Inventory 8900
Coromandel · 214 pages · 55 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
A. Copy Nagapatnam, dated 8. February, 20. May and 4. July Letters of 1779. Batavia To his High Excellency The High Noble Greatly Respected Widely Commanding Lord, Reijnier de Klerk Governor General Together with The Right Honorable Lords Councilors of the Netherlands East Indies etc. etc. High Noble Greatly Respected Widely Commanding Lord, and Right Honorable Lords, The Bengal Ministers advised us by dispatch of 8. December 1777 that, upon a petition presented to them for that purpose by the partnership Lucas Cramer and company, they had decided to take over on behalf of the Company from the aforementioned partnership their claim against their authorized agents here, the Warehouse Master Simons and adigar of the Villages Scheuneman, in the amount of Ar: 36729: 12:10: or ƒ 53564:3:8: Indian currency, and simultaneously charged the aforementioned amount by invoice hither, in order to be paid into the Treasury here by the aforementioned authorized agents. We, who had already been informed from private discussions held with the aforementioned authorized agents that the aforementioned debt would certainly be contested and debated by them, found it difficult to come to a final decision in this matter so immediately, and therefore we resolved on 31. December to earnestly demand from the Merchant Simons and adigar of the Villages Scheuneman, upon delivery of authentic copies of all relevant documents, that they provide us within two months with counter-accounts against what Bengal charged to them in their capacity as authorized agents of the partnership Cramer and Comp:, in order to decide further thereon. And we also thought it well to invoice back to Bengal the charged sum of ƒ53564:3:8:, considering that the aforementioned charge originally derived from a claim of private persons against private persons, the legality of which had not yet been fully proved or contested. For to proceed further in this matter, we rightly had objections, because we would thereby have made ourselves directly responsible for the receipt of funds whose authenticity was still unproven; and this, it seemed to us, was not something that could be demanded of us. We gave notice of this resolution, which we believed to be founded on fairness, to the Bengal Ministers by dispatch of 10. February 1778, /: of which the copy accompanies this:/ with the friendly assurance that we would look after the interest of the partnership and the maintenance of its rights, and make every effort that could serve to bring about a speedy settlement, and herewith we believed we had provisionally fulfilled our duty. Subsequently, the aforementioned authorized agents of the Bengal society presented to us such accounts and other papers as we had requested from them pursuant to the resolution of 31. December 1777. Yet because we, upon resumption of those documents, perceived such a considerable difference between the account of the Bengal Society and that of its authorized agents here, the Merchant Simons and Adigaar Scheuneman /:for according to the former they had to account for fully rop:s 34009. –. and according to the latter only Port: Pag: 4846: 4: 33: :/ we, because it could not well be verified here to what extent the aforementioned accounts and enclosures were to be credited or not, resolved on 19. March 1778: 1. to have the aforementioned authorized agents, according to their offer, provisionally and for the security of the Bengal society, transfer into the Company's general cash treasury the aforementioned amount of Port: Pag: 4846: 4:33:, to be kept there until further orders, and 2. to offer all the aforementioned documents, according to a note submitted thereof, to the Bengal Ministers, with the friendly request to deliver those papers to the Bengal society of Lucas Cramer and Comp:, and to elucidate for us as soon as possible how the aforementioned society would desire the collected funds to be handled. And of this resolution we gave the necessary communication to the Bengal Ministers on 17. June 1778, under transmission of all the aforementioned papers, as Your High Honors may please to inspect further from the copy of the letter which we enclose herewith. In the firm trust that we had thereby done everything in the aforementioned matter that one could reasonably demand of us regarding a private claim such as this is. We say a private claim; and to this we believe we have a right; for the taking over of the aforementioned claim for the Company, as was done by the Bengal Ministers, does indeed change its master, but by no means its nature
Dutch transcription
A. Copie Nagapatnam, ged.t 8. Februari, 20. Mai en 4. Iuli Brieven van 1779. Batavia Aan zijn Hoog=Edelheijd Den Hoog=Edelen Groot Agtbaaren Wijdgebiedenden Heer, Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal Benevens De Wel-Edele Heeren Raaden van Nederlands India & H & Hoog=Edele Groot= Agtbaare Wijdgebiedenden, Heere,J en Wel Edele Heeren, De Bengaalsche Ministers adviseerden ons bij missive van den 8. December 1777 dat zij op een daar toe aan haar gepresen„ „teert request door het genootschap Lucas Cramer C: s: besloo„ „ten hadden, ten behoeven van de Compagnie, van het voor„ „schreven genoodschap over te neemen, derzelver pretensie op haare gemagtigden alhier, den Pakhuismeester Simons en adigaar der Dorpen Scheuneman, ten emporte van Ar: 36729: 12:10: off ƒ 53564:3:8: Indiasch geld, en reekende tef„ „fens het voorschreve bedraagen bij factuur herwaarts aan, om door de evengemelde gemagtigden alhier in Cassa getelt te worden, Wij die bereeds uit particuliere Discoursen met de voorschreven gemagtigden gehouden, geinformeerd waren, dat de voorschreven schuld door hun wel degelijk zou worden tegengesproken en gedebat„ „teert, vonden ons bezwaard om in die zaak zoo ten eersten tot een finaal besluit te koomen, en derhalven resolveerden wij op den 31. December, om, onder afgaave van anthertique afschriften, van alle de daar toe relatie hebbende documenten, den Koopman Simons G 10 Simons en adigaar der Doopen Scheuneman met allen ernst te demandeeren, om binnen den tijd van twee maanden, aan ons te sup„ „pediteeren Contra rekeningen, tegens het haar van Bengale ten laste ge„ „bragte in qualiteit als gemagtigden van het genootschap Cramer, en Comp:, om 'er als dan nader te disponeeren En wij vonden teffens goed, de daar voor aangerekende Somme van ƒ53564:3:8:, bij factuur na Bengale te rug te rekenen uit aanmerking der voorschreve aanrekening oorspronkelijk was, uit een pretensie van particuliere persoonen op particulieren, waar van de wettigheid nog niet volkomen beweezen, of tegengesproken was geworden. want om in deeze zaak verder te gaan, maak„ „ten wij met reeden zwaarigheid, uit hoofden wij ons daar door direct verantwoordelijk zouden hebben gestelt voor het inkoo„ „men van penningen, welkers egtheid nog onbeweezen was; en dit dagt ons, was ons niet te vergen Wij gaven van dit besluit, het geen wij vermeenden, op de billijkheid te zijn gefundeerd aan de Bengaalsche Ministers keu „nis, bij missive van den 10. Februarij 1778, /: waar van de Co„ „pie deezen verzeld:/ onder vriendelijke verzekering dat wij voor het belang van het genootschap, en tot maintenue van derzelve regt zorgdraagen en alles aanwenden zouden, wat maar tot een spoedige afdoening zou kunnen dienen en hier mede ver„ „meenden wij, aan onzen pligt provisioneel voldaan te hebben Vervolgens wierdt aan ons, door de voorschreven gemagtig „den van de Bengaalsche sociteit aangebooden, zoodanige reke„ „ningen en andere papieren, als wij van hun volgens besluit van den 31. December 1777 afgevordert hadden. Dog wijl wij ^ resumtie van die documenten, zulk een aan „merkelijk different bespeurden tusschen de Reekening van de 3 de Bengaalsche Soaiteijt, en die van haare gemagtigden alhier den koopman Simons en Adigaar Scheuneman /:want zij vol„ „gens de eerste wel rop:s 34009. –. en volgens de laaste maar Port: Pag: 4846: 4: 33: verantwoorden moesten :/ hebben wij, om reeden hier niet wel kon worden nagegaan, voor hoe ver de voorschreven ree„ „keningen en bijlaagen te accrediteeren waaren of niet, op den 19. Maart 1778. beslooten /./ om door de voorschreve gemagtigdens, vol„ „gens haare aanbieding, bij provisie en tot securiteit van de Ben„ „gaalsche sositeijt in Comp:s groote geld kasse te laaten overbren„ „gen, het opgemeld bedraagen van Port: Pag: 4846: 4:33: om aldaar bewaart te worden tot nader ordre, en 2. / om alle de voormelde Documenten, volgens een daar van overgelegde Notitie de Ben„ „gaalsche Ministers dan te bieden, met vriendelijk verzoek, om die papieren de Bengaalsche sositeijt van Lucas Cramer in Comp: te intrageeren, en ons zoo spoedig mogelijk te elucideeren hoedanig de voorschrevene sociteijt zou begeeven dat met de geincasseerde penningen zou werden gehandeld. En van dit besluit gaaven wij aan de Bengaalsche Ministers op den 17. Junij 1778. de noodige Communicatie, onder overzending a van alle de opgemelde Papieren, gelijk Uwe Hoog Edelheedens na„ „der gelieven te beoogen, uit de Copie brief die wij deezen bijvoegen. In dat vast vertrouwen dat daar mede door ons in de voorschree„ „ve zaak alles gedaan was, wat men met reeden van ons, noo„ „pens een particuliere pretensie gelijk deezen is zoude kunnen vorderen. Wij zeggen een particuliere pretensie; en hier toe neeenen wij rs regt te hebben; want het overneemen van de voorschreven pre„ be „tensie voor de Compagnie, gelijk door de Bengaalsche Ministers gedaan is, doet dezelve wel van meester, maar geenzins van gedaante
English
change appearance. At least it has always seemed to us that it was and remained a claim of private individuals upon private individuals, which indeed, insofar as it were legally proven, or should be proven, could be taken over by subordinate Ministers for the account of the Company, but no further. And since not the slightest mention was made of this necessary condition by the Bengal Ministers in their aforementioned missive of 8. December 1777, we thought it neither prudent nor consistent with the interest of the Company to accept the aforementioned charge. Yet, the Bengal Ministers seem to be of this opinion, at least they remark in their missive of 10. December 1778, which we received on 31. January last, that we should have held the claim of the society upon its authorized agents here as proven until further orders, and that consequently, especially because the Company was involved in this matter and on that account had the preference, we should have caused the full amount of the entire charged sum to be provisionally deposited into the Cash office by the said authorized agents, reserving their recourse against the society; and they subsequently draw this conclusion therefrom, that because this was not done by us, they considered themselves, as far as the charged sum of ƒ53564:3:8: was concerned, less responsible for it than we are. A conclusion that we by no means had expected, since in our view we have shown as much helpfulness to the Bengal Ministers as has ever been shown by one establishment to another in such a case. Yet. 5 Yet the Bengal Ministers seem to doubt this, and since they, moreover, have already written to Your High Nobilities regarding the aforementioned charge, as has appeared to us from their copy of advices of 31. Janu: 1778, we also consider ourselves obliged to address Your High Nobilities concerning this case. Had we been able to think that the aforementioned matter would be placed in such a light by the ministers in Bengal as we now find, we would already in our humble letter of 25. September last have rendered to Your High Nobilities a detailed account of the reasons that necessitated us to make the aforementioned re-charge. But we thought that that matter, considered from its principal side, namely the origin of the debt, was private, and therefore did not belong among the matters which we are otherwise accustomed to impart to Your High Nobilities. However, since the aforementioned matter now seems to have changed its nature entirely, being regarded, as it appears to us, by the Bengal Ministers as an actio cessa, of which the loss runs for the account of the Company, we also take the liberty to approach Your High Nobilities in this regard with all respect. We have seen with astonishment from the Ministers' copy of advices of 31. Janu: 1778, as well as from their friendly letter of 10. December last written to us, of which we have the honor to offer the copy to Your High Nobilities, that the Bengal Ministers not only consider the aforesaid debt of ƒ53564:3:8: Indian money to be proven, but even say that the storekeeper Simons Simons and the Adigaar Scheuneman are said to be in agreement regarding the legality of the aforementioned debt. Whereas nothing less than this has appeared to us, at least the latest statement of account of the aforementioned authorized agents, which is attached hereto, proves the exact opposite; for according to the same, at the closing of the account they do not have to account for more to the said society than Lago. 4846: 4:33: Yet, however much we are all convinced and assured that the aforementioned authorized agents will have acted in the matter in question in such a manner as one ought to expect from men of honor, we have nevertheless, while delivering an extract from the aforementioned copy of advices, demanded of them to declare to us categorically whether they have ever acknowledged the legality of the aforementioned debt. But this is not only earnestly contradicted by them, but in addition thereto, and that, as it seems to us, quite fundamentally demonstrated, the illegality of the aforesaid claim; as Your High Nobilities may be pleased to inspect further from the accompanying Request, which we take the liberty to offer to the same, with the request to dispose thereof in such manner as shall be found appropriate. Yet in the meantime we not only request Your High Nobilities to release us from all accountability concerning the aforementioned matter, but also to write to us how it shall please the same that we should act with the collected Lort: Pag: 4846: 4: 33: regarding which the Bengal Ministers have not been pleased to make any disposition, certainly with the intention that whatever might in time fall short of the transferred sum, for our
Dutch transcription
gedaante veranderen. Ten minsten het heeft ons altoos toege„ „scheenen, dat het was en bleef een pretentie van particulieren op particulieren, die wel voor zoo ver ze wettig beweezen wees, of zou be„ „weezen worden, door subalterne Ministers voor rekening van de Compagnie kon worden overgenomen, dog verder niet. — En nadien van deeze noodzaakelijke mitsgeen het minste gewag was gemaakt door de Bengaalsche Ministers bij haaren opgemelde missive van den 8. December 1777 dagt het ons niet voorzigtig off met het belang van de Compagnie overeenkomstig te weezen, de meerge„ „melde aanrekening te accepteeren. Dem egter, de Bengaalsche Ministers schijnen van dit gevoe„ „len te weezen ten minsten zij remarqueeren bij haaren missive 10. December 1778, die wij op den 31. Ianuarij Jongstleden hebben ontvan„ „gen dat wij de pretensie van de soliteijt op haare gemagtigden al„ „hier tot nader ordre voor beweezen hadden dienen te houden en dat wij dienvolgende, voor al wijl de Comp: in deeze zaak gemelleerd, en uit dien hoofde de preferentie hadt, door de gemelde gemagtigdens bij provisie het volle bedraagen van de gansche aangerekende som in Cassa hadden moeten doen namptiseeren, behoudens haar regres op de societeijt; en trekken vervolgens hier uit dit gevolg, dat wijl dit door ons niet gedaan was, zij vermeenden, voor zoo ver de aan „gerekende som van ƒ53564:3:8: aanging, daar voor minder ver„ „antwoordelijk als wij te weezen. Een gevolgtrekking die wij geenzins verwagt hadden, alzoo wij na onze gedagten aan de Bengaalsche Ministers zoo veel gedienstigheid hebben betoont, als ooijt, in zoodanig een geval door het eene etablissement aan het andere beweezen Dog is. 5 Dog hier aan scheinen de Bengaalsche Ministers te twijffelen, En wijl zij boven dien, wegens de voorschreve aanrekening bereeds aan uwe Hoog Edelhedens geschreven hebben, gelijk ons uit haare Copia ad„ „visen van den 31. Janu: 1778 gebleeken is, agte wij ons ook verpligt ons over dit geval bij uwe Hoog Edelhedens te addresseeren Hadden wij kunnen denken dat de voorschreve zaak door de minis„ „ters in Bengale in zoodanig een ligt zou worden geplaast als wij thans bevinden, wij zouden bij onzen nedrigen van den 25. September Jongst„ „leden bereeds aan uwe Hoog Edelhedens hebben gedaan een omstandig verslag van de reedenen, die ons hebben genefessiteert tot de voor„ „schreve te rug reekening. Maar wij meender dat die zaak, van zijne voornaamste zijde, namentlijk den oorspronk van de schuld beschouwd weezende particulier was, en dus niet behoorden, onder de zaaken, welke wij anders gewoon zijn uwe Hoog Edelhedens te bedeelen. Dog nadien de voorschreve zaak, thans geheel van natuur schijnt veranderd te weezen, als wordende zoo het ons toeschijnt door de Bengaalsche Ministers voor een actionen Cessam aangezien, waar van de schaade voor rekening van de Maatschap„ „pij loopt neemen wy almeede de vrijheid ons dierweegens met alle eerbied bij uwe Hoog Edelhedens te vervoegen. Wij hebben uit der Ministers Copia advisen van den 31. Janu: 1778, zoo wel als uit haaren vriendelijken van den 10. December laastleden van ons geschreven, en waar van wij de eere hebben uwe Hoog Edelhedens, de Copie aan te bieden, met ver„ „wondering gezien dat de Bengaalsche Ministers de voorsz schuld van ƒ53564:3:8: Jndiasch geld, niet alleen voor be„ „weezen houden, maar zelfs zeggen, dat den pakhuismeester Simons Simons en den Adigaar Scheuneman, wegens de wettigheid van de voorschreve Schuld in Concesso zoude zijn. Daar ons niets min„ „der als dit is gebleeken, ten minsten de laatste staatrekening van de voorschreven gemagtigden die hier nevens gaat, bewijst het tegendeel volkoomen; want volgens dezelve, moeten zij bij slot van reekening aan de gemelde societeijt niet meer ver„ „antwoorden als Lago. 4846: 4:33: Dog hoe zeer wij alle overrugt en verzekert zijn dat door de voorschreve gemagtigdens, in de zaak in queste zoodanig zal weezen gehandeld, als men van luiden van eer dient te ver„ „wagten, hebben wij onder afgaave van een Extract uit de opgemelde Copia advisen, hun egter gedemandeerd, om aan ons Cathagorisi te verklaaren, of zij de wettigheid van de voorschreven schuld ooijt hebben erkent. Dog dit word niet alleen door hun met ernst tegengesprooken, maar daaren„ „boven nog, en dat zoo het ons toescheint al vrij fundamen„ „teel aangetoond, de onwettigheid van de voorsz: pretensie; gelijk uwe Hoog Edelhedens des gelievende nader beoogen zullen, uit het nevensgaande Request, hetgeen wij de vrijheid neemen Hoog dezelve aan te bieden, met verzoek om daar op zoo„ „danig te disponeeren als bevonden zal worden te behooren. Dog inmiddens verzoeken wij uwe Hoog Edelhedens niet alleen, om ons van alle verantwoording wegens de voorschreve zaak te libereeren, maar ook ons aan te schrijven hoedanig het Hoog dezelve zal behaagen, dat door ons zal worden gehan„ „deld, met de geincasseerde Lort: Pag: 4846: 4: 33: waar omtrent de Bengaalsche Ministers geene beschikking hebben gelieven te maaken, zeekerlijk met inzigt, om hetgeen 'er in der tijd van de overgenomene som mogt te kort komen voor on„ „ze
English
to leave the account. At least the ministers make this sufficiently clear in their aforementioned missive of 10 December 1778, although in the petition presented by the often-mentioned society to the Bengal Ministers, the validity of the current account drawn up by their authorized agents Simons and Schuneman has not yet been contradicted or refuted, much less that it has yet appeared to us that items were found by the Bengal society in that account which were improperly charged to it. And how equitable such an intention may be, we gladly leave to the just and highly enlightened judgment of Your High Noble Excellencies, whose way of thinking is too well known to us for us to have any fear that Your High Noble Excellencies would ever desire from us that we should compel anyone, whomever it may be, to pay something which still had to be proven that he owed, as has been the case in this instance, and this solely because the alleged debt was assumed for the account of the Company by a subordinate ministry, without authorization from Your High Noble Excellencies, without prior investigation as to whether it was lawful or not; for the fact that the said agents were debited in the books of the society for f53564:3:8 for merchandise sent to them, in our view in no way demonstrated that they owed this, as is now evident from the outcome, on which account we also hope that all the loss that the Company might in time suffer thereby will be left to the account of the Bengal Ministry; since we, without practicing the very extreme of inequity, could not compel the aforementioned agents to make a provisional deposit of the demanded sum, referring their petition to a society which is already imploring Your High Noble Excellencies for the benefit of cession. Meanwhile, we are quite willing, as soon as it is demonstrated to us by the Bengal Ministers or by the society that any damage has been done to them by the said agents, to procure that justice for them which we are obliged to show to the unfortunate, provided that the loss is clearly proven beforehand; otherwise, we believe we have no right to interfere in matters that belong to the department of justice, unless we were specifically authorized to do so by Your High Noble Excellencies. Furthermore, the Bengal Ministers, alongside their missive of 10 December 1778, have sent hither an extract from their resolutions taken previously in the Council of Policy on 15 September; regarding the justification of the master of the ship the Bovenkerkerpolder concerning his stay here. In that resolution, the Bengal Ministers are pleased to declare that the Director had communicated to them that the master Klaas Roem had orders to sail hither and remain lying here until 15 August; citing further that this had become further apparent to them from the European sailing orders and an ordinance of the first signatory of this letter, if, they continue, one can call it that, since it is framed in the manner of a request instead of commanding. It is true that the undersigned Governor, in his aforementioned ordinance, as can be seen in more detail in the accompanying extract of the Bengal resolution, used the word please instead of order, but he believes that this gives the Bengal Ministers not the slightest right to make remarks about it, and therefore he very respectfully requested Your High Noble Excellencies to forbid this to the Bengal Ministers for the future, as being contrary to a friendly correspondence that one establishment is obliged to maintain with another, according to the so often repeated orders of Your High Noble Excellencies. Pursuant to the highly esteemed order of Your High Noble Excellencies contained in the respected letter of 15 May 1778, we ordered the Chief Officers of Sadraspatnam by missive of [illegible] to have the 8 pieces of cracked bluestone slabs on hand there compensated for by those upon whom it is incumbent. Concerning this, they report to us by missive of 31 December 1778 that not a single person could be found among them who could undertake the aforementioned compensation, since they had found, from a document of 25 January 1744 signed by the then Chief Officer Spits and the Secunde Campie, that those slabs were already in such condition at that time; from which they believe they can deduce that they must have been of an old date even then. Furthermore, they state that it cannot be traced upon which requisitions, and under whose management, or under which heads of the stonemasons those slabs were manufactured; since the present people residing at Arriaalscherij could no longer provide the slightest report about it; and therefore they trusted that this their
Dutch transcription
