VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 8261

Japan · 656 pages · 169 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_8261_0074 view scan ↗

English

Betsy, in order subsequently to demand a share in the Company's booty, but that he did not dare to bring this up directly so as not to embroil himself with the English; § 30: The embarrassment in which he seemed to have been placed by this incident, and the assurance of his emissaries that he would have allowed Barbaron's ship to be launched had no Company vessels arrived with it, as well as the declaration made by the people of Riau that they wished to remain on the Company's side, have given us reason to reassure him by offering Company assistance against the English, hoping that we would be enabled to do so by the arrival of the Company's war-equipped ships to cruise in this strait; § 31: Awaiting Your High Nobilities' disposition and orders regarding his conduct held toward the Company since then, we herewith send Your High Nobilities a name list of those by whom, from 1 April until the last of July 1782, about 30,000 piculs of tin from Bangka have been imported into Riau. The importers themselves sell it to the Imperials and Macanese, as well as to the Chinese who arrived there this year with eight junks from Canton and Xiamen, at fifteen Spanish reals per picul; however, those who can afford to wait leave it to the people of Riau for 12 or 13 Spanish reals. § 32: The ships de Dolphijn and 't Hof ter Linden, together with the gurab de Snelheid, of whose departure to the Strait of Singapore to cruise against the English Your High Nobilities were informed by the undersigned Governor's separate letter of 23 February, § 2, returned on the 1st of this month without having achieved anything; since then, or on the 11th, the gurab was sent to Palembang to bring us news concerning the safety or insecurity of the Bangka Strait. § 33: At our session of the 29th, it having been taken into consideration whether we shall let the aforementioned two ships return to Batavia or detain them for some time to cruise this strait, it was considered that the regent of Johor, Raja Haji, has not yet dismissed all the crew and vessels with which he recently arrived at Muar, and a rumor is circulating among the common people on Riau that he intends to attack this place as soon as the Company's ships have departed for Batavia; that the king of Selangor, who upon the news of the arrival of Raja Haji at Muar armed forty vessels to assist him, will certainly do so when Raja Haji undertakes the intended attack, since they seem to be of one mind to do us harm; that in case of such an attack after the dispatch of the aforementioned ships, we will be able to answer neither to God nor to our government for having had the imprudence of exposing this place and its inhabitants to the disasters they would then have to suffer; that we may not doubt but Your High Nobilities will authorize us to subjugate Riau by the Company's arms if we saw an opportunity for it, but that we will not be able to put this into effect unless we still had the aforementioned ships here; that by continuing to cruise in this strait they will also occasionally have an opportunity to gain some advantage over the English, especially if they are detained until the month of September, since the English, who have now slipped through successfully two years in a row, will certainly venture again to sail through this strait to China. We have therefore resolved not to send the aforementioned two ships back to Batavia for the time being, nor the gurab when it shall have returned from Palembang, but to let all of them cruise in this strait, trusting that Your High Nobilities will find the reasons pleading for this weighty enough to approve this decision of ours. But since the aforementioned vessels, besides rations, will also need some equipment goods, etc., and we can accommodate them with the former for about three months (calculated from mid-May), but with the latter not at all, we herewith present to Your High Nobilities the requisitions of necessities which we have had delivered to us by Captains Abo and Winterheim, and most humbly request to satisfy the same for as much time as Your High Nobilities shall see fit to leave those keels here, with the addition of rations for another three months to serve as a replenishment for those we shall meanwhile have provided here; We also request Your High Nobilities to please send us the necessary cash for the squadron, since it has appeared to us from the cash account of the same, handed over to us by Captain Abo and annexed hereto, that the balance consists of a meager sum of 528:25:— rixdollars. § 34: On the occasion of Raja Haji being at Muar with a hostile intent, we resolved, pursuant to our secret resolution of 16 October, to strip the five farthest redoubts on the Northern seashore, which could not be properly garrisoned, of all artillery and other munitions of war, and until further orders to have each of them guarded only by a corporal's squad, in order sufficiently to reinforce the Redoubt of Bukit China, the Frieschenberg, and the Line of the city and other posts, which were then of greater importance, as well as the fortress. But, on the other hand, for the cover of the beaches and the prevention of

Dutch transcription

64 Betsij toegelaten heeft, om vervolgens een deel in de buit van de Compagnie te vraagen, dog dat Hij daar meede niet direstelijk heeft durven op komen om zig met de Engel„ „schen niet te brouilleeren; § 30: De verlegenheid waar in hij door dit geval scheen gebragt te zijn ende verzekering zijner zendelingen dat hij het schip van Barbaron zoude hebben laa„ „ten afloopen indien met het zelve geene Comp: vaar„ „tuigen gekomen waren mitsgaders de betuiging, door de Rouwers gedaan dat zij aan de zijde van de Compagnie wilden blijven hebben ons aanleeding gegeven om hem gerust te stellen met Comp: bijstand tegen de En„ „gelschen aan te bieden hoopende dat wij daar toe in staat „gesteld zouden worden door de komste van Comp:s ten oorloge toegeruste schepen om in deze straat te § 31: op zijn sedert tegen de Compagnie gehouden gedrag de dispositie en orders van uwer Hoog-Edel„ „heden in wagtende laaten wij uwer Hoog Edelheeden hier nevens toekomen eene Naamlijste van de genen door welken sedert den 1: april tot den laatsten Juli 1782 omtrent 30'000:—: picols tins van Banca op Rouw zijn ingevoerd. De aanbrengers verkoopen het zelfs aan de keizerlijken en macauwers mitsgaders aan de Chineeschen die er in dit Jaar met agt Jonken van Canton en Eijmen gekomen zijn, tegen vijftien spaansche reaalen het picol, dog die er in't vertoeven kunnen laaten het aan de Riouwers over voor 12 of 13: Sp: reaalen. 532 kruissen; Linden benevens de goerab de snelheid van wel„ „ker vertrek naar de straat sincapoera, om op de Engelschen te kruissen uwer Hoog Edelheeden kennis gegeven is bij des ondergetekenden gouverneur aparten brief van den 23: feb: §2: op zijn den 1:' deezer te rug gekeerd zonder iets op gedaan te hebben sedert of op den 11: is de goerab naar palembang gezonden om ons tijding te brengen weegens de vei„ „ligheid of onvriligheid van de straat Banca. § 33: Ter onser sessie van den 29:' in overweeging genoomen zijnde of wij de gem: twee scheepen naar Batavia zullen laaten retourneeren dan wel ter bekruissing van deese straat eenigen tijd aanhouden. is geconsidereerd dat de regent van Iohor Radja Hadjie alle de manschap en vaartuigen waar meede hij onlangs op Moar gekomen was nog niet heeft afgedankt en onder den gemeenen man op Riouw een gerukt loopt dat hij deeze plaats denkt te attacqueeren zoo dra Comp:s scheepen naar Batavia vertrekken zijn dat de koning van slangenoor die op de tijding van het arrivement van Radja Hadjie tot Moar veertig vaartuigen gearmeerd heeft om hem te secondeeren dit zekerlijk doen zal wanneer Radja Hadjie den bestemden aan val onderneemt de wijl zij met elkanderen eensge„ „zind schijnen om ons kwaad te doen, dat wij inge„ „valle van zoodanig eene aan aanding na de afzen„ „ding van de gem: scheepen nog aan God, nog aan § 32: De scheepen de Dolphijn en 't Hop ter onze 66. onze overhaid, zullen kunnen verantwoorden dat wij de onvoorzigtigheid gehad hebben van deeze plaats en haare bewooners bloot te stellen aan de rampen, die zij dan zouden moeten ondergaan, dat wij niet twijfelen mogen of uwe Hoog-Edelheeden zullen ons wel qualificee„ „ren om Riouw door Comp:s wapenen 't onder te brengen indien wij er kans toe zagen dog dat wij zulks niet zullen kunnen werkstellig maaken ten zij wij de ge„ „melde schepen hier nog hadden dat zij met in deeze straat te blijven kruissen somtijds ook gelegenheid zullen hebben, om eenig voordeel op de Engelschen te behaa„ „len voor al indien zij tot in de maand septb:r worden aangehouden alzoo de Engelschen, die nu twee Jaaren agter den anderen gelukkig doorgeslipt zijn het zekerlijk weder waagen zullen langs deeze straat naar China te stevenen. wij hebben derhalven besloten de gemelde twee schepen voor als nog niet naar Batavia te rug te zenden gelijk ook niet de goerab als zij van van Palembang zal weezen wedergekeerd, maar alle de zelven in dese straat te laaten kruissen, vertrouwende dat uwe Hoog-Edelheden de daar voor pleitende redenen wigtig genoeg zullen bevinden, om dit ons besluit goed te keuren. Maar vermits de voorsz kielen, behalven de rant„ „zoenen, ook eenige equipagie goederen enz: zullen noodig hebben en wij haar met de eersten voor een maand of drie (gerekend van medio Mai) dog met de anderen in in 't geheel niet gerieven kunnen bieden wij uwer Hoog Edelheden hiernevens aan de Eisschen van benodigdheeden die wij ons door de Capitains Abo en winterheim heb„ „ben laaten bezorgen en verzoeken ootmoedigst dezelven voor zoo veel tijds te voldoen, als uwe Hoog Edelheeden zullen goedvinden die kieben hier te laaten met bij voe„ „ging der rantzoenen voor nog drie maanden om te die„ „nen tot suppletie van die wij intusschen hier zullen laaten verstrekken; ook verzoeken wij uwer Hoog Edelheeden ons te willen toezenden de benoodigde Contanten voor het Esquader, dewijl ons bij de kassa reekening van het zelve, door Capitein Abo aan ons overgegeven en deezen bij gevoegd gebleken is dat het restant in een gering sommetje van rd:s 528: 25:—: bestaat. § 34: Bij gelegenheid dat Radja Hadjie zig met een vijandelijk oogmerk op Moar bevondt. heb„ „ben wij, naar luid onzer secreete repol: van den 16: october besloten de vijf verste Redouten aan het Noorder- Zeestrand, die men niet naar behooren be„ „zetten kon, van al het geschut en de verdere oorlogs munitien te ontblooten en elk van dezelve tot nader order slegts door een Corporaalschap te laaten bewaaren om de Redoute van Bouquitchina den Frie„ „schenberg en Linie van de stad en andere Posten, welke toen van meer aangelegenheid waren benevens de fortresse genoegzaam te versterken. dog daar en teegen tot dekking van de stranden en verhindering van

NL-HaNA_1.04.02_8261_0078 view scan ↗

English

of the correspondence between Riouw and Salangore, to employ the ship de Jonge Hugo and the bark de Geertruijda Susanna, together with two sloops, two pantjallings, and one of the private Javanese vessels rigged according to the resolution of the previous day. And although on the 19th we received news of the departure of the said Prussian from Moar, we nevertheless proceeded just as well with the completion of the native entrenchments which had been commenced here and there to be raised, as well as with the eradication of all the brushwood within the range of the artillery of the town and fortress. § 35: Since or on the 31st of October, as appears from our resolution of that day, we persisted in the first-mentioned arrangement, notwithstanding the report received from Tranquebar that the English fleet under Admiral Hughes was expected to arrive here, since we judged that native warriors alone, by means of the aforesaid five redoubts, could not prevent the enemy landing, and there were too few Europeans in the garrison and with the artillery to detach a sufficient number of them thither to support the said warriors. § 36: It having been put to the vote at our session of the 6th of November as to what should be done with the ships Europa and de Jonge Hugo, etc., whenever we should receive news of the arrival of the said English fleet in this strait, or 3rdly whenever it should come in sight here without our having previously obtained any intelligence of its approach, we found it good, for reasons cited in our secret resolution, in the first case to lighten both the said ships of the crew, artillery, gunpowder, and whatever else can be brought ashore, with the exception of a few men who were to keep watch on them in order, upon the appearance of the enemy, to set those vessels on fire and thereupon proceed to land; but in the second case, to run the ships as high aground on the beach as would indeed be feasible, in order likewise to sacrifice them to the flames after the men assigned thereto should have retreated to land and as much of the munitions of war should have been secured as the circumstances of the time would then permit. § 37: At the request of John Mackenzie and Thomas Bainbridge, captains of the Imperial private ships the Prins van Kaunitz and the Graaf van Kolowrat, which arrived here on the 14th of November from an aborted voyage to China, to be permitted to bring their sick ashore for recovery and to remain here with the ships until opportunity should permit them to resume the voyage to China, we granted them the same, though under such restrictions as are noted in our secret resolution of the 16th of that month; from which it will also further appear to Your High Nobilities that and why we did not proceed to this concession until after the said ships had been inspected and we had been reassured that we had no harm to fear from them. On the 17th of February both of them departed for Riouw to trade for tin there, and therewith to sail on to China. We have the honor to remain with the deepest high esteem, underwritten: High Noble, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Right Honorable, Stern Lords; lower: Your High Nobilities' very obedient and faithful servants; was signed: P. G. De Bruijn, I. A. Hensel, A. Couperus, Thierens, R. B. Hoijnck van Papendrecht, and H. I. Wiederhold; in the margin: Malacca, in the Castle, the 31st of March 1783. 72 Batavia. To His Nobility, The High Noble, Highly Esteemed Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The Right Honorable, Stern Lords, Councillors of the Netherlands Indies; High Noble, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Right Honorable, Stern Lords. § 38: The dispatch of the ship Europa to Batavia instead of to Ceylon provides me with the opportunity to reply herewith most humbly to a very few points in Your High Nobilities' highly respected separate letters of the 24th of May, 10th of June, 12th of July, 1st and 8th of October, and 8th of November 1782, which have not yet been answered. § 39: I express to Your High Nobilities my owed gratitude for encouraging the commander of the Javanese private snow de Vrouwe Catharina to transport her cargo of rice hither, as she then also arrived here on the 15th of July, and for other favorable arrangements to protect this place from a shortage of provisions, hoping that Your High Nobilities will always keep it in favorable remembrance. § 40: The ships from Bombay, for whose interception I had heartily wished to be permitted to detain the fleet under the Lord Rear Admiral Schrijver, actually passed by here on the 5th of September to the number of five vessels, as was made known to Your High Nobilities in the general advices of the 13th of that month; and they would not have conveyed the treasures with which, according to the reports I have of them, they were laden, to China, if the said fleet had been permitted to await them. § 41: Concerning the spices received for Ceylon by the ships de Dolphijn and 't Hof ter Linden, together with the gurab de Snelheid, referring myself to the general advices of the 31st of March last, I deem it my duty herewith to communicate to Your High Nobilities that I, pursuant to the decision taken on the 29th of that month to let those vessels cruise here in the strait, and upon the news received the day before yesterday with the return of a Malacca private sloop from Palembang, both of the passage of the

Dutch transcription

van de Correspondentie tusschen Riouw en slanganoor te emploijeeren het schip de Jonge Hugo en de Bark de geertruijda Susanna, benevens twee sloepen, twee Pantjallings, en een van de volgens Resolutie van den voorigen dag opgetuigde particuliere Javasche vaartuigen En schoon wij op den 19: daar aantijding kreegen van het vertrek des gemelden Pruisen van Moar egter zoo wel laaten voortvaaren met de voltooijing der in„ „landsche schanssen die men hier en daar begonnen hadt op te werpen als met de uitroeijing van alle de kreu„ „pelboschjes onder het bereikt van het geschut der stad en fortresse. § 35: sedert of op den 31: october hebben wij, blijkens onze resol: van dien dag bij de Eerst gem: schikking gepersisteerd niet tegenstaande het bekomen berigt van Tranquebar, dat de Engelsche vloot onder den ad„ „miraal Hughes hier stondt te komen dewijl wij oordeelden dat inlandsche krijgers alleen door middel van de voorsz: vijf redouten de vijandelijke landing niet konden beletten en men te weinig Europeers in het guarnisoen en bij de arthillerij hadt, om een ge„ „noegzaam getal daar van ter ondersteuning van de gemelde krijgers derwaarts te detacheeren. § 36: Ter onzer sessie van den 6: November in omvraage gebragt zijnde, wat met de scheepen Europa ende Jonge Hugo, zoude worden gedaan &:/ wanneer wanneer wij tijding kreegen van de komste der gem: Engelsche vloot in deeze straat of 3/ wanneer zij hier in het gezigt kwam zonder dat wij van haar aannadering bevoorens eenige kundschap hadden erlangd vonden wij, om reden bij onze secreete Resolutie aangehaald goed in het eerste geval van beide de ge„ „melde schepen te ligten het volk, geschut, bus kruid en al wat verder aan land gebragt kan worden uitgezondert eenige wijnige manschappen, welke er de wagt op moesten houden om zij verschij„ „ning van den vijand die kielen in den brand te ster„ „ken, en zig vervolgens naar land te begeeven, dog in het tweede geval de schepen zoo hoog op strand te laaten zetten als waar immers doenlijk zoude zijn om ze meede aan de vlam op te offeren na dat de daar op bescheiden manschappen aan land zouden geretireerd en van de oorlogs munitien zoo veel geborgen zijn, als de tijds-omstandigheeden het dan zouden permitteeren. § 37: op het verzoek van John Mackenzie en Thomas Baunbridge, Capiteins van den 14: No„ „vember van eene verloren reize naar China hier gearriveerde gearriveerde keizerlijke particuliere „schepen de Prins van kaumitz en de graaf van kolhowaats om hunne zieken ter herstellinge aan land te moogen brengen, en met de scheepen hier vertoeven tot dat de gelegenheid hun zoude toelaaten 70. toelaaten de reize naar China te reentameeren hebben wij hun het zelve geaccordeerd, dog onder zoodanige restrictien als bij onze secreete resol: van den 46 dier maend genoteerd staan; waar uit uwer Hoog Edelheeden, ook nog zal blijken dat en waarom wij tot deeze inwilliging met zijn overgegaan dan na dat de gem: scheepen gevisiteerd en wij gerust gesteld waren dat wij er geen kwaad van te dug„ „ten hadden. Op den 17: Februarij zijn beide de zelven naar Riouw vertrokken, om er tin in te handelen, en daar mede naar China voort te steeven wij hebben de eene van met de diepste hoog agting te blijven, /:onderstond :/ Hoog Edele groot agtb: wijdgebiede heer„ en wel Edele gestr: Heeren /:Lager/ uwer Hoog Edelheeden zeer gehoorzaeme en trouwschuldige Die„ „waaren /:was getekend:/ P: G: De Bruijn, I: A: Hensel, A: Couperus, Thierens R: B: Hoijnck van Papendreck en H: I: Wiederhold, /:in margiene:/ Malacca in het Casteel den 31: Maart 1783:, 72 Batavia. Aan zijn Edelheid. Den Hoog Edelen Groot agtb: Heer M:r Willem Arnold Alting. Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele gestr: Heeren Raaden van Nederlands Indie; Hoog Edele Groot Agtb: wijdgebiedende heer En Wel Edele Gestr: Heeren. § 38: De depeche van het schip Europa naar Batavia in plaatse van naar Ceilon, geeft mij gele„ „genheid om bij deezen onderdaanigst te rescribeeren op eenige weinige poincten in uwer Hoog Edelheeden zeer gerespecteerde aparte brieven van den 24: mai 10: Junij 12: Julij 1: en 8: october en 8: November 1782, die nog niet beantwoord zijn § 39: Ik betuig uwer Hoog-Edelheeden mijne verschuldigde dankbaarheid voor de aanmoediging van den gezaghebber op de Javasche particuliere snaauw de vrouwe Catharina, om haare rijst„ „laading herwaarts te vervoeren gelijk zij dan ook ook op den 15: Iulij hier gearriveerd is, en voor andere gunstige schikkingen om deeze plaats te behoeden voor gebrek aan leevens middelen hoopen„ „de dat uwe Hoog-Edelheeden haarer steeds ten goede gedenken zullen § 40: De scheepen van Bombaij tot welker op daaging ik hartelijk gewenscht had de vloot- onder den Heer schout bij Nagt schrijver te mogen aan„ „houden, zijn hier werkelijk op den 5: septb: gepasseerd ten getalle van vijf stuks, zoo als uwer Hoog Edelheden bekend gemaakt is bij de gemeene Ad„ „viesen van den 13: dier maand en zouden de schatten waar meede zij naar de berigten die ik 'er van heb beladen waren niet naar China hebben overgebragt indien de gem: vloot hun hadt mogen in wagten. § 41: Belangende se voor Ceilon ontvangen spe„ cerijen met de scheepen de Dolphijn en 't Hof ter Linden mitsgaders de goerab de snelheid, mij gedra„ „.gende aan de gemeene Adviesen van den 31: Maart Laatsleeden agt ik het van mijnen pligt uwer Hoog-Edelheeden bij deezen te communiceeren, dat ik, ingevolge van het op den 29: dier maand genomen besluit om die kielen hier in de straat te laaten kruissen, en op de eergisteren met de wederkomste eener Malaccasche particuliere sloep van Pa„ „lembang ontvangen tijding, zoo van het passeeren der

NL-HaNA_1.04.02_8261_0083 view scan ↗

English

74. of the Chinese junks that had to go to Batavia, as well as the safety of the fairway on that side, I had the aforementioned two ships depart to the North for about a month or a month and a half, partly to take, if possible, an English ship laden with opium lying in the Bay of Ujung Salang, and partly also to have a message delivered in passing to the King of Perak that they are charged with searching for and capturing ships and vessels belonging to the Company's enemies, as I judged that this would cause a stir among the tin smugglers and bring about the good success of the mission that is to be undertaken thither, according to the secret Resolution of 14 March. Section 42: Concerning Rembau, I shall heed Your High Nobilities' recommendation to make use of the favorable opportunities that might present themselves to me to promote the settlement of the disputes among the obstinate regents of that district and the increase of the tin deliveries. Section 43: While I thank Your High Nobilities most emphatically for the confirmation of Raja Ismail's son in the government over Siak, hoping that this Prince, as he has done hitherto, will also further fulfill the contract that he recently had accepted and sworn by his First Minister, as appears from the frequently mentioned general advices. Section 44: As for the malicious regent of Johor, Raja Raja Haji, I do not doubt that Your High Nobilities, from what has been transacted between him and me since his accession to the government on Riau and successively communicated to Your High Nobilities, but especially from the evidence given a few months ago of his wicked design to take us by surprise and massacre us, of which many of his friends even speak with abhorrence, will easily be able to see that, far from having the least inclination to maintain the contracts subsisting between the Johor Empire and the Company, as he shamelessly wished to make both Your High Nobilities and me believe while he was engaged in the open violation thereof, he on the contrary, as an enemy and adversary of the Company, merely waits for an opportunity to lift the mask of friendship and goodwill under which he has managed to hide himself for so long. I therefore also hope that Your High Nobilities will give no credence to his declarations and promises, which he might have made with the dispatch of an embassy to Batavia, but will contemplate means to rid the Malacca Colony of such a dangerous neighbor and at the same time the Company of a proud competitor, who advocates and fosters the illicit trade in many important branches thereof, in such a manner that the damaged respect for the Company along 76. along this strait may be restored in its former luster; for which I think that the occasion can never be more favorable than at this time, when he has no assistance to expect from his friends, the English. The arrival of the Company's warships from Batavia and the rumor that immediately circulated thereafter that they had orders to take all Riau vessels they encountered and bring them hither, of which Raja Haji indeed received prompt intelligence, I may well hold to be the reason that he did not dare to execute his design to come and storm us from all sides with a large force, since everyone believed that, after the failure of his first design to surprise us, he had returned with no other intention. And it is known to the Omniscient what the said petty potentate, being certainly informed that one has only a small number of Europeans in the garrison, and obsessed with the delusion that the Malays will not offer him too strong a resistance, will undertake if we should not forestall him therein! This causes me to look out daily for Your High Nobilities' dispositions and orders with respect to him. Section 45: The Malay Inche Kamis, whom Your High Nobilities authorized me to induce with a small gift gift to give me information regarding what took place on Riau in relation to the English, was found, after the arrival of Raja Haji at Muar, to be an arch-scoundrel who sought to insinuate himself into my confidence in order to favor the secret aims of his wicked master. In vain have I exerted myself to win someone else on Riau who could inform us of the most important matters, since everyone fears that the least suspicion of such a correspondence would be enough to deprive him of life. I can therefore learn nothing except through the channel of the common traders who come from there, but their reports are often so confused and contradictory to each other that I have trouble drawing a sound conclusion from them. However, I have learned enough to at least establish this: that Raja Haji has long had hostile designs against this place in mind. Section 46: If I had been able to foresee that such violent proceedings would be conducted concerning the Danish private snow Antoinette Marie, and that the Court of Justice would dispose thereof so lightly and imprudently as it appeared to me, after I entrusted the investigation of the report of the License Master Hoijnck van Papendrecht that the aforementioned snow and the largest part of her

