Inventory 4349
Cape · 307 pages · 156 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
to ask back what had been paid, that the Colonel could credit this better than he, until such time as the people were able to pay. This message the Colonel calls, with the greatest justice, improper and insulting, and continues: I later asked the Sergeant about the course of this new payment, which goes against all good discipline and order, and had the payment book brought to me. The Sergeant assured me that it went against his grain to have to bring me this message, but that Captain Sandal had repeated it to him several times. From the payment book it appears that the shoes, etc., were not deducted as was usual, but the whole sum of money was given into the soldier's hands, and the Adjutant gave back the money which Kantze had brought to him according to old custom. Subsequently, on 5 February, I received the attached letter from Captain Sandal; this letter reads as follows: Colonel. Being unable to pay with 2 rijksdaalders 5 schellingen for the supplies taken from the battalion's magazines, for the reason that the soldiers' board amounts to 15 schellingen 3 stuivers a month, I ordered Sergeant Kontzen to request Your Honour that the deduction for the uniform pieces should take place upon their final settlement or what is called good months; it being understood that those who receive no good months shall pay after that date. This, Colonel, is what spurred me to request from Your Honour the refund of the money for these uniform pieces, as I had no other means to pay for the kitchen which the Governor ordered me to establish, having also recently told me: Help yourself as best you can, at this moment I cannot improve the fate of your men. Allow me once more to submit my concerns to Your Honour, and to request Your Honour to be of assistance in giving the Pepinieres a slightly happier existence, which will seem all the more reasonable to the Directors since they must perform the same duties as the other soldiers of the garrison. Captain Sandol also had Sergeant Kaentze ask me, on the morning before the payment, in the name of the Honourable Governor, for two corporals to be in the barracks during the payment, without letting me know anything about the proposed and irregular payment. Subsequently in these memorials, the impossibility alleged in Captain Sandal's letter of paying for the supplies with 2 rijksdaalders 5 schellingen is contradicted, and specifically by the fact that out of 190 men, over eighty received 1 rijksdaalder 1 schelling 4 pence, and consequently, after deduction of the board, received 2 rijksdaalders 2 schellingen 1½ stuivers in hand; also one named Schmid received 7 rijksdaalders 1½ stuivers, and not even 1 rijksdaalder for a pair of shoes was deducted, but was crossed out in the account. Furthermore, the promise to pay from the good months was reduced to an absurdity, since good months mean nothing other than the payment of the unequal stuivers which amount to 2 schellingen every 3 or 4 months; from which it was finally concluded that these evasions are nothing other than hollow words. [illegible] and finally to serve with his advice to point out distinctly to this Council in what respect, or for what reason, it was failed therein. [illegible] After careful examination of these two memorials, the following specific points of our investigation arise, which must be added to those expressly set down in the Commission, namely from the first memorial: 1. Was Sergeant and Paymaster Kontsen truly appointed and sworn into this latter office of Pay- or Regimental Quartermaster of the Pepinieres with all functions attached to this office and proper instructions, or is he, during the payment, to be regarded simply as an assistant to the Captain, according to whose instructions and on whose responsibility he must make that payment? 2. Did Sergeant Kantze, in the month of February, have an express order from the Captain to begin the payment on 3 February at 12 o'clock, without adding further whether he should pay in the usual manner or in a manner deviating from it? Did the Captain order the Sergeant to make a beginning outside his presence, or did the latter merely arrogate this to himself? 3. Where does the public fault lie, that in the payment books, in which, as in all public records, according to the rules of diplomatic practice...
Dutch transcription
„betaelt was, weeder te rug te vraagen, dat „de Heer Oversten dit beeter Crediteeren „Kande, als hij, tot so lange als de Lieden „ betaelen konden. Deese Bondschaft noemt de Heer Overste met het grootste regt onbetaamlijk en beleedigend, en continueerd Jk vroeg naar der hand den Sergeant naar „het beloop deezer nieuwe en teegen alle „goede Discipline en ordre strijdende „betaeling, en liet mij het betaalings boek „brengen, de sergeant betuigde mij, dat „ het hem tegen de borst geslooten hebben, „ mij deese Boodschap te moeten brengen, „dag dat Capitain Sandal hem deselve „ eenige maelen gerepeteerd heeft. Uijt het betaelings boek blijkt, dat „men de schoen &=a, niet soo als het gewoonlijk was afgehouden, maar hee „geld den soldaat, in handen gegeeven, „en de adjudant heeft het geld, het welke „ hem volgens oud gebruik kantze „gebragt haade, weeder te rug gegeeven, „vervolgens ontfing ik den 5. februarij „den hier bijgevoegden Brief van Capi= „tain Sandal; deese brief luijd dus. „ Heer Overste. In de onmogelijkheid „ met 2 rijxd: 5 Joh: de faurnituuren die te my dicieerde oorn: geval een in handen ernements ordon, tegens ording van van die in allen deelen, den is — weesen, zoo als onmige dier stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs reeden daaraan gemanqueerd geworden is. heeft mij Colonel Sergeant. vordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, E= tse zouw in endelt had, ijderen, den 12 Meij ie 1947 =in de maguazijnen van 't bataillon genomen „zijn te betaalen, uijt reeden dat de Kost „der saldaaten 15. sch: 3 stuijv: 's maands „ bedraegt hadde ik den Sergeant Kontzen „ geordonneert uwelEd: te versoeken, dat „den aftrek der manteering stukken, op zijne „ afreekening ofte wat men goede maanden „noemt geschieden soude, wel te verstaan, „ dat die geene welke geen goede maanden „bekoomen, na dato betaalen zullen, dit „ is mijn Heer de Overste wat mij aan„ „gespoort heeft, Uwel Ed. om de restitutie „ van het geld aan deese manteerings stukken „ te versoeken, terwijl ik geen ander middel „hadde om de Keuken te betaalen, die „de Heer Gouverneur mij g'ordonneert „opterogten, en mij nog lastelijk gesegd „heeft, Helpt U soo goed doenlijk, ik „ kan in dit oogenblik het noodlot van „ U manschappen niet verbeeteren, permitieer mij dat ik UwelEd mijne besorgnissen: nog eens voorlegge, en UWelEd versoek „behulpsaam te zijn, om aan de Pippinieren, „ een weinig gelukkerige Existens te geeven „ het welk de Heeren Directeurs om 2oo „veel billijker zal schijnen, terwijl zij „gelijke Diensten met de overigen soldaeten „ van 't Guarnisoen doen moeten. „ Ook liet den Cappttain Sandol nag den morgen advijs 1„ Memorie Actbaaren 1967 „morgen voor der Betaaling bij mij door „den sergeant Kaentze uijt naam van den „ Edelen Heere Gouverneur om twee Corpo= „raals vraagen, omme geduurende de betaelinge in de Cavernen te sijn, sonden „mij iets van de antworpene en anordentlijke „ betaeling vraegen af te weeten te laaten. Vervolgens werd in deeze Memorien, de in den brief van den Cappitain Sandal voor„ gegeevene anmoogelijkheid met 2. rijxd: 5. A de fornituuren te betaalen teegengesproken en wel daar door, dat van 190. man in de Tagentig t. rijxd: 1. Sch. 4 1 p. ontfangen bij gevolg naar aftrek van de Koet 2. rij ad: 2. Sch. 1½½ stuijv: in handen gekreegen hebben, ook eenen Naamens Schmid 7. rijxd: 1½ Stuijv: ontfangen, en niet een„ maal 1. rijxd: voor een paar schoenen afgetrokken, maar in de Reekeening doorgehaalt. Verders werd de beloofte omme van de goeden maanden te betaelen in ab¬ surdum gereduceert terwijl goede maan= den verders niets seggen willen, als de uijtbetaeling van de oneguale stuijvers die alle 3 of 4. maanden 2 Schell: bedragen waaruijt eijndelijk geconcludeert werd, dat deeze uijtvlugten niets anders als woorden sonder Klank zijn. Naar genaue andersoek van deeze twee te my dicieerde oorn: geval een in handen ernements ordon, tegens ording van van die in allen deelen den is — weesen, zoo als innige dier deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs reeden daaraan gemanqueerd geworden is. Colonel Sergeant vordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, E tse Zouw n andelt had, wijderen, den 12 Meij iell heeft mij 1928 memorien, ontstaan de volgende specialen puncten van onse ondersoeking, die die geene in de Comissie uitdrukkelijk ter needergestelde, moeten bij gevoegd worden, en well uijt de eerste memorie 11 Js de Sergeant en betaelmeeeser Kontsen weesentlijk tot dit laaste ampt, van betael ofte Regiments quartiermeester der Prpinieren met alle aan dit amps verknagte funitionen en behoorlijke Jn structionen aangesteld en beeëdigt, afte is hij bij de betaaling simpel als Hand¬ langer van den Capitain, naar welkens voorschrift, ende op desselfs verantwoor„ ding hij die betaeling doen moet, aantemerken ƒ 2. Hadde sergeant Kantze in de maand februarij uitdrukkelijk bevel van den Capi„ tain, den 3 februarij om 12. Uuren met de betaeling een begin te maaken sonder verder daarbij te voegen, af hij op den gewoonen voet, af te op een daarvan af„ wijkende manieren betaalen soude, heeft den Carpitain den sergeant geordenneert een begin te maaken, buiten zijne presentie, of heeft de laastgemelde sig sulks maar aangemaetige. 3. / legt de openbare faus, dat in de betaelinge boeken, in dewelke gelijk als in alle opent¬ lijke acten, volgens der regulen der Diplomatieg advijs. 8„ 9.1 Memorie Aktbaaren 1967 memorien
English
Diplomatically, nothing crossed out, much less may be erased, to the Captain or to the Sergeant. 4. Can it be proved on judicial grounds that in this month the soldiers of the nursery drank more in the taverns than in previous months? 5. From what middle term can Captain Sandol therefore come under suspicion that he had other intentions therein than he pretends? 6. Since the Colonel himself does not even suppose that Captain Sandol's intention was not to pay these debts at all, in what respect then can it, as it is stated here not hypothetically but absolutely, that the soldier of the nursery was given more money in the month of February than usual, be regarded as anything other than giving the soldier opportunity for excesses? 7. How can the intention to drive the soldier into harness against his Chief originate from this according to the rules of sound doctrine? 8. To what extent is it proved that one has never heard of such things since Captain Sandol has been with the nursery, and if it is asserted, can Captain Sandol then be regarded as the cause thereof, and must this circumstance influence his punishment? From the second memorial the following points of our special investigation ordered by the commission naturally arise: 1. To what extent are the proofs cited under Lit. A and presented by the Sergeant against his Captain admissible in law? 2. In what sense does Sergeant Kontze declare to the Colonel that it was against his grain to have to deliver this message to him; ought this to have been added to an order, and was it proper for the Sergeant in his relation with the Colonel and the Captain? 3. Did the Adjutant, upon being asked for it back, simply return the money that he had to settle with the Colonel, without order or consent of the Colonel? From the cited letter arise the following questions: 1. When Captain Sandol, according to the contents of his letter, ordered Sergeant Kontze to request the Colonel that the small uniform items might be paid at the settlement or during the good months, did Sergeant Kontze dutifully carry out this message, did he receive a decisive answer about this from the Colonel, was it affirmative or negative, and did he convey the sense of it to the Captain? 5. While Captain Sandol had the Sergeant ask Colonel Gordon for 2 Corporals, for what reason did he make no mention of the manner in which he intended to pay? 6. Why did Captain Sandol not at least deduct as much as possible from the eighty-odd men who received 4 rijxd: 1 sch: 4½ stvers? 7. Why did he give a man named Schmid 7 rijxd: 1½ stvers in hand, without even deducting 1 rijxd: for a pair of shoes? 8. How could Captain Sandol promise to pay from the so-called good months, while the same amount to only 2 schellingen? Regarding the documents attached under Lit. D, again from Sergeant Kontze, the question arises again: 9. of their historical credibility and of their judicial proof. The answering both of the points prescribed to us by the commission and of the investigation points and questions arising from these two memorials we must seek solely in the documents, namely: 1. From the first investigation point that was prescribed to us in the commission, we have inspected the payment books kept by Captain Sandol, and found therein that the calculation of the Credit and Debit was always done regularly, and the receipt was confirmed by each soldier either by a signature or mark, or by the signature of a non-commissioned officer. Nothing else has come before us in our investigation, nor do we have among the documents any record that contradicts this. 2. From this follows that Captain Sandol always caused to be properly paid to the soldiers serving under him the pay drawn from the Company as well as deduction and service monies, which he did, however, not ex capite administrationis, but ex officio. Also, Captain Sandol has in a [illegible]
Dutch transcription
Diplomatieg, niets doorgehaald, veel minder uijtgeradeert mag werden, aan den Capitain afte aan den Sergeant 41. / Kan op regterlijke granden beweesen werden, dat in deese maand de Soldaaten van de pipiniere, meer in de Schagerijen gesoopen hebben, als in de vorige maanden 5. , uijt welken Medio Termins Kande dierhalven Capitain Sandal in suspicie komen, dat hij andere vries daarbij gehad heeft als hij voorwend 6) Terwijl de Heer Collonel selfs niet verondersteld, dat Capitain Sandolsmee„ ning geweit is, deese Schulden geheel: niet te betaalen, ten welken opsigte Kan dan, soo als het hier net hijpo¬ thetice maar absolut geoegd werd, dit dat den soldaat van de Pipinieren in de maard februarij meer geld gegeeven is als anders, niet anders aangemerkt werden, als den soldaat gelegenheid tot buijtensporigheeden te geeven" 7. / Hae Kan uijt deesen de Jntentie, den soldaat teegen zijnen Chef in Harnis te jagen, naar de regulen der vernungte Leere, zijnen oorsprong neemen" 8:/ Jn hoe verre is het beweesen, dat men nooijt van sulke dingen gehoord heeft, als seeders, dat Cappitain Sandal te my dicieerde oorn: geval een in handen ernements ordon, tegens ording van van die in allen deelen den is — weesen, zoo als mige dier deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs reeden daaraan gemanqueerd geworden is. Colonel Sergeant. wordt, dat Gouverneur ort gemaakt dat kontse „seert had„ tse zouw in andelt had, ijderen den 12 Meij iel heeft mij bij de Prpiniere staat, en als het beweeren is, Kan Capitain Sandol dan aan gemerken worden, als de oorsaak daarvan, en moet deeze omstand in sijne bestraffing invloeijen" uyt de tweede memorie koomen van selfs voort, de volgende puncten, van onse bij de Commissie g'ordineerde Speciale andersoeking 1. / Jn hae verre zijn de sub Lit. A. aan„ gehaalde en van den Sergeanten teegen sijnen Capitain uijtgestelde beweijsen in Regten bestaanbaar! 2. , Jn welken zin, betuijgd den sergeant Kontze teegen den Heere Callanel, dat het hem tegen de borst gestaan heeft, hem deeze boodschap te moeten doen, be„ hoorde dit bij een ordre beijgevoegd te werden, was het betaamlijk voor den Sergeant, in sijne betrekking met den Heere Overste en den Capitain 3. , Heeft den Adjudant het geld, dat hij met den Heere Overste te verreekenen hadde, op de terug vraege, buijten ordre ofte consenen van den Heere Overste simple terug gegeeven uit de aangehaalde brief ontslaan de volgende vraegen. 1o. ) Wanneer Capitain Sardol naar Jnhoud van zijn brief, den sergeant Kontze g'ordi= 1989 advijs 10. F. 11. / Memorie Aktbaaren 1967 neert „ neert heeft, den Heere overie te versoeken, dat de kleijne monteering stukken bij de afreekening afte de goede maanden betaeld mogten werden, heeft den sergeant Klantze deeze boadschap plichtschuldig gedaan, heeft hij daarover een beslissene antwoord van den Heere Oversten ontfangen. was se bevestigend af ontkennend, heeft hij de meening dourvan, aan den Heere Capitain overgebragt! 5. / Terwijl Capitain Sandal door den sergeant om 2. Corporaals bij den Heere, overste Gordon, vraegen liet, om wat reeden list hij geene mentie maaken, van de manier hoe hij van meeninge was uijt te betaalen 6. / waarom liet Capitain Tandeel niet ten minderten de in de Tagentig man, die 4 rijxd: 1 sch: 4½e stver:s ontfangen hebben naar mogelijkheid aftrekken. 7. / Waarom gaf hij eenen naamens Schmid 7. rij dd: 1½ stvers: in de Hand, sonder hem selfs 1. rijxd: voor een paar Schoenen aff¬ tetrekken" 8. , Hae Kande Capitain Sandal beloven van de sogenoemde goede maanden te betaalen, terwijl dezelve maar 2: schellingen bedraegen weegens de iub Lit D. begevoegde stuk: ken weederom van den sergeant Kontzen ontstaat weeder de vraege stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct in allen deelen den is — weesen, zoo als nnige dier deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs reeden daaraan gemanqueerd geworden is. te my dicteerde oorn: geval een in handen ernements ordon, tegens ording van van die Colonel Sergeant. ordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, l= tse zouwn andelt had, wijderen, den 12 Meij iel heeft mij 1950. 9: / van haar historisoke geloofwaardigheid en van haar regterlijke beweijs. De beantwoording soo well door de Comissie ons voorgeschreeven, als ook door deeze twee memorien, ontstaane ondersoekings puncten en vraegen, moeten wij bloat in de acten opzoeken en well 1. / uit het eerste andersoekings punes dat ons in de Commissie voorgeschreeven is, hebben wij de betaalings boeken, die door Capitain Sandol gehouden sijn, naargesien, en daarin gevonden, dat de bereekening van '& Credit en Debet, altijd regelier gedaan is, en den ontvangst door ieder soldaat of door eene onderteekening af handtee= kening ofte onderteekening van een onder„ officier is bekragtigd geworden. Nielo ict ons in once ondersoeking voorgekaomen, ook hebben wij bij de stukken geen Document dat dit teegenspreeke. 2. 1 Uyt dit vloeijt, dat Carpitain sanderl altijd, aan de onder hem staande soldaaten de van de Compagnie trekkende solij 5oo ruell, als ook Kort en servies gelden be„ hoorlijk hebbe uitbetaalen laaten, het welk hij egter niet ex Capite adminis= trationis, maar ex Officie gedaan heeft. ook heeft Capitain Sandal in een hier 178 advijs 131 Memorie Aktbaaren on 1967 niet „
