Inventory 4360
Cape · 1,290 pages · 496 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
785 706 to permit them to ship on freight the goods given up by them on the ship Leide. — The residents having declared at the Trade Office which goods they desired to send on freight to the Netherlands in the present return ship Leede, the list drawn up thereof was, by the Noble Lord Commissioner, placed into the hands of the Master of the Equippage Ian arnoud voltelen and the Trade Transferrer Henricus Coens Voget, with instructions to make a proper division of the goods which each individual might ship, in proportion to what had been offered by him and pro rata of the space remaining in the ship Leide. And report having been made hereupon by the said Master of the Equippage and Trade Transferrer that all the specified goods, consisting of: 2640 bales of Bourbon coffee beans 1 cask with tamarind 1 [cask] with elephant tusks 1 small case with linens can be shipped on freight in the said ship Leide, it was therefore decided to permit the requested shipment in the specified and customary manner, and notice thereof shall be given to everyone who presented goods for shipment, with orders to prepare the merchandise and goods noted for each respectively for shipment with all possible speed. Furthermore, it was submitted by the Lord Administrator to the Noble Lord Commissioner and the gentlemen members of the Council, while on the proposal of the Noble Lord Commissioner and at the request of the former Bookkeeper Vermaak, it was decided to give notice to the High and Mighty Lords Masters of the theft committed in the Company Hospital, as it was also decided, on the proposal of the Noble Lord Commissioner, to alter the 14th article of the Instruction for the Bookkeeper of the Country Revenues, in the manner as noted in the margin. that when, during the night between the 26th and 27th of November 1792, a break-in occurred at the Hospital, among other things a small parcel was stolen, addressed to Miss Ses. Verspijk, residing in Leide, as is fully evident from the minutes or notes kept on the occasion when, upon requisition of the Fiscal Office, an inspection concerning this break-in was made on the 27th of November 1792 by the committee members 788 members from the Court of Justice, who found lying on the floor in the building a piece of waxed cloth that had been wrapped around the said parcel with the aforementioned address; that, notwithstanding all possible searches, this parcel has not reappeared, and without any notes of this event having been kept in the resolutions of this Council, the former Bookkeeper Hermanus Augustinus Vermaak, as attorney for the aforementioned Miss Verspijk, had requested that notice hereof might be given to the High and Mighty Lords Majors, in order to be able to account for himself at all times in this regard to his principal; which having been deliberated upon, it was resolved to grant that request, and accordingly, under transmission of the notes kept by the committee members of the Court of Justice showing that the said parcel was stolen, notice shall be given to the High and Mighty Lords Majors that the same, notwithstanding all endeavors made, has not reappeared. After this, the Noble Lord Commissioner was pleased to inform the Council that by the provision in article 14 of the Instruction for the Bookkeeper of the Country's General Revenues, enacted by the Right Honorable Lords Commissioners General, containing among other things that no one shall be permitted to transfer the surface structure of a loan farm to another, until the arrears of recognition fees which are overdue on the same shall first have been cleared and paid by him, obstacles had repeatedly arisen in properly collecting the arrears, since it happens from time to time that some wishing to give up a farm 790 wishing to give up a farm in order to have it transferred into the name of another, but finding themselves unable to pay the recognition fees in arrears on it, are thereby induced to grant the use of their farms to others in a clandestine manner for the payment of the annual recognition fee accruing on it, without subsequently bothering to satisfy the arrears, as a result of which it frequently appears that farms stand in the name of people who have long since died, and in the name of others who declare that they have had no benefit from them for many years, all to the considerable detriment of the Company and causing much confusion; that His Honor therefore deemed it necessary to propose to the Council to alter the said 14th article of the Instruction for the Bookkeeper of the Country's General Revenues to the extent that whenever someone, having sold the surface structure of a loan farm or wishing to give up a farm for other reasons in order to have it transferred to the name of another, without being able to furnish and pay the entire sum of the overdue recognition fees resting upon it, may suffice with the payment of such a portion of the arrears as he shall be able to raise in proportion to his means, the productivity of the farms, or the agreed purchase price for the surface structure, under the express condition, however, that the person to whom the surrendered farm is again granted by ordinance must, by a proper deed under his signature, acknowledge being aware that the farm being given to him by ordinance passes to him encumbered with the general arrears resting upon it.
Dutch transcription
785 706 te permitteeren de door hun opgegeeven goede= =ren op vragt in het schip Leide te moogen afscheepen. — terwijl op voordragt missaris en op Verzoek van den oud Boekhouder Vermaak. aan de Ingezeetenen ten Negotie Comptoire opgegeeven zijn de welke Goederen zij begeerde om in te aanweezend retourschip Leede op. vragt naar Neederland af te zenden. zo is de daar van geformeerde Lyst door den Edelen Heer Commissaris gesteld in handen van den Equepa giemeester Ian arnoud voltelen en den Negotie overdrager Henricus Coens Voget, met last eene Juiste ven deeling te maaken over de Goederen welke een ieder indimate van 't geen door hem is aangebooden Dre rato van de in 't schip Leide zig beein „dende ruemte zou kunnen afscheepen en hier op door gemelde Equepagie meester en Negotie overdragen be„ rigt zynde, dat alle de opgegeevene S. goederen bestaande, in 2640. Baalen bourbonse Coffyboonen 1 bas met Tammarende 1. „ „ oliphants landen 1: Casje met Lijwaaten in gedagt schip Leide op vragt kun nen worden afgelaaden, zo is dan ook beslooten de gevraagde afscheep op de bepaalde in gewoone wyze te Permet teeren, en zal daar van aan een ieder welke goederen ter afscheep heeft ge presenteerd, kennisse worden gegee„ ven, met last de door Een res:pecte velijk aangeteekende koopmanschap Den en Goederen ten spoedigsten tot den afscheep in gereedheid te brengen Vervolgens wird door den Heere. van den Edelen heer Corn= Gezaekhebber aan den Edelen Heere Commissaris en de Heeren Leeden des raads voorgedraagen, dat wanneer 's magts tusschen den 26d=en 7 Novemb 1792. in 't Hospitaal was ingebreev. ken geworden, onder andere ook was gestoolen worden een pakje, geaddresseerd aan Mejuffrouwe Ses. Verspijk, woonagtig te Leide, zoals. zulks volkoomen consteerd uit de Notulen of aanteekening gehouden bij geleegendheid dat op requisit van 'E officie Fiscaal op den 27 Nov: 1792. omtrend deeze inbraak visitatie was gedaan door Gecommitteerde beslooten Leeden 788 =gebiedende Heeren Mees: =teren kennis te geeven Horpetaal gepleegd. zo als ook beslooten is op propositie van den Edalen„ Articul van de Instructie voor den Heere Boekhouder in maniere als bezijden. Leeden uit den Raade van Iustitie, die een Lap gewast binnen, welke met t. voorsz advres om gezegd Patje was geslaagen geweest in 't Gebouw op de vloer hadden vinden leggen„ dat dit Pakje niet teegenstaande alle mogelyke recherches, niet weder, om te voorschyn gekoomen zynde, zonder dat van dit geval eenige aan„ teekeeningen bij de resolutie deezee raads zijn gehouden, den oud Boek houder Hermanus augustinus Vermaak als gemactigde van voor„ melde Juffrouw Verspijk hadt ver„ zogt dat hier van kennisse mogt wor den gegeeven, aan de Hoog Gebieden de Heeren Marjores, ten einde zig desweegens aan zine Principaale altoos te kunnen verantwoorden, waar over gedelibereerd zynde zo is beslooten is aan de hoog- verstaan dat verzoek te defereeren, van de diefte in sCompen zal dienvolgens onder overzen, ding der aanteekening bij gecom„ mitteerde Leeden uit den raade van Justitie gehouden, waarbij blijkt dat genoemd Pakje is gesloo len, de Hooggebiedende Heeren Ma„ Jorees. kennisse worden gegeeven dat te zelve niet teegenstaande alle aange wende Iogingen, niet wederom is te voorschin gekoomen. Hier na geleefde den Edelen Heer Commissaris het 14„e Heer Commissaris den Raade, te be„ van 's Lands inkoms ten deelen, dat door de bepaaling bij ar„ gemeld te altereeren. - ticul 14. der Instrucctie voor den Heere Boekhorder van 's Lands generaale Inkomsten, door de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal gearresteerd onder anderen inhou„ dende dat niemand de opstal eener Leeningsplaats aan een ander zal: moogen transporteeren, dan na door hem alvoorens zullen zijn gezueverd en voldaan, de agterstallige recogni„ tie Penningen welke op dezelve te kwaad zullen zijn, te meermaale waaren ontstaan gents om de ag„ terstallen na behooren te kunnen invorderen, nadient nu en dan gebeurd dat eenige een plaatswil blijkt lende 790 lende afdanken, om die op eene anders naam te doen overgaan zonder zig niet in staat bevinden de daar op ten agteren staande re„ cognitie te kunnen betaalen, en daar door worden aangezet om hunne plaatzen op eene elandes tene wyze aan anderen in gebruik te geeven, voor de betaaling der Jaar lijkse daar op voortloopende recogni tie, zonder zig vervolgens te bemoei„ en om de achterstallen te voldoen waar door dus al meenigwerf plaat zen voorkoomen op de inaam loo„ pende van menschen, die reedslange zijn overleeden, en op die van anderen werke betuigen in lange Iaaren daar van geen genot te hebben gehad, alles tot merklijk nadeel van de Compagnie en veroorzaaking van veele confusien dat zijn Edele dig over zulx vermeen de noodzaaklik te zijn, den raade te moeten Proponneeren om 't ge zegde 44 articul der nstructie voor de Boekhouder van 's Lands Generaale Inkomsten in ze verre te altereeren, dat zo wanneer iemand de opstal eener Leeningsplaats verkogt hebbende, dan wel om andere reedenen een Plaats mogt willen afdanken om die opnaam van een anderen te doen overgaan, zonder de geheele somma dese daarop hegtende agterstael lige recognitie penningen te kunnen opbrengen en betaalen, zal kunnen volstaan met de betaaling van een zodanig gedeelte der agterstal als hij maate van zyn vermoogen op de vrugtbaarheiid der Plaatsen dan wel de bedongen koopschat voor den opstal zal kunnen opbrengen, om der expresse voorwaarden echter dat den geene aan uien den afgedankt Plaats weederom op ordonnantie word verleend bij behoorlijke acte onder zyne handteekening zal moe ten erkennen, bewust, te zin, dat de aan hem op ordonnantie gegeeven werdende plaats aan hem overgaat bezwaard met de daarop heeftende generaale agterstallege
English
and to notify thereof the mentioned First Bookkeeper of the Country's General Revenues, of which His Honour has once again given notice to the Council. Furthermore, by the Honourable Lord Commissioner was communicated the request of the former Heemraad Munnik for the settlement of the aforementioned expenses, overdue recognition money, and that he should also be obliged to pay and tender the same overdue recognition money to the Company as soon as possible, namely annually for two to three years over and above the recognition money owed by him yearly, as his own debt and without the very least exception whatsoever. The Council having entirely conformed with this proposal of the Honourable Lord Commissioner, it was resolved to convert the same proposal into a resolution of this assembly, as it is converted hereby, and notice of this decision by extract hereof shall be given to the Lord Bookkeeper of the Country's General Revenues, in order to serve for His Honour's guidance and information, with authorization also herein to use all possible and permissible considerations according to the instruction of the Most Honourable Lords Commissioners General. Furthermore, the Council was informed by the Honourable Lord Commissioner that the former Heemraad at Stellenbosch, Gerhardus Munnik, had presented himself to His Honour a few days ago with the request that he might be granted a warrant for Two thousand Rixdollars in advance payment or satisfaction of a third part of the expenses which he would expend or had already expended to fish out or otherwise salvage the goods which are still to be found in the wreck of the China return ship Middelburg, partly burned and subsequently sunken in Saldanha Bay; that His Honour, most dismayed at this claim of expenses, for which the Company for its share has received nothing else nor can receive anything other than a third part of the three good and two unusable cannons fished out of the aforesaid wreck, and an equal portion of the scrap iron and unusable porcelain cups and saucers fished out of it by the said Munnik, had expressed his astonishment to the said Munnik about this, but that the latter had shown His Honour an extract from the resolutions of this Table of 27 March 1792, whereby permission was granted to him to fish up the goods from the wreck of the sunken ship Middelburg and otherwise be allowed to salvage them, and whereby the Company had indeed expressly bound itself, upon good success of the operation undertaken by him, to bear the just third part of the expenses to be incurred in the same undertaking, as is circumstantially described in the same resolution; which request having been deliberated upon and taken into consideration that the promise and commitment made and entered into on behalf of the Company to him, Munnik, would only take effect upon good success of the said undertaking, and that not only has the same not succeeded, but also in all probability, since two years have already passed without anything noteworthy having been discharged from the wreck, it will completely fail, it was approved and consequently resolved to declare, as it is declared hereby, that this government, convinced that from everything performed and that might be undertaken in this matter by the former Heemraad Gerhardus Munnik, no good success can be expected nor hoped for, waives its entered conditional promise and commitments made to be fulfilled upon a good outcome of the undertaking, and considers itself completely discharged from its conditional commitments and promises entered into, intending however, in order to accommodate somewhat the said Munnik, who under a mistaken notion has possibly expended more expenses than he would have done with a correct understanding and realization of the true intention of this government, to the same to
Dutch transcription
en daarvan kennis te doen geeven aan gem: Hoete Boekhouder van s. Lands generaals inkom¬ wal zijn Ed: daar bij den Raade alwerder heeft kennense te geeven. wijders wierd door den Ede Heer Commissaris gecommameer htt 't verzoek van den oud Heemraad Mumnik om voldoening der belijden gem: onkos„ agterstallige recoijnie en zig teffens moeten verbinden, om dezelve agter sallige recognitie Penningen zo spoe„ dig moogelijk en wel Jaarlyks twee à drie Iaaren boven en behalven de door hem Iaarlijks verschuldingde recognitie, als eige schuld en zonder. eenige de allerminste excepteen aan de Compagnie te zullen opbrengen en betaalen Den raade zig met dit voorstel van den Edelen Heere Commissaris volkomen geconformeerd hebbende 2o. is beslooten dezelve Propositie en eene resolutie deezer vergadering te conserteeren, gelijk dezelve gecon„ verteerd word bij deeze, en zal van uit besluit bij Extract deezer kennis te worden gegeeven aan den Heere Boekhouder van 's Lands Generaale Inkomsten, ten einde te strekken tot zijn Ed: nerrigt en informatie, met authorisabie ook hier inne navolgens 't voorschrift van de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal alle mogelijke en geoorloofde conside ratien te gebruiken Wijders wierd door den Edelen Heer Commissaris nog den raade bedeeld dat 6 den oud Heemraad aan Stellenbosch ten door hem gedaan Gerhardus Munnik zig voor eenige dagen bij zijn Ed: hadt vervoegd met verzoek dat aan hem mogt worden verleend eene ordonnantie van Twee duizend Ryks d„o in voor betaaling of voldoening van een derde gedeelte der onkosten welke hij zou inpendeeren of reeds hebben geëm pendeert om de Goederen welke ziel nog in 't waak van 't in de saldanhabaar ten deele verbrand en vervolgens gezon„ ken Chinas retourschip Mudidelburg komen te bevinden daar uit te visschen of anderzents te salueeren, dat zijn Ed„ ten hoogste ontzet over deeze Cisib van onkosten, waar voor de Compagnie voor haar aandeel niets anders heeft getrok ken nog trekken kan, als een derde gedeel te van de uit voorsz urak opgevischt drie goede en twee onbruikbaare Camons en den gelijke portie van 't door hem 792 alle Mesuuik sten. 794 waarover gedelibereerd zijnde is goedgevonden; desweegank neevens gevoegde verklaringen te doen Munnik daar uit gevischt oud yzer en onbruikbaare Porcelaine kopjes en Schoteltjes, aan den gedagte Munnik daar over zijne verwondering hadt be„ tuigd, dog dat deeze aan zijn Ed. hadt vertoond een Extract uit de resolutien deezer Tafel van den 27 Maart 1792. waar by hem de permissie was ver leends om de goederen uiet 't wrak van het gezonken schip Middelburg op te visschen, en anderzints te moogen saleree„ ren, en waar bij de Compagnie zich wel expresselijk hadt verbonden om bij goede reusfite van de door hem voorgenoomene operatie, 't geregte derde deel der op dezelve ¶ onderneeming te loopene onkosten te draagen, zo als bij dezelve resolutie om standig is beschreeven; over welk ver„ zoek gedelibereerd en daar bij in aanmer king genoomen zynde, dat de belofte en verbindtenisse van weegens de Compe aan hem Munnik gedaan en met hem aangegaan, alleen gevolg zouden nee men, bij goede reussile van de gemelde onderneeming, en dat niet alleen de- dezelve niet is gelukt, maar ook na alle waarschijnlijkheid, daar reeds twee Jaaren zijn verloopen zonder dat iets naam„ waardigs uit 't wrak is gelost, ten ee„ nemaale zal mislukken, goedgevonden en dienvolgens beslooten, te verklaaren zo als verklaard word bij deeze, dat deeze regeering overtuigd dat uit alles wat in deeze door den oud Heemraad Gerhardus Muennik, is verrigt en mogt worden om dernoomen geene goede reussite kan wor„ den verwacht nog gekoopt, haare aange gaane belofte en verbintenissen condi tioneel gemaakt, om bij eenen goede uit slag der onderneeming te worden nage komen afstandt doedt van dezelve Conditie en zig van die haare Conditioneele aange gaane verbindtenissen en beloften ten eenemaale voor ontslaagen is houdende, zullende echter om den gemelde Munnik die in eenen verkeerde waar mogelijk meer der onkosten heeft aangewend, dan hij by een regt begrip en bezef van de waare meening deezer regeering zou hebben gedaan, eenigzints te gemoed te komen zelve aan
