VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4352

Cape · 551 pages · 158 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4352_0001 view scan ↗

English

4330 A. Year 1792. 79 Register of papers via the packet boats De Star and De Snelheid 50 Original dispatch from the Ministers to the Assembly of the Seventeen and ditto 14 May 1792. 52. Original dispatches from the Ministers to the Amsterdam Chamber dated ditto ditto 59 Report and Vendue Roll concerning the sale of the Company's post De Rietvallei on the Buffeljagts River. 62 Report from the Landdrost of Swellendam concerning the preservation of the Company's timber forests 68 Vendue roll of the sold livestock, horses etc. at the post De Klapmuts 71 Report and note from the Cellarmaster Lesueur concerning the required number of bondservants and 73 Report from O. G. de Wet and W. F. van Reede van Oudshoorn concerning arrangements with the Landdrost of Swellendam regarding the maintenance of the horses 82 Discourse of R. J. Gordon and W. F. van Rheede van Oudshoorn with the annex concerning the useful employment of the convicts Statement of the horses purchased in the years 1786/7 Per De Deel. Register of the letters and papers from the Cape of Good Hope transmitted 1792. 876 to 879 Register of papers via the packet boats De Star and De Snelheid 880 to 950 Original dispatch from the Ministers to the Assembly of the Seventeen and ditto 14 May 1792. 951 to 952. Original dispatches from the Ministers to the Amsterdam Chamber dated ditto ditto 953 to 959 Report and Vendue Roll concerning the sale of the Company's post De Rietvallei on the Buffeljagts River. 960 to 962 Report from the Landdrost of Swellendam concerning the preservation of the Company's timber forests 963 to 968 Vendue roll of the sold livestock, horses etc. at the post De Klapmuts 969 to 971 Report and note from the Cellarmaster Lesueur concerning the required number of bondservants and 972 to 973 Report from O. G. de Wet and W. F. van Reede van Oudshoorn concerning arrangements with the Landdrost of Swellendam regarding the maintenance of the horses 974 to 982 Discourse of R. J. Gordon and W. F. van Rheede van Oudshoorn with the annex concerning the useful employment of the convicts 983 Statement of the horses purchased in the years 1786/7. Per De Deel. Register of the letters and papers from the Cape of Good Hope transmitted 1792. dated 3 August 1791, notifying that he has been summoned to hear an appeal requested against the ruling taken by the Council of Justice 986 Discourse of W. F. van Reede van Oudshoorn concerning the introduction of the tax on all legacies and collateral inheritances 1076 to 1079. Report from O. G. de Wet dated 17 April 1792, on which the 50th penny could be levied 1080 Form of the oath for those who shall furnish the liberal gift in the outer districts in livestock 1084 to 1085 Report from J. J. Rhenius and O. G. de Wet dated 17 February 1792 regarding the remaining cash as of the end of August 1790, as well as regarding the circulating paper money. 1086 to 1087. Calculation of the required cash for 1792/3. 1040 to 1056 Petition and annexes submitted by the Deputy Fiscal Mr. J. A. Truter concerning complaints against Major De Sandolroy of Batavia 1057 to 1058 Note by Colonel R. J. Gordon regarding Fiscal Van Lynden dated 24 February 1792. 1059 to 1064. Memorial of Major De Sandolroy regarding certain threatened proceedings against him to be instituted before the military court martial. 1065 to 1066 Note by Colonel R. J. Gordon dated 6 March 1792 regarding Major De Sandolroy 1067 to 1071 Defense of the Deputy Fiscal J. A. Truter dated 31 March 1792 regarding steps taken by him in the case of Major De Sandolroy. 1088 Register of the papers via Straalen and De Vrouwe Agatha. 1089 to 1116 Original dispatch from the Ministers to the Assembly of the Seventeen dated 4 May 1792. 1117 to 1118. Ditto ditto from ditto to the Amsterdam Chamber dated ditto ditto 1119 Register of the papers via the State brig of war De Vlieg. 1120 to 1153 Original dispatch from the Ministers to the Assembly of the Seventeen dated 18 June 1792. 1154 to 1159 Ditto ditto from ditto to the Amsterdam Chamber dated ditto ditto 1160 to 1162 Original secret dispatch from the Ministers to the Assembly of the Seventeen dated ditto ditto 1163. Register of the secret papers signed by J. J. Le Sueur 1164 to 1193 Charge and conclusion by the Independent Fiscal Van Lynden against Cellarmaster J. J. Le Sueur, with annexes. 1072 to 1075 Petition by the Burgher Councillors containing complaints 1018 to 1039 Petition and annexes of the Fiscal ad interim Mr. J. P. de Neys to sequester the purchase money of the houses sold by Fiscal Van Lynden 987 to 1011 Petition and annexes of the Council of Justice concerning the summons of the aforementioned Van Oudshoorn 1012 to 1014 Advice of Van Reede van Oudshoorn on the aforementioned petition 1015 to 1017 Extract from the civil court roll dated 4 August 1792 regarding Fiscal Van Lynden 1081 to 1082 Cash account of the poor relief funds as of 8 December 1791 1083. Report from the Cellarmaster J. J. Le Sueur regarding the bottling of the Constantia wines for the Netherlands.

Dutch transcription

4330 A. Paad 1792. 79 Register der papieren p:r de pacquetbooten de star en de snelheid 50 origi missive van de Ministers aan de verga„ dering van 17:e en d:o 14 Meij 1792. 52. Orig:s miss:s van de Min:s aan de kamer Amstm in dato dito dito 59 Rapport en Vendu Rol over de verkooping van s Comp:s post de Rietrallerij aan de Buffel Jagts rivier. §2 Berigt van den Land drost van Swellendam over de conserratie van s Comp:s Houtbooschen 8 Venderrol van het Verkogte Beestiaal Haren &ca op de post de klapmuts 71 Berigt en notitie van den Keldermeester Lesueur over het benoodigde getal Lijffeigen en B Berigt van O: G: de Wet en W: f: van Reede van oudshoorn over schikkingen met den Land „drost van Zwellendam over het onderhouden der paarden „82 Vertoog van R J: Gordon en W: f: van Rheede van oudshoorn met dien Bylaag over het nit: „tig gebruik der Banditen opgaaf van de paarden inde Jaaren 178 6/7 ingekogt Per de Deel. Register der Brieven en papieren van Cabo de goede Hoop over„ gekomen 1792. 876 „ 879 Register der papieren p:r de pacquetbooten de star en de snelheid 880 „ 950 orige missive van de Ministers aan de verga„ dering van 17:' en d:o 14 Meij 1792. 951 „ 952. Orig:t miss:s van de Min:s aan de kamer Amstm in dato dito dito 953 „ 959 Rapport en Vendu Rol over de verkooping van 's Comp:s post de Rietrallerij aan de Buffel Jagts rivier. 960 „ 962 Berigt van den Land drost van Swellendam over de conserratie van s Comp:s Houtbooschen 963 „ 968 Venderrol van het Verkogte Beestiaal Haren & ca op de post de klapmuts 969 „ 971 Berigt en notitie van den Keldermeester Lesucur over het benoodigde getal Lijffeigen en 972 „ 973 Berigt van O: G: de Wet en W: f: van Reede van oudshoorn over schikkingen met den Land „drost van Zwellendam over het onderhouden der paarden „ 982 Vertoog van R J: Gordon en W: f: van Rheede van oudshoorn met dien Bylaag over het nit„ „tig gebruik der Banditen 983 - - - - - - - opgaaf van de paarden inde Jaaren 173 6/7 ingekogt. Per de Deel. Register der Brieven en papieren van Cabo de goede Hoop over„ gekomen 1792. 974 lollol in d: o 3 aug: 17191. waar bij kennis geefd gedag vaard te zijn om te hooren verzoeken appel over het dispositief by den Raade van Justitie genoomen „ 986 Vertoog van W: C: van Reede van Oudshoorn 1076 „ 1079. Berigt van O: G: de wet in d:o 17 April 17192, op welke de 50: penning zoude kunnen worden geheeven 1080 - - - - Formulier van den Eed voor de geene die de Libe„ „rale gifte in de buijten districten zullen welke„ fourneeren in beestiaal 1084 „ 1085 Berigt van J: J: Rhenius en OG: de wetend=o 17. feb: 1792 wegens de onder ult:o aug: 1790 zes. teerende contanten, gelijk meede over het roullee¬ „rende papiere geld. 1086 „ 1087. Casculatie der benoodigde contanten voor 179 2/3. 1040 „ 1056 reguert en Bylaagen door den Adjunct Fiscaal 1088 - - - - - . Register der papieren p:r Straalen in de vrouwe Mr: J: A: Pruter over Klagten tegens den Agatha. Majoor de Sandolorij van Batavia aangebragt „ 1089 „ 1116 orig: missive van de mineren aan de vergad: van 17: 1057 „ 1058 Nota door den Coll:s R: J: Gordon betrekkelijk in dato 4 Meij 1792. den Fiscaal van Lynden in dato 24 feb: 1792. „ 1118. d:o d:o: van d:o aande kamer Amsterdam in dato 8 o. d. o 1111 1059 „ 1064. Memorie van den Majoor de Sandolorij naa„ 1159 - „ —. Register der papieren p r slands Brik van oorlog kende zeekere gedreygde proceduren Jegens hem de Vlieg. voor den militaire krijgsraad tentameeren. 1120 „ 1153 orig messr van de Mm: aan de verg: van 17 ind:o 18 Juny 1792. 1065 „ 1066 Nota door den Cotl:l R J: Gordon ind:o 6 Maart 1792 1154 „ 1159 d:o d:o van do aan de Kamer Amstm. in dato d. o d:o betrekkelyk den majoor de Sandolorij 1160 „ 1162 orig:s Secr:e missive van de min: aan de vergad. „ 1071 Verantwoording van den Adjunct Fescaal van V1: in dato do d:o J: A: Pruter in d. o 31 Maart 1792 oven verzig„ 1163. . . . . . Register der secreete papieren geteekend door „tingen door hem in de zaak van den Majoor de Sandolorij. J: J: Le Sireur over het invoeren der belasting op alle legaaten en Collaterale successien van Lynden tegens den keldermeester II Le 1072 „ 1075 Request door Burgerraaden houdende klagten 1164 „ 1193 Eipel en Conclusie door den Independent Fircaal sueur met dies bijlaagen. 1018 „ 1039 request en Bijlagen van den ad interim Fiscaal M.: J: P: de Neijs om de Kooppenningen der Huijzen door den Fiscaal van Lynden ver„ „kogt te arresteeren 987 „ 1011 request en bijlaagen van de Raad van Justitie 1081. . „ 1082 Cassa Reekening der armengelden onder 8 Dect:r 1791 over de dagvaarding van gem: van Oudshoorn 1083. . . . . . Berigt van den keldermeester I: S: Le Sueur 1012 „ 1014 advis van Reede van oudshoorn over evengem: requert wegens het vullen der Constantia wynen voor 1015 „ 1017 Extract uit de Cevrile rechts rolle in d:o 4 Augustus 1792 Nederland. wegens den Fiscaal van Lynden 984 1067

NL-HaNA_1.04.02_4352_0006 view scan ↗

English

876. Register of all such Z: A. D. R H E. 2. 1194 to 1246. Answer to aforesaid Demand with three annexes by the aforesaid Mr. J. J. Le Sueur 1247 to 1263 Memorial of substantiation with its annexes from the same 1264 to 1299 Petition with its annexes from the same concerning the aforesaid Fiscal van Lynden 1300. . . . . . Memorial from Colonel van Hughel in the Gale 20 March 1792 concerning the dispatching of recruits to Ceylon. 1301 to 1305 Considerations from Fiscal van Lijnden to the Ministers dated 9 May 1791. 1306 - - - - - - Note from Colonel Gordon to the Council of Policy on the justification of the Deputy Fiscal Truter in the investigation into the matter between the said Colonel and Major de Sandolroy 1307 to 1308 Original missive to the Ministers to the Chamber Amsterdam dated 12 June 1792 1309 to 1310 Original ditto from Commissioners General to the Assembly of Seventeen dated 19 June 1792 1311 to 1314 Ditto ditto from the Ministers to the Assembly of Seventeen dated 21 June 1792. 1315 to 1316 Ditto - ditto from ditto to the Chamber Amsterdam dated ditto ditto 1317 to 1318 - dated 2 July 1792 - 1319 to 1326 Ditto ditto from ditto to the Assembly of Seventeen dated 4 July 1792 1327 to 1328 1329 to 1333 Order to take place at the presentation of the Gentlemen Commissioners General here 1537 to 1339 Regulation according to which everyone shall have to conduct themselves in case the aforesaid Commissioners enter False Bay 1340 to 1341 Address of the Commissioners General here 1342 to 1343 Original missives from the Ministers to the Assembly of Seventeen dated 5 May 1792. 1534 to 1536 Regulation according to which everyone shall have to conduct themselves upon the arrival of the aforesaid Commissioners Z. N. 1. Original Missive addressed by the Honorable Lord Acting Governor and the Council of this place to the aforementioned Illustrious Colleague of the Most Noble Lords Seventeen. — 8 to 5 by the said Lord Acting Governor and the Council addressed to the Noble Lords Directors of the individual chambers indicated in the margin. Z. M. 3. Duplicate Missives by the repeatedly mentioned Lord Acting Governor and Council here on 21 April and 4 May to the well-mentioned High Letters and Papers as under today's date are dispatched from here both to the Most Noble and Most Honorable Lords Committee Directors and Plenipotentiaries to the Illustrious Assembly of Seventeen and to the Most Noble Lords Directors of the individual Chambers to be named below per the Company's packet boats the Snoa and the Snelheid namely Noble 877. Z N. 11. No 4. Original Secret Missive by the Honorable Lord Acting Governor separately directed to the Most Noble and Stern Lord Mr. Pieter Jacobus Guepin advocate of the General Dutch Company, in which is enclosed a letter to the Gentlemen of the Secret Committee 5: Authentic Copy Report and appended Vendue Roll concerning the sale of the Company's post the Rietvalleij on the Buffeljagts River Report from the Landdrost of Swellendam, concerning the conservation of the Honorable Company's timber forests Vendue Roll of the sold livestock, slaves, etc., at the post the Klapmuts. Report from the Cellar Master Le Sueur concerning the required number of slaves for this government according to the list appended thereto. Z A 12. Representation from the Lord van Reede van Oudshoorn, whereby he gives notice of having been summoned to hear requested appeal concerning the ruling taken by the Council of Justice 1791. on 20 June. — Return of the horses purchased for this Government in the years 178 2/9. - Representation from the Lords Gordon and van Reede van Oudshoorn, with its annexes, concerning the useful use which can be made of the convicts in this government from the Lords de Wet and van Reede van Oudshoorn, concerning the arrangements made by them with the Landdrost of Zwellendam concerning the maintenance of the necessary horses Z A No 9 Authentic Copy Report Noble Lords Seventeen dispatched from here with the annexes belonging thereto according to the register Z N 6. in f EA Z N E N 2 2 L N 878. Z A No 13 Authentic Copy Representation Z 8 14 @ E N. 21: and appended annexes from the Council of Justice of this Government concerning the summons served upon the Lord van Reede van Oudshoorn. - Advice from the Lord van Reede van Oudshoorn concerning the aforementioned representation of the Council of Justice Z N 15. Extract from the Civil Court Roll kept by the Council of Justice on 4 August 1791. Z A 16. Authentic Copy Representation with various annexes belonging thereto from the Fiscal ad interim Mr. Jacob Pieter Deneys concerning the alleged consent obtained by him from the Honorable Lord Acting Governor to attach the purchase monies of the houses sold by Fiscal van Lijnden Representation Justification from the Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter concerning that which was performed by him in the case of Major de Sandolroy of two Notes submitted by the Lord Gordon to the Assembly of 6 May 1792. Memorial from Major de Sandolroy whereby he came to recuse the Military Court Martial here. — Z A. No 18. Authentic Copy of a Note submitted by Colonel Gordon on 28 February in Council with its annexes submitted by the Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter concerning the complaints against Major Sandolroy brought here from Batavia. No 22. 17. C E N with E N. 20. E N 19 and

Dutch transcription

876. Register van alle zodanige Z: A. D. R H E. 2. 1194 „ 1246. antwoord op voorn: Eijsch met dre bylaagen door voorn: M:r I: I: Le Sueur 1247 „ 1263 Memorie van adstructie met dies bylagen van denzelve 1264 „ 1299 request met dies bylagen van denzelve over voorn:d Fiscaal van Lynden 1300. . . . . . memorie van den Collenel van Hughel ind:e Gale 20 Maart 1792 over 't verzenden van recristen naar Ceylon. 1301 „ 1305 consideratien van den Fiscaal van Lijnden aan de Min:s in dato 9 Maij 1791. 1306 - - - - - - nota van den Collonel Gordon aan den Raad van politie op de verantwoording van den adjunct Fiscaal Futer in't onderzoek ter zaake tusschen gem: collenel en den majoor de Sandolorij „ 1308 oncg: misst aan de min:s aan de Kamer A:m ind:o 12 Junij 1792 „ 1310 oacg: d:o van Comm:r Gen:l aande verg: van 17:' end:o 19 Junij 1792 „ 1314 d:o d:o vande min: aan de verg:s van 17' in d:o 21 Iuny 1792. „ 1316 d. o. - . d. o van. . d:o aan de kamer Amstm in dato d. o d. o _ in dato 2 Julij 1792 „ 1318 - 1319 „ 1326 d o d:o van d:o aan de verg: van 171:' ind:o 4 Julij 1792 1329 „ 1333 ordre om plaats te grypen by de voorstelling van # Heeren Commissarissen generaal alhier 1537 „ 1339 Reglement waar na een ieder zieh zal moeten gedraagen ingevalle voorn: Commissarissen en de Baaij fals binne vollen 1340 „ 1341 aanspraak van Commissarissen Generaal alhier 1342 „ 1343 orig:t miss:s van de min:s aan de verg: van 17:t in d:o 5 Meij 1792. 1534 „ 1536 reglement waar na een ieder Zich zal moeten gedraagen by de komst van voorn: Commissarissen Z. N. „ 1. Origineele Missive door den E Achtb. Heer Gezaekhebber en den Raad deeser plaats van welopgemelde Illustre College der Hoog Edele Heeren zeventienen gead „dresseerd. — door gemelde Heer gezachhebber en den Raad gerigt aan de Edele Heeren Bewindhebberen den in margine beteekende partic„ kameren. Z. M. 3. Duplicaat Missives door meerm Heer gerachhebber ee raad alhier op den 21. April en 4. Maij aan welgem:e Hoog Brieven en Papieren als onder Zuidigen datum van hier wor„ den afgezonden zo aan de Wel Edele Hoog Achtb Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen en Gevol„ „machtigdens ter Illustre Vergadering van Zeventienen als aan de Wel Edele Hee¬ „ren Bewindhebberen der ondertenoemene particuliere Kameren p. r &Compagnies. pacquet Boots de Sar en de Snelheid namentlijk Edele 1307 1309 1311 1315 1317 1327 „ 1328 8„„5 877. Z N. 11. N 4. Origineele Secreete Missive door den E Achtb Heer Gezachhebber appart geregt aan de wel Edele gestrenge Heer Mr Pieter Jacobus Guepin advocaat van de generale Nederlandsche Compagnie, waarin gesloten is een brief aan de Heeren van de secreete Commissie 5: Copia Authenticq Rapport en daarbij gevoegde Vendurol over de vercoping van s Comp post de rietvalleij aan de Butseljagts rivier _ Berigt van den Landdrost van Swel lendam, over de Conservate van de Houtbosschen der E Comp:e _o Vendurolle van het verkogte Beestiaa Slaven &a op de post de Klapmuts. Berigt van den Keldermeester Le Sueur over het benodigt getal Leyff eygenen ten deesen gouvernemente volgens daar by gevoegde Lijst. Z A 12. vertoog van de Heere van Reede van Oudshoorn, waarbi kennis geeft gedagvaard te zijn om te hooren verzoeken appel over het dispositie by den Raade van Iustitie 1791. op den 20 Iuny ge„ „noomen.— r Opgaaff van de paarden ten deesen Gouvernemente in de Jaar 178 2/9 ingekogt. - _ Vertoog van de Heeren Tordon en van Reede van oudshoorn, met dies Bijlagen, over het nuttie gebruik het welk van de Banditen ten deesen gouvernemente kan worden gemaakt vande Heeren de wet en van Reede van ouds, „hoorn, over de schikkingen door Een met den Land= „drost van Zwellendam gemaakt over het onder houden den nodige paarden Z A N„o 9 Copia Authentieq Berigt Edele Heeren Zeventienen van hier afgezonden met de daartoe gehoorende Bijlagen volgens register Z N 6. _o in ƒ EA Z N E N 2 2 L N 878. 2 A NB3 Comia Authenticq Vertoog Z 8 14 @ E N. 21: en daar bij gevoegde Bijlagen van den Raade van Justitie deeses Gouvernements over„ de dagvaardiging op de Heer van Heede van ouds„ „hoorn gedaan. - rAdvis van den Heere van Reede van Oudshoorn over evengemelde vertoog van den Raade van Justitie Z N 15. Extract uit de Civile Rechts= „rolle gehouden bij den Raade van Justitie op den 4 Augustus 1791. Z A 16. Copia Authentieq Vertoog met diverse daartoe gehoo„ „nende Bijlagen van den A d interim Fisaal M=r Jacob Pieter deneys over het door hem verkree¬ „gen pretense Consent van den E Achtt Heere Gezach „hebber om de Cooppenningen der Huijzen door den Fis„ caal van Lijnden verkogt te arresteeren vVertoag ¶Verantwoording van den Adjinct Friscaal Mr. Johannes Andreas Fruter over hetgeene door hem inde zaak van den Majoor de San dolvoij is verrigt gewordn van twee Notai door den Heere Gordon ter Vergadering van den 6. Maij 1792. ingediend. re Memorie van den Majoor de San¬ dolroij waarby de Militaire Krijgsraad alhier quam te recuseeren. — Z A. N o 18. Copia Huthenticq van een Nota door den Heere Collonel Gordon op den 28. Febr„ in raade overgelegd met dies Bijlaagen door den Adjunct Fiscaal M=r Johannes Andreas Tru„ „ten ingediend over de gen plagten van den Majoor Candolroij alhier van Batavia aangebragt. No 22. 17. C E N met E N. 20. E N 19 _n en

NL-HaNA_1.04.02_4352_0009 view scan ↗

English

879. ZA No. 22 Authentic Copy Request ZA No. 28. Pay Roll of this Government ZA. 23. to by Burgher Councilors of this Place containing their grievance regarding the introduction of the Tax on all bequests and Collateral successions Report of the Lord de Wet on the manner in which the 50th penny, upon its introduction here, could be levied. — ZA. D: R. H. L4. Statement of Requisitions for this Government for the Year 1793. ZA 25 Authentic Copy Account of the Poor Fund in the church of Drakenstein Likewise of the Year 1791. Z 26. Muster roll of the ship de Hersteller ZA 27 Authentic Copy Money Requisition for this Government together with the sought Report thereon from the Lord commander and Cashier ZA Expense account of Brenen of this as of the 17th Agatha 30 Second Set of pay Papers for the Amsterdam Chamber 31. Invoices of Postage for the Private Letters being dispatched with the bearers hereof Two boxes with private service letters In the Castle of Good Hope, 14 May 1792. Governments pay: by Clerk No. 28. Good E A: H 880. To the Right Honorable High Esteemed Lords Directors Commissioned to the Illustrious Assembly of the Seventeen representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber at Per the Company's Packet boats the Star and the Snelheid Respectful notification of the departure of the beside-mentioned Vessels, Register. Patria High Commanding Lords. On the 4th of this current month we have taken the liberty to address our latest humble Letters to Your Honorable High Esteemed per the Company's Ship Straalen and the privately chartered ship the Vrouwe Middelburg Right Honorable, Firm, High Esteemed, High Wise, Provident and very Generous Lords, Agatha 881. humble report of the Execution of a part of Your Honorable High Esteemed orders contained in your secret Dispatch of 20 February 1790. the regiment of Wurtemberg being entirely dispatched from here to the Indies Agatha, which vessels also embarked on the journey to the Netherlands on the 11th of this month. Having taken the liberty, in our humble letters of 9 May, 29 June and 27 September of the past Year, to provide Your Honorable High Esteemed a respectful report of the manner in which we had executed a part of the orders which Your Honorable High Esteemed were pleased to prescribe to us in your revered Dispatch of 2 October 1790, and in our last-mentioned humble letters also brought to the attention of Your Honorable High Esteemed which arrangements and actions still ought to be carried out in order to execute in their entirety all the orders contained in the very same aforementioned Dispatch, so shall this present letter now serve to render a proper report of all those arrangements and actions to Your Honorable High Esteemed according to dutiful obligation, and in order to perform this with proper order, to follow the matters as they were stated in our respectful letters of 27 September last, and thus First, regarding the dispatch of the then still present part of the Regiment of Wurtemberg, we refer in all humility yet to 882. and the post Rietvalleij sold in beside-mentioned manner for ƒ12000:— to the respectful reports supplied in that regard to the Right Honorable High Esteemed, there being found of that Corps in this Government no more present than 50 Men, both recruits, convalescents, and sick, who will be forwarded by us as speedily as possible to the Indies per the expected outbound ships. Secondly, with regard to the sale of the Post Rietvalleij at Buffeljagtsrevier, we take the liberty to communicate to Your Honorable High Esteemed that for the public sale of that post we commissioned the Resident and Bay Bailiff Christoffel Brand, who has submitted a Report to us concerning this his proceeding, of which we send to Your Honorable High Esteemed herewith the authentic Copy, as well as of the vendue roll held at that sale, from which Your Honorable High Esteemed will be able to perceive that the aforesaid post yielded a sum of ƒ 12000: Indian valuation, as well as that both that post and the movable goods and small amount of livestock belonging thereto, netted a total of 4923: — Rixdollars: and since the arrangements devised by Resident Brand to make the aforesaid sale turn out to the advantage of the Noble Company in every respect Brand 883. having required from the Landdrost of Swellendam his Considerations regarding the in Hout Bay in every respect aligned with the purpose we had envisaged in this matter, we have approved all that was done by him, and consequently transferred the place itself to the buyer, and ordered the aforesaid proceeds to be entered into the Trade books, while we, with regard to the stipulation in the conditions of purchase, concerning the Hottentots who from time immemorial have kept their kraals and Cattle around the said post, have ordered the Landdrost of Swellendam to keep close supervision that the same Natives are not molested or driven from their resting places by the present owner of the place or his successors, but on the contrary are left in the undisturbed and peaceful possession thereof. We have also required of the just-cited Landdrost his considerations as to how the Forests, which have belonged under the repeatedly mentioned Post, could best be guarded and preserved without the Burden and expense thereof falling upon the Noble Company, and in the meantime, pursuant to the proposal of Resident Brand, provisionally retained for the guarding of these Forests the person stationed at the aforesaid post Rietvallei

