Inventory 4356
Cape · 943 pages · 438 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
to commit, in order, in the presence of the Equipment Master Cornelis Cornelisz assisted by the Master of the Shipwrights, M. van Eijk, and in the presence of Captain Lieutenant Heksteede, commanding the Honorable Company return ship the Vrouwe Catharina Johanna, to examine the defects of that vessel accurately: Thus, in compliance with Your Honorable Venerable High Esteemed orders, in case of indisposition of the abovementioned Equipment Master, we have proceeded to the aforementioned vessel and inspected and surveyed it precisely, whereupon the following defects were found to be present, namely: The stem being loose can be remedied with two heavy iron knees. The chain plates, completely loose, must be driven out and replaced. The hawse holes or Judas ears have worked loose and must be secured. The outer and fixed skin must be repaired with some new pieces. A good spare pump, while the pumps aft are also worn out. New pump gear. A new foretopsail yard. The steering wheel must be repaired, caulked inboard and outboard, and some new planks in the deck. The bower anchor must be exchanged, because according to specification it weighs only 1000 lb. and is too light for the Honorable Company's vessel. Wherewith, trusting to have complied with the highly esteemed order of Your Honorable Venerable, the undersigned submit this as a respectful report. Simonsbaaij, 20 Iunij 1793. de Ridder Duminij signed: I. I. Droop M van Eijk which shall be repaired as soon as possible. And the List of Ship Necessities of the last-mentioned ship shall be placed in the hands of the Equipment Master to effect the provisioning thereof. Arrival of Their High Noble Lordships the High Noble Commissioners General, Mr. Sebastiaan Cornelis Nederburgh and Simon Hendrik Frykenius at Baaij fals. It is noted that the return ship the Vrouwe Catharina Johanna also suffers from various defects, which must inevitably be remedied before the ship can be made to proceed on its voyage. It is therefore resolved to further authorize the aforementioned Equipment Master to immediately take in hand and effect the repair of this keel in accordance with the specification. Lastly, a request having been made by Captain Droop, commanding the aforementioned ship the Vrouwe Catharina Johanna, to be assisted with such equipment goods as specified by him in a specific list: It is resolved to place the said list in the hands of the Equipment Master, in order, if deemed necessary, to furnish the requested goods. Thus resolved and determined in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. Signed: I. F. Rhenius, I. P. Lesueur, O. G. Dewet, W. F. v: Reede van Oudtshoorn. Below: Present to me, signed: E. Bergh, Acting Secretary. Saturday, 23 Iunij 1792, in the forenoon, all present. The High Noble Lords Commissioners General over all the Dutch Indies, Mr. Sebastiaan Cornelis Nederburgh and Simon Hendrik Frijkenius, having arrived here today at two o'clock in the afternoon from the same bay under the escort of the Gentlemen Members of the Council who went yesterday to fetch Their High Lordships to Baaijfals, and having been introduced into the Council Chamber, after the doors were closed, the first-named, His High Nobility, acting as spokesman, delivered the following very powerful and moving address to the Lord Governor and the other members of the Government, concerning the reasons that had moved Their High Noble Lordships to accept the aforesaid Commission General over the Dutch Indies and its dependencies upon the requests of the Lords Major, as well as with regard to the desolate state in which the affairs of the Honorable Company currently find themselves: Powerful address delivered on this occasion by the first-named, His High Nobility, to the Lord Governor and other Members of the Government. Gentlemen, The capacity in which We now appear in Your assembly sufficiently implies of itself the idea of the reasons that moved His Serene Highness and the Assembly of Seventeen, with the prior knowledge of the Sovereign, to send us hither. Those reasons are also all too generally and especially known to you for us to deem it necessary to enter into a detailed discourse regarding them at this time. This Establishment, formerly founded on a simple footing as a refreshment station for the passing ships of a society steadily increasing in bloom and prosperity, has become an unbearable burden to that same body, which through repeated disasters has been incapacitated from bearing the burden any longer. Increase of expenses, deviation from those rules of thrift and good housekeeping that characterized the administration of our ancestors—behold the causes; and these being known, the remedies present themselves naturally. It requires only good will and zeal to apply them, and here-
Dutch transcription
1512. 1513. te committeeren, omme ten over staan van den Heer Equipagiemee= ster Cornelis Cornelisz geadsisteerd door den Baas der Scheepstimmer lieden, M. van Eijk en bijzijn van den Capitijn Luitenant Heksteede Commandeerende 's E. Compagnie retourschip, de Vrouwe Catharina Johanna, de gebreken van dien Bodem naauwkeurig te exami= neeren: Zo hebben Wij in opvol¬ ging van U Wel Edele Achtb. Hoog geëerde bevelen, bij indispositie van bovengem. Heer Equipagie- meester; ons naar meergenoem= den Bodem begeeven en exact nagezien en gevisiteerd, waarna de onderstaande gebreken bevonden te weezen; als De voorsteeven los zijnde kan met twee zwaare yzere kniën geholpen worden. De puttingbouten, geheel los, moe„ ten uitgeslaagen en veranderd wor= den. De kalven of Judas oozen zijn los gewerkt en moeten verbonden worden. De buiten en vaste huid moet geren pareerd worden met eenige nieuwe stukken. Een goede waarloose pomp terwijl de pompen van agteren ook verslee= ten zijn. nieuwe pomp goed Een nieuwe voor marsze Rhaé 't stuurral moet gerepareerd worden, buiten en binnenboorts gekalraat en eenige nieuwe stukken in 't „dek, 't daags anker moet verruild worden, om dat 't zelve volgens op= gave maar 1000 lb. weegt en te ligt is voor 's E: Comps Bodem Waarmede gedenkende aan t Hooggeacht bevel van UWelEd. Achtb. te hebben voldaan, laaten de ondergetekende deeze dienen voor eerbiedig rapport Simonsbaaij den 20 Iunij 1793. de Ridder Duminij /:getekend/ I. I. Droop M van Eijk de Con¬ 1514. 1515. dewelke ten spoedigsten zullen worden gerepareerd En zal de Lijst van Scheepsbe„ nodigtheden van 't laatstgem: schip worden gesteld in har„ den van den Equipagemeester te doen Aankomst van hun hoog Edelhedens de hoog Edele H: H: C: C: G: G: M„n Sebustiaan Cornelis Nederburgh en Symon Hendrik Trykenius vot Baaij fals. — Consteerd, dat ook het retourschip de aan Vrouwe Catharina Johanna ver= schijdene Defecten komt te laboree= ren; dewelke onvermijdelijk dienen verholpen te worden, alvoorens me¬ het schip kan doen rijsvorderen Is dierhalven beslooten zo even¬ gem. Equipagiemeester al verder te qualificeeren, om ook de repa= ratie deezer kiel ingevolge de op= gave dadelijk bij der hand te nee¬ men en effect te doen sorteeren Laatstelijk door den Capitijn Droop, Commandeerende het gem. schip, de Vrouwe Catharina So= om de verstrekkingen daarvan hanna verzoek gedaan zijnde, omme te werden geadsisteerd met zodanige equipagiegoederen, als door hem bij eene specificque Lijst zijn opgegeeven: Zoo is beslooten de¬ zelve Lijst te stellen in handen van den Equipagiemeester, omme des noodig oordelende de gevraag¬ de goederen te verstrekken /onder stod) Aldus Geresolveerd ende gear„ Zaturdag: den 23 Iunij 1792 's Voormiddags alle present De Hoog Edele Heeren Commis= saris Generaal over geheel nederlands Indiëen, Mr. Sebastiaan Cornelis Ne¬ derburgh en Simon Hendrik Prijke nius, heden naamiddag de klokke twee uuren onder geleide der Hee= ren Leden des Raads, die gisteren ter afhaaling van Hoogst dezelve naar Baaijfals zijn vertrokken. geweest van uit dezelve Baaij al= hier aangeland en ten Raad zaale geintroduceerd zijnde, wierd naa dat de deuren geslooten gesloten waren door Eerstgem: zijne Hoog= edelheid, als het woord voerende, zo arresteerd in 't Casteel de goede Hoop„ ten dage en jaare voorsr: /: was getekend:/ I. F. Rhenius, I. P. Lesu= eur, O. G. Dewet, W. F. v: Reede van Oudtshoorn /:laager:/ Mij praesent /:getekend:/ E. Bergh, pl. Secretaris resteerd wegens 7 1516. 1517. kragtige aanspraak door eerstgem: zyne hoog Edelheid by deese gelegend„ heid aan den Heere Gezaghebber, ende verdere Leeden der regeering gedaan. wegens de reedenen, die Hun Hoog= edelheedens hadden bewoogen, om op de aanzoekingen der Heeren Ma jores het voorsz: Commissariaat Ge¬ neraal over nederlandsch Indien, met den aankleeve van dien te aanvaarden, als ten opzichte van den desolaaten toestand, waarinne de Zaaken der E. Compagnie zich tans komen te bevinden, de vol¬ gende zeer krachtige en beweeg= lijke aanspraake aan den Heere Gezaghebber, en de verdere leden der Regeeringe gedaan De betrekking, waarin Wij tans in Uwe vergadering verschijnen; brengt van zelve genoegzaam mede het denkbeeld der reedenen, welke Zijne doorluchtige Hoogheid; en der vergadering van Zeeventienen bewoogen hebben, om ons met voor= kennis van den Souverain in de= Mijne Heeren zelve herwaarts te zenden, die reede= nen zijn ook maar al te algemeen en bijzonder aan UEd. bekend, dan dat wij het noodig zouden agten daaromtrent tans in eene breedvoerige verhandeling te treeden. Dit Etablissement welëër op eenen eenvoudigen voet aangelegt tot eene ververschings plaats voor de passeerende Scheepen eener gestadig in bloeij en welvaart toe= neemende Maatschappeij is gewor= den een ondraaglijke lastpost van dat Zelfde lighaam, door herhaal¬ de rampen buiten staat gebragt, om den last langer te draagen Vermeerdering van omslag, af= weiking van die reguls van Zui= nigheid en goede huishouding, welke het bestier onzer voorvaderen kenmerkten - Zie daar de oorzaa= ken - ende deeze bekend zijnde doen zich de geneesmiddelen van zelve op ter behoord slechts goede wil¬ en ijver om ze aan te wenden, en Zel hier=
English
1518. 1519. In this regard, we rely upon your cooperation and sentiments concerning the Fatherland and the Company; and who, having his heart in the right place and valuing the approval of his lawful authorities, the esteem of his fellow citizens, and the tranquility of his conscience, could hesitate, in a moment like the present, in which the preservation of the Company and the prosperity of the Fatherland are the objectives of the efforts to be made, to sacrifice himself entirely thereto? Such motives were it, Gentlemen, and no others were needed, that made us capable of the greatest sacrifices and, setting aside all the pleasures that the happiest relations, situated by God's goodness in the most ample measure, could afford, to enter upon this difficult career. How much stronger then must the voice of duty speak, when it merely calls you to its observance! We also expect those same sentiments in general from all those who, in whatever capacity, are placed in any administration here, and we wish never to have need to make use of the power given to us to punish misconduct; with how much zeal and joy, on the contrary, shall we not seize the opportunities to reward competence and merit. The interest of the Inhabitants of this Colony being inseparable from that of the Company, it will be no less an object of our attention and care; we desire their happiness, and shall contribute everything possible to promote it, but understand that this cannot be permanently founded upon anything other than principles of good order and proper subordination to 1520. 1521. Answer thereto from the aforementioned Lord Officer in Charge. - to the Authorities—principles from which departure ought never to be made in a well-ordered civil state. We further desire that Your Honour, during our stay here, which we wish to shorten as much as possible, proceed as usual with the general administration of affairs concerning this Government, though in all matters of importance not without our prior knowledge, as our occupations will not permit us to attend Your Honour's meetings regularly, and we shall shortly make our desires known to Your Honour in greater detail regarding those informations and clarifications of the present state of Your Honour's Government which are indispensable to us in making a beginning with our duties. May He in whose hand is the destiny that His Honour, having long been impressed, together with the Council, by that deplorable state of the Company which Their High Mightinesses had presented in such a striking manner, had also not failed, from that moment on of the nations, graciously support our joint efforts and make them fruitful through His Blessing! so that the beloved Fatherland may find in their successful outcome in this important possession the foundation of an extended hope, and that we may carry away those agreeable fruits of our labor which alone were capable of rewarding it in a manner satisfactory to our hearts. To which emphatic address the aforementioned Lord Officer in Charge, having been pleased to reply: 1522. 1523. that His Honour, by the departure of the Lord Governor van de Graaff, had been afforded the opportunity, together with the said Members of the Council, to make every effort to facilitate as much as possible for the High-Commanding Lords and Masters the means to bring about the aforementioned redress of affairs effectively. That to this end, the orders of the aforementioned High Commanders, as far as the circumstances of time and matters would permit in any way, had been strictly observed and carried into execution, with the happy result that not only the burdens of this Government had significantly decreased since that time, with the pleasing prospect of gradually diminishing more and more, but that the Country's revenues had also experienced a substantial increase, just as the resolutions adopted by the Government would be able to furnish the most convincing proof of all this, should Their Honours see fit to inspect and examine them, and that this same zeal for the promotion of the Master's interest, to which the welfare and prosperity of this Colony are so closely, indeed inseparably, bound, would ever uninterruptedly continue to inspire him, the Lord Officer in Charge, together with the other Members; consequently, nothing would be embraced with greater eagerness than the opportunities to supply to the Most High Lords Commissioners-General striking proofs of the Council's full
Dutch transcription
1518. 1519. hieromtrent maaken wij staat op Uwe medewerking en gevoelens omtrent het Vaderland en de Maatschappeij, en wie die het hart welgeplaatst heeft en prijs steld op de goed keuring zijner wettige overigheid, op de agting zijner Me= deburgeren, en op de gerustheid van zijn geweeten, zou kunnen aar= zelen om in een oogenblik als het tegenswoordige, waarin het behoud der Maatschappeij en de welvaart van 't Vaderland de doeleindens zijn van de aan te wendene poogingen zich daaraan geheel op te offeren zulke beweegreedenen waren 't mijne Heeren! en geene meerdere waren 'er noodig, die ons tot de grootste op offe= ringen bekwaam gemaakt, en met ter zijde stelling van alle de genoe¬ gens, welke de gelukkigste en door Gods goedheid in de ruimste maaten geleegende betrekkingen konden opleveren deezen moeijelijken loop= baan in te treeden; hoe veel sterken moet dan de stem der plicht niet spreeken, wanneer dezelve u enkel roept tot haare betrachting Wij verwachten dan ook diezelfde ge¬ voelens in 't algemeen bij allen dien, in welke betrekking ook alhier in eenig bewind gesteld zijn, en wenschen nimmer te behoeven gebruik te maa= ken van de ons gegeevene macht, om wangedrag te straffen; met hoe veel ijver en blijdschap zullen wij daarentegen de geleegenheeden niet aangrei= pen, om bekwaamheid en ver= diensten te beloonen. Het belang der Ingezetenen deezer Colonie on afschijdbaar zijnde van dat der Maatschap peij, zal hetzelve niet minder een voorwerp zijn van onze oplettenheid en zorge; wij ver= langen hun geluk, en zullen al, wat mogelijk is, toebrengen, om hetzelve te bevorderen, maar begreipen, dat dit niet dan op beginzelen van goede ordre, en behoorlijke ondergeschiktheid aan Wij 1520. 1521. Antwoord daarop van welgem: Heere Gezaghebber. - aan de Overigheid duurzaam kan zijn gegrond - beginzelen, waarvan nimmer in een welgezegelde bur= gerstaat behoord te worden afge= weeken. Wij verlangen verder, dat UEd. geduurende ons verblijf alhier, het welk wij zo veel mogelijk wenschen te bekorten, als naar gewoonte voortgaan met het algemeen bestuur der zaaken, dit Gouver= nement concerneerende, echter in alle zaaken van belang niet dan met onze voorkennisse, zullende onze bezigheedens niet toelaaten, om UWE vergaderingen geregeld bij te woonen, en zullen UEd. eer= lang omtrent die informatiën en ophelderingen van den tegen¬ woordigen staat Uwes Gouverne ments, welke ons onontbeerlijk zijn, om een aanvang te maaken met onze werkzaamheeden ons verlangen nader doen verstaan Hij, in wiens hand het lot dat zijn Ed. nevens den Raad van overlang gepenstreerd geweest zijnde van dien deplorablen staat der Maatschappey, dewelke hunne Hoogedelheedens op eene zo treffende wijze waren komen te exposeeren, dan ook niet hadden nagelaaten, om van, om van dat oogenblik af der volkeren is, ondersteune genadig onze gezamentlijke poogingen, en maake dezelve door zijnen Zegen vruchtbaar! op dat het lieve Va= derland in derzelver gelukkige uit= slag in deeze gewigtige bezitting den grondslag moge vinden van een uit gestrekter hoop, en wij die aangenaame vruchten van on¬ zen arbijd mogen wegdraagen zyn, welke alleen in staat was om den= zelven, op eene voor onze harten voldoene wijze te beloonen Op welke nadrukkelijke aan- spraake evengemelde Heer Gezag¬ hebber hebbende gelieven te antwoor¬ den: der dat . 1522. „1523. dat zijn Ed: door 't vertrek van den Heere Gouverneur van de Graaff daar toe in de geleegenheid was gesteld geworden, met dezelve Le den des Raads alle devoiren aan te wenden, om de Hoogge= biedende Heeren Meesteren, zo¬ veel mogelijk de middelen te faciliteeren, om het hiervooren beschreevene redres van Zaaken op eene officacieuse wijze te kun= nen doen effect sorteeren. Dat ten dien einde de bevelen der voorsr. Hooge Gebiederen zoveel de omstandigheeden van tyden en zaaken maar eenig¬ zints hadden willen gedoogen; stip te nagekomen ende ter exe= cutie gelegd waren geworden met dat gelukkig gevolg, dat niet al= leen de lasten deezes Gouverne= ments zedert dien tijd merkelijk waren komen te verminderen, met het streelend vooruitzicht van nog gaande weg meer en meer te zullen diminueeren, maar dat ook 's Lands inkomsten een aanzienlijk accres hadden mogen ondergaan, gelijk van dit een en ander de resolutien, bij de Regee¬ ringe genomen, de overtuigen ste blijken zouden kunnen opleveren, ingevalle hoogst= dezelve konden goedvinden dezelve in te zien en na te gaan, en dat dien zelfden ijver ter bevor¬ dering van 's Meesters belang, waar¬ aan de welvaart en bloeij deezer Colonie zo naauw ja onafschijd baar verknogt zijn, hem Heere Gezaghebber nevens de overige Leden steeds onafgebrooken zul¬ lende blijven bezielen, niets ge= volglijk met meerder empressement zoude werden gecapteerd, dan de ge= leegenheeden, om aan Hoogstde= zelve Heeren Commissarissen Generaal spreekende blijken te suppediteeren van 's Raads meer vol=
English
1524. 1525. Honorable, Wise, Prudent, very Discreet. Their Right Excellencies thereupon received the welcoming compliments of all the qualified Company servants and burghers assembled before the Council Chamber, and, having subsequently left the Council Chamber, presenting a missive. — complete readiness to do everything within their utmost power that might serve to help bring Their Right Excellencies' illustrious commission to a desired end. Thus, it pleased the Highest-same Lords Commissioners-General, after having made known Their Right Excellencies' satisfaction regarding the aforementioned declarations of the Lord Officer-in-Charge, initially to receive the welcoming compliments of all the members of the various colleges assembled before the Council Chamber, as well as of other qualified persons, both servants of the Honorable Company and burghers, who had been appointed to be present at the reception, and subsequently to leave the aforementioned Council Chamber, in order that the Government might have the opportunity to take cognizance in due order of the contents of the missive below, containing Their Right Excellencies' provisional disposition regarding the case concerning Major de Sandolroy. Today we have received from the hands of the commissioners from Your Council present here your Resolution of the 20th of this current month, containing, pursuant to and in compliance with our letter of the same date, your considerations and report on the missive of Simon de Sandolroy of the 18th prior, requesting our protection as mentioned more fully in the same missive. 1526. 1527. It has appeared to us therefrom that already in the year 1789 and subsequently, various charges were brought by the Colonel and Chief of the Militia here, Robbert Jacob Gordon, against the aforementioned Sandolroy, concerning the administration and management conducted by the same de Sandolroy with regard to the so-called Pepiniers here, the investigation of which could not until now be carried out with full effect, for which reason you had deferred the determination thereof to our decision. That, notwithstanding this disposition of yours, the aforementioned Colonel Gordon saw fit, as soon as the members of Your Council commissioned for our reception had departed hither, to have the aforementioned de Sandolroy notified to report to the Castle under arrest, for which step (after it was complied with by the said Sandolroy) the next day such written reasons were given by the said Colonel Gordon to the Officer-in-Charge as you have also communicated to us in copy, and which contain nothing other than the aforementioned charges already brought in the year 1789 and subsequently, the investigation of which, or rather the determination of how the same ought to take place, had been left by you to our decision. We cannot refrain from expressing to you our surprise and displeasure regarding the conduct displayed in this matter by Colonel Gordon, as 1528. 1529. Honorable, Prudent, very Discreet. The Commissioners-General having in a completely improper manner anticipated our deliberations in a case regarding which it could not be unknown to him that it had been decided by you that our decision would be awaited, and this, as it were, at the very moment that our arrival here created the opportunity to make your aforementioned resolution take effect; and we might have expected that suitable measures would immediately have been taken by you to vigorously maintain your aforementioned resolution alongside the authority entrusted to you; were it not that we prefer to suppose that the aforementioned absence of three members of your Council, as well as the ignorance in which the Officer-in-Charge was of the reasons that had induced Colonel Gordon to this arrest, caused some hindrance thereto. We therefore order you, upon receipt of this, to immediately cause the aforementioned Simon Sandolroy to be released from his arrest, reserving to ourselves the right to make such further dispositions, both regarding the method of investigation of the charges brought against the same de Sandolroy and the further circumstances concerning this case, as we shall judge proper. Wherewith, commending you to the protection of the Almighty.