English
Warehouse Master Purchase of the required iron from private individuals to leave exclusively to him the benefit of that which he has already with great effort salvaged from the wreck and might further fish up, provided however that if he should succeed in recovering therefrom such goods in which the Company has reserved an exclusive trade for itself, he shall be bound to turn over all the same goods to the Company at an equitable price, departing therefore in so far from the resolution taken by this council on the 13th last, but leaving entirely intact the resolution of 27 March 1792 with regard to the payment or restitution of the equipment goods and other necessities delivered to the aforementioned Munnik. The on-hand stock of iron having had to be used for necessary works for the benefit of the Company, and an absolute scarcity of that indispensable article now prevailing, it has been approved and agreed to authorize and order the warehouse master, being Cornelis Cruywagen, as he is authorized hereby, to purchase successively from private individuals at the lowest possible prices as much iron as shall be found indispensable for the continuation of the Company's necessary works. The Lord Commander having represented that he had discovered that his Honour stood debited at the Post Office here for a small sum of rds 35. 28: for postage of letters received by his Honour since 28 June 1791 and thus during the time that his Honour has exercised the authority, with the request that, whereas the High-Ruling Lords in their utmost orders given concerning the establishment of Post Offices explicitly determined that the Chief Commanders should be exempt from the payment of postage, he might also be excused from the aforesaid payment of rds 35. 28; it was, considering that this request appears entirely equitable and is based on the orders, approved and consequently resolved to defer to the same, and consequently the Lord Commander shall be exempted from the payment of the sum of rds 35. 28 demanded from him by the Postmaster, as his Honour is exempted therefrom hereby, while if this amount should among others already have been accounted for to the Company by the Postmaster, the same shall then have to be reimbursed to the Postmaster. The Lord Commander exempted from the payment of postage The Honourable Lord Commissioner having further communicated that his Honour had placed the assistant at the Trade Office van Eerten as ordinary clerk at the secretariat of policy Lastly, by both aforementioned servants the oath of purge and of secretary were taken After all this, it was communicated by the Honourable Lord Commissioner that his Honour had approved to transfer, upon his request made in that regard, the assistant at the Trade Office Casparus van Eerten Junior to the Secretariat of this Council, in order to perform the service of ordinary clerk there under his current wage and running contract. Lastly, by the newly appointed Secretary of Graaff-Reinet Jacobus Vercueil, into the hands of the Honourable Lord Commissioner, was taken the oath pertaining to this his office, the oath as Notary, and the oath of Purge, and likewise by the assistant Jan Bernard Hoffman, having been qualified to assist at judicial commissions, was taken the customary oath of secretary. After resumption of the resolutions on the 21st. Monday, 31 March 1794. In the forenoon. Present: the Honourable Lord Commissioner, together with the Honourable Members Le Sueur, de Wet, and van Reede van Oudtshoorn. Thus resolved and determined in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. was signed/ A. J. Sluijsken J. J. Rhenius. J. T. Lesueur O. J. de Wet In my presence /signed/ J. F. Goetz, Secretary
Dutch transcription
795 Pakhuismeester inkoop van 't benodigd aan hem alleen worden gelaaten 't genot van 't geen hy reeds met veele moeite uat 't wrak heeft gesalveerd en verder mogt opvisschen, zo nogthans dat zo wanneer het hem mogt gelukken daar uit zodanige Goederen te bergen als waarin de Maat„ schappij eene uitsluitende handel voor zig heeft gereserveerd, hij gehouden zal zyn om alle dezelve Goederen aan de Compa„ gnie tot een billeijke prijs over te laaten, werdende dienvolgens in zo verre geresi beerd van t besluit bij deesen raade op den 13 Iongstleeden genoomen, doch de resolutie van den 27 Maart 1792. met betrekking tot de betaaling of restitutie der aan meerm Munnik afgegeee en Eque pagiegoederen en andere benodigdheeden gelaaten in haar geheel De aanhanden geweest zynde voor raad van Yzer, voor noodzaaklijke wer¬ ken ten nutten van de Compagnie hebbende moeten worden gebruikt en thans eene volkoomen schaarsheid aan de Honont„ beerlijk articul heerschende, zo is goedge vonden en verstaan den pakhuismeester zijnde vervolgens dia Cornelis Cruywagen te qualificeeren en te gelast en gequaliteert sot den gelasten, zo als dezelve gequalificeerd word ijzer bij particulieren by deeze, omme tot de minst moogelijke prijzen van Particulieren successivelyk En te koopen, zo veel yzer als tot 't voort„ zetten van's Compagnies noodzaaklyks te werken onontbeerlijk zal worden bevon den. door den Heere Gezaghebber voorgedra„ gen zynde te hebben, ontwaard dat zyn Eds ten Oost Comptoire alhier stond gede„ bileerd voor eene Sommetje van rds 35. 28: voor port van Brieven door zyn Ed. zee, dert den 28 Iunij 1791 en dus geduarende den tyd dat zijn Ed. het gezagth heeft uitgeoeffend ontfangen, met verzoek omme dewyl de Hooggebiedende Heeren ees„ leten bij Hoogstderzelver beveelen om trend de opregting van Oosterijen gegeeven. uitdrukkelijk hebben bepaald dat de Hoofdgebieders, van de betaling van port„ zouden weezen onthefd, van de voorzeide betaling van rd. s 35. 28, ook te mogen worden geexcuseerd; zo is bij overwee¬ ging dat dit verzoek allezints billyjk 796 Cornelis komt 798: den Heere Pezackhebber onthefft van de betaling der Pootpenningen door den Edele Heer Com„ missaris alverder gecom„ municeerd zynde dat zijn Ed:s dan adsistent. ten Negotie Comploitie van Eerten als ordinair Clercq ter secretarije van Politia had geplaatst zo zyn laatstelijk door besyden gem dienaaren den Edd van Purge en Secretesse gepraesteerd komt te zijn en op de ordres is stounende, goedgevonden en dienvolgens beslooten aan t zelve te defereeren, en zal dienvol„ genes den Heere Gezaghebber worden onthefft van de betaaling der van hem door den Postmeester gevorderde somma van rd. s 35. 28, zo als zijn Ed. daar van ontheeve word bij deeze, terwijl wanneer dit bedraagen onder anderen door den Postmeester reeds aan de Compagnie mogt weezen verantwoord, 't zelve als dan aan den Postmeester zal moeten worden geres titueerd Na dit alles wierd door den Edelen Heer Commissaris gecommuniceerd, dat zijn Ed: hadt goedgevonden de adsistent ten Negotie Comptoire Casparus van Eerten Junier, op zijn desweegens gedaan verzoek te verplaatzen, ten Secretarij van deezen raade, omme aldaar onder zyne thans winnende gagie en loopend verbind den dienst van ordindire Clercq te ver„ rigten Laatstelijk is door den nieuw aange Helden Secretaris van Graaffe Remel. Na resumptie der Resolutien op den 21. Maandag den 31 Maarto 1794. 's voormiddags Present de Edele Heer Commissaris, benel„ vens de Heeren Leeden Le Sueur de wet en van reede van oudts A. I. Sluijsken I. I. Rhenius. I. T. Lesueur was geteekend/ O. I. deWet Mij Present /get/ I. f. Foetz Sucret.s Jacobus Vercueil aan handen van den Edelen Heer Commissaris afgelegd, de eed tot deeze zyne bediening staande, de eed als Notaris, en de eed van Durve, en zo meede door den adsistent Jan Bernard Hoffman als gequalificeerd geworden om bij Susta„ heele Commissien te adsisteeren gexres„ teerd de gewoone eed van Secretarisse Aldus Geresolveerd ende, Gearresteerd In 't Casteel de Goede Hoop ten daage en Iaare voorschreeve Jacobus hoorn en
English
799 800 Resumption of the Resolutions of the 21st and 24th of this month. Reading of a missive from the Gentlemen Directors of the Zeeland Chamber dated 31 October of last year, and reply to the same. The Noble Lord Commissioner having proposed to cause the return vessels Drechterland and Leiden to return. taken on the 21st and 24th of this month, a missive was read, written by the Right Honorable Most Respected Gentlemen Directors of the Zeeland Chamber under date of 31 October of last year to this Council, serving as accompaniment to the ship de Zeelelie, and brought here yesterday by that vessel. In reply to that missive, the aforementioned Gentlemen Directors shall solely be assured that the recruits for the de Meuron and Wirtemberg regiments who arrived here on the said ship will be forwarded to the Indies at the first available opportunities. Next, the Noble Lord Commissioner was pleased to inform the council that, since the High Sovereign Lords Majors have sent no extraordinary orders hither regarding the dispatch of the Company's vessels from here, one must naturally assume that their Right Honorable High Respected Lordships desire that matters be handled in the usual manner. That however much his Honor had also desired, and had suspended the departure of both present return vessels Drechterland and Leiden in order to join with them the ships that were expected from the Indies, his Honor nevertheless believed that, after the arrival of those vessels, one could wait no longer in the hope of letting them depart in a fleet alongside both aforementioned ships anchored here. This is because there is no official or certain knowledge here as to whether any ships from Batavia or Ceylon are to be expected this year at all, and even less when they would depart from there, whereby waiting for them is very uncertain. All the more so since, from the west of the Indies, from the news received from Bengal as well as Bombay, and from the intelligence received here by American ships from the French Islands, it is certain that a considerable number of French privateers are already cruising in the Indian seas, as well as before Sunda Strait, where his Honor 801 where they have taken the ship Willem de Vierde, as well as a private Dutch brig, and that on 26 December last four more large privateers of 40 guns of 12 and 18 pounds had sailed from Mauritius to the said strait, there is much reason to fear that these will prevent or delay the dispatch of the ships from Batavia. On which account his Honor also proposed to the council to fix the sailing date of the aforementioned ships Drechterland and Leiden for the 18th of the coming month of April, and this also because those ships cannot be detained any longer without becoming incapable of making the voyage, since the latter has lain here for more than months and the former for nearly a year without this vessel being able to be provided with a double hull here, and that the aforesaid vessels, departing at this time, will arrive in Europe in a season in which one may assume that the fleets of the allied powers will be in a position to keep the seas there clear of French privateers, who according to the reports are found there very little indeed, even if no ships might be or could have been sent to cruise for them. With which proposition of the Noble Lord Commissioner the Gentleman Members Le Sueur and De Wet having conformed, the Lord van Reede van Oudtshoorn testified that he could not concur therein, as his Honor believed that both vessels ought to be detained, either until one should be furnished with orders from the Netherlands regarding their dispatch, or until the expected return vessels should have arrived, whereas in this case the conduct of this government could only be blamed by the High Sovereign Lords Majors, since from the dispatch of the two ships, if they might be [illegible] by the enemy, 802
Dutch transcription
799 800 resumptie der Resolutien van den 21 en 24 deeser lectuure van een missive door Heeren Bewindheb„ beren ter kamer Zeeland in dato 31 October I: L: ven en rescriplie op de zelve de Edele Heer Commis„ saris hebbende gepropo„ =neerd om de Relour bodems Drechterlanden Leida te doen retourneeren en 24. deeser maand genoomen is geleezen geworden eene Missuve door de Wel Edele Groot achtb. Heeren Bewindhebberen ter kamer Zeeland sub dato 31 october aan deezen Raade geschre Jongstleeden aan deezen laade geschreeven, tot bij geleide van 't schip de Zeelelij, en Per die Bodem opgisteren alhier aange„ bragt in antwoord op welke Messive welgemelde Heeren Bewindhebberen een, lyk zullen worden verzeekerd, dat de per gezegd schip alhier aangekomen rerulen voor de regimenten de Meuron en Wirtemberg bij eerstvoorkoomende geleegendheeden naar Indien zullen wor„ den voortgezondens. Vervolgens geliefde de Edele Heer Commissaris den raade te bedeelen, dat dewijl de Hoog Gebiedende Heeren Majores geene extra ordinaire ordres Eer„ waards hebben gezonden, omtrend de verzending van 's Compagnies Bodems van hier. Natuurlijk moet veronderstel. len dat hun wel Edele Hoog agtb: begee„ ren dat daar meede zal worden gehan„ deld op den gewoone voet, dat hoe seer zijn Ed: ook hadt verlangd, en 't vertrek der beide aanweezende relour Bodens Dregterland en Leide had opgeschort om by dezelve te voegen de Scheepen welke men uit Indien heeft verwagt, zijn Ed. egter vermeende dat na 't arrivement dier Bodems niet langer gewagt konde worden, op hoop van dezelve neevens beide voorschreeve hier gean„ kende Scheepen in een Vloot te laaten vertrekken, om dat men alhier geene ministerieele of zeekere kennisse heeft, of er wel eenige scheepen van Ba tavia of Ceelon dit Iaar te wachten zijn, en nog minder wanneer van daar zouden vertrekken, waar door 't verbeiden na dezelve zeer onzeeker is, te meer daar men uit de west van Indien de van Bengaalen als Bombaaij ontfangene inouwelles en uit de hier door ameri kaanse Scheepen ontfangene tijdingen van de fransche Eilanden verseekerd zijnde dat er reeds een aanzienlyk getal van Fransche Kapers in de Indesche zeen, mitsgaders voor straat Frenda zijn Ed alwaar 801 hebbende Hoeken So sueur en de Wel zich daarmeede gecon„ formeerd, doch den Heere daar inne niet te kunnen concurreeren. alwaar zy het schip Willem de Vierde, beneevens een Particuliere Hollandsche Brik genoomen hebben kruissen en dat den 26: december laatstleeden nog vier groote kaperes van 40 stukken van 12en 18 Ponden van Mauritius na gemelde straat waaren gezeild met veele reden heeft te vreezen, dat deeze de verzending der Scheepen van Batavia verhinderde of vertragen zullen, weshalven zijn Ed: den raade dan ook proponneerde om de zuldag van voormelde scheepen Dreeg, terland en Leide te bepaalen op den 18: der aanstaande maand April ende zulx meede om dat die scheepen niet langer kunnen worden aangehouden zonder buiten staat te geraaken om de reeze te kunnen doen nadien 't laatste ruim Maanden hier heeft geleegen en t eerste genoegzaam een Iaar zonder dat deeze Bodem alhier van een dub beld huid heeft kunnen worden voorzien en dat de voorzeide Bodems in deeze tijd vertrekkende in Europa aankomen in een Iaar getij dat men veronder: stellen mag dat de Vlooten der verbonde Mogendheeden in staat, zullen weesen de Zeën aldaar van fransile Kapers die er volgens de Berigten om aldaar zelfs weinig gevonden worden, schoon te houden, zo er al geene scheepen om op dezelve te kruisten mogten zijn of hebben kunnen worden gezonden, met welke Propositie van den Edelen Heer Commissaris de Heeren Leeden Lesueur en de Wet zig geconformeerd hebbende, van Oudtshoorn betuigd zo betuigde den Heere van Reede van vudtshoorn daar in niet te kunnen concurreeren als vermeenende zijn Ed„ dat de beide Bodems behoorden te worden aangehouden; of tot dien om trend dies afvaardiging uit Neederland met ordres zou weezen gemunieerd ofte tot dat de verwagt wordende retour„ Bodems gearriveerd zou weezen terwijl in dit geval 't gedrag deezer regeering door de Hoog Gebiedende Heeren Majores eenlijk zou kunnen worden gelaaken daar uit de afzending der twee scheepen, wanneer door den Vyand 802: stellen mogten
English
