VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4354

Cape · 488 pages · 223 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4354_0034 view scan ↗

English

10: but as the said defaulting and fugitive defendant had already rendered himself absent and fugitive, 11: there has been granted by authority to the petitioner, upon his request, 12: that the said defaulting and fugitive defendant be summoned by public edict with the ringing of the bell to appear in the council chamber on Thursday the 21st of August, in order to purge and answer for himself in court regarding his malversation and theft, on pain of proceedings being taken against him for his negligence according to law. Having stated 13: that whereas on the appointed day the said defaulting and fugitive defendant did not appear, 14: the first default was granted by this council against him, with its profits, and a second citation, 15: upon which, as well as upon the third citation, the said defaulting and fugitive defendant having again failed to appear, 16: after the defaults granted elsewhere, the petitioner was permitted to submit his intendment, and the defaulting and fugitive defendant was summoned a fourth time as aforesaid, out of superabundance, to see the service of the intendment on this day. And as the said defaulting and fugitive defendant has still not appeared, the petitioner has the honor to serve this intendment. Wherefore the petitioner concluded that by virtue and for the benefit of all the aforesaid defaults, the said defaulting and fugitive defendant shall remain deprived of all legal exceptions, defenses, and counterpleas which he might have proposed and made had he appeared, and that accordingly the said defaulting and fugitive defendant shall be condemned to remain banished forever from this government and its jurisdiction, on pain that if at any time he should fall into the hands of justice here, he shall then be punished according to his deserts; reserving the petitioner's right to make a further claim regarding the compensation of the Honorable Company's moneys following the investigation conducted, or for such other ends as Your Honors shall judge proper. Was signed: G: Ekster. In the margin: Exhibited in court 21 August 1788. To the Right Honorable the President and Members of the Court of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable Sir and Gentlemen. The undersigned, acting fiscal, shows with due respect: That although, pursuant to the resolution of the Council of Policy of 21 July last, he was also ordered to investigate whether and to what extent clerks of the said secretariat who signed for the receipt of recognition moneys without the same having been properly delivered into the treasury, made themselves guilty of fraud, and further to proceed against them as the nature of the case requires; the petitioner, however, for lack of a specification of those persons and sums received, which are first to be further determined by the ongoing investigation of the gentlemen commissioners qualified thereto, has not yet been able to proceed to this further examination. That meanwhile the assistant Guist Mollerstrom, appearing on the lists drawn up by the aforesaid commissioners, the said clerk the honorable Diemel being already known for a sum of approximately ƒ12000:-, has come to absent himself from here, of which the petitioner, subject to correction, believes he can have all the less doubt because the aforesaid Mollerstrom was not found and also did not appear when appointed to the petitioner by the court messenger, and the same messenger, having been sent again after a few days to take further information from the absent man's wife, received the answer found in the report, that to her regret she was ignorant both of the whereabouts and of the return of her husband. Considering now that the frequently mentioned Mollerstrom, by becoming a fugitive, acknowledges and increases his guilt, and further that the deed itself is of such a nature and condition that according to style and practice proceedings ought absolutely to be taken for bodily apprehension with its accessories or edictal citation, the petitioner hereby turns to Your Honors with the humble request that it may please Your Honors, on account of the cited circumstances, to grant the petitioner Your decree or Mandament of Ediction, whereby the frequently mentioned assistant Guist Mollerstrom shall be summoned in the usual manner and his goods inventoried and secured for the indemnification of the Honorable Company. Was signed: G. Ekster. In the margin: Exhibited in court the 7th of August 1788. I, the undersigned, declare at the request of the mistress, the widow of the late former clerk at the Political Secretariat, the honorable George Gerard Diemel, that it is true and certain: that the requester's late husband did indeed now and then sign something at the aforementioned secretariat relating to the recognition moneys of the Honorable Company on account of places which the country people hold in possession, as well as for the lord's dues on sold real estate, which was presented to the requester's late husband for signature during busy affairs, but regarding which I, the undersigned, am aware that the said Mr. Diemel never enjoyed anything, either directly or indirectly. And all of which I am prepared to confirm further, if necessary. Underneath stood: Cape, the 17th of July 1786. Was signed: E: Mollerstrom.

Dutch transcription

10: dog den ged: deg: en latit: zich reeds absent en Cagatief ge„ W1. is aande 2: O: Eisscher op deszelfs verwek van wthagt toe gestaan geworden. 12 dat den ged: def=t en lat:t bij klokken geslagen openbaare celictie is ingedaagd geworden omme op denderdag den 21 Augl: op de raadzaal te compareeren, ten eind zich in Judicio weegens zijne malversatie endiefte te purceeren, en te verantwoorden, onder peine dat Ay nalaatigheid tegens denselven zal geproedeert (als naa rechten. skeld hebbende 13 dan also ten daage dienende den ged. def:t en lat=s niet is compareerende 14: was bij deesen raade teegens denselven verleend het eerste defaielt, met dies profyten een tweede 15 op welke en zo meede ook de derde Citatie den ged. def:t en lat=t wederom niet gecompareerd zynde. 16. is bij elders verleende defaulten den 7: O: Eisscher toe„ gestaan, geworden, over te leggen, deszelfs in ten dit en den ged: defail=t en lat=t ex suber abondanti den vierden maal als voren ingedaagd geworden, omme op heden te zien dien en van Jntendit. En als zo den ged: defael:t en latit=t noch niet gecompareer is, zo heeft de R:o Eisscher d'eere te dienen van dit Jntendit Mits welke de ro. Esscher conclu„ deerde dat uit krachte en voor het profijt van alle voors2. defaulten den gev: de fail:t en lat=t verstooken zal blyven van alle exceptien defentien en te weeren, van rechten, die mij compareerende had moogen proponeeren en doen, en dat dien Aan den Wel Ed: Achtb: Heer proe„ cisent en raaden van Justitie des Casteel de Goede Hoop. GddlEdele Achtb: Heer en Heeren. Vertoend met verschuldig den Eerbied, den onderget. pro Jnterum fistaal. dat hoewel denselven ingevolge politique raads be„ „luit vanden 21 Julij kuperi mede zinde geordonneert geworden, te ondersoeken of en in hoeverre mede Clerc„ quen derselveer secretarije dewelken voor den ontvangst volgens hij ged: de fal:t en lat s zal wor„ den gecondemneert, omme ten eeuwe jen daage uit dit gouvernementen den ressorte van dien verbannen te blijven, op pene dat wanneer te eenigen tijd, alhier in handen van Justitie zou„ de koomen te geraaken, als dan na verdienste te zullen worden gestraft reserveerende de 2: o Eisscher omtrent de vergoeding van d' EComp. e Penn aan gedaan ondersoek nader Eisch te doen, ofte tot alsulke andere finen als UE Achtb: zullen oordeelen te be„ hooren. /:was geteekend:/ G: Ekster. /:in margine:/ E hib: in Judicio 2. o : 178. 8 volgens van citatie van recognitie Penn: geteekend hebben, zonder dat zalke lee„ hoorlyk in cassa zijn afgeleevert gewerden, zie haar frai hebben schuldig gemaakt, voorts na vereisch van zaaken tegens deselven te procedeeren, de 2: O. Vert: echter wegens gebrek der opgaave dier persoonen en ontvangene somm dewelke by het nog continueerende ondersoek der Hee„ ren Commissarissen daar toe gequalificeert eerst rader staan bepaald te worden, tot deese verdere Exminatie noch niet heeft kunnen overgaan. Dat ondertusichen den adsistent Guist Mallerstrou op de van voorn Commissaris ten geformeerde Listen voorziekende gem: Clercq. d' E: Diemel reeds voor een som„ van omstreeks ƒ12000:- bekend staande, is gekoomen zichven hier te absenteeren, waar aan de r: o: ver„ toender :onder correctie:/ vermeend dies te minder te kunnen twyffelen, om dat voorm: Mollerstrom bij den Vertoonder, door den gerechts Boodegeappoin teerd niet gevonden en ook niet gecompareerd is, en denselven Boode na eenige daagen. wederom gecon„ den zijnde om nadere informatie te neemen van des Absenten Huysvrouw de in het relaas bevindelijk Antwoord heeft ontvangen, dat zij tot haar leedwee„ zen, zo welwegens het verblijf, als telig komst van haar Man onkundig zij Aangesien nu meergem: Mollerstrom, door zich fu„ gatien te stellen, schuld bekend on vermeerderd, voort het feit zelve, van zodaanigen aar en gesteldheid is dat naar stijl en practijk absolute tot approehentie cosporcel, met dies annexis of céele Citatie zoude moeten worden geprocedeerd, zo is de E: O: Vertoonder mits deesen, zich keerende tot Uwel Ed. Achtb: met eerbiedig versoek dat het uwel Ed. Achtb. mooge be Verklaare ik onderget: ter requisitie van Juff. Wede: wijlen den eerst gew: Clercq ter Politicque secretarie d' E: George Gerard Diemel, hoe waar ende waarachtig is:/ dat wijlen de req=te han, wel nu en dan, iets ge„ teekend heeft ter opgem: secretarije betrekkelyk de recognitie Denn: der EComp=ie weegens Plaatsen die de Buyten Lieden in besit hebben, zo wel als voor: T' Hee„ ren rechten van verkogte vaste goederen, die gem der regte Man in drukke besigheden, ter tekening is voorgelegt geworden, maar waar omtrent ik onderget: bewust ben dat denselven Heer Diemel nimmer direct noch in direct niets genooten heeft. En welk een en ander ik bereid ben na„ der des noods zynde te bevestigen. /:onderstond:/ Cabo den 17 July 1786 /:was geteekend:/ E: Mollers tiem haagen, weegens aangehaalde omstandigheeden aan de: R:O: Vertoonder te verleenen wel derselver decreet of Mandament van Edictie, waardoor meergem: Ad„ sistent quist Mollerstrom op de gewoonlyke wyze zal ingedaagt en deszelfs goederen, ter schaadeloosstee„ ling, deE Comp=tie geinventariseerd en in verseekering genoomen worden. /:was get:/ G. Ekster. /:in woigen Ethib: in Judicio de 7 Aug 17888. haage

NL-HaNA_1.04.02_4354_0036 view scan ↗

English

the Honorable Mr. van Echten, occupied, is known on the List of unpaid recognition moneys. Mollerstrom for his account 938 the Honorable Diemel 3478. underneath was written: I: E: 3: O: signed: p Lestreur Today, the 2 August 1788. I, the undersigned Court Messenger, by order of the pro interim fiscal, the Honorable Gabriel Ekster, betook myself to and into the presence of Helena Michielse, wife of the Assistant Quist Mollerstrom, and judicially asked her whether she had any knowledge regarding the present whereabouts of her said husband, or when he would be present again, and could give information regarding that, whereupon I received from her as an answer: I am, to my regret, ignorant both as to the whereabouts and the return of my husband. Which I relate. underneath was written: Cape of Good Hope, date as above signed: C: E: Liervogel, Court Messenger. Thursday the 7 August 1788. in the forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, except How the pro interim fiscal, the Honorable G. Ekster, made known to us that according to the contents of the report served by the specially appointed commissioners to the Right Honorable Governor and Honorable Council of Policy, Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Honorable Council of Justice of this government, to make known. underneath was written: At Cape of Good Hope, the day and year as above lower: In my presence signed: C: L: Neethling, Secretary - and below that agreed: signed: W A van Ryneveld, clerk for which contents, having been maturely deliberated upon, the Council granted the request made therein by the said officer, namely to summon the said Mollerstrom against a certain term to be fixed by edictal citation and tolling of the bell, and at the same time qualified him, the officer, to seize the goods of the said Mollerstrom under inventory. After which the pro interim fiscal, the Honorable G. Ekster, regarding the assistant Quist Mollerstrom, served the following claim. the Honorable served 9: served Report, the Assistant Quist Mollerstrom, attached to the Political Secretariat, having also made himself guilty of the extensive malversations and theft of the Honorable Company's moneys committed by the former first sworn clerk of that Secretariat, Johannes Marthinus Horak, he, the pro interim fiscal, in compliance with the most respected orders of this Government given by their resolution of the 23 of the past month of July last, after having made inquiry and finding of matters, for the indemnification of the Honorable Company, must ex officio take legal action both against the person and the goods of the aforesaid Quist Mollerstrom. That he, the pro interim fiscal, for the execution of the aforesaid order, having repeatedly sent for the same to the dwelling house of the frequently mentioned Mollerstrom, had received the answer each time that he was not at home, and his wife also did not know where he was or whither he had gone, so that both from this and from the general rumors it became fully apparent that the frequently mentioned Mollerstrom has absented himself and become a fugitive, wherefore the said pro interim fiscal requested that the said Quist Mollerstrom might be summoned by edictal citation with public tolling of the bell, in order to appear before us within a certain day to be determined, and to answer for his committed malversations and theft; on pain that in case of non-appearance proceedings will be taken against him according to law. Thursday the 21 August 1788 in the forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, except the Honorable Jan Coenraad Gie, occupied. Thus done and granted at the Cape of Good Hope, the 7 August 1788. was signed: I: I: Rhenius: in the margin stood the seal of Justice pressed in red wax and underneath: By order of the Honorable President and the Honorable Council of Justice was signed: C: L: Neethling: So it is that we, having considered the aforesaid request, for the maintenance of Justice, have deemed it good and necessary to summon and cite the aforesaid Quist Mollerstrom for the first time by public edict and tolling of the bell, as we summon and cite him by these presents, to appear in person in our Council Chamber at the Cape of Good Hope and in court on Thursday the 21 of this current month of August, in order to clear and answer himself regarding his aforesaid perpetrated malversations and theft, on pain that in case of default proceedings will be taken against him according to law. underneath was written: Law. law

Dutch transcription

de Heere van Echten, bij occupatie op de Lixt der onbetaalde recognitie penn: staat bekend. Mollerstrom voor zijn reek 938 d' E: Diemel „3478. /:onderstond:/ I: E: 3: O: get: /: p Lestreur Huiden den 2 Augustus 1788. heb ik Onderget: Gerechts Boode, ter ordres van den pro Jnterum fiscaal, d' E: gabriel Ekster, my vervoegt bij en ter praesentie van Helena Mi„ chielse Huijsvrouw van den Adsistent quist choe„ Eerstrom, en haar gerechtelijk afgevraagd, of zij weegens het tegenswoordig verblijf van gem: hai Man, dan wel wanneer denselven weer praesent zou zijn eenig kennis had en dierwegen naricht geven konde waarop van haar tot antwoord bekoomen heb. Ik ben tot myn leedweesen zo wel weegens het verblyf als teragkomst van mijn man enkuendig Het welk ik relaateere /:onderstond:/ Cabo de goede Hoop datiem ut supra /:get:/ C: E: L iervogel Gerechts Boode Donderdag den 7 Augustus 1781. s voordemiddags praesent d' E. Achtb. Heer Johannes Isaak Rhenius, praesident en alle de Leeden, dempti Hoe den projiterim fiscaal, d' E: G. Ekster aan ons heeft te kennen gegeven, dat navol„ gens den inhoude van het door epres aangesteld zynde gecommitt, aan den Wel Edelen gestaffeer gouverneur en E: Achtb: Politqjve Raade in Iohannes Isaak Rhenius Pro„ sident, benevens den E: Achtb: Raade van Justi„ tie deeses gouvernements doen te weeken. /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et Annout inpra /:laager/ Mij present /:geteekend:/ C: L: Neethling Secretaris - en daar onder accordeert : /:get: W A van Rynevelden keren voor welks in houde rypelijk gedelibereert zynde heeft de raads des 2. 0. Vect=o daar bij gedaan versoek omnamentlijk gem: Mollerstrom teegens zekere te profigeeren termein bij edictate Cilatie en kleppen der Klok te doen in daagen, geaccordeert en hem R. O. Vert. teffens gequalificeert tot het in bezag neemen der goederen, van gem: Mollerstom onder Inventaris Waarna door den Projnterum fiscaal d'E: G: Wester ten opzichten van den adsistent Quist Mollerstrouw wierd gediend van het volgende Verboog. de Heere gedien 9: gediend Rapport, aen ter Politique secretarije beschei„ dene Adsistent Quist Mollerstroom zich meede schuldig gemaakt hebbende, aan de door den gewee„ sene eerste gezuiClercq dier Secretarije Johannes Mar„ thinus Horak gepleegde verregaande Mal ver„ satien en diefte aan s E Comp. s Penn:, hij Prointe„ um fiscaal in voldoening van de zeer gerespec„ teerde ordres deeser Regeering gegeeven bij der„ zelver resolutie van den 23 der afgeweeken Maand Julij JZ: nagedaane in quisitie en bevinding van zaeken, ter schaadeloosstelling vand' EComp=e zo teegens den verwen als goederen van voorsz quist Mollerstroom en Officie in rechten moet ageeren. dat hij pro Jnterim fiscaal ter effecticeeringe van de voorsz ordre bij herhaaling ten wonhuyse van meerm: Mollerstoom om deselve gesonden hebbende, telkens ten antwoord bekoomen had dat niet te Huis was, en deszelfs Huysvrouw ook niet wist waar denselven, zich bevond of werwaards verbleeven zij, invoegen zo daar uit als uit de algemeene geruchten ten vollen bleek, dat meerm: Mollerstroom, hem geabsenteerd en voor=vlugtig gesteld heeft, alwaaromme gemelde pro Jnteren fiscaal, versogt dat gem: quist Mollstroom bij openbaare klokken ge„ slagen edictate Citatie mogte werden inge„ daagt, ten einde binnen zeekeren te bepaalene daage voor ons te verscheinen, en zich weegens zijne gepleegde malveisatien en diefte te ver„ antwoorden; oppeene dat bij non comparitie teegens hem zal worden geprocedeert als naar Donderdag den 21 Augustus 1788 s' voordemiddag present d E: Achtb: Heer Johannes Isaak Rhenius praesident en alle de Leeven, dempt is de Heer Jan Coenraad gie bij dccuepatie Aldus gedaan en verleend aan Cabo de GoedeHoop, den 7 augustus 1788. /:was geteekend: I: I: Rhenius: /: in margine stond het zegulde Justitie in roode sacke gedrukt / en daaronder:/ Ter ordonnantie van den E: Achbb: Heer praesident en den E: Achtb: Raade van Justitie /:was getekend. C: L: Neethling: zo is het dat wij op voorsz Versoek gelet hebbende tot kan„ haaving der Justitie goed en nodig geoordeeld hebben voors t quest Mollerstroom voor de eerste Maallen openbaare Edictie en klokken geslag te doen dagvaar„ den, en indaagen, gelyk wij hem dagvaarden en in„ daagen mits deesen, om op DEnderdag den 21 deeser loopende maand Augustus in Persoon op onsen raadzaal aan Cabo de goede Hoopen in Judicis te verscheinen, ten eende hem weegens zijne voorsz geperpetreerde malversatien en dief„ te te purgeeren, en verantwoorden, op pene, dat bij nalaatigheid teegens hem zal worden ge„ procedeert als na rechten. /:onderstond: Rechten. rechten

NL-HaNA_1.04.02_4354_0038 view scan ↗

English

The Messenger, entering, reports that the defendant is not present. The Pro Interim Fiscal here, Gabriel Exter, Officer Prosecutor in Criminal Cases, on the one part, against the assistant posted here to the political secretariat, Quist Mollerstroom, defendant in Person, on the other part, in order to purge and answer for his committed malversations and theft. The Member of this Council, the Honorable Rijno Johannes vander Riet, acting on account of the indisposition of the Pro Interim Fiscal, requests, because of the non-appearance of the defendant, the first default, with the benefit thereof, and a second summons by edict against two weeks from today, and that simultaneously, for the indemnification of the Honorable Company, the defendant's goods may be liquidated by summary execution. The Council, on account of the non-appearance of the Defendant, grants the Officer Prosecutor the requested first default with the benefit thereof, and a second edictal citation against two weeks from today; the Council further grants to the Officer Prosecutor, for the indemnification of the Honorable Company, summary execution upon the estate of the said Mollerstroom, provided, however, that from the proceeds thereof no payout shall occur before the list regarding what the said Mollerstroom has enjoyed from the Honorable Company, which is currently being revised and collated again as a precaution, shall have been produced in Council and the exact sum that is due to the Honorable Company from his estate in the aforesaid matter shall have become apparent; and likewise before all the country people who have surrendered certain amounts in payment of their overdue seventieth pence to the said Mollerstroom, and of which payment the Honorable Company has not yet received payment into the Honorable Company's Treasury, shall have been summoned hither and shall have provided the necessary information. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, make known: Whereas the assistant posted here to the political secretariat, Quist Mollerstroom, was summoned by our order on the 7th of this current month of August by public edict and the ringing of the bell, to appear in Judicio in person in our Council chamber at Cape of Good Hope within the time of two weeks, or Thursday the 21st of August, in order to purge and answer for his malversations and theft committed and mentioned therein, and nevertheless has not appeared, but in addition keeps himself a fugitive and in hiding; so the Pro Interim Fiscal, the Honorable Gabriel Ekster, has today requested of us the first default. At Cape of Good Hope, the day and year as above. In my presence, signed: W. S. v. Ryneveld, sworn Clerk. And beneath it: Agreed, was signed: W. S. v. Ryneveld, sworn Clerk. make known: Whereas the assistant posted to the political secretariat, Quist Mollerstroom, who on the 7th and 21st of August last was summoned by our order by edictal citation and the ringing of the bell, to appear in Judicio in person in our Council chamber at Cape of Good Hope within the time of two weeks, in order to purge and answer for his already mentioned committed malversations and theft, nevertheless has not yet appeared, but in addition keeps himself a fugitive and absent; so the Pro Interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, has today requested of us the second default with the benefit thereof, and a third summons by edict. Wherefore we have granted and allowed to the said Pro Interim Fiscal the second default with the benefit thereof, and barred the defendant from the dilatory exception, as well as deemed it necessary to summon and cite the said defaulting and contumacious Quist Mollerstroom for the third time by public edict and the ringing of the bell, as we summon and cite him by these presents, to appear in Judicio in person in our Council chamber of Cape of Good Hope yet within the time of the two next-coming weeks, in order to purge himself of the first and second default, as also to purge and answer for his committed malversations and theft, on pain that in case of neglect thereof it shall be proceeded against him further as according to law. Thursday, the 18th of September 1788. In the forenoon, present: the Honorable Worshipful Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, demptis the Messrs. Ronnenkamp, van Echten, Meijer, and Gie, the first three named by occupation and the last by indisposition. The Messenger, entering, reports that the defendant is not present. The aforesaid Pro Interim Fiscal, the Honorable G. Ekster, Officer Prosecutor in Criminal Cases, on the one part, against the assistant formerly posted to the Secretariat of Policy, Quist Mollerstroom, Defendant in person in the aforesaid case, on the other part, to purge his first and second default, and further still. The Officer Prosecutor, because of the non-appearance of the defendant, requests the third default with the benefit thereof, and a fourth citation, ex superabundanti, as well as to serve with intendit in two weeks' time. Thus done and granted at Cape of Good Hope, the 10th of September 1788. Was signed: J. I. Rhenius. In the margin stood the seal of Justice in red wax. And thereunder: By order of the Honorable Worshipful Mr. President and the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, signed: C. D. Neethling, Secretary.

