VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9083

Surat · 280 pages · 72 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9083_0226 view scan ↗

English

From Surat, under date of 4 January Anno 1755. to reach one of the Dutch trading posts in India, has seen fit not only to return to Europe without waiting for direct news from Surat to reach Mozambique, but also, as is claimed, to deposit the aforesaid sum, though under the explicit declaration that this was for the account of the Honorable Company, as the aforementioned Lord Captain-General himself, according to the report under letter D, has acknowledged; from which alone it is sufficiently evident that the intention of the aforementioned skipper was none other than, by adding the aforementioned condition, to better secure the aforesaid sum for the Honorable Company, or thereby to ensure that the money returned to its rightful owner. This being so, one cannot deny that the conduct of the aforementioned Captain-General is directly contrary to the intention of the skipper, who, reasonably speaking, in stipulating the aforesaid condition, could not possibly have had any purpose other than that mentioned above, and, according to the rule quod nemo credendus est velle absurda, that one must not suspect anyone of intending unreasonable things, could by no means have meant that the extradition of the funds would also be refused to a publicly authorized ministry of the Honorable Company, such as that of Surat. For although the wording of the condition does not contain this explicitly and totidem verbis, in identical words, one must nevertheless assume that he who demanded such a promise with such an intention certainly did not mean thereby to exclude any means of allowing the Honorable Company to enjoy its own money more promptly; 217 From Surat, date 4 January Anno 1755 its own money; to which it is also believed that what the laws teach is applicable, namely, quod in ambiguis vocibus, since in Mozambique they seem to treat the matter, however clear and plain in itself, as dubious, ea potius accipienda est interpretatio, quae vitio caret, when a word or expression is ambiguous, one must always choose the interpretation that is the best and most perfect. But just as the conduct of the skipper Nielsen appears very irregular in several other matters, so it is also in this instance, since, contrary to the clear intention of his paymasters, he took funds destined for a trading post of the Honorable Company in India partly, as they say, back with him to Europe, and partly left them in the hands of strangers, under a condition that, however void by its nature, nevertheless provided them with an occasion to refuse the extradition of that sum to those who, by virtue of their office, are always entitled and obliged on behalf of the Honorable Company everywhere to look after their master's interests, and thus also to reclaim the Honorable Company's effects in whatever places they may be, as the ministers of Surat have done in the present case. It will be of no avail to say that one was unaware that any Company ministry was permitted to do this without being specially authorized thereto, nor that From Surat, under date of 4 January Anno 1755 that the dispatched commander showed no procuration ad hunc actum, for this transaction, on behalf of the Honorable Company, and that in the letter from Surat to the aforementioned Lord Captain-General no mention is made of reclaiming those funds either: for in alleging the former, one would gain little honor, and the latter must in any case be regarded as a poor pretext, since it is evident that, Surat not being informed of that clandestine transaction, could not speak of it in the letter either, while on the contrary, the silence of the aforementioned Lord Captain-General regarding this important article, both in his answer to the Surat ministry, where this matter is probably intentionally not even mentioned, and at the time when the said commander reclaimed the aforesaid sum in loco, at the place itself, must appear very suspicious, because raising such an exception would have been the means to immediately cease the importunate solicitations of that emissary, as not being grounded therein, if one had judged that to carry any weight; having, on the contrary, preferred to make do with other pretexts that are nonetheless no less frivolous, as has been shown above. If one also wished to examine closely whether the alleged agreement possesses all the qualities that are required in a contract a parte contrahentium, with respect to the contracting parties, without any regard to other circumstances, and whether that transaction must essentially be regarded as a depositum, or something placed in keeping

