VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4344

Cape · 543 pages · 234 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4344_0128 view scan ↗

English

The Honorable Ex Officio Plaintiff further advances that since the defendant was ticketed by the Commissioners who performed the inspection of the streets pursuant to the letter of the placcaat, no exception remains to the same. Persisting therefore in his claim. The Council grants default against the defendants Hendrik Tulkens and Elsje van de Caab, with the benefits thereof, and decrees execution, condemning the defendants in the costs. Whereupon, by the deputy Fiscal Mr. Jan Andreas Truter, acting in office in the matters of the merchant and Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, was served the following petition, accompanied by a surgical certificate and inquest report of the Commissioned Heemraden: Shows with due respect, the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman. To the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Honorable Members of the Honorable Council of Justice of this government. That on Monday the 3rd of the recently passed month of August, shortly after the conclusion of the Heemraad meeting at Stellenbosch, it was brought to the knowledge of the petitioner by the burgher Jan Enzel residing at Drakenstein, that he, Enzel, having given some blows with a four-horse whip to his slave September, who had been deserted for some time and was brought home the Saturday before, on account of his desertion, the same out of spite supposedly drank water, and died thereof the following day or on Sunday. That the petitioner, since he was still occupied that afternoon with various service matters, having commissioned two Heemraden there at Drakenstein to go inspect the body of the aforementioned slave together with the Colony Surgeon Cornelis Ernestus Ponty, received from them on the 13th following an inquest report along with a surgical certificate annexed hereto; and from which it appeared to the petitioner that the drinking of cold water by the said slave September caused his death, the mistreatment of the said slave (as the surgeon calls it in his certificate) cannot, however, easily be considered by him, the petitioner, to have been domestic, as besides the blows inflicted on the ordinary place, from the wounds found on that body, one of which on the head penetrates to the skull, and the other inflicted above the left eye, furthermore a strong contusion filled with clotted blood, rather the contrary is evident. That the petitioner having since made every effort to obtain further information regarding the nature and manner in which the said Enzel punished his slave, and those wounds inflicted on him, and on grounds of the aforementioned inquest report and surgical certificate finds himself thereby placed in uncertainty, whether the wounds found in such manner on the body provide sufficient grounds to proceed against the said Enzel in the ordinary manner on account thereof to a public correction and fine, or whether the aforementioned Enzel may not by law be prosecuted on account of the mistreatment committed by him on his slave September, thus finding himself in the necessity of giving the necessary overtures of this matter to Your Right Honorable, in order on the one hand to ensure that crimes do not go unpunished, and on the other hand that the innocent are not punished; at least that no heavier punishment is imposed than the circumstances of the case come to require. Wherefore the petitioner takes the liberty to turn to Your Right Honorable, requesting with requisite respect, that Your Right Honorable please have the goodness to declare whether the petitioner in case of mistreatment committed and wounds thereby inflicted on the frequently mentioned slave September is authorized to proceed against his master, the aforementioned Jan Enzel, or whether he ought to be and remain free of all legal claims. Which doing, etc. Was signed: H. L. Bletterman. In the margin: Exhibited in Justice the 18 September 1789. From the reading of all of which having appeared that, since of the wounds found on the body, one on the head penetrating to the skull, and the other above the left eye was inflicted, the chastisement used on the slave September can therefore not be considered to fall within the terms to exempt the said Enzel from all legal claims, besides that it was also the duty of him, Enzel, as soon as his chastisement, though domestic, was nevertheless of such a nature that his slave could be harmed in his health by the drinking of water, to take proper care thereof. Therefore, the following appointment was granted on the aforementioned petition: The Council enjoins the Honorable Ex Officio petitioner to proceed against the burgher Jan Enzel according to the findings of the case. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: W. C. van Rijneveld, Sworn Secretary. Thursday the 1 October 1789, in the forenoon, present all the members, except the Honorable President Johannes Isaak Rhenius due to occupation, and the Gentlemen Ronnenkamp and Maasdorp, the first mentioned also due to occupation and the latter due to indisposition.

Dutch transcription

244 245 de Heer E: O: Eysscher advanceert daarop, dat daar de gedaagde door Heeren Gecommitteerdens, dewelke tot de schouwing der straaten hebben gevaceerd, ingevolge den letter van het placcaat is bekeurd, aan Item dus geene Exceptie overblyft. – Persisteerende Overzulx bij zynen Eysch. De Raad verleend ten opzigte der ged„t Hendrik Tulkens en Elsje van de Caal default, met den profijte van dien, en decerneert de Executie, Condemnee„ „rende de ged„e in de kosten. Waarna door den adjunct Fiscaal Mr Jan Andreas Pruter als in officie de zaaken van den koopman en Landdrost der Colonien Stellenbosch en Drakenstein de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman waarneemende; wierd gediend van het volgende vertorg, gemunieert met een Chirurgicaal Certificaat en schouw acte van Gecommitteerde Heemraaden. — dat den vertoonder vermits des na„ de middags zig nog met verschijde dienstzaken Dat op Maandag den 3„en der Jongst gepasseerde maand Augustus even na het af„ „loopen der Heemraad vergaderinge te stel„ „tenbosch door den aan Drakenstein woonen„ „den burger Jan Enzel ter kennisse van den vertoonder zijnde gebragt, dat hij Enzel zijn slaaf September, dewelke eenigen tijd gedecerteert geweest, en Zaturdag daar be„ voorens te huijs gebragt zijnde, wegens zijne desertie zelve met een vier paarden Zweep eenige slagen had gegeeven, denzelven uijt quaad„ aardigheijd water gedronken zou hebben, en daar van daags daaraan ofte op zondag was komen te sterven. — Vertoond met verschuldigde Eerbied, den Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein Hendrik Lodewijk Bletterman. — Aan den welEdele Achtb: Heere Johannes Zaak Rhenius praesident, beneevens de verdere Heeren Leeden van den Edelen achtb: Rade van Justitie dee„ „zes gouvernements. Aan geoccupeerd 6 geoccupeerd rond, twee Heemraaden aldaar aan Drakensteen hebbende gecommitteerd om nevens den Colonies Chirurgijn Cornelis Ernes„ „tus Pontij het lik van bovengemelde staaf te gaan schouwen, op den 13:e daaraan van dezelve heeft ontvangen eene schouwacte mitsgaders Chirurgicaale Certificaat deezen geannexeerd; en waaruijt den vertoonder voorgekoomen is, het drinken van koud„ „water door gemelde Slaaf September desselvs dood te hebben te weeg gebragt, de mishande„ „ling aan gemelde slaaf /:zo als den Chieur„ „zijn bij zijn Certificaat zulx noemd:s egter bij hem vertoonder niet wel kan geconside„ „reerd worden domestieg te zijn geweest, alzo behalven de op de ordinaire plaats toegebragte slagen, uijt de bija aan dat lijk bevondene wonden, waarvan een op 't hoofd doorgaande tot op de herssenpan, en de andere boven het linker Oog toegebragt, bovendien nog een sterke Contusie gevuld met gevonne bloed, veel eer het teegendeel Consteerd. Dat den vertoonder zeedert alle moeyte hebbende aangewend, om nadere Jnformatien in te winnen, omtrend de aard en wyze hoedanig gemelde Enzel zijn slaaf zal hebben afgestraft, en die wonden Waaromme de vertoonder de vrijheid neemt zig te keeren tot UwelEdele Achtb: met vereijschte Eerbied verzoekende, dat uwel Edele alth: de goedheijd gelieven te hebben, omme te declareeren, of den vertoonder in Cas van gepleegde mishandeling en daar door aan denzelven zijn toegebragt, en op gronden van de voorschreeve schouwaete en Chirurgi„ „caale Certificaat daardoor in het onzeekere zig gesteld, vind, of wel dezelve indiervoegen aan het lik bevondene wonden genoegsame gronden opleeveren, om uijt hoofde van dien teegens gemelde Enzel ordinarie modo, tot een publicque Correctie en mulcte te kunnen procedeeren, dan wel of voorsz: Enzel ter zaake der door hem gepleegde mishandeling aan zijn slaaf: September niet na regten vermag aangesprooken te worden, zig mitsdien in de noodzakelykheid komt te bevinden aan uwelEdele Achtb: van dit een en ander te moeten geeven de nodige Ouvertuures, ten eijnde aan de eene kant zorge te draagen, dat de mis„ daaden niet ongestraft worden begaan, en dat aan den anderen kant de onschuldige niet worden gestraft; ten minsten geene zwaardere straffe worden opgelegt als de omstandigheeden der zaaken komen te vereijsschen. — Aan toegebracht 246 248 249 toegebrachte wonde aan meergemelde slaaf„ Slaaf September bevoegd zij teegens zynen Lyfheer bovengemelde Jan Enzel van alle aanspraak in regten, behoord te zijn en blijven bevrijd /:onderstond:/ 'T welk doende &:a /: was geteekend:/ H: I: Bletterman /:in mar„ „gine:/ Exhibitum in Juviei den 18 Septem„ „ber 1789. Uit de lecture van welk een en ander gebleeken zijnde dat, daar van de aan het lijk bevondene wonden, een op het hoofd doorgaande tot op de Berssen„ „pan, en de antere boven het linker oog is toegebracht, de aan den slaaf September ge „beezigde kastyding, dus niet kan worden geconsidereerd te vallen in de termen, om ge„ „dagte Enzel van alle aanspraak in rechten te bevrijden, behalven dat het ook nog de plieht van hem Enzel geweest is, om zo dra zijne kastijding schoon domestieg egter van dien aard was, dat zijn slaaf door het drinken van water, in zijne gezondheid zoude kunnen worden gekrenkt, daarvoor behoorlijk zorge te moeten draagen. — Donderdag den 1 October 1789 's voordemiddags present alle de Leeden, demp„ „tis de E actb: Heer praesident Johannes Isaak Rhenius by occupatie, en de Heeren Ronnenkamp en Maasdorp, de eerstgem: meede bij Occupatie en de laatste bij indis„ positie Men Aan Cabo de Goede Hoop die et anno Utsupra„ /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ WC van Rijneveld Aog Secret De Raad injungeerd den E: O: vertoonder, om na bevinding van zaaken Jegens den burger Jan Enzel te procedeeren. /:onderstond:/ „ Zo is oversulx op het voorschreeve ver„ „toog het volgende appoinctement ver„ „leend: — de

NL-HaNA_1.04.02_4344_0131 view scan ↗

English

250 251 The Council approves. The Honorable Officer, Plaintiff, submits a written reply. Leeuwen, as the attorney of the party summoned, submits his rejoinder, furnished with annexes. The Honorable Officer, Defendant, requests a copy thereof for inspection, in order to file reproaches two weeks from today if deemed proper, or else to renounce the same. The Honorable Independent Fiscal, Johan Nicolaas Steven van Zijnden, Plaintiff, against the former burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel, Defendant, in order to see a reply served to his submitted answer. The burgher Jacobus van [illegible], Plaintiff, against the Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Zijnden, Defendant, in order to see a rejoinder served to his submitted reply. The Defendant requests a copy thereof, in order to serve a rejoinder two weeks from today. The Council approves the copy and the date to rejoin. The burgher Bernhardus de Vaal, as general attorney of the Captain of the Burgher Militia, the Valiant Pieter van Breda, Plaintiff, against [illegible] The roll having thus far been concluded, it was made known to the Council by the aforementioned Honorable Independent Fiscal that on last Monday, the 28th of the recently elapsed month of September, a certain Hottentot had come to His Honor to lodge a complaint that his master, the burgher Hermanus Pietersen, had mistreated him and secured him with a brake chain, but had released him again through the intercession of his son, on condition that he had to serve that son for the rest of his life; His Honor had thereupon answered the said Hottentot that he did not need to return to his master; That on the following day after dinner, His Honor, having let someone out, had on that occasion found the same Hottentot again on the stoop; That, His Honor having asked him what he had to say, the aforementioned Hottentot had in substance answered thereto: I am waiting, my master is coming with the wagon; 252 253 wagon; whereupon His Honor had gone inside again; That when His Honor found himself that same afternoon around three o'clock in the upper house and from there heard a commotion downstairs in the house, His Honor had thereupon gone downstairs and proceeded to the kitchen, where that commotion actually took place. That His Honor, arriving there, had seen two persons armed with sticks, along with two Hottentots or slaves, who were busy pulling the abovementioned Hottentot along with a rope around his body, and thus violently dragging him outside: That His Honor had thereupon asked what this noise meant? and having received as an answer from the one that it was his boy and that he had to go along, His Honor had then repeatedly told those persons that he would have no violence in his house: Ordering them to release the boy: But that, far from obeying this, and notwithstanding that His Honor had explicitly asked them whether they knew where they were, and that they found themselves in the presence of an officer of Justice? the same persons had nevertheless, without answering, continued in their insolence; so that His Honor had thereupon sent someone to call a guard, after which one of the aforementioned persons had still addressed His Honor in a haughty tone, with his head covered, saying that the boy had to go where he wanted him to, and that they would bring him to the Tronck; While His Honor, repeatedly asking for the reason, received as an answer from one: and that I will tell you later; and that subsequently, the guard having arrived at the house, His Honor had caused those two persons, who were later found to be the burgher Hermanus Pietersen and his son Pietersen, to be arrested and taken to the main guard in the Castle. That His Honor, therefore seeing himself compelled, on account of this extreme public violence committed in the house of an officer of Justice against a free person who, on account of violation of his freedom and suffered mistreatment, had already placed himself under the protection of that officer, to have to institute the appropriate criminal proceedings against the same Hermanus and Pietersen and [illegible] Officer

Dutch transcription

250 251 De Raad fiat de Heer R: O: Eyjsscher legd over een schriftuur van replieg„ Leeuwen als gemachtigde van de q9 reg„s legd over zijn du„ pleeq gemunieert met bylagen de Heer E:O: Gereg:t verzoekt daarvan Copia tot speculatie ten einde heeden over twee weeken des goedvindende te reprocheeren De E achtb: Heer Jndepen„ „dent fiscaal Johan Nicolaas de burger Jacobus van steren van syn den reg„t Contra den Oud Burger Lieutenant ten einde heeden over twee wee„ Jonas Abertus van der Poel gereg„s, omme op des„ „selvs ingeleeverd antwoord te zien dienen van replieg. den ged„e versoekt daarvan Copia, „ken te dienen van duplieg. De Raad fiat Copia en dag om te dupliceeren. De burger Bernhardus de vaal als generaale gemach„ „tigde van den Capitain der Burgerije de Manhafte Pieter van Breda reg„t dan wel te renuntieeren, den Jndependent Fiscaal deeze gouvernements de E Achtb Heer Johan Nicolaas Steven van zijnden gereg: omme op desselvs ingeleeverd replieg te zien dienen van duplieg- Contra De Rolle dus verre zijnde afgeloo„ „pen, wierd door opgemelde Heere Jndependent Fiscaal den Raade te kennen gegeeven, dat op laatstleeden Maandag den 28:' der Jongst„ „verloopene maand september zekere sotten„ „tot, bij zijn E actbb: zijnde koomen klagtig vallen dat zijn Baas, den burger Herma„ „nus Pietersen hem mishandeld, en met een remketting vastgemaakt had, doch door voorspraak van desselvs zoon weder los gelaaten, onder voorwaarde dat hij dien zoon zijn leven lang moest dienen: zijn E achtb: gemelde Hottentot daarop had ten antwoord gegeeven, dat hij niet no„ „dig had weder na zijn Baas te rug te keeren; Dat zijn E achtb: 's volgenden daags na het middagmaal ijmand uijtgelaaten heb„ „bende, bij die geleegentheid denzelven Hotten„ „tot weder op de stoep gevonden had: Dat door zijn E achtb: aan denzelven gevraagd zynde; wat hij te zeggen had? voorschreeve Hotten tot daarop in substantie had geant„ „woord: Jk wagt, myn baas komt met de wagen 252 253 wagen; zulx zijn E achtb: weder na binnen gegaan was; Dat wanneer zijn E achtb: zig die zelve na de middag Circa drie uuren op het lven huis bevond en van daar, onder in het huis gerucht hoorde; zijn E Achtb: daarop was na beneeden gegaan, en zig naar de keuken, alwaar, dat gerucht eygentlyk plaats had, had begeeven. — Dat zijn E achtb: aldaar komende gezien had, twee Perzoonen met stokken gewapend; beneevens twee stotten„ „totten of slaven; dewelke bezig waaren, den hier boven vermelden Hottentot met een touw om het lijf voorttetrekken, en zo doende met geweld na buijten te sleepen: Dat zijn E achtb: hierop gevraagd had, wat dit leeven beduide ? en van den eenen ten antwoord bekoomen hebbende, dat het zijn Jongen was en dat hij meede moest zin E Achtb: die perzoonen als toen herhaalde„ „lijk gezegt had, geen geweld in zijn huis te willen hebben: Hun ordonneerende den Jongen los te laaten: Dan dat, wel verre van hier aan te obideeren, en niet teegenstaande zijn E achtb: Hun wel uyt„ drukkelijk had afgevraagd of zij wel wisten waar zij waaren, en dat zij zich bij een officier der Justitie bevonden? dezelve perzoo„ „nen evenwel zonder te antwoorden, in hunne brutaliteiten waaren voortgegaan; zulx zijn E achtb: daarop ymand htad gezonden, om een wagt te roepen, waarna noch een der voorsz perzoonen, zijn E achtb: op een Houtmoedige toon, met gedekten hoofde had toegevoegd, dat de Jonge thee moest waar hij hem hebben wilde en dat zij hem naar de Pronk zouden bren„ „gen; Terwijl zijn E achtb: herhaaldelijk na de reede vragende, van een, ten antwoord bequam:en dat zal ik je naderhand wel zeggen; en dat vervolgens de wagt aan het huis gekoomen zijnde, zijn E Achtb: die twee Perzoonen, dewelke naderhand bevonden waaren te weezen den Burger Hermanus Pietersen en zijn zoon Pietersen, had doen arresteeren, en naar de hoofdwagt in het Casteel brengen. Dat zijn E Achtb: zig overzulx genood„ „zaakt ziende, om ter zaake van dit verre„ „gaande publiek geweld gepleegd, in het huis van een officier der Justitie, aan een vrije persoon die zig reeds, wegens schending van zijne vrijheid en geleedene mishandeling, onder de bescherming van dien officier had begeeven; er tegens dezelven Hermanus en Pietersen en de gepaste proceduures in Cas Crimineel te Officier moeten

NL-HaNA_1.04.02_4344_0133 view scan ↗

English

254 255 had to initiate; therefore requested a decree by virtue of which his Honor would be authorized to cause the aforementioned Hermanus Vermaak and Pietersen to be apprehended. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that which in this matter merited reflection, the Council by a majority of votes granted the requested apprehension of the aforementioned Hermanus and Pietersen to the honorable Officer petitioner. However, the gentlemen van der Riet and de Wet, who were of the opinion that the honorable Officer petitioner should be enjoined to obtain the necessary evidence regarding this case and to produce it in Council, had their votes recorded. Furthermore, it having been brought to the knowledge of the Council by the aforementioned Honorable Independent Fiscal that the Landdrost of the Colony of Graaffe Reinet had sent here in custody the burgher Tobias Mynhard, in order to be tried for manslaughter committed against the substitute of that Colony, Adolph Jurgensen, without the said Landdrost having at the same time seen to it that the least inquests obtained against or regarding the case of the said Mijnhart had been transmitted, either to his Honor or to the member of this Council, the gentleman Rijno Johannes van der Riet, who here still ex officio attends to the affairs of the said Landdrost; so that one is currently unable to proceed with the prosecution of the said Mynhart, and already a considerable grievance and hardship is caused to him by an unnecessarily long detention: Thus it is, upon the proposition of the said Honorable Independent Fiscal, on the grounds that such conduct entirely conflicts with the explicit orders established in that regard concerning the manner of proceeding in criminal cases, resolved to make known to the said Landdrost by missive the Council's utmost astonishment about this, and to order him not only to send hither with the greatest speed all such inquests as have been obtained regarding the case of the aforementioned Mijnhart, but also in future duly to take care that, when sending up prisoners, the documents obtained against such persons are always brought hither immediately. Lastly, there was read in Council a missive from the burgher Louis Kotze the elder, containing complaints against the Landdrost of the Colony of Graaffe Reinet concerning abusive language uttered by the said Landdrost, and a request to be maintained on account of ill-treatment inflicted upon him, Cotze, by the same Landdrost. But whereas it is not proper for Cotze, who has already been summoned before this court of justice on account of the aforementioned case with the Landdrost of the Colony of Graaffe Reinet, to address himself to the Council by letter; it is therefore resolved to pay no heed to the same missive: the said Kotze being able to submit his grievances or requests to the Council properly by petition, whereupon the necessary regard will then be taken of it. At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: W: C: van Rijneveld, Acting Secretary. Below stood: And on this occasion, upon the notification of the Honorable Independent Fiscal that in the trial which was initiated against the said Louis Kotze by the pro interim Fiscal at the time, the honorable Gabriel Exter, and is currently to be continued by his Honor, there are still lacking some depositions of country people who, living in the district of Graaffe Reinet, cannot easily come hither due to the remote distance of their places, it was resolved to write to the said Landdrost to cause all such depositions which still relate to the case of the aforementioned Kotze to be taken at his drostdy and to be transmitted to the aforementioned Honorable Independent Fiscal. Thursday 256 258 259 Thursday the 8th of October 1739. In the afternoon, extraordinary meeting, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except the gentleman Maasdorp due to indisposition. This meeting having been specially convened by the Honorable President in order to pass sentence on some trial documents that had been circulated; the Honorable Independent Fiscal on that occasion beforehand submitted the following memorial, furnished with four annexures. To the Right Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Shows with due respect the Independent Fiscal of this government, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, that on the 6th of this current month of September, at just about three o'clock in the morning, after the rattle-watch of this place had reported to the burgher watch-house and had been dismissed there according to custom, some of the same, among whom were the persons of Haije Janse Zwartzenburg and Evert van Es, having proceeded from the watch-house towards home, some disputes arose on the street between the said Zwartenberg and van Es; that this quarrel having finally turned into violence, the latter did not hesitate to inflict a blow upon the former on the arm with a stick or cane he had with him; that this one having defended himself, the matter further had the unfortunate consequence that, both of them having come to blows and having fallen down to the ground, the right leg of the said Zwartenberg was then found to be broken. That the Officer petitioner, considering that

