Inventory 4356
Cape · 943 pages · 438 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1400. 1401. The Honorable Acting Commander, together with the gentlemen Members of the Council, having returned here from False Bay. Arrangements made and measures employed regarding the Drie Gebroeders. Thus resolved and decided in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Was signed: T. I. Rhenius, I. I. Le Sueur, O. G. de Wet. Lower down: In the presence of me, signed: E. Bergh, First Secretary. Friday, the 8th of June 1792, in the forenoon. All present except for Mr. Gordon. The Honorable Acting Commander, together with the gentlemen Members of the Council, De Wet and Van Reede van Oudtshoorn, having returned late the evening before last from False Bay after having devised all such provisional arrangements regarding the ship the Drie Gebroeders, which had been beached there, as the circumstances of matters would permit, it pleased the said Acting Commander, after reading the resolutions adopted on the 29th, 30th, and 31st of the past month, as well as the 1st, 2nd, 3rd, and 7th of this month, today at the opening of the meeting to make the following opening statement to the Council concerning the aforementioned arrangements and measures employed. Namely, that his Honor, together with the aforementioned gentlemen De Wet and Van Reede van Oudtshoorn, having arrived in False Bay, had immediately inspected together the situation of the ship at the place where it had been brought onto the beach as far as possible. That their Honors, during this inspection, had observed that the best possible position on the so-called Great Beach had indeed been chosen for this purpose, so that if the vessel should in time be found reparable of the damages sustained, it could then be hauled off the dry land again. However, this very same favorable position for hauling off presented a real inconvenience for bringing ashore the goods that would successively be salvaged, since these goods could not be put ashore at the aforesaid place because of the surf, and would steadily have to be transported against the wind to the place of ordinary disembarkation at the jetty, unless a means could be found to receive and store them somewhere other than in the warehouses of the Honorable Company. Furthermore, these same warehouses, upon an inspection conducted by their Honors, were likewise found to be so filled with provisions and goods, both for supplying the departing and arriving vessels of the Honorable Company and for shipment to Batavia, Ceylon, and elsewhere, that it was utterly impossible to store anything more in them, no matter how small. Their Honors, upon discovering these inconveniences, had entered into consultation with one another as to how best to remove these inconveniences by appropriate measures. That the result of these deliberations was that, according to the advice obtained from the Resident, Mr. Brand, and the Master of the Equippage, Cornelisz, it was unanimously understood that no other means were at hand to extricate themselves from the difficulty than to make use of the ships lying in the roadstead, the Castor, the Meermin, the Helena Louisa, and the Zeenimph, in order to transship into them the goods that were already salvaged and were further to be recovered. 1404. 1405. After everything that could be taken into consideration both for and against such an arrangement had been properly and with mature counsel weighed and considered against each other, and preference had been given to the weightiest consideration to advance the Master's best interest, the following arrangements were made: Namely, that the undamaged goods from the cargo of the aforementioned vessel the Drie Gebroeders, as they were unloaded from the ship, should provisionally be brought on board the Zeenimph. That, on the other hand, the wet and damaged goods should be put ashore opposite the place of the burgher Willem Hurter, where the beach presents an altogether suitable opportunity for such an operation, in order to be sorted in tents to be erected expressly for that purpose, and either simply dried and subsequently re-baled and packed, or first properly rinsed and washed in fresh water, as the nature and properties of the various articles brought forth might require. That once all this had been performed as aforesaid, the sound and undamaged articles, as well as the damaged ones, should then be transferred into the ship the Castor, which their Honors had been obliged to designate for this storage, since the entire hold of the Zeenimph, and consequently even much less the space remaining in that hull—as it was partly loaded with goods destined for the Indies and partly with necessities—
Dutch transcription
1400. 1401. Den E: Achtb: Heer Gezaghebber nevens de Heeren Leeden des Raads uit Baaijfals alhier zynde komen te reverteeren. - kingen, en te werk gelegde middelen betoeklyk de drie gebroeders. quireeren. Aldus Geresolveerd ende Par„ resteerd In 't Casteel de Goede Hoop Ten daage en Jaare voorschreeve /:was geteekend:/ T: I Rhenius. I. I: Lesueur O: G: dewet /:laager:/ In ken= nisse van mij /:getekend:/ E. Bergh. p=k Secret=s. Vrijdag den 8 Junij 1792 's voormiddags alle Present dempto den Heere Gordon Den E Agtb: Heer Gezachheb„ ber nevens de Heeren Leeden des eergisteren laat in den avond wederom Raads de Wet en van Reede van Oudt„ hoorn, na in de Baaij fals met be„ trekking tot het aldaar tegens strand gehaald schip de drie Ge„ broeders alle zodanige provisineele schikkingen beraamd, te hebben, als d'omstandigheeden van Zaaken hadden willen gedogen, eergisteren laat in den avond wederom zijn„ de komen te reverteeren, zo behaagde het wel op gedagte Heere Gezachheb¬ ber na gedaane resumptie der Dat hun Ed. bij dees inspectie hebbende bespeurd dat daartoe wel was gekoosen geworden de bestmogelijkste positie aan het zo gend: groote strand, om wanneer den Bodem in der tyd bevonden mogte werden van deszelfs bekomen onder den 29. 30 en 31 der even af„ geweekene mitsgaders1, 2, 3 en 7 dee„ zer maand genomene Resolutien heeden bij het aangaan der vergade= dat zyn Ed: onvertur van de schik„ ringe in dezelve van de hiervoren ge„ citeerde Schikkingen en te werk ge„ legde middelen de navolgende Ouverture te doen. — Dat wel opgedagte zijn Edele nevens voorm: Heeren de Weten van reede van Oudtshoorn, na„ mentlijk, in de Baaij fals g'arri„ veerd zijnde, dadelijk te zamen in ogenschijn hadden weezen neemen de situatie van 't Schip ter plaatse alwaar men het zelve zo veel mo„ gelijk aan het strand hadde ge„ haald. — onder ne 1402. ne gebreeken reparabel te weezen, dezel„ „ve dan wederom van het drooge te kun„ nen afwinden, dog dat even deeze gun„ stige legging voor d'afwinding een reëel, inconvenient tot het aanland brengen der goederen, welke successi¬ velijk zouden gesalveerd werden, kwam op te leveren, vermits dezelve goede„ ren ter voorsz: plaatze wegens de bran¬ ding niet Aan de wal kunnende werden gezet gestadig tegens de wind op naar de plaats der ordinai„ re ontscheeping, aan 't Zeehoofd ge„ transporteerd zoude moeten werden ingevalle men geen middel wist uit te vinden om sergens elders dan in de Pakhuizen der E Compe te doen ontfangen en opleggen Dat bovensdien dezelve Pak= huizen by genoomen inspectie door hun Ed meede dermaten opge„ vuld bevonden zijnde met provisien en goederen, zo ter verstrekking aan de gaande en komende Bodems; der E Comp: als ter verzending naar 1403. Batavia, Ceilon, en elders, dat met geen mogelykheid iets hoe gering ook in dezelve meer konde werden geborgen, hun Ed, op d'ontdekking deezer inconvenienten, met den anderen in overleg waaren getree„ den hoe dezelve inconvenienten best door gepaste middelen uit den weg te ruijmen. — Dat het resultat dier beraad„ slagingen geweest zijnde dat naar ingenomen Advijs van den Heere Resident Brand en den Equipa= giemeester Cornelisz een paarien was begreepen geworden geene andere middelen aan handen te werden gevonden, om zig uit de verlegendheid te redden dan gebruik te maaken van de ter thee„ de Leggende Scheepen de Castor, de Meermin, de Helena Louisa, en de Zeenimph, ten eijnde de goe„ deren welke bereijds gesalveerd. waaren en verder geborgen stonden te worden, in dezelve te doen over Batavia scheepen. 1404. 1405. scheepen, hierop, na dat al het geene zo voor als tegens eene zodanige in aanmerking schikkinge „ konde koomen, behoor. lijk en met rijpe rade tegen overel„ kanderen gewikt en gewoogen was geworden, en aan het Zwaarst ter bevordering van s Meesters meeste intrest de voorkeur was gegeeven, de volgende arrangementen wa„ ren gemaakt. — Dat namentlijk de onbe„ schadigt gebleevene goederen, uit de lading van voorm: Bodemde drie Gebroeders naar gelange uit het Schip gelost zouden werden, voorlopig zouden moeten werden gebragt aanboord van de Zeenimph„ Dat daar en tegen het natge¬ wordene en beschadigde, tegensvoor de plaats van den Burger Willem Hurter, alwaar het strand tot een zodanige opiratie eene allezints Ca vonable geleegendheid praesenteerd, aan Land zoude moeten werden gezet, ten eijnde in expres daartoe Dat dit een en ander invoegen voorsz: verrigt zijnde als dan de goed en onbeschadigd gebleevene. articulen, zo wel als de geavari„ eerde, zoude moeten werden over„ gebragt in 't Schip de Castor, 't welk hun Ed„e genoodzaakt waren geweest tot deeze berging te moeten desti„ neeren aangezien het geheele Hol van de Zeenimph en gevolglijk nog veel minder de in dien kiel overgebleevene ruijmte, als zig ten deele beladene vindende met goederen voor d' Indien bestemd. en ten deele met benodigdheeden op te regtene tenten gesorteerd zijnde of eenvoudiglijk, gedroogd, en vervol„ gens wederom geëmballeerd en in„ gepakt, ofte ook wel eerst behoorlijk in zoet water afgespoeld, en gewas„ schen te worden, naar dat den aard en eijgenschap der onderscheijden articulen, welke te voorschein zoude werden gebragt zulks zouden koomen te vorderen. - op en
English
and provisions for the present and expected vessels of the Honorable Company, together with the entire hold of the Helena Louisa, which last-mentioned small vessel, moreover, would first have had to be unloaded of the cargo it contained for this Government, did not suffice to contain the goods already salvaged and those which one flattered oneself would still appear further, both in good condition and damaged; and to which arrangement Their Honors had proceeded all the sooner because thereby, especially if the Castor alone could take in all the goods to be salvaged, the dispatch and transport of those goods would be significantly facilitated, since in case insufficient space should be found in the still expected return ships to transship therein from the aforementioned ship the Castor the so frequently mentioned salvaged goods for dispatch to the fatherland, in default of such occasions a secure opportunity would always be found at hand to dispatch either directly to the Homeland the frequently mentioned cargo of the ship the Drie Gebroeders, insofar as it could be salvaged, in its entirety and without confusion, or to have it transported to this Cape roadstead, for which one or other purpose the dismantled and mastless ship the Zeenimph, just as little as the Helena Louisa, could not have been employed. That in order to be able to employ the cited ship the Castor for this purpose, the same having had to be excused from the voyage to Plettenberg Bay for which it had been projected on the mentioned, Their Honors had thereby also been forced to alter the destination of the Meermin to Mossel Bay, and to direct that keel instead of the Castor to the just cited Plettenberg Bay to collect the indigenous timber stored there in stock. That this change in the destination of the Meermin, having made the dispatch of another ship to Mossel Bay necessary in order to also be able to transport hither the grain delivered there to the Honorable Company, Their Honors had designated for that purpose the brigantine vessel the Helena Louisa, notwithstanding it was found upon an estimate made that that small vessel would not be able to take in the entire stock of wheat, peas, beans, and barley, judging it better to employ this only ship that could be disposed of in this matter due to the present circumstances, in order to transport hither only as much wheat as it could take in, rather than leaving all the wheat, peas, beans, and barley together in Mossel Bay, where, lying for a long time on a clay floor, it could nevertheless not remain entirely preserved from spoilage. That in order to give effect to all the aforementioned measures, hands having been set to work immediately, one had thereby, upon the departure again of the Lord Commander together with the Gentlemen de Wet and van Reede van Oudtshoorn from False Bay, advanced so far that not only were the goods destined for Mossel Bay already transshipped from the Meermin into the Helena Louisa, and those for Plettenberg Bay again from the Castor into the Meermin, as well as the vessels themselves prepared with the appropriation of the necessary bulkheads and otherwise for the continuation of the voyage, but that also at that time the following goods from the cargo of the ship the Drie Gebroeders had already been salvaged, namely: 31 bales dry cinnamon 4 ditto wet ditto 12 ditto both wet and dry mace 12 soekels mace both wet and dry 255 bales cloves, of which the greatest part wet 10 tail pepper both wet and dry 8 suckels nutmegs, from which a quantity lost and wet 31 bales nutmegs both wet and dry 2 cases for the Netherlands with sago, No. 18 and 30, wet 1 with mother-of-pearl shells, No. 49, 364 lb 2 aams preserved ginger, No. 4, 411 lb net and 67 lb tare, No. 6, 439 lb net and 67 lb tare, undamaged 2 bales coffee to the shore 61 barrels tamarind 25 whole leagers arrack, among which one leaked entirely empty 1 small case with 39 bottles sample arrack Yet, as it remained uncertain to what extent all the arrangements stated hereinbefore could be of fruition to salvage anything further of noteworthy value from the ship beyond the items just specified, seeing that the water in the same had already risen to such an extent that the entire remaining cargo was inundated, Their Honors thereupon took the resolution, after having left the further execution of the planned arrangements and established orders demanded of the aforementioned Lord Resident Brand, to return hither, and to supply the communication just described of all the foregoing to this Council. Whereupon, the aforementioned arrangements being now in further deliberation,
Dutch transcription
1406. 1407. en Provisien voor d'aanweezende en verwagt wordende Bodems der E Comp: met ende beneevens de gant„ sche ruijmte van de Helena Louisa welk laatstgemelde Kieltje daar en boven nog vooraf zoude hebben moe„ ten werden ontlost van de voor dit Gouvernement inhebbende Lading niet kwam te sufficeeren om de bereids gesalveerde goederen, en die welke men zig vlijde nog ver„ der zo goed als beschadigd te voor„ schijn te zullen zien komen, te kun„ nen bevatten; en tot welke schikking hun Ed: des te eerder waaren over„ gegaan om dat hier door, vooral wanneer de Castor alle de te sau„ verene goederen alleen zoude kunnen inneemen, de verzen„ ding en vervoering dier goederen merkelijk zoude werden gefa„ ciliteerd, alzo ingevalle in de nog verwagt wordende retourscheepen geene genoegzaame ruijmte zoude bevonden werden om de zo dikwerf gerepte geborgene goederen uit het evengem: Schip de Castor ter ver„ zending naar 't vaderland daar inne te kunnen doen overschee„ pen, bij onstentenis van zoda„ nige occagien altoos eene zekere ge= legendheid aan de hand zoude wer„ den gevonden, om de meermelde Lading van 't Schip de drie Gebroeders voor zo verre zal hebben kunnen werden geborgen in zijn geheel, en zonder Confusie, of directe naar 't Patria te verzenden, of wel naar deeze Caabse rheede te doen transporteeren tot welk een nog ander eijnde het ont„ tuijgde en masteloos schip de Zee„ nimpheeven zo min als de Helena Louiza niet zoude hebben kunnen werden gebeezigd. — Dat om het geciteerde Schip de Castor hier toe te kunnen emploij¬ eeren, het zelve hebbende moeten werden g'excusseert van de rhijze naar de Plettenbergsbaaij waartoe geprojecteerd was op den gerepte„ geworden 1408. 7409. geworden, hun Ed„ hier door dan ook genoodzaak waaren geweest de desti„ natie van de Meermin naar de Mosselbaaij te moeten veranderen, en dien kiel in steede van de Castor naar evengeciteerde Cletten bergsbaaij te moeten aanleggen ter afhaaling der aldaar in voorraad opgelegde in„ landse Houtwerken. - Dat deeze verandering der desti„ natie van de Meermin den aanleg van een ander Schip naar de Mos„ selbaaij noodzakelijk hebbende gemaakt gehad, om ook d'aldaar aan d E Comp geleeverde graanen dit heen te kunnen doen transporteeren, hunEd daartoe hadden komen te bestemmen het Brigantijn scheepje de Helena Loui„ „za niet tegenstaande bij een gemaakt overslag, bevonden was, dat dat Kieltje den gantsche voorraad van Tarwe„ Erwten, Bonen en, Garst niet zoude kunnen inneemen, als oordeelende het beter dit eenigste schip, waar„ over men in deezen wegens de praesen Dat om alle de voorsz: mesures ef¬ fect te doen sorteeren dadelijk handen aan 't werk geslagen zijnde, men hier door bij de weder afrhijze van hem Heere gezach¬ hebber nevens de Heeren de Viet en van reede van Oudtshoorn uit de Baarj¬ faes, wel in zo verre was gevordert, dat niet alleen de voor de Mosselbaaij bestem¬ de goederen reeds uit de Meermin in de Helena Louisa, en die voor de Pletten¬ bergsbaaij wederom uit de Castor in de Meermin wierden overgescheept, mitsgaders de Bodems zelve met het approprieeren der nodige Schot= ten als anderzints ter rhijsvorderin. te omstandigheeden konde dispo„ neeren, t'emploijeeren om maar zo veel Tarw als het zelve zoude kunnen inneemen herwaards over te voeren, als al de Tarw Erwten, Boonen, en Garst met den anderen in de Mosselbaaij te laaten verblijven daar het bij een lange Legging op een vloer van kleij dog niet ten eenemaale voor bederf zoude kunnen ge= praeserveert blijven. gen ƒ 1410. 1414. gen in gereedheid gebragt, maar dat ook als toen bereids gesarveert waa„ ren geworden, de navolgende goederen uit de Lading van 't Schip de drie Gebroeders als. — 31 Baalen drooge Caneel 4 _„o natte dito 12 _„o zo natte als drooge foulij 12 soekels foulij zo nat als droog 25 5 Baalen Nagulen waar van het grootste gedeelte Nat 10 — staart peper zo nat als droog 8 sickels Nooten Muscaaten waaruit een menig te verlooren en Nat 31 Baalen Nooten Muscaaten zo nat als droog 2 Kasten voor Nederland met Sago N„o 18 en 30 Nat. 1 met palamoer Schulpen N„o 49, 364 lb 2 Aamen geconfijte gember No 4. 411 lb netto en 67 lb tarra N„o 6, 439 lb Netto en 67 lb tarra, onbeschadigt 2 Balen Coffij na de wal 61 vaaten Tamerinde 25 heele Leggers Arak waaronder een geheel Ledig geloopen 1: kasje met 39 bouteilles proev Arak Dan dat het egter onzeeker blijvende in hoe verre alle de hier voren opgegeevene arrangementen van vrugt zoude kunnen weezen. om behalven de zo evengespecificeer de articulen nog iets verder naam waardig uit het schip te kunnen bergen, aangezien het water in het zelve bereids dermaten hoog wae gesteegen, dat de geheele resteerende Lading kwam geinnundeert te zijn hun Ed daarop het besluit hadden ge„ nomen na de verdere executie, der beraamde Schikkingen en gestelde ordres aan voorm: Heere Resident Brand te hebben gedemandeert gelaaten, naar herwaards te rug te keeren, en van al het vorenstaande de Zo even beschreevene Communica¬ „tie aan deeze raade te suppediteeren. Weshalven over de voorsz: arrangementen als nu in nadere 25 heele Leggers deliberatie
English
1412. 1413. Which, having been found in every respect to conform to the true interest of the Company, it was therefore resolved to convert the same into a Resolution of this Council. The Instructions for the ships the Helena Louisa and the Meermin having been arranged according to this change, the said vessels are now immediately to proceed on their journey to their respective destinations. Likewise, the further care of the salvaged cargo of the ship de drie Gebroeders remains requested and entrusted to the Resident Mr. Brand and Master Attendant Cornelisz. Meanwhile, the said Resident and Master Attendant shall have to submit the required report to this Council successively regarding their proceedings, along with a statement of the goods salvaged along the way. entered into deliberation and, pursuant to an attentive consideration of matters, it being found that the same in every respect conform to the true interest of the Company, it has thus been understood to adopt all the mentioned arrangements devised by the aforementioned Governor together with Messrs. de Wet and van Reede van Oudtshoorn in their context, and to convert them into a Resolution of this Council, as is done hereby; wherefore the Instructions for the ships the Helena Louisa and the Meermin being arranged according to this change, the said vessels shall immediately have to proceed on their journey to their respective destinations. Meanwhile, the further care of the salvaged cargo of the ship de drie gebroeders shall remain requested and entrusted to the Resident Mr. Brandt, together with the Master Attendant Cornelisz, who are then also hereby most seriously recommended and enjoined in that regard to use all possible vigilance and deliberation, so that through their zeal and good management everything may be contributed that can in any way serve to relieve the Company in the suffering of so substantial a loss. The said Resident and Master Attendant shall not only have to submit successively to this Council the required report of their proceedings with a statement of the goods salvaged along the way, but also immediately after matters are somewhat rescued from the present turmoil, regarding the causal reasons, whereby this to 1414. 1415. And the most meticulous inquiries shall have to be carried out by the fiscal office into the causal reasons whereby the aforementioned accident befell de drie gebroeders. Repeated recommendation of the Right Honorable Gentlemen of the High Indian Government concerning the early dispatch of the Requisitions of necessities for this Government. whereby the aforementioned accident befell the so often cited vessel de drie gebroeders, the most meticulous inquiries must be made by the fiscal office, in order that it may be shown in detail, both to the High Sovereign Lords Masters and to the Owners of that ship, whether and to what extent the ship authorities made themselves guilty in this matter of breach of duty through negligence. After this, having considered how very much it would not only be advisable, in view of the repeated recommendations made successively by their Right Honorable the Gentlemen of the High Indian Governments to send the annual Requisitions of necessities petitioned for this Government from here henceforth so early that they may be received at Batavia before the preparatory arrangements for the dispatch of the return vessels are made, to make use, if possible, of the present opportunity that the ships West-Cappelle, Buiten verwagting, and d' Unie are to proceed on their voyage to the just mentioned Principal City, or otherwise at least of an immediately following shipping opportunity for the transmission of the cited Requisitions to their said High Noble Honors, but that it would also be in every respect dutiful and the obligation of this Council to have the said petitions arranged in accordance with the newly received orders with all possible accuracy according to the present circumstances, in such a manner that absolutely nothing else would be requested for the respective administrations and departments than solely what is required for the Company's
Dutch transcription
1412. 1413. Welke allezints strookende zyn„ de bevonden, met 't waar belang der Maatschappij is uit dien hoofde dan ook beslooten, de„ zelve in eene Resolutien dezes raads te converteeren. — Zullende de Instructien voor de scheepen de Helena Louisa, en de Meermin, naar deese verandering ingerigt zijnde, deselve Bodems als nu dadelyk naa derzelver resp„e bestemmenissen hebben te rijsvor„ Mitsg:s de verdere bezorging der geborgen werdende Lading van tschip de drie Gebroeders ge„ demandeerd en opgedragen blij„ ven aanden Heere Rezident Brand en Equipagemeester Cornelisz. Terwijl dezelve Rezident en Equipagemeester van hunne verrigtingen, met opgaave der gaande weg-geborgen werdende goederen, successivelijk aan dee„ zen raade het vereischt verslag zullen moeten doen. deliberatie getreeden en ingevolge eene aandagtige overweeging van zaaken bevonden zynde, dat dezelve allezints zijn strrokende met het waar be„ lang der Maatschappij, zo is verstaan alle de gemelde, door wel op ged: Heere Gezachhebber nevens de Heeren de Wet en van reede van Oudtshoorn beraam de schikkingen in haren zamenhang over te neemen en te Converteeren in eene Resolutie deezes raadsgelijk zulx geschied bij deezen; - weshal¬ ven d' Instructien voor de scheepen de Helena Louisa, en de Meermin naar dees verandering ingerigt zijn: de, dezelve Bodems dadelijk naar derzelver respective bestemmenisse zullen hebben te rhijs vorderen. — Terwijl de verdere bezorging der ge„ borgen werdende Lading van het schip de drie gebroeders gedeman„ deert en opgedragen zal blijven aan den Heere Rezident Brandt, nee„ vens den Equipagie Meester Cor nelisz, die dan ook bij deezen daaren ten serieusten gerecomman deert en aan bevoolen werden, daar omtrend alle mogelijke vigilantie„ en overleg te gebruiken, ^ op dat door hunnen ijver en goed beleid alles vo mooge „ werden, # nagelijke exgelente enanligte gebrukn, op dat dorkunnen ijver en goed blaad alles mooge werden gecontribueert, wat maar eenigsints zal kunnen Strekken, om de Maatschappij in het tots„ schen van een zoo important ver„ lies te kunnen soulageeren — zullende niet alleen dezelve Rezi„ dent en Equipagiemeester van hunne verrigtingen met opga„ „ve der gaande weg geborgen werdende goederen, successive lijk aan deezen raade het ver¬ eischt verslag moeten inzenden, maar ook dadelijk na dat de zaaken eenigzints uit de praesen. te beslommeringe zullen weezen gered, na d'aanluidende oorzaken, waar dezen ten 1414. 1415. En door 't officie fiscaal de naauwkeurigste perquisitien zullen moeten werden bewerk„ stelligt werden, na de aanlei„ dende oorsaaken, waar door 't voorsz: ongeval de drie gebroe„ ders is overgekomen Herkaalde recommandatie van de welEdele Groot Achtb: Heeren derhoogen Indiase regeering no„ pens 't vroegtijdig afzenden der Eysschen van behoeftens voor: dit Gouvernement. — waar door het voorsz: ongeval den zo dikwils geciteerden Bodem de drie gebroeders is overgekoo„ men, door 't office fiscaal de naauwkeurigste perquisitien moe„ ten werden gedaan, ten einde zo aan de Hoog: Gebiedende Heeren Mee„ steren, als aan de Reders van dat schip omstandig blijke mooge of en in hoe verre de scheeps overheeden zig door negligentie aan pligtverzuim in deezen hebben schuldig gemaakt. Hierna overwoogen zinde hoe zeer het op de herhaalde recomman„ datien door haar WelEdele Groot Achtb: de Heeren der Hoge Indi¬ ase regeeringen successivelijk gedaan, om de Jaarlijkse Eijs„ schen van behoeftens voor dit Gouvernement gepetitioneerd wer„ dende voorthaan ze vroegtijding van hier af te zenden dat dezelve op Batavia kunnen weezen ontfangen voor dat de praepara„ toire toe bereidselen tot het depechee„ ren der retourbodems werden gemaakt, niet alleen geraden zou„ de zijn des mogelijk van de prae¬ sente occagie dat de scheepen West„ Cappelle Buiten verwagting en d' Unie naar even ged: Houfd plaatse staan te rhijsvorderen ofte anders ten minste van eene eerst„ volgende scheepsgeleegendheid. gebruik te maken ter overzending der geciteerde Eijsschen aan wel dezelve Hun Hoog Edelheedens, maar 't ook allezints pligtma„ tig en van de gehoudenisse dee„ zes raads zoude weezen, dezelve petitien ingevolge de nieuw ont„ fangene ordres net alle moge„ lijke naauwkeurigheid naar de praesente omstandigheeden der wijze te doen inrigten dat volstrektelijk voor de resp. administratien en departemen= ten niet anders wierde gevraagd, dan alleen het benodigde voor toire sEComp:s
