Inventory 4361
Cape · 375 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
55 license were very favorable, examined with all attention, and having held several conferences regarding this with deputies from the Council of Policy, We delivered to them on the 11th of September a draft edict containing the manner in which we considered that this could be proceeded with, with the intention that they should privately communicate this to their fellow members, and subsequently share their reflections upon it privately with us again; but this seems not to have been well understood. At least, on the 17th of the same month, we received a letter from the Council of Policy dated the 15th preceding, in which their considerations concerning that draft were set forth at length; Your Right Honorable Worships will observe from that document, see Annex No. 7, that the principal points on which we had raised difficulties until now, but upon which the Council of Policy continued to insist, mainly consisted of the following: That the inhabitants should be permitted the purchase of foreign ships. That, without restriction as to whether this occurred to obtain necessary repairs or not, the ships employed in the whale fishery should be allowed to be used for the transport of train oil to the Netherlands. That the whale fishery might be conducted by the inhabitants not only in Table Bay, but also in the other bays. That it should not be stipulated that the crews of the ships fitted out for the whale fishery must consist of at least one-third natives of this country. With respect to the first of these points, in the knowledge that we had acquired of the condition of the inhabitants, we had found no grounds for apprehension that the ships de Zeenimf and Helena Louisa, which we had already indicated our intention to sell publicly, would not be sufficient to accommodate those inhabitants who were disposed 57 and in a position immediately, and before they could obtain ships from the Netherlands, to commence the whale fishery; but now seeing that the Council of Policy (to whom we nevertheless had to attribute a greater local knowledge) was of the opinion that if the inhabitants did not obtain the freedom to purchase foreign ships, the whale fishery could not be undertaken with any vigor, yes, even did not hesitate to state that then to the less wealthy, who might otherwise by exchanging country produce for foreign ships become the competitors of the more wealthy, nothing else would remain than the lamentation of their inability to make use of our inclination to promote their prosperity, We deemed it advisable to defer to the view of the Council of Policy to such an extent that We reserved to the Government the authority, if after the sale of the ships which the Company found itself in a position to relinquish to the inhabitants, anyone within a certain short time after the promulgation of the edict, at most not exceeding the period of one year (this time being abundant to provide oneself with ships from the Netherlands), should desire to make use of an occurring opportunity to purchase a foreign ship for carrying on the whale fishery, and having the means to make the payment thereof in produce of this country, to dispose thereof in such a manner as they, according to circumstances and in pursuance of the instructions obtained from us in this regard, should judge proper. As regards the second of the points mentioned, no small embarrassment had been caused to us by the reports which we soon received, that there was no opportunity here, and on account of the local condition it could never be effected, to carry out capital repairs to ships; and that therefore the ships of the inhabitants requiring such repairs
Dutch transcription
55 Vergunning zeer gunstig waaren, met allen aandagt Onderzogt, en daar over verscheide Conferentien gehouden hebbende met Gecommit„ teerdens uit den Politieken Raad, stelden Wy op den 11e. September aan dezelve ter hand een Concept Placaat vervattende de Wyze waar op wy van Oordeel waaren dat daar toe zoude kunnen worden overgegaan, met intentie dat zy daar van onder de hand aan hunne meede leeden zouden Communicatie geeven, en Vervolgens hunne reflezien daar op wederom onder de hand aan ons meede deelen; dog dit schynd niet wel begreepen te zyn geweest. Althans wy bekwamen Op den 17. e derzelve maand eene Missive van den Politreken Raad gedagteekend den 15. e bevorens, Waar by haare Consideratien over dat ontwerp breedvoerig wierden voorgedragen; UW Wel zie Bylage N=o 7. Edele Hoog Achtbaare zullen uyt dat stuk ontwaaren, dat de Voornaamste poincten waar in wy tot dus verre zwarigheid hadden gemaakt, dog waar op de Politieken Raad bleef in steeren, hoofdzakelyk hier in bestonden. Dat aan de Ingezeetenen zoude worden toegestaan de inkoop van Vreemde scheepen. - Dat, onbepaald of zulks geschiedde tot bekoming van nodige reparatien dan niet, de scheepen tot de Walvisch vangst geemployeerd wordende, zouden mogen gebruykt worden tot het Overbrengen Van traan naar Nederland. - Dat de Walvischvangst niet alleen in de Tafel- baay maar ook in de andere Baayen door de Ingezeetenen zouden mogen worden geexerceerd. Dat niet bepaald mogte worden, dat de Equipagien der scheepen tot de Walvischvangst uytgerust wordende ten minsten voor een derde riet In„ boorlingen van dit Land zouden moeten bestaan. Met betrekking tot het eerste dier poincten hadden Wy in de kennis die wy bekomen hadden van den staat der Ingezeetenen, geene gronden van bedugting gevonden dat de scheepen de Zeenymen en Helena Louisa, welke wy bereids hadden te kennen gegeeven van voorneemen te zyn om publiek te doen Verkoopen, niet genoegzaam zouden zyn om die Ingezeetenen, welke gezind Dat en e 57 en in staat zouden zyn om terstond, en voor dat zy de scheepen uit Nederland zouden kunnen, bekomen, de Walvisch Vischery te entameeren, te gerieven; maar thans ziende dat de Politieke Raad. (welke wy dog eene meerdere bocaale Kennis moesten toe- schryven) van begrip was, dat wanneer de Inge„ zeekenen geen Vryheid bekwaamen om Vreemde Scheepen in te koopen, tot de Walvisch vangst met geen Vigeur zoude kunnen worden overgegaan, Ja zelfs niet schroomde te zeggen, dat als dan aan de Min vermogende, welke anderzints door het inruylen van Vreemde Scheepen teegens lands- produkten de meededingers zouden kunnen worden van de meer vermogende, niet anders zoude over„ blijven dan het beklag van hun Onvermogen om van Onze geneijgdheid ter bevordering van hunne Voorspoed, gebruyk te maaken, oor„ deelden Wij het raadzaam in so verre aan het begrip van den Politieken Raad te defereeren, dat Wy aan de Regeeringe gereserveerd lieten de faculteit, om wanneer na de Verkoop der scheepen, welke de Compagnie zig in de geleegen heid bevond om aan de Ingezeetenen af te staan, iemand binnen zeekeren Korten tyd na het emaneeren van het Placaat, immers niet excedeerende den tyd van één Jaar (als zynde deeze tyd overvloedig om zig van Scheepen uit Nederland te voorzien) mogt Verlangen van eene Voorkoomende geleegenheid gebruyk te maaken om een Vreemd schip tot het exerceeren der Walrisch Visschery in te koopen, en het Vermogen hebbende om de betaling daar van te doen in produkten van dit Land, daar Omtrend sodanig te disponeeren, als zy naar gelang der omstandigheeden, en agtervolgens haare daar omtrend van ons bekome instructien, zoude oordeelen te behooren. Wat aangaat het tweede der opgenoemde Poincten„ hadden by ons geene gerenge verleegenheid veroor„ zaakt de berigten welke wy al ras bekwaamen, dat alhier geene geleegenheid was, en uit hoofde van de locale gesteldheid nimmer zoude kunnen geeffectueerd worden, om Capitaale reparatiën aan scheepen te doen; en dat dierhalven de scheepen der Ingezeetenen zodanige reparatiën bevond. nodig
English
needing them, would have to obtain them in Europe. We understood well that our High Principals, having authorized us to grant the inhabitants a private navigation, naturally included therein a qualification for all such means without which such private navigation could not be continued, and that we consequently had the authority to permit the inhabitants, under proper precautions, to send their ships to Europe to obtain necessary capital repairs; but we also judged that this faculty ought to be defined in such a way that it was restricted only to that case, for the sake of which we were indeed forced to proceed to that permit. Yet the desire of the Political Council went much further, and, properly considered, extended to nothing less than granting the inhabitants a truly so-called Private Navigation to Europe. To this we could not find ourselves authorized, and therefore remained with the views we had already held on this matter, namely that in case the ships should require such capital repairs, they, upon the request to be made for that purpose by the ship-owners or proprietors, together with the officers and crews; on the footing as applies to ships hired by the Company in the Netherlands, and their cargoes on the footing of goods laden on freight in the Company's ships, would be brought by the Government under the direct management and direction of the Company, and further conveyed thither at the expense and risk of the owners. This way seemed to us to be the simplest and best: along it, the Company remained free from all trouble and complication which would have been inevitable had it charged itself in any other way with the conveyance of those ships; and particular inconveniences to its interests were as little to be feared from this as from sailing with private ships for its own account, since both the cargoes and the crews were in like manner subjected to its management and regulations. Concerning now the third point, namely that the whale fishery might be exercised by the inhabitants in all the bays situated in the surroundings, weighty objections had arisen with us against this. The remote distance of most of those bays from the Capital, and the difficulty attached thereto to be able to watch with sufficient effect over the strict observance of the stipulations to which such a general permit would have had to be subjected in order to prevent abuses, gave rise, in our view, to a legitimate apprehension that the keeping of private vessels by the inhabitants in those remote bays would give occasion to frequent illicit gains and illicit trade, which it would be almost impossible to prevent. Moreover, this could very possibly result in new colonies forming themselves in those bays, which would not only make the administration of the political government of this Country noticeably larger and more difficult, but also increase the care for its preservation and defense, and in case of War make the execution of its designs easier for an Enemy. It therefore appeared to us for those reasons that the interest of the Company did not allow encouraging the inhabitants to settle in those bays, for which such a permit would undoubtedly have been a great lure, for there is no doubt that they would always have found abundant opportunity to dispose of the fruits of their fishery (which in most of those bays is very abundant) with great profit, either to the inhabitants of the Cape, or to Strangers; and we therefore persisted in our view to restrict the freedom of the fishery with small craft only to Table Bay and False Bay, in both of which, situated directly under the eye of the Government, all excesses and abuses can be effectively guarded against. As regards finally the last point, or the desire of the Government that we should waive the stipulation that the crews of the ships being equipped for the whale fishery might consist of at least one-third natives of this Country, we had already, upon the urgent representations of the Committee Members from the Political Council with whom we had conferred on these matters, under the most favorable interpretation of Your Noble High Mightinesses, so far deviated from the contents of the 7th Article of our Instruction that we had reduced that stipulation from one-half to one-third, and we therefore also found difficulty in deferring further in this matter to the desire of the Political Council; for which we also found all the less reason, because that same Council had, in its aforementioned letter, verbatim stated: "to trust that when the inhabitants obtained the freedom to equip ships, very many natives, in the assurance that they were engaged for navigation, and by no means to perform unusual services in strange and unhealthy regions, would present themselves to serve their countrymen etc.", with which sentiment the difficulties now raised by the Council truly agreed very little. We gave the necessary notice of this our decision to the Political Council by our letter of 21 September, whereby we also transmitted to it our Ordinance on the subject of the whale fishery, together with the Regulations on the fishery with small craft in Table Bay and False Bay, finally decreed by us on the same day, to the contents of which documents we respectfully refer.
Dutch transcription
59 nodig hebbende dezelve in Europa zouden moeten erlangen Wy begreepen wel dat onze Hoge Committenten ons gemagtigd hebbende om aan de Ingezeetenen eene partikuliere Vaart toe te staan, daar in van zelfs lag opgesloten eene qualificatie tot alle zodanige Middelen zonder welke zodanige partikuliere Vaart niet kon worden voortgezet, en dat Wy gevolgelyk de bevoegdheid hadden aan de Ingezeetenen Onder behoorlyke precautien te permitteeren hunne scheepen tot het bekomen van nodige Capitale reparatien naar Europa te zenden, maa Wy oordeelden teevens dat die faculteit sodanig behoorde te worden omschreeven dat dezelve zig alleen tot dat geval bepaalde, om Welkers wille wy tot die Vergunning wel genoodzaakt waren over te gaan. Dog het verlangen van den Politieken Raad ging veel verder, en strekte zig wel ingezien, tot niets minder uit, dan om aan de Ingezeetenen toe te staan eene ygentlyk als genaamde Par„ tikuliere Vaart naar Europa. Hier toe konden wy ons geene bevoegdheid toe, en bleeven dierhalven by de denkbeelden welke wy reeds op dit stuk gehad hadden, dat namentlyk ingevalle de scheepen zodanige kapitale reparatien mogten nodig hebben, dezelve op het daar toe te doene Verzoek van de Rheeders of Eygenaars, beneevens „de officieren en equipagien; op den Voet als plaats heeft omtrend scheepen door de Compagnie in Nederland ingehuurd wordende, en derzelver ladingen op den Voet van goederen in 's Compagnie Scheepen op Vragt wordende ingeladen, door de Regeeringe zouden worden gebragt onder Onmidde„ lyke beheeringe en directie der Compagnie, en Voorts ten kosten en Pericule der eygenaars naar derwaards worden overgevoerd. Deeze Weg scheen ons de eenvoudigste en beste te weezen: de Compagnie bleef langs deselve buyten allen Omslag welke onvermydelyk zoude zyn geweest, Wanneer zy zig op eenige andere Wijze met het Overbrengen dier scheepen had gechargeerd; en bysondere inconvenienten voor haare belangen zyn eeven min daar van te dugten, als van het Vaaren met partikuliere Scheepen en 61 Scheepen voor haar eyge reekening, dewyl zo wel de ladingen als de equipagien in zelver voegen aan haare beheering en reglementen zyn onder heevig gemaakt Betreffende nu het derde Poinct, dat namentlyk de Walvischvisschery in alle de omstreeks geleege Baayen door de Ingezeekenen zoude mogen worden geexerceerd, hier tegen hadden zig by ons gewigtige bedenkingen opgedaan. De Verre afgeleegenheid van de meeste dier baayen van de Hoofdplaats, en de daar aan Verknoge moeyelykheid om met genoegzaam effect te kunnen waaken op de stipte nakoming der bepalingen aan welken zodanige algemeene Vergunning zoude hebben moeten worden onder heevig gemaakt om Misbruyken voor te komen deeden na ons inzien eene regtmatige bedugting ontstaan, dat het aanhouden van partikuliere Vaartuygen door de Ingereetenen in die afgeleege baayen aanleyding zoude geeven tot Veelvuldige Morsseryen en ongeoorloofden handel, welken het byna niet mogelyk zoude zyn te beletten. Daar en boven konde zulks zeer mogelyk ten gevolge hebben, dat zig in die Baayen nieuwe Colonien formeerden, het welk niet alleen den Omslag van het politiek bestuur van dit Land merkelyk grooter en moeyelyker zoude maken, maar ook de sorg voor desselfs behoud en Ver„ deediging vermeerderen, en ingevalle van Oorlog de uitvoering zyner oogmerken aan een Vyand gemakkelyker maken. Het kwam ons dan om die reedenen voor, dat het belang van de Compagnie niet toeliet de Ingezeetenen te animeeren om zig in die Baayen neer te zetten, waar toe zodanige Vergunning Ongetwyffeld een groot lokaas zoude zyn geweest, Want er is geen twyffel aan of zy zouden altyd Overvloedige geleegenheid hebben gevonden Om zig van de Vrugten hunner Visschery (welke in de meeste dier baayen zeer abondant is/ met groot voordeel, het zy aan de Ingezee„ tenen van de Kaab, het zy aan Vreemden te ontdoen; en Wy persisteerden dierhalven by Ons begrip om de Vrijheid tot de Visschery Daar met 63 va: A tot D met klein Vaartuig alleen te bepaalen tot de lijk. Onder het oog der Regeeringe geleegen, tegens alle excessen en Misbruyken met effect Kan worden gewaakt. Wat eyndelyk aangaat het laaste poinct, of het Verlangen der Regeeringe, dat wij zouden afzien van de bepaaling, dat de equipagien der scheepen tot de Walrischvangst uytgerust wordende, ten minsten voor een derde uyt Inboorlingen van dit Land zouden mogen bestaan, waaren Wy reeds op de dringende repraesentatien van de Gecommitteerde Leeden uit den Politieken Raad met welken wy over deeze Onderwerpen hadden geconfereerd; onder hooggunstige Welduyding van afgeweeken van den inhoud van het 7e. Artikel helft op een derde hadden verminderd, en wy dierhalven maakten ^ zwarigheid om in deezen verder aan het Verlangen van den Politieken Raad te defereeren; waar toe wy ook te minder reeden vonden, om dat die zelfde Raad by haare Voormelde kennen gegeeven: „ te vertrouwen dat wanneer in de Ingezeetenen de Vryheid bekwaamen Scheepen is te mogen equipeeren, zeer veele In voorlingen, „ in de Verzeekering dat zy tot den Vaart, en in geenzints om in Vreemde en ongezonde gewesten „ongewoone diensten te verrigten, wierden „geengageerd, zig zouden opdoen om hunne „ Landgenooten te dienen etc„a met welk gevoelen voorwaar weynig strookten de zwarigheeden die thans door den Raad waren opgeworpen. - Wy gaven van deeze Onze dispositie de nodige Kennis aan den Politieken Raad by onze Missive haar zonder ons Placaat op het stuk der de Visschery met Klein Vaartuig in de Tafelbaay en Baay fals, ten zelven dage by ons finaal gearresteerd, aan den inhoud van welke stekken wy ons eerbiedig gedragen. — Tafelbaay en Baay fals, in welken beiden, onmidde zie Bylage N:o 6. Missive van den 31:e July t woordelyk had te Uw Wel Edele Hoog Achtbaare in so verrest zie Bylage N:o 8. van den 21 September 't waar by wy teevens aan Onzer Instructie, dat wy die bepaling van de ozie Bylage N=o 9. Walrischouschery, mitsgaders Reglement op vonden ook
English
We also authorized the Council by that same letter to cede immediately by public auction to the inhabitants the brig the Helena Louisa and the ship the Zeenymph, and to add to each of those ships, besides the inventory belonging thereto, one of the sloops and half of the tools for the whale fishery sent hither by the Chamber of Amsterdam in the autumn of 1791; and we further added thereto such general recommendations as the nature and the importance of the matter seemed to demand. See Appendix No 10. As it had finally appeared to us that the costs of the establishment for the killing of seals on the Vondelings Island for the service of the Company were quite considerable, and that the profits proceeding therefrom did not correspond thereto, we authorized the Ministers to abolish that entire establishment, and to purchase the required train oil from private parties. We trust, moreover, that Your Right Honorable Excellencies, upon examination of the aforesaid Edict, will find that we, to the best of our ability, have kept in view therein as much as possible to unite in an equitable manner the interests of the Fatherland, of the Company, and of the Colony, and we hold ourselves in good faith convinced that on the footing established by us not the slightest essential inconveniences are to be feared, while it has also appeared to us to be the only one upon which this matter could be brought to pass with hope of success; wherefore we also trust, and with the greatest respect insist, that so far as could be contributed thereto in the Netherlands, the Assembly of Seventeen may be pleased to grant all reasonable facility in that regard to the inhabitants. We have also, in accordance with our Instruction, forbidden the sending of whalebones with the Company's ships to Europe, as contrary to the Resolution of Their High Mightinesses of the 4th of January 1743, but may not refrain from submitting in consideration in that regard, that since thereby no other means remains to the inhabitants to dispose of them than by selling the same to foreign passing ships, the Republic thereby in effect remains deprived of the benefits attached to that import, from which foreigners now profit, without it being prevented thereby that those whalebones come to Europe, which moreover will always constitute a very small quantity in comparison with those which are collected annually in these seas by a considerable number of fishermen of all kinds of nations and transported to Europe. See Appendix No 11. If we therefore do not deceive ourselves in the supposition in which we are on those grounds, although we gladly submit the judgment thereof to more enlightened insight, that it would not conflict with the interest of the Republic if the import of whalebones from here into the Netherlands were permitted, we join our request to that of the inhabitants of this Colony, that it may graciously please the Assembly of Seventeen to address themselves to that end to the sovereign. Not long after the promulgation of the aforesaid Edict, the former Commissioner of Civil and Matrimonial Affairs Hendrik Johannes Fehrsen addressed himself to us, showing us the inconveniences that lay in the execution of the 5th Article of the Regulation on the fishery with small craft in both bays, according to which those craft had to be pulled onto the beach daily before sunset, as well as of the 35th Article of the Edict on the whale fishery, whereby the fishermen were obliged to let the carcasses of the dead fish sink there after they had towed them to outside the bays; with the request that we would be pleased to provide therein. After having taken the considerations of the Council of Policy thereon, we have altered the aforementioned 35th Article in so far that it could suffice to tow the carcasses of the fish outside without needing to let the same sink by attached weight, and furthermore authorized the Council, also pursuant to their proposal, to make that change in the fifth Article of the Regulation, that the owners of the small craft being employed for the whale fishery would be permitted to let them lie at grapnel as close as possible to the beach, and that under such precautions as are expressed at large in the aforesaid considerations of the Council. See Appendix No 12. See Appendix No 13. See Appendix No 14 dated the 12th previously, on the further contents of our aforesaid missive of the 13th of July previously, See Appendix No 5. On the fifteenth of October we had also obtained the ample considerations of the Council of Policy concerning the granting of a navigation and trade on the East Coast of Africa and the Indies to the inhabitants, as well as leaving to the same the trade in country produce at the Mossel and Plettenberg bays. The opinion of the Council was also exceedingly favorable on this subject: their view of the condition of this Colony agreed closely enough. Since now the aforementioned Fehrsen in that same petition had requested of us that it might be permitted to him, for the whale fishery with small craft, to make use of four sloops, already purchased by him before the promulgation of the Edict from English fishermen, to be employed in accordance with obtained permission of the government for the whale fishery, and this request, upon which we had likewise taken the advice of the Council of Policy, appeared equitable to us, we have granted the same, and exempted the petitioner, as far as necessary, from what was enacted in that regard by the 2nd Article of the Regulation on the fishery with small craft.