Dutch transcription

Van Souratta Onder Dato 4„' Jannuarij A„o 1755. — een der Nederlandsche Comptoiren in India te geraaken, heeft kunnen goedsenden niet alleen naar Europa te keeren sonder af te wagten dat er directe tijding van souratta op Mo„ „sambicque kon wesen maar ook soo men voorgeeft, de voorsz: som te depouneeren, edog onder uijtdrickelijke betuijging, dat zulx Was voor reek: van de E:' Comp: gelijk Welgem„t heer Capitain Ge„ „neraal, blijkens Rapport onder L„a D: zelfs heeft geausoneerd, Waar uijt alleen genoegsaam Consteert, dat de intentie van gem: schipper geene andere is geweest, als door bijvoeging der meer gem„t Conditie voorsz: som des te beter aan de E: Comp: te verseekeren, of daar mede te besorgen, dat het geld weder aan zijn regten meester kwam„ it zoo zijnde, kan men immers niet ontkennen dat het gedoente van Welgem: ten Capitain Generaal directelijk setrijd tegens de intentie van den schipper die reedelijker wijse gesproken bij het stipuleeren der voorsz: Conditie, onmogelijk eenig ander als het bovengem: oogmerk kan gehad, en volgens de regel, quod nemocre„ „dendus est velle absurda pe dat men niemand moet verdenken on„ „gereimde dingen te willen :/ geen sints geneend hebben, dat men de Extraditie der Penningen ook soude Weigeren aan een publica gecuthoriseerd Ministerie der E: Comp: gelijk dat van souratta Want alschoon de bewoordingen der verwaarde dit niet uijtemiske„ „lijk en totidem verbis /:in uigswtorden :/ behelsen, moet men nog„ „thans ondersteln, dat hij die sodanige belofte met zulke een in sigt heeft geischt, daarmede voorseker geen middel heeft willen uijtsluijten om de E: Comp:e spoediger te doon jousseeren van haar eigen geld; 217 Van Souratta Dato 4:' Jannuarij A„o 1755 eigen geld; waar op men ook gelooft toepasselijk te zijn, 't geen de regten leeren, namentlijk, quod in ambiguia voee /: dewijl men te mosambicque de saak hoe klaar in duijgelijk in haar zelve, als dubieus schijnt te tracteeren :/ eapotias accipienda ost interpretatio, quia vitio Caret /: als een woord of sprek „wijse dubbelserng is, dat men altoos de uijtlegging moet beste kiesen die de bestaten volmaakste is. — Maar gelijk het gedrag van den schipper Nielsen is meer andere dingen Deer irreguleer voorkomt, zoo is het ook zodanig en deezen, dewijl hij Penningen, gedestineerd voor een Comptoir van de E: Comp:e in Jndia, tegens de klaare intentie van zijne Betaalsheeren, gedeeltelijk, Ee men zugt, Weder mede naar Europa genoomen, en gedeeltelijk in handen gelaaten heeft van Vreemden, zonder eene voorwaarde, die, hoe nietig ook uit haare natuur, egter aan dezelve ge„ „legentheijt verschaft heeft, om de extraditie dier som te weige „ven aan hen, die uijt hoofde van hunne Bedining, alters van s E: Comp„s wegen geregtigt en verpligt zijn Smeesters be„ „ Clangie alomme waar te reemen, en dus ook 's : Comp:s effecten te reclameeren, in wat klaatsen deselve mogen weezen, ge„ „lijk de Ministers van Souratta in deezen bij presentie hebben gedaan.. — Het zal niet kunnen baaten te zeggen, dat men onbewust was dat eenig Comp: Ministerie zulks vermogt te doen, zonder daar toe speciaal geauthoriseerd te zijn, nogook niet„ dat Van Souratta onder Dato 4„' Jannuarij A„o 1755 dat de afgezondene Gezaghebber geene procuratie ad hune actum /:tot deeze handeling:/ van 's E: Comp:s wegen heeft vertoond, en in de souratse Brief aan Welgem: Heer Capitain Generaal mede geen mentie van 't reclameeren dier penningen gemaakt wordt: Want met het eerste te pretexteeren zou men Wunig are behaalen, en het laatste zou in alle geval als een sligt cchappatoir moeten aangemerkt worden, de„ „wijl het evident is dat men te souratta van Lodie Clande stine han„ „deling niet geinformeerd zijnde, daar van dok in den brief noet heeft deling kunnen spreeken, tewijl in tegendeel het wijgen van Wel gem: Here Capitain Generaal omtrend dit omportant artikel, doo 122 en zijn 2Lntwoord aan het sourats Ministerie /:waar is deeze na„ „tini, waarschigelijk met opzet, niet eens aangevoert wordt :/ als ten tijde dats gem: gezaghebber de voorsz: zom in Coca /:ter plaatse selfts reclameerde; zier nadenkelijk moet ernkomen, vermits het opperen Van zodanig eene exceptie het middel zou geweest zijn, on de importiene Policitatien van dien Afsendling, als daar op niet getat zijnde, en steels eensklaps te dren cesseeren, bij aldien me„ geoordeeld had zulks van eenige klem te Weesen: hebbende „men zig in tegendeel liever beholpen met andere voowendselen, die nogtans niet minder frivool zijn, zoo als boven is getoond. Als men ook eens naauwkeurig zou willen ondersoeken, of de pretense Contantie alle de hoedanigheeden heeft, die bij een Ceh„ „tract â parte Contrakentium, /: ten opzigte der Contrakeerende Partijen :/ zonder eenig respect of andere omstandigheeden, vereischt worden, dan of die handeling weezentlijk als een Depositim /:of/ In Bedwaer geslug moet getugt

