Inventory 4323
Cape · 471 pages · 299 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
... Rixdollars, being the proceeds of those six pieces of the abovementioned denomination. The deponent testifying that the aforesaid Cruiselberg had been calm and unperturbed during that incident; having put the counterfeit pieces of money into his waistcoat pocket while saying, "Sir! I shall give you other money, even if it were silver money"; whereupon the mentioned Cruiselberg also stood up, went out of the room, and having returned, had brought in a hat silver and paper money, of which paper money he had counted out to the deponent 54 pieces, each of 5 Rixdollars. The mentioned Cruiselberg having, when the deponent came to say to him that such was nevertheless a great loss for him and he therefore had to consider from whom he had received money, the mentioned Cruiselberg had substantially answered thereto: to have received no money from anyone other than from van Wieling, Loots and Zandenberg, adding, "I should like it to come to light, but I know damned nothing about it." That the deponent having then said to the mentioned Cruiselberg that he had been to the Honorable Secunde, but that the same, without having seen the counterfeit money, had said that he had to return at three o'clock; but that since he, Cruiselberg, now had that money, he could therefore go with it himself to the Honorable Mr. Hacker; to which saying the frequently mentioned Cruiselberg had replied that he would first go to the aforesaid Loots and van Wieling and enquire thereafter, and would then proceed to the well-mentioned Mr. Hacker. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons of knowledge as in the text, offering always to confirm the same with a solemn oath. Lit: 9. [Below was written:] That thus occurred at Cape of Good Hope the 1 April 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the Secretary. [Lower:] Which I witness. [Was signed:] C: van Aerssen, Secretary. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the bookkeeper of the Honorable Company, Monsieur George Fredrik Goetz, who, this his preceding declaration having been read aloud word for word, clearly and distinctly, declared to persist thereby, with the desire that nothing more be added to or taken from it, except only that Cruiselberg also said, "I am a poor devil," this having occurred when the deponent said to van Cruiselberg that such was a great loss for him, and therefore spoke, in the presence of the mentioned Cruiselberg, the solemn words: So truly help me God Almighty. [Below was written:] Thus re-examined and sworn at Cape of Good Hope the 1st May 1786. [Was signed:] G: F: Goetz. [Lower:] In my presence. [Signed:] R: J: V: d: Riet, sworn clerk. [In the margin:] As commissioners. [And signed:] S: V: Echten and R: van Sittert. [Still lower:] Agrees. [And underneath signed:] By R: J: V: d: Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the burgher fire-master Monsieur Arend van Wielig, of competent age, who at the requisition of the Fiscal pro interim, Sieur Gabriel Eijter, declares to be true: That on the 25 of the past month of March, the assistant Cruiselbergen having come to the deponent to receive for the account of the burgher lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen a sum of 1600 Rixdollars, the deponent had paid him off in the following species, to wit: 30 260 rx 300 5 pieces at rx 60 51 13 29 thus rx 1400 as appears from the small list handed over to him at the same time and now annexed hereto, as well as in silver coin a sum of rx 200, among which money according to the deponent's best knowledge there were no counterfeit pieces, nor any piece of rx 40, as appears from the aforesaid small list; the mentioned Cruiselberg having inspected the received paper currency in the presence of the deponent and rolled it up in the small list shown at the execution hereof. That on last Friday, the bookkeeper George Fredrik Goetz having come to the deponent, who requested that, since the aforesaid van Reenen was not at home, he would take into safekeeping a small parcel of paper currency; that the aforesaid small parcel having been open, the mentioned Goetz unwound the paper wrapped around it and then showed to the deponent three pieces of parchment currency each of rx 60, two each of 40, and one of 10, which small parcel of money the often-mentioned Goetz had said to have received from the abovementioned van Reenen; and since the wrapper of that money had been the very one which the aforesaid Cruiselberg had wrapped around it upon receiving the aforesaid money at the house of the deponent, and on which were specifically written the species of currency just as the deponent had received the same from the burgher councillor, the Honorable Jan Coenraad Gie, the deponent had seen fit to retain that same paper in his possession. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons of knowledge as in the text, offering to confirm the same, if it should be required, with a solemn oath. [Below was written:] That thus occurred at Cape of Good Hope the 3 April 1786 before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the Secretary. [Lower:] Which I witness. [Was signed:] C: van Aerssen, Secretary. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforesaid Arend van Wielig, who... Goetz this 30 20 10 6 4 116 84 30 510 35
Dutch transcription
„tig Rijxdrs zijnde het rendement van die zes stukken van bovengem: Caliber. betuygende den Compt dat voorsz: Cruiselberg bij dat voorval tranquil en onaangedaan geweest was; hebbende de valsche stukken geld in zijn Camizoolszak gestooken onder het zeggen: Mijn heer! ik zal w ander geld als was het zilver geld geeven; gelijk dan gem:e Cruiselberg ook opstond uit de kamer gegaan was, en weder gekoomen zijnde in een hoed zilver en Papiere geld gebragt had, van welk Papiere geld denzelven aan den Comps had toegeteld 54 stukken ieder van 5 Rijxd„s hebbende gem: Cruiselberg, wanneer den Comp tot hem was komen te zeggen: dat zulx egter een groo verlies voor hem was en hij dierhalven moest bedenken van wien hij geld ontfangen had; har gem: Cruiselberg daarop substantieelijk had geantwoord: van niemand eenig geld ontvangen te hebben, als van van wieling, loots en zanden„ „berg, met bijvoeging: ik mag wel lijden dat 't uijt „komt, maar ik weet en verdoemd niet van. — dat de Comp„e als toen tegen gem: Cruiselberg, gezegd hebbende: dat hij bij den E: Achtb: Heer Secunde was geweest, dog dat denzelven zonder het valsche geld gezien te hebben, had gezegt: dat hij om drie uuren weder komen moest; dog dat dewijl hij Cruiselberg als nu dat geld hadd¬ hij overzulx daarmede zelvs naa den WelEd: Achtb: Heere Hacker gaan konde; op welk zeggen dikwijls gem: Cruiselberg had hervat eerst bij voorsz: Loots en van wieling g'aan en daarna vernemen zoude, zullende zig daar naa bi welgem: Heere Hacker vervoegen. Niets meer verklaarende geeft den Compt voor redenen van wetenschap als in den text, Presen „teerende 't zelve altoos met solemneele Eede te staaven. — Lit: 9. /:Onderstond:/ dat Aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 1 April 1786 voor d' E Es Salomon van Echten en Johannes Smuts leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den Compt. en my Secretaris mede behoorlyk heb „ben ondertekend /:lager:/ 't welk ik getuyge /: was getekend:/ C: van Herssen Secretaris Recollement Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gou „vernements den boekhouder der E: Comp: mons George Fredrik Goetz dewelke deze zijne vooren „staande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorgeleezen weezende, verklaarde daarbij te blijven Persisteeren met begeerte, dat 'er niets meer bij of van gedaan werde, als alleenlijk, dat Cruiselberg nog gesegt heeft ik ben een arme duijvel, zijnde zulx„ voorgevallen toen den Comp„tr gezegt heeft te„ „gen van Cruiselberg, dat zulx een groot verlies voor hem was, en sprak dierhalven ter Pree„ „sentie van gem: Cruiselberg de Solemneele woorden zo waarlijk help mij god almagtig /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigt aan Cabo de goede Hoop den 1' may 1786. /:was getekend:/ G: F: Goetz /:lager:/ mij preesent /:getekend:/ R: J: V: d: Riet gesw: Clercq /:in margine:/ als gecommitt:s /:en getekend:/ J: V: Echten en R: van Sittert /:nog lager:) accordeert /:en daaronder getekend:/ Po J:„ „V: d: Riet gesw: Clercq Compareerde voor ons ondergetekende gecom„ „mitteerdens ƒ „mitteerdens uit den E: Achtb: raad van Justitie deezes gouvernements den burger brandmeester monsr Arend van Wielig van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den Pro interim fiscaal S:r Gabriel Eyter verklaard hoe waar is. dat op den 25 der Jongst gepasseerde maand maart bij den Compt zijnde gekoo „men den adsistend Cruiselbergen om voor rekening van den burger lieutenant I„r Johannes Gijsbertus van Scheenen te ontfangen eene Somma van rijxd„s 1600 den Comps hem die had afbetaald in de volgende Specien te weten 30 260 rx 300 5 p„s a rx 60 51 13 29 dus rx 1400 blijkens het ter zelver tijd aan hem overgegevene en thans hier bi gevoegde lijsje mitsg:rs nog aan zilver munt eene somma van rx 200 onder welk geld volgens des Comp„s best weeten geene valsche stukken zijn geweest nog ook geen stuk van rx 40 blijkens voorsz: lijsje hebbende gem: Cruiselberg de ontfangene Po„ „piere munt ter praesentie van den Comp nagezien en gerolt in 't bij het passeeren deezer vertoonde Lijsje. dat op laatstl: vrijdag by den Comp„ g „koomen zijnde de boekhouder George pedr 70 Recollement Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouver„ „nements voorm:e Arend van Wielig dewelke goetz dewelke verzogt dat vermits voorsz: van Rheenen niet te huys was, in bewaaring wilde neemen, Een pakje Papiere munt, dat het voorsz: pakje open geweest zijnde gem: Goetz het daarom geslaage papier ontwonde en toen aan den Comp geweezen had drie ps pergamente munt ieder van rx 60 twee ijder van 40 en een van 10 welk pakje met geld meermelde goetz gezegd hebbende van bo vengemelde van Rheenen te hebben ontfangen en vermits den omslag van dat geld hetzelve was ge „weest die voorsz: fruiselberg bij het ontfangen van voorm: geld ten huize van den Comp„ter daarom gewonden had; en waarop specific stonden de specien der munt zo als dezelve door den Compt van den burgerraad d' E: Jan Coenraad Gie had ont „vangen; had den Comps goed gevonden dat zelven Papier bij zig te houden: Niets meer verklaarende geeft den Compt voor redenen van wetenschap als in den text Prie senteerende sulx indien het gerequireert mogt worden met solemneele Eede te staaven. /:onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 3 april 1786. voor d' E E Gerhardus Hen¬ drik Cruijwagen en Johannes Sminks leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den Comp ende mij Secreta „rie mede behoorlijk hebben ondertekend (:lager 't welk ik getuijge /:was getekend:/ C: van Aerssen Secretaris Goetz deze 30 20 10 6 4 116 84 30 510 35
English
this his preceding statement having been clearly and plainly read out word for word, he declared he persisted therein, desiring that nothing more be added to or taken from it, and spoke therefore, in confirmation of the truth thereof in the presence of Cruiselberg, the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope, the 19 April 1786. Signed: A: v: Wielig. Lower: In my presence, signed: C: van Herssen, Secretary. In the margin: As commissioners, signed: G: B: Cruijwagen and Johs Smits. Still lower: Agrees, signed: P: J: v: d: Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the honorable Jan Jacob Swanevelder, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, Sr. Gabriel Exter, declared it to be true: That in the month of January last, the assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruiselberg, having sent to the appearer a sealed packet in which, according to the note annexed hereto, were 1668 rx and 2 schellingen, which moneys said Cruiselberg, as co-authorized agent together with the appearer, Vermaak, and Willem Versfeld, had received from the repatriating attorney van der Gents for his said principal; that the appearer had kept said sealed packet with him until after the lapse of about three days, when the aforementioned Cruiselberg came in person to the appearer, and the appearer opened said sealed packet in the presence of him, Cruiselberg, recounted the pieces of paper currency, and found them in conformity with the accompanying note, without at that time paying further heed to whether said pieces were counterfeit or genuine; that the appearer further, without yet having any notion that among these moneys counted out to him, the appearer, by Cruiselberg there would be counterfeit pieces, having taken some moneys from said packet from time to time for various expenses to the amount of 407 rx and 2 schellingen, had on last Monday, being the 3 April, the remainder of these moneys, amounting—as appears from the note added by the appearer next to the note of Cruiselberg—to the sum of 1261 rds, examined before the Cashier of the Honorable Company, the honorable Gerhardus Hendrik Cruijwagen, who recognized among them as counterfeit 9 pieces on parchment and 5 on paper, amounting together to the sum of 165 rx; whereupon the appearer also immediately delivered the aforementioned counterfeit pieces into the hands of the pro interim Fiscal. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, offering, whenever required, always to confirm this with a solemn oath. Underneath stood: Thus passed at the Cape of Good Hope, the 4 April 1786, before the honorables Gerhardus Hendrik Cruijwagen and Johannes Smits, members from the Honorable Worshipful Council aforementioned, who duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the Secretary. Lower: Which I witness, was signed: C: van Aerssen, Secretary. Lit. H Secretary. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned Jan Jacob Swanevelder, who, this his given statement having been clearly and plainly read out word for word, declared he persisted therein, desiring that nothing more be added to or taken from it, except only to add that it has slipped the appearer's mind whether it was the day after receiving the abovementioned sum, Lit. I, or 2 to 3 days thereafter, that Cruiselberg was with him, the appearer; and he further spoke, in confirmation of the truth in the presence of Cruiselberg, the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope, the 19 April 1786. Was signed: J: Swanevelder. Lower: In my presence, and signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners, and signed: G: H: Cruijwagen and Johs Smits. Still lower: Agrees, and signed: R: J: v: d: Riet, sworn clerk. Honorable Sir! I have the honor to enclose and send to Your Honor rx 1668. — as rx 1600:— being the capital 124 being the 8 percent 15 assignation rx 1739 wherefrom 1 rx for the Secretary's copy 60 collection fee of the gentlemen Vermaak, Versfeld, and my 1/17 remains rx 1668: 2 60 of 10 rx 600 1 40 2 20 3 112 26 5 4 60 3 rds 1700: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the burgher Evert Heugh, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, Sr. Gabriel Exter, declared it to be true: That about three to four months ago now, without being able to specify the positive day or date, the assistant Cruiselberg having come to the house of the appearer, the same had paid to his, the appearer's, wife, for some purchased trade goods, several pieces of paper money of different value; which his said wife having handed over to him, the appearer had found among them a piece of 50 rx to be counterfeit, which he immediately returned to said Cruiselberg, and also received from him other, good money in its place. The appearer finally testifying to have heard several times from various people that from the house of Mr. Versfeld, where said Cruiselberg is residing, wherewith I have the honor to be with high esteem, Underneath stood: Honorable Sir. Lower: Your Honor's servant, signed: M: S: van Cruiselbergen. In the margin: P.S. May Your Honor please not take it amiss of me that I have remained behind so long with those moneys, but such is the fault of Mr. Loos. The address was: Honorable Sir, Mr. Swanevelder, residing at the Cape, with rx 1668:. Lower: Agrees, and signed: R: J: v: d: Riet, sworn clerk. been 240 1 60 4 24 130 36 51 1261 turn over 63 12 2 5
Dutch transcription
deze zijne voorenstaande verklaaring klaar, en duidelijk woordelyks voorgeleezen weeezende verclaarde daar bij te blyven Persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan werden zal en sprak dierhalven ter bevest„ „ging der waarheid van dien ter praesentie van Cruiselberg de Solemneele woord ins waarlijk help mij god Almachtig /:Onderstond:/ aldus gerecolleerd en beEedigd in't Casteel de goed Hoop den 19 April 1786. /:getekend A: v: Wielig /:lager:/ mij Present /:getekend:) C: van Herssen Secretaris /:in margine:/ als gecommitt„s /:getekend:/ G: B: Cruijwagen en Johs Smits /:nog lager:/ accordeert / in getekend:/ P J. V: d: Riet gesw: Clercq. Compareerde voor ons ondergetekende gecomm uit den E: Achtb: raade van Justitie dezes gou „vernements de E. Jan Jacob Zwarevelder van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal Sr Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat in de maand Januarij Jongstleeden den adsistend der E: Compe Marinus Simon van Cruiselberg aan den Compt„ hebbende toegezonden een verzeguld pakje, waarin volgens hier geannexeerde notitie zig bevonden rx 1668 en 2 B welke Penn: gemelde Cruiselberg als mede gemagtigde benevens den Compt Vermark en Willem Versseld van de repatrieerende Pr „cureur van der gents had ontfangen voor gem: zijn principaal, de Comp:s gem: Pakje versegel bij zig had laaten leggen, tot naa verloop van een dag of drie, wanneer voorm: Cruiselberg in per„ zoon bij den Comp„ts gekoomen zijnde, de Comp:s gem: versegeld pakje in praesentie van hem Cruiselberg had geopend, de stukken Papiere munt nageteld en Conform bevonden, met de bijgaande Notitie zonder toen ter tijd verders acht te slaan of ge„ noemde stukken valsch dan wel echt waaren; dat de Comp„te voorts zonder nog in het denkbeeld te zijn, dat zig onder deze door Cruiselberg aan hem Comp:s aangetelde penn: valsche stukken zouden bevinden, uit gem: Pakje van tijd tot tijd eenige penn: hebbende genoomen tot deze en geene uitga„ „ven ter montant van 407 rx en 2 schell: op laatsl: maandag zijnde den 3 April het overschot dezer Penn: beloopende blijkens des Comps naast de notitie van Cruiselberg gevoegde aantekening de som van 1261 rds voor de Cassier der E: Comp de E: Gerhardus Hendrik Cruiwagen had laten examineeren, dewelke daar onder voor valsch erkende 9 stukken op Pergament en 5 op Papier bedragende te zamen de zomma van 165 rx waarop de Comp voorm: valsche stukken ook terstond in handen van den Heer Pro interim Fiscaal gesteld heeft. — Niets meer verklaarende geeft den Comp voor redenen van wetenschap als in den Text preesenteerende wanneer 't gerequireerd word, zulx altoos met Solemneele Eede te staaven /:onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 4 april 1786 voor d' EE Gerhardus Hendrik Cruijwagen en Johannes Smitsleeden uijt den E: Achtb: raade voorm: die de minute dezer benevens den Compe en mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 't welk ik getuijge /:was getekend:/ C: Van terssen Een Secrs„ Lik. H Secretaris. Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende gecom„ „mitteerdens uit den E: Achtt: raad van Justitie dezes gouvernements voorm: Jan Jacob Swa„ „nevelder, dewelke deze zijne gegevene verkla „ring, klaar en duijdelijk woordelijks voorgele zen weezende verklaarde daarby te blyven per „sisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan worden zal, als alleen bij te voegen dat het den Compt ontschooten is, of het den volgen „den dag na de bovengem: somma ontvangen te Lit. I. hebben, dan wel 2 à 3 dagen daarna is geweest, dat Cruiselberg bij hem Compt geweest is, en sprak voorts ter bevestiging der waarheid in praesentie van Cruiselberg de Solemneele woorden: zo waarlijk help mij god Almachtig /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beEedigd in 't Casteel de goede Hoop den 19 april 1786 /:was getekend: J: Swanevelder /:lager:/ mij praesent /:en ge„ „tekend:/ C: Van Aerssen Secretaris /:in margine als gecommitts /:en getekend:/ G: H: Cruijwagen en Johs Smits /: nog lager:/ Accordeert /: en getekend:/ R: J: V: d: Riet gesr: Clercq WelEdele Heer! Ik heb de Eer van Uwel Ed: hier ingesloten te doen toekoomen 60 van 10 rx 610 rx 1668. — als ro 1600:- zijnde 't Capitaal 1 40 124 zinde de 8 PCto 2 3 20 112 assignatie 15 rx 1729 waaraf 1 7x voor de Secretaris: Copije 60 ontfangloon van de heer vermaak versteld en mijn 1/17 rest rx 1668: 2 26 /5 4 60 3 rds 1700: Compareerde voor ons ondergetekende gecon „mitt„s uit den E: achtb: raade van Justitie dezes gouvernements den burger Evert Heugh van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal Sr gabriel Exter verklaarde hoe waar is. — dat voor nu drie à Vier maanden geleden zonder den positiven dag of datum te kunnen bepaalen, ten huijze van den Comp=t zijnde gekoomen, den adsistent Cruiselberg, hadden „zelven voor eenige gekogte negotie goederen aan zijn Compts huisvrouw betaald, verscheide stukken Papiere geld van differente waarde, dewelke gem: zijne huisvrouw aan hem heb„ „bende overgegeven, had den Comps onder de„ zelve een stuk van Ex s0 valsch bevonden, die hy opstonds aan gem: Cruitelbergen had terug gegeven, en van denzelven ook wederom andere goede in de plaats ontvangen. betuijgende den Comps laatstelijk ver„ scheijde maalen van deze en geene te hebben gehoord, dat uijt het huijs van de heer Vier „veld alwaar gem:e Cruiselbergen is woonagtig waar mede d' Eer hebbe met hoog achting te zijn /:onderstond:/ Wel Edele Heer /:lager:/ uwel Edwdu„ „naar /:getekend:/ M. I: van Cruiselbergen / in margine:/ P: S: Uwel Ed: gelieve mij niet kwa„ „lijk te neemen, dat zo lang met die penn: agter gebleven ben, maar zulx is de Heer Loos zijn schuld /:de addresse was:/ Wel Edele Heer de Heer Swanevelder, residerende à Cabo met rx 1668: /:lager:/ accordeert /: en getekend:/ K: J: V: d: Riet gesw: Clercq geweest 240 1 60 4 24 130 36 51 1261 verte 63 12 2 5