English
1416. 1417. Which authorizations in this regard have been granted to Messrs. Lesueur and van reede van Oudtshoorn. Reflections of the Lord Commander concerning the means for the preservation of the palisades which, during the last war, were planted around and near the temporary works. the Honorable Company's own turnover, as well as such other indispensable articles of which either the trade remains prohibited to private residents, or for the shipment of which they have no occasion, it has been resolved, pursuant to the intent of the aforesaid obligation of this council and in order to devise a firm and uniform basis according to which all the various administrators shall have to organize their requisitions both now and in the future, to request and commission, as their Honors are hereby requested and commissioned, Messrs. Lesueur and van reede van Oudtshoorn, to attend together with the said administrators along with the Trade Bookkeeper Casparus van Eerten, in order to draft and organize the said requisitions in the manner described hereinabove and to submit them to this council, so that, being approved, they may not only immediately be presented to Their High Mightinesses in compliance, but also, as far as the arrangement for the future is concerned, serve as a firm cynosure for all departments from which any petitions are made. The Lord Commander having subsequently also made the other gentlemen members of the council reflect on how much, on the one hand, it served to considerably burden the so greatly weakened garrison of this Castle to have to maintain widely detached posts for the posting of sentries in order to guard the palisades which, during the last war, were planted everywhere near the temporary works erected at that time, but since demolished again by time, while on the other hand 1418. 1419. with a proposal to the gentlemen members of the council to have the same taken out of the ground. Remarks made thereon by the Council. And resolution to agree to the proposal of the Lord Commander. — these same palisades, without being of the least utility, gradually came to rot away; also with the proposal that, since this would not only serve to relieve the aforesaid military service, but also in every way promote the Master's interest, therefore to have the said palisades taken out of the ground and stored under the supervision of Captain Lieutenant Engineer Thibault until such time as they might come to be needed for more necessary purposes. Thus it is noted, every member of the council, however little versed in matters concerning engineering or the military service, can nevertheless perceive at a glance that it is by no means possible to properly occupy with sentries all the environs of this place planted with palisades in the present state of the garrison, without thereby leaving posts of infinitely greater importance uncovered and neglected; that experience has also already taught that, in the absence of sufficient supervision, a large part of those palisades have been pulled out of the ground and gone missing; while the rest gradually rot away and fall down, and consequently both the rules of the service and the interest of the Company [illegible] palisades as were planted in the recent War around and near the works erected at that time, but now for the most part no longer existing, and which, according to the advice taken from the aforesaid Engineer Thiebault, shall be found to be of no further utility, immediately to have them taken out of the ground, in order to be stored in a suitable place, to remain there under the direction and responsibility of the often-mentioned Engineer Thibault
Dutch transcription
1416. 1417. Welke qualificatien ten deesen belange op de Heeren Lesueur en van reede van Oudtshoorn is verleend. Reflexien van den Heere Le„ zaghebber over de middelen tot conservatie der Palisaaden welke staande den laatsten oorlog, om, en bij de passagere werken zijn verlant geworden. 'sE Comp„s eijgen ommeslag, mitsg=rs zodanige andere onontbeerlijke Ar„ ticulen als waarvan of den handel aan particuliere ingezeetenen ge„ prohibeert blijft, of tot welkers aff„ scheep zij geene occagie hebben, zo is ingevolge het bezet van de voorsz: verpligtinge deezes raads en ten eynde eene vasten en uni„ formen voet te beramen, waarna alle de onderscheydene administra teuren derzelver Eijsschen zo nu als in 't vervolg zullen heb„ ben in te rigten, verstaan dhee„ ren Lesueur en van reede van Oudtshoorn te verzoeken en te Com¬ mitteeren gelijk hun Ed„ verzogt ende gecommitteerd werden bij deezen, met dezelve administrateuren beneevens den Negotie over drager Casparus van Eerten ge¬ zamentlijk, te willen vaceeren, om de gemelde Eijsschen in maniere als hier boven is beschreeven 't ontwer„ pen en in te rigten mitsgaders aan deezen raade over te Leggen, ten eijnde g'approbeert zijnde niet alleen dade„ lijk ter voldoening aan haar Hoog Edelheedens te werden aangeboo„ den, maar ook voor zo verre Concer¬ neert d'inrigting voor 't vervolg aan alle departementen waaruit eenige petitien werden gedaan ten vasten Cinosure te verstrekken. Den Heere Gezachhebber ver¬ volgens ook aan d' overige Heeren Leeden des raads hebbende doen reflecteeren hoe zeer het aan d' eene zyde kwam te strekken tot merke„ „ bezwaan lijk ^ van 't zo zeer verswakt quarni¬ sien deezes Casteels alommegede¬ tacheerde Kosten te moeten onder houden tot het uitzetten van Schild„ wagten om de Pallisaden de welke geduurende den Laatsten oorlog over al by d' als doen opgerigte dog t' zedert door den tyd wederom gedemolieerde passagere werken geplant zijn geworden te bewa„ „ken, terwijl aan den anderen kant deezen ook 1418. 1419. met voorstel aande Heeren Leden des raads om dezelve te doen uit den grond neemen. Aanmerkingen bij den Raade daarop gevallen. En besluit om 't voorstel van den Heere Dezachhebber te agveeeren. — ook dezelve pallezaden zonder van een ge de minste Utiliteit te zijn, gaande weg kwamen weg te rotten met voor„ stel teffens om nadien zulx niet slegts tot verligting van den voorsz: dienst der militairen maar ook allezints ter bevordering van SMee„ sters intrest zoude verstrekken, der zelve Pallizaden dierhalven te doen uit den grond neemen en onder opzigt van den Capitijn Lieust. Ingenieur Thi¬ „bault opleggen tot dat men dezelve in der tijd tot meer noodzakelijke eijndens zoude komen nodig te heb¬ ben . zo is gemerkt yder Lidt de sraads hoe weinig geverseert ook in zaken de genie of militairen dienst betreffen„ „de egter als met een opslag van 't oog kan penetreeren dat het geenzints mogelijk is alle de met pallisaden beplante Environs deezer plaatse in de praesente staat van 't guarnisoen behoorlijk met schildwagten te kun¬ nen bezetten, zonder Posten van oneijndig meer aangelegendheid daar door ontbloot te laaten en de te verwaarlosen, dat ook d'onder¬ vinding bereids heeft geleerd dat bij ontstentenisse van genoegza„ „me toezigt een groot gedeelte dier palizaaden uit den grond gerukt en 't zoek gebragt zijn; terwijl de overige gaande weg komen af te rotten en om verre te vallen, en ge„ volglijk zo wel de regulen van den dienst als het belang der Maat„ sadur her een zoligver opgenomen en ue zeaker tyd gl: Tader „zaden als in den Jongsten Oorlog om en bij de als toen opgeregte dog thans voor een groot gedeelte niet meer existeerende werken geplant geworden zijn, en naar ingenomen advijs van voorm. Ingenieur Thiebault bevonden zullen werden, van geen verdere utilileit meer te kunnen weezen, dadelijk te doen uit de grond nee„ men, omme op eene Convenable plaatse opgelegd, aldaar onder de directie en ver„ antwoordinge van meerm: Ingenieur daar Thibault 2A„
English
Specific list presented by Mr. Le Sueur of all such persons who, being assigned to the Hospital, have continually remained outside of it. What was revealed to this Council therefrom. And resolution to summon all these persons by notices. Thibault shall remain sheltered until such time or a change in the circumstances of affairs allows a more useful employment to be made of him. Furthermore, Mr. Le Sueur having once again presented, in the name of the Regents of the Hospital, a specific list of all such persons who, being assigned to the said Hospital, have continually remained outside of it, with an indication of those among the members who have presented themselves to the aforesaid Regents in accordance with the proclamation of 19 November of the past year, from which it appears that of the persons of various capacities who have been found scattered here and there, both here at the Cape and across the countryside, up to the present day no more than merely [illegible] persons have come to present themselves, notwithstanding the fact that, out of consideration for the remote situation of the residences of our inhabitants in the respective outer districts with whom those people happen to stay, more than five months have been allowed to lapse since the last of December, which was the fixed final deadline within which they ought to have appeared here. Thus, seeing the necessity that the resolution of this Council taken on the 15th of the aforementioned month of November must take immediate effect regarding all those people, so that the Company may either enjoy from them the services for which they were engaged in their various capacities, or in case of genuine incapacity may be entirely discharged from their further maintenance, it is resolved once more to summon all the aforesaid continuously absent persons by notices, which shall have to be affixed everywhere after the publication, for the 15th of the upcoming month of August. Those who within this fixed time shall not have reported to the aforesaid Gentlemen Regents shall, immediately upon the expiration of the aforesaid prolonged deadline, be openly reported by an exact list from the aforesaid Gentlemen Regents of the Hospital to the Fiscal's office, as well as to the Landdrosts of the respective outer districts, in order to proceed against all those absent persons according to the tenor of the aforementioned placart; while those who can be traced and overtaken must, in the meantime, immediately after 15 August, wherever they may be found, be apprehended and brought here. What must be observed here regarding this by the Fiscal and respective Landdrosts. Ample memorial of grievance against the Independent Fiscal van Lynden, who has departed from here, presented by the aforesaid Mr. Le Sueur, with a request that the same might be transmitted among the Company's papers to the Gentlemen Masters. And since the same Mr. Le Sueur subsequently also came to produce an ample memorial of grievance addressed to the Gentlemen Masters, serving to give their High Mightinesses the requisite explanation concerning the true cause as well as the outcome of the unheard-of action initiated against him, Mr. Le Sueur, by the repatriated Fiscal Mr. van Lynden, and on the basis of his demonstrated innocence and subsequent triumph to solicit from the same authorities a striking satisfaction commensurate with the insult sustained upon the person of the said Fiscal van Lynden, with a request that this document might be supplied among the ministerial papers which are to be sent shortly to the fatherland on the national brigantine De Vlieg to the aforementioned Most High Gentlemen Masters, it was resolved, after the said writing with all the appertaining
Dutch transcription
1420. 1421. specificque Lijpt door den Heere Le Sueur overgelegd van al zulke persoonen, als op 't Hospitaal bescheiden, zig steeds buiten het zelve hebben onthouden gehad. Wat daar uit aan deesen raade is komen te blijken. Enbesluit om alle deese persoo„ oproepen. — Thibault zo lange geborgen te blijven tot dat men door den tyd ofte eene ver„ andering in de onstandigheeden van zaaken van dezelven een meer nút¬ tig emploij zal kunnen maken — Wijders door den Heere Le Sueur in den Naame van Regenten van 't Hoo pitaal andermaal overgelegd zijnde een specificque Lijst van alzulke per„ soonen als op het gemelde Hospitaal nen bij Billetter te doen bescheiden, zig steedse buyten 't selve hebben onthouden gehad, met aan wijzinge der zodanige dier leeden dewelke zig ingevolge publicatie van den 19 November des voorleeden Jaars bij regenten voorm: hebben aangedient waaruit blijkt dat van Persoonen van onderscheydene qualiteiten, die zig ginds en herwaards zo hier aan de Caap als over 't platte land verspreijd hebben gevonden tot op den dag van heeden niet meer dan slegts per„ zoonen zig hebben komen aan te gee¬ ven, niet tegenstaande men uit con„ sideratie van de verre of geleegendheid der woonplaatsen onzer Ingezeetenen in de respective buiten districten bij wien die lieden zig komen t'onthou„ den, t' zeedert den laatsten december zijnde den gefixeerden uittersten Ter= mijnen binnen welke zy zig alhier hadden moeten Sisteeren, nog ruijm Vijf maanden heeft komen te tempo„ riseeren. — zo is ingezien de nood zakelijkheid dat omtrend alle die lieden dadelijk effect sorteeren het besluit deezes raads op den 15e: der voorm: maand Novbr ge¬ noomen, op dat de Maatschapp's of van dezelve koome te genieten de diensten waarvoor zij in hun= ner onderscheidene betrekking zijn g'engageerd geworden, of in Cas van wezentlijke onbekwaamheid van hun verder onderhoud ten eenemaale mogen werden ontslagen, verstaan, nog maels alle de voorsz: Steeds absent blij¬ vende Persoonen bij Billietten, die na de publicatie alomme zul„ der Een 1422. 1423. ende resp: Landdrosken zal moe„ ten werden g'observeerd. met verzoek dat deselve onder 's Comp: Papieren aan de Heeren Meesteren mogte werden overgezonden— Ampele Memoie van dolean„ tig tegens den van hier ver„ trokkenen Independent fis„ Heer Lesueur overgelegd. len moeten werden g'affigeerd, tegens 8 den 15e: der aanstaande maand Augustus te doen inroepen zullen de de zulken, welken zig binnen dees bepaalden tid niet aan voorsz: Heeren regenten zullen hebben gemeld gehad immediate na expiratie van den zeevengem: geprolongeerden termijn, bij eene exacte lijst door voorsz: Heeren Regenten van 't Hospitaal aan Wat hier omtrent door den fiscaal 't officie Fiscaal, gelijk ook aan de Landdrosten der respe: buijten districten moeten open aangegee„ ven werden, omme tegens alle dezel„ ve absent blijvende Persoonen naar den Teneur van het hiervorenge„ meld placcaat te werden geproce„ deert; — terwijl de zulken die opge¬ spoord en agterhaald kunnen wer¬ den intusschen dadelijk na den 15 Augs. alomme waarse te vinden zúllen zijn, geapprehendeerd en her¬ waards opgebragt zullen moeten werden. — En nadien denzelven Heere Le Sueur vervolgens ook kwam te produceeren caal van Lynden, door voorz: eene ampele memorie van de leantie aan de Heeren Meesteren gerigt, die nende om hoogst dezelve nopens de ware oorzake „ gelijk ook van den uitslag der door den gerepatrieerden Heere Fiscaal van Lijnden, tegens hem Heere Le Sucur g'entameerde onge¬ hoorde actie de vereischte Ouverture te geeven, en van dezelve gebiederen op fundament van deszelfs gemani„ sesteerde onschuld en daarop gevolgd Triumphe, eenereclatante satisfactie g'evenredigd aan d' ondergaane beledi„ ging op den perzoon van gem: Fiscaal van Lijnden te solliciteeren, met ver= zoek dat dat stuk onder de ministe„ rieele Papieren welke met 's Lands Brigantijnschip de Vliegeerstdaags naar 't vaderland staan afgezonden te werden aan meer Hoogstged„e Heeren Meesteren, mogte werden gesuppediteerd, Is na dat het zelve schriftuur met alle de daartoe spectee„ 2t rende -
English
1424. 1425. being in that request not only readily condescended, but also that which is posited in that writing will be fully confirmed by this Council. Yet since concerning the nature of the matters occurring therein the alongside-mentioned remarks have occurred to this Government. Resolution to have the amount of Rd:s 94: 18:- for received postage moneys taken into the Company's petty cash. Copy of the Memorial which will be deposited at the secretariat, in such manner as to act as mentioned alongside. annexed appendices had been read, it was not only resolved to defer readily to the aforesaid request of Mr. Le Sueur, and consequently to send the said Memorial under the Company's papers to its address, but also it was further resolved, with the copy of the Memorial which will be deposited at the secretariat, to act in the manner mentioned alongside, and at the same time deemed proper in the ministerial letter which the Government will come to address on this occasion to the High-Commanding Lords Majores, fully to confirm the allegation regarding what occurred between Governor van de Graaff and the aforementioned Mr. Le Sueur on 2 July of the year 1790, as having taken place before the eyes and in the hearing of all the members currently present in the Council; yet considering that the matter at issue here in its circumstances and consequences happens to be of such a nature that prudence, the honor of this Council itself, requires giving as little publicity to it as will ever be possible, and the realization of the necessity of such secrecy alone having induced the Government up to the present day to observe a profound silence regarding it, Mr. Le Sueur has at the same time been requested to please deliver his aforesaid Memorial, both the original and duplicate, sealed under His Honour's private seal, to the Secretariat, in order thus to be dispatched alongside the Company's papers, while a third copy, sealed with the seal of the Secretary and inscribed that it may not be opened except by special order of the Chief Commander at the time alongside the Council, must remain deposited at the said Secretariat. After this, one and another being produced by Mr. van Reede van Oudtshoorn, namely the usual monthly account of the incoming postage moneys, from which it appears that the delivered letters brought here in May last yielded an amount of ninety-four rixdollars and eighteen stuivers: thus it is resolved to have the aforesaid sum of rixdollars 94: 18: transferred and taken into the Company's petty cash according to the established order. 1426. 1427. Likewise to place the lists of requirements for the ship Buiten Verwachting into the hands of the Equipagemaster, in order to provide what is necessary upon it. And lists of required medicines for the ships mentioned alongside into the hands of two chief surgeons, in order likewise to have the necessary supplied. Resumption of a letter from Landdrost Faure concerning the bad conduct of the master Rempler. Also, the Council has approved, upon a submitted list of equipage goods which Captain Koek has come to requisition for his vessel Buiten Verwachting for making the further voyage, to place the said list into the hands of the Equipagemaster Cornelisz for the purpose of examination, with the added authorization to provide what is necessary upon it. While on the other hand three lists, whereby the chief surgeons of the ships Westcapelle and De Unie, as well as the aforementioned vessel Buiten Verwachting, in consideration of the great quantity of medicines which they have had to consume on the voyage hither for such a considerable number of incapacitated persons as those with which those vessels arrived here, request a replenishment of such medicines as cannot be dispensed with during the further voyage, will have to be handed over to the chief surgeons of this Government, Johannes [illegible] van der Kemp, in order, insofar as the requested articles are found on hand, to have the necessary supplied to the said ship chief surgeons. Whereafter being read a letter written by the Landdrost of Swellendam, Anthonij Alexander Faure, to the Lord Commander, containing that he, the Landdrost, through the constantly continuing bad conduct—in spite of all corrections and admonitions—of the master stationed at the Tygerhoek, but serving at the post in the Outeniqualand, Johan Fredrik Rempler, finds himself in the unpleasant
Dutch transcription
1424. 1425. zynde in dat verzoek niet alleen gereedelyk gecondiscen„ deert, maar zal ook 't gepo„ seerde bij dat schriftuur door deesen raade volmondig wor„ den g'assorteerd. Dan vermits nopens den kaat der daarbij voorkomende zaaken bij deese Regeering de nevensgem: aanmerkingen zyn gevallen. Besluit om 't bedraagen van Rd:s 94: 18:- voor ontfangen portpenningen in's Comp: klijnen geld Cassa te doen inneemen.— schrift der Memorie 't welk ter secretarij zal werden gese„ poneerd, in maniere als be„ zyden te doen handelen. — rende bijlagen geleezen was gewor¬ den, niet alleen beslooten geredelijk aan 't voorsz: verzoek van den Heere Le sueur te defereeren, en mitsdien de gemelde Memorie onder sComp:s Paper Balverder beslooten met 't af„ ren aan deszelfs addresse te doen toe komen, maar ook teffens goedgedagt bij de ministerieele Brief welke de re„ geering aan de Hooggebiedende Heeren Majores bij dees gelegendheid zal ko„ men te rigten d'allegatie nopens het gebeurde tusschen den Heere Gouver¬ neur van de Graaff en voorm:: Heer Le Lueur op den 2 Julij des Jaars 1790: volmondig t'assorteeren, als hebbende plaats gehad onder 't oogen in 't aanhoo¬ ren van alle de thans in raade praesent zijnde Leeden: — dan gemerkt de zaak waarover de questie alhier is in haare omstandigheeden en gevolgen komt te zijn van zodanigen aard, dat de voor„ zigtigheid, d'eere deezes raads zelfs, vor„ dert, daaraan zo weijnig publiciteit te procureeren als naar immers mogelijk zal zijn, en 't bezef van de noodzakelijkheid Na dit een en ander door den Heer van Reede van Oudtshoorn gepro„ duceert zijnde de gewoone maande„ lijkse Rekening der ingekomene Port penningen, waaruit blijkt dat de bestel„ de Brieven in Maij Jongstleeden al„ hier aangebragt hebben opgeleeverd eener zodanige geheimhoudinge alleen, de regeeringe heeft gepermoveert gehad om tot op den dag van heeden daar„ omtrend een diep stildwijgen te betragten, is den Heere Le Sueur teffens ver„ zogt geworden de voorsz: zijne Memo„ rie zo in origineel als in Duplicaat onder zijn Ed: particulier Cachet gesloo„ ten, ter Secretarije te willen bezorgen, om alzoo nevens 's Comp:s papieren verzonden te werden, terwijl een derde afschrift bezeegeld met het Cachet van den secretaris en beschreeven dat niet dan op speciale Last van den Hoofdgebieder in der tijd neevens den raad zal mogen werden geopend, ter gemelde secretarije zal moeten bli„ „ven geseponeert. — een eener 1426. 1427. Mitsg:s om de Notitien van benodigt„ heeden voor 't schip buiten verwag„ ting te stellen in handen van den Equipagemeester, om daarop het nodige te verstrekken. — Ende Listen van benodigde me„ dicamenten voor bezidengem: scheepen in handen van twee op„ perchirurgijns, om 't noodzakelij„ ke insgelijx te doen aflangen. — Resumptig eener missiven van den Landdrost Paure over de slegte Conduites vanden Baar. Rempler een bedragen van vier en Negentige Rijke daalders en agthien stuivers: zo is geresolveerd het voorsz: Sommetje van Rijxe 94„18. — naar de vastge„ stelde ordre te doen overbrengen en inneemen in sComps kleijne geldcase Ook heeft den Raade op een inge diende Notitie van Equipagie goede„ ren dewelke den Capitein Koek tot het doen der verdere rhijze, voor des„ zelfs onderhebbende Bodem buijten verwachting is komen te requireeren goed gevonden dezelve Notitie ten fine van examinatie in handen van den Equipagiemeester Cornelisz te stellen, met bygevoegde quali„ ficatie om daarop het nodige te verstrek ken. Terwijl daar en teegen drie Lijsten waarbij de oppermeesters der scheepen westcapelle en d' Unie mitsgaders evengemelde Bodem buiten verwag „ting uit aanmerking van de groo„ te quantiteit medisynen, welke zij op de herwaards rhijze aan een zo Considerabeel aantal Impotenten, als waarmede die kielen alhier aan„ geland zijn, hebben moeten verbruiken, om suppletie van zodanige medica„ menten verzoeken, als welke gediu„ rende de verdere voicagie niet t' ont„ beeren zijn, zullende moeten inhan„ digd werden aan d' opperchirurgijn& dee„ zes Gouvernements Iohannes Leu„ over . . . . . . van der Kemp om in zo verre de gepetitioneerde Articulen aan handen werden gevon„ den, het noodzakelijke aan de gemelde scheeps oppermeesters te doen aflangen Waarna geleezen zijnde eene Missi ve door den Landdrost van Zwellendam Anthonij Alexander Faure aan den Heere Gezachhebber geschreeven, behel„ sende dat hij Landdrost door de te geves alle Correcties en vermaningen aan¬ steeds voortduurende slegte Conduite „van den aan de Tygerhoek bescheyde nen, dog op de Post in 't oute Niguas„ land dienst doende Baas, Iohan Fredrik Rempler zig in d' onaangenam zo me
English