English
not being a document, states that he had never before meddled with any part of the administration. 3. According to Actum 4 Letter B, the Governor, in view of the generally known critical situation of the Pépinières at that time, had given Captain Sandol a certain general order to find, according to his judgment, a suitable palliative measure in this situation, with these words: Help yourself as best you can, I cannot improve the condition of your troops at this moment. Now the Captain considered this—namely that he did not have the usual deduction made from them in the month of February—all the more to be a suitable measure, as he considered himself authorized to do so both by this order and also by the supposed consent of Colonel Gordon, as appears from his answer to the 21st question put to him. From his first letter written to our Commission, it appears that he either flattered himself that his troops would be increased in pay or that the Pépinières would receive another form, to which latter he referred with these words: that nothing was easier than, through the necessary officers and non-commissioned officers in a regular corps, to extinguish the spirit of revolt, of which means to save himself, however, he had been entirely deprived. One cannot therefore say that omitting the usual deduction was absolutely necessary, but it was solely, in the mind of Captain Sandol, a presumed existing necessity. According to all the elucidations given to us on this matter by Captain Sandol, he believes he failed neither in forma nor in materia, all the more because his objective was to preserve the quiet of the garrison undisturbed and his own honor unstained. dictated to me aforesaid case one into the hands government's Gordon, against ordering of of that in all parts been is — be, as some of those documents must be taken up —. then distinctly to point out to this Council in what, or for what reason, it was failed in that regard. 4. And finally to serve with his necessary advice, Memorial to the Honorable Colonel Sergeant is that Governor report made that Kontze had [illegible] Kontze would in handled had, remove, the 12th of May has me 1951 178 1967 Sandel 4. The Commission obliges us to a special investigation into the contents of the 2 memorials communicated to us, and the item-by-item response therefore now follows: To Memorial 1, Number 1. It does not appear that Kontze was paymaster of the Pépinière, but he was regarded only as a sergeant paying out under the orders of the Captain and under his direction. 2. According to the 11th answer of Captain Sandol to the 11 points put to him, he had already ordered Sergeant Kontze the day before that he should deduct nothing from the people the following day. He was therefore very surprised, when he came to the payment, to see that the sergeant, contrary to his orders, had already made a beginning with the deduction, for which disobedience he immediately reproached him, and the sergeant replied that he would change it directly. 3. Therefore, clear proof that the open disobedience of the sergeant is the cause of the crossing out and scratching out in the payment book. 4. We find nothing in the documents from which it could be proved that the soldiers of the Pépinière drank and rampaged more in the taverns than in previous months, and is it not a notorious truth that the soldier, if he wishes to do so, can commit just as many excesses for 2 schellingen as with a few rijksdaalders. 5. It does not appear to what extent Captain Sandol can come under suspicion from this of having had other motives than he pretends, but the motives advanced by him—namely not to disturb the quiet of the garrison and thereby to preserve his own honor unstained—must stand until the contrary is rigorously proved not by guesses but by facts, according to the legal rule: Quisque praesumitur honestus, donec probetur contrarium. 6. It does not appear how or why the direction of Captain Sandol can absolutely be viewed as nothing other than giving the soldiers occasion for all excesses, and nothing is found in the documents that contradicts the explanations set down in the first letter of Captain Sandol: I took care that they did not abuse the money which they received, but that the nakedness of their bodies was covered therewith, and they were enabled a little better to do duty. 7. How or why it can even be decided from this that this is setting the soldier in arms against his chief is in no way to be seen, neither from the documents nor according to the rules of logic. 8. No proof is to be found in the documents that one had never heard of such things until Captain Sandol was with the Pépinières, and when dictated to me aforesaid case one into the hands government's Gordon, against ordering of of that in all parts been is — be, as some of those documents must be taken up —. then distinctly to point out to this Council in what, or for what reason, it was failed in that regard. 4. And finally to serve with his has me Colonel Sergeant is that Governor report made that Kontze had [illegible] Kontze would in handled had, remove, the 12th of May [illegible] to 1952 1789 advanced advice. Memorial Honorable and when
Dutch transcription
niet sijnde acten stuk verclaart, dat hij sig voor deezen noit met eenig deel der administratie bemoeije heeft. 31 Naar N. Actum 4. Lit. B. hadde de Heer Gouverneur, den Carpitain Sandal uit hoofde van de doenmaelige algemeen bewuste eritique situatie van de Prpi„ nieren, eene seekere algemeene ordre gegee„ ven, naar sijn ordeel in deese situatie een bequaam palliatief middel uit= tevind, met deese woorden; Heljt U soo goed als U kunt, ik kan den toestand van u manschappen in dit oogenblik niet verbeeteren, thans meende Capitain dit, dat hij hun lieden in de maand febru¬ arij de gewoone aftrekking niet liet doen om soo veel te meer voor een bequaam middel, als hij sig daartoe soo wel door deese ordre, als ook door het vermeenden Consent van den Heere oversten Gordon oordeelde g'authoriseert te zijn, gelijk sulks uit zijne antwoord op de hem voorgelegte 21s=te vracg-punt blijkt. uit sijn eerste aan onse Commissie ge¬ schreeven brief blijkt, Dat hij of sg vleijde dat zijne manschappen af in Gagie verhoogd, af dat de Prpinieren een ander Form bekoomen soude, op welk laatste hij met deese woorden doelen dat niets ligter was, als door de te my dicteerde oorn: geval een in handen ernements ordon, tegens ording van van die in allen deelen den is — weesen, zoo als mige dier stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs reeden daaraan gemanqueerd geworden is. iel Colonel Sergeant. vordt, dat Gouverneur ort gemaakt lat kontse „seert had, l„ tse zouwn endelt had, ijderen, den 12 Meij heeft mij 1951 noodige Heeren Officieren en onderatsi„ ciren in een regulier Corps, den geer, der revolte te verdooven, welk middelen om sig te redden, hem egter alle benoomen sijn geweest, men kan dierhalven niet seggen, dat de naalaeting van de gewoone aftrek, absoluit noodsaeklijk geweest is, maar het was alleen een in de Jdee van Capitain Sandal, als een veranderstelde excisteerende noodsaekelijkheid Naar alle door Capitain Sandol hierover aan ons gegeevene Illucidationen, geloofd hij, nog in forma, nog in materia, gemanqueërd te hebben, om soo veel te meer, terwijl zijn doelwit was, de ruit van 't guarnisoen ongestoort, en zijne eijgene Eere angeschonen den te bewaeren. 4/ De Commissie verpligt ons tot een speciaal ondersoek over den Inhoud van de aan ons meede gedeelt 2. memorien, en volgt dier„ halven thans de stukswijse beantwoording Ad memoir j num 1. ) Het blijkt niet dat Kontze betaelmeeider van de Pipiniere geweest is, maar is alleenlijk, als een onder de ordres van den Capitain, en onder sijne directie uit„ betaelende Sergeant antesien. 2. , volgens het 11. Antwoord van den Capitain 178 noodige advijs Memorie o Aktbaaren 1967 Sandel 1967 Sandol, op de hem voorgelegde 11. poins hadde hij den sergeant Kantze, reeds daags te vooren g'ordineerd dat hij den volgenden dag den leiden niets aftrekken soude was dierhalven seer verwondeert, doen hij bij de betaeling quaam, te sien, dat den sergeant teegen Sijne ordres, reeds met den Aftrek een begin gemaakt haade, over welke disobedientie, hij hem aanstands reprocheerde, en de sergeant antwoorde het direct te sullen veranderen. 3. / Dierhalven een Klaar beweijs, dat de openbare dic obedientie van den Sergeant, de oorsaak is van het uitstrijken en uijt krabben in het betaalings boek. ti./ wij vinden niets in de stukken, waar uit soude kunnen beweesen werden, dat de soldaaten van de Pipiniere, (meerder in de Schagereijen gesoopen en geraast hebben, als in de voorige maanden, ende is het niet een notoiren waarheijd, dat de soldaat als hij het doen wil voor 2. Schett: even soo veel buijtenspaorigheeden be¬ dreiven Kan, als met eeinige rijxdaalders. 5. , Komt niet te blijken in hoe verre Capitain Sandol hieruit in suspitie kan komen andere aagmerken, als hij voorgeeft gehad te hebben, maar moeten de van hem aan„ ƒ te my dicteerde oorn: geval een in handen ernements ordon, tegens ording van van die in allen deelen den is — weesen, zoo als nnige dier stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat reeden daaraan gemanqueerd geworden is. 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs heeft mij Colonel Sergeant. wordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, E tse zouw in rndelt had, wijderen, den 12 Meij iell te 1952 gevoerde oogmerken, namentlijk de ruit van 't guarnisoen niet te stooren, en daardoen sijne eijgene Eere ongeschonden te bewaeren, tot dat het teegendeel, niet door gissingen maar door facta strenue beweesen werd; naar de regts geleerde regul: Quisque pre„ sumtur honestus, dance probatus contra= rium. 6. /. Blijkt niet, hoe af de directie van Carpitain Sandal absaluit niet anders Kan aan gesien werden, als den soldaaten geleegenheid tot alle buijten spoorigheijden te geeven, en werd in den stukken niets gevonden, dat de in den eersten brief van Capitain Sandol, ter needergestelde ophelderingen teegen spreeks„ Jk heb zorge gedraegen dat ze het geld, het welk ze ontfangen hebben, niet misbruikten, maar dat de bloote van hun Ligham daar van bedekt, en sig een weinig beeter in staat stelden, den Dienst te kunnen doen. 7. / Hoe af daaruit selfs kan gedecideerd werden, dat dit is den soldaat teegen zijnen Clief in Harnis te jagen, is in geenen deele nog uit de stukken, nog volgens de regulen der vernunst Lere te sien. 8. / Daar is in de stukken geen beweijs te vinden, dat men nooit van dier gelijke dingen gehoort heeft, als seedert dat Capitain Sardoe bij de Pipinieren is, en 1789 gevoerden advijs. Memorie Aktbaaren on wanneer o
English
Whenever this may have been, there is nonetheless nothing at hand that can make it plausible to us that Captain Sandol acts in this matter as the cause of the effects. How much less, therefore, according to the proposition of Colonel Gordon, can it have influence upon his punishment. To the second Memorial, namely: 1. We are of the opinion that testimony given by one of the subordinate sergeants against his commanding captain in matters of service cannot provide judicial proof against him. If we examine the testimony itself, we find in it a convincing untruth when he says that he has orders to ask back for the money for shoes and shirts that was already deducted from the soldier this month and paid to Adjutant Dilleman according to custom, while the entire question at issue is about the fact that the money for shoes and shirts was not deducted from the soldier; yet here Kantze says it was deducted from him. It is very well known to us that this money at the beginning of each month was deducted from the whole mass, from the funds, but nevertheless it was not deducted from the soldier. Let us add to this the emphatic declaration of the Captain in the 24th Article, where he says: "I flatter myself that, apart from my assurance, one will deem me incapable of using such curt and improper language toward the Gentleman Commandant, and still less of letting him know such things through a non-commissioned officer; my character and the respectful style of my letter to Colonel Gordon must speak sufficiently in my favor." Thereby all credibility lapses. Here, therefore, we find the sergeant in contradiction with his captain; that is, as a liar. 2. It is beyond doubt that he essentially used the expression to the Colonel that it went against his grain to bring him this message; and upon the questions put to him about this by the Commission, he is bold enough to answer: No, he does not remember having said anything of the sort to the Colonel, presumably because he presently, but too late, perceives the impropriety and dereliction of duty in saying this. It is thus a small matter for him to place himself also in contradiction with his Colonel and to be a liar toward him. 3. We find nothing conclusive in the documents as to whether Adjutant Simper returned the money without the consent of the Colonel, but we do find therein that Captain Sandol could not think otherwise than that he had received it back with the consent of the Colonel. 4. Sergeant Kontze brought the Captain the reply from the Colonel, "it is well," which was accepted as an affirmative answer. 5. According to the 21st Article, Captain Sandol had both messages, concerning the corporals and concerning the payment, delivered simultaneously to the Colonel by Sergeant Kantze; but it is believed, with all respect for the word of the Colonel, that only one of them was delivered to him, and the fault herein is again clearly attributed to the sergeant. 6. To the question put by our Commission, Article 13: for what reason Captain Sandol did not deduct their debts from those soldiers who were already out of their debts, or had paid them for the most part, and thus could have paid for their small mountings, whose number was in the eighties, we received the answer that the greatest part was either indebted for the clothing they wore, or instantly had to purchase some, in order not to come into the situation of going on guard naked, or indeed not at all. "I add hereto," the Captain continues, "the calculation of the debt of the recruits with the cooks of the battalion in the month of December, which amounts to the sum of 544 ryxd: 7 Schell: 4 Stver: In case I could have brought under the eye of the Commission the specific account of each soldier with the cooks, one would surely have seen that among the recruits there were not eighty men who had no debts; but the cooks have assured me that they could not possibly give me this account. I have had the honor to speak to the Honorable Commission of the measures that I have taken so that their money would solely be employed for the aforementioned end, and I appeal to the testimony." [illegible] 4. And finally to serve with his reasons why there was a failure therein. [illegible] 12 May 178 [illegible]
Dutch transcription
