VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4344

Cape · 543 pages · 234 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4344_0043 view scan ↗

English

Thursday the 19th of March 1789. In the forenoon, present the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and all the members, except Mr. Smuts due to indisposition. The Senior Merchant and Independent Fiscal of this government, the Honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden van Bletterswijk, Plaintiff, against the burgher Johan George Baerends, Defendant, in order to comply with the sentence rendered against him by the aforementioned Council on the 5th of this month. The Defendant having entered, he was, on behalf of the Council, seriously reprimanded by the Honorable President, in such manner as dictated by the sentence pronounced against him on the last ordinary court day. Whereafter the burgher Jacobus van Leeuwen presented a petition of the following content: To the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, together with the further Honorable Council of Justice of this government at Cabo de Goede Hoop. Honorable Sir, Honorable Gentlemen, Your Honors' very humble servant, the undersigned burgher Jacobus van Leeuwen, shows with due respect: That the undersigned petitioner has the honor of being admitted, alongside others, as an Attorney before this Honorable Council. That by virtue thereof, in order to truly fulfill the expectations which Your Honors have been pleased to place in him, he considers himself indispensably obliged always, where reason permits, to help promote with advice and action the benefit of his fellow human beings, and that based on the true fundamental principles of the law of nature, as much as lies in his power. Consequently, in that capacity, the petitioner could and should not withhold his slight help and assistance from a poor, wretched person. Instead, having been requested to do so, setting aside self-interest, he was willing out of true charity to take upon himself to serve the same pro deo, and with the most favorable permission of the Honorable President of this formidable tribunal, to bring to Your Honors' notice: How the soldier named Thomas Jeeger, in the month of May of the year 1785, on account of strong suspicion that he, together with fellow soldier Johannes Pauli, was guilty of housebreaking and theft, was provisionally sent to Robben Eyland by order of Your Honors. Since, however, not the slightest appearance of evidence to convict him of the aforementioned deeds has emerged up to the present date, and That the said Jeeger had previously conducted himself very quietly and exemplarily as a soldier, and was never suspected of the slightest misdemeanor; Just as that unfortunate man, regarding this, is provided to this day with the best testimonial from the Postholder stationed at Robben Eyland, which the undersigned has deemed necessary to submit herewith as corroboration, that he in his unfortunate situation there has still conducted himself as such; Wherefore the petitioner, being thoroughly convinced of the fairness and justice which Your Honors cause to shine forth in your holy offices in such a praiseworthy and illustrious manner, requests with respectful boldness in the name of the said Jeeger: That it may please Your Honors to gratuitously release the said Thomas Jeeger from this miserable and unhappy condition of his and his long-endured miseries, and to send him to the Fatherland with the first ships that shall depart from here. Beneath stood: Doing which, etc. Was signed: J:b van Leeuwen. In the margin: Exhibited in Court on the 19th of March 1789. This having been read and its contents heard, the Honorable Independent Fiscal, Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden van Bletterswijk, submitted that, whereas the aforementioned Jeeger was placed on Robben Eyland approximately four years ago merely provisionally, until such time as further evidence against him should be obtained, and the Office of the Fiscal has not been able to secure any such further evidence since that time, his Honor therefore ex officio had nothing to object against the aforementioned request, but fully leaves this matter to the judgment of the Council. Wherefore the Council, having heard the aforementioned declaration of the Officer and having considered the reasons and motives adduced in the said petition, has thought fit to grant the following apostil upon it: The Council releases the person of Thomas Jeeger from his provisional confinement, in order to be sent to Batavia in his former capacity upon a suitable opportunity. Thereafter, the burgher Fredrik Kannemijer appeared in the Council, presenting the following petition: To the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, together with the further Honorable Council of Justice of this government. Honorable Sir, Honorable Gentlemen! Your Honors' very humble servant, the burgher Fredrik Kannemijer, shows with much respect: How

Dutch transcription

75 Donderdag den 19 Maart 1789. 's voordemiddags present de E Achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius President en alle de leeden, dempto den Heere Smuts bij indispositie; den ged„e binnen getreeden Den opperkoopman en Jnde„ zijnde, is denzelven door den pendent Fiscaal deeses gou„ EE Achtb: Heer President, uit= „vernements, de E Achtb: Heer namens den Raade zodanig serieuslyk gereprimendeert Mr Johan Nicolaas Steven geworden, als het op laaatl: ordi„ van Lijnden van Bletters¬ „naire regtdag tegens hem gepro„ „nuntieerd vonnis komt te dictee„ wijk Eyscher. - Waarna door den burger- Jacobus van Leeuwen wierd gepresenteerd een request van navolgenden inhoude. den Burger Johan geor„ „ge Baerends ged:t ten eijnde aan het van welgem: Raade op den 5 deeser Geslaagene vonnis tegens denzelven te voldoen. — Contra. heeft met schuldigen Eerbied te kennen uwer welEdele Achtb: zeer neederigen dienaar den ondergeteekende burger Jacobus van Leeuwen: Dat den ondergeteekende supp„t de Eere heeft bij deezen welEdele achtb: Raade neevens andere als Procureur geadmitteerd te werden. dat Uijt hoofde van dien /:om aan de verwagting, welke UwelEd: Achtb: in hem hebben gelieven te stellen:/ met er daad te beantwoorden, zig indispensabel verpligt E: E: Heeren Wel Edele Achtbaar Heer Aan den welEdelen achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius President, beneevens de verdere E achtb: Raade van Justitie dee„ „ses gouvernements aan Cabo de goede Hoop. Aan agt „ren. — - en agt, omme altoos /: waar de reeden sulx permitteerd :/ het nut van zijn Even mensch, ende zulx uijt de waare grond beginzelen van de wet der natuur, zo veel in zijn vermoo„ „gen met raad en daad te helpen bevorderen. gevolgelijk zo heeft den supp„t in die betrekking zijne geringe hulpe en bystand, aan een arme Elendige ook niet konnen of moogen onttrekken. Maar daartoe verzogt zynde, met ter zijde stelling van eigenbaat, uijt waare mensche liefde wel op zig willen neemen, om„ „me dezelve Pro dec te dienen, en met hoog„ „gunstige permissie van den welEdelen achtb„ Heer Praesident van deesen gedugte veerschaal ter kennisse van uwelEdele Achtb: te bren„ „gen Hoe dat den soldaat genaamt Tho„ „mas Jeeger, in de maand Maij des Jaars 1785, wegens sterke suspicie, dat hij met den meede soldaat Johannes Pauli aan Huijsbraak en diefte zig heeft schuldig ge„ „maakt, bij dispositie van uwelEdele Achtb. NB Provisioneelik naar 't Robben Eyland is ge„ „sonden. — Dan alzoo geen de minste schijn van bewijzen, ten eijnde dezelve van de Dat het UwelEdele achtb: mooge behaa„ „gen, omme denzelven Thomas Jeeger, uijt deesen zynen zo akelige als ongelukkige toe„ „stand en zo lang uytgestaane Elenden, gratis te ontheffen, en met de eerste scheepen die van hier zullen vertrekken na het Patria te zenden. — /:onderstond:/ 'T welk doende & /:was geteekend:/ J:b van Leeuwen Weshalven den supp„t die van de billyk„ „heid en regtvaardigheijd, welke uwelEde. achtb„ in hoogst derzelver gewijdens, op een zo Loffe„ „lyke als Luysterrijke wijze doen doorstraalen, te wel overtuijgt, met een Eerbiedige vrymoe„ „digheijd in naame van gerepten Jeeger ver„ „zoekt. — Gelijk dien ongelukkigen ook tot op heeden dien aangaande met het beste getuijgnis van den ten Robben Eijlande bescheidenen Posthouder het welk den ondergeteekende tot adstructie no„ „dig geagt heeft, hier bij over te leggen, gemunieerd zij, dat hij aldaar ter Plaatze, in zyn ongelukige situatie zig nog als sodanig heeft gedraagen voorsz: feiten te Convinceeren à dato deezes zig hebben opgedaan, en Dat denzelven Jeeger bevoorens als sol„ „daat zig zeer stil en voorbeeldelijk heeft gecom„ „porteerd, en ook nooijd van eenig de minste wan„ „bedrijf is gesuspecteerd; voorand. /:in /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 19e Maart 1789. Met welk geleezen en op dies in„ „houde gehoort zynde, den E Achtb: Heere Jndependent Fiscaal M„r Johan Nicolaas steven van Lijnden van Bletterswijk advanceerde zijn Ed:, dat, daar voormelde Jeeger nu reeds Circa vier Jaaren geleeden, alleenlyk bij provisie ten robben Eylande is geplaatst, tot tijd en wylen, er nadere be„ „wijzen tegens denzelven zouden worden in„ gewonnen, en men van de zyde van het offici Fiscaal, zeedert dien tijd, geene zodanige nadere bewijzen heeft kunnen magtig worden, zijn Ed: dierhalven teegen het voorsz: gedaan verzoek exofficio niets hadde in te brengen, maar deeze zaak volkoomen aan 's raads oordeel overbiet. Weshalven de Raad, de voorzz: de„ „claratie van den Heer Officier gehoord en overwoogen hebbende de reedenen en mo„ „tiven in gemelde requeste bijgebragt, goed„ „gevonden heeft, daarop voor appostil te ver„ leenen. De Raad ontslaat de Perzoon heeft met veel Eerbied te kennen Uwer welEdele Achtb: zeer neederigen dienaar den burger Fredrik Kanne„ „mijer E: E: Heeren! WelEdele Achtbaar Heer Aan den WelEdelen Achtb. Heer Johannes Izaak Rhenius President, beneevens de verde„ „ve E Achtb: Raade van Justitie deeses gouvernements. Hierna verscheen in Raade den burger Fredrik Kannemijer presentee„ „rende het volgende verzoekschrift, van Thomas Jeeger uijt zijn Provisioneel confinement, om bij bequaame geleegendheijd in zijn voorige qualiteit naar Batavia ver„ „zonden te werden van Hoe 78 en

NL-HaNA_1.04.02_4344_0046 view scan ↗

English

How he, the petitioner, having been summoned by the merchant and Landdrost at Stellenbosch, Mr. Hendrik Lodewyk Bletterman ex officio under date of 8 January last, before this Honorable Court, to the end as mentioned in the summons, that the burgher Jacobus van Leeuwen, appearing on the roll as attorney for the petitioner, requested a copy of the claim of his Honor the ex officio plaintiff, and a day to deliberate until the statements should be properly obtained, which having been debated by and on behalf of the ex officio plaintiff, the said defendant persisted in his request, that thereupon, having been disposed of by your Honorable Worships, the defendant was sentenced on the roll to a fine of one thousand guilders with costs. And by which sentence the principal defendant, under correction, considered himself significantly aggrieved. For which reason the defendant as proxy ordered an appeal to be lodged in due time from the just-mentioned sentence to the Court of Justice of the Castle Batavia, which having been done by him, he addressed this Honorable Court by request to that end, with the result that the same request was dismissed. Wherefore the undersigned sees himself compelled to turn to your Honorable Worships with all due respect, with a very humble and submissive request that it may graciously please your Honorable Worships to grant the petitioner, at his reasonable expense, a copy of all the documents as well as the minutes of the dictata held in that regard, in order that they may serve him for speculation. Underneath was written: Which doing, etc. Was signed: L. Kannemijer. In the margin: Exhibited in Judicio the 19 March 1789. And furthermore having been brought to the table the claim and documents submitted on the last court day by the Independent Fiscal Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden against the slave Matthijs van Mozambique, belonging to the fire warden Michiel Elser, and then held in advisory circulation: the Court, having deliberated attentively upon it, and having considered what merited reflection, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the defendant Matthijs van Mozambique, as their Honors condemn him hereby, to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed here, there delivered to the executioner, and being tied to a post, severely whipped with rods on the bare back, and thereupon to be branded, furthermore to remain confined on Robben Island for the term of ten consecutive years, with condemnation of him, the defendant, in the costs and expenses of justice, and dismissal of the further or otherwise made claim and taken conclusion of the Officer. After the reading of which it was approved, before disposing of its contents, to place a copy of the same into the hands of the merchant and Landdrost of the colonies Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, in order to serve this Court with his considerations thereon. While finally were taken in hand the criminal claim and conclusion exhibited in Court by and on behalf of the merchant and Landdrost of the colonies Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewik Bletterman, against the Hottentots Wittebooij and Hannis ex officio, over which likewise having been ripely deliberated, and having noted everything that merited reflection, the Court, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the prisoners Wittebooij and Hannis, as their Honors condemn them hereby, to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed here, and there the first defendant, Wittebooij, delivered to the executioner, tied to a post, and severely whipped with rods on the bare back, and thereupon being branded, to be sent to Robben Island, in order to remain banished there for the term of ten consecutive years; the second prisoner, Hannis, after having witnessed this execution, shall be set at liberty again, with condemnation of the defendants in the costs and expenses of justice, and dismissal of the further made claim and taken conclusion of the Officer. Underneath was written: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, and signed: W. V. Rijneveld, sworn clerk. Thursday the 26 March 1739. In the forenoon, present the Honorable Mr. Johannes Izaak Rhenius, President. On the occasion that this meeting was convened expressly both to sign and to pronounce the sentences of the cornet of the burgher cavalry at Stellenbosch, David Malan Davidz, and the operative part of the last ordinary court day regarding the testamentary act of the burgher Marthinus Melk, there also appeared in Court Hendrica Janssen, wife of Jan Smit van Dilburg, confined to Robben Island, presenting in respect of her said husband a petition of the following contents: To the Honorable Mr. Johannes Izaak Rhenius, President, together with the further members of the Honorable Court of Justice of this government. Honorable Sir, Honorable Sirs, With due respect, very humbly makes known: Hendrica Janssen, wife of the burgher Jan Smit van Dilburg, banished here on Robben Island.

Dutch transcription

81 Hoe hij supp„t door den koopman en Landrost te Stellenbosch de Heer Hendrik Lodewyk Bletterman r: O: de dato 8 Janu„ „arij Jongstl: gedagvaart zynde, voor deesen E Agtb„s Raade, ten fine als bij Citatie vermeld, dat den burger Jacobus van Leeuwen als gemachtigde van den supp„t ter rolle Compareerende, heeft verzogt Copia van S R: O: Eisschers Conclusie van Eysch, en dag ad deliberandum, ter tijd toe de verklaaringen behoorlijk zoude ingewonnen zijn, het welk door ende van weegens de Heer r: O: Eipscher gedebat„ „teert zynde, den q9 gedaagde bij zijn gedaan verzoek was blyven persisteeren, dat daarop bij uwelEdele Achtb„ gedisponeert zynde, den gedaagden staande rolle is gecondemneert in een Boete van Een duijzend guldens met de kosten. — En bij welke vonnis den p„l ged„e onder Correctie vermeende merke„ „lijk gegraveert te zijn. Om die reeden de qq gede heeft ge„ „last, van het zo evengem: vonnis ter be„ hoorlyke tijd appel te interjecteeren na de Hove van Justitie des Casteels Batavia het welk door denzelven gedaan zynde, hij zig ten dien eynde per request bij deezen Eachtb: Raads heeft vervoegt, met dat ge„ „volg dat het selve verzoek is geweesen van En wijders ter tafel gebragt zijnde den Na welks lectuure goedgevonden is, alvoorens op dies inhoude te disponeeren, Copia van het zelve te stellen in handen van den koopman en Landdrost der Colonien stellenbosch en Drakenstein de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman ten eynde deezen Raade daarop te dienen van desselvs Consi„ deratien. 'T welk doende &„a /:was geteekend:/ L: kannemijer. — /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 19 Maart 1789. Weshalven de ondergeteekende zig genoodsaakt ziet, met alle verEyschte Eerbied tot uw Ed. Achtb: te keeren, met zeer needrig en ootmoedig ver„ „zoek, dat het uwelEd: achtb: gunstig moogen behaagen, aan den supp„t te verleenen, ten zij„ „nen redelijken kosten, Copia van alle de stukken en als meede de Notulen van de ten dien opzigte gehoudene dinctale, ten einde hem te kunnen dienen tot speculatie /:onderstond:/ van de hand. de Eysch 80 83 Eysch en stukken op laastl: rechtdag door den Heer Jndependent Fiscaal M„r Johan Nico: „laas steven van Lynden op ende Jeegen den slaaf Matthijs van Mozambigue toebehoorende den brandmeester Michiel Elser, ingediend, en als toen ter rondleezing in adviss gehouden: heeft de Raad daarover met attentie gedelibereerd, en overwoogen hebbende het gunt reflectie meriteerde, Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoogmoogende Heeren staaten, Gene„ „raal der VerEenigde Nederlanden, den ged„e Matthijs van Mozambique heeft ge„ „condemneert, gelijk Hun EE achtb„s denzelven Condemneeren mits deezen, omme gebragt te worden ter plaatze, daar men alhier ge„ „woon is Crimineele gewipdens te executeeren, aldaar aan den scherpregter overgeleevert, en aan een Paal gebonden zynde, met roe„ „den op de bloote rugge strengelyk gegeesseld, en daarop gebrandmerkt te worden, wyders den Tijd van tien agtereenvolgende Jaaren ten Robben Eylande geconfineerd te blijven, met Condemnatie van hem ged„e in de kosten en misen van Justitie en ontzegging van den verderen of anders gedaanen Eijsch en ge„ „nomene Conclusie van den Heer officier. Terwijl laatstelijk wierden bij der hand genoomen, den Crimineelen Eyschen Conclusie door en van weegens den koopman en Land „drost der Colonien Stellenbosch en Drakenstein de Heer Hendrik Lodewik Bletterman, op ende Jeegens de Hottentotten wittebooij en Hannis R: O: in Raade geexhibeert, waarover almeede rypelijk gedelibereerd zijnde, en gelet op al het gunt reflectie meriteerde heeft de Raad Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoogmoogende Heeren Staaten generaal der VerEenigde Nederlanden, de gev:e Wittebooij en Hannis gecondemneert, zo als Hun EE Achtb. den zelven Condemneeren mits deezen, omme gebragt te worden ter Plaatze, daar men alhier gewoon is Crimineele sententien ter Executie te leggen en aldaar den 1„e ged„e wittebooij, aan den scherpregter overgeleeverd, aan een Paal ge„ „bonden, en met roeden op de bloote rugge strengelijk gegeesseld, mitsgaders daarop ge„ brandmerkt zijnde, naar het Robben Eyland verzonden te worden, ten eijnde aldaar, den Tijd van Thien agtereenvolgende Jaaren ge„ „bannen te blijven: zullende den 2„e Gevangene Hannis, na deese Executie te hebben aanschouwd wederom op vrije voeten worden gesteld met Condemnatie van de ged„e in de kosten en misen van Justitie, en ontzegging van Terwijl den 82 685 den verderen gedaanen Eyschen genomene Conclusie van den officier /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij present /: en geteekend:/ W WV Rij„ neveld gClercq. — Donderdag den 26 Maart 1739. 'S voordemiddags present de E achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius President Bij geleegendheid, dat deese vergadering expres, zo om de sententien van den Corne der burger favallerij aan stellenbosch David Malan Davidz te teekenen als te pronun„ „tieeren, het dispositif laatstl: ordinaire regtdag wegens de Testamentaire acte van WelEdele achtb: Heer Edele Achtbaare Heeren Heeft met verschuldigde Hoogagting zeer ootmoedigst te kennen. Hendrica Janssen Huijsvrouw van den alhier op 't Robben Eijland gebannen burger Jan Smit van Dilburg. Aan den welEdelen Achtb: Heere Johannes Izaak Rhenius president, beneevens de verdere Leeden uijt den E achtb: Raade van Justitie deezes gouvernement den burger Marthinus Melk gevallen, was belegd geworden, verscheen teevens in Raade Hendrica Janssen Huijsvrouw van den ten Robben Eylande geconfineerden Jan Smit van Dilburg, presenteerende ten aspecte van gemelde haaren man een re„ „quest van navolgenden inhoude. den Hoer 84 - ƒ en

NL-HaNA_1.04.02_4344_0049 view scan ↗

English

How the petitioner's said husband in the year 1786 received from a certain Michiel van koppen a sum of ƒ1000:— to pay for him to the valiant Captain of the Burgher militia Jan de waal arendz:, in satisfaction of a certain bond, in favor of the merchant and Member of the Court of Policy, as well as vendue master of this government, the late Honorable Court Martini Bergh, and for which satisfaction the aforesaid de waal had instituted himself as surety. Said valiant Jan dewaal and her husband being very familiar good friends, and conversed daily with each other, the petitioner believes she is convinced for her husband that said ƒ1000:— was truly satisfied to said de waal, or settled with each other, as they often had money outstanding with each other, and reciprocally lent money to each other, without however taking any receipts from each other. And what most convinces the petitioner of that payment of said ƒ1000:— principally is that she has heard several times that her said husband asked said van koppen whether he had already received that bond from aforesaid dewaal? to which said van koppen always answered with no; whereupon her said husband always urged said van koppen most strongly to collect that bond, but in which he remained negligent. When both said Honorable Bergh and J. de waal came to pass away and said van koppen was again called upon for the payment of that said bond by the executors of the estate of the aforesaid Honorable Bergh, and was legally prosecuted for it. Said van koppen with the greatest right in the world had her petitioner's said husband summoned before your Honorable Worships to give testimony to the truth concerning the payment of said bond, just as her said husband also executed a declaration thereof, but regarding the manner in which that payment was made was very much mistaken, as her petitioner's husband, instead of declaring that that payment was made by him to said de waal, her said husband declared that said van koppen made that payment in his presence to dewaal himself. Whereby her husband made himself guilty of giving a false declaration, and which became evident from the receipt given by her husband to said van koppen regarding that receipt, and upon the verification of the said declaration by the honorable gentlemen commissioners, it was shown to her husband; whereby he undoubtedly noticed his imprudent committed mistake, which brought him into such an extreme confusion that he became unable to present his committed offense properly to the aforesaid Honorable gentlemen commissioners, but in that confusion undoubtedly magnified his offense, and brought himself into the most vehement suspicions before his judge. All of which has resulted for her said husband in the documents being placed into the hands of the Fiscal pro interim, and her husband was thereupon taken into custody, and finally by sentence of your Honorable Worships was condemned to the payment of said one thousand guilders, as well as to a fine of Rijxd„s 1000:— and furthermore banished for five years to Robben Eijland, and after the expiration of the said five years for the duration of his life out of this country, and finally in the costs and expenses of justice. The petitioner thus faces with the most dreadful thoughts the expiration of the five years, when, if she the petitioner and her husband may be spared life for so long, a separation of their persons and separation That her said husband, having now already sat on the said island for fifteen months, is affected with the utmost care and distress over the administration of his property, although the curators appointed therein apply themselves with all diligence and look after her petitioner's interest, without thus wishing to prejudice them therein, it can nevertheless never be done with such diligence and care as by the master himself, to which is added that there are still some unsettled matters which, because the curators are not fully aware of the facts, cannot be carried out as such, but the estate must absolutely suffer damage thereby. Of which already one case is pending on the court roll before your Honorable Worships, and yet a second mixed with this, must notoriously flow from it, and to maintain any correspondence for elucidation with her said husband is also accompanied with much difficulty, as her said husband does not have complete freedom to write.

