Inventory 4344
Cape · 543 pages · 234 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
152 153 having occurred, supplied to him by the same widow, he ex post had to adopt an entirely different sentiment, as he was thereby fully convinced of the manner in which the said widow had been misled in this matter, and that advantage had been taken of the bitter grief in which she found herself on account of the moribund condition of her husband, in order to make her also pass and sign that said deed, and he, as an honest man, found himself obligated to obtain, if possible through the course of law, a proper redress for that misled widow. Yet, since it surely would have very bad consequences if, in the future, by incorrect inferences, one were to conclude from this case that in general an official were left free first to advise and serve the one party, and no longer approving of this, the other party in one and the same case, and consequently to act pro et contra, the undersigned will respectfully submit for your Honorable Worships' consideration whether, in order to prevent this, it would not be expedient that a resolution by your Honorable Worships by way of prohibition under a certain penalty were adopted and published against this, or else a formula of an oath, according to which the attorneys currently postulating before this tribunal and to be admitted ex post shall have to conduct themselves, were established, in conformity with the Instruction for the Court of Holland, Zeeland, and West Friesland, article 71; nevertheless submitting, with the return of the papers handed over to him in original, the undersigned submits this and that to your Honorable Worships' better and more enlightened judgment. Thus, after mature consideration of the reasons adduced in that memorial, the declaration of the Officer that, namely, no matter for any action regarding the drafting and signing of the memorial in question against the aforementioned assistant Marinus Marinussen had appeared to him, was held as communicated; while concerning that which was at the same time proposed by him, it was Done at the Cape, the 22nd of April 1789. Was signed: J. N. S. van Lijnden 155 resolved, before taking a final decision thereon, to inspect the Draft Instruction summoned by this Council in the year 1781 and addressed, with an attached request to admit thereupon a specific number of attorneys before this Court of Justice, to the Honorable Governor and Honorable Council of Policy, together with the Resolution taken thereupon at that time by the said Honorable Governor and Honorable Political Council, in order then to make such arrangement in this matter as shall be deemed appropriate. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: In my presence. Was signed: W. J. v. Rijneveld, Secretary. Thursday the 30th of April 1789, in the forenoon. Present: The Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and all the members, except for the gentlemen Maasdorp and Gie due to indisposition. The merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, ex officio Plaintiff in a criminal case, of the one part, against the burgher Andries van Zeijl, Defendant in person, of the other part; to the end of purging his first and second default, and answering and accounting for extreme acts of violence committed against certain Hottentots in this country. The Council, in view of the non-appearance, the messenger entering, reports that the Defendant has not appeared. The Deputy Fiscal of this government, Mr. Johannes Andreas Truter, acting ex officio for the ex officio Plaintiff, requests, on account of the non-appearance of the Defendant, the third default, and that the defaulting and absconding Defendant, for the benefit thereof, shall be barred from all peremptory exceptions, declinatories, and defenses which he, appearing, might be able to propose; and that to him, the ex officio Plaintiff, there might be granted a fourth edictal citation against four weeks from today, in order then to verify his claim.
Dutch transcription
152 153 voorgevallen, hem door dezelve wede: ge¬ suppediteerd, expost een gantsch ander sen„ „timent heeft moeten adopteeren, als daar - door ten vollen overtuijgd van de wyze, op welke gezegde wed„e daarbij was misleid ge„ „worden, en men van de bittere droefheid waarinne zij weegens de zieltoogende situatie van haaren man zig bevond, heeft weeten te profiteeren, omme haar die ge„ „zegde acte meede te doen passeeren en tee„ „kenen, en zig e een Eerlijk man heeft ver„ „pligt gevonden, die misleide weduwe was het mogelijk door den weg van regten, een behoorlijk redres te doen geworden. Dan vermits het zekerlijk zeer kwader Consequentien zoude moeten hebben, wanneer men in het vervolg by verkeerde Jllatien, uijt dit geval, zoude willen besluijten dat in 't generaal aan een bedienden wierd vrijgelaaten, eerst de eene, en zulx niet lan„ „ger goedvindende, de andere Parthije, in een en dezelve zaak te adviseeren, ende, te bedienen en gevolglyk proet Contra te ageeren, zal den ondergeteekende aan uwel„ Edele achtb: Eerbiedig in Consideratie geeven„ of tot voorkooming daarvan niet dienstig zoude zijn, dat door uwelEdele achtb: hier teegens eene resolutie, bij forme van verboo Zo is, na rijpe overweeging van de reevenen in dat vertoog bygebragt, de declaratie van den Heer Officier, dat namentlijk aan zijn E geene stoffe tot eenige actie wegens het opstellen en teekenen der Memorie in questie, tegens voormelden adsistend Marinus Marinussen was te vooren gekoomen, voor gecommuniceerd gehouden; Terwijl ten belange van het door zijn Ed: daarbij tevens voorgedraagen, is /:onderstond:/ Actum Cabo den 22 april 1789 /: was ge„ „teekend:/ J: N: S: van Lijnden op zeekere paene wierd genoomen en gepu„ bliceert, ofte wel eene formule van Eed, na welken de voor deese vierschaar tans postu„ „keerende en export te atmitteerene Procureurs zig zullen hebben te gedraagen, wierde gecon„ „stateerd, Conform de Jnstructie voor den Hove van Holland Zeeland en westvriesland art: 71 onderwerpende niet te min, met te rug gave der aan hem in originali overhandigde t papieren den ondergeteekende dit een en ander aan uwelEdEdele en achtbaarheedens beter en meer verligt oordeel goed 155 goedgevonden alvoorens daarop een finaal besluijt te neemen, in te zien de Concept Jnstructie bij deezen Raade in het Jaar 1781 geevucheerd, en met een bijgevoegd ver„ „zoek, om daarop een bepaald getal procu„ „reurs voor deese Rechttank te admitteeren, aan den Edelen Heer gouverneur en E achttaaren Raade van Politie geaddres„ „seerd, mitsgaders de Resolutie te dier Tijd daarop bij welgem: Ed: Heer Gouverneur en E achtbaaren Politiequen Raade Ge„ „noomen, ten eijnde als dan in deesen zo„ danige schikking te beraamen, als zal worden geoordeeld te behooren. /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et Anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ W: J: V: Rijneveld g Clien/ H Donderdag De Raad vermits de non Comparitie voordemiddags Present de E Achtb: Heer Johan„ nes, Izaak Rhenius President, en alle de leeden, demptis de Heeren Maasdorp en gie bij indis„ „positie Donderdag den 30 April 1789 de bode binnen treeden„ De koopman en Landdrost „de, rapporteerd, dat den der Colonien stellenbosch en ged„e niet is gecompareerd. Drakenstein de Heer Hendrik de adjunct Fiscaal dezes Lodewijk Bletterman E: O: gouvernements M„r Johannes Eyss:r in Cas Crimineel ter Andreas Pruter, ex officio voor eenre den E: O: Eys„r ageerende, ver„ „zoekt om de Non Comparitie op ende Jeegens van den ged„e het derde default den burger Andries van Zeijl en dat den ged„e defaillant en ged„e in perzoon ter andere zyde Latitant voor het profijt van ten eijnde zijn eerste en tweede dien zal worden verstooken van default, en zig weegens verre alle exceptien peremptoir wee„ „ven en defensien dewelke hij „gaande feitelijkheeden aan verschijnende zoude kunnen eenige Hottentotten in dit land„ proponeeren, mitsgaders aan gepleegd te komen purgeeren hem E:O: Eysscher mogte wer„ „den, verleend een vierde Edie„ en verantwoorden. taale dagvaarding teegens heeden over vier weeken, ten einde als dan zijn Jntendit te verefieeren van N. 154
English
157 The messenger, stepping inside, makes report that the defendant is not present. The aforementioned Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman, ex officio Plaintiff in a Criminal Case on the one part, against Willem van Zeil, defendant in person on the other part, in order to purge and answer for his first and second default, and regarding the killing of a certain Hottentot child named Antje. The aforementioned Adjunct Fiscal Mr. Johannes Andreas Pruter, acting ex officio for the ex officio Plaintiff, requests, on account of the non-appearance of the defendant, the third default, and that the defendant, defaulting and in hiding, shall for the benefit thereof be barred from all peremptory exceptions, defenses, and objections which he might have been able to propose had he appeared; also that there might be granted to him, the ex officio Plaintiff, a fourth edictal summons against four weeks from today, in order then to see served the intendit with the verification thereof, as well as to hear the sentence pronounced with intimation. The Court, on account of the non-appearance of the defendant, grants the ex officio Plaintiff the requested third default, with the benefit thereof, and a fourth edictal summons against four weeks from today, in order then to see served the intendit with the verification thereof, as well as to hear the sentence pronounced with intimation. The messenger, stepping inside, reports that the defendant has not appeared. The Honorable Independent Fiscal of this government, Mr. Johan Nicolaas Steven van Linden, ex officio Plaintiff in a Criminal Case on the one part, against the assistant having served at the Policy Secretariat, Carel Eberhard Kuhlewein, defendant in person on the other part, in order to come purge and answer for theft committed and his desertion. Wherefore the Honorable ex officio Plaintiff requested the first default and that the defendant for the benefit thereof shall be barred from all declinatory exceptions, and also that there be granted to him, the ex officio Plaintiff, a second edictal summons against two weeks from today. The Court: Granted. 158 159 The messenger stepping inside reports that the petitioner is not present. Citizen Nicolaas Johannes van der Scheijf, the requested party, requests therefore an appearance in default of the petitioner, with condemnation of the petitioner in the costs. The Honorable requested party versus the Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Linden, requested party, in order to see served an answer to his submitted claim. The Court grants the Honorable requested party the appearance in default and condemns the petitioner in the costs of this instance. The authorized petitioner presents a petition of the following content: To the Right Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, together with the further Honorable Members of the Court of Justice of this government. The Right Honorable Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, in order, instead of seeing served an answer to his submitted claim, to hear requested an extension of term. versus The undersigned, placed on half pay as assistant of the Honorable Company, Sr. Jacobus Vercueil, as special attorney of the citizen Pieter Hammes. Right Honorable Sirs, It is with deepest respect that Your Honors' humble servant Jacobus Vercueil, as special attorney of the citizen Pieter Hammes, most humbly makes known to Your Honors: How four weeks ago today, upon a submitted written claim by the Independent Fiscal of this government, the Honorable Mr. Nicolaas Steven van Lynden van Blitterswijk, ex officio, the petitioner requested a copy and an extension of term in order to serve an answer today; but since the person whose testimony the petitioner indispensably requires—and for that purpose had already caused to be summoned before Your Honors for the 16th of this current month—according to the report of the court messenger of this Your Honors' Court, Carel Ewald Ziervogel, has been incapacitated by illness and indisposition from appearing in court; Thus the petitioner finds himself in the impossibility of being able dutifully to satisfy the ruling of Your Honors; Reasons why the petitioner turns most humbly to Your Honors, very humbly requesting that it may be of Your Honors' highly favorable pleasure to grant the petitioner an extension of term until four weeks from today, in order then to serve an answer. Which doing, etc. Was signed: J:b Vercueil, qq. In the margin: Exhibited in Court the 30th of April 1789.
Dutch transcription
157 de bode binnen treedende doet rapport dat den ged:e niet present van den ged„e verleend den E: O: Eijsscher het verzogte derde default, met den profijte van dien, en Een vierde Edietaale dagvaar„ „ding teegens Heeden over vier weeken, om als dan te zien dienen van Jntendit met de vereficatie van dien, mitsgaders de sententie te hooren pronuntieeren met Jnthimatie. Gem: Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman E: O: Eyss:r in Cas Crimineel ter Voorm: adjunct Fiscaal M„r eenre Johannes Andreas Pruter ex offi¬ op ende Jeegens „cio voor den E: O: Eysscher ageeren„ „de, verzoekt om de non Com„ Willem van Zeil ged. in paritie van den ged„e het perzoon ter andere zijde, ten derde default, en dat den ged„e einde zyn eerste en tweede defaillant en latitant voor het profijt van dien zal worden default, en zig weegens het verstooken van alle exceptien om 't leeven brengen van peremptoir weeren en defensien, zeeker hotten tot kind in dewelke hij verschijnende zou„ naame antje te koomen „de hebben kunnen proponeeren, mitsgaders aan hem R: O: Eyss„r purgeeren en verantwoor„ mogte worden verleend een „den. vierde Edietaale dagvaarding teegens heeden over vier wee„ „ken, ten eijnde als dan zijnen Jntendit te serefieeren De Raad, vermits de nin Comparitie van den ged„e verleend den E: O: Eyss.r de bode binnen treedende Den burger Nicolaas De Raad Fiat. de Bode binnen treedende De E Achtb: Heer Jndependent rapporteerd, dat den ged=e niet Fiscaal deeses gouvernement verscheenen is. — M„r Johan Nicolaas Steven van Linden R:O: Eyss:r in Weshalven den Heer R: O: Eysscher verzogte het Cas Crimineel ter eenre eerste default en dat den ged„e op ende Jeegens voor het profijt van dien zal worden verstooken van alle E„ den ter Secretarije van „ceptien declinatoir, mitsgaders Politie dienst gedaan heb„ aan hem E: O: Eyscher verleend een tweede Edistaale dagvaar„ „bende adsistend Carel Eber„ „hard kuhlewein ged„e in perzoon ter andere zijde, om„ „me zig weegens gepleegde diefte en zijne desertie te koomen purgeeren en ver„ „antwoorden. 6. „ding teegens heeden over twee het verzogte derde default, met den profyte van dien, en één vierde Edietaale dagvaarding teegens heeden over vier weeken om als te zien dienen van Jntendit met de verficatie van dien mitsgaders de sententie te horen pronuntieeren met Jnthimatie het rappor Johannes ƒ 156 is. weeken. , „ 158 159 Johannes van der Scheijf zg„ WelEdele Heeren. rapporteerd, dat den reqt niet present is. — versoekt oversulx Comparuit met Condemnatie van den reg:t. in de kosten. — de qq requirant presenteerd een request van navolgenden de E achtb: Heer Gereg„t Contra den Jndependent Fiscaal deezes gouvernement de E achtb: Heer Johan Nico„ „laas Steven van Linden gereg„d, omme op desselvs ingedienden Eisch te zien dienen van antwoord. Den Raad verleend den E achtb: Heer gerequireerde Comparuit en Condemneerd den regt in de kosten van deese instan„ „tie. — Aan den welEdelen achtb: Heere Johannes Izaak Rhenius Pre„ sident, beneevens de verdere welEdele Heeren Raaden van Justitie deezes gouvernement. Weledele achtb: Heer den Jndependent. Fiscaal deeses gouvernement de E achtt: Heer Johan Nicolaas steven van Lynden, om Contra Den onder afgeschreeven gas„ „die gestelden adsistend der E Compagnie S:r Jacobus Vercueil als speciale gemagtigde van den burger Pieter Hammes Reedenen waaromme den supp„t zig op 't needrigst tot uwelEdele achtb: is keerende, zeer ootmoedig verzoekende, dat het van uwelEdele Achtb: Hoog gunstig welbehagen zijn moge aan den supp„t te verzeenen atterminatie tot heeden over vier wreken, om als dan te dienen van antwoord: /:onderstond:/ Twelk doende &. /:was geteekend:/ J:b Vereieil qq. /:in margine:/ Exhibitum in Judicie den 30 april 1789. Zo is den supp„lt dan ook in de onmoogelijkheid ver„ „seerende om pligtschuldig aan het appoinctement van uwelEdele rentt„ te kunnen voldoen Hoe heeden over vier weeken op een ingedienden schriftelijken Eisch; door den Jndependent Fiscaal deezes gouverne„ ments, de E Achb: Heer M„r Nicolaas Steven van Lynden van Bletterswijk R: O: den supp:t heeft versogt Copia en atter„ „minatie, om op heeden te dienen van antwoord; dan daar den geene welkers getuijgenis den supp„t in dispensabel van nooden heeft; en tot dien eijnde reeds tegens den 16: deeser loopende maand, voor UwelEdele achtb: hadde laaten Convoceeren, agtervolgens het rapport van den gerechtsbode deeser uwelEdele Actb: Raade Carel Ewald ziervogel door ziekte en onpasselijkheid buijten staat is gesteld geworden, omme in Judicio te kunnen Compareeren. in steede van op desselvs inge„ dienden Eisch te zien dienen Het is met deepate lan„ van antwoord, te hooren ver„ bied, dat uwelEdele Achtb „zoeken atterminatie van onderdanige dienaar Jacobus Termijn. vercueil als specialek gemag„ tigde van den burger Pieter Hammes, op het allernedrigst Uwel„ Edele achtb: te kennen geeft. Wel in Aet inhoude en regt.
English
Which having been read, the Honorable Commissioner stated that he leaves the petitioner's request to the judgment of the Council. The Council grants an extension until four weeks from today. The roll having been concluded up to this point, there appeared in the Council the Deputy Fiscal, Master Johannes Andreas Pruter, as qualified in office to attend to the affairs of the Merchant and Landdrost of the Districts of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, who, in the name and on behalf of the said Landdrost, submitted such considerations as were required from the said Landdrost by a certain order dated 19 March last, issued upon the petition presented at that time by the burgher Fredrik Kannemijer; which considerations having been read, it was approved, after deliberation on the matter, to grant to the aforementioned Kannemijer only copies of such documents as were submitted by him to the Council, denying the further request made in the aforementioned petition. Whereupon the aforementioned Deputy Fiscal, in the aforementioned capacity, presented a memorial reading verbatim: To the Right Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope. Hendrik Lodewijk Bletterman, Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, shows with the greatest respect: That by him, in his official capacity, on 17 April 1788, it was requested in this Honorable Council that the wives, then present here, of the burghers Adriaan van Zeijl and Jan Wiezer, who were banished by sentence of Your Honors dated 27 March of the said year, be enjoined to provide sufficient surety within the space of four times twenty-four hours, so that in case the cattle confiscated for the benefit of the Honorable Company by the said sentence should not be delivered to the Honorable Company's post De Schuur within the next four months, the proceeds of whatever might be found to have been alienated therefrom should then, pursuant to the aforementioned sentence, be paid and brought into the Company's treasury; that on the same day it pleased Your Honors to set a term of fourteen days for providing the required surety, on pain of summary execution and further condemnation in the costs. That the petitioner believed he might reasonably expect that the aforementioned wives of those two banished burghers would not fail to provide proper and sufficient surety within the appointed time for the aforementioned purpose, and thereby endeavor to avoid the summary execution with which they were threatened in default of the bail. Yet that, to his utmost surprise, he had to discover not only that those women rode off to the country without concerning themselves in the least with what was ordered by Your Honors, but that also the Field-cornet Willem Adriaan Nel disregarded the instructions of Your Honors and allowed himself to be appeased with insufficient promises. That, since it is of the highest importance to Justice that its sentences are not rendered illusory, but on the contrary are strictly executed, Your Honors thought fit to attach to your esteemed letter of the 2nd of this month a copy of the defective and irreverent report of the aforementioned Field-cornet, in order to be able to take such fitting measures as would be entirely suitable to carry out the sentence pronounced against the aforementioned Van Zeijl and Wieser with respect to the confiscated cattle and costs. That the petitioner, judging on account of the vast distance it to be of the utmost difficulty to employ those simple and certain means and ways which daily practice offers, and on the other hand wishing nevertheless to contribute all his power to the maintenance of good Justice, believed he ought to turn to Your Honors with the humble request that the abovementioned wives of Van Zeijl and Wieser may be summoned by missive to appear on a certain appointed day in this Honorable Council, in order to hear such claim or request or requests as the petitioner, in his official capacity, on the day of the hearing, shall think fit to make against them to make effective Your Honors' esteemed order of 17 April of last year, etc., or that Your Honors may otherwise be pleased to make such disposition as, in your wisdom, shall be judged most suitable to prevent all detrimental consequences. Underneath stood: Doing which, etc. Was signed: J. A. Pruter. In the margin: Presented in court on 30 April 1789. After reading of the same and mature consideration of what deserved attention in this regard, it was approved to grant as an order thereon: The Council, referring to the resolution taken on the 2nd of this month, further orders the officer to carry into execution in the best manner the sentence pronounced against the banished burghers Adriaan van Zeijl and Jan Wieser, with respect to the confiscated cattle and costs. Thursday, 4 May 1789, in the forenoon. Present: the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and all members, except Mr. Maasdorp due to indisposition. The court messenger entering, the Honorable Independent Fiscal of this government reports that the defendant has not appeared. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower stood: In my presence. Was signed: W. J. v. Rijneveld, sworn clerk.