1428. 1429. With request that the same might be demoted. — And considering that the Council has full knowledge of the bad character of aforementioned Rempler, the same is demoted to common soldier. — The request of the Military Captain Buissinne to be allowed to unload a five-foot chest from the ship WestCapelle being granted to the same. — as to how further shall be acted with him, Rempler. found himself obliged to lodge his complaints with His Honour concerning the said Rempler, and at the same time most urgently to request that aforementioned Rempler, having already acquired a complete passion for drink, wherein he daily committed the most grievous excesses, and consequently absolutely no improvement was to be hoped for from him anymore, might be removed from his Post and another capable and sober person appointed in his place; so it is, considering that the council has already repeatedly been informed of the unwillingness, negligence, and excessive way of life of the said Rempler, and it moreover has already long since been necessary to set an example among the Company's ordinary servants stationed on the above-mentioned Post in the Outeniqualand, for the restoration of good order which has so long been banished from among them, Lastly being read a Request presented to this council by the Military Captain of this Castle, Wilhelm Buissine, in the name and as the attorney of his brother, the Naval Captain Petrus Stephanus Buissine, being in the Indies, tending to be permitted to unload from the ship Westcappelle present in False Bay a certain five-foot chest marked S: B: by which they might take warning, unanimously resolved to demote the said Rempler from his present rank to common soldier, and to place him in this capacity on the ship De Meermin, in order that, performing service on that vessel, he make the voyage with the same to Plettenberg Bay, where several of the men who were under his command will be present to be eyewitnesses to the correction applied to him in this matter. where aforementioned 1430. 1431. on the complaints lodged by Captain von Hügel against the officers of the Ship West Capelle. — belonging to his aforementioned brother, and shipped on the latter's account in the Netherlands as freight in the cited vessel to Batavia; so it is, considering that from the general power of attorney and the written order for the claiming of the said chest, from which among other things its contents also appear, both submitted by the petitioner alongside his aforementioned request, the petitioner's authority to make such an application has become evident to this Government, resolved to grant the requested unloading of the said Chest from the ship Westcapelle, and therefore to authorize the officers of that vessel to hand over and deliver the same chest to the aforementioned Military Captain Buissine against a proper receipt. — underneath stood: Thus Resolved and Decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforementioned. Saturday the 9th of June 1792 Upon inquiry. all present except Mr. Gordon The Adjunct Fiscal Truter, in compliance with the Resolution taken the day before yesterday by this Government, in order to have a meticulous investigation made by the Fiscal Office into the complaints lodged by Captain von Hügel against the officers of the ship Westcappelle lying anchored in False Bay, as to how far those officers have truly made themselves guilty of the mistreatment imputed to them towards the recruits of the Regiment of Württemberg placed on their aforementioned vessel under their command, did, on account of the indisposition of the Fiscal ad interim De Nijs, immediately was signed: I: I: Rhenius, I: J: Le Sueur, O: G: de Wet, H: C: van Reede van Oudtshoorn. Lower down: in my presence, E: Bergh, Chief Secretary. was signed to 1432. 1433. proceed to the aforementioned False Bay, and according to the circumstances, as well as the shortness of time, having carried out a proper examination not only of the same officers but also of the entire crew, from which the groundlessness of those complaints has become clear enough to move the council to remain resting with peace of mind in the inquiries undertaken and the findings resulting therefrom, as well as more broadly described below in the Report itself of him, the Adjunct Fiscal. To the Right Honourable Johannes Isaac Rhenius, Governor, together with the Honourable Council of Policy of the Castle of Good Hope. Right Honourable Sirs! Your Right Honours, having by your honoured resolution of the 7th of this month placed into the hands of the Fiscal pro interim, Mr. Jacob Pieter de Nijs, a Memorial presented to Your Right Honours by Captain von Hügel, as Commandant of the sick and recruits of the Regiment of Württemberg at this remote corner, containing complaints against the officers of the Honourable Company's ship Westcapelle concerning extreme mistreatments committed by the same on the men brought over on that vessel during the voyage from the Fatherland; with orders that he, the Fiscal pro interim, should immediately proceed to False Bay and there on board the said ship Westcappelle make the required inquiries as to how far the complaints appearing in the said Memorial are founded or not, in order, with the return of the original memorial and the annexes belonging thereto, subsequently without loss of time to supply to Your Right Honours the required report of his findings; to the end of the same
Dutch transcription
1428. 1429. Met verzoek dat denselven mogt werden gedeporteerd. — En ingemerkt den Raade van de slegden hoedanigheid van voorschr: Rempler volkomen kennis is draagende, denzelven tot gemeen soldaat gedeporteerd. — zijnde het verzoek van den Capt: Militair Buissinne om een vijf voets kist uit 't „schip westCapelle te mogen ligten, aan denzelven geaccor„ deert. — op met wijlen met ham Hempler verder zal werden gehandeld. „me noodzaake kwam te bevinden der„ zelfs klagten bij zijn Edele over den zel„ ven Rempler te moeten inbrengen, en teffens instantigst te moeten verzoeken dat gem: Rempler ter zake bereids eene volslagen passie voor den drank„ waar inne dagelijks de deerlijkste excessen kwam te begaan, hadde gezet, en gevolglijk volstrek geen beterschap van den zelven meer was te hoopen. van zijnen Post gedeporteert en een ander bekwaam en nugter perzoon in zijne plaatse aangesteld werden mogte, zo is, gemerkt den raade al meermaalen van de onwilligheid, re„ gligentie en buitensporige Levenswaj„ ze van denzelven Rempler is g'infor„ meerd geworden, en het bovensdien al van over lange is noodzakelijk geweest onder s Comp„s op boven gem: Post in 't oute Nigualand bescheidene gemeene Dienaaren, ter herstelling, der van onder dezelve zo lange verbannen geweest zijnde goede ordre een exempel te statueeren, Laatstelijk geleezen zijnde eene Requeste door den Capitain mi„ litair deezes Casteels Wilhelm Buirs„ „sine in den Name en als gevolmagtig„ de van deszelfs zig in Indien bevinden den Broeder den Capitain ter Zee Petrus Stephanus Buissine aan deezen raa¬ de gepraesenteerd, tendeerende om uit het in de Bray Fals aanweezend schip westcappelle te mogen doen lig„ ten zeekere vijfvoets kist gemork : S: B: waar aan zig zoude kunnen spiege„ len, eenpariglijk verstaan denzelven Rempler van deszelfs praesente qua¬ liteit te deporteeren tot gemeen zoldaat, en hem in deeze qualiteit te doen plaatzen op 't schip de Meermin, om op dien kiel dienst presteerende met dezelve de rhijze naar de Plettenbergsbaaij te doen, alwaar verscheydene der onder hem gesorteerd hebbende man„ schappen aporte zullen weezen om oog getuigen te kunnen zijn van de in deezen aan hem geappliceerde Cor¬ rectie waar evengemelde 1430. 1431. op de klagten door den Capt: van Hugel tegens d' overheeden van 't Schip west Capelle ingebragt.— evengemelde zynen broeder toebehooren, de, en voor dezzelfs reekening in Ne„ derland p„r vragt in geciteerde Bodem naar Batavia afgeladen, – zo is ge„ merkt uit de generaale procuratie en den schriftelijken Lastter opeyssching van gem: kist, waar uit onder anderen ook dies inhoude komt Consteeren, beijde door den supp„t nevens deszelfs voorsz. request overgelegd, aan deeze Regeering 's suppts. bevoegdheid tot het doen van een diergelijke instantie is gebleeken verstaan de verzogte ligting van gem: Kist uit het schip Westcape, le t'accordeeren, en mitsdien d'over„ heeden dier kiel te qualificeeren om dezelve kist tegens behoorlijke reci„ pisse aan voorm: Capitain Mili¬ taire Buissine af te langen ende te laten volgen. — /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd ende Garresteerd In 't Casteel de Goede Hoop Ten daage en Iaare voorsz: Zaturdag den 9 Iunij 1792 Bij omvraage. alle praesent behalven den Heer Gerdon Den adjunct Fiscaal Truter ter voldoe„ de Rapport van den adj: frc: Fruter, ning aan 't Besluit op eergisteren by deeze Regeeringe genomen, om op de klag„ ten door den Capitain van Hughel teegens d'overheeden van 't in Baaij f als gean¬ kert leggend schip Westcappelle ingebragt, door 't officie Fiscaal een naauwkeurig onderzoek te laaten doen, in hoe verre die overheeden zig werkelijk aan de hun aan„ getijgde mishandelingen, Jegens de op hunne voorsz: onderhebbende Bodem ge¬ plaats zijnde recruuten van 't Regiment van wirtenberg hebben komen schuldig te maaken, zig weegens d'indispositie des adinterim Fiscaals de Nijs, dadelijk /was geteekend:/ I: I: Rhenius I: J: Lesueur O: G: de wet: HC van Reede van oudtshoor /:lager:/ my present E: Bergh C: Secretaris was getekend naar 1432. 1433. naar voorsz: baaij fals begeeven, en naar gelange der omstandigheeden, mitsga„ ders de kortheid des tijds een behoorlijk examen niet alleen van dezelve overhee¬ den maar ook van de gantsche Equi„ pagie bewerkstelligt hebbende, waaruit d' ongefundeerdheid dier klagten klaar genoeg is komen te blijken, om den rade te permoveeren in de te werk gestelde recherches, en de daaruit voortgevloeide mitsgaders hier onder bij 't Rapport zelve breeder omschreevene bevindingen van hem adjunct Fiscaal voor haar. zelven met gerustheid te kunnen blijven berusten Aan den WelEd: Achtb: Heer„ Johannes Isaac Rhenius Gezachhebber, beneevens den Ed Achtb: Raad van Politie des Casteels de Goede Hoop Wel Edele Achtb: Heeren! UWelEd: achtb: by derzelver geeerd besluit van den 7 deezer, in handen van den Heere pro interim Fiscaal M:r Jacob Pieter de Nijs, gesteld hebbende eene Memorie door den Capitains von Hughel, als Com„ mandant der zieken en recruuten van 't regiment van wiertemberg aan dee„ zen uithoek, aan uwelEd„ Achtb: gee presenteerd, behelsende klagten teegens de overheeden, van het sE Comp:s schip westiapelle over verregaande mishande lingen, door denzelven gepleegd aan de met dien Bodem aangebragte man„ schappen, geduurende de reize uit Patria¬ met last dat hij Heer pro interim fiscaal zich dadelijk naar de Baaijfals begeeven„ en aldaar aan Booro van gemelde schip Westcappelle de vereijschte perqui¬ sitien doen zoude, in hoe verre de, bij de zelve Memorie voorkomende klagten al of niet zyn gefundeert, om met te rug bezorging der origineele memorie, en daar toe specteerende bijlaage, van zijne bevinding vervolgens zonder tijd verzuijm aan UwelEd: Agtb: het ver„ eijscht verslag te suppediteeren; ten eijnde van dezelven
English
1434. 1435. to enable them to make such further disposition as the true state of affairs found shall come to require; thus the undersigned deputy fiscal has the honor to report with due respect: That, pursuant to and in compliance with the said honored resolution of Your Right Honorable Worships, on account of the indisposition of the aforementioned Honorable Fiscal pro interim, he proceeded on the 8th of this month to False Bay, and there on board the Honorable Company's ship Westcappelle, on each point of complaints contained in the aforementioned memorial, examined not only the junior merchant Laurentius Resman stationed on that vessel and all the authorities, up to and including the deck officers, but also all the common ship's crew who were on board at the time, and who were declared by Captain Simon Laurentius to constitute his entire crew. That then, regarding the first point, containing that the soldiers of Wiertemberg during the voyage were mistreated in the grossest manner by the ship's crew, never called anything other than snakes and scorpions, and that upon complaining, instead of obtaining satisfaction, they were threatened with beatings by the captain, it was declared by the captain that he had never heard any name of that nature used on his ship, and that no complaint about anything of the sort had ever been made to him; it being otherwise his custom to provide proper satisfaction even to the lowest of his subordinates: on which first point the undersigned subsequently having heard separately the said junior merchant, Captain Lieutenant I: A: van der Putte, Lieutenant S: Serlé, as well as the surgeon-majors, second lieutenants, and cadets, all the deck officers, and finally all the ship's crew gathered before the mainmast; the same 1436. 1437. all without exception testified that they had never seen any mistreatment inflicted upon the soldiers during the voyage, nor inflicted any themselves; that the crew in the beginning had been admonished by the captain and other officers to refrain from abusing the soldiers; that they had also faithfully complied with this; and that they ultimately could find no reason to complain in the slightest about the captain. That the undersigned, having proceeded in the same manner with the investigation of the second point of complaint, entailing that the soldiers, notwithstanding that they properly performed their work, were nevertheless beaten like dogs by the quartermasters, and out of fear of more beatings were obliged to keep silent, the captain testified that this must be an absolute falsehood, because he was convinced that he observed too good an order on his ship for anything of the kind to happen without his knowledge, with which declaration the junior merchant, along with the officers, deck officers, and the crew fully concurred; the deck officers having even added thereto that the quartermasters had no authority over the soldiers, and that they were even forbidden to beat the soldiers; but that they well knew that the soldiers continually refused duty and indulged in all kinds of wantonness. That, regarding the third point, namely that the soldiers were forcibly compelled to attend to the sick sailors and even had to clean the close-stools, the captain and all the others, having been questioned in the aforementioned manner, declared and testified that no force was ever used to compel the soldiers to attend to the sick, but that upon their repeated refusal they were only urged with words to perform their duty in this regard; because the soldiers, 1438. 1439. as well as the seafarers according to the Honorable Company's instruction, are required, on their turns, to keep watch over the sick and to perform the duties attached thereto. That the soldiers were not used for this exceptionally, but along with and besides the seafarers, of whom always, as far as ship's duty and the shortage of crew caused by the numerous sick permitted, some attended to the sick along with an equal number of soldiers: and that finally the soldiers were exempted from watches, while nevertheless the seafarers who attended to the sick continued to keep their regular ship's watches. That as regards the fourth point of grievance, namely the mistreatment inflicted by Second Lieutenant Hertog upon the quartermaster-sergeant Ekhardt, and the desperate situation and unfortunate end of the same Ekhardt resulting therefrom, the undersigned in the first place examined Second Lieutenant Hertog and learned from him that in his capacity on a certain day between decks, being engaged in cleaning and airing the ship, he had found that the quartermaster-sergeant Ekhardt was lying between the chests at his mess and had soiled himself there, whereupon having ordered him to move away from there in order to proceed with cleaning and airing, he, Eckhardt, had refused to obey this, but had remained lying in the same place; and that he consequently had found himself under the necessity of making him leave there by giving him a few slaps with the hand; Second Lieutenant Hertog adding hereto that he did not know that the falling overboard of that quartermaster-sergeant occurred out of despair. That the captain, junior merchant, the other officers, and the crew, thereupon
Dutch transcription
1434. 1435. dezelven daarvoor in staat te stellen zodanige nadere dispositie te kunnen neemen, als de bevondene wezendlijke toedragt van zaake zal komen te requi„ reeren; -zoo heeft de ondergeteekende adjunct fiscaal de Eere met behoor„ lijk respect te berigten: Dat hij ingevolge en ter voldoe„ ning aan het zelve Uwel Ed Achtb ge„ eerd besluit, vermits de indispositie van voorn: Heere Prointerim Fiscaal, zich op den 8 deezer heeft begeeven naar de Baaij fals, en aldaar aan Boord van s E Comp schip Westcappelle, op ieder poinct van klagten, bi de voorsz: Memorie vervat, heeft geex„ amineerd, niet alleen den op dien Bodem bescheijden onderkoopman Laurentius Resman en alle de overheeden, tot de deksofficieren in„ cluijs maar ook al het gemeen scheep= volk, welk zig des tijds aan boord be„ vond, en door den Capitein Simon Laurentius betuijgd wierd zyn ge„ heele Equipagie uit te maaken. — Dat als toen omtrend het eerste poinct behelzende, „ dat de soldaaten ze „van Wiertemberg geduurende de rey„ de „ze door het scheepsvolk op 't grofste „zyn mishandeld, nooit anders ge„ „noemd dan slangen en scorpioenen, en dat zy klagende in steede van Sa„ tisfactie te erlangen, met slagen zijn bedreijgd geworden door den Ca„ piteijn is verklaard, dat hij nimmer eenige benaming van die natuur, in zijn schip had hooren bezigen, en dat bij hem over iets diergelijks nooit klagte was gedaan; zynde anderzints zijne gewoonte, om zelfs den minsten zijner onderhoorige, behoorlijk Satisfac„ tie te bezorgen: op welk eerste poinct den ondergeteekende vervolgens afzonder„ lijk gehoord hebbende, den gemelde onderkoopman, den Capitain Lieutt. I: A: van der Putte, den Lieutt S: Serlé, benevens de oppermeesters Sous Lieu„ tenants en Cadets, alle de deks officie„ ren, en eijndelijk al 't scheepsvolk voor de groote mast vergadert; dezelve Dat alle 1436. 1437. alle zonder uitzondering hebben betuigd, dat zy nooit aan de militairen, geduuren de de reijze, eenige mishandeling had„ den zien pleegen, of zelve gepleegd; dat het volk in den beginne door den Capitein en verdere officieren was vermaand, om zig van schelden omtrend de militaire te onthouden; dat zij hier aan ook getrouwe„ lijk hadden beantwoord; - en dat zij eijnde lijk geen reden wisten te vinden, om in 't minste over den Capitain te klagen. - Dat de ondergeteekende op dezelve wij= ze geprobedeert hebbende, met het onderzoek van 't tweede point van klagte, meede brengende, dat de militairen niet tegeen staande zy hun werk behoorlijk verrigten, evenwel door de quartiermeesters als hon„ den geslagen zijn, en uit vrees van meer sla„ gen verpligt waaren te swijgen, betuijgde de Capiteijn dat zulx eene volstrekte onwaarheid moest zijn, om dat hij overtuijge was, eene al te goede ordre in zijn Schip te observeeren, dan dat 'er iets dergeliks zonder zijne ken nis zoude kunnen geschieden, met welke declaratie zich de onderkoopman, benee„ vens de officieren, deks officieren en het volk volkomen, Conformeerden; hebbende de deks officieren daar zelfs bijgevoegd, dat de quartiermee„ sters, geene directie over de militairen gehad hebben, en dat het hun zelfs A verbooden is geweest; de soldaaten te slaan; dog dat zij wel wisten, dat de mi„ litairen geduurig dienst geweijgerd, en zig aan allerhande baldadigdheeden overgegeeven hebben. - Dat, betreffende het derde point „ dat namentlijk de militairen met „geweld gedwongen zijn, de zieke Mat„ troozen op te passen, en zelfs de nagt„ stoelen hebben moeten schoon maken„ de Capiteijn en al de overigen, op de voor„ verhaalde wijze ondervraagd zijnde, ge„ declareerd en betuigd hebben, dat 'er nim„ mer eenig geweld: is gepleegd, om de mili„ tairen tot het oppassen der zieken te dwin„ gen, doch dat zij alleenlijk op hunne herhaalde weigering met woorden zijn aangespoord, om hun pligt in deezen te betragten; want dat de militairen, vens Zo: 1438. 1439. zo wel als de zeevaarende volgens 's E Comp:s instructie, gehouden zijn, op hunne tourbeurten, de wagt by de zieken te hou„ den en de diensten daar aan verknocht te verrigten. — dat de militairen hier toe, niet bij uitzondering gebruikt zijn, maar met ende benevens de zeevarende waar van altid, voor zo veel de scheepsdienst, en de door de menigvuldige zieken veroorzaakte zwakheid van volk zulx hebben toegelaaten, eenige bij de zieken met even zo veel militairen de oppas„ „sing hebben waargenoomen: en dat eindelijk de militairen van wagten zijn bevryd geweest; terwijl nochtans de zeevarende die by de zieken appassen„ hunne gewoone scheeps wagten hebben blijven waarneemen. — Dat wat aangaat het vierde point van beswaar, de mishandeling namentlijk door den sous Lieutenant Hertog aan den Fourier Ekhardt ge„ „pleegd, ende daarop gevolgde van hoo„ „pige situatie en ongelukkige einde „van denzelven Ekhardt „ de onder getee„ kende in de eerste plaats, den sous Luitenant Hertog geexamineerd, en van denzelven vernomen heeft, dat hij in zijn qualiteit op zekeren dagtusschen deks, bezig zynde met het schip te reijnigen en te lugten, bea vonden had, dat de Fourier Ekhardt, tusschen de kisten aan zijn Bak was leggende, en zig daar bevruld had, waer „op hij denzelven gelast hebbende, om 10h zig van daar te begeeven; ten einde met schoonmaaken en lugten te kun„ nen voortgaan; hij Eckhardt hier aan niet had willen gehoorzamen, maar ef op dezelfde plaats was blijven leggen; — en dat hij zig overzulx in de noodzake lykheid had bevonden denzelven door een p„s klappen, met de hand van daar te doen vertrekken; voegende de sous pas Lieutenant Hertog hierbij, niet te wee„ ten, dat het overboord vallen van dien fourier uit wanhoop geschied is. Dat de Capitain, onderkoop man, de verdere officieren en het volk, van hierop
English
1440. 1441. having been heard on this matter, testified that, as far as the beating is concerned, they know nothing about it; and concerning the falling overboard, that the quartermaster Eckhardt, on 26 february of this year, upon arrival at St Iago, fell from the galleon or so-called lice-deck, without it being precisely known in what manner, only the sailor Jacob de Wit having testified to have seen that the aforementioned quartermaster fell overboard due to the slipping of his leg, whereupon immediately a man jumped into the water to render assistance, and further on board all necessary efforts were made to save him; the captain-lieutenant testifying further to have indeed heard that the second lieutenant Hertog gave the quartermaster Eckhardt a few slaps, but that this occurred approximately one month before the falling overboard, while the crew in general declared that they frequently had cause to complain about the filthiness of the said Eckhardt, who often did not refrain from soiling his own mess-bowl. That concerning the lesser ration and the manner in which the same was distributed to the military personnel, it was unanimously testified to be in accordance with the truth that the soldiers always had to wait until the last sailors were served, but that the reason for this lay not in any disrespect toward the military personnel, but solely in this: that according to the order customary on all ships, rations are distributed following a specific mess list, and that on that list the soldiers always have the last number; that the soldiers furthermore enjoyed equal rations with the ship's crew, and that this was handled without the least exception, as rations are always distributed in the presence of a lieutenant and one or more deck officers. 1442. 1443. That finally Captain-Lieutenant van der Putte declared that a non-commissioned officer had indeed been on board to ask for chests and clothing, though not specifically those of Sergeant Eckhardt and the privates who had died, as stated at the end of the memorandum of complaints; that moreover the chests of the deceased had already been dismantled for space in the ship; and that, even had they still existed, he, the captain-lieutenant, would always have raised objections to handing over any goods to a non-commissioned officer without an ordinance. That the undersigned, in order to proceed in this matter with the greatest certainty as far as the shortness of time allowed, held before all those who had to testify about matters not particularly concerning themselves the nature and weight of the oath, and especially exhorted the ship's crew not to let themselves be guided by private interests, or be deterred from speaking the truth for fear of unpleasantries, from which they would well be protected in such a case. Yet, Honorable and Worshipful Sirs, notwithstanding the undersigned acted herein in such manner as he deemed consistent with the gravity of the matters, he nevertheless encountered complete unanimity in all respects, and therefore considers himself obliged by virtue of his office to declare to Your Honorable Worships that no sufficient reasons have appeared to him to suspect the mutual testimonies given of any partiality; however much the shortness of time remaining for the investigation on the other hand forbids him from asserting the irrefutable certainty thereof. 1444. 1445. How shall be dealt therewith. The undersigned trusts to have acted herein in accordance with the intention of Your Honorable Worships, and flatters himself that his conduct may meet with your approval, in which confidence he has the honor to let this serve as a dutiful report. Below stood: Cape of Good Hope, 10 June 1792. Was signed: J. A. Truter, Adjunct Fiscal. When the question was put by order of the Governor as to how now further to act in this matter, it was unanimously resolved by all the gentlemen members of the council present to confine themselves to the aforementioned request of the adjunct fiscal, and accordingly, subject to the favorable interpretation of the Most Honorable Lords of the High Government of the Indies, to conduct no further inquiries here concerning the aforementioned matter, in the hope that their Honors, realizing that otherwise a considerable delay in the departure of the repeatedly mentioned ship Westcappelle would have had to be caused, will be satisfied with this; but considering that it might nevertheless happen that their High Honors, upon the arrival of the aforementioned vessel Westcappelle at Batavia, might find it advisable to order a more rigorous investigation there, and that the necessary documents would then be required for that purpose, it was likewise resolved to supply to their Most Honorable Worships by this same ship Westcapelle in authentic copy both the written complaint of Captain van Hughel with the annexes attached thereto, and the report of the adjunct fiscal; intending however, in order to remove the soldiers who lodged complaints from the justifiable resentment of the ship's officers and to protect them from all ill-treatment, which they would have to fear if they were to continue their journey on the same vessel, to transfer those soldiers from the frequently mentioned ship.