Dutch transcription

879. ZANo: 22 Copia Authenticq Request Z A N=o 28. Soldij Memorie deeses Gouver„ Z A. 23. aen door Burgerraden deese Plaatse houdende hunne doleantie over het invoe ren der Belasting op alle legaten en Collaterale successien Berigt van den Heere) de wet over de wijze op welke de 5 d=ose penning bij dies in„ „troductie alhier, zoude kun „nen worden geheeven. — Z A. D: R. H. L4. Eijnh van Behoeftens voor dit Gouvernement voor den Iaare 1793. Z A 25 Copia Authenticq Reekening der Armen Penningen in de kerk van draken Item van den Iaare 1791. Z 26. Monsterrolle van het schip de Hersteller r: A 27 Copia Authenticq= Geld Eijssch voor dit Gouvernement nevens deen daartoe gezoo kend Berigt van den Heere gezachhebber en Cassier Z: A Inkostreekening van Brenen deeses als van de 17 Agatha 30 Tweede Stel soldy Papieren voorde Kamer Amsterdam 31. Factuuren van Portgelden der Particaliere Brieven met brengers deeser verzonden wordende Twee kassen niet particuliere bistelbrieven In't Casteel de Goedse koop den 14 May 1792. „nements soldyc: by Clercq No. 28. Goet E A: H 880. Aan de WelEdele Hoog Achtb: Heeren Bewindhebberen Gecommitteerd ter Hustre Vergadering van zeeventhienen representeerende de Generaale Nederlandsche geoctroijeerde Oost:Indische Compagnie ter Prasediale kamer tot P=r s Comp:s Pacquetboots de Star en de Inelheid Eerbiedige kennisgeeving van het depart der nevens= gem: Bodems, Register. Patria Hoog Gebiedende Heeren. le Op den 4 deezer loopende maand hebben wij de vrijheid genoemen onze Jongste onderdanige Letteren aan Uel„ Edele Hoog Achtb: te addresseeren per 's Comp. s Schip Straalen en het par„ ticulier ingehuurd schip de Vrouwe Middsburg WelEdele, Erntfeste„ Hoog Achtb: Hoog wijze; voorzienige en zeer Genereuse Heeren, Agatha 881. onderdanig verslag van de Executie eener gedeelte uwer welEdele Hoog Achtb beveelen vervat bij welderzelver secreete Missive van den 20 febr 1740. zynde het regiment van wrntenberg geheel en al van hier naar Indien verzonden Agatha, welke boodems daar meede op den 11 deezer, de reize hebben aanvaard na Nederland. Bij onze onderdanige letteren van den 9 Mei, 29 Iunij en 27 September des gepasseerden Jaars, de vryheid genoomen hebbende, Uwel Edele Hoog Achtb=s eer„ biedig verslag te doen, van de wyze op welke wij ter executie hadden gelegt een gedeelte der ordres, welke UWel Edele Hoog Achtb: ons, bij welderzelver geve„ nereerde Missive van den 2 October 1790 hebben gelieven voorteschryven, en by onze laatstgemelde neederige letteren teffens onder het oog van Uwel Edele Hoog Achtb gebragt welke bestellingen en verrichtingen als nog behoorden te worden gedaan, om alle de beveelen, vervat bij hoogstder„ „zelver evengeciteerde Missive, en hun geheel uittevoeren, zo zullen thans deeze laaten dienen om van alle die bestellingen en verrichtingen aan Uwel Edele Hoog Achtb:e naar Schul„ digen pligt behoorlijk verslag te doen en om zulx met behoorlyke ordre te verrichten de zaaken volgen zo als dezelve bij onze eerbiedige letteren van den 27 September Jongstleiden zijn opgegeeven, en dus Eerstelijk omtrent de verzending van het als toen nog aanweezend gedeelte van het Regiment van Wurtemberg, ons in alle onderdanigheid gedraagen nog aan 882. en de port de Reetvalleij op bezidegem: wijze voor ƒ12000:— verkogpt. aan de eerbiedige berichten des„ wegens aan Wel Edele Hoog Achtb= gesuppediteerd, bevindende zig van dat Corps ten deezen Gouvernemente niet meer aanweezig als 50 Man zo recruuten als reconvaliscenten en zieken welke door ons per de verwagt wordende uitkoomende schee„ pen ten spoedigste naar Indien zullen worden voortgeschikt. ten Tweeden, met betrekking tot de verkooping van de Post de Rietvalleij aan Buffeljagtsrevier, de vrijheid neemen d UWel Edele Hoog Achtb te communi„ ceeren, dat wij tot de publicque verkoe„ ping van die post hebben Gecommitteerd den den Resident en Baaifals Christoffel Brand dewelke over deeze zyne verrich„ ting aan ons heeft ingediend een Rapport waar van wij Uwel Edele Hoog Achtb= neevens deeze het Copia authenticq zoo wel als van de vendurolle bij die ver„ kooping gehouden waar uit: uwel Edele Hoog Achtb: zullen kunnen ontwaaren dat de voorsz: post heeft afgeworpen eene somma van ƒ 12000: Indesche valua mitsg. s dat zo die post als de daarbyf gehoord hebbende losse goederen en eenig weinig beestiaal, nette zyn koomen te rendeeren een montant van rd:s 4923: —: en nadien de schikkingen door den Resident Brand beraamd, om de voorsz: verkooping tot voordeel der Edele Maatschappyj te doen uitloopen allezints Trand 883. dam gerequireerd hebbende zyne Consideratien over het in koute Ngualand allerints waaren quadreerende met het oogmerk het welk wij ons in deeze had„ den voorgesteld, zo hebben wy al het geen door hem is verricht geapprobeerd, en mitsdien van de plaatszelver aan den kooper opdracht gedaan, en het voor„ ten inneemen, terwijl wij met betrek„ king tot het gestipuleerde bij de koop„ conditien, raakende de hottentotten, welke zeedert onheuclijke tyden herwaards omstreeks gemelde post hunne kraalen en Vee hebben gehad, den Landdrost van Zwellendam hebben hebben ge„ last, naauwkeurig toezicht te houden dat dezelve Natirellen door den presenten eigenaar van de plaats wij hebben ook van evengeciteerde Conserveeren der Houtbosschen, deratiën hoedanig best voor de con„ servatie der onder meerm: Post ge„ „sorteerd hebbende Bosschen zou kunnen waaken zonder dat daar van den Last en het bezwaar neerkwaame op deE Compte. en inmiddels ingevolge het voorstel van den Resident Brand provisioneel ter bewaaring deer Bos„ schen aangehouden, den op voorsz: post de Rietvallei bescheiden geweest meld provenue bij de Negotieboeken laa van de Landdvrort van Zwellen- Landdrost gerequuireerd deszelfs consi„ ofte zyne successeuren niet gemoles„ teerd of van hunne legplaatzen ver¬ ^ ongestoort dreeven maar inteegendeel in de vreedige possessie van dien gelaaten worden. ofte 6 Zinde

NL-HaNA_1.04.02_4352_0014 view scan ↗

English

884. we have the honor to present Your Right Honorable Lordships with an authentic copy of the same, and at the same time to communicate the arrangements made by us thereupon. Being Master Nicolaas Orbaan, together with two of the men who had been under his command, and furthermore the places registered with the frequently mentioned Resident, which by the determination made could stand on their own as loan places, we have granted them against the ordinary recognition of 24 rixdollars per year for each of them to those who have made a request for them. The said Landdrost having fulfilled the just-cited instruction according to the report which we take the liberty to present to Your Right Honorable Lordships in authentic copy, we have therefore decided to make the arrangements provisionally made by us take effect permanently for the future. And consequently, we have ceded in usufruct to the appointed overseer of the timber forests, Nicolaas Orbaan, the fir forest field surrounding it, without him having to pay any recognition therefor to the Honorable Company, solely with the condition that, whenever he in time might see fit to quit the service of the Honorable Company, and likewise upon his decease, the buildings and dwellings which he shall find advisable to erect there for his convenience, must provisionally, by him or his legal successors, by appraisal, 885. and by which we trust that the conservation of those forests will be served. must be transferred to his successor, who shall then also be obliged to accept the same for what they shall be valued at. Since by this arrangement those who are charged with the preservation of the cited forests will be provided with housing without expense to the Honorable Company, we have furthermore, in order to indemnify the Company also for the maintenance both of the same and of the two men who will be under his orders, increased the seal of the license to cut wagon wood and timber in the forests of Outeniqualand from 3 rixdollars for the twelve loads at which it was set, henceforth to one rixdollar for each load. Meanwhile, for the rest, everything further proposed by the said Landdrost has been adopted without any alteration, and we have notified one and all that henceforth anyone who wishes to apply to the authorities to solicit an ordinance for the cutting of wood must first and foremost provide himself with written proof from the said Landdrost that such can be 886. accompanied by the vendue roll of the sale of cattle and slaves held at the Klapmuts, from which we have made some profit from the hay made at that post, accorded to him without any objection. Thirdly, with relation to the sale of the cattle that still remained in the month of September last, we take the liberty respectfully to inform Your Right Honorable Lordships in all submissiveness that, over and above that which was sold thereof at the post of Rietvallei on the Buffeljagts River, the entire remainder, together with a good portion of the slaves and diverse loose goods, were publicly monetized on the 3rd and 4th of October last at the post of Klapmuts. And we also present herewith to Your Right Honorable Lordships an authentic copy of the vendue rolls held on that day, from which it appears that at that sale a sum of 13343 7/8 rixdollars was realized, which we have ordered entered into the trade books according to the regulations. Since, through the abolition of the entire establishment of the aforesaid post of Klapmuts and the discharge of most of the men who had been stationed there, the transport of the hay standing in the field had become impossible, yet we nevertheless felt our obligation to derive some advantage from the same for the profit of the Honorable Company, the undersigned Cellar Master and Dispenser were commissioned by us 887. we also have the honor to present to Your Right Honorable Lordships a report from the Cellar Master Le Sueur regarding the slaves required in this Government, to devise all such arrangements and put them into effect as they should find most consistent with the interest of the Company. Who thus had the hay mowed by some repatriating sailors stationed at the Line, and subsequently sold for the account of the Honorable Company at 7 rixdollars per load to such persons as had the said hay collected by their wagons. From which sale a total of 385 rixdollars having been generated, the same has been transferred into the cash fund of the Honorable Company according to a specific account. Fourthly, with regard to the sale of such slaves as would still have had to be sold in order to bring the remaining number to 450 head, we respectfully communicate to Your Right Honorable Lordships that, through the successive sales of male and female slaves that have taken place, the remaining number thereof has been brought down to 517 head. From which, in order to comply with Your Right Honorable Lordships' honored orders in this matter, over and above the 21 slaves sold at the post of Klapmuts, 46 head would still have had to be sold. However, since the undersigned Cellar Master

Dutch transcription

884. hebben wij de eer uwel Edele Hoog Achtb dezelve in Copia authentig aantebieden, en teffens te Communiceeren de schikkingen door ons door. op gemaakt zynde Baas Nicolaas Orbaan, ba„ neevens twee der onder hem gesor¬ teerd hebbende Manschappen, en wej„ ders de bij dikwilsgemelde Resident opgegrevene Plaatzen, dewelke door de gemaakte bepaaling op zig zelfs als Leenings plaatzen bestaan konde teegens de ordinaire recognitie van rd:s 24 's jaars voor ieder derzelve hebben uitgegeeven aan die geenen die daar om verzoek hebben gedaan. de gemelde Landdrost aan de zoo evengeciteerde Last voldaan hebbende bij het berecht, het welk wij de vrijheid neemen Uel Edele Hoog Achtb: in Copia authenticq aantebieden, zoo hebben wij beslooten, de door ons provisioneel gemaakte Schikkingen, voor het vervolg permanent te doen standgrypen, en mitsdien aan den aangestelden opzichter over de hout bosschen Nicolaas Orbaan in vrugt„ ^Veld, rondom het gebruijk afgestaan het sparrenbosch, zonder dat hij daarvan eenige regog¬ nitie aan d' E Compe zal behoeven op te brengen, alleen met dat beding dat, wanneer hij in der tijd te raade mogt worden den dienst der EComp e te quiteeren en zoo ook bij zijn overlyden de opstallen en behuijzin„ gen, welke hij ter zyner comoditeit geraadena zal vinden aldaar te extriveeren, door hem ofte zyne regt verkrijgende bij taxatie zullen provisioneel moeten 885. en langs welke wij detrouwen dat de Conservatie dier Bosschen zal strekken. moeten worden overgedaan aan deszelfs successeur die dan ook ge houden zal zijn dezelve te accepteeren voor het geen waar¬ dig zullen worden geschat. daar deeze schikking de geene die met de bewaaring der geciteerde Bos„ niet tot bezwaar der Eschip schen gechargeerd zyn, van huisvesting buyten beswaar der EComp e voorzien zullen worden, hebben wij verders om de Maatschappij ook voor 't onder„ houd zoo van dezelve, als van de beide Manschappen, welke onder der„ zelver ordres zullen staan te dedo„ mageeren, het zegul der licentie om in de Bosschen van 't oute Nequaland Wagen - en-timmerhout te moogen Kappen, van rd=s 3. - voor de Twaalf vragten waarop het zelve was bepaald voor het vervolg gebragt op hen Rijx„ daaler voor ieder vragt, terwijl voor het overige al het verder by gem. Landdrost geproponeerde, zonder eenige alteratie overgenoomen, en hebben wij aan alle ende een iegelijk genotificeerd dat voorthaan een ieder die zich bij de Hoofdgebie„ ders zullen willen vervoegen om eene ordonnantie tot het kappen van Hout te solliciteeren zig eerst en vooraf zal hebben te munieeren van een schriftelyk bewijs van ge„ dagte Landdrost, dat hem zulx zonder eenige bedenking kan worden Kappen 886. vergeteld gaan van de vendu =ralle der verkooping van Bees. traal en slaaven aan de Clap= muts gehouden op welke wij eenig voordeel. van 't op die Port gemaact Hoor hebben gemaakt worden geaccordeert ten Derde zullen wij met relatie tot de ver„ wy laaten deezen ook eerbiedig kooping van het in de maand Sep„ tember Jongstl: nog restant geblee„ ven zynde Beestiaal de vrijheid neemen UWelEdele Hoog Achtb=s in alle onderdanigheid te berichten, dat buyten en behalven het geene daarvan aan de Post de Rietvallei aan Buf„ feljagtsrivier is verkogt geworden, het geheele restant, beneevens een goed gedeelte der Lijfeigenen en diverse losse goederen op den 3 en 4:e October Jongstleeden aan de Post de Clapmuts publicq ten gelde zyn gemaakt, en bieden uwel Edele Hoog Achtb: almeede hier neevens aan copia authenteeq van de Vendurolles ten dien daage gehou„ den, waaruit blykt dat bij/ die ver„ kooping is behaald eene Somma van rd=s 13343 7/8 dewelke wij naar de ordre bij de Negotie boeken heb„ ben doen inneemen. Vermits door het afschaffen van den onder bedeeling van de wijze geheelen omslag van voorsz: post de C Clapmuts en het congedieeren der meeste daar op bescheiden geweest zynde Manschappen, het Transportee„ ren van het te velde staande Hooi ondoenlijk was geworden, dog wij egter onze verpligting gevoelden, van het zelve eenig partij ten profijte van d' EComp:e te trekken zijn door ons de ondergeteek: keldermeester en Dispencier Gecommitteerd 9 887. wij hebben ook de eer Uwel Edele Hoog Acttb. aantebieden een Berucht van den kelder meerter lesueur over de ten deeze Gouvernemente vereischt wordende slaven gecommitteerd geworden daar omtrent al zulke schikkingen te beraamen en in het werk te doen stellen als zij best overeenkomstig Het Intrest der Maatschappij zoude bevinden, dewelke dus het Hooi door eenige aan de Lenie bescheidene reepatrieerende Zeevaaren hebben doen afmaaijen en vervolgens teegens rd:s 7 p:s vragt voor reekening der E Compte verkogt aan zoodanige perzoonen als het zelve Hooi per hunne wagens hebben laaten afhaalen, uit welke verkoop geprofluceert zynde een montant van Rijxd:s 385, zo is het zelve in de Cas der ECompe vol¬ „gens specificque Reekening over gebracht. ten Vierde, zullen wij met opzicht tot de verkooping van zodanige Lyfeigenen „ als nog zoude hebben moeten worden verkogt, om het resteerende getal op 450 koppen te brengen, rwel„ Edele Hoog Achtb eerbiedig commu„ niceeren; dat door de gedaane Successive verkoopen van slaaven en slavinnen dies resteerend getal gebracht is geworden tot op 517 koppen, waar¬ van dues om aan UWelEd Hoog Achtb geEerde beveelen in deeze te voldoen buyten en behalven de aan de Post de Clapmuts verkogte 21 slaaven, nog zoude hebben moeten worden verkogt 46 stuks; dien nadien den ondergeteekende keldermeester

NL-HaNA_1.04.02_4352_0018 view scan ↗

English

888 The Noble Commissioners-General will be asked. since the repairs to the buildings and fortification have not taken place. Since the Cellar Master, charged with the supervision of the slave lodge, represented to us in the report accompanying this in authentic copy and the list attached thereto, that among the aforesaid number of 517 male and female slaves there happened to be 66 children, of whom no use whatsoever could be made for the services for which the bondservants are kept here by the Honorable Company; and that thus the number of 450 heads determined and established by Your Right Honorable Noble Lordships would be insufficient to perform the necessary work both in the service of the passing ships and otherwise, requesting that the number of bondservants to be retained might be set at 520 heads; we have suspended the further sale of the Company's slaves, and have not yet made a disposition on the aforesaid request, in order to request the High Noble Commissioners-General, who are still expected daily, to honor us with their highest orders in this regard, on which the orders of the aforementioned are to be requested. Fifthly, regarding the contracting out of the repairs to the fortifications and buildings ordered by Your Right Honorable Noble Lordships, we shall respectfully refer to that which we took the liberty to represent to Your Right Honorable Noble Lordships in our humble letter of the 21st of the past month of April; and since we found ourselves necessitated 889. Sixthly, all the artisans have also not yet been discharged. Arrangements made with the Landdrost of Zwellendam regarding the maintenance in every respect of the horses required for that Drostdy. to make no progress as yet with the aforesaid contracting out, we have also up to now been unable to discharge all such artisans as could have been spared by those contractings out. Seventhly, with reference to that which we respectfully submit to Your Right Honorable Noble Lordships concerning the arrangements that still must be made with the Landdrost of Zwellendam regarding the maintenance in every respect of the necessary horses for the orderly riders, we take the liberty to present enclosed the report submitted to us by the undersigned Cashier and Dispenser, in which Your Right Honorable Noble Lordships will be pleased to find the proposal to allow the said Landdrost, instead of receiving any payment for the maintenance of the aforesaid horses, to enjoy one of the loan places belonging to the post of the Zoetemelksvallei; regarding which proposal we humbly request Your Right Honorable Noble Lordships to send us your further orders; and meanwhile we have granted to the said Landdrost for the maintenance of the aforesaid required horses an annual sum of 275 rixdollars, to be paid upon the expiration of each financial year. 890. Transmitted report of the undersigned Colonel and Dispenser regarding the use that could be made of the convicts, which we have converted into a resolution with some alterations. Eighthly, since in our humble letter of the 29th of July last we respectfully reported to Your Right Honorable Noble Lordships that we had commissioned the undersigned Chief of the Company's Militia and the Dispenser to investigate and determine what useful employment could be made of the convicts present on Robben Island; we now take the liberty to present to Your Right Honorable Noble Lordships in authentic copy an ample memorial submitted to us on this matter by them, with all the annexes produced therewith; from which documents having appeared to us that by adopting the arrangements proposed therein, the best possible employment of those exiles to the profit of the Honorable Company would certainly be made, we have converted the aforesaid report into a Resolution of our Council, with only this change, that while the said convicts, during the time that they shall be at work, will be under the direction and command of the Captain Lieutenant Engineer Thiebault, the supervision of those people, together with the care for their provisioning and the associated receipt of the monthly rations, 891. And the said Colonel and Dispenser are charged with the directorship over the convicts. rations, for as long as they shall be here at the main post, is demanded and assigned to the Warehouse Clerk Hendrik Willem Rutzi, as being best suited thereto due to his lodging in the vicinity of the room in which the said convicts will be quartered under the Imhoff counterguard; following which, after the undersigned Colonel and Dispenser were charged by us with the directorship over the aforesaid convicts, we have left to their care the setting in train of the sawing of the blue stones, as well as the nomination of the required stonemasons, and also the timely preparation of the necessary chains and irons to be able to keep the said exiles bound therewith during their stay here, as well as having the proposed cage on Imhoff fitted out with the installation of the missing locks for the quartering of those people, all as and in such manner as specified in the said report; in addition to which all exiles who happen to be slaves or Hottentots shall be summoned hither from the said Robben Island starting on the first of May of each year.