Dutch transcription
1524. 1525. Hun Hoog Edelhedens daarop de Complimenten van verwelkoming van alle de voor de Raadzaal by een ver„ gaderde gequalificeerde 's Comp: Dieua„ ren en Burgeren ontfangen en vervolgens de Raadzaal verloten hebbende met overleg„ ging eener missive. — volkomen bereidvaardigheid, om naar uitterste vermogen alles aan te wenden, dat strekken zal kun„ nen, om hunner Hoogedelheedens luister luisterrijke Commissie tot een gewenscht einde te hel= pen brengen. Zoo behaagde het Hoogstde„ zelve Heeren Commissarissen Ge= neraal na Haar Hoogedelhee= dens Contentement over de voorz: betuigingen van den Heere ge¬ zaghebber te kennen gegeeven te hebben, aanvankelijk de Complimenten van verwelko¬ ming van alle de voor de Raad¬ zaale bij een vergaderde Leden der onderscheidene Collegiën, mitsgaders verdere gequalificeerde perzoonen, zo Dienaaren der E. Compagnie als Burgeren, de¬ welke geappoincteerd waren geworden, om bij de receptie praesent te weezen, te ontvan= gen en vervolgens den voorsz. heden Wij hebben uit handen van de zich alhier bevindende gecommit¬ teerdens uit Uwen Raade ontvan= gen uwe Resolutie van den 20' deezer loopende Maand, houdende ingevolge en ter voldoening van ons aanschrei= vens van denzelfden datum uwe consideratien en bericht op de Mis= sive van Simon de Sandolroij van den 18 bevoorens, versoekende, bij dezel¬ ve Missive breeder vermeld, onze protectie. Erentfeste, Wijze Voorzienige, zeer Discreete. Raad zaale te verlaaten, ten einde de Regeeringe geleegenheid zoude hebben in behoorlijke ordre kennisse te kum= nen neemen van den inhoud der onderstaande Missivie, behelzende Hunne Hoog edelheedens provisio= neele dispositie, nopens de zaak den Majoor de Sandolroij con¬ cerneerende Raad= Het 1526. 1527. Het is ons daaruit gebleeken, dat reeds in den Jaare 1789 en vervol¬ gens door den Colonel en Chef der Militie alhier Robbert Jacob Gordon tegen voorn. Sandolroij zijn ingebragt diverse beschuldi= gingen, wegens de administra= tie en directie door denzelven de Sandolroij gehouden met opzicht tot de zogenaamde Pepiniers alhier, waarvan het onderzoek tot nog toe met geen volleedig of= fect hadt kunnen geschieden, waar„ om UE de bepaaling daarvan aan onze decisie hadden gede¬ fereerd gelaaten Dat niet tegenstaande deeze Uwe dispositie de voorn. Colonel Gordon heeft kunnen goedvin¬ den, om zo dra de Leden Uwel Raads tot onze receptie gecom= mitteerd naar herwaarts waren afgerhyst voorn. de Sandolroij te laaten aanzeggen zich naar het kasteel in arrest te begeeven, van welke demarche (naa dat daaraan door gem: Sandobroij was voldaan :/ des anderen daags door gemelden Colonel Gordon zo¬ danige schriftelijke reedenen aan den Gezaghebber zijn op= gegeeven, als UE teffens aan ons Copielijk hebben gecom¬ municeerd, en niet anders behelzen dan de hiervooren¬ gemelde beschuldigingen reeds in den Jaare 1789 en vervolgens ingebragt, en wel¬ ker onderzoek, of wel de bepaa¬ ling, op wat wijze hetzelve zou= de behooren plaats te greepen, door UE aan onze decisie was overgelaaten. G Wij kunnen niet afzijn UE onze bevreemding en ongenoe¬ gen te kennen te geeven over de in deezen gehoudene Conduite door den Colonel Gordon, als het heb= 1528. 1529. hebbende op eene geheel onbetaa¬ melijke wijze onze deliberatiën vooruit geloopen in een geval, waaromtrent hem niet onbe= kend kon zijn, dat door UE beslooten was, dat onze decisie zoude worden afgewacht, en zulks als 't ware in hetzelfde oogenblik, dat onze komst alhier de geleegenheid daar stelde, om voorsr. UE resolu= tie te doen effect sorteeren, en wij hadden mogen verwach¬ ten, dat door UE dadelijk zou¬ de zijn genomen gepaste maatregelen, om voorsr. uwe resolutie in de daarnevens uwe toebetrouwde autoriteit krachtdadig te maintineeren; ware het niet, dat wij liefst willen onderstellen, dat de voorn. absentie van drie Leden van uwen Raad, mitsgaders de ignorantie, waarin de Gezag= wijze Erentfeste e Voorzienige, zeer Discreete. De Commissarissen hebber was van de reedenen, die de Colo¬ nel Gordon tot dit arrest hadden be= woogen daaraan eenig beletzel heeft toegebragt. Wij gelasten UE derhalven op ont= vangst deezes de voorn. Simon San= dobroij uit deszelfs arrest daadelijk te doen ontslaan, aan ons reser= veerende, om zo met betrekking tot de wijze van onderzoek der te gen denzelven de Sandolroij inge¬ bragte beschuldigingen, als de verde re omstandigheeden deeze zaak concerneerende, zodanige verdere dispositien te neemen, als wij zullen oordeelen te behooren Waarmede UE in de bescher= ming des Allerhoogsten aanberee= lende hebber Gene=
English
On board the State's frigate of war Amazoon, lying in Simons Bay, on the 22nd of June 1792. The aforesaid missive of the aforementioned Right Honourable Commissioners General was immediately opened and read thereupon. By order of Their High Mightinesses, signed: Ed. Daniels. General over the Dutch Indies, signed: S. C. Nederburgh, I. H. Trijkenius. Which missive having been immediately opened and read accordingly, the Council, after having on the one hand observed with sensible regret Their High Mightinesses' displeasure that appropriate measures had not immediately been taken by this Government to maintain in an effective manner the resolution whereby the determination of the manner in which the further investigation of the complaints pending against the aforementioned Sandolroy was remitted to Their decision, but having on the other hand also been able to see again to its particular satisfaction that Their High Mightinesses had been pleased to attribute the failure thereof to its true causes, has now resolved to order Colonel Gordon, as his Honour is expressly ordered hereby in dutiful compliance with Their High Mightinesses' most respected order, immediately to release from arrest the aforementioned Major de Sandolroy, in which he, Gordon, saw fit to place him, whilst one will further, with respect to the manner in which the said Commissioners General shall be pleased to order the further investigation of the aforesaid matter, continue to await Their further disposition in all reverence. And since the Honourable Members of the Council, who had the honour yesterday in False Bay to present to Their High Mightinesses for approval the ceremonial concerning the forthcoming presentation of the aforesaid High Mightinesses, on this occasion also reported in the Council that the Commissioners General had fully approved the aforesaid ceremonial as it had been drafted, it has also further been resolved to adopt the cited draft and consequently to consider it hereby resolved, in order immediately to make known from it to the community by publication and posting of notices, and to the colleges, corps, and particular persons mentioned therein, by delivering extracts, all that shall be found to concern each of them. Underneath was written: Thus resolved and enacted in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. Was signed: I. I. Rhenius, R. J. Gordon, O. G. de Wet, I. T. Lesueur, and W. P. van Reede van Oudtshoorn. Lower: Points of the Head of the Militia, Colonel Gordon, against Captain Sandolroy. At the beginning of the proceedings, the following document was submitted by Gordon, containing the reasons why he, as soon as he had assumed command, ordered Major de Sandolroy under arrest in the Castle, with the request that the same, together with the annexes attached thereto, might be inserted into the minutes and handed over to Their High Mightinesses, the presently attending Commissioners General. Tuesday, the 26th of June 1792, in the forenoon, all present. Present before me, signed: E. Bergh, provisional Secretary. 1. That Captain Sandolroy, in the presence of all the men, ordered a change in the payment of the 3rd of February 1789 to the Pepiniers, which was already proceeding peacefully and orderly in the usual and prescribed manner, gave all the money into the hands of the men, and crossed out their necessary debts for shirts and shoes, which they had already received and half worn out, with the dangerous consequences thereof; as can be clearly seen from the opinion of the Head of the Militia, of the 6th of February 1789, given in the Council concerning this matter; as also regarding the shoes from the declaration of the Master Shoemaker, Schutte; and that Captain Sandolroy moreover at that time sent him, the Head of the Militia, a most improper message. 2. That when Captain Sandolroy was to account for this in person to him, the Head of the Militia, as appears from the reports of Major de Lille he was ill, and thus made that accounting in a letter dated the 4th of February 1789; which letter is in all parts intentionally framed contrary to the truth, as can be clearly seen in my second opinion, given in the Council on the 13th of February following; as also through the payment books, and from the submitted reports of an investigative committee appointed by the Governor himself. 3. That Captain Sandolroy already in the month of December 1788 [promised] to the men of the Pepiniers an increase of pay, which the Council was not competent to give, because they were daily admonished by our High Superiors, even regarding the increases with the
Dutch transcription
1530. 1531. Aan boort van 's Lands Fregat van oorlog Amazoon liggende in de Simonsbaaij den 22en. Junij 1792 Is voorsz: Missive van welgem: H: H: C: C: G: G: daarop dadelyk g'opend en geleezen geworden. Wat den inhoude daar van is ge„ zullende omtrent deeze zaak Loogst derzelver nadere disposi„ tien werden afgewagt g'approbeerd hebbende 't Ceremo„ nieel ter voorstellinge van hoogst„ deselve. — En welke ordre dus aan den Heere Iordon ten deesen belan„ ge met betrekking tot 't arrest van den Major de Sandolroij in gegeeven. — Welke Missive dienvolgens onmidde¬ lijk geopend ende geleezen zijnde, zo is naa dat den Raade daaruit aan de eene zijde wel met een sansi= ble leedweezen hadt moeten ontwaaren Haar Hoogedelheedens misnoegen, dat niet daadelijk bij deeze Regeeringe gepaste maatregulen waren geno= men geworden, om op eene kracht¬ daadige wijze te maintineeren 't besluit, waarbij de bepaaling op wat wijze het verder onderzoek der te= gens voormelden Sandolroij mili¬ teerende klagten aan Hoogstderzel= Hun hoog Edelhedens almeede ver decisie was geremitteerd; doch aan den anderen kant ook wederom tot haare bijzondere satisfactie had mogen zien, dat Haar Hoogedel„ Ter ordonnantie van Hun„ Hoog Edelheeden /:w:g: :/ Ed= Daniels Generaal over Nederlandsch Indie /:w: g:/ S: C: Nederburgh I. H. Trijkenius heedens het verzuim daarvan aan dies waare oorzaaken hadden gelieven te attribueeren, als nu beslooten den Heere Colonel Gordon te gelasten, gelijk 92 zijn Ed: wel expresselijk gelast werdt bij deezen in plichtschuldige opvolging van Haar Hoogedelheedens zeer ge¬ respecteerde ordre den voorm: Majoor de Sandolroij daadelijk uit het ar= rest te ontslaan, waarin hij Heere hij Gordon heeft kunnen goedvinden den- zelven te stellen, terwijl men wijders, tot de wyzer met betrekking hoedanig hoogge=ad melde Heeren Commissarissen Generaal zullen gelieven goed te vinden het verder onderzoek der voorsz. Co= zaake te ordonneeren Hoogsderzel in ven nadere dispositie in allen eer= bied zal blijven afwachten. — En nadien de Heeren Leden des Raads, dewelke de eere hebben ge¬ hadt het Ceremoniëel nopens de aanstaande voorstellinge van meergedachte Haar Hoogedel¬ heedens op gisteren in Baaijfals 2n heedens aan weest. — 1532. 1533. zo zal 't zelve by Billetten aande Gemeente, en by Eoc„ tracten aande resp: Corpsen tot derzelver narigt werden ter kennisse gebragt. hebbend 't volgend schriftiur aan Hoogst dezelve ter approbatie te prae= senteeren, bij deze geleegenheid ook in Raa¬ de verslag hebben komen te doen, dat Heeren Commissarissen Generaal het voorsz: Ceremonieel, zo als het ont= worpen was, ten vollen hadden ko= men goed te keuren, is dan ook nog wijders beslooten geworden het geciteerd ontwerp over te neemen en dienvolgens bij deezen voor gearresteerd te houden, omme onmiddelijk daaruit aan de gemeente bij publicatie en affixie van billietten, en aan de Collegien, Corpsen en bijzondere perzoonen, van dewelke in dezelve melding werdt gemaakt, door afgaave van Extracten kennisse te doen draagen, van al 't geen bevonden zal werden een iegelijk hunner te concerneeren /:onder stond:/ Aldus geresolveerd ende gearresteerd in 't Kaseel de goede Hoop, ten dage en Iaare voorsz. /:was getekend :/ I. I. Rhenius, R. J. Gordon, O. G. de Wet, I. T. Lesueur en W. P. van Reede van Oudtshoorn /: laager/ Poincten van 't Hoofd der Militie de Colonel Gordon tegens den Capitijn Sandolroij Dat Capitijn Sandolroij de be= Werdt aanvankelijk bi 't aangaan Den Heere Pordon ingedient der besoignes door den Heere Gordon overgelegd het volgend schriftuur, behelzende de reedenen, waarom hij den Majoor de Sandolroij, zo dra hij het Commando op zich hadde ge¬ nomen, in 't Casteel in arrest had= de geordonneerd, met verzoek dat hetzelve benevens de daaraange¬ annexeerde bijlaagen in de No¬ tulen mogten geinsereerd en aan hun Hoogedelheedens, de tans aanweezende Heeren Commissa¬ rissen Generaal ter handen gesteld werden 1 Dingsdag den 26 Iunij 1792 's voormiddags alle praesent. Mij proesent /:getekend:/ E: Bergh, p=l Secretaris. Mij taa= 1534. 1535. taaling van den 3 febr: 1789 aan de Pepiniers, dewelke reeds op de gewoo ne en geordonneerde wijze vredig en ordentelijk voortging, in praesen= tie van al het volk, geordonneerd heeft te veranderen, het volk al het geld in de handen gegeeven heeft, en húnne noodzaakelijke Schulden voor hemb¬ den en schoenen, dewelke zij reeds ontvangen en half versleeten had= den, door geschrapt heeft, met de gevaarlijke gevolgen van dien; zo als uit het advis van het hoofd der Militie, van den 6 febr: 1789, in Raade over deeze zaak gegee¬ ven, duidelijk te zien is; als ook nog omtrent de schoenen uit het declaratoir van den Schoenmaa¬ kers Baas, Schutte; en dat als toen Capitijn Sandolroij boven= dien, hem hoofd der Militie een eene gansch onbetaamelijke bood= schap toegezonden heeft. 2. Dat wanner Capitijn Sandol= Dat de Capityn Sandolroij reeds in de Maand December 1788 aan het volk der Pepiniers verhooging van gagie /: dewelke den Raad niet vermogt te geeven, doordien zij dagelyks door onze Hooge gebie= deren aangemaand wierden, om zelfs de verhoogingen met den roij zich in perzoon hierover bij hem Hoofd der Militie zoude komen ver= antwoorden /: zo als uit de Rapporen ten van den Major de Lille bleikt hij ziek was, en dus in een brief sub dato 4 Februarij 1789, die verantwoording deedt; welke brief in allen deelen op= zettelijk tegen de waarheid gesteld is, zo als duidelyk te zien is in myn tweede advis, in Raade den 13 Febr: daaraanvolgende gegeeven; als ook door de betaalings boeken, en uit de ingebragte Rapporten van eene onderzoekings Commissie door den Heere Gouverneur zelve benoemd oor= roij 3
English
1536. 1537. promised to revoke what had been introduced during the war, without in any way consulting him, the Head of the Militia, his direct Chief; as appears from the advice of 13 February 1789 and the message from the Governor to the Head of the Militia through Adjutant Tilleman. That Captain Sandolroy's first letter, sent to the Commission of Inquiry, is in the highest degree punishable, slanderous, and intentionally contrary to the truth, as is immediately evident if one merely compares that letter with his letter of accountability regarding his conduct, dated 4 February 1789, written to him, the Head of the Militia, because he was too ill to appear in person, and in which he requests him, the Head of the Militia, to cooperate to make the Pepinieres a little happier; on the other hand, how dare an officer write that the soldier could have subject for public revolt (he may well have cause to complain, but may never revolt), which was also not true, as they had for so long been satisfied with what the Honorable Company granted them, until about eight months after Captain Sandolroy joined them; all as is most clearly shown, and the answer of him, the Head of the Militia, to that Commission regarding that letter of Sandolroy, who moreover in the same letter of his further insinuatingly accuses him of not having deigned to conclude this, and that he had represented these matters to his Chief so many times, although the contrary of all this clearly appears; that also about half of those Pepiniers had debts, and the others had contracted them mostly clandestinely with the cooks, against which Captain Sandolroy ought to have been vigilant according to his received orders; that even those debts were not so high (as they also came out without transport, and the highest debt consisted of only a few Rijksdaalders), or they could easily have been paid if Captain Sandolroy had not dissolutely breached the so beneficial stipulated orders of his Chief, whereas it is now clear that the soldier must be satisfied with even less, and even comes out burdened with a transport. 4. 1538. 1539. That he dared to assert in his letters to the Commission that the men of the Pepinieres were starving, and that they were refused food in the Castle, and that he sent sergeant after sergeant about this, and had informed me of it, etc. etc., which is completely refuted by my answer to that Commission, and by the statements of Major de Lille as well as those of the cooks in the Castle, as also by the submitted Report of the Commission of Inquiry; that he (note) already in the month of December 1789 even gave food to those Pepinieres. That Captain Sandolroy helped formulate a protocol that was false (as is clearly shown in the Colonel's answer to the Commission regarding this on the seventh letter), as if the men had been shortchanged, likewise in That his other letters to the Commission of Inquiry, sent to him, the Head of the Militia, by that Commission, are equally contradictory, which will appear if one merely compares the one with the other. 5. 6. 1540. 1541. a pair of leather breeches, which was already so long ago, about which not only had the least complaints never been made, while the Chief, in order to favor those recruits, was willing to lose much out of his own pocket; all as appears from those documents regarding this in the answer to the seventh letter, as also from the Reports of the Commission of Inquiry. That Captain Sandolroy submitted false lists, as can be clearly seen from those lists signed by his own hand: entering as active duty men those who performed no duty (several of whom even had to help build his house, etc. etc.), and then again as recruit, etc., all as appears from those lists, as well as how little service the Honorable Company had from those Pepinieren. That the account of Daniel Hugo shows that Captain Sandolroy likewise had wine served to the Pepiniers; and in the month of June 1790 he already owed the aforementioned Hugo 240 Rds, although this was deducted monthly from the Pepinieren's wages. 10. That from the petitions of complaint of the Pepinieren, both to the High Indian Government and those of the Pepinieren here, the statement of the Master Mason I. Berrents (who built his house here), also through his payment book which he handed over on the order of the Commander to Adjutant Dielman, together with his contradictory answers, and further statements and documents, it is most clearly shown what his actions have been (as in the advice of 8
Dutch transcription
1536. 1537. oorlog ingevoerd weder in te trekken /: be= loofd heeeft, zonder hem Hoofd der Milijie„ zynen directen Chef hier eenigzints in te kennen; zoo als bleikt uit het advis van den 13 Februarij 1789 en de boodschap van den Heere Gouverneur aan het Hoofd der Militie door den Adjudant Tille= man Dat Capityn Sandolroij's eerste brief, aan de onderzoekings Com„ missie toegezonden, is in den hoog„ sten graad strafwaardig, Calum„ nieus, en opzettelyk tegens de waarheid gesteld, zo als ten eersten duidelyk bleikt, als men die brief maar vergleikt met zynen brief van verantwoording over zyn gehouden gedrag, in da= to 4 Februarij 1789 hem Hoofd der militie geschreeven, om dat hij ziek was, om in perzoon te kun„ nen komen, en waarin hij hem Hoofd der Militie ver= zoekt, om te willen coopeeren, om de Peppenieren een wynig gelukkiger te maaken: ten anderen hoe durft een Officier schryven, dat den soldaat sujet van publieke revolte kon hebben /: daarbij wel reede van klaagen kan hebben doch nooit mag revolteeren :/ doch het geen ook niet waar was, dewyl zij ze= dert zolange, met het geen de E. Maat¬ schappy hun toegelegt te vreeden waren geweest, tot circa agt maan„ den, naa dat Capityn Sandolroy' er by gekomen is; alles zo als ten klaar sten blykt, en het anwoord van hem Hoofd der militie aan die Commissie op die brief van Sandobroy, dewelke bo¬ vens dien in dezelve zynen brief nog insimuleerender wyze beschul= digd van niet gedaigneerd te hebben, dit te willen sluiten, en dat hy zy= nen Chef zo veele ryzen deeze zaa= ken zou gerepresenteerd hebben daar echter het contrarie van dit alles duydelyk blykt, dat ook circa de helft dier Peppiniers schulden had¬ den, en de andere dezelve by de Koks zoekt meest 4. 1538. 1539. meest clandestine gemaakt hadden, daar Capityn Sandolroy volgens zyne ontvan¬ gene ordres voor had behooren te vigi= leeren, dat zelfs ook die schulden, zo hoog niet waren (:dewyl zy ook zon= der transport uitkwamen, en de hoogste schuld maar in eenige wy¬ nige Ryksdaalders bestond. / of zy konden ligt betaald werden, wan= neer Capityn Sandolroy de zo heilzaame gestipuleerde ordres van zyn Chef niet losbandig ver= broken had, daar tans duidelyk blijkt, dat den soldaat met nog min= der moet te vreeden zyn, en zelfs met een transport bezwaard uitkomt Dat hy heeft durven avanceeren in zyne brieven aan de Commissie, dat het volk der Peppinieren honger leed, en men hen de kost in 't Cat= steel wygerde, en dat hy sergeant over sergeant daarover zondt, en my 'er kennis van gegeeven had &a. &a. het geen door myn antwoord aan die Commissie: en Dat Capitijn Sandolroij een pro= tocol heeft helpen formeeren, het geen valsch was (zo als in het antwoord van den Colonel aan de Commissie hier over op den Zee¬ venden brief duidelijk blijkt) als of namentlijk het volk te kort gedaan was, insgelijks in Dat ook zijne andere brieven aan de onderzoekings Commissie, door die Commissie hem hoofd der Mi= litie toegezonden, even zo contra= dictoir zijn, het geen blijken zal, als men zelfs de eene maar met de andere verglijkt. de verklaaringen van den Majoor de Lille benevens die der koks in het Ca= steel geheel vervallen is, als ook door het ingebragt Rapport van de on= derzoekings Commissie: dat hij NB: ook reeds in de maand Decem„ ber 1789 aan die Peppineeres zelfs de kost gaf de eene 5. 6: 1540. 1541. eene ledere broek, en het geen reeds zo lange geleeden was, daar nooit niet alleen de minste klagten over gedaan waren, terwijl den Chef om die recruten te favoriseeren, uit zijn eigen zak nog veel daarbij hadt willen verliezen: alles zo als blijkt uit die stukken hierom trent in het antwoord op den Ze„ venden brief, als ook uit de Rap= porten van de onderzoekings Com¬ missie. Dat Capitijn Sandolroij valsche Lijsten ingegeeven heeft, zo als uit die eigenhandig getekende Lijsten duidelijk te zien is: Staande voor dienstdoenders, die geen dienstdee„ den (en waarvan zelfs verschij= dene zijn huis moesten helpen bouwen &a &a:) en dan weer voor recuit &=a, alles als uit die Lij= sten blijkt, zo als ook, hoe wijnig dienst de E. Maatschappeij van die Peppinieren gehadt heeft. Dat uit de Rekening van Daniel Hugo bleikt, dat Capityn San= dolroij insgelyks aan de Seppiniers wyn liet vertappen; en in de maand Junij 1790 was hij reeds 240 Rds aangemelden Hugo schuldig schoon de Seppinieren zulks maandelijks van hunne gagie afgetrokken wierdt. 10. Dat uit de klagtschriften der Pep= pinieren zo aan de Hooge indiasche Regeering, als die der Seppinieren alhier; de verklaaring van den Met= zelaars Baas I. Berrents /:de= welke zyn huis hier gebouwd heeft:/ ook door zyn betaalings boek het geen hij op ordre van den Heere Gezagheb= ber aan den Adjudant Dielman, mitsgaders zyne contradictoire ant= woorden overgegeeven heeft :/ en ver¬ dere verklaaringen en stukken ten klaarsten bleikt, wat zyne vries ge= weest zyn (:zo als in het advies van 8
