VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4344

Cape · 543 pages · 234 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4344_0509 view scan ↗

English

remained by the wagons by order of van Zeijl. That, after van Zeijl and his accompanying companions and Hottentots, after the lapse of a considerable time, had come with a party of cattle, which the deponent had learned from the other Hottentots had been stolen by force by van Zeijl from the Hottentots' kraal, to the wagons where the deponent and the Hottentot Jas had remained, and subsequently with the wagons and those Hottentots and stolen cattle being on their way hither, had approached near the place of the burgher Petrus Dienaar, named de Hartebeesterivier, situated on the great river, where a small portion of the stolen herd of cattle was missing, the said van Zeijl then had Ruijter and the aforementioned Jas laid down, and had them beaten by the Baster Hottentots, so that the welts can still be seen from it, subsequently, together with Jan Wieser, each mounted on horseback with a flintlock gun, had made him, Ruijter, and Jas run before the horses as fast as the horses could run to the kraal of the said Dienaar. Having arrived there, van Zeijl and Wieser had immediately dismounted from their horses, and instantly beat the burgher Jan Blom, who was supervising there and who wished to inform them that the cattle had been found in the veld by his herdsmen and taken into his custody, as he later testified, in such a manner that the man remained lying on the ground, subsequently drove the missing cattle out of the kraal, and then continued the journey up into the Hantam. That the aforementioned van Zeijl, having told them some time ago that he intended to send up a party of cattle, and that when they, Hottentots, came up into the country and the Landdrost might ask them where he, van Zeijl, or the said Wieser got all that cattle, then to say that it had been fairly bartered by them, but above all not to say that he, van Zeijl, his two sons, and the said Wieser had shot the Hottentots dead, and that all of this was only lies, for if they made that known, he would shoot them just as dead as he intended to do with the others who had already done so. That they, now more than two months ago, without being able to determine the time accurately, by order of the said van Zeijl, with another Bushman Hottentot, had to drive a large number of cattle, also without being able to determine the number, under the supervision of the aforementioned Jan Wieser and one of the sons of the aforementioned van Zeijl, named Andries van Zeijl, hither. And having arrived at the place of the burgher Pieter Wieser, it was said to them by the aforementioned Jan Wieser and one of the sons of the aforementioned van Zeijl that he would go with them to the Landdrost, and that when they came there, they must say in his presence that everything that might have been reported by the other Hottentots was lying talk, because on the expedition they had done nothing other than solely bartered cattle. However, he, the deponent, had heard the aforementioned Pieter Wieser and the wife of the burgher Jan Smith, living at the Piketberg, in the presence of a certain burgher Tobias, without further knowing his surname, as well as the mother of the aforementioned Jan and Pieter Wieser, say that it was already known to the Landdrost that van Zeijl, his two sons, and the said Jan Wieser were said to have shot the Hottentots dead. Whereupon the said Jan Wieser immediately dispatched the aforementioned Bushman Hottentot with a letter to the Hantam to the aforementioned Adriaan van Zeijl, in order to advise him, not as they had agreed, instead of him, van Zeijl, thinking that he, Jan Wieser, would be on the return journey, to proceed to the Cape, but to come directly to him, Jan Wieser, at the place of his brother Pieter Wieser, as he did not currently intend to go to the Landdrost. That furthermore, the cattle having been divided, the portion of Jan Wieser was sent to his mother's place, situated at the Witsanddrift, while he, Andries, and Ruijter had to bring the portion of the aforementioned van Zeijl to the place of the burgher Jacobus Louw, living at the Vischwater, they being ordered to remain there at the place of the aforementioned Louw until the aforementioned Adriaan van Zeijl should have arrived there from the Hantam, and that they would have to help cut the barley and the corn for their keep. That they, having brought the cattle to the place of the aforementioned Jacobus Louw at the Vischwater, out of fear that van Zeijl upon his arrival, or the aforementioned Wieser, according to threats made to shoot dead with a bullet whoever might [illegible] their committed conduct Hantam

Dutch transcription

de wagers op ordre van van zeijl verbleeven is. Dat, na dat van zeijl en zijne byhebbende makkers en hottentotten, na verloop van een gertuijmen tijd met een partij beestien die den Comp:t van de overige hottenteets verkomen had dat van de hotten botskraal met geweld door van zeijl geroofd zijn by de wagens alwaar den Compt: en den hattentot Jas verbleeven was, gekomen waren, en vervolgens niet de wagens en die hottenlotten en geroofde beesten op wegraar herwaards hun bevonden genadert waren, omtrend de plaats van den Burger Petrus Dienaar, de harte beeste wiergenaamd geleegen aan de groote rivier, aldaar een kleijn gedeelte van de geroofte troup beesten waren vermistt, gem: van Zeijl, als toen Ruijter, en voorn. Jas had doen nederleggen, en door de battaardhattenlotten had laten slaan, dat er de striemen nog van te zien zijn, vervolgens nevens Jan Wieter, ieder met een sraphaan te paard gezeten zijn en hem Ruijter in Jas voor de paarden uijt hadden laten lopen, zoo snel als de paarden loopen konde nade Kraal van gem: Dienaar, alhaar gekomen zynde was van Zeijl en Wieser direct van hunne paarden gesteegen, en terstond de daar de toezigt hebbende burger Jan Blom, die hun wilde bekend maken 't vee in veld door zyne wagters aangetroffen te zijn, en bij hem in bewaaring, zo als hij daar na betruigde, te hebben genomen, zodanig geslagen, dat den, dat den man op de aarde was blijven leggen, vervolgens 'tt vermiste vee uijt de kraalgejaagt, en vervolgens de reijse bo in den hantam voortgezec. Dat voorsz: van zeijl hunl: nu voor enigen tyd gezegt hebbende van voorneemens zynde, om een partij dee op te zenden, en dat wanneer zijk, hotten, tosten boven in 't Land kwamen, en den Land Drost hun mogt vragen, waar hij van zeijl of gem: Wieser aan al dat ter knam als dan te moeten zeggen, dat dat die door hunl: mooij was geruijld, maar voor al niet te zeggen, dat hi van zeijl, zijne beide soonen, in gent. weeten de hatten stotten hadden dood geschoten, en dat dit alles maar leegens waren, want zo zijt dat bekend maakten, zou hij Gunt: evenze dood schiten, als hij voornemens was met de andere te doen, die zulks reeds gedaan hadde Dat zijk: voor nu ruijm twee maanden geleeden, zonder den tijd accuraat te kunnen bepaalen, ter ordre hem gem: van Zeijl, met nog een bosjes mans hotten tot, een groot aantal vee zonde als meede meede 't getal te kunnen bepalen, onder 't opzigt van voorsz: Jan wieser, en Een der soonen van voorn: van zeijl, met naam Andries van Zeil herwaards hebbende moeten opdrijven, en gekomen zijnde ter plaatse van den burger Pieter Wieser door voorsz: Jan Wieser, en een der soonen An Voor nog een aan hunl: was gezegt, dat hy met hun naden Land Drost zoude gaan, en dat wanneer zij l: daar kwamen, in zyn praesentie maerten zeggen, dat al 't geen door de andere hotten, kotten mogten aangebragt zijn, logen taal was, want dat zy op de togt niets gedaan hadden, als alleenlik vle geruijld, dog had hij Compt: voorsz: Pieter Weeser en de Vrouwe van den Burger Jan Smith, woonende aan de piquet berge in praesentie van zeekeren burger Tobias, zonder verder zijn naam te weeten, mitsgaders de moeder van voorn: Jan en Pieter Wieter hooren zeggen, dat het al by den Land Drost bekend was, dat van zeijl zine beide, soonen en gem: Jan Wieser de kettentatten zouden hebben doadgeschoten, der gem: Jan Wieter direct, daarom voorn: kosjes manspotten tot met een briefna de hantam aan voorn: Adriaan van Zeijl had afgezonden, om hem aan te raden, niet zoo als zyl: afgesprooken waaren om in steede dat hij van zegl dagt, dat hij Jan Wieter op de rug reijse zoude zijn, zig na de Caas te begeeven, maar direct bij hem Jan Wieter op de plaats van zijn broeder Pieter Wieser te koomen, alzoo hij thans niet van voornemens was, na den Land Drost te gaan Dat voorts 't zee verdeeld geworden zijnde, 't gedeelte van Jan Wieter na zijn maeders plaats, geleegen aan de fongaardrift, was ge„ zonden, terwijl hy Andries en Ruijter 't gedeelte van voorsz: van zeijl nade plaats van den burger Jacobus Douw, woonende aan 't Vischwater, heeft moeten breuren zynde zijl: gelast omme aldaar ter plaatse van voorsz: Louw te blijven, tot dat voorm: Adriaan van Zeijl uijt den hantam aldaar zoude zijn aangekomen, en dat zij t: voor de kost zouden moeten helpen de garst en 't koorn afsnijden. Dat zijt: 't Veegebragt hebbende op de plaats ten voorsz: Jacobus Louw, aan 't visch water, uijt vreese, dat van zeijl bij zijn komst, of voorn: Wieter, volgens gedaane dreugementen, om met een kagel die dood te schieten, die hunt gepleegde handelwijze Hantam mogte

NL-HaNA_1.04.02_4344_0511 view scan ↗

English

might have made it known, might hold them suspect and shoot them dead, having departed by night from the place of the aforesaid Louw to Stellenbosch, in order to make all of this known to the Landdrost, with the request never to be sent back to that side of the country again, but rather to wish to serve here for his food for life, and also to be able to make known in the presence of the aforesaid van Zeijl, and to maintain, all the evil which he, his sons, and Jan Wieser have done, for these people were wicked folk. The appearer finally declared that, since the wife and children of the Hottentot Ruijter reside with Christiaan van den Heever, the child of him, Ruijter, named Antje, having occasionally come secretly to him, Ruijter, which the aforesaid van Zeijl had suspected, so that he finally first hanged the same child from a tree under the arms, and thus hanging beat her with a sjambok, subsequently hoisted her up by the arms backwards, and beat her in such a manner that the child no longer had the use of her arms; further, that he had ordered his son Willem van Zeijl to shoot that child dead, just as Willem then also wounded that child in the head with two shots, and finally pelted her to death with stones by the aforesaid Willem van Zeijl; the appearer declaring to have been present indeed at the hoisting up and beating, but not at the shooting and stoning, since he was not in the field that day, but having heard this from the Hottentot women Catrijn and Griet, who were present at the shooting and stoning; the appearer having, however, seen the body that evening, with the head entirely crushed and almost completely eaten up by the carrion birds. The appearer testifying to have enjoyed nothing for his share, no more than the other Hottentots, and that he, appearer, had learned from the other Hottentots who had also been along, that the aforesaid van Zeijl and Jan Wieser acted in a murderous manner toward the Hottentots from whom that great multitude of cattle was robbed, without those people having spoken a word to him or done any harm. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm this further. Below was written: Thus passed at Cabo de Goede Hoop, the 12 November 1787, before the gentlemen Carel Mappa and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice of this Government, who have duly signed the original of this together with the appearer and me, the appointed clerk. Below was written: Which I witness, signed D. Hs. Stuet. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice, the aforesaid Hottentot Andries, who, this his preceding declaration having been read out clearly and distinctly word for word, declared to persist by the same, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, saying that all the foregoing contains the pure truth. Below was written: Thus done and re-examined at Cabo de goede Hoop, the 13 November 1787. Signed with a cross, and described: This cross was made by the appearer's own hand. Below was written: Present with me, signed M. W. v. D. Riet. In the margin: As commissioners, signed C: Mappa, Joh.s Smuts. Lower: Agrees, signed C: van Aerssen, Secretary. To the Honorable Worshipful Gentlemen of the Justice, Honorable Worshipful Gentlemen! I only received the sorrowful summons from your honors of the 26 of June on the 26 of August, and understood from it that your worshipful gentlemen intend to expose me, but my dear worshipful gentlemen, your honors' servant prays with humility and falls before your honors' worshipful feet for mercy and pardon. I trust in your honors' fatherly hearts that your worshipful fathers will surely not expose such an innocent child as I am. It is indeed orders from the gentleman Landdrost, or from whomever it may be, that I do not know, that one must pursue the thieves and the murderers. I lay in the veld with my parents' livestock, and in the night someone came among my sheep, and my dogs started barking. I went with the gun to see what was there; I saw someone jump out of the sheep over the kraal, and out of fear I asked who that was, but I received no answer. Then I thought that I was surrounded by the murderous Bushmen; I fired, and had I known that it was that girl, I would not have shot, could I have captured her. And indeed, here in the veld our lives are not safe for a single night; as soon as it is evening, we do not dare to make a fire; here so many a one is

Dutch transcription

mogte hebben bekend gemaakt hun verdagt mogte houden, en dood schieten, zijnde nagts zig van de plaats van voorsz: Louw hadeen begeren, naar stellenbosch, om aan den Land Drost dit alles bekend te maaken, met verzoek, dog nooijt wederom aan die kant van 't Land te mogen worden gezonden, maar liever levens lang alhier voor de kost te willen dienen, ook om in praesentie van voorn van Zeijl te kunnen bekend maken, en staande houden al 't quaad, welk hij zijne Jooren en Jan Wieser gedaan heeft, want dat deze menschen kwaade duijtsekers waren Verklaarde den Compt. nog laatstelyk, dat vermits 't wijff en de kinderen vemden hatten tot Ruijter bij Christiaan van den Hevert woonagtig zijn, 't kind van hem Ruijter, met name Antje, nu en dan wel eens heuwelijk by hem Ruyter gekomen zijnde, zulks voorsz: van Zeijl verdracten hebbende, zo dat hij eindelijk 't zelve kind eerst aan een boom onder de boelen opgehangen, en zo hangende met een Sjambok geslagen, vervolgens aan de Armen agterwaards opgekeezen, Een duidanig geslagen, dat dat kind 't gebruik harer Armen niet meer had, wijders zijn soon Willem van Zeijl geordonneert had, om dat kind dood te schieten, gelijk Willem dan ook met twee schooten dat kind aan 't hoofd gekwetst, en eindelijk met steenen door voorsz: Willem van Zeijl dood gesmeeten, verklaarende de Compt: wel bij 't ophijsen, en slaan praesent geweest te zijn, maar niet bij 't schieten en stenigen, vermits hy dien dag niet in 't veld geweest geweest is, maar zulks gehoord hebbende, van de pottentottinne Catrijn en Griet, die bij 't schieten en steenigen zijn praesent geweest, hebbende den Compt: egter dat lij dien avond gezien aan 't hoofd geheel vermoosseld en door de Aas Vogelen bi na geheel opgegeten te Zijn. Betuijgende den Compt: niets voor zijn Aandeeld, zo min als de overige hottentotten, te hebben genooten, dat hij Compt. van de andere hottentetten, die mede geweest zijn vernomen had, dat voorsz: van Zeijl en Jan Wieter op een moordladige wijze, de hotten totten, daar die groote menigte beesten van gerooft zyn, gehandeld heeft, zonder dat die menschen hem een woord hadden toegesproken, ofte eenig leed gedaan Niets meer verklarende, geeft den Compt, voor redenen van wetenschap als in den text dem bereijd bereid zijnde, zulks nader gestand te doen. /:onder stond:/ Dat aldus gepasseert aan Cabo de Goede Hoop, den 12 november 1787. voor de Heeren Carel Mappa, en Johannes Smuts Leeden uijt den E: Raad van Justitie deezer Gouvernement, die de minute deezes benevens de Compt ende my gemm: Clercq mede behoorlyk hebben ondergetekend. /: onder stond:/ 't welk ik getuige /get: / D Hs Stuet„ Recollement. Compareerden voor ons ondergeteekende ge„ committeerdens uyt den Ed: Achtbaren Raad van Iustitie, den voorn: Pottentot Andries, dewelke dese zyne vorenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar en duidelyk voorgeleezen zijnde, ver¬ klaarde deselve daarbij te blijven persisteeren, met begeerte, dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal, zeggende, dat al 't vorenstaende de zuyvere waarheid behelst. /:onder stond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop, den 13 november 1787. /getekend:/ met een kruijs (: en omschreven:) dit kruijs heeft den Compt: Eijgenhandig gesteld, /:onderstond:) mij praesent. /:get:/ M WVD Riet. /:in margine:/ als gecommitteerdens /:geteekend:/ C: Mappa. Joh. s Smits /:lager:/ accordeerd. /:get: /: C: van Aerssen. Secrets: Aan den WelEdelen Agtb: Heeren van de Jistuse Ee¬ delen Agtb: Heeren! Ik heb de droeffige dagvaaring van UEd: van den 26 van Junij den 26 van augustus eerst ontfangen, en daar uyt verstaan, dat UE: Agtb: Hee„ „ren van meening is om mijn bloot te stellen, sen maar mijn kise agtb: Heeren UE: dienaar bid met ootmoedigheid en val voor UEd: achtb: voeten „neer om genade en perdon, ik vertrouw op UEd: vaderlijke herten, dat UEd: Agtb: vaders zoo een onnoselkind, als ik ben, dog niet blood zult stellen, het is immers oorders van die Heer Dros, of van wie het weesen mag, dat weet ik niet dat men die diesen en de moordenaars vervolgge moet, ik Leij in de velt, met mijn ouders haerleij vee en en de nagt kwam der eimand onder mijn chaapen en myn honden ging saan ging ik met de geween om te sienen wat der was„ sag ik eymand uijt de Chaapen over de kraal springen, en ik ^ vraagde uyt vrees wie dat was, maar ik kreeg geen antwoort, toen vermynde ik dat ik vaan de maerdenaars kossimans beset was, schoot ik toe, en het ik geweeten, dat het die mijt was, had ik niet geschooten, kon ik haar gevangen hebben, en wij is immers hier in de velt geen nagt onse leeven seker, zoo als het maar avont is, durft wy geen vuur in maaken, hier wort soo meenig eenen Aan in de