Dutch transcription

888 Edele Heeren Commissaanse generaal zullen afgraagen. ratien aan de Gebouwen en Forti„ ricatie met geschied zynde. Keldermeester gechargeerd met het opzicht over de slaaven Logie, aan ons bij het deeze in Copia authen„ ticq verzellend Bericht en daarbij gevoegde Lyst heeft voorgedraagen, dat onder het voorsz: getal van 517 slaaven en slavinnen zig kwaamen te bevinden 66. stuks kinderen, waar van tot de diens„ ten waartoe de Lyfeigenen door de E Compe alhier worden aangehouden, geen gebruik hoegenaamd kon worden gemaakt;, en dat dus het getal van 450 Koppen door UwEd. Hoog Achtb bepaald en vastgesteld, inseif„ „ficent zoude weezen om het nodig werk zo ten dienste van de Passeerende Schee„ pen als anderzints te verrichten, met verzoek dat het getal der aantehoudene Lijfligenen Lyfeigenen mogt worden bepaald op 520 kop „pen zo hebben wij de verdere verkooping van sComp:s slaaven opgeschort, en op 't voorsz verzoek voor als nog niet gedisponeerd ten einde van de als nog dagelyks verwagt waarover de ordres der voog wordende hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal te verzoeken ons hieromtrent met hoogst terzelver ordres te willen vereeren. ten Vijfde zullen wij ons omtrent de daar uiEd- de aanbesleeding der repa, Hoog Achtb: geordonneerde aanbesteeding van de reparatien aan de Fortificatien en Gebouwen; eerbiedig refereeren aan het geen wyf de vryheid hebben genoome, uwel Edele Hoog Achtb: bij onze on„ derdanige letteren van den 21 der Jongst verloopen maand April voorte¬ draagen, en nadien wij ons genecesciteerd P. hebben 889. ten Sesde zyn ook alle de ambachtsleeden ag niet gegrongedeeert den Landaroit van Zwellendam over 't onderhouden in alle van de voor die Droordye benodigde baerden. hebben gevonden met de voorsz: aanbe„ steeding voor als nog geen voortgang te maaken, zijn wij ook tot nu toe in de onmogelykheid geweest, om afte danken alle zodanige Ambachts lieden als door die aanbesteedingen zoude hebben kunnen worden gemist ten zeevende neemen de vrijheid onder eerbiedige Gemaakte schikkingen met referte aan het geen wij met betrekking tot de arrangementen welke nog moe„ ten worden gemaakt met den Land¬ drost van Zwellendam, weegens het onderhouden in alles van de benoodig¬ de Paarden voor de ordonnantieruijters, Uwel Edele Hoog Achtb: ingeslooten aantebieden, het bericht aan ons door de ondergeteekende Cassier en Dispencier ingediend waarbij uwel Edele hoog Achtb des gelievende zullen kunnen aantref„ en de propositie om aan gem: Land drost, in steede van eenige betaaling te laaten genieten, voor het onderhoud der voorsz: Paarden, hem te laaten jouts„ seeren van een der Leenings plaatzen tot de Post der Zoetemelks valler gehooren„ de; omtrent welke propositie wij Uwel Edele Hoog Achtb=: onderda„ niglijk verzoeken ons hoogst derzelv„ willen vernadere beveelen te doen geworden en hebben wij intusschen aan de Karls¬ gemelde Landdrost het onderhouden der voorsz: benoodigde Paarden jaarlyks toegelegt eene somma van rd:s 275: om bij expiratie van ieder Boekjaar te worden ingediend betaald e 890. overgaand berecht van de ondergeteekende „ Colonel en Derenier over 't gebruyk don kunnen werden gemaakt 't welk wij met eenige veranderingen in eene resolutie hebben geconver„ teerd. Ten Achtste zullen wij, alzoo bij onze onderdanige letteren van den 29 Julij Jongstleeden/ 't welk van de Bandieten aan UWelEdele Hoog Achtb eerbiedig verslag hebben gedaan dat wij de on„ dergeteekende Chef van sComp: militie en Dispencier hadden gecommitteerd, om te onderzoeken en natte gaan wat nuttig gebruijk men van de ten Robben Eilande zig, bevindende Bandeelen zou kunnen maaken; thans de vryhed neemen Uwel Edele hoog Achtb: in copia authenticq aante„ bieden een Ampel vertoog, door hen aan ons ten deezen belange ingediend, met alle de daarby over„ gelegde Bijlaagen; uit welker stukken betaald, aan ons zynde gebleeken dat met het amplecteeren der daarbij voorgedraa¬ gene schikkingen, zeer zeeker het best mogelykst emploi van die Bannelin„ gen ten profyte der E Comp:e zoude worden gemaakt, zo hebben wij het voorsz: bericht in eene Resolutie van onzen Vergadering geconverteerd, alleen met die verandering dat, terwijl de„ zelver Bandieten, geduurende den tijd dat zij den arbeid zullen weezen staan zullen onder de directie en het bevel„ van den Capitain Lieutenant Ingenieur Terwijl Thiebeault het opzicht over die menschen neevens de zorging voor derzelver spyziging en de daartoe„ gehoorende ontfangst der maandelykse aan Randzoenen 9 891 „ met en het Commisariaat over de Bandieten de gem Colonel en Dispensier gechargeerd. Randzoenen, voor zoo lang e alhier aan det hoofdplaatze zullen bevinden is gede¬ mandeert en opgedraagen aan den Commies der Magazynen Hendrik Willem Rutzi, als door deszelfs logement in det nabijheid van het vertrek waar in men de gem: bieden onder de couvie face Imhof inquartieren zal, daartoe best a portie zyndet, wiens„ volgende wij dan ook, na dat de onder„ geteekende Colonel en Dispencier met het Commissariaalt over de voorsz: Ban¬ dieten door ons waaren gechargeerd; aan hunne zorgen hebben overgelaaten het intrain brengen van het zaagen der blaauwe steenen, neevens de voor dragt der daartoe vereischt wordende steenhouwers als meede de tydige in gereedheid brenging der noodige keetenen en banden om de gem: Bannelingen geduurende hun aan„ wieren alhier daarmeede geslooten, te kunnen worden gehouden mitsg:s het doen approprieeren van gepropo„ neerde Cage op Imhof met aanmaa„ king van de ontbreekende sluyting ter inquartiering van dat volk, alles zoo en in diervoegen als zulx bij het. gemeld bericht is opgegeeven, zul„ lende daar en booven alle Banne„ lingen dat slaaven of Hottentotten koomen te zijn, van het gemeld Robben Eiland herwaards worden opontbooden met primo Mei van Steenhouwers elk E

NL-HaNA_1.04.02_4352_0022 view scan ↗

English

892. which those exiles shall saw, the aforementioned arrangements have been made each year, to be employed here until the ultimate of September on the fortification works; with the understanding that this shall not include the crippled and mutilated, as one would be more embarrassed with them than that one could expect any service from them, for the guarding of whom the required military guard shall then be placed with them, in the manner as is stated in the aforementioned report; while we have furthermore decided regarding the stones, that the above-mentioned blue stones which will be prepared at Robben Island in the manner aforesaid and successively brought over here, must be received at the timber magazine, and subsequently not be issued from there except upon the written order of the commanders in chief for the time being, unless the stock of these stones should increase to such an extent that one could spare a part of them without inconvenience to the Honorable Company, in which case the overseer of the timber magazine will be authorized by us to sell a suitable portion for cash, the 100 large ones of 18 inches square at 40 rixdollars, and the 100 small ones of 12 inches at 15 rixdollars, 893. Ninthly, or with regard to the statement required by Your Right Honorables of all the taxes which are levied in this Colony; we shall, further referring with respect to what we took the liberty to report to Your Right Honorables in our humble letter of the 27th of September last, now have the honor to respectfully inform the same that the respective colleges of landdrosts and heemraden of the colonies Stellenbosch, Swellendam, and Graaff-Reinet have each separately submitted to us a statement of the taxes which are borne by the residents of their colonies; but as we noticed upon examining these statements that the said landdrosts and heemraden had not properly grasped the true intention of Your Right Honorables, made known to them by our resolution, since they, instead of adding to the enumeration of these taxes also their annual revenue, on which the matter mainly depends, have only stated in general terms the names of the various taxes that are levied in each colony, both for its own benefit and for the profit of the Honorable Company, and these statements being found in the outer districts to be entirely insufficient for the purpose, 894. we have not only required from all the said landdrosts and heemraden a further statement, drawn up according to a special draft sent to them and from which, besides the nature of each tax and the proportion in which everyone must share in it according to his means or the special institutions or needs of the different colonies, it will also have to be specifically indicated how much the last past ten years on average, first each separately or by itself, and then all together combined, have yielded annually; but on that occasion also, noticing that commissioners from the Court of Justice have not yet complied with what was required of them regarding the contributions paid here at the main place for the benefit of the burgher treasury, and the undersigned cashier and dispensier have thereby been prevented to this day, notwithstanding almost a whole year has passed, from being able to provide us with their considerations and advice regarding the taxes which, besides those already 895. presently existing, could be introduced still further, we have again demanded the aforesaid statement from the same commissioners, also as much as possible according to the draft drawn up by us, a copy of which we have likewise handed to them, with the added order to comply with the orders already received for so long now without any further delay as soon as possible, so as not to hinder us any further in the execution of the orders received from Your Right Honorables, which regarding this important point should have been answered within the time of three months after receipt thereof. Tenthly, regarding the compensation demanded by Your Right Honorables for what in the financial year 1786/1787 was paid for purchased horses in excess of 50 rixdollars a piece, we shall further refer to what we took the liberty to report to Your Right Honorables in our often-mentioned humble letter of the 27th of September of the past year, and dutifully offer the same an authentic copy of the returns made thereupon to us by the warehouse master Salomon van Echten and the trade bookkeeper Casparus van Eerten for the financial year 1786/1787,

Dutch transcription

892. welke die Bannelingen zullen zaagen, de nevenrgem, schik„ kooge zijn gemaakt elk Jaar, om alhier tot ult:o september aan de Fortificatie werken geemploy: eerd te worden wel te verstaan dat daar onder niet zullen worden begree„ pen de kreupelen en verminkten. als met dewelke men meer geemba„ rasseerd zoude weezen dan dat min„ zich daarvan eenige dienst zoude kunnen belooven, tot welkers bewaa„ ring dan de gerequireerde Meli„ taire wagt bij dezelve zal worden geplaats, op de wijze als bij ('t meerm d bericht is opgegeeven, terwijl wy daar en booven nog hebben beslooten terwyl omtrend de steenen, dat de bovengemelde Blaauwe Steenen welke ten Robben Eilande invoege voorsz: zullen worden toegelegd en successivelijk herwaards overgebracht, bij het Houtmagazijn zullen moeten worden ingenoomen, om vervolgens daaruit niet anders te worden verstrekt als op schriftelijke ordonnantie van de Hoofdgebieders in der tijd, ten waare de voorraad dier steenen zo„ danig mogte toeneemen dat men zonder ongereef voor de E Comp:e daarvan een gedeelte zoude kunnen ontbeeren, als wanneer den opziener van het Houtmagazijn door ons zal wor„ den gequalificeerd een convenabel gedeelte voor contant geld, de 100 Groo„ te van 18 d:m in 't vierkant, teegens rd:s 40 - en de 100 kleine van 12, d. m tegens rd:s 15 vande hand te zetten, Ten en 893. welke in de Buitendistricten bevonden synde ten Neegende of met opzicht tot de door UwelEdele de opgaave der belastingen Hoog Achtb: gevorderde opgaave van worden geleeven onvoldoende alle de belastingen welke in deeze Colonie worden geheeven; zullen wij als verder onder eerbiedige referte aan het geen wij de vrijheid hebben genoomen bij/ onze onderdanige letteren van den 27 September Iongstl: aan uwel„ Edele Hoog Achtb: te berichten, thans de Eeze hebben hoogst dezelve eerbie„ dig te bedeelen, dat de respective Col„ legien van Landdrosten en Heem¬ raaden der Colonien stellenbosch, Zwellendam en Graaffe Rynet ieder afzonderlyk aan ons in gedient hebben eene opgaave der belastin„ gen welke door de Opgezeetenen hunner Coloniese worden gedraagen, dan nadien wij bij het inzien dier opgaaven hebben ontwaard dat de„ zelve Landdrosten en Heemraaden niet wel hadden gevat de waare in„ tentije van uwelEd Hoog Achtb, aan hun bij ons besluyt kennelijk ge„ in steede maakt, alzoo dezelve van bij de op¬ telling dier belastingen ook te voegen dies Jaarlijks provenue waarop het wel voornamentlijk aankomt, alleen in generaale termin de benaaming der onderscheidene belastingen die in ieder colonie, zo wel ten haare eigen voor„ deele, als ten profyjte der EComp e geheeven worden hebben koomen op te geeven, en dezelve opgaaven gevoeglyk in hunner geene E 894. en Heemraden eene nadere opgave gerequireerd naar en daartoe gemaakt ontwerp. 't welk wij insgelyks aan Commisarissen uit den raad diteerd. geene deele aan het oogmerk vol„ hebben wij van de landsroiten doende kwamen te zijn hebben wij niet alleen van alle de gemelde Landdrosten en Heemraad en eene nadire opgaave gerequireerd, inge„ recht naar een expres ontwerp hen toegezonden en waaruit behalven. den aart van ieder impositie en de proportie waarin een iegelijk in dezel„ ve na gelange zyner middelen dan wel de byzondere inrichtingen of behoeftens der onderscheidene Coloniën deelen moet, ook specificq zal moeten worden aangeweeren, hoe veel de laatst¬ verstreekene thien Jaaren door den anderen geslaagen, eerst ieder afzon„ derlyk of zig zelfs, en vervolgens alle te zaamen bij den anderen opgetrokken Jaarlyks hebben opgebracht; maar van Justitie hebben geruppe- bij die geleegendheid ook, gemerkt Commissarissen uit den raade van Justitie aan het van hen gerequireerde, noopens de contributien die alhier aan de Hoofdplaatze ten voordeele der Burger Cassa betaald worden, nog niet hebben koomen te voldoen en de ondergeteekende Cassier en Dispencier daar door belet zijn ge„ worden tot op den dag van heeden nietteegenstaande bijna een geheel Jaar verloopen is, aan ons te hebben kunnen suppediteeren derzelver con„ sideratien en advies, noopens de be„ lastingen, welke, behalven de thans bereids te ee 895. aanbiedende het Bericht van bezyde gem: gecom„ koopen van Paerden in bereids plaats hebbende nog verder zoude kunnen worden geintroduceerd van dezelfde Commissarissen ander¬ maal gevordert de voorsz: opgaave, al meede zo veel mogelyk naar het van wij hen insgelyks een afschrift ter hand hebben gesteld, met bij gevoeg„ de last, aan de bereids zoo lange ontfangene ordres als nu zonder eenig verder delaij ten spoedigste te voldoen om ons zo doende, niet verder- hinder„ lijk te weezen en de executie der ont„ fangene beveelen van Uwel Edele Hoog Achtb, dewelke noopens dit aangeleegene poinct, binnen den tijd van drie Mtaanden, na dies receptie ter antvoer hadden moeten wer„ den gebragt. ten Tiende zullen wij omtrent de door UW Ed: uwel Edele Hoog Acttb: Hoog Achtb gevorderde vergoeding mitteerdens over de en- over 't geen in het boekjaar van 178 6/4 taald als Rd:s 50„— 't stuk ons alwijders refereeren aan het geen wij de vrijheid hebben genoomen Uwel Edele hoog Achtb:r bij onze meermelde needrige letteren van den 27 Septb:r A. o passato te berichten, en hoogst dezelve plicht. schuldig aanbieden, copia authenticq van de opgaaven daar over aan ons door den Pakhuysmeester salo„ mon van Echten en den Negotie overdrager Casparus van Eerten bij ons geformeerd ontwerp waar op t Boekjaar 178 6/1 gedaan voorgekogte Paarden meerder is be„ gedaan zer 6

NL-HaNA_1.04.02_4352_0026 view scan ↗

English

likewise expose the reasons why we have as yet refrained from claiming any compensation, from which it will be evident to Your Right Honourable Excellencies that all the purchases of horses in the aforementioned financial year were made by special order of the Lord Governor van de Graaff and, pursuant to the warrants issued by his Honour to that effect, were paid from the treasury of the Honourable Company, and we would have thought that according to our views the demanded compensations should also come on his Honour's account; but since we have taken into consideration regarding this matter that, at the sale held at the stable of the Honourable Company, many, if not all, of those horses fetched more than they had cost, whereby it would in a certain sense be highly unfair to nevertheless now still ask for reimbursements for them, which we assume to have been ordered by Your Right Honourable Excellencies solely on the supposition of the lesser value of those horses than the prices for which they were charged to the Noble Company, we have thought fit, before doing anything further in this matter, to await Your Right Honourable Excellencies' honoured judgment, which can be awaited with all the greater peace of mind, because through the measures taken by us against the estate of the Lord Governor van de Graaff, the Honourable Company can always retain its guarantee and recourse upon the same. We hope and trust that all these arrangements made by us, having solely as their object the benefit of the Noble Company and the reduction of the burdens, may also carry the very honoured approval of Your Right Honourable Excellencies. In our humble secret dispatches of 5 and 29 July of last year, we respectfully reported to Your Right Honourable Excellencies, both on the manner in which the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lynden, who has departed from here, despite his solemn promise, had sold his five houses and premises to the merchant Onkruyt, and that the transfer of those houses had been declared null and void by the Council of Justice, and that we, as a consequence thereof, had resolved to have the Lord's dues paid by the aforementioned Onkruyt on that purchase into the treasury of the Honourable Company refunded to him, and thought we could thereby consider this entire matter as settled, without seeing ourselves collectively or any one of us exposed to suffering any the least unpleasantness in that regard, as we nevertheless have had to experience, and of which we take the liberty to give Your Right Honourable Excellencies herewith a true and respectful account. Some time after the Council of Justice had been informed by the undersigned Dispenser that the Independent Fiscal van Lynden intended to leave this country and thus the jurisdiction of the Honourable Company without having chosen to comply with the orders enacted by Your Right Honourable Excellencies and the High Indian Government through the provision of sufficient surety, and that he moreover had seen fit to sell his houses and premises, which he had declared he would leave liable for that surety, to the merchant Onkruyt, solely out of a convincing sense of its obligation, had declared the transfer of the aforementioned five houses and premises de plano and without any the least legal proceedings to be null and void, the undersigned Dispenser saw himself summoned for 4 August last by the wife of the aforementioned Fiscal van Lynden before the Council of Justice here, in order to hear requested relief from the lapse of time and the undue interposition of the appeal regarding the ruling taken on 20 June last by the Council of Justice, and whereby the transfer in question was declared null and void. The aforementioned Dispenser, astonished at this unlawful step, seeing himself summoned to hear requested appeal against a judgment in which he could never have been considered a party, and to which no legal proceedings, but solely the obligation under which the Council of Justice felt itself to lie, had given rise, did not fail to address himself to us regarding this course of action, in the statement accompanying this in authenticated copy, submitted by him at our meeting of 3 August last. After the cited statement had been deliberated upon with all possible attention at our meeting, the undersigned Administrator declared it to be his opinion that, since we had taken the resolution to return the Lord's dues to the buyer Onkruyt, and he had refused to receive the money back, the Fiscal Office should then

Dutch transcription

896: heffens ook exposeeren de reedenen waarom wij ver„ voor als nog geene ver„ goedinge te vorderen gedaan, waaruit Uwel Edele Hoog Achtb: zal kunnen blijken dat alle de inkoopen van paarden in het gem. Boekjaar zin gedaan op Speciaale last van den Heere Gouverneur van de Graaff en ingevolge de daar van door zyn Ed: verleende ordonnantiën uit de Cassalder E Comp=te voldaan, en„ zullen wij hoagal dezelve voegen naar ons inzien de gevorderde meent hebben daarover vergoedingen diendweegen ook zouden moeten koomen voor zyn Ed reekening; dan nademaal wij hier„ omtrent, in aanmerking hebben ge„ noomen, dat bij de verkooping op de stal der E Comp. e gehouden, veele dier paarden, zo niet alle meerder heb„ ben koomen aftewerpen, als dezelve hebben gekost gehad, waar door het dus in zeekeren zin ten hoogsten on„ billijk zoude zijn, voor dezelve des niet temin nu nog remboursementen te vraagen, welke wy veronderstellen door UwelEd: Hoog Achtb alleen ge„ „ordonneerd te weezen in de suppositie van de mindere waarde dier Paar¬ de, als de prijzen waar voor dezelve de Edele Maatschappij in reekening zijn gebracht geweest, zo hebben wij vermeent, alvoorens hier inne iets verder te doen, Uwer WelEdele hoog Achtb geEerde uitspraak te moeten afwagten welke met des te meerder gerustheid zal kunnen worden afgewacht, wyl door de maatregulen hebben door 897. En vloiëw ons dat alle deeze beschikkingen uwwe wel Edele Hoog Aehib wegdragen: verslag gedaan hebbende dat den raade van Justitie het Rans„ port der door den hercaal van zynden verzogte huizen hadt verklaard van nu en gelnds waarde. dies koper 's Heeren Gerechtig. heid te restitueeren door ons teegen de nagelaatene Goede„ ren van den Heere Gouverneur van de Graaff genoomen, d' EComp:e altoos haar guarand en verhaal op dezelve kan blyven behouden. — Wij hoopen en vertrouwen dat alle deeze door ons gemaake schik¬ aen goedkeuring zullen moge kingen ^ alleen ten doel hebbende het voordeel der Edele Maatschap„ pij en de vermindering der lasten ook de zeer geEerde goedkeuring van Uwel Edele Hoog Achtb: zull moo„ gen wegdraagen Bij onze onderdanige secreete Mis„ Aan uwe Edele Hoog Actb: Cives van den 5 en 29' Julij: des voorleeden Jaars, hebben wij aan UwelEdele Hoog Achtbr eerbiedig verslag gedaan, zo van de wyze op welke den van hier vertrokken ende„ pendent Fiscaal Johan Nicolaas Steeven van Lynden, nietteegenstaande zyne „plegtige belofte, deszelfs vijf Huijzen en Erven aan den koopman onkruyt had verkogt, mitsgaders dat het transport dier Huijzen door den raade van Justitie was verklaard voor niet en geener waar¬ en wij beslooten hadden aan de en dat wijl als een gevolg van dien beslooten hadden 's Heeren Gerechtig„ heid door gem: onkruyt over die koop in de Cassa der E Comp:e betaald weder„ om aan hem te doen restitueeren en vermeenden daarmeede deeze geheele zaak voor afgedaan te moogen houden zonder ons gezaamentlyk of iemand verslag onzer ve 898. zullen wij ten vervolge deezes zaaken Uwel Edele Hoog Eetel beruchten, dat den ondergetegt.:d Depenur zich heeft zign dagvaarden om over het dis- positief van de raade van Iustitie appel te hooren verzoeken. onzer, te zullen zien blootgesteld daar„ omtrent eenige de minste onaangenaam„ heeden te ondergaan, zo als wij nogthans hebben moeten wedervaaren en waarvan wij de vryheid neemen Uwel Edele Hoog Achtb: bij deeze een waarachtig en eerbiedig verhaal te doen.. Eenige tijd naa dat den raade van Justitie door den ondergeteek: Dispen„ dier onderrigt, dat den Independent fis„ caal van Lynden het voorneemen had dit Land en dus de jurisdictie van de EComp:ie te verlaaten zonder te hebben willen voldoen aan de or„ dres door UwelEdele Hoog Achtb: en de Hooge Indiasche Regeering gestatu„ eerd, door het stellen van sufficiente Borgkogt en dat hij boovens dien had kunnen goedvinden zyne huyze en Erven, welke hij gedeclareerd had, voor die Borgtogt aanspraakelyk te zullen laaten, aan den Koopman Onkruyt te verkoopen, eeniglyk zeeker uit een overtuygend bezef van deszelfs verpligting het Trans„ port der gem: vyf zuyzen en Er„ ven de plano en zonder eenige de minste procedures had verklaard van niel en geener waard, heeft den ondergeteekende Dispencier zig teegens den 4. Augustus Iongstleeden door de huijsvrou„ we van gemelde Fiscaal van Lynden zien dagvaarden Borgtogt voor 899. verzellend bericht kennise heeft doendrangen over welk bericht ter onser vergadering de nevensgem: advyzen ^ uit voor den Raade van Justitie alhier omme te hooren verzoeken, releef van de laps des tijds en de indebete inter„ sectie des appels wegens het dispositie op den 20 Junij Jongstl: by den raade van Justitie genoomen en waarbij het transport in questie was verklaard van nuet en geener waarde. De gem: Daspencier verwondert over deen gebrackt en ons daarvan bij 't deeze onwettige demarche, als ziende zig gedag„ vaard om te hooren verzoeken appel over een gewisde waarbij hij nim„ mer als partij heeft kunnen gecon„ sidereerd worden, en waartoe geene procedures, maar eenelijk de verpligting waar onder den Raade van Justitie zig heeft gevoeld te leggen aanleiding hebben gegeeven, heeft niet nagelaaten. zig over deeze handelwyze aan ons te addresseeren, bij het deeze en Copia authenticq verzellend vertoog door hem ter onzer vergadering van den 3 Augustus Jongstl: ingedrend. Na dat ter onzer vergadering over geciteerde vertoog met alle mo„ gelijke aandacht gedelibereerd was ge„ worden, heeft den ondergeteekende Gezaekhebber gedeclareerd van ge„ voelen te zyn, dat dewijl wij het besluijt hadden genoomen om s. Heeren Gerechtigheid aan den Koo„ per Onkruijt te rag te geeven, en hij ( geweigerd had de Penningen te rug te ontfangen, als toen: het Officie hebben fiscaal

NL-HaNA_1.04.02_4352_0030 view scan ↗

English

900. fiscal ought to be ordered to compel the said Onkruijt to receive those moneys and further to ensure that subsequently, the transfer of the houses and plots bought by him from the Fiscal van Lijnden, as well as the bonds executed for that purchase price, were also immediately annulled and cancelled, whereby the progress of the proceedings brought by the wife of the Fiscal van Lijnden against the undersigned Dispenser ought also to cease, the more so because neither the independent Fiscal van Lijnden, before his departure from here, nor his attorneys after his departure, had posted the securities, for the lack of which the Council of Justice had deemed it necessary to declare the transfer of the aforementioned five houses null and void. The undersigned Colonel and Chief of the Company's Militia completely conformed to the proposal of the Honorable Commander, the more so because he had learned that the independent fiscal, when speaking in our meeting about the securities he ought to have posted, had declared that he would not place any of us in the position of having to make any reimbursements or suffer any damages for the moneys received by him, and that as security thereof he left behind his houses, jewels, and silverware; and that the Fiscal van Lynden had nevertheless afterwards sold those houses in an illegal manner and left this Colony in a similar manner, wherefore he, the Colonel, also considered that each of us had to take care not to be liable for whatever the Honorable Company might think fit to have compensated by the independent Fiscal van Lijnden, and at the same time that the Noble Company could obtain its claims without any of us being ruined with wife and children; that, since the Council of Justice had also annulled the transfer in question, and since it had been ordered by us to return the Lord's Dues to the aforementioned Onkruijt, he was at the same time of the opinion that it was impermissible that anyone among us who, as was the case with the undersigned Dispenser, had been brought into the necessity, first for the interest of his masters and then for his own interest, of putting an end to such impermissible manner of acting in the swiftest and most efficacious manner, because there was danger in delay, should be pursued in appeal over such matters. The undersigned Cellar Master also completely conformed to the opinion of the undersigned Commander and furthermore declared that he thought, from the dispositions taken by us after the communication made by the undersigned Dispenser of his action toward the annulment of the transfer in question, both concerning the proceedings demanded from the fiscal office regarding the property of the Fiscal van Lynden and for the restitution of the Lord's Dues for the purchase moneys of the said five houses and plots, that he could and had to conclude that we not only had approved the necessary step taken by the undersigned Dispenser, but had also taken such part in what was accomplished by him, as tending to the welfare of the Noble Company, that everything executed by him in that regard cannot be considered otherwise than as if it had been performed by us jointly; affirming that he could not express enough astonishment at the conduct of the attorneys of the independent Fiscal van Lynden in having the undersigned Dispenser summoned in case of appeal in a matter concerning which he thought no appeal could lie, the more so since from the Resolutions, whereby we had so clearly manifested our participation in what the Dispenser had done, extracts had been granted to the Council of Justice and handed over to its Secretary Willem Stephanus van Ryneveld, one of the attorneys of the Fiscal van Lynden. The undersigned Cashier, delivering his advice, declared that since the proceedings for the annulment of the transfer of the houses of the independent Fiscal van Lynden had been instituted by the undersigned Dispenser without our concurrence or authorization, and that the Resolutions cited in the memorial of the undersigned Dispenser contained no approval of nor participation in the same proceedings, nor could such be inferred from them as a consequence, just as he also, for as far as it concerned him, expressly denied having intended such by helping to adopt those Resolutions, he therefore also considered that the request of the undersigned Dispenser ought not to be entered into, the less so because, just as Justice had been invoked on his side to act toward the said annulment of the transfer, that same path of Justice could not, without being contrary to equity, be cut off and prevented for the opposing party; that furthermore, concerning the annulment of the transfer, no other nor further action could be taken in it than what the appointment of the Council of Justice entailed; and regarding the Lord's Dues, if the merchant Onkruijt should not be inclined to accept the restitution thereof, those moneys ought to remain set aside in the treasury of the Honorable Company until the end of the matter. After each of us had delivered his advice, we resolved by a majority of votes to order the fiscal ad interim, Mr. Jacob Pieter Deneijs, to compel the merchant Onkruijt to take back the Lord's Dues paid by him for the purchase of the houses.