English
1342. 1543. the 18th of June 1792 Report by Commissioners from It was thereupon decided, aside from the aforementioned reasons, to consider the same as communicated and to supply it to the Commissioners-General, as can be seen from the Head of the Militia in Council on the 6th of February 1789, and how highly punishable and harmful Captain Sandolroy, under the pretext of looking after the well-being of the soldier, has acted in all of this. Castle of Good Hope /:was signed:/ R. I. Gordon Head of the Militia Which document having accordingly been read, and taking into consideration that the Council regarding the aforementioned matter concerning Major de Sandolroy has been functus officio from the moment that Their High Honors were pleased to take it upon themselves, without the Council being authorized to do anything further or more therein without Their special order and command: It is therefore understood to consider the aforementioned Memorial of the Honorable Gordon, Right Honorable Sir! and Honorable Sirs. By resolution of the Council of Policy To the Right Honorable Sir, Johannes Isaac Rhenius, Governor of this Government, together with the Honorable Council of Policy, in so far as it concerns this Council, as communicated, and furthermore, in accordance with the desire of the Honorable Gordon, to have the same supplied with due respect on behalf of the Council to the Most Esteemed Commissioners-General. Hereafter was submitted for disposition the report, inserted below, submitted by Commissioners from the Council of Justice. Report of Commissioners from the Council of Justice aforementioned, of 1544. 1545. of the 24th of February of this year, it having pleased Your Right Honorable and Honorable Sirs to require of the Commissioners from the Council of Justice a plan according to which, at the expense of the Colony's Treasury, a pound with an accompanying residence for an overseer could be constructed; thus Commissioners, by a respectful report which they presented on the third of the past month in Your Meeting, complied therewith, and at the same time requested therein that, for the masonry of the aforementioned pound, they might use as much of the quarried stone lying behind the pathmaker's house as would be required for that purpose; whereupon it pleased Your Right Honorable and Honorable Sirs, by resolution of the aforementioned third of the past month, to approve the plan presented by the Commissioners in that report, but to decline the request made therein concerning the quarried stone, which request was made by the Commissioners solely to assist the Colony's Treasury with the heavy expenses it would have to incur for the construction of that pound. Yet however gladly Commissioners would wish to abide by this decision, the poor situation of the Colony's Treasury nevertheless compels them to turn once again to Your Right Honorable and Honorable Sirs with a respectful request that it may please Your Good Pleasure, since the situation of the Colony's Treasury already makes it impossible to provide for all such expenses as are required for the erection of the frequently mentioned pound and the further necessities belonging thereto, to make such further disposition regarding this matter as shall be judged necessary on the aforementioned grounds. To 1546. 1547. have hoped to demand the following statement from the aforementioned Commissioners thereupon. Commissioners further find themselves compelled to bring to the notice of Your Right Honorable and Honorable Sirs how, among various persons who mostly reside in the Zwartland, an amount of nearly One thousand Rixdollars in assessment monies is still outstanding, of which satisfaction could not be obtained hitherto; and since the sum which each of these persons owes particularly for his share amounts to too little to be forced into legal expenses through judicial means, Commissioners therefore turn once again to Your Right Honorable with a humble solicitation that it may please Your Good Pleasure to have some notices posted, whereby such persons as mentioned above are warned, and at the same time a deadline is set for them to pay their owed poll tax. /:below was written:/ Which doing, etc. /:was signed:/ I. P. Deneys, I. Smuts, Jan van Echten, G. H. Meyer, H. I. Dewet, R. I. van der Riet, Am. Fleck, H. A. Truter, H. Warneeke. Thus, after the points appearing therein had been attentively deliberated upon, reasons which the Government has, it was decided that, whereas the aforementioned Commissioners, in their previous report submitted to the meeting of the 3rd of April last, had indeed requested to be allowed to make use of the stones that were carted on the Company's behalf for the construction of the Battery Coehoorn and happen to lie behind the pathmaker's house in order to erect therewith the pound in question, they did not by any means on that occasion state the impossibility now alleged of proceeding without these.
Dutch transcription
1342. 1543. den 18 Junij 1792 Berigt door Commissarissen uit Is daarop beslooten om bezij„ dergem: reedenen 't zelve voor ge„ communiceert te houden en aande suprediteeren C: C. G: G: te doen van het hoofd der Militie in Raade den 6 februarij 1789 te zien is en hoe ten hoogsten strafbaar en schadelyk Capityn Sandolroij on= der protext van het welzyn van den Soldaat te behartigen, in al dit gehandeld heeft Casteel de goede Hoop /:was getekend:/ R. I. Gordon Hoofd der Militie welke schriftuur dien volgens geleezen en daarbij in Consideratie genomen zynde, dat den Raade nopens de voorsr. zaake, den Majoor de Sandolroij concerneerende, gede= fungeerd heeft gehadt van 't oogen¬ blik af aan, dat Hunne Hoog= edelheedens zich dezelve hebben gelieven aan te trekken zonder bevoegt te zyn, buiten Hoogstder= zelver speciaale last en ordre daar= inne iets verder ofte meer te doen: Is dierhalven verstaan de voorsr. Memorie van den Heere Gordon Wel Edele Achtbaare Heer! en E. Achtbaare Heeren. Bij politiek raadsbesluit Aan den Wel Edelen Achtb: Heere, Iohannes Isaac Rhenius, de Gezaghebber deezes Gouvernements== benevens den E. Achtb. Raad het van Politie voor zo verrea betreft deezen Raade voor gecommuniceerd te houden, mitsgae„ ders dezelve wyders ingevolge de begeerte van den Heere Gordon met gepasten eerbied 's Raads wegen aan Hoogstgedachte Heeren Commissaris sen generaal te doen suppediteeren. Hiernaa ter dispositie voorgelegt den raad van Iustitie ingedient zynde het hieronder geinsereerd bericht van Commissarissen uit den Raade van Iustitie voorsr. van 1544. 1545. van den 24 febr. deezes Jaars het aan U Wel Edel Achtb. en Ed Achtb: be= haagd hebbende van Commissarissen uit den Raade van Iustitie te requireeren een Plan, agtervolgens, welk ten kosten van des Colonies Cassa eene schut= kraal, met eene daartoe gehoorende wor= ning voor een opzichter zou kun= nen werden geëxtruëerd — zoo heb= ben Commissarissen bij een eerbie= dig bericht, het welk zij op den der= den der voorl. maand in Hoogst= derzelver Vergadering hebben gepro= senteerd, daaraan voldaan, en teffens daarbij verzocht, dat tot het opmetzelen van voorsr. Schut= kraal mogten gebruiken, zo veel van de losgebrokene klippen, die achter het Pademaakershuisje liggen, als tot dat einde zouden vereischt wor= den - waarop het van U Wel Edele Achtb. en Edele Achtb. welbehaagen is geweest bij resolutie van voorschreeve derde der voorl. Maand 't door Commis¬ sarissen bij dat bericht opgegeeven Plan te approbeeren doch het verzoek daar= bij gedaan gedaan, betreffende de losge¬ brokene klippen - welk verzoek door Com= missarissen alleen is geschied, om 's Coloniees Cassa te gemoed te komen in de zwaare kosten, die dezelve zou moeten impendeeren ter opbou= wing van die schutkraal te decli= neeren: dan hoe gaerne Commissa= rissen ook in dit besluit zouden willen bleiven berusten, zo nood= zaakt de slechte situatie der Co= lonies Cassa hun echter zich bij deezen andermaal tot Uwel Edele Achtb: en E. Achtb. te moeten wen= den, met eerbiedig verzoek, dat het geliefde van hoogst derzelver goede zijn mo= ge; om nadien de situatie van 's Colonies Cassa het fourneeren van al zulke ongelden, als tot het oprichten van meermelde schutkraal en het verder daartoe gehoorende vereischte reeds onmogelijks maakt, dies we- gens zodanig nader te disponeeren, als uit hoofde voorsr: noodig zal Aan moe 1546. 1547. hoopt hebben daarop van voorschr: Commissarissen de volgende opgave te vorderen. — worden geoordeeld te behooren Commissarissen vinden Zich wij= ders genoodzaakt ter kennisse van UWel Edele Achtb. en Ed. Achtb. te moeten brengen: hoe en onder verschijdene perzoonen, die wel meest in het Zwartland woon= achtig zijn, nog bijna eene Somma van Een duizend Rijksdaalders aan quotisatie penningen uitstaan, waar van men tot nog toe geene voldoe= ning kan bekomen, en nadien het de som, die een ieder dier per= zoonen voor deszelfs aandeel in 't bijzonder schuldig is, te wijnig uitmaakt, om door mid= del van regten op onkosten gejaagd te werden, zo is 't, dat Commis= sarissen zich alwederom tot Uwel- Edele Achtb. keeren, met humbele sollicitatie, dat het van Hoogst= derzelver welbehaagen moge Zijn, eenige bielletten te doen affigeeren, waarbij zodanige perzoonen, als bo= ven gemeld, worden gewaarschouwd, en teffens 'er by geprafigeerd, om hun verschuldigd hoofdgeld te voldoen /:onder stond:/ 't Welk doende &=a /:was getekend:/ I. P. Deneys, I. Smuts, J„n v„n Echten, G. H. Meyer, H. I. Dewet, R„ I„ v„ d„ Riet, A=m Fleck, H. A. Truter, H. Warneeke. Zo is, naa dat met aandacht over Heedenen, welke de Regeering ge„ de daarby voorkomende poincten gede„ libereerd was geworden, beslooten, dat daar de Commissarissen voor= meld bij hun voorig bericht, ter ver= gaderinge van den 3e. April jongstl. ingediend; wel hebben verzocht ge= had gebruik te mogen maaken van de klippen, welke 's Comp=s wegen tot extructie der Batterij Coehorn zyn aangereeden en agter het Pademaakershuisje komen te liggen, om daarmede het schut= hok in questie op te richten, doch by die geleegenheid geenzints hebben opgegeeven de tans voorgewend wer ende onmogelykheid - om zonder en deeze
English
this cooperation on the part of the Honourable Company to be able to have the aforementioned pound taken in hand and completed, and it is consequently not only strange to see the same Commissioners now come forward with such an incident, but it is also, for this and several other reasons, of the highest importance to be accurately informed of the true state in which the Burgher Treasury finds itself, before making any sacrifice on the Company's part for the furtherance of an undertaking, of which all the utility and advantage would accrue solely to the benefit of the Colony, without the Company participating therein in the least, the more so since one is informed that for some time a good part of the Colony's debts have been paid off from the same Treasury, it shall, before deciding finally upon this request, be required of the aforementioned Commissioners to submit at the earliest specific and distinct details of: 1. What ordinary expenses have had to be disbursed at the charge of the Colony's Treasury during the last ten years, and on what those expenses were spent! 2. What expenses were also extraordinarily applied during that interim, and on what! 3. The debts that have been paid off on behalf of the Colony during that same course of time; and finally 4. The net balance of the cash currently remaining in the Colony's Treasury! In order that the Council may thereby find itself in a position to judge for itself the actual condition of the so often mentioned Treasury. That meanwhile, since from the local inspection of the Zandvallei situated at Muizenberg, made by the committee members, it has appeared that its grant to the Captain of the Burgher Force, Hendrik Oostwald Eksteen, would be both prejudicial to the owners of the estates situated thereabouts and cause damage to the passages and roads going along and through the same Zandvallei, for which reason the aforementioned Eksteen also declared having desisted from his said request, it shall be determined for now and always that the cited Zandvallei shall never be granted, but on the contrary shall, as before, be left free and open without any restriction for the convenience of anyone who might be inclined to fish therein. And that further, in order to lend a hand to the Commissioners for the collection of the assessment monies still remaining unpaid by various inhabitants, their Commissioners shall be permitted, firstly by the posting of notices, to summon the debtors to payment, and if this measure should be found to have no effect, then to employ against the unwilling such measures of legal constraint as the Commissioners themselves shall deem advisable. Then, whereas before a proper decision could be made concerning the recusal of Burgher Councillor Truter, as a Member of the Council of Justice, made by the Captain of the Burgher Force Pieter van Breda on the occasion when the same Truter in his aforesaid capacity was to inspect and appraise the land requested by the latter in ownership from the Honourable Company, it was required: Firstly, to examine a very ample memorial from the aforementioned Pieter, from which it appeared that the dispute that occurred on the 23rd of February of last year in the Burgher Military Council between the same Truter and some other Members of that Board had provided the grounds for this recusal, and this examination subsequently led the Council, as if of itself, to have to proceed to the investigation of the aforesaid dispute itself. Thus, after this delicate matter—for the settlement of which repeated fruitless efforts had been made both by the Honourable Acting Governor and by the Honourable Colonel Gordon, in His Honour's capacity as President of the aforesaid Military Council—finally had to be taken in hand for a decision, in order to serve as the basis of the judgment that one would have to pronounce on the lawfulness or unlawfulness of the aforesaid recusal, proceeding initially to the attentive review of all the papers relating to this affair, both those that were already in the secretariat and those which the aforementioned Captain Breda came to request to add to the writing of the repeatedly mentioned Truter to justify his conduct; and subsequently having heard the report which the aforesaid Mr. Gordon, through the most accurate inquiries, found himself in a position to supply to the Government concerning what actually happened in the Burgher Military Council on the aforementioned 23rd of February 1791; from all of which it has then come to appear that the same Burgher Councillor Truter, however much he has tried to assert the contrary, through his imprudent conduct maintained in the same Military Council, not only
Dutch transcription
1548. deeze medewerking van de zyde der E. Compagnie het gem: schut= hok te kunnen doen onder handen neemen en voltogijen, en het ge= volglyk niet alleen vreemd is, de= zelve Commissarissen als nu met een zodanig incident te zien voor den dag komen, maar 't ook om deeze en meer andere reedenen hooglyks importeerd naauwkeurig onderricht te zin van den waaren staat, waarin zich de BurgerCas= sa bevindt, alvoorens 's Maat= schappis wegen eenige sacrifice te doen, ter bevordering eener on= derneeming, waarvan al 't nut en voordeel alleen ten profyte der Co= lonie zoude komen, zonder dat er de Compagnie in 't minst in zoude participeeren, te meer daar men is geinformeerd, dat 't ze„ derd eenigen tyd uit de zelve Cassa een goed gedeelte van 's Co= lonies schulden zouden zyn afgelost geworden, alvoorens nopens dit verzoek finaal te disponeeren, met den eersten door Commissarissen voormeld specifieke en distincte zal moeten worden opgegeeven 1 welke gewoone kosten zedert de laatste tien Iaaren ten lasten der Co= lonies Cassa hebben moeten werden ge¬ impendeerd, en waaraan die kosten besteed zyn geworden! 2 Welke kosten in die tusschen tyd ook extraordinair zyn aange= wend, en waaraan! 3. De schulden, dewelke geduurende dienzelven tyds beloop van wegens de Colonie zyn afgelost . en eindelyk 4 Het zuyver saldo der tans in 's Colonies Cassa restant zynde Con¬ tanten! Op dat den Raade zich daardoor in 't geval gesteld moge bevinden door haarzelven over den weezentlyken toestand der zo dikwils gem: Cas= sa te kunnen oordeelen Dat intusschen vermits uit de 1549. plaat= lo 12 1550. 1557. gen aan muijzenburg nimmer te doen uitgeeven. Mitsg„s aan Commissarissen de per„ stallige quotisatien penningen. Bedenking bij deese regee„ „ring ontwaan nopens de recura„ En tegen Vonwilligen in reg„ ten te procedeerene. plaatzelyke inspectie van de aan Mui= zenburg geleegene Zantvalleij, door gecommitteerdens gedaan, gebleeken is, dat dies uitgave aan den Capityn der Burgereye, Hendrik Oostwald Eksteen zo wel projudiciable zoude weezen aan de bezitters der daar= omstreeks liggende Plaatzen, als nadeel toebrengen aan de passagien en wegen langs en door dezelve Zantvalleij gaande, waarom dan ook gem. Eksteen verklaard heeft gehadt van deszelfs gedachte verzoek Besluit om de Zandvalleij gelee„ te desisteeren, voor nu en altoos bepaald zal bleiven, dat de geciteerde Lantvalleij nimmer zal werden uit=ris van den Burgerraad Fruter. gegeeven, neen maar in tegendeel als vooren zonder eenige bepaaling vrij en open zal werden gelaaten ten gerieve van een iegelyk, die geneegen zoude mogen weezen in dezelve te willen visschen. en dat wyders om aan Commis= retten & ngsteetenen aan de ma„ sarissen de hand te leenen tot het in¬ vordeeren der als nog door diverse ingezetenen onbetaald gebleevene quotesta= tie penningen, aan hun Commissa= rissen zal weezen gepermitteerd, eer= stelijk bij affixie van Bielletten de debiteuren tot de voldoening te mogen aanmaanen, en wanneer dit mid¬ del van geen effect mogte werden bee= vonden als dan tegens de onwilligen zodanige Mesures van Contrainte in regten te werk te mogen leggen, als zij Commissarissen zelve zul¬ len geraaden oordeelen. Dan vermits alvoorens omtrent de recusatie van den Burgerraad Futer, als Lid van den Raade van Justitie, door den Capitijn der Bur= gerij Pieter van Breda gedaan bij geleegenheid, dat dezelve Pruter in voorsz. zijne qualiteit het Land door deezen laatsten van de E. Com= pagnie in eigendom verzocht zoude bezichtigen en tauxeeren, eene be= hoorlijke decisie te kunnen doen, vereischt is geworden;- Eerstelijk in te zien eene zeer ampele in= me= 1552. 1553. Resumptie van alle de papieren tot deese zaak betrekking hebbende. Wat uit 't een en ander aan deesen raade is komen te blijken. memorie van gemelden Prieter, waar= uit consteerde, dat het demele op den 23 Februarij des voorleeden Iaars in den Burgerkrijefsraad tusschen denzelven Pruter en eenige andere Leden van dat Collegie voorgevallen de grond tot deeze recusatie hadden opgeleverd, en dit examen den Raade vervolgens als van zelfs heeft gelijd gehadt, om tot het onderzoek van 't voorsz. de= mele zelve te moeten overgaan zo is, naa dat deeze diense zaak, tot welkers bijlegging zo door den Hee= re Gezaghebber als door den Heer Colonel Gordon, in zijn Ed. quali= teit als Praesident des voorm: krijgs= „raads meermaalen vruchtelooze po= gingen waren in 't werk gesteld geworden, eindelijk ter beslissing had moeten werden bij der hand genomen, ten einde te kunnen strekken als de Basis van t voordeel, het welk men over de of onwettigheid wettigheid der voorsz. der recusatie zoude moeten vellen, aanvanke= lyk geprocedeerd tot de aandachtige resumptie van alle de tot dees affaire specteerende papieren, zo die zich bereids ter secretarye bevonden heb= ben gehadt als de zodanige, welke den hiervooren geciteerden Capi= tyn Breda heeft komen te verzoe= ken ter wettiging van zyn gedrag, bij het schriftuur van meerm. Pruter te mogen leggen en ver= volgens gehoord het verslag, het welk zich voorsr. Heer Gordon door de naauwkeurigste perquisitiën in 't geval gesteld bevondt nopens het wezentlyk gebeurde in den Bur- gerkrygsraad op voormelden 23 Februarij 1791 aan de Regeeringe te kunnen suppediteeren; uit welk een en ander dan zynde komen te bleeken, dat denzelven Burgerraad Truter /:hoe zeer hij heeft getracht het tegendeel te beweeren :/ door deszelfs onvoor= zichtige conduite in den zelven krygsraad gehouden, niet alleen lijk aan=
English
1554. 1555. And that consequently, besides the obligation imposed upon the said person to express his regret to the Burgher Military Council over the course of conduct he pursued, the Burgher Military Council shall have to be satisfied therewith. having given occasion to very serious disputes between him, being present, and the other members of the Military Council, but on that occasion also having conducted himself in such an improper manner that the Military Council insisted, with the greatest right, upon a proper satisfaction proportionate to the insult sustained; It is therefore, for reasons, understood that the said Pruter, in order once and for all to put an end to this entire affair in its overall context, it being understood that since all the Gentlemen Members of the Council now present, upon the discharge granted on the 10th of May of the past year to the oft-mentioned Prieter as Captain of the Burgher force, expressly stipulated beforehand that if in time he should be found to be culpable of that which has now appeared to be charged against him, he would then be bound to submit to such satisfaction as might be deemed necessary to impose upon him with respect to the Military Council, however much neither the minutes kept in Council nor the resolutions themselves yield any trace or indication of such a condition, the said Piieter shall be bound and obligated, on the 4th of the upcoming month of July, when the Burgher Military Council shall be ordinarily assembled, to proceed thither in his capacity as Captain and to take a seat in the same session, in order to express to the assembled members his regret on account of what occurred on the aforesaid 23rd of February 1791, and to declare that no premeditated intent to insult, but merely a sudden burst of passion, was the inciting cause of his conduct, so that the Burgher Military Council on its part may be satisfied with this declaration, and the matter 1556. 1557. And after this shall have been performed by the said Commissioners, the aforesaid Fruter shall again have to be commissioned to go and inspect and appraise the land requested by Captain Breda. That the said Breda shall likewise have to be satisfied therewith, without disturbing the said Fruter in the execution of his commission. If the abovementioned Fruter should fail strictly to comply with this, then they shall have to appoint another Member in his place to carry the Council's orders into execution immediately. matter between it and the said Fruter shall hereby be considered settled; Commissioners, upon this satisfaction rendered to the Burgher Military Council, shall then also have to deputize anew the so often mentioned Prieter, in order, alongside such other Member as should have officiated for this purpose according to his turn, to go and undertake the inspection and appraisal of the land which has been requested in ownership from the Honorable Company by the so frequently mentioned Breda; which inspection and appraisal the just-mentioned Breda (the aforesaid preliminary conditions having been fulfilled) is then also expressly enjoined and ordered to permit, without causing any further disturbance to the said Fruter in the exercise of the duties of his office, on pain of incurring the Council's highest displeasure; with the understanding, nevertheless, that if he, Puter, shall not have strictly complied with what has been ordered in his regard on the 4th of the upcoming month of July, Commissioners from the Council of Justice shall then immediately have to commission another Member in his place to carry the Council's orders regarding the land requested in ownership for Captain Breda into execution at once, as the Government will by no means permit the stubbornness of the disputing parties to present any longer an obstacle to the promotion of the Master's service and interest, which have already suffered so long from this altercation. Subsequently, there also having been submitted by the Honorable Commanding Officer 1558. 1559. Report of the ad interim Fiscal de Neijs regarding the complaint of the Burgher Military Council against the Honorable van Linden the report below of the ad interim Fiscal de Neijs, submitted to serve as a reply to the Council's Resolution of the 24th of February of this year, whereby the said ad interim Fiscal was required anew to conduct a careful investigation into the merits of the accusations appearing presented in the complaint of the Burgher Military Council against the Honorable van Lijnden: To the Right Honorable Johannes Isaac Rhenius, Commanding Officer of the Cape of Good Hope and its Dependencies, etc., etc., etc., as well as the Honorable Council of Policy. Right Honorable Sir and Honorable Sirs! It is with the most perfect sentiments of respect that the undersigned, merchant in the service of the Honorable Company and Fiscal pro interim of this Government, Mr. Jacob Pieter Denys, takes the liberty to represent hereby to Your Right Honorable and Honorable Sirs; That it has pleased Your Right Honorable and Honorable Sirs, by a very revered Council resolution of the 29th of June of the past year, to place into the hands of the undersigned a certain complaint directed against the independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lynden, who has departed for Europe, presented with its annexes to Your Right Honorable Sirs by the Burgher Military Council, in order properly to investigate those annexes, to cause the deponents of those declarations who might still be present here in the country to appear before commissioners from the Council of Justice, and to have all these documents, in so far as they have not yet been sworn, properly re-examined and sworn to, as well as properly to investigate
