Inventory 4341
Cape · 223 pages · 73 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1618 note signed I: I: Lesueur, and van Oudshoorn, towards seven o'clock this evening, to have proceeded again to the place where the said small vessel ran aground, and found by the measurement of the ship's carpenter here, Jacob de Bruin, and the chief carpenter of the said brig that the water in the ship stood 3 feet high on the ceiling and on port or now the leeward side 14 inches below the deck, subsequently at half past eight o'clock, although previously one could not have seen the keel either, had measured upon the requisition of the aforementioned Gentlemen Lesueur and van Oudshoorn, in the moonlight and by lantern light in our presence, by the aforementioned carpenters, and now found that the garboard strake standing above the keel, still came to stand under water as follows below, namely; 8 feet from the sternpost 9 inches under water At the mainmast 10 inches in the middle between the main and foremast 7 inches At the foremast 3¾ inches 20 feet 8 inches At the stem where the same unites in the scarf with the keel; standing flush with the water. Yet during this our performance it was said very boisterously by the person of the junior merchant Jan Fredrick Kirsten as was learned to be one of the contractors of the contract, that the keel was above water, and among various expressions also came to utter these essential words: Cornelisz, see with your wise eyes and feel with your wise hands the keel, otherwise use two pairs of spectacles, for they seek to take that ship away from the Honourable Company: The undersigned report this to be their finding and experience this evening. Below stood: Cape of Good Hope, at nine o'clock in the evening on the 27 May 1790. Was signed: C v: Veerden, the Knight Duminy, L: Smit, Klaas Keuken, in the margin: in my presence was signed: C Cornelisz and thereunder I confirm the above as far as the aforementioned finding is concerned 1619 is concerned, but regarding what occurred between Gentlemen Cornelisse and Kirsten I understood nothing. Was signed: Jacob de Bruijn. Copy To the Right Honourable Rigorous Lord Cornelis Jacob van de Graaf Governor and Director of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof etc. etc. etc. Right Honourable Rigorous Lord! The undersigned expressly commissioned Sea Captains Christiaan van Veerden, Francois Duminy, Lourens Smith and Claas Keuken, having proceeded for the third time, upon the requisition of the members from the Honourable Respected Political Council, the Gentlemen Lesieur and van Oudshoorn, to the place where the Honourable Company's brigantine vessel the Helena Louisa is stranded, and assisted there by the ship's carpenter here Jacob de Bruin, as one of the oldest and most capable carpenters of the Honourable Company, owing to the absence of master van Eijk in False Bay, and in the presence of the Master of Equipages Cornelis Cornelisz, we were present there this morning at seven o'clock, and found the seams of the garboard strake under the water, E Van Aerssen Agrees. Lit W. Ester 1620 water, but an indication of the keel of the ship being about to be made by a person assisting the contractors, a grain shovel was taken and, wanting to shovel the water away, could however not get the keel visible with the shovel due to the suction of the water, but sometimes for an instant as the shovel passed the garboard strake, the lower seam of the garboard strake was visible, but at the very same moment came under water again; subsequently one felt with the hands under water as far as was possible, and discovered that the garboard strake had parted from the keel, for a length of 21 feet measured from the sternpost forward, furthermore as far as one could see and feel, the garboard strake in pieces and sprung at the rabatted joint; we thus finding ourselves again unable to perform the required accurate examination, we let this serve for today as our respectful report. Below stood: Cape of Good Hope, the 28 May 1790. Was signed: C: V: Veerden, the Knight Duminy, L: Smith, Klaas Keuken, in the margin stood: in my presence was signed: C: Cornelisz: and thereunder: present me was signed: Jacob de Bruijn. Van Aerssen Isere Agrees was signed 1621 Copy Your High Honourable Rigorous having been pleased expressly to commission the undersigned Sea Captains Christiaan van Veerden, Lourents Smith, Wietze de Boer and Klaas Keuken, to proceed on board the brigantine vessel the Helena Louisa lying here in the roadstead, in order there, assisted by the master of the ship's carpenters Mijndert van Eijk, and in the presence of the Master of Equipages Cornelis Cornelisz, accurately to examine the damages and defects which happen to be found on that vessel; stating whether the same could properly be repaired here in the roadstead, in such a manner that that bottom could with safety be dispatched from here to the Netherlands, or whether the same, first for that repair, from here High Honourable Rigorous Lord! To the High Honourable Rigorous Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof etc. etc. etc. Ena Lit. A.
Dutch transcription
1618 briefje geteekend I: I: Lesueur, en van Oudshoorn, tegens zeeven uuren heeden avond, ter plaatse alwaar gemelde Scheepje is gestrand zich wederom vervoegt te hebben, en bevonden door de meeting van den scheeps timmerman alhier Iacob de Bruin, en den oppertimmerman van gem: Brik dat het water in het schip 3 voeten hoog op de buikdelling stond en aan bakboord of nu de leijkant 14 d=m onder 't dek, vervolgens ten half negen uuren, of schoon men ook vroeger de kiel niet hebben kunnen zien, lieten op de requisitie van welgemd: Heeren Lesueur en van oudshoorn, in de maaneschijn en bij Lantaarnen Ligt in onse tegenswoordigheid, door voormelde Timmer= „lieden meeten, en bevonden thans dat de zand= strook boven de kiel staande, nog als hier onder volgt onder water kwam te staan, te weeten; 8 voet=n van de agtersteven af 9 d=m onder water Bij de groote mast. . . . . . . „ 10:—„— in 't midden tusschen de groote en Tokkemast - - - - „ 7. — _ Bij de Tokke mast - - - - - - „ 3¾ —— 20 — „ — 8 — _ Bij de voorsteven alwaar deselve zig in de knoop met de kiel vereenigd; met het water gelijk staande. Dog onder deeze onze verrigting door den persoon van den onderkoopman Ian Fredrick Kirsten /zoo als men heeft vernoomen:/ als een der aanneemers van 't Contract te zijn, zeer opstuirende wierd gezegd, de kiel boven water te zijn, en onder differente be= „woordingen ook deese essentieele woorden kwam uittedrukken: Cornelisz ziet met jou wijze oogen en voelt met sou weijze handen de kiel, ge„ „bruijk anders twee brillen, maar sij zoekt dat schip van d' E Comp:e af te neemen-: Dit berichten de geteekendens hun bevinding en wedervaren heeden avond te zijn. /onderstond:/ Cabo de Goede Hoop, savonds ten Negen uieren op den 27 Maij 1790. /:was geteekend:/ C v: Veerden de Ridder Luminij, L: Smit, klaas keuken, /:in margine:/ ten mijnen overstaan /:was geteekend:/ C Cornelisz /:en daar onder Comfirmeere het boevenstaande zo verre de voorn: bevinding Bij betrefd r 1619 betreft doch weegens 't voorgevallene tusschen de Heeren Cornelisse en kirsten hebbe ik niets verstaan /:was geteekend:/ Iacob de bruijn. — Gpi Aan den Wel Edelen gestrengen Heere Cornelis Jacob van de Graaf Gouverneur en Directeur van Cabo de goede Hoop en den resserte van dien &„a &:„a &=a WelEdele Gestrenge Heer! De ondergeteekendens Expresse gecommitteerde Capi„ „tains ter Zee Cristiaan van Veerden, Francois Duminij, Lourens Smith en Claas keuken, zich ten derde maale, op de Requisitie van de Leeden uit den E agtb: politicquen Raade de Heeren Le„ sieur en van Oudshoorn, vervoegd hebbende, ter plaatze alwaar sE Comp: Brigantijn scheepje de Helena Louisa is gestrand, en aldaar geadsisteerd door den scheepstimmerman alhier Jacob de Bruin, als een der oudste en kundigste s'E Comp: termmer= „lieven:/ mits afweezigheijd van den baas van Eijk in de baaijfals :/ en ten overstaan van den Equipa. „giemeester Cornelis Cornelisz, zoo zijn wij heeden morgen ten zeeven uuren aldaar praesent geweest, en bevonden de naats van de zandstrook onder 't wa„ EVan Aerssen Accordeert. den Lit W. Ester 1620 „ter dog door een perzoon bij de aanneemers adsis „teerende, aanwijzing van de kiel van 't schip zulle „de worden gedaan wierd een koornschop genomen en het water willende wegschoppen, konde echter de kiel door de zuiging van 't water, met de schop niet zechtbaar krijgen, maar zomtijds met een og blik dat de schop de zandstrook passeerde, donder ste naad der Zandstrook zichtbaar was, maar op het zelfde ogenblik wederom onder water kwam„ vervolgens volde men met de handen onder watt zo verre mogelijk was, en ontdtekte dat de zandstra van de kiel was afgeweeken, ter leagte van 21 voete van de agtersteeven naar vooren gemeeten, voorts zo veel men beoogen en voelen konde, de zandstrook stukken en in de haak ontsprongen; wij ons dus wederom buiten staat gesteld vonden om de ver„ eijschte naauwkeurige examinatie te kunnen ver rigten, - laaten wij voorheeden deesen dien voor Eerbiedig rapport /:onderstond:/ Cabo de Goede Hoop den 28 Meij 1790. /:was geteekend:/ C: V: Veerden, de Ridder Dumi„ nij, L: Smith, Klaas keuken, /: in margine stond:/ ten mijnen overstaan /:was geteekend:/ C: Cornelisz: /:en daar onder:/ mijn praesent /:was geteekend:/ Jacob de Bruijn. Van Aerssen Isere Accordeert /:was geteekend) 1621 Copij UW Hoog Ed: Gestr: de ondergeteekendens Capitains ter zee Christiaan van Veerden, Lourents Smith, Wietze de Boer en Klaaskeuken, expres hebbende gelieven te committeeren, om zig te begeeven aan boord van 't alhier ter rheede leggend Brigantijn scheepje de Helena Louisa, om aldaar, geadsisteerd met den baas der scheeps timmerlieden Mijndert van Eijk, en ten overstaan van den Equipage meester Corne= „lis Cornelisz, naauwkeurig te examineeren de schaa= den en gebreeken die zich aandat scheepje komen te bevinden; opgevende of deselve alhier ter reede behoorlijk zoude kunnen worden gerepareerd, zoda„ „nig dat die bodem met veijligheid van hier na Nederland zou kunnen worden, gedepecheert. dan wel of hetzelve, eerst tot die reparatie, van hier Hoog Edele Gestrenge Heer! Aan dene Hoog Edelen Gestrengen Heere Cornelis Iacob van de Graaff, Gouverneur en Directeur van Cabo de goede Hoop en den ressorte van dien &=ra &= a L=a Ena Lit. A.
English
1622 could with peace of mind be sent to Saldanha Bay, and if it should then also be dispatched thither, and to serve as a report thereof, we have, in accordance with the orders, gone on board today and found: externally no damage as far as could be seen, the ceiling planks taken up and inspected as far as one could reach, without discovering any damage. All the commissioners were of the opinion, although no damage or defects were currently discovered on the ship, that the same ought to be careened for safety; except the commissioner Captain Wietze de Boer, who was of the opinion (as he could see or discover nothing to the detriment of the ship) that the same could undertake a voyage to Europe with peace of mind. According to the statement of the officers of the ship, it makes 13 d=m of water twice in a twenty-four hour period. And if it please Your Right Honourable to take heed of the judgment of the other commissioners to have the ship careened, they are of the opinion Agrees Cape of Good Hope, 14 June 1790 /lower:/ as commissioners /was signed:/ C: V: Veerden, L: Smith, W: de Boer, and Klaas Keuken /in the margin:/ in my presence /and signed:/ C: Cornelisz: and alongside /present with me /signed:/ M: van Eijk that the same ought to be sent to Saldanha Bay, since the season of the year would likely prevent this here in the roadstead; and if it is sent to the aforementioned Bay, for greater security, with Your Right Honourable's approval, it would in our opinion be best to let one of the country's boats go along to be able to assist in case of unexpected accidents. Herewith, considering to have fulfilled Your High Honourable's honored intention, the undersigned let this serve as a respectful report. /stood below:/ Van Aerssen Per Copy 1623 The undersigned, having been appointed commissioner by Your Right Honourable, together with C: van Veerde, L: Smit, Klaas Keuken, Mijndert van Eijck, Cornelis Cornelisz Master of Equipage, to go on board the brig ship the Helena Louisa, to investigate the damage that the vessel might have sustained, and whether that damage should be repaired here or in Saldanha Bay, was of the opinion that the brig was found without any defects, and therefore could undertake the voyage from here to the fatherland with complete peace of mind; but as the true reasons for this opinion of his could not be expressed clearly enough in the report, he deemed it necessary to make those reasons further known to the High Government, namely that he, the undersigned, found that as far as all the inner works of the floor timbers, garboard strakes of the keel, along with the To the High Government the Right Honourable Lord Cornelis Iacob van de Graaff Governor and Director of the Cape of Good Hope, together with the Honourable two Lit Y Council. two aft and forward pointers, kelson, its inner ceiling is so joined into one another that one cannot detect the least displacement whatsoever of the one or the other, indeed not even a seam in the entire bilge has opened up in the least, where in my opinion no damage to the keel or garboard strake can be detected to the detriment of being able to make a voyage to the fatherland. Hoping for favorable consideration, the undersigned lets this serve as a further report. /stood below:/ Cape of Good Hope, 16 June 1790. /was signed:/ W: De Boer. Agrees E Van Aerssen Sec 1624 Copy Pursuant to Your High Honourable's resolution of the Council of Policy dated 15 June last, it having been resolved that the brigantine vessel the Helena Louisa, before being able to undertake a voyage to Europe with security, should be sent to Saldanha Bay to be refitted and repaired there as usual under the direction of the Master of Equipage by the master of the shipwrights, the undersigned, in pursuance of this resolution, proceeded thither and have the honor in this to inform Your Right Honourable that on the morning of the 23rd of the past month of July, having arrived in Hoetjes Bay on board the aforementioned vessel, they immediately made a start with carrying out these High Honourable Lord! To the High Honourable Lord Cornelis Iacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and the jurisdiction thereof &c. &c. Commission Lit. Z.