Dutch transcription

Hoe des sup=te gemelde man in den Jaare 1786, van zeekere Michiel van koppen heeft ont„ „fangen een somma van ƒ1000:— omme voor hem te betaalen, aan de manhafte Capitain der Bur„ „gerije Jan de waal arendz:, ter voldoening van zeekere obligatie, spreekende ten behoeve van den koopman en Lid van Politie, mitsgaders vendumeester deezes gouvernements, wijlen den E Achtb: Heer Hof Martini Bergh, en voor welke voldoening meergezeide de waal zig als borge hadde Geinstitueerd. Gemelde manh: Jan dewaal en haar man 't zeer famillaire goede vrienden zijnde, en dagelijks met den anderen Converseerde, de supp„le voor haar man wel meend overtuijgd te zijn, dat gemelde ƒ1000:— aan gezeide de waal waarlijk zijn voldaan, of met elkanderen verreekend, wijl zij dikmaals met den ande„ „ren geld Uitstaan hadden, en reciproque aan elkanderen gelden geleend, zonder egter van elkanderen eenige bewijzen te neemen. — En wat de suppliante van die betalin„ „ge der gezegde ƒ1000:— het meeste overtuijgd is principaal, dat zij diverse maalen heeft gehoord„ dat haar gemelde man aan gezegde van koppen heeft gevraagd, of die obligatie van meergem: dewaal al hadde ontfangen? dan welk gem: van koppen altoos met neen heeft te antwoord; Waar door haar man zig heeft schul„ dig gemaakt aan het geeven van een Gezegde van koppen met het grootste recht des weerelds haar supp„le gem: man heeft laaten Citeeren voor uwelEd: Achtb„ omme te moeten geeven getuijgenis der waarheijd, wee„ „gens de betaaling der gezegde obligatie, gelijk haar gemelde man ook een verklaaring daar van heeft gepasseerd, dog ten opzigte weegens de manier hoe die betaling was geschied zig zelven zeer heeft geabuseert, alzoo haar supp„le man in plaats te verklaaren, dat die betalinge door hem aan gezeide de waal was geschied, zo heeft denzelven haaren man verklaard, dat gezegde van koppen die betaling in zijne presentie aan dewaal zelve had gedaan. gezeide achtb: Heer Bergh als J. de waal beijde zijn koomen te overlyden en ge„ „zegde van koppen door de Executeuren ten Boedele van welgem: achtb: Heer Bergh, an„ „dermaal tot de betaalinge dier gemelde Obliga„ „tie zijnde aangezocht en in rechten daar toe vervolgt geworden. wanneer haar gemelde man den gezeide van koppen altoos op het sterkste heeft aangedrongen, die obligatie af te haalen, dog waarin hij nalatig is gebleeven. — wanneer valache 86 8 valsche verklaaring, en welke gebleeken zijnde, uijt de quitantie door haare man aan gezeijde van koppen, weegens dien ontfang gegeeven, en bij het recolleeren der gezeede verklaaring door achtb: Heeren ge committeerdens haar man is vertoond gewor„ „den; waardoor hij ongetwijffeld zijn onvoorsig„ „tige begaane slap heeft bemerkt, daar door in een verregaande Confusiteit gebragt, dat buijten staat is geworden, omme zijn begaane misdaat, aan welgem: Actbaare Heeren gecom„ „mitteerdens bescheidelijk voor te draagen, maar in die verwarring ongetwijffeld zyne misdaat heeft vergroot, en zig zelven bij zijnen rechter in de Behemenste presumptien heeft gebragt. Welke een en ander voor haar ge„ „melde man van die gevolgen is geworden, dat de stukken zijn gesteld in handen van den pro Jnterim Fibeaal, en haar man daarop in apprehensie is gezet, en eindelijk bij vonnisse van UwelEdele Achtb„ is gecondemneert in de betalinge van gemelde Een duijzend gul„ „dens, mitsgaders in een boete van Rijxd„s 1000:— en verders voor vijf Jaaren gebannen op het Robben Eijland en na het Expireeren der gemelde vijf Jaaren voor zijn leeven lang ge„ duurende uijt deeze Lande, en eindeling in de kosten en misen van Justitie. De supp„le dus met de alberakelyks te gedagten te gemoed ziet, het expireeren der vijf Jaaren, wanneer zo zij supp„te en haar man zo lange 't leeven mag gespaard worden, een scheiding van hun Persoonen en separatie Dat haar gemelde man nu reeds vijfthien maanden op gemelde Eijland gezeeten hebbende met de uytterste zorge en nommer is aangedaan over de administratie zyner goederen of schoon de daarin aangestelde Curateuren met alle vlijt zig beneerstigen, en haar supp„le Jntrest behartigen, zonder dus dezelve daarin te willen benadeelen, het egter nimmer met die vlijt en zorg kan geschieden, als van de meester zelve, waarbij komt, dat er nog eenige onge „redderde zaaken zijn, die, de Curateuren wee„ „gens dat zij van de toedragt niet volkoomen bewust zijn, zo niet kunnen uijtgevoerd wor„ „den: maar den boedel absoluut daardoor schade moet koomen te lyden. — waarvan reeds een zaak ter rolle voor UwelEd: achtb„ is hangende, en nog een tweede met deeze vermengt, daaruijt notoir moet proflueeren, en om eenige briefwisselingen, ter Elucidatie met haar gemelde man te houden, gaat ook met veel moeijte gepaard, wijl denzelven haa„ „ren man geen volkoomen vrijheid tot schrij„ „ven heeft. Dat des 88.

NL-HaNA_1.04.02_4344_0051 view scan ↗

English

of the estate must come, without the slightest notice, ever to hear any word or sign from one another thereafter. And when her estate, both due to extra expenses spent there by her husband, about which the petitioner has already had the honor to submit her objection to Your Right Honorable, and for the reasons mentioned above, must fall very far behind, and through any heavy accidents and inconveniences, which God forbid, could be entirely ruined, whereby the petitioner in her gray old age would have to spend the remainder of her life in poverty and want, without help or comfort. All of which causes the petitioner to take the liberty to turn to Your Right Honorable, trusting in Your Right Honorable's fatherly care, since Your Right Honorable have shown on multiple occasions, if it could be reconciled with justice, to prefer to forgive rather than to punish, without however wishing to acquit that imprudent step taken by her said husband, as that committed act is highly punishable, but with the required esteem most humbly to submit to the wise judgment of Your Right Honorable the following reasons for mitigation, in that just confidence that Your Right Honorable will be pleased to take the same into consideration, with Your Right Honorable's customary accuracy and penetrating judgment, out of a fatherly care. Firstly, the petitioner's advanced age, which has already risen to its peak, how she sees herself brought into the most dismal circumstances by that imprudent step of her husband, and wherein she is still about to be plunged, she, just like an accomplice, having to help bear the painful feeling of that punishment. Secondly, may it please Your Right Honorable to consider the age of her said husband, who, although it is true that his crime is punishable, has already reached the age of about 60 years; having to fulfill the said sentence of Your Right Honorable, he must, after the expiration of the five years, surrender himself in his advanced age to the injuries of the sea and all kinds of climates, to which is added the painful remembrance of in what a wretched condition he has left the petitioner behind, having to end his life in a most disastrous condition. And finally, thirdly, the petitioner trusts that it will also provide a reason for mitigation for her husband that the oath presented by him has not yet been taken. For which reasons of mitigation the petitioner hopes that Your Right Honorable may be pleased to reduce the documents of the trial de novo, and that Your Right Honorable will be pleased to declare compoundable the remainder of the following punishments that have not been carried out according to the sentence. Reasons why the petitioner turns to Your Right Honorable with the most humble request that Your Right Honorable may be pleased to adopt the petitioner, as one of the most unfortunate subjects, under Your Right Honorable's judicial protection, and from a fatherly loving heart, for the restoration of the petitioner's fateful case, to reduce the imposed punishment of her husband according to the sentence of Your Right Honorable, and to authorize the Honorable Independent Fiscal to compound with him regarding the further punishments for the execution of the sentence, to the end that she, the petitioner, with her said husband, may bring the few remaining days of her life to an end in peace and quiet, under the protection of Your Right Honorable's laudable government. Which doing etc. Was signed: Hendrica Janssen. In the margin: Exhibited in Court on 26 March 1739. Thursday 31 March 1789. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Mr. Johannes Izaak Rhenius, president, and all the members, demptis Messrs. van Echten, Maasdorp and Gien, the first two mentioned due to indisposition and the last due to occupation. At Cabo de Goede Hoop, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: WJ Rijneveld G z: Clerk. Which having been read, it was approved to place a copy thereof into the hands of the Honorable Independent Fiscal, Master Johan Nicolaas Steven van Lynden, in order to serve this Council with his Honorable considerations thereon.

Dutch transcription

9 des Boedels moet komen, zonder wynige appe„ „ventie eenig Taal of teken daarna van elkande„ „ren meer te hooren. - En wanneer haaren Boedel zo wee¬ „gens Extra kosten, door haar man aldaar ver„ „teerd, waarvan de supp„le reeds de Eere heeft ge„ „had, haar bezwaar dies aangaande uwelEd: achtb: voor te draagen, als om bovengemelde oor„ „zaaken zeer veel ten agteren moet loopen, en door eenige zwaare toevallen en inconvenienten, welke God verhoede, geheel geruineerd kan worden, waardoor de supp„te in haar grize ou„ „derdom in armoede en gebrek, zonder hulp of troost de verdere tijd haares leevens zoude moeten doorbrengen. — Alle het welke de supp„le de vrijheid doet neemen te keeren tot uwelEd: actb: als op uwelEdele Achtb: vaderlijke zorge vertrou„ „wende, alzo uwelEd: Achtb: te meermaalen hebben getoond /: indien het met de recht„ „vaardigheid strooken konde :/ liever te willen vergeeven dan te straffen, zonder egter die onvoorsigtige begaane stap van haar gem: man te willen vrijspreeken, wijl die begaane daad ten hoogsten strafbaar is, maar met de verEijschte Hoogachting ootmoedigst, aan het wize oordeel van uwelEdele Achtb: de En Eyndelijk ten derden vertrouwd de Sweedens zo gelieve UwelEd: achtb„ te beschouwen den ouderdom van haar gemelde man, die schoon wel is waar zijn misdaat strafwaardig is, maar reeds Circa bereykt den ouderdom van 60 Jaaren aan het gem: vonnis van uwelEd: achtb: moetende voldoen, na het expireeren der vijf Jaaren in zijnen hoogen ouderdom moet overgeeven aan de Jnju„ „ries der Zee en allerleij lugtsClimaaten, daarbij komende de smertige nagedagten in wat Jammerlijke toestand hij de supp„lte heeft laaten zitten, in een allerrampzaligote toestand zijn lieven zal moeten eijndigen. Als eerstelijk de suppte haare hooge ouderdom die reeds aan het Toppunt gereesen zij, hoe zij door die onvoorsigtige stap van haar man in de allerakelykste omstandigheeden gebragt ziet, en waarin dezelve nog staat ge„ dompeld te worden, zij eeven als een meede plig„ „tige het smertelijk gevoel dier straffe moet helpen draagen. — volgende reedenen van mitigatie op te draa „gen, in dat billijk vertrouwen, dat uwelEd: achtb„ dezelve met uwelEd: Achtb„ gewoone accuratesse en penetreerend oordeel, Uijt een vaderlijken zugt, wel zullen gelieven in aanmerking te neemen. volgende suppl 90 . ƒ supp„te dat meede eene reede van mitigatie voor haar man zal geeven, dat de bij hem ge„ presenteerde Eed nog niet is gepresteerd ge„ „worden: Om welke reedenen van miligatie de supp„te verhoopt dat uwelE: actb: de stukken van het proces de novr gelieve te reduceeren, dat uwelEd: achtb: het overschot der volgende straffe, die niet aan het von„ „nis zijn volbragt Composibel zullen gelieven te verklaaren. Reedenen waarom de supp„lte is kee„ rende tot uwelEd: Achtb: met ootmoedigst verzoek dat uwelEd: achtb: de supp=te, als eene der ongelukkigste onderdaanen, onder de regter „lijke bescherminge van UwelEd: achtb: gelieve te adopteeren, en uijt een vaderlievend hart, ter herstellinge van de supp„lte nootlottig geval, de opgelegde straffe van haar man volgens von„ „nis van UwelEd: achtb: gelieven te reduceeren en den E achtb: Jndependent Fiscaal te autho„ „riseeren, om over de verdere straffen ter Uijtvoe„ „ringe van het vonnis met denzelven te moogen Composeeren, ten eijnde zij sup„te met haare ge„ „melde man de nog wijnige daagen haares leevens in rust en vreede, onder de bescher„ „minge van uweEEd: Achtb„ loffelijke Regeerin„ „ge mogen ten eijnde brengen. Donderdag den 31 Maart 1789: 's voordemiddags Extra ordinaire vergadering present de E Achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius president, en alle de Leeden, demptis de Heeren van Echten, Maasdorp en gien de bijde eerstgem: bij indispositie en de laatste bij Occupastie. Aan Cabo de goede Hoop die et anno Ut„ supra /:laager:/ Mij present /: was geteekend/ WJ Rijneveld G z: Clercq: Het welk geleezen zynde, is goedgevon„ „den Copia daarvan te stellen in handen van den E Achtb: Heer Jndependent Fiscaal M„r Johan Nicolaas Staven van Lynden, ten eijnde deezen Raade daarop te dienen van zijn E Consideratien. — /:onderstond:/ /:onderstond:/ 'T welk doende &„a /: was ge„ „teekend:/ Hendrica Janssen /:in margine:/ Chibitum in Judico den 26 Maart 1739. Verwijl 92 . -

NL-HaNA_1.04.02_4344_0053 view scan ↗

English

While the Council was expressly convened today in an extraordinary meeting for the examination of a bail bond for the benefit of the executors of a certain testamentary deed of the late burgher Marthinus Melk, the Honorable Independent Fiscal Mr. Johan Nicolaas van Lijnden served on this occasion his written considerations on such a petition as was presented on the 26th of this month by Hendrica Janssen, wife of Jan Smit van Dilburg, who is confined to Robben Island, and placed in the hands of His Honor for that purpose, the said considerations reading as follows. To the Honorable, the President and Members of the Council of Justice of this government. Honorable Sirs, Since it pleased Your Honors in the last-held extraordinary meeting on the 26th of this month to place into the hands of the undersigned a certain petition presented to Your Honors by Hendrica Janssen, wife of the burgher J: Smit van Dilleburg currently confined to Robben Island, in order to serve his considerations thereon, And as the petitioner, whose husband by final sentence of this Council was banished to Robben Island for five years and, after the expiration of the said five years, from this country for life, and who has already spent a period of more than fifteen months in his banishment, most humbly requests Your Honors in this petition that the remainder of the subsequent punishments which have not yet actually been carried out according to the sentence may be declared compoundable by this Honorable Council, So the undersigned has the honor, in dutiful compliance, to present with all decency to this provisional decree of Your Honors: That thus, while it is on the one hand a constant truth that among the jura majestatica, which belong solely to the Prince or Sovereign of the land, the jus aggratiandi occupies a prominent place, to which no court of law, however named, possesses any, the least or slightest authority, it is on the other hand no less true that the petitioner, far from requesting grace or remission of the punishment as, according to her own admission, fallen upon the improper conduct of her husband, on the contrary, as if inwardly convinced of its fairness, seems to justify it in all respects, and solely desires that the further punishment yet to be endured by this her unfortunate husband may be declared compoundable and converted into a monetary fine, so that she may still enjoy the remainder of their estate, which the undersigned is informed would still be of some consideration for such kind of people, for the sustenance of herself and her husband in their years that have already risen so high. Thus here no grace, nor even a complete mitigation, but only a mutatio poenae is requested. Since now, firstly, it can never have been Your Honors' intention to punish the aforesaid petitioner as well for the crime of her husband in such a way that, deprived of all help and comfort, she would be exposed to continual lawsuits and persecutions which she seems to foresee are approaching her, her goods and possessions thereby utterly ruined, and she thus reduced to begging in her old age; And secondly, the years of her husband have already advanced so far that it is very doubtful whether he will ever live to see the possibility of fully undergoing the punishment imposed on him, since by the gnawing of his conscience over his committed deeds, by the lack of the presence, help, and comfort of his wife, and by the contemplation of the dreadfulness of the place in which, and the company in which he has now already found himself for fifteen months, his life will certainly not have been prolonged nor his health strengthened; And thirdly, it is in any case not to be foreseen that at this advanced age he would make himself guilty of similar crimes in the future, and thus be a harmful member.