Dutch transcription
861 Het welk geleezen zijnde, zeide de E achtb: Heer gereg:d het verzoek van den reqt aan 's Raads oordeel over te laaten De Raad fiat atterminatie tot heeden over vier weeken. De Rolle tot hier toe afgeloopen zijnde, verscheen in Raade, den adjunct Fiscaal M„r Johannes Andreas Pruter als in officio gequalificeerd ter waarnee„ minge der zaaken van den koopman en Landdrost der Colonien stellenbosch en Drakenstein de Heer Hendrik Lo„ „dewijk Bletterman, dewelke uijt naam en van weegens gerepten Land¬ „drost overgaf zodanige Consideratien als bij zeeker appoinctement in dato 19„e Maart Jongstleeden, op het als toen door den burger Fredrik Kannemijer gepresenteerd request, gevallen, van gemelde Landdrost zijn gevordert, welke Consideratien geleesen zijnde, zo is na overweeging van zaaken, goedgevon„ „den aan voorsz: kannamijer, alleenlyk te verleenen Copien van zodanige Dat door hem R: O: op den 17:en April 1788. in deesen Edelen achtbaaren Raade zijnde versogt geworden, dat aan de als toen alhier aanweezende huijsvrouwen van de bij vonnis„ „se van U EE Achtb: de dato 27. Maart des gemel„ „den jaars gebanne Burgeren Adriaan van Zeijl en Jan wiezer mogte worden geinjungeert, omme binnen den Tijd van viermaal vier en Twintig uuren te stellen sufficiente Cautie, om ingevalle de bij ge„ „melde vonnisse ten behoeve der E Comp„e geconfisqueerde beesten, niet binnen de Heeft met den meesten Eerbied te kennen de Landdrost van Stellenbosch en Draken„ „stein Hendrik Lodewijk Bletterman: Aan den welEdelen achtbaaren Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop. Waarna door evengem: adjunct Fiscaael in voorschreeve qualiteit gediend zijnde van een vertoog luidende verbotenus stukken, als door hem in Raade zijn overge„ „legd, met ontzegging van het bij voorsz: reques„ te gedaane verder verzoek. stukken eerst 160 8 163 eerstkomende vier maanden op 'sE Comp„s Post de schuur zouden zijn geleevert, het provenu van het geene mogten worden be„ „vonden daarvan veralieneert te zijn als dan ingevolge het voorsz: vonnis in 's Comp„s Cassi op te brengen en te betaalen; het aan U E Achtb: ten zelven dage behaagt heeft, tot het stellen dier geeyjschte Cautie te prae„ „figeeren een Termijn van veerthien dagen, op paene van parate- Executie en verdere Condemnatie in de kosten. - Dat de vertoonder heeft vermeent billijk te moogen verwagten, dat de voor„ „melde Huisvrouwen dier twee gebannen burgeren niet ingebreeken zouden blyven, van binnen den bepaalden tijd ten voor„ „schreeve fine behoorlijke en sufficien te cautie, te stellen, en daar door tragten te vermiden, de parate Executie, waarmeede zij bij ontstentenisse der Borgtogt zijn be„ „dragt. geworden Dan dat hij tot zijne Uyterste sur„ „price heeft moeten ondervanden, niet alleen dat die vrouwen na buijten zyn gereeden, zonder zig in het minste over het door UE Achtb: gedisponeerde te bekommeren, maar dat ook de veldwagtmeester willem Adri„ „aan Nel de aanschrijvens van UE Achtb„ Dat de vert: Uijt hoofde der verre afgeleegendheijd van de Uyterste moeij„ „elijkheid oordeelende die eenvoudige en zeekere middelen en wegen te employeeren, welke de dagelyksehe practijk aan de hand geeft, en van den anderen kant evenwel tot maintien eener goede Justitie alle zijne ver„ „moogens willende contribueeren, vermeent heeft zig te moeten keeren tot UEE achtb: met needrig verzoek dat de bovengemelde Huijs vrouwen van van zeil en wieser bij missive moge worden gedagvaart omme in den wind geslaagen, en zig met onvol„ „doende beloften heeft laaten paaijen. — Dat, aangezien er de Justitie ten hoogsten aangeleegen legt, dat derzelver vonnissen niet illusoir gemaakt, maar inteegendeel stiptelijk ter Executie gelegt worden u EE Achtb: hebben goedgevonden, bij derzelver geeerde missive van den 2:' deezer te voegen Copie van het defectueus en irreverent bericht van voornoemde veldwagtmeester, ten eynde als nog zodanige gepaste maatregulen te kunnen neemen, als volkoomen geschikt zouden zijn, om het ten lasten van boven„ „gemelde van zeijl en wieser gepronunti„ „eerde vonnis met opzigt der geconfisqueer„ „de beesten en kosten ter Uijtvoer te bren„ „gen. — v6 op 162 165 de bode binnen treedende op zeekeren bepaalden dage in deesen Ede achtbaaren Rade te verschynen, ten einde te aanhooren zodanigen Eysch, dan wel verzoek ofte verzoeken, als de vert: R: O: ten dage die „nende tot het doen effect sorteeren van UE achtb: geEerde dispositief van den 17„e april des voorleeden Jaars zal goedvinden tegens dezelve te doen &:a, ofte dat UE achtb: ander„ „sints zodanig gelieven te disponeeren, als tot voorkooming van alle naveelige gevolgen naa derzelver wijsheid meest geschikt zal worden geoordeelt. /:onderstond:/ 'T welk doende &„a /:was geteekend:/ J: A: Pruter. — /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 30 april 1789. Is na lecture van het zelve en rijpe overweeging van het geen ten deesen belange aanmerking verdiende goedge„ „vonden daarop voor appoinctement te verleenen. De Raad zig aan het op De E Achtb: Heer Jndependent Rapporteerd dat den ged: niet Fiscaal deeses gouvernements is gecompareerd Donderdag den 4 Meij 1789 's voordemiddags present de E achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius President en alle de Leeven, dempte de Heere Maas„ „dorp bij indispositie Aan Cabo de goede Hoop die et anno Ussupra /:laagerr:/ Mij present /:was geteekend W J: V: Rijneveld g Clercq den 2 deeser genomen besluijt refereerende ordonneert als nog den officier om Meliori modo het ten lasten der gebannenen Burgeren Adriaan van Zeijl en Jan Wieser geslagen vonnis, met opzigt tot de geconfisqueerde Beesten en kosten ter Executie te brengen /:onderstond:/ den Wes Johan 1647
English
the edictal citation against the assistant Carel Eberhard Kuhlewein, formerly assigned to the political secretariat here, defendant in person, on the other side, in order to come purge and answer for his first default and concerning the theft and desertion committed by him. Wherefore the Honorable Sovereign Claimant requested the second default and that the defendant, defaulting and in hiding, for the benefit thereof may be and remain deprived of all declinatory exceptions, and furthermore that there be granted to him, the Sovereign Claimant, a third citation today two weeks hence. The Council grants this. The plaintiff, properly legitimizing himself, the burgher Jacobus van Leeuwen as special attorney of the burgher Nicolaas Johannes van der Schijf, plaintiff, against the Independent Fiscal of this government, the Honorable and Learned Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden van Bletterswijk, defendant, in order to see an answer served upon his submitted claim: the plaintiff duly legitimizing himself, serves an answer in writing, with attached annexes. The defendant requests a copy of both in order to serve a reply today two weeks hence. The Council grants the defendant the requested copy and the day to reply. The Honorable Independent Fiscal of this government, Johan Nicolaas Steven van Lynden, Sovereign Claimant in criminal cases, on the one part, against the burghers and residents Hermanus Mulder, Johannes Mulder, Nicolaas van der Scheijf, Jacobus Appel, Daniel Izaaks, Jan Valentijn, Carel Mozes, Pieter Johannes Casar, Borneman, sergeant of the battalion garrisoned here, and Evenfried Hofman, assigned to the armory, defendants, in order to hear the claim and conclusion in a case of contravention, to answer thereto and to proceed as according to law: The Honorable Independent Fiscal of this government, Johan Nicolaas Steven van Lynden, claimant, produces a written claim wherein his Honor concluded that the defendants, by definitive sentence of this Council, shall be condemned respectively to the fines established by edict of fifty and 25 rixdollars, and the said Hermanus Mulder shall moreover be corrected as deemed fit specifically on account of the brutalities committed against his brother's wife; with further condemnation of all defendants in the costs, or such other disposition as this Council in good justice shall judge to be proper. The defendants, having heard this read, the first defendant Hermanus Mulder says thereto that out of poverty he had opened a lottery of his horses and had them raffled off, and that furthermore, at the request of the other defendants, he had begun a game of quinzen to pass the time; without, however, committing the brutality he was accused of, asking that the defendants be excused for this time. The Sovereign Claimant, by way of reply, states that among the defendants there are still three of the rattle watch, who must keep watch at night, but that his Honor, not wishing to take away their livelihood, only requests that it may please the Council to reprimand them especially seriously. The parties renounce further productions, and the Sovereign Claimant requested justice. The Council, having read and reviewed the written claim submitted by and on behalf of the Sovereign Claimant against the defendants, after consideration of what merited reflection and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, awards to the Sovereign Claimant in full his claim made and conclusion taken against the defendants; furthermore condemning the first defendant, Hermanus Mulder, to be placed on water and bread for the period of eight days on account of his committed insolence, with condemnation of the defendants in all the costs incurred in this matter. Thursday the 28th of May 1789, in the forenoon, present the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and all the members, except Messrs. Maasdorp and Mappa due to indisposition. The Honorable President having submitted in Council two written declarations, the one executed by the burgher Johan Gustaaf Volmer and the other by the soldier Fredrik Grof, was pleased therewith also to submit... At the Cape of Good Hope, the day and year as above. In my presence, was signed: W. C. v. Ryneveld, Assistant Secretary.
Dutch transcription
„de Edictale dagvaarding tegens „rende, dient van antwoord pro ut in scriptis zijnde daarbij ge„ voegd bylaagen de Heer gereg„e verzoekt van het een en ander Copia om heeden over 14 dagen te dienen van replieq. — Johan Nicolaas Steven van Weshalven de Heer Z: O: Eysscher„ Lijnden R: O: Eijsscher in Cas Cri„ verzogte het tweede default en dat den ged„e defaillant en „mineel ter eenre Latitant voor het profijt van dien moge zin en blyven verstooken van alle Exceptien declinatoir, mitsgaders aan Hem Heer R: O: Eips„r verleend eene der„ heeden over twee weeken. De Raad fiat de reg„t zig behoorlijk legitimee„ De Burger Jacobus van Leeuwen als speciale gemag„ „tigde van den burger Nieo „laas Johannes van der schijf reg„t Contra den Jndependent Fiscaal dee„ „zes gouvernement de E Achtb: Heer en M„r Johan Nicolaas steven van Lynden van Bletterswijk Gereg:d, omme op desselvs ingedienden Eysch te zien dienen van antwoord: op ende Jeegens den ter politieque Secretarije alhier bescheiden geweest zynde adsistent Carel Eberhard kuh„ „lewein ged„ in perzoon ter andere zyde, omme zijn eerste default en zig weegens gepleeg„ „de diefte en desertie te koomen purgeeren en verantwoorden De E Achtb: Heer Jndependent produceert eenen schriftelij„ Fiscaal deezes gouvernements „ken Eisch waarbij zijn E Achtb: Johan Nicolaas Steven Concludeerde van Lijnden Eyss„r dat de ged„e bij definitive vonnisse van deese Raade Contra in de bij placcaat gestatu„ de burgers en Jngeseetenen „eerde Boeten van Vyftig Hermanus Mulder, Jo„ en 25 ryxd„s respective zullen worden gecondemneerd en den „hannes Mulder, Nieo„ ged„e Hermanus Mulder nog „laas van der scheijf, Ja„ bijzonder weegens de gepleegde „brutaliteiten aan zijn broeders „cobus Appel, Daniel Izaaks Huijsvrouw daar en boven Jan valentijn, Carel Mozes naar goedvinden zal worden Pieter Johannes Casar, Bor¬ gecorrigeert; met verdere Condemnatie aller ged„e in „neman sergeant van het al„ de kosten ofte zodanig an„ hier guarnizoen houdend Ba„ „ders als deesen Raede in „taillon en de op de wapenkamer goede Justitie oordeelen zal bescheijdenen Evenfried Hofman Ged„e omme in De ged„e het een en ander Cas van Contraventie te hebbende hooren leesen, zegd den Eerste ged„e Hermanus Mulder hooren Eijsschen en Conclu„ daarop, dat hij uyt armoede „deeren daarop te antwoorden een Loterij van zijn paar geopen gemaakt had, en dezelve doen en te procedeeren als na Uytpeelen, en dat hij wijders op regten: versoek van de overige ged„e voor tydkorting eene guinze partijn hadde begonnen; zonder zig egter op het supt, der door hem de Heer R: O: Eisscher De Raad verleend den Heer gereg„d de verzogte Copia en dag om te repliceeren. — De gepleegen T „ te behooren. 167 169 De Heer R: O: Eisscher voor replicq advanceert dat onder de ged„e zig nog drie Radelwagt bevinden, welken des nachts de wagt houden moeten, Edog dat zijn E dezelve Hun brood niet willende ontneemen, alleenlijk verzekt, dat het den Rade behagen moge Hun in 't byzonder serieuselijk te reprimendeeren. - partijen renuntieeren van verdere productien; En ver„ zogte den Heer R: O: Eiysscher regt. — De Raad geleezen en geresumeert. hebbende, den schriftelijken Eysch, door en van weegens den Heer R: O: Eijscher op ende Jeegens de ged„e ingediend na over„ „weeging van het gunt reflectie meriteerde en Hun EE Achttb„ konde doen moveeren, Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoog Mogende Heeren Staaten generaal der VerEenigde Ne„ „derlanden adjudicieert den R: O: Eijscher ten vollen zijnen op ende Jeegens de ged„e gedaanen Eysch en genomene Conclusie; den eerste ged„e Hermanus Mulder, daaren boven condemneerende, om weegens zijn gepleegde insolentien den Tijd van agt daagen te water en te Brood Gezet te worden, met Condemnatie van de ged„ De E Achtb: Heer President in Raade overgelegd hebbende, twee p„s verklaaringen de eene door den burger Johan Gustaaf volmer en de andere door den soldaat Fredrik Grof, verleeden: geliefde daarbij Donderdag den 28 Meij 1789. 's voordemiddags present de E achtb: Heer Jo„ hannes Izaak Rhenius President, en alle de Leeden, demptis de Heeren Maasdorpen Mappa bij indispositie /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et Anno Ussupra /:lager:/ Mij present /:was geteekend:/ W. C: W: Ryne. „veld. adj: Secrets in alle de ter deeser zaake gevallene kosten. gepleegde brutaliteit dit te laaten: verzoekende de ged„e voor deeze reize geexecuseerd te worden: in teffens 168
English
also to make known; that however much His Honourable Worship had also hoped that the burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel, appearing in the aforesaid declarations, in pursuance of the declaration made by him so frequently to His Honourable Worship and also at the meeting of 2 October last to this Council, namely that he would in future circumspectly take care never to insult anyone; and especially to take care, in this respect, regarding all those who are placed over him; to perform his duty; would also have responded to the gracious manner in which he, van der Poel, regardless of the fact that his impudence had merited a far more severe correction, has nevertheless always been treated by this Council; the said van der Poel, however, on the contrary, had since that time not only by no means been content to conduct himself towards his father-in-law, the former burgher councillor Mr Hendrik Oostwald Eksteen, in a far-reaching insolent manner, and among other things to mistreat his wife, to such an extent that His Honourable Worship, not having been able to overlook indifferently this brutal conduct of the said van der Poel, the more so because even some of the said van der Poel's own family had presented themselves to His Honourable Worship and made known that they feared that complaints about this had repeatedly been brought before His Honourable Worship; but that he, van der Poel, had now even dared to go so far that he had not hesitated publicly to charge His Honourable Worship, and at the same time this Council, in that dignity in which they see themselves placed to maintain Law and Justice here in this place: as he, van der Poel, according to the aforesaid declarations, had openly expressed: that he considered the Honourable Council of Justice to be unjust Judges, item that he cannot obtain justice here, because he, unlike his father-in-law Hendrik Oostwald Eksteen, cannot send the Honourable Lord President Rhenius wagonloads of green barley to feed his young horses, etcetera that that 1 concluding in fine that the said van der Poel in his fury might yet this evening or tomorrow commit a great misfortune upon his own wife, father-in-law, or others: His Honourable Worship had thus also seen that if one did not check the said van der Poel in this his malice, greater disasters might possibly arise therefrom; and therefore deemed it necessary to bring the matter to the cognition of this Council, so that Their Honourable Worships, especially with regard to the expressions used by the said van der Poel in respect of his competent Judge, could take such a decision as is required to properly preserve the power and authority of this court of justice. Whereupon, having deliberated, it was unanimously resolved to place the aforesaid Jonas Albertus van der Poel into the hands of the Honourable Lord Independent Fiscal of this government, in order to institute such an action upon and against the said van der Poel as His Honourable Worship shall deem necessary for the maintenance of Justice in this matter ex officio. The Council having attentively read and considered not only the intendit submitted by the plaintiff ex officio, but also having regard to the contumacy of the defaulting and absent party, as well as having regard to everything that was relevant to the case, the merchant and Landdrost of the colonies Stellenbosch and Drakenstein, Mr Hendrik Lodewijk Bletterman, plaintiff in criminal cases, on the one side, upon and against the burgher Andries van Zeijl, defendant in person, on the other side, to purge his first, second, and third default, and to see an intendit served against him on account of the acts of violence committed by him against various Hottentots in this country, the adjunct Fiscal of this government, Mr Johan Andreas Truter, being qualified in his office to act ex officio in the affairs of the landdrost of the colonies Stellenbosch and Drakenstein, serves, regardless of the fact that the defendant has not appeared, a written intendit, provided with eleven annexures, concluding
Dutch transcription
teffens te kennen te geeven; dat hoe zeer zijn E Achtb: ook hadde gehoopt dat den burger lieutenant Jonas Albertus van der Poel, bij voorschreeve verklaarin„ „gen voorkoomende, in navolging van de betuijging door hem zo meenigmaal aan zijn E Achtb: en ook ter vergadering van den 2:' october Jongstleeden aan deesen Raade gedaan, van namentlijk zig in het vervolg omzigtig te zullen wagten om ooijt iemand te beleedigen; en vooral zorge te draagen, om ten deesen aanzien, nopens alle die geenen dewelke over hem zijn gesteld; zijn plicht te betrachten; ook zoude hebben beantwoord, aan de gracieuse wyze waarop hij van der Poel, ongeagt zijne brutaliteiten ook een veel gevoeliger Correetie hadden gemeriteerd, egter door deesen Raade steeds is behandeld gewor „den; gedagten van der Poel, zig nogtans integendeel zeedert dien tijd niet alleen geenzints hadde vergenoegd, om zig tegens zynen schoonvader den oud burgerraad de Heer Hendrik Oostwald Eksteen, op eene verregaande insolente wyze te gedraagen, en onder anderen zyne Huijsvrouw te maltracteeren, dermaaten Dat zijn E achtbaare dit brutaal bestaan van gerepten van de rBoel geenzints onverschillig hebbende kunnen over het hoofd zien, te meer daar zelfs zig eenigen van die eijgene famille van gerepten van der Poel bij zijn E achtb: hadden vervoegd en te kennen gegeeven, dat zij vreesden dat daarover bij zijn E. achtb: herhaaldelijk klagten waaren ingebracht; maar dat hij van der Poel, zig ook nu zelfs in zoo verre hadde durven verstouten, dat hij zig niet had ont„ „zien zijn E achtb:, en te gelijk deezen Raade publiquelijk aan te lasten in die waardig„ „heijd, waarin zij zig gesteld zien, om hier ter is Plaatse Reeht en Gerechtigheijd te handhaaven: als hebbende hij van der Poel, blijkens de voorschreeve verklaaringen opentlijk ge„ uijt: dat hij den E achtbaren Raad van Justitie hield voor onrechtvaardige Rechters, Jtem dat hij alhier geen recht kan krygen, want dat hij niet gelijk zijn schoonvader Hendrik Oostwald Eksteen, den E achtb. Heer President Rhenius vragten groene garst kan zenden, om zijne Jonge Paarden Uijt te voeren &„a dat dat 1 cludeerende uit in fine van dat gemelde van der Poel in zyne woeden nog te avond of morgen aan zijne eigene vrouw, schoonvader of anderen een groot on„ „geluk begaan mogte: zijn E achtb: dus ook hadde ingezien, dat wanneer men den„ „zelven van der Poel; niet in deeze zyne„ /:waadaartigheijd stuitte, daaruijt mogelijk grootere onkeilen zouden kunnen gebooren, worden; en overzulx last geoordeelt, het een en ander te brengen ter Cognitie van deesen Raade, ten einde Hun EE: achttb„e voornament„ „lijk met betrekking tot de Expressien door denzelven van der Coel ten opzigte van zijn Competenten Regter gebeezigd, zodanig besluijt zouden kunnen neemen, als vereyscht word; om het gezag en de Authoriteit deeser vierschaar na behooren te Conserveeren. Waarover gedelibereerd zijnde, is met eenparigheijd van stemmen verstaan, voorschreeve Jonas Albertus van der Poel te stellen in handen van den E achtb: Heer Jndependent Fiscaal deeses gouvernements, ten einde op ende Jeegens Item van der Poel zodanige Actie te institueeren, als zijn E achtb: tot mainctien De Raad met opmerking geleezen en overwoogen hebbende, niet alleen het door den R:O: Eijsscher overgeleevert Jntendit, maar ook gelet op de Contimatie van den defaillant en Palitant, mitsgaders gelet op alles wat ter zaake dienende op ende Jeegens den burger Andries van Zeil ged„e in persoon ter andere zijde, omme zijn eerste tweede en derde default te pur„ „geeren, en weegens de door hem aan diverse Nottentotten in dit land gepleegde fytelijkheeden te zien dienen van Jntendit de adjunct Fiscaal deeses De koopman en Landdroek gouvernements M„r Johan der Colonien stellenbosch en andreas Fruter, als in officio Drakenstein de Heer Hendrik gequalificeerd, om de zaaken van den landdrost der Colo„ Lodewijk Bletterman C: O: „nien stellenbosch en Draken„ Eijsscher in Cas Crimineel ter stein exoffieir waar te neemen, eenre dient ongeagt den ged„e niet is gecompareerd, van een schriftelijk ntendit, gemu„ „nieert met Elf bylaagen, Con„ der Justitie in deezen R: O: zal nodig oordeelen. der was denzelven
English
The messenger entering reports that the defendant is not present. Master Johannes Andreas Fruter, on behalf of the ex officio plaintiff, submits his intendit to which are attached 17 annexes, requesting justice thereon. The messenger entering reports that the defendant has not appeared. The ex officio plaintiff requested what was necessary and what might move their Honorable Worships. Doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes the defaulting and absconding Andries van Zeil forever from this country and the jurisdiction thereof; on pain that if at any time he should fall into the hands of justice, he shall then be punished according to his deserts; with condemnation in all the costs incurred in this matter. The said Landdrost, the aforementioned Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, ex officio plaintiff of the one part, against the burgher Willem van Zeil, defendant in person of the other part, to purge his first, second, and third default, and further to see an intendit served on account of the killing of a certain Hottentot child named Antje. Wherefore the ex officio plaintiff requested a third default; and that the defendant, for the benefit thereof, may be barred from all peremptory exceptions, bars, and defenses which he, appearing, might otherwise have proposed, and further that he, the ex officio plaintiff, be granted a fourth edictal citation ex superabundanti against this day fortnight in order then to see served the intendit and at the same time to hear sentence pronounced. The Honorable Worshipful Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lynden, ex officio plaintiff in a criminal case of the one part, against the former assistant attached to the Political Secretariat of the Honorable Company, Carel Eberhard Kuhlewijn, defendant in person of the other part, to purge his first and second default, as well as to purge and answer for his committed theft and desertion. The Council, having read the aforesaid intendit and having further noted the contumacy of the defendant, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes the defaulting and absconding Willem van Zeil forever from this country and the jurisdiction thereof, on pain that if at any time he should come to fall into the hands of justice, he shall then be punished according to his deserts. The Honorable Worshipful Council grants the ex officio plaintiff the requested third default with the benefit thereof, and further a fourth edictal citation ex superabundanti against this day 14 days, in order then to see served the intendit with the verification thereof and to hear sentence pronounced. The Honorable Worshipful gentleman requests justice, but since His Honorable Worship will still have to hear some witnesses on interrogatories, an adjournment until this day 14 days. The burgher Jacobus van Leeuwen, for the requested party, says: I agree to the request. The requested party submits his written plea of answer to which are attached annexes. The Honorable Worshipful requested party requests a copy of the reply, in order to serve a rejoinder thereon this day 14 days. The Council grants a copy and time to rejoin. The aforesaid Honorable Worshipful Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, ex officio plaintiff of the one part, against the burgher Nicolaas Johannes van der Schip, requested party, to hear requested an adjournment of time. The Council grants the plaintiff the requested adjournment until this day 2 weeks. The Honorable Company's assistant on reduced pay, Jacques Vercueil, as special attorney of the burgher Pieter Hammes, plaintiff, against the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Worshipful Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, requested party, to see an answer served to his filed claim. Thursday, 11 June 1789. In the forenoon, present: the Honorable Worshipful Mr. Johannes Izaak Rhenius, President, and all the members, except for Messrs. van Echten and Maasdorp due to indisposition. The ex officio plaintiff, notwithstanding the non-appearance of the defendant, submits his intendit to which are attached annexes, concluding as at the end of the same. The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Worshipful Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, ex officio plaintiff in a criminal case of the one part, against the former assistant attached to the Political Secretariat, Carel Eberhard Kuhlewijn, defendant in person of the other part, to purge his first, second, and third default, as well as to see served the intendit with verification thereof and to hear sentence pronounced. The Honorable Worshipful Council, having read the aforesaid intendit submitted by the ex officio plaintiff, and having noted the contumacy of the defendant, and everything that merited reflection; doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes the defaulting and absconding Carel Eberhard Kuhlewijn forever from this country and the jurisdiction thereof, on pain that if at any time he falls into the hands of justice he shall then be punished according to his deserts, with condemnation of him, the defendant, in the costs incurred in this case. The ex officio plaintiff submits the presentation of reply, provided with annexes. The burgher Jacobus van Leeuwen for the requested party requests a copy, in order to rejoin thereto this day four weeks or else to renounce. The aforesaid Independent Fiscal, the Honorable Worshipful Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, ex officio plaintiff, against the burgher Nicolaas van der Schijp, requested party, to see served a reply to his written plea of answer filed on the 14th of May last. Below: At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: W. W. van Rijneveld, Adjunct Secretary.
