Inventory 4352
Cape · 551 pages · 158 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
to the blows of the cane from the Lord Governor, which he finally thought he ought not to endure, but should answer with equal blows, until the petitioner, through the pressing on of the Lord Governor, had the misfortune of falling backward over one of the chairs, whereby he had to let go of His Honour's sword, which he had held fast until then, and the undersigned would surely have been sacrificed in that defenseless state to the fury of Mr. van de Graaff, had he not fortunately been prevented therein by the Secunde Rhenius, who seized the Governor's sword, but in doing so met with so much resistance that he himself received a small wound to his hand, as Your Right Honourable Worships can further verify from the declarations of the said Secunde and the Storekeeper van Reede van Oudshoorn, which respectfully accompany this, to which the petitioner would also have added a confirmation from the Cashier de Wet, from whom he did not demand such testimony because he is related to him by marriage. The petitioner, as well as the remaining members of the Council who were present, deemed it their unavoidable duty to keep this entire abominable event in their bosom and enclosed within the walls of the council chamber. And the petitioner, however much insulted, did nothing else than, shortly after this incident, in a memorial written in his own hand, readily acknowledged by his fellow members, and handed to each of them, with the exception only of the Fiscal van Lynden, preserve the memory thereof, and by which the said Rhenius and Reede van Oudshoorn were also able to proceed with greater confidence to grant the declarations accompanying this. And the petitioner rests in the respectful confidence that both his own account and the two aforementioned declarations will merit belief from Your Right Honourable Worships. There, Right Honourable Worshipful Sirs, is the account of an event, the equal of which will certainly scarcely or not at all be found in the civilized world, and which must fill every right-thinking observer of such a murderous scene with horror; and the petitioner would also have proceeded, by resigning the office favorably entrusted to him by Your Right Honourable Worships, to protect his gray hairs, acquired in the service of the Honourable Company, from such outrages, had he not cherished the unshakable confidence that Your Right Honourable Worships would wish to do him justice, and emphatically counter the far-reaching arbitrary conduct of the Lord Governor van de Graaff and his contempt for his fellow regents. Nor would the petitioner ever have brought this matter, as detestable as it is hateful, to the notice of Your Right Honourable Worships, had there not also partly arisen from it the no less hateful action initiated against the petitioner by the Fiscal van Lynden, and other unpleasant circumstances that have befallen him since. The Lord Governor van de Graaff, however, as little as the Fiscal van Lynden, having been willing to take into serious consideration how generously the petitioner acted by not even making any reproaches or lodging grievances about what happened, but on the contrary continuing to attend a meeting with Their Honours in which he had not only not been treated as a fellow member by the one who should have maintained good order therein, but had even run the risk of losing his life, to the irreparable damage of his wife and numerous offspring; but on the contrary, being unable to look with favor upon seeing the petitioner nevertheless discharge his solemn duty, possibly even regarding him as someone who primarily wanted to be a check on their far-reaching arbitrariness and transgression of the orders given by Your Right Honourable Worships, the last-mentioned, by bringing the aforementioned unfounded action against the undersigned, aimed at nothing less than the Lord Governor, namely to deprive him of his honor, something that is dearer to an honest man than life, and, if it were possible, thereby to banish him from an assembly where he never intended anything else than the true interest of the Honourable Company.
Dutch transcription
1275 aan de rottangslaagen van den Heere Gouver„ „neur, welke hij eindelijk vermeende niet te moogen verdraagen, maar met gelyke slaagen te moeten beandtwoorden, tot dat de suppliant door het in drengen van den Heere Gouverneur 't ongeluk had over een der stoelen achter over te vallen, waar door den degen van zijn Ed:, welken tot dus lange had vastgehouden, Los moeste Laaten, en zou de onderget: zeekerlyk in die onweerbaare staat aan de woede van den Heere van de Graaff zyn opgeofterd geworden, zoo niet daar in gelukkig door den secunde rhenius was verhinderd geworden, dewelke des gouverneurs degen vatte, dog daarbij zoo veel tegenstand ontmoette, dat hij zelve eene kleine wonde aan zyne hand bekwam, zoo als uwe welEdele Hoog Achtb, dit een en ander kunnen verder geverifiherd bij de deeze Eerbiedig verzellende de claratoiren van gem: secunde„ en den dispencier van reede van oudshoorn, waar by de supplt. nog zoude hebben gevoegd eene bevestiging van den Cassier de welt, van wien hij eene zoodanige getuigenis niet heeft gevorderd, deugl door Zwaagerschap aan denzelven verbanden is: De Suppliant uet„ De Suppliant zoo wel als de nog aanwee¬ zende Leeder des raads hebben 't van hunne on„ „seerd in 't Eerbiedig vertrouwen, dat zoo zyn eigen expozé als de beiden voorm: declaratoiren bij uwe wel Edele Hoog Achtb: geloof zullen meriteeren — ƒ Die daar, wel Edele Hoog Achtb. Heeren. het verhaal eener gebeurtenis, waarvan voor zeeker wynige of geene roeergade te vinden zal zijn in de beschaafde waereld, en dewelke elk weldenkend beschouwer van zulk een moordelaadig toneel met afgrijzen moet vervullen, en zoude ook de suppliant zyn overgegaan, om door het uirlaaten van het Erampt, hem door uwe wel Edele Hoog Achtan gunstig opgedraagen, zyne in den dienst der Edele Maatschappij met eene verkreegene wrijze hairen voor diergelyke attentaaten te beveiligen zoo hij niet het onwrikbaar vertrouwen had gekaelterd, dat uwe wel Edele Hoog Achtb: hem recht zoude doen wellenwaren, en de zoo verre gaande willekeurige handel„ „wijze van den Heere Gouverneur vande graaff en zyne veragting voor zyne mede regenten op eene nadrakkelyke wyze tegengaan. „seerd ver 1276 vermijdelyke pligt geoordeeld, deze geheele afgrijzelijke gebeurtenisse in hunne baezem en tusschen de wanden der raadkamer beslooten te houden: En heeft de supplt: hae zeer ook beleedigd ingehoord, niets anders gedaan, als kort na dit geval, bij eene door hem eigenhandig geschrevene Memorie, daar zyne mede leeden, alleer uitgezonderd den Foshaal en aan elk hunner overhandigd van Lynden, gereedelijk te avoneerd ^ daar van de ge„ heugenis bewaard, en waar door de sleenen Rhenius en reede van oudshoorn ook met de te meerdere fiducie hebben konnen aver„ No: 7: 8. „gaan, nu, de deezen vierzellende declaratoiren te verleenen; Een zoude ook de suppliant deze zoo verfoeilyke als haatelyke zaak nimmer ter kennisse van uwe wel Edee hoog Achte: hebben gebragt, zoo ook niet ge„ „deeltelyk uit dezelve was gebooren de met min haatelyke actie door den Fistaal van Lynden tegens der Suppliant geEntameerd, en andere onaangenaame omstandigheeden hem 't zeberd overkoomen: De Heer Gouverneur van de Graaff dog, zoo min als den Fiskaal van Lynden in ernstige overweegende hebbende willen neemen, hoe Edelmoedig door den supplt: wierd gehar„ „deld, door over het gebeurde zelfs geene verwijtin„ gen te doen, of bezwaaren en te brengen, integen „deel voort te vaaren, om met hun Ed: eene ver„ „gaadering bij te woonen, waar in hij niet alleen door den geene, welke daarinne de goede ordre had moeten observeeren, niet als een meede„ „lid was gehandeld, maar zelv gevaar had ge „loopen, tot onherstelbaare schaade van zyne vrouw en talrijk kroost, het Leeven te verliezen, maar ter contrarie met geene goede ooger konnende beschouwen den suppl: zig egter van zyne duure verpligting te zien kwijter, mogelyk hem wel contidemeerende als ijmand die voornaamelijk een breidel wilde zyn voor hunne verregaande wille „keurigheid, en vertreeding vande beveelen door uwe wel Edele hoog Achtb: gegeeven: heeft Laatstgem: door den onderget: de voorsz: ongefundeerde actie aan te doen, niets minder als den Heere gouverneur gebuteerd, om hem namelyk te bevooren van zyne EEn iets dat bij een eerlyk man dierbaarder is dan 't Leeven, en omme, waare 't moogelyk hem daar door te verbannen uit eene ver gaadering, waar hij nooyt ye anders heeft bedoeld, als het waare belang der Edele deld Maat
English
1277. Cape of Good Hope the 12th of May 1792 Company, and to help promote that of the Colony with all zeal, fidelity, and courage; and that this objective of the Gentlemen van de Graeff and van Lynden, the petitioner believes, will have become fully apparent to your Honors from what took place at the meeting of the 10th of May of the past year, of which a respectful report was made to your Honors by ministerial letters of the 5th of July following, and to which the Petitioner shall submissively conform. Although the petitioner has now been sufficiently cleared by the verdict of his judges from the false accusations, affronts, and blame which the Independent Fiscal van Lynden attempted to heap upon him, he nevertheless believes he may take the liberty to request from your Honors in all submission that you will not withhold from him the satisfaction which he is imploring from your Honors; namely, to further acquit him, that he never in any way deserved such atrocious treatment, no! but on the contrary has conducted himself, both in the respective administrations entrusted to him and in helping to govern the Colony, as an honest and distinguished servant of the Noble Company; which favor, added to so many others enjoyed from your Honors, will spur him on more and more, setting aside all self-interest and private views, to dedicate the rest of his life untiringly and undivided to the service of the Noble Company. Doing which, etc. J. J. Le Sueur 1278. Rhenius For Mr. J. J. Lesueur Thursday the 7th of July 1791. Thereupon having been read a Declaration by the aforementioned Fiscal pro interim Mr. Jacob Pieter Deneijs regarding the Missive written by the repatriated Independent Fiscal van Lijnden on the 25th of June last to this Council and received here on the 29th following, which declaration reads as follows: It was, after consideration of the reasons set forth therein, resolved to concur with the opinion of the said Fiscal pro interim; thus the procedure pending before this court of justice between the officium Fisci and Mr. Jacobus Johannes Le Sueur shall be pursued and terminated ordinario modo; while it was likewise approved to grant to the aforementioned Mr. Le Sueur an Extract from the same Missive, Extract from the Criminal Court Roll held at the Cape of Good Hope, on to serve for his information. Furthermore, there was brought to the table the petition presented on the 26th of May last by the said Mr. Le Sueur regarding the swearing-in of the statement of the Sea Captain Hans Barends, and since circulated among the respective members. But as the Council judged that, on account of what appears in the aforementioned petition regarding the Messenger Ziervogel, the requisite investigation absolutely ought to take place: since especially a Court Messenger, in the performance of his duties, must take care that no one suffers any prejudice through his actions, much less through his negligence or inactivity; it was approved, before taking a final decision on that petition, to order the said Messenger Ziervogel to appear before the Commissioners, in order to be examined regarding his conduct and neglect in this matter and to present his interests there. In the above-mentioned two matters concerning Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, the Honorable President and Mr. Hendrik Justinus de Wet did not vote on account of their relationship by marriage to Mr. Le Sueur. Agrees, W. J. v. Rijneveld Secretary 1280. Rhenius Therefore, etc. so I have considered it necessary to make communication of this to your Honors hereby, and at the same time to report that, as I have already brought the procedure ex officio initiated by me against the cellar master here, Mr. J. J. Le Sueur, along with what occurred regarding it, to the attention of the Most Noble and Honorable Lords Seventeen, nothing further can provisionally be done herein, so as not to anticipate their deliberations in that regard. Noble and Honorable Sir and Sirs, Extract from a certain Missive written by the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, repatriated with the ship Beverwyk, to the Honorable Council of Justice of this Government, dated Cape of Good Hope the 25th of June 1791. Agrees, W. J. v. Ryneveld Secretary 1281. Rhenius Thursday the 29th of June 1791. There was then submitted by the aforementioned President a sealed paper received by the Honorable Mr. Rhenius on the evening of the 27th of this month, addressed in Extract from the Criminal Court Roll held at the Cape of Good Hope on the following manner: To the presiding gentleman and other members of the Noble and Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, residing there. 1282. Which paper, being opened in Council, was found to contain the following missive: Noble and Honorable Sir and Sirs, Finding myself compelled by compelling reasons to address our high authorities regarding the injuries and calumnies inflicted upon me for some time in this place, both in my office and my person, and intending to that end to proceed on board the East India Company ship Beverwijk today, so I have considered it necessary to make communication of this to your Honors hereby, and at the same time to report that I have already brought to the attention of our high authorities the procedure ex officio initiated by me against the cellar master here, Mr. Jacobus Johannes Lesueur, along with what occurred regarding it.
Dutch transcription
1277. Kaap de goede koop den 12: Maij 1792 Maatschappij, en dat der Colonie met alle ijver„ trouwe en cordlaadheid te helpen bevorderin„ en dit oogmerk van de Heeren van de Graeff en van Lynden, vermeend de suppliant, dat uwe wel Edele Hoog Achtb: volkoomen zal zijn gebleeken, uit het gepasseerde ter vergaa„ „dering van den 10 Maij des gepasseerden Baars„ waarvan aan uwe welEdele Hoog Achtb: bij ministerieele Letteren van den 5 Julij daar aanvolgende, eerbiedig verslag is gedaan, en waar aan de Suppliant zig onderdaaniglijk zal gedraagen. — Schoor nu de suppliant door de uitspraak zyner rechters genoeg gezuiverd is van de valsche betigtingen, hoor en blaam, welken den Independent Fiskaal van Lynden, op hem heeft tragten te Laaden, vermeend hij egter de vrijmoedigheid te moogen gebruiken, om van uwe wel Edele hoog Achtb: en alle onderdaanigheid te verzoeken hem niet te willen onthouden de satisfactie, welke hij van hoogtst dezelven is imploreerende omme, namelijk hem verder vrij te spreeken, nooijt of ooijt diergelyke atroce behandelingen te hebben verdiend, neen! maar zig in tegendeelen 'T welk doen de &ca zoo in de respective administratien, hem toe vertrouwd geweest, als in 't helpen be„ stieren der Colonie, als een Eerlyk en geseleerd dienaar der Edele Maatschappij gedraagen; welke gunste gevoegt bij zooveele anderen van uwe wel Edele hoog Achtb„ genootene hem meer en meer zal aanzetten, omme met ter syde stelling van alleggen belang en byzondere vues, zyne overige Leev„ „tyd, onver moeid en onverdeeld aan den dienst der Edele Maatschappij toe te wijden. zoo P: V. Se Sueur - : 6 1278. Thenius Voor den Heer Mr. J: I: Lesueur Donderdag den 7:e Julij 1791. Vervolgens geleezen zijnde een Declaratoir, van eevengemelde pro interim Fiscaal M:r Jacob Pieter Deneijs, op de Missive door den gerepatrieerden Heer Independent Fiscaal van Lijnden, den 25 Junij Jongstleeden aan deezen raade geschreeven en alhier den 29:e daar aan ontfangen Luidende dat declaratoir Is, na overweeging van de motiven daar bij ter needergesteld; verstaan zich met het advis van den zelven pro interim Fiscaal te confor„ „meeren; zullende dus de voor deeze recht„ „bank tusschen het officium Fisci, en den Heer Mr. Jacobus Johannes Le Sueur Litispen¬ „dente procedure, ordinario modo worden ver„ „volgd en getermineerd; Terwijl al meede is goedgevonden aan den Heere Le Sueur voormeld, uit dezelve Missive Extract te Extract uijt de Crimineele rechts rolle gehouden aan Cabo de Goede Hoop, op verleenen F: S: verleenen; om te kunnen dienen tot zijn E naricht. Wijders wierd ter Tafel gebracht het op den 26: Maij laatstleeden door gemelde Heere Le Sueur, nopens het beEedigen der Verklaaring van den Capitain ter Zee Hans Barends, gepraesenteerd en zeedert bij de respective Leeden rondgeleezen request. — Dan daar de Raad oordeelde dat, weegens het geen in voorsz: requeste ten opzichte van den Boode Ziervogel voorkomt, absolut het verEischte onderzoek behoord te geschieden: alzo voor al een Gerechtsboode, in zijn dienst verrichtin„ „gen zorge dient te draagen, dat niemand door zijn toedoen, veel min door zijne negli„ „gentie of in activiteit, eenige praejudicie kome te leiden; zo is, alvoorens op dat request een finaal besluit te neemen, goedgevonden gedagte Boode Ziervogel voor Heeren Gecom„ „mitteerdens te doen verschijnen, ten eijnde weegens zijn in deezen gehouden gedrag en gepleegd verzuijm, te worden geExami¬ „neerd en zijne belangen aldaar in te brengen Hebbende in boovengemelde twee zaaken, den Heere Mr Jacobus Johannes Le Sueur concerneerende, den E: Achtb=r heer praesident en den Heere Hendrik Justinus de Wet uit hoofde van hun Wel Ed: Zwagerschap met den Heer Le Sueter, niet gevoteerd. Accordeert WJ Rijneveld 6 Secrets den 1280 rhenius Om &a zo heb ik het noodig geoordeeld UEd Achtb: hier van Communi„ catie te moeten doen door deeze, en te gelyker tyd te melden, dat ik de Proceduure R: O: Contra den keldermeester alhier H. r I: I: Le Sueur door my geEntameerd, met het geene daaromtrent is voorgevallen, reeds ter kennisse van de Hoog Edele Groot Achtbare Heeren Zeeventhienen hebbende gebragt, hier inne provisioneel niets verder zal kunnen worden gedaan, ten eynde Hoog derzel„ verdeliberatien daar omtrent niet voor uyt te loopen. — Edele Achtbaare Heer & Heeren Extract uyt zeekere Missive geschreeven door den met het Schip Beverwyk gerepatrieerden Heer In dependent Friscaal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden aan den E: Achtb: Raade van Iustitie deezes Gouvernements gedateerd, Cabo de Goede Hoop den 25 Juny 1791. /. Accordeert WJ n Ryneveld secrets 1281. thenius Donderdag den Junij 1791. Wierd als toen door welge¬ melde Heere Prosident over¬ gelegt een geslooten Papier bij den E: achtbaar Heer Rhe nius den 27 deeser s'avonds ontvangen, beschreeven in Aan den Heere eerst proesideerende en verdere leeden van den Edelen Extract uit de crimi„ neele Rechts Rolle gehouden aan Cabo de goede Hoop Achtbaren 29 op deeser voegen. 1282. achtbaare raade van Justitie des Casteels de goede Hoop. aldaar resideerende Welk Papier in raade ge opend zijnde wierd daar in gevonden de volgende mis¬ sive. Edele achtbaare Heer Heeren. en omprognante reede¬ nen mij genoodzaakt „ vindende, onse hooge ge¬ biederen weegens de zeederd eenigen tijd ter deeser „ plaatse aan mij so in mijnen zo heb ik het noodig ge„ oordeelt Uwel Edele acht¬ baarens hiervan Communi¬ catie te moeten doen, door deesen, en te gelijker tijd te melden dat ik de Pro„ ceduire rat off: contra den keldermeester alhier „ M:r Jacobus Iohannes Lesueur door mij geën¬ tameert met het geen daar omtrend is voorge¬ vallen reeds ter kennisse Post als persoon aange¬ daane verongelijkingen en calumnien te moeten gaan adieeren, en ten dien einde van voornemens zijnde mij op heeden na Boord van het O: 3: Compagnies Schip Beverwijk te begeeven. Post, van a „ „
English
