Inventory 4323
Cape · 471 pages · 299 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Account Overgek No 1 the Fiscal pro interim the Honorable Gabriel Exter, plaintiff against the burgher Reinier van Bas Albertus Wijnand Touw The Honorable Company's fugitive servants Pieter Zeeman Cetes of Madagascar and April of Ceylon, behind which the Sentence against the assistant M: S van Cruiselberg the landdrost of Swellendam Constant van Nuld Onkruidt against the Hottentot Kleinfeld Register of criminal pieces and documents which in the year 1786 were delivered to the Honorable Worshipful Council of Justice of this government and which, together with the court roll of the aforementioned year, were sent in authentic copy to the fatherland. against Apol of Bengal, with the sentence 10. Memorial of the aforementioned Exter against the widow Harmen Aerdtz 11. Ditto of the landdrost of Stellenbosch, Mr. Bletterman, against the wife of Malang 12 the slave of Anthonij Tich 13 the Fiscal pro interim the Honorable Gabriel Exter against Slender, with the Sentence 14. the landdrost of Stellenbosch, Mr. Bletterman, against Carolus of Madagascar and companions, with the Sentence 15 the Fiscal pro interim the Honorable Gabriel Exter against Gertler 16 the landdrost of Swellendam, Mr. Con stant van Nuld Onkruidt against August and companions, with the sentence 17 the landdrost of Swellendam, Mr. Onkruidt, against Valentijn of Dapoer 18 against Norman and Fabritius In the Castle of Good Hope, April 1787 against Salomon Hein rich, with the sentence against Ralenbeek and companions against Vincent Claassen and companions the landdrost of Stellen bosch, Mr. Bletterman, against the slave of Petief 22. the Fiscal pro interim the Honorable Gabriel Ex ter against Ian Kniest and companions. 24 21 20 Kemper 19 memorial of the Fiscal the Honorable Exter against 8 the Fiscal pro interim the Honorable Gabriel Exter against Versveld Agrees V VViet Head Clerk 19 against 23 1 E 1. And declared 2. that the defendant's bondservant, by name Fortuijn of Bugis. 3 On the 12th of the past month of October, by order of the Right Honorable Governor, having been sent to the Honorable Company's slave lodge and having been examined and bandaged there by the head surgeon, it was found that the same boy had sustained a severe wound on the head and a broken arm, such that both bones of his right forearm were broken in pieces, As the annexed certificate from the chief surgeon Leuwer and the verbal report of the gentlemen delegates from this Honorable Worshipful Council shall further demonstrate 8 That however great reasons for dissatisfaction the defendant may have had, which, according to the account of the slave boy, consisted of the fact 4 the Burgher and farmer Reijnier Basson, defendant on the other side. Appeared before the Right Honorable Worshipful President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Fiscal pro interim Gab: Exter, in official capacity, plaintiff on the one side, 10f 5 15 December 1785 10: that he was unable to prevent a vulture from carrying off a lamb from his flock of sheep, it is nevertheless contrary to humanity and all laws 12 to beat someone into a cripple or even entirely to death, 13 which, in this case, with the blow to the head with a piece of wood, could just as easily have occurred, 14 as it actually happened that the defendant, by a similar blow, broke the two bones of the arm of that boy into pieces, 15 wherefore the plaintiff in his official capacity, subject to higher correction, considers 16. that the defendant has made himself guilty in the highest degree of mistreating the aforementioned slave, and undeniably sinned against the statutory laws of the Indies, see the Article on slaves, 18 that therefore the defendant, as an example to others, shall also be subject to those punishments and penal ties which in similar cases are customarily applied arbitrarily by the Judge in a proportionate manner. 11 Wherefore, and for other reasons and arguments to be further deduced in due time and place, if necessary, the plaintiff in his official capacity, making demand, concluded that the aforementioned slave boy Fortuijn of Bugis, by order of Your Honorable Worships, shall be sold publicly That the narrator, who serves as a shepherd with his aforementioned master living in the Zwartland, on a certain morning now some months ago, Account given before the undersigned delegates from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government and at the requisition of the acting Fiscal pro interim, Gabriel Exter, by and on behalf of the slave For tuijn of Bugis, bondservant of the farmer Rijnier Basson the Younger, reading as follows. for the benefit of the defendant, with the express condition that he may never again fall into the hands of the defendant or his family, with condemnation of the defendant to a fine of 200 ducatoons for the treasury and the costs, or to such other end as Your Honorable Worships shall judge to be proper. was signed: G: Exter in the margin: Presented in Court on the without
Dutch transcription
laas Overgek N=o 1 den prointere Fiscaal d E gabriel Exter Ca & burger Reinier van Bas Albertus Wijnand Touw S' E Comp:s g'aufugeer dienaren Pieter Zeeman Cetes van madagae„ av en april van Zijlon waar agter de Sententie C=a den adsistend M: S van Cruiselberg de landdrost van swellendam Constant van Nuld onkruidt Ca de Hotten¬ tot kleinfeld Register der Criminee stukken en documenten de„ welke in den Jaare 1786 in den E agtb: raade van Justitie deeses gouvernements sijn vergeleevert geworden ende elke neevens de regtsrolle van gem: Jaare in Copia au„ henticq na 't vaderland ge 8 2 4 3 — - Son sonden werden. — C=a apol van bengalen met de sententie 10. Vertoog van gem: Egter C=a de weede Harmen Aerdtz „1 _o van de landdrost van Stellenbosch de Heer Bletterman Ca de huisvrouw van malang 12 de Slaaf van anthonij Tich 13 de pro interen fiscaal dE Gabriel Exter C=a Slender met de Sententie 14. de landdrost van Stellenbosch de heer Bletterman Ca Carolus van madagascar C: S met de Sententie- 15 de prointerm fiscaal dE gabriel Exter C=l Gertler 16 de Landdrost van Zwellendam de heer Con stant van Nuld Onkruidt C=o august C: S: met de sententie 17 de landdrost van Zwellendam de heer onkruidt Ca Valentijn van dapoer 18 Ca Norman en Fabritius In 't Casteel de goede Hoop en April 1707 _Ca Salomon Hein¬ rich met de sententie — C=s Ralenbeek C:s C=a vincent Claassen C: in den landdrost van Stellen „sch de heer Bletterman eegenst de Slaaf van Petief 22. de prainter Fiscaal dE gabriel Ex„ er C=a Ian Kniest C: S. — 24 21 20 _ Kemper 19 vertoog van in fiscaal d' E. Exster Cas 8 de pro interim scaal d E. Gabriel Exter Ja Versveld Accordeert V VViet gen Clery 19 - - - Ca 23 - „ _ 1 - _ - - —. E - 1. En deede zeggen 2. dat des ged:t lijfeijgen, in naame Fortuijn van Boegies. - 3 Op den 12 der gepasseerde maand 8=toe ter ordre van den Wel E: Gestr: Heer Gouverneur in 's E: Comps slaven logie gezonden en aldaar door den verbandmeester gevisiteerd en verbon den zijnde is besonden geworden, den zelven Jongen toegevoegd te zijn een sterke wonde op 't hoofd en een arm breuk zodanig, dat de bij de beenen van desselvs regter onder arm in stukken waren, Gelijk 't dese annexe attestat van den opper meester Leuwer en den mondelijkse rapport van Heeren gecommitteerdens uit dezen E Achtb. Raade zulks nader zullen doen blijken 8 Dat zo groote redenen tot misvergnoegen den ged' mag gehad hebben. dewelke egter naar 't relaas van den slaven Jonge daarin zullen bestaan zijn 4 den Burger en landbouwer Reijnier Basson gede ter an dere zijde. Compareerde voor den Wel E: Achtb: Heer Praesident interim Fiscaal Gab: Exter R: O: Eijsscher Her eenre. en Raade van Justitie des Cas„ „teels de goede Hoop, den pro 10ƒ 5 a„ 15 xber 1785 10: dat hij niet heeft kunnen verhinderen. dat een aasvogel een lam van zijn schapen troep heeft weggenoomen 't dog tegens de Menscheid en alle wetten is „ strijdende. 12 ymand tot Kreupel ofte wel gar dood te slaan 13 dat bij dit geval met den slag op 't hoofd met een stuk hout even zo ligt had kunnen arriveeren, 14 als 't dadelijks gebeurt is, dat den gede door een diergelijken slag de twee beenen vanden Arm van dien Jongen in stukken heeft geslagen 15 waarom dan den R: O: Eijsscher /:onder hoogere verbetering :/ oordeeld. 16. dat den ged=e zig in den hoogsten graad heeft schuldig gemaakt aan mishandeling van meerm: Slaaf. en ontegensprekelijk gepecceerd teegens de statuaire wetten van Indien vid: Art: van slaven 18 dat dus den ged:e ook voor anderen zal onder heevig zijn aan de geene straffen en poena „litijden dewelke in diergelijke gevallen op een evenredig 19 wijze van den Regter arbitrarie pleegen geappliceerd te worden. 11 mits welken en andere reden en middelen in tijd en wijle /: is 't nood :/ nader te deduceeren den I: O: Eijsscher Eysch doende Concludeerde, dat den bovengem: slaaven Jongen Fortuijn van Boegies ter Ordre van uw E: Achtb: publi„ Dat den Pelr die als schaapwagter by zijn voorm: SijCheer woonagtig in 't Swarsland, dienst doet, op een zekeren mor„ „gen voor nu eenige maanden geleeden, Relaas gegeven ten overstaan van de ondergeteekende gecom mitteerdens uit den E: Achtb: Raad van Justitie deezes gouvernement ende ter requi sitie van den 't fiscaals Ampt pro interim waarnemen den Gabriel Exter, door ende van wegens den slaaf Por„ „tuijn van Boergies Lijfeijgen van den Landbouwer Rijnier Basson de Jonge, luijdende als volgt. „que ten profijte van den ged zal worden verkogt met de expresse Conditie, dat hij nooyt meer in handen van den ged:e ofte desselvs Famille zal mogen geraaken, met Condemnatie des gedte in Een boete van 200 duca „tons pro fisco en de kosten ofte tot alzulken anderen fine als uw E: Achtb: zullen oordee„ „len te behooren. /:was getekend:/ g: Exter /:in margine:/ Exhib: in Judicio den „que zonder
English
without knowing the exact day or date anymore, one of the lambs, while the flock was grazing in the field, was carried off by a vulture, without the relator being able to prevent this, notwithstanding all efforts made. — That the relator, on his return home in the evening, having made this known to his master, the same master did not immediately, but indeed the next day, beat the relator himself with a square piece of wood of the thickness of an arm in such a manner that his head was thereby bruised and a wound was caused, and also his, the relator's, right arm was broken in two different places, the relator having consequently come to the Cape to lodge his complaints with the court. Relating nothing more, the relator gives for reasons of knowledge as in the text, saying this to be the pure truth. Below was written: Thus passed at the Cape of Good Hope on 8 November 1785 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruijwagen and Jan Coenraad Gie, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have properly signed the minute hereof together with the appearer and me, sworn clerk. Lower: To which I testify, was signed: P: I: V:d: Riet, sworn clerk. At the requisition of the Lord Fiscal ad interim G: Exter, I, the undersigned, declare We, the undersigned, testify that the burgher named Reynier Basson, his bought bonded slaves have suffered no lack of food and clothing, from the time that he has had slaves until this present hour; and that there are mischievous ones among them is not his fault; for he treats them as is due to bought bonded laborers, not unreasonably, but they receive their clothing and food at the precise time, as far as can be, this we sign in our own hands in the Zwartland on the date 22 December Ao 1785. Was signed: Frederik Jensen Weijbu, Frederik Gideon Kotzee, Basson Jzoon, P: V: d: Bijl the elder, Pieter van der Bijl Pietzoon, J: P:r Smit, Johannes Mostert J:Z:, Johannes Christiaan Karsten. second chief surgeon of the Honorable Company's Hospital, to have examined yesterday a male slave belonging to the burgher Arend de Basson, and found to have been inflicted upon him a fracture of the bone of his right forearm and a wound of the length of two different fingers on the head. Below was written: Cape of Good Hope, the 13 October 1780 Was signed: J=bs Leuwer P D D KRich Agrees second aforesaid clerk 1. And made it be said that when about towards the middle of the past month of October a slave boy belonging to the aforesaid defendant, the burgher Bartholomeus Louw, named Januarij of Bengal, came to complain to the Right Honorable Governor about mistreatment by his master, and the same, by order of his Right Honorable, having been sent to the Honorable Company's slave lodge, and the Officer-Prosecutor having been informed thereof, and the latter having immediately sent the second chief and dressing master of the Hospital here thither, it was found that both buttocks of the said slave boy were entirely skinned and bruised. As the certificate granted by the chief surgeon annexed hereto further shows, and the commissioner gentlemen from this Honorable Council, in whose presence the examination also took place, will declare in full. the burgher Bartholomeus Louw, defendant of the other part. Appeared before the Right Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, Gabriel Exter, Fiscal pro interim, Officer-Prosecutor of the one part. 9. that a. to be. That then the same slave boy, according to his statement made before the just mentioned commissioner gentlemen, has declared: 10. that such punishment was inflicted upon him merely because, on account of mistreatments previously done to him by his master and the bad treatment, being no longer able to stay, he had run away. 12. his said master, after he was caught near the farm of the burgher Jan Louw and sent to his master, 13 had him laid down and held by three other boys, 14 and had him beaten on his bare buttocks with a sjambok that had been coated or smeared with wax and had been put into the fire. Whereupon the Officer-Prosecutor takes the liberty to bring into consideration: 16. That although the aforesaid bonded servant, on account of his running away, notwithstanding the reasons advanced in his statement, cannot be acquitted of all guilt, 17. and may indeed have merited a chastisement, 18. yet the actual execution thereof proves to be so barbarous and unnatural, 19. that the Officer-Prosecutor, under higher correction, believes 20. that the defendant has greatly sinned against the rules contained in the Statutes of India concerning the punishment of slaves, 20. and has thus subjected himself to the penalties which, in the case of such excessive and illicit conduct, are wont to be applied pro arbitrio Judicio. By reason of which and other reasons and arguments to be further deduced in due time if necessary, the Officer-Prosecutor, making claim, concluded that by order of Your Honors, the above-mentioned slave boy Januarij of Bengal shall be sold publicly for the benefit of the defendant, in such a way that he may never again come into the hands of the defendant or his family, with condemnation of the defendant to a fine of fifty ducatoons pro fisco and costs, or to such other end as Your Honors shall judge proper. Statement given in the presence of the undersigned members of the Honorable Council of Justice, and at the requisition of the one performing the office of fiscal pro interim. Was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited in Court the 1 December 1785.
Dutch transcription
zonder den juisten dag of datum meer te weeten, een der lammerschapen, terwijl den troep in 't veld weydende was, door een aasvogel weg gevoerd zijnde, zonder dat den Pelk niet te„ genstaande alle aangewende moeijte zulx had kunnen beletten. — Dat den Reln. des avonds bij zijn terug kom te huijs, zulx aan zijn lijfheer bekend gemaakt hebbende, denzelven zijnen lijfheer wel niet op stonds, egter des anderen daags hem selt„ met een vierkant stuk hout ter dikte van een arm dusdanig geslagen had, dat hem 't hoofd daardoor was gekneusd, en eene wonde veroor zaakt had, als mede zijn Relt regter arm op twee diffirente plaatzen gebrooken, den Rel„ overzulx Caabwaards gekoomen was om sijn klagten bij den Reqt te doen. Niets meer relateerende geeft den Rel voor redenen van wetenschap als in den teit zeggende zulx de zuijvere waarheid te zijn /:Onderstond:/ Aldus gepasseerd aan Cabo de goede Hoop den 8 November 1785 voor d' EE„ Gerrit Hendrik Cruijwagen en Jan Coenraad gie, Leeden uit den E: achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer be „nevens den Comp„t en mij gesw: Clercq, mod behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ T welk ik getuijge /:was getekend:/ P: I: V:d: Riet gesw: Clercq Ter Requisitie van den Heer ad interun fiscaal G: Exter verklaare ik ondergetekend Wij ondergetekenden betuijgen dat den burger genaamt Reynier Basson zijne gekogte Lijfeijgen Slaven geen gebrek van kost en kleederen hebben gehad, van dien tijd af dat hij slaven gehad heeft, tot deze uure toe„ en dat er ondeugenden onder zijn, is zijn schuld niet; want hij behandeltze als lijfeygen gekogte arbeijdslieden toekomt, niet onredelyk, maar krijgen ter precizen tijd hare kledinge en de pijze, 't geene bestaan kan, dit eijgenhandig wij ondertekene in 't Zwarsland op datum den 22' december Ao 1785. /:was getekend:/ Frederik Jensen Weijbu, Frederik Gideon Kotzee, Basson Jzoon, P: V: d: Bijl de oude, Pieter van der Bijl Pietzoon, J: P:r Smit Johannes Mostert J:Z: Johannes Christiaan Karsten tweede opperchirurgijn van 's E: Comps H:os„ „pitaal op gisteren gevisiteerd te hebben Een man slaav toebehoorende den burger Arend de Basson bevonde denzelven te zijn toegebragt een breuk van desselvs regter onder arm beene en een wond ter lengte van twee diverse vingere op het hoofd /:onderstond: Cabo de Goede Hoop den 13 Octob: 1780 /:was getekend:/ J=bs Leuwer P D D KRich Accordeert tweede gem Clercq 1. En deedezeggen dat wanneer omtrent tegens de helfte van den voorleden maand October Een van den ged:e voorm: den burger Barthol: Souw toebehoorende slaave Jonge in naame Januarij van Bengalen. bij den Wel E: gestr: Heer Gouverneur over mishandeling van zijn lijfheer is komen klagen. en denzelven ter ordre van zijn wel E: gestr: naar 's E: Comps slaaven logie gezonden en den H: O: Eijsscher daar van verwettigd zijnde voorts dezen dadelijks den tweeden opper en verband meester van 't Hospitaal alhier daarnatoe gezonden hebbende. zig bevonden heeft, dat des gem: slaven Jongen beijde billen geheel ontveld en gekneusd waren. gelijk 't van den oppermeester verleende attestat dezer geannexeerd, nader aan „toond, en Heeren gecommitteerdens uijt dezen E: Achtb: Raade ten overstaan van welke de schouwing mede geschied is, bij mende zullen declareeren den burger Bartholomeus Louw gede ter andere zijde. Compareerde voor den wel E: Achtb: Heer Praesident en Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop Gabriel Exter Pro interim Fiscaal R: O: Eijsscher ter eenre. 9. dat a„ te worden. dat dan denzelven Slaaven Jonge in gevolge zijn voor even gem: Heeren gecommitteerdens gepasseerde relaas heeft verklaard. 10. zodanige straffe hem te zijn toegevoegd gewon om dat hij wegens te vooren hem aangedane 11. mishandelingen van zijn lijfheer en 't slegte tractament, niet langer hebbende kunnen blijven, opgedrost was. 12. hebbende gem:e zijn lijfheer, naar dat hij omtrent den plaats van den burger Jan Louw gevangen en aan zijn baas was toegezonden ge worden 13 hem door drie andere Jongens doen nederleg „gen en vasthouden. 14 En met een met wax gestreeken of besmeerde en in 't vuur gestocken geweest zinde sjam „bok op zijn bloote billen laaten slaan. waarbij dan den P: O: Eysscher de vrijheid 5 neemd in aanmerking te brengen. 16 dat hoewel den voorsz: lijfeijgen wegens zijn opdrossen niet tegenstaande de in zijn relaas aangevoerde redenen van alle Schuld niet zal kunnen vrijgesproken worden 17 En wel eene Kastijding kon gemeriteerd hebben 18 dog de dadelijke oeffening derzelven zo barbaarsch en onnaatuurlijk komt te zijn 19. dat den R: O: Eijsscher /:onder hogere Correctie:/ vermeend. 20 dat den gede grootelijks heeft gepecceerd tegens de in de statuten van Indien over de bestraffing der slaven gecanseerde rege „len 20 en zig dus heeft onderhevig gemaakt aan de poenalityden dewelke bij soort gelijke buitenspoorige en ongepermitteerde handelwijze pro arbitrio Judicio pleegen geadhibeerd mits welken en anderen redenen en middelen in tijd en wijle /: is 't nood / nader te deduceeren den P: O: Eisscher Eijsch doende Concludeerde, dat ter ordre van uw E: Achtb: den boven gem: slaven Jongen Januarij van Bengalen Publicque ten profijte van den gede zal werden verkogt, zodanig dat denzelven nooijt meer in de handen van den gede ofte des zelvs famille zal mogen ko „men met Condemnatie des ged in eene boete van vijftig ducatonnen Pro fisco en de Kosten, ofte tot alzulken anderen fine als uw: E: Achtb zullen oordeelen te behooren. Relaas gegeven ten over staan van de ondergetekende leeden uijt den E: achtb: raade van Justitie, en ter requisitie van den het fis„ „caals amptpro interim /:Was getekend:/ G: Exter. /:in margine:/ Exhibit: in Jud den 1 xber 1785. de waarnemenden 9.