„ze reekening te laaten. Ten minsten de ministers geeven dit duidelijk genoeg bij haaren opgemelde missive van den 10. December 1778 te kennen, schoon door de meergemelde societeijt bij haar aan de Bengaalsche Ministers gepresenteert Request de deugdelijk „heid der reekening Courant door derzelver gemagtigdens Simons en schuneman geformeerd, nog niet is tegengesproken of we„ „derlegt, veel min, dat aan ons nog zou gebleeken weezen, dat door de Bengaalsche societeit in die rekening bevonden zijn, posten welke oneigen ten laste van dezelve gebragt waaren. En hoe billijk derhalven zoodanig een voorneemen zij, laa„ „ten wij gaarne over aan het regtvaardig en hoog verligt oordeel van uwe Hoog Edelhedens, welkers manier van denken aan ons te wel bekent is, dan dat wij eenige vreeze zouden hebben, dat Hoog dezelve ooijt van ons zoude begeeren, dat wij ie„ „mand wie het ook zij, noodzaaken zoude iets te voldoen, het„ „geen hem nog moest beweezen worden, dat hij schuldig was gelijk in deeze het geval geweest is, en dit alleen om dat de gepretendeerde schuld, door een subalterne Ministerie, buiten qualificatie van uwe Hoog Edelhedens voor rekening van de Comp: was overgenoomen zonder vooraf te onderzoeken, off ze wettig was of niet, want de gemelde gemagtigden bij de boeken van de Societeit met ƒ53564:3: 8: gedebiteert waren, voor hun toegezonden koopmansz: toonde, ons bedunkens nog geen„ „zins aan, dat zij dit schuldig waaren, gelijk nu bij de uitkomst blijkt, weswegens wij ook hoopen dat al het na„ „deel dat de Maatschappij daar door in der tijd lijden mogt zal gelaaten worden voor rekening van het Bengaalsch Ministeri; alzoo wij, zonder de alleruiterste onbillijkheid te te oeffenen, de voorschreeve gemagtigden niet konden noodzaaken tot namptissement provisioneel van de geeischte Som, met overlaa„ „ting van haar reques op een genoodschap het geen bereeds bij uwe Hoog Edelhedens imploreert om beneficie van cessie Ipmiddens willen wij gaarne, zoo dra ons door de Bengaalsche Ministers, of door de Societeijt aangetoond wordt dat haar eeni„ „ge schaade is aangedaan door de gemelde gemagtigdens, aan haar dat regt bezorgen, hetgeen wij verpligt zijn aan ongeluk„ „kige te bewijzen mits het nadeel vooraffmiddag klaar bewee„ „zen wordt, anders vermeenen wij, geen regt te hebben ons te melleeren in zaaken, die tot het departement van de justitie behooren; ten zij wij daar toe speciaalijk door uw Hoog Edelhee„ „dens wierden gequalificeert. —. Wijders hebben de Bengaalsche Ministers nevens waaren mits „sive van den 10. December 1778 herwaarts gezonden en Extract uit derzelver Resolutien op den 15: September bevoorens in Raa„ „de van Politie genoomen; aangaande de verantwoording van den schipper op het schip de Booenkerker polder wegens zijn ver„ „blijf alhier. —. Bij die Resolutie gelieven de Bengaalsche Ministers zig den „danig te verklaaren, dat den Heer Directeur aan Haar Gecom„ „municeerd hadt, dat den schipper Klaas Roem ordre gehadt had=t om herwaarts te stevenen en alhier te blijven leggen tot den 15. Augustus; onder aanhaaling verder, dat zulks nader aan haar gebleeken was, uit de Europase zeilaas ordre en een or„ „donnancie van den Eersten teekenaar deezes Indien, dus ver „volgen zij, men het zoo kan noemen als zijnde in steede van gebieden verzoekender wijze ingerigt. Het 9 3 Het is waar, dat den Ondergetekende Gouverneur bij zijne voor„ „schreve Ordonnancie, zoo als bij het neevens gaande Extract Ben„ „gaalsche Resolutie nader te zien is, het woord gelieven in plaats van gelasten gebruikt heeft, maar hij vermeend dat dit aan de Bengaal„ „sche Ministers geen het minste regt geeft om daar over aanmer„ „kingen te maaken, en derhalven verzogt hij Uwe Hoog Edelhedens„ zeer reverentelijk, om dit, de Bengaalsche Ministers voor het vervolg te interdiceeren, als strijdig zijnde tegens eene vriende„ „lijke Correspondentie, die het eene Erablissement aan het andere schuldig is, te onderhouden volgens de zoo dikwils herhaalde ordres van uwe Hoog Edelheden. — Ingevolge de zeer g'eerde ordre van uwe Hoog Edelhedens ver„ „vat bij gerespecteerde Letteren van den 15. Maij 1778, hebben wij de Sadraspatnamsche Opperhoofden bij missive van den... gelast, om de 8: p:s aldaar aan handen zijnde geborste arduijne zarken te laaten vergoeden door die het incumbeerd. „Hier over melden zij, ons bij missive van den 31. December 1778, dat bij hun geen mensch te vinden was die de voorschreeve vergoeding zou kunnen aangaan, alzoo zij bij een opstel van den 25. Ianuarij 1744, door het toenmaalig Opperhoofd Spits en den Secunde Campie geteekend, bevonden hadden dat die zarken toen al zoodanig gesteld waaren; waar uit zij vermeenen te kunnen aflijden, dat zij toen al van een ouden datum moesten geweest zijn. Wijders zeggen zij dat het niet is na te gaan op welke Eijsschen, en onder wiens bestier, of onder welke hoofden van de steenhouwers, die zarken zijn aangemaakt; alzoo de presente lieden, die te Arriaalscherij woonen, 'er geen het minste berigt meer van gee„ „ven konden; en derhalven vertrouwden zij, dat deeze hun„ „ne
English
a presentation would prove with sound reason that the compensation for the 8 gravestones, which were already suffering from those same defects in anno 1744, could in no way fall upon anyone of the present time. We, who also cannot ascertain here at what time the aforesaid gravestones were made, decided on the 19th of January last to propose the aforesaid reasons of the Sadraspatnam Chiefs favorably to Your High Excellencies at the very first opportunity, just as we now have the high honor to do, with humble petition that the imposed compensation may be cancelled again in consideration of the motives adduced for it. The 1000 pieces of Chinese planks, sent hither in anno passato with the ship 'T veldhoen, were not delivered here, according to the written reports of the Land Surveyor Adam Godlieb Henk received at our session of the 15th of September 1778 and the 5th of this month; of which copies accompany this; and therefore we take the liberty to charge back to the enclosed Invoice Indian Capital the amount of ƒ400. –. that was charged hither for it by invoice of the 25th of June 1778. Yet on the other hand, with ƒ9:14:— we credit the aforesaid Capital again with the 1/3 part from dic: 8 39/60 that was credited hither, since the Chief Mate of the ship 'T veldhoen, Hendrik Oosterwout, for whose benefit that credit took place, had not only died upon the arrival of the said vessel, but this ship had also already departed from here, and the above-mentioned invoice invoice was received by us. During the repair of the pantjallang De Goede verwagting and the thonij De Johanna Maria, some further capital defects having been perceived on both of those vessels, which could not be discovered during the first inspection, we decided on the 5th of this month, upon the reports received thereof which are transmitted herewith in copy, to grant to the Master of Equipage from the Company's stores, for the repair of the aforesaid vessels, over and above the materials already granted for that purpose by resolution of the - - - - -, the woodwork etc., specified in the aforesaid reports, which together will amount to ƒ743: 13:—. Which we hope will also be favorably approved by Your High Excellencies, in view of the demonstrated necessity. After the dispatch of our respectful letter of the 19th of January last, the Junior Merchant and invoice clerk here, Fredrik Willem Bloeme, requested of us to present the accompanying petition to Your High Excellencies, in which he asks to be favored, at the upcoming relocation among the servants on the Coromandel Coast, with a more favorable employment than is currently held by him, as we take the liberty of doing hereby. While we have the honor to remain with the greatest veneration and high esteem. underneath was written: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Honorable Sirs, lower: Your High Excellencies' humble and obedient servants, was signed: R. van Vlissingen, P: S: Dormieux, Dormieux, I: E: G: Haselman, I: Mossel, W: Duijneveld, I: D: Simons, Ms Stoffenberg, F: W: Bloeme, in the margin: Nagapatnam in the Castle, the 8th of February 1774. Agreed. Examined. D. Van Haak Egke. PwrKool V F 15 Batavia To His High Excellency The Right Honorable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord Reijnier de Klerk Governor-General Together with The Honorable Councilors of the Netherlands Indies etc., etc., etc. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord, Honorable Sirs! We had the honor on the 9th of this month to receive Your High Excellencies' most venerated letter of the 4th of January last, sent to us with the ship the Triton via Ceylon. Which we can now respectfully answer according to duty. Regarding the difference of ƒ57833: 6: 8: appearing in our humble reports of the 17th of January 1777 and the 17th of January 1778, in the statement of the profits made on this Coast in anno 1775/6, we take the liberty to note with respect That in preparing the trade papers belonging to the general report of anno 1775/6, a yield statement was mistakenly drawn up, and with the Nagapatnam Sum
Dutch transcription
„ne vertooning met grond zou bewijzen dat de vergoeding van de 8. zarken, die al in anno 1744 aan die zelfde defecten labo „reerden, in geenerleij manieren vallen kon op iemand van deezen tijd. Wij die hier ook niet kunnen nagaan, in welke tijd de voorsz: zarken zijn aangemaakt, beslooten op den 19. Ianuarij Jongstleden, de voorsz: reedenen van de Sadraspatnamsche Opperhoofden, uwe Hoog Edelhedens bij de allereerste gelegend „heid favorabel voor te draagen, zoo wel als wij thans de hooge eere hebben te doen, met nederige instantie, dat de opgelegde ver „goeding uit Consideratie van de daar voor bijgebragte motiven weder mag worden g'annulleert De 1000. –. ps. Chineese planken, in anno passato met„ het schip 'T veldhoen herwaarts gezonden, zijn alhier niet uijt „geleverd, ingevolge de daar van ter onzer Sessie van den 15. september 1778 en 5. huijus ingekomen schriftelijk Rapporten van den Landmeeter Adam Godlieb Henk; waar van de Copien deezen verzellen; en derhalven neemen wij de vrijheid het daa voor bij factuur van den 25. Junij 1778 herwaarts aangerekende be„ „draagen van ƒ400. –. , bij de inleggende Factuur Indiasch Hoofd „plaatze te rug te reekenen. Dog daarentegen brengen wij met ƒ9:14:— de voorschree „ve Hoofdplaatsche weder ten goede, het herwaarts ten faveu„ „re gebragte 1/3 gedeelte uit dic: 8 39/60 alzoo den Opperstuur„ „man van het schip 'T veldhoen Hendrik Oosterwout, ten wiens behoeve die ten goede brengen is geschied, niet alleen bij arrive van gemelde bodem. overleeden, maar ook dit schip bereeds van hier, vertrokken was, en de bovengemelde Factuur Factuur bij ons wierd te ontvangen. Bij vertimmering van de Pantjallang De Goede ver„ „wagting en de Thonij De Johanna Maria, aan beide die vaartuigen eenige nadere Capitaale gebreeken ontwaart zijn„ „de, die bij de Eerste visitatie niet hebben kunnen worden ont„ „dekt, hebben wij, op de daar van ingekomene Rapporten die in Copie hier nevens overgaan op den 5. deezer beslooten tot ver„ „timmering van de voorschrevene vaartuigen, buiten en be„ „halven, de daar toe bij besluijt van den - - - - - geac„ „cordeerde materiaalen nog aan den Equipagie meester uit Comps. voorraad toe te staan, de houtwerken enz:, bij de voorschreven Rapporten opgegeeven die te saarmen bedraa„ „gen zullen ƒ743: 13:—. het geen wij hoopen, dat door uwe Hoog Edelhedens almede gunstig zal worden gepasseerd, uit hoofde van de aangeweeze noodzaakelijkheid. —. 1 Na het afgaan van onze Eerbiedige letteren van den 19. Januarij Jongstleden heeft den Onderkoopman en factuurhou„ „der alhier Fredrik Willem Bloeme, aan ons verzogt, om het nevensgaande Request, waar bij de aanstaande ver„ „schansing onder de Dienaaren op Chormandel met een fa„ „vorabel emplooij, dan thans door hem bekleedt word; beguns„ „tigt te moogen worden, uwe Hoog Edelhedens aan te bieden, zoo als wij bij deezen de vrijheid neemen te doen Terwijl wij ons de Eere geeve van met de meeste vene„ „ratie en hoog agting te blijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Wijd gebiedenden Heere en Wel Edele Heeren, /:lager:/ UW. Hoog Edel„ „hedens onderdaanige en gehoorzaame Dienaaren, /:was getekend:/ R. van Vlissingen, P: S: Dor„ „mieux „mierux, I: E: G: Haselman, I: Mossel, W: Duijneveld, margine:/ Nagapatnam in het Casteel den 8. Febru„ I: D: Simons, M=s Stoffenberg, F: W: Bloeme, /:in Accordeert Nagezien D. Van Haak Egke. „arij 1774. —. PwrKool V F 15 Batavia Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal Beneevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India &=o &=a &c„a Ca Hoog Edele Groot Agtbaare Wydgebiedende Heere Jr Wel Edele Heeren! Wij hebben op den 9 deezer de eere gehad te recipieeren uw Hoog Edel„ „heedens zeer gevenereerde missive van den 4. Ianuarij Iongstleeden, ons met het schip de Triton over Ceilon toegezonden. Die wy tans na gehoudenisse eerbiediglyk kan beantwoorden Betreffende het verschil van ƒ57833: 6: 8: by onze nedrige advisen van den 17. January 1777. en 17. January 1778 voorko mende, in de opgave van de behaalde winsten ter deezer Kuste in ao 1775/6, neemen wy de vryheid met Eerbied te noteeren Dat by het in gereedheid brengen van de Negotie, Papieren, be hoorende tot het generaal verslag van ao 1775/6 er abusivelyk een Rendement geformeerd, en by het Nagapatnamsche Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wijd gebiedende Heere Som
English
summary of sold merchandise was included, of 96000: — lb of Japanese bar copper, which it was assumed that by the merchant Tieroemenij Chittij and associates, according to contract, had been received from the warehouses, as had occurred annually for some years previously. Yet after the dispatch of our humble advices of January 1777, whereby for the profits throughout the whole of Chormandel in the year 1775/6 had been set at ƒ550869: 9 —, the cited error having been discovered, the assumed profit on the aforesaid quantity of copper, which calculated to ƒ57833: 6: 8:, was deducted from the Nagapatnam benefits: for which had been set ƒ88930: 16: 8:; whereby for the Nagapatnam profits of 1775/6 there remained only ƒ31097: 10: —, which with the summaries of that profited at the respective factories, could calculate no more for the general profits of 1775/6 than ƒ493036:2:8:, which we then also subsequently, or in our humble advices of 17 January 1778, gave as the actual profits on the disposed merchandise throughout the whole of Chormandel in the year 1775/6. Whereas in the trade books of this principal place, only a small quantity of 1920 lb was entered as sold copper. The second difference that subsequently was further found by your High Nobilities to reside in our aforesaid general advices of 17 January 1778, between the statement that we made of the collective domains of this coast and the specification inserted thereof, is, according to the report received thereof from the undersigned secretary, partly caused by an erroneous filling in of the Iaggernaikpoeram domains, for which instead of 1350 only pag: 1100:— or the lease of Iaggernaikpoeram alone was made known, although the revenues of that village, with those of the villages Gollepalom and Goedewarom (which in the year 1775 were leased out for 5 years and 250 pag:s yearly) come to yield the aforementioned sum of 1350 pagodas, and partly by an erroneous conversion at the trade office of the Bimilipatnam rupee (in which the leases there are paid): for they calculated them in the year 1777 at 3½ rupees per pagoda and in the year 1778 at 3¼ rupees, which caused the difference that is found in the statement of the Bimilipatnam domains between our advices of 17 January 1777 and 17 January 1778, as is further demonstrated in the aforementioned report of the undersigned secretary. Yet because the discovery of the aforesaid errors also prompted him to check in our latest general advices how the statement of the domains had been made therein, he declared, also giving us notice of that investigation, that to his utmost regret he had observed therein that in the specification of the domains inserted with the aforesaid missive, the leases of Sadras, Palicol, and Iaggernaikpoeram had again been incorrectly filled in by one of the sworn clerks: although he, the secretary, in the aforesaid missive, had himself specifically made known the leases of the two first-mentioned villages, and regarding Iaggernaikpoeram had noted that this village had again been ceded in lease for the last-mentioned sum. And because we found this declaration of his to agree completely with the truth, we were satisfied with the reasons further advanced in his aforesaid report to show that the errors that crept into our advices of 17 January 1778 and 19 January 1779 are not to be imputed to him, because due to lack of time, during the drafting of the aforesaid letters, he was utterly unable to fill in all the open entries therein himself. And we also hope that your High Nobilities will likewise be pleased to accept his justification, which we offer in copy to your High Nobilities along with this, accompanied by a specification of the actual amounts of the general domains of this coast in the years 1775/6, 1776/7, 1777/8, and 1778/9, according to which, upon favorable approval of your High Nobilities, we shall alter our minute letters and duplicates, to prevent further errors in due time. Wherewith we remain with all respect and high esteem, (underneath stood) High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lords and Right Noble Lords, (lower down) your High Nobilities' humble and obedient servants, (was signed) R: van Vlissingen, P: P: Dormieux, I: E: G: Haselman, S: Mossel, W:m Duijnevelt, I: D: Simons, M:s Stoffenberg, and F: W: Bloeme. (In the margin) Nagapatnam in the Castle, 20 May 1779. Agrees, D. van Haak Eyke. Checked.
Dutch transcription
Sommarium der verkogte Koopmanschappen ingenomen geworde is, van 96000: — lb Iapansch staafkoper, het geen men veronderste „de, dat door den koopman Tieroemenij Chittij C:s:, volgens Con„ „tract, uit de packhuizen ontvangen was, zo als eenige Iaaren bevoorens Iaarlyks was geschied Dog na het afgaan van onze nedrige advisen van den January 1777, waar by voor de winsten over gansch Chormandel en A„o 1775/6 gesteld geworden was, ƒ550869: 9 — de geciteerde pout ontdekt zynde, wierdt de veronderstelde winst op de voorsz: quan „titeit kooper, dre ƒ57833: 6: 8: berekende, gedetraheerd van de Nagapatnamsche voordeelen: waar voor gesteld was geworden ƒ88930: 16: 8:; wanneer er voor de Nagapatnamsche winsten van 1775/6 maar resteerde ƒ31097: 10: —n die met de somma, „riums van het geprofiteerde op de respective Factorijen, voor de generaale winsten van 177 5/6. niet meer bereekenen konde als ƒ493036:2:8:, het geen wij dan ook naderhand, of bij onze nedrige advisen van den 17. Januarij 1778 voor de weezenthij winsten op de vertierde Koopmanschappen over gansch Chormen „del in ao 177 5/6. hebben opgegeeven. Terwyl by de Negotie boeken deezer hoofdplaatze maar alleen als verkogt kooper opgebrag is eene geringe quantiteit van 1920 lb... Det tweede different dat vervolgens nog, door uwe Hoog Edelheedens bevonden is te resideeren, in onze voorschreeve gemeene advisen van den 17. January 1778, tusschen de opge die wy gedaan hebben van de gezamentlyke Domeijnen ter deezer kuste ende daar van geinsereerde specificatie, is volgen het daar van ingekomen berigt van den ondergeteekende Sic „taris gedeeltelijk veroorzaakt, door een abusive invulling van de Iaggernaikpoeramsche Domeijnen, waar voor seer 15 stude van 1350 slegts pag: 1100:— of de pagt van Iaggerneuk „poeram alleen bekend gesteld zyn, schoon de inkomsten van dat dorp, met die van de Dorpen Gollepalom en Goedewa„ „rom (:die in ao 1775 voor 5 Iaaren en 250 pag:s sjaars ver„ „pagt zyn :/ de opgemelde somma van 1350 pagoden koomen te ren „deeren, en gedeeltelyk door een abusive reductie op het Negotie Comp„ „toir van de Bimilipatnamsche ropy (:waar in de pagten aldaar betaald worden:/ want zy die, in Ao 1777. teegens 3½ ropij per pagood en in ao 1778 teegens 3¼ ropen bereekend hebben, waar door het verschil veroorzaakt is, het geen er in de opgave van den Bimilipatnamsche Domeynen gevonden word tusschen onzen advisen van den 17. January 1777. en 17. January 1778 ge„ „lyk by het opgemelde berigt van den Ondergeteekende secretaris nader gedemonstreerd word Dan dewyl het outdekken van de voorschreeve fouten, hem teffens opgewekt heeft, om by onze Iongste generale advisen nategaan, hoedanig de opgave der Domeijnen daar by geschied waren, heeft hy van dat onderzoek, ons almeede kennis geeven„ „de verklaard, dat hy daar bij tot zyne uitterste leetweezen ontwaard hadt, dat bij de Specificatie der Domeynen, by den voorsz: Missive g'insereerd, de Pagten van Sadras, Palicol en Iaggernaikpoeram weederom verkeerdelyk ingevuld geworden waren, door een van de gezwooren klerken: schoon hy secretaris, de pagten van de twee eerstgemelde Dorpen, by den voorschreeve Missive, zelfs specificq had bekend gesteldt, en nopens Iaggernaikpoeram genoteerd, dat dit dorf wederom voor de laatstgemelde somma in pagt was afgestaan. En dewyl wy deeze zyne verklaaring bevonden hebben met H„s Meinderts met de waarheid, volkomen overeente komen, hebben wy ge„ „noegen genoomen met de reedenen, by zyn voorschreeve berigt alverder geavanceerd ter aantoning, dat de abuijzen by onzen advysen van den 17. January 1778 en 19 January 1779 ingesloopen, hem niet te imputeeren zyn, uit hoofde hy door gebrek aan tijd, bij het Concipieeren van de voorsz:e brieven, volstrekt buiten staat geweest is, om alle de daar byj open, staande posten zelfs) intevullen En wy hoopen ook, dat Uwe Hoog Edelheedens, almeede genoe „gen zullen gelieven te neemen in zijne verantwoording die wy Hoog dezelve neevens deezen in Copia aanbieden, verzeld van een specificatie, van het wezentlyk bedraagen der generaale Domeijnen ter deezer Kuste, in ao 177 5/6 en 177 6/7. , 1777/8 en 1778/9 waar na wy op gunstige approbatie van uwe Hoog Edel „heedens onze Minut brieven en slaapers veranderen zullen, tot voorkoming van verdere abuysen in der tijd. waar meede met alle eerbied en hoog agting blyven /:onderstond) Hoog Edele Groot Agtbaare wyd gebiedende Heere en wel Edele Heeren /:laager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorsaame Dienaaren /:was geteekend/ R: van Vlissingen, P: P Dormieux, I: E: G: Haselman, S: Mossel, W:m Duijnevelt„ I: D: Simons, M„s Stoffenberg, en F: W: Bloeme /:in mar„ gine / Nagapatnam in 't Casteel den 20 May 1779. ccordeert D. Van haak Eyke. Nagezien
English
17 Batavia To his High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, Reinier De Klerk, Governor General, Together with The Right Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, Right Noble Lords! The return ship the Held Woltemade having arrived here on June 27 last in a good condition, though with 9 dead and 16 sick, we dutifully take the liberty to give Your High Excellencies the requisite communication thereof by this letter; further with the humble notification that the said vessel, on her voyage hither, had the misfortune of sailing its main yard to pieces during a sudden, strong squall; for which we shall try to procure another for it. We also had the honor to receive with the aforementioned vessel Your High Excellencies' most revered letter of April 27 last, which we shall dutifully answer on a subsequent occasion. Meanwhile, upon reading the same, we learned with astonishment that our respectful letters of January 19 of this year had not yet been received by Your High Excellencies, whereas the chest with the Coromandel trade books of 1776/77 had already been brought to Batavia on the ship Stavenisse; and we therefore maintain that, upon the departure of Stavenisse from Galle, they must unfortunately have forgotten to send off the chest with our spring advices, for we sent them, together with our trade books, to Ceylon on January 20 last, with a request to the officials to send them with the first ship to the capital of the Indies: just as we also trusted had been done, since the Ceylon officials notified us by letter of February 19 that our papers for the Netherlands had been sent with the ships the Morgenster and Ceres, and those for Batavia with Stavenisse. But since this did not happen, we shall subsequently make further inquiries with the Ceylon Government. Just three days after the arrival of Woltemade, or on June 30 last, the outward-bound ship the Mercurius, which is projected to go via this coast to Bengal, also arrived in good condition at this roadstead: the same having had three dead but no sick during its voyage from the Netherlands to here, whereby its crew still consists of 125 heads. We received with the said vessel directly from the Netherlands ƒ 348,883: 16:– in bullion gold, together with another ƒ 201,116: 4:– of that same specie from the Cape, amounting together to ƒ 550,000:–, the latter having been taken by the officials there from the ship Mars, which had arrived outward-bound for Batavia, into which it had been laden by the Presidial Chamber of Amsterdam for the service of this government. The one and the other being packed in six small chests, we had them fetched on the 1st of this month (it being too late for that the previous day) by commissioned clerks, and subsequently, in the presence of the skipper and in the presence of the ordinary commissioners in the Company's great cash treasury, had them weighed: where the same was delivered according to the invoices received thereof, as per the report submitted about it. In order to promptly comply with the most recently received order from Your High Excellencies, we would have dispatched the said vessel yesterday, the 2nd of this month. However, the day before, around six o'clock in the evening, the skipper presented to the first signatory of this letter a declaration sworn under presentation of oath by the officers of the said vessel at his requisition, whereby they made known that the steering wheel of the said vessel was entirely in pieces and unfit to be able to make the voyage to Bengal with it before it was repaired. And therefore, upon a poll taken that very evening, we decided to detain the aforesaid ship for four days instead of two, if the said wheel was truly in such a bad state that it absolutely had to be repaired before the departure of that vessel. And to be completely assured of this, we had it brought ashore the following day and, in the presence of the skipper of the said vessel and the Master of Equipment here, inspected by the skipper Van Duuren, the Surveyor Henck, and the Assistant Surveyor Saalfelt, who declared in writing that on one side of the wheel the disc in which the spokes were set was split in half, and on the other side a spoke was broken; wherefore the wheel first had to be taken apart and repaired before one could cross the sea with it; Having been satisfied with which declaration, we shall detain the said vessel until the aforesaid wheel shall have been properly repaired, which we expect will be ready tomorrow evening. And in this expectation, we hope that Your High Excellencies will be pleased favorably to approve the aforesaid detention, on account of the reasons that have moved us to it. A seat in our meeting having become vacant through the demise of the junior merchant Jan Appengh, we elected at our session of June 4, subject to the favorable approval of Your High Excellencies, the under-signatory and invoice-keeper Fredrik Willem Bloeme as a Member of the Council of Policy, as enacted by the Regulations on the promotion of Servants among the permanent members of Policy.