1283 having brought before the Honorable Lords Seventeen, provisionally nothing further can be done in this matter, in order not to anticipate their utmost deliberations regarding it. And that I have otherwise requested the Adjunct Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter to attend in my absence to whatever serves both for the continuation of the proceedings ventilated before Your Honorable Court on behalf of the office of the fisc, and for the performance of the duties further recommended to me in my Instruction. Wherewith I remain with due respect, Your Honorable Court's humble servant was signed J: N: S: van Lijnden in the margin Cape of Good Hope, the 25th of June 1791. Below was written Honorable and worshipful Sirs lower 1284. And since now, as appears from the notification just received from the government, Mr. Jacob Pieter Deneijs has been appointed to administer the Fiscal's office, the opinion of Mr. Deneijs as officer was requested regarding the paragraph concerning the proceedings of Mr. Jacobus Johannes Lesueur appearing in that letter, and thereupon requested by him a copy of the aforementioned missive in order to be able to declare himself further regarding this. In which request the Council has assented. Below was written Agrees was signed Ryneveld Secretary Agrees signed W: S: van 1285. Thenius The assistant Willem Kolver, as general attorney of the Senior Merchant and Member of the Honorable Council of Policy, as well as Cellar Master of this government, the Honorable Mr. Jacobus Johannes Lesueur, applicant, against the merchant and pro interim fiscal here, Mr. Jacob Pieter Deneijs, respondent, to declare whether he is inclined to accept the arguments of the trial and consequently to proceed, or whether he wishes to renounce and waive them according to the last prior records. The respondent's attorney makes request as in the presentation, declaring to accept the arguments of the trial and to make himself a party, requests further inspection or, if necessary, a copy of the proceedings held here against the applicant, as well as an extension of the term, since the repatriated Independent Fiscal van Lijnden has left behind no documents concerning this case. The applicant's attorney leaves this to the Council's judgment. In the following case, the Honorable President did not vote on account of relationship to the applicant. Thursday the 21st of July 1791. Extract from the criminal court roll held at the Cape of Good Hope. Kermann The Council grants to the respondent inspection and, if necessary, a copy of the proceedings conducted here against the applicant, further granting the respondent the requested extension of term. Below was written Agrees was signed W: S: van Rijneveld Secretary. Agrees. Lamper 1286 pro fisco fol. Kermann The pro interim Fiscal Mr. Jacob Pieter Deneys, applicant ex officio, against the Senior Merchant and Member of the Honorable Council of Policy, as well as Cellar Master of this government, the Honorable Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, respondent, to hear, instead of seeing a replication served on his submitted answer, renunciation made of further productions. The applicant ex officio, having read with all possible attention the trial initiated by his predecessor, the Independent Fiscal van Lynden, against Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, with the documents appended thereto, finds the same to be of such a nature that everything has been done therein on both sides upon which one can await the desired disposition of this Honorable Council, wherefore on his part he makes not the least difficulty to persist with the submitted claim, and the register with documents submitted therewith in court, and therefore renounces further productions. In the following case, the Honorable President excused himself from voting as brother-in-law of Mr. Le Sueur. Thursday the 15th of September 1791. Extract from the criminal court roll, held at the Cape of Good Hope. Thenius 1287. The Council grants the applicant's request, and further holds this case in advice for circular reading; the declarations that have served herein shall first, as far as possible, be recollected and sworn. Below was written Agrees was signed W: S: v Rijneveld Secretary Agrees Lamsper clerk Attorney Kolver for the respondent also renounces further productions, but requests only to be permitted to add to the trial some appendices obtained by him to submit with his duplication. The applicant ex officio has nothing against this, and persists with his made renunciation. Thursday the 16th of February 1792. Thenius Kermann Colt Before noon, present the Honorable Oloff Godlieb de Wet, President, and all the Members. The Secretary of this Council Willem Stephanus van Rijneveld, applicant ex officio, against The Merchant and pro Interim Fiscal Mr. Jacob Pieter Deneijs, as having replaced in office the repatriated Independent Fiscal Johan Nicolaas van Lijnden, and having on the 21st of July of the past year 1791 accepted the arguments of the trial by the same Mr. van Lijnden, on and against the Senior Merchant and Cellar Master, as well as Member of the Honorable Council of Policy, Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, in the matter of 1288
Dutch transcription
1283 van de hoog Edele groot achtbaare Heeren Zee¬ „ ventienen hebbende gebracht, hier inne provi¬ „sioneel niets verder zal kunnen werden ge¬ „daan; ten eijnde hoogst „ derselver deliberantien „ daar omtrend niet voor„ uit te loopen. „ „ Endat ik overigens het „geene so tot voortzet„ „ting der voor Uwel Edele achtbaarens vier schaar namens het „officium fisci geventi„ leerde proceduures als „tot waarneeming der aan mij bij mijne „ Instructie verder aan¬ „ bevoolene verrigtin„ UWel Edele Achtbaa„ rens ootmoedigen Dienaar /:was geteekend:) J: N: S: van Lijnden /:in mar gine:/ Cabo de goede Hoop den 25 Junij 1791. /:onderstond:/ Edele en achtbaare Heer Heeren /:laager:/ gen in mijne absentie „ moet dienen aan den „ Adjunct Fiscaal Mr „ Johannes Andreas Tru¬ „ter hebbe gedemandeert. waarmeede met ver¬ schuldigde eerbied verblijve gen vete 1284. En nadien thans blykens de zo even ontvangene aan„ schrijving der regeering, den Heer M:r Jacob Pieter Deneijs be„ noemd is geworden om het Fiscaals Ampt waar te nemen, zo is, op de perisde ten belangen der proceduures van den Heere Mr. Jacobus Johannes Lesseur in dien Brief voorkoomende het gevoelen van den Heere Deneijs als officier gevraagd en door zijn Ed: daarop verzogt Copia van evengemelde mis¬ sive ten einde zich hier omtrend nader te kunnen de¬ clareeren. In welk versoek de raad heeft bewilligt. — /:onderstond:/ Accordeert /: was ge¬ teekend Ryneveld Secretaris Pransper Accordeert teekend W: S: van 1285. Thenius Den adsistent Willem Kolver, degq regt: doet versoek ut in als generale gemachtigde van presentatione. de 2:0: gereg=de declareerende den opperkoopman en Lid in den dearrementen van den pro„ E: Achtb: raade van Politie, mitsgs cesse aan te neemen en zich Keldermeester deeses gouverne„ Partij te stellen, verzoekt wij„ ments, d' E: Achtb: Heer en M=r ders visie dan wel des noods Jacobus Johannes Lesueur reqt. Copie der alhier jeegens den Heer contra reqt. gehoudene proceduures den koopman en pro interim mitsg. s piolongatie van termijn fiscaal alhier, de Heer M:r Ja„ also den geregatrieerden Heere cob Pieter Deneijs geregt omme Indep: fiscaal van Lijnden te declareeren of sijn Ed: genegen geene stukken deese zaak is, de arrementen van 't proces concerneerende heeft agter„ aan te neemen en mitsdien gelaaten, Deqq reg=t laat zuk aan s' raads oordeel. volgens de laatste retroacte Inde volgende zaak heeft den E: Achtb: Heer prosident uit hoofde van verwandschap met den Heer regt niet gevoteert. Donderdag den 21 Julij 1791. Extract uit de crimi„ neele rechts Rolle gehou den aan Cabo de goede Hoep, verze Kermann op De Raad accordeert aan den R:d: gere„ quireerde visie en des noods Copie der alhier jeegens den Heer requirant gevoerde proce„ duures, verleenende wijders aan den r:O: gere„ quireerde de versogte prolongatie van termijn. /:onderstond:/ Accordeert :was geteekend:/ W: S: van Rijneveld Secretaris. voort te procedeeren, dan wel of zijn Ed: daar van renuntiatie en afstand wil Accordeert. Lamper doen. 5 pro fisco 1286 foll Kermann Den pro interim Sis¬ de R. O. reqt. met alle moogelyke oplettend, caal Mr. Jacob Pie¬ heid geresumeerden ter Deneys R:O: geleezen hebbende het proces door zyn praede¬ Regt„ cesseur de heer Inde„ pendent fiscaal van den Opperkoopman en Lynden, geentameerd teegens den Heere Mr Lid in den E Acht¬ Jacobus Iohannes baaren Raad van. Le Sueur, met de Politie, mitsgaders Contra In de volgende zaak heeft zich den E Achtbaaren Heer Praesident als Zwa¬ gen van den Heere Le Sueur van het vateeren geexcuseerd. Donderdag den 15 Septb„r 1731.— Extract uit de Crimi„ neele Rechts rolle, gehouden aan Cabo de Goede Hoop thenius daarby keldermeester e 1737. Keldermeester dee¬ zes gouvernements gelegde stukken, vind hetzelve zoodanigge, de E Achtbaane schaapen, dat men Heer Jacobus hinc inde daarin Johannes Le alles gedaan heeft waarop mende geSueur geregom¬ rende dispositie van me in Steede van 0 deezen Achtbaren op zin E ingediend raade kan blyven antwoord te zien in en afwachten, dienen van Re¬ waarom hy aan plicq, te hooren ook van zyn kant renuntieeren van geen de minste difficulteyt maakt verdere productien om te blyven per„ sisteeren by den ingedienden Eisch, en het daarby overgelegde Register met stukken en renuntieert derhalven van verdere productien daarby in Iudicio over„ De Procureur Kolver voor den heer gereg: renuntieert meede van verdere productien, edoch verzoekt noch De Raad accordeert des ge¬ reqs: gedaan versoek, en houd wyders deeze zaak ter Rond¬ leezing in advys; zullende ede de hierinne gediend hebbende verklaarin¬ gen alvoorens zoo veel doenlyk worden gerecol¬ leerd en beeedigt /:onder stond:/ Accordeert /:was geteekend:/ W: C: v Hyjneveld Secret De R:O: reqt. heeft daar niets teegen, en blyft by zyne gedaane renuntiatie per„ sisteeren. — maar eenige bylaagen, door hem inge¬ wonnen, om by zyn duplicq over te leggen, by het proces te mogen voegen. Accordeert Lamsper gem: Clercq maar Donderdag den 16:e Februarij 1742. Theniis Kermann Colt Voor de middags praesent de E: Achtb: Heer Oloff Godlieb de Wet, Praesident, en alle de Leeden. De Secretaris deezes Raads Willem Stephanus van Rijneveld amptshalven requirant Den Koopman en pro Interim Fiscaal M:r Jacob Pieter Deneijs, als in officio vervangen hebbende, den gerepatrieerden Heer Independent Fiscaal Johan Nicolaas Hteeren van Lijnden, en op den 21 Julij dls gepasseerden Jaars 1791. aange¬ „noomen, de arrementen van den Processe door denzelven Heere van Lijnden, op ende Jeegens den Opperkoopman en kelder meester mitsgaders Lid in den E Achtb: Raade van Politie de Heer H:r Jacobus Johannes Le Pueur ter zaake Contra 1288
English
1289. For the Honourable Mr J: P: Lesueur Thursday the 2nd of February 1791 Rhenius case of malversation and improper conduct in his administration and post as Cellar Master, initiated ex officio on the one side, And the aforementioned Honourable Mr Jacobus Johannes Le Sueur on the other side, the first-mentioned acting in the aforementioned case as plaintiff ratione officii, and the latter in the same case as the summoned party and defendant, being the parties required herein, in order to hear judgment pronounced upon the documents and muniments exhibited back and forth by them in Judicio. The Council, having attentively read and considered all the documents and muniments exhibited by the parties in Judicio, and having noted everything that pertained to the case and could move their Honours; administering justice in the Name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, The Honourable President Oloff Godlieb de Wet and interim Fiscal Mr Jacob Pieter Deneijs, the former as brother-in-law of the Honourable Mr Jacobus Johannes Le Sueur and the latter as a party, having retired from the meeting, the remaining present members took in hand the proceedings initiated by the repatriated Honourable Independent Fiscal van Lijnden upon and against the said Honourable Le Sueur, on account of malversation and improper conduct in his administration and post as Cellar Master; over which proceedings having deliberated with all possible attention, the Council, after consideration of what merited reflection and could move their Honours, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, dismisses the claim and conclusion made and taken by the plaintiff ratione officii upon and against the defendant on the date of 17 March 1791, and consequently acquits the defendant of the same claim, with condemnation of the plaintiff ratione officii in the costs. In the morning, present the Honourable President Oloff Godlieb de Wet and all the members, except the Gentlemen Könnenkamp and Kirsten, the former due to indisposition and the latter due to business. At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower down: In my presence. Was signed: W. C. V. Rijneveld, Secretary. Agrees. W: J: v: Rijneveld Secretary Beneath stood: 1290. Netherlands, Dismisses the claim and conclusion made and taken by the plaintiff ex officio upon and against the Defendant on the date of 17 March 1791, consequently acquits the Defendant of the same claim, and further condemns the plaintiff ex officio in the costs. Thus done and sentenced at Cape of Good Hope the 2nd of February 1791, and pronounced the sixteenth following. Lower down: In my presence. Was signed: W. J. v Rijneveld, Secretary. Beneath stood: Agrees. Lauspek sworn clerk 1291. Notice. de Waal Upon calmer consideration of what gave rise to the so unpleasant incident in our meeting of the 2nd of July, I can very well recall that, when the Noble Lord Governor, on the occasion of the heated debates over the publication of the one and the setting aside of another resolution taken by a majority of votes, repeatedly threw in the teeth of the members who had cooperated in taking both those resolutions that they made cabals among each other, that they seemed to want to encroach upon his authority as Chief Ruler, indeed that they sought to wrest the rudder of government from his hand, the undersigned could not refrain from bringing to his Honour's attention that such hateful imputations, used by his Honour on yet another occasion, went too far; That neither he nor any of his fellow members had ever intended to make any infringement upon the character of him, the Lord Governor; That he, for Memorial for the Honourable Secunde Rhenius. For No. 5 Copy toll 1292. for his own part, judged that if such atrocious accusations could be substantiated against him, he would not be worthy to occupy his present seat, that he would be acting against his oath and duty, consequently would be a rogue, and that therefore whoever dared to impute such things to him was not an honest man. This his Honour, to the heartfelt regret of the undersigned, seems to have taken too personally. And since I learn with astonishment that the Lord Secretary van Aarssen is under the impression that I, too, had drawn the sword, may your Honour please recall having later told me that your Honour picked up my sword in the scabbard, which must have fallen from me during the scuffle, and handed it over to me. Moreover, I remember very well that when the Lord Governor attacked me with the drawn sword, I defended myself solely with my cane, which still bears marks of the blows received, just as my hand still retains the sensation thereof to this day. Having had the good fortune to grasp the blade of the sword of the Lord Governor with the left hand, my sword must certainly have fallen out of the waistband where I was accustomed to carry it on a hook, through the wrestling and dragging against the chairs; at least I am certain that I saw it lying in that place after that sorrowful scene. I have deemed it not inexpedient to hand your Honour this memorial, with the friendly request to deposit the same with your Honour, in case it may be of any use in due time. Beneath stood: Your Honour's humble Servant. Was signed: J: P: Le Sueur. In the margin: Drafted shortly after what occurred, yet first delivered to the Gentlemen members Rhenius, de Wet, and van Rheede van Oudtshoorn on the 2nd of August 1790. Agrees with its original shown to me, first sworn Clerk, by the Noble Lord Le Sueur. Goetz First Clerk.
Dutch transcription
1289. Voor den Heere Mr J: P: Lesueur Donderdag den 2=e Februarij 1791 Thenius zaake van malversatie en onbe„ „hoorlijke handelwijze in deszelfs Administratie en Post als Kelder„ „meester E: O: geEntaimeerd ter eenre„ En voorsz: Heere M:r Jacobus Johannes Le Sueur ter andere zijde, de eerstgemelde incas voorsz: als Eisscher R: O:, en de Laatste in het zelve cas voorgedaagde en verweerder geageerd hebbende, ten deezen gerequireerdens, omme op derzelver over en wee„ „der in Iudicio geExhibeerde stukken en munimenten Von„ „nies te hooren pronuntieeren De Raad met attentie geleezen en overwoo„ „gen hebbende, alle de stukken en muni„ „menten door partijen in Iudicio geExhibeerd, mitsgaders gelet op al het geen ter zaake dienende was, en hun E E Achtbaarens konde doen moveeren; Recht doende uit Naam en van weegens de Hoog Moogen„ „de Heeren Staaten Generaal der VerEenigde De E: Achtb:r Heer President Oloff Godlieb de Wet, en prointerim Fiscaal M:r Iacob Pieter Deneijs, de eerste als zwaager van den heere Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, en de laatste als partij, zich uit de Vergadering geretireerd hebbende, hebben de overige praesente Heeren Leeden bij der hand genoomen, de Procedures door den gerepatrieerden Heer Independent Fiscaal van Lijnden op ende Jeegens den zel„ „ren Heere Le Sueur, ter zaake van Malver„ „satie en onbehoorlijke handelwijze in deszelfs administratie en post als Keldermeester, geEn„ „tameerd; over welke procedures met alle moo„ „gelijke attentie gedelibereerd zijnde, heeft de Raad, na overweeging van 't gunt reflectie S Voordemiddags praesent de E Achtb: Heer Oloff Godlieb de Wet praesident en alle de Leeden, demptis de Heeren Könnenkamp en Kirsten, de eerstgemelde bij indispositie en de Laatste bij occupatie Neederlanden meriteerde meriteerde en hun EE Achtb:e konde doen mo„ „veeren, Recht doende uit naam en van weegens de Hoog Moogende Heeren Staa„ „ten Generaal der VerEenigde Neederlanden den Eisch ende Conclusie door den R: O: Eisscher op en de Jeegens den gedaagde in dato 17 Maart 1791. gedaan en genoomen, ontzegl, en den gedaagde dien volgende van den zelven Eisch geabsolveerd met Condemnatie van den 7: O: Eisscher in de kosten Aan Cabo de Goede Hoop die et anno utsupra /lager /:mij praesent:/ was geteekend:/ W C. V Rijneveld se„ cretaris Accordeert. W: J„ d„ Rijnevel Secrets /onderstond:/ 1290 Neederlanden, Ontzegt den Eisch ende Conclusie, door den E: O: Eisscher, op ende Jeegens den Gedaagde in dato 17 Maart 1791. gedaan en genoomen, absolveert den Gedaagde dienvolgende van den zelven Eisch, en Condemneert wijders den E: O: Eisscher in de kosten. — Aldus gedaan en gevonnist aan Cabo de Goede Hoop den 2 Februarij 1791. mits„ „gaders gepronuntieerd den Sesthiende daar aan volgende /:lager:/: Mij praesent:/ was ge„ „teekend:/ W„ J „ Rijneveld Secretaris /onderstond:/ Accordeert. Latnspek gem: blercq 1291. Nts. de Waal Bij bedaarder overweeginge van 't geene geleegendheid heeft gegeeven, tot de zoo onaan„ genaame gebeurtenisse in onze vergadering, van den 2 Iulij: kan ik mij zeer weel rappel„ leeven, dat, wanneer den Edelen Heer Gouverneur, bij gelegendheid der hevige de Patten over de Parckeringe vande Eene, en het buiten Effect stellen eenen andere, by meerderheid aan stevemien genomen resolutie, de Leeder, dewelken tot het neemen dier by den resolutien hadden ge„ cööpereerd, herhaaldelyk haar 't hoofd smeet, dat kerbaalen onder malkanderen maakten dat seheeren te willen impieteren op zyn gezag als Hoofd gezieder, Ia hem de klein der regeering tragtten uit de hand te wringen, de onderget: zig niet honde bedwingen zyn welEdele gestr: onder het dog te brengen, dat diergelyke haatelyke imputatien, nog eens by eene andere gelegendheid door zyn Ed: gebruikt, ter verre gingen: Dat nog hij, nog een zyner medeLeeden, nimmer hadden beoogd eenige intreecte te maken op het carac ter van hem Heere gouverneur: Dat hij P Memorie voor den Heere Secunde Rhenius. voor No: 5 Copia toll 1292. voor zig zelv oordeelde, dat, wanneer hem zulke atroce beschuldigingen honden worden bewaarheid, hij niet waardig zoude zyn, zyne tegenswoordige zit plaats te beslaan, dat hij tegens zyn bed en pligt zoude handelen, gevolglyk een schurk zyn zoude, en dat daar om, die geene, die hem zulks durade toevoegen geen eerlyk man was: Dit schynd zyn wel Edele gestr: tot des ondergt: hartelyk Leid„ „weezen alte perzoneel te hebben opgevat. — En daar ik met verwondering verneeme, dat de Heer Secretaris van Aarssen in 't denkbald verseerd, als of ik ook den degen zoude hebben getrokken, gelieve uw E: zig te rappelleeren, mij naderhand te hebben gezegd, dat uwE: mijn deegen in de scheede, welke mij daar het war stelen moet ontvallen zyn, te hebben opgenoomen en aan mij overgegeeven: Daaren boven henin„ „ner ik mij zeer wel, dat wanneer den Heere gouverneur met den ontblootten deegen op mij aanviel, ik mij alleen heb verweerd met mijne rottang, die nog blyken draagd van de ontfangen slaagen, zoo wel als myn hand daar van tot nog toe het gevoel heeft: Het geluk hebbende de had den deegen van den Weere Gouverneur te grijpen met de slenker hand, moet zeeker zyk mijn deegen uit de broeksband waar en dezelve gewoorden aan eene haak te draagen, door het worstelen en sleeven tegens de stoelen, zyn te vallen, ten minsten derzeeker ik mij dezelven op die plaats na die drawvige seene te hebben zien Leggen= Ik heb geoordeeld niet andien„ „„tig te zullen wezen, uwE: deze memorie te doer handigen, met vriendelyk verzoek, dezelve e hij uwE: de willen deponeeren, of het onderhoort in tyde en wyle van eenig gebruik kande zijn /:onderstond:/ uwE: ootm: Dienaar /:was getekend:/ J: P: Le Duuuin /: in margine:/ geconcipiterd kort na het gekeurde, tog eerst aan de Heeren Leesen, thinies, de welt, en reede van ouds hoorn daerhandigt, den 2 Augus: 1790. — Accordeert met dies origineel aan mij eerste gezwoore Clercq door den Heo Edelen te heb Heer Le Sucir avloont 4 Goetz H Eg Clercq. myn
English
