Inventory 8435
Japan · 1,202 pages · 327 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
July 623 answered him that one could expect nothing good nor useful from a peace without concluding an alliance, and that His Highness ought to deliberate on the points for this directly with the Honorable Commandant. To this he replied that they had indeed received twenty-four articles of a contract from Malacca, brought by a certain Malay Captain Taijer, but that there were several among them which they could not possibly bear nor comply with. I answered to this that they should therefore manage to speak with the Commandant, in order to remove all difficulties and to obtain fair terms. Thereupon they requested a postponement until the next day, to consult among themselves that evening, with the promise that tomorrow morning without fail they would send the Orang Kaya Kechil aboard with an answer. Hereupon the aforementioned Said requested to speak with me privately, and brought me into Fort Utrecht, where he asked whether the Honorable Company truly did not desire to occupy Selangor, depose His Highness Raja Ibrahim, and put another in his place. I answered him that the Honorable Company considered Selangor as nothing other than lawful property, yet that, if the Honorable Company obtained a reasonable and fair treaty, it desired no one other than His Highness and his descendants as Ruler. Upon this, I clearly saw joy spread across his face, yet he pressed upon me that the demand to let the Company flag fly from the place and to levy such a heavy poll tax from the common people, who were already practically reduced to begging before the plundering during the first capture of the place, along with two or three other points, were by no means matters that could be deemed or counted as reasonable. I answered him hereupon, without giving him time to expand further, that all such items could now be settled and made good and reasonable without wasting useless words. Furthermore, having also spoken to His Highness separately and having, through conversation, reassured him as much as possible with similar persuasive arguments, I took my leave and departed for the boat, being escorted by the aforementioned Said Ja’far and several other dignitaries, accompanied by the firing of nine cannon shots. Saturday the 22nd. In the morning, with the aforementioned rowing vessel carrying a white flag at the bow, the previously mentioned Penghulu of Jeram came aboard with us, who, after delivering his master's compliments, made known that however gladly His Highness was inclined to come aboard to settle the matters, his dignitaries and common people nevertheless would not allow it; that therefore the Honorable Commandant would please excuse him. Hereupon the Honorable decided to send the Malay Assan, who had been brought along, ashore with orders to present to His Highness how it would be at all possible to settle and reconcile matters if the parties did not meet each other to deliberate on the terms of peace; that His Highness himself had after all proposed a meeting, and that if he was still fearful, as evidently appeared, he should then send his plenipotentiaries, if not to us on board, then to the pantchiallang Banca, which lay closer to the shore, to enter into negotiations there with the Honorable Commandant. In the evening this emissary returned with the report that the mentioned Said Ja’far along with some other Dignitaries begged to be excused from coming aboard with us, but had agreed to proceed tomorrow to the armed pantchiallang, whereupon orders were given to transport twelve European soldiers fully armed to the Banca, and just as many to the pantchiallang Philippine lying alongside it, to serve in case of need, which was carried out at about nine o'clock. Also today, an English two-masted bark bound for Bengal arrived from Malacca, anchored by us, and departed again, with which several gentlemen of the Squadron received some private letters. Sunday the 23rd. The Honorable Commandant along with the undersigned departed by boat for the pantchiallang Banca under the firing of thirteen cannon shots, and having transferred there, the top flag was hoisted with the firing of one cannon shot, and the Honorable was welcomed with thirteen identical shots, while the top flag of the Commandant's ship was struck and the pennant hoisted in its place. After this, the Honorable sent our brought-along Malay scribes with the boat
Dutch transcription
Juli 623 „woorde hem dat men niets goeds nog nuttigs van een vrede kon verwagten zonder eene alliantie te sluiten, en dat de pointen daar toe zijn Hoogheid zelvs met den Wel Ed. Heer Commandant behoorde te beraamen, hij repliceerde hier op dat zij wel vier en twintig articulen van een Contract van Malacca hadden ge„ „kregen, door zeker Maleids Capitein Taijer aangebragt, dog dat 'er verscheiden daar onder waren die zij onmogelijk konden draagen nog nakomen, ik antwoorde hier op, dat zij dierhalven moesten maaken den Heer Commandant te spreeken, om alle zwaarigheden weg te neemen en om billijke pointen te verkrijgen; daar op verzogten zij uitstel tot des anderen daags, om des avonds hier over met elkander te raadpleegen met belofte dat zij aanstaande morgen zonder manquement den Orangkaia kitje met beschijd na boord zouden zenden, hier op versogt mij de gem: Laid appart te spree„ „ken, en bragt mij in 't fort Utrecht, alwaar hij vroeg of de E. Comp. niet waarlijk begeerde Slangenoor te bezetten, zijn Hoogheid Radja Brahima af, en een ander in zijn plaats te stellen, ik antwoor„ „de hem dat de E. Comp. Slangenoor niet anders aanmerkte als een wettigen eigendom, dog dat de E. Comp. een redelijk en billijk verdrag krijgende, niemand anders als Regent begeerde dan zijn Hoogheid en zijne nakomelingen: hier op zag ik blijkbaar de vreugde over zijn aangezigt zig verspreiden, nogtans duwde hij mij toe dat de Eisch om Comp. vlag van de plaats te laaten waaij„ „en en een zoo zwaar hoofd geld van de gemeente, die reeds voor de plundering bij de eerste overmeestering van de plaats genoeg„ „zaam tot den bedelstaf gebragt was, te vorderen, nevens nog twee â drie pointen, gantsch geene zaken waren die onder de rede„ „lijkheid konden gebragt of geteld worden, ik antwoorde hem hier op, zonder hem tijd te geeven om zig verder uit te breiden, dat alle diergelijke posten nu gevonden, goed en redelijk gemaakt kon„ „den worden zonder onnutte woorden te verspillen, voorts zijn Hoogheid mede afzonderlijk gesprooken, en met diergelijke drangre„ „denen discoursivelijk zoo veel mij mogelijk was gerust gesteld hebbende, nam ik mijn afscheid en vertrok na de Schuit, geleid wordende door gem. Sait Iaffar en verscheide andere grooten, onder het lossen van negen canonschooten. Staturdag den 22. Kwam des morgens met gem: roeivaartuig onder een witte vlag m vor„ maar Juli vlag van vooren den voorwaarts gem. Pangoeloe van Jeram bij ons aan boord, die na het afleggen van zijn meesters compliment bekond maakte dat hoe gaarne zijn Hoogheid ook genegen was aan boord te komen, om de zaaken te beslissen, zijne grooten en gemeentens egter zulks niet toelaaten wilden; dat dierhalven den wel Edelen Heer Commandant hem wilde verexcuseeren; Hier op resolveerden zijn Wel Edele om den medegebragten Maleijer Assan na de wal te zenden, met ordre om zijn Hoogheid voor oogen te houden, met wat mogelijkheid men dan de zaaken kon beslissen en bijleggen indien parthijen malkander niet ontmoeten om de poincten van den vrede te beraamen, dat zijn Hoogheid immers zelvs eene bij eenkomst voorgeslagen had, en dat zoo hij nog al bevreest was gelijk schijn„ „baar bleek hij dan zijne gevolmagtigde moest zenden, zoo niet bij ons aan boord op de pantj. Banca, die nader onder de wal lag, om aldaar met den Wel Edelen Heer Commandant in onderhandeling te treeden; Des avonds kwam deezen zendeling te rug, met be„ „rigt dat de gemelde Said Iaffar nevens eenige andere Grooten zig verexcuseeren liet, bij ons aan boord te komen, maar aangenomen hadden zig op morgen na de guw. pantjallang te zullen begee„ „ven, waar op order gegeven wierd om twaalf Europesche Militairen na de Banca, en even zoo veel na de daar nevens leggende pantj. de Philippine, met haar volle wapens te transporteeren, om te dienen in cas van nood, 't welk omtrent negen uuren volbragt wierd; Ook kwam op heden van Malacca bij ons ten anker en vertrok we„ „der een Engelsche tweemaste bark de wil hebbende na Bengale, waar mede verschijde Heeren van 't Esquader eenige particuliere brieven ontvingen. Zondag den 23. Vertrok den Wel Edelen Heer Commandant nevens den onderge„ „tekenden met de schuit naar de pantjallang Banca; onder het lossen van dertien canonschooten, en aldaar overgestapt zijnde, wierd de topvlag met 't lossen van een canonschoot opgeheist, en zijn Wel Ed. met dertien gelijke schooten verwelle„ „komt, terwijl de top vlag van 't Commandant schip gestreeken, en de wimpel in dies plaats geheist wierd; hier na zoud zijn Wel Ed. onze mede gebragte bij de Maleidsche schrijvers met de schuit