Dutch transcription

254 255 moeten entameeren; derhalven verzogte de„ weet uyt kragt van het welke zijn E Achtb: wierde gequalificeerd, om voorschreeve Verma„ Pietersen te doen ap„ nies en praehendeeren. — Waar over Gedelibereerd en in over„ weeging genoomen zijnde, het gunt ten deesen reflectie meriteerde, heeft de Raad bij meerderheijd van stemmen de verzogte apprehensie op voorm: Hermanus en Pietersen aan den E: O: vert: ge„ „accordeert. Hebbende egter de Heeren van der Riet en de wet dewelken van opinie waar„ „ren, dat den E: O: vert: zoude dienen te worden geinjungeerd, om weegens deeze zaak de- nodige bewyzen in te winnen en in raade te provuceeren; hun vota doen aan„ „teekenen. Vervolgens door opgem: E Achtb: Heer Jndependent Fiscaal, den Raade nog ter kennisse gebragt zijnde, dat door den Land„ „drost der Colonie Graaffe Reinet alhier was in hechtenis gezonden, den burger Zo is op de propositie van gemelde E achtb: Heer Jndependent Fiscaal, uit hoofde dat een diergelijk gedoente volstrekt aanloopt, tegen de duydelijke ordres welke dienaangaande op de manier van procedeeren in Cremineele zaaken zijn gestatueerd, goed„ gevonden gemelde Landdrost hier over bij missive 'P raads Uytterste verwondering te kennen te geeven, en te gelasten, van niet alleen ten spoedigsten herwaards op te zenden, alle zodanige Enquesten, als Tobias Mynhard, ten einde over begaane manslag aan den substituut dier Colonie Adolph Jurgensen te worden te recht gestelt, zonder dat gem: Landdrost tevens had zorge gedraagen, dat, het zij aan zijn E achtb: dan wel aan het lid deeses Raads de Heer Rijno Johannes van der Riet, die de zaaken van gemelden Landdrost alhier nog exofficio waarneemd, de geringste Enquesten tegens of nopens het geval van gerepten Mijn „hart ingewonnen; waaren overgezonden; Jnvoegen dat men tans buijten staat zynde om met de Procedeure van gem: Mynhart voort te vaaren, aan denzelven nu al reeds door eene onnodige lange detentie een mer„ „kelijk grief en bezwaar word toegebracht: E Tobias - nopens nopens de zaak van voorschreeve Mijnhart zijn ingewonnen, maar ook in vervolg van tijd behoorlyk zorge te draagen, dat bij het opzender van gevangenen altoos de documenten ten lasten van zodanige ingewonnen dadelijk herwaards worden overgebracht. Laatstelijk is in Raade geleezen „ eene missive van den burger Louis Kotze de oude, vervattende klagten Jeegens den Landdrost der Colonie graaffe Reinet over door gemelde Landdrost geuijtte scheld„ „woorden, en verzoek om wegens mishan„ „deling, door denzelven Landdrost hem Cotze aangedaan gemainetineerd te worden, Dan dewijl het Cotze die weegens de voorschree„ „ve zaake met den Landdrost der Colonie graaffe Reinet, reeds voor deeze rechtbank be„ „trokken is, niet past om zig bij een brief aan den Raad te addresseeren; zo is oversulx goedgevonden, op dezelve missive geen reflexie te slaan: zullende gerepten koze zyne bezwaaren of verzoeken, den Raade behoorlijk bij requeste, kunnen voordraagen, als wan„ „neer dan daarop het nodig reguard zal worden genomen. - Aan Cabo de Goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ W: C: van Rijneveld Ag: Secret. /:onderstond:/ En is bij deeze geleegendheid op het te kennen geeven van den E: Achtb. Heer Jn dependent Fiscaal dat er in het proces welke door den projnterim Piscaal in der tijd de E gabriel Exter, op ende jeegens ge„ „melde Louis kotze is geensameerd, en door zijn E Achtb: tans staat vervolgd te worden, nog ontbreeken eenige verklaringen van Landlieden, dewelke in het district graaf„ fe Reinet woonende, dus om de verre afgeleegendheijd hunner plaatzen niet wel saabwaards kunnen opkoomen, goedgevonden gemelde Landdrost aan te schryven, om alle zodanige depositien, welke nog tot de zaak van voorschreeve kotze relatie hebben, op desselvs drostdije te doen sig en en aan opgemel„ „de E Acttb: Heer Jndependent Fiscaal over te zenden. Donderdag 256 258 259 onderdag den 8 October 1739. 's nademiddags extra ordinaire vergadering praesent de E. achtb: Heer Johannes Iaak Rhenius praesident en alle de Leeden, dempto den Heere Maascorp bij indispo„ „sitie Deese vergadering door den E achtb: 6 Heer Praesident expres belegd zijnde, om eenige rondgeleezene proces stukken te vonnis„ „sen; zo wierd bij die geleegendheijd door den E Achtb: Heer Jndependent Fiscaal voor„ af gedient van het volgende vertoog gemu„ „nieert met vier bylaagen. Aan de WelEdele achtb Heeren President en Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop. — Tinlen Vertoond met gepasten Eerbied de Jndependent Fiscaal deeses gouvernements Johan Nicolaas steven van Lijnden Dat deeze zig te weer gesteld heb„ bende, de zaak verder is geweest van dat ongelukkig gevolg, dat zij beijde hand gemeen geraakt en ter aarde nedergevallen zijnde als toen bevonden is, het rechterbeen van gemelde Zwartenberg te zijn gebrooken. Dat de R: O: vertoonder, aangezien Dat die Twist eijndelyk tot dadelyk„ heeden zijnde overgeslaagen, de laastgemelde zig niet ontzien heeft den eerstgemelde een slag, met een bij zig hebbende stok of Ruttsing op den arm toe te brengen. dat op den 6:e dezer loopende maand: september 's morgens de klokke even drie uuren, na dat de ratelwagts deezer plaatze zig op het burgerwagthuis hadden vertoond, en aldaar naar gewoonte waaren afge„ „dankt geworden, eenige derzelve waaronder zig de Perzoonen van Haije Janse Zwart„ „zenburg en Evert van Es bevonden, zig van het wagthuis naar huis begeeven heb¬ „bende, op straat eenige dispiiten zijn ontstaan tusschen Gemelde Zwartenberg en van Es. dat die

NL-HaNA_1.04.02_4344_0136 view scan ↗

English

that fracture, as appears most likely from the accompanying documents, was caused by the beating and further acts of violence by the aforementioned Evert van Es; considering that for the maintenance of public safety in the matter aforesaid, criminal proceedings must be initiated against the said Evert van Es, he is compelled to have him summoned in person before your honorable worships to that end: Wherefore the petitioner ex officio turns hereby to your honorable worships with the humble request that your honorable worships may be pleased to authorize him, the petitioner ex officio, to have the said Evert van Es summoned to appear in person before your honorable worships, in order to hear such claim or request or requests as the petitioner ex officio shall see fit to make in the matter aforesaid, to answer thereto, and to proceed further according to law. Beneath stood: Doing which etcetera. Was signed: J: N: van Lijnden. In the margin: Exhibited in Court on 8 October 1769. Which having been read, the Court granted the petitioner ex officio the requested summons in person for the citizen Evert van Es. After which the said honorable Independent Fiscal further presented a memorial concerning certain disrespectful expressions used by the citizen Bernhardus de Vaal in such document of rejoinder as was signed by him in the name and as the authorized agent of the Captain of the local Burgher Guard, Pieter van Breda, and produced in Court on the last regular court day, the said memorial reading as follows. Honorable and Worshipful Sirs. To the Honorable and Worshipful Sirs President and Council of Justice at the Cape of Good Hope Since it favorably pleased your honorable and worshipful sirs at your last held ordinary meeting of the 1st of this month of October to grant to the undersigned, at his request, inspection of such rejoinder as the general attorney of the valiant Captain of the Burgher Guard Pieter van Breda, calling himself the citizen Bernhardus de Vaal, has seen fit to present to this honorable assembly against the Independent Fiscal of this government: and that for his examination, with time to deliberate until the next and thus until today, in order to reprobate the produced witnesses of the defendant, or else to renounce further production of documents; so he, upon reading the same, was obliged to discover with the utmost indignation that, although that rejoinder contains precisely nothing of substance that could require any further argument on the part of the plaintiff ex officio, nor do the adduced witnesses, who in the eyes of a discerning judge will necessarily fall away of themselves, merit any reprobation, nevertheless the drafter thereof has had the audacity, in a very insolent manner, to deliver it here in court, filled with expressions and insinuations, the use of which is directly contrary 1st to the respect which everyone, and especially anyone who meddles with conducting lawsuits, defending actions, and presumes the honor of pleading before this honorable Council, owes to the same as his lawful and competent Judge; 2nd to the regard which one is bound to show for a member of the same, for the officer of Justice, who in the name of the sovereign must preserve and protect the rights and prerogatives of the Highest same, and who is obliged to proceed against the transgressors of the laws and placards ex officio, that is by virtue of office and oath, and does not act in his own name and motion; whilst in the meantime all those fine citations, impertinent insinuations, and digressions can in fact operate not in the least toward the defense of his principal. — As a sample of which your honorable and worshipful sirs will be pleased to find against the undersigned in the first place: On Page 3. the insulting tone in the document of reply of the honorable plaintiff ex officio Page 5. and what more expressions are to be found therein that conflict with the so honored regulations regarding proceedings, indeed being disapproved by everyone. By the representative of the defendant that entire document of reply is depicted as very injurious in order, without following those hateful footsteps, etcetera Pages 6 and 7. How much the meaning of the words used in the plea is distorted and placed in a bad light by the well-born plaintiff ex officio, as well as how much he is wrongfully overwhelmed with personal attacks on that account, the representative of the defendant believes he has some comprehension regarding the aims and ends for which actions are often initiated, and in law pursued in the most forceful manner Pages 60 and 61. Had the honorable plaintiff ex officio not seen fit to attack the representative of the defendant in his person, and that with such harsh and wounding words, that however gladly he might wish to let the same pass unnoticed, the sensitive cut nevertheless compelled him to respond Now if the attack is fierce, so it is that one cannot behold the obscuring of these crimes except with astonishment. — Pages 51 and 52. and yet officers are found who, contrary to the duty of Justice and against the conviction of their own conscience, make their [illegible] serve [illegible] of the accuser Page 22. the defendant believes, with due respect, that he ought to have expected different sentiments regarding such a misdeed Page 21. in order to give no ground to the unfounded reproaches regarding the length of this document follows certain 8 65 28

Dutch transcription

260 261 die breuk hoogstwaarschynlijk blikens nevens „gaande documenten is veroorzaakt geworden door het slaan en verdere dadelykheeden van Evert van Es voornoemt vermeenende tot mainctien van de publieke veyligheijd ter zaake voorschreeve, tegen denzelven Evert van Es Crimineele procedures te moeten entameeren, genoodzaakt is, denzelven tot dat einde in perzoon voor U EE achtb. te doen dagvaarden: Weshalven de r: O: vertoonder zig bij deezen tot u EE achtb: is keerende met nedrig verzoek dat u EE Achtb: hem E: O: vertoonder gelieve te qualificeeren, omme gemelde Evert van Es te doen dagvaarden, om in persoon voor u EE Actb: te Comparee„ „ren, ten eijnde te aanhooren zodanigen Eisch dan wel versoek ofte verzoeken, als de R: O: vertoonder ter zaake voorschreeve zal goedvinden te doen, daarop te antwoor„ „den en voort te procedeeren als naar regten. /:onderstond:/ 'Twelk doende &„a /: was ge„ „teekend:/ J: N: / van Lijnden /: in margine/ Exhibitum in Judicio den 8 october 1769. Met welk geleezen zijnde; heeft Met uwelEdele en achtbaare op derselver laatstgehoudene: ordinaris vergadering van WelEdele en Achtbaare Heeren. Aan die welEdele en Achtb: Heeren President en Rade van Justitie Aan Cabo de Goede Hoop Waarna gemelde E Agtbb: Heer Jnde„ „pendent Fiscaal nog quam over te leggen een vertoog betrekkelijk zeekere dispectieure expressien door den burger Bernhardus de vaal gebeezigd, in zodanig schriftuur van duplieg, als door denzelven uijt naam, en als gemachtigde van den Capitain der Burgerije alhier Pieter van Breda was geteekend en laatstleeden ordinaire rechtdag in Rade geproduceerd geworden, Luidende het zelve vertoog als volgd. de Raad de versogte dagvaarding in perzoon op den blirger Evert van Es aan den R: O: vertoonder geaccordeert. de den 262 263 den 1:e deeser maand October Goedguns „tiglijk behaagd hebbende, aan den onder„ „geteekende op desselvs versoek te verleenen, visie van zodanig duplieg, als den ge „nerale gevolmagtigde van de manh: Capitain der Burgerije Pieter van Breda zig noemende den burger Bernhardus de vaal, tegens den Jndependent Fiscaal van dit gouvernement heeft kunnen goedvinden, aan deese Achtb: vergadering te presenteeren: en zulx ter zijner specu„ „latie, met termijnen van zig te beraaden tot den naasten en dus tot op heeden, omme de geproduceerde getuijgen van den ged„e te reprocheeren, dan wel van verdere productie van schriftuuren te renuntieeren Zo heeft hij bij fectuure derselvve met de uitterste insignatie moeten ondervonden, dat, alhoewel die duplieg Juist niet wezentlijks bevat, het geene aan de zide van den r: v: verstonden Eijsscher eenig nader de zat, nogte ook de bijgebrag„ „ter getuijgen die voor 't oog van éen scherp„ zienend Egter van zelfs zullen moeten vervallen, eenige reproche zoude meriteeren, egter den steller van dezelve, op eene zeer Tot een staaltje van welke uwelEdele en achtb: in de eerste plaats tegens den onderget: zullen gelieven te vinden. op Pag: 3. „de smadende toon, in des H:r E: O: Eisschers insolente wijze, zig heeft durven verstouten, die alhier in Judicio over te geeven, opgevult met expressien en Jnsimulatien, welkers beziging direct strydig is 1„ tegens de Eerbied, welke den ieder en vooral iemand die zig melteert met rechtgedingen te willen voeren, actien te ver„ „deElgen, en zig de Eere aanmatigt, voor deesen achtbaren Raad te postuleeren, aan dezelve als zijne wettigen en Competenten Richter verschuldigt is; 2„de tegens de egards welke men gehouden is te betoonen voor een lid van dezelve, voor den officier der Justitie, die in naame van den souwverain de regten en geregtigheeden van Hoogst denzelven bewaaren en beschermen moet, en die verpligt is tegens de overtreeders der wetten en Placcaaten R: O: dat is ampts en Eeds halve te procedeeren, en niet nomine ac motie proprio en ageert; Terwijle inmiddels alle die fraaije aanhalingen, Jnpertinente Insimu„ „tatien en digressien inderdaad niet hoegenaamd tot defensie van zijn principaal zullen kunnen opereeren. — insolente schriftuur 265 „schriftuure van replieq Pag: 5. „en welke meer met de zo geEerde regle„ „menten op 't stuk van Procedeeren, strijven„ „de, ja bij ieder afgekeurt wordende expressien „dater in te vinden zijn. „De qq ged„ word dat geheele schriftuur „van replieq door zeer enjurieerd afgeschil„ „derd „om zonder die hatelijke voettappen na „te volgen etc„ Pag. 6 en 7 „ Hoe zeer de zin der woorden, in het „schriftuur van antwoord gebeesigd, door „de W„m E: O: Eyss„r word verdraaijd en in „een kwaad dagligt gesteld, mitsgaders, hoe „zeer ten onregt hij diesweegens met perso„ „„naliteiten overlanden word, „de qq ged„e vermeend wel eenige bevatting „te hebben, nopens de oogmerken en einiens „waartoe dikwils actien geentameerd, en „op de meert kragtigste wijze in regten ver„ „ 60 en 61 Zo niet de H„r R: O: Eysc„r had goedgevonden den qq ged„e in zijn perzoon aan te laaten, en wel „ met zulke harde en grievende woorden, dat „ hoe gaarne hij ook wenschte het zelve ongemerkt „te konnen laaten glevzen, de gevoelige sneede „hem egter tot beantwoording noodpersen „Is het nu dat den aanval heftig is, zo is 't Dat men niet dan met bevreemding het „verdonkeren deezer misdaaden beschouwen. — Pag: Hen 52 „en nogtans worden officieren gevonden, dewelke „tegen de pligt van Justitie in overtuijging van hun eige gewisse hun. . . . . . . van de acuza„ „„teur. . . . doen diene 22 „den ged„e vermeend /:onder behoorlijke Eerbied:/ „andere sentimenten, nopens zulk eene ondaad te „hebben moeten verwagten „volgd worden Pag„oa 21. „om aan de ongefundeerde verwytingen wegens „de hoe grootheid, van dit schriftuur geen voet, „te geeven volgt zeker 264 — - „ 8 - „ 65 28

NL-HaNA_1.04.02_4344_0139 view scan ↗

English

certain that the defense must be pro rata. Page 75 Thus, the defendant in his capacity boldly leaves it to Your Right Honorable Worships' judgment whether the document of reply contains the insulting wording against the defendant in his capacity, which is forbidden under a certain penalty in all courts of justice. 76 The defendant in his capacity believes that on that account, no insults or other reflections are merited. 82 And such, namely stating to what end the party was appointed, has here, perhaps for certain reasons, not occurred. Furthermore, in the second place against the first commanding officer of the Corps of Württemberg garrisoned here, the Lord Colonel C. van Hugel, a person known to everyone as a man of merits and an officer of honor, as on page 14 If now that Colonel were truly as tender of mind as he is considered to be by the honorable official plaintiff, then he would indeed not have kept silent about this principal point when giving his declaration. But the defendant holds himself assured that this was done with a deliberate purpose, to give the defendant's innocence, with certain reasons, an Page 48 And concerning the conclusion, as if the Colonel were so tender that he would esteem the strictest rules of sworn duty above equity and owed tokens of gratitude; such is more to be wished than believed. Indeed, if necessity required it, it is respectfully left on the side of the defendant to Your Honors' own experience, whether from what occurred perhaps not precisely the contrary could be shown. Shows sufficiently that whereas the defendant exercised friendship and hospitality, without any views of personal gain, but to his own detriment, even to such an extent that that Colonel at a certain time, about to amuse himself with the defendant by playing ombre, borrowed two ducatons from the defendant, but never returned them. shows evil 266 Page 17 1 268 evil appearance. The undersigned Right Honorable and Worshipful Gentlemen, firmly trusting that these periods and reflections cited here before, so boldly ventured, and submitted to Your Right Honorable and Worshipful, will have aroused in the same that correct sensation which they naturally must cause; turns in that trust to Your Right Honorable and Worshipful, humbly requesting, and in his cited capacity most strongly insisting, that it may please this Honorable Council to authorize the Lord Secretary to cross out and strike through all of the same in the so-called document of rejoinder, or else to cause the same to be returned to the drafter and inventor thereof, with orders to do so himself; and with a warning to conduct himself carefully henceforth to avoid similar missteps. Or as Your Right Honorable and Worshipful shall judge proper for the maintenance of their own respect, and also of the authority due to the undersigned in his said capacity and post. Which representation having been read, and having appeared therefrom upon confrontation with the document of rejoinder, the far-reaching insolence of the citizen Bernardus de Vaal, mentioned in that representation, to make use in such a public document not only of indecent and presumptuous expressions, but even of harmful terms; the Council has therefore granted the entirely equitable request of the honorable official representant; the mentioned de Vaal shall thus be summoned before this meeting against the next following court day, to the end that, after all the aforesaid improper expressions occurring in his rejoinder Reserving nevertheless to himself the faculty to prosecute the often-mentioned de Vaal over this his petulance in due time before this court, as he in his official capacity shall deem himself obliged to do. Signed: J. N. S. van Lijnden. In the margin: Exhibited in the Extraordinary Court on the 8th of October 1700. Reser 273 or periods shall have been stricken out by him in the said document, he be reprimanded in Council over this insolent conduct, with a very serious recommendation to take careful heed in the future to avoid similar or other inappropriate digressions or irreverent terms in his documents. Subsequently having been brought to the table the documents and instruments circulated and read, having served in the lawsuit initiated by the aforesaid Lord Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, in his official capacity, upon and against the citizen of this place, Pieter Hammes, in the case of an atrocious actual injury committed against the citizen Marthinus Keet: about which having been attentively deliberated, and having been taken into consideration everything that merited reflection and could move Their Right Honorable Worships. The Council, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands; the defendant Pieter Further having been taken in hand, the demand and documents by the mentioned Lord Independent Fiscal, in his official capacity, upon and And whereas it has appeared from the documents furnished in the proceedings that the aforesaid citizen Marthinus Keet brutalized and challenged the defendant Pieter Hammes in his own house; such that the mentioned Keet himself gave no small occasion to that which occurred between him and Hammes; it has therefore been approved to summon the mentioned Marthinus Keet into the Council, and to reprimand him sharply thereover, with a very earnest warning to avoid henceforth the holding of such improper and brusque discourse in the house of his fellow citizen. Hammes condemned to a fine of twenty-five Rds. for the benefit of the Reformed Diaconate poor of this town, and in all the costs incurred in this matter, dismissing the further made demand and taken conclusion of the officer. Hammes against

Dutch transcription

„zeker dat de deferisie pro rato diend te „weezen. Paij 75 „zo laat de qq ged„s het onbeschroomd aan „uwelEdele achtb: ter bevordeling, of in het „schriftuur van replieq niet gevonden wor„ „den, de voor alle rechthoven op zekere „Poene verbodene injurieuse bewoordinge „tegen de 99 ged„ 76 vermeend den 99 ged„e diesweegens geene „injurieeringe, nog andere replectien maritee„ rende te zijn 82 „En sulx (: namentlijk het opgeeven tot wat „einde partij wierd geappoincteerd:/„ hier /:mis„ „schien om zeekere reedenen :/ niet is ge„ „schied „ Voort in de tweede plaat tegens den „eersten Commandeerenden officier, van het „alhier Guarnizoen houdende Corps van uur„ „temberg den Heere Collonel C: van Hugel „een persoon bij een ieder bekend voor een „man van merites en een officier van „Eer als op pag 14 „Jngevalle nu die Collonel waarlijk zo teder „van gemoed was, als hij door de H:r E: O: Eysscher „geconsidereerd word te zijn; dan zou hij immers „bij het geeven zijner verklaaring dit voorna„ „me poinct niet versweegen hebben. - dog de ged„e houd zig verseekert, dat dit met een „besludeert Oogmerk is geschied, om des ged„ e „onschuld /: mit zekere reedenen: eenen Pag: 48 „ En wat aangaat de Conclusie, als of de Collo„ „nel zo teder zoude zijn, dat hij de Strengste „regels van Eiden pligt, boven de billykheijd „en verschuldigde dank erkentenissen zou schat„ „ten; zulx is meer te wenschen dan te gelooven „ja indien de nood het vorderde, laat men van „de zijde des ged„e Eerbiedig aan uwelEd: eijge„ „ne ervaaring, of uijt het voorgevallene mis„ „schien niet just het Contrarie zou kunnen „blijken" „toont genoeg dat daar den ged„e de vriendschap „en Gastarijheijd, zonder eenige inzigten van „eijge baat; maar tot zijn schade geoeffend heeft, „in zo verre zelf, dat die Collonel op zeker „tijd, zig met den ged„e door het omberspel zullen „de vermaaken van den ged„e twee ducatons ge„ „leend: maar nimmer weder gegeeven heeft. toont kwaade 266 Pag: 17 1 268 „kwaade schijn te geeven. De ondergeteekende welEdele achtb Hteeren, vastelijk vertrouwende, dat deese hier vooren aangehaalde Periodes en re „flectien zo stoutelijk gehazardeert, en Uwel„ „Edele en Achtb: voorgelegt bij dezelve die juiste sentatie, welke zijn atuurlijk moeten veroorzaken, zullen hebben verwekt; keert zig in dat vertrouwen tot uwelEdele en Achtb: ootmoedig verzoekende, en in desselvs aan„ gehaalde qualiteit ten sterksten insteeren„ „de, dat het deezen Achtbaren Rade behagen mag, den Heere secretaris te authoriseeren dezelve alle in de sogenaamde schriftuure van duplieq te roijeeren ende te bifeeren, dan wel die aan den stellen en Uytvin„ „der daarvan te rug te doen geeven, met last om zulx zelve te doen; en waar„ schouwinge van zig voortaan voor soortgelijke mispaasen soigneuselijk te menageeren. — Ofte zo als UwelEdele en achtb: tot mainctien van derzelver ontzag, en ook van de authoriteit den ondergeteekende in die zijn qualiteit en Post Competeerende, zullen oordeelen te behooren. - Welk vertoog geleezen, en daaruijt bij Confrontatie met het schriftuur van duplieg gebleeken zijnde, de verregaande insolentie, van den bij dat vertoog vermelden burger Bernardus de vaal, om zig in zodanig publiek schriftuur, niet alleen van invesente en ver„ „meetele uytdrukkingen, maar zelfs van Lesi„ „ve termen te bedienen; zo heeft de Raad het allezint billijk verzoek van den E: O: vert: geaccordeert; zullende dus gerepten de vaal tegens den naast volgenden Reehtdag voor deese vergadering worden geappoincteerd, ten einde na dat alle de voorschreeve in zin duplieq voorkoomende onbehoorlyke expressien Reserveerende niet te min den on„ „dergeteekende aan zig de faculteit, omme dukgemelde de vaal, over deeze zijne petulance zodanig in tijd en wijle voor deeze vierschaar te actioneeren, als hij zig ampthalven verpligt zal agten te moeten doen. /:was geteekend:/ J: N: J van Lijnden. — /:in margine:/ Ex„ hibitum in Judicio Extra ordinario den 8:e Oc„ „tober 1700. Reser 273 of percodes door hem in het zelve schrijf„ „tuur zullen weezen geraieerd, over dit brutaal bestaan in rade te worden gerepri„ „mendeert, met wel serieuse recomman„ „datie, om zig in vervolg van tijd voor soortgelijke of andere ongepaste degressien of erreverente termen in zijn schriftuuren soigneur te wagten. Zinde vervolgens ter tafel ge„ „bracht de rondgeleezene stukken en muni„ „menten gediend hebbende in 't proces door voorschreeve Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lynden. E:O: op ende Jegens den burger deeser Plaatze, Pieter Hammes in Cas van attroce reeele injurie gepleegd aan den burger Marthinus Keet, geentameerd: waarover met attentie gedelibereerd, en in overweeging genomen zynde, al 't gunt reflectie mariteerde en Hun EE Achtb„ konde doen moveeren Heeft de Raad Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoogmo„ „gende Heeren Staaten Generaal der verEenigde Nederlanden; den Ged: Pieter Wyders bij der hand genoomen zynde, den Eyschen stukken door gemelde Heer, Jndependent Fiscaal E: O: op ende En dewijl Uijt de ten processe gefour„ „neerde stukken gebleeken is, dat voorm: burger Marthinus Keet, den ged„e Pieter Hammes in zijn eijgen huijs heeft ge„ brutaliseerd en UijtgeEijscht; zulx dat gerep„ „ten keet zelve geen geringe aanleijding ge„ „geeven heeft, tot het geene tusschen hem en Hammes is voorgevallen; zo is derhalven goedgevonden gerepten Marthi„ „nus keet in Raade te ontbieden, en daarover scherpelijk te reprimendeeren, met zeer ernstige waarschouwing, om voortaan het houden van dergelyke onbe„ „hoorlijke en brusque propoosten, in het huijs van zijn meede burger te vermijden. Hammes gecondemneert, in een boete van vyf en Twintig Ed„s ten behoeven der gerefor„ „meerde didoonij armen deezer steede, en in alle de ter deezer zaake gevallene kosten met ontzegging van den verderen gedaanen Eysch en genoomene Conclusie van den officier Hammer Jegens

