VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 4361

Cape · 375 pages · 179 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_4361_0088 view scan ↗

English

...concluded that they trusted that, with the arrangement made regarding the payment of tithes both in kind and in money, they had satisfied the wish and desire of the wheat-farming inhabitants of this Colony, as far as had depended on them. We could not leave such an irregular course of conduct unresented either, but made known to the Council our most serious displeasure at their behavior (see Bylage No. 39), particularly on account of the fact that the meeting of the Xvijm as well as ourselves had been misled by their reports concerning the true state of an affair in its nature and consequences of so much importance; that we had been present here for more than zeeven Weeken without receiving the slightest information thereof, and that from this irresponsible silence it had resulted that this capital found itself in an actual deficiency of indispensable food, a shortage by which we were even exposed, as arising from a matter which they had made known by publication as having been left deferred to us; a shortage which, however pressing, so that already several bakers had to halt their bakeries, nevertheless had first to be brought to their notice by us; a shortage, finally, which had indeed been labeled by them with the plausible name of scarcity, from which no fear of want could arise, but which nevertheless could only be thoroughly remedied by the delivery of corn by the agricultural inhabitants, which according to their own admission depended on decisions upon requests that the Council claimed to have rejected, thereby making a display of firmness before the Meeting of xvijne in maintaining the Company's revenues, but which they had in fact resolved to present to us in a completely favorable manner. Since it became abundantly clear in the meantime that the measure of supplying private bakers with corn from the Company's warehouses was entirely insufficient to provide for the prevailing deficiency, unless it were simultaneously brought about that the agricultural inhabitants brought in new supplies, it became a question of the greatest importance what means were the most suitable for that purpose. We held several conferences on this matter with the members of the Council of Policy commissioned for that purpose at our request, from which it became increasingly apparent to us that this matter was most closely connected with the requests of the wheat-farming inhabitants to be relieved in the payment of tithes, in which view we were all the more reinforced because at that very moment we also received a petition from Johannes Jacobus Vos C.S. (see Bylage N.o 40), being four of the principal wheat-farming inhabitants, requesting thereby, both for themselves and for their fellow wheat-farming inhabitants, that in the future, as had previously been the case, tithes should be collected on no other grains than those offered for delivery to the Company. The result of the aforesaid conferences was that the Council, in a further letter, furnished us with their considerations (see Bijlage No 41) demonstrating the grounds upon which the request of the wheat-farming inhabitants rested and, in their opinion, had to be regarded as equitable, and the means that could be employed in consequence thereof, stated by the Council in this manner: that either the tithes should be directly reduced by half, or the price of wheat should be increased by vyf Guldens p.r load, and that in both cases the requirement for the consumption of the inhabitants should be purchased by or on behalf of the Company, and delivered to the bakers at Rd=s 31 the load. The reasons and grounds adduced by the Council to demonstrate the increased burden on agriculture for Veele Jaaren, principally arising from the high prices of farms, slaves, cattle, and materials and tools required for the same, indeed appeared to us to deserve very much reflection (see de Byjlage N:o 42); it appeared that such...

Dutch transcription

147 slot:n dat zy vertrouwden met de gemaakte schikkin„ omtrent het opbrengen der tienden zo wel in natura als in geld, J'aan den wensch en het verlangen van nde Koornbouwende Ingezeetenen deezer Colonie, voor „zo ver van haar had gedependeerd gehad, te hebben voldaan Eene so irreguliere handelwyze konden wy aan ook niet ongeressenteerd laten, maar hebben aan den Raad ons serieust ongenoegen over haar gedrag te t zie Bylage No. 39. kennen gegeeven, bysonder ter zaake dat de vergaderong van Xvijm so wel als wy waren misleyd geworden door haare berigten omtrend den waaren toedragt eener zaak in haaren aard en gevolgen van zo veel importantie. — dat wy meer dan zeeven Weeken Ons hier hadden bevonden, sonder daar van de allerminste kennisse te ontfangen, en dat uit dat Onverantwoordelyk stilzwygen geproflueerd was, dat deeze hoofdplaats zig in een dadelyk gebrek bevond van onontbeerlijk voedzel, een gebrek waar door wy zelfs wierden geëxponeerd, als spruytende uit een zaak, welke zy by Publicatie had bekend gemaakt aan ons te zyn gedefereerd gelaten, een gebrek het welk hoe dringende ook, so dat reeds verscheide bakkers met hunne bakkerijen moesten stilstaan egter het eerst door ons ter haare kennisse was gebragt moeten worden, een gebrek eindelyk door haar wel bestempeld met den schoonschynenden naam van Schaarsheid, waaer uit geen Vreeze voor gebrek kon ontstaan, maar egter alleen grondig weg te neemen door den Opbreng van Koorn door de Landbouwende In„ gezeekenen, welke volgens haare eyge erkentenis afhing van dispositien op verzoeken, die de Raad haa voorgegeeven te hebben afgeweezen„ en daar meede by de Vergadering van xvijne eene vertooning gemaakt van formeteit in het handhaven van 's. Comp: s Inkomsten, dog welke zy in de daad beslooten had allezints favorabel aan ons te zullen voordragen. Daar intusschen Overvloedig bleek dat het middel om aan de Partikuliere bakkers Koorn uit 's Comp s Magazynen te verstrekken geheel Ongenoegzaam was om in het plaats hebbende gebrek te voorzien, so niet teevens geeffectueerd gelasen wierd 149 wen voorraad aanbragten, wiera het eene vraage van het grootste gewigt welke middelen daar toe de geschikste waaren! Wy hielden daar over verscheide Conferentien met de Leeden van den Politieken Raad daar toe op ons verlanger gecommitteerd, waar uit ons meer en meer bleek dat deeze zaak ten naauwste verbonden was met de verzoeken der Koornbou wende Ingeseetenen om gesoulageerd te werden in het opbrengen der tienden, in welk begrip Wy te meer versterkt wierden om dat juist in dit tydstip ook by ons inkwam eene Requeste van tzie Bylage N. o 40. Iohannes Jacobus Vos C. S: , zynde vier der voornaamste Koornbouwende Ingezeetenen, daar by so voor zig als voor hunne meede koornbou„ wende Ingezeetenen verzoekende, dat by vervolg„ so als voorheen had plaats gehad, van geene andere graanen de tiende zoude worden gebeurd als van die welke ter leverantie aan de Compag nie worden aangebooden. Consideratien suppediteerde tot aanwysing der gronden waar op het verzoek van de Koornbouwende Ingezeetenen rustte, en na haare gedagten als billyk moest worden beschouwd, en der middelen welke ten gevolge daar van zouden kunnen worden aangewend, en in deeser voegen door den Raad opgegeeven, dat of de tienden direct op de helft zouden worden Verminderd, of de prys der tarwe met vyf Guldens p. r vragt zoude worden ver„ hoogd, en dat in beide gevallen de benodigdheid voor de Consumtie der Ingezeetenen door de Compagnie, of van haarent weegen zoude worden ingeslagen, en aan de bakkers afgelevverd tot Rd=s 31 de vragt. De reedenen en gronden door den Raad bygebragt ten betooge van het meerder bezwaar van den Landbouw zeederd Veele Jaaren „ voornamentlyk Ontstaan door de hoge pryzen der plaatsen, slaaven, Vee en materiaalen en gereedschappen tot den- zelven benodigd, kwaamen ons in de daad voor wierd dat de landbouwende Ingezeetenen nien (zie Bijlage No 41. dat de Raad ons by eene nadere Missive haare Het gevolg der Voorschr: Conferentiën was t zi de Byjlage N:o 42. zeer veel reflexie te Verdienen; het bleekt dat dat zulks

NL-HaNA_1.04.02_4361_0090 view scan ↗

English

151 this differed by more than half, and we therefore judged it fair and necessary that this should be provided for by appropriate means for the benefit of the grain-growing inhabitants. Since it was also, as we have already remarked, judged with the utmost justice to be extremely necessary that in this Colony, both for the Company's administration and for the necessities of the inhabitants, there should always be a year's supply of wheat in stock, we understood that special reflection ought to be given to this on this occasion, and the measures to be applied arranged in such a way that this beneficial objective was achieved at the same time, and all the more so, since herein already seemed to lie in itself a means to accommodate the grain-growing inhabitants notably, namely by providing them with the certainty of disposing of the most considerable part of the wheat harvested by them, annually at a reasonable price, and for cash payment. Both proposals of the Council were also arranged for that purpose; but however much the first of them appeared more profitable at first glance, it was nevertheless to be noted regarding it that it deviated from the first principle which ought to be kept in mind in the administration of the Company's affairs, namely that they must be conducted with the least possible encumbrance. — that by reducing the tithes by half, the Company immediately forfeits a well-acquired right, which we considered to have very far-reaching consequences; and finally that the profit that would be made by the Company on the grain that would be delivered to the bakers, if it were enjoyed by it directly, would easily give rise to erroneous ideas and new complaints. We have therefore preferred to make use of the second of the aforementioned proposals, as whereby the Company remained free of new encumbrance, the right of tithes was fully preserved, and the idea of making a profit on the sale of grain at the expense of the inhabitants was avoided. Combining this measure, then, with the necessity cited above, that here one should be provided with a supply of wheat for a year at all times, this gave rise to the question as to what quantity of wheat one ought to be provided with storage space for to achieve this objective, and whether it was at hand. In order to make up as much as possible for what was lacking in this regard, we had evacuated and appropriated for the storage of wheat the two lower and two similar upper halls making up the southeasternmost part of the Hospital; as the remaining part of that extensive building is still abundantly spacious enough for accommodating the sick, and further designated for the same purpose one of the so-called epidemic buildings situated on the wings of the Hospital. It appeared from a calculation made by the Dispencier at our requisition (see Appendix No. 43) that there was sufficient storage space on this basis for a quantity of 61000 mudden, and that, to be provided with the intended supply for a year, there would be a shortfall for only 14000 mudden; yet this, in our view, needed to leave not the slightest concern, partly because one could hardly imagine a crop failure so unfavorable that the harvest would not amount to a fifth or sixth part of what it usually yields, partly because in such a case the shipments to India (as goes without saying) being stopped immediately, the supply still at hand for that purpose would also immediately serve to make up the missing 14000 mudden, and finally because we must expect that since the inhabitants were permitted the export of their products with their own ships, and the navigation to the bays situated hereabouts, grain cultivation would increase considerably, and all the more completely.

Dutch transcription

151 zulks meer dan de helft verschilde, en wy Oordeelden het daarom billyk en noodzakelyk, dat daar in door gepaste middelen ten voordeele der Koornbou„ wende Ingezeetenen wierde voorzien. Daar het nu ook, gelyk wy reeds hebben aange¬ merkt, met het hoogste regt als ten uitersten nood- zakelyk was geoordeeld, dat in deeze Colonie, so voor 's Compagnies omslag, als voor de nooddruft der Ingezeetenen altyd voor een Jaar Tarwe in voorraad was, begreepen wy ook daar op by deese geleegenheid byzondere reflesie behoorde te worden geslagen, en de aan te evenden middelen zodanig ingerigt, dat dit Teylzaame Oogmerk teevens wierd bereikt, en zulks te meer, daar hier in reeds op zig zelven een middel scheen geleegen te zin om de koornbouwende Ingezeetenen no„ tabel te gemoet te koomen, door namentlyk hun zeekerheid te verschaffen om zig van het aanzienlijkst gedeelte van de by hun ingeoogst wordende tarwe, Jaarlyksch tot eene behoorlyk prip, en teegens Contante betaaling te ontdoen De beide ontwerpen van den Raad waaren daar toe ook ingerigt; maar hoe zeer het eerste derzelve in den eersten opslag profytelyker voor- Kwam, viel daar omtrend nogthans op te merken, dat het zelve afweek van het eerste beginsel het welk in de administratie van 's Comps zaken behoorde te worden in 't oog gehouden, dat namintlyk dezelve met den minsten omslag mogelyk moet werden gedirigeerd. — dat door de tienden op de helft te reduceeren, de Compag„ nie van een wel verkreegen regt dadelyk af- gaat, het welk wy beschouwden te zyn van zeer veruitziende gevolgen; en eyndelyk dat het voordeel dat door de Compagnie zoude worden behaald op het Koorn dat aan de bakkers zoude worden afgeleeverd, wanneer het zelve door haar Onmiddelijk wierd genoo„ ten, al ligt verkeerde denkbeelden en nieuw klagten zoude doen ontstaan. Wy hebben dierhalven gepraefereerd gebruyk te maaken van het tweede der voorschr: ontwer„ pen, als waar door de Compagnie bleef buyten nieuwen Omslag, het regt der tienden volkomen daar bleef beeld van met den Verkoop van Koorn ten Kosten der Ingezeetenen Voordeel te doen Dit middel dan Combineerende met de hior voren aangehaalde noodzakelykheid, dat men alhier ten allen tyde van voorraad van tazwe voor een Iaar voorzien zy, deed. zulks Ontstaan de vrage tot hoedanig eene quantiteit tarwe men tot bereiking van dit oogmerk van bergplaats be„ hoorde te weezen voorzien, en of dezelve aan handen was! Om het daar aan Ontbreekende so veel mogelyk te supplieren, hebben wij tot berging van Tarwe doen ontruymen en approprieeren de twee beneed en twee gelyke bovenzaalen uytmakende het Zuyd Oostelykst gedeelte van het Hospitaal; als het overige gedeelte van dat geextendeerd gebouw nog overvloedig ruijm genoeg is tot plaatzing der zieken, en voorts tot het zelfde einde be„ stemd een der Sogenaamde epidemique gebouw zig op de Vleugels van het Hospitaal bevindend Er bleek uit eene bereekening door den Dispencier voet genoegzaame bergplaats was voor eene hoeval„ heid van 61000 mudden, en dat er, om van de bedeelde voorraad voorraad voor een Iaar voorzien te zyn, slegts nog voor 14000 mudden zoude ontbreeken; dog dit behoefde, naar ons in zien, geen de minste bekommening over te laten, eensdeels om dat men zig bijna geen misgewas so ongunstig kon voorstellen, dat de recolte geen Vyfde of sesde gedeelte zoude bedragen van het geen dezelve gewoonlyk op brengd, ten anderen om dat in zodanig geval de Verzendingen naar Indie (gelyk van zelf spreeks dadelyk gestaakt wordende, ook de daar toe nog aan handen zynde voorraad dadelyk tot Suppletie der ontbreekende 14000 mudden zoude strekken, en eyndelyk om dat wij moeten verwagten dat zeederd aan de Ingezeetenen den Uytvoer hunner produkten met eygen Scheepen, en de vaart op de hier Omstreeks geleegen baayen was toegestaan, de graan culture aanzienlyk zoude toeneemen, en met een des te bleef geconserveerd, en gemenageerd wierd het den k0 zie de Bylage No 43. op Onze requisitie geformeerd, dat er op deeze op volleediger ee

NL-HaNA_1.04.02_4361_0092 view scan ↗

English

a fuller effect, as experience has taught that the harvest never fails on both sides of this corner at the same time, but that when rains are lacking on the west side, thereby causing a crop failure, they are all the more abundant on the east side and the harvest all the more advantageous, and likewise vice versa. Regarding now the manner in which we brought these objectives into effect, and some other dispositions made on that occasion, may we be permitted to refer again to the missive which we dispatched in this regard on 14 December 1792 to the Council of Policy, see Appendix No. 44, as well as to our proclamation of that same date, see Appendix No. 45. Among the arrangements made therein was also that, in order to enable the Commissioners of the Council of Justice to pay for the wheat purchased by them for the benefit of the Colony, a fund of ƒ150,000:—:— was advanced to them from the Company's treasury under mortgage of the goods and effects of the Colony, at the customary interest of 6 per cent per year; and that the aforementioned Commissioners, subject to the approval of the Government, should regulate the price at which the wheat would be delivered by them to the private bakers, in such a manner that from it the aforementioned interest, in addition to the costs of wastage and overhead, could be covered, and that it was also left to them, subject to approval as before, to determine proportionally the price of bread. Specifically, with regard to the aforementioned determination of the fund for the purchase, we had assumed that the bakers would pay in cash for the grain that would be collected daily by them, and that consequently, with the higher amount of the purchased and stored grain, and the costs of the overhead of an operation from which the inhabitants were to reap the principal fruits, the price of the grain being delivered to the bakers could certainly have been set at Rd.s 31 the load, without the slightest fear of unpleasant consequences, as this same price had been the basis of both calculations contained in the Council's missive of 10 August prior, and presented to us therein: It could therefore not be agreeable to us when, not long after making the aforementioned dispositions, we learned from a missive of the Council of Policy of 4 January of this year, see Appendix No. 46, that the bakers were accustomed to enjoying a few months of credit upon the purchase of grain, that the same would also have to be granted to them by the Commissioners of the Council of Justice, whereby the aforementioned fund became insufficient, as evidenced by the calculation which the said Commissioners had supplied with their submitted report, see Appendix No. 47; furthermore, that the most dreadful consequences were to be feared from raising the price of bread, and that, the price of bread remaining fixed at 2 stivers for three pounds, it could not be demanded of the bakers that they spend more than Rd. 30:— for the load of wheat, from which furthermore followed the impossibility in which the Commissioners of the Council of Justice found themselves to pay from the capital to be advanced to them the customary interest here of 6 per cent. We nevertheless found ourselves compelled, on the basis of that information, to embrace the proposal likewise made to us by the Council to increase the aforementioned fund to an amount of Rd=s 85000:—, and therefore gave the necessary authorization for it, see Appendix No. 48; with the recommendation, however, to ensure through continuous supervision that the Company would suffer no loss on the aforementioned capital and the amount of the tithes held under the Commissioners, and that the Colony also (as its effects were mortgaged in this matter) would suffer no detriment from the credit to be granted to the bakers. Now, since the increase of the aforementioned fund to Rd:s 85000:—:— the Commissioners, at least that so