and it was therefore decided by the majority that the aforementioned ships shall depart after the 15th of April next. The members of the Council having fully conformed with the proposal of the Honorable Commissioner regarding the dispatch of the outbound ships, if any should be taken, compensations might follow, in which His Honor would not gladly wish to participate, and it was consequently decided by the majority of the Council to cause the said ships Drechterland and Zeeland, weather and wind serving thereto, to depart from here for the Netherlands after the 15th of the coming month of April. Furthermore, the Honorable Commissioner was pleased to inform the Council that all the outbound ships present have been put in order by His Honor's command, so as to be able to proceed on their voyage to the Indies upon the first order, but that His Honor could not refrain from proposing to the Council to detain all the same vessels for the present until some news shall have been received here from Batavia, since, as already said hereinbefore, one is sufficiently reliably informed that the French from Mauritius on the 26th of the month of December last with four large ships of forty guns each, 18- and 12-pounders, which were already cruising there and might possibly have undertaken something detrimental at that place, or else are cruising in advance in the Sunda Strait, to which must be attributed that the packet boat the Expeditie, which according to the news brought here by the private vessel the Dankbaare Africaan, was to be dispatched from the capital of the Indies a few days after the 4th of December to this place, has not appeared up to now. The Council having also fully conformed with this proposal of the Honorable Commissioner, all the outbound ships present shall consequently be provisionally detained in the hope that shortly some reassuring news from Batavia will be received, and this government thereby be enabled to decide to have the considerable and rich fleet which is located in this roadstead proceed on its voyage, while it has further been deemed fit to have all the said outbound ships provisioned for four months, counting from the 25th of the coming month of April, when, in the event of the further non-arrival of the so long expected news from Batavia, all the repeatedly mentioned outbound ships will be sent to False Bay and there, as well as during their stay in this roadstead, be provided with such provisions and necessities as shall be required for the lay days. And whereas a considerable empty space is found in the ship Vreedenburg, it is decided to have the same space filled with some products, namely with 125 Lasts of Wheat, and 75 Leggers of Wine, the one and the other to serve in anticipation of that which will be petitioned from Batavia in the demand for the year 1794, which is still awaited. To the Right Honorable Sir A. J. Sluysken, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, and Commissioner of this Government and its dependencies, etc. etc. Right Honorable Sir, Subsequently, the reports provided respectively by the captains of the Company's outbound vessels Vredenburg, Zeeland, the Hertog van Brunswijk, and Washington concerning the state of the water casks and the remainder of the water found in the said vessels were summarized, all of which original reports will be forwarded to the Honorable Directors of the Chambers for which the said ships have respectively sailed out. The Honorable Commissioner having commissioned the sea captains Christiaan van Veerden and Willem Udemans Junior to inspect accurately the heavy ropes of the ship Dregterland in the presence of the Equipage Master, the following report was submitted today by the same commissioners concerning this: Subsequently, Pursuant to
Dutch transcription
804 en is dezhalven bij de meerderheid beslooten voorsch: Scheepen na den 15 April eerstkoo„ vertrekken. hebbende de Heeren Leeden des Raads zich sitie van den Ed: Heer Commissaris nopens de verzending der uitkoomende schoe„ Dan geconformeerd mogten worden genoomen, vergoedingen zouden kunnen volgen, waar in zijn Ed„ niet gaarne zou willen deelen, en is dienvolgens bij de meerderheid des raade beslooten om de gedagte scheepen mende van hier te doen Drechterland en zeide weer en wind daar toe dienende na den 15 der eerst koomende maand April van hier naar Neederland te doen vertrekken- Voorts geliefde den Edelen Heer. Commissaris den raade te bedeelen dat alle de aanweezende uitkoomende scheepen ter ordre van zijn Ed. in staat worden gebragt; om op de eerste ordre haare reeze na Indien te kunnen voort zetten, dog dat zijn Ed; niet konde af zijn den raade te Proponneeren, om alle dezelve Bodems vóor eerst aan te lou„ den tot dat men alhier eenige tiden gen van Batavia zal hebben ontfan gen, dewijl men zo als hier vooren reeds gezegd genoegzaam zeeker onder rigt is dat de franschen van Mauri tuus den 26 der maand December Iongstleeden vier groote scheepen van Veertig Stukken ieder 18 en 12 Donders. welke reecks aldaar kruisten en moge lijk iets nadeelings op die plaatskun nen hebben ondernomen, dan welan„ ders voor af in straat sunda kruissen en aan t welke moet worden toege„ schreeven dat de pacques boot de Expeditie die volgens de tijding per 't Particulier scheepje de dankbaare ACrieaan alhier aangebragt, weenige dagen na den 4 december van Indias Hoofdplaatse dit heen zou worden gede„ pecheerd, tot nog toe niet is koomen op te daagen den Raade zig met deeze Propositie„ almeede met de propo van den Edelen Heer Commissaris volkoomen geconformeerd hebbende zo zullen dienvolgens alle de aanwee„ zende uitkoomende scheepen Provisi„ oneel worden aangehouden in de hoope dat binnen kort eenige geruststellende tyding van Batavia zal worden ont fangen, en deeze regeering daar door kunnen doen besluiten om de aanzien lijke en ryke vloot welke zig terdeeren Veertig Theede 803 805 806 de aanzienlijke ruim te in 't schip Vreedenburg zullende werden aan„ gevuld. terwijl navolgens het Nap„ port door een zoekundige Commissie ingediend. zo zullen de bezijden gem Rapporten aar Heeren overgezonden. rheede bevind te doen reesvorderen, ten wijl al verder goedgevonden is de Exrbe alle de gezeefde uitkoomende Scheepen te doen proviandeeren voor vier maan„ den, te reekenen van den 25 der eerst. komende maand april, als wanneer bij 't verder agterblijven der zo lang verwachte tijdingen van Batavia alle de meergenoemde Leeven uet komen, de scheepen naar Baaij fals zullen worden verzonden en aldaar zo wel. als geduurende hun verblijf ten deezen rheede worden voorzien van zodanige Provisien en benoodigdheeden, als voor de legdagen zullen worden vereischt En inadeën in 't schip Vreedenburg met eenige producten zig eene aanzienlijke ruimte komt te bevinden, zo is beslooten dezelve ruimte te doen aanvullen, met 125 Lasten Tarween. 75 Leggers Wijn b'een en ander om te strekken bij ante cipatie van t geen van Batavia bij de nog verwagtwordende Eisch voor den Iaare. 1794. zal worden gepetitioneerd Aan den wel Edele Groot achtb Heer A. I. Sluisken raad ordinair van Neerlands India, mitsgaders Commissaris deezes gouvernements en de ressorte van dien & &s: Wel Edele Groot achtb: Heer Vervolgens zijn geresumeerd de rapporten door de Capiteins van 's Comp:s uitzoo mende Bodems Vredenburg, Sia in de Hertog van Brunswijk en was hington respectivelyk verleend, over de staat der watervaalen en 't restant van water zig in de gemelde Bodems. bevindende, welke Rapporten alle in Bewindhebberen werden origineel zullen worden toegezonden aan de Heeren Bewindhebberen der kameren waar voor de gezegde Scheepen respectivelijk zijn utgevaaren.- de Edele Heer Commissaris de Ca geleine ter Lie Christiaan van Veerden en Willem Udemans Junior gecommet leerdt hebbende om de zwaare Touwsen van 't schip Dregterland ten overstaan van den Equpagiemeester naauwkeurig te visiteeren, zo is door dezelve gecommet teerdens daar over heeden ingedient het volgend berigt Vervolgens Ingevolge
English
807 808 to the ship Drechterland shall be provided and pursuant to the Report presented by Captain Fisscher. Pursuant to Your Right Honourable highly esteemed order, we, the undersigned, have betaken ourselves on board the return ship Dregterland, anchored at this Roadstead, and there, in the presence of the Equipagemeester of this Government, Ian aanoud Vollelen, and in the presence of Captain at Sea Cornelis van Egts, commanding the above-mentioned vessel, most closely inspected all its heavy ropes, and found: firstly, the mooring rope and the bow cable good; the tier of the working cable entirely unfit; secondly, the sheet cable in such a condition that we cannot fully condemn it, nor can we approve a sheet cable because the same is quite severely dried out, and in case of need, if the everyday cable breaks, it must immediately be let go, and would run the risk of snapping; the said rope could, however, be employed for a tier on which it is not subjected to such hard strain, in place of the above-mentioned tier, provided that it is interpreted favourably under the circumstances. This vessel ought to be provided with a heavy rope for a sheet cable, for which purpose the laid rope of 18 inches from the ship de Hertog van Branswijk can be employed. Herewith we hope to have complied with Your Right Honourable highly esteemed intention, and let this serve as a report. Beneath stood: as Commissioners, was signed: C. v. Veerden, W:m Udemans I:n. In the middle: In my presence, signed: Corn.s van Ets. In the margin: Cape of Good Hope, the 28th of March 1794. In my presence, signed: I: A. Whereupon it was resolved to conform entirely with the said report; accordingly, there shall be provided to the said ship Drechterland a heavy rope of 18 inches to be employed as a sheet cable, whilst the rope that has served for that purpose shall have to be used for a working cable. Captain-Lieutenant of Artillery Petrus Ulrich Fisscher having, pursuant to the resolution at the session of the recent past, been commissioned by the Noble Commissioner to report to His Honour what was required to bring the powder magazine in the village of Stellenbosch into proper condition, having submitted the following report thereon: Report. To the Right Honourable Noble Lord Beneath stood: Abraham Volteleis. 809 810 the necessities specified therein to bring the powder magazine at Stellenbosch into proper condition; the following petition presented by the former Heemraad Munnik as lessee of the Honourable Company's garden Rustenburg. Abraham Josias Sluijsken, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, and Commissioner over the Government at the Cape of Good Hope and the dependencies thereof. Pursuant to Your Right Honourable highly esteemed orders, the undersigned has the honour to report that, for the repair and putting in order of the powder magazine in the colony of Stellenbosch, there is needed: 10 pieces of yellowwood planks of 2 inches, a few feet of ironwood for pegs for the floor, 200 pieces of laths, 1 sailcloth 30 feet long and 16 feet wide, 4 copper keys for the locks, for painting 6 doors and shutters, the necessary oil paint. Furthermore, all hinges and pintles on the doors and shutters are of iron, which is certainly improper; but as the pintles on which the hinges turn are clad with copper, the undersigned does not consider it very necessary to proceed to a change from iron to copper, which could not be done without great expense, and by breaking out the hinges and pintles one would also severely damage the doors and frames. Hoping herewith to have complied with the highly esteemed intention of Your Right Honourable, let this serve as a humble report. Beneath stood: Cape of Good Hope, the 31st of March, anno 1794. Was signed: P. U. Fischer. Whereupon, after reading the said report, it was approved and consequently resolved also to have provided all the necessities specified therein to bring the said powder magazine into proper condition, and likewise to have manufactured and provided as quickly as possible the required tools to be able to convey the gunpowder thither in accordance with the orders, so that, when everything is ready, it may be sent to Stellenbosch and used there for all such purposes as Captain-Lieutenant Fischer has specified in his said report. The former Heemraad at Stellenbosch, Gerhardus Munnik, as lessee of the Company's garden Rustenburg, having addressed the following petition to this Council: To the Right Honourable Noble Lord, Mr. Abraham Josias Sluijsken, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies and Commissioner of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc. etc., and the Right Honourable Noble Lord Johannes Isaac Rhenius, Administrator of the aforesaid Government, together with the Right Honourable Noble Council of Policy. Beneath stood: Right Honourable
Dutch transcription
807 808 aan 't schip Drechterland zal werden verstrekt en ingevolge 't Rapport door den Capitaan Fisscher gepraesenteerd. Ingevolge Uwel Ed: Groot achtb. zeer geëerd bevel hebben wij ondergeteekendens ons begeeeven naar Boord van't ter deezer Rheede geankerd retourschip Dregterland en aldaar ten overstaan van den Equepagiemeester deezes Gouverne ments Ian aanoud Vollelen ent bijweesen van den Cap„n ten Zee Cornelis van Egts bovengemelde Bodem Comman deerende ten naauwe keierigst gevisiteerd, alle desselfs dwaare Touwen en bevonden. ten 1. o het Tuij en het Boegtouw goed, de Legger van 't daags louw ten eenemaale onbequaam L. 't Slegt Touw in die staat dat wij t zelve niet vol„ strekt kunnen afkeuren en ook niet Een slegt Touw kannen goeakeuren dewijl 't zelve vrij„ sterk uitgedroogd is, en t in kas, van nood als t dage lykze breekt, terstond vallen moet, en gevaar zoude loopen van te knapen, kunnende gemelde Touw; egter voor een leggen waar op 't zelve zo hard aankomt en steede vande booven geceerde Legger geemploieert worden, de dat on„ den gunstig welduiden. deeze Bodem van Een Swaar Touie tot een Plegtouw diende voorzien te worden waar„ toe het gelegte Touw van 18 d„m uit 't schip de Hertog van Branswijk, kan geemploijeert worden. Hier meede hoope wij aan Uwel Ed: Groot achtb: zeer gecenereerde Intentie te hebben voldaan en laat dit dienen tot berigt= /onderstond. /. als Gecommitteerdens /was get f. C. v. Veerden. W:m Udemans I„n / in, 6 midden (Mij Present /geteekend Corn.s van E/s. / ter zyde / Cabo de Goede Hoop den 28 Maart: 1794. ten mijnen overstaan /get/ I: A waar op beslooten is zig met 't gemeld een zwaar touw van 18 d=m rapport volkoomen te conformeeren, zul„ lende dienvolgens aan 't gemeldschip Drechterland worden verstrekt een Zwaar Touw van 18 duim om tot eene pleg touee te worden geemploieerd; terwijl 't daar toe gedient hebbende Touw voór een daags louw zal moeten worden gebreuikt; De Capitein Luitenant der artillerie Petrus Ulrich Fisscher ingevolge het geresolveerde ter sessie van den Iongstleeden door den Edelen Heer Commissaris gecommitteerd geworden zynde, aan zyn Ed. te berigten wat ver„ eischt wierd om 't kruitmagazijn in den dorpe van Stellenboseh in behoor„ lijke staat te brengen, daar over inge„ sdient hebbende 'te volgend rapport„ Rapport Aan den wel Edele Groot achtb Heer /onderstond of Abraham Volteleis 809 810 de daarbij opgegeevene benodigtheeden om 't Kruitmaguazijn te Slelsenbosch in behoor„ lijke staat te brengen 't volgend verzoek dier den oud Heemraad. Munnik als Huurder van S:o Comp:s Tuin Rus„ tenburg gedaan. Abraham Josias Suijsken laad ordr. van Neerlands Indien, mitsgaders Commissaris over het Gouvernement aan de Caab de Goede Hoop en den ressorte van diensa Ingevolge van uwel Ed: Groot achtb„ zeer geëerde ordres„ heeft de ondergeteekendens de eere te berigten, dat tot repa„ reeren en in order brengen van 't kruitmagazijn inde Colonie van Stellenbotel, nodig is 10 p. s gr deelen van 2d:m eenige voeten Ialij hout tot Penne voor de vloek, 200 P s Hophoulens 1 „ „ krietrijl 30 voet lang en 16 voet breed 4 „ koopere Slutels tot de slooten tot Schilderen van 6 deuren en bluijken 't benodigde dlig ver„ Verders, zijn alle Hengsels en Duimen aan de deuren en zuijken van YJzer, dat zeeker oneigen is, maar vermits de Duemen daar de Hengzels op draayen, met koper bekleed zijn, vermeend den ondergeteekende niet heel noodzaaklijk te zijn, om tot eene verandering van ijzer tot koper over te gaan, het welke niet zonder groote kosten zouden kunnen geschieden, en men ook door 't losbreeken van de Hengzels en Duimen de deuzen oor Couzyns sterk beschadigen zoude Verhoopende hier meede aan de zeer geeerde Intentie van Uwel Ed: Groot achtb, te hebben voldaan, zo laaten deeze dienen voor needrig rapport /onderstond/ Cabo de Goede Hoop den 31 Maera A o 1794 /was geteekend/ P. Ver Fiseders zo is na lecture van 't zelvve Rapport goedgevonden en dienvolgens besloten alle de daar bij opgegeeven benoodigd als meede te doen verstrekheeden om het gemeld kruitmagazijn in behoorlyke staat te brengen, en zo meede de vereischte Gereedschappen om t Buskruit volgens de ordres daar en te kunnen brengen ten allerspoedig ste te laaten aanmaaken, en verstrek ken, omme wanneer t een en ander zig in gereedheid zal vinden, te worden. verzonden naar Stellenbosch, en aldaar gebreikt tot alle zodanige eindens als den Capitein Lieutenant Fischer bij zijn gezegd rapport heeft opgegeeven De oud Heemraad aan Stellenbosch Serhardus Munnek als Huurder van 'S Compagnies Tuen rustenburg aan deezen rade gerigt hebbende 't volgend request Aan den wel Edele Groot achtb. Heer. Mr. Abraham Josias Sluijsken raad ordenair van Neederlands Indie en Commissaris van Kaap de Goede Hoop en den rassorte van dien & && ende wel Edele achtb. Heer Iohannes Isaac Thenius Gezaghebber ten voorsz Gouier nemente geneevens den wel Ealle achtb„ Poleticquen raad — /onderstond/ wel ken.