Dutch transcription

900. fescaal behoorde te worden gelast. omme gemelde Onkruijt tot den ont„ fangst dier Penningen te contrin„ geeren en verder te zorgen dat vervolgens ook dadelijk het transport van de huizen en Erven door hem van den Fiscaal van Lijnden gekogt benee„ vens de Schuldbrieven voor dies koop schat gepasseert, wierd en geroieerd, waar door de voortgang der Pro„ cedures door de huysvrouwe van den Fiscaal van Lijnden teegens den ondergeteekende Dispencier dan ook behoorden te cesseeren te meer daar zo min den independent Fis„ caal van Lijnden, voor zyne rxtracte van hier, als zyne Gemachtigdens na zijn depart de Borgtogten had„ der gesteld, om welkers ontbreeking den raade van Justitie had vermeent het Transport der voormelde vijf Huijzen te moeten verklaaren van nul en geener waarde„ De ondergeteekende Colonel en Chif van 's Comp:s Militie, heeft zig met het voorstel van den Heere Gezachheb„ ber volkoomen geconformeerd te meer daar hij vernoomen hadt, dat den independent fiscaal wan„ neer ter onzer vergadering over de borgtogten die hij had behoo„ ren te stellen gesprooken was gedeclareerd hadt, dat hy geene onzer in het geval zoude stellen omme na 901 omme voor de gelden door hem genoo„ ten eenige rembourseeringen te doen of schadens te lijden, en dat tot se„ curiteit daar van zyne Huyzen, Juweelen en zilverwerk, agterliet. en dat den Fiscaal van Lynden echter naderhand, op eene illega„ te wijze die huyzen heeft verkogt en op eene diergelijke manier deeze Colonie, verlaaten, weshalven hij Colonel dan ook vermeende dat ieder onzer moest zorgen niet aanspraake„ lijk te zyn voor het geen de ECompe. zou moogen goedvinden door den inda„ pendint fiscaal van Lijnden te laaten vergoeden, en teffens dat de Edele Maatschappij haare pretentien kende bekoomen, zonder dat een onzer met vrouw en kinderen ge„ ruineerd wierde; dat, daar ook den raade van Justitie het trans„ port in questie verbrooken hadt, en dat door ons was geordonneerd, 's Heeren Gerechtigheid aan voorm. Onkruijt te rug te geeven, hij tef„ fens van gevoelen kwam te zijn, ongepermitteerd te weezen, dat iemand onzer, dewelke zoo als omtrent den ondergeteekende Dispencier plaats had die eerst voor het belang zyner Mees„ teren en dan voor zyn eige be„ lang in de noodzaaklykheid was gebragt geweest, omme dier„ konde „gelijke 902. „gelyke ongepermitteerde wyze van handelen; op de gezwindste en efficadieuste wyze te sluyten, (de„ wijl er periculiem in mora was in appel over diergelijke zaaken zoi worden gepoursuiveerd. Den ondergeteekende keldermeester heeft zich zal meede volkoomen ge¬ conformeerd met het gevoelen van den ondergeteekende Gerachhebber en lefferes gedeclareerd, dat hij / vermeen„ de uit de dispositien die bij ons waaren genoomen /:na de communicatie welke den ondergeteekende Dispen¬ dier van zijne Demarche ter vernieli„ ging van het Transport en questie had gedaan :/ zoo omtrent de procedures aan het officie fiscaal ge„ demandeert over de Goederen van den Fiscaal van Lynden als tot het resti¬ tueeren van 's Heeren Gerechtigheid voor de kooppenningen der gemelde vyf Huyzen en Erven te moogen en te moeten opmaaken, dat wij niet alleen de noodzaakelijke stap door den ondergeteekende Dispencier gedaan, hadden goedgekeurd, maar ook in het geen door hem was verricht, als strekkende tot welzijn van de Ede„ le Maatschappij, zodanig deel had„ den genoomen, dat al het geene door hem dien aangaande was uit¬ gevoerd niet anders kan worden geconsidereerd als of het door procedures ons 903. ons gezaamentlijk was verricht geworden, onder betuijging dat zich niet genoeg konde verwonderen, over het gedrag van de Gemachtigdens van den independent Fiscaal van Lynden omme den ondergeteek„ Dispencier te laaten dagvaarden in cas van appel in een zaak waar over hij vermeende geen ap¬ pel meer te kunnen vallen te meer nog, daar van by de Resolutien, waar„ by wij zoo duydelyk hadden gema¬ nifesteerd deel te neemen in het geene den Dispencier had gedaan, Extracten waaren verleend aan den Raade van Justitie, en ter hand ge„ steld. aan dies Secretaris Willem Stephanus van Ryneveld, een der Gemachtigdens van den Fiscaal van Lynden. De ondergeteek. Cassier zyn advies uitbrengende, declareerde, dat ver„ mits de proceduris door den onderge„ teek: Dispencier tot vernietiging van het Transport der huyzen van den in dependent fiscaal van Lynden wae¬ ren geentameerd zonder onze concurren¬ tie of qualificatie en dat de Resolutien bij de memorie van den ondergeteek„ Dispencier aangehaald geene approba„ tie nog deelneeming aan dezelve pro„ aedieres behelsde ofte zulx bij conse„ quentie daaruit kon worden geelicreerd, gelijk hij ook voor zo verre hem betrof„ Stephanus wel 904. en beslooten den ad interim pescaal te gelasten de koper dier huizen tot 't terugneemen te constringeeren. wel expresselyk ontkende met het hel„ pen neemen van die Resolutien zulx te hebben bedoeld, mitsdien ook ver„ meende dat in het verzoek van den ondergeteekende Dispenaer niet be„ hoorde te worden getreeden te minder om dat, gelyk de Justitie van zyne zyde was ingeroepen om te a„ geeren tot de gemelde vernietiging van 't Transport, die zelfde weg van Jus„ titie niet anders als strijdig met de bellykheid aan partij advers kon„ worden afgesneeden en verhindert; dat voorts belangende de vernietiging van het Transport, in het zelve niet anders nog verder kon worden geageerd als het appoinctement des raads van Iustitie meede bragt; en omtrent S' Heeren Gerechtigheid, wanneer den koopman onkruys de restitutie derzelver niet mogt genee„ gen zijn te accepteeren, die Per„ ningen tot het uiteinde der zaak in de Cassa der EComp e behoorden te blyven geseponeerd. Na dat dies ieder onszer des„ zelfs advijzen hadden uitgebragt, hebben wij bij meerderheid van van 's Heeren gerechtigheid stemmen beslooten den adinte„ „rim fiscaal M:r Jacob Pieter Deneijs te gelasten, omme den koopman onkrugt te constringeeren tot het terugneemen van de door hem betaalde S' Heeren Gerechtigheid over des

NL-HaNA_1.04.02_4352_0035 view scan ↗

English

905. as well as writing to the Council of Justice that the storekeeper would be canceled. Which, however, was not done by them regarding the purchase moneys of the five houses and yards, of which resolution we gave notice to the Council of Justice, in the hope that as soon as this had been executed by the fiscal ad interim, the transfer of those houses and yards would have been canceled at the Political Secretariat, together with the bonds that the aforementioned Onkruyt had come to pass for its satisfaction before the same members from the Council of Justice who had officiated at the execution of those deeds, while we at the same time wrote to the Council of Justice that, summons against the undersigned since from all this the cessation of the proceedings instituted by the wife of the Independent Fiscal van Lynden against the undersigned storekeeper must naturally follow, we were consequently also expecting that the summons made on the court roll would immediately be erased and canceled. Yet far from the Council of Justice, out of conviction of the inequity that must naturally reside in a summons to hear a petition for appeal against a ruling, not pronounced by virtue of because moved 906. but on the contrary, the Council of Justice, in the representation accompanying this, has felt aggrieved about this, having been deliberated. moved proceedings in which the parties must be recognized who mutually submit their interests to the bosom of their judge, but only upon a notification from someone who by oath and duty was bound to watch over the interests of the Honorable Company, taken by those who have bound themselves thereto just as solemnly as he, from a convincing sense of their own obligation, would have caused our just-mentioned resolution to take effect, the said Council has on the contrary addressed itself to us by the representation also accompanying this in authentic copy, and the annexes attached thereto, among which the Council of Justice has attached the written grievances of the Commissioners before whom the transfer in question had been passed, all of which documents, having been submitted by the said Council of Justice in the month of August, were taken by us into circular reading, in order, before taking any resolution upon them, to deliberate maturely upon the same document, and subsequently submitted by the undersigned about which document having been deliberated by us Commander at our meeting of 16 September last for the purpose addressed of 907. keeper having submitted the advice accompanying this, we have provisionally adopted the rescription mentioned alongside. of a resolution, and after the undersigned cashier had retired from the meeting and the advice also accompanying this in authentic copy had been submitted by the undersigned storekeeper, we have, upon mature consideration of matters, provisionally resolved to reply to the representation of the Council of Justice, that however much we would gladly agree with the Council of Justice that, pursuant to the laws established in all well-regulated societies, no provisions of justice may be denied to anyone, whoever he may be, nor may the course of instituted proceedings be blocked, just as the Government of this Colony has most carefully guarded against this, and that we also would not want to proceed to do so through our resolutions except in the most pressing necessity, we nevertheless could not conceal our astonishment that the Council of Justice also seemed to want to include therein the aforesaid lodged appeal, and that the same Council, by granting this requested provocation, had gone back on its own stance, because through its unconditional ruling on the representation of the undersigned proceedings storekeeper 908. storekeeper it seemed to have been of the opinion that one could proceed in this matter without any form of process, since after all no parties had been heard, and thus no actual proceedings had taken place, without which most certainly no provocation can be granted, in which view we are all the more confirmed by the request itself of the attorneys of Fiscal van Lynden, attached to the aforesaid representation of the Council of Justice, whereby, under presentation of putting up certain surety, they requested to be authorized to carry out the suspended transfer and conveyance of the houses and yards of the oft-mentioned fiscal, which request being able to be granted, the lodged appeal would also most certainly have been omitted; that also as soon as we, through the order given to the Fiscal Office to proceed against the estate left behind by the Independent Fiscal van Lijnden in order to constrain the merchant Onkruyt to take back what was promised by him in payment of the Lord's Right of the 40th penny, and to [illegible] the transfer of of

Dutch transcription

905. mitsgaders den Rade van Iustitie aanteschrijven te dispencier zouwoorden ge„ „roieerd. — Het welk echter door dezelve niet is geschied over de kooppenningen van de vijf huijzen en Erven, van welk besluyt wij aan den raade van Jus¬ titie kennis hebben gegeeven, in de hoope dat zo dra zulx door den ad„ interim fiscaal zou zyn geexecuteerd geworden, het transport van die Huyzen en Erven ter Politicque secretarij zou zijn geroieerd, benee„ vens de schuldbrieven die meerm. onkruyt voor dies voldoening hadt. koomen te passeeren door dezelfde Leeden uit den raade van Iustitie die bij het verleiden van die ac„ tens hadden gevaceerd, terwijl wij „ding op den ondergetteekende den raade van Justitie teffens hebben aangeschreeven dat dewijl uit dit een en ander na„ tuurlijk moest voortvloeien het cesseeren der procedures door de huijsvrouwe van den independent fiscaal van Lynden teegens den ondergeteekende Dispencier geten„ teerd wij dan ook dienvolgens ver¬ wachtende waaren dat de gedaane dagvaardiging op de Rechtsrolle onmiddelyk zoude worden geëffa„ ceerd en geroieerd. Dan wel verre dat den raade van ƒ Justitie uit overtuyging van de on„ billijkheid welke er natuurlijk moet resideeren in eene dagvaarding om appel te hooren verzoeken over een dispositief, niet uit hoofde van dewijl gemoveerde 906. maar heeft den raade van Justitie zich in tegendeel bij 't deeze verzellend vertoog, daarover bezwaard, „bereerd geworden zijnde. gemoveerde procedures waarby pare¬ tijen moeten worden erkend dewelk ke wederzijds hunne belangen in den Schoot van hunne rechter bren„ gen, uitgesprooken, maar alleen op eene kennisgeving van iemand die volgens eed en plicht gehouden was voor de belangen der Edele Matschappij te waaken, door die geene welke even zo plegtig als hij zich daartoe verbonden heb„ ben, uit een overtuijgend bezet van hunne eigene verpligting ge„ „noomen, ons evengemeld besluit deszelfs beslag zou hebben doen erlangen, heeft de gemelde raade inteegendeel zig aan ons ge„ „addresseert bij het deeze al meede in copia authenticq verzellend ver„ toog en daar bij gevoegde bijlaagen waar onder den raade van Justitie heeft gevoegt de schriftelyke dolean„ zien der Gecommitteerdens voor wien het Transport in questie was gepas„ seerd, alle welke stukken door den gemelde raade van Justitie in de maand Augustus overgelegt zijnde, bi ons in rondliezing zyn genoomen, ten einde alvoorens daar op eenige dispositie te neemen, ons op het over welk stuk bij ons gedeli, zelve stuk rypelyk te beraaden en vervolgens door den ondergeteek„ Gezachhebber ter onzer Vergadering van den 16 september bl: ten fine addresseerd E van 907. „cier 't deeze verzellend advijs overgelegt hebbende hebben wij daarop aanvanklijk de nevens gemelde rescriptie. gearresteerd. van dispositie overgelegt, en hebben wij, na dat den ondergeteekende Cassier zig uit de vergadering hadd en den Ondergeteek„ dispen, geretireerd en door den ondergeteek: Dispencie het deeze meede in Copia authenticq verzellend advijs was overgelegt, bij rijpe overweeging van zaaken aanvankelyk beslooten, op het vertoog van den raade van Jus„ titie te antwoorden, dat hoe zeer wij gaarne wilde instemmen met den raade van Justitie dat ingevol„ ge de wetten in alle wel gereegelde Maatschappijen ingesteld aan iemand wie hij ook zijn mooge, eenige provi¬ sien van Justitie moogen worden geweigerd, nog den loop van geentameerde Procedures gesluijt, gelyk de Regee„ ring deezer Colonie zig daar voor op het soigneuste heeft gewagt en dat wij ook niet dan in de dringenste noodzakelykheid zouden willen overgaan om zulx door onze be„ sluijten te doen wij echter onze verwondering niet konde ontveensen dat den Raade van Justitie, daaron„ der ook scheen te willen brengen het voorsz: geinterjecteerd appel en dat dezelve raade door 't accor„ deeren van deeze gevraagde provo„ „catie van haare eigene sustenue weder was koomen te rug te gaan, dewyl door haare gaave dispositie op het vertoog vanden ondergeteek: Procedures Dispencier 908. Dispencier van oordeel scheen te zyn geweest, dat hieromtrent zonder eenig form van proces konde worden te werk gegaan, dewijl doch geene par„ thijen waaren gehoord geworden, en dus ook geene eigentlijke procedures hadden plaats gehad, zonder welke zeer zeeker geene provocatie kan worden toegestaan, in welk begrip wij te meer zijn bevestigd, door het request zelve, der Gemachtigdens van den Fiscaal van Lynden, bij 't voorsz: vertoog van den raade van Justitie gevoegd, waar bij onder pre„ sentatie van zeekere cautie te stel„ len, verzochten gequalificeerd te moogen worden tot het doen van het opgeschorte Transport en opdracht der huyzen en Erven van meerm: fiscaal, welk verzoek hebbende kunnen worden toegestaan ook voorzeeker het geinterjecteerd appel zoude zyn agter weegen ge¬ bleeven; dat ook zoodraa wij door den last aan het Officie Tes„ caal gegeeven om te procedeeren teegens de nagelaatene Goederen vanden independent Fiscaal van Lijnden om den koopman Onkruyt te constringeeren, tot het terug neemen van het bij hem uitgeloofde ter betaaling van 's Heeren Gerechtigheid der 4ds Penning, en om het Transport van van

NL-HaNA_1.04.02_4352_0039 view scan ↗

English

to annul the houses and other relative deeds so singularly sold by the aforementioned Fiscal van Lijnden, had taken up this matter, in which the interest of the Noble Company was in the first place involved, no personal action could any longer take place, and that we had also thought we might expect from the Council of Justice that on this ground they would have caused to be withdrawn the granted appeal and the citation issued for that purpose against the person of the above-mentioned Despencier, as well as to have caused to be cancelled the transfer and the aldermanic recognitions by the same Commissioners who had served for their execution, and thus according to their own disposition declare the same to be null and not passed; and with regard to the grievances of those Commissioners cited hereinbefore, that from all circumstances it can be sufficiently deduced that this insinuation of illegality concerning the Transfer in question, which we believed had been conducted with the utmost right, must solely be brought home to the seller or sellers of those Houses, since it could after all not be denied that the transfer, which occurred so singularly and with so much haste, could not be acquitted of subreption and obreption and therefore had to be regarded in every respect as illegal pursuant to the disposition of the Council of Justice itself, wherefore the aforesaid grieving Members also did not need to take this as an imputation upon their conduct, especially not having had to come forward with this their grievance so late. Yet since from an Extract of the civil court roll it has appeared that the fiscal had arrested the purchase money of those houses upon an alleged consent of the Commander, and this arrest had been decreed by the Council of Justice, then after in our meeting of 16 September last there was also submitted by the undersigned Commander an Extract of the Minute from the civil court roll held on Thursday 4 August last, of which we respectfully accompany the authentic copy herewith, and from which Your Right Honourable Noble Lordships will, if you please, be able to see that the ad interim fiscal Deneijs obtained from the Council of Justice a decree of the arrest laid by him upon an alleged permission from the undersigned Commander, not upon the five houses and premises of the independent fiscal van Lynden, but upon its purchase price resting under the merchant Onkruyt; whereby it was declared by the undersigned Commander that he had demanded this document as soon as he had learned that such a disposition had been brought into the world by the Council of Justice upon an alleged consent obtained by the aforesaid ad interim fiscal Deneijs from him, the Commander, in order to also include under the requested arrest upon the left estate of the independent fiscal van Lynden the purchase money of the frequently mentioned houses; whereas he, the Commander, however, affirmed that he had granted such consent of arrest solely with regard to the monies arising from the sale of the movable goods, and from the aforesaid Extract it furthermore came to appear to our utmost surprise that the said Council of Justice had been able to emancipate itself to such an extent that, not only contrary to our so clearly demonstrated intention, it had decreed the arrest laid by the ad interim fiscal upon the monies arising from the alleged sale of the aforesaid houses and premises, and he, the Commander, affirmed never to have granted consent thereto, notwithstanding such an arrest was in every respect contrary to our charge and order, but also, as it were at our expense, amused themselves by presenting objections to us on 19 August last, which as it were prevented them from being able to proceed to the immediate expunging and cancelling of the summons granted against the undersigned Dispencier, and compelled them to have to request our further orders; whereas, meanwhile, by the aforesaid decree of the arrest on the 4th of the same month, and thus already 14 days earlier, having legalized the transfer of the aforementioned houses and as a consequence thereof also validated the purchase thereof, they had thus also rendered final judgment on the disputed matter; we have, since this was no longer to be remedied without causing noticeable éclat in the Colony, and the means which in more tranquil and peaceful times we would not have been able or permitted to avoid employing for the maintenance of the power and authority entrusted to us by Your Right Honourable Noble Lordships would merely have served to provoke even more, reprimanded the Council of Justice concerning their unlawful conduct in the manner as mentioned alongside.

Dutch transcription

909. van de door gemelde Fiscaal van Lijnden zoo singulier ver„ kogte huyzen en andere daartoe relatieve actens te doen annullee„ ren, deeze zaak, als waarmeede het belang der Edele Maatschap„ pij in de eerste plaats gemengd was, zig had aangetrokken, gee„ ne personeele actie meer konde plaats hebben, en dat wij ook ge„ meend hadden van den Raade van Justitie te moogen verwagten dat uit dien hoofde het geac„ coordeert appel en de daar„ toe verleende ctatie op den perzoon van bovengemelde Despencier zoude hebben doen intrekken als meede ook het transport en de scheepene kennis„ sen door dezelfde Gecommitteerdens welke tot dies verleeden hadden gevaceerd doen roceeren en dus het zelve volgens haar eigene. dispositie voor nil en niet ge„ passeert verklaaren: en met be„ trekking tot de hier vooren aange haalde doleantien dier Gecommit„ teerdens dat uit alle omstandig„ heeden genoegzaam afte leeden vaan dat die insimulatie van illega„ liteit omtrent het Transport in questie, zoo wij vermeenden met het hoogste recht gebeerigd alleen moet worden t'huijs ge¬ doen ƒ bracht 910. doch alzoo uit een Extract van de civile rechtsrolle is gebleeken, dat „zen op een gepraetendeert con„ „sent van den Gezachhebber had gearresteerd, en dit arrest door den Raade van Justitie was gedecreteerd geworden. - „gebragt op den verkoper of verkoo„ pers van die Huyzen dewyl dog niet kon worden ontkend, dat het transport soo singulier, met zoo veel verhaasting geschied, niet van sub- en obreptie kon worden vrij. gesprooken en dus allezints als illegaal ingevolge de dispositie van den raade van Justitie zelfs moest worden beschouwd, waarom voorzeide docleerende Leeden zig zulx ook niet als eene imputatie op hun gedrag hadden behoeven aantetrekken voor al niet met deeze hunne doleantie zoo laat behooren voor den dag te koomen. dan nadien ter onzer vergade¬ de fiscaal de Kooppenn: dier Huij„ ring van den 16 september J:l: door den ondergeteek: Gerachhebber ook is overgelegt geworden een Extract Notul uit de civile rechtsrolle op Donderdag den 4 augustus Jongstl: gehouden, waar van wy het Copia authenticq deeze eerbiedig doen ver„ zellen, en waaruit uwel Ed: hoog Achtb des gelievende zullen kun„ nen zien dat den adinterim fiscaal van Justitie Deneijs van den raade, heeft geobti„ neerd decretatie van 't arrest door hem op eene gepretendeerde permissie van den ondergeteek: Gezachhebber gelegt niet op de vyf huyzen en Erven van den independent dan fiscaal 911. en hij Gezachhebber betuigd heeft daartoe nimmer consent te hebben verleend. fiscaal van Lynden maar op dies koopschat, onder den koop„ man onkruyt berustende, waarby door den ondergeteek„ Gezach„ hebben is gedeclareerd dat hy dit stuk gerequireerd had, zoo dra hij had vernoomen dat den zodanig dispositief door den Raade van Justitie in de waa„ reld was gebracht op eene gepre„ tendeert consent bij voorsz: ad¬ interim fiscaal deneijs van hem Gezachhebber verkreegen, om onder het verzocht arrest op de nagelaatene Goederen van den in dependent fiscaal van zynden ook te moogen begrypen de kooppenningen van dikwels gem. huizen, daar hij Gezackebber eg„ ter betuygde een zoodanig consent van arrest alleen maar met be„ trekking tot de penningen gepro„ flueerd uit den verkoop der roezende Goederen te hebben verleend en aan ons uit het voorsz: Extract alverder tot onze uitterste surpree is koomen te blyken dat gem: raade van Justi„ tie zig daarbij in zo verre had kun„ nen emancipeiren dat niet alleen teegens onze zoo duydelyke getoon„ de intentie aan, had gedecreteerd het door den adenterim fiscaal gelegt arrest, op de penn. uit de gewaarden verkoop der voorsz koop„ Huyzen 912. over hun rederrechtelijk gedrag invoege als nevens geme„ onderhouden Huijzen en Erven geprofliceerd, niet teegenstaande een zoodanig arrest allezints strijdig was teigens onze last en ordre, maar zig ook nog als het waare ten onzen kos te kwamen amuseeren, met aan ons onder den 19 Aug:s H: bedenkingen voorte draagen welke dezelve quasie weer„ hielden tot het onmiddelyk effaceeren en roieeren der teegens den onderget: Dispencier verleende dagvaarding over te kunnen gaan, en haar noodzaak. ten onze nadre ordres te moeten verzoeken, daar zij intusschen door de voorsz: decretatie van het arrest op den 4de derzelve maand en dus bereids 14 daagen vroeger het transport der meerm: huyzen gele„ galiseerd en als een gevolg van dien ook de koop daarvan gewettigd heb„ bende, dus ook over de questieuse zaakfinaal uitspraak hadde ge„ hebben wij den Raaden van Justitie daan, zo hebben wij vermits heer„ aan niet meerder te remedieeren was, zonder merkelijk eclat in de Colonie te veroorzaaken en de mid„ delen welke wij in tranquiler en vreedzaamer tijden niet om¬ heen zouden hebben kunnen ofte vermoogen tot maintien van het aan ons door uwelEd Hoog Achtb„ toebetrouwd Gezach en auctoriteit in 't werk te stellen, slegts zouden hebben ge= strekt tot het verwekken van nog transport meer