NL-HaNA_1.04.02_4344_0513 view scan ↗

English

in the [illegible] and at night shot by the fire and murdered, both of the herdsmen and the Dutch as well. So many a good heathen is murdered by the murderous Bushmen, one before and the other after. Here recently in our neighborhood, terrible murders occurred, the complaint of Lucas Steenkamp, and cattle were also taken away from them, and from yet more. My worthy, Honorable Gentlemen: Ruiter Bushman, who has complained about me, is one who has already twice been under fire. First he stole with other Bushmen from Willem van Zijl and shot at the guards; then his companions were shot dead, and he got free. And he then took flight to my father, and lived there for about a year or two. Then he ran away and stirred up even more of my parents' servants, and that night when they ran away, they first went into the garden, picked whatever they wanted, and having had their fill they went out, and then went into the garden to relieve themselves and each laid down a good heap, and said that is for the master and for the mistress. Then they ran to Christiaan Bok and took cattle away there too. Then they were pursued again and shot at, and he was caught in hand; then Christiaan Bok gave him a sound thrashing, the scars of which can still be seen on his body. And when he had recovered from those blows, he came back to my father, promising never to do such evil again. For father did not want to take that thief back again, because he had done so much evil, but on good promises took him back again. And some years after that, he went his Bushman ways again; he went after the sheep with another person, then he sent that person away and drove the flock of sheep into the poison bush to let them drift as he pleased; then a great deal of those sheep were lost to the poison bush. And then he ran away. And after that he came back to my father, who gave him a blow or so and said that he should take his children and his cattle and go away and never return. Then he would not, saying that he would now do good; but not long after that he deserted twice with the flintlock gun, and when he had had the flintlock gun long enough, he threw it away into the field, and long after that he was captured and brought home. Not long after that he again shot cattle dead with the flintlock gun, and the heathens boast of it and laugh about it, saying when they speak a single word, the Gentlemen believe it better than if the Dutch speak 10 to 6 words. And my worthy, Honorable Gentlemen, if we only know that we may not do any harm to a murderer or thief, we shall not do it either, and we will then rather join in with them in order to remain good friends. Your servant falls once more before Your Honorable Gentlemen's feet with apologies, Your obedient and humble servant. (was signed:) Willem van Zijl, son of the former Wagmeester Adriaan van Zijl. /in the margin:/ The 30 of August, Anno 17882 /lower:/ P.S. My worthy Honorable Gentlemen, I cannot ride; the horse fell with me, and I am injured externally and internally, and one of my hands is dislocated and broken in half, and I had the gun upon it when I fell, and the cock of the gun severely injured my head. I, the undersigned, testify that the Bushman maid named Anna ran away from me, and I declare that I, the undersigned, testify how true and truthful it is that the two Hottentots of Adriaan van Zijl, named Ruijter and Andries Tygerhoek, were at my house and testified that Jullij did not see that the aforementioned van Zijl shot dead Hottentots on the Great Kitten expedition, but that those people came to the Koraquas. They said to those people that Jullij had to come to their aid, because the Bushmen had stolen cattle from the aforementioned Koraquas; then Jullij pursued the Bushmen but shot none dead, but took a portion of the cattle back from the Bushmen, for which the Koraquas gifted them some cattle. she is the greatest rogue and thief, and through her doing my cattle were driven far into the veld up to three times, deliberately to let them be destroyed by the wild animals, while she was the guard over them; and that her own father, named Ruijter Bushman, wanted to shoot her dead, and that I even interceded for her with her father, for he said that she was worth nothing more than being shot dead. And subsequently she ran to the cattle posts of Adriaan van Zijl and stole there again, and Willem van Zijl, Adriaan's son, shot her dead with a bullet. (was signed:) Maria Susanna van den Heever /in the margin:/ the 17 of February Anno 1788.

Dutch transcription

in de word en in de nagt bey de vuur geschooten en vermoort van de Veewagters en duijsche ook, zoo meenige goede heyding woort door de moordenaars bossimans, de eer voor en de andere na vermoort, hier is nog onlangs in onse gebuurte vreeselyk genoort, de verklagte w van Lucees Stenikam en ook vee van die zuij weg genomen, en van nog meer; min waarde Agtb: Heeren Ruijter bossiman die over mijn geklaag heb is een die al twee maal onder de koegel geweest is, eers heb heij van Willem aan zeyl met andere bossemans gestoolen en op de wagters geschooten, toen is zijn makkers dood geschooten; en hij is vrey geraakt, en heb toen de plug na mijn vader genoomen, en het daar toen een jaar of twee gewoond, toen liep heij weg en maakt nog meer van mijn ouders harleij volk op en die nagt toen sulleij weg liep gingen sij lij eers in de tuijn, plukte wat te wilde, en na hare genoegen gingen sij uijt, en ging toen in de tuijn duur haarleij gevoeg doennen en leyder elk een goede hoop, neer en sij dat is voor de baas en voor de Juffrouw toen liep sulleij na Christiaan Rok, en nam daar ook vee weg, toen ben sullen weder vervolg en daad geschooten, en hem in handen gevangen, toen heb Christiaan Bok hem een goede loessing gegeven, de tedteykens men men nog op syn leyf sienen, en toen hij weer gesoont was, van die slaagen, keym hij weer by mijn vader, beloofende om naayt meer sulk kwaat te doen, want vader won die dief niet weer anneemen, omdat hy soo veel kwaat gedanen heb opgoede beloften hem weder angenomen, en eenige jaaren daar na ging heij zijn bossemans koers weder, hy ging agter de Cchapen met nog een, toen stuurde heij die weg en joegt toen de tropschapen ende geft om se na sijn genoegen te laten trekken, toen is er rykelyk van die schaepen en de gift Raad gebleeven, en toen hiep heij wegen daar na kwam hij weer by mijn vader hem een hou of wat gegeven en Sey, dat hij Sijn kinders en Sijn Vee maer neemen en weggaan en nooijt weerkomen, toen nou hij niet, sij, dat hij nu goed sou doen, maar niet lang datna ben beij weertwee keer „met de snaphaan gedrost, en doen hy de snaphaan lang genoeg gehaad heb, heb heij het in de velt weg gesmeeten, en lang de na is hij gevangen, en teehuijs gebragt, niet lang der na heb heij weer met de snaphaan beester dood geschooten, en de heijdings die roem daarae op en laggener om, seggen als Sy luij een toen woord woort spreekt, die gelooft de Heere beter als dat de duijsche Ten 6 woorden spreekt en myn waarde Agtb: Heeren als weij maar weet, dat wy geen moordenaars of dief eijts kwaat mag doen zult wij het ook niet doen, en wy zal dan liever met haar luij meede doen, om goede vrinden te blijven, UE: dienaar ^ valt nogmaals voor UEd: Agtb: Heeren Harle voeten neer met veronschuldige UEd: onderdanige en dienswillige dienaar. (:was geteekend:) Willem van Zeijl, soon van de gewesende Oud Wagmeester Adriaan van Zijl /ter zijde:/ Den 30 van Agustus Anno 17882 /lager: P:J: myn waarde Agtb: Heeren ik ken niet reijden, de paart is met mijn gevallen, en ik ben beteert uytwendigen inwendig en mijn een haut uit lit en half an stakkent, en ik hadee de ge¬ weer daar op toen ik gevallen ben, ende haar van de geweer heb mij swaarlijk een de hoof gekwert. Ik Ondergetekende betuijge als dat de bostimans mijt met naame Anna van my is weggeloopen, en ik verklaar, als dat Ik ondergeteekende ketuygen, hoe waar en waaragtig is, dat de twee hottentots van Adriaan van Zeyl, genaamt Ruijter, en Andries Tygerhoek, bij mijn dan huijs geweest is, en heeft betuijg, als dat Jullij niet gezien heeft, dat gemelde van wijl op de groot kittens tog hottentots heeft doet geschooten, maar dat die Luyde, by de koraquas gekoomen zijn, zy zyeden tegens die zuyde, als dat Jullij haarle te huiep kome moes, van wegen, dat de Bossemans van de gem: Chragnas vee gestole hadde, toen heeft Jullij de bossimans vervolg maar geen dood ge¬ schooten, maar heeft een gedeelte Beeste affge¬ noomen van de Nossiemans waarvoor de Cora¬ quas haerlij wat beesten vereert heeft. zij de grootste schelm en dief is, en dat door haar toedoen mijn vee tot drie reijsen verre in 't velt gegaagt, heef om met gemeld door de wilde dieren te laaten vernielen, terwijl zij de wagter van geweest is, en dat haar eyge vader genaamt Ruijtert bosseman haar heeft willen dogt schieten, en dat iker noch een voorspraak om haar by haar vader gedaan heeft, want heij zeij, als dat zij niet meer waardig is, als dootgeschooten te worden, en vervolgens is zij na de „veeplaatsen van Adriaan van Zeijl geloopen en heeft daar weder gestoolen, en willem van zeijl Adriaan soon heeft haar met een koegel dootgeschooten, (:was geteekend:) Maria Susanna van den Hiever /: ter zijde:) den 17 van Februarij. Anna 1788. — zij ook

NL-HaNA_1.04.02_4344_0515 view scan ↗

English

The messenger entering, reports that the defendant is not present. Also, the Hottentots of the said van Zijl have testified that Willem van Zijl shot that girl named Anna dead because she would not stop stealing and running away, which I could confirm from all sides. Signed: Maria Margriet van Wijk, Widow Olivier. In the margin: Cabo den 4 April 1788. Extract from the Criminal Court Roll held at Cabo de Goede Hoop, Thursday the 6th of March 1788. Furthermore, there appeared again in Council the said Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, who requested, by virtue of the confession made by Adriaan van Zeijl and company, namely that his son Willem van Zijl had allegedly made himself guilty of taking the life of the Hottentot child named Antje, a personal summons by missive upon the said Willem van Zeijl, which request was granted to the officer. Below stood: Agreed. Signed: W. S. v. Rijneveld, sworn Clerk. The said Mr. van der Riet, appearing on behalf of the Landdrost at Stellenbosch, requests, on account of the non-appearance of the defendant, the first default, and for the benefit thereof a second summons for three months from today, on pain of bodily apprehension. Thursday the 26th of June 1788. The Merchant and Landdrost at Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, Prosecutor ex officio in a criminal case on the one side, against the Citizen Willem van Zijl, defendant in person, on the other side, in order to hear such demand and conclusion, or request or requests, as the Prosecutor ex officio in a criminal case regarding the shooting and taking of the life of a certain Hottentot child named Antje shall make and take against the defendant, to answer thereto, and further to proceed according to law. Extract from the Criminal Court Roll held at Cabo de Goede Hoop. The Council, on account of the non-appearance of the defendant, grants the Prosecutor ex officio the requested first default with the benefit thereof and a second mandate by missive for three months from today, on pain of bodily apprehension. Below stood: Agreed. Signed: W. S. v. Rijneveld, sworn Clerk. Extract from the Criminal Court Roll held at Cabo de Goede Hoop, Thursday the 5th of February 1789. The roll having run this far, by the member of this Council, Mr. Johannes van der Riet, acting in office on behalf of the Merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, an oral request was made that, whereas already several times by order of this Council by missive in person and even on pain of apprehension, the Citizens Andries and Willem van Zeil had been summoned by this court, the former for acts of violence committed against certain Hottentots, and the latter for the shooting of a Hottentot child, without their having appeared up to now, or the least report having come in regarding the latest dispatched summonses, it might therefore please this Council to allow him, representing the Prosecutor ex officio, to take the aforementioned Andries and Willem van Zeil into apprehension, and also that, whereas that decree is difficult to execute on account of the great remoteness of the dwelling places of the aforementioned van Zeils, they might consequently be summoned by edict and the ringing of the bell, to come and purge and answer for the aforementioned committed crimes within a certain specified term. Which request having been taken into consideration, the same was granted to the Prosecutor ex officio. Below stood: Agreed. Signed: W. S. v. Rijneveld, sworn Clerk. President, Johannes Izaak Rhenius, together with the Council of Justice of this Government, make known: That the Merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewyk Bletterman, requested from us on the 6th of March of the past year 1788, and also obtained, that whereas from the proceedings instituted by and on behalf of him, the Landdrost, against the former Field Sergeant Adriaan van Zeijl and his son Petrus van Zeijl, alongside the citizen Jan Wiese, in the matter of acts of violence committed against certain Hottentots in this country, it had appeared that the son of the aforementioned Adriaan van Zeijl, named Willem van Zeijl, had allegedly made himself guilty of taking the life of a Hottentot child named Antje, he might therefore cause the said Willem van Zeijl to be summoned in person, in order to hear such criminal demand and conclusion, or request or requests, as the said Landdrost on the day of trial should deem necessary to make and take against the aforementioned Willem van Zeijl, to answer thereto, and further to proceed according to law. That the aforementioned Willem van Zeijl, having thereupon been properly summoned by missive under our Council's great seal for the 26th of June of the said year 1788 and yet not having appeared, the said Landdrost therefore at that time requested from us default, and for the benefit thereof a second summons on pain of bodily apprehension, which request we likewise granted. Yet, since the frequently mentioned Willem van Zeijl has nonetheless not yet appeared in our Council, the said Landdrost has therefore today requested from us both the bodily apprehension of the aforementioned Willem van Zeijl, and also that, on account of the great remoteness of his dwelling place, he might be summoned by edict and the ringing of the bell, to come and purge and answer for his aforementioned committed crime within a specified term. We have therefore, for the maintenance of justice, granted the aforementioned request, and consequently deemed it necessary to cause the mentioned Willem van Zeijl to be summoned for the first time by public edict and the ringing of the bell, as we do summon and cite him by these presents, to appear in person on Thursday, which will be the 5th of the upcoming month of March, in our Council Chamber of Cabo de Goede Hoop.