English
811 812 Noble Great and Honorable Lords: for the mentioned reasons rejected Noble Honorable Lord and Noble Lords. With all due respect, the undersigned former Heemraad of Stellenbosch and Drakenstein, Gerhardus Munnik, makes known That the Petitioner, in the year 1793, at the time when he took up residence at the Company's Post Ronde Boschje, immediately found himself in the unavoidable necessity of having some repairs done there, the expenses of which amount to the sum of the accompanying specific account. Wherefore the Petitioner most humbly requests that the above-mentioned expenses may be allowed in his account and reimbursed to him. Doing which— was signed G. Munnik it was resolved that, because the buildings of the said Garden were handed over to him by the Gentlemen Commissioned Members of this Council without him having made any representations or protests against it to this government at that time, as he ought to have done and as his duty required, he therefore carried out the repairs specified by him without authorization, it is approved and resolved to decline and reject the petitioner's request made in his aforementioned petition, as the same is hereby rejected and declined. The aforementioned Munnik having also submitted an account amounting to 260 rixdollars for the cartage of 130 pieces of cannon transported in Saldanha Bay to the entrenchment thrown up there for the protection of the ships Drechterland and the Meermin, during the careening of the first-mentioned vessel there, and for the transport of the said cannons from the said entrenchment back to the beach, it was, in consideration that according to the testimony of Captain Nicolaas van Eps, commanding the ship Drechterland, the said Munnik had to employ a large number of oxen for that difficult work, many of which became sprained, while even one of his wagons was broken, given approved H 813 it was on the other hand resolved to pay the account submitted by him for the said cartage from the Company's treasury but the request to be assisted from the Company's treasury with 2000 rixdollars was likewise to be rejected whereupon the following account was submitted by the Lord approved and resolved to have the aforementioned account in the amount of 260 rixdollars paid to him, Munnik, from the Company's treasury, in order to be booked to the account of war expenses. The aforementioned Munnik having further requested by petition to be assisted from the Company's treasury with a sum of two thousand rixdollars to make good the expenses which he has already incurred and would further have to spend for the salvage and recovery of the goods which happen to be in the wreck of the ship Middelburg, sunk in Saldanha Bay, it was resolved that, in view of the fact that the Company has abandoned its commitments and promises conditionally undertaken regarding this operation, for such reasons as are described in the resolution resumed today from the last session of this Meeting, to decline and reject the said request, as is done hereby. After this and other matters, the Honorable Lord Commissioner gave notice that, when the rear wing or projecting part of the New Hospital to the south, both downstairs and upstairs, was to be used for the storage of wheat, it was immediately found that the floor of the first story had to be taken up and raised, that the flat roof also had to be provided for and various other repairs done to that building in order to appropriate it for the storage of grain; that His Honor, in order to carry out these repairs with the required speed, submitted by the Lord van Reede van Oudtshoorn had authorized and ordered the Lord van Reede van Oudtshoorn to have the same done by private parties at the lowest possible price, and that the said repairs having been effected, His Honor received regarding those costs the following account, to which was also added the expenses for measuring 814 decline parts
Dutch transcription
811 812 Wel Edele Groot. Achtb: Heere: om neevens gem: reedenen geweesen van de hand Wel Ed„ Agtb: Heer en Wel Edele Heeren. Heeft met alle verschuldigde Eerbied te kennen den onder„ geteekende oud Heemraad van Hellenbosch en Drakensteen Gerhardus Munnik Dat den Suplt in den Iaare 1793, tijde wanneer b Comp s Post ronde Boschje metter woon betrokken heeft zis/ direct in de onvermijdelijke noodzaaklijkheid heeft be„ vonden aldaar eenige reparatien te laaten doen, waar van de onkosten 't montant der neevensgaande specificque ree„ kening bedragen. Weshalven de suppl„t op t needrigst is verzoekende dat de boovengem: onkosten aan hem in reekening mogen werden geleeden en goedgedaan. T welk doendeis- /was get/ I. s Munnek zo is verstaan omme uit hoofde dat de Gebouwen van de gemelde Tuin aan hem door Heeren Aecommitteerde Leeden deezes raads zijn overgegeeven zonder dat hij toen, maals zo als hij haas behooren te doen daar teegens eenige voordragten of protes latien aan deeze regeering heeft gedaan gegerden en zo als zyne verplig ling vorderde hij dus de door hem opgegeeven reparatien ongequalificeerd heeft gedaan, goedgevonden en verstaan des suls verzoek bij zijne voorschreeve requeste gedaan te declineeren en te wyzen van den hand, zo als t zelve van den hand geweezen en gedeeleneerd word bij deeze Evengemelde Mannek nog overgelegd hebbende eene reekening groot rd:s 260. over ryloon van 130 stukken Canon in de Saldanhabaay heeft getransporteerd, naar de aldaar opgeworpen geweest zynde schans tot dekking van de schee„ pen Drechterland en de Meermen, gedut rende de kieling van eerstgemelde Bodem aldaar, en voor 't Transport van gezegde Canons van de gemelde Schans weederom naar Strand, zo is bij overweeging dat vol„ gens getuigenis van den Capitein Nicolaas van Eps, 't schip drechterland comman„ deerende, den gemelde Munnik tot dat moeijlijk werk een groot aanter ossen heeft moeten emploieeren, waar van veele zijn koomen te verrekken, terwil zelfs eene zyner wagens gebrooken was opgegeeven goedgevonden H 813 is daaren teegen besloo „ten de door hem overge„ legde reekening voor geman rijloon uit S: Comps Kas te doen betaalen doch det versoek om uit s. Comp. s kas te werden geadsisteerd met 2000 rd. s insgelijx 4e weezen van de hand waaren teegen de volgende reekening door den Heere goedgevonden en verslaan de voor„ noemde reekening ten bedragen, van rd. s 260. - aan hem Munnek uit 's Comp. s Cassa te laaten betaalen, ommer op reekening van oorlogs onkosten te worden geboekt. De evengenoemde Munnik nog bij requeste verzoek gedaan hebbende uit 's Comp. s Cassa te moogen worden geadsisteerd met eene Somma van Twee duizend ryksdaalders tot 't goed maaken der onkosten, welke hy bereids heeft aangewend en verder zou moeten impendeeren tot te salveeren en opeissche van de goederen welke zig in 't wrak van t ins aldanherbaaij gezonken schip Middelburg koomen te bevinden zo is verstaan omme uit aanmerking dat de Compagnie van haare omtrend deeze operatie conditioneel aangegane verbindtenissen en beloften heeft aan gezien, om zodanige reedenen als bij de op heeden geresumeerde resolutie ter Iong, ste sessle deezer Vergaadering genomen zijn omschreeven, 't gedagte verzoet te declineeren en te wijzen van den hand ze als geschied bij deeze Na dit een en ondergafden Edelen Heer Commissaris kennisse, dat wanneer de agtervleugel ofte uitsprengende par„ thij van 't Nieuwe Hosstetaal ten Zu. zo beneeden als boven zou worden ge„ bruikt tot den opleq van Tarwe, men direct had bevonden dat de vloer van de eerste etage moest worden opge noomen en verhoogd, dat ook 't plat moest worden voorzien en onder„ scheidene andere reparatien aandat Gebouw gedaan om 't zelve tot berging van Graanen te approprieeren; dat zin Ed: om deeze reparatien met de vereischte spoed te doen gevolgneemen den Heere van reede van oudtshoorn van Eudtshoorn overgelegt hadde gequalificeerd en gelast om de zelvre tot de minst mogelijke prijs door Particuliere te laaten doen, en dat de gezegde reparatiën geeffectueerd zynde zijn Ed. over dies kostende haat ontvan gen de volgende reekening, waar bitef„ „fens is gebragt 't bekostigde tot 't opmet= 8 14 deelineeren delen „
English
816. Diehl shall be paid from the Company's Treasury, and to the persons specified in the following report from Swellendam. building of two small walls at the barrier gate across the road south of the Castle. The Honorable East India Company, Debtor to the undersigned P:r Diehl for the adapting of the rear wing or projecting section of the new Hospital to the south, both downstairs and upstairs, into grain granaries, namely: No. 1. The lifting, raising, and relaying of a floor of Ardoyn stones in the downstairs hall; 2nd. The moving of a door and window frames; 3rd. The fitting of the flat roof and 5. The placing of a door frame with its door in the surrounding wall, together with the delivery of all these and their accessories . . . the sum of 329 rixdollars 6 stuivers. Which was earned by: 10 bricklayers, 12 days at 38 stuivers per day each - 75 rixdollars 20 helpers, ditto, 12 ditto - 60 rixdollars 80 half-aams of lime at 30 stuivers the half-aam - 50 rixdollars 6 new whitewash brushes at 30 stuivers each . . . 3 rixdollars 36 stuivers 200 pieces of Cape tiles . . . 2 rixdollars per 100 - 4 rixdollars 2000 baked bricks at 3½ rixdollars the 1000 - 75 rixdollars 200 loads of rubble for raising the floor, cartage 18 rixdollars 76 ditto of soil and clay, cartage 28 rixdollars 24 stuivers 1 ditto baked bricks, cartage 1 rixdollar 24 stuivers 1 door with its frame and all further accessories - 24 rixdollars For building up 2 small walls at the barrier gate south of the Castle, which was earned by: 3 bricklayers, 4 days at 30 stuivers per day each . . . 7 rixdollars 24 stuivers 3 helpers, 4 ditto at 12 ditto . . . 6 rixdollars Cartage of bricks and soil, the baked bricks being furnished by the Company . . . 3 rixdollars 16 half-aams of lime at 30 stuivers the half-aam . . . 10 rixdollars Together 355 rixdollars 38 stuivers. Signed: Ph: Diehl. To the burgher Philip, which account having been examined and it having appeared therefrom that all the aforesaid repairs were effected in the most economical manner, Cape of Good Hope, 30 March 1794, it is resolved to let the account of its costs, in the amount of 355 rixdollars 38 stuivers, be paid to the burgher bricklayer Philip Diehl from the Company's Treasury. To the Landdrost and Heemraden. The Landdrost and Heemraden of Swellendam, having been demanded both by resolutions of this Meeting and by the Honorable Commissioner carefully to investigate the various complaints brought forward by some inhabitants of their Colony concerning their inability to raise and pay the arrears of recognition money owed by them to the Company, and at the same time whether and to what extent their requests to be deferred from the payment of the said arrears of recognition could and ought to be granted, the said Board has addressed the following report concerning this matter to this Government: To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Abraham Josias Sluysken, Ordinary Councilor 818. Ordinary Councilor of the Netherlands Indies and Commissioner of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc., etc., together with the Honorable Esteemed Sir Officer in Charge and the Honorable Esteemed Gentlemen Councilors of Policy. Right Honorable, Highly Esteemed Sir, and Honorable Esteemed Gentlemen, Whereas it pleased the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Commissioner Mr. Abraham Josias Sluysken to notify this Board by missive of 4 November last that the widow of the burgher Ian Iacob Breedenbag had addressed his Right Honorable, Highly Esteemed Sir, stating her inability to raise the arrears of recognition money amounting to upwards of 39 years attached to both her loan farms named Welgevonden and the Wagenboomsrivier, partly because she finds herself in the utmost poverty, and partly because from the sale of the buildings and improvements on her farms the arrears attached thereto would not be realized, and at the same time instructing to gather precise information in that regard and to serve his Right Honorable, Highly Esteemed Sir with a report; Therefore, the undersigned Landdrost and Heemraden of this Colony have the honor humbly to reply to your Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Honorable Esteemed Gentlemen in this regard: That after precise information both concerning the state in which the said widow finds herself and the condition in which the two farms held by her on loan are situated, it has become evident to the undersigned that the said widow finds herself not only in very impoverished circumstances, having only a very small number of sheep and 40 head of horned cattle, the greater part of which belongs to her children, but also that truly the buildings and improvements on her farms, of which one can only be called a reasonable farm, would not realize the arrears attached to them upon sale; to which is further added that if the same were sold, she would be completely deprived of the necessary subsistence, or she would have to take up residence with her children, or, what is even worse, with strangers. It is therefore, Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Honorable Esteemed Gentlemen, that the undersigned take the liberty to solicit your Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Honorable Esteemed Gentlemen
Dutch transcription
816. Diehl uit CComp. Cas zal werden voldaan en aan de Persoonen bij het volgend Bericht van den van Zwellendam opgegeeven. celen van twee Muurtjes aan de slagt boom over de weg bezuiden de't Casteel D. E. O. I. Maatschappije, Debet aan den onderget: P:r Diehl voor 't aproprieeren van de agtervleugel ofte uitspringende Partij van 't nieuwe Hospitaal ten Z u. zoo beneeden als boven tot koormme. gazynen Namentlijk No t' opneemen, verhoggen, en weederleggen van een vloer van ar„ dieene steenen in de beneeden zaal, 2o. t verzetten van een deur en Vengster Couzynen, 3=o 't voorzien van het Plat en 5 het zetten van een deur louzijn met zijn deur in de ringmiuk mitsgaders het leeveren van dit een en ander met de zyn toebehooren. . . . - - de somma van rd:s 329. 6 Het welk is verdiend 10 Metzelaars, 12 dagen a 38 stC:s daags ider - rd. s 75 20 handlangersD _o „ 12. „ _„o „ - „ 60 — 80: haffaamen kalk - „ 30 „ de halfaam - - - „ 50 — 6 nieuwe wit quasten „ 30 „ bstuek. . . . . . . „ 3. 36. 200 p. s Caabse moppen. . . „ 2 rds b 100. - 2000 „ gebakke steenen „ 3½ „ de 1000 - - - „ „ 75 200 vragten puin tot t ophogen van de vleer 18 A.. 76. _:o Land en kleij 18„ zij „ 28. 24 1. _o gebakke steenen 18 loon 1. 24. „ 18: 3 18 =mogen. '1 deur met zijn Couzijn en al te verder toebehooren. - . „ 24 voor t opmetzelen van 2 muurtjes aan de Slagtboom „ Bezuiden t Casteel, t geen is verdiend aan 3 metzelaars 4 dagen â 30 stCs daags ider . . . rd.:s 7.24 3 handlang 41 _ „ 12. _ „ 6 „ rijloon van steenen, en Land, de gebakte steenen door de Comp 3. foumeert 16 half zamen kalk a 30 HC. s de hoefram 10 te Zaamen Rd. s 355. 38 /was geteekend/ Th: Diehl aan den burger Philip welke reekening geexamineerd en daaruet gebleeken zynde, dat alle de voorsz reparatien op de allermenageuste wyz Cabo de Goede Hoop: 30 maart 1794. „ 4 zijn geeffectueerd, zo is beslooten, de reeke„ ning van dies kostende, ten bedragen van Rd. s 355. 30. aan den Burger Metzelaar Philip Dichl uit s Comp:s Cassa te laaten voldoen Aan Landerost en Heemraden Landdrost en Heemraa: van Swellendam, zo by resolutien deezen Vergaadering als door den Edelen Heere Commissaris gedemandeert geworden zynde om naauwkeurig te onderzoeken de onderscheidene klagten door eenige opgezeetenen hunner Colonie ingebragt over heen onvermoogen om de door hen verschuldigde agterstallige recognitie penningen aan de Compagnie te kunnen opbrengen en betaalen en tef„ fens of en in hoe verre aan hunne verzoeken om van de betaling der ge„ zegde achterstallige recognetie zou tun nen en behooren te worden gedefereerd ze is door gedagt Colegie over dit een en ander aan deeze regeering geaddres„ seerd het volgend berigt Aan den wel Edelen Groot achtb Heere Abraham Josias S luysten„ Raad 815 8 818. Raad ordenair van Neerlandsch. Indea en Commissaris van Cabo de Goede Hoop en den ressorte vandien I& & beneevens den wel Edelen agtb: Heer Gezagheb: ber en de Wel Edele Heeren Raaden van Politie Wel Edele Groot Achtb: Heer. en Edele Achtb„ Heeren Daar 't den Wel Edelen Groot Achtb: Heer Commissaris M. r Abraham Josias Sluisken, heeft geleeeen te beha„ gen, omme aan dit Collegie bij Messive van den 4 Novemb ll, te berigten, dat de weduwe van den Burger Ian Iacob Breedenbag zig bij zijn Wel Ed. Groot achtb. heb„ bende, geaddresseerd, haar onvermogen, omme de op haar beide Leeningsplaatzen genaamd welgevonden en de wagenbromsrurer hegtende agterstallige recognilie penningen, ten bedraagen van ruim 39 Iaren te konnen opbrengen, te kennen had begeeven, eens deels om dat zij zig in de uiterste armoede bevind en ten anderen, om dat bij verkoop der agterstallen op haare plaatzen, de daar op hegtende agterstall niet soude werden behaald, en teevens te gelasten dien aangaande naauwkeurige informatie te neemen en zijn Wel Edele Groot achtb: te dienen, van berigt zoo hebben de ondergeteekend Land drost en Heemraden, deezer Colonie de eer uwelEd Groot achtb: en E. E. achtb; dien aangaande, needrig te rescribeeren Dat na naauw keurige informatie zoo van den staat waar in gem: weduwen als de gesteldheid in welke de twee bij haar in leening besleeten wor„ dende plaatsen zig koomen te bevinden 't aan de ondergeteekende is koomen te consteeren, dat die weeduwe zig niet alleen in zeer armoedige om„ standigheeden bevind als hebbende maar een zeer gereng aantal schapen en 40: Meets Beesten whar van t grootste gedeelte haare kinderen toebehoord, maar dat ook waarlijk de opstallen op haare Plaatzen / van welke de eene maar een reedelyke plaats kan genaamd werden / bij ver„ koop de op deselve heglenden agterstal niet zouden opbrengen, waar bij nog komt, dat indien deselve werden verkogt, zij volstrekt van 't nodige lee„ vens onderhoud, zoude worden versloken, of zij bij haare kinderen dan wel t geen nog erger is bij vreemden met er woon moeten begeeven H:et is dierhalven Wel Edele Groot achbb. en E. achtb. Heeren dat de ondergeteekende de vriheid gebruiken uwel Ed. Groot Achtb. en E Achtb te 200 solleciteeren