wanneer dit ook was, soo is dog niets aan handen, dat ons waarscheijnlijk maaken kan, dat Carpitain Sandal in dit factum ageert, als de oorsaak van de uitwerkvelen Hoe veel te minder kan het dierhalven naar de propositie van den Heere Overese Gordon invloed hebben, op sijne bestraving. Ad 11dum Memoir, en well 1:/ sijn wij van meening, dat een van de gesubordineerde sergeanten, teegen sijnen Commandeerenden Capitain in dienstsaeken gegeeven getuigenis, teegen denselven geen regterlijk beweijs ken opleeveren. Als wij het getuigenis selfs insien, soo vinden wij daarin een overtuigende onwaan heijd, wanneer hij sigt, dat hij ordre heeft het geld van schoenen en Hlembden, dat reeds deezen maand den soldaat is afgetrokken en aan den Adjudant Dilleman, volgens gewoonte betaald geworden, wederom te vraegen, en de geheele Status quaestionie gaat daarover, dat den soldaat het geld voorschoenen en Hembden, niet is af„ getrokken, en hier segt Kantze, het is hem afgetrokken geworden, Het is ons seer wel bekent, dat dit geld in het begin van ieder maand, aan de geheele Massa, aan het geld, is afgetrokken geworden, 1953 maar egter was het den soldaat, dog niet afgetrokken; voegen wij hier nog bij, de nadrukkelijke declaratie van den Carpitain in het 24ste Articul waar hij segt „ Jk „vlije mij, dat buijten meijne Verseekering, men „mij onbequaam zal ordeelen, eene soo droogen „en onbevoegde Taal, teegen den Heere Commandant te gebruiken, en nog veel „ minder zulks hem door een onderofficier „weeten te laaten; mijn Caracter in „de respetueure stijl, van mijn brief, aan „den Heere Overste Gordon, moeten genoeg „ tot mijn voordeel spreeken. daardoor vervalt alle geloofwaardigheid. Hier vinden wij dierhalven den sergeant in Contradictie met zijn Capitain, dat is, als Leugenaar 2: / Js het buijten twijfel, dat hij teegen den Heeren Oversten, weesentlijk den uijtdruk gebruikt heeft, dat het hem teegen de Borst stand, hem deese Boodschap te brengen, en bij de door de Comissie aan hem hierover gedaane vraegen is hij stout genoeg te antwoorden, Neen. hij weet sig niet te herinneren, den Heer Oversten iets diergelijks gesegt te hebben, presumtief, omme dat hij teegenwoordig, maar te laat, de onvoeglijkheid ende te my dicteerde oorn: geval een in handen ernements, ordon, tegens ording van van die in allen deelen den is — weesen, zoo als mige dier deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs reeden daaraan gemanqueerd geworden is. iell Colonel Sergeant vordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, El„ tse zouw in endelt had, wijderen, den 12 Meij heeft mij 178 plichtloosheid advijs maar on Aktbaaren 1966 1967 Memorie 1967 pligtloosheid, van dit seggen insiet, het is hem dus een Klenigheid sig zok met sijnen oversten in Contradictie te stellen en teegen hem een Leugenaar te sijn. 3. / wij vinden daarover of de Adjudant Simper„ het geld sonder Consent van den Heere overste te rug gegeeven heeft niets be„ sluiend in de stukken, maar dat vinden wij daarin, dat Capitain Sandol niet anders denken Kande, als dat hij het met Concene, van den Heeren Overste terug ontfangen hadden. 4. / Sergeant Kontze heeft den Capitain tot Antwoord van den Heeren overde gebragt, het is goed, het welk voor een bevestigend Antwoord, is aangenoomen geworden. 5. / volgens het 21. Actuul, heeft Cappitain Sandol, beijde de Boodschappen, weegen de Corporaals en weegen de betaeling, door den sergeant Kantze, aan den Heeren Oversten te gelijk doen laaten, maar men geloofd, met allen respect, voor het woord van den Heer Overste, dat hem maar de eene gedaan is, en legt de faut hierin wederom duidelijk aan den Sergeanten. 6. / op de van once Camissie voorgelegte vraege, Art: 13: om welke reeden Capitain te my dicieerde oorn: geval een in handen ernements, ordon, tegens ording van van die in allen deelen den is — weesen, zoo als nnige dier stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs reeden daaraan gemanqueerd geworden is. heeft mij Colonel Sergeant. vordt, dat Gouverneur ort gemaakt lat kontse „seert had, tse zouwn andelt had, ijderen, den 12 Meij 178 iel 1954. Sandal die geene soldaaten, die reeds uijt hunne schulden waaren, ofte dezelve, grooten deels be„ taalt hadden, en dus hunne Kleijne manteering hadden betaalen kunnen, welkers getal in de Iagentig was, hunne schulden niet afgetrokken heeft, hebben wij de antwoord ontfangen, dat het grootste gedeelte, of de Kleedinge die te aan hadden schuldig waren, af te jg oogen„ bliklijk, welke aankoopen moesten, om niet in 't geval te komen, naekend, dan welen geheel niet op de wagt te trekken. „ Jkvoege hierbij continueerd de Capitain, de „ bereekening aan de Schuld der Prpinieren, „bij de Koks van 't Battaillon in de maand „ December, het welk uijtmaakt de somma „ van 544. ryxd: 7. Schell: 4. Stver: in gevalle „ ik onder het oog der Camissie de specifiquen „reekening van een ieder soldaat bij de „zaks hadde brengen kunnen, soude men „seeker gesien hebben, dat bij de Pipinieren „ geen Tagentig man waren, die geen schulden „haaden, maar de Koks hebben mij verseekeren „ dat sij mij deese reekening, onmooglijk „geeven Kanden, 7½ heb de Eere gehad „de E: Camissie, van de messures die ik „genoomen heb, op dat hun geldallenlijk „ten vooren gemeld eijnde g'emplooijeers nuerde, te spreeken, en beraep mij ophee„ Sanda getuigen is advijs 6 21. ian Memorie Altbaaren on
English
"testimony of those gentleman officers who, by order of the Governor, were present at the payment of the pepiniers." 7. Regarding this, we find no further circumstances in the documents to determine whether Captain Sandol had resolved not to deduct anything from anyone, and therefore wished to make no exception for this single man, or whether this man in particular was in the situation of having to purchase articles of clothing for himself, or whether it was done with premeditation or not; we cannot, therefore, know. 8. Concerning the striking absurdity of 2 schellingen which were paid every 4 months under the name of "good months," Captain Sandol was asked on Article 30 what he meant by the "good months," to which he answered: "I speak of those from whom one ducaton is deducted every month for their great uniform, which money is paid out to them after 4 months when they have received no great uniform in the meantime." This is therefore a fund from which any arrears for uniform pieces can conveniently be paid. [illegible] to kindly indicate to this Council in what manner, or for what reason, it was failed in that regard, and then distinctly to include it in those documents. 4. And finally to serve with his reasons. [illegible] 9. Regarding annex Lit. D, the previous reflections again come into consideration, and we need only hold against it the emphatic declaration of the Captain in response to Articles 1, 2, and 3, and one will see that this is once again a cobbled-together lie. For instead of positively promising his soldiers an allowance in the month of January, as Kontze states, he had the soldiers assemble because of the sergeant, who, with a bloodied face from being beaten, told him that he could no longer keep the men in order and that his life was not safe. He spoke to them himself, and for fear of not being properly understood, he had Sergeant Kontze repeat to them that the Governor was working to improve their lot, without however specifying a day or month; that they had to conduct themselves well, and that those who did not comply would be punished with all the rigor of the military laws. As for the further annexes, since they contribute nothing to the main issue, we wish only to make this remark: that it seems more than plausible to us that Sergeant Kontze, on this occasion, sought to make a substantial merit for himself by conveying false insinuations and distorting material facts, just as he was unanimously contradicted in annex sub Lit. D both by Captain Sandol and by Sergeant Knabel. General Observations. We find it noteworthy that in the investigation, the equality that both parties may expect from an investigative commission was not observed. Copies of Captain Sandol's letters were always communicated to Colonel Gordon, but the reverse was not observed toward Captain Sandol; he was only presented with extracts from Colonel Gordon's letters as points for his defense. The party that receives the writings of the opposing party in full thereby enjoys a great advantage over the other: it can turn every neglected word, every unfortunate phrasing to its own advantage, whereas the other party is entirely deprived of this. 2. The point or article concerning the shortage of the Pepiniere we consider entirely settled and undecided. In our opinion, the clarifications at hand regarding this from Colonel Gordon, Major De Lill, and Captain Sandol were simply added to the case files; the appended declaration of the cooks, however, is devoid of all credibility, and indeed on the following legal grounds: Captain Sandol simply complains in one of his letters about the food as long as the Pepiniere had it with the cooks; the President takes this up and makes it a separate point of inquiry. According to the order of the proceedings, Captain Sandol had the burden of proof, and he felt this so well that he even requested a strict military investigation in his last letter in order to prove what he had alleged. This offer was not accepted, the Pepiniere was sent to the Indies, and now all means of proof have been taken from him. How, in this manner, can the declaration of the cooks have the slightest legal effect? From what has been cited thus far, after various readings of the documents, we find ourselves obliged...
Dutch transcription
„getuigenis, van die geene Heeren Officieren „ die op bevel van den Heere Gouverneur, „bij de betaeling der pipinieren present zijn gewest. 7. / Hierover vinden wij in de stukken geen bevanderen omstand, of dierhalven Capitain Tandol zig voorgenoomen hadde, niemand iets aftetrekken; en dierhalven door deese eenige man geen exceptie woude maaken, af dat deese man bisonders in het geval was, sig Kleedings stuk ken aan te koopen, of het met voorbedacht gedaan is, dan wel niet, Kunnen wij dierhalven niet weeten. 8. , Weegens de in de oogenvallende absurditey van 2. Schell: die alle 4. Maanden ander de naam van goede waarden betaalt werden wierde Capitain Sandol Art: 30. gevraegd, wat hij ander de goede maanden meerde waarop hij aantwoorde „ 71 spreek „van die geene welke men alle maand een „ducaton voor haare groote monteering af„ „treckt, welk geld men hun naar 4. maand, „ uit keert, wanneer sij in de tussentijd geen graate manteering ontfangen hebben. dit is dierhalven een fonds, waaruit gevoeglijk en agterstal van Monteering„ stukken betaalt werden Kan iell oorn: geval een in handen ernements ordon, tegens ording van van die in allen deelen den is — weesen, zoo als mige dier te my dicteerde deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wet stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs reeden daaraan gemanqueerd geworden is. Colonel Sergeant. vordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, El„ tse zouw in endelt had, wijderen, den 12 Meij heeft mij 1955 9. / Weegens de beijlage Lit: D. Komen weeder de voorige reflexien in aamerking, en dan behoeven wij maar de naadrukkelijke de Cla„ ratie van den Capitain in antwoord op Art: 1. 2. en 3. daarteegen houden, soo sal men sien, dat dit weederom een tesaamen ge¬ rapte Leugen is, want in steede, sijne soldaeten positief in de maand Januarij toelage te belooven, soo als Kontze het aangeeft, liet hij, ter oorzaake van den sergeant, die met een bloedig geslaagen gesigt, hem seijde dat hij het volk niet meer in ordre Korde houden, en sijn leeven niet seeker was, de soldaaten tesaamen komen, seijde hun selfs, ende uijt vrees niet wel verstaan te werden, liet hij hun door den sergeant Kontze repeteeren, dat de Heer Gouverneur werkte hun lot te verbeeteren, sonder egter een dag of maand te bepaelen, dat sij sig wel moesten gedraegen, en dat die, die zulks niet naar Kwamen, naar alle rigeuer van de militaire wetten gestraft souden werden. Tot de verdere beijlaagen, willen wij, ter„ wijl zij niets ter Hoofdzaeke doen, alleenlijk deeze remarque maaken, dat het ons meer„ als gelooflijk voorkomt, dat den sergeant Kantze, sig beij deeze gelegenheijd, een weesentlijk verdienst heeft soeken te maaken in het overbrengen van valsche in blavingen westentlijke facta te verdraagen, geleijk 178 hem advijs 22. 23 Memorie Aktbaaren on 1966 1967 o 9. hem beijde beijlaage sub: Lit: D. 100 well door den Capitain Sardal als den Sergeant Knabel eenpaerig teegengesprao= ken werd. Observationes Generales. wij vinden te remarqueeren, dat in de ander„ saeking, de egaliteit niet is g'abserveert, geworden, die beijde de partheijen van een anderzoekings Commissie verlangen Kunnen. De Heere Overste van Gordon sijn altijd de briefen van den Heere Capitain Sandal in Copia meede gedeelt, teegen den Capitain Sardol egter het recipraque, niet g'observeert, hem wierd en alleenlijk extractes uijt den brieven van den Heeren Overste Gordon als pointen ter zijner Verantwoording voorgelegd: De partheij die de schriften van de teegenpartheij in extense ontvangt, heeft daardoor een groot voorregt boven de andere, sij kan ieder vernegligeert woord, ieder ongelukkige te saamenstelling van een phrase, tot haar voordeel aanwenden, terwijl zulks de andere partheij geheel benoomen is. 2. / Den point ofte articul weegens te kort van de Pipiniere, merken wij geheellijk als an afgedaan, en an gedecideert aan, naar onse meening werden de daarover te my dicteerde oorn: geval een in handen ernements ordon, tegens ording van van die in allen deelen den is — weesen, zoo als mige dier deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct reeden daaraan gemanqueerd geworden is. 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs Colonel Sergeant. ordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, tse zouw n rndelt had, ijderen, den 12 Meij iell heeft mij 1956 van den Heere Overite Gordon, Majoor de Lill, Capitain Sandal aan handen sijnde Illuce dationen, simpel bij de acten gelegt, de daarbeijgevoegde Decla„ ratie van de Roksegter, van alle gelaas„ waardigheijd ontbloot, en well uijt de volgende regts geleende gronden; Capitain Sandol Klagt Simpel in een sijner briefen over de Koit, soo lange als de Pipinaire dezelve bij de Koks gehad heeft de Heer President neemt dit aan„ en maakt ter een eijgen andersalkings point van Volgens de ordre van het proces hadde Capitain Sandal het onus probandie, en hij voelde het ook roo will, dat hij selfs in zijn laaste brief om een scherpe militaire ondersoeking vervoekt, omme het gunt hij g'allegeerd hadde te beweijsen, deeze Offerte werd niet aangenoomen, de Pipincere werd naar Indien versanden, en thans zijn hem alle remedia probandi benoomen. Hoe kan op deeze manier de declaratie van de Koks den geringsten regtelijken effect hebben, uit het tot dus verre aangehaalde, vinden wij ons verpligt naar differente doorleesinge der stukken 178 van naar advijs 24. 25. Memorie Aktbaaren on 1967 o
English
whereupon, after mature deliberation, according to our duty, to present to the Presidium and the other highly Esteemed Gentlemen Commissioners the following Conclusion. Since throughout the entire course of the investigation we have not found the least thing by which it can be proved that Captain Sandol lost sight of his duty toward the Honorable Company, toward the Governor, toward the Commanders; abused his authority with the Pypiniers, or by any action gave cause to suspect him of having had other motives in his actions than he professes; that he gave his soldiers occasion for any insubordination; that he provoked them against the Chief; that he should be punished for this according to merit; so we declare him completely innocent and acquitted, and wish that this may be attested to him, by way of indemnification for these accusations, either from the side of our Commission or from the side of the Noble Governor, to whom our written Report will be submitted. It is furthermore our duty that we take pains, through a letter to Colonel Gordon, to remove from the Lieutenant Colonel the unfavorable impressions conceived against the Captain, whereby without doubt said Lieutenant Colonel, by his magnanimous manner of thinking which loves justice, will be encouraged to allow the innocence of the Captain due justice and to take him into his former favor again. While we nevertheless cannot refrain from reflecting here that we regard Sergeant Kantze, whom we have repeatedly found to be a professional liar in our Commission, as the sole cause of this dispute; therefore we are of the opinion that his entire conduct maintained in this affair be investigated with the utmost severity, and he subsequently, as a disobedient soldier, as an issuer of false reports, as a slanderer of his Captain to his superior, and as the instigator of misunderstanding between his superiors, be punished in the most emphatic manner. The undersigned lastly request the Presidium most submissively simply to append this ready report submitted by them in the High German language to the main report to be drafted in the Dutch language, and not to take it amiss that, for compelling reasons, one does not intend to sign this main report. Underneath: Cabo de Goede Hoop, the 7th of December 1789. Was signed: de Angel, Colonel; von Jett, Major; van Hugel, Captain Adjutant Major; C. V. Cordeep. Advice of the Captain Lieutenant Kugler. R: I: Gordon. No. 31. The Undersigned, by high Order of the Right Honorable and Noble Born Sir Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of this Government and its dependencies, etc., also commissioned to investigate and verify whether or not the Administration of the Pipinaires had been properly conducted during the time that Captain de Sandolroy was stationed with this Corps as Captain Commandant, has the honor, according to the Order and Instruction under Letter A, No. 1, to report hereon: 1st. That the Administration of the Sipinaires was kept by Captain de Sandolroy until Ultimo January 1789 in conformity with the Orders of Colonel Gordon, but that at the beginning of the month of February he did not cause the customary deduction for shirts, shoes, etc., to be made. 2nd. That one sees no necessity for that general omission of the deduction without the prior knowledge of his chief, since no more than 70 men of the entire Sipinaire Corps were charged for shirts or shoes, and of those 70 men [illegible]
Dutch transcription