NL-HaNA_1.04.02_4344_0142 view scan ↗

English

Against the slave Cassiem of Batavia belonging to the burgher Jacobus Johannes van den berg exhibited in Court, the Council has deliberated thereon with all proper accuracy, and having taken into consideration all that served the matter, and could move their Honors, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemned the said Cassiem of Batavia to be taken to the place where it is customary here to execute criminal sentences, there delivered to the executioner, exposed under the gallows with a rope around his neck, subsequently being tied to a post, severely scourged with rods on his bare back, and thereupon to be branded, and furthermore to remain banished for the term of his life on Robben Island, in order there, riveted in chains, to labor on the public works, with condemnation of the said defendant in the costs and expenses of justice. While furthermore there was also brought to the table the written claim, exhibited in Court by the aforementioned Lord Independent Fiscal at the session of the 10th of the recently elapsed month of September, together with the documents and muniments joined thereto, on and against the imprisoned burgher Barend Mijer, the matter has been deliberated upon with all possible attention, and taken into consideration that however much on the one hand it is most probable that the manslaughter committed by the said Barend Mijer upon Ferdinand Hartsenberg was done with intent, and even with knowledge of his wife, although in this case no proofs are at hand to proceed to a sharper examination, and at the same time on the pretext of the said defendant, namely that he used self-defense, sufficient proof is lacking that he could not have escaped the danger in any other way; yet on the other hand, the uncertainty and doubt which still exist to such a degree in this case do not permit the passing of a definitive sentence against the said Barend Mijer, whether to an ordinary or to an extraordinary punishment; wherefore the Council has unanimously approved and resolved to place the mentioned Barend Mijer on Robben Island until further evidence regarding this matter may perhaps come to hand in the course of time. And having today at the same time deliberated upon the petition dated 25 June last, presented by the wife and certain blood relatives of the fugitive David Malan Davidz, and the report on behalf of the Landdrost of the Colonies Stellenbosch and Drakenstein, the Lord Hendrik Lodewijk Bletterman, exhibited in Court in that regard on 3 September; the Council, conforming itself with the said report, has relieved the banished David Malan Davidz, as he is relieved by these presents, against his default of appearance, with the consequences and attachments thereof, and specially also of the sentence on 5 March last, pronounced against him the defendant by virtue of the same default of appearance; provided that on the part of the defaulting David Malan Davidz there shall not only be refunded all the costs incurred in the lawsuit initiated on and against the said Malan by the aforementioned Landdrost, but also sufficient bail be given, to the satisfaction of this Council, to appear in court at all times when required; the Council keeping the request to admit the said David Malan Davidz to an ordinary trial under advisement, and further declaring that the matter requested regarding the estate of the aforementioned David Malan Davidz in the aforementioned petition cannot for the present be proceeded with. The Honorable Lord President subsequently having made known that the imprisoned burgher Hermanus Pietersen this morning had sent to His Honor a petition tending to be allowed to compound regarding his committed deed with the Honorable Lord Independent Fiscal, which petition His Honor had accepted and handed over to the secretary to present in Council; the same was read aloud by the said Secretary, and found to be of the following contents: To the Right Honorable Lord Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Members from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable Lord and Honorable Lords. With the required respect, the burgher Hermanus Pieterse the Elder most humbly makes known, both for himself and for his minor son, residing at the mouth of the great river, that in the week last past they came up with a load of butter; when he the petitioner, both on the road and here at the Cape, had various difficulties with a Hottentot he had with him named Armbed, which Hottentot he the petitioner found in the field already over 18 years ago, being still a small child, and who lay starving of hunger and want, brought him to the kraal situated there, by which Hottentots he the petitioner was informed that he had no parents left, and they intended to kill that child, upon which atrocious proposal the petitioner requested if he might take him along, which was consented to, and he was further brought up by him the petitioner along with his children, and was raised just like his own children. That on last Tuesday the 29th of the elapsed month of September, in the afternoon, as the petitioner intended to ride home, having arrived in the Strand Street,

Dutch transcription

Jegens den Slaaf Cassiem van Batavia toebehoorende den burger Jacobus Johannes van den berg in Judicio geexhibeerd; zo heeft de Raad daarover met alle behoorlij„ „ke accuratesse Gedelibereerd, en in overwee„ „ging genomen hebbende, al het gunt ter zaake dienende was, en hun EE achtb„e konde doen moveeren, Reet doende uijt naam ende van weegens de Hoogmo„ „gende Heeren Staaten Generaal der verEenigde Nederlanden den ged„e Cas„ siem van Batavia gecontemneerd, omme gebracht te worden ter plaatze, daar men alhier gewoon is, Crimineele sententien ter executie te leggen, aldaar aan den scherpregter overgeleeverd, met een strop om den hals, onder de galg te pronk gesteld, vervolgens aan een Baal gebonden zijnde, met roeden op de bloote rugge strengelijk gegeesseld, en daarop gebrandmerkt te worden, en wijders voor den tijd zijnes leevens op het robben Eyland gebannen te blyven, ten einde aldaar in de ketting geklonken, aan de gemeene werken te arbeiden; met Condemnatie van den Terwijle voort ook ter tafel gebragt zynde den schriftelijken Eysch, door opgemelde Heere Jn depensent Fiscaal ter sessie van den 10=' der jongst verloopene maand september met en beneevens de daarbij gevoegde stukken en muni„ „menten in Juditie geexhibeerd, op ende jeegens den in hegtenis zittenden burger Barend Mijer, zo is, over het een en ander, met alle mogelijke attentie geraadpleegt, en in aanmerking genoomen, dat hoe zeer, het aan de eene zijde ook ten hoogsten waarschyjnlijk is, dat de doodslag door gemelde Barend Mijer aan Ferdinand Hartsenberg is ge„ „pleegd met opzet, en zelfs met kennisse van desselvs Huijsvrouw schoon er in deesen geene preuven voor handen zijn, om ter scherper examen te procedeeren, en tevens ook aan, het gepretexteerde van den ged„e dat hij namentlijk, noodweer zoude hebben gebruijkt; ontbreekt een voldoende bewijs dat hij ged„e het gevaar, op geen andere manier heeft kunnen ontkoomen: Egter aan de andere kant, de onzeekerheid en ged„ in de kosten en misen van Justitie ged„e dubiteit 273 2/5 dubiteit, welke in dit geval noch zo zeer plaat hebben, niet toelaaten om, het zij tot eene ordinaire, het zij tot eene extra ordinaire straffe eene divinitive sententie tegens denzelven Barend Mijer te vellen; wes¬ „halven de Raad eenpariglyk goedgevonden en beslooten heeft, gerepten Barend Mijer op 't Robben Eijland te plaatsen, tot dat om„ „trend deeze zaak, mogelyk in der tijd, nadere bewijsen mogten aan handen koomen. En op haden te gelijk meede gebesrig„ neerd zijnde, over het request in dato 25 Junij Jongstleeden; door de Huijsvrouw en eeige bloedverwanten van den geausugeerden David malan davidz: gepresenteerd, en het berigt van weegens den Ian ddrost der Coloniën Stellenbosch en Drakensteijn de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman dienaangaande op den 3 September in Jndieio geexhireert; zo heeft de Raad zig met het zelve berigt Conformeerende den gebannen David Malan daviz: gereleveerd, gelyk denzelven gereleveerd word mit deezen, tegens desselvs non De E achtbaare Heer President vervol„ „gens te kennen gegeeven, hebbende, dat de in heertenis zittende burger Herma„ „nus Pietersen deeze morgen bij zijn E Comparitie, met de gevolgen en aanklee„ „ve van dien, en specialijk ook van de sententie op den 5 Maart Jongstleeden, uijt kragte van dezelve non Comparitie tegens hem gedaagde. geslaagen; mit dat van de zijde van den defaillant David Malan davidz: niet alleen worde gerefundeert, alle de kosten gevallen in het proces door voorschreeve Landdrost op ende jeegens denzelven Malan geentameerd, maar ook gesteld suffisante cautie, ten genoegen deezes Raads, om zich ge„ „requireerd wordende, ten allen tijden in rech„ „ten te sisteeren; houdende de Raad het verzoek om gemelde David Malan Davidz: te ontfangen in een ordinaris proces, in advijs, en verklaard wyders dat in het nopens den boedel van meergedagte David Malan Davidz: bij het voorschreeve request verzogte voor als nog niet kan worden getreeden. — Compa¬ A Htb 274 276 achtbaare hal gezonden, een request ten „deerende om weegens zijn begaane feit met den E. Achtb: Heer Jndependent Fiscaal, te mogen Composeeren, welk request zijn E Achtb„ aangenoomen, en aan den secretaris overhandigd had, om in Raade te presenteeren; p: het zelve door gem: Secretaris opgeleezen, en bevonden van navolgenden inhoude Aan den welEdele Achtb: Heer Johannes Zaak Ahenius Praesident, beneevens de verdere Leeden Uijt den E Achtb: Rade van Justitie des Casteels de Goede Hoop WelEdele Achtbaare Heer en Ed: Achtbaare Heeren. heeft met de verEyschte Eerbied: op Ootmoedigst te kennen, den burger Hermanus Pieterse de Oude, zo voor Dat op laatstleeden Dingedag den 29:e der afgeloopene maand september des nademiddags den supp„t na huijs meende„ te ryden, in de strand straat gekoomen hem, als voor zijn minderjarige zoon, woo„ „nagtig aan de mond van de groote rivier, laast gepasseerde week, met een vragt boter opgekoomen zijn; toe hij supp„t zo op de weg, als hier aan de Caal verscheyde moeyelijkheeden heeft gehad, met eene bij zig hebbende wotten tot genaamt armbed, welke wotten tot hij supp„t reeds over 18 jaa„ „ren geleeden in 't veld heeft gevonden, nog een kleijn kind zijnde, en welke van hon„ „ger en gebrek lag te Crappeeren, denzelven bij de daarleggende kraal heeft gebragt, van welke Hottentotten hem supp„t wierd geinfor„ meerd, dat denzelven geen ouders meer hadde, en zij voorneemens waaren, dat kind dood te slaan, op welke gruweldazig voorstel den supp„t heeft verzogt, of hij hem meede mogte neemen, gelijk sulx wierd geconsenteerd, en verder door hem supp„t beneevens zijne kinderen is groot gebragt, en even als zijne eijgene kinderen is opgevoed geworden. hem zynde

NL-HaNA_1.04.02_4344_0145 view scan ↗

English

278 being, the said Hottentot, who was walking alongside the oxen, jumped off from them onto a stoop; saying to the petitioner and his son Hermanus Pieterse the Younger, who was sitting with the petitioner on the wagon, here I am free, and I will not go with you people, wherefore the petitioner ordered his son to jump from the wagon and seize the said Hottentot; but the door of the said house being open, the said Hottentot retreated into the house there; the petitioner, seeing this, in anger also jumped from his wagon and with his said son followed the said Hottentot into the said house, in order to take him out of there, as they caught hold of him in the gallery, with the intention of dragging him out; in the meantime, while the petitioner and his son were busy wrestling with the said Hottentot, the master of the said house arrived, asking who gave the petitioner orders to commit such violence in his house without requesting permission to do so, the petitioner stated that he wanted to pinion his Hottentot and have him given a flogging in front of the jail, whereupon the said gentleman informed the petitioner that this could not happen without his consent, that His Honour was the Fiscal, of which the petitioner being entirely unaware, was very distressed by that statement, not knowing whether he, the petitioner, in his agitation, misspoke or otherwise went too far in anything; however, as far as he recalls, he prodded his son with the stick to make his escape, just as he, the petitioner, likewise intended to run away, when they were informed by the said Honourable Lord Fiscal that they were prisoners and that His Honour would have them taken to the Castle, as immediately a guard was there in front of the door, who took the petitioner and his said son into custody and brought them to the Castle, the petitioner reflecting on the way on what he had done, how he had made himself guilty of committing violence in the house of the Honourable Independent Fiscal, which is impermissible even if it had occurred at an ordinary burgher house, felt well inclined to direct 288 281 return immediately, in order to ask the said Honourable Lord Fiscal's excuse for this; but fearing that this would not be permitted to him, and moreover finding himself trapped in the utmost fear, since he has never had any incidents in his life and, not being accustomed to speaking with gentlemen from the government, always being filled with the greatest timidity, remained resigned to it, not knowing what he ought to do, was brought into civil custody on the 1st of this month, the petitioner laments to the utmost degree his so thoughtless mistake in using insolence in the house of the Honourable Independent Fiscal, yet the petitioner hopes that Your Honours will be pleased to consider this committed offense of his as not being committed with a deliberate intention, but thoughtlessly in anger against the said Hottentot, in order to prevent him from causing nuisance, in the hope of getting hold of him, and he had advanced so far into the said house, and thereby as if unmindful of those reasons why the petitioner in these his urgent circumstances turns most respectfully to Your Honours with a humble request, that it may please Your Honours to declare the said offense, both of him and of his son, civil and composable, and consequently be pleased to authorize the Honourable Independent Fiscal, in the presence of two commissioned gentlemen from this Honourable Council, regarding the penalty and fines of the said anger, has already gone too far, and since the petitioner is apprehensive that his unfortunate step will possibly cause a lengthy stay here, in which the petitioner's ruin lies, as there are only heathens on his farm, and the harvest is at hand, and his cattle here at the Cape must notoriously perish; so that the petitioner's total ruin threatens to proceed from this. The petitioner sees indeed to his utmost regret having gone too far, but hopes that his offense is not so aggravating; since it occurred without malice aforethought in a fit of anger, whether the same can be declared civil and composable. anger offense

Dutch transcription

278 zynde, gemelde Wotten tot die neevens de ossen liep, van deselven is afgesprongen op een sloep; seggende tegen den supp„t en des„ „zelvs zoon Hermanus Pieterse de Jonge, die met den supp„t op de wagen zat, hier zijn ik vrij, en ik zeijde met zou luijde niet meede, den supp„t daarop aan zijn zoon last gaf om van de wagan te springen, en geoegde Hotten tot vast te grijpen; dog de deur van gemelde huijs openstaande retireerde gemelde Hotzen tot daar in het Huijs; den suppt zulx ziende in driften meede van zin wagen is gesprongen en met zijn gemelde zoon den gesegde Hotten tot in gemelde Huijs is gevolgd, om hem daaruijt te haalen, gelijk hij denzel„ „ven in de gaanderij vast gekreegen hebben, met voorneemens hem daaruijt te sleepen; Jntusschen den supp„t, en zijn zoon bezig waren met gemelde Hotten tot te worstelen, is daarbij gekoomen, den Heer van gemelde Huijs, vragende wie hun supp„t last gaf, om zulk geweld in zijn huijs te pleegen en zonder permissie daartoe te verzoeken, hij supp„t te kennen gaf; dat hij zijn wotten„ tot wilde Vleugelen, en voor de Tronk een pak laate geeven, waarop gesegde Heer den supp„t te kennen gaf; dat sulx zonder zijn Compent niet geschieden konde, dat zijn Ed: de Fiscaal was, van het welke den suppt gant onbewust zynde, op dat gezegde zeer ontdaan was, niet weet of hij supp„t in zijne ontsteltenis zig zelven heeft missprooken, of verder zig ergens in heeft te buiten ge„ „gaan; Egter zo veel hem voorstaat zijn zoon met de stok heeft aangepord, dat hij zig mogte maaken weg te raaken, zo, als hij supp„t insgelijx meende weg te loopen, wanneer hun door welgedagte Ed: Achtb: Heer Fiscaal wierd aangesegd, dat zij arres„ „tanten waaren, en zijn Edele achtbbaare hun na 't Casteel zoude laaten brengen, gelyk opstond een wagt, aldaar voor de deur was, die hem supp„t met zijn gemelde zoon in arrest hebben genoomen, en in 't Casteel gebragt, den supp„t in het heengaan overden„ „kende, wat hij gedaan had, hoe zig schuldig hadde gemaakt aan 't pleegen van geweld, in het huijs van den E Achtb: Heer Jndepen„ „dant Piscaal, het geen ongepermitteerd is, al was sulx ook geschied, aan een ordinair burger Huijs, zig wel geneegen volde, om een direct 288 281 direct weeder te keeren, ten einde wel„ „gemelde E Achtb: Heer Fiscaal, daarover Ex„ „cuus te verzoeken; maar vreezende, dat sulx hem niet zoude toegelaaten worden, daarbij zig zelven in de Uyterste vrees bekneld vond, wijl hij nimmer eenige voorvallen in zijn leeven heeft gehad, en niet gewoon zynde, met Heeren uijt de Regeering te spreeken /: of schoon niet gedaan hebbende :/ altoos met de grootste limiditeit is bezet, daarin is blyven berusten, niet weetende wat hem te doen stond, op den 1:' deezer in Civiele is gebragt, den supp„t in de Uytterste graad zig beklaagd, over zijne zo onbesonne misslag met obstititeit te gebruijken in het huijs van den welEdele achtb: Heer Jndepen„ „dent Fiscaal, egter verhoopt den supp„t dat UwelEdele achtbaare deeze zijne be„ „gaane misdaat gelieven te beschouwen, als niet gepleegd zinde, met een warag„ „tig voorneemen, maar onbesonnen in drift tegen gezegde Hottentot, om die te beletten, dat geen overlast zoude aandoen„ in hoope dezelven te zullen krygen, en hij zo verre in gezegde huijs was gevor„ „derd, en daar door als ongevoelig in die Reedenen waarom den supp„t in deeze zyne dringende omstandigheedens op 't Eer„ beedigst zig is keerende tot uwelEdele achtbare met ootmoedig verzoek, dat het uweldele gelieven te behagen, gemelde misdaat zo van hem, als van zijn zoon te verklaaren fiviel en Composibel, en diesvolgens den Edelen achtbaren Heer Jndependent Fiscaal gelieven te authoriseeren, omme ten overstaan van twee Heeren Gecommitteerdens, uyt deesen achto„ Rade, over de pane en breuken der gesegde driften reeds zig zelven heeft te buyten gegaan, en wijl den supp„t bedugt is, dat zyn ongelukige stap, mogelijk een langduurig verblijf alhier zal veroorzaaken, waarin des suff„s ruine geleegen is, also niet als Heydenen op desselvs plaat zijn, en den cogot op handen is, mitsgaders desselvs vee alhier aan de caal notoir moet verretken; zo dat den supp„te Totale ruine daaruijt staat te pro„ „stueeren. —: den supp„t ziet wel tot zijn uit„ „terste leedweezen van zig te buyten gegaan te hebben, dog verhoopt dat deszelfs misdaat, niet zo aggraveerend zijn; vermit dezelve zonder animus in een drift zijn geschied, of dezelven kan Civiel en Composibel werden verklaart. driften mirdaat

NL-HaNA_1.04.02_4344_0147 view scan ↗

English

to be allowed to compound the crime. Underneath stood: Which doing, etc. Was signed: X and written around it: this mark was made by the petitioner's own hand. Lower: known to me, signed: M:s Marinussen. In the margin: Exhibited in Court on 8 October 1789. After the reading of which, the opinion of the Honorable Independent Fiscal having been asked, it was advanced by His Honor that, since the violence committed by the detainees took place in the house and to the person of him, the Fiscal, His Honor solely for that reason did not wish to oppose the request of the petitioner, but declared that he left the matter entirely to this Council. Whereupon the Honorable Council, having deliberated upon the aforementioned petition and having taken into consideration that the act committed by the detainee is of such a nature that the same can be declared compoundable, has hereby granted the request made in the aforementioned petition and declared this matter civil and compoundable; yet so that the composition shall take place before the Honorable Commissioner Members of this assembly. Civil Thereafter, the member of this Council, the Honorable Ryno Johannes van der Riet, still acting ex officio in the affairs of the Merchant and Landdrost of the Colony of Graaff-Reinet, brought to the knowledge of the Council that the wife of the burgher Tobias Mijnhardt, who is sitting in custody, had made known to His Honor that there are currently some countrymen present at this capital who, regarding the case of her husband with the substitute of Graaff-Reinet, could give testimony to his marked advantage; that she, however, by reason of her impoverished condition, is unable to uplift these depositions; and had therefore requested to be allowed to obtain all such testimonies pro deo; and that he, the Honorable Van der Riet, had taken it upon himself to propose the matter to the Council; which having been deliberated upon, the request made by the wife of the said Mijnhardt was granted, as also at the same time, upon the proposal of the officer, access to her husband was granted to the frequently mentioned wife of Mijnhardt. And lastly, it was communicated to the Council by the aforementioned Honorable Van der Riet that, since the aforementioned burgher Tobias Mijnhardt was brought into custody here without notice having been given thereof according to custom to His Honor as officer by the first provost or schout Hendrik Matthijsen, His Honor had therefore regarded the conduct of the said Matthijsen in this matter as a premeditated disrespect, since the mentioned Matthijsen, having always observed such previously, could therefore pretend no ignorance of his duty in this regard; it was thus resolved, upon the request of the aforementioned Honorable Van der Riet to be maintained herein, to summon the said Matthijsen to the assembly for the next court day, and to reprimand him about this. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: W: S: Van Rijneveld, Secretary. The Secretary of this Council, Willem Stephanus van Rijneveld, acting ex officio, applicant, against the Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lijnden on the one side, and the burgher Pieter Hammes on the other side, the former as plaintiff ex officio and the latter as defendant. Thursday, 15 October 1789 In the morning, present: the Honorable Johannes Izsaak Rhenius, President, and all the members, except the Honorable Gentlemen Van Echten and Maasdorp on account of indisposition. The burgher Marthinus Keet, appointed before this Council Chamber, having acted as requested in this matter, in order to hear judgment pronounced upon the documents and muniments exhibited on both sides in Court. The Council, having attentively read and reviewed all the documents and muniments exhibited on both sides in Court, and having considered what was relevant to the matter and could move Their Honors, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Pieter Hammes to a fine of twenty-five Rixdollars for the benefit of the Reformed Diaconate Poor of this town, and into all the costs incurred in this case; dismissing the further claim made and conclusion taken by the Honorable Officer. Underneath stood: Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope on 8 October 1789, and pronounced on the 15th following. Was signed: I: I: Rhenius, J: C: Kannenkamp, Joh:s Smuts, G: H: Meijer, C: Mappa, J: C:s Gie, R: J: v: d: Riet, A: de Wet. Lower: In my presence, was signed: W: S: van Rijneveld, Secretary. As also subsequently, the burgher Bernhardus de Waal, having appeared in Council pursuant to the resolution taken on the 8th of this month, was, after he had by his own hand with the pen crossed out all the improper terms occurring in the paper of dupliek and recited in the memorial of the Honorable Independent Fiscal, reprimanded according to the content of the same resolution, and enjoined to take careful heed in the future against such demarches.