Dutch transcription

Terwijl de Raad heeden ter Examinatie van eene borgtogt ten behoeven der Executeu„ „ren van zekere Testamentaire acte van wijlen den burger Marthinus Melk, ge„ „steld expres buijtengewoon was vergadert wierd ter dier geleegendheijd door den E Achtb: Heer Jndependent Fiscaal M:r Johan Nicolaas van Lijnden gediend van desselvs schriftelijke Consideratien op Zo„ „danig request, als door Hendrica Janssen, Huijsvrouw van den ten robben Eijlande geconfineerden Jan Smit van Dilburg op den 26 deeser gepresenteerd, en ten dien fine in handen van zijn Ed: ge„ „steld geworden: Luidende dezelve Conside„ „ratien als volgd. Aan den welEdele Achtbre Heeren, President en Leeden van den Raade van Justitie deeses gouvernements. — WelEdele Achtbaare Heer Met aan UwelEd: Achtt„e in de Dat dus, daar het aan de eene kant eene Constante waarheijd is, dat interpira= Majestatica, welke alleen den Prince of Souverain Dat de suppte wiens man bij vonnis difinitif van deesen Raade meede voor vijf jaaren, op 't Robben Eijland, en na Expiratie der gemelde vijf Jaaren, voor zijn leeven lang, uijt deesen lande gebannen is, en waarvan reeds geduurende de tijd van meer dan vyfthien maanden in zyn bannissement heeft doorge„ „bragt, UwelEdele achtb: in dit request ootmoe„ digst versoekt, dat het overschot der volgende straffe, die nog niet werkelijk aan het vonnis zijn volbragt, door deesen Edelen Achtb: Raade Composibel moge worden verklaart. - Zo heeft den ondergeteekende de zere, ter schuldiger paritie, aan dit uwelEdele Acht„ „baarheedens provisioneel dispositif met alle decentie voor te draagen. laatstgehoudene Extra ordinaire vergade„ „ring; op den 26 deeser behaagt hebbende, zeker request van Hendrica Janssen Huijsvrouw van den thans op 't Robben Eijland geconfineer„ „den burger J: Smit van Dilleburg aan uwelEd: Actb: gepresenteerd, te stellen in handen van den ondergeteekenden, omme daarop te dienen van desselvs Consideratien. laatst van 94 van den lande Competeeren, het jus aggrati„ „andi eene voornaame plaats bekleed, waartoe geen rechtbank hoe ook genaamd, eenige de minste ofte geringste authoriteijt bezit, het aan de andere kant niet minder waar is, dat de supp„te wel verre van gratie ofte quijt„ „schelding der straffe, als volgens haar eijgen aveu gevallen op de onbehoorlijke handelwyze van haaren man, te verzoeken, dezelve ter Contrarie, als in haar binnenste van de billykheid dier overtuigd, in allen dee„ „ten schint te moeten wettigen; en alleen„ „lijk maar begeert, dat de verdere nog te ondergaane straffe, van deesen haaren on¬ gelukigen man, mag Composibel verklaart, en in eene geld boete verandert worden, ten einde dus nog van een overschot van haar lieder Boedel, die den ondergeteekende onder„ „rigt is, dat voor zulk soort van luiden nog al van eenige Consideratie zoude zijn, ter sustentatie, van haar en haaren man„ in hunne reeds zo hoog gesteegene Jaaren, te moogen pouisseeren. — Dus alhier geene gratie, nogte ook zelfs eene volkomene mitigatie, maar alleen eene mutatio poena versogt word Daar het nu I„r UwelEdele acht„ „baarheedens intentie nooijd kan geweest En 2„e de jaaren van haaren man reeds zo verre gekoomen zijn, dat het zeer twijffelagtig is, of hij wel ooijt zal kunnen beleeven, de mogelikheid, omme de aan hem opgelegde straffe ten vollen te ondergaan, terwijl door de knaaging van zijn geweeten over zijne begaane daaden, door het gemis van de tegenswoordig„ „heijd; hulpe en troost zijner Huijsvrouw door de beschouwing van de akeligheid der plaats op welke, en het gezelschap in het welke hij zig tans zedert vyfthien maanden reeds be„ „vonden heeft, immers zijne levensloop niet verlengt nogte zine geszondheijd gesterkt zal zijn geworden. — En 3„e het in alle gevallen niet te voorzien is, dat hij zig op dien hoogen ouderdom voor het vervolg zig nog verder aan zoortgelijke misdaaden zoude schuldig maaken, en dus een nadeelig zijn, omme de voorsz: suppliante meede om het misdrijf: van haaren man te straffen, zodanig dat dezelve van alle hulpe en troost berooft, zig aan geduurige processen en vervolgen, die zij schijnt te voorsien, dat haar naderende zijn, zou„ de worden bloot gesteld, haare goederen en bezittingen daar door geheel en al geruineert, en zij dus op haaren ouden dag tot den Bedel„ „zak zoude worden gebragt, zijn lids 96

NL-HaNA_1.04.02_4344_0055 view scan ↗

English

would have to be supposed to be a useful member of society at this remote corner; for the reassurance of which, for the sake of thoroughness, the undersigned at the end of these his considerations will take the liberty to propose a further expedient to Your Honorable Worships. And also fourthly, from the documents produced in the trial, not the slightest trace has appeared to the undersigned that the burgher Johannes Smit of Dillenburg had ever or at all before that time been guilty of any, even the slightest, offense or even suspicion thereof, and consequently it must be assumed that he had always previously conducted himself as an upright, honest, and peaceful subject. Just as, fifthly, the petitioner advances in her petition, and the impossibility of which has not fully appeared to the undersigned from the documents read by him relative to this trial. That the actions of the petitioner's husband mostly arose out of confusion, apparently through the fear of suddenly seeing himself robbed of his good name and reputation in his old age, and being exposed to the judicial pursuits of a criminal procedure, of which the claim and conclusion of the officer was nothing less than a public flogging. While the undersigned also cannot disguise that it appeared speculative to him why the petitioner's husband, if he had from the outset intended to enrich himself with those 1000 guilders, did not rather, under some pretext of delay, withhold the presented receipt from Michiel van Koppen, who after all appears in the trial as a simpleton! Thus, in conclusion, everything done by the condemned would rather have occurred to avoid a loss than for the sake of seeking gain, which would noticeably lighten the matter; That also the petitioner's husband, not denying having received the questionable 1000 guilders from Michiel van Koppen, would have actually paid the same to the late Captain Jan de Waal, with whom he had daily and familiar intercourse, and also many financial matters and accounts outstanding, of which De Waal the undersigned has likewise learned that he was reputed to have been somewhat slack and forgetful in his affairs. Just as it is also sixthly, and most predominantly, an acknowledged truth that the greatest crime for which the petitioner's husband suffered his condemnation was not a completed crime, since the tendered oath was not actually taken, and one therefore could not read in the mind of the accused whether he, coming to his senses at the last moment and realizing what it entailed and necessarily had to have as consequences to call an omniscient God to witness in an untruthful matter, and thus voluntarily bring His righteous punishment upon himself, would have entirely kept him back from it. For while the will of man is ambulatory, and by fear of punishment they are often in the final moment repelled from crimes. While seventhly and finally the undersigned must refer to the awareness of Your Honorable Worships, as having frequented this Honorable Council much longer than he, whether and to what extent earlier examples of such offenses declared compoundable apply to this case; as it is, among other things, a matter known to the entire Cape world that during the last-waged war, a general reduction of the years of their banishment was granted to all the exiles confined on Robben Island; and thus indeed a pardon and mitigation of the punishment imposed on them by the judge occurred to the same. While he, consequently, from this, however subject to better judgment, would be of the opinion that, considering the advanced age of the petitioner and her husband, and also the damage that could presumably arise to their joint estate in the event of an everlasting separation between them, the request These, then, Honorable and Worshipful Sirs, are the considerations that naturally had to occur to the undersigned upon reading the aforementioned petition and procedural papers, and which he thought he should bring to the attention of Your Honorable Worships.

Dutch transcription

99 lid voor de maatschappij aan deezen Uijthoek„ zoude moeten gesuponeert worden te zullen zijn; tot geruststelling, waarvan ten allen overvloede, den ondergeteekende in fine deezer zijner Consi„ „deratien de vrijheid zal neemen uwelEdele achtb: een nader Expedient voor te draagen. - En er ook 4„e Uijt de stukken ten processe gevlooten, aan den ondergeteekende geene de minste trace is voorgekoomen, dat den burger Johannes Smit van Dillenburg zig immer ofte ooijt voor dien tijd aan eenig het minste misdrijf ofte zelfs suspicie van dien zoude hebben schuldig gemaakt, en gevolglijk veronderstelt moet worden, zig van te vooren altoos, als een braaf Eerlijk en vreedzaam onderdaan te hebben gedraa¬ „gen. — Gelijk dan nog 5„e de suppliante in haare requeste avanceert, en waarvan aan de ondergeteekende, uijt de door hem geleese„ „ne stukken, tot deesen processe relatief, de on„ moogelijkheijd niet ten rollen gebleeken is. Dat de handelingen van de E supp„s man meest al uijt Confusie zijn voortgekoomen, apparent door de vreeze van Terwijl ook den ondergeteekende niet kan ontveijnzen, dat het hem speculatief is voorge„ koomen, waarom supp„l man, zo hij ap initio er op Uijt was geweest, omme zig met die Dus dat bij Conclusie alle het gedaane door den gecondemneerden eerder ad eirtandum damnum, dan wel Lucri Captandi gratia ge„ schiet zoude zijn het geene de zaak merkelyk zoude verligten; Dat ook supp„lo man niet ontkennende de questieure 1000 guldens van michiel van koppen ontfangen te hebben, dezelve wer„ „kelijk aan wijlen den manh: Capitain Jan dewaal, met wien hij dagelijks en gemeenen omgang, en ook veele geldzaaken en bereeke„ „ningen Uytstaan had, betaald zoude hebben, van welken dewaal den ondergeteekende almeede vernomen heeft, dat de naam zoude gehad hebben, wat slof en vergeetende in zijne zaaken geweest te zijn. — zig eensklaps van zin goede naam en faam, op zijnen ouden dag berooft te zien, en aan de geregte poursuites van eene Crimineele proce„ „duure waarvan den Eisch ende Conclusie van den officier, niet minder was, als eene Puplique geesseling geexponeert te weezen. zig 98 101 ƒ1000:- te verrijken, de vertoonde quitantie, aan Michiel van koppen, die dog in den processe als een onnoozelmensch voorkoomt, onder het een of ander pretext van Uytstel niet liever ont„ houden heeft! gelijk het ook 6„e en wel voornament„ „lijk eene geaverteerde waarheid is, dat de grootste misdaat, waarop supp„t man, zijne Condemnatie heeft ondergaan, niet is geweest een Crimen prefectum, nademaal den gepresen„ „teerden Eed, niet werkelijk is gepresteerd gewor„ „den, en men dus in t gemoed van den be„ „klaagden niet heeft kunnen leesen, of hij niet op 't laatste ogenblik tot nagedagten ge„ „koomen, en het bezef wat het inhad en noodzakelijk voor gevolgen moest hebben, Een alwetend god tot getuijge te roepen, in eene onwaaragtige zaak, en zijne rachtvaardige straffe dus vrijwillig op zig zelve af te bidden hem daarvan geheel en al te rug zoude ge„ houden hebben. Dum enim amlulatoria eat homi„ „num voluntas et formiine paena sapius in extremo momento a Criminibus repellun„ „tux Terwijle 7:o en eyndelijk den ondergetee„ „kende zig aan de bewustheid van Uwel„ Edele achtb. als die vrij langer dan hij Dat geconsidereert de hoog gesteegene Jaaren van de supp„te en haaren man, en tevens de schade; die bij eene altoos duurende scheiding van dezelve, aan hunnen gemeenschappelijken boedel presumptief. zoude kunnen ontstaan, het Terwijle hij dus bij Consequentie, daaruijt dog egter salvo milioni Judicio van advijs zoude zijn, Zo zijn deese welEdele en achtbaare Heeren de Consideratien, welke den onderge„ „teekenden bij lecture der opgem: requeste en processale papieren, natuurlijk hebben moeten voorkoomen, en die hij vermeent heeft onder het oog van uwelEdele achtbaare te moeten brengen, zelve deesen agtb„ Raad hebben gefrequenteert, moet refereeren of en in hoe verre de vroegere Eem„ „pelen, van diergelijke Composibel verklaarde delieten op dit geval quadreeren? daar het onder andere eene aan de geheele Caabse weereld bekende zaak is, dat tijde der laastgevoerde oorlog, aan alle de op 't Robben Eyland geconfineerde Bannelingen, eene generaale vermindering der Jaaren van hun Ban„ „nissement is verleend geworden; en dus wel deege: „lijk eene gratie en mitigatie der aan Hun door den Richter opgelegde Straffe, aan dezelve is ge„ zelve verzoek 100 „schied. —

NL-HaNA_1.04.02_4344_0057 view scan ↗

English

103 the request made in the petition could in such a singular case be granted, with special authorization and recommendation to be granted by Your Honorable and Worshipful Lordships to the undersigned, so that whenever the aforementioned burgher Johannes Smit of Dellenburg shall have appeared again at this place, a precise and attentive eye will be kept and caused to be kept on his conduct and actions. The undersigned nevertheless submits these his considerations, with the return of the referenced petition, to the better and more enlightened judgment of Your Honorable and Worshipful Lordships. Thus advised in His Majesty's name /:was signed/ J: N: S: van Lijnden /:in the margin:/ At the Cape of Good Hope, the day and year 27 March 1789. After the reading of which, it was resolved to keep this matter in advisement until the next ordinary court day. /:below was written:/ At the Cape of Good Hope, the day and year /:below was written:/ It was communicated to the Council by the Honorable and Worshipful Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, that it had been brought to his Honorable and Worshipful's knowledge that the assistant Carel Eberhard Kulewijn, assigned to the political secretariat here, had not hesitated to open with a knife or such sharp instrument a locked drawer, in which the sworn clerks there were accustomed to store the stamps purchased in advance for use and the cash money received daily, and successively to take possession of some money and various stamps from it. Thursday the 2nd of April 1789 In the forenoon, present the Honorable and Worshipful Johannes Izaak Rhenius, President, and all the Members, with the exception of the Gentlemen Maasdorp, van Echten, and Gie, the first mentioned due to indisposition and the last mentioned due to occupation. As above /:lower down:/ In my presence /:was signed:/ W: C: v Ryneveld, sworn clerk. 4th That 102 185 thereof and a third edictal citation against four weeks from today. The messenger, stepping inside, reports that the defendant has not appeared. That upon the first well-founded suspicion hereof, the required investigation having been conducted, a quantity of stamps of various denominations was indeed found in a locked box belonging to the said Kulewijn; while the same Kulewijn had furthermore brought to and sold three stamps, each of 10 Rds, to Jan Myndertz Cruijwagen, bookkeeper in the Honorable Company's Treasury, pretending that he had fetched more of those kinds from the political secretariat than had been needed there. And considering that the Honorable Officer declared in this regard that, by reason of the aforesaid, he sees himself brought to the necessity of having to initiate the appropriate criminal proceedings against the said Kulewijn, requesting at the same time a decree of apprehension, or else authorization to have the said Kulewijn taken into civil arrest: the Council, having taken this two-part request into consideration, has thought fit to grant the last part of the same to the Honorable Officer, and thus hereby to grant the necessary authorization for the civil arrest of the said Kulewijn. Wherefore the member of this Council, the gentleman Ryno Johannes van der Riet, acting on behalf of the Honorable Officer, Plaintiff, requested the second default with the profit thereof and a third edictal summons against four weeks from today. Willem van Zeijl, defendant in person, on the other side, in order to purge his first default, and concerning the killing of a certain Hottentot child by the name of Antje. The messenger, stepping inside, reports that the defendant has not appeared. The Merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, the gentleman Hendrik Lodewijk Bletterman, Honorable Officer, Plaintiff in a criminal case, on the one part, against The Council, on account of the non-appearance of the defendant, grants the Plaintiff the requested second default, with the profit thereof, and a third edictal summons against four weeks from today. Hendrik Lodewijk Bletterman, Honorable Officer, Plaintiff in a criminal case, on the one part, against the burgher Andries van Zeijl, defendant in person, on the other side, in order to purge his first default, and still in person to come purge and account for certain extensive outrages committed by him against various Hottentots in this country. Wherefore the member of this Council, the gentleman Ryno Johannes van der Riet, acting on behalf of the Honorable Officer, Plaintiff, requested the second default with the profit thereof and a third edictal summons against four weeks from today. 104

Dutch transcription

103 verzoek bij den requeste gedaan, in hoe sin„ „gulari Casu zoude kunnen worden geaccordeert, met speciale authorisatie en recommandatie door UwelEdele en Achtb: op den ondergeteekende te verleenen, omme wanneer dakgem: burger Johannes Smit van Dellenburg wederom ter deezer plaatze zal zijn verscheenen; een nauwkeurig en oplettend oog op desselvs handel„ „wijze en Conduites te houden, ende te doen hou„ „den. submitteerende den ondergeteekende nog„ „tans deeze zijne Consideratien, met te rug gave van het gelibelleerde request aan uwel Edele achtbaarheedens beeter en meer verligt oor„ „deel Aldus S: M: geadviseert /:was geteekend/ J: N: S: van Lijnden /:in margine:/ Aan Cabo de goede Hoop die at ana l den 27 Maart 1789. Na welks lectuure Goedgevonden is, deeze zaak, tot de naastvolgende ordinaire regtdag in advijs te houden. /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno /:onderstond. / Is door den E: achtb. Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden den Raade gecommuniceerd, dat zijn E Achtb: was ter kennisse gebragt, dat den ter politiquer secretarije alhier bescheijdenen adsistend Carel Eberhard Kulewijn, zig niet had ontzien eene geslootene laade, in dewelke de geswoore Clercquen„ aldaar gewoon waaren de tot gebruijk bij voorraad ingekogte zeguls en dagelijks ontfangen wordende Contanten te bergen, met een mes of zodanig scherp werktuig te openen, en zig daar uijt successivelyk van eenig geld en diverse zeguld meester te maaken. Donderdag den 2 April 1789 's voordemiddags present de E achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius president en alle de Leeden, demptis de Heeren Maasdorp, van Echten en gie, de Eerstgem: bij indispositie en laatstgem:: bij occupatie Utsupra /:laager:/ Mij present /: was geteekend:/ W C: V Ryneveld g Clercq. 4t Dat 102 ƒ 185 dien en een derde ldietaale Cita„ „tie teegens heeden over vier de bode binnen treedende, rapporteerd dat den ged„e niet rapporteerd dat den ged„e niet is gecompareerd. Dat op de eerste gegronde suspicie hier 2 van, 't vereischte ondersoek gedaan zijnde; ook werkelijk in ééen geslootene kisje van gemelde kulewijn eene quantiteit Zeguls van diverser Calibre was gevonden; Terwyl denzelven Kulewijn voorts nog bij den boekhouder in 's E Comp„s Cassa Jan Myndertz Cruijwagen drie Zeguls ijder van 10 Rd„s gebragt en verkogt had: voor „geevende dat door hem van die soorten van de secretarije van politie meerder gehaalt waa„ ren, als men daar nodig gehad had. En gemerkt den Heer Vert: hier op E:O: declareerde, zig uijt hoofde voorsz: in de noodzaake„ „lijkheid gebracht ziet, om tegens gem: kichlewijn de gepuste procedures in Cas Crimineel te moeten entameeren, teffens verzoekende decreet van apprehensie, dan wel qualificatie om gem: kul„ „lewijn te doen neemen in Civiel arrest: So heeft de Raad, dit twee leedig gedaan verzoek in overwoeging genomen hebbende goedgevon„ „den 't laatste lid van 't zelve aan den E: Overt: toe te staan, en dus tot 't Civiel arresteeren van gem: kuhlewijn bij deezen, de nodige qualificatie te verleenen. Weshalven het lid deeses Raads de Heer Rijnd Jo„ hannes van der Riet voor den E: O: Willem van Zeijl ged„t in perzoon Eysscher Ageerende verzogte het ter andere zijde, omme zig wee„ tweede default met den profijte de Bode binnen treedende De koopman en Landdrost „gens zijn Eerste default, en het van dien en een derde lotitale der Colonien Stellenbosch en om het leven brengen van een dagvaarding teegens heeden over Drakenstein de Heer Hendrik vier weeken zekere Htottentots kind in naame Weshalven Voorm: Landdrost E: O: Eipschers in Cas Crimineel ter eenre op ende Jeegens is gecompareerd De Raad vermits de non Comparitie van den ged„e verleend den Eijsscher het ver„ „zogte tweede de fault, met den profijte van dien en eene derde Edictaale dagvaarding teegens heeden over vier weeken. - Lodewijk Bletterman E: O: Eijs„ Weshalven het lid deeses Raads „scher in Cas Crimineel, ter de Heer Ryno Johannes van der Riet voor den R: O Eysscher eenre ageerende versogte het tweede op ende Jeegens default met den profijte van den burger Andries van Zeijl ged„s in perzoon ter andere Zijde, ten eijnde zijn eerste de„ „fault te purgeeren, en als nog ten p„l zig weegens zeekere door hem aan diverse Hottentot, „ten in dit land gepleegde verre „gaande feytelijkheeden te komen purgeeren en verantwoorden. — Lodewijk Antje 104 weepen. — „

NL-HaNA_1.04.02_4344_0059 view scan ↗

English

107 The Honorable Plaintiff in his official capacity submits his written claim provided with three annexes, concluding as at the end of the same. Judgment In the roll, the following: The Council, because of the non-appearance of the defendant, grants the Plaintiff the requested second default, with the benefit thereof, and a third edictal summons against four weeks from today. The Honorable Master Johan Nicolaas Steven van Lynden, Independent Fiscal of this Government, Plaintiff in his official capacity, on the one part; against the burgher Pieter Hamers, defendant, on the other part, in order to hear such criminal claim and conclusion as the Plaintiff in his official capacity serving on this day shall think fit to make and take against him, Hamers, in the case of atrocious injuries committed against the person of the burgher Martinus Keet, Plaintiff in his official capacity, to answer thereto and further to proceed as by law; to come to purge the default and answer. The undersigned assistant in the service of the Honorable Company, Jacobus Verceuil, legitimizing himself with a power of attorney granted to him by the defendant, requests a copy of the proceedings, in order to answer thereto four weeks from today, as his principal still must examine some witnesses on interrogatories. The Plaintiff in his official capacity leaves the request made by the defendant to the discretion of the Council. The Council grants the defendant the requested copy and a day to serve his answer. The Plaintiff in his official capacity, making an oral claim, advances: The aforementioned Honorable Independent Fiscal, Plaintiff in his official capacity, on the one part; against the widow Jan Stedeler and her son Jan Stedeler, defendants, on the other part, in order to hear such claim and conclusion as the Plaintiff in his official capacity serving on this day shall think fit to make and take against the defendants in the case of public violence committed upon a kaffir, to answer thereto and further to proceed as by law. To the Right Honorable Gentlemen, the President and Members of the Council of Justice of this Government. Right Honorable Gentlemen: On the 15th of March last, it was reported by both the kaffirs Lambung and Jaspar that they, having patrolled that same afternoon according to received orders, to keep the slaves present in the street from all disorders and wanton acts, had noticed in a street, near the house of the widow Stedeler, that a boy belonging to the said widow, named Manuel of Bengal, among a troop of slaves, was fighting with another boy; that they, having immediately jumped in, and having dispersed the other slaves with some blows of a rattan, had seized and tied up or bound the aforementioned boy; that the son of the widow Stedeler had come up to it; 109 that he had not only threatened the kaffirs and held his fist before them, but had finally pushed them aside, loosened the rope, thrown it before their feet, and in this manner had set the boy at liberty. Thereupon, both the mentioned Jan Stedeler and the widow his mother were summoned before the Fiscal's office and questioned concerning the deed, upon which occasion the same was in no way denied by the first-mentioned, only with the pretense that he had not threatened or otherwise insulted the kaffirs, adding that he had done everything on the orders of his mother. Who likewise admitted the truth thereof, with the pretense, however, that she had not understood that by having her slave brought back, who had only gone out the door a short time before, she could commit any great evil. And whereas such public violence committed against the servants of Justice on the public streets in the sight of everyone, and thus to the public contempt of Justice itself, cannot nor may be tolerated in a well-regulated country, but ought to be corrected for the deterrence of others; Therefore, the Plaintiff in his official capacity, contending in every better way, concludes that the defendants shall be condemned to such punishment, penalty, or fine as the Honorable Council shall deem appropriate in equity, with expenses. The assistant Marinus Marinussen, showing a power of attorney passed to him by the defendants, submits a dictum to the roll, the contents of which were: Right Honorable Gentlemen, Right Honorable Lord President, The undersigned, for herself as well as for her minor son, finding herself unexpectedly, to her utmost regret, cited against today before your Right Honorable Honors by the Honorable Independent Fiscal Johannes Nicolaas Steven van Lynden van Blitterswijk, Plaintiff in his official capacity, to hear such claim and conclusion as the Plaintiff in his official capacity might make and take on account of the committing of public violence against a kaffir; The defendant takes the liberty respectfully to submit briefly the circumstances of the case to your Right Honorable Honors: May it please your Right Honorable Honors to be informed that on Sunday evening, the 15th of the recently passed month of March, the defendant was informed that one of her slave boys was being taken away; she, the defendant, without knowing anything about what had happened, and whether her boy was being taken away by other slaves or by kaffirs, or where to, in haste ordered her son, who is only fifteen years old, to run after him and bring the boy back; which was also immediately done by her said son, and upon his return was informed by him that two kaffirs had intended to take the mentioned boy tied up to the Tronck. A few days thereafter, the defendant was called before the Honorable Adjunct Fiscal Gabriel Exter, when the defendant was informed; 108 so that she could in some measure properly defend the subsequent proceedings. Done.