English
been false money was obtained. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for knowledge as in the text, offering, if required, always to confirm the same by solemn oath. Beneath stood: that this was thus transacted at Cape of Good Hope the 3 April 1786 before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the secretary. Lower: Which I witness. Was signed: van Aerssen, Secretary. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforesaid Evert Heugh, who, having had this his preceding declaration clearly and distinctly read out to him, declared that he persisted and would persist therein, desiring that nothing more shall be added thereto or taken therefrom, and thus spoke in confirmation of the truth in the presence of the said Cruiselberg the solemn words: So help me God Almighty. Beneath stood: Thus reviewed and sworn in the Castle of Good Hope the 19 April 1786. Was signed: E: Heugh. Lower: In my presence. Signed: C: Van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners. Signed: G: H: Cruijwagen and Johs Smuts. Still lower: Agrees. And signed: R: J: v: d: Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, Susanna Redelinghuijs, wife of the burgher Evert Heugh, of competent age, who, at the requisition of the Pro Interim Fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: that 3 or 4 months ago, the assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruiselberg, having come to the house of the appearer in order to purchase some trade goods from her, the appearer, the said Cruiselberg had paid her, the appearer, in paper money, which the appearer, when the said Cruiselberg had left her, had laid down near her; that the appearer's husband was not at home at the time, but having returned to her shortly thereafter, the appearer had said to her aforesaid husband, "Look, I have received money, please put it away"; her said husband, having inspected the said paper money, had said to the appearer: "There is a counterfeit piece of 10 rixdollars among it, from whom did you receive that?"; whereupon the appearer having answered, "I have it from Cruiselberg", the appearer's husband had immediately summoned the said Cruiselberg to him, and having shown him that piece of 10 rixdollars, the aforesaid Cruiselberg had taken the same back, and having immediately given the same sum in other paper money in place thereof, had said, "I may well have received that from someone else, I will give other money for it." That some time thereafter, the above-mentioned Cruiselberg having again come to the house of the appearer, the same, the same, after having bought some goods, and in payment thereof had handed over a piece of paper money of 10 rixdollars, which, having been inspected by her said husband, was recognized by him as counterfeit, which her said husband having said to the aforesaid Cruiselberg, the latter had taken the aforesaid piece of money back again and given her said husband other money in its place. That furthermore, on last Friday evening, being the 31st of the past month of March, a certain Bos having come to the house of the appearer, the appearer had asked the said Bos to stay and eat with her, which the aforesaid Bos having accepted, the conversation at the table had turned to the appointment of the Honorable Duminie as Equipagemeester, on which subject the said Bos, showing his dissatisfaction, had mainly said: that he was very sorry about it, for the Honorable Duminie had given 70,000 guilders to the Noble Lord Governor for it, and had it been known, the Honorable Sierveld would gladly have been willing to pay one hundred thousand for it; that thereupon the appearer had asked, "Well, is that then such a profitable post?"; the said Bos had answered that the Honorable Sierveld could easily recover that within a year, that he, Bos, would then trade solely for his own account, that he had one hundred thousand guilders in cash ready lying for that purpose, whereto the appearer had answered nothing. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for knowledge as in the text, offering, whenever it is required, always to be willing to confirm the same by solemn oath. Beneath stood: that this was thus transacted at Cape of Good Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the former burgher firemaster Mons. Hercules Sandenberg, of competent age, who, at the requisition of the Pro Interim Fiscal here, Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforesaid Susanna Redelinghuijs, wife of the burgher Evert Heugh, who, having had this her preceding declaration clearly and distinctly read out verbatim to her, declared that she persisted and would persist therein, desiring that nothing more shall be added thereto or taken therefrom; and thus spoke in confirmation of the truth the solemn words: So help me God Almighty. Beneath stood: Thus reviewed and sworn in the Castle of Good Hope the 19 April 1786. Was signed: Susanna Redelinghuijs. Lower: In my presence. Signed: C: Van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners. Signed: G: H: Cruijwagen and Johs Smuts. Still lower: Agrees. And signed: R: J: v: d: Riet, sworn clerk. Hope the 3 April 1786 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C: Van Aerssen, Secretary. Hope that
Dutch transcription
LarK. geweest valsch geld is gekoomen. Niets meer verklaarende geeft den Comp„t voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende zulx indien 't gerequireert word altoos met solemneele Eede te staaven /:Onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goede Koop den 3 April 1786 voor d' EE Gerhardus Hendrik Cruijwagen en Johannes Smuts, leden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den Comps en mijse „cretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 'T welk ik getuijge /:was getekend:/ van Aerssen Secret: Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende gecom mitts uijt den E: Achtb: raad van Justitie dezes Gouvernements voorme Evert Heugh dewelke deze zijne voorenstaande verklaaring klaar en duijdelijk voorgeleezen wezende, ver „klaarde daar bij te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan worden zal en sprak dus ter bevestiging der waarheid in praesentie van gem: Cruiselberg de solemneele woorden, zo waarlijk help mij God Almachtig. /:Onderstond:/ aldas gerecolleerd en beeedigd in 't Casteel de goede Hoop den 19 april 1786 /:was getekend:/ C: Heugh /:lager:/ mij Praesent /:getekend:/ C: Van Aerssen Decret: /: in margi ne:/ als gecommitt /:getekend:/ G: H: Cruij „wagen en Johs Smuts /:nog lager:/ accor deert:/ en getekend:/ R: J: V: E. Riet gesu: Clercq. Compareerde voor ons ondergetekende gecom„ mitts uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouvernements, Susanna Kedelinghuijs huis „vrouw van den burger Evert Hengh, van Competenten Ouderdom dewelke ter requisitie van den Pro interim fiscaal S„r Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. dat 3 of 4 maanden geleeden, de adsis¬ tent der E: Compe Marinus Simon van Cruiselberg ten huijze van de Compte gekomen Zijnde, om eenige negotie goederen van haar Compte. te koopen, gem: Cruiselberg haar Compt in Papiere munt betaald hadde, dewelke de Compten. wanneer geme: Cruiselberg van haar was ge „gaan, bij zig hadde nedergelegt, dat den Comps man taen ter tijd niet 't huis zijnde, dog even daarna weder bij haar gekoomen was de Comp=te tegen voorm: haren man gezegt had, zie daar heb ik geld ontvangen, wilt het zelve bergen, gem: haar man 't zelve papiere geld bezigtigd hebbende, tegen de Comp e had gezegd: daar is een valsch stuk van 10 re bij, van wien hebt gij dat ont„ van gen. t waarop de Comp=tie ten antwoord gegeven hebbende, ik heb het van Cruiselberg der Comp=s man terstond gem: Cruiselberg bij hem had ont„ „boden, en hem dat Stuk van so rx getoond heb„ „bende, voorm:e Cruiselberg 't zelve wederom had genoomen, en ten eersten die zelve Som in andere Papiere munt daar voor in de Plaats gegeven hebbende, gezegd had, ik kan dat wel van een ander ontfangen hebben, ik zal er wander geld voor geeven. dat eenige tijd daarna boven geme: Cruiselberg wederom ten huize van de Comp=t gekoomen zijnde, dezelve denzelven na eenige goederen gekogt te hebben, en dies betaalinge een stuk papiere munt van 10 rx had overhandigd, 't welk door gemelde haren man bezigtigd zijnde, wierd het zelve door hem voor valsch erkent, het welke gem: haren man aan voorm: Cruiselberg gezegd hebbende had dezelve het voorm: stuk geld wederom ge„ noomen en aan haren gem: man ander geld in de Plaats gegeven. dat voorts op laatstl: Vrijdag avond, zijnde den 31 der afgeloopen maand maart, ten huijze der Comp=te gekoomen zijnde, eenen Bos de Compte gem: Bos verzogt had, bij haar te bly „ven eeten, het gunt voorm. Bos geaccepteerd hebbende, was onderen aan tafel het gesprek gevallen op de aanstelling van de E: duminie tot Equipagiemeester, over welk onderwerp gem: Bos zijnd ontevrederheid tonende, hoofdzakelijk gezegd had: dat hem zulx zeer speet want dat de E: Ouminie daar voor 70000 glds aan den Edel Heer Gouverneur had gegev „ren, en als men dat hadde geweeten, dat dan de E: Sierveld daar wel honderd duijzend voor zoude hebben willen betaalen; dat daarop de Comp=tie gevraagd had, wel is dat dan eene zo voordeelige bediening ' gem: Bos geantwoord had, dat de E: Sierveld 'er dat in een Jaar wel uit konde haalen, dat hij Dos dan alleen voor zijn rekening zoude negotieeren, dat hij daartoe Honderd duijzend guldens Contant klaar had leggen, waarop de Compte niets geantwoord had Niets meer verklaarende, geeft de Comp„ voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende zulx wanneer 't gerequireerd word, altoos met solemneele Eede te willen staven /:Onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goede L:V:L: Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouver„ nements, den Oud burger brandmeester Mons Hercules Sandenberg van Competenten onder „dom dewelke ter requisitie van den Pro inter „im fiscaal alhier Sr Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. — Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt uit den E: Achtb. Raad van Justitie dezes gouvernements, voorm:e Susanna Redelinghuijs huisvrouw van den burger Evert Heugh, dewelke deze hare voorenstaande verklaaring klaar en duijdelijk woordelijx voorgeleezen weezende, ver „klaarde daarbij te blijven Persisteeren, met be„ geerte dat er niets meer bij of van gedaan wor „den zal; en sprak dus ter bevestiging der waar heid de Solemneele woorden zo waarlijk help mij God Almachtig /:Onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigd in 't Casteel de goede Hoop den 19 April 1786 /:was getekend Susanna Redelinghuijs /:lager:/ mij praesent /:getekend:/ C: Van Aerssen Secret /: in margine als gecommitt:s /:getekend:/ G: H: Cruijwagen en Johs Smuts /:nog lager:/ Accordeert /:en getekend:/ R: J: V: d: Riet gesn: Clercq. Hoop den 3 april 1786 voor d' Ede. Gerrit Hendrik Cruijwagen en Johannes Smuts, leden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer, benevens de Comp=te en mij Secre „taris mede behoorlijk hebben ondertekend /: la„ ger:/ 't welk ik getuyge /: was getekend:/ C: Van Aerssen Secret: Hoop dat
English
That on 27 February of this year, by the appearer and his wife, to the assistant Cruiselberg, for the account of the burgher lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen, who was in the country, and for whom the said Cruiselberg attended to business affairs here, was counted out a sum of rx 2695 in good paper currency, which the appearer testified to know very well to have been good, as he, the appearer, can very well distinguish the counterfeit from the good. That on 30 March last, the said Cruiselberg had come again to the house of him, the appearer, and shown to him, the appearer, and his wife a piece of parchment currency of rx 60, and also asked whether he, the appearer, could not remember having given that piece of money to him, Cruiselberg, to which the appearer answered, I have never had that piece in my house, much less spent it; whereupon the said Cruiselberg replied, with tears in his eyes, then I am unfortunate, and reaching into his pocket at the same time, took out several pieces of counterfeit parchment currency of 60, 40, and 10 rx, together amounting to a sum of rx 270, further adding, I am a ruined man, and then I must have received it from Casper Loots or from Arend van Wielig, and it will be best that I go to the Honorable Secunde to report this; the said Cruiselberg subsequently having further said in substance to the appearer and his wife, I have been to Casper Loots and he told me that he was indeed familiar with counterfeit paper currency, and yet I know no better than that I received it from him; to which the appearer's wife answered in substance, how can Casper Loots say that he knows the paper currency, only the other day I had a Frenchman at my place to pay me for delivered goods, and which according to that Frenchman had been received by him from the said Loots; among that coin species I found three counterfeit paper pieces together amounting to 117 pieces; he also accepted it and sent me others in their place. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, offering, if required, to confirm the same at all times with a solemn oath. Below stood: That this was thus passed at Cabo de Goede Hoop on 19 April 1786 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this together with the appearer and me, the Secretary. Lower down: Which I witness. Was signed C: Van Aerssen, Secretary. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforementioned Mr. Hercules Sandenberg, who, having had this, his preceding declaration, read aloud word for word clearly and distinctly, declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, and thus, in confirmation of the truth, in the presence of the aforementioned Cruiselberg, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Below stood: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope, 19 April 1786. Was signed H. Sandenberg. Lower down: In my presence, signed C: Van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners, signed G: H: Cruijwagen and Johs Smuts. Below: Agrees with the original, and signed R: J: V: d: Riet, sworn clerk.
Dutch transcription
dat op den 27 Februarij dezes Jaars door¬ den Comp en zijne huisvrouw aan den adsistent Cruiselberg voor rekening van den burger lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen, die naar buijten was, en voor wien gem: Cruiselberg de affaires alhier waar nam, was toegeteld geworden eene Somma van rx 2695 in goede Papiere munt, die den Comps betuijgd zeer wel te weeten dat zegoed zijn geweest. dewijl hij Comp„s heel wel de valsche van de goede onderscheiden kan. — dat op den 30 Maart laatstl: gem: Cruisel „berg weder ten huize van hem Comp gekomen was, en aan hem Compt en zijne huijsvrouw ver„ „toond een stuk Pergament munt van rx 60 mitsgs gevraagd had, of hij Comp:t zig niet henin neren konde, dat stuk geld aan hun Cruiselberg gegeven te hebben, door den Comp:tr beantwoord was, dat stuk heb ik nooijt in mijn huijs gehad veel min uijtgegeven, waarop gem: Cruiselberg repliceerde, met traanen in de oogen, dan ben ik er ongelukkig aan, en met een in zijn zak tasten „de daaruijthaalde verscheide stukken valschen pergament munt van 60, 40, en 10 rx te samen bedragende een montant van rx 270 met verde„ „re byvoeging, ik ben een geruineert man, en dan moet ik 't ontfangen hebben, van Casper loots of van Arend van Wielig en 't zal best weezen, dat ik naa den E: Achtb: Heer Secunde ga, om zulx aan te geeven, hebbende gem: Cruijselberg vervol„ „gens nog tot den Comp en zijne huisvrouw sub„ stantieelijk gezegt, ik ben by Casper loot geweest en die heeft mij gezegt dat hij wel valsche pa„ piere geldmunt kende, en ik weet dog niet beter of ik heb 't van hem ontfangen, door des Comps huisvrouw daarop was geantwoord in substantie hoe kan Casper loots zeggen, dat hij 't papiere munt kind, ik heb nog onderdaags, een frans „man bij mij gehad, om mij voor geleverde goede /:onderstond:/ aldus gerecolleerd en beeedigd in 't Casteel de goede hoop, den 19 april 1786 /:was getekend H. Sandenberg /:lager:/ mij praesent /:getekend:/ C: Van Aerssen Secret: /:in margine:/ als gecommitt /:getekend:/ G: B: Cruijwagen en Johs Smits C: daar onder accordeert, /:en getekend R: J: V: d: Riet gesw: Clercq.— Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gou„ vernements, voorm: Mons Hercules Sandenberg dewelke deze zijne voorenstaande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgelezen weezende verklaarde daarbij te bliven persisteeren met begeerte dat en niets meer bij of van gedaan werden zal, en sprak dus ter bevestiging der waarheid in praesentie van Cruiselberg voorm: de Solemneele woorden, zo waarlijk help mij god Almachtig. ren te betaalen en die volgens zeggen van die franscn „man door hem van gem: Loots ontfangen waaren ik heb onder die munt specie drie valsche pa„ „piere stukken te zamen bedragende 117 stuk „ken gevonden, hy heeft 't ook aangenoomen en mij andere in plaats gezonden. Niet meer verklaarende geeft den Comp voor redenen van wetenschap als in den text praesenterende zulx des gerequireerd wordinde ten allen tijde met solemneele Eede te staven. - /:Onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 19 april 1786 voor d EE Gerrit Hendrik Cruiwagen en Johannes Smuts leeden uit den E: Achtt: raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den Compt en my Secreta ris mede behoorlijk hebben ondertekend /:la „ger:/ 'T welk ik getuijge /:was getekend C: Van Aerssen Secret: „ken
English
Letter M Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the burgher fire warden Monsieur Jan Casper Loots, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal Gabriel Exter, declared it to be true: That in the month of January last, the appearer having paid to the assistant of the Honorable Company Marinus Simon van Cruiselbergen a sum of Sixteen Hundred rx, the said Cruiselberg came to the appearer last Friday, 31 March, and asked him, the appearer, whether he did not remember having given him, Cruiselbergen, a sum of Sixteen Hundred rx some time ago? Whereupon, the appearer having answered Yes, the said Cruiselbergen took a piece of paper currency of rx 60 from his pocket and asked whether he, the appearer, recognized that piece, and whether he, Cruiselberg, had not received it from the appearer? Whereupon the appearer took the said piece of money into his hands, and having inspected it, said that that piece of money was counterfeit, and that he, the appearer, had not given it to him, Cruiselberg. Upon being asked by the said Cruiselberg, Do you even recognize counterfeit money? the appearer answered him that he spent and received a lot of money, but to his knowledge had never given him such a piece of money, and that one would have to be quite simple-minded not to see that this money was counterfeit. The said Cruiselberg replied, I wish someone would just tell me that he gave it to me. One would be very foolish to say that one gave you that money, the appearer replied thereto. The said Cruiselberg thereupon further said, I have received money from no one except from you, from Sandenberg, or from Walingen, adding thereto, I would gladly part with that money, if only someone would tell me that he gave it to me. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, offering, whenever required, always to confirm the same by solemn oath. Below was written: Thus done at Cabo de Goede Hoop on 3 April 1786 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original draft hereof together with the appearer and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C: van Aerssen, Secretary. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforesaid Jan Casper Loos, to whom this his preceding declaration having been read aloud clearly and distinctly, verbatim, declared that he persisted and continues to persist thereby, wishing that nothing more shall be added to or taken from it, and thus, in confirmation of the truth, in the presence of the said Cruiselberg, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Below was written: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope on 19 April 1786. Was signed: Loos. Lower: In my presence. Signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners. And signed: Gerrit Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts. Even lower: Agrees. And signed: R: J: V: der Riet, sworn clerk.