Dutch transcription
17 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot: Agtb: wijdgebiedende Heere. Reinier De FKlerk Gouverneur Generaal, Benevens. De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia d. o 8= e d=o Hoog Edele Groot Agtb: wijdgebiedende Heere, Wel Edele Heeren! Het retourschip de Helt woltemade, op den 27. Junij Jongstleeden in een goede staat, dog met 9 dooden en 16 zieken, alhier gearriveerd zijnde, neemen wij schuldpligtig de vrijheijd uw hoog Edelhedens daar van bij deezen de vereijschte Communicatie te geven; onder nedrige bedeeling verder, dat gemelden bodem op zijne herw„s reij„ „ze, het ongeluk heeft gehadt, van door een schielijk op komende ster„ „ke bui, zijn groote Ra aan stukken te zeijlen; waar voor wij hem een andere zullen zien te bezorgen. wij hebben ook de eere gehad met den opgemelden bodem te ontvan„ „gen uwe Hoog Edelheedens zeer gevenereerde missive van den 27.=e April J„o Leeden; die wij bij een volgende gelegendheid schuldpligtig, zullen beantwoorden. ondertusschen hebben wij bij lectuure van den zelven met ver„ „wondering vernomen, dat onze eerbiedige letteren van den 19 Ja„ „nuarij deezes Jaars nog niet bij uw Hoog Edelhedens ontvangen waren. daar de kas met de Chormandelsche Negotie-boeken van 178 6/4 be„ „reeds met het schip Stavenisse op Batavia was aangebragt; en der„ „halven sustineeren wij, dat men, bij het vertrek van stavenisse van Gale, ongelukkiglijk zal vergeten hebben de kas met onze voor„ „faarsche „Jaarsche advisen aftesenden, want wij die, te gelijk met onse Ne„ gotieboeken op den 20 Januarij J„o Leeden na Ceijlon gezonden hebben, met versoek aan de Ministers, om die met het eerste schip naar Jndiasch Hoofdplaatsche te zenden: gelijk wij ook vertrouwden dat geschied was; alzoo de Ceijlonsche Ministers ons bij missive van den 19 Februarij hebben bedeeld dat onze papieren voor Nederland met de scheepen de Morgenster en Cere en die voor Batavia met stavenisse verzonden waren. Dan „dewijl dit, niet is geschied, zullen wij ons hier na, nader in for„ „meeren bij de Ceijlomsche Regeering. Pas drie dagen na de aankomst van woltemade of op den 30 Ju„ „nij laastleeden, arriveerde ook in een goede staat ter deser Rheede, het uitkomend schip de Mercuur, het geen over dese kust na Bengale geprojecteerd is: hebbende het zelve geduurende zijne reijze in't Ne„ „derland na herw„s gehad drie dooden dog geen zieken, waar door zij „ne equipagie nog bestaat uit 125. koppen. wij hebben met gemelden bodem direct uit Nederland ontvangen ƒ 348883: 16: aan baar goud, mitsgaders nog van de Caap ƒ 20 1116 4:–. van die eijge munt specie, bedragende te zaamen ƒ550'000: zijnde het Olaste door de Ministers aldaar geligt uit het voor Ba„ „tavia uitgekomen schip Marsch, waar in het door de Presidiale ka„ „mer Amsterdam ten dienste van dit gouvernement was afgeladen Het een en ander afgepakt zijnde in zes kisjes, hebben wij op den 1„e deezer /:wijl het den voorigen dag daar toe te laat was:/ laten afho „len door gecommitteerde Pennisten, en vervolgens, ten overstaan van den schipper, en in presentie van de ordinaire gecommitteerdens in Comp=s groote geld Cassa, laaten na weegen: alwaar het zelve Con„ „form de daar van ontvangene factuuren is uitgeleverd, volgens het Rapport, daar van ingekomen. wij zouden om aan de Jongst gerecipieerde ordre van uwe Hoog Edelheedens prompt te voldoen, den gemelden bodem op gisteren den 2=e deser gedepecheerd hebben Dog den schipper boodsdaags te vooren, des avonds Circa zes uuren, den 19 den eersten teekenaar deezes aan, een verklaring door de officieren van gemelden bodem ter zijner requisitie, onder presentatie van Eede gepasseerd. waar bij zij te kennen gaven, dat het Rad van het roea van gem: bodem in het geheel aan stukken en niet bekwaam was om daar mede de rijs na Bengale te kunnen doen, voor dat het was ge„ „repareerd. En derhalven besloten wij nog bij rond vraag van dien eijge avond„ om het voorsz: schip in stede van twee vier dagen aan te houden, zoo het gemelde Rad waarelijk zoo slegt gesteld was dat het absolut voor het vertrek van dien bodem moest worden gerepareerd. En om hier van volkomen verzekerd te zijn, lieten wij het den volgenden dag aan de wal brengen, en ten overstaan van den schipper van gemelden bodem en den Equipagiemeester alhier, visiteeren, door den schipper van Duuren, den Landmeeter Henck, en den Ndjunct Landmeter Saalfelt, die in scriptis hebben verklaard, dat aan de eene zijde van het Rad de schijf waar in de spaaken staaken door midden gescheurd, en aan den anderen kant, een spaak ge„ „broken was; waar door het rad eerst uitmalkanderen genomen en gerepareerd moest worden, eer men er mede over zee komen kon„ „de; Met welke verklaring wij genoegen genomen hebbende, den ge„ „melden bodem zoo lang zullen aanhouden, tot het voorschreven Rad behoorlijk zal wesen gerepareerd, het geen wij verwagten dat mor„ „gen avond zal klaar weezen. En in deese verwagting hoopen wij dat uwe Hoog Edelhedens de voorsz: aanhouding gunstig zullen gelieven goed te keuren; uit hoofde van de redenen die er ons toe bewogen hebben. Door het overlijden van den onderkoopman Jan Appengh, een stoel in onze vergadering zijnde komen te vaceeren, hebben wij ter onze sessie van den 4. Junij, op gunstige approbatie van uwe Hoog Edelhedens tot Lid in Raade van Politie g'eligeerd den onders: en factuurhouder Fredrik Willem Bloeme, als bij het Reglement op de bevordering der Dienaaren g'emaneerd, onder de permanente leeden van Politie
English
Checked Police here, being understood And we also appointed as Dispenser the Trade Transferer Petrus van Grol. However, since according to the honored letter from Your High Nobilities, he is due to depart for Batavia in the upcoming month of October, we shall shortly, in compliance with the recently received order from Your High Nobilities, assign the service of Dispenser to the junior merchant and Assayer Pieter Willem Geeke, with which we further have the honor to remain with the greatest veneration. Below was written: High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, and Right Noble Lords. Lower: Your High Nobilities' humble and obedient Servants. Was signed: R: van Vlissingen, P: J: Dormieux, J: E: G: Haselman, M: Konin, S: Mossel, W: Duijnevelt, J: D: Simons, M: Staffenberg, and F: W: Bloeme. In the margin: Nagapatnam in the Castle, the 4th of July 1779. Agrees D. D. van Haak Lyke Deveer J. H. De Number 13 21 A. Copy of Secret Letter, from Nagapatnam, dated 20 May 1779. 9 22 Secret Batavia. To His High Nobility, the High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord Reijnier De Klerk, Governor-General, together with the Right Noble Lords Councilors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, and Right Noble Lords. On the 10th of this month, I had the honor to receive via Ceylon Your High Nobilities' highly venerated secret letter of the 11th of January last, serving principally in answer to a certain item appearing in my humble letter of the 25th of September 1778, whereto now respectfully rescribing, I most obligingly thank Your High Nobilities for the authority granted to me in the aforementioned letter to open certain suspected dispatches, should they again be intercepted by me; of which authority I shall, on occasion, endeavor to make such prudent use that it will never be discovered. Pursuant to Your High Nobilities' highly honored order, I have written to the Chief of Sadraspatnam Blaaukamer to make somewhat more haste with the commission of the Ceylonese ministers; but I fear that, however much he may press for the settlement of matters, he will still not succeed as wished for a long time, owing to the dilatory nature of the Nabob, with whom, according to his latest dispatches of the 16th of April past, he has not even been able to obtain an audience. The French fortress of Mahe, and its subordinate forts situated on the coast of Mallabaar, surrendered on the 19th of March last by capitulation to the English: and since I have obtained an authentic copy of that capitulation, I take the liberty of presenting it herewith to Your High Nobilities for examination. While I further have the honor to be with the greatest respect and high esteem. Below was written: High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord and Right Noble Lords. Lower: Your High Nobilities' very humble and obedient Servant. Was signed: R: v: Vlissingen. In the margin: Nagapatnam In the Castle the 20th of May 1779. Agrees D. D. van Hoor Eike H. van Haak Checked 24 Translated from the English Capitulation for Mahe, Fort George, Conde, Dauphine, Chamberie, etc., together with all possessions belonging to the French Nation as Dependencies of Mahe. Proposition Made by Mr. Bernard Picot, Knight of the Royal and Military Order of Saint Louis, Lieutenant Colonel of Infantry, and Governor on behalf of His Most Christian Majesty of Mahe and dependencies on the Coast of Mallabaar, to Mr. Braithwaite, Commander of the Troops of His Britannic Majesty, encamped before Mahe, for the surrender of that place. First Article. The European Garrison shall march out with all the honors of war, with their arms and baggage, to join the English army. The officers shall retain their arms and the entire corps shall be transported to France at the expense of the King of England. The Indian Garrison, having given up their arms, shall retain the freedom to go where they wish; no one shall have the power to molest them because they have served the French; the inhabitants of Mahe Answer The British Troops must immediately be put in possession of Courichi, which will certainly mean Mahe. The garrison of Fort George and Chamberie must be handed over tomorrow morning at six o'clock to such officers and troops as the Colonel shall deem fit to send to take possession thereof. The gates being handed over to the British troops, the French troops shall march out with all the honors of war, when the French flag shall be struck; the
Dutch transcription
Nagezien Politie alhier, begrepen wordende En wij steldenr teffens tot Dispencier aan, den Negotie- overdrager Petrus van Grol. Dog wijl die volgens het g'eerde aanschrijven van uw Hoog Edel„ „hedens, in de aanstaande maand october: na Batavia staat op te komen zullen wij eerstdaags ter voldoening aan de Jongst gerecipieerde or„ „dre van uwe Hoog Edelhedens, dan dienst van Dispensier opdragen aan den onderkoopman en Essaijeur Pieter Willem Geeke waar meede wij ons verder de eere geve met de meeste veneratie te blijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb: wijd„ „gebiedende Heere, en wel Edele Heeren . /:lager:/ uw hoog Edelhe„ „dens onderdanige en gehoorsaame Dienaaren /: was getekend:/ R: van Vlissingen, P: J: Dormieux, J: E: G: Haselman, M: Konin S: Mossel, W: Duijnevelt, J: D: Simons, M: Staffenberg, en F: w: Bloeme /:in margine:/ Nagapatnam in 't Casteel den 4 Julij 1779. — Accordeert DD Van Haak Lyke. „ . . Deveer J:H: De N:o: 13 21 A. Copie Secreete Brief, van Nagapatnam ged:t 20. Mai 1779. 9 22 Secreet Batavia. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Groot Agtb: wijdgebiedende Heere Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal Beneevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India. Hoog Edele Groot Agtbare wijdgebiedende Heere, en Wel Edele Heeren. Op den 10: deezer had ik de eer Over Ceijlon te ontvangen uw Hoog Edelheedens zeer gevenereerde secreete missive van den 11: Ianuarij Iongst Leeden, dienende ten principalen te beantwoording van zeekere post bij mijnen nedrigen van den 25:' September 1778 voorkomende, waar op ik thans in eerbied rescribeerende uwe Hoog Edelheedens zeer verplig„ tend bedanke voor de qualificatie, bij den opgemelden missive aan mij verleend, tot het openen van zekere verdagte advisen, zoo ze wederom door mij mogten worden onder schept; van welke qualificatie, ik bij gelegentheid zodanig een voorzigtig gebruik zal tregten te maeken, dat het nooijt zal worden ontdekt Jngevolge Ingevolge uw Hoog Edelheedens zeer g'eerde ordre, heb ik het Sadraspatnamsche Opperhoofd Blaaukamer aange„ „schreeven om wat meerder spoet te maaken met de Commissie der Ceilonsche Ministers; Dog ik vreeze, dat hoe zeer hij ook op afdoening van zaaken mag aandringen, hij nog in lange niet naar wensch slaagen zal, om den talmagtigen aard van den Nabab, waar bij hij volgens zijne Jongste advisen van den 16: April pass=o nog niet eens audientie heeft kunnen krijgen. De Fransche vesting Mahe, en dies onderhoorige forten op de kust Mallabaar geleegen, zijn op den 19: Maart Jongst„ leeden bij Capitulatie overgegaan aan de Engelschen: En dewijl ik van die Capitulatie een Egt afschrift bekomen hebbe, neeme ik de vrijheid het uwe Hoog Edelheedens bij deesen aan te bieden tot speculatie Terwijl ik wijders de eeren hebbe met de meeste Eerbied en hoog Agttng te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele gooot Agtbare wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren /:Lager:/ uw hoog Edelheedens seer onderdanige en gehoorsaeme Dienaar /:was geteekend:/ R: v: Vlissingen, /:in margine:/ Nagapatnam Jn het Casteel den 20:' Maij 1779. — Accordegert DD Van Hoor Eike H van Haak Nagezien 24 Suijl het Engelsch vertaald Antwoord CApitulatie voor Mahe 't fort Ge„ C„orge conde Dauphine Chambe„ „rie &c: neevens alle besittingen toebehooren„ „de de franse Natie als Dependenten van Aahe. Propositie Gedaan bij M=r Bernara Picot Ridder van de Koninglijke en Militaire ordre van H: Louis, Luijtenand Collonel van de Infanterij, en Gouverneur van weegen zijn Allen Christe„ „lijke Majesteijt; van Mahe en onderhoorighee„ „den op de Cust Mallabaar, aan de heer Bhat„ „thwaite Commandant van de Troupes van zijn Brittanische Majesteijt, gecompeerd voor Mahe, tot de overgave van die plaats, Eerste Articul. Het Europeese Guarnisoen zal met alle De Britse Troupen zullen ter„ loneurs van oorlog uijtmacheeren met haare wa„ „stond in 't bezit gesteld moeten worden van Coarichia, :/ dat zeekerlijk Make beteeken „ penen en bagagie om zig te voegen bij de Engel„ „nen, zal/ Het Guarnisoen van 't fort George „sche arme. en Chamberie zal morgen vroeg om sesuerren De officieren zullen haare wapenen behouden overgegeeven moeten worden aan zulke offi„ „en het geheele Corps zal na vraurijk overgevoerd „cieren en Troupes, als ae Collonel zal dien,tig worden op onkosten van de Koning van Engeland oordeelen te zenden om daar, van besit te neemen De Poorten aande Britse Rou„ het Jndiase Guarnisoen zal, na haare wapens afgegeeven te hebben de vrijheid behouden, te gaan „pes overgegeeven zeijde zullen de franse Troupes met alle de honeurs van oorlog uijt„ waar zij willem, niemand zal de magt hebben haar te molesteeren, om dat zij de Cransen „marcheeren, wanneer de franse vlag zal gedient hebben; De Inwoonders van Mahe gestreeken worden; het
English
The French troops, having laid down their arms, whether Europeans or Natives, and all other persons shall not be subjected to any difficulty because they bore arms in defense of the colony. The deserters from the English, whether Europeans or Natives, who are found in the place, shall not be punished for their desertion. They will march as prisoners of war to Tellicherry. The officers shall be permitted to wear their swords and they shall be met with all other indulgences. The gates Conde and Dauphine shall be handed over tomorrow afternoon at 5:00 o'clock, in the same manner as Fort George and Chamberie. The French garrison shall be properly maintained as prisoners of war according to their rank and condition by the English East India Company. It will be transported to Bombay and from there to England or France, according to the dispositions received from Europe, should it be necessary to judge upon it, the decision of which will rest with the Governor and the Secret Committee of Bombay. However that may be, they shall be well treated and embarked on good ships at the expense of the English East India Company. The sick who remain at Mahe shall be cared for in the same manner as the English troops by their doctors, and those who have the good fortune to recover shall be kindly treated and sent to Bombay to join their corps. The Native troops in French service must march out and lay down their arms at the same time as the garrison. The remainder of this article is granted. Answer It will depend on the Governor and Council of Bombay whether the aforementioned persons will cross over to England or France. If it should be to the former, their baggage shall be cared for there, and they shall not be permitted to take along any merchandise or contraband goods which might serve to the prejudice of the English East India Company. The remainder of this article is granted. Proposition Second Article All officers and privates, whoever they may be, shall retain their movable and immovable property. Mr. Picot, Governor, and Mr. Duplas, Knight of the Royal and Military Order of St. Louis, Lieutenant Colonel of Infantry and Second Governor on behalf of the King, must be transported to France with all accommodations that can be desired, likewise their families, domestic servants, and property. Mr. Mainville, Captain of the Pondicherry Regiment and Commander of the troops of this garrison, must be granted the liberty to join his family in Pondicherry, which is there under the English Government. All the property belonging to the officers or soldiers must not be subjected to any visitation or examination. Proposition The sick who are in the hospital must be carefully treated and maintained until they are fully recovered, at the expense of His Britannic Majesty, as well as the surgeon. Answer Third Article Granted at the expense of the English East India Company. Proposition Third Article To every officer and to the troops of the garrison, proper maintenance must be granted, as well as their passage to Europe at the expense of His Britannic Majesty, just as the same must likewise be granted to every person who has been employed in the administration, whether civil or judicial, or in any other service of the King at Mahe. Answer Fourth Article Three inventories shall be drawn up: one for Colonel Braithwaite, one for the English commissaries who shall be appointed by the colonel for the receipt of the stores, and one for Mr. Picot. That for Colonel Braithwaite must be signed by Mr. Picot, that for the English commissaries by the French commissaries, and that for Mr. Picot shall, after receipt of what is mentioned therein, be signed by Colonel Braithwaite. Proposition Fourth Article The artillery, the arms, the ammunition, and provisions, as well as all the effects belonging to the King, shall be delivered in good faith, and two inventories thereof must be formed by both sides. Answer The fortifications, public and military buildings, civil and royal edifices, shall all remain at the disposal of the English East India Company. Answer Granted, except that besides the weapons and the ammunition goods aforesaid, there must also be delivered to the English Commander all kinds of goods which shall be found, even if they were the goods of private inhabitants, just as all the papers that concern the government and correspondence must also be handed over. Proposition Sixth Article The inhabitants, whether Europeans or Natives, of whatever nation or religion they may be, must retain the full ownership of their property, houses, furniture, effects, vessels, merchandise; in short, the possession of each one of those articles belonging to them, without the same being exposed to any loss. The public registers of the inhabitants, as well as the fortifications, civil, military, and all other public or royal buildings, must remain in their present state. Fifth Article Proposition
Dutch transcription
De Franse Troupes haar geweer het zij Europeeschen of Inlanders en alle andere gestrek Hebbende, zullen als krijgsgevangene, perzoonen zullen ook niet onderworpen weesen eenig na Tellecherij marcheeren, aan de officieren swarigheijd, om dat zij de wapens gevoerd hebben, to zal toegestaan worden haar deegens te moo„ devensie van de Collonie, De deserteurs van de En „gen dragen en zij zullen met alle andere „gelschen 't zij Europeer of Inlanders die in de toegeeventheeden ontmoet worden De plaats gevonden worden zullen over haare Deser porten Conde en Daupline zullen mor„ niet mogen gestraft worden. gen agtermiddag om 5: uuren overgegeeven. moeten worden op deselffde manier als 't port George en Chamberie. Het franse Guarnisoen zal behoor„ „lijk onderhouden worden als krijgs gevan„ „gene na haare rang en Conditie door de Engelse oost jndische Comp=e het zal na Bombaij en van daar na Engelandof vrank „rijk overgevoerd worden, volgens de dispo„ „sitien die men ui Europa ontfangen, zal, zal het noodig weesen daar over te oordeelen en waar van de decisie aan den Gouverneur en 't secreete Committe van Bombaij staan zal Dog hoe 't ook weesen mag, zij zullen wel behandelt en in goede scheepen g'Embarqueerd worden op onkosten van de Engelse oost- Indische Comp=e Dezieken die op Mahe blijven zullen op de selfede manier besorga worden, als de Engelse Troupes door haare Doctoren, en die het geluk hebben van hersteld te raaken, zullen vriendelijk behandelt en na Bombaij gesonden worden, om zig bij haar Corps te voegen De Jnlandse Troupes in franse dienst moeten op een en deselfae tijd met het Guarnisoen uijtmacheeren en haar geweer strekken. Het Overige van dit Articul is toe gestaan Antwoord Het zal van de Gouverneur en Raad van Bonbaij dependeeren of de voornoem„ „de perzoon na Engeland of vranbrijk zullen overgaan, zoo het na het Eerste. Tweede Anticul Alle officieren en Gemeene, wie 't ook weesen mag zullen haare roerende en Propositie De zieken die in't Hospitaal zig bevinden zullen sorg vuldig getracteerd en onderhouden moeten worden tot aal te volkoomen hersteld zijn, op on„ „kosten van zijne Brittansche Majesteijt, zoo meede de Chirurgijn. mogte onrenrende 26 Aewoord mogte weesen zoo zal haar bagagie aldaar onroerende goederen, moeten behouden, besorgd worden, en Iaar zal niet toegestaan worden eenige Coopmanschappen of verboo„ De heer Picot Gouverneur, en de heer Duplas, E den wharen meede te neemen, dewelke tot „ser Ridder van de Koninglijke en Militaire or„ „dre van st Louis, Luijtenand Colionel, van de prejuditie zouden kennen strekken van de Engelse oost= Indische Comp=e In fanterij en tweede Gouverneur van weegens de Koning zullen na vrankrijk overge„ het overige van dit artickul is toegestaan, bragt moeten, worden met alle gemaakelijk„ „heeden, die te verlangen zijn item haare Ca„ „milie, Domesticquen en goederen; Des heer Mainville Capitain van het Pondicherijse Regiment en Commandant van troupes van dit het Guarnisoen zal de vrijheid moeten toegestaan worden, om zig bij zijn familie op Pondichirij te vervoegen die aldaar onder het Engelse Gouvernement is, Alle de goederen toebehoorende aan de officieren oft sol„ „daaten zullen niet moeten onderworpen weesen aan eenige visitatie of Examinatie. Propositie Derde Articul Aan rjder officier en aan de Troupes van het Guarnisoen zal moeten worden toegestaan een behoorlijk onderhoud, zoo wel als haare passage na Europa op onkosten van zijn Brittanische Maijesteijt zoo, als zulks ingelijks zal moeten worden toegestaan, aan ijder per„ „zoon die g'emploijeerd is geweest in de adminitra„ tie, het zij Civiel of Juftitieel, off in eenige ande„ „re dienst des konings, te Hahe; Toegestaan op onkosten van de En„ „gelse oost- Indische Comp=e Prropo tilie Antwoord Vviende Articul Trenosatte Drie Inventarissen zullen opgemaakt worden, als een voor Collonel De Arthillerij de wapenen der Amminet Breittwarte, Een voor de Engelse Commissarissen, die door de Collonel tot en provisitie, zoo ook alle de Effecten de konin den ontfangst van den voorraad zullen toebehoorende, zullen ter goeder Trouw overgegee„ „ven, en daar van Twee Inventarissen van aangesteld worden en Een voor de heer Picot dat voor Collonel Brarthnaite beijde zeijden moeten geformeerd woraen; — zal moeten geteekend worden door de heer Picot, Dat voor de Engelse Commissae „sen, door de Cranse Commissarissen, en aat, voor de heer Picot, zal na aen ontfangs van het daar in vermelde geteekend worden door Collonel Braithwaite. Antwoord De fortificatien, publicque en militai„ „re Gebouwen Civile en koninglijke Edificien, zullen alle blijven ter dispositie van de Engelse oost indische Comp: Antwoord Toegestaan behalven dat buijten de wapens en de ammunitie goederen voormeld ook nog aan de Engelse Commandant zullen moeten over„ „geleeverd worden, allerleij zoorten Dewelke gevonden zullen worden al waaren het goederen van particuliere Jnwoonders, gelijk meede moeten over„ „gegeeven worden alle de Papieren die de regeering en de Correspondentie Propositie Selde Articul De Inwoonders 't zij Europeesen, off Jnlanders van wat Natie of Religie zij ook moogen weesen, zullen de volle Eijgendom van haare goederen, huijsen, meubelen, Effect vaartuijgen, koopmanschappen moeten beho „den, in 't kort de besetting van een ijder, van die Articulen die haar toekomen, zonder dat deselve zullen moogen bloot gesteld worden aan eenig verlies, De publicque Registers der Inwoonders, zoo wel als De Cortificatien, Civile Militaire en alle andere publicque of koninglijke Ge„ „bouwen zullen moeten blijven in haar te „genwoordige staat Vijfde Articul Propositie met die O