Dutch transcription
1440. 1441. hierop gehoord zijnde, betuijgd hebben, dat zij, wat het slaan betreft; daar van niet weeten, en omtrend het over= boord vallen, dat de Fourier Eckhandt op den 26„e february deezes Iaars, bij 't arrivement te s„t Iago, van 't galjoen of zogenaamde Luijze plegt is geval„ len, zonder dat men precies weet, op welke wijze; hebbende alleenlijk de Mattroos Jacob de Wit betuigd, gezien te hebben, dat evengem: Fourier door het uitglippen van zijn leen is overboord gevallen; wanneer terstond een man in 't waater is gesprongen tot adsisten„ tie, en voorts aan Boord alle nodige pogingen zijn aangewend, om hem te redden betuigende verder de Capit: Lieutenant wel gehoord te hebben, dat de sous Lieutenant Hertog den Fouries Eckhardt een paar klappen heeft gegeen ven, dog dat zulx circa een maand voor het overboord vallen is geschied; ter„ wijl het volk in 't gemeen verklaarde dat zij zig dikwils hadden moeten beklagen, over de onreynigheid van denzelven Eckhard, die zig dikwils niet ontzien had zijn eijgen bak te bevuijlen. — Dat „ ten belange van het min „der rantsoen, en de wijze waar op „het zelve aan de militairen is uit„ inst „gereikt geworden, eenparig is betuigd Va„ dat het de waarbeid over eenkomstig is, dat de militairen altoos hebben wek moeten wagten, tot dat de laatste no„ Mattroozen geholpen waaren, dog sch dat de reede daar van niet geleenyt„ gen is in eenige minagting ten op zigte van de militairen, maar al„ ge„ leenlijk hierinne dat volgens de her ordre, op alle scheepen gebruikelijk naar een bepaalde baklijst de rant„ soenen worden uitgereijkt, en dat op 'er die lijst de Militairen altoos het laatste nommer hebben: — dat de 10s militairen voorts, gelijke andzoenen met het Scheepsvolk hebben genooten, en' dat hierin zonder eenige de minste uit„ zondering is gehandeld geworden: wante dat de randsoenen altijd ten overstaan, „ denzelven van 5o 1442. 1443. van een Luitenant en een of meer deks officieren uitgedeeld worden. — Dat eijndelijk de Capitain Lieuw van der Putte gedeclareerd heeft, dat er wel een onderofficier aan Boord is geweest, om kisten en plunje te vraagen, dog niet bepaaldelijk van den sergeant likhardt en de gemeenen, die overleeden waaren, gelijk in 't einde der Memorie van klagten staat uitgedrukt: — dat bovens dien de kistene der overleedenen, voor de ruimte in t schip reeds waaren ge„ sloopt; — en dat, al waaren dezelve nog in weezen geweest, hy Capitain Luitenant altijd zwarigheid zoude gemaakt hebben, om zonder ordonnantie aan een onder= officier eenige goederen te laaten volgen. — Dat de ondergeteekende om in deezen, voor zo veel de kortheid des tijds zulks toeliet, met de meeste zeekerheid te werk te gaan, aan alle de geenen, die iets, zig zelven in 't byzonder niet betreffende, moest getuigen, heeft voorgehouden, den aart, en het gewigt van den Eed, en het scheepsvolk inzonderheid vermaand, om zich niet door particuliere in zigten te laaten bestieren, of van het zeggen der waarheid te laaten afschrikken, uit vreese voor onaan„ genaamheeden, waar aan men hen, in zodanig geval, wel zou we„ ten te onttrekken. — Dan welEdele Achtb Heeren; nit tegenstaande den ondergeteekende hier in heeft geageerd op zodanige wijze als hij met het gewigt der zaaken overeenkomstig oordeelde: heeft hij evenwel in allen opzigte eene vol„ komen een stemmigheid ontmoet, ge„ en agt zig overzulx verpligt ampts net halven aan uwel Edele Agtb: te moeten declareeren, dat hem geene genoegzaame reedenen zijn te vooren ter gekoomen, om het opggeven wederzijds. getuigenis van eenige partijdigheid aprs suspect te houden; hoe zeer ook, de kortheid des tijds, welke tot het onder„e zoek is overig geweest, hem van den anderen kant verbied, de onvraakbaar de„ te zekerheid daarvan te arssereeren. - „ 5. om De 1444. 1445: Hoedanig daarmeede zal werden gehandeld. De onderget: vertrouwd, hierinne over eenkomstig de intentie uwerwel„ Edele Achtb te hebben gehandelt, en zig te mogen vleijen dat zijn gehouden gedrag, derzelver goedkeu„ ring zal mogen wegdragen in welk vertrouwen hy de Eere heeft deezen te doen dienen voor pligtschuldig be„ rigt /onderstond:/ Cabo de Goede Hoop den 10: Junij 1792 /was geteekend/ I: A: Fruter Adj:t fiscaal zo is by omvrage reeden ter ordre van den Heere Gezachhebber gedaan, hoedanig in deezen nu verder te handelen? by alle de praesent zijnde Heeren Leeden des raads unanime goed gevonden zig bij 't voorsz: on verzoek des adjunct fiscaals te bepaalen, en dienvolgens onder welduiding van haar WelEdele Groot Achtb„ de Heeren der Hooge Indiase regeering, nopen & de voorsz: zaak alhier geene verdere perquisitien te doen in 't werk stellen, in de hope dat wel dezelve bezeffende, dat anderzints in Cas Contrair eene merkelijke vertraging in d' afrhijze van 't meerm: Schip Westcappelle zoude hebben moeten te weege gebragt werden, hier in genoegen zullen neemen; dan gemerkt het egter zoude kunnen gebeu„ ren, dat haar Hoog Edelens by aankomst van voorsz: Bodem WestCappelle te Ba= tavia geraden zouden kunnen vinden, aldaar een meer naauwkeurig onderzoek te ordonneeren, en daartoe als dan de no„ dige bescheijden zouden werden vereischt is teffens goedgedagt, zoo wel het klagt„ schrift van den Capitain van Hughel met de daar aan geannexeerde Bijlaage, als het berigt des adjunct Fiscaals, met dit zelfde schip westcapelle in Copia Authenticq aan haar wel Edele Groot Achtb: te suppediteeren — zullende egter om de geklaagd hebbende militairen aan het billijk ressentiment der Scheeps overheeden t' onttrekken en voor alle mishandelingen te bevijligen, dewelke te vrezen zouden hebben wanneer met dezelfde Bodem moesten thijs vorde¬ ren, die militairen van 't dikwils gem. eene Schip ƒ
English
1446. 1447. Lord Commander, the rations of the convicts have been augmented in the manner noted in the margin. taken off the ship Westcappelle and transferred to the other, for which the so often mentioned officers of Westcappelle shall be ordered to deliver their clothing and baggage, according to inventory and against a proper receipt, to the aforementioned Captain van Hughel or to the person who on his behalf shall have the supervision and direction concerning the transshipment of the aforesaid crew and their baggage from the one ship into the other. Furthermore, by order of the well-mentioned Lord Commander, it having been brought to the notice of the other Gentlemen Members of the Council that already several of the convicts transferred hither from Robben Island had become sick, caused by the fact that those people who, besides that which they had enjoyed on the Company's behalf, had also been able to procure for themselves on the mentioned Island some vegetables and other things for refreshment through the cultivation of small gardens, receiving nothing else here for the preservation of their lives than 1 lb of meal and ¼ lb of meat per day, could not subsist with this little food during heavy labor on the fortifications. Thus, in consideration of how much humanity demands that the needs of these people should also be sufficiently provided for, so that the punishments which they must undergo to atone for their crimes shall not be increased, contrary to the intention of those from whom they received their sentence, with the unbearable scourge of hunger, it has simultaneously been deemed good and consequently resolved to have provided henceforth to all these same convicts, for as long as they shall be employed at the labor of the fortifications here, over and above the rations of meal and meat previously enjoyed by them, the following, namely: 3 cans of wine, and 1 can of brandy monthly, as well as 1 ordinary 1448. 1449. And upon the petition addressed to this Council by the former burgher captain van der Poel. 1 ordinary so-called Company's bread per week for each of them, and moreover also every month 8 cans of train oil in order to keep the light burning therewith during the night in the room that serves as a lodging for those people. With all of which it being trusted that the sustenance of creatures will be provided for in a sufficient manner, who, however much intended to serve as a deterrent to others, cannot fail to awaken the compassion of their sensitive fellow man, it shall then also henceforth be the duty of those whom it concerns to care for and see to it that the Company comes to derive from these people the benefit that was envisioned by having them brought hither. Lastly, by the former Burgher Captain Albertus van der Poel, to whom, pursuant to the Resolution of 6 January 1792, in compliance with the express desire of the High Governing Lords Majores, the capital of ƒ 20000 which he is indebted to the Honorable Company was called up, the following petition having been presented: To the Honorable, Most Worshipful Lord Johannes Isaac Rhenius, Commander of the Cape of Good Hope and its Dependency, etc. etc. etc., together with the Honorable Worshipful Council of Policy. Right Honorable, Most Worshipful Lord, Worshipful Lords. With dutiful respect, your Right Honorable Most Worshipful and Worshipfuls' very humble servant, Albertus van der Poel, makes known: How it has pleased your Right Honorable Most Worshipful and Worshipfuls to order the petitioner to produce and pay, within the time fixed therefor, a capital of ƒ 20000 which he owes to the Honorable Company under mortgage on his houses and premises situated in this Table Valley. That the petitioner, notwithstanding all endeavors made, on account of the present generally prevailing scarcity of money, has been unable to collect that capital in its entirety anywhere. For which reasons he takes the liberty of respectfully turning to your Right Honorable Most Worshipful and Worshipfuls with the humble request to provisionally accept half of the above-mentioned capital, in the sum of ƒ 10000, into the Company's treasury, as well as graciously to grant the petitioner a term of eight months to pay the remaining portion, at which time the petitioner obligates himself to produce that amount promptly, together with the interest that will then have accrued on it. Which doing, etc. Signed: A. v. d. Poel. 1450. 1451. Resolved to grant him the extension requested for the payment of the called-up ƒ 20,000, in the manner noted in the margin. Thus it is, considering this Council is fully convinced of the ever-increasing lack of money in this Colony, whereby all efforts made by him, van der Poel, to gather the aforesaid amount of twenty thousand guilders together in its entirety at the appointed time must indeed have ended in vain, and that, moreover, the assistance at times rendered by him to the Company by furnishing funds demands that some consideration be shown him, resolved to provisionally have accepted into the Company's treasury the half of the aforesaid principal sum offered by him, amounting to ƒ 10000, and to grant him for the payment of the other half, with the interest on the entire capital, some further delay, not exceeding at the latest the period of eight months, in the firm trust that he will make all his efforts.
Dutch transcription
1446. 1447. Heere Gezaghebber de Rand„ zoenen van de Banditen in ma„ niere als bezyden gem: g'augmen„ teerd. — Schip Westcappelle afgenomen en op d'unee overgebragt moeten werden — waartoe de zo menigwerf genoemde overheeden van westcappelle zullen werden gelast, derzelver Plunje en Bagagie by Inven„ taris, en tegens behoorlijke recepisse, t'extradeeren aan voorm: Capitein van Hughel ofte aan den geenen die van zijnent weegen nopens de overscheeping der voorsz: manschappen en hunne Bagagie uit het een schip in 't andere de toezigt en beschik kinge hebben zal. Wyders nog ter ordre van wel opged: Heere Gezachhebber aan d' overige Heeren Leeden des Raads ter kennisse gebragt zijnde, dat bereids diversse der vao 't Robben Eijland herwaards overgebragte zynde op het voorszel van den bandieten waren komen ziek te worden, veroorzaakt, door dat die lieden dewelke behalven het geen 's Comp:s weegen hadden genooten zig ten gem: Eijlande door het Cultiveeren van klijne Tuijntjes ook nog eenige Potspijzen en andere zaken, ter verquikinge hadden kunnen procurde„ ren, alhier niets anders tot het ophoui„ den haares Levens komende t ontfan„ gen, dan Ilomeel en ¼ lb veesch Sdaags, met dit weinige voedzel by eene zwa ren arbeid aan de Fortificatien niet konden subsisteeren. — zo is by over„ weeging hoe zeer de menschlijkheid vordert dat ookin de behoeftens dier lieden op eene sufficiente wijze diend voorzien te werden, op dat niet de straffen welke zy om hunne misdaaden te boeten ondergaan moeten, met d' ondragelijke geessel des Hongers teegens de mee„ ninge der geenen van wien zij hunne regtspraake ontfangen hebben werde vermeerdert, teffens goedgevonden en dien volgens beslooten aan alle de„ zelve Bandieten voor zo lange se aan den arbeid der Fortificatien alhier zullen werden g'emploijeerd, boven en behalven de bevorens door dezelve genotene randsoenen van meel en vleesch, nu voorthaan ook te laaten verstrekken het navolgenden te weeten 3 kannen wijn, en 1 Kan Brandewijn maandelijks, mitsgaders den 1 ordinair ƒ 1448. 1449. En op 't Requert door den oud burger gerigt. — 1 Ordinair zo genaamd Comp:s Brood in de week voor ieder hunner - mitsgaders bo„ Capt: van der Poel aandeezen raade vensdien nog alle maanden 8. kannen Traan ten einde daarmeede het ligt geduurende den Nagt in 't vertrek te kunnen werden aangehouden, het welk voor die menschen tot eene Logie is dienende. Met welk een en ander vertrouwd werdende op eene toerijkende wijze te zullen weezen voorzien aan het Levent onderhoud van Schepzelen, hoe zeer bestemd om ten afschrik van anderen te dienen egter niet kunnen nalaten het mede dogen van derzelver gevoeligen meede mensch op te wekken, zal dan ook van nu voorthaan door de geenen die 't Concerneert behoren gezorgd en toe= gezien te werden, dat de maatschappij van dezelve lieden koomen te trekken het nut dat men zig heeft voorgesteld gehad, met dezelve herwaards te doen opkomen. — Laatstelijk door den oud Burger Capitain Albertus van der Poelaan WelEdele Achtb„ Heer E Achtb: Heeren. Geeft met plichtschuldig en Eerbied te kennen uwe welEdele Achtb: en E Achtb zeer nedrigen dienaar Albertus van der Poel. — Hoe het UwelEdele Achtb. en Aan den Wel Edele Achtb: Heer Johannes Isaac Rhenius Tezachhebber van Cabo de Goede Hoop en den Ressorte van dien & &. a &„a benee„ vens den E Achtb Raad van Politie. wien ingevolge Resolutie van den 6 Ja„ nuarij 1792. ter voldoening aan de ex„ presse begeerte der Hoog gebiedende Heeren Majores het Capitaal van ƒ 20000- het welk hy aan d EComp komt debit te zijn is opgezegd geworden diendweegen gepraesenteerd zijnde het onderstaande request wien EAchtb: 1450. 1451. /:onderstond:/ beslooten, 't door hem verzogte uitstel tot de betaling der op„ gezegde ƒ 20'000„ - in maniere als accordeeren. Achtb heeft gelieven te behagen den Suppn te gelasten een Capitaal van ƒ20'000 welke hij onder Hypotheecq van Zijne Huyzen en Erven in deeze Tafelvalleij geleegen aan dE Comp:e debet: is, binnen den daar by gefixeerden tijd te moeten opbrengen en voldoen. — Dat hij suppt ondanks alle aan¬ gewende devoiren uit hoofde van 't tegens. woordig algemeen heer schend gebrek aan geld, nergens dat Capitaal in zijn geheel heeft kunnen by een brengen. - reedenen waarom hy de vrijheid ge„ bruikt zig eerbiedig te wenden tot Uwel„ Edele Achtb en E Achtb met oot moedig verzoek provisioneel de helft van bo„ vengemelde Capitaal ter Somma van ƒ 10000 in s Comp: Cas te willen accepteeren mitsgaders den supp„t wyders gracieuse. lijk te willen accordeeren een termijn van Agt maanden omme het resteep rende gedeelte te voldoen als wanneer den supplt zig verpligt dat bedragen met de daar op als dan te verlopenen renten, prompte te zullen opbrengen T welk doen de N: /aasget/ Aard, Poel. Zo is gemerkt deezen rade, ten vollen ge„ convinceert komt te zijn van het meer en meer toeneemend: geldsgebrek in bezyden gem: aanden zolven te deeze Colonie waardoor alle pogingen door hem van der Poel aangewend om het voorsz: bedragen van Twintig Duij zend Guldens ter gezetter tijd in zijn geheel by den anderen te krijgen wel vrugteloos hebben moeten afloopen en dat bovensdien d'adsistentie door hem wel eens met het furneeren van pen„ ningen aan de Maatschappij beweezen vordert dat met hem eenige Considera„ tie werde gebruikt, besloten provisioneel in 's Comp:s Cassa te doen accepteerende door hem van der wel aangeboden werdende helft der voorsz: Hoofdsomma ten bedra„ ge van ƒ10000 - en tot de voldoening van de wederhelft met de renten op het gant„ sche Capitaal aan denzelven nog eenig dilaij uitterlijk egter den tyd van agt maan„ den niet surpasseerende t'accordeeren in 't vaste vertrouwen dat hy alle zyne onderstond efforten
English
1452. 1453. The request of Captain Drewes for ship supplies placed in the hands of the Equipage Master, in order, if he deems it necessary, to have the provision thereof take place. Commissioners from the Council of Justice having submitted the following reports. efforts to acquit himself entirely of this debt, if not sooner, then certainly no later. Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. It was signed: J. J. Rhenius, D. J. Lesueur, O. G. de Wet, W. F. van Rheeden van Oudtshoorn. Lower: in my presence, E. Bergh, First Secretary. Tuesday the 12th of June 1792. By inquiry, all present except the Honorable Gordon. A request having been made by Captain Jan Drewes, commanding the brigantine vessel De Helena Louisa, to be assisted with such equipage goods as he has specified in a detailed note, it was resolved to place the said note into the hands of the Equipage Master, in order to provide the requested articles if he deems it necessary. Friday the 15th of June 1792. By inquiry, all present except the Honorable Gordon. Commissioners from the Council of Justice having fulfilled the commissions decreed to them under dates of 9 February and 17 April to inspect properly and value the strips of land requested in ownership from this Government on behalf of the Company by the interim Fiscal De Neijs and the burgher Philip Dihl, and described more broadly in the resolutions taken on the aforesaid days, as well as to state the conditions under which the said pieces of land could be ceded to the applicants, as is evident from the reports of their proceedings in this matter submitted by the said Commissioners and inserted below. Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. It was signed: J. J. Rhenius, J. J. Lesueur, O. G. de Wet, W. F. van Reede van Oudtshoorn. Lower: in my presence, E. Bergh, First Secretary. 1454. 1455. To the Right Honorable Johannes Isaac Rhenius, Administrator of this Government, together with the Honorable Council of Policy. Right Honorable Sir, Honorable Sirs. Pursuant to the resolution taken in your Right Honorable and Honorable assembly on the 9th of February of this year, the undersigned, having been commissioned by your Right Honorable and Honors to examine whether the granting of the strip of land—measuring one morgen, seventy-eight square roods, and seventy-two ditto feet, situated adjacent to his garden in this Table Valley—requested in ownership from your Right Honorable and Honors by the interim fiscal of this government, Mr. Jacob Pieter de Neijs, might not tend to the prejudice of the Honorable Company or any of the neighbors of the said Mr. de Neijs, in order thereupon to value the same and to make proper report in writing of their findings to your Right Honorable and Honors. The undersigned have the honor to report to your Right Honorable and Honors: That, having carefully inspected the aforesaid land, they discovered that the same was wild, rocky, and infertile, and for those reasons the undersigned have valued that land for a sum of 50 rixdollars, while the undersigned let this serve as their humble report. Underneath stood: Cape of Good Hope, the 30th of May 1792. It was signed: Johannes Smuts, A. Fleck. Lower: in the presence of me, and signed: J. A. Truter, Adjunct Secretary. In my presence, it was signed: R. Beck, Secretary. 1456. 1457. To the Right Honorable Johannes Isaac Rhenius, Administrator of this Government, together with the Honorable Council of Policy. Right Honorable Sir, Honorable Sirs. The undersigned, having been commissioned by your Right Honorable and Honors, pursuant to the honored resolution of the 17th of the preceding month, to examine and appraise the strip of land—measuring thirty-seven square roods and one hundred thirty-two ditto feet, situated in this Table Valley—requested in ownership from your Right Honorable and Honors by the burgher Philip Diehl, and to report thereon to your Right Honorable and Honors, with mention of the conditions and servitudes under which the same shall have to be subjected, in case any should apply: the undersigned have the honor to report to your Right Honorable and Honors: That the undersigned have examined the aforesaid strip of land, and valued the same, pro rata to the adjacent and appraised properties, for a sum of 175 rixdollars; while no conditions nor servitudes apply here, other than only those that were established by the former Governor Joachim van Plettenberg, at the time when the said Governor granted the said land to
Dutch transcription