Dutch transcription

De bode binnen treedende ook heeft de hottentotten van gem: van zijl betuijg, dat Willem van Zijl die mijt, genaamt Anna, doot geschooten heeft, om dat zij niet wilde ophouden met stelen; en drossen, welk ik ten allen Zijde zoude kunnen bevestigen. /:Was getekend:/ Maria Margriet van Wijk Weduwe Olivier (:ter zijde:) Caboden& April 1788. Extract uijt de Criminele RRegts rolle gehouden Aan Cabo de goede Hoop Donderdag den 6 Maart 1788. Voorts verscheen wederom in Raade gemelde Land Drost van Stellenbosch en Drakenstein, dewelke verzogt uyt kragte der gedane confessie door Adriaan van Zeijl C: S: dat namentlijk desselfs3 soonen Willem van zyl zig zoude hebben schuldig gemaakt aan het om 't leven ombrengen Aen het Bottentats kind, genaamt Antje, dagvaarding in persoon per missive op gemelde Willem van Zeijl, welk verzoek aan den officier is toegestaan (:lager Accordeerd. /:was getekend:/ W Jr Rijnedald g: Clercq: doet rapport, dat den Ged=e niet praesent is. gemelde Heere van der Riet voor den Land Drost te stellen bosch, Comparee„ rende, verzoekt, om de non comparitie des geds: het eerste de fault, en voor het profyt van dien eene 2:de cetatie tegens heden over drie maanden, op peene van Cooporeele appreehentie Donderdag den 26 Junij 1708. Den koopman en Landdrost Aan stellen bosch in dra¬ Kersteijn de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman R:O: Rijssr in Cas Crimineel ter eenre op ende jegens. Aen Rurger Willem van zijl ged: in persoon ter andere zijde, omme te aanhooren zodanige Eijsch en conclusie, dan wel versoek ofte verzoeken als den R:O: Eysscher in Cas crimineel wegens het doadschieten, en het omhet leven brengen van zeeken hatten tote kind, in name Antje tegens den gede: zal doen en nemen daarop Extract uijt de Crimineele Regts rolle gehouden Aan Cabe de goede Hoop. Extract op De Raad vermits de non Comparitie van den gede: verleend den E: O: Eisscher het verzogte eerste default met den profijte van dien en een tweede man„ dament pr: missive tegens heden over drie maanden, op peene van Corporeele apprehentie (:onderstonds:) Accordeerd. /:was getekend:/ W S R Rijneveld g: Clercq. Extract uyt de Cremineele Regts tolle gehouden aan Cabo de goede Hoop Donderdag den 5 Februarij 1789. De rolle tot dus verre zynde afgelopen wierd door het Lid deeses Raadd, de Heer Rijne Johannes van der Riet, als in officie voor den koopman en Land Drost der Colonien Stellenbosch en Brakenstein gequalificeert, bij monde, versoek geedaan, dat vermits reeds dgifferente reijsen ter ordre dezes Raads per missive in Johannes Izaak Rhenius persoon en zelfs oppoene van apprehensie, door deese vierschaar waren gesagvaard ge„ worden de Burgers Andries e Willem van zeil, de eerste over feytelykheeden aen eenige hattentotten gepleegd, en de laatste over het doodschieten van een pottentots kind zonder dat dezelve voor als nog waren gecompareerd, ofte op de baatste geexpedieerde dagvaardingen eenig het minste berigt was ingekoomen, het derhalven deese Rlaade mogte behaagen aan hem R:O: vertoonde werdt gequalificeerd, voorschreeve Andries en Willem van Zeil te mogen nemen in apprehentie, teffens meede dat terwijl dat decreet, om de verre afgelegenheid der woorplaatsen van voorsz: van Zeils, mereentakel is, deselve mitsdien bij Echete en kloeken geslag mogten worden ingedaagd, een zig binnen zeker bepaald termijn wegens de voorsz: begaene misdaaden te koomen pargeeren en verantwoorden. Welk verzoek in overweging zijnde genoomen, is het zelve aan den R: O: Gert: toegestaan. /:onderstond:/ Accordeert. /:was geteekend:/ WH. Ryneze ld. g Clercq. te Antwoorden en voorts te procedeeren, als na rechten. persoen President President, beneevens den Raad van Justitie dezer Gouvernements, doen te weeten. Dat den koopman en Land Drost der E Colonien Hellenbosch en Drakenstein de Heer Lodewyk Bletterman, aan ons op den 6 Maart des voorleeden Jaars 1788. heeft verzoek gedaan, en ook geobtineerd, omme ver nits uyt de door en van weegens hem Land Proot opende jegens den Oad Veldwagtmeester Adriaan van Zeijl en zijnen sien Petrus van Zeijl, nevens den burger Jan Wiere in cas van aan eenige kattentotten in dit Land gepleegde fegtelyk heeden geentameerde procedure, was komen te blyken, dat de soen van gerept en Adriaan van Zegl in naame Willem van Zeijl zich zoude hebben schuldig gemaakt aan het om het leven brengen van een hottentots kind, genaamt Antje, derhalven even„ gem: Willem van Leijl in persoon te mogen doen dagvaarden, ten einde te aan hooren zoo„ danigen Cremineelen Eysch en Conclusice, dan wel verzoek of verzoeken, als gem: Land Drost ten dage dienende op ende jegens voorsz: Willem van zeijl zoude nadig achten te doen, en te neemen, daar op te antwoorden, en voorts te procedeeren als na rechten. Dat voorschr: Willem van Zeijl, daar op tegens den 26: Junij des gem: Jaars 1788, behoorlyk per missive onder onzer Raads groot segel geciteerd en egter niet gecompareerd zijnde denzelven Land, Drost derhalven als toen aan ons heeft verzocht default, en voor het profijt van dien eene tweede dagvaarding op pone van corporeele apprehensie, welk versoek wij almede hebben toegestaan. Dan, daar dikwils gem: Willem van Zeijl, des niet tegenstaande in onzen Raade nog niet is verscheenen; zo is derhalven door gem: Land Brost op heeden aan ons verzogt zo wel apprehensie corporeel op voorsz: Willem van Zeijl, als ook dat denzelven, vermits de verre afgelegenheid zijner woonplaats by Eetiete en klocken geslag moete worden ingedaagt, om zig binnen een bepaald termijn wegens zijne voorsz: gepleegde misdaad te komen pur„ geeren in verantwoorden. wij hebben dus tot handhaaring der Justitie het voorsz: verzoek geaccordeerd, en ge„ volgelyk nodig geoordeeld gerepte Willem van zeijl voor de eerstemaal by openbaeren Edee te en klokken geslag te doen dagvearden, gelykwy hem dag naarden en indaagen, mits deezen, omme op douderdag, die weezen zal den 5e. der aanstaande maand maart, in persoon op onze raadzaal van Cabo de goede Hoop Dat in

NL-HaNA_1.04.02_4344_0518 view scan ↗

English

Against The messenger, entering, reports that the defendant has not appeared. to appear in court, in order to purge and answer for the killing of the aforesaid Hottentot child named Antje, on pain that, in case of neglect thereof, proceedings will be taken against him further according to law. Beneath stood: Thus done and granted at the Cape of Good Hope, the 5 February 1789, as well as published and posted everywhere on the day following, etc. And was signed: J: Rhenius. Beside stood: the seal of Justice pressed in red wax, and beneath it: By order of the Honorable Lord President and Honorable Council of Justice of this Government. Extract from the Criminal Roll of Justice held at the Cape of Good Hope on Thursday the 5 March 1789. The said Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman, in his official capacity, Plaintiff in a criminal case on the one side, aforesaid: Whereas the burgher Willem Van Zeijl, on the 5th of the recently passed month of February, by our order, was summoned by public edict and tolling of bells to appear in person within the time of four weeks or on Thursday the 5 March in our Council Hall at the Cape of Good Hope in court, in order to purge and answer for the killing of a certain Hottentot child, Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Honorable Council of Justice of this Government, make known: The Council sees both the one and the other. Lower: Agrees. Was signed: W H Rijneveld, sworn Clerk. The aforesaid Mr. Vander Riet, in his aforementioned capacity, requests, on account of the non-appearance of the defendant, the first default, and that the defendant shall, for the benefit thereof, be deprived of the declinatory exception, as well as granted to him, the Plaintiff in his official capacity, a second edictal summons for four weeks from today. The burgher Willem van Zeijl, defendant in person on the other side, in order to come purge and answer for the killing of a certain Hottentot child named Antje. Against in named Antje, yet has not appeared, but keeps himself fugitive and absent; so it is that on behalf of the Merchant and Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, there was requested of us today the first default, with the benefit thereof, and a second edictal summons. Wherefore it is that we have granted to the said Landdrost the first default with the benefit thereof, and consequently deprived the defendant of the declinatory exception, as well as deemed it necessary to have the defaulting and absconding Willem van Zeijl summoned and cited for the second time by public edict and tolling of bells; as we summon and cite him by these presents, to appear in court in person in our Council Hall at the Cape of Good Hope still within the time of the four next coming weeks or on Thursday the 2nd of the upcoming month of April, in order to come purge and answer for the first default and his aforementioned perpetrated crime, on pain that, in case of neglect thereof, proceedings will be taken against him further according to law. Beneath stood: Thus done and granted at the Cape The messenger, entering, reports that the defendant has not appeared. Wherefore the Member of this Council, Mr. Rijno Johannes van der Riet, acting for the Plaintiff in his official capacity, requested the second default with the benefit thereof, and a third edictal summons for four weeks from today. The Council, on account of the non-appearance of the defendant, grants the Plaintiff what was requested. Extract from the Criminal Roll of Justice, held at the Cape of Good Hope on Thursday the 2 April 1789. The aforementioned Landdrost, Plaintiff in his official capacity in a criminal case on the one side, opening against Willem van Zeijl, defendant in person on the other side, in order to come purge and answer for his first default and the killing of a certain Hottentot child named Antje, of Good Hope the 5 March 1789. Was signed: J: Rhenius. Beside stood: the seal of Justice pressed in red wax, and beneath it: By order of the Honorable Lord President and the Honorable Council of Justice of this Government. Was signed: W H Rijneveld, sworn Clerk. the second

Dutch transcription

Contree De bode binnen treedende rapporteerd, dat den ged=e niet is gecompareerd. in Jndicio te Compareeren, ten einde hem weegens het om het leven brengen van voorsz: sotten tot kind, genaamd, Antje, te purgeeren en verantwoorden, op peene ^ dat bij nalatigheid van dien, teegens hem verder zal worden geprocedeert, als na rechten /:onderstond:/ Aldus Gedaan en verleend aan Cabo de goede Hoop, den 5 februarij 1789, mits„ gaders gepubliceerd en alomme geuffineerd daags daar aan volgende &: was getekend.) J: Rhenius. /:ter zyjde stond:/ het seg&e der Justitie ten roeden laegue gedrukt /en daar onder:/ ter Ordonnantie van den E: Achtb: Heer President en Achtb: Raeden van Justatie deezes Gouvernements. Extract uijt de Crimineele Regts rolte gehouden aan Cabo de goede Hoop Op Donderdag den 5 Maart 1789. Gemelde Land Drost Hendrik Lodewijk Bletterman R:O: Eijsseke in cas crimineel te eenre voorsz: Aangezien den Burger Willem Van Zeijl den 5 der even afgezeekene maand february ter onzer ordre by openbaren Edete en kloeken geslag ingedaagd geworden zijnde, om binnen den tid van vier weeken off op donderdag den 5 Maart in persoon op onzen Raadsaal, aan Cabo de goede Hoop in Judicio te compareeren, ten einde zig wegens het om het bleven brengen van zeker mokentols kind, Johannes Isaak Rhenius President beneevens den E: Achtb: Raad van Justitie dezes Gouvernements, doen te weeten. De Raad siat het een en ander /:lager:/ Accordeert. /:was geteekend:/ W H Rijneveld. g Clercq. Voorsz: Heere Vander Riet in zyn boven gemelde qualiteit, verzoekt, ver„ mits de non Comparitie, van den ged:e het eerste de„ fault, en dat den ged„e voer het profyt van dien zal werden verstooken vande Exceptie Declinatoir, mits. gaders aan hem R:O: Eysscher vergund een tweede Eduetale dagvaarding tegens heden ser Vier Weeken. Den Burger Willem van Zeijl ged:e in persoon ter andere zijde, omme zig weegens het om 't leven brengen van een zeker kotten tot kind, in name Antje te komen purgeeren en verantwoordien. Contra in in naame antje te purgeenen en verant„ woorden, egter niet te voorschyn gekoomen is, maar zig vlugtig en absent houd; zoo is van wegens den koopman en Land Drost der Colonien Stellenbosch en Drakenstein, de Heer Hendrik Lodewik Bletterman aan ons op heden verzogt 't Eerste default, met den profijte van dien en eene tweede Edetale dogvaerding. Neshalven is 't dat wy aan gem: Landdoost hebben toestaan het Eerste default met den profijte van dien, en dienvolgens den ged„e ver stoken van de Exceptie &celinatoir, mitsgs nodig geoordeeld den defaillant en latitant Willem van zeil voor de tweedemaal by openbaren Ediete en klokken gesleeg te doen dagvaarden en indaagen; gelijk wy hem dagvaarden en en indaagen by deesen, omme als nog binnen den tid van vier Eerst komende weeken of op den der dag den 2e. der aanstaande maand April in persoon op onze Raadsaal aan Cabo de goede Hoop in Jndicio te verschijnen ten einde zig van het Eerste defaalt, en zyn voorsz: geperpetreerde misdaad te komen purgeeren, en verantwoorden, op poene dat bij nalatigheid van dien tegens hem verder zal worden geprocedeert, als nu rechten. /:onderstond:/ Aldus gedaan en verleend aan Cabo De bode binnen. treedende rapporteerd, dat den ged„e niet is gecompareerd. Weshalven het Lid dezes Raads, de Heer Rijne Johannes van der Riet, door den re: Oe: Essr: agie¬ rende verzogte het tweede default met den proftijte van dien, en een derde Edutale dagvaording teegens heden over vier weeken. De Raad vermits de non Comparatie van den ged:e verleend den asss. het verzogte Extract uit de Criminele regts rolle, gehouden aan Cabo de goede Hoop. op Donderdag den 2 april 1789. Voorm: Land Droot J: O: hess:r in cas crimineel ter eenre opende jegens. Willem van Zeel ged=e in persoon ter andere zijde omme zig wegens zin eerste default en het om het leven brengen van een zeeker hoetentott kind, in naame Antje, te komen purgeeren, en verantwoorden de goede Hoop den 5 Maart 1789. /:was getekend:/ I, Rheniis /: ter zijde stond het zegel der Justitie in raden lacque gedrukt /:en daar onder:/ Ter Ordonn: van den E: Achtb: Heer President, en den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements /:was geteekend:/ W W Rynedeld g Clercq. de tweede

NL-HaNA_1.04.02_4344_0520 view scan ↗

English

second default, with the profit thereof, and a third edictal summons against four weeks from today. Lower down: Agreed. Was signed: W H Rineveld. First Clerk. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Honorable Council of Justice of this Government, make known. Whereas the citizen Willem van Zeil on the 5th of February and 5th of March of this current year 1789 was summoned by our order by public edict and the tolling of the bell, in order to appear in person within the period of four weeks in our Council Chamber at Cabo de goede Hoop in court, in order to purge and answer for his first default and the killing of a certain Hottentot child, named Antje, and yet has not appeared, but keeps himself fugitive and absent; so it is that on behalf of the Merchant and Landdrost of the colonies Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, request was made to us today for the second default with the profit thereof and a third edictal summons. We have therefore granted to the said Landdrost the second default with the profit thereof, and accordingly barred the defendant from the dilatory exception, as well as deemed it necessary to have the defaulting and absconding Willem van Zeijl summoned and cited for the third time, as we summon and cite him hereby, still to appear in person within the next four weeks or on Thursday the 30th of this month of April in our Council Chamber at Cabo de goede Hoop in court, in order to purge and answer for the first and second default and his aforementioned perpetrated crime, on pain that upon neglect thereof proceedings will be taken against him further according to law. Underneath stood: Thus done and granted at Cabo de goede Hoop the 2nd of April 1789. Was signed: J Rhenius. In the margin stood: the Seal of Justice pressed in red sealing wax, and below it: By order of the Honorable Lord President and the Honorable Council of Justice of this Government. Was signed: WS Rijnevelt First Clerk. Edictal Extract Extract from the criminal court roll held at Cabo de goede Hoop, Thursday the 30th of April 1789. The said Landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman, ex officio plaintiff in a criminal case on the one part. Opening against. Willem van Zeijl, defendant in person on the other part, in order to purge and answer for his first and second default and regarding the killing of a certain Hottentot child, named Antje. The messenger, stepping inside, reports that the defendant has not appeared. The Adjunct Fiscal of this Government, Mr. Johannes Andreas Truter, acting ex officio for the ex officio plaintiff, requests, because of the non-appearance of the defendant, the third default, and that the defaulting and absconding defendant, for the profit thereof, shall be barred from all peremptory exceptions, grounds, and defenses which he, appearing, could have proposed, as well as that to the ex officio plaintiff may be granted a fourth edictal summons against four weeks from today, in order then to verify his intendit. The Council, because of the non-appearance of the defendant, grants the ex officio plaintiff the requested third default with the profit thereof and a fourth edictal summons, against four weeks from today, in order then to see service of intendit with the verification thereof, as well as to hear sentence pronounced, with intimation. Lower down: Agreed. Was signed: W S Rijneveld. First Clerk. Edictal Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Honorable Council of Justice of this Government, make known. Whereas the citizen Willem van Zeijl, who on the 5th of February, 5th of March, and 1st of April of this year consecutively by public edict and the tolling of the bell was summoned, in order to purge and answer for the killing of a certain Hottentot child, named Antje, nevertheless has not appeared, but keeps himself fugitive and absent; so it is that on behalf of the Merchant and Landdrost of the colonies Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewyk Bletterman, request was made to us today for the third default with the profit thereof, and a fourth mandate by edict etc. superabundantly. We have therefore granted to the said Landdrost the third default, and for the profit thereof, the defaulting and absconding Willem van Zeijl