Dutch transcription

74. der Chinasche Jonken die naar Batavia moesten, als van de veiligheid des vaarwaters aan dien kant de gem: twee scheepen voor een maandje of anderhalf naar de Noord heb laaten verstrekken deels om een Engelsh schip, dat met ampioen geladen in de Baai van oed Jong Salang legt, was het mogelijk te neemen en deels ook om en pas„ „sant eene boodschap te laaten doen aan den koning van Pera, dat zij belast zijn met het op zoeken en overmeesteren van scheepen en vaartuigen aan Comp: vijanden toebehoorende dewijl ik oordeelde dat zulks een schip onder de tinsmokkelaars zal verwekken en het goedsucces opereeren van de bezending die derwaarts staat gedaan te worden, volgens de secree„ „ste Resolutie van den 14: Maart. § 42: Omtrent Romsouw zal ik in agt neemen uwer Hoog-Edelheeden recommandatie om mij van de gunstige gelegenheden, die wij mogten voorkoomen te bedienen ter bevorderinge van de assopiatie der geschillen onder de stijvhoofdige regenten van dat landschap en vermeerdering van de tinleverancie § 43: Terwijl ik uwer Hoog-Edelheeden zeer na„ „drig bedank voorde bevestiging van Radja Ismabls zoon in het bewind over siac hoopende dat die Prins gelijk hij het tot nu toe gedaan heeft, ook verder presteeren zal het contract dat hij onlangs door zijnen Eersten ministers heeft doen accepteeren en besweeren blijkens de meergemelde gemeene advisen § 44: wat den malicieusen regent van Johor, Radja Radja Hadjie betreft ik twijfel niet of uwe Hoog Edelheeden zullen uit het gene sedert zijne komste aan het bestier op Riouw tusschen hem en mij verhan„ „deld en suscessivelijk uwer Hoog Edelheeden gecom„ „municeerd is dog inzonderheid uit de voor weinige maanden gegeven blijken van zijnen swoden toeleg om ons te overrompelen en te masssacreeren waar van bij veelen zijner vrienden zelfs met verfoeijing gesprooken wordt, ligtelijk kunnen dat zij wel ver„ „re van de minste geneigdheid te hebben om de contrac„ „ten tusschen het Johorsche Rijk ende Compagnie subsisteerende te onderhouden, gelijk hij zoo wel uwe Hoog Edelheeden als mij schaamteloos heeft willen doen gelooven terwijl hij met de openlijke overtreeding daar van bezig was daar en tegen als een vijand en afgams„ „teling van de Compagnie maar na gelegenheid wagt om het masker van vrindschap en welmeenendheid af te ligten, waar onder hij zig dus lang heeft weeten te verbergen. Ik hoop daarom ook dat uwe Hoog Edel„ „heeden aan zijne betuigingen en beloften die Wij met de afzending van een gezantschap naar Batavia mogten hebben gedaan gem geloof geeven, maer op mid„ „delen bedagt weesen zullen om de malaccasche Colonie van zulk eenen gevaarlijken Nabuur ende Compag„ „nie teffens van eenen trotzen Competiteur, die den verbodenen handel in veele wigtige takken van dien voorstaat en koestert zoodanig te debaras„ „seeren, dat het gekrenkt ontzag voor de Compagnie langs. 76. langs deeze straat in haaren ouden Luister kan wor„ „den hersteld; waar toe ik denk: dat de occasie nim„ „mer gunstiger kan weezen dan in deezen tijd dat hij van zijne vrien den de Engelschen geenen onderstand te wagten heeft: De komste van Comp: oorlogs schee„ „pen van Batavia en het gerugt dat er aanstonds op rouleerde, dat zij order gehad hebben om alle de Riouwsche vaartuigen die zij ontmoetten te neemen en herw: op te brengen waar van Radja Hadjie wel schielijk kennis krug, mag ik wel voor de oor„ „zaak houden dat hij zijn dessein om met eene groote magt ons van alle kanten te komen bestor„ „men niet heeft durven uit voeren dewijl een ijder meende dat hij, na de mislukking van zijn eerste ontwerp om ons te overvallen, met geene ander in„ „tentie was te rug gekeerd En 't is den alweetenden bekend wat het gemeld Pootentaatje zekerlijk on„ „derrigt zijnde dat men maar een klein getal Euro„ „peers in het guarnisoen heeft, en ingenomen met den waar dat te maleijers hem geen te sterken tegen„ „stand zullen bieden wij onderneemen zal indien wij hem daar niet in prevenieeren mogten! Dit doet mij dagelijks uitzien na uwer Hoog Edelheeden dispositien en orders ten zijnen op zigte 545: De Maleijer Intje Camies wien uwe Hoog. Edelheden mij gequalificeerd hebben door een smal geschenkte geschenkje te beweegen om van het geene op Riouw met relatie tot de Engelschen omging mij narigt te geeven is na de komste van Radja adjie op Moar bevonden een voortrapten quit te weezen die zig in mijn vertrouwen zogt te insinueeren om de geheime oogmerken van zijnen boozen meester te begunstigen. Te vergufs heb ik mij beneerstigd om iemand anders op Riouw te winnen die wij van de aangelegenste zaa„ „ken informeeren kon dewel een ieder vreest dat het minste vermoeden van zulk eene Correspondentie genoeg zoude zijn, om hem van het leeven te berooven Ik kan derhalven niets te weeten krijgen, als door het Canaal van de gemeene handelaars die van daar komen, dog hunne berigten zijn veeltijds zoo ver„ „ward, op strijdig met elkanderen, dat ik moeite heb om er een goed pacit op te trekken. Egter heb ik genoeg vernomen om dit ten minsten te mogen vaststellen, dat Radja Nadjie van overlang vij„ „andelijke aanslagen teegen deeze plaats in den zin gehad heeft. § 46: Bij aldien ik had kunnen voorzien dat over de deensche Particuliere snaauw L: Anthonette Marie zulke violente procedures zouden worden gevoerd, en dat de Raad van Justtitie daar op zoo ligtvaardig en voor„ „zigtig zoude disponeeren als het mij, na dat ik het onderzoek der aangeeving van den Licentmeester Hoijnck van Papentrecht dat de gem: snauw en het grootste deel haarer

NL-HaNA_1.04.02_8261_0087 view scan ↗

English

whether her cargo belonged to one or more English subjects, having been assigned to the fiscal, proved to cause much chagrin, I would, notwithstanding my mistaken notion that that investigation had to be carried out by the Court of Justice, gladly have taken charge of it myself in order subsequently to bring it before the Council of Policy for deliberation; just as I did afterwards in the case of the Portuguese snow Nossa Sinhora de Belem e S. Roza. But since, upon examining the papers of the aforementioned Danish snow, I had found them to be in good order, I could expect nothing other than that the Court of Justice would also find them to be so and would accordingly not trouble this vessel with any arrest or otherwise, unless one could contradict the validity of those papers with sufficient proofs. I promise Your High Excellencies that I shall henceforth conduct myself more circumspectly in matters of that nature, taking as my guide the instructions and orders which I have received in that regard from Your High Excellencies in the honored letters of 4 October and 8 November 1782, while I thoroughly thank Your High Excellencies from my heart for the favorable forbearance shown toward my mistake. Paragraph 47. Mr. La Beaume, supercargo of the frequently mentioned Danish snow, has been requested and encouraged by me in every manner to depart with the same for Batavia; yet I have not been able to persuade him to it, nor to compel him, out of consideration on the one hand of his sickly physical condition, with which he did not dare risk undertaking the journey thither, and on the other hand of the harshness that would have resided in such compulsion with respect to a person upon whom the bitterest vexations had been inflicted here. Paragraph 48. I have notified Mr. La Beaume of Your High Excellencies' equitable dispositions in favor of the aforesaid Danish snow and her cargo by the first opportunities that presented themselves to me, both to Bengal and to Tranquebar, and communicated the contents of Your High Excellencies' highly esteemed missive of 8 October, in so far as it did not concern me in particular, to the Council of Policy at our session of 27 December: under an appropriate recommendation to the fiscal Couperus c.s. and the license-master Van Papendrecht, and furthermore had them reimburse in equal portions, or each for a third, what was paid out of the Company's treasury on account of the provisions furnished to the said snow since the arrest of the same, for expenses incurred both for the unloading and loading of that vessel and otherwise, amounting to Spanish reals 439 17/28, while the share of the fiscal Couperus c.s. in the prize ship La Betsey and her cargo remains in the Company's treasury pending further disposition from Your High Excellencies. Since, by the aforementioned letter from Your High Excellencies, the license-master Van Papendrecht alongside the fiscal Couperus c.s., both together and each in particular, were declared responsible for the damage and the consequences, both those which had already arisen from their conduct in the aforesaid affair, and those which in time should yet be understood to have resulted therefrom, and Your High Excellencies also having condemned those persons, each for an equal share, to the reimbursement of the aforementioned sum of Spanish reals 439 17/28, I thought on that ground that each of them had to pay a third, and I most humbly request to be elucidated whether I have understood this according to the intention of Your High Excellencies, or whether the license-master Van Papendrecht should have paid one half and the fiscal Couperus c.s. the other half, as has been maintained by the latter. Paragraph 49. Regarding the delivery of powder and war munitions, regarding the English who arrive here with ships of other foreign nations, regarding the purchase of opium, and regarding the assistance to French royal ships with cash or any goods, I shall most obediently observe Your High Excellencies' honored orders. While I trust that the acceptance both of receipts and of bills of exchange for what was furnished here to the ships La Resolution, La Pourvoyeuse, and La Bellonne, and of only a single set of two receipts mentioned in the general advices of 31 March, will not be taken amiss of me, since the captains appealed to the orders which they had from their naval commander (as also appears from the translation already presented to Your High Excellencies of the first letter from Mr. de Suffren dated 30 June 1782) to grant receipts for some items, but bills of exchange for others, and Captains Macé and Goyrize believed that a single receipt was sufficient, about which, on account of the insignificance of the sum, I did not find it advisable to squabble with them. Paragraph 50. In the event of future employment of any ship or vessel in the service of the French squadron in these regions, I shall endeavor to conclude such an agreement regarding the freight and hire of the same as Your High Excellencies have ordered me, but, there being no opportunity for that, charge to the commander of the said fleet whatever can reasonably be determined for that freight and hire. With regard to the Jonge Hugo, which had departed for Aceh before the receipt of Your High Excellencies' aforementioned instruction, I hope that the arrangement made by me will be regarded as satisfactory. Paragraph 51. The linen merchants at this place are of the opinion that one can no more deliver the Coromandel linens than the Bengal and Surat ones at the prices limited in the lists received thereof

Dutch transcription

haarer Laading aan een of meer Engelsche onderdaanen toebehoorden, aan den fiscaal had opgedragen tot veel Chagrijns gebleken is ik zoude niet tegenstaande mijn abusief begrip dat dat onderzoek bij den Raad van Iustitie moeste worden gedaen mij zelfs daar gaarne mede gechargeerd hebben om het vervol„ „gens in den raad van Politie ter deliberatie te bren„ „gen; gelijk ik het naderhand gedaan heb in de zaak van de portugeesche snauw Nossa Sinhora de Belem e 's Roza maar dewijl ik bij examen der bescheijden van de gem: Deensche snauw te zelven goed gevonden had heb ik niets anders kunnen verwagten dan dat de Raad van Justitie dezelven ook zoo bevinden en dit vaartuig over zulks met geen arrest of anderzins bekommeren zouden ten zij men de deugdelijkheid van die bescheiden met voldoende bewijzen kon tegenspreeken. Ik beloof uwer Hoog Edelheeden dat ik in zaaken van die na„ „tuur mij voortaan om zigtiger gedragen zal tot mijn narigt laatende strekken de onderrigtingen en orders welke ik dien aangaande van uwe Hoog Edelheden ont„ „vangen heb bij g'eerde brieven van den 4: october en 8: November 1782 terwijl ik uwer Hoog Edelheeden hart grondiglijk bedank voor de gunstige inschik„ „king van mijnen misslag. § 47: De Heer La Beaume supircarga van van de meergemelde Deinscha snauw is op allerleij wijze door mij aangezogt en geanimeerd om met dezelve 78 dezelve naar Batavia te vertrekken; dan ik heb hem er niet toe beweegen nog ook verpligten kunnen uit Consideratie aan de eene zijde van zijn zieke„ „lijk lighaams gesteld waar meede hij het niet waagen durfde de reize naar derwaarts te ondernee„ „men en aan de andere zijde van de hardigheid, die in zulk eenen dwang zoude hebben geresideerd ten aan„ „sien van een persoon, welken hier de bitterste kwel„ „lingen waren aangedaan. § 48: Ik heb van uwer hoog Edelheeden billij„ „ke dispositien in faveure van de voorsz: Deensch snauw en haare laading den heer La Beaume ver„ „stendigd bij de eerste mij voorgekomen gelegen heeden zoo naar bengale als naar Tranquibar en den inhoud van uwer Hoog Edelheeden zeer geagte missive van den 8: october voor zoo verre die niet mij in 't bijzonder betrof, den politiquen raad gecommuniceerd ter onzer sessie van den 27: december: onder eene gepaste recom„ „mandatie aan den fiscaal Louperus C: s: en den li„ „lentmeester van Papendrecht mitsg:s vervolgens door hem in egale portien of ieder voor een derde laaten restitueeren het gene uit Comp:s kasse betaald was wegens de verstrekte provisien aan de gemelde snauw sedert het arresteeren der zel„ „ve wegens kosten zoo tot het losseer en laaden van dat vaartuig als andersints gedaan, bedaagende spaanpche spaansche reaalen 439 17/28. terwijl het aandeel van den fiscaal Louperes C: S: in het prijsschip La Betseij en haare laading ter nadere dispositie van uwe Hoog Edelheeden in Comp:s kasse blijft: Bij den gemelden brief van uwe Hoog Edelheeden den licentmeester van Papendrecht benevens den fiscaal Con„ „perus C: S: zoo t' zamen, als ieder in 't bijzonder, responsabel verklaard zijnde voor het nadeel en de gevolgen; zoo die uit hun gedrag in de voorsz: affaire reeds ontstaan waren, als die in der tijd nog verstaan zouden worden daar uit te wasen ge „resulteerd en uwe Hoog Edelheeden, ook die per„ „soonen, een ieder voor een gelijk aandeel, verweesen hebbende in de vergoeding van de bovengemelde somme van spaansche raalen 439 1/28 heb ik uit dien hoofde gedagt, dat een ieder van hun een derde betaalen moest en verzoek ootmoedigst om geëlucideerd te mogen worden of ik dit naar de in„ „tentie van uwe Hoog Edelheeden begrepen heb, dan of de licentmeester van Papendrecht de eene helf te ende fiscaal Couperus C: S: de andere helfte hadt moeten betaalen, gelijk door de laatstgemelden gesus„ „tineerd is; § 49: Omtrend de afgaave van kruid oorlogs mu„ „nitien, omtrent de Engelschen, die met scheepen van andere vreemde Natien hier aan komen omtrent den inkoop van ampioen en omtrent de assistentie van Fransche konings-scheepen met Contanten of eenige goederen zal ik uwer Hoog Edelheeden g'eerde ordres gehoorzaamst in agt: neemen Terwijl ik vertrouw, dat de acceptatie zoo wel van quitantien als van wissels voor het geene aan 80. de scheepen La Resolution, La Pourvoijeuse en La Bellonne hier verstrekt is, en van maar een en keld stel van twee quitantien bij de gemeene ad„ „viesen van den 31: maart vermeld mij niet misduid zal worden nadien de Capiteins zig beriepen, op de bevelen, die zij van hunnen vlootvoogd hadden (blij„ „kende ook bij het uwer Hoog Edelheeden reeds aan „geboden Translaat des eersten briefs van den Heer de suffren in dato 30: Iuni 1782. / om van sommige posten quitantien, dog van andere wissels te verleenen en de Capiteins Mace ende Goijiize vermeenden dat eene enkelvoudige quitantie voldoende was, waar over ik wegens geringheid der somme niet raadsaam gevonden heb met hun te krakkelen. § 50: Bij emploi in het vervolg van eenige schip of vaartuig ten dienste van het fransche Esquader in deeze gewesten, zal ik wegens de vragt en leening van het zelve zodanige Conventie tragten te sluiten als uwe Hoog Edelheeden mij gelast hebben, dog, daar toe geene gelegenheid zijnde, wat voor die vragt- en leening redelijker wijze gesteld kan worden den bevel heb„ „ber van de gemelde vloot aan rekenen. Ten aanzien van de Ionge Hugo, dat voor den ontvangst van uwer Hoog-Edelheeden gemeld aanschrij„ „ven naar Atchien vertrokken was, hoop, ik dat de door mij gemaakte schikking voor voldoende zal wor„ „den aangezien. §: 51 De Lijwaat kooplieden hier ter plaatze zijn van gedagten dat men de Chormandelsche lijwaaten eeven zoo min, als de Bengaalsche en sourattesche tot de prijzen bij de daar van ontvangen Lijsten gelimiteerd

NL-HaNA_1.04.02_8261_0091 view scan ↗

English

limited, will be able to obtain them, even if those prices were increased by 15 percent. I have nevertheless requested the Macao traders who departed for the west of India, when they bring such sorts of linens as your High Nobilities require, to show me the samples thereof; and if I then find that the linens are of the required quality and the prices can be negotiated below or in accordance with the stipulation, I shall purchase as much of them as I can according to the stock of cash. Section 52: The owners of the Cape-equipped cutter De Onderneming have requested me to determine whether the Company's war squadron must also share in the booty obtained by the said cutter in or out of sight thereof when the squadron was not in a position to contribute anything toward it, and how the confiscation should take place of prizes captured from native enemies. But, since I did not consider myself authorized to decide or untangle this, I permitted them to address themselves in this regard to your High Nobilities; as they now do with a petition that is presented to your High Nobilities among the Company's papers. I most humbly request your High Nobilities to be pleased to dispose thereof most favorably for the shipping company, in consideration of the service that the Company may have from the said cutter. I have meanwhile the honor to be with the most perfect high esteem, High Noble, highly respected, widely ruling Lord and right Honorable, strict Lords, your High Nobilities' very obedient and faithfully bound servant, was signed, P. G. De Bruijn, in the margin, Malacca in the Castle, the 3 April 1783. Agrees, H. D. Van Hoorn Ecke 82 Council of Policy Forenoon. Friday the 14 March 1783: All present The Governor read to the assembly from the honored separate and secret letters of the Honorable High Indian Government of 24 May and 1 June 1782 their High remarks and orders with respect to the restoration of the Company's fort at Pera, in order, after deliberation of the reasons militating for and against it, to take such a resolution as should be found most suitable for the interest of the Company; those remarks and orders being of the following content from the separate letter of 24 May 1782: While we in the meantime qualify your Honor, on account of the faintheartedness into which Pera's king, according to the further reports of March past, appears to have fallen concerning the reestablishment of Pera, therefore not only to give the king positive assurance thereof in our name, but also directly to proceed with the restoration of that post, in so far as your Honor might be in a position to do so, and have the necessary means at hand both for the occupation and the reestablishment, we being destined to furnish the necessary means in due time from here upon receipt of relief from the Netherlands; from the secret letter of 1 June 1782: Yet we are also of the opinion that Pera's reestablishment is necessary, both to prevent the Bugis from settling in that kingdom, the more so because the tin delivery has increased for some time, and because of the relationship which the Company has had for so long with Pera's kingdom and its king, alongside the preservation and expectation of the present prince in that regard, as your Honor is in the meantime also already qualified to do so, if your Honor in the present situation finds himself able to take and execute appropriate measures thereto, and such can take place with safety, while we for the present cannot furnish from here what is required thereto; otherwise your Honor must suspend the restoration for the present, but give the king the absolute promise that it will take place in due time and as soon as possible, and further encourage him to a constant fidelity, as well as in all cases deliberate with his Highness by what means the objective can best be attained. The reasons for the restoration of that fort which were now taken into consideration were these: That the king, having had not the least part in the perfidy of the former Commander Bartholomeus Meijer, and not even having had any foreknowledge of his treasonable intention, consequently on account of the friendship long 84: maintained with the Company and the alliance subsisting between the two, could rightfully demand, as he also has done, that the fort be re-erected, and he thus be protected against his enemies; That this fort, being provided with everything necessary for defense and placed under an alert Commander, because of its good situation would be sufficiently able to resist even two such vessels as the privateer ship was, with whose Captain the said Commander Meijer capitulated in the most shameful manner, in such a way that they would be forced to surrender themselves, provided that according to the 10th article of the contract concluded with him on 20 December 1773 the Company's garrison assisted even in the least; That it was not likely the English would come there with more small vessels, large ships being utterly unable to cross the reef lying at the mouth of the river; That one could not expect from the king, who is indeed well-disposed toward the Company but not courageous enough to assert himself against his kingdom's grandees who for the most part are unanimous with the Bugis, that he would wish or be able to oblige them to deliver the tin to the Company for the price of 32 Spanish reals per bahar stipulated in the aforesaid contract, as long as there was no garrison stationed there that could keep the Perakians in awe of the Company, since they, as appears from the daily register of the person sent thither, from the Bugis

Dutch transcription

gelimiteerd, zal kunnen bekomen, al wierden die prijzen met 15: - percent geaugmenteerd: Ik: heb egter de naar de wist van Indie vertrokken Macauwers verzogt, wan„ „nier zij zulke soorten van lijwaaten aanbrengen als uwe Hoog Edelheeden requireeren mij de monsters daar van te laaten zien; En bevind ik dan dat de lijwaaten te verEijschte qualiteit hebben ende prijzen beneden of conform aan de bepaaling bedongen kunnen worden ik zal er zoo veel van inhandelen als ik naar „den voorraad van Contanten doen kan § 52: De Reeders van de kaap geequipeerde Cot„ „ter de onderneemen hebben mij verzogt dat ik bepaa„ „len wilde of Comp:s oorlogs- esquader ook moeste deelen in den buit die door de gemelde Cotter in of buiten het gezigt daar van behaald wierd wanneer het Esquader zig niet in de mogelijkheid bevondt om er iets toe te kunnen bij brengen, en hoedanig de Con„ „fiscatie geschieden zoude van prijzen op Inlandsche vijanden veroverd: Maar, vermits ik mij niet be„ „voegd oordeelde om dit te beslissen op te ontwinden heb ik hun toegestaan zig dientweegen aan uwe Hoog Edelheeden te adresseeren; gelijk zij tans doen met een Request dat uwe Hoog Edelheeden onder Comp:s papieren wordt aangeboden ik verzoek uwer Hoog Edelheeden ootmoedigst daar op ten favora„ „belsten voor de Reederij te willen disponeeren uit aanmerking van den dienst, welken de Comp:s van de gemelde Cotter hebben kan; Ik Ik hebbe intusschen de Eere van met de volmaakte hoog agting te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele groot agtb:ren wijdgebiedende Heer en wel Edele gestrenge Heeren /:Lager:/ uwer Hoog Edelheeden seer gehoor„ „saamen en trouw schuldigen Dienaar /:was getekend:/ P: G: De Bruijn /:in margine:/ Malacca in het Casteel den 3: April 1783:;—. Accordeert HD. Van Hoor Ecke 82 Vergadering van Politie S voor middags. Vrijdag den 14: Maart 1783: Alle present De Heer Gouverneur heeft uit de geeerde aparte en secreete brieven der Edele Hoog Indiasche Regeering van den 24 Mai en 1: Iunij 1782 aan de vergadering voorgelee„ „zen Hoog derzelver remarques en orders met opzigt tot de restauratie van Comp:s fort te Pera, om na overwe„ „ging van de redenen die er voor en tegen militeeren zo„ „danig een besluit te neemen als voor het belang van de Maatschappije bevonden zoude worden het Conve„ „nabelfte te weezen zijnde die remarques en orders van den volgenden in„ „houd uit den aparten brief van den 24: Mai 1782: Terwijl wij uw E: in tusschen qualigiceeren, om wegens de twijffel moedigheid waar in Peraas koning, vol„ „gens de nadere berigten van Maart passato geraakt passato geraakt schijnt te zijn, omtrent het restabileeren van Pera den koning derhalven daar van niet alleen uit onze naam de positive ver„ „zekering te geeven, maar ook, om direct tot de herstelling van die post over te gaan, in zoo verre uwE: daar toe in staat mogten zijn, en het noodige zoo ter bezitting, als restabileering, aan handen hebben, zullende wij van hier bij ontvangst van ontzet uit Nederland, meede het noodige in der tijd fourneeren uit uit den secreeten brief van den 1: Iunij 1782: Nogtans zijn wij meede van begrip, dat Peras restabileering noodzaakelijk is, zoo om te beletten dat de boe„ „guneeschen in dat Rijk niet komen te nestelen, te meer daar de tin leverancie sedert eenige tijd geaccresseerd is, als om de betrekking, welke de Compagnie zoo lang op Peras Rijk en desselfs koning heeft gehad, nevens het behoud ende verwagting van den presenten vorst daar omtrent gelijk uwE: daar toe intusschen ook reeds gequali„ „ficeerd zijn indien uwE: in de presente gesteldheid zig in staat bevinden gepaste maatregulen daar toe te neemen en uit te voeren, en zulks met gerustheid kan geschieden, wijl wij voor als nog van hier het daar toe verEischt wordende niet kunnen fourneeren; anders moeten uE: de her„ „stelling voor eerst surcheeren dog den koning de absolute toezegging geven, dat die in der tijd en zoo spoedig doenlijk zal geschieden en den„ zelven verder animeeren tot een bestendige getrouwheid mitsg:s in alle gevallen met zijn Hoogheid overleggen door welke middelen het oogmerk best kan berijkt worden. De redenen voor de herstelling van dat fort„ welke tans in aanmerking genomen wierden wa „ren deeze: Dat de koning, geen het minste deil in de trouwloosheid van den geweesen Commandant Bar„ „tholomeus meijer, en zelfs geene voorkinnis van zijn verraaderlijk op zet gehad hebbende gevol„ „gebijk uit hoofde van de vruendschap sedert lang 84: lang met de Compagnie onderhouden en het ver„ „bond, tusschen beiden subsisteerende, met regt ver„ „deren kon, gelijk, hij ook gedaan heeft, dat het fort weder opgeregt, en hij dus beveiligd wierdt tegen zijne vijanden; Dat dit fort, met al het noodige tot de feusie voorzien en onder een wakkeren Commandant gesteld zijnde, wegens dies goede situatie genoegzaam in staat zoude weesen om wel twee zulke vaartui„ „gen als het kaaperscheepje geweest is, met welks Capitein de gemelde Commandant Meijer op de al„ „ler schandelijkste wijze gecapituleerd heeft zoo„ „danig te kunnen resistteeren dat zij genood„ „zaakt wierden om zig zelfs over te geven volgens het 10:te articul van het op den 20: december 1773. met hem geslooten Contract Comp: Bezetting maar Eenigzints bystondt: Dat het niet apparent was de Engelschen daar met meerder kleine vaartuigen (kunnende groote scheepen ommogelijk over het rif dat aan den mond van de revier legt geraaken komen zouden Dat men van den koning, die wel der Compag„ „nie toegedaan dog niet moedig genoeg is om zig tegen zijne voor het grootste deel met de boeginee„ „schen eensgezinde rijksgrooten te doen gelden, niet verwagten kon, dat hij hun zoude willen of kun„ „nen verpligten om het tin voor den bij het voorsz: Contract bepaalden prijs van 32: sp:s reaalen voor de baar aan de Compagnie te leveren, zoo lang er geene bezetting lag die de peracers in ontzag voor de Compagnie kon houden dewijl zij van de boeginee„ „schen gelijk uit het Dag register van den derwaarts gezondenen

