VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4318

Cape · 396 pages · 244 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4318_0001 view scan ↗

English

NN 4290 5 ceb 176 Criminal Roll of Justice of Cabo de Goede Hoop in the Year 1785 by the Presidial Chamber Amsterdam 1 ceab 1736 Criminal Roll of Justice of Cabo de Goede Hoop in the Year 1785 by the Presidial Chamber Amsterdam Cabo de Goede Hoop in the Year 1785 before the Presidial Chamber Amsterdam 5 Cacob 1736 Criminal Roll of Justice of f E Criminal Roll of Justice of Cabo de Goede Hoop in the Year 1785 before the Presidial Chamber Amsterdam 4 Cecab 1726 Gabriel Exter of the same thereof copy in order thereupon to be disposed. The Council grants the Honorable Defendant the requested copy in order thereupon to serve within 14 days with Reply. The Honorable Plaintiff ex officio before any claim or conclusion, that the defendant may be condemned to answer to such interrogatories as shall be put to him before the Honorable Commissioners. The defendant says to be inclined thereto. The Honorable Independent Fiscal Mr. Ian Iacob Serrurier, Plaintiff ex officio in a Criminal Case on the one side, against the burgher Ian Iurgen Meijer, defendant in person on the other side, in order to hear such criminal claim and conclusions, as well as request or requests, as the Plaintiff ex officio shall make and take upon and against him, defendant, to answer thereto and further to proceed according to law. After having properly identified himself, the assistant submits an answer product in writing, furnished with 11 pieces of annexes, quoted from Letter A to L. The Honorable Defendant requests to replicate within 14 days. The assistant of the Honorable Company, Monsieur Gabriel Exter, in quality as general proxy of the former Heemraad at Stellenbosch, Monsieur Hendrik Cloete the elder, petitioner, against the Honorable Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier, defendant, in order to see served an answer to his claim submitted ex officio. Thursday the 13th of Ianuarij 1783, in the forenoon, present the Honorable Esteemed Lord Pieter Hacker, President, and all members, except the Honorable Oloff Marthini Bergh, Merchant, as well as the Honorable Lodewijk Christoph Warneck, Captain Military, the former through occupation and the latter through indisposition, with the addition of the three Burgher Councillors. 2 The Council condemns the defendant Ian Iurgen Meijer to answer to such interrogatories as shall be put to him before the Honorable Commissioners of this Council. After the defendant had withdrawn, the Honorable Plaintiff ex officio requested that the Commissioners assisting at the interrogation might be authorized, in case it appeared clearly and plainly from the answers to be given by the said Meijer that he had made himself guilty of the buying of stolen goods, that the said Meijer could then de facto be taken into custody by Their Honors, which request having been taken into consideration, the Honorable Commissioners have consequently been qualified to be able, according to the finding of matters, to comply with the request of the Honorable Plaintiff ex officio. The messenger steps inside, reporting that the defendant is not present. The Honorable Plaintiff ex officio requests, because of the non-appearance of the defendant, the first default with the profit thereof, and a second summons by edict against fourteen days from today. The Honorable Independent Fiscal Mr. Ian Jacob Serrurier, Plaintiff ex officio in a Criminal Case on the one side, against the burgher Daniel Verweij, defendant in person on the other side, to the end of coming to answer for the insult and affront inflicted upon this Council of Justice through his far-reaching impertinence, obstinacy, and brutality committed against justice. The Council, because of the non-appearance of the defendant, grants the Honorable Plaintiff ex officio the requested first default with the profit thereof, and a second summons by edict against 14 days from today. Thereafter appeared in Council the burgher Ensign Christiaan Pieter Brand as brother-in-law, and the burgher Sebastiaan van Reenen as belonging among the kinship of the aforesaid Daniel Verweij, who came to present a petition regarding the aforesaid Verweij, reading as follows: To the Honorable Esteemed Lord President Pieter Hacker and the Honorable Esteemed Council of Justice here at Cabo de Goede Hoop. Honorable Esteemed Lord and Honorable Esteemed Gentlemen. Respectfully show Sara Lampregt, wife of the free burgher Daniel Verweij, together with and alongside the other undersigned blood relatives of the same, How it has appeared to their bitter sorrow from the edictal citations published and further posted on the thirtieth of the recently passed month of December at the request of the Honorable Officer Mr. Ian Iacob Serrurier, That the same Honorable Officer, in his sustained and demanded criminal action, imputes to him, upon the report of the Honorable Commissioners, to have made himself guilty of far-reaching disobedience, obstinacy, and impertinence toward Your Honorable Esteemed Council. With the result that Your Honorable Esteemed first granted against him a prise de corps, and thereafter, when he, at the sight of the provost marshal with four of his subordinate fellow executioners searching for him in his house from which he was not far away, had concealed himself in the best possible manner in order to avoid public scandals both for himself and his burgher status, subsequently put the aforementioned summons into effect.

Dutch transcription

NN 4290 5 ceb 176 Cromineele Rolle tegts van Cabo de Goeder Hoop d Ao. 1785 door de Praesidiaale Kamer Amsterdam 1 ceab 1736 Crimineele Rolle beges van Cubo de Goede Hoop d Ao 1785 door de Praesidiaale Hamer. Amsterdam Cabo de Goede Hoop d' A„o. 1785 voor de Praesidiaale Kamer Amsterdam 5 Cacob 1736 Cremineil Rolle oeps: van ƒ E Crimineele Rolle Regts van Cabo de Goede Hoop d' A:o 1785 voor de Praesidiaale Kamer. Amsterdam 4 Cecab 1726 gabriel Exter van desselvs daarvan Copia om daarop geneegen te zijn. den Raad verleend den heer R. O. geregden de versogte Copia om daarop over 14. dagen te dienen van Replicq den heer rat: off: Eijsscher alvoo„ den Heer Independent Fiscaal M„r „rens eenige Eysch of Conclusien Ian Iacob Serrurier; nak: off. Eijs:r in Cas dat de gede mooge werden Crimineel ter Eenre. op ende Teegens. gecondemneert omme te den burger Ian Iurgen Meijer gede„ antwoorden op zodanige articulen, als hem ten over in persoon ter andere zeijde omme te staan van EE, gecommitt„ aanhooren zodanigen Crimineelen Eijsch zullen werden voorgehouden, en Conclutien mitsg„s versoek ofte ver soeken als den rat off: Eijsscher op ende teegens hem ged=e, zal koomen te doen en te neemen daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als na Regten. — den gede, zegt daartoe Na zig behoorlijk te hebben Den adsistend den E. Comp: mons: gabr: gelegitimeert dient den adsistend Exter, in qualiteijd als generale gem: antwoord pro uct in scriptis van den oud Heemraad tot Stellen„ gemunieert met 11. p„s bijlagebosch, Mons: Hendrik Cloete de gequoteerd van Litt„r, A. tot L. oude requirant. — op ende Teegens den Heer Independent Fiscaal Mr Jan Jacob Serrurier gereg: omme op desselvs rat: off: ingeleeverde Eysch te zien dienen van Antwoord den heer gereqd„ versoekt over 14. dagen te repliceeren. Donderdag den 13:' Ianuarij 1783: s' voordemiddags praesent den E. Agtb: heer Pieter Hacker praesident, en alle de leeden, demptis de heer oloff Marthini Bergh koopman mitsg„s dE. Lode„ wijk Christoph warneck Capitain Militair de Eerstgem: bij occupatie, en laatstgem: bij indispositie assumptis de drie Burgerraaden 2 Den Raad Condemneert den ged„e Ian Iurgen Meijer omme te de heer antwoorden op zodanige vraagstucken als hem ter overstaa Eijsscher ten overstaan van EEs gecommitt„s deeses raads zullen worden voorgehouden. Na dat den ged„e afgetreeden was versogt den heer ratione Officie Eijsscher dat de bij het verhoor adsisteerende gecommitts„ mogten worden g'authoriseerd omme in Cas uijt de door gem: Meijer te geevene antwoorden, klaar en duijdelijk bleek dat denselve zig hadde schuldig gemaakt aan het opkoopen van gestorle goederen, denselven Meijer als dan door hun EE: de facto in hegtenis konde werden gezet, welk versoek in overwe ging genoomen zijnde d' EE„s gecommitt„s mits dien zyn gequa„ lificeert geworden, om na bevinding van zaaken, aan't versoek van den heer vat: off Eijsscher te kunnen voldoen den boode treed binnen rappor, den heer Independent fiscaal Mr teerende dat de ged:e, niet prd„ Ian Jacob Serrurier ratione off: sent is. Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre den heer rat: off: Eijsscher op ende Teegens. versoekt vermits de non Compa ritien des ged„e, het eerste defaur den burger daniel verweij ged„e in met den profijte van dien persoon ter andere zeijde, ten fine en een tweed mandament van zig te koomen verantwoorden, Edute teegens heeden over wegens de door zyne verregaande Impertenentie, obstinatie en bruta Liteijd tegens de Justitie gepleegt deezen raade van Justitie aange daane Smaad en Soon Den Raad vermits de non Comparitie des ged„e verleend aan den heer rat: off: Eysschen het versogte Eerste default, met den profijte van dien, en een tweede mandament bij Edute teegens heeden over 11. dagen Daarna verscheen in raade den burger vaandrig Christiaa Pieter Vertoonen reverentelijk Sara Lampregt huijsvrouw van den vrij burger daniel verweij met ende beneevens de verdere meede ondergeteekende bloedvrienden van dezelve Hoe dat aan hun ten bitteren leedweesen is koomen te blijken uyt de ten versoeke van den heer officier M„r, Ian Iacob Sexrurier op de dertigsten der eenen afgeweekene maand decb: gepubliceerde en voorts g'affigeerde Edictale Citatien. Dat denselven heer officier hem bij zyne gesustineerd en gedemandeerd Crimineelen actie is aantygend op het rapport van heere gecommitt„s, zig te hebben Schuldig gemaakt aan verbegaande disobedientie, obstinatie, en Impertinentie, aan UE: agtb: raaden. — Met dat gevolg dat UE: agtb: eerst teegen denselven hebben verleend Prince de Corps en daarna wanneer hij op 't gezigt dat den geweldiger met vier zijner onderhoorige meede atruncalatoris, naar hem in zyn huijs, waarvan hij niet verre af was, visitatie deede, zig ter vermeyding van openbaare Scandaalen zoo voor zig zelven als zyne burger staat op de best moogelijke wijze, hadde Cachee gesteld, daarop de voormelde indaging hebben te werk gelegt. — Aan den E: Agtb: Heer president Pieter Hacker en den E: Agtb: Raade van Iustitie alhier aan Cabo de goede Hoop. E E. Agtbaar Heer en E E. Heeren Pieter Brand als behuuwde broeder, en den burger Se„ bastiaan van Reenen als onder de maagschap van voorsz: daniel verweij sorteerende dewelke een request quamen te priesenteeren nopens voorsz: verweij, luijdenden veerthien dagen als volgt

NL-HaNA_1.04.02_4318_0008 view scan ↗

English

Then, considering, Honorable and Worshipful Sir and Worshipful Sirs, that from the contents of the said Edictal Citation, we could deduce nothing other than that the true origin and initial beginning of the matters operating to the charge of our husband and kinsman Daniel Verweij were presented to Your Honors by the prosecutor in far too reserved and deteriorated a manner, such that the granted bodily apprehension and Edictal citation in its overly rigorous terms can directly and in the first place be ascribed to no one other than him alone; And as we, according to what is known to us of the connected course of events, indeed according to the evidence which our aforementioned husband and kinsman Verweij had at hand, are fully convinced that he has made himself a party and recusant not so much against Your Honors' Council, but rather personally against the intriguing conduct of the prosecutor; Seeing that, from the form and manner by which his honor, so shortly before, instituted a similar kind of action before Your Honors against the fellow free burghers Bartholomeus Goedhar and Iohan George Berends, with the result that they, also for a slight offense according to the outcome of the matter and punishment in proportion to the charge, were criminally apprehended, he has given sufficient reasons and material for suspicion to allow us to conclude that his honor is possessed and pregnant with such vindictive inclinations of mind according to his own provable expressions and other converging matters, especially with respect to the burgher estate that has complained, is still complaining, and has already petitioned the High and Mighty Sovereign for redress, as well as those participating and contributing therein, among whom the said Verweij naturally also belongs, for which no better opportunity could ever come to his hand than an appearance of criminal faults, in order then, as in the present case, to present them in the worst manner to Your Honors, so that—which naturally serves for his own protection—he may always be covered by Your Honors' judicial decrees founded solely on the most incriminating productions; So we find ourselves compelled by the urge of the marital bond and the ties of blood to turn to Your Honors, humbly and urgently pleading: That, whereas we have before us this well-known legal proposition that in maintained criminal cases, vice versa, wives for their husbands, children for their parents, etc., may in their absence defend the person and matters of the defendant in order to prove innocence; As also the notable case made known through the press in the Hollandsche Historische Courant of Tuesday, 14 September 1784, No. 111; And that we also have full confidence that on behalf of our aforementioned husband and kinsman D: Verweij we will be fully able to maintain that he never had the least intention to insult the Honorable and Worshipful Council directly or indirectly, but that he solely set himself as a party and recusant against the intrigues of the aforementioned prosecutor Mr. I. I. Serrurier, and in that regard could also not possibly have behaved otherwise than to advance the desire of the participating burgher estate and the protection of his own person and family from shame and stain.

Dutch transcription

Dan aangemerkt E. agtb: Heer en EE: Heeren mij uijt den Inhoud der gem: Eduitale Citatie niet anders hebben konnen afleijden, dan dat den waren oorsprong, en eersten aanvang der ten lasten van onsen man en bloedverwant daniel verwij militeerende zaaken, uwE. agtb: door den heer officier, te zeer agterhoudend en gedeterioreerd zijn voortgebragt, zoodanig dat de verleende apprehendie Corporeel en Edistalen citatie in derselver te vigouren te termen, directelyk en in de eerste plaatse aan niemand dan aan denselve, kan worden toegeschreeven En wij volgens het geene ons vanden aaneengeschakeld toedragt der zaaken bekend is, ja volgens de bewysen welk onsen meergem: man en bloedverwant verweij aan handn gehad heeft, volkoomen overtuijgd zijn, dat denselven zig niet zoo zeer teegen UE: agtb: raade als wel p„l„ teegens de Intricante handelwijze van den heer officier heeft parthij en recusant gesteld. — Alzoo denselven aan ons en den deelneemenden Burgerstaad uyt de forme en wijze langs welk zijn E zoo kort bevoorens voor UE. agtb: gelijke zoort van actie hadde g'institueert teegens de meede vrij burgers Bartholomeus Goedhar en Iohan george Berends, met dat gevolg dat denselven ook wegens ligte schuld volgens de uijtkomste van zaaken en straffe, in proportie van den aanleg, Crimineelijk zyn g'apprehendeert, oversulx genoegsaame reedenen en stoffe tot argwaan heeft gegeeven om te gunnen Consegee teeren dat zin E: besteld en beswangert is met zoodanigen waaksugtige gemoedsneygingen volgens zyne eijgene beweijsbaare expressien en andere te zamen loo„ ponden zaaken meer ten opzigte des geklaagt hebbende nog klagende en alreeds om redres bij den hoogmogenden Souverain versoekenden mitsg„s daarin deelneemende en Contribueerende burgerstaat waaronder gem: verweij natuurlij ker wijze meede sorteerd, als waartoe hem nimmer beteren Soo vinden wy ons door aandrang van huwelijks verbond ende Hemme des bloeds genoodperst ons te heeren tot uwelE. agtb: ootmoedig en instandig smeekende Dat daarwij voor ons hebben deese bekende stelling des regts dat in gesustineerde Crimineele zaaken vise verse vrouwen voor hare mannen, kinderen voor hunne ouders enz: de persoon en zaaken van den gede, bij absenti„ mogen defendeeren tot bewijsing van onschuld Als meede het notabele door den druk bij de holl: histoo„ rische Courant van Dingsdag den 14. Septb: 1784: N:o 111: Occagie kan aande hand koomen dan een schyn van Cri mineele fauten om denselven dan als in Cas subject op de ergste wijze UE. agtb: voortedragen, ten eynde dan en het geene natuurlik ter eijgen behoudenigge is, altoos met UE. agtb: regterlijk en op de beswarendst producties alleen gegronde decreeten, gecouvreerd te kunnen weesen. Ende op dat wij ook volkoomen vertrouwen hebben om voor meergem: onsen man en bloedverwant d: verweij ten vollen te zullen kunnen gestand doen, dat hij nimmer eenige de minste intentie gehad heeft, om den E: agtb: raad direct of indirect te leegeeren, maar dat hij zig eenlijk parthij en recusant gesteld heeft tegens de Intreques van voorwaards gem: heer officier M:r I. I. Serrurier en daaromtrend zig ook ommogelijk anders te hebben kunnen gedragen als de begeerte des deelneemenden burgerstaat, en de beveijliging van zyn eijgen Persoon en familie voor Schand en Smed quam te bevorde„ ren. bekend. 4

NL-HaNA_1.04.02_4318_0009 view scan ↗

English

6/ made known under the title Netherlands, literally reading: "The day before yesterday, pleading took place here before the aldermen for the lord chief officer, plaintiff in a case of summons in person for incarceration against the famous Marthijntje Kalf, who for some time had expressed herself in her conversations in a violent, seditious manner, with the result that the plaintiff's demand was denied, and the defendant was set at liberty, however under pledge of hand to appear again at the first requisition, wherever she shall be required; the well-known Bilderdijk was the defendant's advocate." — That it may therefore please Your Honorable Reverences' judicial pleasure, in consideration of the previously offered proof that it was by no means the intention of the aforementioned defendant to offend Your Honorable Reverences, but rather the scruple regarding the intrigues and entanglements of the present officer, from which he could deduce nothing other than violent scandals for himself, were the reasons why he recused himself against him, consequently to provisionally discharge the aforementioned our husband and blood relative Daniel Verweij from personal appearance by rescission or suspension of further edictal citations, and since we cannot know with certainty whither he has retreated, therefore to admit us to ordinary legal proceedings in order to be allowed to appear by procurator on his behalf against the lord officer to demonstrate and prove his innocence, the supplicants being prepared, according to the citations required by law, to stand as sureties for the lawsuit and its costs. Whereupon the supplicant and supplicants implore from Your Honorable Reverences the noble benign office of the judge, therefore gracious apostil. After which the lord fiscal withdrew, and the contents of that petition having been discussed, it was unanimously approved to give the following apostil thereon: The council denies the supplicant's request made by this petition. Which being completed, etc. /: was signed :/ S. Verweij born Lambregts, Tobias Verweij, C. Verweij, C. P. Brand, A. B. van Niekerk, J. V. Reenen, G. I. Munnik, C. Frank widow Dreijer, C. I. Verweij [illegible], I. V. Reenen, W. V. Reenen, I. P. Kirsten, J. F. Dreijer, I. A. Dreijer, P. Brand, G. Brand, I. P. Eksteen P. son, Francois Smit the elder, F. Smit the younger, Petrus Iacobus Joubert, Nicolaas Hendrik Smit, N. C. Smit, I. A. van Reenen, Joh. Frank, Everhardus Johannes Laubscher, Iacobus Everhardus Smit, A. Heijns widow van Niekerk, A. C. Laubscher widow O. Mosterd, Iohannes Paulus Eksteen, H. son, A. Rossouw, F. Rossouw, A. V. Reenen, A. Louw, A. son. /: in the margin :/ Exhibited in court the 13 January 1786. — After the reading of which, the aforementioned Sebastiaan V. van Reenen further orally requested that the lord officer :/ denoting thereby the lord independent fiscal /: might withdraw when that petition was being deliberated upon. The lord fiscal meanwhile, having stated his opinion on the contents of that petition, His Honour maintains that the request made therein ought to be rejected, but that His Honour reserved the right, on account of the injurious and defamatory terms contained therein with respect to him, the lord fiscal, to institute such action as he might be advised. /: underneath stood :/ gracious apostil request