Dutch transcription

De Boode binnen breedende Den Pro Jnterim fiscaal alhier iE rapperteerd dat de ged: niet prae„ gabriel Exter r: O Eisscher in Cas zent is, Het Lid deezes raads de Heer Orimineel, ter eenre, op ende jeegens. Rijno Johannes vander Riet ver„ mits indispositie van den pro Jn„ den ter politique secretarije alhier terim fiscaal, fungeerende, ver„ zoekt om de noncomparitie van escheidenen adsistent Duist den ged: het eerste default, met Mollerstroom ged: in Persoon ter den profijte van dien, en een andere zijde, omme zich weegens tweede mandament bij edictie zijne geperpetreerde Malversatien teegens heden over twee weeken, en diefte te purgeeren en verant„ dat 'teffens ter schadeloosstel„ woorden. ling der ECompte des ged: goe„ deren bij parate Executie moogen worden te geldegemaakt. De Raad vermits de noncomparitie van den Ged:e accordeert de R:o: Eisscher, het versochte eer default met den profyte van dien, en een tweede edicti citatie teegens heeden over twee weeken verleenen de raad wyders aan de Ro: Eisscher tot schadeloos„ „telling vand' EComp:ie parate Executie op den Boe„ del van gem: Mollerstroom, Terwijl echter van dies provenue geene uitbetaling zal geschie„ den, voor dat de thans uit pracautie nogmaals gerivideert en geconfronteert wordende Notitie nopens het geene ged: Mollerstrom van d' EComp genooten heeft in raade zal zijn geproduceert, en dan gebleeken de juiste som welke d' EComp ter zaake voorsz: uit den Boedel van hem Moe„ Eerstrom competeerd; en zo meede voor dat alle de Landlieden welke tot voldoening kunnen ag„ terstallige zeeven: de penn: aan gem: Mollerstroom Also den ter politique secretarije al„ hier bescheiden en adsistent Zuist Moller„ strom, op den 7 deeser loop ende Maand Augl: ter onser ordre bij openbaare Edictie en klokke geslag, is ingedaagd geworden, om binnen den tyd van twee weeken, of donderdag den 21 Aogustus in persoon op onsen raadsaal aan Cabo de goede Hoop, in Judicio te compareeren, ten einde hem weegens zijne daar bij vermelde gepleegde malveisatien en diefte te purgeeren, en verantwoor„ den, en echter niet ten voorschijn is gekoomen, maar zich, daar en boven vlugtig en latiteerend houd, zo heeft den pro Jnteren fiscaald E: Ga„ briel Eks ter aan ens op heeden versogt het eerste Johannes Isaak Rhenius Praesident benevens den E: Achtb: Raad van Justitie deeses gouvernements, doen te weeten. hebben geextradeerd, en waar van de E Comp: kaar betaaling in d EComp: Cassa noch niet genooten heeft, herwaards zullen zyn ontbooden, en de ne„ dige informatie hebben gegeeven. /:ondertond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et Anno uttupra /:beagen:/ Mij present :/get:/ W: S: V: Ryne„ veld gem: Clercq /:en daar onder:/ Accordeert /:was geteekend:/ W: I: V: Ryncveld G: Clercq. hebben ments, doen te weeten. Nademaal den ter politique secretarije be„ scheidenen adsistent Quist Mollerstroom dewelke op den 7 en 21 august I: L: ter onser ordre bij eductale Citatie en klokke geslag is ingedaagd ge„ worden, omme binnen den tijd van twee Weeken in persoon op onsen raadzaal aan Cabo de goede Hoog in Judicio te compareeren ten einde hem wee„ gens zyne reeds vermelde geperpetreerde malver„ satien en diefte te pargeeren, en verantwoorden echter nog niet ten voorschyn is gekoomen, maar zich daar en bedoen vlugtig en absend houd, zoo heeft den propiterim fiscaal d' E: Gabriel Exter aan ons op heeden versogt het tweede default met den profijte van dien, en een derde man„ dament bij edictie waar omme wij aangem: projuterens fis„ caal, vergiend en toegjestaan hebben, het tweede default met den profijte vandie, en den ged: var„ stooken van de exceptie delatoir, mitsg=s nodig geoordeeld, gem: defaillant in lenitant Quist Mollerstroom voor de derde maal bij openbare Edectie en klokkengeslag te doen dagvaarten en indaagen, zo als wij hem dagbaarden en in„ daagen mits deesen, omme als noch binnen den tyd van twee eerstkoomende Weeken in persoon op onsen raadzaal van Cabo de goede Hoop, in Judicio te verschijnen, ten einde zich van het eerste en tweede default felijk ook van voerm pro Jnterim fiscaal, d: E: G: de Boode binnentoldende Ekster J: E: Eisscher in Cascrimineel rapporteerd, dat den ged, niet praesent is ter eenre Contra dez:o Eisscher vermits de nou„ den ter secretarye van Politie, be„ comparitie van den ged: ver„ zoekt het deerde defaalt met scheiden geweest zijnde adsistent den profijte vandien en een Quist Mollerstroow Ged: en per„ vresdecitatie, ex tuperabeu zoon, in voorsz Cas ter andere zijde danti, mitsgaders omme om zijn eerste en tweede defaalt over twee weeken te dienen te purgeeren, en voorts als noch van Jutendit. ƒ Donderdag den 18 September 1788. s' voor de middags present d: E Achtb: heer Johannes Isaak Rhenius Praesident en alle de Leeden, demptis: de Heeren, Ron nenkamp, van Ecchten, Meijer en gie de drie eerstgem: bij occuipatie en de laats te bij indisponitie /:onderstond:/ Aldus gedaan en verleend aan Cabo de goede„ Hoop den 10 Sept: 1788 (:was geteekend:/ J: J Rche, huis /:in margine:/ stond het zegul den Iusti tie en roode rak /:En daaronder:/ Ter dadoum Ans den E: Achtb: Heer Praesident en den E: Achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements, geteekend:/ C D: Neethling Secret=s zyn gepleegde malveisatien en deefte te purgeeren en verantwoorden, op pene dat bij nalaatigheid van dien tegens hem verder zal werden geprocedeert als na rechten. zyn den

NL-HaNA_1.04.02_4354_0040 view scan ↗

English

The Council, granting the Prosecutor his requested third default and for the benefit thereof, bars the cited defaulting defendant from all peremptory exceptions, wards, and defenses, as well as other privileges with which, had he appeared, he might in any way have availed himself in court, and furthermore grants a fourth summons ex superabondanti to serve for the purpose of a Bill of Indictment two weeks from today. Below stood: At Cabo de goede Hoop, day and year as above. Lower down: In my presence. Signed: C: L: Neethling, Secretary. And below that: Agreed. Signed: W: S: V: Ryneveld, Sworn Clerk. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Council of Justice of this Government, make known: Whereas the Assistant Guist Mollerstroom, assigned to the Political Secretariat, was, by our order, consecutively summoned by public edict and the tolling of the bell on the 7th and 21st of August and the 4th of September last, to appear in person within the time of two weeks before our Council Chamber at Cabo de goede Hoop, in order to clear and answer for his aforementioned perpetrated malversations and theft, but has nevertheless not yet appeared, moreover keeping himself fugitive and in hiding; so it is that the Fiscal pro interim, the Honorable G: Ekster, has today requested of us the third default with the benefit thereof, and a fourth edict ex superabondanti, in order that in case of further non-appearance he may serve a Bill of Indictment two weeks from today. Therefore, it is that we have granted the aforementioned Fiscal pro interim the third default, and for the benefit thereof have barred the defaulting and hidden Quist Mollerstroom from all peremptory exceptions, wards, and defenses, as well as other privileges with which, had he appeared, he might in any way have availed himself in court, and furthermore deemed it necessary to summon and cite the aforesaid Quist Mollerstroom for the fourth time, ex superabondanti, by public edict and the tolling of the bell, as we do summon and cite him by these presents, to appear as yet in person within the time of two weeks before our Council Chamber at Cabo de Goede Hoop and in court, in order to see the aforesaid Bill of Indictment verified and to hear sentence pronounced, with notice. Below stood: Thus done and granted at Cabo de goede Hoop, the 18th of September 1788. Was signed: G: I: Rhenius. In the margin stood: The Seal of Justice in red wax. And below that: By order of the Honorable Lord President and the Honorable Council of Justice of this Government. Was signed: C: L: Neethling, Secretary. Extract from the Criminal Court Roll held at Cabo de goede Hoop, Thursday the 8th of January 1789. Subsequently produced by the Fire Chief Johan Adam Michielsen, a deed or declaration left behind for him by his son-in-law, the fugitive Assistant of the Honorable Company, Quist Mollerstroom, the mentioned Michielsen requesting that, since it appears therefrom that the said Mollerstroom enjoyed none of the recognition monies of the places for which the first sworn clerk Horak subscribed the record in the Political Secretariat on the Game Register, and of which the money was not received into the Company's Treasury, it might please this Council to join the said private deed to the trial of the fugitive Mollerstroom, in order that the necessary reflection may be given thereto; so it is resolved to condescend to the request made by the mentioned Michielsen, and further, in order that the Officer may obtain the necessary knowledge thereof, to deliver a copy of that deed to the Fiscal pro interim, the Honorable G: Ekster. Below stood: Agreed. Signed: W: S: v: Rijneveld, Secretary. I, the undersigned Guist Möllerstrom, hereby declare that of the recognition monies written off the Ordinance Books of the Loan Places remaining at the Political Secretariat of Cabo de goede Hoop, declared by me as having been counted into the Honorable Company's Treasury and signed by the first sworn clerk serving at that time, Johannes Marthinus Horak, never the least or smallest part of those monies was enjoyed by me; but on the contrary, I frankly confess to having defrauded through the bad example of the aforementioned Horak, in that which my handwriting indicates, for which the late clerk at that time, the Honorable George Gerard Diemel, in his busy occupations, only subscribed his name. Imploring in this matter the utmost mercy of the judge and being prepared to strengthen that which is stated above with a solemn oath if required. In testimony of the truth, I have signed this with my own hand, in the presence of the witnesses subscribed in the margin. Below stood: Cabo de goede Hoop, the 26th of July 1788. Was signed: G: Mollerström. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Council of Justice of the Castle de goede Hoop, make known: That the Independent Fiscal, Mr. Iohan Nicolaas Steven, has verbally informed us: That Thomas van den Berg of Amsterdam, master carpenter; Johannes Smeets of Brussel, under-carpenter; Dirk Laarsten of Sleekevoort, arquebusier; Claude Bertie of St Vloer; Christiaan Rechter of Berlijn; Jan Baptist Harwich of Weesel; Jacques Dimont of Marchand; François du Carré of Janise; Johannes Slegt of Attewag; Nicolaas Petit of Marchand; Nicolaas Cretean of Nameur; Claas vander Spreet of Weering; Andries Laarssen of Koppenhagen; Iohannes Anthony Verschoor of Gent; Martin Lange of Gotland; Barend Stolmgreen of Hokholm; Michiel Kenter of Doom; Iean Francois van du Brois of Nameur; Carel Cristiaan Leopold No: 3

Dutch transcription

De Raad vallend de r. O. Eiskher het versogte derde default en voor het proefyt vandien, versteekt den ged: defaillanten laste van alle Exceptie peremptoir weeren en defensien, mitsg=s andere beneficien, daar hij verschijnende zich in rechten eenigzints mede zoude hebben kunnen behelpen, en voorts eene vreide Citatie ex superabondanti om heden over twee weeken, te kunnen dienen van Jntendit /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et Anno ut supra /:lager, Mij Present /:geteekend:/ C: L: Neethling secret.s en daar onderaccordeerd:/ geteekend:/ W: S: V: Myneveld g:Clercq Johannes Isaak Rhenius President beneevens den raad van Justitie deses Goevernemen doen te weeten. Aangesien den ter Politique, secretarije bescheidenen adsistent Guist Mollerstroom op den 7. 21 augl: en 4 september J2: ter onser ordre bij openbaare Edictie en klokken geslag suc„ cessivelijk is ingedaagd geworden, omme binnen ten p=l zich weegens zijne gepleegde malveisake en diefte te koomen verantwoorden. den tijd van twee Weeken in perwon op ons en Raadzaal aan Cabo de goede Hoop te verscheinen ten einde zich weegens zijne reeds vermelde ge„ perpetreerde malveisatien en diefte te pargeeren in verantwoorden, echter noch niet is gecompa„ reerd, houdende zich daar en boven voortvlugtig en latiteerend, zo heeft den pro jnterim fiscaal d'E: 9: Ekster, aan ons op heden versogt het derde de„ faalt met den profijte van dien, en een vierde Man„ dament bij edictie exsuper abondanti, om by verdere non comparitie heeden over twee Wee„ ken te moogen dienen van Jntendit Weshalven is hiet dat wij aangem. pro Interim fiscaal hebben vergiend het derde betaalt en voor het profijt van dien de defaill:t en lat=s Quist Mollerstroom versteeken van alle Excepte peremptoir, weezen en defensien mitsgs andere beneficien, daar hij verschijnende zich in rechten eenigzints mede zoude hebben kunnen behelpen en vootsnodig geoordeeld voor 2 quist Mollen, strdom voor de vierde Maal, e ouperabondanti bij openbaare edictie en klokke geslag, ten doen dagvaarden en indaagen, gelyk wij hem dag„ vaarden en in daagen mits deesen, omme als noch binnen den tyd van twee Weeken in persoon op onsen raadsaal aan Cabode Goede Hoop en in Judicie te verschijnen, ten einde het voors 2 Jutendit te zien recificeren, ende sententien te hooren. pronuntieeren met inthimatie. onderbond /onderstond:/ Aldus gedaan en veleend aan Cabo de goede Hoop den 18. September 1788. /:was geteekend:/ G: J: Bckenius /:in margine:/ stond 't Zegul der Justitie in roode saeke. /:en daaronder :/ Ter ordonn: vanden E Achtb: Heer President en den E: Achtb: raad van Justitie dezes gou vernements /:was get:/ C: L: Neethling Secret=s Extract uit de Crimineele Rechts Rolle gehouden aan Cabo de goede Hoop. Donderdag den 8 January 1789 Vervolgens door den Brandmeester Johan Adam Michielsen geproduceert een acte of declaratoir hem, door zyn schoonzoon, den geaufageerden Adsistent der EComp= e quist Mollerstroom agtergelasten, versoekende gem: Michiels en dat, nadien daar uit komt te blijken, dat ged: Moller„ stroom, geene recognitie penn van Plaatsen waar voor den eersten gemw: Clercq Horak de aanteekening ter Politique secretarijen op het Wildschattenboek heeft gesubscribeerd en waarvan het geld, niet in s'Comp:s Cassa dat„ vangen is, genooten heeft, het deesen raade Verklaare ik onderget: Guist Möllerstrou bij deesen dat van, de bij de ordonn: Boeken, deLeening Plaatsen ter Politique secretarije van Cabo de goede Hoop, berustende, afgeschreevene recognitie Penn: door mij, als in s' E Comp. s Cassa geteld weesende, be kend gesteld, en door den ter dier tijd fungeerende eerstegesw: Clercq Johannes Marthinus Horak, geteekend; nimmer het minste of gerings te van die benn: bij mij is genooten, maar bekenne in tegendeel openhartig, door quaad, voorbeeld van opgem: Horak gefraudeerd te hebben, in het geene het welk mijn schrift uit wijst, waar voorwijlen den dies tyds zynde gem: Clercq d'E: George Gerard Diemel, in zyn drukke besig„ heden, zijn naam alleen heeft gesubscribeerd Jmploreerende ten deesen, het uitterste be neficie des rechters en bereid zynde hetgeene mogte behaagen, deselve onderhandsche Acte by het proces van gecepten Mollerstroam te voegen, ten einde daar op de noodige refectie mogt worden geslaagen zo is verstaan, in het doorgew: Michiels en gedaan versoek te condescendeeren, en wijders op dat den Officier daar van de noodige kennis erlangen Copia die acte aan den pro Jnterim fiscaal, d' E: G: Ekster te doen overgeeven. /:onderstond:/ Ac„ cordeert /:get:/ U: I: Rijneveld secrets mogte voorsz op. Johannes Isaak Rhenius sterken, Jnteeken der waarheid hebbe deesen in het bijzijnder in margine gesubscribeerde getuijgen eigenhandig onderteekend. /onderstond: Cabo de goede Hoop den 26 July 1788 /:was geteekend:/ G Mollerström. voorsz staat mogte ik, met solemneele Eede te Praesident, beneevens den Raad van Justitie des Casteels de goede Hoop doen teweeten Hoeden independent Fiscaal M=r Iohan Nicolaas Steven zynden aan ons by monde heeft te kennen gegeeven. dat Thomas van den Berg van Amsterdam oppertimmerman, Johannes Smeets, van Brussel ondertimmerman Dirk Laarsten van Sleekevoort, bos¬ schieter, Claade Bertie van St Vloer, Christiaan Rechter van Berlijn, Jan Baptist Harwich van Weesel, Jacques di„ „mont van Marchand, François du Carré. van Janise, Johannes Slegt, van Atte wag, Nicolaas Petit van Marchand, Nicolaas Cretean van Nameur, Claas vander „spreet, van Weering Andries Laarssen van koppenhagen, Iohannes Anthony Ver„ schoor van gent, Martin Lange van Gotland, Barend Stolmgreen van Hokholm, Michiel Kenter van Doom, Iean francois van du Brois van Nameur, Carel Cristiaan Leopold No: 3

NL-HaNA_1.04.02_4354_0043 view scan ↗

English

Leopold Friese of Hamburg; Jacob Larsen Zeeberg, of Odense; Jacob Geerike of Trier, soldiers; Hendrik Malo of Baldemoon; Thomas Bok of Coppenhagen; Willem Robbert of Nieuwdijk; Dirk van Dam of Scheveningen; Joseph Frank of Cader; Wiggert Alberts of Embden; Hendrik Croese of Pillau; Thomas Klein, of Koningsbergen; David Heerts of Bergen; Fredrik Neijkamp of Herford; Johan Fredrik of Lotteringen; Jan Kinons of Philadelphia; Jan Baptist Somers of Branchot; Christoffel Ferdinand Bauries of Alsace; Hendrik Jan Daalman of Stockholm; Erik Landsteen of Hamburg; Andries Koppingen of Stralsund; Jacob Pieterse of Stettin; Anthonij Renderik of Vlissingen; Hendrik Wittham of Memel; Jan Andriesse of Flensburg; Laurens Stoffels of Mandal; Jan Hendriks of Mandal; Evert Hersberg of Waterveen; Siemen Joseph Verhoevers of Copenhagen; Johan Elsner of Danzig; Johan Erik Sundel of Stockholm; Carel Fredrik Arom of Åbo; Jan Barend Rolleijte of Åbo; Johan Christiaan Wiegers of Hamburg; Johan François of Rochelle; Johan Sinofskij of Koningsbergen; Willem Minie of Amsterdam; Jan Horst of Hannover; Roelof Daal of Christiansand; Theunis Annensen, of Kragerø; Willem Meutelenberg of Middelburg; two Frisians of Pleurien; Willem Fredrik Diller of Blomberg; Hans Jurgen Pit of Mannheim; Jan Terrester of Clermont; Louis Chatenay of Monnebay; Johan Diets of Strasbourg; Anthonij Louis Cortier of Cabo; Hendrik Lamker of Amsterdam; Hartog Hendrik of Groningen, sailors; Hendrik Eriksen of Doorn, ordinary seaman; Assuerus Stalman of Doorn, apprentice seaman; all in the aforementioned capacities belonging under this government, have not hesitated, successively during the past year, willfully to abandon their assigned posts and the service of the Honorable Company and to make themselves fugitives, in such manner that notwithstanding all efforts made they could not be discovered, The well-honored Fiscal demanding on that account that the above-mentioned fugitive persons may be peremptorily summoned in person by public tolling of the bell and edictal citation, to appear within a certain specified day before us or the commissioners from our College, in order to answer for their willful desertion and abandonment of service, on penalty that upon non-appearance, proceedings will be conducted against them by contumacy according to law. Wherefore the Council, having considered the request of the well-honored Fiscal, as well as in compliance with the circular order from their High Excellencies the Lords of the High Indian Government dated 20 August 1753, for the maintenance of justice has approved and deemed necessary to have the above-mentioned fugitive persons summoned and cited by public edict and the tolling of the bell, as we do summon and cite them hereby, to appear peremptorily in person within the period of the next coming four weeks in our Council chamber here, in order to come to purge and justify themselves before our Court or commissioners from the same regarding the aforementioned willful desertion and abandonment of service, on penalty that upon neglect thereof, proceedings will be conducted against them by contumacy according to law. Underneath was written: Thus done and granted at Cabo de Goede Hoop, the 7th of January 1790. Was signed: P. S. Rhenius. In the margin: stood the seal of Justice pressed in red sealing wax. Lower: By order of the Honorable Worshipful Lord President and the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government. Was signed: W. S. van Ryneveld, Secretary. Number 4 Article 1: And stated 2: that on the first day of this year, having appeared in the prison, a certain slave by the name of October of Mozambique, belonging to the defendant in this matter, 3: displayed there several scars, 4: caused according to his statement by the mistreatment by the defendant; 5: that the plaintiff ex officio, having been informed of this, immediately had the aforementioned slave examined by the second surgeon, Against the burgher Johannes Theron, defendant, on the other side. Appeared before the Right Honorable and Worshipful Lords President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope, the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, Plaintiff ex officio, on the one side, 6: and found then that his buttocks from behind were partially stripped of the epidermis, 7: and that on his back several skinned welts were to be seen, 8: as appears from the accompanying surgical certificate under letter B; 9: that this treatment, of which the circumstances are to be read in detail in the accompanying report 10: given by the slave October before the Lords Commissioners from this Honorable Worshipful Council, 11: and to which the plaintiff ex officio refers for the sake of brevity, 12: cannot in any way be deemed to belong under domestic punishments, 13: but on the contrary falls fully within the definition of mistreatment, 14: so strictly forbidden by the statutory laws of the Indies. 18: to the end that he may be corrected for this action by Your Honorable Worships according to his merits. Wherefore, and for other reasons and arguments to be further deduced in due course if necessary, the plaintiff ex officio, making his claim, concluded that the above-mentioned slave October of Mozambique shall, by order of Your Honorable Worships, be sold publicly for the benefit of the defendant under the express condition 15: See Title of Slaves or Bondsmen, after the beginning. 16: The plaintiff ex officio has considered himself obliged 17: to summon the defendant before Your Honorable Worships that

Dutch transcription

Leopold Friese van Hamburg; Iacob Larsen Zeeberg, van Odenzel Iacob Geerike van Frier Pol„ daaten, Hendrik Malo van Baldemoon, Thoma Bok van Coppenhagen Willem Robbert van Nieuwdik Dirk van DS van Scheevelingen Joseph Frank van Cader Wiggert Alberts van Embden, Hendrik Croese van Pillau Thomas Klein, van Coningsbergen: David Heerts van Bergen, Fredrik Neijkamp van Herfort Iohan Fredrik van Lotteringeu, Jan Kinons van Ehiladelphia Ian Baptist Somers van Branchot Christoffel Fer„ dinant Bauries van Elsas, Hendrik Jan Daalman van Stokholm Erik Landsteen van Hamburg Andries Koppingen van Straalsond; Jacob Pie¬ terse van Stettijn, Anthonij Ren derik van Vlissingen, Hendrik Wit¬ tham van Memel, Jan Andriesse van Flensburg, Laurens Stoffels van Mandel Jan Hendriks van Mandiel Evert Hers, berg van Waterween Siemen Joseph Verhoevers van Copenragen: Ishan Als net van Dantsig Iohan Erik Sundel van Stokholm, Carel Fredrik Arom van Ibo, Jan Barend Rolleijte van Obo, Iohan Christiaan Wiegers van Hamburg Johan François van Rochelle, Johan Sinofskij van Koningsbergen Willem Minie van Amsterdam, Jan Horst van Htanoven Roelof Daal van Christiaan Land, Theunis Annensen, van Krijn stad, Willem Hleute„ lenberg van Middelburg twee Vreesien van Pleurien, Willem Fredrik Diller van Blomberg Hans Jurgen Pit van Manheijm, Ian Terrester van Clermont Louis Chatena van Monnebay Iohan Diets van Straatsburg Anthonij Louis Cortier van Cabo, Hendrik Lamker van Amsterdam, Hartog Hendrik van groningen, Mattroosen, Hendrik Eriksen van Doom, Jong Mattroos, Aswerus Stalman van Doorn, Hooplooper, alle in voorm: qraliteiten, onder dit gouvernement sorteerende, hun niet ontzien hebben, ge„ duurende het voorleeden jaar succieffelijk hunne bescheiden Posten, en den dienst van der der EComp=ie moedwillig te verlaa„ ten en hun zelve fugatief tesee len, zodaanig dat niet te gestaande alle aangewende moeijte niet heb ben kun. nen werden ontdekt, Verwekende welgem: Heer Fiscaal diesweegens, dat bovengem: vlugtige ver„ zoonen, by openbaare klokke geslag en edictale Citatie peremptoir in persoon moogen werden ingedaagd, om binnen zekeren bepaalde daage, voor ons ofte gecomm: uit ons Collegie te com„ pareeren ten einde hun weegens moed¬ willige desertie en dienstverlating te koomen verantwoorden, op pene dat bij non comparitie tegens deselve bij continuatie zal werden geprocedeerd als naar dechten Weshalven de Raad gelet hebbende op het versoek van welgem: Heer Fis„ Caal, mitsg:s in opvolging der Circu„ taire ordre bij haar hoog edelens de Heeren der Hooge Indiasche Regeering de dato 20 Augustus 1753 tot hand„ haaving der Justitie goedgevonden en noodig geoordeeld heeft, de boven„ gem: fugative Persoonen, bij openbaare Edectie en klokke geslag te doen dag„ vaarden, en indaagen, gelijk wij henlieden dagvaarden en indagen bij deesen, omme binnen den tijd van de vier eerstkoomende wee„ ken peremptoir in Perzoon op onze raadzaal alhier te compareeren, omme hun weegens gemelde moedwil¬ lige desertie, en dienstverlaating, voor onse Rechtbank dan wel geconm: uit denselven te komen. purgeeren en verantwoorden op peene dat bij nalaatigheid van dien, tegens deselve bij conti„ macie zal werden geprocedeerd. als na rechten /:onderstond:/ Aldus gedaan en verleend, aan tedato 200 Cabo. de goede Hoop den 7 January 1790: /:was geteekend:/ P: S: Rhenius /: in margine: stond het zegul der Justitie in roode lacke gedrukt:/ /:lager:/ Ter ordonn: van den E: Achtb: Heer Praesident en den E: Achtb: Raade van Justitie deeses Gouvernements /:was geteekend:/ W: S: V Ryne„ veld Secretaris. N=o 4 Astil: 1: Ende deede zeggen. 2 dat op den eersten dag deeses Jaars in de tronk verscheenen zijnde, zeker slaaf in naame October van Mosambicque toebehoorende den ged. e in deesen. 3 aldaar vertoond heeft eenige Lid„ teekenen 4 Veroorzaakt volgens deszelfs opgave door de mis handeling vanden ged: 5 dat de Ro Vert hier van onderrigt, ter stend door den tweeden oppermeester Contra den Burger Johannes Theron Ged: ter andere zijde Compareerde naar de wel Edele en Acht„ baare Heeren Praesident en Raaden van Justitie des Casteels de goede Hoop, de Jndependent fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lynden R: D: Eisscher ter eenre voorm: voorm: slaaf heeft doen examineeren 6 en als toen bevonden heeft dat des„ zelf billen van agteren gedeeltelijk van opperhuid ontbloot, 7 en dat op deszelfs rug verscheide ont„ velde striemen te zien waren. 8. blykens het hier nevens gaande Chirurgicaal Attest sub L: B: 9 dat deese behandelinge waar van de omstandigheeden gedetailleerd te lesen zijn in het nevens gaande relaas 10 door den slaaf October voor Heeren Iecomm uit deesen Ed: Achtb: Raade ge„ geeven. 11 en waar toe de R:o: Eisscher zich kort„ heids halven refereert, 12 geensints gesenceert kunnen wor„ den onder de demestique straffen te behooren, 3 maar in tegendeel wel deegelyk in de termen vallende van mishan„ deling 14. zo scherpelijk bij de statutaire Wetten van Jndien verbooden. 18. ten einde deselve voor dit zyn bedriff door UE: E. Achtb. na merites mogen worden geenrigeerd. Mits welke en andere redenen en middelen in tjed en wylen is het nood nader te deduceeren de R:O: Eisscher Eisch doende concludeerde dat de bovengem. Slaaf October van Mo„ tambicque ter ordre van UE:E: Achtb: publicq ten profite van den Ged: zal werden verkogt onder expresse conditie 15 Vid. Tit van Slaven of Leyfeggenen post initium 16 heeft De Reb: Eisscher zich verplicht gereekend 17 den ged: voor uE. E. Achtb: te conve„ nieeren A2: 15 dat -