English
solicit that you may be pleased to have pity on this truly unfortunate widow, and to exempt her at least from a portion of her due recognition money. Your Right Honourable and Honourable Sirs having been pleased, by extract resolution of 27 December of the past year, to write to us that the widow of the late farmer Stephanus Abraham Cloete had submitted a certificate from the undersigned Landdrost, stating that her late husband in the month of March of the recently passed year 1793, having taken flight with his family from the Caffers to the burgher Willem Grobbelaar, was there attacked and murdered, leaving behind his said wife and 5 small children, and also that the residence of the said Cloete was burned to the ground and the livestock driven off, with a request from the said widow that, in view of her impoverished circumstances caused thereby, she might be excused from paying the arrears attached to her farm amounting to 12 years and 6 months. And since Your Right Honourable and Honourable Sirs were pleased at the same time to order us, before disposing of that request, to serve Your Honours with a report regarding the circumstances in which the said widow finds herself, we have the honour to communicate to Your Right Honourable and Honourable Sirs in that regard that not only does the certificate granted by the Landdrost contain the pure truth, but that woman is also actually in such an impoverished state that she is completely unable to pay her arrears of recognition money, which Your Right Honourable and Honourable Sirs will be pleased to realize when we assure Your Honours that her brother-in-law, the burgher Johannes Hendrik Cloete, is collecting charitable donations here for her, in order to somewhat alleviate and assist her in her pressing circumstances. The undersigned Landdrost having further been ordered to inquire into the circumstance of the widow of the late burgher Jacobus Bruwer, who likewise made known her inability to pay all the recognition money in arrears on her farm, we accordingly also have the honour to report that he, the Landdrost, assisted by the Heemraden Pieter du Preez and Laurens de Jager the Younger, together with the Secretary, proceeded to the farm of the said widow, conducted an inquiry into her circumstances, and took an inspection of her livestock, and discovered that that woman is in such a state that, in order to satisfy the Honourable Company's due, she would be compelled to sell her farm, which is her only resource, since the livestock possessed by her is of so little importance that she requires it for her daily use. However, as she is willing and prepared to pay some recognition money from time to time, and her farm is so poor that it can scarcely provide her and her family with the necessary subsistence, we also take the liberty to implore the mercy of Your Right Honourable and Honourable Sirs for that widow, with the petition to be pleased to exempt her at least from a part of her due recognition. We have the honour further to communicate to Your Right Honourable and Honourable Sirs that the burgher Matthijs de Jager, having presented himself to us, reported that during his last presence at the Cape he addressed himself by petition to the Right Honourable Lord Commissioner, stating his inability to pay his arrears of recognition money due to the Honourable Company, and that His Right Honour gave him as an answer that he should pay off as much as was in his power, and that a report from the Landdrost and Heemraden here concerning his circumstances should subsequently be submitted, and that he, de Jager, thereupon directly paid eleven years of arrears, being unable at that moment to pay anything more. Since we are aware that that man is certainly not in comfortable circumstances, and he has submitted to us a specification of the state of his property, we take the liberty to supply the same to Your Right Honourable and Honourable Sirs for further clarification, with the request, since we do not doubt that this statement is entirely truthful, that Your Right Honourable and Honourable Sirs be pleased to have the goodness to excuse him, de Jager, from a part of the payment of his due recognition, or at least for the present not to compel him to pay the same. Continuing. Lastly
Dutch transcription
819 820 solleciteeren met deeze waarlyk ongelukkige weduwe meedelyden te willen hebben, en deselve ten minsten voor een gedeelte van haare verschuldigde recognetie te ontheffen Uwel Ed. Groot achtb: en E. d. achtb„ bij Extract resolutie van den 27 December anno passato ons hebbende gelie„ ven aanteschryven, dat de weduwe wilen den Landbou wen Stephanus Abraham Cloele had komen over te leggen een attestaat van den ondergeteekende Landdrost contineerende, dat wilen haare man in de Maand Maart van 't Iongst gepasseerde Iaar 1793 met zijn Huesgezen voor de Caffers de vlugt hebbende genomen naar den Burger Willem Trobbelaar, dezelve aldaar aangevend en vermoord was geworden, agter laatende gem zyne Huisvrouw en 5 kleine kinderen als meede dat de woonplaats van hem Cloete tot den grond toe; afgebrand, en 't vee geroofd zoude zijn geworden met versoek van gem Weeduwe omme vermits haare, daar door veroorzaakte armoedigje omstandigheeden, van de betaaling der op haar plaats hegtenden agterstall ten bedragen van 12 Iaaren en 6 maanden te worden vrijgesprooten En daar uwel Edele Groot Achtb. en E. achtb: te ge lijker tijd ons hebben gelieven te gelasten, omme alvoorene op dat gedaan verzoek te disponeeren Hoogstdezelve nopens de omstandigheeden, waar in tgem: weduwe is verseerende, te dienen van berugt zoo hebben wij de Eer uwel Edele Groot: achtb en E. achtb„ dienaangaande te communiceeren; dat niet alleen E:' certeficaat: door den Landetrost verleend de zuivere waarheid is behelsende, maar- die vrouw zig ook wigezentlijk in zodanigen ar„ moedigen staat bevind, dat zig volstrekt buiten staat is gesteld hagre agterstallige recognitie Penningen te konnen opbrengen, te welk uie lEd Groot achtb: en E: achtb. des geleevende zullen kom nen bevraeden, als wij Hoogst dezelve verseekeren, dat haare aangeheuwde Broeder de Burger Iohannes Hendrik Cloete alhier liefde giften voor haar in sameld, ten einde deselve in haare drukkende omstandigleiden, eenigzints te verligten en te ge moed te koomen. De ondergeteekende Landdrost al verder gelast zynde, zig, te informeeren inda de omstandigheid van de wed=de wijlen den Burger Jacobus Bru„ wer dewelke insgelijks haar onvermogen, om alle de op haarp laats ten agteren staande rece„ gnitie penningen te kopmen betaalen, heeft te kennen gegeeven, zoo hebben wy de Eer dienvolegens als meede te berigten, dat hij Landdrost geadsis teerd door de Heemraad en Pieter du Vreez en Sau in rens 821 322 rens de Iager de Ionge, beneevens den Secretaris, zig na de plaats van gem Weduwe begeeven, naar haar omstandigheeden inquisitie gedaan, en van haar vel inspectie genoomen heeft, en ontwaard dat die vrouw zig in zodanige staat bevind, dat zij om aan de E. EComp e zijn regt te voldoen, genoodzaakt zoude zijn, haare woonplaats te verkoopen, dewelke haar eenig ste secours is vermits t door haar beseeten worden. de vee van zoo weinig importantie is, dat zy het selve tot haar dagelijks gebruik komt te benodigen Daar zij egter geneegen en bereid is om van tijd tot tijd eenige recognitie Penningen op te brengen en haare woonplaats zo slegt is, dat deselve haar en. haar Huesgezen naauwlijk 't nodig onderhoud kan„ verschaffen, zoo gebruiken wij al meede de vrijheid de ontferming van uwel Edele Groot achtb en E. achtb voor die weeduwe aftesmeeken, met imploratie dezelven ten minsten van een gedeelte haarer ver„ schuldigde recognetie, te willen vrijspreeken Wy hebben de Eer Uwel Ed. Groot achtb. en E achtb. nog al verder te communiceeren dat de Burger Matthijs de Iaager zig bij ons vervoegd hebbende berigt gedaan heeft, dat bij zijn laatst aanweesen aan de Caab hij zig Per request aan den welEdel Groot achtb. Heer Commissaris had geaddresseerd contineerende zyne omvermogen om zyne aan de E. Comp. e verschuldigde agterstallige recognetie te kunnen op brengen, en det zijn wel Edele Groot achtb. hem daar op ten antwoord had begeeven, dat, zoo veel in zijn vermoogen was zoude moeten afdoen, en vervolgens een beregt van Landdrost en Agemraaden alhier weegens zyne omstan digheeden worden ingeleeverd mitsgaders dat hij de Iager, daar op direct Elf Iaaren agter stal (als buiten de mogelijkheid zynde, om op dat oogenblek iets meerder aftedoen/ had betaald „ Daar wij nu bewust zijn dat die man zig zeeker in geene ruime omstandigheeden komt te bevinden en hij aan ons heeft overgelegd een specificatie van den staat zyner Goederen, 200. neemen wij de vryheid dezelve ter meerder Elu„ cidertie, aan uwel Ed. Groot achtb. en Ed: agtb: te supediteeren, met verzoek terwijl wij niet twijffe. len, of die opgaaf is allezints naar waarheid dat Uwel Edele Groot achtb„ en E. achtb. van die goedheid gelieven te zyn hem de Iager van een gedeelte der betaaling van zyne verschuldig de recognitie te willen, excuseeren, dan wel voor eerst tot 't opbrengen van dezelve niet te con„ Aringeeren contineerende Laatstelijk
English
823 824 recognition dues be remitted. Finally, the former Heemraad of this Colony, Salomon Ferreira, has also presented himself to us with the report that, when he recently happened to be at the bay, he had addressed the Right Honorable Lord Commissioner with the petition that the arrears of recognition dues on his farms, Zoetgeneugt and Zoute Fontein situated along the Zondagsrivier, might be remitted to him, and that the payment of the recognition dues further accruing thereon might cease until such time as he would once again be able to enjoy peaceful possession of the same, and this on account of them having been devastated and burned down by the Kaffirs; however, his Right Honorable had referred him to this Board in order to provide a report regarding that matter. It is therefore, Right Honorable Lord and Honorable Lords, that we, in compliance with this most honored order, have the honor to bring to the knowledge of your Right Honorable and Honorable Lords that the circumstances in which the said Ferreira finds himself are of such a nature and character that we, subject to the enlightened judgment of your Right Honorable and Honorable Lords, believe that he is very well capable of paying his arrears of recognition dues, since (although both of his said farms have been burned down) as far as we are aware, only a small portion of his sheep and goats were stolen by the Kaffirs, while we nevertheless for the rest humbly petition your Right Honorable and Honorable Lords to be pleased to halt the payment of the recognition dues still to accrue on the said farms until the time when the same can once again be peacefully inhabited by him, Ferreira, and grazed by his cattle. The undersigned hope hereby to have complied with the most honored requisition and order of your Right Honorable and Honorable Lords, and take the liberty of submitting this as our very humble report. Swellendam, the 13th of March, 1794. A. Faure P. I. du Toit L. d. Jager signed Servants P. A. Ferreira H. S. Steyn some arrears of recognition dues; which report having been deliberated upon with all possible attention, and there being considered the necessity of clearing the arrears of recognition dues with the utmost speed 825 826 clearing them of all such claims as must, by reason of the insolvency of the debtors, ultimately be sacrificed by the Company, in order to remove all false appearances from the books of the country's general revenue and to be able henceforth to collect the recognition dues of the loan farms in a regular manner; thus it was deemed best by the Council and accordingly resolved that of the arrears of 50 years and 1 month of recognition dues owed by the widow of Jan Jacob Bredenbach, on account of her in every respect indigent circumstances, 40 years and 1 month shall be written off, while of the ten years of arrears of recognition dues then still owed by her, five years shall be debited to the account of the farm Welgevonden held by her on loan, and the remaining five years to the account of her farm Wagenboomsrivier, with the charge and command to now also properly ensure that the said ten years of recognition dues still outstanding are properly settled and paid to the Company pursuant to the orders enacted by the Most Honorable Lords Commissioners-General. That furthermore the 12 years and 6 months of recognition dues which the widow of the late burgher Stephanus Abraham Cloete owes to the Company on the loan farm held by her named the Resjesvalleij, shall be written off and remitted to the said widow Cloete, in consideration of the pitiful circumstances in which that unfortunate widow finds herself through the murder of her husband, the theft of her cattle, and the burning of her farm. That further, in consideration of the in every respect indigent state in which 82 clearing them of all such claims as must, by reason of the insolvency of the debtors, ultimately be sacrificed by the Company, in order to remove all false appearances from the books of the country's general revenue and to be able henceforth to collect the recognition dues of the loan farms in a regular manner; thus it was deemed best by the Council and accordingly resolved that of the arrears of 50 years and 1 month of recognition dues owed by the widow of Jan Jacob Bredenbach, on account of her in every respect indigent circumstances, 40 years and 1 month shall be written off, while of the ten years of arrears of recognition dues then still owed by her, five years shall be debited to the account of the farm Welgevonden held by her on loan, and the remaining five years to the account of her farm Wagenboomsrivier, with the charge and command to now also properly ensure that the said ten years of recognition dues still outstanding are properly settled and paid to the Company pursuant to the orders enacted by the Most Honorable Lords Commissioners-General. That furthermore the 12 years and 6 months of recognition dues which the widow of the late burgher Stephanus Abraham Cloete owes to the Company on the loan farm held by her named the Resjesvalleij, shall be written off and remitted to the said widow Cloete, in consideration of the pitiful circumstances in which that unfortunate widow finds herself through the murder of her husband, the theft of her cattle, and the burning of her farm. That further, in consideration of the in every respect indigent state 826 in which
Dutch transcription