English
28 Seventh Article Proposition The records and notarial acts regarding native princes, and those of the Tribunal of Justice, must be respected and preserved in their validity. Answer Granted, of whatever nation or caste they may be. Eighth Article Proposition The free exercise of the Catholic Apostolic and Roman Religion shall be preserved without any molestation. The clergy and missionaries must be maintained in the privileges attached to their characters. Nor shall any damage be done to their property, their estates, their lands, or buildings. Answer Granted, provided that they do not undertake to make proselytes among the subjects of His Britannic Majesty or the servants of the Company, and that they behave with discretion and obedience to the orders of the English Government. Ninth Article Proposition At the moment that this place is taken possession of, safeguards must be given as required, and all possible precautions taken to maintain good order. Answer The contents of this article would have been observed by any English Commander without requisition. Proposition Having no notice of a declaration of war between the two nations, a protest is made according to custom. Answer [illegible] It was signed: Picot, Lieutenant Colonel Below was written: Mahe, 19 March 1779. Notwithstanding the contents of all the above articles, the English Commander at Mahe shall have the liberty to quarter his officers and soldiers in such manner and in such places as he shall judge fit, even should it be necessary for that end to quarter the officers in the houses of private persons. He shall also be able to arrest and punish all those who come to conduct themselves against the rules of good order and discipline. Furthermore, from the day following the surrender of Mahe, no military person in French service may remain there without permission from the English Commander, although it will be granted to persons of character. Below was written: In the headquarters at Moilon, 19 March 1779. It was signed: J. N. Braithwaite List of the French Troops in garrison at Mahe etc. Infantry: 1 Captain Commandant 2 Captains 8 Lieutenants 7 Sergeants 18 Corporals 75 Privates Of the Artillery: 1 Captain 3 Lieutenants 2 Sergeants 2 Corporals 20 Sailors Together: 131 European heads 250 Soldiers of Hyder Ali 400 Sepoys Makes in total: 781 heads. Examined: Cs. Thiel No. 13 20 A. Secret Copy from Nagapatnam dated: 15 October 1779. Secret Letters. 31 Batavia To His High Excellency The High Honorable, Most Worshipful, Far-Ruling Lord Reynier De Klerk, Governor General, Together with The Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies. High Honorable, Most Worshipful, Far-Ruling Lord, and Honorable Gentlemen! I have had the high honor to receive Your High Excellencies' secret missive of 27 April of this year, which I now take the liberty to answer. Commencing with native affairs, I refer most submissively, with respect to the proceedings of the English against the Vizianagaram Princes, to my separate letter of 15 January of this year, which I hope, along with my secret writing of 20 May following thereafter, will already have been received by Your High Excellencies. I briefly mentioned therein that I had learned nothing else regarding that dispute from the Bimilipatnam chiefs, and that I thus remained in that pleasant expectation that the Company's seat and trade there would not be hindered in the least, whether from the side of the Princes or from the side of the English. This expectation has thus far been confirmed by the outcome, and therefore, as long as the Company's interest suffers no disadvantage from that dispute, I shall make no representations about it to the Ministry at Madras, and such in conformity with Their High orders. Since then, affairs at Bimilipatnam have made such favorable progress, both concerning sales and collections, that no one has given any further thought to entering into a new contract with the Vizianagaram Princes regarding the re-leasing of Bimilipatnam and its dependencies. And consequently I was very astonished when, in the latter part of the month of March, I saw appear here the envoy of the Vizianagaram Princes, named Parie Poedie Narasima Bamoedoe, who delivered to me two letters from Their High Excellencies Vizia and Sjetta Rama Basoe, both written in the Gentoo language. That of the first briefly contained that a letter was written to me by his eldest brother regarding affairs that ought to be transacted between the Dutch Company and their Realm, with a request to treat those affairs properly. And that of the other, that from the beginning it had been His Highness's hearty wish to increase the friendship between him and the Dutch Company, but because this had been prevented by various people, affairs had thereby fallen behind. That
Dutch transcription
28 Toegestaan; „van wat natie of Casta zij ook zijn; Andwoort Toegestaan, mits dat zij niet onderneemen De vrije Excercitie van de Catholijke prosetiten te maaken onder de order da„ apostolische en Rhoomse Religie zal „nen van zijne Brittanische Majes„ „teijt, of de Dienaaren van de Comp:, en moeten geconserveerd worden zonder eenige mo„ dat zij zig gedraagen met discreetie en lestie, De Geestelijke en de Missionarissen zul„ Gehoorsaamheijd aan de ordres van de Engel,„len moeten bewaard werden bij de Previligien aan haare Caracters verknogt ook zal geen schaa„ „se Regeering. „de aan haare goederen, haare Eijgendommen, haare Landereijn of Gebouwen, toegebragt worden, Propositie Agtste Articul Op het ogenblik dat deese plaats in besit „genomen word, zullen Sauve Guards gegee„ „ven moeten werden, zoo als g'eijschet worden en alle mogelijke voorzorge gebruijkt worden tot 't onderhouden van goede ordre, Propositie Negende Articul Geen berigt hebbende van een Declaratie van oerlogtusschen de beijde natien, werd ge„ „protesteerd na gewoonte; /:onderstond:/ Male den 19 Maart 1779. /:was getekent:/ Antwoord Den inhoud van dit Articul zoude door ijder Engelse Commandant g'obser„ „reerd zijn geworden zonder requisit; Antwoord Sevende Articul Propositie met de Inlandse vorsten Concerneeren die van 't Tribunal van Iustitie De Registers en Notarieele acten zullen gerespecteerd en in waarde moeten gehouden worden; . gt Picot Luijtenant Collonels Niet teegenstaande den inhoud van alle de bevenstaande articuler zoo zal de En„ „gelse Commandant op Make, de vrijheid hebben, zijne officieren en soldaaten, op zodanige manier en in zulke plaatsen te leggen als hij dienstig zal oordeelen al zoude het zelfs noodig weesen om tot dat Eijnde de officieren in te quartieren in huijsen van particuliere perzoonen ook zal hij kunnen arresteeren en straffen, alle die geene di„ zig teegens de reegels van goede ordres en Discipline komen te gedragen, voorts zal van den dag na de overgave van Mahe geen militaire perzoon in Franse dienst al verblijven „daar moogen wrijken, zonder permissie van de Engelse Commandant, schoon het wel zal toegestaan worden aan perzoomen van Caracter; /:onderstond:/ Jn 't hoofd quar„ „tier Moilon den 19: Maart 1779 /:was getekent:/ I: N:n Braittwaite„ Infantorae Van de Arthillerij 1 Capitain 3 Luijtenand 2 Zergiants 2 Corporaals 20 matroosen of te saamen 131 Europeese koppen 250 militairen van Haijder alchen 400 fipaijs, maakt in 't geheel 781. kopppen. Luijtenants. Sergiants. 18 Corporaals 75 Gemeene. Capitain Commandant 8: Lijst der Frans Koujpen in Guar¬ „nisoen te Mahe &. a „ 2 2 2. 1. 7. Nagesien Cs Thiel N 13 20 A. Copie Secreete van Nagapatnam gedateerd: 15. october 1779. Brieven secreet. 31 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Groot Agtbare Wijd Gebiedende Heer Reijnier De Klerk, Gouverneur Generaal, Benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India„ Hoog Edele Groot Agtbare wydgebiedende Heere, en Wel Edele Heeren! Ik heb de hooge eere gehad te ontvangen uw Hoog Edelheedens secreete missive van den 27:e April deezes Jaars, welke ik tans de vrijheid neeme te beantwoorden. Met de Inlandsche zaaken een begin maakende referee„ re ik mij, met opzigt tot de proceduures der Engelschen tegen de visianagaramsche Princen zeer onderdaniglijk aan mijne aparte Letteren van den 15. Ianuarij deezes Jaars due ik hoop, dat nevens mijn secreete schrijven van den 20:' Maij daar aan volgende bereets bij uw Hoog Edelheedens zullen weezen ontvangen. Ik Ik heb daar bij kortelijk gemeld dat ik nopens dat rifferent niets anders vernomen hadt van de Bimilipatnamsche oppe hoofden, en dat ik dus bleef verseeren, in die aangenaame ver„ wagting dat Compagnies zeet en handel aldaar geen de minste hinder zou worden toegebragt, het zij van de zijde der Princen, of van de kant der Engelschen. Deeze verwagting word tot nog toe, door de uitkomst bewaarheid, en dierhalven zal ik zoo lang Compagnies be„ lang geen nadeel heid bij dat different daar over geen de m ste representatien doen bij het Ministerium te Madra en zulks in Conformiteit van Hoog Derzelver ordre sedert hebben de zaaken op Bimilipatnam zodanig een voordeeligen voortgang gehad, zoo wel omtrend den vertier, als inzaam dat niemand meer eenige gedagten gemaakt heeft, om een nieuw Contract met de visianagaram sche princen aan te gaan over hiet weder in pagt neeme van Bimilipatnam en dies onderhoorigheeden. En gevolgelijk was ik zeer verwonderd, toen ik in het laast van de maand Maart alhier verscheinen zag, den zende„ ling van de visianagaramsche Princen, genaama Parie Poe„ die Narasima Bamoedoe welke mij ter hana steede twee brie ven van Hunne Hoog Edelheedens visia- en Sjetta Ra„ ma Basoe, beide in de Tintiefsche taale geschreeven Die van den eerste behelsae kortelijk, dat door zijn oud„ sten Broeder een brief aan mij geschreeven wierd over zaa„ ken die tusschen de Hollandsche Compagnie, en haar Rijk dienden verhandelt te worden: met versoek om die offaires behoorlijk te tracteeren: En die van den anderen, dat van den beginnen af aan, zijn Hoogheids hartelijken wensch geweest was, om de vriendschap tusschen hem, en de hollandsche Compagnie te doen toeneemen, maar wijl zulks door verscheide menschen was belet geworden, de zaaken daar door ten agteren ge„ raakt waaren. Dat
English
That because I was appointed here as head over the Company's affairs, which were also observed by me properly as was fitting, he wished through me to address the Dutch Company regarding certain matters in order through that channel to make the mutual friendship grow again. That to that end he sent hither Paroe Poedie Narasima Ramadoe, who knew the customs of His Highness and the Dutch Company, who had been instructed by His Highness to make known to me certain matters which I not only had to take to heart but also had to provide a good answer for. Furthermore, His Highness notified me that, having settled his affairs at Madras, he had departed again for his place of residence, indicating further that when Narasima Ramoedoe was sent back as soon as possible with a good answer, he would speak with the Bimelipatnam chiefs about it and handle the affairs there as was fitting. Subsequently, after the delivery of the aforesaid letters, the mentioned emissary requested, in accordance with his instructions, to be allowed to negotiate with me concerning the affairs of Bimilipatnam, whereupon I then also held two different conferences with him. In these he presented to me two alternative proposals on behalf and by order of his Masters, the first comprising a request to lend Their Highnesses four lakh rupees at the interest of ½ percent per month or 2,400 rupees per year, offering to cede to the Company for that interest money Bimilipatnam with its dependent villages, besides the village of Polo Pielie, for the period of three years, in which time, as the emissary declared to me, the princes had undertaken to pay off the aforesaid capital, or otherwise that they would allow the Company to keep Bimilipatnam and all the villages so long in pledge. And the second an offer to sell Bimilipatnam and all the dependent villages, or some of them, to the Company, or to cede them to it forever for certain amounts per year, provided the Company in both of those cases proved willing to accept the following conditions: First, to lend to Their Highnesses four lakh rupees at ½ percent per month. Secondly, that the Company should be obliged, if necessary, always to advance money on loan to Their Highnesses to be repaid together with its interest. Thirdly, that the Company, when occasion arose, had to assist Their Highnesses with powder, cannonballs, and [illegible]. And fourthly, that the Company had to grant protection to Their Highnesses in their lands. All of which is described in greater detail in a certain document delivered to me by the aforesaid emissary, and the translation of which is inserted in our secret resolution of 25 March of this year, when it was generally noted by me and the Council that both proposals were considerably more unacceptable than those made anno passato to the Bimelipatnam chiefs, and that of those two the latter was the least acceptable of all, because of matters that might involve the Company in a war with the English. And consequently we decided that I should reply to the aforesaid proposals of the Visianagaram princes only in general terms: that their emissary Paroe Poedie Narasima Ramadoe having disclosed to me at large the matters with which Their Highnesses had been pleased to charge him, I had written to the Bimilipatnam chiefs how far they might enter into negotiations regarding this on behalf of the Dutch Company with the princes' emissaries, and that I therefore trusted that Their Highnesses, should they find that order too limited, would be pleased not to ascribe it to a lack of respect and high esteem, but to orders that I could not transgress. Subsequently we decreed, with the transmission of an authentic copy of the aforesaid letters of the princes, my answer to the same, likewise a copy of the aforementioned document of the emissary, to write to the Bimilipatnam chiefs that the aforesaid proposals had appeared to us even more unacceptable than the proposals made to them anno passato, and that we had consequently decided to persist with the resolutions taken regarding this at the sessions of 19 March and 26 July 1778, principally comprising qualifications that, should the opportunity present itself to them to lease Bimilipatnam with its dependencies again for the period of three years, to proceed thereto only for a lesser price and on more reasonable conditions than could be stipulated in the previous contract, but otherwise nothing. Yet the Bimilipatnam chiefs, in answer to the missive written regarding this, replied by letter of 15 May of this year that they would in all respects behave in conformity with the contents of the orders appearing therein, in case any further application were made by the Visianagaram princes to lease Bimilipatnam and its dependencies again. But that they meanwhile had the pleasure to bring to the knowledge of me and the Council that, although Bimilipatnam and its dependent villages, besides several other lands, had already been leased by the Visianagaram princes to the Kommelian Regent Ramarasoe, the latter nevertheless, for the sake of his acquaintance
Dutch transcription
35 Dat wijl ik, als hoofd over Compagnies zaaken alheer was aangesteld /. welke door mij ook zodanig wierden waargenomen als het behoorde:/ hij wenschte om door weegen van mij over ee„ nige zaaken zig bij de Hollandsche Compagnie te mogen addres„ seeren ten einde door dien weg de wederzydsche vriendschap weder te doen aan„ groeijen Dat hy ten dien eijnde herwaarts zond Paroe Poedie Narasi„ ma Ramadoe welke de gewoontens van zijn Hoogheids en de Hollandsche Compagnie kende die door zijn hoogheid was ge„ last „ worden om aan mij eenige zaaken te kennen te geeven welke ik niet alleen ter harte neemen maar er ook een goed ge„ antwoord op moest bezorgen. Voorts gaf zijn Hoogheid mij kennis dat hij zijn zaaken op madras afgemaakt hebbende weder na zijn woonplaats vertrokken was onder te kennen geeven wijders dat wan„ neer Narasima Ramoedoe ten spoedigsten met een goed „met gantwoord terug gezonden wierdt hy daar over „ de Bimili„ patnamsche opperhoofden zoude spreeken ende zaaken aldaar gelyk het behoorden tracteeren. Vervolgens versogt aen gemelde zendeling na de overgave der voorschreevene brieven om ingevolge zijnen last met mij over de zaaken van bimilipatnam te mogen handelen waar op ik dan ook twee differente Conferenties met hem gehouden heb. In dezelve deel hij mij twee alternative propositien uit naam en last van zijne Meesters behelsende den Eersten een versoek om aan hun hoogheeden s vier Lak ropijen te leenen tegens den Interest van ½ percent smaands of 2400 Ro„ pijen 'sjaars onder aanbieding om voor die Interest penningen bemilipatnam met dies onderhoorige dorpen nevens het dorp Polo Pielie aan de Compagnie aftestaan voor den tid van drie Jaaren inwelken tijd gelik den zendeling aan mij verklaar„ de de vorsten aangenomen hadden om het voorschreeve Capi„ taal afteleggen of anders dat zij zouden toestaan dat de Com„ pagnie - pagnie Bimilipatnam en alle de dorpen zoo lang in pantnam En de tweede een aanbieding om bimilipatnam en al de onder„ hoorige dorpen dan wel Eenige van de zelven aan de Com„ paqnie te verkoopen, of voor althoos aan haar aftestaan voor zeekere bedraegen 'sjaars mits de maatschappij in beide die gevallen zig prond tot de volgende voorwaarden Eerstelijk om aan Hunne Hoogheedens vier Lak ropijen te leenen tegens ½ percent smaands. Ten tweeden: dat de Compagnie zig zou moeten verbinden om des noods aan hunne hoogheedens altroos geld ter leen te verschieten om nevens dies interest weder betaald te worden: Ten derden Dub de Compagnie bij gelegendheijd Hunne Hoogheddens adsisteeren moest met kruit, kegels en 10lgb. En ten vierden dat de Compagnie aan hunne Hoog heeden protextie verleenen moest in haare Landen. zoo als dit een en ander breedvoeriger beschreeven staat bij zeeker geschrift door den voorschreeven zenaeling aan mij overgegeeven, en waar van het translaat g'insereerd is, bij onse secreete Resolutie van den 25 Maart deezes Iaars wanneer door mij en den Raad in het algemeen wierd aangemerkt, dat de beide propositien vrij onaanneme„ „lijker waaren, dan die 'er in anno passato aan de Bimi„ lipatnamsche opperhoofden waaren gedaan en dat van die beide de laatste nog het minst te accepteeren was uit hoofden die de maatschappij zou kunnen inwilkelen in een oorlog met de Engelschen En dien volgende beslooten wy dat ik op de voorschreeve voorslaagen van de visianagaramsche Princen eenlijk in al„ gemeene termen zoude antwoorden, dat haaren zendeling Paroe Poedie Narasima Ramadoe aan mij in het breede opengelegde hebbende de zaaken waarmeede Hunne Hooghee„ dens hem had aangeschreeven hadden gelieven te „ lasten ik a bimilipatnamsche opperhoofden had aangeschreeven hoe verre zy daar omtrend uit naam van de hollandsche Comp„e in on derhandeling 1 35 derhandeling treeden mogten met de Princen zendelingen in dat ik dus vertrouwde dat hunne Hoogheeden, zoo zij die ordre „te bepald mogte vinden het niet zoude geliefden toeteschrijven wat „ aangebrek van eerbied en hoog agting maar aan or„ dres die ik niet kon overtreeden vervolgens arresteerden wij om onder overzending van Copia authenticq van de voorschreeve brieven der princen mijn antwoord op dezelve, item Copia van het opgemelde geschrift van de zendeling, de Bimilipatnamsche opperhoofden aanteschrijven, dat de voorschreeven propositien aan ons nog onaannemelijker voorgekomen waaren, aan de voor„ slaagen in Anno passato aan haar gedaan en dat wij dien volgende beslooten hadden om te persisteeren bij het gere„ solveerde dierweegens ter sessien van aen 19 maart en 26 Julij 1778, principaalijk behelsende qualificatien om zoo aan hun occasie mogt voorkomen om bimilipatnam met dies onderhoorigheeden weeder voor den tyd van drie Jaaren in pagt te kunnen neemen, niets voor minder prijs, en op re„ delijker voorwaarden als er bij het voorige Contract had„ den kunnen bedongen worden, daar toe dan overte gaan, dog anders niets Dan de Bimilipatnamsche opperhoofden hebben in antwoord op den daar over geschreeve missive, bij letteren van den 15 Maij deezes Iaars gerescribeerd; dat zij in allen opzigten zig schuldpligtig zoude gedraagen, aan den inhoud van de daar bij voorkomende ordres, bi aldien door de visianagaramsche Princen eenig nader aansoek wierd gedaan tot het weder in pagt neemen van Bimilipatnam en dies onderhoorigheeden Maar dat zij inmiddens het genoegen hadden terken nisse van mij, en den Raad te brengen, dat schoon Bimili„ patnam en ries onderhoorige dorpen benevens meer andere Landen; door de visianagaramsche Princen bereeds in pagt waaren afgestaan aan den kommelischen Regent Ra„ marasoe deese nogtans om de wille van zijne bekend„ schap
English
