gathered on the matter, he, the Governor, thought he ought to propose to us, in order provisionally to lay a foundation for the aforementioned plan, since among the national troops of the Honorable Company in this country there was no basis to train and nurture young men of good families in the first principles of military service, whether one might not think fit to take a decision to have enlisted in the service of the Honorable Company, as opportunity might arise, both in the corps of the also undersigned Colonel Gordon, over and above the fixed number of men of the same, two to three cadets per company, and in the artillery corps provisionally in total four to six cadets, whose pay, for reasons noted alongside, has been set at 20 guilders per month; but since it would be impossible that they could find a decent living from the pay of a private soldier, and also in order to be able to fulfill the aforementioned objective, he, the Governor, then also proposed to fix the pay of the said cadets at 20 guilders per month. That, considering one could certainly expect to find among those young men some who will make a request to be trained for the service of the artillery and engineers, this arrangement would thus provide a nursery to be able all the better to satisfy the aforementioned objective of Your Right Honorable Worships, so that not only capable officers for both the aforementioned military sciences, but also, through the instruction that ought to be given to all of them, very capable officers for the infantry would be obtained from it for the Company's service. Whereupon, all the said being taken into consideration, on the one hand the necessity to awaken a proper emulation among the officers, and on the other hand that such a number of cadets in the mentioned departments would in the future remove the circumstance in which one has otherwise found oneself of having to restrict oneself to non-commissioned officers in appointing officers, we have, in the hope that the same may meet with Your Right Honorable Worships' approval, decided to appoint the proposed number of cadets in the manner as stated above at the first opportunity that presents itself, and to train those young men in the military sciences for the formation of capable subjects. By the existing necessity which the undersigned Governor has pointed out to us, having been indispensably compelled, both for directing the highly necessary fortifications still to be constructed in the course of time and maintaining those that must remain in existence here, as well as for manning the batteries, to add and appoint another two officers to the Engineers and an augmentation of one hundred men along with two officers and the necessary non-commissioned officers to the Artillery, we have, since in the present critical circumstances time would not permit awaiting beforehand Your Right Honorable Worships' orders in that respect, had to proceed to appoint: As Lieutenant Engineer, with a monthly pay of ƒ50, Lieutenant Louis Michiel Thibault, serving under the Swiss Regiment de Meuron, who, upon the request of him, the Governor, was discharged from the regiment by Colonel Meuron solely for the greater benefit of the Honorable Company, under the testimony of praiseworthy conduct. As Extraordinary Engineer, with an increase of pay to ƒ40 per month, the Gunner Dominicus Michaels Barbier, and which two officers, besides the service in directing the fortifications, can also be employed for the benefit of the aforementioned military nursery. Furthermore, as Extraordinary Fireworks Masters with ƒ30 per month, the Land Surveyor Jacob Gerhard Johan van Hasselt, who remained here from the ship 't Zeepaard due to indisposition, and the Gunner Christiaan Kumpfes. And it was likewise resolved that the said augmentation of one hundred men, along with the non-commissioned officers to be promoted thereto in the Artillery Corps, shall take place successively from the convalescents in the hospital. On which occasion also the Extraordinary Lieutenant Engineer Pieter Cloete, on account of the impending expiration of his contracted term and because he has discharged the service satisfactorily, has been promoted to Lieutenant Engineer with ƒ50 per month. We flatter ourselves that Your Right Honorable Worships will be pleased to take into consideration, under whose Right Honorable approval this has taken place, that however much one tries to save all unnecessary expenses for the Honorable Company, the preservation of this possession nevertheless requires the said promotion and augmentation, along with the measures previously reported.
Dutch transcription
116 mitsg=s bij de militie men Uwe wel Edele Hoog Agtb: soude kunnen werden voldaan so als zij dan d' Eere souden hebben dat planso dra mogelijk aan hoogs deselve over te leggen: dat 't voorp: geresolveerde door hem Gouverneur insgelijx aan't alhier in dienstte ne Hoofd der militie deeses Gouver„ nements den Collonel Gordon gecommuniceerd en Sijne gedagten daar omtrend ingenomen zijnde, hij Gouverneur vermeinde om pro„ „visioneel een grondslag tot het Voorp: plan te leggen aan ons te moeten voordraagen om door dien „er bij de nationale Troupes van d' E: Comp:e hier te lande geen voet was, om Jonge Lieden van goede huijzen tot de Eerste Principes van den militairen dienst op te lijden en aan te queeken, of men niet soude kunnen goedvinden een besluit te neemen om so wel bij het Corps van den meede onderget: Collonel Pordon boven 't gefisceerd getal van Manschappen van't selve Twee a drie Cadets per Compagnie en bij het Corps arthillerie provisioneel in's geheel vier à zes Cadets, wan„ „neer sig daartoe geleegendheid soude voordoen in den dienst der E: d'E: Comp. 117 welkens soldijen om reedenen als neevens„ ts bepaald geworden. Compagnie te doen Engageeren, „gem: op 20 p:s maend dog dewijl het onmogelijk soude weesen dat deselve uijt de soldije van den soldaat en ook om aan 't hiervoren gem: oogmerk te kun„ nen voldoen een ordentelijk beestaen konden vinden, hij Gouverneur dan ook quam voor te slaan om de soldijen van gedagte Cadets op 20 guldens p6: maand te bepaalen. — dat gemerkt men seeker verwag„ „ten konden onder die Jonge Lieden te sullen aantreffen eenige die om tot den dienst der arthillerie en genie te mogen werden opge¬ „leid versoek, doen sullen deese Waarop neevens al 't gezegde in overweeging genomen zijnde, schicking dus daartoe een pe„ „pinieren opleeveren Soude om aan het bovengem: oogmerk van Uwe wel Edele Hoog Agtb: des te beeter te kunnen Voldoen, ten einde niet alleen bequaame Officieren voor beide de meergem. krijpskundige weetenschappen 1 maar door 't onderwijs dat aan alle deese soude behooren te werden gegeeven, daar uijt ook seer be„ „quame Officieren bij d' Infanterien voor 's Comp: dienst bekomen werden soude. schicking. aan 118. aanstelling van eenige „thillerie. aan den eenen kant de noodsaake „lijkheid om een behoorlijke emula„ „tie onder d'officieren te verwecken en aan d'andere zijde, dat een Sodanig getal Eadels bij de aar„ „gehaalde Departementen in't ver„ volg s oude ontruijmen domstan„ digheid waarin men andersints heeft geverseerd om in't benoemen van officieren zig te bepaalen tot de onder officieren hebben wij in hope dat het selve Uwer wel Edele Hoog Agtb: approbatie sal mogen wegdragen beslooten 't geproponeerde getal Cadets indiervoegen als hier boven is ge„ Door de existeerende noodsake, officieren bi 't Corpes dar„lijkheid die den ondergez: gouver„ „neur ons heeft doen opmerken, in„ dispensabel gedrongen geworden zijnde, om so tot het dirigeeren der bij vervolg van tijd nog aante leggene hoogst nodige Vesting „werken en het onderhouden van de geene die alhier in weesen blijven moeten, als tot het besetten der bat„ zegd bij eerst voorkoomende ge„ „leegendheid aan te stellen en desel„ ve Ionge Lieden in de militaire weetenschappen op te leijden tot 't formeeren van bequame subjecten zegd „terijen 1719 „terijen, nog Twee officieren bij de Genie en een Augmentatie van Een Pon„ „dert man meede neevens Twee offi„ „cieren en de nodige Onder officieren bij de Arthillerie te voegen en aan te stellen, hebben wij daar in de teegen woordige Criticque omstandighee„ den de tijd niet heeft willen permit teeren alvorens uwer wel Edele Hoog Agtb: ordre ten dien op sigte af te wagten, moeten overgaan om aan te stellen Tot Lieutenant Ingenieur met een maandelijxseen gagie van ƒ50 den onder 't switserse Regiment van Meuron dienende Lieuten nant Louis Michiel Thibaulz. die op aansoek van hem Gouverneur door den Collonel Meuron alleen om het meerdere nut voor d' E: Comp: daartoe onder 't getuijgenis van een prijswaardig gedrag uit het re„ giment is ontslagen. — Tot Extra ordinaire Jngenieur met vermeerdering van gagie tot ƒ40. 's maands den Constapel Domini„ cus Michaels Barbier en welke Twee officieren ook be„ „halven den dienst bij het dirigee„ ren der Vesting werken ten nutte van het bovengem: Militairen queekschoon sullen kunnen werden g' Engploijeerd — nant. voorts 120. met de Reedenen waarop sulx Voorts tot Extra ordinaire Vuur, werkers met ƒ 30 peer maand den van't schip 't Zeepaard bij indispo„ sitie alhier overgebleevenen Land„ meeter Iacob Gerhard Iohan van Hasselt en den Constapel Christiaan Kumpfes. — mitsgaders beslooten aan de gesegde onder uwer wel Edele Hoog augmentatie van Een Hondert man neevens de daartoe te avan„ „ceerene onder officieren bij 't Corps Arthillerie successivelijk uit de Beconvalescenten ten Hospitale te doen geschieden. — Bij welke geleegendheid meede den Extraordinairen Lieutenant Jngenieur Pieter Cloete mits de op handen Sijnde Expiratie van Sijn verbonden tijd en dat de¬ dienst tot genoegen waargenoo„ men heeft bevorderd is tot Lieuten, nant Ingenieur met ƒ50 smd:n Wij Vlijen ons dat uwe wee„ Agtb: approbatie is gechiede Edele Hoog Agtb: in aanmerkin„ gesullen gelieven te neemen dat hoe seer men ook alle onnodige kosten voor d' E Comp: tragt te be„ Spaaren de Consenvatie deeser possessie evenwel de gem: Promo tie en augmentatie neevens den bevorens reeds opgegeevene ge„ nomene mesures kom te vorderen Ingenieur en
English
Further resolution regarding the investigation conducted into the shipwreck of the Brederode. and that Your Right Honourable Worships for that reason might also be pleased to grant a favorable approval hereto, the more so because the two officers appointed to the engineering corps, as mentioned above, have been placed under the obligation to give the necessary instruction to the cadets in the military training school; and furthermore, if, regardless of the motives adduced here on the arrival of the Chinese return ship, it should please Your Right Honourable Worships to reduce such an increase of the garrison here again in due time, by Your Right Honourable Worships, then a useful service could be made both of the said officers and of the common artillerymen being trained in the meantime, for the Indies capital or Ceylon according to the plan intended for that purpose. Having also duty-bound brought to the knowledge of Your Right Honourable Worships in our above-mentioned previous respectful letter of 12 May of this year, that the senior merchant and Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier had been requested to make a careful the petty officers and common sailors being taken back into the Honourable Company's service. and as no action could be initiated by the pro interim Fiscal against the skipper and mates on that account. investigation into whether and to what extent any misconduct or neglect of duty might have taken place on the part of the ship's officers regarding the shipwreck of the vessel Brederode, it has since appeared from the sworn account given by the skipper and mates of that vessel concerning the accident that befell the said vessel, that none of the salvaged petty officers and common crewmen were imputed with any failing in duty or obedience in service, nor have any the least complaints been brought forward in that regard, for which reason the same salvaged petty officers and commoners have again been declared employable and accepted into the service of the Honourable Company for such wages as they had previously earned. And subsequently the pro interim Fiscal, who was put to work owing to the intervening death of the Independent Fiscal, also carried out the said investigation requested of that office concerning the conduct of the officers of the ship regarding the accident that befell the said vessel Brederode, having gathered for that purpose the advice and remarks of the maritime experts commissioned by us for that purpose, the Captain at Sea and Master Attendant Justinus van Gennep, and fellow Captains Jan Siereveld and Christiaan van Veerden, whose written opinion in the end contains that, all circumstances stated by the ship's officers in their sworn account being taken together, they unanimously maintain either that the ship, by the strong drift of the currents during the night, must have been set closer to the shore than could be surmised, or that if one wishes to follow the given bearing, then the southernmost shoal of Cape Agulhas or the reef situated there upon which the ship struck and was wrecked, must lie more easterly and southerly than is indicated on the chart: to which concurrent matters the said commissioners The skipper, chief mate, and second mate are permitted to depart for the Netherlands without earning wages, as bearers of this letter. then also believe that the shipwreck of that vessel can be attributed; and the pro interim Fiscal, in his report submitted on that matter, declared that he believed he could discern not the least signs of lack of seamanship and even less of any misconduct or neglect of duty on the part of the ship's officers, and therefore also could not, with the least semblance of foundation, initiate an action ex officio against the said officers; wherefore, in accordance with the order prescribed by the High Indies Government dated 30 November 1722 in such cases, we resolved to send the same ship's officers, consisting of the skipper Godlieb Muller, the chief mate Ary Simonse Koek, the second mate Hendrik Anthonij Stoete, and the third-watch officers Harmanus Barbier and Hendrik van Roijen, at the disposal of Your Right Honourable Worships, without earning wages, to the Netherlands; and the other two third-watch officers are to follow at the next opportunity, while the papers relating to the aforementioned investigation are attached hereto in copy. the three first-named having been granted, upon their request made for that purpose, permission to sail thither on the Prussian ship named in the heading, Les Quatre Frères; and upon their indicating their indigent condition, a sum of 40 rixdollars was issued to each from the Company's treasury here for board for the voyage, while the two third-watch officers are also to follow at the next opportunity; taking meanwhile the liberty to refer to the sworn account given by the ship's officers, the written report of the aforementioned commissioned maritime experts, and the two reports submitted in that regard by the pro interim Fiscal, all of which are attached hereto in copy for the further elucidation of Your Right Honourable Worships. Appearance in False Bay of the French King's ship La Résolution. On the 14th of this month, there also appeared in False Bay a French King's ship, La Résolution, commanded by Captain Recastaur, which departed from Brest on 13 May of this year with 54 guns and 350 souls, and within a few days is to continue its voyage from the said bay to the island of Mauritius.