Dutch transcription

107 de Heer E: O: Eysscher legd over zinen schriftelijken Eipch gemuni„ „eerd met drie bylangen, Concludee„ Oordeel ter rolle het volgende De Raad vermits de nen Comparitie van den ged„e verleend den Eysscher het versogte tweede default, met den profijte van dien en eene derde Edietaale dagvaarding teegens heeden over vier weeken. — De E Achtb: Heer M:r Johan Nicolaas steven van Lynden Jndependent Fiscaal deezes gou„ „rende ut in fine van dendelven „vernements r: C: Eysscher ter De onderafgeschreeven eenre gagie gestelden adsistent der E op ende Jeegens CComp„s Jacobus vereueil zig met eene door den ged=e op Hem verleedene procu„ den burger Pieter Hamers ged: „ratie legitimeerende, verzoekt van het ter andere zijde, ten eynde te een in ander Copia, om daarop heeden over vier weeken, alzo zijn p„ls nog een aanhooren zodanige Crimineelen „ge getuijgen op Jnterrogatorien horen Eysch ende Conclusie, als de Heer R:C: Eiss„s ten dage dienende moet te dienen van antwoord. de R: O: Eysscher laat het door in Cas van atroee Jnjurien ge„ den 99 ged:e gedaan verzoek aan s raads, pleegt aan de Perzoon van den burger Martinus Keet R: O: zal te doen ende te neemen, daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als naar rechten De Raad accordeert den ged. e de verzogte antje te koomen purgeeren en verantwoorden. De Heer R:O: Eysscher bij Voorm: E Achtb: Heer Jndependent Fiscaal R: O: Eyscher ter eenre monde lysch doende, advanceerd Aan den welEdele Acttb: Heeren President en leeden van den Raad van Justitie deeses Gouvernements. WelEdele Achtbaare Heeren „ Op den 15„e Maart Jongstlee„ „den wierd door bijde de Caffers „ Lambung en Jaspar gerappor„ „teerd, dat zij dienzelven namiddag „volgens bekomene ordres rond ge„ „patrouilleerd hebbende, omme de „zig op de straat bevindende: slaven „van alle disorders en baldaadigheeden af te houden, in een straat, „omtrend het huis van de weduwe Heedeler ontwaard hadden, dat een goedvinden teegens hem Hamers, aan dezelve weduwe toebehoorende Jonge, met name Manuel van Bengalen, „onder een Troep slaaven, met een andere Jonge aan het Bakkelyen „dat zylieden directelijk toegesprongen zynde, en de overige „slaven met eenige rottingslagen uijt malkanderen gejaagt hebbende, „voormelde Jonge gepakt en vastgemaakt ofte gevleengelt hadden. dat de zoon van de wede stedeler, daarbij gekoomen was de weduwe Jan Stedeler en derzelver zoon Jan Stedeler ged:e ter andere zijde, ten einde aan te hooren zodanigen Eysch en Con„ „clusie, als den E: O: Eypscher ten dage dienende in Cas van pu„ „blique geweld, omtrend een Caffer gepleegd, teegens de gedaagdens zal geedvenden te doen en te neemen, daarop te antwoorden en voort te procedeeren als naar regten. Contra Copite en dag om te dienen van antwoord. eerste denselven 106 ƒ 1 „was; 109 Dictum ter Rolle „worden gecorrigeert. „denzelven de Caffers niet alleen gedreijgd en de vuist voorgehou„ „den had, maar eindelijk dezelve op zij gestooten, het Touwe los ge„ „maakt, hun voor de voeten geworpen, en dusdanig, de Jonge in vrij „heid had gestelt. Men heeft daarop zo wel de gem: Jan Hederler, als de „ wed„e desselvs moeder voor het offici Fiscaal doen appoincteeren, en over „ het feit onderhouden, als wanneer het zelve door den Eerstgem: geen„ „zints is ontkend geworden, alleenlyk maar met voorgeeven, dat de „ Caffers niet gedreijgt, ofte andersints beleedigt zoude hebben, met „ bijvoeging, dat alles uijt ordres zijner moeder gedaan had. Welke insgelijks de waarheijd daarvan heeft geavoueert, „ met voorgeeven egter, dat niet hadde begreepen, door het doen te rug „haalen van haaren slaaf, die maar kort te vooren de deur was uijt„ „gegaan, groot kwaad te kunnen. bedrijven. En terwijl diergelijk Puplicq geweld aan de dienaaren van „de Justitie, op 's Heeren straaten ten aanschouwen van een ieder, en „dus tot openbaare vilipendie der Justitie zelve gepleegd, zal men in in een wel geregeld land niet en kan nogte mag „worden getollereert, maar ten afschrik van anderen behoort te Zo is 't, dat den E: O: Eijsscher omni meliori modo„ „Contendo is Concludeerende, dat de ged„e zullen werden gecondemneert „in zodanige straffe peene ofte Boete, als den achtbaaren Raad, in bit„ „lijkheid zal oordeelen te behooren Cum Expensis.„ De adsistent Marinus Marinussen, eene procuratie door de ged„e op hem gepasseerd vertoonende, legd over een Dictum ter rol, waar van den Contenu was. Weinige dagen nadien de gedaagdesse geroepen zijnde, bij den E. adjunct Fiscaal Gabriel Exter, wanneer de ged„en wierd En gelieve UwelEdele acttb: geinformeert te weezen, dat op „zondag. avond den 15„ der even afgeweekene maand maart de ged=ese „uren geinformeerd, dat eene van haare stave Jongens weg gebragd „wierd, zij ged„ese zonder ergens van te weeten wat er gebeurt was, en of haar jongen door andere slaaven, dan door Caffers weggebragt wierd of ook waar „heen, in haast teegen haare zoon, die nog maar vijfthien Jaaren oud „ is, heeft geordonneerd om hem na te loopen en de Jongen te rug te haalen, welk ook direct door haar gemelde zoon is geschied, en bij „zijn wederkomst door denzelven is geinformeerd, dat twee Caffers gem: „jongen gebonden na de Pronk hadde gemeend te brengen. zo neemt de ged„ese de vrijheid om uwelEdele achtb: kor„ „te vervolg in staat zijn, dezelve maar eenigzints na behooren kunnen telijk de toedragt der zaak Eerbiedigst voor te draagens De ondergeteekende, zo voor haar als voor haar min„ „derjarige zoon, zig op het onverwagt /: tot haar Uytterste leedwee„ „zen, door den E achtb: Heer Jndependent Fiscaal Johannes Nieo „laas steven van Lijnden van Bletterwwijk R: O: teegens heeden „voor uwel Edele achtb: geciteert ziende, omme aan te hooren „zodanige Eysch en Conclusie, als den Heer R: O: Eysscher weegens het plee„ „gen van Puplieg geweld aan een Caffer zoude komen te doen en te neemen. — Edele Achtbaare Heeren WelEdele Achtbaare Heere Praesident Actum Geinformeerd 108 1

NL-HaNA_1.04.02_4344_0061 view scan ↗

English

accompanied by a written claim, informed that violence was allegedly used by her said son in order to recover the said boy, of which the defendant, however, was entirely ignorant. She strictly questioned her said son about this, but he stated that he had done nothing other than tell the Caffres that they might let the boy go, as he had done nothing; and that the said Caffres, after some exchange of words, had released the boy and let him go with him. The said defendant was also informed of this by other burghers who were present, and if necessary, she could produce statements to that effect. However, since the defendant is convinced that she nevertheless exceeded proper bounds, and would never have given those orders had she known that her said boy had been in the hands of the Caffres, as such absolutely tends toward the obstruction of justice; Yet, since this occurred on her part in ignorance, and by no means with the intention of opposing the execution of justice, the defendant takes the liberty most humbly to submit herself to Your Honourable Reverence, and to beg Your Honourable Reverence's highest excuse for this offence committed by her in ignorance, with the most humble supplication that it may please Your Honourable Reverence to take her, the defendant, as a widow with seven children, under Your Honourable Reverence's customary patriotic protection, and to moderate the claim made and entered by the Honourable Independent Fiscal ex officio in such a manner as the circumstances of the case and the ignorance in which the deed was committed by the defendant or her son may in any way permit. Was signed: Geertruijda Johanna Herhold, widow of Stijtler. The Honourable Independent Fiscal, Plaintiff ex officio, on the one side, against the burgher Nicolaas van der Schijf, defendant on the other side, in order to hear such claim. The Honourable Plaintiff ex officio produces a claim accompanied by two annexes of 10 florins 6 stivers. The defendant, having heard this read, states that the account given by the widow Hugo is full of untruths, and requests that the one and the other [illegible]. The parties thereupon renouncing further productions, the Honourable Plaintiff ex officio requested summary justice. The Council, having heard what was brought forward on the roll both by the Honourable Plaintiff ex officio and by the defendant, after considering everything that merited reflection and could move Their Honourable Reverences, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Geertruijda Johanna Herhold, widow of Stijtler, to a fine of twenty ducatoons pro Fisco; furthermore, the son of the defendant Geertruijda Johanna Herholt, widow of Stijller, shall be severely reprimanded in the Council, with further condemnation of the defendant to the costs incurred in this case.

Dutch transcription

111 een schriftelijken Eijsch verzeld „geinformeerd, dat door haar gemelde zoon tot het wederkrijgen van „gezegde jongen geweld zoude gepleegd zijn, dog waarvan de ged=e ten „eenemaale ignorant was. — Haar gemelde zoon ten scherpsten daarover heeft onderhouden „dog door hem word gezegd niets te hebben gedaan, dan aan de Caffer „gezeijt, dat zij de Jongen mogte los laaten, dat hij niets gedaan had, en „gemelde Caffers na eenige woorden wisselinge de Jongen hadde los ge„ „maakt, en hem meede gegeeven, welk de gezegde de gedaagdesse ook „van andere daarbij present gestaan hebbende Burger lieden is „geinformeerd, en des noods verklaaringen zoude kunnen produ„ dog doordien de gedaagdesse overtuijgd zinde zig vel„ „ven egter te buijten gegaan te hebben, en nimmer die ordres zoude „gegeeven hebben, indien zij hadden geweeten dat haar gem „jongen in handen van de Caffers was geweest, dewijl sulx vol„ „strekt is strekkende tot Stremminge voor de Justitie, Maar dewijl sulx bij haar in onweetenheid is geschied, en geenzints met voorneemen, om zig teegen de uytvoering der „justitie te hebben willen verzetten. — zo neemt de ged„en de vrijheid op 't needrigst aan Uwel „Edele Achtb=r te submitteeren, en uwelEdele achtb: over deeze haar in „onkunde begaane misdaat ten hoogsten Excuus te versoeken, met „ootmoedigste supplicatie, dat het uwelEdele achtb: zal gelieven te behar„ „gen, haar gedaagdesse als een weduwe met seven kinderen, on„ „der uwelEdele agtb: gewoone vaderlandlievende bescherming te nee„ „men en de door den Edele Achtb: Heere Jndependent Fisiaal r: O: gedaane en genoomene Eyjsch, zodanig te modereeren, als „de toedragt der zaak, en de onkunde waarin 't fait door de ge„ „daagdesse ofte haaren zoon is gepleegt eenigzint kan permit „teeren. /: was Geteekend:/ Geertruijda Johanna Contra den burger Nicolaas van der dat het relaas door de wede„ schijf ged„e ter andere zyde ten Hugo gepasseerd, vol onwaar„ „heeden is opgevuld, en versoekt, eijnde aan te hooren zodanige hebbende hooren leezen, zegd de Ged„e het een en ander De Heer R: O Eyscher produceert Meermelde E Achtb: Heer Jnde „pendent Fiscaal r: 8. Eijsp, ter eenre De Raad gehoort hebbende het geene zo door den Heer R: O: Eysscher als de ged„e 99 ter rolle is voortgebragt, na overweeging van alles wat reflectie, meriteerde en Hun E:E: achtb„ konde doen moveeren; Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoogmoogen, „de Heeren staaten generaal der verle„ „nigde Nederlanden, kondemneert de ged e Geertruijda Johanna Herhold wede. Stijt„ „ler in eene geldboete van Twintig ducaton„ „nen pro Fisco; zullende voorts de zoon van de Gedaagdesse Geertruijda Johanna Herholt wede Stijller in Raade scherpelijk worden ge„ reprimendeert met verdere Condemnatie van de gedaagdesse in de ter deeser zaake gevallene Renuntieerende partijen hierop van verdere productien „en verzogte Den Heer E: O: Eyscher kort regt. „Herhold wed„e Stijfler: Verholt Eisch ƒ10 6 „ceeren. van twee bylaagen kosten. Om

NL-HaNA_1.04.02_4344_0062 view scan ↗

English

113 Honorable Gentlemen! to prove the contrary to the Council, copy to serve as an answer in four weeks. such claim and conclusion as the Honorable Official Plaintiff serving this day in a case of real injury against the widow of Pieter Hugo, Official Plaintiff against the defendant, shall see fit to make and take, to answer thereto and to proceed further according to law. The Council grants a copy and a term of four weeks to serve as an answer. The Merchant and Landdrost of the Colony of Graaff-Reinet, Mr. Morits Herman Otto Woeke, Official Plaintiff in a criminal case on the one side, The Official Plaintiff, before making his claim, requests that the defendant in person may be ordered to answer such interrogatories as shall be presented to the said defendant on behalf of the Honorable Official Plaintiff. The defendant in person presents the following request: against the citizen Gerhardus Dirk Cotze, defendant in person on the other side, in order, on account of the mistreatment of a certain Hottentot named Geswind, in such manner that the same died shortly thereafter, to hear such criminal claim and conclusion, request or requests as the said Landdrost serving this day shall wish to make and take on and against the defendant, to answer thereto and to proceed further according to law. To the Right Honorable Sir, Mr. Johannes Izaak Rhenius, President, together with the Honorable Council of Justice of this government. Right Honorable Sir, Respectfully shows your Right Honorable's humble servant, the citizen Gerhardus Dirk Cotzee: How he, the petitioner, living on a small cattle farm far inland and in the regions of the roving Bushman Hottentots, seeks a livelihood there as well as is in his power. That the petitioner, having had among others in his service a certain Hottentot by the name of Geswind, or commonly called Kogelman, had imagined that the said Hottentot would have responded to the benefits which the petitioner, in addition to a good reward, food, drink, and his further maintenance, came to show him. That nevertheless, the said Hottentot could bring himself to scatter the petitioner's cattle in the field at various times and leave them out at night, to such an extent that significant damage was inflicted upon the petitioner by the aforementioned Bushman Hottentots. That the petitioner, having given the said Hottentot Kogelman a few loose blows with a hand sjambok on this account, the said Hottentot then took to running and successively received a few blows from the petitioner, after which the petitioner returned back to his house. That the same Hottentot Geswind, having come home again, immediately thereafter, heated from running, had the imprudence to drink such a quantity of cold water that he shortly thereafter collapsed, and notwithstanding all possible help administered to him by the petitioner, nevertheless died on the second day thereafter. That however much the petitioner is convinced in his conscience that if the said Hottentot did not die from a sudden accident that befell his body at that moment, the hasty death of the same [illegible]

Dutch transcription

113 E: Achtbaare Heeren!. om den Raade het Contrarie van dien te doen blyken, Copia om over vier weeken te doenen van antwoord. zodanige Eijschen Conclusie, als den E: O: Eysscher ten dage dienende in Cas van reeele insurie teegens de wed„e. Pieter Hugo R: O. tegens den ged„e zal te raade worden te doen en te neemen daarop te antwoorden en voort te procedeeren als na regten. De Raad fiat Copia en termijn van vier weeken om te dienen van antwoord De koopman en Landdrost de R: O: Eysscher alvoorens Eysch te doen verzoekt dat der Colonie Graaffe Reinet de Heer den ged„e in perzoon mag worden Morits Herman Otto woeke geordonneert om te antwoorden R: O: Eijsscher in Cas Crimineel op zodanige Jnterrogatorien als ter eenre hem ged„e van weegens den E: O: Eysscher zullen worden voorgehou„ De Ged„e in persoon pre „senteerd het volgende requaat den burger Gerhardus Dirk Cotze Ged„e in perzoon ter andere zide, omme wegens mishandeling van een gennas Hottentot Geswind Aan den welEdelen Achtb: Heer Johannes Jzaak genaamt, zodanig dat denzelven Rhenius president ben kort daarna is overleeden, te „neevens de E: Achtb: Raade aanhooren zodanige Crimineelen van Justitie deeses goever, Eysch en Conclusie, verzoek of verzoeken, als gemelde Land„ „drost ten dage dienende op WelEdele Achtb: Heer op ende Jeegens dat de supp„t gemelde Hotten tot kogelman hier over. met een handsjambok eenige losse slaagen gegeeven hebbende, gerepten stotten tot, het als toen op een loopen gepet en successief door den supp„t eenige slagen bekoomen had, waarna den supp„t wederom naar zijn huis is te rug dat dezelve Hottentot gezwind weder te huis gekoomen zijnde, terstond daarop verhit van 1 loopen, de onvoorsigtigheijd gehad had, om eene zodanige quantiteid hout water te drinken, dat hy kort daarop van zig zelven gevallen zynde, ongeagt alle door den supp„t hem toegebragte mogelyke hulpe egter den tweeden dag daaraan overleeden dat hoe zeer de supp„t ook in zijn gemoed is overtuijgd dat zo gem: sotten tot, alniet door een subiet toeval hem op dat ogenblik op 't lyfgekoomen is overleeden, 't geprecipiteerd afsterven van denzelven dan dat egter gem: Hottenhot des niet teegenstaande evenwel van zig hadde kunnen verkrijgen, om tot differente rijzen des supp„ls vee in 't veld verstrooijd, en 's nagts uyt te laaten, dermaaten dat de supp„t door voornz: Bosjesmans Wottentotten eene merkelijke schaade is toegebragt geworden. Hoe hij supp„t op een klijne veeplaats verre landwaarts en in de Contrijen der roorende Bosjesmans Hottentotten woonagtig, zyn„ „de, aldaar ze goed, als in zijn vermoogen is, een bestaan zoeks. 8 dat hij supp„t onder anderen in zijnen dienst gehad hebbende zeekere stotten tot in naame gezwind, of in de wandeling kogelman ge„ „naamd, zig verbeeld had, dat gerepten Hottentot zoude hebben beantwoord „ aan de weldaaden, welke den supp„t hem boven eene goede belooning eeten drinken en zijn verder onderhoud quam te bewyzen Geeft met Eerbied te nedrigen dienaar den burger gerhardus Dirk Cotzee. kennen, uwe WelEdele achtbare als na rechten. ende Jeegens den ged„e zal willen doen en neemen, daarop te ant„ „woorden en voorts te procedeeren ende Holten tot 112 „den naments is. gekeerd. — . -