Dutch transcription
x de bode binnen treedende rappor„ voor den E: O: Eysscher legd over zynen Jntendit waarbij gevoegd zijn 17 bylagen verzoekende M„r. Johannes Andreas Fruter daarop regt. — de bode binnen treedende rapporteert dat den ged„e niet is gecompareert R: O: Eysscher verzogte het was, en Hun EE Achtb„ konde doen moveeren; Recht doende uyt naam ende van weegens de Hoogmoo„ „gende Heeren Staaten Generaal der verEenigde Nederlanden, bant den defaillant en latitant Andries van Zeil ten Eeuwigen dage uyt deezen lande en den ressorte van dien; op peene van zo wanneer te eeniger tijd in handen van Justitie mogt komen te geraaken, als dan na meite te zullen gestraft worden; met Condemnatie in alle de in deesen gevallene kosten. Gemelde Landdrost de Heer Hendrik Lodewijk voorm: adjunct Fiscaal Bletterman E: O: Eijsscher ter eenre „teert dat den ged e niet present is. — op ende Jeegens den burger Willem van Zeil ged„e in perzoon ter ander zijde, omme zijn eerste tweede en derde default te purgeeren, en voorts weegens het om 't leeven brengen van zeker Weshalven den Heer derde default; en dat den ged„ voor het profijt van dien moge worden verstooken van alle Exceptien peremptoir, weeren en defensien, dewelke hij De E Achtb: Heer Jndependent Fiscaal deeses Gouvernements Johan Nicolaas Steven van Zijnden E: O: Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre op ende Jeegens den ter Politique Secretarije bescheiden geweest zijnde adsistend en De Raad het voorschreeve Jntendit geleezen en wijders gelet hebbende op de Contimuacie van den ged„e Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoog„ „mogende Heeren Staaten Generaal der verEenigde Nederlanden, Bant den defaillant en Latitant willem van Zeil ten Eeuwigen dage uijt deesen lande en den ressorte van dien, op peene van zo wanneer te eeniger tijd in handen van Justitie mogt koomen te geraaken, als dan na verdiensten te zullen gestraft. worden. - Hottentot kind in name antje te zien dienen van Jntendit Hottenhor ver der 71 de E Achtb: Heer regt verzoekt, vermit zijn E Achtb: nog eenige getuijgen op Jnterrogatien zal moeten hoo„ „ren atterminatie tot heeden over 14 dagen. — Leeuwen, voor den gereg„d zegd„ den burger Jacobus van Jn accordeer het verzoek een en ander Copie, om daarop heeden over 14 dagen te dienen de 99 reg:s legd over zijn schrij„ „tuur van antwoord waarbij verschijnende anderzint zoude der E Comp„e Carel Eber„ hebben kunnen proponeeren, „hard Kuhlewijn ged„e mitsgaders wyders aan hem E: O: bynC„r verleend een vierde Edietaale in perzoon ter andere zijde, gagvaarding ex superabundanti omme zijn eerste en tweede teegens heeden over twee weeken default, mitsgaders zig van ten einde als dan te zien dienen van Jntendit, en tevens sententie zijn gepleegde diefte en deser, tie, te komen purgeeren en verantwoorden. te hooren pronuntieeren. — De Raad verleend de Heer R:O: Eyscher het verzogte derde default met den profijte van dien, en wyders eene vierde Edictaale dagvaarding ex super„ abuntanti teegens heeden over 14 daagen, om als dan te zien dienen van Jntendit met de vereficatie van dien en sententie te hooren pronuntieeren. — Contra den burger Nicolaas Johan „nes van der schip gereg„ omme te hooren verzoeken atterminatie van Permin Voormelde E achtb: Heer Jn„ dependent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijn„ „den E: O: reg:t ter eenre, /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et anno Atsupra /:laager:/: Mij present /:was geteekend:/ WJ: W: Rij„ neveld, Adf: Secret De Raad siat Copia en termijn om te dupliceeren. gevoegd zijn bylaagen De onderafgesz: gage gestelden E adsistent der E Comp„e S„t Jacc„ „les vercueil als speciaale De E Achtb: Heer ge„ gemachtigde van den burger requireerde verzoekt van het Pieter Hammes Egt contra den Jndependent Fiscaal deeses gouvernements, de E Achtb: Heer Johan Nicolaas steven van Lijnden gereg„ omme op desselvs ingediende Eijsch te zien dienen van ant„ De Raad verleend den Heer reg: de„ versogte atterminatie tot heeden over 2 weeken. — Donderdag van replieg. woord — de Heer R: O: Eysscher legd, ongeagt de non, Compa„ „ritie van den ged, over zijn Jntendit waarbij gevoegd zijn bylaagen Concludeeren„ „de tit in fine van het zelve de r: O: reg: legd over het in de presentatie van replieq gemunieert met bylagen Leeuwen voor den Gereg„ versoekt Copia, om daar op hee„ „den over Vier weeken te dupli„ onderdag den 11 Iunij 1789. 's voordemiddags present de E Achtb: Heer Iohannes Izaak Rhenius president, en alle de Leeden, demptis de Heeren van Echten en Maasdorp bij indispo„ sitie De Jndependent Fiscaal deezes gouvernement de E achtb: Heer Johan Nicolaas Steven van Linden C: O: Eysscher in Cas Crimineel ter eenre op ende Jeegens den ter Politieque seere tarije bescheiden geweest zynde adsistend Carel Eber„ „hard Kullewijn ged„e in perzoon ter andere zyde, om„ me zijn eerste tweede en derde default te purgeeren, mitsgaders te zien dienen van Jntendit met verefi„ „catie van dien en sententie te hooren pronuntieeren. - De E Achtb: Raad geleezen hebbende het voorsz: door den R: O: Eyss„s overgelegd Jntendit, mitsgaders gelet op de Contumacie van den ged„t, en op al het gunt reflectie meriteerde; Recht doende uyt naam en „de van weegens de Hoogmoogende Heeren Staaten generaal der ver„ Eenigde Nederlanden, band den depait„ „lant en batitant Carel Eberhard Kuh„ „lewijn ten Eeuwigen dage uyt deesen lande en den ressorte van dien, op pene van zo wanneer te eeniger tijd in handen van Justitie geraakt als dan na merite gestraft te zullen worden, met Condemna„ „tie van hem ged„e in de ter deeser zaake gevallene kosten: — Voorm: Jndependent Fiscaal de E Achtb: Heer Johan Nico„ „laas steven van Lijnden E: O: reg:t de burger Jacobus van „ceeren dan wel te renuntieeren Contra den burger Nicolaas van der Schijp gereg: Omme op desselvs op den 14:e Maij Jongst leeden ingediend schriftuur van antwoord te zien dienen van replicq. — 178
English
181 The Council approves the submission of a letter. The frequently mentioned Independent Fiscal, the Honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, plaintiff ex officio, produces his reply as written. Jacobus Vercueil, as attorney for the defendant, requests a copy thereof in order to serve a rejoinder today fortnight. The Council grants a copy and a day to rejoin. The ex officio plaintiff against the burger Pieter Hammes, in order to see served a reply to his written answer submitted 14 days ago. The aforesaid Honorable Mr. Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, plaintiff ex officio, against the burger Arend Munnik, defendant, to hear such claim and conclusion as the ex officio plaintiff shall see fit to make and take against him on the day of service, about and regarding the matter that his, the defendant's, wagon drawn by eight horses was, on the 26th of the past month of May, not properly led through the streets according to the express orders of the Honorable Governor and Honorable Policy Council dated 11 January 1763, but on the contrary was driven without a leader, and further regarding what occurred in this matter: to answer thereto and further proceed according to law. The ex officio plaintiff, submitting a letter written by the defendant to the court messenger, orally advances: That the defendant's wagon, drawn by eight horses, was driven through the streets on the 26th of the past month of May without a leader, contrary to the edict or interdict of 11 January 1763; That the defendant cannot deny being guilty, firstly because it is confessed that his wagon was driven without a leader, as appears from his aforesaid letter written to the court messenger; and secondly because he cannot claim ignorance of the laws, especially when the same, as in this case, have not fallen into disuse, but on the contrary are still properly observed by those inhabitants who do not readily despise the orders of their government; besides which it is a rule of law that no one is permitted to be ignorant of the law, especially such law as comes into play in his daily actions. Wherefore the ex officio plaintiff concluded that the defendant shall be condemned to a fine of 50 rds. with costs. The defendant says in substance for his answer: I am not unwilling to pay, but I did not know that the edict dictates that one is not permitted to drive a wagon with eight horses without a leader. Furthermore, I have only kept a wagon for three years, and have always seen that everyone drove through the streets with eight horses without a leader; therefore 180 183 I request to be excused for this instance. The ex officio plaintiff advances for reply that, as the edict was duly published here, the defendant therefore cannot claim ignorance thereof; that furthermore the letter written by the defendant to the court messenger deserves very much attention, since the defendant therein attempts to treat both the country's edicts and the order given by the officer to the messenger quite ridiculously; persisting therefore in his claim made and conclusion taken. The defendant also persists in what he brought forward. The parties renouncing further productions, The Council, after consideration of matters, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Arend Munnik to pay the fine established by edict of fifty rds. with costs. After which the following representation was submitted by the aforesaid Mr. Independent Fiscal: To the Honorable the President and Council of Justice at the Cape of Good Hope. Honorable Gentlemen, The undersigned Independent Fiscal of this government has the honor to represent to Your Honors with due decency how, by repeated publications of the Governor and Council here, and most recently by that dated 10 October 1776, everyone is ordered: To appear in person before the Independent Fiscal and the respective Landdrosts, who, alongside the commissioner gentlemen, shall sit at the customary times for recording the annual return, both here at the Cape and at Stellenbosch and Swellendam; So that, when such shall be deemed necessary by the aforesaid officers, they will immediately be able to have the returners take the oath that the return was made in good faith; And that no return slips will be accepted anymore, other than solely from those who shall have shown in a satisfactory manner the reasons why they could not appear in person; All on pain of arbitrary correction for those who shall not have duly complied herewith.
Dutch transcription
181 De Raad fiat overlegging van een brief Meergem: Independent de R: O: reg: produceert zijn replieq pro ut in scriptis. Fiscaal de E achtb: Heer de onderafgeschreeven gagie Johan Nicolaas Steven gestelden adsistend der E Comp„e van Lynden Eysr Jacobus vercueil als ge„ magtigde van den ged„ verzoekt daarvan Copia ten einde heeden over 14 da„ „gen te dienen van replieq. De Raad fiat Copia en dag om te dupliceeren. — Diekgemelde E Achtb: Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van „boode geschreeven, advanceerd bij monde Lijnden r:O: Eijss„r Dat des ged„e waagen met agt paarden bespannen, op Contra den 26 der gepasseerde maand den burger Arend Mun„ maij zonder Leyder door de „nik ged„e ten eijnde te aan„ straaten is gereeden geworden; „hooten zodanige Eysch ende tegen het placcaat ofte de Jn„ conclusie, als de Z: O: Eyss„r terdictie van den 11 Jann: 1763: ten dage dienende teegens„ Dat hij Ged„e niet zal kunnen de Heer R: O: Eysscher, onder door de ged„e aan den gerecht„ contra den burger Pieter Ham„ mes, omme op desselvs voor 14 dagen ingediend schriftuur van antwoord te zien dienen van re„ „plieg. Weshalven de R: O: Eysscher Concludeerde dat den ged„e zal worden gecondemneerd in een geldboete van 50 rd„s met de kosten. — De ged„e voor antwoord zegd in substantie: Jk. ben niet onwillig om te betaalen, maar ik heb niet geweeten, dat het plac„ „caat dicteerd, dat men met geen wagen met agt paarden zonder Lyder ryden mogt. – daarenbooven heb ik eerst zeedert drie jaaren een waagen gehouden, en altoos gezien dat een ieder met agt paarden zonder leijder, door de straaten reed, derhalven ontkennen schuldig te zijn; voor eerst om dat het in Confesso is, dat zijn waagen zonder leyder is gereeden, blykens zijn voorsz: aan den gerechtsboodé geschreeven brief; en ten tweeden om dat hij geen ignorantie kan pretendeeren van de wetten, vooral wanneer de„ „zelve, gelijk in dit geval niet in onbruijk geraakt zijn, maar ter Contrarie door die Jngezeetenen, die niet gaarne de ordres van hunne overheijd vilipendeeren, nog behoorlijk geobserveerd worden, behalven dat het. een regel in regten is, quod nemi„ „ni liceat Jus ignorare vooral zodanig regt, het welk in zijne dagelikse handelingen. te pas komt. hem ged„e zal goedvinden te doen en te neemen over ende ter zaake dat zijn ged„e wagen met agt paar den bespannen, op den 26„e der gepasseerde maand maij niet volgens de expresse ordres van den welEdele gestren„ „gen Heer gouverneur en E: achtb: Politiequen Raade de dato 11 Januarij 1763 be„ hoorlijk door de straaten geleid, maar in teegendeel zonder Leyder is gereeden geworden, en het geene verder ter deezer zaake is voorgevallen: daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als na regten. ontkennen hem verzoek 180 183 verzoek ik voor deese reijse geexcuseerd te worden. — de Z: O: Eyss„r voor repleeq advanceerd, dat daar het placcaat alhier behoorlijk is gepubliceerd, den ged„e overzulx geene ignorantie daarvan kan pretendeeren. — dat wyders den brief door den ged„e aan den gerechtboode geschreeven zeer „ veel opmerking verdiend; alzoo den ged„e daarinne zo wel 's lands placcaaten als de aan den bode gegeevene ordre van den officier, vrij redicuul tracht te tracteeren: persisteerende oversulx bij desselves gedaanen Eysch en genomene Conclusie. — de ged„e persisteerd meede bij zijn voortgebrachte:— renuntieerende partijen van verdere productien De Raad na Overweeging van zaaken Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoogmoogende Heeren Staaten generaal der verEenigde Nederlanden Condemneert den ged„e Arend Munnik„ tot betaling van de bij placcaat gestelde boete van vyftig rd„s met de kosten. — Waarna door voorzz: Heere Jndependent Fiscaal wierd ingediend het volgende vertoog. Aan die welEdele Achtb: Heeren President en Raade van Justitie aan Cabo de goede Hooft „ En er geene briefjes van opgave meer zullen „worden aangenomen, dan alleen van de zodanige „die op eene voldoende wijze zullen hebben doen „blijken, de reedenen waarom zij niet in perzoon „hebben kunnen verschijnen: „ alles op peene van arbitraire Correetie, voor „die geene, dewelke hier aan niet na behoren „zullen hebben voldaan aan een ygelyk bevoolen is. — „ Jn Perzoon te verschijnen; voor den Jndependent „ Fiscaal en de resp„ Landdrosten, die neevens „ Heeren gecommitt„s tot de aanteekening der „ Jaarlijkse opgave, op de gewoone tijden, zo hier „aan de Caal als aan stellenbosch en Zwellendam zullen vaceeren. — op dat wanneer zulx bij voorsz: Officieren „noodzakelijk zal worden geoordeelt, zij den Eed, „ dat de opgave ter goeden trouwe is verrigt, aan„ „stonds door de opgeevers zullen kunnen dien „ presteeren. — Den ondergeteekende Jndependent Friscaal deezes gouvernement heeft de Eere UWelEd: Achtb: met behoorlijke decentie te vertoonen, hoe bij ilerative publicatien van Gouverneur en Raade alhier, en laatstelijk nog bij die in dato 10 Octobr Wel Edele en Achtbaare Heeren Weel H van 183 1776. — 9
English
185 That for the purpose aforesaid, in the past month of May, sessions were also effectively held for several consecutive days, after notice thereof had previously been given to the public more locoque solito. That notwithstanding this, a great number of inhabitants thought fit not only to fail to appear in person, but even not to send any such note in their stead, much less deigned to explain to the committee the reasons that had compelled them to this non-appearance, as appears from the return roll drawn up for that purpose; and thus have not hesitated to disparage these completely clear and distinct orders of the government and to cause the aforementioned gentlemen to wait for them in vain for days on end; wherefore all persons ought to be punished for this contravention. And since, under the cited publication, this is left to the arbitrium judicis, and it would not well be feasible to summon all these people before this Council and institute proceedings against them individual by individual, which the memorialist, salvo meliori, also deems unnecessary, And whereas the said Independent Fiscal, after the reading thereof, declared orally that it was his intention at the first opportunity to request the Right Honourable Governor and the Honourable Council of Policy not only to renew various placarts that have fallen entirely into disuse, To the end that all of them may be summoned to comply therewith, sparing manifold and protracted proceedings. Below stood: Done at the Cape, 6 June 1789. Was signed: J: N: S: van Lijnden. Since, on the one hand, as has already been said, the law speaks clearly and distinctly, and on the other hand the contravention thereof is sufficiently established in law by the return roll, without the least, let alone valid, reason or excuse having been given by them for their absence, or any act of duty having been shown, which ought to have been done at that time, the memorialist takes the liberty to request your Honours to determine what penalty or fine these contraveners have incurred. 186 187 but also to establish further orders regarding these and other matters, it was therefore deemed best that the said Honourable Independent Fiscal should, for the determination of the penalty or fine incurred by the contraveners mentioned in the aforementioned memorial, likewise address himself to the said Honourable Governor and the Honourable Council of Policy. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: Present: William Cornelis van Rijneveld, Adjunct Fiscal. The Council keeps this matter for circulation and advice after the depositions shall have been re-examined and sworn to. Whereupon was submitted by Messrs. Carel Mappa and Hendrik Justinus de Wet The Independent Fiscal of this Government, the Right Honourable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, summoned party, to see rejoinder served upon his submitted reply. The under-salaried assistant of the Honourable Company Jacobus Vercueil, as special attorney of the burgher Pieter Hammes, applicant, against The applicant produces his rejoinder. The summoned respondent renounces further productions thereon. Which the applicant likewise did. Thursday, 25 June 1789. In the forenoon, present the Honourable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except Mr. Maasdorp through indisposition. 186 189 the following Memorial: Memorial submitted by and on behalf of the undersigned Carel Mappa and Hendrik Justinus de Wet to the Honourable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other members of the Honourable Council of Justice of this Government. Right Honourable Sir, Honourable Gentlemen! It has pleased the Right Honourable Governor and the Honourable Council of Policy, pursuant to the resolution of the 1st of this current month of June, to advertise everywhere by notices: That whereas the Honourable Independent Fiscal, together with the Commissioners, would at the first suitable opportunity carry out an inspection of all streets and roads here in this Table Valley, everyone was therefore expressly warned to remove the filth pits, refuse heaps, dung and sand piles, as well as the loose rocks lying in the road, in front of their houses, upon such penalty as is provided therefor by the general placart. The undersigned delegated members from your Honourable assembly, having, pursuant to their turn of duty, assisted by the Adjunct Fiscal Mr. Jan Andries Truter, attended to this on the 18th of this month, had also reasonably expected that the commission, to which this inspection and visitation had been entrusted by the government itself, would be properly respected in this dignity by the respective inhabitants of this town, and consequently that no contempt would in any way be shown, much less any insult offered, but on the contrary that respect would be paid which a judicial commission can demand from everyone. Though, Honourable Gentlemen, the undersigned, generally speaking, have no reason to complain about this, they cannot, however, pass over in silence the conduct displayed on that occasion by the burgher schoolmaster Albert 188
Dutch transcription
185 Dat tot het gunt voorsz: in de gepasseerde maand Maij ook Effectivelijk eenige daagen agter den anderen is gevaceert geworden, na dat alvoorens more locoque solito daarvan aan het Publicq was kennisse gegeeven. - Dat des niet teegenstaande eene menig„ „te Jngezeetenen heeft kunnen goedvinden, niet alleen niet in perzoon te Compareeren; maar zelfs ook geen zodanig briefje in hun„ „lieder plaatse te zenden, veel weijniger gedaig„ „neert hebben de reedenen, die hun tot deeze non Comparitie hadden genoodzaakt, aan die Commissie open teleggen: blijkens de opgaaf Rolle daartoe geformeert, En zig dus niet ontzien hebben deeze allesint duydelyke en klaare ordres van de Regeering te vilipendeeren en de hier voorengemelde Heeren te ver„ „geefs dagen agter een na hen te doen wag„ „ten; weshalven dan ook alle perzoonen over deeze Contraventie zullen behooren te worden gecorrigeert; Van vermit bij de aangehaalde pa„ „blicatie, het zelve aan het arbitrium Juvieis„ is Overgelaaten, en het niet wel doenlijk zoude zijn: alle deeze menschen voor deesen Raade te doen dagvaarden; en teegens dezelve hoofd voor hoofd actie te institueeren, het geene den vert: Salvo meliori, ook onnodig oordeelt, En nadien gemelde Heer Jndependent Fis„ „caal na lecture van 't zelve tevens bij monde kwam te declareeren, dat zijn tet voorneemens was bij de eerste geleegendheijd den welEdelen gestr: Heer Gouverneur en E. achtb: Raade van Politie te verzoeken, om niet alleen verscheide placcaaten, welke geheel in onbruijk geraakt Ten einde dezelve alle tot voldoening daar aan, met menagement van mee„ nigvuldige en wydloopige procedures te kunnen doen sommeeren. — /:onderstond:/ Actum Cabo den 6 Junij 1789. — /:was geteekend:/ J: N: J: van Lijnden. — wijl dog eensdeels gelijk bereids is gezegd, de wet klaar en duydelijk spreekt, en ande „ren deels de Contraventie wegens dezelve ad„ sufficientiam Juris uijt de opgaaf Rolle komt te Consteeren, zonder dezer eenige de minste, laatstaan valabele reeden ofte excuusen van hun agterblijven is gegeeven, ofte eenige acte van devoir is getoond geworden, het geene des tijds bereids hadde moeten geschieden, zo neemt de vertoonder de vrijheid uw Ed: Achtb„ te verzoeken, van te willen bepaalen, welke paene ofte Boete deese Contraventeurs hebben geincurreert. wijl zijn 186 187 zijn, te renoveeren, maar ook over deeze ten geene zaaken eenige nadere ordres te stellen, zo is overzulks geoordeelt het beste te zijn dat gerepten E achtb: Heer Jndependent Fiscaal, zig, tot de bepaling der pene ofte boete, welke de bij het voorsz: vertoog gemelde Contraventeurs hebben geincurteerd; almeede Aan welgem: Ed: Gestr: Heer gouverneur en E: Achtb: Rade van Politie addrasseerde. /. Op den Bom:/ Van Cabo de Goede hoos die ot anno ut Supra /:lager:/ Prijp adsent /:get:/ W C. V. Rijneveld Adj: Peirit De Raad houd deeze zaak, na dat de verklaringen zullen zijn gerecolleerd en BeEedigt ter rondleezing en advijs. Waarna door de Heeren Carel Mappa en Hendrik Justinus de Wet wierd ingedien den Jndependent Fiscaal deezes Gouvernement den WelEd. Achtb„ Heer en M:r Johan Nicolaas steven van Lynden gereg omme op desselvs ingediend. replieq te zien dienen van duplieg De onderafgesz: gage gestelden adsistend der E Comp„e Jacobus vercueil als speciale gemagtigde van den burger Pieter Hammes reqt. Contra de regt. produceert zijn duplicq de Rd: Gereg: renuntieerd daarop van verdere productien 'T gunt den reg„t meede kwam te doen. — onderdag den 25 Junij 1789. 's voordemiddags praesent de E achtb: Heer Iohannes Zaak Rhenius President en alle de Leeden, dempto den Heer Maasdorp bij indispositie de 186 189 de volgende Memorie Memorie door en van wee¬ gens de ondergeteekende Ca„ „rel Mappa en Hendrik Justius de wet overgegeeven aan den E Acht: Heer Johannes Paak Rhenius President, beneevens den verderen Ed. Achtb: Rade van Justitie deezes gouverne„ ments. WelEd: Achtb. Heer E: E: Heeren! Met heeft aan den welEd: Gestrengen Heer Gouverneur en E achtb: Rade van Politie ingevolge resolutie van den 1: deezer loopende maand Junij behaagd bij Billietten alomme te doen adverteeren. dat nadien den E achtb: Heer Jndependant Fiscaal, neevens Heeren Gecommitteerdens bi eerste bequaame geleegendheijd, alhier in deese Tafelvalleij schouwing zouden doen van alle dan Edele Achtbaare Heeren, hoe de onder geteekendens in het algemeen genoomen, hierover geen reeden van klagen hebben, kunnen zi echter in het byzonder geensints met stil„ „swijgen passeeren het gedrag dat ter dier ge„ „leegendheid door den burger Schoolmeester. straaten en weegen een iegelijk derhalven expres gewaarsduwd wierd, om de Morskuijlen, vuylnisnesten, mist en Zandhoopen, mitgaders de in den weg leggende losse klippen, voor des„ „selvs Huijzen weg te maaken, op zodanige pane als daar toe bij het generaal placcaat is gesteld. de ondergeteekende gecommitteerde Leeden uijt UwelEd: Achtb: vergaderinge, dan ingevolge hunne Tourbeurt geadsisteerd door den adjunt Frseaal M„r Jan Andries Pruter, daartoe op den 18: deezer gevaceerd hebbende, hadden ook bellijk verwagt, dat de Commissie aan welke die schouwing en visitatie door de Regeering zelve was opgedraagen, door de respd Jngezeetenen van dit Fleek in deeze hare waardigheijd naar behooren zou worden Geres„ „pecteerd, gevolglijk op geenerhande wijze eenige minachting betoond, en nog veel minder beleedigd, maar in teegendeel dien Eerbied toegedraagen, welke eene Justitieele Commissie van een iegelyk eipschen kans. — Straaten Albert 188