Dutch transcription
121. nader besluit betreffen de het gedaan ondersoek nopens 't verongelucken Brederode. — en dat hoogst deselve uijt dien hoofde hier op wel meede eene gu¬ stige approbatie sullen gelieven ten verleenen te meer dewijl de twee bij de genie aangestelde officieren als boven onder de verpligting zijnde gebragt om de nodige Instructien aan de badets in de militairen queek„ school te geeven daar en boven wanneer onaangesien de hier toedoen van 't Chinaes Pretourschip „gende motiven 't uwe wel Edele Hoog Agtb: mogte behagen, eene sodanige vermeerderinge van 't guarnisoen alhier in der tijd weeder te doen bespaaren bij de hoogst deselven als dan so wel van de gem officieren als intusschen gedres„ seerd werdende gemeene Articl, leristen een nuttig gebruik sou„ „de kunnen werden gemaakt voor de Jndiase Hoofdplaatse of Cei„ lon volgens het daarheen strek kend Plan. - Bij onse Bovengem: voorgaen de Eerbiedige van den 12 Maij deeses Jaers Uwe wel Edele Hoog Agtb: almeede pligt„ schuldig ter kennisse gebragt hebbende dat aan den oppercoop„ man en Independent fiscaal mr Ian Iacob Serrurier was. gedemandeerd geworden naauw„ officieren keurig 122. sijnde d'onderofficieren en gemeene scheepelin „gen weederom in 's E: Comp:s dienst aangenoo„ men. — en nadien door den prointerin fiscaal geene actie dieswee en tstuurlieden heeft hun keurig ondersoek te doen of en in hoe verre omtrend het veronge„ lucken van het schip Bredenrod„ eenig wandevoir ofpligt versuim bij de scheeps overheeden mogt hebben plaats gehad is seedert uit 't door den schipper en Stuur„ lieden van dien Bodem gegeevenen bebeeligd Phelaas betrekfende het ongeval denselven Bodem overgekoomen gebleeken dat gee gens teegens den schipper nen der gesalveerde onder officie„ „ren en gemeene Scheepelingen eenig mancquement aan pligt„ of gehoorsaamheid in den dienst wierd g'imputeerd nog ook des„ weegens eenige de minste klag¬ „ten zijn voortgebragt waaromme dan ook deselve gecalveerde on„ „der officieren en gemeenen weeder„ om Emploiabel verclaard en in dienst den E: Comp: aangenoomen zijn voor sodanige gagie als zijl: bevorens gewonnen hebben gehad. En heeft ook Vervolgens den pro interim fiscaal, door wien nen werden g'entameerd. — mits 't tusschen beiden g'Exteerd overleiden van den Independent fiscaal te werk is gesteld, het gem: aan dat officie gedeman„ „deerd ondersoek omtrend 't gedrag weegens der 123. den scheeps overheeden belangend het ongeval 't selve schip Die denrode Overgekomen ten dien einde ingewonnen 't Advijs en remarquen van de daartoe door ons gecommitteerd geweest sijnde Zeekundigen, den Cap: ter Zee en Equipagiemeester Sustinus van Gennep en de meede Cap=n Jan Siereveld en Christiaan van veerden welkers in ge„ schrifte ingebragte gevoelen in het einde is behelsende dat zij alle door de Scheeps Overheeden bij derselver beEedigtrelaas opgegeevene Omstandigheeden te Amen genomen Eenpaarigt sustineeren of dat het schip door den sterke verleiding der Bromen in den nagt, nader dan men konden gissen na de wal moet zijn geset geweest of dat wanneer men de opgegeevene pijling wil volgen als dan de Zuijdelijkste droogte van Caab Anguillas ofte deal daar zijnde Klip waarop het schip heeft gesloten en veronge„ „lukt is, meer oostelijker en Zuijden lyker moet zijn geleegen, dan die in de Paart werd aangeweesen: aan welke t' zamen Lopende zal„ ken deselve Gecommitteerdens ten dan V 124. staan den schipper= opper„ winning van gagie ps bren„ ger deeses naar needer„ land te vertrecken: — dan ook vermeenen dat 't veron¬ gelucken van dat schip kan werden toegeschreeven; en heeft den pro interim fiscaal bij des„ selfs ten dien belange Angediend berigt gedeclareerd te vermenen mitsdien geene de minste tee„ „kenen van gebrek en Zeemanschap en nog minder van eenig wan„ „devoir ofte pligtversuijm van de kant den scheepsoverheeden te hebben kunnen ontwaaren, en daar om ook met geen de minsten schijn van fundament eene actie teegens deselve overheedens no„ mine officie te mogen entamee¬ „ren: weshalven wij in opvolgen en onderstuurman buiten de dat door de Hoge Indiase Regeering sub dato 30 novem„ ber 1722 in sodanige gevallen voorgeschreevene Ordre besloo¬ ten deselve scheeps overleeden, be„ staende in den schipper Godlieb Muller, den opperstuurman Ary simonse koek den onderstuur„ „man Hendrik Anthonij Stoete en de derdewaaks Harmanus Barbier en Hendrik van Roijen te dispositie van Uwe uwel Edele Hoog Agtb: buiten Winninge van gagie na Neeserland afte Schicken „en zijnde 125. en de andere tweederde waaks bijnaderen gelee„ verschijning in de Baaij als van 't frans Konings het vorengem ondersoek pieelijk slijn bij gevoegd. zijnde aan de drie Eerstgem: op der selver ten dien einde gedaan versoek toegestaan met het in den hoofde ge„ noemde Pruyssisch schip Les quatres Freres derwaards te mogen overvaaren: en op het teken„ „nen geeven van hunnen behoeftigen toestand tot kostgeld voor de rheise ieder een Somma van rd=s 40: uit 's Comp:s Cassa alhier afgegeeven Terwijl ook de Twee Derdewaeks gendheid meede ten volgen bij nadere geleegendheid staan te volgen, Intusschen de vrijheid neemende ons te refereeren aan het door de scheeps Overheeden ge„ geeven en beeedigd Relaas het schriftelijk Rapport der voor„ terwijl de papieren tot melde gecommitteerde Zeekun„ betrekkelijk deesen Co„ digen ende Twee berigten door den pro Interim Fiscaal ten dien belange ingediend, de welke alle tot uwer wel Edele Hoog Agtb: nadere Elucidatie Dee„ zen Copieelijk zijn bij gevoegd. Op den 14 deezer meede in de Baaijfals verscheenen zijnde het schip Le Resolutiten frans konings schip La resolutien gecommandeerd door den Capitai Recastaur 't welke den 13 mai deese Jaar met 54 st Canon en 350 Coppen, uit Bress is vertrocken en binnen wijnige dage, de reise uit de gem: Baaij na 't Eiland Mauritius schriftelijk staat.
English
126. In the Castle of Good Hope, Your Honorable and Right Honorable of 23 August 1785: to continue, the Captain informed us after a short stay on that Island that the destination is first to Ceilon and furthermore to other Indian regions. With which, ending this, we commend your Honorable, Highly Esteemed, much respected persons and the Company's important interests into the protection of the Almighty, remaining with due respect. Honorable, Valiant, Highly Esteemed, highly wise, provident, very generous, and Sovereign Gentlemen, J: Oorter O: M: Bergh Your humble, faithful, and obedient servants, CJ vande Graaff JHacker R: I: Gordon A: V: Schoop J: V: Le Sueur No. A. 127. Report given in the presence of the undersigned Commissioners from the Honorable Right Esteemed Council of Justice of this Government, and at the requisition of the Fiscal ad interim Sr. Gabriel Exter, by and on behalf of Johan Jacob Willem Baksman, Commander of the soldiers assigned to the Honorable Company's vessel 't Zeepaard, lying anchored at the roadstead of Baay Fals, of competent age, reading as follows: That the deponent, having sailed out to sea from Texel with his assigned vessel on 12 December of the past year, both in the beginning and during the entire voyage, indeed experienced that the Captain of the vessel, named Hendrik Swart, was of a very sullen, surly, and brutal nature, besides the fact that he excessively punished the slightest and most trivial faults in the strictest manner, of which it may serve as proof that a sailor died within nine days after receiving punishments, about which mistreatments, in general, everyone, except the 128 the ship's doctor, has continually complained: That furthermore, on the 30th of the recently passed month of April, a soldier named Jan Roodhart being busy in the forecastle washing some articles of clothing, a sailor named Bukman struck the said soldier in the face with a swab; the said soldier Roodhart having requested the sailor to cease doing so, the same struck him again with the swab before and in the face, which resulted in both coming to blows, and the said sailor came away from it bleeding; which bleeding was not caused by the striking of the aforesaid Roodhart, but rather because the same sailor, having fought between decks with another some days prior, had received a wound to the head from it, and a scab having grown upon that wound, the same was knocked off without knowledge or intention by the aforesaid soldier when he came to blows with the said sailor, and the bleeding of this man's head was caused thereby, as can and must be testified to by those who cut the sailor's hair to examine the wound, as well as others who were present there: That both the aforesaid persons Roodhart and Bukman, having been summoned on deck shortly thereafter by the Captain alongside two other sailors, which latter were to give testimony regarding the incident, of which both of the latter then also testified, the one sailor named Jan van der Meulen, that in case the soldier, the aforesaid Roodhart, did not wish to be beaten any longer, he indeed found himself compelled to defend himself; which was confirmed by the Carpenter Jacob, upon which testimonies the deponent, having approached the Captain and requested him to please inform himself of the circumstances and the true course of events before he proceeded to punishment; the Captain answered the deponent that it was his, and not the deponent's business, for the deponent was merely a Sergeant: That the Captain then immediately, having ordered the aforesaid soldier Roodhart stripped down to a linen waistcoat and shirt, caused sixty-six lashes to be given to him by two Corporals with ends of rope, under the threat that in case they would not strike hard, he would have them beaten by two quartermasters
Dutch transcription
126. Int Carsteel de goede Hoop, Uw welEdele leen Agtbler van den 23 Augustus 1785:— staat voort te zatten heeft den Capitain ons gecommuniceert na een kort verblijf op dat Eiland de destinatie eerste heb„ „benna Ceilon en voorts na andere Jn„ dische gewesten. — Waarmeede deesen eijndigende be„ veelen wij uwe wel Edele Hoog Agtbb: zeer geagte persoonen en s Comps importante belangen in de bescher„ minge des aller hoogsten blijvende met verschuldigde Eerbied. Wel Edele Erntfeste, Poog Agtb: Hoog wijse voorie nige, seer Genereuse en Hoog Gebiedende Heeren :J: Oorter O: M: Bergh moedige getrouwe en gehoorsame Dienaren CJ vande Graaff JHacker R: I: Gordon A: V: Schoop J: V: Se Sueur uwe — Wo. A. 127. belaas gegeven ten overstaan van de Ondergetde Gecomme. uit den E. Agtb: Raad van Justitie deeses Gouvernements ende ter re„ quisitie van den Prdinterim fiscaal Sr. Gabriel Ex. ter door ende van wegens Johan Jacob Willem Baksman Commandeur der soldaaten beschyden op 't terrheede van Baay Fals g'ankert leg¬ gende 's E Comp„s bodem 't Zeepaard, van competen„ ten ouderdom, luydende 't selve als volgd:— Dat den Relt. met zyn bescheyden bodem op den 12 Decbr. 't gepasseerden Jaars, uit Texel naar Zee gesteevend zynde, so in den beginne als geduurende de geheele reg se, wel heeft ondervonden, dat den Captn van den bodem, met name hendrik Swart seer stuurs nors en brutaal van aard kwam te zyn behalven dat denselven, buiten maate geringe en ligte fouten ten strengsten heeft doen straffen, waarvan tot een be wijs kan dienen dat een mattroos, bin= nen negen dagen tid, na ontvangene Straffen overleeden is, over welke mis¬ „handelingen, in't generaal, een yder, excep„ - - de 128 den scheeps doctor, zig by continuatie heeft beklaagd: Dat voorts op den 30 der even afgewee„ E kene maand April, een soldaat met name Jan Roodhart, voor de Bak besig geweest synde, eenige kleeding stucken te wasschen een mattroos gent. Bukman, denselven voorsz: soldaat met een swabber in't aangerigt had geslagen, voorsz. soldaat Roodhart den mattroos hebbende versogt sulx te willen nalaaten, heeft denselven hem andermaal met den Swabber voor en in't gesigt geslagen, 't welk van dat gevolg is geweest, dat deselve bey de handgemeen geworden synde, de voorsz: mattroos bebloed daar af ge„ komen is; welk bloeden niet door 't slaan van voorn. Roodhart is ver¬ oorsaakt, maar wel dat deselve mat„ „troos eenige dagen bevorens met een ander zig tusschen deks hebbende ge¬ slagen, daarvan eene wonde aan 't hoofd had bekomen, en op welke wonde een roof gegroeyd deselve door voorsz: sol¬ „daat; sonder weeten of opset, wanneer met gem: Mattroos handgemeen was, afgestooten en daar door 't bloeden van dies mans hoofd is veroorsaakt, so als hier van sullen kunnen en moe¬ ten getuigen, die dien mattroos 't haer hebben afgesneeden, om de wonde te visi„ teeren, als andere die daarby praesent ge¬ welkt zyn: — Dat deselve byde voorm. Personen rood¬ hart en Bukman wynige tyd daarna door den Capit=n op 't dek sijnde ontbooden nevens twee andere mattroosen; welk laatste ter sake van't voorgevallene getuigenis soude geven, van welk byde laatstgen. dan ook getuygd heeft, d' eene mattroos gend. Jan van der meulen, dat ingeval de soldaat voorm: Roodhart, niet langer wilde ge¬ slagen zyn, hy sig wel genoodsaakt vond, te moeten defendeeren; 't welk bewaarheyd is geworden door den Timmerman Jacob op welke getuygenissen den Relt. zig hebben¬ de vervoegd by den Capitn en aan denselven versogt, dat hy dog na d' omstandigheden en den waaren toedragt der zaak sig wil¬ „de informeeren, alvorens hy overging tot Straffen: den Capitn den Relt. g'antwoord had, dat het zyne, en niet des Relts. sake was, want den Relt. maar Sergeant kwam te zijn:— Dat den Capitn dan opstonds, de voorn: soldaat Roodhart tot op een linnen baaijtje en hembd hebbende doen ontklee= den, denselven daarop ses en sestig slagen, door twee Corporaals met enden touw had laten geven, onder bedryging, dat ingeval zy niet toeslaan wilde, hy hun door twee hebben Quar„
English