NL-HaNA_1.04.02_4344_0063 view scan ↗

English

115 Requesting therefore that the Officer Plaintiff's claim may be rejected with costs. is to be attributed to nothing other than his own carelessness, and the suppliant therefore is entirely without the slightest guilt in this matter: the Merchant and Landdrost of the District of Graaff-Reinet, Mr. Moriz Herman Otto Woeke, nevertheless thought fit to have the suppliant summoned on that account before this illustrious court. - That although the suppliant could quietly await these proceedings, the suppliant nevertheless, because of his distant residence, can no longer remain staying at the Cape, as this delay would cause him great disadvantage, he has therefore judged it best to turn to Your Honorable Worships with the humble request that it may please Your Honorable Worships to declare this case civil and composable. - underneath was written: Which doing etc. was signed: G: D: Kotzee. Whereupon, the opinion of the Officer having been asked, the same stated that while this case was certainly situated in such a manner that a composition could take place upon it, he, the Officer Plaintiff, for those reasons left it to the judgment of the Court: requesting at the same time that, in case this matter were declared composable, he, in view of the impoverished circumstances of the defendant, waived the fine which the defendant would otherwise inevitably have to pay, it might nevertheless please the Court sharply to reprimand the defendant on account of his misconduct. The defendant persists with his request. The Court, rejecting the request made by the defendant, orders the defendant in person to answer such interrogatories as shall be put to him on behalf of the Officer Plaintiff. The defendant also persists with what he has brought forward, the parties renouncing further productions. The Officer Plaintiff hands over a written claim to which are attached 7 annexes. The Officer Plaintiff persists with his claim and requests justice. The defendant, having heard both read, says thereupon in his defense: "I gave the boy a proper thrashing according to his deserts, and thereupon he ran away: subsequently he was captured and brought home without my knowing that anything was the matter with him, but out of malice he did not want to eat, whereupon he /: being 12 days after the received beating :/ passed away." The aforesaid Landdrost, Officer Plaintiff in a Criminal Case on the one side, against the farmer Pieter Lourie Louwesz, defendant on the other side, in order to hear, regarding the mistreatment of his slave named Fortuyn of Malabar to such an extent that he died shortly thereafter, and the burial of that slave without inspection, such criminal claim and conclusion, request or requests, as the undersigned ex officio shall make and take on the day of hearing, to answer thereto, and further to proceed according to law. 8 The Court, having read and resumed the written claim and conclusion exhibited by and on behalf of the Officer Plaintiff against the defendant, as well as having heard that which was brought forward against it by the defendant, after consideration of all that merited reflection and could move Their Honorable Worships. Doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, condemns the defendant Pieter Fourie to a pecuniary fine of fifty rixdollars, for the benefit of the Officer, and further orders that the defendant's slaves Floris, Pedro, and female slave Celie shall be sold judicially for the benefit of the defendant, with this express condition never again to come under the power of him, the defendant, or his relatives, the Court at the same time condemning him, the defendant, in all the costs incurred in this case, rejecting the further claim made and the conclusion taken by the Officer. And considering that both in these proceedings, and particularly in the case instituted extraordinarily against the above-mentioned burgher Gerhardus Dirk Kotze, there are found un-recollected and unsworn declarations, upon which strict justice cannot be done; it is therefore, on the proposal of the Honorable Worshipful Lord President, resolved to write to the said Landdrost of Graaff-Reinet, to take care for the future that, principally in cases which are instituted extraordinarily, the declarations are beforehand, pursuant to the 4th article of his Instruction and article 14 of the Regulation, Order, and Instruction for Landdrost and Heemraden of Graaff-Reinet enacted on 19 July 1786, properly recollected before delegated Heemraden for those of Hottentots or slaves, and those which have been given by others are sworn, and thus also transmitted properly in forma probanti and produced in Court. Further was read a letter from the Field Cornet in the Hantam, Willem Adriaan Nel, concerning that which was assigned to him pursuant to a resolution of this Court dated 15 January last regarding such number of cattle as were confiscated by sentence of 27 March 1788 from the burghers Adriaan van Zeyl and Johannes Wiezer, banished from the country, for the benefit of the Honorable Company. 116

Dutch transcription

115 Verzoekende derhalven dat den R: O: Eysschers Eijsch moge zijn 7 bijlagen stotten tot ergens nergens anders als aan zijne eygene onvoorzig „tigheijd te attribueeren is, en den supp„t derhalven in deesen buijten eenige de minste schuld verseerd: den koopman en Landdrost der Colonie graaffe Reynet de Heer Morit Herman ott woeke egter heeft kunnen te raade worden, den supp:t diesweegens voor deese luistewijke vierschaar te laaten dagvaarden. - dat ofschoon de sup„t deese proceduures Gerustelijk zoude kunnen blijven afwagten, de supp„lt egter daarbij om zijn verre af„ wooning niet langer aan de Caal kan blyven vertoeven, als zullende hem dood dit verzuijm groot nadeel worden toegebragt, voor zig dus best geoordeeld heeft zig te wenden tot uwelEdele Attb: met Eerbie„ „dig versoek, dat het van UweEEd: Achtb: welbehaagen zijn mooge deese zaak te verklaaren Civiel en Composibel. — /:onderstond:/ 'T welk Doende &:a /: was geteekend:/ G: D: Kotzee, Waarover het gevoelen van den officier Gevraagd zynde, advanceerde denzelven, dat terwijl deeze zaak, zekerlyk zodanig Gesitueerd was, dat op„ dezelve eene Compositie konde plaats„ hebben, hij R: O: Eyss„r sulx om die reedenen aan 's Raads oordeel overliet: verzoekende te gelijk, dat daarhij ingevalle deeze zaak Composibel wierde verklaard, uijt aanmerking van de armoe„ „dige omstandigheeden van den ged„e desisteerde, van de boete welke den ged„e andersints onvermydellijk zoude moeten betaalen, het des niet te min van 's Raads welbehagen zijn moge den ged„e teffens ook weegens zijn wangedrag scherpelijk te reprimendeeren. De ged„e persisteerd bij zijn verzoek De Raad des ged„e gedaan versoek van regt. De ged e persisteerd meede bij zijn voortgebragte renuntieerende partien van verdere productien De E: O: Eysscher perzis„ den ged„e het een en ander hebbende hooren leezen, zegd. den Landbouwer Pieter Lourie daarop ter ziner verontschuldi„ Louesz: ged„e ter andere zyde ten ginge: „ Jk heb den Jonge naar „zijne verdienste eene ordentelijke einde wegens het mishandelen loezing gegeeven, en daarop is hij van desselvs Lyfeygen in name „weggeloopen: vervolgens is hy Fortuijn van Mallebaar dermaa„ „gevangen genoomen, en te huis „ten dat denselven kort daarop „gebragt zonder dat ik geweeten „heb, dat hem iet manqueerde is koomen te overlyden en het „hebbende hij egter uijt kwaad„ begraaven van dien slaaf zonder „aardigheijd niet willen nuttigen bezigtiging, te aanhooren zo„ „waarop hy /: zynde sulx 12 dagen „danigen Crimineelen Eysch en Conclusie, versoek of verzoeken, als den ondergeteekende kof„ „fieio ten dage dienende zal doen en neemen, daarop te antwoorden, en voorts te proce„ „teend bij zijnen Eijnch en verzoekt, „ deeren als na regten. worden ontzegd met de kos„ „na de ontfangene slaagen :/ is over„ de E: O: Eyscher legd over eenen Voorm: Landdrost r: O: Eijsscher schriftelijken Eijsch waarbij gevoegd in Cas Crimineel ter eenre op ende Jeegens de hand wijzende, ordonneert den ged: in perzoon omme te antwoorden op sodanige Jnterragato„ „rien, als hem van wegens den E: O: Eyscher, zullen worden voorgehouden de en „leeden. —. g ten. 8 De Raad geleesen en geresumeert hebbende, den schriftelijken Eysch en Conclusie door ende van weegens den R:O: Eijsscher op ende Jeegens den ged„e geexhibeerd, mitsga„ „ders gehoord, het geene door den ged„ daar teegen is ingebragt, na overweeging van al„ „les wat reflectie meriteerde en Hun E EA H„o konde doen moveeren. Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoogmoo„ „gende Heeren Staaten generaal der verEenigde Nederlanden, concemneert den ged„e Pieter Fourie in eeneSpecunieele Boete van viftig ryxdaalders, ten behoeve van den officier en ordonneert wyders dat des Ged„e slaven Floris, Pedro, en Slavin Celie ten voordeele van den ged„e gereehtelijk zullen worden verkogt, met deese expresse Conditie om nooijd weder onder de magt van hem ged„e of zijne nabestaanden te komen, Condem„ „neerende den Raad hem ged„e tevens in alle de ter deezer zaake gevallene kosten, met ontzegging van den verderen gedaanen Eisch en de genomene Conclusie van den officier En gemerkt zo wel in deeze Proceduures, als voornamentlik in het opende jeegens bovengem: Burger gerhardus Dirk Kotze Extra ordinair belegde Proces, gevonden Wijders is geleezen een missive van den veldwagtmeester in de Hantam willem Adriaan Nel belangende het geene van denzelven ingevolge besluijt deeses Raads de dato 15 Januarij J:l is opgedraagen nopens sodanige aantal beesten, als bij vonnisse van den 27 Maart 1788: van de Uijt den lande gebannen burger Adriaan van Zeijl en Johannes Wiezer ten behoeve der E: Comp„e zijn, ongerecolleerde en onbeEedigde verkla„ „ringen, waarop dus strick geen regt kan worden gedaan; zo is derhalven op de propositie van den E achtbaaren Heer president verstaan„ gemelde Landdrost van graaffe Reinet aan te schryven, om voor 't vervolg zorg te draagen, dat principaal in zaken welke Extra ordinair worden belegd de verklaaringen alvoorens, in„ „gevolge het 4„e articul zyner Jnstructie en 14art„ van de Reglement ordre en Jnstructie voor Landdrost en Heemraaden van graaffe Renel den 19 Julij 1786 gearresteerd behoorlyk voor ge„ „committeerde Heemraaden, die van Hollentotten of slaven gerecolleerd, en de zodanige dewelke door andere gegeeven zijn beeedigd, en dus ook behoorlijk in forma probanti overgezonden in Raade geproduceerd worden. zijn is 116

NL-HaNA_1.04.02_4344_0065 view scan ↗

English

has been confiscated. And whereas it appears from this not only that the said field cornet himself does not know where the wife of the aforementioned Wiezer is residing, but that the said field cornet has also allowed himself to be satisfied by the wife of Van Zeijl with a promise to pay a number of 80 cattle according to the Company's price, and it is thus very difficult and uncertain to obtain the aforementioned confiscated cattle for the Honorable Company in this manner through the field cornet: it is therefore—since, on the one hand, Justice is exceedingly concerned that its sentences should not be rendered illusory, but on the contrary be strictly carried into execution, and on the other hand, the care of the execution of all such sentences belongs principally to the department of the prosecutor—resolved to send a copy of the aforementioned incoming report of the field cornet to the Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, in order that he may yet take such suitable measures as are fully appropriate to carry into execution the aforementioned sentence pronounced to the charge of Van Zeijl and Wieser with respect to the confiscated cattle and costs. Lastly, having also taken into hand the petition presented in Council on the 26th of March last by Hendrica Janssen, wife of Jan Smit of Dilburg, who is confined to Robben Island: The Council, having likewise in this regard read the considerations submitted thereupon on the 31st of the said month of March by the Honorable Independent Fiscal Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden, has permitted the aforementioned Jan Smit of Dilburg—with respect to such part of the sentence pronounced against the said Smit on the 22nd of November 1787 whereby a confinement of five years on Robben Island was imposed upon him, Smit—to compound before the Commissioners with the aforementioned Honorable Independent Fiscal, and, after the said composition, to take up residence at this capital for the administration of his affairs; with the understanding, however, that the said Smit shall not only not be allowed to carry on any burgher trade nor be regarded as a burgher, but also, since the said Smit was by the said sentence of the 22nd of November 1787 likewise banished forever from this government and its jurisdiction, he must be sent away from here after the expiration of the aforementioned five years: While furthermore the Fiscal's office is hereby authorized to have a close watch kept on the conduct of the said Smit during his stay at this place. And thereupon the Honorable President, who held a contrary opinion, had the following recorded in the minutes: The undersigned is, reserving a better judgment, of the opinion that what was requested by the wife of Jan Smit of Dilburg, who is banished to Robben Island, by petition to the Council of Justice here, can by no means be granted to her; for the reasons: That it is notorious in our administration of justice, being maintained as an indisputable principle, that a definitive sentence, once lawfully pronounced and spoken, cannot and may not again be revoked, changed, amended, or augmented by that same judge who pronounced the condemnation, and whose office with respect to the adjudicated matters immediately ceases upon the pronouncement of the sentence; of which, in full affirmation, may be seen among others Wielant, title 9, chapter 5; Damhouder, Practica Criminalis, chapter 220; Gail, book 1, observation 116; Merula, book 4, title 90, chapter 1, number 1. Meanwhile, with relation to the change or alteration in the matter of pronounced definitive sentences, this remark must also be made: that sentences of high or low judges can and may only be changed, altered, or nullified by the sovereign power and authority of the Sovereign, namely, by absolute order of Their High Mightinesses or by those to whom they have delegated and assigned the granting of pardons and absolutions, together with the right of approbation of criminal sentences on their behalf. Wherefore the undersigned is furthermore of the opinion that the said wife of Jan Smit of Delburg ought to be referred to the government of this place, in order that she might request of the same that her petition regarding the release of her husband from his banishment on Robben Island might be forwarded with the support of the aforementioned Government to the Supreme Government of the Indies at Batavia. Was signed: J. I. Rhenius. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: In my presence. Was signed: W. J. v. Rijnevelt, Secretary. Thursday the 10th of April 1789, in the forenoon, extraordinary meeting; present: the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and all the members, except for Mr. Van Echten due to indisposition. Upon and against the burgher Gerhardus Dirk Cotzee. Appeared before the Honorable Council of Justice here at the Cape of Good Hope the member of this Honorable Council, Ryno Johannes van der Riet, acting in office for the Landdrost of the colony of Graaff-Reinet, prosecutor, against the burgher Gerhardus Dirk Cotze, defendant, in person, on the other side. The member of this Council, the merchant and Landdrost of the colony of Graaff-Reinet, Mr. Rijno Johannes van den Riet, acting in this matter for the Landdrost at Graaff-Reinet, Mr. Morits Herman Otto Woeke, prosecutor, produces a written claim, furnished with the interrogatories answered by the defendant before the Commissioners and four statements; which claim reads as follows:

Dutch transcription

119 is Geconfisqueerd geworden: En nadien hieruijt niet alleen blykt dat gerepten veldwagtmeester zelve niet weet waar de huisvrouw van voorsz: wiezer zig ophoud, maar denzelven veldwagtmeester, zig ook door de vrouw van vanzeil heeft laaten te vreede stellen met eene belofte van een getal van 80 beesten - volgens Comp:s prip te zullen betaalen, en het dus zeer difficiel en onzeeker is; om op deeze wyze, door den veldwagtmeester de bovengem: Geconfisqueerde beesten voor d'E Comp„e magtig te worden: zoo is, daar het tog de Justitie aan de eene zyde, ten hoogsten hier aan geleegen legd, dat derzelver vonnissen, niet „illasoir gemaakt, naar in teegendeel stip„ „telijk ter Executie gebragt worden, en aan den anderen kant de bezorging der Executie gebragt worden, en aan den anderen kant de bezorging der Executie van al zulke von„ „nissen voornamentlijk is van het departe „tent van den officier, derhalven beslooten Copia van het voorsz: ingekoomen berigt des veldwagtmeesters aan den Landdrost der Colonien Stellenbosch en Drakenstein de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman, ten einde als nog zodanige gepaste maat regulen te kunnen neemen als volkomen geschikt zijn, om het bovengemelde ten lasten van Laatstelijk ook bij der hand genoomen zijnde, het op den 26:e Maart Jongstleeden door Hendrica Janssen Huijsvrouw van den ten Robben Eylande geconseneerden Jan Smit van Dilburg in Raade gepresenteerd Request: Heeft de Raad teffens ten deesen aanzien, geleezen hebbende de Consideratien van den E Achtb: Heer Jndependent Fiscaal M:r Johan Nicolaas Steven van Lijnden daarop in dato 31 der gemelde maand Maart inge„ „diend aan voorsz: Jan Smit van Dilburg gepermitteerd, om weegens zodanig gedeelte van het teegens denzelven Smit in dato 22 November 1787 gevelde vonnis, als waarbij aan hem smit een Confinement van vijf Jaa„ „ren ten robben Eijlande, is opgelegd; met welge„ „melde E Achtb: Heere Jndependent Fiscaal, voor Heeren Gecommitt:s te kunnen Compareren, en zig, na dezelve Compositie, tot het admini„ „streeren: zijner zaaken aan deese Hoofdplaats met er woon te begeeven, met dien verstande nogtans, dat gerepten smit niet alleen van zeijl en wieser gepronuntieerde vonnis met opzigt der geconfisqueerde Beesten en kos„ „ten ter uytvoer te doen brengen. van geene 118 125 121 geene Burger neering zal mogen dryven nog als burger aangemerkt worden, maar ook, nadien hij smet bij ged„te vonnisse van den 22 November: 1787 teffens ten Eeuwigen dage uijt dit gouvernement en den ressorte van dien is gebannen, na de expiratie van voorsz: vijf Jaaren van hier zal moeten versonden worden: Terwijl voort het offeci Piccaal bij deezen word geauthoriseerd, om geduurende het verblijf van gem: smit ter deeser Plaat„ „se op desselvs Conduite naukeurig oog te doen houden. En heeft vervolgens den E Achtb: Heer president, dewelke van Contrarie sentiment was, het volgende in de Notulen doen aan„ „teekenen. Dan ondergeteekende is /: salvo meliore Jndieio:/ van oordeel, dat het „ door de Huijsvrouw van de op het Robben Eijland gebanne Jan Smit van Dilburg p„r request verzogte aan den Raad van Justitie alhier; haar geenzints kan worden toegestaan; om „ reeden. — Ondertusschen valt met relatie tot de ver„ andering of alteratie in het stuk van gepro„ nuntieerde deffinitive vonnissen, nog deeze aanmerking: dat sententien van Hooge of laage regters, alleen kunnen en moogen wer„ „den verandert, gealtereerd of vernietigd, door het hoog gezag en de Authoriteijd, van den souverein, namentlijk, door absoluut bevel van Haar Hoog Moogende of door de geenen aan wien zij het verleenen van gratien, en absolutien, mitsgaders het regt „ van approbatie van Crimineele sententien Dat het notoir in onze regtspleeging voor een indisputabele reeden word onder„ houden, dat een sententie difinitif, een„ „maal na regten gepronuntieerd en uytge„ sprooken zijnde, niet weder door dien zelfden regter, welke de Condemnatie geveld heeft, /:en wiens officie door de pronuntiatie van het vonnis in opzigt van de gesen„ tentieerde zaaken, immediatelijk komt te cesseeren:/ kan nog mag worden herroepen verandert, verbeeterl, vermeerdert; waar„ van tot volle affirmatie, onder meer an„ „dere te zien zijn wieland tamp: 9. Cap: 5. Damhouder praet: Cw: C: 220. gail Leb: Fobs: 116 Meruela: Leb: 4 Tit 90 Cap. l 1 lb: 1. Dat van „ „ 122 123 onderdag den 10 April 1789. „van Hunnentweegen, hebben gedemandeert „en opgedraagen. Weshalven den ondergeteekende al wij„ „ders van gevoelen is, dat men gedagte Huysvrouw van Jan Smit van Delburg „dient te wyzen na de reegeering deezer „ plaatze, ten einde zij dezelve versogte „ dat haar request relatief tot het ontslag„ „ van haaren man uijt zijn bannissement op het Robben Eyland met appui van welgemelde Regeering aan de Hooge Jndiasche Regeering te Batavia mogte overgezonden worden. — /:was geteekend/ J: I: Rhenius. — /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et Anno Utsupra /:lager:/ Mij present /: was geteekend:/ W: J: V: Rijnevelt: g Chercq/ Donderbug op ende Jeegens den burger Gerhardus Dirk Cotzee Compareerde voor den WelEdelen achtbaaren Justitieelen Raade alhier aan Cabo de goede Hoop den lid in deesen Edele Achtb: Rade Rino Johannes van der Niet als in officie fungeerende voor den Landdrost der Colonie Graaffe Reinet C: O: Eys„r Contra den burger gerhardus Dirk Cotze Ged„e in perzoon ter andere Zijde. Het Sid deeses Raads de Heer De koopman en Landdrost Rijno Johannes van den Riet der Colonie Graaffe Reinet en deezen voor den land „drost te graaffe Reinet ageeren„ de Heer Morits Herman „de produceert eenen schriftelijken Otto woeke. R: O: EepC:r ter. Eysch gemunieert met de door den ged=e voor Heeren gecommit„ „teerdens beantwoorde Jnterroga„ „torien en vier verklaaringen Luijdenden dien Eijsch als eenre volgd 's voordemiddags Extra ordinaire vergade„ „ring present de E Achtb: Heer Johannes Jzaak Rhenius praesident en alle de Leeden, dempto den Heere van Echten bij indispositie Z „ 8 ƒ