English
190 191 Albert Joosten has behaved; for when the undersigned, having inspected several streets, also arrived at the corner of the house of the aforesaid Joosten, and the first undersigned at that time, while the court messenger had been sent to the houses of various persons living there to notify them that they would have to clean the street in front of their doors, addressed the said Joosten, who was walking on the corner of his stoop, in the following terms: Mr. Joosten! The street looks so bad here, you are requested to keep the one corner on the side of your house clean! Thereupon the said Joosten immediately answered, it comes mostly from my neighbors and shall I have that done for them? Moreover, empty wagons are standing there in the street, and that is not permitted! Which being answered by the first undersigned by saying: we are indeed going there at this moment, and will take the necessary measures there, meanwhile you will please see to it that the street here in front of your door is kept clean. Said Joosten, although the undersigned also admonished him to proceed with greater decency, nevertheless did not hesitate to add to the undersigned with a very angry countenance in a loud voice: it does not come from me, and then the Gentlemen must also see to it that the filth does not come down from above. Which encounter greatly surprised the undersigned, so that the undersigned, having replied in substance: we know well what our duty is, and we will take note of this! went up the street from there; whereupon the aforesaid Joosten, pointing with his finger at the undersigned in the sight and hearing of a crowd of people from that neighborhood, called out loudly after the Committee: you can do that, you will do me a favor with that! The undersigned will gladly dispense with an extensive argument, both concerning the offensive nature that lies herein, especially when one considers the manner in which the said Joosten used all the aforementioned expressions and the demeanor maintained by him therewith, and concerning the consequences that such insolent behavior might entail, and how very contrary it is to the good order that must necessarily be maintained in a regulated society; and 193 and serves to break those bonds of obedience and subordination, without which all societies must necessarily perish: since the undersigned are convinced that your Honorable Worships, in accordance with your enlightened wisdom, will sufficiently penetrate this: The undersigned merely take the liberty hereby to bring the aforesaid insolent behavior of the repeatedly mentioned Joosten under the discerning eye of your Honorable Worships, requesting that your Honorable Worships may be pleased to take such satisfactory measures in this regard as your Honorable Worships shall judge to be proper in accordance with your usual prudence. beneath stood Which doing etcetera was signed C: Mappa and H: I: de Wet. Which being read, the Honorable Independent Fiscal thereupon submitted that, his Honor having been informed by his adjunct of the behavior displayed by the aforesaid Joosten toward the Gentlemen Commissioners, he had therefore had the said Joosten summoned before the Council Chamber today, in case the Council might perhaps deem it necessary The defendant answers thereto in substance: that he does not know what he has done, but that he is nevertheless fully aware that he had no such evil intention, nor did he say anything with a truly insolent intent to hear the said Joosten about this in Court, while he, the Lord Fiscal, also believed that this matter, which requires no further verification, as the report of the Gentlemen Commissioners is already sufficient to make the said Joosten undergo that correction which he has justly deserved, could be settled without further verbosity, as his Honor was prepared to make his demand stante pede; wherefore, the Council having thought fit to have the said Joosten enter: the Public Prosecutor directly made a demand verbally, with a short narration of the case and the expressions used by the defendant, adding the detrimental consequences that such an insolent conduct might entail for this Colony, that the defendant should be punished in such a manner as this Council would deem necessary and proper for the maintenance of the authority of Justice. might has. 192
Dutch transcription
190 191 Albert Joosten gehouden is; want wan„ „neer de ondergeteekendens verscheide straaten geschouwd hebbende, tevens gekoomen waren, op den hoek van het huis van voorsz: Joosten, en den eerstondergetekende als toen, terwijl de gerechtbode naar de huysen van diverze „aldaar wonende perzoonen was gezonden, om dezelve aan te zeggen, dat zij de straat voor hun„ „ne deuren zouden hebben schoon te maaken, gerepten Joosten, die op de hoek van zijn stoep wandelde, in de volgende termen heeft aange„ „sprooken: Mijn Heer Joosten ! de straat ziet er hier zo slegt uijt, u word verzogt de eene hoek aan den kant van u huijs schoon te hou„ „den! Is daarop door denzelven Joosten terstond ge antwoord, 't komt meest van mijne buuren en ik zal dat voor hun laaten doen? daar enboven staan daar in de straat ledige wagens, en dat is ongepermitteerd! 'T gunt door den eerst onder„ „getekende beantwoord wordende met te zeggen: wg gaan immers op het oogenblik derwaards, en zullen daar het nodige in het werk stel„ „len, Jntusschen zal UE. willen zorgen, dat de straat hier voor u deur word schoon gehouden. heeft Gerepten Joosten, schoon de Onderge„ „teekendens denzelven ook vermaanden om met meerder decentie te werk te gaan, zig egter niet ontzien, de ondergeteeken„ „dens in een zeer gramstoorig gelaat met een sorce stem toe te voegen: het komt van mij niet, en dan moeten de Heeren ook zorgen, dat het vuijlnis niet van boven afkomt. welke ontmoeting. de ondergeteekendens zeer heeft gesurpreneerd, Jnvoegen de ondergeteeken„ „dens in substantie gerepliceerd hebbende: wij weeten wel wat onze zaak is, en zullen dit af notam neemen! van daar de straat op„ „waards zijn gegaan; als wanneer voorsz: soorten met den vinger na de ondergeteekendens wijzinde ten aansien en aanhooren van een menigte lieden uijt die buurt, de Commissie overluijd. heeft nageroepen: dat kunt gij doen, daar zult gij mij plaizier meede doen: de ondergeteekendens zullen zig gaarne dispenceeren van een breedwaerig betoog zo min over het Lasive het welke hier inne is geleegen, voor al wanneer men inziet de„ wijze op welke gemelde Joosten alle de voorenstaande expresslen heeft geleezigd, en de Contenance door hem daarbij gehouden als over de gevolgens, welke den diergelijk brutaal gedrag zoude kunnen na zig sleepen, en hoe zeer het strijdig is met de goede ordre, welke in een Gereguleerd maatcappij noodzakelijk diend onderhouden te worden; gaan Mitsgaders 193 mitgaders strekt tot verbreeking van die banden van gehoorsaamheid en subordina„ „tie, zonder welke alle socreteiten noodwendig moeten te gronde gaan: daar de ondergetteeken„ „dens overtuijgd zijn, dat uwEd, achtb. ingevolge derzelver verligte wijsheid; dit zelve genoeg„ „zaam penetreeren zullen: Alleen neemen de ondergeteekendens de vrijheid het voorsz: insolent gedrag van meergem: Joosten bij deesen te brengen, onder het doorsigtig Oog van UwelEdele Achtb: met verzoek dat Uuwel„ Edele Achtb. dieswegens zodanige satisfac„ „toire mesures gelieven te neemen, als Uwel„ „Edele Achtb. ingevolge derzelver gewoone pru„ „dentie oordeelen zullen te behooren. - /:onderstond:/ T welk doende &:a . . /: was geteekend:/ C: Map„ pa en H: I: de wet. — Het welke geleezen zijnde, advanceerden de E Achtb: Heer Jndependent fiscaal daarop, dat zijn E van deszelfs adjunct geinformeerd geworden zijnde, van het door voorsz: Joosten teegens Heeren gecommitteerdens gehouden gedrag, denzelven Joosten overzulks op heeden voor de Raadzaal hadde doen appoineteeren, of de Raad het zomwijlen: nodig achten De Ged„e antwoord daarop in substantie: dat hij niet weet wat hij gedaan heeft, maar dat hij egter ten vollen bewust is, dat hij zo„ „danige kwade intentie niet gehad, nog ook iets met een wezendlijk britaal op zet guijt mogte gerepten Joosten hier over in Judicie te horen, Terwijle hij Heer Fiscaal teffens vermeende, dat deeze zaak welke geene verdere vereficatie nodig heeft, als zijnde het bericht van Heeren gecommitteerdens reeds voldoende, om gerepten Joosten daarop die Correctie te doen ondergaan, welke hij, billijk heeft gemeri„ „teerd, zonder verdere wydloopigheeden zoude kunnen worden afgedaan, alzo zijn Ed: bereid was om stante pede Eijsch te doen; weshalven de Raad goedgevonden hebbende, gedagte Joosten te doen binnen treeden: Zo is door den R: O: Eysscher direct bij monde onder een korte narre van het geval en de door den ged„e gebeezigde Expressien met bijvoeging van de nadeelige gevolgen, welke een dierge„ „lyk insolent bestaan voor deeze Colonie zoude kunnen na zig sleepen Eysch gedaan, dat den ged„e zodanig zoude worden gepanieert, als deezen Raade tot mainatien van het gezag. der Justitie nodig zoude achten te behoo„ „ren. — mogte heeft. 192
English
194 195 has. That he furthermore has always respected his authorities, and has never even had the slightest trouble with anyone: entreating at the same time that the Council, in consideration of his sickly condition, being always severely afflicted with gravel, would grant him grace this time, with the assurance that henceforth he will guard himself against such utterances. The Honorable Independent Fiscal persists in his demand; the parties waive further productions, and the Honorable Independent Fiscal requested justice. The Honorable Council, having noted the impertinence and insolence of the defendant, and having considered both the oral demand made by the Officer and that which was brought forward stante pede by the defendant, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Albert Joosten to ask forgiveness of this Council and the Commissioner Gentlemen in pleno Judicio with open doors, subsequently to be sharply reprimanded, and further to pay a fine of twenty-five rixdollars to the Diaconate Poor of this town, with condemnation of the defendant in the costs incurred in this matter. Subsequently, the burgher Frans de Villiers appeared before the Council, who, both for himself and on behalf of the wife, father, and some other blood relatives of the apprehended David Malan, presented the following request: To the Honorable Lord Johannes Izaak Rhenius, President, together with the further Honorable Lords Councilors of Justice of this Government. Honorable Lords. It is with all respect that the undersigned petitioners, as wife, father, mother, brothers, and brothers-in-law of the burgher of Stellenbosch David Malan Junior, take the liberty to respectfully make known to Your Honors: How the petitioners have, only to their bitterest sorrow, had to experience that, through a confluence of unfortunate circumstances, their husband, son, and brother, the aforementioned David Malan, found himself entangled in the most unpleasant proceedings and was designated by the Landdrost of Stellenbosch as a fugitive; on which account proceedings have been initiated against him as such, accompanied by accusations of which the petitioners trust their aforementioned husband, son, brother, and brother-in-law will be able to fully exculpate himself, to the extent that their husband, son, brother, and brother-in-law has been summoned by edictal citation before this Honorable Council to appear in pleno Judicio in order to purge himself of the charges laid against him. And although the undersigned petitioners, or some of them, had the honor of respectfully addressing Your Honors by petition on 29 August 1788, demonstrating the impossibility in which the petitioners' husband, son, brother, and brother-in-law was then situated to comply with the contents of the personal summons issued against him and to appear on the appointed day, on which grounds the undersigned petitioners humbly requested Your Honors to suspend the proceedings initiated against their husband, son, brother, and brother-in-law until the aforementioned David Malan should have returned from his cattle farm and been enabled dutifully to obey the summons of Your Honors. Yet which request was declined by Your Honors, so that the conclusion of these proceedings initiated against the petitioners' husband, son, brother, and brother-in-law was nothing but bitter and grievous to the undersigned petitioners, since he, being considered a verus contumax, was provisionally banished from this country by a sentence pronounced by Your Honors. However, Honorable Lords, since the petitioners' husband, son, brother, and brother-in-law, according to information received from him, did not have the slightest thought of removing himself forever from his place of residence and from his friends and society by flight, and was also entirely ignorant of the proceedings initiated against him, as well as the charges laid against him, and
Dutch transcription
194 195 heeft. — Dat hij wijders altoos zijne overheid gerepecteerd, en zelfs nog nooijt met ymand de geringste affaire gehad heeft: smeeken, „de teffens, dat de Raad Hem tog uit aan„ „merking van zijne ziekelyke omstandighee„ „den, als zinde altoos zwaar met het graveel gequeld, voor deeze reijze Gracie bewyzen wilde, met verzeekeringe van voortaan zig voor diergelijke propoosten te zullen wacten. De E: O: Eips„r persisteerd bij zijnen Eysih„ renuntieerende partijen van verdere pro„ „ductien en verzogte den E: O: Eyss:r Recht. De E Achtb: Raad gelet hebbende op de Jmpertinentie en brutaliteit van den ged„e en overwoogen zo wel de bij monde gedaanen Eysch van den Heer officier, als het geene door den ged„e stante pede is in„ „gebracht, Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoogmoogende Heeren Staaten Generaal der verEenigde Ne„ „derlanden condemneert den ged: Albert Joosten om in pleno Judicio met opene deuren deesen Rade en Heeren Gecommit„ „teerdens om vergiffenis te verzoeken, vervol„ „gens scherpelijk te worden gereprimendeert, en wyders aan de Diaconij Armen deezer steede te betaalen eene boete van vijf en E E Achtbare Heeren. Met is met alle Eerbied dat de onderge„ „teekende Supplianten als vrouw, vader, Moeder Broeders en swagers van den burger van stellen„ „bosch David Malan Junior de vryheid neemen omme mit deesen uwelEd: achtb: zeer Eerbiedigst WelEdele Achtbare Heer Aan den WelEdele Achtbare Heer Johannes Izaak Rhenius President, beneevens de verdere WelEdele achtb: Heeren Raden van Justitie deezes gouvernements. Vervolgens trad in Raade den burger Frans de Villiers dewelke zo voor zig, als de Huijsvrouw, vader en eenige andere bloed„ „verwanten van den geauhugeerden David Malan, het volgende request overgaf„ Twintig rd„s met Condemnatie van hem ged„ in de ter deezer zake gevallene kosten. Twintig en 3 te kennen te geeven. — Hoe zij supplen niet dan tot hun bit „terste smarte hebben moeten ondervinden, dat door een samenloop van ongelukkige om„ „standigheeden, hunlieder man soon en broeder gemelde David Malan zig in de alleron„ „aangenaamste procedure heeft gewisseld gesien en door den Heer Landdrost van stellenbosch is aangemerkt geworden, als Fugaitief; weshalven teegens hem ook als sodanig een verzeld met accusatien, waarvan de suppten vertrouwen, dat hun lieder gemelde man, zoon, broeder en zwager, zig volkoomen zal, kunnen disculpeeren, proces is gemo„ „veert in zo verre dat hunlieder man„ zoon, broeder en zwager bij Edietale Citatie voor deesen UwelEd: Achtb: Raade is geconvo„ „ceert, om in pleno Judicio te Compareeren, ten fine hem te purgeeren, van de hem opgelegde facten. - En ofschoon de ondergeteekende suppten ofte wel eenige van deezen de Eer hebben gehad zig met alle Eerbied op den 29 Augustus 1788 bij requeste aan UwelEd: Achtb: te addresseeren, aan toonende de inpossibiliteit, waarin der supp=len man, zoon, Broeder en Zwager als toen verseerende was, om aan den inhoud der teegens hem verleende personeele Dan welEdele achtbaare Heeren daar der supp=ten man, zoon, Broeder en Zwager volgens ingekoomene berigten, van hem geene de minste gedagten heeft gehad, om zig door de vlugt voor altoos te verwyderen van de plaatze zijner inwooninge en van zyne vrienden, en Maatschap, en ook ten eenemale ignorant is geweest, van de teegens hem gemoveerde procedures, zo wel als opgelegde faiten, en Edog welk verzoek door UwelEdele achtbare is gedeclineerd geworden, dus het einde deezer tee „gens der supp„te man, zoon, Broeder, en Zwager geentameerde Procedures, niet dan bitter en grievende voor de ondergeteekende supp„ten. geweest is, daar hij als een verus Contumax Geconside„ „reert wordende bij een, door UwelEd: achtb: gepro„ „nuntieerd vonnis, bij provisie Uijt deesen Lands is gebannen geworden. — dagvaarding te kunnen obedieeren, en om ten geprefigeerden dage te kunnen Compareeren Uit welken hoofde de ondergeteekende suppten aan uwelEd: achtb: ontmoedig hebben verogt, om vrese tegens hun lieder man, zoon broeder en Zwager geentameerde Procedures te surcheeren ter tind en wijlen gemelde David: Malan van zijn veeplaats zoude zijn geretourneerd, en in staat gestelt, om pligtschuldig aan de Convocatie van Uwel„ Edele achtb: te kunnen Obedieeren. — dagvaar hem
English
the personal summons was not known to him until after the expiration thereof, when he ought to have presented himself before this honorable Council: so the petitioners turn with all humility to Your Right Honorable, humbly requesting that Your Right Honorable, according to Your Right Honorable's widely known equity, may graciously be pleased to consider the absolute impossibility in which the undersigned's husband, son, brother, and brother-in-law was to be able to obey the edictal citation or to be able to clear himself of the unsustainable charges brought against him, due to the remote distance of his cattle farm, whither he had gone at that time, and accordingly graciously be pleased to grant to the undersigned's husband, son, brother, and brother-in-law relief from the contumacy ignorantly committed by him and consequently also from the provisional sentence of banishment passed against him, as the only means by which he may not only be enabled to return to his wife and children, but also to make his innocence clear and manifest, and whereto the petitioners then also most respectfully request, that the undersigned's aforesaid husband, son, brother, and brother-in-law may be permitted by Your Right Honorable in an ordinary trial to defend himself through an attorney against the charges brought against him in his absence; the undersigned petitioners remain in that flattering expectation that Your Right Honorable, fully convinced of the fairness of the petitioners' humble request, will also find no difficulty in granting them the same, or to dispose herein as Your Right Honorable shall deem proper. Which doing, etc. Was signed: E. Malan, wife of David Malan Davidsz, David Malan the Elder, Elizabeth Marais, wife of David Malan the Elder, Hendrik Engela, Stephanus Malan, and P. de Villiers. While the petitioners furthermore have the honor, under submission of a private power of attorney granted by the petitioners' husband, son, brother, and brother-in-law to the first signer, most humbly to implore Your Right Honorable that the estate of the petitioners' husband, son, brother, and brother-in-law may be relieved from the sequestration into which it was taken and placed by Your Right Honorable, under the administration and management of the authorized representative appointed by him in the said deed. Exhibited in Court the 25th of June 1789. After reading whereof, it was approved to place a copy thereof in the hands of the Merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, in order to serve for a report thereon. Lastly, it was made known by the Honorable Lord President that the aforesaid Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein had addressed his Honor and requested that two members of this Council might be commissioned to go to the places of the burghers Adriaan van Zeil and Jan Wiezer, sent away from here, in order to execute the sentence passed against them by this Council on the date of the 27th of March 1788, regarding the cattle declared forfeit for the benefit of the Honorable Company, as well as the court costs; or else to assign that execution to the Board of Landdrost and Heemraden at Stellenbosch. That his Honor, having readily understood that the gentlemen commissioners could not absent themselves from the Cape to carry out that execution, which requires several weeks; since their presence is unavoidably necessary both for attending meetings and for carrying out the daily occurring commissions in the vicinity of this capital here; had therefore thought it best to bring the aforesaid request made by the Landdrost before the Council, in order to consider in what manner this execution, which absolutely can no longer be delayed, ought to be directed: Wherefore, the aforesaid reasons having been taken into consideration by the Council; on the proposal of the said Honorable Lord President, it was approved to have the same execution, which will have to take place at the expense of the estates of the aforesaid van Zeil and Wiezer, executed by letters requisitory to the Board of Landdrost and Heemraden of Stellenbosch.