NL-HaNA_1.04.02_9083_0229 view scan ↗

English

From Surat, under date 4 January Anno 1755 must be noted, as seems to be alleged, and consequently also the true motives of such safekeeping, since it causes much speculation that the skipper, according to the statement of the well-mentioned Lord Captain General, having taken a good sum of money with him to Europe, could not also have taken with him these 3700 pieces of gold ducats, which make very little baggage, then there would easily be much to buy. But without further dwelling on that at present, in order to avoid prolixity, only a word will be said regarding the crew members of the crew of Breedenhoff left behind at Mozambique, and then proceed to the further particulars mentioned in the aforesaid Report. It appears altogether incomprehensible for what reason the well-mentioned Lord Captain General could have had to make so many difficulties in letting 5 to 6 ordinary crewmen of Bredenhoff follow, whom he verbally told the commander to be still at Mozambique, and to have been lying sick in the hospital at the departure of the skipper and the remaining crew, but of which nothing is mentioned in his written reply; as well as why it could never happen to the said Commander, after having obtained the consent with great difficulty, nor to the chief mate of the lost ship, to see or speak to them, whatever efforts he made to that end during their stay at Mozambique; and finally why the aforesaid 5 to 6 men were not sent with the fast-sailing vessel, in accordance with the promises made to the Commander; one cannot think that the well-mentioned Lord Captain General lacked the means to deliver those crew members to the Commander against the will and wish of those who might unlawfully venture to detain them. The pretended unwillingness of those crew members themselves to sail along to Surat, of which there is nevertheless no other proof than the word of the well-mentioned Lord Captain General, also provides no cogent reason, and appears all the more suspicious, because it is seen that this excuse only came to light when the commander, after his return to Mozambique and shortly before his departure for Surat, renewed his urgent requests regarding the promised handover; for which reason one believes this strange and obstinate treatment must be attributed chiefly, if not solely, to the will of him who holds the authority and could dispose of those persons, just as he himself testified that he had thought fit to let their own free will (which they, in any case, as engaged in the Honorable Company's service and still indebted to the same, could not abuse to the prejudice of their engagement and their Master's interests) be followed in this matter. But whether that will was not determined by some private and secret intentions, one will not venture to assert, nor finally adopt the thoughts that this conduct produced in the two mates, who say in their Report that this whole business appeared very suspicious to them, and certainly had to happen for the reason of providing those people with no opportunity to give them any clarification of matters in a verbal conversation; although, when one combines all circumstances, one can hardly refrain from falling into that sentiment. Be that as it may, no one can deny that it runs directly contrary to the close friendship and good harmony that has unbreakably subsisted for long years between two Allied states, and of which the well-mentioned Lord Captain General boasts so broadly in his Answer, intentionally to detain each other's subjects or actual servants, even if they had retreated in fraudem Domini (to deceive their master) into the territory of one or the other, which here is not even the case, as well as that it is a notorious denial of Justice not to let them follow under all kinds of frivolous pretexts when they are reclaimed; and one will at least in that case not allege any restrictive clause, as is done with respect to the gold ducats. Besides the above-narrated grounds of complaint, some circumstances further present themselves from the aforesaid Report that arouse great suspicion: for just as one sees no smoke without fire, so one also believes that, although the matters to be cited are nothing other than hearsay from several persons not interested herein, they nevertheless cannot altogether