Dutch transcription
Lit: M: Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gorver nements den burger brandmeester Monsr Jan Casper loots van Competenten ouderdom, dewelke ter requissitie van den Pro interim fiscaal Sc„ Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. dat in de maand Januarij laatstl: den Comp: aan den adsistent der E: Comp„e Marinus Simon van Cruiselbergen betaald hebbende eene somma van Zestien Honderd rx, gem: Cruiselberg voor „leeden vrijdag den 31 maart bij den Comps geko„ „men was, en hem Comp gevraagd had, of hem niet voorstond, voor eenigen tijd eene som van Zestien Honderd &x aan hem Cruiselbergen te hebben ge „geven? waarop den Comp geantwoord hebbende Ja: gem: Cruiselbergen een stuk Papiere munt van rx 60 uit zijn zak gehaald en gevraagd had, of hij Compt dat stuk kende! en of hij Cruisel „berg hetzelve niet van den Comps ontvangen had: waarop de Comp:t gem: stuk geld in zijne handen genoomen, en het zelve bezigtigd hebbende, ge„ zegd had, dat dat stuk geld valsch was, en hy Comp:s het zelve niet aan hem Cruiselberg gegeven had, hierop door gem: Cruiselberg gevraagd zijnde, kend gij wel valsch geld! den Comp:s hem ten Ant „woord gegeven had; dat hij veel geld uitgaf en ontving, dog met zijn weeten nooijt zodanig een stuk geld aan hem gegeven had, dat men wel onnozel moest weezen, om niet te kunnen zien dat dit geld valsch was, gem: Cruiselberg gerepliceerd had, ik wenschte dat mij maar is „mand wilde zeggen, dat hy het mij gegeven had men zoude wel dwaas zijn als men wzeide dat men u dat geld gegeven had, had daarop den Comp:s gerepuceerd, gem:t Cruiselberg daarop ver „der gezegd had, ik heb van niemand geld ont „vangen als van w, van Sandenberg, of van Wa„ lingen, daar wyders bij reegende, ik zoude dat geld wil willen missen, als mij maar iemand wilde zeggen dat hij het mij gegeeven had Niets meer verklaarende geeft den Comp voor redenen van wetenschap als in den text praesenterende sulx wanneer 't gerequireerd word altoos met Solemneele Eede te willen staven /:Onderstond: dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 3 april 1786 voor d' E E Gerrit Hendrik Cruijwagen en Johannes Smutsleeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den Comp„t en mij Secretaris mede behoorlyk hebben ondertekend /:lager:/ 't welk ik getuyge /:was getekend:/ C: van Aerssen Secret: Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouver nements voorsz: Jan Casper loos dewelke deze zijne voorenstaande verklaaring klaar en duide „lijk woordelijks voorgelezen wezende, verklaarde daarbij te blijven Persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan werden zal, en sprak dus ter bevestiging der waarheid, ter preesentie van gem: Cruiselberg de solemneele woorden zo waarlijk help mij God Almachtig. /:Onderstond:/ aldus gerecolleerd en beeedigd in 't Casteel de goede Hoop den 19 April 1786 /:was getekend /Loos /:lager:/ mij Praesent /:getekend C: Van Kerssen Secretaris /:in margine:/ als gecommitt:s /: en getekend:/ Gerrit Hendrik Cruijwagen en Johannes Smuts (nog lager Accordeert /en getekend:/ R: J: V: der Riet gesw: Clercq.— „lingen
English
Letter N. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, the quartermaster of the Honorable Company's equipage yard Willem ten Bengevoort of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro interim Gabriel Exter, declared it to be true: That to the appearer this morning at the clock of about half past seven, having been handed by the Equipage Master Castinus van Gennip 3 pieces of 40 and 3 pieces of 10 rx. of paper money made of parchment, with orders to give those pieces, which His Honor also said he had received from the assistant Monsieur Cruiselberg, together with a small note that had been signed by the aforementioned Honorable van Gennip, the Honorable Ourina, and the Bookkeeper Pruter, to the said Cruiselberg, the appearer thereupon went to the said Cruiselberg, and having met him just in front of the door of the burgher lieutenant Johannes van Rheenen, the appearer had, in accordance with his instructions, handed the aforementioned note to the aforementioned Cruiselberg. That after the aforementioned Cruiselberg had read the note handed to him, the appearer had then handed over the aforementioned pieces of money to him, Cruiselberg, whereupon he, Cruiselberg, after having examined the money and put it into his pocket, had answered the appearer substantially: it is well, I shall give you other money in its place, just as the aforementioned Cruiselberg then also returned with the appearer to the house of the aforementioned van Rheenen, went upstairs to the attic there, and a moment later handed over the same sum to the appearer in other paper currency, adding that if the gentlemen find any more counterfeit money, they please report it to the Fiscal. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, offering at all times to confirm the same by solemn oath. Articles drawn up and handed over to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard at the requisition of the Fiscal ad interim Gabriel Exter, the assistant of the Honorable Company Cruiselbergen, who to the undermentioned questions Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforementioned quartermaster Willem ten Bengevoort, who, having had this his preceding declaration read out clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, desiring that nothing more shall be added to or removed from it, and thus spoke in confirmation of the truth in the presence of the aforementioned Cruiselberg the solemn words: So help me God Almighty. Below stood: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope the 19th of April 1786. Was signed: W:m T: Bengevoort. Lower: In my presence, was signed: C: Van Herssen, Secretary. In the margin: as commissioners and signed: Gerrit H: Cruijwagen and Johannes Smuts. Still lower: agrees, and signed: P. J. v. d. Riet sworn Clerk. Below stood: That this thus occurred at the Cape of Good Hope the 1st of April 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute hereof together with the appearer and me, Secretary. Lower: to which I testify, was signed: C: Van Herssen, Secretary. Re-examination. as such. A:
Dutch transcription
Lit: N. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt uitde E: Achtb: raad van Justitie vaos Casteels de goede koop den quartiermeester van 's E: Comp:s Equipagiewerf Wil„ „lem ten Bengevoort van Competenten ouderdom de welke ter requisitie van den Pro interim fiscaals Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. dat aan den Compt heeden morgen de klokke omtrent half agt uuren door den Heer Equipagiemeester Cas„ „tinus van Gennip inhandigd zijnde 3 stukken van 40 en 3 stukken van 10 rx. van Pergament gemaak „te Papiere geld, met ordre om die stukken die„ zijn Ed: tevens zeide van den adsistent monsr Cruiselberg ontvangen te hebben, nevens een klein briefje, dat door voorm: E: van Gennip d' E: Ourina en den Boenhouder Pruter getekend was, aan gem: Cruiselberg te geeven, den Comp:t zig dan ook naar gem: Cruiselberg begeeven en denzelven juist voor de deur van den burger lieutenant St Johannes van Rcheenen ontmoet hebbende, had den Comp=s 't voorsz: briefje ingevolge zijnen last aan meerm: Cruiselberg ter handen gesteld. dat naa dat voorsz: Cruiselberg 't aan hem in handigde briefje geleezen had, den Compt als toen de voorsz: stukken gelds aan hem Cruiselberg hadde overgegeven, op het welke hy Cruiselberg naa het geld beteeken en in zijn zak gestooken te hebben, aan den Comp t substantieelijk geantwoord had, 't is wel, ik zal u ander geld in de Plaats geeven, gelijk meerm: Cruiselberg dan ook met den Compt naar het huys van voorm: van Rheenen te rug gekeerd, zig aldaar naar den zolder begeeven, en den Comps een oogen blik daarna dezelvde Somma, aan ander papier Tit C munt overgegeven had, met bijvoeging in dien de heeren nog meer valsch geld vinden gelieve zij het zelve den heer fiscaal aan te geven. — Niets meer verklaarende geeft den Compt voor redenen van wetenschap als in den text, praesenteerende 't zelve altoos met solemneele Eede te staaven. Articulen gedaan maken en aan Compareerde voor ons onder heeren gecommitts uit den E: achtb: getekende gecommitt=s uit raade van Justitie des Casteels de den E: achtb: raad van Jas goede hoop, overgegeven, om ter „titie dezes Gouvernements den adsistent der E: Comp:s requisitie van den adinterim fis Cruiselbergen, dewelke op caal Gabriel Exter gehoord te de onderstaande vraagen worden, den adsistent der E: Comp Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt uit den E: achtb: raad van Justitie dezes gouver nements, voorm: quartiermeester Willem ten Berge voort, dewelke deze zijne voorenstaande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorge leezen weezende, verklaarde daarbij te blijven Persis „teeren, met begeerte dat er niets meer by of van ge „daan worden zal, en sprak dus ter bevestiging der waarheid in praesentie van voorm: Cruiselberg de Solemneele woorden: zo waarlijk hulp mij god Almachtig s /:Onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigd in 't Casteel de goede Hoop den 19 April 1786. /:was getekend:/ W:m T: Borgevoort /:sager:/ my Praesent /:was getekend:/: C: Van Herssen Secretaris /:in margine:/ als gecommitts en getekend:/ Gerrit I: Cruijwagen en Johannes Smits (:nog lager:/ accordeert /: en getekend :/ P J: V: d: Riet gesz: Clercq /:Onderstond/ dat aldus passeerde aan Cabi de goede Hoop den 1 April 1786. voor d' EE Salomon van Echten en Johannes Smuts leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm:, die de minute dezer benevens den Compt en mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager :/ 't welk ik getuijge /:was getekend:/ C: Van Herssen Secretaris Recollement. zodanig. A:
English
has answered as is recorded alongside each of them. To which the deponent has applied himself and what further his occupation has been. States to have been a Notary and Attorney in the Fatherland, namely in Vlissingen. The deponent's name, birthplace, age, and capacity. Says Marinus Simon van Cruijselbergen of Vlissingen, 24 years of age, assistant at the Political Secretariat. By what ship and in what capacity and year he arrived here, and how long he has been stationed in the aforesaid post. Says on the Slot ter Hooge, in the capacity of young sailor, to his best recollection arrived here in mid-April 1785, and in July or August was promoted to assistant of the Honourable Company. With whom he resides, and whether, outside his service, he does not also attend to some private commissions. Says with the burgher Lieutenant Johannes Gijsbertus van Rheenen, and that he manages the affairs of the aforesaid van Rheenen. Whether he, the deponent, has not likewise received money and paid it out again for the lieutenant of the burghery, Mr. Jan van Rheenen. Says yes, among others from Mr. Sandenberg and from Wielinge. Article 1. Whether he, the deponent, on Thursday the 30th of the past month of March, did not count out 1000 rx of money received from his aforementioned van Rheenen and deliver it into his hands. Says yes, which he also subsequently effected. Whether this was not money that was to be collected by the bookkeeper of the Honourable Company, Mr. Goetz, and paid to the Equippage Master, the Honourable Duminie. Says yes, and that since he still had money in cash, he was going to fetch other money. Whether the aforementioned bookkeeper Goetz, having received the money without inspecting it, did not return in the afternoon to return the same to the said van Rheenen, as counterfeit money was found among it. Says yes. Whether the aforementioned van Rheenen did not have him, the prisoner, come before him, asking him in the following manner: that there was counterfeit money among the aforesaid money counted out to Duminie, where that came from. Says yes, to which the witness answered that he had received no monies except from Mr. Sandenberg, Arend van Wielignie, and some time prior from Casper Loos. Whether he, the deponent, did not thereupon answer, taking and inspecting the money in his hand, that there were indeed some counterfeit pieces, but the others were difficult to see whether they were counterfeit. Says no, for he declares that he said that they could not be recognized. Article 7. Whether such counterfeit money did not amount to the sum of 270 rx, consisting of three pieces of 60, 2 of 40, and 1 of 10, and whether he, the deponent, did not give other money in exchange. Says yes, and namely the amount of 270 rx on parchment. Article 8. Where or from whom he, the deponent, having received money from multiple persons, from which persons and how much he received from each. States to have received monies from no one other than the aforementioned three persons, and namely twenty-six hundred rx from Mr. Sandenberg, sixteen hundred from Mr. van Wielingen, including two hundred in silver coin, and seventeen hundred and twenty or thereabouts from Casper Loos. Article 10. Whether he, the deponent, besides these two hundred seventy rx, has not uttered yet more counterfeit money, or whether he still has more in his possession. Says to have received over two thousand rx from Mr. Duminie counted in cash, wherein three pieces of forty and three pieces of 50 counterfeit were found, which were delivered to him this morning by the orderly of the Honourable Company's Equippage Yard, accompanied by a certificate signed by the retired Equippage Master van Gennep, the newly arrived C: Duminie, and the bookkeeper Pruter, in proof that the same pieces were counterfeit. Article 12. If not, whether he, the deponent, did not receive back 150 rx today from the former Equippage Master, the Honourable van Gennip, via the orderly of the yard. States yes, with the request that in case the gentlemen, as before, might discover more counterfeit money, to then report the same to the Fiscal pro interim for the purpose of examination. Article 14. Whether he, the deponent, did not add to the orderly: "It is well, I have found more counterfeit money among my money, I shall give other money for it," which he, the deponent, did immediately. States yes. Article 15. Which were also counterfeit and were some time ago counted out by him, the deponent, to the bookkeeper Goetz, and by the latter counted out to the said Equippage Master. States yes. Article 16. Whether this money was not the same that he, the deponent, handed over yesterday evening into the hands of the Fiscal pro interim. States yes. Article 19. Whether he, the deponent, has also been to one or other persons from whom he received money to have himself indemnified, and what the outcome of that was. Says yes, to have gone to the aforementioned Casper Loos, from whom he presumes to have received the same; that the prisoner was answered thereupon that the aforesaid Loos was not at home and would only be home at half past three, whereupon the deponent, having gone again at the appointed time and place, was admitted by the said Casper Loos into the shop room, whom he asked whether it did not occur to him that some time ago he had delivered a quantity of paper currency, which being answered with yes, was subsequently asked whether he could not recall there having been any counterfeit money among it, by the aforementioned Loos.
Dutch transcription
zodanig geantwoord heeft als bezyden een ijder derzelver Aangetekend staat Zegt Mariaus Simon van Chui zegt Ja: en wel het mon. stant van 270 rx op Pergament. zegt Ja. Legt Sa des ged: Naam, geboorte plaats ouderdom en qualiteijd. selbergen van Vlissingen Oud 24 Jaaren, adsistend ter Politique Secretarije Legt in 't Vaderland Notaris en Procureur te zijn ge„ weest en wel te vlissingen zegt met het slot ter Hooge met wat schip en in wat qua in qualiteit als jong mat, „liteijt en Jaar hij alhier is aan „troos na zijn best onthoud geland en hoe lang hij in voorsz: medio April 1785 alhier post bescheiden is aangeland en in Julij of augus „tus tot adsistent der E: Compe bevorderd. bij wien hij get: woord en of zegt bij den burger Luijte nant Johannes Gijsbertus hij niet buiten zijn dienst nog van Rheenen, en de zaaken eenige Particuliere Commissien van van Rheenen voorm: te waarneemd! administreeren zegt Ja: onder anderen van de heer Sandenberg en van Wielinge of hij ged: dusdanig niet voor den luijtenant der burgerij Mr Jan van Rheenen ook geld„ ontfangen en wederom uitbe taald heeft Of hy ged: op donderdag den 30 der verleeden maand maart vervolgens geiffectueerd Zegt Ja: het geen hij ook En dat vermits nog geld in Cassa had zoude gaan ander geld haalen! neemende en beziende, dat er wel eenige valsche stukken waren dog de andere zwaarlijk te zegt Neen! want betuigt of hij ged: daarop niet heeft te hebben, dat niet kon geantwoord het geld in de hand kennen waren of gem: van Scheenen hem Legt Ja: waarop de get: gevl: daarop niet heeft laten geantwoord heeft geene voor zig koomen, hem vragen Penn: Ontfangen te heb der wyze zeggende. dat er vals ben als van de Heer Jan denberg, Arend van Wielig geld onder het voorsz: aan dumi „nie afgetelde geld was, waar en eenige tijd te vooren van Casper Loos. dat van daan kwam! of gem: boekhouder Goetz na 't geld Zonder nagezien te hebben, ont „vangen 's agtermiddags niet is wederom gekoomen, om aan den van Rheenen 't zelve wederom te geeven, als zynde valsch geld daar onder bevonden. Of dit niet is geld geweest dat door den boekhouder der E: Comp M: Goetz zoude afgehaald en aan den Equipagiemeester d' E: duminie betaald worden! niet 1000 rx van zijn voorgen: van Rheenen ontfangen geld afgeteld en in deszelvs handen heeft overgegeven t in margine dezer behoorlijk wor den bekend gesteld. de deszelvs te gevene responsiven M: S: van Cruiselbergen zullen Waartoe den ged: zig geappli„ ceerd heeft en wat zyn bedrijf voorts is geweest niet Art J 1. zien of dezelve valsch wa ren heeft. 1. 10. 8 Art 7. 1 - Legt Ja ingevalle de Heeren als Vooren waar of van wien hy ged: do Legt van niemand Penn. ontvangen te hebben als van eevengem: drie Per meerdere perzoonen geld ont„ zoonen en wel Zes en twin vangen hebbende / van welk „tig honderd rx van de Perzoonen en hoe veel hij van heer Sandenberg, zes ieder heeft gekreegen tien honderd van de heer van Wielingen waaronder twee Honderd aan zilver geld en Zeventien honderd en twintig of daaromtrend van Casper Loos. — geld heeft ontvangen/ van Legt Ja: met verzoek om zegt over de Twee duizend Of hij ged: buiten deze twee Ex aan de Heer duminie honderd seventig r niet in Cassa geteld, zig drie nog meer valsch geld uitge stukken van Veertig, drie geven. of dat nog meer onder stukken van s0 valsche zijn berusting heeft! hebben bevonden het geen hem heden morgen door de raportganger van de E: Comp Equipagiewerf ten geleijde van een Certificaat van de afgegaane heer Equipagiemeester van Gennep, de nieuw aangekoomene C: Duminie en den boekhouder Pruter on dertekend, ten bewijzen dat dezelve stukken valsch waaren is ter hand gesteld. of dit geld niet hetzelve wa Legt, Ja. dat hij ged: gisteren avond- in handen van den Pro interim Fiscaal heeft overgegeven! of hij ged: de raportganger niet heeft toegevoegd 't is goed meer valsch geld mogten ik heb nog meer valsch geld, ontdekken, als dan hetzel onder mijn geld gevonden, ik zal w ander geld daar voor geeven ve aan den Pro interim sis 't welk hij ged: dadelijk gedaan „caal ten fine van examina heeft tie aantegeven. Of hij ged: ook bij de een of an zegt Ja, zig elders te hebben begeeven bij voorm: Casper dere perzoonen van dewelke hij Loos, van wien hij preesu geld ontvangen heeft geweest is meert, 't zelve ontvangen te om hem te doen scadeloos stellen hebben, dat de gev: daarop en wat daar van 't gevolg is ge is geantwoord dat voorsz: weest! Loos niet te huis was en maar ten ½ vier uuren te huis zoude weezen, waarop den ged: zig andermaal ter bestemder tijd en plaatse hebbende begeeven, door gem: Casper Loos in de winkelkamer was gelaaten, aan wien gevraagd heeft, om hem niet voor „stond, eenigen tid geleeden eene quantiteid Papiere nunt te hebben afgegeven, 't welk met Ja beantwoord zijnde vervolgens is gevraagd, of zig niet konde rappelleeren, daar eenig valsen geld onder te zijn geweest, door geme. Cors Dewelke meede valsche en van hem ged: voor eenige tijd toegeteld aan den boekhouder Goetz en door deze aan gemelde Equipagie „meester zijn toegeteld geworden Art 16 zo neen of hij ged: dan niet van den oud Equipagiemeester d' E. van Gennip door den rapportganger van de werf heeden 150 rx heeft terug ontfangen! Art 12. of zulx valsch geld niet heef„ bedragen de Somma van 27. rx bestaande in drie stukken van 60, 2 van 40, en 1 van 10½ en of hij ged: niet ander geld heeft daar voor gegeven met Legt Ja 1 14. 15. G „ - - 19 8
English
given, was also answered by the said Loos with no, because his wife had the management of the Cash, and could all too well distinguish false money from genuine, adding further that as long as paper money had been in circulation, he had only received two pieces, each of 30 rx, from the farmer Krieger, and after having had them in hand for some time, found that they were counterfeit, and subsequently tore them to pieces, which his wife, who was also present, then acknowledged; the defendant thereupon, with tears in his eyes, said, I have received money from no one else but from you, Mr. Sandenberg, and from Wielinge, and if I knew who had given it to me, I would gladly bear the loss of the money, but if you have given it to me, please do say so, and then I will gladly bear the damage myself; to which the said Loos replied, I did not give it to you, but no one would be so foolish, even if he had given it, as to avow such a thing when it has been so long ago; the defendant declaring further that upon the statement of the bookkeeper Goetz that the said van Wielinge had not given any parchment currency to the defendant, he also acquiesced in that; having thereupon gone to Mr. Sandenberg, he asked him and his wife, who was also present, whether he could recall whether any false money had been among the paper currency counted out to him, the defendant, some time ago; which having been answered by Mr. Sandenberg with, that I do not know, thereupon a piece of paper currency that had been returned to him by the bookkeeper Goetz was shown by him, the defendant, to the said Sandenberg, and asked whether this was also money that he, the defendant, had received from him, Sandenberg; the same piece was carefully inspected by him and his wife and answered, no, this money we did not give you; whereupon a piece of paper currency on parchment to the value of sixty rx was taken out of his pocket by the defendant, and shown to him, Loos, with the addition whether he could recall having given this money to him; and when it was answered with no, the defendant thereupon threw six pieces of false money on parchment onto the table with the exclamation, my God, Madam, that is all false money that I have received and must keep for my own account, for I cannot demand of Mr. van Reenen that he bear that damage; I have received money only from you, Mr. van Wielinge, and from Loos; Goetz says that van Wielinge declared to him that he had given me no note of forty rx, which agrees with the slip of paper in which the money was tallied, on which no pieces of 40 rx were noted; Loos, from whom I have just come, also declares that he did not give it to me, for he knows the false money all too well from the true; and you also say that I did not receive it from you; so I alone stand to bear the loss, which is far too significant for me; to which the said Sandenberg and his wife thereupon replied, we can also distinguish false money very well from good, and if you insist upon it, we will gladly purge ourselves under oath; let van Wielingen and Loos do so too, if the latter can do so, for it appears that he does not know false money well from true, since we recently discovered two pieces of false money in a sealed packet from him, which we opened in the presence of a French gentleman whose name was also mentioned to the defendant, but which he cannot now recall, and thereupon sent it home to him; after which received answer he, the defendant, thereupon departed, and having arrived home, communicated his experiences to the said van Reenen and his wife, and asked them for advice, adding, could I not require Loos under oath to state that he did not give the false money shown to him by me, since I can swear that I have received it from no one else, with the exception of some trifles of 10 to 20 lb, than from the three above-mentioned persons, and I would not gladly suffer so significant a blow; do you not think it well that I go speak to the Fiscal about this, with the request to favor me with his advice in this matter?