129 would have the quartermasters punish: — That the soldier, being no longer able to stand, the deponent had asked the captain whether he would not now also have the sailor punished, as the deponent, judging the soldier sufficiently innocent, believed that he had been punished enough; upon which the captain, having told the deponent to keep silent, the deponent had ordered the corporals not to strike any more, whereupon two quartermasters were called by the captain, who had to tie the aforementioned soldier Roodhart fast: — That the same Roodhart being thus tied fast, and the aforementioned two quartermasters being placed behind both corporals in order to beat them in case they did not strike to the satisfaction of the captain, the captain had ordered the deponent to go under arrest, and caused the aforesaid Roodhart to be given another two hundred and forty-four lashes, and thus in all, three hundred and ten lashes with a rope's end; while the deponent remained sitting under arrest in his cabin: — That the said Roodhart, being not only unable to walk or stand because of the multiple blows, having been dragged as well as led by four soldiers from the deck down into the waist under the half-deck, it had been said by the boatswain in a most unmerciful manner: there comes that beast, which ought to have been beaten to death: — That after receiving the blows, apparently out of fear of the consequences, a vein was opened in that soldier on up to two occasions, from which however no blood had flowed, but he continuously kept complaining of severe pain in the chest, while the sailor Bukman remained unpunished: — That the following day, or on the first of May, a ship's council was held and the deponent being summoned into the same, the deponent was condemned by a resolution taken therein to remain sitting under arrest until they should have arrived at this roadstead or place. — Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for knowledge as in the text, being prepared to maintain the same further. — Thus done at Cabo de Goede Hoop, the 21st of June 1785, before the Honorable Lodewik Christoph Warneik and Salomon van Echten, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute hereof along with the deponent and me, sworn clerk. Underneath stood: Which I witness. Was signed: H. L. Bletterman, sworn clerk. Agrees. M. Lorak, first clerk, subscribes. 130. For Justice. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the chief surgeon Bernardus Johannes Engelbert van Linge, assigned to the ship 'T Zeepaard, of competent age, who, at the requisition of the provisional Fiscal Mr. Gabriel Exter, declared it to be true: That when the Company's assigned vessel 'T Zeepaard was on the voyage hither, the second surgeon of the Company's vessel, on the 30th of April in the afternoon, between one and two o'clock, had reported to the deponent that a sailor by the name of Willem Bokman had been inflicted with a wound to the head by a soldier, which wound was then also dressed by the second surgeon in the presence of the deponent, it having been a heavily bleeding wound, such that the blood of that sailor streamed over his face; That in the same afternoon, around four o'clock, that soldier who was said to have inflicted the aforesaid wound on the said sailor was, by order of the captain, punished aft by two corporals, and thus was beaten with rope's ends, without knowing how many lashes he received, as the deponent was then busy with the dressing, and thus did not hear what occurred at that time, except only by hearsay; That the aforesaid punished soldier having gone below, the deponent immediately followed him and, having examined him, had ordered his second surgeon 131. to bleed that soldier, which had indeed been done, it being quite possible that the second surgeon, having obtained no blood, performed a second bleeding; the deponent having ordered the said second surgeon that that soldier had to use Semparentia daily, and furthermore had to be rubbed every day with spiritus vini camphoratus to promote the resolution; having directly ordered that soldier to perform his duty; That when the Company's assigned vessel had departed from England, and had been at sea for a few days, their vessel was overtaken by a severe storm, after the end of which a sailor named Marten Axel, having been bound to a cannon by order of him, the captain, was punished, as the deponent had understood, for negligence in his duty, being estimated to be about forty years of age, and of a bad, flabby constitution, on which person, by order of him, the deponent, a bloodletting was performed by the second surgeon, and at the same time proper remedies for healing were employed both internally and externally; the deponent subsequently on the sixth day after the punishment having resolved to make a small incision or scarification to promote the separation, after which that sailor, on the seventh day, came to pass away due to various complicating symptoms. Agrees. Thus done, reviewed, and sworn to at Cabo de Goede Hoop, the 21st of June 1785, before the Honorable Lodewyk Christof Warneck and Salomon van Echten, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute hereof along with the deponent and me, sworn clerk. Underneath stood: Which I witness. Was signed: H. L. Bletterman, sworn clerk. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for knowledge as in the text, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. M. Lorak, first clerk.
Dutch transcription
129 Quartier meesters sou doen straffen: — Dat den soldaat niet meer kunnen de staan, de Relt. den Capitn gevraagd had, of hy nu niet den mattroos mede sou laten afstraffen, also den Relt. oordeelende de soldaat genoegsaam on¬ schuldig, vermeende dat denselven genoeg was gestraft, op 't welk den Capitn den Relt. gesegd hebbende, dat stilswygen soude, had den Relt. de Corporaals g'ordonneerd, niet meer te slaan, waar¬ op door den Capitn twee Quartiermeesters zyn geroepen geworden, dewelke de meerm: soldaat Roodhart hebben moeten vast binden: — Dat deselve Roodhart dus vast¬ gebonden zynde, en agter de beyde Cor¬ poraals de voorn. twee Quartier mees¬ ters gesteld synde, omme ingeval zy niet na genoegen van den Capitn sloe¬ gen, als dan hun te kloppen, had den Captn. den Relt. g'ordonneerd, om in arrest te gaan, en den voorsz. rood¬ „hart nog twee honderd vier en veertig slagen, en dus in allen, drie honderd en thien slagen met een ondje doen geeven; terwyl den Relt. in zyn hut in acrest was blyven zitten:— Dat gem. Roodhart, door de veelvul¬ dige slagen niet alleen kunnende gaan ƒ of staan, door vier soldaaten van't dek na beneeden in de kuyl onder 't halverdek so gesleept, als geleyd synde, door den Boots¬ „man op een allermedogenste wyse gesegd was geworden; daar komt dat belst aan, dat had moeten dood geslagen worden: — Dat men dien soldaat na ontfangene slagen apparentelyk uit vreese van gevol¬ „gen tot twee reysen een ader hebbende ge= „opend, daaruyt egter geen bloed was ge„ vloeyd, maar is denselven bij continuatie over helvige pyn in de borst blyven kla„ gen terwyl den mattroos Bukman ongestraft gebleeven is:— Dat daags daaraan ofte op den Eersten may eene Scheepsraad gehouden en den Relt. in deselve geroepen zinde, was den Relt. bij eene daar in genoomene Resolutie gecondemneerd, omme in arrest te blyven zitten, tot dat ter dee¬ ser rheede of plaatse son zyn g'arriveerd.— Niets meer verklarende geeft den rel. voor redenen van Weetenschap als in den Text, bereyd synde 't selve nader gestand te doen. — Aldus gepasseerd aan Labo de Goede hoop den 21 Juny 1785. voor d' E. E. Lodewik Christoph Warneik en Salomon van Echten, Leeden uyt den E. Agtb: Raad van Sus¬ na litie „titie voorm. , die de minute deeses benevens den Relt. ende my gesw. Clercq mede behoorlyk hebben ge¬ /:onderstond:/ T welk ik getuyge. /was getee¬ „kend :/ H. L. Bletterman gesw: Clercq. E Accordeerd M Lorak E9 Clercq subscribeert. 130. pro Justitie. Compareerde voor ons ondergeteek: gecomm: uyt den E Agtb Raad van Justitie dezes gou„ vernements de op 'T schip 'T Zeepaard bescheij„ dene oppermeester Bernardus Johannes Engelbert van Linge, van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro Interm Fiscaal St Gabriel Exter verklaar¬ de hoe waar is dat wanneer des Comps bescheyden bodem 'T Zeepaard op de Rheyze na herwaards zig bevond, den ondermeester van des Comp=s bo„ dem, op den 30 april des namiddags, tusschen een en Twee uuren, aan den Comp had rop port gedaan, dat een Mattroos in name Willem Bokman door een soldaat eene wonde in 't hoofd toegebragt had, welke wonde dan ook in praesentie van den Compt door den ondermees„ -ter was verbonden, zynde geweest een sterk bloeden, de wonde, zodanig dat het bloed dier Mat„ troos over 't aangezicht Stroomde- dat in denzelfde namiddag de klokke om streeks vier uuren, dien soldaat die de voorsz: wonde aan gem: Mattroos zoude heb„ ben toe gebragt, ter ordre van den Cap agter op door twee Corporaals afgestraft, en dus met Endjes was geslagen, sonder te weeten hoe veel slagen denzelven bekomen heeft al„ zoo den Comp toen met het verband was beezig geweest, en dus niet heeft gehoord, was als doen voorgevallen is, als alleen van hooren dat voorsz: afgestrafte soldaat na be needen gegaan zynde, den Comp denselven op stond gevolgd en hem gevisiteerd heb„ bende, aan zyne ondermeester had gelast, zeggen ƒ die 4 131. die soldaat bloed te laaten, het geen dan ook geschied was, kunnende het wel zyn, dat die on¬ dermeester geen bloed gekreegen hebbende eene tweede lating heeft gedaan, hebbende den Compt aan gem: ondermeester gelast, dat dien soldaat dagelyk Semparentia moeste gebruyken, en wyders alle dagen moeste werden gelinieert met spiritus Vini Camphonate, om de Resolutie te be„ vorderen; dien soldaat direct g'ordonneerd hebbende om zyn dienst te presteeren Dat wanneer des Comp=s bescheyden Bodem uyt Engeland vertrokken, en eenige wij¬ nige dagen in zee geweest was, hun kiel met een swaaren storm was overvallen, mattroos na wykers Eynde een soldaat met name Marten Axel ter ordre van hem Capitaen op een Canon gebonden zynde was afgestraft zo den Compt had verstaan over hegligan „tie in zyn dienst, zynde geweest omtrend veertig Jaaren na gissing oud, en van een kwaad Lappig gestel, aan welken Persoon ter ordre van hem Compt door /den ondermeester eene aderlating was ge daan, en teffens behoorlyke Middelen ter geneezing g'Employeert zyn gewor„ den zo wel in terna als ExTerna, den Compt vervolgens op den zesden dag na de afstraffing om de Leparatie te bevor¬ deren te rade geworden was eene kleyne insectie of sparrificatie te doen, waar na dien Mattroos, of den zevenden dag was komen t overlyden, door verscheydene daar bij gekomene toevallen - Accordeert Aldus Gepasseerd, gerecolleerd en beeedigd aan Cabo de goede Loop den 21e Junij 1785 voor d' E E Lodewyk Christof Warneck en Salomon van Echten, leeden uit den E agtb: Raad van Justitie voorm. die de Minute dezes benevens den Compt ende mij gesw: Clercq mede behoorlyk hebben onderteekend — /:onderstond:/ 'T welk ik getuijge /:was geteekend :/: H: L: Bletterman gesw: Clercq- Niets meer verclaarende geeft den Compt voor redenen van wetenschap als in de Text, en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheid van dien de solemneele woor„ den zo waarlyk zelf mij God Almag„ tig. AMLorak ets E9 Cleveq
English
132. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the ship's assistant carpenter Jacob Sonderike of the Canton of Zurich, of competent age, stationed on the outward-bound vessel 'T Zeepaard, who, at the requisition of the Fiscal pro interim, Sr gabriel Exter, declared: That, as the deponent now believes, about two months ago, without being able to determine the time or day, when his assigned vessel 'T Zeepaard was on the voyage hither, on a certain afternoon, he, the deponent, was on the forecastle, where there was a soldier named Roodhart, who, being a messmate of that mess, therefore belonged there and was busy drawing water from the sea with a bucket for the cook's mate who was also on the forecastle, while a sailor named Bukman, also on the forecastle, had been busy scrubbing his berth. That the deponent, without knowing for what reasons that sailor did so, had seen that the sailor struck the aforesaid soldier Roodhart up to three times in the face with the scrubbing brush he held in his hands, and that the same sailor then seized the aforesaid soldier by the chest, and they thus came to blows with one another. That while they were lying on the forecastle, with the soldier underneath, it happened that in order to get on top, the soldier threw one arm over the sailor's head, and that sailor pulled his head out from under the soldier's arm, whereupon the head of the said sailor Bukman began to bleed, without the deponent knowing at the time (as he was however afterwards told, that the sailor had had a wound on his head) what had caused that bleeding, since the aforesaid Roodhart 133. had not dealt any blow or anything else to the said Beekman, and they then let go of each other. That the deponent having given notice of that incident to Corporal Oberleytner, who was on watch in the waist, the boatswain had come in the meantime, who ordered the sailor Bukman, who had not wished to complain about it, to go aft to complain about the soldier, using the rough expression, that beastly rabble must be punished, so that the sailor had to obey that order. That thereupon in the afternoon or towards evening, the aforesaid soldier and sailor having been called aft, over one hundred lashes were given to the soldier by two corporals on the order of the captain, when the deponent heard the commander of the soldiers order the corporals to stop beating, which the corporals also did, notwithstanding that a quartermaster had been placed behind each corporal by the captain, in order to strike the corporals if the corporals did not strike hard enough. That the captain thereupon went with the captain lieutenant and the commander of the soldiers together into the captain's cabin, and a short while later the commander came out of that cabin alone and went below under arrest, whereupon the captain lieutenant and captain lieutenant also came up on deck again and ordered the soldier Roodhart to be tied to a taut rope called the pispot, which having been done by the quartermasters, the captain ordered the corporals to beat that soldier again, which having been done for a whole while, the captain ordered the soldier to be untied, brought to the surgeons to be anointed and bled, which was also done and a bloodletting was performed on each arm by the surgeons, without this having the least success, as no blood came from the veins. That the captain of their keel had lived very badly with the crew on the voyage, and did not treat them according to his duty at all, both with regard to the rations and with continuous scolding and cursing, having, among other things, always reviled them as beastly rabble and dog rabble. That after their ship had departed from England for about five days and they had had a storm, after the end of the storm, on the order of the captain, a certain sailor who, as was said, had not run above during the storm, was tied to a cannon and had to be beaten by two quartermasters; the captain having said to the quartermasters: strike, and if you do not strike hard enough, I will have you struck; so that the sailor was beaten very pitiably, and indeed to such an extent that the same died six days thereafter from the blows received, the ship's chief surgeon of their keel, when the sailor could not keep still due to severe pains, having further barbarously addressed the sailor: come, beastly rabble, keep still or I will cut you so that you go to the devil, and that sailor had not been able to lie in any other way than on his belly until his death. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Thus passed, reviewed, and sworn to at the Cape of Good Hope, the 20th of June 1785, before the Honorable Lodewyk Christoph Warneik and Gerrit Hendrik Cruywagen, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the deponent and me, sworn clerk. Lower down: To which I testify. Was signed: H. L. Blaterman, sworn clerk. Agrees.