Dutch transcription

tweede default, met den profegte ten dien, en een derde Edntale dagvaarding tegens heden over vier weeken. /:lager:/ Accordeerd. /:was geteekend: W H Rineveld. g: Clercq. Johannes Isaak Rhenius Praesident beneevens den E: Achtb: Raad van Iustitie dezer Gouvernements, doen te weeten. Alsoo den Burger Willem van Zeil op den 5 februarij en 5 Maart van dit loopende Jaar 1789. ter onser Ordre by openbare Ediete en kloeken gesleeg is ingedaagd geworden, om binnen den tijd van Vier weeken in persoon op onzen Raadsaal aan Cabo de goede Hoop in Iudicie te compareeren, ten einde zig wegens zijn Eerste default en het om het leven brengen van zeker hottentots kind, in name Antje, te komen purgeeren, en verantwoorden, en egter niet te voerschijn is gekomen, maar zig vlugtig en absent houd; zoo is van weegens den Koopmanen Land¬ Drost der Colonien Stellenbosch en Drakenstein, de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman aan dus op heeden verzogt het tweede default met den profyte van dien en eene derde Edietale dagvaarding Wij hebben dus aan gem: Land Drost toegestaan het tweede default met den pro¬ „sijte van dien, en over zulks den ged:e verstooken van de Exceptie dilatoir, mitsgaders nodig ge„ oordeeld, den defaillant en latitant Willem van zeijl voordeelende maal zodanig te doen doghaarden, en indagen, zoals wij hem dag„ waarden en indaagen bij deesen, omme als nog binnen de Eerstkomende Vier weeken ofte op Donderdag den 30 dezer maand April in persoon op onze raadsaal aan Cabo de goede Hoop in Judicie te verschijnen, ten einde zig van het Eerste en tweede defeilt en zijn voorsz: geperpetreerde mitdaad te komen purgeeren, en verantwoorden, op pare, dat bij nalatigheid van dien tegens hem verder zal worden geprocedeert, als na regten /:onderstond:/ Aldus gedaan en verleend aan Cabo de goede Hoop den 2 april 1789. /:was getekend:/ J„ Rhenius (: terzijde stond:/ het Segee der Justitie in roden lacque gedrukt / en daar onder:/ Ten Ordone van den E: Achtb: Heer President en den E: Achtb: Rade van Iustitie dezer Gouvernements (:was getekend:) WS Rijnevelt g Clerq. Edietale Extract Extract uijt de Cremineele regts tolle gehouden aan Cabe de goede Hoop Donderdag den 30 April 1789 Gemelde Land Drost Hendrik Lodenijk Bletterman E: O: hijssr De bode binnen treedende, rapporteert, dat den ged:e in cas Crimineel ter eenre. niet is gecompareerd. Opende Jegens. Willem van Zeilt; ged:t in De Adjuuct Fiscaal persoon ter andere zide, ten dezes Gouvernements einde zijn Eerste en tweede Mr. Johannes Andreas default en zig wegens het om Pruter ex officie voor den het leven brengen van een r:O: Eiss„r ageerende, Zeker Gottenrots, kind, in name verzoekt om de noncom„ paritie van den ged:e het Antje te komen purgeeren, derde default, en dat en verantwoorden den Ged:e defaillant en Latitant, voor het prosit van dien, zal worden verstooken van alle Exceptien peremp toir, weezen en defentien, dewelke hij, verschijnende zoude hebben kunnen proponeeren, mitsgaders aan hem: C: O: Eiss r. mogte worden verleend een vierde Edietale dagvaarding tegens heden over vier weeken, ten einde als dan zijnen inten do te terifieeren. De Raad, vermits de non comparitie van den Gede verleend den r: O: Eissn. het verzogte derde default met den profijte van dien en een Vierde Johannes Isaak Rhenius President beneevens den E: Achtb: Raade van Justitie dezes Gouvernements, doen te weeten. Nademaal de burger Willem van Zeijl denwelken op den 5 februarij 5 Maart en 1 April dezer jaars consecutivelyk bij Openbaren Edute en kloeken geslag is ingedaagt geworden, om zig wegens met om het leven brengen van zeker Bottentots kind, in naame Antje, te komen purgeeren en verantwoorden, echter der niet tegenstaande niet is te voorschijn ge¬ „komen, maar zig vlugtig en absent houd, zoo 1s van wegens den koopman en Land Drost der Colonien Stellenbosch en Drakenstein, de Heer Hendrik Lodewyk Bletterman aan ons op heeden verzogt het derde besault met den profijte van dien, en een vierde mandament bij Edicte &c super Abundanti. Wij hebben dus aan gem: Land Drost ver„ grnt het derde default, en voor het profyt van dien, den ged:e defaillant in latitant Willem Edictate dagvaarding, tegens heden over Vier weeken, om als dan te zien dienen van intendit met de verificatie van dien¬ mitsgaders de sententie te horen pronun¬ tieeren met inthimatie /:lager:/ Accordeert. /:was geteekend:/ W S Hijneveld. g Clercq. Edetale van

NL-HaNA_1.04.02_4344_0522 view scan ↗

English

van Zeijl deprived of all peremptory exceptions, defenses, and rejoinders, as well as other benefits which, had he appeared, he might have availed himself of, and furthermore deemed it necessary to summon the aforesaid Willem van Zeijl for the fourth time and superabundantly by edict, as we summon him by this and in these presents, in order to appear in person in court in our council chamber at Cape of Good Hope within the period of four weeks or on Thursday the 18th of the coming month of May, for the purpose of seeing the aforesaid intendit verified and hearing the sentence pronounced with intimation. Below stood: Thus done and granted at Cape of Good Hope, the 30th of April 1789. Was signed: Jr. Rhenius At the side stood: The seal of Justice stamped in red wax and beneath it: By order of the Honorable Lord President and the Honorable Council of Justice of this Government. Was signed: d Ho Rijnese, First Clerk. Agrees: WJ Ryneveld Criminal Claim and Conclusion drawn up and submitted to the Honorable Johannes Isaac Rhenius, President, together with the further Honorable Members of the Honorable Council of Justice of this Government, by the Landdrost of Stellenbosch and Drakensteijn, Hendrik Lodewijk Bletterman, Prosecutor ex officio, of the one part; Against the Hottentots Wittebooij and Hannis, prisoners and defendants, of the other part. Secret. Article 1. And the Prosecutor ex officio stated that the prisoners and defendants had been in the hire of the Burgher Wouter de Vos, and had been placed by him on one of his cattle farms situated around the Heerivier, Article 4. in order to keep watch over the livestock there present. Article 5. The second prisoner and defendant on a certain day in the month of December of the past year, Article 6. when the first prisoner and defendant happened to be in the field with the livestock, Article 7. had beaten the Hottentot woman Lena, about six years of age, adopted by the first prisoner and defendant and his wife Trijn, with a wooden spar of karree wood, about an inch thick, both on the back and the buttocks, Article 8. because she had broken a small bowl; Article 10. while the second prisoner and defendant, upon the arrival at home of his stepfather, the first prisoner and defendant, in the evening with the cattle from the field, had indeed informed him Article 11. that the aforesaid Lena had broken a small bowl, Article 12. but not that the second prisoner and defendant had beaten her on that account; Article 13. because the second prisoner and defendant, by order of the first prisoner and defendant, immediately had to go to the cows in order to tie them up; Article 14. whereupon the first prisoner and defendant then, over the breaking of that same small bowl, Article 15. likewise inflicted three blows upon the aforesaid Lena with a club, which he claims was of the thickness of two inches, Article 16. but as the second prisoner and defendant says, was of the thickness of an arm; Article 17. from which the aforesaid Lena came to die the next day. Article 18. That thereupon the first prisoner and defendant, having sent the second prisoner and defendant to the small cattle farm of the said de Vos, Article 19. in order to notify the Hottentot woman Dilla Article 20. that, while the first prisoner and defendant was about to go to the homestead with the livestock by order of the said de Vos, Article 21. she, Dilla, should come to keep watch there during his absence; Article 22. that the said Dilla, together with a Hottentot named Platje who was still staying with her on the farm, as well as the second prisoner and defendant, having gone to the aforesaid farm, Article 23. they, Dilla and the said Platje, upon their arrival there in a straw hut on a hide, found lying the dead body of the aforesaid Lena; Article 24. and having asked the first prisoner and defendant about the cause of death of that child, Article 25. she immediately received as an answer thereto: Article 26.

Dutch transcription

van Zeijl verstooken van alle Exceptien pe„ remptoir, weeren en refensien, mitsgl:s andere bereficien, daar hij, verschijnende, zich meede zoude hebben kunnen behelpen, en voorts nodig geoordeeld voorsz: Willem van zeijl voor de vierdemaal en super Abundante Edutalite te doen dagvaarden, gelyk wy hem dogvaarden en in deegen mits deesen, omme als noch binnen den tijd van vier weeken of op donderdag den 18 der aanstaande maand Maij, in persoon op onze raadsaal aan Cabo de Goede Hoop, in Juicio te verschijnen, ten eende het Voorsz: intendit te zien verificeeren, ende sententie te hooren pronuntieeren met Inthimatie /:onder stond:/ Aldus gedaan en verleend aan Cabo de goede Hoop, den 30 April 1789 /:was getekend:/ Jr Pheniis (:terzijde stond:) het zegel der Justitie in roden boeque gedrukt en daar onder Ter Ordonn: van den E: Achtb: Heer President en den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernements /:was geteekend:/ d Ho Rijnese Ed g: Clercq. Accordeert WJ Ryneveld Art: 1. Ende deede de ratione, officie Eijssr zeggen; dat de gev: en ged:e bij den Burger wouter de Vos in huur geweest, en door denzelven geplaatst zijnde op eene zijner Zeeplaatzen omtrend de Heee rivier geleegen. 4. ten einde toezigt over 't aldaar zig bevindende Vee te neemen. 5. de tweeden get: en ged:e opzekeren dag in de maand december des Jongst gepasseerden Jaars. 6. Wanneer den Eerste get: en gede zig met het wee in 't veld kwam te bevinden. Crimineelen Eijschen Conclusie gedaan maken, en aan den WelEdelen Agtbaaren Heere Iohannes Isaac Rhenius, Praesident, beneevens de vordere Heeren Leeden van den Edelen Agtbaren Raade van Iustitie dezes Gouver„ „nements overgegeeven, door den Land Drast van Stellenbosch en Drakensteijn, Hendrik Lodewijk Bletterman, Ratione Officie Eijssr ter eenre Op ende jeegens. de Hottentottin Wittebooij en Hannis, gev: en ged:e ter andere zijde Secret Art l 7. 2. 3: Arrt: J. de Hotten tottinne Lena, omtrend ses Jaaren aen desselfs Oud, door den Eersten get: en ged: zemer ter Elaa in t weld kwam te leven dae wijf Trijn geadopteerd. met een karree houte lat, omtrend een duijm dik zoo op de rug als billen had geslaagen. ter zaake zij een komneetje had gebrooken. 10. terwijl hij tweede gev:e en ged:e aan zijnen stief, vader den Eersten ger: en gede: bij desselfs te huijs komst miet het zee uijt 't veld, des avonds wel kennisse had gegeeven. 11. dat voorsz: Lena een kommetje had gebraoken. 12. dog niet, dat hij tweede gev: en ged:e haar de swegens had geslaagen. Vermits hij tweede gev: en ged: op last van den Eersten gev: en Ged: vermits terstond zich na de koeijen had moeten begeeven, om dezelve vast te binden. 14. gelijk den Eerste get: en gede dan over 't breeken van dat zelvde kommet J 15. insgelijks voorm: Lena drie slagen met een kerrij, gelijk hij voorgeeft ter dikte van twee duijmen. 16. dog zoo den tweeden get: en gede: zegt, ter Zikte van een arm had toegebragt. 13. 8. Art: 17. Waar aan voorsz: Lena des anderen daags is komen te sterven. 18. dat daar op de Eerste gev: en ged:e den tweeden gev: en ged:e na de kleine zeeplaats van gemelde de Wos gezonden hebbende 19. ten eijnde de Lottentottinne Dilla aan te zeggen. 20. dat, terwijl hij Eerste gev: en ged:e ter ordre van gemelde de Vas na de woonplaats zig stond te begeeven met 't Vee. 1 21. zij Dilla geduurende zijn afweezen aldaar zou koomen 't opzigt te houden 22. dat dezelve Dilla neevens een by haar op de plaats dien nog verbleeven zottentot platje, mitsgaders den tweeden Get: en ged: zig na de voorsz: plaats hebbende begeeren. 23. zij Della en gem: platje bij hun lieden komst aldaar in een stroo huijsje op een vel hadden vinden leggen 't doode lichaam van Voorm Lena„ 21 en na de Oorzaak van 't overlijden van dat kend. aan den Eersten get: en ged:e hebbende getraagd. 25. zij terstond daar op ten antwoord had bekoomen Ant: 17. Art: 26. g.