Dutch transcription
gegeven, door gem: loos mede met neen beantwoord wierd rant dat zijn vrouw de administratie vande Cas had, en al te wel het valsche geld uijt het egte kon onderscheiden met verdere bijvoeging, zo lang als het papiere geld in saan had gegaan, alleen twee stukken ijder van 30 rx van den land bouwer krieger te hebben ontfangen en na dezelve eenige tijd in handen gehad te hebben, bevond dat ze valsch waaren, de zelve vervolgens heeft aan stukken gescheurd 't welk zijn vrouw daar toen 't mede tegenwoordig agnosceerde, de ged: vervolgens met traanen in de oogen gezegd heeft, ik heb van niemand anders als van u, de Heer Sandenberg en van Wielinge geld ontvangen, en indien ik wist wie mij het zelve had gegeven, ik zoude gaarne 't geld willen quijt zijn dog zo UE: het mij heeft gegeven, gelieft dog zulx te zeggen, dan wil ik gaarne zelfs de schade dragen, waarop gem:e Loos repli „ceerde, ik heb het u niet gegeven, maar niemand zal zo dwaas weezen, al had hij het gegeven, om zulx te advoveeren, als het zo lang geleeden is, declareerende verder de ged: dat op het gezegde van den boekhouder Goetz dat gem: van wielinge geen perga ment munt aan den ged: had afgegeven, daarin ook heeft berust, zig vervolgens bij den Heer Sandenberg begeeven hebbende aandenzelven en zijne mede praesent zijnde huis vrouw heeft gevraagd, of zig niet konde te binnen brengen onder de aan hem ged: eenige tijd afgetelde papiere nunt ook eenig valsch geld zig te hebben bevonden, het welk door de Heer Pandenberg beantwoord zijnde met „ dat weet ik niet„ vervolgens door hem ged: een stuk Papiere munt, dat aan hem door den boekhouder goets terug gegeven was, aan gem: San„ denberg is vertoond, en gevraagd, of dit ook geld was, dat hij ged: van hem Sandenberg had ontvangen, hetzelve strk door hem en zijn vrouw naauwkeurig wierd bezigtigd en geaut„ woord „ neen dit geld hebben wij u niet gegeven door den ged. t vervolgens zes stukken valsen geld op pergament op de neen beantwoord is, door den ged: een stuk Papiere munt konde te binnen brengen, dit geld aan kun gev: te hebben pergament ter groote van zestig rx is uit de zak gehaald in aan hem Loos vertoond met byvoeging, of zig niet Tafel gegooyd heeft met uijtdrukking „ mijn God Jufd=w van UE: de heer van wielinge en van Loos alleen geld ontvangen goetzzegt dat van wielinge aan hem gedeclareert heeft, mij geen briefje van veertig rx te hebben gegeven, 't welk over een komt met het briefje waarin het geld is afgepast geweest waarop geen stukken van 40 rxs bekend stonden, Loos daar ik zo eeven vandaankom, declareerd ook dat hij het mij niet gegeeven heeft, want dat hij al te wel het valsche geld uit het waare kan en UE: zeggen ook dat ik het van UE: niet ontvangen heb, dus staa ik alleen voor de schade, 't welk voor mij al te important is „ door gem: Sandenberg en zijn vrouw ver volgens wierd gerepliceerd wij kunnen ook het valsche geld zeer wel uit het goede en als UE: er op gesteld zijt willen wij ons gaarne onder Eede purgeeren, laat van Wielingen en Loos dat ook doen, zo de laatstgem:e dat kan doen, want het blijkt dat hij niet wel 't valschen uit het waare geld kent, dewijl wij onlangs nog van hem in een verzegeld pakje dat wi in prie sentie van een fransch Heer /wiens naam hem ged.: meede ge„ noemd is, dog welke hij zig thans niet kan recolleeren / hebben geopend, daarin twee stukken valsch geld hebben ont„ „tekt en hem vervolgens te huis gezonden na welk bekoo„ men antwoord hij ged: vervolgens is vertrokken en te huis gekoomen zijnde, aan gem. van Reenen en deszelvs vrouw zijn wedervaren gecommuniceerd hebbende aan denzelven raad heeft gevraagd met bijvoeging zoude ik loos niet op len Eed kunnen vergen, dat hij het aan hem door mij vertrouw „de valsch geld niet heeft gegeven, dewijl ik zweeren kan dat het van niemand anders uitgezondert eenige bagate „len van 10 â 20 lb als van de drie bovengem. Perzoonen hebbe ontfangen, en ik niet gaarne een zo importante slag hebben kan, vind UE: niet goed dat ik de heer Fiscaal daarover eens gaa spreeken met verzoek om mij in deze zaak met zijn E: adries te bedienen, dat dat is altemaal valsch geld, dat ik ontvangen het, en voor mijn reekening moet houden, want ik kan de heer van Reenen niet vergen, dat hij die schade vraagd, ik heb Tafel
English
Lit. a Further articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order that the assistant Marinus Simon van Cruiselbergen may be heard upon them at the requisition of the Pro Interim Fiscal Gabriel Exter, the responses to be given by him to be duly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the assistant Marinus Simon van Cruiselbergen, who to the adjacent interrogatories gave such answers as stand noted beside each of them. Article 1. Whether this did not take place with the addition of a note on which the sum was calculated, and the money contained in a sealed packet was specified, with the signature of his, the defendant's, name? The defendant says that this was indeed recorded, but however he does not know the exact sum. Article 2. Whether the defendant had this money in his custody for a long time, and from whom he received it? The defendant says the greatest part from Casper Loos, and that the day before, 1600 rixdollars, while upon that the mentioned van Reenen told him, "Yes, that is what I would do, but first hear what Mr. Hacker, who after all has been informed of the matter by Goetz, advises in that regard." The defendant immediately carried this out, but the Secunde then not being at home, the defendant was told by his Honor's daughters, who were standing in the front hall, "Father is not at home, but he will come home in half an hour." Subsequently presenting himself again to his Honor at the fixed time, the matter and its circumstances having been presented by the defendant, his Honor answered, "I cannot give you any advice in that, you must settle that among yourselves." The defendant submitted to his Honor whether he would do wrong to speak to the Pro Interim Fiscal about it, and to demand an oath from Casper Loos, from whom the defendant had to presume it came on account of having received some large pieces of parchment from him. His Honor answered, "I cannot advise you in that; he who does not open his eyes must keep his pocket open." Whereupon the defendant went to the Pro Interim Fiscal to make this known to his Honor and to hand over the aforementioned counterfeit paper money, because the defendant did not want to be a distributor of counterfeit money, and to the Fiscal's question from whom he had received it, answered that he did not know for certain, but that he would come to speak further to the Fiscal about it; the defendant further declaring himself willing to state under solemn oath that at the distribution of the aforementioned counterfeit money he was unaware that it was truly counterfeit. Article 3. Whether the defendant in the past month of January did not also pay a sum of money of 1668 rixdollars to Mr. Swanevelder? Says further on Article 59 that he, the defendant, was mistaken concerning the money to Sandenberg supposedly received in the presence of the Frenchman from Casper Loos, referring himself to the given statement of the mentioned Sandenberg. Underneath stood: Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope, the 1st of April 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the defendant and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Still lower: Conforms. And signed: R. J. V. d. Riet
Dutch transcription
Litte staan aangetekend. — ƒ a maar egter de pus „te Somma niet te weeten. zegt Cas zegt het grootste gedeelte van Casper Loos en zulx daag te vooren r x 1600 terwijl hij daarop gem: van Reenen heeft gezegd,„ Ja dat zoude ik doen maar hoort eerst wat mijn heer Hacker die dog van de zaa door goetz verwittigd is en daaromtrend raad, de ged: ze terstond ter uitvoer heeft gebragt, dan de heer Seconde als toen niet te huis zijnde, de ged: door zijn E: dogters di in 't voorhuis stonden, wierd gezegd, vader is niet te huis maar hij zal over een half uur thuis koomen, vervolgens ter gefixeerde tijd zig wederom bij zijn E: hebbende laaten vinden, door den ged:e de zaak en dezelvs toedragt voorge „dragen zijnde, door zijn E: wierd geantwoord, Ik kan w daar geen raad in geeven, dat moet gij onder nalkanderen schikken, door den ged: aan zijn E: is voorgehouden, of wel kwalijk zoude doen, de heer Pro Interien Fiscaal daarover te spreeken, en Casper Loos van wien hij ged: moost pr sumeeren, uit hoofde dat van hem eenige groote stukken Bergament had ontvangen op een Eed te vergen, door zijn C: wierd geantwoord ik kan uer niet in raaden, die zijn oogen niet open doet moet zijn zak openhouden, waarop hij ged: na de hier Pro Interim Fiscaal is gegaan, om zin E: zulx bekend te maaken, en de voorn: valsche papiere munt te overhandigen, om dat hij ged: geen distributeur van valsche munt wilde zijn, en op des fiscaals vrage, van wien Zig hij zulx ontvangen had, geantwoord, zulx niet positief te weeten, maar de heer Fiscaal daar nader over te zullen komen spreeken, declareerende de ged: wijders onder solem neele Eede te willen verklaaren, dat by de distributed van voorsz: valsche munt onbewust is geweest dat dezelve waar lijk valsch was. — zegt nader op Art s9 dat hij ged: zig misgist heeft om „trend het geld aan Sandenberg in preesentie van de fransman van Casper Loos ontfangen zoude hebben, ress „reerende zig aan de gegevene verklaaring van gem /onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo Sandenberg Compareerde voor ons onder Nadere Articulen gedaan maken getekende gecomm: uit den en aan Heeren gecommitt:s uijt den E: Achtb: Raad van Justitie Zes gouvernements den adsis des Casteels de goede Hoop overge „tend Marinus Simon van Crui selbergen; dewelke op de nevens geven om daarop ter requisitie van den Pro Interim fiscaal Gabriel „staande vraagpoincten zodaa„ „nige antwoorden gegeven heeft Exter daarop gehoord te worden als beziden een ijder derzelver den adsistend Marinus Simon van Cruiselbergen zullende des zelvs te geevene responsiven in mar „gine deezer behoorlijk worden bekend gesteld. — E: Achtb: raad van Justitie dee of zulx niet is geschied met bijvoeging van eene note waarop de Somma bereekend, en't in een verzeegeld pakje onthoudene geld gespecificeerd was met on dertekening van zijn des gedz: naam of hij gedr: dit geld lange onder zijn berusting heeft gehad en van wie hij zulx ontfangen heeft off hij gedr: in den gepasseerden maand Januarij niet ook eene somma gelds van rx 1668 aan de Heer Swanevelder betaald heeft Art: 1 de goede hoop den 1 April 1786 voor d' EE. Salomon van Echten en Johannes Smuts, leeden uit den E: Achtb raad van Justitie voorm: die de minute dezer bene „vens den ged: en mij Secretaris meede behoorlijk hebben ondertekent /:lager:/ T welk ik getuijge /: wa getekend:/ C: van Aerssen Secret: /:nog lager:/ Accor „deert /: en getekend:/ R: J: V: d: Riet de gedr: ƒ 2.
English
States never to have received any pieces back. Whether he, the defendant, had not already before that time issued some pieces of counterfeit coined money and received them back again. States no, and further as upon [illegible]. Whether this did not happen up to two consecutive times at the house of the burgher Evert Heugh. States as upon this [illegible]. Whether, when the questioned person paid the said Heugh with his own money, for the second time another piece of 10 rx was not rejected, and whether he, the questioned person, did not give other money in its place instead, saying, "It may be that I received it from someone else." [illegible] bought something, but indeed states no, not being able to distinguish the counterfeit money from the genuine, but that he was never spoken to about it by Mr. Swanevelder, although he, the defendant, inquired with his honor the next day whether he had received the money properly. Whether he, the defendant, had not bought several goods from the wife of the said Heugh, and having paid her, afterward a piece of 10 rx found among it was returned by her husband because he maintained that it was not a good piece; and which piece he, the defendant, had brought back to the Office again the next day and asked the other assistants whether they recognized that piece as good or as counterfeit; it was unanimously recognized by them as good, except by Diemel, who discovered some alteration in the name of Mr. Lesueur; the questioned person, since he had received that money for the account of Mr. Horak, also handed it over to his honor upon his return; the said Mr. Horak also sent that piece that very day to the Cashier, who had accepted it, thus not believing that it could be counterfeit; and on a further occasion having sent 160 rx to Heugh, which were also received by him, the said Heugh thereupon had still sent back 2 rx, which were found to be in excess, without any other message, and thus he, the questioned person, now learns to his surprise that there was supposed to have been a counterfeit piece among it. That there was counterfeit money among it, namely a piece of 40 rx, 12 of 10, and 1 of 5, together the sum of 165 rx, which were found in that packet. States to have done so with no intention and to have handled it offhand, thus not believing ever to have passed any pieces. States no, but while he for some time at the Secretary's Office of Police performed the sworn clerk's duties because of the absence of Mr. Horak, having then received at the Office for a marriage license and other expenses a piece of 10 rx, and because he, the questioned person, had to buy something from Heugh that afternoon, paid with that piece which he just happened to have in his pocket; that Article 8. States no, never bought merchandise from the woman, and was also returned by Heugh. Whether it was not known to him, the defendant, If not, how he can deny to have had knowledge thereof, since the said pieces were purposely distributed piece by piece among the good money in order to be less noticed, and yet the same was counted by him. miscounted. issued. 6. sold. Article 7. 10. Article 4. Questioned, having received the remainder the next day at half past eleven in the morning, and having sent the same in the evening to Mr. Swanevelder.