Dutch transcription
132. Compareerde voor d'ondergeteekende gecommitt„s uyt den E agtb: Raad van Justitie deeses gouver„ nements, den op 't uytkoomend schip 'T Zeepaard bescheyden scheeps onder Timmerman Jacob Sonderike van Canton Zurich van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro Jnterim Fiscaal Sr gabriel Exter verclaarde Dat wanneer zo den Comp:t nu vermeynd bykens Twee maanden voorl: zonder den Tyd of dag te kunnen bepaalen zyn bescheyden Bodem 'T Zeepaard op de rheyse na herwaards was, op een zekere nademiddag hy Compt. op de bak was, alwaar zig bevond een soldaat, in naame Roodhart, die een Baks gast zynde, dus op deselve behoorde, en besig was voor op de bak meede zynde koksmaat water uyt zee met een Putz te slaan, inmiddels dat een meede op de bak zynde mattroos in naame Bukman doende was geweest zyne kooy te schrobben. dat den Comp„t zonder te weeten om welke reedenen die mattroos sulx heeft gedaan had gesien, dat die mattroos voorsz: sol¬ daat Roodhart, met zyne in handen hebbende schrobber tot drie maalen toe in 't aangesigt geslaagen had, en dat denselven voorts voorsz: soldaat voor aan de borst had gevat en deselve dus met malkanderen handgemeen geworden Dat intusschen dat deselve op de Bak lagen„ en wel den soldaat onder, het was gebeurd dat den soldaat om boven op te koomen, zijn een arm had geslaagen over het hoofd heen van den mattroos, dien mattroos zyn hoofd van onder den arm des soldaats had uytgetrocken, als wan¬ neer het hoofd van gemelde mattroos Buk„ man had begonnen te bloeden, zonder dat den Comp„s toen wist /: so als hem egter vervolgens was gesegd, dat die mattroos een wonde op het hoofd had gehad:) waar door dat bloeden was veroorsaekt, alsoo voorsz: Roodhart E hoe waar is. waaren. 133 aan gemelde Beekman geen slag nog iets anders toegebragt had, en hadden zylieden mal¬ kanderen voorts los gelaaten. Dat den Comp„e van dat voorval aan den in de Kuyl de wagt hebbende Corporaal ober¬ Leytner Kennisse gegeeven hebbende was intus¬ schen den Bootsman gekoomen, die den mat„ troos Bukman, dewelke daar over niet had willen klagen, had g'ordonneerd, om over den soldaat agter op te gaan klagen, onder de ruuwe uytdrucking, dat beeste goed moet afgestraft worden, sulx die mattroos die ordre had moeten dat daarop in den namiddag of tegens den avond voorsz: soldaat en mattroos agter op geroepen zynde den soldaat door twee Corporaals ter ordre van den Capitain over de Honderd slagen waaren gegeeven wanneer den Compt. den Commandeur der soldaaten, aan de Corporaals had hooren gelasten met slaan uyt te scheyden, het geen die Corporaals ook hadde gedaan, niet tegenstaande agter yder Corpo„ raat een quartiermeester door den Capitain was geplaatst, om zo wanneer de Corporaals niet hard genoeg sloegen, als dan op de Corporaals te slaan. - dat de Capiteyn daarop met de Capiteyn Licut en de Commandeur der soldaaten, te zaamen in de Capiteyns Camer gegaan zynde, een poosse daarop den Commandeur, alleen uyt die Camer gekoomen, en na beneeden in arrest gegaan was, wanneer voorts den Capiteyn Locutenent en Capitain Lieutenant meede wederom op 't dek waaren gekoomen, en gelast hadden den soldaat Roodhart aan een gespannen Touw de pispot genaamd vast te maaken, 't gunt door de quar¬ tiermeesters gedaan zynde, den Capitain aan den Corporaals had gelast om die soldaat wee der te slaan 't gunt een geheele pros gedaan zynde, had den Capiteyn gelest den soldaat los te maaken, by de meesters te brengen hem te smeeren en ader te laaten, dat ook geschied was en door de meesters aan yder arm een opvolgen ader lating was gedaan, zonder dat sulx van Aldus gepasseerd, en gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de goede hoop den 20 Juny 1785 voor d' E E Lode¬ wyk Chosstoph warneik en gerrit Hendrik Cruywagen Leeden uijt den E agtb: Raad van Justitie voormeld die de minute deeses benee„ vens den Compt. ende my gesw: Clercq meede be¬ hoorlijk hebben onderteekend: /: lager:/ T welk ik getuyge /: was geteekend // H: L: Blaterman gesw: Clercq: — Accordeerd. de minste suctes was geweest, also geen bloed uyt de aderen was gekoomen. Dat den Capitain hunner kiel op de reyse, met het volk heel slegt had geleeft, en deselve gantsch niet volgens zyn pligt behandeld heeft zo wel ten aansien van het rantsoen als met geduurig schelden, en vloeken, deselve onder anderen altoos voor beesten goed, en honden goed geschol„ den hebbende. - Dat na dat hun schip, een dag of vyf van uyt Engeland vertrocken geweest was en zyl: storm gehad hadden, na g eyndigde storm ter ordre van den Capitain, zeekere mattroos, die zo als was gesegd, in den storm niet na boven geloopen was, t op een Canon vast gebonden en door twee quar¬ tiermeesters had moeten worden geslaagen; hebbende tot de Capiteyn tot de quartiermeesters gesegd, Claet: en zo gij niet hard genoeg slaat! zal ik Gouwraaken laaten: sulx die mattroos zeer deerlyk was geslaagen, en wel dermaaten dat denselven ses daagen daarna aan de bekoomene slaagen was koomen t' overlyden, hebbende den scheeps oppermeester van hun kiel wanneer den mattroos door swaare pynen niet stil houden konde, die mattroos nog basbaars toegevoegd: toe boeste goed houd stil of ik snydje dat gy des duyvels word, en had dien mattroos, niet anders op zyn buyk, tot zyn overlyden toe kunnen leggen. 8 Niets meer verclaarende geeft den Compt voor ree¬ denen van wetenschap, als in den Text en sprak dier„ halven ter bevestiging der waarheyd van dien de solem¬ neele woorden so waarlyk help my god almagtig. /:onderstond./ ALorak de Egllercq
English
134 Copy Compared: Van Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the military corporal Johan Jacob Kramp, stationed on the ship 't Zeepaard, from Hessen-Darmstadt, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim, Monsr. Gabriel Exter, declared it to be true: That the captain of the deponent's assigned vessel 't Zeepaard, during the entire voyage from the Fatherland to this place, was very surly, harsh, and angry towards the crew without distinction, constantly abusing them as beasts and dogs, and had the people beaten unreasonably; even by order of the captain, a certain sailor whose name the deponent does not know was beaten in such an unchristian and barbarous manner that he came to pass away six days thereafter. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus done, reviewed, Hardenbergh, and sworn at the Cape of Good Hope on 20 June 1785 before the Honorable Lodewyk Christoph Warneck and Gerrit Hendrik Cruywagen, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the sworn clerk. Which I witness, Signed: Bletterman, sworn clerk. Agrees. MVlorak, CoClerk 8 lower: H: L: Copy 135. Appeared before the undersigned Commissioned Members of the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, Christiaan Ober Leytner of Holtzapfel, stationed as lance corporal on the ship 't Zeepaard, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim, Monsr. Gabriel Exter, declared it to be true: That when the deponent's assigned vessel 't Zeepaard had been on the voyage to this place about six weeks ago by estimation, and the deponent on a certain afternoon had the watch on board as lance corporal, one of the soldiers also stationed on that vessel, named Roodhart, had been on the forecastle and was stationed there to do his duty as a forecastle hand; it then happened that, as was told to the deponent while he was in the waist by his fellow soldier Slot and carpenter Jacob, that soldier had drawn and hauled up water with a bucket, while a sailor who was also on the forecastle, whose name the deponent does not know according to the aforesaid account, was said to have struck the aforesaid soldier Roodhart three times in the face with a scrubber, and also that the said soldier and sailor having come to blows over this, the soldier had lain underneath and the sailor on top of him, on which occasion, compared: L: C: Horak 2 136. on which occasion it happened that an old wound which the sailor had on his head, having broken open, had bled profusely; That the deponent, having received a report thereof as lance corporal on watch from the soldiers Slot and Fredrik as well as the carpenter Jacob, the deponent made a report thereof to the commander of the soldiers, just as the surgeon also went aft and brought a similar report to the Second Lieutenant Bogaard, who had the watch; That the captain of their keel having been asleep at that time, he subsequently, having arisen around four o'clock in the afternoon, had the aforesaid soldier Roodhart and the sailor with whom he had come to blows called aft, whereupon two more corporals were called up by the captain, and also two quartermasters, the deponent being one of the corporals who had been called aft, as he still had the watch at that time; That the soldier Roodhart being on the quarterdeck having then been brought forward, the captain ordered the deponent and his fellow corporal to beat that soldier Roodhart with rope ends, at the same time having ordered the two quartermasters to go stand behind the corporals, and in case the corporals did not beat hard enough, then to beat the corporals; That the deponent and the other corporals having beaten for a good while, the commander of the soldiers then said to the deponent and the other corporal: Corporals, cease beating, I will not have my people beaten to disgrace; whereupon they did not fail to cease beating; and the captain thereupon called his captain-lieutenant up, with whom he and the commander retired to the captain's cabin; That a little while thereafter, the commander having come out of the cabin alone, went below and went into arrest; whereupon the captain and the captain-lieutenant having also returned from the cabin, the captain ordered that both quartermasters must tie the aforesaid soldier Roodenhart to the so-called urinal on the quarterdeck, which having been done, the captain ordered the said corporals to beat that soldier again, which they having had to do for a good while, that soldier subsequently
Dutch transcription
134 Copie Coll: Van Compareerde voor ons ondergeteekende Secomm uit den E: Agtb: raad van Iustitie. dee„ ses Gouvernements, den op 't schip 't Zeepaard bescheyden Corporaal militair Iohan Jacob Kramp, uit hessen Darmstad van Competen¬ ten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro Interim Fiscaal S=r Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat den Capitain van des Compt=s beschey„ den boodem 't Zeepaard, de geheele reyse van 't Vaderland na herwaards teegen het scheepsvolk zonder onderscheyd, zeer nors, stuurs en kwaad geweest is, dezelve gestadig scheldende voor beeste en honden goed, en het volk onreedelyk heeft laten slaan, zynde zelfs ter ordre van den Captain, zeekere Matroos wiens naam den Comp=t niet weet, dermaten onchriste lijk en barbaarsch„ geslagen geworden, dat deselve ses daagen daar na is koomen te overlyden. Niets meer verklaarende, geeft den Compt voor reedenen van weetenschap als in den Text, en sprak derhalven ter bevestiging der waarheyd van dien, de solemneele woorden, zoo waarlyk help my Godt Almachtigh /:onderstond:/ Aldus Gepasseerd, Gerecolleerd Hardenbergh . en beEedigt aan Cabo de Goede Hoop den 20 Juny 1785 voor d' E: E=s Lodewyk Christoph Warneck en Gerrit Hendrik Cruywagen, leeden uit den E: agtb: Raad van Justitie voorm. die de mi„ nute deeses beneevens den Comp=t ende my geswoore Clercq meede behoor„ lyk hebben onderteekend. T welk ik Getuijge /:geteekend:/ Bletterman gesw: Clercq Accordeerd. MVlorak CoClovcq 8 /:lager:/ H: L: Copie 135. Compareerde voor de onderget:de Gecommitt„de Leeden uyt den E. Agtb: Raad van Justitie deses Gouvernements, den als Vrie Corporaal op 't Schip 't Zeepaard bescheydenen Christiaan Ober Leytner van Holtzapfel, van Compe„ tenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den Pro Interim Fiscaal S:r Gabriel Exc„ „ter, verklaarde hoe waar is: — Dat, wanneer des Comp„ts bescheydenen bodem 't Zeepaard nu wel na gissing ses weeken voorleden, op de reyse na herwaards was geweest, en den Comp t op een zeekeren nademiddag de wagt als vice Corporaal bin¬ nen boord gehad hadde, als doen een der op dien bodem mede bescheydene soldaaten in name Roodhart voor op de bak was ge„ weest en daar geplaast om zyn dienst als een baksgast te doen, het als doen was ge¬ bewet, dat, so als den Compt. in de Kuyl zynde door den mede soldaat Slot en tim¬ merman Jacob, was gesegd dien soldaat water met eene puts had geslagen en op„ gehaald, terwyl een op de bak mede sig be„ „vonden hebbende mattroos, wiens Naam de„ Comp. s niet weet volgens 't voorsz: verhaal, voorm. soldaat Roodhart met een schrob¬ „ber drie maal in't aangesigt soude hebben geslagen, als mede dat gem. soldaat en mattroos daarover hard gemeen geraakte zynde, den soldaat onder en den mattroos boven op hem gelegen