NL-HaNA_1.04.02_4344_0524 view scan ↗

English

Article 26. That he, the first witness and defendant, had beaten the same child Lena with a doubled strap over the breaking of a small bowl. 27. That she, Dilla, likewise inquiring about this with the second prisoner and defendant, 28. had learned from him that he, for the aforesaid reasons, had beaten her with a lath, 29. and because she had turned her head downward, he had thereby inflicted a wound behind her ear, 30. and that when the first prisoner and defendant had come home in the evening with the cattle, 31. the same had likewise inflicted three blows upon the aforesaid Lena with a kirri, 32. after which she, Dilla, and the aforementioned Matjetdoor, having viewed the body, had then found on the same 33. a wound behind the right ear, and furthermore the entire body to be bruised and beaten black and blue, 34. and had subsequently buried the corpse. 35. That the Hottentot Claas, having been informed of the aforesaid case by a certain Hottentot Boebezak in the latter part of the aforesaid month of December, Article 36. he had immediately given notice thereof to the aforementioned De Vos, 37. whereupon the same, having then sent his stepson Jacobus Hugo thither, 38. caused the prisoners and defendants to be apprehended and brought to him at his residence, 39. from where they were transported to the Field Sergeant Pieter Jacobs, and thus subsequently hither, and were delivered into the Lord's prison house, 40. just as all this can further appear both from the re-examined depositions and from the answers given before the Commissioners from this Noble Honorable Council by the prisoners and defendants to the articles formulated to that end on behalf of the ex officio Plaintiff. 41. That, however, since on account of the long time that had elapsed before the aforesaid crime came to the knowledge of the aforementioned De Vos, 42. the corpse will probably also have partially decomposed thereby, 43. and thus no judicial post-mortem examination could be conducted, 44. it consequently cannot be judged with sufficient certainty 45. whether the wound and bruises found on the same corpse, 46. or whether the wound or the contusions, must naturally and inevitably have resulted in death. Article 47. The prisoners and defendants, however, through the blows and wound inflicted upon the same Lena, 48. seem to have to be considered as the sole cause of her premature death, 48. and as such would also seem to have to be punished with the ordinary punishment for manslaughter; in this respect, the ex officio Plaintiff, subject to correction, nevertheless believes that consideration should be given, 50. 51. in the first place, 52. that, not being completely convinced 53. whether the wounds and contusions were absolutely fatal immediately, 54. it is consequently not certain whether, through the rendering of timely aid, the sudden death of the same Lena might not possibly have been prevented. 55. In the second place, 56. that with regard to the blows inflicted upon the same Lena, 57. it cannot well be said to have been the intention of the prisoners and defendants 58. to deprive the same Lena of life, 59. but rather that the second prisoner and defendant, over the loss of the small bowl, 60. which there in the far distant districts is considered by everyone, Article 61. and thus even much more so by the Hottentots, to be a useful household item, 62. having become incensed and wrathful, 63. inflicted some blows upon her with his lath, 64. and subsequently did give notice of that loss to the first prisoner and defendant, 65. without adding, however, that he, the second prisoner and defendant, had chastised her in such a manner for it, 66. whereby the first witness and defendant, very likely likewise moved to anger, inflicted upon her (as he claims) merely three light blows with his kirri. 67. And finally, in the third place, 68. that, since the dead body was not examined and viewed in such manner 69. as is stipulated in the 19th Article of the Criminal Ordinance of Emperor Charles V, 70. and of which Mr. Carpzovius in Practica Criminalis, part 1, question 26, number 50 and 51, states 71. that these requirements having been omitted, even though the surgeons and physicians might declare the deadliness of the wounds 72. and demonstrate and argue the same, the judge nevertheless can give not the least credence to this.

Dutch transcription

Art: 26. dat hij Eerste get: en ged:e 't zelve kind Lena over 't breeken van een kommetje, met een dubbelde riem had geslagen. ƒ 27. dat zij Dilla zig insgelijks bij den tweede gev: en Ged:e daar omtrend informeerende. 28. van denzelven had vernoomen, dat hij om de voorsz: redenen haar met een lat geslaagen. 29. en door dien zij haar hoofd na beneeden had gewend, haar daar meede een geet agter haar tor had toegebragt. 30. en dat wanneer den Eersten gev: en ged:e des avonds met 't vee te huijs gekoomen was. 31. denzelven voorsz: Lena insgelyks met een kirrij drie slaagen had toegebragt. 32. waar na zij Dilla en voorm: Matjetdoore lighaam hebbende bezigtigd, als toen aan 't zelve bevonden hadden. 33. een worde agter 't regter oor, en voorts 't geheele lighaam gekneusd en doorgeslaagen te zijn 34. vervolgens 't lijk hadden begraaven 35. Dat den Zottentot Claas door zekeren hottentot Boebezak, in't laalst der voorsz: maand December van 't voorsz: geval geinformeerd zijnde Art: 36. Art:l 36 hij daar van direct aan Voorm: De Vos kennisse had gegeeven. 37. wanneer denzelven als toen zijn voorzoen, Jacobus Hugo derwaards gezonden hebbende 38. de gev: en gedt„es heeft doen apprehendeeren en bij hem op de woonplaats brengen. 39. van waar dezelve naar den Veldwagtmeester Pieter Jacobs, en zoo vervolgens herwaards getrans„ porteerd en in 's Heeren gevangen huis zijn overge„ leeverd geworden 40. zoo als dit alles zomt de gerecolleerde verklaa¬ „ringen, als uit de responsiven ten overstaan van Heeren Gecommitteerdens uijt dezen Edelen Agtbaren Rade door de gev: en gedt op de ten dien einde van wegens de zat: off: Eijssr geformeerde articulen gegeeven, nader kan consteeren. 41. Dat hoe zeer nu vermits door den geruijmen tijd die er verloopen was, alvoorens de voorsz: misdaad ter kennisse van gem: de Vos is gekoomen. 42. 't lik ook daer door waarschijnelijk gedeeltelijk reeds zal zijn verteerd. 43 en dus geen Jndicieele Schouwinge heeft kunnen worden gedaan. 44. gevolgelyk met geen genoegzaame zekerheid kan worden geoordeeld. 45. off de aan 't zelve lijk bevondene wonde en kneu„ 46. dan wel off de wonde off te conclusien, natuurlijk lingen. en onvermydelyk de dood heeft moeten ten gevolge hebben Artbl &en Art:t 47. de gev: en ged:e egter door de toegebeagte slagen en wonde aan dezelve Lena 48. Als de eenige oorsaak van desselfs proematuur & or„ „lijden schijnen te moeten worden geconsidereerd. 48. en ook als zodanig zouden schijnen met de Ordinaire Straffe des doods slaagers te moeten worden gesthap ten deezen opzigte hermeend de rat, officie Eijsser /:onder Correctie:/ egter in consideratie te moeten 50 komen. 51. in de eerste plaats. 52. dat men niet compleetelijk overtuigd zijnde 53. of de worden en contusien volstrekt daadelijk zijn geweest. 54 gevolgelijk niet verzeekerd off door 't toebrengen van een tidige hulpe, niet mogelijk 't subjet overlijden van dezelve Lena had kunnen te gemoed koomen. 55 in de tweede plaats. 56 - dat met betrekking der toegebragte slaagen aan dezelve Lena. 57. niet wel kan gezegt worden der gev: en ged: ententie geweest te zijn, 58. om dezelve Lena van 't leeven te berooven 59. maar veel eer dat de tweede gev:e en ged:e over 't verlies van 't kommetje. 't welk aldaar in de verre afgelegeene dis„ 60 trieten bij een ieder. Art:l 61. en dus nog veel meer by de hotterlotten als een nuttig meubel word geagt. 62. kristig en grammoedig geworden 63. haar met zijn lat eenige slagen hebbende toegebragt 64. en den Eersten gev: en ged: vervolgens wel van dat verlies kennisse gegeeven. 65. zonder bijvoeging, egter dat hij tweede gev=e en ged:e haar daar over dusdancq„ had gecorrigeerd 66. waardoor de Eerste get: en gede: zeer waarschijnelijk insgelijks in gramschap gebragt zijnde, haar, (gelijk hij voorgeeft) slegt drie sagte slaagen, met zijn kerrij heeft toegebragt. 67. En eindelijk in de derde plaats. 68. dat, daar 't toode lighaam niet zodanig is ge„ examineerd en bezigtigd. 69- als bij 't 1g. Art: van de crimineele haer ordon„ nantie van kijzer karel de Vis bepaald.— 70. en waar van de Heer Carpsor: in praxi criminali part: 1. Qkest: 26. n:o 50. en t '1 zegt. 71. dat dezelve vereischtens weggelaten zijnde, of schoon ook de chirurgijns en genees Heeren van de doodelijkheid der worden mogten verklaaren. 72. en dezelve demonstreeren en betoogen, de regte nogtans hier aan geen 't minste gelooff ken geeven Artl: 61. Nrt: 73. — -

NL-HaNA_1.04.02_4344_0526 view scan ↗

English

Art: 73. whereas the aforesaid requirements, pursuant to the aforesaid Article 449, are required for the manner of inspection itself. 74. but the required formalities of a matter being lacking, the matter itself is lacking. 75. because the form or shape constitutes the essence of the matter. 76. and that which is required for the solemnities of a certain matter cannot be divided or separated therefrom. 77. in substantiation of all of which. 78. the same Lord Carpzov in the preceding numbers 43, 44, 45, and 46, as well as the following numbers 50, 54, and 53, cites various rulings. 79. and among which particularly that which is laid down at number 54 is applicable here. 80. it being stated there, among other things. 81. that whereas no skilled physician or sworn surgeon was employed at the inspection of the dead body, nor was the cranium properly opened. 82. and one therefore cannot properly know whether the inflicted wound was fatal. 83. it thus appears in any case that according to the circumstances of the case the interrogated person ought not to be punished with death. Art: 84. also upon that foundation and for that reason, such an arbitrary punishment ought to be inflicted upon the first prisoner and defendant as this Noble Honorable Council shall in conscience deem appropriate. 85. whereas the second prisoner and defendant used such a stick. 86. of which the aforementioned Lord Carpzov in praxi criminali part: T. l: 3. N:o 19 says that it is not counted among the weapons with which people can usually and probably be killed. 87. And also because the same, by virtue of his age, ought still to be considered among those. 88. Of whom the law says. 89. never to be punished with the ordinary death penalty, but in an extraordinary manner. For which and other reasons and arguments to be further deduced in due time if necessary, the Prosecutor, making his demand ex officio, concluded that the prisoners and defendants mentioned at the head hereof shall, by sentence of Your Noble Honors, be condemned to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed here, and there being delivered to the executioner, the first prisoner and defendant named Witteboaij shall be exposed under the gallows with a rope around the neck, and thereafter, as well as the second prisoner and defendant named Hannis, one before, the other after, be tied to a post and severely scourged with rods on the bare back and thereupon branded, and that furthermore, after both prisoners and defendants shall have been riveted in chains, the first-mentioned prisoner Wittebooij for the duration of his life, and the second prisoner Hannis for the term of twenty-five years, shall be banished to Robben Island in order to labor there on the Honorable Company's public works, with condemnation in the costs and expenses of justice, or to such other penalties and punishments as Your Noble Honors shall judge proper. In the margin: Exhibited in Court, the 19 February 1789. Was signed: H: L: Bletterman. There appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the Hottentot woman Dilla, of competent age, who, at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakensteijn, the Lord Hendrik Lodewijk Bletterman, declared it to be true and truthful: That to the appearer, who had the care of the small cattle post of the burgher Wouter de Vos, situated at the Salt River, on a certain evening came the Hottentot Platje, and he, as a cousin and good acquaintance of the appearer, had stayed the night with her. That the following day, when Platje was ready to depart from the aforesaid place, there arrived the Hottentot Hannis, stepson of Wittebooij, and had warned the appearer that he came from the rear place of the aforesaid de Vos to call her...

Dutch transcription

Art: 73. terwijl de voorzegde vereischtens, ingevolge het voorsz: 449. Articul tot de wijze verschouwinge zelve gevorderd worden. 74. maar de vereischte formaliteiten van een zaak ontbreekende, ontbreekt de zaak zelve. 75. omdat de form of gedaante het weezen der zaak bijzet. 76. en 't geen tot de solemniteiten, van zeekere zaak vereischt word, en niet van afgedeeld off afgezonderd kan worden. 77. tot staaving van welk een en ander. 78. dezelvde Heer Carpzos: bij de voor afgegaane num: 43, 44. 45, en 46. mitsgaders de volgende 50: 54. en 53. mun:s differente gewyssens allequeerd. 79. en waar onder bijzonders alhier 't bij't 54 nummer ter needergestelde, van applicatie komt te zijn. 80. wordende aldaar onder anderen gezegt. 81. dat terwijl geen kundig medicus, of beEedigde Artz. bij de bezigtiging des dooden lichaams ge„ noomen, ook het Aranium niet behoorlijk gegpendis. 82. en men daar door eigentlijk niet weeten kan, off de toegebragte wonde dadelijk is geweest. 83. soo blykt daar uit in allen gevallen, dat den onder„ vraagde na de gesteldheid der zaake niet met de doed te straffen zij. Art: 84. ook op dat fundament en om die reeden, aan den Eersten gev:t en ged:e zodanige arbitraire straffe, behoord geinsligeerd te worden, als deezen Edelen Agtbaren „ rade na gemoede zal vinden te behooren. 85. terwijf de tweede gev: en ged„e heeft geEmploijeerd een zodanige stok. 86. waar van voorm: Heer Carpzor: in praxi criminali part: T. l: 3. N:o 19. zegt, niet oender de wapenen, met welke doorgaans en waarschijnelijk de menschen kim„ „nen gedood worden, gereekend te worden. 87. En ook om dat denzelven uijt hoofte van desselfs Ouderdom nog onder de zodanige behoord geconsi„ dereerd te worden. 88. Waar van de wet zegt. 89. naoijt met de gewoone dood straffe maar op eene buitengewoone wijze te moeten worden gestrafd Mits welken en andere redenen en middelen in tijd en wijlen (:is 't nood:/ nader te deduceeren, de ratione officie Eisscher Eijsch doende, concludeerde, dat den gevangenen en ged:s in den hoofde deezes ge„ meld, bij sententie van Uwel Edele Agt baarens zullen worden gecon¬ demneerd, omme gebragt te worden ter plaatze, alwaer men alhier Art:l 84. gewoon gewoon is crimeneele Sententien te Executeeren, en aldaar aan den Scherp regter overgeleverd zijnde, de Eerste get: ten Gede: met name Witteboaij, met Ede strop om den hals onder den gaelg ten toon gesteld, en daar na zoo wel als den tweeden gev: en ged:e met naame Hannis, d'een voor, de ander na aan een paal gebonden en met roeden op de bloote rugge strengelijk ge„ „geesseld en daar op gebrandmerkt te worden, en dat voorts na dat bijde de gev: en ged: in de ketting zullen geklonken zijn, de eerstgen gevangen Wittebooij den Tyd zijner leevens, en den tweeden gevangen Hannis, den tijd van Vyff en twintig Jaaren aentobben Eilande zullen worden geban„ nen, ten einde aldaar aan s' E: Compt: gemeene Werken te „ Erbeeden, met condemnatie in de Kosten en misen van Justitie ofte tot alzulken andere peenen Compareerde voor ons ondergeteekende Gecommitteerdens uit den E: Achtb: Rade van Iustitie deezer Gouvernements de Botten, tottinne Dilla, van Competenten ouderdom, de„ welke ter requisitie van den Land Drost van Stellenbosch en Drakensteijn de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman, verklaarde waar en waeragtig te zijn. Dat bij de Comp„te die den oppas heeft gehad„ op de kleine Zeeplaats van den burger Wouter de Vos, geleegen aan de zexritien, op zeekeren avond, gekomen zijnde den Lotten tot platje, bij als een neeff en goede kennis van de Comp„te die nacht bij haer verkleeden was. Dat den volgenden dag, toen Platje gereed stond van de voorsz: plaats te vertrekken, aldaar ge„ komen was de zottentot Hannis, Stief zoon van Wittebooij, en de Comp„te gewaarschound had, dat hij van de agterste plaats van voorsz: de Voskwam om haar te roepen, straffen, als UwelEdele Agtbaarens zullen Oordeelen te behooren. /:in margine:/ Exhibetum in Iudicio, den 19 februarij 1789. /:was geteekend:/ H: D: Betterman en ten