Dutch transcription
198/ hem de Personeele indaaging niet eerder is bekent geweest, als naar Expiratie van dien, wanneer hij zig voor deesen achtb: Rade had behooren te sisteeren: zo keeren de supplianten zig met alle nedrigheid tot UwelEd: Achtb: Ootmoedig verzoekende dat uwelEdele Achtb: naar UwelEd Achtb alom bekend aequiteit goedgunstig gelieven te Con„ „sidereeren, de volstrekte onmoogelykheid, waarin des ondergeteekendens man, zoon„ Broeder en Zwager geweest is om aan de Edietale Citatie te kunnen obedieeren of om zig van de onbestaanbare hem opgelegde faiten te kunnen purgeeren, door de verre afgeleegendheid zijner veeplaat, werwaards hij zig in dat tydstip had: begeeven, en dies volgens goedgunstig aan des ondergeteekendens man, zoon Broeder en Zwager gelieven te verleenen relief van de ignorant door hem geperpetreerde Continuacie en gevolgelijk ook van het provisioneel vonnis van Bannis„ „sement, tegens hem geslagen, als het eenig„ „ste middel waardoor denzelven niet alleen kan worden in staat gesteld, om tot zijne Huisvrouw en kinderen weeder te keeren, maar ook zijne onschuld klaar en duydelyk te doen byken, en waartoe de supp=ten dan ook eerbiedigst verzoeken, dat der onder„ /:onderstond:/ T welk doende &=a /:was geteekend:/ E: Malan Huisvrouw van David Malan Davidz: David Malan de Oude, Elizabeth Marais Huisvrouw van David Malan de Oude, Hendrik Engela, Terwijl de suppten alwyders de Eer hebben onder overlegging eener door der supp„te man„ zoon, Broeder en Zwager, op de eerste Tekenarisse verleende: onderhandsche volmagt uwelEdele achtb„ op 't onderdanigst te emploreeren, dat de Boedel van der supp„te man, zoon, Broeder en Zwager moge worden ontheft van de sequestratie waarin dezelve door uwelEd: achtb: is genomen en gesteld, onder de administratie en beheering van de door hem bij gemelde acte benoemde gemagtigde. — geteekende man, zoon broeder en zwager voorsz: door uwelEdele Achtbare in een ordinair proces mag toegelaaten worden, om door een procureur zig te defendeeren tegen de faiten hem en zin afwezendheyd opgelegt, de ondergeteekende suppten verzeeren in die vleijende Expectance, dat uwel„ Edele Achtb: ten vollen overtuijgd van de bellijk„ „heid van der supp=ten Ootmoedig verzoek ook geen zwarigheyd zullen vinden, om hun het zelve te accordeeren, of hier omtrent sodanig te disponeeren, als uwelEdele achtbaare zullen vinden te behooren. — Geteekende Stephanus 201 Slaphanus Malan, en P„ de Villiers. /:in margine:/ Exhibitum in Judici den 25 Iunij 1789. Na lecture van het welke goedgevonden is, Copia daarvan te stellen in handen van den koopman en Land„ „drost der Colonien Stellenbosch en Draken„ „steijn de Heer Hendrik Lodewijk Bletter„ „man om daarop te dienen van berigt. Laatstelijk wierd door den E Achtb: Heer President te kennen gegeeven dat voorsz: Landdrost der Colonien stel„ lenbosch en Drakenstein zig bij zijn E Achtb: geaddresseerd en verzogt had, dat twee Leeden deezes Raats mogten worden ge„ „committeerd, om zig te begeeven naar de Plaatsen van de van hier verzondene burgers Adriaan van Zeil en Jan wiezer, ten einde het teegens dezelve in dato 27„e Maart 1788. bij deezen Raade geslaagen vonnis betrekkelijk de ten behoeven der E Comp„e verbeurt verklaarde beesten, gelijk ook de proces kosten te Weshalven de voorsz: Reedenen bij den Raad in overweeging zijnde genoo„ „men; op de Propositie van gemelde E Actb: Heer Praesident goedgevonden dezelve Ex„ „ecutie die ten kosten van de Boedels van voorsz: van zeil en wiezer zal moeten geschieden, bij letteren requistoir aan het College van Landdrost en Heemraaden van doen Executeeren; dan wel die Executie aan het College van Landdrost en Heem„ „raden te stellen bosch op te draagen. Dat zijn E Achtb: al aanstonds begreepen hebbende dat Heeren gecommitteerdens tot het doen dier. Executie, waartoe eenige weeken vereijscht worden, zig niet van de Caab kunnen verwijderen; alzoo derzelver pre„ „sentie, zo wel tot het bijwoonen der verga„ „deringen, als het doen der daagelijks voor„ „vallende Commissien, in den omtrek van deese Hoofdplaatze alhier onvermydelyk nodig is; het dus best gedagt had, het voorsz: door den Landdrost gedaan verzoek in Raade over te brengen, ten einde te overleggen op wat wijze, deeze Executie, welke volstrekt niet langer kan worden uytgesteld diende gederigeerd te worden: doen stellen 200
English
to demand from Stellenbosch and Drakenstein and at the same time, in order to prevent all cavils according to the regulation made by that College, specially to appoint the commissioners vacating office in this month, being the Heemraden Eduard Wium and Schalk Willem van der Merwe. And whereas the presence of the Landdrost of the said districts is absolutely required for the settlement of the daily occurring affairs at the Drostdy; it is on that account resolved to excuse him from attending this Commission: the said Commission nevertheless being held to be sufficient and valid, in the very same manner as if the officer had assisted thereat in person; provided however that the Landdrost remains bound properly to instruct the aforesaid appointed Heemraden regarding everything that on his behalf as officer ought to be carried into effect in the execution of this Commission, and to provide them with all necessary documents: so that, notwithstanding his absence, the purpose may nevertheless be fully answered: the necessary notification in this regard being dispatched to the said College at the earliest opportunity. Underneath stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Lower down: In my presence, was signed W: J: V Rijneveld, First Sworn Clerk. Thursday the 9th of July 1789. In the forenoon, present the Honorable Johannes Izsaak Rhenius, President, and all the Members, except the Gentlemen Maasdorp, van Echten, and Gie, the first two on account of indisposition and the last on account of occupation. The citizen Jacobus van Leeuwen, as special attorney of the citizen Nicolaas Johannes van den Berg, plaintiff on the list, says that upon the duplica of the R: O: defendant he renounces further productions. The plaintiff on the roll says he is ready. The defendant says on his part that he also renounces. Against The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, defendant, in order to see a duplica served upon his submitted replica. The Court holds this case under advisement for circulation. Subsequently, a certain Johanna Jurgensen having appeared in Court, it was verbally advanced regarding her by the Honorable Independent Fiscal, that a committee of the church council had approached his Honor and made it known that the aforesaid Johanna Jurgensen, having already been repeatedly admonished and also censured by the said College on account of her bad and unchaste way of life, which tended so greatly to the scandal of the congregation, nevertheless shamelessly persisted therein, and had even now again for the third time presented an illegitimate child for baptism, so that the church council was thus no longer able, by the use of verbal rebukes, to turn the aforesaid Johanna Jurgensen back from her scandalous conduct to a proper walk of life: that his Honor was at the same time informed that the aforesaid College of the church council had now for some time been more troubled than ever by such subjects; his Honor had therefore deemed it necessary to summon the said Johanna Jurgensen before this Court: requesting therefore that regard might indeed be paid to such scandalous conduct; and that the aforesaid Johanna Jurgensen be punished by this Court in such manner as their Honors shall deem appropriate for the suppression thereof: Which having been heard by the said Johanna Jurgensen, she said in substance: I am lodging with someone, and whose bread I eat, his voice I must obey, I humbly ask for forgiveness. Whereupon the Honorable Court, having heard the address of the Officer, and that which was brought forward by the said Johanna Jurgensen; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the said Johanna Jurgensen, after having sat for the period of eight days on bread and water, to be severely reprimanded in Court, with condemnation of her, the said person, in the costs incurred in this case. After which the said Independent Fiscal served the following memorial, furnished with 12 annexures. To the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope. Respectfully shows Johan Nicolaas Steven van Lynden, Independent Fiscal of this government. That from the documents placed into the hands of the memorialist by your Honors by your esteemed resolution of the 28th of May last, concerning the person of the former burgher Lieutenant Jonas Albertus van der Poel, it has appeared to him, the memorialist, that he, van der Poel, has not shrunk from insinuating against this Honorable Court in a far-reaching manner regarding injustice, and in particular accusing the Honorable President of having allowed himself to be corrupted to effect a decision disadvantageous to him, van der Poel. That furthermore, from the statements obtained by the memorialist himself and annexed hereto, to the charge of him, van der Poel, more than half-proof results that the same, in the month of February of the past year 1787, on a certain evening came before the house of a certain burgher Johannes Paulus Eksteen, called him out of doors, and subsequently, after Eksteen had come out,
Dutch transcription
202 203 stellenbosch en Drakenstein te deman„ „deeren en te gelijk, ter voorkominge van alle Captien volgens de bij dat College ge„ „maakte bepalinge, in deese maand vacee„ „rende gecommitteerdens, zynde de Heem„ „raaden Eduard wium en schalk wil„ „lem van der Merwe daartoe speciaal te benoemen. — En nadien de Praesen„ „tie van den Landdrost der gemelde distric„ „ten, tot het termineeren der dagelijks voor„ „vallende zaaken op de Drostdije, absoluut word vereischt; zo is Uijt dien hoofde ver„ „staan, denzelven van het bywoonen deezer Commissie te excuseeren: wordende dezelve Commissie niet te min gehouden voor voldoende en bestaanbaar, even in zelver voe„ „gen, als of den officier daarbij in persoon geadsisteerd hadde; zo nogtans dat den Landdrost gehouden blijft, voorsz: benoemde Heemraden, nopens al het geene in het volbrengen deeser Commissie van Zynant„ wegen als officier dient te worden in het werk gestelt, na behooren te instrueeren, en van alle nodige documenten te voor„ „zien: op dat ongeagt desselvs absentie even„ „wel aan het oogmerk volkomen worde beantwoord: zullende met den eersten de q9 reg: regd over zijn: Ten Burger Jacobus van duplicq Leeuwen als speciale gemag„ de R: O: Gereg:s zegd daarop „tigde van den burger Ni„ te renuntieeren van verdere colaas Johannes van Donderdag den 9 Julij 1789. 's voordemiddags present de E Achtb: Heer Iohannes Izsaak Rhenius President, en alle de Leeden demptis de Heeren Maasdorp, van Echten en gie, de by de eerst„ gemelde bij indispositie en de laatste bij occupatie. Aan Cabo de goede Hoop die et anno Ut„ supra /:laager:/ Mij present: /: was geteekend./. W: J: V Rijneveld Aj: Seaut diesweegens de nodige aanschrijvinge aan het ged„e College worden afgevaardigd. /:onderstond:/ dies pro den H 204 205 productien. — de q9 reg„ zegd meede te renuntieeren Contra Den Jndependent Fiscaal dezer gouvernement de E achtb: Heer Johan Nicolaas Steven van Linden gereg:t omme op desselvs ingediende replieg te zien dienen van Duplieg De Raad houd deeze zaak ter rond„ „leezing in advijs. — Vervolgens in Raade zijnde verscheenen zeekere Johanna Jurgensen, wierd omtrent dezelve door den E Achtb: Heer Jndependant Fiscaal bij monde geadvanceert, Dat zig bij zijn E achtb: hadde vervoegd eene Commis„ sie van kerkenrade, en te kennen gegeeven, dat voorsz: Johanna Jurgenzen bij het zelve College reeds over haare zo zeer lot ergernis der gemeente strekkende slegte en ontugtige levenswijze herhaaldelijk vermaand en ook gecensureerd zynde, egter daarinne onbe„ „schaamde bleef volharden, en zelfs nu weder voor de derde reyze een onegt kind ten doop gepresenteerd had, zo dat dus kerken„ „rade niet meer in staat was, door het Weshalven de E achtb: Raad T geen door dezelve Johanna Jurgen„ „sen aangehoord zijnde, zijde dezelve in substantie: Jk woon bij iemand in, en onder wiens brood dat ik ben, diens stem moet ik hooren, ik verzoek needrig om vergeffenis. bezigen van verbale bestraffingen voorrz: Johanna Jurgenzen van haar schandelijk gedrag, tot eenen betaamelijken wandel de toen te rugkeeren: Dat zijn E Achtb: teffens geinformeerd zynde, dat het voorsz: College van kerkenrade nu zedert eenigen Tyd meer dan ooijt door dergelyke subjecten geincommodeert wierd; zijn E Achtb: dus nodig geoordeelt had gemelde Johanna Jurgensen voor deesen Rade te doen appoineteeren: verzoekende derhalven dat op zulk een schandelyk gedoente tog mogt worden reguard genoomen; en voorzz: Johanna Jurgensen door deezen Raade, zodanig gepunieerd als Hun E E Achtb: tot stuiting daarvan oordeelen zullen te be„ hooren: der schijf reg„t bezigen gehoort 206 207 gehoord hebbende, de voordragte van den Heer Officier, en het geen door gede Johanna Jurgensen is ingebracht; Recht doende uyt naam ende van wee gens de Hoogmoogende Heeren staaten generaal der verEenigde Nederlanden de ged„e Johanna Jur „gensen heeft gecondemneert, om voor den tijd van agt dagen te water en te Brood gezeten hebbende, in Judicio scherpe„ „lyk gereprimendeert te worden, met Condemnatie van haar ged„ese in de ter deezer zaake gevallene kosten. — Waarna door gemelde Heer Jn„ dependent Fiscaal wierd gediend van het volgende vertoog, gemunieert met 12 bylagen. — Aan den welEdele Achtb„ Rade van Iustitie des Casteels de goede Hoop Vertoond leverentlijk Johan Nieolaas Dat voort uit de door den E: O: vertoonder zelven ingewonnen en deesen geannexeerde verklaringen, ten laste van hem van der Poel, eens meer dan halve preuve resulteerd, dat dezelve in de maand Februarij van den gepasseerden Jaar 1707, op zeekeren avond voor het huis van zeekeren burger Johannes Paulus Eksteen is gekoomen, hem buijten deur geeischt, en vervolgens, na dat Eksteen Dat uit de door U EE Achtb. bij der„ zelver geEerde besluit van den 28 Maij Jongst„ leeden in handen van den E: O: vertoonder gestelde stukken Concerneerende de perzoon van den oud burger Lieutenand Jonas Albertus van der Poel, aan hem vert: is koomen te blijken, dat hij van der Poel zig niet ontzien heeft, omme op eene verre„ „gaande wize deesen Ed: achtb: Rade van onrechtvaardigheid te insimuleeren en inzonderheid den E Achtb: Heere President te beschuldigen van zig te hebben laaten Corrumpeeren tot het bewerken van eene voor hem van der Poel nadeelig gewipde steven van Synden Jndepensent Fiscaal deeses gouvernements. Steven Uyt
English
had come out of his house, inflicted a stab upon him with a sword above his right breast, from which wound the said Meteen lay sick in bed for well over half a month. That the petitioner, ex officio, judging himself obliged to initiate criminal proceedings against the said former burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel in the matter of both the one and the other aforesaid, and to that end to cause him to be summoned in person before this Honorable Court, has been compelled to request proper authorization for that purpose. Wherefore the honorable petitioner ex officio takes the liberty of turning to Your Honorable Worships, respectfully requesting that Your Honorable Worships may be pleased to authorize him, the petitioner ex officio, to cause the said Jonas Albertus van der Poel to be summoned to appear in person before Your Honorable Worships, in order to hear such criminal claim, as well as request or requests, as the petitioner ex officio shall then deem fit, to answer thereto, and to proceed further according to law. Beneath stood: Which doing, etc. Was signed: J. N. S. van Lynden. Petition most respectfully presented to the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and the further Honorable Members of the Council of Justice of this government, by and on behalf of the undersigned. Lastly, a petition having been presented by the burgher Petrus Pienaar, the contents of which were: After reading of all of which, the authorization requested in the said representation to summon the burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel in person was granted to the petitioner ex officio. Honorable Sir and Honorable Gentlemen, With the required respect and proper submission, Your Honorable Worships' very humble petitioner, Petrus Pienaar, makes known: How a certain slave boy named Constapel of Bengal deserted in the year seventeen hundred seventy-three or seventy-four, and was taken into apprehension on account of a certain committed offense, subsequently by sentence of the Honorable Council of Justice here provisionally banished to Robben Island until further disposition; some years thereafter, the petitioner's father, the late Jacobus Pienaar, to whom the said slave belonged in ownership, permitted the petitioner, in case it was possible and the Honorable Council of Justice allowed such, to release the said slave boy from his banishment, that the slave boy would then be gifted to the petitioner; as also at the same time the petitioner presented a petition to relieve the said slave boy of his banishment, upon which the said Council disposed that this request was for the present not dismissed out of hand; just as the petitioner thereafter betook himself to the Honorable Independent Fiscal, Mr. Willem Cornelis Boers, who has since repatriated from here, in order to confer with his Honor about it, who examined the matter and promised, as soon as the rupture of the war came to an end and the exiles had to go back there, that his Honor would then see to it that the aforesaid slave boy was relieved of his banishment; but this having fallen into oblivion, the petitioner again betook himself to the Honorable Independent Fiscal, the late Serrurier, likewise conferring with his Honor about it, who, having previously examined the said slave, summoned him from Robben Island; however, through the intervening death of his Honor, it likewise remained in arrears, and he was thus sent back from here again to his banishment. Thus it is that the petitioner turned to Your Honorable Worships with the most humble request that it may please Your Honorable Worships to release the said slave from his banishment and place him into the hands of the petitioner, upon payment of the costs, or as Your Honorable Worships shall benevolently deem fit according to law and reason. Beneath stood: Which doing, etc. Was signed: Petrus Pienaar. In the margin: Exhibited in court on 9 July 1789. Which having been read, the request made therein was held for advice. Beneath stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: Present to me. Was signed: W. J. v. Rijneveld, First Sworn Clerk. Thursday the 23rd of July 1789 in the forenoon, present all the members, except the Honorable President due to occupation, and the gentlemen Van Echten and Maasdorp due to indisposition. The Independent Fiscal, the Honorable Johannes Nicolaas Steven van Lynden, prosecutor ex officio, against the burgher Jonas Albertus van der Poel, defendant in person on the other side, to hear such claims, conclusion, or request or requests as the prosecutor ex officio on the day of the hearing shall deem fit to make and take against him, the defendant, concerning and on account of the fact that he, the defendant, did not shrink from insinuating injustice and corruption against the said Council; and furthermore could forget himself to such an extent as to The prosecutor ex officio, before making any claim, requests that the defendant may be ordered in person to answer to such interrogatories as shall be put to him on behalf of the prosecutor ex officio before commissioner gentlemen, and that in the meantime it may please the Council to take the defendant into custody in the most suitable manner. The defendant submits a petition of the following content: To the Honorable Johannes Izsaak Rhenius, President, together with the further Honorable Members of the Council of Justice of this government.