Dutch transcription

282 283 misdaat te mogen Composeeren. — /:onderstond:/ T welk doende &„a /: was geteekend:/ & /: en daaromme geschreeven /:dit merk heeft den supp„t eygenhandig gestelt. — /:lager:/ mij be„ kent /:geteekend:/ M:s Marinussen /: in margine:/ Exhibitum in Judiei den 8 Octo„ „ber 1789. — Na welks Lectuure het gevoelen van den Heer Jndependent Fiscaal afgevraagd zynde, wierd door zijn E daarop geadvan„ „ceerd; dat dewijl de violentie door de gede„ „tineerdens gepleegd is, in het huis en aan den perzoon van Hem Heere Fiscaal, zijn Edele alleen om die reede het versoek van den supp„t niet wilde Contrarieeren, maar betuijgde dezaak volkomen aan deezen Raade over te laaten. — zulx de E: Achtb:e Raad over het voorschreeve verzoekschrift gedelibereerd en in aanmerking genomen hebbende, dat het feit door de Ged„e gepleege van dien aard is, dat dezelve Composibel kan worden verklaard, mitdien het bij voorschreeve requeste gedaan verzoek heeft toegestaan en deeze zaake verklaard Hier na wierd door het Lid deezes Raads de Heer Rino Johannes van Eer Riet als noch exaffiew de zaaken, van den koopman en Landdrost der Colonier Graaffe Reinet waarneemende, den Raade ter kennisse gebracht, dat de Huijsvrouw van den in hegtenis zittenden burger Tobias Mijn hart aan zijn Edele had bekend ge„ „maakt, dat er zig tans eenige landlieden aan deese Hoofdplaats bevonden, dewelke wegens het geval van haaren man met den substituit van graaffe Reinet, tot merkelyk voordeel zouden kunnen getuijgenis geeven: Dat zij egter uijt hoofde haarer armoedige toestand buyten staat zijnde, dezelve depositien te kunnen ligten; overzulx hadde verzogt, om alle zodanige getuijgenissen prodeo te mogen in winnen; en dat hij Heere van der Riet op zig hadde genomen, het een en ander den Raade voor te draagen; waarover gedelibereerd zynde, is in het voorschreeve door de Huijsvrouw van Gedagten fiviel en Composibel; zo nogtans dat de Com„ „positie geschiede voor Heeren Gecommitt„s lee„ „den deeser vergaderinge. — Civrël Mynhard 285 Mijnhard gedaan: verzoek bewilligd, gelijk ook tevens op de propositie van den officier aan meergem: Huijsvrouw van Mynhard acces bij haaren man verleend is. — En Laatstelik door gemelde Heere van der Riet den Raade nog gecommuni„ „ceerd zijnde, dat dewijl voorschreeve bur„ „ger Tobias Mijnhard alhier in hechtenis gebracht, zonder dat door den eersten geweldi„ „ger of schout Hendrik Matthijsen volgens gebruijk daarvan aan zijn Edele als officier was kennis gegeeven; zijn Edele dus het gedrag van gemelde Matthijssen in deesen als een gegremepiteerd minackting, hadde opgenoomen; daar gerepten Matthisen, als sulx te vooren altoos geobserveerd hebbende dus geene ignorantie van zijn plicht hierom„ „trend konde praetendeeren: zo is, op het verzoek van gemelde Heere van den Riet om hierin„ „ne te worden gemainctineerd, beslooten, gemelde Matthijssen teegens den naastvol„ „genden Rechtdag, in vergadering te doen ontbieden, en hierover te reprimendeeren. /:onderstond: Aan Cabo de goede Hoop die et anno De secretaris deezes Raads Willem Stephanus van Rijneveld ampt„ halven requirant Contra den E achtt Heer Jn dependent fiscaal deezes Gouvernement Johan Nicolaas Steven van Lijnden ter eenre, en den burger Pieter Hammes ter andere zijde, de Eerstgemelde als Eysscher E: O: en de Laatste voor ged„t en verweerder Donderdag den 15 October 1789 'S voordemiddags present de E Achtb: Heer Johannes Izsaak Rhenius, prenient en alle de Leeven demptis de Heeren van Echten en Maasdorp bij in dispositie Utsupra /:laager:/ Mij present /: was geteekend/ B WJ Rineveld. Seeret ut geageerd 204 286. 28 De Raad aandachtelijk geleezen en geresumeerd hebbende, alle de stuk„ „ken en munimenten over en weder in Judi„ „cie geexhibeert, mitsgaders gelet op het Gunt ten materie was dienende en hun EE Achtb: konde doen moveeren, Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoog moogen„ „de Heeren staaten generaal der ver„ Eenigde Nederlanden Condemneerd den ged„t Pieter Hammers in eene boete van vyfen twintig Rijxdaalders ten behoeven der gereformeerde diaconij Armen deezer steede, en in alle de ter deezer zaake gevallene kosten; met ontzegging van den verde„ „ven Gedaanen Eysch en genomene Conclu„ „sie van den Heer Officier /:onderstond: Aldus gedaan en gevonnist aan Gelijk ook vervolgens, den voor deeze Raadzaale geappoincteerden burger Marthinus Keet, zodanige verbaale Correess De Burger Bernhardus de Waal, ingevolge het op den 8„e deezer genoomen besluijt in Raade verscheenen zynde, is denzelven, na dat door hem, alle de in het vertoog van den Heer Jndependent Feccaal gereciteerde in het schriftuur van duplieg voorkoomende onbehoorlijke Termen, eygen „handig met de pen waaren doorgehaald naar in houde van 't zelve besluijt gerepri„ „mendeert, en aangezigd zig in vervolg van tijd, voor dergelijke demarches zorgvuldig te wagten. — Cabo de goede Hoop den 8 October 1789, mits„ gaders gepronuntieerd den 15„e daaraan volgende /: was geteekend:/ I: I: Rhenius I: C: Konnenkamp, Joh„s Smut, G: H: Mijer C:Mappa, J: C„s Gie:/ R„ J„ V: D Riet A„ De Wet /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ W: C: Van Zijneveld Secrets geageerd hebbende, ten deezen gerequireerdens, omme op de over en weder in Judicio ge„ „exhibeerde stukken en mu„ nimenten, vonnis te hooren pronuntieeren. Cabo heeft

NL-HaNA_1.04.02_4344_0150 view scan ↗

English

288 289 The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, plaintiff, against the Captain of the Burgher Reserve, the valiant Pieter van Breda, defendant, in order to hear renunciation of further production. The Honorable Plaintiff renounces further production and requests justice upon the submitted documents. The Burgher Bernhardus de Vaal, appearing for the defendant, says likewise to renounce and to leave the case to the Council's judgment; requesting, however, that it may please the Council, whereas from the side of the Plaintiff statements have been submitted which he, the Defendant, in his writings has shown cannot be sworn to, therefore to send the documents and muniments that have served in this case around for circulation prior to the re-examination of the witnesses. The Council holds this case in deliberation for circulation, after the statements shall first have been re-examined or sworn to; leaving it, however, to the discretion of the Commissioners acting for the re-examination of the witnesses to pay regard, according to the state of affairs, to the well-founded objections of the defendant in that respect. has undergone, as the resolution taken in his regard on the 8th of this month dictates: The Lieutenant of the Burgher militia, the Burgher Jacobus van Leeuwen, appearing for the valiant Jonas Albertus van der Poel, defendant, against the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, defendant, to see a rejoinder served upon his submitted reply, hands over a rejoinder document furnished with three annexes. The Plaintiff thereupon argues that since his Honor found the answer of the defendant in properly decent terms, and thus assumes that the defendant will likewise have occupied himself in his rejoinder solely with defending, if possible, the case of his master, his Honor therefore did not deem it necessary to request a copy, but declared to renounce further productions. The defendant says likewise to renounce and to leave the case to the Council's judgment. The Council holds this case in deliberation for circulation, with the statements added to the trial record first to be re-examined and sworn to. aforesaid 9 290 291 The Honorable Plaintiff persists in his request. The aforementioned Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, Plaintiff, against the Rattle Watchman Evert van Es, Defendant, to the end of hearing such demand, or request or requests, as the Plaintiff shall think fit to make and take against him, concerning and on account of the fact that he, Van Es, did not hesitate, on the 6th of this month, to assault his fellow Rattle Watchman Zwartzenburg with a stick, with the result that his right leg came to be broken, and whatever further occurred in this matter; to answer thereto and to proceed further as is customary in criminal cases. The Honorable Plaintiff, before making his demand, requests that the Defendant in person may be ordered to answer such articles as shall be presented to him, the Defendant, before the Commissioners. The Defendant in person says thereupon in substance: I did not beat Zwartsenburg, but after he dealt me some blows, I grabbed him by the legs, which caused us to fall together into a ditch, where Zwartsenburg unfortunately broke his leg. The Council orders the Defendant in person to answer such interrogatories as shall be presented to him on behalf of the Plaintiff before the Commissioners. Whereafter appeared in Council the Bailiff Hendrik Matthijssen, appointed pursuant to the resolution of the 8th of this month, who, being asked by the Honorable President what reasons he had not to give notice, according to ancient custom, to the member of this Council, Mr. Ryno Johannes van der Riet, as acting ex officio in the affairs of the Landdrost of Graaff-Reinet, that the burgher Tobias Mijnhart had been brought here in custody, testified thereupon not to have neglected this with the slightest intention, but to have been of the opinion that the affairs of the respective Landdrosts are currently handled by the Adjunct Fiscal, Mr. Johannes Andreas Truter

Dutch transcription

288 289 De Jndependent Piscaal deeses Gouvernements, de E: Achtbaar Heer Johan Ni„ „colaas steven van zijnden De burger Bernhar„ „dus de vaal, voor den gereg. e zegd reg„t meede te renuntieeren, en de zaak Aan 's Raads oordeel over te laaten: verzoekende egter dat het van 's Raads welbehagen zijn mooge, om terwijl van de zijde van den Heer R:O: Eijsch verklaaringen zijn overge„ „legd, welke hij Gereq:d in zyne schriftuuren heeft aangetoond, dat niet kunnen worden be„ Eedigd, overzulx de stukken en munimenten in deeze zaak gedient hebbende voor het recolleeren der getuijgen in rondleezing te zenden. - De Raad houd deeze zaak na dat de verklaringen alvoorens zullen zijn gerecolleerd of beEedigd, ter rondleezing in advijs; blyjvende egter aan Heeren gecommitt s tot het recolleeren der getuijgen vaceerende, gedefereerd gelaaten, Contra den Capitain der burger reserve de manhafte Pieter van Breda gereg„n, omme te hooren renuntieeren van verdere productie. — de Heer E: C: reg„t renun„ „tieerd van verdere productie en verzoeht op de ingediende stukken recht. — heeft ondergaan, als het ten zynen op„ zichte genoomen besluijt van den 8: deezer, komt te dicteeren: De Lieutenant der Burgerije de burger Jacobus van Leeuwen voor den reg„t. zegd der manh: Jonas Albertus over een schriftuur van duplieg van der Poel reg„t gemunieert met drie bylaagen. de Heer R: O: Gereg„s advan„ „ceerd daarop, dat daar zijn Ed„ het den Jndependent Fiscaal antwoord van den regt„ in behoorlij„ deeses gouvernement de E „ke decente termen gevonden heeft, en dus vaatsteld, dat den reg„t achtb: Heer Johan Nicolaas zig even alzo in zijn duplieg steeds steven van Lynden gereg„ zal hebben bezig gehouden, met omme op desselvs ingediend alleen de zaak van zijn meester replieq te zien dienen van /:waare het mogelijk:/ te defenderen, duplieg zijn Ed„e oversulk niet nodig achte Copia te verzoeken, maar ver„ „klaarde van verdere productien te renuntieeren. — de reg: zegd meede te renuntieeren en de zaak aan 'S Raads oordeel over te laaten. De Raad houd deeze, zaak ter rondleezing in advijs. - zullende de ten processe gevoegde verklaaringen alvoorens worden gerecolleerd en beeedigt. — Contra om daarbij na bevonding van zaaken, op de gegronde bezwaaren van den gereg. en dienaangaande regard te slaan. — om Voorn 9 200 291 de Heer R: O: Eijss„r blijft bij zijn versoek persisteeren. voorens Eysch te doen, verzoekt, dat den Ged„e in perzoon moge werden gecondemneerd, om te antwoorden op zodanige ar„ „ticulen als hem ged„e voor Heeren gecommitteerdens zullen wor„ „den voorgehouden. de Heer R: O: Eysscher al„ Contra den Ratelwagt Evert van Es ged„e ten eijnde te aan„ De ged: in perzoon hooren zodanigen Eysch, dan zegd daarop in substantie wel verzoek ofte verzoeken; Jk heb Zwartsenburg niet ge„ als de E: O: Eijs„r zal goedvin„ „slaagen, maar hem na dat hij mij eenige slaagen heeft toe„ „den, teegens hem te doen gebragt, bij de beenen gegree„ en te neemen, over ende „pen het geen veroorsaakt heeft ter zaake dat hij van Es dat wij te zaamen in een sloot zijn gevallen, alwaar zwartsen„ zig niet ontzien heeft, op „bieren ongelukkig zijn been heeft den 6: deezer zijnen meede Ratelwagt Zwartzenburg met een stok fytelijk aan te randen met gevolg dat des„ „selvs Regterbeen is koomen te breeken, en het geene verder ter deezer zaake is voorgevallen, daarop te ant„ „woorden en voort te pro„ „cedeeren als in Cas Crimi„ „neel gebruijkelijk is. gebrooken. Voormelde E: Achtb: Heer Jnde„ pendent Fiscaal Johan Nieo¬ „laas steven van Lynden E: E: Eijss=„r De Raad Consemneerd den ged„e in„ perzoon, omme te antwoorden: op zodani„ „ge Jnterrogatorien als hem van weegens den Heer R: O: RepC„r voor Heeren Gecommit„ „teerdens zullen worden voorgehouden. Waarna in Raade verscheen, den ingevolge besluijt van den 8: deeser geappoincteerden schout Hendrik Mal„ thijssen, dewelke door den E: Achtb: Heer Prasident afgevraagd zynde, welke reedenen hij gehad heeft, om niet volgens het aloud gebruijk het Lie deezes Raads de Heer Rij„ „no Johannes van der Riet als de zaaken van den Landdrost te graaffe Ranet exoffieie waarneemende, kennis te geven, dat den burger Tobias Mijnhart alhier in heertenis was opgebracht? daarop betuijgde, zulx met geene de minste inten„ „tie te hebben nagelaaten: maar in de meening te zijn geweest, dat de zaaken der resp„e Landdrosten tans door den adjunct Fiscaal Mr: Johannes Andreas Prieter

NL-HaNA_1.04.02_4344_0152 view scan ↗

English

292 293 was observed, and also to have reported the arrival of Mynhart to the said Honorable Gruter; wherewith Mr. van der Riet was satisfied in this declaration. Below stood: At Cabo de Goede Hoop, the day and year as above. Lower: Present before me, was signed: W: Jd Rijneveld Secretary. Thursday the 29 October 1739 In the forenoon, present the Honorable Independent Fiscal and all the members except the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, due to business, and Messrs. Mijer, Maasdorp and van der Riet, both due to business and indisposition. The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, ex officio Plaintiff, against the under-boss of the Honorable Company's Post de Schuur, Johan Philip Snegelsbergen, defendant, in case of committed fraud and disobedience to hear such claim and conclusion as the ex officio Plaintiff shall see fit to make and take against him, to answer thereto, and to proceed further as according to law. The ex officio Plaintiff submits a written claim furnished with an annex to the same, concluding as at the end. The assistant of the Honorable Company, Marinus Marinussen, having duly legitimized himself as general proxy of the defendant, requests a copy of the one and the other, in order to serve with an answer four days from today. The Council grants copy and a day to serve with an answer. The aforesaid Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, being ex officio Plaintiff, against the Heemraad at Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Jan de Villiers J: JZ:, in case of contravention of the placaat of 4 March 1788, to hear such claim and conclusion as the ex officio Plaintiff shall see fit, to answer thereto, and to proceed further as according to law. The ex officio Plaintiff produces a written claim whereto are added two annexes. The burgher Jacobus van Leeuwen, legitimizing himself with a special power of attorney passed to him, requests copy and a term of four weeks to serve with an answer. The Council grants. 294 295 The aforementioned Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, ex officio Plaintiff, on the one part, against the soldier under the Regiment of Wurtemberg stationed here in garrison, Johan Walter, defendant, on the other part. The ex officio Plaintiff produces a written claim, furnished with a report of the slave Frans of Bengal, and a sworn declaration of the soldier Michiel Roepinger, together with the interrogatories answered by the defendant before delegated commissioners, and a surgical certificate. The defendant, having heard the one and the other read, says he persists with his answered interrogatories, and has nothing to bring against the claim of the officer. The Council, having read the written claim and conclusion, with the documents annexed thereto, and having attended to what was relevant to the matter, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Johan Walter to be placed on water and bread for the time of 14 days, with further condemnation of him, defendant, in the costs incurred in this matter. The frequently mentioned Honorable Independent Fiscal, ex officio Plaintiff, against the burgher Harmen Claassen, defendant, in the matter that the defendant saw fit, without prior knowledge of the ex officio Plaintiff, to remove his tavern sign from before his house, and on that account, pursuant to the placaat issued in that regard by the government here under date of 17 December 1784, has incurred a fine. The ex officio Plaintiff, while submitting a declaration passed by the schout Hendrik Matthijsen, makes a verbal claim as in the presentation. The defendant for answer says he removed his tavern sign because people had caused him molest, and that he did not know about the placaat, requesting therefore to be pardoned for this occasion. The ex officio Plaintiff persists with his claim, the parties renouncing further productions.

Dutch transcription

292 293 de Heer R: O: Eysscher produ„ „ceert eenen schriftelijken Eysch saagen. Pruter wierd waargenoomen, en ook van de opkomst van Mynhart aan gemelde E Gruter te hebben rapport. ge„ „daan; zulx den Heere van der Riet in deeze declaratie heeft genoegen genoomen. /:onderstond: Aan Cabo de Goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij present / was geteekend:/ W: Jd Rijneveld Secret.:s. onderdag den 29 October 1739 's voordemiddags present de E achtt: Heer Jndependent Fiscaal en alle de Leeden demp„ „tis de E Achtb: Heer Johannes Isaak Rhe„ „nius president, bij Occupatie, en de Heeren Mijer, Maastop en van der Riet, zo bij Occupatie, als bij indispositie De Jndepandent Fiscaal deezes gouvernement de E: Achtb: Heer Johan Nicolaas waarbij gevoegd zijn twee bij„ de burger Jacobus van Leeuwen, zig met eene de Heer R: O: Eypscher legd over eenen schriftelijken Eijnh gemunieert met een bilaag denzelven. — Concludeerende ut in sine van Nicolaas Steven van Voormelde E Achtb: Heer Jn„ dependent Piscaal Johan Zijnden E: O: Eijsscher Contra den Heemraad aan De Raad fiat Copia en dag om te dienen van antwoord. Contra den onderbaas van 'S E Comp„s Post de Schuur Johan Philip Snegelsbergen ged:e omme in Cas van gepleegde fraude en disobedientie te aanhooren zodanigen Eysch inde Conclu„ „sie, als de E: O: Eysscher zal goedvinden tegens denzelven te doen en te neemen, daarop te antwoorden en voort te proceveeren als na rechten. steven van Lynden E: O: Eysscher de adsistent der E Compe Marinus Marinussen, als generaale gemachtigde van den ged„e sig behoorlijk gelegi„ „timeerd hebbende, verzoekt van het een en ander Copia, ten einde heeden over 4 dagen te dienen van antwoord. — Steven specieile Stellenbosch — E. 294 295 speciale procuratie op hem ge„ passeerd legitimeerende, verzoekt Copie en termijn van vier wee„ „ken, om te dienen van ant„ Stellenbosch en Drakenstein de E: Jan de villiers J: JZ: omme in Cas van Contraven„ „tie tegens het placcaat van den 4 Maart 1788. te aan hoo„ „ren zodanigen Eisch ende Conclusie, als de E: O: Eysscher zal goedvinden, daarop te antwoorden en voort te procedeeren als na rechten. Meergemelde E achtbaar Heer de Heer gE: O: Eijscher produceert eenen schriftelijksen Eysch, gemunieert Jndependent Fiscaal Johan met een relaas van den slaaf Frans Nicolaas Steven van Lynden van Bengalen, en eene Behedigde E: O: Eysscher ter eenre verklaring van den soldaat Michiel Roepinger, beneevens de door den Contra ged„e voor Heeren gecommitteerdens den soldaat onder het alhier beantwoorde Jnte:rogotaria, en een guarnizoen houdend Regiment Chirurgieale attest. van Wurtemberg Johan Wal„ „ter ged:e ter andere zijde. De ged„e het een en ander hebbende hooren leezen, zegd bij zijne beantwoorde Jnterrogatoria te blijven persisteeren, en tegen den Eysch van den oficier niet te hebben in te brengen. — De Raad fiat. — de Heer R: O: Eys:r doet Dikgem: E Achtb: Heer Jnde„ „pendent Fiscaal E: O: Eiss„r onder overlegging eener verklaa„ „ring, door den schout Hendrik contra Matthijsen gepasseerd bij monde den burger Harmen Claassen Eynh ut in de presentaione de ged„e voor antwoord zegd ged„e, omme ter zaake dat den zijn Tapbord te hebben wegge„ ged„e heeft kunnen goedvinden, noomen, om dat men hem molext had aangedaan, en van het placcaat zonder voorkennisse van den niet geweeten te hebben, verzoeken„ R: O: Eyf„r zijn Tabbord voor zijn „de dus voor deeze reijze gepardon„ huijs weg te neemen en uijtdien „neerd te worden. — hoofde ingevolge het placcaat de Heer R: O: Eysc:r persisteerd bij zijnen Eynh: renuntieerende partijen diesweegens door de Regeering van verdere productien— alhier in dato 17 december 1784 geemaneerd, vervallen in eene De Raad den schriftelijken Eisch en Conclusie, met de daarbij gevoegde documenten geleesen en gelet hebbende, op het Gunt ter materie was dienende recht doende uijt naam ende van weegens de Hoog moogende Heeren Staa „ten generaal der VerEenigde Nederlanden Convemneert den ged„e en ged„e Johan te alter om geduurende den Tijd van 14 daagen te water en te Brood te werden gezet, met verdere Condemnatie van hem gede„ in de ter deeser zaake gevallene kosten L boete woord. 6

NL-HaNA_1.04.02_4344_0154 view scan ↗

English

The Council, after deliberation of the matters, decrees the requested execution for recovery of the fine of 50 rds determined by placcaat and condemns the defendant in the costs. underneath stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. lower: In my presence, was signed: W van Rijneveld, secretary. Thursday the 12th of November 1739, in the morning, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, with the exception of the Honorable Independent Fiscal and the Messrs. Ronnenkamp, Maasdorp, and Gie, due to indisposition. Assistant of the Honorable Company. The petitioner submits his The Deputy Fiscal, Mr. Johannes Andreas Fruter, as officially qualified to attend to the matters of the Honorable Plaintiff, submits a written claim, munited with an Extract from the Criminal Roll, and two further annexes; concluding at the end thereof. The defendant, the burgher Jan Endtin, Defendant, in order to hear such claim and conclusion as the Plaintiff against him, the defendant, shall The defendant, having heard the said documents read, says in answer that, regarding the chastisement inflicted upon his slave, think fit to make and take on the matter that from his slave September of versus The Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, the Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, Honorable Plaintiff. The Council: fiat. the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, summoning, in order to see served an answer to his submitted claim. Versus Marinus Marinussen, written answer as agent of the with an annex. under-foreman of the Honorable Company's Post The Deputy Fiscal, Mr. the Barn, Johan Philip Snegelsbergen, respondent. Johannes Andreas Fruter, appearing due to the indisposition of the summoning Gentleman, requests a copy thereof, in order to serve with a reply four weeks from today. fine of 50 rds thereupon, to see execution decreed, with the costs. Written pleading. Mari Bougier the same the same was very slight, as he, the defendant, inflicted upon him with a four-horse whip only 50 to 60 lashes, while he furthermore, by making his said slave walk for more than an hour, had ensured that the same in the meantime had no opportunity to drink cold water; that furthermore, concerning the wounds found on the head of the said slave, the same were by no means caused by lashes, but that the boy, whom he, the defendant, after having captured him, locked in irons and thus transported to the house, having fallen to the ground on the way, obtained the wounds on his head thereby; adding furthermore that he, the defendant, is a young beginner, and thus even for that reason would have taken every care in his chastisement not to harm his slave in his health through mistreatment or neglect, and to cause himself such considerable loss. The Honorable Plaintiff advances in reply that because the confession of the defendant most clearly verifies what is posed in the claim, he, the Honorable Plaintiff, therefore considers it unnecessary to produce anything further in support of the claim; persisting therefore in the made claim and taken conclusion for reply. The Defendant also persists in what he brought forward, that he acted in this matter without intent. The parties renouncing further productions. The Council, having read the written claim and conclusion of the Landdrost, and having heard what was brought forward by the defendant, after deliberation of everything that merited reflection and could move Their Honors; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Jan Enzel in a fine of 50 rds to the profit of the Officer and in all the costs incurred in this matter; denying the officer's further claim made and conclusion taken. To the Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Members of the Honorable Court of Justice of this Government. The Criminal Roll having ended up to here, the petition below was presented by the dragoon Christiaan Velbron, whose pay has been stopped below. Conclusion. Pdel.