1452. 1453. Het verzoek van den Capt: Dre„ wis om scheepsbenodigtheeden gesteld in handen vanden Equi„ nagemeester, om des nodig oordee„ lende de verstrekking daarvan te doen geschieden. — Commissarissen uit den Raad van Justitie engediend hebben„ de de volgende rapporten — efforten zal inspannen om zoo niet vroe„ „ger dan dog ook niet laater zig geheellijk van deezen schuld t' acquiteeren. Aldus Geresolveerd ende Gar„ resteerd In 't Casteel de Goede Hoop Ten daage en Jaare voorsz. /:was getekend/ I: I: Khenous, D: I: Lesieur, O G de wet W: f: van Rheeden van oudtshoorn /:lager:/ praesent / Ee Bergh P:r Secretaris Dingsdag den 12:' Junij 1792 bij omvrage, alle present, den pto den Heere Gordon Door den Capitijn Jan Drewes, voerende het Brigantijn scheepje De Helena Louisa, verzoek gedaan zijnde omme te worden geadsisteerd met zodanige Equipagie goederen als hy by een specifiecque Nota is koomen op te geeven, zo is verstaan dezelve Nota te stellen in handen van den Equipa„ giemeester, omme der nodig oor„ Commissarissen uit den Rade van Justitie voldaan hebbende aan de Com„ missien op dezelve sub datis 9 Februarij en 17 April gedecerneert om de Strooken Lands door den adinterim Fiscaal De neis en den Burger Philip Dihl van deeze Regeering 'sCompweegen in Eijgendom verzogt en bij de Resolutien Vrijdag de 15 Iunij 1792 By omvrage alle praesent behalven den Heer Gordon Aldus Geresolveert en de gearresteerd. In 't Casteel de goed Hoop Ten daage en Jaare voorsz: /:was geteekend:/ I I: Rhenius, I: I: Le„ sueur O: P:s de wet, W: f: v Reede van Oudtshoorn /lager:/ mij praesent C Bergh P„ Secretaris deelende de gevraagde articulen te ver„ strekken. deelende ten — 1454. 1455. ten voorm: dagen genomen breederom schreeven behoorlijk te bezigtigen en te tauxa¬ ren, mitsgaders de Conditiën op te geeven waar onder dezelve Stukjes Lands aan de sollicitanten zouden kunnen wer= den afgestaan, gelijk dit komt te Constee¬ „ren uit de hier onder geinsereerde Rap„ porten door dezelve Commissarissen van hunne verrigtingen in deezen overgelegd. Aan den Wel Edele Achtb: Heer Johannes Isaac Rhenius Gezachhebber deezes Gouvernements beneevens & den E Achtb raad van Politie WelEdele Achtb: Heer! E Achtb: Heeren. Ingevolge Resolutie in Uwel Edele Achtb: en E: Achtb: vergadering op den 9 Febr„ deezes Jaars genoomen. de onderge¬ teekendens door Uwel Edele Achtb: en E: Achtb: gecommitteerd zijnde, omme te examineeren, of de uitgaave van het door den ad interim fiscaal dee„ zes gouvernements M:r Jacob Pieter De Reijs aan uwel Edele Achtb: en Ed: Achtb: in eijgendom verzocht strook„ je Lands, ter groote van Een Morgen Agt en zeventig quadraat roeden en Twee en Zeventig d„o voeten geleegen an. nex deszelfs Thuijn in deeze Tafel val¬ leij, niet kan strekken tot praejudice der E Comp of iemand der nabuuren van gem: Mr de Nep, omme het zelve als dan vervolgens te tauxeeren. en van hunne bevinding aan Uwel Edele Achtb: en E: Achtb: behoorlijk rapport te doen in geschrifte. — Zo hebben de ondergeteekende de Eere uwelEdele Achtb en E Achtb: te berichten. Dat zij het voorsz: Land naauw keurig bezigtigd hebbende, hebben ont„ waard, dat het zelve was, woest, klijp achtig en ontvrugtbaar - en om die teekendens reedenen 1456. 1457. reedenen dat Land hebben gewardeert voor eene Somma van rd„s 50:— terwijl de ondergeteekendens deezen laaten dienen voor hun nedrig rapport /:Onderstond:/ Cabo de goede Hoop den 30 Maij 1792 /:was geteekend:/ Ioh„s Smuts. A. Fleck /:lager:/ ten overstaan van mij /en geteekend:) I: A: Fruter A„o J„s mij praesent /:was get:/ R„: Beck Secretaris Aan den welEdele Achtt Heer Johannes Isaac Rhenius Ge„ zachhebber deeses: Gouvernements, benevens den E Achtb: raad van Po„ WelEdele Achtb. Heer Achtb„ Heeren. De ondergeteekendens door uwel Edele Achtb en Ed: Achtb: gecom„ mitteerd zijnde, omme ingevolge g'eerd besluit van den 17 der voorl: maand het door den Burger Philip Diehl aan U welEdele Achtb en E: Achtb: in eigendom verzocht Strookje Lands ter groote van Zeven en dertig qua„ draat roeden en Een Hondert twee en dertig d„o voeten in deeze Tavelvalleij gei leegen te examineeren en priseeren, en uwel Edele Achtb en Ed Achtb: daar7 van verslag te doen, met melding der Conditien en servituuten waaronder het zelve zal dienen te worden ge„ legd, ingevalle 'er eenige te passe mog= ten komen: — zoo hebben de ondergetee„ kendens d' Eere uwel Edele Achtb„ en Ed„ Achtb: te berichten. Dat de ondergeteekendens het voorsz: strookje Lands hebben g'Exa¬ mineert, en het zelve na rato der daar naast geleegene en gewardeerde Erven gewaardeert voor Eene somma van rd„s 175„—„ — terwijl geene Conditien noch servituuten alhier te passe koo„ men, als alleen die geene die door den voormaligen Gouverneur Joachim van Plettenbergh, ten tide toen wel„ gemelde Gouverneur, het gezegde Land door aan litie
English
1458. 1459. It was thereupon resolved to grant in ownership to the respective persons named therein, for the determined sums, the strips of land requested by them, as it appears from the said reports that no objections arose among the said Commissioners against the granting of the aforesaid pieces of land, and under the stipulated conditions: it being understood to cede the same in ownership to the persons who requested it, of the extent and for the prices as expressed below, namely: To the Ad-interim Fiscal Mr. Jacob Pieter Deneijs, one morgen, seventy-eight square roods, and seventy-two square feet of land, situated adjacent to his garden, for a sum of fifty rixdollars, and To the burgher Philip Diehl, thirty-seven square roods and one hundred and thirty-two equivalent feet of land, situated along the canal or ditch running past the Hospital, for an amount of one hundred seventy-five equivalent rixdollars, subject however to this servitude concerning the last-mentioned erf: that on the same no houses or other buildings with thatched roofs may be constructed, while the owner will furthermore be obliged, just as was imposed upon the burgher Jan Smit Jurriaansz in the grant to him, consisting in this: that he, Smit, as well as subsequent possessors of this erf, shall be required to maintain at all times in proper condition the ditch running on or along the aforesaid land, to the breadth thereof; and the aforementioned Diehl has further declared that he will make the sewer running beside this land clean and in a usable state. The undersigned let this furthermore serve for their respectful report. Beneath stood: Cape of Good Hope, the 30th of May 1792. Was signed: J. P. Deneys, R. J. van der Riet, Johannes Smuts. Lower: In my presence. Was signed: R. Beck, Secretary. Therefore, upon a poll of votes being taken today, it is resolved to grant the respective requests of the aforementioned persons. 1460. 1461. just as the possessors of the adjacent erven, must always maintain the ditch or canal described here above to the breadth of the erf in proper condition, as well as keep the watercourse running beside it always clean and in a usable state. And whereas four diverse reports were also received, submitted by the committee members authorized to sign the paper money, showing that there have again been made ready: 2600 pieces of 4 schellingen 4000 ditto of 2 schellingen and 4000 ditto of 1 schelling, it was on this occasion likewise resolved to have the prepared paper currency pieces accepted into the Company treasury, and after having been accepted into the Company's general treasury with a sum of eighteen hundred sixty-six and two-thirds ducatoons, to cause the aforesaid prepared paper currency pieces to be transferred to the petty treasury, in order to serve there for daily expenditures. Lastly, upon the written requests submitted in that regard, the following was further granted to the persons to be named below: To Maria Bierman, widow of the late burgher Jacobus Johannes Tesselaar, who, at the public auction held for the division of the estate, became the purchaser of the house and erf of her late husband situated in this Table Valley, to be exempted from paying the lord's dues on the offered purchase money. To Fredrik Adriaanssen, free burgher of this place, to be allowed to emancipate certain of his slaves named Rachel of the Cape, with her four children named Aletta, Maria, Clara, and Jacob, all likewise of the Cape, provided he provides sufficient surety that the aforesaid slaves will never become a burden upon the diaconate, paying for each of them to the poor box of the Reformed Church a sum of twenty-five rixdollars; and To Fredrik Wander, likewise born in this remote corner, who in the year 1782 departed for Europe on an English ship and subsequently in the year 1787 engaged as an assistant carpenter there with the Honourable Company, but upon his landing at this place from the ship Stavenisse, on account of a severe shortness of breath that still persists, had to remain behind here, to be allowed to re-enter into his former burgher freedom, since he has become entirely unfit for the Master's service due to this indisposition of his. Beneath stood: Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. Was signed: J. J. Rhenius, J. J. Le Sueur, O. G. de Wet, W. F. van Reede van Oudtshoorn. Lower: In my presence. Was signed: E. Bergh, First Secretary. 1462. 1463. Return appearance here of the gentlemen members of the Council who had gone the day before yesterday to False Bay in order to greet the Right Honourable Gentlemen Commissioners-General upon their arrival there. Wednesday, the 20th of June 1792, in the evening, extraordinary meeting, all present. The gentlemen members of the Council, who the day before yesterday, upon receiving the joyous news that the Right Honourable Gentlemen Commissioners-General had finally arrived safely and in good health in False Bay, had proceeded immediately to the aforesaid bay in order respectfully to greet their said High Honours upon their happy landing at this Government, in accordance with the provisions established in the regulation concerning their ceremonial reception, having just returned here at half past seven in the evening, and the Council having thereupon met immediately in order to hear therein what orders the said Commissioners might have pleased to make, both concerning the aforesaid ceremonial reception...
Dutch transcription
1458. 1459. I daarop besloten, aan de resp: voor de bepaalde sommen waarden de by hun verzogte strookjeslands in Eigendom te vergunnen aan den burger Jan Smit Jurriaansz in vergunning gaf, op het zelve is ge„ legd geworden. — hierin bestaande dat hij Smit zo wel als de nama„ „lige bezitters van dit Erf gehouden zoude„ zijn, omme de aan of langs voorsz: Land loopende Sloot naar de breete van het zelve, steeds in behoorlijke stand te onderhouden. — en heeft opgemelde Diehl noch gedeclareerd de bezeden dit Land loopen. de riool, Schoon en in een bruikbaaren staat te zullen maaken. — De ondergeteekendens laaten deezen voorts dienen, voor hun Eerbiedig rapport. /:onderstond /. Cabo di goe de Hoop den 30 Meij 179. /was get:/ I: P: Deneus, R. J. V„ O. Riet, Ioh„s Smits /:lager:/ my praesent /was geteekend:/ R: Beck Secretaris Is dierhalven heeden bij gedaane omvrage„ daarbij benoemde perzonen aangezien uit dezelve Rapporten blijkt en onder de gestipuleerde voor„ dat bij gedagte Commissarissen geene beden„ ƒ kingen teegens d' uitgifte van de voorsz: Stukken Lands zyn opgekomen, ver¬ staan dezelve ter groote en voor de Prijzen als hier onder staat uit. gedrukt aan de daarom verzogt hebbende Perzoonen in eigendom te cedeeren, te weeten. — Aan den Adinterim Fiscaal Mr. Jacob Pieter Deneijs Een Morgen Agt en Zeventig quadraat roeden en Twee en Zeventig dito voeten Lands, annex deszelfs Thuijn gelee¬ gen voor een Somma van vijftig Rijx. daalders en Aan den Burger Philip Diehl -zeven en dertig quadraat Roeden, en Een Hondert en Twee en dertig gelijke voe= ten Land, leggende aan de gragt of sloot die langs het Hospitaal loops„ voor een bedhagen van Een Hondert vijff en zeventig gelijke Rijxdaalders. egter met dit servitat nopens het Laatstgemelde Erf dat op het zelve gee„ ne Huijsen ofte andere gebouwen met riete daken zullen mogen wer„ den geconstrueert terwijl den eigenaar bovensdien verpligt zijn zal om even Stukken als 146:0. 1461. ingereedheid gebragte popieren geldCaya te doen inneemen. bnaande bezyden gem: Perzoonen hunne resp: gedaane verzoeken te accordeeren. als de Bezitters der daarnevens gele„ gene Erven de hier vooren beschreeven sloot of gragt ter breete van 't Erff steeds in behoorlijke stand mitsgaders de bezyden het zelve lopende zwol ook altoos schoon en in bruikbaaren staat te moeten onderhouden. — En nadien ook waren ingekomen vier diversse Rapporten, door de gecom„ mitteerdens die tot de teekening van 't papiere geld zijn gequalificeerd, over gelegd, waaruit blijkt dat wederom in gereedheid zijn gebragt. 2600: stukken van 4: Schellingen zo is bij dees geleegendheid teffens gelyk ook besloten is de wederom verstaan de voorsz: in gereedheid ge„ muntstukken in 'sComp groote bragte papiere muntettukken, na in sComp„s Cassa met een somma van Achtien Honder zes en Zestig en Twee derde Ducatons inge„ „noomen te zijn in de kleijne Cassa te doen overbrengen om aldaar tot den dagelyks sen uitgaaf te kunnen dienen. — Laatstelijk is op de diendweegen in Scrip 4000 d„o „ 2 —5 en 4000 d=o „ 1 __ „tis gevane verzoeken nog het volgende aan de onder te noemene perzoonen g'accordeert geworden. - als Aan Maria Bierman wed: wijlen den Burger Jacobus Johannes Tesselaar, die bij publicque veijlinge wijkinge ter Schiftinge des Boedels gedaan koopster is gebleeven van haar voor overleeden mans Huis en Erff in deeze Tafelvalleij geleegen, om be„ reijd te mogen blijven van de betalinge van s Heeren geregtigheid, op de uitge„ loofde Kooppenningen.- Aan Fredrik Adriaanssen vrijburger deezer plaatse om te moogen Emanci„ peeren zekere zijne Lijfeijgenen ge= naamd Rachel van de Caab met haare vier kinderen in Naame Aletta, Maria Clara en Iacob alle meede van de Caap.— mits onder het stellen van Sufficante Cautie dat de voorsz: Lijfeijgenen nim mer ten lasten der diaconi zullen komen te vervallen, voor ijder derzelver aan de armen Cassa der gereformeerde kerke betalende eene somma van vijf tis G en 1462. 1463. ren Leeden der Raads, dewelke zig eer„ geeven, ten einde de Hoog Edele zelver aankomst aldaar te gaan begroeten. en Twintig Rijxd„s - en. Aan Fredrik wander meede van deezen uit¬ hoek geboortig die in A„o 1782- met een Engelschip naar Europa is vertrokken in zig vervolgens in den Jaare 1787, man heeft g'engageerd gehad do g na giteren naar Braijfals hebben be„ zijne aanlanding ter deezer plaatze Heeren C: C: q:g: met hoogstder„ van 't schip Staveneese wegens eene hem als nog steeds by blijvende Zwa„ re aanborstigheid alhier heeft moe„ ten agterblijven om nadien door dies zij ne indispositie ten eenemaale voor 1 Meesters dienst is ongeschikt geworden wederom in zyn vorige Burgervrydom te mogen te rug treeden /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd ende Gear„ resteerd. In 't Casteel de Goede Hoop Ten daage en Iaare voorsz: /was get:/ I: I: Rhenius, I: I: Lesueur. O. F: Dewel W: f: van Reede van Oudtshoorn /:lager:/ mij praesent :/ was geteekend E: Bergh Po Secretaris De Heeren Leeden des raads de„ Heuglijke tydinge dat de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal eijndelijk behouden en in goede staat in Baaijf als waaren komen te arri„ veeren, zig dadelijk naar evengeciteer„ de Baaij hebben begeeven gehad, ten eijnde opgedagte Hunne Hoog Edelhee„ dens, ingevolge het vastgestelde bij 't regle„ ment nopens de Ceremonieele receptie van Hoogst dezelve, met dees gelukki„ ge aanlanding aan dit Gouverne„ ment eerbiedig te begroeten, zo even te half agt uuren in den avond al„ hier gereverteerd en den raade daarop onmiddelijk vergadert geworden zyn „de, ten eijnde in dezelve te hooren wel„ ke dispositien het Hoogstgedagte Heeren Commissarissen zoude hebben kun¬ nen behaagen; zo nopens het voorsz: aldaar bij de E Comp„e als ondertimmer Terug verschijning alhier van de Hoe, welke eergisteren op den ontfangst der Woensdag den 20 Junij 1792 s'Avonds extra ordi„ naire vergaderinge alle present woensdag Ceremonieel d
English
Communication of what has been performed by Your Honors. Also of the day on which Their Right Excellencies have resolved to undertake the journey hither. And of the orders given to them by the same. To prepare and order the ceremonial and the time of Their Right Excellencies' departure from False Bay to this place, as well as with regard to other matters, the following communication was initially made by the aforementioned Gentlemen Members of the Council: That immediately after their arrival in False Bay, having gone on board the State Ship of War the Amazone, where Their Right Excellencies happened to be, in order to greet the same pursuant to their commission, and to learn from Their Right Excellencies by what time they would incline to come ashore, in order subsequently to ride toward the Cape, so that they might be met and escorted by the Gentlemen Members; on which occasion, after having enjoyed a very gracious reception, the Gentlemen Members of the Council had the pleasure to see that the manner in which it was intended to have the solemn reception of Their Right Excellencies take place here was in every way appreciated and approved by the same. That, however, the determination of some arrangements having then been deferred until the following day, the Gentlemen Members had accordingly gone on board again this morning, at which time it was determined that Their Right Excellencies would undertake the journey hither on Saturday the 23rd of this month. That whereas a certain interval of time remained thereby, which one might make use of to regulate also the time and manner when, as well as how, Their Right Excellencies might be presented to the public, the said Gentlemen Members had therefore in the meantime departed for the Cape, in order that a committee might be appointed by the Council from their midst, so that a proper regulation regarding the aforementioned presentation might also be drafted and presented to Their Right Excellencies, in which the ceremonial should be described and the arrangements and orders required for that purpose should be set forth. That this having been determined and the report made to Their Right Excellencies on various points concerning which they had been pleased to request elucidation; the plan having subsequently focused on the measures which the government had in view regarding the speedy dispatch of the Batavia return ship the Catharina Johanna, which arrived in the said False Bay on the 11th of June; Their Right Excellencies had not only shown themselves satisfied that, upon the information obtained regarding the inexperience of Captain Lieutenant Andries Aeksteen aboard that vessel, who had held the command after the death of Captain Meijer, and the resulting poor management of the ship, the supervision over the repairs which must be carried out on the said keel had been assigned to the Captain of the Castor, Jan Tobst Droop, but also, out of awareness of the necessity that so considerable a treasure as the ship the Catharina Johanna happened to contain should not be risked to the incompetence and slight experience of the aforementioned Captain Lieutenant Aeksteen, on the proposal of the Gentlemen Members, had also been pleased to approve the actual appointment of the same Droop to the said ship the Catharina Johanna as Captain, and his Captain Lieutenant Smitskamp on the said Castor as Commander. That Their Right Excellencies had approved the arrangements made by this Government with regard to the command of the ship the Catharina Johanna, and on that account had confirmed the provisional Captain of the ship the Castor, Droop, placed thereon, in his appointment, as well as appointed as Commander on the Castor the Captain Lieutenant Smitskam stationed thereon.
Dutch transcription
1464. 1465. Communicatie van 't geen door Iuw Ed:s is verrigt geworden. Misg„s van den dag wanneer hun hoogedelhedens hebben voorgenoo„ men de ryze naar herwaards te aanvaarden En van de ordres door hoogit dezel„ ve aan hun gegeeven Ceremonieel en den tyd van Hun Hoog Edelheedens afsheijze uit de Baaijfale naar herwaards, als met betrekking tot andere zaaken te maaken en 't'ordonnee¬ ren / zo wierd dan aanvankelijk door de hiervoren vermelde Heeren Leeden des raads de navolgende Communi¬ catie gedaan. — dat zij zig onmiddelijk na derzelver aankomst in de Baay fals, begeeven hebbende aan boere van 's Lands Schip van Oorloge d' Amazone, waar op Hun Hoog Edelheedens zig kwamen te bevinden, ten eijnde, naar luid hun„ „ner Commissie, Hoogst dezelve te begroeten, en van Hun Hoog Edelheeden te ver„ neemen teegens welken tijd zouden in„ clineeren aan Land te komen, om ver„ volgens Caapwaards te rijden, ten eijn„ de door Hun Heeren Leeden te kunnen werden afgehaald en geconduiseert, zij Heeren Leeden des raads by die geleegend„ heid na eene zeer gracieuse receptie te heb ben genooten, het genoegen hadden mo„ gen smaken van te zien dat de wijze hoedanig men voorgenoomen had de plegtige ontfangst van Hun Hoog Edelheedens alhier te doen plaatse prijpen, bij hoogst dezelve allezints was geqoutteerd en goedgekeurd geworden. Dat egter als toen zijnde geremitteerd het vaststellen van eenige schikkingen tot 's volgende daags, zij heeren Leeden zig dan ook heeden morgen wederom aan boord hadden vervoegd, als wan„ neer was bepaald dat Hun Hoog Edelheedens de rhijze naar her¬ waards zouden aanneemen op Zaturdag den 23e deezer Dat terwijl hier door een zeker tijd bestek overig bleef, welke men zig ten nutte zoude kunnen naa„ ken om nu ook te reguleeren den tijd en wijze wanneer, mits„ gaders hoedanig Hun Hoog Edel„ heedens den volke voorgesteld Zou„ den kunnen werden. - gemelde Heeren Leeden zig dierhalven in„ hoedanig tusschen F 1466. 1467. Dat hun hoog Edelhedens had„ den g'approbeerd de schikkin„ gen by deese Regeering gemaakt met betrekking tot 't Commando van 't schip de Catharina Johanna En uit dien hoofde de provisioneele daarop geplaatste capt: van 't schip de Castor, Droop in zyne aanstel„ ling hadden geconfirmeerd Mitsg„s tot Gezaghebber op de Castor aangesteld, den daarop bescheiden Capt: Lieut: Smitskam. — tusschen naar de Caab zoude begeerven„ ten einde door den Raade een Commissie uit hun midden te werden benoemd, om ook nopens de voorsz: voorstelling een behoorlijk reglement ontworpen en aan hun Hoog Edelheeden gepra„ senteerd te kunnen werden, waarbij het Ceremoniëel omschreeven en de daar toe vereyscht werdende schik„ kingen en ordres opgegeeven zouden moeten werden. dat dit een en ander gefixeerd en het verslag aan Hun Hoog Edelheedens op diversse poincten, waar „over hoogst dezelve elucidatie hadden gelieven te vragen, gedaan, het ont„ werp vervolgens bepaald hebbende gehad, op de maatregulen welke de regeering op 't oog kwam te hebben, nopens de spoedige depeche van 't op den 11e Junij in gemelde Baaij¬ fals g'arriveerd Batavias Retour„ schip de Catharina Johanna Hsu Hoog Edelheedens zig niet alleen vol„ daan hadden getoond, dat men op op de bekomene informatie van d'on„ bedreevenheid der op dien Bodem zig bevindende Capitain Lieutenant Andries Aeksteen dewelke naar 't overliden van den Capitein Meijer het Commando hadde gevoerd endie daaruit voorgesprotene slegte di„ rectie in 't schip de toezigt over de reparatien, welke aan gemelde kiel moeten werden bewerkstelligd, aan den Capitijn van de Castor, Jan Tobst Droop had opgedraagen, maar uit bezef van de noodzakelijkheid dat een zo Considerable schat als het zelve Schip de Catharina Johanna kwam te bevatten, niet wierde ge„ risquceert aan d' onbekwaamheid en weinige ondervinding van voorn: Capitein Lieut: Heksteer op voorstel van Hun Heeren Leeder. ook wel hadden gelieven goed te vinden denzelven Droop effective op het gemelde Schip de Catharina Johanna als Capitijn, en deszelfs Capitijn Lieut Smitskamp daar de . .