NL-HaNA_1.04.02_8261_0096 view scan ↗

English

the sent Assistant Bodenstein, as recorded in the general resolution of the 28th of February last, received 36 and 37 Spanish reals per bahar. That a long delay in repairing the fort would not only give the Bugis an opportunity to completely deprive the Company of the tin trade in that kingdom, but would also turn it into a hiding place for pirates and murderers, who by their sea expeditions would make the straits as unsafe as they had ever been; On the other hand, it was also considered that although sixteen iron cannons of 4 and 2 pounds had been received from Batavia for Perak, there were no gun carriages for them, nor any military reinforcements. That although some of the carriages present here could be employed for the said artillery, and some cannons of 3 and 2 pounds could be added, the required men could nevertheless not be spared without excessively weakening the garrison of this government. That the fort at Perak ought in these times to have at least thirty-six soldiers, not counting non-commissioned officers, and among them at least twenty Europeans besides some artillerymen; but that now, since attacks could be expected not only from the English but also from the Bugis of Riau and Selangor, and given the large number of native troops under arms, it would conflict with the rules of prudence to send so many men away. Besides, even if this did not stand in the way, one might still reasonably doubt whether the king would come to the aid of the Company's garrison if it were attacked again by enemies, since his declaration that he could not cede the tin to the Company for less than 34 Spanish reals, his expressed unwillingness to make any further small advances of cash to the soldiers stationed there, even though these had always been promptly repaid, and what was further cited in the aforementioned resolution of the 28th of February, clearly showed that his friendship toward the Company was waning, and that out of greed he allowed himself to be misled by the Bugis, without considering what his fate and that of his subjects would be if they became total masters of the situation there. That one might therefore well fear that if, after the reconstruction of the fort, a proposal were made to the king and the grandees of the kingdom by the Bugis to help overrun it, with the promise that they would share in the loot, they might easily be persuaded to agree to this, both on that account and through the hope of always being able to sell their tin to those people at higher prices than to the Company, thus exposing the Company's garrison to extreme danger. Besides these reasons for and against the restoration of the Perak fort at the present time, it was inferred: That if it should please the Noble High Government of the Indies to authorize and enable this administration to attack the people of Riau, in which case the people of Selangor could not be spared either, since when Raja Haji arrived at Muar they had forty armed vessels ready to facilitate his enterprise against this place, the Bugis would then be in far too dire a situation to cause any further harm to the Company in its tin trade, and the Perakians consequently, being obliged to deal with the Company alone, would be glad to receive 32 Spanish reals for the bahar again, whereas now on the contrary it was very uncertain whether they could be persuaded by any arguments to perform their contract, since the king had only with great difficulty and threats been brought to accept that price and had repeatedly sought to obtain an increase from the Company to 34 Spanish reals, which had previously been paid for it. That in the meantime no safer course could be chosen than to have the tin fetched from Perak each time with vessels, even if one had to pay 34 Spanish reals for the bahar, since one could still sell it with a sufficient profit, provided this were arranged on a footing that gave the Company some security that it would be preferred over the Bugis; That, if this should succeed, one could continue with that shipping and trade until one was in a better position and less anxious about having the fort restored, meanwhile preparing what is required for it. All of which having been maturely considered, and having regard to the above-inserted letter from the said Noble High Government of the Indies, dated the honored missive of the 1st of June 1782, it is, in the hope of their High Approval, unanimously resolved and agreed to suspend the restoration of the Perak fort until it can be undertaken with sufficient tranquility, without prejudice to the preparation of what is necessary for it; and meanwhile, as there are now no enemy privateers to be feared in these straits, to have the tin collected from there with the Company's vessels, either at the price stipulated in the contract or for thirty-three or thirty-four Spanish reals per bahar, as can be agreed with the king; and also to employ Captain Commandant of the militia Johan Andreas Hensel, who was stationed there for some years as commander of the Dutch garrison and has acquired a thorough knowledge both of the state of affairs in that kingdom and of the character of the Perakians, with

Dutch transcription

gezondenen Adsibtent Bodenstein bij de gemeene Re„ „solutie van den 28 feb: laatstlieden is aangetekend, 36: en 37: sp:s reaalen voor de baar kreegen Dat eene lange opschorting van het fort te herstellen niet alleen aan de Boegineeschen gelegen„ „heid zoude geeven om de Compagnie van den tin handel in dat rijk geheel te versteeken maar ook het zel„ „ve eene schuilplaats doen worden van reviers en moor„ „denaars, die door hunne uit rustingen ter zee de straat zoo onveijlig zouden maaken, als zij nog ooit ge„ „weest was; Maar daar en tegen is ook geconsidereerd, dat men van Batavia wel 16:– p:s ijzeren Canons van 4: en 2: lb: voor Pera ontvangen hadt dog geene ram„ „paarden voor dezelven en ook geen ontzet van militai„ Dat schoon men eenigen van de hier zijnde aan„ „paarden voor het gem: geschut zoude kunnen Emploijeeren en er nog eenige Canons van 3 en 2 lb: bij voegen de benoodigde manschap nogtans niet kon gemist worden zonder het guarnisoen dee„ „zes gouvernements te veel te verzakken. Dat het fort te Pera in deezen tijd wel zes en Dertig Militairen de onder officieren ongerekend dien„ „de te hebben en daar onder ten minsten twintig Eu„ „ropers behalven Eenige Arthilleristen dog dat het nu men niet alleen van de zeide der Engelschen maar ook door de Boegineeschen van Rieuw en slan„ „ganoor kon worden aangevallen in een groot getal van inlandsche troupes in de wapens hadt, met de regels„ van „ren. 86. hand te zudden; Dat; zoo dit al met eens obsteerde men tog met reden tevijffelen mogt of de koning wil Comp: Bezit„ „tung wanneer die weeder vijandelijk wierdt aan gerand te hulp zoude komen dewijl zijne verklaaring van het tin voor niet minder dan 34: sp:s realen aan de Com„ „pagnie te kunnen afstaan zijne betuigde ongeneigheid om een gering verjahot van Contanten aan de daar zijnde Militairen verder te doen niet tegenstaande het zelve altoos prompt gerestitueerd was, en het gene verder bij de voorsz: Resol: van den 28: feb: is aangehaald ten duidelijken bewijzen strkten, dat hij in zijne vriendschap omtrent de Compagnie verflauwde en uit winzigt zig door de Boegie„ „neeschen verlieden liet zonder na te denken wat het Lot van hem en zijne onderdaanen zoude zijn als zij daar het spel geheel meester wierden Dat men derhalven wel vreezen mogt, dat een koning en Rijksgrooten bij aldien hun na de op„ „regting weder van het fort, een voorslag door te Boegineeschen wierdt gedaan om het zelve te helpen afloopen onder toezegging van hun in den buit te zullen laaten deelen daar door en door den hoop van hun tm aan dat volk tot hooger paij„ „zen dan aan de Comp: altoos te zullen kunnen verkoopen ligtelijk zouden worden overgehaald, om daar in te bewilligen en Comp:s bezetting dus aan het uiterste gevaar zoude weezen bloost gesteld; van voorzigtigheid sthrijden zoude zoo veel volks van de Behalven Behalven deeze redenen voor en tegen de herstelling van het Peraphe Fort in den presenten tijd is opge„ „maakt; Dat zoo het der Edele Hooge Indiaphe regee„ „ring behaagen mogte dit Ministerie te qualificee„ „ren en in staat te stellen, om de Riouwers op het lijf te vallen wanneer de slangenorschen ook niet zouden kunnen worden verschoond, dewijl zij toen Radja Hadjie op Moar was gekomen veer„ „tig g'armeerde vaartuigen gereed gehad hebben, om zijnen toeleg tegen deeze plaats te faciliteeren. de Boegineeschen het dan veels te kwaad zoude krijgen om de Compagnie in haaren tin handel ver„ „ser eenige afbreuk te doen, en de Pera eus gevol„ „gelijk bij de Compagnie alleen te maakt moetende komen, blijde zouden zijn 32: sp: reaalen voor de baar weder te kunnen erlangen, daar het nu in tegendeel zeer onzeker was of men door Eenigerlei vertoogen hun tot de prestatie van het contract zoude kun„ „nen beweegen nadien de koning niet dan niet moei„ „ste en bedreigingen tot de acceptatie van dien prijs ge„ „disponeerd seedert bij herhaaling gebragt hadt dies verhooging tot 34: sp: reaalen, welke er bevoo„ „rens voor betaald zijn van de Compagnie te verkrij„ „.gen. Dat men ondertusschen geene veiliger partij kie„ „zen kon, dan het tin telkens met vaartuigen van Pera te laaten afhaalen, al zoude men voor de baar 34: sp: reaelen moeten betaalen dewijl men het dan nog 88. nog met een toereikend avans verkoopen kon, mits dat zulks ingerigt wierdt op een voet, die aan de Comp: Eenige zekerheid gaf dat zij voor de Boegineeschen geprefereerd zoude worden; Dat, zoo dit van succes mogte zijn men met die vaart en handel zoude kunnen continu„ „eeren tot dat men beter in staat en minder ongerust was om het Foet te doen restaureeren laatende bij provisie in gereedheijd brengen tegen daar toe vereischt werdt Al het welke rijpelijk overwogen en gelet zijnde op het hier vooren geinsereerd aan schrijven der wel„ „gemelde Edele Hooge Indiasche regeering bij geagte mis„ „sive van den 1: Junij 1782. is op verhoopte approbatie van Hoog dezelve een paarig goedgevonden en verstaan met de restauratie van het Perasche fort te super„ „ceedeeren tot dat dezelve met genoegzaame gerust„ „heid kan worden ondernomen onverminderd de vervaar„ „diging van het geene daar toe nodig is en intusschen dewijl men nu voor geene vijandelijke kaapers in dieze straat te dugten heeft, het tin met Comp:s vaartuigen van daar te laaten afhaalen, 't zij tot den prijs, bij het contract bepaald dan wel voor drie of vier en dertig spaansche reaalen de baar, zoo als dat met den koning zal kunnen worden verdragen mitsgaders den Capitein Commandant van de militie Iohan Andreas Hensel die er eenige Jaaren als Common„ „dant van de Nederlandsche bezetting gelegen en eene gron„ „dige kennis verkregen heeft, zoo van de gesteldheid der zaaken in dat rijk als van de geaartheid der Pera eers, bij

NL-HaNA_1.04.02_8261_0100 view scan ↗

English

with whom he has also always been very well-liked and held in high esteem, to send him thither as Company envoy in order to try whether he could not persuade the king and his grandees of the realm to cede the tin to the Company at the price stipulated in the aforementioned contract of thirty-two Spanish reals per bahar, but at the same time to grant him authorization, should he find that his efforts are fruitless, to negotiate thirty-three or thirty-four Spanish reals per bahar, on condition that everything that is collected shall be delivered to no one other than the Company, and to that end, in consultation with the king, to make such arrangements as he shall deem consistent with the interest of the Company, while nevertheless pointing out to His Highness and his grandees of the realm that the king's refusal to fulfill the contract is the reason that the fort is not being repaired as one would otherwise have done, and that if the Noble High Indian Government should not see fit to accept the aforementioned price increase for the tin, the Company will be released from all its obligations to the Perak Realm, and thus the measures framed by him, Hensel, will have no further effect than until the receipt of the disposition of the High Authorities, since a proposal of that nature, made in a serious manner, might sometimes have a good effect in making the Perak people desist from trading with the Buginese, whom many of them do not trust anyway. On this occasion it was furthermore resolved to let the military ensign Johan George Wilner, who has been in Perak for some time, is skilled in the Malay language, and is an officer to whom the fort that is to be erected can be entrusted without concern, depart for Perak alongside the aforementioned Captain Hensel, in order to consult together and determine, as well as to report in writing upon their return, how that fort can be constructed at the lowest cost and made sufficiently redoubtable against both European and native enemies. Malacca in the Castle, date as above. Signed: P: G: De Bruijn, I: A: Hensel, A:o Couperus, F: Thierens, R B: Hoijnck van Papendrecht, N: I: Wiederhold, and C:s G: Baumgarten, P:r Sep:s. Below stood: Agrees. Was signed: C: G: Baumgarten, p:r tec:. Agrees, P. VanHaak E:re Copy Secret Enclosures from the 9th of October 1782 until the 31st of May 1783. 10 Register of Enclosures dated 2 December 1782, belonging to the separate letter and the Daily Register of Castle Rotterdam, dispatched the 31st of May Anno 1783. Letter from the Governor to the Maros Resident Van de Walle, dated 31 October 1782, page [illegible] Letter from the Governor to the Ambon Governor Van Pleuren, date as just mentioned Letter to the Banda Governor Seidelman, date as above Letter to the Senior Merchant and Authority at Ternate Cornabe, date as above Letter from the Bulukumba Resident Monsieur to the Governor, dated 27th October 1782 The reply of the Governor to the above-mentioned Bulukumba Resident Monsieur, dated 5 November Letter from the Bima Resident Meurs to the Governor, dated 31st October 1782 Copy of a letter from the same as above to His High Nobility the Governor-General and the Council of India at Batavia, without date Translation of a Malay letter written by the king and grandees of the realm of Bima to the Governor and Council, dated 26th October 1782 The reply of the Governor to the above-mentioned king and grandees of the realm of Bima, dated 9th November of the current year Report in the form of a Daily Register by the Chief Interpreter Gerrit Brugman regarding his commission to the Court of Boni, dated 11 November 1782 Letter from the Bulukumba Resident Monsieur to the Governor, dated 11th November Letter from the Governor to the King and grandees of the realm of Buton, dated [illegible] Instructions for Sergeant Pieter Bousamie, departing on a commission to Buton for the eradication of the clove and nutmeg trees, dated 12 November Extract from the kept notes of the Assistant Interpreter Jacobus de Graaff, dated 16th November 1782 Translation of a Malay letter written by Gusti Made Murah Karang Asem at Selaparang to the Governor, without date, page 18 The reply of the Governor to the above-mentioned Gusti Made Murah Karang Asem at Selaparang, 12 November 1782, page 21 ditto please turn over

Dutch transcription

bij dewelken hij ook altoos zeer bemind en in groot Credit geweest is als Comp: afgezant derw:s te zenden ten einde te beproeven of hij den koning en zijne Rijksgrooten niet zoude kunnen beweegen om het tin tot den bij het meer„ „gemelde Contract bepaalden paijs van twee en dertig sp:s reaalen voor de haar aan de Compagnie af testaan dog hem teffens qualificatie te verleenen om bij bevinding dat zijne poogingen vrugteloos zijn drie of vier en dertig sp:s reaalen voor de baar te bespree„ „ken onder conditie dat al het gene ingezameld word aan niemand anders als aan de Compagnie zal wor„ „den geleverd, en daar toe te gelijk met overlag van een koning zoodanige schikkingen te maaken, als hij vermeenen zal met het interest van de Comp: over een te komen onder voorhouding nogtans aan zijne Hoogheiden zijne Rijksgrooten, dat de weige„ „ring van den koning om aan het contract te vol„ „ doen, oorzaakt is dat men het port met laat her„ „stellen gelijk man het anders gedaan zoude hebben en dat bij aldien de Edele Hooge Indische Regeering niet mogte goedvinden met de gemelde prijs-verhoo„ „ging van het tin genoegen te neemen de Compagnie van alle haare verbintenissen aan het Pirasch Rijk ontslagen en dus ook de door hem Heusel bezaamde maatrigulen van geen langer gevolg zullen weezen als tot den ontvangst van Hoog der zilver dis„ „positie dewijl een voorstel van dien aart op eene ernstige wijze gedaan somtijds van goed effect zoude 90. zoude kunnen zijn om de Peraiers van den handel met de Boegineeschen die veelen hunner tog niet ver„ „trouwen te doen afzien Bij deeze gelegenheid is nog besloten den vaandaig Militair Iohan George wilner, die eenigen tijd op pera geweest der maleitsche taale kundig en een officier is aan welken het fort dat men zal laaten opregten onbekommerd kan worden toevertrouwd nevens den gemelden Capitein Hen„ „sel naar Pera te laaten vertrekken, om met elkanderen te overleggen en vast te stellen mitsgaders bij te„ „rug komste schriftelijk te berigten hoedanig dat fort met de minste kosten aangelegd en redoutabel genoeg gemaakt kan worden zoo wel voor Europeesche als voor inlandsche vijanden; Malacca in het Casteel dato voorsz: /getekend:/ P: G: De Bruijn, I: A: Hensel, A:o Couperus F: Thierens, R B: Hoijnck van Papendrecht, N: I: Wiederhold en C:s G: Baumgarten, P:r Sep:s /:onderstond:/ Accordeert /:was getee„ „kend:/ C: G: Baumgarten p:r tec:; Accordeert P. VanHaak E„re Copia Sekreet Bijlaagen zeedert den 9=e October 1782. tot den 31=e Mai 1783. 10 Register der Bijlaagen de dato 2 december 1782 - Brief van den Heer Gouverneur aan den Maros Resident van de walle de dato 31october 1782 pag Brief „ „ Heer Gouverneur „ „ Heer Ambons Gouverneur van Pleuren de dato als Even— Brief „ en aan den Heer Bandas Gouverneur Seidelman de dato als boven - - - - _o Brief „ „ „ „ opperkoopman en gezaghebber te Ternaten Cornabe de dato als boven — Brief „ den Boelecombas Resident Monsieur aan den Heer Gouverneur de dato 27=e october 1782. . . . - - - - - _o Het antwoord van den Heer Gouverneur aan boven gem: Boelecombas Resident Monsieur de dato Brief van den Bimas Resident Meurs aan den Heer Gouverneur de dato 31„e october 1782 _o Copia Brieff van als boven aan zijn Hoog Edelheijds den Heere Gouverneur Generaal en de Raden van India te Batavia zonder Translaat Maleijdsch Brieff geschreeven door den koning en Rixgrooten van Bima aan den Heer Gouverneur en Raad de dato 26„e october Het antwoord van den Heer Gouverneur aan boven gem: koning en Rixgrooten van Bima de dato 9„e November Ao C„o — Rapport bij forma van Dag=Register van den oppertook Gerrit Brugman weegens desselfs commissie na 't Hoff van Bonij de dato 11 November 1782. - - Brief van den Boelecombas Resident Monsieur aan den Heer Gouverneur de dato 11=e Brief „ „ Heer Gouverneur aan den Koning en Rixgrooten van Bouthong de dato Instructie voor den Sergeant Pieter Bousamie vertrekkende in Commissie na Bouthong ter uijtroeijing van de Nagul en Noote Boomen de dato 12 November Extract uijt de gehoudene Aanteekening van den ondertolk Iacobus de Graaff de dato 16„e November 1782. - - - - - Translaat Maleijdsch Brief. geschreeven door den Gustij Made Moera Carrang Assang te Salemparrang aan den Heer Gouverneur zonder datum - - - „ — 18. Het antwoord van den Heer Gouverneur aan boven genoemde Gustij Made Moera zarrang Assang te salemparrang 12 November 1782 . - - - - - - 5 November. . November. - - datum - - - - - - - - - gehoorende tot de aparte Brieff en het Dag= Register des kasteels Rotterdam afge„ „sonden den 31„e Maij Anno 1783 _ 21 do verte 1782. - - - - - - - - - - _o _o _ - — _o — _o _o _o

NL-HaNA_1.04.02_8261_0110 view scan ↗

English

Letter from the Maros Resident van de walle to the Governor dated 30th November 1782 Letter from the Governor to the Maros Resident van de walle dated 6 December 1782 Declaration of the female person Maona dated 2nd December 1782 Letter from the Maros Resident van de walle to the Governor dated 7 December 1782 The reply from the Governor to the Maros Resident van de walle dated 8th December 1782 Instructions for the junior merchants Budach and van Diemar departing on a commission to Maros to investigate the complaints submitted by the Resident van de walle dated 9 December 1782 Letter from the Maros Resident van de walle to the Governor dated 8th December 1782 Letter from the Saleijer Resident Ludovicus Theodorus de Swart to the Governor dated 5th December 1782 The reply from the Governor to the above-mentioned Saleijer Resident de Swart dated 11th December 1782 Letter from the Maros Resident van de walle to the Governor dated 14 December 1782 Report of the junior merchants Budach and van Diemar concerning actions taken in their commission to Maros to investigate the complaints of the Resident van de walle dated 14 December 1782 Instructions for Messrs. Budach and van Diemar to present, assisted by the second interpreter D. Deethout, to the King and Grandees of the Realm of Boni the outrages committed by two Boniers, Samahiela and Lanoezoe, against the Resident van de walle, dated 11th December 1782 Declaration of the Somba Maros and associates present at Maros, taken by the junior merchants Budach and van Diemar concerning the complaints of the above-mentioned Resident van de walle, dated 17th December 1782 Letter from the Governor to the Resident van de walle dated 16th December 1782 Report of the sergeant at Maros, Carel Lecer and associates, to the Maros Resident van de walle regarding his investigation conducted into the complaints of Crain Ballottje dated 20th November 1782 Report of the commissioners Budach and van Diemar, who, accompanied by the assistant interpreter D. Deethout, were to complain to the King and Grandees of Boni and in the name of the Honourable Company protest the outrages committed by the said two Boniers, Samahiela and Lanoezoe, against the aforementioned Maros Resident van de walle, dated 19 December 1782 Letter from the Maros Resident van de walle to the Governor here dated 24th December 1782 Translation of a Buginese letter written by the old Datu of Soppeng to the Governor here dated 5 December 1782 The reply from the Governor to the just-mentioned Datu of Soppeng dated 8th January 1783 Letter from the Governor to the Maros Resident van de walle dated 14th January 1783 Letter from the Resident van de walle to the Governor here dated 14 January 1783 Letter from the Governor to the just-mentioned Resident van de walle dated 16th January 1783 Report of the second interpreter Diederik Deethout concerning his actions taken in his commission to Mandalle dated 18th February 1783 Letter from the Governor to Sergeant Bosamie, who is on a commission to Buton for the extirpation of clove and nutmeg trees, dated 22nd February 1783 Letters from and to the Resident at Bulukumba, Simon Monsieur, dated 7 March 1783 Letter from the Bima Resident C. Meurs to the Governor dated 20th February 1783 Letter from the Governor and Council here to His High Nobility the Governor-General and the Council of the Indies at Batavia dated 10th March 1783 Letters from and to the Senior Merchant R. F. van der Niepoort and Council at Surabaya dated 10th March 1783 Letter from the Governor to the Governor of Semarang, J. Siberg, dated 10 March 1783