Dutch transcription

219 Van Souratta onder Dato 4. ' Jannuarij A„o 1755 moet aangemerkt worden; zoo als onen schijnt voor te geeven, en gevolgelijk ook de waare motiven van zoodanige in aBe„ „waar gelng, vermits het veel speculatie baart dat de schif„ „per, volgens het zeggen van Welgem: Heer Capitain Generaal„ een goede somme Gelds mede naar Europa genomen hebbende, niet ook deeze 3700: stuks goude Ducaaten, die een zeer kleine bagagte maaken, zou hebben kunnen meede neemen, dan zou ir nogelijk veel aan koperen. Maar zonder zig thans daar meede aderop te kouden, zalmen, tot vrijding van protociteut, nog slegts een wond zeggen omtrent de te Molambique agtergeskleevene man„ „schappen van de Equipagie van Breedenhoff, en vervolgens overgaan tot de verdere particulariteiten in 't voorsz: Rapport Ver„ „meld. — Het komt te eenemaal onbegrijpelijk voor staet wat reden Wel gem: heer Capitain Generaal kan gehad hebben, om zoo veel swanigheden te maken 5. â 6. gemene van Bredenhoff te laaten volgen, die hij aan den gesaghebber mondeling gesegd heeft nog te Mlosambicque te zijn, en bij 't vertrek van den schipper en der overige Mantz: siek in 't hospitaal gelegen te hebben, dog waar van in deszelvs schriftelijk antwoord mede niet gerekt word; als mede waarom het gem: Gesaghebber, na met veel moeite het: Ia woord geobtineerd te hebben, nooit heeft moogen gebuuren, soo min als den opperstuurman van 't gebleten schip dezelve te sien, of te spreeken, wat bewegingen hij sig ook ten dien eijnde, geduurende hun verblijft te Hlosambicque gegeven hebben; en eindelijk waarom vorsz: 5: â 6: Man me„ „ Wder Van Souratta onder Dato 4„e Jannuarij A„o 1755 5 6: Man diet met het snalschip, bertats gesonden sijn, ingevolgen de beloften aan den Gesaghebber gedaan; Men kan niet denken dat het wel gem: heer Capit din Generaal aan middelen ontbrooken heeft om die Manschappen tegens Wille en dank van de sulken die hen onwettig mogten bestaan op te houden, aan den Gesaghebber over„ te leveren. De gepretexteerde onwilligheijd van die Manschappen selvs„ om mede naar souratta te vaaren, daar van nogthans geen ander „eijge blijk is; als het seggen van welgem: heer Capitain Generaal, verschaft ook geen bondige reden, en kont des te bedenklijker voor, om dat men hiet dat Excrus eerst is voor den Dag gekoomen toen de gesaghebber, na zijn retour op Mosambicque en kort voor zijn vertrek naar Soeratta„ zijne instantien wegens de beloofde overgave vernieuwde wishalven men deeze vreemde en meijge behandeling, voornamentlijk, soo niet alleenlijk, meent te moeten toeschrijven aan de wille van hem die het gesag in handen heeft, en van die persoonen kon dispo„ „neeren, gelijk hij ook selfde betuijgd heeft, dat M: hij had goudge„ „vonden den hunne eigene vrije Wille /: die zij lieden egteren alle geval, als in 's E: Comp:s Dienst geengageerd, en aan dezelve nog schuldig zijnde, niet tot prejuditie van hunne engagement en 's Meesters belangen mogten misbruiken :/ in deezen te laaten opvolgen. Maar of de wille niet door eenige particuliere en geheime insigten is gedetirmineerd geworden, zulks zal men wel niet onderneemen te verzeekeren, nog ook de gedagten finaal adipiteeren, die dit gedrag bij de twee stuurlieden werwerkt heeft, De„ „welke in hun Rafport zeggen, Dat dit gedoente hen veel heel suffect voorkwam, 221 Jannuarij A„o 1755 Van Souratta Onder Dato 4. voorkwan, en zeekerlijk om reeden moeste geschidden, van die men„ „schen geen gelegentheijd te verschaffen, hen bij mondgesprek eenige opheldering van Daaken te geeven; alhoewel, wanneer men alle mstandigheden combineet, men zig twaalijk kan be„ „letten en dat sentiment te vallen. — Het zij daar mede zo t wil, niemand kan ontkennen, dat het regelregt tegens de naauwe - Vrundschap en goede harmonie aanhoopt, die tusschen twee Gealleerde staten sedert lange Jaaren onverbreekelijk gesubsisteerd heeft, en waar van welgem: Heer Capitain Generaal in zijn Antwoord soo breed okgeeft, mal„ „kanders onderdaanen of werkelijke Dienaars, al hadden zij zig in fraudem Domini /:Am hun meester te bedregen :/ in 't gebied van den een of den ander geretiteerd, t welk hier nogtans het geval niet eens is, opzettelijk op te houden, mitsg„s dat het eene notoire Weigering van Justitie is, ken onder allerlei nie„ „tige pretexcten niet te laaten volgen Wanneer zij gereclameert worden; en men zal ten minsten is dat geval geen restrictoire Clausul allequeeren, gelijk ten opzigte der goude Duraaten gedaan wordt. Belhalven de boven verhaalde redenen van klagten, doon zig lijt voorsz: Rapport nog eenige omstandigheden op die groot naderken verwekken: Want gelijk men geen vook kare sint zonder vuur, zoo meent men ook, dat, alhoewil de aan te haalene zaaken niets anders zijn als zegs- woorden van verscheide hier bij niet geinteresseerde personen en dezelve negtans niet t'eenemaal -