English
July 625 to the shore to hasten the departure of the envoys. After the lapse of about two hours, there came aboard with them, under a salute of nine cannon shots from the shore and with an entourage of about two hundred persons in five other rowing vessels, the aforementioned Sait Iaffar, the Pangauwa of Pematang, the Pangauwa Toea, the Siabandhaar Intje Macbob, the chief of the Atchinese Poetjoet Lamba, and the Orangkaija kitjie. After the customary courtesies, we immediately presented to them the contents of the articles of peace and alliance in order to proceed with them to the actual negotiation of the matter. However, having read out and explained only a few of them, they answered us that this was not only too tedious and difficult, but that His Highness the king, their master, had provided them with written articles, which they handed over to the Honorable Commandant with the declaration that he could accept nothing more to comply with or follow than what the same dictated. These articles, having been read by our Malay clerk, were found to consist of such seven simple points as can be seen in the translation annexed hereto. Thereupon the Honorable Commandant replied through the mouth of the undersigned in the Malay language that these points were completely insufficient to conclude a peace; that if the Honorable Company had been satisfied with the twelve articles sent by His Highness their master to Malacca through the said Sabandhaar Macbol, His Honor would not have needed to come hither with such an expensive and considerable squadron; that these seven articles did not by far contain what His Highness their master had offered of his own accord in those twelve articles, from which we had to conclude that neither His Highness nor his grandees of the realm had any genuine intention to conclude a peace with the Honorable Company, so that all their protestations consisted of nothing but words that were very different from their hearts. The said Asait replied to this that the said twelve articles could be added to these seven and would be accepted by the king his master. The undersigned refuted these words by saying that both these articles or points were in many respects virtually the same and we were thus doing nothing more than wasting time by exchanging words, and it would therefore be better if they listened attentively to the contents of the draft brought with us, which had been drawn up for the peace negotiation the day before yesterday after the undersigned had returned on board from the shore. With this we were further engaged until about four o'clock in the afternoon, amid numerous debates and counter-debates, and drafted and established thirteen articles, or from article three to fifteen. However, the envoys would not or dared not determine the price of the tin, saying that their master the King ought to do so himself. With this they took their leave and departed for the shore in our boat, at their special request, and were saluted with nine cannon shots. The boat having returned, we departed for our ship's side under a salute of thirteen cannon shots, after the top flag had first been struck with a cannon shot and hoisted again with a shot on the ship Iava. Around five o'clock in the afternoon we arrived safely on board, where we were welcomed and received with thirteen cannon shots and full military honors. Monday the 24th. We dispatched one of our Malay clerks to the shore with the drafted thirteen articles, which had meanwhile been translated into the Malay language by the undersigned, in order to read them to His Highness, pursuant to the request made yesterday by his envoys to the Honorable Commandant. He returned in the afternoon and reported that His Highness had approved the said articles and wished to speak with the undersigned. We also received back in the fleet several dispatched boats and sloops with drinking water from the nearby river Jeram, which was distributed among the vessels. Tuesday the 25th. The undersigned departed with the boat for the shore, where, having arrived, he was received by both the Langauwas and led to the said Assait Iaffar, who was under a shed with the Sabandhaar
Dutch transcription
Juli 625 na de wal om de buitenkomste der gezanten te verhaasten; Na verloop van omtrent twee uuren kwamen met hun, onder een salut van negen canonschoten van de wal; en met een gevolg van omtrent twee honderd koppen in vijf andere roeivaartuigen bij ons aan boord voorm. Sait Iaffar, den Pangauwa van Pematang, den Pangauwa Toea, den Siabandhaar Intje Macbob, het opper„ „hoofd der Atchiender Poetjoet Lamba, en den Orangkaija kitjie, wel„ „ke na voorgaande pligtpleegingen, wij ten eersten den inhoud der urticulen van vreede en bondgenootschap voorlegden om met haar tot de werzentlijke verhandeling van de zaak te komen, dog eenige daar van nog maar voorgeleezen en te verstaan gegeven hebbende, gaven zij ons ten antwoord, dat zulks niet alleen te langwijlig en moeijelijk was, maar dat zijn Hoogheid den koning hunnen Meester schriftelijke articulen hadt medegegeven, die zij den Wel Ed. Heer Commandant over„ „rijkten met verklaaring dat hij niets meer konde aanneemen om na te komen of op te volgen als hetgene dezelven kwamen te dic„ „teeren, welke articulen door onzen Maleidschen Schrijver geleezen zijnde, bevonden wierden in zulke zeven eenvoudige pointen te bestaan als bij dies hier nevens g'annexeerd translaat is te zien; Hier op gaf den Wel-Ed. Heer Commandant door den mond des on„ „dergetekenden in de Maleidsche taale ten antwoord, dat die poin„ „ten gantsch niet voldoende waren om een vreede te sluiten, dat zoo de E. Comp. met de door zijn Hoogheid hunnen meester naar Mar„ „lacca, door gem. Sabandhaar Macbol gezondene twaalf articulen te vreeden waren geweest, zijn Wel Ed. niet had behoeven herwaarts te komen met een zoo kostbaar en aanzienelijk Esquader; dat deeze zeven articulen op verre na niet behelsden het geen zijn Hoogheid hun„ „nen meester in die twaalf articulen uit eigen beweeging aange„ „boden hadde, waar uit wij besluiten moesten dat zijn Hoog„ „heid, nog zijne Rijksgrooten, geene weezentlijke meening hadden om een vrede met de E. Comp. te sluiten, dus alle hunne betuigingen niet anders dan in woorden bestonden welke met hunne herten zeer verschillende waren; Den gem. Asait repliceerde hier op dat de gem. twaalf articulen bij deeze zeven konden ge„ „voegd Juli „voegd en bij de door den koning zijn Meester aangenomen zouden worden, den ondergetekende wederlegde deeze woorden met te zeggen dat die beide articulen of pointen in veel stukken genoegzaam hetzelfde waren en wij dus met woorden wisselen niets meer dan tijd verspilden, en het dierhalven beter zoude zijn dat zij met aandagt toeluisterden naar den inhoud van ons medegebragt ontwerp, dat tot de vreede handeling eergisteren was opgesteld, na dat den onder„ „getekenden van de wal aan boord was geretourneerd; waar mede wij voorts tot omtrent vier uuren des namiddags, onder menig„ „vuldige debatten, en contra debatten bezig waren en dertien arti„ „culen, of van articul drie tot vijftien, beraamden en vaststel„ „den, egter wilden of durfden de zendelingen de prijs van het tin niet bepaalen, zeggende zij dat hun meester