English
1468. 1469. That Their High Nobilities had likewise approved the proposal of this government regarding some of the salvaged goods from the wrecked ship de Drie Gebroeders. And that the very same had finally, concerning the ships lying in False Bay ready for departure, made the declaration, and on the other hand to place the Commander back in command on the Castor. That Their High Nobilities had likewise crowned with their approval the proposal to have all the salvaged goods from the wrecked ship de Drie Gebroeders that will be in a transportable condition—except for the leagers of arrack and the tamarind, for which no space can be made—transshipped into the often-mentioned vessel de Vrouwe Catharina Johanna, in order to be consigned to the Chamber of Amsterdam, as they, alongside the honorable members, are of the opinion that in the present circumstances of the Honorable Company it would cause less disruption to address cargoes coming home on ships for Hoorn or Enkhuizen to the aforementioned Chamber of Amsterdam, rather than keeping the same cargoes here for a long time, or commissioning a special ship from here for their transport. And that the aforementioned Gentlemen Commissioners-General had finally declared that upon their arrival in False Bay they had indeed suspended the departure of the ready ships d'Unie and Buitenverwachting in order to be able to send Their High Nobilities' dispatches to Batavia with them, but that since the same dispatches were finished and sent off the following day, Their High Nobilities, realizing how of much importance it was to the Company that those and the other vessels still present here were forwarded as soon as possible to their respective destinations, had thereupon not only ordered the officers of the first-mentioned keels d'Unie and Buitenverwachting to proceed on their journey with the utmost haste, but also expected of this Council, 1470. 1471. but also expected of this Council that with regard to the departure of the remaining ships the greatest speed would be observed; All of which the Council will take for its dutiful observance; expected that it, for its part, would also do everything that could in any way serve to promote the departure of the remaining ships likewise as quickly as possible. Wherefore, the Council wishing to take both for its dutiful observance, it has now been resolved that the necessary orders shall immediately be issued to receive the aforementioned High Noble Gentlemen Commissioners-General on the coming Saturday, the 23rd of this month, as required, and that the aforementioned Gentlemen Members shall for that purpose proceed again to False Bay on Friday the 22nd to escort Their High Nobilities from ship to shore and subsequently towards the Cape; that also the regulation concerning the introduction of the repeatedly mentioned Gentlemen Commissioners-General in their eminent character to the public on that occasion will have to be presented to Their High Nobilities for approval, while in the meantime Messrs. De Wet and Van Reede van Oudtshoorn have been requested to draft that regulation in such a manner that, keeping in mind the present state of the Company's finances and the local condition of this country, nothing be omitted which could in any way contribute to adding all luster to the aforementioned ceremony; that furthermore the ship the Catharina Johanna will have to be handed over to Captain Droop by special delegates already appointed by the aforementioned Gentlemen Members of the Council according to the order, and the Castor, on the other hand, back to Captain-Lieutenant Smitskamp; and that finally all the goods 1472. 1473. The Gentleman Commander produces three missives sent to this government by the High Noble Gentlemen Commissioners-General. Two of the same appeared to this government. salvaged from the ship de Drie Gebroeders, except for the leagers of arrack and the tamarind, as soon as that vessel shall be in a state to take in the same goods, will have to be loaded into the aforementioned Batavia return ship the Catharina Johanna, to which end the Master Attendant Cornelisz. shall have to ensure that the necessary bulkheads are immediately erected in that vessel in the best possible manner; the aforementioned Master Attendant, the Gentleman Resident Brand, and the respective heads of the different departments being for the rest ordered, as they are most seriously ordered hereby, to cooperate with the Gentleman Commander to their utmost ability toward a speedy dispatch of the ships still located in the bay, and specifically of the aforementioned vessel the Catharina Johanna, in order not only to discharge their duty, but also to show to the very same Gentlemen Commissioners-General that cooperation toward the restoration of the Company's decayed affairs, which they have certainly rightly expected from every conscientious servant of the Honorable Company. Subsequently, three missives were produced by the Gentleman Commander, sent by the Gentlemen Commissioners-General already so often mentioned herebefore, and received at the very moment that the Gentlemen Councillors met here, of which upon opening and reading two were found to be the duplicates of the letters written hither by the Chamber of Amsterdam under date of the 3rd and 14th of November of the past year, and the third a missive from the aforementioned High Noble Gentlemen Commissioners-General themselves, to
Dutch transcription
1468. 1469. Dat hun hoogedelheden insgelijks hadden g'approbeerd 't voorstel dezer regeering, betrekke„ lyk eenige der gesauveerde goede„ rea van 't verongelukt schip de drie Gebroeders. En dat hoogst deselve eindelijk omtrent de scheepen de bezyden gem: verkla„ ring hadden gedaan en tegen wederom als gezachhebber op de Castor in Commando te stellen Dat Hun Hoog Edelheedens in de in daaijfals ter vertrek gereed leggen„ gelijks met derzelver approbatie had„ den bekroond het voorstel om uit„ genoomen de Leggers met aracq en de Tamarinde waarvoor geen ruimte te maaken is, alle de gesal¬ veerde goederen uit het verongelukt schip de drie Gebroeders welke zig in een transportablen staat zullen bevinden te doen aflaaden in dik„ wilsgemelde Bodem de vrouwe Catharina Johanna, omme ge„ consigneerd te werden aan de Camer Amsterdam, als nevens Hun Heer ren Leeden van oordeel zijnde dat het in de praesente Omstandigheeden der EComp: minder derangement zoude veroorsaaken Cargasoenen, met scheepen voor Hoorn of Enchuis zen, thuijs komende, aan de voorm: Camer Amsterdam te adresseeren als dezelve Carguazoenen alhier lange aan te houden, dan wel een expres Schip tot dies transport van hier aan te leggen. - en dat wel op„ gedagte Heeren Commissarissen Generaal eyndelijk hadden verklaard by Hoogst dezselver aankomst in Baaijf als het vertrek der gerendleg„ gende scheepen de unie en buiten verwagting wel te hebben opgeschont gehadden ten einde daar meede hun ner Hoog Edelheedens depeches naar Batavia te kunnen verzen„ „den dan dat dezelve depeches den volgen de dag klaar geraakt en afgevaardigt zijnde Hun Hoog Edelheedens inziende van hoe veel importantie het voor de Maatschappij kwam te Lijn, dat die en d' overige alhier nog aan= weezende Bodems zo spoedig mogen lijk na derzelver resp: bestemmenis„ „se wierden voortgeschikt daar op niet alleen aan d' overheeden der eerst genoemde kielen d'Unie en Buitenverwachting hadden gelast als nu ten spoedigsten te thijs vor„ deren, maar ook van den raade expres verwagtende G 1470. 1471. Maar ook van deesen Raade ver„ wagtende waaren dat nopens het vertrek der overige scheepen de meeste spoed zou werden be„ tragt, Al het welk den Raade zig ter pligtschuldige observance zal laaten verstrekken. verwagtende waaren dat dezelve van haare zide meede alles zoude aan„ wenden dat maar eenigzints zoude kunnen verstrekken om het depart der overigen scheepen insgelijks ten spoedigste mogelijk te bevorderen- Weshalven, den Rade zig t een en ander ter plichtschuldige obser„ vance willende laten verstrekken als nu beslooten is, dat van stonden aan de nodige ordres zullen wer„ den uitgevaardigd, om voorsz: Hoog Edele Heeren Commissarissen Ge„ neraal op aanstaande zaturdag den 23. deezer, naar vereijscht te reci„ pieeren en dat zig voorsz: Heeren Leeden ten dien einde op vrijdag den 22„ wederom naar de Baaijfals zullen begeeven om Haar Hoog Edel„ heedens van boord naar de wal en vervolgens Caapwaards te begelenden dat ook 't reglement nopens de voorstelling van meergedagte Heeren Commissarissen Pene„ „raal in Hoogst derzelver Eminente Caracter, aan 't Publicqbij die ge„ leegendheid aan Hun Hoog Edelhee„ dens ter approbatie zal moeten werden gepraesenteerd, terwijl middelerwijl de Heeren de wet en van reede van oudtshoorn verzogt zijn geworden, dat reglement zodanig te ontwerpen dat met in 't oog houding van de praesente staat van 's Maatschappijs finantiën; en de locale gesteldheid van dit land; niets werde verzuijmd het welk maar eenigzints zoude kunnen Contribueeren om aan de voorsz: plechtigheid alle luister bij te zetten. dat wijders het schip de Catharina Johanna, door expres¬ se gecommitteerdens bij de voorsz: Heeren Lieden des raads bereids benoemd, na d' ordre aan den Capitijn Droop en de Castor daar en tegen wederom aan den Capiteijn Luits: Smitskamp over „gegeeven zal moeten werden. — en dat eijndelijk alle de goederen Caracter uit. 1472. 1473. Den Heere Gezaghebber produceert drie Missives door de hoog Edele Hee„ ren Commissarissen generaal aandee„ ze regeering ingezonden. — twee derzelve aan deese regeering is gebleeken. — uit het Schip de Drie Debroeders geborgen, behalven de Leggers met Arack en de Tummerinde, zo dra dien Bodem in staat zal weezen dezelven goederen in te neemen, zullen moeten werden afgeladen in 't voorm Batavia retourschip de Catharina Iohan„ na, ten welke einde de Equipa¬ giemeester Cornelisz: zal hebben te Zorgen, dat de nodige schotten in dien bodem dadelijk op de best„ mogelijkste wijze werden gesteld: zullende voorsz: Equipagiemeester den Heere Rezident Brand - en de resp: Hoofden der onderscheiden de partementen, voor 't overige werden gelast, gelijk zij ten serieusten gelast werden bij deezen, met den Heere Gezachhebber naar uitterste ver„ moogen, tot een spoedige afvaar„ diging der zig als nog in de baaij bevindende scheepen, en wel spe„ cialijk van voormelde Bodem de Catharina Johanna te Coopereeren ten eijnde zig niet alleen van kunnen pligt te quijten, maar ook aan Hoogstgedagte Heeren Commis„ sarissen Generaal die meede wer„ king tot herstel van s Maatschap= pijs vervallene zaken te bewyzen, welke „Hoogst dezelve zig zekerlijk met regt van ijder gemoedelijk dienaar der EComp: hebben voorgesteld. Vervolgens door den Heere Gezachhebber geproduceerd zinde drie Missives, door de hier vooren bereids zo dakwils gem: Heeren Commissarissen Generaal ingezon„ den, en op 't eigen ogenblik dat de Heeren Raadslieden alhier zijn gereferteerd ontfangen, waarvan bij d'opening en Lecture twee wierden Wat bij de opening en lecture van bevonden te weezen, de Duplicaaten der Brieven door de Camer Amster¬ dam subdatie 3en 14e: Novbr: des voorleeden Jaars herwaards geschreeven, en de derde eene Mis„ sive van voorsz: Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal zelve, ten tot
English
1474. 1475. Being the third a letter from their High Excellencies themselves, whereby they require the council's considerations and report on a [memorial of] Major de Sandolroy presented to their High Excellencies, in the margin: from aboard the State's Frigate of War Amazoon lying in Simonsbaaij the 20 June 1792 the address was: To the Acting Governor, together with the Council at Cabo de Goede Hoop having as an annex a certain Memorial addressed by Major de Sandolroy to their aforementioned High Excellencies, requiring in the manner as follows the considerations and report of this council regarding the aforesaid Memorial. Honorable, wise, prudent, very discreet [Sirs]. Simon Chevalier de Sandolroy, qualifying himself as Major in the Pepinieres Corps here, has addressed us by a letter dated in the Castle of Good Hope the 18th of this current month, and received by us today, indicating that upon orders received from the Colonel and Chief of the militia here, Robert Gordon, he had entered into arrest at the Castle, about which he, Sandolroy, believed he had to complain, requesting our protection. We have seen fit Copy Right Honorable and Most Respected Sirs. Honorable, wise, prudent, very discreet [Sirs]. lower: The Commissioners General over the Netherlands Indies C: Nederburgh was signed: S: A: Frijkenius and beneath it: By order of their High Excellencies was signed: Ed: Daniels herewith to send you a copy of the aforesaid letter, in order to serve us as soon as possible with your considerations and report thereon, ordering you in the meantime to take care that in this matter provisionally no further proceedings be held, until our pleasure in this regard shall be further understood. Wherewith commending you to the protection of the Almighty. stood below: the 18 June 1792 1476. 1477. [Permit] that the undersigned, Simon Chevalier de Sandolroy, Major of the Pepinieres Corps, in the service of the Honorable Company, turns in all humility to Your Right Honorable and Most Respected Sirs, to inform you that at this moment he is ordered by the Colonel and Chief of the Militia here, Mr. Robert Gordon, to place himself under arrest in the Castle here, to which order the undersigned has obeyed without contradiction. Yet because the undersigned finds this manner of acting not only very rigorous and harsh, but also very much anticipating the deliberations which Your Right Honorable Sirs shall please to take with respect to the undersigned, he sees in these circumstances no other way open for himself than to take recourse to Your Right Honorable and Most Respected Sirs, to bring this step to your most esteemed notice, and at the same time to respectfully invoke Your Right Honorable and Most Respected Sirs' all-powerful protection thereon, in order to remain safeguarded from all further actions that the aforementioned Mr. Gordon might see fit to undertake against his person. The undersigned desires, Right Honorable and Most Respected Sirs, nothing else than to be heard by impartial judges, and in order not to inconvenience Your Right Honorable and Most Respected Sirs unseasonably, he will not enter into details of what concerns this matter, the more so because the gentlemen Members and Council of Policy, who are currently at False Bay, will be able to provisionally inform Your Right Honorable and Most Respected Sirs whether the resolutions of the Council taken with respect to the undersigned are of such a nature that they can now, so unexpectedly for the undersigned, produce these consequences. And further resting assured in reliance upon the high authority of Your Right Honorable 1478. 1479. in the margin stood: Castle of Good Hope What by the Lord Acting Governor, after Mr. Gordon had retired from the meeting, was communicated to the Council concerning this matter. And there having appeared the causes why Mr. Gordon had Major de Sandolroy placed under arrest. and Most Respected Sirs, which is always accompanied by equity and justice, he has the honor to remain with deep respect. stood below: Right Honorable and Most Respected Sirs. Your Right Honorable and Most Respected Sirs' very humble Servant was signed: Le Chevalier de Sandolroy Major lower: Agrees with the Original and signed: Ed: Daniels so it is that, after Mr. Gordon had retired, the aforesaid Lord Acting Governor communicated to the other gentlemen Members concerning what had occurred with Major de Sandolroy, of which mention was made in the latter's very respected letter: that the circumstances in that regard had taken place in the following manner: namely, as soon as the gentlemen Members of the council had departed from the Cape to False Bay, Colonel Gordon, as Head of the Company's Militia in this Government, having resumed command of the Garrison, had given notice thereof to him, the Acting Governor, and at the same time had reported that his Honor, in his capacity as Head of the Militia, had ordered Major de Sandolroy to place himself under arrest in this Castle, and that he, Mr. Gordon, would further inform him, the Acting Governor, in writing of the motives which had caused him to proceed with the arrest of the said Major; that he, the Acting Governor, through the bearer of that report, had let Colonel Gordon know that since his Honor believed he had the authority for such an arrest in his Honor's capacity as Head of the Militia, he, the Acting Governor, would acquiesce in this notification, as he was ignorant of what new reasons could have given rise thereto, but 14. Militia
Dutch transcription
1474. 1475. Weezende de derde eene mis„ sive van hun hoog Edelhedens zelve, waarbij requireeren 's raads Consideratien en berigt op eene Majoor de Sandolroij aan hun H: H: P: E: gepresenteerd /:in margine:/ van boord van 's Lands Fregat an Oorlog Amazoon leggende /'t Adris was:/ Den Gezachhebber, benevens den Raad aan tot bijlage hebbende zeekere Memorie door den Major de Sandolrey aan Hooggemelde Hun Hoog Edelheedens gerigt, requireerende in maniere als volgd de Consideratien en 't be„ rigt deezes raads nopens de voorsz Memorie Erentfeste, wijze, voorzienige, zeer Discreete De zich qualificeerende Majoor en het Corps Pepinieres alhier Simon Chavalier de Sandolroij heeft zich aan ons geaddresseert, by eene Mis„ sive gedagteekend in 't Casteel de Goede hoop den 18 deezer loopende Maand, de Simonsbaaij den 20 Junij 1792 en heden by ons ontfangen, te kennen geevende op bekoome ordre van den Collonel en Chef der militie alhier Rot bert Gordon, zich op het Casteel in ar„ rest te hebben begeeven, waarover hij Sandol Roij zich meende te moeten beklagen, verzoekende onze Protectie Wij hebben goedgevonden uwE: Kabo de Goede Hoop Copia Hoog Edele Groot Achtb: Heeren. Erentfeste, wijze, voorzienige zeer Discreete. lager De Commissarissen Generaal over Nederlandsch. India C: Nederburgh /:was get:/ S: A: Frijkenius /:en daar onder:/ Ter ordonn: van Hun Hoog Edelheedens /:van get/ Ed: Daniels mits deezen te zenden eenen Copia. van de voorsz: Missive, ten eijnde ons daar op ten spoedigste te dienen van der zelver Consideratien en bericht, gelas¬ tende uE inmiddels te zorgen dat in deeze zaak by Provisie niet verder werde geprocedeerd, tot ons goedvinden deswegens nader zal zijn verstaan waarmeede UE„ in de bescher„ ming des Allerhoogsten aanbe„ veelende. /:onderstond:/ mits du 3 Vergien 1276. 1477. vergen dat den ondergeteekende Simon Chervallier de Sandolroi Ma„ joor van het Corps pepinieres, in dienst der EComp: zig in alle ootmoed ven de tot U Hoog Edele Groot Achtb. - met te kennen te geeven dat hij op dit ogetblik door den Colonel en Chef der Militie al„ hier, de Heer Robbert Gordon, geordonneert word zig als arrestant in het Casteel alhier te moeten begeeven, en aan welke ordre den ondergeteekende zonder tegenspraak geobedieert heeft. dan dewijl den onderget„ deeze Handelwijs niet alleen zeer rigoureus en hare vind maar ook zeer vooruitleopind de deliberatien welke het uwelle Hoog Achtbaarens gelieven zullen ten opzigten van den ondergeteekende te neemen:n. zo ziet hij in deezen omstandigheeden voor zig geen andere weg open, als tot U Hoog Edele Groot Achtb: Heeren de toevlugt te neemen hoogst dezelve deeze stap ter kennisse te brengen en teevens daarop U Hoog Edele Groot Achtb, alvermogende Protectie eerbiedig in te roepen, ten eijnde bevrid te blij„ „ven van alle de verdere ondernee„ mingen die opgemelde Heer Pordon tegens zyn perzoon zoude kunnen goedvinden in 't werk te stellen. — Den ondergeteekende verlangd Hoog Edele Groot Achtb Heeren, niets ander & als door onpartijdige Regter& gehoord te worden en zal om U Hoog Edele Groot Achtb: niet ontydig te in„ commodeeren, in geen detail tree„ den van het geen deeze zaak Concer„ neert, te meer dewijl de Heeren Leeden en Raade van Politie, die zich thans in de Baay Fals bevinden, U Hoog Edele Groot Achtb„ voorloopig zullen kunnen informeeren, of de besluiten van den Raad ten opzigte van den ondergeteekende genoomen zijn van dien aard, dat dezelve thans, zo on„ verwagt voor den ondergeteekenden/ deeze gevolgen kunnen uitleeveren En zig wyders gerust verlatende op het Hooggezag van U Hoog Edele Groot 1478. 1479. /ter zijde stond:/ Casteel de Goede Hoop Wat door den Heere Gezaghebber nadat den Heer gordon zig uit de vergadering had geretireerd ten deesen belange den Raad is gecommuniceert. — En daaruit gebleeken zynde de oorsaaken waarom den Heer Gordon, den Major de San„ dolroij en arrest heeft doen gaan. Groot Achtbaarens welke steeds met de equiteit en regtveerdigheid gepaartgaat heeft hij d' Eer met diepen Eerbied te ver„ bleven. /:onder stond:/ Hoog Edele Groet Achtb: Heeren. u Hoog Edele Groot Achtbaarens zeer nedrigen Dienaar /:w: get:/ Le Chevallier de Sandel Roipe Majoor /:lager:/ Accordeert met het Origineel /en get:/ Ed: Daniels zo is, na dat den Heere Perdon Zickhar „de geretireerd door voorsz: Heere Pezaosi„ hebber wegens het voorgevallene met den Major de Sandolroij, waar van bij laatst„ gemelde zeer g'eerbiedigde Letteren gewag werdt gemaakt, aan d'overige Heeren Leeden gecommuniceerd: dat zig daarom trend de omstandigheeden in manie„ „re als volgd hadden toegedraagen dat namentlijk zo dra zy heeren Leeden des raads van de Caap naar de Baai„ fals waaren afgerhysd, den Heere Colonel Pordon als Hoofd van sComp„s Militie ten deezen Gouvernemente, het Commande van 't Guarnisoen weder¬ „om opgenoomen hebbende, daar van kennisse hadt doen draagen aan hem Heere Gezachhebber, en teffens laaten rapport doen, dat zijn Ed. in deszelfs qualiteit als Hoofd der Militie, den Major de Sandolroij hadt laaten aan Leggen, zich ten deeze Casteele in arrest te begeeven, en dat hij Heere Gordon, hem Heere Gezackhebber nader schrijf„ telijk zou kennisse geeven, van de motiven welke hem tot het arrestee„ ren van gemelde Major hadden doen overgaan; dat hy Heere Gezachhebber; door den brenger van dat Rapport, aan den Heere Colonel Gordon hadt laaten weeten, dat dewil zijn Ed: ver„ meenden tot een zodanige arrest. in zijn Ed. qualiteit als Hoofd der Militie, de bevoegdheid te hebben, hij Heere Gezachhebber in deeze kennis gee¬ ving zoude berusten, als ignoreerende welke nieuwe redenen daartoe aanlee„ ding hadden kunnen geeven, doch 14. Militie de 18 Juni 1792
English