Dutch transcription
1554. 1555. En in dierhalven om bezyden gem: de verpligting teleggen den Burger„ Krygsraad over zyne gehouden han„ delwijze, zyn leedweezen te be„ tuigen dat den Burgerkrijgvraad daar„ in genoegen zal moeten nemen. - aanlyding heeft gegeeven gehadt tot zeer serieuse, alteratiën tusschen hem present geweest zynde en de overige leden des Krygsraads, maar zich bij die geleegenheid ook derwyze onhebbelyk heeft komen te gedraagen, dat den Krygsraad niet dan met het grootste regt op eene behoorlyke satisfactie, geëven- redigd aan de ondergaane beleedi= ging heeft komen te insteeren; Is dierhalven om eenmaal een reedenen verstaan gem: Pruter onder einde aan dees geheele in des= zelfs zamenhang te maaken verstaan, dat vermits alle de tans aanwezende Heeren Leden des Raads bij 't ontslag op den 10 Maij de Anno passato aan meergerepten Prieter, als Capityn der Burgereij, verleend, welexpres= selyk hebben voorbedongen gehadt dat wanneer in der tyd bevonden mogte worden, denzelven coupable te weezen, aan het geen als nu ge= bleeken is ten zynen lasten te leg= gen, hij dan gehouden zoude zyn zich te onderwerpen aan die satisfac= tie, welke men zoude kunnen nood= zaakelyk oordeelen, hem ten op= zichte van den krygsraad te moe= ten imposeeren, hoe zeer noch de Notulen in Raade gehouden, noch ook niet de resolutien Zelve van een zodanig beding eenig spoor of teken opleveren, denzelven Piieter gehouden en verplicht zal zyn, op den 4 der aanstaande maand Iulij, wan= neer den Burgerkrygsraad ordinair vergaderd zal wezen, zich in zyne qualiteit als Capityn derwaarts te be= geeven en indezelve sessie te neemen, ten einde aan de gezamentlijke leden wegens het gebeurde op den voorsz. 23 Februarij 1791 deszelfs leedwezen en te verklaaren te betuigen, dat geen gepromidi= teerd opzet om te beleedigen, maar alleen eene surprise van drift van zyn gehouden gedrag de aanlydende oorzaak is geweest, dat den Burgerkrygsraad van haare zyde in dees betuiging genoege mogerneemen, en de zich zaak 1556. 1557. En nadat zulks zal zyn verrigt, door gem: Commissarissen, voorsz: Fruter wederom zal moeten wer„ den gecommitteerd, om 't Land door den Capt: Breda verzogt te gaan exemineeren en Tauxeeren. — dat gem Breda daarin insgelijks genoegen zal moeten neemen, zon„ der gem: Fruter inde uitvoering van zyne Commissie te turbeeren. - bovengem: Fruter hieraan niet scipten mogte komen te voldoen, als dan een ander Lid in zijn plaats zullen moeten benoemen om Raads beveelen dadelyk ter execu„ tie te leggen. zaak tusschen haar en gemelde Fruter hiermede voor afgedaan werden geconsidereerd, Com= missarissen dan ook op dee= ze verleende satisfactie aan den Burgerkrijgsraad den zo dikwils gemelden Prieter de no= vo zullen moeten deputeeren, om nevens zodanig ander Lid als ingevolge zyne tourbeurte hiertoe hadt moeten vaceeren, in= spectie en taxatie van 't Land te gaan neemen, het welk door den zo meenigmaal gerepten Breda van de E. Compagnie in eigendom is verzocht ge„ worden, welke inspectie en taixxatie evengedachte Breda /:aan de voorsz: voorloopige Condi= tien voldaan zynde :/ dan ook wel expresselyk geinjungeerd ende gelast werd te moeten gedoogen, zonder eenige verdere turbe aan denzelven Fruter in de uitoeffening van de plichten zyns ampts toe te bren= gen, op poene van Raads hoogst mis= noegen te zullen incurreeren, met dien verstande nogtans, dat wanneer hij Puter aan het gedisponeerde ten zij= nen opzichte, op den 4=e der aan- staande maand Iulij niet stip te Envlat Commisparisen wanneer zal voldaan hebben, Commissaris= sen uit den Raade van Justitie als dan directe een ander Lid in deszelfs plaatse zullen moeten committeeren, om 's Raadsbevelen met betrekking tot het land voor den Capitijn Breda in eigendom verzocht dadelijk ter executie te leggen, als willende de Re= geering geenzints gedoogen, dat de hal#tarrigheid der twistende parthijen langer een obstacuel zal opleveren aan de bevorde¬ ring van 's Meesters dienst en intres, die bij dies altercatie al zo lange hebben geleeden ge= hadt. Vervolgens ook door den Heere Gezaghebber overgelegd zijnde gen het 1558. 1559. deneijs nopens 't Klagtschrift des burger Krygsraads tegens den Heere van Linden het onderstaande bericht des adinte= Berigt van den ad interim fiscaal rim Fiscaals de Neijs ingediend, om te strekken ter beantwoording aan 's Raads Resolutie van den 24 Pe= bruarij deezes Iaars, waarbij van den= zelven ad interim Fiscaal de novo is gerequireerd geworden een naauwkeu rig onderzoek te doen naar de gegrond heid der beschuldigingen bij 't klagt schrift des Burgerkrijgsraadt tegens den Heere van Lijnden ge¬ praesenteerd voorkomende Aan den Wel Edele Achtb: Heer Johannes Isaac Rhenius, Gezaghebber van Cabo de goede Hoop en den Ressorte van dien &a. &a &a, benevens den E Achtb. Raad van Politie Wel Edele Achtbaare Heer en E. Achtbaare Heeren! Het is met de allervolmaakste sen= timenten van respect, dat den onder= getekende koopman ten dienste der E. Compagnie en pro interim Fiscaal deezes Gouvernements Mr. Jacob Pieter Denys zich de vrijheid aanmaatigd U Wel Edele Achtb. en E. Achtb. bij deezen te ver¬ toonen; dat het U Wel Edele Achtb. en E. Achtb=r behaagt heeft, bij zeer gevenereerd Raads= beluit van den 29 Iunij a. p. in han= den van den ondergetekende te stellen zeker klachtschrift, gericht tegens den naar Europa vertrokkenen Piscaal in dependent Johan Nicolaas Stee= ven van Lynden door den Burger Krigsraad met dies bijlaagen aan U Wel Edele Achtbaare gepraesenteerd, ten einde die bijlaagen behoorlyk te on¬ derzoeken, de relatanten dier verklaa= ringen, welke zich nog hier te Lan= de mogten bevinden te doen compareeren voor gecommitteerdens uit den Raade van Iustitie, en alle deeze stukken voor zo verre nog niet beëëdigd zyn, behoorlyk te doen recolleeren en be¬ eedigen, teffens ook om behoorlyk on¬ ge= der=
English
to conduct an investigation into certain allegations made therein against some persons, and further to act or proceed in that matter as shall be proper according to the findings and in accordance with the duties of the office whose functions have been entrusted to him; that the humble subscriber thereupon set to work to bring the mentioned annexes into forma probanti with as much speed as could be done through a proper re-examination, in which, however, he could not proceed with as much dispatch as he might have wished, since some declarants and affiants could not be present, now through indisposition, and then again through other causes, except for that of the Burger Johannes Jacobus van Velden, who through his feeble physical constitution had advanced so far that he was already fluctuating in complete agony, through which that document thus also had to remain un-re-examined; which annexes subsequently were also duly delivered by him back to the Political Secretariat, from where he had received the same, but a few days thereafter received the same back with a verbal message from the Secretary of this Honorable Council, Mr. Egbertus Bergh, that the same had to be delivered to the Right Honorable and Respected Lord Commander in a legal manner, just as the undersigned then did not fail to present the same to his Honor. That the petitioner subsequently directed matters so as to convene such inquests and obtain such evidence as he deemed necessary in order to bring the former commander of the hooker ship de Sterrenschans, Jan Valkenburg, to justice and to proceed against him concerning the alienating and selling of cordage to a French captain named G. M. Deipin, about which he is accused in the aforementioned letter of complaint from the Burgher Court Martial, but that the mentioned Valkenburg, not wishing to await the end of that trial, applied by petition to the Honorable Court of Justice of this Government containing a request that this affair might be declared civil and settleable; which petition subsequently being placed in the hands of the undersigned, he also made no difficulty, for reasons that he had the honor to supply to the mentioned Honorable Council, in condescending to the request of the mentioned Valkenburg, which resulted in those affairs being smoothed over before the Commissioners and settled with a fine of 2000 rixdollars, and which was afterward confirmed by a judicial decree, and of which the humble subscriber in due time took the liberty to give the required notification to the Right Honorable and Respected in a respectful representation of 29 December. That the petitioner found the remaining complaints occurring in that document to be of such a nature as were either settled and discharged by judicial directions, or so obscure and confused, as well as minor and signifying nothing, that they did not merit being investigated, and still less to trouble and disquiet His most precious attention and manifold serious occupations and labors therewith, and with which the undersigned understood himself to have fully complied with the aforementioned very venerable Council Resolution of 29 June last year. That it pleased the Right Honorable and Respected on 24 January last, of which the very respected resolution was handed to the undersigned on 12 March following, to order him de novo and further to report to this Council, with the greatest and utmost possible speed, upon the complaints occurring both in the representation of the Court Martial itself and in the relevant documents relating thereto, accurately and with the addition of such considerations as he ex officio is capable of making and supplying, as to what the true substance of the brought forward complaints may be, and to what extent the accusations, made both against the Lord van Lynden and against diverse persons, are grounded in truth, or not. The petitioner would not have failed to set to work on that venerable resolution immediately, had he not been obstructed and hindered therein by a multitude of criminal proceedings which he was obliged to institute against a series of evildoers and vagabonds who for a long time have disturbed the Town and its inhabitants, and for that have also received their condign punishment a few days ago, through which he is now also enabled to comply with the very venerable order of the Right Honorable and Respected as much as his abilities and the extent of affairs permit him. The petitioner will, without entering beforehand into any detail or investigation as to whether the Burgher Court Martial here has the right to bring such a letter of complaint before the eyes of the Right Honorable and Respected, or not, but rather leaving that to the judgment of the Right Honorable, all the more since it appeared to the undersigned according to his minor understanding that by the acceptance of that document the Right Honorable made no difficulty in regarding and considering the same as legal, have the honor to inform the Right Honorable that the principal grievances and accusations
Dutch transcription
1560. 1561. derzoek te doen, naa eenige daarin voorko= mende beschuldigingen tegens zommige Perzoonen, en daarin voorts zodanig te handelen, of te procedeeren, als na bevinding en volgens de plichten van het Ampt, waarvan hem de functiën zijn opgedraagen, zal behooren; dat den nederige tekenaar daarop handen aan 't werk heeft geslaagen om gem: bijlaagen met zo veel spoed door een behoorlyk Recollement in forma probanti te brengen, als heeft. kunnen geschieden, waarin hij noch= tans met zoveel voortvaarendheid niet te werk heeft kunnen gaan, als hij wel gewenscht hadt, dewyl zommige declaranten en relatanten dan door indispositie, dan wederom door ande= re oorzaaken niet praesent konden wee= zen, except die van den Burger Johan„ nes Jacobus van Velden, die door zyne debile lichaams Constitutie zo verre gevorderd was, dat hij bereeds in een Compleete agonie flucueerde, waardoor dat muniment dan ook ongerecolleerd heeft moeten bleiven, welke bijlaagen vervolgens door hem dan ook wederom behoor¬ lyk zyn bezorgd geworden ter secretarije van Politie, van waar hij diezelve ontvan= gen hadt, doch eenige dagen daarnaa diezelve terug ontvangen heeft met eene mondelinge bootschap van den Secreta= ris van deezen Achtb. Raade de Heer Egbertus Bergh, dat dezelve op eene legale wyze aan den Wel Edelen Achtb. Heere Gezaghebber moesten worden geintra= gueerd, gelyk den ondergetekende dan ook niet gemankeerd heeft, om de zelve aan zyn Wel Edele Achtb. aan te praesenteeren. Dat den rat: off: vertoonder het ver= volgens daarheen geeft gedirigeerd, om zodanige Enquesten te beleggen en be„ weizen in te winnen, dien hij noodzaake= lyk oordeelde, om den geweezen gezag= hebber van het Hoekerschip de Sterren= schans Jan Valkenburg in 't regten te betrekken en tegens dezelve te proce= deeren, over het veraliëneeren en verkoo= pen van Touwwerken aan eenen fran= schen Capitijn, genaamd G. M. Deipin, waarover hij ingemelde klachtschrift ver= van 1562. 1563 van den Burgerkrygsraad wordt geaccu¬ seerd, doch dat gem. Valkenburg het einde van dat proces niet hebbende willen af- wachten zich bij requeste heeft vervoegd aan den Achtb. Raade van Iustitie dee zes Gouvernements contineerende ver= zoek, dat deeze affaire Civiel en compo= sibel mogt worden verklaard; welk suppliek vervolgens gesteld zynde in handen van den ondergetekende, hij ook geene difficulteit heeft gemaakt om reedenen, die hij de eere heeft gehadt gem. Achtb. Raade te suppedi¬ teeren, te condescendeeren in 't verzoek van gem. Valkenburg, het welk van dat gevolg is geweest, dat die affaires voor Heeren Gecommitteerdens is ge= applaneerd, en afgedaan geworden met eene boete van 2000 rd=s en het welk naderhand door een regterlyk decreet is geconfirmeerd geworden, en waarvan de nederige tekenaar op zyn tyd de vrijheid heeft genomen UWel Edele en E. E. Achtb. . bij eerbie dig vertoog van den 29 sten Xber: de vereischte notitie te geeven. Dat de Rat: Off: vertoonder de ove„ rige klachten, bij dat schriftuur voorko= mende, heeft bevonden te zyn van die natuur of door regterlijke directen af= gedaan en vereffend, of zo duister en verward, mitsgaders gering en niets te beduiden hebbende, dat dezelve niet meriteerden onderzocht te worden, en nog minder Hoogst deszelfs pretieuse attentie en meenigvuldige serieuse occupatien en besoignes daarmede vermoeijlijken, en te ontstichten, en waarmede de ondergetekende van begrip is geweest volkomen aan bovengemelde zeer gevenereerd Raads besluit van den 29 Iunij a. p. voldaan te hebben - Dat het U Wel Edele Achtb. en E E: Achtb. op den 24 Januarij jongstleeden heeft behaagd, en waarvan het zeer geëerbiedigd besluit den ondergete= kende op den 12en. Maart daaraan= volgende is ter hand gesteld geworden, hem de novo en nader te gelasten, om met den meesten en mogelijke spoed de klagten, zo bij het vertoog Dat van 1564. 1565. van den krygsraad zelve, als bij de daartoe relatieve stukken voorkomen de naauwkeurig en onder bijvoeging van zodanige consideratiën, als hij amptshalve vermag te maaken en te suppediteeren, deezen Raade te berichten, wat van de voortgebragte klagten weezentlyk zij, en in hoe verre de beschuldigingen, zo tegens den Heere van Lynden, als diverse per= zoonen gedaan, op waarheid zyn ge¬ grond, dan niet. De Rat: off: vertoonder zoude niet gemankeerd hebben al aan= stonds handen aan 't werk te slaan aan dat gevenereerd besluit, bij al= dien hij daarin niet was gestremd en verhinderd geworden, door eene meenigte Crimineele prodedures, die hij verplicht is geworden te moeten entameeren tegens een reeks van boosdoenders en vagebonden, die 't zedert lange tyd 't Vlek en der= zelver inwoonders hebben ontrust, en daarvoor ook 't zedert wijnige dagen hunne condigne straffe hebben erlangd, en waardoor hij tans dan ook in staat gesteld wordt om aan U Wel Edele Achtb. en E. Achtb. zeer ge= venereerde ordre, zo veel als zyne ver¬ mogens en de uitgestrektheid van zaaken hem permitteeren, te kun„ nen voldoen De Rat: Off. vertoonder zal, zon- der preälable in eenig detail of onder= zoek te treeden, of Burgerkrygsraad alhier het regt heeft, om zodanig klagtschrift onder het oog van U= Wel Edele Achtb. en EE Achtb: te brengen, of niet, maar zulks veel liever ter beoordeeling van U Wel Achtb. overlaaten, te meer daar het den ondergetekende vol= gens zyn gering begrip is te voor ren gekomen, dat door de accep= tatie van dat schriftuur U Wel Edele Achtb. geen difficulteit heb= ben gemaakt, het zelve al legaal aan te merken, en te consideree= ren, de eere hebbe U Wel Edele Achtb te informeeren, dat de princi= paalste doleantiën, en beschuldi= heb= gin=
English
1566. 1567. matters which appear both therein and in the documents attached thereto, and which merit the most reflection, revolve around four settlements between the Independent Fiscal van Linden, who has departed for Europe, and Captain Lieutenant in the service of the Honorable Company Arnoldus Rogge, as well as the burgher Jan Smit of Dilburg, who had been confined to Robben Island, the burgher Godfried Fredrik Koch, and the farmer Hermanus Pietersen. Now, concerning the first, the petitioner in his official capacity testifies to having encountered so much obscurity regarding it that he finds himself utterly unable to shed any light on that affair or to furnish Your Honors with the necessary clarification, the more so because neither Captain Lieutenant Rogge nor Mr. van Lynden is present. The undersigned has caused all the criminal court rolls from the period during which Mr. van Lynden was Independent Fiscal to be opened and examined to see whether they made any mention of this affair or could provide him with any light, but he found nothing of that nature therein, wherefore he was obliged to confer two or three times on the matter with the former Deputy Fiscal Gabriel Exter, who handled and settled this matter for Mr. van Lynden, and to demand from him a report or declaration as to how that settlement was concluded, which papers the undersigned has the honor to present herewith to Your Honors; this being all that he was able to do in this matter, the more so as the declaration of Junior Merchant Exter describes the matter as having occurred in that settlement in accordance with the instruction of the Independent Fiscal van Linden. 1568. 1569. Now, concerning the three other settlements, of which the first amounts to a sum of eighteen thousand guilders, the second two thousand five hundred rix-dollars, and the third one thousand five hundred similar rix-dollars, regarding these the humble undersigned deems it sufficient respectfully to offer to Your Honors some extracts from the criminal court rolls, from which Your Honors will be able to see, if you please, that the settlements were concluded before commissioners, to the satisfaction of both parties, and received their full legal effect through a judicial decree, so that there is nothing to be said or criticized against them. For this reason, with all due respect for better judgment, it appears extremely strange to the petitioner in his official capacity that the Burgher War Council occupies itself with complaints about matters that have been settled, the more so as the suffering parties have never been able to complain about that settlement, since it was stamped and concluded with their full approval. The petitioner in his official capacity, having subsequently reviewed with all possible attention and exactitude the voluminous report given in the matter of the late burgher Godfried Fredrik Koch by the currently admitted attorney S. A. van der Poel and the burgher Jan Smit Jurriaansz, must regarding this openly declare Davus sum, non Oedipus, for however much he has tormented and exhausted himself to summarize it and examine the complaints to be found therein, it has been to no effect whatsoever, 1570. 1571. because that document is so confused and fragmented, and the complaints appearing therein, especially against the former Deputy Fiscal Exter, who was most employed in that whole affair by Mr. van Lynden, as well as the court messenger Zierevogel, Under-Sheriff Matthyssen, and the Chief Provost Kuster, are so faint and of such poor quality that it is impossible for him, and without the slightest right—subject to respectful correction nonetheless—to institute any action against the cited persons, and no other evidence is available, and the same is also true of the other complaints contained in that document, which, when examined closely and precisely, have no substance at all. And assuming that everything treated in the memorial or remonstrance of the Burgher War Council were indeed true, then it is very surprising that those who believe themselves to have been mistreated and deprived of their lawful rights by the Independent Fiscal van Lynden did not personally apply regarding this to Your Honors, who have been appointed by God and the High and Mighty Lords and Masters to keep and restrain everyone, whoever he may be, in his duty if he acts against it, and to ensure that no oppression is done to the good inhabitants. Meanwhile, the undersigned finally takes the liberty most respectfully to submit to Your Honors for consideration whether it is not advisable that the Postholder Stofberg be instructed on behalf of Your Honors to refrain henceforth from prohibiting or preventing any strangers from going to market with their money wherever they choose, as this tends to the no small prejudice of the inhabitants, since he thereby has the opportunity to dispose of his own goods while another is left stuck with his. The petitioner in his official capacity believes that he has hereby fully satisfied his duty.