waar daarover genoomen reijp overleeg, naar onse pligt, het Nabidti previdio en de overige seer g'Eerde Heeren Commissarissen voor te draagen hes¬ volgende Conclusum. Terwijl wij in het geheele beloop van de ondersoeking niet het mindite gevonden hebben, waardoor beweesen kan worden dat Capitain Sandal zijn pligt, teegen d' E Comp, teegen den Heere Gouverneur teegen den Heere Commandanten, uijt het dog heeft verlooren, sijn qualiteijd, bij de pipinieren gemesbruijks afte door eenige actie oorsaak gegeeven te hebben hem in verdagt te hebben, dat hij andere oogmerken bij sijne Handelingen gehad heeft, als hij voorgeeft, dat hij sijne saldaaten, geleegenheijd tot alle Lavbandigheid gegeeven, dat hij deselve tegen den Chef in Harnis gejagd, dat hij daarover naar verdiendten gestraft moeste werden, soo declaareren wij hem voor vollkomen onschuldig en vrij en wenschen, dat hem dit, tot een aand van schadeloostelling over deeze beschuldigingen af van de Kant van arie te my dicteerde oorn: geval een in handen ernements, ordon, tegens ording van van die in allen deelen den is — weesen, zoo als nnige dier deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs reeden daaraan gemanqueerd geworden is. iell Colonel Sergeant. ordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, l tse zouw in endelt had, wijderen, den 12 Meij 178 heeft mij 1957 ance Cammissie, af van de Kant van den Edelen Heere Gouverneur, aan denwelken ons schriftelijk Rapport Komt, beteuigd wierde. Het is verder once Pligt, dat wij door een schrijven aan den Heere Collonel Gordon ons bemoeijen den Heere Oversten, de teegen den Heeren Capitain opgevatte naadeelige Ideen te beneemen, waardoor buijten tweijffel gemelde Heer Overste, door sijne groot= moedige en de Geregtigheijd beninnende mannier van den ken, aan gespoort zal werden, de onschuld van den Heeren Capitain, te billijke geregtigheyd toe„ Kamen te laaten, en hem in sijne voorige Gunit weeder aanteneemen. Terwijl wij egter niet buijten Kunnen hier te reflecteeren, dat wij den Sergeant Kantze, dien wij als een geprofessio= neerde Leugenaar in onse Commissie te meermaalen gevonden hebben, als de eenigste Oorsaak van dit verschill aanmerken, dierhalven zijn wij van meeninge, dat zijn geheel in deececatfaire gehouden gedraeg, met de uiterste scherpte ondersoeke, en hij vervolgens als een ongehoorsaam Soldaat advijs 26 Memorie Aktbaaren on 1966 1967 mon reeden daaraan gemanqueerd geworden is. stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat Soldaat, als een uijtstellen van valsche Rapporten, als een quaadspreeker van sijn Capitain teegen sijnen oversten, en als de staaker van Misverstand tussen zijne superiores, op het naa„ drukkelijkete gestraft moet werden: De ondergeteekende versoeken laastelijk het praevidium anderdaanigst, dit hun overgegeeven te paraat rapport in de Hoogduitse Taal, het in de hollands Taal te antwerpene Houfdragpare simpel beijtevoegen, en niet qualijk te neemen, dat men dit hoafdra porg uijt beweegende oorsaaken, niet van meening is te anderteekenen. /:anderstand:/ Calio de goede Hoorp den 7. December 1789 /:was geteekend/ de Angel Calonel, von Jett, majoor van Hugel, Capitain aide Majoor., C V. cordeep Advies van den Capt: Lieut: kugler. R: I: Gordon. No 31. heeft mij Colonel Sergeant. vordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, tse zouw in andelt had, wijderen, ell te my dicteerde oorn: geval een in handen ernements ordon, tegens ording van van die in allen deelen, den is — weesen, zoo als nige dier JGoets 178 den 12 Meij bg Clercq:/ advijs 28. ƒ Bd Memorie 1958 on Altbaaren 1967 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs o De Ondergeteekende op hooge Ordre van den Wel¬ Edelen gebooren Gestrengen Heer Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur, en Directeur deeses Gouvernements en den ressorte van dien etc: meede gecommitteerd tot het onderzoeken en nagaan der Administratie van de Pipinairen op dezelve al of niet na behooren gedaan was, geduurende den tijd, dat de Capitain de Sandolroij bij dit Corps als Capitain Commandant geplaatst is, zoo heeft denzelven volgens de Ordre en Jnstructie sub Lit=ma A: A=no 1. de Eere hierop te 1e Dat de Administratie der Sipinaire, door den Capitain de Sandolroij tot Ultimo Januarij 1789. conform de Ordres van den Heer Collonel Gordon, is gehouden, dog dat denzelven in 't begin der maand Februarij de gewoonlijke aftrek van Hembden, Schoenen ect: niet heeft laaten doen. berigten. 2=e Dat men geene Noodzaakelijkheid van die generaale nalating der aftrek /:buiten Voorkennis van zinen schef:/ inziet: vermits niet meer als 70. man van het geheele Sipinaire Corps voor Hembden of Schoenen belast, en van die 70. man, in allen deelen den is - weesen, zoo als mige dier deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat stukken moet opgenomen worden —. alsdan distinct reeden daaraan gemanqueerd geworden is. te my dicteerde oorn: geval een in handen ernements ordon, tegens ording van van die iel a Colonel Sergeant. vordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, e tse zouw in endelt had, wijderen, den 12 Meij heeft mij 178 Memorie 1959 Altbaaren 1967 34. 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs von advijs
English
were 34 men, the least of whom, after paying his mess, received more than 2 RD, and thus could easily have paid for a shirt or pair of shoes; that the remaining 36 men could not pay their debts is true, but in accordance with the orders of Colonel Gordon, it is not only permitted but even ordered (see his order book attached hereto and cited under No. 18), in which he states: that the debts of the soldiers should be deducted with moderation, taking care that the soldier always retained something in hand; as these 36 men received no more than 6 schellingen and a few stuivers, nothing could be deducted from them in conformity with the orders. And Mr de Sandolroy would in no way have failed had he merely deducted nothing from these 36 aforementioned men and let the remaining 34 pay their debts. Thirdly, that the motives which Captain de Sandolroy gives as having induced him not to allow the deduction of debts to be made on the payday of 3 February are very varied. In his letter of 4 February to the head of the militia, Colonel Gordon, he says: that it was impossible, with the 2 Rx 5 schel 2½ st that a soldier of the Sipinaire received monthly, to pay for the furnishings, since each soldier had to contribute 15 schellingen and 3 stuivers to the mess. As the Sipinaire at that time consisted of 205 men, and there were about 80 men who received 4 Rx 1 schel 5½ st; of these men, 34 were indebted for shirts or shoes, who, after paying their mess, still received 2 Rx 2 schel, and thus could very well, and without having any reason to complain, pay for a shirt for 10 schellingen or a pair of shoes for 8 schellingen. Mr de Sandolroy was therefore mistaken in this, and this excuse cannot be considered satisfactory at all. In his letter of 9 April written to this commission, he states that the soldiers of the Sipinaire are in such a miserable condition compared to the other soldiers of the garrison that in the middle of the month of December they had been to the Noble Lord Governor to petition His Honour for an increase in pay or for transportation to Batavia, and that he therefore had no other option to remove all causes of revolt, etc. It is indeed true that the soldiers of the garrison were better paid, and it was also a reasonable request they made to be placed on an equal footing with the other soldiers of the garrison; yet they ought to have been satisfied with the promise of the Noble Lord Governor, which Mr de Sandolroy himself conveyed to them, and they had no right whatsoever to complain about the deduction of debts if it was done with moderation. In his letter of 13 April to the commission, Captain de Sandolroy further says: that he had intended to proceed in communication with Colonel Gordon, but that he had been unable to speak with him; he had thereupon sent Sergeant Kontze to the Colonel, who had brought back the answer: it is well; seeing that he made no progress with this, he had addressed himself to the Noble Lord Governor, and the Right Honourable Lord Governor had told him: to arrange it as best he could. Regarding the first point of that letter, in my opinion Mr de Sandolroy would have done better, since he could not speak with Colonel Gordon himself, to have written a letter to him in good time, especially as he was informed early enough that the Pipinaire would not yet be improved or placed on an equal footing with the soldiers of the garrison for the month of January; it also appears that Mr de Sandolroy only sent Sergeant Kontze to Colonel Gordon on the payday itself. And regarding the third point, I believe that Mr de Sandolroy, after receiving orders from the Noble Lord Governor, ought first to have informed his chief of this and of what he intended to alter and judged necessary, before putting it into execution; for it cannot have been so pressing, since the payment of the men could easily have been made on the 4th or 5th, as the mess had already been provided for. Fourthly, with respect to the two memorials of Colonel Gordon handed to us by the Right Honourable Lord Governor, they serve to [illegible] regarding the conduct maintained at the payout of the Pipinaire of the
Dutch transcription
lorsu 34. Man waaren, van welke de minste na dat hij zijne Menage betaald hadde, ruijm 2 RD. uijt bekoomen, dus een Hembd of paar Schoenen gemakkelijk betaalen konde; dat de 36. overige Manschappen hunne schulden niet betaalen konden, is Waarheid, maar het is in gevolge der Ordre van de Heer Collonel Gordon niet alleen gepermitteerd maar zelfs geordonneerd (: vide desselfs Orderboek hierbij gevoegd en gequoteerd No. 18. /(: als waarin hij zegt: dat men de schúlden der soldaaten met moderatie zoude afhouden en zorge draagen, dat de soldaat altoos nog iets op hand kreeg; Daar nu deese 36. man, niet meer als 6 schel, en eenige Stuijvers uyt kreegen, konde hun (:in Conformiteit der Ordres:) niets afgehouden werden. En zoude de Heer de Sandolroij hoe¬ genaamt niet gemanqueert hebben, wanneer hij maar alleen van deese 36 even genoemde Manschappen niets afgetrokken en de 34. overige hunne Schulden betaalen laaten. 3=e Dat de motiven, dewelke den Capitain de Sandolroij opgeefd, hem bewoogen te hebben den aftrek van Schulden /: op de betaaldag van de 3. Febr:: (niet te laaten doen, zeer verschillende zijn; In zijnen Brief van den 4. Febr: aan het Hoofd der Malitie in allen deelen, den is — weesen, zoo als nige dier deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct reeden daaraan gemanqueerd geworden is. 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs oorn: geval een in handen ernements ordon, tegens ording van te my dicteerde van die Colonel Sergeant. ordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, en tse zouw andelt had, wijderen, den 12 Meij 178 heeft mij 1960. den Heer Collonel Gordon zegt hij: dat het onmoogelijk was, om met 2 Rx. 5 schel: 2½ st:, die een Soldaat der Sepinaire maandelijks maar ontfing, de Tournitures te betaalen, vermits ieder Soldaat 15. schel„ en 3. Stuyvers in de menage leggen moeste, Daar nu de Sepinaire te dier tijd in 205. man bestond, en er in de 80 han waaren, dewelke 4 Rx 1 schx. 5½ st: ont: Jongen; van deese manschappen nu waaren er, 34. met Hemden of Schoenen belast, welke, na hunne menage betaald te hebben, nog 2R 2 sch. uit= bekoomen, dus heel wel en zonder dat zij reeden van Klagten hebben konden, een hembd voor 10 schel: of een paar Schoene voor 8. Schel: betaalen konde. De Heer de Sandolroij heeft zig dús hier verabuiseerd en Kan deese ontschuldiging gans niet voldoende gehouden werden. In zynen Brief van den 9. April aan deese Commissie geschreeven, zegt hij de Soldaaten der Sipinaire in eenen zoo elendigen Staat te zijn in vergelijking der ovrige Soldaaten, van 't Garnisoen, dat dezelve in't midden der maand Decembr. bij den Edelen Heer Gouverneur geweest waaren, om bij Hoog denzelven om Verhooging van Gage of om Verzending na Batavia te verzoeken, en dat hem dus niets anders overbleef om alle Oorzaaken advijs. den on t iell 1966 66 Altbaaren 1967 Memorie lorsn Oorzaaken van revolte weg te neemen etc: Het is wel waar, dat de soldaaten van 't Garnisoen beeter betaald waaren, en het was ook een billijk Verzoek, hetwelke zy daaden, om met de overige Soldaaten van 't Garnisoen gelijk gesteld te worden, dog hadden zij zig moeten vergnoegen met de beloofde van den Edelen Heer Gouverneur, welke de Heer de Sandolroij selfs aan hun overgebragt, dog hadden geensints het regt om zig over den Aftrek van Schulden als het met moderatie geschiede, te beklaagen. In zijnen brief van den 13. April aan de Commissie, zegt den Capitain de Sandolroi verder: dat hij voorneemens geweest was met de Heer Collonel Gordon communicatie te werk te gaan, dog dat hy denzelven niet te spreeken. had kunnen Krijgen, hij had hierop den Sergeant Kontye, na den Heer Collonel gestuurd, en deese hadde hem tot antwoord gebragt: het zije goed; hierop zig niets gevordert ziende, hadde hij zig aan den Edelen Heer Gouverneur geaddresseerd, en den WelEd: geb: Gestr: Heer Gouverneur hadde hem hierop gezegt: om het te schikken zoo goed hij konde Aangaande het eerste Point van in allen deelen, den is — weesen, zoo als „mige dier deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs reeden daaraan gemanqueerd geworden is. oorn: geval een in handen vernements ordon, tegens ording van te my dicieerde van die Colonel Sergeant. vordt, dat Gouverneur ort gemaakt cat kontse „seert had, el= tse zouw in andelt had, wijderen, den 12 Meij 1789 iel heeft mij 1961 dien brief, hadde na mijn inzien de Heer de Sandolroi beeter gedaan om, daar hij den Heer Collonel Gordon niet zelfs spreeken konde, in tijds een brief aan hem te schrijven, in zonderheid daar hij vroeglijdig genoeg onderrigt was, dat de Pipinaire voor de maand Januarij nog niet verbeetert ofte met de Soldaaten van 't Garnisoen gelijk gesteld zoude werden; ook schijnt het, dat de Heer de Sandolroi den Sergeant Kontze eerst op de betaal¬ dag selve na de Heer Collonel Gordon gestúúrd had; en aangaande het derde point, zoo vermeene, dat de Heer de Sandolroi, na ontfangene Ordres van den Edelen Heer Gouverneur eerst zijnen Chef, hiervan en van het geene hij te veranderen willens was en noodig oordeelde, voor dat hij het¬ zelve ter uijtvoer bragte, hadde behooren te kennen; dan het kan niet zoo presant geweest zijn, vermits men de betaaling der man„ schappen heel gemakkelijk den 4. of 5. doen konde, daar alreeds voor de Menage gezorgd was. 4=o Ten opzigte der twee memoirien van den Heer Collonel Gordon ons door den WelEd: geb: Gestr: Heer Gouverneur ter hand gesteld, dienen dezelve om zig over het gehouden gedrag, bij de Uijtbetaaling der Pipinaire van den dien advijs. Memorie Aktbaaren 1967 33
English
reason this was failed to be done. 3rd of February by Captain de Sandolroi, to complain. To what extent these complaints are well-founded can sufficiently be seen from the above; the undersigned merely believes that Colonel Gordon, with the prior knowledge of the Noble Governor, could have settled the matter by correcting Captain de Sandolroij, as he does not see that he had any malicious intentions meriting dismissal by not withholding the debts for shirts and shoes. But since Colonel Gordon preferred to leave the investigation of the mistakes committed by Captain de Sandolroij and the punishment thereof to the decision of the Right Honourable, Noble, and Severe Lord Governor and the Honourable Council of Policy, and the High Governor himself having only commissioned us to investigate the matter, I believe that the punishment of this neglect of duty and the determination of the penalty must, with due respect, be left to the Right Honourable, Noble, and Severe Lord Governor, and that by submitting this report, my bounden duty has been fulfilled. Cape of Good Hope, the 24th of November 1789 G: H. Kuchler signed Agrees O. Goetz, Clerk 4. And finally, to serve with his advice. Honourable 1966 1967 Memorial 3. And if this unexpectedly should be otherwise, as it appeared to me must be gathered from some of those documents, to distinctly point out to this Council in what respect, or for what reason, there has been a failure in that regard in all parts. 4. And finally, to serve with his advice. No. 31. R: I: Gordon 3. And if this unexpectedly should be otherwise, as it appeared to me must be gathered from some of those documents, to distinctly point out to this Council in what respect, or for what reason, there has been a failure in that regard in all parts. 4. And finally, to serve with his advice. Memorial Honourable With the report on the points concerning the pépinière, to be seen in the extract resolution taken in the Council of Policy on the 23rd of June 1789 attached to that report, the undersigned takes the liberty of adding the following remarks: 1st. That if and when the intention of our Lords and Masters was to send the recruits—who are taken from the ships here and trained at the national depot or pépinière—trained and refreshed to the Indies, one ought not to recruit from this depot for this garrison, for the reasons that since the year 1786, when the order for the establishment of a national depot arrived from the High Commanding Lords Majores in the Fatherland, until the month of August 1789, and thus in three full years, no more than fully 200 trained men from this depot have been sent to the Indies; although not a single recruit was taken from it for the Artillery, and for the Battalion, also from the end of the year 1788 until the time that the 200 men were sent to the Indies, no more were recruited from the pépinière; so that the utility of this depot for the Indies in all parts has been— 3. And if this unexpectedly should be otherwise, as it appeared to me must be gathered from some of those documents, to distinctly point out to this Council in what respect, or for what reason, there has been a failure in that regard. 4. And finally, to serve with his advice.