1293. Upon calm further consideration of that which gave rise to such an unpleasant occurrence in our meeting of the 2nd of July last, I can very well recall that, when the Noble Governor, on the occasion of the heated debates concerning the suspension of the one and the setting aside of another resolution taken by a majority of votes, repeatedly threw at the heads of the Members who had cooperated in taking both these resolutions that they were caballing among one another, that they seemed to wish to impinge upon his authority as chief ruler, indeed to wring the reins of government from his hand, the undersigned could not refrain from pointing out to his Right Noble that such hateful imputations (used by his Honour on yet another occasion) were to be avoided; that neither he nor any of his fellow members had ever aimed to make any infringement upon the character of him, the Governor; that he for himself judged that, if such atrocious accusations should be proven true against him, he would not be worthy Pro memoria for the Gentlemen dispensers of the Council of Oudshoorn. would Copy No. 6 1294. to occupy his present seat; that he would be acting contrary to his sworn duty, and consequently would be a rogue, and that therefore he who dared to address him thus was no honest man. This, his Right Noble, to my heartfelt sorrow, seems to have taken too personally. And as I learn with astonishment that the Secretary, Mr. van Aerssen, labours under the impression that I also drew my sword, no one, should this be called into question, will better be able to disabuse the world thereof than the Secunde, Mr. Rhenius, who told me the day after that fatal scene that he had the goodness to pick up my sword from the floor, which must have fallen from me during the scuffle, hanging as it did from a hook in the waistband, and to hand it to me, it being securely in the scabbard; indeed, I recall very well that, when the Governor attacked me with drawn sword, I defended myself only with my cane, which still bears the marks of the blows received, just as my hand still retains the painful feeling thereof. Having had the good fortune to seize the sword of Agrees with the original shown to me, first sworn clerk, for the Right Noble Honourable G: J: Sueur. D Goetz the Governor with the left hand, my sword must certainly have fallen from me through the wrestling and pushing against the chairs; at least, he assures me that he saw it lying in that place, though through consternation and emotion it was certainly not picked up by me. I have judged it not unserviceable to hand over this pro memoria to you, as well as to the gentlemen Rhenius and de Wet, with the friendly request to file it with you, in case it could be of any use in due course. (below was written:) Your humble servant (signed:) J: I: Lesueur (in the margin:) drafted shortly after the event, but first handed to the Gentlemen Rhenius, de Wet, and Rheede van Oudshoorn on the 2nd of August 1790. the First Clerk: E HS 7 1295. I, the undersigned, in my capacity as assistant secretary of the Honourable Council of Policy, have been ordered by the Right Noble Governor Cornelis Jacob van de Graaff to proceed to the residence of the Right Noble Honourable Cellar Master Lesueur, and to announce to his Honour: Today, the 9th of May 1795. That the aforementioned Governor would not summon him, Mr. Lesueur, to the ordinary meeting of the Council of Policy which is to be held tomorrow, on account of the circumstances in which his Honour personally found himself at present; but that his Honour would make a proposition regarding this in the aforementioned Council, in order to take the advice of the respective Gentlemen Members thereon. (below was written:) quod attestor (was signed:) C: A: Mappa assistant secretary Agrees with the original shown to me Goetz AS First Clerk Copy No. 7 1296. I, the undersigned, Johannes Isaac Rhenius, Secunde, currently acting in the affairs of the Government of the Cape of Good Hope, declare out of love for the truth and at the requisition of the Cellar Master and Member of the Council of Policy here, Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, that when, at the Meeting of the 2nd of July 1790, very heated and far-reaching discussions had occurred concerning the suspension of a resolution and the setting aside of another, well and lawfully taken by a majority of votes, and the Right Noble Governor Cornelis Jacob van de Graaff had repeatedly reproached the collective Council Members who had formed the majority that they were caballing among one another and seemed to wish to wring the authority entrusted to him out of his hand, the said Cellar Master Le Sueur requested the well-mentioned Governor to refrain from such atrocious accusations, also previously made by his Honour; that he, the Cellar Master, was of the opinion that if such accusations could be proven in any way, he would be a perjurer and 8
Dutch transcription
1293. Bij bedaerde nadere overweeginge van het geene gelegendheid heeft gegeven; tot de zoo onaange„ naame: gebeurtenisse in onze vergadering van den 2 Julij Laabstl: kan ik mij zeer wel rap„ pelleren, dat, wanneer den Edelen Heer Gouverneur bij gelegendheid der heevige de batten over de surchange van de eene, en het buiten Effect stellen eener andere, bij meerderheid van stemmen genomen resolutie, den: Leeden, dewelken tot het neemen, dier by den resolutien hadden geco „opereerd, herhaeldelyk naer 't hoofd smeet, dat kabaeler onder den anderen maakten: dat scheenen te willen Impieteeren op zijn gezag als hoofdgebieden: Ia hem de klem van regee vinge uit de hand te woringen, de ondergel: zig niet konde beewingen zyn wel Edele get= onder 't oog te brengen, dat diergelyke haate lyke Imputatien /: nog eens by eene andere gelegendheid door zyn Edele gebeezigt:/ te verme gingen: dat nog hij nog een zyner mede leeden immer hadden beoogd eenig in breuke te maken op 't caracter van hem Heere Gouverneur: dat hij voorzig zelf oordeelde dat, wanneer hem zulke atroce beschuldigingen houden worden bewaarheid, hij niet waardig Pr mem: voor den Heere dispencien van reede van oudshoorr. zoade Copia N 6 1294. zoude zijn, zyne tegenswoordige zit plaats te beslaan: dat hij tegens zyn Eeden pligt zoude handelen, gevolglyk een schurk zyn zoude„ en dat daarom die geene, die hem zulks durrde toevoegen, geen eerlyk man was; Dit schynd zyn wel Edele gestr: tot myn hartelyk Leedwee zin al te personeel te hebben opgevat. En daar de met vervrondering verneese, dat de Heer Secretaris van Aerssen in 't denkbeeld verseerd, als of ik ook den degen zoude hebben getrokken: zal niemand, zoo zulks mogte te palle komen, de woevelt beter konnen di trom peren, van de Heer Secunde Thnius, welke mij daags na die fatale sgene heeft verhaeld, de goedheid te hebben gehad, myn degen, dewelke mij door het warsteuir, als hangende aan eene haak in de broeksband; moet zyn ontvallen, vanden grond optenemen, en aan mij te vaerhan„ „digen, weezende wel deegelyk in de scheede: trouwens leven neg ik mij zeer wil, dat, wan„ neer den Heer gouverneur met den ontblooten degen op mij aanviel, ik mij alleen heb uwr „weerd met myne zottang, die nog dey hendraeg van de ontfangen slaegen, zoo als myn hand daarvan tot nog toe het pynelijk gevoel heeft: Het geluk hebbende gehad den deezen van Accordeert met dies origineel van mij eerste gezwoone Clercq oor den Wel Edele Achtb 6: J Sucur verloont D Goett den Heere gouverneur met de slinkerhand te grijpen, moet zeekerlyk den degen mij door het worstelen en slieven tegens de stoelen zyn ontvallen: ten misten verzeeker dle mij dezelve op die plaats te hebben zien Leggen„ dog zeekerlyk door ontsteltenis en aandae„ ning doar mij niet is opgenomen geworden. - Ik heb geoordeeld niet ondienttig te zallen zijn, UwE: zoo wels als de sleeven thenias in de wett, deze promemorie te moeten over„ handigen, met vriendelyk verzoek dezelve by uwE: te willen seponeeren of in tyden wyle van eenig gebruik konde zyn. - /:onder stond:/ uwE: ootm: Dienaar /:getekend:/ J: I: Lesueur:/ in margine:/ geconcipieert kort na het gebeurde, dog„ eerst aan de Heeren thenius, de wett en reede van oudshoorn overhandigt den 2: Aug: 1790. den Ea Clercq: E HS 7 1295. Ben ik onderget: door den welEd: gestrengen Heere gouverneur Cornelis Pacob vande Graaff, in myne qualiteit van adjimet secretaris van de den Ed: Achtb: Bade van Politie, gelast. geworden, mij te vervoegen ten woonhuize van den wel Ed=e Achte Heere Keldermeester Lesueur, en zyn Ed: aan te zeggen: — Huiden den 9 Maij 1795. Dat wel opgem: Heere Gouverneur, hem Heere Lesueur, tot de ordinaire vergadering van den raade van Politie, die op morgen staat gehouden te worden, niet zoude doen convo„ ceeren, uit hoofde der Omstandighedin„ waar in zyn Ed: zich tegenswoordig perzoneel bevond: Dan dat zyn Ed: gelt: hier over in voorm: Cade eene propositie zoude doen, ten eende de advylen der respective Hieren Leeden daar op in te neemen. — /:onderstond /: quod Attestor /:was getekend CaMappa asj: tents: Accordeert met het aan mij uitoond originee Goetz AS beCleven Copie N. 7. en 1296. Isaac Rhenius, Secunde, thans waarnee„ mende de zaaken in 't Gouvernement van Kaap de goede hoop, uit liefde tot de waarheid en ter requisitie van den Helder„ en meester en Lid in den politiecquen Raad alhier Mr. Jacobus Johannes Le Scieur, dat, wanneer ter Vergadering van den 2 July 1790, over het opschorten eener resolutie en het buijten effect stellen van eene anderen by meerderheid van Stemmen wel en wettig genoomen, zeer hevige en verregaande discussien waaren voorgevallen, en den WelEdelen Heere Gouverneur Cornelis Jacob Van de Graaff, aan de gezamentlijke Raadsleden dewelke de meerderheid hadden uitgemaakt, herhaaldelyk had koomen te verwyten, dat zy onder malkanderen cabaleerden, en zynEd het gezach hem toebetrouwd, scheenen uit den trand te willen wrengen, gemelde Keldermeester Le Sueur ^ welgemelde Heere Gouverneur heeft koomen te verzoeken, zich ten kunnen opzichte te willen menageeren van diergelyke atroee beschuldigingen, door zyn Ed' voor heen ook gedaan; dat hy Kelder„ meester van oordeel was indien zaeke beschul¬ digingen maar eenigzints konden worden beweezen, hy eens meineedigen ^ zouden zyn Declareere ik ondergeteekende, Johannes en 8
English
and not worthy longer to occupy the position with which the High and Noble Lords and Masters had been pleased to honor him, and that he held anyone who dared accuse him of such vile deeds to be no honest man; that upon this the Lord Governor snapped at the aforementioned Cellarmaster: it is well, I shall speak with you further shortly; that when the meeting had ended, the Lord Governor called out to the Cellarmaster to follow his Honor into one of the adjoining rooms, which was also done by him; and the door of that room having been closed, one heard, since the Members had not yet departed from the Council Chamber, heated altercations, without however being able to understand the content thereof; that shortly thereafter the door was opened by the often-mentioned Cellarmaster Le Sueur and his Honor having returned to the Council Chamber, though being very agitated, it was recounted by his Honor to the Council Members that the Lord Governor had so far forgotten himself that he had challenged the Cellarmaster in that room; that subsequently the Lord Governor also having reappeared, after some altercations about what had happened, then drew his sword and with great fury attacked the often-mentioned Cellarmaster Le Sueur, who barely had enough time to parry the thrusts and blows with his rattan cane, until he had the good fortune to seize the sword of the Lord Governor with his left hand, whereupon he found himself exposed to the blows from the Lord Governor's rattan cane, which were answered by him with equal blows, until by the pressing forward of the Lord Governor, the Cellarmaster Le Sueur had the misfortune to stumble over one of the chairs and thereby fall backward, and was compelled to let go of the sword of the Lord Governor, which he had held fast until that point; and his Honor, lying on the ground in this defenseless state, would apparently have been sacrificed to the further fury of the Lord Governor, had I not leaped forward, seized the sword of the Lord Governor, and held it fast by force, whereby I received a small wound between the forefinger and thumb of my left hand; that furthermore, after the frequently-mentioned Cellarmaster Le Sueur had raised himself from the floor again, finding his Honor's sword and scabbard lying on the ground, the same was picked up by me with my own hands and handed to his Honor. That all this aforementioned is the pure truth, I am prepared, if necessary, to confirm by solemn oath. In the Castle of Good Hope the 21st of April 1792. rattan cane Johannes I, the undersigned William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn, Member of the Council of Policy and Storekeeper in the Government of the Cape of Good Hope, declare, as well upon the requisition of the Cellarmaster and fellow member in the said Council Mr. Jacobus Johannes le Sueur, as out of love for the Truth, how: That, when at the meeting of the 2nd of July 1790 heated debates occurred regarding the suspension of one resolution and the nullification of another, duly and legally passed by majority vote, the Lord Governor Cornelis Jacob van de Graaff threw at the heads of the collective council members, who had constituted the majority, that they were forming cabals among each other, seemed to encroach upon the authority entrusted to him, and were attempting to wrest the government out of his Honor's hands. That Mr. le Sueur thereupon requested the well-aforementioned Lord Governor to spare himself from such atrocious accusations in his regard; That the undersigned, having in the meantime engaged in discourse with the two Secretaries regarding the wording of both of those resolutions, then heard that the well-aforementioned Lord Governor asked the aforesaid Mr. Le Sueur, what do you say, that I am a rascal? Whereupon it was answered by the same, I do not say that, Noble Sir, but that I myself would be a rascal, and unworthy to occupy this chair, if that accusation could be proven against me; that thereupon it was replied by the Lord Governor, sir, I shall speak with you further shortly: also done. That is true:
Dutch transcription
1297 en niet waerdig de plaats, waarmeede de hoog edele Heeren Meesteren hem hadden geleeven te vereeren, langer te beslaan, en dat hij den geene die hem van zulke vile stukken, dierfde beschuldigen voor geen eerlik Man kield.; dat daarop den Heere Gouverneur meernd Heldermeester heeft toegevoegd: 't is wel, ek zal U straks wel nader spreeken; dat wanneer de vergadering geeindigt was, den Heere Gouverneur de Keldermeester heeft toegeroepen, zyn Ed: in een der naaste vertrekken te volgen, 't geen door hem ook is gedaan en de daar van dat vertrek zynde toegeslooten geworden hoorden men, dewyl de Leden zieh nog niet uit de Vergaderzaal hadden verwyderd levige woordewisselingen, zonder echter dies inhoude te kunnen verstaan, dat kort daarop„ de deur door meerm: Keldermeester Le Sueur zynde opengereekt en zyn Ed wederom in de Raadkamer, doch zeer ontsteld geraakt zynde, wierd door zijn Ed aan de Raadsleeden verhaald, dat den Heere Gouverneur zich in zoverre hadt koomen te vergeeten, dat hem kelder„ meester in dat vertrek hadt uitgedaagd; dat vervolgens den Heere Gouverneur ook weder te voorschyn zynde gekoomen, na eenige woordewipselingen over het gebeurde, dan degen heeft getrokken, en met geveele woede optmeerm Keldermeester de Sueur is aange„ vallen, dat ter naauwernoodtyds genoeg had om de stooten en slaagen met zynen Rottang afteweeren, tot dat het geleek hadt met den slinkerhand de Degen der Heeren Gereverneurs te grypen, als wanneer zich blootgesteld vond aan de tottangslaagen van den Heere Gouverneur, welke door hem met gelyke slaagen zyn beantwoord geworden, tot dat door het indrengen van den Heere Gouverneur, den Heldermeester Le Sueur het ongeluk had over een der Stoelen te Struckelen, en daardoor achteriver te vallen, en der genood¬ zaakt was den degen des Heeren Gouverneur welke tot dies verre had vastgehouden, te moeten loslaaten, en zoude zin Ed in deeze onweer„ baare staat op den grond leggende, apparentelyk aan de verdere woede van den Heere Gouverneurn zyn opgeofferd geweest, indien ik niet waare toegesprongen, den Degen van den Heere Gouverneur gegreepen en met geweld vast gehouden hadt, waardoor eene kleine wonde tusschen de voorste vinger en duim van mynen linkerhand heb bekoomen; — dat wyders, na dat dikwilsgem Heldermeester te Saeunzich weder van de vloer hadt opgericht, den degen van zyn Ed en de scheede op den grond vindende leggen, dezelve door my eigenhandig is opgenoomen en aan zyn Ed ter hand gesteld geworden Dat al dit voorenstaande de zuivere waarheid is ben ik bereid des noods met solemneele leden te gekrachtigen In 't Casteel de goede hoop dn 21„en April 1792. toltang Johennis 1298 Verklaare ik ondergetekende William Ferdi„ rand van Reede Van Oudtshoorn, Lid van den Politiquen raad en dispencier in 't Tou¬ „vernement vande Caab de Goede hoop, zoo ter requisitie van den Keldermeester en meede lid in gem: raade Mr. Jacobus Johannes le Sueur, als uit liefde voor de Waarheid, hoe Dat, wanneer ter vergadering vanden 2„e Julij 1790 herige debatten zijn voorgevallen over het opschorten eener resolutie en het buijten effect stellen van een andere, bij de meerderheid van stemmen wel en wettig ge„ „nomen, den heere Gouverneur Cornelis Jacob van de Traaff aande gezamentlyke raads¬ leden, dewelken de meerderheid hadden uitge¬ maakt, naar het hoofd heeft geworpen, dat zij onder den anderen Cabalen maakten, scheenen te impieteeren op het gezach hem toever¬ trouwt, en zijn Ede de regeringe uit de handen tragte den te Wringen. — Dat den heer le sueur hierop welopgem: Heere Gouverneur heeft verzogt zig ten hunen opzigten te willen menageeren van diergelijke attroce beschuldigingen, voorheen Dat de ondergetekende intusschen in discours zijnde geraakt met de beijde heeren Secre tarissen over d'extentie van beijden die re¬ solutien, als thoen hoorden, dat wel opgem: heere Gouverneur voorsz: heere Le sueur afvroeg, wat zegt gij, dat ik een schurk ben¬ daarop door denzelve wierd geantwoord, dat zeg ik niet Edelen Heer maar dat ik zelf een schurk zijn zoude, en onwaardig deeze stoel te beslaan, zoo mij die beschul¬ diging konde worden beweetent: dat daarop door den heere Gouverneur gerepliceerd is ge¬ worden, mijn heer, ik zal uw wel nader spreken: almeede gedaan. — Dat waar is:
English
1299 That, after the matters had been settled, the lord Governor called out to the aforementioned lord Lesueur to follow his Honour into one of the adjacent rooms. That thereupon the door of that room having been closed, heated exchanges of words were heard by the assembled members, still present in the council chamber, without the content thereof being understood. That shortly thereafter the door was pulled open with great haste by the lord Le Sueur and his Honour, having returned to the meeting room, though with difficulty, as he was held back by the coat by the lord Governor, and having arrived very much bewildered, his Honour recounted to the council members that the lord Governor had so far forgotten himself that he had challenged him, lord Lesueur, in that room. That subsequently, the lord Governor having also reappeared, after some exchanges of words about what had happened, drew the sword and attacked the aforementioned lord Lesueur with so much fury that he barely had enough time to defend himself with his rattan cane, until he had the fortune to seize the sword of the lord Governor with his left hand, whereupon he found himself exposed to the blows of the rattan cane from the lord Governor, which were answered by him with similar cane blows, until by the pressing in of the frequently mentioned lord Governor with the bare sidearm, the lord Le Sueur had the misfortune to stumble over one of the chairs standing at the end of the table and thereby fall backwards, which then had the consequence that his Honour was obliged to let go of the sword, which he had held fast until then, and the lord Le Sueur at that moment would very likely have been sacrificed to the further fury of the lord Governor, had not the lord Rhenius, standing closest nearby, leaped forward and held fast the lord Governor's sword by force; whereby his Honour then also received a small wound between the forefinger and the thumb. W J v Reede van Oudtshoorn Cabo de Goede Hoop, the 21st of April 1792. All the above being the pure and sincere truth, I am at all times prepared if required to confirm the same further under solemn oath. 1300. The undersigned Colonel Commandant of the regiment of Würtemberg, has the honour to represent very respectfully to the Lord Governor and to the Noble Councilors of the regency of the Cape: that the deficit of the Companies of the said regiment, arrived from Batavia at Ceylon, requiring a prompt replacement for the good of the service, and having exposed the necessity to the Government of Ceylon and obtained its agreement, he begs the Lord Governor and the Noble Councilors to kindly give orders so that the Recruits at the depot of the Cape are embarked by the first occasion for Ceylon. Below stood: Done at Galle the 20 March 1792. Was signed: v Hügel Colonel. To the Lord Governor and to the Noble Councilors of the regency of the Cape of Good Hope Agrees Goetz First Clerk 1301 H. 6. Copy Right Honourable, Valiant Lord! Honourable, Most Worshipful Lords! The undersigned Independent Fiscal, having received on the 18th of February last a copy of a Secret Letter, addressed by the delegated Lords Directors from the respective Chambers of the general Dutch Chartered East India Company in the assembly of 17 to the Governor and Council here on the 2nd of October 1790 and divided into 60 paragraphs, Has the honour, pursuant to and in fulfillment of the last, in which it has pleased Their High Mightinesses to order the members of this Council to send to the very same at the latest within three months their individual opinions, head for head, To the Governor and Council of Cabo de Goede Hoop. 1302. on all the considerations, and reports, information, and elucidations which were demanded therein, to submit briefly to your Right Honourable, Valiant and Honourable Worships: That with this cited order, he can ascribe no other intention to his lords and masters than in the first place, That each of the members shall give the necessary reports, information, and elucidations on all the points asked in that letter, namely in so far as it concerns his department, post, or administration; And in the second place, that the said assembly shall subsequently advise on some general points, also required in that letter, in so far as the knowledge, experience, and seniority of the respective Council members allows to each of them head for head. To comply with the first part, the undersigned has the honour to declare: That to the 58th paragraph, as concerning him directly, Since his High Masters therein find it fit to order that the independent fiscal shall be obliged to send yearly in a sealed paper to Their High Mightinesses an accurate statement of all the monies which he during that year, whether on account of fines or on account of compositions, directly or indirectly, and in whatever manner, alone or combined with other servants, shall have enjoyed, with indication of the dates on which those sums shall have been paid to him, He shall dutifully obey! That he will effectuate this with so much more zeal, since he holds himself assured that Their High Mightinesses will be able to be certified along that way that he is not accustomed ever to have anything of that nature paid to him, other than that of which he believes he must be fully convinced in his conscience that such is due to him in full justice. And with respect to the second, he finds himself obliged to declare further and in general: That he is unable to serve with any advice regarding the rest that appears in that letter, concerning the considerations, reports, information, and elucidations demanded therein.