English
acting Senior Gabriel Exter, by Januarij van bengalen, slave of the citizen Bartholomeus Louw, reading as follows: That since the relator's master often treats him very badly and harshly, also gives little food to him, the relator, as well as to the other slaves, and gives no clothes to him, the relator, and he therefore could no longer endure it; the relator therefore, when his master had severely beaten him, fully a month ago now, indeed before the drill season, with a spar on his backside, he, the relator, after that ill-treatment took to flight and, as he thinks, had absconded for two weeks, when the relator was captured by some slaves near the place of the citizen Jan Louw, and was furthermore brought to the place of his mentioned master by a Hottentot and a boy. That when the relator had been brought home, his master had him laid down on the ground and held fast by four boys, and had furthermore put a sjambok into the fire, after first having smeared that sjambok with wax; after which his master's son, named Jan, had to strike him, the relator, with that sjambok on his bare buttocks, this having taken place on a Saturday afternoon; and since the relator could no longer endure such ill-treatment, the relator had resolved to go to the Cape and to complain about the ill-treatment inflicted upon him by his mentioned master. Relating nothing more, the relator gives for reasons of knowledge as in the text, declaring this to be the pure truth. Below stood: Thus passed and recollected at the Cape of Good Hope on 8 November 1785 before the honorable Gerhardus Hendrik Cruijwagen and Jan Coenraad Gie, members from the honorable Court of Justice aforesaid, who together with the appearer and me, the sworn clerk, have also duly signed the minute hereof. Lower: Which I witness. Was signed: R: I: v: d: Riet, sworn clerk. At the requisition of the temporary Fiscal, G: Exter, I the undersigned, second chief surgeon of the Honorable Company's Hospital, declare to have examined yesterday a male slave belonging to the citizen Bart Louw, and found both his buttocks to be skinned and bruised. Below stood: Cabo de Goede Hoop, 11 October 1785. Was signed: J=b Leuwer. Today, 4 January 1786, appeared before me, Christiaan Ludolph Neethling, Secretary of the Honorable Court of Justice of this government, present the afternamed witnesses, the citizen Andries Keulder, of competent age, who at the requisition of his fellow citizen Bartholomeus Louw declared it to be true: That the appearer, having left the requisitionist three years ago now after having previously lived with the same for the period of two years, the appearer testifies during the time that he lived with the requisitionist never to have seen that the same mistreated or abused his slaves, and that he also always maintains the same well with food and clothing, not tolerating that the cook would have been negligent in cooking proper food for the people, and even upon complaints occurring went to look into the pot; the appearer also testifies never to have heard, after his departure from the requisitionist, that the requisitionist had mistreated his people. Declaring nothing more, the appearer gives for reasons of knowledge as in the text, offering to confirm the same at all times with an oath. Below stood: Thus passed in the Castle of Good Hope at the Secretariat of Justice in the presence of the clerks Jan Pieter Faure and Willem Stephanus van Rijneveld as witnesses, who together with the appearer and me, the Secretary, have also duly signed the minute hereof. Lower: Which I witness. Was signed: C: L: Neethling, Secretary. Today, 10 January 1786, appeared before me, Rijno Johannes van der Riet, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the afternamed witnesses, the citizen Coenraad Hendrik Laubscher, aged 17 years, who at the requisition of his fellow citizen Albertus Wijnand Louw declared it to be true: That the appearer, having come into the requisitionist's house now and then, always found the requisitionist's slaves in good clothing and never saw that the same were mistreated by the requisitionist; the appearer having been present in the month of October of the past year 1785, in the month of October, when one of the requisitionist's slaves named Januarij van bengalen had been caught by the slaves of the citizen Tobias Mostert and brought home, and being punished by the requisitionist on that occasion for his absconding, the appearer had seen that the mentioned boy received no more than 4 to 25 blows with the sjambok on his bare buttocks; the appearer finally testifying that the sjambok used for that purpose had not been put into the fire beforehand. Declaring nothing more, the appearer gives for reasons of knowledge as in the text, being prepared to maintain the same at all times with an oath if required. Below stood: Thus passed at the Secretariat aforesaid in the presence of the clerks Jan Pieter Faure and Willem Stephanus van Rijneveld as witnesses, who together with the appearer and me, the sworn clerk, have also duly signed the minute hereof.
Dutch transcription
waarnemenden Sr Gabriel Exter, door Januarij van benga „len, slaav van den burger Barth lomeus Louw, luijdende als volgt Dat vermits des Relr. lijfheer hem Pult veeltijds zeer qualik en straf behandelt, ook zo aan hem Relt als de verdere slaven weijnig kost en aan hem Relt geene kleederen komt te geeven, en 't dus niet langer uithouden konde, den Relt dus, wanneer zijn lijfheer hem, nu wel een maand geleeden, immers voor den dril tijd, met eene spar op zijn ag„ „stere te deerlijk geslagen had, hij Relt na die quade behandeling het op een loop gezet en zo hij denkt twee weeken gedrost had, wanneer den Sielt door eenige slaaven, omtrend de plaats van den burger Jan Louw gevangen, en voorts door een hotsen tot en een Jongen na de plaats van gem:e zijn lijfhier was gebragt gevorden. dat wanneer den Relt. te huis was ge „bragt, zijn lijfheer hem door vier Jongens op de aarde had doen nederleggen en vast houden, hebbende voorts een Sjambok in 't vuur gestooken, na alvoorens dien Sjambok met wax besmeerd te hebben; waarna zijn lijfheers zoon in naame Jan, hem Helt„ met dien sjambok op zijn bloot billen had moeten slaan, zijnde zulx op een zatur „dag nademiddag geweest; en vermits den Reb dusdanige quade behandeling niet langer had kunnen uijthouden, was den Relt te raade geworden zig na de Caab te begeeven en over de door zijn gem:e baas aan hem Huiden den 4 Januarij 1786 Compareerde voor mij Christiaan Eu¬ „dolph Neethling Secretaris van den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gouver nement, praesent de naten: getuijgen, den Ter requisitie van den Heer ad interein Fiscaal G: Exter verklaare ik ondergeteken „de tweede opperChirurgijn van 's E: Comps Hospitaal op gisteren gevisiteerd te hebben Een manslaaf toebehoorende den burger Bart Louw bevonde desselvs beijde billen ontveld en gekneusd te zijn. /: Onderstond:/ Cabo de goede hoop den 11 Octbr: 1785 /:was getekend:/ J=b Leuwer. gepleegde mishandeling te klaagen. Niets meer relateerende geeft den Relt„ voor redenen van wetenschap als in den text zeggende zulx de zuijvere waarheid te zijn /:onderstond:/ aldus gepasseerd en gerecolleerd aan Ca„ „bo de goede Hoop den 8 November 1785 voor d' EE Gerhardus Hendrik Cruijwagen en Jan Coenraad gie leeden uijt den Ed: achtb: Raad van Justitie voorm: die de minute deezes beneevens den Compt ende mij gesw: Clercq mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 't welk ik getuijge /:was getekend:/ R: I: V: d: Riet gesw: Clercq. gepleegde burger burger Andries Keulder, van Comperenten ouderdom dewelke ter requisitie van den mede burger Bartholomeus Couw verklaar „de hoe waar is. dat den Compt nu drie Jaaren geleeden van den reqt. vertrokken zijnde na alvoren den tijd van twee Jaaren bij denzelven gewoon te hebben, den Comps betuygd geduurende den tijd dat hij bij den reqt heeft gewoord nimmer gezien te hebben, dat denzelven zijne slaven qualijk of mishandeld heeft, en dat hij dezelve ook altoos wel onderhoud van kost en kleederen, niet gedoogende dat den kok, in 't kooken van behoorlijke kost voor 't volk nalaatig geweest zijn zoude en zelfs by voorkoomende klagte, naden pot is gaan zien, betuijgende den Comp ook na zijn vertrek van den reqt. nimmer gehoord te hebben, dat den reqt zijn volk mishandeld zoude hebben Niets meer verklaarende geeft den Compt. voor redenen van wetenschap als in den text. praesenteerende 't zelve altoos met eede te staaven /:Onderstond:/ dat Aldus passeerde In't Casteel de goede Hoop ter Secretarije van Justi „tie in praesentie vande Clercquen Jan Pieter Faure en Willem Stephanus van Rijneveld als getuijgen, die de minute deezer beneevens den Comp en mij Secre taris mede behoorlijk hebben onder te „kend /:lager :/ 't welk ik getuijge /: was ge„ „tekend C: L: Nechhling Secretaris Huyden den 10 Januari 1786 Compareerde voor mij Sijno Johannes van der Piet gesw: Clercq ter Secretarije van Justitie des Casteels de goede Hoop praesent de nagenoemde getuijgen den burger Coenraad Hendrik Laubscher oud 17 Jaaren, dewelke ter requisitie van den mede burger Albertus Wijnand Louw verklaarde hoewaar is. dat den Comps nu en dan by den Reqt in huijs zijnde gekoomen altoos des reqts. slaaven in goede kleedinge gevonden en nimmer gezien heeft dat dezelve door den reqt. zijn mishandelt geworden, zijnde den Comps in de maand Octo „ber des gepasseerden Jaars 1785 in de maand October Praesent geweest wanneer een van des Regtn slaaven in naame Januarij van bengalen door de slaven van den burger Tobias Mostert opgevangen en 't huis gebragt was geworden, en bij die gelegenheid over zijn op drossen door den reqt afgestraft wordende, had den Comp:t gezien dat gem: Jongen niet meer dan 4 à 25 slagen met de Sjambok op zijne bloote bil „len heeft ontfangen; betuijgende den Comp laatstelijk dat de daartoe gebruijkte Sjambok te vooren niet in 't vuur is gestooken geweest. Niet meer verklaarende geeft den Comps voor reedenen van wetenschap als in den text bereyd zijnde het zelve des gerequireerd werdende ten allen tijde met Eede gestand te doen. /:onderstond:/ dat Aldus passeerde ter Secretarije voorm: ten byweezen der Clercquen Jan Pieter Faure en Willem Stephanus van Ryneveld als ge„ „tuijgen; die de minute dezer benevens den Comp en mij gesw: Clercq mede behoorlijk hebben ondertekend
English
signed, below, which I witness, was signed, P: I: V:d: Riet sworn Clerk. Today the 10th of January 1786. Appeared before me, Rijno Johannes van der Riet, sworn Clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the witnesses named below, Hendrina van der Westhuijzen, widow of the burgher Michiel Adriaan Basson, who, at the requisition of fellow burgher Albertus Wijnand Louw, declared it to be true: That the appearer, after the decease of the requester's wife, lived for five years in the requester's house, supervised the same household and the requester's children, and having also previously always frequented the said house, she, the appearer, during her stay and frequentation with the requester, had never seen that he treated his slaves badly or mistreated them, but on the contrary had always richly provided them with food, clothing, and further maintenance; he had also, whenever some of his slaves had complained to him once or twice about bad food, even gone to inspect the pot and what was cooked. The appearer declaring finally that the requester's slave boy named Januarij of Bengal, not only from youth onwards, or for as long as she, the appearer, has known him, has been a rascal and rogue in the household, but has primarily made it his business to incite the other good and virtuous slaves to desert, just as he himself often without cause has absconded. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for her knowledge as stated in the text, offering to confirm the same at all times, should it be required, by solemn oath. There was written below: That this took place at the aforementioned Secretariat in the presence of the Clerks Willem Stephanus van Rijneveld and Nicolaas van Es as witnesses, who have duly signed the original of this along with the appearer and me, the sworn Clerk. Below: which I witness, was signed, P: I: V:d: Riet sworn Clerk. Today the 10th of January 1786. Appeared before me, Rijno Johannes van der Riet, sworn Clerk at the Secretariat of Justice of this government, in the presence of the witnesses named below, the burgher Albertus Loubser, of competent age, who, at the requisition of the burgher Albertus Louw, declared it to be true: That the appearer, who is very well known in the house of the requester and comes there often, testifies never to have seen the requester's slaves naked, and as far as he, the appearer, is aware, they in no way lack proper food and drink, the appearer declaring that the requester's slave named Januarij of Bengal from his youth has been known to the appearer as a rogue, and that the said slave has not only often been deserted, but has also constantly made it his business to incite the requester's other slaves and make them rebellious against their master. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, offering to corroborate the same at all times with an oath. There was written below: That this took place at the aforementioned Secretariat in the presence of the Clerks Jan Pieter Faure and Willem Stephanus van Rijneveld as witnesses, who have duly signed the original of this along with the appearer and me, the sworn Clerk. Below: which I witness, was signed, R: I: V: d: Riet sworn Clerk. I, the undersigned, acknowledge and testify in truth that I have never seen the slaves of the burgher Albertus Wijnand Louw go without clothing, and that the said slave Januarij has deserted since the days of his childhood, and not only does he desert, but he also stirs up the neighbors' slaves so that they run with him, and what is more, that during the wartime he came to my place at night and drove my entire flock of sheep away from the post, and slaughtered two wethers from it and left the flock of sheep standing in the wilderness. There was written below: This writing I sign with my own hand, was signed, Arent Jacobus Keulder, in the margin: Zwartland the 3rd of January, in the year 1786. I, the undersigned, testify that the burgher Albertus Wijnand Louw lived with me for two years, but that his slaves during all that time lacked neither food nor clothing, and from the time that he has been on his own, I have never seen his slaves go naked, but always properly dressed, for I have already known that slave Januarij for some twenty years, but to my knowledge there is no greater rogue than this slave; acknowledging such to be the truth, and signed by my own hand. There was written below: In the Zwartland, dated the 7th of January 1786. Was signed: P: V: d: Bijl the Elder. I, the undersigned, testify that I lived for 16 months with the burgher Albertus Wijnand Louw as schoolmaster to his two children, and that his slaves during that time suffered no lack of food and clothing, but received in good time that which was due to them; that the prisoner slave Januarij is mischievous is known to each and everyone who knows him, for from childhood until now he has never wanted to do good, but has been deserted for most of the time, and not only [illegible]
Dutch transcription
ondertekend /:lager:/ 't welk ik getuijge /:was gete kend :/ P: I: V:d: Riet gesw: Clercq. Huijden den 10 Januari 1786. Compareerde voor mij Rijno Johannes van der Riet geswore Clercq ter Secretarije van Justitie des Casteels de goede hoop praesent de naten: getuijgen Hendrina van der Westhuijzen wed van den burger Michiel adriaan Basson, dewel „ke ter requisitie van den mede burger Albertua Wijnand Louw verklaarde hoe waar is. dat de Compte na het afsterven van des reqts huisvrouwe, vijf Jaaren bij reqt in huijs gewoond; over dezelve huishouding en des reqts kinderen opzigt gehouden, mitsgrs te vooren al„ „toos in gem: Huis verkeerd hebbende, zij Compte geduurende haar verblijf en verkeeringe bij den requirant nimmer gezien had, dat den„ „zelven zijne slaven qualijk gehandelt ofte mis„ „handeld heeft, maar dezelven in tegendeel altoos van kost, kleederen en verder onderhoud rijkelijk had verzorgt; hebbende hij dan ook wanneer zommige zijner slaven een en ander „maal over slegt eeten bij hem waren klagtig gevallen, zelfs na de pot en het gekookte gaan zien. verklaarende de Compte laatste „lijk dat des reqts slaaven Jongen in naame Januarij van bengalen, niet alleen van Jongs af aan, ofte zo lang zij Compten denzelven heeft gekend is geweest een deugniet en scheln in de huishouding, maar voornamentlijk nog zijn werk heeft gemaakt om de andere goede en deugdzame slaven tot drossen op te rokke „nen, gelijk hij zelf menigmaal zonder rede Huijden den 10 January 1786. Compareerde voor mij Peijno Johannes van der Riet gesw: Clercq ter Secretarye van Justitie dezes gouvernements praesent de naten: getuijgen den burger Albertus Loubser van Competenten ouderdom, dewelke ter requi sitie van den burger Albertus louw verklaar „de hoe waar is. dat den Comp„r die zeer bekend is in het huis van den reqt. en aldaar dikwijls koomende, betuijgt des reqts. slaaven nooijt ofte nimmer naakt te hebben gezien, en voor zo ver hem Comp„t bewust is, ontbreckt het hen ook geenzints aan behoorlijke spijs en drank verklaarende den Compt dat des regt slaav met naame Januarij van benga /:Onderstond:/ dat aldus passeerde ter Secretarije voorm: ten bijweezen der Clercquen willem Stephanus van Rijneveld en Nicolaas van Es als getuijgen die de minute dezer be¬ „nevens de Comp=ten en my gesw: Clercq mede behoorlyk hebben ondertekend /:lager:/ 't welk ik getuijge /:was getekend:/ P: I: V:d: Riet gesw: Clercq „nen zig heeft fugatief gesteld. Niets meer verklaarende geeft de Compte voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende 't zelve ten allen tyde des gerequireerd werdende met Solemneele Eede nader te bevestigen. „nen len „len van zijne Jeugd af, bij den Comp:t be„ „kend gestaan heeft voor een schelm, en dat gede slaav niet alleen dikwijls is op gedros geweest maar ook steeds zijn werk gemaakt heeft van des reqts andere slaven op te rokkenen en teegens zijnen lijfheer weer spannig te maken. Niets meer verklaarende geeft den Comp voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende 't zelve altoos met Eede te Staaven. /:onderstond:/ dat Aldus passeerde ter Serretarije voorm: ten byweezen der Clercquen Jan Pie „ter Faure en Willem Stephanus van Rijne veld als getuijgen die de minute dezer bene „vens den Comp„nr en mij gesw: Clercq mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:) 't welk ik getuijge /:was getekend:/ R: I: V: d: Riet gesw: Clercq. — Ik ondergetekene bekenne met de waar„ heid te betuijgen dat ik nooijt de slaven van den burger Albertus Wijnand Louw hebbe zien gaan zonder kleederen, en dat de Slaaf gen:e Januarij, van zijn kinds dagen gedrost heeft, en niet alleen dat hij drost maar hij maakt ook der buuren slaven op, datze met hem loopen, en wat dies meer is, dat hij met de oorlogstijd de nagts bij mij op de plaats geweest is, En min geheele trop schapen van de post afgedre„ „ven heeft, en heeft daarvan twee hamelen geslagt ende de trop schapen in het woeste tekent. /:onderstond:/ in 't Sparslant op datum den 7' Januarij 1786. /:was getekend:/ P: V: d. Bijl de Oude. Ik ondergetekene betuijge dat ik 16 maanden gewoond hebbe bij den burger al„ „bertus Wijnand louw, als Schoolmeester over zijne twee kinderen, en dat zijne slaven in dien tijd, geen gebrek en hebben gehad van kost en kledinge, maar ter regter tijd gekre „gen hebben, het geene haar toekomt, dat den gevangene slaaf Januarij ondengende is is bij allen ende een iegelijk die hem kent; bekend, want hij heeft nooijt van klijns af aan, tot nog toe, willen goed doen, maar den meesten tijd is hij gedrost, en dat niet Ik ondergetekende betuyge, als dat den burger albertus Wijnant Cous, beij meij twe jaren gewoont heeft, maar dat seijn slaven in al dienteijt geen gebrek van kost nog kle „ren gehad heeft, en van dien teijt dat heij op sig zelfs is geweest dat ick nooijt sijn slaven nakent heb sien gaan, maar alteijt ordente „lijk in de kleren, want dat ick dien slaaf Januarij al voor een twintigh Jaren gekent heb, maar dat er bij mijn geen groter schelm bekent en is als deze slaaf, sulks bekenne de waarheid te sijn, en eijgenhandigh onder velt laaten staan. /:onderstond:/ dit geschrift ondertekene ik met mijn eygen hand /:was getekend:/ Arent Jacobus Keulder /:in mar„ gine :/ Zwartland den 3 Januari a„o 1786. velt Calleen