Dutch transcription

297 81 de Raad na overweeging van zaaken decerneert de verzogte Executie tot verhaal van de bij placcaat bepaalde : Boete van 50 rd„s en Condemneerd den ged:e in de kosten. — /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno Us supra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ W van t Rijneveld secret.„s. — Donderdag den 12 Novbr: 1739 voordemiddags present de E achtt Heer. Johannes Isaak Rhenius President en alle de Leeden, dimptie den E: achtb: Heer Jndependent Fiscaal en de Heeren Ronnenkamp; Maasdorp en Gie bij in „dispositie „ B' adsistent der E Compen De reqt. legd over zijn De adjunct Fiscaal Mr Johannes Andreas Fruter als in officie gequalificeerd ter waarneeming der zaaken van den E: 3: Eysc„r legd over eenen schrif„ „telijken Eysch, gemunceerd met een Extract uyt de Crimineele Recht, den burger Jan Endtin Ged„e Rolle en nog twee bijlaagen; Conceu, ten einde te aanhooren zoda„ deerende tit in fine van denzelven nigen Eisch en Conclusie, als de de ged„e den Eynzen stuk C. O. Eyss„r tegens hem ged„e zal „ken hebbende hooren leezen, zegd goedvinden te doen en te voor antwoord, dat wat betreft de neemen ter zaake dat ui kastijding aan zijn slaaf gebeezigd zijn slaaf September van contra De Landdrost der Colonien stellen bosch en Drakenstein der Heer Hendrik Lodewijk Bret„ „terman E: C: Eijss„r De Raad fiat. den Jndependent Fiscaal deezes Gouvernement de E Achtb: Heer Johan Nicolaas Steven van Lynden gereg:n, omme op desselvs ingediende zijns te zien dienen van antwoord. Contra Marinus Marinussen schriftuur van antwoord als gemachtigde van den met een bijlaag. onderbaas van 'S E Comp. s Porf De adjunct Fiscaal m„s de Schuur Johan Philip Sne„ Johannes Andreas Fruter vermit indispositie van den gelsbergen reg„t Heer geregt: Compareerende versoekt daarvan Copie, ten. einde heeden over vier weeken te dienen van. replieq boete van 50 rd„s daarop. Executie te zien decerneeren met de kosten. — Schriftuur Mari Bougier 296 . dezelve 298 299 8 dezelve zeer gering is geweest, als heb Borgies door het afstraffen „bende hij ged„ denzelven met een vier twee wonden toegebracht en paarden Zweep slegt 50 à 60 slagen toegebragt, terwijl hij voort ook door zijn door het niet behoorlijk zorge, gemelde staaf nog ruim een uur te heb„ draagen dat denselven slaaf „ben laaten wandelen, gezond had dat denzelven indien tusschen tijd na de afstraffing koud water geen geleegendheijd had, om houd heeft gedronken is komen te water te drinken. — dat wyders belangende de wonden aan het sterven, daarteegens te ant„ hoofd van gerepten slaaf bevonden, „woorden en voort te pro„ dezelve geenzints door slagen cedeeren als na reetten. — zijn veroorzaakt, maar dat dien Jongen, welken hij ged„e na dat bij denzelven had gevangen genoomen in boeijen geslooten, en zo naar het huijs getransporteerd heeft, op weg tegen den grond gevallen zijnde, daar door de wonden aan zijn hoofd heeft bekoomen, voegende hier nog bij, dat hij ged„e een jonge beginder is, en dus zelfs uyt dien hoofde, in zijne naatijding alle zorge zoude hebben gedraagen, om zijn slaaf door mishandeling of verzuim in zijne gezondheyd te krenken, en zig zodanige importante schade, toe te brengen. — de E: O: Eysc„r voor replieq advanceerd, dat daar door de Confessie van den ged„e het bij Eysch geposeerde ten klaarsten word gevevifieerd, hij E: O: Zijss„t het overzulx onnodig acht, tot staving van den Eijch iet meerder bij te brengen; persisteerende derhalven bij de ge„ „daane Eijnch en genomene Conclusie voor replieq. — de Ged:e persisteerd meede bij zijn voortgebrachte, dat hij in deesen zonder opzet is te werk gegaan. renuntieerende partijen van verdere productien. De Raad den schriftelijken Eijsch en Aan den welEdele Achtb deer den Heere Johannes Zaak Rhenius President, beneevens de verdere Leeden Uit den E achtb: Raade van Justitie deezes Gouvernement. — De Crimineele Rechtrolle tot hiertoe zijnde afgeloopen, wierd door den onderafgesz: gage Gestelden dragonder Christiaan Velbron het onderstaande request gepresenteerd. — Conclusie van den Landdrost geleezen en gehoort hebbende het geen door den ged„e is ingebracht, na overweeging van alles wat reflectie meriteerde en Hun E achtb: konde doen moveeren; Recht doende uyt naam ende van weegens de Hoogmoogende Heeren Staaten generaal der VerEenigde Nederlanden, Convemneerd den ged„e Jan Enzel in eene boete van 50 rd„s ten profyte van den Officier en in alle de ter deezer zaake gevallene kosten; met ontzegging van den verderen gedaanen Eysch en genomene Conclusie van den officier. Conclusie Pdel

NL-HaNA_1.04.02_4344_0156 view scan ↗

English

301 Honorable and worshipful Sir and Honorable and worshipful Sirs With the required respect, the undersigned dragoon on discharge Christiaan Velbron humbly makes known: That he, the petitioner, rode into the country over two months ago with the intention of buying a farm, just as the petitioner also purchased the intended farm from the citizen Godfried Fredrik Koeh on the 7th of the past month of October. The petitioner also took three small boxes of merchandise with him, intending to bring them there; but having arrived at the Honingklip, the messenger of Zwellendam, in the name of the Landdrost of the said Colony, Mr. Anthonij Alexander Faure, arrested and sealed the petitioner's said goods, notifying him that no one was authorized to ride through and roam about the country with goods to sell them. For which reasons the petitioner, in this his urgent need, most respectfully turns to Your Honors, with the humble request that it may please Your Honors to declare the said offense civil and composable, as the petitioner is exceedingly fearful of being prosecuted by the said Landdrost, thereby further advancing the petitioner's ruin. Fearing that, he is more inclined to settle rather than enter into costly lawsuits. As the petitioner hopes that Your Honors will find the offense committed by the petitioner to have occurred out of ignorance, civil and composable. Which was also not the petitioner's intention, nor did he sell any goods on the road, but only wished to transport them to the farm in order to sell them then. The petitioner, who was completely ignorant of those placats, would otherwise have taken care not to put his total ruin at stake, as the petitioner's ruin lies entirely therein, and not only his, but his creditors would also thereby suffer an absolute loss. Composable 300 the 302 303 Composable, and consequently to authorize the Deputy Fiscal Mr. Johan Andreas Truter, as general representative of the well-mentioned Landdrost, to be permitted to settle with the petitioner concerning the fines and penalties applicable thereto, in the presence of two gentlemen commissioners from this Noble and Worshipful Council. Underneath stood: Which doing etcetera was signed Velbron In the margin: Exhibited in the Court of Justice on the 12th of November 1789. After which reading, the Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, who was still before the Council Chamber and, pursuant to the authorization granted to him by the Noble and Stern Lord Governor and Honorable Worshipful Council of Policy, ex officio manages the affairs of the Landdrost of the Colony of Zwellendam, being heard thereon, advanced that, without however admitting the allegations set down in the petition, the Landdrost of Zwellendam, since the punishment which the petitioner would have incurred consists of a pecuniary fine, therefore left this matter to Your Council's judgment; so that the Council, after deliberation on the matters, has condescended to the request made by the petitioner and declared this matter civil and composable before the gentlemen commissioner members of this tribunal. After which it was brought to the Council's attention by Messrs. van der Riet and de Wet that when Their Honors had attended as commissioners on the 6th of this month to have re-examined and sworn a certain declaration executed by the citizen Johannes Paulus Eksteen at the requisition of the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden in the trial between the said Independent Fiscal and the citizen Lieutenant Jonas Albertus van der Poel, it was then requested by the said van der Poel, who was also named as a party, that the deponent might not be admitted to the oath, because his declaration was directly contradicted by three sworn declarations attached to the written response, namely of Jacobus Coenraad Stant, Johannes Christiaan Bam, and Bartholomeus Goedhart; and that Their Honors, on the grounds that with consists if 9

Dutch transcription

301 WelEdele achtbaare Heer: en WelEdele achtbare Heeren Geeft met de verEiyschte Eerdied op 't Ootmoedigste te kennen; den onderafgeschree„ ven gagie gestelden dragonder Christiaan Velbron: tie hij supp„t over twee maanden geleeden, na buijten gereeden zijnde, met voor„ „neemens een plaats te koopen, zo als den supp„t ook van den burger Godfried Fredrik Koeh op den 7 der afgeloopene maand october den bedoelde plaats heeft gekogt. Hij supp„t teffens drie kistjes met negotie heeft meede genoomen, met voornee„ „men dezelve aldaar te brengen; maar ge„ „koomen zijnde tot aan de honing klip daar de Bode van Zwellendam, uijt naam van den Landdrost der gezegde Colonie de Heer anthonij Alexander Laure, de Supplianten gemelde goederen zijn gearresteerd en ver„ „zeegeld geworden, met aanzegging, dat nie „mand bevoegd was, met goederen door het land te ryden en omswerven, om die te verkopen, reedenen waarom den suppliant in deeze zijne dringende nood op 't Eerbiedigst, zig is keerende tot UwelEd: Achtb: met ootmoedig verzoek, dat het uwelEdele Achtb: zal gelieven te behaagen gemelde misdaat te verklaaren Civiel en den supp„t ten hoogsten bedugt is, door gemelde Heer Landdrost te zullen werden ge„ „actioneerd, en daar door des supp„l ruine meerder bevorderd word, daar voor bedugt zynde liever als zig in een kostbare proceduures te begeeven, meer geneegen zijnde om daarover te Comporee¬ „ren. — Zo als den supp„t verhoopt dat uwelEd„ achtb: zullen bevinden de misdaad bij den sup:t /: uijt onweetenheid :/ geschied te zijn, Cirel en Composibel. het welk ook des supplianten Jntentie niet was, en ook geene goederen op de weg heeft ver„ „kogt, maar alleen die na de plaats wilde Trans„ „porteeren, om dezelve als dan te verkoopen. — den supp„t die geheel ignorant was dier placcaaten, hadde anders wel gezorgd, om zijn Totale ruine in de waagschaal te stellen, also des supp„s ruine, daarin volstrekt geleegen is, niet alleen, maar ook desselvs Crediteuren, daar door een volstrekte schaade moeten toegebracht worden. — Composibel 300 het 302 303 Composibel en diesvolgens den adjunct Pisaaal M„r Johan Andreas Fruter als generaale ge„ magtigde van wel gedagte Heer Sanddrost te authoriseeren, omme ten overstaan van twee Heeren gecommitteerdens uijt deesen Edele achtbaren Rade met den supplianten over de ponen en breuken daartoe staande te mogen Compaseeren. — /:onderstond:/ 'T welk doende &„a /:was geteekend:/ Velbron /:in margine:/ Ex:hibitum in Jadieu den 12„e November 1789. Na welke lectuure daarop den ad„ „junct Fiscaal m„r Johannes Andreas Truter die zig nog voor de Raadzaal bevond en ingevolge qualificatie van den Edelen gestrengen Heere Gouverneur en E achtbaren Politiequen Rade, op hem verleend, de zaa„ „ken van den Landdrost der Colonie Zwel„ „bendam exofficio waarneemd, gehoord zijnde advanceerde denzelven, dat, zonder egter te advoueeren de positiven in het zelve request ter neder gesteld, de Landdrost van Zwellen„ „dam, dewijl de straf welke den supp„lt zou hebben geincurreerd, in een pecunieele boete Waarna door de Heeren van der Riet en de wet den Raade ter kennisse gebracht zijnde, dat wanneer hun EE op den 6:' deezer als gecommitteerdens hadden gevaceerd, om te doen recolleeren en Behedigen zeekere verklaa„ „ring door den burger Johannes Paulus Ek„ „steen, ter requisitie van den E: Achtb: Heer Jndependent fiscaal Johan Nicolaas Steven van zijnden in 't proces van gem: Heer Jnde „pendent fiscaal en den burger Lieutenant Jonas Albertus van der Boel verleeden, als toen door gedagten van der Edel, die als partij meede was geappoincteerd; was verzogt geworden, dat den deposant niet tot den Eed mogt worden toege„ laaten, uyt hoofde dat zijne verklaaring door drie bij het schriftuur van antwoord gevoegde Behe„ „digde verklaaringen, als van Jacobus Coenraat stant, Johannes Christiaan Bam en Bar„ „tholomeus goedhart recht streeks wierd tegen gesprooken; En dat Hun EE uyt hoofde dat bij bestaat, deeze zaak derhalven aan I: raads oordeel overliet; Jnvoegen de Raad na Overwee„ „ging van zaaken in het door den supp„t gedaan verzoek heeft gecondescendeert en deeze zaak ver„ „klaard Civiel en Composibel voor Heeren gecom„ „mitteerde leeden deezer vierschaars bestaat aldien 9

NL-HaNA_1.04.02_4344_0158 view scan ↗

English

305 if the deponent Eksteen were admitted to the oath, it would then certainly be falsely sworn either by the above-mentioned three deponents or by him, Eksteen, and therefore they had thought it best to leave that statement provisionally unsworn, and to ascertain the intention of the Council in that regard: so the Council, in addition to the reason adduced above, taking further into consideration that the deponent Eksteen not only testifies in his own case, but is also contradicted by a declaration of the burgher Fredrik de Jager passed at the requisition of the officer, so that it is even very apparent from this that the deponent, at least in the statement of the circumstances which took place in the incident between him and his brother-in-law van der Poel, has by no means revealed the pure truth, has thought fit to authorize the commissioners to have the more-mentioned statement recollected merely in the presence of van de Poel. was written beneath: At the Cape of Good Hope, day and year as above. Wednesday the 18 November 1789. Forenoon Extra-ordinary meeting. Present the Honorable Isaac Johannes Rhenius, President, and all the Members, except the Honorable Independent Fiscal and the Gentlemen Maasdorp, Meyer, and van der Riet, the first two due to indisposition and the latter two due to occupation. As above lower: In my presence was signed: W. J. van Rijneveld, Secretary. The Honorable President gave the Council beforehand to know that His Honor, having been informed by the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden that the farmer Godfried Fredrik Koch, residing at the Honingklip near Mossel Bay, had allegedly made himself guilty of beach robbery or theft of various linens from the private ship De Maria, which arrived in Plettenberg Bay in the past year 1788 and subsequently ran aground there on the beach: His Honor had therefore, at the request of the said Fiscal, convened this meeting: Whereafter the Adjunct Fiscal Gabriel Exter, owing to the indisposition of the said Independent Fiscal, appeared in Council and delivered a memorial, fortified with two declarations; the said memorial reading as follows. To the Right Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable Sir and Gentlemen. Respectfully shows the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden: that having already come to the ears of the petitioner a considerable time ago that the burgher and farmer Godfried Fredrik Koch, residing and making a living around Mossel and Plettenberg Bay, had not shrunk from purloining a considerable number of pieces of linen from the private ship De Vrouw Maria, stranded in the said Plettenberg Bay in the past year, and bringing them to his dwelling place, the petitioner considered it to be his duty to make further inquiries and investigation thereinto; in which he then succeeded so far, that he obtained the two accompanying, agreeing declarations leaving no doubt, from which it will appear to Your Honors that the aforesaid Koch, besides other offenses, not only caused a large number of pieces of linen and other goods to be conveyed from Plettenberg Bay to his place, the Honingklip, in the month of September of the past year, and cautiously concealed them, but also according to all circumstances these goods were taken away from the said stranded ship in an impermissible manner and stolen. That the repeatedly mentioned Koch having thus directly made himself guilty of theft and indeed beach robbery, the petitioner should also no longer delay to institute ex officio the necessary action against him in this case, and both on account of the nature of the crime and its punishment to address himself to Your Honors, with the request that it may please Your Honors to grant a decree whereby the Landdrost of Swellendam, Mr. A. Faure, is authorized and ordered to cause the aforesaid Godfried Fredrik Koch to be apprehended and sent up; further to order the just-mentioned Landdrost, in the presence of commissioned Heemraden, not only to undertake the customary inventory of his estate, but also to make further investigation regarding the corpus delicti as soon as possible, to hear the witnesses named in the annexed declarations, for which purpose the necessary copies thereof will be sent to the Landdrost, and then to cause the witnesses and documents to come Capewards as soon as possible, in order to be able to proceed as the requirements of the case and circumstances shall dictate. Which doing, lower: upon indisposition of the Independent Fiscal signed: G. Exter. In margin: Exhibited in court the 18 November 1789. Which memorial and documents having been read with attention and deliberated upon, the Council granted the requested bodily apprehension of the person of the aforementioned Godfried Fredrik Koch to the petitioner; and at the same time thought fit to write to the Landdrost of the Colony of Swellendam to betake himself, assisted by two Heemraden, with the utmost speed to the place of the said Koch, and there to make a precise investigation whether any of those goods, which are so distinctly stated by the aforesaid two deponents whose declarations shall to that end be sent in copy to the said Landdrost, are also still to be found at the place of Koch, as well as of all those persons who shall come forward, and to proceed further as required.

Dutch transcription

305 aldien den deposant Eksteen tot den Eed wierd geadmitteerd; er als dan gewisselijk of door bovengemelde drie deposanten, of. door hem Eksteen valschelijk zoude weezen gezwooren, overzulx best gedagt hadden, die verklaaring provisioneelijk onbeEedigt te laa„ „ten, en de intentie des Raads dienaan„ „gaande te verneemen: zo heeft de Raad daarop bij de rede hier boven bygebracht nog in aanmerking neemende, dat den deposant Eksteen niet alleen in zijn eijgene zaak getuijgd, maar ook door eene ver„ „klaaring van den burger Fredrik de Jager ter requisitie van den officier verleeden, word gecontrarieert, zo dat het hieruijt zelfs zeer apparent is, dat den de„ „posant ten minsten, in opgaaf der Cir„ „cumstantien, welke bij het tusschen hem en zijn zwager van dersoel geexteerd geval hebben plaat gehad, geenzints de zuijvere waarheid heeft opengelegd, goedgevonden Heeren gecommitteerdens te qualificeeren, om meerge„ „melde verklaaring slegh ten overstaan van van de Poel te doen recolleeren. — /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno Jaf de E Achtb: Heer President den Raade vooraf te kennen, dat zijn E achtb door den Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas steven van Sijnden verwittigd zijnde geworden dat den aan de koningklip omstreeks de Mosselbaaij woonenden Landbouwer Godfried Fredrik Koch zig zoude hebben schuldig ge„ „maakt aan strandroof of diefte van diverze Lijwaaten, uijt het in den gepasseerden Jare Woensdag den 18 Novbr: 1739. 's voordemiddags Extra ordinaire vergadering present de E: achtb: Heer Johannes Zaak Rhenius President en alle de Leeden, demp„ „tis de E achtb: Heer Jndependent fiscaal en de Heeren Maasdorp, Mijer, en van Eer Riet, de twee eerste bij indispositie en de bijde laatste bij occripatie. — Ussupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ WJ RijneFeld Feet: 41 1788 „304 3 30 1788, in de Plettenbergsbaaij aangekoomen en aldaar vervolgens op st strand geraakte particulier schip de Maria: zijn E: achtb. oversulx op verzoek van welgemelde Heere Fiscaal deese vergadering had doen be leggen: Waarna den adjunct Fiscaal Gabriel leter, vermits indispositie van opgemelde Heer Jndependent Fiscaal in Raade ver„ „scheen en overgaf, een vertoog gemunieert met twee verklaaringen,; : luidende het zelve vertoog als volgd. Aan de WelEdele Achtb. Heere Praesident en Raade van Jus¬ „titie des Casteels de goede Hoop WelEdele Achtbaare Heer en Heeren. O Vertoond met gepasten Eerbied den Jnde= „pendent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lynden. „ dat reeds voor een geruijmen tijd den E: O: vertoonder te huren gekoomen zynde dat den burger en landbouwer Godfried Credrik kock, omtrend de Mossel en Flettenbergsbaay woonende en zig neevende, zig niet zoude ontzien hebben, van het in het voorleeden Jaar in gemelde Plettenbergsbaaij gestrande parti„ „culier schip de vrouw Maria, een aanzienlik getal stukken linnen afhandig te maaken, en naar zijn woonplaats te brengen, den E: O: ver„ „toonder van zijn pligt heeft vermeend te zijn, daaromtrent nadere recherches en onderzoek te moeten doen; waarin denzelven dan in zo verre heeft gereusseerd, dat bygaande twee Conforme geen twijffel overlaatende verklaarin„ „gen heeft ingewonnen, uijt welke UwelEdele ahwaare zal blijken, dat voorschreeve koch buyten andere misdrijf, niet alleenig een groot getal van stukken linnen en andere goederen in de maand september des voorleeden jaars, uyt de Blettenbergsbaaij na desselvs plaats de honingklip heeft doen rijden, en met voorzigt bergen, maar ook volgens alle omstandigheedens deese goederen van gemelde gestrande Schip, op een niet gepermitteerde wijze weggenoomen van en 306 1 308 369 en gestoolen geworden. Dat den meergemelde Koch zig dus dadelijk aan diefte en wel Strandroof dadelijk schuldig gemaakt hebbende, den E: O: vertoonder ook niet langer zal moogen vertoeven, om in dit Cas tegens denzelven Ampthalven de nodige actie te institueeren en zo wel wegens de aard der misdaad; als derzelver bestraffing zig te addresseeren aan Uwel„ „Edele Achtb: met verzoek, dat het van uwelEdele Achtb: welbehage moge zijn, te verleenen diereet, waar door den Landdrost van Zwellendam de Heer A: Faure ge„ authoriseerd en gelagt word voorschreeve godfried Freenk Koek te doen appre „kendeeren en op te zenden; voorts evenge„ „melde Landdrost te ordonneeren ten over„ „staan van gecommitteerde Heemraaden niet alleenig de gewoonlijke inventarisa „tie van desselvs boedel voor te neemen, maar ook omtrent het Corpus delieti ten spoedigsten nader ondersoek te doen, de in de annexe verklaaringen benoemde getuijgen te hooren, ten welken eijnde de nodige Copyen daarvan den Sanddrost Welk vertoog en stukken met oplettendheyd geleezen en daarover gedelibereerd zynde, heeft de Raad de verzogte apprehensie Corporeel op den persoon van voormelde Godfried Fredrik Koch aan den E: O: vertoonder verleend; in tevens goedgevonden, den Sanddrost der Colonie Zwellen„ „dam aan te schrijven, om zig geadsisteerd met twee Heemraaden, ten allerspoedigsten, te begeeven naar de plaats van gemelde kich„ en aldaar naauwkeurig onderzoek te doen, of zig ook nog van die goederen, welke bij voor„ „schreeve twee deposanten /: wier verklaaringen tot dat einde in Copia aan gemelde Landdrost zal worden toegezonden: zo distindt worden opgegeeven ter plaatse van koch bevinden, mistsgaders ook van alle die Perzoonen, welke zullen toegaan, en zo dan de getuijgen en stukken ten eersten Caapwaards te doen komen, om na vereipsch der zaaken en omstandig„ „heedens te kunnen ageeren. — /:onderstond:/ 'T welk doende /:lager:/ bij indispositie van de Heere Jn dependent Fiscaal /:geteekend/ 9: Exter: — /:in margine:/: Exhibitum in Judries den 18 November 1789. Zullen 2