Dutch transcription
Zegt nimmer eenige stuk „ken te rug te hebben ont zegt neen en voorts als op Zegt als op dit J. iets gekogt maar wel zegt neen 't valsche geld uijt dat er valsch geld daar onder was het waare niet te kunnen on verscheiden dog dat nimmer namentlijk een stuk van rx 40. 12 door de Heer Swarevelder van 10. en 1 van 5 te zamen de somma rx 165 die in dat Pakje zijn bevor„ daarover is aangesprooken ofschoon hij gedr: des anderen den geworden. — daags bij zijn E: zig g'infor meerd heeft of de penn: wel had ontvangen. zegt zulx met geen des¬ Sem gedaan te hebben en 't voor de hand afge of hij gedr: niet voor dien tijd al eenige stukken valson geld munte heeft uitgegeeven en weder terug gekreegen. vangen dus niet te geloo ven immer eenige stukken of zulx niet tot twee reijzen naar malkanderen gebeurt Legt nun maar terwijl is ten huijze van den burger hij eenige tijd op 't Secre tarije van Politie het Evert Heugh gesw: Clercqs ampt warrge noomen heeft vermits absentie van de Heer Horak als toen op Comptoir voor een trouce ordonnantie en andere ongel„ „den een stuk van 10 rx gekreegen te hebben en dewil hij gevr: dien middag iets bij Heug koopen moest, dat stuk of hem gevr: voor 't tweede maal¬ aan gem: Deughzelvs geld be taalende niet een ander so rx stuk is uitgeschooten geworden en of hij gevr: niet ander geld daar voor in de plaats heeft gegeeven met te zeggen 't kan zijn dat ik 6 van een ander heb gekregen. Art 8. Legt nien van de vrouwnooyt of hem gedr: niet aldaar eenige negotie gekogt en aan de huys verscheijde goederen aan haar vrouw van gem: Heng betaald hebbende naderhand van haar man een stuk van so rx daar onder bevonden is te rug gegeven door heug ook is terug gegeven vermits hij sustineerde dat het geen goed stuk was, en welk stuk hij gedr: wederom dien anderen of hem gedr: niet bekend is gewest dag op het Comptoir had terug gebragt, en aan de andere adsis tenten gevraagd of zijl: dat stuk voor goed of voor valsch er kenden! door hun eenpaarig voor goed is erkend geworden except door diemel die eenige verandering in de naam van de heer Lesueur ontdekte, de gevz: dewijl dat geld voor reke„ ning van de heer Borak ontfangen had, zulx ook aan zin E: bij zijn terugkomst had afgegeeven gem: Heer Horak dat stuk ook dien eijgensten dag aan de heer Cassier gezonden, die zulx geaccepteerd had dus niet te vermeenen dat zulx valsch zo neen hoe hij ontkennen kan kan zijn, en bij eene nadere gelegenheid aan Heug 160 rxgezon den te hebben die door hem ook zijn ontfangen gem: Heug nog daarop rx2 had te rug gezonden, die er te veel bevonden zijn, zonder eenige andere boodschap en dus hij gevr: thans tot zijne bevreemding verneemd dat er een valsch stuk on het welk hy juist in zyn zak had daarvoor betaald heeft dat der geweest zoude zijn. daarvan weetenschap gehad te hebben daar de gemelde stuk „ken expresselijk stuk voor stuk onder het goed geld ver deeld waaren, om zulke min der gewaar te worden en het zelve dog van hem is geteld geworden. Art: 4 gevr: het resteerende dien anderen dag 's morgens om half twaalf ontfangen heeft en zulks 's avonds na de heer Swane „velder gezonden te hebben. het verte „teld. uitgegeven te hebben. 6. verkogt te hebben. — art. 7. 10.
English
Article 11. States as before to have known whether he had counterfeit money with him. Says that may well be, how he, the interrogated party, can still pretend to have had no knowledge or awareness of the counterfeit money, since the aforementioned incidents happened to him, which in the most natural manner would make anyone cautious and alert. States not to think that he sought by carelessness, which furthermore should not serve as his alleged excuse, since the multitude does not constitute suspicion of rx 620, for if he were the maker of it, he would not have signed his name under the envelope, the more so because he, the interrogated party, knew that such was destined for the treasury of the Honorable Company. And among the counterfeit money coming from the hands of the interrogated party, most pieces are very recognizable and immediately strike the eye as such, which furthermore are not just a few, but make up a sum of rx 620. Says to maintain that such is not fully evident, that such counterfeit coin cannot come from the burghers Van Wieligh and Landenbergh, because he, the interrogated party, had already passed some of it out, namely to Mr. Swanevelder and Evert Heugh, before he had received money from the said persons. Says if he, the interrogated party, had given counterfeit money to Mr. Swanevelder, it strengthened him the more in his assurance of having received the same from Casper Loos alone, because most of the money to Mr. Swanevelder came from the said Loos, and at that time he had not yet received any moneys from Mr. Vandenberg and Van Wieligh. Says of. 16. Says partly counted out, whether he, the interrogated party, does not confess or whether such was not done by him, the interrogated party, in order to make these counterfeit pieces pass more easily as good. 20. How it would be possible to understand that he, the interrogated party, says not to know whether those people to others that he, the interrogated party, acted in such a manner that alternatingly there always came to lie a heavy piece among several others of lesser value. That it was placed so, but such may have happened for the hundred, and that he, the interrogated party, mixed the types of money, as the counterfeit pieces amount to, not being all known as such, in among them. Whether the paper in which the last thousand ryxd were placed loose, received from Mr. Van Wieligh, and originating from the firemaster Van Wieligh, does not prove that the interrogated party also received such money from this Van Wieligh. Because he found the paper of Mr. Van Wieligh lying at hand, he had merely wrapped it around a small packet. Lapses. Must have paid the money received from Casper Loos in the month of January to Mr. Swanevelder, and thus not to have received the counterfeit pieces returned by the Honorable Dominie from the said Loos. To have given to Mr. Swanevelder the money that he received from Loos, because he, the interrogated party, upon his arrival at the house of Mr. Swanevelder where he was lodging at the time, had thrown that money among his other money and first recounted it. Article 16. etc. must good of 9. 14. - To make out 19. 1 8
Dutch transcription
Art 11. Legt als vooren. te hebben geweeten of hij valsch geld bij zig had. zegd dat kan wel weezen hoe hy gevz: dus nog kan voor wenden, geen kennis of weten schap van 't valsche geld te heb „ben gehad daar hem voorm: ge vallen zijn overgekoomen die op de natuurlykste wijze een ijder zullen omsigtigen op lekend maaken! gekoomene valsche geld de meeste stukken zeer Kenbaar zijn en directelijk als zodanig in de oogen vallen! zogt door slossigheid niet en onder 't uijt des gevz. handen Legt niet te denken dat hij welke booven dien niet eenige tot zijn geve verontschuldi„ weijnige zijn maar eene somma ging dienen moet vermits de menigte geene suspicie van rx 620 uitmaken uitmaakt want was hy er de maker van zo zoude hij zijn naam onder het Convert niet getekend hebben te meer dewil hy gevn: wist dat zulx voor de Kas der E: Comp: e gedestineert was. zegt te sustineeren dat zulx zegt zo hij gedr: valschgeld of niet volkoomen blijkt dat aan de heer Swanevelder zulke valsche munte niet van gegeven had hem het te meer de burgeren van wieligh en versterkt in zijn verzeke Landenbergh kan koomen om „ring 't zelve van Casper dat hij geer: er al heeft uitge loos alleen te hebben ont geeven, als aan de heer Swane „vangen dewijl het meeste velder en Evert Heugh bevoo„ zegt van. geld aan de heer Swane vens hij van gem: perzoonen velder van gem Loos heeft geld ontfangen gehad kwam en toen nog geene penn: van de heer Jan denberg en van milig ontvangen had. 16. zegt gedeeltelyk uitgeteld of hij gevr: niet bekennen 20. hoe het zoude mogelyk zijn zegt niet te weeten of die menschen aan anderen te begrijpen dat hij geir: of zulx niet door hem gedr: daarom is geschied om deze valsche stukken ligter voor goed te doen passeeren. dat hij getr: dusdanig heeft dat het zo gelegd is ge„ gedaan dat er beurtswijze altoos tusschen in is koomen te leggen. worden, maar zulx kan een zwaar stuk onder verscheij geschied zijn om de honderd de andere van minder waardij En dat hij gevr: de zoorten van geld als de valsche stukken be dragen daarop niet alle bekend staande diergelijke heeft daaron dergemengd. Of niet het Papier waarin zulx van de heer van wieligh de laatste duyzend ryxd' los in Ontvangen heeft en omdat hij gelegd waaren en van den brand het papiertje van de heer meester van wieligh afkomstig van Wieligh voor de hand is bewyst dat den geer zulk geld had vinden leggen zulx maar ook van deeze van wieligh ontvan om een paquetje had omge gen heeft! woeld. Vervalt. te hebben aan de heer swa moet 't van Casper Loos in nevelder het geld dat hij van de maand Januarij ontvangen Loos ontvangen heeft vermits geld aan den Heer Swanevelder uitbetaald en dus van de E due hij geer: bij zyne komst ten minie te rug gekregene valsche huize van de heer Zuereveld stukken niet van gem: Loos alwaar hij toen ter tyd lo„ ontvangen te hebben geerde dat geld onder zijn ander geld geworpen had en zulx eerst nageteld te hebben. Art 16. &a moet goeden van 9. 14. - Exuittemaken 19. 1 8
English
Article 21. Whether, if one intends to utter counterfeit money, one might indeed do so to the common people, but not to people who have knowledge of it and who daily disburse and receive money, like Mr. Siereveld; and particularly Casper Loos, who some time ago still sent 10, 000 rx to Mr. Siereveld without any counterfeit money being found therein. Answers: No, but that he paid it out having received it from others as good paper currency. Article 22. What reason the interrogated person could have had to say to the bookkeeper Goetz, let it come out, but I know damn well nothing about it. Answers: Goetz said to me that it was unfortunate for society that so much counterfeit money was circulating, to which he answered, it is certainly unfortunate, but I know nothing about it; I will immediately go to Loos, Zandenberg, and Van Wieligh, from whom I have received money, and ask them whether they might have given us counterfeit coin species, which the interrogated person also did. Article 23. And to the burgher Casper Loos, that the interrogated person would gladly do without the money and suffer the loss if only the one who had given it to him would confess it; whether the interrogated person must not therefore confess that all this questionable money came solely from his hands, from the aforesaid persons or from whom the same has paid out money to so many other people? Answers: Says no, but when Casper Loos said to me that he had not given the money, that such was a heavy blow, merely to bring him if possible to a confession, and in so doing to discover his loss. Article 25. On what grounds the interrogated person said to the report runner of the wharf that if the gentlemen find any more counterfeit money, they should report it to the Pro interim Fiscal. Answers: Because the interrogated person had already reported it himself and intended, after coming out of the Castle, to make it further known to the Fiscal, had he not been prevented herein by a civil arrest on the order of the Honorable Lord Governor in the main guardhouse. Article 26. Whether this was not also done because the interrogated person was convinced in his mind of having uttered more of such coin, which would now surely be discovered. Answers: Says no, because he has never to his knowledge uttered any counterfeit money, so he did not need to be afraid of any discovery, but solely for the reason mentioned in Art 25. Article 27. Whether the interrogated person also did not purchase some goods from Master Onderdewyngaard, who passed through here, and paid with rx 69? Answers: Says no, but that he made a present of 89 rx to the same because he declared to the interrogated person that he had to pay his house rent and had no money for it. Article 28. Whether the interrogated person did not also include among it a counterfeit piece of Ex 40, and whether the interrogated person thereby wished to avoid being spoken to further and to admit guilt if anyone merely said that he had given the counterfeit money to the interrogated person, saying, I wish that... Answers: Says he does not know this, as the interrogated person... answers no, that if he had given it out, it must have come out regardless; that he would gladly still suffer the loss if the one who would have received so much counterfeit money was none other than for him...
Dutch transcription
goede papiere munt uitbetaald hebben. En byzonder Casper Loos Legt als men voornemens is dewelke voor eenige tyd nog valsch geld uittegeeven dat men dat wel aanbaa aan de heer Siereveld 10, 000 ren doen kan, maar niet rx heeft toe gezonden zonder aan menschen die daarken dat er valsch geld daarbij is nis van hebben en die dagelijk gevonden geworden geld uitgeven en ontvangen gelijk de heer Siereveld. hij het van anderen Legt neen maar wel dat heeft ontvangen. wat hij gevr: dan voor rede Legd goetz heeft aan mij nen zoude gehad hebben gezegd dat het ongelukkig was voor de zaamenleeving teegens den boekhouder goetz dat er zo veel valsch geld rouleerde daar hij op het uitkomt maar ik weeter geantwoord heeft het is verdomt niets van 2. zeeker ongelukkig maar daar weet ik niets van ik zal opstonds na Loos, zandenberg en van wieligh gaan, daar ik geld van ontvangen heb en vrage het hun af of zijl: wij misschien geen valsche munt specien gegeven hebben gelijk hij gedr: ook gedaan heeft. en tegens den burger Casper zegt neen maar wel toen Casper Loos zeyde mij Loos dat hij geir: gaarn het geld 't geld niet gegeven te hebben missen en de schade lijden zoude dat zulx een swaare slag of hy getr: dus niet bekennen moet dat dit quest: geld alles nig uit zijne handen gekomen is „ben, waar dezelve aan zoveel die het hem geet gegeven had andere menschen geld uitbe zulx maar wilde confesseeren van voorsz: Perzoonen of van taald hebben! om hem waar het mogelyk maar tot confessie te brengen, en zo doende zine schade te decouvreeren: uyt wat hoofde hij gein: tegens egt om dat hy geen. zulx zelvs reeds had aangege den rapport ganger van de werf „ven en voornemens was na gezegd heeft, dat indien de hee dat uit het Casteel quam re nog meer valsch geld vinden zil: zulx bij de Pro interim den fiscaal zulx nader be fiscaal moesten aangeeven kend te maken waare hij hier in niet verhindert gewor „den door een Civiel arrest op ordre van den welEdelen Heer gouverneur in de hoofdwagt. of zulx niet mede geschied daar Legt neen dewijl nimmer met om is, om dat hij getz: bij zig over zijn weeten eenig valsch geld heeft uitgegeeven dus tuygd was meer diergelijke munte voor geene ontdekking be uytgegeven te hebben, die thans hoevde bevreesd te zijn, maar zekerlijk zoude ontdekt worden. alleen om rede in art: 25 Legt neen maar wel 89 rx of hij gevr: ook niet eenige aan dezelve Praesent ge goederen van den hier gepasseerde daan te hebben door dien M„r onder dewyngaard heeft ge aan de gevr: declareerde kogt en met rx 69 betaald! zijn huishuur te moeten betaalen en daartoe geen geld te hebben. zegt zulx niet te weeten of hij gevr: niet mede daaron der een stuk van Ex 40 valschen vermits hij gevr: het geld geven had dat zulx bui vermeijde meer aangesprooken te zeggen, ik wensch wel dat Legt neen, dat als hij uitge en of hij geix: daardoor wilde ten dien had moeten uitko te worden en zig schuldig te geven indien ijmand was die alleenig len derzelver zoo veel valsch dat hij gaarne nog de scha zeide dat hij aan hem gevr: geld zoude ontvangen heb „de nou leyden indien diegene het valsche geld had gegeven! voor hem geen was maar voor in dien dat Bergament Art 21 22. 23. gemeld. „men. 7 28. 26. Ant 25. ƒ
English
Whether he, the interrogated party, must not confess to having had a large quantity of parchment money ready, and to being himself the author of this counterfeit money? Answers that he says no, not to know that he had any more than that which was given to him, with which he was suspected to have given out, and in case he himself had been the author thereof, he would have acquiesced in the answer of the President Mr. Hacker and would not have sought to proceed further to make this known to the Fiscal, but would rather have sought to save himself by flight. Where and from whom he, the interrogated party, obtained such instruments? States that he had no part therein, nor knows who had a part therein. Whether this drawing, shown to the interrogated party, made by him on the edge of the parchment, is not the very one that was used for the counterfeit money? States that he never in his life had such things in his mind, much less made or had made any instruments for it. Whether therefore not a large portion of the parchment was made into it, and whether this parchment difference is noticeable? Lapses. In what manner this was done by him, the interrogated party, and which instruments he employed for that purpose! States that that little design on the parchment was taken from what was at hand. Whether he, the interrogated party, alone or whether others participated therein or had knowledge thereof, and who! Answers no, for he never had a thought of such things in his mind. Whether that of the coin was drawn or painted solely by him, the interrogated party! Answers that he had no knowledge of such things. Whether he, the interrogated party, can also bring forward anything for his excuse? States he has no excuse to make, requesting on that account to be promptly released under security bond or otherwise as the Honorable Council of Justice shall deem necessary. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 14 April 1786 before the Honorable Gerhard Hendrik Cruywagen and Johannes Smits, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who together with the prisoner and me, the sworn clerk, have duly signed the minutes hereof. Below: To which I testify. Was signed: R. J. v. d. Riet, Sworn Clerk. Underneath stood: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government aforesaid, Cruiselbergen, to whom these interrogatories, being again read out to him word for word clearly and distinctly, and answered by him, declared to persist therein, wishing that nothing more shall be added to or taken from it. Thus reviewed in the Castle of Good Hope on 19 April 1786. Signed: M. S. van Cruiselbergen. Lower: In my presence. Signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners. Signed: G. H. Cruywagen and Joh. Smits. Still lower: Agrees. And signed: R. J. v. d. Riet, Sworn Clerk. Review. Articles drawn up and handed over to the gentlemen commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope to be heard thereon at the requisition of the Fiscal pro interim Gabriel Exter and to examine the sailor Philippus Bos assigned to the line, the responses to be given by him to be duly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the sailor Philippus du Bos, who to the adjacent question points has given such answers as are stated alongside them. Article 1. The interrogated party's name, birthplace, age, and rank? States Philippus du Bos, born in 's-Hertogenbosch, rank young sailor. Article 2. With what ship and in what year he, the interrogated party, arrived here, and what his occupations have been up to now? Says with the Slot ter Hooge, Captain Ziereveld, arrived in the year 1785, and to have attended in the shop of Mr. Ziereveld. Article 3. How and for what reason he, the interrogated party, presently finds himself here? Says to have been brought under arrest by the adjutant, and to have been at the house of Preselius, without knowing the reason why. Article 4. Whether he, the interrogated party, did not lodge together with the assistant van Cruiselbergen at the house of the sea captain Mr. Sierveld and in one room? Says yes. Article 5. How long they lived together in such a manner! Says from their arrival here until about four months ago they lived together. Article 6. Whether van Cruiselbergen did not, some time ago, leave his lodgings and stay at the house of the burgher lieutenant Sr. Jan van Reenen? States yes, taking some goods with him and leaving others behind. Article 7. How long ago this was, and whether he, the interrogated party, did not still associate daily with the said van Cruiselbergen, and for what reason! States since four months, and that Cruiselbergen previously sometimes stayed overnight at the house of van Reenen, and to have associated with him daily for reasons of good acquaintance. Article 8. Whether he, the interrogated party, therefore did not see that van Cruiselbergen had a large sum of counterfeit parchment money in his possession? Says no. Article 9. Whether he, the interrogated party, was not then present on Friday the last of the past month of March in the afternoon at the house of the aforesaid van Reenen when the bookkeeper Monsieur Goetz came there? Says yes, in the afternoon at about half past one. Article 10. Whether he did not hear the said Goetz say that a certain sum of money received from van Reenen was short? States yes, so that he made a note of it. Article 11. Whether he did not know about the money that was short? States no.