Dutch transcription
lossu reeden daaraan gemanqueerd geworden is. 3=e Febr. door den Capitain de Sandolroi, te beklaagen. In hoe verre nu deese Klagten gefundeert zijn, zal men genoegzaam uijt het hier bovenstaande kunnen zien; alleenig vermeend den ondergeteekenden nog, dat de Heer Collonel Gordon met Voorkennis van den Edelen Heer Gouverneur de Zaake, met den Capitain de Sandolroij te oorrigeeren, hadde kunnen afdoen, als ziende niet, dat hij eenige quaade opzigten, welke Cassatie meriteerden, met het niet afhouden der Schúlden voor Hembden en Schoenen gehad heeft. dog daar de Heer Collonel Gordon het onderzoek der begaane fouten van den Capitain de Sandolroij en de bestraffing van dien liever heeft willen ter beslissing van den WelEd: Geb: Gestr. Heer Gouverneur en den W. E. achtbaaren raad van Politie overlaaten, en Hoog dezelve Heer Gouverneur ons maar alleenig tot het onderzoek der zaake gecom„ mitteerd hebbende, zoo vermeene de bestraffing van dit pligt Verzaijm en de bepaaling der Straffe met verschuldigden Eerbied, aan den WelEd: Geb: Gestr. Heer Gouverneur te my dicieerde oorn: geval een in handen vernements ordon, tegens ording van in allen deelen den is — weesen, zoo als ommige dier deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct iell den 12 Meij 1789 Colonel Sergeant. wordt, dat Gouverneur ort gemaakt iat kontse „seert had, el„ tse Zouw in endelt had, ijderen, heeft mij 1962 te moeten overlaaten, en met het uijtbrengen van dit Rapport pligt schuldigst voldaan te hebben. Cabo de Goede Hoop den 24. Novb: 1789 G: H. Kuchler was geteekent Acordeert O Goetz Clercq te nern 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs advijs van die ƒ on Altbaaren 1966 1967 Memorie net my sommige dier stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct reeden daaraan gemanqueerd geworden is. 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs in allen deelen, den is — weesen, zoo als deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat ordon, tegens ording van te my dicteerde oorn: geval een in handen vernements iell andelt had, „seert had, el„ tse zouw in cat kontse on ort gemaakt Colonel heeft mij Sergeant. 178 den 12 Meij nian loiru Memorie Altbaaren on 1967 wordt, dat Gouverneur wijderen, van die advijs. No. 31. R: I: Gordon ort gemaakt andelt had„ dit kontse Een „seert had, el= tse zouw in iell re mij dicteerde voorn: geval een in handen vernements ordon, tegens ording van in allen deelen den is — en 3. En zo dit onverhoopt anders mogte weesen, zoo als het mij is toegescheenen, dat uit zommige dier stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat reeden daaraan gemanqueerd geworden is. Colonel heeft mij Sergeant„ 1966 den 12 Meij 178 E J Memorie Athaaren on. 1967 wordt, dat Gouverneur be wijderen, van die advijs. 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs Memorie Althaar Bij het Rapport over de Pointen /: aangaande de don„ Pipinaire :/ te zien in de bij dat Rapport gevoegde; extract resolutie genoomen heeft mij in raade van Politie den 23. Juni 1789. , neemd Colonel den ondergeteekende de Vrijheid volgende remarquesi Sergeant„ bij te voegen. vordt, dat 1=oe Dat, zoo en wanneer de intentie van Gouverneur onse Heeren en Meesteren geweest is, de ort gemaakt recrúuten, welke alhier van de Scheepen be¬ afgenoomen en bij het nationaale depot tot kontse ken ofte pipinaire gedresseerd werden, ge¬ „seert had, el= dresseerd en uitgeverst na de Indien tse zouw in te verzenden, men niet uit dit depot andelt had„ voor dit Garnisoen behoorde te recruutee¬ ren, om reedenen: dat zijt het Jaar wijderen, 1786. , doen de Order tot de Oprigting van een nationaal depot van de den 12 Meij Hooggebiedende Heeren Majores uit 178 Patria kwam, tot de maand August 1789, en dus in drie volle Jaaren el niet meer als ruim 200. man uijt dit depot gedresseerd na de Indien ge stuurd zijn; of men schoon daaruijt voor de Artillerie in 't geheel niet, re mij dicteerde, en voor het Battaillon, ook zijt het voorn: geval laatste van 't Jaar 1788. tot die tijd een in handen dat de 200. man na de Jndien verzonden vernements, zijn, niet meer uijt de Coipinaire ordon, tegens gerecrúteerd heeft; dat dus de hut van dit depot voor de Indien /: als men ording van van die in allen deelen, den is — en 3. En zo dit onverhoopt anders mogte weesen, zoo als het mij is toegescheenen, dat uit zommige dier stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat reeden daaraan gemanqueerd geworden is. 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs 1966 1963 1967 advijs
English
Memorandum Honorable Sirs, ...recruited therefrom having lapsed, it would also be better if the men who arrived at the Cape for the depot of national recruits were distributed directly among the national infantry and artillery, and that the remainder of the recruits not needed to complete this garrison, which however would be very small, because taking one year with another at least 200 men are needed annually to complete the national corps, were sent annually to the Indies. By this means, at the very least, the officers and non-commissioned officers who are strictly necessary to train and keep the men of the nursery in order would be saved, since these recruits could be trained and kept in order by the officers and non-commissioned officers of those corps to which they are assigned upon their arrival. Secondly, the undersigned considers that it was far more consistent with the intentions and interests of our High-Ruling Lords Majors, though subject to respectful correction, to leave this depot intact and not to recruit from it for this garrison, but to take the recruits needed to complete this garrison from aboard the ships, as of old, and place them directly into the various corps and train them within the same. 3. And if, contrary to hope, this should be otherwise, as it appeared to me must be inferred from some of those documents, then distinctly to point out to this Council in what respect, or for what reason, it was failed in that regard. 4. And finally to provide his... ...to leave intact, and not to recruit from it for this garrison, but to take the recruits for the completion of this garrison, as of old, from aboard the ships, and to place them directly in the various corps and train them in the same. Thirdly, the depot being left intact, one should in time, once one had a hundred trained artillerymen and a few hundred infantrymen in this depot, seek to direct matters so that all the soldiers arriving here from Europe on the Honorable Company's ships were taken off their ships, and the trained and refreshed artillery and infantry embarked on board in their place, even if at the beginning, instead of 100 men taken from each ship to be trained, only 75 men were put in their place. Thereby, not only would the health of those military men be cared for, but also none other than trained troops would arrive in the Indies; and since, both on account of the heat and on account of the unhealthiness of the climate, recruits can never be trained as well in the Indies as here, a double advantage would be obtained from this. The soldiers, firstly, instead of being at sea for 9 consecutive months, would need to be at sea for no longer than 3 or 4 months consecutively, and thus, not being so severely subjected to scurvy and other hardships of the sea, would arrive in the Indies in better health; and secondly, being trained, they would not need to endure such great hardship in exercising in an unhealthy climate, consequently also remaining healthy, or at least not being so severely subjected to illness and death as is presently the case. Fourthly, the undersigned considers that the nursery ought to be paid just like the other troops of this garrison, for the reasons that, if the soldiers of this garrison need a 4-guilder allowance, these recruits are no less in need of the same, and have just as much right to ask and demand the same as the auxiliary corps and the depot of the Regiment de Meuron. Furthermore, they actually receive no more than a 15-stiver allowance when they are given those 4 guilders; receiving their monthly pay here, they receive no more than 15 stivers to the guilder, so 15 stivers multiplied by 13 and then divided by 20 amounts to no more than 9 Holland guilders and 15 stivers. Now, since a recruit upon his engagement in Holland receives 18 Holland guilders in hand for 2 months' wages, and is not told that after arriving in the Indies, instead of receiving 9 Holland guilders monthly, he receives only 6 Holland guilders and 15 stivers, it is considered very equitable that the soldier either be paid the 9 guilders at 20 stivers each here, or be given enough allowance so that it amounts to 9 Holland guilders. Cape of Good Hope, the 25th of January 1790. Signed, G. C. Küchler. Agreed, Goetz
Dutch transcription
Memorie Achthaar daaruijt recruteerde :/ vervallen zijnde, dan ook beeter was, dat men de manschappen dewelke voor het de pot nationaale Recrúúten aan de Caab kwaamen, direct maar onder de nationaale Infanterie en Artillerie verdeelde, en dan Jaarlijks de Overrest der recraten, die men tot Compleetering van dit Garnisoen niet noodig had /: welke edog heel gering zijn zoude, om dat men het eene Jaar in 't andere gereekent ten minsten 200 man Jaarlijks tot Compleetering der nationaale Corpsen nodig heeft:) na de Indien zond; hierdoor zouden ten weijnigsten de Officieren en Onderofficieren/ dewelke tot het dresseeren en in ordre houden der Manschappen van de Pepinairen volstrekt nodig zijn:/ uijt gewonnen werden, vermits deese Recrúten door de Officieren en Onder Officieren van die Corpsen, daar dezelve bij hun komst bij verdeeld, kunnen gedresseerd en in Order gehouden werden. 2=e Vermeend den Ondergeteekende, dat het met de Jntentie en de belangens van onse Hooggebiedende Heeren Majores /:egter onder eerbiedige correctie :/ veel overeenkoomstiger was, dit depot in zijn geheel te n in allen deelen rden is — de vorrnome 3. En zo dit onverhoopt anders mogte weesen, zoo als het mij is toegescheenen, dat uit zommige dier stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat reeden daaraan gemanqueerd geworden is. 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs laaten, en niet voor dit Garnisoen ordon. uijt te recruuteeren, maar de Re„ craaten tot Compleetering van dit Garnisoen, gelijk van ouds van heeft mij boord der scheepen te haalen, en zij in de verscheide Corpsen en Colonel direct te plaatsen, en by den den sergeant„ zelven te dresseeren. woordt, dat 3=o Het depot in zijn geheel gelaaten 2 Gouverneur zijnde, moeste men met de tijd:/: als men een hondert gedresseerde sport gemaakt Artilleristen en een paar hondert dat Kontse be„ Jnfanteristen in dit depot had:/ en esseert had, el= het daarhen zoeken te dirigeeren ntse Zouw in dat men alle de Soldaaten welke uijt Earopa met 's E: handelt had„ Comp=s scheepen hier aankwaamen, erwijderen, van hun Scheepen afnaam, en de gedresseerde en uijtgeverste p den 12 Meij 1789 Artillerie en Infanterie daar¬ voor in plaats aan boord scheepte, al was het dan ook net dat men in 't begin in steede deer van 500 man dewelke men om te ef Cercq. dresseeren van ieder Schip afnaam maar 75 man in derzelver plaats vore mij dicteerde, voorn: geval stelde; het zoude hierdoor niet ellen in handen alleen voor de gezondheijd dier ivernements Militairen gezorgt zijn, maar ook geene andere als gedresseerde Jordon, tegens Trouppes na de Indien komen, oording van van die 1966 laaten advijs 12 1964. 1967 en Memorie en daar men zoo weegens de Warmte¬ als wegens de ongezondheid van 't Climaat, de Recruuten nooit zoo goed in de Indies als hier dresseeren Kan, zoude hieruijt een dubbelde Voordeel ontvaan; de Soldaaten zouden eerstelijk in Steede van 9. agter een volgende maanden niet langer als 3. of 4. Maarden agter een op Zee behoeven te zijn, dus niet zoo sterk aan de Scheurbeuk en verdere ongemakken der Zee onderworpen, gezonder in de Indiens aanlanden, en ten tweeden zouden zij, dresseerd zijnde, zoo groot Ongemak, om het exerceeren in een ongezond Climaat te leeven, niet behoeven uijt te staan, bij gevolg ook gesond blijven of ten minsten dog niet zoo sterk als. tans aan zichte en Dood onder¬ worpen zijn. . 4=o Vermeend den ondergeteekenden, dat men de pipinaire even zoo als de andere Trouppes van dit Garnisoen behoorde te betaalen, om reedenen, dat zoo de Soldaaten van dit Garnisoen 4. Gulden toelaag nodig hebben, deese Redraaten dezelve niet minder behoefdig zijn, en ook n in allen deelen de vereisinie vormay geoovenerd geworden is - 3. En zo dit onverhoopt anders mogte weesen, zoo als het mij is toegescheenen, dat uit zommige dier stukken moet opgenomen worden —. alsdan distinct deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat reeden daaraan gemanqueerd geworden is. 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs zoo veel regt het zelve te vraagen Gordon. en te eijschen hebben, als de auxillaire Corpsen en als het depot van 't Regiment van Meuron; ten heeft mij anderen kreegen zij weesentlijk niet meer als 15. Stuyvers toelaag, wan ten Colonel neer men hun die 4 Gulden geefd; den sergeant dan hun traktement alle maande hier woordt, dat ontfangende, kreegen zij niet meer er Gouverneur als 15. Stuijvers voor de Gulden, dus pport gemaakt 15 stuyvers met 13. gemultipliceerd en dan met 20. gedivideerd, bedraagd, dat kontse be„ ken resseert had„ niet meer als f: H: 9. en 15 St: &. el= Daar nu een Recruat bij zijn Engagementntse zouw in in Holland, 18. Hollandse gulden voor handelt had, 2. maand Gage op hand krijgt, hem verwijderen, ook niet gezegt word, dat hij na de Indiens gekoomen zijnde, in steede van 9. H: guldens maandelijks op den 12 Meij 1789 te ontfangen, maar 6. H: g: 15. Stuyvers ontfangt, zoo vermeene het zeer met billijk, dat men den soldaat of de vrdeer 9. Gulden a 20. st: ieder hier betaald, et of hem zoo veele toelaag geeft Cercq. dat het 9. Hollandse guldens uijt rore mij dicteerde maakt. voorn: geval Cabo de Goede Hoop den 25. Januaryj 1790. tellen in handen uvernements was geteekent G: C: Kuchler Acgordeert Gordon, tegens ƒ Goetz oording van van die Egllercq 1965. Achtbaare zoo advijs 1966 1967
English
Copy. Copy. The Lord Governor has answered me, upon the question given to me by order of Colonel Gordon as to why Sergeant Kontse was under arrest, that Sergeant Kontse had insulted him, the Lord Governor, and made a bad report, and that he could not imagine that Kontse had complained or addressed himself regarding this, for if he knew that, he would show Kontse how badly he had acted, and would remove him from here and send him to Batavia. Beneath stood: Cape of Good Hope, 12 May Signed: Hameel Goets First Clerk. to take that course in this matter which the order dictated to me, namely, to place all the documents relating to the aforementioned case particularly and more closely into the hands of the Independent Fiscal of this Government, Mr. van Lijnden, with the request: 1. To review the complaints of Colonel Gordon against Captain Sandolroy, and the defense of the same, together with the entire course of that thorny case. 2. To examine whether therein strictly and in all parts the required form has been observed. 3. And if this should unexpectedly be otherwise, as it has appeared to me, which must be inferred from some of those documents, then distinctly to indicate to this Council in what respect or for what reason there has been a failure in this regard. 4. And finally, to provide his No. 32. R: J: Gordon To the Right Honorable 178 advice Memorial 1966 1967 The undersigned Governor, being on the point of his departure in order, pursuant to the highly respected orders of the Illustrious Assembly of the 17 dated 2 October of the past year 1790, in his capacity as Governor of this Colony, to proceed to the Netherlands to comply with what is contained in the honored order aforesaid, Desires of this Council that regarding the case concerning the complaints of Colonel Gordon against the former Captain, now Major Pandobroy, it shall provisionally be left in statu quo, and that one shall await what orders the High-Commanding Lords, our Masters, shall themselves be pleased to make thereon. Yet if this Council, notwithstanding my aforementioned desire, should act otherwise therein, then this serves to protest against it in the most solemn manner, since thereby the orders to be expected thereon from the Highly-mentioned Lords Directors would be anticipated, for which the Honorable Members of this Council shall then be responsible. The reasons why I find myself obliged to protest provisionally against the settlement of the aforementioned case now are: Because, when I brought all the documents, the inquiries taken in that regard by a Commission expressly appointed for that purpose, before the table of this Council, my proposal was declined and refused to follow that course in this matter which the order dictated to me, namely, to place all the documents relating to the aforementioned case particularly and more closely into the hands of the Independent Fiscal of this Government, Mr. van Lijnden, with the request: 1. To review the complaints of Colonel Gordon against Captain Sandolroy, and the defense of the same, together with the entire course of that thorny case. 2. To examine whether therein strictly and in all parts the required form has been observed. 3. And if this should unexpectedly be otherwise, as it has appeared to me, which must be inferred from some of those documents, then distinctly to indicate to this Council in what respect or for what reason there has been a failure in this regard. 4. And finally, to provide his To the Right Honorable Council of Policy of this Government. Memorial Copy. No. 33. R: J: Gordon. 1967 advice Advice. What in this matter, both for removing and remedying those omissions, as well as for satisfaction either to the complainant or to the accused, or what further ought best to be done for a formal continuation of proceedings and final settlement of that so singular a case: Desiring further that this my Memorial be filed at the secretariat, and a copy thereof be sent with all respect to the Lords 17 with the ministerial papers of this Council. Beneath stood: Done in the Castle of Good Hope, 24 June 1790. Was signed: C: J: Van de Graaff That he was extremely surprised by this Memorial, and thus, as Head of the Honorable Company's Military, protests against the same in the most solemn manner, as well as against the entire conduct maintained by the Noble Lord Governor in the affair of Captain Sandol, as being contrary to good order, justice, and the laws of the land, in which, for approximately two and a half years, this case ought to have been... The undersigned requests that these his remarks, along with the Memorial left by the Noble Lord Governor Cornelis Jacob van de Graaf to this government, may be sent to the Lords Majors, being only provisional due to the shortness of time. Copy of a letter from the ship Barbestijn concerning Major Sandos, and we order a strict... regarding this; as well as the order of... To Mr. Robbert Jacob Gordon, Colonel... Cape of Good Hope Letter, by the government, the Lord [illegible], along with... Cape of Good Hope Agrees Signed: G. Goetz First Clerk Agrees G. Goetz H Copy. Copy R: J: Gordon. R: J: Gordon 1968 Clerk 695