Dutch transcription
Ook qualificeerden wy den Raad bij dien zelfden brief om terstond by publieke Verkoop aan. de Ingezeetenen af te staan de Brik de Helena Louisa en het Schip de Zeenymph, en by elk dier Scheepen (behalven de daar toe gehoorende Inventaris /te voegen een der Chaloupen en de helft van de gereedschappen tot de Walrisch visschery door de Kamer Amsterdam in het Najaar 1791 naar Her¬ waards gezonden; en voegden daar wyders by sodanige algemeene aanbeveelingen als de aard en het gewigt der zaake scheenen te vorderen. tzie Bylage No 10. Daar ons eyndelyk gebleeken was dat de kosten van den Omslag tot het slaan van robben op het Vondelings eyland ten dienste van de Compagnie vry aanmerkelyk waaren, en dat de voordeelen daar van provenieerende daar aan niet beandwoorden, qualificeerden wy de Ministers om dien geheelen omslag af te Schaffen, en de benodigde traan by partikuliere in te koopen. Wy vertrouwen overigens dat Uwe Wel Edele= Hoog Achtbaare by examinatie van het Voorschre Placaat zullen bevinden, dat Wij, na ons best Vermogen, daar by zo veel doenlyk hebben in 't oog gehouden, om de belangen van het Vaderland, Van de Compagnie, en van de Colonie, op eene billyke wyze te samen te Vereenigen, en wy houden Ons ter goeder trouwe Overtuigd, dat op den Voet door ons geetablisseerd geene de minste weezentlyke inconvenienten te dugten zyn, terwyl zy ons ook is voorgekoomen de eenige te Weezen waar op deeze zaak met hoop van Succes kon worden tot Stand gebragt, Waarom wy ook vertrouwen, en met den meesten eerbied insteeren, dat voor so ver daar toe in Nederland kon worden gecontribueerd, de Vergadering van xVij=m daar omtrend aan de Ingezeetenen alle redelyke faciliteit gelieve toe te brengen. Wy hebben ook overeenkomstig Onze Instructie verbooden het verzenden der Walvischbaarden met 's Comp:s scheepen naar Europa, als strydig Wy met 65 met de Resolutie van Haar Hoog Mogende van den 4e. January 1743, dog mogen niet afzyn daar omtrend in Consideratie te geeven, dat Vermits daar door aan de Ingezeetenen geen ander middel overblyft om zig daar van te ontdoen, dan met deselve aan Vreemde passeerende Scheepen te Ver¬ koopen, de Republiek daar door in effecte verstooken blyft van de voordeelen aan dien invoer verknogt, waar van nu Vreemden profiteeren, sonder dat daar door verhinderd & zie Bylage N:o 11. word dat die Walrischbaarden in Europa koomen welke trouwens ook altyd eene zeer geringe hoeveelheid zullen uytmaken in vergelyking van die welke door een Considerabel aantal Visschers van allerley Natien, Jaarlyksch in deeze zeeen worden opgezameld en naar Europa vervoerd. So wy ons dierhalven niet bedreegen in de onderstelling waar in wy op die gronden zyn /schoon wy de beoordeeling daar van gaarne aan Verlichter door zicht submitteeren) dat het niet zoude stryden met het belang van de Republiek, wanneer de invoer van Walrisch- baarden van hier in Nederland wierd gepermitteerd, Voegen wy ons Verzoek by dat der Ingezeetenen deeser Colonie, dat het de Vergadering van xvij=me goedgunstig behagen moge zig daar toe aan den souverain te addresseeren. — Niet lang na het emaneeren van het voorschr. Placaat addresseerde zig aan ons de Oud Commissaris van Civiele en Huwelyksch zaaken Hendrik Johannes Fehrsen, aan ons Vertoonende de inconvenienten die er geleegen waaren in de uytvoering van het 5e. Artikel van het Reglement op de Visschery met Klein Vaartuig in de beide Baayen, volgens welk die Vaartuygen dage¬ lyksch voor sons Ondergang op strand moesten worden gehaald, mitsgaders van het 35.e Artikel van het Placdat op de Walrischvisscherye, waar by de Visschers verpligt waaren om de Krengen der doode Visschen, na dat zy die tot buyten de baayen zouden hebben geboegseerd, aldaar te laaten zinken; met Verzoek dat wy daar in zouden gelieven te voorzien. de Na 67 69. Na daar op te hebben ingenomen de Considera Ozie Bylage No. 12. tien van den Politeeken Raad, hebben wy het t zie Bylage No. 13. eevengeme. 35e. Artikel in so verre gealtereerd, 't dat zoude kunnen worden volstaan met de krengen der Visschen naar buiten te boegzeeren (: ib idem zonder dezelve (door by gevoegde zwaarte/ te behoeven te laten zinken, en voorts den Raad 1zie Bylage No. 12. gequalificeerd, om ook, ingevolge haar voorstel in het vyfde Artikel van het Reglement die Verandering te maken, dat de eygenaars der Kleine Vaartuygen tot de Walvischvangst geemployjeerd werdende, zouden Vermogen die cautien als by de voorschr: Consideratien van den Raad in 't breede zyn Uitgedrukt Vermits nu voorn: Fehrsen by die zelfde Requeste aan ons haa verzogt dat het hem mogte werden gepermitteerd tot de Walvisch Visscherge met klein vaartuig te mogen gebruik maken van vier Chaloupen, door hem reeds voor het emaneeren van het Placaat van Engelsche Den Vyjftienden October hadden wy ook bekomen de ampele Consideratien van den Politieken Raad rakende het toestaan van een Vaart en handel op de Oostkust van Africa on Indie aan de Ingezeetenen, Mitsgaders het Overlaten aan deselve van den handel in landsprodukten Op de Mossel en Plettenbergsbaayen. Het gevoelen van den Raad was ook op deeze materie uytermaten gunstig: hunne beschouwing van den toestand deezer Colonie kwam na Genoeg zo na mogelyk by het Strand voor dreg te +zie Bylage N„o 14. gea=te den 12 e bevoorens, t, op den verderen inhoud laten leggen, en zulks onder zodanige Pre-Ozu Bylage N=o 5. Onzer voorschr: Missive van den 13e July bevorens, Visschers ingekogt, om ingevolge bekomen permissee der Regeeringe tot de Walvischvangst te werden geëmployeerd, en ons dit verzoek waar op wij insgelyks het advies van den Politieken Raad hadden ingenoomen, bellyk voorkwam, hebben Wy het zelve toegestaan, en den Suppliant, voor zo veel des noods, ontheeven van het dien aangaande gestatueerde by het 2e. Artikel van het Reglement op de Visscherge met kleyn vaartuig. Visschers over ee
English
corresponds with the sketch which we gave of it at the beginning of this report; and for that reason she was also of the opinion that the means of subsistence for the inhabitants necessarily had to be increased, and the opportunity afforded them to dispose of their surplus domestic produce to their advantage, by means of a private shipping and trade to the East Coast of Africa, India, as well as the islands of Madagascar, Mauritius, Bourbon, and St. Helena; while she further believed that the trade in domestic produce to Mossel and Plettenberg bays could with complete safety, and even in pursuit of the Company's interests ought to, be left to the inhabitants, and gave us her considerations concerning the manner in which this weighty matter could be accomplished. We, for our part, understood that the permitted whale fishery had indeed opened a new avenue for the inhabitants to be profitably employed, but that the same could contribute in its consequences only for a small part to relieve them of their surplus domestic produce, and that other means ought therefore to be employed for that purpose, especially since it was to be expected that the abundance of those products, although not in complete proportion, was nevertheless still to increase considerably with the population of the colony. The difficulties attached to this lack of outlets for domestic produce had already for several years given rise to the most serious deliberations of the Assembly of Seventeen. Governor van Plettenberg had already in the year 1781, in his well-known considerations on the state of the colony sent in that year to the Assembly of Seventeen, proposed two principal ways to provide against this: either that the Company should take all trade unto itself, both regarding the export of domestic produce and the import of everything that was needed from Europe, as well as India and the Cape Colony; or that the same, under the enjoyment of import and export duties as the lord of the land, and under the further necessary regulations, should cede and leave the trade free to the inhabitants, yet in such manner that what the Company needed in domestic produce should be purchased directly by it, and likewise sent from the Netherlands and India what was annually required for its use, just as was taking place at present. We find, with regard to both of those plans, recorded in the already repeatedly mentioned letter of the Chamber of Zeeland of 28 July 1785, that Governor van Plettenberg had himself felt the difficulties that lay in the first, and that, however circumstantially that Governor had also set forth the footing on which, according to his thoughts, the trade from and to the Cape could be conducted for private account, rather disadvantageous consequences in more than one respect would arise for the Company from the introduction thereof; which is why the Assembly of Seventeen had also understood that use could be made neither of the one nor of the other, at least not so generally. The inconveniences lying in the first of those plans were indeed palpable: the Company would thereby have plunged itself into an immeasurable administrative burden, and imposed upon itself an obligation of which the consequences could not be overseen, and most probably would have exposed it to important disadvantages (without even calculating those inseparable from an increase of burden): one needs only to recall the harmful result of the collection of wheat from here in the year 1772, and fix one's eye upon the prices that were obtained for the ordinary Cape wines sent by the inhabitants on freight to Europe. May we be permitted, in addition to the correct remark by
Dutch transcription
71 over een met de schets welken wy daar van in den aanvang van dit verslag gegeeven hebben; en zy was uit dien hoofde dan ook van gedagten dat de middelen van bestaan voor de Ingezeetenen noodzakelyk moesten worden vermeerderd, en hun de geleegenheid verschaft om zig met Voordeel van hunne Overtollige Landsprodukten te ontdoen, door middel eener partikuliere Vaart en handel op de Oostkust van Afrika, Indië, mitsgaders de Eylanden Madagascar, Mauritius, Bourbon en St. Helena; terwyl zy verder meende dat ook de handel in Landsprodukten op de Mossel en Plettenbergs baayen met volkomen gerustheid konde, en zelfs ter betragting van 's Compagnies belangen behoorde, aan de Ingezeetenen te werden over gelaten, en ons opgaf haare Consideratien Omtrend de Wize waar op deeze gewigtige zaak tot stand konde worden gebragd. Wy voor ons begreepen dat de toegestaane Walrisch visschery wel eene nieuwe weg voor de Ingezeetenen had geopend om met voordeel t zie de progressie van deselve seedera den Jare 1772. Werkzaam te kunnen zyn, maar dat deselve slegts voor een gering gedeelte in haare gevolgen konde toebrengen om hun van hunne Overtollige lands produkten te ontlasten, en dat daar toe dierhalven andere middelen behoorden te worden aangewend, voornamentlyk daar te verwagten was dat de Overvloed van die produkten, schoon juist niet in volkoomen eevenreedigheid, egter met de populatie der Colonie nog aanmerkelyk stond toe te neemen. De zwarigheeden aan dit gebrek van uytweegen voor de lands produkten verknogt, hadden reeds voor verscheide Iaaren aanleyding gegeeven tot de ernstigste overweegingen der vergadering van xvij=m de Gouverneur van Plettenberg had al in den Jare 1781 by zyne bekende Consideratien over den toestand der Colonie in dat Iaar aan de vergadering van xvij=ne toegezonden, als twee hoofdweegen om daar teegen te voorzien, voorgeslagen: of dat de Compagnie den gantschen handel aan zig zoude. Werkzaam eer Bylage No: 15. 73 zoude trekken, zo wel wat bedrof den Uytvoer der lands produkten, als den invoer van al het geen men so uit Europa, als Indie en de Kaabsche Colonie nodig had; of dat deselve onder het geno van in en uytgaande regten, als de Heer des Land en onder de verdere nodige bepaalingen den handel aan de Ingezeetenen zoude afstaan en Vrylaaten, zo nogtans dat het geen de Compagn aan Lands produkten nodig had, direct by haer zoude werden ingeslagen, en so ook uit Neder land en Indie gezonden het geen Jaarlyksch ten haaren gebruyke wierd vereyscht, eiven als zulks thans plaats had. Wy vinden ten aanzien van die beide ontwerpe by de reeds meermalen gemelde brief der Kamer Zeeland van den 28e July 1785. aangeteekend, dat de Gouverneur van Plettenberg zelve gevoeld had de zwarigheeden welke in het eerste ware geleegen, en dat hoe zeer ook die Gouverneur omstandig had opgegeeven de Voet, op welke na zyne gedagten de handel van en op de Kaab voor partikuliere reekening zoude kunnen werden gedreeven, uyt de invoering van het zelve vry nadeelige gevolgen in meer dan een opsigt voor de Maatschappy zouden spruyten, waarom de Vergadering van Seeven= tiene dan ook begreepen had dat so min van het een als van het ander, althans niet zodanig algemeen, zoude kunnen worden, gebeuijk gemaakt De inconvenienten in het eerste dier ontwerpen geleegen waaren in de daad handtastelyk: de Compagnie zoude zig daar door gestooken hebben in een onmeetelijken Omslag, en zig eene Ver„ pligting opgelegd hebben waar van de gevolgen niet te Overzien waaren, en hoogstwaarschynelyk haar aan importante nadeelen (zonder zelfs te reekenen die van eene vermeerdering van Omslag Onafscheidelyk) zoude hebben blootgesteld: men herinneze zig slegts den schadelyken Uitslag der afhaal van tarwe van hier in den Iaare 1772, en vestige het oog op de pryzen, welke voor de Ordinaire Kaatsche Wynen door de Ingezeetenen op Kragt naar Europa gezonden zyn behaald Het zy ons Vergund by de juiste remarque door kunnen den
English
75 to what Mr. van Plettenberg has made on this matter, to add: that just as that plan entailed that the products of these regions should be received annually by the Company at a fixed price, this would be subject to insurmountable difficulties regarding articles that differ noticeably in quality, such as wines. Of the detrimental consequences which the Assembly of the Seventeen at the time believed to lie in the other part of that proposal, we have found no special mention made, and it will be all the less necessary to guess at it because in the same it was actually a question of navigation and trade with Europe, by no means with India. The Assembly of the Seventeen then chose to attempt a middle course and authorized the ministers to receive for the account of the Company all the produce of the country which the colonists would not be able to dispose of to foreign ships, after the Company should have been provided with what was necessary, at reasonable prices to be determined annually after taking the advice of six Commissioners from the Council of Justice, which products would subsequently be collected with ships sent expressly from the Fatherland for that purpose. This measure, however, did not in any way meet expectations. The frigate ship De Negotie, dispatched in that same year by the Chamber of Amsterdam to collect Cape produce, had to be sent on in ballast to Batavia because the ministers had no cargo for it, and the matter remained without further continuation; and this because it was found to be impracticable, both owing to the lack of the necessary storage space for storing the produce on the Company's behalf, and for other local reasons. Regarding this, it was rightly noted by the Cellar Master Lesueur in a certain report submitted by him here in the month of October 1788, that the Assembly of the Seventeen, in granting the aforementioned authorization by missive of the Chamber of Zeeland of 28 July 1785, seemed not to have been well informed of the local situation here, and also unaware of how poorly provided one is here with the necessary storage facilities for so large an undertaking, etc. Indeed, it was not long before experience taught that the interest of the Company was likewise in no way served thereby: in the secret missive of the Chamber of Amsterdam to the Cape ministers of 23 October 1789, it is said in this regard that, with respect to the item of wines, concerning which many difficulties had been found by the ministers against the execution of the plan suggested by the missive of the Chamber of Zeeland of 28 July 1785 to relieve the Cape inhabitants of their surplus wines, it had been examined how much the particular kinds of wines sold the previous autumn had yielded, and how much had been gained or lost thereon, and it had been found that, taken generally, the interest of the Company did not entail relieving the Cape inhabitants of their surplus wines by taking them over and transporting them to Europe for its own account. That on that same occasion no special mention was made of the other principal product of this country, wheat, we believe must be attributed to the fact that, on account of the crop failures that had occurred in the years 1786 and 1787, and the increased consumption caused by the considerable augmentation of the garrison and the establishment, not only had the usual abundance of that product not made itself felt, but even a scarcity of it had taken its place; whereby, consequently, for that time all concern about the manner in which to relieve the colonists of their surplus wheat naturally lapsed; but one needs only to look back at the outcome of a similar expedition undertaken in the year 1772 to be convinced that the Company would just as little have found it to its account. We therefore considered it to be proven by experience that it was equally impracticable in execution as it was contrary to the Company's interest to seek to relieve the inhabitants of surplus country produce for its own account. The Assembly of the Seventeen had indeed sought to accommodate them by another way, namely by granting permission to the inhabitants, in that same missive of 23 October 1789, to send their wines to the Netherlands with the Company's own or chartered ships, against payment of the very modest freight of ƒ 20:- Dutch per leaguer (which, however, was subsequently increased to ƒ 32:-); but when the required attention is directed to the employment of the hold space in the Company's ships for its greatest profit, this measure can satisfy the objective for only a very small part; ordinary Cape wines are also generally not valuable enough in Europe to bear the burden of that freight; and finally, this measure, being limited only to wines, can therefore in no way be considered sufficient to relieve the inhabitants of their country produce, among which wheat certainly occupies the first and foremost place. For this purpose, therefore, in our view no other way remained open than, making use of the authorization granted to us, to permit them to transport those products in their own ships. In such private navigation and trade, moreover, very notable advantages were contained: not only was it bound in itself to provide a new means of livelihood for the inhabitants, but in its consequences it could give rise to various new sources of industry, which, especially in a country such as this, is of the utmost importance, the administration of which will always be delicate and difficult, but especially in proportion to how many idle persons there will be, who at present are only too abundantly found; it is, moreover, most probable that one can now safely
Dutch transcription
75 den Heer van Plettenberg op dit stuk gemaakt nog de te voegen; dat gelyk dat ontwerp meedebragt, dat de Produkten deezer Gewesten jaarlyksch tegens een vasten prys by de Compagnie zouden worden Ontvangen, zulks omtrend Artikelen, welke in qualiteit merkel verschillen, als daar zyn de wynen, aan onoverkom lyke zwarigheeden Onderheevig zoude zyn. Van de nadeelige gevolgen welke de Vergadering van xvij=en destyds meende in het andere dier onswerp geleegen te zyn, hebben Wy geen speciaal gewag gemaakt gevonden, en het zal te minder nodig zyn daar na te gissen om dat by het zelve eygentlyk quaeltie was van een Vaarten handel op Europa, geenzints op Indië. De Vergadering van xvij=ten verkoos dan een middelweg te beproeven en qualificeerde de minister om alle de Landsprodukten die de Colonisten aan de Vreemde scheepen niet zouden kunnen vertieren, na dat de Maatschappy van het nodige zoude weezen Voorzien, tegens billyke prysen, Jaarlyks na in¬ genomen Advies van Ses Commissarissen uit den Rade van Iustitie te bepaalen, voor reekening van de Compagnie te ontfangen, welke vervolgens met scheepen daar toe expres uit het Vaderland te zenden, zouden worden afgehaald. Dit middel heeft egter in geenen deele aan de Verwagting voldaan, het Fregatschip de Negotie nog in dat zelfde Iaar door de Kamer Amsterdam afgezonden om Kaabsche produkten af te haalen moest, door dien de Ministers voor het zelve geen lading hadden, ballast scheeps na Batavia worden voortgezonden, en de zaak is buyten verder Vervolg gebleeven; en wel om dat dezelve Onuijtvoer= lyk wierd bevonden, so om het gebrek aan de nodige bergplaats tot het opslaan der produkten 's Compagnies Weegen, als andere locale reedenen, Waar omtrend door den Keldermeester Lesueur by zeeker berigt door hem in de maand October 1788. alhier ingediend te regt is aangemerkt dat de Vergadering van Xvijn by het geeven der voorschr: qualificatie by Missive der Kamer Zeeland van den 28e. July 1785. van de locaale Situatie alhier niet wel Onderrigt, en ook onbewest schynt te zyn geweest hoe bekrompen men alhier voorzien van is 20 is van de nodige bergplaatzen voor zo een grooten Omslag etca Trouwens het duurde niet lang of de ondervinding leerde dat ook het interest van de Compagnie daar meede in geenen deele gepaard ging: by de Secreete Missive van de Kamer Amsterdam aan de Kaabsche Ministers van den 23 e October 1789 word daar omtrend gezegd, dat met opzigt tot het Artikel van de Wynen, waaromtrend by de Ministers veele zwarigheeden waaren gevonde tegens de executie van het plan by de Missive van de Kamer Zeeland van den 28e. July 1785 aan de hand gegeeven om de Kaabsche Ingezeetenen van hunne Overtollige synen te ontlasten, nagegaan zynde hoe veel de byzondere soorten van Wynen in het Najaar te vooren verkogt. hadden gerendeerd, en hoe veel daarop gewonnen of Verlooren was, men bevonden had dat over het algemeen genomen het Interest van de Compagnie niet meede bragt om de Kaabsche Ingezeetenen van hunne Overtollige Wynen te Ontlasten, door dezelve over te neemen en voor eyge reekening naar Europa over te voeren. Dat by diezelfde geleegenheid geene Speciaale melding is gemaakt van het andere hoofdprodekt deezes Lands, de Tarwe, meenen Wy daar aan te moeten toeschryven, dat uit hoofde der misgewassen welke in de Iaaren 1786 en 1787. hadden plaats gehad, en de Vermeerderde Comsunitie door de Considerable augmentatie van het guarnizoen en den Omslag veroorzaakt, niet alleen de gewoone Overvloed van dat produkt zig niet had doen gevoelen, maar zelfs gebrek aan het zelve daar van de plaats had bekleed; waar door dierhalven voor dien tyd alle bekommering over de wyze op welke de Colonisten van hunne Overvloedige tarwe te Ontlasten van zelfs ver„ viel; maar men behoeft slegts te rug te zien Op den Uitslag eener diergelyke expeditie en den Jare 1772. gedaan, om Overtuygd te zyn dat de Compagnie daar by eeven min haare reekening zoude hebben gevonden. Wy meerder dierhalven door de Ondervinding voor beweezen te moeten houden dat het even imprac„ eyge =ticabel „ticabel in de uytvoering, als strydig met 's Compag„ nies interest: was, voor haare reekening de Inge zeetenen van de Overtollige landsprodukten te willen Ontlasten. De Vergadering van xvi=me had wel getragt hun langs eenen anderen weg te gemoet te koomen door namentlyk by die zelfde missive van den 23. e October 1789 aan de Ingereetenen toe te staan om hunne Wynen met 's Comp„s eyge of gehuurd scheepen te mogen zenden naar Nederland, tegens de betaling: der zeer modicque vragt van ƒ 20:- Hollandsch p=r legger; / welke egter naderhand tot ƒ32:- is verhoogd/ maar wanneer de Vereyschte attentie werd gevestigd op het employ van de ruymte in 's Comp s Scheepen tot haar meeste profyt, kan dit middel maar voor een zeer gering gedeelte aan het Oogmerk voldoen; de Ordinaire Kaabsche Wynen zyn ook Over het algemeen niet geldig genoeg in Europa om het bezwaar van die vragt te kunnen veelen en eyndelyk dit middel zig alleen bepalende tot de Wynen, kan dierhalven in geenen deelen als Voldoende worden aangemerkt om de Ingezeetenen van hunne Lands produkten waar onder de tarwe wel de eerste en Voornaamste plaats be„ Kleed, te ontlasten. Hier toe bleef dierhalven naar ons inzien geene andere weg open dan om, gebruyk makende van de qualificatie op Ons Verleend, aan hun toe te staan die produkten met eygen scheepen te Vervoeren. In zodanige partikuliere Vaart en handel lagen boven dien zeer notabele voordeelen opgeslooten: niet alleen moest dezelve op zig zelfs een nieuw middel van bestaan voor de Ingezeetenen op- leeveren, maar in haare gevolgen kon zy onder- scheide Nieuwe bronnen van Werkzaamheid doen gebooren worden, het welk voor al in een land als dit van de uyterste aangeleegenheid is, waar van het bestuur altyd teeder en moeyelyk zal zyn, maar voor al naar mate er veele leedig gangers zullen weezen, die thans maar al te rykelyk te vinden zyn: het is daar en boven aller waarschynlykst dat men than als gerust