Dutch transcription
1622 na de saldanha Baaij, met geruestheid zou kun„ „nen, en als dan ook behooren te worden te r afgezonden - en daar van te dienen van bericht= zo hebben wij ingevolge de ordres, ons op heeden derwaards aan boord begeeven en bevonden: uit= „terlijk geen schade zo verre men zien konde, de vrue„ „lings planken opgenomen, en gevisiteerd, zo verre men bij konde komen, zonder eenig schaade te ont„ „dekken alle de Gecommitteerdens waren van gevoelen, alhoewel dat men thans geen schaade ofte gebreeken aan het schip ontdekte, dat hetzelve diende gekield te worden, voor zeekerheid; except de gecom„ „mitteerde Capitain wietze de boer, die van gevoe „len was /: terwijl hij niets konde zien of ons dekke ten nadeele van het schip :/ dat hetzelve een verja „ge na Europa met gerustheid zoude kunnen, doen volgens opgaaf van de officieren van het schip maakt hetzelve 13 d=m water 2. malen in een et= maal. — En zo het Uwel Ed: gestr: Gelieve observatie te slaan aan 't oordeel van d'overige gecommitteerdens om het schip te laaten kielen, zo zijn zij van gevoelen Accordeert Cabo de goede Hoop den 14 Junij 1790 /:lager:/ als gecommitteerdens /:was geteekend:/ C: V: Veerden, L: Smith, W: de Boer, en klaas keuken /:in margine:/ ten mijnen overstaan:/ en geteekend:/ C: Cornelisz: en daar bezijden/ mij present /:getee= kend:/ M: van Eijk dat hetzelve na de Saldansa baaij diende gezonden te worden, vermits het jaar saisoen zulx hier ter reede waarschijnlijk zoude beletten en wanneer het na de voorm: Baaij wordt gezonden, tot meerder securiteit met Uwel Edele Gestr: goedkeuring na onse gedagten best zoude zijn, een der Landsboots te laaten meede gaan om bij onverhoopte toeval= „len, te kunnen adsisteeren. - Hier meede gedenkende aan Uw Hoog Ed=e Gestr: geerde intentie te hebben voldaan, laaten d'onder= „geteekendens deesen dienen voor eerbiedig berigt- /:onderstond:/ Van Aerssen Per dat hetzelve Copij 1623 De ondergeteekende door Uwel Ed:e gestrenge agtbaare gecommitteerde geworden zijnde, om beneffens C: van veerde. L Smit. klaas keuken, Mijndert van Eijck, Cor= „nelis Cornelisz Equpagie meester, zig aan boord van 't Brik schip de Helena Louisa te begeeven, om te onder= zoeken na de schade dewelke dat scheepje mogte hebben bekomen, en of die schaade hier of in de saldanhabaaij„ zouden moeten worden gerepareert, is van gevoelen ge= weest dat de briek zonder eenige gebreeken bevonden, en daar om met volle gerustheid de reijze van hier na 't vaderland konde aanneemen, maar dewijl de redenen waare, van dit zijn gevoele, in 't rapport niet duijde„ „lijk genoeg heeft kunnen worden uit gedrukt, heeft hij gemeend die reedenen nader aan de Hoge regeering te moeten bekend maken, namentlijk dat hij onderge„ teekende bevonden heeft, dat zo verre alle de binnewerken van de leggers, sandstrookg van de kiel beneffens de Aan den Hooge Regeering den wel Edele Gestrenge Heer Cornelis Iacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de goede Hoop benevens den E Agtb: twee Lit Y raad. twee agter en vooste sluitbanden, colsaijn, zijn binne wijg„ „ring zodanig in elkandergesloten is, dat men het minste ontwijking hoegenaamd van 't een of ander niet kan ont„ waar worden, ja zelfs geen naad in de gantsche buijk„ delling zig 't minste heeft uitgezet daar zig zo ik mane„ geene schade aan kiel of Landstrook, kan ontwaar wor. „den ten nadeele om een rijze na vaderland te kunnen doen. In hoope van gunstige Weldenkinge laat de onderge„ teekende deeze dienen voor nader rapport- - /:onderstond:/ Cabo de goede hoop den 16. Iunij 1790. /:was geteekend:/ W: De Boer. Accordent EVan Aerssen Sar 1624 Copij Ingevolge uw Hoog Edele gestrengens E Agtbaarens politicquen raadsbesluijt de dato 15 Junij l: l: geresol- „veert zijnde dat het Brigantijen scheepje de Helena Louisa, alvoorens, een reijse na Europa met securiteit te kunnen onderneemen, na de saldanha baaij zou= „de gezonden worden, om aldaar volgens gewoonte onder directie van den Equipagie meester door den baas der scheepstimmerlieden te worden vertien= mert en gerepareert, — zo hebben de ondergeteekende „dens in opvolging deeser resolutie zich derwaards begeeven en hebben in deesen de Eer uw welEdele „gestrenge te berichten dat zij smorgens den 23. der Jongst afgelopen maand julij, in de Hoetjes baaij aan boord van opgem: scheepje gekomen zijnde, maak„ ten direct een aanvang met het uitvoeren deeser= Hoog Edele Gestrenge Heer! Aan den Hoog Edelen Gestrengen Heere Cornelis Iacob van de graaff, gouverneur en Directeur van Cabo de goede Hoop en den ressorte van dien &=a A„o D=r Commissie Lit. Z.
English
1625 Commission, and the following morning the ship was hauled over to port with the starboard side up, and it was found that the keel of the ship was undamaged, but that on the seam of the garboard strake, at the bottom and top from the sternpost forward up to near the mainmast, it was nailed over with three battens, of which one was above the garboard strake and two below alongside one another, with a piece of sheet lead beneath them. The uppermost batten was nailed in an insecure manner; as far as could be determined, there were only three nails that had held the batten and sheet lead at the top, and driven into the wood at most a thumb's breadth. This having been taken off, the sheet lead was removed by the Honourable, Stern Sir CCoomans with his hands without using much force, from between the lowest batten, and as far as could be determined, no nails had been in it, but there were holes in it through which nails could have been driven. The very lowest batten was nailed in such a way that one could pass a hand everywhere between the ship and the batten. The uppermost one, to within about 1½ feet at the front, had not been nailed over the sheet lead, and as far as the lead was exposed, so far had it also parted from the ship and stood out transversely, so that in all likelihood, if the ship had unfortunately remained at sea, it would have lost this batten and sheet lead, and with that off, the ship must have sunk, for the seam of the garboard strake stood open. And there was also found a triangle ten feet long placed in the garboard strake, which filled or enclosed two hooks, with the upper side displaced by about a thumb's breadth and the seams all around open. The aforementioned Honourable, Stern Sir Coomans inserted his hand into the seam everywhere around that piece and the seam of the garboard strake. Subsequently, some jagged bolts were driven into the garboard strake to prevent further displacement of the garboard strake. The ship being hauled up on the other side with the keel uppermost, the seam of the garboard strake was also found to be displaced; jagged bolts were driven in there as well, the ship was caulked and payed where necessary, and subsequently greased, so that after this repair the ship may safely undertake its voyage to Europe. 1626 Copy undertake. This being our findings and actions, we submit this as a respectful report. Below stood: Cape of Good Hope, the 5th of August 1790. Was signed: C Cornelisz, Mijndert van Eijk. Lit A. A. To the Honourable, Stern Sir, Governor, and the Honourable, Respected Council of Policy. Honourable, Stern Sir and Honourable, Respected Sirs! At the meeting of the 27th of the past month of July, the received, most respected letter from the Right Honourable Lords Seventeen, dated 3 December of the past year 1789, having been taken up for resumption, upon the reading of the point concerning the fortifications and buildings, it was submitted by the Honourable, Stern Sir Governor what his Honour thought should serve as a response to that article, which the undersigned is obliged to, and also willingly wishes to leave to the well-aforementioned Lord Governor, in so far as it concerns his Honour, to serve as an account on that point, E Van Aerssen Agrees. but since 1627 but since he nevertheless has had to consider and weigh: 1st. That the aforementioned most venerable letter is not addressed to the Honourable, Stern Sir Governor separately, but to his Honour together with the Council, and that the response should therefore contain both what the Council deems should very reverently be brought to the attention of the highly mentioned Lords Major on their part, as well as what serves from the side of his Honour on that matter. 2nd. That in view of the present very critical circumstances of the Company, and the necessity on which both the High Indian Government and the High and Mighty Lords Major insist, regarding the reduction of the expenses of this government, there ought to be weighed very maturely and with all conceivable care everything that may appear from the orders given to the Honourable, Stern Sir Governor in particular for the construction of the fortifications and buildings, and from the successive previous letters from the most highly mentioned Lords Major, as well as to the High Indian Government, and particularly the restriction which the Right Honourable Lords 17th laid down in the dispatches made with relation to the Military Commission for the Indies regarding the costs that can be expended on the fortifications and other buildings, and the documents left behind here regarding this by the gentlemen of the same Military Commission, to conform as closely as possible with their highest intention and aim, if this must be taken in hand accordingly.
Dutch transcription
1625 Commissie, en smorgens daags daar aan haalde het schip over bakboord met stuurboords zijde boven, en bevonden dat de kiel van het schip onbeschadigt was, maar dat op de naad van de zandstrook onder en boven kant van de agtersteven naa vooren toe tot bij de groote mast bespijkeert met drie Latten, waar van Een boven de zandstrook zat, en twee onder naast malkanderen, daar onder een stuk platloot, — de boovenste Last was gespijkert op een onsecuure wijze, daar waaren zo verre men konde nagaan, maar drie spijkers, die de latt en plat loot boven gehouden hadde en op zijn grootsteen grootduim ingeslagen, in het hout, deese zat afgenomen zijnde, wierd het plat loot door den wel Edele gestrenge Heer CCoomans met de handen zonder veel force te gebruiken, afgehaald, tusschen de onderste Last uit, en zo veel men heeft kun„ „nen nagaan, heeft daar geen spijkers ingeweest, maar daar waaren welgaten in, om spijkers te kunnen doorslaan, de alder onderste last was zoo gespijkerd, dat men de hand over al tusschen het schip ende last konde doorsteeken - de boven„ ste was op circa 1½ voet na, aan de voorkant niet over het platt soot gespijkert geweest, en zoo. verre als het Loot bloot was, zo verre was 'z ook van het schip afgeweeken en stond dwars uijt, dat na alle waarscheijnelijkheid, wanneer het schip ongelukkig is zee gebleeven was, deese last en platsoot, zoude verlooren hebben, en dat daar afzijnde, zoude het schip hebben moeten zinken wand de raad van de zandstrook stond open, en vonden nog een drie hoek lang thien voeten in de Landstrock gezet, die twee haaken opvulden of opsloot, met de bo= „ven kant wel Circa een duijm uitgeweeken en de naden rondom open: de voorm: wel Edele Gestr: Heer Coomans, heeft over al rondom dat stuk en de naadt van de zandstrook, zijn hand in de naadt gestooken; vervolgens hebben eenige takbouten in de zandstrook geslaagen, om verdere ontzettinge van de zandstrook voortekomen. — het schip met de andere zeijde met de kiel boven gehaald, bevon„ den de naadt van de zandstrook ook ontzet, sloe, „gen daar ook takboutjes in, Callevaaten en Cal= „maaijden het schip daar het nodig was, en vervolgens gesmeert, zo dat het schip na deese reparatie gerust na Europa zijne zeijse kan ni onder„ 1626 Copia onderneemen. Dit een en ander ons bevindingen verrigting „zijnde laaten wij deesen dienen voor Eerbiedig bericht /:onderstond:/ Cabo de Goede Hoop den 5 Augustus 1790 /: was ge„ teekene:/ C Cornelisz, Mijndert van Eijk. Lit A. A. Aan den welEdel Gestrengen Heer gouverneur en Edele Achtb: Rade van Politie. Wel Edele Gestrenge Heer en Edele Achtbare Heeren! Ter vergadering van den 27 der even afgeweekene maand Julij, ter resumptie genomen zijnde, de ontfan„ „gene zeer geEerbiedigde Letteren van de Hoog Edele Heeren 1=e in dato 3. ' December, des gepasseerden jaars 1789. wanneer op de voorlezing van het poinct rakende de fortificatien en gebouwen, door den welEdelen Gestr: Heer Gouverneur opgegeeven is ge= worden, het geen zijn wel Ed=e Gestr: meende dat tot rescriptie op dat articul zoude moeten dienen, het= welk den ondergeteekende verpligt is, te moeten en ook gaerne aan wel opgem: Heere gouverneur voor zo verre het zijn wel Ed:e gestr: betreft, wil. overlaten, om ter verantwoor= „dinge op dat poinct te verstrekken, E Van Aerssen Seire Accordeert. dog daar 1627 dog daar hij niet te min wel heeft moeten inzien en overweegen. 1=o Dat de voorm: zeer Gevenereerde Letteren niet zijn gerigt aan den wel Edelen gestrengen Heer gouver„ „neur afzonderlijk, maar aan zijn welEdele gestr: benevens den raad, en dat dus de Riscriptie zo wel zoude moeten vervatten, het geen den Raad oordeeld dat van harent „weegen zeer reverentelijk aan hoogh ged e Heeren majores diend te werden onder 't oog gebragt, als het geen van de zijde van zijn wel Edele Gestr: daar op is dienende. - 2=e Dat in aanschouw genomen zijnde de tegenswoordige zeer na= „denkelijke omstandigheeden der maatschappije, en de noodzakelijk „heid op welke zo wel de Hoge India„ sche Regeering, als de Hooggebie„ dende Heeren majores aandringen, tot vermindering der Lasten van dit gouvernement, wel rijpelijk en met alle bedenkelijke zorgvuldig. heid behoorde te werden overwo= „gen, al het geene zo uit de ordres dewelke aan den welEdelen Gestr: Heere gouverneur in 't bijzonder, tot het aanleggen der fortifficatien en gebouwen mogten zijn gegeeven, en uit de successive vorige aanschrijvens van Hoogstgede. Heeren Majores, ge„ „lijk meede aan de Hoge Indiasche Regeering, mitsgaders wel voorna„ „mentlijk de bepaling, welke de Hoog Ed e Heeren 17=e bij de gedaane aanschrijvens met relatie tot de militaire Commissie voor Indien, nopens de kosten die aan de for= „tificatien en andere gebouwen kun„ „nen g'impendeert en de dienaan „gaande door de Heeren van deselve militaire Commissie alhier nage„ „laatene stukken, zal blijken, zo na mooglijk met hoogst derselver intentie en oogmerk over een te ko= „men, in dien Conform bij der hand genomen werden moet. met Ee
English
1628 3rd. That in everything that has been undertaken thus far with regard to the fortifications and other buildings outside the new hospital, and which still continues, the Council has not had the least knowledge or granted consent, but that the same has occurred solely and still proceeds on the order and pleasure of the more-mentioned Lord Governor alone. 4th. That it is true that the undersigned, together with the whole Council, ought to rely, as he also declares with full confidence to do, upon the skills which the more-mentioned Lord Governor possesses par excellence in the construction of fortifications, not being able to refrain from at the same time according to his Right Honourable the praise of displaying all possible zeal in that regard, whereas such skills cannot in the least be presupposed in the members of the Council; yet that it is no less true that, as the members of the Council are held responsible by their Lords Masters regarding the undertaking and execution of the projected improvements and alterations in the fortifications and buildings, they should then also, in order to be able to answer in the Council in that respect, beforehand consider and decide in what manner that which has been projected, whether in whole or in part, ought to be executed in accordance with the order and intention of the Lords Masters. 5th. That also with relation to the construction of the new Hospital, because the craftsmen and other workers projected for that work have been employed in the construction and improvement of the fortifications, and still continue thereat, which has been 1629 one of the principal motives by which one has seen oneself placed in the necessity of contracting out the construction of a part of that institution to private individuals, having been compelled thereto, on the one hand, to meet the lack of accommodation both for the sick and for the troops on hand, and on the other hand, at the demonstration of the well-mentioned Lord Governor, because, in view of the then condition of the fortifications and the urgent necessity to remedy and fulfill the defects therein, the mentioned craftsmen and workers could not yet be taken from the fortifications and put to work on the completion of the Hospital, the undersigned fully trusts that the more-mentioned Lord Governor will have sufficient reason at hand to account to the Most-Mentioned Lords Masters regarding the employment at the fortifications of the aforementioned craftsmen and workers who had been projected for the construction of the Hospital, as being at the same time the basis for the joint accounting of the Council regarding the partial contracting out of the Hospital construction to private individuals. Thus the undersigned cannot refrain from /: and he hopes that this may be taken in good part :/ remarking and submitting for consideration the urgent necessity that, for the reasons adduced above, the sooner the better it be further taken into consideration to what extent, as well as in what manner, to reduce the important costs and burdens for the Company, the fortifications and other buildings currently in hand shall provisionally, until further orders, be continued or not, being obliged to testify that he, for his part, is persuaded that the neglect thereof cannot in any way be accounted for to the Highly Respected Lords Masters, and thus must leave the responsibility in this regard to the well-mentioned Lord Governor and such other members of the Council as might adhere to any other view in this regard; whilst he at the same time requests that these his considerations, with relation to the above-mentioned, in part already resumed, highly revered missives of the High and Noble Lords Seventeen, may be joined to, or behind, that which the well-mentioned Lord Governor has been pleased to submit that should serve as rescription to the aforementioned point concerning the fortifications and buildings. /: was signed :/ Cape of Good Hope, the 3rd of August 1793 Van Aerssen Agrees. O. G. de Wet. 1631 Lit. B. B. Memorial of considerations and justification on the writing, submitted in the form of a protest by Mr. de Wet, Member of the Council of Policy, unexpectedly in Council on the 3rd of August of this year; containing various insinuations against the undersigned Governor, and further that, in the view of Mr. de Wet, the work for the improvement of the fortification works in this Government ought to be suspended in order to reduce the burdens, although that work has been undertaken and thus far performed pursuant to the very ample commission and the explicit written orders of the Military Commissioners, the Gentlemen Vaillant, Verheull, and Gravestein, left behind here, and moreover not otherwise than with the foreknowledge of this Council, and even without any increase of expenditure beyond that with which it was already undertaken and thus far carried out before the arrival of the well-mentioned Gentlemen Commissioners, indeed even from after the latest war onwards. In order to discharge with order the task thus once again laid upon the shoulders of the Governor by that writing.