Dutch transcription

6/ bekend gemaakten ondar den titul Nederlanden, luijdene eijgen woordig „ Eergisteren is alhier voor scheepenen gepleijt voor den „heer hoofd officier Eijsscher in Cas van dagvaarding in persoon „ tot incarceratie teegens de fameuse Marthijntje Kalf, welk „zig voor eenige teijde op eene violente oproerige wijze in haare „gesprekken heeft uijtgelaten met dat gevolg dat aan de Eijk desselv „Eijsch is ontsegd, en de gedaagdese op vrije voeten gelaten egter „onder handtastinge van ter eerster requisitie, weder te zullen „Compareeren; daar men haar zal requireeren, de bekenden „belderdijk is de advocaat van de gedaagdese geweest. — Dat het derhalve van uwelE. agtb: regterlijk welbehagen mog weesen om in aanmerkinge van het voorwaards geoffereerd bewijs dat het geensints de intentie van den gede, is geweest om uwE. agtb: te ledeeren, maar wel de Pcrupuleusheijd voor de intriques en verstrikkingen van de praesente officier maar uyt hy niets anders, dan geweldadige sandalen voor zig kond afleijden de reedenen waren, waarom hij zig teegens denselve recusant stelde, oversulx den ged=e„ onsen Man en bloedver„ want daniel verweij bij recissie ofte detentie der verdere Edutaale Citatien provisioneel te ontslaan van de personeele Comparitie, ende uijt hoofde wij niet met zeekerheijd weeten kunnen, werwaards denselven zig geretireerd heeft derhalven ons te admitteeren, in een ordinaris proces ten eynde voor denselven teegen den heer officier ter aantooning en bewysen van zijn onschuld te moogen occupeeren bij procureur, zijnde de supp=ten bereijd hun te stellen volgens de na regten gerequireerd wor„ dende Citatie voor den processe en dies kosten, als Borgen Imploreerende de supp=te en Supplianten hier op van UwelE: agtb: nobile benignum officium Iudicis mitsdien gra Waarna den heer fiscaal afgetreeden en over den innehouden van dat versoekschrift gesprooken zijnde is unanimites goedgevonden daarop te geeven het volgende appostillen Den raad wijst der Supp=te bij dit request gedaan Het welk avende enz. /: was geteekend:/ S. verweij geboore Lambregts, Tobias verweij. C. verweij. C. P. Brand A„ s B. van Niekerk, J. V Beenen, g: I: Munnik, C. Frank wed. dreijer, C: I. Verweij dond, I. V Heenen, W. V. Reenen I. P. Kirsten, J. f. Dreijer I: A: dreijer, P. Brand, g. Brand, I P. Eksteen P. Z. francois Smit de oud f. Smit de Jingé, Petrus Iacobus Soubert, Nicolaas Hend„k Smit N. C: Smit, I. A. van Beenen Soh frank Everhardus J„s Laubscher, Iacobus Everhardus Smit A: Heijns wede„ van Niekerk A: C. Laubschen wed, O. Mosterd, Iohannes Paulus Eksteen, H. Zoon, A Rossouw, f. Rossouw, A. V: Reenen, A. Louw. Az: /:in margine:/ Exhibitum in Iudicid den 13. Januarij 1786. — Na welkers lectuuren voorsz: Sebastiaan V. van Beenen nog mondelings versogt dat den heer officier :/ denoteerende daarmeede den heer Independent fiscaal, wanneer over dat request wierd gebesoigneert mogte aftreeden den heer fiscaal intusschen over de innehouden van dat request zijn gevoelen hebbende gesegt, sustineerd zyn E. dat het daarbij gedaane verzoek behoorde van de hand geweesen te werden, dog dat zijn E. hem reserveerde wegens de daarin ten opzigte van hem heer fiscaal gebediepte Injurieuse en lasive termen zoodanig actie te institueeren als te raaden werden zouden /:onderstond:/ gratieuse appostille versoek

NL-HaNA_1.04.02_4318_0010 view scan ↗

English

request rejected, leaving the Independent Fiscal reserved the right to institute such action regarding the injurious and damaging terms used in the aforesaid request as shall be deemed advisable. Subsequently appeared in court the former burgher lieutenant Johannes Dempers, who presented the following request: To the Right Honorable Sir, President, together with the Honorable Council of Justice of this Government, the Honorable Pieter Hacker. Right Honorable Sir and Honorable Sirs, With due respect shows your Right Honorable's very humble servant, the former burgher lieutenant Johannes Dempers. That a certain slave boy of the petitioner, named Goliath, more than a full month ago, through his base nature and disposition, without any lawful reason known to the petitioner, took to deserting; the same, when some people tried to catch him, jumped into the sea, but having been fished out and taken prisoner by fishermen who happened to be there, that boy was subsequently, with the consent of the Independent Fiscal, punished by the Caffres. But that slave, far from being deterred thereby, having made himself a fugitive again a short time later, and upon being recaptured not having shrunk even from cutting his own throat, was, with consent as before, again punished by the Caffres and at the same time placed in irons. However, the aforesaid slave also being brought to no improvement thereby, did not shrink from breaking loose the links of the irons, stealing two loads of wood from the petitioner's yard, and deserting anew with them. But being spotted the following day by one of the petitioner's boys near the garden of the burgher Bield, that boy had indeed attempted to catch the aforesaid Goliath; but since he not only resisted that boy, but also two more of the petitioner's boys sent thither, who nonetheless overpowered the said Goliath, had brought him home; whereupon the petitioner had the often-mentioned Goliath punished by his people for his three-fold repeated desertion, with orders to strike him on his buttocks and back, the petitioner, because he is very poor and weak of sight, having not seen that, as is alleged, one or another of those blows might also have struck the groin. That the petitioner had that punishment carried out, as the petitioner maintains, in such a manner that it could have caused no injury to the health of that slave, and furthermore ordered one of his slave boys to look after the said Goliath and care for him daily. However, since the said slave happened to pass away more than a week thereafter, without the petitioner having had knowledge of that slave boy's poor condition until only a day before, the petitioner was very surprised thereby. Yet since the petitioner is reliably informed that the Independent Fiscal Mr. J. I. Serrurier is gathering inquiries in this regard concerning and against him, the petitioner, in order to draw the petitioner into court over it, the petitioner indeed trusts, for the reasons aforesaid, to be able to await those proceedings, seeing that the petitioner is assured in his conscience of having committed no mistreatment against that boy; nevertheless, the same takes the liberty, in order to prevent all further trouble and to avoid hateful prosecutions, to turn hereby to your Right Honorables, humbly requesting that it may please your judicial pleasure to declare this matter civil and composable. Below stood: Which doing, etc. Was signed: Johannes Dempers. In the margin: Exhibited in court on 13 January 1785. Which having been read, and the Independent Fiscal Mr. J. I. Serrurier having been heard on its contents, his Honor substantially advanced that, in case the circumstances of the matter were as the petition stated, his Honor would bring nothing against that request, although the petitioner was otherwise well known for similar cases; submitting the matter therefore to the judgment of the Council. So that the matter, after the presiding officer had stepped down, having been deliberated upon, the following apostil was framed thereon and pronounced on the roll: The Council, having read this request and heard the declaration of the Independent Fiscal Mr. J. I. Serrurier, declares the matter accordingly civil and composable, the composition to be done in the presence of two commissioners of this Council, and all this at the petitioner's expense. The said Johannes Dempers was furthermore seriously recommended in the Council to conduct himself more cautiously in the future with regard to his slaves, and to beware of evil consequences. All present except the Honorable Burgher Councillors. Furthermore, the said Fiscal exhibited the following representation on and against the former junior merchant and former landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Marthinus Adrianus Bergh, concerning the violent and riot-provoking actions used by him during the attempt to apprehend the burgher Daniel Verwey, reading as follows: To the Right Honorable Sir, President, and the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable Sirs, Shows with proper respect the undersigned Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier. That Marthinus Adrianus Bergh, former junior merchant and landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, on 16 December last did not shrink, on the occasion that the now-fugitive burgher D. Verwey was to be taken into apprehension, and the officers of justice assisted to that end by a commando of soldiers...

Dutch transcription

8/ versoek vande hand, latende aan den heer Independent Fiscaal gereserveert, omme ten opzigte van de by het voorsz: request gebeesigde Injurieusen en Laesive termen Boda„ nige actie te kunnen Institueeren, als te raad werden zal: — Vervolgens verscheen in Iudicia den oud burger Lieutenan Iohannes dempers dewelke het onderstaand request praesenteerde WelEdele Agtbaare Heer en E: Agtbaare Heeren Met verschuldigde Eerbied geeft te kennen uwer wel Edele Agtb: zeer ootmoedigen dienaar den oud burger luijte nant Iohannes Dempers. Hoe zeekeren zin supp„t slaven Iongen, in naame goliath nu meer als een grooten maand voorz: door zijn ondergeno aard en Imborst, zonder zoo den supp:t weet wettige reedenen zig aan't drossen begeeven hebbende, denselven wanneer eenig volk hem wilde opvangen, in zee gesprongen is, dog door juijst aldaar geweest zynde vissers opgevist en gevan gen genoomen zijnde, dien Iongen voorts met Consent vanden heer Independent fiscaal Aan den welEdelen agtb: Heere Pieter Hacker Praeside beneevens den E: Agtb raad van Iustitie deeses gouver„ nements. — g. fiscaal, door de Caffers is afgestraft geworden, dan dien Slaafwel verre van daar door afgeschrikt te worden, zig weijnig tyds daar na weder fugatif gesteld hebbende en bij 't weder opvangen zig niet hebbende ontsien hebbende, en bij 't weder opvangen zig niet hebbende ontzien zelfs in zyn kals te snyden, is denselve met consent als vooren, weder door de Catfers gepunieert en teffens in eijsers geslagen geworden, edog voorsz: slaaf ook daardoor tot geene beterschap te brengen zynde geweest, heeft denselven hem niet ontsien de schakels van de Eijsers los te slaan, twee dragten hout van zijn supp=t werf te steelen en daarmeede op nieuw op te drossen, dog 's volgenden daags door een van des Suppliants jongens, omtrend den Thuyn van den burger Bield ontwaard zijnde, had dien Iongen wel gepoogd voorw. goliath op te vangen, maar vermits denselven zig niet alleen teegens dien Iongen te weer gesteld, maar ook tegens nog twee sijner Supp=t derwaards gesondene Jongens die gem: galiath egter meester geworden weesende, te huijs gebragt hadden als wanneer den supp„t meerm: goliakh door zyne slaaven over zyne drie werf herhaalde aufugie door zyn volk had laaten afstraffen, met last om denselven op zyne billen en rug te slaan hebbende den supp„t door dat deer slegt en Swak van gezigt is niet gesien, dat zoo als voor gegeeven word, een of ander dier slaagen ook in de Liesen geraakt zyn zoude Dat den Suppt„ die afstraffing zoo als aen Suppliant vaststeld, dermaten heeft laten doen, dat deselve aan de ge„ sondheijd van die slaat geen letzel heeft kunnen toebrengen en voorts een zyner slaaven Iongens gelast had na gem: goliats te zien, en dageliks op deselve te passen edog vermits gemelde slaaf meer dan een week daarnu is koomen te overleijden, sonder dat den Supp„lt van desselve Slaaven Iongen Slegte Constitutie als naar - 10 maar aen dag te vooren kennis gehad heeft is den suppt daardoor zeer gesurpreneert geworden Dan vermits den Supp„t in't zeekere onderregt is dat den heer Independent Fiscaal M: S. I. Serrurier dieswegens op ende jeegens hem Suppt, Enquesten komt in te winnen ten fine de Supps daar over in regten te betrecken, soo vertrouwd den suppl uijt hoofde voorsz: wel, die proceduuren te kunnen afwagten, aan gesien hy supp„t in zyn gemoed verseekert is, geene mishande„ lingen aan dien Iongens te hebben gepleegd, nog thans neemd denselve de vrijheijd om tot voorkooming van alle verderen moeijelijkheeden, en vermeijding van hatelijke poursuites zig mits deesen te keeren tot uwelE: agtb: ootmoedig versoe kende dat het van denselver regterlijk welbehagen zijn mogen deese zaak te verclaren Civiel en Composibel /:onderstond:/ 'T welk doende etc: /:was geteekend:/ Iohannes dempers /:in margine:/ Exhibitum in Iudicio den 13. Januarij 1785. Het welk geleeden en den heer Independent ficaal Mr, I. I. Serrura over dies Innehouden gehoord zijnde, advanceerde zyn E. substa„ tieelijk dat ingevalle 's zaaks omstandigheeden dermaten waren als het verzoekschrift dicteerde, zijn E. teegens dat versoek niets inbrengen zouden; of schoon de supp„t bevoo„ „vens over soortgelijke gevallen wel bekend was, stellende mits die de zaak aan s' raads oordeel invoegen die zaak na dat den heer officier afgetreeden was, gebevoigneert zijnde daarop het volgende appostil beraamd e ter rolle gepronun tieerd geworden is. Den Raad na lectuure van dit Request hebbende gehoord het declaratoir van den heer Independent fiscaal mr I. I. Serruries, verklaard mitsdien de zaak fiviel en Composibeen sullende de Cimpositie gedaan werden ten overstaan van 88 vertoond met gepasten Eerbied, den ondergeteekend:= Independ: fiscaal m„r Ian Iacob Serrurier Dat Marthinus adrianus Bergh oud ondercoopman en Land drost van Stellenbosch en drakensteijn op den 16. decbr laatsleeden zig niet heeft ontsien omme bij geleegentheijd dat de thans voortvlugtige burger d. verweij zou worden genoomen in apprehensie, ende dienaren der Iustitie ten dien eijnde g'adsisteerd, door een Commando Militairen op de bekoomen Aan den welhdelen agtbaren Heer Praesidenten raade van Iustitie des Casteels de goedeboop WelEdele agtbaare Heeren 11 gecommitt„s deeses raads, ende zulx alles ten kosten des Suppliants. Zynde wijders gerepte Iohannes dempers in raade Serieuse lijk, gerecommandeert om zig ten opzigte zyner slaaven voortaan voorsigtiger te gedragen, en zig voor quaade gevolgen te wagten Alle praesent behalven dEEs, burgerraden Voorts Exhibeerde welgem Heer fiscaal het volgend vertoog op ende jegens den oud ondercoopman en geweesen anddrost van Stellenbosch en drakensteijn S„r Marthinus adrianus Bergh ten belange der door hem, bij't willen apprehendeeren van den burger daniel verweij gebeesigde vislente en tot oproer aanleijding geevende gebaarden & &, luydende hetzelve als volgt. — gecommitt:s nee ƒ „

NL-HaNA_1.04.02_4318_0012 view scan ↗

English

12 information that the same was inside the house of the aforementioned Bergh, had stationed themselves before that house on the main street, and shortly thereafter, having been informed to the contrary, had retired from there again, at that time, in the sight and hearing of a very large multitude of all kinds of people, with an angry countenance, uttering several insults and accompanying them with violent gestures, held seditious and riot-inciting speeches to the assembled multitude, in which he openly declared that he was of the intention, passing over and in contempt of his local lawful authority, to go and complain to the High and Mighty Lords States, or indeed the Most Worshipful Lords Directors of the Dutch East India Company in Europe, as if some extreme injury had been inflicted upon him in the proper execution of a lawful decree granted by the competent judge, which could give rise to such a complaint. That just as the malicious intention of such a seditious discourse, sworn in such circumstances, from which the most fatal consequences could have flowed, appeared under correction to the petitioner to be so very evident and at the same time of such weight that, especially in the circumstances in which one finds oneself in this Colony, the most serious regard ought to be paid to it, and therefore against such arrogant and seditious speeches provision ought to be made with the utmost seriousness and in a prompt manner; the petitioner, ratione officii, also sees himself placed under the unavoidable necessity to undertake, to that end, the necessary proceedings against the said Marthinus Adrianus Bergh, and consequently takes the liberty of turning to Your Honorable Worships, requesting with due respect their appointment or decree by virtue of which he, the petitioner, may be qualified to have the aforementioned Marthinus Adrianus Bergh summoned in person before this Council in order to hear such criminal claim and conclusion, as well as request or requests, as the petitioner, ratione officii, shall see fit to make and take against him, to answer thereto, and further to proceed as according to law. Underneath stood: Which doing etc., was signed: S. S. Serrurier In the margin: Exhibited in court at the Cape of Good Hope, the 13 January 1785. After the reading of which, as well as of the annexes added thereto, together with consideration of the matters, the following decree was granted to the officer: The Council grants the officer, the petitioner ratione officii, his request to have the former junior merchant and former Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Marthinus Adrianus Bergh, summoned in person before this Council, in order to hear such claim and conclusion, request or requests, as the petitioner ratione officii shall see fit to make and take upon and against him, to answer thereto, and further to proceed as according to law. Lastly, by the aforementioned Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, was exhibited in Council a specific list of Adrianus NE.

Dutch transcription

12 informatie dat deselve zig in't huijs van den voormelde Bergh bevond, voor dat huijs op s' heeren straat zig hadde geposteerd, en kort daarop na van het Contrarie onderreet te zijn, zig weder van daar hadden geretireerd op dat tijdst ten aansien en aanhooren van eene zeer groote meenigte allerleij lieden, met een gramstoorig gelaat, onder het uijte van eenige scheldwoorden, en het beedigen van violente gebaarden aan de bij een versaamelde meenigte oproerige en tot oproer aanleijding geevende propoosten, te houden, by welk hij rond uijt declareerde, dat hij van meeninge was met apreteritien en veragting van zine locaale wettige overigheijd zig aan de Hoog Moogende Heeren Staaten of wel de welk groot Agtb: Heeren bewindhebberen der Neederlandsche Oost Indische Compagnie, in Europa te zullen gaan beklagen eeren als of hem eenige verregaande Lasie was toegebragt in het behoorlijk exploicteeren, van een wettig decreet door den Competenten regter verleend aanleijding tot een dergelijk beklag konde geeven Dat gelijk de quaadaardige intentie van een diergelijk, en in diergelijke omstandigheeden gebeedigd opnoerig duforn uijt het welk de fackenste gevolgen, zoude hebben hanne voortvloeijen de vertoonen is onder Correctie voorgekoomen zoo zeer Evident, en teffens van dat gewigt te zijn dat vooral in de omstandigheeden, in welke men zig in deese Colonie bevind, daarop ten allerErnstigste diend te worden reguard genoomen, en dierhalve, teegens diergelijke arrogante en oproerige propoosten met den meesten Ernst en op eene prompte wijze diend te worden voorzien de vertoonder Rat: off: zig dan ook in de onvermeyde lijke noodsakelijkheijd ziet gebragt, omme tot dat eijnde, de noodige proceduures, tegens denselven Marthinias 13/ Adrianus Bergh te moeten onderneemen en mitsdien de vrijheijd neemt zig te wenden tot uwelhdele agtbaarens met gepasten Eerbied versoekende; derselver appoinctement of decreet uyt kragte van welk hij vertoonden dat Dicu„ werde gequalificeert, omme de voorm. Marthinus Adria nus Bergh in persoon te doen dagvaarden voor deese raade ten eijnde te aanhooren zoodanige Crimineele Eijsch ende Conclusie mitsgs„s versoek ofte versoeken als den vertoonden Rak: officii te raaden zal worden teegens denselven te doen ende te neemen, daarop te antwoorden, en voorts te Procedeeren als na Regten /:onderstond T welk doende &, was geteekend:/ S. S. Perrurier (: in margine:/ Exhibetum en Iudicie aan Cabo de goede Hoop den 13: Januarij 1785: — Na welkens Lectuure, soo wel als die aen daarby gevoegden bijlagen mitsgs overweging van zaaken, aan den heere officier is verleend het volgende decreet. - Den raad accordeert aan den heere ratione off: vertoonden zyn gedaan verzoek omme den oud ondercoopman en oud Landdrost van Stellenbosch en drakensteijn Marthinus Adrianus Bergh voordeese raade in persoon te laten dagvaarden, ten fine te aanhooren zoodanige Eijsch en Conclusie versoek ofte versoeken als den ract: officii vertoonder te raade worden zal, op ende Iegens den selve te doen en neemen daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als na Regten. Laatstelijk wierd door gem: heer Independentfiscaal M„r Jan Iacob Terruries in raade g'exhibeerd een specificque Lijst van Adrianus NE.