NL-HaNA_1.04.02_4354_0048 view scan ↗

English

that the same shall never again be allowed to fall into the hands of the defendant or his family, with the condemnation of the defendant to a fine of two hundred Rijksdaalders for the benefit of the treasury, or other, etc. Below stood: In case of indisposition of the Honorable Independent Fiscal, was signed: P. A. Gruter, Adjunct Fiscal. In the margin: Exhibited in Court on the 21 January 1790. I, the undersigned, declared at the requisition of the Independent Fiscal Jan Nicolaas Steven van Lijnden to have inspected on the 2 January in the Honorable Company's prison a certain male slave belonging to the burgher, Mr. Jan Theron, on whom was found his buttocks at the back partially stripped of epidermis, and on his back several skinned welts. The said slave testifying that this was inflicted upon him by beatings. Signed: I. Leeuwer. Dated the 22 January 1790. Report given before the undersigned commissioned members from the Honorable Council of Justice of this government by the slave October of Mozambique, of competent age, bondsman of the burgher Johannes Theron, and this at the requisition of the Independent Fiscal, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, reading as follows: That the deponent, having now some months ago been bought by his aforementioned master, the same had employed him to work in a stone quarry. While on a certain evening, having been sent out to fetch water with another slave youth belonging to the said master, whose name however he does not know how to give, that when he, the deponent, had arrived at the pump, he had informed his companion that he wanted to go buy some tobacco for himself, and had also run from there for that purpose. That when he, the deponent, had returned to the same place, his said comrade had given him a slap, and thereupon emptied the half-aam cask that was already pumped full of water, and taking the same upon his shoulder, had gone home with it. That thereupon the deponent, out of fear as he says that his mentioned comrade would complain about him to his master, had kept himself absent, and thus wandered around the Cape for two days, during which time, in between, he had sought his night's lodging near the Castle in the still unfinished part of the new Hospital, until, having come into the Castle the following morning, he was discovered by a servant of his master and brought back home. That further, when the deponent had arrived home, his said master, after having had some exchange of words with him concerning his absence, had caused the deponent to be bound hand and foot, and being thus laid down, caused him to be beaten on his buttocks with an end of rope and a sjambok in such a manner that several scars from it, which he the deponent showed to the undersigned commissioners, are still clearly visible and have provided proof that the deponent was chastised in an improper manner. That the next day, the deponent having been sent by his said master to the stone quarry to work, he the deponent could not perform his work, but had fallen down in a faint. Which, having been reported to his master by his fellow slaves when they went home to eat, the same had him fetched home, and again caused him to be beaten by two youths with a sjambok, after which he had that part of his body upon which he was beaten washed with wine and salt. That finally the deponent, out of fear of further mistreatment, had run away, and after the lapse of three days, ending the 1st day of this current year, was caught by some youths and brought to the Prison, where the officer had him undressed and noted the scars of the beatings received. Relating nothing more, the deponent gives as reasons of knowledge as in the text, declaring the foregoing to be the pure truth. Thus related at the Cape of Good Hope, the 20 January 1790, before the Gentlemen B. J. vander Piet and Johannes Smit, members of the Honorable Council of Justice of this Government, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the Secretary. Was signed: W. M. V. Ryneveld, Secretary. In the margin: Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government the aforementioned slave October of Mozambique, who, this his foregoing report having been clearly and distinctly read out, declared that he persisted and continues to persist therein, with the desire that nothing more be added to or taken from it, testifying that such is the pure truth. Below stood: Recollection. Thus done and recollected at the Cape of Good Hope, the 15 March 1790. Was signed, etc. And around it written: this mark was placed by the appearer's own hand. Lower: In my presence, signed: J. d: kranopek, Sworn Clerk. And H. J. de Wet. As commissioners, and signed: R. J. v. d. Riet. Answer and Counter-Claim drawn up and submitted with due respect to the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Honorable Gentlemen Members of the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, by and on behalf of the assistant in the service of the Honorable Company, Willem Kolver, as authorized agent of the burgher Johannes Joachim Theron, in his capacity as Defendant on the one side, Against the Right Honorable Johan Nicolaas Steven, Baron van Lijnden van Blitterswijk, Independent Fiscal of this government, ex officio Plaintiff on the other side. Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen, The Defendant in his capacity, in his aforementioned capacity, before proceeding to the species facti, shall fulfill his duty to express to Your Honors his due gratitude for the very favorably granted copy of the Honorable Plaintiff's statement of claim, as well as a term of two weeks to answer thereupon.

Dutch transcription

dat deselve nooyt weder in handen van den Ged. of deszelfs faniel le zal vermoogen te ge raaken, met condem„ natie vanden ged in een Boete van twee honderd Rijksd=s profisco ofte bat andere & /:onderstond:/ bij indispositie van de Heer Jndependent Fiscaal /:was geteekend:/ P: A: Gruter adj=t fiscaal, /:in margine:) Exhibitum in Judicio den 21 Januarij 1790 Ik ondergetek: verklaarde ter requi¬ sitie van den Jndependent Fiscaal Jan Niolaas Steven van Lijnden op den 2 Januj2: in s' EComp. gevangenhuijs gevisiteerd te hebben, zekere mansslaaf toebehoo„ rende aan den Burger, Mr Jan Theron aan welke bevonde, deszelf Billen van agteren, gedeeltelijk van opperhuyd on'tbloot en op deszelfs rug dat den relt. nu voor eenige maan¬ den door bovengem: zijn Lyfheer gekogt zijnde denselven hem geëmploijeerdt Relaas gegeeven voor de onderget: gecomm Leeden uit den E: Achtb= Raade van Justitie dezes gouver„ nements door den Slaaff october van Mosambigsie van competenten ouderdom Liffeigen van den Burger Johannes Theron en zulx ter requisitie van den Jn„ dependent Fiscaal d' E: Achtb: Heer Johan Nico„ laas Steven van Lijnden luijdende hetzelve als volgt. verscheide ontvelde striemen. getuijgende gem: slaaf hem dit daor slaagen te zin toegebracht: /:geteekend. I: Leeuwer /:ged:/ den 22 January 1790„ verscheid had had, om in een klipkuil te werken terwijl hij op zekeren avond met nog een slaven Jongen ged. zyn Lijfheer toebehoorende, dog welkers naam hij niet weet op te geenen, uitgesonden was om water te haalen, dat wanneer hij rel=t aande pomp ge„ koomen was hij zyn makkerhad te ken„ nen geggeeven, dat hij voor zich wat tobak wilde g aan koopen en ook ten dien einde van daar geloopen was, dat waneer hij Rela=t terzelve Plaatze tezug was gekoo„ men, gem: zyn Cammaraad hem een klap hadgegeeven, en daarop het halfaan dat reeds volwater gepompt was leedig ge= gooit, en het zelve op zin schouder nee„ mende, zich daar mede na huijs had be„ geeven. Dat als toen de Rett. uit vreese zo hy regt: dat gerepte zyn Cammaraad hem bij zyn Liffheer verklaagen zoude, zich had ge„ absenteerd gehouden, en dus twee dagen aande Caab rond gesworven, als wanneer hy intes teken, zijn Nagtverblyf had ge„ zogt, nabij het Casteel in het noch onbe bouwde gedeelte van het nieuwe Hospitaal tot dat hij de daaraan volgende morgen in het Casteel gekoomen zijnde ontdekt was door een knegt van zyn Lyfheer naar huys was terug gebracht. dat voorts wanneer den Relt te Huijs was gekoomen, gem zyn Lijf¬ heer na eenige woordenwisseling, wee„ gens zijn wegblijven met hem gehoudn te hebben, hem relt aan handen en voeten had doen binden, en aldus ne„ dergelegt zynde met een ende touw en een 8 Jambok zodaanig op zyn als billen had doen slaan, dat daar van nog verscheiden Lidteekens, welke hy Re„ lat:t aan de onderget gecomm: vertoond heeft. duydelijk te zien zijn, en een bewij hebben opgeleevert, dat de rec=t op een on„ behoorlyke wijze is gekastijd geworden. dats anderen daags de Relt. door ged: zijn Lijfheer naar de klip kuil ge¬ zonden zijnde om te werken, hij Rel=t zyn werk niet had kunnen verrigten, maar in flaauw te was nedergevallen bouende hetwelke hetwelk, door zyn mede slaaven wanneer deselve naa Huys gingen om te eeten aan zijn lijfheer gerappor„ teerd zynde had denselven hem naar Huijs doen haalen, en opnieuws door twee Jongens met een s jambok doen vlaan waar na hij dat gedeelte van zyn sig„ haam op het welk hij geslaagen was met wijn en zout had laaten wes ieken dat eindelijk de Relat=t uit vreese voor andere mishandeling weggeloopen was, en naa verloop van drie dagen eijnde den 1ste dag van dit loopende jaar door eenige Jongens was opge„ vangen, en naar de Tronk gebracht alwaar de schouwt hem had doen ontkleeden, en de Lidteekens der be„ koomen slaagen genoteerd had Niets meer relateerende geeft den Rel=t voor redenen van weten„ schap, als in den Text. verklarende het voorenstaande de zuyvere waarheid te zijn Aldus gerelateerd aan Cabo de goede Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop, den 15 Maart 1790 /: was ge„ reekend:/ & (: en daar omschreven:/ dit merkteeken is door den Comp=t eigen han„ dig gesteld = lager Mij praesent (: get: J: d: kranspek gesa: Clercq /:in margine:/ Compareerde voor de Onderget. Gecom¬ uit den E. Achtb: Raade van justitie dee zes Gouvernements voorm: Slaaf october van Mosambicque, dewelke dit zijn vooren staande Belaas klaar in duydelyk voorge„ leesen weesende verklaarde denselve daar by te blyven persisteeren, met be geerte dat er niets meer by ofte van gedaan werden zal, betuygende dat zulx de zuivere waarheid is /onderstond:/ Recillement. Hoop, den 20 Jann 1790 voor de Hee„ B. J. vander Pieten Joh. s Smit Leeden. uit den E. Achtb raade van Justitie ders Gouvernements, die de Minute deezes beneevens den Rett ende mij Secretaris mede behoorlijk hebben onderteekend. /:was get:/ W: M: V: Ryneveld secret. s Hoop des en H: J de Wet Als gecomm /: en geteekend:/ R Ik Biet Antwoord en contra Con„ clusie gedaan maken en met de verschuldigde eerbied overgegeeven aan den Wel Edelen Achtb: Heere Johannes Isaak Bhenius President benevens de verdere E: Achtb Heeren Leeden van den E Achtb Raade van Justitie des Casteels de goede Hoops door ende van wee„ gens den adsistent in dienst den ECompe Willem Kolver als get. gem: van den Burger Johannes Joachim Theron qq Verween Den qq Verw=r zal in zyn boven„ gem: qualiteit alvoorens tot het species facti over te gaan, aan zyner pligt vol„ doen, om uE achtb: zynen verschuldigden dank te betuygen, voor het zeer favoiabel verleend Copia van des E: Achtb Heer ond Eersokers Conclusie van Eisch mitsgs termijn van twee weeken om daarop WelEdele Achtbaare Heer. en E: E: Achtbaare Heeren den Wel Edelen AE. UHE: Heere Johan Nicolaas Steven Baren van Lijn, den van Bletterswijk Independent Fiscaal deses gouvernements R.O: Eisscher ten andere zijde der ter een re Contra der llaatw:

NL-HaNA_1.04.02_4354_0052 view scan ↗

English

to answer and caused to say that the undersigned will handle this matter in three points in the following manner: 1. He will demonstrate that the slave in question was purchased by his principal no earlier than a few weeks before his pretended detention, because that sale, some months ago, originated from his frequent running away; 2. He will deduce that the correction inflicted upon him is not mistreatment, but a domestic punishment, and therefore examine to what extent the pretended mistreatment is to be imputed to the principal defendant; 3. He will attempt to argue according to law to what extent a slave represents a person in law and how much credit his testimony merits. Concerning now the first point, the qualified defendant will deduce that his principal on 26 November of the just-past year 1789, at a public auction held at the house of the citizen Pieter Malet, became the buyer and owner of a certain slave boy now belonging to him, named October van Rosam; that the said slave boy thereupon, the following day, absented himself without prior knowledge of his said master; that one was nevertheless able to discover or learn where his said slave boy had gone, or where he stayed, until he was finally sent back again after the lapse of a few days, the defendant having also obtained knowledge at that time that the citizen ensign J. G. Lochner had to sell him on account of his frequent desertions, pursuant to the notice with its return annexed hereto; that the original defendant, partly on account of indisposition and partly at the request of his wife, wished to correct the said slave in no other manner than to reprimand him severely. Concerning now the second point, the qualified defendant will depose that the slave in question thereafter found an opportunity to escape a second time; that the principal defendant, after the lapse of a few days, was informed that his said slave boy was working for food for a cook in the Castle, whereupon he sent his servant there with two of his slaves, who then also apprehended him there and delivered him into the hands of the defendant on 24 December last; that the principal defendant, having questioned his aforementioned slave boy as to what reasons had moved him to this desertion of his, the same, however, thought to excuse himself with nothing other than a multitude of faint excuses; the principal defendant having then taken him to task over his committed offense and ordered him to go lie on the ground, with the intention of punishing him for it as appropriate; whereupon the said slave took it upon himself to put out his hands against his master in defense and to defend himself against the defendant; the defendant thereupon seeing himself compelled to call together six other slave boys with the intention of having him held fast, to the end of correcting him as he judged necessary according to the nature and circumstances of his committed outrage. Nevertheless, the slave in question saw fit to deliver a blow to the head of one of those slaves in the presence of his master, of such a nature that the same immediately fell to the ground, and to give further free rein to his malice, he caused such a clamor in the house, while he did not cease to push, to bite, to kick, and to strike the other slaves, such that the original defendant was compelled to ask his neighbor, the citizen Hermanus Dempers, for two more slaves for assistance; the defendant, with their help, having caused him to be held fast, and subsequently delivered a few blows; that the slave in question thereupon, on 28 December, fled from his master for the third time, whereupon the defendant, having presented himself to the Mr. Adjunct Fiscal on 31 December with the intention of lodging a complaint with his Honor about his running away and to report him, but his Honor was not found at home by the defendant, he then said this to the officer of the court, adding what had happened and indicating that he feared that the cold would harm him; that the defendant had obtained knowledge that his slave was brought into the jail on the first of January of this year, whereupon a few days thereafter all the other slaves opposed him and said: "Master, just send us to the jail as well, then we can sit there just as long and you will have just as little service from us as from October"; about which expressions the defendant had presented himself to the Adjunct Fiscal and requested and obtained permission to have them punished for these impertinent words, but did not wish to do so because his best slaves were among this number, without whom he would have had to remain deprived for a few days, and through whose absence his work would be neglected; to which end he merely desired that they should beg him for forgiveness in the presence of the Bailiff Matthijssen, which, however, was not effected by them on account of a far-reaching obstinacy, and thereby the defendant was forced to correct them for their act. However, one will not deny that the buttocks of the slave in question, being partially bare of skin from behind, is to be attributed to the well-deserved punishment that he had received on that account from his master; but that entirely falls away, as well as the skinned welts on his back, since the defendant did strike him on his buttocks, but not on his back; the more so as it is certain that the time during which he last kept himself absent in the cold or at night

Dutch transcription

te antwoorden ende deede zeggen. dat den ondergeteekende deese staffe in drie poincten op de volgende wijze zal afhandelen 1 zal hij aantoonen dat de slaaf in questie door zyn Pre niet eerder dan eenige weeken voor zijn pretentie detentie is gekogt omdat die verkoop zeederd eenige maanden, herkomstig is door zyn meenigvuldig auffageeren 11 zal hij deduceeren dat de aan hem geperpetreerde Correc¬ tie geen mishandeling, maar een domestique punitie is, en daarom onderzoeken in hoe verre de gepaatendeerde mishandeling aan den PEl verw=r te adhibeeren Belangende nu het eerste poinct zal den q9 verweerder deduceeren, dat zyn P=o op den 26 Novembr zes evenafgewee„ ken jaars 1789 op een publicque Vendutie gehouden te huijze van den Burger Pieter Malet te oude koper en Eigenaar was geworden, van zekere hem thans toebehoorende slaven Jongen genaamt October van Rosamk dat ged, slaven jongen, daarop s'ande„ ren daags zonder voorkennisse van zynen gem Lyfkeer zich heeft geabsen¬ teerd, dat men, echter heeft kunnen ont„ waaren of te weeten koomen, werwaards zich zyn gem. slaven Jongen begeeven heeft, of waar hij zich op hield tot dat men hem eindelijk na verloop van 111 zal hij volgens rechten trachten te betoogen in hoe verre een slaaf een Persoon in rechten praesenteert en hoe wel geloof zyne getuijgenis meriteert. is en is, en eenige eenige daagen weder terug gesonden heeft, hebbende den gediter, dier tyd ook kennis bekoomen dat den Mante Barger vaandrig J. g. Loch„ nen denselven om zyn meenig vul„ dig deserkeeren heeft moeten verkopen ingevolge de insinuatie met dies zelaas hier annex dat den Origineelen vermr. zelfs deels uit hoofde van enpasselykheid, en deels op versoek van zyn Huijsvrouw ged. slaaf op geen ander manier heeft willen corti„ geeren dan deselve ernstig te reprimen, deeren Concerneerende nu het tweede poinct toe den qy Vern. deposeeren dat de slaaf in quaestie daar nage¬ leegendheid gevonden heeft om ander. maal te ontsnappen, aam den P: ged. is naa verloop van dat den p. l verus zijn meergel: Have Jongen, ondervraagt hebbende welke re„ denen hem tot deese zijne desertie gemoveert hebben, dezelve echter zich niet dan met een meenig te flaauwe ecrisen dogt te verschoonen hebbende den pp=e Ged: denselven als toen over zijne begaane misslag te reede gesteld en hem geordonneert om op de grond te gaan leggen, met intentie om hem daarover naa behooren afte straffen Waarop gem: slaaf van zich zelver eenige daagen geinformeerd gewor„ den dat zyn meerm slaven Jongen bij een kok in het Casteel woorde kost werkte, daar op deselve zyn knegt met twee zyner slaaven derwaards ge„ zonden, die denselven dan ook aldaar geapproehendeerd en op den 24 decemb=r J. l aan randen van den ged: overgelevert hebben. eenige heeft . heeft kunnen verkrijgen om zijn handen teegens zyn lijfheer ter defensie uit te steeken, en zich teegens den Ged: te verweeren, heb„ bende den ged: zich daarop in de rood„ zaakelykheid gebracht gezien om zes andere slaven Jorgeins bij een te roepen uiet intentie om hem te laaten vast„ houden, ten fine denselven zodaanig te corrigeeren als denselven naa den aart en toedragt van zijn begaan exces noodig oordeeld. Evenwel heeft de slaaf in quaestie kunnen goedvinden, om een dier Lijf„ eigenen ten byweesen zyn Lyfheer een slag aan het hoofd toe te brengen. van zodaanigenaart dat deselve on„ middelijk daarop ter aarde neewiel en om zijn qraadaardigheid verder de vryen teugel te vieren, heeft hij zodaanig een geraas in Huys ver„ verzaakt, terwijl hij niet afliet om die overige slaaven te stooten, te by ten te schoppen, en te slaan zodaanig dat den origineelen verw=r genoodsaakt is geweest om bij zyn Buurman, den Burger Hermanus Dempers, nog om twee slaaven, ter adsistentie te moeten vraagen, hebbende den ged. met behulp derselve hem doen vast houden, en vervolgens eenige slaagen toegebracht, dat de slaaf in questie daar op op den 28 dec: voor de derde Rijle zijn Lijfheer is ontvlugt waarop den Ged: zich op den 3 dec: by den Heer ad„ junit fiscaal dich vervoegt hebbende met intentie om bij zijn Ed: over het auffigeeren derselve klagtig te vallen en te zelve aan te geeven, dan zijn E wierd toen door den ged: niet te Huis gevonden, hebbende hij zul toen aan des Heeren geweldigen Kustergesegt met byvoeging van het voorgevallene en te kennen geeveng, dat hy vzeesde dat de koude hem benadeelen zoude te schoppen dat. dat den ged: kennis had bekoomen dat zyn slaaf op primo Januarij deeze Jaars in den Tronk was gebrackt en waar op eenige daagen na dato alle de overige slaaven, zich teegen hem geopponeerd hadden, en gesegt: Baas zend ons ook maar naar de stouk, dan kunnen wij ook zo lange daar zitten en gij even zo min dienst van dus hebben als van october; over welke expressien de Veur zich by den Adjt fiscaal vervoegt had en permissie ver zogt en geobtineerd dezelve over deese impertinente reedens aart te moogen doen straffen, echter zulx niet heeft wil„ len doen terwijl onder dit getal zijn beste slaaven waaren, van welke hij eenige daagen ontrieft den hebben moeten blijven, en door welkers genis zijn werk verregligeeren zoude ten welken einde hij slegts begeerde dat deselven hem ten overstaan van den Schout Matthijssen om ver¬ gefenis moesten smeeken, het welk door hem echter uit hoofde van een verregaande halstarrigheid, niet is geeffectueerd en daar door was den ged:e genooddrongen om hen over hun fait te corrigeeren. — Echter zal men niet ontkennen dat de billen van de Hlaafinquastie van agteren gedeeltelijk van ex¬ perhuir ontbloot niet te adhi„ beeren is aan de welverdiende straffe die hij desweegens van zijn lijfheer had bekoomen, maar zulx ver„ valt ten eenemaal, zo wel als de ont„ velde striemen op zijn rug, daar den ged: hem wel op zijne billen maar niet op zijn rug geslaagen heeft te meer daar het zever is dat de tijd geduurende welke hij zich voor het laatst absent gehou¬ den heeft in de koude of i nagts den i8