Dutch transcription
Copia./ Copia. Den Heer Gouverneur heeft mij op de Vraag door Order van den Colonel Jordon mij gegeven, waarom den sergeant„ Kontse in Arrest was, geantwoordt, dat den Sergeant Kontse hem Heer Gouverneur geabuseert, en een kwaad Rapport gemaakt had, en dat hij niet kost denken, dat kontse zig daar over beklaagd of geaddresseert had„ want zoo hij dat wist, hij kontse zouw doen zien, hoe kwalijk hij gehandelt had, en hem hier van daan zouw verwijderen, en na Batavia zenden. /:onder stond:) Cabo de Goede Hoop den 12 Meij /.Was geteekend./ Hameel Goets E: Clercq. in die zaan van wegte voegen, die wesordre mij dicteerde namentlyk, om alle de stukken tot het voorn: geval betrekkelyk, in 't bijzondere en nader te stellen in handen van den Independent Fiscaal deeses Gouvernements, den Heer van Lijnden, met verzoek: 1. Om de klagten van den Heer Colonel Gordon, tegens den Capitain Sandolroij, en de verantwoording van denselven, beneffens 't gantsche beloop van die epineuse zaak te revideeren. 2. Te examineeren of daarin strict, en in allen deelen de vereischte Forma geobserveerd geworden is 3. En zo dit onverhoopt anders mogte weesen, zoo als het mij is toegescheenen, dat uit zommige dier stukken moet opgenomen worden —. als dan distinct deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat reeden daaraan gemanqueerd geworden is. 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs No. 32. R: J: Gordon Aan den WelEdelen Achtbaare 178 advijs Memorie 1966 1967 Den ondergeschreevene Gouverneur op zijn vertrek staande, om, ingevolge de zeer gerespecteerde ordres der Illustre vergadering van 17=en de dato 2' October des gepasseerden Iaars 1790, in zijne qualiteit als Gouverneur deser Colonie, zig te moeten begeeven, naar Neerland, ten einde te voldoen aan 't gunt in de geëerde ordre voorn: is vervat. — Begeerd van deesen Raade, dat omtrend de zaak„ Converneerende de Klagten van den Heere Colonel Gordon, tegens den toenmaligen Heere Capitain, nu den Major Pandobroij, provisioneel in Htatugeco zal werden gelaten — en dat men zal afwagten, wat ordres de Hoog„ „gebiedende Heeren, onse Meesters daarop zelve zullen gelieven te Stellen —. Dan zo deesen Raade, onverminderd mijne voorn: begeerte: daarin anders mogten handelen; zoo is deese, om daartegen op de solemneelste wijze te protesteeren, terwyl daardoor, de daarop te verwag„ „tene ordres van Hooggem: Heeren Bewindhebberen, vooruit gelopen zouden worden, en waardoor de Heeren Leeden deeses Raads alsdan verantwoordelyk zullen zin— De reedenen waarom ik mij verpligt vinde, om nu provisioneel tegens de afdoeninge der voorsz: zaak te moeten protesteeren; zin Om dat, toen ik alle de stukken, de Informatiën, door eene daartoe expres benoemde Commissie, deswee¬ „gens genomen, ter Tafel van deesen Raade overbragt„ men mijne Propositie de clineerde, en refuseerde, om in die zaak dien wegte volgen, die de ordre mij dicteerde namentlyk, om alle de stukken tot het voorn: geval betrekkelyk in 't bijzondere en nader te stellen in handen van den Independent Fiscaal deeses Gouvernements, den Heer van Lijnden, met verzoek: 1. Om de klagten van den Heer Colonel Gordon, tegens den Capitain Sandolroij, en de verantwoording van denselven, beneffens 't gantsche beloop van die epineuse Zaak te revideeren. 2. Te examineeren of daarin strict, en in allen deelen, de vereischte Forma geobserveerd geworden is— 3. En zo dit onverhoopt anders mogte weesen, zoo als het mij is toegescheenen, dat uit zommige dier stukken moet opgenomen worden —. alsdan distinct deesen Raade te willen aanwijsen, waarin, of om wat reeden daaraan gemanqueerd geworden is. 4. En eindelyk om te willen dienen van desselfs Aan den WelEdelen Achtbaaren Raad van Politie deeses Gouver„ „nements. Memorie Copia./ No 33. R: I: Gordon. 1967 advijs Advijs. Wat in die zaak, zo wel tot wegneeming 't remedieeren van die omissiën, als tot voldoening het zij voor den klager, of aan den beklaagden, afte„ wel wat verder tot eene formeele voort procedeering en finaale afdoeninge, van die zoo singu leere zaak best zoude behooren te worden gedaan: Begeerende wijders, dat deese mijne Memorie ter secretarije geseponeerd, en Copij derselve bij de Ministerieele Papieren deeses Raads in allen Eerbied aan de Heeren 17=en overgesonden worden /:onder stond:/ Actum in't Casteel de Goede Hoop den 24. Juny 170, /: Was geteekend o/ zal. 10 de : 1790. Sio Dat hij ten uitersten over deeze „Gda Memorie gesurpreneerd is geweest, en n9 dus als Hoofd van 's Ed: Comp„s Mili„ um tie, teegen deselve, zoo wel als teegen het k„ s geheele gedrag door den Edelen Heer Gouverneur in de affaire van Capitain Sandol gehouden, op het Solemneels te gul protesteert, als strijdig met de goede order, Iustitie, ende wetten vanden Lande, daarin twee en Een man halvjaar circa, deeze zaak had behoo„ ralen gevaren ordeert De Ondergeteekende verzoekt dat deeze zijne Remarques bij de Me„ morie van den Edelen Copia van een Heer Gouverneur. Cor„ ip Barbestijn nelis Jacob van de over de hen Graaf, aan deeze regee„ najoor Sandos, ring nagelaaten, aan b 2, en wij gelasten de een streng de Heeren Majores, Een daar omtrend moogen overgezonden en n; mitsgaders worden, zijnde maar voor¬ 6 e order der loopig, om de kortheid des e uren voor rie arbij gestelde tijds. Aan den Heere Robbert Jacob Gordon Collmel en A 4 Cabo de Goede Hoop Brief, door re Regering den Heer In de Graaff „cteur, beneevens zo de Goede Hoop Accordeert /.geteek:/ Gf Goetz Egcleren Accordeert GGoetz H C: I: Van de Graaff ten Copia. Copia R: I: Gordon. R: I: Gordon 1968 „ leriq 695
English
to be settled, so that these delays and evasions, even without the Lords Principals having been informed of this matter, will fully convince Their Right Worshipfuls of this. And how shall the Lords Principals judge a matter of which they have no knowledge before Their Right Worshipfuls receive all the documents, legally drafted by the full government, placed before their eyes, and thus not based upon what might otherwise be supplied to Their Right Worshipfuls regarding this matter. How can that singular and irregular dismissal order of Sergeant Kontse, sub littera A annexed hereto, be executed if the case of Captain Pandoe must remain in statu quo, being one and the same matter, or completely connected to it? Secondly, that the undersigned protests against the majority of Captain Sandol, as that Captain, according to the protest made at the time, which shall be delivered into the hands of the Lords Principals with his defense, was not appointed as he ought to have been; secondly, Captain Sandol is not only unapproved, but clearly placed in his original rank by the Lords Principals in their letter of 2 October 1790, in order to depart therewith with the pepiniere to Batavia. Now the undersigned will proceed to the reasons for which the Honorable Governor says he finds himself obliged to protest if this matter should be settled by the Council, etc., and remarks: That if the Council declined the Honorable Governor's proposal to follow the path dictated to him by the order, etc., Letter, by the Government, Cape of Good Hope, to Mr. Robbert Jacob Gordon, Colonel, etc., No. 4. Advice. What in this matter, as well as to the removal and remedying of those omissions, as to satisfaction, whether for the complainant or the accused, to settle. Copy. R. J. Gordon. She, first of all, as Supreme Commander, had the power to make them follow it and to give notice thereof to the Lords Principals at once; and that the Independent Fiscal, according to his instructions, also has sufficient power to cut short such proceedings regarding a salutary advice given by the Head of the Militia to obey the orders of our Lord Masters, and for the maintenance of good order, discipline, and the prevention of mischief, as has afterwards become only too clear, since the soldier must now be satisfied with even less, and to settle the matters, and thus ought to have acted immediately, and not leave anyone under arrest for two years and about four months without form of trial. Yet, how does this agree with the letter and answer annexed hereto sub littera B, which the undersigned received upon his reasonable request for settlement and copies of the documents, which he was not even able to obtain? The undersigned remarks that precisely now, those dismissal orders of Sergeant Kontse, protests, and memorial were submitted at the handover of the government, thus about a Cape of Good Hope, to Mr. Robbert Jacob Gordon, Colonel, etc. Advice. What in this matter, as well as to the removal and remedying of those omissions, as to satisfaction, whether for the complainant or the accused, to settle. Copy. R. J. Gordon.
Dutch transcription
wel en Zaa ter de „ren afgedaan te worden, dat dus deeze delaijen en Uitvlugten /:zelvs zonder dat de Heeren Majores van deeze zaak geinformeerd zijn geworden: HunEd:s Groot Achtb=r ten vollen hier van zullen overtuijgen. En hoe zullen de Heeren Majores over eene zaak oordeelen, van dewelke zij geene kennis dragen, voor dat hun Ed„e Groot Achtbarens alle de stukken, door de volle regee¬ ring op eene legaale wijze geformeerd, onder de oogen krijgen, en dus niet op het geene dat aan Hun Ed: Groot Achtb„:s andersints hier over mogte gesuppediteert worden. He Hoe zal ook die Cinguliere en Irreguliere ontslag order van den sergeant Kontse sub littnm A, hier annex, kunnen geexcuteerd worden, als de zaak van Capitain Pandoe, in statu quo, moet blijven, ordeert n de Graaff ecteur, beneevens zijnde een endeselvde zaak, of geheel zo de Goede Hoop en al aan deselve verbonden. 2=dens Dat de ondergeteekende Pro„ Copia van een testeerd, teegens de Majoriteit ip Barbestijn van Capitain Sandol, als zijnde over de hen die Capitein volgens Protest indertijd, Najoor Sandos, het geene aan de Heeren Majores ovenb& en wij gelasten de een streng Handen zal (met sijne verantwoording) en Daar omtrend niet zo als het behoord had, aangesteld; ten anderen is Capitain Sandol en; mitsgaders niet alleen, niet geapprobeert, maar e order der duidelijk door de Heeren Majores in e uiren voor hunnen brief van den 2 October 1790. wie arbij gestelde in zijne radicale Ranggestelt, om daar in met de pepiniere na Batavia te vertrekken. de 1790. 1: Eida Nu zal de ondergetee„ 9 kende overgaan tot de Reedenen, um „ om dewelke den Ed: Heer Gouver„ kr 1 neur segt, zig verpligt te vinden te moeten protesteeren, als deeze zaak door den Raad mogt afgedaan worden. &ca en remarqueeren. suel Dat, indien ^ den Raad des E Heer man Gouverneure Propositie gedecli„ ralen neert heeft, om die weg te volgen dewelke de order hem dicteerde etc: gevaren Brief, door re Regering den Heer 8 Cabo de Goede Hoop Aan den Heere Robbert Jacob Gordon Collmel en N. 4 't remedieeren van die omissiën, als tot voldoening het zij voor den klager, of aan den beklaagden, afte„ Advijs. Wat in die zaak, zowel tot wegneeming Eer zal A beneele vaart wealaden Copia Copia R: J: Gordon 54 1968 Zij r zijnde ter Sij voor eerst als Hoofd Gebieder de Magt had, om die te doen volgen, en er de Heeren Majoresten eersten kennis vante geeven; en dat de Heer Independent fiscaal, volgens zijne Instruc„ tie, dok Magt genoeg heeft, om diergelijke Procedures, /:over een heijlzaam Advies van't Hoofd der Militie, om de ordres van onze Heeren Meesteren te obedieeren, en tot Maintiën vande goede ordre, discipline en voorkoming van onheilen, gegeeven, zoo als van agteren niet dan te duijdelijk gebleekenis, dewijl den soldaat nu met nog minder moet te vreeden zijn, /:afte snijden, en de Zaaken afte ordeert In de Graaff coteur, beneevens zo de Goede Hoop Brief, door den Heer B re Regering doen, en dus ten eersten werkzaam had behooren te zijn, en niemand Copia van een twee jaaren en circa Vier maanden ip Barbestijn in Arrest laten verblijven, zonder over de hen Majoor Sandos, Form van Proces. b 2, en wij gelasten de een streng Doch, hoe komt dit over een daar omtrend en n; mitsgaders met de hier bij sub Litta B: ge„ e order der annexeerde Brief en Antwoord, en uiren voor rie arbij gestelde het welk de ondergeteekende ontfangen heeft, op zijne redelijke vraag om afdoening, en Copije der de„ 1790. 1 : Stukken, dewelke hij zelvs niet eens Gda ƒ. 129 heeft kunnen bekomen. uim „ Remarqueert de ondergeteeken: Kr dens de, dat nu juist, die ontslagings ze order van den Sergeant Kontse, sul Protestaties en Memorie ingele„ man vert zijn, bij de overgeeving des 0 ralen Gouvernements dus circa een gevaren Cabo de Goede Hoop Aan den Heere Robbert Jacob Gordon Collmalen l 4k 't remedieeren van die omissiën, als tot voldoening het zij voor den klager, of aan den beklaagden, afte„ eeneele vaart 1274ladraa Advijs. Wat in die zaak, zowel tot wegneeming wel en Zaa de Eer Za A ƒ v Copia Copia - R: J: Gordon 1970 7 Daar doen
English
which has already been here for two and a half months and was never tabled, but merely circulated for reading, wherein the Honorable Governor and the Council are ordered to investigate with the utmost rigor a certain complaint, annexed here under Lit. D, submitted at Batavia by several of those cadets against Captain Sandol concerning his new administration, without however the least thing having been done about it; so that the Gentlemen Directors will easily grasp the value of this left-behind Memorial from these remarks and documents alone. signed: Cape of Good Hope the 4 July 1791 R. J. Gordon This Memorial with the documents mentioned therein delivered to the Council by the Head of the Militia. Agrees: Goetz Sworn Clerk Since the very irregular and reprehensible conduct of Mr. Koense, sergeant in the National Battalion garrisoned here, maintained in a certain case concerning the military service, could hitherto not be brought to a final settlement; and because such may still drag on for some time, the said sergeant is provisionally released from his arrest (whereby he was ordered for that reason to remain within the Castle or the Citadel), but the aforesaid sergeant Koense is, by the undersigned Governor for reasons mentioned above, suspended from his duty until such time as his aforesaid conduct shall be further examined and proper judgment shall be rendered on it according to the laws of the country. Done in the Castle of Good Hope, the 24 June 1791. Signed: C. J. van de Graaff. In the margin: I declare that this copy corresponds with the original. Signed: C. M. W. de Lille. Agrees: Goetz Sworn Clerk. R. J. Gordon. Cape of Good Hope To the Gentleman Robbert Jacob Gordon, Colonel and Commander. Order concerning the sergeant Koense. R. J. Gordon. J. Maasdorp. Advice. What in that case, both for the removal and the remedying of those omissions, as well as for the satisfaction, whether for the complainant or to the accused, should be taken. Cape of Good Hope To the Gentleman Robbert Jacob Gordon Right Honorable Sir, Honorable Gentlemen, Having hitherto seen no effect from the Commission appointed by the Right Honorable Governor regarding the matter of the cadets, submitted in my advice of 6 February 1789 to the Council, together with my second Memorial on that matter dated the 13th of that same month, and having corresponded with the said Commission (at their request) from 5 April to 15 July of that same year, and having learned that long since that Commission submitted their report to the Council, and that those documents have been read, I have the honor hereby to request a copy of all those documents, as well as of the resolution that was attached thereto. And requesting that a record of this letter may be kept, I have the honor to be with all due respect, P. W. Maasdorp R. J. Gordon Cape of Good Hope To the Gentleman Robbert Jacob Gordon, Colonel and Chief of the Company's Militia Good Friend, We have reviewed in our meeting a letter written by you to us under date of 20 July, after the review of which the Governor was pleased to declare that, since His Honor had deemed it necessary first to bring before the deliberation of our Council other matters that concerned His Master's service more than that which is mentioned in your letter, we have therefore not yet been able to settle it. Underneath stood: We remain, after friendly greetings, your good friends. By order of the Honorable Governor and the Council. signed: Mappa, Adjunct Secretary. In the margin: Done at the Political Council meeting in the Castle of Good Hope, the 3 August 1790. P. W. Maasdorp Agrees: Goetz La B. Copy. R. J. Gordon Sworn Clerk. P. Maasdorp