Dutch transcription

Brief van den Maros Resident van de walle aan den Heer Gouverneur de dato 30=e November Bauef „ „ Heer Gouverneur aan den Maros Resident van de walle de dato 6 december verklaaring van den vrouws Perzoon Maona de dato 2„e december 1782 - - - - Brieff van den Maros Resident van de walle aan den Heer Gouverneur de dato 1782 - - - - - 7 december - _o 26 Het antwoord van den Heer Gouverneur aan den Tharos Resident van de walle de dato 8„e december 1782 - - - - - _o Instructie voor de onderkooplieden Budach en van Diemar vertreckende in commissie naar Maros ter onderzoe„ „king van de opgegevene klagten van den Resident van de walle de dato 9 decem„ „ber 1782 - - - - - - - Brieff van den Maros Resident van de walle aan den Heer Gouverneur de dato 8=e Brief van den Saleijers Resident Sudovicus Theoborus de Swart aan den Heer Gouverneur de dato 5„e december 1782 — Het antwoord van den Heer Gouverneur aan boven gem: Saleijers Resident de Swart de dato 11„e december 1782 - - - - Brieff van den Maros Resident van de walle aan den Heer Gouverneur de dato 14 december - van de walle weegens zujn gedaane onderzoek op de klagtens van Crain Ballottje de dato 20=ste November 1782. Rapport van de onderkooplieden Budach en van diemar weegens gedaane verrig„ „tingen in hunne kommissie na Maros ter onderzoeking van de klagtens van den Resident van de walle de dato 14 december december 1782 - - - - - - „ Instructie voor de Heeren Budach en van Diemar om g'adsisteerd van den tweede Tolk D„k Deefhout den Koning en Rijxgrooten van Bonij voortehouden de onderkooplieden Budach en van Diemar weegens de klagtens van boven gem: Resident van de walle de dato 11„e december 1782 - - - - _o verklaaring van de te Maros zijnde sommo Maros C: s: opgenoomen door Brieff van den Heer Gouverneur aan den Resident van de walle de dato 16=e december - - - - - - Berigt van den sergeant te Maros Carel Lecer„ C: S: aan den Maros Resident de 1 1782 - - - - - - - —. _o —o 24 _o -. - pag 22. Berigt van de gecommitteerdens Budach en van Diemar om verzeld van den de gepleegde brutaliteijten door twee Boniers Samahiela en Lanoezoe aan den Resident van de walle de dato meeden tolk D„s Deethout de Anui a bepsarcots van Bonij te doleeren en uyt naam van de Ed Comp„s de gepleegde brutaliteijten van gem: twee Boniers Samahiela en Lanoezoe aan den voorm Maros Resident van de walle de dato 19 December 1782 - - - - Brieff van den Maros Resident van de walle aan den Heer Gouverneur alhier de dato 24„e december 1782 - - - - Translaat Boegineese Brieff geschreeven door den ousen Datouang van Soping aan den Heer Gouverneur alhier de dato 5 december 1782. . . . - Het antwoord van den Heer Gouverneur aan Even gem: Datou van Soping de dato 8„e Ja„ „nuarij 1783. —. -— „ den Maros Resident van de walle de dato 14„e Januarij 1783 - - - - - - _o Resident van de walle aan den Heer Gouverneur alhier de dato 14 Januarij 1783 - - - - - - - „ _ Brieff „ „ Heer Gouverneur aan even gem: Resident van de walle de dato 16=e Berigt van den Tweede Tolk Diederik Deefhout weegens zijn gedaane verrigting in zijne Commissie na Mandalle de dato 18„e Brieff van den Heer Gouverneur aan den in Commissie na Boetong /:ter uijtroeijing van de Nagul en Noote Boomen :/zijnde serge„ „ant Bosamie ged=t 22„e februarij 1783. . Brieff van en aan den Resident te Boelecomba Simon Monsieur de dat 7 Maart Brieff van den Bimas Resibent C: Meurs aan den Heer Gouverneur de dato 20=e „Brieff van den Heer Gouverneur en Raad alhier aan zijn Hoog Edelheid den Heere Gouver„ „neur Generaal en de Raaden van India te Batavia de dato 10„e Maart 1783 Brieff van en aan den opperkoopman R: F: van der Niepoort en Raad te Sourabaija de dato 10„e Maart 1783 Brieff van den Heer Gouverneur aan den Heer Gouverneur van Samarang I„s Siberg de dato 10. Maart 1783 - - - _o 17„e december 1782. . - - - - - - Januarij 1783. - - - - - - - februarij 1783 - - - - - - februarij 1783. . . . . . — _o 1783. - - . . . _o _o Brief verte Brieff 40 - _o - pan

NL-HaNA_1.04.02_8261_0112 view scan ↗

English

The reply from and to the Bima Resident C. Meurs dated 10 March 1783. Letter from the Bima Resident C. Meurs to the Governor dated [illegible] Copy of a letter from the aforesaid Bima Resident C. Meurs to the merchant and head of Este and bookkeeper Wanjon in Timor dated 22 February 1783. Letter from the Governor and Council here to the Governor-General and the Council of the Indies in Batavia, ultimate of February 1783. dated 19 March 1783 Letter from and to the Ambon Governor van Pleuren and Council dated 19 March 1783 Letter from and to the Commander A. Cornabe and Council in Ternate dated 19 March 1783 Letter from and to the Boelecomba Resident Simon Monsieur dated 19 March 1783, folio 75. Letter from the Governor here to the Commander in Surabaya van der Niepoort dated 20 March 1783 Letter from and to the Governor in Semarang I. Siberg dated 20 March 1783 Letter from and to the Bima Resident Meurs dated 27 March 1783, folio 76 Letter from and to the Saleyer Resident de Swart dated 27 March 1783, folio 77 Letter from the Boelecomba Resident S. Monsieur to the Governor dated 10 March 1783, folio 78. Translation of a Malay letter from the Sultan of Banjarmasin, Suleiman Said Dulla, written to the King of Boni dated 12 March 1783 Account given by the Company's subject Kade dated 15 April 1783 Letter from the Boelecomba Resident Monsieur to the Governor here dated 2 May, folio 81. Resolution taken in the Council of Policy on Sunday 4 May 1783, folio 82. Declaration of the Malay Daeng Pajonie dated 5 May 1783, folio 83. Letter from the Governor to the Boelecomba Resident S. Monsieur dated 5 May 1783, folio 85. Letter from and to the Saleyer Resident L. I. de Swart dated 6 May 1782 [illegible] folio 86 Letter from and to the Bima Resident C. Meurs dated 12 May 1783, folio 87. Letter from the Governor to the Resident in Bima, C. Meurs, dated 15 May 1783, folio 88. Extract of a letter written by the Sergeant and Postholder in Bonthain, Johan George Smidt, to the Boelecomba Resident S. Monsieur. Letter from the Boelecomba Resident I. Monsieur to the Governor dated 17 May 1783, folio 89. Report of the former Saleyer Resident Alexander Rhijts regarding his commission conducted to the north, under date 27 May 1783, folio 90. Account given by the Prince of Banggai of 8 March 1785, folio 92. Accountability of the former pro-interim Resident of Bima, Juhaep, regarding a certain vessel that arrived at Bima, folio 96. Extract from an edict published here concerning the buying up of free people, etc., folio 99. Declaration given by various Madurese officers and non-commissioned officers dated 10 March 1783, folio 88. To the Junior Merchant Bartholomeus van de Walle, Resident on behalf of the Company there. Honorable, pious, discreet! This serves solely to escort the Second Interpreter Diederik Deefhout, who has been expressly sent by me to depart from there, together with the Boni envoy, for the mountain settlement of Patuku, in order to hand it over again to the Mountain Regent Karaeng Laya. Therefore, you must provide the aforementioned interpreter with the necessary horses, men, and a guide, so that he may carry out his commission as promptly as possible. In the meantime, after greetings, I remain your good friend, signed B. Reijke. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, 31 October 1782. Amboina To the Honorable, Respected Sir Bernardus van Pleuren, Governor and Director there. Honorable, Respected Sir, With the return of my express messenger, I had the honor on 29 August past to receive your Honorable, Respected Sir's friendly letters of the 20th preceding, together with the enclosed signals for your Honorable, Respected Sir's Government, and the considerations simultaneously supplied by the Banda Governor Seidelman, which agree precisely with the method I have observed in this regard from the beginning, and which will also be best to continue following in order to prevent confusion. Concerning any news of our British enemies or the arrival of their ships in these regions, I refer most humbly to the reports received here on 27 September and the 14th of this month, annexed hereto, which in my opinion speak of one and the same ships, which are likely to be China traders.

Dutch transcription

Het antwoord van en aan den Bimas Resident C„s Meurs de dato 10 Maart 1783. - - Brieff van den Bimas Resident C: Meurs aan den Heer Gouverneur de dato Copia Brieff van Evengem: Bimas Resident C: Meurs aan den koopman en opperhoofd van Este en Boekhouder Wanjon te Timor de dato 22„e februarij 1783. -_ Brief van den Heer Gouverneur en Raad alhier aan den Heere Gouverneur Gene„ „raal en de Raden van Jnsia te Batavia ult„o Februarij 1783. . . . . . . de dato 19„e Maart 1783 - - - - - - Brief van en aan den Ambons Gouverneur van Pleuren en Baad de dato 19 Maart 1783 Brief „ „ „ „ Heer Gezaghebber A: Cornabe en Raad te Ternaten de dato 19„e Brief „ „ „ „ Boelecombas Resident Simon Monsieur de dato 19 Maart Maart 1783 - - - - — — — —o Brief van den Heer Gouverneur alhier aan den Heer Gezaghebber te Sourobaija van der Niepoort de dato 20„e Maart 1783 Brief van en aan den Heer Gouverneur te Samarang I„ Siberg de dato 20 Maart 1783 - - - - Brief „ „ „ „ Bimas Resident Meurs de dato 27„e Maart 1783 - - - _o 76 Brief „ „ „ „ Saleijers Resident d' swart de dato 27 Maart 1783 – – – — 77 Brief van den Boelecombas Resident S: Monsieur aan den Heer Gouverneur „man saij Dulla geschreeven aan den Koning van Bonij de dato 12 Maart 1783 — Relaas gedaan door den sComp„s onderdaan Kade de dato 15 April 1783 - - - - Brieff van den Boelecombas Resident Monsieur aan den Heer Gouverneur alhier Translaat maleijtse Brief van den Julthan van Barjermassing soele„ Resolutie genoomen in Raade van Politie op Sondag den 4„e Maij 1783 – – — 83 verklaaring van den Maleijer Daijn Padjonie de dato 5„e Maij 1783: - - - - - - - _o 85 Brief van den Heer Gouverneur aan den Boelecombas Resident S: Monsieur de dato 5„e Maij 1783 - - - - - ^ en aan Brief van den Saleijers Resident L: I: de Swart de dato 6„e Maij 1782 . . - - Brief van en aan den Bimas Resident C: Meurs de dato 12 Maij 1783 - - - - - - Brief van den Heer Gouverneur aan den Resident te Brice C s Meurs. Iohan George Smidt aan den Boelecombas Resident S: Mon„ Extract Brieff geschreeven door den Zergeant en Posthouser te Bonthain sieut. . . . - - - de dato 10 Maart - - de dato. 15=e Maij. 1783. . . Brief. „ —„ 88. - 1783 - - - — — _o 75. - - - – –o 78. _o de dato 2 Maij - - - - - - — 81. — _o 82. _ _o —„ 86 _o 87. - ƒ 8 paij -— -- Brief van den Boelecombas: Resident: I„n Monsieur aan den Heer Gouverneur de dato 17„e Maij 1783. . fo„ 89. Berigt van den Oud Soeleijers Resident Alexander rhijts weegens zijn Commissie om de Noord gedaan, sub dato 27„e Maij 1783. . . . - 90. Relaas gedaan door den Vorst van Bangaij van den 8=e Maart 1785. „ 92. verantwoording van den geweezen prointerim Resident van Bima„ Juhaep weegens zeeker op Bima aange„ „komen vaarthuig. . . . . - „ 96. Extract uit een alhier gepubliceert plakaat weegens het opkoopen van vrije menschen etc - - - - - - „ 99. verklaaring gegeven door diverse Madureese officieren en onder offi„ „cieren de dato 10„e maart 1783. „ „ 88. aros Amboina Aan den onderkoopman Bartholomeus van de walle Resident sComp„s weegen aldaar Eerzame vrome Sifiscrete! Deezen dient Eenelijk ten geleede van den Tweeden Tolk Diederik Deef„ „hout, die door mij Expres werd afgezonden, om van daar beneevens den Bonijze zendeling na de Berg Negorij Patoekoe te vertrecken, ten einde dezelve weeder over te geeven aan den Berg Regent Craeng Laija, dierhalven moet UwE: gem: Tolk met de noodige Paarden, volk, en wegwijzer voorzien, op dat hij zijne Commissie ten spoedigsten kan. volvoeren. Ik den Jntusschen na groete /:onderstond:/ UWE: goede vriend /was geteekend/ B: Reijke /:in margine:/ Makasser in het kasteel Rotterdam den 31„e october 1782. Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Bernardus van Pleuren Gouverneur en Directeur aldaar wel Edele Agtbaare Heer. Met de terug komst van mijne Expres afgezondene, heb jk den 29„' Augustus passato, de Eere gehad te ontfangen uwer wel Edele Agtbaare vriendelijke letteren van den 20„e bevoorens neevens de daar bij gevoegde seinen voor uw „wel Edele Agtbaare Gouvernement en de teffens gesuppediteerde Consideratien van den Heer Bandees Gouverneur Seidelman, die juijst met mijne van het begin af aan, hier omtrend g'observeerde Methode over een komt, en ook ter voorkoming van verwarring het best zal weesen te blijven op volgen. Aangaande eenige tijding van onze Britsche vijanden of de komst hun„ „net scheepen in deeze gewesten, refereere ik mijn needrigst aan de deezen bijge„ „voegde hier op den 27„e September, en 14„e deezer ingekomene Berigten, die mijnes bedunkens van een in dezelfde scheepen spreeken, die denkelijk Chinas vaarder zullen

NL-HaNA_1.04.02_8261_0117 view scan ↗

English

Maros To the Junior Merchant Bartholomeus van de walle Resident on behalf of the Company there Honorable, pious, discreet sir, This serves solely as an escort for the Second Interpreter Diederik Deefhout, who has been dispatched by me express to depart from there, alongside the Bone emissary, for the mountain settlement of Patoekoe, in order to hand it over again to the Mountain Regent Craeng Saija. Therefore, you must provide the aforementioned interpreter with the necessary horses, men, and a guide, so that he may carry out his commission as swiftly as possible. Meanwhile, after greetings, I remain your good friend, signed B: Reijke, in the margin: Makasser in Castle Rotterdam, the 31st of October 1782. Amboina To the Honorable, Respected Sir Bernardus van Pleuren Governor and Director there Honorable, Respected Sir, With the return of my express messengers, on the 29th of August past I had the honor of receiving Your Honor's kind letter of the 20th preceding, together with the enclosed signals for Your Honor's Government, as well as the supplied considerations of the Governor of Banda, Mr. Seidelman, which fully agree with the method observed by me here in this regard from the very beginning, and which, in order to prevent confusion, will also be best to continue following. Regarding any news of our British enemies or the arrival of their ships in these regions, I refer most humbly to the reports received here on the 27th of September and the 14th of this month, attached hereto, which in my opinion speak of one and the same ships, which were likely China traders that called at the said places for lack of provisions, and out of fear of rejection claimed to be stronger than they actually were. I declare to be with all respect, Honorable, Respected Sir, Your Honor's dutiful friend, signed B: Reijke, in the margin: Makasser in Castle Rotterdam, the 31st of October 1782. Banda To the Honorable, Respected Sir Iohan Eibrecht Seidelman Governor and Director there Honorable, Respected Sir, With the return on the 29th of August past of my express messenger, I duly received the considerations forwarded to me by Your Honor regarding the ciphered mode of writing in case of need, and as it conforms to the method observed by me here in this regard from the beginning of this war, I shall act accordingly all the more to prevent confusion. Regarding any news of our British enemies or the arrival of their ships in these regions, I refer most humbly to the reports received here on the 27th of September and the 14th of this month, attached hereto, which in my opinion speak of one and the same ships, which were likely China traders that called at the said places for lack of provisions, and out of fear of rejection claimed to be stronger than they actually were. I declare to be with all respect, Honorable, Respected Sir, Your Honor's dutiful friend, signed B: Reijke, in the margin: Makasser in Castle Rotterdam, the 31st of October in the year 1782. Makasser Ternaten To the Honorable, Respected Sir Alexander Cornabe, Senior Merchant and Commander there Honorable, Respected Sir, Having been honored on the 29th of August past via Amboina with Your Honor's kind letter of the 15th of April preceding, this serves both to acknowledge receipt thereof and to present the enclosed reports received here on the 27th of September and the 14th of this month concerning the arrival of some English ships near the settlement of Saboeadja in the vicinity of Salemparrang and at Bouton, although it appears to me that both accounts speak of one and the same ships, which were likely China traders that called at the said places for lack of provisions, and out of fear of rejection claimed to be stronger than they actually were. I declare to be with all respect, Honorable, Respected Sir, Your Honor's dutiful friend, signed B.s Reijke, in the margin: Makasser in Castle Rotterdam, the 31st of October in the year 1782. To the Honorable, Respected Sir Barend Reijke Governor and Director of this coast of Celebes etc. etc. Honorable, Respected Sir, It was this morning that I received a letter from the Bonthain Postholder, I: P: Smith. Due to the shortness of time, I find myself obliged to forward it herewith to Your Honor. As soon as I received that letter, Honorable, Respected Sir, I wrote to the aforementioned Postholder that he should, as soon as possible, in a friendly yet serious manner, in my name, Craeng

Dutch transcription

Maros Aan den onderkoopman Bartholomeus van de walle Resident sComp„s weegen aldaar Eerzame vrome Stfiscrete! Deezen dient Eenelijk ten geleede van den Tweeden Tolk Diederik Deef„ „hout, die door mij Expres werd afgezonden, om van daar beneevens den Bonijze zendeling na de Berg Negorij Patoekoe te vertrecken, ten einde dezelve weeder over te geeven aan den Berg Regent Craeng Saija, dierhalven moet UwE: gem: Tolk met de noodige Paarden, volk, en wegwijzer voorzien, op dat hij zijne Commissie ten spoedigsten kan, volvoeren. Ik den Jntusschen na groete /:onderstond:/ UWE: goede vriend /was geteekend/ B: Reijke /:in margine:/ Makasser in het Casteel Rotterdam den 31„e october 1782. Amboina Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Bernardus van Pleuren gouverneur en Directeur aldaar wel Edele Agtbaare Heer. Met de terug komst van mijne Expjes afgezondene heb jk den 29„' Augustus passato, de Eere gehad te ontfangen uwer wel Edele Agtbaare vriendelijke letteren van den 20„' bevoorens neevens de daar bij gevoegde seinen voor uw „wel Edele Agtbaare Gouvernement en de teffens gesuppediteerde Consideratien van den Heer Bandas Gouverneur Seidelman, die juijst met mijne van het begin af aan, hier omtrend g'observeerde Methode over een komt, en ook ter voorkoming van verwarring het best zal weesen te blijven op volgen. Aangaande eenige tijding van onze Britsche vijanden of de komst hun„ „net scheepen in deeze gewisten, reffereere ik mijn needrigst aan de deezen bijge„ „voegde hier op den 27„e September, en 14„e deezer ingekomene Berigten, die mijnes bedunkens van een en dezelfde scheepen spreeken, die denkelijk Chinas vaarders zullen 2 zullen geweest zijn, dewelke gedagte plaatsen, uit gebrek aan leevens middelen aangedaan, en uijt vreese van afwijzing zig sterker opgegeven hebben dan zij waarlijk waare. Ik betuijge met alle agting te zijn /:onderstond:/ welEdele Agtbaare Heer /lager / uw welEdele Agtbaare Dienst vaardigen vriend /was geteekend/ B: Reijke /in margine/ Maccasser Jnt Casteel Rotterdam den 31„e october 1782. Banda Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Iohan Eibrecht Seidelman gouverneur en Directeur aldaar welEdelen Agtbaaren Heer. Met de terug komst op den 29„' Augustus passate van mijn afgezondene Expres„ „se, heb jk zeer wel ontfangen uwer wel Edele Agtbaare mijn toegeschikte Conside„ „ratien over de bedekte schrijftrand in Kas van Nood, en dewijl dezelve Conform is „de door mijn hier omtrend van den beginne deezer oorlog af aan g'observeer„ „de Methode, zo zal ik mijn dus der te meer ter voorkoming van verwarring daar na gedragen. Aangaande eenige tijding van onze Britshe vijanden of de komst hunner scheepen in deeze gewesten, refereere Jk mijn needrigst aan de dezen bij gevoegde hier op den 27„e September en 14„e deezer ingekomene berigten, die mijnes bedunkens van een en dezelfde scheepen spreeken, die denkelijk Chinaas vaarders zullen geweest zijn, dewelke gedagte plaatsen uit gebrek aan leevens, middelen aangedaan, en uijt vreese van afwijzing zig sterker opgegeven hebbe dan zij waarlijk waare. Ik betuige met alle agting te zijn, /:onderstond/ wel Edele Agtbare Heer /lager/ uwer welEdele Agtbaare Dienst vaardigen vriend / was„ „geteekend:/ B: Beijke /in margine / Makasser Jn het Casteel Bot„ „terdam den 31„e october A„o 1782 Aan 2 „ 3 Makasser Ternaten Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Alexander Cornabe, opperkoopman en gezaghebber aldaar welEdele Agtbare Heer! Den 29„e Augustus passato mij over Amboina vereert gevonden hebbende met uw wel Edele Agtbaare vriendelijke van den 15„e April bevoorens, zo diend dezen zo wel ter kennis geeving van dien, als ter aanbieding van bijgevoegde hier op den 27„e September en 14„' deezer ingekoomene Berigten, weegens de komst van Eenige Engelsche scheepen bij de Negorij Saboeadja omstreeks Salem„ „parrang en op Bouton, schoon het mijns bedunken voorkomt dat beide de Relaasen van een en dezelfde scheepen spreeken, die denkelijk Chinaas vaarbers zullen geweest zijn, dewelke gedagte plaatsen uit gebrek aan lee „vens middelen aangedaan, en uit vreese van afwijzing zig sterken opgegeven hebben dan zij waarlijk waare. Jk betuijge met alle agting te zijn / onderstond/ welEdele Agtbaare Heer /lager/ uwer welEdele Agtbare Dienstvaardigen vriend / was ge„ „teekend/ B„s Reijke /in margine / Makasser In't Casteel Botterdam den 31 october Ao 1782. Reijke Aan den welEdelen Agtbaren Heer Barend gouverneur en Directeur deezer kuste Celeber d„ 8„ welEdele Agtbaare Heer! 'T was heeden morgen dat jk een brief van de Bonthijnse Posthouder I: P: Smith, ontfing, door de kortheid des tijds vind jk mij genoodzaakt dezelve uw welEdele Agtbaare bij deezen toetezenden. zo dra jk die brief ontfing welEdele Agtbaare Heer! heb jk gem: Posthouder geschreeven, als dat hij zo dra mogelijk in 't vriendelijke dog Ernstig uit mijn Naam Craeng

NL-HaNA_1.04.02_8261_0120 view scan ↗

English

Craeng Bonthain and Anjieng Poeroe Tompoboeloe had to be warned that they should ensure as much as possible that the enemy stayed away from the Country, and at the same time that he should order the Captain of the Javanese to ensure that his people were not dispersed but always remained in readiness; and furthermore, Honorable worshipful Sir, recommended all caution and vigilance to the aforementioned Postholder. Not having dared to refrain from informing your Honorable Worship of this as soon as possible, I otherwise take the liberty, with all requisite high esteem and Respect, to call myself, /was written below/ Honorable worshipful Sir, /lower/ Your Honorable Worship's humble and faithful Servant /was signed/ Sr. Monsieur /in the margin/ Boelecomba in the Company's fortress, the 27th of October Ao 1782. Boelecomba To the Junior Merchant Mr. Simon Monsieur Resident there Honorable, pious, Discreet Sir, This morning I only received your separate letter of the 27th of October last, concerning the intention that Pankielang is said to have to attack the Post of Bonthain. I shall not comment on the more than too frequently displayed unnecessary fear of that Rebel who, being destitute of everything, surely cannot be capable of undertaking anything of consequence against Posts that, besides the Gunner's Mate and arquebusiers, are garrisoned with 34 European soldiers, and provided with the necessary cannon and firearms, not to mention a number of sixty Javanese warriors, and the assistance of our subjects and those of the Boniers, of which latter the king has indeed sent open letters of assurance. And accordingly, only recommend to you to maintain a vigilant and cautious conduct, especially regarding our own Troops, that they always remain sober, and not absent from their Posts, wandering about here and there; furthermore, that the pieces of cannon and everything required for them are always kept in a proper state of readiness, since if this is done, one will always be capable enough to stand against a larger Native force, to say nothing of a band of prowlers and vagabonds who are sometimes forced by hunger to come out of their hiding nests. This being all that I can for now order you in reply to your aforementioned letter, I remain meanwhile, after greetings, /was written below/ Your Good friend /was signed/ Bs. Reijke /in the margin/ Makasser in Castle Rotterdam, the 5th of November 1782. To the Right Honorable Worshipful Sir Barend Reijke Governor and Director of the Coast of Celebes Right Honorable Worshipful Sir, Having duly received your Right Honorable Worship's very revered letter of the 17th of September last, I express my thanks for the Translated letter from the Gustij of Carrang-Assang. I shall do my best to accommodate that prince, who seems well-disposed toward the Honorable Company, with what was requested, and shortly send a few emissaries thither again. While furthermore, in very humble reply to your Right Honorable Worship's further letter of the 20th of September, it serves that I have also privately received various, yet very differing reports regarding those English ships; also, along here and not very far from the shore, two large ships showing no flag were seen by different prahu skippers in the month of September, though no ship passed through the Sape Strait this year, but through the Bali Strait very apparently, for the Sumbawanese do not care enough about the Honorable Company, even if I request it of them five or six times, to let me know such things, whereas the Inhabitants of Sape, being Bimanese, are of a different disposition and would have brought such to my attention immediately. Then on that same day, or on the 17th of this month in the afternoon, there arrived here in the roads to take on refreshments the Lieutenant of the Native navy at Banda, named Cornelis Willemsz, who was destined to convey the Company's Papers from that Government to Batavia or Samarang, which favorable opportunity I did not dare let pass without also very respectfully informing Their High Nobles of the appearance of those souls, as shown by the enclosed Copy letter which I present to your Right Honorable Worship in all Respect, while I hope for your Right Honorable Worship's favorable interpretation in this regard. Furthermore, I have the Honor to inform your Right Honorable Worship that the bearers of this are the emissaries of the King and Grandees of Bima, who are crossing over to make known to your Right Honorable Worship how the Boniers, having as chiefs Daing Marondo and Daeng Parota, made an incursion at Polta on the Mangerij; they also request that the Honorable Company may accommodate them with Some firearms, powder, and lead. This being all that I have most humbly to communicate to your Right Honorable Worship at this time, I take the liberty to conclude, calling myself with deep respect and submission, /was written below/ Honorable Worshipful Sir, /lower/ Your Right Honorable Worship's very humble and prompt Servant /was signed/ C:s Meurs /in the margin/ Bima in the Company's fortress, the 31st of October Ao 1782 To