Dutch transcription
Pergamente munte heeft gegee dat aan hem gegeven had weeten wie daar aan deel Legt betuijgd nimmer in zyn Legt, dat desseintje aan heeft zulke dingen te tee Legt neen niet te weeten meer Of hij geir: des niet bekennen gehad te hebben als waar moet eene groote menigte daarva zegtenan waar geen schuld mede hij verdagt werd te hebben gereed gehade, zelve dat hij gedr: uitgegeven den autheur van deze valsche zoude hebben en in geval hij munte te zijn? zelvs de autheur daarvan „was berust zoude hebben in 't antwoord van den heer Pro sident Hacker en 't niet verder zoude getragt hebben te pocesseere, om zulx de fiscaal bekend te maken maar zig wel met de vlugt zoude getragt hebben te salveeren aan te hebben, nog ook te Legt nog alleen daardeel 33 waar en van wien hij gevr: zoo danige Instrumenten heeft verkreegen! 34. of deze teekening /onder vertoo boord gemaakt te hebben ning van den ged:e/ van hem gesz: „trend 't Pergament zeer niet van hetzelve is die tot de valsche munt geadhibeerd is geworden? en dat het different om gemaakt is en of dit Pergament zegt neen want dat nimmer Off dus niet een groot gedeelte Op hoedanige wijze zulx door veel min daar eenige In welke instrumenten hij daartoe gedagte gehad te hebben hem gevr: is gedaan geworden, en strumenten toe vervaardigd heeft geEmployeerd! of hij getz: het alleenig is of nog andere daaraan geparticipeerd ofte kennis daar van gehad hebben off hy getr: iok iets tot zijne is heeft geene verschooning verschooning weet by te brengen kende uit dien hoofde spoedig ontslagen te worden, onder Cautie Curatoir of wel, anderzints als den Achtb: raad van Justitie noodig oordeelen zal. plaats te hebben verzoe Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 14 april 1786 voor d' EEs gerhaider Hendrik Cruiwagen en Johannes Smits leeden uit den E achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens de geva: en mij gesw: Clercq mede behoorlijk hebben ondertekend. /:lager:/ 't welk ik getuige /: was getekend:/ K: J: V: d: Riet gesw C: /:Onderstond:/ Compareerde voor ons ondergeteekende gecomm: uit den E: Achtb: raad van Justitie deezes gouver„ „nements voorm: Cruiselbergen denwelken deeze hem weder van woorde tot woorde klaar en dui „delijk voorgeleezen weezende, en door hem beant„ woorde Interrogatorien verklaarde te blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan worden zal.— Aldus gerecolleerd In't Casteel de goede Hoop den 19 april 1786 /:getekend:/ M: S: van Cruiselbergen /:lager:/ mij Praesent /:getekend:) C: van Aerssen Secretaris /:in margine:/ als„ gecommitt /: getekend:/ g. H: Cruuwagen en Joh Smits. /: nog lager/ accordeert /: en getekend:) R: J: V:d: Riet gesw: Clercq. — /:Onderstond:/ dat 36. van de munt all eenig door hun gevr is getekend of geschildert geworden! in zijn gedagte gehad„ Ort 30 voor de hand had weggenoe ven N van men. zoude hebben of laaten vervaardigen Vervalt. merkelijk is. O 32 en wie! „kenen Recollement Lits: bosch qualiteid Jong zegt Ja. Compareerde voor ons Artculen gedaan maken en ondergetekende gecom: aan heeren gecommitts uit den E: uit den E: achtb: raad van Achtb: raade van Justitie des Justitie dezes gouverne, Casteels de goede Koop overge„ mert de mattroos Philip „geven om ter requisitie van „pus du Bos dewelke op d de nevenstaande vraagpoinc briel Exter daarop gehoord te ten zodanige antwoorden worden en ondervraagd den op de gegeven heeft als bezijden linie bescheidene mattroos Philippus Bos zullende des zelvs te geevene responsive in margine deezer behoorlijk den Pro Interim fiscaal ga Legt Ja: zodanig dat hij worden bekend gesteld. — denzelven aangetekend staat Legt Philippus du Bos zegt met het slot ter hooge met wat schip en in wat Capt: Ziereveld aangeland Jaar hij gevr: alhier is aange in 't Jaar 1785 en in de koomen en wat zijne verrigten „gen tot hier toe zijn geweest? winkel bij de heer Ziere „veld op gepast te hebben zegt door den adjudant arrest gebragt te zijn. en te zijn geweest aan 't huis van Preselius zonder te weeten de reeden waarom de heer van baalen is zig thans hier bevind. of hij geer: niet met den adsis tent van Cruiselberg ten huize zegt neen! van den Capitain ter zee de heer Sierveld te zamen en op een Kamer gelogeerd heeft hoe en uit wat reede hij gevr: des gedr: naam geboorte plaat geboore van 's hertogen ouderdom en qualiteijd Art: 1. Legt Neen! Zegt Ja: des agtermid„ dags omtrend half twee of hij gem: goetz niet heeft hooren zeggen dat aan een zekeren van van Reene, ontfangene Somma gelds en Exte min was of hij gei: dan op vrydag den laatste des gepasseerde maand maart 's agtermiddags ten huize van voorm: van Reenen niet is Praesent geweest toen den boek houder monsr goetz aldaar is gekoomen. of hij gevr: dus niet heeft gezien dat van Cruiselberg eene groote Somma valsche Perga„ mente munte onderhanden heeft gehad hoe lang zulx is geleeden en en dat Cruiselberg te vooren of hij gevr: niet nog dagelijx wel zomtijds s nagts ten met gem: van Cruiselberg is om huijze van van Reenen geblee„ „gegaan en om wat reeden! ven is en dagelyx met hem om gegaan te hebben om re Legt zedert vier maanden eenig goed mede genomen en andere daargelaaten zedert hunne aankomst alhier tot voor omtrend een maand of vier zamen Ol van Cruiselberg niet zedert eenige tijd, zijn logies verlaten en zig ten huize van den burger luijtenant Sr Jan van Reenen heeft opgehouden! Arth hoe lang zijl: zodanig te zaa men gewoond hebben! Art 5 Art 11 Mattroos. - 4 uuren denen van goede bekendschap. heeft. 7 te hebben gewoond 8: 10.
English
states not to know such a thing. States yes, but immediately gone along again only to have arrived and immediately departed. States yes, to have left with him when Cruiselbergen came downstairs. States as before not to know of it. States as before to know nothing of it. Whether the questioned person was further called away and did not go from Cruiselbergen to his room and with what purpose, whether with any intent. Whether the questioned person does not know whether more counterfeit money was distributed by the more mentioned van Cruiselbergen and whether the questioned person himself did not issue such money. That to the best of his memory the questioned person received a piece of paper and a piece of parchment, subsequently spent it, and received it back as counterfeit, which two pieces of counterfeit money must still lie at the house of Mr. Ziereveld; that the questioned person became so cautious because of this that the other day he received 10,000 rx from Casper Loos and Company for the account of Mr. Siereveld, but refused to accept it unless the said Loos sealed it, as well as a lesser sum from the now deceased messenger Walpot. States not to know whether or where Cruiselbergen placed this money and whether there was even more such coin there. Whether van Cruiselbergen did not take as much other money to give in its place, and what was spoken between the two of them during this. Whether after a little while van Cruiselbergen was called downstairs, and did not also long thereafter return with 6 pieces of counterfeit coin. Article 11. Whether van Cruiselberg did not immediately reply, I will give you that. States to have brought many goods from the fatherland, among others much gold and silverwork, indeed to the value of seven hundred rx, and that he ought to have had even more money than he actually has, having spent much. Whether the questioned person did not say himself that he had 100,000 ready to be able to trade for his own account. States yes, to have been at the house of Evert Heugh, who not being at home, the questioned person entered into conversation with the wife of said Heugh, who expressed to the questioned person that she would have regretted it if Mr. Ziereveld had become Equipagiemeester, because he would have monopolized the trade here; to which the questioned person replied, no, I would have monopolized the trade, and had there 10,000. By what means the questioned person then came by the large sum of cash which he is said to possess. Article 17. In what manner they came by it, and whether they are not the authors of it. States not to know how Cruiselbergen came by it, and also not to know how he himself came by the abovementioned two pieces, furthermore being unaware whether Cruiselbergen might be the author of the said counterfeit coin, and acknowledging himself to be entirely free of that. parchment 10,000 the company came downstairs 14 13 12 16 19 18
Dutch transcription
zegt zulx niet te weeten Legt Ja! dog terstond weder mede gegaan als alleen om gekoomen en terstond ver Zegt Ja: met hem te zijn af„ „trokken toen Cruiselbergen zegt als vooren daarvan niet te weeten Legt als vooren daarvan Of hy gedr. voorts niet miet te zijn afgeroepen en niet van Cruiselbergen naar deszelvs kamer is gegaan en tot wateido met eenig oogmerk te zijn niets te weeten of hij gevz: niet weet of er bruiselbergen meer valsch door meer gem: van Cruiselber gen niet meer valsch geld is geld heeft uitgegeeven dat hij gevr: naa zijn gedebiteerd geworden en of hij best onthouden een stuk gevr: niet zelve dier gelijke heeft papier en een stuk per uitgegeven! zegt niet te weeten of van waarvan Cruiselbergen dit geld heeft geplaatst en of er nog meer diergelijke munte aldaar is geweest! Of van Cruiselbergen niet zo veel ander geld heeft genoomen om in de plaats te geeven. en wat tusschen hun beyden daarbij is gesproken geworden. Of naa een poosje tijd van Cruiselbergen niet is naar beneeden geroepen geworden en denzelven ook niet lange daarna met 6 stukken 't alsche munten wederom is te rugge koomen. zegt veele goederen onder ande „ren veel goud en zilver werk wel ter waardijd van zeeven honderd rx uit het vaderland te hebben mede gebragt en dat nog wel meer geld moest hebben als hij we zentlyk heeft, hebbende hij veel verteerd. Op hy gevr: met zelve gezegd zegt Jal te zijn geweest ten heeft ƒ 100, 000 klaar liggen huize van Evert Heugh dewelke niet te huis zynde te hebben, om voor zijn vee is hij geer: in gesprek geraakt koning te kunnen negotieeren met de huisvrouw van gem: heng dewelke zig aan de gesr: heeft uitgelaaten dat het haar zoude gespeeten hebben, indien de Heer Ziereveld Equipagie „meester was geworden doordien die de negotie alhier zoude gedwongen hebben; en waarop de gedr:e heeft geantwoord neen ik zou de negotie gedwongen hebben, en hebbe daar door wat middelen hij getr: dan aan de groote somma van Contanten is gekoomen dewelke hij zal bezitten. Art 17. Op hoedanige wijze zijl: daar zegt niet te weeten hoe Cruisel„ aan zijn gekoomen en of zij niet bergen er aan is gekoomen ook niet te weeten hoe hij zelve de autheuren daar van zijn zelve aan bovengem: twee stukken is gekoomen voorts onbewust te zijn of Cruiselbergen de autheur der gezegde valsche munt zoude zijn, en zig zelve daar geheel van vrij te kennen. „gament heeft ontfangen vervolgens uit gegeven en wederom als valsch terug gekreegen welke twee stukken valsch geld nog bij de heer Ziereveld aan huis moeten leggen, dat hij getr: daar door zo voorzigtig is geworden, dat hy onderdaags van Cas per Loos en Comps voor reekening van de heer Siereveld heeft ontvangen rx 10. 000 dog deselve niet heeft willen accepteeren ten zij gem: Loos die verzegelde, gelijk meede een minder Somma van de nu overledene bode Walpot. Art 11 of van Cruiselberg niet dade lijk heeft geantwoord, die zal ik u geeven! „gament ƒ 10, 000 't gezelschap is beneeden gekoomen 14 13. 12 16 19 18
English
Letter R ƒ10,000 ready, the interrogated person testifying to have said this in a fit of anger, and that one sometimes says more than one actually means; that he had become angry that Miss Steng said such things about Mr. Zierveld, because he hoped to be helped himself through this promotion of Mr. Zierveld. Article 20. States to have said that he had heard that the Honorable Oumenie was said to have paid ƒ50,000 to the Right Honorable and stern Lord Governor for the office of Equipagemeester, and that if people had known it would be sold, Mr. Zierveld would likely have given ƒ100,000. And that he regretted that Dumenie had become Equipagemeester, who had paid ƒ70,000 to the Right Honorable and stern Lord Governor, and that if people had known this, Zierveld would likely have given ƒ100,000. Because such a sum could be recouped again in one year! Says not to have said this. Whether the interrogated person does not acknowledge having spoken ill of the Right Honorable Lord Governor in this manner, and what he can offer in his defense! Says to confess guilt in this, that it was an imprudence on his part; begs for pardon in that regard. Below was written: Thus questioned and answered in the Castle of Good Hope on 12 April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruiwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the interrogated person and me, the Secretary. Lower: To which I testify. Was signed: C. van Aerssen. Even lower: Agrees. And signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, Master Petrus Victor onder de Wijngaard of competent age, residing here and about to depart for Batavia, who at the requisition of the Fiscal Pro Interim here, Sr. Gabriel Exter, declared to be true: That the deponent, having received on the evening of 19 March last a sum of sixty-nine rixdollars from the assistant of the Honorable Company Marinus Simon van Cruijselbergen, found that among the said sum in paper currency counted out to him, the deponent, was a piece of 40 rixdollars on parchment; that the deponent, having given that piece in payment among other money to the burgher councilor the Honorable Johannes Matthias Bletterman, the said Bletterman, having accosted the deponent in the street last Saturday the 1st of this month, gave him, the deponent, to understand that one piece, namely of 40 rixdollars, among the sum paid to him by the deponent, was counterfeit. That the deponent, having taken back the said piece of 40 rixdollars, sent the said Bletterman in the evening 2 other pieces of paper money, each of 20 rixdollars, which the deponent received from Johannes Gijsbertus van Reenen. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, presenting, whenever it is required, to confirm this at all times by solemn oath. Below was written: That this thus took place at the Cape of Good Hope, on 4 April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruiwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the Secretary. Lower: To which I testify. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Even lower: Agrees. And signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. Letter S We, the undersigned, certify by these presents that upon inspection of a bundle wherein two thousand rixdollars were sealed and signed Cruijselbergen in our presence, the following pieces on parchment were found to be counterfeit: 3 pieces of forty rixdollars: 120 3 pieces of ten: 30 Total: rixdollars 150 Below was written: Cape of Good Hope, 31 March 1786. Was signed: J. v. Gennip, De Ridder Drmini, P. I. Truter. Lower: Agrees. And signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. To the Right Honorable and worshipful Lord Pieter Hacker, President, as well as the Honorable Worshipful Council of Justice of the Cape of Good Hope. Respectfully shows Marinus Simon van Cruijselbergen, assistant in the service of the Honorable East India Company stationed here at the Political Secretariat, but currently detained in the Castle. That the petitioner went on 31 March of this year to the Fiscal Pro Interim and thereupon requested him to make the necessary investigations regarding this, and was asked by the same whether he did not know from whom he had received the same. That the petitioner replied to this that he could not yet say so positively, but certainly had strong suspicion; that one must, however, be cautious in such an accusation, but had at the same time deemed it necessary to check that circulation in the beginning, and after he had heard that they were counterfeit, did not wish to deceive other people therewith, as he had been deceived, but that the petitioner would come to speak further with the said Fiscal the next day. That the petitioner thereupon went away, and the following morning, on 1 April of this year, having been summoned to the Noble Lord Governor by the police messenger Claassen, directly obeyed the said order, and upon his arrival there was ordered by his Right Honorable and stern Lordship to enter under arrest into the main guardhouse under the escort of Officer Mulder, who was then present, until further orders. That the petitioner that same afternoon, before the lords commissioners from your Right Honorable Worshipful assembly, was interrogated on some articles by the Secretary of Justice Mr. van Aerssen at the requisition and in the presence of the said Fiscal Pro Interim G. Exter, and that the petitioner, after the interrogation had been conducted, was held imprisoned until Thursday evening the 6th of April. That the petitioner, having been detained there so long to his astonishment, had to experience with the utmost amazement and to his greatest indignation. That the petitioner, although conscious of no wrong in himself, like a criminal by a sergeant corporal
Dutch transcription
LitteR ƒ10, 000 toe in gereedheid, betuijgende de gevz: zulx uijt korp wijl te hebben gezegd, en dat men zomtijds wel iets meer zegd als men wel meend, dat hij kwaad geworden was dat Juffw Steng zulx van de heer Ziereveld zeyde om dat hij hoop te door deeze bevordering van de heer Zierveld zelve geholpen te zullen worden. Art 20. Legt te hebben gezegd dat hij En dat het hem speet dat dumenie was Equipagiemeester had gehoord dat d' E: geworden, die ƒ 70, 000 aan de Oumenie aan den Wel Ede: „le gestr: heer gouverneur wel Edele gestr: heer gouverneur ƒ 50, 000 voor het ampt van had betaald en dat indien men Equipagiemeester zoude be zulx had geweeten zierveld wel taald hebben en dat indien ƒ 100, 000 zoude gegeven hebben men had geweeten dat het verkogt zoude worden, de heer Zierveld dan wel ƒ 100000 zoude gegeven hebben. zegt zulx niet te hebben Om dat het zodanige in een Jaar wederom uit te haalen was! Of de geer: niet bekend op deze wijze quaad gesprooken te heb„ „ben van den welEdelen heer „weest dat hij daaromtrend gouverneur en wat hij tot zijn ver ontschuldiging kan inbrengen! /:Onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord In't Casteel de goede Hoop den 12 april 1786 voor d' E E Gerrit Hendrik Cruiwagen en Johannes Smuts leeden uit den E: achtb: raad van Jus titie voorme. die de minute deezer beneevens de gevr:e en mij Secretaris meede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:) 't welk ik getuige /:was getekend:/ C: van Aerssen, /:nog lager:/ accordeert /:en getekend:/ R: J: V: d: Riet geswC: kennen dat het eene onvoor zigtigheid van hem is ge„ verzoekt verschooning zegt daar in Schuld te be„ dat hij Compt op den 19 Maart Jongstt: des avonds eene somma van negen en zestig. rx ontvangen hebbende van den adsistent der E: Compe Marinus Simon van Cruiselbergen bevonden had, dat er onder gem: somma in papiere munt aan hem Comp toegeteld een stuk van 40 rx op pergament was, dat hij Comp dat stuk onder ander geld in betaaling hebbende gegeven aan den burgerraad d' E: Johannes Mat Ahias Bletterman, gem: Bletterman laatstl: Zaturdag den 1 deezer maand den Compt op straat aan gesprooken hebbende hem Comp te kennen had gegeven, dat er een stuk namentlijk van 40 rx onder de door den Comp aan hem betaalde Somma valsch was. dat den Comp:r gem: stuk van 40 rx wederom genoomen hebbende gem: Bletterman des avonds 2 andere stukken papiere geld ieder van 20 r gezonden had, dewelke den Compt van Johannes Gisbertus van Reenen ontvangen heeft. Niets meer verklaarende geeft den Comp voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende zulx, wanneer 't gerequireerd word, altoos met solemneele Eede te staaven. /:onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goede Compareerde voor ons ondergetekende gecomm: uit den E: Achtb: Raad van Justitie deezes gou „vernements den alhier remoreerenden en op zijn vertrek naar batavia staanden M:r Petrus Victor onder dewijngaard van Competenten on„ „derdom, dewelke ter requisitie van den Pro Interim fiscaal alhier Sr Gabriel Exter ver klaarde hoe waar is. Hoop gezegd. — Litt S. Hoop, den 4 April 1786 voor d' EE Gerrit Den „drik Cruiwagen en Johannes Smuts, leeden uit den E: achtb: Raad van Justitie voorm: die de minute deezer benevens den Compt en mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:lager:/ 't welk ik getuige /:was getekend:/ C: van Aerssen Secret: /:nog lager:/ accordeert /:en getekend R: J: V: d: Riet gesw: Clercq. wy ondergetekendens Certificeeren bij deezen, dat Litts. bij naziening van een pak waarin twee duijzend rx verzegult, en getekend Cruselbergen ter onzer praesentie, is bevonden valsch te zijn, de volgende stukken op pergament 3 ps van veertig rx 120: 30: „ „ t rx 150 /:onderstond:/ Cabo de goede Hoop den 31 Maart 1786 /:was getekend:/ J: V: Gennip de Ridder Drmini P: I: Pruter /:lager:/ accordeert /:en getekend:/ K: J: V: d: Riet gesw: Clercq. — 3 „ „ tien Geeft reverentelijk te kennen Marinus Si „mon van Cruiselbergen, adsistent in dienst der E: O: Indische Comp:e ter politique Secre „tarije alhier bescheiden, dog thans gedetineerd in het Casteel. — dat hij Suppliant zig op den 31 maart dezes Jaars heeft vervoegt bij den pro In¬ Aan den WelEdelen achtbaa ren Heer Pieter Hacker Pra „sident benevens den Edelen Achtb. Raad van Justitie van Cabo de goede hoop „terim Fiscaal daarop heeft verzogt de nodige recherches hier ontrend te doen, en door denzelven is gevraagd, of niet wist van wien dezelve te hebben ontvangen. dat hij suplt hierop heeft geantwoord, zulx nog niet positief te kunnen zeggen, dog wel re „hemente suspicie te hebben, dat men echter in zodanige beschuldiging voorzigtig zijn moest, maar tevens had geoordeelt nodig te zijn in den beginne dien loop te moeten stuijten en na hy gehoord had, dat dezelve valsch waaren, geen andere luiden daar mede wilde bedriegen, zo als hij bedrogen was, dog dat hij suppte. des anderen daags gem: fiscaal nader zoude komen spreken dat hij supp=t daarop is weggegaan, en den morgen daar aan den 1 april deezes Jaars door de bode van politie Claassen bij den Edelen heer gouverneur ontboden zijnde direct aan gem: ordre heeft geobidieert, en bij zijne komst aldaar door zijn wel Edele gestrenge wierd geordon„ „neert, zig onder geleijde van den toen tegenwoor dig zijnde Officier Mulder tot nadere ordre in de hoofdwagt in arrest te begeeven. — dat hij supp„t dienzelvden nademiddag ten overstaan van heeren gecommitt uit uise Wel Ede „le Achtb: vergadering, door den Secretaris van Justitie de heer van Aerssen ter requisitie en in 't bijweezen van gem:e pro Interim fiscaal G: Exter op eenige articulen is ondervraagd, en dat hij suppt. naa gedaane verhoor tot donderdag avond den 6 april heeft gevangen geleeten. dat hij supp=lt tot zijne bevreemding aldaar zo lange gedetineerd zijnde met de uiterste verbaasdheid en tot zijn grootste verontwaar „diging heeft moeten ondervinden. dat hij suppt hoewel zich zelvs geen kiaad bewrst, als een Crimineel door een sergeant terim Corporaal
English
corporal, and eight soldiers provided with loaded guns with live ammunition, was fetched and transported to the lord's Steen or the Tronck, and searched by the lord's provost Matthijssen to see whether any sharp object was to be found; that the petitioner was subsequently brought to a room without any access, and thus criminally, since not only was everything customary in such a case withheld from the petitioner, but what is more, he had to endure going to sleep without anything to eat; that the petitioner had to spend a most unpleasant time in that prison, which is so disgraceful for a decent man, whereby his health certainly could have suffered greatly, and such would surely also have been the result, had he not on the following Monday unexpectedly been transferred again by an escort of two non-commissioned officers and eight soldiers to the so-called Spekkamer in the Castle of Good Hope; that the petitioner has reflected maturely upon this occurrence, and this manner of treatment seemed most strange to the petitioner—as he respectfully trusts in the law—as being contrary to all justice, equity, and manner of proceeding; that the petitioner himself must presume this was also regarded as such by Your Honorable Worships, since the petitioner, by being transported from the aforementioned place to his present place of detention, although without access and thus in this case criminally, in other respects however, such as through the granting of light, pen, paper, and ink, appears to be detained civilly once again; that the petitioner, by means of this permission, sees himself enabled to bring his innocence by petition to the attention of Your Honorable Worship and Honorable Worships; that the petitioner knows himself to be completely clear of the crime wrongly imputed to him by the fiscal office, and is therefore assured of having done not the least thing for which he could or should rightfully—be it said with respect—be deprived of his freedom any longer, and have his good name remain stained by this; that the petitioner, being therefore also convinced of the equity and fairness of an enlightened Court of Justice, firmly trusts that the petitioner, to whom his honor, good name, and reputation are dearer than life, and which have thus been entirely stained by this course of action, will indeed be released from his detention, which is contrary to all law, by means of a discharge; wherefore the petitioner turns to Your Honorable Worship and Honorable Worships, humbly requesting that Your Honorable Worships may be pleased to grant and provide, in case Your Honorable Worships, after mature examination, find the petitioner—as he reasonably trusts—innocent, that matters be directed so that the petitioner, reserving all other action, be brought back home in just as triumphant a manner as the petitioner was brought hither in this arrest, which was so grievous and injurious to him, which doing, was signed: M: S:s van Cruiselbergen. The inscription was: Honorable Worship, the Honorable Worship I: Hacker, Senior Merchant, Secunde of this government, Chief Administrator, and President of the Honorable Court of Justice.