Dutch transcription
ter nu reeds twee maanden en Een half hier is, en nooijt ter Tafel gebragt, maar alleen rond gelee¬ zen is, waarbij den Ed: Heer Gouver„ neur en den Raad geordonneerd word, om zeeker klagt schrift hier annex Sub La D, teegen den Capitein Sandol, overr zijne nieuwe Huishouding door verscheide dier Pepinieren te Batavia ingelevert, ten rigou„ reusten te ondersoeken, zonder dat 'er Egter iets in't minste in gedaan is, dat dus de Heeren Majores de waardije van deeze nagelatene Memorie, uit deeze Remarques en stukken alleen, ligt zullen bevatten. /.was geteekend:/ Cabo de Goede Hoop den 4 Julij 1791 R. I: Gordon Deeze Memorie met de daar bij genoemde stukken aan Hooft der Militie den Raad overgegeeven. Accordeer Goett ZgClercq. Terwijl het zeer irregulier en berispelyk gedrag 5 Copia van een van Mr. Koense sergeant in het alhier Guar ip Barbestijn „nisoen houdende Nationaal Battaillon over de hen Majoor Sandos, in zeeker geval den militaire dienst Conser heb 2, en wij gelasten neerende gehouden tot nog toe tot geen finaal delende een streng afdoening heeft konnen worden gebragt; daar omtrend dtenn; mitsgaders en door dien zulx nog wel eenige tyd Trai„ de order der „neeren kan, zo word denzelven sergeant provisioneel uyt zyn arrest (waarby hy om aden airen voor pmorie arbij gestelde die reeden binnen 't Casteel of de Citadel te er moeten blyven gelast was ontslagen op dog word den sergeant koense voorn, door ende den ondergesz gouverneur om reden hier : 1790. selfde boven gemeld, en zyn dienst gesuspendeert, 19 ds tot tyd en wyle dat zyn voorn gedrag nader in Chm g'examineerd, en dat daar over nade wetten stuk„ vanden Landen behoorlyke uytspraak gedaan re weesen zal — alle Actum in 't Casteel de Goede hoop den resul 24 Juny 1741 /was get/ C J vande Graaff.— /en margine/ ik verklaare dat deese Copi met an man het origeneel overkomstig is /:was geteekend/ Zo ralen C M W de Lille ver Gccordeert gevaren Goetz igde ordeert Zg Clercq. R: J: Gordon. opi Cepiear Cabo de Goede Hoop Aan den Heere Robbert Jacob Gordon Collonel en l 4 O Ordre Conserneerende den sergeant Koense — R: J: Gordon Brief, door In de Graaff ecteur, beneevens zo de Goede Hoop 1973 de Regering den Heer het zij voor den klager, of aan den beklaagden, afte„ 't remedieeren van die omissiën, als tot voldoening Advijs. Wat in die zaak, zowel tot wegneeming vaa A17oladden J. Maasdorp wel en Zaar de i Eerg Zal AC Copia Copia 72 8 d: wel en Zaar ter de A het zij voor den klager, of aan den beklaagden, afte„ 't remedieeren van die omissiën, als tot voldoening Advijs. Wat in die zaak, zowel tot wegneeming Cabo de Goede Hoop Aan den Heere Robbert Jacob Gordon WelEdele Gestr: Heer E. Achtbaare Heeren Copia van een ip Barbestijn over de hen Majoor Sandos, Tot nog toe geene uitwerking gesien heb 2, en wij gelasten bende, van de Commissiie door den WelEdelende een streng daar omtrend Gestrengen Heer Gouverneur benoemd tenn; mitsgaders 2 opzigte der Paake der pepinieze, in myn te order der advies van den 6 February 1789 en raaden airen voor ingeleevert, beneffens myne Tweede Memorie arbij gestelde over die Zaak in dato den 13e dierselver maand, en met dieselfde Commissie (op hen Eversoek / gecorrespondeert, hebbende, :1790. vanden 5 april tot den 15 July van dat selfde Jaar, en vernoomen hebbende dat reeds 129 overlange die Commissie hun rapport en Ccum raade ingebragt hebbende, en die stuk„ „ken geleesen zyn, zo hebbe ik de Eere met deese te vraagen om Copije van alle die stukken, gelyk meede van het resul „taat, dat daar op gevoegd is— 3 3 En versoekende dat er aanteekening van man deese Briev mag gehouden worden, zo ralen hebbe ik de Eeze van my met alle ver gevaren Schuldigde P:s W: Malesdorp ordeert Brief, door In de Graaff ecteur, beneevens bo de Goede Hoop 1973 te Regering den Heer R: J: Gordon Eer Zal AC Copia Copia Collmelen l 4 Copia Copia 8 Clercq 695 het wel Zaa ter de Advijs. Wat in die zaak, zowel tot wegneeming 't remedieeren van die omissiën, als tot voldoening klaaer of aan den beklaagden, afte„ Cabo de Goede Hoop Aan den Heere Robbert Jacob Gordon Collonel en Choff van 's Eomp: militie Goede Vriend, Wij hebben in onse vergadering geresu „meerd eene missieve door UE aan Oois sub Copia van een dato 20 July geschreeven, na welkers Re„ hip Barbestijn sumptie den Heere Gouverneur heeft ge„ „over de hen Majoor Sandos, leeven te declareeren, dat vermits zyn Ed ar, en wij gelasten nodig hadde geoordeeld andere zaaken de een streng die smeesters dienst meer interesseerde daar omtrend dan die waar van by uE missieve word en; mitsgaders gewag gemaakt voor af ter deliberatie de order der jairen voor van onsen raad te moeten brengen aarbij gestelde wy oversulks deselve ook nog niet heb¬ „ben knnnen afdoen. /onderstond/ Wy blyven na vriendelyke Groete, UE goede vrienden, Ter ordonnantie ber: 1790. vanden Edelen Heer Gouverneur enden haas Eng /was get/ Mappa adg: Secretaris, /in margine/: Actum ten Ppliticque vergadering Jnt Casteel Cum ns de goedehoop den 3 augustus 1700 P: W: Maasdorp ert; G Ick rman tralen gevaren Agcordeert Goet Brief, door =ne Regering den Heer in de Graaff recteur, beneevens abo de Goede Hoop Ageer JGoedt en Eer za N La B — Copia Copia. Copi R: J: Gordon F Ea Clercq. Eg=' lercq. 17: Maasdorp Advijs 't rem het wel en Zaa ter de Een ck rman tralen Goet Agcordeert lgevaren ter: 1790. En9 rum ns Copia van een hip Barbestijn „over de hen Majoor Sandos ar, en wij gelasten de een streng daar omtrend en; mitsgaders de order der Jairen voor aarbij gestelde in de Graaff recteur, beneevens =ne Regering abo de Goede Hoop Brief, door den Heer 69 Clercq J p„r. Maasdorp za
English
R: J: Gordon the 4th of July 1741 I, the undersigned Major of the Battalion of Colonel Gordon, declare that, after Sergeant Kontse had been brought from the Pipimaire Barracks into the Castle under arrest for some months, I requested Lieutenant Colonel Hamel to ask the Honorable Governor that Sergeant Kontse's case might be settled, so that he could do duty again, because the duty was so heavy for the other sergeants, the Lieutenant Colonel, coming that same morning from the Governor, informed me that the Governor had answered him that he could not understand that the Major could have asked him about it, because Sergeant Kontse was under arrest for a case that was not yet decided, and that he wanted to draw him into a court-martial. Being ready to confirm this at all times with a solemn oath. Cape of Good Hope, the 2nd of April 1791. Was signed: C M W de Lille, Major Agrees: Goetz E. g. Clercq Brought here the 21st of April last by the ship Beverwijk. Copy. Taken the 4th of July 1791. R: I: Gordon. Extract from the letter sent by the High Indies Government at Batavia to Mr. Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director, as well as the Council at Cape of Good Hope. Alongside this we send you a copy of a petition of complaint from the 26 soldiers who recently arrived here with the ship Barbestijn, regarding the treatment inflicted upon them by Major Sandos, commanding the Depot there, and we order you to conduct a strict and exact investigation into what appears therein, and to immediately make the necessary redress in that regard; as well as that you adhere to the specific order of the Lords Masters, and keep no soldiers destined for the Indies longer than the period stipulated therein. Below stood: Batavia in the Castle, the 31st of December 1790. Was signed: W. I. Alting F. V. Stockum A. Moens D. Jan Smith Siberg A: Bock F: A: Wiegerman P. J van Overstralen Agrees: Goetz E. g. Clercq To His Excellency The Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Mr. Willem Arnold Alting Governor-General As well as The Honorable, Stern Lords Councillors of the Dutch Indies Right Honorable, Highly Esteemed Sir Honorable, Stern Lords The undersigned soldiers, recently arrived here per the ship Barbestijn from the Cape of Good Hope, take the liberty with due respect to bring to Your Excellencies' knowledge all the unpleasant treatment that was inflicted upon them by Major Sandos, commanding in the Depot there. Firstly, each soldier serving in the Depot must pay fifteen schellingen monthly for his board, which is deducted from his earned wages. In contrast to this, the privates of the Württemberg Regiment garrisoned there pay only eleven schellingen per head, and their food is always much better conditioned than that which is served in the Depot. Secondly, the uniforms brought by the recruits from the Fatherland are taken away upon their arrival there, repaired, and subsequently issued to each again as new on the account of earned wages. Thirdly, during the time that the recruits stay there, they must across the board mostly sleep without bedding, such not being provided before the payment of good months, at which time each is provided a straw mattress for cash payment, which he nevertheless must leave behind upon his departure from there. Lastly, the soldier must accept all uniform items whatsoever from the said Major on the account of earned wages, everything down to the smallest detail being charged at the most expensive rate, so that rarely anything remains of the wages, because of which one scarcely gets four schellingen or at most one Rijksdaalder in cash in hand in 4 to 5 months.
Dutch transcription
R: J: Gordon den 4. Jul. y 1741 Adv n Brief, door Ik ondergeteekende Majoor van het Battaillon sche Regering van den Collonel Gordon, verklaaren, na dat den n den Heer sergeant Kontse eenige maanden uyt de Pip„ van de Graaff pimaire Casernen in het Casteel over in irecteur, beneevens arrest gebragt, was, ik den luytenant Collonee Cabo de Goede Hoop Hamel versogt heb dat hy den E heer Gouverneur sou versoeken, dat den sergeant Kontses saak n Copia van een mogt afgedaan worden, op dat hy weeder dienst Schip Barbestijn konde doen, dewyl den dienst voor de anderen n, over de hen sergianten soo swaar was, heeft myn den in Majoor Sandos, Oversten dien selven morgen van den Heer aar, en wij gelasten Gouverneur koomende berigt, dat den Heer ende een streng Gouverneur hem geantwoord had, niet te daaromtrend kunnen begrypen dat den Majoor hem daar Ken; mitsgaders om ken laaten vraagen, door dien den sergeanth de order der itairen voor houtse in Arrest was, over een saak die nog daarbij gestelde niet uitgeweezen was, en dat hy hem in een Krygsraad wilden trekken. synde bereid sulks ten allen tyden met 7ber: 1790. Solemneele Eede te bevestigen S lting onderstond/ Cabo de goedehoop den 2 april 1791 /was get/ Num CM W de Lelle Majoor gens Geseordeert With 29 Bock german stralen welgevaren Agcordeert Goetz Goetz „. Maasdorp 't ren het we en zaa ter de Een z Opia Copia 1975 Zg Clercq. Eg 'Clercq „ den 21. april laatstleeden door 't schip Beverwijk alhier aangebragt. Copia. /: Genoomen den 4 Julij 1791. R: I: Gordon. Extract uit den Brief, door de Hoog Indiasche Regering te Batavia aan den Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur, beneevens den Raad aan Cabo de Goede Hoop leevens deese laten wij UE toekomen Copia van een klagtschrift, van de jongst met het schip Barbestijn al hier aangekomen 26 Militairen, over de hen aangedaane behandelingen van den Majoor Sandos, Commandeerende in't Depot aldaar, en wij gelasten UE: om na het daarbij voorkomende een streng en exact onderzoek te doen, en daaromtrend 2 direct het nodige Redres te maken; mitsgaders dat UE: zig houde, aan de bepaalde order der d Heeren Meesters, en geen Militairen voor Indiën geschikt, langer dan de daarbij gestelde bepaling aan te houden. — /:onder stond:/ Batavia in't Casteel den 31. Xber: 1790. W. I. Alting /: Was geteekend:/ F. V. Stockum A. Moens D. J„n Smith Siberg A: Bock F: A: Wiegerman P. J van Overstralen welgevaren Agcordeert Goet Advi 't ren het w en zaa ter de Een 2a N D. e E9 'lercq Aan zyn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Achtbaren Heer, Mr: Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneeven De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden R: S: Gordon. van Neederlandsch Indien Hoog Edele Groot Achtbaren Heer Wel Edele Gestrenge Heeren De ondergeteekende Militairen onlangs pr 't schip Barbe= „styn van Cabo de goede Hoop, hier aangeland, gebruiken met verschuldigde Eerbied de Vrijmoedigheid, UW. Hoog Edel= =heedens ter kennisse te brengen, al de onaangenaame behan¬ delingen die hen door den Majoor Sandos commandeerende in het Depot aldaar zijn aangedaan. Ten eersten yder soldaat in 't Depot dienst doende, moet maandelyks voor zijn kost Vijffthien schellingen betaalen, het welke hem van zijn winnende Gagie word afgetrokken. In tegendeel van dien betaalen de Gemeene van 't aldaar Guarni„ soen houdende Regiment Wurtenberg pr Kop maar Elff Schellinge en derselver Spijsen zijn altoos veel beeter geconditioneerd, als die in 't Depot worden opgedischt Ten tweeden de Monteeringen die door de Recruten uyt het Vaderland worden aangebragt, worden bij hun Aankomst aldaar afgenoomen, gerepareerd; en vervolgens aan Elk weeder voor Nieuw uitgegeeven op Reekening van winnende Gagie. Ten derden geduurende den tyd dat de Recruten aldaar verblyven moeten zij door de Bank meestijds zonder Kooijg slaapen, wordende zulks niet eerder verstrekt als bij betaal van goede Maanden, als wanneer yder een Bultsak tegen Contante betaaling verstrekt word, die hij egter bij zijn vertrek van daar moet agterlaten. Laastelyk alle Monteerings stukken hoegenaamd moet den soldaat op Reekening van verdiende Gagie van gemelde Majoor aanneemen, — wordende alles tot het geringste toe ten duwrsten opgeschreeven, zo dat van de Gagie zelden iets over= =schiet, waar door men naauwlyks in 4. â 5. Maanden Een kopije vierschellingen, op ten hoogsten Een Rijksdaaler Contant in handen bekomt; Een
English
R: S: Gordon. Right Noble and Severe Lords, The undersigned soldiers, recently arrived here per the ship Barbestyn from Cabo de goede Hoop, take the liberty with due respect to bring to Your High Noblenesses' knowledge all the unpleasant treatments inflicted upon them by Major Sandos, commanding in the Depot there. Firstly, every soldier serving in the Depot must pay monthly fifteen schellingen for his board, which is deducted from his earned wages. On the contrary, the privates of the Regiment Wurtenberg garrisoned there pay only eleven schellingen per head, and their provisions are always much better conditioned than those served in the Depot. Secondly, the uniforms brought by the recruits from the Fatherland are taken away upon their arrival there, repaired, and subsequently issued again to each as new on account of earned wages. Thirdly, during the time that the recruits stay there, they must generally sleep without bedding, such not being provided before the payment of earned months, at which time each is provided with a straw mattress against cash payment, which he must nevertheless leave behind upon his departure from there. Lastly, all uniform items whatsoever must be accepted by the soldier on account of earned wages from the said Major, everything down to the smallest detail being charged at the highest price, so that seldom anything remains of the wages, whereby one hardly receives a rupee, four schellingen, or at most a rijksdaaler in cash in 4. to 5. months. High Noble and Right Honorable Lord. To His High Nobleness, the High Noble and Right Honorable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Noble and Severe Lords Councillors of the Dutch Indies. One