English
only himself, but stirs up other slaves for this purpose, indeed even the slaves of the neighbours, to desert with him, which I sign with my own hand and testify to be the sincere truth, in the Zartland on the date the 30th of December 1785. was signed: Frederik Jensen Weijbu. I, the undersigned, acknowledge and testify with the truth, that I have never seen the slaves of the burgher Albertus Wijnand Louw go without clothes: And that the slave Januarij has deserted from his childhood onwards and up to this point, and not only he; but he also stirs up the neighbours' slaves to run away with him: this I sign with my own hand. was signed: Johannes Mostert J: Z: in the margin: Swart land the 2nd of January Ao 1786. I, the undersigned, acknowledge and testify with the truth, that I have never seen the slaves of the burgher Albertus Wijnand Louw go without clothes; and that the slave named Januarij has deserted from the days of his childhood, and also up to this point, and not only he; but he also stirs up the neighbours' slaves to run away with him. underneath stood: this I sign with my own hand. was signed: Johannes Mostert the Elder. in the margin: Braasland the 2nd of January Ao 1786. Pieter Hacker President and the Council of Justice of the Castle of Good Hope make known: That the Pro Interim Fiscal Sr Gabriel Exter, has verbally informed us, That Christiaan Shoodbeek of Murtenberg assistant master, Cornelis Cornelisse of Holtsbag carpenter, Carel Joseph Roose of Leeuwen house carpenter, Willem Jan Green of Gottenburg, Jaare Pieterse of Holmstrand, Ike Mengels of Embden assistant carpenters, Hendrik Barends of Groningen, Thomas Koelemar of Haarlem quartermasters, Claas Sergouw of Wadenor ship's corporal, Jurgen Albregt Ernst of Heijdelberg, Daniel Ballouw of Dantzig, Pieter Langefeld of Hogelmerode, Carel Leonard of the Ketzelaars, Johan Nicolaas Elders of Hamburg, Pierre Joseph Turba of the same sailmakers, Fredrik Eduard Droman of Stokholm gunner, Andries Pietersen of Stokholm, Michiel Eustroom of Stokholm, Judocus de Bakker of Contrijls, Jonas Daalboom of Stokholm, Hans Lusholm of Godland, Laurens Pieterse of Stavanger, Jochem Hendrik Bach of Hamburg, Jacob Schouw of Daalen, Jan Pieter Carelsen of Engelholm, Jonas Anderson of Daalen, Pieter Fleskens of Leeuwen, Hendrik Poulin of Abo, Daniel Enkeleke of Breemen, Jacob Bernard of the same, Pieter Hanssen of Malmen, Christiaan Harder of Dantzig, François Kostel of Marseil, Jacob Fikke of Elsvliet, Pierre la Chansse of Marnoten, Pierre Magnasse of Antbis, Joseph Piet of Brussel, Johannes Alexander de Catte of Brugge arquebusier, Jan Siegenberg of Potsdam, Jaques Rav of Sr Gerrain, Guillaume la Fon of Leeuwen, Dominique de Sor of Fuquenbagu, Louis de Corne of Geneve, Aan du Forgie of Vuur Sulpken, Secret of Nieuw Chatel, Johannes Aures of Luteren, Claas Rijnders of Zutphen, Hendrik de Vries of Oudbeijen, Pierre le Roux of Lion, Ele Lewijn of Breslau, Johan Christiaan Swart of Genderblin, Johan Werth of Werdel, Andries Nicolaas Holst of Oldenburg, Jacobus Agust of Brussel, Fredrik Christiaan Lieger of Sweris, Willem Dirkse Mans of Saardam, Johan Christiaan Jes of Stoltenou, Frans Walraven of Oordingen, Johan Christiaan Windeler of Rensburg, Jan Lodewijk Smit of Lubeek, Johan Hendrik Muller of Anifort, Nicolaas Sangulier of Mastrigt, Daniel Christiaan Holtman of Bremerlee, and Matthijs Kochem of Segseling soldiers, Serinus Asse of Catwijk, Jan Warneke of Hamburg, Jan Claasen of Altona, Stephanus Sponiti of Binnesonne, Carel Londholm of Lond, Jan Janssen of Stokholm, Hendrik Pieterse of Carelskroon, Nicolaas Jacob Daniels of Hamburg, Gustaaf Lagband of Hobie, Pieter Arenberg of Stokholm, Pieter Joseph de Bus of Dornik, Matthis Hocker of Vrijburg, Jan Gonsule of Havre de Grace, François Hendriksz of S Nicolaas, Andries Glaser of Koningsbergen, Godfried Pruijs of Dantzig, Pieter Grandberg of Stokholm, Barend Holstrum of Westerhousen, Johan Fredrik Vlato of Mollun, Benjamin Brutal of Dantzig, Raphael Frank of Livorno, Martin Brauw of Assted, Andries Holman of Juttenbr, Johan Haniel of Copenhagen, Michiel Carius of Copenhagen, Joseph Suffre of Wester Cappel, Anton Mesellé of Genua, Jan Voorberg of Gottenburg, Johannes van Zon of 's Bosch, Jan Bender of Altona, Pieter Siegeler of Antwerpen, Jean Andre Doran of Marseille, Judocus Jouan de Brouwer of Cortrijk, Christiaan Hanssen of Christiaanzand, Jacob Hendrik of Coppenhagen, Fredrik Biorkland of Nassouw, Hans Secholm of Straats, Andries Craal of Coppenhagen, Jonas Sus of Stokholm, Pieter Josephus de Bree of Dondermonde, Hans Poel of Coppenhagen, Pieter Arnoud of Vlissingen, Matthijs Zelm of Dornik, Johan Jacob Visser of Hamburg, Jan Kielstroom of Noord C, Pieter Westerberg of Stokholm, Johan Erik Sporrem of Stokholm, Andries Pieterse Lond of Drommen, Hendrik Hamberg of Lonese, Jan Laarsen of Ulstad, Hendrik Hahester of Rostok, Jan Hendrik Blom of Gouda, Albert Smit of Amsterdam, Casper Andries Baal of Berge, Laurens Nielsen of Ulsted, Nicolaas Lilla of Carelstroom, Francois Linard of Tiel, August Sartman of Gottenburg, Jan Janssen of Stokholm,
Dutch transcription
alleen zelfs, maar rokkent daartoe andere slaven op, Ja zelfs van de buuren hare slaven om met hem te drossen, zulks eijgenhandig ik ondertekene en betuyge de opregte waar „heid te zijn, in 't Zartland op datom den 30 december 1785 /:was getekend:/ F rede„ „rik Jensen Weijbu. Ik ondergetekene bekenne met de waar hijt te betuijgen, dat ik nooijt de slaven van den burger Albertus wijnand Louw hebbe zien gaan zonder klederen: Ende dat de slaaf Januarij van Klijns af aan gedrost heeft en tot dus verre, en niet alleen hij; maar ook de buere slaven op maakt om met hem te lo pen: dit ondertekene ik eygenhandig /:was getekent:/ Johannes Mostert J: Z: (:in margine Swart land den 2 January Ao 1786. Ik ondergetekene bekenne met de waar heid te betrijgen, dat ik nooijt de slaven van den burger albertus Wijnand louw heb bezien gaan zonder klederen; ende dat de slaaf met naame Januarij van zijn kinds dagen aan ge„ drost heeft, en ook tot dus verre, en niet alleen hij; maar ook de buere slaven opmaakt om met hem te loopen, /:onderstond:/ dit ondertekene ik eygenhandig /:was gete kent:/ Johannes Mostert de Oude /:in margine„ Braasland den 2 Januarij Ao 1786. Pieter Hacker Praesident en den raad van Justitie des Casteels de goede Hoop doen te weeten. dat den Pro Interim Fiscaal Sr Gabriel Exter, aan ons bij monde heeft te kennen gegeeven, dat Christiaan Shoodbeek van Murtenberg ondermeester, Cornelis Cornelisse van Holtsbag Timmerman, Carel Joseph Roose van leeuwen Huijstimmerman, Willem Jan green van Gottenburg, Jaare Pieterse van Holmstrand, Ike mengels van Embden ondertimmerlieden Hendrik Barends van groningen, Thomas Koelemar van Haarlem, quartiermeesters, Claas Sergouw van Wadenor, scheeps Corporaal Jurgen albregt, Ernst van Heijdelberg, Daniel Ballouw van dantzig Pieter Langefeld van Hogelmerode, Carel Leonard van d Ketzelaars, Johan Nicolaas Elders, van Hamburg, Pierre Joseph Turba van do Zijle makers Fredrik Eduard Droman van Stok „holm, Canonnier, Andries Pietersen van Stok holm Michiel Eustroom van Stokholm, Ju„ docus de Bakker van Contrijls, Jonas daal„ boom van Stokholm, Hans lusholm van godland Laurens Pieterse van Stavanger Jochem Hendrik Bach van Hamburg Jacob Schouw van Daalen, Jan Pieter Ca relsen van Engelholm, Jonas Anderson van Daalen, Pieter Fleskens van leeuwen Hendrik Poulin van abo, Daniel Enkeleke van Breemen, Jacob Bernard van dito, Pieter HD Bier Accordeert gem: Clercq Hanssen Hanssen, van Malmen, Christiaan Harder van dantzig, François Kostel van Marseil Jacob Fikke van Elsvliet, Pierre la Chansse van Marnoten, Pierre Magnasse van Ant„ bis, Joseph Piet van Brussel, Johannes alexander de Catte van Brugge, Boschieter Jan Siegenberg van Potsdam Jaques Rav van Sr gerrain Guillaume la Fon van leen „wen dominique de sor van Fuquenbagu Louis de Corne van Geneve, Aan du Forgie van vuur sulpken Secret van Nieuw Chatel, Jo„ hannes Aures van luteren, Claas Rijnders van Zutphen Hendrik de Vries van Oudbeijen Pierre le Roux van Lion Ele Lewijn van Breslau, Johan Christiaan Swart van genderblin Johan Werth van Werdel, Andries Nicolaas Holst van Oldenburg, Jacobus Agust van Brussel, Fredrik Christiaan lieger van Sweris, Willem Dirkse Mans van Saardam, Johan Christiaan Jes van Stoltenou, Frans Walraven van Oordingen, Johan Christiaan Windeler van Rensburg, Jan lodewijk Smit van lubeek Johan Hendrik Muller van Anifort, Nio laas Sangulier van Mastrigt, Daniel Christi „aan Holtman van Bremerlee, en Matthijs Kochem van Segseling soldaaten, Serinus Asse van Catwijk, Jan Warneke van Hamburg Jan Claasen van Altona, Stephanus Sponi „ti van Binnesonne, Carel Londholm van Lond, Jan Janssen van Stokholm, Hendrik Pieterse van CarelsKroon, Nicolaas Jacob Daniels van Hamburg, Gustaaf Lagband van Hobie, Pieter Arenberg van Stokholm Pieter Joseph de Bus, van dornit Matthis Hocker van Vrijburg, Jan Gonsule van Havre de grace, François Hendriksz: van S Nicolaas Andries Glaser van Koningsbergen, Godfried Pruijs van Dantzig, Pieter Grandberg van Stokholm, Ba„ „rend Holstrum, van Westerhousen, Johan Fredrik Vlato van Mollun, Benjamin Brutal van dantzig Raphael Frank van Livorno, Martin Brauw van Assted, Andries Holman, van Juttenbr Johan Haniel van Copenhagen, Michiel Carius van Copenhagen, Joseph Suffre van Wester Cappel Anton Mesellé van Genua, Jan Voorberg van Gottenburg, Johannes van Zon van 'S Bosch Jan Bender van Altona, Pieter Siegeler van Antwerpen, Jean Andre doran van Marseille Judocus Jouan de Brouwer van Cortrijk, Chris¬ liaan Hanssen van Christiaanzand, Jacob Hendrik van Coppenhagen, Fredrik Biork „land van Nassouw, Hans: Secholm van Straats: Andries Craal van Coppenhagen, Jonas Sus van Stokholm, Pieter Josephus de Bree van dondermonde Hans Poel van Coppenhagen Pieter Arnoud van Vlissingen Matthijs Zelm„ van dornik, Johan Jacob Visser van Hamburg Jan Kielstroom van Noord C: Pieter Westerberg van Stokholm, Johan Erik Sporrem van Stokholm, Andries Pieterse Lond, van drom „men Hendrik Hamberg van Lonese, Jan Laarsen van Ulstad, Hendrik Hahester van Rostok, Jan Hendrik Blom van Gouda albert Smit van Amsterdam, Casper Andries baal van Berge, Laurens Nielsen van Ulsted, Nicolaas Lilla van Carelstroom, Francois Linard van Tiel, August Sartman van Gottenburg, Jan Janssen van Stokholm, Hocker Martin
English
Martin Willem Koning of Westerblate, Jacob Heydriks of Coppenhagen, Evert Jonas Andries Dergstad of Nieuwland, Claas Everts of Olsla, Thomas Seurense of Bernhage, Albert ala rien of Bernhage, Samuel Noordbring of Olstad, Willem Philip Jurriaan Ondaatje of Colombo, Pieter Josephus Rudolfhus of waterland, Laurens Cindaal of Noord Copping, Pulof Christiaan Rchijn of laarwijk, Christoph Ernst of Hanouw, Jan Schuurman of Grems, Pieter Rots of Stokholm, Jan Peters of Gottenburg, quillielmus Plaskij of Gusting, desmaage, Roelof Gerrits of Christenzand, Jan Andries Lerin of Memel, Jan Carel of Oostende, Audries Blanke of Marseille, Claas Barthels of Marseille, Linie de Boer of Bombaij, Davide Biorkman of NoordC, Christiaan Maronnier of Rotterdam, daniel Cornelisse of Amsterdam, Jan Fredrik Scherff of Coppenh, Philip Jakson of leevensool, James das of drosbaij, Frans Gouaij of Amsterdam, Pieter Raatjes of Embden, Andries Dirks of Embden, Jan Koster of Negerak, daniel Maas of dantzig, Michiel Ziekol of dantzig, Jan Willems of drontheijn, Sailors, Claas Foldoner of Eekeloner, Jacob Andriesse of Christiania, Thoreberg green of Calmer, Claas Warnaar of Christiania, Jan Alstrum of Stokholm, Pieter Hendrik Baleman of Olsenburg, Berneudus van Oosterbuij of Brugge, Ordinary sailors, Jurriaan Pieter Careel of CarelStroom, hodman, Hendrik Rupke van Heerden, Jan Duurborg of Heerden, Jacobus Johannes Kamer of Middelburg, and Jan Duurberg of Mandaal, Ordinary seamen, all belonging under this government in the aforementioned capacities, did not hesitate, during the past year, successively willfully to abandon their assigned posts and the service of the Honorable Company, and to become fugitives, in such manner that, notwithstanding all efforts made, they could not be discovered. Requesting the aforementioned Acting Fiscal in this regard that the abovementioned fugitive persons may be summoned by public tolling of the bell and edictal citation peremptorily in person, to appear before us or commissioners from our Council within a certain appointed day, in order to answer for their willful desertion and abandonment of service, on pain that upon non-appearance proceedings shall be instituted against them in contumacy according to law. So it is that the Council, having considered the request of the aforementioned Acting Fiscal, in pursuance of the devised circular order of Their High Excellencies the Lords of the High Indian Government, for the upholding of justice, has thought fit to have the abovementioned fugitive persons summoned by public edict and tolling of the bell, and summons them hereby, to appear peremptorily in person before us within the period of the next four weeks, in order to purge and answer themselves before our court or commissioners from the same for their abovementioned willful desertion and abandonment of service, on pain that upon default thereof, proceedings shall be instituted against them in contumacy according to law. Below stood: Thus done and granted at the Cape of Good Hope, the 12th of January 1786. Was paraph-marked: I: Hacker. In the margin stood: the seal of Justice pressed in red wax, and beneath it by ordinance of the Honorable Worshipful President and the Honorable Worshipful Council of Justice. Was signed: L: Neethling. List of servants of the Honorable Company who have fled from the 1st of January of this year until today, namely: Lerinus Asse of Catwijk sailor 26 January Jan Warneke of Hambr: Jan Claasen of Altona Stephanus Speneti of binnesonne Carel Londholm of Lond Jan Jansen of Stokholm Jurgen albregt Ernst of Heydelbr: bricklayer 13 Pieter langeseld of Hogelmerode Andries Pietersen of Stokholm arquebusier 19 Hendrik Pieterse of Carels Kroon sailor 26 Eldrik Broun of Carelskroon sailor Jan Siegenberg of Potsdam soldier Nicolaas Jacob Daniels of Lambr: sailor 24 gustaaf lagband of Hobie 21 Pieter Arenberg of Stokholm 1 Pieter Joseph de Bus of Dornit 17 Matthijs Hocker of Vrijburg Jan Gonsale of Havre de graa sailor 20 Jaques Rave of St gerraen soldier ult. guillaume la Ton of leeuwen. ult. dominique de Lor of fuquirbaque François Hendriksz: of St Nicolaas sailor 14 1st of February: Andries Glaser of Koningsbr: Godfried Pruijs of dantzig Cornelis Cornelisse of Noltsbag carpenter Pieter Granberg of Stokh: sailor Barend Holstrum of Westerbu Carel Joseph Roose of leeuwenHr carpenter Michiel Eustrom of Stokh: arquebusier Judocus de Bakker of Cortryls the 11th of February Jurriaan Pieter Careel of Carels C: hodman 11 Jonas Daalboom of Stokholm arquebusier 14 Hans lusholm of Godland Willem Jan green of Gottenbr: old carpenter 15 Laurens Pieterse of Stavanger arquebusier 15 Johan Fredrik Vlato of Wollien sailor 15 Benjamin Brutal of dantzig bricklayer 1st Daniel Ballon Raphael Frank of livorne sailor Marten Brauw of Alsted Andries Holman of Sustenbr: 1st Johan Hamel Michiel Carius of Coppenh: Louis de lorne of geneve soldier Joseph Suffre of wester Cappel sailor 2 Jan Fredrik 26 January 17 7
Dutch transcription
Martin Willem Koning van Westerblate, Jacob Heydriks van Coppenhagen, Evert Jonas Andries Dergstad van Nieuwland, Claas Everts van Olsla Thomas: Seurense van Bernhage, Albert ala „rien van Bernhage Samuel Noordbring van Olstad, Willem Philip Jurriaan Ondaatje van Colombo, Pieter Josephus Rudolfhus van waterland, Laurens Cindaal van Noord Copping, Pulof Christiaan Rchijn van laar¬ „wijk, Christoph Ernst van Hanouw, Jan Schuurman van Grems, Pieter Rots van Stokholm, Jan Peters van Gottenburg, quil„ „lielmus Plaskij van Gusting, desmaage, Roelof Gerrits van Christenzand, Jan Andries Lerin van Memel, Jan Carel van Oostende, Au„ „dries Blanke van Marseille, Claas Barthels van Marseille, Linie de Boer van Bombaij Davide Biorkman van NoordC: Christiaan Maronnier van Rotterdam, daniel Cornelisse van Amsterdam Jan Fredrik Scherff van Coppenh: Philip Jakson van leevensool, James das van drosbaij Frans Gouaij van Amsterdam, Pieter Raatjes van Embden, Andries Dirks van Embden, Jan Koster van Ne„ „gerak, daniel Maas van dantzig, Michiel Ziekol van dantzig, Jan Willems van drontheijn Mattroosen, Claas Foldoner van Eekeloner Jacob Andriesse van Christiania, Thoreberg, green van Calmer, Claas Warnaar van Chris „tiania, Jan Alstrum van Stokholm, Pieter Hendrik Baleman van Olsenburg Berneu „dus van Oosterbuij van Brugge, Jong mat„ „troosen, Jurriaan Pieter Careel van Carel„ Stroom opperman, Hendrik Rupke van Heerden, Jan Duurborg van Heerden, Jacobus Johannes Kamer van Middelburg, en Jan Duurberg van Mandaal, Hooplopers alle in voormelde qualiteyten onder dit gou vernement sorteerende, hun niet hebben ont„ zien, geduurende het voorledene Jaar, Succes„ „sivelijk hunne bescheyjdene Pasten ende den dienst der E: Comp„e moedwillig te verlaten, en hun selven fugatief te stellen, zodanig dat, niet tegenstaande alle aangewende moeij „te, niet hebben kunnen werden ontdekt. Verzoekende gem: Pro interim fiscaal dies wegens, dat boven gemelde vlugtige Per„ „soonen, bij openbaare klocke geslag en Edic tale Citatie Peremptoir in perzoon mogen werden in gedaagd, omme binnen zekeren bepaalden dage, voor ons ofte gecommit„ „teerdens uit ons Collegie te Compareeren ten eijnde hun wegens moedwillige desertie en dienstverlating te komen verantwoorden, op paene dat bij non Comparitie tegens dezelve bij Continuacie zal werden geproce „deert als naar regten. Soo is 't, dat den Raad gelet heb bende op 't verzoek van meergemelde Pro interim fiscaal in opvolging der beraamde Circulaire ordre van haar Hoog Edelens de Heeren der Hooge Indiasche Regee„ „ring, tot handhading der Justitie goedge„ „vonden heeft, de bovengem: vlugtige Per „soonen, bij openbaare Edicte en klokken geslag te doen dagvaarden, en indaagen bij deezen, omme binnen den tijd vande vier Eerstkomende weeken, Deremptoir Heerden in in Perzoon voor ons te Compareeren, omme hun wegens hunne bovengemelde moedwille „ge desertie en dienstverlating voor onzen regtbank, dan wel gecommitteerdens uijt denzelven te komen purgeeren, en verant„ „woorden op Pane dat bij nalatigheid van dien, tegens deselve bij Contrmacie zal werden geprocedeert als na regten. /:onderstond:/ Aldus gedaan en verleend aan Cabo do goede Hoop den 12 Januarij 1786 /:was geparagrapheert :/ I: Hacker /:in margin stond:/ het zegul der Justitie in rooden lakke gedrukt en daar onder ter Ordonnantie van den E: achtb: Heer Praesident en den E: Achtb: Raad van Justitie /:was getekend L: Neethling Lijst van 's E: Comps Tienae ken dewelke seed P=mo Januarij deezes Jaars, tot heede gefugeert zijn Namentlijk van Catwijk matt:s 26 Jann Lerinus Asse Hambr: Jan Warneke Jan Claasen Altona Stephanus Speneti binnesonne Carel Londholm Lond Jan Jansen Stokholm Jurgen albregt Ernst Heydelbr: metzelr: 13 Pieter langeseld Hogelmerode Andries Pietersen Stokholm Boschr 19 Hendrik Pieterse Carels Kroon Matt„ 26 Eldrik Broun Carelskroon Matts Jan Siegenberg Potsdam soldt Nicolaas Jacob Daniels Lambr: Matt 24 gustaaf lagband Hobie Pieter Arenberg Stokholm 21. Pieter Joseph de Bus Dornit 1 17 Matthijs Hocker Vrijburg Jan Gonsale Havre de graa Matt„s 20 Jaques Rave St gerraen Soldt uls. guillaume la Ton leeuwen. ulr dominique de Lor fuquirbaque François Hendriksz: St Nicolaas Matt 14 Pr. Febr: Andries Glaser Koningsbr: dantzig ƒ Godfried Pruijs Cornelis Cornelisse Noltsbag Timme: Pieter Granberg Stokh: matt Barend Holstrum Westerbu ƒ Carel Joseph Roose leeuwenHr Timm:s Michiel Eustrom Stokh: Bossr Judocus de Bakker Cortryls den 11 Febr: Jurriaan Pieter Careel Carels C: opperm: 11 Jonas Daalboom Stokholm Bossr: 14 Hans lusholm van Godland Willem Jan green Gottenbr: oud timm: 15 Laurens Pieterse Stavanger Bossr: 15 Johan Fredrik Vlato, Wollien Matts 15 Benjamin Brutal dantzig messel: P=mo Daniel Ballon Raphael Frank livorne Mattr: Marten Brauw Alsted Andries Holman Sustenbr: Pms Johan Hamel Coppenh: Michiel Carius Louis de lorne geneve Soldt Joseph Suffre wester Cappel matt 2 ƒ 26 Jann Jan Fredrik „ 17 7
English