English
81 being assured that he will reap the principal fruits of his labor himself, will gradually apply himself to the cultivation of new products, and to the improvement of the wines, for which they are capable to a high degree. The Colonists will also along this way obtain the opportunity to provide themselves with many Indian, and even (with the ships which they purchase or have repaired there) European necessities, which the Company from now on is not in a position to supply to them in sufficient quantities, and finally the Company, through the import and export duties and recognitions which it will enjoy from this private navigation and trade, will see its revenues increase. We have indeed in various places in the Company's papers seen similar permissions to the Cape Inhabitants regarded as harmful to its interests, and even to those of the Fatherland, but nowhere found the grounds of this notion detailed. In so far as it relates to the interests of the Fatherland in general, it would be enough to observe that the power given to us regarding this in our Instruction by Our High Principals with the prior knowledge of Their Noble Mightinesses the Gentlemen Commissioners of the two principal trading Provinces would, if necessary, serve as abundant proof of the erroneousness of that notion; but we do not hesitate, moreover, frankly to declare that, far from apprehending disadvantageous consequences for the Fatherland in such private navigation and trade permitted under proper precautions, we on the contrary believe that several, and in time perhaps very notable, advantages for the same will flow from it, such as the supply and refitting of the ships required for this private navigation and trade, the sale of various necessities for this Colony which it must now purchase from Foreigners, but which will then be transported hither with the purchased or refitted vessels; the sale of the products of this Country that may arise from it, especially if the good prospects regarding some new products are confirmed, etc. It is true that the objection might arise that this Country, on account of its location, would be suitable for establishing a trade through which many countries and places could be supplied directly with Indian products that are now served through the intervention of the Republic; yet it is also true that even if the Cape Inhabitants engage in private navigation to India, the mentioned consequences are not to be feared from it, provided care is taken that no Indian products are exported from here, which we have prohibited by Placaat of 21 November 1792 (see Annex No 16), with the sole exception of all permitted kinds of linens, Bengal silk fabrics, sugar, arak, Samarang hand-canes and split rattans, Bourbon coffee, ebony, and cotton; regarding which articles we have found not the slightest difficulty to permit, whenever a greater quantity thereof might be found here than the requirement of the Colony demands for the present, the transport of the same thither on freight by the Company's ships, or by private ships sent to the Netherlands for repair and transport of domestic products, on the same footing as was already determined regarding domestic products by the Placaat on the Whale Fishery (see Annex No 9), to be stored there by the Company and sold for the benefit of the owners, under the same terms and conditions as regarding goods transported on freight from India, and upon payment of a proportionate recognition, in the determination of which, regarding the linens, we have kept in view the burden which the same would have already undergone here. And Furthermore 83
Dutch transcription
81 gereest zynde van zelfs de voornaamste Vruigten van zynen arbeid te zullen plukken, zig lang za„ merhand zal toeleggen op het aankweeken van nieuwe produkten, en op de Verbeetering der Wynen waar voor deselve in een groten trap Vasbaar zyn. De Colonisten zullen ook langs deezen weg de geleegenheid verkrygen om zig van veele Indische, en zelfs /met de scheepen die zy aldaar inkopen of laten repareeren) Europeesche noodwendigheeden te voorzien, welke de Compagnie van nu af niet in Staat haar in genoegzaame hoeveelheeden te verzorgen, en eyndelyk de Compagnie zal door de inkoomende en uitgaande regten en recognitien welke zy van deeze partikuliere vaart en handel zal genieten, haare inkomsten zien Vermeerderen. - Wy hebben wel op verschillende plaatzen in 's Compagnies papieren soortgelyke vergunningen aan de Kaabsche Ingezeekenen als schadelyk voor haare belangen, en zelfs voor die van het Vaderland zien beschouwen, maar nergens de gronden van dit begrip gedetailleerd gevonden. Voor zo verre het zelve betrekking heeft op de belangen van het Vaderland in 't algemeen, zouden het genoeg zyn aan te merken, dat de faculteit ons door Onze Hoge Committenten met voorkennisse van Hun Edele Mogende de Heeren Gecommitteerdaes der twee voornaamste handeldryvende Provintien daar omtrent by onze Instructie gegeeven, so het nodig ware, tot een Overvloedig bewys van het erroneuse van dat begrip zoude verstrekken, maar wy Schroomen niet boven dien rondborstig te verklaaren, dat wel verre van in zodanigen partikulieren vaart en handel Onder behoorlyke precautien toegestaan nadeelige gevolgen voor het Vaderland te apprehendeeren, wy in teegendeel Vermeenen dat daar uit verscheide, en misschien door den tyd zeer notabele voordeelen voor het zelve zullen afvloeyen, als daar zyn het leeveren en vertimmeren der scheepen tot deeze partikuliere vaart en handel benodig d, het debiteeren van verscheide behoeften voor deeze Colonie, welke dezelve thans van Vreemden moet inhandelen, maar dan met de gekogte de of of Vertimmerde bodems naar herwaards zullen worden Overgevoerd; het vertier van de produkten deezes Land dat daar uit kan gebooren worden, voor also de goed apparentien Omtrend Sommige nieuwe produkien zig bevestigen enz: Wel is waar dat zoude kunnen opkoomen de bedenking dat dit Land uiit hoofde van desselfs legging geschikt zoude zyn tot het vestigen van een handel, door welke veele landen en plaatsen direct van de Indische voortbrengselen zouden kunnen worden voorzien, die thans daar van dog het is teevens waar dat al is het dat de Kaabsche Ingereetenen eene partikuleire vaart op Indie oeffenen, de genoemde gevolgen daar uit niet te dugten zyn, wanneer slegts gezorgd word dat alhier geene Indische produkten werden uytgevoerd, het welk wy bij Placaat t zie Bylage No 16. van den 21e. November 1792 hebben verbooden alleen met Uitzondering van alle gepormitteerde soorten van Lywaten, Bengaalsche zyde Stoffen, Zuyker, Arak, Samarende, hand- gerieft worden door tusschenkomst van de Republicq zie Bylage N=o 9. scherye was bepaald omtrend de Land produkten en bindrottingen, Bourbonsche kaffy, ebben hout, en Catoen; omtrend welke Artikelen wy geene de minste zwarigheid hebben gevonden te permitteeren, om wanneer zig daar van eene meerdere quantiteit alhier mogt bevinden, aan de benodigdheid van de Colonie voor eerst komt te vorderen, dezelve met 's Comp:s Scheepen op vragt, dan wel met partikuliere Scheepen die ter reparatie en overvoering van land prodeckten naar Nederland werden gezonden, op denzelfden Voet als reeds by het Placaat op de Walrisch Vis- naar derwaards over te voeren, omme aldaar by de Compagnie te werden opgeslagen, en ten profyte der eygenaars verkogt, onder dezelfde Voorwaarden en bepaalingen, als omtrend de goederen op vragt uit Indie wordende over= gevoerd, en onder betaaling eener eevenreedige„ recognetie, by welkers bepaling wy omtrend de lywaten in 't dog hebben gehouden het bezwaar het welk dezelve alhier bereids zouden hebben ondergaan. en Overigens 83
English
85 For the rest, we declare to have found no other inconveniences in this navigation and trade with respect to the Company's interests than those which may just as well lie in the navigation and trade of so many hundreds of private European and American ships that annually sail and trade within the limits of the Charter of the Company, and have perhaps already for a considerable time restricted the benefit of that Charter to the exclusive trade in those products of which the Company alone is master, and the exclusive importation of Indian products from the Indies into the Republic; and we have, against those inconveniences, both by the determination of the limits of this private navigation (according to which it may extend neither to the Eastern seas, nor to the empire of China, nor to the Strait of Malacca, nor finally to the subordinate stations on the Island of Java) and by many other precautions in the granting of such private (see Appendix No. 17) by the Placaat issued by us on that subject, as we trust, made sufficient provision, to the contents of which we take the liberty to refer ourselves further. Only this still deserves a special mention, that we have also extended that permission to the Island of St. Helena, although this island was not specially named in that part of our Instructions, because we, together with the Council of Policy, saw in it an additional new opportunity to procure a speedy market for the products of this country, and benefits for the inhabitants which would otherwise be carried off by foreigners; while at the same time a source may spring from it for the inhabitants to obtain cash money with which they will have to support other branches of commerce, and which cannot be dispensed with for some of them, especially for the slave trade so important to this country. In that spirit, and further to avert all abuses which might otherwise arise from the navigation to St. Helena, 10 87 we have, by the 38th Article of the aforesaid Placaat, forbidden under a heavy penalty that the ships which shall be used for that purpose may bring back in return any wares or merchandise of whatever name from there, or accept them in barter for the goods which shall be brought or traded there by them. For the rest, we have, in the covering letter of the aforesaid Publication sent to the Council of Policy (see Appendix No. 18), made the necessary recommendations which the matter seemed to require, and furthermore informed them of various dispositions more or less relating to the same, taken by us on that occasion, and mainly consisting in this: That the navigation and trade on the Company's behalf to Mossel Bay and Plettenberg Bay should be abandoned, with observation of the Company's greatest possible advantage regarding the timber forests situated in the vicinity of the last-mentioned bay, and the Company's buildings standing in both bays. That in all the surrounding bays where there are no postholders, competent persons should be qualified, at the least possible expense to the Company, to look after its interests relating to the private navigation and trade. While we finally, in execution as far as possible of the positive orders given by the Assembly of Seventeen by letter of the 22nd of December 1791 to the Cape Ministers, not to admit any foreign ships of whatever name here for trade, have forbidden the importation of all wares and merchandise with foreign ships by Placaat (see Appendix No. 19). We say: as far as possible: because the literal execution of those orders appeared to us, be it said with all respect, impracticable; for if no foreign ships were allowed to be admitted here for trade, they would also not be permitted to purchase any products of the country here, and we need not point out to the discerning eye 89 of Your Right Honourables that such would be fatal to the prosperity of this Colony and the subsistence of the inhabitants, at least in the present circumstances. We have therefore thought it permissible to interpret the aforesaid orders of the Assembly of 17 with regard to this Colony in the sense that thereby only the importation of merchandise with foreign ships was forbidden; yet we cannot refrain from also representing to Your Right Honourables in that regard that such an absolute prohibition here is also subject to considerable inconveniences; not only is there generally a great lack of various necessities here, which the Company is not in a position to supply sufficiently to the Colony, and which is supplemented by foreigners; but the importation of such necessities also often serves to pay for the country's products which foreigners purchase here, or for repairs which they are forced to make here, whereby therefore the interest of the Colony is served in two respects. These considerations already moved us, by the aforementioned Placaat, provisionally for the period of two years, to exempt from the general prohibition of importation with foreign ships: ship's supplies, iron, and blacksmith's coal; and subsequently perceiving that it will also take quite some time before private navigation and trade to the Indies will have effect to such an extent that the Colony will be able to be supplied by means of the same with Indian necessities, in so far as the Company finds itself unable to do so, we have moreover had to proceed, on the 10th of April last, to qualify the Government likewise provisionally for the period of two years, to be permitted in occurring cases to allow the importation of Indian wares that are indispensable here, with the understanding nevertheless that thereunder shall not be included
Dutch transcription
85 Overigens betuygen wy geene andere inconvenient Vaart en handel, met betrekking tot 's Compagni belangen te hebben gevonden, dan die welke eeven zeer in de Vaart en handel van so veele honderde partikuliere Europeesche en Amerikaansche Scheeps als Jaarlyksch binnen de limieten van het Oetro van de Compagnie vaaren en handel dryven kunnen geleegen zyn, en misschien reeds voo een geruymen tyd het voordeel van dat Octroi hebben gereskengeerd tot den exclusiven handel in die produkten waar van de Compagnie alleen meester is, en den privativen aanbreng van Indische Produkten uit Indië in de Republiek: en hebben wy teegen die inconveni ten so door de bepaaling der limiten van deeze partikuliere vaart, (volgens welke zeg dezelve nog tot de Oostersche zeëën, nog tot het ryk van China, nog tot de straat van Malacca, nog eindelyk tot de onderhoorige Comptoiren op het Eiland Java vermag uit te strekken) als door veele andere precautien in de vergunning van sodanige partikulieren rie Bylager N:o 1. 7. by het Placaat op dat stuk door ons geëmaneerd, so Wy vertrouwen, voldoende voorzieninge gedaan dan welkers inhoud wy de Vryheid neemen, ons verder te gedragen. Alleenlijk verdund nog eene byzondere aanha„ ling, dat wy die Vergunning ook hebben uytgestrekt tot het Eyland S„r Helena, of Schoon zig dit Eyland by dat gedeelte Onzer Instructie niet Speciaal. Sioa opgenoemd, om dat wy met den Politeeken Raad daar in eene nieuwe geleegenheid te meer zagen, om aan de produkten van dit Land een spoedig de biet, en aan de Ingezeetenen voordeelen te bezorgen, welke anderzint door Vreemden wier„ den weggesleept: terwijl daar uit teevens eene tron voor de Ingezeekenen kan ontpringen om Contanten penningen te bekomen waar meede zy andere takken van Commercie zullen moeten voeden, en die tot sommige derselve, bysonder tot den voor dit Land so aangeleegen slavenhandel, niet kunnen worden ontbeerd. In dien geest; en om verder alle misbruyken te weezen, welke uijt de Vaart op S„t Helena anderzints 10 87 anderzint zouden kunnen Ontslaan, hebben Wy by het 38„e Artikel van 't voorschr: Placaat op eene zwaare poenaliteit verboden, dat de Scheepen welke daar toe zullen worden gebruykt, geene Waaren of Koopmanschappen hoe ook genaamd van: daar in retour zullen mogen aanbrengen ofte in Ruyling aanneemen voor de goederen welke door hem aldaar zullen worden aangebrag of verhandelde. Overigens hebben wij by de brief ten geleide van voorschr: Publicatie aan den Politieken 1 zie Bylage N o 18. Raad gezonden de nodige aanbeveelingen ge„ daan, welke de materie scheen te vereysschen en Wyders aan dezelve kennisse gegeeven van Verscheide dispositien tot dezelve min of meer. betrekkelyk, te dier geleegenheid door ons genomen en hoofdzakelyk hier in bestaande: Dat zoude werden afgezien van de vaart en handel 's Comp:s weegen op de Mossel en Plettenbe„ baayen, met betragting van 's: Comp:s meest mogelyk Voordeel omtrent de houtbosschen in de naby- heid van laastgem: baay geleegen, en 's Compagnie Gebouwen in de beide baaijen staande. Dat in alle de Omstreeks geleege baayen alwaar geene posthouders zyn; bekwaame perzoonen; tot minst mogelyk bezwaar van de Compagnie, zouden worden gequalificeerd, om haare belangen betrekkelyk den Partikulieren vaart en Handel waar te neemen. Terwyl Wy eindelyk tot volbrenging so veel doen lyk van de positive beveelen door de vergadering van Rvejne by missive van den 22e December 1791. aan de Kaatsche Ministers gegeeven, om geene Vreemde Scheepen hoe genaamd alhier ten handel te admitteeren den invoer van alle waaren en Koopmanschappen met vreemde scheepen by zie Bylage N:o 19. Placaate hebben verboden. Wy zeggen: zo veel doenlyk: om dat de letterlyke uytvoering van die ordres, ons, het zy met allen eerbied gezegd, en uit voerlyk voorkwam; immer indien alhier geene vreemde scheepen ten handel mogten worden geadmitteerd, zouden dezelve ook alhier geene produkten van het Land mogen inhandelen, en wy behoeven aan het doorzigtig Gebouwen oog 89 oog van UW Wel Edele Hoog Agtbaare niet te doen opmerken dat zulks voor de Welvaard deezer Colonie, en het bestaan der Ingezeetenen althans in de presente Omstandigheeden, dodelyk zoude zyn. Wy hebben dierhalven gemeend de voorschr: beveele der Vergadering van 17:m ten aanzien van deeze Colonie in dien zin te mogen opvatten, dat daar by alleen de invoer van handelwaaren met Vreemde scheepen wierd verboden; dog mog niet afzyn ook daar omtrend aan Uwe Wel Edele Hoog Agtbaare te representeeren dat ook sodanig Onbepaald Verbod alhier aan merkelyke inconvenienten onderhevig is; niet alleen is alhier doorgaans groot gebrek aan Verscheide noodwendigheeden, waar van de niet in staat Maatschappy ^ is de Colonie genoegzaam te Voorzien, waar aan door de Vreemden word gesuppleerd; maar diend ook de aanbreng van zodanige noodwendigheeden veel al tot betaling van de landsprodukten welke de Vreemden alhier inkopen, of van reparatien welke zy genoodzaakt zyn alhier te doen, waar door dierhalven in tweëërlen opzigt het belang der Colonie worde betragt. Deeze bedenkingen bewogen ons reeds om by het eevengemeld Placaat, provisioneel voor den tyd van twee Iaaren, van het algemeen verbod van invoer met Vreemde scheepen uit te zonderen, scheeps behoeftens, Izer en Smeekoolen; en by vervolg bespeurende dat het ook nog al wat zal aanloopen, aleer men van de partikuliere vaart en handel op Indie in zo verre effect zal hebben, dat de Colonie door Middel van dezelve zal kunnen voorzien worden van Indische nood= wendigheeden, voor zo ver de maatschappij zig daar toe buyten staat bevind, so hebben wy boven dien moeten Overgaan om op den 10e. April Iongstleeden de Regeering te qualificeeren, om insgelyksch by provisie voor den tyd van Twee Jaaren by voorkoomende gevallen te mogen Permitteeren den invoer van Indische waaren die alhier Onontbeerlyk zyn, met dien verstan„ de noghtans dat daar onder niet begreepen zullen zy
English
shall be any articles belonging to luxury, and much less spices or Javanese coffee, and that payment for the same must be made in the products of this country. Before stepping away from this important matter, we must also briefly mention that we did not deem it advisable to exclude from the free trade of the inhabitants in all products of this country the article of elephant tusks, which the Company had hitherto caused to be delivered to itself exclusively; and that is because we understood that if the trade therein were made free, it could provide rather substantial benefits to the inhabitants; whereas, on the other hand, it was not worth the effort for the Company to attach much importance to it, as appears (see Appendix No. 20) from the survey we had made of the quantity of pounds which the Company received from the year 1770 to 1790, which, calculated year by year, amounted to a negligible quantity of circa 900 pounds per year. And we cannot fail to present in the most favorable manner to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs the petitions made to us on behalf of several of the most notable inhabitants, requesting that all Cape products, which shall be transported to the Netherlands on freight or with the ships of the inhabitants that go over for repairs, may not be stored in the Company's warehouses and auctioned at its sales, but against payment of freight and further charges, may immediately be received by those who are qualified to do so; and we trust we may all the more flatter ourselves with a favorable regard thereto, because truly Cape products in general do not have much in common with the Asian merchandise that established the prestige of the Company's sales and must continue to maintain it. We have already cited here before that as soon as we had decided to grant the whale fishery to the inhabitants, we likewise intended to cede the Company's frigate ship the Zeenymph and brig the Helena Louisa by public sale to the inhabitants. The Meeting of Seventeen, having received report of the important costs that would be required for the repair of the first-mentioned ship, had by missive of 22 December 1791 left it to us, depending on the circumstances, to give orders for rebuilding, sale, or scrapping. After we had then informed ourselves of the condition of that vessel, we found that the expenses required for the repair and rigging were uncertain though would always be considerable, and understood therefore that the Company's interests did not warrant proceeding with this; and therefore, in our view, the wishes of the Meeting of Seventeen could not be better met than by selling her to the inhabitants, in case some might be found who would wish to use her for private trade. However, a notable difficulty also presented itself here: the rigging required considerable refitting; the Company's warehouses were almost entirely empty, and it was thus unadvisable to provide the buyer with what was needed from them; there was also no opportunity to purchase the same from private individuals, at least not completely, and thus on that footing there was no prospect of obtaining an advantageous selling price. Precisely at the moment when we were deliberating on this matter, the private ship the Drie Gebroeders, stranded in False Bay not long before our arrival, was condemned to be broken up. Thereupon, we had knowledgeable persons privately inform us of the condition of such articles as could serve for the Zeenymph, and appraise the same, after which we gave Resident Brand a secret commission to buy them in at the appraised prices, which also succeeded regarding most of them; this purchase amounted in total (see Appendix No. 21) to the sum of Rds. 1121:-:-, and the purchased articles were subsequently used to supplement the inventory of the Zeenymph, and sold along with that ship. With respect to the small ship the Helena Louisa, the Meeting of Seventeen had already suggested in an earlier letter (namely 30 November 1791) to sell the same if, pursuant to Article 7 of our Instructions, we were to proceed to grant permission for whale fishing, private seafaring, or the slave trade. Since this case was now at hand, and we knew of no suitable employment for this vessel here, we also decided to proceed with the sale of the same. Therefore, having taken in the considerations of the Political Council on the matter, we qualified the same by missive of 30 October (see Appendix No. 22) to sell both aforesaid ships to the highest bidder, and further by Dutch auction, with a whaling boat and gear added to each of them, as well as adding to the ship the Zeenymph whatever was still lacking in its rigging and otherwise, insofar as it could be spared from the Company's stores, and to set the terms of payment in such a way that they would expire within the year, provided the Company was properly secured for it. The auction of the Helena Louisa took place thereupon on 6 November, and the highest bid having amounted to only f 10000: -, we found it advisable to qualify Commander Rhenius, in the event that that vessel was not claimed in the downward bidding at f 14000: -, to hold it back for the account of the Company, as indeed happened. That very same day, former Merchant Jan Frederik Kirsten presented himself and requested to be allowed to take over the mentioned small ship for the sum of f 14000: -,