NL-HaNA_1.04.02_4352_0043 view scan ↗

English

left for their account. more sensation in the minds resolved to acquiesce in the aforesaid actions of the Council of Justice to the extent that we, without proceeding further in this matter or doing anything more, would await the honored decision of Your Right Honorable Worships, whose honored ruling concerning the singular conduct of the Council of Justice, which runs so greatly counter to all decency and the respect owed to us, we shall abide, and in the meantime also give the required notice thereof to the Most Honorable Lords Commissioners-General over the Netherlands Indies, who are still expected daily; yet we have also added, in the aforementioned letter to the Council of Justice, that while protesting against all consequences and damages which can and notoriously must arise from such an unlawful course of action, directed so squarely against the interest of the Honorable Company, we have left the responsibility thereof for the account of the Council of Justice, so that they may exculpate themselves in due course and manner, as they shall find advisable and proper. Not long after our said letter to the Council of Justice had been dispatched, namely at our meeting of 11 October last, it was communicated by the undersigned Commander that on the said day the sworn clerk of the Political Secretariat, Pieter Hendrik Faure, had come to him in order to deliver into his hands, in the name and on behalf of the wife of the Independent Fiscal van Lynden, a certain protest against the resolutions whereof we have respectfully made report to Your Right Honorable Worships; but that he, deeming himself neither bound nor competent to accept the aforesaid protest from a private individual, as he regarded the wife of the Independent Fiscal van Lynden in this instance, had therefore not only refused this acceptance but also entirely rejected the said document, requesting to be informed by us to what extent he had acted herein in accordance with our intention; and we, after the undersigned Cashier had declared that, since the said sworn clerk Faure had that same morning likewise presented to him, in his capacity as President of the Council of Justice, a similar protest directed against the actions of the said Council, and he had requested a copy thereof in order to communicate it to the Council of Justice, he therefore considered himself at that time incompetent to advise on its acceptance by us, requesting therefore to be excused therefrom, resolved entirely to approve the actions taken in this matter by the undersigned Commander, and consequently not only not to accept the rejected protest in question, but also to regard the same, with respect to us, as not even existing. The frequently cited Fiscal ad interim Deneijs having addressed to us a detailed representation, with various annexes pertaining thereto, concerning the pretended consent obtained by him from the undersigned Commander to attach, among other things, the purchase monies of the houses and premises sold by the Independent Fiscal van Lynden to the merchant Onkruyt, and our aforesaid resolutions resulting therefrom, all these documents—of which we likewise take the liberty to offer Your Right Honorable Worships the authentic copy, after they had been read by each of us individually—were presented by the undersigned Commander at our meeting of 3 April last, with the declaration that he had never given his consent to the attachment of the purchase monies of the so often mentioned five houses, but solely to the attachment of the monies resulting from the sold movable goods, with the desire that each of the Council members present should deliver their opinions on the aforesaid documents individually; whereupon, since Colonel Gordon and Cashier de Wet had been unable to attend the meeting due to indisposition, the undersigned Cellarmaster declared his belief that, with regard to the aforesaid writing of the Fiscal ad interim, it should be remarked that if the Fiscal had complied with our resolution of 29 June last

Dutch transcription

913.„ van voor hunne reekening gelaaten. - meir sensatie in de Gemoederen beslooten, in de voorsz handelen„ gen des raads van Iustitie in zo verre te berusten dat wi zonder hierinne verder te gaan ofte iets meerder te doen zouden afwagten de geEerde decisie ven uw Ed: hoog Achtb welkers geEerde uitspraak wij over het singuleer gedrag des raads van Justitie, zoo zeer teegens alle decenzie en den aan ons verschuldigde eerbied aanloopende, zullen ver„ beiden, en intusschen daarvan ook de verschuldigde kennis gee„ ven aan de als nog dagelyks verwagt wordende Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal over Nederlands India, dog hebben teffens bij het hiervooren vermeld aanschrijven aan den raade van en de gevolgen en schade daar Iustitie, gevoegt, daar wij onder protestatie voor alle gevolgen en schaade welke uit eene zoo weder„ rechtelijke, zoo rechtstreeks teegens het belang der Edele Maatschappij gerichte handelwijze kunnen en notoir moeten voortspruyten, de responsabiliteit daar van hadden gelaaten voor reekening van den raade van Justitie ten einde zig in tijd en wyle diend weegen te dis„ aelpeeren, zo als te raade zullen worden en bevinden te behooren. heeren niet 914. Tegens onze voormelde besluiten door een der gemachtigdens van den fiscaal van zynden ge„ „protesteerd zynde. „geteekende gezachhebber, noch by ons gezamentlijk met ade geaccepteerd. schrijvens aan den raade vant Justitie was afgegaan en wel ter onzer Vergadering van den 11 October I: C: is door den ondergeteekende Ge: zockhebber gecommuniceerd, dat ten gemelde daage bij hem was gekoomen den gezwooren Clercq ter Politicque secretarij Pieter Hendrik Faure, om aan hem in naam en van weegens de huys„ vrouwe van den independent fis„ caal van Lynden ter hand te stel„ len zeeker protest; teegens de be„ sluijten waar van wij uwelEdele Hoog Achtb bij deeze eerbiedig ver„ slag hebben gedaan, doch dat hij den en onbevoegd achtende het zelve van een particulier, zo als in deeze de huysvrouwe van den inde¬ pendent fiscaal van Lynden hadt geconsidereert, aanteneemen, deeze acceptatie dierhalven niet alleen geweigerd maar het gedagte stuck ook geheel vanden hand geweezen hadt, met verzoek door ons te worden geinformeerd in hoe verre hiermeede conferm onze intentie hadde gehandelt, en heb„ ben wij, na dat den ondergetee„ kende Cassier gedeclareerd hadt, dat nadien gemelde gesw Clercq Taure zig dien zelfde morgen Nuet lang na dat ons gemeld aan 1 dat Piotes noe bij dis onder, het voorsz: Protest als zich ongehou„ het aan 915. den adinterim fiscaal aan ons nevensgaand vertoog ingedient hebbende, over het pretense Consent van den ondergeteek„ Gezedthebber verkreegen om de Fiscaal van Lynden verkogt, te arresteeren. aan hem in deszelfs qualiteit als president des Raads van Justitie insgelyks gepresenteerd had een gelijk Protest, teegens de handelin„ gen van gemelde raade gericht, en hij daar van Copia hadde ge„ vraagd om het zelve aan den raa„ de van Justitie te communiceeren, hij dan ook vermeende mitsdien als toen onbevoegd te zyn over dies aanneeming bij ons te advisee¬ rin, met verzoek derhalven daar„ van te moogen worden geexcuseerd beslooten het door den onderge„ teekende Gezachhebber in deezen ver richte allezints te approbeeren, en dienvolgens het by hem afgeweezen Protest in questie niet niet alleen niet aan teneemen maar het zelve ook te beschou„ wen als met betrekking tot ons niet eens te existeeren. den dikwerf geciteerde ad inte„ remfiscaal deneijs aan ons gericht kooppenn: der Huizen doorden hebbende een ampel vertoog met diverse daartoe specteerende bij laagen rouleerende over het bij hem van den ondergeteek: Ge„ zach hebber verkreegen pretense consent om onder anderen ook met arrest te moogen beleggen de kooppenningen van de door der independent Fiscaal van Lijnden aanden kooopman Onkruyt verkogte. e afgeweezen 916. waarover de bezyde gemelde advyzen, tendeerende tot dies te brug gaaven zyn uitgebracht verkogte huyzen en Erven en onze voorsz: daar uit voortgevloerde besluyten, zoo zyn alle dezelve stukken waar van wij al meede de vrijheid neemen UelEdele Hoog Achtb: de copia authenticq aan te bieden na dat door ons ieder afzonderlijk waaren geleezen, door den ondergeteekende Ge„ zachhebber ter onzer vergade„ ring van den 3 April I: C: onder declaratie dat hij nun„ mer deszelfs toestemming tot het arresteeren der kooppenningen van de zo dikmaals genoemde vyf huyzen had gegeeven maar eenelijk tot het arresteeren der Penningen uit de verkogte losse Goederen geprofliceerd, met begeerte dat ieder der presente Raadsleeden over de voorsz: stukken hunne adviesen ieder afzonderlijk zouden uitbrengen, waarop dan ook, nadien de Colonel Gordon en Cassier de Wet zig uit hoofde van in dispo„ sitie niet ter vergadering hadden kunnen begeeven, den onderge¬ teekende keldermeester betuigde te vermeenen ten belange van het voorsz: Schriftuur des adin„ terim fiscaals te moeten remar„ queeren, dat indien hij Fiscaal zig hadde gedraagen naar ons besluijt van den 29ste Junij Penningen Iongstl: e e

NL-HaNA_1.04.02_4352_0047 view scan ↗

English

917. lately, which had been delivered to him in extract, he would then not have needed to, and it would even have been superfluous to put the question in dispute to the undersigned Commander, for which reason he also judged that he could fully acquiesce in the declaration of the undersigned Commander, the more so because the undersigned Commander otherwise, with this pretended consent, could impossibly have remained consistent with himself and the resolution taken so shortly beforehand; that furthermore the ad interim fiscal might well have refrained from instructing us in that which best corresponded with the advantage of Your Right Honourable, as this involved a suspicion as if we were negligent in that which is one of our first duties; wherefore he was also, because of all this, of the opinion that the singular request of the repeatedly mentioned Fiscal ought to be declined and the representation be returned to him. The undersigned Dispenser declared to be of the opinion that the aforesaid ample representation, which he, the ad interim fiscal, 918. had used in order, if it were possible, to be able to serve for the justification of his maintained conduct in the proceedings initiated by him ex officio against the estate and effects of the independent fiscal van Lijnden, ought to be returned to him, the pro interim fiscal, as not being able to serve in the least for his excuse, with serious recommendation carefully to refrain in the future from submitting any more such writings, and this for the following reasons: that if it had been our intention only to have the monies of the aforesaid Fiscal van Lijnden attached, both those remaining in the hands of his attorneys and of third parties, and not the real estate under the titular merchant Constant van Nult Onkruijt, in order to be able to recover therefrom the loss and the damage that might be brought, through the failure to provide proper surety for the office, customs, and further pending proceedings occupied, enjoyed, and initiated by him, Fiscal van Lijnden, both to the Honourable Company and to other interested parties, 919. we then would never have enjoined and ordered him, the ad interim Fiscal Deneijs, by our resolution of 3 August last, to constrain the merchant Onkruijt to take back the Lord's dues, which he had refused to accept; that if this order of ours had been promptly fulfilled, he, the ad interim fiscal, would also never have been brought into the occasion to exchange words with the undersigned Commander, from which he now pretend to have deduced that, upon his request to be permitted to place an attachment, the undersigned Commander, in granting the same, had only meant the monies and not the real estate of the independent Fiscal van Lijnden; that by executing the order given to him, the ad interim fiscal, he would furthermore have found himself excused from demonstrating in the repeatedly mentioned strange representation that his course of action with respect to the estate of the independent fiscal van Lijnden, and very especially 920. especially with regard to the attaching of the purchase monies held under the aforesaid merchant Onkruijt, was in accordance with law and reason, aligned with our intention, and corresponded with the interest of Your Right Honourable; while, the first-cited reasons not being required of him, as far as the latter was concerned he could and should safely have left that to us; and that, supposed that the repeatedly cited representation were accepted by us, the same would then still never be allowed to be inserted in the minutes of our council for the end or purpose for which it was to serve, as the minutes and resolutions are not kept and recorded for these and similar ends, but to be able to demonstrate therefrom at all times what was transacted by the council itself, as well as which members did or did not concur in those resolutions, or were of a contrary sentiment. against which returning, however, some plausible objections having been raised by the undersigned Commander. Then, since the undersigned Commander raised some plausible objections against such a returning of the repeatedly mentioned representation, namely that thereby would be taken from him 921. thus the same was set aside at the Secretariat, and the Fiscal ordered not to trouble us again with such writings. the opportunity to be able to make the requisite use of it in due time when it should be deemed advisable to maintain in a suitable manner his aforementioned declaration made of never having given his consent to the attaching of the purchase monies of the houses sold by the Fiscal van Lijnden to the merchant Onkruijt; and the undersigned Cellar Master and Dispenser, being convinced of the validity of this remark, having desisted from their concurrent desire that the said representation should be returned, we have consequently resolved to have the same representation set aside at the Secretariat for the use of the undersigned Commander, under serious recommendation to the frequently mentioned ad interim fiscal Deneijs to take careful heed henceforth never more to submit to us such insinuating writings ending in such strange requests, on pain of incurring our highest displeasure if doing otherwise. By our humble letters of 17 February last, that we have

Dutch transcription

917. Iongstl: het welk aan hem in Ex„ tract was afgegeeven geworden, hij als dan niet nodig zoude gehad hebben en het zelfs over„ boodig zoude zijn geweest de vraage in questie aan den ondergeteek: Gezachhebber te doen, waaromme hij dan ook oordeelde in het de„ claratoir van den ondergeteek„ Gezachhebber volkoomen te kunnen berusten, te meer daar den ondergeteek: Gezachhebber anderzints met dit gepretendeert consent zig zelfs en het zoo kort te vooren genoomen besluyt onmo¬ gelijk konde zyn gelyk gebleeven dat wyders den adinterim fiscaal zich wel had konnen menageeren om ons voorteligten, in het geen best met het voordeel van UwelEd Loog Achtt quadreerde, dewijl dit eene verdenking involveerde als of wi nalaatig waaren in dat geene het welk eene van onze eerste pligten is; weshalven hij dan ook om dit een en ander van advijs was dat het singulier verzoek van meerm: Fiscaal diende gede„ clineerd en het vertoog aan den„ zelven teruggegeeven te worden. Den ondergeteek: Dispencier betuijgde van gevoelen te wee¬ zen dat het voorsz: ampel ver¬ toog, het welk hij adinterim zich fiscaal ee 918. fiscaals had gedient, om waare het mogelijk te kunnen strekken ter justificatie van zijn gehouden ge„ drag in de procedures door hem amptshalven teegens de nagelaa„ tene goederen en effecten van den independent fiscaal van Lijn„ den, gentameerd, aan hem pro„ interim fiscaal diende te worden te rug gegeeven, als in het minst niet kunnende strekken ten zijner verontschuldiging, met serieuse recommandatie van zig zorgvuldig te wachten om bij het vervolg zoortgelyke Schriftuuieren meer inteleeveren, ende zulx om de volgende reedenen: dat wanneer het onze intentie alleen was geweest de Penningen van voorsz: Fiscaal van Lijnden, zo die onder zine Gemachtigdens als vreemden berustende waaren, en niet de vaste goederen onder den koopman titeilair Constant van nult Onkruijte„ te doen arresteeren, ten einde daar uit te kunnen verhaalen de schaade en het nadeel dat door het niet stullen van behoor lyke Borgtocht voor het ampt, Douanie en verdere nog hangende procedures door hem Fiscaal van Lynden, bekleed, genooten en geen„ tameerd zo wel d' ECompe. als an¬ dere geinteresseerdens zoude wanneer Kunnen 919. kunnen worden toegebragt wij als; dan nimmer hem ad interem Fiscaal Deneijs bij ons besluyt van den 3 Aug:s I:l: zouden hebben geinjungeerd ende gelast den koopman Onkruijt te con„ stringeeren tot het te rug neemen van 's Heeren Gerechtigheid 't welk hij geweigerd had te accepteeren; dat wanneer aan deeze onze Ordre promptelijk was voldaan geworden, hij ad interim fiscaal ook nocit in de geleegendheid geweest zoude zyn gebragt om met de ondergeteek: Gezachhebber ge„ sprekken te wisselen waaruit nu kwant, te elicieeren begreepen te hebben dat op zyn verzoek om arrest te moogen leggen den ondergeteek: Gezachhebber met het zelve te accordeeren alleen zoude hebben bedoeld de Penninge en niet de vaste goederen van den independent Fiscaal van Lynden; — dat door het uitvoe„ ren van den last aan hem ad„ interum fiscaal gegeeven hij zich alwyders zoude hebben kunnen gedispenceerd vinden van bij het meermeld vreemd vertoog aante„ toonen, dat zyne handelwyze ten opzigte der nagelaatene goederen van den independent fiscaal van Lijnden, en wel inzonderheid 1: te 920. tegens welke te rug gaave echter door den ondergeteekende ge„ bedenklykheeden geopperd zynde. inzonderheid met betrekking tot het arresteeren der kooppenningen onder voorzeide koopman onkruijt gehouden, overeenkomstig was met recht en reeden, strookte met onze intentie en quadreerde met het belang van Uwelhe Hoog Achtb: terwijl de bij de eerst aangehaalde reedenen niet van hem gevordert zijnde, wat het laatste betrof hij dat gerust aan ons hadt kunnen en behooren overtelaaten; - en dat, gesteld dat het bij herhaaling geciteerd vertoog door ons geaccep„ teerd wierd, het zelve dan nog nim„ mer tot het einde of oogmerk waartoe het zelve zoude moeten dienen in de Notulan onzes raads zoude mooge worden geinsereerd, als zoo de Notulen en Resolutien niet wor„ den gehouden en te boek gesteld tot deeze en zoortgelyke eindens, maar om daar uit allen tijde te kunnen doen consteeren het ver„ handelde bij den raade zelve, mits¬ gaders welke leeden in die be„ sluyten al of niet hebben gecon„ curreerd gehad, ofte wel van een contrarie sentiment zijn geweest. Dan vermits den ondergeteek„ „zachhebber eenige aanneemelijke Gezachhebber teegens eene zoda„ nige teruggaave van meermeld vertoog, kwam te opperen, dat daardoor aan hem zou worden Notulen benoomen 921. zo is 't zelve ter Secretarije, gesoponeerd, en den Fiscaal gelast, ons met dergelijke geschriften niet weder te incommodeeren. benoemen de geleegendheid, om er in der tijd het vereiste gebruyk van te kunnen maaken wanneer te raade zoude worden omtrent het zelve op eene gepaste wyze gestand te doen, zyne voorm: gedaane declaratie van nimmer deszelfs toestemming tot het arresteeren der kooppenningen van de door den Fiscaal van Lijnden aan den koopman onkruijt verkogte huyzen te hebben gegeeven, en de ondergeteek: keldermeester en Dispencier geconvenceerd van de gegrondheid deezer aanmerking, gedesisteerd hebbende, van der„ zelver overeenstemmende begeerte dat het ged=te vertoog zoude worden te ruggegeeven, zo hebben wij dien vol„ gens beslooten het zelve vertoog ten gebruijke van den ondergeteek„ Gerachhebber ter Secretarij doen seponeeren, onder ernstige recom„ mandatie aan dikwils gem: ad in terim fiscaal Deneijs, zig voorthaan wel zorgvuldig te wachten, omme immermeer diergelyke insimulee„ rende en op zo vreemde verzoeken uitloopende Geschriften aan ons overteleggen, bij pene van anders doende ons hoogst ongenoegen te zullen incurreeren. Bij onze onderdanige Letteren van den 17 Februarij Iongstl: dat hebben E

NL-HaNA_1.04.02_4352_0052 view scan ↗

English

922. according to our respectful advices having ordered the adjunct Fiscal Truter to investigate the complaints received against Major de Sandolroy. respectfully to the statement submitted by him, from which it appears that the accusations against the said Sandolroy must be regarded as purely military offenses. — we have brought to the knowledge of Your Right Honorable Nobles that we had placed the written complaint received from Batavia from some cadets concerning the poor administration and treatment kept towards them here by Major de Sandolroy, into the hands of the adjunct Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, in order to conduct a strict and accurate investigation thereof pursuant to the honored orders of the High Indian Government, and shall now in this regard take the liberty of further bringing to the knowledge of Your Right Honorable Nobles, so we offer Your Right Honorable Nobles that a few days after the dispatch of our last-mentioned letter, the adjunct Fiscal Truter submitted to us a statement regarding the investigation demanded of him, in which he asserted that the facts with which Major Sandolroy was accused had to be considered as purely military offenses, committed by him as a military officer, and that he therefore could not have proceeded to initiate any action against the said Major before the Council of Justice here, as Your Right Honorable Nobles will, if you please, be able to see in more detail 923. to the just-mentioned statement we take the liberty to add. authentic copy of a memorandum submitted by Colonel Gordon. which statement and memorandum having been deliberated upon by us: — from the authentic copy of the aforesaid statement and all the annexes pertaining thereto accompanying this. — After the aforementioned statement of the adjunct fiscal had circulated among us for reading, it was once again resumed at our meeting of 28 February last, and on that occasion it was requested by the undersigned Colonel and Chief of the Company's militia that a written memorandum prepared by his Honor, and of which we have the honor to offer Your Right Honorable Nobles an authentic copy, might be inserted into the Resolutions. We therefore, after the undersigned Colonel had retired from the Meeting, deliberated with all attention both on the statement of the adjunct Fiscal and the declarations annexed thereto, as well as on the just-mentioned memorandum submitted by Colonel Gordon, and with respect to the statement itself took into consideration that when we assigned the strict and accurate investigation of the complaints made by some cadets at Batavia concerning the poor treatment by the Major 924. and for reasons besides the said ones. Major de Sandolroy kept towards them, to the ad interim Fiscal Mr. Jacob Pieter Deneijs, and subsequently, when the latter excused himself on grounds of his kinship with the said Sandolroy, demanded it of the adjunct Fiscal Truter, we found ourselves in doubt as to whether the accusations against Major de Sandolroy contained in the aforementioned written complaint had to be considered as purely military offenses or not, and in that doubt deemed that the investigation ordered by the High Indian Government ought preferentially to be assigned to the fiscal office, because the said Sandolroy, as the accused in this matter, could and had to assume in the same all the neutrality and impartiality required for such an investigation: but since it appeared completely from the statement of the adjunct Fiscal Truter that the facts appearing in the received written complaint were further found by the declarations obtained to belong among purely 925. assigned to the Military court-martial here. military offenses, as being committed by Major de Sandolroy in his capacity as a military officer, and that matters of that nature also ought to be investigated by military personnel, especially in places where they are granted a court-martial, we have, in order to leave nothing lacking in the investigation ordered by the High Indian Government, but on the contrary to employ everything within our power to comply therewith; decided to place the demanded investigation, the aforesaid written complaint, as well as the declarations obtained and submitted by the adjunct Fiscal Truter, into the hands of the military court-martial, in order to conduct the ordered investigation according to what appears therein and at the same time accurately examine all the documents which were submitted by Colonel Gordon with respect to those complaints, along with all the declarations attached by the adjunct Fiscal to his statement, in order that, if anything should yet be lacking in the latter, the necessary addition may then be given thereto. Major de Sandolroy, having learned of this decision of ours,