NL-HaNA_1.04.02_4344_0528 view scan ↗

English

in order that, while his aforementioned father Wittebooij had to go with the cattle to the residence of de Vos, she would come to look after the back farm, so that she, the appearer, then also immediately went along with the aforementioned Platje, who just had to pass that farm, and the aforementioned Hannis. That she, the appearer, having reached the abovementioned farm, in a straw hut located there, had found a little Hottentot girl named Lena lying dead on a skin, whereupon she, the appearer, having immediately asked the Hottentot Wittebooij residing there about the cause of the death of that girl, was answered by him, Wittebooij, that he had beaten her with a double strap, for the reason that she had broken a small bowl the day before. That she, the appearer, subsequently having likewise asked the aforementioned small Hottentot Hannis how the said Hottentot girl Lena came to die, she, the appearer, had learned from him that he, Hannis, because of the breaking of a small bowl, had beaten her, Lena, with a lath, that she, Lena, among other things, had thereby received a hole behind the ear, and that his stepfather Wittebooij, upon his return, for the aforementioned reasons, had inflicted three blows into the side of the aforementioned Lena with a knobkerrie. That she, the appearer, subsequently inspecting the dead body of the aforementioned Lena, had found the same to be completely bruised and beaten through, as well as having received a wound behind the right ear. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for knowledge as in the text, being prepared to confirm the foregoing to be the pure truth. Thus done at the Cape of Good Hope, the 12th of January 1789, before the gentlemen Ryno Johannes van der Riet and Hendrik Justinus de Wet, members of the Honourable Court of Justice aforementioned, who have properly signed the minute hereof together with the appearer and me, the sworn clerk. Lower stood: which I witness. Was signed: W. S. van Rijneveld, sworn clerk. Confirmation. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of this Government, the Hottentot woman Dilla, to whom this her preceding declaration, having been distinctly read aloud, declared that she persevered and persisted therewith, desiring that nothing more be added or taken away, declaring that the preceding is the pure truth. Lower stood: Thus confirmed at the Cape of Good Hope, the 13th of January 1789. Was signed, and written around it: this mark was made by the Hottentot woman Dilla with her own hand. Lower: in my presence, was signed: W. S. van Rijneveld, sworn clerk. In the margin: as commissioners, was signed: Salomon van Echten, Jlk Coenraad Gie. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of this Government, the Hottentot Platje, of competent age, who, at the requisition of the merchant and landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the gentleman Hendrik Lodewijk Bletterman, declared to be true and truthful: That the appearer, who in the past month of December hired himself out to harvest corn with the burgher Bartholomeus van den Vyver, residing at the Brandwagt, at the end of his days of hire was sent by the aforementioned van den Vyver with a letter to the farm of the burgher Alemijn Burgert, who resides on the other side of the Hex River. That the appearer, having approached the farms of the burgher Wouter de Vos situated on the Hex River, then stayed the night on the small farm of the aforementioned de Vos with a certain Hottentot woman Dilla, being a niece and good acquaintance of him, the appearer. That when the appearer made himself ready the following day, and was thus prepared to depart from there to the farm of the aforementioned Burgert, there arrived at that moment at the aforementioned farm of de Vos the Hottentot Hannis, son of Wittebooij, who informed the aforementioned Hottentot woman Dilla that he had come from the back farm of the aforementioned Vos to call the aforementioned Dilla, in order to come and look after the back farm, since his father Wittebooij had to depart with the cattle to the residence of de Vos. That because the appearer had to pass precisely by the abovementioned back farm of de Vos, the aforementioned Hottentot woman Dilla then immediately went along with the appearer and the aforementioned Hottentot Hannis. That the appearer, having arrived at the aforementioned farm, in a straw hut standing there, had found lying dead on a skin a certain little Hottentot girl named Lena, estimated to be six years old, who had lived with the wife of the aforementioned Wittebooij; whereupon the abovementioned Dilla immediately asked the Hottentot Wittebooij present there how that aforementioned little girl came to die.

Dutch transcription

ten einde, terwijl gem: zyn vader Wittebooij met de beester na de wooonplaats van de Vos, zich begeeven moest, de agterste plaats te komen oppassen, gelyk zij Comp„te dan ook dadelijk met voorsz: platje /:die Just die plaats voor bij moest:/ en opgemt Hannis, was mede gegaan. Dat Hij Compte: de bovengem: plaats bereikt hebbende in een aldaar zich bevindende Stroohut een kleine hottentattinne, Lena genaamd, op een vel had vinden dood leggen, waar op zij Comp„te den aldaar verblijven den hottentot Wittebooij aanstonds gevraagd hebbende naar de oorzaake van de dood van dat meisje, door hem wittebooij was geantwoord, haar met een dubbelde riem te hebben geslagen, om rede, dat zij daags te vooren een kommetje gebrooken had¬ Dat zij Comp„te vervolgens voorsz: kleine kat„ ten tot Hannis insgelijks gevraagd hebbende, hoe gem: hottentottinne Lena dood kwam, zy Comp„te van hem vernomen had, dat hy Hannis om't breeken van een kommetje, haar Lena met een lat had geslagen, dat zij Lena onder Anderen daar door een gat agter 't oor bekoomen had, en dat zijn stref vader Kattebooij bij zijne te rug komst voorsz Lena om voorm: reedenen met een kerrij drie slagen in de zijde had toegebragt. Recollement. Compareerde voor ons Onder geteekende ge„ committeerdens uit den E: Achtb: raade van Justitie deezes Gouvernements de Pottenbottinne Dilla dewelke deeze haare voorenstaande verklaaring dui„ „delijk voorgeleezen zijnde, betuigde daarbij te blijven persisteeren, met begeerte dat er niets meer bij Dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop, den 12 Januarij 1789. voor de Heeren Rigno Johannes van der Riet en Hendrik Justenus de Wet Leeden uit den E: Achtb: Raade van Justitie voorm: die de minute dezer beneevens de Comp„te ende mij gezw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:lager: 't welk ik getuige /:was geteekend:/ W: H: Suipeveld g Clercq. Dat zij Comp„te. vervolgens het dogde lichaam van voorsz: Lena bezegtigende, bevonden had het zelve geheel gekneuseld en doorgeslagen te zijn, als ook een wonde agter het rechter aer bekoomen te hebben. Niets meer verklaarende, geeft de Compten. door reedenen van Wetenschap, als in den text, gereid zijnde het vorenstaande de zuivere waarheid te zijn. /:onder stond:/ dat ofte ofte affgedaan worden zal, verklaarende, dat het voorenstaande de zuivere waarheid is. /:onder stond:/ Aldus Gerecolleerd, aan Cabo de Goede Hoop den 13 Januarij 1789. /:was geteekend:// en daarom geschreeven. dit merk is door de hottenbotten Sella Eigenhandig gesteld. /:lager:/ mij praesent. /: was geteekend:/ W S Rijneveld. g Clercq, /:in margine:/ als gecomms: (:was geteekend:) Salomon van echten Ilk Coenraad- Gie Compareerde voor ons Ondergeteekende gecomm:s Uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes Gouvernement, de Lotten tot platje, van Competenten Ouderdom, dewelke ter requisitie van den Koopman en Lan d Drost van Stellenbosch en Drakensteen, de Heer Hendrik Lodewijk Beetterman, verklaarde waar en waaragtig te zijn Dat de Comp:t die zig in de gepasseerde maand december om koorn te snijden verhuurd heeft bij den burger Bartholomeus van den Vijver, woonende aan de Brandwagt, bij het eindigen zijner huurdagen door voorsz: van den vijner met een brief is gezonden geworden naar de plaats van den Burger Alemijn Burgert, die aan de overzijde van de Here Zivier woonagtig is. tot Dat de Compt: de Aan de Here rivier geleegene plaatzen van den Burger Wouter de Vos genaderd zijnde, als stoen 's nagts- op de kleine zee plaats van voorsz: de Vos is verbleeven bij zeekere bottentottin Dilla, zijnde een nigt en goede kennis van hem Compt: Dat wanneer de Compt: daags daar aan zig klaar gemaakt had, en zoo gereed stond om van daar naar de plaats van voorsz: Burgert te vertrekken, als toen op dat ogenblik op de voorsz: plaats van de Vosgekomen was, den Lotten tot Tannis, zoon van Wittebooij dewelke voorsz: Lottentottin Dilla kennis gaf, dat hij van de agterste plaats van voorsz: Uos was gekomen om voorsz: Dilla te roepen, teneinde, vermits zijnen Vader Wittebooij met de beesten naar de woonplaats van de Zoo vertrekken moest, de agterste plaats te komen oppassen. Dat nadien de Compt: de bovengem: agterste plaats van de Vos, Juist moest passeeren, voorsz: hottenlottin Dilla, als toen dadelijk met den Comp:t en voorsz: hottentot hannis, meede gegaan was. Dat de Compt: op de voorsz: plaats gekomen zynde in een aldaar staande stroo nut op een zel dood had vinden leggen zekere kleine hottentottin, genaamd Lena, naar gressing, Oud ses jaaren, dewelke bij de vrouw van voorsz: Wittebooij gewoond heeft, zulks bovengem Dilla daar op terstond aan den zig daar ter plaatse bevindende hotten tot, wittebooij gevraagd hebbende, hoe die voorsz: plaatzen kleine 8

NL-HaNA_1.04.02_4344_0530 view scan ↗

English

little maid came to her death, had immediately received as an answer that, because the said little Hottentot woman had broken a small bowl the day before, she had beaten her with a doubled strap. That the aforesaid Hottentot woman Dilla thereupon having inquired with the frequently mentioned little Hottentot Hannes after the cause of the death of the said Hottentot woman Lena, learned from him in the appearer's presence that he, Hannis, had beaten the said Hottentot woman Lena with a lath over the breaking of the aforesaid small bowl, and thereby among other things had caused a hole behind her ear, and that in addition, when his stepfather Wittebooij had come home with the cattle, the said Hottentot woman Lena on that account had received from him three blows in her side with a kirri. The appearer testifying to have inspected, with the aforesaid Hottentot woman Dilla, the body of the said Hottentot woman Lena and found that the entire body was bruised and beaten black and blue, and the frequently mentioned Hottentot woman Lena had received a wound behind the right ear, the appearer, after having buried the corpse of the aforesaid Hottentot woman Lena with the help of the abovementioned Wittebooij, Hannis, and a certain Hottentot of Jacobus Rossouw named Stoffel, who had just come to the farm there to look for horses, made known all the foregoing, upon his arrival at the farm of the burgher Pieter ter Blanche, to the said ter Blanche. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, testifying all the foregoing to be the pure truth. Below stood: Thus passed at the Cape of Good Hope, the 12th of January 1789, through the gentlemen Ryno Johannes van der Riet and Hendrik Justinus de Wet, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: W. V. Rigneu, sworn clerk. Review of Testimony. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the Hottentot Platje, to whom this his preceding declaration having been clearly read aloud, testified to abide and persist by it, with the desire that nothing more shall be added to or subtracted from it, testifying that all the foregoing is the pure truth. Below stood: Thus done and reviewed at the Cape of Good Hope, the 13th of January 1789. Was signed: Mark described there, this mark was made by the Hottentot Platje's own hand. Lower: In my presence. Was signed: C. W. H. Rhyneveld, sworn clerk. In the margin: As commissioners. Was signed: D. Echten and Jan Coenraad Gie. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the Hottentot Claas, of competent age, who at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, declared to be true and truthful: That he, the appearer, in the month of December of the past year 1788, after his term of hire with the Field Cornet Pieter Jacobs, residing at the Herrivier, had expired, having then toward the end of that month betaken himself back to his kraal situated behind the river, upon his arrival there learned from a certain fellow Hottentot named Boebezak that his, the appearer's, sister's child, named Leentje, at one of the cattle posts of the burgher Wouter de Vos, was said to have been so beaten and mistreated by the Hottentot Hannis and his father named Wittebooij that the same had died the day after; that this was said to have happened because the said child had dropped a small bowl, which was broken thereby; upon which report the appearer went directly to the aforesaid Wouter de Vos and communicated what had happened, whereupon the latter, having sent his stepson Jacobus Hugo thither, had both Hottentots apprehended and brought to the farm of the aforesaid Wouter de Vos. That they, then having been questioned by the said De Vos about the reasons for that killing, immediately confessed such to have happened over the breaking of a small bowl, and that first Hannis had so tormented the child with a lath, and later his father the same with a kirri, that death had ensued. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, testifying the foregoing to be the pure truth. Below stood: Thus passed at the Cape of Good Hope, the 12th of January 1789, before the gentlemen Ryno Johannes van der Riet and Hendrik Justinus de Wet, members of the Honorable Court of Justice aforesaid.

Dutch transcription

kleine meid dood kwam : terstond ten antwoord had bekomen, dat zij vermits, gem: kleine hottentottinne daags te vooren een kommetje gebrooken had, haar met een dubbelde riem had geslaagen. Dat voorsz: Bottenboetin Dilla daarop zich bij meergemelde kleine hottentot Hannes na de oorzaak van het Overlijden van dezelve Pottentottin Lena geinformeerd hebbende van denzelve in des Compts tegenwoordigheid heeft vernoomen, dat hij Hannis dezelve hottentottin Lena over het breeken van het voorsz: kommetje met een lat geslagen, en daar door nog onder anderen een gat agter haar oor veroorzaakt had, en dat daar en boven, wanneer zijn stief vader Wittebooij met de beesten was te huis gekomen, dezelve holtenlottin Lena diesweegens van denzelve met een Kirrij in haar zijde drie slagen had bekomen. Betuigende de Compt: met Voorsz: Bottentottin Dilla het Lichaan van dezelve zottentottin Lena bezigtigd en bevonden te hebben, dat het geheele lighaam gekneusd en doorgeslagen was, een meergem: zot„ tentattin Lena agter het regter oor den worde had bekomen, hebbende de EComp:t na het lijk van voorsz: Pottentottin Lena, met behulp van bovengem, W wittebooij, Hannis, en zeekere hottentot van Jacobus Rossouw, stoffel genaamd, die Juist aldaar op de plaats was gekomen Recollement. Compareerde voor ons Ondergeteekende Gecom„ mitteerdens uit den E: Achtb: rade van Justitie dezes Gouvernements den bottentot platje, dewelke deeze zijne vorenstaande verklaaring duidelijk voor„ „geleezen zijnde, betuigde daar bij 't verblijven persisteeren, met begeerte dat er niets meer bij ofte afgedaan worden zal, betuigende, dat al het vorenstaande de zuivere waarheid is. om paarden te zoeken, te hebben ter aarde besteld, al het vorenstaande bij zijn komst op de plaats van den Burger Pieter ter Blanche, aan denzelve ter Blanche, bekend gemaakt. Niets meer verklaarende, geeft den Compt. voor reedenen van weetenschap, als in den text, beteid, znde al het vorenstaande de zuivere waarheid te zijn. /:onder stond:/ Aldus gepasseerd aan Cabo de goede Hoop, den 12 Januarij 1789. door de Heeren Rino Iohannes van dder Riet, en Hendrik Justinus de wet, Leeden uit den E Achtb: raad van Iustitie voorm: die de minute dezes beneevens den Comp:t en mij gezw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ tewelk ik getuige. //was geteekend:/ W WV Rigneu Ed. g Clercq. om /:onderstond:/ /:onder stond:/ Aldus gedaan en Gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop, den 13 Januarij 1789. /:was getekend:/ ken daar omschreeven, dit merk is eigenhandig door den Pottentot Platje gesteld. / lager/ mij preesent: /:was geteekend:/ C W H Rijmneveld g C:lercq. /: in margine/ als gecomm=s /:was geteekend:/ D Echten en Jan Coenraad Gié. Compareerde voor ons ondergeteekende gecomms„ uist den E: Achtb: Raade van Iustitie dezes Gou„ vernements, den hottentot Claas, van Competenten Ouderdom, dewelke ter requisitie van den Land Drost van stellenbosch en Drakenstien, de Heer Hendrik Liddewijk Bletterman, verklaarde waaren waarachtig te zijn. Dat bij Comp:t: in de maand December van 't gepasseerde Jaar 1788. na dat desselvs huurtijd bij den Veldwagtmeester Pieter Jacobs, woonagtig aan de Herrikier, verscheenen was, als toentegen het laatste dier maand, zich wederom na zijne kraal, agter de zerrivier gelegen, begeven hebbende, bij zijne aankomst aldaar van zekeren mede kottentot in naame Boebezak, vernomen had, dat zijn Comp=ts zusters kind, genaamd Leentje, op een der Zeeplaatzen van den Burger Wouter de Vos door den hetten tot Niets meer verklaarende, geeft den Compt voor reedenen van wetenschap, als in den toxt, betui„ „gende het voorenstaande de zuivere waarheid te zijn. /:onder stond:/ Aldus gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop den 12 Januarij 1789. voor de Heeren Rijna Iohannes, van der Rieten Hendrik Justinus de Wet, Leeden uit den E: Achtb: Raade van Iustitie voorm: Dat zijl: als toen door denzelven de Vos ondervraagd zijnde geworden na de redenen van dat dood„ „slaan, dadelijk bekend hadden, zulks geschied te zijn over 't breeken van een kommetje en dat eerst Hunnis het kind met een lat, en nader hand zijn Vader het zelve met een kirrij zodanig geteisterd hebben, dert er dood op was gevolgd. Hannis en desselfs vader, Wittebooij genaamd, zodanig zou zijn geslagen en mishansteld, dat het zelve den dag daar aan gestorven was, dat dit zoude geschied zijn, om reede dat gem: kind een kommetje had laten vallen, het welk daar door gebrooken was; op welk berigt, den Comp:t zech direct na voorm: Wouter de Vos, begeeven en 't voorgevallene Gecommuniceerd had, wanneer denzelven zijnen voor soon Jacobus Hugd derwaards gezonden hebbende beide hottentotten heeft doen vatten, en na de plaats van voorn: Wouter de Vos, brengen. Hannis die