Dutch transcription
L4„ B zullen zyn eenige artikelen tot lioxe behoorende en nog veel minder Speceryen of Javasche Koffy en dat de betaling daar van zal moeten geschieden in produkten deeses Lands. Alvorens van deeze belangryke zaak af te stappe moeten wy nog met een woord aanhaalen, dat wy niet geraden hebben gevonden van den Vryen hande der Ingezeetenen in alle produkten van dit Land ryt te zonderen het Artikel van Olyfants tander welke de Compagnie tot dus verre aan zig exclusive had doen leeveren; en wel om dat wi begreepen dat wanneer de handel in het zelve wierd vrygelaten, dezelve vry aanzienlyke Voordeelen aan de Ingezeetenen zoude kunnen Verschaffen; terwyl daar en tegen het voor de Compagnie niet der moeyte waardig was zig daar aan veel geleegen te laten leggen, blykende t zie Bylage No. 20. uyt den opneem't welke wy hebben laten doen van de hoeveelheid ponden welke de Compagni seederd den Jaare 1770 tot 1790 heeft ontfangen, dat dezelve Iaar door Iaar gereekend, eene niet noemens waardige quantiteit van En wy mogen niet afzyn op het favorabelst aan UW Wel Edele Hoog Achtbaare voor te dragen de aanzoeken welke ons van weegens verscheide der Notabelste Ingezeetenen zyn gedaan, dat alle de Kaabsche Produkten, die op vragt of met de scheepen der Ingezeetenen, die ter reparatie naar Nederland zullen overgaan, niet in 's Compagnies Magazynen mogen werden opgeslagen, en op haare Verkopingen geveild, maar tegens betaling van de vragt en verdere ongelden, da„ delyk door die geene welke daar toe gequalifi„ ceerd zyn; mogen werden Ontfangen, en wy Vertrouwen ons te meer met een gunstig reguard daar op te mogen Vleyen, om dat waarlyk de Kaabsche produkten over het algemeen niet veel gemeens hebben met de Aziatische Koopmanschap„ pen, welke het aanzien van 's Compagnie's Verkopingen hebben gevestigd, en moeten blijven Onder houden. Wy hebben hier voren reeds aangehaald dat zo Circa 900 ponden in 't Iaar hebben bedragen.— Circa ras 9 91 13. ras Wy besloten hadden om de Walvisch visschery aan de Ingezeekenen toe te staan, wy teevens voornamen om 's Compagnies Fregat schip de Zeenijmph en Brik de Helena Louisa by publieke verkoop aan de Ingereetenen af te staan. De Vergadering van xvi=m berigt ontfangen hebbende van de importante kosten welke tot reparatie van het eerstgem: schip zouden worden vereyscht, had by Missive van den 22 decbr. 1791. aan ons overgelaten om, na bevind van zaaken tot de Vertemmering, verkoop, of slooping ordre te geeven. Na dat wy om dan van den toestand van dien bodem hadden doen Onderrigten, bevonden wy dat de Onkosten welke tot de reparatie en toe- tuiging zouden worden vereyscht, onzeeker waren dog altyd aanmerkelyk zouden zyn, en begreepen dierhalven dat 's Compagnies belangen niet meed bragten daar toe over te gaan; en kon dierhalven naar ons inzien niet beeter aan het verlangen der vergadering van Xvi:tme worden voldaan, dan door haar aan de Ingezeetenen te verkopen, of er somtyds gevonden wierden die daar van tot de partikuliere vaart gebruyk zouden willen maaken. Er deed zig egter ook hier teegen eene merkelyke zwarigheid op: het tuyg had aanmerkelike voorzie„ ninge nodig: 's Comp„s Magazynen waren byna geheel ledig, en dus was het ongeraden den koper uit dezelve van het nodige te voorzien: geleegen- heid om het zelve by Partikulieren in te kopen was en ook niet, immers niet volleedig, en en was dus op dien voet geen uitzigt om eene voordeelige Verkoopsprys te behaalen. Juist in het tydstip dat wy over deeze zaak delibereerden wierd het partikuliere Schip de drie Gebroeders, niet lang voor Onze aankomst in de Baay Fal gestrand, ter slooping aangeslagen: Wy lieten ons daar op door kundige lieden onder de hand informeeren van de gesteldheid van sodanige Artikelen als voor de Zeenymph konden dienen, en dezelve tauxeeren, waar na wy den Resident Brand eene geheyme Commissie gaven om dezelve tot de getauxeerde prysen in dan te 95 te koopen, het welk ook omtrend de meeste reusseerd hebbende deeze inkoop in 't geheel bedragen de O zie Bylage No. 21. Somma van Rd=s. 1121:-: en zyn de ingekogte artikelen vervolgens gebruykt tot suppletie van den Inventaris van de Zeenymph, en neevens da schip verkogt. Met betrekking tot het scheepje de Helena Louisa had de vergadering van Xvij=m om reeds by eene vroegere brief (indeo. 30 November 1791) aan de hand gegeeven om het zelve te Verkoopen, wanneer wy naar aanleyding van het 7. de Artikel onzer Instructie mogten overgaan tot het Verleenen van permissie tot de Walvisch vangst, partekielie vaart, of slaven handel. Vermits dit geval nu daar was, en wy geen Convenabel employ voor dit Vaartuyg alhier wisten; besloten wy ook tot den Verkoop- van het zelve over te gaan. Na dierhalven daar op te hebben ingenomen de Consederatien van den Politieken Raad, qualificeerden wy dezelve by Missive van den # zie Bylage No 22. 30.e. October om de beide voornoemde scheepen met eene by elk derzelve gevoegde Walvisschers Chaloup en gereedschappen, mitsgaders met by= voeging tot het schip de Zeenymph van al het nog ontbreekende aan desselfs tuygagie als anderzints, voor zo verre 't zelve van 's Comp. s Voorraad te missen was, aan de meestbiedende, en voorts by den afslag te laten Verkoopen, en de termijnen van betaling zodanig te stellen; dat dezelve binnen het Iaar zoude aflopen, mits de Compagnie daar voor behoorlyk wierd gesecureerd. De Veyling van de Helena Louisa had daar op plaats den 6=e November, en het hoogste bod slegts bedragen hebbende ƒ 10000: - vonden wy raadzaam den Gezaghebber Rhenius te qualificeeren, om Wanneer dat scheepje in den afslag niet tot ƒ 14000:- wierd ingemynd, het zelve als dan op te houden voor reekening van de Compagnie, gelyk ook geschiede. Nog die zelfde dag deed zig op de Oud Koopman Jan Frederik Kersten, en versogd het geme: Scheepje tot de som van ƒ14000: - te mogen Overneemen, niet dan
English
47 However, because he wished to stipulate therein that the entire purchase price be kept on interest indefinitely, we did not consider it advisable to make use of that offer. Then, the following day, the citizen Iacobus Iohannes Vos addressed himself to us, offering for the aforementioned vessel the sum of ƒ14400:—:— provided that the payment was regulated to expire within Eighteen Months and to be satisfied in Four terms, namely the first upon the execution of the transfer, the second on the 7th of May and the third on the 7th of November 1793, and the fourth or last on the 7th of May 1794, the three last terms to be paid with Interest calculated at 6 pct per Year, under the collateral of his considerable immovable property, and Secure suretyship; to which Request, as being very acceptable, we subsequently condescended, this vessel being subsequently renamed by the aforesaid Owner and called de dankbaare Afrikaan. The ship de Zeenymph, subsequently having been auctioned on the 9th of November up to the Sum of ƒ 8000:, was, beyond our Expectation, knocked down for ƒ15000:—:—; the Buyer thereof being the Council member O: G: de Wett. However much, now, through all these dispositions, the means had been handed to the Inhabitants to build up the prosperity of the Colony and their own particular Welfare, and to establish it on Firm and lasting foundations, there was nevertheless a principal obstacle that needed to be cleared out of the way if those means were to have the desired effect, yea, if the Colony was to be preserved from a total ruin and Confusion, which otherwise stood at the door. We mean, Honorable and Most Respected Sirs, the shortage of Specie, of which We already made mention at the beginning of this Report. We had already discovered traces of that evil, which has cost us so many and difficult deliberations, in the letters dispatched by the Ministers prior to our arrival to the Meeting of Seventeen, and daily 99 no audience passed without a multitude of people addressing Us with requests to obtain money from the Company's treasury on interest, and among them many who were owners of Solid mortgages, but who, through the lack of Circulation of money, were unable to meet their engagements, nor for that same reason to obtain Satisfaction from others who owed them equal or even larger sums, and people of an equal solidity. The President of Justice continually brought to our notice that at every session the debt Citations filled the Rolls, that from this executions upon executions had to flow, while the goods, for lack of Buyers, lost their Value, and the Debtors were therefore ruined, without the Creditors thereby often being helped. This matter appeared to us to be of such a Nature and of that weight, that we already on the 20th of July 1792 had deemed it necessary to demand the Considerations and the Advice of the Political Council on these two points, see Appendix No. 23, whereof we daily obtained new proofs: First: whether there was a likelihood that this shortage of Specie would continue or increase, and what detrimental consequences were to be feared therefrom for the interests of the Company and of the Colony. Secondly, whether means were at hand to provide for this, without burden or danger to the Company's Finances, and without it being obliged to make any advance in Cash money, as of which it was entirely unprovided; and if so, wherein those means consisted! May it be permitted to us to request the particular attention of your Honorable and Most Respected Sirs to the remarkable contents of the answer of the Political Council, which we received on the 27th of August to that requisition, and to which we, for the sake of brevity, refer, see Appendices No. 24, 25: Your Honorable and Most 101 Respected Sirs will find depicted therein in the most vivid Colors to what height the money shortage in this Colony had climbed, what ruinous consequences were already manifesting themselves therefrom, and were further to be feared both for the Inhabitants and for the interests of the Company, if it were not provided for. Yet, as much as we were convinced of this, so difficult it was to decide upon the means which had to be resorted to in this distressing situation: the Council had indeed suggested some to us, but had itself rejected most of them, and in that which it had determined upon by preference, we found very weighty difficulties to be enclosed. It went without saying that the objective here could never be to enable ruined people, such as are found all too many in this Colony, to make their Debts even greater; but solely to give wealthy people, who were however rendered unable to do so through the lack of specie, the opportunity to meet their engagements, to prevent the total ruin of these persons, to bring more Specie into Circulation against proper security, to cause the daily transactions among the Inhabitants, now almost entirely obstructed, to resume their former course, to prevent the value of all immovable and movable property from coming to naught, of which the portents were already showing themselves, and which could not be otherwise, since perhaps through execution upon execution three-Fourths of the Assets located in the Colony were about to be brought to sale, and there was no specie to be able to Realize the fiftieth part thereof. The means to be applied, then, in our view, in order to be sufficient, had to be able to stand the test of the two following requirements. First
Dutch transcription
47 dan vermits hy daar by wilde bedingen om de gehee# koopsom, onbepaaldelyk op interest te houden, vonden wy het niet geraden van dat aan bod gebruyk te maaken. Dan daagsch daar aan addresseerde zig aan ons de Burger Iacobus Iohannes Vos, bieden de voor het meergem scheepje de som van ƒ14400:—:— mits de betaling wierde gereguleerd om af te lope binnen Agtien Maanden, en te voldoen in Vier termynen, namentlyk de eerste by het doen van 't transport, de tweede den 7.e Mei en de derde den 7 e. November 1793, en de vierde of laaste den 7. e Mei 1794. , de drie laaste termynen te voldoen met de Interessen gereekend teegen 6 pct in 't Iaar, als onder verband van zyne Jaanzienlyke vaste goederen, en Secure borgstelling; in welk Verzoek als zeer aanneemelyk wy vervolgens hebben gecondescendeerd, zynde dit scheepje Vervolgens door den Voorn: Eygenaar herdoopt en genaamd de dankbaare Afrikaan Het schip de Zeenymph vervolgens op den Hoe zeer nu door alle deeze dispositien aan de Ingezeetenen de middelen waaren aan de hand gegeeven, om den bloey der Colonie en hunne bysondere Welvaard te kunnen opbouwen, en op Vaste en duurzaame gronden vestigen, was er egter eene voornaame Ginderpaal welke uit den weg diende te worden geruimd, zouden die middelen van een gewenscht effect zyn, Ia: de Colonie voor eene totaale ruine en Confusie, welke anderzints voor de deur stonden, bewaard blyven, Wy bedoelen Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren. het gebrek aan Numerair, waar van Wy reeds bij den aanvang van dit Verslag melding hebben gemaakt. Reeds hadden wy de spooren van die kwaal, welke ons so veele en moeyelyke deliberatien heeft gekost, ontdekt by de brieven door de Ministers voor onze komst aan 9e November tot de Som van ƒ 8000: zynde opgeveild, is /boven onze Verwagting/ voor ƒ15000:—: ingemynd; zynde daar van Koper geweest het Raadslit O: G: de Wett. de 99 de Vergadering van Xvi=te afgevaardigd, en dage geene audientie ging en voorby sonder dat sig eene meenigte lieden aan Ons addresseerden met verzoeken om penningen uyt 's Comps kas op interest te mogen bekomen, en daar onder veelen die eygenaars waaren van Solide hypothee ken, maar die door het gebrek aan Circulatie van penningen niet in staat waaren aan hunne engagementen te voldoen, nog om die zelfde reede Voldoening te erlangen van anderen die hun gelyke of zelfs grootere sommen schuldig waaren, en lieden van eene gelike soliditeit. de Praesident van Justitie bragt ons geduurig ter kennis dat by elke zitting de Citatien van schulden de Rollen vervulden, dat daar uit Executien op executien moesten voortvloeyen terwyl de goederen by gebrek aan Kopers hunne Waarde verlooren, en de Schuldenaaren dierhalven geruineerd wierden, sonder dat dirwyls de Crediteuren er door waaren geholpen. Deeze zaat kwam ons voor van dien Aard lyksch verkreegen wij daar van nieuwe bewyzen zie Bylage No. 23. 20. e. July 1792 nodig hadden geoordeeld de en dat gewigt te zyn, dat wy reeds op den Consideratien en het Advies van den Politieken Raad te vorderen op deeze twee poincten: voor Eerst: of er waarschynlykheid wees dat dit gebrek aan Numerair zoude voortduuren of toeneemen, en welke nadeelige gevolgen daar uit voor de belangen der Maatschappy en van de Colonie te dugten waaren. Ten anderen, of 'er middelen voorhanden waaren om daar in te voorzien, buijten bezwaar ofte gevaar van 's Comp„s Finantien, en zonder dat zy verpligt wierde tot het doen van eenig uytschot in Contante penningen, als waar van zy ten eenemaalen was onvoorzien; en so ja, waar in die middelen bestonden! Het zy ons vergund den byzonderen aandagt van uw Wel Edele Hoog Achtbaare te verzoeken op den merkwaardigen inhoud van het andwoord van den Politieken Raad het welk wy den 27:e Augustus op die requisitie bekwaamen, en tot het welk wy ons kortsheids halven 101 Achtbaare zullen daar in met de leevendigste Couleuren vinden afgeschert tot wat hoogte het geldgebrek in deeze Colonie geklommen was, welke ruineuse gevolgen zig daar van bereids Openbaarden, en verder so voor de Ingezeetenen, als voor de belangen van de Compagnie, te dugten waren, by aldien daar in niet wierd voorsien. Dan zoo zeer wy hier van waren overtuygd zo moeyelyk was het zig te bepaalen op het middel het welk in deeze kommerlyke situatie moest worden aangegreepen: den Raad had er ons wel sommige aan de hand gegeeven, maar de meeste zelve afgekeurd, en in dat geene, tot het welk zy zig by voorkeure had bepaald, vonden wy zeer gewigtige zwarigheeden te zyn opgesloten. Het sprak van zelfs dat het oogmerk hier nimmer konde zyn, om geruineerde lieden, /hoe„ daanige maar al te veel in deeze Colonie gevonden worden / in staat te stellen om hunne Schulden nog grooter te maaken; maar alleen om tze sujlagend: 24„ 25. halven refereeren: Uw Wel Edele Hoog- door vermogende lieden, maar die door het gebrek aan numerair daar toe buyten staat waaren, de geleegenheid te geeven om aan hunne en„ gagementen te voldoen, de totaale ruine van deezen voor te koomen, meer Numerair in Omwandeling te brengen tegens behoorlyke se„ curiteit, de dagelyksche handelingen onder de Ingezeetenen, thans byna geheel gestremd, hunnen vorigen loop te doen herneemen, voor te komen dat de waarde van alle vaste en losse goederen te niet liep, waar van zig de voor- teekens reeds dieden zien, en het welk niet anders weezen kon, daar er misschien door executie op executie drie Vierden van de Effecten zig in de Colonie bevindende ter verkoop stonden te worden gebragt, en 'er geen numerair was om het vyftigste gedeelte daar van te kunnen Cealiseeren. Het aan te wenden middel diende dan, naar ons inzien, om voldoende te zyn, den toets te kunnen doorstaan aan de twee volgende vereyschten. door Voor
English
108. Firstly, that the moneylender must have complete security for his advanced funds. Secondly, that there must be sufficient certainty that the advanced funds would remain in circulation, since otherwise the intended objective would be missed. We believe that the complete security for the moneylender could be effected more fully by no other means than by establishing a Loan Bank under the necessary regulations, and that this was far to be preferred above all the means further suggested by the Council, particularly also above that toward which the same was most inclined, consisting of the following: "that to the Deaconries of the Cape and those of the outer districts such capitals should be distributed as would be sufficient to salary from the interests at 6 pc. per annum the ministers, readers, comforters of the sick, and other church officials, in the same manner as had occurred until now according to the duration of their services and engagements; and that to the respective outer colonies such capitals should also be distributed, under mortgage of their goods and effects, of which the interests would be sufficient to maintain in each district therefrom the Landdrost, Secretary, Substitute, Messenger, and the Orderly Troopers, and in that of Swellendam the Reader, all in the same manner as had been done until now by the Company." For all of which it was calculated that a fund of Rds 292000:—:- would be required. However, it immediately became evident that on this footing that capital would be brought in parts under as many administrations as there are Deaconries and Outer Districts in this Colony; but what was the certainty, or even merely the probability, that all those administrators possessed the required qualities for this? The means by which the Company could provide itself with the necessary reassurance in this regard we could not adequately imagine—in any case, it would be accompanied by astonishing complexity; this fund would therefore always be exposed to the utmost risk, and the Company would have been obliged either repeatedly to make up the losses by issuing new funds, or to burden itself anew with the payment of the servants who were salaried from the interests, and whose wages nevertheless always had to continue. On the other hand, introducing a Loan Bank, one had only one administration, bound by fixed regulations, which thus required only one general oversight and wherein the liability of the administrators in their private capacity served as a guarantee that they would conform to those regulations. If they did so, the funds lent out by them could never run any danger. The Council had indeed been of the opinion that the plan proposed by it alone fulfilled all those points which, in its view, ought to be observed to make the provision to be made serve to the substantial benefit of the inhabitants, and stated by it in this manner: That the inhabitants did not become direct debtors of the Company. That the advanced capitals always remained in circulation, and did not return to the cash office of the Company. That sufficient security was provided for the same. That the interests were not brought into the cash office of the Company, and That the means to be employed must also serve to relieve the Company of the expenses which it must bear for the maintenance of this establishment. However, besides the fact that at least the security of the advanced capitals was achieved much more and better by means of a Loan Bank, as we have just demonstrated, it soon appeared upon careful consideration that the further advantage which the Council had attributed to its design was purely imaginary, and that insofar as it ought to be taken into account, this could just as well be accomplished by establishing such a bank.