hadde, by welke gelegentheyd gecoll: L: C: Horak 2 136. gelegentheyd het was gebeurt, dat eene onder wonde die den mattroos op zyn hoofd had gehad, open geraakt synde, 't selve sterk gebloed had: — Dat den Compt. daarvan door de soldaa¬ „ten slot en Fredrik mitsg.:s den timmer„ man Jacob als wagthebbende vice Cor¬ „poraal rapport bekomen hebbende, den Compt. daarvan aan den Commandeur der Soldaaten had rapport gedaan, gelyk dan den meester mede agter op gegaan en aan den wagthebbenden Tweede Lieu¬ tenant Bogaard voor gelyx rapport gebragt had: — Dat den Capitain hunner kiel als doen geslapen hebbende, denselven vervol¬ „gens, wanneer wel vier uuren in de nade= middag opgestaan, was voorsz: soldaat Roodhart en den met hem hand gemee¬ geweest zynden mattroos laten agter op roepen, waarop nog twee Corporaale door den Captn. zynde gedaan boven roe¬ „pen, en ook twee quartier meesters zynde den Compt. een der Corporaals die agter op is geroepen geweest, dewyl als toen nog de wagt had: — Dat als doen den op 't halfdek synde zoldaat Roodhart voorwaards gebragt weesende, den Captn. aan hem Compt. en zynen mede Corporaal had gelast, om dien soldaat Roodhart met end¬ jes te slaan, teffens aan de twee quartier¬ „meesters, gelast hebbende, om agter de Corporaals te gaan staan, en ingevalle de Corporaals niet hard genoeg sloegen, als dan op de Corporaals te slaan. — Dat den Compt. en de andere Corporaals een geheele poos geslagen hebbende, den Commandeur der soldaaten, als doen tot den Compt en den anderen Corporaal gesegd had: Corporaals scheyd uyt met slaan, ik wil myn volk niet te schande geslagen hebben; als wanneer zyl: niet iet te slaan uytgescheyden hadden; en had den Capitn daarop synen Capi„ „tair Lieut!t boven geroepen, met denwel„ „ken hy en den Commandeur hun in de Ca„ pitains kamer begeeven hadden: — Dat een Poosje, daarop den Comman¬ deur alleen uyt de kamer gekomen synde, denselven sig na beneeden begeeven had, en in arrest gegaan was; waarop den Capitn en den Captn. Lieutenant mede uyt de kamer te rug gekomen synde, den Captn had g'ordonneert, dat de beyde quartiermeesters voorm. soldaat rooden hart, aan de soo genaamde Pispot op 't half ^ dek moesten vastbinden, 't geen gedaan synde, had den Captn aan hend: Corporaals gelast, om dien soldaat wel¬ „der te slaan, 't geen zijl: een geheel poosje hebbende moeten doen, dien soldaat ver„ jes volgens
English
37. afterwards loosened again, and brought to the surgeons to be anointed and bled, which was then also done: — That the Captain of their vessel on the entire voyage towards the crew, but most especially towards the soldiers, had been very surly and harsh, and constantly called them beasts and dogs, just as the Captain also caused a certain sailor to be beaten so excessively that the same sailor came to die from those blows on the sixth day thereafter. — Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Thus transacted and sworn at the Cape of Good Hope, the 20th of June 1785, before the Honorable Lodewyk Christoph Warneike and Gerrit Hendrik Cruiwagen, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute of this together with the appearer and me, the sworn clerk. — [at the bottom stood:] To which I testify [was signed] H. L. Bletterman, sworn clerk. Agrees. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the soldier stationed on the ship 't Zeepaard, Iohan Fredrik Roodhart of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro Interim, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true: That the appearer on the voyage hither from Europe on a certain Saturday just after midday, now about six weeks ago, without however being able to determine the exact date, on the forecastle of the ship where he, the appearer, is stationed, having drawn up a bucket of water in order to wash a neckerchief of his, the ship's boy named Biekman had given him, the appearer, a blow in the face with a scrub-brush, as the appearer thinks apparently done by that boy because possibly an end of rope from the bucket may have fallen down upon the sailor whom the said boy was busy washing; the appearer said to the said Biekman to desist from that, but that the same had repeated striking the appearer in the face with that scrub-brush up to two times, and at the same time attacked the appearer, so that the appearer and that boy having come to blows, they both fell down upon the rigging which is situated in the beakhead of the ship, so that the aforesaid Bukman, having struck his head against the buttons of the appearer's uniform, an old wound covered with a scab was thereby set to bleeding again; That [illegible] 838. That this having been brought to the knowledge of the boatswain who had the watch in the waist, he took the aforesaid Bukman to himself, and however much the same did not wish to complain about what had happened, immediately made him go aft on the deck with him, ordering the appearer also to go along, whereupon the boatswain said substantially to the second lieutenant van uyt de bogaard, who had the watch on the deck: look there, pointing to the appearer, there you have the cursed rascal, the villain and so forth, adding thereto, the rogue must now also have enough so that he stays down; which was left unanswered by the said lieutenant, and the appearer, as well as the boatswain and aforesaid Bickman, was ordered merely to be allowed to go below again — That the said Beekman thereupon having been bandaged by the second surgeon, and the same having given notice thereof to the chief surgeon, and the latter in turn to the Captain, the Captain had said he would deal with that matter during his watch. That just after four o'clock, the Captain having already taken over the watch and having made first the aforesaid boy Biekman and thereafter the appearer come on deck, the same had said substantially to the appearer, asking: have you, beast, beaten that hole in that boy's head? and the appearer having answered thereto: no, sir, that boy has had that hole for a long time already, for Haak [being a soldier] who cut the hair off it when the boy got the hole can testify to that. That the Captain, however, cared little about that; on the contrary, immediately thereupon he caused about sixty-six blows to be given to the appearer by two corporals with rope-ends; that the commander of the soldiers, having spoken up about it and requested that he should indeed cease the beating, the Captain had refused this, and the aforesaid commander had ordered the soldiers to stop beating. That the Captain and the Captain Lieutenant of that vessel thereupon went together into the Captain's cabin, and the commander also having been called inside, the same commander immediately came outside the cabin door and went under arrest. That subsequently, the Captain having come onto the deck, the same ordered both corporals to beat the appearer anew, who had previously been tied hands and feet to the so-called pispot, under threat that if the corporals did not strike hard, the quartermasters standing behind the corporals for that purpose would beat them so that they [saving your presence] would be damned; the appearer then also received well over two hundred blows with rope-ends. That the appearer was subsequently as if led and dragged from the deck down into the waist
Dutch transcription
37. „volgens weder los gemaakt, en na de meesters was gebragt, om gesmeerd en adergelaten te werden, 't geen dan ook mede gedaan was: — Dat den Captn. hunner kiel op de geheele reyse tegens 't volk, dog wel voornamentlyk tegens de soldaaten, seer nors en stuurs geweest was, en deselve gestadig voor beesten en honde goed gescholden hebbende, gelyk dan den Captn ook seekeren mattroos dermaten overdaa„ dig heeft laten slaan, dat denselven mat„ troos den Sesden dag daaraan aan die slagen is komen te sterven. — Niets meer verklarende geeft de Compt. voor redenen van weetenschap als in den Text, en sprak dierhalven ter bevesti¬ „ging der waarheyd van dien, de solemnee¬ „le woorden: soo waarlyk help my God almagtig Aldus gepasseert en b'Eedigt aan Cabo de goede Hoop, den 20 Juny 1785, voor d' EE:s Lodewyk Christoph Warneike en Gerrit Hendrik Cruiwagen, Leeden uit den E. Agtb: raad van Justitie voorm:, die de minute deses benevens den Compt. en¬ de my gesw. Clercq mede behoorlyk heb¬ „ben onderteekent. — /:onderstond :/ 'Twelk ik getuige /: was geteek:d/ H. L. Bletterman gesw. Clercq. Accordeert Compareerde voor ons Ondergets: gecom (uyt den E Agtb: Raad van Justitie deezes gouvernements den op 't schip 't Zeepaard be„ scheijdenen soldaat, Iohan Fredrik Rood„ hart van Competenten Ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro Interim Fiscaal C:r Gabriel Exter verclaarde hoe waar is: Dat den Compt: op de herwaards rheijse uijt Europa op zeekeren saturdag even nade middag tijd nu omtrend ses weeken geleeden, zonder egter de positive datum te kunnen be„ „palen voor op de bak van 't schip alwaar hij Comp: is geplaatst, een puts water hebbende opgetrocken ten eijnde een halsdoek van hem te wasschen de scheeps Jongen Biekman genaamd hem Comp:t een slag met een schrob„ „bert in het aangezigt had gegeeven, zoo den Comp:t meend apparentelijk door dien Iongen zulx gedaan te zijn, om dat 'er mogelijk een End touw van de Putz op de mattroos die denzelven Iongen bezig was te Wasschen kan zijn ter neder gekomen den Comp: geme Biekman daarop gezegt had zulx te zullen laten, dog dat denzelven tot twee rheijsen had herhaald der Comp:t met die schrobber in 't aan„ gezigt te slaan, en der Compt. teffens aange¬ „tast, zulx den Comp: en die Iongen handge„ meen geworden zijnde zyl. beide op het touw „werk het welk zig in 't galjoen van 't schip komt te bevenden waren nedergevallen zo dat voorsz: Bukman met zijn hoofd op de knoo¬ „pen van des Comp„s monteering gestooten heb„ „bende, een oude en met een roof begroeijde wonde, daar door weder aan 't bloeden was geraakt Dat 4 M Llorak Egllerq Coll. Boll 838. Dat aan de bootsman die in de kuijl de wagt had zulx ter kennisse gebragt zynde, denzelven voorsz: Bukman tot zig genoomen, en hoe zeer denzelven over het gebeurde niet klagtig wilde vallen terstond agter op het dek met hem doen gaan, gelastende den Comp„t ook meede te moeten gaan, als wanneer den Bootsman tot de wagt op het dek hebbende tweede Lieutenant van uyt de bogaard substantieelijk gezegt had, zie daar wijzende op den Compt: (:daar hebt gij nu de vervloekte zakker, den schelm en wes meer, daar bij voegende den rakker moet nu ook hebben dat hij leggen blijft, het welk door gem: Lieutenant onbeantwoord wierd gelaten en den Comp:t zo wel, als de bootsman en voorm: Bickman gelast maar weder na beneeden te mogen gaan — Dat gem: Beekman daar op door den tweeden meester verbonden zijnde en denzelven daar op aan den oppermeester en deeze wederom aan den Capitain Kennis hebbende gegeeven, had, de Capn: gezegt die saak in zijn wagt te zullen afhandelen. Dat even na Vier uuuren den Capitain de wagt reeds overgenoomen en eerst de voorsz Jongen Biekman en daar na den Comp: op dek hebbende doen koomen, had denzelven substanticelijk tot den Compt, vragende gezegt hebt gij beest dat gat in die Jonge zijn kop geslagen, en de Compt: daar op g'antwoord hebbende neen mijn heer dat gat heeft die Ionge al lang gehad, want dat kan Haak /:zijnde een soldaat :/ die de hairen er afgesneeden heeft; toen de Jongen het gat gekreegen heeft getuijgen Dat den Capitain zig egter weinig daar aan gekreunt had, ter Contrarien den Comp:s dadelijk daar op omtrend ses en ses„ „tig slagen door twee Corporaals met end„ „jes doen geeven, dat den Commandeur der soldaaten daar in gesprooken hebben de, en verzogt dat dog zoude doen ophouden met slaan, den Cap:n zulx geweigerd had en had de voorn: Commandeur de soldaaten gelast met slaan te moeten uijtscheyden Dat den Capitain en Capitain Lieutenant van dien bodem daar op in des Capitains Ca„ mer te zamen gegaan, en den Commandeur mede daar binnen geroepen zijnde, was denzelven Commandeur ter stond buijten de kamer deur gekoomen, en in arrest gegaan Dat vervolgens den Capitain op het dek gekoomen zijnde denzelven de beijde Corporaals gelast had den Compt:, dewelke alvorens aan het zogenaamde Pispot aan handen en voeten vast gebonden was op nieuw te slaan onder bedreiging dat wan¬ „neer de Corporaals niet toe sloegen de tot dat eijnde agter de Corporaals staande Quartiermeesters, dezelve zoude kloppen, dat zij /:S: V:/ verdomt wierden, den Comp: als dan ook nog wel twee honderd slagen met Enden bekoomen hadde Dat den Compt: vervolgens als ge¬ leijd en gesleept van 't dek na beneeden inde hairen kuijs
English