Dutch transcription
1628 3:e Dat in al het geene tot dus verre niet betrekking tot de fortificatien, en andere gebouwen buiten het nieu„ „we hospitaal is ondernomen, en nog continueert, den raad geende minste kennisse gehad ofte toe„ „stemminge verleend heeft, maar dat hetzelve alleen is geschied en nog voortgaat op ordre en goed= „vinden van meergem: Heer gouver= „neur alleen. 4„o Dat wel is waar, den onderge„ „teekende benevens den gantschen raad behooren te rusten, gelijk hij ook met volle ruimte verklaard te doen, in de kundigheeden die meer gem: Heere Gouverneur in den aan= „leg der fortificatien bij excellentie bezit, zig niet onthouden kunnen= „de zijn wel Ed: gestr: teffens den lof toe te kennen, van daar omtrend allen mogelijken ijver te betoonen, hoedanige kundigheeden daar en tegen in de Leeden des Raads geenzints kunnen worden veronder ondersteld, dan dat het niet minder waar is, dat, werdende leeden des raad bij hunne Heeren meesteren verant¬ woordelijk gehouden nopens het on- derneemen en volvoeren der gepro„ „jecteerde verbeeteringen en verande„ „ringen in de forteficatien en ge= „bouwen, deselve dan ook om deswee„ „gens in der Raad te kunnen repon„ „deeren, vooraf zouden dienen te overweegen en besluiten, hoedanig het geene geprojecteerd is, het zij geheel of ten deele overeenkomstig de ordre en intentie der Heeren Meesteren diende te werden gexe- „cueteerd. — „ 5. Dat almeede met relatie tot den opbouw van het nieuwe Hospitaal, dewijl de ambagts lieden en verdere Arbeiders tot dat werk geprojec= „teerd geweest, tot den aanlegen verbeetering der vesting werken zijn gemploijeerd gewoerden, en nog daar bij continueeren, het geen steld een 1629 een der voornaamste motiven is geweest, door welke men zig in de noodzaakelijheid heeft ge„ steld gezien, om de Extructie van een gedeelte van dat gestigt aan particulieren aan te besteeden, daar toe gedrongen geworden zijnde, aande eene kant, om het gebrek te vervul„ „len tot berging zo derzieken als van de aan handen zijnde Troupes en aan de andere kant, bij de mon„ „stratie van wel opgem: Heere Gou„ verneur, om dat gemerkt den doemaligen Toestand der fortifi„ „catien en de dringende noodzaa„ „kelijkheid om de gebreeken daar aan te remedieeren en te vervullen. de gend: Ambagtslieden en arbei„ „ders noch niet van de fortificatien afgenomen en aan de voltooing van het Hoppitaal te werk gesteld konden worden, den ondergeteekende volkomen vertrouwt dat meer„ „gem: Heere gouverneur voldoende reeden aan de hand zal hebben om zig nopens het emplooij der voormelde tot den opbouw van het Hospitaal geprojecteerd geweest zijnde Ambytslieden en arbeiders aan de fortificatien, bij Hoogst ged:e Heeren meesteren te verant= woorden, als tevens de basis zynde tot meede verantwoording des raads nopens de gedeeltelijke aanbe„ „steeding van 't Hospitaals op„ „bouw aan particulieren. — zo kan den ondergeteekende niet voorbij, /: en hij hoopt dat hem zulx ten goede mag worden geduid:/ te remarqueeren en in consideratie te geeven, de dringen„ „de noodzakelijkheid dat men om de vooren bijgebragte reedenen, hoe eer hoe liever nader in overweeging neeme in hoeverre, mitsgaders op welke wijze, tot vermindering der importante kosten en Lasten voor de maatschappje, met de heeden Eonder 1630 onder handen zijnde fortificatien en anderen gebouwen, tot nader ordre, provisioneel al, ofte niet zal werden gecontinueert, verpligt zijnde, te betui„ gen, dat hij voor zich, gepersuadeerd is, het nalaten van dien, geensints bij Hoogged:e heeren meesteren te kunnen verantwoorden, en dus de verantwoording desweegens te moeten overlaaten aan welgem: Heere gou„ „verneur en zodanige verdere Leeden des Raads, als hier omtrend in eenig ander begrip zouden mogen vacee= „ren; terwijl hij tevens versoekt dat deese zijne Consideratien, met celatie tot de bovengem: ten deelen reeds ^ zeer gevenereerde geresumeerde aanschrijvens der Hoog Ede Heeren 17„e gevoegt mogen cor: „den bij, of agter het geene wel op= „gemelde Heere Gouverneur heeft gelieven optegeeven dat tot Rescriptie op het voormelde poinct, raa „kende de fortificatien en gebouwen zoude moeten dienen /:was geteekend:/ Cabo de goede Hoop den 3 Augustus 170 Van Aerssen SSevn Cabo Accordeert. O: G: de wet. — 1631 Lit. B. B. Memorie van Consideratien en verantwoordinge, op de schriftuure, bij forme van protest door den Heer de Wet, Lid des Raads van Politie, den 3:e Augustus deezes Iaars, op het onverwagst in Raade overge„ „legd; — houdende onderscheidene In„ „simulatien, teegens den ondergeschree„ „ven Gouverneur - en wijders, dat„ na inzien des Heere de Wet, den Arbeid ter verbeteringe der Fortifi„ catie werken in dit Gouvernement, om de Lasten te verminderen, behoor„ „de gestaakt te worden - ofschoon dat werk, ingevolge den zeer Am„ „pelen Last, en de uitdrukkelijke „schriftelijke ordres van de Mili= „taire Commissarissen, de Heeren Vaillant, verheull, en Grave„ „stein, hier nagelaten; en bovendien ook niet dan met voorweten deezes Raads, en zelfs zonder eenige vermeerdering van omslag, als waarmeede reeds voor de komst van welgemelde Heeren Commissarissen, Ja zelfs van na den Iongsten Oorlog af, ondernomen en tot dus verre verrigt geworden is. Om den Taak, door dat schrif„ „tuur den Gouverneur, dan al weder op den Hals gelegd, met ordre aftedoen.
English
1632 to settle, the same will take up, point by point, from the aforementioned protest, in order to truthfully lay before Your Honorable High Mightinesses his conduct maintained in this matter, and to account for himself in that regard. However, what the actual aim of the Honorable de Wet currently is, to make the work of the council in general so difficult, and to attack the Governor at every turn whenever that gentleman merely thinks he sees an opportunity to do so, will provisionally be left to his own conscience; yet in the hope that Your Honorable High Mightinesses, seeing the conduct that the Honorable de Wet has maintained for a considerable time in the handling of affairs, whereby the work has not only been made difficult, but has also been considerably delayed; which surely can be nothing other than prejudicial to the service of the masters, and whereby the so salutary and so necessary harmony among the members of the Council is also already very notably diminished, indeed almost entirely broken; in that hope, I say, that Your Honorable High Mightinesses, seeing this, will at some time hold the Honorable de Wet accountable for it. The Honorable de Wet has used the word given up here very Yet for better elucidation, the protest is attached hereto verbatim, and those periods on which the undersigned Governor has thought it necessary to justify himself in particular, as the same are marked with letters at the end of each section in the aforementioned attached protest, will now be taken up here. Looking attentively at the aforementioned so-called protest, it immediately appears that it mainly has the purpose, once again, of odiously portraying the Governor's conduct in the eyes of his Masters, indeed even of presenting his conduct in the handling of affairs to the same as improper and arbitrary; one needs only to inspect the first period to be immediately convinced of it. N3 to a 1633 improperly (not to give it a hateful name), probably to make it appear as if the Governor merely gave up the rescripts to the most esteemed letters of the Gentlemen Majores, and as if the aforementioned rescripts were usually made solely according to his own discretion. It would therefore have been much more proper of that gentleman to have made use of the word proposal or proposed, since the point on which the rescript in this case had to fall, as well as all other points, is presented or proposed by him, the Governor, in the council, and as was also done by him regarding this point in the full council. Whereupon, after the deliberations thereon have been held, and the rescripts on the points have been determined, the same are then brought into the form of a resolution by the Secretary, the resumption having passed and having obtained sanction, and only then is it determined what must be written back to our Lords and Masters. This proposal (or this giving up, as the Honorable de Wet calls it) having thus been done in the full Council by him, the Governor, the ordinary form was thus observed and done according to order; indeed, all the present members acquiesced in the aforementioned proposition, and the Honorable de Wet did not speak a single word for or against it. What does the Honorable de Wet mean by this, readily wishing to leave to the Governor that which concerns him, the Governor (in particular)? Does that mean anything other Is it then permissible in government to treat matters in such a manner: to concur in the proposals of the Governor or president, at least tacitly, since he who remains silent consents; furthermore, at the resumption, to hear the resolution read, to say nothing in response, and then just abruptly lay such a document upon the table, with the desire to read it immediately and have it annexed to the resolution? giving then b. 1634 than willingly to leave to the Governor that which is the Governor's? That is surely nothing more than reasonable and fair, and that gentleman must indeed do so, willingly or unwillingly; but might the Honorable de Wet not have felt something else in his heart here? Could it also be unwillingly And who prevented the Honorable de Wet in council from his insight and his deliberation? From what has already been said here, it is clear that the Honorable de Wet here once again seeks to insinuate against the Governor, as if he, the Honorable de Wet, had not been able to inspect or deliberate. He could surely have done so, but he did not do it, or he at least did not say what his Honor then saw or deliberated, for he remained silent. What a far-reaching and singular insinuation this point contains: were the letters addressed to him, the Governor, alone, he certainly would not have made a point of deliberation out of them in council, ergo. And what, during those deliberations, d. How finely the Honorable de Wet displays here the sensitivity of his heart over the unfavorable state of the Company, his diligence in that regard, his subordination, and his obedience! Did the Governor not have that same This then, once again, being entirely beside the mark, what can the man's intention be here? Surely something completely different from what his Honor says he aims for here. Who contradicted that? Who wanted to prevent that? And if that was neither contradicted nor prevented, what does that gentleman mean to say here? Or does his Honor wish to insinuate that against the Governor, or make it appear to his masters as if his Honor had once again been prevented therein by the Governor? gave occasion to the Honorable de Wet to claim here: that while a resolution had to be made on behalf of the Governor and council, the council also had to advise on what it considered should be brought to the attention of the Gentlemen Majores. to not be. c.