Dutch transcription
208 209 Uijt zijn huijs gekoomen was, denzelven een steek met een deegen boven zijn regter borst heeft toegebracht, aan welke t wonde gemelde Meteen wel ruijm een halve maand krank te bedde heeft geleegen. Dat de vertoonder R: O: zig ver„ „pligt oordeelende ter zaake zo van het een als ander voorsz: tegen den gemelde oud burger Lieutenand Jonas Albertus van der Piel Crimineele proceduures te en tameeren, en tot dat einde denzelven in perzoon te doen dagvaarden, voor deezen Ed: Achtb: Raade, genoodzaakt is geworden, daartoe behoorlijke qualificatie te verzoeken Waaromme de E: O: vertoonder de vryheid neemt, zig te keeren tot UwelEd: achtb: met gepasten Eerbied verzoekende, dat UEE Achtb: hem vertoonder E: O: gelieven te qualificeeren, omme den gemelde Jonas albertus van der Poel te doen dagvaarden, ommein perzoon voor UE E Achtb: te Compa„ „reeren, ten einde te aanhooren zodanigen Crimineelen Eijsch mitsgaders versoek ofte versoeken, als de vert: Z: O: als dan zal komen goed te vinden daarop te antwoorden Request Eerbiedigst over„ gegeeven dan den welEd: achtb. Heer Iohannes Izaak Rhenius Praesident en verderen E Achtb: Rade van Justitie deezes gouver„ „nement, door ende van wegens, den ondergeteekende Zijnde Laastelijk door den burger Petrus Tienaar een request gepraesenteerd, waarvan de Contenue was. Na Lecture van welk een en ander de bij het zelve vertoog verzogte qualificatie, om den burger Lieutenand Jonas Albertus van der Poel in perzoon te moogen doen dagvaarden, aan den R: O: vert: is verleend geworden. en voort te procedeeren als na regten. /:onderstond:/ 'T welk doende &:a /: was geteekend:/ J: N: S: van Lynden. — Petrus E 210 21 WelEdele Achtbaar Heer en E E Achtbaare Heeren Geevende met verEyschte Eerbied en behoorlyke submissie uwer welEdele achtb: zeer nedrige supp„t Petrus Pienaar te kennen. Hce dat zeekere slaven jonge genaamt constapel van Bengalen in den Jaare: Veir duyzend seeven Hondert drie ofte vier en seventig opgedrost, en wegens zekere begaan deliet in apprehensie genoomen, vervol„ „gens door vonnisse van den E achtb: Raad van Justitie alhier bij provisie tot nadere dispositie naar 't Robben Eijland verbannen geworden, eenige Jaaren daarna zo heeft den supp„t vermit derzelver vader wijlen Jaco„ „bus Pienaar, dewelke gem: slaaf in eijgen „dom behoorde; hem supp„t te permitteeren, ingevalle het mogelijk was, en den E Achtb: Raad van Justitie sulx permitteerde gemelde slave jonge Uijt zijn Bannissement te ontslaan, dat dan de slave Jonge aan Zo is 't dat den supp„t zig tot uwel den supp„t verEerd was, zo als ook ten selven tijde den supp„t een request gepresenteerd, gem: slave jonge te ontheffen van derzelver Bannis„ „sement, waarop bij welgemelde Raade is ge disponeert, dit verzoek voor als nog niet is geweesen van hand, zo als den supp„t zig na dien tijd zig bij den van hier gerepatrieerden E achtb: Heer Jndependent Fiscaal M:r Willem Cornelis Boers heb vervoegd, ten fine zin E Achtb: daarover te onderhouden, die de zaak onderzogt en beloofd had, zo dra de repture van den oorlog een einde had, en de Bannelinge weder derwaards moeste, als dat zijn achtb: als dan zorgen zoude, dat voorm: slave Jonge van zin Bannissement onthefd wierd, dog dit in vergetelheid gekomen zijnde, heeft den supp„t zig weder bij den E Achtb: Heer Jndependent fiscaal wijlen serrurier vervoegd, zijn achtb: insgelyks daar over onder„ houden, die dezelve slaaf vooraf onderzogt van het Robben eijland opgeroepen heeft; dog door tusschenkomend sterfgeval van zijn E achtb: bleef het insgelijx agterlijk, en dus van hier weder naar derzelver Ban„ „nissement verzonden geworden. Petrus Tienaar den Edelen 212 213 Ree Edele achtbaare was wendende met allerootmoedigst verzoek, dat het van UwelEdele Achtb: welbehagen zijn moge gemelde slaaf uyt zijn Pannissement te ontslaan, en den supp„t in handen te stellen, mit betaalende de kosten, ofte zo als UwE achtb: goedgunstig na regt en reedenen zullen Goedvenden te behooren /:onderstond:/ 'T welk doende &„a /: was geteekend:/ Petrus Pienaar - /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 9 July 1789. Met welk geleezen zynde, is 't daarbij gedaan verzoek en advijs gehouden /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno Ut„ supra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ WJ: V: Rijneveld Mej Seres Donderdag De Jndependent Fiscaal de de Heer R: O: EipC: alvoorens E Achtb: Heer Johannes Ni„ eenig Eysch te doen, verzoekt „colaas steven van Lijnden dat den Ged„e in perzoon moge worden geordonneert, om te E: O: Eyss„r antwoorden op sodanige Jnter„ Contra „rogatorien, als hem van wegens den r: O: Eips„ voor Heeren de manh: Jonas Albertus gecommitt: zullen worden voor„ van der Poel, ged:e in Perzoon gehouden, en dat het intusschen ter andere zijde, omme te van 's Raads welbehaagen zijn aan hooren, zodanige Eijschen moge de Ged„e op de best Conve„ Conclusie dan wel verzoek „nabelste wijze in verzeekering te neemen. — ofte verzoeken, als de E: O: Eyfs„r De Ged„e legd over een ten dage dienende, zal goed„ request van navolgenden vinden teegens hem ged„e te inhoude doen en te neemen, over ende Aan den welEdelen ter zaake dat hij ged„e zig Achtb: Heer Johannes Izsaak Rhenius praesi„ niet ontzien heeft welgemelde „dent, beneevens de ver„ Raade van onrechtvaardigheijd „dere Edele achtb: Heeren en Corruptie te insimuleeren; Raaden van Justitie deezes gouvernement en voort zig in zoo verre heeft kunnen vergeeten, om aan Donderdag den 23 Julij 1789 's voordemiddags present alle de Leeden, demptis de E: achtb: Heer president bij Occupatie, en de Heeren van Echten en Maasdorp bij in dispositie Wel desselvs -
English
To inflict a thrust with a sword upon the chest of his brother-in-law, the burgher Johannes Paulus Eksteen; to answer to this and that with its accessories, and to proceed according to law. Your Right Honourable Honours' most humble servant Jonas Albertus van der Poel shows with the utmost submission and the requisite respect how he, petitioner, to his utter confusion, has been summoned by the Independent Fiscal, the Honourable Mr. J. N. J. van Lynden, before this your Honourable court, in order to hear such claim, request, or requests as the Honourable Plaintiff ex officio shall think fit to make and take against me, the undersigned, concerning and on account of the fact that I, the defendant, would not have shrunk from insinuating against the said Council injustice and corruption, and would have gone so far as to forget myself and inflict a thrust with the sword upon the chest of my brother-in-law J. P. Eksteen. This case, brought so heavily against me and which affects me deeply, prompts me, Right Honourable and Honourable Sirs, in this your illustrious court, to lay my head back into your Honours' lap, humbly requesting Christian compassion from your Honours, in consideration of the well-known impoverished state in which I find myself with my family, graciously to grant me pro deo, in order to be permitted and able to defend myself in the aforementioned case or cases brought against me; further humbly requesting your Right Honourable Honours to be pleased to assist me with one of the attorneys currently practicing here, whomsoever your Right Honourable Honours may be pleased to approve, as also with the humble request, Right Honourable Sir and Honourable Sirs, that your Right Honourable Honours be pleased to grant me a copy of the claims and the attachments thereto, in order to serve with respect and due duty with an answer, and for the clearing of my person before your Right Honourable Honours. Below stood: Which doing. Was signed: J. A. van der Poel. In the margin: Exhibited in court on 23 July 1789. After the reading whereof, the Plaintiff ex officio advanced that the request of the defendant in person has been submitted prematurely, since, the proceedings being instituted extraordinarily, one cannot yet know whether the defendant will be admitted to conduct his defense by an attorney, therefore persisting in the request made. The Council, declining for the present that which was requested by the defendant, condemns the defendant in person to answer to such interrogatories as shall be put to him on behalf of the Plaintiff ex officio, and further grants the request made by the Plaintiff ex officio to secure the person of the defendant; the defendant consequently remaining provisionally under civil arrest in the Castle. After the pronunciation of which interlocutory dispositions, a request having been made by the Plaintiff ex officio that the Commissioners might be qualified, at the examination to be held, according to the state of affairs and in proportion to his answers, to place the defendant under arrest, or else to receive him into an ordinary lawsuit; it was resolved to grant this qualification to the Commissioners. Subsequently, on account of the absence of the Honourable President, it was made known by the Independent Fiscal that the Landdrost of the colony of Graaff-Reinet had reported to the said Honourable President regarding a certain manslaughter committed upon the substitute Jurgens by the burgher Tobias Mijnhard residing at Graaff-Reinet, with the addition that the said Mijnhard was immediately caught and placed in custody. And considering that the perpetrator was found in flagrante delicto, the Council, upon the proposal of the said Honourable Independent Fiscal, has accordingly approved this apprehension in conformity with article [illegible] of the Criminal Ordinance. And finally having been brought to the table the request presented on the last ordinary court day by the burgher Petrus Pienaar concerning the slave Constapel of Bengal; it is, since the said slave, according to the Criminal Roll of 18 August 1774, was only provisionally placed on Robben Island in order to ascertain whether in time any further clarification could be obtained regarding certain accusations brought against the said Constapel by a Hottentot woman named Anna; and it was now declared on behalf of the Fiscal's office that no further evidence had come in concerning the matter of which the said Constapel was accused, therefore resolved to grant the request made by the aforementioned Pienaar to the extent that the often-mentioned slave Constapel, as belonging to the estate of the late burgher Jacobus Pienaar
Dutch transcription
215 desselvs zwager den burger Johannes Paulus Eksteen een steek met een deegen op de borst toe te brengen: op dit een en ander met den Geeft zeer onderdanig aankleeve van dien te ant„ met de vereijschte Eerbied te kennen uw welEdele achtb: „woorden en voort te proce zeer nederigen dienaar Jonas „deeren als na regten. albertus van der Poel, hoe hij supp:t tot zijn uytterste Ceeduseeren door dan Jndependent Fiscaal de E achtb: Heer en M:r J: N: J van Lynden is geciteerd geworden, voor deeze uw achtb: gedagte „vierschaan, ten eijnde aan te hooren zodanigen zyn, verzoek of verzoeken, als den E Achtb: Heer Eijss„r E: O: tegens mij onder„ „geteekende zal goedvinden te doen en te neemen, over ende ter zaake, dat ik ged„e mij niet zoude hebben ontzien, welgemelde Raade van onrechtvaardigheijd en Corruptie te Insimuteeren, en in zo verre mij zoude hebben vergeeten mijn zwager J: P:s Eksteen een steek met de deegen op zijn bewit toe te brengen. Deese zo zeer ten mijnen laste ingebragte zaak, die mij ter harte gaat, noopt mij welEdele achtb: Heer en E achtb: Heeren, in deeze Uwe Luiptewijke veerschaar, mijn hoofd in den schoof uwer E achtb: weder te leggen, ootmoedig van uwE achtb. een Chris„ „telijk mededoogen versoekende, in aanmerking den welbeuris„ „ten armoedigen staat, daar ik mij met mijn Huisgezin, mij in ben bevindende, omme mij goedgunstig prodco te willen verleenen, ten einde in bovengem: ten mijnen laste ingebragte zaak of zaaken mij te mogen en kunnen defendeeren: verzoeke verders nedrig, uw welEdele achtb: mij gelieve te adsisteeren, met een der tans hier fungeerende procureurs, wien uwelEdele achtb: ook zal gelieven goed te vinden, als ook met nedrig verzoek WelEdele achtb: Heer E achtb: Heeren. uwe WelEdele Achtb: mij gelieve te verleenen Copia van den Eyschen derzelver aankleeve omme met eerbied en verschuldigde pligt, te dienen van antwoord, en suyvering mijnes Persoons voor uw welEdele Achtb:— /:onderstond:/ 'T welk doende /:was geteekend:/ I: A: van der Poel /: in margine:/ E hibitum: in Judieid den 23 Julij 1789. Na welks bcture de Z: O: Epscher, advanceerde, dat het request van den ged„e in perzoon te prematuur ingediend is, daar het proces extra ordinair belegd zynde men nog niet weeten kan, of den ged„e zal worden geadmitteerd, om bij procu„ „reur zijne defensie te moogen doen, persisteerende overzulx bij het Gedaan verzoek. De Raad het door den ged„e verzogte voor als nog deelineerende, Condemneerd den ged„e in persoon, omme te antwoorden op sodanige Jnterrogatorien, als hem van weegens den Heer R: O: Eyss„r zullen worden voorgehouden en accordeert wyders, het door den R: O: Eyss„r gedaan verzoek, om zig van de perzoon van de ged e te verseekeren: zullende de ged:e oversulx bij provisie in het Casteel Civiliter Gearresteerd blijven. Na de pronuntiatie, van welke Uwe Jnter 214 216 217 Jnterlocitoire dispositien, door den Heer R: O: Eysscher versoek gedaan zynde, dat Heeren gecommitteerdens mogte worden gequalificeert om bij het te diene ver„ „hoor den ged„e na bevinding van zaken, en na mate van zijne responsiven, te kunnen neemen en apprahensie, dan wel in een ordinaris proces te ontfangen: zo is goedgevonden deeze qualificatie aan Heeren gecommitteerdens te verbee„ „nen;— Vervolgens wierd, vermit de absen„ „tie van den E Achtb. Heer praesident door den Heer Jndependent Fiscaal te kennen gegeeven, dat den Landdrost der Colonie Graaffe Reinet aan opgem: E Achtb: Heer president had berigt gedaan van zekere door den te graaffe Reinet woonende burger Tobias Mijnhard aan den substituut Jurgens begaane manslag, met byvoeging dat gerepten Mijnhard dadelik was gevat en in hegtenis gestelt. En gemerkt den dader in slagranti de rieto is bevonden; zo heeft de Raad En eijndelik ter Tafel gebragt zijnde, het request op laatstleeden ordinaire rechtdag door den burger Petrus Pienaar betrekkelijk den slaaf Constapel van Bengalen gepre„ „senteerd; zo is vermit gem: slaaf blykens de Crimineele Rechtrolle van den 18 augustus 1774 alleenlijk provisioneel ten Rolben Eijlande is geplaatt, ten einde te ontwaaren, of er in der Tyd, wegens zekere door eene Hottentottin in name anna tegens gemelde Constapel ingebrachte beschuldigingen, eenige nadere lucidatie zoude kunnen worden verkree„ gen; en van weegens het offici Fiscaal tans wierd gedeclareerd, dat nopens de zaak waarmeede ged„e Constapel was beschuldigd geworden, geene nadere bewijzen waaren ingekoomen, oversulks goedgevonden, het door bovengemeld Pienaar gedaan verzoek in zo, verre te accordeeren; dat meerged„e slaaf Condtapel als gehoorende in den Boevel van wijlen den burger Jacobus overzulx op het voorstel van gemelde E: Achtb: Heer Jndependent Fiscaal deese apprehensie in Conformité van art: der Crimineele Ordon„ nantie geapprobeert. overzulx Pienaar
English
Pienaar, which estate is administered by the Reverend Board of Orphan Masters, will therefore also be delivered to the Orphan Masters, in order to be sold for the benefit of the Estate of the aforesaid Jacobus Pienaar. Beneath stood: At Cabo de Goede Hoop, day and year as above. Lower: Present to me, was signed: W: J: v: Runeveld, Adjunct Secretary. Wednesday, 29 July 1789. In the morning, extraordinary meeting, present the Honorable President Johannes Izaak Rhenius and all the Members, except Mr. Maasdorp due to indisposition. The Honorable President, having brought to the attention of the Council that he had convened this meeting at the express request of the Honorable Independent Fiscal, the said Independent Fiscal then presented a memorial accompanied by four annexes, reading as follows: Showeth with due respect, Johan Nicolaas Steven van Lynden, Independent Fiscal of this Government. To the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope. That it having been denounced to the petitioner by the Colonel Commandant of the Regiment of Wurtemberg currently in garrison here, that the burgher Captain here, Pieter van Breeda, had indulged in conversations whereby the soldiers belonging to that Regiment were incited against their commanders and urged to mutinous actions; he, the petitioner, therefore found it necessary to make the requisite inquiries in that regard, in order to prevent all unpleasant consequences that might flow from such conversations. That from the statements obtained in that regard by the petitioner and annexed hereto, it has most clearly appeared to him that the aforesaid Pieter van Breda has so far forgotten himself as to deliberately start a conversation with some soldiers belonging to the aforesaid Regiment of Wurtemberg concerning the manner in which they, in his view, were treated by their respective commanders, and subsequently to prescribe to them in what manner the troops should conduct themselves in case those who had opposed their commanders should receive their well-deserved punishment. That furthermore it appeared to the undersigned from the said statements that those conversations were held by Pieter van Breda at two different times, namely just before and just after the mutinous actions which Your Honors know have taken place these days among the troops of Wurtemberg, and which actions, had minds not been calmed in time, could have had the most dreadful effect on the peace and tranquility of this place. That above all these considerations made the conduct of the oft-mentioned Pieter van Breda appear to the petitioner as highly dangerous to the peace and security, both of the Company in general, and of the troops of the aforesaid Regiment of Wurtemberg in particular; the more so since he, Pieter van Breda, having been appointed Captain of the burghery here, is bound by his oath to help prevent, quiet, and suppress all tumults and popular disturbances, and to promote good order as much as is in his power. That the petitioner, consequently judging himself obliged to initiate criminal proceedings against the aforesaid Captain Pieter van Breda on the aforesaid matter, and for that purpose to summon him in person before this Honorable Council, has found himself compelled to request the proper authorization for that purpose. Wherefore the petitioner takes the liberty to turn to Your Honors, respectfully requesting that Your Honors may be pleased to authorize him, the petitioner, to summon the said Pieter van Breeda to appear in person before Your Honors, in order to hear such criminal claim, as well as request or requests, as the petitioner shall then think fit, to answer thereto, and to proceed further as by law prescribed. Beneath stood: Which doing, etc. Was signed: N: S: van Lynden. In the margin: Exhibited in Court, 29 July 1789. Which, together with the aforesaid documents, having been read, the following decree was granted upon the said memorial: The Council authorizes the petitioner to cause the Captain of the Burghery Pieter van Breda to be summoned in person before this court. After which it was orally reported by Messrs. van der Riet and Smuts, that Their Honors having sat, in accordance with the order of the last ordinary court day, to hear the burgher Lieutenant Jonas Albertus van der Poel on such articles as were presented to him on the serving day by the Independent Fiscal; the said van der Poel had then continued to deny everything that was charged against him, so that from the side of the Independent Fiscal...