Dutch transcription
Corporaal, en agt soldaaten met scherp gela „den geweeren voorzien is afgehaald en getrans porteerd naa 's heeren Steen of de Pronk en door 's heeren geweldiger Matthijssen ge„ „visiteerd of ook eenige scherp was te vinden. dat hij Suppt. daarna op eene kamer is gebragt buiten eenig acces en dus Criminaliter dewijl hem supp:lt alles in zo een geval gewoon „lyk niet alleen is onthouden, maar wat meer is zich heeft moeten getroosten, zonder ieten te gaan sloopen. — dat hij suppt in die voor een fatzoenlijk man zo flettrissante gevangenis eene alleron aangenaam ten tijd heeft moeten doorbrengen waar door zeeker zijne gezondheid veel zoude hebben kunnen lijden, en zulx gewis ook het gevolg zoude zijn geweest, indien des maandags daaraan volgende niet wederom op het onverwagts door een escorte van twee onderofficieren en agt soldaaten naa de zogenaande Spekkamer in het Casteel de goede Hoop was overgebragt geworden. dat hij suppt over dit voorgevallene rijpelijk bij zich zelven heeft gedagt en hem suppliant /:als den rechten zo hij eerbiedig vertrouwt:) deze manier van behandeling allervreemdst is voorgeko „men, als strydig tegen alle recht, billijkheid en manier van Procedeeren. — dat hij suppliant zelve moet veronderstellen zulks ook als zodanig bij uEd: achtb: te zijn opge nomen, dewijl hij suppliant door 't transportee „ren van voorm: plaats naa zijn teegenwoordig verblijf; arrest hoewel buiten acces en dus in dit geval Criminaliter, in andere gevallen echter als door het toestaan van lient, pen, papier en inkt wederom civiliter schijnt te werden gedetineert. dat hij Suppliant door dit geaccordeerde weshalven den suppln zich keerd tot U: wel Ede „le achtb: heer en Edele achtbare Heeren, ootmoe „diglijk verzoekende, dat uwelEdele Achtbare zullen goedvinden en voorzien, ingevalle UEd„ Achtb: naa rijp examen hem suppl:t (:zo als hij billijk vertrouwd :/ onschuldig vinden, het daar heen te laaten dirigeeren dat hij supplt gereser „veert alle andere actie, in eeven zodanige tricimpvran „te manier wederom werde naar huis gebragt, als hy supplt in 't voor hem grievend en lasief arrest herwaards is overgevoerd /:onderstond :/ 't welk doende /:was getekend:/ M: S:s van Cruiselbergen het opschrift was wel Edelen Achtbaren Heere, den Wel Ede „len Achtbaren Heere I: Hacker opperkoopman Secunde deezes gouvernements, hoofd administrateur en Praesident van den E: Achtb: Raad van Jus zich in de mogelijkheid ziet gesteld zijn onschuld bij requeste onder het oog van uwe Wel Edele achtbare Heer en Edele Achtbare Heeren te kunnen brengen. dat hij supplt van den misdaad door het offi cie fiscaal hem ten onrechten geimputeerd, zich volkoomen zuiver kend, en dus verzekerd is, niets het minste gedaan te hebben, waarover hij met recht /: het zij met eerbied gezegt :/ van zijne vryheid lander zoude moeten of kunnen verstoken zijn en zijne goede naam hier door bevlekt blijven. dat hij supplt daarom ook van de acquiteijt en billijkheid van eenen verlichten Vierschaar over „tuigd zijnde, vastelijk vertrouwd, dat de suppl„t wien zin Eer goede naam en faam, dierbaarder is als het leven, en dus door deze handelwijze gantsch bevlekt is, uit zijne teegen alle rechten strijden „de ditensie, wel vas door eene largatie zal wer „den bevrijd. zich „titie
English
litie etc. at Cabo de goede hoop on the envelope was written: Right Honorable Sir my detention preventing me from coming in person to present this enclosed petition, I take the liberty of sending this enclosed to your Honorable, with the request to please bring the same to the table at the first session of the Honorable Court of Justice, and to resolve upon it, while a favorable apostil thereon is requested by the one who has the honor to call himself with respect underneath was written: Right Honorable Sir lower: your Honorable's most humble servant was signed: M: J:s van Cruiselbergen in the margin: in the bacon room, in the Castle de goede hoop the 18 april 1786. still lower: agrees and signed: R: J: W: d: Riet sworn Clerk. — To the Right Honorable rigorous Sir Cornelis Jacob van de Graaff Governor and director of Cabo de Goede, and the district thereof etc. etc. etc. together with the Right Honorable Council of Policy of this government. Right Honorable Rigorous Sir. Honorable Sirs! Very reverently show the undersigned members of the Council of Justice of this government. How on the 1 april of this current year, civil arrest was provisionally ordered by the Right Honorable rigorous Lord Governor with the Officer of the Main Guard upon the person of the assistant of the Honorable Company Marinus Simon van Cruiselbergen, because of the vehement suspicion resting upon him of being the author of a multitude of counterfeit paper and parchment currency species received from his hands to a considerable sum, and circulating at that time among the residents here, he Cruiselbergen consequently, upon the requisition of the interim Fiscal the Honorable Gabriel Exter, was interrogated that very same day in the presence of commissioner members from the Council of Justice, furthermore various statements were successively obtained in this matter, and he the detainee was questioned further in the manner as described above as appears from all the enclosures which the petitioners have the honor to submit herewith to your Honorable Rigorous and Honorable Sirs. That furthermore on the 6th of the same month april, the interim fiscal, on account of the aforementioned suspicion, requested by C: E lt. A: that this Court of Justice might grant him the petitioner bodily apprehension of the persons of the mentioned Cruiselberg and one Philippus du Bos, which latter was also held suspected by the interim fiscal of being guilty of the aforementioned counterfeiting, but who, as appeared afterwards, expressed himself in a far-reaching disrespectful and calumnious manner about his high and lawful authorities as one can see from his response 6 Lit: 2 and in which aforementioned petition the interim Fiscal also requested that he, by decree of this tribunal
Dutch transcription
„litie & &c. a Cabo de goede hoop /:in de Envelope stond:/ Wel Edele Achtbare heer" mijne detentie my verhinderende dit inleggende request in perzoon te koomen aanbieden, neeme ik de vrijheid deeze geEncloseerd aan uwelEd: achtb: te doen geworden, met verzoek 't zelve bij de Eerste sessie ter tafel van den E: A: Raad van Justitie te willen brengen, en daarop te willen resolveeren terwijl eene gunstige apostille op dezelve is verzoek „de die geene die de Eer heeft zich met Eerbied te noemen /:onderstond:/ wel Edelen Achtb: Heer /:lager:/ uwelEd: achtb' Ootm:s dien:s /:was getekend: M: J:s van Cruiselbergen /:in margine:/ op de spek kamer, in 't Casteel de goede hoop den 18 april 1786. /:noch lager:/ accordeert /: en getekend:/ R: J: W: d: Riet gesw: Clercq. — Aan den Wel Edele gestrengen Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en directeur van Cabo de Goede, en den Ros sorte van dien &a &a &a. midsga „ders den wel Edelen achtbaare Raade van Politie deezes gou „vernements. WelEdele Gestrenge Heer. EE: Achtbaare Heeren! Vertoonen zeer reverentelijk de ondergeteken „de Leeden van den Raad van Justitie deezes gouvernements. Hoe op den 1 april deezes loopenden jaars, door den welEdelen gestr: Heere Gou verneur, provisioneel bij den Officier der Hoofdwagt civil arrest aan den perzoon van den adsistent der E: Comp:e Marinus Simon van Cruiselbergen zijnde geordonneerd, wegens de uele „mente op hem leggende Sispicie, van te zijn auteur van eene menigte valsche papiere en per „gamente munt specien tot eene aanzienelijke Somma uit desselvs handen ontvangen, en toen ter tijd, onder de Ingezetenen alhier vouleerende hij Cruiselbergen gevolglijk, ter requisitie des pro interim Fiscaal d' E: gabriel Exter, noch dienzelven dag, ten overstaan van gecommitteerde leeden uit den Raad van Justitie is geinterro „geerd, voorts in deze zaak Successivelijk ver scheide verklaaringen zijn ingewonnen, en hij gedet noch nader invoegen voorschr: is onder „vraagd geworden /:blijkens alle de bylaagen welke de vertoonders de Eere hebben aan uw Ed: Gestr: en E: achtb:rs hier bij overteleggen Vat wyders op den 6en derzelver maand april de pro interim fiscaal, uit hoofde der voor aangehaalde Suspicie bij C: E lt. A: ver„ zogt heeft dat door deze Rechtbank aan hem vert: mogt worden verleend apprehensie Corporeel op de perzoonen van geme Cruisel„ „berg en eenen Philippus du Bos, welke laatte door den pro interim fiscaal mede wierd verdagt gehouden aan de voorn: valsche munt making schuldig te weezen, doch dewelke zo als van agteren gebleeken is zich op eene verregaande des respectieuse en Calomnieuse wijze over zijne hooge en wettige overigheid heeft geuit /:gelijk men by zijne responsiva 6 Lit: 2 kan zien en bij welk vertoog voorn: pro interim Fiscaal mede verzogt heeft, dat hij bij decreet van deeze Hoofdragt Vierschaar
English
tribunal might be qualified to carry out a judicial search in the houses of the Captain of the Honorable Company, the valiant Sierveld, and the burgher Lieutenant, the valiant Johannes Gijsbertus van Reenen, where the aforementioned suspects had lodged by turns; to which first request the petitioners, since they maintained that they had no sufficient grounds for it, could not consent, the second request of the aforementioned Fiscal pro interim having nevertheless been granted, and the person of Cruiselbergen indeed held in civil arrest, but outside of prison, as will further appear from the minutes kept on the aforementioned 5th of April, annexed hereto under Letter B; that subsequently, this matter having remained in the same state, without the guilt or innocence of the aforementioned Cruiselbergen becoming any clearer in this regard, or the suspicion weighing so heavily upon him having been aggravated or diminished in any degree, the aforementioned Fiscal pro interim, on the 20th of April last past, by a representation to be seen under Letter C, gave the petitioners to understand that from the inquests obtained, he had no foundation to institute any action against Cruiselbergen, to proceed either ordinarily or extraordinarily, and therefore surrendered this matter to the decision of the Council of Justice; which declaration, however, could not move the petitioners to discharge the aforementioned Cruiselbergen from his detention, and to acquit him of the suspected crime, since the same suspicion still rests upon him in an equally high degree as at the first moment of his arrest, wherefore the petitioners, having taken this matter into mature consideration, and having paid attention to all that was in any way relevant to the subject and merited observation, have found the same to be of such important weight that it appeared in all cases to be capable of dragging very pernicious consequences in its wake for the Honorable Company and this Colony, since it is indeed of the utmost importance that the credit of the currency introduced here out of necessity be maintained with all rigor, as by an unexpected cessation thereof, it was to be feared that a most damaging distrust would inevitably arise within civil society, and on the other hand, the ease with which the counterfeiting of the said currency has now already been attempted so many times, without the author thereof having been able to be discovered each time, or convicted in a legally acceptable manner; and on the other hand, the public stir which the reasons for the suspicions that have arisen against the aforementioned Cruiselbergen have provoked among the inhabitants might give very much cause that such persons who might be further inclined to such wicked enterprises would be made less afraid to put the same into effect; yet since the petitioners, subject to correction, understand that they cannot take the necessary measures in this matter by any judicial verdict with respect to the aforementioned Cruiselbergen, they, the petitioners, for the reasons cited above, have deemed it necessary to bring this matter, under the presentation of all the documents and muniments relative thereto, before the eyes and to the cognition of Your Right Honorable and Honorable Sirs, and request that it may please Your Right Honorable and Honorable Sirs to decide and dispose with respect to the said Cruiselbergen in such manner as, according to your most wise judgment, the nature of the matter requires. Which doing, was signed: P. Hacker, G. M. Cruijwagen, Johannes Bresler, S. van Echten, H. van Sittert, J. M. Horak, J. M. Bletterman, U. F. van Reede van Oudtshoorn. Lower stood: Agrees, and signed: R. J. van der Riet, sworn Clerk, C. G. Maasdorp, J. G. Meijer, H. J. de Wet. Agrees, W. V. Heem, sworn Clerk. Shows with deepest dutiful respect the undersigned sworn Clerk of Your Right Honorable Council, in office qualified to attend to the affairs of the Landdrost of Swellendam, Monsieur Constant van Nult Onkruijt, that a few days ago now, there was sent up here in custody from Swellendam by the said Onkruijt a certain Bushman Hottentot named Klynveld, who was apprehended at Swellendam for the committing of certain misdemeanors, principally consisting of the perpetration of some violence at the place of the burgher Laurens Erasmus, accompanied by theft and other irregularities besides. That the said Monsieur Onkruijt had the aforesaid Bushman Hottentot Klynveld heard in the assembly of the Heemraden at Swellendam through the interpretation of the Hottentot woman Caatje, as appears from the extract from the Minutes of the date of 26 October 1785 annexed hereto, and which interrogation was arranged in this manner by the said Monsieur Onkruijt because he feared that there would be nobody here who would understand the Bushman language, as experience has also taught the undersigned in his capacity, which is also the reason why the petitioner in his capacity had to content himself solely with that interrogation and to which he takes the liberty to refer for the sake of brevity; that the petitioner in his capacity, the fact committed by the prisoner Klynveld, under Right Honorable Sir, Honorable Sirs, To the Right Honorable Sir Pieter Hacker, President, together with the Honorable Council of Justice of this government, respectful
Dutch transcription
Vierschaar mogt worden gequalificeerd, om te doen gerechtelijke visitatie in de huizen van den Capitein der E: Compe de manhafte Sierveld, en de„ burger Lieutenant de manhafte Johannes Gi„ „bertus van Reenen, als waar de gem: gedet alter „native hadden gelogeerd; in welk eerste verzoek de vertoonders wijl zij sustineerden daar geen ge „noegzaame grond toe te hebben, niet hebben kan „nen consenteeren, zijnde echter den voorn. Pro interim fiscaal zin tweede verzoek toegestaan en den perzoon van Cruiselbergen wel in Civil arrest gehouden, dog buiten aces, /: gelijk nader„ komt te blijken uit de notalen op voorn: E april gehouden, hier geannexeerd b Lit: B./ dat vervolgens deeze zaak in denzelvden staat gebleeven zijnde, zonder dat de onschuld of schuld van gem: Cruiselbergen in dezen na „der is komen te blijken, of dat de hun zo zeer druk „kende suspicie eenigermaate is geaggraveerd of gediminueerd, meer gem. pro interim fiscaal op den 20 April Jongstleeden, bij vertooge /:te zien b Lit of aan de vertoonders te kennen heeft gegeven, dat hij uit de ingewonnene en que „ten, geen fundament hebbende om tegen Crui „selbergen eenige actie te institueeren, ordinarie of extraordinarie te procedeeren, derhalven deeze zaak ter decisie van den Raad van Justitie overgav; welke declaratie de vertoonders echter niet konde beweegen om gem: Cruiselbergen uit zijne detentie te clargeeren, en van de ge suspecteerde misdaad vrij te spreeken, daar dezelvde suspicie noch in een even hogen graan op hem blijft leggen, als het eerste oogenblik zijner in arrest neeming, weshalven de vertoon „ders deeze zaak in rijpe overweeging genoomen, en op, al wat eenigzints ter materie dienende was, en opmerking meriteerde gelet hebben de, dezelve van een zoo important gewigt heb „ben bevonden te zijn, dat ze in allen gevallen zeer Pernicieuse gevolgen voor de E: Compagnie en deze Colonie scheen na zich te kunnen Slepen daar het doch van het uitterste aanbelang is, dat het Crediet der alhier door nood ingevoerde munt met alle rigueur worde opgehouden, als door een onverhoopt cesseeren van het welk, het te dugten waare, dat er een allerschadelykst wantrouwen onder de burgerlijke zanenleeving onvermijdelijk stond gebooren te worden, en aan de andere zyde de gemakkelijkheid, waarmede de vervalsching der gemelde munt nu al zoo verscheide maalen on„ „dernomen is geworden, zonder dat de auteur daarvan telkens heeft kunnen worden ont„ „dekt, of op eene in rechten best aanbaard wijze overtuigd; en aan de andere zyde het eclat, het welk de redenen der suspicien, die tegens gem: Cruiselbergen opgekomen zijn, onder de ingezete „nen heeft verwekt, zeer veel aanleiding zoude kunnen geeven dat de zodanige, die tot diergelijke snode onderneemingen verder gereegen mogten zijn minder beschroomd zouden worden gemaakt, dezelve te werk te stellen; dan daar de vertoonders /:onder Correctie:/ begrijpen ten dezen door geen rechterlijk gewijsde met opzicht tot meergede Cruiselbergen de no dige mesures te kunnen neemen, hebben zij ver „tooers om de vooraangehaalde redenen vermeend deze zaak, onder exhibitie van alle de daartoe relative stukken en munimenten, te moeten brengen onder het oog en ter Cognitie van uwel Ed: gestr: en E: Achtb: en verzoeken dat het van kwed gestr: en E: achtb welbehagen zijn moge ten belan „ge van denzelven Cruiselbergen zodanig te besluiten en disponeeren, als naa derzelver hoogwijs oordeel, den aart der zaake is vereis„ „de „schende Riet gesw: Clercq. „schende /:onder=tstond:/ 't welk doende /was gete„ „kend:/ P: Hacker, G: M: Cruiwager, Joh=s Brris S: Van Echten H: v: Sittert, I: M: Horak J: M: Bletterman, U:f: van Reede van Oudtshoor /:lager:/ Accordeert /:en getekent:/ R: J: V: d: C: G: Maasdorp, I: G: Meijer, H: J: de Wet Accordeert WVHeeh gem Clercq Vertoond met diepschuldigen Eerbied den onderge„ tekenden gesw: Clercq Uwer Wel Edele Achtb raade in officie gequalificeerd ter waarneminge der zaaken van den landdrost van Zwellendam S' Constant van Nult Onkruijt dat voor nu eenige dagen geleeden door gem Onkruijt van Zwellendam alhier in hegtenis op gezonden zijnde zekere bosjesmans hottentot in naam klynveld, dewelke over 't pleegen van eenige wanbe drijven voornamentlijk bestaande in 't doen van eenig geweld ter plaatze van den burger Laurens Erasmus, verzeld met Ver diefte en andere ongeregeld heeden meer op zwellendam was geappreehendeerd. Dat gem: s' Onkruyt de voorsz: bosjes manshotten tot klynveld in vergaderinge van heemraden tot swellendam bij vertolking van de hottentottinne Caatje hebbende laaten horen blijkens 6 Extract uit de Notulen de dato 26 October 1785 hier aan geannexeerd en welke verhoor door gem:e S' Onkruit in diervoegen ingerigt is ge worden, vermits denzelve bedugt was, dat er alhier niemand zoude zijn die de bosjesmanstaal verstaan zoude, gelyk de ondervinding den onderget: qq zulx ook heeft doen leeren, dat ook de reede is waarom hij bert: zig enkelijk met dat verhoor heeft moeten te vreden houden en waaraan hij de vryheid neemd zig kort heids halve te refereeren, dat de vert: qq 'E feijt door de gevangene klynveld gepleegd /:onder Wel Edele Achtb: Heer EE: Achtb: Heeren Aan den WelEdelen Achtbaare Heere Pieter Hacker President benevens de E: Achtb: raad van Iustitie dezes gouvernement eerbiedige