Dutch transcription

155 volleediger effect, naar mate de Ondervinding geleerd heeft, dat de oogste nimmer aan beide de zyden van deezen uythoek te gelyk misluekt, maar dat wanneer de reegens aan de Westzyde ontbreeken, en zulks een misgewas veroorzaakt dezelve aan de Oostkant des te Overvloediger en de recolte des te voordeeliger zyn, en so ook weederkeerig. Aangaande nu de Wyze waar op wij deeze Oog- merken tot effect hebben gebragt, en eenige andere dispositien te dier gelegenheid genomen, zy het om geoorloofd ons wederom te refereeren tot het aanschryvens het welk wy desweegens op den 14 December 1792 aan den Politieken Raad hebben 't zie Bylage No. 44. laten afgaan, mitsgaders tot onze Publicatie 1 zie Bylage N o 45. van dien zelfden datum. Tot de daar by gemaakte Schikkingen behoorde Ook dat ten einde Commissarissen van den Raad van Justitie in staat te stellen tot betaaling der by haar ten behoeven van de Colonie ingesla gen wordende tarwe, aan hun uit 's Comp kasta onder verband der goederen en effecten van de Colonie wierd op geschooten een fonds van ƒ150, 000:—:—, tegens den gewoonen Interest van 6 p„r C:t in 't Iaar; en dat de Commissarissen voorn:t onder approbatie der Regeering zouden reegelen de prys tot welke de tarwe door hem aan de partikuliere bakkers zoude worden afgeleeverd, zodanig dat daar uit de voorschr: interessen, be„ neevens de kosten van sipillagie en omslag konden worden gevonden, en dat aan hun ook onder approbatie als voren wierd overgelaten om in eevenreedigheid te bepaalen de prijs van het brood- Wij hadden namentlyk met opzigt tot de voorschr: bepaaling van het fonds tot den inkoop ondersteld, dat de bakkers het Koorn het welk dagelyksch door hun zoude worden afgehaald, Contant zouden betaalen, en dat dienvolgens het meerder bedragen van het ingekogte en opgeslage Koorn, en de kosten van den Omslag eener operatie, waar van de Ingezeekenen de Voornaamste vrugten moesten plukken, de prys van het Koorn aan de bakkers wordende afgeleeverd, immers op Rd. s 31. de vragt zoude hebben kunnen worden bepaald, van zonder 157 zonder de minste Vreeze voor Onaangenaame gevolge daar deeze zelfde prys de bazis was geweest van de beide Calculatien, in des Raads Missive van den 10. e Augustus bevorens vervat, en daar by aan ons voor gedraagen: Het kon ons dierhalven niet aangenaam vallen wanneer wy niet lang na het neemen der voorschr. dispositien uit eene Missive van den Politieken t zie Bylage No 46. Raad van den 4. e Ianuary deezes Jaars vernaamen dat de bakkers in de gewoonte waaren by den inkoop van koorn te jouisseeren van eenige maanden Crediet, dat aan hem het zelfde ook door Commissarissen van den Raade van Justitie zoude moeten worden verleend, waar door het voorschr: fonds ongenoegzaam wierd, blykens de bereekening welke gemelde Commissarissen daar t zie Bylage No 47. van by hun ingediend berigt hadden gesuppe diteerd; dat wijders van het verhogen van de prys van het brood de Schromelykste gevolgen zouden te dugten zyn, en dat de prys van het brood op 2 st:r voor de drie pond bepaald bly„ vende, van de bakkers niet kon worden geverge dat zy meer dan Ra. 30: - voor de vragt Tarwe besteedden, waar uit dan al verder voortvloeyde de onmogelykheid waar in Commissarissen van den Raad van Iustitie zig bevonden, om van het aan hun op te schieten kapitaal op te brengen de alhier gewoone interessen van 6 pr Ct Wy vonden niet te min uithoofde van die Informatien genoodzaakt te amplecteeren het Voorstel door den Raad teevens aan ons gedaan om het voorschr: fonds te vergrooten tot een Montant van Rd=s 85000:-, en gaven dierhal„ d zie Bylage No. 48. Ven daar toe de nodige qualificatie; met aanbeveeling egter om door een geduureg toeverzigt te zorgen, dat de Compagnie aan het Voorschr: kapitaal en het bedragen der tienden Onder Commissarissen berustende, geen schade kwam te lyden, en dat ook de Colonie (als welkers effecten in deezen verbonden waaren / uijt het te verleenen Credit aan de bakkers geen nadeel leed. Daar nu de vergrooting van het voorschr: fonds tot Rd:s 85000:-: - Commissarissen, immers dat so

NL-HaNA_1.04.02_4361_0094 view scan ↗

English

as long as circumstances did not permit any price increase for bread, made it impossible to pay the proper interest to the Company, we had to be satisfied that, by way of acknowledgment, whatever could be saved annually through good and frugal administration would be transferred into the Company’s treasury. We judged this entirely preferable to the Council’s proposal to leave this at the disposal of the Commissioners in order to construct another storehouse with it, because the same could just as well be applied to that purpose by the Company whenever it might be deemed advisable. However, according to private information, we have much reason to expect that the expenses of that administration, as far as the wastage calculated at 2 percent is concerned, will amount to rather less, and that these expenses will also be markedly reduced by establishing that the required slave boys would be furnished to the Commissioners from the Company’s bondservants, as these could easily be found among them since the introduced reductions. By this means, the remaining balance has already immediately been brought to 2450 Rds or ƒ7350:—:— Cape valuation; which, added to what the tithes will yield in excess by virtue of the price increase of wheat, will be able to largely indemnify the Company for this price increase. It certainly would have been desirable if the Company could also have been provided with proper compensation for the space provided by it for storing the grain for the needs of the Colony, and interest for the capital that it is obliged to advance for the purchase thereof; but besides the fact that in this, as in so many other cases, what is most desirable could not be obtained, we believe that the following should also be taken into consideration: First, that the required space did not have to be built or rented, but that the Company already possessed it without making necessary use of it; and Secondly, that the advanced capital consists of paper currency, which otherwise would remain lying interest-free in its treasury. We also made no difficulty, in compliance with a request we received in the month of January from the Government of Isle de France, to favor the expedition undertaken by a certain Becquet to obtain here a cargo of wheat for that Colony, which was in want of provisions, about giving the necessary orders to that effect, of which we gave communication to the said Government (see Appendix No. 49, in reply to their dispatch received by us). Meanwhile, it was far from the case that the expectations of the Council of Policy that a considerable supply of wheat would still be brought in during the last months of the year (see Appendix No. 50) were confirmed by the outcome, as no more than 4200 muds of wheat have been brought in since the beginning of the month of August until mid-December, whereby it certainly must have been difficult to provide for the general need for bread until the new harvest was brought in. This new harvest, however, by the dispensation of good Providence, was so opulent as had not occurred in human memory, whereby all concern has consequently disappeared. If we had occupied ourselves thus far with provisions whose main objective was to establish the existence and prosperity of this Colony on durable foundations, its moral condition demanded our most serious attention no less. We have already shown in this report how greatly lawlessness, especially since the recent war, has gained the upper hand here, and we could well have wished to find means to halt its sad progress from now on.

Dutch transcription

158 so lang de omstandigheeden geene prys verhoging van het brood toelieten, buyten de mogelykheid stelde om de behoorlyke interessen aan de Compagnie op te brengen, hebben wy genoegen moeten neemen dat by wyze van erkentenisse in 's Comp s kas zoude worden overgebragd, het geen Jaarlyksch van eene goede en zuynige administratie zoude kunnen worden overgehouden het welk wy allezints praeferabel oordeelden, boven den voorslag van den Raad, om zulks te laten ter dispositie van Commissarissen om daar voor eene andere bergplaats te exstrueeren, om dat het eeven zeer, wanneer men zulks geraden mogt vinden, door de Compagnie daar toe sal kunnen worden aangelegd. Wy hebben egter volgens partikuliere informatie veel reeden om te verwagten dat de Ongelden van die administratie, wat de op 2 prC„to bereekende spillagie betreft, wel wat minder zullen bedragen, en ook die ongelden merkelyk verminderd door vast te stellen dat de benodigde Slavenjongens aan Commissarissen zouden worden gefurneerd uyt 's Comp:s Lijfeygenen, als daar uit gemakkelyk zeederd de geintros¬ duceerde reductien kunnende worden gevonden, door welk middel het overschietend saldo reeds dadelyk is gebragd op Ra=s 2450:- of ƒ7350:—:— Kaabsche valuatie; het welk gevoegd by het geen de tienden uit hoofde der pay verhoging van de tarwe meerder zullen bedragen, de Compagnie grootendeels weegens deeze prys verhoging zal kunnen schadeloos houden. Het ware zeekerlyk te wenschen geweest dat ook aan de Compagnie had kunnen worden bezorgd eene behoorlyke schadeloos stelling voor de ruymte door haar tot het opslaan van het koorn voor de benodigheid der Colonie wordende verschaft, en een interest voor het Capitaal dat zy verpligt is tot den inkoop daar van op te schieten, maar behalven dat in dit, gelijk in so veele andere gevallen, het meest wenschelyke niet heeft kunnen worden Verkreegen, meenen wy dat ook in aanmerking behoord te komen. zouden Voor 1 161. Voor eerst dat de benodigde ruymte niet heeft behoeven te worden aangemaakt of ingehuur maar dat de Compagnie dezelve bezat, sonder er een noodzakelyk gebruyk van te maaken en Ten anderen dat het opgeschoten Capitaal bestaat in papiere Munt, welke sonder dat renteloos in haare kas zoude blyven Leggen. van den Politieken Raad dat in de laaste maanden zie Bylage No 50. Communicatie hebben gegeeven! van het Jaar nog eene Aanzienlyke voorraad tarwe zoude worden opgereeden, door de Uijtkomst zoude zyn bevestigd geworden, alzo die quantiteit zeeder d het begin der Maand Augustus tot half December niet meer zyn opgereeden dan 4200 Mudden tarwe, waar door het zeekerlyk bezwaarlyk heeft moeten vallen in de algemeene benodigheid van broodt te voorzien tot dat de Nieuwe Oogst wierd opgereeden, welke egter door de beschikking der goede voorzienigheid so opulent is geweest, als by menschen geheugen niet had plaats gehad, waar door dan ook alle bekommering is verdweenen. Hadden wy ons tot dus verre bezig gehouden met Voorzieningen welke voornamentlyk tot oogmerk hadden om het bestaan en de Welvaard deezer Colonie op duurzaame gronden te vestigen, haare zeedelyke toestand vorderde niet minder onze ernstigste oplettendheid. Wy hebben reeds by dit verslag aangetoond hoe zeer Leedenloosheid, voornamentlyk zeederd den jongsten Oorlog, alhier de overhand heeft genemen, en hadden wel gewenscht middelen te kunnen vinden om haaren droevigen voortgang van nu Wy hebben dan ook geen zwarigheid, gemaakt om ter voldoening aan een verzoek het wy in de maand Ianuary bekwaamen van het Gouvernement van Isle de France, om te favoriseeren de expeditie door zeekeren Becquet ondernoomen ter bekoming alhier van een lading tarwe voor die Colonie welke gebrek had aan leevensmiddelen, daar toe de nodige beveelen te geeven, waar van wy aan het gemelde Gouvernement Het was er inmiddels verre van daan dat de Verwagten zie Bylage No 49. in andwoord op haare by ons ontfange Missivet Wy

NL-HaNA_1.04.02_4361_0096 view scan ↗

English

to oppose and stop with force, but we quickly understood that such measures in this Colony, where the distinction between the ranks has already been entirely destroyed for so many years, and envy and jealousy are generally so great, would have been very difficult to define and subject to insurmountable obstacles in execution. Many of the best and most notable inhabitants whom we consulted on this matter, and who no less than we desired a change for the better in this important affair, did not agree with this either. The most suitable measure that could be employed in this regard therefore appeared to us to be the issuing of a Warning, see Appendix No 51, whereby everyone was warned and exhorted to lay aside all foolish passion for outward display exceeding their means or the rules of decency according to each person's rank and condition, and to apply themselves instead to an industrious and laborious life, with further exhortation to apply themselves also to the improvement of certain products of this Country, and the cultivation of others that are deemed suitable for it by knowledgeable people, such as silk, wool, cotton, oil, wax, indigo, and several others, just as Your Right Honourable Worships will be able, if it pleases you, to observe in detail from the aforementioned Warning itself. Everyone who knows what the example of the Great in such matters can effect upon the people will be convinced with us that the effect of that Warning will largely depend on the manner in which the foremost and most distinguished persons, both among the servants of the Company and the burgher class, take it to heart, and will share our sincere desire that those who find themselves placed in the chief governance of this Colony now or in time to come may distinguish themselves especially in this respect. Moreover, having had the opportunity a considerable time thereafter to observe at close hand that, notwithstanding our aforementioned Warning, conspicuous splendor and wastefulness continued to be practiced in many matters, and particularly in the matter of funerals, and being informed that many would indeed desire to refrain from this, but were restrained therein by a misguided fear that this would be interpreted to the detriment of their affection for the deceased, we judged it useful to provide for this matter by a further Warning, see Appendix No. 52. Among the causes of the decline of the members in this Colony, the lack of suitable means for the education of the youth also deserves a prominent place. The Ministers have repeatedly brought this to the attention of the assembly of the Seventeen, who have also more than once expressed their desire that public schools might be established here. This beneficial work was almost brought to completion in the month of March 1792. A plan for the establishment of such schools had already been drafted and confirmed with the approval of the Government. The subscriptions for collecting the necessary fund were also sufficient to begin this beneficial work with hope of success, when unfortunately a reservation appearing in the Resolution of the Council of Policy of the 16th of that month was the cause of its stalling. The subscribers were displeased that the Council had thereby in effect reserved to itself the power to make changes at its discretion in a matter established with its prior knowledge and approval, and for which the fund was supplied by private individuals; and this objection appeared to us not to be entirely without merit. Upon our expressed desire, the Council then modified that reservation by a further Resolution to the extent: "that in the management of the aforementioned schools, and everything relating thereto, no changes departing from the Plan approved by the Council might be made, except with the prior knowledge and upon obtained express consent of the Government."

Dutch transcription

af met kragt teegen te gaan en te stuyten, maar sodanige middelen begreepen wy ras dat in deeze Colonie, alwaar de distinctie tusschen de langen reed zeederd zo veele Iaaren geheel vernietigd is geweest, en de afgunst en nayver over het ulgemeense groo is, zeer moeyelyk in de bepaling, en aan onoverkom lyke hindernissen in de uytvoering zouden zyn Onderhevig geweest: hier in kwamen ook niet ^ov een veelen van de beste en notabelste der Ingezeete welke wij hier over raadpleegden, en niet minde dan wy éene verandering ten goede in dit aangel gen stuk verlangden. Het geschikste middel dat in deezen konde worde aangewend kwam ons dierhalven voor te zyn het tzie Bylage No 51. doen van eene Waarschouwing waar by alle en een iegelyk wierd gewaarschouwd en aangemaand om af te leggen alle dwaare drift voor uyterlykheid hun vermagen of de reegelen van besamelykheid naar mate van ieders rang ende Conditie te buyt gaande, en zig daar en teegen toe te leggen op een Vlytig en arbeidzaam leeven, met verdere exhortatie om zig ook te applieeren op de Verbeekeren van sommige produkten van dit Land, en aankwee„ king van anderen, welke daar toe door bekwaame lieden geschikt worden geoordeeld, als daar zyn de zyde, wol, Cattoen, Olie Wasch, Indigo, en meer anderen, gelyk Uw wel Edele Hoog Agtbaare dit alles, des gelievende, breedvoerig uit de voorschr: Waarschouwing zelve zullen kunnen Ontwaaren. Een iegelyk die weet wat het voorbeeld der Grooten in zulke zaaken vermag op het volk, zal met ons Overtuigd zyn dat het effect van die Waarschouwing grootendeels zal afhangen van de wyze waar op de Eerste en Aanzienlyksten zo van de Dienaaren van de Compagnie als van den Burgerstand dezelve zullen ter harte neemen, en met ons hartelyk verlangen dat de geenen die zig in het Hoofdgebied deezer Colonie nu of in der tyd zullen gesteld vinden, Voornamentlyk van deeze zyde mogen Uitmunten. Overigens een gerecymen tyd daar na in de geleegend heid zynde geweest om van naby op te merken, dat niet teegenstaande onze voorschr: Waarschouwing, in veele zaaken, en inzonderheid in het stuk der begraaffenissen, nog al op denzelfden voet eener van in in 't oog loopende pracht en Verkwisting wierd voor gegaan, en geinformeerd zynde dat veelen wel ver¬ langen zouden zulks na te laten, dog daar in weederhouden wierden door eene verkeerde vrees dat zulks ten nadeele van hunne affectie voor de Overleedenen zoude worden geinterpetreerd, hebben wy dienstig geoordeeld op dat stuk by eene nader tzie Bylage No. 52. Waarschouwinge t voorzieninge te moeten doen. Onder de reedenen van het verval der Leeden in dee Colonie verdiend ook een voornaame plaat het gebrek aan bekwaame middelen tot opvoeding der jeugd: meenigmaalen hebben de Ministers zulks gebragt onder het oog der vergadering van xvij:te, welke ook een en andermaal haar Verlangen heeft te kennen gegewen dat alhier publieke schoolen konden worden opgerigt. Dit heylzaam werk was in de maand Maart 1792. byna tot stand gebragt, een ontwerp tot Oprigting van zodanige schoolen was bereids geformeerd, en met de goedkeuring der Regee ring bekragtigd: de inschryving tot verzameling van het benodigde fonds waaren ook genoegzaam om dit heylzaam werk met hoop van Succes te beginnen, wanneer ongelukkig eene Reserve voorkomende in de Resolutie van den Politieken Raad van den 16. e dier maand, oorsaak was dat het bleef steeken. De Inteekenaaren waaren te Onvreeden dat de Raad daar by aan zig in effecte had behouden de faculteit om naar goedvinden veranderingen te maken in eene zaak met haare Voorkennis en goedkeuring tot stand gebragd, en waar toe het fonds door partikulieren wierd gefur„ neerd, en deeze aanmerking kwam ons voor niet geheel zonder grond te zyn. De Raad heeft dan op ons betoond verlangen ook die reserve by eene nadere Resolutie in so verres gemodificeerd:" dat in het bestier van voorschr: Schoo„ „len, en alles wat daar toe betrekking heeft, geene Veranderingen van het door den Raad goedgekeurde „Plan afwykende, zoude mogen te worden ge„ „maakt, dan met voorkennisse en op bekomen „expres Consent der Regeeringe om Hoe C 165