Dutch transcription
1632 aftedoen, zal denzelve, poinct voor poinct uit het voorn: protest op„ neemen — ten einde zijn gehouden gedrag in deeze dan ook weder, aan Haar welEdele Hoog Achtb„ na waarheid open te leggen, en zig daarop te verantwoorden. Dan, wat het eijgentlijk but des Heere de wet thands is, om het werk des raads in 't generaal zo moeijelijk te maken, en den Gouverneur telkens, als dien Heer daartoe maar eene gelegentheid meend te zien, zo aan te vallen, zal men provisioneel aan zijne eijgene Conscientie overlaten; — maar in die hope echter; dat Haar WelEdele Hoog Achtb:, in= „ziende het gedrag dat den Heere de wet zedert al een geruimen tijd, in de behandelinge der zaken heeft gehouden, waardoor 't werk niet alleen moeijelijk gemaakt, maar ook aanmerkelijk vertraagd is geworden; dat zekerlijk niet an„ „ders dan prejuiabel voor des meesters dienst weezen kan, en waardoor de zo heijtzame en zo „nodige harmonie onder de Leeden des Raads ook reeds zeer notabel vermindert, ja genoegzaam geheel verbroken is — in die hope, zeijde Den Heere de Wet heeft het woord van opgegeeven hier zeer Dan tot beter elucidatie is het protest, verbotenus hiernevens ge„ „voegd - en zal men die Periodes, waarop den ondergesz: Gouverneur gemeend heeft zich uit bijzonder te moeten verantwoorden — zo als dezelve aan't einde van ieder afdeelinge in het voorn: hier„ bij gaande Protest met Letters gequoteerd zijn, alhier un dan opneemen. - Het voorschr: zogenaamde Protest met opmerkzaamheid inziende, doet zig terstond voor, dat het meest als weeder ten doel heeft, om des Gou„ „verneurs conduites, in de oogen van zijne Meesters hatelijk afte„ „schilderen — Ia zelvs, om zijn gedrag in het behandelen der zaken, als onbehoorlijk en als willekeurig aan Hoogst dezelve voortestellen; men behoeve de Eerste periode slechts intezien, om daarvan al dadelijk overtuigd te worden. - ik, dat Haar Wel Edele Hoog achtb: zulx inziende, t' eeniger tijd, den Heere de Wet daarvoor verant„ „woordelijk zullen stellen. — N3 ten a 1633 ten onregte /:om er geene hatelijke benaming aan te geeven:/ gebeezigd, waarschijnlijk om te doen voorkomen, als of Gouverneur de Rescriptien op de zeer Geëerde Brieven der Heeren Majores, zo maar opgaf, en als of gewoonlijk de voorsz Rescriptien zo maar alleen na desselvs goedvinden wierden gedaan. Het zoude dierhalven veel ho„ „netter van dien Heer geweest zijn, zich te hebben bediend van 't woord voordracht of voorgedra„ „gen — daar het poinct waar„ „over ten deeze de rescriptie moest vallen, zo als ook alle andere Poincten, door hem Gouverneur in raade worden voorgesteld, of voorgedragen - en zo als ook omtrend dit poinct door hem in den vollen raade gedaan is. - wanneer, na dat de deliberatien daarover gehouden, en de rescrip tien op de poincten zijn bepaald, dezelve als dan door den Heer Secretaris in de form van eene resolutie worden gebracht, de resumptie gepasseerd zijnde, en sanctie verkreegen hebbende, dan eerst bepaald, wat aan onze Heeren en Meesteren moet worden gerescribeert. Deeze voordragt /: of dit op„ Wat wil de Heer de Wet hier meede zeggen, aan den Gouverneur gaarne te willen overlaten, dat geene hem Gouverneur /: in't bij„ zonder:/ betreft" Is dat iets anders beteekenen, Is het dan geoorloofd in Regeeringe, om op zulk eene wijze de zaaken te behandelen = te Concurreeren. in de voorstellen van den Iou„ verneur of president, ten mins¬ ten tacité; daar die zwijgt con„ senteerd; — voorts bij de resump tie, de resolutie te hooren Leezen, niets daarop te zeggen, en dan zo maar raauwelijks dergelijke schriftuur ter tafel over te leggen — met begeerte, die immediaat op te leezen, en bij de resolutie te doen voegen: geeven:/ zo als de Heer de Wet dat doopt:/ in vollen Rade door hem Gouverneur dan alzo gedaan zijnde, is dus daarbij de ordinaire form geobserveerd, en na order gedaan zelfs is in voorn: propositie door alle de praesente Leeden geacquies„ ceert - en den Heere de Wet heeft daarin geen woord voor, nog tegen gesproken.- „geeven dan 6. 1634 dan aan den Gouverneur Goedwillig over te laaten, dat 's Gouverneurs is Dat is immers niet meer dan reedelijk en billijk, en dat moet dien Heer Gaarne of on„ „gaarne dus wel doen — maar zou den Heer de Wet hier niet iets anders in zijn hart gevoeld hebben ? zou het ook ongaerne En wie heeft hem Heer de Wet in raade zijn inzien en zijne overweging belet. uit het geene hier reeds gezegd is, blijkt immers, dat den Heere de wet hier dan ook al weeder den Gouverneur zoekt aan te duiden, als of hij Heer de wet niet had konnen inzien, of overweegen. — Hij kon het immers hebben gedaan, maar hij deed het niet, of hij zeide ten minsten niet wat zijn Ed: toen inzag of overwoog, want zweeg stil. - wat eene vergaande en singuliere Insimulatie vervat dit poinch: waaren de Letteren aan hem Gouverneur alleen gerigt, zou hij er zeeker in raade geen poinct van deliberatie van hebben ge„ „maakt, ergo. En wat heeft bij die deliberatien d. Hoe fraaij etaleerd hier den Heer de wet de gevoeligheid van zijn hart, over den ongunstigen staat der Maatschappij — zijne zorg„ vuldigheid desweegens, zijne on= „dergeschiktheid en zijne gehoor„ „zaamheid! Heeft den Gouverneur dat zelve Dit dan alweder geheel bezijden deschreef zijnde — wat kan dan hier 's mans oogmerk zijn. .- zeeker geheel iets anders dan het geene zijn Ed: hier zegd te beoogen Wie heeft dat tegengesproken ? wie heeft dat willen beletten: en als dat dan noch tegengesproken, noch belet is, wat wil dien Heer hier dan zeggen? of wil zijn Ed„ Achtb: den Gouverneur dat Insi„ „muleeren ? — of aan zijne meesters doen voorkomen, als of zijn Ed: daar„ „in door den Gouverneur ook al weder belet geworden was. .- aan den Heere de wet doch aanleij„ „dinge gegeeven, om hier te beweeren: dat terwijl 'er van wegens Gouver= „neur en raade moest worden ge„ „resolveerd de raad dan ook moest adviseeren, het geene deselve vor„ „deelde aan de Heeren Majores moest worden onder 't oog gebracht. aan niet zijn. C.
English
1635 not said in that meeting. Did he, for those reasons, and even beforehand, not propose in council. To see whether one could not reduce expenses, did he not propose in that regard, as appears from the resolution of that day, to place the matter of that work on the fortifications once more into the hands of the Chief of Engineers, Colonel Gilquin, in order that that gentleman might submit his considerations, whether and in what manner that which had been established to be made and executed on the fortifications immediately, could be done with more economy, in order to serve the Council anew with his considerations and report thereon. Did he, the Governor, furthermore on that occasion not submit in council, and was this proposal of his not also approved, as also appears from the aforementioned resolution of that day, to not yet contract out for the present the remaining part or the last wing of the Hospital yet to be built, but that, in view of the present precarious state of the Company, one first had to await further orders for that purpose! And did he, the Governor, not also add thereto, that one also ought to curtail as much as possible, even of the works for the improvement of the fortifications approved by the Gentlemen Commissioners to be undertaken in the first period, among other things to provisionally omit powder magazines and so forth, however necessary they might otherwise be: but that he believed that one had to proceed with the building of Bastion Coehorn, upon which the security and the defense of this important Establishment depended so much, and the further completion of the Improvements and repairs of the Chavonnes Battery; that one would otherwise hold oneself accountable, while both of these works were judged the most necessary to be executed by the Gentlemen Military Commissioners, and according to their orders left to us, had to be taken in hand without loss of time, immediately; of which he, the undersigned, was also fully convinced 1636 convinced! What, then, can be the cause here that Mr. de Wet, in particular, wishes to appear so concerned here, overlooking that which had already been done therein by the council by resolution? And what, indeed, can be the actual reason for this peculiar view or perspective, and the considerations and protesting of that gentleman yet again! The separate orders; or rather, the orders to him, the Governor, according to the charge of his Masters, were presented to him by the Gentlemen Vaillant, Verhaell, and Gravenstein, and those are contained in the precis drawn up by those aforementioned Gentlemen Military Commissioners during their presence here; just as he laid the same open in council in due time, and indeed shortly after the departure of the aforementioned Gentlemen Commissioners, and read them out to the members there, with a statement of the necessity, and also of the positive orders, to have to proceed accordingly, and in which one then also acquiesced at the time. At that time, all the memoranda and established plans were also further presented by him, the Governor, to the table of the council, both for the improvement of the organization of the Hospital, of the Nursery, for the scale of pay of the Troops, and other military orders. Indeed, even before that time, he, the Governor, did not desire that any earth should be moved before he had presented in council the orders left to him in that regard by the aforementioned Gentlemen Commissioners, and the members had knowledge thereof, although the Captain Engineers van de Graaff and Thibault had already made representations to him a few days before that one wished to know such, while the fortification work around the Castle, likewise according to the approval of the Gentlemen Military Commissioners, was almost finished, and on which further work ordered by their Honors was then also not begun until after the reading of the said precis had taken place in council. Indeed state
Dutch transcription
1635 niet in die vergadering gezegd. - heeft hij om die reedenen, en zelfs al van te vooren, niet voorgesteld in raade. Om te zien of men geene onkosten verminderen kon, heeft hij deswe„ „gen niet voorgesteld, blijkens de resolutie van dien Dag, om het poinct van dien arbeid aan de vesting werken nog nader weder te stellen in handen van den Chet van de Genie den Colonel Gilquin, ten einde dien Heer zoude opgeeven zijne consideratien, of en op welke wijze, het geene er vastgesteld was, dat dadelijk aan de vesting werken, moet ge= maakt en geexecuteerd worden, met meer menagie zoude kunnen geschieden, om den Raad op nieuw, weder daarop te dienen van zijne consideratien en be„ „rigt= Heeft hij Gouverneur ook al wijders ter dier gelegentheid in raade niet voorgedragen, en is deeze zijne voordragt ook niet goedgekeurd, blijkens al meede uit voornoemde resolutie van dien dag, omme het nog overige gedeelte of de laatste nog te bouwen Vleugel van 't Hospitaal voor als nog niet aan te bestee„ „den, maar dat men aangezien den thands bedenkelijken toestand der Comp: eerst nader ordres daartoe moest afwagten! En heeft hij Gouverneur 'er ook nog niet bijgevoegd, dat men ook, zelfs van de werken tot verbeete= „ring der fortificatien, in 't eerste tijdvak, door de Heeren Commissa„ rissen goedgevonden, om onder han„ „den te neemen, zo veel mogelijk behoor„ „de aftesnijden - onder anderen om Sulver magazijnen &=a, hoe nodig die ook anders waaren, provisio= neel agter te laaten: maar dat sij vermeende, dat met het bouwen van 't Bastion Coehorn, waar„ aan de veijligheid en de verdediging van dit important Etablissement zo veel afking, en het verder afmaken der Verbeeteringen en reparatien van de Batterij Chavonnes moest worden voortgegaan; dat men zig anders verantwoordelijk zoude stellen — terwijl deeze beide stukken, het allernodigste te extrueeren waaren geoordeelt, door de Heeren Militaire Commissarissen, en volgens hunne aan ons nagelate „ne ordres, zonder tijd verzuim, ten eersten onder handen genomen moesten worden; waarvan hij ondergeschreevene ook ten vollen „den Overtuigd 1636 overtuigd was! wat kan de oorzaak hier dan =weezen, dat den Heere de Wet, in 't bijzonder zig hier zo zorgelijk wil doen voorkomen, met voorbij zieninge van't geene reeds door den raad bij resolutie daarin was gedaan ? en wat kan dog dan de eijgentlijke reeden van dit bijzonder gezigte of inzien, en overweegingen en protesteeringe van dien Heer al weder zijn! De afzonderlijke ordres; of liever, de ordres aan hem Gouverneur volgens den Last zijner Meesteren zijn aan hem door de Heeren Vaillant, verhaell, en Graven„ „stein overgelegd, en die zijn vervat in het Precies door die Heeren Militaire Commissarissen voorn. bij derzelver aanweezen alhier daargesteld; — zo als hij op zijn tijd dezelve in raade, en wel even na het vertrek van welgemelde Heeren Commissarissen opengelegd, en aldaar de Leeden voorgeleezen heeft — met voor„ „dragt, van de noodzakelijkheid, en ook van depositive ordres, om daarna te moeten te werk gaan — en waarin men des tijds dan ook berustte. Te dier tijd wierden door hem Gouverneur ook al verder ter Tafel van den raad overgelegd, alle de memorien en vastgestelde plans, zo ter verbeetering van de inrigting van 't Hospitaal - van de Pepiniere, — voor den voet van betalinge de Troupes, en andere ordres den Militairen Ja zelfs heeft hij Gouverneur voor dien tijd niet begeerd, dat er aarde geroerd zou worden, voor dat hij de ordres aan hem door welgem: Heeren Commissarissen desweegens nagelaaten, in raade overgelegd hadde, en de Leeden daarvan ken„ „nisse droegen — ofschoon de Capi„ „teinen Ingenieurs van de Graaf en shiebault denzelven al eenige dagen daar te vooren repraesenta„ „tien hadden gedaan, dat men zulx wenschte te weeten, ter= „wijl den fortificatie arbeid om 't Castel, almeede volgens goed„ keuringe der Heeren militaire Commitsarissen, bijna afgedaan was - en aan welk verder werk door hun welEdelens geordonneert, dan ook niet eerder begonnen is, dan nadat Lectuure van het ged: praecies, in raade was gedaan. — Ja Staat
English
1637 F S state concerning for the establishment of the Artillery Corps as well as for the National Battalion, and a plan for a new arrangement for the convalescents, Sailors at the Line, etc., with instructions to the Secretary to circulate the latter pieces among the Gentlemen Members of the Council; while he, the Governor, was of the opinion that regarding the Hospital, regarding the nursery, and concerning the establishment for the national Battalion, some points ought to be introduced provisionally for better management and for frugality, conforming to what he, the Governor, had agreed in that regard with the Gentlemen Commissioners and had been determined in their recent correspondence. In this entire tirade, Mr. de Wet principally aims, as it appears more than probable to the undersigned Governor, to attack him with the clause contained in the orders of the Gentlemen 17 addressed to this Government and brought here by the Gentlemen Commissioners. This was also brought immediately to the attention of the Gentlemen Commissioners during their presence here, just as the undersigned has repeatedly done to the Gentlemen Members of the Council, and from which, according to the assertion, closer inspection, and consideration of Mr. de Wet, it would follow that one must act according to the letter of the orders of the Gentlemen Masters, and thus holding the expended costs brought over here aforesaid, that the costs to be expended for the execution of the orders or plans which the Gentlemen Commissioners, according to their instructions, would immediately establish for the improvement of the fortifications etc., should not be permitted to run higher than the sum of money which in the 10 past years, from 1771 to 1781, amounted to for each year for this Government; Which would be precisely over a lapse of time that nothing, at least nothing noteworthy, was done here to the Fortifications. 1638 must take the costs over that lapse of time as a basis, and from which it thus further follows that, according to the plan definitively left to us by the Gentlemen Commissioners, nothing more should then be done to the fortifications. Could that now have been the intention of the Gentlemen Masters? Surely not! And I have repeatedly pointed that out to Mr. de Wet in council, and how incongruous such an assertion was; but all in vain: one had to protest against it with that writing; this brainchild of his had to come forth! And that Gentleman, whom according to all appearance one must assume presently sets the tone for some of the other Members, seems by that way to have devised yet another new difficulty to embarrass the Governor, to delay matters, and to bring them more and more into confusion. The further verbiage contained in this point will just be passed over; the confusion that reigns therein, of doing and not doing, sufficiently shows what sentiment Mr. de Wet himself seems to have had regarding this conduct of his. I shall only permit myself then, with relation to this period, Most Noble and Right Honorable Gentlemen, having also inspected and considered more closely the assertions of Mr. de Wet, to compare them with the ample mandate given to the aforementioned Gentlemen Military Commissioners and the authority granted to them therein. And that those Gentlemen during their presence were aware that over the years from 1771 to 1781 nothing was done here to the Fortifications; but that those Gentlemen regarded those orders as nothing other than that they were established by chance by Your Most Noble and Right Honorables to determine the yearly costs to be expended on the Fortifications; so that those Gentlemen also made no difficulty about allowing the aforementioned work to proceed; but in order not to let the costs annually run too high, as well as for other good reasons contained in the orders they left to us, divided that work into periods, and ordered us to proceed to work thereafter without delay of time. 1639 not to let them run too high, as well as for other good reasons contained in their orders left to us, divided that work into periods, and instructed us to proceed with the work thereafter without loss of time. That furthermore, all those documents and orders left to this Government in that regard, and established by the aforementioned Gentlemen Commissioners, were already respectfully submitted months ago to His Serene Highness, the Prince of Orange, our Chief Director and Supreme Governor General, from whom the Gentlemen Commissioners had received their mandate; so that if Your Most Noble and Right Honorables had not approved that the work for the improvement of the fortifications might be carried out according to the designs of those Gentlemen, we could have already received counter-orders. And however that may be, we would make ourselves highly responsible here to And however absurd this may be, if one calmly inspects and considers the position in which we find ourselves in that regard, could this Government, if one believes one can satisfy obligations solely by reducing the expenses, without distinction by what means, not just as easily dare to reduce the garrison, and either partly discharge it or simply send it on to other possessions! upon such a strange, indeed incomprehensible assertion, after having received such definitive orders from the aforementioned Gentlemen Commissioners, not to execute, but to omit such a serious matter as is the safety and security of this important establishment of the state, whereby the same, through a considerable loss of time that would be impossible to redress even if the state wished to spend the same funds ten times over all at once, could consequently be brought into imminent danger.