Dutch transcription

Craeng Bonthain e Aniing Poeroe Tompoboeloe moest waarschuu„ „wen, dat zij zo veel mogelijk zorgden, dat de vijand van 't Land bleeff, en teffens dat hij aan de Capitain der Iavaanen zou gelasten, om te zorgen. dat zyn volk niet verstrooijt maar althoos in gereedheid was, en verders welEdele Agtbaare Heer voornoemde Posthouder alle voorzigtigheijd en waakzaamheijd aanbevoolen. Niet hebbende durven afzijn uwelEd: Agtb: hier van zo dra mogelijk kennisse te geeven, zo neemjk voor 't overige de vrijheijd met alle vereischte hoog-agting en Eerbied mij te noemen. /onderstond/ welEdele Agtbaare Heer /lager/ uwer welEdele Agtbaare onderdanige en trouwschuldige Dienaar /was geteekend/ S=r Monsicur /in margine / Boelecomba in 'sComp„s verting den 27„e october Ao 1782 — Boelecomba Aan den onderkoopman M„r Simon Monsieur Resident aldaar Eersame vrome Discreete. Dieden morgen ontfing jk eerst uwE: aparte brief van den 27„e october passato, weegens het voorneemen dat Pankielang zoude hebben de Post Bonthain aan te doen; Jk zal mijn niet uitlaaten over de meer dan te veelmaalen betoonde onnoodige vreese voor die Rebel die van alles ontbloot immers niet instaat kan zijn iets van aanbe„ „lang te onderneemen, teegens Posten die buijten de Constapelsmaat en bosschieters met 34 Europeese militairen bezet, en van het nodige geschut en geweiren voorzien zijn, uijtgenoomen nog een aantal van sestig Javaanse krijgers, en de adsistentie onzer onderdaanen en die der Boniers, van welk laaste de koning immers opene brieven van verzeekering afgezonden heeft. En dientvolgende uwE: maar re„ „kommandeeren om een waakend en voorzigtig gebrag te houden, bij„ „zonder omtrend onze eijgene Manschappen, dat die steeds nugter blijven, en niet van hunne Posten vermijdert, hier en daar rond dwaalen; voorts dat de stucken kan ons en alles wat daar toe nodig is althoos in een behoorlijke staat van gebruik gehouden werden, dewijl dit geschiedende men N ƒ T Makasser men althoos genoegzaam teegens een grooteere Jnlandsche magt, Jk gezwijge teegens een parthij stroopen en vagebonden die zomtijds door „honger genoodzaakt werden uit hun schuilnesten te koomen, bestaan„ „baar zal weezen. Dit dan al het geene zijnde wat jk uwE: voor eerst in antwoord van desselfs voorschreevene brief gelasten kan, zo blijf Ik Jntusschen na groete /onder„ „stond/ uwE: Goede vriend /was geteekend/ B„s Reijke /in margine/ Makasser in het kasteel Rotterdam den 5„e November 1782. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Barend Reijke gouverneur en Directeur ter kuste Celeber wel Edele Agtbaare Heer wel ontfangen hebbende uw welEdele Agtbaare zeer gevenereerde van den 17„e September Jongst verweeken, betuijg jk dank voor de Translaat brieff van den Gustij van Carrang-Assang, Jk zal mijn best doen om dien zo 't scheijnt de Ed„e Kompagnie wel toe„ „genegene vorst met het verzogte te gerieven en eerstdaags op nieuw een paar zendelingen derwaards zenden, Terwijl al verder in zeer needrig antwoord op uw welEdele Agtbaare nadere van den 20„e September diend, dat jk almeede onderhands om„ „trend die Engelsche scheepen differente dog zeer verschillende berig„ „ten heb gekreegen, ook zijn hier langs en niet zeer verre uit de wal in de maand september door differente prauw voerders twee groote scheepen gezien die geen vlagtoonden, dan door straat sape is van 't Jaar geen schip gepasseert, maar door door straat Balij zeer apparent, want de sumbauwareesen laaten zich aan de Ed„e kompagnie of ik het hun bens of ses maal verzoek zo veel niet geleegen leggen om mijn zulks te laaten weeten, dan de Jnwoonderen van Sape zyn als Bimaneesen anders gezint en zoude mij zulks onmiddelijk ter kennisse gebragt hebben, dan ten dien zelfden dage of op den 17„e deezer 'sagtermiddags kwam hier ter rheede om, zig te ververschen den Luijtenant der Jnland„ „sche marine te Banda genaamt Cornelis Willemsz die ter over„ „breng van sComp„s Papieren van dat Gouvernement na Batavia off Samarang was gedestineerd welke gunstige geleegendheid Jk niet heb durven laaten voorbij gaan om Hunne Hoog Edelheedens van 't verscheijnen dier zielen ook zeer eerbiedig kennisse te geeven, blijkens inclose Copia brieff welke jk uw welEdele Agtbaare in allen Eerbied presenteer, terwijl Jk hoope op uw welEdele Agtbaare welduijden des weegens Overigens heb jk de Eer uwwel Edele Achtbaare te bedeelen dat brenger deezes zijnde de sendelingen van den Koning en Rijxgrooten van Bima, die overvaaren om uw welEdele Agtbaare bekend te maa„ „ken hoe de Boniers tot hoofden hebbende Daing Marondo en Daeng Parota een inval hebben gedaan te Polta op de Mangerij ook verzoeken zij dat de Ed„e Comp„e haar mag gerieven met Eenige geweiren, kruijden Lood. Dit alles zijnde wat ditmaal aan uw welEdele Agtbaare aller„ „needrigst te bedeelen hebbe, gebruik ik de vrijheijd mij eindigende, met diep respect en onderdanigheijd te noemen. /onderstond/ welEdele Achtbaare Heer /lager/ uwer welEdele Agtbaare zeer onderdanige en bereijdvaardigen Dienaar /was geteekend/ C:s Meurs /in margine /: Bima in sComp„s vesting den 31=e october A„o 1782 Aan

NL-HaNA_1.04.02_8261_0123 view scan ↗

English

Batavia Mr Willem Arnold Alling, To His High Nobility! The Highly Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Governor-General, Together with The Right Honorable, Rigorous Lords Councillors of the Dutch East Indies etc., etc., etc., Since there was transmitted to me on the 17th of this month, by separate letter from the Esteemed Lord Governor of Makassar dated 28th September last, the enclosed authentic copy of the account concerning the English ships found by the declarants mentioned therein at Salemparrang or in the Saboeadja Roadstead, and just on that same day Lieutenant of the Native Navy Cornelis Willemsz arrived here from Banda to refresh himself, destined for Samarang to deliver Company papers, I considered it my duty to impart this to Your High Nobilities. Therefore, I also take the liberty to present the aforementioned authentic declaration to Your Highly Noble, Rigorous, Highly Esteemed Nobilities alongside this letter in all respect, hoping that Your High Nobilities will not take this liberty of mine amiss, believing such to be my duty, whilst I can give Your High Nobilities no other information concerning those ships than that they have departed, and people over there can give me no certain report as to where they actually intended to go. After having commended Your High Nobilities' illustrious persons together with the Company's weighty interests to the protection of the Almighty, I call myself with the greatest respect, due high esteem, and profound reverence, Highly Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Right Honorable, Rigorous Lords! Below stood: Highly Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Right Honorable, Rigorous Lords; lower: Your Highly Noble, Rigorous, Highly Esteemed Nobilities' obedient and dutiful servant; was signed: C. Meurs. Translation of a Malay letter written by the King and Nobles of the Realm of Bima To the Right Honorable, Esteemed Lord Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Celebes, together with the Council. After customary compliments, We hereby make known to the Lord Governor that we have sent the Boompriesie to Your Right Honorable Esteem to inquire after the well-being of Your Right Honorable Esteem and at the same time to communicate regarding the bad condition of Mangarij, that there are actually enemies there under the leadership of the Boniers Daeng Marandoe and Daing Parota, who have engaged in battle there with the Bimarese residing in the settlement of Pota, with a request for the necessary assistance, the more so because we have no other refuge than Your Right Honorable Esteem, who always seeks to promote the welfare of us and our country, and that our previous kings have always done so. Thus we request Your Right Honorable Esteem to kindly exercise compassion with us and lend a helping hand, by sending hither gunpowder, lead, and flintlocks, as much as Your Right Honorable Esteem thinks would be sufficient to withstand the enemy at the aforementioned settlement of Pota. Furthermore, we recommend to Your Right Honorable Esteem's good favor our emissary, the aforementioned Boompriesie, sent thither, to request that it may please Your Right Honorable Esteem to let them continue their journey hither as soon as possible with the requested assistance, which we anxiously await. Written in the King's Palace at Bima the 19th day of the month Djoelkaieda after the flight of Mahometh in the year 1196, being according to our reckoning the 26th October in the year 1782. To the King and Nobles of the Realm of Bima. After usual compliments. By the express emissary sent hither, Boemi prisie ka-e, in the name of Oesoe, we have received the letter of Your Highness and Nobles of the Realm, and learned from it with displeasure of the hostile incursion of certain Bugis under the leadership of Daeng Marandoe and Daeng Parota upon the Manggarai settlement of Pota. The enduring affection of Your Highness and Nobles of the Realm for the Honorable Company, as Resident Meurs assures us, has therefore also made us decide immediately to accommodate Your Highness and Nobles of the Realm with two small barrels of gunpowder and one pikol of lead at the cost of 41½ Spanish rixdollars, which can always be settled upon the delivery of sappanwood, whilst the Governor in the meantime will also not fail to address the Court of Boni earnestly regarding the unreasonable actions of Daeng Marandoe and associates aforementioned. But regarding the muskets, we cannot accommodate Your Highness and Nobles of the Realm this time, because, owing to the consignment this year of a batch of surplus ones, we now have no more on hand than what is absolutely necessary for ourselves. Written at Makassar in Fort Rotterdam, the 9th November in the year 1782. Report

Dutch transcription

7 Batavia M:r Willem Arnold Alling, Aan zijn Hoog Edelheijd! Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere. Gouverneur generaal Neevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Indié etc:, et:, etc:, Nadien mij op den 17„e deezer bij aparte brief van den Achtbaeren Heer Makassers Gouverneur gedateerd 28„e September /:Jongst Leeden:/ is over„ „gezonden inclose Copia Authenticq Relaas omtrend de door, daar ver„ „melde declaranten op Salemparrang of ter Rheede Saboeadja gevondene Engelshe scheepen, en net ten dien zelfden dage hier om zich te ververschen van Banda aankwam den Luijtenant der Jnlandsche Marine Cornelis Willemsz: gesestineert na Samarang ter over„ „breng van 'skomp„s Papieren, zo heb jk het van mijnen pligt g'agt uw„ Hoog Edelheedens dit te moeten meede deelen, waarom jk dan ook de vrijheijd gebruike uw Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare gemelde Authenticque verklaaring neevens deeze in alle Eerbied aan te bieden, in hoope, dat uw Hoog Edelheedens deeze mijne vrijheijd /:als meenende zulx van mijnen pligt te zijn :/ niet euvel zullen duijden, ter„ „wijl Jk uw Hoog Edelheedens geen ander narigt omtrend die scheepen kan geeven als dat ze vertrocken zijn, en men van ginter mij geen zeeker Bericht weet te geeven waar zij eijgendlijk de wille na toe hadden. Na uw Hoog Edelheedens Jllustre perzoonen neevens Comp„s Zwaar„ „wigtige belangens in de Protexie des Allerhoogsten aanbevoolen te hebben, noem ik mij met de meeste Eerbied, verschuldigde hoogagting en diep ontsag Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere welEdele Gestrenge Heeren! /onderstond / /onderstond/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere en welEdele Gestrenge Heeren /lager/ uw Hoog Edele Gestr: Groot Agtb: Gehoorzaame en trouwschuldige Dienaar /was geteekend/ C„s Meurs Translaat Maleijtsch Brieff ge„ „schreeven door den koning en Rijxgrooten van Bima Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke gouverneur en directeur deezer kuste Celeber Neevens Den Raad Na voor afgegaane Complimenten, Zoo maaken wij den Heer Gouverneur bekend als dat wij denelijk den Boompriesie aan uw welEdele Agtbaare hebben afgezonden om de welstand van uw welEdele Agtbaare te verneemen en met eenen te communiceeren weegens de slegten toe„ „stand vande Mangarij dat daar weezentlijk vijanden zijn, onder het beleid van de Boniers Daeng Marandoe en Daing Parota die aldaar slags zijn geweest met de Bimaneesen die op de Negorij Pota woonagtig zijn, met ver„ „zoek om de nobige assistentie, te meer wijl wij geen andere toevlugt hebben dan tot uw welEdele Agtbaare die altijd het welweezen van ons en ons Land zoekt te behartigen en dat onze voorige koningen altijd zulks gedaan hebben. Zo verzoeken wij uw welEdele Agtbaare van met ons de mededogentheijd te willen gebruijken en de behulpzame hand te willen verleenen, ons het „waards toe te zenden kruijd, Lood en snaphaanen zo veel als uw wel Edele Agtbaare denkt dat toerijkende zoude, kunnen zijn om tegens den vijand op gem: Negorij Pota te kunnen bestand houden Wijders rekommandeeren wij in unwelEdele Agtbaare goede gener„ „gendheid onze derwaards afgezondene zendeling Boompriesie voormeld os te verzoeken dat het uw welEdele Agtb: behragen mogte hunne rheijse na het„ „waards hoe eerder hoe liever te laaten vervolgen met de verzogte adsisentie daar wij met smerte na verlangen Geschreeven in 's Konings Saleis te Bima den 19„e dag van „ 9 van de Maand Djoelkaieda na de vlugt van Mahometh Jn het Jaar 1196, zijnde na onze Reekening den 26„e october ao 1782. Aan den Koning en Rijpgrooten van Bima Na gewoone Complimenten. Per de Expies na herwaards afgezondene zendeling Boemi prisie ka=e, in naame Oesoe, hebben wij uw Hoogheijds en Rijxgrooten brief ontfangen en daar uijt met ongenoegen vernoomen den vijandelijken inval van zommige Bougineesen onder beleid van Daeng Marandoe en Daeng Parota op de Mangareijse Negorij Pota. De aan„ „houdende geneegendheid van uw Hoogheijd en Rijxgrooten voor de Ed„e Komp„e gelijk ons den Resident Meurs verzeekert, heeft ons ook diendhalven terstond doen besluijten om uw Hoogheijd en Rijxgrooten te gerieven met twee vaatjes buskruijd en Een pikol Lood voor het kostende van Rd„s 41½. spaans dat bij de Leverantie van Sappanhout altoos van gevonden worden terwijl den Gouverneur inmiddens ook niet zal nalaten om het Hoff van Bonij over de onredelijke gedoentens van Daeng Ma„ „randoe C: S: voormeld met ernst te onderhouden. Dog aanguande de geweiren daar meede kunnen wij uw Hoogheid en Rijxgrooten ditmaal niet gerieven, dewijl wij door de bezending in dit Jaar van een parthij overtollige nu niet meer dan de absolut benodigde voor ons zelve aanhanden hebbe. Geschreeven te Makasser Jn het kasteel Rotterdam den 9„e November Ao 1782 — Rapport

NL-HaNA_1.04.02_8261_0126 view scan ↗

English

10 Sunday the 10th of November, I was sent by the Governor to the King of Bonij, in order to announce to His Highness, alongside the customary compliment of greeting, that His Honorable Sir has now once again received a letter from the Governor of Ambon with an express vessel sent to collect the goods of the Amboinese that were wrecked at the village of Soepa or Neepo, and were looted there by the inhabitants; and that the Governor, notwithstanding that he has already caused the King to be addressed on this matter several times, everything until today has been entirely fruitless; therefore, he once again requests that His Highness might bring about this satisfaction as soon as possible, so that an end may finally be made to this difficult matter; because the Governor-General, learning of these delays, will burden no one else with that charge or debt than solely the realm of Bonij, since that hostility was committed on its subordinate land and thus, as it were, by his own subjects. That the King replied to this that he had already sufficiently urged, and was still daily urging, his grandees of the realm to make restitution of those plundered goods, but that the cause of this satisfaction remaining delayed for so long might possibly be attributed to the disputes and differences which have arisen among themselves in the North, which has caused such impediment. That he requested that the Governor would please have the goodness to send one of the Company's interpreters to the Madanrang, in order to urge him as well to the satisfaction of the aforementioned goods, so that he could all the better carry out the orders of the Governor. I have furthermore, by order of the said Governor, represented to His Highness concerning the outrages committed by some Boniers against the watchmen on the island of Poeloe Saija. Report in the form of a Daily Register To the Honorable Sir Barend Reijke Governor and Director of this coast, done by the undersigned Head Merchant Gerrit Brugman, concerning his commission to the Court of Bonij. 11 To Saija, to which His Highness gave as an answer that he had already long since ordered an investigation into this, but that the King nevertheless had until today been unable to obtain any true information as to by whom such was committed, and where the vessel might be hidden, although the King will furthermore spare no effort in this matter to obtain further information. After this, I further said to the King on behalf of the Governor that the day before yesterday two Chinese children were transported to the Bugis campong by one Lampe and his wife, whom they had sold to a certain Buginese named Latoewo for 40 Spanish Rixdollars; concerning which doings the Governor likewise requested that the King would have the goodness to have the said Latoewo—who has not only made himself guilty of this deed, but also previously murdered a Caffre at the campong Thaleijer, of which the King had also already been informed and his person demanded—arrested, either dead or alive; as well as to have the transporter of the said Chinese children, Lampe, delivered alive if possible; of all of which the King promised to make work, and if they are both taken alive, to send them to the Governor, to which end the King also immediately gave orders to take them alive, whereupon I took my leave and departed. Underneath stood: Maccasser the 11th of November anno 1782. Was signed: P. Brugman. To the Honorable Sir Barend Reijke Governor and Director of the coast of Celebes Letter Honorable Sir! Maccasser. Upon Your Honor's ever highly respected letter of the 5th of this month, which reached me yesterday, I have the honor to reply that I shall not fail to comply as much as possible with the orders contained therein. That what was reported by me to Your Honor regarding the rebel Sankielang occurred solely for the reason that I was afraid that Your Honor, sometimes learning that news from others, would take it amiss of me; regarding the state thereof, I am at this moment receiving news from Bonthain by this accompanying letter, to which I take the liberty to refer. I declare to Your Honor that I do not know that I have ever harmed the Company's subjects and their chiefs, such as Javanese and Buginese, and my fear of that rebel is therefore not so great; indeed, I flatter myself that by God's undeserved goodness we shall remain preserved on that side. Furthermore, I take the liberty to send to Your Honor an old, worn-out boy, who according to the writing of the sergeant of Bonthain in a letter of the 3rd of this month, is said to be a spy of Sankielang; however, the said boy, Honorable Sir, declares to me to be innocent, but that out of distress he had confessed such to the said sergeant, who had put a pistol to his chest. I have had no opportunity to send the said boy up sooner than now. For the rest, I have the honor to call myself with due high regard and respect, Honorable Sir, Your Honor's humble and faithful servant. Was signed: S. Monsieur. In the margin: Boelecomba in the Company's fortress the 11th of November Anno 1782.

Dutch transcription

10 Sondag den 10„e November, wierd Jk door den Heer Gouverneur na den koning van Bonij gezonden, ten Einde zijn Hoogheid onder het gewoone Compliment van begroeting aan te zeggen. Dat zijn welEdele Agtbaare nu weederom schrijvens had ont„ „fangen van den Heer Ambonsch Gouverneur met Een Expres gezonden vaarthuig om af te haalen de goederen van de Amboineesen die op de Negorij Soepa of Neepo zijn vervallen geweest, en aldaar door de in„ „woonders waren geplundert geworden, en dat den Heer Gouverneur ongeagt al bereeds tot verscheide maalen den Koning daar over heeft doen onder„ „houden, alles agter tot heeden vrugtelros geweest is, dierhalven nogmaals komt te verzoeken dat zijn Hoogheijd dog zo spoedig doenlijk dies voldoe„ „ning wilde te weege brengen op dat van die moeijelijke zaak dog eens een einde zonne; owant dat den Heere Gouverneur Generaal deeze talm„ „agtigheeden verneemende nietant anders met die Last of schult zal bezwaaren dan allen 't Rijk van Bonij, wijl die hostiliteijt op zijn onderhoorige Land en dus als door zijne onderdaanen zelve gepleegd zijn. Dat hier op den Koning repliceerde van bereets genoegzaam zijne Rijxgrooten te hebben aangespoort en nog dagelijks aanspoorde tot resuitutie dier geplunderde goederen, maar dat de oorzaak van deeze zo lang agter blijvende voldoening, mogelijk toe te schrijven zij aan de geschillen en meenigheeden welke tusschen haar lieden zelfs om de Noord zijn gereesen, dat zulks heeft doen verhinderen. Dat hy verzogt dat den Heer Gouverneur de goedheijd geliefde te hebben door Een van 'sComp„s Tolken bij den Madanrang te zenden. om hem meede aan te spooren tot voldoening van meergemelde goe„ „deren, op dat hij des te verder de beveelen van den Heer Gouverneur ter uijtvoer konde brengen. Hebbe wijders op Last van den Heer Gouverneur gem: zijn Hoogheid voorgehouden weegens de door Eenige Boniers ge„ „pleegde geweldenarijen aan de wagthouders op 't Eijland Poeloe Barend Reijke Gouverneur en Directeur deezer kuste, gedaan door den ondergeteekende oppertoek Gerrit Brugman, weegens desselfs Commissie na het Hof van Bonij, op. Rapport bij forma van Dag= Register Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Saija Br 11 Aan Saija, op dewelke zijn Hoogheid tot antwoord gaf, dat bereets lange hier na onderzoek hadde laaten doen, dog dat Egter den koning tot heeden daar van geen regte narigt zoude erlangen door wil zulx gepleegd is, en waar dog het vaarthuijg mogt geborgen zyn, hoewel dat den koning verders in deeze geen moeite zal spaaren tot een nader informatie. Hier na Zeide Jk den Koning alverder uit naame van den Heer Gouverneur dat eer gisteren twee Chineese Kinderen na de Kampong Boeg is waare vervoerd geworden door eenen Lampe en zijn wijf die zij aan zeeker boeginees Latoewo genaamt hadde verkogt voor Rijxdaalders 40: spaans. welke gedoentens den Heer Gouverneur almeede verzogt dat den Doning de goedheijd wilde hebben gemelde Latoewo /: dewelke niet alleen aan deeze feijt schuldig gemaakt, maar ook bevoorens Een kaffer aan de kampong Thaleijer heeft vermoord, waar van den Koning ook bereeds verwittigd was en zijn perzoon op g'Eijscht te laaten oppakken 't zij leevendig of dood, zo meede den vervoerder van gem: Chineese Kinderen Lampe die zo het mogelijk is leevendig meede te willen doen, bezorgen, van welk een en ander beloofde den koning te zullen werkstellig, maaken, en zo ze beide leevendig gekreegen worde, aan den Heer Gouverneur te zenden, waar toe den koning ook ten Eersten ordre gaf om ze levendig te krijgen, waar op mijn af„ scheid nam en vertrok /onderstond/ Maccayer den 11„e No„ „vember anno 1782 /:was geteekend:/ P: Brugman Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Maccasser Op uwel Edele Achtbaares althoos val gerexpecteerde Letteren, de dato 5=e deezer die mij op gisteren geworden zijn heb jk de ber te rescribeeren als dat sk niet in gebreeke zal blijven om de daar in vervatte ordres zo veel mogelijk na te komen. Dat jk uwelEdele Agtbaare omtrend de Rebel Tan Kielang, dat geen het gemeld is enkel geschied om reeden Jk bevreest was dat uwelEdele Agtbaare zomtijds die tijding van anderen verneemende mij zulks kwa„ „lyk zoude neemen, omtrend dies gesteldheijd krijg jk op 't oogenblik tijding van Bonthain door deeze neevens gaande brief waar aan jk de vryheijd neem mij te refereeren. Jk verklaar uwel Edele Achtbaare als dat jk niet weet immer 's Comp„s onderdaanen en hunne hoofden als Javaanen en Bougineesen geledeert te hebben, en mijn vrees voor dien Rebel is dierhalven zo groot niet, Ja flatteer mij dat wij door Gods onverdiende Goedheijd van die kant behouden zullen blijven. verder neem Jk de vrijheijd uwelEdele Agtbaare een oude afgeluefte Jonge toetezenden, die volgens schrijven van den zergeant van Bonthain bij brief van den 3„e deezer, een spion van Sankielang zoude weezen, dog gemelde Jonge welEdele Agtbaare Heer verklaart mij onschuldig te weezen; maar dat hij uijt benauwtheid aan gemelden zergeant, die hem de Pistool op de borst gezet had, zulks had bekend„ Jk heb geen geleegentheijd gehad om gemelden Jonge eerder als thans op te zenden. voor 't overige heb jk de Eer mij met verschuldigde Hoogagting en Eerbied te noemen /onderstond/ welEdele Agtbaare Heer /lager/ uwelEdele Agtbares onderdanige en trouwschuldige Dienaar /was ge„ „teekend/ S=n Monsieur /in margine/ Boelecomba in sComp=s forties den 11„e November A„o 1782 welEdele Achtbaare Seer! Reijke Barend Gouverneur en Directeur der kuste Celeber Brief