NL-HaNA_1.04.02_4318_0013 view scan ↗

English

15 14. The Honorable Company's servants to the number of one hundred and eighty-eight persons, who, falling under this government, successively abandoned their assigned posts and the service of the Honorable Company during the year just past and made themselves fugitives, without it having been possible to apprehend them notwithstanding all efforts applied, the aforesaid Lord Independent Fiscal requested that the aforesaid absconded persons, in accordance with the circular order framed by the High Indian Government, might be summoned in person peremptorily by edictal citation to appear before this Council within a certain fixed period, on pain that upon non-appearance proceedings shall be continued against them as according to law. Wherefore the Council, having considered the request of the well-mentioned Lord Fiscal, as well as in compliance with the aforementioned framed circular order for the maintenance of justice, have thought fit to cause the aforesaid fugitive persons to be summoned and cited by public ringing of the bell to appear peremptorily in person before us, or before commissioners from our Council, within the time of the forthcoming four weeks, to answer then for the repeatedly mentioned willful desertion and abandonment of service, on pain that upon neglect thereof proceedings shall be taken against them by contumacy as according to law. Was undersigned: At Cape of Good Hope, the day and year as above. In my presence, signed: C. L. Neethling, Secretary. Agrees. Saturday the 15th of January 1785. In the morning, extraordinary meeting, present the Honorable Worshipful Lord Pieter Hacker, President, and all the members, except for the Lord Oloff Marthini Bergh and the Military Captain, the Honorable Lodewijk Christoph Warreck, the first-mentioned by occupation and the last-mentioned by indisposition, with the assumption of the three Burgher Councillors. After the Lord President had made known to the Council that His Worship had caused this meeting to be convened at the special request of the Lord Independent Fiscal, J. J. Serrurier, it was communicated by the Lord Fiscal to the convened members that finally, after much effort regarding the fencing of the stolen goods at the house of the fire warden Jan Caspar Loos, the burgher Jan George Meijer had been convicted, and that by the writing of a handwritten letter to the farmer Christiaan Pieter Brand, who had been named by him during the commission held at his house, among others, as having bought chintz quilt linings from him, Meijer, and to whom the Lord Fiscal, in order to be convinced of that truth, had caused a letter to be written by the court messenger; but that the aforesaid Meijer in the meantime had also sent a letter to the farmer and therein had begged that man to help him out of trouble and to testify that he had bought quilts from him, Meijer; however, the repeatedly mentioned farmer, having been disinclined to do so, had handed that letter over to him, the Lord Fiscal, which letter His Honor also presented to the Council at the same time. Whereafter the well-mentioned Lord Independent Fiscal further gave the Council to understand that, having had the aforesaid Meijer taken into custody by the provost and officers of justice based on this convincing evidence, His Honor desired to be informed by this Council whether Their Worships approved of that provisional apprehension, which unanimously

Dutch transcription

15 14. S' E. Compagnies dienaren ten getalle van Een hondert agt en tagtig persoonen, dewelke onder uit gouvernement sorteerende geduurende het eeven afgeweekene Iaar hunne bescheijdene posten en aendienst der E: Comp: successivelijk verlaten en hun fugatif gesteld hebben zonder dat deselve ongeagt alle g'adhibeerde moeijte hebben kunnen worden agterhaald des voorszz: heer Independent fiscaal versogt dat voorsz: g'aufugeere persoonen navolgens de by de hooge Indiaschen regeerin beraamde Circulaire ordre bij Edictaale Citatie perem„ „toir in persoon mogten worden ingedaagt, omme binnen zeekeren bepaalden termeijn voor deese raade te Comparee op peene dat bij non Comparitie teegens deselve bij Continuacie zal worden geprocedeert als na regten Weshalven den raad gelet hebbende op 't versoek van welgem: heer fiscaal mitsg„s ter voldoening vande voorm: beraamd Circulairen ordre tot handhaving der Justitie goedgevonden hebben de voorsz: vlugtige Person bij openbaare klocke geslag te doen dagvaarden, en indagen, omme binnen den tijd van de Eerstkoomende vier weeken peremptoir in persoon voor ons, dan wel gecommitt„s uijt onsen raaden te verschijnen, omme hun als dan weegens meermelde moedwillige desertie en dienstverlating te koomen verantwoorden, op peen dat bij nalatigheijd van die teegens deselve bij Conta „macien zal worden geprocedeert als na regten /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Loop die et anno ut supra /:Lagg mij praesent /:geteekend:/ C. L. Neethling Secretaris. Accordeert Saturdag den 15:' Januarij 1785. S' voordemiddags extra ordinaire vergadering present den E. agtb: heer Pieter Hacker praesident, en alle de leeden demptis de heer Oloff Marthini Bergh en den Capitain militair dE. Lodewijk Christoph warreck de eerstgem: bij occupatie en laatsgem: bij indispoditie assumptis de drie Burgerraden Na dat den heer president den raade te kennen gegeeven had dat zyn E. agtb: deese vergadering had doe beleggen op extres versoek vanden heer Independent fiscaalm, I. I. Serrutien wierd door den heer fiscaal aan de geconvoceerd Leeden gecom„ municeert dat eijndelijk na veele moeijte door het opkopen der gestoole goederen ten huijze van den brandmeester Ian Caspar Loos overgetuygd geworden was aen burger Jan georgen Meijer en zulx wel door het schrijven van een eigenhandige brief aan den landb: Christiaan Pieter Brand dewelke door hem by de ten zynen huijze gedaane Commissie ender meer anderen was opgegeeven geworden van hem Meier voering Chitze spreijen gekogt te hebben, en aan wien dien heer fiscaal om van die waarheijd overtuijgd te zijn door den geregts boode had doen schrijven dog dat voors Meijer inmiddens meede aan den landman een brief gesonden, en die man daar in gebeeden had, hem uyt de nood te helpen, en auste getuijgen dat van hem Meijer spreije gekogt had, dan meerm: Land bouwer daartoe ongeneegen geweest zijnde had die brief aan hem hier ficcaal overhandigt, en welkers brief sijn E. ook in raade teffens produceerde waarna welgem: heer Independent fiscaal den raade verders te kennen gaf, dat hij gaat overtuijgend bewijs voorschreeven Meijer door den geweldiger en dienaren der Iustitie, in hegtenis hebbend doen haalen, zijn E. van deesen raade be„ geerde te werden g'informeerd of hun E. agtbrs, die provi„ sioneele gevangenneeming approbeerde, het gunt unanimites

NL-HaNA_1.04.02_4318_0014 view scan ↗

English

16 being done, His Honor further advanced that yesterday, having immediately taken a confession from the said detained burgher Ian george Rheijer in the presence of the Honorable commissioned members of this Council, the same had thereby confessed to the committed purchasing of stolen goods, His Honor simultaneously proposing to read the same confession of the said Meijer aloud again today in Pleno Judicio to know whether the often-mentioned Meijer would fully persist therein, wherefore the same has also persisted therein. At Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: Me present, signed: C. L. Neethling, Secretary. The Council having thought fit to cause the said Meijer to step inside, the aforesaid confession was read to him. Ian Jacob Ferrurier, ex officio, plaintiff on the one side, against the former Heemraad of Stellenbosch Hendrik Cloete, defendant on the other side, in order to see a reply served to his submitted answer: Regarding serving a reply, he says that since the parties had amicably settled with one another concerning their disputes pending in a civil action, he, the Fiscal, in promotion of their unity, also entirely abandoned his intended action and thus did not intend to proceed further therein, provided that the costs incurred in this matter were properly paid. Exter, appearing as authorized agent for the defendant, says that his principal accepted with much pleasure the declarations made by the officer. The Council therefore approves the declarations made vice versa. Thursday the 20th of January 1785. By order of the Honorable President, the proposition of the Honorable Independent Fiscal Mr. Ian Iacob Ferrurier was circulated among the respective members by the undersigned, namely whether it would not be advisable to entirely inventory the estate of the said burgher Ian george Meijer and to sell it publicly as soon as possible, since not only were more creditors reporting themselves daily, but one also continually became convinced by the inquiries made in that regard that he, Meyer, has from time to time bought up the stolen goods of the principal thefts committed; which proposition was unanimously approved. At Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: Me present, signed: H. L. Bletterman, Sworn Clerk. The Honorable Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier, ex officio, plaintiff in a criminal case on the one side, against the burgher daniel verweij, defendant in person on the other side, in order to purge his first default and further still to come to answer the principal charges brought by the plaintiff: The messenger reports that the defendant had not appeared. The Honorable Plaintiff ex officio therefore requests the second default with the profits thereof, and a third summons by edict against fourteen days from today. The Honorable Independent Fiscal Mr. 17 Thursday the 27th of January 1785. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members, except the merchant Mr. Oloff Marthini Bergh and the Military Captain the Honorable Lodewijk Christoph Warneck due to occupation; assumed the three Burgher Councillors, the Honorable Messrs. Jan Hendrik Munnik, Johannes Smuts, and Jan Coenraad Gie.

Dutch transcription

16 gedaan zynde, advanceerde zyn E. verder dat hij gisteren van gemelde gedetineerde burger Ian george Rheijer ten overstaan van EE. gecommitteerd leeden deezes Raads, opstonds eene Confessie genoomen hebbende, deselve daarbij de gepleegdn op„ koopinge van gestoole goederen beleeden had, proponeeren zijn E: teffens om deselve Confessie van gerepte Meijer op heeden in Dleno Iudico weeder voorteleesen om te weeten of meerm: Mheijer daarbij volkoomen zouden blijven persisteeren, weshalve is denselven ook daarbij blyven persisteeren /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut Supra /:Lager :/ mij in der minne hadde verEenigt Preesent /geteekend:/ C. L. Neethling Secret. treeden is aan hem de voorsz: Confessie voorgeleesen geworden van te dienen van replicq zegt dat Ian Jacob Ferrurier rat: off: vermits partheijen zig met den andere requirant ter eenre nopens hunnen bij Civiele actie op ende Teegens. bankvast gemaakte verschillen den oud Leemraad tot Stellenberh Hendrik Cloete gerequireerd ter hij hier Fiscaal tot bevordering van hent: eenigheijd ook van zijnen andere zeijde omme op dezelvs g'intendeerd actie ten eenemalen ingeleeverd antwoord te zien afzag en dus niet van meeninge dienen van Replicq. Donderdag den 20. Ianuarij 1785: te zijn daarin verder te proce„ is ter ordre van den E. agtb: heer Praesident de propositi„ deeren mits dat de kosten in deesen gevallen behoorlijk voldaan wierden van den heer Independent Fiscaal Mr, Ian Iacob Exter als gemagtigd voor de gereg„en Compareerende zegt dat zijn p„h„ den Ferrurier door den ondergeteekend bij de resp„e Leeden in gedaane declaratien van den heer officier met veel genoegen accepteerden rondvraag gebragt of namentlijk het niet goed zou zijn Den Raad approbeert dierhalven de vise verse gedaane declaratien. den boedel van den ged„e burger Ian george Meijer geheel te Inventariseeren en ten spoedigsten publicquelijk te doen verkoopen terwijl 'er zig dagelijk niet alleen meerder Crediteuren Den heer Indipendent fiscaal Mr, den booden rapporteerd dat aen gede„ Jan Jacob Terrurier ratione Officii quamen aanmelden, maar dat men ook bij Continuatie door niet verscheenen was. — de dieswegens genomene informatie overtuijgd wierd dan den heer rat: off: Eysschen versoeke Eijsscher in Cas Crimineel ter Eenren o ende Teegens. dierhalve het tweeden de faalt hij Meyer van tijd tot tyd de gestoolene goederen der meede met de profijte van dien en een derde mandament bij Educten den burger daniel verweij in per principaalste gepleegde diefstallen heeft opgekogt; wel soon ged ter andere zeijde omme Propositie unamimeter is g'approbeerd. teegens heeden over veerthien zijn eerste default te purgeeren daagen /:onderstond:/ en voorts als nog ten p=le zig te komen Cabo de goede Hloop die et anno ut Supra /:Lager:/ mij verantwoorden wegens de door zijne praesent /:geteekend:/ H. L. Bletterman gesw: Clercq. — den raad goedgevonden hebbend gem: Meijer te doen binnen den heer rat: off: Eyjsscher in Steed. Den heer Independent fiscaael Mr, 17 Donderdag den 27. Januarij 1785. — s' voordemiddags present den E. Agtbaare Heere Pieter Hacker praesident en alle de leeden demptis den koopman de heer oloff Marthini Bergh en den Capitain Militair d E. Lodewijk Christoph warneck by occupatie assumptis de drie burgerraaden d'EEs Jan Hendrik Dunnik, Iohannes Smuts en Jan Coenraad Gie. erre -

NL-HaNA_1.04.02_4318_0015 view scan ↗

English

The Court, due to the non-appearance of the defendant, grants the Plaintiff ratione officii the requested second default with the profits thereof, and a third summons by edict fourteen days from today. The Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier, Plaintiff ratione officii in a criminal case on the one part, against the slave Gree of Sambawa, belonging to the Military Captain of this Castle, the Honorable Philip Christiaan van Heyden, currently the Lord's prisoner, defendant on the other part, to serve upon representation with a claim ad torturam. The statement and documents submitted recently concerning this having been read to the respective Members, the same was brought back to the table today. The defendant, having been heard thereon, persisted in his confession, saying that he had confessed the truth. The Court condemns the accused and defendant Gree of Sambauwa by interlocutory sentence to be brought to and subjected to full torture, as is customary here. After which, on behalf of the Landdrost of Swellendam, by the sworn Clerk of this Court acting for him, a summons in person was requested for the burgher David Keyser, and this because of the distant location of the man's residence, by letter under the seal of the Court, on account of a matter of violence committed on the public roads against fellow burgher Daniel Marais Danielsz; which request was granted to him. After which, by the burgher Sebastiaan Valentyn van Reenen, in the name of the wife of the fugitive burgher D. Verwey, a petition was presented whereby she requests a copy of the petition submitted by her and her kinsmen to the recent court session; however, this request was denied for cause. Finally, there was read a certain extract resolution taken by the Honorable Governor and Honorable Council of Policy here under date of 21 December 1784, as well as an extract letter written by their High Mightinesses the Lords Seventeen to the aforementioned Governor and Council under date of 25 May 1784, and also an extract from the register of resolutions of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands taken on Thursday 15 April 1784, upon the complaints made by His Royal Majesty of Denmark through his Extraordinary Envoy, Mr. de St. Saphorin, regarding the plundering and robbery committed by the Cape farmers of the wrecked Danish ship Nicobar, for which His Majesty desires punishment; with respect to all of which it was resolved that as soon as the completed procedures initiated by the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Daniel van Ryneveld, have been read by the respective Members, sentence will then be passed in that case as the facts warrant. Underneath stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence. Signed: C. L. Neethling, Secretary. Friday, 28 January 1785. In the forenoon, extraordinary meeting. Present: the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members except the Colonel, Mr. Robbert Jacob Gordon, and Merchant Mr. Oloff Marthini Bergh due to business; assumed: the three Burgher Councillors. In pursuance of the interlocutory sentence passed yesterday, there appeared today in the irons or torture chamber the slave Gree of Sambauwa, who, without being fastened to the rack, voluntarily and thus without pain or bonds, to the interrogatories put to him, answered and confessed as noted therein. Underneath stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence. Signed: C. L. Neethling, Secretary. Thursday, 10 February 1785. In the forenoon, present: the Honorable Pieter Hacker, President, and all the Members except the Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier due to indisposition, and the Merchant Mr. Oloff Marthini Bergh due to indisposition and business; assumed: the three Burgher Councillors. The Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier, Plaintiff ratione officii in a criminal case, for whom Christiaan Ronnenkamp appears due to indisposition of the Plaintiff ratione officii, against the burgher Daniel Verwey, summoned in person in the aforementioned case on the other part, to purge his first and second default, and further to hear the claim and conclusions in person for the far-reaching impertinence, obstinacy, and brutality committed by him against Justice, and the insult and dishonor thereby inflicted upon this Court of Justice. Entering, he reports that the defendant has not appeared, and requests, due to the non-appearance of the defendant, the third default with the profits thereof and a fourth summons by edict superabundantly against today, in 14 days. The Court grants the Plaintiff ratione officii the requested third default with the profits thereof, and a fourth summons by edict ad superabundantiam fourteen days from today.

Dutch transcription

Den raad vermits de non Comparitie van den gede„ verleend den heer rat: off: Eijsscher het versogte tweede default met den profijte van dien en een derde mandament bij Edich teegens heeden over veerthien dagen Den heer Independent fiscaal mo: Het noorden heen rat: officii Eijsscher ter laastene seeszig over Jan Jacob Serrurier rat: officii geleevert vertoog en stucken a Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre de respen Leeden geleesen zijnde op ende Teegens. is hetzelve heeden weeder den Slaaff gree van Sambawa ter tavel gebragt. toebehoorende den Capitain militai den gede, daarop gehoord deeses Casteels dE. Philip Christiaan zijnde bleef bij zijne Confegin van heijden thans s' heeren gevangen persisteeren, zeggende den waarheijd te hebben beleeden gede, ter andere zeijde omme bij vertoog te zien dienen van Eijsch ad Forturam. — Den Raad Condemneert den geve, en gede, gree van Sam„ bauwa bij Interlocutoir vonnis, omme gebragt te word tot en aande vollen tortuur, zoo en als deselve alhier gebruijkelijk is. — Waarna wegens den landdrost van Swellendam door den voor hem fungeerende gesn: Clercq dedes raads wierd verso„ dagvaarding in persoon op den burger david Keijser en de sulx vermits de verre afgeleegentheijd van 's mans woon„ plaats per missive onder 's raads zegul, over enen ter zaake Verregaande Impertinentie obstinati en brutaliteijd teegens de Iustitie gepleegd, deesen raade van Iustitie daardoor aangedaane hoon en Smaa 29 van gepleegd geweld op 's heeren wegen, aan de meed burger daniel Marais danielz. welk versoek aan denselve is g'accordeert — waarna door den burger Sebastiaan valentijn van Beenen in den naam vande huysvrouw van de vlugtigen burger D: verweij een request wierd gepraesenteerd bij 't welke deselve versoekt Copia van't door haar en derselven maagen ter jongster vierschaar ingediend request dog welk versoek om reedenen van de hand geweesen is. — Laatstelik wierd in vande geleezen zeeker extract resolu„ „tie genoomen bij den welEdele gestr: heer gouverneur en E. agtb: politicquen raade alhier sub 21. december 1784. mitsg„s een Extract missieve door haar hoog Edelens de heeren seventhienen aan welgem: heer gouverneur en raad sub 25. Meij 1784. geschreeven en zoo meede een Extract uijt het register der resolutie vande hoog M: heeren Staaten generaal, der verEenigde nederland genomen Lovis den 15. april 1784. op de door zyne Koninglyke majest: van denemarken door zijne extra ordinaire Envoijé de heer S„r Saphorin gedane klagten over de door de Caabsche boeren gepleegd plundering en berooving van't gebleevene deensch schip Nicobar waarover zyne Majesteijd strafoeffening begeert, ten opzigte van welk een en ander beslooten is, om zoo dra de door den Land drost van Stellenbosch en drakensteijn S„r daniel van Reijneveld gantha„ meerden en voldonge proceduuren bij de respen Leeden geleezen zyn zullen, in die zaak als dan na bevinding van zaaken te vonnissen /:onderstond: Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut Supra /:Lager:/ mij present. /:geteekend:/ C: L: Neethling Secret„ 18. Vrijdag den 28: Januarij 1785. — anti mitsg„s om op heed de gedaagdens niet 'S' voordemiddags Extra ordinaire vergaderinge Praesent den E: Agtbaaren Heeren Pieter Hacker praesident en alle de leeden demptis den Collonel de heer Robbert Iacob gordon en Koopmande heer Gloff Marthini Bergh bij occipatie assumptis de drie Burgerraaden In opvolging van het op gisteren gevelde vonnis Interlocutoir is op heeden in de boeijen of Pijn kaamer verscheenen, den Slaaf Gree van Lambauwe dewelke zonder aande pleije vastgemaakt te zijn vrijwillig en dus buijten pijn of banden op de hem voorgehouden vraagstuckens, zoodanig g'antwoord en geconfesseerd heeft, als daarbij Staat aangeteekend /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut suprea /Lager:/ mij praesent / geteekend:/ C: L. Neethling Secretaris. — binnen treedende rappor Den heer Independent Fiscaal m„r Ian Iacob Serrurier natione officii Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre en Raad verleend aan den heer ratione officie Eijsscher versogte derde default met den profijte van dien en vierde mandament bij Edicte en super abrendanti gens heeden over 11 dagen treedende rapporteerd Den heer Independent fiscaal A niet verscheenen is Van Iacob Serrurier rak: off: Eijss„s Christiaan ronnenkamp in Cas Crimineel ter Eenre ndispositie van de officii Eijsscher voorden ende versoekt vermits den burger Daniel Verweij gedaage rritie vanden gede, het in persoon in't voorsz: Cas ter anderen met de profijte van dien zeijde omme zyn eerste en tweede default te purgeeren en voorts als nog ten p„en te hooren Eysschen en Concludeeren de door zijne verre gaande Impertinentie obstinuten en brutaliteijd teegens de Iustitie gepleegt, deese raade daardoor andament bij edecte ad aangedaane hoon en Smaad. op ende Teegens. onderdag den 10. Februarij 1785. voordemiddags praesent den E. Agtb: Heere eter Hacker praesident en alle de Leeden demptis sheer Independent fiscaal Mr, Ian Iacob erurier bij indispositie en den koopman de heer „t. Marthini Bergh bij indispositie en occupatie rimptis de drie burger raaden te dienen van In„ E 21. scheenen