Dutch transcription
1299 Dat, nadat de zaaken afgehandeld waaren, den heere Gouverneur meerm: heer Lesueur heeft toegeroepen, om zijn Ed=e in een der naaste Vertrekken te volgen. — Dat daar op de deur van dat vertrek ge¬ sloten geworden zijnde, door de gezamentlyke leeden, nog inde raadtaal aanwetende, hevige woorden Wisselingen, zonder dat dies in houde heeft kunnen worden verstaan, zijn gehoord geworden. — Dat kort daarna de deur door den heere ƒ te sueur met veel schielijkheid opengerukt en zijn Ed„e, wederom inde Vergaderzaal, dog met moeite, dewijl door den heere Gouverneur bij de rok tegengehouden wierd, zeer onthutst gekomen zijnde; Verhaalde zijn Ed„e aande zaadsleeden, dat den heere Gouverneur Zig in zoo verre had komen te vergeeten, dat hem Heere Leiueur in dat vertrek had uit¬ „gedaagd. - Dat vervolgens den heere Gouverneur ook weder te voorschijn zijnde gekomen, na eenige woorden wisselingen over het gebeurde den degen heeft getrokken en met zoo veel woede op meergem: heere Levueur is aangevallen, dat even tijd genoeg had, om zig met zijn rottang te verweeren, tot dat het geluk had met zijne s' linkerhand den degen des heere Gouverneurs te grijpen, als wanneer zig blootgesteld vond aan de lottang slagen vanden heere Gouverneur welke door dezelve met gelijke rottang slagen zijn beantwoord geworden, tot dat door het indringen van dikwijlsgem: heere Gouverneur met het ontbloote zijdgeweer, de heer le sueur t' ongeluk had over een der stoelen, aan het eijnde Van de Tafel Staande, te Huij¬ Cabo de Joede Hoop, den 21e: april 1792. Al het bovenstaande de zuijvere en oprechte waarheid zijnde, ben ik ten allen tijden bereijd (des gerequireerd wordende:) hetzelve met solemneele eede nader te bevestigen. „kelen en daardoor agter over te vallen, het welk dan ten gevolge had, dat zijn Ed„e den degen, welke tot dus Verre last gehouden had, Verpligt Was los te laaten, en zoude de heer te sueur op dat tijdstip zeer aparent aan de Verdere Woede van den heere Gouverneur zijn opgeoffert ge¬ „weest, indien niet de heer Rhenius, als het naaste daar bij staande, was toegespon¬ gen enden heere Gouverneur desselvs degen met geweld had Vastgehouden; Waardoor zijn Ed: dan ook eene kleene wonde tusschen de Voorste Vinger en de duim heeft bekomen gehad. W J„ d„ Reede van Oudtshovre „kelen 1300. De Soussigné Colonel Commandant du regiment de Wiertemberg, a l' honneur da rapresenter tres respectieu„ sement à Monsieur le Gouverneur et a Messieurs les Nobles Conseillers de la regence du Cap: que le deficit des Compagnies du dit regiment, arrivées de Batavia a Ceijlon exigeant un prompt rempla„ „cement pour le bien du service, et en aijant exposé la necessité du Gouvernement de Ceijlon et obtenu son agrement, H supplie Monsieur le Gouver„ „neur et Messieurs les Nobles Conseillers, de vouloir bien donner des ordres pour que les Recrues au depot du Cap, soient embarques par la premiere occasion pour Ceijlon. /:onderstond:/ Fait à sale le 20 Mars 1792. /:was geteekend:/ d Bugel Colonel. A Monsieur Le Gouverneur et a Messieurs les Nobles Conseillers de la regence du Cap de bonne Eopperanca Accordeert Goetz Eg Clercq F 1301 H. 6. Copij Wel Edele Gestrenge Heer! Edele E Achtbare Heeren! De ondergeteekende Independent Fis„ „caal op den 18. Februarij l. O. ontfangen hebbende Copia eene Secreete Missive, door de gecommitteerde Heeren Bewind„ hebberen, uit de respective kameren van de generale Nederlandsche Geoctroijeerde Oost Indische Comp:e ter vergadering van 17. aan Gouverneur en raaden alhier op den 2 october 1790. geaddresseert en ver„ deeld in 60. Paragraphen, Heeft de eere ingevolge en ter voldoening van de Laatste, in welke het Hun Hoog Ed: Groot achtb behaagd heeft, aande Leeden deeses raads te gelasten, om uitterlijk binnen drie Maanden aan Hoogst deselve te doen toekomen denzelven advijzen hoofd voor hoofd Aan Gouverneur en Raaden van Cabo de Goede Hoop. - 1302. op alle de Consideratien, en berigten, informatien en elucidatien, welke daarbij zijn gevordert. uwelEd= gestr en Edele achtb: kortelijk voorte dragen, Dat hij met deese aangehaalde ordre, geene andere intentie aan zijne Heeren en meesteren weet toe te schrijven, dan in de eerste plaats Dat een ieder der Leeden de nodige berigten, informatien en elucidatien zal geeven, op alle de poincten in die missive gevraagd, voor zo veel namentlijk zijn departement, post, of administratie aan gaat; En inde tweede plaats, de gemelde ver¬ „gadering vervolgens zal voorligten of eenige generaale poincten, meede in die missive geëijscht, voor zo verre de kundigheid, bedrevendheid en oudewins ding der respective Raadsleeden aan een ieder derzelve hoofd voor hoofd oe„ „laat. Om aan 't Eerste Lid te voldoen Heeft de ondergeteekende de Eere tede Cla„ reeren. Dat hij aande 58. 8 als hem direct Con„ cemeerende, Overmits zijne Hooge gebiederen daarby goedvinden te gelasten; dat de independent fiscaal verpligt zal zijn Jaarlijks in een verzeguld papier aan Hunne Hoog Edele groot achtte te doen toekomen, eene accurate opgaave van alle de penningen welke deselve geduurende dat Jaar 't zij uit hoofde van Boetens dan wel uit hoofde van Compositien, direct of indirect, en op wat manier ook al„ leen of met andere dienaren gecombineerd, zal hebben genoten, met aanwijzinge der datums, op welke die sommen aan Item zullen zijn betaald! Pligtschuldig zal obediëeren! Dat hij dit met zo veel te meer empres¬ sement zal effectueeren, vermids hij zig verzeekerd houdt dat Hun Hoog Ed groot Achtb langs dien weg zullen kunnen worden gecertioneert, dat hy niet gewoon is, immer iets van dien Aart aan zig te doen betalen, dan waarvan zy in zijn gemoed ten vollen overtuigd vermeend te moeten zijn dat zulx Htem summo ouze toekomt En ten opzigte van het tweede vind hij zig verpligt al verder en in t generaal te moeten declareeren. Dat hy buijten staat is, om het geen meer in die missive voorkomt, te dienen van eenige Adviesen, omtrend de Consideratien, berigten informatien en elucidatien daarby gevordert Edele om
English
because most of it concerns matters mentioned in the financial year 1785/8, during which time the undersigned was still in the fatherland, and which therefore occurred long before his arrival at Cabo. However, as regards the mismanagement that took place in the Hospital, and which may also have continued during the undersigned's presence here, he must leave this to the responsibility of the Chief Administrator and the other regents of that Hospital, since he has never been able or permitted to interfere with that administration in any other capacity than his fundamental role as Independent Fiscal, as this was in no way part of his department. It is true that the Military Commission that was present here drew up a draft regulation in this regard, in which the undersigned was also proposed as a regent, insofar as the duties attached to his office would permit, but the undersigned was unable to take this regentship upon himself: Firstly, because, intending to discharge his own office properly and to seek, as far as is in his power, to fulfill all the articles recommended to him in his instructions, he has not enough time left to occupy himself with other such matters. And secondly, because he would also not gladly hold himself responsible, neither before the Supreme Being nor before his Lords and Masters, both for the far-reaching neglect that the unfortunate patients in that Hospital had to endure, and for the scandalous malversations that took place in the provisions for the same, as appears from the calculation thereof in paragraph 8, just as the aforementioned gentlemen of the Military Commission had already made mention thereof. That the dispatch of the Ministerial letters and papers to patria mentioned in paragraph 9, as Your Right Honorable and Honorable Sirs are aware, is by no means entrusted to his care, and he at least, as far as he is concerned, has never contributed any delay to it. That he also has no other information than that this dispatch was made immediately by the Governor to His Most Serene Highness as Chief Director, which he provisionally imagined was sufficient, and subsequently, as soon as it was deliberated upon in council, to the Directors themselves. That, trusting that from now on better care would certainly be taken both for the patients and for the interest of the Company, and all the past having already been brought to the knowledge of his Lords and Masters, he considered that he ought not to anticipate Their High deliberations in this regard; whereas he would not otherwise have failed, as soon as the matters with which he was occupied at the time would have allowed him the time for it, to make his Office qua fiscal active regarding that mismanagement, all the more so since he dared to flatter himself at the time that he would certainly obtain impartial justice here in matters concerning the interests of the Company. That regarding the Company's outposts mentioned in paragraphs 35 and 37, he finds himself unable to produce anything whatsoever regarding whether or not they are useful to the Company, since up to now, both on account of prolonged physical indisposition and on account of his continuous occupations, he has not been able to find the time to go and see any of them. Excepting only Het Nieuwland and Rondebosch, which have always served as country residences for the temporary Governors, as he is informed, and the latter of which was graciously ceded by the present Chief Ruler first to Mr. Olof Godlieb de Wet and subsequently to Mr. S. I. Rhenius for such use, if these also belong under the designation of those outposts. That, applying what was just written, the undersigned must candidly confess to having not the slightest knowledge or idea thereof, and that up to this hour their number, names, size, and location remain entirely unknown to him.
Dutch transcription
1303. om dat het meeste van dien raakt zaken waarvan meldinge word gemaakt in 't Boekjaar 178 5/8. in welke tijd de ondergeteekende nog in 't vader„ „land was: en die dus lange voor zijne aankom„ „ste aan Cabo zijn voorgevallen. dat echter wat aanbelangd de wandirectie welke in 't Hospitaal heeft plaats gehad, en mogelijk ooke geduurende des ondergeteek„ aanweesen alhier bij Continuatie zal zijn voortgegaan, Hij zulx aan den Hoofdadmi„ „nistrateur en verdere regenten van dat Hospitaal ter verantwoording moet over laaten, als hebbende zig nimmer in eene andere dan zijne radicale qualiteit van Independent fiscaal, met die huijshoudin„ „ge kunnen of mogen bemoeijen, overmits dit in geenen deele van zijn departement en was. - Dat wel is waar door de alhier geweest zijnde Militaire Commissie, een project reglement dienaangaande is geformeerd waarbij den ondergeteekende, meede als regent wierd voorgesteld, voor zo verre de bezigheeden aan zijn ampt verknogt, zouden toelaaten, dog dat de ondergeteeke„ dit regentschap niet heeft kunnen op zig neemen. — Dat het afzenden der Ministerieele Brie„ „ven en papieren na patria § 9. voorkomende, gelijk aan uwelEdele gestrenge en Ed: achtte is bewust geenzints aan zijne zorge is toe„ betrouwd, en hij altans, voor zo veel hem aangaat, ten minste nooit geene vertra„ ging daarinne heeft toegebragt. Dat hij ook niet beeter en weet of die 1=o overmids hij zijnen port nabehooren zullende „tragten waarteneemen, en zo veel inzijn ver„ „mogen is, aan alle de hem in zijne instruc„ „tie aanbevoolene articulen zoeken te voldoen, geene tijd genoeg overhoud, omme zig met andere zoortgelijke zaaken op te houden. — En 2=o om dat Hij zig boven dien ook niet gaarne verantwoordelijk zoude willen stel¬ „len, nog voor het opperweesen nog voor zijne Heeren Meesteren, en wegens de verre gaande verwaarloozing die de ongelukkige Lijders indat Hopitaal moesten onderwin„ den, en wegens de schandelijke malver, satien, die inde verstrekkingen voor t zelve plaats hadden, zo als blijkt uit de bereekening daarvan §8. gelijk dan ook de voornoemde Heeren Militaire Com„ missarissen daarvan reede gewag hadden gemaakt. afzending 1=o 1304. afzending is dadelijk door den Heere Gouver „neur aan zijne Doorlugtigste Hoogheid als opperbewindhebber geschied, het geene hy provisioneel zig verbeeld heeft dat ^ voldoende was, en naderhand zo ras daarover in raade was gedelibereerd aan Heeren Bewindheb„ beren zelve. — Dat Hij vertrouwende, dat 'er immers all nu in 't vervolg beter zoude gezongd worden, en voor de Lijders en voor het in„ „tresse van de Compagnie, en al het voorleeden reede ter kennisse van zijne Heeren en meer „teren gebragt zijnde, vermeend heeft Hoogst denselven Deliberatien hier om„ „trend niet te mogen vooruitlopen: ter„ wijle Hij andersints „ niet zoude nage¬ laaten hebben, zo ras de zaaken, waarmeede hij des tijds in opere was, hem de tijd daartoe zoude hebben verleend, zijn Officie Qua fiscus, omtrend die wandirectie werkraam te doen zijn: te meer alzo hy zig als doen dorst flatteeren, alhier immers in zaaken de belangens der Compagnie Concerneerende, eene oppartydige Justitie te zullen erlangen. Dat aanbelangende de Compagnies buijten porten § 35. en 37: voorkomende Dat hij zig buijten staat bevind, iets het minste omtrend de al of niet nut„ „tigheid derzelve voor de Compagnie, te kun„ nen voortbrengen, daar hij zelfs tot hier toe, en wegens langduurige lichaam ongesteldheid, en wegens zijne Continueele occupatien, geen tijd heeft kunnen uitvinden, om een van alle deselve te gaan zien, Het Nieuwland en Rondeboye, welke bij de altoos tot buijten verblijven voor de tijdelijke Heeren Gouverneurs, zo als hij g'informeerd is, hebben gediend, en waar„ van het laatste door den tegenswoordige Hoofdgebieder eerst aan den Heere Olof Godhebde wet en vervolgens aanden Heere S: I: Rhenius tot een zoda„ nig gebruijk gratieuselijk is gecedeert zo deselve almeede onder de benaminge dier buijten posten gehooren, alleen uitgesondert. — Dat het zo even gesz meede applicatie de ondergeteekende rondement moet bekennen, geene de minste kennis ofte idée daarvan te hebben, en dat aan hem tot deeser uure derzelver getal, benaming, groote en legging nog geheel onbekend is de ondergeteekend heeft
English
1305 has on the 40th, 41st, 42nd & 56th § 8, concerning the Company's forests, the reduction to be borne in the number of the Company's slaves below that of 450 heads, likewise the Company's buildings, the salt pans and mills. That with respect to § 57, the undersigned, in order to commit no errors or omissions, leaves it to those whose duty it is to collect the same, to submit a report to Your High Noble Greatness on all taxes currently levied here, how high they are, and by whom they are received, insofar as this might not yet have been done. And following such a remarkable change in the military forces of this garrison, if his Lords Masters wish to keep in view the preservation of the possession of this Colony for the Company, and to take it as a basis, as is proper, he would in good conscience not dare to advise, rebus sic stantibus, imposing any further new taxes on a community already found by experience to be so recalcitrant, constantly grumbling, and dissatisfied, which he believes he has reason to assume they would at least not now obey; but merely to allow the taxes currently being paid to continue on the same footing and rate. That finally, with regard to § 59, during the undersigned's stay at the Cape, neither the Lord Governor, nor he himself, nor anyone else has ever or in any way prevented any of the members of the council from inserting their private advice in the minutes with or after the resolutions, or from making any notes against what was resolved contrary to their sentiment, to the effect that the same would be brought to the attention of Your High Noble Greatness, which they would consider to be extremely unreasonable and unjust; but rather that it was disputed to them, as has indeed sometimes been claimed, that their advice or note should be inserted into the text of the resolutions themselves, which would thereby ultimately become exceedingly extended, unintelligible, and obscure. Which the undersigned is still of the opinion is not expedient. That furthermore the undersigned, jointly with Your Honorable and Worshipful Honors, will strictly assist in giving effect to all the orders prescribed by the Lords Masters, up to the reductions and changes listed in that letter, insofar as these might not yet have been actually fulfilled. And herewith the undersigned hopes to have satisfied the commands of his superiors cited above, as far as pertains to him, and to the best of his knowledge and belief. Underneath stood: Done, Cape, 9 May 1791. Was signed: J: N: S: van Lijnden Agrees: Goetz, First Clerk. No. 7 1306. Colonel Gordon, having seen from the Extract Resolution of 17 April last that the council has now been satisfied with the apologies of the Deputy Fiscal Puiter concerning his handling of the ordered investigation into the complaints against Captain Sandol, so seriously addressed to this government by the High Indian Government; together with everything that is established here locally against that Captain, as appears from the documents long since submitted by him, the Colonel, in his capacity as head of the militia, and even since reinforced by him, the Deputy Fiscal, with three more new statements, can by no means be satisfied with this nor with the entire handling of this so important matter, and does not acquiesce in what was decided regarding a similar writing from Captain Sandol and the recusal of a court martial here, but finds himself obliged, for his exoneration as head of the militia and co-governor of this Colony, to protest against all of this, leaving such to the accountability of those to whom it belongs, and requests that this may be recorded and, together with all documents pertaining thereto, be dispatched by first opportunity both to the Lords Majores in Europe and to the High Indian Government. Was signed: R: J: Gordon, Colonel and Head of the Militia. Agrees: Goetz, First Clerk. Copy 1307. No. 8. To the Lords Seventeen of the General Netherlands Chartered East India Company at the Chamber of Amsterdam. Patria Per the Country's brig of war De Vlieg. Noble, Honorable, Venerable, Most Wise, Prudent and Very Generous Lords, Commanding Lords! Having this morning received from the Resident of False Bay, Christoffel Brand, a small packet addressed to Your Noble Greatness, by the Captain of
Dutch transcription
1305 heeft op de 40=en 41=e 42=e & 56. S 8. raakende 's Compagnies Houtbosseren, te te lijdene reductie in 't getal der Compagnies slaven beneden dat van 450. koppen, item s'Compagnies gebouwen, de zoutsan, nen en Molens. Dat ten opzigte van §57. De ondergeteekende ten einde geene Abuij„ „zen ofte omissien te begaan, overlaat aan de geene welke dezelve moeten in Cassee„ „ren, om aan Hun Hoog Ed: gr: achtb opgaave te doen, van alle belastingen die thans alhier worden geheeven, hoe groot deselve zijn, en door wie die genooten worden, voor zo verre zulx nog niet mogte zijn geschied En na de zo merkelyke verandering in de krijgsmagt van dit Guarnisoen zijne Heeren Meesteren wil hij het behoud van de possessie deese Colonie voor de Compagnie in't oog houden, en gelijk het behoord voor eene basis neemen, in goeden gemoede niet zoude durven adviseeren, omwe rebus sic Stantibus, eene bij Experientie reeds bevondene zo recaleitrantie, steeds morrende, en ontevreedene geduurende het verblijf vanden onderget: aan Cabo nog door den Heere Gouver„ „neur, nog door hem zelve, ofte iemand anders, aan den der Leeden van den raad voit ofte immers is belet geworden zijn particulier advijs inde Notulen by ofte agter de Resolutien te doen insereeren, ofte eenige aanteekeningen tegens het contrair aan zijn gevoelen geresolveerde te mogen doen, ten effecten omme deselve onder het oog van hun Hoog Ed= groot achtb te doen komen, het geene zij als ten uittersten onreedelijk en onbillijk zou de aanmerken. - maar wel dat aan deselve is betuist, gelijk wel eens is gepretendeerd gewor¬ den, dat hun advijs ofte aanteekening in de Contenue der resolutien zelve § 59. gemeente, eenige meerdere nieuwe belastingen op te leggen, waar aan, hij reeden meend te hebben omme te moeten gelooven, dat zij althans nu niet zouden obedieeren; Maar alleen om de thans betaald wor„ dende lasten, op dien zelfden voet, en act te doen blijven voortgaan. Dat eijndelijk met betrecking tot gemeen L:oude zouden worden ingelast: die daardoor ten laatsten uittermaten zeer geextendeert onverstaanbaar en duijsters zouden moe ten worden. — Het welke den ondergeteekende al nog van gevoelen is niet oorbaar de zyn Dat overigens de ondergeteekende met uwelEd: Gestr en Ed: achtte gemeenzamerhand, alle de doorheeren Meesteren voorgeschreevene ordres, tot de in die missive opgetelde redue tien en veranderingen, stipkelijk voor zo veel daaraan nog niet werkelijk mogte zijn voldaan, zal helpen effecten En hiermeede verhoopt de onderget Aande beveelen van zijne gebiederen hier vooren aangehaald, voor zo veel hem aangaat, en na zijne beste kennis en wetenschap te zullen hebben voldaan /:onderstond/ Actum Cabo den 9 May 1791. /: was geteekend/ J: N: S: van Lijnden Accordeert Goetz Eg Clercq. eeren. — N. o 7 1306. De Colonel Lordon gesien hebbende uit de Extract Resolutie van den 17 April E:l: dat de raad thans genoegen genoomen heeft inde verontschuldiginge van den adjunct Fiscaal Puiter omtrent zyne behandeling in het geordonneerd onderzoek der klagten teegen Capit.:n Sandol, deeze regeering door de hooge Indiasche regeering soo sericus aangeschreeven; beneffins al het geene alhier ter plaatze tegens dien Capit:n Consteerd, zo als blykt uit de door hem Colonel, in zyne qualiteit als hoofd der militie reeds lange overgelegde stukken en zelfs door hem adjunct fiscaal zeedert met nog drie nieuwe verklaaringe ver„ sterkt, — kan geenzints in deezen nog in de gantsche behandeling van deeze zoo importante zaak genoegen neemen en beruste nog in het geen omtrent een diergelijk geschrift van Capit:n Saudol en het recuseeren van een kruygsraad alhier, beslooten is, maar vind zig, ter zyner decharge als hoofd der militie en meede regent van deeze Colonie, ver„ pligt teegen al dit te protesteeren, zulx ter verantwoording van dien het Compiteerd overlaatende en verzoekt dat dit mag aan geteekend en beneffens alle hier toe specteerende stukken, p. r eerste geleegendheid zo wel aan de heeren Majores in Europa, als aan de hooge Indiasche regeering moeten verzonden worden /:was geteekend/ R: J: Gordon Colonel en hoofd der militie Accordeert Goets Copia ba Clercq. 1307. ooost shase Compagnie ter zamer No. 8. Patria van de Rehidale veerlandsere gesetroijeerde P„r 's Lands brik van oorlog e de Vlieg Gebiedende Heeren! Heeden mergen van den Resident der Baaif als Christoffel Brand ontfangen hebbende een Pacquetje aan e UWel Ed: Groot Achtb geaddresseerd, door den Capitein Wel Edele Erntfeste„ groot Agtb: wel wijze¬ voorzienige en zeer Genereuse Heeren, Amsterdam van