having been brought to the waist, one of the surgeon's mates had opened a vein in the appearer's right arm first, and thereafter in the left arm, yet from which opened veins no blood had flowed, and from which the appearer has since and still continuously feels pain in the chest, the appearer having since that time been obliged to use medicines as much as three to four times a day, and continued doing so for eight days. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons of knowledge as stated in the text, being ready to confirm the same more closely. Below stood: Thus passed, recollected, and sworn at the Cape of Good Hope on 20 June 1785 before the Honorable Lodewijk Christoph Warnick and Gerrit Hendrik Cruijwagen, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who have properly signed the minute hereof along with the appearer and me, sworn clerk. Lower: Which I witness; was signed: H: L: Bletterman, sworn clerk. Agreed. Collated: van Hladenbergh. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the soldier Albetius Slot from Switzerland, assigned to the ship 't Zeepaard, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: That, as the appearer believes, it is now nearly two months ago, that on a certain afternoon, when his assigned vessel was on the voyage hither, the soldier Roodhard had been on the forecastle as messmate, being busy drawing up water from the sea with a bucket, while a sailor named Lokman had been busy scrubbing his hammock on the forecastle. That the rope of the bucket with which the soldier drew water having fallen upon the sailor's hammock during hauling up, the sailor thereupon struck the said soldier around the ears with the scrubber up to three times, and the sailor and soldier became engaged in a dispute of words over this, and subsequently came to blows, whereupon the soldier fell underneath and the sailor on top; on which occasion it happened that the plaster of a wound which the sailor had had on his head became loose, and thus the wound, which he had already had previously but had not yet healed, began to bleed, of which occurrence the appearer having brought a report to the corporal on watch, Oberleylner, the same had given notice thereof to the commander, and the appearer had subsequently Copy Mldrak Collated seen that towards evening the soldier Roodhard had received beatings up to two times by order of the captain. That during the entire voyage the captain had lived poorly with the crew, always abusing them, and among other things calling them beasts and harlot's stock, the same having caused one of the sailors to be beaten so horribly that said sailor came to pass away six days thereafter. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons of knowledge as stated in the text, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus passed, recollected, and sworn at the Cape of Good Hope on 20 June 1785, before the Honorable Christoph Lodewyk Warneck and Gerhardus Hendrik Cruijwagen, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who have properly signed the minute hereof along with the appearer and me, sworn clerk. Below stood: Which I witness; was signed: H: L Bletterman, sworn clerk. Agreed. G. orak Collated. Copy. Collated. A Borak. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the soldier Johan Erdman Friedrich from Anhalt Zeibst, assigned to the ship 't Zeepaard, of competent age, who, at the requisition of the Pro Interim Fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: That, as the appearer guesses, now about two months ago, without being able to specify the exact time, when his assigned vessel 't Zeepaard was sailing on the voyage hither, on a certain afternoon, a certain soldier Roodhorst, assigned on board, had been on the forecastle as messmate, having been busy drawing and hauling up water with a bucket to assist the cook's mate, while a sailor named Lokman was busy scrubbing a hammock. That as that soldier Roodhart was hauling up the water, the said sailor turned around and struck the same Roodhard three times around the ears with the scrubber, it having in the meantime been said by the said Roodhard that the sailor should refrain from doing so, but because the aforesaid sailor had then seized the soldier and went at him violently, the aforesaid soldier, wishing to ward off the sailor, had held out his arm, and on that occasion his arm had gotten over the head of that sailor, whereupon the aforesaid sailor, stretching his head out from under the arm of the soldier, through
Dutch transcription
139. kuijl gebragt zijnde een der ondermeesters hem Compt:, eerst een ader op de regter, en daar na op de lenker arm g'opend had, dog uyt welke g'opende aderen geen bloed was gevloeijd, en waar van den Comp:t, zee„ dert en als nog bij Continuatie pijn op de borst is gevoelende, hebbende den Comp:t: nadien tijd daags wel drie a vier malen medicamenten moeten gebruijken en daar meede agt dagen gecontinueerd Niets meer verclaarende geeft. den Compt: voor reedenen van weetenschap als in den Text berijd zijnde het zelve nader ge¬ stant te doen. /onderstond./ Aldus gepasseerd, gerecolleerd en beeedigt aan Cabo de goede Hoop den 20 Junij 1785 voor d' EE„s Lodewijk Christoph Warnick en Gerrit Hendrik Cruijwagen Leeden uyt den E agtb:r Raad van Justitie voorm: die de minute deezes beneevens de Comp.t. , ende mij ge sware Clercq meede behoorlijk hebben Onderteekend. —:/ „/:lager. Twelk ik Getuijge /:was geteekend) H: L: Bletterman getg Clercq. Accordeerd Coll: van Hladenbergh Compareerde voor de ondergeteek: gecomm=e uit den E agtb: Raad van Justitie dezes gouverne¬ =ments, den op 'T schip 'T Zeepaard bescheydene Soldaat Albetius Slot van Switserland, van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro interim Fiscaal St Gabriel Exter verklaarde hoe waar is- Dat zo als den Compt. vermeind, 't na wel by kans twee Maande geleeden is, dat op een zekeren namiddag, wanneer zyn bescheyden bodem zig op de herwaards Reyze bevond, den soldaat Rood„ hard als baksgast op de bak bevonden had, bezig zynde, om met een puts, water uyt zee of te haalen, terwyl een Mattroos in naame Lokman doende was geweest, om zyne kooij op de bak te schrobten- Dat 't touw van de puts waar mede den soldaat water sloeg, onder 't ophaalen op de Rooij des Mattroosen gevallen zynde, den Mat, troos daar op gem. soldaat met de schrobber „ tot drie maalen toe ^om de ooren geslagen had, en den Mattroos en soldaat daar over in woorden strijd geraakt, en voorts hand gemeen geworden waaren, als wanneer den soldaat onder en den Mat„ troos boven op gevallen was; bij welke gele gendheid 't was gebeurd, dat 't pleyster van eene wonde, die den Mattroos op het hoofd gehad hadde, was los geraakt, en dus de bevorens reets gehad hebbende egter niet genezene geweest zynde wonde, aan 't bloeder geraakt was, van welk voorgevallene den Compt. aan den de wagt hebbende Corpo¬ ras Oberleylner, rapport gebragt d heb„ bende, denzelven daar van aan den Commandeur had kennis gegeven, en had den Compt vervol¬ Copie Mldrak Eolleveyd gens c gens gezien dat den soldaat Roodhard tegens den avond tot twee maalen toe, ter ordre van de Capitain slagen bekoomen had Dat den Capitain geduurende de geheele Reyze slegt met 't volk geleefd had, het zelve altoos scheldende, en onder anderen voor beesten en konde goed, hebbende denzelven een der Mattroosen dermaten gruwelyk doen slaan, dat dien Mattroos ses dagen daar na is komen t overlyden Niets meer verklaarende geeft den Compt. voor Redenen van wetenschap als in den Text, En sprak dierhalven ter bevestiging der Waarheid van dien de solemneele woorden, Soo waarlyk helft mij God Almagtig Aldus Gepasseerd, gerecolleerd en beeedigd aan Cabo de goede Hoop den 20 Junij 1785, voor d' EE Christofh Lodewyk Warneck en Gerhardus Hendrik Cruijwagen, leeden uyt den E agtb: Raad van Justitie voorm: die de Minute dezes, be„ nevens den Compt. ende mij gesw: Clercq mede be¬ hoorlyk hebben onderteekend. /:onderstond:/ T welk ik getuyge /:was geteekend:/ H: L Blet„ terman gesw: Clercq Accordeerd G orak bollereyd - Oppe gecoll. A Borak Compareerde voor os ondergeteek: gecomm: uyt den E Agtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements, den op 't schip 'T Zee„ paard bescheydenen soldaat Johan¬ Erdman Friedrich van Anhalt zeibst van Competenten ouderdom, dewelke, ter requisitie van den Pro Interim fiscaal Sr. Gabriel Exter, verklaarde hoe waar is. Dat zo den Compt gist, nu wel omtrend twee Maanden voorleeden, zonder den Regten tyd te kunnen betaalen, wan¬ neer zyn bescheyden Bodem 't Zeepaard op de reyse na herwaards Stevende, op een zekeren na de middag, zekeren binnen boord bescheydenen soldaat Roodhorst zig als baksgast op de bak bevonden had„ bezig geweest zynde om met eene puts, ter adsistentie van den Koksmagt, water te slaan en op te haalen, terwyl een Mat„ troos in name Lokman doende was een kooij te schrobben - Dat gem: Mattroos zo als dien soldaat loodhart 't water ophaalde, zig omgekeert, en denzelven Roodhard met de Schrobber drie maal om de ooren geslagen had, zyn de inmiddels door gem: Roodhard gezegd geworden, dat dien Mattroos zulx nalaten moest, dan dewyl meerm: mat„ troos als doen den soldaat aangevat, en tegen denzelven te keer gegaan had, had voorsz soldaat dien mattroos van zig afweeren willende, zyn arm voorgehou„ den, en was bij die gelegend,heid zon arm over 't hoofd van dien Mattroos geraakt, als wanneer meerm: Mattroos zyn hoofd onder den arm des soldaats, uytreigtende door
English
141. signed. It was underwritten: because the plaster, which that sailor had had placed over a wound he had on the head, having been stripped off, that wound had then begun to bleed; of which incident the deponent having informed Corporal Ober Leytner, who had the watch in the waist, the same proceeded to the forecastle, and, having inquired after that incident, the boatswain had subsequently brought the said sailor aft, after which the aforesaid Roodhand towards evening, up to two times by order of the captain, received blows. That the captain during the entire voyage treated the ship's company very brutally and always terribly, and among other things reviled them as beasts and dogs; the captain having caused a certain sailor to be beaten so terribly that the same died six days thereafter. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as in the text, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Thus executed, reviewed, and sworn at Cabo de goede Hoop on the 20 Junij 1785 before the Honorable Lodewik Christoff Warneck and Gerhardus Hendrik Cruijwagen, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this together with the deponent and me, the sworn clerk. To which I testify, was signed: H: L: Betterman sworn clerk. Agrees A V Sorak Eylling 144. Makes known to Your Honor with due respect the undersigned, Under-Merchant on the Honorable East India Company's ship Zeepaard, commanded by Captain Hendrik Swart, that during the voyage from the fatherland to here he experienced many unpleasantries on the said vessel, especially from the Captain, which the undersigned passed over in silence in order to contribute as much as possible to whatever might tend to a good harmony on the ship. That the undersigned, as many times as he saw the ship's work being performed on the quarterdeck, must acknowledge that the captain's behavior tended rather to deprive the people of all courage than to encourage them; concerning which one could perceive the discontent among the people only too clearly. That this dissatisfaction also increased daily, and finally reached a high degree through a punishment by the captain concerning a soldier who had had a dispute with a sailor, which was the cause of very great discord among the ship's company, which matter the undersigned trusts is sufficiently known to Your Honor. To His Honor, the Governor and Director of Cabo de goede Hoop 145. The undersigned finds himself obliged to bring to Your Honor's attention his fear that the greatest disasters will be the consequences thereof, and that the undersigned finds very much difficulty in entrusting himself on board the said ship, where the minds of the ship's company are so agitated against the captain. What gives the undersigned the more hesitation, and with reason predicts a bad treatment of his person, is an encounter with the chief surgeon of the ship, who thought fit, up to three times, to wish that the undersigned on the aforesaid vessel might yet shed so many tears that he could wash his hands in them. The undersigned, who knows of no cause given by him for such an unnatural wish, would not willingly expose himself to the fulfillment thereof, to which the doctor's influence on the captain could contribute very much; but turns respectfully to Your Honor with the humble request: That Your Honor may be pleased favorably to permit the undersigned to sail further to Batavia on another vessel, or to make such disposition as Your Honor shall deem to be of the greatest utility. It was underwritten: It was signed: A: W: C: van Jadekinge. Agrees. Ah Albrak Clerk Copy 146. In compliance with the respected orders of Your Honor, the undersigned surveyor, I: G: I: van Hasselt, appointed to the ship 'T zeepaard, under the command of Captain H. Zwart, has the honor to provide Your Honor with a report: That the undersigned, notwithstanding all efforts made, nevertheless had to suffer many impertinent encounters on the ship Zeepaard from the captain. That already in the beginning of the voyage from the Fatherland, one could perceive discontent among the ship's company regarding the bad treatment by the captain, which manifested itself especially when a sailor was punished over a cannon, so severely that he was led to his bunk, where he, as was commonly [illegible] on the ship To His Honor, the Governor and Director of Cabo de goede Hoop