Dutch transcription
219 Tienaar welken boedel door het Eer „waarde College van weesmeesteren word geadministreerd, dus ook aan Heeren weesmeesteren, zal worden overgegeeven, om ten behoeve des Boedels van voorsz: Jacobus Pienaar verkogt te worden.— /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij present, /: was geteekend:/ W: J„ V: Runeveld Adj Secret Woensdag den 29 Julij 1789 's voordemiddags Extra ordinaire vergade„ „ring, present de E achtb: Heer president Johannes Zzaak Rhenius en alle de Leeden, dempto den Heere Maasdorp bij indispositie De E achtb: Heer Praesident, den Raade ter kennisse gebracht hebbende, Dat door den Collonel Commandant van het tans alhier guarnizoen houdende Regiment van wurtemberg aan den E: O: vertoonder zynde gedenuncieert geworden, dat de burger Capitain alhier Pieter van Breeda zig discoursen zoude hebben veroorloofd, waar„ door de tot dat Regiment behoorende soldaa„ „ten wierden opgezet teegen derzelver Bevelheb„ „beren, en aangespoord tot mutineuse be„ weegingen; hij vert: E:O: zig overzulx in de Vertoond reverentelijk Johan Nicolaas Steven van Lynden Jndependent Fiscaal deezes Gouvernement. Aan den Edelen achtbaaren Raade van Justitie des Cas„ „teels de goede Hoop. dat zijn E Achtb: deese vergadering op expres requisit van den E Achtb: Heer Jndependent Piscaal had doen beleggen, wierd toen door den ged=ten Heer Jndependent Fiscaal overgelegd een vertoog gemunieert met vier bylaagen duij„ „dende het zelve vertoog aldies. dat nood 218 220 221 noodzakelykheid heeft bevonden, daar „omtrent de nodige informatien te neemen ten eynde alle onaangenaame gevolgen, die uyt dergelyke discoursen zouden kunnen voortsloeijen te prevenieeren. Dat Uijt de dientweegen door den E: O: vertoonder ingewonnen en ten deesen geannexeerde verklaringen, aan denzelven ten klaarsten is komen te blyken, dat voorm: Pieter van Breda, zig zelven in zo verre heeft kunnen vergeeten, om opsettelijk een discours te entameeren; met eenige tot voorschreeve Regiment van wurtenberg behoorende soldaaten, over de wijze waarop dezelve naar zijn begrip door hunne resp„e bevelhebberen, wierden behandelt, en vervolgens aan dezelve voor te schryven, op welken voet het volk zig moest gedraagen, ingevalle die geene, welke zig teegen hunne bevelheb„ „beren hadden aangekant derzelver welverdiende straffe zoude erlangen. Dat voort den ondergeteekende, Uijt de gemelde verklaringen is ge„ bleeken, dat die discouren door Pieter Dat vooral deese Consideratien de handelwijze van meermelde Pieter van Breda aan den E: O: vert: ten hoogsten gevaarlyk voor de rust en veyligheid zo van de Maatschappij in het gemeen, als van 'tt volk van voors: regiment van wur„ „temberg in het bijzonder hebben doen voorkomen; te meer daar hij Pieter van Breda tot Capitain der burgerije alhier aangesteld zijnde, ingevolge zijn Eed: verpligt is, alle tumulten en populaire bevoerten te helpen voorkoomen, stillen en ter neder leggen, en goede order zo veel in zijn ver„ mogen is te bevorderen. van Breda zijn gehouden op twee diffe„ „ren te lyden, te weeten even voor en even na de mutineuse beweegingen, welke aan UE E achtbaare bekend is, dat deezer dagen onder 't volk van wurtemberg hebben plaats gehad, en welke beweegingen, zo de gemoede „ren niet bij tijds tot bedaaren waaren ge„ „bragt geworden, van de allerschroomlykste Uytwerking, voor de rerst en Tranquiliteit deeser plaatse zouden hebben kunnen zijn, van 222 223 Dat de vertoonder R:O: zich overzulx vepligt oordeelende, ter zaake voorschreeve tegen den voornoemden Capitain Pieter van Breda Crimineele proceduures te en tameeren, En tot dat eijnde denzelven in persoon te doen dagvaarden, voor dee„ „sen Edelen achtbaaren Rade, genoodzaakt is geworden daartoe behoorlyke qualifi„ „catie te verzoeken. — Weshalven de R: O: vertoonder de vrijheid neemt, zig te keeren tot Uwel„ Edele achtb: met gepasten Eerbied verzoe „kende, dat U EE achtbare hem vertoon „der R:O: gelieve te qualificeeren, omme den gem: Pieter van Breeda te dagvaar„ den, omme in perzoon voor UEE Achtb: te compareeren, ten eynde te aanhooren zodanigen Crimiheelen Eysch, mitsgaders verzoek ofte verzoeken, als de vert: R: O: als dan zal komen goed te vinden, daarop te antwoorden en voort te procedeeren als na regten. — /:onderstond: T welk doende &„a /:was geteekend:/ Waarna door de Heeren van der Piet en smuts bij monde wierd gerapporteerd, dat Hun EE gevaceerd hebbende, omme ingevolge appoinctement van laatstleeden ordinaire rechtdag den burger Lieutenant Jonas Albertus van der Poel te horen op zodanige articulen, als hem ten dage die „nende, door den Heer Jndependent Fiscaal waaren voorgehouden; gerepten vander Poel, als toen al het geene hem was ten lasten gelegd, hadde blijven ontkennen, Jn„ voegen dat van de zijde van den E: O: hug„ De Raad qualificeert den E: O: vertoonder, omme den Capitain der Bur„ gerij Pieter van Breda voor deese vierschaar in persoon te mogen doen dagvaarden. N: J Van Linden /:in margine:/ Exhi„ „bitten in Judicio den 29 July 1788. G Met welk neevens voorschreeve stuk „ken geleesen zynde, is op het zelve ver „toog het volgende decreet verleend. — N: gede
English
224 235 it having been declared that the given responses of the said van der Poel were framed in such a manner that he could be admitted to an ordinary trial: Their Honors, therefore, by virtue of the authority granted by this Council, had discharged the repeatedly mentioned Jonas Albertus van der Poel from his provisional detention and received him into an ordinary trial, as well as admitted him to plead by procurator; with the addition that the said van der Poel had, among other things, also insisted before Their Honors that on account of his poverty he might be served pro Deo, and requested whether it might be the Council's pleasure to assign to the same van der Poel, for the defense of his case, the burgher Jacobus van Leeuwen, who practices before this court of justice as a procurator. Which action of the commissioners having been confirmed with the Council's approval, the request made by the aforesaid van der Poel was likewise granted, and consequently the necessary authorization was granted to the burgher Jacobus van Leeuwen to serve the aforementioned van der Poel in this case pro Deo. Underneath stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: W. C. van Rijneveld, Adjunct Secretary. Thursday the 6th of August 1739, in the forenoon. Present the Honorable Johannes Isaac Rhenius, President, and all the Members, except the gentlemen Ronnenkamp and Gie, due to indisposition. The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, Prosecutor ex officio, against The Burgher Captain Pieter van Breda, defendant in person, to the end of answering for holding certain seditious conversations with the soldiers of the Regiment of Württemberg garrisoned here, specifically named Johan Michael Kalmbacher, Jacob Krieger, and Joseph Schligter, and to hear such claim and conclusion, or request or requests, as the Prosecutor ex officio shall see fit to make and take against him, the defendant, to answer thereto, and to proceed further according to law. The Prosecutor ex officio verbally gives to know beforehand that His Honor is sorry to see himself placed under the necessity, although the defendant in person also possesses otherwise a good reputation on account of his conduct, of nevertheless having to initiate this trial against him; and he subsequently requests, prior to making his claim, that the defendant may be ordered by interlocutory decree to answer to such interrogatories as shall be put to him on behalf of the Prosecutor ex officio before gentlemen commissioners. The defendant in person, on the contrary, requests to be allowed 24 hours of deliberation and a copy of the interrogatories, as well as to be received into an ordinary trial and admitted to plead by procurator. The Prosecutor ex officio advances thereupon that His Honor claims the right to enjoy the benefit of a summons in person, which is granted to the Fiscal office, and persists accordingly. The Council, rejecting the defendant's request, orders the defendant in person to answer to such interrogatories as shall be put to him, the defendant, before gentlemen commissioners. Subsequenly, at the request of the said Independent Fiscal, the gentlemen commissioners who shall serve for the interrogation of the aforesaid Breda are authorized, depending on the responses of the said Breda, to be able to receive him into an ordinary trial. The said Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lynden, Prosecutor ex officio in a criminal case, on the one side, against 1. Baatjoe of Bougies, slave of the burgher Jurgen Henning, 2. Februarij of Macasser, bondman of the Battalion Cook Jan Denner, 3. Batist of Madagascar, belonging to Grietje Bergh, 4. Baatjoe of Bougies, slave of the burgher Jan Theunis Mulder, 5. Theresia of Madagascar, female slave of the burgher Christoffel Groenewald, defendants in the aforesaid case, on the other side. The Prosecutor ex officio submits a written claim provided with 7 annexes, and says at the same time that, having also been brought into the jail yesterday, the slave Josie of Madagascar, belonging to the burgher Christoffel Groenewald, and Jan Batist, otherwise called Mattheus, slave of the burgher Pieter Magnus, who have likewise spent time among this plot, His Honor, because the time was too short to take proper interrogatories, had caused them to be examined by the Adjunct Fiscal, requesting that the aforesaid Jan Batist may be included in the conclusion taken by line concerning the first defendant, Baatjoe of Bougies, and the said Josie under that of the 3rd and 4th defendants, Batist and Baatjoe. The defendants, having heard the claim read, say that it is well. Such as above.
Dutch transcription
224 235 gedeclareerd zynde, dat de gegeevene respon„ „siven van gerepten van den Poel zodanig waaren Geconstitueerd, dat denzelven in een ordinaire proces kon worden toegelaaten: Hun EE Overzulx uyt kragte der door deesen raade verleende qualificatie, meergemelden Jonas albertus van der Poel hadden ontslagen Uyt zyne provisioneele detensie en ontfan„ „gen in een ordinaris proces, mitgaders ge„ admitteerd, om bij procureur te moogen Occupeeren; met byvoeging dat denzelven van der Peel, onder anderen ook bi hun EE hadde geinsteerd, om vermit zijn armoe pro„ „der te moogen bediend worden, en verzogt, of het van 's raads welbehagen mogte zijn, Idem van der Poel tot het defendeeren zijner zaake den burger Jacobus van Leeuwen die voor deeze regtbank als procureur portu„ „leerd toe te voegen. — Welke verrigting van gecommitt„s met 's Raads goedkeuring bekrachtigd zynde, is te gelyk ook in het door voorsz: van der Poel gedaan verzoek gecondescendeert, en gevolgelijk aan den burger Jacobus van Leeusen de nodige qualificatie te ver„ „leend, om meergedagte van der Poel De Jndependent Fiscaal de Heer R: O: Eysscher Geeft deezes gouvernement de E vooraf bij monde te kennen, dat het zijn Edele leed doet„ achtb: Heer Johan Nicolaas zig in de noodzakelijkheid ge„ steven van Linden r:O: „bragt te zien, om schoon den ged„ Eys„r in persoon, ook wegens zijn ge„ op ende Jeegens „drag, anderzints een goede re„ putatie heeft, egter dit proces te„ Den burger Capitain Pie„ „gens hem te moeten entameeren, „ ter van Breda ged„e in perzoon en doet vervolgens alvoorens ten eynde wegens het houden Eysch te doen, verzoek dat den van eenige opvoerige gesprekken ged„e bij inter locutoire dispositie met de soldaaten van het moge worden gecondemneerd Donderdag den 6 August 1739. s voordemiddags Present de E Achtb: Heer Johannes Paak Rhenius President, en alle de Leeden, demplis de Heeren Ronnen„ „kamp en gie bij indispositie in deeze zaak prodeo te moogen bedienen /:onderstond:/ Aan Cabo: de Goede Hoop die Aanno Ussupra /:lager / Mij present /:was geteekend:/ W: C„: van Rijneveld Aog. Seeret in alhier omme 226 227 omme te antwoorden op zo„ alhier guarnizoen houdend „danige Jnterrogatorien, als hem regiment van wurtemberg van weegens de E: O: Eips„s voor weeren gecommitteerdens zullen in name Johan Michael worden voorgehouden. - kalmbacher, Jacob Krie ger en Joseph Schligter te aanhooren zodanigen Eijne ende Conclusie dan wel ver„ =zoek ofte verzoeken als de E: C: Eysscher zal goedvinden tegen hem ged„e te doen en te neemen, daarop te antwoor„ De Heer E: O: Riss„ ad„ „den en voort te procedeeren vanceerd daarop, dat zijn Ed: als na rechten. vermiend te mogen Jouisseeren van het profijt van dagvaarding in perzoon (aan het officii Fiscaal is toegestaan, en persisteerd over„ De Raad des ged„e versoek van de hand wijzende, Condemneerd den ged„e in persoon omme te antwoorden op sodanige Interro„ gatorien, als hem ged„e voor Heeren gecommit„ „teerdens zullen worden voorgehouden. Zynde vervolgens op het verzoek van gemelde Heer Jndependent Fiscaal Heeren gecommitteerdens, dewelken tot het verhoor van voorsz: Breda zullen valeeren; geauth De ged:e in persoon ver„ zoekt daaren tegen te mogen hebben 24 uuren beraad en Copij der Jnterrogatorien, mit„ „gaders te worden ontfangen in een ordinaris proces, en geadmitteerd om bij procureur te occupeeren. - Gemelde E Achtb: Heer Jnde de Heer E: O: Eipss„r legd over een pendent Fiscaal deeses Gouveer schriftelijken tesch gemunieerd met 7 bylaagen, en zegd tevens „nement Johan Nicolaas dat op gisteren meede in den steven van zynden E: O: Eyss=r Tronk gebragt zijnde, de slaaf in Cas Crimineel ter eenre Josie van Madagascar, toebehoo„ „rende den burger Cristoffel Contra groenewald en Jan Batist Baatjoe van Bougies slaaf anders Mattheus genaamt, slaaf van den burger Jurgen Hen¬ van den burger Pieter Magnus ning dewelken zig meede onder dit Complot hebben opgehouden, zijn 2/ Februarij van Macasser E: Achtb: dezelven, vermit de Tijd Lyfeygen van den Bataillons te kort was, om behoorlyk Jnter„ Kok Jan Denner rogatoria te neemen, door den 3/ Batisl van Madagascaw adjunct Fiscaal had doen exami „neeren, verzoekende dat voorsz: toebehoorende Aan Graitje Bergh Jan Batist moge gecomprehen„ 4 Baatjoe van Bougies slaaf „deert worden, in de bij lynt geno„ van den burger Jan Theunis „mene Conclusie nopens den eerste Mulder ged„e Baahjoe van Bougies, en gerepten Josie onder die van de 5/ Theresia van Madagascar 3 en 4 Ged„ Batist en Baatjoe slavin van den burger Christof„ De ged„e en ged„ den Eysch „fel Groenewald ged: en Ged. in hebbende hooren leezen zeggen voorsz: Cas ter andere zyde. dat het wel is. geauthoriseerd, om na mate van de res„ „ponsiven van gemelde Breda, denzelven in een ordinaris proces te kunnen ontfan„ „gen. zulx als boven.
English
228 229 The Council, after considering everything that merited reflection and could move Their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemned the defendant and defendants, as Their Honorable Worships condemn the same by these presents, to be punished by the Caffers with rods, the first and seventh defendants, Baatjoe of Bougies and Jan Batist, otherwise named Mattheus of Bourbon, for the term of two years, the second defendant, Februarij of Macasser, for one year, and the fifth, fourth, and sixth defendants, Batist of Madagascar, Baatjoe of Bougies, and Josie of Madagascar, to be riveted in irons for three months, and, with the aforesaid female slave Theresia, to be returned to their masters or mistresses; while paying the costs; the Council also ordering that the prisoners shall immediately be sold, leased, or placed for residence in the outer districts by their respective masters, with this express stipulation, that none of them shall ever be permitted to come again to this principal place. The Honorable Independent Fiscal, plaintiff ex officio in criminal cases, on the one part, against Cassiem of Batavia, slave of the burgher Jacobus Johannes van den Bergh, defendant and prisoners in the aforesaid case, on the other part. The plaintiff ex officio produces a written claim, furnished with annexes, concluding as in the end thereof. The defendant and prisoner, having heard the conclusion read, persists in his confession. The Council keeps this matter under advisement for circular reading. Below stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed, W. J. v. Rijneveld, Acting Secretary. 230 231 Thursday, the 20th of August 1789. In the forenoon, present the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and all the Members, except Mr. Maasdorp due to indisposition. It was brought to the knowledge of the Council by Mr. van der Riet, who has acted with Mr. Maasdorp, that in accordance with the interlocutory disposition of the last ordinary court day, to hear the Captain of the Burgher militia Pieter van Breda upon such interrogatories as were put to him on behalf of the Honorable Independent Fiscal; that the aforesaid Breda, in his answers, continued to deny everything that the soldiers Kalmbacher, Krieger, and Schligter had deposed to his charge, and the officer present at the examination had declared that he was willing to allow the person interrogated to be admitted to ordinary proceedings, Their Worships therefore, pursuant to the qualification contained in the resolution taken regarding this on the last court day, had released the said van Breda from personal appearance and admitted him to ordinary proceedings, which was confirmed with the Council's approval. The Honorable Independent Fiscal of this government, Johan Nicolaas Steven van Sinden, plaintiff ex officio, on the one part, against the former burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel, defendant, on the other part; in order to hear such written claim and conclusion as the Independent Fiscal ex officio shall see fit to make and take against him, van der Poel, concerning contempt committed against the Honorable Council of Justice, and in particular its President, the Honorable Johannes Izaak Rhenius, together with the insult to his brother-in-law, the burgher Johannes Paulus Eksteen, to answer thereto, and further to proceed as according to law. The plaintiff ex officio hands over his written claim, to which are attached 17 annexes, concluding as in the end thereof. The defendant requests a copy of both, in order to serve his answer four weeks from today. The plaintiff ex officio says he has no objection to that, but nevertheless, since the ordinary term is 14 days, cannot conceive why the defendant needs so much time, other than merely to delay this matter, and requests that the defendant may be enjoined, if he cannot give lawful reasons why he requests an extension, to serve his answer at the usual time. The defendant leaves this to the Council's judgment.
Dutch transcription
228 229 De Raad na overweeging van al het geene reflectie meriteerde en Hun E Achtb: konde doen moveeren Recht doende uijt naam en de van weegens de Hoog„ „moogende Heeren staaten generaal der verEenigde Nederlanden de ged„ en ged„e gecondemneerd, gelyk hun EE achtb„e dezelven Condemneeren mit deesen, om door de Caffers met roeden gestraft zynde, de eerste en zevende ged: Baatjoe van Bougies en Jan Batisl, anders Mat„ „theus van Bourbon genaamt, voor den Tijd van twee Jaaren, den 2„e Ged„ Februarij van Macasser voor een Jaar, en de V: 4, en E gedr. Batist van Madagasear, Baat„ „joe van Bougies en Josie van Madagaseur yser voor drie maanden in de ijzers ge„ „klonken, en met voorsz: slaiin Theresia aan hunne Lycheeren of Lyfvrouwen te rug gezonden te worden; mit betaalende de kosten; ordonneerende de Raad teffens dat de gevangenen terstond door dezelver respective Sycheeren, in de buijten dis„ „trieten zullen verkogt, verhuurd of ter woon geplaatst worden, met deese express bepalinge, dat geene derzelver ooijt weder De Raad houd deeze zaak ter rondlee„ „zing in advip. /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et anno Ut„ supra /:laager:/ Mij present /:was geteekend/ W: J: V: Rijneveld: Ag. Secret Donderdag opende Jeegens Cassiem van Batavia Lijf„ Eygen van den burger Jacobus Johannes van den Bergh ged„te en ged„e in voorsz: Caster andere zyde. aan deeze Hoofdplaats zal vermogen te komen Meergem: E Achtb: Heer Jndepen„ de Heer E: O. Eips: produceert „dent fiscaal E: O: Eyss„t in Cas eenen schrifteliken Eijnh gemu„ „nieert met bijlaagen, Concludeeren„ Crimineel ter eenre „de ut in sine van denzelven: de ged„e en ged„e de Conclu„ „sie hebbende hooren leezen, blyft bij zijne Conffessie persisteeren. aan e 230 231 Donderdag den 20 Aug:s 1789. 's voordemiddags praesent de E achtbaare Heer Johannes Zaak Rhenius praesi„ „dent en alle de Leeden, dempto den Heere Maasdorp bij indispositie. Wierd door de Heer van der Riet dewel„ „ke met den Heere Maasdorp heeft gevaceerd, omme ingevolge Jnter tocutoire dispositie van laatstleeden ordinaire regtdag den Capi„ „tain der Burgerije Pieter van Breda te hooren op sodanige Jnterrogatorien, als hem wegens den E Achtb. Heer Jndependent Fis„ „caal zijn voorgehouden, den Raade ter ken„ „nisse gebragt; dat daar voorschreeve Breda bij zijne responsiven, al het geene de sol„ „daaten kalmbacher, krieger, en schligter, ten zijnen laste hadde gedeposeerd, was, blyven ontkennen, en den presenten officier by het verhoor gedeclareerd had, wel te mogen leijden, dat den geinterrogeerde wierde ontfangen in een ordinaris proces, Hun EE overzulx ingevolge de qualificatie vervat, bij het op laatstleeden regtdag diesweegens genoomen besluit, gerepten van Breda hadden De E achtb: Heer Jndependent E de Heer R: O: Cipf:r regd Over Fiscaal deeses gouvernements zynen schriftelyken Expil; waarbij gevoegd zijn 17 bylaagen; Concludee„ Johan Nicolaas Steven van rende tot in fine van denzelven. zinden E: O: Eyscher ter eenre De Ged„e verzoekt van het op ende Jeegens een en ander Copie, ten einde hee„ „den over vier weeken te dienen den oud burger Dieutenant van antwoord: Jonas Albertus van der Poel de Heer E: O: Eysscher zegd ged„e ter andere zijde; ten eynde „daar niet teegen te hebben, maar egter, vermit het ordinaire ter„ te aanhooren zodanigen schrif„ „mijn is 14 dagen, niet te kunnen „telijken Eijsch en Conclusie, als den bevroeden, ten welken einde de ged„ Jndependent Fiscaal E:O: over zo, veel tyd nodig heeft, anders als om deeze zaak maar te dilayeeren, hoon den E achtb: Raade van en verzoekt dat den ged: moge Justitie, en inzonderheid des„ geinjungeert worden, om zo hy „selvs president de E Achtb: geene wettige motiven weet op te geeven, waarom hij attermi„ Heer Johannes Izaak Rhe„ „natie verzoekt op den gewoonen „nius aangedaan, mitgaders tijd te dienen van antwoord over 't queten van, desselvs De ged„e laat sulx aan Zwager, den burger Johannes :Paulus Eksteen, te raade zal worden tegens hem van der Poel te doen en te neemen, daarop te antwoorden en voort te precedeeren als na regten. — ontslagen, van de perzoneele Comparitie en ontfangen in een ordinaris proces. – 2 gunt met 's raads approbatie is bekrachtigd. ontslagen te G s Raads oordeel.
English
Thursday, September 3, 1739. In the forenoon, present the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and all Members, except Mr. Maasdorp by indisposition. At the Cape of Good Hope, on the day and year as above. Below was written: In my presence, signed: WJ van Rijneveld, Sworn Secretary. The plaintiff in person submits his written statement of response. The Honorable Independent Fiscal, Plaintiff, produces a written claim furnished with appendices. The aforesaid Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, Plaintiff ex officio, Against Citizen Captain Pieter van Breda, Defendant, to the end that, on account of having held certain conversations with the soldiers of the regiment of Wurtemberg garrisoned here, namely Johan Michael Kalmbacher, Jacob Krieger, and Joseph Schillinger, he see himself served with a written claim to answer thereto, and further to proceed as according to law. Citizen Bernhardus de Vaal, legitimizing himself with a general power of attorney granted to him by the defendant, requests to know beforehand who the denouncer or accuser in this matter is, adding that in case the Colonel of Wurtemberg acts as the accuser, the same may then be condemned to post security for the costs to be incurred in this matter. The Honorable Plaintiff ex officio, having replied thereto, that his Honor does not consider himself bound in any way to declare himself on this request of the defendant in his capacity, since his Honor acting ex officio in this matter against the defendant has grounded his claim on such evidence as is required thereto in law. The defendant in his capacity thereupon requested leave to take legal action, to the end of summoning the Colonel of Wurtemberg before this court, since the officer upholding the right of the supreme authority is rarely condemned in costs, and that the Court may also be pleased to grant him, the defendant, a copy of the documents submitted by the Honorable Plaintiff, Citizen Bernhardus de Vaal, as attorney of the Captain of the Burgher militia, the valiant Pieter van Breda, The Honorable Defendant ex officio requests a copy thereof in order to serve a statement of response thereto fourteen days from today. The Court grants the defendant a copy and time to serve a statement of response, and rejects the remainder of the request for the present. Underneath stood: In order to serve a statement of response thereto fourteen days from today. The Court grants the defendant the requested copy in order to serve a statement of response within 14 days. Fourteen days from today to serve a statement of reply. The Independent Fiscal, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, Defendant, to see served against his submitted claim, Against The Court grants the Honorable Defendant the requested copy and time to reply. Citizen Jacobus van Leeuwen, as attorney of the Burgher Lieutenant, the valiant Jonas Albertus van der Poel, Plaintiff, Against The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, Defendant, to hear a request for an extension of the term. The plaintiff submits the following petition. To the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and the further Honorable Council of Justice of this Government. Honorable President and Honorable Gentlemen. Shows with all dutiful respect, your Honors' very humble servant, the undersigned Citizen Jacobus van Leeuwen. That he, petitioner, was several times requested to defend in court such criminal proceedings as the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, was about to institute against the former Burgher Lieutenant, the valiant Jonas Albertus van der Poel. That he, petitioner, hesitated to consent to the aforesaid request, in view of the complications which can mostly flow from such proceedings as consequences, and in case of triumph might once heavily rebound on the head of the defender in his capacity, and not only this. But also so as not to expose himself, in case he might unexpectedly happen to fail, to the unfounded slander and accusations of others, he had excused himself therefrom. That from the documents handed to him, and especially from the Extract from the Criminal Roll dated July 29 last, it had become apparent to the petitioner that although he would very gladly have seen himself excused from defending this dispute, the defense thereof had been enjoined upon him by resolution of this Honorable Court. That the petitioner has never been sworn in as an attorney, he therefore trusts on the basis of such to be able and permitted to excuse himself on this account. Yet to comply with the above-mentioned revered resolution, he shall then, in obedience to your Honors, take the aforesaid defense upon himself pro deo, and concerning this, according to his duty and conscience and his best knowledge, with all fitting propriety, contribute all that can in any way serve the defense of the matter in dispute. Only with this fair request, as the petitioner trusts, that it may graciously please your Honors to grant him also for his defense.