ship with them, had left the administration of Bemilipatnam and adjacent villages entirely to their care, having merely desired to keep a man there to collect the duties and to render him an account in that regard from time to time, whereby no small hope was given to them that the trade and operations of the Company there could be continued just as safely and peacefully as had been the case previously. Of which pleasant news I gave communication in the Council of Policy on 31 August last, whereupon it was resolved to answer the Bimelipatnam chiefs briefly, as has since been done by secret letter of the said date, that one had seen with pleasure from their aforementioned letter the good harmony that seemed to exist between them and the Kommillian Regent, and that one therefore, on account of the interest the Company had therein, earnestly recommended them to cultivate his friendship by taking the utmost care in the administration of Bimilipatnam and subordinate villages, faithfully committed to them, for the interest of the said Regent, as well as to oblige him as much as possible in other matters of little importance. And since we would have not the least reason on that footing to desire the leasing of Bimilipatnam, we have, in accordance with what was further resolved at the aforementioned session, written to the chiefs not to make the slightest further application to the Visianagaram Princes to that end, in order to convince them indeed how little interest the Company needs to place in their friendship; adding further that if, however, in the course of time any application should be made in that regard from the side of the Princes, and they should deem it better to take Bumilipatnam into lease again, to conduct themselves strictly in that case according to what was written to them from here by missive of 29 March last. Which I hope, as well as our previous resolution and my actions contained in the missive of 24 September 1778, will be favorably approved by Your Right Noble Honors, whom I at the same time have the honor to inform that since then, from the side of the Visianagaram Princes, a further application has been made to us for a monetary loan. Scarcely had I dispatched the envoy of the Visianagaram Princes with my answer to Their Highnesses, or another envoy named Chamoe Patroe arrived here again, who handed me a letter from his master, the prince of Kumdie, whose lands are situated 10 miles north of Bimilepatnam, dated 20 February 1779, the contents of which, as well as of a translation of a Gentoo writing drawn up by order of his master and delivered to me by the aforementioned envoy, who called himself Dewan of his prince, are described at length in the secret resolution of 22 April last, to which for the sake of brevity I respectfully refer. And because it was noted from the contents of the said writing, both by me and the council at our aforementioned session, that the generous offer made according to that writing from the side of the prince to grant the Company a seaport besides some villages in his realm seemed to have no other purpose than to induce us thereby to give to His Highness on security of lands a loan of a lakh of pagodas, for which he was in great distress, we resolved, on the grounds that we are not authorized to advance Company funds to native princes or to accept places on such conditions, especially from a prince almost unknown to us and moreover unable to protect his own country, to answer the aforementioned prince in the name of the Company in the most friendly manner
Dutch transcription
schap met hun, het bestier van Bemilipatnam en bijleg gende dorpen geheelijk aan haare zorge hadt overgelaa„ ten, mitsgaders alleen maar begeerd hadt, om een man„ aldaar te houden, om de regten te versamelen, om hem durweegens van tyd tot tyd reekenschap te geeven, en ant hier door aan haar niet wijnig hoope wierd gegeeven: dat den handel en ommeslag van de Maatschappij al„ daar even zoo vijlig en gerust zou kunnen worden voort gezet als voor heen geschied was. van welk aangenaam nieuws ik op den 31 augus tus Jongstleeden Comminucatie gegeeven hebbe in Raade van politie, waar op gearresteerd is de Bimeli„ patnamsche opperhoofden kortelijk te antwoorden, zoo als sedert bij secreete schrijven van even gemelde datum is ge„ schiet, dat men uit hunnen voorschreeven brief met genoe„ gen hadt gezien de goede harmonie, die er tusschen haar, en den kommillischen Regent scheen te resideeren en dat men derhalven uit hoofden van het belang dat er de Compagnie bij hadt haar wel ernstig recomman deerde om zijne vreendschap aantekweeken door in de be„ stiering van Bimilipatnam en onderhoorige dorpen, hunne trouw aanbevoolen voor het interest van gedag„ ten Regent de uittersche zorg te draagen, mitsgaders hem in andere zaaken van weijnig belang, zoo veel mogelijk te believen En dewijl wij op dien voet geen de minste reeden zoude hebben, om na het in pagt neemen van bimilipat „nam te verlangen, hebben wij volgens het verder geresol„ reerde ter voorschreeve sessie de opperhoofden aangeschreeven om daar toe geen de minste aanzoek meer te doen bij de einde visianagaramsche Princen, ten haar met ter raat te overtui„ gen hoe wijnig belang de Compagnie in haare vriend„ schap behoef te stellen, onder bijvoeging verder dat zo daar toe egter in het vervolg van tijd van aer Princen zijde 22 ƒ 37 zijde eenig aanzoek mogt worden gedaan en zy het beeter veraeelen mog„ ten om Bumilipatnam weder in pagt neemen zig in uit geval stip telijk te gedraagen na het geen haar van hier is aangeschreeven bij missive van den 29 maart Jongstleeden: Het geen ik hoope dat zoo wel als ons voorig lesluit en mijne verrigtingen vervat bij mis„ sive van den 24 september 1778 voor uwe Hoog Edelheedens gun„ stig zal worden geapprobeert die ik teffens ae eere hebbe te bedeelen dat er zeedert van de zijde aer risianagaramsche Princen bij „ een nader aanzoek gedaan is tot eene geld leening. Naauwlijks had ik den zendeling der risianagaramsche Prin„ cen met mijn antwoord aan hunne Hoogheedens gesepecheerd of een andere zendeling genaamd Chamoe Patroe kwam hier weder aan die mij overhandigde Een brief van zynen Meesters den vorst van kumdie wiens landen 10. mijlen benoorden Bi„ milepatnam geleegen zijn gedateerd 20. februarij 1779 waar van den inhoud zoo wel als van een Translaat Ientist ge„ schrift door den voorschreeven Afgesant die zig Duan van zijnen vorst noemde op ordre van zyn Meester ingesteld en aan mij overgegeeven breedvoerig beschreeven staat bij secreete resolutie van den 22 april Jongstleeden daar ik mij kortheidshalven eer„ biediglijk aangedrag. En wijl uit den inhoud van het gedagte geschrift zo door mij als den raad ter onser voorschreeve sessie wierd opgemerkt dat de gulhartige aanbieding die er volgens dat geschrift van de zijde van den vorst gedaan wierd om aan de maatschappij een zeeplaats neevens eenige dorpen in zyn rijk te schenken geen ander oog„ merk scheen te hebben aan om ons daar door te beweegen om aun zijn hoogheid oppand van Landen en Lak pagooden ter leen te geeven waar om hij zeer verleegen was, zoo beslooten wij in't hoofde wij niet geauthoriseerd zijn om Compagnies gelden aan Inlandsche vorsten op te schieten of op zodanige voorwaarden plaatsen te accepteeren voor al van een prins bij ons genoegsaam onbekent en boven dien onvermogend om zijn eigen Land te beschermen om den voorschreeven vorst uitnaam van de Compagnie op het aller vriendelijkste
English
to thank most kindly for the offered roadstead in his states and at the same time to excuse ourselves in the most polite terms regarding the requested loan of one Lak pagodas, on account of the fact that such a considerable sum could not be spared from the stock here and, moreover, we could not proceed to such an advance of funds without the special consent of Your High Excellencies, as indeed was done by letter of 22 April, to which and to the aforementioned Resolution I respectfully refer myself, trusting that Your High Excellencies will also be pleased to approve the rejection of this new request. Regarding the dispute with the Nabab over the pearl fishery, I shall, without the slightest deviation, conduct myself according to the recently received emphatic orders of Your High Excellencies and thus, for the decision of that dispute, make not the slightest further application from my side. With respect to the Tanjore prince, no more than with regard to the plenipotentiary of that court, has the slightest reason for complaint occurred to me during the course of this year, which I hope will be pleasing to Your High Excellencies. The former Naur Hawildar Cannagasawea Poele is currently staying in Madras in the capacity of co-renter of the Karikal lands, without it having appeared to me hitherto that he has obtained any other Regency to govern, whether from the side of the English or from the side of the Tanjore prince, although by separate letter of 15 January of this year I informed Your High Excellencies that the said Cannagasawea Poele had departed from Madras for Comboconum to await there the arrival of the Madras Governor, Mr. Rumbold, in order to travel with his Honour to Tanjore to greet the King and to obtain from His Highness reinstatement in his former subahdarship. For all this has vanished into smoke, because the journey of Mr. Rumbold did not take place. Which I regret, since his Honour had intended to pay me a visit at Nagapatnam on that occasion in order that, for this reason, the friendship and good harmony between the two of us would not only be further confirmed, but also a friendly coexistence between the two nations would have been established, as is to be gathered from his Honour's private letter written to me under date of 29 April of this year. By my aforementioned separate respectful letter of 15 January, I informed Your High Excellencies of the settlement of the dispute between us and the Tanjore Court concerning the tribute elephants, and I showed on that occasion at the same time that, upon the final balance of the account, the prince was still entitled to 7 head of those animals, communicating further that those had been requested from Ceylon. And now I have the honour to communicate the arrival of those animals, of which three, before they were fetched—which took place no earlier than 23 September last, as the received receipt shows—dropped dead. Yet, since this delay is to be attributed to nothing other than the common sluggishness of the native in general, and to the Ministers and servants of the Tanjore Court in particular, I refer myself regarding what was done therein by me to the separate Resolution of 20 September last, only noting in continuation of this item that through the perishing of the aforementioned three animals, the prince is again owed six tribute elephants for the years 1778/9 and 1779/80, which we shall again be obliged to request from Ceylon in the coming spring. Meanwhile, the lack of money in the principality must be as great as in all other places along this coast. At the very least, the Plenipotentiary wrote to me in a letter dated 28 February last, among other things, the following: that the prince was currently very embarrassed for money, and that if I could do my best on this occasion to lend His Highness one Lak pardaoes, the principal along with its interest would be repaid within the period of four months. Yet, the contents of this request having been deliberated upon with all attention by me and the Council on 13 March last, it was resolved by us, for the concise reasons alleged therefor, to decline the aforementioned instance of the Plenipotentiary in the politest manner, and that especially citing the following reasons, namely: First: that the small supply of cash in the Company's treasury could not allow such a considerable loan; Secondly: that the strict orders which had been received from our superiors not to make any advancement of funds on bonds or mortgage without special qualification from Your High Excellencies furthermore held us back from it; And thirdly: that in the present state of the times no private inhabitants are to be found here who possess a noteworthy sum from which they could make a loan on bond, etc.; with the declaration that we hoped that the aforementioned reasons might be satisfactory. And I wish that the rejection of the aforementioned request will also earn the approval of Your High Excellencies. In dutiful compliance with Your High Excellencies' recommendation, I shall not fail to keep alive our lawful right to the sea-place Naoer on all occasions, although I fear that this will be of little avail. I shall also in the meantime, by the very first opportunity via Ceylon, offer the Gentlemen Directors an accurate report of the doings of the English, demonstrating
Dutch transcription
vriendelijkste te bedanken voor de aangeboode reeplaats in zijne de de leeffte staaten en ons teffens in zijne Maaten termen te excuseeren wegens de verzogte geld leening van een Lak pagooden, uit hoofde zulk een aanzienlijke som uit den voorraad alhier niet kond wor„ den gemist en wij boven dien tot zulk eene opschieting van pennin„ gen niet konde overgaan buiten speciaal concent van uwe Hoog Edelheedens gelijk dan ook bij brief van den 22 april geschied is, waar aan ik mij en aan de voorschreeve Resolutie reverentelijk gedraage in vertrouwen dat uwe Hoog Edelheedens het afwijzen van dit nieu„ we aansoek almeede zullen gelieven goed te kennen Nopens het verschil met den Nabab over de paarlrisscherij, zal ik mij zonder de minste afwijking gedraagen na de Jongst ontvangene na„ drukelijke ordres van uwe Hoog Edelheedens en dus ter beslissing van dat geschil van mijne zijde, geen het minste aanzoek meer doen Mij zijn met opzigt tot den Tansjoerschen vorst even zo min met betrekking tot den albeschik van dat hof geduurende den loop van dit Jaar geen de minste reeden tot klagten voorgekomen, het geen ik hoope dat Hoog Dezelven welgevallig zal weezen: Den geweesen Naverschen Hawildhaar Cannagasawea Poele, houd zig thans te Madras op, in qualiteit van meede pagter der Car„ calsche Landen, zonder dat aan mij tot nog toe gebleeken is, dat hij eenig ander Regentschap, het zij van de kant der Engelschen, of van de zyde van den Tansjoerschen vorst ter bestiering geobti„ neerd heeft, schoon ik bij aparte letteren van den 15 Januarij deezes Jaars uwe hoog Edelheeden bedeelde, dat gedagte Cannagasa„ Wea Poele van Madras na Combogonam vertrokken was om aldaar de komst van den heer Madrappatnamsch Gouverneur Rumbola aftewagten, ten einde met zijn Edele na Tansjoer te rijzen om den Koning te begroeten, en van zijn hoogheid de her„ stelling in zijn voorig soubedhaarschap te erlangen. want dit alles is in rook verdweenen, voor dien de reijze van de heer Rumbold geen voortgang gehadt heeft. Het geen mij laet doet; uit hoofde zijn Edele voorneemens geweest is om mij bij die gelegendheid een visite op Nagapatnam te komen geeven om 39 Om reeden hier door de vriendschap en een goede harmonie tusschen ons beide niet alleen nader zou bevestigd, maar ook een vaiendelijke zamenleeving tusschen de beide natien zou rast gesteld geworden zijn, gelijk optemaaken is, uit zyn Edeles parti culiere brief aan mij in dato 29 april deezes Jaars geschreeven Bij mijne voormelde aparte Eerbiedige Letteren van den 15 Januarij heb ik uwe hoog Edelheeden kennis gegeeven van de afdoening van het different tusschen ons, en het Tans„ Joersche Hof over de recognitie Elifanten, en ik heb bij die„ gelegendheid teffens aangetoond dat de vorst bij stot van reekening nog 7. stuks van die beesten Competeerde, onder Communicatie wyders, dat die van Ceilon gevraagd waaren En tans heb ik de eere, den ontfangst van die dieren te Communiceeren waar van er drie voor dat ze afgehaald zijn, dat niet eerder geschied is, als den 23 september J=oleeden, zoo als de ontvange quitantie aantoond, zijn niergezakt Dan wijl deese tardance, aan niets anders, als aan al gewoone traagheid van den Inlander in het algemeen, en aan de Ministers en bedienden van het Tansjoersche Hof in het bijsonder toeteschrijven is zoo recereere ik mij we„ gens het daar in door mij verrigte aan de aparte Resolutie van den 20. 7ber: Jongstleeden, eenlijk ten vervolge van deese post noteerende dat door het Creveeren der voorschreeve Drie animaalen den vorst voor de Iaaren 177 8/9 en 1729/80, alweder te vooren staat zes recognitie Elifanten die wij weder verpligt zullen weezen in het aanstaande voor Jaar van Ceilon te vraagen. Ondertusschen moet het geld gebrek in aet vorsten dom zoo groot weezen, als op alle andere plaatsen langs deese kust. voor het minst schreef mij den Albeschik bij een brief in dato 28 februarij laastleeden, onder anderen het vol„ gende „ dat de vorst tans zeer verleegen om geld was, en „en dat wanneer ik bij deese gelegenheid mijn best konde „doen, om zijn hoogheid een Lak pardauws te Leenen, „zoo zou het Capitaal nevens dies interest binnen den ti „ van vier maanden weder worden afgelegt Dan over den inhoud van dit verzoek door mij en d Raad op den 13 Maart jongstleeden met alle randagt gedelibereerd zijnde wierd door ons om de daar voor geallege bondige reedenen goedgevonden op de voorschreeve Instantie van den Mbeschik op de beleeffte wijze vant de hand te wijsen en zulks voor al onder aanhaaling van de volgende reede nen; als Ten Eersten: dat den geringen voorraad van Contanten in Compagnies geld kassa, zulks een aanzienelijke geldleening i kon toelaaten Ten tweeden dat de strikte beveelen die men van onze superieuren had erlangd, om geen verstrekking van gelden op obligatien of hijpotecq te doen zonder speciaale qualificatie van uwe Hoog Edelheedens, ons daar en boven daar van te rugge hieldt. En ten derden: Dat in de presente tijds gestelaheid gee particuliere Ingezeetenen alhier te vinden zijn, die ee„ ingenaamwaardige somme bezetten, waar uit zij ed beleening op obligatie zouden kunnen doen ensz:; met betuiging dat wij hoopten dat de voorschreeve reedenen voldoen mogten. En ik wensch dat het van de hand wij zen van het voorschreeven versoek almeede de approbatie van uw hoog Edelheedens zal verdienen In schuldige nakoming van uwe Hoog Edelheedens recommandatie, zal ik niet nalaaten om ons wettig regt op de Zeeplats Naoer bij alle gelegendheeden leevendig te houden, schoon ik vreese dat dit wijnig zal baaten Ook zal ik intusschen bij de aller Eerste gelegendheid over Ceilon, de heeren Majeres aanbieden, Een naauwkeurig verbaal van het gedoente der Engelschen, onder aantoo ning
English
...both of the validity of our right, and of the consequences which are to be expected from those steps to our detriment. By my humble separate advices of 15 January of this year, I respectfully informed your High Excellencies that to my letter of 14 May 1778, sent to the Nabab Mahomet Alichan with the annexed documents belonging thereto, I had not yet received any answer, much less any satisfaction regarding the justification of the Palliacat chief, the merchant Nicolaas Tadama, against the unreasonable complaints of the Haweldhaar there; but that I had nevertheless learned from private reports that His Excellency had already caused several inquiries to be made concerning that matter. Since then, nothing further regarding the truth or falsehood of this investigation has appeared to me, which is why I can give no further elucidation in that regard to your High Excellencies. However, it appears to me that from the silence of the Nabab by not answering my letter, one might conclude with very good reason that His Excellency must have discovered the falsehood of the complaints of his Haweldaar at Palleacatta. Yet regarding the aforementioned complaints against the chief Tadama, your High Excellencies were pleased to remark that a point therein had caught your attention, concerning which he had by no means sufficiently justified himself, namely regarding the grievance that 14 large bales of private linens were falsely shipped as the Company's, and that thereby the toll had been defrauded by fully 200 pagodas to the detriment of the sercar as well as of the Company. Since the only answer given thereto was that those bales were delivered and sold to Tadama and Scoffier by the merchants for pagodas 2951. 4. -, and that thus the Company and the sercar would have no more to claim from him on that account than pagodas 29½ -:- if it could be proven that one of the former chiefs had paid a farm to the Duan for his trade in linens. Since from this statement, as remarked by your High Excellencies, it could be deduced with certainty that this pretended toll-exemption was based on no lawful right, but solely on an encroached bad custom; besides that they must have been extraordinary bales indeed, which to the number of 14 yielded no more than 29½ pagodas in toll; with the further instruction that this passage seemed to have escaped my attention, and that your High Excellencies would therefore like to see that an investigation still be made into both matters, and that the toll in all cases be properly paid for the future. In order to comply with this honored order, I have made inquiries into it, but have been able to discover nothing else than that the Company from of old has always been exempt from the payment of any tolls or duties, but that by all private traders toll has had to be paid on all merchandise, and thus also by all the servants of the Company who conduct private trade, although in a certain ordinance dated 13 October 1701 granted by a certain David Chan, I find written: "That all guards where the people must pass and repass are ordered to comply, that whenever the Captain of Palleacatta happens to send any goods to any places, they must let those goods pass according to ancient custom, and not detain the said goods on account of the toll." This order was further confirmed in that same year 1701 on 29 October by the Pondemilizan fausdaar Siegh Machomet Samie. Yet whether this permission granted for any goods extends so far to all kinds of merchandise, I would very much doubt, and I prefer to leave this to the wiser judgment of your High Excellencies. However, I have meanwhile been of the opinion that to remove all actual discords it would be best that Palleacatta be instructed that henceforth, both the chiefs and all servants of the Company who wish to conduct any negotiation or private trade, principally in linens or cloths, should be obliged to pay for it the toll which from of old has been paid by private traders on the import and export of such merchandise, since those charges are so trifling that it cannot be considered worth the least trouble to entangle the Company's interest for a moment in embroilments with the Nabab and his servants on that account. Such at least appeared to your High Excellencies and to me the amount of 29½ pagodas, which were stated by the chief Tadama to be the toll on the questionable 14 bales, calculating 4 per cent on the cost of the same at pagodas 2951. 4. And I have therefore, both on this account and in observance of your High Excellencies' order to have the toll properly paid in all cases for the future, as well as to prevent further discrepancies, instructed the Palleacat chiefs by secret letters of 20 July to pay, and cause to be paid, the toll for all private trade goods henceforth, in prevention of any alienation with the Nabab and his haweldaar, whereby I hoped that all dispute matters there would be settled. Meanwhile, however, a new case has again arisen with the
Dutch transcription