Dutch transcription
1566. 1567. gingen, die zo in dezelve, als de daarbij geadjouteerde stukken voorkomen, en de meeste reflectie meriteeren, rouleeren over vier Compositien, tusschen den naar Europa zich begeeven hebbende Independent Fiscaal van Linden, en den Capitin Luitenant ten dien ste der E. Compagnie Arnoldus Rog= ge, mitsgaders de ten Robben Eiland geconfineerd geweest zynde Burger Jan Smit van Dilburg, de Burger Godfried Fredrik Koch; en den Land= bouwer Hermanus Pietersen Wat nu de eerste betreft, daarom= trent betuigt R. O. vertoonder zo veel duisterheid ontmoet te hebben, dat hij ten eenenmaale zich bui= ten staat bevindt eenig licht over die affaire te kunnen verspryden, of U Wel Edele Achtbaares het noodige eclaet rissement te suppediteeren, te meer daar zowel de Capityn Luitenant Rogge, als de Heer van Lynden niet tegenwoordig zynde, de ondergete= kende heeft alle de Crimineele rechts= rollen, geduurende dat den Heere van Lynden Independent Piscaal ge„ weest is, laaten opslaan en nagaan, of die van deeze affaire ook eenige mentie maakten; of hem eenig licht konden geeven, doch hij heeft niets van die natuur in dezelve ge= vonden, waardoor hij verplicht is geworden den geweezen adjunct Pis= caal Gabriel Exter, die deeze zaak voor den Heere van Lynden heeft getracteerd, en afgehaspeld, twee à drie maalen over dezelve te onderhouden, en van hen af= te vorderen een Relaas of Decla¬ ratoir, op hoedanige wyze die Com= positie zyn beslag heeft verkree= gen, en welke papieren den on= dergetekende de eere heeft U. Wel Edele Achtb. nevens deeze aan te bie= den; zynde dit alles wat hij in deeze zaak heeft kunnen doen, te meer daar het Declarator van den On= derkoopman Exter de zaak zodanig opgeeft, als op die Compositie ge¬ schied is, volgens de instructie van den Independent Fiscaal van Con 1568. 1569. Concerneerende nu de drie overige Compositien, waar= van de eerste eene somma bedraagt van Achttien dui= zend guldens, de tweede vyf en twintig honderd Rijks= daalders, en de derde Een duizend vyf honderd ge= lyke Rijksdaalders, daar= omtrent oordeeld de nederi= ge tekenaar te kunnen volstaan met U Wel Edele en E. E. Achtbaares eerbiedig aan te bieden eenige Extracten uit de Crimineele regtsrolle, waar„ uit U Wel Edele Achtbaares des gelievende zullen kun¬ nen zien, dat de Compo= sitiën zyn geschied voor gecommitteerdens, ten genoege van beide de parhijen, en hun volle beslag hebben ontvangen door een regter= lyk decreect, zo dat op dezel= ve niets te zeggen, noch te capteeren valt, waarom het dan ook de Rat: Off: vertoonder, behoudens eerbied voor beter gevoelen, ten uitter= sten vreemd voorkomt, dat de Bur= gerkrijgsraad zich ophoudt met klag= ten over zaaken, die afgedaan zyn, te meer daar de leidende parthijen zich nooit over die afdoening heb= ben kunnen beklaagen, dewijl dezelve met hunne volkomene goedkeuring bestempelt en afgedaan zijn. De Rat: Off: vertoonder vervolgens met mogelyke attentie en exactitude ge= resumeerd hebbende het volumineuse Relaas, gegeeven in de zaak van den aflyvigen Burger Godfried Fredrik Koch, door den tans geadmitteerden Procureur S: A: van der Poel, en den Burger Ian Smit Iurriaanz. moet daaromtrent vol= mondig betuigen Davis sum non bedi= pus, want hoe zeer hij zich ook heeft gepijnigt en afgeslooft, om hetzelve te resumeeren, en de daarbij te vin= dene klagten na te gaan, zoo is hetzelve van geen het minste effect Cap: ge= 1570. 1571. geweest, dewyl dat schriftuur zo ver= ward en afgebroken is, mitsgaders de daarin voorkomende klagten inzonder= heid tegens den geweezen adjunct Fiscaal Exter, die in die geheele affaire door den Heere van Lynden het meest geëmploij= eerd is geworden, mitsgaders de Ge= regtsboode Zierevogel, den Onderschout Matthyssen, en eerste 's Heeren ge= weldiger Kuster, zo flaauw en van zo een slecht alooi zyn, dat hij onmoge¬ lyk en met geen het minste regt onder eerbiedige Correctie nochtans eenige actie kan institueeren tegens geciteerde perzoonen, en andere beweizen zyn 'er nogtans niet voorhanden, en even zo is het ook gelee¬ gen met de overige klagten bij dat schrif= tuur vervat; die exact en nabij beschout zynde niets om 't Lyf hebben, en gesup= poneerd, dat al 't geen bij de memorie of vertoog van den Burgerkrygsraad verhandeld word, al eens conform de waar= heid is, dan is het zeer te verwonderen, dat die geenen, die vermeenen door den Heer Independent Fiscaal van Lynden ge= maltraiteerd en in hun goed recht te kort zyn gedaan zich in perzoon zelfs daarover niet hebben vervoegt bij U Wel Edele Acht= baares, als van Godt en de Hooggebiedende Heeren Meesteren gesteld, om een ieder, hij mag ook weezen wie hij wil, in zyne plicht, by aldien hij tegens dezelve handeld, te houden en te beteugelen, en de goede ingezeteenen geen overlast aangedaan word; terwijl de ondergetekende laatstelijk nog de vrijheid neemt U Wel Edele en EE Achtb=s met den mee= sten eerbied in bedenking te geeven, of 't niet raadzaam is, dat den Posthou= der stofberg van wegens U Wel Edele Achtbaares aangeschreeven wordt, zich te wachten, om voortaan geene vreemdelingen te verbieden of be= letten, om met hun geld te markt te mogen gaan, waar zij verkie= zen, als strekkende tot geene geringe projuditie van de Ingezetenen, terwyl hij daardoor geleegenheid heeft, om zyne waaren van Meester te kunnen doen veranderen en een ander met de zine moet blijven zitten. — De Rat: Off: vertoonder vermeent hiermede volkomen voldaan te hebben zyn aan
English
1572. 1573. What was thereby made known by the Lord Officer-in-Charge to the Council, in accordance with Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships' very revered order and intention, and further trusts that Your Right Honorable Worships will not attribute to any carelessness or negligence that this matter has dragged on for so long, which has partly been caused by the misunderstanding under which he labored with regard to the meaning of Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships' Resolution of the 29th of June last, and partly by the manifold and arduous occupations with which, notwithstanding the daily and ordinary duties, he has had to keep himself busy in the Criminal work, and lastly lets this serve as a respectful report. - below was written: Quo facto /:was signed J. P. Deneys /: in the margin was written Cape of Good Hope, the 29th of May 1792. And the aforementioned Lord Officer-in-Charge having also been pleased, after the reading thereof and before bringing the document into deliberation, to make known that while the aforementioned document was still in circular reading among the respective Lords Members of the Council, some members of the said Burgher Court Martial had come to his Honor, who, while declaring that they had obtained information of the contents from a good source, had requested to have a copy thereof, in order to be able to be informed for certain whether indeed, as the rumor went and as they had been assured, the aforementioned Deneys had presented the said Court Martial in a bad light to the public in order to palliate the matters in favor of the Lord van Lijnden, in order that, finding it to be so, they might 1574. 1575. lodge their grievances and complaints against the often mentioned Denijs with this Council, as he, Denijs, according to their declaration, had not only composed the aforementioned document of complaint against the Lord van Lijnden, but had even incited them to take the step to submit that document — it was taken into consideration by this Government what grave consequences it would inevitably have for the frequently mentioned Deneys if upon investigation of matters it was found that he was indeed the author of a document which, when confronted with this report of his regarding the subjects treated therein, not only cannot possibly be reconciled with it, but even runs directly contrary to it; it was judged by a majority of votes that no dispositions can or may be taken in this matter by the Council, but that the decision thereof may be submitted to the judgment of the Right Honorable Lords Commissioners-General. Wherefore it was also resolved that the Lord Officer-in-Charge shall, after the closing of the meeting, make the necessary disclosure thereof to their High Honors, and at the same time shall respectfully solicit their High Honors on behalf of this Government to be honored with their High Honors' orders as to how to act in this matter. Meanwhile, on a certain Report submitted by the same ad interim Fiscal Denijs as an accompaniment to the below-mentioned Inventories and Lists of such goods and monies as were left behind here by the repatriated Lords Governor van de Graaff and Fiscal van Lijnden, the following was submitted: 1576. 1577. To the Right Honorable Esteemed Lord Johannes Isaac Rhenius Officer-in-Charge of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Honorable Esteemed Council of Policy Right Honorable Esteemed Lord, and Honorable Esteemed Lords! The undersigned merchant in the service of the Honorable Company and Fiscal pro interim of this Government, Mr. Jacob Pieter Denijs, has the honor, in accordance with Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships' most respected order, to offer herewith with the greatest reverence: An Inventory of such goods and effects as were left behind by the repatriated Governor, the Right Honorable and High-ranking Lord, Cornelis Jacob van de Graaff, upon His Honor's departure, in the custody of his agents, the Junior Merchant Willem Stephanus van Rijneveld and the Adjunct Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter. To which the undersigned also adds: A List of such monies as have been attached under the Merchant in the service of the Honorable Company, Constant van Nult Onkruijdt, to the amount of Rds 26666 32:— as well as the late Vendue Master of this Town, Mr. Cornelis van Aerssen, amounting to Rds 6869 18:—, and belonging to the Independent Fiscal, the Lord Johan Nicolaas Steven van Lijnden, who has departed for the Netherlands; there being attached to the Inventory a List by the above-mentioned
Dutch transcription
1572. 1573. Wat daarbij door den Heere Gezag heb„ ber den Raade is te kennen gegeeven aan U Wel Edele en E. E. Achtb: Zeer gevenereerde ordre en intentie, en vertrouw voorts, dat U Wel Edeles Achtbaares aan geene onagtzaamheid of negli= gentie zullen weiten, dat deeze affaire zolange getraineerd heeft, het geen eens¬ deels is gecausseerd geworden door het verkeerd begrip, waarin hij ten op= zichte van de meening UWer Wel Edele en E. E. Achtb. Resolutie van den 29sten. Iunij I. L. geverseerd heeft, en anderen deels door de mee= nigvuldige en zorglyke occupatiën, waarmede hij ongeacht de dagelijk= sche en gewoone verrichtingen zich in het Crimineele werk heeft moeten bezig houden, en laat dee= zen laatstelyk dienen tot eerbiedig bericht. - /:onder stond:/ Quo facto /:was getekend I. P. Deneys /: in mar= gine stond Cabo de goede Hoop den 29 Meij 1792. En welopgemelde Heere Gezaghebber naa dies lecture, alvoorens het stuk in deliberatie te brengen, daarbij teffens hebbende gelieven te kennen te geeven, dat terwijl het voorsz: schriftuur noch bij de respective Heeren Leden des Raads in rond leezing kwam te zijn zich bij zijn Edele hadden vervoegd ee¬ nige leden van denzelven Bur= gerkrijgsraad, dewelke onder be= tuiging, dat zij van den inhoude van goeder hand informatie had= den bekomen, hadden verzocht daarvan Copie te mogen hebben, ten einde in 't zekere te kunnen werden onderricht, of werklijk, gelijk de spraake ging en men hun verzekerd hadt, voorsr. Deneij„ denzelven krijgsraad in 't oog zoude gesteld hebben voor de haa¬ ken in faveure van den Heere van Lijnden te pallieeren, ten einde zulks alzo bevindende hunne doleantiën en klagten En te vl 1574. 1575. geering gevallen. — Waarvan hoogst dezelve door den Heere Gezaghebber bij 't eindigen der Vergadering ouverture zal werden gedaan, en eerbiedig ver„ zogt, hoedanig in deesen zal moe„ ten werden gehandelt. — on besleit, om deez zaak te supmitteer„ ren aan 't oordeel van H. H. C. C. G. G. Voorsz: ad interim fiscaal Deneijs nog ingedient hebbende het vol„ gend Rapport. tegens meerm: Denijs bij deezen Raad„ te kunnen inbrengen, als hebbende hij Denijs volgens hunne declaratie het voorsz. klagtschrift, tegens den Heer van Lijnden niet alleen gecomposeerd maar hun zelfs ook tot den stap, om dat schriftuur in te leveren aangezet gehadt — zo is in aanmer= Aanmerking daarop by deese re„king genomen de grave gevolgen, wel„ ke het onvermijdelijk voor dik¬ wils gem: Deneijs zoude moeten hebben, wanneer bij onderzoek van zaaken bevonden wierdt, dat hij werkelijk de steller is geweest van een schriftuur, het welk tegens dit zijn bericht geconfronteerd nopens de daarbij verhandeld werdende onderwerpen niet alleen, daarme= de met geen mogelijkheid overleen te brengen is, maar 'er zelfs lijnregt tegens aankomt te loopen, met meer= derheid van stemmen geoordeeld in dees zaak bij den Raade geene dispositien te kunnen ofte mogen werden genomen, maar de decisie Ondertusschen is op zeker Rap= port door denzelven ad interim Fiscaal Denijs ten gelijde der hier¬ onder vermelde Inventarissen en Notitiën van zodanige goe= deren en penningen, als door de gerepatrieerde Heeren Gou= verneur van de Graff en Piscaal van Lijnden alhier zijn agter gelaaten in de volgende bewoor¬ daarvan te mogen werden gesupmit¬ teerd aan 't oordeel der Hoog Edele Hee= ren Commissarissen Generaal Weshalven dan ook beslooten is, dat den Heere Gezaghebber daarvan naa het Schijden der vergadering aan Hun Hoogedelheedens de noodige ou¬ verture zal doen en Hoogst dezelve naamens deeze Regeeringe tef= fens eerbiedig solliciteeren zal met haar Hoogedelheedens bevelen te mogen werden gehoncreerd, hoeda¬ nig in deezen zal moeten werden gehandeld daar= din= ƒ 1576. 1577: dingen ingediend Aan den Wel Ed. Achtb. Heere Johannes Isaac Rhenius Gezaghebber van Cabo de goe¬ de Hoop en den ressorte van dien &a &a. &a. be= nevens den E. Achtb. Raad van Politie Wel Edele Achtbaare Heer, en E. Achtbaare Heeren! De ondergetekende koopman ten dienste der E. Compagnie en pro interim Piscaal deezes Gouvernements, M=r Jacob Piter Denijs, heeft de eere U Wel Edele Achtb: en E. E Achtbs: ingevolge Hoogstderzelver zier gerespecteer= de ordre met de meeste reverentie bij deezen aan te bieden:— Een Inventaris van zodanige goederen en effecten, als door den gerepatrieerd en Gouverneur den WelEdele Gestr. Heere, Cornelis Jacob van de Graaff, bij Hoogst deszelfs vertrek zijn gelaaten onder berusting Van des zelfs gemachtigdens, den Onderkoopman, Willem Stephanus van Rijneveld en den adjunct Piscaal, Mr. Johannes Andreas Pruter. waarbij den ondergetekende ook nog voegt Eene Notitie van zodanige pen= ningen, als onder den Koopman ten dienste der E: Compagnie, Con¬ stant van Nult Onkruijdt, ten bedrage van Rd=s 26666„32:— mitsgaders wijlen den Vendumee= ster deezer Steede; Mr. Cornelis van Aerssen groot Rd=s 6869„18:— gearresteerd zijn geworden, en toebehooren aan den zich na Nederland begeeven hebbende Fiscaal independent de Heer Johan Nicolaas Steven van Lijnden, zijnde bij den Inventa¬ ris eene Notitie door bovengem: Wel= ge=
English
1578. 1579. to have filed at the secretariat. And whereas the aforementioned ad interim Fiscal Deneijs has furthermore come forward to present the adjacent remonstrance. the authorized agents of Rijneveld and Fruter have also been made acquainted with such debts as still have to be paid here by the cited Gentlemen Governor and Fiscal. Wherewith the undersigned trusts to have complied with the most revered order of Your Right Honourable and Worshipful, and lets this, to that end, serve as a report. Below stood: Cape of Good Hope, the 14th of June 1792. Was signed: J. P. Deneijs. it was deemed good to have the same notes and inventories filed at the secretariat, in order to make such use thereof in due time as circumstances shall come to require. It was resolved to file the same at the secretariat And after the aforementioned ad interim Fiscal has furthermore come to submit the undermentioned remonstrance concerning the prohibition on the importation of Eastern slaves. The undersigned, Merchant in the service of the Honourable Company and pro interim Fiscal of this Government, Mr. Jacob Pieter Deneijs, has the honour hereby to present with the greatest respect to Your Right Honourable and Worshipful: That the rational officer, the presenter, upon the arrival of the ships from the Indies, pursuant to the latest interdiction issued under date of the 3rd of February of the current year concerning the importation of Eastern slaves, sees to it as much as possible Right Honourable Worshipful Sir and Worshipful Sirs! To the Right Honourable Worshipful Sir, Johannes Isaac Rhenius, Governor of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Worshipful Council of Policy. that 1580. 1581. thereupon the decision noted beside was taken. that the same is complied with promptly and without the least connivance, regarding which from time to time some difficulties arise, at one time because the place of birth of some Eastern slaves who are imported is left blank in the transport deeds, and then again because not the least mention thereof is made therein, whereby the undersigned is exposed to having to content himself with the declaration that the importers of such slaves see fit to make thereof, and which is always confirmed by them as having been prepared beforehand for that purpose. And since in the abovementioned interdiction mention is solely made of Eastern slaves, by which hitherto here has solely been understood Buginese and Macassars, without any further and express specification being made therein, the rational officer, the presenter, takes the liberty respectfully to implore Your Right Honourable and Worshipful that it may please Your Right Honourable to furnish him with their most revered order as to whom one shall or shall not have to understand and count among Eastern slaves, in order that he may thereby be enabled to comply with the intention and meaning of Your Right Honourable and Worshipful in that regard, as is proper. Below stood: Which doing, etc. Was signed: J. P. Deneijs. Thus, in order to remedy the uncertainty in which the Council finds itself as to what actually the strict meaning and intention of Their High Mightinesses, the Gentlemen of the High Indian Government, may be when they make use of the general expression of Eastern slaves in the prohibition regarding the importation of slaves coming from the Indies, made the 1582. 1583. The Landdrost and Council of War of Stellenbosch and Drakenstein having presented a request, containing the respective burger companies it is approved and consequently resolved that, provisionally, under that same denomination shall have to be included all slaves, without any exception, of whatever caste they might be, who originate from the Great East, concerning all of whom, in so far as it shall not be found that the special consent of the aforementioned Gentlemen of the High Indian Government has been obtained for their conveyance hither, action shall immediately have to be taken by him, the ad interim Fiscal, or his successors in time, in conformity with the contents of the Placaat which was issued on the 3rd of February last on behalf of this Council; while those in respect of whom any doubts might arise shall have to be attached and reported to this Government, in order to be sent back at the first occurring opportunity to such places from where it shall be found they were exported; it being understood, however, that in order to proceed with more certainty in this matter in the future regarding the meaning of Their High Mightinesses, they shall be respectfully requested at the first opportunity to obtain such elucidations as may serve this Government as a fixed cynosure. Meanwhile, having disposed of the undermentioned Request of Councils of War. the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein, containing a request, for reasons stated therein, to be allowed to have permanent surgeons attached to the various Companies of the Country Militia of those districts on the same footing as is the case here at the Cape. To the Right Honourable Worshipful 95 shall Sir
Dutch transcription