English
1308: of the ship De Drie Gebroeders handed over to him yesterday, together with the long and short bill of lading, expense accounts, and wage papers of that vessel, we hasten to present the aforementioned enclosed papers to Your Right Honorable Noble Worships, so that they may be sent to Your Right Honorable Noble Worships by that vessel before the departure of the said brig De Vlieg, currently arriving in False Bay, while we have at the same time written to the aforementioned resident to place simultaneously upon the same vessel two cases of papers previously received by him from the ship De Drie Gebroeders, to be delivered to their respective addresses in the Netherlands. Having dutifully reported in our recent letter what was done by us regarding the unfortunate ship De Drie Gebroeders, as well as stated which goods were unloaded from it, we may now further inform Your Right Honorable Noble Worships that Resident Brandt has reported to us that, although there appears to be no hold space whatsoever Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Prudent, Foreseeing, Very Generous, and Commanding Lords in the hold of the ship De Vrouwe Catharina Johanna, one can nevertheless in a very easy manner, by placing two bulkheads between decks at the stern, load into the Vrouwe Catharina Johanna all the goods that came dry from the ship De Drie Gebroeders, along with the cloves which can in the meantime still be dried, wherefore we shall also make use of that opportunity and space to send the said goods to Your Right Honorable Noble Worships, and respectfully give notice thereof to the Right Honorable Noble Directors of the Chamber of Hoorn, for which the ship De Vrouwe Catharina Johanna is repatriating. We further profit from this opportunity to advise Your Honors of the safe arrival yesterday of Your Chamber's own ship Vasco da Gama, with 54 dead and 18 sick, destined for Ceylon, whither we shall dispatch it as quickly as possible. We commend Your Right Honorable Noble Worships to God's safe keeping, and remain with all respect. 1309. In the Castle of Good Hope, the 18th of June 1792: Your Right Honorable Noble Worships' very humble and obedient servants. We must not fail to make use of the opportunity that the national brig De Vlieg is here in readiness to depart for the Netherlands, to have the honor to communicate to Your Right Honorable Noble Worships that, after a fairly prosperous journey, we arrived here yesterday safe and in good health on the national frigate De Amazone. To the Assembly of the Seventeen: Right Honorable Noble Lords! Johannes Graevestein Reede van Oudtshoorn 1310 On board the national frigate of war De Amazone, lying in Simons Bay, the 19th of June 1792. From where, as soon as the necessary arrangements for our reception have been settled, we shall continue the journey overland to the Cape of Good Hope. We found lying here the aforementioned national brig De Vlieg, carrying a packet containing dispatches to Your Right Honorable Noble Worships from the Malabar Ministers, which packet, having been opened and read by us in accordance with the qualification granted to us by our Instruction, we forward herewith again to its destination. We commend Your Right Honorable Noble Worships to the protection of the Almighty and remain with all respect, Right Honorable Noble Lords, Your Right Honorable Noble Worships' obedient servants, The Commissioners-General over all of the Dutch East Indies. S. C. Nederburgh S. H. Frijkenius 1311 To the Right Honorable Noble Lords Directors By the national brig of war De Vlieg to the Fatherland, Middelburg: deputed to the Illustrious Assembly of the 17, representing the General Netherlands Chartered East India Company at the Presidial Chamber, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Most Wise, Foreseeing, and Very Generous Lords! High and Mighty Lords! As the national brig of war De Vlieg, with which we took the liberty to address our recent respectful letter dated the 15th of this month to Your Right Honorable Noble Worships, 1312. the 15th of this month to Your Right Honorable Noble Worships, is still in the roadstead of False Bay, we make use of this opportunity to bring with all humility to the knowledge of Your Right Honorable Noble Worships that the following two ships have again arrived safely in the aforementioned bay, namely: On the 17th of this month, the Honorable Company's ship Vasco da Gama, with 34 dead and 82 sick, and the national frigate of war De Amazone, there having arrived with the latter vessel in a reasonable state of health the Right Honorable Lords Master Sebastiaan Cornelis Nederburgh and Simon Hendrik Frijkenius, Commissioners-General over all of the Dutch East Indies and the Cape of Good Hope. Immediately upon receipt of this joyful news, the undersigned Cellar Master, Cashier, and Dispenser, along with the Secretary of our Council, set out on a journey to False Bay, where, having arrived the following day, they proceeded on board the frigate De Amazone to compliment Their High Nobilities on their safe arrival and
Dutch transcription
1308: van 't schip de drie Gebroeders aan hem gisteren afgegeeven beneevens het lang en kort factur cognoscement, onkostreeken„ ningen soldij papieren van die Bodem, zo empresseeren wij ons de voorsz: Papieren deeze ingeslooten, aan Uwel Ed. Groot Aatb: aantebieden ten einde nog voor het vertrek van gem: Brik de Vlieg in Baaif als aankoomende, per dat vaartuijg aan UwelEd: Groot Achtb: te worden toegezonden terwijl wijteffens den voorsz: resident hebben aangeschreeven om te gelijk op merm Vvartuig te platen twe lases met sapieren door hem bevoorens van 't Schip de drie Gebroeders ontfangen, om aan derzelver respective adressen in Nederland te worden afgegeeven. Bij onedemede Jmngste etere an dede roe ele ligt schuldig verslag gedaan hebbende va 't geen ten aanzien van 't onge¬ luckkig schip de drie Gebroeders door ons was verigt mitsg:s opge„ geeven welke Goederen uit het zelve waaren gelost de mogenevij thanes UwelEd: Grot Achtb: nader bedeelen dat den resident Brandt ons heeft berickt dat schoon vr geen ruim te hoegenaamd komt te zin WelEdele Erntfeste Groot Achtb welwijze voor¬ zeenig zeer genereuse en Gebiedende Heeren in 'truim van 't schip de Vrouwe Catharina Johanna, men egter op eene zeer gemakkelyjke wijse met het zeten van twe schotten tuschen deks, aan het agterliek, alle de Goederen welke droog uit het schip de drie Gebroeders zijn gekoomen met de Naguelen die intusschen nog kunnen worden gedroogd in de vrouwe Catharina Johanna zei kinnen aflaaden, wehalven wij dan ook van die geleegendheiden ruimte ge¬ beuijk zullen maaken om Uw Ed Groot Achtb:r de gem: Goederen te doen toekoomen en daar van eerbiedig kennisse geeven aan de WelEdGgroot Achtb: Heeren Bewindhebberen ter Kamer Hoorn waar voor 't schip de Vrouwe Catharina Johanna repatriceerd Wij presiteere voort nog vandeer gegendhed UwEd goedehlt adi seeren de behouden aankomst op gisteren van hoogst derzelver kamer schip Vasco de Gama met 54 dooden en 18 zieken gedestineerd na Ccilon, verwaards wij't zelve ten spoedigste zullen depecheeren. — Wij beveelen UwEd Groot Achtb in Godes veelige hoede, en blijven met alle Eerbied. in Eer 1309. Int Casteel de Goede Hoop den 18 Iunij 1792: UWer WelEd: Groot Achtb: zeer onderda¬ nige en Gehoorzaame Dienaaren Wij mogen niet afzijn gebruik te maaken van de geleegendheid, dat de s'Lands brik de Vlieg zig alhier in gereedheid bevind om naar Neder„ land te vertrekken, om de her te hebben UwelEd Hoog achtb: te Communiceeren, dat wij na eene tamelijke voorspoedige reijze gisteren alhier behouden en in goede welstand met 's lands Fregat de Amazone zijn aangekomen, aande Vergadering van W71:- Wel Edele Hoog Achtbaare Heeren! Johinnus Gveroel Reedevan Oudtshoorn van waar wij 1310 Aan Boord van 's Lands Fregat van oorlog de Amazone leggende in de Simonsbaaij den 19:e Junij 1792. — van waar wij, zo ras de nodige arrangemen„ „ten tot onze receptie zullen zijn gearres= „teerd, de reijze over Land naar de Kaap de Goede Hoop zullen voortzetten. Wij vonden alhier leggende de gemelde s' Lands Brik de Vlieg, overbrengende een pacquet houdende depeches aan uw. Ed: Hoog achtb: van de Mal„ labaarsche Ministers, welk pacquet door ons, ingevolge de qualificatie op ons bij onze Instructie verleend geopend en geleezen zijnde, wij hier neevens weeder na desselvs destinatie voortschikken. — Wij beveelen Uwel EdelEdele Hoog Wel Edele Hoog achtbaare Heeren. Uewel Edele Hoog Achtbaare Gehoorzame Dienaren. De Commissarissen Generaal over geheel Nederlandsch Indie. - achtbaare in de bescherming der Allerhoog„ „sten en verblijven met alle eerbied. — P: C: Nederburgh Z S: H: Trikenius Achtbare 1311 Aan de wel Edele Hoog Achtb: Heeren Bewindhebberen P:r rlands bring van oerdag Patria. eerde oost Indische Compagnie ter praesidiale Camer Gecommitteerd ter Ielustre vergadering van 17=nen representeerende de Generale Nederlandsche Geoctroij= Wel Edele Erntfeste, Hoog Achtb: Hoogwijze Voorzienige en zeer Genereuse Heeren! Hoog Gebiedende Heeren! 'S Lands Brik van oorlog de vlieg„ waarmeede wij de vrijheid hebben genomen onze jongste eerbiedige Letteren sub dato de vlieg Middelburg: 15e. deeser 1812. 15. e deeser aan Uwel Edele Hoog achtb: te addresseeren, zich noch ter rheede van Baaifals bevindende, zo maaken wij van deese geleegendheid gebruik, met alle onderdanigheid, ter kennisse van Uwel Edele Hoog Achtb: te brengen, dat in evengem: baai wederom behouden zijn aangeland de twee volgende scheepen, als Op den 17. deeser sE Comp:s schip Pasco de Tanmia met 34. dod: 82 s' Lands Fregat van oorlog de Amazone, zijnde met laatstgem bodem in redelijken staat van gezond„ heid aangekomen, de Hoog Edele Heeren M=r Sebastiaan deese Colomen Cornelis Nederburgh en Simon Hendrik Tirijkenius, Commissarisse, generaal, over geheel Neerlandsch indie en Cabo de Goede Hoop„ Direct op den ontfangst van deeze heuchelijke tijding, hebben zich den ondergeteekenden Kelder= „meester, Cassier en Dispencier, met den Secretaris onzes raads op reise begeeven naar Baaij Fals, alwaar des anderen daags gearriveerd zijnde, zij zich hebben vervoegd aan Boord van het Fregat de Amazone, omme Hunne Hoog Edelhedens te Complimenteeren, over Hoogst: derzelver behouden arrivement en Cornelis
English
Colony, and further to receive Their High Honours' orders concerning the time and manner in which they would please to proceed to this Principal Place, for which Saturday the 23rd of this month has been determined by Their High Honours; thus the aforementioned council members, having returned here yesterday, shall proceed again to False Bay tomorrow in order to receive the further orders of Their High Honours, and to accompany them to this Castle, where we shall not fail, during Their High Honours' stay in this Government, to show the same such deference, obedience, loyalty, and honour as we owe to the eminent character with which it has pleased His Serene Highness our Hereditary Stadtholder and Your Noble Grand Mightinesses to invest the most aforementioned Gentlemen Commissioners. We commend Your Noble Grand Mightinesses and the precious interests of the Noble Company into God's safe keeping, and remain with all possible respect, Noble, Stern, Highly Respected, Highly Wise, Prudent, Very Generous, and High Governing Lords! Your Noble Grand Mightinesses' very humble and very obedient Servants, Reede van Oudtshoorn A. Theunius J. G. Gerricke In the Castle of Good Hope, the 21st of July 1792. Per the Warship of the State, De Vlieg. To the Noble, Stern, Highly Respected, Most Wise, Prudent, and Very Generous Gentlemen Directors of the General Chartered Dutch East India Company at the Chamber of Amsterdam in the Fatherland. Noble, Stern, Highly Respected, Most Wise, Prudent, Very Generous, and Governing Lords! On the 18th of this current month we wrote our latest humble letters, of which the duplicate is enclosed herewith, to Your Noble Grand Mightinesses, and which mainly served to accompany a packet addressed to Your Noble Grand Mightinesses and brought here by the ship De Drie Gebroeders, together with the long and short invoice, bill of lading, expense account, and pay documents of that vessel. We had enclosed all the aforementioned documents together, and on the occasion of Captain Droop having to travel from here to False Bay on the 18th of this month, handed them to him for delivery to Resident Brand, in order to be presented by the latter to Mr. Zeegers, Commander of De Vlieg, with the request to be pleased to take charge of them and to ensure their prompt delivery to Your Noble Grand Mightinesses. However, since the said packet was lost between Kalk Bay and False Bay, caused by the lining of the coat of the said Captain Droop having torn open, so that the packet slipped through without this having been noticed by the said Droop, we deem ourselves unavoidably obliged, Noble, Stern, Highly Respected, Most Wise, Prudent, Very Generous, and Governing Lords! to inform Your Noble Grand Mightinesses thereof on this occasion, and at the same time to report that all searches which have been conducted both from this Principal Place and from False Bay to trace the aforementioned packet of papers have thus far been in vain. We commend Your Noble Grand Mightinesses and the precious interests of the Noble Company to the safe keeping of God, and remain with all due respect, Your Noble Grand Mightinesses' very humble and obedient Servants, J. G. Gerricke Reede van Oudtshoorn H. Theunius In the Castle of Good Hope, the 21st of June 1792. Per the Warship of the State, De Vlieg. To the Noble Gentlemen Directors of the General Chartered Dutch East India Company at the Chamber of Amsterdam in the Fatherland. Noble, Stern, Highly Respected, Most Wise, Prudent, and Very Generous Gentlemen! Governing Lords! Having respectfully informed Your Noble Grand Mightinesses by our latest humble letter of the 18th of June last that we would make use of the space found between decks on the ship De Vrouwe Catharina Johanna to load therein all the spices and other goods that had already come ashore dry from the stranded ship De Drie Gebroeders, together with the cloves that could still be dried in the meantime; and it having been found during the loading of those goods that the tamarind and arrack salvaged from De Drie Gebroeders can also be shipped on the vessel De Vrouwe Catharina Johanna; we therefore submit this for the purpose of dutiful communication, that we have issued the necessary orders to have that shipment carried out, and that the aforementioned ship, Noble, Stern, Highly Respected, Most Wise, Prudent, Very Generous, and Governing Lords! We commend Your Noble Grand Mightinesses and the precious interests of the Noble Company to the safe keeping of God and call ourselves with all respect, De Vrouwe Catharina Johanna, will be mustered on the 7th of this month, in order to be able to undertake the voyage to the Netherlands. Your Noble Grand Mightinesses' very humble and obedient Servants, J. Theunius R. J. Gordon J. D. P. Serrurier J. G. Gerricke In the Castle of Good Hope, the 2nd of July 1792. Per the Warship of the State, De Vlieg. To the Noble, Stern, Highly Respected, Highly Wise, Prudent, and Very Generous Gentlemen Directors deputed to the Illustrious Assembly of the Seventeen, representing the General Chartered Dutch East India Company, at the Presidial Chamber of Middelburg in the Fatherland. Noble, Stern, Highly Respected, Highly Wise, Prudent, and Very Generous Gentlemen! High Governing Lords! By our humble letter of the 21st of the just-departed month of June, we had the honour to inform Your Noble Grand Mightinesses
Dutch transcription
1310 Colonie, en verders Hunner Hoog Edelens beveelen te ontfangen, over de tijd en wijze op welke zich naar deese Hoofdplaatse zouden gelieven Neum te begeeven, waartoe door Hoog Ede„ „lens Zaturdag den 23. deezer bepaald zijnde, zo zullende Voormel„ de raadsleeden, op gisteren alhier gereverteerd, zich morgen wederom naar Baaij Fals begeeven, om de nadere ordres van Hunne Hoog Edelens te Ontfangen, en dezelve te vergezellen naar dit Casteel, alwaar wij niet zullen nalaten geduurende Hunner Hoog Edel heedens verblijf in dit Gouverne„ Wij beveelen Uwel: Edele Hoog Achtb=e en de dierbaare belangens der Edele Maatschappij ¶ Hoogt dezelve „ment ^ zodanige stulde, gehoor„ zaamheid, trouwe en eere te „ bewijzen, als wij verschuldigd. zijn, aan 't eminent caracten waarmeede het zijnen door„ „luchtigen Hoogheid on„ zen Erffstadhouder en Uwel Edele Hoog-achtb heeft behaagd Hoogstgem:e: Heeren Commissarissen te bekleeden. - ment in 1314 in Godes veilige Goede, en blijven met alle mogelyke eerbied. Wel Edele, Erntfeste, Hoog achtb: Hoog wijze voorzienige, zeer Genereuse en Hoog Gebiedende Heeren! Uwer Reede van Outtehoorn A Thinius Uwer welEdele Hoog Achtb Zee onderdanige en zeer gehoorzame Dienaren Int Casee de gede hoof den 21: Julij 17930 GGberrik E 1315 P=r 's Lands briet van oorlog van n gemereade Here andeere gesecoijeerde oost Indische Compagnie ter kamer Patria Wel Edele Erntfeste„ groot Achtb: wel wijze voorzienige en Leer genereuse Heeren, Gebiedende Heeren! Op den 18 deezer loopende maand hebben wij onze Iongste onderdanige letteren waar van het diplicat neevens deerdis gevoegd, aan uwdelEdele Groot Achtb: geschreeven, en de Vlieg Amsterdam dezelve min 1316. dezelve ten principale doen streken tot bijgeliede van een Pacquetje geadreseerd aan UuwdelEd: Groot Achtb:r en per het schip de drie Gebroeders alhier aangebragt, beneevens het lang en kotfactiur Cognoscement, onkostreekening en soldij„ papieren van die Bodem. Wij hebben alle de voorsz: Papieren, met den anderen geslooten bij gelegendheid dat den Capit: Droop zig op den 18 deezer van hier naar Baaif als moest begeeven, aan hem ter bestelling aan den resident Brand meede gegeeven, ten einde door deezse aan den Heere Zeegers Commanderen de de lieg te worden inhandigt met verzoek zig met dezelve wel te willen chargeeren, en voor sch vromst berorging an udelEdele Groet Scht te vilen waarm dan nadien het gemelde Pacquetje is te zoek geraakt tusschen de Kalkbaai en Baaifals, veroorzaakt door dat de voedering van de rok van gem: Capit:n Droop op gescheurd geraakt eijnde het Pacquet was doorgeschooten zonder dat zulx door meerm.d droop was gemerkt geworden, zoo achten wij ons onvermijdelgj Wel Edele, Erntfeste, groot Achtb: wel wijze, voorzienige zeer ge„ nereuse en Ge„ biedende Heeren vorpligt uwel Edele Proot Achtb daar van nog bij deeze geleegendheid kennisse te geeven en teffens te berichten, dat alle perquisitien welkemen zoo van deeze hoofdplaatze als van Baaif als ter opspeuring van 't meerm:r Pacquetje Papieren heeft laaten doen tot nu toe vrugteloos zijn geweest. Wij beveelen uwelEdele Groot Achtb en de dierbaare belangens der Edele Maatschappij in de veilige hoede Godes en blyven met alle verschuldigde eerbied verpligt Wer 1317 Int Casteel de Goede Hoop den 21 Iuny 1792: Pr 's Landsbaek van oorlog, de Vleeg UWer WelEdele Groot Achtb: zeer onder„ danige en Gehoorzaame Dienaaren Everrek date vandu ehoron Gebiedende Heeren! Bij onew Jongs onderdang Letten van den 18 Iunij Jongstleeden aan UWel Edele Groot Achtb: eer biedig Kennis gegeeven hebbende, dat wij van de ruimte welke zich WelEdele, Erntfeste Groot Agtb: wel wijze, Voorzienige en zeer Genereuse Heeren. Amsterdam Aan de Wel Edele Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche g'octroijeerde Oost. / Indische Compagnie ter Kamer Patria. HChemius in 8 1875 in het schip de Vrouwe Catharina Johanna tusschen dekes kwam te bevinden, gebruik zoude maaken, om daarin aftelaaden, alle de speceryen en andere Goederen welke bereids droog uit het op strand leggend Schip de arie Gebroe¬ „ders waaren gekoomen, met de Nagulen die intussehen nog zouden kunnen owor den gedroogt; en onder het laaden van die Goederen bevonden zijnde, dat ook de Tamarinde en Arack uit de drie Gebroeders geborgen, in het schip de Vrouwe Catharina Iohan „na zullen kunnen worden afgescheept; zoo laaten owij deeze dien en ter Pligtschuldige Communicatie dat wij de nodige Ordres hebben gesteld, om die afscheeping te laaten geschieden, en dat omeermelde Schip Wel Edele, Erntfeste, Groot Agtb: Wel wijze, Voorzienige, zeer Genereuse, en Gebiedende Heeren Wij beveelen U Wel Edele Groot Achtb: en de Dierbaare belangens der Edele Maatschappije in de vveilige hoede Godes en noemen ons met alle Eerbied de Vrouwe Catharina Iohanna op den 7 deezer zal worden gemonsterd, om de Reize naar Nederland te Kunnen aanvaarden de Uwen 1319 Patria. - Int Casteel de Goede Hoop den 2=e Julij 1792. Uwer Wel Edele Groot Achtb: zeer onderdanige en gehoorzame Dienaaren Johenius R: J: Gordon. J: D: P Suiur GGverret de Vlieg Rijslands bn k onterli Hoog„ gebiedende Heeren. Bij onze onderdanige Letteren van den 21=te der evenafgeweeken maand Junij, heb„ „ben wij de eere moogen hebben uwel Wel Edele Erntfeste, Hoog Achtb: Hoogwijse, voorzienige n zeer genereuse Heere. Middelburg Aan de Wel Edele Hoog Achtb: Heeren Bewindhebberen gecommitteerd ter Jlustre vergadering van zeeventhienen, representeerende de generale nederlandsche g'octioijeerde Oostjndische Compagnie, ter praesidiale kamer Edele te