den Koning zulk zelvs behoorde te doen, hier mede namen zij afscheid en vertrokken met onze schuit, op hun speciaal verzoek, naar de wal, en wier„ „den met negen canonschooten gesalueerd; De schuit te rug gekeerd zijnde, vertrokken wij naar ons scheepsboord, onder een salut van dertien canon schooten, na alvoorens met een canonschot de topvlag gestreeken en op het schip Iava dezelve met een schoot weder opgeheist was; Omtrent vijf uuren des namiddags kwamen wij behouden aan boord, alwaar w' met dertien canonschooten en volle militaire honneurs verwellekomt en gerecipieerd wierden. aandag den 24. Depecheerden wij een van onze Maleidsche Schrijvers na de wal met de beraamde dertien articulen, die intusschen door den on„ „dergetekende in de maleidsche taale overgezet waren om dezelve zijn Hoogheid voorteleezen, op verzoek van desselvs Afgezanten gisteren aan den Heer Commandant gedaan, welke des nademiddags te rug kwam en rapporteerde dat zijn Hoogheid de gemelde articu„ „len hadt goedgekeurd, en den ondergetekende wenschtte te spreeken Ook kreegen wij in de vloot eenige gedepecheerde schuiten en sloepen met drinkwater van de nabijgelege rivier Jeram te rug, dat aan de vaartuigen verdeeld wierdt. Dingsdag „ 25. Vertrok den ondergetekende met de schuit naar de wal, alwaar gearriveerd zijnde, ontvangen wierd door de beide Langauwas en geleid naar gemelte Assait Iaffar, die onder een loots met den Sabandhaar
English
July 622 Shahbandar and other dignitaries sat to await the King of Attingsburg, who appeared about half an hour later, and having taken a seat after the exchange of courtesies, the undersigned addressed him concerning the determination of the tin price, presenting to him how necessary this was required for both parties and indeed for His Highness in particular, in order to taste the fruits of a new alliance of friendship and confederacy in peace and to let his subjects reap them without dispute or discord. To this, His Highness answered that the tin of Selangor and its subordinate places was the best tin, which I agreed with, adding that this was the same sort as that mined in the villages of Rembau and delivered to the Honourable Company, and that the difference of two Spanish dollars, when it is fetched from here, might well be granted to those people for the expenses of the vessel, etc., who came to collect this mineral, and since no real large quantities were fetched at one time, it was well to be thought and concluded that, besides the risk at sea, they simply could not make ends meet with that alone. This having been completely agreed to by His Highness after a short silence, I set to work to obtain approval also for the first and second articles of the aforesaid Draft brought with us, which had been dealt with at length during our first conference, and which His Highness's qualified Envoys had accepted subject to his approval, and thus reiterated to His Highness that as soon as he acknowledged the Honourable Company's supreme power and property, he could also rely entirely upon the Honourable Company's powerful protection; that he therefore remained King, as had already been said, just as the King of Siak, even the Prince of Johor and Pahang, and several other Kings, who thereby wielded the sceptre over their subjects with much more peace of mind in the land they governed than others who sailed under their own steam and were exposed to the neighbouring peoples. To this, the aforementioned Sayyid Jaafar answered that the Honourable Company would then also desire to have the Dutch flag flown over the place, which would be too great a disgrace for the King. I replied to this that he had indeed spoken about this point with the Right Honourable Lord Commander, and His July Right Honourable had promised not to make any mention thereof, so that this matter was already redressed. Yet, not being at ease with this, they brought forward a multitude of difficulties, which nevertheless also being resolved and refuted, His Highness, after a while of silence, gave his full consent and acknowledged the Honourable Company's Supreme Power, together with the allegiance and loyalty owed thereby. But regarding the exception of the district of Klang and the villages belonging under it, contained in the said first article and extended in the twenty-first article, against this they all protested at once and asserted that the same belonged under the district of Selangor; that all those who had exercised authority there as Chiefs had never been permitted to exercise the right of life and death, and had even been obliged to come hither concerning all matters of importance to request and await the decision. The undersigned answered to this that he could not understand these arguments of theirs, since by all the Honourable Company's old treaties the present Minister at Riau, Raja Tua, was known as the lord of Klang, whose ancestors had transformed this district from wildernesses into villages and habitable places. To this they answered me that that man had indeed borne the title thereof and that he had been permitted this because he was a Prince by birth, but that the Products of the land had always belonged to Selangor; that they therefore could not cede it. And as for Prince Abdullah, that the same was a relative of His Highness, whom he had virtually brought up himself, to whom they would gladly give and grant the administration if only he could and would conduct himself well and suitably for his birth, but that he was presently nothing more than a dissolute youth, entirely given over to opium smoking, cockfighting, and many other vices, and who could not write, read, or reckon, whereby he was entirely incapable of having any administration entrusted to him, but that as soon as he could and would abandon all those vices, they were willing to undertake to have him learn the most necessary disciplines and thereafter place him in the administration. The undersigned replied to this that he did not know whom the Company would or wanted to place in the administration of Klang, but indeed that the Honourable Company exempted the same from Selangor, because it was a district in its own right and
Dutch transcription
Juli 622 Sabandhaar en andere grooten zaaten, om den koning van Attings„ „burg te verwagten, denwelken omtrent een half uur daar na ver„ „scheen, en na pligtpleegingen zitplaats genomen hebbende, sprak den ondergetekende hem aan, over de bepaaling van de thinprijs, hem voorhoudende hoe noodzaakelijk zulks vereischt wierdt voor parthijen wederzijds en wel voor zijn Hoogheid in 't bijzonder, om de vrugten van een nieuwe alliantie van vriend en bondgenootschap net gerustheid te smaaken en door zijne onderdaanen zonder ver„ „schil of turst te laaten plukken, hier op antwoorde zijn Hoogheid dat het thin van Slangenoor en dus onderhoorige plaatzen het beste thin was, hetgeen ik toestemde met bijvoeging dat dit hetzelfde soort was als in de Negorijen van Rombouw gegraaven, en aan de E. Comp. gele„ „verd wierd, en dat 't verschil van twee spaans wanneer 't zelve van hier word gehaald wel aan die menschen mogte gegund wor„ „den voor onkosten van het vaartuig &. die dit mineraal kwamen aftehaalen, en vermits geen weezentlijke groote quantiteiten op een„ „maal gehaald wierden het wel te denken en op te maaken was dat zij behalven de risico ter zee, enkeld daar mede niet zonden rondschie„ „ten, dit van zijn Hoogheid na een kort stilswijgen volkomen toe„ „gestemt zijnde, maakte ik mijn werk om ook ingewilliget te krijgen, 't eerste en tweede articul van voormeld ons medegebragt Outwerp, waar over breedvoerig bij ons eerste conferentie was gehan„ „delt, en die zijn Hoogheids gequalificeerde Gezantens op zijn goedkeu„ „ring hadden aangenomen, en herhaalde dus voor zijn Hoogheid, dat zoo dra hij 's E. Comp. s oppermagt en eigendom erkende, hij ook volkomen staat kon maaken op 's E. Comp. s vermogende bescherming, dat hij daar om Koning bleef, gelijk reeds gezegt was, wen als de Koning van Siac„ zelvs den Vorst van Iohor en Pahan; en meer andere Koningen, die daar door met veel meer gerustheid in 't land dat zij regeerden, den Soepter