1480. 1481. the responsibility for this step and the consequences that might result therefrom, he left and would further leave to the account and responsibility of him, Lord Gordon. That shortly thereafter, Major de Sandol Roy having presented himself at the Castle to him, the Lord Commander, to give His Honour notice of the serving of the aforementioned arrest, His Honour had told him, Sandolroij, that he as yet ignored the reasons for that arrest, but that because Lord Gordon had had it served upon him as Head of the Militia, he would do best to obey it; that Major de Sandol Roij had further complained to His Honour about the sudden manner in which that arrest had been served upon him, but that he would obey it and merely go to his dwelling to inform his wife of what had happened, and, in so far as the shortness of the time would permit him, to put his affairs in order; that Major de Sandolroi having left the Castle, some time thereafter, on behalf of Colonel Gordon, a report was again made to His Honour that Major de Sandolroij had not yet obeyed the arrest, but that when the Adjutant, by order of His Honour, had gone toward the Cape to search for the repeatedly mentioned Sandolroij, he happened to meet him near the Castle, whither he had then also gone and accepted the arrest; and that he, the Lord Commander, on the following day had received from the frequently mentioned Lord Gordon a written statement of the points which had caused His Honour to proceed to the arrest of Major de Sandolroij, which document, having been submitted by the Lord Commander, was found to be of the following content: Reasons 1482. 1483. Reasons why Colonel Gordon, in his post as Head of the Militia, ordered Captain Sandolroi under arrest in the Castle as soon as he had learned that Their High Honours the Lords Commissioners-General had arrived in the bay. Firstly, that he, the Head of the Militia, now, although still sickly, wished to assume the command again, in order to come and show his homage and submission to Their High Honours at the head of the entire military force, both of the garrison and of the respectable Cape Burgher militia. That he could also now act in full confidence /where he had for so long been disappointed, despite all his efforts, to the detriment of the service and the so highly necessary military discipline/. That he was convinced in his heart that in his so weighty post /which he has now for so many years, and in the most difficult and unpleasant times, despite so much opposition, adversity, and displeasure, observed and sustained as a man who loves his fatherland as well as this precious colony, the welfare of the service, and good order, with all fidelity, moderation, and disinterestedness/ he would act against his oath and duty if he did not, as soon as he, the Colonel, acted as Commandant, send an officer who had offended so egregiously as Captain Sandolroij, and was even already under a condemnation, into secure arrest; but moreover left him at liberty before the eyes of the assembled garrison and the entire public, and introduced him, alongside the other officers, into the high presence of Their High Honours at such a solemn ceremony; That 1484. 1485. ceremony; That for the rest, the memorial of Captain Sandolroij, produced in Council on 6 March last, alone even deserves to incur the arrest in the Castle; because, besides Captain Sandolroij declaring an entire court-martial, whose members had not even been appointed yet, to be partial in that memorial, as can also still be clearly seen from the opinion of the Lord Cashier De Wet in Council on 13 March last, that memorial is again drawn up directly against the truth, as will undeniably appear from the following documents, and with which subterfuges Captain Sandolroij seeks to help himself in order, were it possible, to confuse the government and his high masters by fine arguments. Captain Sandolroi then dares to advance in this memorial that he, the Colonel, in the year 1785, by serious representations, had dissuaded the Lord Governor Van Plettenberg from granting Colonel Meuron a court-martial, which that Colonel was said to have requested; and that the latter consequently did not obtain a court-martial either, whereas from the letter of Colonel Meuron annexed hereto under Letter A, it clearly appears that Lieutenant Colonel Sandolroij requested a court-martial, and that Colonel Meuron absolutely refused to condescend thereto, while furthermore from the opinion in Council of him, Colonel Gordon, dated 21 May 1784, annexed hereto under Letter B, it clearly appears what sentiment he held, and that he did not wish to meddle in that matter in any way, until after the Lord Governor Van Plettenberg in full Council strictly demanded such of him in his post as member of the Council and Head of the Militia; that thus these assertions of Captain
Dutch transcription
1480. 1481. de verantwoording van deezen Stap en de gevolgen welke daar uit zouden kun„ nen profluceren, liet en verder zou laaten voor reekening en ter verant„ woording van Hem Heere Gordon dat kort hierop den Major de Sandol Roi zich ten Casteele bij hem Heere Gezachhebber vervoegt hebbende, om aan zijn Ed. kennis te geeven van de aanzegging van Voormeld arrest, zijn¬ Ed. hem sandolroij hadde gezegt, voor als nog de redenen van dat arrest te ignoreeren, doch dat dewijl den Heere Gordon hem 't Zelve als Hoofd der Mi„ litie hadt laaten aanzeggen, hij best zoude doen daaraan te obedieen ren; — dat den Major de Sandol Roij zich verders by zin Ed: had beklaagd, over de improviste wijze op welke hem dat arrest was aangezit geworden, doch dat hij aan 't zelve zoude gehoorzaamen en zich slegts naar zijn wooning be= geeven, om van 't gebeurde aan zijne huisvrouwe kennisse te doen vraagen, en voor zo veel de kortheid des tijds hem zoutoelaaten ordre op zijne zaaken te stellen; dat den Major de san dolroi het Casteel verlaaten hebben „de eenige tid daarna, van wegens den Heere Colonel Pordon aan Zijn Ed: wederom rapport was gedaan, dat den Major de Sandolroij nog niet aan 't arrest hadde geobedieerd, doch dat, wanneer den Adjudant zich, op ordre van zyn Ed. Kaapwaards hadt begeeven, om meermelde Sandolroij op te speuren, hij dezelve was komen te ontmoeten na bij het Casteel, wer= waards hy zich dan ook hadt be„ geeven en het arrest aanvaard; en dat hij Heere Gezachhebber des ande„ ren daags van den dikwilsgemelde Heere Gordon, hadt ontfangen eene schriftelijke opgaave van de pointen welke zijn Ed: tot het arresteeren van den Major de Sandolroij hadden doen overgaan, welk schriftuur door den Heere Gezackhebber overgelegt zijnde bevonden wierd van het volgen„ „de inhoud hem Reedenen 1482. 1483. Reedenen waarom de Collonel Gordon, in Lijn Post als Hooft de Militie den Captein Sandolroi in het Casteel in arrest geordonnee heeft zo dra als hij vernoomen had dat Hunne Hoog Edelheedens de Heeren Commissarissen Ge¬ neraal in de Braijf als aange„ koomen waaren. Voor Eerst dat hij Hooft der Militie, thans, schoon nog sieke „lijk het Commando weeder op zig wilde neemen, om aan 't Hoofd van de gantsche militaire maeg zo wel van 't guarnizoen, als van de aanzienelijke Caapse Burgerij aan Hunne Hoog Edelheedens zijne hulde en onderdanigheid te ko men betoonen. Dat hij ook thans in volle vertrouwen /daar hij zolang tot nadeel van den dienst en de zo hoognoodige Militaire discipline, niet tegenstaande alle zijnde pogingen, is ter leurgesteld geweest/ konde ageeren. Dat hij in zijn hart overtuigt was, dat hij in zijne ze gewichtigen post /: dewelke hy nu zo veele Jaaren, en in de dif„ ficielste en aangeneuste tijden, niet tegenstaande zo veele tegenstribbelin„ gen, wederwaardigheeden en ongenoe„ gen: als een man, en die zijn vader„ land, zo wel als deeze pretieuse Colome„ het welzijn van den dienst en de goede ordre lief heeft, met alle trouw, mode„ ratie en onbaatzugtigheid, waarge„ noomen en gesoutineert heeft / tegen zijn Eed en pligt zoude handelen, in„ dien hij een officier, dewelke zig, als den Capitein Sandolroij zo verregaande vergreepen heeft, en zelfs reeds in eene Condemnatie lag, niet, zo dra hij Col„ lonel als Commandant ageerde, in secuus arrest zond; maar hem boven dien voor het oog van het vergadert guarnisoen en het gantsch Publiecq, op vrije voetenliet, en hem benef„ fens de andere officieren, in de Hoo„ ge Presentie van Hunne Hoog Edel„ heedens, bij een diergelijke solemneele Ceremonie Dat 1484. 1485. Ceremonie, introduceerde; Dat voor het overige de memorie van Capitein Sandolroij, den 6 Maart Jongstleeden in raade geproduceert zelfs: alleen verdient om het arrest in het Casteel te moeten hebben; de wijl behalven dat Capitein Sandel roij eene gantsche krijgsraad, welkers leeden zelfs nog niet benoemt waren in die memorie voor partydig verklaar zo als ook nog duidelijk uit het advie van de Heere Cassier de wet in raade den 13 Maart Jongstleeden, te zien ie„ die memorie wederom direct tegen de waarheid gesteld is, zo als uit de volgende stukken onwedersprekelijk blicken zal, en met welke subterfeigi Captin Sandolroij zig zoekt te behelpen om waare het mogelijk, de regeering en zijne Hooge gebieders, door fraije raisonnementen, in de warte bren„ gen. — Capitin Sandolrou durft dan in deeze memorie avanceeren, dat hij Collonel in den Jaare 1785, door se„ rieuse repraesentatien den Heer Gou„ verneur van Plettenberg afgehouden had, om aan den Collonel Meuron, eene Krijgsraad, dewelke dien Collonel gevraagt zoude hebben toetestaan; en dat dezelve daarop ook geen Krijgs¬ raad bekoomen heeft, daar uit de brief van den Collonel Meuron hier annex sub Litt. A. duidelijk blijkt, dat de Luitenant, Collonel Sandolroij eene krijgsraad gevraagd heeft, en dat de Collonel Meuren daar absoluut niet in heeft wil„ len Condescendeeren, terwil verder uit het advies in raade van hem Col„ lonel Gordon, in dato 21 Maij 1784, hier annex sub Litt. B. duidelijk blijkt, van wat voor gevoelen hij ge= weest is, en dat hij zig in geenen dee„ len, in die zaak heeft willen melee„ ren, als na dat de Heer Gouverneur van Plettenberg in vollen raade, zulks van hem in zijne Post als lidt van den Raad en Hooft der Militie stel„ lig eiste dat dus deese assertien van nieuse Capitein
English
1486. 1487. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 26th of June 1792. make Captain Sandolroy highly punishable once again. That, as regards the Points submitted to the Officer in Charge the following day: these were drawn up solely to prevent a mass of various papers from confusing the thread and connection of matters, and to lay a simple and clear outline before the eyes of those who were to examine these matters; and that they were drawn up in haste, since the arrival of Their High Mightinesses became known late, and Captain Sandolroy only obeyed the order of the Officer in Charge at about ten o'clock in the evening. Was signed: R. J. Gordon, Head of the Military. However, since from the whole course of these events, and even more so from the handwritten memorial of Mr Gordon just inserted, it is fully evident that nothing other caused Mr Gordon to proceed to the arrest of Major de Sandolroy than the accusations brought by his Honour against him already in the year 1789, and further in the preceding year, the investigation of which has, for very weighty reasons, been stayed and postponed by this council until one should have requested and obtained from the currently present Right Honourable Commissioners-General Their venerated decision as to in what manner and before which court of justice that investigation ought to take place; and that thus Mr Gordon, by arresting Major de Sandolroy, seems, as it were, to have wished to anticipate the decision of the Right Honourable Commissioners-General, it has also been resolved by the council to leave the judgement of this premature step completely and entirely respectfully deferred to Their High Mightinesses; 1488. 1489. and to provide Them with the following succinct report regarding this matter. completely and entirely respectfully deferred to Their High Mightinesses; while, in order to comply as far as possible with the honoured command of the same, and to avoid the transport of all the voluminous writings relating to this case, which could not well possibly be examined by Their High Mightinesses during Their intended short stay in False Bay, one shall take the liberty, regarding the case in question, while offering the aforementioned memorial of Mr Gordon, to submit the following succinct report to the most highly esteemed Commissioners-General: That, after several discussions had arisen in the council of policy in this Government in the late part of the year 1788 and the beginning of 1789, both concerning whether or not to send the recruits present and destined for the Indies to Batavia, which then numbered about 200 men and over whom the aforementioned former Simon de Sandolroy was placed as Captain, and concerning the payment of the troops; and after Colonel Gordon had made several remonstrances to the Governor van de Graaff concerning the domestic administration of those nurseries, with which the said Governor had charged the aforementioned Captain de Sandolroy; a comprehensive memorial was submitted by Colonel Gordon in an extraordinary meeting held on the 6th of February 1789, containing, firstly, his considerations and advice on the necessity of not letting the nursery corps increase to more than 150 men, but 1490. 1491. to send the remaining men from time to time to Batavia, the place of their destination, after the battalion should have been recruited from it in accordance with the orders of the Illustrious Assembly of the Seventeen; subsequently, the harmfulness of considering these nurseries as a separate corps; and finally, a multitude of grievances and complaints concerning the direction and administration maintained by Captain de Sandolroy, who was accused by Colonel Gordon in his aforementioned memorial as being the cause of all the disorders that had occurred in the nursery, and as someone who, by stirring up those disorders, seemed to have other views than he pretended; and that Colonel Gordon, on that occasion, had also submitted to the council for consideration whether it was prudent to leave Captain de Sandolroy with that corps and allow him to act as commander, with the request that the matters be investigated and Captain Sandolroy punished according to his merits. That these so grave accusations brought by Colonel Gordon against Major de Sandolroy did not fail to make the council realise the necessity of instituting an exact investigation into them, and that it was also provisionally resolved at the said meeting of the 6th of February 1789 to demand and entrust that investigation to such a commission as the
Dutch transcription
1486. 1487. /:in margine:/ In't Casteel de Goede Hoop den 26: Junij: 1792. — zoo is beslooten de beoordeeling van deese prematuren demarche eer„ Hoog Edele Heeren C: C: G: G: Capitein Sandolroij hem wederom zeer strafbaar maaken. Dat wat de Pointen, aan den Heer Gezachhebber des anderen daag ingelevert, betreft: zo waaren dezel ven alleen ingerigt, om te kinderen dat niet een hoop van allerleij Pa pieren, den draad en aaneenscha„ keling van zaaken zoude verwarren, en om die geenen, dewelke deeze zaaken zou den nagaan, eene eenvoudige en klaare schets voor de oogen te leggen; en in den haast opgesteld zijn, dewijl het ar¬ rivement van Hunne Hoog Edelheeden laat bekend wierd, en Capitein Sandebro# eerst s'avonds Circa tien Uuren, opend van den Heer Gezachhebber geobedi¬ eert heeft. /:was get:/ R: J: Gordon Hooft der Militie. dan nadien uit de geheele toedracht deezer gebeurtenisse en nog veel meer uit de zo even geinsereerde eijgenhandigd biedig gedefereerd te laaten aande Memorie van den Heere Gorden, volkoemen Consteerd, dat niets anders de Heere Fordon tot het arresteeren van den Major de Sandolkoij heeft doen overgaan, als de beschuldigingen door zijn Ed. tegens hem reeds in den Jaare 1789, en nader in den voorlee„ dene Iaare ingebracht, en welkers onderzoek door deezen raade, om zeer gewigtige reedenen, is opgeschout en uitgesteld gebleeven, tot dat men van de als nu tegenswoordig zijnde Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal zou hebben verzocht en geobtineerd, Hoogst derzelver geve„ nereerde decisie, op wat wijze en voor welke rechtbank dat onder„ zoek behoorde te geschieden, en dat dus den Heere Gordon, door 't ar„ resteeren van den Majoor de San= doezoij, als 't waare, de decisie der Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal schijnt te hebben willen vooruitloopen, zo is ook bij den raade beslooten, de beoordeeling van deeze praemature demarsche Consteerd geheel 1488. 1489. En hoogst dezelve hieromtrent, het volgend succint verslag te doen. geheel- en -al eerbiedig gedeffereerd te laaten aan Hun Hoog Edelens terwijl omme aan de geeerde last van Hoogst dezelve zo veel mo„ gelijk te voldoen, men, ter eviteerin van het transport van alle de volumineuse geschriften welke tot deeze zaak betrekking hebben, en niet wel mogelijk door Hunne Hoog Edelheedens, geduurende hoog derzelver voorgenoomen kort ver blijf in Baaijfals, zouden kunnen worden geexamineerd, de vrijheid zal neemen, omtrent de zaak in quastie, onder aanbieding van voorm Memorie des Heere Jordon, aan Hoogstgedagte Heeren Commissa rissen Generaal het volgend suc„ cint verslag te doen. — dat, na dat in vergadering van politie, ten deezen Gouvernement te, in 't laatst van 't Jaar 1788 en be„ gin van 1789 verscheidene discussien waaren ontstaan, zo over het al of niet verzenden naar Batavia van de aanweezende recruuten voor Indien bestemd, welke toen omtrent 200 Man uitmaakte, en waarbij zich als Capiteijn bevond geplaatst de geweezene opgemelde Simon de Sandolroij, als over de betaling der Manschappen, en na dat den Collonel Gordon verscheidene remon„ strantien hadden gedaan aan den Heere Gouverneur van de Graaff over het Huijshoudelijk bestier dier Pipinieres, waar„ meede gemelde Heere Gou„ verneur den voorsz: Capiteijn de Ian oolroi hadt gechargeerd, door den Collonel Gordon en eene extra ordinaire vergade ring op den 6: februari 1789 gehouden, eene ampele Me„ morie is ingedient; bevatten, =de eerstelijk zijne Consideratien en advijsen over de noodzakelijk heid om het Pepiniere Corps niet sterker als tot 150 Mannen te laaten aangroeijen, maar van om 1490. 1491. om van tyd tot tijd, na dat ingevol„ „ge de ordres der Illustre verga„ dering van Zeventienen het Bat taillon daar uit zou weezen gerecruteerd, de overige manschap pen naar Batavia, de plaats hunner bestemming, te doen verzenden; vervolgens de scha delijkheid om die Pipinieres als een apart Corps te Conside¬ reeren, en eijndelijk eene mee„ nigte van döleantiën en klachten over de gehoudene directie en ad„ ministratie door den Capitein de Sandolroij, dewelke door den Collonel Gordon bij zijne voor„ schreeve Memorie werd aange„ klaagt, als de oorzaak van alle de de sordres welke bij de Pi„ piniere waaren voorgevallen en als iemand die door 't ver¬ wekken dier des ordres andere vries scheen te hebben als hij voorgaf, en dat den Collonel Fordon by die geleegendheid dan ook den raade in Consi„ deratie hadt begeeven, of het voorzichtig was den Capi„ tein de Sandolroij bi dat„ Corps te laaten en als Com¬ mandant te laaten ageeren, met verzoek dat de zaaken onderzocht en Capitein san„ dolroij na merites gestraft mogt worden. dat deeze zo grave be„ schuldigingen door den Col„ lonel Gordon teegens den Major de Sandolroij inge¬ bracht, niet hebben nage¬ laaten den raade te doen bezeffen, de noodzakelijk„ heid om daar over een ee„ „onderzoek dct te doen, en dat ook ter gemelde vergadering van den 6 Februarij 1789. pro„ visioneel beslooten is, dat onderzoek te demandeeren en op te draagen aan eene zodanige Commissie als dan den
English
1492. 1493. the Governor van de Graaff undertook to designate further. That this first memorial of Colonel Gordon was followed on 13 February 1789 by another, designed solely to demonstrate further the complaints brought by His Honour against Captain de Sandolroy, and to reveal from the voluminous books and other papers attached to this latter memorial that Captain Sandolroy has made himself guilty of insubordination and shameful mismanagement, and especially because, during the payment of the Pepinieres in the first days of February 1789, he had not deducted the small uniform articles received by the soldiers, but on the contrary had given them more money in hand than he was authorized to do according to the orders, and had thereby given occasion to many disorders. That when the aforementioned memorial and the appendices attached thereto were deliberated upon at the said meeting of 13 February 1789, it was then decided by this council to have extracted from the same memorial all such points as would serve for the instruction of the commission that would be appointed in this matter, and to hand over the same, along with the relevant appendices, to the said commission. 1494. That subsequently, at the meeting of 24 February 1789, several papers were again submitted by Colonel Gordon, from which His Honour attempted to elucidate to this council regarding that which had been set down in both of his aforementioned memorials submitted to this council on 6 and 13 of the aforementioned month of February, to which His Honour added various arguments, almost all concerning the internal management of the repeatedly mentioned military depot or pepiniere, and that while from all this the council could obtain no further and certain knowledge regarding the circumstances of the charges brought by Colonel Gordon against Captain de Sandolroy, after Mr Gordon had taken back all the aforementioned papers, which were only to have served for the consideration of this council, it was then decided to let the commission for the investigation of this matter proceed without further delay. That thereupon, under the date of 16 March 1789, a commission was appointed by the Governor van de Graaff, consisting of the Council members Mr Jacobus Johannes Le Sueur and William 1495. [illegible] 1496. 1497. Ferdinand van Reede van Oudtshoorn, the Colonel of the National Artillery Tilquin, and furthermore from the Regiment of Wurttemberg Colonel von Hugel, Lieutenant Colonel de Franquemont, Major von Jett, Captain Lieutenant and Aide Major von Hugel, and Captain Lieutenant of the National Artillery Kuchler, in order, assisted by the Captain and Regimental Quartermaster of the Regiment of Wurtemberg, Godlieb Binder, and the Pay Bookkeeper, Clemens Matthiessen, in the presence of the Independent Fiscal van Lynden, to examine and review with the utmost precision the books kept by Captain de Sandolroy since he had been placed with the Pipiniere Corps as Captain Commandant, as well as to confront with the greatest possible accuracy all the documents having had any relation thereto against the said books; furthermore, to inspect with all exactitude whether the requisite accuracy had indeed been observed by the repeatedly mentioned Captain Sandolroy in the administration of the aforesaid Pipiniere Corps kept by him, in accordance with the orders of the Honourable Company, and whether the payment of the wages as well 1498. 1499. as board and service money to the men of the repeatedly mentioned Corps had been properly made, and further whether the deduction from those who were able to pay their debts had been carried out, and finally whether the failure to make the customary deduction of the debts of the said men had been necessary or not. That the aforementioned commissioners, having carried out the investigation required of them by the Governor, spent several days thereon from time to time, and requested and obtained from Colonel Gordon as well as from Captain de Sandolroy such clarifications as they deemed necessary to properly examine and investigate the complaints brought by Mr Gordon; That, however, the aforesaid commissioners differed so greatly, both regarding the manner in which Captain Sandolroy was to be considered in his military capacity and in his relation as Chief of the Honourable Company's Militia, as well as in the assessment of what had been charged against him by Mr Gordon, and finally in finding him guilty or acquitting him of these charges, that it was impossible for them to issue a unanimous report, for which reason they then, at the end of the year 1789, submitted to the Governor van de Graaff various opinions, considerations, or reports, the contents of which could never be reconciled; That, while the aforesaid investigation was pending, there was received at this Government the revered dispatch from the High and Mighty Lords Directors at the Chamber
Dutch transcription