476 ning zoo wel van de gegrondheid van ons regt, als van de ge„ volgen, welke uit die demarches ten onsen nadeele te wagten zijn By mijne nedrige aparte advisen van den 15 Januarij deezes Jaars, heb ik aan uwe hoog Edelheedens eerbiediglijk bedeeld dat ik op mijn brief van den 14. Maij 1778, aan den Na„ bab Mahomet Alichan met de daar toe behoorende bijlaagen afgezonden nog geen antwoord veel min eenige satiffactie erlangd hadt op de verantwoording van het Palliacatsch opperhoofd den koopman Nicolaas Ta„ dama tegen de onreedelijke klagten van den Haweldhaar aldaar maar dat ik evenwel uit particuliere narigten had verstaan dat zijn Excellentie bereeds omtrend die zaak verscheide enquesten had laaten doen. sedert is mij van de waar of onwaarheid van dit onder„ zoek niets naders gebleeken waar om ik dierweegens aan uwe Hoog Edelheedens geen nadere Eleicidatie geeven kan. Egter schyjnt het mij toe, dat men uit het stelkwijgen van den Nabab door het niet beantwoorden van mijn brief met zeer veel grondt zou mogen besluiten; dat zijn Excellentie de onwaarheid der klagten van zijnen Haweldaar te Palleacatta moet ontrekt hebben Dog nopens de voorschreeve klagten tegens het opperhoofd Tadama, hebben uwe hoog Edelheedens gelieven te re„ marqueeren, dat daar bij een poinct Hoog dezelve in het oog geloopen was, waar omtrend hij zig gansch niet voldoende had verantwoord, namelijk omtrend het grava„ men dat er 14 groote pakken particuliere Lijwaaten valschelijk als Compagnies waren afgescheept, en daar door den tol wel 200 pagooden ten nadeelen van den sercar zoo wel, als van de Compagnie gefrauxeerd geworden was. Alzoo daar op slegts was geantwoord, dat die pakken aan Tadama en scoffier door de kooplieden geleeverd en verkogt de verkogt geworden waaren voor pagooden 2951. 4. -, en dat aus de Compagnie, en de sercar van hem uit dien hoofden niet meer zou te pretendeeren hebben als pa/o 29½ —:— zoo het kon beweezen worden dat een der voorige opperhoofden voor zijn negotie in lijwaaten aan den Duan pagt hadt betaald Nadien uit dit gezegde gelijk door uwe Hoog Edel„ heeden geremarqueert word, met zeekerheid kon worden opgemaakt, dat deeze gepretendeerde tot vrijheid op geen wettig regt, maar eenlijk op een ingesloope kwaade gewoonte ge„ grond was; behalven dat het al wronderlijke pakken moesten weezen, die ten getalle van 14 aan tot niet meerder ren„ deerden dan 29½ pagoden; onder aanschrijving wijders dat deeze passage myne attentie scheen ontslept te weeken en dat uwe Hoog Edelheedens dierhalven gaarne zoude zien dat na het een zoo wel als na het andere als nog onder„ zoek gedaan, en de tol in allen gevallen voor het vervolg behoorlijk voldaan wierde. Ik heb om aan deeze g'eerde ordre te kunnen voldoen, daar na onderzoek gedaan, maar niet anders kunnen ontdekken dan dat de Compagnie van ouas her van het betaalen van eenige tollen of geregtigheeden althoos vrij geweest is, dog aat door alle particuliere handelaaren van alle koopman„ schappen tol heeft moeten worden betaald, en dus ook door alle de bediendens van de Compagnie, die particuliere han„ det drijven, schoon ik bij een zeekere ordonnantie in dato 13 october 1701 door eenen David Chan verleend geschreeven vind „ Dat aan alle oppassers daar het volk moet pas„ „seeren en repaseeren geordonneerd word, na te komen, „dat wanneer de Capitain van palleacatta eenig goed na „ eenige plaatsen komt te verzenden, zij dat goed volgens oude ge„ „woonte moeten laaten passeeren, en wegens den tol gemelde „goederen niet aanhouden. Deeze ordre is waat zelfde Jaar 1701 op den 29:' october nader bevestigd door den Pondemilizen fausdaar siegh Machomet Samie 48 Samie. Dog of deeze verleende permissie voor eenig goed, zig zoo ver uitstrekt tot allerhande soorten van koopmanschappen hier aan zoude ik zeer twijffelen er en wel wil ik dit liever aan het wijzer oordeel van uwe Hoog Edelheeden overlaaten Dan ik ben inmiddens evenwel van gevoelen geweest dat het tot wegneeming van alle datelijke onEenigheeden best zou weezen, dat na palleacatta wierd aangeschreeven, dat voortaan, zoo wel de opperhoofden als alle Dienaaren van de Compagnie die eenige negotie of particuliere handel willen drijven princepaal in Lijwaaten of kleeden verpligt zouden weezen daarvoor te betaalen de tol, die voor aen in en uitvoer op diergelijke koopmanschappen van ouds door par„ ticuliere handelaaren betaald is„ wijl die ongelden zoo ge„ ring zijn, dat het met de minste moeite waardig kan g' agt worden, om daar door sComp: belang voor een ogenblicq in Crouilleeijen in te witkelen met den Nabalen zijne be„ diendens. zodanig is ten minsten aan uwe hoog Edelheedens en mij te vooren gekomen het bedragen van 29½ pagoden, die door het opperhoofd Padama werden opgegeeven de tot te zijn van de questieuse 14 pakken, bereekenende 4 prCent op het kostende van dezelven tot pa/o 2951. 4: En ik heb derhalven zoo hier om, als observantie van hoog derzelver ordre om den tol in allen gevallen voor het vervolg behoorlijk te laaten voldoen, mitsgaders ook tot voorkoming van verdere discrepantien de Palleacatsche opperhoofden bij secreete letteren van den 20 Julij aange„ schreeven, om de tol voor alle particuliere negotie wharen voortaan te betaalen, en te doen betaalen tot preventie van alle verwijdering met den Nabab en zijnen haweldaar, waar door ik hoopte dat alle twift zaaken ginder zouden weezen afgedaan Inmiddens is er egter wederom een nieuw geval met den
English
the havildar extorted on the import of rice by our vessels. Of this the chief Taxama informed me by a letter of 25 June, which also served to transmit a copy translation of a Persian missive written by the Nabab Machomet Alichan on 13 July of this year to the said chief, and a copy of Tadama's answer to the same, from which it appeared to me that His Highness had been brought into the belief that private rice had been brought to Palleacatta this year which had been passed off as the Company's rice. Then, because I was completely persuaded of the contrary, I brought the aforementioned matter before the council on 29 July, and according to the decision then taken thereon, I assured the Nabab in a separate letter of 10 August in the most friendly manner that all the rice that had been brought from here to Palleacatta this year by Company vessels belonged to no one other than the Company, and had been sent with no other purpose than to serve as provisions for the garrison, the merchants, and other subjects of the Company residing there, to whom we send it annually for a modest price in order to relieve them somewhat in this regard. Furthermore, mentioning how I trusted that this would be well known to His Highness, and that I therefore also expected from the fairness that guided all his actions that His Highness would be pleased to instruct his havildar to allow the import of that rice undisturbed without the exaction of any toll, and this according to the ancient customs and the prerogatives granted to our Company by all previous emperors and princes of this land, since thereby freedom was granted to us, both at Palleacatta and elsewhere, for the import and export of all goods and provisions, and among these, specifically at Palleacatta, the free import of rice. Furthermore, for further confirmation of that privilege, I appealed to the great Firman of the Emperor Orangseep dated 24 October 1689, whereby the Company was exempted from all tolls on all goods occurring both at Paliacatta and elsewhere, as well as from all customs duties on all foodstuffs for its own use that should be brought in by water or by land. And I further showed not only that this Firman had been confirmed by a general Parwana from the Imperial Chancellor of the Mughal Empire Achetchan dated 8 November 1689, but in addition I also proved that besides this we also possessed a Parwana from the Emperor's Duan Bassaratchan granted in the year 1690, likewise in confirmation of the great Firman. Subsequently, after having proven this beforehand, I remarked that these privileges had since been further confirmed by the Mughal himself and his ministers in the 34th and 39th years of the Emperor's reign, and that they had furthermore been respected by all rulers of the Hyderabad Empire and these lower lands up to the present day. Further declaring that from the enlightened understanding and elevated judgment of His Highness I not only expected that he would recognize these lawful privileges of ours, but even requested him, on account of his friendship for the Dutch Company, to give orders that we be left at Palleacatta in possession of the privileges we had always enjoyed there, with assurances on my part that I would not only strictly order Chief Tadama to take care that the Sircar was not prejudiced by the importation of private goods under the name of the Company, as has since happened. To this writing of mine I received a letter in reply from His Highness the Nabab dated 31 August last, from which it is completely evident that His Highness was by no means of the intention to allow tolls to be levied on the paddy and rice brought by Company vessels and supplied to its servants, but certainly on that which was taken from the warehouses by the merchants in order to sell it again to others. I deliberated upon this in the Council on 20 September last, and it was then decided, for the reasons cited in the resolution, to write to and recommend the Chief of Palleacatta, the merchant Nicolaas Tadama, in all earnestness, no longer to prevent the Sircar from levying toll in the future on the rice and paddy that Company merchants or others shall buy from the Company to be sold by them again to others or to be delivered on the supply of piece-goods; as well as to notify the Nabab of this decision by a polite letter written in reply to his. Yet regarding the further complaints of His Highness that the Havildar at Palleacatta had always given the necessary orders regarding the unlading vessels whenever the sloops appeared there in the roadstead or departed from there, but that this was now done by the Chief, we thought it proper to demonstrate to His Highness that the Dutch Company, or the Chief in its name, has always held authority over this, and that it could serve as full proof thereof that money was advanced annually by the Chief for the maintenance of the chelingas and catamarans, furthermore mentioning that this would not happen if they were not directly under the authority of
Dutch transcription
den haweldaar g'exteerd over den invoer van rijst met en vaartuigen. Hier van gaf mij het opperhoofd Taxama kennis bij brief van den 25 Junij, die teffens tot geleide dien van Een Copie Translaat Persiaansche Missive door den Nabab Machomet Alichan op den 13 Julij deezes Jaar aan het gemelde opperhoofd geschreeven, en van een Copie het antwoord van Tadama op het zelve waar uit mij is gebleeken dat men zijn hoogheid in het denkbeeld heeft ten te brengen, dat er in dit Jaar particuliere rijst op pal leacatta zou weezen aangebragt die men voor 'sComp:s rijf had doen doorgaan Dan wijl ik van tegendeel hier van volkomen was ge„ persuadeerd bragt ik op den 29 Julij de voorschreeve zaak en vergadering, En volgens het toen daar op genoomen beslu heb ik bij een aparte briefje van den 10 aug=s den Nabab op de allervriendelijkste wijze verzeekert dat al de rijst, di er van dit Jaar met Compagnies vaartuigen van hier op palleacatta was aangebragt geworden, niemand ander van de Compagnie heeft toebehoord, en met geen ander oogmerk gezonden geworden was, aan om te dienen tot verstrekking aan het guarnisoen, de kooplieden en ver dere onderdaanen van de Compagnie aldaar thuishooren de, aan wien wij het zelve Jaarlijkx voor een modiquen prijs afsonden, om hun daar voor eenigzins te soula„ geeren. onder aanhaaling verder hoe ik vertrouwde dat ait aan zijn hoogheid wel zou bekend weezen, en aat ik ver„ halven ook van de billijkheid die alle zijne saaden be„ stierde, verwagte dat hoog denzelven zijnen hawel„ daar zou gelieven aante schrijven om den invoer van die rijst zonder afvordering van eenige tel ongestoord toetelaalen en zulks volgens de oude gewoontens en de prerogateren voor alle voorige keizers en vorsten van dit land aan ons maatschappij verleend alzo daar bij aan ons zoo op Palleacatta als elders tot 45 tot vryheid was toegestaan op den in in uitvoer van alle goederen en mond behoeftens en onder dezelve wel speciaal tol Palleacat„ ta den vrijen invoer van rijst Voorts beriep ik mij tot meerder bevestiging van uit voorregt op het groot Firman van den keiser orangseep gedateerd 24 october 1689 waar bij de Compagnie is gelibireerd geworden van alle tot„ en op alle waaren vallende zoo te Paliacatta als elders mitsga ders van alle waaren belasting op alle montkost voor haar eijge gebruik die te water ofte land zoude worden aangebragt En toonde wijders niet alleen aan dat dit Firman was geconfir meerd geworden en door een generaal Parwama van den Rijks Can„ Cellier van het Mogolsche rijk Achetchan gedateerd 8 november Maarbewies daar en boven nog dat wij buiten dit ook bezaa„ „ten een Parnanna van kijzers Duan Bassaratchan in den jaare 1690 verleend almeede tot Confirmatie van het groot Finman Vervolgens remarqueerde ik na dit voor af beweezen te hebben dat deeze voorregten seaert nog door den Mogol zelve en zine Ministers nader waaren bevestigd geworden in het 34 en 39=te Iaars van skijzers troon zitten en dat die wij ders door alle regenten van het Hijdrabatsche Rijk en deeze beneden landen waaren gerespecteerd geworden tot op den tegenwoordigen dag onder betuiging wijaers dat ik van het verligt verstans en verheeven oordeel van zijn hoogheid niet alleen verwag„ te dat zij deeze onze wettige preveligien zoude erkennen maar hem zelfs uit hoofde van zyn vriendschap voor de hollandsche Compagnie verzogt om orare te stellen dat men aan ons op Palleacatta liet behoudens de voorreg„ ten die wij er althoos genooten hadden, met verzeekering van mijne zijde dat ik het opperhoofd Tadama niet al„ leen ernst zoude beveelen om zorg te draagen dat den Ter„ Car niet benadeeld wierd door het invoeren van particueliere goederen 46 1689 goederen op de naam van de Compagnie gelijk „ edert ge„ „schied is. Op dit mijn schrijvens heb ik van zijn hoogheid den Na„ „bab een brief in antwoord ontvangen gedateerd 31 augus„ „tus laastleeden waar uit volkomen Consteert dat zijn hoog„ heid geenzins van meening was tot te laaten heffen van de Nelij en Rijst, die met Compagnies vaartuigen aange„ bragt en aan haare Dienaaren verstrekt wierd, maar wel van die welke door de kooplieden uit de pakhuisen wierd genomen, om ze wier aan anderen te verkoopen Hier over heb ik in den Raad op den 20 Septem„ ber Jongstl: gebesoigneerd, en wierd toen om de ter resolutie aangehaalde reedenen beslooten, het opperhoofd van pal„ leacatta den koopman Nicolaas Tadama met allen ernst aante schrijven, en te recommandeeren om voortaan niet meer te beletten dat door den sircar tol geheeven word van de ryst en Nelij, die Compagnie kooplieden of anderen van de Compagnie zullen koopen, om wederom door haar aan andere verkogt, of op leverantie van Lijwaaten verstrekt te wor„ den; mitsgaders van dit besluit aan den Nabab kennis te geeven bij een beleeft briefje, gerigt in antwoord op den zijne „ook Dog nopens de verdere klagten van zijn Hoogheid dat den Haweldhaar te Palleacatta althoos de noodige ordre ge„ steld had, over de los vaartuijgen wanneer de sloepen daar ter rheede verscheenen of van daar vertrokken, maar dat zulx nu door het opperhoofd wierd gedaan vonden wy goed aan Hoog dezelve te vertoonen, dat de Hollandsche Compag„ nie of uit haaren naam het opperhoofd, daar over althoos het gezag gehad heeft, en dat daar van tot een volko„ min bewess kon dienen, dat door het opperhoofd Jaarlijk„ geld voor uit verstrikt wierd tot onderhoud der Chialengen en Cattemarauws, onder aanhaaling wijders, dat het niet geschieden zou zoo zij niet direct onder het gezag„ van
English
of the chief stood, with an enclosed request to His Highness asking that the Company might be allowed to enjoy this ancient privilege. Subsequently, we also agreed to thank the Nabob sincerely for the expressions of friendship which His Highness professes to bear toward the Dutch Company, with assurances from our side that the Dutch Company desires nothing more dearly than to cultivate more and more, through tokens of high esteem and affection, the friendship that subsists between His Highness and the same. Yet, what effect this letter will have upon the mind of the Nabob, time must let us experience. Meanwhile, however, I do not doubt in the least that the chief Iadama will conduct himself strictly in accordance with what is noted above, as well as according to the resolution of 20 September. Mr. van Angelbeek, chief of Tuticorin, has communicated to me in secrecy, by missive of 5 October 1779, that he had received word from his servants who were in Madras, that they were busy there fabricating a claim against our Company on account of the profits which the Nabob ought to have enjoyed from the pearl fisheries already held, and moreover also for profits which they pretend he could have enjoyed from two or three fisheries if the Company had been willing to hold them. And he further says: this report is indeed still only hearsay, but nevertheless accompanied by such circumstances that it ought not to be brushed aside, and if they are well-founded, he continues, I almost begin to think that the saying That the war preparations at Madras are taking place with an aim taking place from which our Company would feel the greatest impact, possibly relates to this matter. This report from Mr. van Angelbeek, whether it be well-founded or not, I have found to be of so much importance that I consider myself obliged to inform Your Right Honours of it hereby. Whereupon I also respectfully request you to note that, should the same be true, we shall have to suffer the first blow; although we are by no means capable of resisting it, on account of our small garrison and deplorable fortifications, which are no longer of any use for defense; wherefore I very humbly request to be provided as soon as possible with Your Right Honours' highly revered orders as to how I shall conduct myself in that case, should they happen to address themselves to me from Madras with that aforementioned claim. Under the article of foreign Europeans appearing in Your Right Honours' highly honoured missive of 27 April, I have seen with the utmost sorrow that my actions in the case of the Subedar and four English Sepoys had not only failed to earn the highly honoured approval of Your Right Honours, but had even been considered premature and indiscreet. Yet, since what is done cannot be undone, and this matter ended without any detrimental consequences, I most humbly beg pardon for this unwitting misstep; while I assure Your Right Honours that henceforth I shall act more cautiously with a nation that is certainly doubly attentive to everything, and holds the power in hand to obtain satisfaction for itself. Whenever matters of so much much weight as my submitted query contained, with regard to the correspondence of Hyder Ali Khan with the French, should occur to me again, I shall make use of Your Right Honours' remark made in that regard, by always treating such matters in a separate, handwritten note. Likewise, of such matters as the Ceylon commission entrusted to the merchant Blaaukamer, I shall never again allow any mention to be made in our general letters, even though at that time there was no Englishman left in Madras or Malabar on this coast who did not know what that commission intended, for the secret of it leaked out early on. Meanwhile, I have the honour to inform Your Right Honours that the merchant Blaaukamer has written to me by missive of 24 August that his commission to the Nabob was still languishing in the same uncertainty, which made his departure for Jagannathpuram impossible; and in a further letter of 12 September last, he merely reports that he was now waiting for the orders of the Honourable Ceylon Governor regarding his further conduct in the Ceylon commission in order to be able to proceed to Jagannathpuram, and nothing more; wherefore I am still very much in the dark as to whether he will indeed depart for the North this autumn. I would have sent our rightful grievances regarding the violence done to the Sadraspatnam merchants by the English servants to the administration of Madras long ago, were it not that the merchant Blaaukamer had written to me in his private letter of 10 December 1778 that it would do him a great favour if no mention were made of these disputes as long as
Dutch transcription
van het opperhoofd stonden met bij gevoegd versoek aan zijn hoogheid om de Compagnie van dit oude voorregt te willen laaten Jeruisseeren. vervolgens verstonden wij nog om den Nabab wel„ meinend te bedanken voor de betuigingen van vriend„ schap die Hoog dezelve zegt de Hollandsche Compagnie toe te draagen, met verseekering van deeze zijdc dat de Hollandsche Compagnie niets liever wenscht, dan de vriend„ schap die er tusschen zijn Hoogheid en dezelve subsis„ teerd, door bewijzen van hoog agting, en affectie meer en meer te Cultiveeren. Dan van wat uitwerking deezen brief op het ge„ moet van den Nabab weezen zal, moet ons den tyd doen ondervinden. Inmiddens egter twijffel ik geenzins of het opperhoofd Iadama zal zig na het voorwaarts genoteerde zoo wel als na het bestuit van den 20 september steptelijk gedraa„ gen. De heer van Angelbeek opperhoofd van Tutucorijn heeft mij bij missive van den 5:e october 1779, in secretesse gecommuniceerd, dat hij van zijne bediendens, die zig te Madras bevonden, berigt gekreegen hadt, dat men al„ daar bezig was met het fabriceeren van een pretensie op on„ ze Compagnie weegens de voordeelen, die den Nabab van de roeds gehoude paartvesscherijen hadt moeten genieten, en daar en boven ook nog van voordeelen, die men voorgeift dat hij zou hebben kunnen genieten, van twee of drie visscherijen, indien de Compagnie dezelve hadt willen houden. En kegt wijders; dit berigt is wel nog maar van hooren zeggen, maar egter van zulke omstandigheeden verzeld dat men het niet behoord in den wind te slaan, Em in„ dienze /: vervolgd hij :/ gegrond zijn, begin ik haast te danken dat het zeggen Dat de krijgs toekustingen te Naver met een oogmerk geschieden „geschieden; waar van onze Compagnie het meeste gevoel zoude hebben, mogelijk op deeze zaake voeld Dit berigt van de heer van Angelbeek het zij het gegaond zij of niet, heb ik van zoo veel belang gevonden, dat ik my verpligt oordeele en uwe hoog Edelheedens bij deezen kennis van te moeten geeven Due ik teffens eerbiedig verzoek te remarqueeren, dat zoo het zelve waar weezen mogte wij den Eersten aanstoot zullen moeten Lijden; hoewel wy er geenzints tegen bestant zijn uit hoofden van ons gering guarnisoen, en deplo„ rabll vesting werken, die niets meer tot defensie deuigen, waarom ik zeer nedrig versoek om met uw Hoog Edel heedens zeer gevenereerde ordre ten spoedigsten ge„ munieerd te mogen worden, hoedanig ik mij in dat ge„ val, wanneer ze van Madras met die voormelde pretensie zig bij mij mogten komen te adresseeren ge„ dragen zal 1 Onder het articul van vreemde Europeeschen bij uw Hoog Edelheedens zeer g'eerde missive van den 27. april voorkomende heb ik met de uitterste smerte gezien, dat mijne verrigtingen in het geval van den soubedhaar en vier Engelsche Sipais, niet alleen de hoog g'eerde approbatie van Hoog Dezelven niet hadde mogen verdienen, maar zelfs als prematetur en indis„ creet geconsidereerd geworden waren. Dan wijl gedaane zaaken niet te herroepen zijn, en deeze zonder eenige nadeelige gevolgen afgeloopen is, vraag ik op het nedrigste Prcus wegens rieze onweetende begaane mitstap; terwijl ik uw Hoog Edelheedens verzeeker dat ik voortaan voorzigtiger zal handelen met een natie die zeekerlijk op alles dubbeld attent zijn, en de magt in handen hebben, om zig zelfs satisfactie te kunnen bezorgen. Wanneer myj wederom voorkomen zaaken van zoo veel 49 veel gewigt als myne gedaane vraag bevatte, met opzigt tot de Correspondentien van Heider Mechan met de fran„ schen, zal ik mij de dierwegens gemaakte remarque van uwe hoog Edelheedens ten nut te maaken, door dier„ gelike zaaken althoos bij een eygenhandig apart briefje te behandelen Ook zal ik van diergelijke zaaken, als de Ceilon„ sche Commissie die den Coopman Blaaukamer is opgedra„ gen, nmmmer meer eenig gewag laaten maaken bij onse gemeene brieven, schoon, er op dien tyd geen En„ gelsman meer te Madras of Mallabaar op deeze heeft was die niet en wist wat die Commissie bedoelde, want er het geheim van, al vroeg is uitgelekt Inmiddens hib ik de eer uwe hoog Edelheedens te bedeelen dat den koopman Blaaukamer bij missive van den 24. augustus aan mij geschreeven heeft dat zijne Commissie bij den Nabab nog in dezelvde onzeeker„ heid verzeerde, waar door zyn vertrek na Jaggernaik poeram onmoogelijk gemaakt wierd; En bij een nadere brief van den 12 september jongstleeden meld hij slegts dat hij nu wagte na de beveelen van de Edel heer Ceilons gouverneur omtrend zijn verder te houden gedragin de Cuilonsche Commissio ten einde zig na Iaggernaik„ poeram te kunnen transporteeren zonder meer: waar door ik nog zier in het onzeekere ben, of hij in dit na Jaar wel na de Noord zal vertrekken Ik zoude onze regtmaatige doliantien over het kooplieden geweld dat de sadraspatnamsche opperhoofd is, aange„ daan, door de Engelsche Bediendens, bereeds lange aan het ministerium van Madras afgezonden hebben, was het niet dat den koopman Blaaukamer bij zijne par„ ticulieren brief van den 10:e december 1778, aan mij ge„ schreeven hadt dat aan hem veel gunst zou bewiezen worden wanneer van deese geschillen niets gerept wierd, zoo lang .