swaaijden over hunne onderdaanen, dan anderen die op hun eige wie„ „ken dreeven, en bloot stonden voor de nabuurige volkeren, hier op ant„ „woorde gem. sait Iaffar, dat de E. Comp. dan ook wel begeeren zoude de Hollandse vlag van de plaats te laaten waaijen, 't geen eene al te groote schande voor den Koning zoude zijn, ik repliceerde hier opr dat hij immers over dit point met den Wel Ed. Heer Commandant gesprooken en zijn Wel Juli Wel Ed. beloofd hadt daar van geen mentie te zullen maaken, zoo dat zulks al geredresseerd was, dog hier mede nog niet gerust zijnde bragten zij nog eene meenigte zwaarigheden voor den dag die egter mede opgelost en wederlegt zijnde, gaf zijn Hoogheid na een wijl stilzwijgens zijne volkomen toestemming, en erkende 's E. Comps. Oppermagt, nevens de gehouw en getrouwigheid daar door verschuldigd, dog no„ „pens de uitzondering van het landschap Calang en de daar onder behoorende Negorijen in gemelde eerste articul vervat, en bij het een en twintigste articul geextendeerd, hier tegens kwamen zij alle te gelijk op, en bewoer„ „den dat dezelve onder het district van Slangenoor behoorden dat alle die genen die aldaar als Hoofden het gebied gevoerd hadden, nooit het regt van leven en dood hadden mogen oeffenen, en zelvs over alle zaaten van aangelegenheid na herwaarts verpligt waren geweest te komen om de decisie te imploieeren, en afte wagten, den ondergetekende, antwoorde hier op dat hij deeze hunne betoogingen niet konde begrijpen, vermits bij alle 'sE. Comps. oude tractaaten den tegenswoordige Minister te Riouw Radja Toea als heer van Calang bekend stond, wiens voor ouders dit landschap uit wildernissen tot negorijen en bewoonbaare plaatzen gemaakt hadden, hier opgaven zij mij ten antwoord dat dien man, wel de titul daar van gevoerd en men hem zulks toegelaaten hadt om dat hij uit de geboorte een Prins was, dog dat de Producten van het land altoos aan Slangenoor hadden behoord; dat zij dierhalven daar van niet konden afstaan, en wat den Prins Abdulla aanbelangde, dat denzelven een nabestaande van zijn Hoogheid was dien hij ge„ „noegzaam zelvs opgebragt hadt, aan wien zij gaarne de bestiering wilden geeven en gunnen, zoo hij zig maar wel en zijn geboorte betaa„ „melijk konde en wilde gedraagen, dog dat hij thans niets meer dan een losbandige jongeling was, ten eenenmaal overgegeven aan het amfioon schuiven, haare regten en meer andere ondeugden, en die niet schrijven, leezen, of rekenen kon, waar door hij ten eenemaal onbekwaam was om hem eenige bestiering aan te vertrouwen, maar dat zoo dra hij alle die ondeugden kon en wilde vaaren laaten, zij aanneemen wilden om hem de hoognoodige weetenschappen te laaten leven, en daar na in de bestiering stellen, den ondergetekende repliceerde hier op dat hij niet wist wien de Comp. in de bestiering van Calang zoude of wilde stellen, maar wel dat de E. Comp: 'tzelve van Slan„ „genoor uitzonderde, wijl dat een landschap op zig zelve was en
English
July 629 and did not belong under Slangenoor: Against this, they maintained with everything they could possibly bring forward that no one but the King of Slangenoor had ever enjoyed the products thereof, which was full proof that the same district belonged under the jurisdiction of Slangenoor. From this, the undersigned saw all too well that nothing further could be said on this article with success, therefore he proceeded to the already accepted sixth article and demonstrated to His Highness that the statement of the Honorable Company's effects that were allegedly still in existence here on Slangenoor bore no comparison whatsoever with what the former Commandant and other garrison members had left behind here upon their departure. To this, the aforementioned Asoit Jaffar answered him that the king had only entered the garrisons two days thereafter, and aside from the two bronze pieces that he had declared, had found none other than a remnant of his own iron pieces, that on such occasions the common people never forgot their own interests, but rather attended to them with a double vigilance, that upon the surrender of the place they had left behind a considerably larger number of pieces and effects, among others ten fine bronze pieces and upwards of three hundred bronze rantakken, of which he had not recovered or gotten to see a single one, that as far as the loss and damage overall was concerned, His Highness had suffered and undergone nothing small, that his subjects and the inhabitants here, having returned upon the assurance of being restored to their possessions and remaining unmolested, had first been plundered to such an extent that they had nothing left; that therefore, if a prompt restitution had to take place, he would very gladly see his own returned, that they would then accept and bind themselves in writing to compensate the Honorable Company's goods in cash for that which they were unable to restore in kind. Stepping away from this, the undersigned brought up the contents of the eighth article of the aforementioned draft concerning the compensation of the war expenses to the Honorable Company, and proposed, July according to the agreement made with the Right Honorable Lord Commander, a sum of twenty thousand Spanish reals; His Highness himself answered to this that such a matter was entirely impossible for him, since he found himself in a state of great poverty in which he needed some years to restore the inhabitants and the land that he now received from the Company at heavy expense, that he neither would nor could accept anything which he did not believe he would be able to carry out, and therefore requested that the Honorable Company might desist from this, and that they would not impose impossible matters upon him. The undersigned replied to this that entirely rejecting such an important point was not at all fair, but rather suited to lose all esteem with the Honorable Company, and whether it was not better that His Highness chose a middle course and gave five bahars of tin annually to the Honorable Company as a token of his adherence and as a contribution toward bearing the demanded war expenses. Upon this, His Highness seemed to be in doubt, and after a period of silence he requested permission from me, and went indoors to speak with his nobles, after which, returning with the said Assait Iaffar, he made known to me that he could not possibly accept or promise such a thing, it being far too heavy for his condition, and the said Jappar added to this that he considered the proposed middle course as a tribute that this land would have to pay, which cannot happen, since it was well known to him that the Honorable Company had several times had war and peace with Siac, and such demands for expenses or restitution of lost effects had never taken place. Upon this, the contents of the sixteenth, seventeenth, and eighteenth articles having been explained to them, they took them into consideration one by one, deliberated them with one another, and brought forward their difficulties against them several times, which having been resolved by me, the said Iaffar, with the silent assent of the other nobles, made known His Highness's approval and consent, under the promise that he would have delivered to me on board the following day the thirteen articles already drafted on the 23rd of this month, which he had briefly requested and received in writing, in order to add these five articles thereto and send them once more to His Highness for reading, whereupon I took my leave to go on board
Dutch transcription