NL-HaNA_1.04.02_4344_0161 view scan ↗

English

Cape of Good Hope the further members from the Council of Justice take cognizance of this matter, to have the necessary depositions taken before commissioned Heemraden at the requisition of the Fiscal's office; the said Landdrost shall thereby also be authorized, not only to ensure that the often-mentioned Godfried Fredrik Koch is brought here into safe custody, but also, since by virtue of what has been committed as aforesaid the estate of the said Koch, from which the Honorable Company ought to be indemnified, has devolved upon the administration and management of the secretary of this Council, to inventory all the goods and effects of the repeatedly mentioned Koch, and to send this inventory together with the other inquests hither. Furthermore, with regard to the representation presented by this Council on the [blank] recently to the Right Honorable Valiant Lord Governor and the Honorable Council of Policy concerning the estate of the fugitive David Malan, the following missive from the aforementioned Noble Valiant Lord Governor and Honorable Council of Policy was received and read today. To the Lord President and the Honorable Members of the Council of Justice. Good friends. In order provisionally to remove all the disputes that have so often arisen in this Colony regarding the administration of fugitives or other criminally prosecuted persons, and which are always submitted to this Council for decision, we have determined as a provisional rule and guideline: First, that whenever a fugitive or other criminally prosecuted person whose estate has not been declared insolvent leaves behind a wife and children, or a husband and children, then the mother or father remaining with those children shall have the power to administer all goods themselves, both movable and immovable, cash and effects, none excepted, that shall belong to the joint estate, and may sell or alienate them as free and own property; provided, however, that prior thereto a father or mother who finds themselves in that case shall be bound, as soon as any criminal proceeding might be instituted by the officer against the fugitive or otherwise guilty person, to have all the goods judicially inventoried and appraised by two unblemished men from among the relatives of the fugitive and prosecuted person, or in default thereof two other persons of good name and reputation, to be appointed to the satisfaction of the Council of Justice, in order to be able to determine from that appraisal what is due to the children as a paternal or maternal inheritance portion, for which the said two persons shall act as supervisory guardians; all nevertheless on the condition that the father or mother immediately after the appraisal has been made shall be obliged to provide sufficient surety to the satisfaction of the aforesaid Council of Justice for the mentioned inheritance portion and for the security of the minors, and this until the children's majority, marriages, or other permitted conditions. Secondly, that whenever a husband and wife together, or widowers or widows, should happen to flee or otherwise be criminally prosecuted, leaving behind minor children, then their estates shall be placed into the hands of the Orphan Chamber of this government, to be administered by that Chamber according to the prevailing instructions. And thirdly, that whenever anyone should happen to flee or otherwise be criminally prosecuted, and stolen goods, or others that might be pawned under unlawful usury, are found in their estates, then those estates, pursuant to the resolution of this Council of 12 October 1762, must be assumed and administered by the Council of Justice. Wherewith, after friendly greetings, we remain, Underneath was written: Your good friends: Lower was written: By order of the Noble Lord Governor and the Council. Was signed: G: L goetz, First Sworn Clerk. In the margin: Done at the meeting of the Council of Policy in the Castle of Good Hope, 19 October 1789. After reading this, a petition was presented by the wife of the aforesaid David Malan, the contents of which were: To the Right Honorable Johannes Isaac Rhenius, President, together with the Honorable Members of the Council of Justice of this Government. Right Honorable Sir, Honorable Gentlemen. Elizabeth Malan, wife of David Malan, Pieter's son, respectfully submits: That she, the petitioner, having learned from the extract delivered to her and annexed hereto from the resolution taken in the Council of Policy on 19 October recently that she, the petitioner, ought to request of your Honors with due respect the lifting of the sequestration into which the joint estate of herself and her said husband has been taken; therefore, the petitioner turns to your Honors with a humble request that it may please you, by marginal decree hereto, to enable the petitioner to administer her estate pursuant to the aforesaid resolution. The petitioner takes the liberty—since it is also stipulated in the same resolution that this estate shall be appraised by two unblemished men from among the relatives of the petitioner's husband, to be appointed to the satisfaction of your Honors, and also appointed as supervisory guardians, and likewise sufficient surety must be provided to the satisfaction of your Honors for the children's inheritance portion—to propose the former elder of the Zwartland congregation, Senior David Malan the elder, and

Dutch transcription

311 Cabo de Goede Hoop de verdere Leeden Uyt den Raad van Justitie van deeze zaak kennis draagen, de nodige verklaaringen ter requisitie van het officie Fiscaal, voor gecommitteerde Aeëm„ raaden te doen ligten; zullende gem: Land„ „drost daarbij ook worden gequalificeert, om niet alleen te zorgen, dat dukgemelde God„ fried Fredrik Koch, alhier in verseekering worde opgebracht, maar ook, nadien door het voorschreeve gepleegde den boedel van denzelven koch waaruijt de E: Comp„e behoord te worden schadeloos gesteld, vervallen is in de administratie en reddering van den secretaris deeses Raads, alle de goederen en Effecten van meergerepten koch te Jnven„ „tariseeren, en deesen Jnventaris met de overige Enquesten herwaards over te zenden. Wyders is met betrekking tot het door deesen Raade op den Jongstleeden aan den welEdele Gestrengen Heere Gouverneur en E achtb: Politiequen Rade nopens den Boedel van den voortvluchtenden David Malan gepresenteerd vertoog heeden inge„ „koomen en geleesen de volgende missive van welopgemelde Edelen gestr: Heere gouver„ Goede vrienden. Omme provisioneel Uyt den weg te ruymen alle de verschillen, die zo vaak over de administratie van vluchtenden of andere Crimineel geactionneerde Perzoonen in deeze Colonie zijn ontstaan, en altoos ter decisie aan deesen Raade worden voorgedraagen, hebben wij tot eene Provisioneele regel en rechtsnoer bepaald. - Eerstelijk, dat zo wanneer een vluch„ tend of ander Crimineel geactioneerde Perzoon, wiens boedel niet insolvend is, verklaard, vrouw en kinderen, of man en kinderen komt na te laaten, als dan de bij die kinderen overblijvende moeder of vader de Eaculteit zal hebben, om alle goederen zo roerende als onroerende Contanten en effecten geene uytgezondert, die tot de Aan den Heer Praesidenten „neur en E Achtb: Politiequen Rade. neur Gemeenschap„ 310: 313 „pelijken boedel, zullen behooren, zelfs te mogen administreeren, en als vrij en eijgen goed mogen verkoopen of veralieneeren, dog dat prealabel een vader of moeder die zig in dat geval komt te bevinden gehou„ „den zal zijn, zo dra door den officier eenig Crimineel proces tegens de vluchtende of anderzints schuldige mogt werden geën„ „tameerd, alle de goederen gerechtelijk te laaten Jnventariseeren, en door twee onbe„ „sprooken mannen, Uijt de nabestaande van de fugitive en geactioneerde, of bij ont„ „stentenis van dien twee andere ter goeder naam en faam staande perzoonen ten ge„ „noegen van den raad van Justitie te benoe„ „men, laaten Tauxeeren, om uijt die Zauxatie te kunnen vinden het geen de kinderen, voor vaders of moeders bewis is Competeerende, waarover gemelde twee perzoonen als toe„ ziende voogden zullen moeten ageeren; alles nogtans onder die mits en Conditie dat de vader ofte moeder dadelyk na de gedaane: Tauxatie verpligt zal weezen voor het gementioneerd bewijs, en tot securiteit van de onmondige te stellen sufficiente Cautie ten genoegen van voormelde Raade van Justitie, en sulx tot der kinderen mondige dagen, Huwelyken of andere gepermitteerde staten toe: tweeden: dat zo wanneer een man en vrouw te zaamen dan wel weduwenaars of we„ „duwes mochten komen te vluchten, of, anders Crimineel geactioneerd worde; met agterlaating van onmondige kinderen, als dan dezelver boedels zullen worden gesteld in handen van de weeskamer deeses gou„ „vernement, omme door die kamer na luijd van de vigeerende Jnstructie te worden geadministreerd, en ten derden: dat zo wanneer ijmand mogte komen te vlugten of anderzint Crimineel geactioneerd mogt worden, en in derzelver: Boedels wierden: gevonden, gestoole goederen, of anderen die onder een ongeoorloofde woeker mochte weezen verpand, als dan die boedels ingevolge het besluijt deezes Raads van den 12 October 1762, door den Raad van Justitie aanvaard en geadministreerd zullen moeten worden. Waarmeede na vriendelijke groete verblyven /:onderstond./. UE: goede vrienden: — /:lager:/ ter Raaden ordonn 312 ten 315 ordonnantie van den Edelen Heer Gouver „neur en den Raad /:was geteekend:/ G: L goetz E: G: Clercq /:in margine:/ Actum ter Politieque vergadering Jn het Casteel de Goede Hoop den 19:' October 1789: Na lectuure van het welke door de Huisvrouw van voorschreeve David Malan wierd gediend van een request, waarvan de Contenis was. Aan de welEdele Achtbaare Heer Johannes Haak Rhenius President, beneevens de E achtb: Raade van Justitie deeses Gouvernement WelEdele Achtbaare Heer E: E: Heeren. Geeft met de verschuldigde Eerbied te kennen, Elizabeth Malan huisvrouw van David Malan Pz: dat zij suppliante uyt het ten deezen geannexeerde aan haar ter hand gesteld Ex„ „tract uijt de resolutie genoomen in Raade van Politie, op den 19:' October Jongstleeden ont„ „waard hebbende, dat zij supp„ten van uwelEdele achtb: met gepaste Eerbied behourd te versoeken ontheffing van de sequestratie, waarin de gemeenschappelijken boedel van haar en haren gemelde man genoomen is; zo keerd de supp„le zig derhalven tot uwelEdele achtb: met ootmoedig verzoek, dat het van derzel„ „ver welbehagen zijn moge de supp=le bij appostille deezes in staat te stellen, om haaren boedel ingevolge voorschreeve (Rezo„ lutie te kunnen administreeren: - Neemen „de de supp„te /:nadien ook bij dezelve Resolutie is bepaald, dat dien boedel door twee onbesprooke„ „ne mannen uyt de nabestaande van der supp„te man, ten genoegen van uwelEdele Achtb: te benoemen zal worden getauxeerd en tevens Gesteld: tot toeziende voogden; mitsgaders ook meede ten genoegen van uwelEdele achtb: voor het kinderbewijs sufficiente Cautie gesteld:/ de vryheid de oud ouderling der Zwartland, se Gemeente s:r David Malan de oude, en van de 314 en

NL-HaNA_1.04.02_4344_0164 view scan ↗

English

reverently to propose to Your Honorable Worships the burghers Stephanus Malan and Francois de Villiers, as being the father, brother, and brother-in-law of the petitioner's husband, both as appraisers and supervisory guardians, as well as sureties for the maternal portion of the children; not doubting in the least that Your Honorable Worships will be pleased to be satisfied therewith, and thus enable the petitioner, after having fulfilled the aforementioned requisites, to bring her estate to liquidity; requesting on the one and the other Your Honorable Worships' favorable apostille. underneath stood: Which doing etcetera. Was signed: C: Malan, wife of D: Malan Davidtsz. in the margin: Exhibitum in Judicio the 18 November 1783. Which having been read, the following apostille was granted thereupon: The Council discharges the administrators of the estate of the aforementioned David Malan, appointed by resolution of 4 September 1788, from the task assigned to them, and furthermore accepts the appraisers, guardians over the minor children, and sureties for the maternal portion of the children to be executed, as mentioned in this petition; the petitioner thus being able to proceed with the estate in such a manner as the extract of the resolution of the Honorable Valiant Lord Governor and the Honorable Council of Policy dictates. Whereupon, it having been taken into consideration whether, since the estate of the aforementioned David Malan has already been inventoried by commissioners from this Council and thus judicially, the commissioners should now also attend the appraisal to be conducted; the majority of this Council deemed that, since the aforementioned dispatch from the Honorable Council of Policy does not directly prescribe a judicial appraisal, but only stipulates an appraisal by two persons to be appointed to the satisfaction of the Council of Justice, the wife of the aforementioned David Malan must likewise proceed in that manner; So that thereupon it was approved to excuse the commissioner gentlemen from attending the appraisal of the estate of the aforementioned David Malan; while however, as the minority was of the opinion that the appraisal ought to take place in the presence of commissioner gentlemen of this Council, the Honorable Lord President undertook, in order to prevent all future doubts, to request an interpretation on that point at the first meeting of Policy. Lastly, there was produced and read in Council the deed of security de sistendo toties quoties, executed pursuant to the resolution taken on the 8th of October last regarding the aforementioned David Malan Davidtsz, whereby the burghers Francois de Villiers and Pieter de Villiers intervened and declared that in case the aforementioned David Malan, having been summoned, should fail to appear in court, they as sureties would then deliver a sum of 1000 Rds to the Secretariat of Justice to be consigned at the disposal of this Council; which deed of security was approved by the Council. underneath stood: Of which one and other Thursday the 26 November 1789. In the forenoon, present the Honorable Lord Johannes Isaak Rhenius, president, and all the members, except Mr. Maasdorp due to indisposition. At Cape of Good Hope, day and year as above. lower: In my presence. Was signed: W: van Rijneveld, Secretary. The burgher Jacobus van Leeuwen, as attorney of the Heemraad at Stellenbosch, the Honorable Jan de Villiers J: P: son, plaintiff, against the Honorable Independent Fiscal here, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, ex officio, defendant, in order to see an answer served upon his submitted claim. The plaintiff exhibits his written answer, being provided with 2 annexes. The Honorable Lord Defendant requested a copy in order to serve with a reply fourteen days from today. The Council grants copy and a day to reply. Whereupon was read a dispatch written by the Landdrost of the Colony of Swellendam, Antonij Alexander Faure, to the Honorable Lord President of this assembly, whereby, in reply to the letter dispatched to him, the Landdrost, pursuant to the resolution of the 18th of this month regarding the burgher Godfried Fredrik Koch, report is made that, since the aforementioned Godfried Fredrik Koch had ridden with the messenger of the Colony of Swellendam to an auction of a certain burgher Schrepers, who resides very far inland, and was not expected to return to his farm before the end of the coming month of December, he, the Landdrost, had deemed it best to postpone the commission assigned to him until the return of the said Koch; adding that he, the Landdrost, would send the deputy of the said Colony toward the middle of next month to meet the said Koch in order to apprehend him; which the Council, for the reasons adduced in the aforementioned dispatch, has approved. underneath stood: Wednesday the 9 December 1789. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Lord Johannes Isaak Rhenius, president, and all the members, except the Honorable Lord Independent Fiscal due to occupation and Mr. Maasdorp due to indisposition. At Cape of Good Hope, day and year as above. lower: In my presence. Was signed: W I van Rijneveld, Secretary. After the Honorable Lord President had communicated to the respective members that, since all the documents having served in the trial initiated by the Honorable Independent Fiscal here, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, ex officio, upon and against the Captain of the burgher reserve, the valiant Pieter van Breda,

Dutch transcription

de Burgers Stephanus Mulan en Francois de villiers, als zijnde de vader, broeder en Zwa„ ger van der supp=te man, zo wel tot Taxateurs en toeziende voogden, als tot borgen voor het bewijs der kinderen aan uwelEdele achtbare reverentelijk voor te dragen; geenzint twijf„ „felende, of uwelEdele achtbare zullen daarin ge„ „noegen gelieven te neemen, en de supp„te dus in staat stellen, om haaren boedel na can de voorschreeve requisiten te hebben voldaan, tot liquiditeit te brengen; verzoekende op 't een en ander UwelEdele achtbare gunstige appostille. — /:onderstond:/ 'T welk doende &„a /: was geteekend:/ C: Malan Huijsvrouw van D: Malan daeidz /:in margine Exhibitum in Judicio den 18 November 1783. Het welk geleezen zynde, is daarop voor Aipostil verleend. De Raad ontslaat de bij besluijt„ van 4 September 1788 benoemde administra„ „teuren des Boedels van opgemelde David Waarna in overweeging zijnde ge„ „noomen, of men daar de boedel van voor„ „schreeve David malan reeds door gecommit„ „teerdens uijt deesen Rade, en dus gerechte„ „lijk is geinventariseerd, nu ook de te doene Tauxatie door gecommitteerdens zoude laaten bijwoonen; zo heeft de meerderheijd deezes Raads geoordeeld, dat dewijl voorschreeve mis„ „sive van den E achtbaren Rade van Polite, niet directelijk eene gereehtelijke Tauxatie voorschrijft, maar alleen een Tauxatie door twee persoonen, ten genoegen van den Raad van Justitie te benoemen, bepaald, men dus ook de Huijsvrouw van opgemelde David Malan, zodanig zal moeten te werk gaan; Malan van de aan hun opgedraagen last, en neemt wijders genoegen, in de bij dit request gementioneerde Taxateurs, voogden over de minderjarige kinderen, en borgen voor het te doene kinderbewijs; zullende de supp„te dus met den boedel zodanig kunnen te werk gaan, als het Extract der Resolutie van den WelEdelen gestrengen Heer gouver„ „neur en E achtb: politiequen Rade komt te dicteeren. — Malan Jnvoegen 316 de reg„t Exhibeerd zijn schrif„ „tuur van antwoord; zijnde ge„ „munieert met 2 bilagen. — de E Achtb: Heer Gereg„s verzogte Copia ten einde daarop heeden over 14 dagen te dienen van replieq. Jnvoogen daarop is goedgevonden Heerens gecommitteerdens van het bywoonen der Taur„ „atie des Boedels van voorschreeve David Malan te excuseeren; Terwijl egter, nadien de minderheid van Sentiment was, dat de Tauxatie ten overstaan van Heeren gecom„ „mitteerdens deezes Raads zoude dienen te geschieden; de E achtb: Heer Praesident heeft op zig genoomen, om tot voorkoming van alle dubiteiten, voor het vervolg, bij de eerste vergadering van Politie op dat poinct eene interpretatie te verzoeken. — Laatstelijk is in Rade geproduceerd en geleesen, de ingevolge het op den 8:e Octo„ „ber Jongstleeden met betrekking tot voormelde David Malan davidz: genoomen besluijt gepasseerde Acte van Cautie de sistendo totes geloties, waarbij zig de burgers Francois de Villiers en Pieter de Villiers hebben ge= interponeerd en verklaard dat ingevalle voorschreeve David Malan des vermaand zynde, in rechten niet mocht verschijnen; zij Borgen als dan eene somma van 1000: Rd„s ter Secretarije: van Justitie zouden bezorgen, om ter dispositie deeses Raads De burger Jacobus van Leeuwen als gemachtigde van den Heem„ „raad te stellenbosch de E Jan de Van welk een en ander villiers J: P: Z: reg„t Contra de E Achtb: Heer Jndependent fiscaal alhier Johan Nicolaas Steven van Lijnden r:O: gereg„ds omme op desselvs ingedienden Eysch te zien dienen van ant„ „woord. onderdag den 26 November 1739. 's voordemiddags present de E Achtb: Heer Johan „nes Isaak Rheniis president, en alle de Leeden, demptis den Heere Maasdorp bij indis„ postie. Aan Cabo de goede Hoop die A anno Utsupra /:lager:/ Mij: present /: was geteekend:/ W:/ Van Rijneveld Secret„s. — te worden geconsigneerd; welke Acte van cautie bij den Raad is goedgekeurd. — /:onderstond:/ te 318 „ - 301 De Raad fiat Copia en dag om te repliceeren Waarna geleezen is, eene missive door den Landdrost der Colonie Zwellendam Antonij Alexander Laure, geschreeven aan den E achtb: Heere President deeser ver„ „gadering, waarbij, in antwoord op den brief ingevolge besluijt van den 18: deeser, nopens den burger Goelfried Fredrik koeh, aan hem Landdrost afgevaardigd, word bericht gedaan, dat dewijl voormelde godfried Fredrik Koch, met den boder der Colonie Zwellendam na eene vendutie van zeekere burger schre„ „pers, die zeer verre Landwaards in woonagtig is, was gereeden, en niet voor het laatst der aanstaande maand december weder op zijn plaat stond te retourneeren; Hij: Landdrost overzulx best had geoordeeld de aan hem op„ „gedraagene Commissie, tot de te rugkomst van gemelde koch uyt te stellen; met byvoeging dat hij Landdrost den substituut der ge„ „melde Colonie tegens de helft der aanstaande maand gedagten koch zoude te gemoed zen„ „den, om hem te apprehendeeren; 't geen de Na dat de E Achtb Heer President de respective Leeden had gecommee¬ niceerd, dat dewijl alle de stukken gediend hebbende in het proces, door den E: Achtb Heer Jndependent Fiscaal alhier Johan Nicolaas steven van Lijnden r:O: op ende jeegens den Capitain der burger re„ serve de manhafte Pieter van Breda Woensdag den 9 Decbr 1789 s' voordemiddags Extra ordinaire vergade„ ring present de E: Achtb: Heer Johannes Isaak Thenius president en alle de Leeden, demptis de E: Achtb: Heer Jndependent Fiscaal bij occupatie en de Heer Maasdorp bij indispositie Cabo de Goede Hoop die et anno Aan Utsupra /:laager:/ Mij present /: was getekend./ W I van Rijneveld Secretaris Raad, om de reedenen bij voorschreeve mis¬ sive bijgebracht, heeft geapprobeerd. - /:onderstond:/ Raad geentameerd 320 ƒ -

NL-HaNA_1.04.02_4344_0167 view scan ↗

English

302 303 initiated had already been circulated for reading; His Honorable had called this meeting, in order to now definitively decide this proceeding in such a manner as this Council in conscience should judge to be proper; thus, having deliberated upon all this with all possible attention, the following verdict was pronounced by a majority of votes. The Council having attentively read and considered all the documents and muniments exhibited by the parties in court; as well as having noted all that was pertinent to the matter and could move Their Honorables; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, denies the plaintiff ratione officii his claim and conclusion, made and entered on the date 20 August last past upon and against the defendant Pieter van Breda, with condemnation of the plaintiff ratione officii to all the costs incurred in this case. Underneath stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: W. S. van Reijneveld, Secretary. Between the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Independent Fiscal of this government, on the one part, and the Captain of the burgher reserve, the valiant Pieter van Breda, on the other part; the former as plaintiff ratione officii and the latter as defendant. The Secretary of this Council, Willem Stephanus van Reijneveld, ex officio petitioner, Thursday the 10th of December 1789, in the forenoon, present: the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and all the Members, with the exception of the Messrs. van Echten and Maasdorp due to indisposition. and against 304 305 The gentleman petitioner ratione officii serves a reply, accompanied by the annex. The Burgher Jacobus van Leeuwen, appearing for the Heemraad at Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Jan de Villiers, C.P. son, summoned to see a reply served upon his submitted answer, requests a copy thereof in order to serve a rejoinder two weeks from today. The Council grants copy and date to rejoin. The Council having attentively read and considered all the documents and muniments exhibited by the parties in court, as well as having noted that which was pertinent to the matter and could move Their Honorables; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, denies the plaintiff ratione officii his claim and conclusion made and entered on the date 20 August last past upon and against the defendant Pieter van Breda, with condemnation of the plaintiff ratione officii to all the costs incurred in this case. Thus done and sentenced at Cape of Good Hope the 9th of December 1789, and pronounced the day following. Was signed: J. I. Rhenius, T. C. Bonnenkamp, Johannes Smuts, S. van Echten, G. H. Meijer, C. Mappa, J. C. Gie, R. J. van der Riet, H. de Wet. Lower: In my presence. Was signed: W. S. van Reijneveld, Secretary. In the margin: Today, the 11th of December 1789, the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden declared that His Honorable instituted an appeal from the above verdict to the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia. Underneath stood: Quod attestor, and signed: W. S. van Reijneveld, Secretary. Against The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, petitioner ratione officii, and having acted as defendant, summoned in this matter, in order to hear sentence pronounced upon their documents and muniments exhibited back and forth in court. Aforementioned