Fredrik Eduard Broman Stockholm carpenter Christiaan Stroodbeek Wartenbr: under-carpenter Amsterdam Genoa sailor 9 Anthon Meselle Jan Voorberg Gothenburg Johannes Van Zon Den Bosch Jan Bender Altona Pieter Siegeler Antwerp Jean Andre Doron Marseille Judocus Jouan de Brouwer Katwijk Christiaan Hanssen Christiansand Hendrik Sipke Heerden Merchant Jan Duurberg Carel Leonard Danzig bricklayer 6 March Jacob Hendriks Copenhagen sailor Claas Foldouwer Eekeloner youth Fredrik Biorkland Nassau sailor 8 Hans Secholm Stralsund Andries Craal Copenhagen Jonas Jus Stockholm Hendrik Barends Groningen quartermaster 29 Pieter Josephus de Bree under-carpenter sailor 23 23 Hans Poel Copenhagen Pieter Arnoud Vlissingen Matthijs Zelm van Doornik sailor Johan Jacob Visser Hamburg 23 April Jan Kielstroom Noordkaap Pieter Westerberg Stockholm Johan Drik Sporren Andries Pieterse Lont Drammen Hendrik Hamberg Lonese Jan Laarsen Ulstad Hendrik Hameester Rostock Aam du Forgue Vuur soldier 2 Jan Hendrik Blom Gouda sailor 3 Albert Smit Amsterdam ultimo 29 March 28 10 10 22 May Casper Andries Daalbergen 26 Laurens Nielsen Usted Nicolaas Lilla Carelstroom Francois Lenart Thiel 29 August Partman Gothenburg 1st Jan Janssen Stockholm Marten Willem Koning Westerk late 11 Jacobs Heijdriks Copenhagen 12 Evert Jonas Andries Lagesand 12 Andries Bergstad Nieuwland Claas Sergouw Wadenons corporal 4 Claas Everts Olsla sailor 31 Thomas Leurense Copenhagen 10 Albert Marien Jochem Hendrik Bach Aamb gunner ultimo Jacob Schouw Dalen Jonas Anderson 6 Jan Pieter Carelse Engelholm Sulpken Seret Neuchatel soldier 6 Pieter Pleskens Leeuwen gunner 5 Samuel Noordbring Ostad sailor 19 Johannes Auris Luther soldier Willem Philip Jurriaan Ondaatje Colombo 3 sailor Hendrik Soulin Abo gunner Jaare Petersen Holmstrand under-carpenter 10 May Jacob Andriesse Christiania same sailor 10 10 Thore Bergreen Kalmar Claas Warnaar Christiania 10 Daniel Enkeleke Bremen gunner 3 Jacob Bernard 10 Claas Rijnders Zutphen soldier 10 Hendrik de Vries Oud-Beijerland 10 Pierre Joseph Tarba 16 Josephus Rudolphus Waterloo 3 12 Casper Laurens 12 16 21 1 21 21 ultimo 1 27 1. And caused to be said 2. that on the 8th of this month, having been presented to the Honorable Independent Fiscal by the lessee of the Cape cool wines, with presentation of the attached slip, 3. that the said aforesaid, notwithstanding the clear contents of his ordinance, had presumed 4. to ship half an aam of wine to the Honorable Company's ship Trompenburg lying in this roadstead, 5. and to issue a handwritten pass for it; 6. the Honorable Independent Fiscal considered it his duty 7. to make further inquiry into this; 8. of which the result was 9. that the defendant admitted having shipped not only the aforesaid half an aam of wine, 10. but besides that yet another to the same ship. 10. That, as by the proclamation of 3 September 1766 it is very clearly enacted and expressly forbidden that by no one, whether wine merchant or others, any wines may be sold to or for the crew of the ships lying here in the roadstead, to be consumed on board for refreshment during their lay days, which, for the benefit of the leases, exclusively to the general wine lessee the burgher and wine seller Pieter Zeeman, defendant of the other part Appeared before the Honorable Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the provisional Fiscal Gabriel Exter, Honorable Independent Fiscal, plaintiff of the one part
Dutch transcription
Fredrik Eduard Broman Stokh Carn: Christiaan Stroodbeek Wartenbr: onderm:d A=ms genua Matt„s 9 Anthon Meselle Jan Voorberg Gottenbr: Johannes Van Zon De Bosch Jan Bender Altona Pieter Siegeler. Antwerp. Jean Andre doron Marseille Judocus Jouan de Brouwer Cerwijk Christiaan Hanssen Christs. Sand Hendrik Sipke Heerden Koopl: Jan Duurberg Carel Leonard dantzig metzel: 6 maart Jacob Hendriks Coppenh: mattr: „ Claas Foldouwer Eekeloner J„od Fredrik Biorkland Nassouw Matt 8 Hans Secholm Straats: Andries Craal Coppenh: Jonas Jus Stokholm Hendrik Barends Groning quart 29 Pieter Josephus de Bree donderm: matt 23 23 Coppenh: Hans Poel Pieter Arnoud Vlissinge Matthijs Zelm van Doornik Matt Johan Jacob Visser Hambr: 23 april Jan Kielstroom NoordC: Pieter Westerberg Stikholm Johan Drik Sporren Andries Pieterse Lont drammi„ Hendrik Hamberg Lonese Jan Laarsen Ulstad Hendrik Hameester rostok Aam du Forgue Vuur Soldt2 Jan Hendrik Blom Gouda Matt 3 Albert Smit Amsterdam ulr 29 Maart 28 10. 10 22 Meij Casper Andries daal Berge 26 Laurens Nielsen Usted Nicolaas lilla Carelstroom Francois Lenart Thiel 29 August Partman Gottenbr: G Pmo Jan Janssen Stokholm Marten Willem Koning Westerk late 11 Jacobs Heijdriks Coppenh: 12 Evert Jonas Andries lagesand 12 Andries Bergstad Nieuwland Claas Sergouw Wadenons Corpl: 4 Claas Everts Olsla Mott 31 Thomas Leurense benhage 10 Albert Marien Jochem Hendrik Bach Aamb Bosp ulr daalen Jacob Schouw Jonas Anderson 6 Jan Pieter Carelse Engelholm Sulpken Seret Nieuw Cnatel Sol 6 Pieter Pleskens Leeuwen Bossr 5 Samuel Noordbring Ostad natts 19 Johannes Auris Lutere, Soldt W=m Philip Jurriaan Ondaatje Colombo 3 matt Hendrik Soulin Abo Dossr: Jaare Petersen Holmstraad ond Timm: 10 mei Jacob Andriesse Christiania Jd. Matt 10 10 Thore Bergreen Calmer Claas Warnaar Christiania 10 daniel Enkeleke „ breemen bossr: 3 Jacob Bernard Claas Rijnders Zutphen Soldt Hendrik de Vries Ordbeyeal: Lierre Joseph Tarba Josephus Rudolphus Waterl:3 Casper hurens 10 10 10 16 12 12 16 21 1 21 21 ulr. E 1 27 1„ En deede zeggen 2, dat op den 8 dezer door den pagter der Caab „sen koelen wijnen, met vertooning des hier bij„ „gaanden billets, den E: O: Eijsscher aan gediend zijnde dat den ged:e voorsz: niet tegenstaande den kla „ren inhoud van deszelfs ordonnantie zig had verstout 4. naar 't ter dezer rheede leggende 's E: Comps schip Trompenburg een half aam wijn af teschepen 5, en een eijgenhandig passeer briefje daarover uit te stellen den E: O: Eijsscher van zijn pligt heeft gehouden nader onderzoek hier na te doen; waarvan dan 't resultat is gewest. dat den gede heeft bekent, niet alleen de voorsz: half aam wijn. maar buiten die nog een andere naar 't zelve schip te hebben afgescheept. 10 dat dus door 't placaat van den 3 7ber 1766. wel duijdelijk gestatueerd en expresselijk verbos„ „den zijnde dat door niemand 't zij wijnkooper ofte andere, eenige wijnen zullen mogen worden gedebiteerd aan of voor de schepelingen der hier ter rheede liggende Scheepen, om geduurende denzelven legdagen tot ververssing binnen scheepsboord geconsumeerd te worden, 't welk, tot beneficie der pagten, alleen aan den generaalen wynpag den Burger en wijnverkooper Pieter Zeeman gede ter anderen zijd Compareerde voor den wel Eachte Heer President en Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop, den pro interinsis „caal Gabriel Exter O O: Eyss„ „ter ter eenre
English
remains permitted, provided that he is obliged to accommodate the aforesaid ship's crew with good and sound wines, and that at the same and no higher price than that for which he shall sell his wines to the citizens and other inhabitants, not being tapsters, and moreover to submit to the examinations regarding the quality of the wines, such as shall in case of necessity be ordered by us; it remaining permitted, however, to the repeatedly mentioned privileged wine merchants to deliver to the ship's crews the wines which they require for their consumption on the further voyage from here, provided that the wines are nevertheless not delivered earlier than from the day before the appointed muster until the departure of the ships, and that under penalty that upon transgression of these our orders they shall likewise be regarded as smugglers and each time be condemned to the fine stipulated thereon of One thousand Cape guilders. 11. regarding this act of the defendant, it speaks for itself. 12. that he is directly guilty of the transgression of the aforesaid edict. 13. and although the defendant wishes to excuse himself therewith, 14. that he had no knowledge of the law and had thus sinned unwittingly, 15. and furthermore that the wine had not been shipped by him for profit, but as a gift for one of the ship's officers; 16. yet this excuse may be taken all the less into consideration, 17. as the defendant was most explicitly instructed in his wine ordinance to govern himself in the retailing of wine specifically according to the edicts of the years 1765, 1768, and 1781; 18. and thus the pretended ignorance is the defendant's own fault, which everyone must reasonably pay for. Let pass for the account of the undersigned: One half-aam of wine to the Honorable Company's rice-ship. Was signed: J: Zeeman. In the margin: Cabo the 7th of February 1786. I, the undersigned sub-lieutenant stationed on the Honorable Company's ship Trompenburgh, declare hereby at the requisition of the citizen Mons. Pieter Zeeman, that he has presented as a gift to the Captain Lieutenant Jan van der Slas and me, the undersigned, two half-aams of old Cape wine, for which he has never asked nor received payment; wherefore, and for other reasons and arguments to be further deducted in due time and place if necessary, the prosecutor ratione officii, making demand, concluded that by definitive sentence of Your Honors the defendant shall be condemned to pay the sum of One thousand Cape guilders, to be distributed according to custom, with the costs incurred in this matter; or to such other end as Your Honors shall judge to be proper according to law. Was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited in Court the 23rd of February 1786. 19. the above-mentioned edict furthermore speaking so generally that not easily the slightest exception can take place. 20. Wherefore the prosecutor ratione officii, under Your Honors' better judgment, considers that the defendant has in all respects substantially subjected himself to the penalty established therein. 21. I testify this to be the plain truth and am always willing to confirm the same with solemn oaths. Was signed: Jan Bolkewrz. In the margin: Cape of Good Hope, the 23rd of February 1786. 1. and stated: 2. that the aforesaid defendants, having been ordered by their master on Saturday the 18th of the past month of February 3. to perform some work in the cellar, 4. and having spent the whole day therewith, 5. the first-mentioned defendant, Ceres, came into the kitchen in the evening around 8 o'clock, 6. where the second defendant, April, was already present alongside some other slaves, standing at the fireplace; 7. that the said Ceres went directly to the female slave Louisa, who was preparing some food at a table and with whom he has cohabited for four years already, 8. and, seizing her by the hand, said to the above-mentioned April: 10. "Come on, make true now what you have said," 11. and thus also took the girl out of the back door onto the yard; 12. that this Ceres, after having held before her, Louisa... Ceres of Madagascar and April of Ceylon, both slaves of the citizen Oltman Ahlers, defendants in the aforesaid case, of the other part. Appeared before the Honorable President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope, the interim Fiscal G: Exter, prosecutor ratione officii in a criminal case, of the one part. Agreed. Goot JVies dem Clercq vrte 8 Ca
Dutch transcription
„ter vergunt blijft, mits gehouden zijnde, voorsz scheepelingen te moeten gerieven met goede en „deugdzame wijnen, en zulx tot dezelve en geen h„ „gere Prijs, als hij zijne wijnen aan de burgers en andere ingezetene /geen bijtappers zijnde/ zal komen te verkoopen, en daarenboven d'examina nopens de qualiteijt der wijnen te moeten gedoogen zodanig als zulks in cas van noodzakelijkheid van ons zal worden geordonneerd; zullende 't de meergem: gepriviligeerde wijnkoopers egter gepe mitteerd blijven, aan de Scheepelingen te mogen leeveren de wijnen, die dezelven tot haare consempte op de verdere reijze van hier benoodigd zijn, mits de wijnen evenwel niet eerder, dan van 's dags voor de vastgestelde monstering, tot op 't vertrek der scheepen, afleeverende, ende zulx onder Poenalite dat bij overtreeding deezer onzer beveelen insgelijk als Smookelaars aangemerkt, en telken in de daarop gestelde boete van Een duijzend Cabse guldens zullen gecondemneerd worden. 11, nopens dit bedrijf van den gede van zig zelve spreekt. 12 dat hij aan de overtreding van't voorsz: pla „caat daadelijk schuldig is. 13 en hoewel den gede zig daarmede wil verschonen 14 dat hij van de wet geen kennis gehad, en dus onweetende had gepecceerd, 15, en teffens den wijn niet gewinshalve maar als een praesent voor een der scheeps officiers van hem afgescheept was;. 16, zo zal deze ontschuldiging dies te minder in eenig aanmerking mogen komen, als de ged' in zijne wijn ordonnantie wel Expressi 7 lijk is aangeweezen, zig bij 't debiteeren van wijn specialijk naar de placaaten van ao 1765, 176 en 1781 te reguleeren 12 en dus de voorgeefelijke onweetendheijd des ged' eygen faute is, die een ijder billijk boeken moets Laat passeeren voor reekening van den onder get: Een halfaam wijn naa 's E: Comps rijsschip /:was getekend:/ J: Zeeman /:in margine/:/ Cabo den 7 Februarij 1786. Ik ondergetekende sous luijtenant bescheiden op 'S E: Compagnie Schip Trompenburgh, ver klaare bij deezen ter requisitie van den burgir Mons. Pieter Zeeman, als dat dezelve aan den Captein Luitenant Jan van der Slas en mij ondergetekende tuee half aamen ouden Caabsen wijn praesent gedaan heeft, waarvoor dezelfe nooit betaalinge gevraagt nog beko„ mits welken en anderen reeden en middelen in tid en wijle is 't nood ( nader te deduceeren, den R: O: Eijssr Eijsch doende conclu „deerde, dat bij definitive vonnis van Uw Eachtb: den gede zal worden gecondemneerd, te betaalen de Som „ma van Een duijzend Caabse guldens, te verdeelen w ussu, met de ten dezen gevallene kosten; ofte tot alzulken anderen fine, als uw E achtb: naar rechten zullen oordeelen te behooren /:was getekend G: Exter /:in margine:/ ExhibC: in Judicio den 23 feb 1786. spreekende 't bovengem: placaat voorts zo alge„ 19, meen, dat niet ligtelijk de geringste uitzonde„ „ring kan plaats vinden. 20. Waarom dan den R. O. Eijffr onder uw E achtb: beker oordeel /vermend dat den gede ten allen opzigten aan de daar in gestatueerde penaliteijd zig wezentlijk heeft onderheevig gemaakt 19 „men 21 zulx betuijge de klaare waarheid te zijn en ben„ „men heeft 23 febr: 1746. altoos het zelfe met solemneele leden te willen bekragtigen, bereidwillig /:was getekend:/ Ian Bolkewrz /:in margine:/ Caabo de goede Hoop d„ 1. en deede zeggen. dat de ge: en ged voorsz: op zaturdag den 18 des gepasseerden maands Febr: van hun lyfheer gelast geweest zinde om in den kelder eenig werk te verrigten 4 en daarmede den geheelen dag doorgebragt hebbende den eerst ged: en gede Ceres 's avonds omtrend 8 uuren in de Combuis is gekomen alwaar den tweede ged: en gede April alreeds benevens nog eenige andere slaven, bevondelijk en aan den vuurhaard staande was dat gem: Ceres directelijk op de aan een tafel t twee goed in gereedheid brengende Slavin Souvisa met welke hy al vier Iaar heeft gehouden is toegegaan en haar bij de hand vattende, tegen boengem: april heeft gezegd 10 toe maakt nu waar wat gij gezegd hebt 11 en zo mede de merd d'agter deur uit op de plaats gebragt heeft 12 dat dien Ceres, naar aan haar Louisa voorgehoo den te hebben. Ceres van Madagascar en April van Ceijlon, beide lyfeijgene van den burger Oltman Ahlers ged en gede in voorsz: Cas ter andere zyde Compareerde voor den wel E: achtb: Heere Praesident en raade van Justitie der Casteels de goe de hoop, den pro interim fiscaal G: Exter R: O: Eisscher in Cas Crimineel ter eenre Accordeert. Goot JVies dem Clercq vrte 8 Ca
English
that she also went with other boys, and having been asked by her who said this, it was further replied by him that April had said it, whom she, standing here, could ask herself; but upon her question directed to April thereon, nothing being answered by the same, without any further inquiry he gave her with a knife in the breast such a fatal stab that she fell mortally to the ground and remained lying dead, just as all of this fully and completely appears from the annexed declarations of the defendants and the defendant's own confession, and other documents, to which the Public Prosecutor therefore, for the sake of brevity, takes the liberty of referring Your Honors, and, referring himself thereto, will proceed with some remarks concerning the crime itself and the punishment thereof; wherein the Public Prosecutor, subject to correction, believes he can establish that the homicide committed by the first defendant is omni modo qualificatum, and will have to be punished with its proper penalty, for as the corpus delicti is established, and there is no doubt concerning this, so also appears no less the intention and willful design with which this was committed. True it is that reason for jealousy and displeasure was given to the defendant by the accusation of the maid by his fellow slave April, which, however, cannot be taken into consideration here; on the contrary, it is evident that the defendant, against this very groundless accusation, conceived the willful and godless intention to do away with the aforementioned maid, so that he did not carry out this deed in the first impulse of passion, but that he even reasoned about it to convince the maid of her infidelity, and various questions and answers were exchanged back and forth; that this intention must have been conceived by him in the most deliberate and obstinate manner, because, in the great appearance of the innocence of the maid, the slave April having not dared to maintain his accusation to her and not having spoken a word, he nevertheless deliberately inflicted that fatal stab upon her, of which she came to die immediately, and having already prepared a bottle of brandy and having taken it with him upon his escape, he seems to have provided for his flight in every way for the execution of his deeds; so that the defendant, according to the opinions of all authorities, in accordance with the Criminal Ordinance of Emperor Charles V, article 137, and our customs, may not be punished otherwise than with death; whereas the second defendant, April, on the other hand, will only be punishable insofar as he was the first, though very remote, cause of that manslaughter, having told and persuaded the first defendant that his maid went with other boys, with the contemptuous addition: are you also a man, and still go with the maid; moreover, having also brought his accusation and strengthened the malicious intent of his fellow slave, that he followed both the boy and the maid outside, where he also, instead of preventing the unfortunate deed, seems rather to have looked upon it with approval out of a vile malice toward the maid; which will be further confirmed by the fact that he absented himself immediately, and the next morning, upon seeing the dead body, certainly sought to flee on account of his bad conscience; so that the Public Prosecutor, subject to Your Honors' better judgment, believes he cannot fully acquit the second defendant in his conduct, but must regard this much more as a causa moralis remota, which can nevertheless be imputed to him all the less because the first defendant was not obliged to believe him and, on account thereof, to proceed to a violent and most punishable crime, yet according to the common opinion of the criminalists cannot remain unpunished, and that thus an arbitrary punishment ought to be inflicted on the second prisoner and defendant by the judge according to the alleged circumstances. For which and other reasons, to be further deduced in due time and place if necessary, the Public Prosecutor, making his demand, concluded that by definitive sentence of Your Honors, the defendants mentioned in the heading of this document shall be condemned to be taken to the place where it is customary to execute criminal sentences, and being there delivered to the executioner, the first defendant, Ceres, bound upon a cross and broken alive from the bottom up, then his head chopped off and placed upon a stake, the second defendant, April, furthermore being fastened to a post with the rope around the neck, and severely flogged with rods on the bare back; that the execution having thus been directed, the first defendant's dead body shall be dragged to the gallows field, placed again upon a wheel, and the head being placed upon a stake, shall thus remain until it is consumed by the air and the fowls of heaven; and the second defendant, after previously having been clapped into irons for two years, returned to his master, with condemnation of the defendants to the costs and expenses of justice, or to such other pains and penalties as Your Honors shall deem proper. Was signed: Gabriel de Exter. In the margin: Exhibited in court on 24 March 1786.