NL-HaNA_1.04.02_4318_0017 view scan ↗

English

have appeared Friday the 28th of January In the morning, extraordinary meeting Present the Honorable Respectable Gentlemen Hacker, president, and all the members excepting the Colonel, the gentleman Robert Jacob Gordon, and Merchant, the gentleman Marthini Bergh, on business the three Burgher Councillors Pursuant to the interlocutory decree issued yesterday, there has appeared today in the custody room the slave Gree of [illegible], who, without being bound to the rack, voluntarily and thus without torture or bonds, to the questions put before him, has thus confessed, as stands recorded therein. Underneath was written: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, signed: C: [illegible] Secretary. — The Council grants to the gentleman plaintiff by virtue of his office the requested third default with the benefit thereof and a fourth summons by edict and superabundantly effective 14 days from today. The messenger, stepping inside, reports that the defendants not [illegible] The gentleman Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, plaintiff by virtue of his office in a criminal case, on the one part, The messenger, stepping inside, reports that the defendant has not appeared. The gentleman Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, plaintiff by virtue of his office The Honorable Tobias Christiaan Ronnenkamp, in a criminal case, on the one part, acting for the same on account of the indisposition of the gentleman plaintiff by virtue of his office, requests, on account of the Burgher Daniel Verweij, defendant the non-appearance of the defendant, the in person in the aforesaid case, on the other third default with the benefit thereof, part, in order to purge his first and second and a fourth summons by edict ad default, and furthermore, as superabundanti, as well as to serve 14 days yet in person to hear the claims and from today, in order to respond to and against conclusions regarding the insult and outrage inflicted upon this Council by his far-reaching impertinence, obstinacy, and brutality committed against Justice. Thursday the 10th of February 1785 In the morning, present the Honorable Respectable Gentleman Pieter Hacker, president, and all the members, excepting the gentleman Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, due to indisposition, and the Merchant, the gentleman Oloff Marthini Bergh, due to indisposition and business, the three Burgher Councillors having been co-opted. 21./ to the same: 6 1 of them, and that whenever it might happen to come to pass that the 22 The aforesaid Honorable Tobias Christiaan Ronnenkamp, upon and against petitioning for the gentleman plaintiff by virtue of his office, Jan Jurgen Meijer of Thilberg, requests therefore that boatswain; the defendants, pursuant to the order of the Dirk Kenblom of Stokholm, upper High Noble gentlemen of the Indian sailmaker; Government, might be banished Pieter Franssen of Lubeek, from this country and its jurisdiction Torrien Ballien of Carelstad, to be punished according to their deserts Coenraad Coers of Amsterdam, and should they at any time fall into the hands of Justice. Evert Janssen of Stoetkamp, quartermasters; Honoré Joseph Servage of St. Maur, Pieter Aards of Liemen, Adolph van Nunen of Hamburg, Jacobus Vonk of Hamburg, Jung Mols of Danneberg, Benedict Lange of Stokart, Jan Anthonie Elles of Petergeed, Jacobus Stek of Amsterdam, and Martin Schreuder of Dantsig, house carpenters; August Lodewijk Strous of Janilen, Jurgen Adam Ernst of Heijdelberg, Johan Fredrik Marsfeld of Leijpzig, Carolus Verdreeven of Ostende, and Johan Nicolaas Scherre of Kroonstad, bricklayers; Anthon Joseph Breuker of Cassel, trumpeter; Christoph Schellinger of Riga, Pieter Roos of 's-Gravenland, Pieter Weeberg of Godland, Jan Corneflo of Middelburg, Jan Isaak Herner of Tweebruggen, Arnoldus Pens of Noordbeek, Daniel Nisse of Flensburg, Hendrik Sprik of Geevendorp, Johannes de Booij of Verloo, Lodewijk Madern of Elsas, Julius Everhard Lindeman of Bronswijk, Pieter Bosman of Bronswijk, Philip Bouduin of Hlarts, Take du Bois of Margril, Jaan Bastien of Metzeldorp, Judocus Fredriks of Mullen, Nicolaas Nicyne of Straatsburg, Sijbrand Nondem of Mansslag, Barend Nondem of Mansslag, Arij de Graaf of Wildhuijzen, Augustinus Dams of Pulst, Dominicus Hubert of Blamond, Jurgen Hendrik Roode of Straatsburg, Johannes Breukers of Coblents, Johannes Mitterwald of Coblents, Paul Nicolaas of Alun, Josephus Colput of Antwerpen, Matthijs Andriessen of Molguires, Adriaan Wijnants of Conting, Godlieb Breemer of Baskaph, Godlieb Zagarias of Dantsig, 22 24: Johannes Babtist Steur of Gent, Jan Christiaen Reesing of Blankeng, Willem Sweers of Grol, Johan Coenraad Ebeling of Salzgitter, Frans Smit of Berlijn, François Risse of Bagomer, Johan Jacob Loos of Kitsingen, and Johan Jurgen Kleeman of Dortman, soldiers; François Castel of Marseillen, Pierre Magnaspo of Antibis, Pierre La Chassen of Munnikkend, Gerrit Winter of Eeenhaut, and Jan Louis Barbus of Amsterdam, gunners; Jan Gustaaph of Riga, Johannes van Lodensteyn of Leijden, and Pieter Johannes Lemmers of Heldie, wagon drivers; Andries Griesse of de Cornia, Andries Prijkel of Laaren, Johan Hendrik Berends of Hoger Samelen, Stephen Winkel of Olphen, Jan Jacob Bruijn of Carelstad, Caspar Dammer of Coppenhagen, Benjamin Godlieb Weijer of Laest, Hans Christiaan Wisnus of Aalburg, Hendrik Drootenstrump of Noord Carolina, Joseph Vink of Basendorp, Willem Ronquist of Calman, Erik Bastroom of Stokholm, Mars Surense of Coppenhagen, Leonard Meijer of Kruijsmindn, Olof Burgreen of Noord Caroling, Jan Meyer of Breemen, Frans Adam Carelstrom of Eusterjal, Johannes van Petten of Goes, Jan Babtist Murki of Havre de Grace, Hans Lacen of Coppenhagen, Jan Eumer of Stokholm, Johannes Mesje of Avelijn, Fredrik Grundquist of Carelstom, Jan Pieter de Lond of Feensburg, Johan Hendrik Behm of Ceningsberge, Anthonij Fredral of Lanquedocy, Wilhelmus Koning of Ostende, Mattheus van Zeeland of 's-Hagen, Jens Nielsen of Tellingtee, Pieter Andriesse of Omole, Claas Harriet of Serusterveen, Johan Lindholm of Oud Calabrie, Jan Marthie Luursen of Delwen, Jan Vedder of Lingen, Gerrit Pieterse of 't Eyland Ziel, Andries Eekstroom of Stokholm, Paul Gerhard Talken of Hamburg. 25

Dutch transcription

zijn verscheenen Vrijdag den 28. Ianuarij S' voordemiddags Extra ordinaire ve„ Praesent den E: Agtbaaren Heeren Hacker praesident en alle de le demptis den Collonel de heer Ro Jacob gordon en Koopman de h Marthini Bergh bij occipatie de drie Burgerraaden In opvolging van het op gisteren gevelde Intercocutoir is op heeden in de boeijen kaamer verscheenen, den slaaf Gree va dewelke zonder aande pleije vastgemo vrijwillig en dus buijten pijn of bande voorgehouden vraagstuckens, zoodan en geconfesseerd heeft, als daarbij Sta /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et am /Lager:/ mij praesent /.geteekend:/ C: Secretaris. — Den Raad verleend aan den heer ratione officie Eijsscher 't versogte derde default met den profijte van dien en een vierde mandament bij Edicte en super abrendanti teegens heeden over 14. dagen. de boode binnen treedende rappor ten heer Independent Fiscaal teerd dat de gedaagdens niet m„r Jan Jacob Terrurier natione officii Eijsscher in Cas Cremineel ter eenre den boode binnen treedende rapporteerd Den heer Independent fiscaal M dat den ged„e niet verscheenen is Van Iacob Serrurier rak: off: Eijss„s d' E. Tobius Christiaan ronnenkamp in Cas Crimineel ter Eenre vermits de Indispositie van de heer ratione officii Eijsschen voorden selven fungeerende versoekt vermits den burger Daniel Verweij gedaagen de non Comparitie vanden gede, het in persoon int voorsz: Cas ter andere deren default met de profijte van dien zeijde omme zyn eerste en tweede en een vierde mandament bij edecte ad default te purgeeren en voorts als super abundanti mitsg„s om op heed nog ten p„en te hooren Eysschen en Concludeeren de door zijne verre gaande Impertinentie obstineten en brutaliteijd teegens de Justitie gepleegt, deese raade daardoor aangedaane hoon en Smaad. op ende Teegens over 14. dagen te dienen van In„ Donderdag den 10. Februarij 1785 S' voordemiddags praesent den E. Agtb: Heere Pieter Hacker praesident en alle de Leeden demptis den heer Independent fiscaal Mr, Ian Iacob serrurier bij indispositie en den koopman de heer oloff Marthini Bergh bij indispositie en occupatie asjumptis de drie burger raaden 21./ ten dit: 6 1 van die, en dat zoo wanneer ten mogte koomen te geraaken als den 22 voorm E: Tobias Christiaan Ronnen op ende Teegens „kamp voor de heer R. O: Eyssr, Posti„ Van Iurgen Meijer van Thilberg „leerende versoekt dierhalven dat bootsman de ged„s ingevolge de ordre der Dirk Kenblom van Stokholm opper Hoog Edele heeren der Indiasche Zeijlmaker regeering mogten worden gebannen Pieter franssen van Lubeek. uyt deese lande en den ressorte Torrien Ballien van Carelstad eeniger tyd in handen van Iustitie Coenraad Coers van Amsterdam en Evert Janssen van Stoetkanp quartiermeesters. Honore Joseph Servage van S„t Manr Pieter Aards van Liemen Adolph van Nunen van Hamburg Jacobus vonk van Hamburg Jung Mols van danneberg Benedict Lange van Stokart Jan Anthonie Elles van Petergeed Jacobus Stek van amsterdam en Martin Schreuder van dantsig Huijs Timmerlieden August Lodewijk Strous van Janilen Jurgen Adam Ernst van Heijdel berg. Johan fredrik Marsfeld en Leijp zig Carolus verdreeven van Ostende en Johan Nicolaas Scherre van kroonstad Metzelaaren Anthon Joseph Breuker van Cassel Trompetter Christoph Schellinger van Rigan Pieter Roos van S' gravenland Pieter weeberg van godland. Ian Corneflo van Middelburg. na verdienste te zullen Jan Isaak Herner van Tweebruggen Arnoldus Pens van Noordbeek. Daniel Nisse van Flensburg. Hendrik Sprik van geevendorp. Iohannes de Booij van verloo. Lodewijk Madern van Elsas. — Julius Everhard Lindeman van Bronswijk. - Pieter Bosman van Bronswijk Philip Bouduin van Hlarts Take du Bois van Margril Iaan Bastien van Metzeldorp Judocus fredriks van Mullen Nicolaas Nicyne van Straatsburg Sijbrand Nondem van Mansslag Barend Nondem van Mansslag Arij de Graaf van wildhuijzen Augustinus Dams van Pulst. Dominicus Hubert van Blamond Jurgen Hendrik roode van Straats burg Iohannes Breukers van Coblents¬ Iohannes Mitterwald van Coblents Paul Nicolaas van Alun Iosephus Colput van Antwerpen Matthijs Andriessen van Molguires Adriaan wijnants van Conting. godlieb Breemer van Baskaph. godlieb Zagarias van dantsig. 22 worden gestreeft 24: Iohannes Babtist Steur van gent. Ian Christiaen Reesing van blanken„ g Willem Sweers van grol. Johan Coenraad Ebelingv s als gat Frans Smit van Berlijn François Risse van Bagomer. Johan Jacob Loosvan Kitsingen en Iohan Jurgen Kleeman van dortman Soldaaten François Castel van Marseillen Pierre Magnaspo van Antibis. Pierre La Chassen van Munnikkend gerrit winter van Eeenhaut en Jan Louis Barbus van Amsterdam Bosschieters. Ian gustaaph, an Riga Iohannes van Lodensteyn van Leijden en Pieter Johannes Lemmers van heldie wagen reijders. Andries griesse van de Cornia Andries Prijkel van Laaren Johan Hendrik Berends van hoger Samelen. Stephen, winkel van olphen Jan Jacob Bruijn van Carelstad. Caspar Dammer van Coppenhagen Benjamin godlieb weijer van laest Hans Christiaan wisnus van Aal„ „burg. — Hendrik drootenstrump van noord Carolina Ioseph vink van Basendorp Willem Ronquist van Calman Erik Bastroom van Stokholm Mars Surense van Coppenhagen Leonard Meijer van Kruijsmindn Olof Burgreen van Noord Caroling Jan Meyer van Breemen Frans Adam Carelstrom van Eusterjal Iohannes van Petten van te goes Ian Babtist Murki van Eavre den graen Hans Lacen van Coppenhagen Ian Eumer van Stokholm Johannes Mesje van Avelijn Fredrik grundquist van Carelstom Jan Pieter de Lond van feensburg Johan Hendrik Behm van Ceningsberge. Anthonij fredral van Lanquedocy Wilhelmus Koning van Ostende Mattheus van Zeeland: van s'hagen Jens Nielsen van Tellingtee;. Pieter Andriesse van Omole Claas Harriet van Serusterveen. Johan Lindholm van Oud Calabrie Jan Marthie Luursen van delwen- Jan vedder van Lingen Gerrit Pieterse van 't Eyland Ziel Andries Eekstroom van Stokholm Paul gerhard Talken van Hlamburg. 25

NL-HaNA_1.04.02_4318_0020 view scan ↗

English

26 Lucas Casius of Tevergieden Willem Fredrik Reijser of Monsum Anthonij Franciscus of Radijx Krul Leeverland of Axel. Jan Fredrik Boule of Margesinghouten. Pieter Gebhard of Flanders Fredrik Dabelo of Koningsberg Zybrand Andriesse of Miel Benjamin Draaijer of Dantzig Hans Christiaan Muller of the Island Frans Piets of Paragen Jan Formantée of Dunkirk Thomas Louw of Nieuwzondon Jan Christiaen Lond of Flikkefloo. Johan Pieter Duurbloed of Altona Johan Hentleij of Ainterland. Johannes van der Abele of Jokshom Godlieb Romving of Radenhoff Jan Joseph Meijer of Bremen Fredrik Wissing of Copenhagen Andries Andriessen of Gottenburg Johan Schonberg of Stockholm Albert Christiaansen of Fredrikshal Pieter Verschuur of Antwerp Willem Barend of Amsterdam Joseph Gerardus of Thiel Alexander Gliesenhof of Archangel Simon Jansse of Veere Mosis de Hlaas of Rotterdam Thomas Steeler of Boston Johan Cassel of Stockholm Johan Christiaan Wegerts of Conderts Pieter Oberg of Stockholm. Laurens Nieuwland of Gottenburg Jan Langlais of Havre de Grace Louis Coubriven of Valle Johannes Daans of Lokeren Johannes Breenen of Grunaden Francois Montagne of Nantes. Hendrik Arends of Christiansand. Domingue Wist of Toulon. Carel Fredrik Lauerbeek of Abo. Michiel Standvliet of Philadelphia Cornelis Mulder of Copenhagen Johan Blok of Obertchie François Chagueluure of Cette. Jean Babtist Morel of Dunkirk André Thorau of St. Gilles Jacobus Trop of Antwerp Hans Roelofsen of Christiansand. — Erik Madsen of Hamburg from Drontheim. Roelof Pietersen of Stockholm Fredrik Gustaaph Kronstyn 27 of Stockholm. 28 Anthon Garcie of Radix Matthijs Termants of Coblents. Paulus Veraar of Ghent. Jan Hendrik Olst of Aalst Johan Hanssen of Bornholm. Jurgen Jacob Wegeren of Stettin Jan Diederik Loose of Neyenwalde Andries Zeebloem of Stockholm Jan Larie of Wijburg Pieter Venema of Groningen Anthon van Rhyn of Groningen Simon Jansse of Gouda François Joseph Boijer of Carnburg. François Graingie of Darbenne Cornelis Jensse of Tananger Jan Fredrik Brinkman of Exford. Hans Jurgen of Copenhagen Carel Elstrum of Stockholm Willem Blokstad of Giesendam Johannes Baak of Rotterdam. Johannes Babtist de la Fortos of Tarelberg, all sailors, Hendrik Tol of Groningen Barend Westerhoff of Lottens and Johan Hendrik Anthon at the foot of which was written: At the Cape of Good Hope, the day and year as above, lower down: In my presence, signed: C. L. Neethling, Secretary The Council, having seen the summons issued, heard the proclamation of the court messenger, as well as noted the contumacy of the defendants, and furthermore everything that was pertinent to the case and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes all the defendants in contumacy from this government and its jurisdiction, on pain that if they should at any time happen to fall into the hands of justice, they shall then be punished according to their deserts, with condemnation of all the defendants to the costs. 29 Schuster of Burgerhaagen, ordinary seamen, Johannes Kuipers of Alschen Paulus Therrij of Stockholm, and Matthijs Weilander of Jacobsstad, day laborers. All summoned peremptorily in person in their aforementioned capacities and having been under the jurisdiction of this government, in order to purge their default and, in case of desertion or abandonment of service, to hear the claim. Schuits 6 1 31. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members except the Independent Fiscal, Master Jan Jacob Serrurier, the Colonel, the Honorable Robert Jacob Gordon, and the Merchant and Vendue Master, Mr. Olof Marthini Bergh, being absent due to other occupations as well as indisposition, absent also the two Burgher Councilors, the Honorable Johannes Smuts and Jan Coenraad Gie. Thursday, the 24th of February 1785:— The Honorable Tobias Christiaan Ronnenkamp, serving on account of the indisposition of the Independent Fiscal, acting as prosecutor ex officio, submitting the intendit in person on the one part, stating that he submitted all the muniments serving the case, along with the issued, published, and everywhere posted edict of summons, and requested, on account of the non-appearance of the defendant, that the same may be banished by final sentence as a defaulter and absconder for all eternity from these lands and the jurisdiction thereof, on pain that if he should at any time happen to fall into the hands of justice, he shall then be punished according to his deserts, with condemnation in the costs. Against The Burgher Daniel Verweij, defendant in person, on the other part, to see the intendit served on account of his extreme impertinence, obstinacy, and insolence committed against justice, as well as the insult and slander thereby inflicted upon this Council. — The Council, having heard and considered with attention the intendit made orally by the prosecutor ex officio, as well as the conclusion made against the defaulter and absconder Daniel Verweij, as well as having noted the documents produced alongside it in court, as also the contumacy of the defendant, and furthermore everything that was pertinent to the matter and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes the defaulter and absconder Daniel Verweij for all eternity from this government and the jurisdiction thereof, on pain that whenever he might happen to fall into the hands of justice here, he shall then be punished according to his deserts, with condemnation of the said defaulter and absconder to all the costs incurred in this case. At the Cape of Good Hope, the day and year as above, lower down: In my presence, signed: C. L. Neethling, Secretary. — at the foot of which was written: 30