English
Noble High Honorable, to communicate the safe arrival in False Bay of the High Noble Lords Commissioners-General over the whole of Netherlands India, Mr. Sebastiaan Cornelis Nederburg and Simon Hendrik Frijkenius, and as the Country's Brig of War the Vlieg is still in False Bay, we shall let this serve principally to make a respectful report to Your Noble High Honorable of what has occurred regarding the said High Lords Commissioners-General to this day in this Government. As soon as we took up for resumption Your Noble High Honorable's revered orders of 31 May of the past year, whereby You pleased to give us notice of the appointment of the said Lords Commissioners-General, we also immediately drafted and established such orders and regulations according to which everyone would have to conduct themselves upon the arrival of Their High Nobilities in these roads, of which we take the liberty to present an authentic copy to Your Noble High Honorable. When the time approached that one had to doubt whether Their High Nobilities, on account of the season, might not see themselves forced to put into False Bay, we again prepared and established such orders and regulations as had to be observed in that case, of which we likewise present an authentic copy to Your Noble High Honorable herewith. In drafting the last-mentioned regulations for the reception of Their High Nobilities, we did not specify what salute should be given by the ships of the Honorable Company, both because no ships of the Honorable Company were then lying in False Bay and in the hope that the ship on which the said Lords Commissioners-General were present, being a well-sailing frigate, would arrive in False Bay sooner than the ships of the Honorable Company that had sailed at the same time with it; but since, after the drafting of the last-mentioned orders and before the arrival of Their High Nobilities in False Bay, some ships of the Honorable Company happened to arrive, we further determined that when the salute which was to be given from the shore as soon as the said Lords Commissioners had come to anchor was answered by the frigate on which Their High Nobilities were present, this counter-salute would be answered again with 21 shots from the shore, and that subsequently all the ships of the Honorable Company lying in the roads, each according to rank, should likewise come to salute Their High Nobilities by discharging their cannon; and that this salute should even have to take place even if the frigate of the said Lords Commissioners-General should not return the initial greeting given from land. Both the last-mentioned orders and regulations having been approved by the High Noble Lords Commissioners-General, the same were then observed in all respects, and the members of our Council who, pursuant to our aforesaid latest letters, had returned from False Bay on 20 June last, having betaken themselves thither again on the 22nd, and on the following day escorted the said High Noble Lords Commissioners-General from False Bay to this Castle, where Their High Nobilities arrived on the same day at two o'clock in the afternoon. After Their High Nobilities had taken their seats in the Council Chamber, a very powerful and moving address was delivered to us by the High Noble Lord Mr. Sebastiaan Cornelis Nederburg, both regarding the reasons that had moved Their High Nobilities to accept, upon the request of Your Noble High Honorable, the Commission-General over the whole of Netherlands India with its appendages, and with respect to the desolate state in which the affairs of the Honorable Company currently find themselves, of which we likewise take the liberty to present a copy to Your Noble High Honorable, and to which emphatic address the undersigned Commander responded to Their High Nobilities: that he, as well as all of us, having long been impressed by the deplorable state of the Company, which Their High Nobilities had come to expose in such a striking manner, had not failed from the moment he had been afforded the opportunity by the departure of Governor van de Graaff to exert every effort with us to facilitate as much as possible for Your Noble High Honorable the means to make the redress of affairs here take effect in an efficacious manner; that to that end the orders of Your Noble High Honorable, as far as the circumstances of time and affairs would in any way allow, had been strictly followed and put into execution, with that happy result that not
Dutch transcription
1320. Edele Hoog Achtb: te communiceeren de behouden aankomst in Baaijfals van de hoogedele Heeren Commissarissen ge„ neraal over geheel neerlands Jndia M:r H bastiaan Cornelis Nederburg en Simon Hendrik Frijkenius, en zullen daar 'sLands Brik van Oorlog de Vlieg zich noch in Baaijf als bevind, deeze ten prin cipaale laaten dienen, om aan uwel Edele Hoog Achtb: eerbiedig verslag te doen van 't geene omtrent Hoog welgemelde Heeren Commissarissen generaal tot heeden toe ten deeze Gouvernemente is voorgevallen. - Zodra wij uwer wel Edele Hoog Achtb: gevenereerde aanschrijvens van den 31 Mei des gepas seerden Jaars, waarbij Hoogst dezelve ons Dan wanneer de tijd na derde dat men in twijffel moest trekken, of hunne hoog Edelens uit hoofde van het Jaar „wel getij, zich niet „ genoodzaakt zouden zien„ Baaijf als binnen te loopen, zo hebben van de aanstelling der welgem: Heeren Commissarissen geveraal kennisse gelieden te geeven ter resumptie hebben genomen, hebben wij ook direct beraamd en gear resteerd zodanige ordre en Reglement, waarna een ieder zich zou hebben moeten gedragen, bij de aankomst van hun hoog Edelheedens ter deezer rheeden, als waar van wij de vrijhad neemen U= wel Edele Hoog Achtb: een Copia Au thenlicq aantebieden. van wij 1321 wij alweederom vervaardigt en gearresteerd zodanige ordres en reglement, als in dat geval geobserveerd moesten worden, en waarvan wij almeede een Copia authen „tiecq aan Uwel Edele Hoog Achtb: nee„ vens deeze aanbieden. Bij 't ontwerpen van laatstgem: Regle„ ment, ter receptie van hunne hoogedel heedens, hebben wij zoo om dat toen geene scheepen der E Comp=e en Baaijf als waaren leggende, als in de hoope, dat het schip waarop hoogstgedagde Heeren Com„ missarissen generaal zich bevonden, als een welbezeild Fregat zijnde, spoediger dan de scheepen der E Comp=e welke met 't zelve te gelijk waaren gezeild; in Baaijfals zou arriveeren, en dus ook niet bepaald welk salut door sE Comp=s scheepen zou moeten worden gedaan; dan vermits na het ontwerpen van laatstgem: ordres en voor hunner hoogedelens aankomst in Waarf als eenige scheepen der E Comp:e zijn komen te arriveeren, hebben wij nader„ bepaald. dat wanneer het salut 't welk van de wal moest worden gedaan, zoodra„ hoogstged=e Heeren Commissarissen ten anker zouden zijn gekoomen, van 't Fre„ gat waar op hunne hoogedelheedens zich bevonden, zou weesen opgenomen, dit Contra salut andermaal met 21 schooten van de wal zou worden bedankt, en dat dan vervolgens alle de ter rheede leggende zou Scheepen 1322. scheepen der E Comp=e ieder na rang met het lossen van hun geschut hunne Hoogedel„ heedens insgelijks zouden komen te salu eeren; en dat dit salut zelfs zou hebben, moeten plaats grijpen, alwaare het ook dat Fregat van hoogst dezelve Heeren Commissarissen generaal de eerste begroe „ting van Land gedaan niet zoude komen te resalueeren. Beijde laatstgemelde Ordre in Reglementen door de hoog Edele Heeren Commissarissen generaal geapprobeerd geworden zijnde, zoo zijn dezelve dan ook in alle deelen geol serveerd geworden, en hebbende leeden on ses raads, welke ingevolge onze voormelde Jongste Letteren op den 20 Junij Jongstleden uit Baaij fals waaren gereverteerd, zich op den 22:e weederom derwaards begeeven, en des volgende daags meerwelgem: hoog edele Heeren Commissarissen generaal uit baaijf als begeleid naar dit Casteel, al waar hunne hoogedelens ten zelve dage des namiddags de klokke twee uuren: zijn aangekomen Na dat hunne hoogedelheedens ter Raad zaale hadden sessie genomen, is door den Hoog Edelen Heere M:r Sebasti aan Cornelis Neederburg zoo weegens de reedenen die hunne hoogedelens had den bewogen om op de aanzoeking van uwel Edele Hoog Achtb: het Commissari „dat generaal over geheel neerlands reel India 1323 India, met det aankleeven van dien te aanvaarden, als ten opzigte van de desolaaten toestand waarinne de zaken der Edele Compagnie zich thans komen te bevinden, eene zeer krachtige en be= weeglijke aanspraak aan ons gedaan, waar van wij, almeede de vrijheid neemen een afschrift aan Uwel Edele Hoog achtb. aantebieden, en op welke nadrukkelijke aanspraak den ondergeteekende gezach hebber aan hunne hoog Edelheedens is koomen te regereeren: dat hij zoo wel als wij allen van overlange gepenetreerd zijnde geweest van den deplorablen staat der Maatschappij, dewelke hunne hoog edelheedens op eene zoo treffende wijze waaren koomen te exposeeren, dan ook niet hadde nagelaten om van het ogen blik af dat hij door 't vertrek van den Heere Gouverneur van de Graaff daar toe in de geleegendheid was gesteld geworden, met ons alle devoeren aantewenden, om Uwel: Edele: Hoog Achtb: zoo veel mogelijk de middelen te facliteeren, om het redres van zaaken alhier op eene effecacieuse wijze te kunnen doen effect sorteeren dat ten „e eende de beveelen van Uwel Edele Hoog Achtb:, voor zoo veel de omstan digheeden van tijd en zaaken maar eenig zints hadden willen gedoogen, stipte na. gekomen en ter executie gelegd waaren geworden, met dat gelukkig gevolg dat waaren niet
English
1324 not only had the expenses of this government noticeably decreased since that time, with the flattering prospect of diminishing even more and more as time goes on, but also that the country's revenues had been allowed to undergo a considerable increase, as our resolutions could furnish convincing proof of all this, and that the same zeal for promoting the interests of Your Noble Grand Honours, to which the welfare and prosperity of this Colony was so closely and indeed inseparably bound, would continuously remain an inspiration to him and all of us, and that consequently nothing would be seized by us with greater eagerness than the opportunities to provide Their High Nobles with proof of our complete readiness to make every effort to the utmost of our power that may serve to help bring Their High Nobles' illustrious Commission to a desired conclusion. The said Most High Commissioners-General, having desired to be solemnly presented to the people in their highest eminent capacity, we have therefore drafted the ceremonial, approved by Their High Nobles and also accompanying this, which in all its parts was observed during this solemn occasion yesterday 1325 with all possible order, while to add all luster to this memorable day and to celebrate it with joy, most of the houses of this town were illuminated yesterday evening. On this occasion, we also consider it our duty to bring to the knowledge of Your Noble Grand Honours that on the 30th of the month just passed, the two following outward-bound ships of the Honourable Company arrived safely in Baaij Fals, namely: Dordwijk with 5 dead and 28 sick, de Schelde with 7 dead and 18 sick, both destined for Batavia, which we shall dispatch as soon as possible. The ship Vasco de Gama, whose safe arrival we acknowledged to Your Noble Grand Honours in our repeated most recent humble letters, is to be mustered on the 4th of this month in order to depart for Ceylon, and the ship de Vrouwe Catharina Johanna on the 7th of this month in order to proceed on its voyage to the Netherlands, so we give Your Noble Grand Honours the due notice thereof, as well as that on the 14th of June the ship Westkappellen departed from Baaij Fals, and on the 21st of the aforementioned month the ships de Unie 1326 and Buitenverwachting, all destined for China. Concluding this herewith, we commend Your Noble Grand Honours and the precious interests of the Noble Company to the safe keeping of God, and call ourselves with all due respect, Noble, Respected, Grand Honourable, Highly Wise, Prudent, Most Generous, and High Commanding Lords, Your Noble Grand Honours' most humble, faithful, and obedient servants, In the Castle of Good Hope, the 2nd of July 1792. R. I. Gordon Chenius J. L. Le Sueur Goosen W. F. van Rheede van Oudtshoorn 1327 To the Noble Grand Honourable Lords Directors, representing the General Dutch Chartered East India Company, delegated to the Illustrious Assembly of the VOC at the presiding Chamber of Middelburg, Patria. Noble, Respected, Grand Honourable, Highly Wise, Prudent, and Most Generous Lords, High Commanding Lords! The State's brig of war the Vlieg not having left Baaij Fals up to now, we take further advantage of this opportunity dutifully to communicate to Your Noble Grand 1328 Honours the safe arrival in Baaij Fals yesterday of the ship 't Slot van Capelle, which stayed in West Cowes from the 25th of December of the past year until the 5th of January, and at Santiago from the 3rd to the 10th of March. The said vessel, having had 13 deaths during the voyage, namely 5 European and 8 Chinese seamen, and having brought in 5 invalids, is otherwise in good condition and will be dispatched by us to Batavia as soon as possible. We commend Your Noble Grand Honours and the precious interests of the Noble Company to the safe keeping of God, and call ourselves with all due respect, Noble, Respected, Highly Wise, Prudent, Most Generous, and High Commanding Lords, Your Noble Grand Honours' most humble, faithful, and obedient servants, J. J. Rheede van Oudtshoorn J. L. Le Sueur R. I. Gordon Chenius Acker In the Castle of Good Hope, the 5th of July 1792. 1329 Draft of the Order to take place at the presentation of Their High Nobles the Lords Commissioners-General over the Netherlands East Indies, Mr. Sebastiaan Cornelis Nederburgh and Simon Hendrik Frijkenius, which will take place on Monday the 2nd of the coming month of July of this year 1792. Article 1. In the morning at sunrise, the flags of the Castle and the Chavonnes Battery shall be hoisted and remain flying the entire day. The entire Garrison and also the Burgher militia, both Infantry and Cavalry, shall, in the morning at the beating
Dutch transcription
1324 niet alleen de Lasten deeses Gouverne. ments, zeedert dien tijd merkelijk waren koomen te verminderen, met het streekend vooruitzigt van nog gaande weg meer en meer te zullen diminueeren, maar dat ook 'slands: Inkomsten een aanzienlijk accres hadden moogen ondergaan, ge lijk van dit een en ander onze resolutien overtuijgende blijkenkonden opleeveren„ en dat dezelvede over ter bevordering van het belang van Uwel Edele Hoog Achtb: waaraan de welvaard en bloei deezer Colonie zoo naauw ja onafscheidbaar. verknocht was, hem en ons allen steeds onafgebrooken zou blyven bezielen, en door ons dus gevolglijk niets met meerder empressement zoude worden gecapteerd dan de geleegentheeden hden om aan hunne hoogedelens blijken te suppediteeren, van onze volkomen bereidvaardigheid om naar uitterste vermogen, alles aan te wenden dat strekken zal kunnen, om hunner. hoogedelheedens luisterrike Commissie tot een gewenscht einde te helpen brengen Hoogstgedachte Heeren Commis sarissen generaal, begeerd hebbend, geehde in hoogst derselver eminente qualiteit den volke solemneel voorgesteld te worden, zoo hebben wij ontworpen het door hunne hoogedelheedens geapprobeerde en deeze almeede verzellende Ceremonceel, 't welk in alle desselfs deelen bij deeze plegtige empressement geleegendheid 1325. „ op gistere geleegendheid met alle mogelijke ordre is geobserveerd geworden, terwijl om deeze heugchelijken dag allen luister bij tezetten en met blijdschap te vieren, gistere avond de meeste Huisen van dit Vlek lken zyn geilumineerd geweest. — Bij deeze geleegendheid achten wij ons ook verplicht ter kennisse, van Uwel Edele Hoog Achtb. te brengen, dat op den 30 der even afgeweekene maand in Baar fals behouden zyn aangeland, de twee volgende uitkomende scheepen der E Comp„ als Dordwijk met 5 dooden en 28 zeeken „ 18 de Schelde„ 7 beide gedestineerd naar Batavia, wer„ „ Het schip Fasco de Gama, wel kers behouden aankomst my uwel Edele Hoog Achtb: bij onse meerm:r Jongste onderdanige Letteren hebben geaccuseerd, op den 4 deeser gemonisterd zullende worden, om naar Ceilon te vertrek ken, en 't schip de vrouwe Catharina Jo „hanna op den 7 deeser ten einde naar neederland te reisvorderen, zoo geeven wij uwel Edele Hoog Achtb: daarvan de verschuldigde kennisse, mitsg=s dat op den 14 Junij uit Baaijf als is vertrokken, het schip westkappellen en op den 21 der eevengemelde Maand de Scheepen de waards wig dezelve ten allerspoedigste zullen depecheeren. waards unie 1336 den 2 Julyj 1792 rinie en Buisenverwachting, alle geda tineerd naar China. Hiermeede deese aindigende beveelen wij Uwel Edele Hoog. achtb: en de dier baare belangens der Edele Maatschap py in de veilige hoede Godes en noemen ons met alle verschuldigde eerbied. Wel Edele Eentfeste; Hoog Achtb: Hoog wijze, voorzienige, zeer genereuse, en Hoog gebiedende Heeren. In't Casteel de GoedeHoop Uwer wel Edele Hoog Achtb: Zeer Oosmoedige getrouwe en gehoorn dienaren R: I: Gordon. Chenius J: V: Se Suiur Goewvel W et aute en eckte Uwer 1327 repraesenteerende de Generale Nederlandsche goetrioieerde P'slands brees van oorlog Aan de wel Edele Hoog Achtb: Heeren Bewindhebberen. gecommitteerd ter Illustre vergadering van WiC wort indische Compe. ter praesidicile kamer Middelburg Wel Edele Erntfeste Hoog Achtb: Hoog wijze, voorzienige en zeer Genereuse Heeren! Hoog Gebiedende Heeren! 's Lands Brik van oorlog de Vlieg tot nu toe Baart als niet verlaaten hebbende, maaken wij nog van deeze geleegendheid gebruyk uwel Edele de Vlieg Patria Hoog 1328 In 't Casteel de goede hoop den 5 Iuly 1792. Hoog Achtb: pligtschuldig te communiceeren, de behouden aankomst in Baart als op gisteren van 't schip 'T slot Cappellen, 't welk van den 25 Decemb:r a.:o po tot den 5 Januarij in westkoues en van den 3 tot den 10 Maart te S:t Iago vertoefd. - Gemelde Bodem geduurende de reize 13 dooden, als 5 Europeese en 8 Chineeschen zeevaarende gehad en 5 Impotenten aan- gebracht hebbende, bevind zich overegens in goede staat en zal door ons ten spoedigste Wij beveelen uwel Edele Achtb en Ed: Achtb en de dierbaare belangens der edele Maatschappij in de veilige hoede Godes, en noemen ons met alle verschuldigde eerbied. - naar Batavia worden gedepecheerd. Wel Edele Erntfeste Hoog wijze, Hoog, weze voor= Zienige zeetgenereuse en Hoog Gebiedende Heeren JJ Reede van Oudttshoorn J: L: Sucur R: I: Gordon. Uwer welEdele Hoog Achtb zeer onderd: getz: en gehoortam dienaaren Chinius Alaer 55 1329 over Nierlands India M:r Sebastiaan Cornelis Neederburg en Simon Hendrik Frijkenius het geen geschieden zal op Maandag den 2 der aanstaande maand Iulij Commissarissen Generaal deezes Jaars 1792 S morgens met zons opgang, zullen de vlaggen van 't Casteel ende Batterij Chavones worden opgehaald, en den gantschen dag blyven waayen Het geheel Guarnisoen en ook de Burgerije, zo Infanterie als Cavale om plaats te grypen by de Ontkorp der Ordre voorstelling Hunner Hoog Edelheedens de Heeren Art 1 „lerie zullen 's morgens met het slaan
English