Dutch transcription
13 dat zij ook bij andere Iongens loope 14 en van haar gevraagd zijnde wie dit zegge 15 voorts van hem gerepliceerd geworden 16 dat 6 Aprill gezeld had, dien zij hier staande zelve vrage kont dog op haar daarop aan April geregte vraagd van denzelven niets geantwoord zijnde 18 zondere eenige verdere navrage haar met een nis in de borst een zodanig doodelijke steek heeft gegeven g dat zij er doodelijk ter aarde nedergevallen en dood is blijven leggen 20 gelijk zulx alles uit de geannexeerde verkla ringen der ged: en ged: eigen Confessie, en overigen documenten ten overvloede en volkomen komt te blijken op welke daarom den R: O: Eisscher kortheidshaloe de vrijheid neemt Uw E: Achtb te renvoijeeren en zig aan dezelve refereerende zal overgaan Het eenigen aanmerkingen over de misdaad zelve en derzelver bestraffing 23 waar dan den R: O: Eisscher /:onder Correctie / ver meend te kunnen vaststellen, dat 'E van den eerst ged: en ged:t geperpetreerde homicidium omme mode qualificatum is, en met deszelvs stratf zal moeten gestraeft worden. 24 want gelyk 't Corpus delicte Consteerd, en hier omtrend geen twijffel is 25 zo blijkt ook niet minder 6 voornemen en moldwillige opzet, waarmede zulx begaan is 26 Wel is waar, dat hem ged en ged:e door de beschul diging der meed van zijn mede Slaaf April reeden tot Saloesij en misvergenoegen zijn gegeeven geworden. dewelke egter alhier in geene aanwerking kunnen genomen worden ter Contrarie is blykbaar, dat hij ged: en ged tegens deze zeer grondloze betigting, 6 moed wel„ „lige en godloze voornemen heeft gevat de meer gem: merd van kant te hebpen Zo dat hij deze daad niet in d' eerste drift heeft uitgevoert maar dat hij nog daar over heeft geredeneerd om de meid van haare ongetrouwigheid te over en nog over en weder verscheidene vragen en ant woorden zijn gewisseld geworden §3 dat dit voorneemen op d' opzettelykste en hard „nekkigste bij hem moet zijn gevat geweest . 4 om dat hij bij den grooten Schijn van de onschuld der merd, hebbende den slaat April zijne betig „ting haar niet durvenstaande houden, en een woord gesprooken 35 dog derzelver goedsmoeds dien doodelijke steek heeft toegebragt 36 waar aan zi directelijk is komen te overlyden 37 en denzelven nog een boddel brandewijn en gereed heir gehad, en bi zijn exhapeeren mede genomen hebbende 38 schint hij zig op alle wijze tot de uitvoering van zyne daaten zijne vlugt verzien te hebben 39 zo dat der ged: en gede naar de gevoelens aller O: O:o overeenstemmende met de Crimineele ordon nantie van Keizer Carel 1: art: 137 en onze gewoontens niet anders als met der dood zal mogen gestraft worden waarden tweede ged: April daar tegen alleenig in ze verre zal sthafbaar zijn 41 als denzelven de eerste dog zeer verre oorzaak van dien doodslag is geweest 42 hebbende hij den eerst ged: en ged:e gezegt te over „reden dat zijne merd bij andere Jongens loope 13 met de veragtelijke byvoeging bent gij ook en 40 „tuigen wegen verte kaarl, en loopt nog bij der meed 41 boven dien ook gebragt zyne besigting en de kward aartige intentie van zijne mede slaaf te besterken 45 dat hij beide den Iongen en de meid naar buiten nagevolgd is. Waar hy ook in plaats van de ongelukkige daad 46 te verhinderen wel meer dezelve uit eene veeilaardige kwaad aart 47 heid tegens de meid scheijnt met approbatie aan gezien te hebben. -- 48 't geen daar door nog meer zal bekragtig worden 49 dat hij zog stande pede had geabsenteerd 50 en 'S anderen ogterds bij 't zien van 't doodelig chaan, zekerlijk wegen zijne kwaade Conscienten heeft gezogt te ontvlugten §: 1 zo dat den R: O: Eisscher /:onder Uw E: achtb: beter Oordeel /:vermeert §2. Den tweede ged:, en ged:e bij zijne handelwijze niet van alle dele te kunnen vry spreeken. §3 maar zulke veelmeer als eene Causai moralem remotam te moeten aanzien. 54 dewelke denzelven dog dies te minder kan geimp„ „teerd worden §55 om dat den eerst ged: en gede niet verpligt is geweest hem te gelooven 56 en uit hoofde van dien tot een geweldaadige en aller strafbaarste misdaad over te gaan. 5 7' dog naar de gemeenste opinee der Criminalissen net kan ongestrafd blijven. 8 en dat dus den tweede gev: en ged naar de gealle„ „geerde omstandigheden een orbitraire straffe van den regter zal behooren geinfligeerd te worden Mits welken en anderen redenen in tijd en wijle / is 't nood nader te deduceeren, den R: O: Eisscher Eisch doende, Concludeerde, dat by definitive vonnis van Uw E: Achtb: de ged: en gedt in 't hoofde dezer gemeld zullen worden gecondem „neert, omwe gebragt te worden ter plaatze alwaar men gewoon is Crimineele Sententien te execu „teeren, en aldaar aan den scherp rechter overgeleverd zijnde, den eerst ged: en gede Ceres, op een kruis gebonden, en van onderen opleven „dig gelede braakt, zo dan deszelvs hoofd afgehouwen, en op een Den gesteld te worden, zullende voorts den tweede ged: en ged:e April met de koorde om de hals aan een Daal rostgemaakt, en met roede op de bloote ruggestrengelijk gegeeseld worden, dat de Executie dus gede rigeerd zijnde des eerst ged: en ged doode ligchaam naar 6buiten gerecht gesleept, wederom op een rad gelegt, en 't hoofd op een pen gesteld zijnde dus zal verblyven tot dat door de lugt en 't geoogelte des hemels zal zijn verteerd, en den tweede ged: en gede naar bevorens voor twee Jaar in de ijzers geklon ken te zijn, aan zijn lefheer geretour neerd worden, met Condemnatie der ged: en ged: e in de kosten en misen van Iustitie, ofte tot alzulken anderen Poenen en Straffen als Uw E: Achtb: zullen oordeelen te behooren /:was getekend:/ Gabriel Exter /:in margine:/ Exhibiteur in Indicio den 24 maart 1786 de Art.
English
Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope of this government, the slave Ceres of Madagascar, bondsman of the burgher Oltman Ahlers, now defendant, surrendered here in custody to be interrogated at the request of the ad interim fiscal Gabriel Exter, the said Ceres answering the following questions as recorded alongside the respective articles. Article 1. Questioned regarding his name, age, and whose bondsman he is. States: Ceres of Madagascar, estimated to be 30 years old, slave of the burgher Oltman Ahlers. Article 2. How long the defendant has been in the service of his master, and what his ordinary duties have been. States: six years, and that he has done farm work. Article 3. Whether the defendant was not also employed to work in the cellar. States: Yes. Article 4. Whether the defendant, together with his fellow slave April, did not do some work therein on Saturday the 18th of the past month of February. States: Yes. Article 5. How long such work lasted, and whether he worked at anything else afterwards. States: two days. Article 6. Whether the defendant did not enter the kitchen that same evening around the hour of eight o'clock, in which several slaves were present. States: Yes. Article 7. Whether he did not immediately approach the slave woman Louisa, who was there preparing the tea water. States: Yes. Article 8. What it was that that boy had told the defendant. States that April had said to him in substance: Are you also a fellow and do you consort with the maid Louisa, who also consorts with other boys; to which the defendant had said: Why do you plague me, I have not seen that. Article 9. And taking her by the hand, furthermore saying to the slave April who was also present: Come on, and make good on what you said; pulling her out through the back door into the open. States that when the defendant had gone outside the kitchen with the maid and April, the defendant asked the maid: What do I hear, do you also consort with other boys? Upon which the maid asked: Who says that? To which the defendant replied: April says that; whereupon the maid asked: Is that true? The defendant replied: Yes, that is true, there stands April, ask him yourself; whereupon the maid having then asked April, that boy, however, did not answer anything to it. Article 10. Whether the said April also came outside to maintain this assertion against that maid. States that the boy indeed went outside as well, but then being afraid, spoke nothing. Article 11. What the aforementioned Louisa answered thereto and brought forward for her defense. States that the maid had answered nothing, but was immediately stabbed with the knife that is now shown. Article 12. Whether the defendant did not then strike her and with a stab in the chest wound her in such a manner that she fell dead to the earth from it. States he did not strike that maid, but indeed stabbed her with the knife that is now shown. Article 13. Whether he then did not quickly flee from there and abscond, and whether the fellow slave April did not accompany or follow him. States: Yes, but he did not see April. Article 14. Whether the defendant had not long before the execution and already in the cellar intended to commit this deed. States: No, but only proceeded to do so that evening. Article 15. How long the defendant has courted this maid, and whether he knew that she was pregnant by him. States: four years, but knew nothing of the pregnancy. Article 16. Whether he did not therefore think that by killing the maid he would also kill his own child. Lapses. Article 17. At what place the defendant stayed from 18 February until the 24th thereafter, when he was captured by the servant of his master. States: under the latch and thus on his master's land in an iron pig pen. Article 18. Where he obtained the brandy that he then still had a portion of with him. States: from the cellar on the day when he had worked in it. Article 19. Whether the defendant did not also know that by committing this murder, he would commit a most atrocious evil and shameful deed, and make himself subject to the harshest punishment. States: Yes, but he does not know. Article 20. What more he can bring forward in his defense or for his further exculpation. States that at that time when the wound was inflicted, he was somewhat intoxicated. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 17 March 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Mattheas Bletterman, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this along with the interrogate and me, the Secretary. Below was: Which I witness. Was signed: C. L. Neethling, Secretary. Confirmation: Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the slave Ceres of Madagascar, to whom the foregoing questions with his answers given thereto having been read aloud, declared that he persisted by them, not desiring that anything more shall be added or removed. Thus confirmed at the Cape of Good Hope on 20 March 1786. Was signed: A cross, and written around it, This is the mark of Ceres. Below: In my presence. Signed: C. L. Neethling, Secretary. In the margin: As commissioners, and signed: S. V.
Dutch transcription
Compareerde voor ons onder getekende gecommitt: uit den LegtCeres van Madagascar oud na gissing 30 Jaaren, slaaf van den burger Oltman ahlers: zegt zes Jaaren, en boere werk gedaan te hebben! Zegt Ja zigt Ja zegt twee dagen! Legt Sa zegt dat April teegens hem in Substantie had gezegd bentgij ook een kaael en loopt bij de meid Louisa, die ook bij andere Iongens zegt Sa E: Achtb: raad van Iustitie Ceres dewelke op de neven staande vrage zodanig gecnt det gu naam, ouderdom, en wien lyffeigen hij is Art:1. hoe lange hij ged: in den dienst van zijn lijfheer is geweest en wat zijn Ordinaire verrigtinge geweest zijn of hij ged: ook niet mede is gebruikt geworden om in de kelder te werken. O hij ged: met deszelvs mede slaat April niet op zaterdag den 18 des gepasseerde maand Febr: eenig werk daarin gedaan heeft hoe lang zulk werk heeft gedaurd en of hij daarna nog iets anders gearbeid heeft of hij ged: niet denzelven avond omtrend de klokke agt uuren in de Combuis is gekomen, waarin zig meerdere Slaven bevonden hebben zegt die mend niet te heb„ vertoond word gestoken had. of hij ged: haar daarop niet zij er dood daarvan ter aarde is nedergevallen ben geslaagen, maar wel heeft geslagen, ens met een steek in met het mes dat het thans de Borst zodanig gewond dat wat de gem Louisa daarop ge antwoord, en tot haar verschoo ning heeft ingebragt zegt dat de Jonge wel mede buite 6. gem: April ook mede buiten is was gegaan, dog toen bevreest gekomen, om dit gezegde tegen die meed staande te houden. geweest zijnde niets gesproken zegt wanneer hij ged: met de merd en april buiten de Com„ „buis was gekomen, hij ged: aan de meld had gevraagd wat hoor ik loopt gy ook by andere Iongens die meid daarop had gedraagd, wie zegt dat, op 't welk de ged:e hervat hebbende, april zegt dat waarop die meid had gevraagd: is dat waar, de ged: had hervat, sa dat is waar, daar staat April vraagd hem zelvs, waarop die meed aan April daorna gevraagd hebbende, die Jonge egter niets daarop geantwoord had. loopt, op welk de ged: had gezegd gehad, wat plaagt gij mij dat heb ik wat dit dan geweest is, dat dien zon gen aan hem ged:e heeft gezegd gehad. En haar bij de hand nemende, voorts tegende ook praesent zynde slaaf April zeggende, toe komt, en maakt waar wat gij gezegt hebb, dezelve de agterdeur uit na buiten getrokken of hy niet directelijk op de aldaar 't theewater gereed makende slaven Louisa is toegegaan heeren gecommitt uit den E: Achtb: raad van Iustitie dis Casteels de goede van den ad interim fiscaal Gabriel Exter daarop gehoord ten worden Ceres Legt Sa:t. burger oltman Achters, thans e heren ged: zullende deszelvs te gevene respon sive in margine dezer behoorlyk dezes gouvernements, de slaaf hoop overgegeven, om ter requisitei woord heeft als bezyden dezelve van Madagascar, lyfeygen van den„ Articulen gedaan maken en aan Art: Art. 13 aangetekend staat. worden bekend gesteld. 4 2 5 6 . „ 1 . . stad. niet gezien heeft. . 9 10. 11 12 8 Art Legt Ia: dog van April Zegt Neen maar slegts dien avond daartoe overgegaan te zijn zegt vier Iaaren dog van de Zwangerschap niets geweten te hebben Vervalt. zegt onder de grendel en dus Op zijn lijfhars grond in een ijzers vackens gat. zegt uit de kelder ten dage wanneer daarin had gewerkt Zegt Sa neer die quetzing heeft is geweest. Legt dat ten dien tide wan daargegaan en opgedrost en of hij dan niet spoedig van de mede slaaf April hem niet ver zeld of nagevolgd was Of hij ged:t dies niet lang voor de uitvoering en al in de kelder van voornemen is geweest deeze daad te begaan Noe lang hij ged. met deze meid heeft verkeerd, en of hij heeft ge weeten dat zij zwanger van hen of hij er dan daarom niet gedagt heeft dat hij met het ombrengen van de meid ook zijn eigen kind dooden zoude. aan wat plaats hij ged: van den 18 Febr: tot den 24 daaraan wanneer hij door de knegt van zijn lijfheer is gevangen genoomen zig heeft opgehouden. waar hij deszelvs brandewijn heeft gekreegen, die hij toen met een gedeelte daarvan nog heeft by zig gehad of hij ged: ook niet heeft gewh ten dat hij door 't begaan van deze moord, een allergrootste Euvel en Schanddaad zoud doen Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 20 Maart 1786 /was getekend:/ Kruijs en daarom schreeven, dit is 't merk van Ceres /:lager:/ my proe sent /:getekend:/ C: L: Neethling Secretaris /:in morgine:/ als gecommitt: en getekend:/ S: V: /:onderstond:/ Compareerde voor de ondergetekende gecomm: uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gouvernement, den slaaf Ceres van madagascar dewelke de voorenstaande vrage met zijn daarop gegevene antwoorden voorgelden zijnde, verklaar „de daarbij te persisteeren niet begeerende dat er iets meer bijgevoegt ofte van gedaan werden zal. Recollement. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 17 maart 1786 voor de E E: Salomon van Echten en Iohannes Mattheas Bletterman leeden uijt den E: Achtb: Raad van Justitie voorm: die de minuste dezer benee vens de gevraagde ende my Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 't welk ik getuige /was getekend:/ C: L: Neethling Secretaris /onderstond:/ Wat hij nog meer tot verschoning afte tot zijne verdere ontschul gedaan wat beschonken diging kan bijbrengen en zig aan de hartste Straffe onderheevig maaken en Echter weet hij niet Art: 13. 14 15 H 1 was J. 18 19 - ƒ Art 20
English
Echten and J: M Bletterman Submitted to the Gentleman Commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard thereon at the requisition of the ad interim Fiscal J. Exter, April of Ceilon, bondman of the burgher Oltman Ahlers, currently the Lord's prisoner; the responses given by the same to be noted in the margin. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the prisoner April of Ceylon, who to the adjacent questions has given such answers as are set forth alongside the same. Article 1 The prisoner's name, age, and whose bondman he is. Says April of Ceijlon, aged approximately 40 years, slave of Oltman Ahlers. How long he has been in the service of his said master, and what his ordinary work has been. Says one year, and to have done masonry work as well as cooking. Whether he was not on Saturday the 10th of February last, with his fellow slave Ceres, ordered to work in the cellar. Says yes. Until how long they worked there, and what he did thereafter. Says the entire day, and to have done nothing more thereafter. Whether the prisoner did not find himself in the kitchen at around 8 o'clock in the evening. Says yes, but to have spoken nothing. Whether the aforementioned Ceres did not also come into the kitchen then, who, taking the slave Louisa by the hand, as she was preparing the tea things there, said to the prisoner: "Now make good what you have said," dragging the maid outside as well. Says yes. What it was that he, the prisoner, was supposed to make good, and whether this did not consist of him having told his fellow slave Ceres that the maid Louisa was having relations with one of the slave boys. Says that this was true, and that he had told it to Ceres that very day in the cellar. Ceres, having been called inside, states to the prisoner to his face that April told him that very day in the cellar. April says yes, but that that was already long ago, and that he had already said it in the bad monsoon. Whether the slave Ceres did not thereupon strike the maid Louisa and give her a stab in the chest, from which she fell down to the earth. Says yes. Whether he did not follow the aforesaid outside the kitchen alongside the slaves and maintained what he had said. Says yes. Whether this did not happen because he falsely accused the maid of having relations with the smith, because she wanted nothing to do with him, the prisoner. Says not to have accused the maid innocently, but that she had to do with the smith, and also had always washed his clothes, and that he, the witness, had seen the maid go with the smith to the garden at night and had to do with each other by the pump. Why he, the prisoner, did not try to prevent this, having instead absented himself after that deed and, seeing the dead body of the maid the next morning in the kitchen, attempted to flee. Says, that is my fault that I did not prevent it, but I did not want to run away when the body appeared the next morning in the kitchen.
Dutch transcription
Echten en J: M Bletterman Zegt April van Ceijlon oud na gissing 40 Jaaren Slaaf van oltman aklers zegt Een Iaar en gemetzeld midsg gekookt te hebben zegt den geheelen dag, en daarna niets meer gedaan te hebben Zegt Sa. zegt, dat is mijn Schuld dat ik 't niet belet heb, dog ik heb wanneer blijk den volgende zegt de meld niet onschuldig zegt Ja dog dat zulx reeds lang was geleden, en in de kwa„ Compareerde voor ons onder get: gecommitt:s uit den E: Achtb: „raade van Justitie deezes gouvernements den Plaad April van Ceijlon, denwelken Op de nevenstaande vragen zodanige antwoorden gegeven heeft, als belyden dezelve Hoe lang hij in den dienst van gem: zijn lyfheer is; en wat zyn Ordinair werk is geweest. of hij niet op zaeteerdag den 10 Febr: laatstl: met zijn mede slaat„ Ceres was gelast geweest, in den her der te arbeiden. Tot hoe lang zij aldaar gewerkt hebben, en wat hij daarna heeft of hij ged: niet omtrend 8 uuren Savands en de Combuiszig heeft bevonden! of toen niet ook in de Combui is gekomen voorm Ceres, dewelke beschuldigd te hebben, maar dat of zulx niet daarom geschied is om dat hij de meid onschuldig betigt ze met de snut te doen hadde, en ook heeft wijl zy niets met hem ged: wilde te doen hebben altyd zyn goed hadde gewassen, en dat hy get: de meid met de Smit 'Snagts na de tuin hadzien gaan, en by de Porp, met malkanderen te doen hadde gehad. Waarom hij ged: zulx niet haeft zoo ken te verhinderen, hebbende zig veel meer naar die daad geabson teerd en 's anderen daags 't doode ligchaam van de meid ziende getragt te ontvlugten Of den slaat Ceras daarop niet de meid Louisa geslagen, en een steek in de borst heeft gegeven, waarvan Zij is ter aarde nedergevallen Of hy niet voorsz: by de slaven uit de Combuis is naargevolgd en zijn gezegde heeft staande gehouden. zegt Ja. dog niets ge sproken te hebben Zegt Ja Legt hen ged: in facie aan dat april zulx ten eigensten dage in April zegt, daarop dat zulx waarwas, en hij het aan Ceris den eygensten dezer behoorlyk worden bekend de kelder aan hem had gezegt de mousson zulx al gezegt wat 't geweest is, dat hij ged: zoude waarmaken, en of zulx niet is daarin be staan, dat hy aan zijn mede slaaf Ceres heeft gezegt, dat de merd Souisa met een een der slaven Jongen zoude te doen hebben de aldaar t thee goed gereed maken de Slavin Louisa bij de hand ne mende tegens hem ged: heeft ge zeed: toemaakt waar was gij gezegt hebt, trekkende zo mede de meld naar buiten aan Heeren gecommitt: uit den E Achtb: Raade van Justitie des „Casteels de goede Hoop overgege ven, omme ter requisitie van den ad interim fiscaal 9: Exter daarop gehoord te worden, April van Ceilon lijfeijgen van den burger Olthman Ahlers, thans te gevene responsive in margine 's Heeren gev: zullende deszelve Ceres binnen geroepen zijnde Articulen gedaan- maken en Art: 1 des ged: naam ouderdom en wiens lijfeygen hij is. aangetekend Staan. ƒ gesteld. ƒ ƒ 1 G 7 1 . verrigt morgen in de Combuis zag niet willen wegloopen 11 9 dag had gezegd in de kelder had, Zig Ja cert: J. Regt. Ja
English
to have says Yes, but had not thought so. Article 12. And whether he must not therefore confess to having provided the occasion for this manslaughter through his vile accusation, having essentially had the same as his objective, and having thereby made himself punishable in the highest degree. What he, the defendant, shall bring forward for his exoneration. It stood below: Thus asked and answered at Cape of Good Hope the 17 March 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Matthias Bletterman, members from the Honorable Court of Justice, before whom the original minute of this, together with the defendant and me, the Secretary, have also duly signed. Lower: Which I witness. Was signed: C. L. Neethling, Secretary. Re-examination. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the slave April of Ceylon, who, having been read the preceding questions with his answers given thereto, declared to persist therein, not desiring that anything more shall be added thereto or taken therefrom. It stood below: Thus re-examined at Cape of Good Hope the 20 March 1786. Was signed: a cross, and there written, this is the mark of April. Lower: In my presence. Signed: C. L. Neethling, Secretary. In the margin: As commissioners. Signed: S. v. Echten and J. M. Bletterman. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, Stoffel of the Cape, slave of the burgher Oltman Ahlers, of competent age, who at the requisition of the interim Acting Fiscal, Sr Gabriel Exter, declared it to be true: That when the appearer found himself on Saturday the 18 February 1786 at the place of his master situated in the Tygerberg, in the evening at the hour by estimation of 7 o'clock, with and alongside the fellow slave April and the female slave Sanna with her daughter Louisa in the kitchen, where the said Louisa had been busy cleaning tea cups and preparing warm water for the children, the slave boy Ceres had come into the kitchen through the back door, and laughing and without speaking a word to the said female slave Louisa, took her by the hand and took her outside with him through the back door of the kitchen; however, in taking her outside, that female slave had said to the aforesaid slave boy April, who had also been in the kitchen: "Come along now, and make true what you have said"; upon which saying the aforesaid April had also gone outside, but had not returned back to the kitchen. That the aforesaid April, not having come home that night, had come the following morning into the cellar, where their master, being then busy with pressing, had asked that boy where he, April, had been that night, to which he having answered that, having been drunk, he had slept in the vineyard; after which, when he came to fetch his bread in the kitchen at the hour of 8 o'clock, the said April, having seen the lifeless body of the female slave Louisa in the kitchen, had attempted to run away; but that the slave boy also named April, this says nothing
Dutch transcription
te hebben zegt Ia dog zulx niet gedagt Art: 12. en of hij dus niet bekennen moet tot dezen doodslag door zijne vael aartige betigtiging gelegenheid gegeven, denzelve wezentlyk tot zijn oogmerk gehad, en zig daardoor ten uitersten strafwaardig ge maakt te hebben. Wat hij ged: tot zijne verschoning voorbrengen zal /:Onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 17 Maart 1786 voor de EE: Salomon van Echten en Johannes Matthias Bletterman leeden uit den E: Achtb: Raade van Justitie voor die de minute dezer benevens de ged: en mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend / lager:/ T will ik getuige /:was getekend /: C: L. Neethlang Secret. ecollement. Compareerde voor de onderget: gecommitt:s uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes Gouverne ments, den Slaaf April van Ceijlon, denwelke de voorenstaande vragen met zijne daarop gegeven antwoorden voorgelezen zijnde, verklaarde daarby te Persisteeren, niet begeerende, dat er iets meer by gevoegt of van gedaan werden zal /:onderstond: Aldus Gerecolleerd aan Cabo de goede hoof den 20 Maart 1786 /:was getekend/ kruis en daarw schreeven, dit is 't hand merk van April /:lager: mij praesent /:getekend/ C: L: Neethling Secr „taris /:in margine. /. als gecommitt /: getekend/ J: V: Echten en J: M: B letterman. Compareerde voor de onderget gecommitt uit den E Achtt Raad van Iustitie, dezes Gouvernements, Stoffel van de Caab slaaf van den burger Oltman ahlers van Compelenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den het Fiscaals Ampt pro interim waarnemenden Sr Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. dat wanneer den Compt zig op Zaturdag den 18 Febr: 1786 ter plaatze van zijn lijfheer in de tyger bergen gelegen, 's avonds de klokke na gissing 't uuren, met ende benevens de mede slaav April en de slavinne Sanna met derzelver dogter Louisa in de Combues bevonden had, alwaar gem Louisa bezig geweest, was om thee kopjes Schoon te maken en om warm water voor de kinderen in gereedheid te brengen den slaven Iongen Ceres door de agter deur in de Combuis was gekomen en de Slavin louisa al laggende, en zonder een woord te spreeken teegens gem: Louisa haar bij de hand gevat en ze uit de Combuis de agter deur uit mede„ na buiten genomen had, egter in 't na buiten nemen die slavin tot voorsz: zig in de Combuis mede bevonden hebbende Slaven Iongen April gezegd had, toekom nu mede, en maak waar wat gij gezegt hebt; op welke gezegde voorsz: April medie na buiten gegaan dog niet weder in de Combuis te rug gekomen was Dat voorsz april die nagt niet te huis gekomen zijnde, 's volgende morgen gekomen was, in de kelder alwaar hun lyfheer als met perssen bezig zynde aan dien Iongen gevraagd had: waar hij april dien nagt was geweest, op 't welk denzelven geantwoord hebbende, dat hij zijnde dronken geweest; en den wijn gaard geslapen had, waarna denzelve de klokke 8 uuren in de Combuis zijn brood zynde komen halen geme April het in de Combues ontzield ligchaam der Sla vin Louisa gezien hebbende, het had Pogen te ontlopen dog dat den slaven Jonger mede April genoemd, dit zegt niets
English
is a blacksmith, had captured and detained the aforementioned April until he, by order of his master, was tied up there and subsequently transported to the Cape. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, offering always to confirm the same further. Underneath stood: Thus passed at Cabo de Goede Hoop on the 20th of March 1786, and having been read out again to the appearer in the presence of the slave Ceres by way of recollement, he declared to persist therein, before the Honorable Salomon van Echten and Iohannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: L: Neethling, Secretary. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, Sanna of Mallabaar, female slave of the burgher Oltman Akters, of competent age, who, upon the requisition of the Honorable Gabriel Exter, acting pro interim in the Fiscal's Office, declared it to be true: That when the appearer found herself on Saturday the 18th of this month of February in the evening around the hour of 8 o'clock on her master's farm situated in the Tygerbergen, with and alongside the slave boys Christoffel and April in the kitchen, and the appearer's daughter Louisa of the Cape had been busy in the same kitchen bringing warm water in a tea kettle to the master's children in the upper room and making preparations, the slave boy Ceres had also entered the kitchen through the back door, and without speaking a word, had taken the appearer's daughter Louisa, with whom the mentioned Ceres was in a relationship, by the hand and thus led her outside the kitchen through the back door, without the appearer suspecting any harm; That because the appearer's daughter had stayed away too long, the appearer had gone to search for her, and finally found her lying between the house and the chicken coop right in the path, having found her lying face down on her belly, whereupon the appearer, without having spoken anything to her daughter or asked her anything, had run inside and told her master about it, who, having gone thither, found that the mentioned Louisa was already dead and had been stabbed above the breast. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, offering to maintain the same further. Underneath stood: At the requisition of the Honorable Fiscal ad interim. Thus passed at Cabo de Goede on the 26th of March 1786, and having been read out again to the appearer in the presence of the slave Ceres by way of recollement, she declared to persist therein, before the Honorable Salomon van Echten and Iohannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C: L: Neethling, Secretary.