NL-HaNA_1.04.02_8261_0129 view scan ↗

English

Letter from the Honorable, Respectable Lord Barend Reijke Governor and Director at Macassar and its dependencies, together with the Council, to Sultan Caimoedien, King of Bouton, and his Empire's Grandees. After customary greetings. With the arrival of your Highness's envoys and our returned commissioners for the extirpation of the spice trees, Sergeant Bosamie and associates, we have received the three letters sent to us by your Highness and Empire's Grandees, as well as by the envoys the Mantri Bakia and associates in the recently passed month of October a further letter conveying the crew members of the Company's wrecked chaloup De Jonge Bernard and to announce the arrival at Bouton of two English ships, in reply to all of which serves: That, expressing our gratitude for the provided transport of the aforementioned crew members, we are pleased with the assurance given by your Highness and Empire's Grandees concerning your unawareness of the arrival of smugglers in the ports of Bouton, in the hope that you will likewise continue to watch against these actions, which in every way conflict with the contracts. Regarding the complaints made to us by your Highness and Empire's Grandees concerning the encroachment of the Bonians into Woena and your Highness's and Empire's Grandees' intention to confer with the King of Bone on this matter through an embassy etc., we must say that it is well as far as it goes, and that the Governor will gladly contribute his part thereto; however, we must also remark that, as we are assured, the Boutonese themselves are largely the cause of this, by having permitted the son of Woena's king to marry a sister of the Bonian Prince Arou Tanette, since thereby notoriously their encroachment into Woena has become even stronger; and therefore your Highness and Empire's Grandees will do well in future strictly to forbid all marriages of Bouton's subjects, and especially of grandees, with foreigners or other nations, as this will greatly serve the welfare of the Kingdom of Bouton and the prevention of such broils. The decision or verdict concerning the reclaimed pieces of cannon from ships successively lost near Bouton, we have most respectfully requested from Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia, and we will have to conduct ourselves accordingly. However, we request your Highness and Empire's Grandees henceforth to make somewhat more haste in assisting our commissioner than was done in the past year, since it took nearly a whole month before he was enabled to begin with the extirpation or rooting out of the spice trees, and also to treat him with somewhat more modesty than appears to have taken place in the past year; while, as a token of our attention to the request made by your Highness and Empire's Grandees, we shall no longer send the Ambonese Jacob to Bouton. The eleven slaves sent over in reduction of the Kingdom's debts, who were not of the best quality and of whom one died immediately shortly after their arrival, we have nonetheless accepted at the ordinary price of 40 Spanish rijksdaalders per head, in the hope that the remaining debit, amounting to fourteen Spanish rijksdaalders etc., will be completely paid in the coming period. We were greatly astonished by the arrival of two English ships in the roadstead of Bouton, and even more so that they were not only at once accepted by your Highness and Empire's Grandees without being turned away, but also that they were immediately accommodated with what they desired; but since your Highness and Empire's Grandees declare to have done this out of fear of them, we shall, as far as it concerns us /: for we cannot know how this will be received by our high masters the Illustrious Government at Batavia :/ let the matter rest here, in the hope that indeed truly a fear—and not good will—for that nation will have been the cause of this conduct. Presently, in the company of the returning envoys of your Highness and Empire's Grandees, Sergeant Pieter Bosamie is crossing over again to Bouton with a retinue of two private soldiers and one Ambonese woodsman for the extirpation of all the spice trees to be found under your Highness's jurisdiction, to whom we have also handed over the customary recognition money for your Highness and Empire's Grandees in the sum of one hundred and fifty Spanish reals, in the trust that your Highness and Empire's Grandees, pursuant to the contents of the contract, yet, as already requested, somewhat more promptly than in the past year, will provide him the necessary assistance for that work and give strict orders that he be brought to all places where any spice trees grow, and thus the objective of this commission may be fulfilled; and after its completion, we also expect and request your Highness and Empire's Grandees to dispatch him back here at once and certainly before the breaking of the west monsoon. /: below stood :/ Written at Macassar in Fort Rotterdam, the 12th of November in the year 1782. / was signed :/ B. Reijke. Instruction for Sergeant Pieter Bousamie, departing in the company of two private soldiers, together with the Ambonese woodsman, to Bouton for the extirpation of the clove and nutmeg trees that are to be searched out everywhere in that kingdom and dependent islands. Honorable, pious. Since we have seen fit to send you this year again, though somewhat earlier than usual, to Bouton for the aforementioned purpose, we have prepared this instruction to serve for your information and observance. In the first place, you are ordered, upon your arrival at Bouton, while offering the King the customary recognition money in the sum of one hundred and fifty Spanish rijksdaalders, which are given to you according to custom, seriously to

Dutch transcription

13 Brief: van den welEdelen Agtb: Heer Barend Reijke gouverneur en Directeur te Maccayer en dies Resorte neevens den Raad aan sulthan Caimoedien Koning van Bouthorig en desselfs Rijxgrooten Na gewoone Groete. Met de komst uwer Hoogheids gezanten en onze terug gekoomene kommissianten ter uijtroeijing der specerij Boomen den zergeant Bosamie C: S: hebben wij ontfangen uw Hoogheids en Rijxgrooten ons toe gezondene drie brieven als meede per de gezanten den Mantrie Bakia C: s: in de Jongst gepasseerde maand october een nadere brief ten geleide van de scheepelingen van 'skomp„s verongelukte Chialoup de Jonge Bernard en ter Bekendmaaking van de Aankomst op Boutong van twee Engelsche scheepen, in antwoord van alle dewelke diend Dat wij dankbetuijgende voor het verleende Transport dier voormelde scheepelingen ons vergenoegen in uw Hoogheids en Rijxgrooten gedaane verzeekering weegens derzelver onbewustheijd van de aankomst van smockelaars in de havens van Boeton, in hoope dat dezelve ook teffens Continueeren zullen om te waaken teegen deezen alzints teegens de Con„ „tracten strijdende gedoentens Aangaande uw Hoogheids en Rijxgrooten aan ons gedaane klag„ „ten weegens den indrang der Boniers in woend en uw Hoogheids en Rixgrooten voorneemen om den Koning van Bonij daar over door een gezandschap te onderhouden etc: moeten wij zeggen voor zo verre wel te zijn en dat den Gouverneur gaarne het zijne daar zal bij va„ „gen, dog wij moeten ook teffens remarcqueeren, dat gelijk ons verzeekert is de Bouthouders zelve hier veel oorzaak van zijn door te hebben toe„ „gestaan dat de zoon van woenas koning met Een zuster van den Bonijs Prins Arou Tanette, is getrouwt, dewijl daar door notoir hun indrang in woena nog sterker is geworden en dierhalven zal uw Hoogheid en Rijxgrooten in het vervolg wel doen alle Huwelijken van Bouthons onderdaanen en bijzonder van grooten met uitlanders of andere Natien finaal te verbieden, alzo zulx grootelijks tot wel zijn van van het Rijk van Bouthong en ter voorkoming van diergelijke broullen „rien strecken zal De decisie of uijtspraak weegens de terug gevorderde stucken kanon van successive bij Bouthon gebleevene scheepen, hebben wij van Hunne Hoog Edel„ „heedens de Hooge Indiasche Regeering te Batavia op het aller berbiedigst verzogt en daar na zullen wij ons dienen te gedragen. Dog wij verzoeken uw Hoogheijd en Rijxgrooten om voortaan zo wel wat meerder spoed in het voorthelpen onzer Commissiant te willen doen maa„ „ken dan in het voorleeden Jaar is geschied, dewijl het bijna een maand lang geduurt heeft eer denzelven in staat gesteld geweest is om met de Extirpatie of uijtroeijing der specerij Boomen te beginnen, als ook om denzelven met Eenige meerdere bescheidentheid te handelen dan er in ao pass„o scheijnt plaats gehad te hebben; Terwijl wij ten blijke onzer attentie op uw Hoogheids en Rijxgrooten gedaan verzoek den Ambonees Jacob niet meer na Boutong zullen zenden De inmindering der Rijks schulden overgezondene Elf stux slaaven, die niet van de beste zijn geweest en waar van kort na hun aankomst al aanstonds Een gestorgen is, hebben wij egter teegens de ordinaire prijs van Rijxd„s 40 spaans de Kop g'accepteert, in hoope dat het rezand Debet, ten bedraagen van Rijxdaalders veerthien spaans &„a aanstaande geheel en al voldaan zal werden. Grootelijks heeft ons verwondert de Aankomt van Twee Engelsche scheepen op de rheede van Bouthon, en nog grooter dat dezelve niet alleen ten Eersten door uw Hoogheid en Rijxgrooten zonder dezelve af te wijzen zijn g'accepteerd, maar ook dat zij terstond met het begeerende zijn gerieft geworden, dan nadien uw Hoogheijd en Rijxgrooten betuijgen, zulx uit be„ „vreestheid voor dezelve te hebben gedaan, zo zullen wij in zo verre ons aan„ „gaat /:want wij kunnen niet weeten hoe dit bij onze Hooge gebieders de Jllustre Regeering te Batavia zal opgenomen worden:/ het hier bij be„ „rusten laaten, in hoope dat dan ook werkelijk eene vreede - en geene goede gezintheid- voor die Natie de oorzaake van dieze handelwijze geweest zal zijn Thans vaart in gezelschap van uw Hoogheids en Rixgrooten terug keerende gezanten weeder na Bouthon over, den zergeant Pieter Bosamie met een gevolg van twee gemeene Militairen en een Ambonse 14 75 Ambonse Bosch=-ganger ter uijtroeijing van alle de onder uw Hoogheijds Jurisdictie te virdere spederij-Boomen, denwelken wij teffens ter hand gesteld hebben de gewoone Recognitie penningen voor uw Hoogheijd en Rijxgrooten ter somma van Een Hondert vijftig spaanse reaalen, in vertrouwen dat uw Hoogheid en Rijxgrooten navolgens den inhoud van het kontract, dog zo als reets verzogt wat spoediger dan in A„o pass„o, hem de nodige assis„ „tentie tot dat werk verschappen en scherpe ordre stellen zullen; dat hij op alle plaatsen daar Eenige specerij Boomen groeijen, gebragt en dus aan het oogmerk dezer kommissie voldaan werde, en na welkers volbrenging wij dan ook verwagten en uw Hoogheid en Rijxgrooten verzoeken om hem ten Eersten en wel voor het doorbreeken der west mousson weder her„ „waards te depecheeren /:onderstond:/ Geschreeven te Makasser in het Kasteel Rotterdam den 12„e November Ao 1782 / was„ „geteekend:/ B„s Reijze Jnstructie voor den zergeant Pieter Bousamie, vertreckende in gezelschap van twee gemeene Militairen, neevens den Amboneese Bosch=ganger na Bouthong ter uijtroeijing van de Nagul en Noote-Boomen, die alomme in dat Rijk en onderhoorige Eijlanden op te speuren zijn. Eerzame, vrome. Nadien wij goed gevonden hebben uE: dit Jaar weeder dog wat vroeger dan wel anders na Bouton ten einde voormeld te zenden, zo hebben wij dezen Jnstructie in gereedheijd gebragt om te doen dienen tot uwE: narigt en observantie. In de Eerste plaats word uwE: dan gelast om bij desselfs komst op Bouthong den Koning onder aan bod van de gewoone recog„ „nitie penningen ter somma van den Hondert vijftig Rixd=s spaans, die uwE: na den gebruike worden meede gegeven, ernstig

NL-HaNA_1.04.02_8261_0132 view scan ↗

English

to request that you be taken to all places within the domain of his realm where any clove or nutmeg trees are found, or suspected to be found, in order to be rooted out branch and trunk and destroyed by fire. And to be all the better able to fulfill this order, the copies of the usual enclosures are also attached hereto, consisting of an extract from the contract between the Honorable Company and the Realm on which the commission rests, and an extract from the description by Dominus Valentijn, paired with six distinct drawings from which the clove and nut trees can be recognized, and which upon discovery can also be pointed out by the Ambonese row-ranger sailing over with you, recommending you de novo to apply yourself, together with him and the two common soldiers sailing over again to assist you, to obtain from this the required knowledge, so that you may become capable in the future of carrying out this work yourself without the help of these people. Furthermore, you also receive herewith twenty-five Rijxdaalders for distribution to the forest-runners, of which, as usual, proper record must be kept in the report to be made here upon your return, which we expect will be before the breaking of the west-monsoon, and on which you must therefore insist upon to the King in the most earnest terms, as we also do in our letter currently being transmitted with his envoys. Another principal point of this commission being to be informed about what goes on in Bouton during a time when navigation is open, with regard to the arrival and admission of all kinds of smugglers and illicit traders, it goes without saying that your Honor must use every endeavor to discover this, and also whether at times any ships or vessels of foreign European nations arrive there, or have been there as recently with the two English ships. If so, you are to inform yourself accurately about the trade they conducted, or the purpose of their arrival, as well as about the masters of such vessels and whether they have been supplied with anything; against all of which dealings, occurring in your presence there or having taken place, your Honor must then in our name protest in the strongest terms, as being contrary to the content of the contracts, and especially the navigation or the admission there of Cerammers with spices. For the rest, merely repeating once again our frequently given order to commit no harassment or violence toward the petty traders or the inhabitants of the Negorijen where your Honor might arrive, under penalty of the utmost indignation and severe punishment. And lastly, that in case of your Honor's decease the commission shall devolve upon one of the two most capable soldiers also given to you for that purpose, we recommend to you in conclusion the required vigilance and prudence, and remain below, your Honor's friends, was signed, B.s Reijke, C.s Kraane, J=n M.n Baserman, J.r W.j H. van Bossum, J.b L.s de vos, D.s Bosch, J.n G.s Budach, and G.s van Diemar; in the margin: Makasser, in the Castle Rotterdam, the 1st of November Anno 1782. Extract from the notes kept by the under-interpreter Iacobus de Graaff. Saturday the 16th of November Anno 1782. His Honorable Worship sent me to the Madanrang to request him to be of assistance in recovering the goods plundered at Neepoe from an Ambonese vessel, regarding which His Honorable Worship had already made several requests to His Highness the King of Bonij, and had now recently received the reply that His Highness would gladly see His Honorable Worship please confer with the Madanrang about it as well. Which His Honorable Worship now, while a chaloup had arrived from Ambon to collect those plundered goods, did, with a request for the Madanrang's assistance in this matter. To this the Madanrang replied that His Honorable Worship had to have a little more patience, as those of Soepa were at war against those of Neepoe over that case, and one had to see how this would turn out, the more so because those of Neepoe have placed themselves under the Dato of Sideenreng, who not only assists them but has also undertaken to urge those people to make restitution, after which he would then send his emissary down. Below: Maccasser, the 16th of November Anno 1702; was signed, I.s de Graaff. Translation of a Malay letter written by the Gustij Made Moera Carrang-Assang at Salemparrang. To my brother, the Right Honorable Worshipful Lord Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. After previous plentiful compliments: The Great Creator of the Universe created us solely to live together in peace and alliance, and on that foundation I have solely hoped to maintain a proper good understanding with your Right Honorable Worship, just as we, knowing no better, have always sought to cultivate prior to our predecessors and are still doing; thus this serves solely to make known that His High Nobility previously deigned to send to my late former brother the Gustij Waijang Tagga a letter through the then Commander at Bima, Alexander Lecerf, accompanied by a shawl, that he at that time seized the opportunity to bind himself most closely to live in good friendship with the Honorable Company and against said Lecerf. Nr. 7

Dutch transcription

te verzoeken om uwE: op alle plaatsen onder het gebied van desselfs Rijk te doen brengen, daar Eenige Nagul of Noote muskaat boomen ge„ „vonden, dan wel vermoed worden, dat te vinden zijn, ten Einde met wortel en Tak uijtgeroeit en door het vuur vernielt te worden, en om aan deezen Last des te beeter te kunnen voldoen, worden hier bij ook weeder gevoegd de afschriften der gewoone Bijlagen, bestaande in een uijttreksel uijt het kontract tusschen 'sE: komp„s en het Rijk waar op de kommissie berust, en Een extract uit de beschrijving van D„s valenteijn, gepaard van ses onderscheidene afteekeningen, uit welke de Nagul en Noote Boomen kunnen gekend, en die bij ont„ „dekking ook nog door de met uwE: over vaarende Amboneese Rou „ganger zullen kunnen aangeweezen worden, uwE: de Novo rekom„ „mandeerende om zig neevens denzelven en de tot uwE: assistentie weeder overvaarende twee Gemeene Militairen hun meede te bevlij„ „tigen daar van de verEijschte zemnies te verkrijgen op dat uwE: in staat geraaken, dit werk in het toekomende zonder behulp van deze lieden zelve te kunnen verrigten. Voorts krijgt uwE: neevens deezen ook weeder meede vijf-en twintig Rijxdaalders ter uijtdeeling aan de Bosch-loopers waar van na gewoon te behoorlijke aanteekening zal moeten worden gehouden in het Rapport alhier te doen bij uwE: terug komst, het geen wij willen verwagten dat voor het doorbreeken der west-moussen zijn zal, en waar op uwE: dierhalven bij den koning in de Ernstigste termen zal moeten aandringen, zo als wij meede komen te doen bij onzen thans met zijne gezanten overgaande Brief. Een ander principaal poinct van deeze Dommissie zijnde, om g'infor„ „meert te worden wat 'er te Bouton omgaat, in een tijd dat de vaart open is, met opzigt tot de komst en admissie van allerleij sluijk en morshandelaars, zo spreekt het van zelfs dat uw E: alle devoir diend aan te wenden om zulks te ontdekken en zo meede of 'er zomwijlen geene scheepen of vaarthuijgen van vreemde Europeesche Natien aldaar aankomen, of 'er geweest zijn gelijk Jongst met de twee Engelsche scheepen, zo Ja, uwE: nauwkeurig te informeeren na hun gedreven handel, dan wel het oogmerk hunner komst, ook na de voerders van zoodanige vaarthuigen en of ze met het een ofte ander zijn gerieft geworden, tegen alle welke gedoentens, bij desselfs aanweezen aldaar voorvallende, of geschied zijnde, uwE: als dan 16 17 dan uit onzen naame op het kragtigste zal moeten protesteeren, als strijdig met den inhoud van de contracten, en inzonderheijd de vaart of het admitteeren aldaar van Cerammers met specerijen. voor het overige nog Eenelijk herhaalende onze meermaalen gegeven ordre, om geen overlast of geweld te pleegen omtrend de smalle handelaars, of de jnwoonders van de Negorijen, daar uwE: mogte aankomen, sub pene van de uijterste indignatie en strenge straffe, en Laastelijk dat in cas van uwE: overleijden de kommissie zal devolveeren op een der twee kundigste uwE: ten dien eijnde almeede gegevene militairen, recommandeeren wij in uwE: ten besluijte de vereischte waakzaam, „heijd en voorzigtigheijd, en blijven /onderstond/ uwE: vrienden /:was geteekend:/ B„s Reijke, C„s Kraane, J=n M„n Baserman, J„r W„j H„ van Bossum, J„b L„s de vos, D„s Bosch, J„n G„s Budach, en G„s van Diemar /in margine:/ Makasser Jn het kasteel Rotterdam den 1 November Ao 1782. Extract uijt de gehoudene Aanteeke„ „ning van den ondertolk Iacobus de Graaff Saturdag den 16„e November A„o 1782. heeft zijn Ed: Agtbaare mijn gezonden na de Madanrang om dezelve te verzoeken behulpzaam te weezen in de terug erlanging van de te Neepoe geplunderde goederen van een Amboneesch vaarthuijg waar toe zijn Ed„e Agtbaare ook reets al aan zijn Hoogheijd de Koning van Bonij verscheide zeeren ver„ „zoek had gedaan, en nu laatstelijk ten antwoord bekoomen had dat zijn Hoogheid gaarne zoude zien dat zijn Ed„e Agtbaare den Ma„ „danrang daar over ook geliefde te doen, onderhouden. Dat zijn Ed„e Agtb: nu, terwijl een Chialoup van Ambon was gekoomen om die geplunderde goederen af te haalen, kwam te doen, met verzoek van des Madanrangs adjude in deezen. Hier op repliceerde de Madanrang dat zijn Ed„e Agtbaare nog 18 nog Eenige weinige patientie moest houden alzo die van Soepa met die van Neepoe over dat geval in oorlog teegens den anderen waaren en men zien moest hoe dat dit zoude afloopen te meer die van Neepoe zig onder den Dato van Sideenreng begeven hebben, die haar niet alleen assisteert maar ook aangenoomen heeft om die menschen aan te spooren ter voldoening, wanneer; hij als dan nader zijn zende „ling na beneeden zoude zenden /:onderstond/ Maccasser den 16„e No„ „vember A„o 1702. /:was geteekend/ I„s de Graaff Translaat Maleijdsch Brief ge„ „schreeven door den Gustij Made Moera Carrang-Assang te Salemparrang Aan mijn Broeder Den wel Edelen Agtbaaren Heer Keijke Barend gouverneur en Directeur ter kuste Celeber Na voorafgaand veel vuldige Complimenten Den Grooten schepper van het Heel-al heeft ons geschapen eenelijk om in vreede en verbintenisse te zamen te leeven en op dat fundament heb jk Eenelijk gehoopt met uwwelEd: Agtb: een beurige goede ver„ „standhouding te houden, gelijk wij niet beter weetende altoos onze prede„ „cesseuren te vooren hebben zoeken te cultiveeren en wij nog zijn doende; zo diend deezen Eenelijk ter bekendmaking als dat zijn Hoog Edelheid te vooren aan mijn voorige overleeden Broeder den Gustij waijang Tagga Een brief door den toenmaligen Commandant te Bima Alexander Lecerf verzeld van Een zaal heen heeft gelieven toe te zen„ „den, dat hij dien tijd waargenoomen heeft zig op het naunste te verbinden om met de Ed„e komp„e in een goede vriendschap te leeven en tegens gemelde Lecert Nr 7

NL-HaNA_1.04.02_8261_0135 view scan ↗

English

19 Lecerf was said to try to assist and that one had to look after the dependent lands of the Honorable Company as well as our own, and ours as well as the Honorable Company, and to be faithfully helpful to one another in times of need, and that the aforementioned Gustij waijang Tagga has also made this known to the late former Gustij Moera Madde garrang-Assang, when the aforementioned Lecerf had immediately made known to the late Governor van der voort that His Right Honorable had at that time also made this matter known to Their High Nobles. That Their High Nobles at that time were pleased to order the aforementioned Governor van der voort that His Right Honorable had to charge the aforementioned Lecerf to personally confer about this with the Gustij Moera Madde Garrang=Assang, which did not happen because the aforementioned prince passed away, and I with my brother at that time had ascended to the realm, and had spoken about this again with the aforementioned Lecerf regarding the alliance which we intend to maintain with the Honorable Company, in accordance with the promise made by the Gustij waijang Tagga. We are therefore greatly surprised that we have received no further tidings regarding this affair either from Their High Nobles, the Honorable High Indian Government at Batavia, or from the Governor at Makasser, nor from the Resident of Bima, which we have longed for with heart and soul. For that reason we have decided to send Your Right Honorable this our letter at present by a prahu Pasuackang under the supervision of the juragans Jntje Jitang and Hatib Ambab, because we are afraid that we might not exceed our promise made to live in peace with the Honorable Company, the more so because we mean it from a pure heart. We now most humbly inform Your Right Honorable in this matter that some time ago two English ships arrived here at salemparrang and requested of us to purchase eighty lasts of rice, along with water buffaloes, chickens, and waterfowl, which we did not permit in the least because we have already bound ourselves to live in alliance with the Honorable Company. That shortly thereafter another two English ships arrived here and likewise requested of us to purchase 100 lasts of rice, which we likewise did not permit since they themselves made known to us that they wish to continue their voyage to Timor in order to encounter their enemies there, and that we have learned privately through the envoy of the Resident of Bima who crossed over to here that the English intend to live in enmity with the Honorable Company, and that this is indeed the greatest reason why I have dispatched my most trusted juragan Intje Jitang to Your Right Honorable in order to inquire after this news, whether it accords with the truth, because if it is so, it weighs heavily on our hearts. We also inform our brother the Governor that we are presently in discord with the Dewa Mangis, which has already been ongoing for four years and is not yet at an end, which falls very heavily upon us since there are already many dead and wounded, but we have obtained some relief again through the conquest of one large and two small negorijs of the Dewa Mangis. However, we cannot refrain from requesting Your Right Honorable to lend a helping hand to our juragan Jntje Pitang, whom we have charged to purchase 35 piculs of iron and 16 piculs of lead, because we need it to make ammunition of war from it, and to that end I have loaded my vessel with trade goods consisting of 10 koyangs of rice and 5 piculs of cotton into the hands of the aforementioned juragan in order to sell the same for the going rate there, and I most humbly request that Your Right Honorable, after the completion of his affairs, let him continue his course hither the sooner the better before the west monsoon breaks through too fiercely and he shall encounter obstructed waters. Yet, since it might happen that the money from the sold merchandise is not sufficient to purchase the aforementioned iron and lead, I then most humbly request Your Right Honorable to assist my aforementioned juragan with money, and I shall promptly repay Your Right Honorable with thanks by the very first easterly monsoon. Lastly, I humbly request Your Right Honorable to be willing to purchase there for my account armozines of various colors, such as purple, green, yellow, and red, three pieces of each kind, as well as one corgie of nice fine black cassamaboenga, a pair of Dutch mirrors, a pair of Dutch large glass hanging lanterns, and I shall likewise repay Your Right Honorable with thanks at the first opportunity along with the rest. For the rest, as a token of life, I send Your Right Honorable a present of half a koyang of rice, in the hope that it, though small, may be favorably received by Your Right Honorable, since it proceeds from a sincere heart.