Dutch transcription
108. Voor eerst, dat de gelaschieter moest hebben volkomen Securiteit voor zyne opgeschoote pen¬ ningen. Ten Tweeden dat 'er genoegzaame zeekerheid moest zyn dat de opgeschoote penningen in Circulatie zouden blyven; dewyl anderzints het voorgestelde Oogmerk zoude worden gemist. De volkomene Securiteit voor den geldschieter meenen wy dat door geen ander middel volleediger kon geëffectueerd worden dan door het oprigten van een Bank van Leening onder de nodige bepalingen, en dat zulks ver te praefereeren wa boven alle de middelen door den Raad verder aan de hand gegeeven, bysonder ook boven dat, voor 't welk dezelve wel 't meest inclineerde, en hier in bestaande: „ dat aan de Diaconiën „van de kaab en die der buyten districten soda eynige Capitalen zouden worden afgegeeven, als toerykende zouden zyn om uit de interessen „ a. 6 pc . 's Jaars, de predikanten, voor leezers „ Ziekentroosters, en verdere Kerkelyke bediendens te salarieeren, op gelyke wyze als zulks, na en mate van den tyd hunner diensten en verbanden is tot na toe was geschied; mitsgaders dat aan „ de respective buiten Colonien meede sodanige „ Capitaalen, onder Verband hunner goederen en en effecten zouden worden afgegeeven, als en waar van de interessen sufficient zouden e zyn om in ieder District daar uit te „kunnen Onderhouden de Landdrost, en Secretaris, Substitut, Boode en de Ordon„ „nantie Ruyters, en in dat van Swellendam „de Voorleezen, alle op gelyke wyze als zulks tot e nog toe door de Compagnie was geschied." tot al het welk men reekende dat een fonds van Rd:s 292000:—:- nodig zoude zyn. Dog het deed zig terstond gevoelen dat op deezen Voet dat Capitaal by gedeeltens zoude worden gebragt Onder eeven so veele administratien, als en Diaconiën en Buyten Districten zijn in deeze Colonie; maar was de zeekerheid, of zelfs maar de Waarschynlykheid dat alle die administrateurs daar toe de Vereyschte hoedanigheeden bezaten? de middelen door welke de Compagnie zig daaromtrend de nodige gereest- mate =heid 715 heid zoude kunnen Verschaffen konden wy ons niet voldoende voorstellen, — in allen gevalle zoude dezelve van een Verbasenden omslag verzeld gaan dit fonas zoude dierhalven altyd ten uytersten gerisgueerd, en de Compagnie verpligt zyn gewees om of telkens de schadens door het uitreyken van Nieuwe fondsen te Suppleeren, of zig op nieuws te belast met de betaaling der Dienaaren, welke uit de intere sen wierden gesalarieerd, en welker loon dog altyd moest voortgaan. Daar tegen, eene bank van Leening introduceerende had men maar éene administratie, aan vaste voor schriften gebonden, die dus maar één algemeen toeverzigt behoefde en waar in de aansprakelykhei der administrateurs in hun privé tot waarbor verstrekte, dat zy zig naar die voorschriften zoude gedragen. Deeden zy zulks, so konden ook de door hun uytgezette penningen nimmer gevaar loopen. De Raad was wel van meening geweest dat het plan door haar voorgeslagen alleen voldeed aan alle die poincten, welke na haar inzien behoorden te worden in agt genoomen om de te make Voorzie„ ring te doen strekken tot Weesentlyk niet der Ingezee„ tenen, en in deezer Voegen door haar Opgegeeven: Dat de Ingezeetenen niet directe Schuldenaaren wierden van de Maatschappy. Dat de uytgeschoote Capitaalen altyd in circulatie bleeven, en niet te rug keerden tot de kas van de Compagnie. Dat voor dezelve wierd gesteld genoegzaame securiteit. Dat de interessen niet gebragt wierden in de Kas der Compagnie, en Dat het aan te wenden middel ook strekken moest om de Maatschappy te soulageeren in de kosten welke zy tot onderhoud van dit Etablissement moet dragen. Maar, behalven dat althans de securiteit der opgeschote Capitaalen, veel meer en beeter bereikt wierd door middel eener bank van Leening, gelyk wy Straks hebben aangetoond, so bleek welhaast by eene naauwkeurige Overweeging dat het meerdere voordeel het welke den Raad aan haar ontwerp had toegeschreeven louten denkbeeldig was, en dat voor zo verre het in aanmerking behoorde te komen, zulks eeven zeer door het oprigten van zodanige bank konde te worden
English
be achieved. Indeed, the inhabitants did not become more direct debtors of the Company by holding funds on interest, the administration of which was entrusted by it to Commissioners of a Loan Bank, than when the same were entrusted to the Directors of the Diaconates and outer Districts. Also, the same precautions were necessary to prevent the capital sums put into circulation by means of the Diaconates and outer districts, and those put into circulation by means of a Loan Bank, from returning to the Company's treasury, as is evident from the nature of those precautions, which will be dealt with purposely hereafter. That the interest according to that plan did not return to the Company's treasury was purely imaginary, for against this the expenditures of that treasury were reduced by so much, namely the amount of the Salaries, the payment of which would be assigned to that interest; whether therefore the interest was brought into the Company's treasury and the salaries paid out, or the interest remained outside it and the salaries were not paid out, amounted to the same thing. Finally, however much no suitable opportunity ought to be neglected for the relief of the Company in its oppressive burdens under this Government, this nevertheless did not properly constitute an object of the measures to be applied in this matter; and it was at least in the highest degree unadvisable and dangerous to sacrifice, to a greater attainment of this secondary purpose, which also did not need to be lost from sight in the establishment of a Loan Bank, the so much greater security of the capital sums to be advanced. Yet in order to have the intended effect from the establishment of a Loan Bank, it was above all necessary to secure the certainty that the advanced funds would remain in circulation within this Colony; and this was, in our view, entirely within the power of the Company. The export of minted gold and silver can well be prohibited, but very hardly prevented, especially in a country like this, where, we say it with regret, so much is attached to private interests and views, and so little to that of the public, and more particularly to that of the Company. But the export of paper currency prohibits itself, because it is current nowhere else than in this Colony, and in this currency, in another was indeed impossible, the advance would take place: one therefore only had to ensure that no more paper currency returned to the Company's treasury than was required to make the remainder sufficient for circulation. The paper currency could enter the Company's treasury by only two principal ways, namely by the collection of the country's revenues, and by the acceptance of funds to be paid out in the Netherlands against a determined exchange rate. For temporary or accidental causes of slight importance, such as for example the payment for goods sold by the Company to private individuals, cannot come into any special consideration here. The acceptances of funds into the treasury can properly, according to the nature of the matter, be considered as nothing other than a means to supplement that by which the expenditures of the Company exceed the profits and revenues, and the cash received from the Netherlands. The annual acceptance must therefore not exceed that excess amount, or else this tends to diminish the specie in circulation, and burdens, without necessity, the treasury in the Netherlands. Although it is not yet possible to determine with precision what consequences the notable reductions in the budget effected before and since our arrival, and further to be effected, will have on the Cape burdens, we nevertheless believe we shall not miss the mark by far in positing that when all the territorial pay, for reasons to be mentioned more broadly in the sequel, is paid out here, and one from the
Dutch transcription
107. worden bereikt Immers wierden de Ingezeetenen niet meer directe schuldenaaren van de Maatschappy door op Interest te bezitten penningen, waar van de administratie door haar aan Commissarissen van een Bank van Leening dan wanneer de zelve aan de Bestuurderen der Diaconien en buyten Districten wiera toebetrouwd. Ook waaren dezelfde precautien nodig om te beletten dat de Capitalen door middel der Diacon en en buyten districten, en die door middel eene bank van Leening in Circulatie zouden worden gebrag niet te rug kierden tot de Kas van de Compagnie gelyk uit den aard van die precautien, waar van hier na opzettelyk zal worden gehandeld, blykbaar is. Dat de interessen volgens dat slan niet te rug keerden in de kas van de Compagnie was enkel denkbeeldig, want daar teegens bedroegen de uytgaven van die kas wederom zo veel minder het montant der Salarissen, welker betaaling op die interessen zoude worden geaffecteerd; of dierhalven de interessen in 's Comp:s kas wier den gebragt, en de salarissen uytgegeeven, dan wel de interessen daar buyten bleeven; en de sala„ =rissen niet uytgegeeven, kwam. op het zelfde neer: Eyndelyk hoe zeer geene gepaste geleegenheid behoorde Verzuymd te worden tot Soulagement. van de Compagnie in haare drukkende Lasten, ten deezen Gouvernemente; maakte dit egter in deezen eygentlyk geen Voorwerp uit van de aan te wonden middelen; en het was althans ten uitersten ongeraden en gevaarlyk aan eene meerdere bereyking van dit by Oogmerk (het welk ook by de oprigting eener Bank van Leening niet behoefde te worden uit het oog verlooren, op te offeren de zo veel meerdere zeekerheid van de Op te Schieten Capitaalen. Dan om van de oprigting van een Banke van Leoning het bedoelde effect te hebben, was het voor al nodig zig de zeekerheid te verzorgen dat de opgeschoote penningen binnen deeze Colonie in Circulatie zouden blyven; en dit was naar ons inzien volkoomen in de magt van de Compagnie. dierhalven De 3 109 De uytvoer van gemunt goud en zilver is wel te interdiceeren, maar zeer bezwaarlyk te beletten, voor al in een land als dit, alwaar (wy zeggen het met leedweezen/ aan partikuliere belangen en inzigten so veel; en aan dat van het algemeen¬ en meer bysonder aan dat van de Compagnie, zo weynig gehegd word. Maar de reytvoer van Papiere munt verbied zig zelfs, om dat zy Nergens elders dan in deeze Colonie gangbaar is, en in deeze munt / in eene andere was trouwen onmogelyk /zonde de opschieting ge„ schieden: men had dus slegts te zorgen dat 'er niet meer Papiere munt in 's Comp„s kas te rug keerde, dan Vereyscht wierd om het overblyvende tot de Circulatie voldoende te doen zyn. De papiere memt kon maar door twee Voornaam Weegen in 's Comp. s kas koomen, namentlyk door de perceptie van 's Lands inkomsten, en door het accepteeren van penningen om in Nederland teegens een bepaalde Cours te werden uytbetaal Want temporaire, of toevallige oorzaaken van gering belang, als by voorbeeld de betaling van goederen door de Compagnie aan partikulieren verkogt, kunnen alhier in geene byzonde aanmer„ king komen. De acceptatien van gelden in kas kunnen eygentlyk volgens den aard der zaake niet anders geconsidereerd worden dan als een middel om te suppleeren het geen de uytgaven van de Compagnie meer bedragen dan de Winsten en inkomsten, en de Contante penningen uit Nederland Ontfangen. De Jaarlyksche acceptatie moet dierhalven dat meerder bedragen niet te boven gaan, of zulks strekt om het numerair en Circulatie te verminderen, en bezwaard, buyten noodzakelykheid de Nederlandsche Schoon het niet mogelyk is voor als nog met Justheid te bepaalen, welke gevolgen op de kaabsche Lasten zullen hebben de notabelste reductien in den Omslag voor en zeederd onze komst geëffectueerd, en verder te effectueeren, meenen wy egter den bal niet ver te zullen misslaan met te stellen dat wanneer alle de landsoldyen /om reedenen by vervolg breeder te melden (alhier worden uytbetaald, en men kas. van het
English
the amount of money and goods to be sent annually from the Netherlands estimated at circa ƒ 100, 000:—: the Company here, to supplement the excess amount of expenditures, will still be able and obliged to accept a sum of ƒ 400, 000:-: annually, upon which, therefore, also for the preservation of the specie in circulation, the cash deposits had to be determined, whilst, when the Company's circumstances permit such, and this Colony finds itself in a flourishing state so that the circulating currency, in order to be freed from a detrimental exportation, will no longer need to consist of paper, one will gradually be able to proceed to the redemption of the paper currency, either by sending out more cash, or by increasing the cash acceptances, which redemption in such case we also most strongly advise. On these grounds, we therefore believed that we could proceed with peace of mind to the establishment of a loan bank, and had the pleasure that when we disclosed this in the Council of Policy on the 15th of February of this year, all the members unanimously agreed with our view, just as they have since repeated this in their letter of the 7th of March following, see Annex No. 26. But the necessity on this occasion of making a fixed regulation regarding the acceptance of funds into the treasury also demanded new arrangements, both with respect to the payment of the land forces' pay, and to ensure everyone an equitable share in those cash deposits, to the exposition of which we now proceed. We have said hereinbefore that we believe the annual expenditure henceforth would exceed the receipts by ƒ 400,000:—:-. But this was under the assumption that henceforth the land forces' pay would be paid out entirely here. The amount thereof will almost reach that sum, according to the estimate for the garrison, as this was established by Dispatch of the Meeting of the Seventeen of the 2nd of October 1790, and if one wished to calculate the future according to the past, one would have to assume that about half or two tons thereof would be paid out here, and the other half or other two tons in the Netherlands in settlement of the accounts of earned pay, being usually remitted thither with license and proxy. But experience has already shown that one would be sorely mistaken in this; the lack of sufficient means to make remittances to the fatherland resulted in by far the majority of servants choosing to receive their pay in the Netherlands, or else selling their pay accounts to others, which abuse it is likewise not possible to counter with sufficient effect, and it was to be foreseen that this was soon to become general, since necessarily, according to the principles indicated hereinbefore, the regulation of the cash deposits would have had to be made narrower and narrower in proportion as the surplus of the Cape expenditures decreased: this now had to decrease again in proportion as no pay was paid out here, and through this reciprocal effect it was therefore to be expected that it would not be long before all the pay would have been remitted with license and proxy, and since the surplus of the expenditures would thereby disappear entirely, the treasury would have had to be closed to all acceptances, which would have resulted in a marked obstruction of all transactions with the fatherland, and in no less difficulty and detriment to the Company's finances there. In order to prevent this now, we saw no other means than to abolish entirely the permission hitherto belonging to the servants in this Government to receive their earned pay in the Netherlands. By this means the expenditures here were once and for all put on a certain footing, and the opportunity was given to fix the cash deposits at four tons of gold annually, at least for the present. With respect to the manner in which this change could be introduced, we nevertheless had to keep in mind that a twofold grievance for the servants of the Company lay therein
Dutch transcription
111 het bedragen van geld en goederen jaarlyksch uit Nederland te zenden begroot op Circa ƒ 100, 000:—: de Compagnie alhier tot suppletie van het meerder bedragen der uytgaven nog sal kunnen en moeten accepteeren eene somma van ƒ 400, 000:-: Jaarlyk Waar op dierhalven, ook tot behoud van het numera in Circulatie de in kas telling moest worden bepaal terwijl men wanneer 's Compagnies omstandigheeden zulks toelaten, en deeze Colonie zig in een bloeyende staat bevind so dat de rouleerende munt om van eene nadeelige exportatie bevrijd te zyn, niet meer in papier zal behoeven te bestaan langzamenhan tot de inwisseling van de papiere Munt sal kunnen Overgaan, het zy door het Uytzenden van meerdere Contanten, het zy door vergrooting van de acceptatie in Cas, welke inwisseling in zodanig geval wy ook ten sterksten. aanraaden. Op deeze gronden meenden wy dan dat wy met gerust heid tot het oprigten eenen bank van Leening konden Overgaan, en hadden het genoegen dat wanneer wy daar van op den 15e. February deezes Jaars opening gaaven in Raade van Politie, alle de Leeden zig eenpaarig met ons gevoelen Vereenigden, gelyk zy om zulks zeederd hebben herhaald by haaren zie Bylage No. 26. brief van den 7.e Maart daar aan volgende; 't Dan de noodzakelykheid om by deeze geleegenheid te maaken eene vaste bepaaling op de acceptatien van gelden in kas, vorderde teevens nieuwe schik„ kingen so met betrekking tot de uitbetaling der landsoldyen, als om een iegelyk een billyk aandeel in die in kas telling te verzeekeren, tot welker expositie wy thans overgaan. Wy hebben hier voren gezegt te gelooven dat de Iaarlyksche uytgaaf voortaan den ontfang ƒ 400,000:—:- zoude surpasseeren. — dog dit was in de Onderstelling dat voortaan de Landsoldyen alhier geheel zouden worden uijtbetaald. Derzelver bedragen zal na genoeg die som beloopen, na de begrooting van het guarnizoen, zo als dit by Missive der Vergadering van xvij van den 2. e October 1790 is vastgesteld, en wanneer men het toekoomende na het voorleedene zoude willen bereekenen, zoude men moeten stellen, dat omtrend de helft of twee ton daar van alhier zoude worden zig uijt 113. uytbetaald, en de weeder helft of andere twee ton in Nederland in Voldoening der reekeningen van Verdiende Soldyen, met licentie en procuratie door gaans naar derwaards wordende overgemaakt. Dan de ondervinding leerde bereids dat men hier in sterk zoude mistasten; het gebrek aan genoeg zaame middelen om remises naar het vaderland over te maaken, had ten gevolge dat verre de meeste Dienaaren, verkosen hunne soldyen in Nederland te ontfangen, of wel hunne Soldy- reekeningen aan anderen verkogten, (welk misbruyk al meede niet mogelyk is met ge„ noegzaam effect teegen te gaan ( en het was te voorzien dat dit welhaast algemeen stond te worden, daar noodwendig, volgens de beginselen hier vooren aangeweezen, de bepaling der in kas telling al enger en enger zoude hebben mogten worden gemaakt, naar mate het excedent der Kaabsche uytgaven verminderde: dit nu moest wederom verminderen, naar mate alhier geen soldyen wierden uytbetaald, en door deeze Weederkeerige werking was het dierhalven te verwagten dat het niet lang zoude aanlopen of alle de Soldyen zouden met licentie en procuratie zyn overgemaakt, en Vermit daar door het excedient der uytgaven geheel verdween, de kas voor alle acceptatie moeten zyn gesloten geworden, het welk tot merkelyke stremming van alle onderhandelingen met het Vaderland, en tot geen minder bezwaar en nadeel van 's Comp:s Finantien aldaar, zoude zyn uitge„ lopen. Om dit nu voor te komen zagen wy zander middel dan geheel af te schaffen de permissie, aan de Dienaaren in dit Gouvernement tot nog toe hebbende gecompeteerd om hunne Verdiende Soldyen in Nederland te ontfangen. Hier door wierden de uytgaven alhier eens en vooral op een zeekeren Voet gebragt, en de geleegenheid gegeeven om de in kas tellinge op vier tonnen Gouds jaarlyks„ immers voor eerst, te kunnen bepaalen. Met betrekking tot de Wyze waar op deeze verande„ ring konde worden geintroduceerd, moesten wy egter in 't oog houden dat daar in een tweeerly bezwaar voor de Dienaaren van de Compagnie geleegen geen
English