NL-HaNA_1.04.02_4354_0056 view scan ↗

English

in the open air and through the severe fatigues, as otherwise surely has not caused a notable indisposition along with the blows, as also since it is unknown where he stayed during that time that he left the house of his master for the third time; it is also not improbable that, in order to obtain food and provisions, he carried out some sinister practice whereby very apparently something befell him that may have brought about the skinned welts on his back, and now gladly out of malice seeks to attribute this to the maltreatment of his master. As far as the first point is concerned, the undersigned shall substantiate: 1 that the testimony of the slave in question surely merits not the least credit in the subject case, while those who can be admitted as good and credible witnesses must be free persons, L: 4: Tit: 20 Cod: de Testibus; 2 this deposition is furthermore supported by the fact that a slave cannot testify for or against his master, L: 8 Cod. de Testibus; a slave thus presents absolutely no person in law, and his testimony is consequently nil; 3 according to the statutes of the Dutch Indies, ad: Art. 16 and 47 on the manner of proceeding, his testimony is not accepted in the gravest crimes, unless it is corroborated by adminicles or indicia; and 4 it is explicitly taught in Lib 55 de Ius L: 5 de Testibus that a slave can never be admitted to giving testimony of the truth. And herewith the attorney for the defendant trusts to have demonstrated most clearly to your Honorable Worships the absolute groundlessness of the Honorable Officer Plaintiff's conclusion of claim according to law. For all which reasons and means to be further substantiated in due time and place, if necessary, the attorney for the defendant, concluding to the end of inadmissibility in the first order, requests that by definitive sentence of this illustrious Court, the Honorable Officer Plaintiff's conclusion of claim shall be denied with costs, or to such end, etc. Below stood: Hereupon imploring the noble and benign office of the judge. Was signed: W. Kolver, qq. In the margin: Exhibited in Court on 4 February 1790. Court Messenger Carel Ewald Ziervogel: Betake yourself in the name and on behalf of me, the undersigned, as authorized attorney of the Burgher Johannes Joachim Theron, to and into the presence of the Honorable Burgher Ensign Johan George Lochner, notifying the same that it cannot be unknown to him that there belonged to him, the notified party, a certain slave boy named October of Mozambique. And whereas he, the notified party, sold the said slave at a public auction, you shall therefore, in serving this notification, ask the same whether this was not done for the reason that the said slave frequently made himself guilty of desertion. Demand hereupon a categorical answer, and in case of refusal or denial thereof, you shall protest against all costs and damages had and suffered or yet to be had and suffered through this, in order to recover the same as shall be found to belong according to law. Serve properly, give a copy if requested, and report your experience to me in writing. Below stood: Cape of Good Hope, 30 January 1790. Was signed: W. Kolver, qq. Extract from the criminal court roll held at the Cape of Good Hope on Thursday, 18 February 1790. Below stood: Cape of Good Hope, date as above. Was signed: S. D. Wit, Second Court Messenger. Today, 30 January 1790, I, the undersigned, betook myself to and into the presence of the Burgher Ensign, the Honorable Johan George Lochner, and properly served the accompanying notification, upon which I received for answer: I sold the boy mentioned in the notification for no other reason than for his continuous desertion. Which I report to be my experience. The Officer Plaintiff orally advances that his Honor, 14 days ago today, had requested a copy of the defendant's written answer in order, if necessary, to serve with a reply; that he, the Officer Plaintiff, had found that the first point of the same writing of reply is irrelevant to the case, the second contains a complete confession, and the third point, through the confession of the second, can operate nothing in favor of the defendant; his Honor had therefore not deemed it necessary to reply further thereto, but on the contrary persisted in his taken conclusion and hereby renounced further productions. The assistant Willem Kolver says likewise to renounce further productions. The Council keeps this case in advice for circulation. Below stood: Agrees. Was signed: W. S. van Rijneveld, Secretary. The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer Plaintiff, of the one part, Against the Burgher Johannes Joachim Theron, defendant, of the other part, to see the renunciation of further productions. Agrees. No. 5 Against the Heerraad of Stellenbosch and Drakenstein, Johannes de Villiers, Jk. son, defendant, of the other part. Appeared before the Honorable and Worshipful Lords, President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope, the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer Plaintiff, of the one part, And caused to be said: Art. 1: That the defendant in this matter, who as a private wine merchant keeps an open warehouse here, has not hesitated, Art. 2: to sell on the 23rd of the last-elapsed month of September from his said warehouse, Art. 3: to three non-commissioned officers of the Regiment of Wurtemberg garrisoned here, Art. 4: and subsequently also to deliver, a half-aam of Cape wine, Art. 5: whereas nevertheless it cannot, or at least must not, be unknown to him, the defendant, Art. 6: that the selling of wine to non-commissioned officers and common soldiers of the garrison here...

Dutch transcription

in den open Lugt en door de ster„ ke fatigues als andersints zeeken aan de slaagen niet aan een merkelijke verstimming heeft toegebracht, als ook daar het onbekend is waar hij zich ge„ duurende dien tijd dat hij het Huijs van zijn zijfheer ten derden maal verlaaten heeft, heeft op gehouden, ook is het niet en„ waarschinlijk dat hij om aan voed zal en leevens mid¬ delen te geraaken eenige sinisteere practijk geexe„ cuteerd heeft waar door hem zeer apparent istr is overge¬ koomen die de ontvelde striemen op zijn zag heeft kunnen te weeg brengen, en nu gaerne uit boosaartigheid zul aan de mishandeling van zijn lijfheer tracht te attribueeren Wat nu het verse poinct betreft zal den onderget: adstrueeren 1 dat het getuigenis van de slaaf in quiestie immers geen het minste geloof in Cas subject meriteerd, terwyl die geenen die als goede en geloofwaardige ge„ tuijgen kunnen geadmitteerd wor¬ den moeten zyn vrije persoonen L: 4: Fit: 20 Cod: de Testibus 2 werd dit gedeposeerde daar mede ge¬ staafd, dat een slaaf niet voor nog teegen zyn Meester getuijgen kan L: 8 Cod. de Testebus, een slaaf praesenteerd dus hoegenaamd geen Perzoon in rechten, en zyne getuige nis is gevolglijk nil 3 Volgens de statuten van Neder„ lands Jndien ad: Art. 16 en 47 op de manier van procedeeren word zyn getuijgenis in de zwaartste nis daa„ den niet aangenoomen, ten zij het Lijfhier door door adminiculen of indicien bekrachtigd word en 4/ word in Lib 55 de Jus L: 5 de Testi„ bus wel uitdrukkelyk geleend dat een slaaf nimmer tot het geeven van getuygen is der waarheid kan worden toegelaaten En hier mede vertrouwd den qe Verw„t uWel Ed: Achtb: ten duidelijk„ sten, de allesints ongefandeerheid van des E: Achtb: Heer R: O: Eis scher Conchisie van Eisch na rechten geverifi„ eerd te hebben. om alle welke redenen en middelen in tyd en wijlen is het nood nader te adstrueeren de qq ver¬ weerder Concludeerende ten fene van niet ontvan„ kelijk bij ordine, dat bij definitive Venmisse van deesen luasterijken vier Vervoeg u uit naamen van wegens mij onderget: als gen: gem: van den Burger Johannes Joachim Theron, bij en ter praesentie van den Manh: Burger Vaan„ drig Johan Heorge Lochnen denselven denuntieerende Gerechts Bode Carel Ewald Zierogee schaar des E: Achtb Heer r: O. hiskckers Conclusie van Eisch zal werden ontzegt cum expensis, ofte to zodanige fine &ca /:onderstond:/ Hierop het nobile ac benignum Judi. cis officium imploieerende /:was getee„ kend:/ Wkolver qq /:in margine Ex„ hebitum in Jadicis den 4 febr: 1790: Schaar dat hit dat het hem niet onbewust kan zijn dat aan hem geins toebehoord heeft zekere slaven jongen in naame october van Masambicque En dewijl hij geins: ged: slaaf op een publicque vendutie heeft verkogt zo zult gij denselven insirueerende moeten af„ vraagen of zul niet is geschied om redenen dat ged. slaaf zich dikwerf aan het drossen heeft schuldig gemaakt. vraag hier op Catnagoris antwoord en bij refus of weigering van, zult gij pro„ resteeren teegens alle kosten en schaden hier door gehad en geleeden of noch te hebben en te lijden, om deselve zodaa„ nig te verhaalen als naar rechten be„ vonden zal worden te behooren. Insinueer behoorlijk, gelf Copia des gevr: wordende en relateer my u werdervaaren in schiptis. onderstond:/ Cabo de goede Hoop den 30 Januarij 1790. /:was geteekend:/ W Kolver qq Extract uit de eximi„ neele Rechts Rolle gehouden aan Cabo de goede Hoop op Donderdag den 18 february 1790 /:onderstond:/ Cabo de goede Hoop datum ut supra /was geteekend:/ S: D: Wit Tw: ger: Boode Huiden den 30 Januarij 1790. Heb ik ondergetek: mij vervoegt, bij en ter praesentie van den Burger Vaan„ drig den Manh: Iohan George Lochner en de nevens gaande Insin: behoorlijk geexploicteerd, waar op tot antwoord heb„ bekoomen Ik heb de jongen in de insin: gemeld anders nergens omverkogt als om zijn geduurig drossen. Het welk relateere mij wedervaren te zijn de z: 8: regt advanceert bij monde Den Jndependent Fiscaal dat zijn E: heeden voor 14daa„ gen, had versogt Copia van des deses gouvernements te E: Achtb: Heer Johan Ni„ ged. e schriftuur van antwoord colaas Steven van Lijnden omme des noods daar op te die„ nen van replicq: aan dat hij regt. R:0: reg=t had bevonden dat het eerste poinct van het den Burger Johannes zelve schriftuur van Re„ Joachim Theron gereg=e plicq niets ter zaake doet omme te zien eenun het tweede een volslaagen tieeren van verdere producti„ Confessie in zich bevat, en het derde poinct door de Con„ fessie van het tweede niets ten voordeele van den ged: kan opereeren, zijn E: overzulx niet noekig geagt had, daarop verder te repliceeren. maar in tegen deel persisteerde bij zijn genoomen Conclusie en bij deesen van verdere productien renumtieerende de adsistent Willem Kolver zegt mede van verde„ reproductien te renuntieeren. De Raad houd deese zaak ter rond¬ leesing in advijs.- /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ W:S: van Rijneveld, Secretaris. Contra. Accordeert. Lamper den Clecg No. 5 Art 1: Ende deede zeggen: „ 2: dat den ged: in deesen, die als Particulier Wijnkoper alhier open Pakhuijs is houdende zick niet ontzien heeft 3 omme op den 23 der jongst verloopene Maand sepetember uit gem: zijn Pakhuijs. „ 4: aan drie onderofficieren van het alhier quan„ nisoen houdende Regiment van Wartemberg te verkoopen 5 En vervolgens ook te leeveren een halfaam kaabse wijn. 6 daar nochtans aan hem ged. niet kan, ten minsten niet moet en bekend zijn. „ 7 dat het verkoopen van wijn aan onder Officieren en gemeene soldaaten van alhier in guiar Contra den Heerraad van Stellen„ bosch en Drakenstein Johan„ nes de Villiers Jk:z ged: ter an„ deze zijde. Compareerde voor de Edele en Achtb: Heeren, President en Raaden van Justitie des Casteels de goede Hoop de Independent Fiscaal Jo„ han Nicolaas Steven van Lijnden R: O: Eis seker ten eerre niso

NL-HaNA_1.04.02_4354_0061 view scan ↗

English

being regiments Act: 8 on the 1st of March 1788 was strictly interdicted on pain that those who are caught shall be punished as smugglers. 10 See: the interdiction of the 4th of March aforementioned made by the Honorable, Valiant Governor and Honorable, Worshipful Council of Policy. While the Plaintiff ex officio, for the sake of brevity regarding the facts, refers to the accompanying deposition. By reason of which and other grounds to be further adduced in due time and place if necessary, the Plaintiff ex officio, making his claim, concluded that the defendant, by definitive sentence of your Honorable Worships, shall be condemned to a fine of one thousand guilders Indian valuation, to be divided according to the prescription of the Law, with expenses, or to other etcetera. Signed: S. F. S. van Lynden. In the margin: Exhibited in Court on the 29th of October 1789. Today, the 13th of October 1789. Appeared before me, Willem Stephanus van that they, the deponents, together with and alongside the sergeant of the said Regiment, Eberhard Gerhold, having obtained permission from their Colonel and Chief to purchase wine for their own use wherever they saw fit, they then also in the last expired month, without being able to determine the exact date, jointly retrieved half an aam of wine solely for their own use from a warehouse situated next to the residence of the Drum Major of the Battalion here, named Luiten, in the street of the Doctor Martin, without the deponents being aware who the owner of the said warehouse is. Declaring nothing more, the deponents gave as reasons for their knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the foregoing closer Ryneveld, secretary of the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, present the witnesses named below, the sergeants of the Regiment of Württemberg garrisoned here, Johan Marten Caltreijder and Carel Haufman, of competent age, who, at the requisition of the Independent Fiscal here, the Honorable Worshipful Mister Johan Nicolaas Steven van Lynden, declared it to be true, Ryneveld today 9 11 upon oath. Thus transpired at the secretariat aforesaid, in the presence of the clerks Marthinus Laurentius Neethling and Petrus Diemel as witnesses, who, along with the deponents and me, the Secretary, have also duly signed the original of this. Below stood: Which I witness, signed: W. S. van Ryneveld, secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the sergeants stationed under the Regiment of Württemberg, Johan Martin Caltsrijter and Carel Hauffman, who, their aforesaid passed deposition having been distinctly read to them, declared that they persist by it, wishing that nothing more shall be added or removed, except only that the first deponent indeed, together with the second deponent and Sergeant Gerhold, bought and consumed the wine, but that only the second deponent and Gerhold were in the aforesaid warehouse to fetch the wine. And they therefore spoke, each individually, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the Burgher Jacobus van Leeuwen as attorney of the former Heemraad Senior Jan de Villiers, Answer and Counter-Conclusion drawn up and with the requisite respect presented to the Honorable, Worshipful Mister Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Honorable, Worshipful Lords Councillors of Justice of this Government, by and on behalf of the undersigned Burgher Jacobus van Leeuwen, as substituted attorney of the former Comforter of the Sick here, Master Willem Herold, who [illegible] Jan Pieter's son, the solemn words: So truly help me God Almighty. Below stood: Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope on the 8th of February 1790. Was signed: Hoffmann, present sergeant, and [illegible], present sergeant. Lower: In my presence, signed: W. S. van Rijneveld, Secretary. In the margin: As commissioners, signed: C. Mappa and G. H. Meijer. No of the Heemraad of Stellenbosch and Drakenstein, Jan de Villiers, Jan Pieter's son, defendant in a case of alleged contravention, of the one part; the Independent Fiscal of this place, the Honorable, Worshipful Mister Johan Nicolaas Steven van Lynden, Plaintiff ex officio in the same case, of the other part. Honorable, Worshipful Lord, and Honorable Gentlemen. The undersigned, after having first, with duty-bound respect, expressed thanks to your Honorable Worships in the name of his principal for the favorably granted copy of the Lord Plaintiff ex officio's conclusion of claim and annexes exhibited in this court under date of the 29th of October of this year, thereto annexed in the case of alleged contravention, and day to deliberate in order to serve an answer thereto, as he thereby sees an avenue opened to him which, as of itself, leads him to the demonstration of his sincere innocence in this case, it will, to your Honorable Worships, from the perusal of the mere narrative of the case in question, at first sight, clearly and sufficiently appear that the defendant in this case is entirely without fault, and he shall have the honor to submit that the defendant on the aforesaid day, having been summoned in law by the Lord Plaintiff ex officio to see a written claim served in the case aforesaid, to answer thereto, and further to proceed as according to law; and that he, after perusing the same, to his utter surprise, found only that alleged contravention expressed therein, without him, however, finding the essential requisite of the so-called contravention (with regard to him, the defendant) sufficiently proved, without which, however, according to the laws, no such action may subsist; but rather that he, in the same written claim, finds a brief narrative of such contravention which the defendant, as they seem to wish to interpret it on the part of the Plaintiff ex officio, which

Dutch transcription

„nisven zijnde Regimenten Act: 8 op den 1e Maart 17:88 wel scherpelijk is ge„ interdiceert geworden op peene dat de zodaanige agterhaald wordende als smokkelaars ^ zullen worden gestraft. „ 10 Vid: de interdictie van den 4 Maart voorn=t door den Wel Ed: Gestr: Heer Gouverneur en Ed: Achtb: Raade van Politie gedaan. Terwijl de R: O: Eisscher zich quod ad factum kort heid halven tot de nevensgaande verklaring is refereerende. Mits welke en andere redenen in tijd en wijlen desnoods nader te adstrueeren„ de R:O: Eesschen eisch doende concludeerde, dat de ged: bij defitutive Vennisse van u wel Ed: Achtb: zal worden gecondemneert in eene boete van Een duijsend guldens Indische valuatie te verdeelen ad prescrip tum Legis, cum expensis ofte tot andere & /:get:/ S: F: S: van Lijn„ den /:in margine:/ Exhibitaur in Judicio d: 29 Ocb: 1789. ./. Huyden den 13 October 1789. Compareerde voor mij Willem Stephanus van dat zy Comp=ten met en benevens den ser„ geant vangem: Regiment, Eberhard Gerh„ rold van hun Collenel en Chef verlof verkregen hebbende, om voor hun eigen gebruik wijn te koopen, waar zij zulx goed vonden, zij dan ook in de laatst verloopene Maand, zonder den Juisten datum te kunnen bepaalen, gesamentlyk een halfaam wijn alleen voor hun eigen gebruik hadden gehaald, uit een Pakhuis staande naatt de woonplaats van de Tamboer Ma„ joor van het Bataillen alhier Luiten ge„ naamd in de straat van de Doctor Martin zonder dat de Comp=ten bewust zijn wie de Eigenaar van gem: Pakhuijs is Niets meer verklaarende gevende Com„ paranten voor redenen van wetenschap als in den Text, bereid zijnde het voorenstaande met Ryneveld, secretaris van den E: Achtb Raade van Justitie dezes Gouvernements, praesent de na„ ten: getuijgen, de sergeanten van het alhier guarnisoen houdende Regimente van Wur„ temberg Johan Marten Caltreijder en Carel Haufman, van competenten ouderdom, de„ welken ter requisitie van den Jndependent Tis„ caal alhier d E: Achtb: Heer; Iohan Nico„ laas Steven van Lynden, verklaarden hoe waar is, Ryneveld heden 9 „ 11 Eede nader gestand te doen. Dat aldus passeerde ter secretarije voorm: ten byweesen der Clercquen Marthinus Lauren„ tius Neethling en Petrus Diemel als getuijgen die de Minute deses benevens de Compten ende mij Secretaris mede behoorlijk hebben onder„ teekend= /onderstond:/ T welk ik getuijge /:get:/ W:W: Ryneveld secret. s Recollement Compareerde voor ons onderget: Gecomm: uit den E: Achtb. raade van Justitie deses Gouvernements de onder het Regiment van Wartembergh be„ scheidene sergeanten. Johan Martin Caltsrijter en Carel Hauffman, dewelke hunne voorsz ge„ passeerde verklaaring duijdelijk voorgeleesen zynde, betuigden, daar bij te blyven persisteren met begeerte dat daar niets meer bij ofte afge„ daan werden zal, als alleen, dat, de eerste Compt wel met de tweede Comp:t en sergeant Gechiold dewijn gekoch en genooten heeft, maar dat alleen de tweede Comp. t en Gerold in het voorsz Pakhuis zijn geweest om de wijn te haalen. en spraken derhalven eider afsonderlijk ter bevestiging der waarheid van dien in tegenswoordigheid vande Burger Jacobus van Leeuwen als gem van den oud Heemraad Sr. Jan de Velliers, Antwoord en Contra Con„ clusie gedaan maaken en met de vereischte Eerbied overgegee„ ven aan den wel Ed. Acht, Heer Johannes Isaak Rhenius Prae¬ sident, benevens de verdere Wel Ed. Achtb: Heeren Raaden van Justitie deses Gouvernement door ende van weegens den ouder„ get: Burger Jacobus van Leeuwen als gesubstitueerde gemachtigde van den oud Krankbesoeker alhier M=r Willem Herold die gene hal I: P: Z: de solemneele woorden; zo waarlijk helpe mij Godt Almachtig /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beëëdigd aan Cabode Goede Hoop den 8 februarij 1790 /:was geteekend:/ =Hoffmann presergt: en 2 Langlritr jnteigt /:lager mij praesent /:get:/ W: S: V: Rijneveld: Secret=s in Margine:/ als gecomm: /: get: C: Mappa en G: H: Meijer./. # Geen van den Heemraad te stellen„ bosch en Drakenstein Jan de Villiers Jan Piet 2=r ged. . is Cas van praetense Contraventie ter eenre den Jndependent Fiscaal deeser steede den E: Achtb: Heer Johan Nicolaas Steven van Lynden R: B: Eisscher in het zelve Cas ter andere zijde. Wel Edele Achtb: Heer. en E: E: Heeren. den onderget: na alvoorens uwel Ed: Achtb„ in naam van zijn p. l voor de goedgunstige verleende Copia van s' Heer R; O. Eisschers sub dato 29 Octob: hugus Anni in hoc judicio geexhibeerde Conclusie van Eisch en Bijlaa„ gen, dien Annex in cas van paetense Con„ traventie en dag at deliberandum om er op te dienen van antwoord met plichtschui„ digen eerbied dank betuijgd te hebben, also hij daar door voor zich een weg geopend ziet Contra die hem ter demonstratie van zijn sincere onschuld, in dit Cas, als van zelfs toeleid, zullende uwel Ed: achtb: uit de Lectuure van het bloot narie, der Cause, questiones, in primo ad spectu, klaar en sufficient appa„ reeren, dat den gedaagden in dit Cas, extra onmem Culpam verseerd, des zal hij de eere heb„ leen te leggen, dat den gedaagden ten voorsz dage, door den Heer R O. Eisscher in rechten opge„ roepen eijnde, om in Cas voorm: te zien dienen van schriftelyken Eisch, daar op te antwoorden en voorts te procedeeren als na rechten En dat hy na tecture deselve, tot zijne uitterste surprice in deselve alleenlijk, die praetense contraventie wel had ge„ vonden geëxprimeerd, zonder dat hij echber petessentieel requisit van den zogenaamde contreventie (:met betrekking tot hem ge„ daagden :/ ad sufficientiam vind geprobeerd, zonder het welk echter vermogens de rech„ Een geen zodaanige actie bestaan moge maar wel dat hij in het zelve schrifteur van Eisch een kort naire van zodaanige contraventie die den ged: zo men het aan de kant van de Rib: Eisserker schijnt te willen duijden die

NL-HaNA_1.04.02_4354_0064 view scan ↗

English

would have committed, finds it stated that the defendant did not hesitate on the 25th of the recently passed month of September to sell from his wine warehouse to three non-commissioned officers of the Regiment of Württemberg stationed here in garrison, and subsequently also to deliver, a half aam of wine, although it cannot, at least ought not to be unknown to him, the defendant, that the sale of wine to non-commissioned officers and common soldiers of regiments stationed here in garrison was very strictly prohibited on 11 March 1788; but that in any case these assertions, without legal proof that the defendant acted with true intent and premeditation willfully against the alleged law, must come to be considered null and void. And to demonstrate the same in a convincing manner, one will have to view the instituted action threefold from this side, thus the matter is to be discussed here. But in order to deduce the same further, the defendant shall first proceed to investigate what the word contravention yields in its true meaning, though all under correction of your more enlightened judgment. The word contravention is a non-Dutch word that signifies transgression or breach; it is understood as the non-execution or negligence in carrying out someone's word, and in a more specific sense taken to mean the negligence in complying with an ordinance or law, in which latter meaning the Lord Prosecutor seems to have understood it. It has pleased the Lord Prosecutor, in the conclusion submitted in court against the defendant, to state articulate items 2 and 3: that the defendant in this matter, who as a private wine merchant keeps an open warehouse here, did not hesitate on the 25th of the recently passed month of September to sell from his warehouse to three non-commissioned officers of the Regiment of Württemberg stationed here in garrison half an aam of wine. This, Honorable and Worshipful Sirs, can indeed never in law constitute a valid basis to convict the defendant of a substantial contravention. But to prove an essential contravention of the law, entirely different requisites are required in the defendant, who in his capacity as Heemraad of the Colony of Stellenbosch and Drakenstein is likewise appointed to the maintenance of good order, and who has never seen himself suspected of, much less overcome by, any contravention; who, without flattering himself, has always endeavored to attend to and comply with the orders of his superiors. For first of all, the defendant will bring into consideration with dutiful respect the special charge and these precautions used by him in ordering his servant Steven van der Hart to take good care and do nothing that was prohibited by the laws, as appears; and with regard to the servant, it likewise cannot be said, with all due respect, that any contravention was committed here, since he in this case used such precautions as one can demand of a prudent man. For if one observes, firstly, with what circumspection the servant acted here, by asking the aforementioned soldier for the place where the half aam of wine had to be brought, and after receiving an answer thereto, in the second place to be sure, directly refusing to conclude the purchase; thirdly, upon the further reasons provided by the buyer, namely that the same would serve for his own use and necessity, and there was furthermore added it is permitted to me by an officer, or rather it is for or by order of an officer, then with all due respect no contravention can take place, since all laws are founded upon reason as their soul. For the aforementioned soldier coming into the warehouse of the defendant asks to buy a half aam of wine for his use; thereupon the aforementioned servant Steven van der Hart asks very cautiously for the place where the same was to be brought; whereupon the buyer replies in the barracks, the servant thereupon directly refused to sell a half aam of wine unless to an officer. Surely the buyer should have let himself be satisfied with that, but no, the latter resuming thereupon: it is permitted to me by an officer. The servant here acting in good faith, and having given that person his word of life, and still to be sure having noted down the name of that buyer in order to always be able to discover the same in case of fraud, moved out of true charity, thereupon sold to him a half aam of wine for his own use. It is therefore a natural consequence that in this whole case not the least mala fides is to be found. Wherefrom, Honorable and Worshipful Sirs, can any basis, any ground of contravention now be seized from this incident? If one now takes all these circumstances of the case into modest consideration, Honorable and Worshipful Sirs, it is proven most clearly that not the least contravention can be maintained according to law, neither on the part of the defendant nor on that of his servant.