Dutch transcription

19 Lecerf gezegt te zullen tragten te adsisteeren en dat de onderhoorige Landen van de Ed„e Comp„e zo wel is als de onze en onze zo wel als de Ed„e komp„e moest zoeken te behartigen en malkanderen in der Noot trouw behulpzaam te zijn, en dat gem: Gustij waijang Tagga zulks meede bekend gemaakt heeft aan den voorige overliedene Gustij Moera Madde garrang- Assang wanneer gem: secerf terstond aan den overleedene Heer Gouver„ „neur van der voort hadde bekend gemaakt, dat zijn Ed„e Agtb: Hun„ „ne Hoog Edelheedens toen ter tijd deeze zaak meede hadde te kennen gegeven. dat Hunne Hoog Edelheedens toen ter tijd gem: Gouver„ „neur van der voort hebben gelieven te gelasten, dat zijn Ed„e Agtb: gem: Lecerf moest opdragen om zelfs met den Gustij Moera Madde Garrang=Assang daar over te onderhouden dat niet geschied is, wijl gem: vorst overleeden is, en jk met mijn Broeder toen ter tijd het Rijk hadde aangevaart, daar over weder met gem: Lecerf hadde gesprooken weegens de verbintenisse die wij met de Ed„e Komp„e van zins zijn te houden, gelijk de beloftenisse gedaan door den Gustij waijang Tagga wij zijn daarom grootelijks verwondert dat wij zo wel van Hunne Hoog„ „Edelheedens de Edele Hooge Jndiasche Regeering te Batavia als den Heer Gouverneur te Makasser neevens den Resident van Bima geen nadere tijding daar van hebben ontfangen aangaande deeze affaire daar wij met Hart en ziel na hebben verlangd, uit die reeden heeft ons: doen besluijten uw welEd: Agtb: thans met een prauw Pasuackang onder opzigt van de Juragans Jntje Jitang en Hatib Ambab deezen onzen Brief laaten toekomen, wijl wij bevreesd zijn dat wij ons gedaane belofte om met de Ed„e komp„e in vreede te leeven, niet mogte te buijten gaan te meer wij het uit zuijver Harte meenen wij maaken uw welEd: Agtb: thans in deezen op 't needrigst bekend dat voor Eenige tijd geleeden hier op salemparrang twee Engel„ „sche scheepen zijn aangekomen en van ons verzogt hebben om Tag„ „gentig Lasten Rijst in te koopen neevens Buffels, Hoenders en bend„ „vogels die wij in het minst niet hebben toegestaan om reeden wij ons bereeds hebben verbonden om met de Ed„e komp„e in verbintenisse te leeven, dat kort daar op nog twee andere Engelsche scheepen hier zijn aangekoo„ „men en meede van ons verzogt hebben om 100 Lasten Rijst in te koopen die wij meede niet hebben toegestaan vermits zij ons zelvers te kennen hebben gegeven dat ze hunne Reise na Timor willen vervolgen om aldaar hunne vijanden te ontmoeten, en dat wij met de alhier overgekomene zendeling van den Resident van Bima onderhandsch hebben vernoomen dat N dat de Engelschen van zins zijn, met de Ed„e Comp„e in vijandschap te leeren, en dat dit wel de grootste reesen is waarom jk mijn ver„ „trouwsten Juragan Intje Jitang bij uwelEd: Agtb: heb afgevaardigt om na deeze tijding te verneemen of het zulks met de waarheijd over een komt, wijl als het zo is ons zeer ter harte gaat Ook maaken wij onzen Broeder den Heer Gouverneur bekend dat wij teegenswoordig in tweedragt zijn met den Dewa Mangis dat nu vier Jaaren bereeds geleeden en nog niet ten einde is die ons zeer zwaar valt vermits al veele dooden en gekwetsten zijn, maar weder eenige verligting hebbe gekreegen met het veroveren van Een groote en twee kleene Negorijen van den Dewa Mangis Egter kunnen wij niet afzijn uw wel Edele Agtb: te verzoeken onze Jura„ „gan Jntje Pitang die wij op gedraagen hebben om 35 pikols ijzer en 16 pikols Loot in te koopen, de behulpzame hand te bieden dewijl wij het nodig hebben om ammunitie van oorlog daar van te maaken, en heb ten dien Einde mijn vaartuijg met Negotie gelaaden bestaande in 10 koijangs Rijst en 5 pikols Catoen in handen van gem: Juragan om het zelve voor het geldende al„ „daar te verkoopen, dat jk needrigst verzoeke dat uw welEdele Agtb: na verrigting zijner affaires, hoe verder hoe liever zijn Cours herwaards laat vervolgen eer dat de west moussen te fel doorkoome en hij een belemmert vaarwater zal aan „treffen. Dan dewijl het mogte gebeuren dat het geld van de verkogte Negotie niet toerijkende is om gem: ijzer en Lood in te koopen dan verzoek jk uw welEdele Agtb: needrigst om mijnen gem: Juragan met geld te assisteeren, zullende jk met de Eerst voor„ „komende oost mousson uw welEdele Agtb: in dank prompt weder restitueeren Laastelijk verzoek ik uw welEd: Agtb: needrig voor mijn Reekening aldaar te willen inkoopen, Armozijnen van diverse zoleuren als Pur„ „per, groene, geele, en roode van ieder zoort drie stucken als mee„ „de Een Corgie mooije fijne zwarte Cassamaboenga, Een paar vaderland„ „sche spiegels, Een paar vaderlandsche groote glaase hanglanthaarens, zullende jk meede met de Eerste geleegendheid beneevens de andere uw welEd: Agtb: ten dank weder restitueeren. Dewijl jk voor 't overige tot een teeken van leeven uw wel Ed: Agtb: tot een present laat toekonen Een halve Coijang Rijst in hoope dat het door uw welEd: Agtb: schoon gering vermits het uit een op„ „regt herte voorkomt, gunstig waag worden ontfangen. Aan ss 2

NL-HaNA_1.04.02_8261_0137 view scan ↗

English

To The Gustij Made Moera Carrang Assang at Salemparrang After the customary compliments! Your Highness's friendly letter, sent to me per the Juragan Intje Pitang, along with the present of half a Coyang of rice, I have received in very good order. From the same, I was able to learn, to my particular joy, of Your Highness's continued inclination to live in friendship with the Honorable Company, just as Your Highness has already given immediate proofs of goodwill upon the arrival of the two English ships in your harbor, which nation has now become an open enemy of the Honorable Company, and by rejecting whom Your Highness has obliged us to the utmost, and for which I have already not only ordered the Bima Resident Meurs to thank Your Highness most forcefully in the name of the General Dutch East India Company, but also to continue to maintain with Your Highness all possible friendship and correspondence, while I shall present to Their High Excellencies, the Honorable High Indian Government at Batavia this spring, Your Highness's proposal made toward a closer alliance with the Honorable Company. Your Highness's emissary, the aforementioned Juragan Intje Sitang, I have immediately upon his arrival here shown all possible assistance, and also had assistance offered in the conversion of the rice sent hither at forty Spanish rix-dollars the last, and the purchase therewith of the specified iron and other goods, insofar as they are presently to be had here; the requested counting slate, being the only good one I have on hand here, goes enclosed herewith as a small present from me, accompanied by the necessary wood for three pieces of krises, of which I could obtain no more than this, and that with great difficulty, among the Madurese. I have also, for this time, exempted Your Highness's emissary from the lease of the import and export duties, which otherwise must always be paid by the vessels coming here to trade, from which are only excepted embassies that arrive here solely with letters from their princes and without conducting any trade for such purpose. Written at Makassar in Castle Rotterdam, the 2nd of December, Anno 1782. Was signed: B. Reijke. To the Right Honorable Sir Barend Reijke, Governor and Director of this coast of Celebes. Right Honorable Sir! During my recent presence at Cortij and having returned to my post at sea, so to speak, not a single ganting of rice nor a bundle of good paddy has been delivered, the natives pretending that the paddy for which tithes were levied has for the most part dried up and burned due to the heat of the sun; that in previous years they obtained fully eight pounds of clean rice from one bundle, and now not four; the peoples of the Madanang as well as those of Anron-goeroe-Talinko and several others wishing to satisfy with the like, I have rejected the same, so that, in the hope of a favorable interpretation, I had to accept money, since the stubborn Bonians cannot well be forced to deliver their tithe in kind. Besides this, Your Right Honorable receives, with the soldier Johannes Specht, 50 Spanish Rix-dollars, or 62½ Dutch in rupees, for 1000 bundles, respectfully requesting that the account still to be rendered by me in this regard may be credited for that amount; the remainder is mostly outstanding under Datoua Baringang, whose people let it be known that they have orders from their principal to deliver nothing to the Resident, hoping upon my crossing to have the honor and the fortune, to the satisfaction of His Right Honorable, to be able to render an account of my further administration regarding the collection. The tithe of Bado Tanralilie has not yielded much, the fatigue and trouble endured in executing the same having hardly been worth it, as the peoples of five negorijs situated thereabouts have not plowed their paddy fields at all, and thus also not sown them, according to their statement, out of fear of fruitless labor, just as has also, alas, become evident for the greatest part throughout the entire district of Maros due to the continuous heat and drought experienced this year. Meanwhile, remaining with all high esteem and due respect, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble servant. Was signed: B. van de Walle. In the margin: Maros in fortress Valkenburg, the 30th of November, Anno 1782. Bartholomeus van de Walle. To the Junior Merchant, Resident there. Honorable, Pious, Discreet. Since there have been brought before me by the Madanrang or First Regent of the Bonese Court very grievous complaints that you have allegedly caused a certain female person by the name of Maona at the Negorij Balleangien to be plundered in a violent manner, and moreover had condemned her to the fine of Two zatij and Two Thaij, amounting to a sum of 176 Spanish Rix-dollars, and all of this on your own authority without having given me, according to duty, the least notice of this history, whatever its context may be, while moreover, by the people sent out by you, there was allegedly carried off in a violent manner

Dutch transcription

21 Aan Den Gustij Made Moera Carrang Assang te Salemparrang Na de gewoone Complimenten! Uw Hoogheids mijn per den Iuragan Intje Pitang toegezondene vriendelijke brief neevens het present van den halve Coijang Rijst heb Jk zeer wel ontfangen. Jk heb uit dezelve tot mijn bijzondere blijdschap mogen verneemen de aanhoudende geneegendheid van uw Hoogheijd om met de Ed„e Komp„e in vriendschap te leeven zo als uw Hoogheijd ook reets dadelijke blijken van welmeenentheid gegeven heeft bij aan„ „komst den twee Engelsche scheepen in desselfs haven, welk Natie thans een openbaare vijand van de Ed„e Komp„e geworden is, en met welke dus af te wijzen uw Hoogheid ons ten uitersten verpligt, heeft, en waar voor Jk dan ook den Bimas Resident Meurs niet alleen reets gelast heb uw Hoogheid op het allerkragtigste uit naam van de Generaale Neederlandsche- Oost-Jndische Kompagnie te bedanken maar ook om met uw Hoogheid te blijven onderhouden alle mogelijke vriendschap en Correspondentie, terwijl jk in dit voorjaar aan Hunne Hoog Edelheedens de Edele Hooge Jndia„ „sche Regeering te Batavia zal voordraagen uw Hoogheids ge„ „daane voorstel tot eene nauwere verbintenisse met de Edele Kompagnie UW Hoogheids afgezondene, den Juragan Intje Sitang voormeld, heb jk terstond met zijn aankomst alhier alle moge„ „like hulpe beweezen en ook assistentie doen bieden in de om zet„ „ting van de dit heen gezondene Rijst teegens veertig Rijxdaald=s spaans het Last en inkoop daar voor van het opgegevene ijzer en andere goederen, in zo verre die thans hier te krijgen zijn, gaande de verzogte Ceijfferleij, als de Eenigste goede die Jk hier aan handen heb, tot een kleen presentje van mijn Jntusschen hier neevens ver„ „zeld van het nodige hout voor drie stux kritsen waar van Jk niet meer als dit en dat nog met veel moeite onder de Maduzeesen heb kunnen op doen Jk heb ook voor ditmaal uw Hoogheids afgezondene vrijgehou„ „den van de pagt der in en uijtgaande Regten, die anders altoos voldaan 6 2. Makassar voldaan moet worden door de hier ten handel koende vaartuijgen, zijnde daar van maar eenlijk uitgezondert, gezandschappen die enkeld met brieven van hunne vorsten en zonder eenige Negotie te drijven ten zodanigen einde hier aankomen /onderstond/ Geschreeven te Maccasser in het kasteel Rotterdam den 2„ december A„o 1702 /was geteekend/ B„s Reijke Aan den welEdelen Agtbaren Heer Barend Reijke Gouverneur en Directeur deezer kuste Celeber WelEdele Agtbaare Heer! Gebuurende mijne Jongste aanweezen a Cortij en zeebert op mijn Post ben ge„ „retourneert, is om zo te zeggen, geen gantings Rijst, nog bos goede Pady geleeverd, d' Jnlanders voorwendende dat de Padij waar voor vertiend zijn geworden: meerendeels door de hitte van de zon is verdroogt en verbrand, dat in voorige Jaaren uit een bos ruim Agt ponden schoone Rijst hebben gehad en ne pas vier, de volkeren van de Madanang zo wel als die van Anron-goeroe=Talinko en nog verscheij„ „dene andere, met zoortgelijke willende voldoen, heb dezelve van de hand geweezen, zo dat /:onder hoope van gunstige welduijding :/ geld heb moeten accepteeren; dewijl de stijfkoppige Boniers niet wel te nood, „zaaken zijn, om haare verthiening in natuura te leeveren Bezijden deezes bekomt uw welEd: Agtb: met den zoldaat Iohannes specht 50. Rd„s spaans dan wel 62½ hollandsch aan Ropijen, voor 1000 bossen, Eerbiedig verzoekende de nog door mij te verantwoordene Ree„ „kening diesweegen: daar voor mag worden gecrediteerd, het resteerende staat meerendeels uit, onder Datoua: Baringang, wiens volkeren laaten weeten, dat ze ordre van hunne principaal hebben, om niets aan den Resident te leeveren, hoopende bij overkomst de Eer en het geluk te hebben ten genoegen van Hoogst zijn Ed„e Agtb„s verantwoordinge van P 23: Maros van mijne verdere administratie weegens den inzaam te zullen kunnen doen. De verthiening van Bado Tanralilie heeft niet veel opgeworpen, zijnde de uittestaane fatiques en moeijte bij het verrigten derzelve bij na niet waardig geweest, alzo de volkeren aan vijf daar omstreeks leggende Negorijen haare Padij velden in het geheel niet hebben geploegd, dus ook niet bezaaid, volgens haar zeggen, uit bedugting voor vrugteloosen arbeid, gelijk ook door de Continueele hitte en droogte die men dit Jaar heeft gehad, in den ganschen omtrek van Maros voor het grootste gedeelte, eijlaas, evident is gebleeken. Middelerwylen met alle hoogagting en verschuldigd respect blijvende /onderstond:/ welEdele Agtbaare Heer /lager/ uwelEdele Agtbaare onderdanige Dienaar /was geteekend/ B„s van de walle /in margine / Maros in 't fortres valkenburg den 30„e Novem„ „ber A„o 1782 Bartholomeus van de walle Aan den onderkoopman Resident aldaar Eersame, vrome, Discrete. Nadien mijn door den Madanrang of Eerste Rijxbestierder van het Bo„ „wische Hof te vooren gebragt zijn, zeer heerige klagten als dat UE: zeeker vrouwsperzoon met name Maona ter Negorij Balleangien op een geweldadige wijze zoude hebben laaten plunderen en daar en boven nog gecondemneerd had in de boete van Twee zatij en Twee Thaij, uitmakende Eene somma van Rd„s 176: spaans, en dat alles op eigen authoriteijt zonder mijn van dit Historiaal hoedanig het ook in zijn zamenhang mag zijn, na gehoudenige de allerminste kennisse te hebben gegeven, terwijl nog boven dien door uw uitgezonden volk op een geweldadige wijze zoude zijn meede gevoerd N

NL-HaNA_1.04.02_8261_0140 view scan ↗

English

carried off the wife and four children of the brother of Craeng Tanette, your Honour is hereby ordered to elucidate to me as soon as possible how this matter stands, in order that it may be disposed of fairly. After greetings, I am your Honour's good friend, was signed, B: Reijke, in the margin, Makassar, in the Castle Rotterdam, the 6th of December 1782. On this day, the 2nd of December in the year 1782, came before the first sworn Interpreter Gerrit Brugman the Bone interpreter Piede, bringing with him a certain female person named Maona, being the sister of the present mountain Regent of Balotje, sent by the Madanrang in order to inquire what the aforementioned Maona might have done wrong, that her goods were plundered by the emissaries of the Maros Resident, since the said Maona on one side is a Bone subject, upon which the aforementioned chief interpreter, inquiring of her the reason thereof, she thereupon declared the following. Declaration of Maona. That a few months ago now, when her brother, being the present Craeng Balotje, had come to her and asked why she had not wanted him to marry a certain female person named Djema, that she had answered thereupon, why would I forbid you to marry her, and what reason would I have for it, for I wish for nothing else than to see you married. Yet that Craeng Balotje, not being satisfied with this answer, had threatened her with the kris, while uttering several other improper expressions, and further having ordered her that she should leave the land of Balotje, as she was only a Bone subject on one side, yea, even in leaving repeatedly reiterated this prohibition of his. Yet that she had thereupon said to him that she would not leave the land of Balotje unless she was ordered to do so by higher authority, since I do not know that I have done anything wrong, for why should you treat me so, for I have always done my best to seek your well-being, but what shall I say, you have now obtained other and better advisors than me, but Craeng Balotje has always threatened to set fire to her house. That after the lapse of a few days, without having any suspicion, unexpectedly the Maros sergeant, accompanied by the interpreter of Maros along with three other Europeans, assisted by over 40 armed natives, having been sent to her at the village of Baleangin by the Resident, had at once asked after Maona, where she was. That the inhabitants of the said village had given them the answer that they themselves did not know where the said Maona had gone, but that the sergeant together with the interpreter had threatened them most severely to tell them where she was gone, that he absolutely had to have her, yet that they, not being satisfied with the said answer, had gone to the adjacent village of Malaghi, and had searched there for Maona, yet not having found her there either, had gone back to Baleangin, and had plundered the house of Maona at the said village, the plundered goods consisting, to her knowledge, of 2 bajus, 2 handkerchiefs, 80 Spanish rixdollars in cash, 1 copper sirih tray, 2 busu trays, 1 kimbokan, 2 axes, 3 parangs, 1 chisel, 1 native adze, and 4 native pickaxes, along with other goods which she could not state because she was not present there at that time, but out of anxiety had fled to another village; yet that the said Maona after the plundering had come to the village to search for her goods, and arriving there had met an emissary of the Resident, who had asked her why she had fled, to which she had answered that she had been afraid. That the said emissary had thereupon said to her that she had moreover been fined by the Resident for 2 kati and 2 thail, amounting to 176 Spanish rixdollars. That she had answered to that condemnation that she appealed to the Governor and Madanrang, whereupon the said emissary had given her as answer, if she did not come to pay the said sum at once, that he the emissary then had orders to bring her directly to the post in Maros, for which reason she took flight hither for the second time; wherefore the emissaries of the Resident had, in addition to this, also taken away the wife and four children of the brother of Craeng Tanette, for the reason that they had not been able to find Maona. Below was written: Makassar the 2nd of December in the year 1782, was signed with some native characters, beside which was written: set down by Maona, in the margin: in our presence, was signed: G:l Brugman, chief interpreter, and D:k Deefhout, second sworn interpreter. To the Honourable Respected Lord Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes, Makassar. Honourable Respected and Commanding Lord, For weighty reasons I am, at the repeated instance of the five Company's Regents, compelled to request your Honourable Respected to come over in person together with them, in order to give a verbal report of the incident that occurred the day before yesterday, on which occasion the undersigned, unexpectedly, was almost murderously killed in their presence and that of the Tenna Maros of the Bone King, without having known of any suspicion, by two Bone men named Samahiela