Juli 629 en niet onder Slangenoor behoorde: Hier tegen hielden zij met alles wat zij maar bijbrengen konden, staande, dat niemand als de Koning van Slangenoor de Producten van hetzelve ooit ofte ooit genotend hadt, 't welk een volle bewijs was dat hetzelve district onder de jurisdictie van Slangenoor behoorde, den ondergetekende zag hier uit maar al te wel dat met succes niets verder over dit articul ge„ „zegd kon worden, derhalven stapten hij over tot het reeds aangenomen zesde articul en demonstreerde aan zijn Hoogheid dat de opgaaf van 'sE. Comps. effecten die hier op Slangenoor nog maar in weezen zouden zijn, gants geen comparatie hadt met hetgeen den gewezene Commandant en verdere bezettelingen bij haar vertrek alhier ag„ „tergelaten hadden; Hier op gaf meergemelde Asoit Jaffar hem ten antwoord, dat de koning twee dagen daar na, eerst in de be„ „zettingen was gekomen, en behalven de twee metaale stukken die hij had opgegeven, geen andere als een restant van zijn eige ijzere stukken gevonden hadt, dat bij diergelijke gelegendheden de gemeenen nooit haar eige belang vergaten, maar wel met eene dubbelde vigilantie behartigden, dat zij bij den overgang van de plaats een vrij grooter getal stukken en effecten agterlaaten hadden, onder anderen tien fraaije metaale stukken en ruim drie honderd metaale rantakken, waar van hij niet een weder gevonden of te zien ge„ „kregen hadt, dat wat het verlies en schade over het geheel aan„ „belangde zijn Hoogheid gants geen geringe geleden en ondergaan had, dat zijne onderdaanen en de ingezetenen hier, op de verzeke„ „ring van in haare bezittingen hersteld en ongemolesteerd te blij„ „ven, terug gekeerd zijnde, eerst zoodanig geplundert waren geworden dat zij niets meer over behouden hadden; dat dierhal„ „ven, zoo eene prompte restitutie moeste plaats hebben, hij zeer gaarne het zijne zoude weerom zien, dat zij dan aanneemen en zig schriftelijk verbinden wilden 's E. Comps. goederen in con„ „tant te vergoeden hetgeen zij buiten staat waren in natura te restitueeren Hier van afstappende bragt den ondergetekende den inhoud van het agtste articul van het meergemelde ontwerp wegens de ver„ „goeding der oorlogs-onkosten aan de E. Comp. op tapijt, en stelde volgens Juli volgens genomene afspraak met den Wel Ed. Her Bevelhebber eene Son „ma van twintig duizend spaansche reaalen voor; zijn Hoogheid antwoorde hier op zelvs, dat voor hem zoo eene zaak gants onmogeli was, dewijl hij zig in een staat van groote armoede bevondt waar in hij eenige jaaren noodig hadt, om de inwoonders en het land dat hij nu van de Compagnie ontving met zwaare kosten te herstellen dat hij niets wilde of konde aanneemen, het geen hij niet vermeerd ter uitvoer te zullen kunnen brengen, en dierhalven verzogt dat de E. Comp. daar van mogte afzien, en men hem geen onmogelijke zaaken wilde opleggen, den ondergetekende repliceerde hier op, dat een zoo gewigtig point ten eenemaal van de hand te wijzen, gand niet billijk was, maar wel om alle agting bij de E: Comp. te verliezen en of het dan niet beter was dat zijn Hoogheid een middelweg koor en jaarlijks vijf blaaren thin aan de E. Comp. gaf tot een blijk zij„ „ner aankleeving en ter gemoedkoming in het draagen der geeischt te Oorlogs-kosten; Hier op scheen zijn Hoogheid in twijffel te zijn, en na een poos stilzwijgens verzogt hij van mij vrijheid, en ging in huis om met zijn grooten te spreeken, waar na hij met gemelde Assait Iaffar terugkeerende aan mij te kennen gaf, dat hij zulks onmogelijk zoude aanneemen, of beloven als zijnde veel te zwaar voor zijn toestand en gem. Jappar voegde nog daar bij, dat hij die voorge„ „slagen middelweg aanmerkte als een tribut die dit land zoude moe„ „ten opbringen, 't geen niet geschieden kan, wijl hem wel bekend was dat de E. Comp. se met Siac meermaalen oorlog en vreede gehad hadt, en nooit diergelijke Eisschen van kosten of restitutie van verlorene effec„ „ten plaats hadt gehad; Hier op den inhoud van 't zestiende, zeventien „de en agttiende articulen hun te verstaan gegeven zijnde, na„ „men zij een voor een in bedenking overlegden dezelve met elkan„ „deren, en bragten hunne zwaarigheden daar tegen verscheide maalen voor, die door mij opgelost zijnde, gaf gem. Iaffar met stilzwijgen van de andere grooten zijn Hoogheids goedkeuring en toestemming te kennen, onder belofte dat hij des anderen daags mij aan boord zoude doen bezorgen de op den 23. deezer reeds beraamde dertien articu„ „len, die hij in 't kort op schrift verzogt en gekregen hadt om daar bij deeze vijf articulen te voegen en zijn Hoogheid nogmaals ter lecture te zenden, waar op ik mijn afscheid nam, om na boord te
English
July 631 to depart, as it was already well past five o'clock in the afternoon, being escorted to the boat by the Old Langauwa and Matte Matte, and saluted with seven cannon shots. Also today towards evening, the pantjallang the Bliton was dispatched to the Strait of Calang to collect firewood for the ships Hoolwerf and the Hoop. Wednesday the 26th. There died on the ship Hoolwerf, and was committed to the deep with the customary formalities, the Second Mate and Commander of the galowet the Concordia, Fredrik Reedeker of Amsterdam. Likewise there arrived from Malacca an English cutter boat bound for Queda, with which the Honorable Commander and some other gentlemen in the Squadron received private letters; and since no vessel appeared from the shore with the promised articles, the Honorable Commander in the afternoon sent our two accompanying Malay clerks thither to inquire after them and at the same time to request a specific list of all the Honorable Company's effects that they had agreed to restore. In the evening they returned and brought the said articles and List (which translated into Dutch lies here adjacent) with them, reporting that they had indeed sent a prahu from the shore to the ship with the said papers, but that it had been forced to turn back by contrary winds and heavy seas. Thursday the 27th. In the morning, the said articles, being eighteen in total, having been fully translated into the Malay language and extended, I sent them by order of the Honorable Commander with our two clerks to the shore for the King's perusal. Towards ten o'clock in the forenoon Prince Abdulla came on board with us, to whom, by order of the Honorable Commander, the undersigned made known that the King and Grandees of Slangenoor claimed and maintained the district of Calang to have always belonged under their jurisdiction, and would by no means cede it, notwithstanding that we had been engaged with His Highness for two days to make them understand the contrary, or to separate the same from it. Upon this he answered me that all places situated in this strait had belonged to His Majesty the Sultan of Johor and Pahang, July from whom the ancestors of Radja Brina had even received the Kingdom of Slangenoor, and that he therefore intended to depart with us, or as soon as possible, for Malacca. Also towards evening an English ship came to anchor here, saluting us with eleven shots and was thanked with an equal number of shots, after which its Captain named Arreist came on board with us, and made known that he was from Bengal, bound via Malacca for China. In the evening around seven o'clock several cannon shots were fired from Fort Altingsburg as well as Utrecht and the other batteries on Slangenoor, after which our Malay clerks sent to the shore came on board towards eight o'clock, and related that those shots had been fired because they had seen the new moon and the Muhammadan Fast had thereby come to an end; and regarding their commission they reported that the King and his Grandees had approved the Draft Treaty and promised, when it was ready, to come on board to swear to and ratify the same. Friday the 28th. In the morning the English ship that arrived yesterday departed from here and continued its intended voyage. The pantjallang the Bliton also arrived here and discharged to the ships Hoolwerff and the Hoop a quantity of firewood collected from the Strait of Calang. Saturday the 29th. We dispatched the lighter the Haas to Pera with the Honorable Company's Missive and Cash from Malacca, brought along by us for the Commander there, together with a letter of communication on behalf of the Honorable Company from the Honorable Commander, in which orders were given to inform the King of Pera and his Grandees of the concluded peace with Slangenoor. Meanwhile, the Treaties having been fair-copied in triplicate and being ready to summon the King and his Grandees on board for signing, the Honorable Commander had within two watches worsened so greatly in his illness that His Honor was unable to sit upright, much less conduct any discourse or write; therefore His Honor resolved with the undersigned to make as much haste as possible, and to send the said Treaty to the shore, in order to be there sworn to and signed by the King and his Grandees