NL-HaNA_1.04.02_4344_0532 view scan ↗

English

says Wittebaaij, Hottentot, aged by estimation 50 years. says I have last at the who the minute hereof besides the deponent and me, sworn clerk, have also duly sub- scribed. Below: which I witness. Was signed: W. W. Rijneveld, sworn clerk. Verification. Appeared before us the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the Hottentot Claas, to whom this his foregoing statement having been clearly and distinctly read out, testified to abide by and persist in it, wishing that nothing more will be added or taken away, testifying that all the foregoing is the pure truth. Below stood: Thus verified at the Cape of Good Hope, 13 January 1789. Was signed: and written around it: this mark was set by the deponent with his own hand. Lower down: in my presence. Was signed: W. H. Rijneveld, sworn clerk. In the margin: as commissioners: Was signed: Salomon van Echten and Jan Coenraad Gie. Articles drawn up and to the Gentleman Commissioners from says my wife's name is Trijn, and those of my children Baerend and Hannis, both being stepchildren. says my wife and the aforesaid two children. Deze River with Wouter de Vos lived. whether he, the prisoner, knows the Hottentots Hannis and Lena? What his, the deponent's, wife and children are named? Which of all the same are presently still alive? 2. Where he, the deponent, has lived and with whom he has hired himself out the last time? Article 1. The deponent's name, birthplace, and age. from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government submitted by and on behalf of the undersigned Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, Prosecutor ex officio. In order to be heard upon the same at his requisition, the Hottentot Wittebooij, presently the Company's prisoner, the answers to be given by him opposite each article shall have to be noted down. Article 6. blows had. says the lath that Hannis used is an says yes, but because it was still a child, I did not hit hard. says no! my wife took her in as a child. says I have, because aforesaid Hannis had beaten the Hottentot woman Lena, sent the same Hannis to call Dilla, and that because the aforesaid Lena died one day after the blows received. says yes, and I told Dilla thereupon that the little Hottentot Hannis beat aforesaid Lena disgracefully with a karee wood lath. says I, Platje, and Hannis. says by estimation five or six years. 10. whether to him, the deponent, the day before, when coming home from the field with the beasts, says no, nobody. says one day and night. inch thick, and my kierie was about the thickness of 2 inches. it was made known by the Hottentot Hannis that said Lena had broken a bowl, and he, Hannis, had therefore beaten her with a lath? Article 11. Whether he, the prisoner, thereupon also gave aforesaid Lena three blows in the side with a kierie? How large and thick the lath was with which said Hannis beat aforesaid Lena, and how large the kierie with which he, the prisoner, beat her? 13. Whether aforesaid Lena lived long after she was abused in this manner? 14. Who buried said Lena? 7. How old aforesaid Lena was? Whether anyone else was on the farm when aforesaid Lena was whether by aforesaid Dilla and Platje the corpse of aforesaid Lena being discovered, said Dilla immediately asked him, the prisoner, after the cause of the death of that child, and what he, the deponent, answered her thereupon? Whether said Dilla also immediately thereupon came with the Hottentot Platje to the farm to him, Wittebooij? says then with Hannis. Which day he, the prisoner, in the recently passed month of December sent aforesaid Hannis to one of the other farms to the Hottentot woman Dilla stationed there, and to what end? Whether aforesaid Lena happens to be an own child of him, the prisoner? Article 6. aforesaid says yes. 12. Geelvinck Answer: I said just as it happened, by accident, without intention. says I think from the blows, but the Hottentot woman Lena was also sickly; Hannis having beaten her the most, while I nevertheless think that the blows with the kierie, although I gave them without intention unexpectedly, will have caused her much harm. Says yes! Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope, 20 January 1789. Before the Gentlemen Rijno Johannes van der Riet and Hendrik Justinus de Wet, members of the Honorable Worshipful Council of Justice 19. What he, the deponent, knows to bring in for his excuse? 18. Whether he, the prisoner, knows that by thus abusing aforesaid Lena he was the cause of her premature death, and that he, the prisoner, has thereby earned heavy punishment? beaten by said Hannis, and thereafter by him, the prisoner? Article 17. From what he, the deponent, thinks that said Lena actually died? Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government the aforesaid Hottentot Wittebooij, to whom his fore- going interrogatories and answers having been clearly read out, testified to abide by and persist in them, wishing that nothing more will be added or taken away; testifying that all the foregoing is the pure truth. Below stood: Thus verified at the Cape of Good Hope, 18 February 1789. Was signed: and written around it: this mark was set by the prisoner with his own hand. Lower down: in my presence. Was signed: W. S. Rijneveld, sworn clerk. In the margin: as commissioners. Was signed: C. Matthiessen, Joh. Smuts. Verification. aforesaid, who the minute hereof, besides the prisoner and me, sworn clerk, have also duly subscribed. Lower down: which I witness: Was signed: W. S. Rijneveld, sworn clerk. Aforesaid Articles

Dutch transcription

zogt Wittebaaij, hottentot, oud nagissing 50 Jaaren. zegd ik heb 't laatst aan de die de minute deezes beneffens den Comp:t ende mij gezw: Clercq mede behoorlyk hebben onder„ teekend . /:lager:/ 't welk ik getuige. /:was getekend/ WW Rijneveld. gezw: Clercq. Recollement. Compareerde voor ons onder get: gecomms Uijt den E: Achtb: Raade van Justitie deezes Gouvernements, den botten tot Claas, dewelke deeze zijne vorenstaande verklaaring klaaren duidelyk voorgeleezen wezende, betuygde daar by te bliken persisteeren met begeerte dater niets meer bij ofte van gedaan worden zal, betuigende, dat al het E vorenstaande de zuivere waarheid is. /:onder stond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 13 Januarij 1789. /:was geteekend:/ / en daarom schreeven; dit merk heeft den Compt. eigenhandig gesteld. /:lager mij praesent. /: was geteekend:/ W H Rinereld g C lercq: /:in zegd Ja. margine:/ als gecomms: /: was geteekend:/ Sabomen van Echten en Jan Coenraad Gie. Articulen gedaan maaken ende aan Heeren Gecommitts uijt zegd mijn Vrouws naam is Trijn, en die mijner kinderen Baerend en Hannis, zijnde bijde Stief kinderen. zegd mijn vrouw en voorsz/: twee kinderen. Deze rivier bij Wouter de Vos gewoond. of hy gev. kend den hotten tot Hannis en Lena Hoe zijn get:s wyff en kinderen zijn genaamd! Wie alle van dezelve thans nog in 't leven zijn. ?. 2 Waar hij get: gewoond en by wien zich het plaat st heeft versuurd gehad Art: 1. des ger:s naam, geboorte plaats en ouderdom. uit den Edelen Achtb: Raade van Iustitie dezes Gouvernements overgegeeven, door ende van wegens den ondergeteken den Land Drost van Hellenbosch en Drakensteijn, Hendrik Lodewijk Bletterman, R: O: Eissr: Omme daar op ter ziner requisitie te worden gehoord den Bottentot Wittebooij, thans t Heeren gevangen, zullen de der¬ „selfs te geevene antwoorden bezijden ijder Articul moeten worden bekend gesteld. Art:t: 6. slagen had. zeyd de lat, die Hannis gebruikt heeft, is een zegd ja, maar om dat het noch een kind was, heb Ik niet hard geslagen. zegd heen ! mijn trouw heeft haar als kind aangenomen. zegd ik heb om dat voorsz: Hannis de Hottentottin Lena had geslagen, denzelven Hannis gezonden om Dilla te roepen en zulks wel om dat ' voorsz: Lena Een dag, na de ontfangene slagen is overleeden. zegd Ja en ik heb dilla daar op gezegd, dat de Kleine hotten tot d Hannis Voorsz. Lena met een Karré houte lat te schande ge„ e zegd ik, platje en Hannis. zegt na Gissing Vijff 10 off ses Jaaren of hem Get:e daags bevoorens, Wanneer met de leesten van uijt zegt steen, niemand. — zegd, Een dag - en nacht. duim dik geweest en mijn kirrij heeft om„ trend de dikte van 2. duijmen gehad. 't veld te huis gekomen is, door den hotten tot Hannis is bekend gemaakt, dat Gem Lena gen Kommetje had gebroken en hij Hannis haar daarom met een dat had geslagen. Art:l 11. of hij geve: daar op voorsz: Lena ook met een kirtij drie slagen in de zijde heeft gegeeven. hoe groot en dik de lat, waar mede gem: Hannis voorsz: Lena ge „slagen heeft, is geweest, en hoe groot de kirrij waarmede hij gev: haar heeft geslagen. 1B. off voorm: Lena nog lang,e na dat zij dusdanig geteesterd is geworden, heeft geleefd. 1/4. Wie gem: Lena heeft begraaven 73 Hoe Oud voorm: Lena geweest is offer memand meer op de plaats is geweest, toen voorsz: Lena door of door voorsz: Dilla en platje 't lijk van voorm: Lena ontdekt zijnde, gemelde Ailla, hem gev: terstond na de oorzaak van de dood van dat kind heeft gevraagd en wat hij ger: haar daar op geantwoord geefst. of gem: Dilla ook direct daarop Met de hottentot platje op de plaats bij hem Wittebooij is gekoomen? zegd Ioen met Hannis. Welke dag hij gev: in de Jongstgee„ „passeerde maand december voorm: Hannis na een der andere plaatzen aan de aldaar bescheidene hottentottinne Dilla, heeft gezonden en tot wat einde 2. of Voorm: Lena een eijgen kind Aan hem gev:e komt te zijnE. Apt: 6. gem: zegd Ja. - 12 Geelvinck Antwoord: ik heb gezegd zo als het is voorgevallen bij ongeluk zonder intentie. zeijd ik denk van de slagen„ maar de hottentottin Lend is teffens ziekelijk geweest; hebbende Hannis haar het meeste geslagen, terwijl ik egter meen, dat de slagen van de Kirrij, Schoon ik die zonder intentie onverwachts gedaan heb„ haar veel nadeel zal hebben toegebragt. Legt za.! Aldus gevraagd en Beantwoord Aan Cabo de goede Hoop den 20 Januarij 1789. Voor de Heeren Rijno Johannes van der Riet, en Hendrik Justinus de Wet Leeden uit den E: Achtb: Raade van Justitie 19. Wat of hij get=e tot zijn ver„ schooning weet in te brengen 18. off hij gev:e weet dooor dusdanig voorsz: Lena te teisteren oorzaak¬ tot haar vroegtijdlig sterven te zijn geweest, en hij Gev:d daar doore swaare Straffe te hebben verdiend. gem: Hannis, en daar na door hem gev:te is geslagen. Artl: 17. Waar aan of hij get=e: meend, dat gem Liena welgestorven is. 3. Compareerde voor de ondergeteekende gecommitts dit den E: Achtb: Rade van Justitie dezes Gouvernement voorsz: tatten tot Wittebooij, denwelken zijne voren„ staande interrogatoria en antwoorden, duidelike voor„ geleezen zijnde, ketrugde daar bij te blijven persestee„ ren, met begeerte, dat er niets meer bij of afgedaan worden zal; betuigende, dat al het vorenstaande de zuivere Waarheid is. /:onder stond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop, den 18 februarij 1789. /:was getekend:/ J en daaromvr schreeven/ dit merk is door de gev: eigen¬ „handig gesteld. /:lager:/ mij preesent. /:was getekend:/: W: D: Rijneveld. g:Clercq: /:in margine:/ als recommt. /:was geteekend:/ C Mappa Joh. Mmits¬ Recollement. voorm:, die de minute deezes, beneevens den gev:e en mij gezm: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:lager:/ 't welk ik getuige:/ /:was geteekend:/ W S Rijneveld, geClercq. Voorm: Articulen

NL-HaNA_1.04.02_4344_0535 view scan ↗

English

Articles drafted and submitted to the Gentlemen Commissioners from the Noble and Honorable Court of Justice of this Government by or on behalf of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, in order to hear thereupon at the requisition the named Hannis, with his responses to be given being duly recorded in the margin hereof. Article 1. The prisoner's name, age, and place of birth. Answers: Hannis, aged by estimation 13 years. 2. With whom he, the prisoner, was last in service, and at what place he was stationed. Answers: with Wouter de Vos. 3. Whether he knows the Hottentot Wittebooij and the child Lena. Answers: yes. 4. To state the names of his father, mother, sisters, and brothers. Answers: says, my father is named Isaak, my mother Trijn. I have only one brother named Baerend, but no sisters. Article 5. Whether he, the prisoner, in the latter part of the past month of December, was sent from his stationed place to that small stock farm of the burgher Wouter de Vos, residing at the Hexenrivier, by the aforesaid Wittebooij, to notify the Hottentot woman Dilla to come and keep watch there at the back place, while the aforesaid Wittebooij was to go with the oxen to the residence of the said de Vos. Answers: says yes. 6. Whom he, the prisoner, found at the said place. Answers: a certain Hottentot woman named Old Lena. 7. Whether the Hottentot Platje was also found with the aforesaid Dilla. Answers: says the Hottentot Platje. 8. Whether the aforesaid Platje and Dilla then went with him, the prisoner, to the aforesaid back place of the said de Vos. Answers: says as before. Article 9. Whether upon their arrival at the aforesaid place, the corpse of the Hottentot woman Lena was discovered by the aforesaid Dilla and Platje on a mat in a straw hut standing there. Answers: says yes. 10. Whether the said Dilla asked him, the prisoner, about the cause of the death of the said Lena and what he, the prisoner, answered her. Answers: says yes, and I answered her: that because she had broken a small bowl belonging to my mother, I had struck her with a lath, and that Wittebooij, having come home in the evening, had struck the said Hottentot woman three blows in the side with a thick kierie, causing her to fall to the ground, and that she died the next day; adding thereto that the aforesaid Hottentot woman Lena had still played with her doll the entire day after she had been struck by him, the prisoner, and that in the evening, having received the aforesaid three blows with the kierie, she immediately fell to the ground and subsequently stood up, went to lie down on her mat, and died the next day; and that further, the aforesaid Wittebooij, having at first pretended that he had struck the aforesaid Hottentot woman Lena with a strap, subsequently, when he, the prisoner, had recounted to his little master that Lena had been struck by Wittebooij with a kierie, had then inflicted some lashes upon him with a span-rope. Article 11. Whether he, the prisoner, confessed to the said Dilla that the aforesaid Lena, having broken a small bowl the day before, he had struck her for that with a lath, and even thereby inflicted a hole behind her ear, and that when his stepfather, the aforesaid Wittebooij, came home with the cattle, he likewise gave the said Lena three blows in the side with a kierie. Answers: says yes. 12. Behind which ear he, the prisoner, inflicted that hole on the said Lena. Answers: behind the left ear. 13. Whether anyone else was present at the place with him, the prisoner, when he, the prisoner, maltreated the aforesaid Lena in such a manner. Answers: no. 14. Where the mother of the aforesaid Lena was at that time. Answers: in the Namaqua country.