Dutch transcription

302 303, geentameerd reeds waren rondgeleezen; zijn E: Achtb: over deele deze vergadering had doen beleggen, ten einde die Proceduure tans zodaanig ten definitiven te decideeren, als deezen Raade na gemoede oordeelen zoude te behooren; zo is, over het een en ander met alle moogelijke attentie gedelibereerd zijnde, daarop bij meerderheid van stemmen het vol¬ gende vonnis geveld. — De Raad aandachtelijk gelee zen en overwoogen hebbende, alle de stukken en munimenten door par¬ tijen in Judicio geexhibeert; mitsgader gelet op al het gunt ter materie dienende was, en Hun E: Achtb: konde doen moveeren Recht doende uit naam ende van weegens de Hoog moogende Heeren Staaten Gene„ zaal der vereenigde Nederlanden ontzegt de r: O: Eijss„r zijnen Eisch en Conclusie, in dato 20 aug.s. jongst leeden op ende Jeegens den gede Pieter van Breda gedaan en genoomen met Condemnatie van den r: O: hess„r in alle de ter dezer zaake gevallene kosten /:onderstond:/ Aan Cabo de den E: Achtb: Heer Johan Nicolaas Steven van Lijn¬ den, Jndependent Fiscaal deeses gouvernements ter eenre, en den Capitain der burger reserve de man„ hafte Pieter van Breda ter andere zijde; de Eerstgem. als Eijsscher ratione officii en de laatste voor gede De Secretaris dezes raads Wil„ lem Stephanus van Reijneveld Amptshalven requirant Donderdag den 10 Decembr: 1789. s' voordemiddags present de E: Achtb: Heer Johannes Izaak Thenius pre¬ sident en alle de Leeden, demptis de Hee¬ ren van Echten en Maasdorp bij in¬ dispositie. — goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ WJ van Reijneveld secret„s. en contra 304 305 De Heer r:O regt„ dient van replicq ge„ „munieert met 't de Burger Jacobus De Raad aandachtelijk geleezen, en overwoogen hebbende, alle de stukken en munimenten door partijen in judiced geexhibeert, mitsgaders gelet op het gunt ter materie dienende was, en Hun EE Achtb„ konde doen moveeren; Recht doende uit naam en van weegens de Hoogmoogende Heeren Staaten gene„ raal der vereenigde Nederlanden, ontzegd den 7: O: Eijsscher zijnen Eijsch en Conclusie in dato 20 augustus Jongs leeden op ende jeegens den gede Pieter van Breda gedaan en genoomen, met Condemnatie van den r: O: Eijssch in alle de ter deezer zaake gevallene kosten. Aldus gedaan en gevonnist aan Cabo De Goede Hoop den 9 december 1789 mitsgaaders gepronuntieerd daag daar aan volgende /:was geteekend:/ /:onderstond:/ bijlaag. — gereg„l versoekt daarvan Copie om heeden over 2 weeken te dienen van Leeuwen voor den van duplicq De Raad fiat Copie en dag om te dupliceeren. — den Heemraad aan stellen¬ bosch en drakensteen d' E Jan de Villiers C: P. Zoon gereg„ op deszelfs ingeleeverde ant¬ woord te zien dienen van re¬ plicq Contra Den Jndependent Fiscaal deses gouvernements d'E Achtb„ Heer Johan Nicolaas Steven van Lijnden 7: O: regt: J: I Rhenius, T: C: Bonnenkamp/ Joh„s Smuts, Svechten, G: H: Meijer, C: Mappa, J: C: Gie, R: J: V„ D„ Riet, H: De Wet /: lager. / Mij present /:was getekend WJ V Reijneveld Secret:s /: in margine:/ Hui„ den den 11 december 1789. heeft den E: Achtb Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden verklaard dat zijn E: Achtb: zich van het bovenstaande von¬ nis stelde appellant aan den E: Achtbaren Rade van Justitie des Casteels Batavia /:onderstond:/ quod Attestor /:en ge„ teekend:/ W W Reijneveld Secret„s en verweerder geageerd hebb d, ten deesen gerequireerden omme op hunne over en wed in Judicio geexhibeerde stukken en munimenten, voornis te hooren pronuntieeren Voornt

NL-HaNA_1.04.02_4344_0169 view scan ↗

English

306 307. The Honourable Independent Fiscal, acting as prosecutor, produces his written reply accompanied by a declaration. Whereupon the assistant Willem Koloer, legitimately presenting an act of substitution for the defendant, requests a copy in order to serve his rejoinder fourteen days from today. The Council grants the defendant the requested copy in order to serve his rejoinder fourteen days from today. After which, the Honourable Independent Fiscal requested whether the burgher Pieter Hendrik van Der Lith, whom his Honour had caused to be summoned before the council chamber, might be called inside; which having occurred, the following dictum was read out by his Honour. Dictum on the Roll Against the under-bailiff Johan Philip Snegelsbergen, stationed at the Honourable Company's post De Schuur, defendant, to see reply served to his submitted answer by the aforementioned Honourable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, prosecutor. Right Honourable Sirs, Since it is fully demonstrated from the attached declaration of the Secretary of this council how the person summoned here before Your Right Honourable Sirs has dared to presume, on the 1st of October last, contrary to the clear letter of the 20th article of the ordinance on the small stamp dated Batavia the 29th of September 1767, to produce three distinct unstamped documents here in council, and he has thus incurred the quality and fine contained in the 13th article without the slightest contradiction; while, although already urged to do so several times by the Messenger of Justice, far from complying with it, he has in no way troubled himself about it; the Independent Fiscal of this government therefore finds himself compelled, by virtue of the obligation imposed upon him in fine of the aforementioned ordinance, to demand that it may please Your Right Honourable Sirs to decree provision of execution against this offender for the aforementioned cause. The aforementioned van der Lith, having heard this, answered that he had received the questionable account here before the council chamber from his principal, with orders to submit it as such, and that he had therefore presented the same papers in council in that manner. Whereupon the Honourable Independent Fiscal replied that this is a matter between him and his principal, and that, having produced the unstamped papers in council as proctor, he is therefore responsible for it. The Council, having deliberated upon this after the parties had withdrawn, decreed against the aforementioned Pieter Hendrik van der Lith, for recovery of the fine incurred by him, the execution requested by the prosecutor. Furthermore, 309 Furthermore, there appeared in council the boatswain of the Honourable Company's ship De Zeebouwer, Joachim Hendrik Wenden, who presented the following petition: To the Right Honourable Sir Johannes Izaak Thenius, President, together with the other Honourable Councillors of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honourable Lord President and Right Honourable Sirs, Joachim Hendrik Wenden, boatswain on the East India Company's ship De Zeebouwer, currently lying at anchor in the roadstead here, shows with due respect and in the most humble manner: How on the 25th of the past month of October, on the aforementioned vessel during the voyage hither, the petitioner had a boy who lodged under the forecastle and had deserved a beating several times tied up, and had him given some blows by another boy with rope ends; which was seen by the captain of the aforementioned vessel, who thereupon, in extreme obstinacy, came running into the waist of the ship and seized the petitioner by the chest and struck him several blows in his face. The petitioner, finding himself highly aggrieved by this, requested to be placed under arrest, in order to make his grievances known here to the Right Honourable Independent Fiscal or before Your Right Honourable Sirs. The aforementioned extreme passion on the part of the repeatedly mentioned captain did not stop there, but the captain-lieutenant, having come into the waist with all the other officers, the said captain-lieutenant seized the petitioner by the chest and struck various blows and dragged him away from under the forecastle, wanting the petitioner to come aft; to which the petitioner was not unwilling, saying to the captain-lieutenant that he was indeed willing to come aft with decency, but not in such a manner; whereupon, having been released, the petitioner went further aft, where the captain again threatened to strike the petitioner, but was advised against it by the other officers. The petitioner, who was then allowed to stand outside, after a short stay the captain having come out, was ordered by the captain to return to his quarters, but with the instruction that he was not allowed to strike any sailor or any boy. The petitioner, believing he had obtained no satisfaction in this matter, refused this and returned to arrest. The petitioner, being here of the course of the matter

Dutch transcription

306 307. De Heer 7:O reg„t produ„ ceerd desselvs schrifteur van replicq gemuneert met eene verklaaring Waar van den adristend eene acte van Substi¬ den ged„e verzoekt Copia om heden over 14 dagen „ Willem Koloer zig met tutie legitimeerende voor te dienen van duplice De Raad verleend den gereg„t de verzog„ te Copia om heden over 14 dagen te dienen van decplicq. — Waarna door den E: Achtb: Heer Jndependent Fiscaal wierd verzoek gedaan of den burger Pieter Hendrik van Der Lith dewelke zijn 2 achtb: voor de raadzaal had doen appoincteeren, mogt worden binnen geroepen; 'T gunt geschied zijn de wierd door zijn E: Achtb: het volgende die¬ tum opgeleezen. — e WelEd„e achtb„e Heeren Daar het uit de hier bijgevoegde verklaaring van den Heere Secretaris dezes raads ten vollen ma nifesteerd, hoe den alhier voor UwelEde Achtb ge¬ appoincteerde, heeft durven onderstaan, op den 1octo„ Dictum ter Rolle Contra den op s'E Comp„s post de schuur bescheidenen onderbaas Johan Philip Snegelsbergen gerege¬ omme op deszelfs ingeleverde antwoord te zien dienen van Replicq Voorm: E: Achtb: Heer Independent Fiscaal Johan Nicolaas Ste¬ ven van Lijnden regt¬ ber laatsleeden teegens den duidelijken letter van den 20 articel de ordonn„e op het klein Zegul in dato Batavia den 29 Septemb:r 1767 drie onderscheide ongezeguelden documenten, alhier in raade te produceeren, en hij dus de qualiteit en breuke in den 13 art„l vervat zonder de minste teegenspraak heeft koomen te incureeren, terwijle hij alhoe„ wel reeds verscheidene maalen daar toe door den Bode van Justitie aangemaand welverre van daar aan te voldoen, zig in geenen deele daar over heeft bekreund, zoo vind zig den Jndependent Fiscaal deses gouvernements, uit hoofde van de verpligting, in fine de voorsz: ordonn„t op hem gelegd, genoodzaakt te moeten vorderen dat het UwelEd„e en Achtb„e mag behaagen, tegens deze Contraventeur ter oorzaake voorm: provisie van Executie te decreteeren. — 'T gunt gem: van der Lith aangehoord hebbende antwoordde dezelve daar op dat hij de questieuse reekening hier voor de zaadzaal van zijn sp„e had ontfangen, met ordre om dezelve alzoo in te leveren en dat hij dus dezelve papieren indien voegen in raade had overgelegt. - waar op den Heer Jndependant Fiscaal gerepliceerd hebbende, dat dit een zaak tus„ schen hem van der Lith en als procureur de ongeregulde papieren in raade had geproduceert hij dus daar voor respon¬ sabel is; zo heeft de raad na dat parthijen waaren afgetreeden hier over gedelibereert hebbende jeegens geme. Pieter Hendrik van der Lith tot verhaal der door hem geincureerde Boete, de door den 7: O: vert„ verzogte executie gedecerneert. — ber Voorts 8 309 Voorts verscheen in raade den Bootsman van S' E Comp„s schip de Zeebouwer Joachim Hendrik Wenden dewelke het volgende request presenteerde Aan den WelEdele Achtbaare Heer Johannes Izaak Thenius president beneevens de verdere E: Achtb„e Heeren raaden van Justitie Des Casteels De Goede Hoop WelEdele Achtb„e Heer President l en Wel Edele Achtte Heeren Geeft met vereijschte Eerbied op 't ootmoedigst te kennen Joachim Hendrik Wenden Bootsman op 't alhier ter reede leggend Oost Jndisch Comp„s schip de zeebouwer Hoe hij suppt op den 25 der gepasseerde maand october op gem: Bodem in de reijs na herwaards een Jonge welke onder de bak logeerde en verscheide maalen slaagen verdiend had laaten vastbinden„ en door een andere Jongen met Endjes touw eenige slaagen heeft laaten geven het welk door den Capitain van gem: bodem is gezien geworden, die daar op in een verregaande obstenaalheid in de kuijl is koomen loo„ pen en den supp„t bij de borst gegreepen en eenige slaagen in zijn gezicht gegeven. — Den supp„t daar over ten hoogsten zig geledeert heeft gevonden, verzogt heeft om in arrest te worden gezet, ten einde zig zelven alhier aan de WelEdele Achtb Heer Jndependent Fiscaal dan wel voor UwelEd„e Achtb„e daar over deszelfs beswaaren terkennen te geeven De gem: verregaande passie door meerge¬ segde Capitain daar bij dog niet gebleeven zijnde maar daar op den Capitain Lieute¬ nant met alle de verdere officieren in de kuijl gekoomen zijnde, wanneer de gezegde Capitain Lieutenant den suppt. bij de borst heeft gegreepen, en diverse slaagen heeft ge„ geven, en hem van onder de bak wegge¬ sleept, willende dat de supp„t agterop zoude koomen, waar toe den supp„t niet onge„ neegen was, zeggende teegen den Capitain Lieutenant wel met fatzoen agterop te willen koomen, egter op zo een wijs niet waar op hij suppt los gelaaten zijnde, en verder agter op is gegaan, wanneer den Capitain den supp„t weder dreigde te slaan, dog door de andere officieren sulx word afgeraaden den supp„t die daar op buiten mogte staan na een kort verblijf den Capitain uitgekoomen zijnde den supp„t heeft aangezegd dat weeder na zijn vertrek zoude gaan, dog met recommandatie geen mattroos of eenige jongens een slag te moogen geeven. Den supp„t daar over geen satisfactie meen„ de hebben zulx refuseerde en zig weder in arrest begaf. — Den suppt. alhier van den toedragt der zaak zijn S L G e -

NL-HaNA_1.04.02_4344_0171 view scan ↗

English

310 3. had made his grievances known to the water Fiscal the Honorable Gabriel Exter, the same resulted in the petitioner being accused by his aforementioned Captain as well as other officers of having intended to cause unrest and mutiny on the aforementioned vessel. Although the petitioner attempted to purge himself properly thereof, and requested several petty officers as well as crew members to bear witness to the truth thereof, yet because they are mindful that they will have to experience the vengefulness of the Captain on the voyage from here to Batavia, the petitioner has been rendered unable to purge himself properly. The petitioner, who regarding the conduct of the Captain could say a great deal more, and which is also the cause that the minister who came along with the aforementioned vessel has requested to be allowed to continue his voyage to Batavia on another vessel, seeing that therefore, this being unable to purge the petitioner, but seeing himself threatened with an action; and in the first place, for the reasons mentioned, can obtain no grounds of defense other than his clear conscience; secondly, being a married man who, having a wife and children in the fatherland, has no other means of livelihood to be able to litigate; so the petitioner takes the liberty in these pressing circumstances to turn to Your Honorable Worships with the most humble request that it may please Your Honorable Worships to commission two Councilors from among Your Honorable Worships in order to summon before Their Honorable Worships all the petty officers and some further crew of the aforementioned vessel, in order to take from them the necessary information regarding the conduct of the petitioner during the aforementioned voyage. The petitioner trusts that Your Honorable Worships will then find that his offense is not as aggravating as it is presently brought to light; even if with the tying up of that boy he might have slightly erred and made himself guilty of some offense. Yet concerning which the petitioner most respectfully submits to Your Honorable Worships' favorable and repeatedly demonstrated charitable judgment, firmly trusting that Your Honorable Worships will be pleased to consider that minor fault not to have been committed by the petitioner with any premeditation and malice, and thus will be pleased to forgive the petitioner the same with a small correction. Below was written: Which doing, was signed: Jochum Hendrik Wehden. In the margin: Exhibitum in Judicio the 10th of December 1789. Which having been read, the Honorable Independent Fiscal advanced thereupon: that from the sworn statement of the Captain and other officers of the petitioner's vessel, which His Honor now submitted, it was established that the petitioner, besides having made himself guilty of far-reaching disobedience towards his commanders, also made himself guilty of the maltreatment of a certain young sailor Jan Willemse, His Honor is therefore compelled to proceed against him, Wehden, in this matter. Then it having been answered by the aforementioned Joachim Hendrik Wehden that he was a poor man, and his circumstances did not permit him to become involved in lawsuits, that therefore his aim in submitting the aforesaid petition was to settle this matter; and he therefore requested that the Council, in consideration of the reasons alleged in his petition, would please declare the same civil and composable; so the Council, since it was declared hereupon by the Officer that His Honor left this entirely to the Council, declared this matter civil and composable. This composition shall have to take place before Commissioners of this assembly. Furthermore, there having been submitted by the aforementioned Honorable Independent Fiscal a memorial with a declaration from the court messenger and a list of such persons who have remained in default, pursuant to the notices posted here by order of the government, of making the customary return of their effects this year; The same memorial reading as follows: To the Honorable and Worshipful Lords Presidents and Councilors of Justice of the Castle Cabo De Goede Hoop. Honorable and Worshipful Lords, The undersigned Independent Fiscal of this government has the pleasure to be able to communicate to Your Honorable Worships how he has finally, though not without much effort and investigation, succeeded in bringing it so far as to purge of all those errors and bring into proper order the census roll, which now for so many years had been followed by the Secretary of the burghery according to an old prescription, and therefore could not be otherwise than extremely defective and faulty, whereas many persons long since deceased, or moved from one district to another, indeed even departed from this part of the world, were still found on the same as actual living beings. But since, pursuant to the annexed declaration of the messenger C: E: Ziervogel, it appears how the persons named therein, notwithstanding all friendly admonitions and patience exercised, have remained in default not only of making the returns neglected by them by means of a note to the court messenger as had been ordered to him, but also of paying the minor fines incurred by them on that account, by which conduct they have most clearly manifested their mockery of the authorities' orders, while it has appeared unnecessary to the memorialist to them

Dutch transcription

310 3„ zijn beswaaren heeft te kennen gegeeven, aan den water Fiscaal d' E: Gabriel Exter, hetzelve van die gevolgen is geworden dat den suppt door zijn meergem: Capitain als verdere officieren is beschuldigt geworden van oproer en muij¬ terije op gem: bodem te hebben willen maaken Den suppt. wel heeft getragt zig daarvan behoor„ lijk te purgeeren, verscheiden zoo baks officie„ ren als Equipage heeft aangezogt, om daar over getuigenis der waarheid te geven, dog vermits zij bedagt zijn om de Wraaklust van den Ca„ pitain in de reijs van hier naar Batavia te zullen moeten ondervinden, den suppt buiten staat is gesteld zig naar behooren te kunnen purgeeren. — Den supp„t die ten opzigte van het gedrag van den Capitain vrij meerder zoude kunnen zeg„ gen, en ook oorzaak zijnde dat den predi„ kant, die met gem: Bodem is mede gekomen verzogt heeft om zijn reijs naar Batavia met een anderen bodem te moogen vervorderen dan vermits zulx, den suppt niet konnen par geeren, maar zig met eene actie gedreigd ziende.- En in de eerste plaats om reedenen gemeld geen grond van defentie kan bekoomen dan zijn zuiver geweeten. — Sweedens een getrouwt man zijnde die vrouw en kinderen in 't vaderland hebbende, geen andere middelen van bestaan heeft om te konnen procedeeren. — Zo neemt den suppt de vrijheid in dezen zijne drukkende omstandigheeden te wenden Den supp„t vertrouwt dat UwelEd„e Achtb„e als dan zullen bevinden, dat deszelfs misdaad niet zo agraveerende zijn als dezelve tans in het dagligt word gesteld; Egter met het vastbinden van dien jongen zig zelven eenigsints mogte hebben misgreepen en aan eenige misdaad sig schuldig heb¬ ben gemaakt. — Dan over welke den supp„t„ op 't eerbiedigst is sub„ mitteerende aan UwelEde Achtb„e gunstige en meermaalen betoonde liefdragende oordeel wel vertrouwende dat UwelEd„e Achtb„ die gerin„ ge misfout zullen gelieven aan te merken door den supp„t niet begaan te zijn met ee„ nig opzet en kwaadaardigheid, en dus den supp„t met eene kleine Correctie het zelve zullen gelieven te vergeven /:onderstond:/ T welk doende /:was geteekend:/ Jochum Hendrik Wenden /:in margine:/ Exhibi„ tum in Judicio den 10 december 1789 Het welk geleezen zijnde advanceerde den E: achtb„e Heer Jndependent Fiscaal daar„ op; dat het uit de beeedigde Verklaaring van den Capitain en verdere officieren van des supp„ Badem welke zijn Ede. tans kwam overteleggen Consteerde, dat den supp„t. zig behalven aan verre¬ tot UwelEd„e Achtb„e met ootmoedigst verzoek, dat het UwelEd„e Achtb„e moge behaagen, om twee Heeren Raade uit UwelEd„e Achtb„e te Com„ mitteeren ten einde voor hun Ed„e Achtb„ te Convoceeren alle de baks officieren, en eenige verdere Equipage van meergem: Bodem, ten einde van dezelve de nodige informatien te nee¬ men wegens het gedrag van den supp„t geduurend de gem: reijs. — tot gaande 33. des obedientie jeegens zijne bevelhebbers, ook aan mishandeling van zeker jong mattroos Jan Willemse schuldig gemaakt hebbende, zijn Ed„e Achtbe des 2: O: genoodzaakt is; dieswee¬ gens teegens hem Werden te procedeeren. Dan door gem: Joachim Hendrik Wehden geantwoord zijnde dat hij een arm man was, en zijne omstandigheeden niet toelieten, om zig in processen te wikkelen, Dat dus zijn oog¬ merk, met het indienen van voorsz: request, was om deeze zaak aftemaaken; En hij derhalven verzogt dat de Raad dog uit aanmerking van reedenen bij zijn request geallegueerd, dezelve geliefde te verklaaren Civiel en Composibel, zoo heeft de Raad dewijl door den Heer Officier hier op wierd gedeclareert, dat zijn E zulx volkoomen aan den Raad overliet deeze zaak verklaard Civiel en Composibel. - Zul¬ lende deze Compositie voor Heeren gecomds: deezer vergadering moeten geschieden. - Wijders door gem: E: Achtb„e Heer Jndepen¬ dent Fiscaal gedient zijnde van een vertoog met een verklaaring van den gerechts„ bode en een lyst van zodaanige perzoonen, de„ welke in gebreeken gebleeven zijn, ingevolge de ter ordre der regeering alhier geaffigeerde Billietten, in dit jaar de gewoone opgave hunner Effecten te doen; Luidende het zelve vertoog als volgt. Aan de Weledele en Achtbaare Heeren Presidenten WelEdele en Achtbaare Heeren De ondergetekende Jndependent Fiscaal dezes gouvernements, heeft het genoegen Uwel Ed„e Achtb„e te kunnen Communiceeren hoe het hem eindelijk, hoe wel niet zonder vele moeite en navorsching gelukt is het zoo verre te brengen dat de opgaaf Rolle die nu zedert zo veele jaaren na een oud voorschrift door den Secretaris der burgerij was na ge„ volgt, en daar door niet anders dan ten uitter„ ste gebrekkig en fautief konde wezen terwijle veele reeds overlang gestorvene en van het eene na het andere district, ja zelfs uit dit waereld deel vertrokkene perzoonen nog als weezentlijke in weezen zijnde, op dezelve gevonden wierden, van alle die a¬ buizen te zuiveren en in een rigtige ordre te brengen. — Maar vermits het ingevolge de hier bij gean¬ nexeerde verklaaring van den boode C: E: Ziervogel koomt te blijken hoe de daar bij genoemde perzoonen, niet teegenstaande alle vriende„ lijke aanmaaningen en gebruikt geduld, in gebreeken zijn gebleeven niet alleen de door hun verzuimde opgaven bij een briefje aan de gerechts bode al nog te doen, gelijk aan hem was gelast maar ook de door hun uit dien hoofde geincurieerde geringe boeten te betaalen, door welk gedrag zij ten duide„ lijksten hebben gemanifesteerd, met s' Heren Gebooden de spot te drijven, terwijle het den 7: O: vertoner onnodig is voorgekomen Raaden van Justitie des Casteels Cabo De Goede Hoop Raaden dezelve G te d2 1 1