Dutch transcription
1637 F S staat concerneerende — voor den voet van 't Corps Artillerij - als voor het Nationaal Battail„ lon - en een plan tot eene nieuwe inrigtinge voor de reconvalescen„ „ten, Mattroozen aan de Linie &. a met last aan den Heer Secretaris, om de laatstgem: stukken aan de Heeren Leeden des Raads in rondleezinge te zenden — terwijl hij Gouverneur van Oordeel was, dat men omtrend 't Hoipitaal - Omtrend de pepiniere, en nopens den voet voor het nationaal Bat„ „taillon, provisioneel eenige poinc„ „ten, tot beeter behandeling en tot spaarzaamheid, zouden beho„ „ren te worden ingevoerd — Con„ „form het geene hij Gouverneur desweegens met de Heeren Commis„ „sarissen afgesprooken had, en bij derzelver Jongste brief=wisselingen vastgesteld geworden was. In deeze geheele Tiraade heeft den Heere de Wet principaal op 't ooge - zo het den ondergeschr, Gouverneur meer dan waarschijn„ „lijk voorkomt, — om denzelven aantevallen met de periode, ver„ „vat in de ordres der Heeren 17=m aan dit Gouvernement gericht, en door de heeren Commissarissen Dit heeft men de Heeren Commissa„ „rissen bij derzelver aanweezen al„ hier dan ook al ten eersten onder 't ooge gebragt — zo als den onder„ „geschr. ook al te meermalen aan de Heeren Leeden des Raads heeft gedaan — en waaruit, volgens de sustenue, nader inzien en overweeging van den Heere de Wet, zoude moeten volgen, dat men zig na den Letter van de Ordres der Hee„ ren meesters moet gedragen, en dus de geimpendeerde Kosten voorn=d herwaards overgebracht, - houdende, dat de te impendeeren kosten ter executie van de ordres ofte plans dewelke de Heeren Commissarissen, volgens derzelver Jnstructie, ter verbeetering der vesting. werken &=a dadelijk zou„ den doen daarstellen, niet vermog„ ten hoger te loopen, dan de somme van penningen dewelke in de 10. affgelopen Jaaren, van 1771. tot 1781. ijder Iaar, voor dit Gouvernement hebben bedragen; Het welk Juist over een laps van tijd zoude zijn, dat alhier aan de Fortificatien niets, ten minsten niets noemenswaardigs, gedaan was. voorn Over e 1638 over dien laps van tijd, tot een basn moet neemen, en waaruit dus al verder volgt, dat 'er dan navol„ „gens het plan der Heeren Com„ missarissen ons stellig nagelaten, niets aan de fortificatien meer moest worden gedaan. - Zou dat nu de intentie van de Heeren Majores kunnen geweest zijn. ? immers zeeker niet! En dat heb ik den Heere de wet bij herhalinge in raade voorgehou„ den, en hoe incongrue zulk een sustenuie was: maar alles te vergeefsch: men moest daarte„ „gen met die schriftuure protes„ „teeren; dit zijn kind moest te voorschijn komen! En dien Heer dien men volgens alle apparentie, moet veronder„ stellen thands den ton te geeven, aan eenige der overige Leeden, schip door dien weg weder te hebben uit„ „gedagt eene nieuwe moeijelijkheid om den Gouverneur te embarratse „ren, de zaaken te vertraagen, en meer en meer in confusie te brengen. De verdere verbiagien in dit poinct vervat, zal men maar voorbij treeden — de Confusie die daarin heerscht, van doen en niet doen, toond genoeg aan wat gevoel hij Heer dewet zelfs van dit zijn gedrag schijnd gehad te hebben. Alleen zal ik mij met relatie tot deeze periode dan nog maar permitteeren, welEdele Hoog Achtb: Heeren! om ook, nader ingezien en overwogen hebbende, het gesustineerde van den Heer de wet, te vergelijken bij den amplen Last aan de voorn:e Heeren Militaire Commissarissen gegeeven, en de magt aan dezelve daarbij verleend. En dat die Heeren bij Hun aanweesen hebben kennisse gedra„ „gen, dat 'er over de Iaren van 1771. tot 1781, alhier niets aan de Fontificatien was gedaan — dog dat zij Heeren die ordres niet anders hebben aangezien dan, dat dezelve door UwelEdele Hoog Achtb: ter bepalinge van de Iaarlijkse aan de For„ „tificatien te impendeerene Corten„ bij toeval daar gesteld geworden was: — zo dat die Heeren Ook geene zwarigheid hebben gemaakt, om den voorschre arbijd te doen voortgaan — dog om de Costen Jaarlijks daartoe die niet 1639 niet te hoog te doen lopen, als om andere goede reedenen in derzelve ons nagelaten ordres vervat, dat werk in tijdvakken hebben ver„ „deelt, en ons gelast, om daarna zonder tijd versuijm te werk te moeten gaan. Dat wijders ook noch alle die stukken, en ordres aan dit Gouver„ nement ten dien reguarde nage„ laaten, en door welgem: Heeren Commissarissen daargesteld — reeds voor Maanden aan zijne Doorluchtige Hoogheid, den Heere Prince van Orange, onzen Heere Opperbewindhebber en Oppergouverneur Generaal, van wien zij Heeren Commissarissen hunnen last ontvangen hadden, eerbiedig overgelegd geworden zoo dat indien UwelEdele Hoo Achtb: niet hadden goedgevonden dat den arbijd ter verbeteringe aan de fortificatien, volgens de ont „werpen van die Heeren, mog ten worden ter Executie gelegd, wij die Contra orders al hadde kunnen bekomen. En hoe dat ook moge zijn, zouden wij ons hier ten Hoogs= verantwoordelijk stellen, om zijn. En hoe ongerijmd dit ook weezen Als men de positie waarin wij ons ten dien reguarde bevinden, dan met bedaardheid inziet, en overweegd, zoude dit Gouverne„ „ment, als men alleen meend te konnen voldoen met de Lasten te verminderen, zonder onderscheid door wat middelen, niet met ruim zo veel gerustheid het quar„ nisoen durven verminderen, en gedeeltelijk of afdanken, of na andere possessien maar voort„ zendelen ! op zulk eene vreemde Ja onbegrij= „pelijke sustencie, na daar toe zulke stellige ordres van wel„ „gem: Heeren Commissarissen bekomen te hebben, een zo serieus poinct, als is de veijligheid en zeeker„ „heid van dit important etablisse„ ment van den staat, niet te doen executeeren, maar agter te laaten, waardoor hetzelve door een aanmer„ „kelijk verlies aan tijd, dat niet te redresseeren weezen zoude, al wilde den staat ook tienmaal, dezelve penningen op eenmaal daaraan te koste leggen, daardoor derhalven, in een eminent gevaar gebragt zoude kunnen worden. - Do zoude
English
1640 would, that misstep was very probably to be redressed much sooner by Your Right Honorable Worships, as being able to have the troops transferred hither immediately; but that cannot be done with any fortresses; — and those cannot be constructed and made except in time, and through time. Also, it must further be taken into consideration here what a dreadful consequence it would have to halt the work on the fortifications – from which, naturally, would also have to follow the dismissal of the fortification workers, the miners or rock breakers, the master masons and master carpenters, and their craftsmen — who would then scatter immediately and who might not be properly brought together again in half a dozen years: since experience has long taught us here how difficult it is to find competent people in these lands who are of good conduct, and in whom one can place any trust. Has Mr. de Wet entirely forgotten that he, the Governor, read out the precise instructions left to him on that account by the aforementioned Messrs. Commissioners to the honorable members of the Council at the time— This passage clearly shows that Mr. de Wet has a temper against the present Governor — and in order to carry his plan even further into execution, as has become not unclear to us from various other circumstances, namely to diminish and nullify the authority of the Governor of this Colony as much as possible, both now and in the future:— Does Mr. de Wet then have such a poor memory that His Honorable Worship has already forgotten that the Governor, just after the departure of the repeatedly mentioned Messrs. Commissioners, disclosed and produced in Council all the plans, projects, and memoranda for the military state of this Government in general, as well as that which the gentlemen established regarding what, and in what manner, the improvement to the fortifications was to be carried out! 1641 with the addition of what, pursuant to those orders, had to be commenced first — namely, the completion of the Chavonnes Battery; and that one had to undertake the work on the Bastion Coehoorn, at the foot of the Devil's Peak behind the Castle; — in which all members of the Council then also acquiesced at the time, and after which that work was then also immediately undertaken on the usual footing, and under the direction of the Director of Fortifications. How can or dare Mr. de Wet maintain here, then, that all this is executed without the knowledge of the Council? Has the present Governor, notwithstanding the fact that he was, moreover, fully and exclusively qualified for it, made any, even the slightest, changes therein, or acted differently from his predecessors? No, he certainly has not done so! Was not a commission sent hither by His Serene Highness, the Prince of Orange — to inspect and examine everything concerning the military state, the fortifications, the artillery, and the management and handling thereof? Was that not performed by those gentlemen with precision and zeal, and with untiring labor, as evidenced by their surviving writings? Did those gentlemen, then, not also examine with all care the management and the manner in which the work on the fortifications was being done, and correspond almost daily with him, the Governor, about it? Also as evidenced by the multitude of letters exchanged between those gentlemen and the Governor about it; — and dealt with in oral discussions held almost daily. Did those gentlemen deem any change necessary in the footing, or in the handling of that work, nor in the distribution of the engineers, or of the overseers or laborers, etc., therein? And now Mr. de Wet, as it seems, wants 1642 to inspect, consider, manage, and decide that more closely; — and what must appear even more singular in this, is that a little later in this his aforementioned protest or writing, His Honor states, and openly declares, that he does not have the least knowledge thereof; — and then, in the very same breath, displays even further the extensive and outstanding expertise in the work of the fortifications which His Honor attributes to the present Governor:— but the execution thereof, which certainly constitutes the lesser part of the expertise, he apparently does not want or cannot entrust to him and the Director of Fortifications, assisted by the further gentlemen engineers employed for that work; but again, believes he can only reluctantly acquiesce therein. — The undersigned cannot but be sensible of the good testimony which that Mr. de Wet, regarding his zeal for the execution of the work of the fortifications, is pleased to give of him in this tirade; and he could also not view it as other than exceedingly obliging, and would have to be grateful for the praises of his knowledge in fortification that His Honorable Worship is so graciously pleased to add thereto; — if he, the Governor, were not compelled to decline that proffered incense, because Mr. de Wet in that very same article declares that he cannot be supposed to possess any knowledge of that art. But how singular appears in that same article the fear that Mr. de Wet will be held responsible by our Lords and Masters "regarding the undertaking and carrying out of the projected improvements and alterations in the fortifications and buildings" — in order, then, Mr. de Wet says, to truly answer for that, he ought beforehand to consider and decide how that which has been projected — whether in whole or in part, in accordance with the orders and intention of the Lords Masters, ought to be executed. Upon this
Dutch transcription
1640 zoude, was dien misstap door uwelEdele Hoog Achtb: zeer waar„ „schijnlijk veel eerder te redres„ „seeren, als konnende de troupes dadelijk na herwaards doen overbrengen; maar dat kan met geene sterktens worden gedaan; — en die konnen net dan in tijds, en door tijd, aangelegd en gemaakt worden Ook dient hier nog in Considera„ „tie te komen, wat een schrome„ lijk gevolg het hebben zou, den Arbeid aan de fortificatien te staaken – waarui't dan ook natuurlijk zou moeten voortvloeij„ „en, het afdanken van de fortifi„ „catie werkers, de mineurs of Klipbreekers, de metzelaars en timmermans bazen, en derzelver Ambachts Lieden — die dan dadelijk zouden verlopen en dewelke mogelijk in geen half dozijn Jaaren weder goed bij een te krijgen weezen zouden: daar de ondervindinge ons lange hier Gebeerd heeft, hoe difficiel het is, om de bekwaame menschen in deeze Landen te vinden, die van een goed gedrag zijn, en waarin men eenig vertrouwen stellen kan. Is den Heer de Wet geheel ont= „dagt, dat hij Gouverneur het proecies, aan hem deswegens door voorne Heeren Commissarissen Deeze periode doet klaar zien, dat den Heer de Wet humeur heeft tegens den tegenwoordigen gouverneur — en om desselvs plan¬ zo aln u nit, zo als wij uit verscheide andere omstandigheeden niet onduidelijk gebleeken is, al verder ter uitvoer te brengen, na„ mentlijk om de authoritijt van den Gouverneur deezer Colonie, en nu, en in der tijd, zo veel mo„ gelijk weg te neemen en zerv te maken:— Heeft den Heere de Wet dan zulk eene slegte memorie, dat zijn Ed: achtb: al vergeeten is, dat den Gouverneur even na het vertrek der meergem: Heeren Commissarissen, in raade heeft opening gedaan, en geproduceert, alle de plans, projecten, en me„ „morien, voor den militairen staat deezes Gouvernements in 't generaal, als het geene zij Heeren hebben daargesteld, wat, en op wat wijze de verbeetering aan de Fortificatien moest wor„ „den gedaan! 4. 9 na G: g. 1641 nagelaaten, aan de Heeren Leeden des Raads des tijds heeft voorgeleezen- met bijvoeginge, wat men ingevolge van die ordres het eerst moest be„ „ginnen — namentlijk het afma„ „ken van de Batterij Chavonnes; en dat men moest ondernemen den arbeijd aan 't Bastion Col„ „horn, aan den voet van den duij„ „velsberg agter 't Casteel; — waar„ in destijds dan ook alle de Leeden des raads berusten, en waarna dien arbeijd, op den gewoone voet, en onder de Directie van den Directeur der Fortificatien, dan ook dadelijk ondernomen Hoekan of durft den Heer de wet hier dan paseeren, dat dit alles buijten kennisse des Raads geexecuteerd word: Heeft den tegenswoordige Gou„ „verneur, niet tegenstaande hij bovendien volledig alleen daartoe gequalificeerd was, daarin dan eenige de minste veranderingen gemaakt, of anders gehandelt dan zijne prodecesseuren, neen, zeker heeft hij dat niet gedaan! Is door zijne Doorluchtige Hoogheid, den Heere Prince van Orange, niet eene Commissie na herwaards gezonden — om al het geene den Militairen staat, de fortificatien, de Arthillerie en derzelver huishouding en behan„ „delinge, concerneerde, op te neemen en na te gaan. Is dat niet met eene exectitude en ijver, en met eenen onvermoeijden arbeid, door die Heeren verrigt geworden, blijkens de nagelaten schriften van dezelven " Hebben die Heeren dan de Huishouding en de manier hoe dat den arbeid aan de fortificatien wierd gedaan, ook niet met alle zorgvuldigheid nagegaan, en bijna daaglijks met hem Gouverneur daarover gecorrespondeert. ? almeede blijkens de meenigte brieven tus„ „schen die Heeren en den Gouver„ „neur daarover gewisseld; — en in bijna daaglijks gehoudene mond gesprekken afgehandeld: Hebben die Heeren wel eenige verandering in den voet, of in de behandeling van dien arbeid„ nog in de verdeelinge van de Heeren Ingenieurs, of van de opzigters of arbeiders & a daar„ in nodig geacht= En nu wil den Heere de van Wet is. 1642 wet zo het schijnd, dat nader in= zien, overweegen en beheeren en besluiten; — en dat noch te meer „singulier in deeze voor moet ko„ „men, dat een wijnig laater in dit zijn voornoemde protest of schrif„ „tuur, zijn Ed: zegd, en opentlijk declareerd, geene de minste ken„ „nitse daarvan te hebben; —. en dan in denzelven Adem, al verder etaleerd, de uitgestrekte en uit„ steekende kundigheid in het werk de fortificatien, die zijn Ed aan den tegenswoordigen Gouver„ „neur toekend:— maar de Executi daarvan, dat zeker het minste deel der kundigheeden uitmaakt, niet aan hem en den Directeur der Fortificatien, geadsisteerd door de verdere tot dien arbeid geëm= „ploijeerde Heeren Ingenieurs, zo het scheijnd, wil of kan aanbe„ trouwen; maar al weder niet dan ongaarne vermeend, daarin berus„ ten kan. — Den ondergesz kan niet dan sensibel zijn aan 't goede getuigen „nis die dien Heere dewet om„ trend zijner iever tot de Executie van 't werk der fortificatien, in deeze tirade, van hem wel H. L gelieft te geeven; En hij zou ook niet anders dan ten uittersten obligeant konnen aanzien, en dankbaar moeten weezen, voor de Loftuigingen die zijn Ed: achtb. van zijne kennisse in den vesting„ „bouw daarbij zo gratieus wel gelieft te voegen; - zo hij Gouverneur niet genoodzaakt was dien toegezwaaijden wierook te declineeren, om dat den Heer de wet in dat zelfde articul declareerd niet verondersteld te kunnen wor„ den eenige kennisse van die kunst te bezitten. maar hoe singulier komt in dat zelve articul voor, de vreese dat den Heer de Wet door onze Heeren en Meesters, verantwoorde„ „lijk zal worden gehouden „nopens het onderneemen en vol„ „voeren, der geprojecteerde verbee„ „teringen en veranderingen in de „fortificatien ongebouwen „ — om „dan, zegt den Heer de Wet deswe„ „gens inder daad te repondeeren, hij vooraf zoude dienente over„ „weegen en te besluiten, hoedanig het geene geprojecteerd is — het zij geheel of tendeele, overeenkom„ „stig de ordres en intentie der Heeren Meesteren, diende te worden geëxecuteerd. gelieft Hierop