Dutch transcription

922. volgens onze eerbiedige advij„ „zen den adjunct Fiscaal Truster gelast hebbende de Klachten, tegens de Majoor de Sandolroij ingekoomen te onderzoeken. agtb„ aan het door hem inge„ „dient Vertoog, waarbij blijkt Sandolroij, als pure militaire delicten, moeten worden aan„ „gemerkt. — hebben wijs ter kennisse van Uw Ed= Hoog Achtb gebragt, dat wij het van Batavia ontfangen Klagt. schrift van eenige pepinieres over de slegte administratie en behanden ling door den Majoor de sandolroy omtrent hen alhier gehouden. hadden gesteld, in handen van den adjunct Fiscaal Mr Johannes An¬ dreas Pruter, ten einde daaromtrent ingevolge de geEerde beveelen der Hooge Indiasche Regeering een streng en naauwkeurig onderzoek te doen, en zullen thans ten deezen aspecte de vrijheid neemen nader ter kennisse van UwEd hoog Achtb: te brengen, zo bieden wij Uwel Edele Hoog dat winig daagen na het afgaan dat de accusatien tegens gem„e onzer laatstgemelde letteren den adjenct Fiscaal Trister aan ons heeft ingedient een vertoog over het aan hem gedemandeert onderzoek waarbij heeft geposeerd dat de feiten waarmeede den Majoor San„ dolroij geaccuseerd was geworden moesten worden gecosidereerd als pure militaire delicten, door hem als militair begaan, en dat hij dues ook niet had kunnen over„ gaan teegens den gem: Majoor eenige actie voor den raade van Justitie, alhier te entameeren, zo als uwEd Hoog Achtb: zulx bij geliefte nader zullen kunnen dat zien 923. Bij evengem: vertoog neemen wy de vryheid te vroegen. Copia authentiecq van eene Nota door den Colonel Gordon overgelegt. over welk vertoog en Nota„ bij ons gedelibereerd geworden zijnde:— zoon uit het deeze verzellende Copia authenticq van voorsz: vertoog en alle de daartoe specteeren de bijlaagen. — Na dat het evengenoemd vertoog van den adjunct fiscaal bij ons ter rondleezing was geweest is het zelve nogmaals ter onzer verga¬ dering van den 28 februarij H:: geresumeerd en bij die geleegend„ heid door den ondergeteek: Co„ lonel en tChef van 'sComp:s militie verzogt geworden dat eene Schrif„ telijke nota door zijn Ed vervaar„ digt, en waar van wij de Eere hebben uwelEd: Hoog Achtb: Copia authenticq aantebieden bij de Resolutien geinsereerd mogt worden. Wij hebben dus na dat den onder„ geteek: Colonel zich uit de Vergadering haft geretireerd zo over het ver„ toog van den adjunct Fiscaal en de daarbij gevoegde verklaa„ ringen, als over de zo evengemelde nota door den Colonel Gordon overgelegt, met alle aandagst gedelibereerd en omtrent het vertoog zelve en aanmerking genoomen, dat wanneer wij het streng en naauwkeurig on„ derzoek der klagten door eenige pepinieres te Batavia gedaan de slegte behandeling door den Majoor bi 924. en om bezyden gemelde reedenen. Majoor de Sandolroij omtrent Een gehouden hebben opgedraagen aan den adinterim fiscaal Mr. Jacob Pieter Deneijs, en nader, wan¬ neer deeze zich uit hoofde van zyne verwandschap met gemelde sandolroij heeft geexcuseerd, gede„ mandeert hebben aan den ad„ Junct fiscaal Truter, wij ons in twijffeling bevonden of de beschul„ digingen teegens den Majoor de sandolroij bij het voormeld klagtschrift vervat, moesten ge„ considereerd worden als pure militaire delieten, dan niet, en in die twijffeling vermeend, hebben, het door de Hooge Indiasche Regeering bevoolen on„ derzoek bij preferentie aan het officie fiscaal te moeten opdraa„ gen om dat den gemelde Sandol„ roij, als beschuldigden in deeze, zaak in het zelve alle de tot een zodanig te der onderzoek vereischt wordende onzydigheid en onpar¬ tydigheid konde en moest veronder„ stellen: dan nadien uit het vertoog van den adjunct fiscaal Prieter vol„ koomen kwam te consteeren, dat de feiten bij het ontfangen klagtsdrift voorkoomende, door de ingewonnen Verklaaring nader waaren bevonden te behooren onder de pere Indiasche militaire 925. aan den Militaire krygs„ „raad alhier opgedragen. militaire Delicten, als zynde door den Majoor de Sandolroy begaan in zyne qualiteit als Militair, en dat zaaken van dien aart ook door Militairen behooren te wor„ den onderzogt voor al in plaat„ zen alwaar dezelve eenen krygs= raad is toegestaan, zo hebben wij ten einde aan het door de Looge Indiasche Regeering geordonneerd onderzoek niets te laaten ontbreeken, maar inteegendeel alles aan„ wenden wat in ons vermoogen was om daar aan te voldoen; het gedemandeerd onderzoek beslooten het voorsz: klagtscrift zo wel als de Verklaaringen door den adjunct fiscaal Prieter heeft ingewonnen en overgelegt, te stellen en handen van de militaire kreygsraad, omme na het daarbij voorkoomende het geordonneerd onderzoek te doen en teffens naauw„ keurig te examineeren alle de suk„ ken welke met opzicht tot die klagten door den Colonel Gordon waaren overgelegt, mitsgaders alle dit verklaaringen door den adjunct fiscaal bij zijn vertoog gevoegd, om¬ me wanneer aan laatstgemelde nog iets mogt koomen te ontbree„ ken, als dan daar aan de nodige ampliatie te geeven de Majoor de Sandolroij dit ons besluyt vernoomen hebbende, ingewonnen eee

NL-HaNA_1.04.02_4352_0056 view scan ↗

English

926 Major de Sandolroy has been challenged by the memorial accompanying this, next to which we attach two notes from the undersigned Colonel. Which court-martial, however, he presented a memorial at our meeting of 6 March, and thus on the occasion when our resolutions of 28 February were resumed, of which we also take the liberty of offering Your Right Honourable Honours the authentic copy, and whereby he came to challenge the military court-martial on legal grounds; but since the said document appeared to us to require a more attentive consideration in a more detailed committee than time then permitted us, we decided to deliberate further upon it on a subsequent occasion and meanwhile sent it around for circulation, while in the meantime we have superseded the issuing of the extracts from our resolutions of 28 February until the submitted memorial of Major de Candolroy should be disposed of. After Colonel Gordon, who had retired from the meeting at the beginning of the deliberations on this point, was informed by us of this our decision, he again requested that two notes might be added after those resolutions and sent to Your Right Honourable Honours, as is done herewith in authentic copy. 927. Deliberations and opinions on the aforementioned memorial of Major de Candolroy held in our meeting. The aforementioned memorial of Major de Sandolroy being produced again at our meeting of 13 March, the question was raised by the undersigned Acting Commander how best to proceed further in deciding this matter, without deferring too much to the challenge of the court-martial made by him, Candol, or also lightly glossing over the objections raised by him against his trial before the same court-martial; with the request that we, as this was a matter of very great importance, would each deliver our opinions separately, after Colonel Gordon had retired from the meeting with a protest against all further proceedings on this point. It was declared by the undersigned Cellar Master that, however much he might also be of the opinion that the accusations brought against Major de Sandolroy, being considered by the Fiscal Office as purely military, ought also as such to be remanded to a military court-martial, 928 he nevertheless, since that officer in his memorial presented to us, among other things, put forward as an exception that as a field officer he could not be judged by a court-martial constituted of members of a lower rank, and he had to confess not knowing to what extent that exception was well-founded, and if valid, whether then a sufficient number of field officers would be found at hand in this Government who could conveniently be commanded into an extraordinary court-martial, he therefore was of the opinion that one ought to supersede that investigation until the imminent arrival of the Right Honourable Lords Commissioners-General, without, however, wishing to endorse the positive assertion of the same Major de Sandolroy that we were so convinced of the personal animosity of Colonel Gordon towards the same Major de Sandolroy, as was advanced by him. The undersigned Cashier de Wet, on the other hand, was of the opinion that although the said Sandolroy suspected Colonel Gordon of partiality and also, on account of the presumed influence he would have on the court-martial, suspected that court-martial itself of partiality, 929. since the reasons adduced thereto by him were devoid of all proof, therefore his accused partiality was inadmissible, as it was not enough to accuse a judge, much less an entire court-martial, of partiality, but such must be sufficiently proven, even under penalty of punishment; just as Colonel Gordon could also not be accused of partiality on account of the accusations brought by him against Sandolroy, seeing that his post as Chief of the militia entailed watching over the service of the garrison, the good treatment of the soldiers, and the requisite discipline; that it was moreover remarkable that Sandolroy suspected his judges before he even knew who they would be; that the points delivered at the meeting by the often-mentioned Colonel Gordon against Sandolroy were very gross and of such a nature that they necessarily had to be investigated here on the spot, for which reason also, according to the request of Sandolroy (if otherwise reasons and inclination should militate for it), he, with the documents, could not be sent to Batavia before and until having been tried here, 930. the more so since certain accusations or complaints brought before the High Indian Government against him, Sandolroy, had been sent hither by the very same for a strict investigation, and very likely for that reason his conveyance thither was not desired, although he had already been transferred to Batavia according to the order of Your Right Honourable Honours; then that in so far as Sandolroy considered that he could not be brought before the court-martial here when it should be constituted of members lower in rank than he, while Colonel Gordon on the other hand, in one of his aforesaid notes accompanying this, considered that Sandolroy could not be regarded as a major, for which reason he was then also of the opinion that, although the appointment of Sandolroy as major had not yet been followed by the approval of Your Right Honourable Honours, the same nevertheless

Dutch transcription

926 den Majoor de Sandvlroij is gerecuseerd geworden bij „nevens welke wij voegen twee Notas van den onder„ „„geteekende Colonel. welke krygsraad echter door heeft ter onzer vergadering van den de deeze verzellende Memorie 6 Maart, en dus bij geleegendheid dat onze Resolutien van den 28. ste Februarij wierden geresumeerd, inge¬ diend eene Memorie waarvan wij almeede de vrijheid neemen UWel„ Edele Hoog Achtb: het Copia authen„ ticq aante bieden en waarbij hij op gronden van rechten de militairen krijgsraad kwam te recuseeren; dog nadien het gemeld schriftieur ons toescheen eene aandachtiger, overwee„ ging in eene omstandiger besoigne te vorderen als de tijd ons als toen kwam toetelaaten, zo hebben wij beslooten, daar over bij eene vol„ gende geleegendheid nader te Na dat door ons aan den Colonel Gordon, welke zig bij den aanvang der deliberatiën over dit poinct uit de vergadering geretireerd hadt, van dit ons besleeyt kennis was gegeeven, is door hem wederom verzocht, dat twee notas agter die resolutien mogte worden gevoegt raadpleegen en het zelve intis„ schen in rondleezing gezonden, terwijl wij middelerwijle met het afgeeven der Extracten uit onze resolutien van den 28 februari hebben gesupercedeert, tot dat op de ingediende memorie van den Majoor de Candolroy zou weezen gedispo„ eing neerd. raadpleegen 927. deliberatien en advijzen over voorm. Memorie van den Ma„ „joor de Candolroij in onze vergadering gehouden en aan UwelEdele hoog: Achtb toegezonden, zoo als bij deeze in copia authenticq geschied. De voormeld: Memorie van den Majoor de favidobroij, ter onzer ver¬ gadering van den 13 Maart weder„ om geproduceert zynde, wierd door den ondergeteek: Gezachhebber geoppert de vraage, hoedanig men best al verder in deeze zaak zoude dienen te besluyten, zonder aan door hem Candol gedaane recusatie des kreygsraads, te veel 6 te defereeren, ofte ook ligtvaardig heen te slappen over de door hem voortgebrachte bedenkingen teegens zyne terechtstelling voor dezelve kreygsraad; met verzoek dat wij daar over als eene materie van zeer veel aanbelang zijnde onze advisen ieder afzonderlijk wil„ den uitbrengen, is na dat de Colonel Gorden zig uit de vergadering had ge„ ratireerd, met protestatie tegen alle verdere besoignes over dit poinct. door den ondergeteek: keldermeester gedeclareerd, dat hoe zeer hij ook van oordeel zoude zijn dat de be„ schuldigingen teegens den Majoor de Sandobroij ingebragt, als door het Officie fiscaal als pur militair ge„ considereerd zynde, ook als zoda¬ nig aan eenen militairen kreygt„ raad diende te worden gede deselve. „mandeert. 928 mandeert, hij egter, daar dien of„ ficier in zyne aan ons gepresenteerde Memorie, onder andere, als eéne ex„ ceptie kwam voorte draagen, dat als een hoofd officier niet konde wor„ den gejugeerd door eenen krijgs„ „raad geconstitueerd uit Leeden van eenen minderen graad en hij beken¬ nen moest niet te weeten in hoe verre die exceptie gegrond was, en zoo van kragt waare, of dan wel in dit Gouvernement een ge„ noegzaam aantal Hoofdofficieren aan handen zoude worden gevonden welke gevoeglijk tot een extraordi naire kreygsraad zoude kunnen worden gecommandeert, hy deerhalven van advijs was, dat men met dat onderzoek behoorde te super„ cedeeren tot de voor den deur zynde komste der Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal, zonder egter te willen avouceeren de stellige adsertie van denzelven Majoor de sandolroij, dat wij zoo zeer geconvinceerd zyn zoude van de personeele animositeit van den Colonel Gordon Jeegens denzelven Majoor de Sandolroij, als zulx door hem is geavanceerd. De ondergeteek: Cassier de Wet. was daarinteegen, van gevoelen dat of wel gedagte Sandolroij den Colonel Gordon van partijdig„ dierhalven heid 929. „heid en ook uit hoofde van den veronderstelden invloed die hij / op den kreygsraad zoude hebben, dien kreygsraad zelve van partij„ digheid suspecteerde, vermits de reedenen daartoe door denzelven bijgebragt, van alle bewys waaren ontbloot, dierhalven zijne geaccue„ seerde partijdigheid onaanneem. lyk was, daar het niet genoeg was een rechter veel min een gantsche krijgsraad van partijdigheid te accu„ seeren, maar zulx sufficienter, zelfs op paene van straffen beweesen moet worden gelijk den Colonel Lordon meede niet van partijdigheid kon worden geaccuseerd, uit hoofde van de door hem tegens Sandolroij =ingebragte beschuldigingen aan„ gezien deszelfs post als Chef van de militie meede bracht, voor den dienst van 't Guarnisoen der goede behandeling der soldaaten en de vereischte discipline te waa„ ken; dat het bovendien remarqua„ bel was, dat Sandolroij zine rechters suspecteerde, eer hij nog wist wie dezelve zoude zijn; dat de Poincten door meerm: Collonel Gordon teegens sandolroij / ter vergadering overgeleeverd, waaren zeer groove en van dien aard dat dezelve nodzakelijk hier ter plaatze moeste worden onder„ de zogt 1930. zogt, waarom ook volgens het ver„ zoek van sandolroij (indien an¬ derzints als eens reedenen en neiging daartoe zouden militeeren denzelven met de stukken voor- en aleer hier te recht gesteld te zijn niet naar Batavia, kon worden verzonden, te meer daar bij de hooge Indiasche Regeering - zelfs eenige bij hoogst dezelve teegens hem sandolroy ingebragte beschiel„ digingen of klagten tot een streng onderzoek herwaards waaren over gezonden, en zeer waarschynlyk uit dien hoofde zijne overzending niet was begeerd, ofschoon hij be„ reids volgens de ordre van uwelEd hoog Achtb naar Batavia was verplaatst, dan dat in zo verre„ Sandolioij vermeende voor den kreygsraad alhier niet betrok„ ken te kunnen worden, wanneer zij geconstitueerd zoude zyn uit leeden minder in rang als hij terwijl den Colonel Gordon daar„ en teegen bij eene zyner voorsz. deeze verzellende notas vermeend dat sandolroij niet als majoor kon worden aangemerkt, weshalven hij dan ook van gevoelen was dat of wel op de aanstelling van Sandola tot majoor voor als nog de ap„ probatie van Uw Ed hoog Achtb: niet was gevolgd, dezelve niet„ Uurd „temin

NL-HaNA_1.04.02_4352_0061 view scan ↗

English

at least provisionally in that rank had been esteemed and recognized, on which account his exception had also been proposed with some fairness, to being brought before the said court-martial, of which on the whole the members would be inferior in rank to him, and he, the Cashier, was also of the opinion that the case of Sandolroy, notwithstanding his request made against it, must remain placed in the hands of the court-martial here, but that in order to make that court-martial competent to exercise jurisdiction over his person, there ought to be commanded thereto the field officers who were present here both with the garrison corps and on leave, such as Lieutenant Colonel de Meuron Bullot of the Swiss regiment de Meuron, Major de Lille, Major of the Artillery Fisscher, Major of the regiment of Wurtemberg von Deene, and two of the oldest Captains of the Battalion, while the latter two could be added to complete the number, for the reason that if the appointment of Sandolroy as Major should not be approved by Your Right Honourable and High Esteemed Lordships, no higher rank than that of Captain would belong to him and in such case he would not be prejudiced by the commanding of lower members to the court-martial than was ordinarily in use, to which court-martial he also thought the judgment should belong concerning the groundlessness or well-foundedness of the instances made by Colonel Gordon for arresting Sandolroy, in order to dispose thereof according to findings. Then the undersigned Dispencier, declaring that he possessed no sufficient knowledge of military matters to be able to judge whether the reasons why the said Major de Sandolroy recused the court-martial were well-founded or not; being of the same opinion as the undersigned Cellar Master, that the continuation of this case must remain postponed until the arrival of the Right Honourable Commissioners General, provided that in the meantime the necessary security be given by Major de Sandolroy on his word of honour that in the meantime he would not leave here; the first-signed Commander having subsequently conformed himself with the aforesaid opinion of the undersigned Cellar Master and Dispencier, it was thus resolved by majority in our meeting to hold the investigation demanded of the court-martial regarding the complaints brought against the said Sandolroy in suspension until the Right Honourable Commissioners General shall have arrived here, in order to leave the disposition of how to proceed further in this case referred to their highest decision. Since the undersigned Colonel, in his note accompanying this and submitted at our meeting of 28 February last, made his displeasure known in the clearest terms regarding the conduct and behavior pursued by the Deputy Fiscal Truter in that investigation, especially because although the depositions and other documents submitted by him, the Colonel, were so clear, distinct, and strong, the first two depositions were only obtained by him, Truter, on 12 December and thus approximately one month after the received order and documents, after which the third deposition appeared under date 13 December, the fourth, fifth, and seventh on 15 December, and finally the last deposition under 10 January, thus this again approximately one month after the first, and also because the depositions state that the Pepinieres complained that they were wronged and mistreated, from which he, the Colonel, deduced that the Deputy Fiscal Truter, from the first depositions obtained in the month of December, in addition to the letter of complaint sent hither by the High Indian Government together with the documents and depositions submitted by him, the Colonel, could at once have clearly perceived whether the matter was military or not, and in such an important matter ought not to have dragged and acted in such a manner, and so many months after the received order submit such a remonstrance, since he had already begun with the matter more than two months earlier; wherefore we have demanded from the Deputy Fiscal Truter the reasons why he did not submit the presented remonstrance sooner, and did not observe greater haste in obtaining the depositions, with orders to comply promptly with this requisition within the time of three weeks. The said Deputy Fiscal having complied with this requisition of ours, by the justification accompanying this in authentic copy, in which he demonstrates how matters of greater importance than the investigation demanded of him, and especially the continuation of criminal proceedings against a crowd of slaves who had for more than two years disturbed the Cape settlement with murders, housebreaking, and theft, had prevented him from making the desired haste with the aforesaid investigation; and in addition, the reported fullness of work of him, the Deputy Fiscal, having not only been affirmed by the undersigned Cashier, as President of the Council of Justice,

Dutch transcription

931 te min in die graad provisioneel was geestimeerd en erkend, weshal¬ ven ook met eenige billykheid zijne exceptie geproponeerd was, van voor gem. kreygsraad te kunnen worden betrokken, waar van over het geheel de Leeden minder in rang zoude zyn dan hij, en was hij Cassier dan ook van advijs dat de zaak van Sandolroej ongeagt zyn daarteegen gedaan verzoek moest blyven gesteld in handen vanden kreijgsraad al„ hier, dog dat om dien kreijgs„ raad competent te doen zijn, tot het voeren van jurisdictie over zyn perzoon, daartoe zouden behooren te worden gecom¬ mandeert, de hoofdofficieren die zich zo bij de Corpsen van het Guarnisoen als met verlof alhier bevonden, zo als daar waarin de Lieutenant Colonel de Meuron Bullot van 't Zwitsersch regiment de Meizon, de Majoor de Lille de Majoor den Arthillerie Fis„ scher, de Majoor van het regiment van wurtemberg von Deene, en twee der oudste Capitains van het Bataillon, terwijl - de twee Laatste tot completie van het getal zou„ den kunnen worden bygevoegd om reeden dat zoo de aanstel„ ling van sandolroij tot Majoor door zouden 932. door UwelEd: Hoog Achtb niet mogt worden geapprobeert, hem dan geen hoger graad als die van Capitn zoude competeeren en hij in zulken gevallen niet zoude ge„ prejudiceerd zyn, door het com¬ mandeeren van laager Leeden tot den kreijgraad als ordinair in gebruijk was, aan welke krygs„ raad hij dan ook vermeende dat de beoordeeling zou moeten staan over de gegrondheid of ongegrondheid der door den Co„ lonel Gordon tot het arresteeren van Sandolroij gedaane in stanziën om daarop na bevin„ ding te disponeeren. dan de ondergeteek: Dispencier, onder declaratie dat geene ge„ noegzaame kennis van mili¬ taire zaaken bezat om te kun„ nen beoordeelen of de reedenen waaromme gem: Majoor de Sandolroij den kreygsraad re¬ ciseerde, gegrond waaren dan niet; even als den ondergeteek: keldermeester van opinie zijn¬ de, dat de voortzetting deezer zaake moest uitgesteld blyven tot de komste van de Hoog Edele heeren Commissarissen Ge¬ neraal, mits dat intusschen door den Majoor de Sandol„ roij op zyn woord van her Van de 933. enbek wven nea het onder onder suspencie te houden tot de komst der hoog Edele heeren Commissarissen generaal den Colonel Gordon vermeent hebbende dat den adjunct „dragen onderzoek niet alle mogelyke spoed had betracht. de nodige zeekerheid wierde ge„ geeven dat intusschen zig niet van hier zoude koomen te be„ geeven den eerstgeteekende Gezacho„ hebben zig vervolgens met het voorsz: gevoelen van de onderge¬ teekende keldermeester en Dis„ pencier geconformeerd hebbende, is dus in onze vergadering bij meerderheid beslooten het aan den kreijgsraad gedemandeert onderzoek der jegens gem: Candol¬ roij ingebragte klagten, in Sus„ pensie te houden tot dat alhier zullen weezen gearriveerd de Hoog Edele Heeren Commissaris, sen Generaal, ten einde aan hoogst derzelver dispositie gedefe„ reerd te laaten beschikking hoe„ „ danig in deeze zaak verder zal moeten worden geprocedeert. Dewijl den ondergeteek: Colonel, Fiscaal Priter, in 't hem opge„bij zyne deeze verzellende en ter onzer Vergadering vanden 28ste Februarij / I:l: ingediende nota ten klaarsten aan den dag kwam te leggen, zijn misnoegen over het door den adjunct fiscaal Trater in dat onderzoek gehouden, gedragen zulx wel om dat schoon de door hem Colonel in geleeverde Verklaringen en andere stukken zoo klaar duydelyk en sterk waaren, de twee eerste ver„ hooft derzelver klaaringen 2 8 934 klaringen eerst door hem Trueter op den 12 December waaren in¬ gewonnen en dus circa een maand na de ontfangene Ordre en stuk„ ken, waar na de derde verklaa„ ring onder den 13 December, de vierde, vyfde en Zeevende den 15 December en eindelyk de Laatste verklaaring, onder den 10 Januarij voorkwam dus deeze wederom circa Een maand: maand na de Eerste en ook om dat de verklaaringen inhou„ den dat de Pepinieres klaagden dat zij te kort gedaan en mis handelt waaren, waaruit hij Colonel kwam optemaaken dat den adjunct Fiscaal Prieter uit de eerste verklaaringen in de maand December ingewonnen behalven uit het klagtschrift door de hooge Indiasche Regee„ ring herwaards gezonden benef„ fens de door hem Colonel over„ gelegde stukken en Verklaaringe ten eerste duydelijk had kunnen ontwaaren of de zaak militair was dan niet, en in eene deer„ gelyke importante zaak niet op dusdanige manier hadt behooren te traineeren en ageer„ en zoo veele maanden na de ontfangene ordre een zodaa„ nig vertoog in leeveren, daar„ hij dat 935. over verantwoording hebben geeischt. en welke verantwoording UwelEdele Hoog Agtb, al„ „meede in Copia authen. „tiecq aanbieden. hij reeds meer dan twee maanden met de zaak begonnen was zo van wien wy derhalven daar hebben wij vanden adjunct fis„ caal Fruter afgevordert de reedenen waaromme het over„ gelegde vertoog niet eerder heeft ingediend, en met het inwin„ nen der Verklaaringen geen meerder spoed heeft betracht. met last omme aan dit requi„ sit binnen den tijd van drie weeken prompt te voldoen. den gem: Adjanct Fiscaal aan dit ons requisiet voldaan hebbende, bij de deeze in Copia authenticq verzellende verantwoording waarbij hij betoogt hoe zaaken van meerder aanbelang als het aan hem gede„ mandeert onderzoek, en wel voor namentlijk het voortzetten der Cremineele procederes teegens eene meenigte slaaven welke reeds langer dan twee Jaaren het kaapse Vlek, met Moorden Huijsbraak en Duvery hadden ontrustn hem hadden belet met het voorschreeve onderzoek de gewenschte spoed te maaken; en daar bij door den ondergeteek: 2: Cassier, als president des raads: van Justitie niet alleen geaffir„ meerd zynde, de opgegeevene vol¬ handigheid van hem Adjunct beloogt fiscaal