Dutch transcription

zoude hebben gecommitteerd vind g'em„ plieerd, dat den zed: zich niet ontsien heeft om op den 25 der jongst verweekene maanden septemb: uit zijn wyn Pakhuis aan deze oader officieren van het alhier quar„ nissen houdend Regiment van Wustensteeve te verkoopen, en vervolgens ook te leveren een kalfaam Wijn daar nochtans aan hem ged: niet kan ten minsten niet moet en bekend zijn dat het verkoopen, van wijn aan onder„ officieren, en gemeene soldaaten, van alhier in guarnisoen zijnde Regimenten op den 11 Maart 1788: welscherpelyk is ge„ interdiceert geworden. doch dat in alle gevallen deese positives buijten een legaat bewijs dat den ged met een waare opzet en voorbedagten raad tegeng de g'allegueerd wet moedwil, tig aangegaan moeten komen te evenesteeren encurreeren En om het zelve op een convaincante wijze te demonstreeren, zal men dezer zijds de geinstitueerde actie drie leedig moeten be„ schouwen, dus staat hier dan te discuteeren. doch omme hetzelve mat nader te dedu„ ceeren, zal den 44 gedaagden, vooraf ten ondersoeking treeden, wat het woord con„ traventie in zijn waere beteekenis uit„ leeverd /: doch alles onder correctie van u Wel Ed. meer verligte oordeel Het woord contraventie is een on„ duitsch woon, dat overtreeding of verbree„ king beteekend, men verstaat en door de in executie of nalaatigheid in het uit„ voeren, van iemants woord, en beteeke„ uis in een bepaalder &in genoomen de nalaatigheid in het naakoomen van een ordonnantie of Wet in welke laatste, beteekenis den Heer R. O: Eisscher het schijnt te hebben op gevat. 't heeft de R: O: Eisscher behaagd, bij de in rechten op ende jeegens den ged: meend men nu alle deeze species facti in gezinge overlegging Ed. en Achtb Heen ren, zo consteerd quam lequidisiime, dat er nog aanden kant van den gedaagden noch aan die van zijn knegt, geene de minste contrarientie na rechten kan gesustineerd worden, N=o in louis overgelegde Conclusie articulatim 2 en 3. te poseeren. dat den gedaagden in deezen; die als particuliere, wynkooper, alhier open Pakhuis is houdende, zich niet ontsien heeft, omme op den 25 der J: v: maand texts uit zijn bakkuij, aan„ drie onder officieren van het alhier geramissen houdende, regiment, van Wiertem berg ½ aam win te ver„ koopen. Dit Ed. Achtb: Heeren kan immers nimmer na rechten een gegrond basis uitmaaken, omme den gedaagden van een wesentlijke Contraventie te kon vinceeren Maar om een essentieele Contra ventie van de Wet te bewipen wer den /:S: M: / inden gedaagden die in qualiteit als Heemraad den Coloenie stellenbosch en drakenstein en dus meede gesteld tot handhouding der goede ordre, en die zich nooijt van eenige contraventie, gesuspecteerd, veel min overwonnen heeft gesien, die zonder zich te flatteeren, zich altoos bee„ moed heeft, de beveelen zijns zuxperieuren te behartigen, en na te komen, geheele andere requisiten gevorderd want voor eerst zal den ged: met plictt„ schuldigen eerbied in consideratie drengen, de speciale Last en ver„ deze pracautien door hem gebruikt met aan zyn knegt steven van der start te gelasten omme eich wel te wachten, en niets te doen, dat bij de wetten was geprohibeert, blijkens En met betrekkinge tot de knegt hier almede onder welneemen geen Con„ traventie kan gesegt worden gepleegd te werden, nadien deese in dit Cas sodaa„ nige proecautien heeft gebruikt als men van een voorsigtig Man met in den vorderen kan want als men lette. Eerstelijk met wat omsechtigheid, de knegt hier heeft gehandeld, met aan voorsz getold te vraagen, naar de plaats, maar het kalfaam win moest gebracht worden, en na bekoomen antwoord, daar op in de tweede plaats om secuur te gaan, direct weigerd de koop te sluy„ ten ten derden op de verdere door den kooper bygebrachte redenen, te wee„ ten. dat het zelve zoude strekken tot eigen gebruik, en nooddruft, en daarnoch bovendien word toegevoegt het is mij gepermitteerd door een officier dan wel het is voor of op ordre van een Officier zo kan onder wel neemen geen contraventie plaats hebben, dewijle, alle wetten, op de reeden, als de ziel derselve gegrond zijn: want de voorsz Gezold in het Eck„ huijs van den gedaagden komende vraagt een half aam Wijn te koop, voor gebruik daar op vraagt, de voorsz knegt steven van der Hart, zeer voorsichtig naa de Plaats waar hetselve moeste gebracht worden. waarop den kooper repliceerd, in de het is derhalven een natuurlijke Conze„ quentie dat in dit gantsche geval, geen de minste molo animo te vinden zij„ waar uit Edel Achtb: Heeren kan nu uit dit voorval met eenig fan„ dament met eenig grond van contraven„ tie worden gearripieerd, want der voorsz knegt hier ter goeder trouwe handelde, en dien Persoon op zijn woord, van een geleef gegeeven hebbende, en nog om secuur te gaan, den naam van dien koper opgenoteerd hebbende, ten einde in cas van fraude deselve altoos te konnen ontdekken denselven daarop uit waare men„ schen liefde bewoogen, heeft tot eigen gebruik een kalfaam wijn aan hem verkogt, Immers hadde den kooper daarmede zich moeten laaten vernoegen, maar neen deese daarop hervattende, het is my geper„ mitteerd, door een officier Cazerne, deeze daarop direct refuceerde om een half aam Wijn te verkoopen, ten zij aan een officier Caseire ƒ

NL-HaNA_1.04.02_4354_0067 view scan ↗

English

under L: N:ulocis and thus also no negligence in complying with the frequently mentioned law cited by the second and third Plaintiff is to be found; that the Gentleman Officer-Plaintiff further posits in the second section, at Article 5, that the defendant had subsequently also delivered the sold wines to him, is likewise devoid of all foundation. For in order not to expose himself, he was willing to deliver the same to the buyer in the bakehouse, but by no means in the Barracks, as it appears that the buyer, having paid for the same half-aam with wine, had the same collected for his own account and not for that of the Seller. Thus the buyer acted entirely at his own risk with respect to the place, and consequently on the part of the Gentleman Officer-Plaintiff, saving due reverence, it cannot be proven that, with relation to the place where the delivery of this wine took place, it was assessed by the defendant's servant. All of which shall to your Honors' satisfaction be made evident from the annexes joined hereto. For it is indeed, subject to the respectful correction of your Honors' most wise and more enlightened judgment, legally certain that after the completion of the sale of the purchased property, the Seller cannot be held liable for any fraud—if one unexpectedly wished to maintain on the part of the Officer-Plaintiff that such strictly takes place here—which is committed with the purchased property after the transfer of ownership of the sale; since now the aforementioned Steven vander Hart previously refused to sell the requested half-aam of wine to the said Gerold, except under the restriction that it should serve only for his own use and necessity, and that he requested this on the order of an officer and it was thus permitted to me, it will appear to evidence from all these circumstances that in case any contravention should unexpectedly reside in this matter and could be imputed to him, though least of all, it must still follow that the same was by no means caused dolo malo, but through strong human kindness in attributing too much belief to the word of a credible person, for which this military sergeant Gerold is considered by everyone, and thus according to reason and equity would merit much more a commiseration than such punishment, according to the well-known legal axiom stating that no one should come into peril for the sake of his good deed; and therefore the defendant will, with due respect, submit to the penetrating arbitrium judicis whether it would not imply a harshness that the selling of wine to non-commissioned officers and common soldiers of the Regiments garrisoned here was indeed strictly prohibited on 4 March 1788, upon penalty that those being caught shall be punished as smugglers. The defendant will here once again advance that although this Law, and therefore he will proceed in response to the third point, where the Gentleman Officer-Plaintiff in his Conclusion submitted in Judicio, Articles 6, 7, 8, and 9, is pleased to set down that it nevertheless cannot, at least must not, be unknown to him, the defendant, that the defendant would on that account be regarded as a Contravener of the Local Laws. Whereby the defendant believes to have answered this second point to the satisfaction of your Honors; that on 1 March 1788, with the usual solemnities, it was posted once here at this principal place, the defendant could firstly, on good grounds as he believes, plead complete ignorance thereof, and that indeed upon foundation: firstly, that the defendant, residing outside the jurisdiction of this principal place at the Eerste Rivier, never heard such a law proclaimed. And consequently it is very easy to understand that he, as a farmer and winegrower who keeps fixed domicile in the outer districts where such Laws are never posted, and since, as is natural to understand, he has or can have little occasion of the posting of the local laws, and since, in the license broadly deduced herebefore to be allowed to sell his wines here at this principal place, not the least disclosure of that Law was made to him, it is thus very easy to understand that, the aforesaid interdiction being unknown to him, he can on that ground, with permission, plead ignorance of it; that the defendant also, without flattering himself, dares to trust that, both from his conduct always maintained and proven in deed and from the case in question, not the least presumption will militate against him that he would be animated by such a bad character, naturally belonging to all contraveners of the respected commands of their superiors, to such an extent that he, for a single half-aam of wine, would so boldly and willfully commit.

Dutch transcription

sub L: N:ulocis en dus ook geen nalaatigheid in het nakoomen van de dikwerf gemelde en bij de 2.3: Eistcher geciteerde wet te vinden zij dat den Heer R: O: Eisscher bij vet tweede Lidt verderposeert bij Art: 5 dat den gedaagden, vervolgens ook de verkogte wijnen, aan hem geleeverd had, is mede van alle fundament ontbloot. want om zich niet te exponeeren, heeft hij hetselve der kooper wel in het bak„ huijs maar geensints in de Caserne willen leeveren, als blijkt dat den kooper het zelve half aam, met wijn betaald, heb„ bende, het zelve heeft laaten afhaalen voor zijn reekening en niet voor die van de Verkooper. dus den kooper, ten opzichten van de Plaats iimers ten zijnen periculen gehandeld heeft, en gevolglijk aan den kant van de Heer R: O: Eisscher/ Salva re„ ferentia (niet kan werden beweesen, dat met relatie tot de plaats, alwaar de leeve„ daarnu de meer gedagte sleven vander Hart vooraf heeft gerefuseerd het versogte Halfaam wijn aan gedagte Gerold te willen verkoopen, anders als onder die ristrectie, dat alleen zoude strekken tot eigen gebruik ringe van deese wijn is geschied, door des gedaagdens knecht is getaxeerd alle het welk uwel Ed. achtb: ten genoegen zal koomen te blijken uit de ten deesen g'annexeerde bijlaagen want het is immers onder eerbiedige Correctie van uwel Ed Achtb: hoogwijze en meer verligte oordeel :/ in rechten zeeker, dat na koopsvoltrekking van het gekogte den Verkooper voor geen fraude /:indien men zulx aanden rant van de r0: Eisscher, al eens onverhoopt wilde sustineeren, alhier strictssure „plaats te hebben, dien na koops over„ gang van den eigendom met het gekogte werd gepleegd, kan aangesprooken wer¬ den, en nood druft En dat hij zulx versogt op ordere van een officier en mij dus gepermitteerd, zo zal uit alle deeze omstandigheden ad evidentiam consteren. dat ingeval in deeze zaak al eenige Contraventie onverkoopt zoude resi„ deeren, en hem konde werden g'impu„ teerd, /als min:/ dan noch zoude moe„ ten volgen, dat deselve geensints dolo„ malo, maar door de sterke menschlie„ vendheid in het attiebueeren van te veel geloof aan het zeggen van een geloofwaardig persoon, /: waar voor deese Militaire sergeant Gesold:/ bij een ijder gepateerd zij, zoude weesen gecauseerd, en dus na reeden en billykheid veel een commisciatie als zodaanige straffe meziteeren, volgens de bekende Axioma Julis, zeggende dat niemand, om zijn weldaads wille, in perukel koomen moet, en derhalven zal den ged: met gepasten eerbied, aan het penetrant arbitruim Judicis stellen of het geen hardigheid zoude infereren dat het verkoopen van win aan on„ der officieren en gemeene soldaten van alhier in guarnisoen zynde Re„ gimenten, op den 4: Maart 1788: wel scherpelijk is geinterdiceert gewon„ den, op pane dat de sodaanige agter„ haald wordende als smokklaars zullen worden gestraft. den Ged: zal hier al wederom ad„ vanceeren, dat schoon deze Wet en des zal hij dan ter rescontre van het derde poinct overgaan, alwaar den Heer R:O: Eisscher bij zijn in Judicio overgelegde Conclusie artic: 6„ 7. 8 en 9 gelieft ter neder te stellen dat nochtans aan hem ged. niet kan ten minsten niet moet onbe„ kend zijn, dat den ged: des weegens als een Cou„ traventeur, der Locaale Wetten, zoude werden aangemerkt. waar bij den gedaagden, dit twee¬ de poinct ten genoegen uwer Wel„ Ed: Achtb: vermeerd beantworrd te hebben; dat d den 1 Maart 1788. met de gewoene Lo„ lemniteiten, al eens kier aan, deze hoofdPlaatse is geaffigeerd, zo zoude den ged: voor rerst daar van, /:op zo hij meerd:/ goede gron den, den volkoomen, ignorentie kou„ nen pretendeeren, en dat wel op fun„ dament. eerstelik dat den ged: buijten de Jurisdictie van deese Hoofd plaatse aan de eerste rivier woonachtig zynde nieumer heeft gehoord zodaanigen wet afkendigen. En gevolglyk zeer wel te begripen is, dat hij al een Landbouwer en Wyngaardenier die in de buijten districten alwaar zodaanige Wet„ ten nimmer; werden geaffigeerd, fixe domicilium houd en mits dien als natuurlijk te begrijpen is, weenig occatie heeft. of hebben kan, van de affictie den locaale wetten, En hem bij de hier voren dat den gedaagden ook /:zonder zich te fletteeren;/ derft vertrouwen er zo wel uit zijn altoos gehoudene en met er daad beweesens Comporte„ ment, als uit het geval in quaestie geen denins te praesmptie tegens hem zal militeeren dat hij met zodaanige slegt Ca„ racter /:natuurlijk eigen; aan alle contraventeurs:/ der g'eerbiedigde beveelen, van hunne superieurem zonden besield zijn dermaate dat hij om een en„ kel helfaam wijn zich zoo moed„ in het breede gededuceerde Licentie om zyn wijnen alhier aan deeze hoofd„ Plaatse te moogen verkoopen, geen de„ minste opening van die Wetgedaan is zo valt het zeer ligt te begrijpen, dat hem de voorsz interdictie, onbekend zijnde hij daar van op dien grond, /:onder wel„ neemen:/ ignorantie praetendeeren kant gedede willog.

NL-HaNA_1.04.02_4354_0070 view scan ↗

English

under No. 1 in its places under No. 2 in its places would willingly expose himself to the loss of honor and esteem, as the natural consequences of a true contravention, which here cannot be proven in the slightest, And consequently, the defendant also cannot incur the terms of the cited law, for that the crime must first be proven before any penalty shall take place admits of no contradiction. Therefore, for the demonstration of the defendant's innocence, it shall here be respectfully brought to Your Right Honorable's correction: that the defendant indeed specially ordered his servant not to do what was prohibited by the laws, as appears; Which was also observed by the said servant, namely that at the first request to sell a half-aam of wine, he refused the same, as appears; And thus he could have had no intention of delinquent behavior, and to that is added: III. that the servant did indeed deliver the aforementioned half-aam of wine to the warehouse, but not into the barracks, And that the purchase was not concluded until upon the statement it is permitted by an officer, or it is for an officer, of which latter the cited law remains silent. from all of which deducted matters it is established to a certainty that, which one may determine by strict right, the defendant is entirely beyond all guilt; the defendant therefore considers to have encountered and refuted the plaintiff's formulated conclusion in all its parts and nature; Wherefore, and for other reasons and means to be further deduced if necessary, the defendant, rejecting and denying both generally and specially all the arguments and assertions submitted by the Officer Plaintiff, by express denial, impertinence, and irrelevance, and proceeding to answer, Concluded that to the end of inadmissibility, and in the alternative, that by definitive sentence of Your Right Honorable, the Officer Plaintiff's demand made upon and against the defendant, and the conclusion taken thereunder, may be denied with costs, or for such other ends as Your Right Honorable shall find to be proper; underneath stood: J. S. Imploring in and upon all things Your Right Honorable's noble and benign judicial office. Signed: J. V. Leeuwen, in his capacity. in the margin: Exhibited in Court, the 26th of November 1789. I, the undersigned, acknowledge how on the 23rd of the past month, a certain person came to the warehouse of Mr. Jan de Villiers Jan Pieterszoon to ask for a half-aam of wine which was to be brought into the barracks; as I refused him this, he added, it is for an officer, that is permitted; testifying at the same time that my aforementioned employer, Mr. Jan de Villiers Jan Pieterszoon, never gave me orders to defraud. underneath stood: Cape, the 9th of October 1789. Signed: S. vander Hart. Today, the 19th of November 1789, Appeared before me, W. S. van Rijneveld, Secretary of the Honorable Council of Justice of this Government, in the presence of the witnesses named below, the Sergeant in the Chasseur Company of the Regiment of Wurtemberg stationed here in garrison, Eberhard Gesold, of competent age, who, pursuant to the order of the Honorable Council of Justice aforesaid of the last ordinary court day and at the request of the former Heemraad Jan de Villiers Jan Pieterszoon, declared to be true: that the deponent, in the month of September of this year, without however being able to determine the exact date any longer, having arrived at the wine warehouse of the petitioner with yet another of his comrades, the fellow sergeant Hausman, in order to buy wine there for their own use; the servant of the said warehouse, named Steven van der Hart, had refused this to the deponent, under the declaration of not being allowed to deliver wine into the barracks; that the deponent hereupon had asked the said van der Hart the reason thereof, saying at the same time that this wine was solely for their own use; and that to the deponent and his comrades during their stay at this place, the freedom had always been granted to buy wine wherever and from whomever they thought fit, having obtained leave for this from the Colonel and Chief of their regiment; upon which statement of the deponent, the repeatedly mentioned van der Hart had sold to him a half-aam of wine, which was immediately paid for by the deponent, while the deponent's name was noted down in a book by the said van der Hart; that

Dutch transcription

sub: N: 1 in Locis sub N: 2 in socis willig zoude exponeeren aan het Verkies van Eer en achting, als na„ tuurlijke gevolgen, van eene waare contraventie, dewelke hier in het minst niet kan worden be„ weesen, Engevolglyk den ged: dan ook niet kan incurreeren in de termen van de geallegueerde wet, want dat de misdaad vooraf moet beweesen worden, zal er eenige peneplaats hebben reid geen tegenspraak des zal alhier ter demonstratie van des ged. e onschuld, bij uWel Ed Achtb: in eerbiedige correctie koa¬ den, gebracht. dat den gedaagden aan zijn knegt wel speciaal heeft gelast, om niet te doen, het geen bij de Wetten gepro„ beerd was. blykens. Het welk bij gem: knegt ook geobserveert geworden is, dat hij op het eerste versoek om een half aam Wyn te verkoopen hetzelve heeft gere„ fiseert blijkens Endus geen animo delenquendi kan gehad hebben, en daar bij komt, III. dat de knecht het voorsz halfaam Wyn wel in het Pakhuijs maar niet in de Casernen heeft geleeverd, En dat niet eerder de koop gesloten is, als op het zeggen het is gepermitteerd door een officier, dan wel het is voor een officier, van welke laatste de geallegueerde wet swygt. uit alle welke gededuceerde ad cerdenteam consteerd dat /: het welk men summo jure magvast stelen:/ den ged: extra omnem sulpaniverseeit den ged: vermeend dan des Heer Rio. Eesschers genoomen Conclusie in alle haare deelen geob eigen 1 „ . en geaardheid te hebben gezes contreerd; Mits welke en andere reedenen en midde¬ len, des noods, nader te deduceeren, de ged: afslaande en ontken¬ nende zo generalik als specialijk alle de Mid„ delen en positiven bij den Heer R: O: Eisscher„ ter needergesteld, bij expresse denegatie, Im„ pertinentie en irrele„ vantie en zullende antwoorden, Concludeerde dat ten fine van niet ont„ vankelijk en bij ordine dat bij definitive Von„ piste van UWel Ed. Ik onderget: bekenne hoedat op den 23 der gepasseerde Maand, zeker Persoon aen het Pakhuijs van den Heer Jeen de Villiem Imploieerende in en op alles UwelEd. Achtb. ac robile ac benignum Judicis officium /:geteekend. : /: J: V: Leeuwen qq /:in margine:/ Extiebitum: in Judicio den 26 Nov: 1789. Achtb: den Heer R O: Eis„ scter zynen op en jeegens den Eed: gedaanen Eisch en daaragter genoomene conclusie mag werden ontzegd met de kosten ofte tot alzulke andere finem als uwel Edel Achtb: zullen vinden te behooren: /:onderstond:/ Ich JS I. P. zoon is koomen vraagen, om een half¬ aam Wijn het welk gebracht moest wor„ den in de Caschn, ik hem zulx weigerde, voegde mij toe, het is voor een officier, dat is gepermitteerd, betuijgende teffens dat mijn bovengen Patroon de Heer Jan de Villeers Jan Pieterszoon, mij nimmer orders tot fraudeering heeft gegeeven, /:onderstond:/ Cabo den 9 October 1789. geteekend:/ I vander Hart. Huiden den 19 November 1789 Compareerde voor mij W:S: van Rijneveld secretaris van den E: Achtb Raade van Justitie dezes gouvernements prasent de hagen Getuygen, den Leigeant onder de Jager Comp=tie bij het alhier guarnisoen. houdend Regiment van Wurtemberg, Hber„ hard gezold van competenten ouderdom dewelke ingevolge appoinctement van den E: Achtb: Raade van Justitie voorm: van E:l.ord. rechtsdag en ter requisi„ tie vanden oud Heemraad Jan de Williers Jan Pieterzoon, verklaarde hoe waar is dat den Comp: in de Maand september deezes Jaars zonder echter den juis ten datum meer te kunnen bepaalen, gekoomen zijnde in het wijn Pakhuis van den reqt met noch een zijner Cammaradeu, den mede Bergerst Haufsman ten einde aldaar voor hun eigen gebruik wijn te koopen; den knegt uit gem Pakhuijs Steven van der Hart genaamd, zulx den Comp. t geweigerd had, onder de betuijging geen wijn in de Caserne te nwo„ gen leeveren dat den Comp=t hier op gem: gem: van der Hart de reden daar van hadde gevraagt tevens zeggende dat die win alleenlijk voor hun eigen gebruik was; en dat aan hem Compt: en zijne Commaraden gedieu¬ rende hun verblijf ter deeser Plaatse al„ toos de vrijheid vergund was, om wijn te koopen, waaren bij wien zij zulx goedvon„ den, als hebbende hier toe door den Collo„ nel, en Cref van hun regiment verloef geob„ tineerd; op welk zeggen van den Comp=t meergem: van der Hart, aan denselven een half aam wyn verkogt had, hetwelk door hem Comp: derstond was betaald ge„ worden, terwijl des Comp:s naam door gem van der Hart in een Boek was opge¬ dat