Dutch transcription
141. kend . — /:onderstond:/ daar door 't pleyster, dat dien Mattroos op eene op 't hoofd hebbende wonde had leggen gehad afgestroopt zynde, als doen die wonde had beginnen te bloeden; van welk voorval den Compt den in de kuyl de wagt hebbende Corporaal Ober Leytner kennis gegeven hebbende, denzelven zig na de bak begee„ ven, en, na dat voorval gevraagd hebbende had voorts den Bootsman gem: Mattroos agter opgebragt, waar na voorsz: Roodhand tegens den avond tot twee maalen toe of ordre van den Capitain slagen bekomen Dat den Capitain de geheele Reyze over 't scheepsvylk zeer brutaal behandeld en altoos gruwelyk, en onder anderen voor beesten en honde goed gescholden had, hebbende den Capitain zekeren Mattroos dermaten gruwelyk doen slaan, dat denzelven den zesden dag daar aan is overleden— Niets meer verklarende geeft de Compt. voor redenen van wetenschap als in den text, en sprak dierhalven ter beves„ tiging der waarheid van dien de so¬ lemneele woorden: zo waarlijk help mij God Almagtig.- Aldus Gepasseert, gerecolleert en beeedigd aan Cabo de goede Loop den 20 Junij 1785 voor d' E E Lodewik Christoff Warneck en Gerhardus Hendrik Cruijwagen, leeden uyt den E Agtb: raa¬ de van Justitie voorm: die de minute dezes benevens den Compt ende mij geswr Clercq mede behoorlyk hebben ondertee T welk ik getuyge /was geteekend: H: L: Betterman gesw: Clercq— Accordeerd AV Sorak Eylling kend had 144. Geeft uw Edelheijd met verschuldigde Eer¬ bied te kennen den Onderget:n Ondercoopman op het E O: Jnd: Comp:s schip Zeepaard gecommandeerd door den Capitain Hendrik Swart, dat hij geduurende de rheijze van patria naar herwaards veele onaangenaam heeden op gem:e bodem vooral van den Heer Ca„ „pitain heeft ondervonden, die de Ondergeteek: met stilswijgen heeft gepasseerd, om zo veel mogelijk alles toe te brengen, het geene tot een goede harmonie op het schip konde strekken Dat den Onderget: zo meenigmalen hij op het half dek het scheepswerk heeft zien verrigten moet erkennen, dat de bejeegening van den Capitain veel eer moest strecken, om het volk alle moed te beneemen, als om dezelve te en¬ courageeren; waar over men de misnoegdheyd onder het volk maar al te duydelijk konde bespeuren. Dat die onvergenoegtheijd ook dagelijx toenam, en eindelijk tot een hogen trap geraakt door een strafoeffening van den Capitain om„ trend een soldaat, die verschil gehad hadde met een mattroos, die oorzaak was van zeer groote verdeeldheijd tusschen het scheepsvolk welke zaak de Ondergeteek: vertrouwd dat aan Uw. Edelheijd genoegzaam zal bekend zijn. — Van zijn Edelheijd, den Heer gouverneur & Directeur van Cabo de goede Hoop Des Coll. motterstigen 145. De Ondergeteek:e vind zig verpligt onder het oog van uw Edelheijd te bren¬ gen, zijne bedugtheijd, dat de grootste on„ heijlen, de gevolgen daar van zullen zijn en dat d' ondergeteek: zeer veele swarigheijd Vind, om zig te vertrouwen, aan boord van geme. Schip, alwaar de gemoederen van het scheepsvolk zodanig teegens den Capn. zijn geagiteerd. — Het geene aan den Onderget: te meer bedenkinge geeft, en met reeden een slegte behandeling van zijn Perzoon voorspeld, is een ontmoeting van den Oppermeester van het schip, die goedvinden konde, tot drie reprisi toe te wenschen, dat de Ondergeteek op voorn bodem nog zo veele traanen mogte storten, dat hij 'er de handen in konde wasschen, De onderget: die hem geen Oorzaak weet ge¬ geeven te hebben, tot zulk een ontaarde Wensch zoude zig niet gaarne aan deszelfs Vervullinge bloot stellen, waar toe des Doctors invloed op den Heer Capitain zeer veel konde Contribueeren; maar werd zig eerbiedig tot uw Edelheyd met Onderdanig verzoek. Dat uw Edelheijd moge goed vinden aan den Ondergeteek: gienstig te permitteeren op eenen anderen bodem verder naar Batavia te navigeeren of wel zodanigte disponeeren, als Uw Edelheijd ten meesten nutte zal vermeenen te behooren /:onderstond:/ T: /:was geteekend:/ A: W: C: van Jadekinge. — Accordeerd. — AhAlbrak e Cillercq zal Copia 146. Ter voldoening aan de gerespecteerde ordres van uw Edelheijd, heeft den onder„ geteek: Landmeeter, I: G: I: van Hasselt, bescheijden op het schip 'T zee„ paard, onder Commando van Cap:n H. Zwart, d' Eer UEdelheijd te dienen van berigt. — Dat den ondergeteek„ niet teegenstaande alle aangewende moeyte, egter veel imper„ tinente ontmoetingen, op het schip Zee„ paard van den Capitain heeft moeten onder„ dat reeds in het begin van de rheijze Uyt het Vaderland, men misnoegdheijd onder het scheepsvolk konde bespeuren, omtrend de slegte behandeling van den Capitain, dien zig voornamentlik open„ „baarde, toen een mattroos over een stuk Canon wierd gestraft, zoo strengelijk dat hij naar zijn kooij wierd geleijd, alwaar hij /:zoo als algemeen op het schip Aan zijn Edelheijd, den Heere Gouverneur en Directeur van Cabo de goeder Hoop: wierd vinden. —
English
147. was said, and remained so, until after a few days he passed away, after first having undergone an operation by the doctor. That subsequently a soldier, who had fought with a sailor, was punished in a very severe manner, whereby tempers became even more agitated, and which is currently the foundation of the dispute between the Captain and the Commander of the Soldiers. That a few days after our arrival in the Bay, the Boatswain beat two Corporals, but while beating them, the soldiers seized him by the hair, and prevented him from beating them any further, and then threatened him that if such a thing happened again, they would prevent him, the Boatswain, from doing so in a more sensible manner. The crew calmed down, because the Boatswain was found in the wrong by the Captain Lieutenant Mulder. From this it is evident that at that time proper discipline was lacking on the said ship, without doubt caused solely by previous bad treatment, whereby at that time the state of the said vessel appeared very dubious to the undersigned. That when the matters were already being investigated by the High Government of the Cape, a document was presented on board to the ship's crew for signature, intended to justify the conduct of the Captain, but that the crew refused this, and thereby no other purpose was achieved, than that this gave rise to discussions among the crew, among whom many might possibly be found who would pay tribute to the unconstrained truth. The undersigned hopes hereby to have complied with Your Honour's intention, and has the honour to sign with the deepest respect. Underneath stood: Your Honour's most humble and obedient Servant, was signed: I. G. I. van Hasselt In the margin: Cape of Good Hope, the 13th of July 1785. Agrees: [illegible] by Eg. Clercq 148. Copy Right Honourable Sir To the Right Honourable Sir Cornelis Jacob van de Graaf, Governor and Director of the Cape of Good Hope, and the dependencies thereof, etc. etc. etc. It has pleased Your Right Honourable Sir, by a written Commission dated the 15th of this current month of July, to appoint and order the undersigned Captain at Sea and Master of Equipage of this government, Justinus van Gennep, and the Junior Merchant and Resident in False Bay, Christoffel Brand, since upon the received complaints and grievances concerning the conduct and behavior of the Captain at Sea Hendrik Swart, appointed on the outward-bound ship 't Zeepaard currently lying at anchor here in False Bay, and in order to prevent all feared disasters and disorders on that vessel, it had to be resolved in the political council to transfer the same Captain Swart to the also present outward-bound ship de Paarl in order to sail over with the same, without duty and command, to Batavia, 149. Batavia, and in the meantime to entrust the command on the aforementioned ship 't Zeepaard again to the Captain Lieutenant and present Commander on the ship 't Huijs te Spijk, Christiaan Stuur; the undersigned therefore, according to the order of the Honourable Company, were to hand over to the aforementioned Commander Stuur the aforementioned ship 't Zeepaard with its cargo, cash, equipment goods, provisions and whatever more there may be, just as everything has been under the responsibility of the aforementioned Captain Swart himself. While Captain Swart himself has been explicitly ordered by Your Right Honourable Sir by that same Commission, to proceed on board the aforementioned ship de Paarl in accordance with that resolution, in order to depart with it, as the same resolution dictates, without duty to Batavia. The undersigned therefore, in dutiful execution of this esteemed order of Your Right Honourable Sir, having had the aforementioned Captain of 't Zeepaard, Hendrik Swart, come ashore on the 16th of this month, the contents of the aforementioned Commission were laid open to him and a reading thereof was given, with the notification that, since the order contained therein was to be executed the following day, and in accordance with that the command of 't Zeepaard was to be entrusted to the Commander Christiaan Stuur, he, Captain Swart, could therefore keep himself retired for that time; which was answered by him, however, by saying that he, notwithstanding that, would be present at the execution of the said Commission. That the undersigned thereupon having proceeded the next day on board the ship 't Zeepaard, read the Commission to both the Officers and the entire crew of that vessel and at the same time communicated that the undersigned had expressly come on board in order to hand over the command, pursuant to the contents of the Commission, to Commander Christiaan Stuur, who was already present there as well, and to introduce him as such, with earnest recommendation in the name and on behalf of Your Right Honourable Sir to acknowledge, respect and obey the said Commander Stuur in the command entrusted to him. That Captain Hendrik Swart, who himself the order to
Dutch transcription
147. wierd gesegd:/ ook is gebleeven, tot dat hij na weijnig dagen kwam t' overleijden, na alvoo„ „rens een operatie van der Doster te hebben ondergaan. — dat vervolgens een zoldaat, die zig met een mattroos geslagen had, op een zeer strenge manier is gestraft, waar door de gemoederen nog meer aan het gisten zijn geraakt, en het geene thans het fundament van het verschil is, tusschen den Capitain en Commandeur der Soldaten. — dat eenige dagen na ons arrivement in de Baaij, de Bootsman twee Corporaal heeft geslagen, dog onder het slaan, Gree pen hem de soldaten, in het haar, en be„ lettenden hem van deselve meerder te slaan, en dreijgden doen denzelven dat wanneer zulx weer gebeurde, zij hem Bootsman zulx op een gevoeliger wijse zouden beletten! het volk raakten in bedaren, door dien den Bootsman door den Capiteijn Lieutenant Mulder, in het on gelijk wierd gesteld! hier uyt is open¬ baar dat des tijds eene behoorlijke discipline op gemelde schip manquaa „de, buijten twijffel alleen veroorsaakt, door voorige kwaade behandelingen, waar door doen ter tyd de gesteldheijd van gemelde Bodem den ondergeteek: zeer bedenkelijk is voorgekoomen. — dat toen de zaaken reeds door de hooge Regeeringe van de Caab Wierden onder„ zogt, men aan boord, aan het scheeps„ volk een opstel ter teekening heeft gepresenteerd, strefkende om de Condui„ te van den Capitain te regtvaardigen, dog dat het volk zulx heeft geweygerd, en daar door geen ander doel is bereijkt, als dat zulx geleegentheijd gaf tot discoursen onder het volk, waar onder mogelijk veele zouden gevonden worden die ongedwongende waarheyd hulden zouden doen. — Den ondergeteek: hoopt hier meede aan d' intentie van UEdelheijd voldaan te hebben, en heeft d' Eer zig met den diep„ sten Eerbied te teekenen.