823 „ 824 =cognitiepenningen wer= den geschonken. Laatstelijk heeft zig nog bij ons vervoegd de oud Heemraad deezer Colonie Salomon Herreira met berigt, dat wanneer zig onlangs aan de baabkwam te bevinden hij zig bij den wel Ed. Groot Achtb: Heer Commissoris had vervoegd, met sollecitatie dat de agterstallige recognitie penningen op zijn Plaatzen, zoet geneugt en zoute fontein aan de Zondags rierer geleegen, aan hem mogten worden geschonken, en de betaaling der daar op verder te d' verloopene recognitie ophouden, tot tijd en wijlen, hij van dezezes weederom een gerust genot zoude konnen hebben, en zulks uit hoofde om dat door de kaffers verwoest en afgebrand zijn, dog dat zijn wel Edele Groot agtb„ hem aan dit Collegie had gerenvoijeerd. ten einde daar omtrend te dienen van berigt Het is dan wel Edele Groot Achtb. Heer en E E. Achtb„ Heeren dat wij, ter obsequentie aan dit zeer gehonoreerd bevel de een hebben uwel Edele Groot achtb: en E. Achtb: ter kennisse te brengen, dat de omstandigheeden waar in gemelet Ferreira zig bevind, van die aart en natuur zijn, dat wij sonder submissie aan t verlegten oordeel van uwel Ed. Groot achtb, en E acheb. vermeenen, dat dezelve zig zeen wel tot betaling zyner agterstallige recognitie Penningen in staat bevind, vermits sal hoewel beide zyjne gem plaatsen zijn afge brand:/ zoo verre ons bewust is van hem maan een gering gedeelte Schaapen en Bokken door- de Caffers is geroofd geworden, terwijl wij egter voor 't overlige uwel Edele Groot achtb. en E achtt needrig solliciteeren, de betaaling der oegen plaatsen nog te verloopene recognitie te willen doen op houden, tot er tyd toe dezelve weederom door hem Perrera, met gerustheid bewoond, en door zijn Vee beweid zullen konnen worden De ondergeteekende hoopen hier meede aan 't zeer gehonoreerd Requisit en bevel, van UwelEet„ Groot Achtb„ en E. E. agtb„ voldaan te hebben, en neemen de vrijheid deesen voor zeer nedrig berigt te doen dienen Swellendam den 13 Maart 1794. A Faare P. I. de Toit 2. d. Iager /geteekend . Dienaar P. A. Perreera H s Steijn eenige agterstallige re: over welk berigt met alle mogelyke aandagt gedelibereerd en daar bij overwogen zynde de noodzakelijk heid om de agterstallige recognitie penningen met de meeste spoed te beide zuiveren 825 826 zuiveren van alle zodanige Pretensies als door de Compagnie uit hoofde van 't onvermogen der debiteeren tog eenmaal zullen moeten worden gesacrifieerd, ten einde uit de Boeken van 's Lands generaale Inkom, sten alle valsche vertooningen te verwijderen en de recognitie der Lee„ nings Plaatzen voorthaan op eene ge regulde wyze te kunnen invorderen zoo is dan ook bij den raade bestge„ dagt en dienvolgens beslooten dat van de agterstallige 50 Iaaren en 1. maand recognitie door de Weduwe Ian Iacob Bredenbach verschuldigd uit hoofde van haar allezints behoef„ tige omstandigheeden zullen worden afgeschreeven 40 Iaaren en 1 maand, terwijl van de door haar als dan nog verschuldigde Tien Iaaren. agterstallige recognitie penningen Vijf Iaaren zullen worden geboekt Een lasten van de door haar in lee„ ning bezeeten wordende plaats wel gevonden en de overige vijf Jaaren ten lasten van haare plaats wagenboome Reerer met last en bevelomme als nu ook behoorlyk te zorgen dat de gems tien Iaaren nog ten agteren staande recognitie aan de Compagnie ingevolge de ordres door de Hoog: Edele Heeren Commissarissen Gene raal gestatueerd, behoorlijk worden vereffend en betaald Dat voorts de 12: Jaren en 6 maard recognitie Penningen welke de weduwe wylen den Burger Stephanus Abraham Cloete aan de Compagnie schuldig is op de door haar bezeeten wordende Leeningsplaats genaamt de resjes valleij zullen worden afgeschreeven en aangezegde wed=we Cloete geschonten, uit aanmerking van de Tammerlijke omstandigheeden, waar in die onge„ liekkige weduwe zig bevind door 't vermoorden van haar man 't rooven van haar vee en 't verbranden van haar Plaats Dat wijders uit consideratie van de allezint behoeftigenstaat lasten waarin 82 zuiveren van alle zodan als door de Compagnie van 't onvermogen der tog eenmaal zullen moe gesacrifieerd, ten einde„ van 's Lands generael sten alle valsche verte verwijderen en de recog nitgs plaatzen voorthad regulde wyze te kunnen zoo is dan ook bij den e dagt en dienvolgens be van de agterstallige 3 1. maand recognitie door Ian Iacob Bredenbach uit hoofde van haar alle tige omstandigheeden ze afgeschreeven 40 Iaaren terwijl van de door Eerc nog verschuldigde Tie agterstallige recognitie Vijf Iaaren zullen word Een lasten van de door ning bezeeten worden gevonden en de overige lasten van haare plaats wagenbooms Reeier met last en bevelomme als nu ook behoorlyk te zorgen dat de gens tien Iaaren nog ten agteren staande recognitie aan de Compagnie ingevolge de ordres door de Hoog Edele Heeren Commissarissen Gene raal gestatueerd, behoorlijk worden vereffend en betaald Dat voorts de 12: Jaren en 6 maand recognitie Penningen welke de weduwe wylen den Burger Stephanus Abrahaam Cloete aan de Compagnie schuldig is op de door haar bezeeten wordende Leeningsplaats genaamt de reses valleij zullen worden afgeschreeven en aangezegde wed=we Cloete geschonten, uit aanmerking van de Tammerlijke omstandigheeden, waarin die onge„ liekkige weduwe zig bevind door 't vermoorden van haar man 't rooven van haar vee en 't verbranden van haar Plaats Dat wijders uit consideratie van de allezints behoeftigenstaat 826 waarin
English
to clear all such arrears as will inevitably have to be sacrificed once and for all by the Company on account of the inability of the debtors, in order to remove all false postings from the general books of the Country and to be able to collect the recognitie on the loan places henceforth in a regular manner; it is therefore also considered and consequently decided: That of the outstanding 50 years and 1 month recognitie due by the widow of the late Jan Jacob Bredenbach, on account of her utterly distressed circumstances, 40 years shall be written off, while of the ten years of outstanding recognitie still owed by her, five years shall be charged to the loan place occupied by her, and the remaining five years to the charges of her place Wagenboomsrivier, with order and command to now also properly ensure that the said ten years of recognitie still in arrears to the Company shall be properly settled and paid in accordance with the orders established by the Right Honourable Commissioners-General. That furthermore the 12 years and 6 months recognitie money which the widow of the late burgher Stephanus Abraham Cloete owes to the Company on the loan place occupied by her named de Reesjesvalleij shall be written off and remitted to the said widow Cloete, in consideration of the pitiful circumstances in which that unhappy widow finds herself through the murder of her husband, the robbery of her cattle, and the burning of her place. That further, in consideration of the utterly destitute state in which the widow of the late burgher Johannes Bruwel finds herself, and by which she is unable to pay the 21 years and 7 months of outstanding recognitie money attached to her cattle post de Zandrivier to the Company, 11 years and 7 months shall be written off from the same recognitie, while the 10 years which thus remained attached to her said place as of the last day of August last shall also have to be paid by her in accordance with the orders of the Right Honourable Commissioners-General. That also of the 28 years and 10 months of outstanding recognitie money owed by the burgher Matthijs de Jager, both on account of the utterly straitened circumstances in which that man finds himself, and whereby, in order to satisfy the Company, he would find himself forced to sell his goods and cattle and fall into a vagrant life with his family, as well as in consideration of his readiness shown a few weeks ago in the payment of eleven years of arrears, half, or 14 years and 5 months, shall be written off, on condition that the remaining 14 years and 5 months shall be properly produced and paid before the last day of August next, for which this government trusts that he will find sufficient opportunity if his creditors on their part, on account of the interest they must have in the concession made by the Company, cooperate to enable him to do so, whereas, if he should fail to comply with these so equitable and generous conditions, the superstructures of both his places shall be sold, in order to recover with preference for the benefit of the Company, out of the proceeds thereof, the 28 years and 10 months of outstanding recognitie money owed by him. That with respect to the request made by the former Heemraad of the Colony of Swellendam, Salomon Ferreira, to have an exemption from the 8 years and 7 months of outstanding recognitie money attached to his two places named Zoetgeneugd and de Zoute or Langefontein, it is approved and understood to decline the same request and dismiss it, as is done hereby, so that only the former Heemraad Salomon Ferreira shall not be exempt, and the aforesaid 8 years and 7 months of outstanding recognitie money will consequently have to be paid by him; but subsequently the recognitie of both named places shall remain suspended until such time and period as the aforesaid Ferreira will be able to make quiet, undisturbed use thereof. And an extract of this resolution shall be issued to the Bookkeeper of the Country's General Revenues for His Honour's notice, and furthermore to act in all matters as His Honour shall find appropriate according to his instructions, as well as extracts to the Landdrost and Heemraden of Swellendam, to serve for their information. Upon the following representation submitted by the overseer of the Company's Grain Magazine in Mossel Bay, Nicolaas Doman, who by resolution of this Board of 30 November last was ordered to account for the excessive deficiency of 256 3/4 muds of wheat, 21 muds of barley, 53 1/8 muds of peas, and 41 muds of beans fallen on the grains and legumes entrusted to his care in Mossel Bay, having submitted an extensive representation regarding this, reading with the attached declaration as follows: To the Right Honourable, Respected Sir, A. J. Sluysken, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies and Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Honourable Commander and the Respected Councillors of Policy: Right Honourable, Respected Sir, and Honourable, Respected Sirs, The undersigned, having been ordered and instructed to account with all possible speed in writing to Your Right Honourable, Respected and Honourable Sirs for the excessive deficiency of 256 3/4 muds of wheat, 21 muds of barley, 53 1/8 muds of peas, and 41 muds of beans fallen on the grains and legumes entrusted to his care in Mossel Bay, and furthermore
Dutch transcription
825 zuiveren van alle zodan als door de Compagnie van 't onvermogen der tog eenmaal zullen moe gesacrifieerd, ten einde van 's Lands generael ten alle valsche verte verwijderen en de recog nings Plaatsen voorthad regulde wyze te kunnen zoo is dan ook bij den te dagt en dienvolgens be van de agterstallige 50 1. maand recognitie door Jan Iacob Bredenbach uit hoofde van haar alle tige omstandigheeden zee afgeschreeven 40 Iaaren terwijl van de door haa nog verschuldigde Tie agterstallige recognitie Vijf Iaaren zullen word Een lasten van de door ning bezeeten worden gevonden en de overige lasten van haare plaats wagenbooms Reerer met last en bevelomme als nu ook behoorlyk te zorgen dat de gens tien Iaaren nog ten agteren staande recognitie aan de Compagnie ingevolge de ordres door de Hoog. Edele Heeren Commissarissen Gene raal gestatueerd, behoorlijk worden vereffend en betaald Dat voorts de 12: Jaren en 6 maand recognitie Penningen welke de weduwe wylen den Burger Stephanus Abraham Cloete aan de Compagnie schuldig is op de door haar bezeeten wordende Leeningsplaats genaamt de resjes valleij zullen worden afgeschreeven en aangezegde wed=we Cloete geschonten, uit aanmerking van de Tammerlijke omstandigheeden, waar in die onge„ likkige weduwe zig bevind door 't vermoorden van haar man 't rooven van haar vee en 't verbranden van haar Plaats Dat wijders uit consideratie van de allezints behoeftigens taat 826 waarin 827 alleenlijk aan den oud Heemraad Salomon Ferrei= =ra niet. waarin de weduwe wylen den Burger Iohannes Bruwel zig bevind en waar door zij onvermoogend is de op haar Theepost de Landrieier hechtende. 21. Jaaren en 7 Maanden agterstallieg recognitie Penningen aan de Compa„ gnne op te brengen van dezelve reco quitie, zal worden afgeschreeven. 11 Iaaren en 7 maanden, terwijl de 10. Iaaren welke dus onder ult:o auggust s Iongstleeden, op haar gemelde Plaats zijn blijven hegtende, door haar al meede navolgens de beveelen vande Hoog. Edele Heeren Commissarissen Generaal zullen moeten worden voldaan. Dat ook van de 28 Jaaren en 10 maanden agterstallige recognitie penningen verschul digd door den Burger Matthijs de Jaager zoo uit hoofde van de allezints bekrompene omstandigheeden waar in die man zig be„ vind, en waar door hij om de Comp e te vol: doen zig genoodzaakt zou vinden zijn Htaaven en Vee te vertoopen, en met de zyne tot een zevervend leeven vervallen, als uit aanmerking van zyne bereid. vaardigheid in de betaaling van Elff saaren agterstallen voor eenige weeken betoond, zal worden afgeschreeven de helft ofte 14. Iaaren en 5 Maanden, onder Conditie dat de overige 14 Iaaren en 5 maanden voor ultimo auquestus, eerstkoomende be hoorlyk zullen worden opgebracht en be„ taald, waar toe deeze regiering vertrouwd dat hij genoegzaame geleegendheid zal vinden, zo wanneere zijne Crediteuten van hunnen zyde, uit hoofde van 't belang dat zij moeten stellen in de afstand door de Compagnie gedaan eoopekeeren om hem daar toe in staat te stellen, terwijl wan neer hij aan deeze zo billyke en genereuse voorwaarden niet mogt voldoen, de opstal len zyner beide plaatsen zullen worden verkogt; om uit dies Provenu de door hem verschuldigde 28 Iaaren en 10 maanden achterstallige recognitie Penningen bij Preferentie ten behoeve van de Compagnie te verhaalen Dat ten aanzien van te verzoek door den oud Heemraad der Colonie Zwellen, dam Salomon Ferreera gedaan om ont„ 828 vaardigheid heffing 830 en zal hiervan kennis werden gegeeven aan den Lands generaale Inkomo„ door den opziender van 's Comps Graan Maguerzijn in de Mosselbaar Doman ingedient. heffing te hebben van de 8 Jaaren en 7 maanden agterstallige recognitie pennin gen heglende op zijne beide plaatzen genaamt, Zoet geneugd en de Zoute of Lange fontein is goedgevonden en verstaan 6 zelve verzoek te declineeren en te wyzen van de hand, zo als geschied bij deeze, zil lende dienvolgens de voorzeide 8 Jaren en maanden agterstallige recognitie Penningen door hem moeten worden vol„ daan, dog zal vervolgens de recognetie der beide opgenoemde Plaatzen moeten stille staan, tot tijd en wijlen der voormelde Ferreera daar van 't gebueteerd gerust genot zal kunnen maaken En zal van dit besluit, Extract wor„ Heer Boekhouder over's den afgegeeven aan den Heere Boekhou„ =ten tot zijn Ed: naricht. der van 's Lands Generaale Inkomsten, ten einde te strekken tot zyn Ed: narecht, en voorts omtrend 't een en ander te hande: len, zo als zijn Ed: navolgens deszelfs In„ structie zal vinden te belooven, mitsgad s raaden van Zwellendam, om te strekken tot derzelver informatie op het volgend vertoorg De opziener van 's Comp s Graanma geczijnen in de Mosselbaar Nicolaas Doman aan wien by resolutie deezer Tafel van den 30 November Jangstleeden is gelost zig te verantwoorden over de excessive minderheid van 256 3/4. midden Tarie 21 Mudden garst 53 1/8: medden Criten en 41. mudden Bonen gevallen op de graanen en Teelvrugten inde Mosselbaaij aan zine zorge toebetrouwd geweest, hier over ingediend hebbende een ampel vertoog luidende met daar bij gevoeg de verklaaring als. Aan den wel Edelen Groot achtb: Heer A. I. Sluijsken laad ordenair van Neederlands India en Commissa„ ris over 't Gouvernement van Cabe„ de Goede Hoop, en den ressorte van dien & & & beneevens den E. agtb: Heer Tezaghebber en de welEdelen Hedren raaden van Politie: Wel Edele Groot Achtb. Heer. en E: Achtbaare Heeren. De ondergeteekende geordonneerd en gelast geworde zijnde zig met den aller meesten spoed bij geschrifte aan uwel Edele Groot achtb en E. achtb. te verantwoorden over de excessive minderheid meede Extracten aan Landdrost en Heem, van 256 /4: mudelen Tarwre, 21. mudden Iarss: 53 1/8 madden Erwten en 41. miedden Boonen op de graanen en Peulvrugten aan zijne zorge in de Mosselbaay tot betrouwd guweest, gevallen, en De voorts 829
English
831 832 furthermore to substantiate that accounting with all such valid proofs by which he, the undersigned, could be acquitted of having neglected the Honourable Company's interests in this matter; while the fourteen muddens of rye which he consumed would have to be compensated by him to the Honourable Company, and furthermore presenting the receipts of all such grains and legumes as he, by order and command of the Honourable Council of Policy, had lent as seed to the various farmers, he shall with due respect and in all submissiveness state here for his defense that the excessive deficit incurred on the grains and legumes was caused by their becoming completely spoiled, and to such a degree stinking and rotten, that, after first having sent the samples thereof per the frigate ship De Meermin to the Cape and these having been examined by the Master Administrator of the Company's grain storehouse and also found to be as such, he was obliged to have the same thrown into the sea. That the spoilage that occurred there is not to be attributed to the neglect of the undersigned, but was solely caused by the persistent heavy rains that fell in Mosselbaaij during the last winter season; whereby the flat roof of the storehouse, although externally no cracks or other signs of leakage could be detected, nevertheless became completely damp and soaked through, and was also subjected to heavy leakage, without it being possible to preserve the aforementioned grains and legumes from spoilage either by repairing the flat roof or by covering the same in the storehouse with bags, as shall most clearly appear to Your Noble Great and Honourable Worships from the sworn statement given at the requisition of the undersigned by the crew stationed at the grain storehouse in Mosselbaaij, which he takes the liberty of presenting herewith, in the hope that the same will be sufficient to declare him free of all dereliction of duty therein. The undersigned, having already made payment for the 14 muddens of rye into the Company's treasury, as is evident from the proof accompanying this, takes the liberty of presenting herewith the receipts demanded of him, from which both the quantity and the persons to whom the grains and legumes were lent as seed can, as he believes, be most clearly traced; yet since 3 receipts fewer are now produced by him than are recorded on the list attached hereto, where they are summarized, he does not doubt, however, since he misplaced those receipts and consequently is unable to attach them hereto at present, that the persons Jan Fredrik Rempler, who owes two muddens, and Jacobus van Zelle and Pieter Strijdom, who each owe one mud of barley to the Honourable Company, will, upon being admonished by the Landdrost of Zwellendam, Antonij Alexander Faure, whom the undersigned has learned has been charged by Your Noble Great and Honourable Worships with the collection of the amounts for the loaned grains and legumes, duly pay the monies. 