Dutch transcription

26 Lucoes Casius van Tevergieden Willem Fredrik Reijser van Monsum Anthonij franciscus van Radijx Krul Leeverland van Axel. Jan fredrik Boule van margesing houten. Pieter gebhard van flaanderen Fredrik Dabelo van Koningsberg Zybrand andriesse van Miel Benjamin draaijer van Dantzig Hans Christiaan Muller vant Eijlan Frans Piets van Paragen Ian formantée van duijnkerken Thomas Louw van Nieuwzondon Ian Christiaen Lond van flikkefloo. Johan Pieter duurbloed van altone Iohan Hentleij van Ainterland. Johannes van der Abele van Jokshom godlieb romving van radenhoff Jan Joseph Meijer van Breemen Fredrik Wissing van Coppenhagen Andries Andriessen van gottenburg Iohan Schonberg van Stokholm Albert Christiaansen van fredrikshal Pieter verschuur van Antwerpe Willem Barend van Amsterdam Ioseph gerardus van Thiel Alexander gliesenhof van archangel Simon Iansse van veere Mosis de Hlaas van Rotterdam Thomas Steeler van Boston Iohan Cassel van Stokholm Johan Christiaan wegerts van Conderts Pieter Oberg van Stokholm. Laurens Nieuwland van Gottenburg Jan Langlais van Havre de gracen Louis Coubriven valle Iohannes Daans van Lookeren Iohannes Breenen van grunaden Francois Montagne van Nantes. Hendrik Arends van Christiaan zand. Domingue wist van toulon. Carel fredrik Lauerbeek van Abo. Michiel Standvliet van Bhila delphia Cornelis Mulder van Coppenhagen Johan Blok van Obertchie François Chagueluure van Cette. Jean Babtist Morel van duijnkerke André Thorau van S„ gile Jacobus Trop van antwerpen Hans roelofsen van Christiaan Zand. — brik Madsen van Hamburg van dronthem. Roelof Piertersen van Stokholm Fredrik Gustaaph Kronstyn 27 van Stokholm. 28 Anthon garcie van Radix Matthijs Termants van Coblents. Paulus veraar van gent. Jan Hendrik Olst van Aalst Johan Hanssen van Borholm. Iurgen Jacob wegeren van Stottijn Jan Diederik Loose van Neyenwaldn Andries Zeebloem van Stokholm Jan Larie van wijburg Pieter Venema van groningen Anthon van rhyn van groningen Simon Iansse van gouda François Ioseph boijer van Carnburg. François graingie van Darbenne Cornelis Jensse van tananger Jan Fredrik Brinkman van Exford. Hans Jurgen van Coppenhagen Carel Elstrum van Stokholm Willem Blokstad van giesendam Iohannes Baak van Rotterdam. Johannes Babtist de la fortos van Tarelberg alle mattroosen Hendrik tol van groningen Barend Westerhoff van Lottens en Johan Hendrik Anthon /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut Supra, /:Lager:/ mij present /:geteekend :/ C: L: Neethling Secretaris Den Raad hebbende gesien de gedaane dagvaarding gehoord de uytroeping van den geregtsboode mitsg„s, gelet op de Con„ tumacien van de ged„e voorts op alle het geene ter zaake dienend was en hun E: E. agtb: kond doen moveeren Regt doende uyt naame ende van wegens de Hoog Mogend Heeren Staaten generaal, der verEenigde Nederlanden band: alle de ged„s bij contumacie uyt dit gouvernement en den ressorte vandien op peene dat zoo wanneer te eeniger tijd in handen van Iustitie mogten koomen te geraake als dan na verdienste te zullen worden gepunieert met Condemnatie van alle de ged„e in de kosten 29 Schuster van burgerhaagen Iong mattrousen Iohannes Kuipers van alschen Paulus Therrij van Stokholm en Matthijs weilander van Jacobs Stad Dandlangers. alle in voorm: qualiteyten en der dit gouvernement gesorteerd hebbende peremptoir in persoon ged„e omme hun default te purgeeren en in Cas van deserti„ of dienst verlating Eijsch te aanhooren Schuits 6 1 31. s' voordemiddags praesent den E. agtbaaren Heere Pieter Hacker Praesident en alle de leeden demptis de heer Independent ficcaal m„r Jan Iacob Serrurier den Collonel d' E Robbert Iacob gordon ende Koopman en verdumeester de heer Olof Marthini Bergh zoo bij arcupatie als Indispositie aspemp „tis de twee burgerraden dEEs, Iohannes Smuts en Jan Coenraad gie Donderdag den 24. Februarij 1785:— dE. Tobias Christiaan ronnenkan Den heer Inde pendent ficaae mr, Jan Iacob Terrurier rat: vermits de Indispositie van den officie Eijsscher in Cas Crimineel ter heer rak: off: Eijsschen Jungee„ „rende bij monde van Intendit Eenre dienend, zeijde overteleggen alle op ende Teegens de ter zaake dienende muniment Den burger daniel verweij gede„ met de g'expedieerd gepubliceerd in persoon ter andere zeijden en alomme g'affigeerd manda„ „ment van Educte en versogte ver omme te zien dienen van Intendit „mits de non Comparitie vanden wegens zyne aan de Iustitie gepleegde verregaande Imperti gede, dat denselven bij vonnis definitief als de faillant en „nentie obstinatie en brutaliteijd Latitant mooge werden gebannen mitsgaders de deese raaden ten eeuwigen dage uijt deeze landn daardoor aangedaane soon en en den ressorte van dien op Deene dat zoo te eenigertijd smaad. — in handen van Justitie mogte koomen te geraaken als dan na verdienste te zullen worden gestraft, met Condemnatien in de kosten Den Raad met opmerkzaamheijd gehoord en overwogen hebbenen Aan Cabo de goede Sloop die et anno ut Supra /:Lager:/ mij praesent /:geteekend:/ L. Neethling Secretaris. — /:onderstond:/ hebbbende het Jntendit, door den heer Natione Officii Eijsscher bij monde gedaan, mitsgs de gedaane Concludie op ende jeegens aen defaillant en Satitant daniel verweij mitsg„s gelet op de daarneevens in Indico geproduceerd stucken gelyk ook op de Contimacie van de gede„ en wijders op alles wat ter materie dienende was, en hun EE. agtb: konde doen moveeren Regt doende uijt naame ende van weegens de Hoog Moogende Heeren Staaten generaal der verEenigde Nederlanden, band de defaillant en Latitant daniel Verweij ten eeuwige dage uijt dit gouvernement en de ressorte vandien op peene dat wanneer alhier in handen van Justitie van Iustitie mogte koomen te geraaken als dan na verdienste te zullen werden gestraft met Condemnatie van de ged„e defaillant en Latitant in alle de in deese gevallene kosten 30

NL-HaNA_1.04.02_4318_0023 view scan ↗

English

Thursday the 10th of March 1715. In the forenoon, present the Honorable President Pieter Hacker and all the members except the Merchant Mr. Oloff Marthini Bergh due to occupation, with the addition of the three Burgher Councillors, the Honorable Gentlemen Jan Hendrik Munnik, Johannes Smuts, and Jan Coenraad Gie. The case initiated by the Junior Merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Daniel van Reijneveld, against the Commander of the Swellendam Burgher Invalids, Monsieur Jacob van Reenen, was taken in hand. Having seriously deliberated upon its contents, their Honors, after considering all that merits any attention, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have dismissed the said Jacob van Reenen from his post as Commander of the Swellendam Invalids, and condemn him to all the costs incurred in this matter, denying the officer the remainder of his claim. Colonel Robert Jacob Gordon, however, recorded his vote in the following manner. Colonel Gordon has voted in this case and requested that it be recorded in the minutes that he is of the opinion that the expression of this opinion by Jacob van Reenen regarding the stranded goods and the course of his conduct in that matter is not a crime of the nature maintained by the Landdrost ex officio, but at most an incautious conceit; he, Van Reenen, not having enriched himself, and moreover having given some ducatoons to the castaways, and recommended the burial of the dead; that furthermore the farmers, by their conduct at the so-called auction held by Mr. Hendrik de Wet, have clearly shown their rapacity, and some of the same even rode away across the field with the goods; that they must therefore be regarded as the adversaries of Van Reenen, since they place all the blame on him, who was there merely as a private person by chance, and in no way commanded the Field Cornet Fourie, who had his clear orders and should have followed them; that the farmers who were the looters of the goods were punished with a fine, except for the Field Cornet Fourie, who was furthermore punished with fourteen days on bread and water; that Jacob van Reenen could therefore not be punished with any brand of infamy that was heavier than what the perpetrators of the crime underwent. Signed: R. J. Gordon. Furthermore, the sentence of the burgher Daniel Verwey was signed. All present except the Honorable Burgher Councillors. Lastly, the Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier exhibits the following memorial: To the Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Honorable Sirs, With due respect, the undersigned Independent Fiscal of this government, Mr. Jan Jacob Serrurier, shows that in the house of the military Lieutenant Jan A:s Bleumer, standing diagonally across from the dwelling of the burgher Johannes Augustus Bresler, and there in a downstairs room rented and inhabited by two blacksmiths stationed at the Artisans' Quarters named Christiaan Albregt Kraft and Johan Godlieb Geduen, in such a manner that they have their goods and outside of working hours their stay.

Dutch transcription

C Donderdag den 10: Maart 1715. 'S voordemiddags praesent den E. agtb: heer praesident Pieter Hacker en alle de leede dempto den Koopman de heer Oloff Marthini Bergh bij occupatie assumptis de drie burgerraden dEh„s Ian Hendrik Munnik Iohannes Smuts en Jan Coenraad gie wierd by de hand genoomen het Proces van den ondercoopman en Landdrost van Stellenbosch en drakensteijn dE. Daniel van Reijneveld op ende Teegens de Commandant der Swellendamsen burger Invalides Mons: Iacob van Reenen g'enthameerd Over welkers innehouden Serieuselijk gedelibereerd zijnde hebben hun E. agtb: na overweeging van al't geene eenige reslaxen meriteerd Regt doende uijt Naame ende van weegens de hoog Moogende Heeren Staaten Generaal der verEenigd Nederlanden de ged, Jacob van Reenen gedeporteerd van zyn qualiteijd als Commandant der Swellendamse Invalide en Condemneert dendelve in alle de in deede gevallene kosten met ontsegging van den verdere gedaane Eysch van den officier den heer Collonel Roobert Iacob gordon heeft zyn votum op de volgend wijze dog aanteekenen. den Collonel gordon heeft in deese zaak gevoteerd en versogt dat zulx in de notulen zou worden aangeteekend dat hij van gevoelen is, dat het uijten deeser opinie van Jacob van steenen ten opzigte van de gestrand goederen en het beloop van zyn gedrag in die zaak geen delut is van die natuur als de heer Landdrost nationi officie sustineert maar op zyn meeste een onvoorsigtige waanwijsheijd hebbend hij van reenen zig niet verrijkt, en nog eenige ducatonnen, aan de Strandelingen gegeeven, en het begra „ven der dooden gerecommandeert: dat verder de boeren door hun gedrag bij de zoogenaamde vendutie gehouden door Vertoond met den gepasten Eerbied de endergeteerende Indeponden Fiscaal deeses gouvernements Mr Jan Jacob Serrurier dat in't huijs van de Luytenant militair Ian A:s Bleumer staande Schuyns over't woonhuys van den burger Johannes augustus Bresler en aldaar in een beneede kamer zijne van twee op 't am„ bagts quartier bescheijdene Smits in naame Christiaan albregt Kraft en Iohan godlieb geduen gehuud en bewoond zoodaa„ neg dat zy hunne goederen en buijten de werktijd hun 33 de heer Hendrik de met, hunne roofzugt duijdelijk hebben getoond, en zelve eenige derselve dwars door't veld weggereed zijn met de goederen, dat zy dns als de partheije van van„ Reenen moeten worden aangemerkt dewijl zy al de Schuld op hem Leggen, dewelke aldaar alleen als een particulier persoon bij geval was, en de veldwagtmeester fourie dewelke zijne duydelijke ordres had, en deselve gevolgt moest hebbigde in geene deele Commandeerd dat de boeren dewelke de weghalers der goederen waren met een geldloete gestraft waren uytgenoomen de veldwagtmeester Fourie de„ welke nog vaaren booven met veerthien dagen te water en te brood gestraft is, dat dus Iacob van Bleenen met geene fletrissuure konde worden gestraft 't geen Swaarder was als de perpetreerders van de misdaad ondergaan hebben /:was geteekend:/ R. J. gordon. zijnde voorts de Sententie van den burger daniel verweij getekend Alle praesent behalven dEE s Burgerraaden Laatstelyk Exhibeerd de heer Independent fiscaal Mr, Aan Jacob Serrurier 't volgend vertoag. — Aan den E. agtb: heer Praesident en raade van Iustitie des Casteels de goed Hoop. Edele Agtbaare Heeren verblijf 32

NL-HaNA_1.04.02_4318_0024 view scan ↗

English

require that such crimes be punished as an example to others; so that those who usually reside there, but stay in the said quarter at night, during the night of the 23rd to the 24th of the past month of February made a violent break-in, such that the batten strips of the wooden outer window were not only broken off by force and the same, being provided with a latch and bolt, opened, but in the room the chest and its lock were no less forced and from it a sum of nearly eight hundred rijxd:s was stolen, as appears from the report given by the robbed persons before the Lord Commissioners. That by reason of office the necessary investigations were made regarding this occurrence, and from the inquests obtained before the Lord Commissioners from this Council it has become so far evident that on the said 23rd of February two soldiers of the battalion keeping garrison here, by name Thomas Seger and Iohannes Pauli, having requested leave for that purpose, were not only outside the Castle on the following night until the aforementioned housebreaking took place, but furthermore gave every reason for well-founded suspicion, on account of which they may be regarded as the perpetrators of that crime, since not only the free female slave Mietje of the Cape, living in the same house in which the theft was committed, describes the perpetrators both in posture and clothing as completely matching the aforementioned Seeger and Pauli, and believes she recognized the same Pauli by his voice, but they also moreover, by their differing accounts of their purpose, actions, whereabouts, and other circumstances of this night—which, since they were always together, must naturally harmonize—give the strongest reasons of presumption that they indeed committed the aforementioned crime. And considering that the common good and the safety of the inhabitants require that such crimes be punished, the petitioner by reason of office has deemed himself brought to the unavoidable necessity of having to institute the proper proceedings and criminal case against the same, and on that ground takes the liberty of turning to Your Honorable Worships with due respect, requesting a decree by virtue of which he, by reason of office, may be qualified to take into apprehension the aforementioned persons, Thomas Ceeger and Iohannes Pauli. Which doing etc., was signed: E. E. Serrurier. In the margin: Submitted in the Council of Justice at the Cape of Good Hope, the 10th of March 1785. Which petition and the inquest attached thereto having been read and its contents having been deliberated upon, the following decree was granted thereupon: The Council, after reading and resuming the aforementioned petition and documents, qualifies the petitioner by reason of office to take into apprehension the two soldiers mentioned therein, Iohannes Pauli and Thomas Leeger, and further to proceed against the same as shall be found advisable. Below stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Underneath: In my presence, signed: H. L. Bletterman, sworn Clerk. 36. Thursday the 17th of March 1783. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the Members, except the Merchant the Honorable Oloff Marthini Bergh, occupied; assumed the two Burgher Councillors, the Honorable Iohannes Smuts and Jan Coenraad Gie. The Lord Independent Fiscal, Mr. Jan Iacob Serrurier, by reason of office plaintiff in a criminal case on the one part, against Ianuarij of Bali, slave of the burgher Michiel Elsner, presently the Lord's prisoner and defendant in the same case, on the other part. The plaintiff by reason of office stated that Ianuarij of Bali, bondsman of the burgher Michiel Elser, presently the Lord's prisoner, without pain or bonds of iron has confessed, and it is moreover fully evident, that he, the prisoner and defendant, has made himself guilty of a premeditated murder committed on the female slaves Marton of Mauritius and Silvia of the Cape, of whom the first-mentioned died immediately, and the last-mentioned was inflicted with various wounds, as appears from the surgical certificates granted in that regard. Wherefore the plaintiff by reason of office, since the prisoner and defendant, as appears from the contents of the confession, is himself wounded, and there was danger in delay, demanding his claim concluded that the prisoner and defendant, by definitive sentence of Your Honorable Worships, shall be condemned to be taken forthwith to the place where criminal sentences are customary to be executed, and there, being delivered to the executioner and bound on a cross, to be broken on the wheel from under upwards, further the right hand being chopped off to be thrown in his face therewith, and subsequently the head being struck off to be set on a stake opposite the body; saying that the dead body further, being dragged to the place of execution outside, the head again on a stake, the body placed on a wheel, and the hand being nailed fast to the wheel, shall thus have to remain until it shall be consumed by the air and birds of the heavens, with condemnation in the costs and misen of justice, or to such other pains and punishments as Your Honorable Worships in good justice shall deem to be proper. The prisoner and defendant, having heard the claim and conclusion, says it is well, and likewise that he was prepared, even if he were to die at once. The Lord plaintiff by reason of office requests justice.

Dutch transcription

deren verEysschen dat diergelyke misdade anderen ten Exempel 34/. verblijf aldaar gewoonlik hebben, maar des nagts in't gemeld quartier hun ophouden :/: in den nagt van den 23. tot 24. des gepasseerd maands Februarij op een geweldsaame wijze inbreuk gedaan zoo dat de slag Leijsten van't houte buyten vengster niet alleen door geweld afgebrooken en het zeeve met een knip en grendel versien zijnde g'append, maar„ in de kamer zijnd kist en slot daarvan niet minder gefor„ „ceert en uijt dezelve eene Somma van bij agt hondert rijxd:s ontstoolen is geworden blykens het door de beroofden voor Heere gecommitt„s gegeeve relaas. — Dat de ratione officii weegens dit voorgevallene de nodigen recherches gedaan, en uyt de voor heere gecommitteerdens uijt deeze raade ingewonnene Enquesten zoo veel is koomen te blijken dat op gem: 23. februarij twee soldaaten van't hier guarnisoen houdend bataillon met naame Thomas Seger en Iohannes Pauli hebbende Consent daartoe versogt niet alleen de daarop volgende nagt toe voorm: huijsbraak is geschied buyten het Casteel is geweest, maar ook bovensdien alle reeden van gegrond suspicie opgeeven, om welke men hun als de dader van dat delict kan aanmerken, daar niet alleen de vrij slavin Mietje van de Caab woonend in't zelve huys in't welke de diefstal is gepleegd de daaders zoo in posituur als kleeding volgoomen overeencomstig beschrijft met voorm: seeger en Pauli en denzelven Pauli aan zyn Item meend verkent te hebben maar geeven deselve ook daarenbooven door het verschil„ lend verhaal, van hun oogmerk bedrijven, verblijf, en anderen omstandigheeden, van deese nagt dewelke door dien zyl: altoos te zaamen zyn geweest natuurlijk harmonieeren moeten, de allersterkste reedenen van praesumptie dat zij in de daad voormelde delict hebben gepleegt. — En gemerkt 't algemeen best en de zeekerheijd der Inwoon deren 35 worden gestraft; zoo heeft de vertoonden Ratione officie vermeend, in de onvermeijdelyke noodsaakelykheijd gebragt te zijn omme teegens dezelve de behoorlyk pro„ Ceduures en Cas Crimineel te moeten institueeren en neemd uyt die hoofde de vrijheijd zig te keeren tot uwelE agtb: met gevaste Eerbied versoekende dezelve decreet uijt kragte van welk hy natione officie worde gequalificeert om de voorm: Persoonen, van Thomas Ceeger en Iohannes Pauli te doen neemen in apprehensie /:onderstond:/ 'T welk doend &, /:was geteekend./ E. E. Gerrurier /:in margine:/ overgegeeven in raade van Justitie aan Cabo de goede Hoop den 10. Maart 1785. — welk vertoog en daarbij gevoeg de Enqueste geleesen en over dies Innehouden, gebesoigneerd weesende is daarop het volgende decreet verleend. Den raad na lectuure en resumptie van het voorsz vertoog en stucken, qualificeerd de ratione officii vertoonden, om de beijde daarin vermelde Soldaaten Iohannes Pauli en Thomas Leeger te neemen in apprehensie en om voorts teegens deselve zoodanigte procedeeren, als te raade werden zal. /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut Supra /:Lagis:) mij Praesent /: geteekend :/ H. L. Bletterman gem: Clercq 36. Donderdag den 17. Maart 1783 'S voordemiddcai Extra ordinaire vergadering present den E. Agtbaaren Heere Pieter Hacker praesident en alle de Leeden, dempto den Koopman de Seer Oloff Marthini Bergh bij occupatie assumptis de beijde burgerraaden dEE, Iohannes Smuts en Jan Coenraad Gie Den heer Independent Fiscaal den Ieder rat: off: Eyscher deede Mr Ian Iacob: Serrurier ral: dat Ianuarij van balen lijfeijge officie Eijsscher in Cas Crimineel ter van den burger van michiel Elser Eenre thans s' heeren gevangene op ende Teegens. — /buijten pijn en banden van Eijser beleeden heeft. en Ianuarij van Balij Slaaf het buyten dien ten vollen Consteerd. /dat hij ged: en geden„ zig heeft schulden van den burger Van Michiel Eezer gemaakt & thans s'heeren gevangen en gede in't aan een opzettelike moord gepleegt zelve Cas ter andere zeijde aan de Slavinne Marton van Mauritus en Silviae van de Caab. — /waarvan de Eerstgem: terstond/ overleeden is, en de laatstgem: diverse worden zijn toegebragt. — blijkens de deswegens verleende Chirurgicaale verklaringen Mitswelke de r: O. Eijssr, dewijl de gen: en ged=e blykens de inhoud der Contessie zelfs gequetst, en er Periculum in mona was Eijsch doende Concludeerde dat den gev„e en gede, bij diffinitive von nisse van uwel Edle agtb=rs zal worden gecondemneert omme illico gebragt te worden ter plaatse alwaar men gewoon is Camineele sententien te Executeeren en aldaar aan zeggen dat het doode Lighaam wijders na het buyten geregt gesleept het hoofd weeder op een per het lighaam op een rad gesteld en de hand aan't rad vastgespeijkert zijnde dus zal hebben te verblijven tot dat door de Lugt en vogele des Demels zal zyn verteerd met Condemnatie in de kosten en miden van Iustitie ofte tot alzulke anderen paenen en straffe als uw E. agtb: in goede Iustitie zullen vermeeren te behooren den gev, en ged„e den Eysch en Conclusie hebbende genoord zegt het welte zijn en zoo meede dat hij bereijd was al was 't opstonds te sterven den heer r: O. Eysscher versoekt regt.— 37 den Scherpregter overgeleevert zynde en op een Kruys gebonden van enderen op geleedebraakt te worden voorts de regter hand afgekapt zijnde daarmeede in't aangesigt geworpen te worden, en vervolgens het hoofd afge houwen zijnde op een per teegen over het Lighaam gesteld te worden den