consisted, and that their meager pay and the general interest required that this be provided for. A first objection lay in the considerable difference between the payment of salaries received here, calculated at fifty light stuivers to the guilder, and those remitted to the Netherlands, which were paid there in Holland Current money, or calculated at twenty heavy stuivers to the guilder. This grievance extended to all, since even those who found it convenient to receive their wages in the Netherlands sold their pay accounts here at a considerable advance, which practice, as we have said, could well be forbidden, but not effectively prevented; while it would also in no way have been advisable to employ violent means for that purpose, such as a simple prohibition to the lower servants against receiving any more pay in the Netherlands, as anyone must agree who considers what it would entail, especially in a country like this, suddenly to deprive the soldier, the sailor, the craftsman of an advantage to which they are accustomed, without compensating them for this benefit in another way. Another objection applied only to the wealthier servants, who were accustomed to have some goods for comfort or recreation sent over annually from the Netherlands, or to have their children educated there, and to pay the expenses incurred thereby with the amount of their remitted pay accounts, so far as that would reach; only the members of the Council of Policy having been granted permission by the Assembly of the Seventeen to pay annually into the Company's treasury, by preference, a sum of ƒ 5000: - each. We have found, however, that all this could be adequately addressed without any notable disadvantage to the Company, if the salaries were paid out here at 20 light stuivers to the guilder instead of 15 as was previously the case, and at the same time those servants who might need it were permitted to pay a certain sum annually by preference into the Company's treasury; we say without any notable disadvantage to the Company, see Appendix No. 27, for a calculation drawn up from it shows that, assuming the matter had remained on the present footing, three-fourths of the pay would annually have been received in the Netherlands and only one-fourth paid out here, this would only have cost the Company ƒ 2400: -: - less than the entire payout here at 20 light stuivers to the guilder will now cost; but it was now much rather probable that before long much more than three tons would have been received in the Netherlands, and in proportion to this excess, the new manner of payment even became advantageous for the Company's finances; and this advantage would be considerable if circumstances in time should allow the sending out of the necessary funds for that entire payment to this country, instead of accepting the same here into the treasury. Although the excessive tenders of money into the treasury during recent years must be regarded more as outward appearances made with the intention of satisfying foreign creditors or securing credit for themselves than as proof that the inhabitants were obliged to or capable of such enormous remittances, it is nevertheless undeniable that the limitation of the deposits into the treasury to ƒ 400000: -: - was very narrow. Nothing therefore needed to deter us from an operation prescribed by necessity, which could be carried out without inconveniences, and in which moreover was enclosed an advantage that was by no means to be rejected, namely that this part of the government's burdens will now always appear in its true light, and that the Dutch treasury will no longer be exposed to that uncertainty regarding the expenditures on its behalf, which was inseparable from the previous arrangement.
Dutch transcription
115. geleegen was, en dat derzelver sobere bezolding en het algemeen vorderde dat hier in wierd voorzien. Een eerste bezwaar was geleegen in het aanmerkelyk Onderscheid tusschen de betaling der Soldyen die alhier wierden ontfangen de gulden gereekent teegen Vijftig ligte stuyvers, en van die welke naar Nederland wierden overgemaakt, die aldaar in Hollandsc Courant geld, of de gulden tot twintig zwaare stuyvers gereekend wierden betaald. — dit bezraa strekte zig uit tot allen, alzo zelfs die geene welke het Convenieerde hunne gagien in Nederland te Ontfangen, hunne soldy reekeningen alhier met een Considerabel advans verkogten, welke prach gelyk wy gezegd hebben, wel te verbieden, maar niet met effect te beletten was; terwyl het ook in geenen deele geraden zoude zyn geweest daar toe geweldadige Middelen, als by Voorbeeld een enkel Verboa aan de mindere Dienaaren om geene soldyen meer in Nederland te mogen ontfangen te gebruyken, gelyk een iegelyk zal moeten toestemmen die overweegd wat het, voor al in een land als dit, in zig zoude hebben den Militair, den Zeeman, den ambagtsman, op eens te ontzetten van een voordeel waar aan zy gewoon zyn, sonder hun dit genies op eene andere wyze te vergoeden. Een ander bezwaar bepaalde zig alleen tot de meer vermogende Dienaaren, welke gewoon waaren jaar¬ lyksch eenige zaaken tot gerief of recreatie uit Nederland te doen overkomen, of ook wel aldaar hunne Kinderen te laten opvoeden, en de kosten daar op vallende te betaalen met het montant hunner overgemaakte soldy reekeningen, so ver zulks strekken kan; zynde alleen aan de Leeden van den Politieken Raad door de Vergadering van Xvijme. vergund geweest, om jaarlyksch by preferentie eene Som van ƒ 5000: - elk in 's Comps kas te mogen tellen. Wy hebben egter bevonden dat dan dit een en ander op eene Voldoende wyze konde worden te gemoet gekomen buyten eenig naamwaardig nadeel van de Compagnie, wanneer men de soldyen alhier uijtbetaalde teegens 20 ligte stuyvers de gulden / in steede van 15 gelyk thans plaats had/ en teevens aan zulke Dienaaren als zalks konden behoeven den wierd 9 117. wierd toegestaan om jaarlyksch zeekere som by preferentie in 's Comps kas te mogen tellen; wy zegge buyten eenig naamwaardig nadeel van de Compagn Ozie Bylage N:o 27 wont uit eene daar van opgemaakte bereekening blykt, dat wanneer men ondersteld dat de zaak op den Iegenswoordigen Voet gebleeven zynde, drie Vierde der soldyen Iaarlyksch zouden zyn ont„ fangen in Nederland, en maar een Vierde alhier uytbetaald, zulks slegts ƒ 2400: -: - minder de Compagnie zoude gekost hebben, als thans kosten zal de geheele uytbetaaling alhier de gulden tot 20 ligte stuyvers; maar nu was het veel eer Waarschynelyk, dat eerlang veel meer dan drie ton in Nederland zouden zyn Ontfangen, en naar mate van dit meerdere, wierd zelfs de Nieuwe Wize van Uytbetaaling voor's Compagnie Finantien voordeelig; en dit voordeel zoude aanzienlyk zyn wanneer de Omstandigheeden eens door den tyd mogten meede brengen om de benodigde penningen tot die geheele uyt- betaaling hier te lande uyt te zenden, in Steede van dezelve alhier in kas te accepteeren. — Schoon de buytensporige aan biedingen van gelden in de Kas, geduurende de laaste Iaaren meer moeten gehouden worden voor uiterlyke vertooningen ge„ schied met het inzigt om uytlandige Crediteuren te vreede te stellen, of zig Crediet te verzorgen, dan voor bewysen dat de Ingezeetenen tot zulke enoime remises verpligt of in staat waaren, is het egter niet te ontkennen dat de bepaaling der in kas tellingen op ƒ400000: —: - zeer bekrompen Niet behoefde ons dierhalven te weederhouden van eene Operatie, door de noodzakelykheid voorge„ schreeven, die zonder inconvenienten kon worden ten uytvoer gebragt, en waar in boven dien een Voordeel lag opgesloten dat in 't geheel niet te Verwerpen was, namentlyk dat dit gedeelte der lasten van het Gouvernement zig nu altyd in derselfs ware ligt zal vertoonen, en dat de Neder- landsche kas niet meer aan die onzeekerheid omtrend de uytgaven ten behoeven van het zelve zal geëxponeerd zyn, welke van de vorige in= rigting onafscheidelyk was. was Niet
English
was in comparison to what could and had to be remitted annually, and since the Assembly of the Seventeen was so often troubled with complaints about this at a time when that allotment was still more ample, and since they had also received several petitions from the inhabitants requesting that a fair proportionality might take place in this matter, and, just as had been granted by the Assembly of the Seventeen for the Indies, that some privilege might be granted to those who traded in European necessities, and since it was finally necessary, on account of the abolition of the freedom to transfer pay accounts, to give certain Servants of the Company a fixed share in the cash deposits, it became a subject of our most serious attention as to what regulations would be best made in this regard. After mature deliberation, and communication of our views to the Council of Policy, which entirely agreed with us on this whole matter, we regulated this in such a manner that for the aforesaid cash deposit, up to the amount of half—and thus, as long as the cash deposit remained fixed at four hundred thousand guilders, up to two hundred thousand guilders—priority would be given to the moneys that must be transferred by the Orphan Chamber, and furthermore all such remittances that must serve for the payment of European necessities purchased in the Netherlands, provided this is demonstrated to the satisfaction of the Government; that, furthermore, the qualified Servants of the Company would have priority together for the sum of ƒ100,000 to be divided among them according to the guideline prescribed by us; and that the remaining ƒ100,000 would be distributed among all others in proportion to the sums they offered, also determining as a fixed exchange rate for the reimbursement that of 67 stivers per ducaton. However, in order to arrive at these provisions, we were forced to deviate from the provisions adopted by the Assembly of the Seventeen, including some taken very recently and even after our departure from the fatherland, and may we be permitted to lay open, with all due respect, but also with that resoluteness which the gravity of the matter requires, the reasons that have moved us thereto. We immediately note, then, that it causes the greatest confusion in the matter of the cash deposits and has very unfair consequences for others when the Assembly of the Seventeen grants direct permissions for the deposit of moneys in this Government to persons who apply directly to it, just as we also believe we have been informed that this was formerly never practiced so much as in recent years. Because no record had been kept here of the use that had been made by the recipients of the permissions, which we nevertheless needed to know before we could proceed to the necessary fixed determinations on this matter, we gave orders to issue a general summons for that purpose, on pain of immediately forfeiting the acquired preferences in the event of failure or neglect to report, to write to the Council with favorable interpretation. The returns that were made to the Trade Office pursuant to that summons amounted together to a total of 9625 rixdollars and, in addition, ƒ242032; and it was therefore impossible for us to give effect to these preferences without at the same time committing the greatest injustice toward so many others who were no less entitled thereto by virtue of the nature of their remittances, but who perhaps had lacked the opportunity to bring this to the notice of the Assembly of the Seventeen; and we could never presume this to be their Highest intention. We were therefore obliged to make the permissions thus obtained participate only concurrently in the sum of ƒ100,000 allocated for each and every person who did not belong to the two classes declared by us to have preference, and
Dutch transcription
118. was in vergelyking van het geen Jaarlyks kon e# moest worden geremitteerd, en daar de Vergadering van xvij=e zo vaak met klagten daar over is vermoeyelykt, in een tyd dat die telling nog ruime was, daar Hy van de Ingezeetenen ook verscheid aanzoeken hadden gekreegen, dat eene billyke eevenreedigheid in dit stuk mogte plaats hebben en eeven als zulks door de vergadering van xv7 voor Indie was toegestaan, aan die geenen welke in Europeesche noodwendigheeden handelden, eenig voorregt mogt worden toegestaan, en daar het eyndelyk nodig was uyt hoofde van de af= schaffing der vrijheid tot het overmaken der soldy reekeningen, aan sommige Dienaaren van de Compagnie een bepaald aandeel in de in kas tellingen te geeven, wierd het een onderwer¬ van onze ernstigste oplettendheid: hoedanige bepaalingen daar Omtrend 't best zouden te maken zyn. Na ryp overleg, en Communicatie onzer denk- beelden aan den Politieken Raad, welke op deeze # zie Bylage No. 26. geheele Materie met ons volkomen heeft ingestemt hebben Wy zulks in diervoegen gereguleerd, dat tot de voorschr: in Castelling tot Concurrentie van de helft¬ en dus so lang de in kastelling op vier ton bepaald bleef, tot tweemaal honderd duyzend Guldens pre„ ferent zouden zyn de gelden die door de Weeskamer moeten worden overgemaakt, en verder alle soda¬ nige remises, welke dienen moeten tot betaaling van Europeesche noodwendigheeden in Nederland ingekogt, mits daar van blykende ten genoege der Regeeringe, dat voorts preferent zouden zyn de gequalificeerde Dienaaren van de Compagnie te samen voor de som van ƒ100, 000: - onder hen zie Bylage No. 28. volgens de Cynosure door ons voorgeschreeven te verdeelen, en dat de resteerende ƒ100, 000:—:— onder alle anderen, naar evenredigheid der somme welke zy aanboden zoude worden verdeeld, tee„ vens tot een vaste Cours van het rembours bepaalende die van 67 ster:s de Ducaton. — Om egter tot deeze dispositien te kunnen komen zyn Wy genoodsaakt geweest af te wyken van de dispositien door de Vergadering van xvij=te, en daar onder sommige nog zeer Onlangs, en zelfs hebben na 9„ 121 na ons vertrek uit het vaderland genoomen, en het zij ons geoorloofd de reedenen welke ons daar toe bewogen hebben met allen verschuldigden eerbied, der zaake vorderd, open te leggen; — Wy merken dan al terstond aan, dat het de grootste Confusie in het stux der in kastellingen veroorzaak en zeer Onbellyke gevolgen heeft voor anderen, Wanneer de Vergadering van Xvijen aan persoonen welke zig daar toe by Haar addresseeren, directe permissien verleend tot de in kastelling van penningen in dit Gouvernement, gelyk wy ook tae meenen geinformeerd te zijn, dat zulks voorheen Nimmer zo zeer als in de laaste Jaaren is geisiteer geweest Dewyl alhier geen aanteekening gehouden was van Permissien was gemaakt, het welk wy egter moesten weezen alvoorens tot de nodige vaste bepalingen op dit stuk te kunnen Overgaan, gaven wy last t zie Bylage No 29. om daar toe eene generale Oproeping te doen, op poere van by Verzuym ofte nalatigheid de maar teevens met die Cordaatheid welke het gewigt zie Bylage No 30. Comptoire zyn gedaan, t bedroegen te samen een het gebruyk het welk door de verkrijgers van de Ozie Bylage No. 28. Gunstige Welduyding den Raad aan te schryven verkreege praeferentien dadelyk te zullen hebben Verbeurd. De opgaven welke ingevolge van dien ten Negotie Montant van D:rm 9625:- en boven dien nog ƒ242032:—:— en het was ons dierhalven onmogelyk deeze preferentien effect te doen sorteeren, sonder teevens de grootste onbillykheid te pleegen omtrend so veele anderen, welke daar toe niet minder ge„ regtigd waaren uyt hoofde van den aard hunner remises, maar welken het misschien ontbrooken haa aan de gelegenheid om zulks ter Kennisse der Vergadering van xvij=tm te brengen; en dit konden wy nimmer onderstellen Hoogst derzelver intentie te kunnen zyn. — Wy zyn dierhalven genoodzaakt geweest om onder om de alzo verkreege permissien alleen als Concurrent te doen participeeren in de Som van ƒ 100, 000:- geaffecteerd voor allen en een iegelyk, die niet tot de twee door ons als prae„ ferent verklaarde Classen zouden behooren, verkreege en
English
and consider it impracticable, without committing injustices, to dispose in the Netherlands of the so limited cash balances in this Colony, and therefore find ourselves obliged to advise most strongly against it; unless one should think fit to have the same accepted above the ordinary sum; but this would again conflict with the principles upon which we have demonstrated the necessity that the cash acceptance should not exceed the surplus of expenditure over receipts. But we have found even far more serious objections in the execution of the orders of the Assembly of Seventeen, likewise received during our presence here, according to which a preferential acceptance in cash had to be granted to those who would incline to the exchange rate of 60 St:s the Ducaton, with reimbursement occurring in two years. We do not know whether these orders could have been executed without considerable displeasure and murmuring from the inhabitants, but we can assure Your Right Honorable Worships that the public in general would have regarded them as beneath the dignity of the Company's management, and as contrary to equity and to the interests of the fatherland as well as of this Colony: Beneath the dignity of the Company's Management, because this dignity, upon which so much depends, does not appear to tolerate financial expedients which would be accompanied by the ruin or oppression of widows, orphans, and other indigent persons, and whereby one would strive to profit from the predicament into which others have fallen through no fault of their own. Contrary to equity, because the inhabitants have hitherto been deprived of other adequate means to satisfy their creditors in Europe, because the Company as ruler of the country is obliged to provide the colonists with their European necessities, or furnish them the means to obtain them, among which also belong the means to pay for them; because it appears unjust to make use of another's predicament to secure extraordinary profits, at least by the Sovereign in relation to its inhabitants. Contrary to the legitimate interest of the Colony, because along this, albeit indirect, path a new, indeed insurmountable burden would be laid upon all necessities from the fatherland, among which there are so many that cannot possibly be dispensed with in this country: for these would necessarily cost the colonists so much more as would equal the extraordinary profit enjoyed by the Company on the payment thereof; a burden all the more unreasonable because the Company already enjoys considerable profits upon them. Contrary to the interests of the Fatherland, because all business transactions between it and the Colony would thereby be considerably obstructed and encumbered. Far be it from us that we should wish to pass a definitive judgment on these public opinions: it is perhaps possible that they are less well-founded; it might also be—and this does not appear improbable to us—that they escaped the attention of the Assembly of 17 through multiple petitions made to it, focused purely on the interest of a few merchants and commission agents; yet as we must leave this entirely to the more enlightened judgment of the said Assembly, we would nonetheless fail in our duty if we concealed that they have made a very great impression upon us, and that we have been unable to find any cogent reasons to refute them. One might well say that the aforesaid arrangements could contain no hardship, because everyone is free whether or not to remit his funds at the low exchange rate at which the Company sees fit to grant the preference; but that freedom, properly viewed, is equal to that which one would wish to leave someone to lose his life, rather than
Dutch transcription
123 en houden het voor impracticabel om sonder onbellykheeden te begaan, in Nederland over de so bekrompe in kas tellingen in deeze Colonie te disponeeren, en vinden ons dierhalven verpligt zulks ten sterksten af te raden; ten ware men mogt goedvinden dezelve te doen accepteeren boven de Ordinaire som; maar dit zoude wedero aanlopen tegens de beginzelen waar op wy de noodzakelykheid hebben aangetoond, dat de acceptatie in Cas niet te boven ga het meerder bedragen van den uitgaaf boven den Ontfang Maar nog veel meer bedenkelykheide hebben wy gevonden in de executie der beveelen van de Vergadering van xvijten insgelyks geduurende Ond aanweezen alhier ontfangen, volgens welke eene praeferente in kas moest worden toegestaan aan die geene welke zouden inclineeren tot de Cours van 60 St:s de Ducaton, en het rembours geschie dende in twee Iaaren: Wy weeten niet of deeze beveelen zonder merkelyk misnoegen en gemor der Ingezeetenen zouden zyn te executeeren geweest, maar dit kunnen wy men dezelve in 't algemeen beschouwd zoude hebben als beneeden het aanzien der directie van de Compagnie, en als strydig met de bellykheid en met de belangen van het vaderland so wel als van deeze Colonie: Beneeden het aanzien der Directie van de Compagnie„ om dat dit aanzien, waar aan zo veel geleegen legt, niet schynt te dulden middelen van finantie, waar meede de ruine of onderdrukking van Weduwen, Weezen en andere behoeftige perzoonen zoude gepaard gaan, en waar door men zig zoude toeleggen om met de Verleegenheid waar in anderen buiten hunne Schuld geraakt zyn, voordeel te doen. strydende met de billykheid, om dat de Ingezeete„ nen tot nog toe van andere genoegzaame midde„ len Verstooken zyn, om hunne Crediteuren in Europa te voldoen, om dat de Compagnie als Regent van het Land verpligt is de Colonisten haare Europeesche behoeften te verzorgen, of hem de middelen te verschaffen om ze te bekomen, waar toe ook gehooren die om ze te betaalen; UW Wel Edele Hoog Agtbaare verzeekeren dat unt om 125 om dat het Onbillyk voorkomt zig van een andere verleegenheid te bedienen tot het behaalen van buyten gewoone Winsten, althans van den Souverein tot desselfs Ingezeetenen. Strydende met het Wettig belang der Colonie„ om dat langs deezen, Schoon indirecten weg een nieuw Ja Onoverkomelyk bezwaar zoude worden gelegt op alle Vaderlandsche behoeftens, waar onder 'er zo veele zyn, welke in dit Land met geen mogelyk heid kunnen worden ontbeerd: deezse immers zouden noodwendig so veel duurder aan de Colon te staan komen als bedragen zoude de buijten gewoone Winst door de Compagnie op de betaling daar van genoten wordende: een bezwaar des te onreedelyker om dat de Compagnie daar op bereids aanzienlyke voordeelen geniet. Strydende met de belangen van het Vaderland. om dat alle onderhandelingen tusschen het zelve en de Colonie daar door merkelyk zouden word belemmerd, en bezwaarlijk gemaakt Het zy verre van Ons dat wy over deeze begrippen van het algemeen een beslissend oordeel zouden willen vellen: het is misschien mogelyk dat ze minder gegrond zyn; ook zoude het kunnen weezen / en dit komt ons niet Onwaarschynlyk voor (dat ze aan den aandagt der vergadering van 17„te door meenigvuldige aan Haar gedaane verzoeken en„ keld bepaald bij het belang van eenige Negotianten en Commissionarissen, zyn ontslipt; dan daar wy zulks geheel aan het meer verlicht oordeel van Welgemelde vergadering moeten overlaten, zouden wy egter aan onzen pligt in gebreeke blyven zo wy Ontveynsden dat dezelve zeer veel indruk op ons hebben gemaakt, en dat wy geen bondige reedenen hebben kunnen vinden om dezelve te wederleggen. Men zoude wel kunnen zeggen dat de voorschr. dispositien geen hardigheid zouden Kunnen bevatten, om dat het een iegelyk vrystaat zyne gelden al of niet te remitteeren tot de lage Cours, aan welke de Compagnie goed vind de proeferentie toe te staan; maar die vryheid, wel ingezien staat gelyk aan die welke men iemand zoude willen laaten om het leeven te verliezen, dan vellen: wel