NL-HaNA_1.04.02_9083_0232 view scan ↗

English

From Surat under Date 4 January A.o 1755 to be entirely devoid of all foundation, and if not in its entirety, at least in part, exist in facto, of which the marked Dutch Ducats with the initial letters M: R: can serve as evident proof, since the same, thus marked, were made current by the said General on Mozambique at 10 p.s Cruzados each piece, and that from this something can be deduced to support a suspicion that forces itself upon one, as it were, against one's will, and which one cannot shake off, however gladly one would wish to do so. Regarding what the said Captain General further testified to the Commander upon the arrival of the narrow ship at Mozambique, namely being of the opinion that for the present one would labor in vain regarding the fishing up of the sunken specie, and that he certainly believed according to all presumption that the same had been fished up by the Negroes or Natives of the islands lying in those parts, as well as that the skipper, who had taken a good sum of money to Europe, had told him verbally that buoys had been struck on the chests, but that he had heard nothing further of it, one cannot fail to remark that the opinion of the Well-honored Captain General regarding the undertaking of vain labor has been verified more than too well by the outcome, but that the foundation upon which he supports this opinion of his, to wit that the Negroes or Natives of the surrounding islands would have fished up the money chests, 223 From Surat under Date 4 January A.o 1755 is all the more frail and defective, since those people, according to public notoriety and as is unanimously testified by all who know that fairway or have been to the place, possess nothing other than small canoes, with which they are not capable of lifting such a weight, much less of loading and transporting it. From which it then necessarily results that the money must have been fished up by people who had for that purpose not only capable vessels, but also the required gear. This being so, as it indeed is, it is left to the judgment of all impartial persons who could have done such a thing, yet one cannot refrain from forming three kinds of thoughts about it. The first and least probable is that the skipper of the lost bottom, without the knowledge and privity of the Well-honored Captain General, with hired Portuguese vessels, fished up the aforesaid money and took it with him to Europe. One would have to suppose that that Gentleman is very poorly informed of what goes on in his Government, indeed at the place of his Residence and practically before his eyes, if one wished to attribute this deed to the said skipper alone, for which reason one also leaves the aforesaid statement of the Captain General, namely that he had heard nothing further about it, at its own value. From this it then follows secondly that the Well-honored Captain General From Surat under Date 4 January A.o 1755 General is not, nor can be, ignorant of the matter, but how far he participates therein remains as yet a riddle. For besides the fact that Mozambique is a place where, as in all other Portuguese colonies, very strict and sharp oversight is kept over all that enters and leaves, especially by water, there are some reports that give cause to surmise that matters must have occurred thus, unless one, in the third place, would rather state that the Well-honored Captain General had proceeded in this matter exclusively, without the knowledge and with the exclusion of the skipper, regarding which however various difficulties arise: Thus returning to the second sentiment, the same is strengthened, first by the declaration of one of the native sailors of the narrow ship, who says to have been informed by a Banyan at Mozambique that one of the pinks lying there in the roads had been at the place, or near or about the same, where the vessel Breedenhoff came to be stranded, and upon its return to Mozambique had disembarked four chests of money: Still clearer and more emphatic is the answer that the Commander himself received from a Portuguese gurab, going from Quelimane to Mozambique, which he met on his fruitless voyage from the last-mentioned city to the fatal place where Breedenhoff was lost, namely that they certainly believed that the Commander in