Dutch transcription
Juli 631 te vaaren, als zijnde reets ruim over vijf uuren des agtermiddags, wordende tot aan de schuit door den Ouden Langauwa en Matte Matte uitgeleid, en gesalueerd met zeven canonschooten, ook wierd op heden tegen den avond na Straat Calang gedepecheerd de pantj. de Bliton ter afhaal van brandhout voor de schepen Hoolwerf en de Hoop. Woensdag den 26. kwam op het schip Hoolwerf te overlijden en wierdt met de gewoone gebruikelijkheden over boord gezet den Onderstuurman en Gezaghebber van de galowet de Concordia Fredrik Reedeker van Amsterdam; zoo mede arriveerde van Malacca een Engelsche kotterboot de wil hebbende na Queda, waar mede den Wel Ed. Heer Commandant en ee„ „nige andere Heeren in 't Esquader particuliere brieven ontvingen, en wijl geen vaartuig van de wal met de beloofde articulen opdaagde, zond den Wel Ed. Heer Commandant des namiddags onze bijde mede gebragte maleidsche schrijvers derwaarts, om daar„ „na te verneemen en teffens een specifique notitie te vraagen van alle s E. Comps. effecten dien zij aangenomen hadden te resti„ „tueeren; des avonds kwamen, zij te rug en bragten de gem: articu„ „len en Notitie (:die in 't Nederduitsch getranslateerd hier nevens legt:) mede, met rapport dat zij van de wal wel een praauw na boord met gem. papieren hadden gezonden, dog dat dezelve door con„ „trarie wind en zwaare zee hadt moeten te rug keeren. Donderdag „ 27 Des morgens de gemelde articulen tot agtien ten vollen in de Maleietsche Taale overgezet en geextendeert zijnde, zond ik met last van den Wel Ed. Heer Commandant dezelven met onze bijde schrijvers, naar de wal, ter lecture van den Koning; tegens tien uuren 'T voormiddags kwam den Prins Abdulla bij ons aan boord, aan wien op last van den Wel Ed. Heer Commandant, de ondergetekende bekend maakte, dat den koning en Rijksgrooten van Slangenoor het landschap Calang beweerden en staande hiebden, altoos onder zijn district behoord te hebben, en daar van op geenerhande manieren wilden afstaan niet tegenstaande wij met zijn Hoogheid twee daagen bezig geweest waren om hun het tegendeel te doen begrijpen, of hetzelve daar van af te zonderen; Hier op gaf denzelven mij ten antwoord, dat alle plaatzen in deeze straat gelegen, zijn Majesteit den Sulthan van Johor en La„ „han Puli „han toebehoord hadden van wien de voorvaderen van Radja Brina zelvs het slangenoorsche Rijk hadden gekregen, dat hij dierhalven voorneemens was met ons, of zoo spoedig mogelijk, na Malacca te vertrekken; ook kwam alhier tegens den avond een Engels schip ten anker, salueerde ons met elf schooten en wierd niet gelijke schooten bedankt, waar na desselvs Capitein Genaamt Arreist bij ons aan boord kwam, en te kennen gaf van Bengalen te zijn, de wil hebbende over Malacca naar China; des avonds omtrent zeven uu„ „ren wierden zoo van het fort Altingsburg als Utreeht, en de an„ „dere batterijen op Slangenoor verscheide canonschooten gedaan, waar na onze na de wal gezondene Maleidsche schrijvens tegens agt uu„ „ren aan boord kwamen, en verhaalden dat die Schooten gedaan wa„ „ren wijl zij de nieuwe maan hadden gezien en de Mahomethaanse Vasten daar mede een einde hadt genomen, en nopens hunne com„ „missie rapporteerden zij dat den koning en zijne Grooten het Minut Contract hadden goedgekeurd en belooft, hetzelve in gereed„ „heid zijnde, aan boord te zullen komen bezweeren en ratificeeren. Vrijdag den 28. Des morgens vertrok van hier het op gisteren gearriveerde Engelsche schip en vervorderde zijne voorgegevene rheize. Ook arriveerde alhier de pantjallang de Bliton, en scheepte af aan de schepen Hoolwerff en de Hoop een parthij brandhout uit de straat Calang gehaald. Saturdag „ 29. Depecheerden wij de ligter de Htaas na Lera met 's E. Comps. Missive en Contanten van Malacca, door ons medegebragt voor den Comman„ „dant aldaar, nevens een communicatie brief 'sE. Comp. wegen van den Wel Edelen Heer Commandant, waar in gelast wierdt om van den geslooten vreede met Slangenoor den Koning van Pera en zijne Grooten te verwittigen. Intusschen de Contracten drievou„ „dig in 't net gebragt en gereed zijnde om den Koning en zijne Grooten ter tekeninge aan boord te kunnen laaten ontbieden, was den Wel Ed. Heer Commandant zedert twee wagten in zijne ziekte zoo„ „danig verergert, dat zijn Ed. niet in staat was over end te zitten, veel minder eenig discours te voeren, of te schrijven, dierhalven resolveerde zijn Wel Ed. met den ondergetekende, om zoo veel spoed te maaken als mogelijk was, en het gem. Contract naar de wal te zenden, om daar door den Koningen zijne Grooten bezwozen en getekend
English
July 633 August signed, and on the Honourable Company's side, on account of His Honour's indisposition, to be ratified by the undersigned, and to add some prestige to this proceeding, the undersigned was to be accompanied by four commissioners, for which were chosen the Military Lieutenants Anthonij Stecher and Fredrik Lucas Hutman, together with the Lieutenants at sea August Willem Hass and Iohannes Adolphus van de Putte, in whose presence the signing and swearing upon the Quran were subsequently accomplished; his Highness had a salute of thirteen cannon shots fired, which was reciprocated from the ship Iava with an equal number of shots, after which, having congratulated his Highness, we took our leave and sailed aboard, around seven o'clock in the evening, where having arrived and transferred, we likewise congratulated the Honourable Commandant on the concluded peace and an end to our proceedings here. In the late night, the squadron had the anchor weighed at the given signal and set sail, except for the pantjallangs the Philippine and Banca, which were ordered to take in the Honourable Company's effects from Slangenoor, and then, alongside the galley the Concordia, to sail through the false passage of Calang, to survey the black water, and proceed onward to Malacca. Sunday the 30th. We continued our voyage with scant winds. Monday the 31st. In the evening around nine o'clock, the squadron anchored in the Strait of Calang due to headwind and current, and dispatched the boat and the pantjallang the Bliton to the tin river to fetch water. Tuesday the 1st. The squadron drifted with the current further up the strait until Wednesday the 2nd into the mouth on the south side; meanwhile, firewood for the ships and vessels was gathered from the nearby woods, and toward the evening the Commandant received a report from the snow the Standvastigheid that a native soldier named Garong from Batavia, who had also gone ashore to gather firewood, had been struck and carried off by a tiger. Thursday the 3rd. Early in the morning we sighted the packet boat the Postlooper, and at noon its master came aboard bringing a letter from the Right Honourable Rigorous Lord Governor of Malacca, which was immediately answered by the undersigned, and with it the said boat was dispatched back by order of the Commandant. Friday the 4th. The water brought from the boat and the pantjallang the Bliton, which had returned last night from the tin river, or the river of Calang, was transshipped to us, after which the squadron weighed anchor at a given signal, set sail, and we continued our return voyage constantly with contrary winds, without any remarkable encounters until Friday the 11th. That we came to anchor near the outer roadstead of Malacca, after which in the afternoon around half past four the Honourable Commandant, the undersigned, and the Military Lieutenant Anthonij Stecher departed from aboard with the boat, under a salute of thirteen cannon shots: At seven o'clock in the evening we came ashore with the Honourable Commissioned Members from the Honourable Council of Policy of this Government, Francois Thierens, Reijnier Bernard Hoijnck van Papendrecht, and the First Sworn Clerk Iacob van Haak, who had fetched and conducted the Honourable Commandant with the country boat. With which these proceedings also ended. Malacca, the 12th of August 1786 /signed/ Gerr: Leend. Velge Sec. Translation of the enclosed Malay written Preliminary Articles of Peace, delivered at the first conference on the 23rd of July 1786 at the roadstead of Slangenoor, by Asait Iaffar, the Pangauwa Toea, the Pangauwa of Sematang, the chief of the Achinese Poetjoet Lamba, the shahbandar Intje Macbob, and the Orang Kaya Kitje, as authorized representatives of the Slangenoor ruler Radja Ibrahim to the Honourable Abrahamus Couperus as Plenipotentiary on behalf of the Dutch East India Company, with the declaration that their Master cannot accept or fulfill anything more than what this content dictates. 