English
1643 Hereupon naturally arise the following questions: How could the Lords Masters possibly hold Mr. de Wet accountable for the undertaking and execution of the projected new works, or for the improvements and alterations which are presently being made to the fortifications. Is that not done according to the orders left behind for this purpose to this Government by the Lords Military Commissioners, and according to the Plan or project drawn up in that regard. How could Your Right Honourable Worships then demand an accounting in this regard from Mr. De Wet with justice and equity! And on what grounds does that gentleman really wish to inspect, consider, and decide how that which was projected and ordered to be built in this regard by the aforementioned Commissioners should be executed, whether in whole or in part. Has that inspection, that consideration, and the decision to carry out the plans of those gentlemen entirely or only in part, been left to this Government, much less to Mr. de Wet: And how can that gentleman presume to wish to judge whether works of that nature must be executed entirely or only partially: or does that gentleman think that fortification works allow themselves to be mutilated without completely ruining them: And that gentleman does not know, and does not understand, that fortification works must mutually defend one another, and that collateral fires constitute the strength thereof, and thus, that to execute a project or plan of fortifications only in part would thereby remove the power of defense from it, and they would then become not only ridiculous, but even harmful works! How can that gentleman then so overreach himself here, and emancipate himself to wish to inspect, to wish to take into consideration, and then to wish to decide whether a project of fortification works must or ought to be executed entirely or only 1644 only partially, since that gentleman in this very same paragraph, as has already been said, openly declares that he possesses no knowledge thereof! Or does that gentleman believe that people will not believe that, and therefore has deemed it necessary to mathematically prove this even further through his assessment of having complete or incomplete fortification works built. Furthermore, Mr. de Wet seems to wish to complain to Your Right Honourable Worships, as it were, that the governor handled and settled that point with the Lords Commissioners alone, and without his concurrence. Yet if there is reason to complain about that, that gentleman had more reason to complain that His Serene Highness deemed it necessary to have it stated on that footing in the Instructions of the Lords Military Commissioners, without taking the influence or concurrence of Mr. de Wet's opinion thereon; and that this was likewise approved by Your Right Honourable Worships. And what Mr. de Wet further says or means to say here, with the words in accordance with the orders and intentions of the Lords Masters, is not understood: for no other orders from the Lords Masters have reached us until now, other than those which were granted to the Lords Military Commissioners for the fulfillment of the orders in this regard and which were conveyed to us by them. And from that, in the strictest sense, nothing can be deduced that concerns Mr. de Wet as a Member of the Council for his part, and for which he could have to account; other than only the costs that may be expended annually, and shall not exceed the annual costs that were spent on the fortifications from 1771 to 1781. Yet this point having already been treated here before, one may respectfully refer to it. And if Mr. de Wet should have the intention that one must inspect and examine what orders 1645 orders exist in earlier times regarding the construction and maintenance of the fortifications, His Honour can soon be convinced by an order of the High Government of the Indies, dated October of the year 1714, whereby the governor of the Cape alone was at that time ordered and authorized to strengthen the Cape according to his best judgment, since the High Government saw that the governor would never have agreed upon it with the council members, and that consequently no improvement to the fortifications would ever have taken place. And from that it can also easily be deduced why His Serene Highness ordered the aforementioned Military Commission to handle and settle the work of their activities solely with the governors, or commanders-in-chief in the various establishments of the East India Company. Furthermore, the undersigned finds: What reasons can Mr. de Wet then deduce from this again, to wish to force his way into that work with so much violence! And what a special relation the Governors and Commanders-in-Chief have to the work of the fortifications, and that they alone are answerable for it, appears most clearly from the resolution of Your Right Honourable Worships dated 10 October of the year 1754, whereby the Governors or chiefs alone are held accountable for the work of the fortifications, and the maintenance thereof, yes, even to such an extent that upon their resignation or decease, if the fortifications are found to be defective, the costs to be expended thereon shall be recovered from their estate. Since one could easily foresee that otherwise matters would have been brought to a conclusion either with great difficulty and tediousness, or possibly even not brought to any conclusion at all.
Dutch transcription
1643 Hierop vallen dan natuurlijk de volgende vragen: Hoe zouden de Heeren Meester „ren dog den Heer de Wet verant= „woordelijk kunnen stellen, over het onderneemen en volvoeren der gepro„ „jecteerde nieuwe werken, over de verbeteringen en veranderingen, dewelke thands aan de Fortificatie worden gedaan. Geschied dat niet na de ordres daartoe, aan dit Gouvernement nagelaten door de Heeren Militai„ „re Commissarissen — en volgens het deswegens daargestelde Plan of pracies Hoe zouden Haar welEdele Hoog Achtb: deswegens den Heere De Wet dan verantwoordinge met recht„ „vaardigheid en billijkheid kunnen afvorderen! En op wat grond wil dien Heer dog inzien overwegen en besluiten hoedanig het geene door welgem. Commissarissen deswegens geprojec„ „teerd en te bouwen geordonneerd is, het zij zulx geheel of ten deele diend te worden geexecuteerd Is dat inzien, die overweeging en besluit, om de plans van die Heeren geheel op maar ten deele ter Executie te leggen, aan dit Gouvernement, veel min dan ook aan den Heere de Wet over„ gelaaten: En hoe kan dien Heer zich on„ derstaan, om te willen oordeelen, of werken van dien aart, geheel, of maar gedeeltelijk moeten worden geexecuteerd: — of denkt dien Heer, dat Fortificatie werken zich laaten mutileeren, zonder dezelve geheel te bederven: En dien Heer weet niet, en begrijpt niet, dat de fortificatie werken zich onderling moeten verdeedigen, en dat de Collaterale vuuren 'er de sterkte van uit„ maken, en dus, dat een project, of plan van fortificatien, maar ten deele te Executeeren, daar door de Kragt van verdedi¬ ging 'er uit weggenomen zoude zijn, en dan niet alleen redicule, maar zelfs schadelijke werken zouden worden! Hoe kan dien Heer zich hier dan zo voorbij draaven, en zich emancipeeren, om te willen in„ „zien in overweeging te willen „neemen, en dan te willen be„ „sluiten, of een project van Fortificatie werken geheel of maas 1644 maar gedeeltelijk, moet of behoord te worden geexecuteerd — daar dien Heer in deeze zelve Paragraaph, zo als reeds gezegd is, opentlijk declareerd, geene kennisse daarvan te bezitten! of meend dien Heer dat men dat niet gelooven wil, en daaron heeft nodig geoordeeld, om dit nog nader door zijne beoordeeling van heele of geen geheele fortifica „tie werken te doen bouwen, matthematisch te moeten bewijzen. Voorts schijnd den Heere de wet zich aan Uwe WelEd Hoog Achtb: als te willen bekle „gen, dat den gouverneur dat poinct met de Heeren Commissa „rissen alleen, en buiten Concurre tie van zijn Ed: heeft behandel en afgedaan.— Dan zo daar over te klagen vald, had dien Heer meer reedenen om te kla „gen, dat zijne Doorluchtige Hoogheid heeft nodig geoor„ „deeld, om het op dien voet in de Instructie der Heeren militaire Commissarissen te doen stellen, zonder den invloed of Concurrentie van den Heere de wets opinie daarover inteneemen; en dat zulx door UwelEd: Hoog Achtb: meede goedgevonden is. En wat den Heer de Wet hier verder zegt of wil zeggen, met de woorden overeenkomstig de ordres en intentie der Heere „Meesteren, begrijpt men niet: want daar zijn geene andere ordres van de Heeren Meesteren tot nog toe ons toegekomen, als die ons tot nakominge der ordres aan de Heeren Militaire Commis= „sarissen deswegens verleend en door dezelve aan ons overgebragt geworden zijn. En daaruit is in den Striksten zin niets aftelyden dat den Heere de Wet als Lid des Raads voor zijn aandeel concerneerd, en te verantwoorden hebben kan; dan alleen de Kosten die Jaarlijks maar mogen worden geimpen¬ deert, en niet zullen mogen excedeeren de Jaarlijkse Kosten die tot de Fortificatien besteed zijn van 1771. tot 1781. — dan dit poinct hier te vooren reeds verhandelt zijnde, zal men zig daar aan eerbiedig mogen refereeren. — En zo den Heer de wet het ooge mogte hebben, dat men moest inzien, en nagaan, wat Uwelze ordres 6 1645 ordres in vroeger tijden, omtrend het aanleggen, en het onderhou„ den der Fortificatien, voor han„ „den zijn, zal zijn Ed: ras konnen worden overtuigd. uit eene ordre der Hoge Jndiasche regeeringe van dato October des Jaars 1714. waarbij des tijds den gouverneur van de Caap alleen gelast en gequa„ lificeerd word, om de Caap na zijn best inzien te versterken— terwijl de Hoge regeering zag, dat den gouverneur het daar„ over met de raadsleeden nooit eens geworden zoude zijn, en en dan ook nooit eenige verbeetering aan de Fortifi„ „catien plaats gehad hebben zoude. En daaruit kan dan ook ligtelijk worden afgeleyd waar„ om zijne Doorluchtige Hoog „heid de voorn Militaire Com„ missie heeft gelast, om het werk hunner verrigtingen alleen met de gouverneurs, of Hoofd gebieders in de onder„ „scheidene Etablissementen van de Oost Indsche Maatschappen te behandelen en afte doen Voorts vind den ondergeschr: Wat reedenen kan dan den Heer de Wet hier ook al weder uit af„ „lijden, om met zo veel geweld zig in dat werk te willen in„ dringen! En wat eene bijzondere betrekkinge de Gouverneurs en Hoofdgebieders tot het werk der Fortificatien hebben, en dat deselve daarvoor alleen aansprakelijk zijn, blijkt ten klaarsten uit de resolutie van UwelEdele Hoog Achtb: van dato 10. October des Jaars 1754. , waarbij de Gouverneurs of opperhoofden alleen voor 't werk der Fortifi„ catien, en het in onder houden derzelve, verantwoordelijk wor„ den gesteld — Ia zelfs in 2o verre, dat bij hun aftreeden of overlijden, zo de fortificatien defect worden gevonden, de kosten daartoe te impendeeren, van hunne Nalatenschap of Boedel zullen worden verhaald. - daar men lichtelijk kon voorzien, dat anders de zaaken of zeer moeij elijk en langwijlig tot een Conclusie, of mogelijk zelfs tot geene Conclusie, gebragt geworden zouden zijn. — daar Gouverneur I. i
English
1646 Governor, regarding the fifth article of the aforementioned protest of Mr. de Wet, both in his own defense and concerning what was stated therein, finds himself obliged to explain the following remaining points, and to bring the true course of events and circumstances thereof before the eyes of Your Right Honourable Noble Worships in all sincerity, for a better understanding. But, in order to dispose further of this matter charged to me in this document, it will be necessary, in the first place, respectfully to cause Your Right Honourable Noble Worships to observe: That upon the arrival of the undersigned, having examined the management of the labor on the fortifications, he found that most of the expenditure for that work was entered under the name of the construction of the New Hospital, and the expenses incurred for it were thus incorporated into the trade books, while for years before his arrival here not a single stone had been laid on the New Hospital; and on the fortifications—except that in the late war, when the French garrison arrived here, everything was employed for the throwing up of some temporary entrenchments and batteries, and even before the late war little or nothing, as has just been said, was built any longer on the New Hospital, and to what purpose that labor was then primarily applied, the undersigned does not know—nothing was done, except only the building of a powder magazine and the Amsterdam Battery, which was then called the New Battery. (However, as there was already a work or battery found here that was named the New Battery, the undersigned deemed it necessary, in order to prevent all confusions that must arise from works bearing the same name, to give the aforesaid Large, or also so-called New, Battery then in hand a proper name of its own, which was then named Amsterdam.) And upon the building of which battery and powder magazine everything was then employed. 1647 had been, but which, upon the arrival of the undersigned, were also mostly fallen into ruin again. And it is thus ever since before the late war that the overseers and ordinary craftsmen, who were expressly appointed for the construction of a new hospital, were employed on other work, but indeed principally on the fortifications. The decay in which the fortification works then found themselves struck the undersigned to the utmost; and above all, the entirely defenseless state in which the Castle then found itself, and indeed to such a degree that he immediately designated means to obtain improvement therein without further delay. But to avoid needless prolixity here in that regard, the undersigned will take the liberty to refer to his memorial dated 1787, containing at the same time a respectful report and account to Your Right Honourable Noble Worships of what dispositions he thought necessary to make at the time concerning the work on the fortifications. And why Mr. de Wet could then see fit to present this arrangement and disposition in so complicated a manner, as if it had been made by the present Governor, and thus sought once again to hold him accountable for it, he must again declare not to understand, and thus also believes it best to leave this to the conscience of Mr. de Wet. The undersigned having then, after his arrival here, made some alterations and rearrangements in that management, and having ordered, regarding the indefensible practice that was included therein of accounting for the workmen, materials, travel expenses, etc., under the name of the New Hospital, that this should be discontinued and that each item should henceforth be entered cleanly in the books for the purpose for which it was worked or employed, this has also been done since that time, as far as is known to him. 1648 the work of the fortifications. And having received no other orders from Your Right Honourable Noble Worships since then, he continued on that footing until Your Right Honourable Noble Worships notified this government that a military commission was about to come out to establish orders thereon. And thus he considers, under humble correction, that the accounting which Mr. de Wet seems to find necessary to demand further of him could have been dispensed with, as he has hereby already accounted for himself to Your Right Honourable Noble Worships. For the further justification of the conduct observed and measures taken by the undersigned regarding the work of the fortifications, he will then also take the liberty to invoke here the complete approval of the repeatedly mentioned Military Commission, composed of the aforesaid Messrs. Vaillant, Verheul, and Gravesteun, who, having investigated everything very exactly here on the spot, made not the slightest alteration in the aforesaid management. Through this aforementioned unavoidable arrangement, the construction of the Hospital—which became day by day more, and especially all the more, necessary in view of the expected increase of the garrison, for which there were no longer any lodgings, added to which were the indiscipline and disorders that took place among the soldiery because they were scattered everywhere in quarters; the unavoidable necessity to provide more lodging for the troops than was existing there; and also to test whether, by contracting out such works publicly to the lowest bidder, one might not save on costs, to be introduced in the course of time thereafter—remained suspended. This, Right Honourable Noble Worships, is the true course of that matter, and the true reason why they proceeded, upon the proposal of the undersigned, to the contracting out of two parcels for the further construction of the New Hospital.