Dutch transcription
een Smit is, voorsz: April gevangen en oastgehoud had, tot dat denzelven ter ordre van hem lyfheir raar vastgemaakt, en vervolgens naa de Caab getransp„ teerd was Niets meer verklarende geeft de Comp voor rede„ nen van wetenschap als in den text praesenteerende 't zelve altoos nader te staven /:Onderstond:/ Aldus gepasseerd aan Cabo de goede koop den 20 Maart 1786, mitsgs den Comp in preesen „tie van den Slaat Ceres, bij wege van recollement weder voorgelezen zynde, betuigde denzelven daarbi te blijven persisteeren; voor d' EE Salomon van Echten en Iohannes Matthias Bletterman leeden uit den E: Achtb: Raade van Justite voorm: die de minute dezer benevens den Comp:t en mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager :/ 't welk ik getuige /:was getekend:/ L: Neethling Secretaris. Compareerde voor de onderget: gecommitt uit den E: Achtb: Raade van Justitie dezes gouvernements Sanna van Mallabaar Slaviuw van den burger Oltman akters, van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den het Fiscaals Ampt pro interim waarnemenden S s Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. dat wanneer de Compte haar op Zaturdag den 18 dezer maand februarij 's avonds de klokk wel 8 uuren, op haar lyfkeers in de tygerbergen gelegene plaats, met ende benevens de slaaen Jongens Christoffel en April in de Combuis bevonden had, en der Comp=te dogter Louisa van de Caab in dezelve Combuis bezig geweest was, om warm water in een theeketel voor de Ter requisitie van den Heer ad interim Aldus gepasseert aan Cabo de goede den 26 maart 1786 mitsgs de Comp=e ter Praesentie van den slaaf Ceres weder bij weege van Recollement voorgelezen zijnde betuigde dezelve daarbij te blijven Persisteeren voor de EE Salomon van Echten en Iohannes Matthias Bletterman leeden uit den E: Achtb: Raade van Justitie voorm die de minute dezer benevens d: Comp=te ende mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 'T welk ik ge „drige /:was getekend/ C: S: Neethling Secret. Comp:s lyfheers kinderen op de opkamer te brengen, en ge reedheid te maken, den slaven Ionge Ceres door de agter deur mede in de Combuis was gekomen, en zonder een woord te spreeken, der Comp=te dogter Louesa met de welke gem: Ceres het gehouden heeft bij de hand gevat en zo mede buiten de Combuis de agter deer uitgenomen had, zonder dat de Compe daar eenig erg in gehad hadde dat vermits der Compte dogter te lang weggebleeven was, had de Comp„e na dezelve gaan zoeken, en haar ein delijk vinden liggen tusschen het huis en het hoenderkok regt in 't pad, hebbende dezelve gevonden voorover op haar buijk leggen, als wanneer de Comp:s zonder iets tegens haar dogter gesproken ofte aan haar gevraagt te heb ben na binnen was geloopen en aan haar lijfheer zulx gezegd had, dewelke zig derwaards begeeven hebben „de bevonden was, dat gem Louisa reeds dood, en boven de borst gestooken was. — Niets meer verklaarende geeft de Comp voor redenen van wetenschap als in den text presenteerende 't zelve nader gestand te doen /:Onderstond:/ Compt fiscaal
English
Fiscal Mr. G: Exter, I the undersigned, second chief surgeon of the Honorable Company Hospital, declare in the presence of commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the Honorable Salomon van Echten and A. van Sittart, to have examined yesterday a dead slave belonging to the burgher Oltman Ahlers at the Tygerberg, and found the same to have been inflicted with a stab wound made with a pointed instrument in the left breast, breaking the second rib, penetrating through the lung, with damage to its blood vessels, which wound I declare to be absolutely lethal or mortal. Cape of Good Hope, the 21st of February 1786. was signed: J. Leuwer. Whereas Ceres of Macassar, aged about thirty years, and April of Ceylon, aged about forty years, both slaves of the burgher Oltman Ahlers, now prisoners of the Crown, have freely confessed, and it has further appeared evident to the Honorable Worshipful Council of Justice of this government: That the first prisoner, Ceres, having for the time of full four years past cohabited with the female slave Louisa, who also belongs to his said master, on his master's place situated in the Tygerberg, the second prisoner, April, on the 18th of the past month of February, when they had to work together in the cellar, said to the first prisoner, Are you a man, going with the girl Louisa, who also goes with the other boys? to which the first prisoner replied, Why do you tease me, I have not seen that; without anything further having been spoken concerning this between the first and second prisoner for that time. That the first prisoner, however, having nourished jealousy over that statement, when they had finished working in the cellar in the evening at about eight o'clock, went through the back door into the kitchen, where the second prisoner already was, and the aforesaid female slave Louisa was busy preparing tea water for her master's children; the first prisoner, upon entering the kitchen, having gone straight and laughing, without speaking a word either to the girl or to the other slaves who were in the kitchen, to the said Louisa, taken her by the hand, and thus led her with him out of the kitchen through the back door and outside, having said to the second prisoner upon going out, Come outside and prove what you have said; whereupon the second prisoner had also gone outside. That as soon as the first prisoner was outside the kitchen with the said Louisa and April, he challenged the said Louisa and asked, What do I hear, do you also go with other boys? to which Louisa asked, Who said that? whereupon the first prisoner replied, April said it; to which Louisa asked, Is that true? whereupon the first prisoner rejoined, Yes, that is true! adding, There stands April, ask him yourself; the said Louisa thereupon asked the second prisoner about it, but that boy answered nothing to it. That the first prisoner then, after first having struck the said Louisa, inflicted a stab upon her with a knife in the left breast, which, having penetrated through the lung with the breaking of the 2nd rib, and with damage to its blood vessels, was thus absolutely mortal; whereupon the prisoner immediately made his escape by flight. That since the aforesaid Louisa had not returned, her mother, the female slave Sanna, who was in the kitchen, conceived some suspicion and thus went to look for her, whereupon she saw her aforesaid daughter Louisa lying face down as if dead between the house and the chicken coop.
Dutch transcription
Fiscaal Mr g: Exter verklaare ik ondergetekende tweede opperchirurgijn van het S' E: Comps Hospitaal ten overstaan van gecommitt uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gouvernement de E: Salomon van Echten en A van Sitlert Op gisteren gevisiteerd te hebben een doode slaan toebehoorende den burger Oltman Achters aan de tigerberg bevonde dezelve te zijn toegebragt een met een puntig instrument gestokene woude in de linker borst met verbreeking van de tweede rib penetrerende door de long met quetzing van deszelvs bloedoaten welke wonde verklaare volstrekt lethaal of doodelijk te zijn. Cabo de goede Hoop den 21 Febr: 1786 /:was getekend :/ I Leuwer. — Elsoo Ceres van Macagassar oud na gissing dertig Iaaren, en April van Ceylon na gissing zoud Veertig Iaaren beyde slaaven van den burger olt„ „man Allers thans 's Heeren gev„s Vrijwillig be„ „leeden hebben en den E: Agtb: Raad van Justitie deeses gouvernements wyders Evident geblee„ „ken is. Dat den eersten gev: Ceres den tijd van wel vier Jaaren herwaards op zyn Lyfheers in re tijgenberg en geleegene plaats met de slavin„ „me Louisa die meede gem: zijn ged: Lyfheer toebehoord gehouden hebbende den ttweede gev„e April op den 18 der Jongstl: maand Fl„ „bruarij: wanneer te zaamen in de kelder moesten werken tot den eersten gev„e had gesegd„ bent gij ook een keerel en loopt bij de Meyt Louisa, die ook bij de andere Jongens Loopt den eersten gev„e daarop had g'and„ woord wat plaagt gij mijn dat heb ik niet gesien zonder dat voor als doen dien aan„ „gaande tusschen de 1„e en 2„e gev„e iets verder - gesprooken was. Dat den eersten gev„e egter over dat zeggen salouzij gevoed hebbende, denselven dus wan„ neer zij 's avonds in de kelder met werken gedaan hadde zig de klocke wel agt uuren, door de rgter deur in de Combuijs begeeven had, alwaar den tweede gev„ zig reeds bevond en voorsz: sla„ „vin Lowisa beesig was, om thee water voor ha„ „re Lyfheer kinderen in gereedheid te brengen hebbende den Eersten gev„e zig in de Combuijs koomende regtstreeks en al Lachende, zonder een woord nog teegens de meid nog teegens de verdere in de Combuijs zynde slaaven te spree„ „ken na gem: Lowisa begeeven deselve bij de hand gevat en zo door de agter deur meede uijt de Combuijs en na buiten genomen in't uitgaan teegens de 2„e gev„e gesegt hebbende toe komt na buyten en maak waar wat gij gesegt hebt dus den tweede gev„e ook meede na buiten gegaan was. — Dat de eersten gev„e soo ras met gem Louisa en April, buiten de Combuis was geweest, hy t„t geve meerm: Lowisa ter rheede gesteld en gevraagt hal, wat hoor ik loopt gij ook bij anderen Jongens die sla„ „ste gev: g'antoorsog hebbende April Zoo t 't welk den Lowisa had gevraagd is dat waar, waarop den 1t e gev„e hervat hebbende Ja dat is waar! met bij „voeging daar staat April, vraagd het hem zselvs gem: Lowisa daarop aan de tweede geve daarna gevraagd dog die Jongen daarop niets g'antwoord Dat den 1„en gev„e als doen gem: Lowisa na haar alvorens geslagen te hebben met een mes een steek in de slinker borst toegebragt had, dewel„ „ke met verbreeking van de 2„e ribbe gepenetreerd hebbende door de Long, met quetzing van derzel„ „ver bloewaten dus volstrekt doodelijk geweest is, waarop den gev: zig opstonds met de vlugt heeft gesalveert. Dat vermits voorsz: Lowisa niet weeder te rug gekomen was, haare zig in de Combuijs bevon„ „den hebbende moeder de slavinne Sanna, eenige Agterdogt opgevat en dus na deselve was gaanzien als wanneer zij voorsz: haar dogter Louisa tus„ „schen het huis en hoenderhok voor over als dood had. — gesien, had /:onderstond./
English
had found lying, just as when she was picked up by order of their master, who had been called there, she had also been dead. That the second prisoner remained absent that night, but the next morning having come to work again in the cellar, had then pretended to have slept in the vineyard that night because he was somewhat intoxicated; the same, however, after coming to fetch his bread in the kitchen at eight o'clock in the morning and having seen the lifeless body of the slave woman Lowisa lying there, had sought to flee, but having been caught and secured by the people, he was transported Cape-wards. Just as the first prisoner, who a few days thereafter was discovered and taken prisoner at the boundary, was likewise brought Cape-wards, and thus both have been delivered into the hands of Justice. But whereas such premeditated murder, malicious accusation, and instigations to murder in a land where justice is properly maintained are by no means tolerated, but other such murderous and malicious scoundrels must be punished as an example according to the requirements of the matter: So it is that the Honorable Worshipful Council of Justice, having read and considered the written criminal claim and conclusion made and taken ex officio by the pro interim Fiscal here, Sieur Gabriel Exter, against both prisoners, and having paid attention to all that pertained to the matter and could move Their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned both prisoners, Ceres of Madagassar and April of Cylon, as Their Honorable Worships condemn them hereby, to be brought to the place where criminal sentences are customary to be executed here, and there being delivered to the executioner, the first prisoner Ceres, being bound upon a cross, to be broken from the bottom up with the coup de grace, subsequently his dead body dragged to the outer place of execution, to be laid upon a wheel there, and thus to remain as prey for the air and the birds of heaven; furthermore the second prisoner April of Ceylon to be exposed under the gallows with a halter around his neck, subsequently tied to a post, severely scourged with rods on his bare back, and having been branded thereon, thereafter to be riveted into chains to labor therein for the period of five consecutive years on Robben Eyland without wages at the public works, as well as after the expiration of that time to be returned to his master; with condemnation of both prisoners in the costs and expenses of Justice. Thus done and sentenced at Cabo de goede Hoop the 23rd of March 1786, as well as pronounced in the Castle of Good Hope the 1st of the following month of April and executed the same day. Was signed: P: Hacker, G: H: Cruywagen, Joh:s Smuts, I: M: Horak, J: M: Bletterman, W: F: V: R: V: Oudtshoorn, C: G: Maasdorp, G: H: Meyer, H: J: de Wet. Below: in my presence, signed: C: W: Aerssen Secretary. In the margin: Fiat Execution, signed: C: I: van de Graaff. Agrees Li. A To the Right Honorable Worshipful Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope Right Honorable Worshipful Lord and Lords Shows with due respect, the undersigned Pro interim Fiscal Gabriel Exter. That on last Friday from the burgher lieutenant Jan Gijsbert van Rheenen a sum of Rksd 2000 was paid to the bookkeeper of the Honorable Company Mr. George Fredrik Goets for the Equipment Master the Honorable Duminier, consisting of two packets of paper currency, each of Rksd 1000, of which one was sealed and the other was loose; among the pieces in the loose packet was found Rksdr 270 in counterfeit money on parchment, newly falsified or imitated. That upon further inquiry, investigations made, and inquests obtained before the gentlemen commissioners from this Honorable Worshipful Council, it appears that not only the aforementioned Rksdr 270 in counterfeit parchment currency comes from the hands of the assistant at the political Secretariat Marinus Simon van Cruijselberg, but that the same van Cruijselberg, in addition to that, more counterfeit money, as to the aforementioned Mr. Duminie among others
Dutch transcription
had vinden leggen gelijk dan wanneer ze ten or„ „dre van hunnen daarbij geroepenen lyfheer op„ „genoomen wierd ook dood geweest was. — — Dat den 2„de gev„e dien nagt absent gebleeven dog 's volgende morgens weeder in den kolder aan 't werk gekomen zynde, als doen voorgewend had, di nagt, dewijl wat beschonken geweest was; in de wijn„ „gaard geslapen te hebben denselven egter na dat de klocke 's morgens agt uuren in de Combuijs zijn brood was koomen haalen en aldaar het onzielde Lig„ „haam der slavinne Lowisa had zien Leggen, het had zoeken te ontvlugten dog door het volk gevar en vast gemaakt zynde is denzelven Caab waard getransporteerd. — gelijk dan de Pste geve die eenige daagen daar„ „na, aan de grende is ontdekt en gevangen ge„ „noomen geworden, meede Caab waards gebragt en dus beyde in hande van Justitie overgelevert geworden zijn. — Maar nademaal zulken opzettelijken moord, quaadaardige beschuldiging en opstookingen tot moorden in een land alwaar het regt behoor¬ „lijk gelandhaafd word, geensints gedult, maar andere sulke moord sugtige en quaadwillige deugenieten ten voorbeelden; na vereyschd van zaaken gepunieert werden moeten:— Soo is 't dat den E: Agtb: Raad van Justitie ge„ „leesen en overwoogen hebbende den schriftelijken Crimineelen Eysch ende Conclusie door den prointerin Fiscaal alhier S:r gabriel Exterha„ tione officie op ende Ieegens de beyde gev„s gedaan ende genoomen mitsg„s gelet op alles wat ter zaake dienende was, n haar E: Agtb: konde doen moveeren. Regt doende uyt naame ende van weegens de Hoog mogende Heeren staaten gene„ „raal der vereenigde Neederlanden, beijde de Gev=t Ceres van Madagassar en April van Cylon hebben gecondemneert, zoo als hun E: Agtb:r deselve Condemneeren bij deese omme gebragt te worden ter plaatse (alwaar men alhier ge„ „woon is Crimineelen sententien te Executeeren, en aldaar den scherpregter overgelevert zynde, den Eerste gev„e Ceres, op een kruis gebonden zynde, van ondere op, met de slag van gratie gelee„ „deebzaakt vervolgens desselvs doore Lichaam na het buyte gereght gesleept, om aldaar op een gem Clery Aldus gedaan en Gesententieerd aan Cabo de goede Hoop den 23 Maart 1786, mitsgaders gepronuntieerd In 't Casteel de goede Hoop de 1ste der: aanvolgende maand April en geexecuteerd ten selve dage /: was getekent:/ P: Hacker. G: H: Chuiwage, Joh„s Smuts, I: M: Horak, J: M: Bletterman, W: F: V: R: V: Oudtshoorn, C: G: Maasdorp, g: H: Meij„ „ct, H: J: wet /:lager mij praesent /: getekent:/ C: W: Aerssen Secretaris /:in mar„ „gene: / Fat Executie /:getekend:/ C: I: Van de gaar had gelegt te worden, en dus te verblijve ten provije van de Lugt en vogelen des hemals voorts den tueede gev=e April van Ceylon, omme met een strop om den hals onder de galg te pronk gesteld te worden vervolgens aan een paal gebonden, met roeden op de bloote hugge strengelijk gegeesseld en daar¬ „op gebrandmerkt zynde daarna in de ketting geklonken te werden om daar in den tijd van vijf agter een volgende Iaaren op 't Robben Eyland zonder loon aan de gemeene werken te arbeijden midsgaders na Expiratie van dien tijd aan zijn lyfheer te rug gegeeven te werden met Condemnatie van beyde gevangens in de kosten en missen van Iustitie. Accordeert AMVhet 6 ƒ Li. A Wel E: Achtbaar Heer en Heeren Vertoond met den schuldigen Eerlied, den ondergeteekende Pro interim Fiscaal gab: Exter. dat op laatst gepasseerde vrijdag van den burger luitenant Jan Gijsbert van Rheenen eene Somma van Rksd 2000 aan den boekhouder der E: Compe mr george fredrik Goets voor den Equipagiemeester d' E: duminier zijnde uitbetaald geworden bestaande in twee Paquetten Papieren munte, yder van Sike 1000 waarvan 't eene verzeguld en 't andere los is geweest onder de stukken in 't losse Paquet is bevonden geworden Piksdr 270 valsch geld op perga „ment nieuw gefalviceerd of nagemaakt. dat bi verdere navrage, gedaane recher „chen en voor heeren gecommitteerdens uijt dezen E: achtb: Raade in gewonnene En„ „questen blijkt, dat niet alleen de voorgeme: Rksd„r 270 volsche Pergamente munte uit handen van den adsistent ter politiquen Secretarije Marinus Simon van Cruijsel. „berg komen, maar dat denzelven van Cruijselberg boven dien meer valson geld Aan den Wel E: achtb: Heer President en Raade van Justitie des Casteels de goede „te hoop als aan voorm: Heer duminie onder ande
English
Letter B. also 150 Rksdrs in money and to Mr. Swanevelder 16 1/5 Rksd, as well as some minor sums to other persons, whereby no small suspicion exists that the said van Cruyselberg is the author of this counterfeit coin, which is greatly increased by the fact that, regarding the aforesaid large sum, he cannot positively identify anyone from whom he had received any counterfeit money, and has taken back such money issued by him, and without any further inquiry has given other money in its place; that there is furthermore also some strong presumption that the aforesaid van Cruyselberg was assisted therein by the soldier Philipp Bos stationed on the line, and that the said Bos made himself equally guilty of this crime; thus the Officer, the petitioner, finds himself in the indispensable necessity ex officio to proceed in Ordine Juris against the aforesaid persons, and in that regard to conduct all investigations and gather the evidence whereby greater certainty may be obtained, and to that end to secure their persons and, in the presence of the Gentlemen Commissioners from this Council, to search their lodgings as thoroughly and promptly as possible, seeing that Your Honorable Worships' authorization is required for this; wherefore the Officer, the petitioner, turns to the same with the respectful request that it may please Your Honorable Worships to grant the Officer, the petitioner, their decree, Marinus Simon van Cruiselbergen, assistant in the service of the Honorable East India Company, stationed here at the Political Secretariat, but currently detained in the Castle, respectfully makes known: That he, the petitioner, went on 31 March of this year to the interim Fiscal of this Government, named Gabriel Exter. That he, the petitioner, handed over to him six pieces of parchment money, To the Honorable, Most Worshipful Mr. Pieter Hacker, President, together with the Honorable, Most Worshipful Council of Justice of the Cape of Good Hope, whereby the Officer, the petitioner, is authorized to undertake the aforesaid search as quickly as possible in the houses of the burgher lieutenant Jan Gijsbert van Rheenen and of Captain ter Zee Sierveld, where the said van Cruyselberg and Bos have been lodging, and furthermore to have these aforementioned persons apprehended. Which doing. Signed: G. Exter. In the margin: Exhibited in Court on 6 April 1786. Below: Agrees. Signed: K. J. V. d. Riet, sworn Clerk. which had been handed to him, the petitioner, that same day by the bookkeeper Goets, with the addition that he had received the same from him, the petitioner, and that the said coin was found to be counterfeit. That he, the petitioner, thereupon requested the said interim Fiscal to carry out the necessary investigations in this regard, and was asked by him whether he did not know from whom he had received the same. That he, the petitioner, answered thereto that he could not yet say so positively, though he had vehement suspicions; that one had to be careful, however, in such an accusation, but at the same time had deemed it necessary in the beginning to stop that circulation, and now that he had heard that they were counterfeit, he did not want to deceive other people with them, as he had been deceived; but that he, the petitioner, would come to speak with the said Fiscal further the following day. That he, the petitioner, thereupon departed, and the next morning, 1 April of this year, being summoned to the Honorable Governor by the police messenger Claassen, he immediately obeyed the said order, and upon his arrival there was ordered by His Honorable Worship to go into arrest under escort of the officer Mulder, then present, until further orders in the main guardhouse. That he, the petitioner, that same afternoon, in the presence of Gentlemen Commissioners from Your Honorable Worshipful assembly, was interrogated on several articles by the Secretary of Justice, Mr. van Aerssen, upon the requisition and in the presence of the said interim Fiscal G. Exter, and that he, the petitioner, after the examination was conducted, remained imprisoned until Thursday evening, 6 April. That he, the petitioner, being detained there for so long, to his amazement, with the utmost astonishment and to his greatest indignation, had to experience that he, the petitioner, although conscious of no wrongdoing, was fetched like a criminal by a sergeant, corporal, and eight men equipped with loaded rifles and transported to the Town Gaol or the prison, and searched by the Provost-Marshal Matthijsen to see if any sharp object could be found on him. That he, the petitioner, was thereafter brought to a room without any access, and thus criminally, since he, the petitioner, was not only denied everything usual in such a case, but what is more, had to endure going to sleep without food. That he, the petitioner, in that prison, so humiliating for a decent man, had to spend a most unpleasant time, whereby his health certainly could have suffered much, and such would surely have been the consequence if on the following Monday he had not unexpectedly, by an escort of two non-commissioned officers and eight soldiers, once again been taken to the so-called bacon room in the Castle of Good Hope.