1330. be gathered together under their respective banners and standards, and subsequently, around half past eight o'clock, must march in good order to the Castle, posting themselves there at the command of the Chief of the Garrison on the front square before the facade of the Government. Article 3 The Burgher Reserve Company shall at the same time take up post before the Burgher Guardhouse, in order to watch that during this ceremony no irregularities or wantonness are committed within the Town. Also, around nine o'clock in the forenoon, all the respective Ministers, Officers, both of the Navy and of the Army, the members of the Colleges both at the Cape and those of Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein, the qualified servants, and all those who furthermore, whether in relation to the Police, Justice, or Commerce, hold any office or have previously officiated therein, shall assemble in the Castle before the Council Chamber. No. 15 At the moment deemed proper by the Most Mentioned Lords Commissioners-General, the bell of the Castle shall be rung, and the doors of the Council Chamber opened, whereupon the Lord Acting Governor and Members of the Council, together with subsequently all the above-mentioned qualified servants as well as the Officers of the Garrison and Burghery, who meanwhile shall also 1331. have assembled before the Council Chamber, shall have to enter, after first having listened attentively to whatever the aforementioned Lords Commissioners-General shall be pleased to present to them or have read aloud, and shall take the Oath of Allegiance into the hands of Their High Noblenesses. The Officers of the Garrison and Burghery thereupon returning again before and among their ranks, the Most Mentioned Lords Commissioners-General, followed by the Lord Acting Governor and other Members of the Council, shall subsequently approach the facade, before which the remaining lower Servants of the Company and Burghers may draw up, from where the commission granted to Their High Noblenesses shall be read to everyone, and subsequently the Oath of loyalty and obedience, under which everyone, in whatever state or condition he may find himself in this Colony and this Government, shall be deemed included. Article 6 After which the Lord Acting Governor shall present Their High Noblenesses as Commissioners-General over this Government and the Entire Netherlands Indies to the people, with orders and serious recommendation to acknowledge, honor, and obey the same according to the Oath read to him, under which he shall be understood to be included, as is his bounden duty, which shall be answered by the Entire Community as a sign of their readiness with Ja. Their High Noblenesses, having thereupon entered the Council Chamber again, shall receive from the Lord Acting Governor, the other Members 1332. of the Council, all the respective Colleges, and qualified Servants, the compliments of congratulation; at the conclusion of which proceedings and upon this presentation, three volleys shall be fired from the muskets and pistols of the Troops drawn up under arms, replacing the signals with a cannon shot in between, whereupon furthermore all the cannon, both of the Castle and the various Batteries and redoubts lying along the Sea Coast, shall be discharged, which shall also take place from the ships that might then be present at this local roadstead, while the discharging of the cannon of the Company's Ships that are then present in False Bay shall take place on the same day in the afternoon at 12 o'clock. The great distance of the districts of Swellendam and Graaff-Reinet not permitting that Landdrosts and Heemraden, as well as military officers from the same, present themselves at the Cape to attend this Ceremony, the said Landdrosts shall be written to, in order, on Article 10 The garrison and the Burghery shall again march off in proper order, and this joyful and solemn day shall be concluded in the evening with illuminations, in the most suitable manner, of the Houses of the Lord Acting Governor, the other council members, and of all those who desire and are in a position to display thereby their joy and gladness over the arrival of the Most Mentioned Lords Commissioners here. 1333. a day to be determined by each of them for that purpose, to convene both the acting and former Heemraden, as well as the military Officers, both those still in function and those discharged, each in his district, and at these gatherings to make known to them the arrival and presentation of the Most Mentioned Lords Commissioners-General, with orders and recommendation to honor, respect, and obey Their High Noblenesses as such, all in conformity with the Oath that each of them shall have to take into the hands of the said Landdrosts, according to the form to be dispatched to the same for that purpose. Thus drafted the 20th of June 1792, and submitted for resumption in Council the day following, subsequently approved by the High Noble Lords Commissioners-General on the 22nd of the mentioned Month, and decreed on this day, the 23rd of June 1792. By order of the Honorable Acting Governor and the Council, Signed: E. Bergh, Secretary Agreed, Goetz, First Clerk
Dutch transcription
1330. slaan Prompet onder hunne respective Zaandee„ en standaarden worden by een geza „meld, en vervolgens tegen half Neegen uuren, in goede ordre na het Casteel moeten marcheeren, zig aldaar op het Commando van den Chief van het Guar „nissen, Posteerende op het voorste „ment. — plyn voor de Payé van het Gouverne Art 3 De Burger Compagnie de reserve zal het ter zelven tid post neemen voor het Burger wagthuys, om te waten dat geduurende deezer Plegtigheid geene ongezeegeldheeden ofte moed wil binnen de Vaab werden gepleegd. —. Ook zullen teegen neegen uuren 's voormiddags, zog in het Casteel voor de laaazaal vervoegen alle de respective Predicanten, Officieren N15 Op 't ogenblik by Hoogst ged=e Heeren Commissarissen Generaal „goed gevonden werdende, zal de klok van 't Casteel werden geluyd, en den deuren der raad zaal geopend wanneer den Heere Gezachhebber ende Leeden des raads mitsgs ver volgens alle de Loevengenoemde gequalificeerde bediendens als meede de Officieren van het Guarnisoene ende Burgerye; dewelke Zig en „tusschen meede voor de raad zaal „lificeerde Dienaren, en alle degeene die verders het zy met betrokking tot de Politie, Iustitie of Commercie eenige qualiteit bekleeden of voor „heen daar in hebben gefurgeerd Collegien zo aan de Caal als die „len bosch en Drakenzlein, de gequa van Landdrost en Heemraden beneevens krijgs Officieren van Stel Lovan de Marine als te Lande, de om en blazen der zullen. 1331. zullen moeten vervoegen, na voor af met aandagt te hebben aan„ gehoord het geen meer hoostgeme: Heeren Commissarissen Generaal hin zullen gelieven voor te houden ofte doen voorleezen aan handen van Hun Hoog Edelheedens zullen hebben af te leggen den Eed van Getrouwigheid. De Officieren van het Guarnesoen ende Burgerye zig hier op weder voor en onder hunne geleederen vervoegende zullen Hoogst Gem: gevolgd door den Heere Gezachhebber en verdere Leeden, des raads, vervolgens Hoog Edelheedens verleend, en vervolgens den Eed van trouwe en onderdanig Heeren Commissarissen Generaal voorgeleezen de Commissie op hier en Burgers kunnen Schaaren Overige mindere Dienaren der Comp van waar aan een ieder zal werden „heid, waar onder een ider in welken de puye naderen voor dewelke zig de Ar1 6 Colonie en dit Gouvernement mag bevinden zal weezen begreepen staat of lang hy zig ook in deeze Waar na den Heer Gezaghebber Heen„ Hoog Edelheedens als Commissarissen Generaal over dit Gouvernement en Gantsch Nederlands India den volke voorstellen zul, met Ordre en Serieuse recommandatie, om Hoogst dezelve een iegelyk volgens den Eed hem voorgeleezen waar onder hy zal worden verstaan begreepen te zyn na zijn schuldigen pligt als zodanig te erkennen te eezen, en te gehoor„ „zamen, het geen door de Gantsche Gemeente Een blike van haare bereid „vaardigheid met Sa zal moeten worden beantwoord. Zullende Hun Hoog Edelheedens hier op weder in de Raadzaei getroden weezende, door den Staat „8 8 heer 1332. Heer Gezaghebber, de verdere Leeden werden toegebracht en op deeze voor stelling drie salvos uit de meis „quetten en Pistoolen der onder de wapenen geschaart staande Trayppes„ teekens door een Canon schort tusschen beide te vervangen, werden gedaan, waar op voorts al 6 ranois zo van de Courre Sale Senhof als de onderscheidene langs het Leestrand Leggende Balterijen en redouten zullen worden Losgebrand, het geen ook zal moeten geschieden vande scheepen welke zig als dan ter„ deezer laatsche rheede mogten be „vinden, zullende de Losbranding van het Canon der Comp Scheepen die als aan in Paay staat aan weezig zin ten zelven dage inde „ten geschieden 's middags ten 12 uuren Petro der raads, alle de respective Collegien Complimenten van gelukenen aering i welke verrigtingen het en gequalificeerde Dienaren, de De verre afgeleegentheid den dis „tricten van Swellendam en Graaf Repoet niet toelatende dat Land zig tot het bewoonen van deeze „drosten en Heemraden mitsg Plegtigheid aanden Caal vervoegen zullen dezelve Land drosten worden aangesohreeren om op krijgs officiere uit den zelve Nrt 10 guarnisoen, en de Burgerje wede= om in behoorlijke ordre zal af„ marcheeren, en deeze Teugelyke en Plegtigen dag 's avonds werden beslooten met de obluminatien na de Convenabelste wyze van de Huijzen des Heeren Gezaghebbers „de verdere raads leeden, en van alle de geene dir Lust hebben in ende geleegentheid zyn zullen hun vreugde en blydschap over de ver schyning van Hoogsgeme Heeren Commissarissen alhier daar meede te vertonen. — Jaars zeiveren 1333. Zo wel de fangeerende als oud „stelling van Hoogstgem Heeren Commissarissen Generaele aan dezelve bekend te maken, net ordre en recommandatie om„ Huw Hoog Edelheedens als zodanig te eeren te respectieren in te gehoor zamen alles Conform den Eex drosten zullen moeten afleggen op hiet formulier ten dien eynde aan handen van dezelve Land Leeveren daar toe te bepalene dag die een ieder van heem daar toe aandezelve af te zenden Sleemraden, mitsgaders de krijgs Officieren, zo die nog in fanctie district te Convoceeren en in deezen by een komsten de aan en voor als ontslagen zijn ieder in zijn Heeren Commissarissen Generaal en alle geapprobeerd open 22=en der gemelde Maand, en gearresteerd op heden den 23 Juny 1792 — /lager/ Ter ordonnantie van den E achtb heer gezaghebber en den raad, /war get/ E Bergh soe Secretarist Accordeerd Goetz Eg Clercn Aldus Ontworpen den 20 Juny 1792 en ten resumptie en raade overgelegt daags daar aan volgende, ver volgens door de Hoog Edele heeren /onderstond/
English
1334. Copy Order and Regulations according to which everyone will have to conduct themselves upon the arrival here of Their High Noble Honours the Lords Commissioners-General over the Netherlands Indies, Mr. Sebastiaan Cornelis Nederburg and Simon Hendrik Frijkenius. 1. The ship on which Their High Noble Honours will be, being recognizable by the flying of the pennant from the main topmast above the flag or otherwise, shall, when it approaches the Battery Chavonnes, cause the ship or vessel that then commands the roadstead on behalf of this Government to strike the broad pennant while firing one shot. 2. As soon as the ship of Their High Noble Honours has come to anchor, the very same shall be saluted and welcomed from the Couvreface Imhoff with twenty-one shots; and if Their High Noble Honours should subsequently salute the Castle, this salute shall be answered with an equal number of shots from Imhoff. 1335. 3. After this has preceded, the ships lying in this roadstead shall likewise each according to rank salute and welcome the aforementioned Lords Commissioners-General here with the firing of their ordnance; which salute shall take place and begin upon the hoisting of a pennant on the flagpole in front of the naval yard; this saluting by the ships taking place even if the ship of Their High Noble Honours did not salute the Castle. 4. The members of the Council of Policy, when the ship of Their High Noble Honours has progressed into sight of this roadstead, shall repair to the Castle, in order to sail together on board to welcome the aforementioned Lords Commissioners-General, as well as subsequently to escort them ashore, from which, however, the head of the Militia, as he will have to command the Garrison on that occasion, shall be excused. 5. The Burgher militia of this place, both Cavalry and Infantry, upon the arrival of Their High Noble Honours in this roadstead, upon the sounding of the trumpets and the beating of the drums, will have to take up arms under their respective standards and banners and further take up posts and form up 6. The Lord Commander shall repair to the jetty in order to receive and welcome Their High Noble Honours upon stepping ashore. 7. Their High Noble Honours having stepped onto the jetty, twenty-one shots shall immediately be fired from the Couvreface Imhoff. 8. All the respective Colleges and the non-active members thereof, as well as the qualified Company servants and prominent persons from the burgherry who do not have to appear in arms as officers, shall, as soon as Their High Noble Honours come ashore, repair to the jetty to dutifully receive the very same there. 1336. in the places that the Chief of the Garrison will then point out to them, the burgher reserve company meanwhile taking its post in front of the Burgher Watch House to maintain good order in the town. 9. The entire Garrison shall at the same time also take up arms under their respective officers and form up in such manner as shall likewise be pointed out to them. 10. Before the aforementioned Lords Commissioners-General, upon passing all the respective corps drawn up under arms, arms must be presented and the march beaten, the Officers having to salute the very same with sidearms and banners. 11. The aforementioned respective Colleges and other qualified persons, preceded by the Council of Policy, shall escort the aforementioned Lords Commissioners-General in proper order of rank from the jetty to the Castle, and while the Council will then assemble, must remain outside the council chamber on the Cat, in order, after the end of the meeting, to greet Their High Noble Honours collegially, which likewise will have to be done corps-wise by the respective officers who are or are not under arms. 12. A bodyguard for Their High Noble Honours will have to be ordered by the Chief of the Garrison. 13. The state coach of the Honourable Company, harnessed with the horses of the Lord Commander, as well as the carriages of the Lords Council Members who are provided with such, must stand ready at the jetty upon the arrival of Their High Noble Honours ashore. 14. Regarding the men drawn up under arms, for their further actions, the command of the Chief of the Militia must be awaited, following the order that he will receive from the aforementioned Lords Commissioners.
Dutch transcription
1334. waarna een ieder zig zal moeten gedraagen bij de komst alhier van hunne Hoog Edel„ Leedens de Heeren Commis„ sarissen generaal over Neer„ Lands India M:r Sebas„ taan Cornelis Neder„ burg en Simon Hendrik Ordre en Reglement et schip waarop hun Hoog Edelhee„ zier zullen bevinden door het waaij„ Wimpel vande groote Steng boven ofte anderzints bekend zullende l, wanneer hetzelve de Batterij res komt te naderen, het schip tuig, dat als dan van weegens dit ement op de Rheede comman„ e Stander strijken onder het doen vra het schip van hunne Hoog„ edens ten anker zal zyn geko„ zullen hoogst dezelve van de Couvre mhoff met een en twintig Schooten gesalueerd en verwelkomt; en zo hoog Edelheedens daarna het Cas„ „ten komen te salueeren, zal dit het gelijke schoten van Imhoff worden bedankt. Toijkenius. — „schoot. . 2 - 1334. Copia waarna een ieder zig zal moeten gedraagen bij de komst alhier van hunne Hoog Edel„ Leedens de Heeren Commis„ sarissen generaal over Neer„ Lands India Mr Sebas„ taan Cornelis Neder„ burg en Simon Hendrik Ordre en Reglement Het schip waarop hun Hoog Edelhee„ dens zich zullen bevinden door het waaij„ en der Wimpel vande groote Steng boven de vlag ofte anderzints bekend zullende zijn, zal, wanneer hetzelve de Batterij Chavonnes komt te naderen, het schip of vaartuig, dat als dan van weegens dit Gouvernement op de Rheede comman„ deert, de Stander strijken onder het doen Sodra het schip van hunne Hoog„ Edelheedens ten anker zal zyn geko„ men zullen hoogst dezelve van de Couvre face Imboff met een en twintig Schooten worden gesalueerd en verwelkomt; en zo hun Hoog Edelheedens daarna het Cas„ teel mogten komen te solueeren, zal dit salut met gelijke schoten van Imhoff moeten worden bedankt. Poijkenius. — 2 van een schoot. - 1335. Nadat dit zal zijn voorafgegaan, zullen de ter deezer Rheede leggende scheepen ieder na rang met het lossen van hun geschut insgelijks hoogstgem: Heeren Commissarissen Generaal moeten salueeren, en hier verwel kommen; wel„ ke salut zal moeten geschieden en begin¬ nen op 't heijzen van een Wimpel aan de vlaggestok voor d' Equipage werf; zul„ lende dit salueeren van de scheepen plaats„ grijpen, alwaar het ook dat het schip van hun Hoog Edelheedens het Casteel niet kwam te salueeren De Leeden van den Politicquen, Raadt; zullen /: het schip van hun Hoog Edelheedens in het Gezicht van deeze Rheede gevordert weezende, :/ zig in 't Casteel vervoegen, om gezamentlijk naar boord te vaaren en hoogstged: Heeren Commissarissen Generaal te verwel kom„ men, mitsgaders vervolgens na de wal te begeleiden, waarvan egter het hoofd der Militie, als bij die geleegendheid het Garni„ soen zullende moeten Commandeeren, zal weezen geëxcuseert. Alle de respective Collegien en de De Burgerije deezer plaatse zo Cavallerij als Infanterij zal zig bij aankomst van hun Hoog edelhedens ter deeser Rheede op het blaasen der Trompetten, en roeren der trommen in de wapenen onder haare respective stand„ aarten en vaandels moeten begeven en wijders post vatten en zig rangeeren Den Heer Gezachhebber zal zich op het Zeehoofd vervoegen ten einde hun Hoog Edelheedens bij het aan Landstap„ pen te recipieeren en te verwelkommen. Hun Hoog Edelheedens op het zeehoofd zijnde gestapt, zullende on„ middelijk een en twintig schooten vande souvre face Imhoff worden gedaan. - buiten functie zynde Leeden derzelve, als meede de gequalificeerde Compt. Die¬ naaren en voornaamste uit de Burge„ rije, de welke niet als officieren onder de wapenen moeten verschijnen, zullen zig zo dra hun hoog edelheedens aan Land koomen, op het zeehoofd moeten vervoe„ gen om hoogst dezelve aldaar pligtschul„ dig te recipieeren. buiten 3. 4. 5. 1336. op de plaatsen die den Chef van t Gar„ nisoen hun als dan zal doen aanwijzen, neemende intusschen de burger com„ pagnie de reserve haar post voor het Bur„ gerwachtshuijs, om de goede ordre in de stad te bewaaren Het gantsche farnisoen zal ter zelver tijd meede onder hunne respec„ tive officieren in de waapenen moeten komen en zig zodanig rangeeren, als hun ingelijks aangeweesen worden zal. — Voor hoogstgem: Heeren, Commissa„ rissen Generaal zal bij 't passeeren van alle de onder de wapenen gerangeert staande respective Corpsen, het geweer gepraesenteerd ende marsch geslagen moeten worden. , zullende de Officieren Hoogst dezelve met zijdgeweeren en vaandels moeten salueeren. De voormelde respective Collegien en andere gequalificeerdens zullen door den Raad van Politie voorgegaan, in behoor„ lyke rangschikking meer hoogstgem: heeren Commissarissen Generaal van het zeehoofd na het Casteel begeleiden, en terwijl den raad zig als dan zal vergaderen Tot de Lyfwagt voor hun hoog Edel„ heedens zal door den Chef van 't Garni„ soen moeten worden gecommandeert. - De staatsie koets der E Comp: met de paarden van den Heer Gezachheb„ ber bespannen, en zo meede de koek„ zen der Heeren Raadsleeden die zig daarvan voorsien vinden. zullen by de komst hunner Hoog Edelheedens aan Land bij het zee hoofd paraat moeten staan/. — Omtrent de Manschappen die onder de wapenen, gerangeert staande zal tot hunne verdere verrigtingen, het com„ mando van den Chefder Militie moeten worden afgewacht, na de ordre die hij van meer hoogstged: Heeren Commissarissen ontfangen zal. zig voor de raadzaal op de Kat moeten blyven onthouden, om na het eindigen der Vergadering hun Hoog Edelhedens Collegialiter te begroeten, even het welke ook Corps gewijzen zal moeten geschieden door de respective officieren, die zig al ofte niet onder de Wapenen bevinden. zig een 10 11 14 13 12
English