Dutch transcription
1646 Gouverneur omtrend het vijfde Articul van des Heere de wet zijn voorn: protest, zo ter zijner verantwoordinge, als om het daarbij geposeerde, zich verpligt, de nog volgende poincten, te verklaren; en tot beter verstand den waaren toedragt en omstan„ digheeden daarvan, in alle oprechtheid, UwelEd: Hoog Achtb: onder 't ooge te brengen Dan, om dien saak mij opge„ „legd, in deeze verder af te doen, zal het nodig zijn, om in de eerste plaats aan Uw welEdele Hoog Achtb: in allen eerbied te doen remarqueeren: Dat bij den aankomst van den ondergesz: de Huijshoudinge bij de Fortificatien arbijd nagegaa hebbende, hij bevondt, — dat den meesten omslag van dat werk, op den Naam van den Bouw aan 't Nieuwe Hospe „taal wierd gebracht - ende onkosten daartoe geimpendeert alzo bij de Negotie Boeken wier den ingenomen terwijl aan 't nieuwe Hospitaal, al Jaaren voor zijne aankomst alhier geen steen meer gelegd geworden was — en aan de Fortificatien maar in den Jongsten oorlog toen de fransche bezettinge alhier aangekomen was, heeft men alles, tot het opwerpen van eenige passagere retranchemen „ten en Batterijen geëmploijeerd Al voor den Jjongsten oorlog is 'er of weinig of niets, zo als hier even gezegd is, aan het Nieuwe Hospitaal meer gebeuwd, en waartoe dien arbeid toen principaal besteed is, weet den ondergesz. niet. - wierd niets gedaan, dan alleen het bouwen van een pulver Maga„ zijn, en de Batterij Amsterdam, die men toen de Nieuwe Batterij noemde — /: maar terwijl 'er al„ hier reeds een werk of Batterij wierd gevonden, die de Nieuwe Batterije niette, vond den onder„ „gesz het nodig, om alle confu„ „sien, die uit werken van een zelve Naam moeten voortkomen, de voorschr: onder handen zijnde Groote of ook genaamde Nieuwe Batterij, een eijgen naam te gee„ „ven, die toen is genoemd Am„ „sterdam:/ en aan't bouwen van welke Batterij, en Pulver magazijn, toen alles geëmploij„ „eerd was. wierd gehad 1647 gehad, — dog dewelke bij den aan„ „komst van den ondergeschr: ook al meest weder vervallen waren; en het is dus al van voor den Jongsten oorlog af, dat de opzig„ „ters en gemeene ambachtslieden, dewelke tot den bouw van een nieuw Hospitaal expres geschikt waaren, dat dezelve tot ander werk, dog wel principaal tot de fortificatien, geëmploijeerd ge„ worden zijn. En waarom den Heer de Wet dan heeft kunnen goedvinden, dit arrangement en schikkinge zo ingewikkeld voortestellen, als of het zelve door den tegens¬ woordigen Gouverneur was „gemaakt, en dus al weder ter verantwoordinge van denzelven heeft willen brengen, moet hij alweder betuigen niet te begrij„ =pen — en vermeend dus ook al weder best te zullen doen, om zulx ter verantwoordinge van des Heere de wet zijne Con„ scientie te moeten overlaten. - Den ondergeschr. na desselvs aankomst alhier dan eenige veranderingen en verschikkingen in die Huijshoudinge gemaakt, en omtrend het onverantwoorde„ Het verval waarin de Fouti„ =ficatien werken zich destijds bevonden, frappeerde den onder„ „geschr: ten Uittersten; en vooral, den geheel onweerbaren staat waarin 't Casteel zich toen bevondt, en wel dermaten dat hij van stonden aan mid„ delen benaamde, om daaraan zonder meerderen omslag verbee„ „tering te krijgen: — dan om alhier ten dien reguarde, eene noodloze wijdlopigheid te vermij= den, zal den ondergesz: de vrij„ „moedigheid neemen, zig te refe„ „reeren, aan zijne Memorie van dato - - - des Jaars 1787. houdende te gelijk een eerbiedig berigt en Rapport aan U wel„ Ede Hooy achtb: wat dispositien hij des tijds vermeinde omtrend „lijke, dat er opgesloten was, om het werkvolk materialen, Reijlonen &=a op den naam van 't Nieuwe Hospitaal bekend te stellen, gelast te hebben, dat zulx zoude worden agtergelaten, en dat ieder port voortaan zuijver in de Boeken, waartoe het veran„ „beid, of geëmploijeerd was, ge„ „bracht zoude worden; zo is zulx dan ook van dien tijd af„ zo veel hem bekend is, gedaan. — „lijke zet 1648 het werk der Fortificatien te moeten maaken. — en waarop hij zedert geen andere ordres van UwelEd: Hoog achtb: ontfan„ „gen hebbende, heeft hij op dien, voet gecontinueerd; tot dat uwel„ Ed: Hoog achtb: aan dit gouver„ „nement kennisse gaven, dat er eene Militaire Commissie stond uit te komen, om daarop ordres te stellen — en dus vermeind denzelve, onder ootmoedige Correc„ tie, dat de verantwoordinge, denwelken den Heere de Wet schijnd nodig te zijn, hem nader te doen afvorderen, zich daarvan had kunnen passeeren, terwijl hij zig hierdoor dan ook al reeds bij uwel Ed Hoog Achtb verantwoord heeft. - Door dit voorn: onvermijdelijk arrangement, bleef den Bouw van 't Hospitaal, het welk dag aan dag al meer, en voornamentlijk des te noodza„ kelijker wierd, aangezien de verwagte vermeerdering van't Guarnisoen, waarvoor geen Logement meer was — daarby genomen de ongezegeltheid en des ordres, die bij het Krigs„ =volk, door dat hetzelve over al verstrooijd in quartieren Ter verdere verantwoordinge van des ondergeschr: gehouden gedrag en genomen mesures, omtrend 't werk der Fortificatien, zal hij dan ook nog de vrijmoedig„ „heid neemen, om alhier in te roepen, de volkomen approbatie van de meergem: militaire Com„ „missie, bekleed door de Heeren Vaillant, verheul en Gravesteun voorn:t, dewelke alhier in loco, al„ „les zeer exact nagegaan hebben, „de en in de voorschr. Huishou„ „dinge geene de minste verande„ lag, plaats hadde; — de onver„ mijdelijke noodzakelijkheid, om voor meerder Logement voor de trouppes te zorgen, dan daar zijnde — en om ook te beproeven, of men door zulke werken in het openbare aan de minsteijsschende aan te besteeden, in de Kosten niet bespaaren zoude, om als dan bij vervolg van tijd te worden geintroduceert. Dit, welEdele Hoog achtb Heeren! is den waaren Toedragt dier zake, en de waare reeden waar„ om men tot het aanbesteeden van twee perceelen tot den verde„ ren opbouw van 't nieuwe Hos„ pitaal op voorstel van den onder„ „geschr. overgegaan is. lag ring
English
1649 considered it necessary to make, and likewise have not made. And whereby the undersigned therefore further dares to flatter himself with being completely justified in that respect, the more so because the repeatedly mentioned Gentlemen Commissioners have approved that the aforementioned work should be continued on that same footing. And in token that the public tenders made for the further construction of the new Hospital also met with their approval, they have left us the necessary orders to tender out publicly, as soon as possible, the last parcel or the part of it that is still lacking. From this it also further appears, and about which the undersigned has held conferences several times, that the well-mentioned Gentlemen Commissioners have properly understood and considered whether it would be hazardous, without exposing this Government, to allow it to remain any longer in the present defective state of defense; and having then seen that such would be irresponsible, they thought fit not to diminish the work on the fortifications, but to cause it to continue on the footing of that time, and also still on the present footing. When one then, Honorable and Highly Respected Gentlemen, calmly considers and takes into consideration: that the repeatedly mentioned Military Commission, according to a Resolution of Their High Mightinesses, by special Order of His Serene Highness the Lord Prince Hereditary Stadtholder of the Republic, was provided with a very ample Instruction for the execution thereof; and that this Commission, moreover, was furnished with separate orders from your Honorable and Highly Respected Gentlemen directed to this Government, to the end of rendering all possible assistance to the Gentlemen who were honored with the aforementioned Commission, and thus to help promote the desired effect and the salutary purpose that was intended thereby. From which it must also furthermore naturally be deduced that the undersigned Governor, in that respect, is completely justified, at least following the pronouncement made by the well-mentioned Gentlemen Commissioners and the orders subsequently left behind by them, and the further accounting therein must be made by those Gentlemen, and not by the Governor. 1650 That the circumstances in Europe have continually been so precarious and so critical for the state; indeed even so that this government was expressly notified thereof by a ship of war sent hither and to the other possessions of the state, and provided the Government with secret orders in that regard. That the state of public affairs, with the major events occurring therein, according to the latest tidings received here, has in general remained just as uncertain and also just as precarious for our state. And that by the undersigned, considering the painful circumstances in which the Noble Company, that great fountainhead of the Prosperity of the Netherlands, currently finds itself with regard to its finances, several propositions had already been made in council for reducing the burdens, had it been possible; and that it was resolved thereupon by various decisions, and principally also with relation to the work on the fortification works, and regarding whether or not to tender out the further construction of the new Hospital, as well as to examine and test everything further, without taking hazards. That the orders left to us and the provisions made by the repeatedly mentioned Gentlemen Military Commissioners during their presence with us, for safety and security, both with regard to the work of the fortifications, the garrison, and for the artillery, have been put into execution as far as possible; and regarding which, even within a short time, this Government may look forward to the approval and positive orders of your Honorable and Highly Respected Gentlemen.
Dutch transcription
1649 „ring hebben nodig geoordeeld te moeten maken, en ook niet hebben gemaakt. En waardoor den ondergeschr: zee dan ook al verder durft flatteeren des„ wegens volkomen verantwoord te zijn — te meer ook nog, om dat meergem, Heeren Commissa„ rissen hebben goedgevonden, dat op dien zelfden voet met den voorschre arbeid voortgegaan zoude worden. — En ten blijke dat de in het open„ baar gedaane aanbesteedingen tot den verderen opbouw van het nieuwe Hospitaal ook derzelver goedkeuringe heeft weg gedragen, aan ons de nodige ordres hebben nagelaaten, om zo dra mooglijk, dan ook nog het laatste perceel of het nog ontbreekende deel van 't zelve, in 't openbaar te doen aanbesteeden. - Hier uit blijkt dan ook al verder; en waarover den onder„ geschre verscheijdene malen conferentien heeft gehouden, dat welgemelde Heeren Commissarissen wel hebben ingezien, en overwogen, of het te kasardeeren waare om zonder dit Gouvernement te exponeeren, hetzelve nog langer Als men dan welEdele Hoog Achtb: Heeren: met bedaard„ „heid inziet, en in overweeginge neemd: dat de meergem. Militaire Commissie, volgens eene Resolutie van Haar Hoog Mogende— op bijzondere Last van zijne Doorluchtige Hoogheid der Heere Prince Erffstadhouder Waaruit dan ook alwijders natuurlijk moet worden afgelijd, dat den ondergeschr: Gouverneur deswegens ten minsten na de gedane uitspraake van welgem: Heeren Commissarissen, en de ordres door dezelve hierna agtergelaten, volkomen verantwoord is - en de verdere verantwoordinge daarin door die Heeren, en niet door den gouverneur, zal moeten worden gedaan. in den tegenswoordigen defecten staat van defensie te laaten ver„ blijven — en dan ingezien hebbende, dat zulx onverantwoordelijk wee¬ zen zoude, hebben goedgevonden, om den arbeid aan de Fortificatien, althans niet te verminderen, maar op den toenmaligen, en oik nog op den tegenswoordigen voet te doen Continueeren. - de 1650 der Republicq - en met eene zeer ampele Instructie tot uitvoering van dezelve was voorzien; en dat die Commissie ook nog boven dien gemunieerd was, met aparte ordres van uwel Ed: Hoog achtt aan dit Gouvernement gerigt, ten einde aan de Heeren die met de voorschr: Commissie waaren vereerd, alle mooglijke hulpe toe te brengen, en alzo te helpen bevorderen het gewenscht effect en het heijlzaam oogmerk dat daardoor wierd bedoeld. - dat de omstandigheeden in Europa steeds zo hachelijk en zo criticq voor den staat geweest zijn; Ja zelfs zo, dat men dit gouvernement expres door een schip van Oorlod ^ na herwaards, en na de andere potses„ „sien van den staat uitgezonden daarvan heeft kennisse gegeeven en het Gouvernement met Secreete ordres deswegens heeft voorzien. — dat den staat de publicque zaaken, daarbij komende groote evenementen, volgens de Jongs„ „te hier ingekomene tijdingen, in het algemeen steeds even onzeker, en ook steeds even hachelijk, voor onzen staat En dat door den ondergeschr: Aangezien de smertelyke omstan „digheeden, waarin de Edele Maat, scheppij, die groote bronader van den Welvaart der Neederland, met opzigt van derzelver finan„ „tien, zig thands bevind, in raade reeds verscheide propositien, tot verminderinge der Lasten, was het mogelijk waaren gedaan— en dat daarop bij onderscheijden besluiten en ook wel principaal met relatie tot den arbeid aan de fortificatie werken, en omtrend het al of niet aanbesteeden van den verderen bouw van 't nieuwe Hospitaal, geresolveerd was, als ook om alles nader na te gaan, en te beproeven, zonder te gebleeven zijn. - dat de ons nagelaatene ordres en de beschikkingen door de meergem: Heeren Militaire Commis, „sarissen, voor de veiligheid en zeekerheid, zo ten opzigte van 't werk der fortificatien, der bezettin„ „ge, en voor de arthillerij, bij der„ zelver aanweezen aan ons, zo veel immers mogelijk ter executie daargesteld geworden zijn - en waarop zelfs binnen korten tijd, dit Gouvernement uwelEd Hoog Achtb: goedvinden en positive ordres, te gemoed kan zien. gebleeven Gavarderen 6
English
1651 NB. The words and other buildings have been omitted here, because there are no buildings in hand, and provisionally none will be taken in hand, while it has already been decided by resolution to suspend the contracting out of the last parcel of the Hospital until your Right Honorable and Most Respected Lordships' further orders, although this was also determined by the aforementioned Lord Commissioners; why Mr. de Wet has therefore brought up the buildings here is likewise not understood to hazard whether any reduction of expenditure could be conceived. If one then, I said, Right Honorable and Most Respected Gentlemen, considers this present position of ours with composure, would it then be acting wisely, would it then be permissible, according to the desire and urging of the member of this council, Mr. de Wet, to bring into council for deliberation whether the fortification works currently in hand according to the positive orders left to us to have them constructed without loss of time shall provisionally, until further orders, be continued or not? The undersigned therefore believes, Right Honorable and Most Respected Gentlemen, that he would make himself unworthy of the trust with which your Right Honorable and Most Respected Lordships have honored him by placing the chief administration of this government into his hands, if he, in a circumstance such as the one in which we currently find ourselves, could bring himself to yield to the urging of Mr. de Wet in this matter; and he therefore sets his mind at rest in this regard, and deems it his duty by oath and office, as a faithful servant of the state and of your Right Honorable and Most Respected Lordships, to neither have to nor be allowed to give a hearing to Mr. de Wet in this case, but to decline his surprising proposal and leave it out of deliberation. And it is further in well-founded hope that your Right Honorable and Most Respected Lordships will be pleased to favorably approve the conduct of the undersigned Governor in this delicate situation, and on the contrary will cause Mr. de Wet to feel your highest displeasure concerning the conduct he has maintained in accordance with such a tender matter, and concerning the conduct which he presently maintains both in council and in private towards the undersigned; whereby the undersigned Governor will be maintained in the authority so necessary here, and whereby also in future times 1651 NB. The words and other buildings have been omitted here, because there are no buildings in hand, and provisionally none will be taken in hand, while it has already been decided by resolution to suspend the contracting out of the last parcel of the Hospital until your Right Honorable and Most Respected Lordships' further orders, although this was also determined by the aforementioned Lord Commissioners; why Mr. de Wet has therefore brought up the buildings here is likewise not understood to hazard whether any reduction of expenditure could be conceived. If one then, I said, Right Honorable and Most Respected Gentlemen, considers this present position of ours with composure, would it then be acting wisely, would it then be permissible, according to the desire and urging of the member of this council, Mr. de Wet, to bring into council for deliberation whether the fortification works currently in hand according to the positive orders left to us to have them constructed without loss of time shall provisionally, until further orders, be continued or not? The undersigned therefore believes, Right Honorable and Most Respected Gentlemen, that he would make himself unworthy of the trust with which your Right Honorable and Most Respected Lordships have honored him by placing the chief administration of this government into his hands, if he, in a circumstance such as the one in which we currently find ourselves, could bring himself to yield to the urging of Mr. de Wet in this matter; and he therefore sets his mind at rest in this regard, and deems it his duty by oath and office, as a faithful servant of the state and of your Right Honorable and Most Respected Lordships, to neither have to nor be allowed to give a hearing to Mr. de Wet in this case, but to decline his surprising proposal and leave it out of deliberation. And it is further in well-founded hope that your Right Honorable and Most Respected Lordships will be pleased to favorably approve the conduct of the undersigned Governor in this delicate situation, and on the contrary will cause Mr. de Wet to feel your highest displeasure concerning the conduct he has maintained in accordance with such a tender matter, and concerning the conduct which he presently maintains both in council and in private towards the undersigned; whereby the undersigned Governor will be maintained in the authority so necessary here, and whereby also in future times
Dutch transcription
1651 NB. Men heeft de woorden en andere gebouwen hier weg gelaaten, om dat 'er geen gebouwen onder han„ „den zijn, en provisioneel ook niet den, terwijl reeds bij resolutie be„ „sloten is om met de aanbestee„ dinge van het laatste perceel van het Hospitaal, ofschoon door meer„ gem: Heeren Commissarissen zulx ook bepaald was tot uw wel Ed. Hoog Achtb: nader ordres te supercedeeren, waarom dus den Heere de Wet hier de gebouwen heeft bijgehaald begrijpt men dan almeede ook niet hazardeeren, of 'er eenige vermin„ „dering van uitgaave uit te denken zoude zijn. - Als men dan zeide ik, WelEd: Hoog Achtb: Heeren! deeze onze tegenswoordige possitie met bedaardheid overweegd zou het dan wijs gehandelt! zou het dan geoorloofd zijn. om volgens de begeerte het dringen van het Lid deezes raads, den Heer de Wet „ in raade in deliberatie te brengen, of met de onder handen zijnde Fortificatie werken /: vol„ onder handen zullen genomen wor, „gens de ons nagelatene stellige ordres om zonder tijdverzuim te doen maaken:/ tot nader onder provisioneel al of niet zal wor„ den gecontinueerd„ Den ondergeteekende verneuw dan, WelEdele Hoog achtb: Heeren! dat hij zig het vertrou„ „wen waarmeede uwel Edele oog Achtb: denzelven hebben vereerd, met hem het Hoofdbestuur deeses Gouvernements in handen te stellen — onwaardig zoude maaken, indien hij in eene omstandigheid, als waarin men zig thands bevind, het van zig konde verkrijgen, om aan het dringen van den ¶ En het is dan ook wijders in eene gegronde hoope, dat Uwel Ed: Hoog achtb. des ondergeteek Gouverneurs gedrag in deese exineuse situatie gunstiglijk zullen gelieven te approbeeren, en daar en tegen den Heere de wet desselvs gehouden gedrag na gelang van zulk een teedere zaak, en omtrend de Conduites, die denzelven thands zo wel in raade als in't bij zondere omtrend den ondergeteek houd, Hoogst derzelve ongenoe „gen zullen doen gevoelen:) Waardoor den Ondergeschr: Gouverneur in de alhier zo nodige authoriteit zal worden gemaintineerd, en waardoor dan ook in volgende tijden Heere de Wet in deeze te voldoen — en derhalven steld hij zig deswegens gerust, en vermeund Eed en amptshalven, om als een getrouw Dienaar van den staat, en van UwelEdele Hoog Achtb„ aan den Heere de wet in dit geval geen gehoor te moe„ ten nog te mogen geeven; maar zijn surprenant voorstel be declineeren en buijten delibera„ „tie te moeten laaten. — Heere de 1651 NB. Men heeft de woorden en andere gebouwen hier weg gelaaten, om dat 'er geen gebouwen onder han„ „den zijn, en provisioneel ook niet onder handen zullen genomen wor„ den, terwijl reeds bij resolutie be„ „sloten is om met de aanbestee„ dinge van het laatste perceel van het Hospitaal, ofschoon door meer„ gem: Heeren Commissarissen zulx ook bepaald was tot uw wel Ed. Hoog Achtb: nader ordres te supercedeeren, waarom dus den Heere de Wet hier de gebouwen heeft bijgehaald begrijpt men dan hazardeeren, of 'er eenige verm „dering van uitgaave uit te denken zoude zijn. - Als men dan zeide ik, Wei Hoog Achtb: Heeren! deeze onze tegenswoordige possite met bedaardheid overweegd zou het dan wijs gehande zou het dan geoorloofd zijn om volgens de begeerte he dringen van het Lid deeze raads, den Heer de Wet „ in raade in deliberatiete brengen, of met de onder har zijnde Fortificatie werken /: „gens de ons nagelatene stelle ordres om zonder tijd verzuim doen maaken:/ tot nader On„ provisioneel al of niet zal den gecontinueerd„ Den ondergeteekende vern dan, welEdele Hoog acht Heeren! dat hij zig het verk „wen waarmeede uwelEdelet Achtb: denzelven hebben ver„ met hem het Hoofdbestuurd Gouvernements in handen te stellen — onwaardig zoo maaken, indien hij in eene omstandigheid, als waarin men zig thands bevind, he van zig konde verkrijgen om aan het dringen van den almeede ook niet En het is dan ook wijders in eene gegronde hoope, dat Uwel Ed: Hoog achtb. des ondergeteek gouverneurs gedrag in deese exineuse situatie gunstiglijk zullen gelieven te approbeeren, en daar en tegen den Heere de wet desselvs gehouden gedrag na gelang van zulk een teedere zaak, en omtrend de Conduites, die denzelven thands zo wel in raade als in't bij zondere omtrend den ondergeteek houd, Hoogst derzelve ongenoe „gen zullen doen gevoelen: Waardoor den Ondergeschr: Gouverneur in de alhier zo nodige authoriteit zal worden gemaintineerd, en waardoor dan ook in volgende tijden Heere de Wet in deeze te voldoen — en derhalven steld hij zig deswegens gerust, en vermeund Eed en amptshalven, om als een getrouw Dienaar van den staat, en van UwelEdele Hoog Achtb„ aan den Heere de wet in dit geval geen gehoor te moe„ ten nog te mogen geeven; maar zijn surprenant voorstel de declineeren en buijten delibera„ „tie te moeten laaten. Hee de
English
1651 NB. The words and other buildings have been omitted here, because there are no buildings currently in hand, nor will any provisionally be taken in hand, while it has already been decided by resolution to suspend the contracting out of the final parcel of the Hospital, although this was also determined by the aforementioned Lord Commissioners, until the further orders of Your Honorable High Excellencies. Why then Mr. de Wet brings up the buildings here is to be ventured, or whether any reduction in expenditure could be devised. If one then, I said, Honorable High Esteemed Gentlemen, considers this our present position with composure, would it then be acting wisely, would it then be permissible, according to the desire and the urging of the Member of this council, Mr. de Wet, to bring into deliberation in the council whether the fortification works currently in hand, according to the definite orders left to us to have them constructed without loss of time, shall or shall not provisionally be continued until further Orders? The undersigned trusts then, Honorable High Esteemed Gentlemen, that he would make himself unworthy of the trust with which Your Honorable High Excellencies have honored him by placing the Chief Administration of this Government into his hands, if he, in a circumstance such as the one in which we currently find ourselves, could bring himself to yield to the urging of Mr. de Wet in this matter. And therefore he rests assured in this regard, and considers himself obliged by oath and duty, as a faithful Servant of the state and of Your Honorable High Excellencies, neither to have to nor be allowed to give ear to Mr. de Wet in this case; but to decline his surprising proposal and leave it out of deliberation. And it is then further in a well-founded hope that Your Honorable High Excellencies will be pleased favorably to approve the conduct of the undersigned Governor in this delicate situation, and, on the contrary, will make Mr. de Wet feel Your Highest displeasure concerning his conduct in such a tender matter, and regarding the Conduct which he presently maintains both in council and in private toward the undersigned; Whereby the Undersigned Governor will be maintained in the authority so necessary here, and whereby also in future times the Chief Rulers of this Government will remain free from such unpleasant circumstances that are detrimental to the service of the Country. P: J: Vande Graaff:
Dutch transcription
1651 NB. Men heeft de woorden en andere gebouwen hier weg gelaaten, om dat 'er geen gebouwen onder han„ „den zijn, en provisioneel ook niet onder handen zullen genomen wor„ den, terwijl reeds bij resolutie be„ „sloten is om met de aanbestee„ dinge van het laatste perceel van het Hospitaal, ofschoon door meer„ gem: Heeren Commissarissen zulx ook bepaald was tot uw wel Ed. Hoog Achtb: nader ordres te supercedeeren, waarom dus den Heere de Wet hier de gebouwen hazardeeren, of 'er eenige ver„ „dering van uitgaave uit te denken zoude zijn. - Als men dan zeide ik, W Hoog Achtb: Heeren! deez onze tegenswoordige possit. met bedaardheid overweeg. zou het dan wijs gehand zou het dan geoorloofd zijn om volgens de begeerte n he dringen van het Lid deeze raads, den Heer de Wet „ in raade in deliberatie brengen, of met de onder ha zijnde Fortificatie werken /: „gens de ons nagelatene stell ordres om zonder tijd verzuim doen maaken:/ tot nader O provisioneel al of niet zal den gecontinueerd„ Den ondergeteekende ver„ dan, WelEdele Hoog acti Heeren! dat hij zig het ver„ „wen waarmeede uwelEdele Achtb: denzelven hebben ver met hem het Hoofdbestuurd Gouvernements in handen te stellen — onwaardig zo maaken, indien hij in eene omstandigheid, als waarin men zig thands bevind, he van zig konde verkrijgen om aan het dringen van de almeede ook niet heeft bijgehaald begrijpt men dan En het is dan ook wijders in eene gegronde hoope, dat Uwel Ed: Hoog achtb. des ondergeteek Gouverneurs gedrag in deese exineuse situatie gunstiglijk zullen gelieven te approbeeren, en daar en tegen den Heere de wet desselvs gehouden gedrag na gelang van zulk een teedere zaak, en omtrend de Conduites, die denzelven thands zo wel in raade als in't bij zondere omtrend den ondergeteek houd, Hoogst derzelve ongenoe „gen zullen doen gevoelen:) Waardoor den Ondergeschr: Gouverneur in de alhier zo nodige authoriteit zal worden gemaintineerd, en waardoor dan ook in volgende tijden Heere de Wet in deeze te voldoen — en derhalven steld hij zig deswegens gerust, en vermeund Eed en amptshalven, om als een getrouw Dienaar van den staat, en van UwelEdele Hoog Achtb„ aan den Heere de wet in dit geval geen gehoor te moe„ ten nog te mogen geeven; maar zijn surprenant voorstel de declineeren en buijten delibera„ „tie te moeten laaten. He de de Hoofdgebieders deezes Gou„ „vernements voor dergelyke onaangename, en voor s Lands dienst nadeelige omstandighee „den bevrijd zullen blijven. — P: J: Vande Graaff: -