English
as long as he was in Madras on account of the Commission of Ceielon. But I will make this my work, I assure Your High Nobilities, as soon as the aforementioned Commission shall have ended or expired. Meanwhile, hoping that the suspension of our complaints and the handling of this matter by secret letter will be favorably received by Your High Nobilities. For the provided communication of Their High decision to send the Bengal Ministers a copy of the proposition refuted by me, which was sent to the Gentlemen Majores by those Ministers on 10 January 1778, regarding the profitable sale of Japanese bar copper in Bengal, in contrast to its market along this coast, I humbly thank Them, as well as for the promised dispatch of a good number of artillerymen upon the arrival of a good relief force from the Netherlands. And regarding the ordered discharge of the Malays, Topasses, and sepoys, I respectfully refer to the general letter sent. Before I close this, I find myself obliged to respectfully bring to the attention of Your High Nobilities that for a period of over one and a half years I have suffered from continuous severe headaches, which, according to the general opinion of medical experts, are primarily attributed to the drought and heat of this climate, especially in the course of this year, in which during a period of 7 to 8 months practically not a single drop of rain has fallen. And since this head ailment prevents me from managing the affairs of this government in such a manner as I would wish and as my duty requires of me, I implore Your High Nobilities to kindly release me from the chief governance of this government in the most honorable manner, and and at the same time to graciously permit me, after I shall have made a proper transfer to the one whom Your High Nobilities shall be pleased to appoint as my successor, to travel across with my family in the coming year on the usual contra-ship to Batavia, in order to recover, if possible, the health previously enjoyed by me there. For this great favor I will always show Your High Nobilities the utmost gratitude and acknowledgment. I commend the very illustrious persons of Your High Nobilities to the divine protection of God, while I remain with the highest respect, below stood, High Noble Great Honorable Wide-Ruling Lords, and Right Noble Lords! Lower down, Your High Nobilities' very humble and obedient servant, was signed, R: van vlissingen, in the margin, Nagapatnam in the Castle, 15 October Anno 1779. As before. Along with Your High Nobilities' separate missive of 27 April of this year, I also received Their High individual secret letters of the same date, which I now also take the liberty to answer separately. And making an immediate respectful start with this, I dare beforehand to assure Your High Nobilities that everything I wrote in my separate letters of 25 September of last year regarding the present deplorable condition of the Nagapatnam fortification works and what is required for their defense has been stated truthfully. But regarding Their High question as to where the force that I listed in my separate letters of September 1778 as required for the defense of Nagapatnam and its Castle could be obtained, I humbly request permission to pass this by unanswered, as the ways and means for this are fully known to Them. In the meantime, in unexpected events, which God forbid, I will act according to the circumstances of the time in accordance with Their High recommendation, and otherwise, when push comes to shove, take the capitulation of Pondicherry as an example. Meanwhile, I thank Your High Nobilities for the communication provided of Their High decision henceforth to supply and have supplied the commanders of ships sailing from Batavia to this place, as well as those departing for Bengal, and thus also the vessels arriving for that directorate, with such secret signals for the coming year 1780 as They have seen fit to establish and as were indicated in the list sent to me. Furthermore, in fulfillment of Your High Nobilities' order, I will annually present to Them the signals that are to serve for each of the following years. However, in which respect I respectfully request a little clarification, namely, whether those that are arranged for the following years and must be presented by me to Your High Nobilities should be the very same signals as were arranged by Them for the year 1780, or whether I may proceed to the choice of other colors of flags. While in concluding this I assure Your High Nobilities that I will never fail to send to the Governor of the Cape, via the return ship directly from here, as has already been done with De held wottemade and is to take place via Ceylon, duplicate copies of the signals that will be flown here in the following year, to serve for the ships arriving for Bengal, with which we sign with the highest veneration and high esteem. Below stood, High Noble Great Honorable Wide-Ruling Lords and Right Noble Lords. Lower down, Your High Nobilities' very humble and obedient servant, was signed, R: van vlissingen, in the margin, Nagapatnam in the Castle, 15 October 1779. Agrees, D. Van Haak, clerk. Examined, Thiel. No. 14 A. Copy Letter from Nagapatnam dated 23 October 1779.
Dutch transcription
langhij zigte madras bevond wegens de Commissie van Ceielon Maar ik zal daar van, dit verzeekere ik uwe Hoog Edelhee„ dens, zoo dra mijn werk maaken, als de voorsz: Commissie zal g'Eindigt of afgeloopen weesen. Intusschen verhoopende dat het surcheeren van onze klagten en het behandelen van deezen post bij de sicreete brief, door uwe Hoog Edelheedens gunstig zal worden gepasseerd. Voor de gegevene Communicatie van Hoog Derzelver be„ sluit om de Bengaalsche Ministers Copie toetezenden van de door mij wedergelegde stelling door die Ministers 1 den 10. Januarij 1778, de heeren Majores toegezonden, wegens den profitablen verkoop van het Japans staaf koper in Benga„ len, in tegenstelling van dies vertier ter deezer kuste, bedank ik Hoog dezelven needrig, gelijk ook voor de beloofde toezending van een goede parthij Arthilleresten, bij arrivement van een goed ontzet uit Nederland En wegens de geordonneerde afdanking van de Ma laijers, Toepassen, en sipais, gedraag ik mij met eerbied aan sentans afgaan den gemeene brief. Voor ik deezen sluite, vind ik mij genoodzaakt, uwe hoog Edelheeden Eerbiediglijk ter kennisse te brengen; dat ik be„ reeds geduurende den tija van ruijm Een en Een hoff Iaar aan Continueele zwaare hoofdpijnen gelaboreerd hebbe, die volgens het algemeen gevoelen van geneeskundigen principaal worden toegeschreeven aan de droogte en helle van alt Climaat, byzonder in den loop deezes Jaars, waar in geduurende den tijd van 7 â 8 maanden genoegzaam geen droppel reegen gevallen is. En dewijl deese hoofdkwaal mij belet om de zaaken van dit gouvernement zodanig te bestieren, als ik wel gewenscht hebbe en mijnen pligt van mij vorderse, zoo imploreere ik bij uwe Hoog Edelhee„ dens om mij gunstig uit het hoofdbestier van dit gou„ vernement, op de reputatieuste wijze te willen ontstaan, en 31 en mij teffens gratieuselijk te permitteeren na dat ik behoor lijk transport zal hebben gedaan aan den geenen, die uwe Hoog Edelheedens tot mijnen successeur zullen gelieven te benoemen, om nevens mijn familie, in het aanstaande Jaar met het gewoone Contra schip na Batavia te mogen overvaaren ter weder verkrijging, is het mogelijk, van die gezondheid door mij voor deezen aldaar genooten; Ik zal voor deese groote gunst aan uwe Hoog Edel„ heedens steeds de merste dankbaarheid en Erkentenis bewijzen Ik beveele uwer Hoog Edelheedens zeer Illuster persoonen in de aivins protectie Godes, terwijl ik met de meeste Eerbied blijve /:onderstond:/ Hoog Edele groot Agtbare wijd gebiedende Heere, en wel Edele Heeren! /:lager:/ uw hoog Edelheedens seer ootmoedige en gehoorsame Deenaar /:was getekend:/ R: van vlissingen /:in margine:/ Nagapatnam In het Casteel Den 15.:' october A. o 1779. — van als vooren Nevens uwer Hoog Edelheedens aparte missive van den 27 april deezes Jaars, ontving ik nog Hoog derzel„ ver afzonderlijke secreete Letteren van dien eijge dato Die ik tans de vrijheid neeme ook separdatelijk te beantwoorden En hier meede al aanstonds met eerbied een begin maakende durf ik uwe Hoog Edelheedens voor af wel verzeekeren, dat al het geene ik bij mijne afzonder„ lijke letteren van den 25=e september des voorigen Jaars geschreeven hebbe nopens de presente deplorable gesteld heid 1 g heid der Nagapatnamsche fortificatie werken in de benodig heid tot dies defentie na waarheid opgegeeven is. Maar betreffende Hoog Derzelver vraag van waar die magt, die ik bij mijne afzonderlijke Letteren van den september 1778 hebbe opgegeeven, als benodigd, tot defens van Nagapatnam en dies Casteel zou te bekoomen weezen, verzoek ik nedrig onbeantwoord voor by te moge gaan, wyl de weegen en middelen daar toe aan Hoog de zelven ten vollen bekend zijn: Intusschen zal ik bij onverhoopte gevallen. /:die god verhoeden wil:/ mij gedraagen: na tijds omstandigheeden ingevolge Hoog derzelver recommandatie, en voor het overige als de nood aan de man komt, de Capitulatie van Ponde„ herij tot een voorbeeld neemen. Middelerwijle bedanke ik uwe hoog Edelheedens voor de gegeeve Communicatie van Hoog Derzelver besluit, om de overheeden der scheepen, die van Batavia na herwaarts stee„ „venen, zoo wel, als de na Bengalen vertrekkende, en dus ook de voor die directie uitkomende bodems voortaan met zodanige secreete seijnen voor het aanstaande Iaar 1780 te zullen, en te laaten voorsien, als Hoog dezelven goedgevonden hadden te stellen, en bij den mij toegezon„ „den Lijst bekend stonden. Voorts zal ik in voldoening aan uwer Hoog Ede heedens ordre, Hoog dezelven Iaarlijks aanbieden die „seinen, welke voor ieder der volgende Iaaren moeten dienen, Dog ten welken opzigten ik eerbiediglijk om een wijnig op„ heldering versoek, namentlyk, of die welke voor de volgende Iaaren geschikt zijn, en door mij uwe Hoog Edelheeden moeten worden aangebooden even dezelfde zeijnen moeten weezen, als door Hoog dezelven voor den Jaa„ re 1780 geschikt zijn, dan of ik tot de verkiezing van andere Couleuren van vlaggen mag overgaan Terwijl ik tot slot deezes uwe Hoog Edelheeden verzeekere 53 verzeekere, dat ik nimmer ingebreeke zal blyven, om telkens met het rethour schip direct van hier zoo als bereeds met De held wottemade gedaan is, en over Cei„ „lon staat te geschieden, den heer Gouverneur van de Caab toetezenden dubbelde Exemplaaren van de zei„ nen, die in het volgende Iaar alhier zullen waaijen om te dienen voor de voor Bengale uitkomende scheepen waarmeede wij met de meeste veniratie, en hoog ag„ ting onderschrijve. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbare wyd gebiedende Heere en wel Edele Hee„ ren /:lager:/ uw hoog Edelheedens seer ootmoe„ dige en Gehoorzame dienaar /:was geteekend:/ R: van vlissingen /:in margine:/ Nagapatnam in het Casteel den 15. october 1779. — Accordeert D. Van Haak byke. Nagesien = Thiel. N 14 54 A. Copie Brief 9 van Nagapatnam d d„o 23. October 79. 177 77
English
85 Page: Notification given of the arrival of the ship mentioned alongside and receipt of a letter likewise also with the ship de Pallas introduction to the answering of the letters Thanks for the shared receipt of a package letter The falling behind of the papers has greatly affected the Government that case is without precedent regret over the late receipt of the news of the arrival of the ships they did not fail to make use of all opportunities for the sending of that news the same was also observed this year regarding the ship d. E. Woltemade what answer they have from Ceylon regarding the receipt of a small packet addressed to their Right Worships from Ceylon it is reported that the box of papers that had remained behind there was sent the order for the dispatch of the papers via Ceylon in January shall be observed The Proclamation of their Right Worships regarding the woolen manufactures has been published And a ditto from their High Mightinesses against the confiscation of the goods of delinquents as well order given to the Council of Justice regarding the latter paper the Homeland Extracts shall be answered via Ceylon The Return ship has received 80,000 lb. more iron ballast here And why Regret over the displeasure concerning the delay of the Bengal ship the Rozekerkerpolder The ship de Mercuur stayed here for 5 days Reason why It is trusted that that keel will have arrived early in Bengal Henceforth no reason for displeasure will be given in that regard Register of the Marginals to the Letter to Batavia, dated 23 October 1779 The sloop de Papegaay has been written off the books report concerning the artillery and armory goods of that small keel the commander of that small keel is discharged from liability And the declaration of the quartermaster and sailors was left unsworn although from the letter of the 25 September it can be maintained otherwise Pardon is therefore requested for the omission of the small word presentation the concurrence of their Right Worships with the reasons concerning the difference and the cargoes of two ships serves to satisfaction Use will be made of their Right Worships' letter regarding the coarse linens presently 100 bales thereof are sent over it is hoped that the Lords Masters will make no reflection on the mention not made regarding cotton yarn the debiting of the officers of the ship de Patriot with ƒ 6891. 8. is an error for in the Resolution it clearly states ƒ689:1:8. thanks for the established order regarding the statement to be made henceforth of the length and thickness of the cables Likewise for the forwarding of the report from the commander on that subject The ship het Veldhoen actually took from here to Jagg: 557 Company and 96 private bales which with the 39 Company and 69 private bales sent after make up 596 Company and 165 private bales, so a clerical error resides in that regard as appears from the Copy of advices The linen bales mentioned in the report of the senior merchants will be found among the bales sent via Ceylon it was decided to charge the 2 pieces of Palicols Guinees found deficient at 50 percent thither to be reimbursed by whoever it is incumbent upon Page: Reasons
Dutch transcription
85 Pag: Gedaane bedeeling der Arrive van Neevens gemelde Schip.. . „ en ontfangst van een Missive - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ item met het schip de Pallas meede. . . . . . . . . . . . . . . . „ in leyding ter beantwoording der missivens. . . . . . . . . . . . . „ Dank voor de bedeelde ontvangst van een Pagg: brief. . . . . . . „ Het agter uit blyven der papieren heeft de Regeering seer getroffen „ dat geval is buuten Exempel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ leetweesen over de laaten ontvangst der tyding van de aankanst. der scheepen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ men heeft, niet gemankeert om van alle geleegendheeden ter afsending dier tyding gebruik te maaken. - - - - - - - - - -„ sulks is dit jaar ook geobserveert omtrent het schip d. E. woltems de wat antwoord men van ceilon heeft omtrend den ontvangst van een aan haar H: Ed: gerigt pakketje - - - - - - - - - - - - - -„ van ceilen is bedeeld dat de aldaar agter uit gebleevene kas met papieren versonden was - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ de ordre tot versending der papieren over ceelen in Ianuary zal geobserveert worden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ Het Placcaat van H: H: Ed: omtrent de wolle Manufacturen is gepubliceerd - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ En een dito van haar Hoogmogende teegens de confiscatie der goederen van de delinquanten meede - - - - - - - - - - - - - -„ gegeeven. order aan den Raad van Iustitie omtrent het laaste papier - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - de Patriase Extracten zullen over ceilon beantwoord werden Het Retour schip heeft alhier 80'000 lb. ysere ballast. meer „ gekreegen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ En waarom. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „. . . . . . „ Leedweezen over het ongenoegen omtrend het vertoef van het. bengaals. schip de Rovekerker polder. . . . . . . . . . . . . . . . . . Het schip de Mercuur is hier 5 daagen gebleeven. . . . . . . . . . . . . „ Reeden waarom - - - - - - . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Men vertrouwt, dat dien kiel vroeg in bengaale zal aange =honen weezen. - - . . . . . . . . . . . . . . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Men zal voortaan daar omtrend geen reeden van ongenoegen geven„ Register der Mariginaalen op de Brief naar Batavia, gedateert 23: October 1779 - De Chialoup de Prpegaay is by de Boeken afgeschreeven. . . . . . . . „ verslag omtrend het arthillery en wapenkamers goed van dat kieltje. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . den gesaghebber van dat Kieltje is vry verklaart van verantwoording En de verklaaring van den quartiermeester en mattroosen is on„ „beëdigd gelaaten. . . . . - - . . . . . . . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ schoon uit de brief van den 25 7ber anders kan gesustineerd worden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ Men vraagd dierhalven Exccus over het uitlaaten van het woordje presentatie - - - - - - - - - - - - - - - - - - . „ de toestemming H: H: Ed. s in de Reeden omtrent het different. en de laadingen van twee scheepen strekt tot Sates „factie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - - - - - . „ Men zal gebruik maaken van H: H: Ed:s aanschryvens omtrent de groove lywaaten - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ thans werden 100. pakken derselve overgesonden. - - - - - - -„ men hoopt dat de Heeren Meesters geen reflectie zullen slaan over de nor gedaane melding weegens cattoene garen, de belasting der overheeden van het schip de Patriot met ƒ 6891. 8. is een fout - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ want by de Resolutie staat duidelijk ƒ689:1:8. -. . . -. . . . „. dank voor de gestelde ordre weegens voortaan te doene opgaave van de lengte en dikte dercabeltouwen. . „ Item over de toezending van het berigt van den commandeur over dat suject - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Het schip het veldhoen heeft van hier na Jagg: werkelyk 557. Comp: en 96. partic: pakken meede genomen. „ die met de nagesonden. 39 caup: en 69 particuliere pakken„ 596. comp: en 165. partic: fardeelen uijtmaken des daar omtrend een schrijffout resideerd - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ gelijk de Copia advijsen blykt - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ De lywaat pakken by het berigt der opperkooplieden vermeld, zullen onder de over ceilon gesondene fardee len gevonden worden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ de 2. stukken te min bevonden. Palicols guinees heeft men„ beslooten met 50. perc. t derwaarts aan tereekenen. . „ om vergoed te werden. door die het incumbeerd - - - - -„ Pag: Reedenen.