NL-HaNA_1.04.02_4318_0026 view scan ↗

English

The Council, having considered the claim and conclusion made by the officer, together with everything serving the matter and which could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned, as their Honors hereby condemn, the prisoner and defendant Ianuari van Balen to be taken immediately to the place where criminal sentences are customary to be executed here, to be delivered there to the executioner, bound upon a cross, to be broken alive on the wheel from the bottom up, furthermore his right hand to be chopped off and struck in his face with it, furthermore his head to be chopped off and placed opposite the body, subsequently dragged to the outside place of execution, the body placed on a wheel, the head placed on a stake, furthermore the hand to be nailed to the wheel, and thus to remain until consumed by the air and birds of the heavens, with further condemnation to all the costs and expenses of justice. Below was written: In the Castle of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, signed: C. L. Neethling, Secretary. In the morning, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members, except the merchant Mr. Oloff Marthini Bergh, with the addition of the three burgher councillors, Thursday the 24th of March 1785. Between the junior merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Daniel van Reijneveld, on the one part, and the Commandant of the Swellendam Invalids, Jacob van Reenen, on the other part, the first-mentioned acting as plaintiff ex officio and the last-mentioned acting as defendant, required herein to hear judgment pronounced upon their documents and evidence exhibited back and forth in court; The Secretary of this Council, Christiaan Ludolph Neethling, ex officio demanding justice; The Council, having read and seriously considered the documents and evidence exhibited by the parties on both sides, and having additionally reflected upon everything relevant to the case that could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, dismisses the defendant Jacob van Reenen from his capacity as Commandant of the Swellendam Invalids, and condemns him in all the costs incurred in this lawsuit; dismissing the further claim made by the officer. Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope the 10th of March 1785, and pronounced the twenty-fourth of the same month. Signed: P. Hacker, R. J. Gordon, A. v. Schoor, L. C. Warneck, T. C. Ronnenkamp, O. G. de Wet, G. H. Cruijwagen, S. Vlegten, J. P. Munnik, J. C. Gie. Lower: In my presence, was signed: C. L. Neethling, Secretary. The Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Daniel van Reijneveld, plaintiff ex officio in a criminal case, demanding justice, on the one part, against the slave Cupido of Mauritius, belonging to the burgher Isaac de Villiers, now the Lord's prisoner, and defendant in the aforesaid case, on the other side. A sworn clerk of this council submits the written claim and conclusion, furnished with 6 annexes. The defendant maintains that he has not deserved the punishment of death, since the boy did not in fact die from the blows. The plaintiff ex officio persists in his claim and conclusion and requests justice. The Council holds this case under advisement for circulation. The Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, plaintiff ex officio in a criminal case, on the one part, against the burgher Jan George Meijer, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other side. The plaintiff ex officio submits his written claim, furnished with annexes, all according to the inventory, and concludes as at the end of that claim. The prisoner and defendant hopes that he will be dealt with graciously. The plaintiff persists in his claim and documents, and likewise in his claim and the conclusion drawn thereafter, requesting justice. The Council holds this case under advisement for circulation. The Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, plaintiff ex officio in a criminal case, on the one part, against Batjoe of Macassar, slave of the sworn clerk of the Orphan Chamber, Johannes Gijsbertus Blankenberg; Fortuijn of Bali, slave of the assistant of the Honorable Company, Rijno Johannes van der Riet; Barkat of Sumbawa, slave of the burgher Fredrik Schikker; August of Bugis, slave of the burgher Jan George Henning; Sleeman of Macassar, slave of the former apothecary Johan Gustaaph Volmar; the Chinese Oensing of Batavia; Appollos of Batavia, slave of the burgher fire master Caspar Loos, now the Lord's prisoners, and defendants in a criminal case, on the other side. The plaintiff ex officio exhibits his claim and conclusion, furnished with 22 annexes, all according to the inventory. The defendants persist in their confessions. The plaintiff ex officio persists in his demand for justice. The Council holds this case under advisement for circulation. At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, signed: C. L. Neethling, Secretary.

Dutch transcription

Den Raad hebbende overwogen de doorde heer officier gedaane Eyschen Conclusie mitsg„s alles wet ter matern dienend was en hun E agtb: konde doen moveeren regt doende uyt naame ende van weegens de hoog Moogende Heeren Staaten generaal des verEenigde Nederlanden, den geven en ged„e Ianuari van Balen hebben gecondemneert zoo als hun E. agtb: denselve Condemneeren mits deese omme illico gebragt te worden ter plaatze alwaar men alhier gewoon is Crimineele Sententien te Executeeren aldaar de Scherpregten Overgeleevert op een kruijs gebonden zynde van ondere op Leevendig geleedebraakt voorts de regter hand afgekapt daarmeede in't aangesigt geslagen zijnde wijders het hoofd afgekapt en teegens over het Lighaam gesteld zijnde vervolgens na't buiten geregt gesleept, & lighaam op een rad, het hoofd op een pen gesteld zijnd, wijders de hand aan't rad vastgespykert te werden, en dus te ver„ blijven tot dat van de Lugt en vogelen des Pemels zal zyn verteerd, met Condemnatie wyders in alle de kosten en mise van Iustitie /:onderstond:/ Int Casteel de goede Hoop die et annous supra /:Lager:/ mij praesent /:geteekend:/ C. L. Neethling Secretaris. op ende Teegens. den ondercoopman en Land drost van Stellenbosch en drakensteijn S„r, daniel van Reijneveld ter eenre en de Commandant der Swellendamse Invalide Jacob van Bteenen de Eerstgemelde ratione officie Eysschen en de laatst Den Secretaris deeses raads Christiaan Ludolph Aeethling amptshalve regt, -. s' voordemiddags present den E. agtb: heere Pieter Hacker praezident en alle de leeden demptis de koopman de heer Oloff Marthini Bergh assumptis de drie burgerraaden Donderdag den 24. Maart 1785. gem 38 ƒ 2 40 gemelde voor verweerder g'ageert hebbende ten deese gerequireerdens omme op hunne over ende weder in Iudicio g'exhibeerde stucken en munimenten vonnis te hooren pronuntieeren Den Raad geleezen en Serieuselyk over woogen hebbende de door Partheijen hinc inde g'exhibeerde stucken en muni „menten, en daarneevens hebbende genoomen „reflexie op alles wat ter zaake dienende was en hun E agtb: konde doen moveeren Regt doende uijt Naame ende van weegens de Hoog Moogende Heere Staaten generaal der VerEenigde Neederlanden deporteerd den gedaagen Iacob van Reenen van zyne qualiteijd Aldus gedaan en gevonist aan Cabo de goede Hloop den 10. maart 1785 mitsg:s gepronuntieerd den vier en twintigsten derselver maand /:getekend:/ P. Hacker, R. J. gordon, A. V. Schoor, L. C. wanneck T. C. Ron nenkamp, O. g. de wet, g. 3. Cruijwagen S. Vlchten, I. P. Munnik, I. C. Gie /:Lager:/ mij praesent /:was geteekend:/ C: L: Neethling Secret„ /:onderstond:/ als Commandant der Swellendamde Invalides en Condemneert denselven is alle de in deezen processe gevallene kosten; met ontseg„ „ging van den verdere gedaane Eijsch van den officier. 41. Een geswoore Clercq deeses roads leevert over den Schriftelyke Eysch en Conclusie gemunieert met 42 bodemdie veld hat: off: Eijsschen in Cas Crimineel regt. — 6 ter Eenre bylagen op ende Teegens. 6 den ged=e, sustineert de Straffe des doods niet te hebben verdiend den Slaaf Supio van Mauritius alsoo den Iongen niet defacto toebehoorende den burger Isaac de aan de slage gestorven was— villiens thans s' heeren geve, en de rat: off: Eysscher persisteerd bij zijn Eijsch en Conclusie en verboekt ged„e„ in't voorsz: Cas ter anderen regt. zeijde den Raadhoud deese zaak ter rondleezing in advijs. — Den heer Independent fiscaul den heer rat: off Eysscher, leevert over zijne schriftelijke Eyschgemie M„r Ian Iacob Serrurier nak: „nieert met bijlagen alle voln aff: Eijschen in Cas Crimineel ter gens inventaris en Concludeert ut in Eenre op ende Teegens. fine van die Eijsch — de geven en geden hoopt dat met hem gratieuselijk zal werden gehandeerden burger Ian george Meijer geve en geden int voorsz: Caster de heer kat. Eijsscher persisteerd by andere zeijde zyn Eijsch en stucken versoekende Den Landdrost van Hellenbosch een meede by zyn Eijsch en daaragter voor de nat: off: Eyschen postuleerende drakensteijn S„r daniel van Reijne genoomene Conclusie versoekend regt. den Raad kond deese zaak ter rondleezing in advijs Den heer Independent frecaal den heer rat: off: Eijsscher exhibeert M,r Jan Iacob Serrurier ral: zijne Eysch ende Conclusie gemuni„ „„eert met 22. bijlagen alles vol off: Eijsscher in Cas Crimineel ter Eenre „gens Inventaris — op ende Teegens de ged„e persisteeren bij hunne Confessien. Batjoe van Macassar Lijfeijegen Aan Cabo de goede Hloof die et anno ut Supra de ratione officir Eijsschen persisteerd van de geswore Clercq ter wees /:Lager:/ mij priesent /:geteekend:/ C: L. Neethling Secret„— kamer is advijs. — /:onderstond:/ 43 Kamer Johannes gysbertus Blankenberg. Fortuijn van Bulij slaaf van den adsistend der E: Comp: Rijno Johannes van der Elsiet Barkat van Sambawa slaaf van den burger fredrik Schikker August van Bougies Slaaf van den burger Jan george Henning Sleeman van Macassar Slaap van den oud apothecar Iohan gustaaph volmar de Chinees oensing van Batavia Appollos van Batavia lijk„ eijgen van den burger brand meester Caspar Loos thans S' heeren geve, en ged:e in Cas Crimineel ter andere zeijde Den Raad houd deeze zaak ter rondleesing „ling. weed

NL-HaNA_1.04.02_4318_0029 view scan ↗

English

45 dictated. Extraordinary court session, ex officio criminal charge. Thursday the 8th of April 1785. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacken, President, and all the members except the Honorable Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier, as well as the Colonel, the Honorable Robert Jacob Gordon, and the merchant, the Honorable Oloff Martini Bergh, both by occupation and indisposition, with the assumption of the three burgher councillors. The burgher Pieter Hendrik van der Lith, in his capacity as the specially appointed agent of the burgher Jacob van Reenen, plaintiff in this case, submits a petition whereby he requests an appeal against the junior merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Daniel van Ryneveld, defendant, to hear the request for an appeal to the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia against such sentence as was passed by this Honorable Council on the 12th of the past month of March, and pronounced on the 24th following, to the prejudice of the principal petitioner, in the action instituted and process finalized by the aforesaid Honorable van Ryneveld ex officio against the principal petitioner. The sworn clerk at the Secretariat of this Council, Sieur Hendrik Lodewyk Bletterman, who, by virtue of the qualification granted to him by the government of this place, acts for the defendant ex officio, leaves the matter to the judgment of the Council, but requests that the petitioner may be ordered first to post security for the costs already incurred, as well as those that may yet be incurred in case of appeal. Van der Lith requests that the defendant likewise be ordered to post security. The Council grants the now plaintiff Jacob van Reenen his interjected appeal to the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia; therefore, the documents and records that served here in that case, having first been properly authenticated by commissioners from this Honorable Council in the presence of the parties and at the expense of the appellant, shall be sent in original to the said Honorable Council, provided that the appellant first post security both for the costs already incurred and those yet to be incurred in case of appeal; the Council condemning the appellant in the costs incurred herein, and the Council dismisses the request made by the appellant with respect to the officer. The Honorable Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier, prosecutor ex officio in a criminal case, acting through the deputy fiscal Sieur Gabriel [illegible], on the one side, submits a written charge and conclusion, provided with such attachments as the inventory indicates, against Daniel of the Cape and Seyd of Java, both slaves of the former merchant of the Honorable Company, the Honorable Jan van Echten, and Gree of Sumbawa, slave of the Military Captain, the Honorable Philip Christiaan van Heyden, currently the Lord's prisoners and defendants in the aforesaid case, on the other side. The defendants request pardon. The Council keeps this matter under advisement for deliberation. At the Cape of Good Hope, day and year as above. Below: In my presence, signed: C. L. Neethling, Secretary.

Dutch transcription

45 dicteerd. Exter voorden rak: officie Eijks Donderdag den 8. April 1785:— S' voordemiddags praesent den E. agtb: heer Pieter Hacken presidenten alle de leeden demptis den heer Independent Fiscaal Mr, Ian Iacob Serrurier mitsg„s den Collonel de heer Robbert Jacob gordon en den koopmande heer Oloff Marthini Bergh, zoo bij occupatie als Indispositie assumptis de drie Burgennaaden den burger Pieter Hendrik van De burger Pieter Hendrik van der Lith Leevert over een request der Lith in qualiteijd als genemenen gemagtigde van den burger Jacob waarbij om appel versoekt. de geswoore Clercq ter Secretarije van Reenen reg„ts Ca„ deezes raads S=r Hendrik Lodewijk de ondercoopman en Landdrost Bletterman, dewelke uijt hoofde der door de regeeringen deezer plaatse van Stellenbosch en drakensteijn aan hem verliende qualificatie voor d'E. Daniel van Reijneveld geregd den nat: off: gereq:den ageert steld de omme appel te hooren versoeken zaak aan s' raads oordeel, dog aan den E. agtb: raad van versoekt dat den reqtn moge werden Justitie des Casteels Batavia g'ordonneert alvoorens te stellen van zoodanig vonnis als op de Cautie voor de kosten reeds gevallen als in Cas d'appel nog te vallen door voorsz, E. van Reineveld vander Lith versoekt dat aen ratione officie op ende Teegens gereg„de insgelijx mooge werden den Principaalen requirant gelast Cautie te stellen g'institueerde actie en voldongen Proces sub dato 12. der gepas¬ seerd maand maart bij deesen E: agtb: raade ten nadeelen van de ps: requirant gevelde, en den 24. daaraan volgende gepronuntieerde vonnis. — Den Raad accordeert aan den thans reg:s Iacob van de ged„e versoeken gratie den adjunct ficaal s„r gabriel Den Heer Independent Fistaal M„r Ian Iacob Serruries ratione officie Eysscher in Cas Cremineel ter schriftelijke Eijsch en Conclusien een re. gemunieert met zoodanige op ende Teegens. Daniel vande Caub en Seijd van Java beijde Slaaven van den oud Coopman der E. Comp:, d'E. Ian van Echten en gree van Sambawa Slaaf van de Capitain Militair dE. Philip Christiaan van Heijden thans s' heere geve„ en ged„e in't voorsz: Cas ter andere zeijden. ageerene leevert over een bijlagen als den Inventaris Den Raad houd deese zaak ter rondleeding in advijs Aan Cabo de goede Sloop die et anno ut: supra /:Lager:/ mij praesent /:geteekend /: C. L. Neethling Secretaris. Reenen zyn g'interjecteerd Appel aan den E. agtbaren raaden van Iustitie des Casteels Batavia des zullen de in die zaack alhier gediend hebbende stucken en munimenten alvorens door gecommitt„s uijt deesen E. agtb: raade ten overstaan van Partheijen en ten kosten des appellants behoorlijk of Evan geliseert zijnde in originali aan welgem: E: agtb raade overgesonden worden, mits dat de appellant alvoorens stellen Cautie zoo voorde reeds gevallene als in Cas dappel nog te vallene kosten, Condemneerende de raad de appellant in de kosten ten deesen gevallen, en wijst den raad 't door den appellant ten opzigte van den officier gedaane verzoek van de Sand. Steenen 44

NL-HaNA_1.04.02_4318_0030 view scan ↗

English

47. letter against the fourth of August of this year, under penalty of apprehension. These proceedings having been read by the members and the prisoner serving on the day having been heard, the following judgment was passed. Thursday the 21st of April 1785. In the forenoon, present the Honorable Worshipful Mr. Pieter Hacker, President, and all the members except the Merchant, the Honorable Oloff Marthini Bergh, with the assumption of the three burgher councilors. Whereas a representation was exhibited on behalf of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Daniel van Rijneveld, concerning the slave boys Sephtu, Arend, and Isaac, all of the Cape, and the Hottentot Andries, as well as the Hottentot woman Sanna, which, together with its annexes, was held in deliberation for general perusal. The messenger, having entered, reports that the defendant has not appeared. The sworn clerk at the Secretariat of Justice, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, acting for the prosecutor by reason of office, requests, on account of the non-appearance of the said defendant, the first default with the benefits thereof, and a second citation by letter against the fourth of the upcoming month of August, under penalty of apprehension. The Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Daniel van Rijneveld, prosecutor by reason of office in a criminal case on the one part, against the burgher and farmer Johannes Hendrik Visser, defendant in person, to hear such criminal claim and conclusion or request or requests as the prosecutor by reason of office shall see fit to make against him, the defendant, to answer thereto, and further to proceed as according to law. The Council grants to the prosecutor by reason of office the requested default with the benefits thereof, and a second citation by letter against the fourth of the upcoming month of August, under penalty of apprehension. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: In my presence, signed: C. L. Neethling, Secretary. Friday the 6th of May 1785. 46. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Worshipful Mr. Pieter Hacker, President, and all the members except the Merchant, Mr. Oloff Marthini Bergh, and the Junior Merchant, the Honorable Tobias Christiaan Ronnenkamp, on account of other occupations, with the assumption of both burgher councilors, the Honorable Johannes Smuts and Jan Coenraad Gie. The Independent Fiscal, Mr. Jacob Serrurier, prosecutor by reason of office in a criminal case on the one part, against the burgher Jan George Meijer, prisoner and defendant, on the other part. The Council, having attentively read and reviewed both the written criminal claim and conclusion and the documents annexed thereto submitted by the prosecutor by reason of office, after consideration of the matter, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the prisoner and defendant Jan George Meijer to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed here, to be handed over there to the executioner, tied to a post, to be severely scourged with rods on the bare back, further to work on the Honorable Company's public works at Robben Island for the period of five consecutive years, and after the expiration of that period to be banished forever from this country and the jurisdiction thereof, as their Honors hereby banish him therefrom, with condemnation

Dutch transcription

47. missieve teegens de vierden august deeze Proceduirren bij de leeden geleesen en den gev: ten dage dienende gehoord zijnde, is Donderdag den 21. April 1785: s' voordemiddags praesent den E. agtb: heere Pieter Hacker praesident en alle de leeden dempte aen Koopman d E. Oloff Marthini Bergh assumptie den drie burger raaden is. als weegens den Landdrost van Stellanbosch en drakensteijn dE. Daniel van Rijneveld een vertoog g'exhibeerd ten belangen der Slaaven Iongens Sephtu, Arend en Isaac, alle van de Caab, en de khottentot Andries, mitsg„s de hottentoth Sanna, 't welke neevens dies bijlagen ter rondleezing in advijs gehouden is — den boode binnen treedene rapporteer Den Landarost van Stellenbosch en dat den gede„ niet verscheenen is draffensteijn S„r Daniel van Reij den geswoore Clercq ter secretarije neveld rak; off: Eijsscher in Cas Crim van Justitie S„r Hendrik Lodewijk neel ter Eenre Bletterman voorde rat: off: op ende Teegens. ageerend versoekt vermits de non Comparitie dls ged„e het denburger en Landbouwer Johannes eerste default met den profijte Hendrik visser ged„e in Persoon, omme van dien, en een tweede Citatie p„r te aanhooren zoodanigen Crimineelen Eijsch en Conclusie dan wel versoek ofte versoeken, als den rat: off: Eijsscher goedvinden zal op ende tleegens hem ged, te doen ende rem„ daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als na Regten Den raad verleend aanden rat: off: Eijsscher het versogten default met den profijte van dien en een tweede Citatie per„ missieve teegens den vierden der aanstaand maand augustus op peene van apprehendie. Aan Cabo de goede Hloop die et anno ut Supra /:Lager:/ mij Praesent /:geteekend:/ C: L. Neethling Secretaris. deezes Jaars op peene van Voordemidaags Extra ordinaire vergaderinge present den E. agtb: heer Pieter Hacker praesident en alle de leeden demptis den koopman de heer olog Marthini Berghh en den ondercoopman dE. Tobias Christiaan Ronnen Kamp bij accupatie assumptis de beijde burgerraaden d EE„s Iohannes Smuts en Ian Coenraad gie Den heer Independent fiscaal Mo Van Iacob Serrurier rat: officii daarop heeden het onderstaane Eijsscher in Cas Crimineel ter Eenre op ende Teegens den burger Ian george Meijer geven en geden in't voorsz. Cester andere zeijde. Den Raad met attentie geleezen en geresumeert hebbende soo den Schriftelijke Crimineelen Eijsch en Conclusie als de daarneevens gevoegde stucken door den heer ratione oficii Eijsscher ingedient na Overweging van zaaken regt doende uyt Naame ende van weegens de Hooghoo gende Heeren Staaten generaal der VerEenigde Neederlanden, Condemneert den gev„e en ged„e Ian georgen Meijer, omme gebragt te worden ter plaatze alwaar men alhier gewoon is Crimineele geweijsdens ter Execu tie te brengen, aldaar den Scherpregter Overgelevert zijnde aan een paal gebonden, met roed op de bloote rugge strengelijk gegeesselt zijne, voorts de tid van vijf agtereenvol„ genen Iaaren te robben eijland aan s'E. Comp„s gemeene werken te arbeijden en na Expiratie van die tijd ten eeuwigen dage uijt deese land, en den ressorte van dien ge„ bannen te worden, gelijk hun E. agtb: denselven daar uijt zijn bannend bij deesen, met Condemnatie Vrijdag den 6. Maij 1785: 46 appriehentie vonnis gevallen — ..