NL-HaNA_1.04.02_4352_0066 view scan ↗

English

936. in which we, considering it satisfactory, have acquiesced. fiscal Pruter, besides that the re-examination of the case of Major de Sandolroy was demanded of him, has at the same time also testified that he, in his just-mentioned capacity as President of the Court of Justice, had continually had to urge the respective officers toward the speedy dispatch of the criminal proceedings of the numerous prisoners with whom the prisons happened to be, as it were, crammed, in order to make the guilty obtain prompt justice and, on the other hand, to release the innocent; and it having thus evidently appeared to us that no negligence in the performance of his duty, but only the greater importance of the matters with which he had preferentially had to occupy himself, had given rise to the little dispatch with which the investigation in question had been proceeded with, we have also, for these reasons, accepted and rested satisfied with the grounds of excuse alleged by him, the adjunct fiscal, in his aforesaid Memorial or Justification: 937. Having respectfully reported to Your Right Honourable Worships concerning the Request presented to us by the Burgher Councillors against the introduction of the tax on Legacies and Collateral successions, upon which, however, for the reasons mentioned alongside, we have not yet been able to decide. In our humble letter of 7 April last, we dutifully reported to Your Right Honourable Worships concerning the sensation that the introduction of the ordained tax on all legacies and collateral successions had caused among the inhabitants of this Colony, and that upon the pressing and emphatic representations made to us by the Burgher Councillors, first verbally and subsequently in writing, we were compelled to proceed to suspend the actual introduction of that tax until the arrival of the Right Honourable Lords Commissioners-General, and at the same time informed Your Right Honourable Worships that we had taken the aforesaid written representations of the Burgher Councillors into circulation so as to be able to decide further upon them, and to respectfully inform Your Right Honourable Worships, under transmission of the aforesaid writing, of our decision taken thereon. However gladly we wished to fulfill this our promise and obligation, we nevertheless found ourselves placed in the impossibility of doing so, 938. yet we deem that we should not omit to offer the same writing to Your Right Honourable Worships. placed, since the writing of the Burgher Councillors appeared to all of us upon perusal to be of a very singular and no less serious content, and thus to merit that no decision should be made upon it by us unless all the members of our Council should be present therein, from which the undersigned Colonel Gordon has for some time been prevented by persistent indisposition. Meanwhile, we must not fail to offer Your Right Honourable Worships the said writing of the Burgher Councillors alongside this in authentic copy, in order not only not to leave Your Worships ignorant concerning the manner of presentation and the motives observed and adduced by the Burgher Councillors, but also to convince Your Right Honourable Worships that prudence has allowed us no other course than provisionally to suspend the introduction of that tax, while, as soon as the frequently mentioned writing shall have been properly decided upon by us, we shall not fail respectfully to provide Your Right Honourable Worships with information thereof. As we also in our just-mentioned 939. and whereto we respectfully append the report submitted to us by the undersigned Cashier concerning the manner in which the 50th penny could be levied here. just-mentioned letter of 7 April last respectfully informed Your Right Honourable Worships that, although it could well be inferred from what occurred regarding the introduction of the tax on legacies and collateral successions that the ordained levy of the 50th penny could not be introduced except with the greatest opposition on the part of the inhabitants, we had nevertheless commissioned the undersigned Cashier, before doing anything further in this matter, to examine the ordinance received here for that purpose with all accuracy, and subsequently to report to us how the levy of the aforesaid tax could best take place according to the local situation of this country, and what alterations would need to be made to that end in the form of the aforesaid ordinance in order to make the manifested will and desire of Your Right Honourable Worships executable on this point, we shall herewith take the liberty to present to Your Right Honourable Worships in authentic copy the report submitted to us on that account by the said Cashier, which, after being circulated among us,

Dutch transcription

936. waarin wij als voldtoende zynde, hebben berust. fiscaal Pruter, ten zyde dat het re„ onderzoek der zaake van de Ma„ joor de sandolroij aan denzelven is gedemandeert geworden maar teffens ook betuijgd dat hij en zyne zo evengemelde betrekking als Praesident vanden raade van Justitie, aanhoudend bij de res„ pective officieren had moeten insteeren op het speedig afdoen vande crimineele procedures der menigvuldige Gevangenen, waar¬ meede de Gevangenhuyzen als op„ gepropb: kwaamen te zijn, ten einde de schuldige prompte Ius„ titie te doen erlangen, en de onschuldigen daarenteegen te reclareeren, en aan ons dusevi„ dentelijk gebleeken zynde, dat geene nonchalance in de betragting van zijnen plicht, maar, alleen de meerdere importatie der zaaken, waarmeede hij zich bij preferentie had moeten berigen houden, tot den weinigen spoed waarmeede in het onderzoek in questie was geprocedeert geworden, aan, leiding gegeeven hadt, zo hebben wij ook, om dit een en ander inde door hem adjunct fiscaal bij zyne voorsz: Memorie of Verantwoording geallegueerde reedenen van verontschuldiging genoegen genoomen en berust: te Bij 937. Aan UwelEdele Hoog Achtb. eerbiedig verslag gedaan heb„ Burgerraaden aan ons gepro„ „senteerd, tegens de invoering en Collateraale successien waarop wij echter om nevens„ „gem. reedenen nog niet heb„ „ben kunnen disponeeren. Bij onze onderdanige Lette„ „bende. van het Request door ren van den 7 April Iongstl: van de belasting op ^ Legaaten hebben wy aan uwEd Hoog Achtb: naar Schuldigen pligt verslag gedaan van de sensatie welke het introdicceeren der Geordonneerde belasting op alle de legaaten en collateraale suc„ cessiën onder de Ingezeetenen deezer Colonie hadt te weege gebragt, en dat wij op de voorstigen en nadrukkelyke representatiën ons door Burgerraaden eerst mon„ delings en naderhand bij geschrifte gedaan, hadden moeten overgaan om met de dadelijke invoering dier belasting te supereedeeren tot de aankomst van de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal en daar bij teffens aan Uwel Ed: hoog Achtb bericht„ dat wij de voorsz: schriftelyke representatiën van Burgerraa„ den in rondleezing hadden ge„ noomen om op dezelve nader te kunnen disponeeren, en aan UwEd Hoog Achtb: onder toezen ding van voormeld schriftuur eerbiedig kennis te geeven van ons daarop genoomen besluyt. Hoe gaarne wij ook aan deeze onze belofte en verpligting wenschte te voldoen, vanden wij ons egter daartoe in de onmogelijkheid tot gesteld. 938. doch vermeenen niet af te mogen zyn 't zelve geschrift UwelEdele Hoog Agtb„ aan te bieden. — gesteld, nadien het geschrift van Burgerraaden ons alle bij lectuw„ re is toegescheenen van eene zeer singuliere en niet min nadenke„ lyke inhoud te zyn, en dus te meriteeren dat op het zelve bij ons niet anders wierde beslooten, als wanneer alle de Leeden onzes Raads in dezelve present, zouden zijn waar van den ondergeteek„ Colonel Gordon door aanhoudende in dispositie zints eenige tijd is verhindert geworden. Intusschen moogen wij niet afzijn het gemeld schriftiuc van Burgerraaden neevens deeze Uwel Edele Hoog Achtb:r en Copia authenticg aan tebieden, ten einde hoogst dezelve niet alleen niet ignorant te laaten, zo over de wijze van voordragt, en de motive door Burgerraaden geobserveerd in bygebragt, maar ook om UwEd. Hoog Achtb. te convinceeren, dat de voorzichtigheid ons niet anders heeft toegelaaten als met de in„ voering dier belasting provisioneel te supercedeeren, terwijl wij wan„ neer op het meermeld schriftuur bij ons behoorlijk zal weezen ge¬ disponeerd, niet zullen afzyn Uw Ed hoog Achtb: daarvan eerbie„ dig informatie te geeven. Daar wij meede bij onze zoo autherteeg even gemelde 939 en waarbij wij eerbiedig voegen het aan ons door den. onderget: Cassier ingedient bericht over de wyze op welke de 500t penning alhier zou kunnen wor„ „den geheeven. evengemelde Letteren van den 7e. April Jongstl: aan Uw Ed Hoog Achtb: eerbiedig kennis gegeeven hebben, dat wij, hoe zeer ook uit het gebeurde nopens de invoering der belasting op de legaaten en Collateraale successien kon wor„ den afgeleid, dat de geordonneerde hoffing van de 50ste penning niet dan met de grootste leegenkanting van de zyde der Jngezeetenen, zou kunnen worden geintroduceerd, egter den ondergeteek Cassier ge„ committeerd hadden, omw, alvoorens in deeze iets verders te doen, het ten dien einde alhier ontfangen placcaat met alle naauwkeurigheid nategaan, en ons vervolgens te berichten, hoe de heffing der voorsz: impositie best na de Plaatzelyke gesteldheid van dit Land zoude kunnen geschieden, en welke ver„ anderingen ten dien einde in de form van het voorsz: Placcaat zoude dienen gemaakt te worden, om de gemanifesteerde wille en begeerte van uwEd hoog Achtb: op dit stuk executabel te maaken zullen wy bij deeze de vrijheid neemen uw Ed Hoog Achtb: in Copia authenticq aanbieden, het bericht door den gem: Cassier aan ons desweegens ingedient, het welk bij ons in rondleezing na

NL-HaNA_1.04.02_4352_0070 view scan ↗

English

will be decided upon. Now transmitting our requisition of needs for the year 1793, we humbly supplicate that the same may be fulfilled. Your Right Honourable Worships having relinquished all trade in European articles. and upon which we have further resolved to take a proper resolution in our meeting, of which we shall also respectfully report to Your Right Honourable Worships at the first opportunity. Not having been able to attach to our said General Report on the affairs of this Government the Requisitions of needs for this Government for the year 1793, we take the liberty to respectfully accompany this with the same, arranged according to the needs which we consider will be inevitably required in that year for the current business at this Government and for passing ships; for which reason we also respectfully take the liberty to request Your Right Honourable Worships to be pleased to have the said requisition fulfilled in its entirety. Since Your Right Honourable Worships have seen fit to relinquish all trade in European articles, in order to leave the same to private individuals under such conditions as Your Right Honourable Worships have been pleased to communicate to us, we have adapted ourselves accordingly in drawing up our Requisition of Needs, and have petitioned for nothing therein to be sold to the inhabitants for cash as was customary. We have, however, up to now not been able to find that the opened private importation will be capable of meeting such needs as the agriculturalists, and the many artisans who must manufacture the necessary tools for agriculture, inevitably require; on the contrary, we have sufficiently perceived that there is already at present a shortage of the articles most needed for this, such as iron, smith's coal, nails, etc., from the lack of which nothing other than great harm could arise for a Colony that must derive its subsistence and prosperity from agriculture. For this reason, we have also thought we ought not to fail to attach to this accompanying Requisition a list of such articles as would have been requisitioned for trade had not Your Right Honourable Worships relinquished all trade in European goods, in order thereby to enable Your Right Honourable Worships, We have seen little effect from granting this to private individuals, wherefore we attach to our requisition a list of trade goods for this government. We also accompany this with the rectified account of the poor funds at Drakenstein. by comparing the necessary needs stated therein against that which might be shipped by private individuals, to perceive whether and to what extent the goods shipped on freight, especially the coarse materials required for agriculture, would be sufficient or not; in order, as we humbly solicit Your Right Honourable Worships, to then provide this country with the said articles to such an extent that agriculture, the only source of subsistence of the residents and inhabitants, can be kept flourishing. Not having been able to attach to our repeatedly mentioned General Report on affairs the account of the Poor Funds of the church at Drakenstein either, because the one received by us was not properly arranged, and a statement having since been prepared by the church council there and sent to us according to the model sent to them, from which the true state of their Poor Fund can be seen at a glance, we take the liberty to present the aforesaid account to Your Right Honourable Worships along with this. In the firm assumption that the Minister Manger was sent out for this Government, and specifically for Graaf-Reynet, we have ordered him to provisionally perform his service there. Although we have not yet been honoured with Your Right Honourable Worships' orders concerning the Minister Manger, who arrived here on the ship Geertruijda Petronella, we have nevertheless—both upon the testimony of the said Minister that he was sent out for this Government and specifically for the Colony of Graaffe Rijnet, of which notice was also given by the Reverend Classis of Amsterdam to the church council here, and because his presence in the said remote Colony was becoming increasingly necessary—ordered him to depart thither with the first opportunity, in order to perform the ministerial service there provisionally until we shall have received some directives from Your Right Honourable Worships concerning his person; and we have issued the necessary orders that upon his arrival at Graaffe Rynet all church matters, and together with the Elders and Deacons to take over the church property. be handed over to the said Minister Manger, together with the Elders and Deacons.

Dutch transcription

940. zal worden beslooten. Onze Eisch van behoeftens voor den Jaare 1793 thans overgaande, suppliceeren wij onderdaniglijk dat de„ „zelve mag worden voldaan. Uwel Edele Hoog Agtb„ afgestaan hebbende van articulen. - en op 't welk bij ons nader genoomen om daar op ter onzer Vergadering behoorlijk besluyt te neemen, en waarvan wij bij eerste geleegendheid UWelEd Loog Achtb: al meede eerbiedig verslag zullen doen. Bij ons gemeld Generaal ver„ slag van zaaken ten deeze Gou„ vornemente niet hebbende kun„ nen voegen de Eisschen van behoef„ tens voor dit Gouvernement voor den Jaare 1793, zo neemen wij de vrijheid dezelve deeze eerbie„ dig te doen vergezellen, ingerigt na de behoeftens welke wij vermee„ nen in dat Jaar voor de als nog aan handen zynde ommeslag ten deeze Gouvernemente en de passeerende scheepen onvermydelijk benodigd te zullen zijn, weshalve wij dan ook eerbiedig de vrijheid nee„ men uwel Edele hoog Achtb te ver„ zoeken dezelve Eisch in zyn geheel te willen laaten voldoen. — door uwelEd: hoog Achtb: goedge„ alle handel in europische vonden zynde in alle handel van Europische articulen afstand te doen, om dezelve aan particulieren overte laaten op zodanige conditien als uw Ed hoog Achtb ons hebben geleeven te doen toekoomen, zo hebben wij ons in het formeeren van onzen Eisch van Behoeftens daarna ten gericht 941 hebben wij van de vergun¬ „ning daarvan aan particu„ „lieren weinig effect gezien waarom wy bij onzen Eisch een Lijst van Negotie goede¬ „ren voor dit gouverne„ „ment voegen: gericht, en niets daarbij gepetitio„ neerd om volgens gewoonte aan de Ingezeetenen voor Contant. te worden verkogt. — wij hebben egter tot nu toe niet moogen ondervinden dat door de opengestelde particulieren aanvoer zal kunnen worden vol¬ daan aan zodanige behoeftens als de Landbouwers en zo veele Ambachtslieden als de noodige werktuijgen tot den Landbouw moe„ ten vervaardigen, onvermydelijk be„ noodigt zijn, maar ter contrarie genoegzaam ontwaard, dat reeds teegenswoordig gebrek is aan de meest daartoe benoodigde Ar„ Articulen, als Yzer, Smeekoolen, spijkers &a uit welkers gemis niets anders dan groot nadeel zoude kunnen ontstaan voor eene Colonie die uit de Landbouw haare subsistentie en welvaart moet trekken, weshalven wij dan ook vermend hebben, niet afte moogen zijn bij de deeze verzel„ lende Eisch te voegen een Lyst van zodanige artikels als tot Negotie zoude zijn geeischt ge„ worden zo niet Uw Ed hoog Achtb: van alle handel in Europeesche waaren hadden afgezien ten einde uwEd Hoog Achtb: daar„ door in staat te stellen omme ticulen e ee 942. Wij laaten ook nog deeze vergezellen van de geredres„ „seerde Reekening der arme„ penningen te drakenstein, bij confrontatie van de daarby opgegeevene noodzaakelyke be¬ hoeftens, teegens het geene door particulieren mogt worden afge¬ scheeft te kunnen ontwaaren of en in hoe verre de op vragt gelaaden wordende Goederen vooral van Groove materiaalen tot den Landbouw vereischt wordende sufficient zoude kun„ nen zyn dan niet, omme, zoo als wij uwelEd hoog Achtb=e nee„ drig solliciteeren, dit Land als dan van de genoemde Articule in zoodanige maate te voorzien als waardoor den Landbouw„ de eenigste Bron van het bestaan der In en - opgezeetene in vigueur zal kunnen worden gehouden. Bij ons meermeld Generaal ver„ slag van zaaken al meede niet hebbende kunnen voegen de Reekening der Armenpenningen van de kerk te Drakenstein„ om dat de bij ons ingekoomene niet naar behooren was ingerigt, en zeedert door den kerkenraad aldaar vervaardigt, en aan ons toegezonden zynde, een reekening vervaardigd naar het aan hen toegezondene model, en waaruit met een opslag van het oog de waare staat hunner Arme Cassa bestaan kan e 943. In de Vaste veronderstelling dat den Praedikant Manger voor dit Gouvernement en wel bepaaldelyk voor graaf„ ben wij dezelve gelast pro„ „visioneel aldaar zynen „men. — Diaconen de Kerkelyke goe„ „deren over te neemen. — kan worden gezien, zo neemen wij de vrijheid de voorsz: reekening uwelEd hoog Achtb neevens deeze aan te bieden. Schoon wij ons tot nog niet hebben moogen zien vereerd Reynet is uitgezonden heb met UwerEdelEd Hoog Achtb: dienst te gaan waarnee„ beveelen omtrent den per het schip de Geertruijda ,e Petronella alhier aangelande Predikant Man„ ger hebben wij egter, zo op het getuygenis van denzelven Predi kant dat hij voor dit Gouverné: ment en wel bepaaldelik voor de Colonie van Graaffe Rijnet was uitgezonden, en waarvan ook door de herwaarde Classis van Amsterdam aan den kerke¬ raad alhier kennis is gegeeven, als uit hoofde dat zyn teegens„ woordigheid in gem: verafgelee„ gene Colonie langs hoe meerder noodzakelijk wierd, dezelve gelast met den eersten derwaards te vertrekken, om den Predik dienst aldaar zo lange provisioneel waar¬ te neemen tot dat wij nopens zijn perzoon eenige aanschrijvens van uwEd hoog Achtb: zullen en nevens Ouderlingen en hebben bekoomen, en hebben wij de nodige beveelen uitgevaar: digt dat aan den gem: Predi kant Manger, by zyn aankomst te Graaffe Rynet alle kerkelyke van zaaken

NL-HaNA_1.04.02_4352_0074 view scan ↗

English

Preliminary notification that if the ship the Sterrenschans should not arrive in time, we shall find ourselves obliged to employ the ship the Castor to collect the timber from Plettenberg Bay. affairs will have to be handed over, and the church and all other parsonage buildings must be vacated in order to be used for the purpose for which they were designated upon establishment, so that the aforementioned Minister, from his side, after his arrival at Graaff-Reinet, together with elders and deacons, elected and nominated by the church council here and further approved and appointed by us, will immediately take over the same affairs and buildings from the Landdrost and Heemraden, who have been charged therewith until now, so as to have and conduct sole management over them henceforth, just as in the other parsonages. Since, by the use which we considered necessary to make for the benefit of the Honourable Company of the permanent hooker ship the Sterreschans, namely to dispatch it from here with provisions and sailors for Batavia, we happen to have no other vessel at hand than the frigate the Meermin, we have found ourselves not a little embarrassed in determining the manner in which the grain and legumes stored in Mossel Bay for the account of the Honourable Company, and the timber products delivered in Plettenberg Bay, could be fetched from there in due time, as the ship the Meermin, besides the grain and legumes lying in Mossel Bay, will only be able to load a part of the wagonmaker's wood stored in Plettenberg Bay, whereby all the furniture and carpentry wood would have to remain there to the considerable detriment of the Honourable Company, and since we have not yet been informed by Your Honourable High Mightinesses of the destination which you may be pleased to give to the ship the Castor present here, and it is thus probable that if the ship the Sterreschans should not arrive at this corner of the land in time to be unloaded and prepared for the collection of the aforementioned timber products, we shall be forced to make use of the only means and when, in that case, that vessel will be able to depart and return, which we shall have, namely to use the ship the Castor for that collection; thus we consider it our unavoidable duty to respectfully inform Your Honourable High Mightinesses of this apparent necessity, and also that, if we obtain no other means in the meantime, the ship the Castor will then be dispatched from False Bay simultaneously with the ship the Meermin in the final days of this current month of May or in the beginning of June, in order to sail together under the command of Sea Captain Francois Duminij to the latitude of Mossel Bay, where the ship the Meermin will have to put in to take on the grain and legumes, while the Castor, continuing its voyage directly to Plettenberg Bay, will immediately begin loading upon its arrival there, while in the last-mentioned bay all preparations will also be made to have the wagonmaker's wood ready for shipment upon the arrival of the Meermin, which must also proceed thither from Mossel Bay for its loading, Pursuant to the orders of the High Indian Government, we present to Your Honourable High Mightinesses the muster roll of the ship the Herstelder. in readiness for shipment, in order to let both vessels, once fully laden, depart from Plettenberg Bay as quickly as possible, so as to undertake the return voyage to this roadstead under the command of the aforementioned Captain Duminij, which will then most probably take place in the latter part of July or the first days of August. The High Indian Government having been pleased, in their esteemed letter of 1 November last, to order us to transmit to Your Honourable High Mightinesses the muster roll of the crew who were found stationed aboard the ship the Herstelder, which was wrecked on the voyage from Trincomalee to Gale, upon its departure from the Cape, we have the honour to dutifully comply with that order hereby, and add to this dutifully fulfilled aforementioned muster roll a list of the persons aboard that vessel who have died since its departure from Batavia until that from this corner of the land to Mauritius, and we petition Your Honourable High Mightinesses, pursuant to the request of the assistant Kolver, to be pleased to have payment made to Hendrik Voogd instead of Jan Voogd upon the aforementioned draft. and hope that both may serve the intended purpose. The assistant Wilhelmus Kolver, placed under the salary mentioned below, having made known to us by petition that in the past year, as a remittance to the Mother Country for his own account, he had deposited into the treasury of the Honourable Company a sum of 116 Ducatoons, to be received by Jan Voogd, broker in Rotterdam, who had absented himself without leaving behind a proper power of attorney for the receipt of that sum, requesting our recommendation to Your Honourable High Mightinesses to be pleased to have the aforementioned moneys paid to his father Hendrik Voogd instead of to the said Jan Voogd, we therefore take the liberty humbly to petition Your Honourable High Mightinesses to cast a favourable regard upon the request of the said Kolver, and he has undertaken not only to authorize the aforementioned Hendrik Voogt to receive these moneys, but also to order

Dutch transcription

9441 Prealable kennis geeving dat wij ons wanneer het schrip de sterrenschans met tydig genoeg mogt opdaagen, ge„ „noodzaakt zullen zien ter afhaaling van het Hout in Plettenbergsbaai het schip de Castor te moeten emploieeren. - zaaken zullen moeten worden overgegeeven mitsg:s de kerk en alle andere Pastorij gebouwen ingeruymd worden, om er het gebruijk van te maaken waar„ toe bij den aanlig zijn gedesti„ neerd, zullende dus ook den meermelde Predikant van zynen zyde na zyne komste te Graaffe Rynet, neevens ouder„ lingen en Dienaaren, door den kerkenraad alhier g'eligeerd en genomineerd, en door ons nader geapprobeerd en aangesteld, de zelve Zaaken en Gebouwen aan¬ stonds van Landdrost en Heem¬ raaden, die tot nu daarmeede zyn gechargeerd geweest, zullen moeten overneemen, om er nu voorthaan even als in de andere Pastorijen alleen de beheering over te hebben, en te voeren Daar wij, door het gebruyk het welk wij vermeent hebben ten nutte der EComp:e te moeten maaken en het permanent hoekerschip de Sterreschans, omme het zelve namentlyk van hier te depecheeren met Provisien en zeevaarende voor Batavia, geen ander Vaartuijg aan handen koomen te hebben als het Fregatscheepje de Meermin„ hebben wij ons niet weinig zyn 9 945. geembarasseerd gevonden bij het bepaalen der wize op welke de voor reekening der E Comp:e in de Mosselbaai opgeleg„ de Graanen en Peulvrugten, en „de in de Plettenbergsbaar gelee verde Houtwaaren, van daar ter bekwaamer tijd zouden kunnen worden afgehaald, alzoo het schip de Meermin neevens de in de Mosselbaar leggende Graanen en Peulvrugten sligts in Plettenbergsbaai een ge„ deelte van het aldaar opgelegde Wagenmakershout zal kunnen laa„ den, waar door dus al het Meubel Timmer en hout tot merkelyk nadeel van de E Comp„e aldaar zou moeten verblyven, en de¬ wijl wij als nog niet door UwEd Hoog Achtb: hebben moegen wor„ den geinformeerd van de desti„ natie welke hoogst dezelve, aan het alhier aanweezend Schip de Castor hebben gelieven te geeven, en het dis waarschijnelijk is dat wij wanneer het Schip de Sterre„ schans niet tydig genoeg aan deezen uithoek mogt aanlan„ den, om gelost en in staat ge„ steld te kunnen worden tot den afhaal der voorsz: Houtwaaren, ge„ noodzaakt zullen weezen gebruijk te maaken van het eenigste middel het 946. en wanneer in dat geval die Bodem zal kunnen vertrekken en reverteeren het welk wij zullen hebben, omme namentlijk als dan het schip de Castor tot die afhaal te bezigen; zo achten wij het van onzen onvermeydelyken plicht uw Ed: Hoog Achtb van deeze aparen te nood¬ zaaklykheid eerbiedig kennis te geeven en teffens, dat, wanneer wij intus„ schen geene andere middelen aan handen krygen, het schip de Cas„ tot als dan gelyktijdig met het schip de Meermin in de laatste daagen deezes loopende maand Mei, of in het begin van Juni uit Baaifals zullen worden gedepe„ cheerd, om onder het commando van den Capit:n ter Zee Francois Duminij gezaamentlyk te zeilen tot op de hoogte van de Mossel„ baai, alwaar het schip de Meer„ min zal moeten binnen looopen om de Graanen en Peilvrugten inteneemen, terwijl de Castor des„ zelfs reize vervolgens naar Plit„ tenbergsbaar, direct bij dies aankomst aldaar een begin met laaden zal moeten maaken terwijl in laatst gem: baai teffens alle preparatiën gemaakt zullen worden om het wagenmakers hout bij aankomst van de Meer¬ min dewelke tot dies inneeming uit de Mosselbaar zig meede derwaards zal moeten begeeven Dininij in 947. Ingevolge de ordres der Hooge indiase regeering, bieden wy uwel Edele Hoog agtb„ aan de Monsterrolle van het schip de Her„ „stelder. in gereedheid ter afscheep te hebben ten einde beide bodens vollaaden zynde ten spoedigste uit de Plettenbergsbaar te laaten vertrekken, omme onder bevel van gem: Capitain Duminij de te rugreize naar deeze reede aan te neemen, het welk als dan zeer waarschijnlijk in het laatst van Julij of de eerste daagen van Augustus zal plaats hebben. de Hooge Indiasche Regee„ ring ons bij wel derzelver geve„ nereerde letteren van den 1 November jongstl: hebbende gelieven te gelasten aan UW Ed Hoog Achtb te doen toe„ koomen de Monsterrolle der Manschappen, welke zig aan boord van het op de reize van Trinco„ nomale naar Gale verongelukt schip de Herstelder, bij dies ver„ trek van de Kaap bescheiden heb„ ben gevonden, zo hebben wij de Eere aan dat bevel bij deeze pligtschuldig te voldoen en voegen bij dene plegtschuldig te voldaan voorsz: Monsterrolle een Lyst der Perzoonen welke aan boord van die boeken, zedert deszelfs vertrek van Batavia tot dat van deeze uithoek naar Mauritius is vertrokken Uw Ed zyn C ee 948. en solliciteeren Uwel Edele Hoog Agtb„, om ingevolge het verzoek vanden adsistent Kolver, nevens gem: assigna„ „tie in Steede van aan Jan voogd aan Hendrik Voogd te willen laaten betaallen. zijn koomen te overleiden en hoope dat het een en ander tot het bedoeld oogmerk zal kunnen strekken: Den onderafgesz: gagie ge= stelden adsistent Wilhelmis kolver aan ons bij requeste te kennen gegeeven hebben de dat in den voorleeden Jaare ten remise naar Patria voor zyn eigen reekening in de Cassa der E Comp:e hadt geteld eene Somma van 116 Ducatosis om¬ me ontfangen te worden door Jan Voogd, makelaar te Rotter. ^ dewelke zig dam geabsenteerd hadt, zonder behoorlijke volmacht tot den ontfangst dier somma agter te„ laaten, met verzoek van onze voorschrijvens aan uwEd hoog Achtb„r om de gem: Penningen in steede van aan gem: Jan voogd, als nu aan zynen vader Hendrik Voogd te willen laaten betaalen, wij neemen dier„ halven de vrijheid uwel Ed: Hoog Achtb: onderdaniglyk te solliciteeren op het verzoek van gemelde Kolver een favo„ rabel regard te willen slaan en heeft hij aangenoomen niet alleen de voorsz: Hendrik Voogt tot den ontfangst deer Penningen te authoriseeren, maar ook te ontfangst gelasten