635 This document contains all that I can accept, promise, and fulfill with all my grandees, namely: Art. 1. No vessels of Slangenoor shall be permitted to sail past Malacca without calling in and providing themselves with a passport. 2. No other European nations than the Dutch shall be admitted to Slangenoor, nor any Chinese junks for trade; they shall be turned away upon their arrival. 3. All the tin of Slangenoor I will deliver according to the course of buying and selling. 4. The tin of Clang, Loecoet, and other places of the Slangenoor districts shall also be delivered to Malacca; these are my subordinate places that yield tin, and the Senior Merchant ought to know this. 5. The respective subjects who commit crimes must be extradited. 6. The slaves or bonded debtors who flee from Slangenoor to Malacca, or from Malacca to Slangenoor, must be extradited, upon payment of twenty rixdollars ransom. 7. The course of justice in each territory shall generally be open and free to everyone, so that the respective subjects, according to the laws of the place, can and may obtain their rights in their actions or claims without distinction of persons. Underneath stood: Thus translated according to the statement of the Moor Codja Mahomet, by me /signed/ Gerr: Leend. Velge Sec. In the margin: for the statement signed with some Moorish letters, and around it was written: drawn up by Codja Mahomet. In witness of the truth, the king has taken off all the effects. Translation of the enclosed written list and statement from the King of Slangenoor Radja Ibrahim of all the Honourable Company's effects that are to be found there.
Dutch transcription
Juli 633 Augustus getekend, en aan 'sE. Comps. zijde, mits zijn Wel Edb. indispositie door den ondergetekende bekragtigd te worden, en om eenig aanzien aan deeze verrigting bij tezetten, den ondergetekende te laaten verzellen door vier Gecommitteerdens, waar toe verkozen wierden de Luitenants Militair Anthonij Stecher, en Fredrik Lucas Hut„ „man, nevens de Luitenants ter zee August Willem Hass, en Iohannes Adolphus van de Putte, ten welkers overstaan de on„ „dertekening en beëediging op den Alkoran vervolgens volbragt zijn,' „de liet zijn Hoogheid een salut van dertien canonschooten doen, 't welk van het schip Iava met gelijke schooten wierdt gerecipro„ „queerd, waar na wij zijn Hoogheid gefeliciteerd hebbende, ons af„ „schijd namen, en na boord voeren, Omtrent zeven uuren des avonds, alwaar wij gearriveerd en overgestapt zijnde, den Wel Ed. Heer Com„ „mandant insgelijks met de gesloten vrede en een einde onzer ver„ „rigtingen alhier congratuleerden. In de nanagt lieten het Esqua„ „der op het gegeve sein 't anker ligten en gingen onderzeil, behalven de Lantjallangs de Philippine en Banca, die gelast waren om 's E. Comps. effecten van Slangenoor in te neemen, en vervolgens nevens de gallowet de Concordia door het valsche gat van Calang te zijlen, 't zwarte water op te neemen en voorts na Malacca te stevenen. zondag den 30. Vervorderden wij onze reize met schraale winden. Maandag „ 31. Des avonds omtrent negen uuren ging het Esquader door tegen„ „wind en stroom in straat Calang ten anker, en depecheerden de boot en de pantjallang de Bliton naar de thinrivier om water te haalen Dingsdag den 1. Dreef het Esquader met de stroom de straat verder op tot Woensdag „ 2 in de mond aan de zuidzijde; inmiddens wierdt van de nabij gelegen bossen brandhout voor de schepen en vaartuigen gehaald en tegen den avond kreeg de Heer Commandant Rapport van de Snauw de Standvastigheid dat er een Inlandsch soldaat genaamt Garong van Batavia, die aan de wal mede geweest was om brandhout te Baalen van de tijger was geslagen en weggehaald. Donderdag „ 3. Des morgens vroeg kreegen wij de paquetboot de Postlooper in 't gezigt, en des middags dier Gezaghebber aan boord medebrengende een briev van den Wel-Edelen Gestr. Heer Gouverneur van Malacca, die immediaat door dden „ en . Nugs. den ondergetekende wierdt beantwoord, en daar mede gemelde boot terug gedepecheerd op last van den Heer Commandant. Vrijdag den 4. Wierd het aangebragte water uit de boot en de pantj. de Baiton, die voorleden nagt van de thinrivier, of de rivier van Calang, geretour„ „neerd waren, bij ons overgescheept, waar na het Esquader op gegeven Seinde ankers ligte, onderzijl ging, en wij onze terugreize steeds met contrarie winden vervorderden, zonder eenige remarquable ontmoetingen tot Vrijdag den 11. Dat omtrent de buiten rhee van Malacca ten anker kwamen, waar na des agtermiddags omtrent half vijf uuren den Wel Edelen Heer Commandant, de ondergetekende en den Luitenant Militair Anthonij Stecher van boord met de schuit afgingen, onder een Sa„ „lut van dertien canonschooten: Om zeven uuren des avonds kwamen wij met de Heeren Gecommitteerde Leden uit den Achtb: Raads van Politie deezes Gouvernements Francois Thierens, Reijnier Bernard Hoijnck van Lapendrecht en den Eersten Gezwooren klerk Iacob van Haak, die den Wel Ed. Heer Commandant met de Landschuit hadden afgehaald en geconduiseerd, aan de Wal. Waar mede deeze verrigtingen ook eindigden Malacca den 12. Augustus 1786 /getekend/ Gerr: Leend. Velge Sec. s der inleggende Maleidsche schriftelijke Prelimch „naire Articulen van Vrede, overgegeven bij de eerste confe„ „rentie op den 23. Juli 1786 ter reede van Slangenoor, door Asait Iaffar, den Pangauwa Toea, den Pangauwa van Sematang, den hoofd der Atchieners Poetjoet Lamba„ den siabandaar Intje Macbob, en den Orangkaija Kitje, als gequalificeerdens van den Slangenoor„ „se vorst Radja Ibrahim aan den Wel Edele Heer Abrahamus Couperus als Gevolmagtigde van wegen de Nederlandsche Oostindische Compagnie, onder verklaaring dat hunnen Meester niets meer kan Translaat aanneemen 635 Dit geschrift behelsd alle hetgeen ik ban aanneemen belooven en naar„ „komen met alle mijne Rijksgrooten, nam. Art. 1. Alle vaartuigen van Slangenoor, zullen Malacca niet mogen voorbij zeilen, zonder aantegieren en zig van een Paspoort te voorzien. 2. Geene andere Europesche natien als de Hollanders zal op slangenoor geadmit„ „teerd worden, ook geene Chinase jonken ten handel; zullende bij hunne komst wer„ „den afgeweezen. Alle de Thin van Slangenoor zal ik leveren, volgens den conrs van koop en verkoop; 4. De Thin van Clang, Loecoet en andere plaatzen van de Slangenoorse, districten, zal mede op Malacca geleverd worden, dit zijn mijn onderhoorige plaatzen welke thin oplweren, en den Heer Opperkoopman zulks behoorde te weeten. De weerzijdse onderdaanen welke misdaaden begaan moeten uitgelwerd worden. De slaaven of verpandelingen die van Slangenoor na Malacca vlugten, of van Malacca na Slangenoor moeten uitgeleverd worden, onder betaaling van rds twintig losgeld. Den loop der Iustitie van ieder landschap voor 't algemeen, zal voor een ieder oper en vrijstaan, op dat de wederzijdse onderdaanen volgens de wetten van de plaats hun regt kunnen en mogen verkrijgen in hunne actien of pre„ „tensien zonder onderscheid van persoonen. /:onderstondt:/ DAldus Getranslateerd volgens opgaaf van den Moor Codja Mahomet, door mij /getekend / Gerr: Leend. Velge Sec. s . /in margine) voor de opgaaf /:get:d/ met eenige Moorsche Letteren, en daaromme was geschreven gesteld bij Codja Mahometo. Der overkonde van de waarheid, heeft den koning ofgenomen alle de Translaat der inleggende schriftelij„ „ke Notitie en opgaaf van den Koning van Slan„ „genoot Radja Ibrahim van alle 'SE. Comps. effecten dat aldaar te vinden zijn aanneemen of nakomen als dies inhoud komt te dicteeren effecten. 3.