NL-HaNA_1.04.02_4318_0031 view scan ↗

English

having been heard, today the following decision was rendered thereon: condemning them in the costs and expenses of justice, denying the Council the further demand made by the officer. The proceedings against the prisoners and defendants, and the indictment having been read by the respective members, The Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, ratione officii, prosecutor in a criminal case, on the one side, against Batjae of Macassar, bondservant of the sworn clerk at the Orphan Chamber here, Johannes Gijsbertus Blankenberg; Fortuijn of Bali, slave of the assistant of the Honorable Company, Rijno Johannes van den Riet; Barkat of Sumbawa, slave of the burgher Fredrik Schikkerling; August of Bugis, slave of the burgher Jan George Henning; Sleeman of Macassar, bondservant of an old apothecary of the Honorable Company, Johan Gustaaph Volmax; the Chinese Bensing of Batavia; and Apollos of Batavia, bondservant of the burgher Firemaster Caspar Loos, now prisoners of the state and defendants in the aforementioned case, on the other side. The Council, having attentively read and considered the written criminal demand and conclusion, as well as the documents exhibited in court by the prosecutor ratione officii, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned all the prisoners, as Their Worships condemn the same by these presents, to be brought to the place where it is customary here to carry criminal sentences into execution, and there, being delivered over to the executioner, the first two prisoners, Batjae and Fortuijn, to be punished with the rope at the gallows until death follows; subsequently their dead bodies to be dragged to the place of execution outside, and there to be hanged again on the gallows, thus to remain until they shall be consumed by the air and the birds of heaven; further, the third and fourth defendants, Barkas and August, to be exposed for show under the gallows with a halter around the neck, thereafter each bound to a post, severely flogged on the bare back with rods, and thereupon branded; furthermore, being riveted in chains, to work therein on Robben Island at the Honorable Company's public works without pay for the term of their lives; subsequently the fifth and sixth, as well as the seventh prisoner, Sleeman, Bensing, and Apollos, to likewise be bound to a post and severely flogged on the bare back with rods; the fifth and sixth prisoners moreover to each be riveted in chains for the period of five years in order to work therein on Robben Island, likewise without pay; and after expiration of which time, the fifth prisoner, Sleeman, as well as the seventh prisoner, who after the conclusion of justice, shall be sent home to their owners; with condemnation of all the defendants in the costs and expenses of justice. The case documents which were submitted by the prosecutor ratione officii against the prisoners, the round having been held in deliberation and the defendants having been heard on the day of the exhibition, The Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, ratione officii, prosecutor in a criminal case, on the one side, against 1785 today the following decision was rendered thereon: Daniel of the Cape and Saijd of Java, both slaves of the former merchant of the Honorable Company, Johannes van Echten; Gree of Sumbawa, slave of the military captain of this Castle, the Honorable Philip van Beijden, now prisoners of the state and defendants in the aforementioned case, on the other side. The Council, having attentively read and reviewed both the written criminal demand and conclusion as well as the documents annexed thereto submitted by the prosecutor ratione officii, after deliberation of matters, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned all three prisoners and defendants, Daniel, Saijd, and Gree, as Their Worships condemn the same by these presents, to be brought to the place where it is customary here to carry criminal sentences into execution, and there, being delivered over to the executioner, to be exposed for show under the gallows with a halter around the neck; further, each bound to a post, severely flogged on the bare back with rods; and thereupon branded; furthermore, being riveted in chains, to remain banished therein on Robben Island for the term of their lives, in order to work at the Honorable Company's public works without pay; with condemnation in the costs and expenses of justice. At Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: In my presence, signed: C. L. Neethling, Secretary. With due respect shows forth Your Worships' very humble servant, Johan George Brijdenhaan, married to Adriana Johanna Appel, how the petitioner in the year 1783, under 11 September, at the [illegible] by Your Worships, concerning the [matters brought] by the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Daniel... To the Right Honorable Pieter Hacker, President, together with the other members of the Honorable Council of Justice of this Government. Right Honorable Sir and Honorable Sirs. Thursday the 19th of May, in the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members except the Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier, the Colonel, Mr. Robbert Jacob Gordon, the merchant Mr. Oloff Marthini Bergh, the military captain of this Castle, the Honorable Lodewijk Christoph Warneck, the junior merchant and storekeeper of the Honorable Company, the Honorable Oloff Godlieb de Wet, all due to occupation as well as indisposition, with the three Burgher Councillors being co-opted, the following petition was presented by the discharged soldier, released from the Honorable Company's service, Johan Georg Brijdenhaan.

Dutch transcription

nend gehoord zijnd is heeden en de ged en ged„, te dage die„ de volgend defisie daarop 48/ in de kosten en missen van Iustitie ontseggende den raad den verdere gedaane Eijsch van de heer officier de proceduuren op ende Teegens Den heer Independent fucaul de gev„ en ged„e en Indicioinge Mr„r Ian Jacob Serruries rak off drent, bij de respe, leeden geleesen Eijsscher in Cas Crimineel ter een op ende Teegens. Batjae van Macassar Lijkeyjgen van de geswooren Clercq ter wees „kamer alhier Iohannes gijs ƒ 1 bertus Blankenberg. Fortuijn van Balij Slaaf van den adsistend der E: Comp:e Rijno Joh:s van den Riet. Barkat van Sambawa Slaat van den burger fredrik Schik Kerling. — August van Boegies Slaaf van den burger Ian George Henning Sleeman van Macassar Lijkeijgen van aen oud apothecar der EComp Iohan gustaaph volmax den Chinees bensing van Batavia en Apollos van Batavia Lyteijzen van den burger Brandmeester Caspar Loos thans 'sheeren gevangen en ged„e in't voorszy Cas ter andere zeijde Den Raad met oplettenheijd hebbende geleesen en overwo „gen den schriftelijken Crimineele Eijsch en Conclusie mits„ gaders 49 gaders de stucken door den veer ratione officie Eijsschen in Iudicio g'exhibeerd, regt doende uyt naame ende van wegens de Hoogmogend heeren staate generaal der vereenigde nederland alle de gevangens hebben gecondemneert gelijk hun E agtb: denselve Condemneeren mits deese omme gebragt te worden ter plaatse alwaar men alhier gewoon is Crimi neele sententien ter Executie te brengen en aldaar de scher„ regter overgeleevert zijnde de beijde eerste gev, Batjen en Fortuijn met de koorde aan de gaeg gestraft te worden dat 'er de dood navolgt, vervolgens derselver doode lighamn na 't buyten geregt gesleept, en aldaar weeder aan de gaen opgehangen weesende, dus te verblijven, tot dat door de Lugt en voogelen des heemels zal zyn verteerd; voorts den derde en 4=de ged„e Barkas en august, omme met een strop om den hals onder de gaeg te pronk gesteld zynde daarna ijder aan een paal gebonden, met roeden op den bloten ruggen Strengelik gegeesselt en daarop gebrandmerkt te worden wijders in de zetting geplonken weesend, daarin de tyd huns Leevens op 't robben Eijland zonder loon aan s'E. Compag= gemeene werken te arbeijden, vervolgens de vyfd en sesde mitsg„s den seevenden geve„ Sleeman, densing en appollos omme meed aan een paal gebondn zijne met roeden op de bloote rugge strengelyk gegeesselt den vyfden en sesde geve daarenbooven ijder voorde tid van vijf Iaaren inde getting geplonken te worden ten eijnde daarin op 't robben Eyland meede Zonder Loon te arbeijden en na expiratie van welke tijd de vyfde geven Sleeman wet ende beneevens de seevend geve„ dewelke na 't afloopen der Iustitie hunne Lytheeren zullen werd te huijs gesonden met Condemnatie van alle de ged, in de kosten en misen van Justitie. de proces stucken deweekn door den Den heer Independent fiscaul heer rak: off: Eyss op enden jeegens uw, Jan Jacob Ferrurier ral: off: de gev„ zijn ingedient der rond Eijkk, in Cas Crimineel ter eenre Leeting in advijs gehouden en de ged en ged„se, ter dagen den Exhibitie gehoord zijnde gevallen. 51. op ende Zeegens 1785 is heeden daarop ver volgende decisie gevallen Daniel van deCaab en saijd van Iava beijde Slaaven van den oud Koopman der E: Comp de heer Johannes van Echten. — gree van Sambawa Slaaf van de Capitain Militair deeses Casteels dE: Philip van Beijden thans t' heere ged, e ged„e in't voorsz: Cas ter andere zeijde. - Den Raad met attentie geleesen en geresumeert hebbende soo de schriftelijke, Crimineele Eijsch en Conclusie als de daar neevens gevoegd stucken door de heer rat: off: Eijsschen ingedient na Overweging van zaaken Regt doend uijt nam end van weegens de hoog Mogend Heeren Staaten gene„ raal der verEenigde Neederlanden alle drie de gev„ en ged„e Daniel, Saijd en gree hebben gecondemneert zoo als hun E: agtb: denselve Condemneeren bij deese ommen gebragt te worden ter plaatze alwaar men alhier ge„ woon is, Crimineele Sententie ter Executie brengen aldaar den scherpregter overgeleevert zijnde, met de strop om de hals onder de gaeg te pronk gesteld voorts ijder aan een paal gebonden, met roeden op den bloote rugge strengelijk gegeesselt; en daarop ge„ brandmerkt te worden, wijders in de ketting ge„ klonken weesende, daarin den tid hunnes Leevens op't robben Eyland gebannen te blijven, ten eijnde aan s 1E. Comp„s gemeene werken, sonder loon te arbeijden met Condemnatie in de kosten en misen van Justitie Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut Supaa /:Lager:/ mij priesent /:geteekend:/ C: L. Neethling Secretaris. — Het verschuldigde Eerbied geeft te kennen uwer wel Edelen Agtbaarens zeer nedrigen dienaar Iohan george Breijdenhaan gehuuwd met Adriana Johanna Appel hoe, den Suppl: in den Iaare 1783: sub 11. septb: bij 't door uwelE: agtbaarens, ten belange der door den Landdrost van Stellenbosch en drakensteyn dE. Daniel Aan den welEdelen agtbaaren Heer Pieter Hacker Praesident, benee vens de verdere Leeden uijt den E. Agtbaaren raade van Iustitie deeses gouvernements. - WelEdele Agtbaare Heer en EE. Agtbaare Heeren Donderdag den 19 Maij S' voordemiddags praesent den E. agtb: Adere Pieter Hacker praesident en alle de leeden demptis den heer Independent fiscaal Mr, Ian Iacob Serrurier den Collonel, de heer Robbert Iacob gordon, de Koopman de heer oloff Marthini Bergh, den Capitain militair deedes Casteels aE. Lodewijk Christoph warneck den ondercoopman en pakhuijsmeester der E. Comp: dE. Oloff godlieb de wet alle zoo bij accupatie als Indisposite assumptis de drie Burgerraaden wierd doorden uijt s' E. Compagnies dienst geligt geweer zynde zoldaat Iohan georg Breijdenhaan het volgende request gepraesenteerd. — 50 van

NL-HaNA_1.04.02_4318_0033 view scan ↗

English

52 van Reijneveld, upon and against the petitioner concerning and in the matter of what occurred between him, the petitioner, and the farmer Michiel Radijn, it was ordered by decision taken that he should make his living here at the Cape and by no means proceed into the countryside. However, since the petitioner, despite all efforts made, because of his sickness and poor eyesight is unable to find his subsistence here, but can provide for himself much better if Your Right Honourable worships would graciously be pleased to withdraw from your respected ruling, and thus graciously permit him to proceed to the district of the Paarl, in order to serve there as a schoolmaster with respectable people; the petitioner assuring and promising Your Right Honourable worships that he will never or ever come into the regions where the said Michiel Radijn or his wife reside, but will conduct himself quietly and peacefully according to his duty, in such a manner that Your Right Honourable worships shall receive not the slightest complaints about him, the petitioner, wherefore the petitioner requests a favourable permission by apostille. Underneath was written: Doing which, etc. Signed: Iohan George Breydenhaan. In the margin: Exhibited in Court the 19 May 1785. Upon which the following apostille was granted: The Court, before ruling on this request, places a copy into the hands of the Junior Merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakensteijn, the Honourable Daniel van Rijneveld, in order to serve this Court with his considerations thereon. All present except the Honourable Burgher Councillors. Due to the indisposition of the Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, a memorial furnished with some annexures was delivered by his adjunct, Gabriel Exter, the same being of the following content: Shows with appropriate respect the undersigned Independent Fiscal of this government, Mr. Jan Jacob Serrurier, that upon the very strong indications and presumptions arising from the inquests and other investigations obtained from the aforesaid gentlemen commissioners of this Court, that both soldiers of the battalion garrisoned here named Thomas Leeger and Iohannes Pauli have made themselves guilty of the theft committed in the night between the 23rd and 24th February last at the house of the Captain-Lieutenant of the military, the Honourable Arnold Bleumer, and there, in a room rented by the aforesaid soldiers from two blacksmiths detailed to the artisans' quarters named Christiaan Albregt Kraft and Godlieb Geduurn, were taken into custody pursuant to the decree of Your Right Honourable worships; and that in consequence thereof the memorialist ex officio has caused the detainees to be interrogated several times in the customary manner upon articles framed for that purpose, and has confronted the same both with each other and with some other witnesses, but with the result that both prisoners, contrary to expectation, not only continuously and stubbornly deny the fact, but also continue in the strongest terms to deny having been in the street and at the house of the aforesaid Mr. Bleumer at the time of the actual commission of the theft, whilst they claim to have been lying in a ditch outside the Cape in order to sleep. That, however much the corpus delicti is established, and the fact itself of which the prisoners have made themselves suspect is of such nature and so qualified that, beyond all dispute, according to the general and particular laws and statutes the punishment of death ought to be inflicted, moreover also so Honourable Respected Sirs. 53. To the Right Honourable worshipful Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. many

Dutch transcription

52 van Reijneveld op ende Ieegens den Suppliant over ende te zaa van't tusschen hem suppl„ en den Landbouwer Michiel Radijn voorgevallene, genoomene besluijt gelast geworden is, om zig hier aan de Caab te geneeren en zig geensints ten platten Landen te begeeven. Dan nademaal den supp„t ongeagt alle aangewende poeingen vermits zyne ziek en sigtigheijd niet in staat is zyne subsistentie alhier te vinden, maar zig deselve veel beeter besorgen kan soo wanneer uwel Ed: agtb: goed gunstig van derselver g'Eerde dispositie geliefde te resilieeren, en hem dus goedgunstig te permitteeren Sig te moogen begeeven na't district vande Carel, om aldaar als Schoolmeester by goede lieden te moogen fungeeren; verseekerende ende beloovende den Supplt„ uwel Edelen agtb: nimmer ofte ooijt zullen koomen in de Contreijen alwaar gem: Michiel Radijn ofte zijne huijsvrouw haar met 'er woon bevenden, maar zig stil en vreedzaa volgens zijne pligt te gedragen, dermaten dat uwelh: Agtb: geene de minste klagten van hem suppt sullen bekoomen, als de supp„t om een goedgunstige permissen bij appostelle is versoekende /:onderstond:/ 'Twelk doende &a /:geteekend:/ Iohan george Breydenhaan /:in margine:/ Exhibitum in Iudicio den 19 Maij 1785:— waarop voor appostille is gevallen den raad alvoorens op dit request te disponeeren steld Copia in handen van den ondercoopman en Landdrost van stellenbosch en drakensteijn dE. daniel van Rijneveld omme deesen raade daarop te dienen van desselvs Consideratie Alle present behalven dEh„s Burgerranden werd vermits indispositie van den heer Independent fiscaal Mr. Jan Jacob Serrurier door desselvs adjunct sa„ gabriel Exter overgeleevert een vertoog gemunieert met eenige bylagen, zijnde deselve vanden volgende Inhoud. Vertoond met de gepaste Eerbied de ondergeteekende Independent fiscaal deezes gouvernements Mr, Jan Jacob Serrurier dat op den uijt de voorsz: heeren gecommitt„s uijt deeze raade ingewonnene Enquesten en andere rechenchen voortgekoomene zeer Sterke endicien en presumptien, dat de beijde soldaten van't alhier guarnisoen houdende bataillon in naame Thomas Leeger en Iohannes Pauli, zig schuldig gemaakt hebben aan de diefstal gepleegd in de nagt tusschen den 23 en 24. feb: Iongstl: ten huize van den Capitain luyjtenant militair dE. Arnold Bleumer en aldaar in een van twee op't ambagtsquartier bescheijdienen Smits met naame Christiaan Albregt Kraft en godlieb geduurn gehuurde kamer bij de voorm: soldaten mits 't decreet van uw E: agtb: in hegtenis zijn genomen geworden, en dat in dien gevolge den vertoonder rat: off: de gedetineerdens tot meerderen reijsen, op articulen ten dien fine geformeerd, more solito heeft doen hooren en deselve zoo wel onder zig als met eenige andere verclaardens Confronteeren, dog met die gevolge, dat beijden de gev„en teegens vermoeden niet alleen, 't. teijt bij Continuatie halstarrig ontkennen maar ook zelve op 't allersterkst blyven negeeren in der tyd van de eijgentlijke pleeginge des diefstals in de Straat en aan't huijs van voorm S„„ Bleumer gekoomen te zijn terwijl zij voorgeeven buijten de Caab in een Sloot te hebben geleegen om te slaapen Dat hoe zeer ook de Corpore delicti Consteerd, en't feijt zelve waarvan de gev„, zig hebben suspect gemaakt van die natuur en zoodanig gequalificeerd is, dat buijten alle Contestatien naar de algemeene en bijsondere wetten en Statuten de dood straffen behoord g'infligeerd te worden, bovven dit ook zoo Edele Agtbaare Heeren. 53. Aan den welEdelen agtb: heer Praesident in raade van Iustitie des Casteels de goede Hoop. veelen -

NL-HaNA_1.04.02_4318_0034 view scan ↗

English

many probable proofs and arguments coincide, which leave very little doubt as to whether the mentioned prisoners must substantially be regarded as those who perpetrated the crime, whose lawful punishment is all the more required given such a great multitude of break-ins and thefts committed for some time now; thus, by virtue of such weighty reasons, one would not need to hesitate to bring the prisoners to confession by means of severe examination; in this regard, it will primarily have to be noted and considered that according to the general rules of criminal procedure and the understanding of the acting officer formed thereupon, one ought not to make use of the means of torture, so violent as well as precarious, to compel the accused to confess, except with the greatest caution and circumspection, and not apply the same lightly, unless the evidence against the prisoners is so clear and decisive that one would need have little difficulty, on the basis thereof, without the slightest confession, to make a demand in an ordinary trial and to condemn the prisoners, which direct proofs in the present case, as the acting officer, subject to correction, believes, are entirely lacking. For although they, the prisoners, in their account of their whereabouts during the night in which the theft was committed, given voluntarily before the gentlemen commissioners, differ as vastly as heaven and earth with respect to place, time, and purpose—they having nevertheless, according to their own and repeated confession, always been together—as well as having failed to answer properly in their responses given on several occasions to interrogatories, disagreeing on most points, contradicting both themselves as well as each other in every way, and testifying in a confused and disordered manner; furthermore, from the confrontation held as well as otherwise, it appears that their responses are entirely filled with lies, and no less that the free maid Mietje saw the prisoners sitting on the stoop and claimed to have recognized in particular the person of Pauli by his voice during the commission of the deed, which she affirmed to the prisoners' faces. Yet all these proofs cannot be regarded and held as being such that one could proceed in an ordinary trial to a formal demand and condemnation, because there is no more than a single witness testifying somewhat decisively against them, who is by no means entirely above all exception, and thus there exists not anywhere near a half-proof against them, the prisoners; it being also no less evident from many examples that, despite the concurrence of the most probable proofs and most convincing circumstances, people have been tortured into confessing facts which they never committed. Wherefore it appeared to the acting officer, in view of such defect of proof and qualification of the case, subject to correction, that one could not properly employ the means of sharper examination or torture, but because on account of the very well-founded presumption and suspicions against the prisoners no small difficulty remains, rather to bring this matter under the penetrating eye of Your Honours, in order that according to your customary prudence you may dispose thereof provisionally or otherwise, as Your Honours shall find to be right. Below stood: Which doing. Lower: In the indisposition of the Independent Fiscal. Was signed: gab: Exter. Which presented documents were held for advisement upon reading. At Cabo de Goede Hoop, the day and year as above. Lower: In my presence. Signed: C. L. Neethling, Secretary.