834 In the unexpected event of non-payment, however, he is prepared to indemnify the Noble Company in that regard. Hoping herewith to have complied with the honored order of Your Noble Great and Honourable Worships, the undersigned takes the liberty in the meantime to subscribe himself submissively. Cabo de Goede Hoop, the 31st of March 1794. /was signed/ N. J. Doman Appeared before the undersigned commissioned members from the Honourable Council of Justice of this Government: Cornelis Cornelissen Johan Hendrik Pluger Johan Bram Johan Willem Lodewijk Jonker Christiaan Hoet Johan Hendrik Itlig and Hendrik Wilhelmus, all of competent age and having been stationed as laborers in the Honourable Company's grain storehouses in Mosselbaaij, who, at the requisition of the overseer of the said storehouse Nicolaas Jacob Doman, declared to be true: That the appearers well know and were eyewitnesses that when, in the month of August of the last past year 1793, the government vessel De Meermin was dispatched from the aforesaid Mosselbaaij laden with wheat to this roadstead, there remained at that time in the storehouse standing in the aforesaid bay a considerable quantity of grains, legumes, barley, etc., without the appearers being able to state the exact quantity, which were completely spoiled, and subsequently (except for some samples of each kind that were sent along with the said vessel to this place) were thrown away there as unusable. The appearers testifying to know that the aforesaid spoilage was by no means caused by any neglect, negligence, or anything of the like, but was caused by continuous heavy downpours of rain that fell in the aforesaid bay during the last winter season, whereby the flat roof of the same storehouse, although externally no cracks or other signs of leakage could be detected, nevertheless became completely damp and soaked through, and was also subjected to a steady heavy leakage, without it being possible to preserve the aforesaid grains from the stated spoilage either by repairing the flat roof or by covering the same with bags. Declaring nothing further, the appearers give as reason for their knowledge as stated in the text, confirming the truth each of them individually with the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus transacted and sworn to at Cabo de Goede Hoop, the 21st of March 1794, before Messrs. Johannes Smuts and Gerrit Hendrik Meyer, commissioned members from the Noble and Honourable Council of Justice aforementioned, who have also duly signed the minutes of this, together with the appearers and me, the sworn clerk. Underneath stood / which I attest / signed / P. Diemel, sworn clerk. quantity etc. 833 1 3 1
Dutch transcription
831 832 voorts die verantwoording te staaven met alzulke valabele be„ wyzen, als waar door hij ondergeteekende zoude kunnen worden vrijgesprooken van 's E Comps belangen in deezen te hebben ver„ waarloost; Terwijl de Veertien muddens rogge, dewelke hij heeft verbruikt door hem aan de E Comp:e zouden moeten worden ver„ goed en overiegens overgelegd dequettantien van alzulke Graanen en eulerugten, als hij op ordre en bevel van den E. achtb. Politie„ quen raad aan de onderscheidene Landlieden tot raad heeft „geleend gehad, zal met gepasten eerbied in allen onderdanigheid tot zyn verontschuldiging alhier ter neederstellen dat de exces„ siie minderheid op de Graanen en Deulvrugten gevallen, is ver oorzaakt, door dien dezelve ten eenemaalen bedorven zijn ge raakt, en weldermaaten stinkende en verrot, dat, na alvoo„ rens de monsters daar van P. r 't Fregat Schip de Meermen Eaabwaards te hebben gezonden en door den Heere adminis trateur van 's Comps Graanmagazijn geexamineerd, en ook als zodanig is bevonden, hij verpligt is geweest, dezelve in zee te moeten doen werpen— Dat het bederf daar aangekoomen, niet aan onagtsaamheid van de ondergeteekende is te wyten, maar alleen veroorzaakt door de aangehouden hebbende zwaare reegens in 't laatste winter Saisoen in de Mosselbaaij gevallen; waardoor het Plat van 't Maguazijn, schoonmen uitwending geene scheuren ofte anderen teekenen van Leekagie heeft kunnen bespeuren, eg„ ten geheel vogteig en door weekt is geworden, mitsgaders aan zwaare beccagie is onderheevig geweest, zonder dat men de voorm graanen en Deulvrugten, nog door 't repareeren van het Plat, nog door 't dekken van denselven in t maguazijn/ met zakken voor bederf kunnen conserveeren, zal Uwel Edele Groot achtb. en E. achtb. ten duidelijksten blyken, uit de beeedigde Verklaring ter requisitie van den zondergeteekende door de man, schappen in 't Graanmagaazin in de Mosselbaaij bescheeiden geweest gegeeven, die hij de vryheid gebruikt alhier over te leggen, inde hoope dat dezelve voldoende zullen zijn, om hem daarop van alle pligt verzuim vrij te kennen De ondergesteekende de betaaling voor de 14 meed ,„ loggens bereids in 's Comp:s Cassa: gepresteerd hebbende zo als te dien is uit 't deezen verzellend bewijs, veijmoedigst zig voor 't overegen alhier over te leggen de van hem gevorderde quitantien waar uit zoo wel de quantiteit als de Persoonen aan wien de Graanen en Peulvrugten tot daad zijn geleend zoo hij vermeend ten duidelijks ten zal. kunnen worden nagegaan, dan aangezien 3 quittantien min„ der door hem thans worden geproducieerd als op de hier bij ge voegde lijst, waar by dezelve te zaamen zijn getrokken bekend slaan, twijffeld hij eder niet, daar hij die quitantien heeft verlegt, en gevolglijk batenstaat dezelve thans hier bij te voegen of den persoon van Jan Fredrik Rempler, die twee muddens en Jacobus van Zelle en Pieter Strijdom, welke ieder een mud brieten aan de E Comp koomen schuldig te weezen, zullen bij aanmaraning van den Heer Landdrost van Zwellendam Antonij Alexander Fade, die de ondergeteekende heeft mogen verneemen dat met d'invordering van 't bedraagen voor de geleende Traanen en Deulvrugten door Uwel Eet Groot achtb. en E. achtb. is gechargerd, de Penningen wel voldoen van bij 834 bij onderhoopte non betaaling egter, is hij bereid, de Edeel Maatschapij daar omtrend schadeloos te houden Hier meede aan 't geeerd bevel van uwel Edele Groot achtb: en E. achtb: hoopende te hebben voldaan Vermit teerd de ondergeteekende zig inmiddels onderdaniglyk te noemen Cabo. des Goeder Hoop. den 31' Maart 1794. /was get/ N. I. Doman Compareerden voor de ondergeteekende Gecommitteerde Leeden uiet den E. achtb. Raade van Justitie deezes Gouvernements Cornelis Cornelessen Johan Hendrik Pluger Johan Bram Johan Willem Lodewijk Jonker Christiaan Hoet Johan Hendrik Itlig en Hendrik Wilhelmus. alle van Competenten ouderdom en als arbeeders in EComp. s Traanmagazynen in de Mosselbaij bescheiden geweest, de„ welke der requesitie van den opsigter over 't gem Magieazijn Nicolaas Jacob Domon verklaarde hoe waar 'is Dat de Compten deer wel weegn en ooggetuigen geweest zijn, dat wanneer in de maed augustus van't laatst gepasseerde Iaar 1793. t Perniement scheepje de meerwen Luit de voorsz Mosselbaar iet Tarwe gelaaden naar deeze reede is gedepecheert gevorden, ter dier tijden t' Ma„ quazien staande in opgem Baar nog een aanzienlyke quantiteit graanen, Deulvrugten Iarst &:a zonder dat de Comp=ten de hoeveelheid kunnen opgeeven, zyn blyven leggen welke ten eenemaale bedorven waaren, en vervolgens:/ behalven eenige monsters van ieder zoort die met gemelde scheepje meede na herwaards zijn gezonden / als onbruikbaar aldaar zijn weggeworpen. Betuigende de Comp=ter deeken te weeten, dat, 't voorsz bederf geenzints aan eenig verzuim, nalatigheid of iets dergelyks maar door aanhoudende zwaare stort zeegens die in 't laatste winter Saisoen in de voorsz. Baaij zijn gevallen, is veroorzaakt en waar door 't plat van 't zelve magazijn of schoon men uit wendig geen scheuren of andere teekenen van leccagie kon be„ speuren, egter geheel vochtig en doorweekt is geworden, mitsgs een geslaattige zwaare leuagie is onderheevig geweest zonder„ dat men de voorsz graanen nog door 't repareeren van 't „plat nog door 't bedekken van 't zelve met zakken voor 't op„ gegeeven bederf heeft kunnen conserveeren Niets meer verklaarende geeven de Compten. voor reedenen 8 van weetenschap als in den test spreekende, tot bevestiging den waarheid een yder hunner in 't bijzonder de solemneele woorden zo waarlijk helpe mi God Almachtig Aldus Gepasseerd en Beeedigt, aan Cabo de Goede Hoop. den 21. Maart 1794 voor de Heeren Iohannes Smuts en Gerrit Hendrik Meyer gecomm. Leeden uit den Edelen achtb. raade van Iustitie voormeld die de minuten deezes: beneevens de Comp=ten en mij gesio Clercq, meede behoorlijk hebben ondertee kind onderstond/ quod attestor /get/ P: Diemel gesw Clercq: quantiteit Zo. 833 1 3 1
English
835 836. it having been resolved to make the declaration requested therein before commissioned members, while it was resolved upon the representation presented by the Commissioners of the loan bank, so a copy of the list also formed therewith shall be sent to the Landdrost of Swellendam in order to make the alongside mentioned use thereof. Thus, considering that although it appears from the declaration passed at the request of the said Doman and sworn by seven workers stationed in the said warehouse that the deficits occurring there in the grains and legumes must not be attributed to any negligence on the part of him, Doman, but solely to the leakage of the warehouse caused by persistent heavy downpours of rain, nevertheless, it is not determined in the same declaration how much of each of the mentioned grains and legumes has become spoiled, it has been found good for the above-mentioned reasons and consequently resolved to cause the said Doman to declare under oath before commissioned members from the Council of Justice that the found spoiled grains and legumes have consisted of 256 ¾ mudden of wheat 21 mudden of barley 53 7/8 mudden of beans 41 mudden of peas as well as that these have been thrown into the sea by him or destroyed in another manner, in order that, once this declaration has been received, a final decision may then be made hereon, while in the meantime the list attached to the alongside-mentioned justification concerning 141 mudden of wheat, 9 mudden of barley, and 5 ½ mudden of peas, which were issued by the aforementioned Doman by order of this government to various farmers to be used as seed, shall be sent in authentic copy to the Landdrost of Swellendam, Antonij Alexander Faure, with the order and command to demand payment from each of those who have received wheat, barley, or peas, the wheat at f 1:, the barley at ƒ 4:, and the peas at ƒ 15 Cape currency per mud, passing sufficient receipts for the receipt of these moneys, in order subsequently to transfer into the treasury of the Company what shall have been received by him. Furthermore, a representation was read, addressed by the Commissioners of the Loan Bank to this government, which was found to be of the following content:
Dutch transcription
835 836. beslooten zijnde de daar =bij gevraagde verklaaring te doen voor gecommitteerde Leeden terwijl beslooten is op het ver= toog door Commissarissen van de bank van leening gepree: =senteerd. zo zal van de almeede daarbij gevormde lijst Copij werden gezonden aan den Landdrast van zwellendaen om daar =van nevensgemeld ge= bruijk te maaken. zo is by overweeging dat ofschoon uit de Verklaaring ter requesitie van ged:e Doman„ gepasseerd en beëedigd door Leeven arbea ders in gemelde Magazijn bescheiden geweest, wel consteerd datt de minderhee„ den op de graanen en Deulvrugten aldaar gevallen, niet aan eenige nogligence van hem Domin; maar alleen aan de Leetagie van 't Magazien, door aan houdende zwaare tortreegens veroorzaakt; moet worden geattribueert, nogtans bij dezelve verklaaring niet is bepaald hoe veel van ieder der genoemde Granen en Deulvrugten bedorven is geraakt, goed. om bezijden gem: reedenen gevonden en dienvolgens beslooten om den gemelde Doman, voor Gecommitteer„ uit den raad van Justi: de Leeden uit den raade van Iustitie onder Eede te doen verklaaren, dat de bevengen bedorven Graanen en Peul vrugten hebben bestaan in 256 /¾ miedden Taawe „ Iarst. 21. — 53 7/8. breoten Boonen mitsgaders dat dit eenen ander door hem in zee is geworpen of op eene andere wijze vernieligd geworden, ten eende deeze verklaring ingekomen zynde, hier op als dan finaal te besluiten, zullende intusschen de neevensgemelde veranterdt ding gevoegde lijktr over 141. mudde„ „Takie, 9 madden Iarst en 5½ muel= brieten, die door de voormelde Doman op beesel deeser regeering aan onder„ scheidene Landbouwers zijn afgegeeven geworden en tot raad te worden gebruikt in Copia authenteeg worden toegezonden aan den Landdrost van Zie ellendam Antonij Alexander Faure met last en bevel van een ieder der geene die Iarase Garst ofte Erecten, hebben ont„ fangen daar voor betaling te vorderen de Taree à f l: de Farst à ƒ 4. ende briten e ƒ 15 kaaps de mud, voor den ontfangst van deeze Penningen vol„ doende quittantien passeerende omme vervolgens 't geen door hem ontfan gen zal zijn in de Cassa der Compagnie over te brengen. Voorts is geleezen een vertoog door Commissarissen van de Bank van Leening aan deeze regeering geaddresseerd, het week bevonden wierd van volgende in houd deeze aan =tie. 41.
English
Castle of Good Hope the 31st of March 1791 Right Honorable and Most Worshipful Sir and Honorable Worshipful Sirs The Commissioners of the Loan Bank take the liberty to bring to the notice of your Right Honorable and Most Worshipful and Honorable Worshipful Sirs that, on behalf of the aforementioned Bank, not only has a capital of rd.s 608,000 been invested at interest, but that moreover a capital of rd.s 36,000 has also been requested by some notable residents to be taken up at interest as well, under good mortgages and sureties. However, although no exact limitation is actually prescribed to the Commissioners in the regulations for the Loan Bank as to what extent the lending of cash on behalf of the Company ought to take place, it is nevertheless stated in the first article of the said regulations: "To the Loan Bank, all such sums as are found fitting and consistent with the Company's interests shall successively be advanced by the Honorable Company in circulating stamped paper, so that it may be put out at interest among the residents." From the publication made to the public on behalf of the Most Honorable Lords Commissioners-General on the occasion of the establishment of the Loan Bank, it can sufficiently be gathered that the principal reasons for that establishment were partly to bring more specie into circulation, which was entirely obstructed, whereby daily transactions were virtually at a standstill, and even persons of solid means found themselves unable to meet their engagements, although according to the calculation of their assets at their present value they possessed wealth by which the value of their engagements could amply be represented; thus, through this means, to restore the flow of transactions among the residents and to prevent further ruin. From all of this, the Commissioners, under correction, believe they may deduce that the said Most High Lords Commissioners-General certainly had a specific limit in mind to which that advancing of funds could be brought, and to what ends the same ought to occur. Yet, being unable to determine anything in this matter, the Commissioners have judged it necessary to address themselves respectfully to your Right Honorable and Most Worshipful and Honorable Worshipful Sirs, with the humble request that it may please Your Honors to instruct the Commissioners whether they can and may still continue with the putting out of funds, or rather to limit it to such a sum as your Right Honorable and Most Worshipful and Honorable Worshipful Sirs shall judge to be in accordance with the Colony's interests. The Commissioners also take the liberty to submit to your Right Honorable and Most Worshipful and Honorable Worshipful Sirs that currently several occupants and possessors of loan farms wish to borrow money from the Bank under mortgage of the buildings situated thereon; however, since such persons cannot show any proof of ownership, and the buildings, apart from the lands, especially in the distant inland districts, are frequently of little or no value, the Commissioners respectfully request that your Right Honorable and Most Worshipful and Honorable Worshipful Sirs please enjoin them how to act in this regard, and whether money may or may not be given on loan farms. With which we have the honor to subscribe ourselves, with due high esteem, Right Honorable and Most Worshipful Sir and Honorable Worshipful Sirs, Your Right Honorable and Most Worshipful and Honorable Worshipful Sirs' humble servants J. I. Le Sueur Joh.s Smuts C. C. Matthiessen Jr /was signed/ To the Right Honorable and Most Worshipful Sir Abraham Josias Sluysken, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies and Commissioner over the Government of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc. etc. etc., together with the Right Honorable Worshipful Sir Governor and the Right Honorable Gentlemen of the Council of Policy.