NL-HaNA_1.04.02_4354_0073 view scan ↗

English

written, the appearer having that same day had that half aam of wine collected by a man from the jager company and brought into his room. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, being prepared to substantiate the foregoing under oath. It was below: That this thus happened in the Castle of Good Hope in the presence of the clerks Nicolaas van Es and Jacob van de Kaereld as witnesses, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the secretary. Lower: Which I witness, signed: P. D. V. Ryneveld, Secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the sergeant in the Regiment of Wurtemberg garrisoned here, Eberhard Gerold, to whom his aforementioned given declaration having been distinctly read aloud, Today, 27 October 1789 Appeared before me, Willem Stephanus van Ryneveld, secretary of the Honorable Court of Justice of this government, in the presence of the aftermentioned witnesses, the comforter of the sick Willem Herold, as authorized agent of the former Heemraad at Stellenbosch, It was below: Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope on 8 February 1790. Was signed: Gerold, sergeant. Lower: In my presence, signed: W. S. V. Rijneveld, secretary. In the margin: As commissioners, and signed: C. Tnappa and G. H. Meijer E testified that he persisted therein, wishing that nothing more should be added or taken away, and therefore, to confirm the truth thereof, in the presence of the Adjunct Fiscal, Master Johannes Andreas Truter, spoke the solemn words: So help me God Almighty. bosch bosch, the Honorable Jan de Villiers, J. B. son, as appears from a power of attorney dated 30 June 1786, executed before the then clerk at the political secretariat, Johannes Marthenus Horak, and certain witnesses, who by virtue of the substitution clause contained in the said power of attorney declared to substitute and in the best legal manner empower, as he does by these presents, the burgher Jacobus van Leeuwen, specially to attend to and defend before the Honorable Court of Justice aforesaid such case as the Independent Fiscal here ex officio has initiated upon and against the principal in case of contravention, to that end to observe and follow all terms and days of court, to present petitions both civil and judicial, to request verdicts and interlocutory orders, to hear them pronounced, to appeal from adverse ones, to seek reformation or request revision, further to do and perform in this matter and in everything what shall be necessary and required, with promise of approval under obligation as according to law. 2: that in the written plea of answer And made to say the Heemraad of Stellenbosch and Drakenstein, Johannes de Villiers, J. B. son, defendant on the other side Against Appeared before the Honorable and Worshipful Lords, the President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope, the Independent Fiscal, Johan Nicolaas Steven van Lynden, ex officio, plaintiff on the one side. That this thus happened at the secretariat of justice aforesaid, in the presence of the clerks Petrus Diemel and Christiaan Rudolph Neethling as witnesses, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the secretary. Lower: Which I witness, signed: W. S. Ryneveld, secretary. swer Ex officio swer it having been avowed that the defendant sold from his wine warehouse half an aam of wine to the non-commissioned officers of the Regiment of Wurtemberg mentioned in the claim and answer, 5: and moreover it being beyond dispute that the selling of wine to the officers and soldiers of the same regiment is forbidden, 7 the said plaintiff could conveniently suffice with a simple persistence for a reply; 8. were it not that he deemed it necessary to add, for the further illustration of the means advanced in the claim, 9 whereby not only the defendant's guilt is placed in a clearer light, 10 but also his seemingly justifiable grounds of answer will be enfeebled. 11 Principally, the defendant seems to wish to excuse himself 12: that since the wine, as he says, was sold by his 18. that the Heemraad de Villiers is held liable for the acts of Steven van der Hart, 19 that hardship will nevertheless immediately 17 And although at first glance it seems more or less to involve a hardship 16 the admission of which would open a wide door to the unpunished commission of the greatest outrages. 15 But who does not see that this is a far-fetched pretext, especially because he, the defendant, residing under the district of Stellenbosch, could according to his understanding pretend ignorance of the interdiction mentioned in the claim, 13 he, the defendant, therefore, even assuming that the servant had sinned, could not be considered liable for that act, servant, without the prior knowledge, complicity, or approval of him, the defendant. servant 3

Dutch transcription

schreeven, hebbende den Comp t noch dien zelven dag dat half aan Wijn, door een Man vande jager Comp=ie laaten afhaalen, en in zyn kamer brengen. Niets meer verklaarende geeft den Comp=t voor redenen van wetenschap, als in den Text, bereid zijnde het voorenstaande met Eede te staven /:onderstond:/ dat aldus passeerde in het Casteel de goede Hoop ten byweesen der Clercquen Nicolaas van Es en Jacob van de Kaereld als getuygen die de Minute deezes beneevens den Comp t. ende my secretaris mede behoor„ lyk hebben onderteekend /: laagen Met welk ik getuyge /:geteekend:/ P: D: V Ryneveld Secretaris. Recollement Compareerde voor ons Onderget. gecomm: uit den E: Achtb. Raade van Justitie de zes gouvernements, den sergeant onder het alhier guarnisoen houdend Regi„ ment van Wuitenberg Eberhard Ger„ old, welke zijne voorsz gegeevene ver„ klaaring distinct voor geleesen zynde Huyden den 27 October 1789 Compareerde voor my Willem Stephanus van Ryneveld, secretaris van den E Achtb. Raade van Justitie dezes gouvernements present de naten: getuijgen, den Tie¬ kentrooster Willem Herold, als gen. gem: van den oud Heemraad te Stellen„ /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beedigt aan Cabo de Goede den 8 febr: 1790 / was ge„ teekend Gerold j serg=t /:lager:/ Mij praesent :/ geteekend:/ W: S: V: Rijneveld: secret=s /:in margine:/ als Gecomm: / en geteekend:/C Tnappa en G. H: Meijer E betuygde daar bij te blyven persisteeren, met begeerte, dat daar niets meer bij ofte af„ gedaan werden zal, en sprak derhalven ter bevestiging der waarheid van dien de in praesentie van de Adjunct Fiscaal M:r Johannes Andreas Tluter, de solemneele woorden, zo waarlijk helpe mij god almach„ tig bosch bosch d: E: Jan de Villiers Jb: Z: blijkens proc: de dato 30 Junij 1786, voor den doenen, een tegen Clercq ter politique secreterij Johannes Marthenus Hozak, en zekere Getuijg gen gepasseerd, dewelke uit krachte der in gem: proc: vervatte Clausule substituendi verklaarde te substitueeren, en op de beste wyze in rechten machtig te maaken, zoals doet by deesen, den Burger Jacobus van Leeuwen specialijk omme voor den E: Achtb: Raer van Justitie voorm: waar te neemen en te defendeeren, zodaanige zaak als den Hr Jndifiscaal alhier R:O: op ende jeegens den 1p l constituant in cas van contraventie heeft gemoveert, ten dien einde alle Ter„ meinen en dicaijen van Reckten te houdenende te volgen, requesten 20 civiel als in Judicis te presenteeren vonnissen en appoinctementen te versoeken, deselve te hooren pronintieeren, van de nadeelige te appelleeren, in reformatie te koomen of rivisie te versoeken, voorts hier omtrent ende in alles te doen en verrigten dat nodig weesen en vereischt werden zal, met belofte van approbatie onder verband als naar Rechten 2: dat bij het schriftuur van Ant Ende deede zeggen den Heemraad van Stellen„ bosch en Drakenstein, Jo„ hannes de Villreus J. B. Zoon ged: ter andere zijde Contra Compareerde voor den WelEd: en Achtb: heeren, President en Raaden van Justitie des Ca„ steels de goedeHoop de Jndepen„ dent fiscaal, Johan Nicolaas steven van Lynden, R: O: Eisscher ter eenre. dat aldus passeerde ter secretarye van Ju„ „titie voorm: present de Clercquen Petrui Diemel en Christiaan Zadolph Neethlag als getuygen die de Minute deezes benevens der Compt ende mij secret:s mede behoorlyk hebben onderteekend: /laager:/ 'T welk ik getuijge:/ geteekend: W. J Ryne„ veld secretaris woord R: O: ƒ woord geavoneerd zynde geworden dat de ged: aan de by Eisch en antwoord gementioneerde ouder officieren van het Regiment van Wartenberg, h uit zyn Wyn Pakhuys een half aam wijn heeft verkogt 5: en daar en boven buyten contestatie zijn dat het verkoopen van wyn aan de offi¬ cieren en soldaaten van het zelve regi„ ment is verbooden, 7 zoude ris. Eisscher gevoeglijk met een simpel persistit voor leplicq kunnen volstaan; „ 8. indien hij niet vermeerde tot nadere adstracti van de by Eisch geposeerde middelen, te moeten byvoegen „9 waardoor niet alleen des ged. schuld in een klaarder dagtigt word gesteld. „10 maar ook deszelfs in scchyn justifca„ toire middelen van antwoord g'ener„ veerd zullen worden „ 41 voornaamentlyk schynt de ged. zich te willen disculpeeren „12: dat daar de wijn zo hij zegt, door zijn „ 18. dat den Heemraad de Velliers aanspra„ kelijk word gesteld voor de daaden van Steven van der Hart „ 19 zal die narigheid nochtans terstond „ 17 En ofschoon het in den eersten opslag min of meer eene hardigheid schijnt te involveeren „ 16 welks admis tie een wyde deur zoude openzetten aan het strafloospleegen van de grootste ongezeegeld heden. „ 15 dan wie ziet niet dat dit een vergezogt pretext is. „„te vooral om dat zij ged: onder het distret van Hillenbosch woonagtig zynde volgens zyn begrip ignerantie vande by Eisch ge„ mentioneerde Jnterdictie zou kunnen praetendeeren, 13 hij ged: over zulx al voor onderstelde men dat de knecht gepecceert had, over die daad niet konde gereekend worden aansprakelyk te zijn knegt is verkogt te worden, zonder voor„ kennis mede weeten of goedkeuren van hem ged=e knegt ver „ 3

NL-HaNA_1.04.02_4354_0076 view scan ↗

English

vanish when one observes the relation that takes place between these two persons, and that the latter, having been chosen by the former of his own free will to conduct the wine trade here locally in his defendant's name and for his account, sustains in that capacity the person of the defendant, binds him in all that he does in his name, and, in a word, performs everything at the risk of the defendant; so that the defendant can even be obligated by him ex delicto, arg. legis 131, leges rel. 34 ff. nautae caupones stabularii, for the defendant was free to start a wine trade or not, but having once begun it, if he could not or would not personally attend to the administration thereof, he ought to have ensured that he placed such persons in his stead who understood their duty, or at least he, the defendant, ought to have instructed his servant in all that the laws have prescribed for wine merchants to observe, by the argument of those things which are handed down from Roltius to bitsq., it also not lacking in examples and grounds to show that the master is obligated to answer for the liability of his subordinates in matters concerning his profession: see the just-cited title Nautae caupones stabularii; likewise the titles De exercitoria actione, De institoria actione, and others, without it being further necessary here to explain at length to your Honorable Worships. And thus at a time when the interdict could still be read in all usual places here, that the defendant or his servant would be ignorant of the interdict of 1 March 1788, since the defendant began the wine trade only six months after the publication, and thus at a time when the interdict could still be read in all usual places here; besides that it would be absurdity itself to hold the defendant ignorant of all laws and provisions that were issued before he began to sell wine here, which would yet be the consequence of what was posited in the answer; the defendant furthermore, with respect to his wine trade, cannot be considered as Heemraad of Stellenbosch, but as a wine merchant of the Cape, and in that capacity he is subject to all provisions established by the government with respect to wine merchants. Now concerning the contention made in the answer, as if the defendant's servant Steven vander Hart had not acted contrary to the provision of 1 March 1788: firstly, because he delivered no wine into the barracks; secondly, because the wine was sold only for own use; and thirdly, because one of the non-commissioned officers said he had permission from the Colonel to buy wine anywhere: in this regard, the Right Honorable Plaintiff will briefly remark that it does not matter where the wine was delivered, but that the question simply is to whom it was delivered, and whether wine was actually sold to non-commissioned officers of Wurtenberg, the affirmative of which latter point the defendant himself did not dare to contest. Meanwhile, in order to make all doubt disappear and to vindicate what was posited in the claim from all objections with a single stroke, the Right Honorable Plaintiff will refer to the exact words of the above-mentioned interdict, which read as follows: that no one, except the lessee of the Cape cool wines, and thus also no wine merchant, shall be allowed to sell any wines, in whatever quantity it might be, to the non-commissioned officers having supervision over the canteens of the aforesaid troops, nor to deliver the same to them, whether in the canteens or at any other places; and likewise not to make such sales or deliveries of wine to any other non-commissioned officers or privates of the same troops, on pain of being caught herein, to be punished without connivance according to the tenor of the General Placcaat as smugglers. Finally, the permission of the Colonel can by no means exculpate the defendant, as it is a ridiculous matter to consider oneself discharged from the observation of the laws by the permission of someone who is just as strictly bound by the laws as the defendant, and who with respect to the same can only be considered a private person.

Dutch transcription

verduijnen wanneer men gadeslaat de betrekking 20: welke bussehen die beide Persoonen Plaatshafft 21 en dat den laatsten door den eersten uit vrye wille zynde verkooren geworden 22 om uit zijn ged: naam en voor zijn reekening de Wyn Negotie hier ter Plaatze waar te nee„ men, 23. in die relatie de Persoon van den gede susti„ neerd, denselven, al het geen hy uit zijn naam doet verbind en met een woord alles pericule van den Ged. verricht. 24: zodaanig dat degedzelfs er de licto door hem kan worden geobligeert 25 arg, legis, 131 Leges relt 34 ff. naute Caup stap 26 want het heeft aan den ged. vry gestaan een wynkopery te beginnen of niet 27. maar die eens begonnen hebbende had hij 28 indien hij niet persoonlijk kon of wilde vaceeren tot de administratie daar van 36. En dus op een tyd dat de interdictie 33. Om te beboogen, dat de Meesterverplicht is de schuld van zijn onderhoorigen, in zaaken, zijn beroep betreffende. te boeken 34: zie de even aangehaalde Titue Nautie caup, stab: item de Tituls de execectioria, actione de justitoria actione en andere 35 zonder dat het hier verder nodig zal zyn aan uwelEd. Achtb. wydloopig te doen léën 32 ontbreekende het voorts ook aan geene voorbeelden en gronden. 31: argiemento eorum quo tradintor à roltio ad bitsq: 30 of ten minsten had hy ged: zyn knecht behooren te instrueeren, van al hetgeen de wetten aan wynkoopers ter observa¬ tie hebben voorgeschreeven 29. behooren te sorgen, dat hy zodaanige persoonen in zyn Plaatsstelve, welke hun plicht verstonden. Ar 29 noch op F noch op alle gewoone Plaatsen alhier te leesen was. dat de ged: of zyn knecht van de interdic= tie van de 1 aart 1788. zou onkun„ dig zijn 38. aangesien de ged: maar zes maanden na de publicatie de wijnkooperij heeft be„ gonnen. 39 En dus op een tijd. dat de interdictie nog op alle gewoone Plaats en alhier te leesen was. 40: behalven dat het de ongerymd heid zelve zyn zoude den ged: eenkundig te houden van alle Wetten en bepaling en 41. die voor dat hij heeft beginnen wyn alhier te verkoopen, g'emaneerd zin hetgeen noch het gevolg zyn zou van het by antwoord geposeerde 42: kunnende voorts de ged: ten aanzien van zyn wynnegotie niet geconsidereerd worden, als Heemraad van Stellenbosch U6 2 om dat de wyn maar tot eigen ge¬ bruik is verkogt. 47 en 31 om dat een der onder Officieren gesegt heeft permissie te hebben van den Collonel om overal wijn te koopen. 48. hier omtrent zal de z. O: Eisscher Nor„ telijk remarqueeren. 19 dat er niet op aankomt waar de wijn geleever is geworden 5o maar dat de Vraag eenvoudig is, aan 45: om dat deselve t geen wyn in de Casein geleeverd heeft 44: wat nu betreft de by Antwoord gevoerde sustenue als of des ged. e knecht Steven vander Hart niet tegen de bepaaling van den te Maart 1788 had gehadeld en is dezelve in die relatie subject aan alle bepaalingen ten opzichte van wynkopers door de regeering vast gesteld. maar als wijnkooper van de Caab. wien 37 43 - wien deselve geleevert is 51 En of er wesentlyk wijn aan ouder officie„ ren van Wurtenberg is verkogt geworden 32 de affirmative van welk laatster poinct de ged: zelven niet heeft durven contesteren 53 om ondertusschen allen twijffel te doen verdwijnen 54 En het by Eepch geposeerde unico Ichu- van alle objectien te vindiceeren. 55. zal de r: O: Eisscher zich refereeren tot de eigenwoorden van de boven gemen„ tioneerde interdictie 56. Welke dus luijden 57 dat niemand buijten den E achter der Caas. „ze Coele wijnen, en dus ook geen wijn„ „kooper. 58. „ zal vermoogen aan de onderofficieren „opzicht over de Cantines der voorsz trou„ „pes hebbende eenige Wijnen 59„ Jn hoedaanige quantiteit zulx ook zoude „moogen zijn 60 „ te verkoopen nochte aan deselve het 68 en ten opzichte van deselve maar voor een privaate Persoon kan gekoud word 69 van de observatie der Wetten ontslaa„ 66 daar het eene belaggelyke zaak is zich door de permissie van iemand 67 die even sterk door de Wetten verbonden is als de ged: 64 „ zonder conniventie naar Luijd van 't „generaal Placcaat als smokkelaars te „zullen worden gestraft. 65: „ Eindelijk kan de permissie van de Collo„ nel den ged. geensints disculpeeren 62. „ aan eenige andere onderofficieren ofte „gemeenen van deselve troupes 63. „ op poene van hier op agterhaald wer„ „dende. „zij in de Cantines ofte op eenige andere Plaatsen te leeveren. 61. „ En zo mede niet zodaanige verkoo„ „pingen, ofte leeveringen van wyn te „doen zij—

NL-HaNA_1.04.02_4354_0079 view scan ↗

English

Today, the 9 December 1789 to be counted 70. And herewith the plaintiff ex officio trusts to have completed his task. 71. in that entirely reasonable confidence 72 that your honors will not hesitate in the adjudication of the conclusion taken with the claim. 73 with costs. By virtue of which and other reasons and means it is not necessary to deduce further, the plaintiff ex officio, rejecting the arguments of the response as merely impertinent and irrelevant, persisted in his well-founded claim and the conclusion drawn thereafter for reply. Signed: J. A. J. van Lijnden. In the margin: Exhibited in court the 10 December 1789. Appeared before me, Willem Stephanus van Rijneveld, Secretary of the Honorable Court of Justice of this Government, in the presence of the named witnesses, the burghers Pieter de Wet and Tieleman Roos, both of competent age, who, at the requisition of the Independent Fiscal, the Honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden, declared how true it is that the appearers, about two months ago now, without remembering the exact day or date, having taken a walk in the company of the burgher Daniel Hugo, met near the gate of the slave lodge at the Honorable Company's garden a servant of the burgher Jan de Meers J.B. son; that the same servant was then addressed by the said Hugo in the presence of the appearers and confronted with the fact that he had smuggled, with the added warning that he must refrain from such in the future as it was not permitted; to which remark by Hugo the said servant declared that he would no longer make himself guilty of that, while he did not deny having committed such an offense. Declaring nothing more, the appearers gave as reasons for their knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the foregoing further with a solemn oath if required. Thus done in the Castle of Good Hope in the presence of the clerks Nicolaas van Es and Jacob van de Waereld as witnesses, who properly signed the original minute of this together with the appearers and me, the secretary. Below: Which I attest. Signed: W: S: van Rijneveld, secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the aforementioned burgher Pieter de Wet, who, the aforesaid declaration having been clearly read to him, affirmed that he persisted therein, wishing that nothing more be added thereto or taken therefrom. Below: Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope, the 8 February 1790. Signed: P. de Wet. Lower: In my presence and signed: W: S: van Rijneveld, secretary. In the margin: As commissioners, signed: Mappa and G: H: Meijer. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the burgher Tieleman Roos, who, the foregoing declaration having been read to him clearly and distinctly word for word, affirmed that he persisted therein, wishing that nothing more shall be added thereto or taken therefrom, and therefore, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the burgher Jacobus van Leeuwen as authorized agent of the Heemraad Jan de Villiers, J.K. son, spoke the solemn words: So truly help me God almighty. Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope, the 15 March 1790. Signed: T: Roos. Lower: In my presence, signed: J: d: Karnspek, sworn clerk. In the margin: As commissioners, and signed: R: J: van der Riet and H: J: de Wet. Rejoinder prepared and, with due respect, submitted to the Right Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Honorable Members of the Court of Justice of this Government, by and on behalf of the undersigned burgher Jacobus van Leeuwen, as substituted agent of the comforter of the sick in the service of the Honorable Company, Mr. Willem Herold, who is the general agent of the Heemraad in Stellenbosch and Drakenstein, Sr. Jan de Villiers, Jan P. son, defendant in the case of alleged contravention on the one side, against the Independent Fiscal of this place, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, plaintiff ex officio in the same case on the other side. Right Honorable Sir, Honorable Sirs. The undersigned, in his aforementioned capacity, will, after first having expressed his humble gratitude to your honors in observance of his dutiful obligation for the copy so favorably granted to him of the written reply exhibited in this court by the plaintiff ex officio under date of the 10th of this current month of December, with the two declarations annexed thereto and a term of two weeks, now have the honor to say with all respect as follows: that after reading and serious consideration of the document submitted into court by the plaintiff ex officio on the aforesaid day, he was extremely surprised that he found posited in the second and third points thereof that the defendant had avowed in the written response that he had sold a half-aam of wine from his wine cellar to the non-commissioned officers of the Regiment of Wurtemberg stationed here in garrison, mentioned in the claim and response,