1578. 1579. tarij te doen seponeeren. — En vermits meerm: ad interim fiscaal Deneijs alverder is ko„ men te praesenteeren het nee„ venstaande vertoog. — gemachtigdens van Rijneveld en Fruter ook bekend gesteld geworden zodanige schulden als door geciteer¬ de Heeren Gouverneur en Fiscaal alhier nog moeten voldaan werden. Warmede de ondergetekende ver= trouwt aan U Wel Edeles en E. E. Achtb=s heer gevenereerde ordre vol= daan te hebben, en laat deeze ten dien einde, dienen tot rapport /:onder stondt:/ Cabo de goede Hoop den 14 Junij 1792 /:was getekend:/ J. P. Deneije goedgedagt dezelve Notitiën en Is beslooten het zelve ter secre„ Inventarissen ter secretarije te doen seponeeren, om 'er in der tijd zodanig gebruijk van te kunnen maaken, als de omstandighee= den zullen komen te requireeren En nadien voorm. ad interim Fiscaal wyders nog heeft komen in te dienen het onderstaand ver„ toog, concerneerende het verbod op den invoer van Oostersche slaaven De ondergetekende Koopman ten dienste der E. Compte. en pro in= terim Fiscaal deezes Gouvernements Mr. Jacob Pieter Deneijs heeft de eere UWel Edele Achtb: en E. Acht= baares bij deezen met de meeste eerbied te vertoonen; 6 Dat de Rat. Off. vertoonder bij het arrivement der scheepen uit Indie, ingevolge de laatst ge= daane interdictie sub dato 3 de. Februarij a„ C„ concerneerende den invoer van Oostersche Slaaven, zo veel als mogelijk is, doed rigileeren, Wel Edele Achtbaare Heer, en E: Achtbaare Heeren! Aan den Wel Edele Achtb. Heer, Johannes Isaac Rhenius, Gezaghebber van Cabo de goede Hoop en den Ressorte van dien &a &a: &a: benevens den E. Achtb. Raad van Poli= Aan dat tie. 1580. 1581. s daarop het bezyden gem: besluit genomen. — dat aan dezelve prompt, en zonder eenige de minste oogluiking voldaan wordt, waaromtrent zich nu en dan eenige difficulteiten op doen, dan eens, dat de geboorte plaatze van zommige ooste sche slaaven, die ingevoerd worden, in de Transporten openstaan, dan we= derom dat indezelve geen de min¬ ste mentie daar van werdt gemaakt, waardoor den ondergetekende bloot gesteld wordt zich te moeten con¬ senteeren met de opgave, die de invoerders van zodanige slaaven goed vinden daarvan te, en het welk altoos door dezelve, als daar¬ toe van te vooren geprepareerd, ge¬ confirmeerd wordt- En dewijl in bovengemelde in¬ terdictie eeniglijk maar gewag word gemaakt van Oostersche slaaven waardoor men alhier tot nog toe eeniglijk maar heeft verstaan Boegineezen en Maccassaaren, zonder dat bij dezelve een nadere en expresse bepaaling wordt ge= gemaakt, zo vervrymoedigd zich de Rat. Off. vertoonder UWel Edele Achtb. en E. Achtbrs reverentelijk te imploreeren, dat het U Wel Edele Achtb: behaagen moge hem met Hoogst= derzelver heer gevenereerde ordre te munieeren, wie men al of niet onder Oostersche slaaven zal het= ben te verstaan en te rekenen, op dat hij daardoor in staat mag worden gesteld, om U Wel Edeles Achtb=s intentie en meening daar= omtrent te kunnen voldoen, zo als het behoord. /:onder stond:/ t Welk doende &a. /:was getekend:) S. P. Deneys zoo is om in de onzekerheid, waar„ in den Raade zich bevindt, wat eigentlyk de stijkte meening en intentie van Haare Hoogedelens de Heeren der Hooge indiasche Pre„ geering kan zyn, wanneer dezelve zich bij de prohibitie nopens den invoer van slaaven, uit Indien komen¬ maakt de 1582. 1583. Landdrost en Krijgsraaden van Stellenbosch en drakenstein geprae„ senteerd hebbende een request, hou„ de resp: burger Compagnien — de bedient van de generaale ex= pressie van Oostersche slaaven goedgevonden en dienvolgens be= slooten, dat bij provisie onder diezel ve benaaming zullen moeten werden begreepen alle slaaven, zonder eenig uitzondering, van welke Caste dezelve zouden mogen wezen, die uit de groote Oost afkomstig zyn, omtrent alle dewelke voor zo verre niet zal be= vonden werden, dat tot derzelver over„ voer naar herwaarts het speciaal Consent van wel opgedachte Heeren der Hooge indiasche Regeering zal wezen geöbtineerd, dadelijk door hem ad interim fiscaal ofte zijne suc= cesseuren in der tyd zal moeten werden gehandeld conform den inhoude van 't Placaat, het welk„ onder den 3 Februarij jongstleden van wegens deezen Raade is ge¬ emaneerd geworden, terwyl de zulke, ten wiens opzichte eenige twyffelin= gen mogten ontslaan, aangehaald en aan deeze Regeeringe opgegeeven zullen moeten werden, om bij eerst= voorkomende gelegenheid terugge= zonden te kunnen werden naar zodanige plaatzen, als van waar bevonden zullen werden uitgevoerd te wezen: Zullende echter, om in 't vervolg in deezen meer zeker te kunnen gaan omtrent de meenin= ge van Haar Hoogedelheedens, Wel= dezelve bij eerstvoorkomende eerbie= dig werden verzocht, zodanige eluci= datiën te mogen erlangen, als voor dit Gouvernement ter vaste cino= sure zal kunnen verstrekken. Midderwyl gedisponeerd zynde op den onderstaande Requeste van CKrygsraaden. — Landdrost en Heemraaden van Stel= dende verzoek om Chirurgijns bij lenbosch en Drakenstein, houdende verzoek, om ter zaake daarbij op= gegeevene reedenen bij de onder¬ schijdene Compagniën der Land= militie dier districten op denzelden „voet, als zulks alhier aan de Kaap plaats heeft permanente Chirur= gins te mogen hebben Aan den Wel Edelen Achtbaaren 95 zul= Hee=
English
1584. 1585. To the Honorable Johannes Isaac Rhenius, Acting Governor of the Government of the Cape of Good Hope, with the jurisdiction thereof, etc. etc. etc., together with the Noble Honorable Council of Policy. Right Honorable Sir, and Noble Honorable Sirs! Respectfully show the undersigned Landdrost and Burgher Military Officers of Stellenbosch and Drakenstein. How in this Colony more than one instance is found where, during the performance of the usual annual exercise, a marksman being injured by the bursting of a firearm, the death of such wounded person, through neglect (which is to be attributed to the absence of the Surgeon or skilled person) to have made timely use of the necessary remedies for healing, if not caused, was at least hastened. And since on this occasion, especially also in times of war upon the appearance of the enemy in this remote corner, when the Companies of Dragoons, pursuant to an arrangement previously made by the Government, will have to be stationed at a certain distance from the seat of Government along the beach in order to resist and prevent the landing that might be undertaken by them elsewhere on the remote coasts, the presence of a Surgeon is considered of very great service and utility; So the undersigned take the liberty herewith to humbly petition Your Right Honorable and Noble Honors that it may please Your Honors to appoint to each of the five Companies of Dragoons here, on the very same footing as takes place at the Cape with the Burgher force, a Surgeon with the rank of Cornet, to which end the undersigned also take the liberty to nominate to Your Right Honorable and Noble Honors the persons of Petrus Franciscus Melchior Briers, Casparus Termijtelen, Cornelis Ernestus Ponté, Johan Henrich Exter, and Carel Fredrik Paret, all admitted Surgeons residing within these districts. Below stood: Which doing, etc. Signed: H: Bletterman, I. P. Mijburgh, E. Wilm, P: G. V: D. Bijl, D. W. Hoffman, P. I. Cats, W. Wium, I. G. Cloete, Ph. Hd. Morkel, W. D. Vos Dirksz., D. Cloete. 1586. 1587. The same is granted in the manner as mentioned alongside. Thus, seeing that the aforesaid reasons have appeared entirely plausible to the Council, it was thought fit and consequently resolved to accede to the said request of the Landdrost and Military Officers aforesaid, and accordingly to promote and appoint as Surgeons with the rank of Cornet to the five Companies of Burgher Dragoons at Stellenbosch the nominated persons of Petrus Franciscus Melchior Briers, Casparus ter Myteling, Cornelis Ernestus Ponté, Johan Henrich Exter, and Carel Fredrik Paret. Then, seeing from another petition presented by the aforesaid Landdrost together with the College of Heemraden of the aforesaid Districts in the following words: To the Right Honorable Johannes Isaac Rhenius, 1588. 1589. Acting Governor of the Government of the Cape of Good Hope, with the jurisdiction thereof, etc. etc. etc., together with the Noble Honorable Council of Policy. Right Honorable Sir, Noble Honorable Sirs. Show with the deepest respect the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein: That as appears from this annexed minute, held in ordinary meeting of Heemraden on 6 February of this year, a commission having been decreed in order to resurvey the farm of the Burgher François Roos through an Engineer-Land Surveyor in the presence of the Landdrost and two Heemraden, in the presence of the sworn Land Surveyor, Mr. Jan Willem Wernich (who has already surveyed this farm privately at the request of the said Roos), and if necessary also to have the farm of the Burgher Stephanus François Joubert surveyed by the said Engineer and Wernich, the said Commission was determined to be put to work there on the 12th; while at the same time, at the request of the said Joubert, the aforementioned Roos was ordered not to cut the grapes from the vines standing on that portion of land of the aforesaid Joubert which, however, upon the aforesaid survey was allotted to the said Roos, but to wait therewith until the farm of the aforesaid Roos should be resurveyed; when on the 10th 1590. 1591. of the aforesaid month the Burgher Johan Daniel Herhold, as attorney for the said Joubert, gave notice to the first-signed Landdrost that the wagon sent Capewards to fetch both Land Surveyors had returned empty, because the Engineer-Land Surveyor Friderici had not yet taken his oath: That subsequently the matter, at the request of the said Joubert, having been postponed until the 2nd of the then following, now past month of March, on the very same day written notice was again given by the aforesaid Herhold in his capacity that the Engineer-Land Surveyor had not yet been appointed, for the reason that a petition was said to have been submitted by the aforesaid Mr. Wernich to Your Right Honorable and Noble Honors; When, on the 5th following, in the ordinary meeting of the memorialists, the aforementioned Roos requested, since the Commission had not yet been put to work and the grapes of the mentioned piece of land were drying up, to be allowed to know whether the party in the wrong would have to bear the damage caused by the non-pressing of the aforesaid grapes; the same was told that his request could not be entered into, but that the party found to be victorious upon the decision of this matter would be left the freedom to institute such action for recovery of alleged damages suffered as they shall be advised, where and as appropriate. That subsequently on the 8th following
Dutch transcription
1584. 1585. Heere Johannes Isaac Rhe= nius, Gezaghebber des Gou= vernements van Cabo de goe= de Hoop, met den Ressorte van dien &a &a. &a. , bene¬ vens den Edelen Achtb. Raa= de van Politie Wel Edele Achtbaare Heer, en Edele Achtbaare Heeren! Geeven reverientelyk te kennen de ondergetekende Landdrost en Bur„ gerkrygs officieren van Stellenbosch en Draakenstein Hoe in deeze Colonie meer dan een voorbeeld gevonden wordt, dat het verrichten der gewoone jaar= lyksche exercitie een schutter door het springen eenes schietge= weers geplesseerd zynde, de dood van den zodanigen gewonden door verzuim /: het welk is toe te schreiven aan de afwezigheid van den Chi= rurgyn of des kundig perzoon:/ en daar mitsdien bij dees ge= leegenheid inzonderheid ook in tijden van oorlog bij verscheining van den vijand aan deezen uit= hoek, wanneer de Compagnien dragonders, ingevolge eene bij de Regeering bevoorens gemaakte inrigting, op eene zekere distan= tie van het Gouvernement Langs het strand geposteerd zullen moe„ ten dienen, om de landing die door denzelven elders aan de afgeleegene kusten mogte worden ondernomen tegen te gaan en te beletten, de tegenwoordigheid van een Chirurgijn van zeer veel dienst en niet wordt geconside= reerd, zo neemen de ondergete= kendens de vrijheid UWel Ed=le. Achtb. en Ed„ Achtb. bij deezen om in tijds van de noodige hulp middelen ter geneezing gebruik te hebben gemaakt, zo niet veroor= zaakt, ten minsten doch is ver= haast geworden. om. on= C 1586. 1587. Is 't zelve in maniere als bezij¬ den gem: g'accordeert.— en steemraden ingediend, noo„ pens 't hermeeten van een plaats van den Burger Joubert onderdanig te suppliceeren, dat het Hoogstdezelve moge behaagen, om bij ieder der vijf Compagniën Dra= „gonders alhier op den eigensten voet als zulks aan de kaap bij de Burgerije plaats heeft aan te stellen een Chirurgijn met den rang als Cornet, ten welken einde de ondergetekendens al mede de vrijheid neemen U Wel Ed=e Achtb. en Ede Achtb. voor te draagen de perzoonen van Petrus Franciscus Melchior Briers, Casparus Termij= telen, Cornelis Ernestus Ponté, Johan Henrich Exter, en Carel Fredrik Paret, alle geadmitteerde Chirurgijns onder deeze districten woonachtig /:onder stond:/ 't welk doende &a. /: get:/ H: Bletterman I. P. Mijburgh, E. Wilm, P: G. V: D. Bijl, D. W. Hoffman, P. I. Cats, W. Wium, I. G. Cloete, Ph. Hd. Morkel, W. D. Vos Dirksz. D. Clocte Dan gemerkt uit een ander re= Request door voorsz: Landdrot qrest door denzelven Landdrost nevens het Collegie van Heem= raaden der voorsr. Districten in de volgende bewoordingen gepraesenteerd Aan den WelEdelen Achtb. Heere Johannes Isaac Rhenius, Lo is, gemerkt de voorsr. reedenen den Raade allezints plausible zijn te vooren gekomen, goed gedacht en dienvolgens beslooten, aan het gedachte verzoek van Land= drost en krijgsraaden voormeld te defereeren, en mitsdien tot Chirurgijns met den rang van Cornet bij de vijf Compagniën Burger Dragonders aan Stellen= bosch te bevorderen en aan te stellen de voorgedraagene perzoo= nen van Petrus Franciscus Mel= chior Briers, Casparus ter Myte= ling, Cornelis Einestus Ponté, Jo= han Henrich Exter, en Carel Fredrik Paret Ge= Zo 1588. 1589. Gezaghebber des Gouverne= ments van Cabo de goede Hoop, met den Ressorte van dien &a. &a La:, bene= vens den Edelen Achtb. Raa¬ de van Politie. Wel Edele Achtbaare Heer Edele Achtbaare Heeren. Vertoonen met diepschuldigsten eerbied Landdrost en Heemraa= den van Stellenbosch en Draa= kenstein: Dat blijkens deeze geannexeer= de Notul, gehouden in ordinaire Heemraads vergaderinge, op den 6 Februarij deezes Jaars eene Commissie gedecerneerd zijnde ten einde ten overstaan van Landdrost en twee Steemraader de plaats van den Burger François Roos door een Ingenieur Landmeeter, ter prosentie van den gezw. Landmeeter, St. Jan Willem Warnich (:die deeze plaats reeds particulier ter verzoeke van gem. Roos heeft gemeeten gehadt :/ te hermeeten, en des noodig ook de plaats van den Burger Stephanus François Joubert door gem. Ingr¬ Warnich te doen meeten, is dezelve Commissie bepaald, op den 12 daar te zullen werden te werk gelegt, ter= wijl teffens op verzoek van gem. Joubert voorm. Roos geordonneerd is de druijven van de Stokken staande op dat gedeelte Land van evengem. Poubert, het welk bij de voorsz. meeting echter aan gez. Roos is toegemeeten, niet af te sneiden, maar daarmede te moeten vertoeven, tot dat de plaats van voorsz. Roos Zou hermeeten zijn, wanneer op den Fran= 10=e 1590. 1591. 10 der voorsz. maand den Burger Io= han Daniel Hlerhold, als gemachtig de van gem. Soubert aan den eerst= getekenden Landdrost Kennisse heeft gegeeven, dat de wagen, ter afhaaling van de beide Landmee= ters Caapwaards gezonden, ledig was terug gekomen, uit hoofde den Ingenieur Landmeeter Pridrici zijn Eed nog niet had afgelegd: Dat vervolgens de zaak ten ver= zoeke van gem: Soubert tot den 2 der daaraanvolgende nu gepas„ seerde maand Maart uitgesteld zijnde, ten zelvigen dage door voor¬ melden Herhold qq wederom schriftelijk kennisse is gegee= ven, dat den Ingenieur Land= meeter nog niet was aan ge= steld, om reeden door den voorsz: S=r Wernich een request aan U Wel Edele Achtbaare en E= dele Achtbaare zou zijn over= zal: Dat vervolgens op den 8 daar¬ geleverd, wanneer den 5 daaraan- ordinaire volgende in der vertoonders vergade¬ ring voorm. Roos heeft verzocht, om vermits de Commissie nog niet was te werk gelegt, en de druiven van het gementioneerde stuk Land kwamen te verdroo= gen, te mogen weeten, of de on¬ gelijk lijdende parthij-de Schade¬ door het met perssen der voorm. druijven veroorzaakt, zou komen te gedraagen: is denzelven ge¬ zegd in zijn verzoek niet te kunnen treeden, maar aan den bij de decisie deezer zaak be= vonden wordende Priumphant de vrijheid te worden gelaaten tot verhaal van vermeende geleedene schade zodanige actie te kunnen institueeren daar en zo als te raade werden gen aan
English
1592. 1593. indicated, both in writing by Sr. Wernich and orally by the aforementioned Herhold in his capacity, to the first-signing representant, that the aforementioned Sr. Wernich would come to the country by the following Tuesday or Wednesday, in order, in the presence of the Landdrost and Heemraden, solely to measure the place for the said Joubert, the first-signing, in order not to expose his answer to any wrong interpretation, declared in writing: that the commissioned Heemraden could just as little attend such a measurement, since it would be contrary to the decision previously taken by the collective representants, aside from the fact that the principal dispute could never be decided by such a measurement, when on Wednesday the 14th thereafter it was brought to the knowledge of the first-signing by the aforementioned Roos, that the aforementioned Joubert, accompanied by several other citizens, had caused the grapes from the above-mentioned vines to be cut off the day before by twenty and more slaves, whereupon the first-signing answered him that he alone could do nothing in the matter, upon which he, Roos, took his leave, and having returned on the 26th thereafter, said that he had been informed that he had to adhere to the first-signing, to which the undersigned declared to him that notice thereof had to be given by him, Roos, in the upcoming ordinary Heemraad meeting, which he, Roos, however did not fulfill; That in the meeting of the 2nd of April last, it having been requested by the aforementioned Joubert that, in case the place of the aforementioned Roos might not be resurveyed, his 1594. 1595. his place might now be measured by the aforementioned Sr. Wernich in the presence of the Landdrost and Heemraden, and at the same time the substance of a certain missive written to him by the Right Honorable Lord Officer-in-Charge, as well as of what had passed herebefore, having been communicated by the first-signing to the representant, the representants confirmed themselves with the written declaration to the aforementioned Herhold, and it subsequently appeared to the representants from the aforesaid much-honored missive from the well-abovementioned Honorable Lord Officer-in-Charge, that the aforementioned Friderici may perform no measurement, much less resurveying, except in case of occupation or indisposition of the sworn surveyor aforesaid, Sr. Wernich; so that the representants, however much obligated and willing they are to submit with respect to the resolution taken by Your Right Honorable and Honorable in that regard, are thereby nevertheless rendered unable to put into effect their resolution taken on the aforesaid 6th of February upon the equitable request made in that regard by the parties, and finding difficulty in altering the same resolution on their own, without the parties first having reached an understanding thereon; while the representants, for such an alteration, would also hold themselves responsible for the costs incurred in vain to be suffered by the losing party in a resurveying not to be performed, by reason of which the representants take the liberty of turning to Your Right Honorable and Honorable, humbly requesting that it may please Your Right Honorable to permit and if necessary to qualify the Engineer-Surveyor Friderici mentioned herein, in order, before the place of the said Joubert is measured by the said surveyor, that 1596. 1597. What thereby has appeared to the special displeasure of the Government. Sr. Wernich, to resurvey the place of the citizen François Roos in the presence of the very same Sr. Wernich, and that it may at the same time kindly please Your Right Honorable and Honorable to favor the undersigned with Your Highest advice, concerning whether the said Joubert, by cutting the grapes from the vines planted by him and assigned to the aforesaid Roos during the aforesaid measurement, is actionable or not, or else to grant such order in this matter as Your Highest shall be pleased to deem fit. Underneath stood: Doing which etc. Was signed: H. L. Bletterman, P. H. v. D. Byl, S. I. Cats, A: Louw J. son, D. W. Hoffman. It has appeared to the Council, to its particular indignation, that the Landdrost and Heemraden aforesaid have not only dared to emancipate themselves by their resolution of the 6th of February of this year upon a pretended consent, which the citizen Stephanus François Joubert was supposed to have obtained from the Lord Officer-in-Charge, but which consent the well-abovementioned Lord Officer-in-Charge testified never to have granted; to appoint a person at that time in all respects still unqualified for that purpose to measure and resurvey the places of the said Joubert and the fellow citizen François Roos, but have moreover also, under all kinds of futile pretexts, dared to presume the audacity to invoke, as it were, the authority of this Council with this writing of theirs, in order through its doing to cause their aforesaid in every way corrigible undertaking to take effect, against the manifested refusal of the Lord Officer-in-Charge, and it consequently having been deemed in every respect necessary the the