Dutch transcription
83 Cassteel de Goede Hoop den 31 Maart 1791 Wel Edele Groot Achtb: Heer en E. Achtbaare Heer Commissarissen der Bank van leeninge, neemen de Vrijheed, ter kennisse van uw eller Groot Achtb. en: E. Achtb. te brengen, dat van weegen den voormedde Bank, niet alleen een Capitaal van rd. s 608'000 op Intressen is belegd, maar dat bovendien nog door eenige notabele Ingeseelenen nog een Capitaal van rpcd. s 36000 — is gevraagd geworden omme onder goede Hijpotheecquen en borgen, meede op renten te neemen Hoe zter nu aan Commissarissen, bij t reglement voor de Bank„ van Leening eigentlijk geep bepaaling is voorgeschreeven tot welke om de beleening van Contanten, 's Comp:s weegen zoude behooren te geschieden, zoo werd egter in 't eerste artikuel van dert' reglement gezegd„ Aan den Bank van Leening „ zal door door de E. Comp:e successivelijk, in couleeren d' oestem„ „seld Papier, worden opgeschooten, al zulke sommen als „ oirbaar en met 's Comp. s belangen overeenkomstig bevonden „ werden, zal dat onder de Ingezeetenen op Intrest worde uitgevoe„ bekan uit de publicatie, van weegen de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal, bij geleegendheid der oprigtinge van de Bank van Leening, aan 't gemeen gedaan, genoegzaam worden ongemaakt, de voornaame reedenen van die opreg„ tinge, deels geweest om daar door meer numerair en circu latie te brengen, welke geheel gestremd was, waar door de dage lykse handelingen genoegzaamstel stonden, en zelfs Lieden van Solide vermogen zig buiten staat gesteld vonden om aan dezelver engagementen te voldoen, of schoon volgens de beree kening der effecten, naar derzelver teegenswoordige waarde een vermoegen hadden waar door de waarden van derzelven engagementen ruim konde werden gepresenteerd, om dus langs dien weg de handelingen onder de Ingezeetenen hunnen loop, weeder te geeven en verder verval te prevenieeren, ui't welk een en ander Commissarissen, onder correctie vermeenen te moogen opmaa„ ken, dat wel Hoogstgemelde Heeren Commissarisser Generaal een zeeker peyt, op 't oog gehad, tot welke die opschieting van gelden zoude kunnen werden gebragt, en tot welke eindens de zelve zoude behooren te geschieden, Dan hier in niets vermogen. de te bepaalen, hebben Commissarissen geoordeeld zig reverentelyk aan uwel Ed. Groet achtb en E. achtb. te moeten addresseeren, met needrig verzoek, dat 't van Hoogstderzelver welbehagen zijn mooge, Commissarissen te gelasten of dezelve met 't uitzetten van gelden nog kunnen en moogen continueeren, dan wel tot zodanige somma te bepaalen als uwel Edele Groot achtb„ en E. achtb. met 's Colonies belangen overeenkomstig zullen oordeelen. Commissuressen neemen meede de vryheur uwel Edele Groot achtb: en E: achtb: voor te dragen, dat thans verscheedene bewoo„ ners en bezitters van leening plaatsen, onder Hypotheecq van den daar op staanden opstal gelden bij de Bank te willen opneemen, daar egter de zodanigen geen bewijs van Eigendom, kunnen vertoonen en den opstal buiten Landerijen voor al in de verre Sandwaards geleegen districten de kwils van weenig of geen waarde is, zoo versoeken Commissarissen eerbiedig, dat Uwel Ed. Groot achtb en E. achtb: hun gelieven te injengeeren hoedanig daarmeede te handelen en of op Leenings plaatzen al of niet geld mag gegeeven 1 worden Waarmeede de eere hebben, ons met verschuldigde Hoogagting G 1 Wel Edele Groot: achtb: Heer en E. Achtb. Heeren Uure wel Edele Groot achtb en Eacheb onderdanigen Dienaaren J. I. Le Sucar Joh.s Smiets /was geteekend/ C„ C. Matthiessen Jr Aan den wel Edelen Groot achtb. Heer Abraham Josias Muysken raad ordr. van Neerlands Indie mitsgaders Com¬ kaap de Goede Hoop en den ressorten van dien & & &, beneevens, den wel Edele agtbaaren Heer Gezaghebber ende wel Edele Heeren raaden van Politie missaris over 6 Gouvernement van engagementen te teekenen 8 834
English
to the Loan Bank to advance another sum of 50'000 rixdollars from the Company's Treasury, and upon the request with the declaration noted on the side to be made. After reading which representation, it being taken into consideration that although one might have flattered oneself that the sum of six hundred thousand rixdollars, brought into circulation by means of the Loan Bank, would have been found capable of adding the necessary vigor to the transactions of the collective inhabitants and residents, experience nevertheless shows that the same is not yet sufficient; that therefore, since the Right Honorable Gentlemen Commissioners-General have not determined up to what sum one may furnish to the Bank, and only ordered that the Commissioners of the Bank should take care that sufficient mortgages were provided for the advanced sum, one only needs to take into consideration whether the Treasury of the Honorable Company can permit advancing more money to the Bank without coming into the necessity of increasing the one million rixdollars in paper money that is stipulated to be in circulation; and to make a calculation around this, the receipts and expenditures ought to be confronted, upon which confrontation it has appeared that the receipts in the Treasury, both in cash and on assignments during the past financial year 1792/3, amounted to rds 417533:2 - or ƒ10002079. 6- and that the expenditures will probably have dropped to ƒ 800'000.-, so that ƒ 200000 would still remain at disposal, a portion of which could be delivered to the Bank; thus, for the annexed reasons, it has been resolved by the Council to let another sum of fifty thousand rixdollars be advanced from the Company's Treasury to the Loan Bank from now until the ultimate of August next, in order to be put out according to their Instructions whenever a request thereto shall be made, so as subsequently, under the last-mentioned date at the closing of the books of this Government, to be able to investigate and determine whether, in accordance with the Company's interests and those of this Colony, this advancement ought to be continued or not. Then, with regard to the request made by the Commissioners of the Loan Bank to be instructed whether and in what manner moneys may be advanced by them on the buildings on loan places, it has after deliberation been approved and understood to declare, as is declared hereby, that since it has always been the custom in this Colony, just as is done regarding houses and freehold places, to advance funds by act passed before committee members from the Council of Justice, under special mortgage of the buildings of loan places pro rata of the value which the aforesaid Commissioners, according to the distance of the places and the nature of the agriculture practiced thereon, shall deem fit to attach thereto, either by own knowledge or sufficient information, always keeping in mind, however, that arrears attaching to the loan places must be recovered with preference from the buildings of the same for the benefit of the Company; while in order to enable the Commissioners of the Loan Bank as far as possible to perceive in such mortgage loans whether the Company has any claims on those buildings, the loan may not be made other than upon submission of a copy of the ordinance formerly inscribed in the Wildschut books or the original ordinance as it is presently dispatched, by which the place was granted in loan, with the addition of a receipt or declaration from the Gentleman Bookkeeper of the Country's General Revenues that the same place is not in arrears with any recognition monies; and the aforesaid Commissioners must, after the loan, have noted on the back of said copy for how much the place is mortgaged with the Loan Bank, and subsequently make a return of these loans both to the Secretariat of this Council and to the Gentleman Bookkeeper of the Country's General Revenues, in order to be registered at the Secretariat as usual and at the Office of the Country's General Revenues; and notice of all this shall be given by extract hereof to the Commissioners of the Loan Bank as well as to the Gentleman Bookkeeper of the Country's General Revenues, together with the respective Notaries, etc.
Dutch transcription
840 aan de Bank van leening noch een somma van 50'000 rijsd„ uit Comp„s Cas te laa= ten opschieten. en op het verzoek met be= plaatsen de bezijden ge= ingo =noteerde verklaring te doen. na lecture van welke vertoog in overweeging gengomen zynde, dat of schoon men zig had moogen vleei dat de somma van Sesmaal honderd duizend Ryksdaald, door middel van de Bank van Leening in cerculatie gebragt, in staat zou zijn bevon„ den, om aan de handelingen der gezament. lyke In en opgezeetenen de nodige vigeut bij te zetten, de ondereinding nogthans doet zien dat 't zelve nog niet toereikende is dat men dus daar de Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal niet hebben be„ paald tot welke Som men aan de Bank zal moogen verstrekken, en alleen maar gelast dat door Commissarissen van de Bank wierd gezorgd, dat voor de voorschie Eene Somma sufficieoite Hypotheecquen, ge steld wierden, alleen in overweeging moet neemen of de kassa van de EComp:e kan toelaten, om meerder gelezen aan de Bank voorteschieten zonder inde noodzaaklijk heid te koomen om 't een Millioen ryksd= Papiere geld dat in roulance bepaaldis te vergrooten en hier omtrend een calu latie te maken de ontfangsten en uitgaa ven behoorden te worden geconfion„ teerd, en bij welke Confrontatie van zijnde gebleeken dat het ontfangene in de Cassa zo aan gelden op assignatien geduu„ „rende de voorleeden Boekjaar 179 2/3 bedra gen heeft rd:s 417533:2 - of ƒ10002079. 6- en dat de lasten waarschijnlijk op ƒ 800'000.- ziellen gedaald zijn, zulks er dan nog f„ 200000 ter dispositie zoude onderschieten van welke een gedeelte aan de Bank zou„ den kunnen worden afgegeeven, zo is dan ook om nevens gevoegde reedenen bij den Raade beslooten, omme van nu af tot ult=o aug„o eerstkomende, nog aan de Bank van Leening uit 's Comp„s Cassa te laaten opschieten eene somma van Vijftig duij zend ryksdaalders, omme wanneer daar toe verzoek zal worden gedaan navolgen hunne Instructien te worden uitgezet, omme vervolgens onder laatstgemelde datum bij 't sluiten der Boeken van dit Gouvernement. te kunnen nagaan en te bepaalen, of over eenkomstig met 's Comp. s belangen en die deeser Colonee met deeze op de hieling be„ hoord te worden gecontinueerd dien niet Dan ten aanzien van 't verzoek door Com„ missaressen van de Bank van Leening gedaan, om te moogen worden gelast of en op welke wijze door hen gelden op de zynde verstallen; 841 842 op stallen van Leeningsplaatzen zullen kunnen worden geschooten, is na delebe ratie goedgevonden en verstaan te verkla ren, zo als verklaard word bij deezen, dat dewijl altoos in deeze Colonie gebruik is geweest, omme eeven zo als zulken om„ trend Huizen, en eigendom Plaatzen word gedaan penningen te schieten bij aeht voor gecommitteerdens uit den raade van Justitie gepasseert, onder speciaal ver band van de opstallen van Leeninge plaatzen pre rate van de waarde die Commissaris sen voormeld, daar aan na mate vanden afstand der Plaatsen, en den aart der Landbouw die op dezelve word geexerceerd 't zij door eige kennisse dan wel voldoende informertien daar aan zullen meenen te moogen hechten, altoos echter in 't ooghou„ den, dat de agterstallige Leeningsplaatzen hechtende, bij preferantie aan de opstallen van dezelve ten behoeven vande Comp„e moeten worden verhaald terwijl om Com„ missaressen van de Bank van Leening voor zo veel moogelijk in staat te stelle bij diergelijke beleeringen te kunnen ontwaaren op de Compagnie op die op stallen eenige Pretentien heeft de beleening niet andere zal moogen worden gedaan dan onder overlegging van een Copia der ordonnantie bij de weldscheepte Boeken voorheen ingeschreeven of wel de origineele ordonnantie zo als teegenswoordig geexpe dieerd word, waar by de Plaats in Leening is vergunt, met bijvoeging eener quiltan„ tie of Verklaaring van den Heere Boek„ houder van 's Lands Generaale Inkomsten dat dezelve Plaats geene recognitie gelden ten agteren is, en zullen Commes sarissen voormeld na de beleening in dorso van gezegd Copia moeten laaten aanteekenen, voor hoe veel de Plaats bij de Bank van Leening is verbonden, en ver„ volgens zo aan de Secretarije deezes Raade als aan den Heere Boekhouder van 's Lands Generaale Inkomsten van deeze beleeningen opgaeve te doen omme ter Secreterye na gewoonte en ten Comptoire van 's Lands Generaale Inkomsten te worden geregistreerd, en zal zo aancom„ misdaassen van de Bank van Leening als aan den Heere Boekhouder van 's Lands Generaale Inkomsten mitsgaders. aan de respective Notarissen van dit een en ander bij Extract deezer kennisse met c. worden
English
844 notice will be given to those whom it concerns for their guidance. Lastly, the Honorable Commissioner communicated that he, subject to the approval of the High and Esteemed Commissioners-General, had appointed as Landdrost of Graaff-Reinet. of the douceur enjoyed by the said Commis. position of the Commis of the qualified the Lieutenant of the whereof an extract of this shall be given, in order respectively to serve for their guidance and observance, with orders to the Notaries to watch carefully that no buildings on loan places are transferred to others by sale or surrender until it shall have appeared to them that the special mortgages placed thereon, whether in favor of the Loan Bank or otherwise, have been properly liquidated and discharged. After all this, the Honorable Commissioner was pleased to inform the Council that His Honor, in consideration of the good conduct displayed by the Landdrost of Graaff-Reinet Honoratus Christiaan David Maynier, provisionally appointed by this Council, during the expedition for the pacification of the Kaffirs, as well as the zeal with which he has provisionally discharged that office, had thought fit to nominate and appoint the said Maynier, subject to the approval of the High and Esteemed Commissioners-General, as Landdrost of Graaff-Reinet, with a recommendation for obtaining the rank and salary of junior merchant attached to that position; Thus resolved and decided and on account of the indisposition thereof had qualified the Lieutenant of Artillery Langerman as well as that His Honor, on account of the continuous, severe, and dangerous illness of the Captain of Artillery and Commis of the Magazines Hendrik Willem Rutz, in order to prevent all disorders which must otherwise occur in this extensive administration, had provisionally qualified the Lieutenant of Artillery Fredrik Langerman to act in the office of Commis of the Artillery Magazines, with an allowance of half of the douceur of 50 Rijksdaalders per month which the said Rutz monthly enjoys and is paid for this administration. 843 In the Castle of Good Hope, the day and date aforesaid. A: I. Sluysken I. I. Lesueur J. I. de Wet W. F. v. Reede van Oudtshoorn In my presence, P: F. Goetz, Secretary /signed/ Agrees. A: Beck /was signed/ 845.
Dutch transcription
844 kennis zullen werden gegee =ven aan die geene die het aangaat tot derzelver na =riegt. werdende laatstelijk door den Edelen heer Commissaris gecommuniceerd dat zijn van graaf Reinet op ap p10: =batie van de H: H: C: C: G: G: tot Landdrost aldaar hadt aan =gesteld. =te van het docueur bij de gem: Commies werdende genooten. =positie van de Commies der =lificeerd der Lieutenant der waarvan bij Extract deeses worden gegeeven, ten einde respectivelyk te estrekken tot derzelver narcht en ob, servantie, met last aan de Notarissen omme zorgvuldig te waaken dat geene opstallen van Leenings plaatzen door verkoop dan wel afdanking aan ande„ ren werden getransporteerd, aan na. aan hen zal zijn gebleeken dat de speci aale verbanden, 't zij ten behoeve van de Bank Leening, dan wel andere daar op gelegd behoorlijk zijn geli. quideerd en ontheeven Na dit alles geliefde den Edelen Ed: de provisioneele Landdrost Heer Commissaris den Raade te bedeelen dat 't zijn Ed. uit aanmerking van de goede conducte die den door deezen Raade Provisioneel benoemde Land. dross van Graafse Reenet Honorateus Christiaan David Maynier op de togt ter bevreediging van de Caffers heeft gehouden, mitsgaaders de yver waar meede hij dat Ampt provisioneel heeft waargenoomen, goedgevonden hadt denzelvven Maynier op approbatee van de Hoog Edele Heeren Commissa „rissen Generaal te benoemen en aan te stellen tot Landdrost van Graaffen Aldus Geresolveerd Gearresteerd ende Reinet, met voordragt ter verkrijging van de tot die bedeerten gestaande effecte de qualiteit en gagie van onderkoopman. en uit hoofde van de indis= mitsgaders dat zyn Ed: uit hoofde van =ming daarvan hadgequade aanhoudende zwaare en gevaarlyke Arthillerij Langerman de Ziekte van den Capitein der Artillerie en Commies der Magazynen Hen„ drik Willem Rutz, ter voorkoming van alle desordrees welke in deeze uitge estrekte administratie anderzints moet Plaats vinden provisioneel tot het waarneemen van 't ampt van Com„ mies der artellerie Magazijnen hadt gequalificeerd den Lieutenant der ar„ tillerie Fredrik Langerman, onder onder toelaage van de helf toelage van de helfte van 't douceur van 50 Rijksdaalders Permaand welke den gezeeden Rutz voor deeze admi nistratie 'S maandelijks geniet en be„ taald word/. 6 leenet 843 In't Casteel de Goede Hoop Ten daage en Daere voorschreeve A: I. Sluipsken I„ I„ Lesueur d„ I„ dewet 50. f„ 0„ reede van oudtshoorn Mij present P: F Joetz Secretaris /geteekend/ Accordeert. A: Beck EgC /was geteekend/ 845.