Dutch transcription

Van Souratta onder Dato 4„ ' Januarij A„o 1755 't' eenemaal van alle grond gedestitueerd zijn, en zoo niet en haar geheel, ten minsten gedeeltelijk, in facto bestaan, /:waar van de gemerk te Hollandsche Ducaten met de pnitiaale Letteren M: R: alseen evident bewijs kunnen dienen, wijl de„ „selve, dus gemerkt, dror gem: Generaal op Mosambique sijn gangbaar gemaakt tegens 10: p„s Cniladen: ijder p:s / en dat daar uit sits zal kunnen opgemaakt worden tot staving van eene suspicie, die zig als tegens Wille en dank indringt, en waar van men zig, hoo gaarne ook, niet kan ontdoen. Op het geen meer UE gem: Heer Capitaen Generaal, bij de aankomst van 't smalschip te Hosambique aan den Gesaghebber betuijgd heeft, namentlijk van gevoelen te zijn, dat men voor tegenwoordig omtrent het opvisschen der gezonke Contanten moeite te vergeefs doen zoude, en dat zeekerlijk na alle vermoeden ge„ „loofde, dat deselve door de Negers of Iaboorlingen der daar om„ „streeks leggende Eijlanden opgevischt waaren, mitsg„s dat de schipper, die een goede somme gelds naar Eurepa genoomen had, hem mondelings had gezegd, dat 'er boeijens op de kisten gestr. „ken waaren, maar dat hij niets nader daar van had vernomen, kan men niet voorbij aan te merken, dat het gevoelen van Welgem: Heer Capitain Generaal, nopens het doen van vergeefsche moeite, door de uitkomst meer als te wel is bewaar„ „Waar „heid geworden, maar dat het fondament „ op hij dit zijn ge„ „voelen appuijeert, te weeten dat de Negers of Jnboorlingen der omstreeks leggende Eilanden der Geld- kisten zouden opgevescht hebben, 223 Van Souratta onder Dato 4„' Jannuarij A„o 1755 hebben, zoo veel te brooser en gebrekkiger is, nademaal die men„ „soten, volgens publicque notorietuit, en zo als door allen die dat Vaarwater kennen, of ter Plaatsen geweest zijn, eenpang getuigd wordt, niets anders bezitten als kleine Canootjes, Waarmede zij niet in staat zijn diergelijk een swaarte te ligten, veel minder te laden en te vervoeren. Waar uit dan noodwendig restilteert, dat het Geld moet opgevischt zijn door Menschen, die daar toe niet alleen bekwaame Vaartuijgen, maar ook het vereischte gereedschap gehad hebben. Dit zoo zijnde, gelijk het en der daad is, laat men aan het oordeel van alle onpartijdigen, wie zulks zou kunnen gedaan hebben, dog men kan zig niet beletten daar van drniederlei gedagten te formeeren. De eerste en minst Waarschijne, „lijks is, dat de schipper van den gebleven Bodem, buiten ken„ „nis en weeten van Welgem: Heer Capitain Generaal, met