Dutch transcription

Huiden den 9 December 1789 gen te reekenen 70. En hier mede vertrouwd de R: o: Eisscher zyn Taak te hebben afgehandeld. 71. in dat allesints billijk vertrouwen 72 dat Uwel Ed. Achtb: niet zullen defi culteeren in de adjudicatie van de bij Eisch genoomene Conclusie. 73 cum expersis. Mits welke en andere ree„ denen en middelen is het nood nader te dedureeren de r:O: Eisseker afslaande de middelen van antwoord, als mere impertinent en ir„ relevant persisteerde by zyn welgefandeerde Eisch en daaragter genoomene con„ clusie voor replicq (:get:/ I: A: I: V: Lijnden (:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 10 December 1789. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Rijneveld. Secretaris van den E: Achtb raade van Justitie deses Gouvernements praesent de natem getuigen, de Burgers Pieter de Wet en Tielemae Roos, beide van competenten ou„ derdom, dewelke ter requisitie vanden Jnde„ pendent Fistaal d' E: Achtb: Heer Johan Nicolaas Steven van Lijnden verklaarden hoe waar is dat den Comp: voor nu omtrent twee Mtaan„ den geleeden, zonder de jugsten dag of datum meer bewust te zijn in geselschap vanden Aux„ ger daniel Hugo een wandeling ged aan hebbende, zijl: bij de poort van de slaven loge aan t' EComp. s Thuin ontmoet hadden een knegt vanden Burger Jan de lleers JB2 dat deselve knegt als toen, door gem: Hugo ter praesentie van de Compa=ten was aengesproken en hem voorgehouden dat hij gesmokkeld had met bygevoegde waarserouwing, dat hij zich voorzulx, als niet geoorloofd zijnde in het vervolg moest wachten, op welk zeggen van Hugo gem: knegt betuygd had dat hy zich daaraan daar aan niet meer schuldig zoude maaken terwijl hij niet ontkende zodaanige faut gecom„ mitteerd te hebben. Niets meer verklaarende gevende Comp=ten. voor redenenen van wetenschap als in den Text bereid zynde, het voorenstaande des vereischt werdende met solemneele Eede nader gestand te doen dat aldus passeerde in het Casteel de goede Hoop ter praesentie der Cercquen Nicolaas van Es en Jacob van de Waereld als getuijgen, die de Minute deezes benevens de Comp=ten ende my te„ cretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /:laager:/ 'Twelk ik getuige /:geteekend:/ W: S: V: Rijneveld secretaris. Recollement Compareerde voor ons ondergets Cecomm uit den E: Achtb: Raade van Justitie dezes Gou„ vernements, voorm: Burgers Pieter de Wet, dewelke voorsz Verklaring duydelijk voor„ geleesen weesende betuijgde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte dat daar niets meer bij ofte afgedaan /:onderstond:) Aldus gerecolleerd en beedigt aan Cabo de GoedeHoop den 8 februarij 1790: (:getekend:/ P: V: Wet /:lager:/ Mij praesent:/ en getee„ kend:/ W: I: V: bryneveld secretaris :/ in margine Als Gecomm: /:geteekend: Mapa en G: H: Meijer: Recollement. Compareerde voor dns Inderget: Gecomm: ii't den E: Achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements den burger Tieleman Roos, dewelke voorenstaande verklaring vanwoond tot woord klaar en duydelyk voorgeleezen weesende betuygde daar bij te blyven persisteeren, met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan werden zal, en sprak dier halven ter bevestiging der waarheid van dien in praesentie werden zal, en sprak derhalven ter bevestiging der waarheid van dien, de solemneele woorden, zo waarlijk help mij Godt almachtig /:onderstond:/ werd van van den brerger Jacobus van Leeuwen als gem: van den Heemraad saude Villiers Jk zoon :/ de solemneele woon„ den zo waarlyk help my Godtal„ machtig Aldus gerecolleerd en beëëdigt aan Cabo de goede Hoop den 15 Maart 1790 ///was geteekend:/ T: Roos : / lager:/ My present /:geteekend:/ J: d. karnspek gem: Clercq /:in margine:/ Als gecomm: /:en geteekend:/ R: J: V: d: Riet en H: I: De Wel Duplicq gedaan maaken en met ver eischten eerbied over gegeeven aan den Wee /:onderstond:/ Edelen achtb: Heere Johannes Isaak Rhenius President Aenevens de verdere E. Achtb raade van Justitie dezes gouvernement door en van weegens den Onderget. Burger Jacobus van Leem„ wen, als gesubstitueerde gemachtigde van den krank beweker in dienst der E: Compte Mensieur Willem Hereld die generale gem: is van den Heeiraad aan stellenbosch en dra„ kenstein Sr Jan de Villiers Jan P: zoon, verweerder in Cas van praetense Con„ travensie ter eenre op ende jeegens den Jn„ dependents piscaal dezes Edelen Steede Johan Nicolaas steven van Lijnden R: d' Eisscher in hetzelve Cas ter andere zijde Wel Edele Achtbaare Heer E: E: Achtb: Heeren. den ondergeteekende in zyn op„ gem: qualiteit, zal na voor af ter betrachtiging van zyn schul, dige Picht, de vrijheid neemen ri„ Wel Ed. achtb: voor de aan hem z0 gunstig verleende Copia van des Heer R: O: Eistchers sub datis 10 deeser loopende Maand De Com„ ber in hoc Judicio g'exhibeerden schriftuur van Replicq met dat hij na Lectuure en serieuse overweegingen, van het door den Heer R: O: Eesscher ten voorschreeven daage in Judicio overgegeevene schrif„ tuur ten uittersten gesurpreneerd waren: dat hij bij het tweede en derde poinct van hetzelve geposeerd vond, dat den ged: bij het schristuur van Antwoord geavrueerd had, dat hij aan de bij Eisch en antwoord gementioneerde onderofficieren van het alhier guarnisoen houdend Regiment van Wartemberg uit zyn wynbak„ huijs een halfaam wyn verhocht de daar bij gevoegde twee Verklaa„ ringen, en termijn van twee Weeken zijnen nedrigen dank betuijgd te heb„ ben thans de eere hebben met alle respect het hier na volgende te zeg„ gen, - had de

NL-HaNA_1.04.02_4354_0083 view scan ↗

English

had, which words appear to be understood by Mr. R. Ousseker in a much broader sense than the defendant had intended them to be understood. Whereupon, in the writ of answer, after the side of the defendant had bona fide narrated the strict orders given by him to his servant Steven van der Hart, specifically amounting to the fact that he should not do or act in that which was prohibited by the laws; and whereas a person in law is presumed to be as he ought by nature to be—namely, of good faith according to L. non, E, co, 30, c, de Evictione, gloss F, D.D. in C. de Ligente de praesumt., and upright and diligent in his state or profession, L. 2, C. de Officio Civili Judicis, L. Si quis de Curione 21—he, the defendant, had in that confidence departed for his country estate; and because, although it is true that this side bona fide avows that the servant had sold a half aam of wine, he nevertheless refused to do so at the first offer and was unwilling to conclude any purchase except on the condition that it was permitted by an officer; and that the aforesaid servant also appears to have observed that, or at least promised to have done so; and to that end one had certainly avowed having sold the aforesaid half aam of wine in the warehouse to the aforesaid Gerold, as representative of the officer whom one believed to be the purchaser; wherefore one may reasonably trust, on the basis of the equity of Your Noble Worships, that it was also understood in that sense; and that based on the foundation of the well-known legal axiom, quod unusquisque est interpres suorum verborum, that everyone retains the interpretation of his own words unto himself, just as the judge or Council of the Land retains the interpretation of his ordinances and placards. Then, Noble and Worshipful Sirs, the defendant qualitate qua, who according to honor and duty is bound to maintain and defend the just right of his client according to his ability and best knowledge, shall be permitted, with all respect and fitting decency, under the accurate and sharp-sighted eye of this highly wise and formidable tribunal, to reflect: that Mr. R. O. Prosecutor asserts in the writ of reply that, the sale of the wines out of his wine warehouse to the non-commissioned officers mentioned in the conclusion of demand and answer having been avowed by the defendant in the writ of answer; and that it moreover being beyond dispute that the sale of wine to non-commissioned officers and soldiers of the regiment mentioned in that writ is prohibited, as Mr. former Prosecutor has been pleased to set down in the aforementioned writ of reply from article 1 to article 6 inclusive, the said Mr. Prosecutor could suffice with a simple persistit for his reply, as is stated in article 7; in order to invalidate and completely annul this argument, the defendant shall advance that it is true that in his answer he had avowed that the sale was in that manner refused to be concluded by his servant Steven van der Hart upon the first request of the deponent Gerold mentioned in the answer, for reasons detailed at length therein; but that upon the statement, it is permitted to me by an officer, or it is for an officer to purchase a half aam of wine, he thereupon concluded the purchase. Thus it is indeed beyond dispute that here in this case, neither directly nor indirectly, has the interdiction of 2 March 1788 been violated; for when one considers that which was avowed in the answer, where the aforementioned Gerold says to the aforesaid Steven van der Hart, it is permitted by an officer, or rather, it is for an officer; which words, considered and understood in their true meaning, can prove nothing other than that the said Steven van der Hart actually sold this half aam of wine to an officer and not to a non-commissioned officer, seeing that this Gerold said he had received orders from that officer to purchase a half aam of wine for him, wherefore he can be regarded as nothing other than representing the officer; indeed, in no way can it be said that one has entered into or acted against the prohibition of the aforesaid interdiction; the less so when one observes in addition that the same is proven here by the officer's own signature, which this side takes the liberty to annex hereto sub No. 3 in locis, it being able to appear to Your Noble Worships at first glance that the defendant in this respect is extra omnem culpam; it is certainly for that reason that Mr. R. O. Prosecutor said not a single word about that officer, although this side has said that the purchase was not concluded until after this emissary of that officer had said, it is permitted by an officer, or rather, it is for an officer; to support this now on further grounds, the defendant shall refer to the very words of the interdiction itself, annexed to the reply by Mr. R. O. Prosecutor, wherein not the least mention is made of [illegible]; in which case it can never be proven on good grounds that any act with animo contraveniendi was committed by the aforesaid van der Hart, much less by the defendant, and thus also, as a natural consequence, they cannot be subject to the least penalty; hoping hereby, as one trusts, that the question put by Mr. R. O. Prosecutor in his reply at articles 50 and 51, to whom the said wine was delivered, is answered by the note signed in the officer's own hand annexed hereto sub No. 3 in locis, and hereby to reflect that Mr. Prosecutor also seems not satisfied with what was advanced by the defendant in his answer, concerning which this is said: that the defendant, to his servant [illegible] officers, to which gentlemen van Hart, as appears sub No. 3 in locis, actually sold this half aam of wine.

Dutch transcription

had, welke woorden bij den heer R. Ousseker in een veel ruymen zin schynen begreepen, als den ged die had, opgevat te zijn Waat bij het schriftuur van Antwoord, na dat men aan den kant van den ged:e bona fide hadde genarreerd, de stix te ordres door denselven aan zyn knecht steven van der hart ge„ geeven specialijk daar op neer„ koomende, dat hy niet zoude doen en handelen, het gunt bij de Wetten was geprohibeerd en terwijl een mensch in Rechten gepraesumeerd werd zodaanig te zijn, als hij van na„ tuure behoorde, te weesen want schoon men deeser zijds wel is waar bena fedi avoreerd dat de knegt een half aam wijn ge„ verkocht hadde, echter in den eer„ sten aan bod zulx heeft gerefuseerd en geen koop hadde willen sluijten als onder Conditie, dat het was ge permitteerd door een officier. dat de voorsz knegt zulx ook schijnd geobserveerd (: ten minsten beloofd heeft te hebben te weeten, van goede trouwe vol„ gens L: non, E, co, 30, c, de Evrc„ tion glosse F D. D: in C de Ligent de praesumt, en in zijnen staat of beroep oprecht en neerstig l: 2, C: de Offie Civiel Judié, l. Le quis de Currio 21 hij ged: in dat ver¬ trouwen na zijn Hofsteede zich be„ geeven had, teweeten. en in en in dien ein had men zeker„ lyk geavoneerd het voorsz kalfaam Wijn aan voors& Gezold, als represen„ tant van den Officier die men meen„ de kooper te zijn in het Pakkiijs verkogt, te hebben, des men van de aequiteit time Wel Ed. Achtb: met grond derft vertrouwen, alsoo in dien zin ook te zijn opgevat En dat wel op fundament van het bekende axioma Juris, quod uenis quis„ que, est enterpres, sudrum verbe„ rum dat ieder behoud de uitleg„ ginge van zyn eigen woorden aan zich zelfs zoo ook der rech„ ter of Raad van het Landt de interpretatie van zyne ordon¬ nantien en Placcaaten de zal den Vermeerder dan Dan Edele en Achtb: Heeren het zal den verweerder qq die volgens Eer en plicht gehouden is het goed Recht van zijn Clieut, naar zyn ver„ moogen en beste kennis voor te staan en te verdeedigen, geoor¬ loofd zijn met alle eerbied en gepaste desentie onder het nauw„ keurig en scherpziende vog van deese hoogwijse en gedrichte vierschaar te reflecteeren Elet de Heer Rr: O: Eisscher poseert bij het schriftuur van Replicq, dat door den ged: bij het schriftuur van antwoord geavoueerd zijnde de Verkoop der Wijnen aan de by Con„ chisie van Eisch en antwoord ge„ melde onder Officieren uit zyn Weyn¬ Pakhuis dat het daar en boven buyten Con verder testatie testatie zynde, het verkoop en van Wyn aen onder officieren en toldaaten van het bij dat schriftuur gemelde Regi„ ment is verbooden, zo als de Heer Oud Eisscker by het hier vooren gemen tie„ neerde schriftuur van repticq, van artic: 1 tot artiC: C inCuussive heeft gelieven ter neder te stellen, metgem: heer Rdliskker met een simpel persistit voor Replicq zoude kunnen volstaan als bij art 7 word geregt: om deese argument te everveeren en totaal te annulleeren, zal den Ge„ daag den Advanceeren, dat hij wel is waar bij antwoord g'avvueerd had, de koop in dier voegen door zijn knecht ste ven van der Hart, op het eerste versoek van den by antwoord gemelde Deposant Gerold, om redenen, daar bij in het breede gedetailleerd had geresuseerd te shuyten maar dat hij ^ op het zeggen het is mij gepermitteerd door een Officier of het is voor een officier om een kalfaam Wijn te koopen hij daar op de koop gevlooten had. zo is het immers buyten Contestatie, daf alhier in dit Cas, direct noch indirect tegens de Jntendictie van den 2e Maart 1788 niet is gepecceerd, want wanneer men het by Antwoord ge avoueerde beschouwd daar de vengem: schold, aan voorsz: Steven van der Haart zecht het is gepermitteerd door een oficier „ dem wel het is voor een officier Welke woorden in zyn waare beteeken nis beschhouwd en opgevat daar uit niet anders zal kunnen werden beweesen, als dat gem: Steven van der Hart, dit Half aan met wijn weesentlijk aan een officier en niet aan een ouderofficier heeft verkogt aangesien deese gerold van dien officier rohy zeide ordre bekoomen hadde voor hem, een half aan wyn te koopen, mitsdien niets anders als re„ presenteerende den officier kan aangemerkt wor„ den, immers in geene deelen, kan gezegt wor„ den teegens de prohibitie van de voorsz ru„ terdictie aangegaan ofte gehandeld te heb„ hij ben Sub N. o in locis No. 3 in locis No ben te minder wanneer, men daar bij aanmerkt dat hetselve hier met de eigen handteekening van den officier beweesen word, welke men deser zijds de vryheid neeme onder de ten deesen te annexeeren, zullende uwel Edele Achtb: in primo adspecti kunnen apparee„ ren, dat den gedragden ten deesen opzich„ ten extraomnem Culpam verteerd het is zekerlyk daarom dat den Heer R: Olisscher geene enkel woord van dien officier geregt heeft, schoon meer deser zyds heeft gesegt dat de koop niet eerder geslooten is, dan nadat deeze afgesant van dien officier had gesegt het is gepermitteerd door een officier dan wel het is voor een Officier om zulx nu op nadere gronden te adstiteeren, zal de Verweerder zich re„ fereeren tot de eigen woorden van de Jnterdictie zelve bij de H. R:O: Eiskker be replicq geannexeerd, alwaar geen deminste mentie gemaakt word van In hoedaanig geval nimmer met goed fundament kan beweesen worden, door voors: vander Hart, veel min door den gen. eenige demias te Anio Contraveniendi gecommitteerd te zijn, en dus ook, als een natuurlijk sequeele in geene de minste pane gehouden zyn zullende hier mede zomen vertrouwd aan de by de Heer M: O: Eisscher, by replieq op &r. t 50 e 51: reposeerde vrage, aan wien dezelve wyn geleeverd is met 't door dien officier eigent: get. briefje ten desen onde in locis geannexeerd beantwoord zyn, en hiermede reflecteeren, dat de Heer zo: Eisscher al mede niet voldaan schijnt over des ged:e bij antwoord geaudvenceerde daar nopens dit gesegt word. dat den ged: aan zyn kregts: officieren, aan dewelke Heren van Hart blykens sub - dit halfaan wyn eigent, lyk heeft verkogt. officieren F vande No 3 inlocis

NL-HaNA_1.04.02_4354_0087 view scan ↗

English

had expressly ordered him not to do anything in his assumed function that was prohibited by those laws, as appears from the answer annexed hereto, against which the Officer Plaintiff objects, seeking to add further support for the points posited in the statement of claim, whereby not only is the defendant's guilt placed in a clearer light, but also his justifactory grounds of defense, as they say, will be weakened. And that this consists of nothing other than that, notwithstanding the aforesaid prohibition given by him to his servant, the defendant, in view of the close relation between him and the servant who conducts the wine business here in this place in the defendant's name and for his account, as they say. In that relationship, the person of the defendant will, in order to weaken what has been objected, have to advance and submit to the highly wise and equitable arbitrium judicis whether the laws cited by the Officer Plaintiff should not be understood with distinction, since it is certain that those laws do not state in full what the Officer Plaintiff in that case seems to have understood them to mean, in order to base his contention thereon. For, Noble and Honorable Lords, that these laws cited by the Officer Plaintiff only apply in relation to the defendant, the Officer Plaintiff contends that whatever he does in his name binds the defendant in all perils performed by him, so that the defendant can even be obligated ex delicto by him, as the Officer thought to assert with the laws, applies only to enormous crimes, where the defendant in that relationship is proven to have acted with counsel and deceit, and not in this case. For, Noble and Honorable Lords, otherwise it is incomprehensible on what grounds those legal scholars maintain that reason is the soul of all laws, indeed that it is itself a law, Regula Juris. For according to civil law, in all matters, especially in justice, equity must be regarded, Regula Juris 83. When one now considers that the defendant ordered his servant as stated above, on what foundation shall he then bind the defendant by his own act, who specially ordered him not to act contrary to the laws, since the laws presume every person competent, of good faith, upright and diligent in his state and profession, vide Menochius. And no wonder, for it is the soul that sins and not the body; where there was no intent, there is also no guilt, vide Seneca. The outcome of matters is not punished, but rather the attempts of men, Cicero pro Milone; which sentiment the Emperor Hadrian wished to express in lege 14 eodem, where he writes that in wicked deeds, regard is had to the intent and not to the outcome thereof; presumably on the ground that if the laws cited by the Officer Plaintiff had to be understood as generally as His Honor seems strongly and firmly to maintain, it would be unfortunate for residents who bona fide must employ others in their service for good wages, since this would provide a basis for making the loss of honor and respect, indeed the total ruin of all worthy residents, depend on the arbitrary conduct of the same. In how far this can now stand with reason, the defendant will leave to the equitable and more enlightened judgment of Your Noble Honors, without it being further necessary, although the defendant does not lack material for it, to expand further on this. With respect to which, one trusts to be able to say on good foundation that the defendant in this case is without all guilt. He will now, for the sake of completeness, proceed to the consideration of the second ground, although the same has been entirely annulled by what has been adduced herefore, where the Officer Plaintiff posits at Articles 38 and 39 that the defendant only six months after the publication of the aforesaid interdiction began the wine business, and thus at a time when the same was still to be read in all customary places here; that it would be absurdity itself to consider the defendant ignorant of all laws and regulations; that from this the consequence would be what was posited in the answer, the Officer Plaintiff referring to the statements produced in the reply. To that, the defendant will only first advance that such far-fetched arguments, superficially considered, may well seem to offer something to obscure the defendant's innocence, but when the same are examined a bit deeper and considered with attention, they will immediately fall away. For in the first place, who indeed is unaware that such publications are sometimes torn down within six weeks or less?

Dutch transcription

1„dHart wel specialyk nad gelast omme in zyne aangenoomene Juncti niet te doen het gunt by die Wetten was gepre„ hibeerd blykens o het antwoord annex waar teegen de R:o Eescher objec„ teerd desweegens tot nader adstructie van de bij Conclusie van Eisch geposeerde middelen iek te mogen byvoegen, maar niet alleen der ged: schuld in een klaarderdagsg't gesteld. maar ook deszefs in te zyn justifica„ voire middelen van antwoord /: 2o men zegt, geenerveerd sullen worden En dat iets bestaat dan daar in, dat niet tegenstaande het evengem: verbod door hem aan zyn knegt gedaan, den ged: overmits de naauwe betrekking, van hem hem op deselve die voor zyn ged: naam en voor zyn reek: /: 28 miin zegt:/ de Wyn„ negotie hier ter Plaatse waarneemd Indien relatie den Persoon van Aen ged: zal hier op tot enervatie van het geobjecteerde moeten advanceeren en aan het hoogwijs en aequitabe Arbi„ truuw Judicis stellen, of de by de Heer R d: Eisscher geposeerde Wetten niet niet disbinctie moeten verstaan werden daar het zeker is dat die Wetten zovol uit niet leggen: als de Hr Rio Ess=r in dat Cas deselve schijnt opgevat te hebben, om zyn sustinue daarop te fundeeren. want Edele En Achtb. Heeren dat deese bij den Heer R. O: Esschen geciteerde Wetten alleen zijn relatie den ged: sustineerd, de Heer B O: Eiskker dat al hetgeen hij uit zijn naam doet t ver„ bind in alle ten periculen, vanden ged. verrigt zodaanig dat den ged: zelfs e delicto, door hem kan worden geobliceerd zoals de Heerbr: ik nes met de Wetten te beweeren bracht. de hebben N o 1. tot enorme middaaden, alwaar den ged: in die betrekking een aanradende an list beweesen word. plaats te hebben en niet in dit Cas. want Edele Achtb: Heeren, anders is het niet te begrijpen op wat gronden die Rechtsgeleerden staande houden dat de reden, de ziel van alle Wetten zij, Ja dat deselve een Wet zij R:t: want volgens het Burgevrecht in alle zaaken princpalyk in Rechten staat de billykheid in te zien R. J. 83. wanneer men nu reflecteerd dat den ged: zyn knecht belast als hier ooo„ ren geoegt, op wat fundament zal hij aan op zyn eigen daad den ged: ver„ het binden, die hem specialyk gelast niet tegende wetten te handelen, daar de Wetten een eider mensch praesumeeren, bekwaan van goede Trouw zyn staat en beroep, op regt en neerstig, ved: Meula. En geen wonder, want de ziel is het die zondigt en niet het Legaam, daar geen toeleg is geweest, daar is ook geen schuld, lie zeb 1. de uitkomst van zaaken worden niet maar wel de aenslaagen der menschen gestraft A: pro Melon, welk gevoelen den Keiper Hadrianus willende uitdruk„ ken in l: 14 eod: zo schryft hy, dat er in rekwaade dorden, op de Wie en niet op ten uitslag derzelve geesten word, waarte mynlijk op dien grond om dat het indien de bij den H. R: O: Eisscher geci„ teerde Wetten zo generaal moeste werden opgevat als deselve zyn Ed: Achtb. forte et ferme schijnt te sustineeren Het ongelukkig zoude zyn voor een Ten welken respecten, men vertrouw met goed fundament te moogen zeggen dat den ged, in dit geval is beijten alle schuld Ingeseeten Een Jngeseetenen die bonefide, anderen in hunne dienste voor goede betalinge moeste em„ ploieesen, naadien aande zodaanige daar door den voet zoude werden gegeeven omme van de willekeurige handelewyel van deselve te doen dependeeren, het Ver lies van eer en achting, Ja de totale rune van alle braave Jngeseetenen In hoe verre nu zulx met de reden kan bestaan, zal den Verweerd er aan het requita„ bel en meer velicht verdeel uwer wel„ Edelens Achtb: overlaaten, zonder dat het verder nodig zyn zal, hoe wel den ver„ weerden daar toe geen stoffe ontbreeken hier over breeder uit te weiden. zal hij ten overloede nu ter bespiegeling der tweede grond te koon deselve, door de het hier vooren geduceerde ten eene„ maal is g'annulleerd toe treeden, al„ waar de Hr R. b. Esscher by Artic: 38e 39 poseert. dat den ged. maar zes maanden Want in de eerste Plaats, wie doch is on„ bekend, dat zodaanige Publicatien, niet zomtij des binnen zes Weeken of ver„ daar op zal den verweerder maar voor eest advanceeren, dat zodanige verre gesogte argimenten, oppervlakkig beschouwd wel eenig te zijn opleeveren, omme des ged. Ingerentge cllasoin te maaken, dan wanneer deselve wat dieper ingesien, met atrentie beschouwd wonden diect zal koomen te ver. vallen na het publiceeren van het voorsz In„ terdictie de Wynkoopery, begonnen, en ons op eenen tijd, dat deselve noch op alle gewoone Plaatsen alhier te leezen was. dat het de ongerijmdheid zelve zyn zoude den Ged: onkendig te houden van alle wetten en bepaalingen. dat daar van 't gevolg zijn zoude, van het bij antwoord gepaseerde, betreckende de Ro: Eisscher Derk op de Verklaringen by Repleq overgelegt. dat scheund 1

NL-HaNA_1.04.02_4354_0090 view scan ↗

English

or covered with other notices, advertisements, or others, and rendered entirely illegible, in such a manner that, notwithstanding all applied efforts, one must remain ignorant of the same; and thus one could with better foundation say that it would not only be unseemly, but also directly contrary to sound reason and equity, that the defendant—whose servant sold conditionally a half-aam of wine to the deponent Gerold as the commissioner of the actual buyer, provided that it was permitted by an officer, or rather that it was for an officer on the spot, as it indeed essentially was—and this establishes a strong and valid argument for the innocence of the defendant, upon whom, notwithstanding this, one would wish to obtrude a contravention of the law in which no mention is made of officers, which, as a natural consequence, would in the future have to put the officers of the aforesaid regiment, indeed even their chief, beyond all credit; although the prosecutor refers for that purpose to the declarations submitted in the reply, the same can, in this case, having not the least relation, come into not the least consideration, since such declarations are completely out of place in the case at hand. In order to demonstrate this somewhat further, it should be reflected that a witness is, properly speaking, said to be that person who can give before the court what he knows of the truth of an accomplished matter. Now it is beyond contestation that none of the aforesaid deponents know anything whatsoever to say about the case in question, which given deposition, given in very obscure terms regarding a completely different matter, respects something entirely unknown to the defendant, since in those pretended declarations it was only testified that the deponents heard that the burgher Daniel Hugo had addressed a servant of the fellow burgher Jan de Villiers P. O. son, saying that he was smuggling, without specifically naming the pretended servant, nor stating his capacity, or being able to determine the day or date. A fine pretext, truly, of a cunning tax farmer, who, whenever he greedily holds someone suspect, can adopt the means of merely dispatching one of his creatures who can be used in such practices, and then, with witnesses, taking as it were a walk, addressing the same about his imagined smuggling, merely having to impose upon them their assigned lesson in the presence of such witnesses in order to have decent people punished as smugglers; which kinds of testimonies are rejected in law, see Merula, Manier van procedeeren, Book 11, Chapter 5, Number 2, wherewith also the conclusion of the prosecutor must vanish. Herewith this writing shall conclude, since the case in question has been presented in its full clarity, and one does not doubt that it will have appeared to Your Right Honorable Worships clearer than light before your eyes through these narrated matters, that in this case nothing of fraud, nothing of evil was perpetrated by the defendant, and that on this account he is beyond all guilt. Wherefore the defendant, relying on the equity residing in the hearts of Your Right Honorable Worships, will make not the least difficulty to deny the prosecutor's claim with expenses. By reason of which and other grounds and means, if it be necessary to deduce further, the defendant, denying both generally and specifically everything that already has been, or in the future may or can be, presented by the prosecutor, therefore rejecting all the means set down in the statement of claim by express denial, impertinence, and irrelevance, and reserving to himself all further competence of law, shall continue to persist by his well-founded counter-conclusion, for rejoinder, imploring hereto and upon all things Your Right Honorable Worships' noble and benign judgment.