NL-HaNA_1.04.02_4361_0098 view scan ↗

English

However much the aforementioned soreness has now been completely removed out of the way by this disposition, we must nevertheless lament that a matter of so little importance has spoiled this beneficial work, since through the passage of time not only has the zeal of many to contribute thereto slackened, but several have also, through the increasingly growing shortage of money, become unable to discharge themselves of the engagements already undertaken by them for that purpose. Even shortly after our arrival in this Colony, we did not fail to perceive that trust and communication took place between the Governor and Council and Burgher Councillors, as we have made known in its proper place; throughout the course of our activities in this Government we became increasingly convinced of the necessity thereof. We must say to our regret that the people here are generally of a fretful nature, very inclined to view the acts of the public administration always in a most unfavorable light, and, due to a lack of sufficient occupations, all too often in a position to meddle with them. And therefore, especially in the present state of this Government, where the public power is not great, nay, we dare say not sufficient, very much prudence is required to unite with one another the observance of the lawful interests of the Company, the maintenance of the so necessary authority of the Government, and the peace and contentment of minds; and this, in our view, cannot be done unless such trust and communication take place between the Government and such of the most notable among the inhabitants of whom one can reasonably expect that they have the goodwill to help direct matters for the common good, and sufficient influence over their fellow citizens to be able to assist the Government to that end. As such people we had to consider Burgher Councillors in all respects; what occurred before our arrival in this Government proved it, and the information which we did not fail to gather from all sides, even from people who were not personally well-disposed toward them, also showed that the community placed a very general trust in them, and we must furthermore do them the justice that we have repeatedly experienced striking proofs of their inclination to cooperate toward the attainment of our good intentions. See Annex No. 53. We then resolved on the 18th of March last, upon the requests which they had already repeatedly made to us, to grant them the faculty, as being among the most notable inhabitants of this Colony, and in no way as forming a separate Board, in matters not belonging to the domestic management of the Company and relating to the interests of the Colony and inhabitants, to present their private opinions to the Government; and in case they should consider themselves aggrieved by the dispositions of the Government, then to be permitted to address themselves to the Assembly of the Seventeen, all on such footing and manner as is more fully described in the aforementioned disposition, which we have furthermore drawn up in such manner as appeared to us best able to serve to prevent all abuse. On the other hand, upon transmitting our said disposition to the Council of Policy, we found it necessary to hold out to them our expectation that the Council on its part would also cooperate thereto, insofar as this could be done consistently with its obligations; to which, according to our thoughts, it could contribute much if matters were avoided that are in themselves of little importance, but of which one can foresee that they must be unpleasant or offensive to notable inhabitants, as a result of which very great harm was often done to matters of greater weight, and which often caused the affection of the inhabitants toward the Company to diminish, which nevertheless could by no means be a matter of indifference to it, and ought therefore to be preserved through all proper ways and means. Your Honorable High Mightinesses will have noticed that in the aforementioned disposition regarding Burgher Councillors we had sought as much as possible to preserve the constitution of affairs as it had been established by the Assembly of the Seventeen in the year 1785, namely insofar as it appeared to us that the functions of Burgher Councillors had thereby ceased, and they had been replaced therein by the Board of Commissioners from the Council of Justice then newly established; and it had appeared the more probable to us—for the letter of the Zeeland Chamber of the 28th of July 1785 does not express itself clearly on this point—that such had been the true intention of the said Assembly, because we had found occasion, in the remarks of experienced Company servants to be found in the printed documents regarding the Cape grievances of the year 1779 and following, to consider that the grounds upon which Burgher Councillors maintained that they had previously constituted a separate Board, authorized to make representations, were unfounded. Then Burgher Councillors addressed themselves anew to Us on the 22nd of the same month, and orally represented the necessity of being considered as a separate Board to which the inhabitants were accustomed to submit their interests, and by which means the Government could be freed from many troublesome and irregular applications; furthermore appealing to the fact that they had already from the beginning of this century been recognized as such by the principal rulers as well as by the Government, of which their Resolutions, as well as many extracts sent to them from Resolutions of the Council of Policy, provided the clearest proofs, and that this had also never been abolished by the Assembly of the Seventeen, whereas on the contrary, in the aforementioned letter from the Zeeland Chamber, they found expressions which the continuation

Dutch transcription

167 Hoe zeer nu door deeze dispositie de voorschr: Zeee righeid geheel is uit den Weg geruymd, moeten wy ons niet te min beklagen, dat eene zaak van so wynig aanbelang, dit heylzaam werk heeft verkaa„ nadien door het verloop des tyds niet alleen de Yver van Veelen om daar toe te contribueeren is verflaauwd, maar ook verscheiden door het meer en meer toegenomen geldgebrek buyten het ver„ mogen zyn geraakt zig van hunne daar toe reeds genome engagementen te kwyten. — Bezeften wy reeds kort na onze aankomst in deese Colonie het niet dat er een vertrouwen en Communicatie plaats greep tusschen den Gezaghebber en Raad en Burgerraden, gelyk Wy zulks ter zyner plaatze hebben bekend gesteld wy wierden van de noodzakelykheid daar van geduurende den loop onzer beezigheeden in dit Gouvernement hoe lang so meer Overtuigd Wy moeten tot ons leetweezen zeggen dat het volk alhier over het algemeen is van een wreeveligen aard, zeer geneygd om de daaden van het publiek bestuur altyd in een meest ongenestig ligt te beschouwen, en door gebrek aan genoegzame beezigheeden, maar al te veel in de geleegenheid om er zig meede te bemoeyen. En word dierhalven /voor al in den presenten staat van dit Gouvernement, alwaar de publieke magt niet groot, Ia wy durven wel zeggen niet genoegzaam is / zeer veel beleid vereischt om de betragting van de Wettige belangen der Compagnie, de handhaving van de so nodige Auchoriteit der Regeeringe, en de rust en wel te vreedenheid der gemoederen met elkanderen te paaren, en dit is naar ons inzien niet te doen, ten zy er een sodanig vertrouwen en Communicatie plaats hebbe tusschen de Regeering en sodanige van de notabelste der Ingezeetenen, waar van men met grond verwagten kan dat zy goede wil hebben om de zaaken ten algemeenen beste te helpen dirigeeren, en genoeg invloed op hunne meede burgeren om daar toe de Regeering behulpzaam te kunnen zyn. — Al sodanige lieden moesten wy in alle ligt Opzigten 169 Opzigten beschouwen Burgerraden: het gebeurd voor onze aankomst in dis Gouvernement bewees en de informatien welke wy niet verzuymden van alle kanten in te neemen zelfs van lieden die hun perzoonlyk niet geneegen waaren¬ bragten meede, dat de gemeente in hun een zeer algemeen Vertrouwen stelde, en wy moeten hen wyders het regt doen dat wy meermalen tref fende blyken hebben ondervonden van hunne merken meede te werken. & zie Bylage No. 53. Wij besloten dan op den 18e. Maart Jongstleede op de Instantien welke zy reeds meermalen aan ons hadden gedaan, hun te verleenen de faculteit, om als zynde van de notabels te Ingezeetenen deeser Colonie, en geensint als formeerende een apart Collegie, in zaaken niet behoorende tot de huyshoudelyke directie der Compagnie, en betrekking hebbende op de belangen der Colonie en Ingezeetenen, hunne partikuliere denkbeelden aan de Regeeringe te mogen voordragen; en by aldien zy meerden by de dispositien der Regeeringe beswaard te zyn, zig dan te mogen addresseeren aan de Vergadering van xvijmn alles op zodanigen Voet en wyze, als breeder by de voorschr: dispositie is omschree„ ven, welke wy Overigens op zodanige wyze hebben geextendeerd, als ons toescheen het meest te kunnen strekken om alle misbruyk voor te komen. Aan de andere kamt vonden wy het noodzakelyk by de toezending onzer gemelde dispositie aan den Verwagting dat de Raad ook van haare zyde daar toe zoude meedewerken, in zo verre zulks behoudens haare Verpligtingen geschieden kon; waar toe na Onze gedagten al veel konde Contribueeren wanneer vermyd wierden zaaken in zig zelven van weynig aanbelang, dog waar van men voorzien kan dat dezelve voor notabele Ingezeetenen Onaangenaam of aanstootelyk moesten zyn, als waar door dikwyls aan zaaken van grooter gewigt zeer veel nadeel wierd toegebragd, en 't welk dikwyls de affectie der Ingezeetenen omtrend de Compagnie deed verminderen, welke haar nogthans in geneygdheid om tot bererking onzer goede oog zie Bylage N:o 54: Politieken Raad, dezelve voor te houden onze aldien geenen geenen deele onverschillig kon zyn, en dierhalven langs alle gepaste weegen en middelen behoorde te worden geconserveerd. Uw Wel Edele Hoog Agtbaare zullen hebben opgemerkt dat wy by de voorschr: dispositie omtrend Burgerraden so veel mogelyk hadden getragt te Conserveeren de Constitutie van zaaken zodanig als die door de Vergadering van 2vi=m in den jaare 1785 was geëxablisseerd, in so verre namentlyk als het ons voorkwam dat de functie van Burgerraden daar door waaren gecesseerd en zy daar in vervangen door het als toen nieuw Opgericht Collegie van Commissarissen uit den Raad van Justitie; en het was ons des te waarschynelyker voorgekoomen, /want de missive der Kamer Zeeland van den 28e. July 1785 drukt zig op dit stuk niet klaar uyt (dat zulk de waare intentie van welgemelde verga dering was geweest, om dat wy in de aanmerkinge van ervaren Compagnies Dienaaren, te vinden in de gedrukte stukken rakende de Kaabsche Klagten van den jaare 1779 en volgende, aan ley¬ ding hadden gevonden om de gronden waarop Burger raden sustineerden te voren te hebben uytgemaakt een afzonderlyk Collegie, bevoegd tot het doen van repraesentatien, waren ongefundeerd. Dan Burgerraden addresseerden zig op den 22e derzelve maand op nieuw aan Ons, en re„ presenteerden by monde de noodzakelykheid van geconsidereerd te worden als een apart Collegie waar aan de Ingezeetenen gewoon waaren hun belangen voor te draagen, en door welk middel de Regeering van veele lastige en onregelmatige aan zoeken konde worden bevryd; zig wyders daar op beroepende, dat zy reeds van den beginne deezer Eeuw door de Hoofdgebieders so wel als door de Regeeringe als zodanig waren erkend geworden, waar van haare Resolutien, so wel als veele hun toegezonden Extracten uyt Resolutien van den Politieken Raad, de klaarste bewyzen opleeverden, en dat zulks ook door de vergadering van xvy=m nimmers was afgeschaft, terwyl zy in teegendeel in Voormelde Missive van de Kamer Zeeland, uytdrukkingen vonden, welke de =ding voort dig

NL-HaNA_1.04.02_4361_0101 view scan ↗

English

seemed to indicate the continued existence of their Board, especially those whereby the Political Council was ordered to provide the Burgher Councillors with copies of all Placards, Publications, etc. We thereupon requisitioned the books and registers to which they referred, and found that truly Burgher Councillors were already considered from the beginning of this century as forming a separate Board; indeed, it appeared therefrom that the Political Council was accustomed, upon requests addressed to it concerning civil matters, to demand the considerations and report of the Burgher Councillors; that the Government, on the recommendation of the Burgher Councillors, sent away bad subjects from this Colony; that the Government in the year 1781 enacted that, in order to prevent all disorders, no one should be free to behave improperly toward the Burgher Councillors in any matters concerning their office, upon penalty, etc.; that the Government forwarded its Placards and Publications to the Burgher Councillors, and gave notice to the Burgher Councillors whenever convicts arrived here from the Indies; that the Government granted the Burgher Councillors the faculty to consult with the Governor, or to present their considerations, regarding civil affairs in general and those of the Colony in particular; and finally, in general, that far from anything being found in the aforementioned books or registers from which unfavorable thoughts concerning the Burgher Councillors might arise, these on the contrary contained abundant proof that the Government made use of them with success in many cases, and allowed itself to be advised by their opinions in civil affairs or orders. Convinced by all this of both the fairness and the usefulness of the request of the Burgher Councillors, we took a further disposition on 26 March, see Appendix No. 55, whereby we enacted that the Burgher Councillors, with regard to the duties for which we had previously given them the faculty on the 18th, should be considered as a separate Board, and as such should also be allowed to make use of the Secretary and Messenger of the Burgher Militia Council, without it being understood, however, that any change was thereby made in the Constitution of the Board of Commissioners from the Council of Justice, pursuant to the Instruction decreed for that Board on 11 July 1792, see Appendix No. 2, to which, therefore, the duties determined by the aforementioned Instruction remained exclusively mandated. On that same occasion, we granted to the Burgher Councillors, who had already applied to us for this several times, see Appendix No. 55, that henceforth the nominations to fill their vacancies should be formed by them separately, under the presidency of the President of the Council of Justice, and by no means by the combined Board of Commissioners from the Council of Justice, as had taken place since the year 1785. Although we were now fully convinced, as we still are, that these were the most appropriate ways to restore the tranquility of the Colony and the indispensable trust between Rulers and Inhabitants with the hope of lasting success, and that the extreme disputes and agitations seen here in the year 1779 and subsequently would have been prevented if the political direction of this Colony had always followed the footsteps of the Worthy Governor Tulbagh, who knew the character of the Inhabitants of this Land so well and knew how to unite friendly courteousness with fitting firmness, experience has nevertheless since shown that the spirit of discontent had taken too deep root for this salutary end to be completely achieved for the present, as will further appear to Your Noble and High Mightinesses from what will be said under the second section concerning the events with respect to the new taxes introduced by us.

Dutch transcription

voortduurende existentie van hun Collegie Scheene dan te duyden, voornamentlyk die waar by de Politieke Raad gelast wierd aan Burgerraden ter hand ter stellen Copien van alle Placaten, Publicatien etc. a. Wy requireerden daar op de Boeken en registers waar op zy zig beriepen, en bevonden dat waarlyk Burgerraden reeds. van den Aanvang deezer eeuw waren geconsidereerd als formeerende een apart Collegie; immers bleek daar uit dat de Politieke Raad gewoon is geweest op verzoeken aan haar geaddresseerd, en betreffende burgerlyke zaaken, te vorderen de Consideratien en berigt van Burgerraden — dat de Regeeringe op voor dragt van Burgerraden slegte subjecten uit deeze Colonie heeft opgezonden. — dat de Regeereng in den Jaare 1781. heeft gestatueerd dat om alle desordres te weezen, het aan niemand vry zoude staan zig teegens Burgerraden in eenige zaaken haar ambt betreffende kwalyk te gedragen op poene etca. — dat de Regeeringe haare Placatenn Publicatien aan Burgerraden heeft doen toekoomen, en wanneer Bandieten uit Indie alhier aankwaamen daar van aan Burgerraden heeft doen kennis geeven. — dat de Regeeringe aan Burgerraden de faculteit heeft toegekend om over burgerzaaken in 't generaal, en die van de Colonie in 't bysonder zig met den Gouverneur te verstaan, of van haare Consideratien desweegens te dienen. — en eyndelyk in het algemeen, dat wel verre dat in de voorschr: boeken of registers iets zoude te vinden zyn, waar uyt ongunstige gedagten omtrend Burgerraden zouden kunnen ontstaan, in teegendeel dezelve veelvuldige blyken behelsden dat de Regeering sig in veele gevallen met succes van dezelve heeft bediend, en zig in burgerlyke zaaken of bestellingen door haare adviesen doen voorligten. Door dit alles overtuygd so wel van de billijkheid als van het nut van het verzoek van Burger- raden, namen wy dan den 26 Maart eene nadere t zie Bylage No. 55. dispositie, waar by wy statueerden dat Burgerraden ten aanzien der verrigtingen heeft waar waar toe wy hun op den 18 e bevorens de faculter hadden gegeeven, zouden worden geconsidereerd al een apart Collegie, en als zodanig ook gebruik zouden mogen maken van den Sekretaris en Bor van den Burger Krygsraad, zonder dat noghtan verstaan zoude worden daar door eenige verandere te zijn gemaakt in de Constitutie van het Collegie van Commissarissen uit den Raade van Justitie agtervolgens de Instructie op den 11e. July 1792 zie Bylage No. 2. voor dat Collegie gearresteerd, aan het welk dierhalven privativelyk gedomandeerd bleeven de verrigtingen. by de Voorschr: Instructie bepaald Ozie Bylage N:o 55. By die zelfde geleegenheid vergunden wy aan Burgerraden, (welke daar toe reeds verscheide maalen aanzoek by ons hadden gedaan (dat voortaan de nominatien tot Suppletie van der zelver vacatures, zouden worden geformeerd door hun afzonderlyk, onder Praesidie van den Praesident van den Raade van Justitie, en geenzint door het gezamentlyke Collegie van Commissarissen uit den Rade van Justetie„ gelyk zeederd het Jaar 1785 had plaats gehad. Schoon wy nu ten vollen verzeekerd waaren, gelyk wy nog zyn, dat deeze de geschikste weegen waaren om de rust der Colonie en het onontbeerlyk ver„ trouwen tusschen Regenten en Ingezeetenen met hoop van een duurzaam succes te herstellen, en dat de verregaande twisten en beweegingen welke men alhier in den Iaare 1779 en vervolgens gezien heeft, zouden zyn voorgekomen, so altyd in de politieke directie deezer Colonie het voetspoor gevolgt waare van den Waardigen Gouverneur Trilbagh, die den aard der Ingezeetenen van dit Land so wel Kende, en eene vriendelyke heuschheid met gepaste fermiteit wist te vereenigen, heeft egter seederd de Ondervinding doen zien, dat de geest van onvergenoegdheid al te diepe wortelen had geschoten, dan dat dit heylzaam einde voor als nog volkomen konde worden bereykt, gelyk aan Uw Wel Edele Hoog Agtbaare nader blyken zal uyt het geen Omtrend het gebeurde met opzigt tot de door ons geintroduceerde nieuwe belastingen sal gezegt worden onder het tweede Hoofddeel Schoon van 175

NL-HaNA_1.04.02_4361_0103 view scan ↗

English

177 of this Report, the discussion of which we now proceed to. The general subject thereof consists of our actions concerning the Domestic Management of the Company in this Colony, which may conveniently be reduced to these three matters, namely: its Servants, and the Colleges composed by the same; its Properties; and its Finances. Immediately after our arrival in this Colony, in compliance with the first article of our instructions (see Appendix No. 56), we did not fail to demand the report of the Ministers as to what had been performed by them in compliance with the Orders issued by the Assembly of Seventeen in their missives of the 1st and 2nd of October 1790, principally tending toward the reduction of the expenditure of this Government. And from that report (see Appendix No. 57), which we received on the 21st of July 1792, it also appeared to us that those orders had for the most part been carried into execution, as this had already had an important influence on the burdens of this Government in the past financial year of 1791/2. However, the task which remained for us, to restore good order in the respective departments of Government and administration and to redress the remaining abuses, was not slight, as will abundantly appear to your Right Nobly Honorable Worships from the continuation hereof. A lack of material in Servants who possessed the sufficient qualifications to be employed in higher and lower offices, but especially in the first-mentioned, made our proceedings in this respect not a little difficult, indeed in some cases impossible for us, to give matters that thorough arrangement and that lasting restoration which we had desired and deemed necessary. Thus we must immediately state with regret concerning the Council of Policy that among the Members composing the same, we could not find that disposition which, resting upon pure 179 fundamental principles, makes the burden of Government easy to bear with united shoulders and always, setting aside prejudices, passions, or private views, chooses the best means to attain the sole aim of all, the general welfare (see Appendix No. 58); but that, on the contrary, the deliberations of that Council and the conduct of the Members still from time to time presented the clearest signs that the fire of discord, which has agitated them for some years, was not yet extinguished. This could not fail to have a very detrimental effect on the esteem and respect of the Inhabitants toward their Government, especially since the private opinions which each person had expressed were widely known as soon as the Assembly had adjourned; while at the same time the subordination among the Servants of the Company was no less impaired thereby. We did not fail, on all possible occasions, to admonish the respective Members, both collectively and individually, now with courteous, then again with earnest and emphatic arguments, to that so necessary unity. And for the further promotion thereof, already at the end of the Month of August 1792, we represented to the joint Council that, however much every Member ought to be at liberty, in case of dissent from the Majority, to make his difference of Sentiment known by having a note entered in the Resolutions, or even to bring in his private Advice to be inserted in the Minutes, provided this be done with modesty, in moderate terms, and as concisely as the subject permits; it is nevertheless, for the most speedy, efficacious, and salutary direction of affairs in this Government, and for the confirmation of the authority and respect of the Government, highly necessary that all Members of the Political Council, inspired by one and the same spirit to effect and promote the general interests, and setting aside prejudices and generally everything that can arouse private animosities or give nourishment thereto, in a cordial and harmonious