English
even at the cost of losing some limbs: people who must support themselves in Europe with the money they have outstanding at the Kaab will certainly choose to have those funds remitted, cost what it may, rather than leave them in a land where they are entirely risked by lending them out at interest, where that interest is moreover paid in paper currency, where one can generally rely with so little peace of mind on the honesty and accuracy of an administrator, and consequently expose themselves to perishing of want in Holland while being wealthy in the Indies; such people, we say, will make that choice, but at the same time complain in the highest degree about the Company, which, in order to make extraordinary profits, has brought them into that embarrassment. In our opinion, one would also try in vain to justify such a course of action by citing as an example the ordinary exchange rates from one country to another, and wish to infer from this that the Company could rightfully profit from the very same advantages as the bill brokers, who regulate the rate according to whether there is much or little demand. Indeed, such a comparison would be extremely flawed: for ordinary bill-brokering there is competition among merchants, but here the Company can be regarded as the monopolist of the exchange. On that account it is true that it can compel those who are obliged to remit their funds through its treasury to do so at the rate it sees fit to implement; but if it has not done so hitherto, and also, as it appears to us, never ought to do so, it is because in its possessions it must not be considered as a merchant who wishes to draw the greatest profit from a monopoly, but as a commercial power which is indeed permitted to enjoy the greatest possible advantages of a proper and reasonable trade, but which, subject to its obligations as exercising supreme authority on behalf of Their High Mightinesses, is at the same time bound to govern the inhabitants of its possessions according to those rules of law and equity which from the earliest times have been accustomed to characterize the resolutions of the Assembly of the Seventeen. On these grounds, therefore, we have determined as a general rate for payment into the treasury that the ducatoon shall be refunded at 67 stivers in the Netherlands, this being, as far as is known to us, the lowest rate ever had here, and by which the Company enjoys a net profit of 6 17/18 per cent on the money paid into the treasury; in the hope and firm confidence that this may meet with the approval of our high principals. Now it still remained to determine the manner in which the Loan Bank should be organized, and the sum that should be advanced to it from the Company's treasury. Since that advance was to be made in paper currency, we understood that we had to keep in mind that a credit, such as that which is attached to this currency, is a very delicate matter, having only public opinion as its foundation, wherefore careful watch will always have to be kept for the preservation of that opinion, for which purpose these two matters principally came under our consideration: Firstly, that moderate cash payments should continue on the present footing, in order to maintain the so necessary idea that the Company possesses the real value represented by the paper currency, upon which all credit based on opinion rests. Secondly, that the paper currency should not be multiplied too excessively, and that care was consequently taken that no more of that currency was brought into circulation than was required to maintain it in a satisfactory manner, according to which, therefore, the capital to be advanced to the Loan Bank had to be regulated. This determination was indeed very difficult, but since one
Dutch transcription
127. wel ten koste van eenige leedematen te behouden: lieden die met het geld het welk zy aan de Kaab uytstaande hebben, zig in Europa moeten staand houden, zullen zeekerlyk verkiezen die gelden het koste wat het wil, overgemaakt te Krygen, liever aan het zelve te laten in een Land, alwaar het geheel gerisqueerd word door het op renten uit te zetten, alwaar die renten dan nog in papiere munt worden opgebragt, alwaar men zig over het algemeen met so wynig gerustheid op de eerlykheid en naauwkeurigheid van een administrateur kan verlaten, en dierhalven hun bloot te stellen om terwyl zy in Indie gegoed zyn, in Holland van gebrek te vergaan zulke lieden, zeggen wy, zullen die keuse doen, maar zig teevens ten hoogsten beklagen over de Compagnie, welke om buytengewoone Winsten te doen, hun in die verleegenheid gebragt heeft. Te vergeefsch zoude men ook, onzes eragtens, zodanige handelwyze tragten te wettigen, door de ordinaire Wisselcourssen van het eene Land op het andere tot een Voorbeeld aan te haalen, en daar uit willen afneemen dat de Compagnie met regt zoude kunnen profiteeren van diezelfde Voordeelen, als de Wisselhandelaars, welke de Cours reguleeren na mate er veel of weinig aan vraag is; Immers zoude zodanige vergelyking ten uitersten mank gaan: tot den gewoonen Wisselhandel is eene Concurrentie van handelaars; maar de Compagnie kan men alhier beschouwen als Monopolist van de Wissel. - zy kan uit dien hoofde¬ 't is waar de geenen welke in de verpligting zyn Om hunne penningen door haare kas over te maaken, noodzaken om zulks te doen tot de Cours welke zy goedvind te effectueeren; maar zo zy dit tot nog toe niet gedaan heeft, en ook, gelyk het ons voorkomd, nimmer behoord te doen, is het om dat zy in Haare bezittingen niet moet geconsidereerd worden als een handelaar, die uit een monopolie het meeste profyt wil trekken maar als eene Commercieele Mogendheid, welke het wel geoorloofd is de meest mogelyke Voordeelen te genieten van eenen betamelyken ens en raisonabelen 129 raisonabelen handel, maar die behoudens haare Verpligtingen als namens Haar Hoog Mogende het opperste gezag uitoeffenende teevens gehouden is de Ingezeetenen Haarer Bezittingen te bestieren naar die regels van regt en billykheid, welke van de vroegste tyden af gewoon zyn gewees de besluyten der Vergadering van xvi:e te Kenmerken Op die gronden hebben wy dan ook tot eene genera Cours tot de in Kastelling bepaald de Ducaton te restitueeren met 67 stver s in Nederland zynde, voor zo veel om bekend is, de laagste welke men alhier immer heeft gehad, en door welke de Compagnie op de in kas geteld wordende gelden eene zuivre winst geniet van 6 17/18 p„r Cent; in de hoop en in het vast vertrouwen, dat zulks de goedkeuring onzer Hoge Commitsenten zal mogen wegdragen. Nu Schoot er nog over te bepaalen de Wyze waar op de Bank van Leening zoude worden ingerigt, en de som welke aan dezelve uit 's Comp. e kas zoude worden opgeschoten. — Vermits - die opschieting zoude geschieden in papiere munt, begreepen wy in 't oog te moeten houden, dat een Crediet, gelyk dat het welk aan deezen munt word gehegt, is eene zeer teedere zaak, als onkel tot grond- slag hebbende de opinie, waarom ook altyd zorg„ vuldig zal moeten worden gewaakt voor de Conser- vatie van die opinie, waar toe voornamentlyk deeze twee zaaken by ons in aanmerking kwaamen: Voor eerst dat gecontinueerd wierde op den teegenwordigen Voet met het doen van matige uytbetalingen in Contanten, ten einde te onderhouden het zo noodza„ kelyk denkbeeld dat de Compagnie bezit de reëele Waarde, welke door de papiere munt gepresenteerd word, waar op alle Crediet van Opinie is berustende. Ten anderen dat men de papiere munt niet te zeer vermeenigvuldigde, en dien volgens sorge droeg dat er niet meer van die Munt in de Circulatie wierd gebragt, dan tot onderhouding van dezelve op eene Voldoende wyze vereyscht wierd, waarna dierhalven het aan de Bank van Leening op- te schieten Capitaal moest worden gereegeld. Deeze bepaling was wel zeer bezwaarlyk, maar vermits men
English
one risked nothing by taking it at first too narrowly, whereas on the contrary one exposed oneself to considerable inconveniences by taking it too broadly, of which the discredit of the paper currency, which would necessarily have arisen therefrom, was not the least. Considering further that there are more than 4000 households in this country, and that there are always fairly considerable sums remaining in the Company's treasuries and those of other boards, we understood that the paper currency could safely be brought into circulation here and provisionally remain for some years, up to an amount of one million Rijksdaalders, and on this ground we authorized the Council of Policy to advance to the Loan Bank, in circulating stamped paper and under the mortgage of all the Bank's assets, such sums of money as the Commissioners of the Bank should require to lend out at interest among the inhabitants, provided it was always ensured that the circulating paper currency, including the balances in the Company's treasuries, did not exceed the sum of one million Rijksdaalders. Regarding the provisions made by us on this entire matter, as well as the Regulations for the Loan Bank enacted by us after first having taken the considerations of the Council of Policy thereon, and some further stipulations made by us in that regard, may we be permitted to refer further to our Publication of 15 March of this year, the instruction sent by us on that occasion to the Council of Policy, and our further Publication of 20 April following, by the first-mentioned of which documents we have also judged it expedient to renew the prohibition against the export of gold and silver specie. To conclude this difficult matter, we cannot refrain from addressing in a single word an argument that has sometimes been used, even by the Assembly of the Seventeen, against any advancing of funds by the Company to the inhabitants of this Colony; namely, that it is not politically wise, and considering the matter in the abstract we are fully convinced of this, for the people to become debtors to the Sovereign; but we believe that in the present case it is evident that the influence which one might suppose this to have on that part of the inhabitants who are debtors to the Company for funds received on interest through the Bank, will always have to yield to the preponderance of the manifest interest of all, that the creditor, from whom the circulating currency alone derives its value, be preserved, which is why we also consider it useful and necessary that at all times at least as much paper currency be kept in circulation as the outstanding capital among the inhabitants amounts to. We consider ourselves obliged on this occasion to bring to the attention of Your Right Honorable Nobles the inconvenience caused in this Colony by the shortage of small change, there never having been any other small currency in circulation in it than double and single Stuyvers. To this is added that the execution of the order of the Assembly of the Seventeen to take in and issue the double stuivers in the same manner as the gulden, or thirty double Stuyvers making three Guldens against 72 stuyvers Indian value, has been found impracticable, both because it is hardly possible to bring the double Stuyver into circulation at 2 2/5 stuyver, as would have to occur according to that proportion, and because it would be extremely difficult to make this take effect, and perhaps also inadvisable to make attempts thereto, which would certainly serve to revive the complaints repeatedly made, even to us, about the high exchange rate at which the inhabitants are obliged to accept the minted gulden, whereby the Company
Dutch transcription
131 men waagde niets, met dezelve voor eerst te eng te neemen, terwyl men zig inteegendeel aan merkelyke in convenienten blootstelde met dezelve te ruym te neemen, Waar van het diecrediet van de papiere ^daar uit Munt, het welk ^ Noodwendig zoude gesproten zyn, geen der minsten was. Vervolgens considereerende dat zig in dit Land meer dan 4000 Huys gezinnen bevinden, en dat er altyd zig vry aanzienlyke Sommen Pr. restant bevinden in 's Comp.s kassen en die van andere Collegien, begreepen wy dat de papiere Munt en provisioneel eenige Jaaren blyven, tot een Montant van een Milloen Ryksdaalders, en op deezen grond qualificeerden wy den &zie Bylage No. 28. Politieken Raad om aan de Bank van Leening in couleerend gestempeld papier, en inder Ver„ band van alle de effecten van de Bank, op te schieten zodanige sommen van penningen als Commissarissen van de Bank nodig zouden hebben om onder de Ingezeetenen op Interest uiit te zetten, mits altyd zorgende dat alhier veylig kon worden in Circulatie gebragt ze Bylage No 31. deezes Iaars, het aanschryvens door ons by die de rouleerende papiere munt, daar onder begreepen de restanten in de kassen van de Compagnie, niet excedeerde de som van een Milloen Ryksdaalders Omtrend de dispositien door ons op deeze geheele Materie genoomen, mitsgaders het Reglement voor de Bank van Leening door ons na alvorens daar op te hebben ingenomen de Consideratien van den Politieken Raad, gearresteerd, en eenige nadere bepalingen door ons daaromtrend Ge- maakt, zy het ons geoorloofd om overigens ter gedragen tot Onze Publicatie van den 15 Maart t zie Bylage N:o 28. geleegenheid gedaan aan den Polisieken Raad, en onze nadere Publicatie van den 20te April t zie Bylage No. 32. daar aan Volgende, t by eerstgeme. van welke stekken wy het ook dienstig hebben geoordeeld te renoveeren het Verbod teegens den Uytvoer van goude en zilvre specien. Tot besluyt van deeze moeyelyke materie kunnen wy niet afzyn nog met een enkeld woord op te lossen een argument het welk, zelfs door de Vergadering van xvij=e wel eens is gebeezigd tegens de alle „ 133 alle opschieting van penningen door de Compagni aan de Ingezeetenen deezer Colonie; dat het namentlijk niet staatkundig is, / en de zaak in abstracto beschouwd, zyn wy daar van ten vollen gepenetreerd / dat het volk debiteur werde van den Souverain; maar wy meenen dat het in het voorhanden zynde geval evident is, dat de invloe welke men zoude willen mogelyk stellen dat zulks had op dat gedeelte der Ingezeetenen, welke debiteuren zyn van de Compagnie voor pen„ ningen door Middel der Bank op interest genooten, altyd zal moeten onderdoen voor het overwigt van het Notoir belang van allen, dat de geldschieter, van wien de rouleerende Munt alleen haare waarde ontleend, werde geconserveerd, Waarom wy het ook als nuttig en noodzakelyk beschouwen dat ten allen tyde ten minsten so veele papiere Munt in Circulatie werde gehouden als het uytstaande Capitaal onder de Ingezeetenen importeerd. Wy agten ons verpligt by deeze geleegenheid onder het oog van Uw Wel Edele Hoog Agtbaare te brengen het ongerief het welk in deeze Colonie Veroorsaakt word door het gebrek aan Payement, als zynde nimmer in deselve eenige andere Kleine Munt in Circulatie geweest dan de dubbelde en enkelde Stuyvers. Hier by komt dat de uytvoering der Ordre van de Vergadering van 2vy=m om de dubbelde stuivers in zelver voegen in te neemen en uyt te geeven als de gulden, of dertig dubbelde Stuyvers makende drie Guldens tegens 72 stver:s Indiasche waarde impraeticabel is bevonden, so om dat het niet wel mogelijk is de dubbelde Stuyver teegens 22/5 stuyver, (gelyk volgens die proportie zoude moeten geschieden) in Circulatie te brengen, als om dat het ten Uitersten moeyelijk zoude zyn zulks te doen effect sorteeren, en misschien ook ongera„ den om daar toe pogingen aan te wenden, welke zeekerlyk zouden strekken om te Verleevendigen de klagten meermalen, zelfs zie Bylage No. 1. aan ons gedaan over de hoge Cours tot welke de Ingezeetenen verpligt zyn de gemunte gulden aan te neemen, waar door de Compagnie te op
English
135. see Appendix No. 33. see Appendix No. 34. profits so noticeably on that specie; for which reasons we have also found ourselves obliged, upon the representations made to that end by the Council of Policy, to authorize it to transfer the double Stuyvers which were still held, to a small amount, in the main treasury, into the daily or petty cash at the customary rate of 12 pieces to a gulden, and subsequently to bring them into circulation. We must therefore confess that we know of no other way to best promote the Company's profit in this matter than henceforth to send no more double or single stuyvers here, and no other coinage than guldens, half guldens, quarter guldens, and eighth guldens, as the ministers have also already demanded. Then, since in that case the smallest coin current here, for to split the paper currency into smaller parts is impracticable, will have the exchange value of three stuyvers, which is not sufficient to settle accounts with one another in daily transactions, so then at the same time a trial ought to be made to introduce a copper coinage, from which we believe a good outcome may be expected, which would have to consist of pieces to the value of 1 1/2 and 3/4 Cape Stuyvers, or of ten and five Holland duyten. To the affairs concerning the Political Administration of the Colony certainly also belongs the care for the sustenance of its inhabitants: a matter of greater importance than many at first glance might think regarding a country famous for its fertility, so that it has demanded the most earnest consideration in what manner one might relieve the farmer of his surplus harvests. It is true that these harvests generally yield much more grain than is required for the maintenance of the inhabitants and the needs of the Company and passing foreign ships, but it is likewise true that one is exposed here to total crop failures: indeed, the memory thereof is still fresh; one need only look at the Cape reports of the years 1786 and 1787, when famine was at the door here, and the Company was obliged to incur exorbitant expenditures in order to avert the threatening disaster. The Assembly of the XVII has also long been convinced of the necessity of having a sufficient quantity of wheat in stock here in time, and has been in correspondence with the ministers about this, but the unclear manner in which they expressed themselves on the subject, and the contradiction which was observed in their advice regarding it, had caused this matter to remain without further follow-up until then. We were soon obliged to take the consideration thereof in hand with the utmost seriousness due to an incident which caused the worst consequences to be feared, and which increased not a little the difficulties in which we found ourselves entangled upon our arrival. In the latter part of the month of July, a rumor spread, which also casually came to our ears, that there was a shortage of corn here, and several bakers already found themselves no longer in a position to supply their customers with bread; a matter all the more worrying because the outcome of the standing crop in the fields was still entirely uncertain, and it would still take five months before the time of harvesting arrived. In the beginning, however, we could hardly imagine the validity thereof, because we understood that the Council of Policy would not then have failed to give us notice thereof, and to devise such measures as the circumstances might require. In order, however, not to remain in uncertainty regarding a matter of such importance, we asked for the report of the Council upon it, and at the same time, in case our reports were grounded, their considerations as to what provisions would then see Appendix No. 35.