Dutch transcription
Lit: B. re geld nog Rksdrs 150 en aan de Heer Swanevelder Siksd 16 1/5 benevens eenige geringe sommen aan andere Perzoonen uit betaald heeft, waar door eene niet gering suspicie bestaat, dat gem: van Cruyse „berg den autheur van deze valsche mun te is, dewelke grootelijks daardoor word vermeerderd, dat denzelve bij de voorm groote somma niemand positive kan aangeeven, van dien hij eenig valsch geld had ontvangen, en diergelijke van hem uitgegeeven wederom tot zig genoomen, en zonder eenige verdere nadrage ander geld daar voor in de plaats heeft gegeven dat er voorts ook eenige sterke presumptie zijnde, dat voorsz: van Cruijsebberg door den op de linie bescheijdene soldaat Philipp„ Bos daarbij geadsisteerd is geworden, en dien bos zig aan deeze misdaad mede schuldig gemaakt heeft, dus den R:O: vertoonden zig amtshalven in de indispensabelen noodzaakelijkheid bevind, tegens voorm: Perzoonen in Ordine Juris te procedeeren, en ten dien opzigte alle de onderzoekingen te doen en de bewijzen in te winnen, waar door een meerdere zekerheid kan verkre „gen worden, en ten dien eijnde zig van der zelver perzoonen te doen verzekeren en ten overstaan van Heeren gecommit „teerdens uijt deezen Raade hun lieden logies ten eersten op 't naauwkeurigste visiteeren, gemerkt dan hier toe vereijscht word uw E: Achtb: authorizatie; zo is den R: O: vertoonden tot wel dezelven zig keerende met eerbiedig verzoek dat 't uw E: Achtb: behage moge, aan de R: O: heeft reverentelijk te kennen Marinus Simon van Cruiselbergen adsistent in dienst der E: O Indische Compagnie ter Politique Secreta „rije alhier bescheiden dog thans gedetineerd in het Casteel. — dat hy suppliant zig op den 31 maart deezes Jaars heeft vervoegt by den pro interim fiscaal deezes Gouvernements met naame Gabriel Exter. dat hij suppliant aan denzelven heeft over gegeeven zes stukken Perchamente munt Aan den WelEdelen Achtb: Heer Pieter Hacker Praesi dent beneevens den Edelen Achtb: Raad van Justitie van Cabo de goede Hoop vertoonder te verleenen, wel derzelver decreet„ waar door den R: O: vertoonder gequalificeerd word, in de huijzen van den burgerluijkenant Jan Gijsbert van Rheenen, en den Capitein ter Jas Sierveld, waar meer gem: van Cruyselberg en Bos zijn logeerende geweest, ten spoedigste gesz: visitatie voorteneemen en voorts deze evengem: Perzoonen te doen apprehendeeren /:onderstond:/ 't welk doen „de /:was getekend:/ G: Exter /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 6 April 1786. /:lager:/ Accordeert /:was getekend:/ K: J: V: d: Riet gesw: Clercq vertoonder welke welke door den boekhouder goets dienzelfden dag aan hem Suppliant waaren ter hand gesteld met bijvoeging dezelve van hem sup„m te hebben ontvangen, en dat gem:e munt was bevonden valsch te zijn. dat hij suppliant gem. Pro interimsis¬ „caal daarop heeft verzogt de nodige rechesches hier omtrend te doen en door denzelven is gevraagd of niet wist van wien dezelve te hebben ontvangen dat hij Suppliant hier op heeft geant „woord zulx nog niet positief te kunnen zeggen dog wel vehemente Suspicie te hebben, dat men echter in zodanige beschuldiging voorzigtig zijn moest, maar teffens nodig had geoordeelt in den beginnen dien loop te moeten sluijten, en nu hij gehoord had, dat dezelve valsch waaren geen andere luiden daar mede wilde bedriegen, zo als hy bedroogen was dog dat hij suppliant des anderen daags gem fiscaal nader zoude komen spreeken. dat hij Suppliant daarop is weggegaan en den morgen daar aan den 1 april deezes Jaars door den boode van Politie Claassen bij den Edelen Heer Gouverneur ontboden zijnde, direct aan gem: ordre heeft geobedi„ „eert en bij zijn komst aldaar door zijn Wel Ede „le gesr: wierd geordonneert, zig onder geleide van den toen tegenwoordig zinde Officier Mulder tot nadere ordre in de hoofdwagt in arrest te begeeven. dat hij Suppliant dienzelfden naden middag ten overstaan van Heeren gecommit „teerdens uijt Uwe Wel Ed: achtb: vergade„ „ring door den Secretaris van Justitie de Heer van Aerssen ter requisitie en in 1 byweezen van gem. Pro interim fiscaal g Exter op eenige articulen is ondervraagd en dat hij suppliant na gedaane verhoor tot donder„ dag avond den 6 April heeft gevangen geze„ „ten dat hij Suppliant tot zijne bevreemding aldaar zo lange gedetineerd zijnde met de uiterste verbaasdheid en tot zijn grootste verontwaardiging heeft moeten ondervinden dat hij Suppliant hoewel zig zelfs geen kwaad bewust als een Crimineel door een Sergeant, Corporaal en agt manr met scherp gelaaden geweeren voorzien is afgehaald en getransporteerd na 's Heeren Steen of de tronk en door 's Heeren geweldiger Matthijsen gevisiteerd of ook eenig scherp by hem was te vinden. dat hij suppliant daarna op eene kamer is gebragt buijten eenig acces en dus Criminaliter dewijl hem Suppliant alles in zo een geval gewoonlijk niet alleen is onthouden maar wat meer is zig heeft moeten getroosten zonder eeten te gaan slapen dat hij Suppliant in die voor een fat„ zoenlijk man zo fletrissante gevangenis eene aller onaangenaamste tijd heeft moe „ten doorbrengen, waar door zeker zijne gezondheid veel zoude hebben kunnen lijden en zulx gewis ook het gevolg zoude zyn geweest, indien des maandags daaraan volgende niet wederom op het onver wagst door eene escorte van twee onder officieren en agt soldaaten naa de zoge„ naamde spekkamer in het Casteel de goe 't bijwezen
English
de Hoop was to be transferred that he, the petitioner, has maturely considered this incident within himself, and to him, the petitioner, as being, so he respectfully trusts, somewhat knowledgeable of the laws, this manner of treatment has appeared most strange of all, as contrary to all law, equity, and manner of proceeding. That he, the petitioner, must himself assume such to have been understood also as such by your Honorable Worships, since he, the petitioner, by being transported from the aforesaid place to his present detention, although without access and thus in this case criminally, in other respects, however, such as by the granting of light, pen, paper, and ink, seems again to be detained civilly. That he, the petitioner, through this concession sees himself placed in the possibility of bringing his innocence by petition to the attention of your Honorable Worship and Honorable Worships. That he, the petitioner, knows himself to be completely clear of the crime wrongly imputed to him by the Fiscal's Office and thus is certain of having done nothing in the least for which he with justice, be it said with respect, ought or could longer be deprived of his freedom and his good name remain thereby stained. That he, the petitioner, therefore also, being convinced of the equity and fairness of an enlightened Court of Justice, firmly trusts that the petitioner, to whom his honor, good name, and reputation are dearer than life and thus through this course of action is completely stained, will very soon be freed from his detention, which is contrary to all laws, by a release. Wherefore the petitioner turns to your Honorable Worship and Honorable Worships, humbly requesting, and by no means doubting that your Honorable Worships will see fit and provide, in case your Honorable Worships after mature examination find him, the petitioner, as he fairly trusts, innocent, to have it directed that he, the petitioner, reserving all other actions, be brought home again in just such a triumphant manner as he, the petitioner, was transported hither into the detention that is grievous and injurious to him. Below stood: Which doing, etc. Was signed: H: S: van Cruiselbergen. The address was: Lit. C. Honorable Worship! My detention preventing me from coming in person to present this enclosed request, I take the liberty of transmitting this enclosed to your Honorable Worship, with the request to be pleased to bring the same to the table of the Honorable Council of Justice at the first session, and to resolve upon it. While requesting a favorable apostille upon the same, he who has the honor respectfully to call himself, Below stood: Honorable Worship! Lower: your Honorable Worship's humble servant. Was signed: M: S: V: Cruiselbergen. In the margin: in the bacon room in the Castle of Good Hope, the 18 April 1786. Lower: agrees. Was signed: K: J: V: d: Riet, sworn clerk. To the Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Honorable Sir and Gentlemen! Shows with due respect the Pro Interim Fiscal Gab: Exter. That whereas on the 6th of this month, by the undersigned presenter, ex officio, regarding the persons of the assistant Marinus Simon van Cruiselberg and the sailor Philippus Bos, who according to the submitted representation and the annexed inquests come under great suspicion of being authors of a large quantity of counterfeit parchment money now circulating, it was respectfully requested of your Honorable Worships according to the nature and requirement of the matter for the bodily apprehension of the said persons, and thereupon your decision having fallen, that the first-mentioned Marinus Simon van Cruiselberg shall provisionally remain in civil arrest, provided that no one have access to him, the request with respect to Bos having been kept under advisement. The presenter ex officio, in order to carry this very respected decision into execution, such that the arrested person should remain at the Castle in the military prison with the Provost, addressed himself to the Right Honorable Governor to request the necessary orders for this purpose; but that the presenter ex officio then considering that the prison is intended solely for military personnel for minor offenses and not adapted to keep several persons separately and without access, and being already occupied by three persons, would not satisfy the intention and purpose of the aforesaid respectable decision, deemed it most advisable to have the arrested person brought to the ordinary prison house. Which was also carried into execution by the presenter ex officio in such a manner that, having with the permission obtained for this purpose from the Right Honorable Governor, let the said van Cruiselberg be conveyed by some military men to the aforesaid prison, he had the same specifically placed in such a room where those civilly arrested are accustomed to remain detained. That from this van Cruiselberg, besides the bed, table, chair, and books permitted to him by the presenter ex officio, having further requested candles, ink, pens, and paper,
Dutch transcription
de Hoop was overgebragt te worden dat hij suppliant over dit voorgevallene rijpelijk bij zig zelve heeft gedagt en hem Suppliant /:als den rechten zo hy eerbiedig vertrouwt een weijnig kundig:/ deeze manier van behandeling aller vreemst is voorgekoomen als strijdig teegen alle recht, billijkheid en manier van procedeeren. — dat hij Suppliant zelve moet veron derstellen zulx ook als zodanig bi uEd: Achtb: te zijn opgenoomen, dewijl hij supplt door 't transporteeren van voorm: Plaats na zijn tegenwoordig arrest, hoewel buiten acces en dus in dit geval Criminaliter, in anderen gevalle egter, als door het toestaan van ligt, pen, papier en inkt wederom Ciriliker Schijnd te werden gedetineerd. dat hij Suppliant door dit geaccordeer „de zig in de mogelijkheid ziet gesteld zijn onschuld bij requeste onder het oog van uwe Wel Edele Achtbare Heer en Edele achtbare Heeren te kunnen brengen. dat hi Suppliant van den misdaad door het officie Fiscaal hem ten onrechten geimputeerd zig volkoomen zuijver kend en dus, verzekert is niets het minste gedaan te hebben waar over hij met recht /: het zij met eerbied gezegt:/ van zijne Vrijheid langer zoude moeten of kunnen verstoo„ ken zijn en zijne goede naam hier door bevlekt blijven. — dat hij Suppliant daarom ook van de aguiteijt en billijkheid van eene ver. ligte Vierschaar overtuijgd zijnde, Wel Edele Achtbare Heer! Myne detentie mij verhinderende dit inleggende request in Perzoon te komen aanbieden, neeme ik de Vrijheid deezen geincloseerd aan uwelEd: achtb: te doen geworden met verzoek hetzelve bij de eerste Sessie ter tafel van den E: A: raad van Justitie te willen brengen, en daarop te resolveeren. Terwijl eene gunstige vastelijk vertrouwd, dat de supplt wien zijn Een, goede naam en faam dierbaarder is als het leeven en dus door deze handel „wijs gantsch bevlekt is uit zijne tegen alle rechten Strydende detentie, wel ras door eene largatie zal werden bevrijd. Weshalven den Suppliant zig keert tot Uwe wel Edele Achtbare Heer en Edele Achtbare Heeren ootmoediglijk verzoekende, en hier aan geenzints twyffelen „de dat uwel Ed: Achtb: zullen goedvinden en voorzien, ingevalle Uwel E: Achtb: naa rijp Examen hem Suppliant /:zo als hij billijk vertrouwt:/ onschuldig vinden, het daar heen te laaten dirigeeren dat hij Suppliant gereserveert alle andere actie, in eeven zodanige Priumphante manier wederom werde naa huis gebragt als hij Suppliant in 't voor hem grievend en laesief arrest herwaards is overgevoerd. /:onderstond:/ T welk doende &c /:was getekend:/ H: S: van Cruiselbergen. de adresse was vastelijk apostille Lit. C. apostille op dezelve is verzoekende, die geene die de eer heeft zig met eerbied te noemen /:Onderstond:/ Wel Edele Achtb: Heer! /:lager:/ uw Ed: Achtt ootm: dien„ /:was getekend:/ M: S: V: Crin „selbergen /:in margine:/ op de spekkamer in 't Casteel de goede Hoop den 18 april 1786. — /:lager:/ accordeert /:was getekend: K: J: V: d: Riet gesw: Clercq Aan den Wel E achtb: Heer Praesident en Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop WelE: Achtbaare Heer en Heeren! Vertoond met den schuldigen Eerbied den Prointerim Fiscaal gab: Exter. dat wanneer onder den 6 dezer, door den ondergetekenden vertoonder, R: O: omtrend de perzoonen van den adsistend Marinus Simon van Cruiselberg en den mattroos phi „lippus Bos dewelke volgens ingediende ver„ „toog en daar nevens gevoegde en questen on„ „der groote suspicie komen te leggen, vante zijn, autheuren van een groote menigte valsche thans rouleerende Bergamente munte, aan Uw E: Achtb: naar de natuur en vereisch der zaake mede eerbiedig zijnde verzogt geworden apprehensie Corporeel van gem: Perzoonen, en daarop wel derzelver besluit gevallen zijnde, dat den eerst gem: Marinus Simon van Cruiselberg, bij Provisie zal blijven in Civiel arrest, mits dat niemand acces tot denzelven hebbe, zijnde het verzogte ten opzigte van Bos, in advijs gehouden ge„ „worden. den R: O: vertoonden om dit zeer geërrde besluit in executie te brengen, zodanig dat den gearresteer„ „den ten Casteele in de militaire gevangenis bij den Provoost zoude verblijven, zig heeft gea „dresseerd; aan den Wel E: gestrenge Heer gou „verneur, om de nodige ordres hier toe te verzoe„ „ken, dog dat den R: O: vertoonder dan overwee„ „gende dat de gevangenis alleenig voor de militai „ren bij geringere souten bestemd en niet geappre „teerd, om meerdere Perzoonen Separatim en zonder acces te bewaren, en alree met drie per „zoonen bezet zijnde, aan d' intentie en 't doel„ wit van voorm: venier able besluit niet zoude voldoen, 't raadzaamst heeft gehouden, den ge„ arresteerden te laaten brengen naar 't ordinaire gevangenhuis. 'T geen door den R: O: vertoonder ook op de wijze ter uitvoer is gebragt geworden, dat hij naar met de hiertoe geobtineerde Permissie van den Wel E: gestrengen Heer Gouverneur, gem: van Cruiselberg door eenige militairen naar voorsz: gevangenis te hebben laaten convoijeeren, denzelven bijzonder heeft doen plaatzen op zodanige kamer, waar Civili „ter gearresteerde pleegen te blijven gedeti „neerd. — dat van dien van Cruiselberg buiten de door den R: O: Vertoonder hem gepermitteer „de Kooij, tafel, stoel, en boeken, nog verder ver „zogt zijnde, om kaarsen, inkt pennen, en Marinus Papier
English
Lit: D. to be allowed to have paper, and that this cannot be granted to him by the officer and presenter as being contrary to orders, without Your Honorable Worships' resolution on the matter; the officer and presenter has judged it proper to submit both the one and the other to Your Honorable Worships with due respect, with the no less respectful request that it may please Your Honorable Worships most favorably to approve that which has been effected by the officer and presenter, and concerning the further request of the detainee van Cruiselberg, to order that which Your Honorable Worships shall find and judge to be proper; underneath was written: doing which, etc.; was signed: G: Exter; in the margin: Exhibited in court on the 10th of April 1786; lower: agrees; and signed: R: J: V: d: Riet, sworn clerk. To the Right Honorable and Worshipful Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable and Worshipful Lord and Gentlemen! The undersigned, Gabriel Exter, Fiscal pro interim, shows with due respect that pursuant to the representation, together with the inquests, respectfully submitted by the officer and presenter on the 6th of this month with regard to the assistant stationed here, Marinus Simon van Cruiselbergen, and the young sailor Philippus Bos, as a consequence of which the said persons have fallen under great suspicion of being the authors of a multitude of counterfeit paper and parchment currency, and the request made in this regard to Your Honorable Worships, according to whose resolution of the said date a search of their lodgings and goods was also granted, such a search was not only immediately carried out in the presence of the delegate commissioners from this Honorable and Worshipful Council, but also the further information toward the investigation of this deed has been continued up to the present. That from this information it becomes evident, that 1. the corpus delicti, the counterfeit money, actually exists to the sum of Rixdollars 620; that 2. this sum originates from the hands of the above-mentioned van Cruiselbergen, and that 3. he, Cruiselbergen, cannot in any grounded manner state from whom he received this counterfeit money; as this also clearly appears from the annexed documents and especially from the answers given by him, which indications certainly are of the greatest weight and seriousness; but that the same can be regarded only as indicia remota, and since further proofs and indications are lacking, as no witnesses declare directly against the accused, and also during the search or otherwise nothing was found that can prove that he is the author of the counterfeit money, they are not of such a nature that, in the lack of his own confession, one can proceed extraordinarily against him and proceed to a sharper examination. That due to the lack of the said direct evidence and indications, the officer and presenter considers this case, subject to correction, just as little qualified to be received in ordinary proceedings, and therefore judged it best respectfully to deliver into the hands of Your Honorable Worships the collected documents and inquests, whereof one statement of the bookkeeper Goetz on account of illness, and another of Mr. onder de Wijngaart, who in the meantime has departed for Batavia, have remained un-recollected, with the no less respectful request that it may please Your Honorable Worships to decide and order concerning this provisionally or otherwise as Your Honorable Worships shall find to be proper; underneath was written: doing which; was signed: G: Exter; in the margin: Exhibited in court on the 20th of April 1786; lower: agrees; and signed: R: J: V: d: Riet, sworn clerk. Litt: E: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable and Worshipful Council of Justice of this Government, the burgher lieutenant, Mr. Johannes Gijsbertus van Reenen, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim here, Mr. Gabriel Exter, declared it to be true that when the deponent on last Tuesday, or the 28th of the past month of March, arrived at the Cape in the evening from the country, the deponent's wife informed the deponent that the sea captain, the Honorable Duminy, had asked for the money that the said Honorable Duminy still had to claim from the deponent. That the deponent, on the following Thursday morning, having had the assistant Cruiselberg count out a sum of one thousand rixdollars, the deponent had kept by him that packet of one thousand rixdollars, which had remained unsealed, with yet another packet which the deponent had received sealed the evening before from Captain the Honorable Zierveld, having waited for the bookkeeper George Fredrik Goetz to come, according to his promise, to fetch that money and bring it to the said Honorable Duminy; but since the said Goetz had not come and the deponent had to go out that evening, and the deponent's wife was also not at home, the deponent, because he did not have the key to his desk, had handed over the two packets of money to his brother-in-law, the assistant Honoratus Maynier, in order to keep the same, as the deponent happened to be in his house, so that he had also accepted this and had kept it with him that night. That the deponent, having sent for the above-mentioned Mr. Goetz the following morning, the deponent had sent to ask his above-mentioned brother-in-law Maynier for the two packets of paper money, and having also received them, when he had received those two packets of money, he laid them down beside him on the table, and handed them over without counting them upon the arrival of the above-mentioned Mr. Goetz, in order to bring that money to the above-mentioned Honorable Duminy, who had also done so. That the repeatedly mentioned Goetz, having come to the house of the deponent in the afternoon, called the deponent alone into a room and said to him that counterfeit money had been found in the loose packet, whereupon the deponent went to call the assistant Cruiselberg, who lived in his house, and to the same