Dutch transcription

177 van dit Verslag, tot welkers verhandeling wy than Overgaan. Het zelve heeft in 't algemeen tot Onderwerp Onze verrigtingen betrekkelijk het Huyshoudelyk Bestee der Maatschappy in deeze Colonie, welke gevoeglyk kunnen worden gebragt tot deeze drie zaaken namentlyk haare Dienaaren, en de Collegien door dezelve gecomponeerd wordende; haare Eygendomm en haare Finantien. Wy hebben niet verzuymd Onmiddelyk na onze aan komst in deeze Colonie, ter voldoening aan het eerste t zier Byl: No. 56. Artikel onzer instructie te vorderen het verslag der Ministers, wat door hun was verrigt ter vol„ doening aan de Ordres gesteld door de Vergadering van Seeventheenen by Haare aanschryvingen van den 1:e en 2=de October 1790, voornamentlyk ten deerende tot reductie van den Omslag deezes Gouvernements, Ozie Byk: N:o 57 en er is ons uiet dat verslag, het welk wy den 21e July 1792. bekwamen, ook gebleeken dat die beveelen grooten deels waaren ten uytvoer gebragt, gelyk zulks dan ook bereids in het afgelopen Boekjaar van 179½. is geweest van importanten Invloed op de lasten deezes Gouvernements, maar de taak welke oms egter was overgebleeven, om de goede orde en de respective departementen van Regeering en administratie te herstellen, en de overgebleeve abuijzen te redresseeren, was niet gering, gelyk uit het vervolg deezes aan uw Wel Edele Hoog Achtbaare overvloedig blyken zal. Gebrek aan Stof aan Dienaaren welke de voldoende Vereyschten bezaten om in hogere en mindere be„ dieningen, maar vooral in eerstgemelde, te worden geemployjeerd, heeft onze verrigtingen in dit Opzigt niet weynig moeyelyk, Ja zelfs in zommige gevallen het ons Onmogelyk gemaakt, om aan de zaaken die grondige geneering en dat duurzaam herstel te geeven, het welk wy wel hadden ge- „Wenscht en Noodzakelyk geoordeeld. So moeten Hij al aanstonds omtrent den Raad van Politie met leetweegen zeggen, dat wy onder de Leeden den zelven uytmakende niet hebben mogen aantreffen die eene gezindheid, welke, op zuivere zulks grond 179. grond beginzelen rustende, den last der Regeeringe met eenpaarige Schouderen gemakkelyk doet drage en altyd, met ter zyde stelling van veroordeelen, driften, of byzondere inzigten, de beste middelen Welzyn, te bereyken, maar dat in teegendeel de da „beratien van dien Raad en de handelwys der Leeden nog van tyd tot tyd de duydelykste kenmerken op leeverden, dat het vuur der tweedragt, welke haar zeederd eenige Jaaren heeft beroerd, nog niet wa uitgedoofd, het welk dan ook niet heeft kunne nalaten eene zeer nadeelige uytwerking te heb ben op de agting en het respect der Ingezeetenen Omtrend hunne Regeeringe, voor al daar de Partikuliere adviesen welke een ygelyk had ge uit, al veel bekend waaren, so ras de Vergadering gescheyden was; terwyl teevens daar door niet minder de subordinatie onder de Dienaaren van de Compagnie is gekrenkt geworden. Wy hebben niet nagelaten by alle mogelyke gelee„ genheeden de respective Leeden, so gesamentlyk, als afzonderlyk, dan eens met Geussche, dan eens wederom met ernstige en nadrukkelyke drang reede„ nen tot die zo nodige eensgezindheid te vermaanen, en tot verdere bevordering daar van reeds in het laast der Maand Augustus 1792. aan den gezamentlyken Lit behoord vry te staan, om in Cas van dissensie met de Meerderheid, van Sentiment door het laten doen eener aanteekening in de Resolutien te doen blyken, of ook wel zyn partikulier Advies in te brengen om in de Notulen te worden geinsereerd, Mits zulk geschiede met bescheydenheid, in modera te termen, en so beknopt als de materie zulks toelaat, egter tot de meest spoedige, officacieuse, en Salutaire directie van zaaken in dit Gouvernement, en tot be„ vestiging van de auctoriteit en het respect der Re„ geeringe Googstnoodzakelijk is dat alle de Leeden van den Politieken Raad, bezield door eene en dezelfde geest om de algemeene belangen te bewerken en te bevorderen, en met ter zyde stelling van voor Oordeelen, en generaallyk van alles wat parti„ Kuliere Amimositeiten kan verwekken of daar aan Voedsel geeven, op eene hartelyke en kiest, om het eenig doel van allen, het algemeene Bylage No. 58. Raad voorgehouden, dat hoe zeer aan een iegelyk wederom harmonieuse

NL-HaNA_1.04.02_4361_0105 view scan ↗

English

harmonious manner, make their combined talents and labors serve that purpose, listen to and refute one another's opinions with modesty, less out of a desire to assert their private opinions than to instruct themselves in the truth and the best manner of handling matters, and in all matters where they are able to do so without failing in their duty, show a proper deference to the opinion of the majority, whose decisions in all well-constituted governments and councils ought to be respected just as much as if they had been taken unanimously; and that we therefore urged and recommended all the members of the Council of Policy to keep these principles carefully in mind in their proceedings and deliberations, from which it could then also with reason be expected that the making of private notes and the insertion of private opinions would only need to be used rarely and in individual cases, and that brevity and clarity in the drafting of the adopted resolutions could be observed more than at present. Regarding this last matter, great irregularities also still took place, especially with respect to the resumptions of the adopted resolutions; this often took place months after the resolutions had been taken, and even then by way of circulating the Secretary's drafts: We ourselves were in the situation of not yet being able to obtain, on 11 December, the draft of a resolution taken previously on 16 November, however often we had already requested it, and could therefore not refrain, when we were present in the Council of Policy on the first-mentioned date, from expressing our extreme astonishment at this, and most earnestly recommending to the Council that it observe order in its deliberations better henceforth, and strictly follow the orders issued so emphatically on this subject by the assembly of the Seventeen by dispatch of 4 January 1791. We have since deemed it necessary to repeat those recommendations once more by our dispatch to the Council of Policy of 25 March last, and to add to it a recommendation for the maintenance of good order in the meetings and further necessary orders for curbing the abuses that were taking place with respect to the taking of copies or extracts from the resolutions, and the use of the books and papers belonging to the Secretariat at the houses of individual members. Having furthermore observed that, although formerly not only a distinction had existed in the military honors paid to the Secunde and the other members of the Council, such that for the Secunde "heraus" was called and arms were presented, but for the other members of the Council only "heraus" was called and the weapon was carried at the shoulder, but also the title of Honorable Respectable was given to the Secunde, and to the other members that of Honorable Gentlemen, or Noble Gentlemen, this distinction had ceased for some years, so that now those same honors and titles were paid and given to the other members of the Council as to the Secunde; we have therefore deemed it necessary to bring to the Council's attention regarding this as well, that such changes and innovations cannot be introduced without qualification from the assembly of the Seventeen or the High Government of the Indies, and that in particular a very great incongruity prevailed in the aforementioned new practice, since the Secunde is an effective Senior Merchant elected by His Serene Highness; whereas the other members only have the title and rank of Senior Merchant, and the Secunde, being in addition Head Administrator, is also in that capacity superior and must command over the other members of the Council holding administrations. However, in order to prevent the unfavorable impressions among the public which it might sometimes cause if the matter of honors were brought back to the former footing, we have

Dutch transcription

181 harmonieuse wyze hunne gezamentlyke talenten en Werkzaamheeden daar toe doen dienen, met besch denheid elkanders adviesen aanhooren en weede leggen, minder met een zugt om hunne partikul re Opinien te doen gelden, dan wel om zig van de Waarheid; en de beste wyze van behandeling der zaaken te instrueeren, en in alle zaaken waa in zy zulks vermogen te doen zonder aan hunn pligt in gebreeke te blyven, eene gepaste deferen betoonen voor het gevoelen der Meerderheid, als welker besluiten in alle wel geconstitueerde Re geeringen en Collegien eeven zeer behooren te wor den gerespecteerd, als of dezelve met eenpaarigheid van stemmen waren genomen; en dat wy dierhal ven de gesamentlyke Leeden van den Politieken Raad aanmaanden en recommandeerden, om deeze beginselen in hunne verrigtingen en deliberatie zorgvuldig in 't oog te houden, als waar van dan ook met grond konde worden verwagt, dat van het doen van Partikuliere aanteekeningen, en het doen insereeren van partikuliere adviesen, niet dan Zeldzaam, en in enkelde gevallen gebruyk zoude behoeven te worden gemaakt, en de Kortheid en Klaar- heid in de extensie der genome Resolutien, meer dan jegenswoordig, zoude kunnen worden betragt Omtrend dit laaste hadden ook nog groote Ongezeegeld- heeden plaats, voor al met Opzigt tot de resumtien der genome Resolutien; dezelve geschiedde veel maalen Maanden na dat de Resolutien genoomen waren, en dan nog by wyze van rondzending der extensiën van den Sekretaris: Wy zelve waaren in het geval van op den 11.:e December nog niet te kunnen bekomen de extensie van eene Resolutie den 16. e November bevorens genomen, hoe zeer wy dezelve reeds dikmaals hadden gerequireerd, en konden dan ook niet nalaten, wanneer wy ons op eerstgemelden datum in den Politieken Raad bevonden, onze uyterste bevreemding desweegens te kennen te geeven, en den Raad ten ernstigsten te recommandeeren om voortaan de orde in haare deliberatien beeter te observeeren, en Stiptelyk te agtervolgen de Ordres door de vergadering van xvine by Missive van den 4e. January 1791, op eene so nadrukkelyke wyze op dit stuk gesteld. behoeven Hy Wy hebben het zeederd nodig geoordeeld die aanbe veelingen nog eens te herhaalen by Onze Missive 1 zier Bylage N:o 59. aan den Politieken Raad van den 25. de Maart Jong en daar by te voegen eene recommandatie, tot on derhouding van de goede orde in de Vergaderinge en verdere nodige Ordres tot weezing der misbruyken welke met opzigt tot het ligten van Copien of Extract uit de Resolutien, en het gebruyk der Boeken en pa pieren tot de Secretary gehoorende aan de huijzen der partikuliere leeden, plaats hadden. Wyders opgemerkt hebbende dat of Schoon en eertyds niet alleen een Onderscheid in de Militaire hon „peurs aan den Secunde en Overige Leeden des Raad beweezen wordende had plaats gehad, sodaanig dat voor den Secunde heraus geroepen en 't ge¬ „weer gepraesenteerd, dog voor de overige Leeden des Raads alleen Gerans geroepen, en het geweer scherp wierd gedragen, maar ook aan den Secums de titel van WelEdele Agtbaare, en aan de overige Leeden die van E: E: Heeren, of wel Edele Heeren gegeeven wierd, dit onderscheid zeederd eenige Iaaren was gecesseerd, so dat thans aan de Overige Leeden des Raads diezelfde honneurs en titels als aan den secunde wierden beweezen en gegeeven; so hebben wy het nodig geoordeeld ook hier omtrend den Raad onder het oog te bren„ gen, dat soortgelyke Veranderingen en Nieuwig heeden niet vermogen te worden geintroduceerd sonder qualificatie van de vergadering van xvij=e ofte de Hoge Regeering van Indie, en dat in 't bysonder in de voorschr: nieuwe verrigtinge heerschte eene zeer groote inconqruiteit, vermits de Secunde een door zyne Doorlugtige Hoogheid geëligeerd effectief opperkoopman is; daar de overige leeden alleenlyk hebben den titul en rang van Opperkoopman, en de Secunde daar by zynde Hoofd Administrateur, ook in die qualiteit superieur is en gebieden moet over de andere Leeden des Raads administratien hebbende. Om egter voor te komen de nadeelige indrukken by het publiek, welke het somtyds zoude kunnen veroorzaaken, wanneer het stuk der honneurs weder wierd gebragt op den vorigen voet, hebben zeederd Wy 123

NL-HaNA_1.04.02_4361_0107 view scan ↗

English

185 We decided that the same should henceforth continue to be paid to the Members of the Council on the footing described hereinabove, but that, in order to cause the Secunde to regain the necessary distinction in this regard, arms should be presented, the drum beaten twice, and the guard called out for him; and that, furthermore, the Secunde should continue to enjoy the title of Right Honourable and Worshipful Sir, but that the other Members of the Council should only be accorded the title of Right Honourable Sirs; except when the Presidency of the Court of Justice may happen to be occupied by one of them, as is currently the case, in which event we have determined that such person shall likewise enjoy the title of Right Honourable and Worshipful Sir in addresses directed to him as President of Justice, but no further or otherwise. On that occasion, we also established that the Secunde Rhenius, having now already served as Administrator for two years, in case he might again be relieved of authority as a consequence of the arrangements to be made concerning the Government, shall retain his seat in church in the pew of the Governor at the far left side, and likewise his wife on the left side of the sofa of the Governor's wife. Furthermore, we soon perceived that it was not only of very prejudicial influence on the prestige of the Members of the Council of Policy that the administrations of the Provision Stores and Cellar were conducted by two of them, but also that these administrators, through the nature and numerous duties of their administrations, were considerably hindered in the performance of their obligations as Council Members, which most necessarily demand continuous and attentive labor. This was one of the first inducing causes for the idea of abolishing both those administrations, which we have since effected to the considerable benefit of the Company, as will appear to Your Right Honourable in the proper place; and on similar grounds we also understood that the duties attached to the post of Chief of the Militia in this Government do not allow the person occupying the same to continuously attend the deliberations of the Council of Policy. See Annex No. 60. We have therefore decreed in this respect that the Chief of the Militia in this Government, although remaining a member of the Council of Policy according to his present rank, shall henceforth be excused from attending its deliberations, in so far as they do not concern the state or the affairs of the Militia and defense, while we have also left to the aforementioned Chief the authority to assist at the reading of the incoming letters from the Assembly of the Seventeen and the High Government of the Indies. Since the said Assembly, by Resolution of the 8th of August 1791, had also been pleased to defer to us to regulate the income of the Chief of the Militia and Colonel Gordon as we should deem proper, we took into favorable consideration that the aforementioned Colonel Gordon has now occupied the difficult post of Chief of the Militia for more than thirteen years, and throughout all that time has brought into the best order and managed the department of the militia entrusted to him in the prescribed capacity with extraordinary zeal and exemplary selflessness; and consequently, as an open token of the satisfaction of his superiors in this regard, for as long as he shall continue in the Company's service, and without this ever being allowed to be drawn into a precedent by others, we have granted him an extraordinary bonus of Fifteen Hundred Rixdollars a year, with the understanding that upon the expiration of the present contract for the leasing of the riding horses required for the Company, the custom that has constantly taken place—yet not appeared to us to have a lawful origin—according to which three riding horses were furnished by the Company to the Chief of the Militia and maintained by it for his needs, shall be abolished forever; there being by this abolition, according to the present contract price, saved for the Company an 137

Dutch transcription

185 Wy Verkoosen dat dezelve voortaan aan de Leeden des Raads zouden blyven beweezen worden op den voet hier voren omschreeven, dog dat, ten einde de Secunde de nodige distinctie in dit opzigt te doen weederverkeygen voor den zelven zoude worden Geraus geroepen, he geweer gepraesenteerd, en twee roffels geslagen; en dat voorts de secunde zoude blyven genieten de tite van Wel Edele Achtbaare Heer, dog dat aan de verde Leeden van den Raad alleen zoude worden toegekend titel van Wel Edele Heeren; uytgenomen wanneer het Praesidie van den Raad van Justitie door een hunnen mogt worden bekleed /gelyk thans plaats heegt in welk geval wy bepaald hebben dat zodanig Insgelyksch zal genieten de titel van wel Edel Agtbaar Heer in Addressen aan hem als Prae sident van Justitie geregt, dog verder of anders niet By die geleegenheid hebben Wy teevens vastgestel dat de Secunde Rhenius, als hebbende nu reeds twee Iaaren als Gezaghebber gefungeerd, ingevalle hy ten gevolge van de dispositien welke betrekkelyk het Gouvernement zullen worden genoomen, van het gerag wederom mogt werden ontlast, zyne zit= plaats in de kerk zal behouden in de bank van den Gouverneur aan het einde ter linker zyde, en so Ook desselfs huysvrouw ter linker zyde op de Canapé van de huysvrouw van den Gouverneur Overigens hebben wy al spoedig bespeurd dat het niet alleen van zeer nadeeligen invloed was op het aanzien der Leeden van den Politieken Raad, dat door twee hunner wierden gevoerd de administra„ „tien van de Dispens en kelder, maar dat die administrateurs door den aard en Meenigvuldige beezigheeden hunner administratien ook merkelyk verhinderd wierden in de Waarneeming hunner verpligtingen als Raadsleeden, welke allernoodzake„ lykst eenen aanhoudenden en Oplettenden arbeid vorderen. Zulks is een der eerste aanleydende oorsaaken geweest tot het denkbeeld van de afschaffing dier beide administratien, welke Hy zeederd, gelyk ter zyner plaatze aan Uwel Edele Hoog Agtbaare blyken zal, tot merkelyk voordeel van de Compagnie hebben geeffectueerd, en op soortgelyke gronden heb„ ben Hy ook begreepen, dat de Beezigheeden aan de plaats Post Post van Chef der Militie in dit Gouvernement ge¬ accrocheerd, niet toelaten dat de geen die dezelve bekleed, op den duur kan bywoonen de deliberatien van den Raad van Politie. t zie Bylage N=o 60. Wy hebben dierhalven ten deezen opzigte gestatuee dat de Chef der Militie in dit Gouvernement, of schoo volgens desselfs tegenwoordigen rang blyvende ti van den Raade van Politie, voortaan zal weezen On last van het bijwoonen derselver deliberatien, voor so verre deselve niet den Staat of de zaaken van Militie en defensie zyn betreffende, terwyl wy tee vens aan voorne: Chef de bevoegdheid hebben geld ten om te adsisteeren by de lecture van de in koomende brieven van de vergadering van Xvij:n en de Hoge Regeering van Indie. — Vermits nu welgemelde Vergadering ook by Resolutie van den 8. e Augustus 1791. aan ons hadden geliven ge „defireerd te laten omme de inkomsten van den Chep der Militie en Colondl Gordon zodanig te reguleeren als wy zouden Oordeelen te behooren, hebben wy in Gunstige Consideratie genoomen dat voorne. Colonnel Gordon nu reeds meer dan dertien Iaaren den moeyelyken Post van Chep der militie heeft bekleek, en het aan hem in voorschreeve qualiteit toebehouwde depastement der militie geduurende aldien tyd met een buyten gemeenen Yzer en voorbeeldeloose belan„ geloosheid in de beste orde heeft gebragt en bestierd, en hem vervolgens tot eene opentlyke blyk van het genoegen zyner superieuren des weegens, voor so lange hy in 's Compagnies dienst zal continueeren, en zonder dat zulks immer door anderen zal mogen worden getrokken in consequentie, toegelegt een extra Ordinair donceur van Vyftien Honderd Ryksdaalders in 't Iaar, met dien verstande dat met de expiratie van het teegenswoordig Contract van aanbesteeding der voor de Compagnie benodig de Rypaarden voor altoos zal weezen afgeschaft de gewoonte welke Constant heeft plaats gehad, dog ons niet gebleeken a eene wettige Oorspronk te hebben, volgens welke door de Compagnie aan den Chef der militie wierden gefurneerd, en door haar ten zynen behoeven onderhouden drie Rypaar„ den; zynde door deeze afschaffing, volgens de tee„ gens woordige aanbesteedings prys aan de Compagnie moeyelyken een 137