NL-HaNA_1.04.02_4344_0173 view scan ↗

English

314 315 to have the same all appoynted before Your Honours, he therefore requests, for the maintenance of the authority of the orders framed here, that Your Honours may see fit to grant him provision of execution against the same. Was signed: J: N: S: van Lijnden. In the margin: Exhibited in the Ordinary Court on 10 December 1789. Thus, after the reading of the same, the requested provision of execution against the persons named on the aforementioned list was granted to the Officer Petitioner. While furthermore, by the oft-mentioned Lord Independent Fiscal, a representation was also exhibited, furnished with a statement by the Bailiff Matthijsen; the said representation being of the following content: To the Right Honourable Lords President and Members of the Court of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honourable Lords, Since it is one of the first and most indispensable duties of an Independent Fiscal to observe, protect, and maintain the rights and sovereignty of the High Authority without connivance or respect of persons against anyone who might make any, even the slightest, infringement thereupon, as is most clearly expressed in the 4th article of his instructions established on 2 July 1785 by the High Mighty Lords Seventeen; So the undersigned has respectfully to represent to Your Honours how he, having been informed that a certain Noch has allegedly made himself guilty of committed wreck-plundering, has found himself obliged on the aforementioned grounds to initiate a criminal action against him before this court; and that it also came to his notice on that occasion how a certain Jan Smit Jurriaansz:, burgher here, had likewise used such conduct some years ago that in no way acquitted him of a similar crime, as Your Honours will be able to see further from the attached statement of the Bailiff Hendrik Matthijsen; and that the Officer Petitioner has not been able to perceive from all the information gathered regarding this matter that the above-mentioned Jan Smit Jurriaansz: has ever or at any time undergone any, even the slightest, criminal proceeding, much less condemnation or absolution on this account; And since, for the petitioner, it would strongly smack of partiality, and could not be excused from injustice, to prosecute the one and leave the other unmolested on account of the very same crime; So he finds himself, on grounds of the aforementioned obligation resting upon him from the beginning of this, placed under the unavoidable necessity of also having to bring the same before this Your Honourable Court in law. Wherefore the Officer Petitioner turns to Your Honours with the request that he may be granted a summons in person against 316 317 against the aforementioned Jan Smit Jurriaansz:, to appear before this Honourable Court a fortnight from today, being the 24th of this current month, in order to hear such demand and conclusion, or request or requests, as the Officer Petitioner shall deem advisable to submit or make on the aforesaid day. Was signed: J: N: S: van Lijnden. In the margin: Exhibited in the Ordinary Court on 18 December 1789. Which having been read and deliberated upon, the following decree was granted by a majority of votes: The Court authorizes the Officer Petitioner to summon the burgher Jan Smit Jurriaansz: in person. Thursday 24 December 1789. In the forenoon, present the Honourable Johannes Izaak Thens, President, and all the Members, except Mr. Maasdorp through indisposition. The Independent Fiscal of this Government, the Honourable Lord Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer Plaintiff in a Criminal Case on the one part, The burgher Jan Smit Jurriaansz:, defendant in person on the other part, To hear such Criminal Demand and Conclusion, or request or requests, as the Officer Plaintiff shall make against the defendant on account of wreck-plundering committed by the defendant some years ago and presumptive abuse of an assumed authority. The Officer Plaintiff, before making his Demand, requested that the defendant in person be ordered to answer such interrogatories as shall be put to him by the Officer Plaintiff before Commissioners, Members of this Court. The defendant in person requests that, as the matter already dates back eleven years, the Court be pleased, in consideration of his advanced age, to grant him a copy of the said Interrogatories. The Officer Plaintiff advanced thereupon that he is of the opinion that Furthermore, regarding the proceedings of the former First Sworn Clerk at the Political Secretariat, Johannes Marthinus Horak, and assistant Quist Mollerstrom, a representation was submitted by the oft-mentioned Lord Independent Fiscal, which was deemed fit to hold in advisement until the next Court day. Lastly, the Honourable Lord President made known to the Court that, pursuant to the resolution of 18 November last of the Honourable Lord Governor and Honourable Council of Policy, His Honour had requested to know what intention His Honour and their Honours had regarding the valuation to be made of estates whose administration was determined and established by their honoured letter of 19 October last; and that His Honour and their Honours had declared thereon that such valuations as took place regarding the estate of the absconded David Malan should be done in conformity with the opinion of the minority of the respective members of this assembly in the presence of commissioners from this Court; And such shall be observed in the future in the occurrence of similar cases. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower down: Present to me.

Dutch transcription

314 315 dezelve alle voor UEd„e & Achtbe te doen appoinc teeren, zoo verzoekt hij tot mainetien van het gezag aan de ordres alhier beraamt, dat het UEde & Achtb mag goed dunken aan hem teegens dezelve provisie van Executie te verleenen/: was geteekend J: N: S: van Lijnden / in mar„ gine/ Exhibilum in Judicio ordinaris den 10 decem¬ 1789 Zo is na lectuure van het zelve aan den R: O ver¬ t=r de verzogte provisie van Executie jegens de op voorm: Leist bekend gestelde perzoonen ver„ leend geworden. Terwijl voorts door meer gem: Heere Jnde„ pendent Fiscaal nog wierd geexhibeert een vertoog gemunieert met een verklaaring door den Schout Matthijsen; zijnde het zelve vertoog van navolgende Jnhoude. — Aan den WelEde Achtbe Heeren President en raaden van Justitie des Casteels de goede Hoop WelEd„e en Achtb„e Heeren vermits het eene der eerste en Jndispensabel¬ ste pligten van een Jndependent Fiscaal is, de regten en hoogheid der hooge Overigheid, zonder Conneventie of aansien van perzoon teegens een ijgelijk die daar op eenige de minste inbreuk mogte doen waar te neemen te be¬ schermen en voortestaan gelijk zulx ten klaar¬ sten in de 4„de articul van zijn instructie op den 2„de Julij 1785 door de hoog gebiedende Heeren zeventhienen vastgestelt staat geexprimeert, zo heeft de ondergetekende d' heere. Uwel Ed„e achtb„e en reverentelijk voortedraagen hoe hij geinformeerd zijnde dat zeekeren Noch zich schuldig zoude gemaakt hebben, aan gepleegde strand-roof zich uit voorgem: hoofde verpligt heeft ge„ vonden een Crimineelen actie teegens den¬ selven voor deeze vierschaar te moeten en¬ tameeren dat het hem almeede bij die geleegentheid is te voor gekoomen, hoe zee„ keren Jan Smit Jurriaansz: burger alhier voor eenige Jaaren insgelijks zodaani¬ ge handel wijs hadde gebeezigd, die hem van zoort gelijke misdaad gantsch niet vrij kwaamen te pleiten, gelijk het UwelEd„e Achtbe nader zal kunnen Consteeren uit de hier neevens gevoegde verklaaring van den Schou Hendrik Malthijsen, dat den 7: Overtr„ts uit alle de daar omtrend genoomene infor„ matien niet heeft kunnen ontwaaren dat de bovengem: Jan Smit Jurriaansz: eenige de minste Crmineelen procedure veel min Condemnatie of absolutie dies weegens immer ofte ooit heeft ondergaan en vermits het voor de vert„ ten sterkste na partijdigheid zoude smaaken, en ders niet van Jnjustice te Excuseeren zoude zijn ter oorzaake van dezelve misdaad den eenen te actionneeren en den anderen ongemoeijt te laaten; Zo vind hij zich uit hoofde van de inden beginne dezer gem: verpligting op hem be= rustende in de onvermijdelijke noodzaake„ lykheid gebragt denselven meede voor deze Uwel Ed„e en Achtb„e Raade in rechten te moeten betrekken. — alwaaromme de R: Overt„n zig tot UwelEde Achtb=e is keerende met verzoek dat aan hem mogt worden verleend Citatie in perzoon sten teegens 316 317 teegens opgem: Jan Smit Jurriaansz: omme op heeden over veertien daagen zullende wezen den 24 dezer loopende maand voor deezen Achtbaaren vierschaar te Compareeren ten ein¬ de aantehooren zodaanige Eisch ende Conclu¬ sie dan wel verzoek ofte verzoeken, als den 7: d: vert„ ten voorsz: dagen te raade zal worden over teleggen ofte te doen /was geteekend:/ J: N: S: van Lijnden /: in margine/ Ex„ hibitum in Judicio ordinaris den 18 De„ cember 1789 Het welk geleezen en daarop gedelibereert zijnde is daarop bij meerderheid van stem¬ men het volgende decreet verleend. - De Raad qualificeert den 7: O: vert„n omme den burger Jan Smit Jurriaansz: Donderdag den 24 1789 in perzoon te doen dagvaarden. — 's Voordemiddaags present de E: Achtbe. zijnde wijders nog door de dikwilsgem: Heer Johannes Izaak Theniis President Heere Jndependent Fiscaal belangende en alle de Leeden dempto De Heere Maas¬ de procedures van geweezen eerste gesw: dorp bij indispositie. Clercq ter paliticque secretarije Iohan„ De r: O: Eijsscher alvoorens nes Marthinus Horak en adristend De Jndependent Fiscaal Quist Mollerstrom een vertoog ingeEijsch te doen verzogt dat den deses gouvernements d' E diend het welk goedgevonden is tot de ged„e in perzoon mogt wor„ Achtbe Heer Johan Nicolaas volgende Rechtdag in advis te houden den geordonneert omme te Steven van Lijnden r: O: Eis„ antwoorden op zodanige in¬ terrogatorien als hem door scher in Cas Crimineel ter eenre Laatstelijk gaf den E Achtb„re Heer Presi„ den r: O: Eijsscher voor Heeren dent den raade te kennen dat zijn Ede. achtbr gecomm„s Leeden dezer vierschaar ingevolge besluit van den 18 Novemb„r Den burger Jan Smit Jurriaan J: L: van den Welede Gestre. Heer Gouver zullen worden voorgehouden ged„e in perzoon ter andere zijde de ged„e in perzoon verzoekt, neur en E Achtb„e raade van Politie intentie zijn WelEde Gestr„e. en Hun EE Elf jaaren geleeden is, de raad omme te aanhooren zodanigen hadde verzogt, te moogen weeten, welke dat dewijl de zaak reeds bij de hem ter Consideratie van zijne Crimineelen Eisch en Concusie Taxatie van Boedels welker adminis„ hooge jaaren gelieve te verlenen dan wel verzoek ofte verzoeken achtb„e hadden, nopens de te doene tratie bij derzelver geEerde missive Copia van dezelve Jnterrogatorien als de 2: O: hiss„s ter zaake van de door den gede voor eenige jaaren gepleegde strandroverij de E: O: Eijssr advanceerde van den 19 october J:l: is bepaald en vast¬ en presumptive misbruik„ daar op, dat zijn E. van gedagten is gestelt, en dat zijn Welede. Gestre. en hun maaken van eene gearrogeerde Ede. Achtb„e daar op hadden gedeclareert, dat opende jeegens Aan Cabo de Goede Hoop die et anno utsupra /lager:/ Mij present. — En zal sulx bij het exteeren van zoort gelijke gevallen in het vervolg worden in het dog gehouden. /:onderstond:/ dergelijke Taxatien als wegens den boedel van den geauffugeerden David Malan heeft plaats gehad Conform het sustencie vann de minderheid der resp„e leeden dezer ver„ gadering zoude moeten geschieden ten overstaan van gecomm„e uit dezen ra„ dergelijke dat auctoriteit D de

NL-HaNA_1.04.02_4344_0175 view scan ↗

English

The Honorable Sovereign-Officer Prosecutor presents the following petition: To the Right Honorable the President and the Council of Justice of the Castle of Good Hope. Shows with due respect the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, that he, the sovereign-officer petitioner, found himself obliged, on account of the holding of seditious speeches, to proceed ex officio against the Captain of the burgher reserve Pieter van Breda, having previously been authorized by your Honorable Council to summon the said Breda in person; having instituted the said proceedings against him, the defendant, on the tenth of this current month of December, in the case instituted by the Sovereign-Officer Prosecutor against him, the defendant, in which the well-mentioned Honorable Council of Justice here pronounced that in accordance with the manner of proceeding prescribed for criminal cases, the defendant in person cannot be granted a copy, and the request of the defendant, pursuant to the authority and respect of the members of the Court of Justice, ought to be dismissed; the ordinary court day being held, the defendant in person should state what he intends to do and undertake, to answer thereto, and further to proceed as shall be determined by the law. That further, this case having been pleaded in the ordinary manner, it had the consequence that the sovereign-officer petitioner was denied his claim and was condemned in all the costs incurred in this lawsuit. That the sovereign-officer petitioner found himself exceedingly aggrieved by that judgment and therefore deemed it necessary to lodge an appeal against the same to Your Right Honorable Council of Justice of the Castle Batavia, as was also done before the expiration of the fatalia, more solito. So that the sovereign-officer petitioner turns to Your Honors with the request that all the documents and muniments produced hinc inde in the above-mentioned lawsuit at the meeting of Your Honors, being properly authenticated before the Commissioners from this Council, may be transmitted to the well-mentioned Honorable Council of Justice of the Castle Batavia. Underneath stood: Which doing, was signed: J. N. S. van Lijnden. In the margin: Exhibitum in Justitia the 24 December 1790. The aforesaid Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Sovereign-Officer Prosecutor, versus The Captain of the Burgher reserve Pieter van Breda, respondent, to hear requested an appeal to the Honorable Council of Justice of the Castle Batavia from such judgment as was pronounced on the last ordinary court day. And the Honorable Hendrik Justinus de Wet, who was of the opinion that the requested copy ought to be granted to the defendant, had his sentiment recorded. The Council, dismissing the requested copy, orders the defendant in person to answer to such interrogatories as shall be submitted to him on behalf of the sovereign-officer prosecutor before the Commissioners. The defendant persists in his request. The burgher Jacobus van Leeuwen, as substituted attorney of the respondent, says thereupon: I request, pursuant to the special mandate of my principal, with all due respect to the Officer, that all the documents in appeal may be transmitted at the expense of the Officer. The sovereign-officer prosecutor asserts against this that he finds the request of the defendant very singular, and that the defendant ought to adhere to the custom usual in such matters here. The respondent continues to persist in his request. The Council grants the request made by the petitioner, so that all the documents and muniments that served in this case shall, according to custom, be authenticated by the Commissioners and transmitted to the Honorable Council of Justice of the Castle Batavia. Whereupon the gentlemen van Echten and Mappa, who at the judging of the aforesaid proceedings of the Independent Fiscal and the Captain of the burgher invalids Pieter van Breda were of the opinion that the defendant should be condemned to a fine of one thousand ducatoons for the benefit of the Officer and in all the costs, requested that, since an appeal has now been lodged from that judgment, their Honors' vote be recorded; and subsequently, the Honorable President and Mr. Ronnenkamp, who in this case were of the opinion that the sovereign-officer prosecutor should be denied his claim and the defendant Pieter van Breda, for reasons, condemned in all the costs, likewise had their votes recorded. The Burgher Jacobus van Leeuwen, as substituted attorney of the comforter of the sick here Willem Herhold, who is the general attorney of the Heemraad at Stellenbosch Jan de Villiers, P. son, petitioner, versus The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, respondent, to see served a duplica in response to his submitted replica. Van Leeuwen serves the duplica, as in scriptis. The sovereign-officer respondent requests inspection thereof to see whether he will reprocheer or renounce at the next court day. The petitioner leaves this to the Council's judgment. The Assistant of the Honorable Company S. Martinus Marinussen, as general attorney of the under-master of the Honorable Company's post De Schuur, Johan Philip Snegelsbergen, petitioner, versus The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, respondent, to see served a duplica in response to his submitted replica. The petitioner produces his duplica. Whereupon the said respondent renounces further productions and requests judgment. The petitioner says likewise to renounce. The Council: fiat. The roll being thus far completed, the following petition was presented by the Assistant of the Honorable Company Jacobus Verceuil as attorney of the burgher Jan Jacob Meijer: To the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Honorable members of the Council of Justice of this government. The Council holds this matter under advisement for circulation; the depositions that served herein shall, however, first be recollected and sworn.

Dutch transcription

319 auctoriteit en het respect der leeden ordinaire rechtdag zijn, Crimineel voorgeschreven, Justitie, op en jeegens hem ged het houden van oproerige ge„ de den 10 dezer loopende- sprekken amptshalven te pro„ maand december in de zaak den ged„e in perzoon geene zal willen doen en nemen, cedeeren teegens den Capitain Copia kan worden verleend, daarop te antwoorden en der burger reserve Pieter van Breda naa alvoorens door UEE door den E: O: riss„r op en zee„ voorts te procedeeren als na gens hem gede geentameerd bij welgem:e E achtb„e raade dierhalven diende geweezen rechten achtb geauthoriseerd te zijn van Justitie alhier is ge„ geworden hem Breda in per„ zoon te doen dagvaarden desel„ ve proceduures heeft geentameerd pronuntieerd geworden, dat voorts deese zaak ordinaris modo zijnde voldongen, is geweest van dat gevolg dat aan den 7: O: vertoonder zijn Eisch is ontzegden hij gecondemneert in alle de in deze proces¬ se gevallene kosten. - dat de r: O vert„n zig over dat gewijsde ten uitterste beswaard gevonden, en dierhalven vermeend heeft van hetzelve ap„ pel te moeten interjecteeren aan Uwel Ed„ Achtb„e rade van Justitie des Casteels Batavia gelijk dan ook voor 't ver„ loop der fatalia, more solitois geschied. — zoo dat den 7: O: tot UEE Achtb„s is keerende met versoek dat alle de in bovengem: processe ter vergadering van UEE achtb: hine inde geproduceerde stukken en munimenten voor Heeren gecomm: uit dezen Rade behoorlijk genam„ geliseert zijnde aan welgem: Ed„e. Achtbe„ Raade van Justitie des Casteels Batavia moge worden overge„ zonden. — /: onderstond:/ 'T welk Doende /: was geteekend:/ J N: S: van Lijnden — /: in margine:/ Exhibitum in Indiao:/ den 24 december 1790. — dat ingevolge de manier van procedeeren, in Cas en het verzoek van den ged„e n te worden van de hand. — G De Heer R:O: Eijss=r presen„ Voorm: E Achtb„e Heer Jn¬ teert het volgende request dependent Fiscaal Johan Aan den WelEde. Achtbe„ Nicolaas Steven van Lijnden Heer President en Raa R:O: regt de van Justitie des Cas„ teets de Goede Hoop Vertoond met gepasten eerbied Den Capitain der Burger den Jndependent Fiscaal Johan reserve Pieter van Breda Nicolaas Steven van Lijnden gereg„d omme te hooren ver¬ dat hij z: O vert=n zig genoodzoeken appel aan den E: achtbe „zaakt hebbende gevonden wegensaade van Justitie des Cas„ teels Batavia van zodaanige vonnis als op laast¬ Contra En heeft den Heere Hendrik Justinus de Wet, dewelke van oordeel was, dat aan den ged. e de verzogte Copia behoorde te worden toegestaan desselfs sentiment doen aanteekenen De Raad de verzogte Copia van de hand wijzende, ordonneert den ged„e in perzoon omme te antwoor„ den op zodanige interrogatoriën als hem van wegens de r: O: Eijssr. voor Heeren gecomm„s zullen worden voorgehouden de ged„e persisteerd bij zijn verzoek— Den burger Jacobus van Leeuwen als gesubstitueerde gem: van den gereg„e zegt daarop. — Ik verzoek ingevolge de speciale last van mijn pp„ behoudens het respect van den Heer Officier dat alle de stukken in appel ten kosten van den officier moge worden overgezonden: — De r: O: reg„te advanceert daar teegen dat zijn het verzoek van den ged„e zeer singulier vind en den ged„e zig behoort te houden aan de usantie in diergelijke zaaken alhier gebruijkelijk. — de gereg. e blijft bij zijn verzoek persisteeren. — de raad accordeerd des heer reqts: gedaan verzoek zul¬ het F leeden lende 38 34t lende dus alle de stukken en munimen„ ten in deeze zaak gediend hebbende naar gewoonte door Heeren gecomm:s worden geuangeliseert en aan den Ed„e Achtb„r rade van Justitie des Casteels Batavia worden overgezonden. — Waarna de Heeren van Echten en Mappa: dewelke bij het vonnissen van de voorsz: proceduures van den Heer Jndependent Fiscaal en Capitain der burger invalides Pieter van Breda van advijs zijn geweest dat den ged„e zoude worden gecondemneert in een boete van Een duizend ducatons ten behoeve van den officier en in alle de kosten /verzogten dat dewijl van dat vonnis tans is geappelleerd over zulx het ad,tieeren. rijs van hun EE toegestaan zijnde hebben vervolgens de E Achtb„e Heer President en den Heeren Ronnenkamp dewelke in deze zaak van gevoelen geweest zijn, dat den r: O: Eijss„r zijnen Eisch zoude worden ontzegd en den gede. Pieter van Breda om reedenen ge¬ condemneert in alle de kosten insgelyks derzelver vota doen aanteekenen. — van Leeuwen dient van de Den Burger Jacobus van Leeuwen als gesubstitueerde gemagtigde van den krank¬ bezoeker alhier Willem Her„ de Heer r:O: gereg„d ver„ zoekt daar van visie om te hold die is generaale ge„ zien of zijn E: aanstaande magtigde van den Heemraad rechtdag zal reprocheeren te stellenbosch Jan de Vil„ dan wel renuntieeren. liers f: P: zoon reqt. De reqt. laat zulx aan s' raads plicq pro ut in scriptis. - Contra den Jndependent Fiscaal dezes gouvernements de E: Achtb„r Heer De Roldus verre zijnde afgeloopen wierd door den ad„ „sistend der E Comp:e Jacobus Verceuil als gem:t van den burger Jan Jacob Meijer het volgende request gepresenteerd. Aan den WelEde achtb=e Heer Johan„ „nes Isaak Rhenius President be„ neevens de verdere Eachtbr Heeren raaden van Justitie deeses gouver„ „nements. — De Raad houd deeze zaak ter rondleezing in advijs„ zullende echter de hier inne gediend hebbende verklaarin„ „gen alvoorens worden gerecolleerd en Beldigt. — en Jndependent Fiscaal Deezes gou„ „vernements d'E Achtb Heer Jo„ „han Nicolaas Steeven van zijnden gereqt: omme op desselvs in¬ „geleeverde replicq te zien dienen van duplicq. — Contra en adsistend der E Comp=e S Ma„ cinus Marinussen als gen: gem: waarop den 2: d:o gereg„en re„ van den onderbaas van D'E Comp=e nuntieerd van verdere produc„ „wien en recht verzoekt post de schuur Johan Pilip de reqte. zegd meede te renun „ Snegelsbergen regt de req=t produceert zijn duplicq De Raad fiat. — Johan Nicolaas Steeven van Lijnden gereqe om op desselvs ingeleeverde replicq te zien dienen van derplicq. - Johan WelEd=e G oordeel. —

← previousnext →