— /:onderstond:/ UEdelheijd ootmoedigsten, en gehoorsaamste Dienaar /:was geteekend:/ I: G: I: van Hasselt /:in margine:/ Cabo de goede Hoop, den 13 Julij 1785. — Accordeerd:- Atorak door Eg Clereq 148. Copij Het heeft uw wel Edele Gestr: behaagd, bij eene schriftelijke Commissie de dato 15 deezer lopende maand Julij, d'ondergets. Capn: ter zee en Equipagiemeester dezes gouvernements Jus¬ tinus van Gennep en den Ondercoopman en Posthouder in de Baaij Fals Christoffel Brand¬ te Committeeren en te gelasten, nadien op de inge¬ komene klagten en beswaarnissen over 't ge¬ „drag en de handelwijze van den op 't thans hier in de baaij fals g'ankerd leggend uijtkomend schip 't Zeepaard bescheijden Capn. ter Zee Hen¬ drik Swart, en tot voorkoming van alle ge¬ vreesde onheijlen en disordres op dien bodem in politicque vergadering hadde moeten werden besloten, denselven Capn Swart te verplaatsen op 't mede aanweesend uijtkomen d' Schip de Paarl om met 't selve, buijten dienst en Commando naar Wel Edele Gestr: Heer Aan den Wel Edelen Gestr: Heere Cornelis Jacob van de Graaf, gouverneur en Directeur van Cabo de goede hoop, en den ressorte van dien &: &: &: — Batavia Coll: Bode 149. Batavia over te varen en 't Commando op 't meerm: Schip 't Zeepaard, intusschen wederom op te dragen aan den Capn: Lieutt: en praesente gezaghebber op 't Schip 't huijs te Spijk Christi „aan stuur; d'onderget: derhalven volgens d' ordre der E Compte. aan evengem: gezaghebber stuur zouden hebben over te geeven 't voorm: schip 't Zeepaard met dies inlading, Contante Equipagie goederen, victualien en wat dies meer zij, zodanig als 't een en ander heeft gestaan ter verantwoording van meerm: Cap:n zelven swart. Terwijl den Cap:n: Swart, door Uwel Edele Gestr: bij die selfde Commissie uijtdrue kelijk is gelast geworden, om ingevolge dat besluijt zig te begeeven aan boord van 't meerm schip de Paarl, omme daarmeede so als 't zelve besluijt dicteerd, buijten dienst en Batavia te vertrecken. — d'onderget: derhalven in pligtschuldige opvolginge dezer uwel Edele gestr: g'Eerde ordre, den hiervorengem: Capn: van 't Zeepaard Hendrik Swart, op den 16 dezer aan land hebbende doen komen, is aan den zelven opengelegd den Inhoude der voorsz: Commissie en gegeeven lectuure daar¬ „van, met aansegging, dat, nadien d'ordre daarinne vervat, daags daaraan stond te werden g'executeerd, en ingevolge van dien 't Commando van 't Zeepaard aan den Gezaghebber Christiaan Stuur opge¬ „dragen, hij Cap:n Swart zig dierhalven voor die tijd zoude kunnen geretireerd houden; dog 't welk door hem wierd beantwoord met te zeggen, dat hij des ongeagt bij 't uijtvoeren der ged: Com¬ missie zoude praesent zijn:— dat d'onderget: hierop zig des anderen daags naar boord van 't schip 'T Zeepaard heb¬ bende begeeven, de Commissie zo aan de Offi¬ ciers als de geheele Equipagie van dien Bodem hebben voorgeleezen en teffens daarbij gecom¬ „municeerd dat d'onderget: expres aan boord waren gekomen, ten eijnde ingevolge den inhoude der Commissie 't Commando aan den mede aldaar reeds praesent zijnde ge¬ „zaghebber Christiaan Stuur over te geeven en denzelven als sodanig voor te stellen, met ernstige recommandatie uijt naam ende van weegens uw wel Edele gestr: ged: gezaghebber stuur in 't hem opgedragene Commando t'erkennen, respecteerende ende te gehoorzamen. dat den Capn. Hendk Swart, die zig d'ordre tot
English
150. having retired until then, however, then, contrary to the announcement made to him so clearly, having come forth, substantially called out to the crew: Men, have I ever mistreated you? Have I not given you everything that is due to you, and do you also know anything further to say against me? To which questions it was answered by the crew with a confused shouting, no. Beyond which, furthermore, it was called out by the other petty officers, among whom principally the Boatswain and Boatswain's Mate, and the common crew: we do not want to sail without our Captain. That in order to get out of this confused calling and shouting, the undersigned proceeded to the Captain's cabin, and having summoned to them there the Captain Lieutenant, the First Lieutenant, along with the two Sub-Lieutenants of the ship 't Zeepaard, put to those officers and firmly asked whether they were inclined and prepared to acknowledge the Commander Christiaan Stuur, who was now placed in command of the ship, in that capacity, and to show him the respect owed; to which it was answered by said officers that they would and also must comply with the orders of the Noble Lord Governor and Council, although with regret. That the undersigned thereupon also having summoned to them the principal petty officers, among whom particularly the Boatswain, Boatswain's Mate, Gunner, and Boatswain's Second Mate, and the same question having been put to them, whether they were inclined and prepared to obey the orders of the Commander Stuur placed in command, this was answered by said petty officers with no, and they requested to be allowed to leave the ship along with their Captain. That, subsequently, there was handed to the undersigned by the Boatswain a paper, signed first by himself, and subsequently by all the other petty officers and some of the common crew, with the addition that from that paper could be seen the intention of the ship's crew, which writing the undersigned have the honour to present herewith to Your Right Honourable, 151. to present. That after all this was concluded, the Lieutenant of the ship 't Zeepaard, Paulus van den Bogaard, presented himself to the undersigned with a rather brusque demeanour, which however seemed to arise from a little drunkenness, asking whether the Captain Lieutenant of the ship was not deemed capable enough to exercise the command of the ship instead of the Commander Stuur placed therein, he being of lower rank; with the further addition that he, Lieutenant van den Bogaard, could not remain an officer, since no consideration was given to the statements which he, as well as the other officers of the ship, had given at the requisition and for the benefit of the Captain, and that they must certainly be regarded as perjurers, over and besides several other expressions, the literal content of which has already slipped from the memory of the undersigned, and would also be too tedious to be set down in full herein. The undersigned thus hoping to have complied with Your Right Honourable's esteemed orders, let this serve as a humble report. False Bay, the 16th of July 1785. Was signed: J: V: Gennep, C: Brand. Agreed. G. Adorak, First Clerk. No. 5 Copy 152. With great consternation and astonishment have I learned Your Right Honourable's intention, namely to dismiss me from the ship entrusted to me by the Noble and Right Honourable Gentlemen Directors, while it is entirely unknown to me for what reason. May Your Right Honourable Honours please consider how painful it is for a man to undergo so great a disgrace without a hearing. If I had been convicted of faults worthy of such treatment I would console myself, but I have spent the time of forty days at the Cape awaiting judicial interrogation, yet such has not occurred. Now I see myself condemned without even appearing before a Council meeting and being able to convince my party before the Noble and Right Honourable Council. An honest man holds his honour dear; despite a long and faithful service to the Company, I fall into disgrace through whispering which is blindly believed, and thus condemned without a hearing. To the Right Honourable, Grand and Right Respected Lord Governor, together with the Noble and Right Honourable Council of the Cape of Good Hope. May Your Right Honourable Honours please realize for once how heavily it weighs upon a man of honour; I experience to my utmost regret how hard it is for an honest man to be brought to disgrace upon the accusation of an utterly disgraceful and, as has recently appeared, wicked person and his adherents; therefore I request of Your Honour a fair and humane judgment. I am overwhelmed with adversity, Your Right Honourable Honours. Your ready and willing servant. Was signed: H. Swart. In the margin: Aboard the ship 't Zeepaardt, the 16th of July 1785. Agreed. M. Lorak, First Clerk.
Dutch transcription
150. tot dus lange hebbende geretireerd gehou„ „den, egter als toen, tegens de hem zo duijde„ lijk gedane aankondiging, te voorscheijn gekomen zijnde, 't volk substantieelijk heeft toegeroepen: Mannen, heb ik Ul: ooijt mishandelt. heb ik UE: niet alles gegeven, dat ul: toekomt en weet gijl: ook verders iets op mij te zeggen: op welke vraagen met een verward geroep door 't volk wierd geantwoord neen. boven 't welke nog door de verdere deks officieren /: waaronder princi„ paal den Bootsman en Schieman. / en 't ge¬ „meene volk wierd uijtgeroepen: wij wil¬ „len niet varen, zonder onzen Capitain. - dat om uijt dit verward geroep en ge„ schreuw te geraken, d'ondergete: zig in de Capitains Kamer begeeven en aldaar bij hun hebbende ontbooden, den Capitain Lieutt:, den Eersten Lieutt beneevens de twee sous lieutte. van 't Schip 't Zeepaard, aan die officieren hebben voorgehouden en stellig afgevraagd, of zijl: geneegen en, be¬ reijd waren, den gezaghebber Christiaan stuur, die thans in Commando op 't Schip was gesteld, daar in te erkennen, en denzelven het verschuldigt respect te bewijzen: dat de onderget: hierop de voornaamste onder deks officieren, waar onder bijzonder den Bootsman, Schieman, Constapel en Bootsmans maat, mede bij zig hebbende ontbooden, en aan hunl: deselfde vrage, of geneegen en bereijd waren, d'ordres van den in Commando gestelden gezaghebber Stuur t'obedieeren, voorgesteld zijnde, sulx door ged:t onder officieren met neen. was beantwoord geworden, en versogt, nevens hunnen Capitain van 't schip te mogen af¬ „gaan. — dat, vervolgens door den Bootsman aan d'ondergeteek: wierd ter hand gesteld, een papier, door hem selven eerst, en vervol¬ gens door alle de andere onder officieren en eenig van 't gemeen volk, geteekend, met bijvoeging, dat, uijt dat papier konde werden gezien, d' Intentie van 't Scheeps¬ „volk, welk geschrift d' ondergeteek:t d' Eere hebben uw wel Edele gestr: neevens deezen op 't welke door ged:e Officieren wierd ge¬ antwoordt d'ordres van den Edelen heer gouverneur en Raad te zullen en ook te moeten naarkomen, schoon met leed¬ „weezen. - aan 151 aan te bieden. — dat na dat dit alles was afgeloopen, den Lieutt: van 't Schip 'T Zeepaard Pa lus van den Bogaard zig bij d'onderg heeft vervoegd, met eene vrij brusque houding 't geen egter scheen uijt een wijnig dronken¬ schap voort te komen, vragende of den Capn: Lieut: van 't schip niet voor bequaam genoeg wierde geoordeeld, om 't Commando van 't schip, in plaatse van den daarin ge¬ „stelden gezaghebber stuur, als minder in rang zijnde, te voeren: met verdere bijvoe„ „ging, dat hij Lieut: van den Bogaard geen officier konde blijven, vermits geene reflexien wierden geslagen, op de verklarin gen, die hij zo wel als de andere officieren van 't Schip, ter requisitie en ten voordeele van den Capn. hadden gegeeven en dat zijl: dees seeker moesten wierden aangemerkt, als meijn Eedigers, boven en behalven meer an¬ dere Expressien, welkers woordelijxe inhoud de ondergets: reeds uijt geheugen zijn gegaan, en ook te langwijlig zouden zijn, omme alle in dezen te werden ter needer gesteld. D'Ondergets: dus verhoopende aan Uwer /:onderstond:/ Baaij Fals, den 16 Julij 1785. — /:was geteekend:/ J: V: Gennep, C: Brand. wel Edele gestr: g'Eerde beveelen te hebben voldaan, laaten deezen dienen voor needrig rapport. — Accordeerd. G Adorak Eg Clercq wel — No. 5 Copij 152 Met grood aendiening en verwondering hebbe vernoomen UwE: Agtb: Intentie als zullende mijn van mijn, door de Edele agtb: Heeren Ma¬ „jores aan vertrouwde schip ontzetten, daar mijn geheel onbewust is uijt wat oorzaak UWE: agtb: Hedens gelieven te considereeren, hoe smerte¬ lijk 't vald voor een mens om dus onverhoord zoo groote Schandaal te ondergaan, Indien ik overtuijgt was geworden van fouten diergelijke behandeling waardig zoude mijn getroosten maar hebben den tijd van veertig daagen aan Cabo toegebragt in afwagting van gereg¬ „telijk ondervraging, dog zulks is niet geschied nu zie ik mijn veroordeeld zonder Eens voor Een raadvergadering te verscheijnen en te zijn in mijn Partij te kunnen overtuijgen voor den Edele agtb: raad, Een eerlijk man heeft zijn Eer lief ik komen ondanks eene longdurgie ge¬ trouwe Compagnies diens in schanden door oorblazing welke blindlings werd gelooft en alzoo veroordeeld zonder verhoor.— Wel Edele Groot Agtb: Heer Gouverneur, Mitsgaders de Edele Agtb: Raad van Cabo de goede Hoop. — v=te V uwE: agtb: Heedens geliefve Eens te bezeffen, hoe swaar het vald Een man te Eere, ik ondervin¬ tot mijn uijterste leedweezen hoe zulks het vald voor een Eerlijk man tot Schanden te worden op de anklagt van een ten uijterste onzelijk en zoo onlangs gebleeken is slegt mens en des zelfs aan hang dierhalven ver¬ „soek van UwEd: een regtmatige en mens lievent beoordeeling. — Ik ben overhoopt van teegen spoed uwEd: groot agtb: Heedens. — /:onderstond:/ Bereijdt Willegedienaar. — /:was geteekend. / r H wart. — /:in margine:/ In 't schip 'T Zeepaardt, den 16 Julij 1785. - Accordeerd. MLorak Eglling