Dutch transcription
R: S: Gordon. Wel Edele Gestrenge Heeren De ondergeteekende Militairen onlangs pr 't schip Barbe= „styn van Cabo de goede Hoop, hier aangeland, gebruiken met verschuldigde Eerbied de Vrijmoedigheid, UW Hoog Edel= =heedens ter Kennisse te brengen, al de onaangenaame behan¬ delingen die hen door den Majoor Sandos commandeerende in het Depot aldaar zijn aangedaan. Ten eersten yder soldaat in 't Depot dienst doende, moet maandelyks voor zijn kost Vijffthien schellingen betaalen, het welke hem van zijn winnende Gagie word afgetrokken. In tegendeel van dien betaalen de Gemeene van 't aldaar Guart soen houdende Regiment Wurtenberg pr Kop maar Elff Schele¬ en derselver Spisen zijn altoos veel beeter geconditioneerd, a die in 't Depot worden opgedischt Ten tweeden de Monteeringen die door de Recruten uyt het Vaderland worden aangebragt, worden bij huún Aankomst aldaar afgenoomen, gerepareerd; en vervolgens aan Elk weeder voor Nieúw uitgegeeven op Reekening van winnende Gagie. Ten derden geduurende den tyd dat de Recruten aldaar verblyven moeten zij door de Bank meestijds zonder Kooijgeed slaapen, wordende zulks niet eerder verstrekt als bij betaaling van goede Maanden, als wanneer yder een Bultsak tegens Contante betaaling verstrekt ward, die hij egter bij zijn vertrek van daar moet agterlaten. Laastelyk alle Monteerings stukken hoegenaamd moet den soldaat op Reekening van verdiende Gagie van gemelde Majoor aanneemen, — wordende alles tot het geringste toe ten duwsten opgeschreeven, zo dat van de Gagie zelden iets over¬ =schiet, waar door men naauwlyks in 4. â 5. Maanden Een Ropije vierschellingen, op ten hoogsten Een Rijksdaaler Contant in handen Hoog Edele Groot Achtbaren Heer Aan zyn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Achtbaren Heer, Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indien bekomt; Een R: S: Gordon. Wel Edele Gestrenge Heeren De ondergeteekende Militairen onlangs pr 't schip Barbe= „styn van Cabo de goede Hoop, hier aangeland gebruiken met verschuldigde Eerbied de Vrijmoedigheid, UW. Hoog Edel= =heedens ter Kennisse te brengen, al de enaangenaame behan¬ delingen die hen door den Majoor Sandos commandeerende in het Depot aldaar zijn aangedaan. Ten eersten yder soldaat in 't Depot dienst doende, moet maandelyks voor zijn kost Viffthien Schellingen betaalen, het welke hem van zijn winnende Gagie word afgetrokken.— In tegendeel van dien betaalen de Gemeene van 't aldaar Guara soen houdende Regiment Wurtenberg pr Kop maar Elff Schele¬ en derselver Spysen zijn altoos veel beeter geconditioneerd, a die in 't Depot worden opgedischt Ten tweeden de Monteringen die door de Pecruten uyt het Vaderland worden aangebragt, worden bij hun Aankomst aldaar afgenoomen, gerepareerd; en vervolgens aan Elk weeder voor Nieúw uitgegeeven op Reekening van winnende Gagie. Ten derden geduurende den tyd dat de Recruten aldaar verblyven moeten zij door de Bank meestijds zonder Kooijgoed slaapen, wordende zulks niet eerder verstrekt als bij betaaling van goede Maanden, als wanneer yder een Bultsak tegens Contante betaaling verstrekt ward, die hij egter bij zijn vertrek van daar moet agterlaten. Laastelyk alle Monteerings stukken hoegenaamd moet den soldaat op Reekening van verdiende Gagie van gemelde Majoor aanneemen, — wordende alles tot het geringste toe ten duwrsten opgeschreeven, zo dat van de Gagie zelden iets over¬ =schiet, waar door men naauwlyks in 4. â 5. Maanden Een Ropije vierschellingen, op ten hoogsten Een Rijksdaaler Contant in handen Hoog Edele Groot Achtbaren Heer Aan zyn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Achtbaren Heer, Mr: Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indien bekomt; Een
English
In the margin was written: Inspected v. der Vlugt receives; and whenever one makes the slightest complaint about such treatment, one is immediately repaid with a beating. All the above having been read out to us clearly and comprehensibly, we declare unanimously that it contains the pure truth, and we are ready, if required, to confirm this at all times by solemn oath, this having been signed by our own hands. Below was written: Meester Cornelis, the 15th of December 1790. Private Mattheus Pikking of Paltzburg, at the Cape 5½ months was signed: J Pieter Wilkenhoff of Arnhem, 5½ months was signed: Peter Welgenhof Jan van den Berg of Lokeren, 5½ months was signed: Frans Lodewyk Huysse of Poperinge, 10 months was signed: X Frans van Huysen of Leeuwarden, 4½ months was signed: X Jan Babtist Roeland of Brussels, 2 years 4 months was signed: X Johannes Fischer of Schellen, 5½ months was signed: Mattheus Diesler of Pomerania, 7 months was signed: Conraad Boodenbach of Nassau-Dillenburg, 1 year was signed: Boodenbach Georg Matzeau of Courland, 5 months was signed: George Matzeau Jan van der Heijden of Utrecht, 10 months was signed: X Jacobus Loman of Amsterdam, 10 months was signed: Looman Nicolaus de Vignon of Switzerland, 4½ months was signed: Lodewyk Call of Düsseldorf, 5½ months was signed: Jacobus Rading of Antwerp, 3½ months was signed: X Gerard de Croix of Susteren, 4½ months was signed: X Agrees was signed: P: de Grijs 16 heads carried forward Private Mattheus Boldoffsky of Elbing, at the Cape 12 months was signed: X Jacob Lodewyk de Groeve of Uitkerke, 10 months was signed: I. L. de Groeve Johannes van Dies, ditto, 10 months was signed: X Jacob Hens of Brackenheim, 1½ months was signed: A Herbert Bosch of Rotterdam, 1½ months was signed: Herbert Bosch Adriaan Grim of The Hague, 11 months was signed: A Grim Frans van Oort of The Hague, 10 months was signed: Frans van Noort Pieter Strobes of Amsterdam, 10 months was signed: X Johannes Baarts of Koningsteele, 10 months was signed: X Johan Pieter Joseph Kemp of Dresden, 10 months was signed: I. P. I. Kemp Below was written: In the presence of us, Batavia, as above was signed: G. K. Dangwagten, W. Thalman, E. E. Lo Stemming In the margin was written: Seen: was signed: Colmond. Agrees Goetz 46 heads. E Clercq Colonel Gordon submits herewith the following documents: No. 1. Twenty monthly muster rolls, all signed by Captain Sandol, except one from the month of August 1789. No. 2. A list from the paymaster Clement Matthiessen of the pépinières remaining here as sick, of which a general draft has been made and filled in columns by month according to the preceding lists, attached hereto under No. 3, and likewise a similar draft of the laborers under Captain Sandol under No. 4, both serving to see at a glance that these lists are false, appearing one month on the list as on duty when they performed no duty, then again in the next as recruit, etc., and from which lists it also most clearly appears how little service the Honorable Company has had from the pépinières according to this new and shameful management and administration, notwithstanding the fuss made about it in the memorial submitted in Council by the Honorable Governor on the 3rd of April 1789. No. 5. Book of Captain Sandol with six mess lists, and 14 ditto smaller ones, sent to the Honorable Commander on the attached various errands by the Adjutant Dielman; this book only running from the 1st of January 1790 to the last of December 1790, unsigned and unclosed, whereas the pépinières were still here until the month of April 1791; and this book is full of contradictions, one finding people who signed on the book and according to the book received nothing, besides yet more other incorrect things that are to be found in this book. No. 6. Seven declarations from the soldiers of the pépinières still present here. No. 7. Declaration from the burgher master bricklayer I. G. Berrends. No. 8. Declarations from the assistant master of the armory John, and the drum major Leuten: Since shortly before the departure of those last pépinières to Batavia, one Wernsdorff, serving as an adjutant with those pépinières, came to make strong complaints about Captain Sandol to him, the Colonel, who thereupon told him to make those complaints in writing. After all of which Colonel Gordon insisted that Captain Sandol should now immediately be taken into custody, as he has until now been left free and unhindered by high authority to the harmful example of the military service, even without the matter of his insubordinate and dangerous conduct having been concluded. 18. 34. 3 1979
Dutch transcription
/:In margine stond./ Nagezien v. derVlugt bekomt; en wanneer men zig over diergelyke behandeling in het gerings te beklaagd heeft, word men direct met een pakslaagen af betaald. Alle het boovenstaande ons duydelyk en verstaan baar voor geleesen zijnde, verklaaren wij eenparig de zuijvere Waarheid te behelven, en zijn bereijd, des gerequireerd wordende zulks ten allen tijden met Solemneelen Eede te Staaven, zynde deese door ons Eygenhandig onderteekend /:onderstond:/ M=r Cornelis den 15 e December 1790. Gemeene Mattheus Pikking van Paltzburg. aan de Caap 5½2 Maand /:was geteekend. / J Pieter Wilkenhoff „ Arnhem 5½ — /was geteekend:/ Peter Welgenhof Jan van den Berg. „Lookeren 5½ — /was geteekend./ Frans Lodewyk Huysse „ Popperingen 10 — „ /was geteekend:/X Frans van Huysen „ Leeuwaarden „ 4½ — /was geteekend / X Jan Babtist Roeland „ Brussel „ z Iaar 4 maande /.was geteekend: / X Johannes Fischer „ Schellen 5½ — /was geteekend/ ƒ Mattheus Diesler Pomen 7. — „ /:was geteekend./ Conraad Boodenbach „ Nassan Dieleburg 1. Iaar — — /.was geteekend:/ Boodenbach Georg Matzeau „ Lettau 5 Maand /.was geteekend:/ George Matzeau o Jan van der Heijden „ Utregt 10. — /:was get:/ x Jacobus Loman „ Amsterdam „ 10. — /:was get:/ Looman Nicolaus de Vignon „ Schweitz /:was geteek:/ Lodewyk Call „ Dusseldorp - „ 5½ — /:was geteek:/ Jacobus Rading „ Antwerpen „ /:was geteek:/ X Gerard de Croix „ Susteren „ /was geteekend X 3½ — 4½ — accordeert /:was geteekend:/ P: de Grijs 16 Koppen P:r Transport Gemeene Mattheus Boldoffs Kij van Elbingen. aan de Caap 12 Maand /:was geteekend:/ X Jacob Loedewyk de Groeve v. Uitkorken „ 10. — /:was geteekend:/ I. L. de Groeve do. Johannes van Dies /:was geteek::/ x Jacob Hens v. Brakenheim „ 172 — /:was geteekend./ A Herbert Bosch v. Rotterdam „ 1½— /:was geteekend:/ Herbert Bosch Adriaan Grim /.was geteekend:/ A Grim Frans van Oort v. St. Hage /:was geteek:/ Frans van Noort Pieter Strobes /:was getegeekend:/ X Johannes Baarts /was geteek:t/X Johan Pieter Joseph Kemp „ Dresden. „ 10. — 6 /.was geteekend:/ I. P. I. Kemp /:onder stond:/ Ter presentie van Ons, Batavia als booven /:was geteekend :/ G. K. Dangwagten W. Thalman, EELo Stemming:/ In margine stond:/ /:gesien:/ /: was geteekend:/ Colmond. 1. vt Haagen „ 11. — „ Amsterdam „ 10. — Koningsteele „ 10. — - Accordeert Goetz 46 Koppen. E Clercq „ 4½ — „ 10. — 4½ De Colonel Gordon legt hierneevens over de volgende stukken. N„o 1. Twintig stuks Maandelijkse Lijsten, allen door Capitain Sandol geteekend, uitgenomen eene van de maand augustus 1789. — N:o 2. Eene Lijst van de Zoldij boekhouder Clement Matthiessen, van de alhier, als ziek overgeblevene, Pessinieren, waarvan eene generaale Schets gemaakt is, en in Colonnes na de Maanden volgens de voorgaande Lijsten, ingevult. hier„ „meede bij No 3, en insgelijks een diergelijk schets van de werkers bij Capitain Sandol sub, N„o 4. beiden dienende om met een opslag van het oog te kunnen zien, dat deese Lijsten valsch zyn, staande dan de eene maand in de Lijst als Dienstdoender, dewelke geen dienst de den, dan weer in de volgende voor Recreit &„a en uit welke Lijsten ook ten klaarsten blijkt hoe weijnig dienst de Edele Maatschappije van de Pepinieren volgens deese nieuwe en schandelijke huishouding en vwugting gehad heeft, niet tegenstaande den ophef die er in de Memo„ „rie van den 3. april 1789 door den E. Heer Gouverneur in Raade ingelevert; hier over gemaakt word. N„o 5. Boek van Capitain Sandol met zes Menage Lijsten, en 14. d„o kleinderen, aan den E. Achtbaaren Heer Gezaghebber ge„ „zonden, op de bij gevoegde diverse boodschappen door den Adjudant Dielman; zijnde dit boek alleen ingaande van primo Ianuarij 1790, tot ultimo december 1790, ongeteekend en ongesloten, daar de Pepiniere nog tot in de maand april 1791 hier geweest zyn; en is dit boek vol Contradicties, vindende men Lieden, die op het boek geteekend, en volgens het boek niets ontfangen hebben, beneffens nog meer andere 2 verkeerde dingen, die in dit boek te vinden zyn. N„n 6. Zeeven Verklaringen van de nog hier zijnde soldaa„ „ten der Pepinieren. N:o 7. Verklaring van den Burger Metzelaars Baas I. G. Berrends. N„o 8. Verklaringen van den Onder Baas der Wapenka„ „mer John, en den Tambour Majoor Leuten: dewijl kort voor het vertrek dier laatste Pepitnieren na Batavia, eenen wernsdorff, als een adjudant, bij die Pepinieren dienstdoende, sterke klagten, over Capitain Sandol bij hem Colonel is komen doen, die hem daarop gesegd heeft, die klagten schrifte„ „lijk te moeten doen. Na alle het welke den Colonel Gordon, insteerde, dat Capitain Sandoloo nu direct in bewaring diend ge„ nomen te worden, daar hij tot nog toe, door hooge autoriteit vrij en onverhinderd is gelaten geworden tot een schadelijk Exempel voor den militairen dienst, zelfs zonder dat de zaak getermineert is, van zijn gehouden geinsubordineert en dangereus gedrag 18. 34. 3 1979
English
conduct, regarding which he, the Colonel, as Head of the Militia, submitted his opinions in Council on the 6th and 13th of February 1789, and concerning which a committee of inquiry—consisting of two members of the Council, most of the senior officers, and some junior officers of this garrison, in the presence of the Independent Fiscal of this Government—held sessions, from whose correspondence held with him, the Colonel, it clearly appears how culpable Captain Sandol was, and he, as was also evident from the opinions of the majority, was found guilty, and all his letters and excuses at that time were concocted evasions and contradictions, in which even insinuating accusations against the Administration of the Battalion and him, the Chief, appeared, which were false, and were also found to be so; with several other matters, as can be seen most clearly from all those documents; from which it appears what a disgraceful management Captain Sandol has conducted since, under the pretext of looking after the welfare of the soldier, and what his designs were, as appears in the opinions of the 6th and 13th of February 1788; namely, to procure for himself a separate, independent corps, and in addition to be a cook, wine tapster, etc.; so that he, the Colonel, now insists that Captain Sandol's trial may be drawn up and he be punished according to his deserts; that also the authenticated documents may be sent as soon as possible to the High Government of the Indies in Batavia, so that Sergeant Knobel may likewise receive his just reward; and finally adds to this a letter written to him by Sergeant Kontze, asking for justice and satisfaction. R: I: Gordon. Cape of Good Hope Head of the Militia the 20th of August 1791.
Dutch transcription
gedrag, waarover hij Colonel, als Hoofd der Militie, der 6en 13. febr 1789, zijne adviesen in Raade heeft over„ „gelegt, en waarover eene onderzoekings Commissie bestaande uit twee Leeden des Raads, de meeste Hoofd Officieren, en eenige minderen, van dit Garni „soen, ten overstaan van den Independent Fiscaal van dit Gouvernement, gezeten heeft, uit welkers Correspondentie met hem Colonel gehouden, duidelyk blijkt, hoe strafbaar Capitain Sandol was, en hij zoo als meede uit de adviesen der Meerderheid ge„ „bleeken is, ook schuldig bevonden is, en alle zijn toenmalige Brieven en verontschuldigingen op „geraapte uitvlagten en Contradicties zijn geweest waarin zelfs insinueerende beschuldigingen tegens de Administratie van het Battaillon en hem Chef zijn voorgekomen, dewelke valsch= waaren, en ook bevonden zijn; met meer andere zaaken, zoo als ten klaarsten, uit alle die stukken te zien is; daar blijkt, welke schandelijke Huis„ „houding Capitain Sandol, onder Pretext van het wel zijn van den soldaat te behartigen, zeedert gevoert heeft, en wat of zijne Vries geweest zyn zoo als in de Adviesen, van den 6, en 13. febr 1788 voorkomt; — om zig namentlijk een apart Independent Corps te besorgen, en daarbij, kok Wijntapper &a, te zijn- zo dat hij Colonel nu insteert dat Capitain Sandol zijn Proces, mag opgemaakt en hij na Merites gestraft worden,: — dat ook ten spoedigsten de geauthentiseerde stukken na a hooge Indiasche Regeering te Batavia mogen gesonden worden, op dat den sergeant Knobel, meede zoon na werken mooge ontfangen. — en voegt hier eindelijk meede bij, eene brief door den sergeant Kontze aan hem geschreven, vragende om regt en satisfactie R: I: Gordon. Cabo de Goede Hoop Hooft der Militie den 20 aug: 1791.