1492. 1493. den Heere Gouverneur van de Graaff aannam nader te zullen benoemen. Dat deeze eerste Memo rie van den Collonel Gordon op den 13e februarij 1789 is gevolgt van eene andere, een„ lijk ingericht om de klachten door zijn Ed. tegens den Capi¬ te in de sandolzaij ingebracht nader te betoogen, en uit de bij deeze laatste Memorie ge„ voegde volumineuse Boeken en andere Papieren, aan den dag te leggen, dat Capi= tein Sandoloy zich aan in subordinatie en Schan„ delijke wandirectie heeft schuldig gemaakt, en wel voornamentlijk, om dat hij by de betaaling der Pepinieres in de eerste daagen van Februarij 1789. niet hadt afgetrokken de kleijn ne Monteering stukken door de soldaaten genooten, maar hen ter Contrarie meerder geld in handen gegeeven, als hij volgens de ordres vermogt te doen, en daar door aanleiding tot veele desordres hadt ge¬ geeven. dat wanneer ter ge„ melde vergadering van den 13 Februarij 1789, over de voorschreeve Memorie en daarbij gevoegde Bijlaagen is gedelibereerd geworden, als toen bij deezen raade is beslooten, omme uit dezel„ ve Memorie te doen extraheeren, al zulke poincten als tot in„ structie van de Commissie welke in deeze zaak zou wor¬ den benoemd, zouder moeten dienen, en om dezelve bene„ vens de daar toe betrekkelij. ke Bijlaagen aangemelde Commissie ter hand te doen de stellen 1494. stellen dat vervolgens door den Collonel Gordon ter vergadering van den 24e Februarij 1789, wederom overgelegd zijn geworden, verscheidene Papieren, waaruit zijn Ed: deezen raade poogde te eluci¬ deeren omtrent het geene bij zijne beide voormelde Memo rien, aan deezen raade op den 6 en 13e der evengemel de Maand Februarij over¬ gelegt, was ter nedergesteld waar bij zin Ed: differen„ „te argumenten voegde, meest alle betrekkelijk tot de huijshoudelyke betreking van het meermeld militair depot of pepiniere, en dat. terwijl uit het een en ander den raade geene nadere en zeekere Cogi nitie konde bekoomen, omtrent de toedracht der beschuldigingen door den Collonel Gordon, teegens den Capiteijn de Sandolroij ingebracht.- na dat den Heere Gordon alle de zo evengenoemde Papieren, als welke alleen zoude hebben moeten strek„ ken tot speculatie van dee„ „zen raade, te rug hadde genoomen, als toen is besloo„ ten, de Commissie tot on„ der zoek van deeze zaak, zonder verder uitstel, voortgang te doen nee„ men. — dat daarop door den Heere Gouverneur van de Praaff sub dato 16e. Maart 1789 eene Commissie is gedecerneerd, op de Heeren Leeden des Raads M„r Jaco„ bus Johanness Le Pueur en Willi„ 1495. door ai 1 E 1496. 1497. ain Ferdinand van Reede van Oud¬ hoorn, de Collonel der Nationaale Ar„ thillerie Tilquin en voorts uit het Regiment van Wur tenburg de Collonel von Hughel, de Lieutenant Collonel de Franquemont, de Majoor von Jett den Capiteijn Lieute¬ nant en arde Majoor von Hughel, en den Capi„ teijn Lieutenant der Nationaale Artil„ lerie Kuchler, omme geadsisteerd met den Capitijn en Regiments quartier= meester van 't Regiment van Wier= temberg, Godlieb Binder, en den Soldeijboekhouder, Clemens Mat= thiessen, ten overstaan van den Independent Fiscaal van Lijnden met de uiterste naauwkeurigheid te examineeren en na te gaan, de Boeken door den Capitijn de San- dolroij, zederd dat dezelve bij 't Pi¬ piniere Corps als Capitijn Comman¬ dant geplaatst geworden was, ge= houden, mitsgaders alle de daartoe eenige relatie gehadt hebbende stuk= ken met de meestmogelijke accu ratesse tegens gemelde boeken te confronteeren, voorts omme met alle exactitude op te neemen of door meerm. Capitijn Sandol roij, in de door hem gehoudene administratie van 't voorsr: Sipi= niere Corps, conform de ordres der E. Compte, wel de vereischte accu¬ ratesse is geöbserveerd geworden, en de betaaling zo van de soldeijen, met den als 1498. 1499. als kost- en Servies gelden aande Manschappen van meergedachte Corps na behooren was geschied, en wijders of de aftrekking van de geene, die hunne schulden betaalen konden, was gedaan, en eindelijk of het nalaaten van het gewoon aftrekken der schulden van gem. Manschappen noodzaakelijk waren geweest of niet dat voorm: Gecommitteerdens het door den Heere Gouverneur aan hen gedemandeerd onderzoek bewerk= stelligd hebbende, daartoe van tijd tot tijd verschijdene dagen hebben gevaceerd, en zo van den Colonel Gordon als van den Capitijn de Sandolroij afgevraagd en verkreegen zodanige ophelderingen als zij ver= meenden noodig te hebben, om de door den Heere Gordon inge¬ bragte klagten behoorlijk na te gaan en te onderzoeken; Dat echter de voorsz: Gecommit= teerdens zeer verschillende zijn geweest zo inde wijze, op welke de Capitijn Sandolroij in zijne mili= taire qualiteit, en in zijne betrek- king als Chef van 's E. Comps Mi¬ litie moest worden geconsidereerd, als in de beoordeeling van 't geen hem door den Heere Gordon was ten lasten gelegd, en eindelijk in 't Coupabel erkennen, dan wel vrij= spreken van deeze beschuldigingen, dat het hen onmogelijk is geweest een unanime rapport uit te brengen, weshalven hij dan ook in het laatst van den Iaare 1789, aan den Heere Gouverneur van de Graaff hebben overgelegd verschij¬ dene advijsen, consideratien of berichten, waarvan den inhoud nimmer zou kunnen worden vereenigd: dat staande het voorsz. onder= zoek ten deezen Gouvernemente ingekomen zijnde de gevenereerde Missive door de Hooggebiedende Heeren Bewindhebberen ter ge= Ka=
English
Chamber Amsterdam wrote to this Council under date of 15 January 1789, transmitting a petition presented to the illustrious Assembly of Seventeen by Colonel de Sandolroy to supplicate for his brother, the so frequently mentioned Captain de Sandolroy, the rank and salary of Major, with authorization to this Council to dispose of that request as they should find proper according to equity and in conformity with the benefit and interests of the Honorable Company in this Government; Governor van de Graaff, although having received the said missive on 24 May 1789, did not bring it before the Council for reconsideration until 27 October of that year, precisely at a time when Messrs. Rhenius, Gordon, and Dewet were not present in the meeting, at which time the said Sandolroy was appointed Major, with the salary pertaining to that capacity, which was deemed to have commenced on 24 May 1789, the day of receipt of the aforementioned missive from the then Presidial Chamber Amsterdam, against which appointment Colonel Gordon lodged a written protest at the time: that the aforementioned opinions, considerations, or reports issued by the members of the committee appointed to investigate the case of Captain de Sandolroy and delivered to Governor van de Graaff were never brought by His Honour before the Council for deliberation, but that His Honour, on the contrary, before his departure from here, ordered the Council by a written memorial to leave the matter in statu quo; but that Colonel Gordon, upon reconsideration of that memorial after the departure of Governor van de Graaff, declared that he could not sufficiently express his astonishment at the unlawful contents of that memorial, since the matter in question was thereby considered by the Governor as a thorny matter, whereas His Honour had otherwise regarded it as a trifling affair, wherefore Colonel Gordon requested that a copy of the said memorial be granted to him in order to elucidate this Council thereon, and at the same time to demonstrate the necessity of terminating that matter according to the orders, so as to make a respectful and dutiful report thereon to the illustrious Assembly of Seventeen: that also some time before the departure of the Governor a missive was received here, written by the High Indian Government under date of 31 December 1790 to this Council, transmitting a complaint executed at Batavia by 26 cadets concerning the bad treatment inflicted upon them here by Major de Sandolroy, with orders from the said High Government to conduct a strict and accurate investigation into what appears therein, without the Governor ever having had that missive reconsidered in Council or having caused the ordered investigation to be carried out: that when the manifold businesses of this Council permitted the recently cited order from the High Indian Government to be taken up for reconsideration on 28 October last, on that occasion various depositions, accounts, and other documents were submitted by Mr. Gordon, together with a memorial in which His Honour requested that Major Sandolroy might be taken into custody directly: that it was then resolved by the Council to demand the ordered investigation of the ad interim Fiscal, Mr. Jacob Pieter de Neijs, with orders to act therein as he should find proper in accordance with the duties of his office, and should the nature of the case make the requested custody necessary, then to take the required steps to that end: that when the said ad interim Fiscal applied to Us by petition on 15 November last and requested, on account of his close relationship to Major Sandolroy, to be excused from the investigation ordered of him, We assigned the same to the Adjunct Fiscal, Mr. Johannes Andreas Truter. That the recently cited Mr. Johannes Andreas Truter, at the session of this Council on 28 February last, submitted to this Council a representation concerning his proceedings in the investigation demanded of him, with the addition of some depositions obtained by him, but since it was fully established from this representation and depositions that the facts with which Major de Sandolroy found himself accused had to be considered as purely military offenses, and thus could not well be brought before the Council of Justice, the Council thereupon took the resolution to demand the frequently mentioned investigation of the military Court Martial here; that Major Sandolroy, by a written
Dutch transcription
1500. 1501. Kamer Amsterdam sub dato 15=en Januarij 1789 aan deezen raade ge geschreeven, onder toezending van een request aan de illustre vergade ring van Leeventienen gepraesenteerd door den Colonel de Sandelroij, omme voor zijnen Broeder de Zo dikwils gem. Capitijn de Sandolroij te suppliceeren den rang en gagie van Majoor, met qualificatie op deezen Raade, omme op dat verzoek zoda= nig te disponeeren, als zij naar billijkheid en overeenkomstig het nuet en de belangens der E. Compie¬ ten deezen Gouvernemente zouden vinden te behooren; de Heer Gouc= verneur van de Graaff dezelve Missive, Schoon op den 24 Maij 1789 ontvangen, niet eerder als op den 27 October van dat Iaar ter resumptie in Raade heeft doen brengen, juist op een tijd, dat de Heeren Rhenius, Gordon en De= wet zich niet in vergadering. bevonden, als wanneer de gemelde Sandolroij is aangesteld geworden tot Majoor, met de tot die qualiteit staan= de gagie, dewelke gerekend is gewor¬ den ingegaan te zijn met den 24 Maij 1789, dag van den ont= vangst der voorgeciteerde Missive van de als toen Praesidiaale Ka= mer Amsterdam, tegens welke aanstelling door den Colonel Gor= don in der tijd schriftelijk is gepro= testeerd geworden:— dat de voorsr. Advijsen, Conside¬ ratien of berichten door de Leden van de Commissie benoemd tot het onderzoek van de Zaak van Capitijn de Sandolroij uitgebragt, en aan den Heere Gouverneur van de Graaff inhandigt, nimmer door Zijn Edele ter deliberatie van den Raade zijn gebragt, maar dat zijn Edele ter contrarie, voor des zelfs vertrek van hier, den raade bij eene schriftelijke He= morie heeft bevoolen de zaakte laaten in statie quo; doch dat de Jan= Cor 1502. 1503. Colonel Gordon bij resumptie van die memorie na het vertrek van den Heere Gouverneu Van de Graaff heeft gedeclareerde, zich over de wederregtelijken inhoud dier Me= morie niet genoeg te kunnen ver= wonderen, alzo de zaak in questie daarbij door den Heere Gouverneur wierdt geconsidereerd als eene epi¬ neuse zaak, daar zijn Edele dezelve anders als eene beuzelach= tige affaire hadt beschouwd, wes= halven de Colonel Gordon heeft ver¬ zocht, dat aan hem van de gem. Memorie Copia mogt worden ver= leend, om deezen Raade daar over te elucideeren, en teffens aan te too= nen de noodzaakelijkheid, om die zaak naar de ordres te terminee= ren, om daarvan aan de illustre Vergadering van Leeventienen eerbiedig en plicht schuldig ver= slag te doen:— dat ook eenige tijd voor 't ver- trek van den Heere Gouverneur alhier is ingekomen eene Missive door de Hooge Indiasche Regeering, sub dato 31 December 1790 aan dee= zen Raade geschreeven, onder toe- zending van een klagtschrift door 26 Pipiniers te Batavia gepas= seerd, over de slechte behandeling hen alhier door den Majoor de San= aangedaan detroij met last van Welgem. Hoo= ge Regeering naar het daarbij voorz komende een streng en naauw= keurig onderzoek te doen, zonder dat den Heere Gouverneur ooit die Missive in Raade heeft laa= ten resumeeren, of het geordon¬ neerd onderzoek doen bewerkstel= lingen: dat wanneer de veelvuldige be= zigheeden deezes Raads hadden toegelaaten het evengeciteerde aanschrijvens van de Hooge In diasche Regeering op den 28 Oc= tober Jongstleeden ter resumptie te neemen, bij die gelegenheid door den Heere Gordon zijn overgelegd geworden diverse Verklaaringen, door ree= 1504. 1505. reekeningen en andere stukken, be= nevens eene Memorie, waarbij zijn Edele kwam te verzoeken, dat de Major Sandoleo, direct onder bewaaring mogt worden genomen: dat als toen bij den Raade is be= slooten het geördonndeerd onderzoek te demandeeren aan den ad interim Fiscaal, Mr. Jacob Pieter de Neijs, met last omme daarinne zoda= nig te handelen, als hij met de plichten van zijn Ampt zou vinden te behooren, en wanneer de aart der zaake de begeerde bewaaring noodzaakelijk mogt maa„ ken, als dan daartoe de vereischte demarches te doen: dat wanneer de gem: ad interim Fiscaal zich op den 15 November Jongstleeden aan Ons bij requeste heeft vervoegd en verzogt, uit hoofde zijner naauwe verwandschap met den Majoor Sandolroij van het aan hem geördonneerd onderzoek te worden geëxcuseerd, wij 't zelve opgedraagen hebben aan den Ad¬ junct Fiscaal, M=r Iohannes An= dreas Pruter. Dat de evengeciteerde Mr. Johan= nes Andreas Pruter ter sessie dee= Zes Raads van den 28 Februarij Jongstleeden aan deezen Raade heeft ingediend een vertoog over zijne verrigtingen in 't aan hem gedemandeerd onderzoek, met bij= voeging van eenige Verklaaringen, door hem ingewonnen, doch dat uit dit vertoog en verklaaringen volkomen geconsteerd zijnde, dat de feiten, waarmede de Ma= joor de Sandolroij zich beticht vondt, moesten geconsidereerd worden als pure Militaire delieten, en dus niet wel voor den Raade van Iustitie konde worden betrokken de Raad-dan ook het besluit heeft genomen het dikwerf gemeld onderzoek te demandeeren aan den militairen Krijgsraade alhier dat de Majoor Sandolroij bij eene op schrif=
English
1506. 1507. with which it is trusted that Their High Noblenesses will be pleased. Resumption of the drafting of the resolution taken yesterday, and of the draft for the introduction of Their High Noblenesses the Commissioners-General. having submitted a written memorial to this Council, came to recuse the military Court-Martial on grounds of jurisprudence, but since some disputes arose in Council regarding the legality or illegality of this recusal, they ultimately had to proceed to the resolution to suspend the investigation already begun, and in all respect to defer the determination of the manner in which it must take place to the decision of the High Noble Lords Commissioners-General currently present here, which the Council hopes and trusts that in this simple summary of the matter, in view of the reasons previously alleged, they will kindly be satisfied with. below stood: Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Was signed: I. F. Rhenius, R. I. Gordon, I. I. Lesueur, O. G. Dewet, and W. P. van Reede van Oudtshoorn. Lower: present, signed: E. Bergh, Provisional Secretary. The Council having been expressly convened in order to resume therein the drafting of the resolution taken yesterday, as well as such plan as was conceived by Messrs. Dewet and van Reede van Oudtshoorn pursuant to and in satisfaction of that resolution regarding the solemn introduction of the High Noble Lords Commissioners-General: thus, after Thursday the 21st of June 1792, in the evening, extraordinary meeting, all present except Mr. Gordon. 1508. 1509. Resolution passed on both matters. Submitted reports regarding the defects on the ships Vasco de Gama and the Vrouwe Catharina Johanna. the reading of both of the aforesaid drafts had taken place and the resolution had been established in accordance with the said draft, it was decided that the gentlemen Members of the Council who are to proceed to False Bay tomorrow must present a copy of the same resolution as well as of the drafted regulations to Their High Noblenesses, in order that the first-mentioned document may serve as a respectful report on the letter received yesterday from the same High Lords Commissioners-General concerning the case of Major de Sandolroy, and that the latter may undergo Their High Noblenesses' examination before being enacted. Subsequently, on this occasion having also been read the report below regarding the defects found on the outward-bound ship Vasco de Gama, destined for Ceylon: Honorable Sir! To the Honorable Sir Johannes Isaac Rhenius, Administrator of the Cape of Good Hope and the jurisdiction thereof, etc. etc. etc. Your Honor having been pleased expressly to commission the undersigned to inspect and examine accurately the defects of the Company's ship Vasco de Gamma in the presence of the Captain of that vessel, Jan van Straalen, before the Resident C. Brandt, assisted by the Master of the shipwrights M. van Eijk: they have, in compliance with those esteemed orders, gone on board the aforesaid ship and after examination found that the defects consisted in that the mainmast is damaged near the top with an inward and upward crack, 1519. 1501. and the foremast has a crack at the top, as well as the bowsprit has a crack below between the stays, which defects on the first two pieces can be remedied with a fish and on the latter by applying two side-fishes; with which, considering to have fulfilled the highly esteemed order of Your Honor, the undersigned submit this as a respectful report. Simon's Bay, the 19th of June 1792. In the presence of: signed: C. Brand Present with me: signed: I. van Straalen As commissioners: signed: the Knight Duminy, I. I. Droop, M. van Eyk Thus, seeing as it appears from that report that the cracks discovered on the main and foremasts, as well as on the bowsprit of that ship, can be remedied by the application of fishes and side-fishes, it was resolved to instruct the Equipage Master to immediately use all endeavors to have the aforesaid defects repaired as quickly as possible, so that the aforesaid ship Vasco de Gama may be enabled to continue its projected voyage to Ceylon at the earliest opportunity. Honorable Sir! To the Honorable Sir P. T. Rhenius, Administrator of the Cape of Good Hope with the jurisdiction thereof, etc. etc. etc. Your Honor having been pleased expressly to commission the undersigned And whereas from another report, also submitted by naval and shipbuilding experts in the following words:
Dutch transcription
1506. 1507. Waarmeede men vertrouwd dat hun Hoog Edelhedens genoegen zullen neemen Resumptie der extensig van 't besluit opgisteren ge„ nomen, en van 't ontwer ter voorstelling van H: H: b: C: G: G: schriftelijke Memorie aan deezen Ra„ de ingediend, de militaire Krijgsraad, op gronden van regts geleerdheid, is komen te recusseeren, dog dat over de wettigheid of onwettigheid deezer recusatie eenige differenten in Raa„ de gereezen zijnde, men eindelijk tot het besluit heeft moeten over= gaan, om het reeds begonnen on= derzoek op te schorten, en de bepaa= ling van de wijze, hoedanig 't zelve zal moeten geschieden in allen eer= bied gedefereerd te laaten aan de decisie der zich tans aanweezende bevindende Hoog Edele Heeren Com missarissen Generaal, welke den Raade hoopt en vertrouwd, dat in dit eenvoudig Exposé der zaake, uit hoofde van de bevoorens geäl= legueerde reedenen wel genoege zullen gelieven te neemen /:onder stond:/ Aldus geresolveerd ende ge= arresteerd in 't Casteel de goe= de Hoop ten dage en Jaare Den Raad expresselijk geconvo¬ 2 ceerd geworden zijnde, ten einde in dezel¬ ve te resumeeren de extensie van 't besluit, op gisteren genomen, mitsgaders zodanig ontwerp als ingevolge ende ter voldoening aan dat besluit, nopens de plechtige voorstelling der Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal, door de Heeren Dewet en van Reede van Oudts hoorn is geconsipieerd: zo is, naa dat Donderdag den 21den. Junij 1792, 's avonds extraordinaire vergadering, alle praesent, dempto den Heere Gordon voorsz. /:was getekend:/ I: F: Rhenius, R. I. Gordon, I. I. Lesueur, O. G. Dewet en W. P. van Reede van Oudtshoorn /:laager:/ mij praesent /:getekend:/ E. Bergh, p=l Secret=s voorsz: de 1508. 1509. Besluit op 't een en ander gevallen. Ingediende Berigten wegens de gebreeken aan de scheepen vasso de Gama en de Vrouwe Catharina Johanna de lecture van beide der voorsz. Concepten geschied en de resolutie conform de gem. extentie gearresteerd was ge„ worden, beslooten, dat de Heeren Le= den des Raads, die zich morgen naar Baaijfals staan te begeeven van dezelve resolutie zo wel, als van 't ontworpen Reglement een af= schrift aan Haar Hoog Edelheedens zullen moeten praesenteeren, om het eerstgem. stuk te kunnen trek ken voor eerbiedig bericht op de onder gisteren ingekomene Missive van Hoogstdezelve Heeren Commissa= rissen Generaal, concerneerende de zaake van den Majoor de Sandol= roij, en het laatste Hunner Hoog= edelheedens examen te ondergaan alvoorens vastgesteld te worden. Vervolgens bij dies geleegenheid al mede geleezen weezende het onder¬ staand bericht, over de gebreeken welke zich aan het naar Ceilon gedistineerd uitkomend schip Vasco de Gama komen te bevinden UwelEd: Achtb. de ondergeteken= dens expres hebbende gelieven te committeeren, omme ten overstaan van den Resident C. Brandt, ge¬ adsisteerd door den Baas der scheepstimmerlieden M. van Eijk de gebreeken van 's Comp=s. schip Vasco de Gamma, in praesentie van den Capitijn dier Bodem, Jan van Straalen, naauwkeurig op te neemen en te examineeren: Zoo hebben zij in opvolging dier geëerde beveelen hun aan boort van voorsz. Schip begeeven en naa examinatie bevonden, dat de gebreken bestonden in dat de Groote mast onder aan de Ton met een breek naar binnen Wel Edele Achtbaare Heer! Aan den Wel Ed. Achtb: Heer Johannes Isaac Rhenius, Gezaghebber van Kaap de goede Hoop ende den Ressorte van dien &a &a. &a. Aan en 1519. 1501. Ten overstaan /get:/ C. Brand en naar boven, en de Vokkemast een breuk aan de top komt bescha# digd te zijn, mitsgaders de Boeg= spriet een breuk van onder tus= schen de staagen, welke ongemak¬ ken aan de twee eerste stukken met een wang en aan 't laatste met leggen van twee schaalen zullen kunnen werden voorzien, waarmede gedenkende aan 't hoog geacht bevel van U Wel Ed. Achtb. te hebben voldaan laaten de on= dergetekende deeze dienen voor eerbiedig bericht. Simonsbaaij den 19 Iunij 1792 Mij praesent Als gecommitt=s /:get:/ I: van Straalen /:get:/ de Ridder Duminij „ I. I. Droop „ M„ V„n Eyk Zoo is, gemerkt uit dat bericht blijkt, dat de breuken, dewelke aan de groote en Vokkemasten, mitsgaders aan de boegspriet van dat schip ontdekt zijn ge= worden, met het opleggen van Wel Edele Achtbaare Heer! UWel Edele Achtb. den onder= getekenden expres hebbende gelieven Aan den Wel Edelen Achtb Heer P. T Rhenius, Gezagheb= ber van Kaap de goede Hoop met den ressorte van dien &a &a: &a. En nadien uit een ander bericht meede door Zee en scheepskundigen in de volgende bewoordinge ingediend wangen en schaalen kunnen wor= den verholpen, verstaan den Equi= pagiemeester te gelasten, daade= lijk alle devoiren aan te wenden om de voorsz. defecten ten spoedigsten mogelijk te doen herstellen, op dat het voorsr. Schip Vasca de Gamar mogt werden gesteld met den eer= sten deszelfs geprojecteerde reize naar Ceijlon te kunnen vervorde= ren wangen te