NL-HaNA_1.04.02_4361_0109 view scan ↗

English

189 a benefit brought to Ra:s 600: -: - per year. Colonel Gordon, having expressed his deep gratitude for this mark of favor, on that occasion presented to us the considerable inconvenience in which he found himself, having never been in a position to save anything from his income and otherwise not being wealthy, on account of the following compensations which were imposed on him for his share as a fellow member of the Political Council, in fulfillment of the orders given thereto from time to time by the Assembly of Seventeen, namely: Ducatons 217 1/9 or Ryksd: 325 12/3 for his share in Rijxd:s 1954:-, which the aforementioned Assembly deemed to have been paid in excess to the Cadets taken into service by resolution of the Political Council on 13 July 1786 with a salary of ƒ 20:- per month. Ducatons 58 1/3 or Ryxd:r. 87½ for his share in Ryxd. 612. - 21 St, being that which the aforementioned Assembly judged to have been excessively granted as a monthly gratuity to the then Lieutenant Engineer Thibault by resolution of the Political Council of 19 September 1786. Ducatons 159. - 34: - or Rd:s. 239. 10 st. for his share in the compensation of one stuiver per pound of meat imposed by the Assembly of Seventeen by Missive of 4 January 1791, which the aforementioned Assembly deemed to have been improperly approved by the Political Council for the meat delivered in 1786 to the Company ships, as well as the boarding money provided to the Cadets. May it be permitted to us in that regard to submit for consideration to Your Right Honorable Excellencies whether from a military man, especially when, like Colonel Gordon, he has not been able to apply himself much to the knowledge of political governance, but has completely sacrificed his time to his profession, that scrupulous attention can be demanded regarding such orders from which the aforementioned compensations arise, as could reasonably be expected of others? And both on that ground and because we are convinced that with his large family he must subsist solely on his salary, to be permitted to favorably submit his request to be graciously relieved of the said compensation. Having perceived from the proposals made to us from time to time by Commander Rhenius, as well as by the Colonel and Chief of the Militia Gordon, and the Major of Artillery Fischer, that now and then differing opinions still prevailed concerning the spirit of the orders and regulations established and made by the Secret Missive of the then presiding Chamber of Zeeland on 28 July 1785 with regard to the post and functions of the Chief of the Militia in this Government, we have deemed it necessary, for the prevention of all misunderstanding, to clarify further in that regard: That since it was clearly to be understood from the aforementioned Missive and in accordance with the nature of the case that the function of Chief of the Militia consists of exercising general command over all officers and common soldiers who, whether stationed here or only residing here temporarily, belong to the Company military force present in this Government, it consequently went without saying that the Chief of the Militia was not assigned to any specific Corps, but had an equal relation to all the Corps of which that Military force consists, which is why the Artillery Corps, in the same manner as the National Battalion, was subject to his orders as Chief of the Militia. However, just as the Chief of the Militia in turn stood directly under the command of the Chief Ruler, he is not only bound to obey the orders given to him in that capacity by the Chief Ruler; but he is also not permitted to make any special dispositions or arrangements concerning the Garrison, the Corps constituting it, or any parts of the Military Establishment entrusted to his direction, other than upon obtained permission from the Chief Ruler, to whom he is bound to make the necessary proposal for that purpose, and after the conclusion of such proceedings to make a proper report; and that it consequently went without saying that to such 191

Dutch transcription

189 een voordeel toegebragt van Ra=s 600: —: - in 't Iaar De Collonel Gordon zyne diepe erkentenis voor dit gunstbewys betuigd hebbende, heeft by die ge leegenheid aan ons vertoond de merkelyke ongelee genheid waar in hy, als nimmer in de geleegenheid zynde geweest om van zyn inkomen iet over te gaan en Overigens niet bemiddeld zynde, zig gebragd vo uijt hoofde van de volgende vergoedingen, welke hem voor zyn aandeel als meede lit van den L0 litieken Raad waren opgelegt, ter voldoening aan de beveelen daar toe van tyd tot tyd door de vergadering van Xvy.m gegeeven, namentlyk: Ducatons 217 1/9 of Ryksd: 325 12/3. voor zyn aan deel in Rijxd„s„ 1954:- welke welgeme Vergaderen heeft geoordeeld te veel te zyn betaald aan de Cadetten by besluyt van den Politeeken Raad inde. 13 July 17 met een besolding van ƒ 20: p„r maand in dienst genoomen Ducatans 58 1/3 of Ryxd:r. 87½. voor zijn aandeel in Ryxd. 612. - 21 St, zynde het geen voorne. Vergadering geoordeeld heeft aan den toenmaligen Lieutenant S genieur Thibault by besluit van den Politieken Raad van den 19e September 1786 te veel te zyn toege legd tot een maandelyks douceur. Ducatons 159. - 34: - of Rd. s. 239. 10 st. voor zyn aandeel in de door de vergadering van Xvi=te by Missive van den 4e. January 1791 opgelegde vergoe„ ding van de stuijver p. r pond vleesch, by Wel„ gemelde Vergadering geoordeeld buyten gehouden isse door den Politieken Raad te zyn goedgedaan voor het vleesch in 1786 aan 's Lands scheepen gelee„ verd, mitsgaders het aan de Cadets verstrekte Kost„ Het zy ons geoorloofd daar omtrend aan Uw Wel Edele Hoog Agtbaare in Consideratie te geeven, of wel van een militair, voor al wan„ neer hy zig gelyk de Colonnel Gordon niet veel op de kennisse van het politiek bestuur heeft kunnen toeleggen, maar zyn tyd geheel en al aan zyn Metier heeft opgeofferd, kan worden gevergt die serupulense attentie op soortgelyke bestellin„ „gen als waar uit de voorschr: vergoedingen voort spruijten, welke van anderen met reede zoude kunnen worden verwagt ? en so op dien grond als op dat wy overtuigd geld. — Raad zyn zyn dat hy met zyn talryk Huisgezin alleen van 2i tractement moet bestaan, favorabel te mogen voor dragen desselfs Verzoek om van dezelve vergoeding gunstig te werden bevryd. Uyt de voorstellen welke ons van tyd tot tyd so door de Gezaghebber Rhenius, als door den Colonne en Chef der Militie Gordon, en den Major der Artille Fescher zyn gedaan, bespeura hebbende dat er m en dan nog verschillende begrippen heerschten over den geest der ordres en bepaalingen bij de Secreete Missive van de destyds. praesidiale kamer Zesand in do. 28e. July 1785 gestatueerd en gemaakt met be trekking tot de post en functien van den Chef der militie ten deezen Gouvernemente, hebben wy het tot voorkoming van alle misverstand nodig tzie Bylage N=o 59 geoordeeld daar omtrent nader te verklaaren: Dat vermits uyt de voorschr: Missive duydelyk en Overeenkomstig den aard der zaak was af te neemen dat de functie van Chef der Militie bestaat in het voeren van het algemeen bevel over alle officieren en gemeenen, welke, het zy alhier bescheyden, het zy al hier slegts een temporair verblyfhoudende, geho tot 's Comp:s militaire magt zig in dit Gouvernement bevindende, het mitsdien van zelf sprak dat de Chef der Militie aan geen bysonder Corps was geaffecteerd, maar eene egale betrekking had tot alle de Corpsen waar uit die Militaire magt bestaat, waarom dan ook het Corps Artillerie in zelver Voegen als het Nationaal Bataillon aan deszelfs Ordres als Chef der Militie was Onderworpen. Dan dat, gelyk de Chef der Militie wederom onmid„ delyk stond onder bevel van den Hoofdgebieder, hy niet alleen gehouden is de ordres welke hem in die betrekking door den Hoofd gebieder gegeeven worden op te volgen; maar ook niet vermag eeni„ ge bysondere beschikkingen of bestellingen over her Guarnizoen, de Corpsen het zelve Constitueerende, of eenige deelen van het Militaire Weezen aan zyne directie toebetrouwd te maken, anders dan op bekomen permissie van den Hoofdgebieder, aan wien hy gehouden is daar toe de nodige Voordragt, en na het aflopen van zodanige Verrigtingen behoorlyk rapport te doen; en dat het mitsdien wederom van zelfs sprak, dat tot zulks 191

NL-HaNA_1.04.02_4361_0111 view scan ↗

English

this is also in particular applicable to calling the garrison to arms in order to have them exercise, to hold a review, or for other purposes; the inspection of the cannon, and what more of such nature; while on the other hand the Chief Commander must give all orders concerning military affairs to the Chief of the militia, so that the latter in turn may have them executed and give the necessary orders to the subordinate Chiefs of the respective Corps. Colonel Gordon having since presented certain written points in the Council of Policy, see Annex No. 61, with the request that Our decisions thereon might be learned, we have, after Commander Rhenius brought the same to Our attention, found that the answering thereof for the most part flowed from the principles already established by us on that subject, and otherwise deemed it advisable to leave it to the Chief Commander for the time being, as being primarily responsible for the defence of this Colony, to make such use of the considerations appearing therein concerning the so-called New Battery as he should judge to be most in accordance, according to circumstances, with the observance of those important interests entrusted to him, as your Right Honourable Worships will be able to see more fully, if desired, from the letter sent by us in this regard, see Annex No. 62, to the Council of Policy. We may not depart from this matter without presenting with the greatest urgency to Your Right Honourable Worships the high and pressing necessity that this Government be provided again with an effective Chief Commander as soon as possible, and that his Instructions be framed as far as possible in the spirit of the principles which have guided Our proceedings here, for the restoration of public Authority, the confirmation of the confidence and affection of the Inhabitants towards the Company, and the observance of these its legitimate interests: above all we consider it extremely necessary that such a Chief Commander also be given a very extensive power, so as not to be dependent on private views or passions, and that his authority and power, even with respect to the Members of the Council of Policy, be effectively maintained throughout; because without that, we consider a proper administration of this Colony, already so difficult in its nature, to be impossible. Furthermore, we judge it, if not generally harmful, at least useless, that this Government be visited by repatriating Members of the High Government in the quality of Commissioner, as presently takes place: it is not possible that anyone, whatever talents one might attribute to him, in the short time which repatriating Councillors can only stay here, should obtain such a thorough knowledge of the condition of this Country, of the interests of the same and of those of the Inhabitants, and of the domestic direction of affairs, that he would even be in a position to give any accurate report thereof on which one could rely with confidence, let alone make useful changes and reforms: Hence the Assembly of the Seventeen has indeed sometimes been completely misled concerning this by the reports of such persons who, when they had barely walked through the Cape settlement, considered themselves entitled to give a description of the flourishing state of the Country's Inhabitants, not considering that their actual situation was in no way to be measured by the outward appearance of some handsome gables, erected in a moment of prosperity; hence also there have been Commissioners whose superficial observations made them use expressions in official writings which, extremely imprudently, afterwards gave weapons into the hands of turbulent people to stir up the Inhabitants against the administration of the Company, and, while

Dutch transcription

zulks ook in 't bijsonder van applicatie is omtrend het doen in de Wapenen komen van het Guarni „zoen om het zelve te doen exerceeren; de revu passeeren; ofte tot andere eindens; het inspecteeren van het Canon, en wat diergelyke meer is; ter wijl ook wederom de Hoofdgebieder alle bevee len het Militaire Weezen betreffende moet geeven aan den Chef der militie, ten einde deeze dezelve wederom doe executeeren, en de nodige beveelen respective Corpsen. De Colonnel Gordon zeederd nog in Rade van O zie Bylage N.o 61. Politie zeekere schriftelijke poincten hebbende voorgedragen, met verzoek dat daar op Onze dispositien mogten werden vernomen, hebben wy na dat de Gezaghebber Rhenius dezelve ter Onzer Kennisse had gebragt, bevonden dat der zelver beantwoording meerendeels voortvloeyde uijt de door ons op dat stuk reeds vastgestelde beginselen, en Overigens raadzaam geoordeeld aan den Hoofdgebieder in der tyd, als in de eerste pla verandwoordelyk voor de defensie deezer Colonie daar toe geeve aan de Onderhoorige Chefs Ae ie Bdylage 1: 62. aan den Politieken Raad gedaan. over te laten om van de Consideratien daar by voorkoomende over de zoogenaamde Nieuwe Batte„ „ry zodanig gebruyk te maaken als door hem geoordeeld zoude worden met de betragting van die gewigtige hem toebetrouwde belangens naar mate der omstandigheeden 't meest over een te komen, gelyk uw wel Edele Hoog Agtbaare zulks, des gelievende, breedvoeriger zullen kunnen zien uit het aanschryvens door ons desweegens Wy mogen van deese materie niet afstappen sonder met het meeste empressement aan Uw welEdele Hoog Agtbaare voor te dragen de hoge en drin„ gende noodzakelykheid dat dit Gouvernement hoe eerder so beeter wederom van een effectiven Hoofd- gebieder werde voorzien, en dat desselfs Instruc„ tie so veel mogelyk ingerigt zy in den geest der beginselen, welke Onze verrigtingen alhier hebben bestuurd, tot herstel der publieke Authoriteit, bevestiging van het vertrouwen en de affectie der Ingezeetenen omtrend de Compagnie, en betrag„ ting van deeze haare wettige belangen: voor al over agten agten wy het ten Uitersten nodig dat aan zodanige Hoofdgebieder ook werde gegeeven eene zeer Uyt gestrekte magt, ten einde niet afhankelyk te zyn van partikuliere inzigten of passien, en dat zijn gezag en Aucthoriteit, ook zelfs ten o zigte van de Leeden van den Politieken Raad kragtdadig over de gehandhaafd; dewyl wy zonder dat een behoorlyk bestuur van deeze Colonie in desselfs aard reeds zo moeijelyk, voor onmog lyk houden. Voorts Oordeelen wy het, zo niet over het algemeen genomen schadelyk, ten minsten als Onnut, dat dit Gouvernement door repatrieerende Leeden van de Hoge Tafel in qualiteit van Commissaris werde gevisiteerd, gelyk thans plaats heeft:A is niet mogelyk dat iemand, welke talenten me hem ook zoude willen toeschryven, indien korten tyd welken repatrieerende Raden alhier slegts kunnen vertoeven, sodanige grondige Kennis verkryge van de gesteldheid van dit Land, van de belangen van het zelve en van die der Inge zeetenen, en van de huijshoudelyke directie van zaaken, dat hy zelfs maar in staat zy daar van eenig naauwkeurig verslag te geeven waar Op men zig met gerustheid zoude kunnen ver„ laten, laat staan nuttige veranderingen en refor„ mes te maaken: Van daar dat de Vergadering van xvij=me wel eene geheel daar omtrent is geabuseerd geweest door de rapporten van de zulken, die, wanneer zy heb Kaabsche Vlek ter Naauwernood hadden door- wandeld, zig geregtigd reekenden tot het geeven eener beschryving van den blooijenden staat van 's Lands Ingezeekenen, niet lettende dat hunne Weezentlyke situatie in geenen deele van den wyter= lijken schyn van eenige fraaye gevels, in een ogen= blik van voorspoed opgetrokken, was af te meeten, van daar ook dat 'er Commissarissen gevonden zyn, wier oppervlakkige beschouwingen hum expressien hebben doen berigen in legale geschrif¬ ten, welke ten uytersten Onvoorzigtig naderhand aan Woelzieke Menschen de Wapenen hebben in de hand gegeeven om de Ingezeetenen tegens het bestuur van de Compagnie op te zetten, en, derwyls van ten

NL-HaNA_1.04.02_4361_0113 view scan ↗

English

unjustly, to cause that administration to be viewed as oppressive, and their own situation as very miserable. Such appearances are also generally very detrimental to the prestige of the Government, and especially to that of the Chief Commander, which must so necessarily be preserved; this we were able to observe closely when we examined the conduct of the repatriated Extraordinary Councillor Greeve, and the manner in which the Commander and some council members were treated by him; which certainly made us regard it in every respect as a blessing that our presence prevented that gentleman from exercising the Commissionership with which he was vested. Finally, it serves as a considerable offense to everyone when, as also occurred in the case just cited, such repatriating gentlemen here once again give free rein to the spirit of splendor and grandeur that so prevails in Asia, and for which the treasures amassed in the Company's service often so richly enable them; which certainly cannot give rise to pleasant sentiments among inhabitants whose prosperity has yet to be established, and who must contribute their scot and lot to support that very same body. We submit these remarks, to which might perhaps still be added that one cannot easily assume the same abilities in all members of the High Board, willingly to the more enlightened and highly wise judgment of His Serene Highness and the Meeting of Seventeen, which based on them might perhaps deem it necessary to establish that visitations of this Government by repatriating members of the High Board shall henceforth no longer take place, while upon our arrival at Batavia we shall endeavor to direct matters such that this does not occur in the meantime; and should the said meeting proceed to such a measure, it would, in our view, be very useful to add that no lodging shall be provided on the Company's behalf to repatriating high-ranking Servants, since following the abolition of the estates 't Nieuwland and Rustenburg, there remains for the Chief Commander here only Government House and the house in the Company's garden, both of which he cannot do without for his private use; while we finally would propose, without hesitation, that in order to prevent all disrespect, the Chief Commander should at all times be assigned such rank that he is never obliged to yield it to passing high-ranking Servants, the Governor and Director-General of the Indies alone excepted; which would also serve not a little toward the so highly necessary preservation of the prestige of the Chief Commander in this Colony. With regard to the College of the Council of Justice, we have not been able to perceive otherwise than that it acquits itself properly of its obligations, and that the matters dependent thereon are handled in proper order. It would be desirable, however, that during the presence of the Independent Fiscal van Lynden, it had not allowed itself to be dragged along by the influence of that minister into actions that can in no way be reconciled with those sacred obligations. Having been able clearly to perceive, from the decisions taken by the Meeting of Seventeen before and after our departure from the Fatherland concerning Governor van de Graaff and the aforementioned Independent Fiscal, and partly communicated to us for our information, the intention of the said Meeting to reserve that entire matter with its consequences and attachments to itself, we would have preferred to abstain from it entirely; the more so since the aforementioned Governor and Independent Fiscal are not here on site, and we were thus deprived of the opportunity to obtain, should such be necessary,

Dutch transcription

ten Onregten, dat bestuur als drukkend, en hunne eyge Situatie als zeer ellendig te doen beschouwe Ook zyn zodanige verschyningen doorgaans zee nadeelig voor het aanzien der Regeeringe, en by zou der voor dat van den Hoofdgebieder het welk so noodzakelyk moet worden geconserveerd: d hebben wy van naby kunnen opmerken wan neer wy het gedrag van den gerepatrieerden Raaa Extraordinair Greeve, en de wyze waar op de Gezaghebber en sommige raadsleeden door hem zyn behandeld geworden, hebben onder het Oog gehad; het welk ons zeekerlyk in allen op zigte als een geluk heeft doen beschouwen dat ont teegenwoordigheid dien Heer verhinderd heeft het Commissariaat, waar meede hy bekleed was uijt te oeffenen. - Eyndelyk verstrekt het tot merkelyken aanstoot van een iegelyk, wanneer, gelyk ook in het eeven aangehaalde geval heeft plaat gehad, zodanig repatrieerende Heeren alhier nog eens den ruymen tengel Vieren aan den geest van pracht en Groot heid, welke in Asie zo zeer de Overhand heeft en waar toe de schatten in 's Compagnies dienst Opgezameld haar ditwyls zo rykelyk in Staat stel„ len; het welk gewisselyk geene aangenaame denk„ beelden kan doen ontstaan by Ingezeetenen wier welvaard nog moet gevestigd worden, en die hun schot en lot tot soutien van dat zelfde lighaam moeten Opbrengen. Wy onderwerpen deeze aanmerkingen /waar by misschien nog die zoude kunnen gevoegd worden dat men niet wel in alle leeden der Hoge Tafel dezelfde bekwaamheeden kan onderstellen. /gaan„ ne aan het meer Verligt en hoogwys oordeel van zyne Doorlugtige Hoogheid ende Vergadering van Xvij „te, welke het misschien op grond derzelve nodig zal kunnen oordeelen vast te stellen dat de Visitatien van dit Gouvernement door repa„ trieerende Leeden van de Hoge Tafel voortaan niet meer plaats zullen hebben, terwyl wy by Onze komst op Batavia die directie zullen trag„ ten te houden dat zulks inmiddels niet geschied„ de: en wanneer welgemelde vergadering tot zodanige dispositie mogt overgaan, waare het en naar 197 naar (ons inzien zeer nuttig daar by te voegen, dat 's Comp:s weegen geen logies meer zal worden ver„ strekt aan repatrieerende hoge gequalificeerde Dienaaren, als zynde naar de afschaffing der pla zen 't Nieuwland en Rustenburg voor den Hoo„ gebieder alhier alleenlijk overgebleeven het Gouverne ment, en het huys in 's Compagnies tuijn, welk een en ander hy tot zyn partikulier gebruyk nie missen kan; terwyl wy eyndelyk nog zonder voorslaan dat tot voorkoming van alle dispecten aan den Hoofdgebieder ten allen tyde zodanige rang wierd toegevoegd, dat hy nimmer verpligt zy dien aan passeerende hoge gequalificeerde Dienaaren te Cedeeren; den Gouverneur en Directeur Generaal van Indie alleen uytgesonder het welk ook niet weynig strekken zoude tot de so hoognodige Conservatie van het Aanzien des Hoofdgebieders in deeze Colonie. Met opzigt tot het Collegie van den Raad van Iustitie hebben wy niet anders kunnen bespeuren dan dat het zelve zig van desselfs verpligtingen naar behooren kwyt, en dat de zaaken daar van dependeerende in eene behoorlyke orde worden behandeld. Wenschelyk ware het egter, dat het zelve zig ge„ duurende het aanweezen van den Independent Fiskaal van Lynden, door den invloed van dien minister niet haa laten wegsleepen tot daden, welke met die geheyligde verpligtingen in geenen deele kunnen worden overeengebragd. Uyt de dispositien door de vergadering van xvij voor en na ons Vertrek uit het Vaderland genomen Omtrend den Gouverneur van de Graaff en voorm Independent Fiskaal, en gedeeltelyk aan Ons gecommuniceerd tot ons narigt, duydelyk heb„ bende kunnen bespeuren de intentie van Wel- gemelde Vergadering om die geheele materie met de gevolgen en aankleeven van dien aan zig te reserveeren, hadden wy ons liefst van de„ zelve geheel Onthouden; te meer daar voorn: Gon„ verneur en Independent Fiskaal alhier niet in Loco zynde, wy dus verstooken waaren van de geleegenheid om daar van zulks nodig mogt naar zin,

NL-HaNA_1.04.02_4361_0115 view scan ↗

English

to obtain clarifications from them. Regarding the Independent Fiscal van Lynden, however, this was not possible for us: the authority of justice demanded our immediate dispositions concerning a matter that came directly to our knowledge, and in which the first principles of the administration of justice were lost sight of in a shameful manner that was offensive to all honest people, and the paths that had been taken to bring about the extradition of the said Fiscal, far from being characterized by a resolute performance of duty, had resulted in a very irregular move by the Burgher Council of War, which was of the utmost importance for the authority of the government and good order not to be drawn into a precedent, and which therefore also unavoidably required our dispositions. As for the first-mentioned matter, we received on the 15th of October 1792 a petition from Johannes Smit, a native of Dillenburg, and his wife Hendrina Jansen, see Annex No. 63, from which we learned that the Council of Justice had seen fit, by a certain apostil granted by it at the beginning of the year 1789 upon the petition of the aforementioned Hendrina Jansen, to permit the petitioner, or rather the aforementioned Jan Smit, to settle with the aforementioned Independent Fiscal van Lynden regarding that part of the sentence pronounced against him on the 22nd of November 1787, whereby he, Smit, was confined for five years on Robben Island, and after the said settlement to be allowed to move to and reside at this capital for the administration of his affairs until the expiration of the term of his confinement, and that this settlement was subsequently concluded before commissioners from the aforementioned Council for the sum of six thousand Rixdollars. We thereupon deemed it proper to requisition as soon as possible all the documents concerning the aforementioned proceedings and settlement, see Annex No. 64, in order to be able to investigate this matter thoroughly. The original documents having been sent to Batavia upon the requisition of the High Government, we had to content ourselves with the authentic copies prepared therefrom, which we obtained shortly thereafter, and from these it appeared to us that the matter transpired in the following manner. The aforementioned Jan Smit, having been summoned in person pursuant to a decree of the Council of Justice here on the 26th of July 1787 on the grounds that he was alleged to have intentionally made himself guilty of executing a false statement, was first placed in civil custody, and subsequently, upon a further decree of the aforementioned Council on the 15th of November following, into criminal imprisonment, after a request by his wife that the offense committed by him might be declared civil and compoundable had been rejected on the same day. The acting Fiscal at that time, Gabriel Exter, thereupon brought a claim in a criminal case against the said Smit and concluded for flogging and confinement for the duration of his life on Robben Island; which demanded punishment was, however, mitigated by the Council of Justice to the extent that it, by its sentence of the 22nd of November 1787 pronounced upon the confession of the detainee, declared him to be infamous, with condemnation to a fine of one thousand Rixdollars to be distributed according to custom, and further confined him for the term of five consecutive years on Robben Island, with further banishment for the term of his life from this country and its jurisdiction, and condemnation to all the costs of the trial, etc. The wife of the said Jan Smit, Hendrina Janssen, subsequently addressed the Council of Justice by petition at the beginning of the year 1789, with the singular request that the punishment imposed on her husband might be reduced, and the Independent Fiscal authorized to settle with him regarding the remaining punishment for the execution of the aforesaid sentence. This request was by the Council by apostil, however

Dutch transcription

zyn, ophelderingen van dezelve te erlangen. — Omtrend den Independent Friskaal van Lynden is ons zulks egter niet mogelyk geweest: het aan= „zien van de Iustitie heeft onze Onmiddelyke dis positien gevorderd omtrend eene zaak welke On op eene directe wyze ter kennisse kwam, en waar in de eerste beginzelen van regtspleeging op eene Schandelyke en voor alle braave lieden aan stootelyke wyze, waaren uit het oog Verlooren, en de Weegen welke men had ingeslagen om de Extraite van gemelden Fiskaal te bewerken, ver re van door eene cordaate pligts betragting te zyn gekenmerkt, hadden ten gevolge gehad eene zeer irregulaire demasche van den Burger Kryg raad, welke het van het uyterste belang was voor de Auetoriteit der Regeeringe en de goede orde dat niet in Consequentie wierd getrokken, en welke dierhalven ook onze dispositien onver„ mydelyk vorderde. Wat eerstgemelde zaak betreft, wyj ontvongen den 15e. October 1792 een Request van Johannes Smi geboortig van Dillenburg, en desselfs huysvrouw die Bylage N:o 63. Hendrina Iansen, waar uijt wy ontwaarden dat de Raad van Iustitie haa kunnen goedvinden by zeekere Apostille in het begin van den jare 1789 door haar Verleend op de Requeste van voorn: Hendrina Iansen, aan de Suppliante, of wel voorn Ian Smit te permitteeren om weegens zodanig gedeelte van het teegens denzelven in do 22 November 1787. gevelde vonnis, als waar by hy Smit voor Vyf Iaren ten Robben eylande was geconfineerd, met voorn: Independent Fiskaal van Lynden te Composeeren, en zig na dezelve Compositie tot het administreeren zyner zaaken aan deeze hoofdplaatze met er woon te mogen begeeven tot de expiratie van den tyd van zyn Confiment, en dat die Compositie vervolgens voor Gecom„ mitteerdens uit voormelden Rade voor de Somme van Ses duyzend Ryksdaalders was getroffen. — Wy vonden daar op goed ten spoedigsten te requi„ zie Bylage N. o 64. reeren alle de stukken de voornoemde procedures en Compositie concerneerende, ten einde deeze zaak grondig te kunnen Onderzoeken. De Origineele stukken op requisitie der Hoge Re„ Hendrina „geering 201 203 t ze Bgfer 1o 65. tot H „geering naar Batavia zynde gezonden, moesten wy ons vergenoegen met de daar van geformeerd Authentieke Copien, die wy kort daar op bekwaam en uit dezelve is ons gebleeken dat die zaak zi in deezer voegen heeft toegedragen. De voornoemde Ian Smit, ingevolge een Decreet van den Raad van Justitie alhier in do. 26 July 1787. in perzoon gedagvaard zynde ter zaake dat hy zig voorbedagtelyk zoude hebben schuldig gemaakt aan het passeeren eener valsche verklaringe, was eerst in Civiele bewaaring, en vervolgens op een nader Decreet van voorne. Rade inde. den 15e. Noeb daar aan volgende in Crimineele gevangenisg steld, na dat ten zelven dage was van de hand geweesen een verzoeke van desselfs Huysvrouw dat het door hem begaan misdryf mogt worden Verklaard Civiel en composibel. De pro interim Fistaal van dien tijd Gabriel Exter deed daar op tegens denzelven Smit eysch in Cas Crimineel, en Concludeerde tot geesseling Confinement zyn leeven lang geduurende op het Robben eijland; welke geeyschte straffe De Huysvrouw van gem: Ian Smit, Hendrina Janssen addresseerde zig vervolgens in het begin van den Jaare 1789 by Requeste aan den Raad van Iustitie, met het sonderling verzoek dat de aan haaren man opgelegde straffe mogt worden gereduceerd, en de Independent Friskaal geau„ „thoriseerd, omme over de verdere Straffe tot Uit voe„ ringe van de voorschr: Sententie met denzelven te moge Composeeren. Det verzoek wierd door den Raad by Apostelle egter in so verre door den Raad van Justitie wierd gemitigeerd, dat dezelve by haare Sententie van den 22. te November 1787 op de Confessie van den gedetineerden geweezen, denzelven verklaarde te weezen eerloos, met Condemnatie in eene geld- boote van een duyzend Ryksdaalders te verdeelen ausu, en voorts confineerde voor den tyd van Vyf agter een volgende Iaaren ten Robben eylan„ de, met verder bannissement voor den tyd zyns leevens uit deesen Lande en den ressorte van dien, en Condemnatie in alle de kosten van den processe egter van etca.

NL-HaNA_1.04.02_4361_0117 view scan ↗

English

255 of 2 April 1789, placed into the hands of the Independent Fiscal van Lynden in order to serve for his considerations thereupon, which was also soon complied with by him, and subsequently the aforesaid request was granted to the extent that the confined Jan Smit was permitted to compound with the Independent Fiscal regarding such part of the frequently mentioned sentence by which a confinement of five years on Robben Island had been imposed upon him, Smit, and after the same composition, to take up residence at this capital for the administration of his affairs, with the explicit understanding nevertheless that he would not only be prohibited from carrying on any burgher trade or being regarded as a burgher, but also, as is further stated therein, since he, Smit, had by the said sentence also been banished for life from this Government and the jurisdiction thereof, he would have to be sent away from here after the expiration of the aforesaid five years; whilst the office of the Fiscal was authorized to have a strict eye kept on his conduct here during the stay of the said Smit at this place. The then President of Justice, presently Governor Rhenius, had however been of the opinion that the petitioner could not be granted her request, but that she ought to be referred to the Government of this place, in order to request of the same that her petition, in so far as it concerned the release of her husband from his confinement on Robben Island, might be forwarded to the High Government at Batavia with the support of the Government, and he made this opinion of his known by a reasoned advice inserted into the minutes of the Council of Justice of 2 April 1789. Hereupon, on 6 April, before the members of the Council of Justice Ryno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meyer, an agreement was entered into between the Independent Fiscal van Lynden and Smit of Dellenburg, according to which he, Smit, 207 would then, over three months, deposit and pay to the Fiscal the sum of six thousand rixdollars of forty-eight stuivers, there being explicitly found mentioned therein this passage: he, Smit, having also promised to conduct himself quietly and properly, as well as thanked the Commissioners for the mitigation granted to him, but without it being expressed therein what that favor or mitigation actually consisted of; by which remarkable omission occasion was then also perhaps given to the misconception in which the aforesaid Smit seems to have labored, as appears from the petition presented to us, as if the same also extended to the banishment for life imposed upon him. This, Right Honorable and Most Respected Sirs, is the true state of an affair of which it were to be wished that the past records of the Council of Justice of this Government had never produced any example, and which, however much the High Government of the Indies has already taken notice of it, was nevertheless considered by us to be of such a nature and importance that we deemed ourselves under the obligation to take immediate measures in order to restore without delay to the laws their impeded operation, to justice its injured reputation, and to the High Authority its violated power. It may have been serviceable that we, in our resolutions taken concerning this matter, have further pointed out all the wrong that lay in this affair, and the insufficiency of the fallacious arguments of which the Independent Fiscal van Lynden made use in order to make that composition, which conflicts with all principles, appear practicable, and by which the members of the Council of Justice allowed themselves to be carried away, but Your Right Honorable and Most Respected Sirs will certainly not expect nor desire such an argumentation from us here: the simple exposition of the state of the matter, as we have laid it bare, will undoubtedly fully take the place thereof with Your Honors; we shall therefore only add that not a single trace

Dutch transcription

255 van den 2e April 1789 gesteld in handen van den Independent Friskaal van Lynden om daar op te dienen van Consideratien, waar aan door hen ook eerlang wierd voldaan, en vervolgens het voor verzoek in zo verre toegestaan, dat aan den Gecon fineerden Jan Smit wierd gepermitteerd om weegen zodanig gedeelte van de meergem. Sententie, als waar by aan hem Smit een Confinement van vyf Iaaren ten robben eylande was opgelegd, met den Independent Fiskaal te kunnen Compose ren, en zig na dezelve Compositie, tot het admi nistreeren zyner zaaken aan deese hoofdplaats met er woon te mogen begeeven, met dien verste de nogtans, dat hy niet alleen geen burger nee ring zoude mogen, dryven, nog als burger aange merkt worden, maar ook (gelyk daar by verder word gezegd ( nadien hy Smit by het gedagte vor ^teevens nis ^ ten eeuwigen dage uit dit Gouvernement en den Ressorte van dien was gebannen, na de expira tie van de voorschr: vyf Iaaren van hier zoude moeten verzonden worden; terwyl het officie Tris„ kaal wierd geauthoriseerd om geduurende het De toenmalige Praesident van Justitie ( tegens woor„ dig gezaghebber:/ Rhenius was egter van Oordeel geweest dat aan de suppliante haar verzoek niet kon worden toegestaan, maar dat zy behoorde te worden overgeweezen naar de Regeering deeses plaatse, ten einde by dezelve te verzoeken dat haar Request, voor so veel aangong het ontslag van haaren man uit zyn Confinement op het Rob„ ben eyland, met appuy van de Regeeringe aan de Hoge Regeering op Batavia mogt overgezou„ den worden, en had van dit zyn gevoelen bij een gemotiseerd Advies, in de Notulen van den Raad van Justitie van den 2e. April 1789 geinsereerd, doen blyken. Hier op den 6 April /was voor de Leeden van den Raad van Iustitie Ryno Iohannes van der Reet en Gerrit Hendrik Meyer, tusschen den Indepen„ dent Fiskaal van Lynden en Smit van Dellenburg aangegaan eene Overeenkomst, volgens welke hij Smet Verblyf van gem:e Smit ter deezer plaatzen op bes„ selfs Conduite alhier naauwkeurig Oog te doen houden. - verblyf toen 207 toen over drie maanden aan den Foskaal zoude g leggen en betaalen de somma van ses duyzend Ryk daalders van agt en Veertig stuivers, wordende daar wel bij vermeld gevonden deeze periode:" hebbende hy „smit teevens beloofd zig stil en behoorlyk te „ zullen gedragen, mitsgaders Heeren Gecommitteerde „ voor de hem verleende mitigatie bedankt, dog sonder dat daar by is uytgedrekt waar in eygent zie Bys: No 66. lyk die gunst of miligatie bestond; door welke Opmerkelyke omissie dan ook misschien aanley ding is gegeeven tot de misvatting waar in voorn Ozie Byl: N. o 63. Smit, (blykens de aan ons gepraesenteerde request schynt te hebben geverseerd, als of dezelve zig ook Uytstrekte tot het hem opgelegde bannisement to eeuwigen dage. Deezens WelEdele Hoog Agtbaare Heeren! de waare toedragt eener zaake, van dewelke het te wenschen ware dat de retroacta van den Raad van Iustitie deezes Gouvernement nimmer eenig voorbe hadden opgeleeverd, en welke, hoe zeer de Hoge Regeering van Indie zig dezelve bereids haa aan getrokken, egter door ons beschouwd wierd te zyn van dien aard en dat belang; dat myj oordeelden in de verpligting te zyn tot het neemen van dadely„ ke maatregulen om aan de Wetten haare gestremde Werking, aan de Iustitie haar gekrenkt aan zien, en aan het Hoge gezag desselfs geschonden Auctori, teit sonder uytstel weder te geeven. Het moge dienstig zyn geweest dat wy by Onze dispo„ sitien omtrend deeze zaak genomen nader hebben aangeweezen al het verkeerde het welk in deeze zaak geleegen was, en het onvoldoende der drog- reedenen waar van de Independent Fiskaal van Lynden zig bediend heeft om die met alle beginselen Strydende Compositie als practicabel te doen voorkomen, en waar door zig de Leeden van den Raad van Iustitie hebben laten weg- sleepen, maar Uw wel Edele Hoog Agtbaare zullen zeekerlyk alhier zodanig betoog van ons niet verwagten nog Verlangen: de eenvoudige voordragt van den toestand der zaake, so als wy die hebben opengelegd, sal ongetwyffeld, de plaat daar van by Hoogstdezelve op het volleedigst vervallen; Wy zullen dus alleenlyk nog maar by voegen geen een Spoor

NL-HaNA_1.04.02_4361_0119 view scan ↗

English

could discover no trace whatsoever that the members of the Council of Justice had cooperated in this matter in bad faith, and were therefore of the opinion that this must be attributed solely to their lack of experience in legal matters, combined with the extraordinary reputation which the Independent Fiscal van Lynden, as far as his competence was concerned, enjoyed in this Colony at the time; for which reasons we also deemed that this should not be resented against those members in the strictest manner. We have then, after ripe and serious consideration of this matter, declared: the disposition of the Council of Justice of this Government of 2 April 1789, containing authorization for the Independent Fiscal van Lynden to compound with the person of Jan Smit of Dillenburg concerning the confinement of five consecutive years on Robben Eyland imposed on him by sentence of 22 November 1787, as well as the deed of composition itself mentioned in the minutes of the said Council of 6 April following, to be in themselves null and void, and ordered that the same should be expunged from the minutes of the aforesaid Council under both of those dates, and this our disposition noted in the margin of the same; that furthermore, by the Independent Fiscal van Lynden to Smit of Dellenburg, his attorneys, or heirs, should be restituted everything that had been received by him by virtue of the aforementioned composition; that further, given the impossibility that the aforementioned sentence of the Council of Justice, insofar as Smit was thereby sentenced to a confinement of five consecutive years on Robben Eyland, could still be fulfilled, Smit should immediately be transferred thither to remain confined there until the expiration of the aforementioned confinement, or the end of five consecutive years, counting from the day of the pronouncement of the sentence; and that the further contents of the same sentence, concerning the banishment of the aforesaid Smit for the duration of his life from this country and the jurisdiction thereof, should subsequently be strictly executed; all of which has since also immediately taken effect. And We have, through the Government, most emphatically commended the Council of Justice in our name to carefully refrain from such deeds in the future, and to watch over the maintenance of Justice and the conservation of the rights of the High Authority with such care and attention as their duty required, and as they might one day answer for before a Higher Judge; with which this matter has been regarded by us as concluded, and the High Government informed thereof, with orders to send the original documents belonging to the aforementioned proceedings back here. Since then, two requests have been made to us by or on behalf of the aforementioned Hendrina Janssen, of which the first tended to grant the repeatedly mentioned Smit permission to remain at the Cape after the expiration of the term of his confinement for such time as necessary to make the required arrangements concerning his joint estate; whereupon, under the necessary precautions, we granted him the time of two months for that purpose. The other request was to be allowed to spend that time in his own house, which, after having been informed thereon by the President of Justice, We did not judge advisable to agree to, and accordingly rejected the same. Yet this was not the only matter in which Mr. van Lynden displayed entirely different principles from those which ought to exist in a competent minister entrusted with the delicate post of Independent Fiscal in this Colony: that gentleman seems generally to have aimed, in the first place, at filling his purse, and by this conduct of his to have given legitimate cause for the complaints which, although in our view in a very irregular manner and one that cannot in any way be approved, have been brought against him. We refer herewith to the move, known to your Right Honorable, of the Burgher Military Council here, by appearing on 10 May 1791 at the meeting

Dutch transcription

spoor hoegenaamd te hebben kunnen ontdekken dat de Raadsleeden van Justitie ter kwader trouwe toe deeze zaak zouden hebben meede gewerkt, en dier„ halven van begrip te zyn, dat zulks aan haare onbe dreevenheid in regts zaaken, gevoegd by de buyten ge woone reputatie waar van de Independent Fiskaal van Lynden, wat zyne bekwaamheid betrof, des tyds in deeze Colonie jouisseerde, alleen moet worden toege schreeven; om welke reedenen wy dan ook gemeend hebben zulks niet ten Strengsten omtrend die leeden te moeten ressenteeren. Wy hebben dan, na rype en ernstige Overweeging deezer zaake, verklaard; de dispositie van den Ratt van Justitie deezes Gouvernement in de. 2 April 1789 houdende Authorisatie op den Independent Fo Kaal van Lynden om met den persoon van Ian Smit van Dillenburg te mogen Composeeren Over het hem by sententie van den 22e. November 1787 opgelegde Confinement van vyf agter een volgende Iaare ten Robben Eylande, mitsga„ ders de Acte van Compositie zelve vermeld by de Notulen van Gedagten Rade van den 6:e April daar aan Volgende, te zyn in zig zelven nul en onbestaan baar, en gelast dat dezelve in de Notulen van voornoemden Rade onder die beide datums zouden werden geroyeerd, en deeze onze dispositie in margine van dezelve genoteerd: Dat voorts door den Independent Fiskaal van Lynden aan Smit van Dellenburg desselfs gemagtigdens, of erven, zoude worden gerestitueerd alles wat by denzelven uyt hoofde van voorschr: Compositie zoude zyn genoten. — Dat wyders (aangezien de onmogelykheid dat aan de voorschr: Sensentie van den Raad van Justitie, voor so ver hy Smit daar by was veroordeeld tot een Confene„ ment van Vyf agter een volgende Iaaren ten Robben eylande, meer kon worden voldaan:/ hy Smit terstond naar derwaards zoude worden overgebragd om al„ daar geconfineerd te blyven tot de expiratie van het voorschr: Confinement, ofte het einde van vyf agter een volgende Iaaren, te reekenen van den dag van de Pronuntiatie van de Sententie; en dat de verdere inhoud derzelve Sententie, rakende het bannisse„ ment van voorn: smit voor den tyd zyne Leevens uit deezen Lande en den resporte van dien vervolgens Stiptelyk zoude worden geexecuteerd; al het welk zeederd daar ook 211 ook dadelyk gevolg heeft genoomen. En hebben Wy den Raad van Justitie door de Regeering uyt onsen naam op het nadrukkelykt doen aan bevee om zig voor 't vervolg wel soigneuselyk van diergeli ke daaden te wagten, en voor de handhaving der Justitie en Conservatie van de Regten der Hoge Overigheid met die zorgvuldigheid en aandagt te waaken, als hunnen pligt vorderde, en zy een maal voor een Hoger Regter zouden kunnen verandwoor den; waar meede deeze zaak door ons is gehou den voor afgedaan, en de Hoge Regeering daar 1 zie Bijk: N:o 67. van kennisse gegeeven met last om de Origineele stukken tot de voorschr: procedures gehoorende weder haar herwaards te zenden. — zeederd zyn ons nog door ofte van weegen de voor noemde Hendrina Janssen twee verzoeken gedaan 1 zie Bijl: No. 68. Waar van het eerste tendeerde dat aan meermelde Smet mogt werden toegestaan; om na de expiratie van den tijd van zyn Confinement nog so lange aan de Kaab te mogen blyven dat hy Omtrend zy nen gemeenschappelyken boedel de nodige schik kingen zoude hebben gemaakt; waar op wy hem Onder de nodige Precautien daar toe den tyd van twee zee Beg L: N=o 69. maanden hebben toegestaan. —t het andere strekte om rie Bijk: N:o 70: dien tijd in zyn eijgen huijs te mogen doorbrengen, waar in Wy, na ons daar op te hebben laten onder„ rigten door den Proesident van Iustitie, niet raad„ zaam geoordeeld hebben te treeden, en het zelve dien„ volgens afgeslagen. Dan deeze is de eenige zaak niet geweest waar in de Heer van Lynden geheel andere beginselen heeft ten toon: gespreid dan die welke in een bekwaam Minister met de delicate post van Independent Fiskaal in deeze Colonie bekleed behooren plaats te hebben: die Heer Schijnt het er in 't algemeen in de eerste plaats op te hebben toegelegd, om zyn beurs te maken, en door dit zyn gedrag eene regt„ matige aanleyding te hebben gegeeven tot de klagten, welke, of schoon in ons dog op eene zeer irreguliere Wyze en die in geenen deele kan worden goedgekeurd, tegens hem zyn ingebragt. Wy bedoelen hier meede de aan uw wel Edele Hoog- Achtbaare bekende demarche van den Burger Krygsraad alhier door op den 10:' Mei 1791. ter vergade„ onder „ring

NL-HaNA_1.04.02_4361_0121 view scan ↗

English

Council of Policy to submit a certain writing, containing various accusations and complaints against the Independent Fiscal van Lynden, and concerning the conduct maintained by him here, which concluded with a request that the said Fiscal might be removed from this office of his. On 27 June 1792, the Commander Rhenius gave notice that the aforementioned writing, after the departure of the Fiscal van Lynden, had been placed by the Council of Policy into the hands of the ad interim Fiscal de Nys in order to investigate the same and report thereon, who had also lingered long with it to the considerable astonishment of the members of the Council, but finally submitted it recently. That this having come to the ears of the burgher Council of War, some members of the same had applied to him, the Commander, and some members of the Council of Policy, complaining that the report submitted by the ad interim Fiscal de Nys was entirely contrary to the contents of the writing of the burgher Council of War, even though he, de Nys, had been the drafter thereof. This astonished us not a little, and we ordered that the ad interim Fiscal de Nys should be heard on that accusation, and subsequently his written defense thereon demanded. On 9 July following, four officers of the burgher Council of War appeared before us, who repeated to us that which the Commander Rhenius had communicated to us. Two days thereafter we received an extract from the minutes of the Council of the 10th of the same month, from which it appeared that the ad interim Fiscal de Nys, upon what had been put to him in this regard in the Council of Policy, had declared neither to have been the author nor the writer of the document of the burgher Council of War; but upon the strong instances of some burgher officers, and solemn assurance of the deepest secrecy, to have lent his pen to the compilation of that document from certain drafts and other documents which had been supplied to him to that end, all of which the aforementioned de Nys detailed more broadly, with the addition of that which he further thought to be able to serve in this matter for his exculpation, in a written memorial submitted to us, to the contents of which we refer. However it might be with this matter, the course of which in all respects had to appear so strange, it seemed to us that good order required that the investigation be conducted by someone other than the one who had admitted to having been the compiler of the document in question, and we subsequently assigned the same to the Council member van Rheede van Oudtshoorn, after some concerns raised by him against it, on account of kinship with some members of the burgher Council of War, were cleared out of the way by us. We subsequently also sent to the Council the aforementioned defense of the ad interim Fiscal de Nys, in order that the investigation mandated to the Council member van Rheede van Oudtshoorn could also proceed thereon. We had, on the grounds which we have cited here before, hoped to be able to abstain from all further interference with this matter; and subsequently also, when the Council member van Rheede van Oudtshoorn privately communicated to us the concept of his report to be brought into the Council, returned the same to that gentleman with an expression of satisfaction with the dispatch with which he had acquitted himself of that task; but without entering into the matter itself, assuming that the Council of Policy, having seen from already received directives that the Assembly of the Seventeen had itself disposed of everything that concerned the Governor van de Graaff and Fiscal van Lynden, without leaving anything regarding that to us, would have met the thus manifested intention of the said Assembly by sending to the very same the aforementioned report and annexes, and subsequently awaiting the direct orders of the said Assembly thereon. However, this matter took another turn: the Council sent to us, by a dispatch of 11 February 1793, the report, or digest, with the documents belonging thereto, by the Council member van Rheede van Oudtshoorn.

Dutch transcription

„ring van Politie in te dienen zeeker geschrift, bevattend Verscheide beschuldigingen onklagten tegens den Inde pendent Fiskaal van Lynden, en over het gedrag door denzelven alhier gehouden, en het welk beslooten word met een Verzoek dat gem„e Friskaal uijt deeze zyne be dieninge mogt werden gedimoveerd. Den 27e. Juny 1792 gaf de Geraghebber Rhenius aan t kennis dat het voormelde geschrift na het vertrek van den Friskaal van Lynden door den Politieren Raad wa gesteld in handen van den ad interim Fiskaal de Ney ten einde het zelve te onderzoeken en daar op te dien van berigt, welke daar meede tot merkelyke bevreem ding van de Leeden des Raads lang hadde gedraad dog het zelve eyndelyk toen onlangs ingeleeverd. Dat zulks ter ooren van den burger Krygsraad geko men zynde, eenige Leeden van den zelven zig tot hem Gezaghebber, en sommige leeden van den Politie ken Raad hadden vervoegd, zig beklagende dat het ingediende berigt door den ad interim Fiskaal de Nys geheel strydig was met den inhoud van het geschrift van den Burger Krijgsraad, hoe zeer hy de Nys daar van de opstellen was geweest. - Dit bevreemde ons niet weynig, en wy bevaalen dat de ad Interim Fiskaal de Nys op die betigting zoude worden gehoord, en vervolgens zyne Schrifte„ lyke verandwoording daar op afgevorderd. Den 9 July daar aan volgende verscheenen voor ons vier officieren van den burgerkrygsraad, welke aan ons herhaalden het geen de Gezaghebber Rheniuus aan ons had gecommuniceerd.- Twee dagen daar na bekwaamen wy een Extract uit de Notulen van den Raad van den 10. e derzelve zie BijL: N„o 71. maandt waar uit bleek dat de Ad interim Fiskaal de Nys op het geen hem desweegens in Rade van Politie was voorgehouden, verklaard had, nog de Autheur nog de Schryver van het geschrift van den burger Keygsraad te zyn geweest; maar op de sterke Instantien van eenige burger Officieren, en plegtige Verzeekering van de digpste Secretesse de pen te hebben geleend tot het te samen stellen van dat geschrift reyt zeekere brouwon en andere documenten welke hem tot dat einde waren gesuppediteerd, al het welk voornoemde de Neys breedvoeriger heeft gedetailleerd, met byvoeging van het geen hij verder Dit meende 215 Met deeze zaak te kunnen onthouden; en vervolgens meende in deezen tot zyne verontschuldiging te kun ook, wanneer het Raadslit van Rheede van Ouds„ pen: Strekken, by eene Schriftelijke Memorie aan hoorn ons het Concipt: van zyn in te brengen Rapport 1 zie Byjs: N„o 72: Ons ingediend, tot welkers inhoud wy ons gedragen aan den Raad onder de hand Communiceerde, het Hoe het ook met deeze zaak, waar van de loop in zelvie aan dien Heer gerestitueerd met betuyging van allen opzigte so sonderling moest voorkomen, ge leegen mogte zyn, het kwam ons vóor dat de goede genoegen over den spoed waar meede hy zig van dien taar had gekweeten; dog sonder ons op de Materie Oide vereyschte dat het Onderzoek geschiedde doo een ander dan de geen die erkend had de Samen zelve in te laten, onderstellende dat de Jolitieke stellen van het bewuste geschrift te zyn geweest, Raad, uyt reeds bekomene dispositien gezien hebben„ en wy droegen het zelve vervolgens op aan het Raa de, dat de Vergadering van xvij=en op alles wat de lit van Rheede van Oudtshoorn, na dat eenige zo Gouverneur van de Graaff en Fiskaal van Lynden righeeden door denzelven daar teegen geopperd, uijt betrof zelve had gedisponeerd, zonder daar omtrend hoofde van vermaagschap aansommige leeden aan Ons iets over te laten, aan de alzo gemanifes„ teerde intentie van welgeme. Vergadering zoude zyn te van den burger Krygsraad, door ons waren uit den gemoet gekoomen, met aan Hoogst dezelve het voorschr: Weg geruimd. Rapport en Bylagen toe te zenden, en vervolgens de Wy zonder vervolgens ook aan den Raad. de Voorschr: verandwoording van den ad Interim Onmiddelyke dispositien van welgemelde Vergadering Fiskael de Nys; ten einde het onderzoek aan het daar op af te wagten. Raadslit van Rheede van Oudtshoorn: gedeman Dan deeze zaak nam eene andere keer: de Raad „deerd daar over teevens zoude kunnen g'aan. zue Byl: N=o 73. zond ons by eene Missive van den 11. e February 1793. Wij hadden: op de gronden welke wy hier voren hebbet zie Byl: N:o 74 het Rapport of verkoogt met de daar toe gehoorende aangehaald, gehoopt ons van alle verdere bemoeijens & zie Byl: N:o 75. Stukken door het Raadslit van Rheede van met Oudtshoorn tot Bincl:

NL-HaNA_1.04.02_4361_0123 view scan ↗

English

Oudshoorn submitted to them, with the request to act in this entire matter as we should deem proper, or rather, to instruct them how they should proceed further therein. Having thus obtained legal knowledge of the aforementioned representation, we found ourselves obligated to examine it and the matters treated therein with greater accuracy, whereupon we were soon convinced that it was most necessary that we should settle the same before our departure from this colony. It has appeared to us from that investigation, and from the information which we obtained therein from good sources, that the Fiscal van Lynden, having made himself guilty of manifold excesses in the administration of his office, a general hatred and dissatisfaction against the said Fiscal arose therefrom; that the members presently constituting the Council of Policy were likewise convinced of this, but, for lack of sufficient courage to oppose the Fiscal van Lynden openly therein, some of them took indirect courses to achieve their aims against Mr. van Lynden, and took refuge in the dangerous expedient of provoking the burgher military council into opposition against that gentleman, without considering that this was an actual breach of good order, and must necessarily, sooner or later (as experience has indeed quickly shown), have the most detrimental consequences for their own authority; while we have reasons not to be entirely adverse to the idea that it was not unknown to some members of the Council that the Fiscal ad interim de Nys had a hand in preparing the petition of complaint of the burgher military council, and that this also had no small influence on the favorable consideration which has since been cast upon him for the administration of the fiscal office, for which no application was ever made by him, although those favorable sentiments weakened noticeably when the report of the aforementioned de Nys upon that petition of complaint was found not to correspond to the zeal with which they would gladly have seen that matter treated by him; and we do not doubt that Your Right Honorable Worships, reading the aforementioned representation and annexes with your customary attention, will yourselves find therein more than one proof of the well-foundedness of this our opinion. The matter having therefore become extremely difficult in itself, and alarming in its consequences, because people had strayed from the right path in order to achieve their private ends, we understood that the only means to settle it in a manner consistent with the dignity of the authority entrusted to us, and to prevent those consequences, was to return to that path and to decide therein without any respect of persons or private notions. We have therefore laid down as a basis for this our disposition the unshakeable truth that it is one of the first and principal duties of the government to ensure that the laws, which serve for the protection and security of persons and properties, are properly maintained and executed, and that all inhabitants, from the first to the last, are preserved and maintained in the undisturbed enjoyment of the protection and privileges due to them according to the laws, particularly also against the arbitrariness and vexations of public officials who seek to infringe upon them, abusing the trust placed in them by the authorities when they were invested with their offices. From this it also naturally followed that if the Council of Policy had acquitted itself of this its duty as it ought, no cause could ever have arisen for such a petition of complaint; for even if it had been prevented by open force from carrying its good intentions into effect (as was indicated not obscurely in the aforementioned representation to have been done by the majority of the Council)