NL-HaNA_1.04.02_4344_0068 view scan ↗

English

125 The defendant in person on the other side. Article 1. And the Honorable Original Plaintiff caused to be stated 2. that it had been brought to the knowledge of the Original Officer 3. that the defendant had allegedly committed a manslaughter against a Hottentot named Gezwind 4. For which reason the necessary inquiries were duly made 5. And the defendant, pursuant to a decree of this Honorable Council, was summoned in person 6. And having subsequently appeared, was, at the request of the Honorable Original Plaintiff, ordered to answer articles of interrogation before the Gentlemen Commissioners. 7. notwithstanding that the defendant had petitioned to have the case declared civil and composable, and the Honorable Original Plaintiff had declared that he left the matter to the judgment of the Council. 8. from which could immediately be inferred the slight degree of guilt in which the defendant was involved 9. just as the Honorable Original Plaintiff declares once again that he cannot comprehend that the defendant would have merited a corporal punishment 10. the Honorable Original Plaintiff reserving his position regarding the evidence here annexed 11. and to the reading of which the Honorable Original Plaintiff takes the liberty respectfully to refer your Honors 12. from which your Honors will be able to perceive as clear as day that the principal statement of the Hottentot Tromp, considered in itself, does not furnish even a quarter of a proof, but could rather be considered biased Article 13. thus coming solely to the charge of the defendant, and that which alone, under correction, merits reflection, 14. is that 15. the country people live in a very unmanly and debased manner with the Hottentots, 16. and it is all the same to them whether they mutilate those nations or put them to death, 17. whereby it often happens that that nation is mistreated in the most gruesome manner, 18. which cannot be kept under watch closely enough by the respective officers, in order to cause them to obtain their well-deserved punishment in that way. 18. By reason whereof and other reasons and arguments to be further deduced in due course, if necessary, the Honorable Original Plaintiff, making his demand, concludes that the defendant shall be severely reprimanded and ordered henceforth to be circumspect regarding such inflictions of punishment, with condemnation in all the costs incurred in this matter, or as your Honors shall find to be proper. 124 The defendant, having heard the same read, states that he persists with his petition presented on the last ordinary court day and the answered interrogatories. The Honorable Original Plaintiff likewise persists and requests justice. The Council, having read the written claim and documents exhibited by the Honorable Original Plaintiff, after deliberation of that which merited reflection and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, adjudicates to the Honorable Original Plaintiff his claim made and conclusion taken against the defendant Gerhardus Dirk Coetzee, and condemns the defendant in the costs incurred in this matter. Was signed: R. J. van der Riet In the margin: Exhibited in court on 9 April 1789. Furthermore, it was brought to the knowledge of the Council by the Honorable Independent Fiscal, Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden: That the member of this Council, Mr. Ryno Johannes van der Riet, had handed over to his Honor certain documents relating to the case of Barend Mijer, presently held in custody, and the wife of the late burgher Ferdinand Hartzenberg, obtained by his Honor while observing the affairs ex officio of the Landdrost of the Swellendam Colony, Constant van Nult Onkruydt, together with the interrogatory answered by the said Myer and the wife of the aforesaid deceased Ferdinand Hartzenberg, with the request whether, since his Honor had been relieved by the Government from further observing the affairs of the respective Landdrosts, and the office of Landdrost of Swellendam is presently held pro interim by the secretary of that Colony, and the said secretary, having two posts to attend to, currently had too much on his hands to bring this case to such a speedy settlement as was indeed required; his Honor would for those reasons be willing to take over and prosecute this proceeding. That his Honor would do so as well by virtue of the right of presence belonging to the office of the Fiscal, as also on account of the fact that the said Mijer already, since some persons who should have given testimony to the truth had been brought... 126

Dutch transcription

125 DZ: Ged„ in perzoon ter andere zyde Art: 1. Ende deede den E: O: Eysscher zeggen 2. dat ter kennisse van den Origineelen officier gebragt 3. dat den ged„e een manslag zoude gedaan hebben aan een Hotten tot genaamd gezwind 4. Waarom dan ook de nodige perquisitien zijn gedaan 5. En den ged„e ingevolge decreet van deesen Edele achtb: Raade is gedagvaard in perzoon 6. En vervolgens gecompareerd zijnde, op 't verzoek van den E: O: Eisscher gecondemneerd geworden, omme ten overstaan van Heeren gecommitteerdens te antwoorden op vraag ar„ „tieulen. niet teegenstaande den ged„e had verzoek gedaan, om de zaak fiviel en Composibel te verklaaren, en den E: O: Eijx„ scher gedeclareert de zaak te laaten aan 's raads oordeel. 8: waaruijt onmiddelijk konde worden afgeleijt de ligte schuld waarin den ged„e verseerde 9. gelijk den E: O: Eischer nogmaals betuijgd, niet te kunnen vallen in 't begrip, dat den ged„e zouce hebben gemeriteerd een Corporeele Straffe „ 10: resereerende zig den E: O: Eijsscher aan de bewijzen hier „ 11. en tot wilkers lecture de E: O: Eysscher de vrijheid neemt Uwel Edele Achtb: Eerbiedig te renvoijeeren „ 12. waaruijt Uwelddl: achtb: Zonneklaar zullen kunnen bemerk 18. Mits welke en andere reedenen en middelen in Tijd en wijlen /: is 't nood:/ nader te deduceeren de E: O: Eysscher Eysch doende Con„ „cludeert dat den ged„e scherpelijk zal werden gereprimandeert en aangezegt zig voortaan omtrend diergelijke strafoeveninge sergvul„ „dig te menageeren, met Condemna„ „tie in alle de ter deezer zaake ge„ „vallene kosten, ofte zodanig als Uwel„ „Edele agtb: zullen vinden te dat der voornaamste verklaaring van den Holl: Tromp op zig zelven beschouwd geene quart preuve uijtleeverd veel eer als partijdig zoude kunnen worden geconsidereerd Art: 13. komende dus, alleenlijk maar ten lasten van den ged„e en het 14. geen alleen /:onder Correctie:/ reflectie meriteerd 15. dat de buijten lieden zeer ontmanscht met de Hottentotten leeven 16. en 't haar om 't even is, of zylieden die natien verminken of om tt leeven brengen 17 waardoor dan dikwils gebeurd; dat die natie op een allergru„ „welijkste wijze werden mishandelt waarop door de resp:e officieren niet genoeg kan werden het oog gehouden. — om door dien weg hunne welverdiende straffe te doen er„ 19. dat behooren 124 zijnde . langen. — Annex 12 7 De ged:e denzelven hebbende hooren leezen, zegd bij zijn op„ laatstleeden ordinaire Regtdag gepresenteerd request en beantwoorde Jn„ de E: O: Eypscher persisteerd meede en verzoekt recht. „terrogatosien te blyven persisteeren. De Raad den schriftelijken Eysch en stukken door den R: O: Eisscher geëxhibeert, ge„ „leesen hebbende, nra overweeging van het gunt reflectie meriteerde en Hun EE achtb„e konde doen moveeren Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoogmoogen „de Heeren Staaten Generaal der verEenig„ „de Nederlanden, adjudicieert den E: O. Eyss„r zynen op ende Jeegens den ged„e Gerhardus Dirk Cotzee gedaanen Eijsch en genomene Conclusie, en Condemneerd den ged„e in de ter deeser zaake gevallene kosten. soort wierd door den E Achtb: Heer Jn dependent Fiscaal M„r Johan Nicolaas steven van Lynden, den Raade terkenwijf behooren. /:was geteekend:/ R: J: van der Riet /:in margine/ Ehibitum in Judicio den 9 april 1789 gebragt: Dat het lid deezes Raads de Heer Ryno Johannes van der Riet aan zin E achtb: had overhandigd, eenige documenten betrekkelijk tot de zaak, van den in. hegtenis zittende Barend Mijer en de Huijsvrouw van wylen den burger Ferdinand Hartzenberg door zijn E, als de zaaken van den Landdvort der Colonie Zwillendam Constant van Nult onkruijt alhier exoffiei hebbende waargenoomen, ingewonnen met en beneevens de Jnterrogatorie door gem: Myer en de Huijs„ „vrouw van voorsz: ontzielden Ferdinand Hartzenberg beantwoord, met verzoek of, nadien zyn E door de Regeering, van het verder waarneemen der zaaken van de reap„en Landdrosten was ontheft, en tans het ampt van Landdrost van Zwellendam door den secretaris dier Colonie pro Jnterim bekleed wordende, gem: secretaris met het waarnee„ „men van twee posten tegenwoordig te veel om handen had; om deeze zaak eens zodanige spoedig beslag te doen erlangens als wel ver„ „eijscht wierd; zijn E achtb: Om die reedenen deese procedure overneemen en poursuiveeren wilder Dat zijn E achtb zulks zo: uijt hoofde van 't regt van presentie het officie Fiscaal Compe„ „teerende, als ook ten zaake dat gemelde Mijer reeds, vermit eenige perzoonen; dewelke getuijge„ „nis der waarheijd hadden moeten geevens, Gebragt Om 126

NL-HaNA_1.04.02_4344_0070 view scan ↗

English

Thursday the 16th of April 1789 in the forenoon, present the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and all the Members, except Mr. Maasdorp due to indisposition. The youth Jan Steidler, having been summoned before the Council Chamber and having entered pursuant to the sentence passed to the charge of his mother at the meeting of the 10th of this month, the said Steidler received such a reprimand as the just mentioned sentence dictates; having also promised to take care henceforth never to behave improperly either toward the officers of Justice or toward anyone else, much less to go into excesses, and, after having also received a serious admonition, he departed again from the meeting. The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas van Rijnerveld, having submitted a petition, setting forth that, whereas the witnesses summoned in the criminal case against the person of Barend Mijer on account of the murder committed on the body of the burgher Hartzenberg, having arrived here on the 9th of this month, because of the far remote distance of their dwelling places, had not arrived here promptly enough, and the said Barend Mijer having already been obliged to sit in custody ever since the month of July, and having thereupon arrived and subsequently examined all the documents which had relation hereto, he had observed that, however much the confession of the said Mijer and the account given by the wife of the abovementioned Hartzenberg appear contradictory in every respect, and from the same documents a precise circumstance of the deed was very difficult to find, the same inquests nevertheless yield a vehement suspicion to the charge of the wife of the said Hartzenberg. That His Honor consequently not only deemed a further confrontation of the said widow Hartsenberg with the aforementioned Mijer necessary, but at the same time also believed it to be by no means unserviceable if the children of the same widow Hartzenberg were heard and interrogated before the gentlemen commissioners, to see if perhaps any more light could be obtained from them in this sad matter. That although it might perhaps also seem strange that one would demand children to testify against their mother, His Honor nevertheless believed that in this case circumstances concur which make this extremity necessary: thereto on the one hand the testimony of those children, in case their mother is innocent, could serve toward the exculpation of the same, their mother, or toward the removal of the suspicion which rests upon her; and on the other hand, the one who was murdered happens to be the father of the same children, in the discovery of which deed it must be considered of great importance to those children themselves, seeing that the judge can thereby be enabled to avenge the murder committed upon their own father. Requesting the well-mentioned Honorable Independent Fiscal therefore that it might please this Council to provide His Honor in this case with their enlightened advice and to prescribe what Their Honors understand should be put into effect by His Honor in this matter. Which proposal having been deliberated upon, it was approved to grant the said requests to the well-mentioned Honorable Independent Fiscal beforehand and to leave to him the use of those means which His Honor, as officer of Justice, shall find advisable in this matter in order to be fully convinced of the fact, so that His Honor is hereby not only qualified to be able to hear those children of the said widow Hartzenberg before the gentlemen commissioners, but also, in case some more time is required to obtain further evidence in this matter, to place the said Barend Mijer, as having already sat in custody for so long, provisionally on Robben Island in the meantime until the same investigations shall have been completed. At Cape of Good Hope, the day and year as above. In my presence, it was signed: W. J. V. Rijnerveld. G. Cleucq.

Dutch transcription

129 om de verre afgeleegendheijds hunner woon„ „plaatzen; niet lydig genoeg herwaards waren opgekoomen al zedert de maand Julij in heg„ tenis hadden moeten zitten, op ziget gekoomen, en vervolgens geexamineerd hebbende, alle de docu „menten, dewelke hiertoe relatie hadden, ontwaard had, dat, hoe zeer ook de Confessie van gerep„ „ten Mijer en het relaas door de Huijsvrouw van bovengemelde Hartzenberg, allezints Contradictoir voorkoomen, en uijt dezelve stukken zeer moeyelijk een specis factie van de zaak was te vinden, dezelve Enquesten egter eene vehemente suspicie ten lasten van de Huijsvrouw van gem: Hartzenberg opleeveren: Dat zijn E: achtbaare gevolge „lijk niet alleen eene nadere Confronta„ „tie van ged„te weduwe Hartsenberg met voorschreeve Mijer noodzakelyk agte, maar teevens ook vermeende geenzint ondiens„ „tig te zijn, wanneer voor Heeren gecom„ mitteerdens gehoord en ondervraagd wier„ „den, de kinderen van dezelve weduwe Hartzenberg, of mogelyk van Heen eenig meerder ligt in deeze intreeste zaak konde verkreegen worden: Dat ofschoon het ook misschien vreemd zoude schynen, dat men kinderen wilde vergen; om teegen hunne moeder te getuijgen, zijn Ed: egter meende; dat, Over welke voordragte gedelibereerd zijnde, is goedgevonden, aan welgem E: achtb: Heere Jndependent Fiscaal te defereeren Versoekende welgem: E: Achtb: Heer Jndependent Fiscaal derhalven, dat het deezen Raade behagen mogte, zijn E in dit geval met derzelver verligte advijs te verleeren, en voor te schrijven wat Hun EE achtb: be„ grijpen, dat door zijn Ed: in deesen zoude dienen te worden in t werk gestelt. in dit geval, omstandigheeden Concurreeren, welke deeze extremiteijd noodzaakelik maa„ „ken: daar toe aan de eene kant het getuijge„ „nie dier kinderen /:zo wanneer hunne moeder onschuldig is :/ zoude kunnen strek„ „ken tot verschooning van dezelve hunne moeder, of tot wegneeming van de suspicie welke op haar legt, En aan den anderen kant de geene die vermoord is, komt te weezen vader van dezelve kinderen, aan de ontdekking van welke daad, het die kinderen zelve veel moet geconsidereert worden geleegen te zijn: gemerkt de rechter daardoor kan worden in staat gesteld, om de moord aan hunnen eygen vader begaan te wreeken. in en 128 130 131 de ged„e verzoeken alvoorens en over te laaten, het gebruijk van die mid „delen; welke zijn E als officier der Justitie in deesen Raadsaam vinden zal, om van het fait volkomen geconvineeert ter worden, Jnvoegen zijn Ed: niet alleen bij deesen word gequalificeerd, om die kinderen van gerepte Wed„e Hartzenberg voor Heeren gecommitt„ te kunnen hooren; maar tevens ingevalle tot het inwinnen van nadere bewyzen in deeze zaak nog eenigen tijd verEyscht word gemelde Barend mijer als reeds zo lange in hechtenis gezeeten hebbende, in tusschen; tot dat dezelve perquisitien gedaan sullen„ zijn, provisioneel op 't Robben Eijland te plaat„ „zen. Aan Cabo de Goede Hoop die het anno Ussupra /:lagers:/ Mij present /: was geteekend:/ W: J: V: Rijnerveld. . g Cleucq. /:onderstond:/ onderbag De Jndependent Fiscaal deezes gouvernements de E door den Heer R: O: Eysscher gedient word van Eych een Achtb: Heer Johan Nicolaas request te moogen presenteeren De jongeling Jan Steidler ingevolge het ter vergadering van den 10 deeser ten laste van zijne moeder gevelde vonnis voor de Raadzaal geappoincteerd en binnen ge„ „treeden zijnde, heeft denzelven steid ler zoda„ „nige reprimende ondergaan als het even gedagte vonnis komt te dicteeren; hebbende tevens beloofd, voortaan zorge te zullen draagen van zig nimmer, nog tegen de dienaaren der Justitie nog tegen iemand anders onbehoorlijk te gedraagen veel min in Excessen te buijten te gaan, en is denzel„ „ven na teevens nog eene Ernstige vermaa„ „ning te hebben bekoomen, weder uijt de vergadering vertrokken. - 's voordemiddags present de E achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius president en alle de Leeden, dempto den Heer Maasdorp bij indispositie Donderdag den 16 April 1789 Steven

NL-HaNA_1.04.02_4344_0072 view scan ↗

English

133. contents. was of the following on and against the citizens Pieter Cilliers Jansz:, Daniel Johannes Rossouw Danielz:, Jacobus Retief, Francois du Toit Stephanusz:, Daniel Malan davidz:, Petrus Louw the elder, Jan Cilliers, Abraham Cilliers, Johannes Rossouw gabrielz:, gabriel Rossouw gabrielz:, Daniel Rossouw, Charl Marais Jacobusz:, Jan Minnaar Philipz:, Jan Ruijgrok and Petrus Engelbregt, defendants in the aforementioned case on the other side, in order to hear such criminal claim and conclusion as the Independent Fiscal in case of committed public violence shall see fit to make against the aforementioned citizens, and to take and answer thereupon and further proceed as according to law. To the Right Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, together with the further members of the Honorable Council of Justice of this government. With due respect make known Your Right Honorable's humble servants, the citizens Pieter Cilliers Jansz:, Daniel Johannes Rossouw Danielz:, Jacobus Retief, Francois du Toit Stephanusz:, Daniel Malan davidz:, Petrus Louw the elder, Jan Cilliers Janz:, Abraham Cilliers Janz:, Johannes Rossouw gabrielz:, gabriel Rossouw gabrielz:, Daniel Rossouw Gabrielz:, Charl Marais Jacobusz:, Jan Minnaar Philipz:, Jan Ruijgrok and Petrus Engelbregt: Right Honorable Sirs! Which, after the Independent Fiscal had declared to be able to allow such, having been granted to the same, the aforementioned petition was submitted by the defendants in court, which was found Steven van Lijnden, Independent Fiscal in a criminal case on the one side. That the aforementioned Pieter Cilliers Janz:, as owner of a certain farm named Zoetendaal, situated on the Groene Berg, having initiated a lawsuit before the Landdrost and Heemraden in Stellenbosch and Drakenstein concerning a certain watercourse running down from the Honorable Company's land, alongside the farm also situated there belonging to the former deacon of the Drakenstein Congregation, Daniel Rossouw Pietersz:, that case was also settled by that Board and subsequently adjudicated upon the report of the Honorable Commissioners; the said Cilliers being ordered by that verdict always to keep clean the ditch from his property upwards to the dam of the aforementioned Rossouw. That the aforementioned Rossouw, having appealed from that verdict before this Honorable Council, and Your Right Honors having likewise decreed a judicial commission to the farms in question, that case also reached its conclusion; and having been definitively terminated, Your Right Honors, in the verdict pronounced therein, declared to approve the verdict of the Landdrost and Heemraden at Stellenbosch, only with that alteration, that Rossouw could make use of the water four days a week, and the first undersigned three days, and that he, the first petitioner, solely for his farm Zoetendaal, without diverting the same sideways, so that the first petitioner thus remained under that same obligation, pursuant to the aforementioned verdict of the Landdrost and Heemraden approved by Your Right Honors, to keep the ditch clean as stated above: That however the aforementioned Rossouw, after the pronouncement of the aforementioned verdict pronounced by Your Right Honors, on the grounds that it is stated therein that the first petitioner of the water in question

Dutch transcription

133. „houde. wierd van navolgenden in„ op ende Jeegens de Burgers Pieter Cilliers Jansz:, Daniel Johannes Rossouw Danielz:, Jacobus Retief, Francois du Foit Stephanusz: Daniel Malan Aan den wel Edele davidz: Petrus Louw de oude Achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius president, Jan Cilliers, Abraham Cil¬ beneevens de verdere be„ „liers, Johannes Rossouw „den uijt den E Achtb: gabrielz: gabriel Rossouw Raade van Justitie deezes gabrielI, , Daniel Rossouw, Charl Marais Jacobusz: Jan Minnaar Philipz, Jan Ruijgrok en Petrus Engel„ „bregt, ged„e in voorsz: Cas ter andere zyde, omme te aan„ Met verschuldigde Eerbied geeven te kennen, uwer welEdele, hooren zodanige Criminee„ „len Eisschen Conclusie als achtb: nedrige dienaaren, de burgers Pieter Cilliers Jansz: den E: O: Eisscher in Cas van Daniel Johannes Rossouw Da„ gepleegd pulliek geweld zal niett: Jacobus Retief, Francois goedvinden teegens voornoemde du Loit Stephanusz: Daniel Malan davidz: Petrus Louw burgers te doen ende te nee„ de oude, Jan Cilliers Janz: „men daarop te antwoorden Abraham Cilliers Janz: Jo„ en voorts te procedeeren als „hannes Rossouw gabriels, na regten. gabriel Rossouw gabrielz: Heeren! WelEdele Achtb: Heer overgelegd, het welk bevonden 'T geen, na dat den E: O: Eijp„ „scher verklaard had, zulx wel te mogen lyden, aan dezelve Steven van Lijnden E. O: Cys„r in Cas Crimineel ter eenre. Dat voorsz: Pieter Cilliers Janz: als bezitter van zeekere plaat genaamd Zoetendaal geleegen aan den Groenen Berg, over zekere waterloop, afloopende van 's E Comp:s land, bezijden de aldaar meede geleegene plaats van den oud Diacon der Draken„ steinse Gemeente Daniel Rossouw Pieters: voor landdrost en Heemraaden te stellenbosch en Drakenstein proces gemoveerd hebbende, die zaak ook bij dat College is voldongen en vervolgens op rapport van EE gecommitt„s bevonnist: zijnde bij dat vonnis gerepten Cilliers gelast geworden, om de sloot van zijn Erf, opwaarts tot naar den dam van voorsz: Rossouw altoos schoon te houden. dat evengem: Rossouw van dat vonnis gekoomen zynde in appel voor deesen Edele Achtb: Rade en uwelEdele Achtb: almeede éene Justitieele Commissie naar de questieuse plaatzen gedecerneert hebbende, die zaak ook meede haar beslag heeft erlangd; en ten definitiven getermineerd zijnde, uwelEd: achtb: bij het daar in ge„ „slaagen vonnis hebben verklaard te approbeeren, het vonnis van Ianddrost en Heemraaden aan stellenbosch, alleenlyk met die verandering, dat Rossouw van het water 'S weeks vier en den eerstondergeteekende, drie dagen gebruijk zoude kunnen maaken en wel hij eerste supp„t eenelijk tot zijn plaat zoeten„ „daal, zonder het zelve ter zyden af te lyden, zo dat dus den Eersten supp„t bleef onder die zelve verpligting, om ingevolge het voorsz: bij uwelEd Achtb: geapprobeerde vonnis van Landdrost en Heemraaden de sloot gelijk boven gesegd is schoon te houden: dat egter voorsz: Rossouw, na de pronuntiatie van het voorsz: bij uwelEdele agtb: geslagen vonnis, op fundament dat daar„ in gelagt word, dat den eersten sup„t van het water in Duniel Rossouw Gabrielz:, Charl Marais Jacobusz: Jan Min„ naar Philipz: Jan Ruijgrok en Petrus Ingebregt: Daniel quatie 132 geaccordeerd zynde, is het voorsz: request door de ged„e in Judicio gouvernements. —

NL-HaNA_1.04.02_4344_0073 view scan ↗

English

may only make use of the question for his place Zoetendaal without leading it out to the side, has diverted the water in question, which for many years had had its course in a trench across the petitioner's yard to the place Zoetendaal, into an old course which, although it certainly goes thither in a straight line, is yet washed out far too deep to be able to make that water of any use on the aforesaid place Zoetendaal: the mentioned Rossouw subsequently having plowed shut the ditch running from his quitrent land to the yard of Cilliers, and having sown it with rye. — that the first petitioner, having made known to the other signatories in the recently elapsed month of November that he was not even provided with the necessary drinking water on his yard, the petitioners, thereupon moved out of compassion, some in their capacity as friends and blood relatives of the same Cilliers, and others on account of power of attorney executed to them, as well as the last-mentioned as witnesses, resolved, just as they have more than once assisted and supported him, Cilliers, as being a poor man in busy times of harvest and otherwise, thus to now also lend him a helping hand, in order to clear the watercourse pursuant to and in satisfaction of the aforesaid sentence; that the petitioners then also, without having had the least evil intent, carried this into effect on the 2nd of the past month of December, and having dug open the aforesaid watercourse plowed shut by Rossouw, saw arrive there at the place, to their utter astonishment, the burgher Bernhardus de Vaal, with some other persons; which De Vaal thereupon, in his capacity as authorized agent of the aforesaid Rossouw, protested against this action of the undersigned, and called the same an act of violence; that this innocent deed was subsequently pushed so far that the said De Vaal, after first having obtained some statements and having caused the first petitioner to be summoned, addressed himself by request to this your Honorable Worships' formidable court, and requested that the matter might be placed in the hands of the Office of the Fiscal, in order to proceed at law against the petitioners on that account. that it however having pleased your Honorable Worships, before deciding upon that request, to commission two gentleman members from your Honorable Worships' assembly, in order (as the petitioners can still remember) to take inspection of what the petitioners might have committed there, and to what extent the sentence of your Honorable Worships had been acted against: they petitioners then also saw to their amazement how, certainly through the wise deliberation and the fitting reasoning of those gentlemen, the question that had lasted so long was so unexpectedly settled to the satisfaction of both parties: while the petitioners at the same time, both from the demeanor maintained by the same gentlemen, and from this and that other circumstance, could not indistinctly gather that what they in their innocence, in the belief of satisfying the sentence and having offered a helping hand in his labor to a poor man and blood relative, had committed, had brought about no small displeasure with your Honorable Worships. that the petitioners, most deeply afflicted thereby, did not hesitate for a moment frankly to declare to the mentioned gentleman commissioners that they were heartily sorry for this step taken by them, as having too much respect for a tribunal that has acquired so great a luster through the maintenance of an unblemished justice and through the preservation of every worthy resident in his good right, as ever to dare presume to commit

Dutch transcription

135 questie eenelijk zal mogen gebruijk maaken tot zijn Plaats Poetendaal zonder het zelve ten zyden Uijt te lyden, het water in questie het welke zeedert lange jaaren zynen loop gehad had in een grip over het Erf van den supp„t naar de Plaats Zietendaal heeft geleijd, in een oude loop dewelke zekerlijk, wel in een regte lyn derwaards gaat, edog welke veel te diep uijtgespoeld is, om dat water op de voorsz: Plaat zoetendaal van eenig nut te kunnen doen zijn: hebbende gem: Rossouw vervolgens de sloot van zijn Erfpagt„ land naar 't Erf van Cilliers strekkende toegeploegd en met Rogge bezaaijd gehad. — dat den Eersten sup„t in de Jongst verloopene maand „november aan de overige teekenaars te kennen hebbende gegeeven, dat hij op zijn Erf niet eens van het benodigde drinkwater was voorzien, de supp„ten daarop uijt medelijden bewoogen, zommige in hunne betrekkinge als vrienden en bloedmagen van den zelven Cilliers, en andere uijt hoofde van op hun gepasseerde volmagtschap, mitsga„ „ders de laahstgem: als getuijgen zijn geresolveerd, om, gelijk zij hem Cilliers, wel te meer maalen als een arm man zynde, in druske tijden van oogst als anderzint hebben bygestaan en ondersteund, hem dus als nu ook de behulpzaame hand te bieden, om ingevolge en ter voldoening van het voorsz: vonnis de waterloop te zuyveren dat de sup=ten dit dan ook zonder het minste kwaar opzet gehad te hebben, op den 2 der gepasseerde maand December in het werk gesteld, en de voorsz: door Rossouw toegeploegde water loop open gegraven hebbende, aldaar ter plaatse tot hunne uyter„ „ste verwondering, hebben zien aankoomen, den burger Bern„ „hardus de vaal, met eenige andere perzoonen; welke de vaal als toen, in qualiteit als gemagtigde van voorsz: Rossouw teegens deeze verrigting van de ondergeteekendens heeft geprotesteerd, en dezelve genoemd een handel van geweld dat deeze onnozele daat vervolgens zo verre dat het uwelEdele achtb: egter behaagd hebbende, alvoo„ „vens op dat request te disponeeren, twee Heeren leeden, uijt UwelEd: achtb: vergadering te Committeeren, ten einde /:zo als de supten zig nog kunnen herinneren :/ van het geene de supplen aldaar mogten hebben gepleegd, en in hoe verre teegens het vonnis van uwelEd: Achtb. is aangehandeld inspectie te neemen: zij supp=ten toen ook tot hunne verbaaring hebben gezien, hoe dat zekerlyk door het wijs overleg en de gepaste raidonnementen dier Heeren, de zo lang geduurd hebbende questie, zo onverwachts tot genoegen van bijde partijen is uijt de waereld geholpen: Terwijle de serp=te teffens zo uijt de gehoudene Contenance van dezelve Heeren, als uijt deeze en geene andere omstandigheeden niet onduydelyk hebben kunnen opmaaken, dat het geene zij in haare Onnozelheid in de meening van aan het vonnis te voldoen en een arm man en bloedverwant in zijnen arbeijd de behulpzaame hand te hebben gebooden, hadden begaan geen gering misnoegen, bij uwelEd: achtb: hadde te weeg gebragt. dat de supp„ten daar door ten diepsten getroffen, geen ogenblik hebben gehasiteerd, om aan welgem: Heeren gecommitt„s rondbors„ tig te betuijgen, dat deese stap door hun begaan, hun van harten leed was, als hebbende zi te veel Eerbied voor een vierschaar die door de handhaaving van eene ongekreikte Justitie door de bewaaring van ijser braaf ingezeetenen bij zijn goed recht eenen zo grooten luister verkreegen heeft, als om zig immer of ooijt te durven verstouten tot het pleegen is gepousseerd, dat gerepten devaal zig diesweegens, na alvoorens eenige verklaaringen te hebben ingewonnen, den eersten suppt, te hebben doen dagvaarden, zig bij requeste bij deeze uwelEdele Achtb: gedugte vierschaar heeft geaddresseerd, en verzogt, dat die zaake mogt worden gestelt in handen van het officium Percaal, ten einde diesweegens teegens de supp„le in regten te ageeren. van 134

NL-HaNA_1.04.02_4344_0074 view scan ↗

English

of acts that would tend to disparage the lawful authority of that illustrious assembly. It is true, Honorable Sirs, that the petitioners assisted him, the first petitioner, in opening a ditch through which he had to obtain his urgently needed drinking water. The petitioners did this in the belief that they were performing not only a permitted, but even a necessary act. While the verdict dictates that Cilliers shall have to keep the ditch in question clean, nevertheless, Honorable Sirs, they could never have supposed that such an unpleasant consequence would be drawn from this, and that they could thereby be considered to have placed themselves in the position of being guilty of disparaging the authority of the judge. Whereupon the petitioners requested the aforementioned gentlemen commissioners that, since it was clearly evident that this matter was solely attributable to the petitioners' ignorance and lack of knowledge, they would not refuse them their protection and intercession, but excuse them in this regard before Your Honors, just as some of the petitioners also undertook to ask Your Honors' humble pardon through a submissive petition. However, as the gentlemen commissioners were themselves eyewitnesses, at that time this unexpected, amicably concluded association between the parties and the restoration of peace and quiet among the residents, who had lived for so long a time in enmity and discord, made so great an impression on the petitioners that they then gave in somewhat too much to their joy and gladness over this, even to the extreme that some of the petitioners, having wished each other the continuance of that friendship all too generously while drinking a glass of wine, actually completely forgot the assurance given to the gentlemen commissioners, namely to come and ask forgiveness from this Council at the very first opportunity; the petitioners having returned to their places cheerful and content without any further reflection, in the certain expectation that this matter would now be entirely out of the way and everything forgotten and forgiven. That the petitioners, however, being unexpectedly summoned by the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden to hear a criminal demand in case of committed public violence, were not a little surprised, all the more when they realized how greatly they had been guilty of a neglect of duty by not having fulfilled, in a matter of such great importance, that which they had assured the gentlemen commissioners they would carry out with respect to what they had done. Yet, Honorable Sirs, however much they must justify the indignation that Your Honors show regarding this, they nevertheless swear by all that is holy that this neglect is to be attributed to nothing other than the drink that they consumed in such excess on that day in celebration of their joy, and to pure innocence.

Dutch transcription

136 137 van daaden, dewelke zouden strekken tot vilipendi de supplianten hebben 't is waar Edele achtbaare Heeren, hem eerste suppliant geadsisteerd in het openen van een sloot waardoor hij zijn hoogst benodigde drinkwater moeste magtig worden, dit hebben de suppten gedaan, in een wée, dat zij niet alleen een gepermitteerde maar zelfs eene noodzakelijke daad verrichten; Terwijl het vonnis dicteerd dat Cilliers de schoot in questie zal moeten dan Edele achtbaare Heeren, nimmer hebben zij kunnen supponeeren, dat hier uijt deeze zo onaange„ naame Consequentie zoude worden getrokken, en dat zij daardoor zouden kunnen geconsidereert worden, gevallen te zijn in die termen van zig aan vilipendi van het gezag des regters te hebben schuldig gemaakt. dat de supplianten daarop aan welgemelde Heeren gecommitteerdens, hebben verzogt, om, nadien tog, gelijk het duijdelijk bleek deeze zaak alleen aan de supplian„ „ten onnozelheid en onkunde was toe te schryven, Hun overzulx derzelver protexie en voorspraak niet te willen wij„ geven, maar diesweegens bij uwelEde Achtb: verschoonen, ge„ „lijk ook zommige van de supplianten tevens op zig hebben genoomen had, om diesweegens bij eene ootmoedige smeek„ „schrift uwelEdele achtbaarens nedrig excuus te vragen. dat egter waarvan Heeren gecommitteerdens zelve oog getuijgen geweest zijn, te dier tijd deeze onver„ „wachte vrienkelijks getroffene assopiatie tusschen partijen en herstelling der rust en vreede tusschen Jngezeetenen, welke eenen zo langen tijd in vijandschap en oneenigheijd schoon houden. van het wettig gezag van die Luijstewyke vergadering heeft gemaakt, dat de supplianten hunne blijdschap en verheugenis hier over als toen wat te veel hebben toegegee„ „ven, zelfs tot die uijtterste, dat zommige van de supplianten elkander in een al te ruime maate, onder het drinken van een glaasje wijn, de aanhoudendheijd van die vriendschap. toegewenscht hebbende, zig daardoor in der daat, de verzeeke„ „vinge aan Heeren gecommitteerdens gedaan; van namentlijk deezen Raade ten allereersten om vergiffenis te koomen ver„ „zoeken, geheel en al hebben laaten ontschieten; als zijnde de supplianten zonder eenig verder nadenken vrolyken verge„ „noegd weder naar hunne plaatzen te rug gekeerd, in de zekere verwagting, dat deeze zaak nu geheel en al uyt de waereld en alles vergeeten en vergeeven zijn zoude. geleeft hadden, op de supplianten zodanig veel impressie dat de supp=ten egter op 't onverhoeds, door den E achtbaaren Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden gedagvaard zijnde, omme in Cas van gepleegde publiek geweld, Crimineelen Eysch te aanhooren, daar door niet weijnig zijn gesurpreneerd, te meer wanneer zij heb„ „ben ingezien, hoe zeer zij zig aan pligtversuijm hadden schuldig gemaakt, om niet in een zaak van zo veel aan be„ „lang voldaan te hebben, aan het geene zij Heeren gecommit„ „teerdens verzeekerd hadden, ten opzigte van het door hun gepleegde te zullen in het werk stellen. dan welEdele Achtbaare Heeren; hoe zeer zij ook moeten billijken de indignatie, welke uwelEdele achtbaare hier over betoonen, zo betuijgen zij egter bij al wat heelig is dat dit verzuijm nergens anders als aan den drank, welke zy op dien dag, ter betooning van hunne vreugde zo over„ maaten hebben genuttigd, en aan eene loutere innocentie geleeft

NL-HaNA_1.04.02_4344_0075 view scan ↗

English

and foolishness, and it is also on those grounds that they, the petitioners, trusting that from all the aforementioned the foolishness and notorious innocence of the petitioners will have sufficiently appeared to Your Honourable Worships, being convinced that Your Honourable Worships always pay regard to the meaning and intention of the committed deeds, take the liberty to turn to Your Honourable Worships with a humble prayer that it may favourably please Your Honourable Worships to consider all that the petitioners may have done in this regard to have happened, as it indeed did happen, out of ignorance, and therefore to excuse the petitioners on that account, as well as to receive them into submission. Assuring Your Honourable Worships solemnly that they, the petitioners, always keeping such a great favour in mind, will henceforth never give any reason to have themselves corrected for committing anything that can ever be judged to belong to the department of their judge. Requesting Your Honourable Worships for a favourable apostil for the petitioners hereupon. Was signed: P: Cilliers J:, Daniel Johannes Rossouw, Jacobus Retief, Francois du Toit S: Z:, D: Malan, Abraham Cilliers, Gabriel Rossouw gz:, Johannes Arnoldus Ruijgrok. As witnesses and signed: D: Rossouw Gz:, Charl Marais Jacobusz:, Jan Minnaar Philipsz: The defendants say they persist with their submitted petition, requesting once again to be excused on the grounds of their foolishness. The parties renounce further productions. The Officer Prosecutor, having heard the same read out, advances thereupon that, as for the request made by the defendants in their aforesaid petition, his Honourable Worship left the same entirely to this Council, but that his Honourable Worship nevertheless, with respect to three of the defendants who had approached his Honourable Worship and made it known that they believed they were not guilty because they had only gone to the disputed water trench as witnesses, would solely remark that the same so-called witnesses had no reason to be able to excuse themselves in the least, as it appears from the sworn statements by the burghers Daniel Roux and Johannes Kruger that the defendants, to the question of who gave them the order to make a trench on the land of Rossouw, answered in substance: all of us together. Thereupon being submitted by the said Honourable Independent Fiscal a written claim provided with 8 annexures, at the conclusion of which claim his Honourable Worship concluded that the respective defendants shall be condemned by definitive sentence of this Council to such punishment or fines as their Honourable Worships in good justice shall deem proper. Exhibitum in Judicio the 16 April 1789. The Council, having maturely deliberated upon everything in this matter that merited reflection and could move their Honourable Worships, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendants to be sharply reprimanded in court, with a serious recommendation to conduct themselves more cautiously henceforth, and further condemnation of the defendants in all the costs incurred in this matter. The merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, Officer Prosecutor on the one side, against the burgher Adrianus Stephanus du Plessis, defendant in the aforesaid case on the other side, to hear such claim and conclusion as the Officer Prosecutor shall make and take upon and against the defendant, to answer thereto and further to proceed as according to law. The Council having read the written claim and conclusion submitted by and on behalf of the Officer Prosecutor upon and against the defendant, and heard that which was brought forward by the defendant in his defense, after consideration of everything that merited reflection and could move their Honourable Worships, doing justice: The Adjunct Fiscal of this government, Master Johannes Andreas Pieter, as qualified by the government to ex officio observe the cases of the Officer Prosecutor here in the absence of the same, submits a written claim provided with 3 annexures. The defendant, having heard the one and the other read out, says in answer thereto that the arrest was certainly served upon him, but that he did not know that he had to remain at the Cape, that he thus in that ignorance rode to the countryside, and having then understood from various people that, being arrested, he must not depart from the Cape, he thereupon immediately rode back to the Cape, and immediately, being then 3 days after the execution of the arrest, approached the Honourable President. That he, the defendant, having thus sinned out of foolishness and ignorance, requests that the Council will excuse him for those reasons. The defendant also persists with what he brought forward. The parties renounce further productions. The Officer Prosecutor advances for reply that the defendant, having answered according to the report of the Messenger: I respect the arrest, therefore displayed no foolishness or ignorance by that; that this excuse thus consists of futile and insignificant evasions, the Officer Prosecutor therefore persists with his claim, requesting justice.

Dutch transcription

139 en onnoozelheijd is toe te schryven, En 't is ook op die gron„ „den, dat zij supplianten vertrouwende, dat uijt al het voo„ „ven aangehaalde, uwelEdele achtb: de onnozelheijd en notoire onschuld van de supplianten genoegzaam zal zijn gebleeken, overtuijgd zynde, dat bij uwelEdele achtbaare steeds op de mee„ „ning en Jntentie der gepleegde daaden word gelet, de vryheid neemen zig te wenden tot UwelEdele Achtbaare met Ootmoedige beede dat het uwelEdele achtbaare guns„ „tig behaagen moge, alle het geene de supplianten ten dee„ „zen aanzien mogten hebben bedreeven aan te merken, gelijk het ook in der daat is geschied, te zijn uijt onkunde„ en dus de supplianten diesweegens te Excuseeren, mitsga„ „ders in submissie te ontfangen. Verzeekerende zij suppten uwelEdele achtb: pleg„ „tiglyk, dat zij een diergelijke groote gunst steeds in het oog houdende, voortaan nooijd eenige reedenen geeven zullen, om hun over het pleegen van iet het welke maar im„ „mer geoordeelt kan worden, te behooren tot het departe„ „ment van Bunnen rechter te doen. Corrigeeren. Verzoekende UwelEdele Achtb: voor de suppli„ „anten hierop gunstig appostille. /:onderstond:/ 'T welk doende &:a /:was geteekend:/ P: Cilliers J:, Da„ „niel Johannes Rassulu, Jacobus Retief, Francois du Poit S: Z: D: Mallin, Abraham Cilliers, Gabriel Rossouw gz: Johannes Arnoldus Ruijgrok,. . . . . ./:lager/ als getuijgen /: en geteekend:/ D: Rossiuw Gz: Charl Marais Jacobusz: Jan Minnaar Philipsz: De ged„e zeggen bij hun ingediend request te blyven persisteeren: verzoekende nogmaals uijt hoofde hun„ „ner onnoozelheijd geexcuseerd te worden. renuntieerende partijen van verdere productien De Heer R: O: Eijps„r het zelve hebbende hooren leezen advanceerd daarop, dat wat betrof het verzoek, door de ged„e bij derzelver voorschreeve requeste gedaan, zijn Edele achtbaare het zelve volkoomen aan deesen Raade overliet, maar dat zijn Edele acttbaare egter ten opzigte van drie der ged„e de„ „welke zig bij zijn Edele acttb: hadde vervoegt en te kennen gegeeven; dat zij vermeenden geen schuld te hebben, om dat zij zig enkel als getuijgen naar de questieuse watergrep begee„ „ven hadden; alleenlijk zoude remarqueeren, dat dezelve zogenaamde gekeigen geen reeden hadden, om zig in het minste te kunnen verschoonen, daaruijt de beEedigde ver„ „klaaringen, door de burgers Daniel Roux en Johannes kruger blykt, dat de ged:e op de vrage: wie hun last gaf om op den grond van Rossouw een grep te maaken, in substantie hebben geantwoord wij allemaal te zaamen. werdende, door gemelde E: achtbaare Heer Jndependent Fiscaal daarop ingediend eenen schriftelijken Eysch gemuni„ eert met agt bijlaagen in 't slot van welken Eysch zijn E achtb: Concludeerde, dat de ged„e resp„e bij difinitive vonnisse van deesen Raade zullen worden gecondemneerd in zodani„ „ge straffe of boetens, als Hun E Achtb: in goede Justitie zullen vermeenen te behooren. /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 16 april 1789. De Raad 138 hebbende, over al het Gunt in deezen reflectie meriteerde en Hun EE achtb„ konde doen moveeren; Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoogmoogende Heeren staaten generaal der vereenigde Nederlan„ „den Condemneerd de ged„e om in Ju„ „dicio scherpelijk te worden gerepri„ „mendeert met serieus recommanda„ „tie om zig voortaan voorzigtigen te gedraagen en verdere Condemnatie van de ged„e in alle de ten deeser zaake ge„ De Raad rypelijk gedelibereerd „vallene kosten. - De koopman en Landdrost gouvernement M:r Johannes der Colonien stellenbosch en Andreas Piter, als door de Drakenstein de Heer Hen„ Regeering gequalificeerd, om bij absentie van den E: O: „drik Lodewijk Bletterman OpC„r desselvs zaaken alhier ex„ r: O: Eyss„s ter eenre officio waar te neemen, leg over een schriftelijken lepch gemunieert de adjunct Fiscaal deezes met 3 bylaagen op ende Jeegens den burger Adrianus de ged„e het een en ander hebbende hooren leezen, zegd daar Stephanus du Flessis ged„ op voor antwoord, dat het arreat in voorsz: Cas ter andere zekerlijk wel aan hem is geexploic„ „teerd, Edog dat hij niet geweeten zijde, omme te aanhooren heeft, dat hij aan de Caab blijven zodanigen Eysch en Conclusie de Raad geleezen hebbende, den schrif„ „telijken Eysch en conclusie, door en van weegens de E: O: Eyscher op ende Jeegens den ged„e ingediend en gehoord het geene door den ged„e tot zijne verontschuldiging is ingebragt, na overweeging van alles wat reflectie meriteerde, en Hun EE achtb„ konde doen moveeren Recht doende De ged„e persisteerd meede bij zijn voortgebrachte Renuntieerende partijen van verdere productien. De E: O: Eysscher voor replieg advanceert dat de ged„e ingevolge het relaas van den Bode geantwoord hebbende: Jk respecteer„ het arrest, daar door dus geene onnoozelheijd of onkunde heeft aan den dag gelegd: dat dus deeze verschooning in Cutiele en niet beduydende uytvlugten bestaande, de R: O: Eysscher derhalven persisteerd bij zijnen Eynh, verzoekende recht. als den E: O: Eijscher, op ende jeegens den ged„e zal koomen te dat hij dus in die onweeten doen en te neemen, daarop te „heijd naar buijten geroeden, en antwoorden en voort te proce„ als toen van deese en geene ver„ deeren als na regten. „staan hebbende, dat hij gearresteerd zijnde, niet moet van de Caab moort vertrekken, daarop terstond wede„ „rom naar de Caab is te rug gereeden, en zig dadelijk /: zynde toen 3 dagen na 't doen van 't arrest:/ bij den E achtbaaren Heer Praeci„ „rent vervoegt heeft. Dat hij get: dus uijt onnoozelheijd en on„ „kunde gepeeceerd hebbende, versoekt dat de Raad hem om die reede„ „nen excuseeren wil. Aan Uijt 140 meert. ƒ moet

NL-HaNA_1.04.02_4344_0077 view scan ↗

English

in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Andries Stephanus du Plessis to a fine of fifty Ryxds for the benefit of the r: O: Eeast with costs, the Council denying the further claim made and conclusion reached by the officer. Subsequently, the Honorable Independent Fiscal made known that the assistant Carel Eberhard Kuhlewein, who according to the decision taken at the session of the latest ordinary meeting held should have been taken into civil arrest by His Honor, has since absented himself and, regardless of all efforts made and searches conducted, could not be found, His Honor therefore requesting a warrant by edict, to the end that the said Kuhlewein might be summoned more solito, under the ringing and tolling of the bells, to appear here in the Council Chamber in court within the next two weeks, in order to purge and answer for his committed theft and the desertion that followed thereupon. Which request was unanimously granted. While lastly, through the member of this meeting, Mr. Ryno Johannes van der Riet, still acting on behalf of the Landdrost of the Colony of Graaffe Reinet, by producing a statement made by the Hottentot Jager at the requisition of the said Landdrost, it was brought to the knowledge of the Council that the same Landdrost had sent Capewards a certain Hottentot named Bakker, who lived with the burgher Johannis van der Wald, which Hottentot had reportedly not hesitated to afford the opportunity to, and even assist, some roving Bushmen Hottentots to make themselves master of some cattle belonging to the Heemraad Hendrik van der Merwe Hendrikz. That however certain the said Landdrost on the one hand, having been able to obtain only a single statement, and that from a Hottentot, is not equipped with such convincing proofs upon which he could proceed to bring a claim against the said Hottentot; he nevertheless, on the other hand, considered that he could not proceed to set the said Hottentot at liberty, despite the presumptions militating against him, since the inhabitants would thereby see themselves exposed to greater insecurity and danger with respect to their cattle and even their own lives than that in which they presently find themselves regarding those roving Bushmen Hottentots; but that he had judged it rather to be his duty to request the Council to dispose of the said Hottentot Bakker in such manner as Their Honors, in accordance with their usual prudence, should deem fit. Which proposal having been deliberated upon, in order to remove all peril to which the inhabitants might be exposed by discharging the repeatedly mentioned Hottentot Bakker, it was resolved to place the same Bakker provisionally on Robben Eyland, to the end that he may perform service there for his board. Thursday 23 April 1789. Forenoon extraordinary meeting present the Honorable Johannes Izaak Rhenius, president, and all members, except the Messrs. van Echten, Mappa, Maasdorp, and van der Riet, by indisposition. From Cabo de goede Hoop day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: W JV Rineveld: secretary. Underneath stood: The Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynsen, on the occasion that the Council was expressly assembled today for the disposal of some civil cases, having served a written remonstrance concerning that which was charged against the assistant Marinus Marinussen by the burgher Lieutenant Jan Andries Horak in a certain entry on the roll during the last meeting held, the same remonstrance verbatim reading as follows. To the Right Honorable President and other Members of the Council of Justice of this government. Right Honorable Sir. It having pleased Your Honors at your latest ordinary meeting held on the 16th of this month to place into the hands of the undersigned an original drafted and signed Memorial of the assistant Marinus Marinussen, produced by the Valorous Jan Andries Horak and the burgher Jan David Bijer in their entry on the roll submitted on that day: and this to the end of acting in this matter as the undersigned, according to the finding of matters, should deem fit. Thus it is that the undersigned, in compliance with this disposition of Your Honors, immediately sought: 1. For the power of attorney by virtue of which the assistant Marinus Marinussen was constituted his attorney by the aforementioned Valorous Jan Andries Horak, to whom the said Memorial was sent, and in whose service the same appears to have been drawn up. 2. For the oath or instruction which the attorneys

Dutch transcription

uijt naam ende van weegens de Hoog Mogende Heeren Staaten generaal der verEenigde Nederlanden, Condem„ „neert den ged„e Andries Stephanus du Plessis in een boete van vijftig Ryxd„s ten behoeve van den r: O: Eeas„t met de kosten, ontzeggende de Raad den verde„ „ren gedaanen Eijsch en genoomene Conclusie van den officier Vervolgens wierd door de E Achtb: Heer Jndependent Fiscaal te kennen ge„ geeven dat den adsistend Carel Eberhard Kuhlewein, dewelke ingevolge besluit ter sessie van de Jongst gehoudene ordinaire vergadering genoomen door zijn E achtbaare zoude hebben moeten worden genoomen in Civiel arrest, zig zeedert geabsenteerd en ongeagt alle, aangewende moeyte en gedaane recherches niet te vinden geweest is, verzoekende zijn E Achtb: dierhalven man„ „dament bij Ediete, ten eijnde gemelde kuhlewein onder het luiden en kleppen der klokken more Polito mogt worden in„ gedaagd, omme binnen de twee lerstkomende Terwijl laatstelijk door het Lid deeser vergaderinge de Heer Ryno Johan„ „nes van der Riet, als nog voor den Landdrost der Colonie Graaffe Reinet agee„ „rende, onder productie van eene verklaa„ „ring door den Hottentot Jager ter requiri„ „tie van gemelde Landdrost verleeden, den Raade wierd ter kennisse gebragt, dat den„ „zelven landdrost Caabwaards hadde opge„ „sonden zekeren Hotten tot in naame Bak„ „ker gewoond: hebbende bij den burger Jo„ „hannis van der wald, welke Htotten tot zig niet zoude hebben ontzien, eenige rouvende Bosjesmans Hottentotten, de geleegendheijd aan de hand te geeven, en zelfs behulp„ „zaam te zijn, om zig van eenig vee van den Heemraad Hendrik van der Merwe Hendrikz: meester te maaken. — dat hoe zeer gemelde landdrost zekerlyk weeken, alhier op de Raadzaal in Judicie te verschynen, ten eijnde zig van zyne ge„ „pleegde diefte, en daarop gevolgde Resertie te purgeeren en verantwoorden. - Jn welk verzoek unanim is gecondessendeert. weken van van de eene kant; als maar eene enke „le verklaaring, en wel van een stotten tot hebbende kunnen magtig worden, niet gemunieert is, met zodanige Convaincan„ „te preuves, als waarop hij tot het doen van eenen Eysch, op ende Jeegens gemelde Hottentot zoude kunnen treeden: Hij egter aan den anderen kant vermeende niet te kunnen overgaan om gemelde Hotten„ „tot, ongeagt de tegens hem militeerende precumptien op vrije voeten te stellen: daar tog Jngezeetenen ten opzigte van Hun vee en zelfs Hun eigen leeven, aan eene groo„ „tere onveiligheid en gevaar, als waar in zij zig tans, ten aspecte dier zoovende Bosjesmans Hottentotten komen te bevin„ „den, zouden bloot gesteld zien; Maar dat hij veel eer van zin pligt geoordeeld had, den Raade te moeten verzoeken, om over gemelde Hottentot Bakker zodanig te disponeeren als Hun EE achtb„ ingevol„ „ge derzelver gewoone Prudentie zouden oordeelen te behooren. Over welke voordragt gedelibe„ „reerd zijnde, is ter wegneeminge van Donderdag den 23 April 1789. 's voordemiddags Extra ordinaire vergade ring present de E Achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius president, en alle de Lee„ „den, demptis de Heeren van Echten, Mappa, Maasdorp en van der Riet, bij indispositie Van Cabo de goede Hoop die et anno Ussupra /:lager:) Mij present /: was geteekend:/ W JV Rine„ reld: gesleng /:onderstond:/ alle pericul, waaraan de Jngezeetenen bij het clargeeren van meergedagte Hof„ „ten tot Bakker zouden kunnen geexponeerd worden, verstaan denzelven Bakker bij provisie op het Robben Eyland te plaatzen, ten einde aldaar voor de kost dienst te doen. alle 14044 140 146 De E achtbaare Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lynsen, ter geleegendheid dat heeden de Raad tot het afdoen van eenige Civre„ „le zaaken expres was, vergadert gediend hebbende van een schriftelijk vertoog be„ trekkelik 't geene den adsistend Marinus Marinussen, door den burger Lieute „nant Jan Andries Horak bij zeeker die„ „tum ter rol: in de laakst gehoudene ver„ „gadering is ten lasten gelegd geworden, Luidende het zelve als volgt vertoog ver„ „botenus, als volgd. Aan die welEdele Achtb: Heer President, en verdere Leeden van den Raade van Justitie deezes gouvernements. WelEdele Achtbaare Heer. Met aan UwelEdele achtbaare in derzelver laatst gehoudene ordinaire Zo is 't dat den ondergeteekende ter paritie aan dit uwelEdele achtb. disposi„ „tier terstond gezogt heeft. 7. Na de volmagt kragt, welker den adsistent Marinus Marinussen, door den evengemelde Manhafte Jan Andries Horak, aan wien die gelibelleerde Me„ „morie toegezonden, en ten diensten van welke dezelve opgesteld schijnt geweest te zijn, tot desselfs procureur, zoude zijn geconstitueert geworden. 2. Na den Eed ofte instructie welke de vergadering, op den 16„' deezer behaagt heb„ „bende, in handen van den ondergeteeken„ „de te stellen, eene door den Manhafte Jan Andries Horak, en den burger Jan David Bijer bij derzelver ten dien dage ingediend dictum ter Rolle overgelegde origineele geconcipieerde en geteekende Me„ „morie, van den adsistent Marinus Ma„ „rinussen: En sulx ten fine in deezen zodanig te ageeren, als den ondergetee„ „kende na bevinding van zaaken oor„ „deelen zoude te behooren. verga Procureurs

NL-HaNA_1.04.02_4344_0080 view scan ↗

English

attorneys upon their admission before this court must swear, as the sole law and guideline according to which they are obliged to conduct themselves in their legal practice. In order to be able to see from this whether and to what extent the aforesaid assistant Marinus Marinussen had sinned against it, and consequently had fallen within the terms of paragraph 56 qui depositae instrumenta etc. of the 10 Feb: Book 48 Digest on the Lex Cornelia de Falsis, and had acted against the prohibition clearly expressed in the Indian Statutes paragraph 30, and thus, by further consequence, to what extent he ought to be disciplined on that account. However, Right Honorable and Worshipful Sirs, the undersigned was not a little surprised that neither of these two documents was attached to the above-alleged entry in the court record, to which indeed the first, namely the power of attorney, ought to have been joined if this denunciation made to your Right Honorable Worships was to have had any weight. Nor at the Judicial Secretariat. And thus, consequently, he can be considered to have prepared the same solely at the request of the valiant Jan Andries Horak as a good friend for his convenience and assistance, certainly not with the prospect that such use would be made of it as is now being done; and that this service rendered by him would be imputed to him as an offense in the view of your Right Honorable Worships. Not in the capacity of attorney or practicing legal clerk, but merely to set down properly and in order on paper the ideas given to him by the said valiant Horak, to find or known. Since now, firstly, the actual qualification of attorney was lacking to the frequently mentioned Marinus Marinussen upon the drafting, signing, and sending of that memorial, and secondly, even had he indeed been appointed attorney in this case by power of attorney, he never received, much less swore to, an instruction according to which he would have to conduct himself in that capacity, as appears quite clearly from the words at the end of the letter accompanying that memorial, namely where he requests to amplify or embellish that memorial further with, take note, polished arguments. Thus the undersigned must candidly confess that no grounds for any action against the assistant Marinus Marinussen on account of the aforementioned drafting, composition, or calculation of that memorial have presented themselves to him. And it therefore seems to him that Marinus Marinussen cannot have committed so great an evil by subsequently granting his legal patronage to Anna Elizabeth Kriel, widow of the late citizen Marthinus Melk, being duly authorized thereto by her according to local style, and then no longer following the ideas of the valiant Horak, but his own ideas and insight in handling this matter. The more so, Right Honorable and Worshipful Sirs, because that aforesaid memorial was never presented by the undersigned to your Right Honorable Worships as a product of Marinus Marinussen in the capacity of a servant of Horak, to which he was not appointed, and thus until then must be and remain considered as a nonentity. Just as he, Marinus Marinussen, being questioned by the undersigned about this, also assured him that in the beginning he judged the questionable testamentary disposition to be viable, if not as a testament, then at least as a codicil, until he learned from an account dated 30 March of the current year of everything that occurred before, after, and during the making and execution of this testament. While it is likewise not to be held against him that, believing he was convinced in his conscience of the unreasonableness of the ideas and contention of the said Jan Andries Horak and at the same time of the reasonableness of the request of the said widow, he assisted her with counsel and deed, as she, according to the very admission of the signers of the entry in the court record, possesses a narrowly limited brain, and therefore indispensably needed good assistance.

Dutch transcription

Procureurs bij hunne admissie voor deesen vierschaar moeten besweeren, als de eenigste wet en rigtsnoer, waarna dezelve verpligt zijn, zig in hun Patrocinie te gedraagen. — Omme daaruijt te kunnen zien of en in hoe verre den voorzegden adzes „tent Marinus Marinussen, daar tegen had gepeeceert, en bij Consequentie in de Termen van 56 pqui depositae instrumen„ „ta etc: van den 10 Feb: Lib: 48 ff de lege Cornelia de Falsis was gevallen? en tegens het verbod in de Jndische statuuten §. 30 duydelijk geexpipeert, hadde gehandelt en dus bij verder gevolg, in hoe verre hij daarover behoorde gecorrigeert te worden: Dan WelEdele en Achtb: Heeren, den ondergeteekende was niet weynig gesur„ „preneert, dat geen van beide deese stukken, nog bij het bovengeallegeerde dictum ter Rolle, bij het welke immers het eerste nem„ „pe de volmagt, had behooren gevoegt te zijn, zoude deese delatie aan uwelEdele achtbaar„ „heedens gedaan, van eenige klem hebben kunnen weezen. — Nogte ter secretarije van Justitie En zig dus bij Consequentie, geconsidereerd, kan worden dezelve alleen op versoek van den manhafte Jan Andries Havak als een goed vriend tot zijn gerief en adsisten„ „tie te hebben vervaardigd, zakerlyk niet met het vooruitzigt, dat er zodanig gebruik, als nu van zoude worden gemaakt; en hem deeze zine beweesene dienst, als eene misdaar„ onder het oog van uwelEdele achtb: zoude zijn toegereekend geworden. - Niet qua Procurator ofte bediende Practizijn, maar alleenlijk omme de Jdees, hem door den Gesegden manh: Horak te vinden ofte bekend waaren. - daar nu I„o de wezentlyke qualiteit van procureur aan de meergenoemde Marinus Marinussen bij het Concipiee¬ „ren, teekenen en overzenden dier Memorie heeft ontbrooken En 2:e al was hij schoon tot procureur in hoc Causa bij volmagt aangesteld geweest, hij nimmer eene instructie bekoomen veel minder beEedigt heeft, waarna hij zig in die qualiteit zoude hebben te ge„ „draagen, te Opgegeeven 140 48 149/50 151 opgegeeven; behoorlijk en in ordre op st papier te stellen; het welke uit de woorden in de missive tot geleide dier Memorie in fine. derzelve erintelijk, niet onduydelijk schijnt te Consteeren, nempe; daar hij verzoekt die memorie met NB gepolijste reedenen nader te amplieeren ofte vereieren Zo moet den ondergeteekende ron„ „dement avoueeren, dat aan hem geene stoffe tot eenige actie; wegens voorgemelde Conceptie en opstelling ofte reekening dier memorie tegens den adsistent Marinus Marinussen is voorgekoomen. En hij Marinus Marinussen hem dus toeschijnt zo een groot kwaad niet te hebben kunnen bedrijven, met naderhand aan Anna Elizabeth Kriel wed„e van wijlen den burger Marthinus Melk zijn Patrocinie behoorlijk en na stijle locaal daartoe door dezelve gevolmagt zijnde, te verleenen, en als toen niet langer de Jdees van den manhaften Horak maar zijne eijgene Jdees en ligt, in 't behandelen deezer zaak te volgen. — Te meer welEdele achtb: Heeren ver„ mits die voorsz: memorie, nimmer met Gelijk: hij Marinus Marinussen door den ondergeteekende hier over onder„ „houden wordende, aan denzelven ook heeft verzeekert, in den beginne deequestieuse Testamentaire dispositie, zo al niet als een Testament, immers als een Codicil bestaan„ „baar te hebben geoordeelt, tot zo lange hij uijt een Zelaas in dato 30 Maart h: A: van al het geene voor, na en bij het maken en passeeren van dit Testament was Terwijl het hem insgelyks niet kwalyk te neemen is, dat hij van de onbellijkheid der Jdees en sustenue van diekgem: Jan An„ „dries Horak en te gelijk van de bellijkheid van het verzoek der gedagte weduwe in zijn gemoed meenende overtuijgd te zijn, dezelve die volgens het eigene aveu der onderteeke„ „naars van het dictum ter Rolle een nauw beperkt brein bezit, en dus onontbeerlijk goede hulpe nodig had, met raad en daat te aduis„ „teeren. van den ondergeteekende, aan uwelEdele. Acht„ „baare als een product van Marinus Marinus sen, in qualiteit als bediende van Horak, waar toe hij niet is aangesteld en voorgelegt geweest, en dus tot daaraan als een non Ens geconside„ „veert moet zin en blyven. — weeten voorgevallen

← previousnext →