Dutch transcription
135. # zie Bylage No 33. 1 Lie Bylage No. 34. op die specie zo merkelyk profiteerd; om welke reedenen wy ons dan ook genoodzaakt hebben gevonden op de daar toe gedaane representatien van den Politieken Raad, haar te qualificeeren, om de dubbelde Stuyvers welke (tot eene geringe hoeveelheid / nog in de groote geldkas berustende waaren, in de dagelyksche of kleine kas, op de gewoone Voet van 12 stuks voor een gulden over„ en vervolgens in Circulatie te brengen. Wy moeten dierhalven bekennen geene andere Weg ter meeste betragting van 's Comps profyt in deeren te weeten dan om voortaan naar herwaard geene dubbelde of enkelde stuyvers meer te zenden en geene andere Munt dan guldens, halve guldens, quart guldens en agste guldens, gelyk de ministers ook bereids hebben Geëischt Dan vermits als dan de minste munt alhier gangbaar /want om de papiere munt in Klemder gedeeltens te Splitoen is impraeticabel (zal hebben de Cours waarde van drie stuyvers, het welk niet voldoende is om in dagelyksche handelingen van elkanderen af te komen, Tot de aangeleegenheeden het Politiek Bestuur der Colonie Concerneerende behoord gewisselyk Ook de sorg voor het leevens onderhoud van desselfs bewoonderen: eene zaak van meer aangeleegenheid, dan veelen in den eersten opslag wel zouden denken omtrend een Land, beroemd van weegens deszelfs Vrugtbaarheid, so dat het de ernstigste Overweeging heeft gevorderd op wat wyze men den Landman van desselfs Overtollige Oogsten zoude kunnen Ontlasten. Het is so, dat doorgaans die oogsten veel meer graanen opleeveren, dan tot Onderhoud der Ingezeetenen en benodigdheid van de Compagnie en de passeerende Vreemde Scheepen Vereischt zo zoude als dan teevens eene proeve behooren te worden genoomen tot het introduceeren van een Kopere munt (waar van wy meenen een goeden uytslag te mogen verwagten / welke zoude moeten bestaan in stukken ter waarde van 17½ en 4 kaab. sche Stuyvers, of van Tien en vyf Hollandsche duyten. — zo word word, maar het is zeevens waar dat men alhier aan totaale misgewassen is blootgesteld: zelfs is het geheugen daar van nog versch; men sla slegts het oog op de Kaabsche berigten van de Iaaren 1786 en 1787, toen alhier de Hongersnood voor de deur stond, en de Compagnie tot exor„ bitante uytgaven is verpligt geweest om het dreygend onheil af te weeren. De Vergadering van Xvij=m i ook reeds voor lang Overtuigd geweest van de noodzakelykheid om alhier eene genoegzaame hoeveelheid tarweer tijd in voorraad te hebben, en is daar over met de ministers in Correspondentie geweest, maar de onduydelyke wyze waar op deeze zig daar ove hebben geëxpliceerd, en de tegenstrydigheid welke men daar omtrend bespeurde in hunne adviesen„ had deeze zaak tot dun verre buyten vervolg doen blyven. Welhaast wierden wy genoodzaakt de Overweeging daar van met den meesten ernst by de hand te neemen door een voorval het welk de ergste gevolgen deed vreezen, in de moeyelykheeden waar in wy ons by onze aankomst gewikkeld vonden, niet weynig vermeerderde. In het laast der maand Iuly verspreidde zig een gerugt, het welk ook ons toevallig ter ooren kwam„ dat alhier gebrek aan Koorn was, en verscheide bakkers zig bereids niet meer in staat bevonden om hunne Calanten van brood te voorzien; eene zaak des te sorgelyker om dat de uitslag van den te veldstaanden Oogst nog geheel onzeeker was, en het nog vyf maanden moest aanlopen, aleer tyd der inzameling daar was. Wy konden ons egter in den beginne de gegrond- heid daar van Naauwlyks voorstellen, om dat wy begreepen dat de Politieke Raad als dan niet zoude hebben nagelaten ons daar van kennisse te geeven, en zodanige middelen te beraamen, als de Omstandigheeden zouden vereysschen. Om egter Omtrend eene zaak van die aange- leegenheid niet in het onzeekere te blyven, vroe„ tzie Bylage No. 35. gen wy daar op het berigt van den Raad, en teevens, ingevalle onze berigten gegrond waaren, haare Consideratien, welke voorzieningen als waar dan
English
from 2 to F ought to have taken place, alongside an accurate statement of how much grain was currently present here, both in the Company's warehouses and among private individuals, and how long the same would be able to last. Then we were not a little astonished when, from that report which we received on the 4th of August, we perceived that our information had been only too well-founded, such that according to an inventory taken by Commissioners from the Council of Justice, the entire quantity of wheat, flour, and biscuit present here among the Bakers amounted to no more than roughly 1600 Mudden, whereas they together, in order to keep their trade going and to provide the Inhabitants with bread, require monthly 2600 to 2700 mudden of Wheat, and that consequently, even if all the supply of Wheat and flour present here on hand were baked into bread, and the biscuit, which is produced solely for the provisioning of the Ship's crews, were consumed instead of bread, the one and the other would be sufficient for only 18 days. As this state of affairs demanded a prompt provision in the most pressing manner, just as it left no choice regarding the means that could be employed to provide for the immediately manifesting lack of grain here on behalf of the Inhabitants, as had appeared to Us even more clearly and most strongly from a Conference with Deputies from the Council of Policy, we were obliged to proceed to authorize the Ministers, pursuant to their proposal, to cause to be furnished from the Company's Magazines to each of the Burgher Bakers as much Wheat as they lacked according to their statement made to Commissioners from the Council of Justice, in order to be able properly to continue their trade for a month and a half, against cash payment of Rds 30:— for every ten Mudden. And since the Bakers, both those who had already stopped baking and those who, according to their obligation, would not be able to continue therewith without being supplied from the Company's Magazines, had directly acted against the second of the Articles and conditions to which they had subjected themselves, and thereby in an inexcusable manner exposed this capital to the most dreadful consequences and Confusion, whereby they had also incurred the fine of one thousand Cape Guilders stipulated in the aforesaid Article, we gave orders that, pursuant thereto, proceedings should be instituted against the Guilty parties. We further found it necessary to recommend to the Council to be extremely sparing in granting permissions for the shipment or export of Wheat, flour, or biscuit, and authorized them also provisionally to suspend the shipments of wheat for the Batavian demands, until such time as the supply thereof would again permit those shipments. But when we cast our eye upon the whole course of this matter in its true Circumstances, and upon the conduct maintained therein by the Council, we discovered such tokens of Imprudence and inaccuracy as necessarily must have aroused our Utmost displeasure. In its missive to us of the 18th of the previous month, of which further mention will be made hereafter, the Council had cited, among the reasons which had prompted it to postpone the levy of a 50th penny: "that Burgher Councillors in the name of the Grain Farmers had made urgent representations to the Residents concerning the levy of the tithes on all the grains and legumes passing the Castle, with the request that some Reduction therein might take place, and that they had taken such provisional resolution upon that Request as was mentioned in their letter of the 7th of April of this Year §23, 24, to the Assembly of Seventeen, to which they subsequently referred themselves." Having verified this, we found there the representations of Burgher Councillors and the Council's thereupon
Dutch transcription
139. van 2 tot F dan behoorden te geschieden, beneevens eene Accu rate opgave hoe veel koorn zig destyds alhier, so in 's Compagnies pakhuyzen, als by partikuliere bevond, en tot hoe lang het zelve zoude kunnen strekken! Dan niet weynig stonden wy verbaasd, wanneer t zie Bylage No: 36. Hy uyt dat berigt, het welk wy den 4e Augustus Ontfongen, ontwaarden, dat onze informatien maar al te gegrond waaren geweest, sodanig dat volgens eenen opneem door Commissarissen uit den Rade van Justitie gedaan, de geheele quantiteit tarwe, meel en beschuit welke zig alhier onder de Bakkers bevond, niet meerder importeerde als ruim 1600 Mudden, daar zy te samen, om hunne neering gaande te houden, en de Ingezeetenen van brood te voorzien, maandelyks 2600 a 2700 mudden Tarwe nodig hebben, en dat vervolgens, Schoon alle de al„ hier aanhanden zynde voorraad van Tarwe - en meel tot brood verbakken, en de beschuit, welke alleen ter proviandeering der Scheepelingen word vervaardigd, in steede van brood geconsumeerd wierd, 't een en ander slegts voor 18 dagen toereikende zoude zyn. Daar deeze situatie van zaaken eeven zeer eene spoedige voorzieninge op het allerdringst vorderde, als zy geene Keuze Overliet omtrend de middelen welke konden worden in 't werk gesteld om in het dadelyk zig vertoonende gebrek van koorn alhier ten behoeve van de Ingezeetenen te voorzien, gelyk Ons zulks uit eene Conferentie met Gecommitteerdens rus den Politieken Rade nog nader en ten Sterksten was gebleeken, so moeten wy wel overgaan om de Ministers ingevolge derzelver voorslag te qualificeeren, om rul 's Compagnies Magazynen aan ieder der Burger Bakkers te laaten verstrekken so veel Tauwre, als zy Volgens hunne opgave aan Commissarisen uiet den Rade van Iustitie gedaan, ontbeerden; om hunne neering anderhalve maand behoorlyk te kunnen Voortzetten, teegens Contante betaaling van Rd=s 30:— voor elke tien Mudden. En nadien de Bakkers, so die geene welke reeds met bakken waaren uitgeschoyden, als die welke volgens hunne verpligting daar meede niet zoude kunnen wierd voortgaan, 141. Voortgaan, sonder uit 's Compagnies Magazynen te werden Voorzien, dadelyk hadden aangegaan teegens het tweede der Articulen en voorwaarden, waar aan zy zig hadden onderworpen, en daar door op eene onverschonelyke wyze deeze hoofdplaats aan de Schromelykste gevolgen en Confusie bloot gesteld, waar door zy dan ook vervallen waaren in de boete van een duyzend kaabsche Guldens by het voorschr: Articul bepaald, gaven wy last. dat ingevolge van dien tegens de Schuldigen zou de worden geprocedeerd Wy vonden het verder nodig den Raad te recomman deeren, om ten Uitersten spaarzaam te zyn in het Verleenen van permissien tot afscheep of uitvoer van Tarwe, meel of beschuit, en qualificeerden had om ook by provisie de verzendingen van tarwe op de Bataviasche eysschen te staaken, tot so lange de voorraad daar van die verzendingen wederom zouden toelaten. Maar wanneer wy het oog vestigden op den geheelen toedragt deezer zake in haare waare Omstandigheeden, en op de directie door den Raad daar in gehouden, ontdekten wy zodanige blyken van Onvoorsigtigheid en onnaauwkeurig- heid, als noodwendig ons Uitersten misnoegen hebben moeten verwekken. By haare missive aan ons van den 18e der vorige maand, waar van by vervolg nader zal worden gesproken, had de Raad onder de reedenen welke haar genoopt hadden tot het uitstellen der hetfing eener 50 se penning, aangehaald: " dat Burger- „ raaden in den naam der Koornbouwen de „ Opgereekenen dringende representatien hadden is gedaan, over de heffing der tienden op alle 3s de graanen en peulvrugten welke 't Casteel g9 passeerden, met verzoek dat daar in eenige in Vermindering mogt plaats hebben, en dat zy „1 op dat Verzoek sodanig provisioneel besluit en hadden genoomen, als by haare letteren van in den 7.e April dezes Jaars §23„ 24. aan de is Vergadering van xvij=en vermeld was waar toe zy zig vervolgens refereerden. - Dit nagegaan hebbende vonden wy aldaar de instantien van Burgerraden en haar daar Raad op
English
143 resolution adopted, described in this manner: that Burgher Councillors had urgently requested that on the matter of the Tithes, a reduction proportioned to the present unfavorable circumstances of this Colony might be made, and with regard to the collection, in order to remove a multitude of inconveniences, the facility should at the same time be introduced that the payment of the said tax might henceforth, at the choice of each individual, take place in produce as well as in cash money. That this request having been deliberated upon at the Political Council Meeting of the 27th of March, the Council, considering the lack of authority in which it judged itself to be, in a time when the finances of the Company, if one wished to preserve it, were far from being able to endure any diminution, but on the contrary ought to be strengthened by all possible means, to be able to grant the least reduction in the payment of a recognition that had already for so long been paid on the present footing, did indeed provisionally decline the requested diminution in the payment of the tithes, yet on account of the in all respects oppressive circumstances in which the Colony actually finds itself, had resolved to make the desired change in the collection of this tax, in such manner as was further detailed at large by it, and of which the necessary notice had been given by it to the public, without anything further being mentioned therein about the matter of the Tithes itself, just as also its aforementioned resolution of the said 27th of March had neither been found in the appendices of its letters to the Meeting of Seventeen, nor in those of its aforementioned missive of the said 18th of July to us. We could deduce nothing else from this than that the Council, driven by a desire to maintain the Company's revenues in this matter, and judging itself able to do so effectively, had simply rejected the aforementioned applications for reduction in the matter of the tithes, and that this affair had since remained without follow-up by it, and the more so because it, by 145 that same Missive of 18 July, had placed the Tithes under the revenues whose proceeds were capable of a continuous increase. But how this matter changed appearance when we compared the contents of the just-mentioned Missive of the 4th of August with what had been dealt with thus far, from which we perceived not only that the Council had left the request of the grain-growing Inhabitants deferred to us, but even that the grain-growing Inhabitants refused to come forward with grain and did not intend to do so until the Requests left deferred to us should be favorably decided in their favor, and that this was actually also the reason that this capital was still supplied with grain for only 18 days. Yet the Council still seemed not to have been able to bring itself to present the matter to us in its mentioned letter with that candor which we might have expected, as it truly was, for comparing with it see Appendix No. 37 its Resolution of the 27th of March prior, we found that it had not simply left the aforementioned requests deferred to us (as it expressed itself in the just-mentioned missive), but that it had resolved, "indeed provisionally to decline the requested diminution in the payment of the tithes, but on account of the in all respects oppressive circumstances in which the Colony actually found itself, to present the matter entirely favorably to us upon our arrival: Indeed, the Council itself had gone so far, see Appendix No 38, as, by a Publication of that same date, without making the very least mention of a rejection of the now repeatedly mentioned applications for the reduction of this tax, on the contrary to give notice to the general public that it had resolved to leave that part of the request of Burgher Councillors, in consideration of the daily expected appearance of the Lords Commissioners-General, deferred to Their High Honors' disposition, and in conclusion:
Dutch transcription
143 op genomen besluit in deezer voegen beschreeven: dat Burgerraden instantelyk hadden verzogt is dat op het stuk der Tienden eene na de presente i Ongunstige Omstandigheeden deezer Colonie is geproportioneerde vermindering mogte gemaakt „ en met opzigt tot de perceptie, ter wegneeming in eener meenigte inconvenienten, teffens de facile s teit geintroduceerd worden, dat de betaling zy der gemelde belasting, ten kaize van een iegelyk is voortaan so wel in producten als Contante pen „ningen zoude mogen geschieden"! „Dat op dit verzoek ter Politieke Vergadering van den „ 27:e Maart gedelibereert zynde; de Raad uit aanmerken is van de onbevoegdheid, waar in zy oordeelde te weezen „ om in een tyd dat de finantien der Compagnie „ wilde men haar behouden, wel verre van eenige „dimunitie te kunnen veelen, inteegendal langs „alle mogelyke middelen dienden gestyft te worden „ de minste vermindering in de opbrenging eener en recognitie te mogen accordeeren, die al so lange is op den presenten voet was opgebragd, de verzog „te dimunitie in de betaling der tienden by „provisie wel gedeclineerd, dog om de wille van de „ allesints drukkende Omstandigheeden, waar in „ de Colonie zig weezentlyk bevind, besloten had„ „ in de perceptie van deeze belasting de gedeside„ „reerde verandering te maaken, op zodanige wyze als door haar verder in 't breede was gede„ tailleerd, en waar van door haar aan 't publiek de nodige kennis was gegeeven: sonder dat daar by iets meer gerept word van het stuk der Tienden zelve, gelyk ook haar voorschr: besluit in d o. 27 e Maart, nog de bylagen haaren brieven aan de Vergadering van wvij„ nog by die van haare voorschr: missive ind o 18 July aan ons te vinden was geweest. Wy konden daar uit niet anders opmaken dan dat de Raad gedreeven door een zugt om 's Com„ pagnies inkomsten in dit stuk te handhaven, en oordeelende zulx met effect te kunnen doen, de voorschr: instantien tot vermindering in het Stuk der tiendens eenvoudig hadden afgeweezen, en dat die zaak zederd by haar zonder vervolg was gebleeven, en zulks te meer daar zy by proviscee die 145 diezelfde Missive van 18 July de Tiendens ander de Inkomsten hadden gesteld, welker provenue voor cene aan houdende Vermeerdering vatbaar was: Maar hoe veranderde deeze zaak niet van gedaan wanneer wy met het tot dis verre verhandelde ver„ geleeken den inhoud van evengemelde Missive van den 4 Augustus, waar uit wy niet alleen Ontwaarden, dat de Raad het verzoek der Koorn bouwende Ingezeetenen aan ons hadden gedefereerd gelaten, maar zelfs dat de koornbouwen de Ingezeetenen weygerden met koorn op te koomen en zulx niet van voorneemens waaren, tot dat aan ons gedefereerd gelaten Verzoeken, ten hunnen faveure gunstig zoude zyn beslooten, en dat dit eygentlyk ook de rede was dat deeze hoofdplaats nog maar voor 18 dagen van koorn voorzien was. Maar nog scheen de Raad niet van zig te hebben kunnen verkrygen om met die rondheid welke wy hadden mogen verwagten, ons de zaak by haaren vermelden brief voor te draagen zo als door ons op hunne voorschr: door den Raad zie Bylage No 38. om by eene Publicatie van dienzelven datum, ze waarlyk was, want met dezelve vergelykende t zie Bylage No. 37. haare Resolutie van den 27 Maart bevorens t von„ den Hy dat zy niet voorschr: verzoeken aan ons eenvoudig hadden gedefereerd gelaten. (gelyk zy zig by evengeme. missive uytdrukten (maar dat zy besloten hadden, " de verzogte dimunitie „ in de betaling der tienden wel by provisie te decli„ „neeren, maar om de wille van de alsuits druk„ „kende omstandigheeden waar in de Colonie zig en weezentlijk bevond, by onze aankomst de „zaak allezint favorabel aan ons te zullen voor¬ „dragen: Ja de Raad was zelve zo verre gegaan, zonder het allerminste gewag te maaken van eene afwyzing van de nu meergemelde instan„ tien tot vermindering deezer belasting, inteegan„ deel het algemeen kennis te geeven, dat by haar geresolveerd was, dat gedeelte van't verzoek van Burgerraden"r uit aanmerking van de in dagelyksch verwagt wordende verschyning van „ Heeren Commissarissen Generaal aan Hoogstder„ „ zelver dispositie gedefereerd te laten en in het ze slot: