VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 8261

Japan · 656 pages · 169 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_8261_0609 view scan ↗

English

in hope of approval regarding the aforementioned transaction complaints about the smug- gling and defrauding of the farm, overland from Batavia to Bantam Chinese as farmer Lampong can accommodate somewhat, is very suitable for the observance of this post, the more so because he previously spent some time there as such. Although this was communicated in the public letter on the aforementioned subject, yet the commander spoke privately with the king about it, so he hopes to do no wrong by bringing the same separately to the attention of Your High Noblenesses, as well as the smuggling that has been committed for some time on the border or on the limit of Bantam, and which, if it is not promptly counteracted by wholesome measures, will result in noticeable damage to the farm revenues of the sovereign. At the beginning of our troubles with England, when the sovereign was requested by the late Commander Meijbauw to be willing to open sufficient passages in the district of Bantam, to serve for a speedy transport of news, to which the Sovereign instantly consented, he also expressed his concern at that time whether this opening might not in time give cause for smuggling, and thus result in his own detriment, for it appeared to him that the smuggler, having an open field then, would not fail to undermine his farms by a clandestine importation by the land side; which is now practiced very much to the detriment of the farms of Bantam. I am assured by the Captain China, also on behalf of the Bantam people themselves, that swarms of 60 to 70 natives laden with Chinese tobacco and gambier, of which he is the sole farmer, do not shrink from taking that road, complaints of the Captain and against which his available forces are not sufficient to stop it, whereby he is rendered unable to pay his assessment properly 3 wa for the necessary orders to pre- vent the same Limbecker ceived prize pass the following communicated by Capt. Fredriks. properly to the sovereign. And as this would cause noticeable damage to His Highness, he is humbly petitioning Your High Noblenesses, with a request for the establishment of such measures as Your High Noblenesses shall judge useful and necessary for this purpose, so that he may enjoy the concession of Your High Noblenesses regarding the farms freely and without hindrance: praying for Jehovah's precious blessing both upon Your High Noblenesses' persons and momentous deliberations, to the end that they may flourish to the well-being of land and people, I presume to remain, with due respect and high esteem, below: F: O: was signed: W E Engert in margin: Bantam the 11 March 1783. To the same as before. The military lieutenant Frans Limbecker, now crossing over and relieved from here by letter of Your High Noblenesses dated the 11th of this month on account of his infirm condition, departure of Lieutenant I take the liberty to recommend to Your High Noblenesses' protection. Wherewith I have the honor to sign as a faithful and obliged servant, below: F: O: was signed: W: C: Engert in margin: Bantam the 20 March 1783. To the same as before. Today at 6 o'clock in the afternoon there was brought to me from Anjer transmission of a re- the prize pass of the Danish China ship the Princess Charlotta Amalia, which approached the North Island on the 20th of this month, which I have the honor very respectfully to offer to Your High Noblenesses. By Captain Fredriks the following was also written to me verbatim: Today 10 W request for further orders Noblenesses' letter. letter sent to Captain Fredriks. regarding the detention Today the ship the Charlotta Amalia arrives here in the roads, but they know of no money; they pretend that the 300 picols of cloves were given on freight, on account of Mr. Hemmingson, and have paid their freight money in China; now my kind request to Your Noblenesses is to write this news most speedily to Batavia; the Danes also pretend that Mr. Hemmingson is coming with the Imperial ship; now I am in doubt whether to remain here until the said ship has passed; I hope to receive a speedy reply to this. The Danish gentlemen also pretend that Mr. Hemmingson would go to the Mauritius with the so-called Imperial ship. I have considered it a duty to bring this disappointment to the knowledge of Your High Noblenesses in a speedy manner, for Captain Fredriks in the hope of soon receiving such orders from Your High Noblenesses as may serve Captain Fredriks for information regarding his stay at the North Island. I presume to remain with all high esteem and respect, below: F: O: was signed: W E Engert in margin: Bantam the 22 March 1783. To the same as before. This morning I had the honor to receive Your High receipt of their High Noblenesses' further order dated the 25th of this month, regarding the calling up of the warship De Diamant; and since I complied with that offering of the copy instantly, I have the honor to offer Your High Noblenesses a copy of my letters dispatched on that account, both to Captain Fredriks and regarding the notification thereof to Captain Haltman. And as I hope, with the detention of Company letters, hope of approval to have complied with the general dispatch of Your regarding the transaction High Noblenesses dated the 21st of this month entrusted to my care for those two officers, I have the honor to return the same enclosed. of some letters I

Dutch transcription

in hoop van goedkeuring over het nevens gem: verhandelde klagten over het smok„ kelen en fraandeeren der pagt, over land van batavia na bantam Chinees als pagter Lampongder wat te gemoet komen kan, tot de waarneeming van deeze post zeer geschikt is, te meer daar hij bevoorens aldaar is als zodanig eenige tijd doorgebragt heeft. schoon dit op genoemd voornat bij publicq schrijven bedeelt is, dog den gezaghebber in 't particulieren daar over met den koning gesprooken heeft, zoo hoopt hij niet te misdoen, het zelve apart onder 't oog uwer Hoog Edelheedens te brengen, zoo meede de sluijkerijen die 't zedert eenige tijd op de grinding of op den Limite van bantam gepleegt worden, en die wanneer den zelve door heilzame middelen met spoedig werden tegen„ gegaan, tot merkelijk nadeel der pagt inkomsten, van den vorst strekken zullen. In 't begin van onze onkusten met Engeland wanneer aan den vorst door wijlen den Commandeur Meijbauw verzogt wierd, om een genoegzame passagien in tbontams district te willen openen, om te dienen tot een spoedig Transport van Tijdingen, waar in den Vorst ogenblik¬ lijk bewilligt heeft, zoo heeft hij als toen ook zijne bedag„ ting te kennen gegeeven, of deeze opening in er tijd geen aantijding tot smokkelen zoude kunnen geeven, en dus tot eigen nadeel strekken, want hem toescheen den smok„ „kelaar, als dan een open veld krijgenden niet zoude nalaten, zijne pagten te ondermeinen, door een Clandestine, invoer aan de Land zijden; dat dan heeden zeer tot nas„ „deel van den pagten van bantam gepractiseerd word. Mij word door den Capitain Chinoes, ook voor ban„ stammers zelve verzeakert, dat zwermen van 60. a. 70. Inlanders beladen met Chineese Tabak en gamber, /:waar van hij eenlijk pagter is :/ zig niet ontzien die weg in te slaan, klagten van den Capitain en tot melke weiring zijne daar hebbenden magt niet bestaan baar is en waar door hij buijten staat gesteld word, om zijne satting behoorlyk 3 wa der nodigen ordren tot voor koming van 't zelven Limbekken vangenen veaprij brief het volgende door Capn. fredrriks bedeeld. behoorlijk aan den vorst te kunnen opbrengen. En alzoo dit tot merkelijken schaade van zyn Adagheid zyn zouden, zoo is hij uw Hoog Edelheedens ookmoedig smoe„ met verzoek tot stelling kende, dat hier in door sodanige beramingen, als Hoogst dezelve hier toe nuttig en nodig zullen oordeelen, mag wer„ den voorzien op dat hij de concessie uwer Hoog Edelheedens nopens de pagten vrij en onverhindert mag genieten: onder afbidding van Iohavas dierbaaren zeegen zoo over uw Hoog Edelheedens perzoonen, als gewigtige raadsla„ „gen, ten einde dezelven gedeien tot wel zijn van land en volk„ zoo matigen ik mij d' Eere aan met verschuldigde bertied en Hoog agting te verblijven /:onderst:/ F: O: /:was getekent:/ WE Engert /:in margine/ Bantam den 11 Maart 1783. Aan als vooren. Den thans overgaande en bij brief UweeE: Hoog Edel vertrek van den Luijtent: heedens de dato 11 deezer om zijne debillen toestand van hier verlosten Luytenant militair Frans Limbecker, neem ik de vrijheid in hoogst deszelfs bescherming te beveelen Waarmeede ik d' Eere hebbe als een Trouw schuldigen dienaar te onderteekenen /:onderst:/ F: O: /:was get:/ W: C: Engert /:in margin/ Bantam den 20 maart 1783. Aan als vooren op heeden om 6. uuren in de middag word mij van anjer aan„ overzending eener ont „gebragt de verprij brief van het op den 20 deezer aan het Noorder biland genadert deensch Chinas Schip de princassen chaslotta amalia, dewelke ik d' Eeren hebben uw Hoog Edel„ „heedens zeer Eerbiedig aan te bieden Door Capitain fredriks wierd mij teffens het onderstaande woordelijk geschreeven.— Heeden 10 W verzoek om nadere ordre Edelheedens brieff. brieff aan Capitain fredriks verzonden. nopens de aanhouding Heeden komt alhier ter rheede het schip de Charlotta amalia, maar weeten van geen geld, zij geeven voor dat de 300 picols nagulen op vragt zijn meede gegeenen, voor reekening van de leer Hemmingson, en hebben haar vragt geld betaalt, in China, nu is mijn vriendelijk verzoek aan uweEEd, om dit narigtten spac„ „digsten na batavia te schrijven; ook geeven de deenen voor dat de heer Hemmingson met het Keijzerlijk schip komt, nu ben ik in twijffel om hier zoo lang te blijven, tot dat het gemelde schip gepasseerd is, hoope hier op een spoedig andwoord te zullen ontvangen. teffens geeven de deensen Heeren voor, dat de Heer Hemmingson met het zoo ge¬ „naamde keijzerlijk schip na de mouritius zoude gaan. Ik heb het een pligt g'agt uw Hoog Edelheedens deeze te Leurstelling op eene spoedige wijze ter kennisse te brengen, in voor Capitain fredriks Hoopen eerlang zodanigen ordres van Hoogst dezelve te zullen ontvangen, als Capitain fredriks, tot narigt, omtrend zijn ner blijff onder 't Noorder Eiland zal kunnen strekken. Matige mij d' beraan met alle hoog agting en Eerbied te blijven /:onderst:/: F: o: /was get:/ W E Engert /:in marg:/ Bantam den 22 maart 1783. Aan als vooren. Heeden morgen had ik d'Eer te ontvangen uw Hoog ontvangst hunner hoog Edelheedens, nadere ordre de dato 25:e deezer, nopens de oproe„ „ping van het oorlog schip De Diamant; en dewijl ik daar aan aanbieding vande Copia ogenbliklijk voldaan hebbe, zoo heb ik d' Eer Hoogst dezelven Copia van mijnen dientweegen afgevaardigden brieven aan te bieden zoo wel aan Capitain fredriks als wegens kennis geeving daar van aan Capitain Haltman En alzoo ik verhoopen met de aanhouding van Comp:s brieven hope van approbatie aan die beide officieren mij met gemeen schrijvens uwer omtrend het gehandelde Hoog Edelheedens de dato 21:e deezer ter bezorging opgedragen voldaan, zoo heb ik d' Eere dezelve g'incloseerd te rugten zenden. —. van eenige brieven Ik

NL-HaNA_1.04.02_8261_0612 view scan ↗

English

Notification that the Diamant is passing this roadstead. Arrival ashore of the scribe and the Extraordinary Lieutenant, who together handed over the aforementioned papers. Contents of the aforementioned papers. Have informed Captain Halfman. I have the honour to remain with all respect and high esteem, underwritten P. O., was signed W E Engert. In margin: Bantam, the 27th of March 1783. To the same as before. The warship the Diamant, being on its return voyage to the main capital, is currently sailing past Bantam, which I very respectfully bring to the knowledge of Your High Nobilities. Arrival of the Slot ter Hooge. Likewise, that today has appeared at this roadstead the Company warship 'T Slot ter Hooge, from whose boards have come ashore the scribe stationed on it, Abraham van der Ster, accompanied by the Extraordinary Lieutenant Abraham Janssen, who, making known to me their arrival here in the name of Captain Halfman, requested to be able to converse in private concerning an incident taking place on board. Whereupon I, having placed them in a position to speak to me in confidence, the aforementioned scribe handed over to me the two enclosed writings, with the request to be elucidated as to what my sentiments were regarding this. Then having inspected and read through these writings and found them to contain that the gross sin of sodomy was present on that vessel, which caused muttering, even to such an extent that a sailor Jan van Overschot had cried out that they were quite willing and also had to cruise, but that the ship first had to be cleansed of such persons, besides some further circumstances, which are touched upon more broadly in these writings, and to which I respectfully take the liberty to refer. Sentiments of the local authority. I have had this officer replied to that my sentiments were such, that for the prevention of feared disasters it seemed best to me for him to remain here with his commanded ship until I should have been provided, regarding this, on this my respectful writing, some elucidations from Your High Nobilities; Notification of the arrival of Overduijn at Anjer, which would continue its voyage as soon as possible. which I humbly request may be sent to me as quickly as possible, in order to be enabled thereby to conduct myself in this delicate matter with circumspection and to the satisfaction of Your High Nobilities. Wherewith I have the honour to remain with all submission and high esteem, underwritten I. O., was signed Wm C: Engert. In margin: Bantam, the 30th of March 1783. To the same as before. Yesterday evening it was brought to my knowledge by Captain Meijer that he had arrived on the 23rd at the roadstead of Anjer with his commanded vessel Overduijn, with the intention to proceed on his voyage the following day, which I have deemed a duty to bring to the knowledge of Your High Nobilities, as well as that ship and crew were finding themselves in a reasonable state of health. Wherewith we have the honour to call ourselves with high esteem, underwritten F. O., was signed W E Engert. In margin: Bantam, the 25th of April 1783. To the same as before. Receipt of Your High Nobilities' rescript to some letters. Upon receiving Your High Nobilities' general reply dated 11 April last, I also had at the same time the honour to receive rescripts to my successively dispatched separate writings, from 31 December of the past year to 3 February current year; then initially I express my gratitude concerning the deep obligation that my notification to the monarch regarding the design of the English, forged against the posts in Sunda Strait, has been approved by the same. Notification of what was transacted with the king concerning the design of the English. Not only that notice of this was given, but I have at the same time requested His Highness to be willing to contribute on his part that which is salutary in order to thwart this intention. This request has had such real impression

Dutch transcription

kennis geening dat de dia¬ ter deezer rheede. arrive aan de wal van den scriba en d' Extra ord:re Luijt: welke nevens gem:e papie„ „ren overgaven. inhaud van gem: papieren. hebber den Cap:n halfman laten bedeelen. Ik hebbe d' Eeren met alde Eerbied en hoogagting te verblijven /:onderst:/ P: O: /:was get:/ W E Engert /:in margine:/ Bantam den 27 Maart 1783. —. Aan als vooren Het oorlog schip d' diamant op zijne terug reijzen mant pantam passeert na de hoofdplaats zijnde, zijlt thans voor bij bantam brengende ik dit zeer Eerbiedig ter kennisse uwer Hoog Edelheedens. zoo meede dat op heede ter deezer rheede verscheenen komst van het slok terhoogen is het Comp:s oorlog schip 'T slot ter Hooge, van welke basten s aan de wal gekomen zijn, den daar op bescheide schriba abraham van der ster, gecombineerd van den Extraordinair Luijkenand abraham Janssen, dewelke mij uit naam van Capitain Halfman hunne arriven alhier bekent ma„ „kende, verzogten in 't eenzamen te moogen onderhouden, over een voorval aan boord exteerende. Als wanneer ik hun in staat stellende, mij in 't ver¬ „trouwen te kunnen spreeken, den scriba opgemeld mij overgap de beide inleggende schriftuuren, met verzoek om te wer„ den geblusideert hoedanig mijne gevoelens hier omtrend waaren Dan deeze schriftuuren ingezien en doorleezen hebbende en bevonden te behelzen, dat de grove soude van sodonien op die bodem resideerde, 't welk gemompel veroorzaakte, zelfs zoo verren, dat een mattroos Jan van overschot hadden uitge„ „roepen, wel te willen en ook moesten kruijssen, dog dat het schip, eerst van sodanige persoonen moesten werden gesuij¬ „verd, nevens eenige verdere omstandigheeden, die breeder in deeze geschriften aangeroert staan, en waar aan ik Eerbiedig de vrijheid neeme mij te gedragen. Ik heb deeze officier laten repliceeren dat mijne ge„ gevoelens van den b: gezag „ voelens dusdanig waare, dat tot voorkoming van gedug¬ „te onheilen mij dagt 't best te zijn om met zijn onhebbend schip alhier zoo lange te vertoeven tot dat mij deswee„ „gens, op dit mijn Eerbiedig schrijven van uw Hoog Edelheedens eenige elucidatien zoude ter hand gesteld zijn twelk 3 bedeeling der komst van overduijn op anjer welke ten spoedigste zijne reijze zoude vervolgen. ontvangst hunner Hoog op eenige brieven. geled e sirting van 't gehan„ delde met den koning wegens 't dessein der Engelsen 't welk ik nedrig verzoeken dat mij zoo spoedig moogelijk mag toegezonden werden, om daar door in staat te werden gesteld, in deezen neeteligen zaak, mij met omzigtigheid en ten genoegen Uwer Hoog Edelheedens te kunnen gedragen. Waar meede d'bere hebben met alle onderdanigheid en hoog agting te verblijven /:onderstont :/ I: o: / was get:/ W:m C: Engert A: in margine:/ Bantam den 30: Maart 1783. —. Aan als vooren Op Gisteren avond wierd mij door Capitain Meijer ter kennissen gebragt, als dat hij niet zijn onderhebbende lodem overduijn den 23. op de rheede van anjer was g'arriveerd, met intentie, om 's daags daar aan zijne reijzen te vervorderen, 't welk ik ein pligt g'agt heb„ uw Hoog Edelheedens ter kennisse te brengen, zoo meer„ de dat schip en Equipagie zig in een redelijken welstand waaren bevindende. waar meede d' Eere hebben wij met hoog agting te noemen /:onderstond:/ F: O: /was getekent/ W E Engert /:in margine/ Bantam den 25 april 1783. —. Aan als vooren. Bij het ontvangen uwer Hoog Edelheedens Generaalen beand„ Edelheedens rescriptie „ woording de dato W april Jo Leeden had ik ook teffens d' Eer te recipieeren, rescriptie op mijn successiev afgevaardigt apart schrijven, sedert 31: dec:r des gepasseerde Jaars tot 3 feb: anno stanti; dan aanvankelijk betuig ik mijne „dankzegging omtrend de diepen verpligting dat mijne kennis geeving aan den vorst wegens het dessein der Engelsen, gesmeek tegens de postjes in Sindas Eugten, door hoogst dezelve is moogen gebillijkt worden, Niet alleen dat daar van kundschap gegeeven zij, maar ik heb ik teffens zijn Hoogheid verzogt, om van zijnen zijde dat geene te willen toebrengen, dat heilzaam zij, om dit voor„ „neemen de vereidelen. Dit verzoek heeft zoo real in gressien

NL-HaNA_1.04.02_8261_0614 view scan ↗

English

Garrisoning of the landward side by the king's people at the outer posts in the strait. The secret signals are observed upon the appearance of a ship or vessels, but not answered by the Ceres upon passing. With a request for assistance. Report on the sighting of the Diamant. Request made to the Captain, and for what reasons. found entry, so that the king immediately had 200 well-armed men readied under their necessary officers, in order to dispatch them thither at once upon the warship the Diamant taking up its post, to prevent this surprise attack on the landward side. The use of secret signals, both here and at the subordinate posts, is accurately observed upon the appearance of a ship or vessel in accordance with Your High Excellencies' instructions; but it often happens that it is not answered by the incoming ships, as was the case recently with the ship Ceres returning from Ceylon, whether it could not be seen from our flagpole because it was far to the north when passing Bantam. I most humbly express my thanks for the information provided for my consideration regarding the timber taken by Sappeij from the recent English China traders, while at the same time hoping that Your High Excellencies will soon be enabled to come to the aid of our garrison, which has fallen almost to nothing and now stands in total at 154 men of arms, both Europeans and Natives. State of our garrison. Expression of thanks for the aforementioned communication. According to my respectful report of 29 April regarding the sighting here of the Company's warship the Diamant, the strong blowing west and south-west winds have not yet allowed it to make any further headway. The prince has requested me to ask Captain Fredriks to come ashore here for a single day in order to choose in person the vessels deemed suitable to carry out the cruising of the Sunda Strait with him, supposing this would better advance Your High Excellencies' objective, In hope of approval. as well as to avoid unpleasant reports concerning this, as occurred during the recent cruise; I have complied with this in the hope of your favorable interpretation. Since the winds also prevent that officer from arriving here, I shall at the first opportunity inform Your High Excellencies what sort of vessels have been chosen by him for that purpose. Nothing else having occurred to me to impart to Your High Excellencies, I take the liberty of concluding this, professing that with all submission I have the honor to remain, signed S: O, was signed W. E. Engert. In the margin, Bantam, 3 May 1783. To the same as before. Arrival of the Diamant at this roadstead, and its Captain ashore. Selection of three vessels by the said Captain, which vessel is to depart on the 9th. Receipt of some signals. The Company's warship the Diamant having appeared at this roadstead only today due to contrary winds, in order to allow Captain Fredriks, pursuant to the request made by the prince, to choose in person three such vessels as shall be deemed capable by that officer to carry out the cruising of the Sunda Strait with him, which will take place tomorrow; the said vessel will undertake its cruise the day after tomorrow, given a good opportunity, which I am obliged to communicate to Your High Excellencies pursuant to my humble letter of the 3rd of this month. The signals that will be made by the expected Prussian ships for their identification from under Krakatoa, together with Your High Excellencies' venerated letter of the 4th of this month, were duly delivered to me yesterday evening. I have not only noted the same for my own observation, but I also assure Your High Excellencies that upon their appearance, the commanders of those ships will be recognized by both myself and the subordinate postholders. Conclusion.

Dutch transcription

bezetting der land kant van 's konings volk op de buijken pastjes in straat. het secreetsen bij verschij„ word in agt genomen. met versoek om assistentien het in sigt komen van d' diamant bedeelt. verzoek aan Capitain gedaan bedeelt, en om welke reedenen. ingressie gevonden, dat den koning direct 200. wel gewapende mannen, onder hunnen nodigen officieren, heeft laten inge „reedheid brengen, om dezelve bij postvatting daar om straks van het oorlog schip d' diamant, derwaarts af te zenden ten einde deeze overrompeling aan de Land zijde te beletten. Het gebruijk der secreeten seinen, zo her als op de onderhoorige postjes, werd bij verschijning van schip op ning van schip of scheepen vaartuig volgens voorschrift uwer Hoog Edelhee„ „dens accuraat naargekomen; dan het gebeurt dik„ „wils dat het zelve door de inkomende scheepen niet beandwoord word, zoo als door het Iongst van dog door d' Eeres bij 'tpas Ceilon gereverteerde schip Ceres niet is geschied, of „seeren niet beandwoord, het zij dat het van onze vlaggestok niet is konnen ge„ „zien worden, om de wille hij zig ver om de Noord be „vond bij 't passeeren van bantam. Ik bedank zeer ootmoedig voor het ter mijner, spe¬ dank betuiging voor dene „culatie gestelden, wegens de houten die de Jongst Engelsen „vens gen: communicatie Chinas vaarders door Sappeij genomen hebben teffens verhoopende dat uw Hoog Edelheedens eerlan„ ge zullen in staat gesteld, om ons bij na tot niet ver¬ staat van ons guarnisoen „ vallen guarnisoen thans alles in alles 154 man aan krijgers zoo Europeer als Inlander sterk zijnden, ten hulp te kunnen komen. Volgens mijne Eerbiedige bedeeling van den 29 ap:l 8 p. o nopens het in 't zigt komen alhier van 'sComp:s oorlog schip d' diamant, zoo hebben de vel door waijende west, en zuid westen winden, hem nog niet toegelaten iets ver¬ „der te kunnen komen. Den vorst heeft mij gedeman„ „deert, om Capitain fredriks te verzoeken, een enkelden dag alhier aan de wal te komen, ten einde in perzoon uit te kiesen, de vaartuigen die dienstig g'oordeelt wor„ „den, om net hem de bekruijsing van Straat fund an te doen; veronderstellende dit beker aan het oog merk van uw. Hoog Edelheedens zoude kunnen voedren„ als 14 in in hoope van approbatie komst van de diamant ter deezer rheeder „tuigen door gem: Capitain welke bodem den 9 staat te vertrekken. ontvangst van eenige seinen als ook om bevrijd te blijven van onaangenaame berigten dient megen zoo als in de Iongste bekruijssing plaats gehad heeft, zoo heb ik /: in hoopen van welduijding:/ hier aan geobedieert; De winden dien officier ook waerhoudende alhier aan te komen, zoo zal ik bij Eerste gelegendheid uw Hoog Edelheedens berigten welk zoort van vaartuijgen, daar toe door hem uitgekoozen zijn. —. Mijn niets anders voorgekomen zijnde uw hoog Edel„ „heedens te moeten bedeelen, zoo neem ik de vrijheid deeze de besluijten, onder betuijging dat ik met alle onderwerping d' Eer heb te verblijven /: onderstond:/ S: O /was get:/ WE Engert /:in margine/ Bantam den 3: Meij 1783. — Aan als vooren Door tegen wind en 't Comp:s oorlog schip d' diamans op heeden eerst ter deezer rheede verscheenen zijnde, ten einde volgens gedaan verzoek door den vorst, Capitain fredriks in persoon te laten uit kiesen zodanigen drie naartuigen en dies Capitain aan d wal als door dien officier bequaam zullen g'oordeelt werden om met hem de bekruijsing van straat sunda te kin¬ verkiesing van drie vaar„ men doen 't geen morgen plaats vinden zal; zullende gem: basten op overmorgen bij eene goede gelegendheid zijn kruijstogt onderneemen, 't geen ik ingevolgen mijn nedrig schrijven van den 3 deezer schuldpligtig uw Hoog Edelheedens Communiceeren. De seinen die door de verwagt wordende pruisischen scheepen ter hunnen verkenning van onder Cracatouw zullen gedaan worden, nevens uw Hoog Edelheedens gevenereerd schrijven van den 4 deezer, zijn mij opgis¬ „teren avond wel aangebragt, het zelve heb ik niet alleen ter mijnen observantie aangenoomen, maar betuige Hoogst dezelve dat de overheeden dier scheepen bij hunnen verschijning, zoo door mij, als onderhoorigen pasthouders Slot.

NL-HaNA_1.04.02_8261_0616 view scan ↗

English

delivery of the received letter communicated. to North Island, for... in order to, alongside aforementioned reasons. receipt of the pass of the Grosse and Berlijn post holders such aid and assistance will be shown as they can with any right claim from this district, however, only after having been requested to do so beforehand. The enclosed letter to Captain Fredriks I have forwarded, and I have the honor to remain with all high esteem, /undersigned/ F: O: /was signed/ W: C: Engert /in margin/ Bantam the 7th of May 1783. — To the same as before. After having been provided with the selected King's vessels, departure of the warship, the Company's warship De Diamant crossed over yesterday morning continuation of its cruising voyage to North Island, both to survey the timber forests there and to effect its cruising of the Sunda Straits as quickly as possible, which I have the dutiful honor to bring to the knowledge of Your Right Excellencies. — Two hundred well-trained warriors, under the command departure of 200 warriors of the King's own brother Pangerang Soera Mangala to the outposts, communicated, and this at the request of Your Right Excellencies, have already been dispatched by the King some days ago to Anjer, in order to repel there, and at the other outposts, combined with the King's subjects present there, such invasion as is reported to be undertaken by the English, and of which we hope for the most desirable outcome. I have the honor to remain with all high esteem and respect, /undersigned/ P: O: /was signed/ W: C: Engert, /in margin/ Bantam the 12th of May 1783. — To the same as before. Without a completed pass letter having been delivered to me, letter of the ships etc., I am informed from Tjeritta that the day before yesterday the Prussian ships Fredrik der Grosse and Berlijn had sailed into the Sunda Strait, both for the account of the Dutch East India Company, which transmission of the same I could not delay bringing as quickly as possible to the knowledge of Your Right Excellencies, with the humble assurance that I will act just as expeditiously in sending the pass and other letters when the same shall have been brought to me. I have the honor to be with all high esteem, /undersigned/ I: O: /was signed/ W: C: Engert /in margin/ Bantam the 13th of May 1783. — To the same as before. The Prussian ship Berlijn having approached before Bantam, communication of the delay of the aforementioned 3 ships, but Fredrik der Grosse, along with the French vessel Daliram, not having appeared yet, I take the liberty respectfully to inform Your Right Excellencies, as also that yesterday at noon a two-masted vessel passed by here, sailing eastward, without it having been possible to identify it from our flagstaff, or that we have received any report concerning it. I have the honor to remain with all high esteem and respect, /undersigned/ P: O: /was signed/ W: C: Engert, /in margin/ Bantam the 18th of May 1783. — To the same as before. The Prussian ship Berlijn, along with the French Daliram, having reasons for the slow progress in their voyages of the aforementioned ships communicated, already advanced out of sight of Bantam last Tuesday, reappeared yesterday evening, this struggling being caused by the now prevailing northeast monsoon and the strongly surging eastward currents; discovery of the ship Fredrik der Grossen while now the second Prussian ship, Fredrik der Grosse, has also approached before Bantam, having emerged from under the Lampong shore. I heartily hope that a favorable moment will soon bring the same to the Batavia roads; considering it a duty to bring this before Your Right Excellencies, I subscribe myself with all submission, /undersigned/ P: O: /was signed/ W: C: Engert, /in margin/ Bantam the 23rd of May 1783. — To

Dutch transcription

bestelling der ontvangene brief bedeelt. na 't Noorderbiland, ter „tagt. om nevens gem:t redenen. ontvangst der verprij der grosse en berlijn posthouders zodanigen hulpen en assistentien zullen beweezen worden, als met eenig regt uit dit district zullen kunnen pretendeeren, evenwel na alvoorens daarom verzogt te zijn. De daar bij leggende brief aan Capitain fredriks hebbe ik over Lan„ „digt, en hebbe d Eeren met alle hoog agting te verblyven /:onderst:/ F: O: /:was get:/ W: C: Engert /:in margine/ Bantam den 7 meij 1783. —. Aan als vooren. Na van de uitgekoozen 's konings vaartuigen voorzien te zijn vertrek va 't oorlag schip is Comp:s oorlog schip d' diamant op gisteren morgen overge„ voortzetting zijner kruijstoken na t Noorder Eiland, zoo om de houtbosschen aldaar op te neemen, als om zoo spoedig moogelijk zijne bekruijsing van sundas Engten te bewerkstelligen, het geen ik schuldpligtig d'Eer heb, ten kennissen Uwer Hoog Edelheedens te brengen. —. Twee Hondert wel geoeffende krijgers, onder Commando vertrek van 200 krijgers van 's konings bigen broeder Pangerang soera Mangala„ na de buijten postjes, bedeelt, ende zulx op verzoek van uw Hoog Edelheedens, zijn door den vorst bereeds over eenige dagen na anjer gedepecheert, ten einde aldaar, en op de andere buijten postjes, gecom¬ bineerd met de zig daar bevindende 's konings onder¬ „daanen, te weiren, zodanige invacie als berigt is, dat door de Engelse zoude ondernomen worden, en waar van wij een aller, ge„ „wenschte uitslag verhoopen. Ik heb d' Eere met alle hoog agting en Eerbied te verblijven /:onderstond:/ P: O: /:was get:/ W: C: Engert, /:in margine:/ Bantam den 12 Maij 1783. — Aan als vooren. zonder dat mij een ingevulde verprij brieff aangebrag tis„ briek der scheepen ede. word mij van Tjeritta Kennis gegeeven, dat op eergisteren straat sunda binnen gezeilt was, de pruisische scheepen Fredrik der Grosse, en Berlijn, beide voor reekening van de Hollandsche d: J: Comp:e 't geen ik niet heb kunnen differeeren overzending derzelven. zoo spoedig mogelijk ter kennissen uwer Hoog Edelheedens 16 Com „ in „ding van nevens gem: 3 scheepen redenen der trage vordering gem=t scheepen bedeelt. ontdekking van 't schip fre„ drik der grossen te brengen, onder ootmoedige verzeekering, even Expedict te zullen handelen, in de afzending der verprij en andere brieven, wanneer dezelve mij zullen aangebragt zijn. Ik heb d' Eere met alle hoog agting te zijn /:onderst:/. I: O: / was get/: W: C: Engert /:in margine:/ Bantam den 13 Meij 1783. — Aan als vooren Het pruisch schip Berlijn tot voor bantam genadert, Communicatie der onthou dog Fredrik der Grosse, nevens het fransch: s scheepje daliram, nog niet verscheenen zijnde, niem ik de vrijheid uw Hoog Edelheedens Eerbiedig te bedeelen, zoo meede dat op gisteren in de middag alhier gepasseert is, een twee mast vaartuig, zijlende oostwaards aan, zonder dat hij van onze vlagge stok is kunnen verkent worden, of doat mij van hem eenig narigt hebben ontvangen. Ik hebbe d' Eene met alle hoog agting en Eerbied te verblijven /:onderstond:/ P: d: /:was geteekend:/ W: E Engert, /:in margine :/ Bantam den 18 meij 1783. — Aan als vooren Het pruisch schip berlijn, nevens de france Daliram, op gepasseerde dingsdag bereeds tot buijten 't zigt van bantam in hunne reijzen van nevens g'advanceert zijnde, zijn op gisteren in den avond weder ver„ „scheenen, veroorzaakende dit sukkelen, de thans door„ „staande Noord oostmousson, en de sterk voort schietende oosterstroomen; terwijl thans meede voor bantam is genadert, het tweede prinsisch schip Fredrik der Grosse die van onder de Lampongse wal te voorschijn gekomen is. Ik verhoope hartelijk dat een gunstig ogenblik dezel„ „ve spoedig ter bataviasche rheede brengen zal; dit eene schuldigheid reekenende te brenge voor uw Hoog Edelheedens zoo Tekene ik mij met alle onderwerping /:onderst:/ P: O: /:was: geteekent:/ W:C: Engert, /:in marginen:/ Bantam den 23:e Meij 1783. — Aan 7

NL-HaNA_1.04.02_8261_0618 view scan ↗

English

Receipt of Their High Nobilities' letter. Contents of the same. Reasons why the abovementioned order could not be complied with. Return of the received ordinances. Thanksgiving for the granted permission for the delivery of the mentioned timbers to the king of Bantam. Receipt of a clearance certificate. To the same as before Yesterday evening having been duly delivered to us overland, Your High Nobilities' esteemed letter of the 13th previously, containing orders to secretly instruct the authorities of the three keels that have arrived from the Netherlands not to continue their voyage to the Batavia roads, but that they are to remain at this outer roadstead, or wherever they might find themselves in the Sunda Strait, until further orders from Your High Nobilities shall have been received; But Right Honourable Sirs, although the execution thereof would have been carried out by me with all circumspection, a favourable opportunity had already brought them as far as the Men-Eaters Island the day before yesterday, and probably, yesterday, onto or even into sight of the Batavia roads, so that it is beyond my power respectfully to obey that; I assume nevertheless that if similar orders might have been dispatched by water, they will have come into the hands of those ship commanders in a timely manner, and thereby have fulfilled the objective of Your High Nobilities. Being unable to make use of the ordinances received therewith, I take the liberty of returning them to Your High Nobilities. For Your High Nobilities' favourable consent to the delivery to the ruler of such timbers as are on hand here for the construction of a new hospital, he expresses his deep gratitude, while his account will be charged for it with an advance of 50 percent. I have the honour to be with all high esteem. Understood: 20: Was signed: W: Engert In the margin: Bantam the 15 July 1783. To the same as before Along with the enclosed clearance certificates, there was also sent to me by the authorities of the Portuguese ship Rainha de Nantes a letter addressed to the commander of the Dutch East India Company in the Sunda Strait, which I, under the assumption that it concerned me, opened, and found to be of such agreeable content as Your High Nobilities will be able to see from the original letter itself, this letter also enclosing the articles of the preliminaries, all of which I take the liberty to present to the very same with all haste yet very respectfully. I have the honour to remain with all high esteem Understood: F: O: Was signed: W E Engert In the margin: Bantam the 16 July 1783. To the same as before This morning I had the honour to receive Your High Nobilities' very revered separate letter of the 23rd of this month, accompanied by three copies of the ordinances, and 6 copies of an address submitted to the late His Excellency Mossel, both directed to inform and warn the authorities of outbound Company, Prussian, and French ships from Anjer and Tjeritta, on the one hand, regarding the absence of the ordinary beacon on the reef of the Men-Eaters Island, and on the other hand to point out how the Sunda Strait can be navigated safely without marks or beacons. I immediately acquitted myself of the orders given therewith and sent to the postholders at Anjer and Tjeritta one copy of each, but the latter sealed in an envelope, with the recommendation to act therewith punctually in accordance with Your High Nobilities' letter and according to my orders. I have ordered those postholders, upon the appearance of the intended ships, to deliver to their authorities the sealed notice to be handed in again upon arriving at Batavia at the offices of the rear admiral, but with respect to the ordinance I have noted therewith that when the same shall have been signed by the commanders in the margin with the prescribed wording, that document must be returned to me at the same time as their clearance certificate, in order to be able to present both these papers to Your High Nobilities under one cover, and this to prevent objections in the event of any mishap, and though this latter cannot be deduced as such from Your High Nobilities' esteemed pleasure, I nevertheless hope that the arrangement made therewith will meet with Your High Nobilities' approval. The Prussian ship Aurich is not yet in sight this evening, but is presumably lying under the high land of Bantam; if it should appear tomorrow or on another day, I will provide its authorities from here with the same two documents upon its appearance, and present the received ordinances back to Your High Nobilities. Should I be lacking these instructions, I shall take copies from the retained drafts and make use of them under my certification. Regarding the expensive purchase of teas, I request a complete pardon, and express my sincere gratitude that Your High Nobilities have nevertheless been pleased to accept the same at the enormous price of Spanish dollars 19:—:—, while in the future I shall exercise greater consideration whenever any further purchase might be demanded of me by the very same.

Dutch transcription

ontvangst hunner hoog Edelheedens brief. inhoud derzelven. reedene waar om aan boven gem: ordre niet worden. te rug zending der ontvan lificatien tot de afgave nevens gem: houtwerken. ontvangst eener verprij brieff Aan als vooren Op Gisteren avond wij over den Landweg wel aangebragt zijnde, uw Hoog Edelheedens g'Eerd aanschrijven van den 13:e bevorens behelsende ordre, om de drie overheeden den uit Nederland op ge„ „daagde Kielen in secretesse te gelasten hunne reijze na de bataviasche rheede niet voor't te zetten, maar dat zij op deeze buijten rheede, dan wel waar dezelve zig in straat sunda mogten bevinden zoo lange te vertoeven, tot dat nadere ordre van uw Hoog Edelheedens zoude ontvangen zijn; Dan Hoog Edele Heeren, of schoon de uitvoering daar van met alle omzig¬ is kunnen voldaan „tigheid, door mij zoude bewerk stelligt zijn, zoo heeft een„ goede geleegendheid op bergisteren hun bereeds tot aan het menschen Ekers Eijland gebragt, en denkelijk, op gisteren, tot op off mel in 't zigt van de bataviasche rheede, over zulx het buijten mijn magt is, daar aan Eerbiedig te gehoor„ „zamen; ik stelle evenwel dat wanneer gelijke ordres te water mogte afgezonden zijn, zij tijdig, in handen aan die scheeps gebieders zullen zijn gekomen, en daar door aan het doelwit van uw Hoog Edelheedens hebben voldaan.~ Van daar nevens ontvangene ordonnancien geen gebruijck kunnende gense ordonnantien. - maken, neem ik de vrijheid uw Hoog Edelheedens te rug, aan te bieden. voor de gunstige toestemming uwer Hoog Edelhee„ dankzegging voor de gede „ dens in de afgave aan den vorst van zodanige Houtmer„ aan den koning van „ken, als alhier tot de opbouwing van een nieuw Hospitaal aan handen zijn, het uigt hij zijn diepe verpligting, terwijl zijn reekening daar voor zal belast werden met 50 prC:t bezwaar. Ik hebbe d' Eere met alle hoog agting. te zijn /:onderst / 20: /:was ge. /. W: Engert /: in margine/ Bantam den 15 Iulij 1783. — aan Aan als vooren Nevens de inleggende verprij brieven, wierd mij teffens door de overheeden van het portugeesche schip Rainha den afge ou posth Nantes, toegesonden, een brief gerigt aan de bevelhebber der Edel Neder ƒ o be ver 19 met nevens gaande vermelde brief g'addresseert als in texte overzending derzelven. ontvangst hunner hoog Edelheedens brief, nevens verzending der gem: ordres aand' posthouders in straat. afgezondene ordre aan de posthouders, hunne Hoog Edelheedens bedeelt. Nederlandsche Oost Jndische Comp:e in de straat Sunda ,die ik zulx in de veronderstelling mij betrof, g'opend hebben, en bevonden van zodanigen aangenaamen inhoud als uw Hoog Edelheedens uit de origineele brief zelfs zullen kunnen beoogen deeze brieff meede incloseerende d'articulen der paeleminaires, welk een en ander ik de vrijheid neem Hoogst dezelve in alle spoed dog zeer Eerbiedig aan te bieden. — Jk hebbe d' Eer met alle hoog agting te verblyven /:onderst:/ F: O: /was getek/ W E Engert /:in margine/ Bantam den 16 Iulij 1783. —. Aan als vooren Heeden morgen had ik d' Eer te ontvangen uwer hoog Edelheedens zeer gevenereerd apart schrijven van den 23 dee„ eenige ordonnancien den „ zeen, verzeld van ven drievoudige ordonnantien, en b afdruk¬ „selen van een aanwijlen zijn Excellentie Mossel inge„ „dient addres, beide gerigt, om van anjer en Tjeritta d'overheeden van Uijtkomende Comp:s pruijsse en fran„ „ce scheepen, eensdeels te verwittigen en te waarschouwen wegens het missen der ordinaire merkpaal op 't rif van 't menschen Eters Eijland, als anderendeels om aan te wijzen, hoedanig straat sunda bevrijd van schaden zonder merken of palen te bezeilen is. — van de daar bij gestelde ordren hebbe ik mij dadelijk geac„ quiteert en aan de posthouders op anjer en Tjeritta gezonden een Exemplaar van ieder, edog de laaste in een envelope gecachitteerd, met recommandatie om daar meede volgens uwer Hoog Edelheedens aan schrijven en volgens mijne ordre punctueel te handelen. Ik heb aan die posthouderen gelast om bij het aandien der bedoelde scheepen, aan dies overheeden ten intrageren hoope van approbatie om„ trend het gehandelde vermeende onthouding van't prinsch schip bedeelt. & documenten, direct zal worden voorzien. bij gebrek hoedanig daar meede zal handelen. verzoek tet erlangsing eener inkoop van Theen. intrageeren het verzeguld berigt, om op batavia komende weder te werden afgeegeeven ten Comptoiren van de heer schout bij nagt, dog ten op sigten der ordonnantie heb ik daar bij genotteerd, dat wanneer dezelve door de gezag „voerders, in marginen met de voorgeschreeve bewoording zal zijn getekend, mij dat geschrift ter gelijker tijd van dies verprij brieff, moet terug gezonden worden, ten einde uw Hoog Edelheedens deeze beide papieren, onder een Couvert te kunnen aanbieden, ende zulx ter voorkoming van Exceptien bij ontmoeting van eenig onheil, dan op schoon dit laatst dusdanig uit uw Hoog Edelheedens g'Eerd, welbehagen niet af te lijden is, zo hoope ik Evenwel, dat de daar bij gemaakte schikking Hoogst dezelve zal kunnen agreeren. Het pruisch schip aurich is heeden avond nog niet in 't zigt, dog zegt denkelijk onder 't hoogeland van bantam, indien hij op morgen, of wel eene anderen dag mogte opdagen, zoo zal ik dies overheeden van welke bij dels opdaging van gelijke twee documenten van hier voorzien, ende terug bekomene ordonnantien uw Hoog Edelheedens aanbieden. wanneer mij van deeze Instructien mogte mancquee „ren, zal ik, volgens de slapers, afschriften neemen, en onder mijn authentisatie daar van gebruijk maken. over de duuren Inkoop van Theen, verzoek ik een genee¬ verschooning over den duure ge verschooning, en betuig mijnen opregte dankbaarheid, dat uw Hoog Edelheedens, dezelve nogtans tegens d' bnormen prijs van sp:s 19:—: hebben gelieven te accepteeren, ter wijl ik in den aanstaande meerder overleg gebruijken zal, wanneer mij door hoogst dezelven eenigen naderen in koop mogte gedemandeert worden. — Ik ren

NL-HaNA_1.04.02_8261_0621 view scan ↗

English

receipt of their High Noble Lordships' letter. mentioned for the ships entering the straits. of the marks and beacons the illness of the king reported I have the honor to remain with all high esteem and due respect. Below stood: Your obedient. Was signed: W:m Engert. In the margin: Bantam, the 27th of August 1783. To the same as before This morning I had the honor to receive Your High Noble Lordships' separate letter of the 23rd of this month, accompanied by a triple ordinance for the commanders of outward-bound Company's, Prussian, and French ships destined for Batavia, to serve for their instruction and warning concerning the missing of the ordinary beacon on the reef of the Menschen Eters Eijland, as well as 6 impressions of an address submitted to His Excellency Mossel to be able to sail through Sunda Strait to the Batavia Roads, likewise to be handed over sealed to the said ship commanders. I have the honor to call myself with all high esteem. Below stood: Your obedient. Was signed: W: C: Engert. In the margin: Bantam, the 28th of August 1783. To His High Nobility I find myself compelled to inform Your High Nobility of the indisposition of the Prince of Bantam, which, although I can obtain no detailed information about it because I am refused permission to meet him for the time being, is nevertheless stated by courtiers as likely to have adverse consequences, for unusual and hot fevers will not leave him, which are said primarily to arise from an open swelling on the left side of the lower abdomen, and for the cure of which, as well as for the removal if possible of his illness, he cannot be persuaded to consult experts on the matter, because of his aversion to medicines; yet from the reports. Thus being truly ignorant regarding his condition, and from which I fear a demise, which God forbid, I take in good time the humble liberty to implore Your High Nobility to deign to provide me with some light regarding the succession to the crown of Bantam, as he has never yet declared himself in this regard, the more so because he has no male descendants by the third lawful wife Njeij Beba Tjalch, by name Radeen Mochamad, aged 7 years. The ship Aurich is not yet in sight of Bantam, but on the 24th in that of Anjer, so I expect momentarily that it will appear; I am informed by a letter from the postholder there that matters proceed very obstinately on that vessel, no authority being able to be maintained among the crew; also the unforgivable sin of sodomy is very much in vogue there, concerning which on this occasion a detailed letter from Captain Fredriks was forwarded to the Lord Rear Admiral. I have the honor to remain with all awe, respect, and high esteem. Below stood: Your obedient. Was signed: W:m C:s Engert. In the margin: Bantam, the 26th of August, the year 1783. Agrees, Lelkamp, Scribe. 38: presentation of our translation further communication that a prahu was taken by the pirate To His High Nobility The High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, This solely serves as an accompaniment to the enclosed French translation, sent to me today by the commanders of the French snow L'Utile sailing here in Sunda Strait, which I have the honor to present in all haste for Your High Nobility's perusal. With which I have the honor to be with all high esteem. Below stood: High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord. Lower: Your High Nobility's very humble and obedient servant. Was signed: W E Engert. In the margin: Bantam, the 11th of March 1783. To the same as before In my respectful letter of the 17th of this month, I take the liberty to inform Your High Nobility in a postscript that a prahu dispatched from Anjer to deliver letters to the warships had been assaulted and carried off by the pirate. And as, through the help of Captain Halfman, the 1 European and 7 West Coast natives who were aboard were tracked down and brought hither yesterday evening by the assistance of a pepper prahu, I have, in hope of a favorable reception, had a sworn statement taken from the soldier, which I have the honor to present to Your High Nobility for perusal. Further noting that only the King's prahu as well as my accompanying letter were the victims of this surprise attack, in which loss the King consoles himself. And because I had been informed that it was a Company letter, I investigated the matter, but found the contrary, as we are assured by the soldier that the same came from me, which is why this morning I remedied this loss by sending a further copy thereof to that vessel; I take the liberty of also presenting Your High Nobility with a copy thereof as proof that on my part I contribute everything to be, if possible, of one mind with Captain Haltman, and with which, wishing Jehovah's precious blessing, I take the liberty to be with all high esteem

Dutch transcription

ontvangst hunner hoog Edelhee„ rden brieff. geme: voor d' in straat komende scheepen. ren der merken en palen den onpeeselijkheid van den koning bedeelt Ik hebbe d' Eeren met alle horg agting en verschuldigde Eerbied te verblijven /:onderstond:/ T: o: /:was get:/ W:m EEngert /:in margine:/ Bantam den 27 aug:s 1783. Aan als vooren Heeden morgen had ik d' Eer te ontvangen uwer Hoog Edelheedens apart schrijven van den 23:e deezer, verzelt van rievens nag een ordonnantien een Triple ordonnancie voor de overheeden van uitkomende onderrigting van 't novens, en na batavia bestemde sComp:s Pruijsse en franschen scheepen om te dien en ter hunner onderrigting en waarschouwing wegens het missen van de ordineire merkpaal op het zoomeede nog Eexempla rif van het menschen Eters Eijland, zoo meede 6. afdruk„ in straat sunda gelegen „selen van een aan zijn Excellentie Mossel in gediend addres om straat sunda tot de bataviaschen Rheede te kunnen doorzeijlen, teffens gecachitteerd te werden inhandigt aan gemelde scheeps overheeden. ~. Ik hebbe d' Eere mij met alle hoog agting te noemen /:onderstond:/. F: O: /:was get:/ WC: Engert /:in margine:/ Bantam den 28 augustus 1783. — Aan zijn Hoog Edelheid 1 Ik vinde mij gedwonge uw Hoog Edelheid te moeten bedeelen d'onpasselijkheid van den vorst van bantam die schoon ik daar van geen omstandig narigt krijgen kan alzoo mij geweigert word den zelve, voor als nog te moogen ontmoeten, even wel door Hovelingen gesteld word van nadeelige gevolgen te kunnen zijn, want hem zonde en heete koortsen niet verlaten willen, die voornamentlijk zoude voorkomen, uit eenen opene verdikking aan den Linkerzijde van de onderbuijk en ter welken geneesing als ook tot wegneeming waare het moogelijk van zijne ziekten, hij niet kan overhaalt worden, om des kundigen slot. verzoek om hunne hoog Edel„ onthouding van aurich van gene rapport van anjer kundigen daar over te onderhouden, om de wille van zijne avere¬ „sie tegens medicijnen dog uit de rapporten. Dus reëel onkundig, nopens zijn staat, en waar uit ik vreesen heedens ordre zoo onverhoopt hebbe, van eene verhuijsing, die god verhoeden, zoo neem ik in tijds mogte komen te overlijden de nedrige vrijheid uw Hoog Edelheid te imploreeren, mij eenig ligt te willen suppediteeren, nopens de successie tot de kroon van bantam, alsoo hij zig des weegens nog nimmer ver„ klaart heeft, te meer daar hij geen manwelijken afstammelin¬ „gen, heeft bij de derde egte vrouw Njeij Beba Tjalch, in naamen Radeen Mochamad oud 7. Iaaren. —. 'T schip aurich is nog niet in 't zigt van bantam, maar op den 24. in dat van anjer, dus ik ogenbliklijk ver„ wagten dat hij zal opdagen, mij werd bij een brief van de posthouder aldaar gemeld dat het zeer obstinaat op die bodem toegaat, kunnende geen gezag onder de Equipagie gevoert worden, meede is de onvergeevelijke sonden van Communicatie van't ont, Sodanie daar zeer in zwang en waar van bij deeze ge¬ „legendheid een omstandige brieff van Capitain fre„ „driks aan de heer Schout bij nagt overgezonden werd. Ik hebbe d' Eeren met alle ontzag, Eerbied, en Hoog Agting te verblijven /:onderstond:/ S: O: /was geteekend W:m C:s Engert /:in marginen:/ Bantam den 26:e Augustus A. o 1783. — naderen dat een Accordeert Lelkamp Sriben slot. aan 38: aanbieding van ons translaat naderen Communicatien dat een praauw door den zeer over genomen is Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Agtbaren Wijd gebiedende Heere M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal van Nederlands Indie &=a &:a &a Hoog Edele Groot Agtbaren Wijd gebiedende Heere Deeze eenlijk dienende ten geleijden van het inleggend frans Translaat, mij op heeden door de overheeden van de alhier in straat sunda zeijlende france snaauw L'Utilen, toe„ „gezonden, welke ik d' Eere hebben uw Hoog Edelheid ter bie„ „dig ter speculatie in alle haast aan te bieden. Waar meede d' Eer hebben met alle hoog agting te zijn /:onderst:/ Hoog Edele groot agtb:e mijdgebiedenden Heere /:Lager/ uw Hoog Edelheids zeer onderdanigen en gehoorzame dienaen /:was get:/ W E Engert /:in margine:/ Bantam den 11:e Maart 1783. Aan als vooren Bij mijn Eerbiedig schrijven van den 17:e deezer, neem ik de vrijheid uw Hoog Edelheid bij een p: S: ter kennissen te brengen, dat een van anjer, ter overbreng van waarvan t volk gered is in 't versies remediatien van 't verlies eenen brief overzending een er Copia van brieven na de oorlog scheepen, g'expedieerde praauw, door de zeerover aangerand en weg genomen was. En alzoo door hulp van Capitain Halfman de daar op geweest zijnde 1 Europees, en 7 weetan¬ „gers opgespeurt en door bijstand van een peper„ „praauw, op gisteren avond herwaarts gebragt zijn, zoo hebbe ik /: in hoope van welduijding:/ hem krijger een beedigde verklaring Laten afneemen, die ik d' Eer het uw Hoog Edelheid ter specu„ „latie aan te bieden. verzoek Sprin Noteerende wijders dat oonlijk 's konings praauw den koning troosd:zig zoo meede mijn meede gegeeven brief de victimen van deeze overrompeling geweest is in welk ver„ „lies den Koning zig getroost. En dewijl mij berigt was dat het een Comp:s brief waaren zoo heb ik daar na onderzoek gedaan, dog het tegendeel bevonden, wanneer wij door den soldaat, verzeekert is, dat den zelve van mij wes komende, waarom ik heeden morgen dit verlies geremedieert hebbe, door nadere toesending aan dien batten van een Copia derzelven; Ik neeme de vrijheid uw Hoog Edelheid daar van meede Copia aan te bieden ten bewijs dat ik van mijn kant, alles Contribueeren, haltman om was het moogelijk met Capitain „ eens gezont te zijn, en waar meede ik onder toewensching van Johovas dierbaaren zegen mij d' Eer aanmatigen met alle hoog agting aan reg

NL-HaNA_1.04.02_8261_0625 view scan ↗

English

283: petition request for a short leave of absence presentation of a letter of safe-conduct respect to remain /:signed:/ F: O: /: was signed:/ W C: Engert /in the margin/ Bantam, 22 March 1783. To the same as before. My boldness in presenting the enclosed petition of the military Captain here, without my having anything else to add to it, I hope will find excuse with Your High Nobility, the more so because this act has as its sole reason the love for my fellow man. Referring myself fully to the contents of this petition, I take the humble liberty to support it with an intercession, so that, if it were possible, this request might soon be favorably granted to him by Your High Nobilities, as upon the granting of it his complete recovery and well-being very likely depends. I have the honor to remain with all high esteem /:signed:/ F: O: /: was signed:/ W C: Engert /:in the margin:/ Bantam, 15 July 1783. To the Honorable, Valiant Sir Jacob Fredriks, Captain at Sea. The letter of safe-conduct of the Danish repatriating ship the Princessen Charlotta Amalia, along with Your Honor's esteemed letter of the 21st of this month, reached me well the following day, whereupon as soon as possible I communicated both this newspaper and the full contents of Your Honor's letter to Their High Nobilities, and to which received reply, this inserted answer was handed to me this morning by the very same: Your Honor must order Captain Fredriks with the utmost speed to return without delay with his warship the Diamant to these Roads, without calling at Bantam, this serving in answer to Your Honor's separate letter of the 22nd instant. I therefore hereby discharge myself of this communication, in the hope that, according full credit to this, it will be complied with without any further delay or postponement. I have the honor to remain with all esteem 6 /:signed below:/ F: O: /:was signed:/ W C: Engert /:in the margin:/ Bantam, 27 March 1783. — Agrees Jel ter en 2 33 Today, 7 January A:o 1783:—. Appeared before me, Carel Telkamp, sworn scribe of this Commandery, in the presence of the witnesses to be named hereafter, Paul Hubert of Dunkirk, former Second Mate on the French Bark named La dame Catharina, coming from Dunkirk, bound for Bordeaux; together with the boatswain's mate on the ship Canaan, taken by the English from the Dutch Company, named Matthijs Duijts of Amsterdam, and the sailor Joseph Lamuel of Sark, who had been stationed as such on the ship Groenendaal, likewise made prize by the English; who together and each of them in particular, at the requisition of the Right Honorable, Esteemed Sir Commander, Willem Christoffel Engert; declared it to be the pure truth. That the first declarant, having lost his Bark on the coast of Ireland due to a severe storm, from which the Captain and the rest of the crew having fled, he came ashore there with the intention to seek an opportunity to cross back over to Bordeaux, at which time there appeared to him an English nobleman named James Lins, who offered to procure him an opportunity to cross over to England by packet boat, in order to be able to achieve his aim, which having been accepted and carried out by him, he discovered after a few days of sailing, to his utmost grief, that this vessel was bound for Bengal. —. Having safely approached the Gulf of India, the declarant further declares that he was transferred onto the King's Frigate the Active lying there, commanded by Captain Mackensij, in order to cross over to Madras with it. Having arrived there, he was subsequently transported again onto a Spanish prize captured by our enemy, named Monarez, to remain thereon as a prisoner of war; on this ship there were still as such one du Bois, Chief Lieutenant of the French admiral ship, along with four French sailors; having stayed here for some time, the declarant testifies to having been transferred again onto the English transport ship the Mertlis to be transported to England with it; thereon were also placed the second and third declarants mentioned in the heading of this document, who had been imprisoned on Madras for eight months. However, on their voyage to Europe, the transport ship having sprung a leak, its officers were forced to turn the prow towards Bencoolen, in order to undergo repairs there, and where they arrived safely now more than four weeks ago. In these Roads they found anchored the ship Groenendaal, renamed the Warert, the ship Northumberland, both laden with pepper and other trade goods in order to sail with them to China or to Europe; as also the ship Bretagne bound for Bengal, the copper-sheathed snow the Elizabeth, and a sloop the Twee Gebroeders, which two latter are intended to appear in the Sunda Strait toward the turning of this monsoon with the intention of overpowering our small posts located therein; regarding this intention, the declarants declare that the deserted quartermaster from the cruising pantchiallang the Jonge Jan, named Oude Kees, will assist them as pilot. Furthermore, the first and third declarants declare /:as having alone been ashore at Bencoolen:/ that Fort Malbrith is thrown up of earth, surrounded with a wooden palisade, situated in the middle of a dry ditch, and on whose ramparts and bastions stand placed at most 18 pieces of artillery; also that on the east side of this Fort there is a cliff reinforced with a battery of 8 cannons placed thereon. That the European garrison there is approximately 150 men strong, mostly consisting of our people taken along from Padang 33:

Dutch transcription

283: request verzoek om een springtogtjes aanboeding van een verprij brief agting te verblijven /:onderst:/ F: O: /: was get:/ W C: Engert /in mar„ ginen/ Bantam den 22 Maart 1783. Aan als vooren. Mijne Stoatheid in het aanbieden van het ingesloten requast aanbieding van een van den Capitain militair alhier, zonder dat ik hier iets anders bij te voegen heb, hope ik dat bij uw Hoog Edelheid verschooning vinden zal, te meer, wij l dit bestaan eenlijk tot reeden heeft, de Loerde tot mijn Evenmensch. Mij ten volle refereerende aan den inhoud van dit request, zoo neem ik nedrig de vrijheid het zelven ten appuijeeren, door eene voorspraak, om waara het „morgelijk, dat dit verzoek, hem spoedig door haar Hoog Edelheedens gunstig konde toegestaan werden, als aan de obtenuen daar van veel Ligt zijn volkomen herstel en welvaart is afhangende Ik hebbe d' Eeren met alle hoog agting te zijn /:onder st: /: F: o: /: was get:/ WEEngert /:in margine:/ Bantam den 15 Iulij 1783. Aan den E Manhaften Heer Jacob Fredriks Capitain ter Zeen. De verprij brief van het deensch repatrieerend schip de princessen charlotta amalia, nevens uE g'Eerd schrijven van den 21:e deezer zijn mij daags daar aan wel geworden, wanneer ik zoo spoedig moogelijk zoo hunnen Hoog Edel„ heedens. zoo wel dit nieuws papier, als den volle inhoud van UEd latte, „den haar Hoog Edelheedens bedeelt hebben, en waar op ontrangen antwoord mij heeden morgen door hoogst dezelve dit g'insereerden andwoord ter hand gesteld word UE moet Capitain fredriks ten spoedigsten gelasten om sonder uitstel met zijn onder hebbend„ oordog schip d diamant na deeze Rheede te rug te keeren, sonder bantam aan te doen, dienende dit in andwoord op UE aparten van den 22 hujus Ik acquitteeren mij dus hier meede van deeze bedeeling in hoopen, hier aan een volle geloof defereerende, zonder eenig verder dilaij of uitstel, voldaan zal worden Ik hebbe d' Eer met alle agting te verblijven 6 /:onderstond:/ F: o: /:was get:/ WC: Engert /:in margine:/ Bantam den 27 Maart 1783. — Accordeert Jel ter en 2 33 Heeden den 7: Januarij A:o 1783:—. Compareerde voor mij Carel Telkamp, gesworen scriba deses Commandements, present de natenoemene getuijgen Paul Hubert van duijnkerke, geweesen Tweede Stuurman op de Franse Barcq genaamt La dame Catharina, komende van duijnkerke, gedestineerd na Bourdeaux; nevens den schiemansmaat op het door de Engelse van de Hollandse Comp:e genoomen schip Canaan in naame Matthijs Duijts van amsterdam, en den mattroos Ioseph Lamuel van Sercq, als sodanig bescheijden geweest op het door de Engelse meede prijs gemaakte schip groe„ „nendaal; dewelke te zamen en een ieder hunner in 't bijzonder, ter requisitie van den wel Edelen Agtbaa„ „ren Heer Gesaghebber, Willem Christoffel Engert; verklaarde de zuijvere waarheijd te zijn. Dat den eerste declarant, op de kust van Irland door een swaare storm zijn Barcq verloren hebbende, waar van de Capitain en verdere Equipagie gevlugt zijnde, hij al„ „daar aan de wal is gekomen met insigt om gelegentheid te zoeken weder na Bourdaaux overtevaren, als wan„ „neer zig aan hem een Engels Edelman in wame Iames lins, vertoonde, die hem aan bood gelegentheid te be„ „zorgen om per pacquetbood na Engeland over te stee„ N o 4.5 „ken „ken, om da zijn oogmerk te kunnen bericken, het geen door hem aangenoomen en bewerkstelligt zijnde hij na eenige dagen rijzens tot zijn uijterste smerte ontwaarde dat dit vaartuig voor Bengale bestemt was. —. Tot Indie golff gelukkig genadert zijnde verklaart den declarant al wijders dat hij overgescheept wierd op het daar leggende konings Fregat d' active, gecommandeerd door Capitain Mackensij om daar meede na Madras over tevaren. Aldaar aangekomen zijnde, wierd hij vervolgens weder getransporteerd op een door onze vijand veroverde spaanse prijs monarez genaamt, om daar op als krijgsgevangen te verblijven, op dit schip waaren nog als zodanig, eene du Bois opper Luijtenant van het Franse admiraal schip nevens vier Franse mattroosen, alhier eenige tijd vertoeft hebbende, betuigt den declarant weder overgezet te zijn op het Engels Transport schip de mertlis om daar meede na Engeland te werden ge„ transporteerd; daar op wierden meede geplaats de in den hoofde deezes gemelde tweede en derde declarant, die agt maanden op madras in hegten is gezeten hadden. Dog op hunne reyze na Europa, het Transport schip Leccagie bekomen hebbende zijn dies overheeden genood: ƒ genoodzaakt geworden de steven na Bencahoeloe de wenden, ten eijnde aldaar te vertimmeren, en alwaar zij nu ruijm vier weeken geleeden gelukkig zijn aangekomen. Te deezer Rheede vonden zij geankert het schip groe„ „nendaal, hernaamt de warert, het schip Northum berland, beide beladen met Peeper en andere negotie wharen om daar meede na Chince of wel na Europa over te vaaren; als ook het schip Bretagne gedesti„ „neerd na Bengale, de met kopper beslagen snauw „de d' Elizabeth, en een sloep „ twee en gebroeders, welke beide laaste bestemt zijn om tegens het kenteren deezer mousson in straat sunda te verschijnen met voorneemen om onse daar in leggende klijne posten te overmeesteren; omtrent dit voorneemen verklaren de declaranten, dat de van de kruijspantjalling de Jonge Ian gedroste quartiermeester in name oude Kees hun als Loots behulpzaam zijn zal. Wijders verklaren de Eerste en derde declarant /:als alleenig op Bencahoeloe aan de wal geweest zijnde :/ dat het fort malbrith op geworpen is van aarde, omheiningt met een houte palisade, geleegen in het midde van een drooge gragt, en op welkers wallen en bolwerken geplaats staan ten hoogste 18: stukken geschut; ook dat aan de oostkant van dit Fort zig een klip bevind gesterkt met een daar op geplaatste Batterij van 8: Canons Dat het Europeesche guarnisoen aldaar circum Circa sterk is 150: man, meest bestaande uijt onse van Padang La meede or 33:

NL-HaNA_1.04.02_8261_0630 view scan ↗

English

taken garrison numbering over 50 men, while the rest are English, French, and Germans; this garrison was said to be further reinforced by 4 to 500 undisciplined sepoys and some Papuans, whom he calls Company slaves. The signal currently in use there by arriving English ships consists of the Prince's jack from the foretopgallant masthead, seconded by the English flag from the flagpole. Furthermore, they affirm as truth that they have seen that every fourteen days a Chinese vessel arrives there from Batavia laden with arrack and other provisions, with which the enemy greatly mocks our side. The ill-treatment by the English having finally emboldened these three declarants to free themselves from this painful domination by flight, they took to flight on December 27 of the past year at 11 o'clock in the evening from the transport ship with an English yawl, in which they were so fortunate that on January 1 last, at the latitude of Tjeconing, they were met by the boier De Adelaar, commanded by Lieutenant J. G. Sels, who took them aboard and subsequently brought them to the warship 't Slot ter Hooge, lying at anchor off Poeloe Sebessie, which further had them 33 transported to the warship De Diamant, lying at anchor off the North Island, from where they safely arrived here yesterday towards noon with the aforementioned boier and the accompanying English yawl under the supervision of the said Lieutenant Sels; All the above they confess to contain the pure and sincere truth, remaining prepared, if required, to confirm this with a solemn oath. Thus declared at Bantam within Fort Speelwijk on the day written above; was signed: a cross Paul Hubert; underneath stood: two around which was written Matthijs Duijts and Joseph Samuel; lower stood: Which is witnessed, was signed: C:l Telkamp, sworn scriba; in the margin: as witnesses, was signed: C:s van Abkouw, and Jacob Pieter Abrahamzoon. No. 43. Today, March 8, Anno 1783. Appeared before me, Carel Telkamp, sworn scriba of this Commandment, in the presence of the witnesses to be named hereafter: the Malays Raja Bilan Jurragan, and La Banda, Ninga Moratja, Pangmanido, Malinamas, Sleeman, and Malie Sleeman, all six former subjects of the Dutch Company and inhabitants of Padang; who declared together together and each of them in particular, at the requisition of the Honorable, Respected Administrator, Willem Christoffel Engert, that about three months ago, they departed from Padang by prahu Bekattier, laden with rice, oil, pans, chickens, and dried fish, with the intention of going to sell them at Hadjie, but that due to contrary winds, they could not make the voyage and were finally driven to Lampong Samanka, where the King's Regent, the Kearia Oesta Biskara, had them taken into custody and sent hither. Furthermore declaring that when the English came ashore at Padang, not the slightest resistance was offered by our side, indeed even that not a single cannon shot was fired from the fort, and that the Company's subjects offered to fight against the English, but that this was forbidden by Commander Heemskerk; likewise they report that Padang has been abandoned by the English, and that no one remains there except some of our remaining native citizens, and that the same is governed governed on the landward side by the Raja of Padang and on the seaward side by the Chinese Captain Rhee Tjoan. All of which having been related, they testified together and each of them in particular that it contains the pure and sincere truth, and remain prepared to strengthen this with solemn oaths. Thus declared at Bantam within Fort Speelwijk on the day aforesaid; underneath stood: six crosses around which was placed by Radja Bilang, La Banda, Ninga Moratja, Tangmanido, Malinamas, Sleeman, and Malie Sleeman; lower stood: Which is witnessed, was signed: C:l Telkamp, was signed: sworn scriba; in the margin: as witnesses Abraham Vinck, and Abraham Anthonij de Brauffort. Agrees Peter Haebe 33 D. V. Meinking Examined. Examined. J. Menking Copy Secret Letter for the Netherlands dated November 29 Z 1783. To His Excellency The Most Honorable and Right Venerable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Honorable and Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies etc. etc. etc. Right Honorable and Venerable Lord And Honorable and Valiant Lords I have the honor to present enclosed to Your Excellencies letter from the English ship Sandwiek, lying at anchor off Anjer and destined for China, upon whose sending hither I have been separately informed by the postholder there to have learned that this ship, before undertaking its voyages, would proceed to the Batavia roads; which intention I consider myself obliged to warn Your Excellencies of. I arrival of the English ship its intentions. To His Excellency The Most Honorable and Right Venerable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Honorable and Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies etc. etc. etc. Most Honorable and Right Venerable Lord And Honorable and Valiant Lords I have the honor to present enclosed to Your Excellencies letter from the English ship Sandwiek, lying at anchor off Anjer and destined for China, upon whose sending hither I am separately informed by the postholder there to have learned that this ship, before undertaking its voyage, would proceed to the Batavia roads; which intention I consider myself obliged to warn Your Excellencies of. I

Dutch transcription

meede genoomen bezetting ten getale van ruijm 50: man, terwijl de overige Engelse, Franse en duijtzers zijn; dit guarnisoen zoude nog versterkt zijn door 4 a 500 ongedras„ seerde chipaijers en eenige pappoesen, die bij hem Compag„ „nies slaven genaamt worden. Het sein dat aldaar thans door de aankomende Eng: scheepen in gebruijk is bestaan in de Prinse geus van de voorbramtop, gesecondeerd door de Engelse vlag van de vlaggestok. Wijders verzekeren zij voor waarheid dat door haar gezien is, dat aldaar om de veerthien dagen van Batavia aanland een Chinees vaartuijg beladen met aracq en andere vivres daar de vijand, op onse zeer meede schimpt. De kwaade behandeling der Engelsche, deeze drie declaranten dan eindelijk aangemoedigt hebben de om door de vlugt hun van deeze painible Heerschap„ pij te ontslaan, hebben op den 27: december des gepas„ seerden Iaars des avonds om 11: uuren zig van het Transport schip met een Engelse Tol op de vlugt begeeven, alwaar zij zoo gelukkig in geslaagt zijn dat op den 1: Ianuarij Iongstleeden hun op de hoogte van Tjeconing ontmoet is de Boeijer de adelaar ge„ commandeerd door den Lieutenant I. G: sels die hun heeft overgenomen en vervolgens gebragt aan het on„ der poeloe sebessie geankert leggende oorlog schip 't slot, ter Hooge, die hun verders heeft doen 33: doen Transporteeren op het onder 't noorder Eijlandg „ankerd Leggend oorlog schip de diamant, van waar zij op gisteren tegens de middag met bovengenoemde Boeijer en bij hebbende Engelse Jol onder op zigt van gem: Luitenant Sels, alhier gelukkig aangeland zijn; Dit voorenstaande confesseeren zij de zuijvere en opreg„ „te waarheid te behelsen, bereid blijvende des gerequireerd werdende met solemneele Eede te bevestigen. —. Aldus verklaart tot Bantam binnen 't Fort speelwijk ten dage voorschreeve; /:was getekent:/ Cruijsse Paul Hubert; /:onderstond:/ twee waaromme geschree„ ven Matthijs Duijts en Ioseph Samuel /:lager :/ stond:/ 'T welk getuijgd /:was geteekend:/ C:l Telkamp, gesr: Coriba /:in margine:/ als getuijgen /:was geteekend/ C:s van Abkouw, en Iacob Pieter abrahamzoon;—. N:o 43: —. Heeden den 8:e Maart A:o 1783: — Compareerde voor mij Carel Telkamp geswooren Feriba deeses Commandements, present de natenoemene getuijgen; de Maleijers Raja Bilan Jurragan, en La Banda, Ninga Moratja, Pangmanido, Malinamas; Sleeman, en Malie Sleeman, alle ses geweesene onderdanen der Nederlandse Compagnie en Jn„ „woonders te Padang; Dewelke verklaarden te Zaemen zaemen en een jeder van hun in 't bijsonder ter Requisitie van den Ed: Agtbaaren Heer gesagheb„ „ber, Willem Christoffel Engert, dat nm circa drie maanden, geleeden was, dat zij van Padang per prauw Bekattier zijn vertrokken, beladen met Rijst, olij, Pannen, Hoenders, en drooge vis, met Jntentie die op Hadjie te gaan verkoopen, dog dat door Contrarie wind, den Reijs niet hadden kunnen krijgen zij eijndelijk na Lampong sa„ manka waren gedreeven, alwaar haar 's ko„ „nings Regent den Kearia oesta Biskara in verzeekering had doen neemen en herwaarts gezonden. Wijders verklarende dat wanneer de Eng: op Padang aan Land gekomen geen de minste tegenstand door onse was gebooden, Ia selfs dat er geen een Canonschoot van het fort gevallen was en dat 's Compagnies onderdanen zig hebben geoffereert om teegens de Engels te slaan, dog dat sullx door den Commandeur Heemskerk verbooden wierd, someede Relateeren zij dat Padang door de Engelse verlaten is, en dat zig daar niemand onthoud als nog eenige van onse overgebleevene Inlandse burgers en dat het zelve geregeerd word word aan de Land zijde door den Raadja van Padang en aan de Zeekant door den Capitain chinees Rhee Tjoan. Het welk een en ander gerelateerd zij betuijgden te zaemen en een ieder van hun in 't bijzonder de zuijvere en opregte waar„ „heid te behelsen, en bereid blijven desen met solemneele Eeden te sterken;~ Aldus verklaart tot Bantam binnen het Fort speelwijk ten dage voorsz: /:onderstond) ses Cruijsjes waaromme gesteld door Radja Bilang; La Banda, Ninga Moratja Tangmanido malina„ „mas; Sleeman, en Malie Sleeman; /:lagerstond:/ 'T welk getuijgd /:was geteekend:/ C:l Telkamp; /:was get:/ gesw: Scriba. /:in margine:/ als getuijgen Abraham vinck, en Abraham anthonij de Brauffort. — Accordeert Jeter Hacbe 33: D. V. Meinking Gecrllt. Gecilt. J. M enking Copia Secreete Brief voor Nederland ged: 29 November Z 17813. Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Agtbaaren Heere M:r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren aaden van Nederlands Indien & &:a &:a Edele Groot Agtbaaren Heer En Edele Gestrenge Heeren het d' Eer Hoogst dezelve, ingeslooten aan te bieden ff van het opanjer g'ankerd leggend, en na China d Engels schip Sandwiek bij welker herwaards rij door den posthouder van daar apart berigt omen te hebben, dat dit schip, alvorens zijnen reijzen emen, zig na de bataviasche rheeden zoude begeeven; ennen ik mij verplogt reekenen uw Hoog Edelhee„ oeten praevenieeren. — Ik komst van 't Engels schip zijn Intentien. Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Agtbaaren Heere M:r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien & &:a &:a Hoog Edele Groot Agtbaaren Heer En Wel Edele Gestrenge Heeren Ik het d' Eer Hoogst dezelve ingeslooten aan te bieden verparij brieff van het opanjer g'ankerd leggend, en na China landwich op Jonjen bedeeld gedestineerd Engels schip Sandwiek bij welker herwaards zending mij door den posthouder van daar apart berigt word, vernomen te hebben, dat dit schip, alvorens zijnen reijzen te onderneemen, zig na de bataviasche rheeden zoude begeenen; welk voorneemen ik mij verpligt reekenen uw Hoog Edelhee„ „dens te moeten praevenieeren. — Ik

NL-HaNA_1.04.02_8261_0644 view scan ↗

English

Honorable Lordships' letter dated 19 Septb: last dealt with. I have the honor to remain with all high esteem, /below:/ Right Honorable Highly Esteemed Lord and Well Honorable Sirs, /lower:/ Your Right Honorable Lordships' very humble and obedient servant, /was signed:/ W:m C:s Engert. /in the margin:/ Bantam the 16 Novemb: 1783. To the same as before. Still remaining for me to answer is Your Right Honorable Lordships' reply to your most venerated separate letter dated 19 September passato, and which I could not comply with earlier, given the order required therewith to represent to the monarch in a proper manner the great scarcity of money at the capital, whereby Their Honors were for the time being unable to send over the necessary funds for the pepper trade in their entirety, in order to devise such arrangements as would be necessary to suffice for now with the payment of a part, and this under the honored promise to supplement the remainder upon the arrival of sufficient relief from the Netherlands; which, upon its receipt, was put into effect by me in the most decent manner, but having been left by His Highness to a verbal discussion and full approval of the administrator and councillors of the realm, could take effect no earlier than yesterday, as the indisposition and state of the Pangerang regent of the realm did not permit such a meeting any sooner. I have therefore the honor dutifully to inform Your Right Honorable Lordships that this declaration was accepted directly, in a manner that neither the monarch nor I had expected, since all the councillors of the realm fully admitted to being willing to submit to whatever Your Right Honorable Lordships might prescribe to them, as they bound themselves to arrange the delay of payment with the suppliers in such a way that this would cause not the least grumbling or opposition, hoping nonetheless that the sending hither of sufficient cash would not exceed six months. However, since the pepper recently transported by the Vrouwe Cornelia Cillegonda contained an excess of 548 Bharen, which could not be liquidated or paid off due to a lack of sufficient cash, as the stock on hand only permitted settling 3000 Bharen, along with some remaining balance of sp:s 104: 51: 8, those grandees of the realm very humbly requested that this excess, amounting to sp:s 8220:--, might be sent to me at the earliest opportunity, so that this transported pepper may be liquidated in its entirety, and its bringers or suppliers can be sent back to the Lampong districts for further collection, which would give them particular satisfaction; which request I have undertaken to submit to Your Right Honorable Lordships, in the confidence that the stock will still permit deducting this small remainder and sending it to me in a secure and speedy manner. From this it will also be evident to Your Right Honorable Lordships that, apart from the aforementioned sp:s 104: 51: 8 which have remained unapplied, my main cash treasury is empty, as appears from the notes of the remaining cash balances as of the ultimo of October last; and since the monarch, in accordance with the honored approval of Your Right Honorable Lordships, may be assisted monthly with sp:s 1000:-- for the maintenance of his household, and is therefore very much at a loss, it would be particularly agreeable to me if, over and above the aforementioned sp:s 8220 or rather sp:s 8115: 13: 8, I could be accommodated for now with 5 to 6000 sp:s, in order not to need to trouble Your Right Honorable Lordships for the main cash treasury in the first 4 to 5 months, although it is to be foreseen that within that time a generous supply of pepper will be on hand. Regarding the 5 Javanese letters received with the Highly Honored letter of Your Right Honorable Lordships dated the 21st passato, and for which by our collective response of the 27th thereafter it was humbly requested that the same might be left for a few days in the hands of the monarch for reading and consideration, to ascertain whether their contents permitted them to be delivered safely to their addresses; the same having now been returned to me by His Highness, with the charge to return them to Your Right Honorable Lordships in a very appropriate and fitting manner, together with the monarch's friendly request to be excused from their delivery, as requests and inquiries appear to him therein which seem to contribute nothing to his peace of mind; wherefore it would give him exceptional pleasure if these five letters from his half-brother, the relegated Pangerang Mangala, were destroyed by Your Right Honorable Lordships, and he could be excused and also approved of in the fears that urge him thereto. Having nothing else to convey or request of Your Right Honorable Lordships on this occasion, I take the liberty to commend myself to Your Lordships' highest protection and favor, and I assume the honor to remain with all awe and dutiful respect, /below:/ F: O: /was signed:/ W:m C: Engert /in the margin:/ Bantam the 29 November A:o 1783. Agrees C: Akaamp scribe

Dutch transcription

Edelheedens brief de dato 19 Septb: g: L: bedeeld. Ik hebbe d'Eeren met alle Hoog agting te verblijven /:onderst:) Hoog Edele groot Agtbaaren Heer en Wel Edele gestrengen Heeren /:lager/ uwer Hoog Edelheedens zeer onderdanigen en gehoorzamen dienaar /:was getekend:/ W:m C:s Engert. /:in margine:/ Bantam den 16 Novemb: 1783 Aan als vooren. Mij nog te beandwoorden zijnde Uw: Hoog Edelheedens andwoord op haar hoog Hoog gevenereerd apart schrijnen de dato 19 September passato„ en waar aan ik niet eerder heb kunnen voldoen, aangezien de daar nevens gedemandeerde Last, om den vorst op eenen gepassen wijze voor te houden, het groot geld gebrek ter Hoofdplaatzen waar door Hoogst dezelve voor eerst buijten staat waaren het benodigde tot den peper handel in zijn geheel te kunnen over, en zak „zenden ten einde te beraamen zodanigen schikkingen als nodig denom zijn zoude, om met de afbetaling eener gedeelte voor eerst te kunnen n09 Spr: volstaan, ende zulx onder geEerde toezegging, om bij aanbreng het groot geld gebrak den van genoegzamen ontzet uit Nederland het resteerende te zullen koning en rijxgrooten suppleeren; dat bij zijn ontvangh door mij op de decensten wijzen ker uitvoer gebragt, door zijn Hoogheid aan een mondgesprek en volkomen goedvinden van den rijx bestierder en rijxraaden overgelaten zijnde, zulx niet vroeger dan op gisteren gevolg heeft kunnen neemen, alsoo de assidueelen en dispositie van den on zij and gel Pangerang om herder andwoord van den koning gecommuniceerd: verzoek van den rijx bestien„ en om de betaling van 109 Sp: 8220: i om de nevens gem:e reedenen pangerang rijxvoogt een zodanige bij eenkomst niets eerder gepermitteerd heeft.— Ik heb over zulx d' Eeren uw Hoog Edelheedens pligtschuldig te berigten, dat deeze verklaring direct aangenomen is, op eenen en rijxgroten waar Hooght wijze, die nog den vorst, nog ik verwagt hadden, alzoo alle de rijx„ „raaden volmondig bekenden, geneegen te zijn, zig te onderwerpen aan al het gunt uw Hoog Edelheedens hun mogte voorschrijven, alzo zij zig verbonden, het uitstel van afbetaaling bij den Leveranciers zodanig te schikken, dat zulx geen het minsten gemor of tegenstreeving zoude te weeg brengen in hoopen nogthans dat de herwaarts zending van genoeg zamen contanten geene zes maanden zoude Excedeeren.—. Dan Evenwel alzoo de Iongst per de vrouwen Cornelia Cil„ legonda vervoerde peeper, eene meerderheid van 548 Bharen inhield die door gebrek aan genoegzame contanten niet is konnen gelequideert ofte afbetaald worden alzoo de aan„ „handen gehad hebbende, voorraad eenelijk gepermitteerd heeft 3000: Bharen te voldoen, nevens nog eenig restant van sp:s 104: 51: 8. zoo verzogte die rijxgrooten zeer ootmoedig dat deeze meerderheid tot sp:s 8220:-—, mij met den Eersten mogten werden toegesonden, op dat deze vervoerde peper in zijn geheel gelequireert, dies aanbrengers ofte Leverancxers, ter meerder afhaal verzoek om eenige hoog benodigde Contanten ƒ afhaal na de Lampongse districten kunnen terug gezonden werden, en waar meede hun bij zonder genoegen geschieden zouden; welk verzoek ik op mij genoomen hebben, uw Hoog Edelheedens te zullen voordragen in 't vertrouwen de voorraad als nog permitteeren zal, dit restantje te kunnen afsteeken, en mij op eene secuuren en spoedige wijze toe te senden brieven te rug Hier uit zal uw Hoog Edelheedens, ook teffens Consteeren dat buijten de opgenoemde sp:s 104: 51. 8. die ongeemplooieert ven„ bleeven zijn mijnen grooten geld Cassa Leedig is, blijkens de notitien der geld restanten onder ULt o octob:r Laastleeden, en alsoo den vorst ingevolgen g'Eerd goedvinden uwer Hoog Edelheedens 's maandelijx ter onderhouding van zijn Huishouden met sp:s 1000:- mag werden g'assisteerd, en die daarom zeer verleegen is zoo zouden mij bij zonder aangenaam zijn wanneer ik daar voor boven de voorzegde sp:s 8220 ofte wel sp:s 8115: 13: 8. met 5 a pp:s 6000:—, voor Eerst konde gerieft worden, om niet nodig te hebben uw Hoog Edelheedens in d' Eersten 4 a 5. maanden voor de groote geld Cassa te moeten Lastig vallen, schoon het te voorzien is dat er binnen die tijd een ruimen voornaad peeper aan handen zijn zal. . De bij Hoog G'Eerde Letteren uwer Hoog Edelheedens de dato 21:e passato ontvangen 5 Iavaanse brieven, en waar rerde van die aan seerd voor te rug zonding van 5 Jav:s brieven door den Koning aan haar hoog Edelh:s van dies afgaven g'excu„ seerd te blijven. voor bij onze gemeene rescriptie van den 27 daar aan ootmoedig verzogt is dat dezelve ter Lectuuren en overweeging eeni¬ „ge dagen mogten gelaten worden in handen van den vorst, om ha te gaan of derzelver inhoud gedoogden die aan hunnen addressen gerust te kunnen afgewen; dezelve mij thans door zijn Hoogheid weder g'intrageerd zijnde, met Last om dien op een zeer geschikken, en gepassen wize aan uw Hoog Edelheedens te renvoijeeren, nevens 's vorsten vriendelijk verzoek, om van dies afgaven te moogen bevrijd zijn, alzoo hem daar in verzoeken in informatien voorkoomen die tot zijne gerustheid niets reeden waarom verzoek schijnen te contribueeren; waarom hem een uitneemend genoegen geschieden zouden, wanneer deeze vijf brieven van zijn halve, broeder den gereligeerde Pangerang &mangala door uw. Hoog Edelheedens wierden vernietigd en hem konden verschoont ook geapplaudeert worden, de vreezen die hem daar toe noopen. Niets anders bij deeze geleegendheid uw Hoog Edelheedens te bedeelen of te verzoeken hebbende Zo zo neem ik de vrijheid mij nu hoogst derzelver protextien en bescherming te beveelen, matige ik mij d' Eere aan met alle ontzag en verschuldigde Eerbied te verblijven /:onderst:/ F: O: /:was get:/: W:m C: Engert /: in margine/ Bankam den 29 November A:o 1783: Accordeert C: Akaamp criba slot. 5 C staj vuygeen E 174 We

← previous