Dutch transcription

of met andere billietten. Advertis re„ nenten of andere, overdekt en ten eenemaal onleesbaar gemaakt worden, zodaanig, men niet tegenstaande, alle aangewende devoiren van derselve kennis moet verstrekken blijven en dis zoude men met leeter fundament kunnen zeggen, dat het niet alleen de ongezimdheid, maar ook direct, teegens de gezende reeden en billikheid /:I: R: stri dende zoude zijn dat men den ged: wiens knegt aan den Doponent Gerold als Commissiona, ris, van den essentieele koper, Conditio„ neelijk een kalfaam wijn verkoopt mits dat het was gepermitteerd door een Officier dan wel dat het was voor een in locis Officier, gelykens het ook wesentlyk was En dit operect een krachtig en val„ Cabel argiement tot omschuld van den ged: die men des niet tegenstaande, een Contraventie van de Wet, waar by van geen officieren mentie gemaakt word, zoude willen obstrudeeren het welk dan als een natuurlyke tequeele in het vervolg de Officieren van het voorsz Regement Ja zelfs hun hef buijten alle Credit zoude moeten stellen, schoon de Heer R. O. Discher zech ten dien einde betrekt op de by Repaicq voorgelegde Verklaaringen, kunnende deselve in dit geval geen de minste rela„ tie hebbende in geen de minste Consi„ deratie, koomen, aangesien zodaanige Verklaaringen in Castubj eet: niet te passe koomen kem. omme dit nu nog wat nader te be„ toogen, dient gereflecteerd dat een getuyge, eigentlyk gesegt word die geen, dewelke het geen hij van de waarheid van een verrigte zaak weet voor het gerich te kunnen geeven Contestatie dat Nu is het beyten geen de voor de voorsz deposanten van het geval in quastie niets hoegenaamd te zeggen weeten, welke gegeevene depositie tot een geheel andergeval in in zeer obscuure Termen gegeeven specteerd den ged ten eenemaale onbekend nadien bij die pretense ver„ klaaringen alleen wend betuijgd dat de deposanten gehoord hebben dat den Burger Daniel Hugo een knegt van den meede Burger Jan de Villiers p. O. zoon had aangespouo„ ken, dat hy smokkelde zonder nominatiem de praetenze knegt nog ook zyn qualiteit op te geeven of den dag of datum te konnen bepaa„ len Een schoon protext, waarlyk van een gepolitiseerde Packter die wanneer hy baatzachtig genoeg iemand verdacht houd, de middelen kan by de hand neemen, slegt een zyner Creaiteuuren, die men in zoortge„ lyke handelingen kan gebruyken, af te zenden, en dan met getuijgen /:quasie een wandeling gaan doen, deselve over zijn geëmagineerde smokkelaarij aan te spreeken, aan den slegt hun gegeven lesje, in presentie van zodaanige Ge„ tuijgen, behoeven op te leggen, om fatsoenlyke Lieden als smorke„ laars te doen corrigeeren, hoedaanige getuygenissen in Rechten werden gereprobeerd, iide Merula, Manier van procedeeren L: 11 Ca v n. o 2 waar mede dan ook des Heer R: d: Eischers gevolgtrekking, moet koo„ men te evernesteeren. die Hier hier meede zal dit Schriftuur fineeren, nadien men het quaestieuse geval in zyn collen klaarheid heeft ge„ steld, en men niet twyffeld of het zal Uwel Ed: Achtb: door deesen errinneren genarreerde ad Oculum Leice Clarius geconsteerd hebben, dat er door den ged in dit Cas, nilul doli, nihil mali, is geperpetreerd, en dat hij dies wegens extra omneur Culpam verseerd Weshalven den ged. op de aqui¬ teit, die in de harten uwer Wel Ed: Achtb: Resideeren, geen de minst zwa„ righeid zullen maaken, des Heer R.O. Een schas Conclisie van Eisch te ont„ zeggen Cam expensis Mits welke en andere redenen en middelen is het nood nader te de /:onderstond Imploieerende hier toe en op alles UWel Ed: Achtb. nobele al benignum Ju deduceeren, den ged. ent kennende zo generalyk als specialyk, al hetgeen bij den Heer Piel Eisscher reeds is of in het vervolg nog kan of mag werden voorgesteld, mits dien afslaande alle de Middelen by conclusie van Eisch ter needer gesteld, by ex„ „presse denegatie, imperti„ nentie en irrelecantie en zich alle verdere Competen¬ tiaJuris refeceerende by zyn welgefandeerde Con„ traconclusie zal blyven persisteeren, voor Duplicq, duceeren dicis

NL-HaNA_1.04.02_4354_0093 view scan ↗

English

officium judicis was signed J N: Leeuwenqq in the margin Exhibited in Court on the 24 December 1789 I beg you Gerold to do me the pleasure of buying for me an aam of wine from Monsieur vander haard who lives next door to the Drum Major of Coidon signed De Bobenhaussen Lieutenant in the margin The 23rd H= 89. Thursday the 21 Jan: 1790 in the morning present the Honorable Mr Johannes Isaak Rhenius President and all the Members except the Honorable Independent Fiscal J: N: S: van Lijnden and Messrs Ronnenkamp Maasdorp vander Riet and Gie. the four first named by indisposition and the last by business The Adjunct Fiscal Mr J: A: Truter for the Honorable Independent because of indisposition of the Fiscal of this Government R: O: Plaintiff advances orally Johan Nicolaas Steven van Lijnden that the R: O: Plaintiff today four weeks ago requested and also obtained a copy of the written pleading of duplecq submitted to this Court by the defendant with the intention to respond further to it if necessary but that the said Plaintiff perceived nothing in the same pleading by which he would consider himself obliged to trouble this Noble Honorable Court with further writings since only a note written by the Lieutenant of Wurtenberg Bobenhausen to the sergeant of the same Regiment Gerold was produced in dupliek by which the latter requested an half aam of Wine from the defendant NB: to be bought for him Bobenhausen which note must either be notoriously false or speak of another case because the declarations produced both on the part of the defendant and the R. O. Plaintiff make not the least mention of Wine sought for the Lieutenant Bobenhausen but only speak of an half aam of Wine which the deponents Non commissioned officers of Wurtemberg had stored in the defendant's warehouse for their own use and in the name of the aforesaid Sergeant Gerold that the R. O. Plaintiff trusting that this appropriate reflection will not escape the usual attention of the court in judicando for that reason now renounces further production the Burgher Jacobus van Leeuwen as attorney of the defendant says in reply to have shown in his answer that a misunderstanding must exist between the servant of Villiers and the soldiers or sergeant of Wartemberg the R. O. Plaintiff against the former Heemraad of Stellenbosch and Drakenstein the Honorable Jan de Villiers J: P Z to hear renunciation of further productions and that although it may well be that the note speaks of another case the Officer nevertheless remains bound to prove promptly his assertion regarding the falsity of that note further also renouncing further productions The Court holds this matter for circular reading in advice the declarations that have served herein to be recollected and sworn as far as possible beforehand underneath stood At Cape of Good Hope the day and Year as Above lower In my presence signed W: V: Rijneveld secretary and beneath that Agrees was signed I: D: Karnspek sworn Clerk. Article 1: For the justification of which criminal demand and Conclusion the R: O: Plaintiff in accordance with the truth stated: — 2 that the R: O: Plaintiff having obtained knowledge in the month of February last 3 that the prisoner and defendant on his farm named Bosheuvel situated at the Wynbergen harbored some Mozambican slaves brought ashore from a French ship and deserted. — 4 for the discovery of this sent to the dwelling place of the prisoner and defendant the second court Messenger assisted by Criminal Claim and Conclusion drawn up and delivered to the Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope for and on behalf of the Independent Fiscal of this Government J: N: S: van Lijnden: R: O: Plaintiff in a criminal case on the one side against Pieter Hinkes currently detained and defendant in the aforesaid Castle on the other side:— Karnspek sworn Agrees Ten: e f No 6

Dutch transcription

dicis officium /:was geteekend :/ J N: Leeuwenqq /:in margine:/ Exhabitum in Judicio den 24 december 1789 Je vous prie Gerold demefaire le plaisir da„ cheter pour moi tin halfaam dewin Met Mon: vander haard, qui demeur à coté du Tambaur Major de Coidon /:getee„ kend:/ De Bobenhaussen Lieutenant /:in margine:/ Le 23 H= 89. Donderdag den 21 Jann. 1780 s voor demiddg present den E achtb Heer Johannes Isaak Oche„ nuis Praesident, en alle de Leeden denixtis d'E: Achtb:r Heer Jndependent Fiscaal I: N: S: van Lijnden ende Heer Ronnenkamp, Maasdorp vander Riet en Gie. de vier eerstgem: by indispositie en de laatste by ochripatie de adj: fiscaal M: J: A: Fruter ven d: E: Achtb: Heer Independent mits indispositie van de Heer R: d: Eisscher advanceert bij Mond Fiscaal deezes Gouvernements dat de Heer R: d. Eisscher heeden voor Johan Nicolaas Steven van Lijnden de Burger Jacobus van Leeuwen als gem: van den ged: zegt daarop bij zijn antwoord te hebben aangetoond, dat er tusschen de knegt van Velliers ende soldaater of sergeant van Wartemberg een mis verstand moet Plaats hebben vier weeken versogt en ook ge. obtineerd had Copia van het door den R: o. Requirant Contra ged in deezen Raaden ingediend schriftaur van daplecq met en„ den oud Heemraad aan tentie omme des noods daar op Hellenbosch en Drakenstein verder te dienen, doch dat de bib Eisscher by hetselve schriftuur niets had ontwaard waardoor hij d' E. Jan de Villiers J: P Z omme te zich zoude verpligt rekenen hooren renuntieeren van ver om deesen Edelen achtb: Raade deze productien met verdere tchriftuuren lastig te vallen, als zynde by Oeplieg alleenlyk geproduceert een briefje geschreeven door den Lieutenant van Wurtenberg Bobenhausen aanden seigeant van hetselve Regiment Gezold, waar bij deeze versogt een half aan Wyn bij den ged: NB: voor hem Bobenhaus en te koopen welk briefje of Notoir valsch zyn of van een ander geval spreeken moet, omdat de verklaringen zo wel aande zijde van den ged. als de R. O. Eet teker geproduceert, geene de minste mentie maaken van Wyn voor den Lieutenant Bobenhaussen gezogt, maar alleen spree ken van een palfaam Wijn, die de eposanten Onder officieren van Kurtemberg, voor hun eigen gebruk en op naam van voorsz Sergeant gerold, in het Pakhius van den ged. hebben ingeslaagen dat de R. o' Eisscher vertrouwende, dat deeze gepaste Reflectie de gewoone attentie des raads in Judicando niet zal kunnen schap„ peeren uit dien hoofde thans van verdere mroductie reruin„ tieerd vies en dat schoon het wel zyn van dat het briefje van een ander geval spreekt de Heer officier echter gehouden blijft om zyn geposeerde nopens de valschheid van dat briefje Aante pede te bewijsen, renuntieerende voorts mede van ver„ dere productien De Raad houd deese zaak ter rondlee„ zing in advijs zullende alvoorens de hierin„ ne gedient hebbende verklaaringen zo veel doenlijk worden gerecolleerd en beEedigt /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et Anno ut Supra /:lager Mij praesent:/ geteekend:/ W: V: Rijne„ veld: secret s: en daar onder:/ Accordeert :/ was geteekend:/ I: D: Karmpek gem: Clercq. Iatic:s 1: Tot Iustificatie van welken exuminee„ len bisch ende Conclusie de B: O: Eiss=r con„ form de waarheid deede zeggen: — „ 2 dao de R: d: biss:r in de maand Febru„ „arij J: L. kennisse bekoomen hebbende 3 dat de gev:e en ged=n opr desselvs woonplaats gent Bosheuvel geleegen aan de wijnbergen eenige van een hhansch schip aan Land gebragte en opgedroste Mosambickse slaven onderhield. — „ 4 ter ondekking hiervan na de woonplaats van den gete en ged=e heeft gezonden den tweeden geregts Boode geadsisteerd met Crimineelen Eijsch inde Conclusie gedaan ma¬ „ken en aan den welEdelen achtbe. Heeren President en Raaden van Justitie des Casteels de Goede Hoop over „gegeeven voor ende van weegens den Independent Fiscaal deeses gouverne¬ ments J: N: S: van Lijnden: r: d: Eijssr in cas cximineel ter eenre contra Pieter Hinkes tans 'IHee„ ken gede en ged=e in 't voorsz: Caster andere Zijde:— Darmspel gehioflend Accordeert Ten: e ƒ N=o 6

NL-HaNA_1.04.02_4354_0095 view scan ↗

English

the undersheriff Hendrik de Matthijsen: — Article 5: that the latter, having arrived at the prisoner and defendant's place and having asked the prisoner and defendant whether five Mozambican slaves were also being harbored by him, 6: the prisoner and defendant had at first attempted to deny this, but afterward fully admitted it. — 7: Indeed, had even pointed out a place close by the house in the woods where he had hidden the slaves. — 8: just as the same were then also taken out from there, subsequently transported Cape-wards, 9: and restored to their master, who was on the verge of departure: — 10: that the plaintiff ex officio, furthermore, considering that the statutory laws, as well as the written laws in the subject case, came to demand a corporal punishment, addressed himself on 18 March last to Your Honours: — 11: and requested from the same, as he then also obtained, their decree 12: to take the prisoner and defendant into criminal apprehension. — 13: that the plaintiff ex officio having had this decree immediately executed by the undersheriff Hendrik Matthijsen in a very gentle manner, 14: subsequently interrogated the prisoner and defendant, and further gathered those informations 15: which he, in his capacity, judged necessary for the demonstration of the prisoner and defendant's guilt or innocence: — 16: on the basis of which informations and responses the plaintiff ex officio will now briefly investigate: — 17: 1st, whether foreign slaves were indeed harbored at the prisoner and defendant's place named Bosheuvel; 18: 2nd, whether the prisoner and defendant harbored the same; 19: 3rd, whether this occurred with any intention prohibited by civil law, that is, whether the prisoner and defendant had animum delinquendi, and acted with malicious intent; 20: 4th, and wherein it will be examined whether there are also circumstances militating in favor of the prisoner and defendant's innocence; — 21: 5th, while the plaintiff ex officio will finally test the fact against the laws, and from that will endeavor to determine the proportionate punishment. 22: The affirmative of the first point Your Honours will find most clearly verified: — 23: both in the responses given by the prisoner and defendant to the interrogatories presented to him, annexed hereto under Letter A, 24: see the responses to articles 7, 8, 9, 10, 16, 17, and 18 of the first, and to articles 14, 15, and 16 of the further interrogation; 25: as well as in the report of the second court messenger under Letter C, 26: together with the further depositions annexed hereto under Letters F, P, H. — 27: From all which documents it will appear to Your Honours, 28: that the prisoner and defendant, in the month of February last, harbored five Mozambican slaves, 29: who, according to his statement, had come to his place of their own accord, 30: for the period of circa 3 days: 31: harboring the same first in a small room near his bark mill, 32: and subsequently in the woods on his place; 33: so that, the assertion of the first point being confessed, the plaintiff ex officio can safely proceed to the examination of the second: — 34: namely, whether the prisoner and defendant harbored the slaves in question: 35: at his first interrogation, at articles 8, 9, 10, and 11, the prisoner and defendant stated in so many words: — 36: that he gave food to the five Mozambican slaves who had come to his place, 37: that he had the same taken to the woods, — 38: and that, by his estimate, he maintained them for a week by sending bread. — 39: And at the further interrogation, at article 9, he answered having said to the five Mozambican slaves, Article 40: that they had to stay with him until the other slaves, 41: whom the prisoner and defendant claims to have learned were still in the mountain, 42: should have joined them; 43: with which confession, in so far as it concerns the harboring of the slaves, 44: the depositions of the prisoner and defendant's bondsmen Februarij of the Cape, September, and Mariana of Mozambique, annexed hereto under Letter G, fully agree. 45: The plaintiff ex officio can therefore, also with regard to the second point, safely refer to these pieces of evidence, 46: not doubting that Your Honours will find the same fully affirmed in it, 47: and will wish to hold yourselves well convinced 48: that the prisoner and defendant in this matter truly harbored five Mozambican slaves. 49: But of greater difficulty, at least of a more lengthy discussion, is the third point: 50: namely, the investigation whether and to what extent the prisoner and defendant can be said to have acted fraudulently and with any intention prohibited by civil law. 51: It is not enough, Noble and Honourable Sirs, that one or another act has been committed, 52: that, for example, someone has been deprived of life, 53: but it must, at the same time, appear that the perpetrator had a design and intention to deprive his fellow human being of life,

Dutch transcription

den onderschout Hend„k de Matthijsen: — Artts 5 dat deeze op des gev=t en ged:t plaats gekoo„ „men zijnde en aan den gev=n en ged:te gevraagd hebbende, of er bij hem ook vijf mosan„ „bikse slaaven wierden opgehouden. 6 de gev„e en ged„te zulks eerst had trachten te ontkennen, dog naderhand volkoomen geavoueerd. — „ 7 Ja zelvs digt bij het huis in de bosschen een „plaats aangeweezen had daar hij de slaaven had verborgen. — t zoo als dezelve dan ook daar uit gehaald nee„ volgens Caabwaards getransporteerd, „ 9 en aan derzelver Lijfheer die op zijn ver„ „trek lag zijn gerestitueerd: — „ 10 dat de E: o Eiss:r voorts aangezien de Ha„ tutaire wetten, zoo wel als de beschreevene regten in cas subject een Corporeele Straffe quamen te vorderen zich op den 18 Maart J:l: aan UE: Achtb:e heeft geaddresseert:— 11 en van dezelve verzogt, zoo als hij dan ook heeft geobtineerd, derzelver decreet „ 12 omme den gev=n: en ged=e te neemen in Cri„ „mineelen apprehensie. — „ 13 dat de r'O: Eiss:r dit decreet terstond door den onderschout Hendrik Matthijsen; op een zeer zagte wijze hebbende doen executeeren „ 14 vervolgens den gev=e en ged:e heeft ge„ Examineerd, en verder ingewonnen die in„ formatien, „ 15 welke hij in zijn qualiteijt tot betoog van des gev=e en ged schuld of onschuld nood„ 20 4„en waar bij zal worden onderzocht op er ook omstandigheeden voor des gev„t en ged=e innocentie militeeren. — „ 21 5 terwijl de r: o biss=r eindelijk het factum „aan de wetten toetzen; en daar uit de g'even reedigde straffe zal trachten te be„ paalen. 22 de affirmative van het eerste poinct zul„ „len uEE: Achtb=e ten klaarsten geverifi„ „eerd vinden. — 23 zoo wel in de door den gev=e en ged=tn gegeeven desponsiven op de aan hem voorgestelde vraag poincten hier neevens Lub L„o Een Is gevoegd 24 vid: de responsiven ad art7, 8, 9, 10. 16: 17: en 18. van het eerste en adart14: 15 en 16 aan het nader verhoor; 25 als in 't relaas van den 2e. gerechts „zakelijk heeft geoordeelt: — 16 op grond van welke informatien en res„ ponsiven de r: O: Eijss=r thans kortelijk zal onderzoeken: — „ 17 1'o oper weezentlijk vreemde slaven op des gev:n en ged:t plaats gen=t Bosheuvel zijn overgehouden. „ 18 2 o of de gev=e en ged=e dezelven heeft opge„ „houden. 19 3:o of zulks geschied is met eenig bij de Ci„ iviele wet geprohibeerd voorneemen dat is „ofde gev en ged:e heeft gehad animum de„ „aliquendum, en dolo malo heeft gehan„ „Edelt „zakelijk Boode Boode sub La. C„ „ 26 mitsgaders de verdere hierneevens sub L=a F: P: H: gevoegde verklaringen. — „ 27 uit alle welke stukken van UEE: Achtb=r zal blijken, „ 28 dat de gev=e en ged:te in de maand februarij J: L: vijf Mosambiekse slaven, „ 29 die volgens zijn zeggen van zelve op zijn plaats gekoomen waaren, 30 gedurende den tijd van cisca 3 dagen heeft opgehouden: 31 Dezelven eerst in een kamertje bij zijn bast moolen. 32 en vervolgens in de bosschen op zijn plaats herbergende 33 zoo dat de assertie van het eerste poinct in confesso zijnde, de r: O: Eiss:r gerustelijk kan overstappen tot onderzoek van het tweede:— „ 34 of nam:s de gev„e en ged=e de slaven in quis„ tie heeft opgehouden: 35 bij zijn eerste verhoor ad: art: 819. 10 en 11 heeft de geven en ged=e met zoo veele woor„ „den gezegt: — „ 36 dat hij de vijf op zijn plaats gekoomen mosambicqse slaaven heeft te eeten gegeeven 37 dat hij dezelve naa de bosschen heeft doen brengen— 38 en dat hij ze naagissing een week lang met brood te zenden heeft onderhouden. - 39 En bij het nader verhoor heeft bij art 9 ge„ „antwoord, aan de vijf mosambicqse slaven gezegt te hebben, „ Art 40: Dat zijl bij hem moesten blyven, tot dat de andere slaven „ 41 die de gevenged. voorgeeft vernoomen te hebben dat noch in den Berg waren „ 42: er bij zouden zijn gekoomen, „ 43, met welke Confessie, voor zo verre de ophouding der slaven aan betref „ 44: volkoomen overeenstemmen de depositien van des gev: en ged: Leijfeigenen februarij van de Caab September en Mariana van Mos ambique hier nevens gevoegd sub. L: P„a G: „ 45: de R: O: Eisscher, kan derhalven ook ten opzichte van het tweede poinct, zich gerustelijk refereeren tot deese bewijs stukken „16 Niet twyffelende of U E. E. Achtb: zullen en het zelve volkoomen in geaffirmeerd vinden „ 47, en zich wel overtuijgd willen houden„ „ 48 dat den gev: en Ged: in deesen, voorst vijf Mosam„ biegsche slaven waarlijk heeft opgehouden „49 doch van meerder zwarigheid, ten minsten van een Langwijliger discussie is het derde poinct „ 50: Of het ondersoek of en in hoeverre de gevo en ged kan worden gesegt doleus en met eenig gt bij de Civiele Wet verboodene voorneemen te hebben gehandeld „51 Het is niet genoeg Edele en Achtb: Heeren dat de eene of andere daad is bedreeven. „ 52. dat er bij voorb: eimand om het Leeven gebracht is „ 53 Maar het moet, te gelijk blijken dat de daader een opzet en voorneemen gehad hebbe om zijn evenmensch van het Leeven te be„ roven, 40

← previousnext →