English
with respectful correction, that it has appeared not to be of such weight as to proceed against him extraordinarily, the more so as there are no proofs at hand that fully prove the deed, and his prolonged detention can already be considered as a punishment, thus serving as a provisional mitigation, yet on the other hand hesitates to set him at liberty, since sad experience has taught all too often that such vagabonds, whenever they get the opportunity again and obtain their free will, then proceed to worse and violent acts; therefore it is that the petitioner in his capacity takes the liberty most humbly to request Your Right Honorable Worships that it may be your pleasure provisionally to place the mentioned Bushman Hottentot Klijnveld on Robben Eijland until such time and while further proofs come to hand that will be able to convict the accused of having merited heavier punishment, or else to dispose thereof as Your Right Honorable Worships in your wiser judgment shall find to be proper; which doing, etc.; was signed: R: I: V: d: Riet in capacity; in the margin: Exhibited in Court the 20 April 1786. Extract from the Minutes kept at the Meeting of Heemraden at Swellendam. Wednesday the 26 October 1785. Was called into the meeting the Bushman Hottentot Klijnveld, who, in answer to what was questioned of him, interpreted into the Bushman language by his wife Caatje, answered: that he had lived with the burgher Erasmus Pietersz, Thus done at Swellendam in the meeting aforesaid; below: in my presence; was signed: A: Blankenstein, Secretary. and had run away from there to Laurens Erasmus, who was to give him some rings and other goods, but this not following, he had run from there to the rogues in the [illegible], who tied him up and brought him again to the mentioned Laurens Erasmus, but coming onto the farmyard, instead of handing him over to the mentioned Erasmus, they had forced him to steal a sheep from the kraal, which he, still being bound, had done, whereupon they untied him and together attacked the often-mentioned Erasmus with violence and had taken from there a daughter of Piet, being one of the rogues, but he, knowing he was doing evil, had not wanted to take part, but was forced thereto by them; that they subsequently also successively stole nearly one hundred sheep from the often-mentioned Erasmus, and of these slaughtered some and stabbed others to death in the field and left them lying; that he subsequently ran to Jacob Joubert, who, in order to mark him, had pinched a piece out of his ear with pincers, which was still visible, wherefore he had run away from there again to those robbers, having thus stayed back and forth now with Joubert and then with the robbers, which latter finally brought him, bound, to Joubert, and the latter brought him again to the Field Sergeant Daniel Marais, who had sent him thither; stating finally that Windvogel and Willem, being Hottentots of the mentioned Joubert, give them food, and that Joubert, even if he sees that they do evil, does not shoot at them because he is good friends with them. below: lived Agrees H: Kier clerk Shows with due respect the undersigned Fiscal pro interim, Gabriel Exter, that about 8 to 10 days ago there came to the undersigned the burgher N: Versveld here, to report as a runaway a slave boy named Mentor of Mosambique, of which boy the honorable first provost marshal reported that same morning that the same boy had been brought to the jail, but so beaten with rods that his backside was entirely flayed of skin, as the declaration annexed hereto further attests; and the prosecutor having made this known to the said master of his, the same was directly requested to be allowed to redeem the boy and have him punished. That the prosecutor, objecting to the aforesaid Versveld that this would be unjustifiable and could not be permitted by him, the prosecutor, and it having further been replied by the same that the boy could be beaten on his back, which he claimed because that boy was the greatest evildoer, it was finally agreed by the prosecutor to have him put in irons; the necessary order having then been given regarding this, the often-mentioned Versveld, on top of this, also ordered a [illegible] Right Honorable Worshipful Sirs To the Right Honorable Worshipful Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope
Dutch transcription
eerbiedige Correctie:/ voorgekomen is, niet te zijn van de gewigt, om tegens denzelven Extraordinair te procede ren, te meer daar er geene bewijzen voorhanden zijn die 't feijt ten vollen probeeren, en zijne langduurige detentie reets als eene straffe kan worden geconsi dereerd, dus tot eene Proersioneele miligatie kan verstrekken, egter aan dien kant om denzelven op vrijd voeten te stellen heesiteerd daar de droevige onder vinding zulx te meermaalen geleerd heeft dat dierge like vagabonden zo wanneer zij weder de occasie krijgen, en hun vrijen wil erlangen als dan tot erger en veldaden overgaan, dierhalven is 't dat den vert q9 de vrijheid neemd Uwel Edele Achtb: zeer ootmae dig te verzoeken, dat 't van derzelver welbehagen zijn moge de gem: bosjesman kotten tot Klijnoel bij provisie te plaatzen ten robben Eijlande tot tyd en wijle nadere bewyzen aan handen komen, die den ged zullen kunnen overtuijgen zwaardere strafje te hebb gemeriteert, dan wel daarover zodanig te sugeeren als Uwel Edelen Achtb in wyzer oordeel bevinden zullen te behooren /:onderstond:/ 't welk doende 8 /:was getekend:/ R: I: V: d: Riet qq /: in margi Exhibiteur en Indicio den 20 April 1786 Extract uit de Notalen gehouden en Deimraden vergade ring te Swillendam Woensdag den 26 October 1785. Wierd in vergaderinge geroepen den bosjes manshol „tenkot Klijnveld dewelke op het aan hem afgevraag in de bosjesmanstaal vertolkt door zijn wijf Caatse antwoorde. dat hij bij den burger Caasmas Pietersz Aldus gedaan tot Swellendam in vergaderinge voormn: /:lager:/ mij present /:was getekend:/ Ad Blankenstein Secretaris. gewoond hadde, en van daar weggeloopen was, naar Laurens Erasinus, die hem wat ringen en ander goed zoude geeven, dog zulx niet volgende van daarnaar de Schelmen in de geloopen was, die hem vastgemaakt en wederom naar gem e Laurens Cras mies gebragt, edog op de werf komende in plaats van hem aan gem: Erasmus overtegeven, hem gedwongen hadden een schaap uit de Craal te steelen 't geen hij nog gevleugeld zijnde gedaan had, waar naa zij hens losgemaakt en tezamen meerm: Erasuus met geweld aangedaan en een dogter van Piet zijnde een den Schelmen van daan gehaald hadde dog hij weetende hij kwaad deede niet had willen mede doen, maar daartoe door hunl: gedwongen wet dat zij naderhand nog successivelijk bij de hon derd schap en van meerm: Erasus gestoolen en daarvan zommige geslagt en andere in 't veld dood gestooken hadd en laaten liggen dat hij vervolgens naar Iacob Loubert is gelopen die om hem te merken met een nijpting een stuk uit zijn oor hadde gekrepen, 't geen nog zigtbaar was, weshalven hy wederom van daar weg naar die rovers gelopen was hebbende zulx over en weder dan eens bij Soebert, en dan eens bij de rovers opgehouden, welken laatsten hem eindelijk gevlengeld bij Jorbert en deze wederom naar de Veldwagtmeester Daniel Harais ge. bragt hadden die hem derwaarts opgezonde hadde Leggende eindelyk dat wind, vogel, en Willem zijnde hotsen totten van geme Loubert aan henl:s kost geeven, en dat Joabert al ziet hij dat ze kwaad doen, niet op hen Schiet om dat hij goed vriend met hen is /:onderstond:/ gewoond Accordeert H Kier gemleren Vertoond met schuldigen Eerbied den onderge¬ tekende pro interim fiscaal Gabriel Exter dat voor omtrend 8 à 10 dagen geleeden bij den ondergetekende zijnde gekoomen den burger N: versoeld alhier, om een slaven Jongen in naame Mentor van Mosambique als gedrost op te geven van welken Jongen, dienzelven morgen 's heeren eersten geweldigen M: rapport gedaan hebbende, dat den zelven Jongen in den tronk was gebragt geworden dog zodanig met roeden geslagen, dat zijn agter ste daarvan geheel en af ontveld was, gelijk de dezer annexe verklaring zulx nader attesteerd; en den R:O: vertoonder zulx aan gem: deselfs lijfheer te kennen hebbende gegeven, werd direc„ „telijk denzelven verzogt, om dien Jongen dan te mogen lossen en laten afstraffen. dat den R: O: vertoonder aan voorm: Versoeld te gemoet voerende, dat dit onverantwoordelijk zoude zijn en van hem vertoonder niet kost toe „gelaaten werden, voorts van denzelven zijnde gere „pliceerd geworden, dat den Jongen op zijn rugge konte geslagen worden, 't geen hij pretendeere om dat dien Jonge de grootste quaaddoender was eindelijk van den vertoonder geaccordeert wierd denzelven in de ijzers te laten slaan, hierover dan nodige ordre gegeven geweest zijnde, heeft den meergem: Versoeld boven dezelven nog besteld een Wel E: Agtbaare Heeren Heeren Aan den Wel E: Achtb: Heer President en raade van Justitie des Casteels de goede hoop band
English
collar around the neck of the boy, with projecting ears attached to it on both sides of the head, and as this was out of order, it could not be permitted by the provost marshal; the said Versveld returned to the Officer of Justice, the Presenter, complaining about it and saying: in this manner the boy will immediately run away again, and who will then be responsible for the costs! And who could have imagined that this saying would also come true so quickly; after a few hours, the boy was on the run again, but (as he himself says:) because he was driven to eat with sticks and blows, and without yet having eaten was brought in the same manner to his designated work, and he would rather wish to be dead than to live like that; which he declared upon his second apprehension. That this entire story would almost make the Officer of Justice, the Presenter, believe that it was expressly fabricated and arranged to achieve the aforementioned Versveld's objective: for the boy had hardly been in the prison when the said Versveld also came to the undersigned, to have complete satisfaction according to his demand, consisting of this: that the boy, because he would be less able to endure it on his buttocks, should be beaten on his back by the kaffirs to his, the master's, satisfaction, until the pieces hung down over the ribs and the ribs themselves were in pieces, and that furthermore the collar and the horns must be put on. It being up to him as master to have his slave, who belonged to him and only cost money, chastised, and to load him with as much iron as pleased him, and that upon refusal of the Presenter to satisfy him in the one as well as the other, he would leave the boy imprisoned at the expense of the Officer of Justice, the Presenter, not to mention the other remarks and unreasonable arguments to his grief. The Officer of Justice, the Presenter, not considering himself authorized to carry out such criminal executions, and knowing even less of any precedents or examples thereof, nor being able to tolerate such impertinences and prescriptions in his office, on the contrary considering it his indispensable duty to counter everything that conflicts with humanity and fairness, has found himself obliged, in order to avoid further unpleasantness and discussions, to declare to the frequently mentioned Versveld that he would bring this matter under the judicial eye of Your Honorable Worships; which the Officer of Justice, the Presenter, also does hereby, respectfully requesting that it may please Your Honorable Worships to take such a resolution regarding this as Your Honorable Worships shall deem appropriate according to the matter, to prevent greater consequences and for the correction of the said Versveld. /:was written beneath:/ Which doing /:was signed:/ G: Exter /:in the margin:/ Exhibited in Court the 3 November 1786. Costs interim 6
Dutch transcription
band om den hals van den Jorgen, met daaraan op bijde zijden van 't hoofd uitsteekende ooren„ en zulx als buiten ordre zijnde, van 's heeren geweldiger niet hebbende kunnen toegelaaten worden; is denzelven versveld bij den R: O: Vertoonder terug gekoomen, zig daarover bekla„ „gende en zeggende: op deze wijze zal den Jongen dadelijk weder drossen, en wie zal dan voor de kosten staan! En wie had zig kunnen verbeelden, dat dit gezegde ook zo Schielijk zoude arriveeren naar eenigen uuren is, den Jongen al weder op den pa geweest, maar (gelijk denzelven zegt:) om dat hij met stokken en slagen tot 't eeten en zonder nog gegeten te hebben op gelijke wijze naar zijn voor hem bestemde werk is gebragt geworden en hij liever wenschd dood, als dasdanig in 't leven te zijn; 't geen hij bij zijne andere gevangenneemen heeft gedeclareerd. dat deze geheele historien den R:O: Vertoon der bijna zoude doen gelooven, dat zulke ex presselijk gefabriceerd en ingerigt was, om voorsz: versveld zijn doelwit te doen bereijken: want den Jongen en huwelijks in den tronk zijnde is denzelven versoeld ook bij den ondergetekende geweest, om naar zijn Eijsch volkoomen Satisfactie te heb „ben, daarin bestaande; dat den Jongen, om dat hij 't op zijn agterste minder zoude kunnen verdragen, op zijn rugge zodanig tot zijn des„ lijfheeren genoegen door de Cassers zoude gesla„ „gen worden, tot dat de stukken over de ribben afhangen en zelve de ribben in stukken waren en dat voorts 't band en de hoorns moesten aar„ gelegd worden. staande 't aan hem als lijfheer, om zijn slaas, die hem toebehoorde en alleenig geld Compareerde voor den wel„ E: Achtb: Heer President en raade van Justitie des Casteels de goede hoop, den pro kost, te doen Casteijden, en met zo veel ijzer te beleggen, als 't hem behaugde, en dat hij by wei „gering van de vertoonder, van hem zo wel in 't een als in 't andere te voldoen, den Jongen, op zijn des R: O: vertoonders reekening zoude laaten zitten, zonder der overigen Propos en onredelijke raesonnementen tot verdrict van denzelven te gedenken. den R: O: Vertoonder van diergelijke Crimi „neele executien te oefferen zig niet bevoegd houden „de, en nog minder eenige voorschriften ofte voorbeelden daarvan kennende, ook diergelijke in „pertinentien en voorschriften in zijn officie niet kunnende gedoogen, ter contrare 't voor zijn in „dispensablo pligt agt, alles met de menschelijk en billijkheid Strijdende tegen te gaan, heeft zig genoodzaakt gevonden, tot vermijding van meer „dere onaangenaamhedens en discussien, aan dik „wijls gem: Versveld te declareeren, deze zaake on„ „der 't regterlijke oog van uwe E achtb: te zullen brengen; 't welk den R: O: Vertoonder mits dezen ook is doende, eerbiedig verzoekende, dat 't uw E: Achtb: moge behogen, hier omtrend een zodanigen besluijt te neemen, als uw E: Achtb: met de zaake overeenkomstig tot voorkoming van grootere gevolgen en Correctie van denzelven Versoeld zullen oordeelen te behooren /:onderstond:/ 't welk doende /:was getekend:/ G: Exter /:in margine:/ ExhibC: en Judicie den 3 November 1786. Kost interim 6