Dutch transcription

7 Articulen gedaan maken ende aan Heeren gecommitteer„ dens uit den Edelen Achtbaaren Raete van Justitie dezes Gouver¬ „nements overgeleeverd door ofte van weegens den Land Brost van Hellenbosch en Drakensteijn Hendrik Lodewijk Bletterman, omme daar op ter zij der requisitie gehoord te worden, den kosten tot Hannis, zullende desselfs te geevene responsiven in Margine deezes behooren bekend gesteld te worden. Artl: I. des gev: naam Ouderdom en geboorte plaats. — 2 Bij wien hij get: 't laatst in dienst, en waar ter plaatze beschijden geweest is E of hij kend de Hottetot Wittelooij en 't kind Lena. 4: de naamen van zijn gete Zegd Ja. dader, moeder susters broeders op te geeven. zeijd, mijn vader hier Isaak, myne moeder trijn. ik heb maar een broede genaamd Baerend, edoch geene susters. — zegt Ja. Legt Hannis, oud naar gisting 13 Jaaren. zegt bij Wouter de Dos. en zeekere hottentotten gen:„t oude Lena. Zegt De =hotten tot Hlatje zegd als voren. off voorm: Platje en Dilla als toen met hem gev: na de voorsz: agterste plaats van gem: de Dos zijn gegaan. off ook den hottenhet Platje zig bij voorm: Dilla heeft bevonden 6: Wie hij gev: al op de gem: plaats heeft aangetroffen! off hij gev: in 't laatst van de gepasseerde maand decembe„ Van zijn bescheiden plaats na die kleine veeplaats van den Burger Wouter de Vos aan de Hererivier woonagtig door Voorm: Wittebooij gezonden is, om de hottentonne Billa aan te zeggen, dat aldaar op de agterste plaats zou komen toezigt te houden, terwijl voorm: Wittebooij met de ossen na de Woonplaats van gem: de Vos stond te gaan Artb: 5 Art: 5 Antb: 9. Art: 9. in had toegebracht. agter het lunker oor 't neen! in 't Namacqua zegd Ja en ik heb daar op gepant waar E: dat ik haar om dat zij een kommetje van mijne moeder nad gebroken, met een lat had geslagen, en dat Wittebooij s avonds 't huis gekomen zijnde gem: Pottentottin met een dikke kirrij drie slagen in de zijde had toegebragt, waar door zij ter aarde gevallen zijnde, daags daaraan overleeden was, voegende hier nog bij dat voorsz: pottentottin Lena noch de geheele dag na dat zy door hem gete. was geslagen geworden, met haar pop gespeeld had, en dat zij 's avonds de voorsz: drie slagen met de Kirrij bekomen hebbende, terstond teegen de grond gevallen en vervolgens opgestaan, op haar kroij gaan leggen, en daags daar van overlleeden was, en dat wijders voorsz: Wittebooij, in 't eerst voorgegeeven hebbende, dat hij voorsz: hottentottin Lena met een riem had geslagen, vervolgens hem gev: wanneer hij aan zijn klein baast had verhauld, dat Lena door Wittebaaij met een- off gem: Dilla hem gev:t na die Oorzaak van 't overlijden van „gem: Lena heeft gevraagd en Wat hij Gev: haar heeft geantwoord. of bij hun Lieden komst op de Voorsz: plaats door voorm Dilla en Platje, 't lijk van de Potten, tottinne Lena op een wel in een aldaar staande stroo:huisje is ontdekt. wij geslagen was, als toen eenige streeken met een span Arts: 11. off hij gev: aan gem: Dilla heeft bekend, dat voorm: Lena daags bevoorens een kommetje gebraoken hebbende hij haar daar over met een lat had geslagen, en zelvs haar daar door een gat agter haar oorhad toegebragt, en dat wanneer zijn Stiff vader voormƒ Wittebooij met de beesten te huijs gekoomen was, denzelven insgelijks gem: Lena drie slagen met een kirrij in de zijde had gegeeven! 12. Agter welk oor hij get: gem: kena dien gat t opgebragt heef. off er ook iemand anders op de plaats bij hem gev: zig de vonden heeft, toen hij get: voorsz: Lena dusdanig heeft geteistend! 14. Waar off de moeder van voorm: Lena, zig als toen heeft bevonden: Chirrij Antl: 15 zegt Ja. V 10. end. 13. Art: 9. zegt Ja. agter het lunker oor t neen! in 't Namacqua zegd Ja en ik heb daar op gepant waer E: dat ik haar„ om dat zij een kommetje van mijne moeder had gebroken, met een dat had geslagen, en dat Wittebaoij s avonds 't huis gekomen zijnde gem: Lotten met een dikke kirrij drie slagen in de zijde had toegebragt, door zij ter aarde gevallen zijnde, daags daaraan overled was, voegende hier nog bij dat voorsz: pottentottin & noch de geheele dag na dat zi door hem get:e: was gesc geworden, met haar pop gespeeld had, en dat zij 's wo„ de voorsz: drie slagen met de kirrij bekomen hebb terstond teegen de grond gevallen en vervolgens opge¬ op haar kroij gaan leggen, en daags daar van overtleeden en dat wijders voorsz: Wittebooij, in 't eerst voorgegee hebbende, dat hij voorsz: hottentottin Lena met riem had geslapen, vervolgens hem gev: wanneer hij aan„ klein baast had verhaald, dat Lena door Wittebaaij e off gem: Dilla hem gev:n Oorzaak van 't overlijden van „gem: Lena heeft gevraagd Wat hij Gev: haar beest excant of bij hun Lieden komst ge Voorsz: plaats door voorm en Platje, 't lijk van de Bak tottinne Lena op een wel in aldaar staande Stroo:huisje ontdekt. rij geslagen was, als toen eenige streeken met een span in had toegebracht. Art: 11. off hij gev: aan gem: Dilla heeft bekend, dat voorm: Lena daags bevoorens een kommetje gebraaken hebbende hij haar daar over met een lat had geslagen, en zelvs haar daar door een gat agter haar oorhad toegebragt, en dat wanneer zijn stiff vader voormƒ Wittebooij met de beesten te huijs gekoomen was, denzelven insgelijks gem: Lena drie slagen met een kirrij in de zijde had gegeeven! 12. Agter welk oor hij get: gem: kena dien gat 't ofgebragt heeft. 13. off er ook iemand anders op de plaats bij hem gev: zig de vonden heeft, toen hij get: voorsz: „zena dusdanig heeft geteistend: 44. waar off de moeder van voorm: dena zig als toen heeft bevonden: Kirrij Ahtr: 15 10. ƒ end.

NL-HaNA_1.04.02_4344_0538 view scan ↗

English

Article 9. says Yes. says behind the left ear. says no! says in Namaqualand. had inflicted then. says Yes and I answered thereto, that I had struck her with a lath because she had broken a small bowl of my mother, and that when Wittebooij came home in the evening, he had inflicted three blows in the side on the aforementioned Hottentot woman with a knobkerrie, because of which she fell to the ground, and died the following day, adding hereto that the aforesaid Hottentot woman had played with her doll for the whole day after she had been struck by him, the prisoner, and that having received the aforesaid three blows with the knobkerrie in the evening, she immediately fell to the ground and afterwards got up, went to lie on her sleeping place, and died the day thereafter; and that further the aforesaid Wittebooij, having first claimed that he had struck the aforesaid Hottentot woman Lena with a strap, subsequently, when the prisoner had related to the young master that Lena had been struck with a knobkerrie by Wittebooij, had then inflicted some strokes with a trace. whether the aforementioned Dilla asked him, the prisoner, about the cause of the death of the aforementioned Lena. What he, the prisoner, answered her. whether upon their arrival at the aforesaid place by the aforesaid and Platje, the corpse of the Hottentot woman Lena was discovered on a bed in a small straw hut standing there. Article 11. whether he, the prisoner, confessed to the aforementioned Dilla that the aforesaid Lena having broken a small bowl the day before, he had struck her for that with a lath and even inflicted a hole behind her ear with it, and that when his stepfather, the aforesaid Wittebooij, came home with the cattle, the same likewise gave the aforementioned Lena three blows in the side with a knobkerrie! 12. Behind which ear he, the witness, inflicted that hole on the aforementioned Lena. whether someone else was also present at the place with him, the prisoner, when he, the witness, abused the aforesaid Lena in such a manner. 14. Where the mother of the aforesaid Lena was at that time. Article 15. 10. 13. says, the lath that I used was as thick as a finger, and the knobkerrie of Wittebooij somewhat thinner than an arm. says yes. my mother took her as a consolation. says I do not know. 11. whether he, the prisoner, still persists in having struck the aforementioned Lena with a lath, and having inflicted a hole behind the ear. 18. whether the aforementioned Lena was still alive when his, the prisoner's, stepfather, the aforesaid Wittebooij, came home with the cattle. whether the aforementioned Wittebooij asked him, the prisoner, about the reasons why he struck the aforesaid Lena in such a manner, or whether he, the witness, directly upon his coming home recounted the same of his own accord. says I told Wittebooij upon his arrival that Lena had broken the bowl, and as he immediately ordered me to tie up the cows, I had no time to tell him that I had struck her for breaking the bowl. says when Wittebooij came home with the cattle after he had struck Lena, Lena had already died. how large and thick the lath was, with which he, the witness, struck the aforesaid Lena, and how large the knobkerrie of the aforesaid Wittebooij was. Article 13. How old the aforesaid Lena is. says as to Article 10. says from the blows of Wittebooij, for before receiving the blows from Wittebooij Lena still walked around the whole day without anything ailing her; while immediately after receiving the blows with the knobkerrie from Wittebooij she went completely stiff to her sleeping place, and remained lying there until she died the next day. says Lena could not have died from the blows with the small lath, because I only gave her a few blows on the back and buttocks, while by accident, because she turned with her head downward, I just touched behind the ear. What he, the witness, has to bring forward for his excuse. says to be innocent. underneath stood: Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope, the 20 January 1789. Before the gentlemen Ryno Iohannes van der Riet and Hendrik Justinus de Wet, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who properly signed the minute hereof together with the prisoner and me, the sworn clerk. lower: which I witness: was signed: W H Rijneveld, sworn clerk. There appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government the aforesaid Hottentot Hannis, who, his preceding answered interrogatories having been distinctly read out, testified to persist therein, with the desire that nothing more shall be added or taken away, testifying that all the preceding is the pure truth. underneath stood: Thus verified at the Cape of Good Hope, the 18 February 1789. was signed: and written around it, this mark was made by the prisoner with his own hand. lower: present to me. was signed: W.S. Ryneveld, sworn clerk. in the margin: as commissioners was signed: C. Mappa, Joh:s Smuts. Agrees. Verification. secretary A.J. Rijneveld

Dutch transcription

Art: 9. zegt Ja. zegt agter het lunker oor zegt neen! zegd in 't namacqua Land. toun had toegebracht. zegd Ja en ik heb daar op gfant waar Ej: dat ik haar„ om dat zij een kommetje van mijne moeder nad gebroken, met een dat had geslagen, en dat Wittebooij 's avonds 't huis gekomen zijnde gem: Potten met een kikke kirrij drie slagen in de zijde had toegebragt, door zij ter aarde gevallen zijnde, daags daaraan overle was, voegende hier nog bij dat voorsz: pottentottin & noch de geheele dag, na dat zy door hem gete: was gese geworden, met haar pop gespeeld had, en dat zij 's wo de voorsz: drie slagen met de kirrij bekomen hebb terstond teegen de grond gevallen en vervolgens opge¬ op haar kroij gaan leggen, en daags daar van overtleeden en dat wijders voorsz: Wittebooij, in 't eerst voorgegeev hebbende, dat hij voorsz: hottentottin Lena met riem had geslagen, vervolgens hem gev: wanneer hij aan„ klein baast had verhaald, dat Lena door Wittebaaij me off gem: Dilla hem gev:n Oorzaak van 't overlijden van „gem: Lena heeft gevraagd Wat hij Gev: haar beest ecant of bij hun Lieden komst, op Voersz: plaats door voorm en Platje, 't lijk van de Bar tottinna Lena op een wel in aldaar staande stroo:huisje ontdekt. Kirrij geslagen was, als toen eenige streeken met een span Art 11. off hij gev: aan gem: Dilla heeft bekend, dat voorm: Lena daags bevoorens een kommetje gebraaken hebbende hij haar daar over met een lat had geslagen en zelvs haar daar door een gat agter haar oorhad toegebragt, en dat wanneer zijn Stiff vader voormƒ Wittebooij met de beesten te huijs gekoomen was, denzelven insgelijks gem: Lena drie slagen met een kirrij in de zijde had gegeeven! 1.2. Agter welk oor hij get: gem: kena dien gat t ofgebragt heef. off er ook iemand anders op de plaats bij hem gev: zig de vonden heeft, toen hij get: voorsz: Lena dusdanig heeft geteisterd: 14. Waar off de moeder van voorm: Lena zig als toen heeft bevonden hirrij Aht: 15 - 10. 13. zegd, de Lat, die ik heb gebruikt, is zo dik geweest, als een vinger ende Kirrij Aan Wittebaoij iets diender zegt ja. mijn moeder heeft haar tot een Troosje genoomen. zegd ik weet het niet 11. of hij gev: als nog blijft persisteeren gem: Lena met een latgeslagen, en agter 't oor een gat te hebben toegebragt 18. of gem: Lena nog leefde, toen zijn gev: stief vader voorsz: Witte boaij met de beesten te huijs gekoomen is. of gem: Wittebooij hem gev=e heeft gevraagd na de redenen, waarom hij voorm: Lena dus danig heeft geslagen, dan of hij get: zulks direct by zijn te huys komst uijt eigenbeweeging aen¬ zelve heeft terhaal zegt ik heb Wittebroij bij zijn komst gezegt dat Lena het kommetje had gebrooken en terwijl hij mij direct gelastte om de koeijen te gaan vastbinden, zoo heb ik geen tid gehad, om hem te leggen, dat ik haar over het breeken van het kommetje geslagen, had. zegt toen wittebooij, na dat hij Lena geslagen had met de beesten is te huis gekoomen, was Lena reeds overleeden. hoe groot en dik de Lat is geweest, waar meede hij get voorsz: Lena heeft geslagen, en hoe groot de kirrij van Voorsz: Wittebooij Artl: 13 Hoe oud voorsz: Zena is 3. zegd als op Art: 10. zegd van de slagen van Wittebooij, want Lena heeft voor het ontfangen der slagen van Wittebooij noch den geheelen dag, zonder dat haar iets manqueerde rond gelopen; terwijl hij dadelijk na het bekomen der slagen, met de kirrij van Wittebooij geheel stuff na haar kooij is gegaan, en aldaar blijven zeggen, tot dat wij de andere dag is overleeden. „zegd Lena kon van de slagen met het dat je niet zijn gestorven, om dat ik haar maar eenige slagen op de rug en billen heb gegeeven, terwijl ik haar per on„ geluk om dat hij zig met het hoofd naer beneeden draaijde, even agter, het oorgeraakt heb, Wat hij get: tot zijn verschoning zegd onschuldig te zijn. Woet in te brengen. /:onder stond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo „ 22 of hij gev:e weet door gem: Lena met de voorm: tot dusdancen te slaan, dat zij gestorven is, gloot quaad te hebben gedaan Een dat by get: desweegens strafwaardig is. waar aan of hij gev: oordeeld gem: Lena te zin gestorven en hoe lange zij nog heeft geleefd; na de ontvangene slagen van voorm: Wittebooij 3— Art:t: 20. of voorm: Wittebooij, de redenen daar van hebbende vernoomen, gem: Lena insgelyks heeft geslaagen, en waar meede frts. 20 E als een Arm. 21. de de goede Hoop, den 20 Januarij 17289. voor de Heeren Rijno Iohannes van der Riet en Hendrik Justinus de Wet, Leeden uit den E: Achtb: Raade van Justitie voorm: die de minute deezes benevens de gev: ende mij gezw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. — /:lager:/ 't welk ik ge„ „tuige :/ /:was geteekend:/ W H Rijnereld. g Clercq. Compareerde voor de ondergeteekende gecommitts uit den E: Achtb: Rade van Iustitie dezes Gouvernements voorsz: hotten tot Hannis, dewelke zijne vorenstaande beantwoorde interrogatorie duidelik doorgeleezen zijnde, betrigde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte, dat er niets meer bij of afgedaan worden zal, betuigende, dat al het voorenstaande de zuivere waarheid is. /:onder stond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop, den 18 Februarij 1789. /:was geteekend:/ (en daarom schreeven, dit merk is door den geve: eigen¬ handig gesteld. — /:lager:/ mij praesent. /: was getekent :/ WW Ryneveld. g: Clercq. /:in margine:/ als gecomm:st /:was geteekend:/ C: Mappa Joh:s Suts, Accordeerd. Recollement. secrets AJ Rijneveld

← previous