an Ensign, Sergeant, Corporal, and 24 Men, which Bodyguard upon their High Noblenesses arrival on Land shall have to hold itself ready at their highest orders in the Castle. The Colours of the Battalion shall, during the presence of Their High Noblenesses here, have to be kept at the main guard in the Castle. The Adjutant shall every morning at the ordinary time have to fetch the password from their High Noblenesses, and the same shall be brought in the evening by the Captain of the Main Guard, at the same time making report of whatever shall have occurred. Agreed. JGoetz H Ea Clercq ƒ 13 16 Copy 1337. Order and Regulation further devised for the observance of everyone; in order to conduct oneself accordingly in case their High Noblenesses the expected Lords Commissioners-General over the Netherlands Indies, instead of putting in here at the Cape Roadstead, put into False Bay, and might come from there by land to the Cape. Art. 1. When the ship on which Their High Noblenesses are present, having been recognized either by the flying of a distinguished signal or in any other manner, comes sailing into False Bay, immediately upon recognition, if a Company ship lying there should be flying the broad pennant, the same must be struck with the firing of a Shot. Directly upon the anchoring of the ship of Their High Noblenesses, Their High Noblenesses shall from the cannon on land in False Bay be 1338 saluted and welcomed with Twenty-one Shots. Art. 2. The Resident in the said Bay, having meanwhile upon the first certain recognition of the Ship on which the highest-mentioned Lords Commissioners are present, brought this to the knowledge of the Lord Governor in the speediest manner that shall be possible; shall upon that Ship coming to anchor, immediately have to go on Board, in order to greet and welcome their High Noblenesses, subsequently handing over to Their High Noblenesses the respective orders and arrangements devised for their High Noblenesses reception, transport, and escort to the Cape: While the said Resident shall at the same time have to inquire whether it would please the Highest-mentioned Lords Commissioners to determine the time for the departure to the Cape; in order subsequently to transmit communication thereof also as quickly as possible to the well-mentioned Lord Governor. Art. 3. When it shall have become known here that their High Noblenesses have been recognized and come sailing into False Bay, the Members of the Council shall immediately proceed thither, in order to welcome Their High Noblenesses there, either being Already on Land, or otherwise on Board, as well as remain in the said Bay to escort their High Noblenesses to the Cape. Art. 4. For the transport of their High Noblenesses to the Cape there shall have to be ready in False Bay Four to Five able Saddle-horses, besides a covered wagon harnessed with Eight horses from the Company's contracting, and the said Resident is requested to add his wagon and Saddle-horse thereto for that purpose. Art. 5. Furthermore at Muizenberg two more comfortable Carriages from such Members of the Council as find themselves provided therewith, ought to stand ready at the disposal of Their High Noblenesses, in order to be able to continue the journey therewith up to Rondeboschje, where the Carriage of the Lord Governor, and yet another from one of the Council Members, for the further Journey of their High Noblenesses 1339 to the Cape shall have to stand ready. Art. 6. Meanwhile, upon Knowledge having been received by the Lord Governor of the time of Their High Noblenesses' upcoming arrival at the Cape, the necessary order shall be issued by His Honour to have assembled under Arms by that time both the Burgher Force and the entire Garrison. Art. 7. And, after from the same Burgher Force in due time a half Company of Dragoons under the command of the necessary Officers shall have been detached to await the Arrival of the highest-mentioned Lords Commissioners at Muizenberg, in order to be able to serve as an Escort for the higher Highest-mentioned their High Noblenesses during the route from there hither, the remaining Men of the same, both Infantry and Cavalry, as well as the entire military Garrison, shall then conduct themselves in like manner as is prescribed in the 8th, 9th, 10th, 11th, and 12th Articles of the previous order. Art. 8. Their High Noblenesses shall before the Barrier be met and welcomed by the Lord Governor, followed by all the just-mentioned Colleges and principal persons from the Company's Servants and the Burgher class, immediately upon which greeting Twenty-one Shots must be fired from the Couvre-face Imhoff. Art. 9. When for the assembly of the Burgher Force the Trumpet is blown and the Drum is beaten, everyone shall by that have to consider themselves notified of the approaching arrival of the Lords Commissioners at the Cape, whereupon all the respective Colleges and the off-duty Members thereof, as well as the qualified Company servants and principal persons from the Burgher class who do not have to appear under Arms as officers, shall have to repair to the Castle. Art. 10. After the Highest-mentioned Lords Commissioners shall thus have been escorted to the Castle, the respective Colleges and other qualified persons shall have to observe that which the 11th article of the previous order dictates. Art. 11. Remaining for the rest the 14th, 15th, and 16th Articles of the same previous order also in their entirety. Art. 12. Agreed. JGoetz Ey Clercq
Dutch transcription
een Vaandrig, Sergeant, Corporaal, en 24 Man, welke Lyfwagt bij hun hoog Edel„ heedens komst aan Land zig tot hoogst„ derzelver ordre in 't Casteel zal moeten gereed houden. — De Vaandels van 't Bataillon zul„ len gedurende het aanweesen Hunner Hoog edelheedens alhier aande hoofdwagt in 't Casteel moeten worden bewaard Den Adjudant zal alle morgen ter ordinaire tijd het parool bij hun hoog Edelheedens moeten haalen, en zal het zelve s avonds door den Capitijn vande Hoofdwagt worden ge„ bragt, tevens rapport doende van het geene voorgevallen zal zij Accordeert JGoetz H Ea Clercq ƒ 13 16 Copia 1337. Ordre en Reglement nader ter Observantie van een ieder beraamt; om zig daarna te gedraagen in gevalle hunne Hoog Edelheedens de verwagt wordende Heeren Commissarissen Generaal over Nederlands India in Steede van hier ter Caabse Rheede, de Baayfars binnen vallen, en van daar over de Land„ Art. 1. Wanneer 't schip waarna Iun Hoog Edelheedens zig bevinden, het zij door het laaten waijen van een gedistinqueert teeken ofte op eenige andere wijze verkend geworden zijnde, de Baaijfals komt binnen zijlen, zal dadelyk op de verkenning, bij aldien een s Comp. s schip aldaar leggende, de stander mogt voeren, dezelve, onder het doen van een Schoot moten worden ingebracht,— Sereet bij het ankeren van 't schip hunner Hoog Edelheedens, zullen Hoogst dezelve ut het in de Baayf als aan Sanden „weg na de Caab komen mogten. - zijnde 1338 zijnde geschut met Eenen Twintig Schooten worden gesalueert en verwelkomt. Ten Resident in de gemelde Baaij intussehen bij de eerste zeekere verkenning van 't Schip, waarop zig hoogstged:e Heeren Com„ „missarissen bevinden, zulks op de spoedigste wijze die mogelijk zal zijn; aan den Heere Gerachhebber hebbende doen ter Kennisse brengen, zal zich bij het ten anker koomen van dat Schip, dadelijk na Boord moeten begeeven, ten einde hun Hoog Edelheedens te begroeten en te verwelkommen, aan Hoogst dezelve vervolgens overgeevende de respective beraamde Ordres en arrangementen tot hun hoog Edelheedens exceptie, transport en bogeleiding na de Caap: Terwijl ged=e Resident tevens zal moeten verneemen of het Hoogstgemelde Heeren Commissarissen zoude believen den tyd tot de afrijze na de Kaap te bepaalen; om daarvan ver„ „volgens al meede zoo spoedig mogelijk Communicatie aan wel„ gem: Heer Gerachhebber te doen toekoomen. Wanneer alhier Kennisse bekoomen zal zyn dat hun Hoog Edelheedens verkent zyn en de Baaij als komen Nrt: 3. Tot het transport hunner hoog Edelheedens na de Caap zullen in de Baayfals dienen gereedte zijn Vier a Vyf bekwame Rydpaarden, nevens een overdekte wagen met Agt paarden be¬ spannen uit s: Comp=se aanbesteeding, en ged. e Rezident werden verzogt deszelfs wagen en Rijdpaard ten dien einde daarbij te voegen Verder zullen aan Muijzenburg twee gemakkelijker Rijtingen van zodanige Leeden des Raads als zig daarvan voor „zien vinden, ter dispositie Hunner Hoog Edelheedens behooren paraat te staan, om de weg daarmeede te kunnen vervolgen tot na het Rondeboschje, alwaar zig de Koekz van den Heere Gerachhebber, en nog een ander van een der Raadsleeden tot de verdere Eijze hunner hoog Edelheedens Art: 5: inzijlen, zullen de Leeden des Raads zig ten eersten derwaards begeeven, omme hoogst dezelve aldaar, het zij Reeds aan Land zynde, of anders aan Boord te verwelkomen, mitsgaders zig in de gemelde Baay blijven onthouden om hun Hoog Edelheedens na de Raape te begeleiden, in zijlen „ 4. 6. na 1339. Art: 9. na de Caap zullen dienen waardig te staan Middelerwijle bij den Heere Iezachhebber Kennisse ont„ „„fangen zijnde van den tyjd Hunner Hoog Edelheedens aanstaande komst na de Caaje, zal door zyn Ed. de nodige vrdre worden uitgevaardigt tot het doen verzamelen onder de Wapenen tegens dien teyd, zoo van de Burgerye als van het gantsche Guarnisoen. Sullende, na dat uit dezelve Burgerije in tyds een halve Compagnie Dragonders onder aanvoering van de nodige Officieren zal weezen gedetacheert om aan Muijrenburg de Komst van hoogstged„e heeren Commissarissen te gaan af„ wagten, ten eijnde gedurende de route van daar herwaards heen, tot een Escorte voor meer Hoogstged:e hun hoog Edelheedens te kunnen dienen, d'overige Manschappen derzelve, Zoo„ Infanterij als Cavallerij, mitsgaders het gantsch militaire Guarnisoen, zig als dan in gelijker voegen hebben te ge draagen, als bij de 8. 9. 10, 11 en 12 Artieuts der vorige ordre voorgeschreeven is. Na dat Hoogstgede Heeren Commissarissen alzoo na het Casteel zullen weezen bebleid, zullen de respe Collegien en verdere gequalificeerdens hebben te observeeren het geen het 11 art: der vorige ordre dicteert. Sun Hoog Edelheedens zullen vor de Barriere door de Heer Gerachhebber, gevolgd door alle de zooeven opgenoem de Collegien en voornaamste uit sComps Dienaaren en den Burgerstand werden te gemoed gegaan, en verwelkomt, moetende onmiddelijk op deeze begroeting van de Couvre face Imhoff. Een en Twintig Lebooten geschieden. Wanneer tot het verzaamelen den Burgerije de Trompet ge blaazen en de Trom geroert werd, zal een ieder zig daar door van de naaderende komst der Heeren Commissarissen na de Caap moeten verwittigd houden, zullende daarop alle de respe Collegien en de buitenfunctie zijnde Leeden derzelve als meede de gequalificeerde Comp:e dienaaren en voornaamste uit de Burgerijer dewelke niet als officieren onder de Wapenen verschijnen moeten, zig in het Casteel hebben te vervoegen Art. 9 Art: 12 Art: 7. 8 „ 10. S1. E Blijvende overigens de 14: 15 en 16. Articuls derzelve GGoetz Ey Clercq vorige ordre meede in haar geheel Art 12 Accordeert
English
1340. Gentlemen. The capacity in which we presently appear in your Assembly inherently conveys sufficiently the notion of the reasons which have moved His Serene Highness and the Assembly of Seventeen to send us hither to the same, with the prior knowledge of the Sovereign. Those reasons are also all too common, and particularly known to Your Honours, for us to deem it necessary to enter into a detailed discourse regarding them at this time. This Establishment, formerly founded upon a simple footing as a refreshment station for the passing ships of a Company steadily increasing in prosperity and welfare, has become an unbearable burden to that same Body, reduced by repeated calamities to an inability to bear that burden any longer. An increase in administrative apparatus, a departure from those Rules of frugality and good management which characterized the administration of our Forefathers—behold the causes—and these being known, the remedies present themselves naturally. Copy 1341. It requires only goodwill and zeal to apply them, and in this regard we count upon your cooperation and sentiments toward the fatherland and the Company. And who that has his heart in the right place, and values the approval of his lawful magistrates, the esteem of his fellow citizens, and the tranquility of his conscience, could hesitate, in a moment like the present, wherein the preservation of the Company and the welfare of the fatherland are the objectives of the efforts to be made, to sacrifice himself entirely to that cause? Such were the motives, Gentlemen, and no lesser ones were needed, which made us capable of the greatest sacrifices, and of setting aside all the pleasures that the happiest relations, blessed by God's Goodness in the most generous measure, could afford, in order to embark upon this arduous path. How much more powerfully, then, must the voice of duty speak when it merely calls you to its observance. We also expect those same sentiments in general from all who, in whatever capacity, are placed in any governance here, and we wish never to have need to make use of the power granted to us to punish misconduct; with how much zeal and joy, on the other hand, shall we not seize the opportunities to reward capability and merit. The interest of the Inhabitants of this Colony being inseparable from that of the Company, it will no less be an object of our attention and care; we desire their happiness and will contribute all that is possible to promote the same; but we understand that this can only be permanently founded upon principles of good order and proper subordination to the authorities—principles from which departure should never be made in a well-regulated Commonwealth. We further desire that Your Honours, during our stay here, which we wish to shorten as much as possible, continue as customary with the general administration of the affairs concerning this Government, though in all matters of importance not without our prior knowledge, as our occupations will not permit us to attend your assemblies regularly, and we shall shortly make our wishes known to Your Honours in more detail regarding those informations and clarifications of the present state of your Government, which are indispensable to us in order to make a beginning with our labors. 1342. Commissioned to the Illustrious Assembly of XVII representing the General Netherlands Chartered East India Company, at the presiding chamber, with the Company return ship Straaten. May He in whose hand is the destiny of peoples graciously support our joint efforts and make the same fruitful through His Blessing, so that the Beloved fatherland may find in their successful outcome in this momentous possession the foundation of a broader hope, and that we may carry away those pleasant fruits of our labor which alone are capable of rewarding it in a manner satisfactory to our hearts. Agreed. Goetz High and Mighty Lords! The ship Straalen not yet having departed this Roadstead, Noble, Honorable, Highly Esteemed, Most Wise, Prudent, and Very Generous Gentlemen Middelburg The Noble and Highly Esteemed Gentlemen Directors Patria E. de Clercq
Dutch transcription
1340. Mijne Heeren. De betrekking waarin wij thans in Uwe Vergadering verschijnen, brengt van zelve genoegzaam meede het denkbeeld der reedenen, welke zyne Doorlugtige Hoogheid en de Vergadering van zeeven„ tienen bewoogen hebben om ons met voorkennis vanden Souverain in de„ zelve herwaards te zenden, die reedenen zyn ook maar al te gemeen, en bijzon„ der aan UEd: bekend, dan dat wij het no„ dig zouden agten, daaromtrend thans in eene breedvoerige verhandeling te Dit Etablissement weleer op eene eenvoudige voet aangelegt tot eene ver„ verssing plaats voor de passeerende schee„ pen eener gestadig in bloeij en welvaard toeneemende Maatschappij, is geworden eene ondraagelijke lastpost van dat zelfde Lighaam, door herhaalde rampen bui„ ten staat gebragt, om dien last langer te draagen, vermeerdering van Om„ slag, afwijking van die Reegels van Zuinigheid en goede huishouding welke het bestier Copia treeden. — 1341. bestier onzer Voorvaderen kenmerkten- zie daar de oorzaaken- en deeze be„ kind zijnde, doen zig de geneesmid„ delen van zelve op. — er behoord slegts goede wil en ijver om ze aante wenden, en hier omtrent maken wij staat op uwe meedewerking en gevoelens omtrend het vaderland ende Maatschappij, en wie die het hart wel geplaatst heeft, en prys steld op de goedkeuring zijner wettige overigheid, op de agting zyner Weede burgeren, en op de gerustheid van zijn geweeten, zou kunnen aarselen, om in eenoogenblik als het teegenwoordi„ ge waarin het behoud der Maatschappij ende welvaard van het vaderland de doeleinden zijn vande aantewende poogingen, zig daar aangeheel op te offeren, — zulke beweegreedenen waaren het Myne Heeren ! en geene minderer waaren er nodig die ons tot de grootste op offeringen hebben bekwaam gemaakt, en met ter zijde stelling van alle de genoegens, welke de gelukkigste en door Gode Goedheid in de ruimste maaken gezeegende betrekkingen konden oplee„ veren deezen moeijlijken loopbaan in te treeden, hoe veel sterker moet dan de stem der pligt niet spreeken wan„ neer dezelve u enkel roept tot haare betragting wij verwagten dan ook diezelfde ge„ voelens in 't algemeen bij allen die, in welke betrekking ook, alhier in eenig bewind gesteld zyn, en wenschen nim„ mer, te behoeven gebruik te maaken van de ons gegeeven magt om wangedrag te straffen; met hoe veel yver en blyd„ schap zullen wij daar en teegen de geleegendheeden niet aangrypen om be„ kwaamheid en verdiensten te beloonen. Het belang der Ingezeetenen deezer Colonie onafscheidbaar zijnde vandat der Maatschappij, zal het zelve niet minder een voorwerp zyn van onze oplettendheid en zorge; wij verlangen hun geluk en zullen al wat mogelik is toebrengen, om het zelve te bevorderen; =maar begrypen dat dit niet dan op beginzelen van goede ordre en behoorlij„ ske ondergeschiktheid aan de overigheid duurzaam kan zyn gegrond, - beginse„ len waarvan nimmer in een welge„ regelde Burgerstaat behoord te worden afgeweeken. wij verlangen verder dat UEd: gedu„ rende ons verblijf alhier, het welk wy zo veel mogelyk wenschen te bekor„ ten als naar gewoonte voortgaan met het algemeen bestuur der zaaken dit Gouvernement concerneerende, egter in alle zaaken van belang niet dan met Betragting. onze - 1342. mmitteert ter Mnstre Vergadering van XVII. esenteerende de Generaale Neederlandsche g'octroijeerde „ Indische Comp:e ter praesidiaate kamer dat Comij retour Schip Straaten onze voorkennisse, zullende onze beesig„ heedens niet toelaaten om uwe vergaa„ deringen gereegeld bij te woonen, en zullen UEd: eerlang omtrend die informa„ tien en ophelderingen van den tegenwoor„ digen staat uwe Gouvernements, welke ons onontbeerlyk zijn om een aanvang temaaken met onze werkzaamheeden, ons verlangen nader doen verstaan. Hij, in wiens hand het lot der volkeren is ondersteene genadig onze ge„ zamentlyke pogingen, en maakt de„ zelve door zynen Zeegen vrugtbaar, op dat het Lieve vaderland in derzelver ge„ lukkige Uitslag in deeze gewigtige besitting den grondslag moge vinden van een uit„ gestrekter hoop, en wij die aangename vrugten van onzen arbeid mogen weg„ dragen; welke alleen in staat zijn om den„ zelven op eene voor onze harten voldoen„ de wijze te beloonen. — Accordeert. Goetz Hoog Gebiedende Heeren! Het schip Straalen deeze Rheede nog niet verlaaten hebbende, Wel Edele, Erntfeste, Hoog Achtb: Hoog wijze, voorzienige en zeer Genereuse Heeren Middelburg de WelEdele Hoog Achtb: Heeren Bewendhebberen Patria Ee Clercq H maaken 1342. ommitteert ter Hlustre Vergadering van XXVII. isenteerende de Generaale Neederlandsche g'octroijeerde „ Indische Comp:e ter praesediaate kamer dat Comy retour schip straaten onze voorkennisse, zullende onze bee heedens niet toelaaten om uwe Verge deringen gereegeld bij te woonen, en zullen UEd: eerlang omtrend die infor„ tien en ophelderingen van den tegenwo digen staat uwe Gouvernements, wel ons onontbeerlyk zijn om een aanvan temaaken met onze werkzaamheid ons verlangen nader doen verstaan. Hij, in wiens hand het lot de volkeren is onderstenne genadig onze g zamentlyke pogingen, en maakt de zelve door zynen Zeegen Vrugtbaar, dat het Lieve vaderland in derzelver lukkige Uitslag in deeze gewigtige bebi den grondslag moge vinden van een d gestrekter hoop, en wij die aangena vrugten van onzen arbeid mogen w dragen, welke alleen in staat zijn om zelven op eene voor onze harten vold de wijze te beloonen. — Accordeert GGoetz Hoog Gebiedende Heeren! Het Schip Straalen deeze Rheede nog niet verlaaten hebbende, maaken Wel Edele, Erntfeste, Hoog Achtb: Hoog wijze, voorzienige en zeer Genereuse Heeren Middelburg „de WelEdele Hoog Achtb: Heeren Bewendhebberen Patria E& Cleveq vete
English
1342. Commissioned to the Illustrious Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the presiding chamber that per the Honorable Company's return ship Straaten our foreknowledge, as our duties will not permit us to attend your meetings regularly, we shall soon make our wishes further known to Your Honors regarding those pieces of information and explanations of the present state of your Government, which are indispensable to us to make a start with our activities. May He, in whose Hand is the destiny of nations, graciously support our joint efforts, and make the same fruitful through His Blessing, so that the Dear Fatherland may find in their fortunate outcome in these weighty requirements the foundation of a more extensive hope, and that we may bear those pleasant fruits of our labor, which alone are capable of rewarding ourselves in a manner satisfactory to our hearts. Agrees GGoetz High Commanding Lords! The ship Straalen having not yet left this Roadstead, make Honorable, Firm, Highly Esteemed, Highly Wise, Prudent, and Very Generous Lords Middelburg Patria To the Honorable Highly Esteemed Lords Directors E& Clercq etc. 1343. we dutifully make use of this opportunity to inform Your Honorable Highly Esteemed of the safe arrival today of the packet boat de Snelheid from Batavia. Herewith ending this, we take the liberty to call ourselves with due respect, Honorable, Firm, Highly Esteemed, Highly Wise, Prudent, Very Generous, and High Commanding Lords, Your Honorable Highly Esteemed's very humble, faithful, and obedient Servants, In the Cartel de Goede Hoop, the 5th of May 1792. H Prenius [illegible] In the Roadstead of the Cape of Good Hope Wser
Dutch transcription
1342. gecommitteert ter Hlnstre Vergadering van XVII. representeerende de Generaale Neederlandsche g'octroijeerde Oost Indische Comp:e ter praesidiaate kamer dat p:r 's E Comp„ retour Schip Straaten onze voorkennisse, zullende onze be heedens niet toelaaten om uwe verg deringen gereegeld bij te woonen, zullen UEd: eerlang omtrend die info tien en ophelderingen van den tegenu digen staat uwe Gouvernements, we ons onontbeerlyk zijn om een aanvan temaaken met onze werkzaamheid ons verlangen nader doen verstaan. Hij, in wiens Land het lotd volkeren is onderstenne genadig onze zamentlyke pogingen, en maaktd zelve door zynen Zeegen vrugtbaar dat het Lieve vaderland in derzelver lukkige Uitslag in deeze gewigtige bebo den grondslag moge vinden van een gestrekter hoop, en wij die aangena vrugten van onzen arbeid mogen dragen, welke alleen in staat zijn on zelven op eene voor onze harten vold de wijze te beloonen. — Accordeert GGoetz Hoog Gebiedende Heeren! Het Schip Straalen deeze Rheede nog niet verlaaten hebbende, maaken Wel Edele, Erntfeste, Hoog Achtb: Hoog wijze, voorzienige en zeer Genereuse Heeren Middelburg Patria Aan de WelEdele Hoog Achtb: Heeren Bewendhebberen E& Clercq ete 1343. maaken wij van deeze gelegendheid prligtschuldig gebruik om UWel Edele Hoog Achtb: te adviseeren de behouden aankomst op heeden van de Pacquesboot: de Snelheid van Batavia — Tiermeede deeze eijndigende neemen wij de vrijseid ons met verschuldigde eerbtie te noemen — WelEdele e Erntfeste Hoog Achtb: Hoog Wijze„ Voorzienige, zeer Genereuse en Hoog Gebiedende Heeren Uwer Wel Edele Hoog Achtb: zeer ootmoedige; getrouw en gehoorzt: Dienaaren Int Carteel de Goede Hoop den 5e Maij 1792. H Prenius oinas O de Reede Van dute hoon Wser