Dutch transcription

34 veele waarschijnelijk bewijzen en argumenten, te zamen koomen de„ welke zeer weynig twijffel overig laten of gem: gev: moeten weezend„ lyk voor de geene gehouden worden die het delut geperpetreerd hebben, diens wettige betraffing bij een zoo groote menigten van zeedert eenige tijd gepleegd inbreuken en dieftens dies te meer vereijschd word, men dus mits zoo gewigtige reedenen niet zoude hoeven te hesiteeren, om door middeel van sterken Examinatie de gev, tot Confessie te brengen, hier bij doen voor namentlijk zal moeten aangemerkt en geconsidereerd worden Dat nade algemeene regulen van Crimineelen Proceduuren en't daarna geformeerde begrip van den Nat: op: vertoonder men van 't zoo violente als hackelyk middel van vortuuren om de beschuldigdens tot Confessie te Constringeeren niet anders als met de grootste voor en omzigtigheijd behoord gebruijk te maaken, en't zelve niet ligt te appliceeren, ofte de bewijsen teegens de gevangene moeten zoo klaar en decisif zijn dat men niet veel swarigheijd zoude behoeven te waken om op fun dament van dien, zonder de minste Confessie in een ordinaris proces Eijsch te doen, ende gev, te aen Condemneeren welke di„ recte bewijsen in Casu substrato gelijk den rat: off: vertoonden /:onder verbetering:/ vermeend ten vollen koomen te ontbreken want hoe wel zy gev, in hun voor Heeren gecomm: vrywillig gedaane verhaal van hun verblijk geduurende de nagt, in welke den diefstal is gepleegd geworden, zoo wel ten opzigt van plaats tijd en doelwit hemel verre verschillen, zijnde zijt: na hun eijge en herhaalde Confessie dog altoos te zaamen geweest als ook in de van hunlieden tot meerderen reyse op interrogatoiren gegeevene respontive niet naar behooren g'antwoord hebben in de meeste poincten disharmonieeren, zig zoo wel zelve als ook teegens malxand op alle weijze contradiceeren, en verwarden Confuns deposeeren voorts uijtgedaane Confrontatie als andersints blijkt dat hunn responsiven geheel met Leugens aangevuld zyn en niet minder 05. vrijmeijd Mietje de gev, op de stoep zittende gesien en bysende de persoon van Pauli bij 't pleegen vande daad aan de Stem wil herkend hebben; dat zij de gevangenen in facie affer meerd. — zoo zullen alle deese bewijsen dog niet voor zoodanig moogen aangesien en gehoud worden dat men in't ordinis proces tot een formeele Eysch en Condemnatie zoude kunnen voortgaan om dat 'er niet meer als een Eenige getuijgen eenigsints decisive teegen hunt deponeerd, dewelke in't geheel niet onmi exceptione major is, en dus nog verre na geen halve bewuijs teegens hun gev existeerd zynde ook niet minder door veele voorbeelden consteerend dat bij alle Concurrentien van de allerwaarschynelijkste bewysen en overtuijgenste omstandigheijdens wenschen getortureerd tot bekennis van feyten zyn gebragt geworden welke zy nimmer gedaan hebben. waarom aan den ral: off: vertoonder bij onsdanige defect van bewijs en qualificatie van de zaak /:onder Cerrectie:/ in voorgekoomen dat men niet gevoegelijk 't middel van scherper Examen, ofte tortuur zou mogen emploijeeren maar omdat wegens de zeer gegronde praesumptie en sus picien teegens de gev„t geen geringe Swarigheijd overblijt deeze zaak Liever te brengen onder het Penetrant oog van UE. agtb: omme ingevolge wel derzelver gewoone prudentie daarin bij provisien ofte andersints te disponee „ren, gelijk uE. agtb: na regt zullen vinden te behooren /:onderstond:/ 'T welk wvende /:Lager:/ bij indispositie vanden heer Independent fiscaal /:was geteekend:/ gab: Exter. welk vertoagen stucken ter nondleesing in advis gehouden is 8 Aan Cabo de goed Loop die et anno ut Supra /:Lager:/ mij prietent /:geteekend:/ C. L. Neethling Secretaris. vrij

NL-HaNA_1.04.02_4318_0035 view scan ↗

English

57 Thursday the 2nd of June 1785. Thursday the 16th of June Anno 1785. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, president, and all the members except the Colonel, Mr. Robbert Iacob Gordon, the Merchant Mr. Oloff Marthini Bergh, as well as the Junior Merchant the Honorable Oloff Godlieb de Wet, both on account of business and indisposition, with the co-optation of the two Burgher Councilors, the Honorable Johannes Hendrik Munnik and Jan Coenraad Gie. The said Clerk of the Judicial Secretariat, Sr. Hendrik Lodewijk Bletterman, acting for the Officer of Justice, demanding by production of an account and declaration, claims and concludes against the defendant that, on account of the crime mentioned in the presentation, he shall be sharply reprimanded by this Honorable Council and at the same time ordered to take careful heed in the future against committing such things on the public roads; and that the defendant shall furthermore be condemned to a fine of fifty rixdollars for the benefit of the Reformed Diaconate Poor of this town, with costs. The Landdrost of the Colony of Swellendam, Pieter Constant van Nuld Onkruijd, plaintiff, against the burgher David Keyser, defendant in person, to hear such claim and conclusion, request or requests, as the aforesaid Landdrost shall make regarding the nuisance committed by the defendant on the public roads against the burgher Daniel Marcus Danielsz., to take a copy thereof, to answer thereto, and further to proceed according to law. The defendant requests a copy and states he wishes to plead against it. The plaintiff states, with all respect, that he believes no copy ought to be given to the defendant, as it is an extraordinary process; but that, should the Council deem it proper, the defendant must first furnish proper and sufficient surety for the judgment and the costs to be incurred in this lawsuit. The defendant persists in his request to be allowed to have a copy, stating that he will seek and provide sureties. The Council grants the defendant the requested copy in order to serve his answer thereto in twelve weeks, provided that the defendant shall first provide sufficient surety for the court costs to be incurred. At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: present me, signed: C. L. Neethling, Secretary. On behalf of the Landdrost of Stellenbosch and Drakensteijn, the Honorable Daniel van Rijneveld, a report was submitted regarding the petition handed over to him for that purpose on the 10th of the past month of May by Johan George Breijdenhaan, in order to provide the Council with a report on whether granting the petitioner's request to be allowed to go elsewhere in the District of Drakensteijn for a better livelihood might give rise to any unpleasant consequences. Concerning which the said Landdrost maintains that, if the said Breydenhaan were specifically permitted not to go anywhere else outside that district, he maintains no difficulties could result therefrom. Wherefore, for these and other reasons, the following disposition was made by their Honors, which will also be delivered by apostil to the aforesaid Breydenhaan for his compliance: The Council, having read the report submitted by the Landdrost on the contents of this petition, grants the petitioner his made request and permits the petitioner, Johan George Breydenhaan, on condition that he may proceed elsewhere in the District of Drakenstein as a schoolmaster and conduct himself there quietly and peacefully; nevertheless forbidding him from going into the regions across the Hottentots Holland mountains, nor near the residence of his wife, nor that of the farmer Michiel Radijn. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, president, and all members except the Merchant Mr. Oloff Marthini Bergh, the Military Captain the Honorable Lodewig Christoph Warnek, and the Junior Merchant the Honorable Salomon van Echten, both on account of business and indisposition, with the co-optation of the two Burgher Councilors, the Honorable Sr. Johannes Smuts and Jan Coenraed Gie. 56

Dutch transcription

57 Donderdag den 2. Iunij 1785. Donderdag den 16. Iunij Ao785. — 'S voordemiddags praesent den E. agtb: Heere Pieter Abacker praesident en alle de leeden demptis den Collonel de heer Robbert Iacob gordon den Coopman de heer oloff Marthini Bergh mitsg„s den ondercoopman dE. Ologf godlieb de wet zoo bij occupatie als Indispositie assumptis de twee burgerranden d E E Johannes Hendrik Munnik en Jan Coenraad gie den gem: Clercq ter secretarise van Justitie Den Landdrost der Colonie Swellen Sr Hendrik Lodewijk Bletterman voor den k. O. E. postuleerend voet ender productie dam P„r, Constant van Nuld van een relaas en verclaring Eysch en Concludeert Onkruijd rak op Eijsscher mits die dat den ged wegens de in de pad„ Contra „sentatie vermeld misdaad door deesen E. agtb: raade scherpelijk zal worden gere„ den burger david Keyser ged=e in primendeert, en teffens aanbevoolen om zig in't toekoomende zorgvuldig te wagt Persoon omme aantehooren zoodanig Eyschen Conclusie, versoek ofte van diergelijken dingen op s' heeren wegen te pleegen en dat hy yed voorts zal versoeken als voorsz: Landdros worden gecondemneert in een amend ten belange vande door de gede van vyftig ryeds, ten behoeve der gerefor op t heeren weegen aan de burger meerd diaconij armen deeser steed met Daniel Marcus Danielsz: gepleegt de kosten. overlast zal koomen te doensen den ged: versoeke Copin en zegt daar te neemen daarop te antwoorden teegen te willen procedeeren /:den gi Eijsscher zegt /onder reverentie en voorts te procedeeren als nan te vermeijnen vas aan de gede geen Conin regten zouden behoeven te worden gegeeven als een Extra ordinair proces zijnde dog dat den raad sulx goedvindende de geen, alvoorens stelle behoorlijke en suffisanten Cautie voort geweijsde en in de in deese processe te vallene kosten de ged, persisteerd by zyn verzoek van Conia te moogen hebben Seggend sorgen te zullen zoeken en stellen Den raad verleend aan de ged„de versogte Copia om daarop over twaalf weezen te dienen van antwoord mits dat de gede„ alvoorens stelle Cautie suffisant voor de te vallene proces kosten Aan Cabo de goed Toop aie et anno ut supra /:Lager:/ my present /:geteekend:/ C: L. Neethling Secretaris. — Wierd wegens de Landdrost van stellenbosch en drakensteijn dE. daniel van Rijneveld ingedient een berigt nopens het hem sub 10. der afgeweekene maand Maij, ten die fine in handen gesteld request van Iohan george Breijdenhaan omme den raad te dienen van berigt of ook in't accordeeren van des suppts versoek met zig in't district van drakensteijn elders ter beetere subsistentie te moogen begeeren, ook eenige onaangen naame gevolgen zouden kunnen proflueeren, te belangen van't welke gem: landdrost sustineert, dat zoo wanneer na gem: Breydenhaan bepaaldelik wierdn gepermitteerd van zig van vert district niet na elders te mogen begeeven hij sustineert daaruijt geene moeijelijkheeden zouden kunnen resulteere weshalve om die en andere motive bij hun E: agtb: het volgende dispositief is gevallen en't geen aan voorsz, Breyderhaan ook by appostelle ter zijner obsecutie zal werden ter hand gesteld — den raad hebbende geleesen het door den Landdrost op den inhoud van deese requeste ingediendn berigt accordeert aan de suppliant zijn gedaan versoek en permitteerd den Suppliant Iohan George Breydenhaa, mitsdie om hem elders in't district van drakenstein als School meester te mogen begeeven en zig aldaar rustig en vreedzaam te Comporteeren, interdueerend denselve egter omme hem te vervoegen in de Contreijen en over t' hottentots hollands gebergte nogte omstreep de woonplaatze van dezelvs huysvrouw en die van de landbouwer Michiel Radijn S' voordemiddags present den E. agtbare heere Pieter Backer praesident en alle de leeden demptis aen koopman en heer oloff Marthini Bergh den Capitain militair dE. Lodewig Christoph warnek en aen ondercoopman VE Salomon van Echten zoo bij occupatie als Indispositie assumptis de twee burgerraden dEh sr Iohannes Smuts en Jan Coenraed gie 56 —

NL-HaNA_1.04.02_4318_0036 view scan ↗

English

Whereupon the sworn clerk of this Council, Mr. Hendrik Lodewijk Blesterman, in virtue of the qualification granted to him for and on behalf of the aforementioned Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, submitted the following memorial. To the Honourable and Respected Lord Pieter Hacker President and the further members of the Honourable and Respected Council of Justice of this Government: Honourable and Respected Lord and Lords. Shows with the greatest respect to Your Honours the humble servant, the undersigned, acting in the matter of the junior merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, that at the end of the past month of April last, two slave boys named Arij van de Caab and Adam van Bengalen were brought into the prison at Stellenbosch by the burgher David Malang, because they had confessed to him, Malang, to have murdered a slave boy of a certain Joubert at the Berg River at the third pontoon. That the said Landdrost, having examined both aforementioned prisoners upon their arrival at the drostdy, they continued to insist that they had murdered a slave boy of a certain Piet Joubert. That although the name of a Piet Joubert was completely unknown to the Landdrost, and it had not previously come to his knowledge that anywhere around the Berg River a boy had been murdered; he nevertheless sent the next day his substitute Rudolphi together with the field cornet living in the aforementioned district, taking along the prisoner Adam, to the place where according to the assertion of both prisoners the murder or homicide was supposed to have been committed, and ordered the same substitute to conduct a meticulous investigation thereabout. That the said substitute upon his return had reported that nowhere in the entire surrounding area where the murder was supposed to have been committed did a Piet Joubert reside, and that he, the substitute, together with the field cornet, having searched until late in the evening here and there, following the directions of the prisoner Adam, for the dead body, had not discovered any remain or sign of the same. That having then on the part of the Landdrost taken a declaration from the prisoners' master, the aforementioned David Malang, both from the same and from the details described above it had appeared to him that the declaration made by both prisoners of having committed a murder was very suspect, all the more because both prisoners had not said they had committed that homicide directly upon their capture, but only when, having been brought to their master's residence, they were punished by his order, and that they had already previously agreed that the one boy would always say what the other said so that their statements would match, namely: that they had done much evil. That both the said Arij and Adam subsequently having been interrogated on articles, the prisoner Arij first, in accordance with the agreement made, had confessed to have murdered, together with his fellow prisoner Adam, at the Berg River near Cicilias Drift, a certain boy named Augustus, who according to the boy's statement belonged to a Joubert or de Beer, even with

Dutch transcription

Waarna door de geswooren Clercq deeses rands S„r Hendrik Lodewijk Blesterman uyt hoofd aer hem verleeden quali ficatie voor en van weegens gem: Landdrost van Stellenbosch en drakensteijn wierd ingediend het volgend vertoog. Aan den welEdelen agtb: Heere Pieter Hacker praesident en de verdere leeden van de Edelen agtbaaren raad van Iustitie deezes Gouver„ nements: WelEdele Agtb: Heer en Heeren. Vertoond met de meeste Eerbied uwar welEdele agtb: zeer nedrij„ dienaar de ondergeteekend ter waarneeminge der zaake van den ondercoopman en Land drost van Stellenbosch en drakensteijn dat met het uyteynde van de gepasseerde maand april jongpstz door den burger david Malang in't gevangenhuijs tot stellen „bosch zynde overgebragt twee slaave Iongens met namen Arij van de Caub, en Adam van bengalen, ter zaake deselve aan hem Malang hadden beleeden een slaaven Iongen van zeekere Soubert aan de berg rivier en derde Ponton te hebben vermoord dat denselve Landdrost deselve beijde voorn: gev„ bij hun komst ter drostdije g'examineerd hebbend deselve waren blijven persisteeren eenen slaaven Jongen van zeekeren Piet Loubert te hebben vermoord. — Dat hoe zeer ook den Land dross de naam van eenen Piet soubert geheel en al onbekend was, en zoo voor als nog niet ter zyner kennisse was gekoomen dat elders omtrend de berg rivier een Iongen zou zyn vermoord; heeft denselve egter des anderen daags zyn substituut Rudolphi neevens de in't voorsz: district woonende veldwagtmeester meede neemend de geve, adam gesond nade plaats alwaar /:volgens der beijde gev, voorgeeven :/ de moord of doodslag zou zyn begaan en denselve substituut gelast daaromtrend nauwkeurig onderzoek te doen dat den gem: Substituut bij zijn retour had gerapporteerd zoo mij in den geheelen omtrek alwaar de woord zou zyn gepleeg eene Piet Toubert woonagtig te zijn, als dat hij Substituus met de veldwagtmeester tot de laaten avond gints en herwaards op 't aanwijsen van den geven adam, na't doode lighaam gezogt hebbend, eenig overblyfzel of teeken van't zelve had ontdekt. —. dat men als toen vanden kant vande Landdrost hebbende doen neemen eene verclaring van der geven Lythier voorsz david Malang zoo uyt hetzelve als uyt het vooren gede tailleerd aan hem was voorgekoomen de door de beyde geven gedaane declaratie van eenen moord te hebben begaan zeer suspect te zyn te meer daarde beyde gevniet direct. bij hun gevangenneeming maar als toe eerst wanneer dezelve op hun Lytheers woonplaats gebragt zijnde ter zyner ordre waren afgestraft geworden, gezegt hadden die doodslag te hebben begaan, en dat zijz: reeds bevoorens afspraek hadden genoomen dat de eene Ionge zoud hebben te dragen, altoos zoo te zeggen, dat de andere op dat hun gezegden over een zou koomen te weeten: dat zij veel kwaads gedaan hadden. dat de beijde ged: Arij en adam vervolgens op articulen gehoord zijnde den gev„e Arij eerst Conform de genoomene afspraak had beleeden aan de berg rivier omtrend omtrend Cicilias drift zeekere Iongen met naame Augustus en volgens dies Iongens zeggen aan een Loubert ofte de Beer te behooren met zijne meede gevange Adam te hebben vermoord zelfs met 59 zeer rivier 5 —

next →