English
Page 57 Reason why no one was ordered to pay compensation for the half piece of brown-blue Guinea cloth that was found deficient at Amsterdam. Further opinion regarding this. Confidence that Their Right Worships will likewise understand it in this manner. The ship Held Woltemade was supplied with a main yard and some equipage goods. No other boat could be provided to that vessel in place of its lost one. The lost one was written off. And on what grounds. Accounts of the ship officers were debited and credited on account of cargo delivered short. Medicines were also supplied for the use of both ships. Those hulls were also calked. Hesitation was had regarding the cargoes to be given to them, because on 18 August the number of packages consisted of only [illegible] pieces. Advised by the chief of Jaggernaikpoeram that about mid-September 950 to 1000 bales would lie ready there. And for that reason it was resolved to send the ship Pallas to Jaggernaikpoeram. Just as that vessel also departed thither on 30 August, upon counsel taken from its officers, and returned here on the 19th of this month with 822 bales. Why, etc., especially because no sloops are on hand. And here there was not enough linen ready together for it. Why that ship earlier, etc. Through the delivery of the aforesaid cloths by the Pallas, the return ship could be laden with [illegible] and the bearer of this with [illegible] bales. The private packages consist of [illegible] pieces and amount in money to f. [illegible]. The unequal packaging of the linen bales causes much space to be lost in the ships. Therefore it was resolved to have the green Guineas folded to the width of one ell, and to send a package of 40 pieces of the same to the Netherlands. Hope that the Gentlemen Masters and Their Right Worships will also be pleased to confirm this. Transition to the item of the vessels stationed here: The sloop Het Loo and the bark De Eendragt were sent early to Jaggernaikpoeram, with orders to dispatch the same hither quickly with linen packages. The first-mentioned small vessel, after a fruitless voyage from Bimilipatnam hither, did not arrive here until [illegible]. The bark left the roadstead of Jaggernaikpoeram for the last time on [illegible] with [illegible] packages, and has until now been seen nowhere. It is feared that this small vessel has run toward Malacca. The bark De Liefde was employed for the transport of the Reverend Minister to and from the factory. The other vessels made speedy voyages. A dhoni and the pantchiallang were repaired of their defects. Some equipage goods were destroyed. 5 unusable sea charts and 37 pieces eaten by white ants are being sent over. Three excessively charged items regarding the repair of the sloops 't Loo and Walvisch were assessed for compensation. Reference to the Resolutions regarding items of minor importance. The Gentlemen.
Dutch transcription
Pag: 57 Reeden waarom het halve stuk guinees bruyn blauw dat te amsterdam te min bevonden is, niemand ter vergoeding opgelegd is. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . verder meening daar omtrent - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ vertrouwen dat H: H: Ed:s meede het zodanig zullen begrijpen Aan het schip de Held Woltanade is een groote Raa, en eenige equipagie goederen verstrekt. - . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ men. heeft dien bodem geen ander boot in steede van sijn verlooren dito konnen byzetten. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ de verloorene is afgeschreeven. . . . . . . . . . . . . . . . . . „ En uit welke hoofde. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ weegens. te min overgeleeverde Laedingen zynde reekeningen der scheeps overheeden. gedebiteerd en gecrediteert geworden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ook zyn 'er medikamenten ten dienste van beide de. scheepen verstrekt - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ die kielen zyn ook gecalfaat.- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ omtrent dies te geevene Ladingen heeft bedenking ingehad: om dat 'er op den 18 aug. s het getal der pakken maar in. . . . . . . . . . . . . . . .. stuk bestond. . . . . . . . . . . . . . . . . . . door het opperhoofd van Jagg: geadviseerd, dat aldaar tegens medi 7ber 950. à 1000. fardeelen zouden ge„ „reed leggen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ En daarom besloot men om het schip de Pallas na Jegger „naikpoeram te zenden. . . . . . . . . . . . - - - - - - - - - - - - - - „ gelyk dien kiel ook op den 30 augustus derwaarts ver =trokken is, op ingenomen advies van dies overheden„ 8 en den 19 deeser met 822. fardeelen alhier gereverteerd„ waarom &c„ voor al om dat men geen chialoupen aan handen heeft. En is hier geen lywaaten genoeg voor In die bij elkan. =deren had. . . . . . . . . . . . . . . . . - - . . . . - . - - - - - - - - - - - - - . „ wat dat schip eerder &c. a - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ door den aanbreng der voorsz: doeken per de Pallas heeft men het retour schip met. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ En brenger deezes woet. . . . . . . . . . . fardeelen kunnen beladen„ de Particulier pakken bestaan en . . . . . . . . stuks en belopen in gelden ƒ. - - - - - - - - - - - - - - - - - . - - - . . - - - - - - - - . - „ de megaale embaleure der Lywaat pakken doet veel ruimte verliesen in de scheepen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ daaran heeft men beslooten van de groene guineesen op een Ell. breete te doen vouwen. - - - - - - - - - - - - - - - . . „ en een pak van 40. p„s derselve na Nederland te zenden Hoope dat de Heeren Meesters en H: H: Ed. daar meede zullen gelieven te confirmeeren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ overgang tot de post der vaartuigen alhier te huys hevende de chialoup het Loo, ende Bark de Eendragt zyn vroeg. na Pagg: gesonden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ met last dezelve spoedig, met lijwaat pakken her „waarts te depecheeren. . . - . . . . . - - - - - - - - - - „ Het eerstgemelde kieltje is na een vergeefse Reyze van Binctip: na herw„ts eerst doen. . . . . . . . alhier gearreveerd. . . . . . . . . . . . . . . . - . - - - - - - - - - - - - - - - - de Bark heeft voor de laastemaal den. . . . . . . . . . . . .. der rheede Iagg. verlaten met. . . . . . . . . . . . . pakken en is tot nog nergens gesien. . . . . . . . . . . . . . . -. „ Mendeurt dat kieltje na malacca zal gelopen weesen„ de bark de liefde is tot Transport van den Eerw pre„ „dicant naar, en van de comptoire geemploijeerd de andere vaartuigen hebben spoedige Rys gedaan Een Thony en de Pantjalling zyn van haare gebreeken gezepareerd. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ eenige equipagie goederen zyn vernitigd. . . . . . . . . . . . . „ 5 onbequaame en 37. stuks van de witte mieren opge „vreeten zeekaarten werden overgesonden. - - - - - - - - „ drie te ruijm opgebragte posten weegens Reparatie van de chialoupen 't Loo ende walvidch zyn ter vergoeding opgelegd. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ Referte aan de Resolutien omtrend posten van minder Pag: belang. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ de Heeren.
English
2 59 Page: The Lords Directors have posed two important questions concerning the dispatch of a direct ship from the Netherlands hither. What the first question entails, as well as the contents of the second. One can neither declare the matter possible nor impossible; what difficulty has arisen, by which one would almost have advised against the matter. What questions, however, one has put to the chiefs before making a final declaration on the subject. Upon receiving an answer, one will endeavor to arrange the responses to the satisfaction of the Lord Masters. And therefore also report to Your Honors. De Heijs has fulfilled the order for the delivery of certain 6 packages of linens. And these are now also offered to Your Honors. One will await the decision of the Lords Directors concerning the additional allowed percentage on 12 packages of rough guinees. Of those 12 packages, 6 have already been sent to Europe, and 6 are going now, namely with the ship de Held Woltemade. Thanks for the granting of a fourth merchant at Sadraspatnam. Yet at present there are only three among whom the delivery is divided into equal portions. Since only one merchant has been appointed in place of two deceased ones. Trusting that Your Honors will approve this, because the member I: D: Siemars stood surety for the new one. Thanks for the permitted write-off of ƒ1469:2 on account of loss on the sold knotty Bimilipatnam linens. The sale of those linens after the expiration of 9 months did not occur without reason, for one here considers the months of July and August to be the best time for such sales. Hope that the given reasons will be sufficient. That the Porto Novo linens are inferior and more expensive than those of the other factories is true. Yet one cannot introduce any price reduction as long as the merchants are in arrears for an excessive sum. Request, therefore, that the price allowed in the year 1778 may remain continued. Thanks for the report sent by the linen examiners; extracts from that report have been dispatched to the factories. The approval of the prohibition issued against accepting rejects from the merchants has [illegible]. The order to secure, if possible, the rejects of the coarse cloths for a moderate price will be observed. And the orders given concerning this kept in mind. Thanks for the approved purchase of rice. Citation of the resolutions by which the linen contracts of the factories were approved. Due to lack of the necessary papers, one cannot give a report of the completed collection of this year. Therefore, this will take place when making the general report. Assurance that the collection nevertheless did not turn out unfavorably. The extracts from the demands for this year have been dispatched to the factories with the necessary recommendations. The incomplete fulfillment of the demands for the year 1778 at Iagg: is attributed to the large collection that the French have made.
Dutch transcription
2 59 Pag: De Heeren Majores hebben twee gewigtige vraagen gedaan. weegens zending van een direct schip uit Neder „land herwaarts - - . . . . . . . - - - - - - - - - - - - - - - „ Wat de eerste vracg behelsd - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ zoo meede van welke inhoud de tweede dito is - - - - - - - - - „ Men kan de zaak nog mogelyk nog onmogelyk verklaren, welke swarigheid er opgekomen is, waar door men de saak by na zou afgeraaden hebben. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ welke vraagen men egter voor de finaale declareering daar over aan de opperhoofden gedaan heeft - - - - - - - - - - - - „ antwoord bekoomende, zal men tragten de Responsen. ten genoegen van de Heeren Meesters te regten - - - . . .. Maar H: H: Ed. s daar om meede verslag doen. . . . . . - - - „ De Heijs heeft aan de ordre ter leverantie van seeker 6. pakken. lywaaten voldaan. . . . . . . . . - - - . . . - - . . . . En die worden thans A: H: Ed. s ook aangebooden. - - - - - - - „ men zal het besluit der Heeren Majores omtrend de meerdere toegestarne pC:o op 12. pakken geinees ruw afwagten van die 12. pakken zyn 6. bereeds naar Europa gesonden en 6. gaan thans, of met het schip de Held wolte =made - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - dank voor de accordeering van een vierde koopman op sadraspatnam - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ dog thans zynder maar drie onder, wie de leverantie in Eguaale portien worden verdeelt. . . . . . . . . . . - - . . . . „ alzoo. men maar een coopman in steede van twee overleedene dito heeft aangesteld. . . . . . . - - . . . „ vertrouwen dat H: H: Ed . sulks zullen approbeeren om dat het Lid I: D Siemars als bag gestaan heeft voor den nieuwen. - - - - - - - - - - - - . . . . . . . . . . . . Dank voor de vergunde afschryving van ƒ1469:2. weegens verlies op de verkogte door knoogde Bimilipatnamse Lywaaten. . . - - - - Den verkoop dier lijwaaten na verloop van 9 maanden is niet niet sonder reeden geschied - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ want men houd hier de maanden Iulyen august s voor den besten tyd tot sulke verkoopingen. . . -. Hoope dat de gegeevene Reeden voldoende zullen weesen„ Dat de Portohowose lywaaten slegter en daarder zyn als de andere comptoiren is waar. . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ dog men kan geen prys vermindering invoeren soo lange de marchandeurs een Excessive som ten agteren staat. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . versoek daar om dat de toegestaane prijs in ao. 1778. mag blyven continueeren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ dank voor het toegesondene berigt der Lywaat Examinateurs extracten uit dat berigt zyn na de comptoiren afgesonden. de approbatie van de gedaane interdictie om geen uit „schotten van de cooplieden te accepteeren heeft. de order om de uitschotten der groove doeken des mogelyk, voor een matige prys te bemagtigen zal g'observeerd werden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ en de beveelen daar omtrend gegeeven in 't oog gehouden worden. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ dank voor de geapprobeerden inkoop van rijst. . . . . . . „ aanhaaling der Resolutien waar by de Lywaat contracten der comptoiren g'approbeerd zyn. . . . . . . . . . . . . . . door gebrek aan de noodige papieren kan men geen verslag doen van den afgeloopen insaam dezes Jaas. daarom zal zulks by het doen van gemaael verslag. geschieden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ verseekering, dat den insaam egter niet ongelukkiglijk is afgeloopen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . -. de Extracten uit de Eisschen voor deesen Iaare syn na de comptoiren afgesonden met de noodige Recommandatien - - - - - - - - - - - - - - „ de in compleete voldoening der Eisschen voor A„o 1778. te Iagg: werd aan den grooten insaam die de fransen genoegen gedaan. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - gedaan hebben toegeschreeven - - - - - - - - - - - „
English
Page 61 Order sent to Jagannathapoeram to give detailed reasons henceforth for the defective collection. And to what end. Tieroemeny Chitty has been released from his surety for the Bennchop merchants. Of the bales from the sloop 't Loo, 84 pieces of linens were found suffocated at Bimlipatam. Which have been sent hither along with a memorandum account. Decision taken to have those linens sold here. And upon sale thereof, it yielded a loss of 24 per cent. Request that this loss may be written off. The sales price of the cloves shall be kept on the old footing. And in that of the nutmegs not the slightest change has been made. Reasons why. One is very pleased with the expressed satisfaction regarding the profits on sold sugar, camphor, and arrack. Thanks for the almost complete fulfillment of the demands. The sugar and camphor brought here this year have been sold on 6 months' credit. Specification of the prices and what they were sold for. Although the difference is disadvantageous in comparison with the past year, Nevertheless 34½, 50½, and 90 7/8 per cent respectively was gained on it. Because those articles could not be sold for more, having been ceded for that amount subject to the approval of Your Honors. Decision taken to cede 460 leagers of arrack to the highest bidder by sealed bids. Cession of the same at 28 Negapatnam new pagodas per leager, being the highest bid. The difference of the price compared to that of the past year. Reasons why one could not obtain a high price. Hope therefore to obtain Your Honors' approval. Submission of a previously sent copy of Sadraspatnam's letter of 14 July 1778. Request for pardon on that account for the secretariat clerks. Non-finding in that letter of certain customary wordings concerning the importation of spices from Ceylon. Elucidation thereupon. Loss of a letter by the Governor in which the customary wordings stand. Regarding the objection why no new copper contract was concluded, one neglected to provide the necessary light thereon. Justly made remark by Your Honors concerning the profits from the exchange of Porto Novo pagodas by the Ceylon traders. Receipt of 5765 lb. of camphor from Bengal. And sale of the same for 80 Negapatnam new pagodas per the bahar of 480 pounds. Request that this, as well as the freight paid for it, may be approved. A small parcel of Achinese camphor seized by the Fiscal Koning. That small parcel was not confiscated, but returned. It was nevertheless decided to prohibit the importation of that sort of camphor as well as all others. Request for approval in this regard. ƒ 63:4 was credited to Batavia on account of indigo sold here. On the turnover this year, so far as appears from the Page 63 submitted returns, ƒ 49020:5:8 less profit was made. Demonstration of what caused that loss of profit. One will also await the advices of the chiefs, and then declare the true cause of the same. Regret over the decline of trade. The letters show how earnestly one has always written concerning that matter. The farming out of the domains this year amounts to 280 pagodas less than in the past year. Cause of that decrease in the lease. The farmer of the bazaar suffered losses in the past year. And therefore 116:16 pagodas was remitted to him. Yet under what conditions. Request that this may be approved. The revenue from the stamped paper in 6 months. The revenue from the field crops at Palicol. From the held lease auctions at the respective factories, it will be allocated to Ceylon. Efforts made toward the settlement of the arrears at Palicol, especially toward the settlement of Cannamoevis's debt. In order that one may discharge him. His arrest was therefore approved. And 200 Porto Novo pagodas were received from him thereby. For the collection of the remaining 250 Porto Novo pagodas, all care has likewise been enjoined. No further application has been made to Ceylon for the restitution of 100,000 guilders. Yet on the other hand, Tuticorin was assisted twice with 60,000 pieces of old pagodas. Reason why this was done. One only proceeded to the second assistance after having obtained.
Dutch transcription
61 Pag: „gesonden order na Iagg: om voortaan breedvoerige Reeden op tegeeven van den gebrekkigen insaam. . . . . . . . . . . . . .. En ten welken einde - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Tieroemeny Chitty is van zyn borgtogt voor de Bennchop kooplieden ontslagen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ van de pakken uit de chialoup 't Loo. zyn te Bimilipn 84. stukken lywaaten verstikt bevonden - - - - - - - - - die Neevens een memore aanreekening herw:s gesinden zyn genamen besluit om die Lywaaten alhier te laten ver„ =koopen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ En bij verkoop derselve heeft het een verlies van 24. per Cento gegeeven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - - - - - - . . „ versoek dat dit verlies mag afgeschreeven werden. den verkoop prys der Nagulen zal op den ouden voet gelaaten worden. . - - . . - - - - - - - - - - - - - - - - „ En in die van de Nooten heeft men geen de minste verandering gemaakt. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ Reedenen waarom - - - . - - - - - - - - - - . . . . . - - . - - - . . . . . . „ over het gescheept genoegen in de winsten op verkogte zuiker, camphur en arrak is men zeer verblyd. -. dank voor de by na campleete voldoening des pr eyssen de zuiker en camphar deesen Iaare alhier aangebragt. heeft, men op 6 maanden. Credit verkogt. . . . . . specificatie der prijs en waar voor ze verkogt zijn„ schoon het verschil ten nadeele in vergelyk van a. o pass„o Is er egter 34½. , 50½. en 90 7/8. pC:to respective opge„ „wonnen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ om dat die articul voor niet meer zoude konnen: verkogt werden, zijnde op approbatie van H: H: Ed: daar voor afgestaan. . . . . . . . . . . . . . . . genoomen besluit om 460. leggers arak aan de. meestbiedende by besloote briefjes aftestaen afstaaning derselve teegens 28. N. N. pass. o de leg gers als het hoogste bod weezende - - - - - - - - - - Het different der prijs tieg. die van A. o pass:o vergeleken. Reeden. waarom men geen hooge prijs kunnen bekomen Hoope derhalve van H: H: Ed: goedkeuren te zullen verwerven. aanbieding van een bevoorens. van afgesonden copia sadraopatnams brief van den 14 July 1778. . . . -. versoek om verschooning desweegen voor de secretarij bediendens. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Non vinding by die brief van seeker gebruyke bewoor„ =dingen omtrend den aanbreng van specerye van ceilon - - - - - - - - - . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ophildering daar omtrend. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . vermissing van een brief by den Heer gouvanaer waar by de gebruik te bewoordingen staan... .. Noopens de objectie waarom geen nieuw coper contract geslooten is, heeft men versuymd daar by het noodig ligt te geeven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ Te regt gemaakte Remarcque door H: H: Ed. s omtrend de winsten uit de verwisseling der portiovosche pagooden door de ceilonse traffiquanten. . . . . - . . . . -. ontvangst van 5765 lb. Champhur van Bengaalen. . . . . „ en verkoop derselve voor 80. N N p p de Bhaer van 480. ponden. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - versoek dat sulks zoo wel als de betaalde vragt. daar voor mag werden goedgekeurd. . . . . -. Een pakje Atchiemse camphier - door den fiscaal. koning aangehaald. . . . . . . . . . . . . . . . . - . . . . „ dat pakje is niet geconfisqueerd maar te rug ge¬ geeven. - - . . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Men heeft egter geslooten den aanbreng van dat soort camphuer soo wel als alle andere te interdiceeren . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ versoek om approbatie desweegen. . . . . . . . . . . . . . . „ ƒ 63:4. werd Batavia ten goede gebragt weegt alhier verkogte in digo. . . . . - - - -. . . . - - . . . - . . . . - - - - „ op den vertier is deezen Jaare voor so verre uijt de. 63 Pag: de ingekoome Rendementen blykt ƒ 49020:5:8 minder geprofiteerd. - - - - - - - - - - - - - - . - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Arntoning waar uit die winst derving veroorsaakt is „ Men zal ook de adviesen der opperhoofden afwagten, en dan over de waare oorzaake deselve declareeren„ Leedweesen over den verval des Handels. - - - - - - - - - -„ de Brieven wysen uyt, hoe ernstig men omtrend dat stuk steeds geschreeven heeft. . . . . . . . . . . . . . . „ de verpagting der domijnen deesen Iaare bedraagd pa/o 280. minder dan in a:o passato - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ oorsaak van die minderheid in de pagt. . . . . . . . . . . . . .„ den pagter van de basaar in verleeden Iaare heeft. schaade geleeden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ En daarom heeft men hem po/ 116: 16 geremitteerd dog onder welke mits - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ versoek dat sulks goedgekeurd mag worden - - - - - „ de in komsten van het zegel papier in 6 maanden de inkomsten van het veldgewas te Palicol. . . -. . - . . van de gehoudene verpagting op de Respective factorij en zal over ceilen bedeeld werden - - - - - - - - - - Aangewende moeyte ter vereevening der agterstallen na Palicol, voor al ter verevening van cannamoevis de bet - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ op dat men hem kan casseere . „ syn arresteering is daar om goedgekeurd. . . . . . . „ en men heeft 200. p. s p:s daar door van hem ingekreegen ter Inkoming der resteerende 250 pp: is meede alle sorg aan bevoolen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ men heeft geen nader aansoek na Ceilon gedaan. om de Restitutie van 100'000 guldens - - - - - - - - „ dog wel daar en tegen Tutucorijn en twee reysen met 60'000 stuks oude pagooden. geadsisteerd Reeden waaran sulks geschied is. . . . . . . . . . . . . . . „ Men is eerst tot de tweede adsistentie getreeden na bekomen.