Dutch transcription
1592. 1593. aan, zo door S=r: Wernich schrifte= lijk, als door gem: Herhold qq. mondeling aan den eerstgete= kende vertoonder zijnde gecom¬ nuniceerd, dat gem. L=r Wernido tegens Dingsdag of Woensdag daaraan zou buiten komen, om ten overstaan van Landdrost en Heemraaden alleenlijk de plaats aan gez: Soubart te meeten, heeft den eerstgetek:, om zijne antwoord aan geene verkeerde explicatie te exponeeren schriftelijk gedeclareerd: zo min als gecommitteerde Heem= raaden eene dergelijke meeting te kunnen bijwoonen uit hoofde dezelve strijdig met de gezament lijke vertoonders bevoorens geno= mene dispositie zou zijn, be„ halven dat de principale questie nimmer door eene dergelijke meeting zou kunnen werden gedecideerd, wanneer Woensdag den 14e daaraan door voorm. Roos aan den eerstgetekende is ter kennisse gebragt, dat voorm: Sou= bert verzeld van verschydene andere Burgeren, door twintig en meerdere slaaven, daags te vooren de druiven van de bovengem. stokken hadden laaten afsnyden, waarop den eerst getekenende hem heeft ge„ antwoord voor zich alleen daarin niets te kunnen doen, wanneer hy Roos zich weg begeeven, en den 26e daaraan terug gekomen zynde heeft gezegd, dat men hem geinformeerd had= de dan den eerstgetekende zich te moeten houden, op het welk den ondergetekende hem gedeclareerd heeft, door hem Roos in de aan„ staande ordinaire heemraads verga„ dering hier van kennisse te moeten werden gegeeven, waaraan hij Roos echter niet heeft voldaan; Dat in Vergadering van den 2=e April jongstl. door voorm. Joubert zynde verzocht, dat by aldien de plaats van voorm. Roos niet niet mogte worden hermeeten ter zijn 5 1594. 1595. zyne plaats als nu voor voorm Lr Wernich ten overstaan van Landdrost en Heemraaden mogte worden gemee¬ ten, en te gelyk door den eerstgete= kende aan den vertoonder gecommu¬ niceerd zynde den zaakelijken in¬ houd van zekere, door den wel Ed: Achtb. Heere Gezaghebber aan hem ge„ schreevene Missive, mitsgaders van 't hiervooren gepasseerde, hebben de vertoonders zich met 't schriftelyk declaratoir aan voorm. Herhold geconfirmeerd, en is de vertoonders vervolgens uit de voorsz: zeer geëerde Missive van Wel opgem. Achtb: Heere Gezaghebber voorge¬ komen, voorm. Pridrici geene meetinge veel minder hermeetinge te mogen doen, als by occipatie of indispositie van den gezw: Landmee„ ter voorm:, Sr Wernich; des de ver= toonders, hoe zeer ook verplicht en bereidvaardig zyn zich met eer= bied te onderwerpen aan U Wel Edele Achtb. en Edele Achtb. ten dien belange genomen besluit, daardoor echter buiten staat zyn gesteld der„ zelver op voorsz: 6e. February op het deswegens door parthijen ge= daan billijk verzoek genomen be¬ sluit ten effecte te kunnen bren„ gen, en zwaarigheed vindende het zelve besluit voor zich te altereeren, zonder eerst parthyen zich daarop zullen hebben verstaan; terwyl de vertoonders voor eene dergelyke alteratie zich ook verantwoordelyk zouden stellen aan de te vergeefs veroorzaakene kosten door par„ hyen sucumbant by eene niet te doene hermeeting te leiden, mits welke de vertoonders de vryheid nee= men hun te keeren tot U Wel Ed. Achtb. en Ed. Achtb. , ootmoedig, ver¬ zoekende dat het van U Wel Ed. Achtbr: welbehaagen zy den indeezen vermelden Ingenieur Landmeeter Predrici te permitteeren en des noods te qualificeeren, om alvoorens de plaats van gem. Toubert door den gez. Land meeter, dien _=o 1596. 1597. Wat daaruit tot byzonder on= genoegen aan de Regee= ring is komen te blyken S=r Wernich worde gemeeten de plaats van den Burger François Roos ter prae¬ sentie van evengem. Sr. Wernich te her¬ meeten, en dat het U Wel Ed. Achtb. en Ed. Achtb. tevens goed gunstig moge behaagen de ondergetekendens met Hoogst derzelver advis te begunstigen, ter zaake gem: Tou= bert door het afsnyden der druyven van de door hem aangeplante en by de voorsz: meeting aan voorsz: Roos toe= gemeetene stokken actionable zy ofte niet, dan wel in deezen zodanige ordre te verleenen, als Hoogstdezelve zullen gelieven goed te vinden /:onder stond:/ 't welk doende &=a /:was getekend:/ H. L. Bletterman, P. H. v. D. Byl, S. I. Cats, A: Louw I. zoon, D. W. Hoff man Den Raade tot haare byzondere ontstich= tinge is gebleeken, dat Landdrost en Heem„ raaden voorzz. zich niet alleen hebben durven emancipeeren by haare resolutie van den 6e. Februarij deezes Jaars op een pretens consent, het welk den Burger Stephanus François Lubert van den Heere Gezaghebber zoude hebben verkreegen, doch welk Consent Welop gedachten Heere Ge= zaghebber betuigde nimmer te hebben verleend; eene als toen in alle opzichten daartoe nog onge¬ qualificeerde perzoon te benoe= men tot het meeten en hermee= ten der plaatzen van gem. Loubert en den medeburger François Roos „ maar zich bovendien ook nog onder allerhande futile voor= wentzels de stoutheid hebben dur„ ven aanmaatigen, om met dit hun geschrijft - als 't ware, de authoriteit deezes Raads in te roepen ten einde door dies toedoen hunne voorsr. allezints corri¬ gible onderneeming, tegens de gemanifesteerde wijgering van den Heere Gezaghebber aan, effect te doen sorteeren en het gevolglijk allezints noodzaakelijk is geoordeeld den den
English
1598. 1599. Resolution to decline the request made therein, as well as to dispatch an order to the said Landdrost and Heemraden. Which directives in this regard shall be dispatched to the Landdrost in particular. in order to let the said Landdrost and Heemraden experience the indignation of this Government in a suitable manner: Thus it is unanimously agreed, that initially the requested permission to have the resurveying of the place of the aforesaid Roos carried out by the Artillery Officer Fredericij shall be finally declined; that subsequently the Landdrost and Heemraden shall be enjoined and ordered to cause the aforesaid resurveying, as well as the surveying of the place of Stephanus François Joubert, to take effect in the presence of a Commission from their midst by the sworn Surveyor Wernich; and that the cited Landdrost and Heemraden shall ultimately be declared liable for all unnecessary costs which the losing party might come to incur through all this disposition; leaving to the said losing party the liberty to recover the same from the aforesaid College, as having given occasion hereto by their unauthorized resolution, while the recourse to law shall be left open to the contending parties, and must be taken by them in case they might find themselves aggrieved by these surveys and resurveys; moreover, the Landdrost in particular, regarding the question of whether the farmer Joubert would be actionable on account of the grapes having been cut off by him, which had stood on the land that was measured out to Roos in the private survey of his place, shall be referred back to that judgment which every Officer of Justice ought to have regarding his obligation and the nature of the occurring 1600. 1601. Report submitted by the Church Council of the Reformed Congregation here concerning the admission of slaves to membership. cases, in order to be able to know whether and when he is bound and obliged to be active in the maintenance of good order. Meanwhile, the Church Council of the Reformed Congregation at this capital having complied, with the following report, with that which the Government had seen fit by resolution of the 27 April last to require of the same regarding the local custom concerning the admission of slaves to the fellowship of the Church: To the Honorable, the Worshipful Johannes Isaac Rhenius, Acting Governor of this Government, together with the Honorable Council of Policy. Honorable, Worshipful Sir and Most Worshipful Sirs! It has pleased Your Honors to hand over to the Church Council of this town the Extract from Your Honors' resolution taken on the 27th of April of this year, together with an extract of a Letter from the Stellenbosch Church Council, both received by them on the 22nd of the past month of May, concerning whether the local custom here permits the admission to the fellowship of the church, upon private letters of permission from their owners, of persons who after their admission still actually remain in slavery. The Church Council has the honor to observe hereupon, that at this capital there is no law which prohibits Ministers from admitting as members of the church those who, after their made profession of faith, still actually remained in slavery. This matter has never been 1602. 1603. called into question; on the contrary, one has been satisfied if those who presented themselves to make confession only possessed the required qualifications thereto, it having always been left to the free choice of their owners to dispose regarding the manumission of the same according to their pleasure. The undersigned consider this custom to be fully in accordance with the main tenets of the doctrine of our church, which admit bond as well as free to participation in the privileges that the Christian Church grants to its confessors, provided only that they possess that qualification which religion requires in this regard. Also, the Church Council, with due respect, is of the opinion that it would serve not a little to stem the progress of Christianity if that regulation were made in that regard that no one would be allowed to have his bondservants baptized upon profession of faith, unless they were held to be required to set such persons at liberty. And ending herewith, the undersigned take the liberty to call themselves with due respect: Beneath stood: Honorable Worshipful Sir and Most Worshipful Sirs; lower: Your Honors' humble servants; and beneath that: The Church Council of this town, and in the name and by order of the Church Council, was signed: D. P. Haupt, scriba. Remark thereon by this government. And upon reading as well as close inspection of that report, it being now found that, since there is no law whereby Ministers are prohibited from also admitting as members of the church persons who after the
Dutch transcription
1598. 1599. Besluit om 't daarbij gedaan ver„ en teegen aan gem: Landdroot en Heemraaden nevensgem: ordre te doen afgaan. Welke aanschrijvens hier om„ trenk in 't bijzonder aan den Landdrost zal werden afge„ vaardigt. dezelve Landdrost en Heemraaden op eene gepaste wijze de gevoeligheid deezer Regeeringe te doen ondervin¬ den: Zo is unanime verstaan, dat aanvankelijk finaal zal werden zoek bedeclineeren, mitzg daar „ gedeclineerd de verzochte permissie om de hermeeting der plaats van voorsz. Roos, door den Officier der Arthillerie Fredericij te mogen doen geschieden - dat vervolgens Land= drost en Heemraaden zullen wor= den geinjungeerd ende gelast, de voorsr. hermeeting howel als de meeting van de plaats van Stephanus François Soubert ten overstaan eener Commissie uit hun midden door den gezw. Land= meeser wernich te moeten laaten effect sorteeren - en dat geciteerde Landdrost en Heemraaden laat= stelijk zullen werden verklaard aanspraakelijk te weezen voor alle onnoodige kosten, welke den parhij succumbant door alle dees dispositie zoude kunnen komen te ondergaan; aan denzelven Sieccum= bant die vrijheid laatende dezelve op voorsz. Collegie te mogen verhaalen, als door hunne onbevoegde resolutie hiertoe aanlijding gegeeven hebbende, terwijl de weg van regten aan de con= steerende parthijen zal werden open„ gelaaten, en door hun moeten wer= den ingeslaagen ingevalle zich bij deeze meetingen en hermeetingen bezwaard zoude mogen vinden waarenboven den Landdrost in 't bijzonder nopens de vrage, of den Landbouwer Soubert zoude weezen actionabel ter zaake, dat door hem de druiven zijn afgesneeden gewor¬ den, dewelke gestaan hebben gehadt op 't Land, het welk bij de particu liere meeting der plaats van Roos, aan denzelven is toegemeeten 3 te= rug geweezen zal werden, maar dat bezef, het welk ieder Officier der Iustitie van zijne verplichting en van den aart der voorkomende dees zaa- 1600. 1601. Berigt door Kerkenraade der Veroormde Gemeente alhier in„ gedient over 't aanneemen van en slaven tot Ledematen.— zaaken dient te hebben, om te kunnen weeten, of en wanneer hij gehouden en verplicht is, tot maintiën van goede ordre werkzaam te moeten zijn. — Middelerwijle door Kerkenraaden der gereformeerde Gemeente aan deeze Hoofd= plaatze met het ondervolgend bericht voldaan zijnde aan het geen de Regee¬ ringe bij besluit van den 27 April laatstleeden goedgevonden heeft ge¬ had nopens de locaale gewoonte omtrent het admitteeren van Slaa= ven tot de gemeenschap der kerke van dezelve te vorderen Aan den Wel Edelen Achtbaa= ren Heer, Johannes Isaac Rhenius, Gezaghebber deezes Gouvernements, benevens den E. Achtb. Raad van Politie. Wel Edele Achtbaare Heer en E. E. Achtbaare Heeren! Het heeft UWel Edele Achtb: behaagt aan kerkenraade dee= deezer steede ter hand te stellen het Extract uit Uw. E. Agtb: resoluite, ge= nomen den 27en April deezes Jaars, benevens een uittrekzel eener Mis= sive van den Stellenboschen kerken= raad, beide bij hun ontvangen der 22=en der afgeloopene maand Meij inhoudende of de locale gewoonte alhier komt toe te laaten perzoonen die naa hunne aanneeming nog werkelijk in slaverneij verkeeren op onderhandsche permissie brieven van hunne Lijfheeren tot de gemeen¬ schap der kerke te mogen admit¬ teeren. De kerkeraad heeft de eer hier= op te remarqueeren, dat aan dee= ze hoofdplaatze geen wet is, de= welke Predikanten interdiceert om geene tot Ledemaaten der ker= ke tte mogen aanneemen, dewel¬ ke naa hunne gedaane belijden is¬ se nog werkelijk in Slaaverneij bleeven verkeeren. Deeze zaak is nimmer in zer qua- e 50 1602:-: 1603 regeering gevallen. quostie geweest, in tegendeel heeft men zich vergnoegd, wanneer de zulke, die zich aangaven tot het doen der belij= denissen, daar toe maar de vereischte bekwaamheeden bezaten, zijnde het altoos aan de vrije keur van derzelver overgelaaten om over 't vrijgeven derselve eigenaaren te disponeeren na wel= gevallen. Deeze gewoonte meemende onder¬ getekende ten vollen overeen te ko= men met de hoofdpoincten van de leer onzer kerke, dewelke dienstbaare zo wel als vrije toelaaten tot het deel genootschap aan de voorregten, die de Christelijke kerke aan haare belijders vergunt, mits dezelve maar die hoedanigheid bezitten, dewelke de godsdienst in deezen vordert. Ook zijn kerkenraaden S. M. van gedachten, dat het niet wijnig zoude dienen tot stemming van den voortgang van het Christendom, En bij lecture mitsgaders naauw= Aanmerking daarop bij deese keurig inzien van dat bericht als nu zijnde bevonden, dat, vermits ergeen wet is, waardoor Prodican= ten werden geinterdiceerd ook tot Ledemaaten der kerke te mogen aanneemen perzoonen, die nade /:onder stond:/ Wel Edele Achtb. Heer en EE: Achtb: Heeren /:laager:/ UwEEEde Achtb. onderdanige dienaaren /: en daar on= der :/ Den kerkenraad deezer steede en uit naam en last van kerken= raade /:was getekend:/ D=s P=o Haupt indien daaromtrent, die bepaaling ge= maakt wierd, dat niemand des zelfs Lijfeigenen op belijdenisse zou mogen laaten doopen, dan ten zij dezelve gehouden wierden dezulke in vrijheid te moeten stellen. — En hiermede eindigende neemen de ondergetekende de vrijheid met verschuldigden eerbied hun te noe= men in= hun scriba
English
1604. 1605. And a decision on how the aforesaid church councils, as well as those of the outer churches, shall have to conduct themselves in this matter: The Burgher Fire Master Arend van Wielligh having submitted the following petition concerning Baayfals. after their made confessions still actually remained in slavery, such people have always been admitted here to the communion of the church without any hesitation, provided they came to possess the required qualities that religion demands of its confessors. It has therefore been decided, in order not to bring about any hindrance to the progress of Christianity by introducing any needless change in this matter, that not only shall affairs here at the Cape remain on the old footing, but that all church councils of the respective outer districts shall also have to conduct themselves accordingly, to which end a copy of the aforesaid report of the Cape Church Council shall be supplied to that of Stellenbosch, in order to serve both as an answer to the second point of their letter inserted in the resolution of 27 April last, and for their information and guidance for the future. Lastly, having been read the following petition submitted by the Burgher Fire Master Arend van Wielligh, as contractor for the wagon freights that are to be driven on the Company's behalf to Baayfals, on account of the bad condition in which the road leading thither is presently found, and the means by which the same could be improved and maintained: To the Right Honourable Sir, Johannes Isaac Rhenius, Acting Governor of this Government, and the dependencies thereof, etc., etc., etc. Right Honourable Sir! The undersigned Arend van Wielligh, as contractor for the wagon freights that are driven on the Company's behalf to and from Baayfals, takes the liberty respectfully to bring to the knowledge of Your Right Honourable and to demonstrate: 1606. 1607. How the natural situation of the Baayfals road has always required that, in order to make the same somewhat easier especially in the winter season for those who are obliged to pass over it with wagons, careful attention should constantly be paid to it; the undersigned must presently experience that the same is already washed out and rocky to such an extent that, in the event of unforeseen heavy rains, because of the heavy traffic, the same will after some time not be usable without danger to life. That the undersigned was immediately inclined, both to prevent damage and disasters to the wagons, slaves, and livestock that he must employ for this purpose pursuant to his concluded contract, and for the convenience of those who are obliged to travel to and from that Bay from time to time, to collect and devise a fund from which, at little and no noteworthy expense, the said road can not only be repaired and maintained, but even brought into such a state that it can be used by everyone without any danger and fear. For which purpose, if it may merit the high approval of Your Right Honourable, the undersigned is of the opinion, with due respect, that it should be assigned to some of the inhabitants in Baayfals, or to those who would show themselves willing thereto, not only to repair the aforementioned road immediately, but in addition always to keep it in a good and usable condition, for whose compensation those who must pass over the same, whether on horseback or with a carriage, shall be obliged to pay to the maintainer of this road a certain toll each time, and this according to a rough calculation that could be made in this regard; but in case none of the inhabitants should be found willing to do this, the undersigned declares in that case to be prepared to charge himself therewith, as soon as he shall have learned from Your Right Honourable what amount shall have to be paid for toll by the passing and returning people. At the bottom was written: Which doing, etc. Was signed: A. van Wielligh. 1608. 1609. Thursday the 28th of June 1792, in the forenoon, all present except Mr. Gordon. It was thus resolved regarding the same petition that it is best initially to require of the Commissioners from the Council of Justice together with the Resident of False Bay their advice and considerations whether and to what extent the proposed means should be embraced, as well as what effect might be produced. Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. Was signed: J. J. Rhenius, R. J. Gordon, J. P. Lesueur, O. G. de Wet, and W. P. van Reede van Oudtshoorn. Lower down was written: In my presence, signed: E. Bergh, Secretary. Communication from the Honourable Acting Governor that His Honour had received a petition from the burgher Evert Heugh, tending to request permission to be allowed to disembark some goods from the American ship Nancy: The Honourable Acting Governor was pleased to inform the other Gentlemen Members of the Council that the petition inserted below had been handed to His Honour by the burgher Evert Heugh, containing a request to obtain permission for Captain Whitten, commanding the North American ship The Nancy, to disembark some iron, smithing coal, and woodwork.