Dutch transcription

24 gevoerd de vrouw en vier kinderen van de Broeder van Braeng Tanette, zo word uwE: bij deezen gelast om mijn ten allerspoedigsten te Elucideeren hoedanig het met die zaak geleegen is, ten einde daar op na billijkheid te kunnen disponeeren /onderzond/ Ik ben na groete /onderstond/ uwE: goede vriend / was geteekend/ B: Reijke /in margine/ Makasser Jn 't Casteel Rotterdam den 6„e December 1782. Op Heeden den 2„e December Anno 1782 kwam bij den Eerst geswooren Tolk Gerrit Brugman, den Bonies Tolk Piede, meede brengende zeeker vrouwsperzoon met name Maona, zijnde de zuster van de presente berg Regent van Balotje, gezonden door de Madanrang, ten einde te informeeren wat gemelde Maora mogte misdaan hebben, dat haar goederen geplundert zijn geworden door de afgezondene van den Maros Resident alzo gedagte Maona aan haar eene kant een Bonies onderhoorige zij, waar op gemelde oppertolk de reeden van dien, haar ondervragende, die daar op ver„ „klaarde het volgende verklaaring van Maona. „ Dat nu Eenige maanden geleeden wanneer haar Broeder zijnde „de presente Chaeng Balotje, bij haar was gekomen en ge „vraagt waarom dat zij niet hadde willen hebben dat hij met een „zeeker vrouwsperzoon genaamt Djema zoude trouwen Dat zij daar op had g'antwoord, waarom zou jk uw verbieden om „met haar te trouwen, en wat voor reeden zou jk 'er toe hebben, want „jk wensch niets anders als dat jk uw getrouwt zag„ Dog dat Craeng Balotje met dit antwoord niet te vreede „weezende, zo had hij haar met de krits gedreigd, onder het uiten „ van verscheide andere onbetaamlijke expressen, en nog haar g'ordonneert 25 „ g'ordonneert hebbende dat zij het Land van Balotje zoude verlaaten „alzo z' maar een Binier aan de eene Bant was, Ja zelfs in het heen „gaan haar verscheide maalen, dit zijn verbod herhaald Dog dat zij daar op teegens hem had gezegt dat zij het Land van Ba„ „lotje niet zoude verlaaten ten zij, zij van hoogen hand daar toe „g'ordonneert wierd, dewijl jk niet weet dat jk iets misdaan heb, waarom „dat uw mijn zo zoude behandelen, want jk althoos mijn best gedaan „heb om het welweezen van uw te zoeken, dog wat zal jk zeggen, uw „heeft nu andere en betere raadslieden gekreegen dan ik, maar „kraeng Balotje heeft altijd gedreigt van haar Huijs in den „brand te steeken Dat na verloop van Eenige daagen zonder Eenige vermoeden te „hebben, op 't onverzienst den Marosse zergeant verzeld met den „tolk van Maros beneevens drie andere Europeesen, g'adsisteerd met „ruim 40. gewaapende Jnlanders, bij haar op de Negorij Balean„ „gin gezonden zijnde door den Resident, ten Eersten na Maona „gevraagt hadden, waar zij zig bevindende was, Dat de Jnwoonders van gem: Negorij haar ten antwoord hadden „gegeven, dat zij lieden zelfs niet wisten waar gem: Maona „na toe was gegaan, maar dat den sergeant neevens den Tolk „haar lieden op het scherpste gedreigd hadde, om hun te zeggen waar „dat zij heen was, dat hij haar absolut moeste, dog dat zij lieden met „geemaelde antwoord niet te vreeden zijnde, na de naast geleegen Nego„ „rij Malaghi gegaan waaren, en aldaar na Maona gezogt „hadden, dog haar daar ook niet gevonden hebbende weder terug na „ Baleangin gegaan waaren, en het Huis van Maona op „gem: Negorij gepliendert hadden, bestaande met haar weeten „de geplunderde goederen in, 2. baatjes, 2 Neusdoeken, 80. Rijxd=s „spaans aan Contant, 1: koopere sirie talang, 2 Boesoe tallangs „ 1 Kimbokan, 2 Beijlen, 3 parrings, 1 beijtel, 1 Jnlandsche dissel, „ en 4 Jnlandsche houweelen, neevens meer andere goederen die „zij niet hadden kunnen opgeeven om reeden zij die tijd daar niet „present was geweest, maar uijt benauwtheid na een andere Negorij „was gevlugt dog dat gem: Maona na de plunderinge na de Negorij was gekomen om na haar goederen te zoeken en daar komende „een zendeling van den Resident had aangetroffen, die haar gevraagd „hadde waarom dat zij gevlugt, was, zij daar op had g'antwoord dat zij 27 „ zij bang was geweest Dat gem: zendeling daar op teegens haar had gezegt dat zij daar en boven „door den Resident in de boete was geslagen voor 2 kati en 2 Thaij uijt„ „maakende rijx d„s 176. spaans „ Dat zij op die Condemnatie had g'antwoord dat zij zig op de Heer Gouver„ „neur en Madanrang had beroepen, waar op gem: zendeling haar tot „antwoord had gegeven zo zij gemelde somma niet ten Eersten kwam „te voldoen, dat hij zendeling als dan order hadde om haar direct „na Maros in de Post te brengen, waarom zij voor de tweedemaal de „vlugt na herwaards had genoomen, weshalven hadde de uijtgezonde„ „ne van den Resident nog daar en boven meede genoomen de vrouw „en vier kinderen van de Broeder van Craeng Tanette, om reeden „dat zij lieden Maona niet hadden konnen vinden /:onderstond:/ „ Maccassar den 2„e December A„o 1782 /was geteekend/ met „ Eenige Jnlandse Caracters /waar bij geschreeven stond/ gesteld door „ Maona /:in margine:/ ons present /:was geteekend:/ G„l Brugman „oppertolk en D„k Deefhout tweede gezw: Tolk Aan den wel Edelen Agtb: Heer Barend Heijke gouverneur en Directeur ter Kuste Celeber Makassar welEdele Agtbaare en Gebiedende Heere Om gewigtige reedenen den jk op de Jterative instantie van de vijf skomp=s Regenten genoodzaakt, uw wel Edele Agtbare te verzoeken om in perzoon te gelijk met haar over te komen ten einde van het op eergisteren g'exteerde geval mondelings verslag te doen bij welke geleegendheid den ondergetee„ „kende onverhoeds bij na moordadig om het leven is gebragt, in haar lieden presentie en die der Tenna Maros van Bonies Koning, zonder dat van ergwaan heb geweeten, door twee Boniers met naame Samahiela

NL-HaNA_1.04.02_8261_0143 view scan ↗

English

27 Maros Samahiela and Lanoezoe, assisted by the son of Daeng Malimpo, both residing in the vicinity of the Company's post, the first belonging under Datoua Baringang and the latter under Arou Radja, being a slave according to tradition of Poea Balisa the Jenna of Datou Baringang here, being a case that, as long as the Company has held possession of Maros, has never occurred, consequently awaiting with all reverence hereupon Your Right Honorable's honored orders. While remaining with all high esteem and due respect, was underneath, Right Honorable and commanding Sir, lower, Your Right Honorable's humble servant, was signed, B.s van de walle. In the margin, Maros in the fortress Valkenburg, the 7 December 1782. To the junior merchant Bartholomeus van de walle Resident there Honorable, pious, discreet! Having learned from your letter of the 7th of this month of the accident that nearly befell you, so have I, judging it not expedient to deprive the Post Maros constantly of a Resident, and also having no power to summon the Tenna Maros hither as a witness thereto, deemed it best, before making any commotion about this, to send over thither as soon as possible two members of the Council of Policy, being the secretary Budach and the pay bookkeeper van Diemar, in order to record exactly from you, assisted by the second interpreter Delfhout and an interpreter of the King of Bonijs already departed at my request, and from those who have knowledge of these matters, how the case mentioned in that letter occurred in its particulars, in order thereupon, as well as upon the required elucidation still expected by me regarding the complaints of the Madanrang concerning a certain female person named Maona, to be able to take the necessary 28 necessary dispositions. Which may then serve both for your information and to offer the aforesaid commissioners the required assistance in conducting the necessary investigation and to receive them according to the character that they hold. Herewith I remain after greetings, was underneath, Your good friend, was signed, B.s Reijke. In the margin, Makassar in the Castle Rotterdam, the 8 December anno 1782. The junior merchant and secretary of Policy Johan Godfried Budach, and The junior merchant and pay bookkeeper Godlieb van Diemar Are hereby ordered to proceed at once with the vessel already prepared to Maros, in order there, assisted by the second sworn interpreter Deefhout also traveling over, and an interpreter of the King of Bonij already departed, to conduct a thorough investigation into the complaints submitted by the Resident van de walle concerning two Boniers named Samahila and Lanoezoe who, reinforced by the son of Daeng Malimpo in the presence of the five Company Regents and the Tenna Maros, nearly murdered him, and to serve me with a written report of their findings as to how far this matter is in its essential context, while for your information I append hereto a copy of the letter written to me by the Resident concerning this, with the reply thereto, was underneath, Makassar in the Castle Rotterdam, the 9 December anno 1782. To 29 Makassar To the Right Honorable Sir Barend Reijke Governor and Director of the Coast of Celebes Right Honorable and Commanding Sir! Late yesterday evening your Right Honorable's highly esteemed letter of the day before was very well received by me. I wish, under favorable interpretation, to hope your Right Honorable will do me the justice of believing that I am aware how far the bounds of discretion extend, and therefore will not knowingly transgress them; and since in my humble writing of yesterday I requested to cross over together with the five Company Regents, that I shall then satisfactorily demonstrate the nullity of the complaints both of the Madanrang, or First Bonier Administrator of the Realm, and of all others that are successively brought against me, and that, on the other hand, mine and the Regents' may find acceptance, regarding the extreme brutalities of the Boniers who daily seize and carry off Company subjects by force, as just yesterday Daeng Cecila, son of Datoua Baringang, attempted to do to a subject of Boeloa belonging under the Lommo Maros. Further noting here that the female person of whom your Right Honorable has been pleased to make mention is a Company subject, being the one who aspired to the Regency of Balottje, currently usurping the governance over that district by force and unlawfully mistreating her brother who was appointed Craeng by your Right Honorable, and moreover having him mistreated by his own subject the glarrang of Padatangang, with whom according to common report she fornicates, and besides him with yet others, holding the Craeng's hands while she inflicts several insults upon her brother, and then, just as to the slaves, he is given the scraps of the food that she consumed with Poea Panghoke; it being to be feared that if this Maona remains any longer at Balcangin, the peoples of Balottje will defect from the Company and place themselves under the rule of the Bonian princes, as is currently evident regarding her. What

Dutch transcription

27 Maros Samahiela en Lanoezoe g'assisteerd van de zoon van Daeng Malimpo beide woonagtig om een na bij 'skomp„s post, den Eersten gehoorende onder Datoua Baringang en den Laasten onder Arou„ Radja zijnde Een slaaf volgens traditie van Poea Balisa de Jenna van Datou Baringang alhier, zijnde een geval dat zo lang de Comp=e posessie op Maros heeft gehad, nimmer is geschied gevolgelijk in alle Eerbied hier op verwagtende Hoogst uw welEdele Agtb: g'Eerde ordre Terwijl met alle hoog-agting en verschuldigd respect blijve /:onderstond/ welEdele Agtbaare en gebiedende Heere /lager/ uwer welEdele Agtb„s onderdanige Dienaar /:was geteekend:/ B„s van de walle /in margine/ Maros in 't fortres valkenburg den 7 December 1782. Aan den onderkoopman Bartholomeus van de walle Resident aldaar Eerzame, vrome, Discrete! uijt uwE: brief van den 7„e deezer vernomen hebbende het denzelven bij na overgekomen ongeval, zo heb jk als niet dienstig oordeelende de Post Maros telkens van Een Resident te ontblooten. en ook geen magt hebbende om den Tenna Maros als getuijgen daar van herwaards op te ontbieden, best g'agt alvoorens hier over Eenige beweeging te maaken ten spoedigsten twee Leeden van Politie zijnde den sekretaris Budach en den zoldij Boekhouder van Diemar na derwaarts te doen overgaan, om g'adsis„ „teerd van den tweeden tolk Delfhout en een van 's Bonings van Bonijs reets op mijn verzoek vertrockene Tolk, exactelijk van uwE: en van die geenen die van die zaeken kennisse hebben op te neemen hoedanig het geval bij die brief vermeld in zijn omstande is voorgevallen, ten einde daar op als dan zo wel als op de nog bij mijn verwagt wordende gevorderde Elucidatie nopens de klagten van den Madan„ „rang weegens zeekere vrouwsperzoon in naame Maona de nodige 28 nodige dispositien te kunnen neemen. Het geene dan strecken kan zo tot uw E: narigt als om voorsz: gekommitteerdens tot het doen van het nodige onderzoek de vereischte hulpe te bieden en hun na het Caracter dat zij bekleeden te ontfangen Hiermeede blijve jp na groete /onderstond/ uwE: goede vriend /. was ge„ „teekend/ B„s Reijke /in margine/ Makaiser Jn 't Casteel Rotter„ „dam den 8 december a„o 1782. Den onderkoopman en secretaris (van Politie Johan Godfried Budach, en Den onderkoopman en zoldij Boekhouder Godlieb van Diemar Doden bij deezen gelast om zig ten Eersten met het ingereedheid riets ge„ „bragte vaartuijg na Maros te begeeven om aldaar g'assisteerd van den meede overvaarende tweede gesw: Tolk Deefhout, en een van 's konings van Bonij reets vertrockene tolk een nauwkeurig onderzoek te doen na des Residents van de walle opgegevene klagten weegens twee Boniers in naame Samahila en Lanoezoe die hem, gesterkt van de zoon van Daeng Malimpo in presentie van de vijf sComp=s Regenten en den Tenna Maros bij na zoude hebben vermoord, mitsgaders van derzelver bevinding in hoe verre deeze zaak in zijn weezentlijk verband legt, mijn te dienen van schriftelijk berigt, terwijl jk tot narigt van uwE: hier neevens voege een afschrift van 's Residents dientweegen aan mijn geschreeven brief met het antwoord daar op /onderstond/ Makassar Jn't Casteel Rotter„ „dam den 9 December A„o 1782. Aan 29: Maccasser Aan den welEdelen Agtbaren Heer Barend Reijke Gouvernair en Directeur ter kuste Celeber WelEdele Agtbaare en Gebiedende Heere! Gisteren avond laat is mij zeer wel geworden uw welEdele Agtb„ hoog g'ag„ „te brief van daags bevoorens, Jk wil /:onder gunstige welduijding:/ hoopen hoogst dezelve mij het regt zal doen van te willen gelooven, dat bewust ben hoe verre de paalen van bescheidentheid strekken, dierhalven niet wil„ „lens weetens zal te buijten gaan, en dewijl bij mijn submissie schrijvens van gisteren hebbe verzogt om te gelijk met de vijf sComp„s Regenten over te koomen dat als dan latesfactoir zal aantoonen de nulliteijt der klagten zo wel van de Madanrang, of Eerst Boniers Rix be„ „stierder, als van alle andere, dewelke teegens mij successive werden ingebragt, dat daar en teegen de mijne en der Regenten: ingang, moge vinden, over de verregaande brutaliteijten van de Boniers dewelke dagelijx 'skomp„s onderdaanen met geweld oppatken en vervoeren, zo als nog gisteren Daen g Cecila zoon van Datoua Baringang heeft willen doen, aan een onderdaan van Boeloa zorteerende onder de Lommo Maros Ten vervolge hier noteerende dat het vrouwsperzoon waar van uw welEdele Agtb„s heeft gelieven gewag te maaken, een skomp„s onder„ „daan is, zijnde de geene dewelke naar het Regentschap van Balottje heeft gestaan, haar thans het bestier over die Landstreek met geweld aanmatigende en haaren Broeter die door uw welEd: Agtb: tot Ciaeng is aangesteld: ong'oorlooft mishandelende, en daar en boven laat mishandelen door zijn eigen onderdaan de glarrang van Padatan„ „gang met denwelken zij volgens de algemeene traditie boeleert, en buijten die met nog meer andere, houdende de Craeng de handen vast wanneer ze haaren Broeder eenige inulpeeren toedeelt, en dan word hem even als aan de slaaven het overschot der spijze die z' met Poea Panghoke heeft genuttigd: gegeven, zijnde het te dugten wanneer deze Maona nog langer op Balcangin haar verblijf houd, de volkeren van Balottje de Kompagnie zullen afvallen, en haar onder de Heerschappij van de Bonische princen begeeven, zo als thans ten haaren opzigte evident Consteert wat os

NL-HaNA_1.04.02_8261_0146 view scan ↗

English

As for the violent plundering, it can never be proven against me, and with regard to the fine, I have let her know that if she and the Glarrang of Padatangan did not come in person to clear herself of the complaints which her brother, the actual Chaeng, has reported to me three times in a lamentable manner to their charge, they would then have to pay the fine that is set upon it and which both rightly deserve, and that I would give due notice thereof to Your Honorable Worship, as I had also intended to do shortly, since neither Maona nor the Glarrang of Padatangan wish to appear before me, despite having already summoned them up to three times, and had such practices existed among the Bonians, the entire family would be exterminated without mercy, it being barely four or five days ago that the Craeng, accompanied by the Soelewatang, again brought forward grave complaints about that imagined Regentess, namely that she, assisted by one of her favorites, the ordinary envoy here, Poea Pangrokie, has pawned eleven of the subjects at Maccasser, the aforementioned Poea Pangrokie being, besides an ordinary envoy, also the oldest or ourang toea of the negorij Soeroedjirang, who instead of governing his negorij people, abandons the same and continues to live at Baleanging, about whom Chaeng Balottje also complains not a little, appearing to govern together with Maona. Meanwhile, remaining with all high esteem and due respect, was written underneath, Honorable, Worshipful and Commanding Lord, lower, Your Honorable Worship's humble Servant, was signed, B. van de Walle, in the margin, Maros in the fortress Valkenburg, the 8th of December 1782, still lower, P.S.: In addition to all the aforesaid, I can in praise of Craeng Balottje truly testify that, as young as he is, he is animated with honest sentiments for the Company and his peoples, indeed inclined toward peacefulness, and it were to be wished that all other Company Regents might be endowed with those sentiments, wishing rather to be Your Honorable Worship's cowherd than to hold the title of Regent in such a manner. Maccasser 8 31 Saleijer Maccasser To the Honorable Worshipful Lord Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Honorable Worshipful Lord! The Bugis Opoenna Rappoeng is coming over to Your Honorable Worship, while it also serves for Your Honorable Worship's honored information that the west winds are beginning to blow strongly, wherefore I fear that the cruisers will dare to put to sea no longer than at the latest this month, on which account I request Your Honorable Worship's favorable approval as to whether I shall, as in the past year, post good guards on the remote corners of this island or at the necessary places, also requesting Your Honorable Worship, if feasible, to send a vessel that can carry some cargo this or the coming spring to collect a good loading of timber, both Pati and other, the latter of which I have caused to be cut in such places where according to report there was none, and the little that remained seemed impossible to bring here, where I nevertheless find myself able to let the Honorable Company and Your Honorable Worship enjoy the true fruits thereof; furthermore recommending my person to Your Honorable Worship's influential protection, I have the honor to be with true high esteem, was written underneath, Honorable Worshipful Lord, lower, Your Honorable Worship's humble and obedient Servant, was signed, L. P. de Swart, in the margin, Saleijer, the 5th of December 1782. To the Bookkeeper Ludovicus Theodorus de Swart, Resident there. Honorable, pious, beloved. Upon your request made by letter of the 5th of this month to post good guards, just as in the past year, on the remote corners of your island or at the necessary places, since the cruisers, because of the breaking through of the west monsoon, dare to put to sea no longer than at the latest the end of this month, 32 I very gladly consent thereto, trusting that through your attention and care the best possible means will be employed toward the achievement of the intended purpose. Meanwhile I shall also send to you as soon as possible the requested vessel for the collection of timber. After greetings, I am, was written underneath, your friend, was signed, B. Reijke, in the margin, Makasser in the Castle Rotterdam, the 11th of December Anno 1782. Maccasser To the Honorable Worshipful Lord Barend Reijke, Governor and Director of the Coast of Celebes. Honorable, Worshipful and Commanding Lord! The Secretary Budach and the Pay Bookkeeper van Diemar, returning after the performance of their commission here, I take the liberty with due respect to present herewith to Your Honorable Worship the report of Sergeant Lecerf, the Interpreter Billet, and the Gunner Post, respectfully referring myself thereto in the hope and confidence that thereby the required and still expected elucidation from me regarding the complaints of the Madanrang for the female person Maona will have been demonstrated to the satisfaction of Your Honorable Worship, and may thus carry your favorable approval, Chaeng Ballotje having once again in the presence of the Soelewatang and mostly all his subordinate chiefs declared that he would rather be a cowherd than be a Regent in such a manner, requesting that, since neither his sister Maona nor the Glarrang of Padatangang appear, he may be permitted to cross over to Your Honorable Worship; it is far from the case that

Dutch transcription

39 wat beteeft de geweldadige perundering, zal mij nimmer kunnen werden de „weezen, en ten opzigte der boete heb jk haar laaten weiten, wanneer zij en de Glarrang van Padatangan niet en perzoon kwamen, om haar te pur„ geeren over de klagten die haaren broeder den wezentlijken Chaeng, drie „maalen op een lamentabile wijze ten Lasten van hun Lieden aan mij heeft: te kennen gegeven, als dan de boete moesten betaalen, die 'er op staat en beide met regt meriteeren, en daar van aan uw welEd: Agtbaare de verschuldigde kennisse zoude geeven, gelijk ook eerstdaags van voorneemen ben geweest, vermits nog Maona nog de glarrang van Padatangan„ haar voor mij willen vertoonen, des niet teegenstaande reets tot drie maalen heb ontbooden, en waare diergelijke gedoentens, onder de Boniers g'exteert, zoude de geheele familie zonder genade verdelgt worden zijnde pas vier @ vijf dagen geleeden dat de Craeng verzeld met de Soelewatang alweder grove klagten hebben ingebragt, over die ima„ „gineerde Regentesse, te weeten dat ze g'assisteert met een van haare pollen den ord: zendeling alhier Poea Pangrokie elf van de onderdaa„ „nen op Maccager heeft verpand, zijnde even genoemde Poea Pangho„ „kie behalven ordinaire zendeling nog de oudste of ourang Toea van de Negorij Soeroedjirang denwelken insteede van zijn Negorije vol„ „keren te bestieren, dezelve verlaat, en op Baleanging blijft woonen over wien Chaeng Balottje almeede niet weinig klaagt met Mao„ „na te zamen schijnende te Regeeren Middelerwijlen met alle hoogagting en verschuldigd respect blijven„ „de /:onderstond:/ welEdele Agtb: en Gebiedende Heere /:lager:/ uwer welEdele Agtb„s onderdanige Dienaar /was geteekend/ B=s van de walle /:in margine:/ Maros in 't fortres valken„ „burg den 8 december 1782 / nog lager/ P: S: kunnende buijten alle het voorsz: tot Louangie van Craeng Balottje in waarheid betuijgen, dat zo Jong als hij is, voor de Compagnie en zijne volkeren met Eerlijke sentimenten is bezielt, Ja tot vreedelieventheid geneigt, en het te wenschen waare dat alle andere 'skomp„s Regenten met die gevoelens mogte behebt weezen, wenschende liever koewagter van uw welEd: Agtb: te weezen, als in diervoegen de naam van Regent te hebben Maccasser 8 - 31 Saleijer Maccasser Aan den welEdelen Agtbaaren Heer Barend Reijke gouverneur en directeur ter Kuste Celeber welEdele Agtbaare Heer! D„r en Boeginees Opoenna Rappoeng komt tot uw welEd: Agtb: over, wijl teffens ter g'Eerde kennisse van uw welEd: Agtb: is dienende, dat de weste winden sterk beginnen te waaijen, over zulks vreese dat de kruijs= „sers niet langer als uijterlijk deeze maand zee durven kiesen, weshalven uw wel Edele Agtb: gunstige Approbatie verzoeke of Jk zo als gepasseerde Jaar op de uithoeken deeses Eilands dan wel op de benodigde plaatsen goede wagten zal uitzetten, uw welEd: Agtb: teffens der doenlijk zijnde Jnsteerende wij een vaarthuijg dat wat laaden kan dit of aanstaande voorjaar te zenden ter afhaal van een goede Laading houtwerken zo Pati als anders, welk laaste jk heb laaten koppen, op zoodanige plaatsen als volgens opgave geen, en het weinige dat nog was onmogelijk scheen hier te kunnen brengen, daar jk mij Egter instaat bevinde om de Ed=e komp„e en uw welEd: Agtb: de waare vrugten als dan te kunnen laaten Joursseeren; overigens mijn perzoon in uw welEd: Agtb: veel vermogen„ „de protexie recommandeere, hebbe de Eere van met waare hoog-agting te zijn /onderstond/ welEdele Agtbaare Heer /lager/ uwer welEd: Agtb: onderdanige en gehoorzaame Dienaar /was geteekend:/ L„k P„ de Swart /in margine / Saleijer den 5„e December 1782. Aan den Boekhouder Tudovicus Theodorus de Swart Resident aldaar Op uw E: bij brief van den 5„' deezer gedaan verzoek om even als in het gepasseerde Jaar op de uithoek uiwes Eilanos dan wel op de benodigde plaatsen goede wagten uit te zetten, vermits de kruijssers om de doorbraake der westmousson niet langer als uiterlijk ultimo van deeze Maand Eerzame, vrome. Zeer 32 zee durven kiesen, Consernteere Jk zeer gaarne daar in als vertrouwende dat door uwE: attentie en zorge het best mogelijke ter bereiking van het daar meede bedoeld wordende oogmerk zal worden aangewend. Terwijl Jk uwE: ook zo dra mogelijk zal doen toekomen het verzogte vaartuijg ter afhaal van houtwerken Jk ben na groete /onderstond/ uwE: vriend /:was geteekend/ B„s Reij„ „ze /in margine/ Makasser in het kasteel Rotterdam den 11=e December A„o 1782. Maccasser Aan den welEdelen Agtbaren Heer Barend eijke gouverneur en Directeur ter kuste Celeber welEdele Agtbaare en Gebiedende Heere Den secretaris Budach en den zoldij Boekhouder van Diemar, na verrigting hunner Commissie alhier: retourneerende, neeme met verschul„ „digde respect de vrijheijd uw welEdele Agtb: hier neevens aan te bieden het berigt van zergeant Lecerf den Tolk Billet en den kannonier Post, Eerbiedig mij daar aan refereerende in hoope en vertrouwen dat daar bij de van mij gevorderde en nog verwagt wordende blucidatie nopens de Plagten van den Madanrang, voor het vrouwsperzoon Maona ten genoegen van hoogst uw welEd: Agtb: zal zijn aangetoond en dus derzelvers gunstige approbatie mogen wegdragen, hebbende Chaeng Ballotje andermaal in presentie van den soelewatang en meerendeels alle zijne mindere onder gestelde hoofden betuijgde liever koewagter te willen weezen als indiervoegen Regent te zijn verzoekende dat vermits zijn zulter Maona nog de Glarrang van Padatangang niet te voorschijn komen het hem gepermitteerd mag worden tot uw welEd: Agtb:s over te gaan; het is verre van dien dat W

← previousnext →