NL-HaNA_1.04.02_4352_0079 view scan ↗

English

949. Forwarded Pay memorandum of this government dispatch carried by the packet boats De Star and De Snelheid We also let this be accompanied by the undersigned, authorized to order Your Right Honorable to indemnify the said payment, or else to pass the necessary security for restitution for the benefit of the Honorable Company in case such should be required. Several persons having requested of us to be allowed to receive their earned monthly wages in the Motherland by means of procurations according to annual custom, we have permitted them this and herewith respectfully present to Your Right Honorable the memorandum of those earned wages, amounting together to ƒ290895 10:14, with a humble prayer to be pleased to have the same paid. The packet boat De Star being ready, alongside the packet boat De Snelheid, to undertake the voyage to the Netherlands, we shall furthermore let this serve as an escort for those vessels, and respectfully present enclosed to Your Right Honorable the account of what has been provided to those vessels here. On the occasion that the requisitions for this Government are now being forwarded, we deem 954. with a humble request to be most favorably pleased to send us the alongside mentioned payment ourselves obliged still to present to Your Right Honorable herewith an authentic copy of the report submitted to us by the undersigned Commander and Cashier, as an accompaniment to the monetary requisition drawn up by them pursuant to the honored orders of Your Right Honorable contained in your dispatch of 3 December 1789, also including an authentic copy of this, to which we shall conform in all deference, with a humble request that Your Right Honorable be pleased to look favorably upon what appears in the aforementioned report, and consequently be pleased to grant us, either under the ƒ160653:13:— still to be sent from previous allocations, or by way of a new allocation, ƒ5040 in half guilders, Right Noble, Respected, Right Honorable, Most Wise, Provident, Very Generous, and High Ruling Gentlemen, ƒ10008 in quarter guilders, and ƒ5000 in eighth guilders, with which we trust we shall find ourselves properly capable of maintaining the hitherto preserved credit of paper money at equal value against silver. Herewith concluding this, we commend Your Right Honorable and the interests of the Noble Company to the safe protection of God, and style ourselves with all due respect, Your Right Honorable's most humble, faithful, and obedient servants, J. Rhenius J. J. Le Sueur W. F. van Reede van Oudtshoorn G. Goetz Done at the Political Council In the Castle of Good Hope the 14th of May 1792: No. 1 951. To the Right Noble Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber Amsterdam in the Motherland. Right Noble, Respected, Right Honorable, Most Wise, Provident, Very Generous Gentlemen, Ruling Gentlemen. We have taken the liberty to address our last humble letters of the 4th of this month per the private ship De Vrouwe Agatha, which with that on the 11th thereafter 952. 11th thereafter set sail from here. Now we only let this serve as an accompaniment to the set of pay papers for Your Right Honorable Chamber, to which we respectfully add the copy of our respectful letters of today's date addressed to the Illustrious College of the Gentlemen Seventeen, together with our requisition of necessities for the year 1793. We also let this be accompanied by an account for an anchor and stock provided to the aforementioned ship De Vrouwe Agatha after the closing of its expense account. Right Noble, Respected, Right Honorable, Most Wise, Provident, Very Generous, Ruling Gentlemen, Herewith concluding this, we commend the persons of Your Right Honorable, together with the weighty trade of the Noble Company, into the only safe protection of God, and subscribe with deep, dutiful respect, Your Right Honorable's very humble and obedient servants, J. Rhenius J. J. Le Sueur W. F. van Reede van Oudtshoorn G. Goetz Done at the Political Council In the Castle of Good Hope the 14th of May 1792. 953. No. 2 To the Right Noble, Honorable Mr. Johannes Izaak Rhenius, Commander of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Honorable Political Council. Right Noble, Honorable Sir, Honorable Gentlemen, It pleased Your Right Noble and Honorable Honors, by honored resolution of the 8th of November last, to commission the undersigned to have the Honorable Company's post De Rietvalleij, situated at the Buffeljachts River, sold with its appurtenances in accordance with what was resolved in the session of the 5th of August prior, and on that occasion to devise and effect such arrangements regarding the aforementioned post as he should judge to be most in accordance with the Honorable Company's interests; wherefore the undersigned now takes the liberty to inform Your Right Noble and Honorable Honors in all respect: That he proceeded thither in person a few days before the designated day of sale, and after first having taken ocular inspection of everything, had it resurveyed by the sworn surveyor.

Dutch transcription

949. Overgaande Soldij memorie van dit gouvernement depehie van brengers deezer de Pacquetboots de Har ap de Anetheid wij laaten ook nog deeze verzel„ hebberd door de ondergeteekt geroert gelasten Uwel Edele: Hoog Achtb voor de gedagte betaaling te in„ demniseeren ofte wel in behoef der E Comp:e de nodige cautie van restitutie te passeeren inge„ valle zulx mogte worden vereischt. Verscheidene perzoonen aan ons verzocht hebbende, om vol„ gens jaarlijks gebruijk hunne te goed gemaakte Maandgelden door middel van Procuratien in Patria te moogen laaten ont„ fangen, zo hebben wij hen zulk gepermitteerd en bieden rwrd hoog Achtb hier neevens aan de memorie dier te goed gemaakte soldijen, be„ draagende te zaamen ƒ290895 10:14 met onderdanige beide, dezel„ ve te willen laaten voldoen. de Pacquitboot de star zich beneevens de Pacquetboot de snelheid in gereedheid be vindende de reize te aanvaar„ den naar Nederland, zo zul„ len wij deeze overigens laa„ ten dienen tot bygeleide van die Bodems, en bieden uw Ed: Hoog Achtb: ingeslooten eerbie„ dig aan de Reekening van het geen aan die vaartuygen alhier is verstrekt. Bij geleegendheid dat thans overgaan de Eisschen voor dit Gouvernement, achten wij 954. met nedrig verzoek ons het nee„ vensgem: paiement hooggunstig te willen doen toekoomen wij ons verpligt Uwel Edele hoog Achtb: nog neevens deeze aan te bieden Copia authenticq van het bericht door de ondergeteek: Gerachhebber en Cassier aan ons ingediend, tot bij geleede van de door hen ingevolge uwder Wel Ed hoog helb geEerde beveelen vervat by welderzelver Mis„ sive van den 3 Decebr. 1789 geformeerde geldeisch deeze meede in Copia authenticq verrellende waar aan wij ons in alle eerbied„ zullen gedraagen, met nedrig verzoek dat uwEd Hoog Achtb: op het bij voorsz: bericht voorkoo„ mende een gunstig reguard gelieven te slaan en ons dienvolgens het zij onder de op voorige toebedeelingen nog uit tezendene ƒ160653„ 13„ — dan wel bij wijze van nieuwe toebedeeling ter willen doen geworden ƒ 5040 - aan halve 3 WelEdele Erntfeste. Hoog Achtb: hoog wijse voorzienige zeer Genereuse en Hoog Gebiedende Heeren Guldens ƒ 10008 - aan gaart guldens en ƒ 5000. aan Achtste Guldens, als waarmeede wij vertrouwen ons behoorlyk in staat te zulx len vinden, het tot nog toe geconserveerd Credit van 't papiere geld tegens gelijke waarde als het zilver te zullen kunnen gaande houden. Heer meede deeze eindigende beveelen wij Uurd Hoog Achtb: en de belangen der Edele Maatschap„ pijsen de veilige Loede Godes en noemen ons „met alle verschuldigde Eerbied Guldens Uwer Actum ter Politicque Vergadering In't Casteel de Goede Koop den 14 Mei 1792: Uwer WelEd: hoog Achtb:e zeer oolmoedige, getrouwe en gehoord Dienaaren JChenis J: R: Se Sueur W„ Jn Reede van Oudeshoorn F ƒ Gverter No. 1 951 Aan den welEdele Heeren Bewindhebberen van d=e generale Nederlandsche g'octroijeerde oostindische Compagnie ter kamer Patria. Amsterdam Wel Edele Erntfeste Groot Achtb:r welwijze. voorzienige „ zeer Genereuse Heeren Gebiedende Heeren. Wy hebben de viyheid genoomen inze Iongst onderdanige Letteren van den 4' deezer te addreseren, per het particulier schip de vrouwe Agatha, 't welk daar meede op den 11 daaraan 952.„ 11 daar aanvolgende van hier onder zeel is ge„ gaan. Thans laaten wy deeze eenlyk dienen tot bygeleide van het stel soldypapieren voor uwerwel Edele Groot Achtb: kamer, waarby wij Eerbiedig voegen het afschrift onzer Eer. biedige Letteren sub dato heeden aan t Slustre Collegie van Heeren Zeeventienen gericht beneevens onzen Eisch van behoeftens voor den Jaare 1793. — Ook Laaten wy deezen nog verzeld gaan van eene Reekening over een Anker en stok aan voormeld schip Wel Edele Erntfeste Groot. Achtb: welwyze voorzienige Zeer Genereusen Gebie„ dende Heeren Hier meede deeze besluitende beveelen wy uwel Edele Groot Achtb perzoonen beneevens de gewichtigen handel der Edele Maatschappye in de alleen veilig. hoode Godes en teekene met diep schulden respect de vrouwe Agatha na het sluiten van deszelvs onkost. reekening verstrekt de Tuiver ber 953. No. 2 Actun ter politeique vergadering In't casteel de Goede Hoop den 14 May 1792. - Uwer wel Edele Groot Achtb: Leer onderd: e Phoorzame Diendre Het behaagde uwelE: Achtb=re en E: Achtbaaren d'ondergeteekende bij gevenereerd besluijt van den 8 November Hk: te committeeren omme ingevolge 't geresolveerde bij sessie van den 5 Aup=s bevorens sE: Comp=s poost de Riet valleij geleegen aan de buffel Jachts rievier met dies omslag te doen verkoopen en bij die geleegentheijd ten opzigte van evengem post zodanige schikkinge te beraamen en te bewerkstelligen als meest overeenkomstig met 'sE: Comp belangens zoude oordeelen te behooren des d'ondergeteek thans de vrijheijd gebruijkt UWelEd. Achtbre en E: Achtbe dien aangaande in allen eerbied te berichten Dat hij zig eenige dagen voor den bepaalden ver koopdag in perzoon derwaards heeft begeeven, en na alvoo„ vens van het een en ander oculaire inspectiegenoemen te hebben door den gesw: Landmeeter heeft doen hermeete Wel Edele Achtbaare Heer; E: Achtbaare Heeren Aan den WelEdle Achtbaare Heer Johannes Izaak Rhenius, gezaghebber van Cabo de Goede Hoop en den Ressorte van dien &ra. Lra. &a. beneevens de E: Achtbaare Raad van poletie GGoetet W„ d Reede Van Oudtshoorn J: L: Sueur en Chenius

NL-HaNA_1.04.02_4352_0085 view scan ↗

English

954 and on the map of the said post make known the entire circumference of the so-called Rietvalleij on which that post appears to have been established, the size of which now amounts to 74 morgen and 421 square roods, as appears from the map thereof drawn up by the land surveyor, which the undersigned has the honour to annex hereto. That the said sale accordingly having taken place on the 21st of the said month of November, the undersigned considered it advisable to make known in the conditions that the purchaser of the said post would have to take careful care never to cause any molestation to, nor drive away from there, the Hottentots who since time immemorial have had their kraals and cattle around this post and who have very faithfully and willingly served the Honourable Company and the colony there on all occasions, but on the contrary that they always be left peacefully and undisturbed in their possession; of which post, at the auction reduction, the valiant Pieter Gerhard van der Bijl remained the purchaser for an amount of ƒ 12000. On which occasion there were also publicly converted into money both the livestock and the tools etc. which were still found on that post, to the sum of 888: 4:— Rixdollars, as well as the remainder of the goods that were used for the service of the Honourable Company's various sales, to the amount of 119: 6:— Rixdollars, as also 22 head of draught oxen that remained on the Honourable Company's post De Schuur, to a sum of 88:— Rixdollars, which together has yielded a sum of 1096: 2 schellings Rixdollars, as appears from the vendue roll drawn up thereof, which the undersigned takes the liberty of presenting to your Right Honourable and Honourable Sirs herewith. And as the undersigned, during his presence in the colony of Swellendam, was able to gather not unclearly from the circumstances that the inhabitants seem to be under the impression that through the sale of that cattle post and the reduction of the men stationed there, a tacit right was granted to them to make use of the Honourable Company's timber forests situated in the area there to their own benefit at their own discretion, the undersigned deemed it unavoidably necessary, in order to convince them of the contrary if possible and not to tolerate that the precious forests would otherwise in a short time be completely destroyed and ruined, to let the Master Orbaan provisionally and two Europeans remain under direction, who shall constantly have to keep proper supervision that no wood whatever is cut in the forests or hauled away from there by private inhabitants, while the remaining men stationed on that post No. 5 Copy Vendue Roll stationed men have been ordered to proceed hither as soon as possible. And since the distance between the aforementioned sold post Rietvalleij and the place of the Heemraad Adriaan Louw, situated at the drift of the Buffeljagts River, abundantly permits that there, as well as at the resting place situated to the SE of the aforesaid post called De Depka, two more places can be granted on loan to the benefit of the Honourable Company to whomever shall come to make a request for them, the undersigned also finds himself obliged to give your Right Honourable and Honourable Sirs the required notice of this herewith. The undersigned, believing to have thereby fulfilled the charge entrusted to him and the purpose of your Right Honourable and Honourable Sirs, therefore lets this serve as a respectful report and has the honour to sign with due respect— Right Honourable Sir and Honourable Sirs, your Right Honourable and Honourable Sirs' very humble servant, and was signed: C. Brand below stood: held the 21 November 1791 at the Honourable Company's Post De Rietvalleij situated on the Buffeljagts River Agrees Goets assistant clerk. 955. Return of the sale of the Honourable Company's Post De Rietvalleij, situated on the Buffeljagts River, together with the effects and livestock sold thereon. The place yielded: 4000. Movable goods, livestock, etc., belonging to this place: 888: 24 [subtotal:] 4888: 24 Remaining kitchen goods from the Company's posts De Ganze Kraal, Vissershok, and De Clapmuts: 119: 36 [subtotal:] 207: 36 Livestock from the Company's post De Schuur: 88: — Total Rd:s 5096: 12. Deducted: Salary at 2½ percent on 4000 Rixdollars, being the amount of the sold cattle post: 100: — 5 percent on 1096: 12 Rixdollars, being the amount of the sold movable goods: 54: 36 For 10 notices for announcing the vendue to be held: 2: 24 3 days attendance and horse hire for the secretary and messenger: 12: — Writing of this copy: 1 Total ƒ 173: 12 Remains 4923: —. below stood: Agrees, was signed: C. E. Haup sworn Clerk. Agreed. 956 Conditions and terms according to which the Honourable Mr. Christoffel Brand, as being expressly commissioned thereto from the Honourable Council of Policy of this Government on behalf of the Dutch Chartered East India Company, intends to sell to the highest bidder, either by raising or bidding down, the cattle post named De Rietvalleij, situated under the district of Swellendam, being according to the survey recently made thereof in its land 74 morgen and 421 square roods in extent, stretching NW and NE towards the Buffeljagts River mountains and towards the Breede River, as appears from the map thereof drawn up by the land surveyor. Firstly, this sale is made in guilders Indian valuation at 20 light stivers each. The buyer of the aforesaid cattle place remains bound to produce and pay his pledged purchase money in five equal instalments or terms, to wit, the first in cash at the knock-down, the four other instalments each one year after the other, so that the last on today's date in the year 1795. The buyer of the said cattle post will now be exempt from the payment of the duty

Dutch transcription

954 en in de caart van gem: post bekend stellen den geheelen omtrek van de zogen Rietvalleij waarop dien post Schijn te weezen aangelegd welkers groote thans komt te bevatten 74 morgen en 421 quadt. roeden blijkens de daar van door den Landmeeter geformeerde Caart die d'ondergeteek=n de Eer heeft hier neevens te annexeeren. Dat de gem verkooping dienvolgens op den 21 der gem: Maand November geschied zijnde d' ondergeteek: raad zaam heeft g'oordeelt bij de conditien te doen bekentstellen dat de koper van gem: post zij zorgvuldig zoude hebben te wagten van de Hottentotte die omstreeks deeze post seedert on heuglijke tijden hunne Craalen en vee hebben gehad en die D E Comp=e en de Colonie aldaar bij alle gelegent heeden zeer getrouw en bereijdwillig ten dienste hebben gestaan nimmer eenige molestie toegebragt nog van daar verdreeven, maar integendeel steeds vreedig en ongestoort in hunne possessie worden gelaaten van welke post bij den afslag koper is gebleeven de Manhafte Pieter gerhard van der Bijl voor een bedraagen van ƒ 12000 bij welke geleegentheid al mede publiecq zijn te gelde gemaakt zoo wel 't vee als de gereedschappijn &a. die zich nog op dien post hebben komen te bevinden ter somma van Rijk: ds 888: 4:—. mitsg=s het restant der goederen die ten dienste van sE Comp=s onderschijdene vendutiën hebben verstrekt ten bedrage van R=os 119:6: — gelijk meede nog 22 p=s trekossen die op sE: Comps post de schuur zijn overgebleeven tot een Somma van Ryks 88:- welk een en ander te samen heeft komen op tegeeven een Somma van Zij: s=ten 1096: 2 Schell: blijkens de daar van geformeerde ven durolle die d' ondergeteek=d de vrijheijd neemt Uwel Edl Achtb=re en E: Achtbre neevens deeze aan te bieden En daar de ondergeteek: bij deszelfs aanweezen op de colonie Swellendam uijt de omstandigheden niet onduijdelijk heeft mogen opmaaken dat de Jngezee„ tenen in 't begrip schijnen te zijn verseeren als of door de verkooping van die vee post en't afschaffen van de Manschappen die daar op bescheijden waaren aan hun stilswijgende een Regt wierd toegekend omme naar wille keur van sEComp=s houtbosschen in den omtrek aldaar geleegen tot hun voordeel gebruijk te mogen maken zo heeft de ondergeteek=t onvermijdelijk nood zakelijk g'oer deelt ten eijnde hun daardoor ware het doenlijk van het teegendeel te overtuijgen en niet te tolereeeren dat de pracieuse bosschen anderzints binnen korte geheel en al werden verdestriceert ende vernield onder de directie van den Baas Orbaan prov=s. en twee Europeesche te laate verblijven die steeds behoorlijke toezigt zullen moeten houden dat door particulieren inwoonderen aldaar hoegenaamt in de bosschen geen hout werd gekapt nog van daar verreeden terwijl de overige op die pest nog bescheijdenen No. 5 Copia Vendu Holle bescheijdene Manschappen zijn gelast geworden zig ten spoedigste herwaards te begeeven En vermits de distantie tusschen even gem: verkogte post de Rietvalleij ende plaats van de Heemraad Adriaan Louw aan de doordrift van de Buffel jagts Rievier geleegen overvloedig permitteerd dat aldaar zo wel als de ten ZO: van voorsz: post geleegene leg„ plaats gen=t de Depka ten voordeele der E Comp=e aan den geenen die daar om zal komen verzoek te doen, nog twee plaatsen in Leening kan worde uijtgegeeven vind de ondergeteek: zig al meede verpligt UwelE: Achtbre en E Achtb=e hier van bij deezen de vereijschte kennis D'ondergeteek: vermeenende hier mede aan de hem opgedraagene Last en het oogmerk van UwelE. Achtb=e en E: Achtb=re te hebben voldaan laat dier halven deeze dienen voor eerbiedig berigt en heeft d'Eer zig met verschuldigde respect te teeken — WelEdle Achtbaare Heer en E: Achtbaare Heeren UwelEdle Achtbaare en Edle Achtbaare zeer onderdanige Dienaar /:en was geteekent:/ C: Brand /:onderstont:/ gehouden den 21 Novemb 1791 op 's EComp: Post de Rietvalleij geleegen aan de Buffeljagt Rivier Acordeert Goets te doen draagen te by Clarcq. 955. De plaats heeft afgeworpen: „ Losse Goederen Beesti„ aal & op deeze plaats ge„ hoorende „ Overgebleevene Combuijs goe„ deren van 's Comp Posten de Ganze Praal vissershok de Clapmuts. Beestiaal van 's Comp:s Post de Schuur gaat af Salaris a 2½ pC: r: 4000: zijnde 't montant van de verkogte vee post. 5 pC: r:s 1096:12: zynde het montant der verkogte Losse 54:36: 1 ƒ goederen. voor 10 billetten ter bekendmakinge der te houdene vendutie 2: 24 3 dagen vacatie en Paarde huur, voor den secretaris en boode 12:— Schryven deezes Copia ƒ 173:12 Resteert 4923: —. /:onderstond/ Accordeert /:was geteekend:/ C: E Haup gez Clercq. Mer 100:— 119:36 207„ 36 88: — Somma Rd:s 5096:12. 888: 24 4888: 24 4000. neevens de daarop verkogt gewor „dene Effecten, Beestiaal de „gen aan de Bufseljagts Rivier van 's E Comp: Post de Rietvalleij gelee„ Rendement van den verkoop Goedz bysta J ƒ ende A 956 Conditien en voorwaarden agtervolgens, welke d' E Achtb Heer Christoffel Brand als daartoe Expresselyk gecommit„ teerd zynde uit den E Achtb Raade van Politie deezes Gou„ vernements van weegens de Ne„ derlandsche Geoctroijeerde Oost Indische Comp. van meeninge is, het zy bij den op of afslag aan den meestbiedende te verkoopen de vee Post genaamd de Rietval„ „leij geleegen onder 't district van Sweltendam zinde volgens de Iongst daarvan gedaane meeting groot in zynen grond 74 morgen en 421: quadraat Roeden strekken, de N: W: en N. O. naar 't Buffel agts rivier gebergte zo naar de breede Rivier blykens de bij den Landmeeter daarvan ge„ Eerstelijk werd deeze verkoopinge gedaan voor guld:s Indische valuatie tot 20 Ligte stuijvers yder. Den kooper van voorsz veeplaats blijft ge„ houden zijne uitgeloofde Cooppenningen te moeten opbrengen en betaalen in vijff equaale paayen of termeijnen te weeten de eerste Contant by de slag „geevinge de vier andre paayen yder een Jaar naar den anderen zulx de Laat op huidigen datum in het Iaar 1795: Den kooper van gem vee Post thans g'Exu seert zullende zij van de betaalinge des geregtigheid formeerde Caart. -

next →