English
63 Effects of the Dutch Company that exist at Slangenoor and were found both on the mountain and on the cape, or at Altingsburg and Utrecht, to wit: 1. saying one pair of brass cannons, 1. one pair of brass howitzers, 11. eleven pieces of grapeshot, 4. four pieces of copper cannon ladles, 8. eight pieces of carriages in their [illegible], 2. two pieces of gunpowder chests, 9. nine pieces of naval carriages, 1. one piece of table, 4. four pieces of long chairs, 3. three pieces of short chairs, 170. one hundred and seventy pieces of cartridges with gunpowder consumed Underneath stood: Thus translated according to the statement of the Moor Rodja Mahomet, by me, signed: Gerr:t Leend. Velge Sec:s. In the margin: for the statement signed with some Moorish letters, and around it was written, drawn up by Codja Mahomet. Agrees. Van Saak 63 Effects of the Dutch Company that exist at Slangenoor and were found both on the mountain and on the cape, or at Altingsburg and Utrecht, to wit: 1. saying one pair of brass cannons, 1. one pair of brass howitzers, 11. eleven pieces of grapeshot, 4. four pieces of copper cannon ladles, 8. eight pieces of carriages in their [illegible], 2. two pieces of gunpowder chests, 9. nine pieces of naval carriages, 1. one piece of table, 4. four pieces of long chairs, 3. three pieces of short chairs, 170. one hundred and seventy pieces of cartridges with gunpowder consumed Underneath stood: Thus translated according to the statement of the Moor Rodja Mahomet, by me, signed: Gerr:t Leend. Velge Sec:s. In the margin: for the statement signed with some Moorish letters, and around it was written, drawn up by Codja Mahomet. Agrees. Van Saak First Sworn Clerk Effects of the Dutch Company that exist at Slangenoor and were found both on the mountain and on the cape, or at Altingsburg and Utrecht, to wit: 1. saying one pair of brass cannons, 1. one pair of brass howitzers, 11. eleven pieces of grapeshot, 4. four pieces of copper cannon ladles, 8. eight pieces of carriages in their [illegible], 2. two pieces of gunpowder chests, 9. nine pieces of naval carriages, 1. one piece of table, 4. four pieces of long chairs, 3. three pieces of short chairs, 170. one hundred and seventy pieces of cartridges with gunpowder consumed Underneath stood: Thus translated according to the statement of the Moor Rodja Mahomet, by me, signed: Gerr:t Leend. Velge Sec:s. In the margin: for the statement signed with some Moorish letters, and around it was written, drawn up by Codja Mahomet. Agrees. Van Saak First Sworn Clerk 63 [illegible]
Dutch transcription
63 effecten van de Nederlandsche Compagnie dat tot Slangenoor in weezen en zoo op de berg als op tanjong /: of op Altingsburg en Utrecht:/ bevonden zijn tew: 1. –. zegge een paar metaale canons, 1. —. „ een paar metaale houwitzers, 11. –. „ elf pees druiven, 4. -. „ vier pees kopere Canonlepels, 8. –. „ agt ps. affuiten in z: t 2. –. „ twee pers, kruitkisten, 9. –. „ negen ps. rampaarden, 1. –. „ een ps. tafel, 4. –. „ vier ps. lange stoelen 3. –. „ drie ps. korte zeventig 170. –. „ een hondert „ sees kardoesen met kruid verbruikt (onderstondt/ Aldus getranslateerd volgens opgaaf van den Moor Rodja Mahomnet, door mij (:getekend/ Gerr:t Leend. Velge Sec. s /in margine / voor de opgaaf /getekend:/ met eenige Moorsche Letteren, en daar omme was geschreven, gesteld bij Codja Mahomet. Accordeert. o saak Van 63 effecten van de Nederlandsche Compagnie dat tot Slangenoor in weezen en zoo op de berg als op tanjong /: off op Altingsburg en UE bevonden zijn tew: 1. –. zegge een paar metaale canons, 1. —. „ een paar metaale houwitzers, 11. –. „ elf pees druiven, 4. –. „ vier pees kopere Canonlepels, 8. –. „ agt ps. affuiten in z:t, 2. –. „ twee pers, kruitkisten, 9. –. „ negen ps. rampaarden, 1. –. „ een ps. tafel, 4. –. „ vier ps. lange stoelen 3. –. „ drie ps. korte zeventig 170. –. „ een hondert„ dees kardoesen met kruid verbruikt (onderstondt/ Aldus getranslateerd volgens opgaaf van den Moor Ed Mahomiet, door mij (:getekend/ Gerr:t Leend. Velge Sec. s / /in margine / opgaaf /getekend:/ met eenige Moorsche Letteren, en daar o was geschreven, gesteld bij Codja Mahomet. Accordetert. Van Saak EE. G. Klerk effecten van de Nederlandsche Compagnie dat tot Slangenoor in weezen en zoo op de berg als op tanjong /: of op Altingsburg en Eta bevonden zijn tew: 1. –. zegge een paar metaale canons, 1. —. „ een paar metaale houwitzers, 11. –. „ elf pees druiven, 4. -. „ vier pees kopere Canonlepels, 8. –. „ agt ps. affuiten in z.:t 2. –. „ twee pers, kruitkisten, 9. –. „ negen ps. rampaarden, 1. —. „ een ps. tafel, 4. –. „ vier p s. lange stoelen 3. –. „ drie ps. korte zeventig 170. –. „ een hondert „ fees kardoesen met kruid verbruikt (onderstondt/ Aldus getranslateerd volgens opgaaf van den Moor Mahomiet, door mij (:getekend/ Gerr:t Leend. Velge Sec. s /in margine/ opgaaf /getekend:/ met eenige Moorsche Letteren, en daar was geschreven, gesteld bij Codja Mahomet. saak Actort E. G. Klerk 63 sa Bila 1Kom