Dutch transcription
1604. 1605. En besluit hoedanig voorsz kerkenraaden, zo wel als die, der buiten kerken zig in deesen zullen hebben te gedragen: Den Burger brandmeester Arend van Wielligh ingediend hebbende 't volgend request over Brayfals. hunne gedaane belijdenissen nog wer¬ kelijk in slavernij bleiven verkeeren zodanige lieden alhier zonder eeni= ge bedenking altoos tot de gemeenschap der kerke zijn geadmitteerd geworden mits dezelve maar de vereischte hoe= danigheeden, dewelke de gods dienst in zijne belijders vordert kwamen te bezitten. Is dierhalven, om door 't introduceeren van eenige noodeloose verandering in dee¬ zen geen hinder aan den voortgang des Christendoms te wege te brengen, beslooten, dat niet alleen de zaken alhier aan de Caab zullen blijven op den ouden voet, maar dat ook alle kerkenraaden der respective buiten„ districten zich daarna zullen moe= ten gedraagen, ten welke einde aan die van Stellenbosch Copie van 't voor¬ schreeven bericht des Caubsche Ker¬ kenraads zal moeten werden ge= suppediteerd, ten einde zo in ant= woord op het tweede Lid haare bij resolutie van den 27 April Jongst. Wel Edele Achtbaare Heer! De ondergetekende Arend van Wieling, als Aanneemer van de Aan den Wel Edelen Achtb. Heer Iohannes Isaac Rheniues, Gezaghebber deezes Gouvernements, en den Res= sorte van dien &a: &a. &a. geinsereerde Missive, als tot derzelver in¬ formatie en naricht voor 't vervolg te kunnen verstrekken Laatstelyk geleezen zynde het na= volgend Request door den Burgerbrand= den Slegten staat den wegnaar meester Arend van Wielligh, als aan= neemer der Wagenvrachten, dewelke 's Comp=s wegens naar de Baaijf als moeten aangereeden worden wegens den slechten staat, waarin de derwaards lydende weg zich tans komt te bevin= den, en de middelen hoedanig dezel= ve te verbeteren en te onderhouden zoude weezen ingediend ge Wa= 1606. 1607. wagenvragten die 's Comp=s wege naar, en van de Baayf als werden gereeden, neemt de vrijheid UWel Ed. Achtb. respectieurslyjk ter Cognitie te brengen, en te vertoonen. Hoe de natuurlyke situatie van de Baai= falsweg altoos heeft komen te vorderen, dat om dezelve vooral in de Corste Saisoen voor de zodanige, die genoodzaakt zyn denzelven met wagens te moeten passeeren eenigzints gemakkelijker te maaken daaraan steeds zorgereldig de hand dient te worden gehouden, de ondergetekende tans moet onder= vinden, dat dezelve zich reeds dermaa= ten verspoeld en klipachtig bevindt, dat bij onvoorziene zwaare regen, we= gens de menigvuldige passagie dezelve overeenige tyd niet zonder leevens ge= vaar te gebruiken zal zyn. Dat de ondergetekende al aanstonds is geweest, omme zo tot voorkoming van schade en rampen aan de wagens, slaaven en vee, die hij in opvolging van zyn aangegaan Contract hiertoe moet emploijeeren, als tot gemak van die geene, welke verplicht zyn zich telkens naar en van die Baaij te begeeven, een fonds te bezaamen en uit te vinden, waaruit niet wynige en geene noemens= waardige kosten de gezegde weg niet alleen gerepareerd en onderhouden, maar zelfs in die staat kan worden gebragt, dat dezelve door een ieder zonder eenig gevaar en vrees kan worden gebruikt. Waartoe indien het de Hooge goed= keuring van UWel Ed. Achtb. mag ver¬ dienen, de ondergetekende in de geëër= de melding dienen van begrip is, dat het aan eenige der inwoonderen in Baayfals, dan wel aan den geene, die zich daartoe geneegen zouden willen toonen, wierde opgedraagen, de meer= gem. weg niet alleen daadelyk te repa¬ reeren, maar daar en boven altoos in eenen goede en bruykbaare staat te houden, tot wiens dedomagement de zodanige, die dezelve moeten passeeren, het zij te paerd dan wel met rijtuig, verplicht zullen moeten worden aan den onderhoude dies gee= weg 160.8. 1609. Zo is beslooten daarop van Com„ missarissen uit den Raade van Brand te vorderen derzelver ad„ vijs en Consideratien. Communicatie van den Heere Gezaghebber, dat zyn Ed: had ont„ fangen een request vanden bur„ ger Evert Heughtendeerende om eenige goederen uit 't ameri„ caansch schip Nancij te moeten doen ontscheepen.— weg telkens een zeker tol te moeten be= taalen, ende zulks na eene ruuwe cal= culatie, die deswegens zoude kunnen wor= den gemaakt, dan ingevalle 'er geene der ingezetenen zich hiertoe geneegen houden: willen vinden, zoo declareert de onderge„ tekende indien gevalle bereid te zyn zich daarmede te willen chargeeren, zo dra hij van UWel Ed. Achtb. zal hebben mogen verneemen, welk quantum door de gaande en komende lieden voor tol zal moeten worden betaald /:onderstond:/ 't Welk doende etc. /:was getekend:/ A„ v„n Wielligh Zoo is op hetzelve request best gedacht aanvankelyk van Commissarissen Justitie en der Heere resident uit den Raade van Justitie gezament= lyk met den Heere Resident Brand derzelver advys en Consideratien te vorderen of en in hoe verre de voorge¬ slaagene middelen te amplecteeren zou= den weezen; mitsgaders van 't voorge= steld Effect zouden kunnen zijn Aldus geresolveerd ende gearresteerd Geliefde den Heere Gezaghebber aan de overige Heeren Leden des Raads te be= deelen, dat door den Burger Everd Heugh aan Zyn Edele ter handen gesteld zynde geworden het hieronder geinsereerd request, tendeerende verzoek omme permissie te mogen erlangen voor den Capityn Whitten, voerende het Noordamerikaansch schip, The Naneij¬ om eenig yzer, smeekoolen en hout¬ Donderdag den 28 Junij 1792, 's voormiddags alle praesent, behalven den Heer Gordon in 't Kasteel de goede Hoop ten dage en Iaare voorsz. /:was getekend:/ I. I. Rhenius, R. F. Gordon, I. P. Lesueur, O. G. de Wet, en W. P. van Reede van Oudtshoorn /:laager stond:/ mij praesent /:getekend:/. E. Bergh. sec=s p=l. werken in
English
1610. 1611. to be permitted to ship ashore. To the Honorable, Venerable Lord Johannes Isaac Rhenius, Acting Governor of Cape of Good Hope and the Dependencies thereof, etc., etc., etc., together with the Honorable Council of Policy. Honorable, Venerable Lord, Honorable, Venerable Lords! With all due respect, Your Honorable and Honorable Lordship's very obedient and humble servant Everd Heugh, Burgher of this place, acting for the affairs of Captain Whetten, commanding the North American ship The Nancy, arrived on the 23rd of this month in False Bay, shows that the said Captain has shipped in that vessel for his own account a small parcel of iron, very well assorted for this place, and especially for the service of agriculture, and the smithing coal required for its working, together with some planks to be employed as sideboards for wagons; that the said Captain Whetten is very willing to sell the aforementioned articles, so urgently needed for this Colony, and of which not only nothing is to be obtained from the Honorable Company, but of which one also cannot expect that anything will be shipped as freight by private individuals in the ships of the Honorable Company from the Netherlands, to the petitioner for a reasonable price, or to have them sold by him; that the Petitioner, fully convinced of the shortage in which people find themselves of suitable iron and smithing coal to manufacture the necessary implements for agriculture, and to satisfy the numerous commissions given to him by various grain-cultivating 1612. 1613. And that His Honor had deemed it advisable first to take the advice regarding this matter from the Right Honorable Commissioners-General. residents, who in the absence of these so indispensable necessities will have to leave their lands unplowed and uncultivated, has no less understood his obligation, before entering into any further negotiations regarding this with Captain Whetten, first and foremost to address Your Honorable and Honorable Lordships, as he takes the liberty to do herewith, requesting with proper respect that Your Honorable and Honorable Lordships, both in consideration of the shortage that is already perceived everywhere in the stated articles, and on account of the uncertainty whether, should this shortage become even greater, an opportunity for its replenishment would then present itself, may be most graciously pleased to permit him to unload the smithing coal, iron, and few planks brought by the oft-mentioned Captain Whetten from the ship The Nancy, below stood: Which doing, etc., was signed: E. Heugh. His aforementioned Honor deemed it advisable, on account of the prohibition recently received from the High-Ruling Lords Masters not to allow any more trade at this place to any foreign Nation, to take the advice on that petition from the Right Honorable Lords Commissioners- in order to be sold to the residents and inhabitants. The petitioner being able to assure Your Honorable and Honorable Lordships solemnly, in the name of the frequently mentioned Captain Whetten, that upon his departure from New York it was known to no one that the importation of the aforementioned articles, which he finally shipped in order to meet his expenses at this corner of the earth from their proceeds, had been interdicted and forbidden by the illustrious Assembly of the Seventeen. 1614. 1615. and that the very same had authorized this government thereto in the manner as noted in the margin. Wherefore it was also resolved to grant the aforementioned request under conditions noted in the margin. General before producing the same in Council. And that the aforementioned Lords Commissioners- General, taking into consideration on the one hand the ignorance of the same Whetten regarding the aforementioned prohibition upon his departure from America, together with, on the other hand, the great shortage here of the two first-cited ingredients so necessary for agriculture, had deemed it advisable for this time to authorize this Government to grant permission for the unloading and retailing of the said articles; provided only that care was taken that no woodwork, as tending to the detriment of the trade in indigenous timber, was brought ashore, nor also that the payment for the iron and the smithing coal occurred in cash, so that in this way the export of the few silver specie still remaining here might be prevented as much as possible. Wherefore, having considered how the intention of the aforementioned Right Honorable Lords Commissioners-General could best be fulfilled in this matter: It is understood that while Captain Whetten will be granted the requested permission for the unloading of his iron and smithing coal, as the same permission is granted to him herewith, at the same time the obligation will be imposed upon the said Captain to accept nothing other than produce of the country, and specifically no cash in payment for its amount, and that he, the Captain, moreover shall not be allowed to sell woodwork of any kind whatever; and in order to be certain that this will be strictly fulfilled, not only shall a return be made to the Fiscal by the same Captain immediately after the sale of his iron and smithing coal of the person or persons to whom he has disposed of the items, together with such articles as shall have been received by him in satisfaction of those goods, but also the closest supervision must be exercised by the aforementioned Fiscal.
Dutch transcription
1610. 1611. werken aan Land te mogen scheepen Aan den Wel Edelen Achtb. Heere Johannes Isaac Rhenius, Gezag= hebber van Kaap de goe= de Hoop en den Ressorte van dien &a. &a. &a bene¬ vens den E. Achtb. Raade van Politie Wel Edele Achtbaare Heer te E. Achtbaare Heeren! Geeft met alle verschuldigden eerbied te kennen UWel Edele Achtb. en E. Achtb. zeer gehoorzaame en onder= danige dienaar Everd Heugh, Burger deezer plaatze, als waarneemende de zaaken van den Capitijn Whitten, voerende het Noordamericaansch schip The Nancij, op den 23sten deezer in Baayf als gearriveerd, dat de gem. Capityn voor zyne eigene re¬ kening in die Bodem heeft afgelaa= den eene kleine partij voor deeze plaats, en vooral ten dienste van den lande bouw zeer wel gesorteerd yzer, en de tot dies bewerking benoodigde smeekoolen, mitsgaders eenige Planken, om tot byk= planken van wagens te worden geëm= ploijeerd; dat den gem. Capitijn Whetten zeer geneegen is de voorsz: voor deeze Colonie zo zeer benoodigde articulen en waarvan bij de E. Compie niet al¬ leen niets te bekomen is, maar waar= van men ook zich niet belooven kan¬ dat door particuliere in de scheepen der E: Compie. uit Nederland iets op= vracht zal worden afgelaaden, aan den suppliant voor eenen billijken „dan wel door hem te laaten verkoopen prys te verkoopen, dat den Suppliant volkomen overtuigd van 't gebrek, waar¬ in men zich aan bekwaam yzer en smeekoolen bevindt, om de benoodig= de werktuigen voor den Landbouw te vervaardigen; en om te voldoen aan de meenigvuldige Commissiën hem, gegeeven door verschydene graanbou= ke wen 1612: 1613. En dat zyn Ed geraden hadde g'oor„ deelt, hieromtrent eerst te moe„ ten inneemen 't advijs van de Hoog Edele Ht H C: C: G: G: — wende ingezetenen, welke bij ontstentenis van deeze zo montbeerlijke behoeftens hun ne landereijen ongeploegd en onbebouwd zullen moeten laaten leggen, niet min= der heeft gepenitreerd zyne verplichting, omme alvoorens hiervan met den Ca¬ pityn Whetten in eenige nadere onder= handelinge te treeden, eerst en voor¬ af zich te addresseeren aan U Wel Ede= le Achtb. en E. Achtb. , zo als hij bij deezen de vryheid gebruykt, met ge= paste eerbied verzoekende, dat het U Wel Edele Achtb. en E. Achtb. zo uit aanmerking van het gebrek, 't welk men nu reeds aan de opgegeeven articuls overal bespeurd, als uit hoofde van de onzekerheid, of men wanneer dit gebrek nog grooter mogt worden, zich als dan wel geleegenheid tot dees vervulling zoude opdoen, hem hoog¬ gunstig te willen permitteeren de door meerm. Capityn Whetten aangebragte smekoolen, yzer en wynige plan¬ ken uit het schip The Nanoij te /:onderstond:/ 't Welk doende &=a /:was getekend:/ E. Heugh. Welopgedachte zyn Edele geraaden heeft geoordeeld, wegens het verbod nu onlangs van de Hooggebiedende Hee„ ren Meesteren ontvangen, om geen handel ter deezer plaatze aan eenige vreemde Natie meer toe te staan, op dat request in te neemen het advies der Hoog Edele Heeren Commissaris mogen ontlaaden, om aan de in- en opgezetenen te worden verdebiteerd. kunnende den suppliant U Wel Edele Achtb. en E. Achtb. naamens dik¬ wils gem. Capityn & Vhetten plechtig verzekeren, dat bij zyne rhyze uit Newijork aan niemand bekend was, dat de invoer van de voorm: articulen, dewelke hij eindelyk heeft ingescheept, om zyne depenses aan deezen uithoek uit dies provenue te vinden door de illustre Vergadering van Leeventienen was geinterdiceerd en verbooden. mo„ sen 1614. 1615. mitsg„s dat hoogst dezelve daar„ toe deese regeering in maniere als bezyden gem: hadden ge„ qualiticeerd. Weshalven dan ook beslooten is 't Voorwaarde te accordeeren. sen Generaal alvoorens hetzelve in Raa¬ de te produceeren. En dat Welopgedachte Heeren Com¬ missarissen Generaal in aanmerking neemende aan den eenen kant de ig¬ norantie van denzelven Whitten no= pens het voorsr. verbod bij zijne af¬ rhyze uit America, mitsgaders aan de andere zyde het groot gebrek alhier aan de twee eerstgeciteerde zo nood= zaakelijke ingredienten tot den ak= kerbouw raadzaam hadden geoor= deeld voor ditmaal deeze Regeeringe te qualificeeren, om tot het ont= scheepen en debiteeren der gedachte articulen permissie te mogen verlee= nen; mits maar wierde gezorgd, dat geene houtwerken, als strek= kende ter benadeling van den han= del in inlandsch hout aan de wal wierde gebragt, nochte ook de vol= in de Smeekoolen doening van het yzer niet in Con= tanten kwaame te geschieden, op dat zo doende den uitvoer der wij= nige alhier nog ovrig zynde zilvere speciën zo veel mogelyk mogte werden Weshalven overwoogen zynde hoedanig men in deeze best aan de intentie van voorsz: verzoek op bezydengem: Hoogstged=e Heeren Commissarissen Gene= raal zoude kunnen voldoen: - Zoo is ver= staan, dat terwyl aan den Capityn Whet= ten de verzochte permissie ter ontschee= ping van zyn yzer en smeekolen zal werden verleend, gelyk men hem dezelve permissie verleend bij deezen, te gelyker tyd aan gede Capityn de Obligatie zal werden opgelegd, om voor dies mon= tant niets anders als Lands produc= ten en wel speciaalyk geene Contanten in betaaling te mogen bedingen, en dat hij Capityn daarenboven geen hout= werken, hoe genaamd, zal mogen verkoopen, zullende om zeker te zyn, dat hieraan stipte zal werden voldaan niet alleen door denzelven Capityn dadelyk na den ver¬ koop van zyn yzer en smeekoolen aan den Fiscaal moeten werden ge= daan opgaave van de persoon ofte per= zoonen, aan wien hij 't een en ander heeft komen van de hand te zetten mitsgaders van zodanige articulen, als bij hem ter voldoening dier goederen zullen weezen ontvangen, maar ook door voorm. Fiscaal ten naauwkeurigsten toegezien moeten belet. be= wer=
English
1676. And the requests of some persons to remain exempt from the payment of the Lord's dues, for the reasons stated, were granted to them. that the exportation of those products shall actually take place, and the measures of this Government shall not be rendered illusory by any maneuvers or practices, to which end the Fiscal is left the liberty to proceed immediately to the confiscation both of the sold goods and of the offered purchase money, as soon as any proof to the contrary shall be discovered by him. Furthermore, on this occasion, upon their written requests submitted for that purpose, the Assistant Christoph Iacob Kirchman and the Citizens Carel Hendrik and Jacobus van Aerde were also excused from the payment of the ordinary Lord's dues of the 40th penny, and this because the house, for which the first-mentioned, as well as the estates, for which the two last-mentioned would have had to make payment, have been ceded to them by their respective parents. Below was written: Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Was signed: I. I. Rhenius, J. I. Lesueur, O. G. de Wet, and W. F. van Reede van Oudtshoorn. Lower down was written: In my presence. Was signed: E. Bergh, provisional secretary. E
Dutch transcription
1676. En zyn de verzoeken van eenige Persoonen om be„ vrijd te blyven vande beta„ ling van 's Heeren Geregtig„ heid, om de daarvoor zijnde reedenen aan hen toege¬ staan. werden, dat de exportatie dier producten werklyk kome te geschieden, en de maatregulen deezer Regeeringe door geene menees ofte praktyken wer= den illusoir gemaakt, ten welken einde aan hem ten welken einde aan hem Fiscaal vryheid werd gelaaten aanstonds tot de Confiscatie, zo wel van de verkochte waaren, als der uitgeloofde kooppen„ ningen te mogen procedeeren, zo hast bij hem eenige preuive van het tegendeel zullen wer= den ontdekt. Zynde wyders bij dees gelegenheid ook op der¬ zelver daartoe mede ingediende schriftelyke verzoeken van de betaaling der ordinaire 's Heeren gerechtigheid van den 4open= ning geëxcuseerd geworden den Adsis= tent Christoph Iacob Kirchman en de Burgers Carel Hendrik en Jacobus van Aerde, ende zulks vermits het huis, waarvan den eerstgem. mitsgaders de plaat„ zen, van dewelke de twee laatsgemelde de voldoening zouden hebben moeten prees= teeren aan hun door hunne respective Ouders zyn gecedeerd geworden. /:onder stond:/ Aldus geresolveerd ende gearresteerd in 't Kasteel de goede Hoop ten dage en Iaare voorsz: /:was getekend:/ I. I. Rhenius, J. I. Lesueur, O. G. de Wet en Wif. van Reede van Oudtshoorn (:lager stond:/ Mij proesent /:was getekend:/ E- Bergh p=l secretaris. E