Dutch transcription

Oudsshoorn aan haar ingediend, met bede omtrend di „geheele zaak zodanig te willen handelen, als wy zoud „vinden te behooren, dan wel, haar te willen beveel „hoedanig door haar daar inne verder zoude moeten „worden gehandeld" Op deeze wyze legale kennis van het voormelde ver toog bekomen hebbende, geraakten wy in de verplig ting om het zelve en de zaaken daar by verhandelt met meer naeuwkeurigheid te onderzoeken, wan neer wy wel ras Overtuigd wierden dat het aller nood zakelijkst was, dat wy dezelve afdeeden voor ans Wer trek rus deeze Colonie. Het is ons uit dat onderzoek, en de informatien wel ke wy daar by van goeder hand hebben bekomen, ge„ bleeken, dat de Fiskaal van Lynden zig aan Veelerley excessen in de bedieninge van zyn Ambt hebbende schuldig gemaakt, daar uit een algemeene haat en misnoegen tegen denzelven Fiskaal is ont„ staan, dat de Leeden thans den Politieken Raad Constitueerende, daar van insgelyks zyn. Overtuyg geweest, maar by gebrek aan genoegzaame Cor„ daatheid om den Fistaal van Lynden daar in opentlyk tegen te gaan, sommige hunner zydeling¬ sche weegen hebben ingeslagen om hunne oogmer„ ken teegens den Heer van Lynden te bereiken, en toevlugt hebben genomen tot het gevaarlyk middel om de burger krygsraad tegens dien Heer in 't harnas te Jagen, sonder te bedenken dat zulks was eene dadelyke inbreuk op de goede orde, en nood„ wendig vroeg of laat (gelyk de ondervinding ook al spoedig geleerd heeft / voor hunne eyge Autho„ riteit de nadeeligste gevolgen moest hebben; ter„ wyl wy reedenen hebben om ook in 't geheel niet Vreemd te zyn van het denkbeeld, dat het aan sommige Lieden des Raads niet onbekend is geweest, dat de Ad Interin Fiskaal de Nys de hand hadde gehad in het ver„ vaardigen van het klagtschrift van den burger& krygsraad, en dat zulks ook niet weinig invloed heeft gehad op de gunstige reflesie welke zeederd Op hem geslagen is tot de Waarneeming van het Fistalaat, waar toe door hem nimmer eenig Oanzoek is gedaan, schoon die gunstige gevoe„ lens merkelyk zyn verflaauwd, wanneer het berigt van voorn: de Nijs op dat klagtschrift in bevonden bevonden wierd niet te beantwoorden aan de dreft met welke men gaarne hadde gezien dat die zaak door hem ware behandeld geworden; en wy twyfe len niet of uw wel Edele Hoog Agtbaare met derzelver gewoone attentie het voorschn: vertoog en Bylagen leezende, zullen zelfs daar in meer dan eene blyk aantreffen van de gegrondheid van dit ons gevoelen. Was dierhalven deeze zaak ten uytersten moeyelyk in zig zelven, en bekommerlyk in haare gevolgen geworden, door dien men ter bereyking van zyne byzondere Oogmerken van het regte spoor was af„ gedwaald, Wy begreepen dat het eenige middel om dezelve op eene wyze overeenkomstig aan de waardigheid van het ons toebetrouwde gerag af te doen, en die gevolgen voor te komen, was dat spoor weder in te slaan en zonder eenig aanzien van perzoonen of partikuliere begrippen daar in te disponeeren. Wy hebben dan tot eene grond van deeze onze dis„ t Lie Bijk: N„o 76. positient gelegde de onwickbaare waarheid, dat het een der eerste en voornaamste pligten der Regeeringe is te sorgen dat de Wetten, welke strekken tot beveyli„ ging en zeekerheid der perzoonen en eygendommen, behoorlyk werden onderhouden en uytgeoeffend, en dat alle Ingezeetenen van den eersten tot den laasten, by het ongestoord genot der bescherming en voorreg„ ten hun volgens de Wetten toekomende, werden bewaard en gehandhaaft, byzonder ook tegens de Willekeur en Voxatien van publieke Ambtena„ ren, welke daar op inbreuk tragten te maaken, misbruykende het vertrouwen door de Overigheid in hun gesteld, wanneer zy met hunne bedienen„ gen wierden bekleed. Hier uyt vloeyde dan ook van zelfs voort dat wanneer de Politieke Raad zig van deezen haaren pligt naar behooren haa gekweeten, nimmer aanleyding tot zodanig een klagtschrift zoude hebben kunnen gebooren worden; want dat, al ware het dat dezelve door opentlyk geweld ware Verhinderd geweest om hare goede intentien effect te doen sorteeren (gelyk bij het voorschr: vertoog niet onduydelyk wierd te kennen gegee¬ ven door de Meerderheyd des Raaas te zyn

NL-HaNA_1.04.02_4361_0125 view scan ↗

English

were apprehended, although the way stood open for the majority to immediately give notice thereof to the Assembly of Seventeen, which would then have been in a position, through prompt and efficacious measures, to restore good order, to afford the necessary protection to the oppressed, and to cause evil to receive its reward; whereas, on the contrary, good order and the lawful constitution of affairs had suffered a noticeable breach, and through the arbitrary departure of the Independent Fiscal van Lynden, the investigation and redress of the excesses committed by him had become extremely difficult, and his prosecution on that account impossible. On that ground, we also understood that the step taken by the Burgher War Council in addressing the Government collegially in the manner aforesaid could to some extent be excused, since it is easily understood that, the Government failing in its duty, the said War Council, driven by the consideration that it was no longer capable of stopping the Independent Fiscal van Lynden in his wrongful acts, allowed itself to be carried away to a step which, however much departing from the manner and purposes of the institution of its College, which gave it not the least authority thereto, could nevertheless in this singular case, through the circumstances and a pressing necessity, appear in their eyes to be justified. For these reasons we have also made no further reflections on the aforesaid demarche of the Burgher War Council as far as the form is concerned, and judged this all the less necessary because we are in the complete confidence that what we have already disclosed up to now concerning the conduct and the character of the Independent Fiscal van Lynden, and shall further disclose in the sequel, will be sufficient to prevent that official from ever being sent hither again; upon which we consider ourselves obliged to insist with all respect, yet at the same time with the greatest eagerness, and to request the favorable and efficacious cooperation of your Honorable High Mightinesses thereto; whereby, and through the means which we have employed here to cause everything to return again within the proper bounds of order and subordination, we trust that all occasion for such far-reaching steps will for the future be cut off. Now as regards the content itself of the aforementioned complaint; it could, according to the usual course of worldly affairs, indeed be somewhat expected that in such times of disorder, confusion, and animosity as have taken place here during the last years, persons and events would not always have been judged with that accuracy and impartiality as ought to have been, but that against someone who had public sentiment so much against him as the Independent Fiscal van Lijnden, both insufficiently proven and proven matters, and indeed even matters in themselves innocent or indifferent, would have been brought in, since the public is then accustomed to view everything concerning such a person from the darkest side, and meanwhile to judge without sufficient investigation. These truths also visibly found their application in the aforesaid complaint: some of the charges brought in were fully proven, and could not but awaken very prejudicial ideas concerning the character and the manner of acting of the Independent Fiscal van Linden. Besides the already cited case that occurred with the person of Ian Smit of Dillenburg, there could be added thereto the inexcusable connivance used in permitting the importation of Buginese slaves, who have so often caused the most grievous misfortunes here; the failure to account for a sum of 1940 rixdollars enjoyed on account of a certain confiscation of some cordage for the benefit of the Company, and in particular the ill-treatment inflicted in prison upon a certain free man named Caspar, whereby the same person was brought to confess.

Dutch transcription

zyn geapprehendeerd (nogtans aan drie meerderheid de weg openstond om daar van Onmiddelyk kennisse te geeven aan de Vergadering van Avij re, welke als dan in staat zoude zyn geweest door prompte en efficacieuer maatregelen de goede orde te herstellen, aan de onder„ drukte de nodige bescherming, en aan het kwaad zyn loon te doen erlangen; daar na inteegendeel de goede orde en wettige Constitutie van zaaken merke lyken in breuk haaden geleeden, en door het Wille¬ keurig Vertrek van den Fiskaal van Lynden, het Onderzoek en herstel der door denzelven gepleegde excessen ten uitersten bezwaarlijk, en zyne te regt stelling desweegens onmogelyk was geworden. - Uyt dien hoofde begreepen wy dan ook dat eenig sints konde worden verschoond de stap door den BurgerKrygsraad gedaan met zig Collegialiter aan de Regeeringe invoegen voorschr: te addre seeren, als zynde het ligt te begrijpen dat de Regeeringe aan haaren pligt in gebreeken bly¬ vende, de gemelde Krygsraad zig door de beschor wing dat nu niet meer in staat was om den Independent Fiskaal van Lynden in zyne Verkeerde handelingen te stuyten, zig heeft laten vervoeren tot eene slap, welke, hoe zeer ook afwykende van de wyze en oogmerken der instel„ linge van haar Collegie, welke haar daar toe geene de minste bevoegdheid gaven, egter in dit singu„ lier geval door de omstandigheeden en eene drui„ gende noodzakelykheid in hun dog kon schynen te worden gewettigd. Om deeze reedenen hebben wy ook geene verdere reflezien op de voorschr: demarche van den Burger Krygsraad, wat de form betreft, gemaakt, en zulks te minder nodig geoordeeld doar wy in het vol„ komen Vertrouwen verseeren, dat het geen wy tot dus Verre reeds Omtrend de Conduites en het Carac„ ter van den Independent Friskaal van Lynden hebben opengelegd, en bij vervolg nog zullen open. leggen, genoegzaam zal zyn om voor te komen dat die ambtenaar immer weder naar her„ waards werde gezonden; waar op wy ons verpligt agten met allen eerbied, dog teevens met het meeste empressement aan te dringen, en de gunstige en officacieuse meede werking van uw wel zyne Edele 221 223 Edele Hoog Agtbaare daar toe te verzoeken; wa door, en door de middelen welke wy alhier hebben aangewend om alles weeder binnen de behoorlyk paalen van Oede en ondergeschiktheid te doen te rug keeren, wy vertrouwen dat alle aanleyding tot zulke veruitziende stappen voor 't vervolg zal zyn afgesneeden. Wat nu aangaat den inhaud zelve van het voor melde klagtschrift; er kon, nader gewoonen loo„ der Weereldsche zaaken wel eenigzints worden Verwagt, dat in zodanige tijde van de sorde, Con„ fusie en animositeit, als alhier geduurende de laaste Jaaren hebben plaats gehad, de persoonen en gebeurtenissen niet altyd zouden zyn beoordeeld met die nauwkeurigheid en Onpartydigheid, als wel had behoord, maar tegen iemand die het pu bliek gevoelen zodanig tegen zig had als de Au dependent Fiskaal van Lijnden, so wel niet ge„ noegzaame beweezene als beweezene, ja zelfs ook wel in zig zelfs onschuldige of onverschillige zaaken zouden zyn z ingebragt, nadien het algemeen als dan gewoon is alles wat zodanige perzoon betreft, van de zwartste zyde te beschouwen, en al derwyls sonder genoegzaam Onderzoek te beoordeelen. Deeze waarheeden vonden ook in 't voorschr: klagt. schrift op eene zigtbaare wyze haare toepassing: sommige der ingebragte beschuldigingen waaren Volleedig beweezen, en konden niets anders. Aan zeer nadeelige denkbeelden verwekken Omtrend het Caracter en de handelwijze van den Independent Fiskaal van Linden. — Behalven het reeds aan gehaalde geval met de perzoon van Ian Smit van Dillenburg gebeurd, konden daar toe gebragt worden de Onverschoonlyke ooglinking gebruykt in het toelaten van den invoer van Bougineesche slaven; welke alhier so vaak de droeirgste onge„ lukken hebben veroorzaakt; het niet verandwoorden eener somme van rd„s 1940:- genooten weegens zeekere Confiskatie van eenige touwwerken ten be„ hoeven van de Compagnie, en inzonderheid de mishandelingen aan zeekeren Vrijen man, Caspar genaamd, in de gevangenisse aangedaan„ Waar door dezelve is gebragt geworden tot het perzoon bekennen.

NL-HaNA_1.04.02_4361_0127 view scan ↗

English

to confess to a crime of which he was innocent, and for that reason underwent a punishment which subsequently became fully evident to the Judge not to have been merited by him. This latter case we had already learned of long before, and investigated with that exactness which humanity required of us; but in so far as it concerned the Council of Justice, which had sentenced this unfortunate man innocently, we found that this had to be regarded as one of those disastrous proofs of the deficiency of human discernment, and of the imperfection of all its institutions, which one encounters now and then in the histories of the World, and in cases like this, in which we have not detected the slightest appearance or shadow of any bad faith or abominable intention on the part of the Judge to declare the innocent guilty, leave no other course than to redress the committed error as much as possible, as was publicly done by the Council of Justice with respect to that unfortunate man. We could wish to be able to say with that same latitude that the Fiscal van Lynden was ignorant of those mistreatments, but the conviction of the contrary has given cause for us to ensure that the aforementioned Caspar was satisfied to his contentment by or on behalf of the Fiscal for the pain and suffering endured; whereby, consequently, that fateful matter has been entirely settled. Other matters brought against him in the aforementioned Letter of Complaint we found not to be sufficiently proven, at least not to the effect that they could be settled without a more thorough investigation, which was not possible on account of the absence of the Fiscal van Lijnden, regarding which we therefore deferentially leave all further decisions to the assembly of the Seventeen; and others again appeared to us to be devoid of all foundation, as Your Right Honorable will find all this more fully dealt with in the decisions taken by us on this entire matter. We furthermore most strongly disapproved that the ad interim Fiscal de Nys, at the time he was charged by the Government with the investigation of this Letter of Complaint, had not declared that he had lent a hand in the drafting thereof, and had not excused himself from that investigation on that ground, as not possessing that impartiality which is required, at least, in someone who is to represent the law of the High Authority against an accused, and which the Government ought to have presumed in him when it assigned this to him; and both on that account, and because he, the Fiscal, had not reported on his findings with more dispatch, we made our displeasure known to him in the most emphatic manner, with a serious recommendation to let this serve as instruction for the future. Yet however imprudent and unsatisfactory the conduct of the ad interim Fiscal de Nys may have been in both those respects, we must nevertheless acknowledge on the other hand that not the slightest indication has appeared to us that he made himself guilty in this matter of bad faith or willful neglect of duty; and insofar as his conduct in drafting the aforementioned letter of complaint and submitting a report whereby the contents thereof are disapproved indicates an inconsistency in thought and action which we might have wished not to have found in such an Official, we nevertheless believe that it also pleads in his excuse in this respect that it is an entirely different matter to aim, as a private resident, to demonstrate the harmfulness of someone's character and existence on the basis of a multitude of combined and mutually reinforcing events, than, as representing the law of the High Authority, to bring each of them considered separately to that degree of proof which is required in law; that the departure of the Fiscal van Lynden also made this impossible regarding very many of the points appearing in the letter of complaint, and that the most weightiest of the points which could be held as proven were precisely of such a nature that the decisions regarding

Dutch transcription

bekennen eener misdaad waar aan hy onschuldig was, en uit dien hoofde eene straffe heeft ondergaan„ welke naderhand volkomen aan den Regter geblee„ ken is door hem niet te zyn gemeriteerd. Dit laaste geval hadden wy reeds lang te voren vernomen, en met die nauwkeurigheid onderzogt welke de menschelykheid van ons vorderde: dog voor so verre zulks de Raad van Justitie aan gong, welke dien ongelukkigen onschuldig had gevonnist, hebben wy bevonden dat zulks moest beschouwd worden als een van die rampspoedige bewyzen van het gebrekkige van het menschelyk doorzigt, en van het onvolmaakte van alle derzel¬ ver instellingen, welke men nu en dan in de geschiedenissen der Waereld Ontmoet, en in ge vallen gelyk dit, waar in wy niet de minste Schyn of Schaduwe hebben bespeurde van eenige Konade trouw of verfoeijelijk Opzet van den Regter om den onschuldigen voor schuldig te verklaaren niet anders overlaten, dan den beganen mislag, so veel mogelyk te beekeren, gelyk door den Raad van Justitie ten opzigt van dien ongelukkigen Opentlijk is geschied. Wy wenschten wel met die zelfde ruimte te kunnen zeggen dat de Fiskaal van Lynden van die mishande„ lingen is ignorant geweest, maar de persuasie van het teegendeel heeft aanleyding gegeeven dat wy ge„ sorgt hebben dat voorn: Caspar door ofte van wee„ gens den Fiskaal voor de geleede pyn en smerte tot zyn genoegen is te vreede gesteld; waar door dier„ halven die noorlottige zaak geheel is afgedaan. Andere zaaken tegens denzelven by het vermelde Klagtschrift ingebragt, bevonden wy niet genoegzaam beweezen te zyn, immers niet ten dien effecte dat dezel„ ve sonder een naauwkeuriger onderzoek, het welk uit hoofde der absentie van den Friskaat van Lijnden niet mogelyk was, konden worden afgedaan, waar Omtrend wy dierhalven alle verdere dispositien aan de vergadering van xvij n eerbiedig gedefereerd laten; - en andere wederom zyn ons voorgekomen van alle grond te zyn ontbloot, gelyk Uw Wel Edele Hoog Agtbaare zulks alles breedvoeriger zullen verhandeld vinden by de dispositien door 1zie Bijl: N:o 76. Ons op deeze geheele materie genoomen! — Opentlyk Hy 225 227 Wy keurden voorts daar by ten sterksten af, dat de ad Interim Fiskaal de Nys, ten tyde hy met het on der zoek van dit Klagtschrift door de Regeering was belast geworden, niet gedeclareerd had tot het samenstellen daar van de hand te hebben ge„ leend, en zig op dien grond van dat onderzoek geexcuseerd, als niet bezittende die onzydigheid welke althans in iemand die het regt van de Hog Overigheid teegens eenen beschuldigden zal waar„ neemen, word vereyscht, en welke de Regeering in hem had behooren te onderstellen, wanneer zy hem zulks opdroeg; en hebben so desweegens, als ter met zaake dat hy Fiskaal niet ^ meer spoed van zyne bevinding had Rapport gedaan, aan denzelven Op het nadrukkelykst ons ongenoegen te kennen gegeeven, met ernstige aanbeveeling om zig zulks voor het vervolg tot narigt te doen strekken. Dan hoe onvoorzigtig en onvoldoende het ge„ drag van den Adinterim Fiskaal de Nys in die beyde opzigten ook geweest zy moeten wy egter Aan de andere zyde erkennen, dat ons geen de minste blyk is voorgekoomen dat hy zig in deezen aan kwade trouw of opzettelyk pligt verzuim zoude heb„ ben schuldig gemaakt, en voor zo verre zyn gedrag in het samenstellen van het beweeste klagtschrift„ en het indienen van aen bezigt waar by de inhoud van het zelve word afgekeurd, eene inconsequentie in denken en handelen aanduyd, welke wy mogten Wenschen by zodanige Ambtenaar niet te hebben aangetroffen, meenen wy: egter dat ook in dit opzigt tot zyne ontschuldiging pleit, dat het eene geheel andere zaak is om als bijzonder Ingezeeten O:p grond van een meenighe by eengevoegde en elkanderen versterkende gebeurtenissen het Schadelyke van ie„ mands Caracter en bestaan te behoogen, dan om als waarneemende het regt van de Hoge Overigheid elk van dezelve afzonderlyk beschouwd te brengen tot die trap van benys, welke in regten word gevor„ derd; dat ook het vertrek van den Fiskaal van Lynden zulks omtrend zeer veele der poincten en het klagtschrift voorkoomende Onmogelyk heeft gemaakt, en dat de gewigtigste der poincten wel„ ke voor beweezen konde worden gehouden, juist waaren van sodanigen aard, dat de dispositien Kwade Omtrend

← previousnext →