Dutch transcription
233 de regt legd over zijn schriftuur van antwoord de Heer R: C: Eiss„r produceert Voorm: E Achtb. Heer Jn de pan„ eenen schriftelyken Eysch gemu„ „dent Fiscaal Johan Niculaas nieert met bylaagen. steven van zijnden E: O: Eyf„ de Burger Bernhardus de vaal zig legitimeerende met eene op ende Jeegens door den ged: op hem verleedene ge„ „neraale procuratie, versoek vooraf den burger Capitain Pieter van te moogen weeten, wie denunera, Breda ged„e ten einde wegens het „teur of aanklaager in deeze zaak voeren van eenige gesprekken is ? met byvoeging dat ingevalle de met de soldaaten van het alhier Collonel van Wurtemberg zig als guarnizoen houdend regiment aanklaager gedraagd, denzelven als dan moge worden gecondemneerd; van wartemberg in name cautie te stellen voor de in deesen Johan Michael Kalmbacher te vallene kosten. Jacob Krieger en Joseph Schillig„ de Heer E: O: Eyss„r dagh „ter te zien dienen van schrif„ op gerepliceerd hebbende, dat zijn „telijken Eisch daarop te antwoor„ E achtb: geenzint meend gehouden te zijn zig op dit verzoek van den dan en voortz te procedeeren ged: qq te declareeren. daar zijn E als na regten. in deesen teegens den ged„e E: O: ageerende zijnen Eijnh op zodanige bewijzen gegrond heeft, als daar toe in regten gerequireerd worden. - Heeft de ged„e qq daarop verzogt veniam agendi, ten einde vermit den officier het regt der hooge overheid waarneemende zeldzaam in „de kosten word gecondemneerd, oversulx den Collonel van wurtemberg voor deeze regtbank te doen dagvaarden, en dat den Raad aan hem ged„ te gelyk gelieve te verleenen Copie, der door den E: E: Eys„r ingediende De Burger Bernhardus de vaal als gemagtigde van gemunieert met bijlaagen den Capitain der Burgerje de Heer E:O: Gereg:s ver„ de Manh. Pieter van Breede zoekt daarvan Copie ten einde Donderdag den 3 Septemb:r 1739. 's voordemiddags present de E Achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius president, en alle de Leeden, dempto den Heere Maas„ „dorp bij andirpositie Aan Cabo de goede Hoop die A anno Utsupra. /:lager:/ Mij present /:was geteekend:/ WJ van Rijneveld: Nog: Secret. De Raad verleend den ged„e Copia en dag om te dienen van antwoord, en wyst het verder verzogte voor als nog van de hand.— /onderstond:/ omme daarop heeden over veerthien dage te dienen van antwoord. — De Raad accordeert den ged„e de verzogte Copia ten einde over 14 dagen te dienen van antwoord. stukken heeden regt„ 232 8 235 heeden over veerthien dage te dienen regt van Amtraard. replieq. den Jndependent Fiscaal de E achtb: Heer Johan Nieo„ „laas steven van Lynden gereg: omme op deszelfs inge„ diende Eysch te zien dienen contra De Raad accordeert de Heer Gereg„e de versogte Copia en dag om te repliceeren.- De Burger Jacobus van Leeuwen als gemachtigde van den burger Lieutenand de manhafte Jonas Alber„ „tus van der Poel regt Contra den Jndependent Fiscaal deeses Gouvernement de E Actbb: Heer Johan Nieo„ „laas Steven van Lijnden Geeft met allen pligtschuldi„ gereg„d omme te hooren ver„ „gen Eerbied te kennen, uwer „zoeken atterminatie van welEdele achtb: zeer nederi„ Termijn. — „gen dienaar den ondergeteken„ „den burger Jacobus van Leeuwen. — Hoe dat hij supp„t verscheydene maalen was verzogt, omme Aan den WelEd: Achtb: Heer Johannes Zaak Rhenius president, ende verdere E Achtb. Raade van Justitie deezes gouvernement. WelEdele achtb: Heer en E E Heeren. de regte legd over het volgende request. Dat de supp„t bij de hem ter hand gestelde documenten, en wel specialijk bij Extract uit de Crimineele regtrolle, sub dato 29 July Jongstl: was komen te blijken, dat hem /: hoewel hij zeer gaarne / van het defendeeren deeser questie zig had geexcuseerd gezien bij besluit van deesen E: Achtb: Raade de defensie derzelver was geinjungeerd. Dat den suppt als Procureur nooijt is beeedigt, hy derhalven vertrouwt, zig desweegen op fundament van sulx te konnen en mogen Exuseeren. . . dog om aan het bovengem: gevenereerde besluijt te voldoen zal hij dan ter obedientie uwer welEdele achtb: de voorsz: defensie prodeo over zig neemen, en daaromtrent volgens pligt en Conscrentie zyn beste kennisse; met alle gepaste decentie, alle het geene te Contribu„ „eeren, dat maar eenigzint ter defensie der zaak in questie dienen alleen met dit /:zo den supp„t vertrouwd :/ billyk verzoek dat het uwelEdele achtb: goedgunstig mooge behage, hem dan ook ter Maar ook om ingeval hij onverhoopt mogte komen te suecumbeeren, aan de ongegronde naspraak en accusatien van ande„ „ven, zig niet te exponeeren, hem daarvan hadde geexcuseerd. - dat hij supp„t difficulteerde in de voorschreeve aanzoek te consenteeren, uijt aanmerkinge der fleterisuures, welke meeren„ „deels uijt zodanige procedures, als gevolgen kunnen koomen te pro„ „flueeren, en in Cas van Triumph Coel eens zeer gevoelig op 't hoofd van den defensor qq redundeeren, en dit niet alleen. — on regten te defandeeren zodanige Crimineele proceduures, als den Jndependent Fiscaal deezes gouvernement de E achtb: Heer Johan Nicolaas Steven van Lijnden op ende jeegens den Oud Burger Lieutenant de manh Jonas Albertus van der Poek stond te enta„ „meeren. — zijner 234 van antwoord. kan.
English
236 237 And whereas the petitioner, owing to the brevity of the current term, has found himself unable to acquire the necessary evidence, furthermore to grant him an extension of the term until two weeks from today. And furthermore to dispose in this matter in such manner as your Honorable Worships shall find to be in accordance with reason and equity. below stood: Doing which etcetera was signed: J: van Leeuwen, in his capacity in the margin: Exhibited in Court on 3 September 1789. Which having been read, the Honorable Officer the Respondent thereupon put forward that, as regards the requested extension, his Honorable Worship left this to the judgment of the Council, and concerning the further request, the representative in his capacity, provided he remains within the bounds of discretion before this Council and toward those with whom he has to deal, will likewise not find himself exposed to any unpleasantness. The Council grants the petitioner an extension until 14 days from today, and trusting that the petitioner in his capacity will conduct the defense of his principal in no improper or indecent terms, accordingly consents to what is further requested in his petition. Subsequently there was submitted today the report of the merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, the At the Cape of Good Hope, the day and year as above lower: In my presence was signed: WJ van Rijneveld: Secretary. below stood: Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, which, pursuant to the provisional apostil dated 25 June last, was demanded of the aforesaid Landdrost upon the petition presented on that day by the wife of the fugitive David Malan, David's son, together with his father, mother, brothers, and brothers-in-law; which report was approved to be circulated for reading among the respective members, along with the petition just cited. his discharge, against all claim and demand whatsoever that might or could in any way flow from this matter, against anyone who should wish or attempt to do so, graciously to protect. 238 Today, 16 September 1789. The Honorable Officer the Prosecutor submits a written claim provided with appendices. The defendant and prisoner says thereupon to request a merciful punishment. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Worshipful Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except the Messrs. Ronnenkamp and Maasdorp, the first-mentioned due to other business and the last-mentioned due to indisposition. The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Worshipful Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, Officer, Prosecutor in Criminal Case, on the one part, Thursday 10 September 1789. The Council holds this matter for advice by circular reading. below stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above lower: In my presence was signed: UJ van Rijneveld, Assistant Secretary. The burgher Barend Mijer, defendant and prisoner in the aforesaid case, on the other side. against It having been communicated by the undersigned by order of the Honorable Worshipful President, upon polling the respective members of the Council, that the Messrs. Ryno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Mijer, as commissioners of the month, had brought to the knowledge of his Honorable Worship that when the Honorable Worshipful Independent Fiscal yesterday had convened a commission in order to have the depositions passed by the soldiers of the regiment of Wurtemberg, Johan Michael Kalmbacher and Joseph Schligter, in the trial of the Captain of the burgher Invalids here, Pieter van Breda, and exhibited in Court by the said Independent Fiscal together with a written claim on 21 August last, recollected, and that in order by this means, however much the said depositions are consonant in the essentials of the matter, to clear away a certain contrariety which is nevertheless found in them: Kalmbacher having stated in his depositions that the aforesaid Breda
Dutch transcription
236 237 En vermit den supp„t wegens de kortheid van het loopend termijn zig buijten staat gesteld heeft gezien, de nodige bewyzen te acquireeren, hem daar en boven ter verleenen atterminatie van Termijn, tot heeden over twee weeken. — Ende voort op het een en ander zodanig te disponeeren als UwelEd: Actb: na reeden en billykheid zullen vonden te behooren. — /:onderstond:/ 'T welk doende &:a /: was geteekend:/ J: van Leeuwen qq /:in margine:/ Exhibitum in Judicis den 3 September 1789. — Het welk geleezen zijnde, advanceerde den Heer E:O: Gerequireerde daarop, dat wat Oxtrof de verzogte atterminatie, zijn Ed: achtb: sulx aan 's raads oordeel overliet, en betrekkelijk het verdere verzogte, den 99 regt„ ingevalle hij maar blijft in de termen van discretie voor deesen Raaden en de geene met wien hij te doen heeft, zig als dan ook aan geene onaangenaam heeden kan geexponeerd zien. — De Raad verleend den req:s atterminatie tot heeden over 14 dagen, en vertrouwende dat den q9 requirant de defensie van zijn p„s in geen onbehoorlyke of indecente termen doen zal, Condescendeert oversulx in het verder bij zijn requeste verzogte. Vervolgens is op heeden ingediend het bericht van den koopman en Landdrost der Colonien stellenbosch en drakenstein de Aan Cabo de goede Hoop die et anno utsupra /:lager:/ Mij present /:was geteekend:/ WJ van Rijneveld: Nog: Peerer. /:onderstond:/ Heer Hendrik Lodewijk Bletterman het welke ingevolge de provisioneele appostille in dato 25 Junij Jongstl: gevallen, op het te dien dage door de Huijsvrouw van den voortstugten „den David Malan davidz:, beneevens desselvs vader, Moeder, Broeders en Zwagers gepresenteerd request van voorsz: Landdrost is gevordert; welk beruht goedgevonden is, nevens het even aange„ „haalde request bij de resp„e Leeden te doen rondleezen. — zijner decharge, tegens alle op en aanspraak, welke maar eenig„ „zint uijt deeze zaak zoude kunnen of moogen priflueeren, tegens een ieder die sulx zoude willen ofte moogen attenteeren gradieuselijk te e Onderbag Heer protogeeren. — 238 Huijden den 16 September 1789. de Heer R: O: Eiss„r legd Over een schriftelijken Eysch ge„ munieert met bylaagen de ged„ en ged„ zege daarop een genadigd straf te verzoeken. 's voordemiddags Extra ordinaire vergade„ „ring present de E Achtb: Heer Johannes Isaak Rhenius Prasident en alle de see„ den, demptis de Heeren Ronnenkamp en Maasdorp, de eerstgem: bij occupatie en laasstgem: bij indispositie De Jndependent Fiscaal deeses Gouvernement, de E achtb: Heer Johan Nicolaas Steven van zynden 6:O: Eyss„r in Cas Crimineel ter eenre Donderdag den 10 Septb:r 1789 De Raad houd deeze zaak ter Rond„ „leering in advijs /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die At anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend UJ van Rijnaveld Adj Secret Den burger Barend Mijer ged:e en ged:e in voor„ schreeve Cas ter andere zide. op ende jeegens Door de ondergeteekende ter ordre van den E: achtbaren Heer praesident bij omvraag aan de respective Leeden des Raads gecommuni„ „ceerd zynde, dat de Heeren Ryno Johannes van der Riet en gerrit Hendrik Mijer als gecommitteerdens van de maand, aan zijn E Achtb: hadden ter kennisse gebracht, dat wanneer den E achtb: Heer Jndependent Fiscaal op gisteren had doen beleggen eene Commissie, ten einde de verklaaringen door de soldaaten van het regiment van wur„ „temburg Johan Michael kalmbacher en Joseph Schligter, in het proces van den Cas„ „pitain der burger Jnvalides alhier Pieter van Breda, verleeden, en door welgemelde Heere Jndependent Fiscaal, neevens een schrif„ „telijken Eynch op den 21: august Jongstleeden en Judieie geexhibeerd, te doen recolleeren ende zulx om door dien weg hoe zeer gem: verklaaringen in 't Essentieele der zaak Consonant zijn egter nog zeekere Contrariteit welke in dezelve gevonden word, Uyt den weg te ruijmen: als hebbende kalmbacher in zijne depositien opgegeeven, dat voorsz: Huijden Breda - E
English
the Officer of Justice, Plaintiff, having served his reply, [stated that] Breda was alleged to have said that he had heard that the Wurtemburg detainees would run the gauntlet; whereas Schligter nevertheless declared in this regard that he and Kalmbacher, upon Breda's question as to how matters stood with the Wurtemburg detainees, had answered they will perhaps have to walk the plank or run the gauntlet; but as their Honors, in view of the fact that the depositions had already been produced in court, and the same therefore also according to local custom by order of the Council, after the parties shall have renounced further productions, ought to be re-examined and confirmed under oath, had raised a difficulty about proceeding to the re-examination of those depositions without prior knowledge or preliminary advice of the Honorable President; so, upon the proposal made by me, the undersigned, in the name of the Honorable President to the members of the Council, whether, seeing that by re-examining those depositions in the presence of the party no grievance or prejudice is caused, their Honors might agree with His Honor to grant the commissioners authority to re-examine the aforementioned depositions, the majority of the respective members concurred with this proposal; so that the commissioners have also been duly authorized thereto by extract hereof. Underneath stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Below: In my presence, was signed: W. J. van Ryneveld, Secretary. Thursday, 17 October 1739, in the forenoon, present the Honorable Johannes Izsaak Rhenius, President, and all the members except Messrs. Maasdorp, Van Echten and De Wet, the first mentioned due to indisposition and the latter two due to other occupations. The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Prosecutor, against The burgher Captain Pieter van Breda, Defendant, to see served a reply to his submitted answer. The burgher Berkhardus de Vaal, as attorney for the defendant, requests a copy thereof, furnished with an annex, in order, after reading the same and if deemed necessary, to duplicate fourteen days from today, or else to renounce. The Council: Granted. The burgher Jacobus van Leeuwen, as attorney for the burgher Lieutenant, the valiant Jonas Albertus van de Poel, Claimant, against The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer of Justice, Defendant, to see served an answer to his submitted claim. The burgher Jacobus van Leeuwen submits his written statement of answer supported by documents as annexes, of which the Officer of Justice requests a copy, in order to serve his reply fourteen days from today. The Council grants the Officer of Justice the requested copy and a day to reply. The aforementioned Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer of Justice, Plaintiff, against The burghers Hendrik Tulkes, Carel Hendrik Martheze, currently residing here, and the free woman Elsje van de Caab, Defendants, to the end that, in view of the non-payment of the fines for which they were cited by Commissioners from the Honorable Council of Justice for not keeping the streets clean in front of their respective houses, pursuant to the general placard, execution may be decreed against them. The Officer of Justice, Plaintiff, requests, on account of the non-appearance of the aforementioned two defendants, a default against them, and that for the benefit thereof, since they, as well as the defendant Carel Hendrik Martheze who appeared, persistently remain unwilling to pay the aforementioned fines for not keeping the streets clean, notwithstanding the repeated warnings of the court messenger, immediate execution may be decreed against them. The court messenger, entering, reports that the first and last defendants have not appeared. The defendant Carel Hendrik Martheze says thereupon in his excuse that he would by no means have been unwilling, if he were convinced that the dirtiness of the street, for which he was cited in a fine of 8 Rds., was caused by his doing or even by his negligence, but that he himself had spent much on putting in order and keeping clean the said street, without having been able up to now to keep it neat and clean, considering that not only does the frequent traffic of wagons contribute much thereto, but even also the greater dirt and refuse from the silk mill, besides that the street on that side is still built up very high, so that the water continually runs off towards the side of the defendant's house and remains standing there in the street; requesting therefore to be excused from paying the fine.
Dutch transcription
241 de Heer R: O: Eischer ges diend hebbende van replieq ge„ Breda zoude hebben gezegd, gehoord te hebben, dat de arrestanten van wurtem„ „burg zouden spitsgaarden loopen; terwijl schligter, nogtans diesweegens heeft Gede„ „clateerd, dat Hij en kalmbacher, op de vrage van Breda, hoe het met de arres„ „tanten van wurtemberg gesteld was, zou„ „den hebben geantwoord zij zullen mogelyk Cassen of spitsreden loopen moeten: lb. tin E E egter, Uijt hoofde dat de Verklaringen reets in Judieu waarent geexhibeerd, en dezelve J: dus ook volgens de urantie alhier ter ordre des Raads, na dat partijen van verdere productien zullen hebben Gerenun„ „tieerd, zouden behooren gerecolleerd en Bele„ „digt te worden, zwarigheijd hadden gemaakt, om zonder voorkennis of prealales advijs, van welgem: E Achtb: Heer Praesident tot het recol„ „leeren dier verklaaringen over te gaan: Zo heeft, op de door mij ondergeteekende uyt„ naam van meergedagte E Achtb: Heer Prasi„ „dent, aan de Heeren Leeden des Raads: ge„ „daane propositie, of navein door 't recolleeren dier verklaringen aan partij, ten wiens overstaan sulx geschied, geen grief of nadeel word toegebracht: Heen EE niet met zijn E achtb: zoude kunnen goedvinden, dieren gecommitteerdens tot Recolleeren der voorn: De Jndependent Fiscaal deeses gouvernements de E Achtb. Heer Johan Nicolaas Steven Verzoekt den burger. van Lijnden reg:t Berkhardus de vaal als gemag„ Contra tigde van den ged:e daarvan Copia de Mant Burger Capiteijn „munieert met een bijlaag Dnderdag den 17 8ber 1739 's voordemiddags present de E: achtb: Heer Johan„ „nes Izsaak Rhenius praesident, en alle de Leeden demptis de Heeren Maasdorp van Echten en dewet, de eerstgemelde bij indis„ positie, en de zijde laakte bij Occupatie Aan Cabo de Goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij present :/ was geteekend:/ WJ van Ryneveld. Nog: Secret verklaaringen qualificatie te verteenen de meerderheid der resp„e leeden, zig met dit voorstel geconformeert; Jnvoegen Heeren gecommit „teerdens dan ook bij Extract deeses daartoe na behooren zijn geauthoriseerd geworden. - /:onderstond:/ ven Pieter 240 ten 242 243 „zelve des nodig oordeelende, heeden over 14 dagen te dupliceeren dan „gen te dienen van replieq: de Bode binnen treedende ten einde na lecture van der„ De Raad fiat De Burger Jacobus van Leeuwen als gemagtigde schriftuur van Antwoord gesterkt van den burger Lieutenant de manhafte Jonas Alber„ waarvan de Heer E: O: gereg: „ tus van de Poel reg„t Contra den Jndependent Fiscaal deeses gouvernements de E Achtb: Heer Johan Nico„ „laas steven van Synden E: Ov Gereg„s omme op desselvs ingediende Eysch te zien dienen van antwoord. de burger Jacobus van Leeuwen; legd over zijn met stuks bylaagen versoekt Copia, om heeden over 14da„ De Raad verleend den E: O: gerequi„ reerde de verzogte Copia en dag om te repliceeren. — Meergemelde E Achtb: rapporteert dat de eerste en laaste Heer Jndependent Fiscaal ged„e niet zijn gecompareerd. — Pieter van Breda gereg omme op desselvs ingeleeverd antwoord te zien dienen van re pleeg de Heer E: O: Eips„r verzoekt we„ Johan Nicolaas Steven van „gens de non Comparitie der Synden E: O: Eyss„r voorsz: 2 ged„s default en dat voor contra het profijt van dien, dewijl zij de Burgers Hendrik Tulkes ¶ ged: zo wel als den gecompareerden Carel Hendrik Martheze bij den alhier remoreerende Carel Continuatie onwillig blyven om Hendrik Martheze en de vrije onaangezien de herhaalde aan ma„ meid Elsje van de Caab ged„ ten mingen van den gerechtbode de nevensgemelde boetens over het einde aangezien de wanbetaa„ niet schoon houden der straaten „ling der boetens, waarover zij te voldoen, Jegens hem parate in het niet schoon houden executie mogen worden gedesemeert der straaten voor hunne res„ De ged„e Carel Hen„ „pective huijzen, ingevolge het „drik Martheze zegd daarop generaal placcaat door Heeren ter zijner verontschuldiginge, dat gecommitteerdens uijt den E Achtb: hij geenzints ongeneegen zoude zijn geweest, zo hij overtuijgd ware Raade van Justitie zijn bekeurd dat de morsigheijd der straat, geworden Executie te zien decer„ om welke hij in eene boete van „ neeven 8 ld„s is bekeurd geworden door zijn toedoen of zelfs door zijne ne„ glegentie veroorzaakt ware, maar dat hij zelve tot het in ordre brengen en schoon houden der gem: straat veel hadde bekostigd, zonder dat hij tot nog toe was in staat geweest dezelve zindelik en schoon te houden, ge„ „merkt niet alleen het menigvuldig gereij van wagens daartoe veel Contri„ „bueert, maar zelfs ook de meerte motzigheijd en vuijlnis van de sijde spinnerij, behalven dat de straat aan dien kant nog zeer hoog is opge„ „netzeld, zodanig dat het water geduurig naar den kant van het huijs van den ged„t afloopt en aldaar in de straat staan blijft; versoekende derhatien van het betaalen der boete geexcuseert te blijven Johan wel te renuntieeren —