Dutch transcription
Lit: D. papier te mogen hebben, en zulks hem van den R:O: vertoonder als tegens d' ordre strijdende, zon„ „der UwelE: achtb: besluit hier over, niet kunnende toegestaan worden; den R: O: vertoonder heeft geoordeeld zo wel 't eene als 't andere aan uwelE: Achtb: met schuldigen eerbied te zullen voor„ „dragen, met 't niet minder eerbiedig verzoek dat 't UwelE: Achtb: behagen moge, 't zodanige van den R:O: vertoonder geeffectueerde hoog gunstig te approbeeren en nopens 't verdere verzoek van den gedetineerde van Cruiselberg te ordonneeren 't geen UwelE: achtb: zullen vw „den en oordeelen te behooren; /:onderstond:/ 't welk doende &c /: was getekend:/ G: Exter /:in margine:/ Exhibitum in Judicis den 10' April 1786 /:lager:/ accordeert /: en getekend:/ R: V: d: Rut gesw: Clercq Aan den Wel E: Achtb: Heer Praesident en Rade van Justitie des Casteels de goede Hoop Wel E: achtbaare Heer en Heeren! Vertoond met den schuldigen Eerbied, den ondergetekende Pro interim fiscaal gab: Exter dat op van den R: O: vertoonder ten opzig van den alhier bescheidenen adsistent Marinus Simon van Cruiselbergen, en den Jong mattroos Philippus Bos, onder den 6 dezer eerbiedig ingediende vertoog met desselvs en questen, ingevolge welke gem. e. perzoonen onder groot Juspicie zijn komen te liggen van te zijn autheuren van een menigte valsche papieren en Pergamenten munte, en hier omtrend gedaane verzoek van UwelE: Achtb„r blijkens wel derzelver besluijt van gem: dato zijnde mede geaccordeert geworden visitatie van derzelver logis en goederen, zulke visitatie niet alleen ten overstaan van Heeren gecommitteerdens uit dezen E: Achtb Raade dadelijk ter uitvoer gebragt, maar ook de verdere informatien tot onderzoek van dit feijt strekkende tot hier toe zijn gecontinueert geworden. dat uit deze informatien komt te consteeren, dat 1/1 Corpus delicti, de valsche munt wezenlijk exis „teerd, ter Somma van Rksd„r 620 dat 2 deze somma uit handen van den bovengem: van Cruiselbergen afkomstig is, en dat 3) hij Cruiselbergen op geener „leij wijze met gronde kan aangeeven, van wien hij dit valsche geld ontvangen heeft; gelijk zulx nader uit de geannexeerde documenten en bijzonders uit des zelvs gegevene responsiven duijdelijk komt te blij„ „ken, welke indica zekerlijk van 't grootste gewigt en graveerende zijn; dog dat dezelve niet anders als indicia remota kunnen aangezien worden, en de nadere bewijzen en indicien ontbreekende, als dat en geene getuijgen directelijk, tegens den beschuldig „de verklaaren, en ook bij visitatie of anderzints niets is gevonden geworden, dat bewijzen kan dat hy den autheur van de valsche munte is, niet van dien aart zijn, om bij gebrek van eigene Con„ „sessie, extraordinair tegens denzelven te kunnen procedeeren, en tot een scherper examen overte gaan. dat wegens gebrek van gesz: directen bewijze en indicien, de R:O: vertoonder deze zaak /:onder Correctie:/ eeven zo min vermeind gequa lificeerd te zijn, om in 't ordinaire Proces ont„ Antheusen vaagen ƒ Litt: E: „vangen te worden en dierhalven voor best geoor„ „deeld de ingewonne stukken en Enquesten, waar van eene verklaaring van den boekhouder Goets wegens ziekte, en eene andere van den naar Bata „via intusschen vertrokkenen Mr onder dewijngaan ongerecolleerd zijn gebleeven, mits dezen eerbie„ „dig te leveren in handen van uw E: Achtb: met niet minder eerbiedig verzoek, dat 't uw E: Achtb: behagen moge, hier omtrend zodanig bij provisie of anders te besluijten en te ordonneeren, als uw E: Achtb: zullen vinden te behooren; /:onderstond:) 't welk doende /:was getekend:/ G: Exter /:in mar „gine:/ Exhibitum in Judicio den 20 April 1786. /:lager:/ accordeert /:en getekend.:/ R: J: V: d: Riet gesw: Clercq. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes Gouvern „ments, den burger lieutenant Sr Johannes Gijs „bertus van Reenen van Competenten Ouderdom, dewelke ter requisitie van den Pre interim fiscaal alhier Sr Gabriel Exter verklaarde hoe waar is dat wanneer den Comp:s op laatstl: dingsdag ofte den 28 der afgewekene maand maart des avonds van buijten aan de Caab gekoomen was, des Compts. huisvrouw hem Comptn verwittigd had„ dat den Capitein ter Zee d' E: Ouminie hadde laaten vragen om 't geld dat gem: E: duminic„ van den Comp„t nog had te praetendeeren. dat de Compt des aanvolgenden donderdags morgens door den adsistend Cruiselberg heb „bende laaten aftellen eene Somma van Een duyzend rijxds den Comps dat pakje van Een duijzend rijxd het welk onverzeegeld gebleeven was met nog een ander pakje het geen den Comp„ter 's avonds bevoorens van den Capitein d' E: Zierveld verzegeld bekoomen had by zig hadde gehouden, afgewagt hebbende dat den boekhouder george fredrik Goetz volgens zyne belofte koomen dat geld afhalen en aan gem: E: duminie brengen zoude, dan vermits denzelven goetz niet gekoomen was en den Compt dien avond uitgaan moest, ook des Compts. huisvrouw niet was te huis geweest had hy Comp„t dewyl de sleutel van zijn lesse, „naar niet hadde, de twee Pakjes geld overhandigt aan deszelve Swager den adsistend Honoratus Maynier omme het zelve te bewaaren, als in wiens huis den Comps zig juijst bevond, invoe gen denzelve zulx ook geaccepteerd, en dien nacht by zig gehouden had. — dat den Comp:t des volgenden morgens om boven gem: mons goetz gezonden hebbende hij Compt. de twee pakjes Papiere geld van eevengem:. zijn Swager Maijnier had laten afvragen, en ook bekoomend hebbende, die twee pakjes geld wanneer ze ontfangen had, nevens zig op de Tafel nedergelegt, en dezelve bij de komst van bovengem: monsr Goetz zonder die nate tellen overhandigt, ten eynde dat geld aan bovengem: E: duminie te brengen. die zulx ook had gedaan.— dat meergem: goetz 's nademiddag ten huijze van den Comp:t gekoomen zijnde den Compt alleen in een kamer geroepen en tot hem gezegd had, dat er valsch geld in't losse pakje gevonden was, zulx den Comp den bij hem in huijze woonende adsistend Cruiselberg was gaan roepen, en aan den het Zelven
English
Lit. F. had said himself: that he had found counterfeit money in the loose packet. that the aforementioned Cruiselberg, having inspected the money thereupon, had said in substance that some, as it appeared to him, were counterfeit, but that he could not say the same of the others, having at the same time said to the above-mentioned Goetz, there is still money lying upstairs, and if it might not be enough I will give you silver money, having answered, upon the deponent's question from whom he had received the money, from nobody else than from the burgher fire master Zandenbergh, Loos and van Wielinge, so that the deponent had said to the oft-mentioned Cruiselbergen that he had to go to those people immediately and inquire about it. Declaring nothing more than only that the aforementioned Cruiselbergen, in passing by when he went to fetch other money, had said to the deponent's brother Sebastiaan van Scheenen; there I get a fine blow. The deponent gives as reasons for knowledge as in the text, presenting to always confirm the same with solemn oath. at the bottom was written: that this thus occurred at Cabo de goede Hoop the 1 April 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts as delegates from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this together with the deponent and me, the Secretary. lower: which I witness. was signed: C: van Aerssen Secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned delegates from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the bookkeeper of the Honorable Company George Fredrik Goetz, of competent age, who at the requisition of the Fiscal pro interim, Monsr Gabriel Exter, declared how true it is that the deponent, yesterday morning or on Friday the last of the month of March just past, being called in the morning to the house at the bottom was written: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope the 19 April 1786. was signed: J: G: V: Scheenen. lower: in my presence. signed: C: van Aerssen Secretary. in the margin: as delegates. signed: G: B: Cruiwagen, Johs Smits. still lower: agrees. and signed: R: J: V: d: Riet sworn clerk. delegates from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned burgher lieutenant Monsr Johannes Gisbertus van Rheenen, who, this his preceding declaration being read aloud clearly and plainly verbatim, declared that he persisted in remaining by the same, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, except only that he, the deponent, upon handing over the money to Goetz, had offered to count the same, but that Goetz had refused this and said he had no time, that he would do it at home. In confirmation of the truth, he spoke in the presence of the aforementioned Cruiselbergen the solemn words: So truly help me God Almighty.
Dutch transcription
Lit. F. zelven gezegd had: dat er valsch geld in 't losse pakje gevonden had. dat geme: Cruiselberg daar op het geld bezigtigd hebbende, substantieelijk had gezeg dat er zommige zo als het hem toescheen valson waaren dog dat hij zulx van de andere niet zeggen konde teffens tot bovengem: Goetz gezegt hebbende daar legt nog geld boven, en zo het niet genoeg zijn mogte zal ik u zilver geld geeven, hebbende op des Compts vrage van wien hij het geld ontvangen had geantwoord, van niemands anders als van den burger brandmeester Zandenbergh, Loos en van„ wielinge invoegen den Comp:s tot meergem: Cru „selbergen had gezegd dat opstonds naar die menschen gaan en daarvan informeeren moest. Niets meer verklaarende als alleen dat geme: Cruiselbergen in 't voorbijgaan wanneer hij andergeld ging haalen aan des Comp„s broeder Sebastiaan van Scheenen gezegd had; daar krijd ik een mooije klap. - geeft den Comp„t voor redenen van Wetenschap als in den text prae„ „senteerende het zelve altoos met Solemneele Eede te Staaven /:onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 1 April 1786 voor d' EE Salomon van Echten en Johannes Smuts als gecommit „teerdens uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm:e die de minute deezer beneevens den Comp„t en mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /: lager :/ 't welk ik getuyg /:was getekend:/ C: van Aerssen Secretaris Recollement Compareerde voor ons ondergetekende gecor Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt„s uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gou„ vernements, den boekhouder der E: Comp george Fredrik Goetz, van Competenten ouderdom de„ „welke ter requisitie van den Pro interim fis„ caal Sr Gabriel Exter verklaarde hoe waar is dat den Compt. gisteren morgen of op vrydag den laatsten der eeven afgeweekene maand maart 's morgens geroepen zijnde ten huijze /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beEedigt In't Casteel de goede Hoop den 19 april 1786 /:was gete „kend:/ J: G: V: Scheenen /:lager:/ mij Praesent /:getekend:/ C: van Aerssen Secrlt: /:in margine:/ als gecommitt: /: getekend:/ G: B: Cruiwagen Johs Smits /: nog lager:/ accordeert /: en gete„ „kend:/ R: J: V: d: Riet gesw: Clercq. mitteerdens uyt den E: Achtb: raade van Justitie dezes gouvernements, voorm: burger lieutenant Sr Johannes gisbertus van Rheenen dewelke deze zyne voorenstaande verklaaring klaar en duijdelijk woordelix voorgeleezen weezende verklaarde denzelven daar by te blyven pensis teeren, met begeerte dat er niets meer bijgevoegd of van gedaan werden zal, als alleen dat hij Compe bij 't overgeeven van't geld aan goetz: had gepraesenteerd om hetzelve na te tellen dog dat goetz zulx geweigerd had, en gezegd geen tyd te hebben, dat hij het te huis wel zoude doen Sprak ter bevestiging der waarheid in praesentie van gem: Cruiselbergen de Solem „neele woorden zo waarlijk help my god Almachtig. „mitteerden van
English
from the burgher lieutenant Monsieur Johannes Gijsbertus van Rheenen, in order to collect money from there on behalf of the Captain at Sea, the honorable Duminie, so that the deponent had proceeded thither. That the deponent, having arrived at the house of the said van Rheenen, had found the same sitting in the gallery together with and beside the assistant Cruiselberg, having two packages of paper currency, as the deponent believes, lying on the table beside them; and the frequently mentioned van Rheenen had requested the deponent to take that money, amounting together to two thousand Rijksdaalders, of which one package was sealed and inscribed: Jan Casper Loos, while the other package was open, to the above-mentioned honorable Duminie, and to recount the open package, which according to the statement of the frequently mentioned van Rheenen had been counted out by the above-mentioned Cruiselberg, upon the handover. That the deponent, having arrived at the house of the said honorable Duminie, in order to comply with the request of the above-mentioned van Rheenen, recounted the loose package and then, interspersed among the small money, had repeatedly found a heavy piece of money, and this to the number of six pieces, amounting together to a sum of two hundred and seventy Rijksdaalders, all made of parchment. That the deponent having therefore, with the package in which the counterfeit money was, returned to the house of the frequently mentioned van Rheenen, it being then in the late afternoon, the deponent had found the frequently mentioned van Rheenen sitting in the gallery beside his wife, the frequently mentioned Cruiselberg, one van Onder de Wijngaard, and Bos; the said van Rheenen having asked the deponent whether he had brought the money to Duminie, to which the deponent had said: Yes, but it is one Rijksdaalder short, as there were only 999 Rijksdaalders in the loose package; to which the frequently mentioned Cruiselberg had answered: I will give you that one. That the deponent, having subsequently called the frequently mentioned van Rheenen alone into the room, had then substantially said to the same: that upon recounting the loose package he had found counterfeit money among it; and since the deponent had brought the package of money back with him as aforesaid, the deponent had opened the package and laid the counterfeit money down on the windowsill. That the frequently mentioned van Rheenen having answered thereto: I did not count it, but Cruiselberg counted it! the said van Rheenen had called the above-mentioned Cruiselberg; but since the same Cruiselberg in the meantime, according to the statement of the wife of the frequently mentioned van Rheenen, had gone upstairs to his room together with and beside the aforesaid Bos, the same had been called from there by the above-mentioned van Onder de Wijngaard. That the said Cruiselberg, having come downstairs and into the room after the lapse of 5 to 6 minutes, the said van Rheenen had then said to the same: look here, sir, this is counterfeit money; whereupon the said Cruiselberg, after having inspected the same for a while, finally counted that money and had said: three times sixty is one hundred eighty, and two times forty is eighty, that is together two hundred sixty; whereupon the deponent had said: here is another one of ten that also belongs to it, and thus together two hundred and seventy.
Dutch transcription
van den burger lieutenant monsr Johannes gijsbertus van Scheenen, om eersg geld van daar af te haalen ten behoeve van den Capitein ter Zee d' E: Duminie, invoegen den Comp„t zig der waards begeeven had. dat den Comp:s ten huize van gem: van Tru „nen gekomen zijnde, denzelven in de gaanderij met ende benevens den adsistent Cruiselberg had vinden zitten, hebbende twee Pakjes Papiere munt, zo den Comp„t vermijnt op den tafel na „vens hun leggen, en had meergem: van Rheenen den Compts verzogt om dat geld te zamen uietma „kende Twee duijzend Rexxd:r waar van een pakje versegeld en beschreven was: Jan Casper Loos terwijl 't andere pakje zig open bevond te willen brengen bij bovengem: E: Ouminie en 't open pakje 't gunt door bovengem:e Crin „selberg, volgens het zeggen van meer gem:te van Rheenen afgeteld was, bij de overgave te willen natellen. dat den Compt ten huize van gem: E: du„ „minie gekomen zijnde, om aan 't verzoek van bovengem: van Rheenen te voldoen, het losse pak „je nageteld en als toen tusschen het kleine geld in bij beurte een zwaar stuk geld bevonden had, en zulx ten getalle van Zes Pr te zamen rendeerende eene Somma van twee honderd en zeventig Rijxds alle van Parcament. dat den Compt zig overzulx met het pakje waarin het valsche geld was, we „derom begeven hebbende ten huize van meer gem: van Rheenen de Comp:e zijnde het toen in den nademiddag geweest, meerm:s p Rcheenen nevens zijne huisvrouw dikwijl gem: Cruiselberg, eenen van Onderde wijn dat gem:e Cruiselberg naa verloop van 5 a 6 minuten naa beneden en in de kamer binnen gekomen zijnde, gem: van Rheenen als doen tot denzelven gezegd hadde: zie daar mijn Heer dit is valsch geld, als wanneer gem: Cruiselberg, naa het zelve een Poosje bezigtigd te hebben, dat geld einde„ „lijk geteld en gezegd had: drie maal sestig is honderd tagtig, en twee maal Veertig is tagtig, dat is te saamen Twee honderd zestig; waarop den Compt had gezegt: hier is nog een van tien dat hoord er ook by, en dus te saamen twee honderd en Zeven„ gaard en Bos in de gaandery had vinden zitten hebbende gem: van Scheenen aan den Comp„t gevraagd of hij het geld bij duminie had gebragt op het welk den Comp' gezegt hebbende Ja: maar daar manqueert een Rijxd aan als zijnde in het losse pakje maar geweest 999 ryxds waarop meer gem:e Cruiselberg geantwoord had: die zal ik u geeven. dat den Comp:t vervolgens meergem: van Rchee„ „nen in de kamer alleen geroepen hebbende, als doen tot den zelven Substantieelijk had gezegd: dat hij bij het natellen van het losse Pakje valsch geld onder het zelve gevonden had en vermits den Comps het pak „je geld zo als voorsz: wederom had mede gebragt, had den Compt het pakje opengemaakt, en het vulsche geld op het vengster nedergelegt. dat meergem: van Rcheenen daarop geantwoord hebbende Ik heb het niet geteld, maar Cruisel„ „berg heeft het geteld! had gem: van Rheenen bovengem: Cruiselberg geroepen: dan vermits denzelven Cruiselberg inmiddens volgens het zeggen der Huisvrouw van meer gem: van Rheenen zig boven na zijn kamer begeeven hadde met ende benevens voorsz: Bos, was denzelven door boven gem: van Onder dewijngaard van daar geroepen geworden. gaard „tig