gehuurde Portugeeze Vaartuijgen, het voorsz: geld heeft opgetuscht, en meede naar Europa: genomen. Men Dou moeten onderstellen dat dien Heer zeer slegt geinformeerd is van 't geen eris zijn Gouvernement, ja ter plaatse zijner Residentie, en genoegzaam onder zijne ogen omgrat, als men dit bedrijf aan gem: schipper alleen Wilde toeschrij„ „ven, weshallen men ook het voorsz: gezegde van den Heer Capitain Generaal, dat hij namentlijk niets nader daar van had vernoomen, in zijn waarde laat. Hier ut volgt dan ten weede, dat Welgem: Heer Capitain Generaal Van Souratta onder Dato 4:' Januarij A„o 1755 Generaal de zaak niet onkundig is, nog kan zijn, maar hoe verre hij daar in particiheert, blijft als nog een vaadsel. Want ongerekend dat Mosambicque een staken is, daar, gelijk in alle andere Por„ „tugeesche Colmen, zeer nautte en scherse toedigt wordt genoomen op„ al 't geen ér, vooral te water, in en uitgaat, zijn er eenige berigten die ten doen gissen, dat de zaaken zig dus moeten toegedragen hebben, 't en Ware men, in de derde Plaats, liever Wilde Custi„ „reeren, dat Welgem: Heer Capitain Generaal in deesen was te werk gegaan privative, buiten kennis en met uit sluij„ „ting van den schiffer, Waar omtrent zig egter verscheide 2waa„ „nighelen opdoen: Dus wederkerende tot het weede sentiment„ het selve wordt gesterkt, voor eerst door de Verklaring van een der Jnlandsche Mattroosen van 't smalschip, de„ „welke zegt„ van een Benjaan te Mosambique verstindigt te zijn geworden, dat een van de aldaar ter rheede leggende Pinken, ter plaatse, dan wel bij of omtrent dezelve, zoude geweest zijn, alsaar den Bodem Breedenhoff is komen te stranden, en bij zijn te rigkomst op Mosambique vier kisten met geld ontscheept had: Nog duijdelijker en nadruikkelijker luit het antwoord 't geen de gezaghebber zelfs ontfangen heeft van een Portugeese Goerab, gaande van Ciermanij naar Mosambique, die hij ontmoete op zijn vrugteloose zogt van laast gem: stadt naar de fatale plaats daar Breedenhoff verongelukt is, na„ „mentlijk dat zij lieden zeekerlijk geloofden dat de Gedagtesber in

NL-HaNA_1.04.02_9083_0235 view scan ↗

English

From Surat, under date 4 January Year 1755 which he and his people were currently taking trouble in vain to do, because, namely, the king's vessels from Mozambique had already several times taken the trouble to sail thither. Since from all that has been stated above, it clearly appears: 1st That the well-mentioned Lord Captain General has, under a frivolous pretext, refused to surrender the Honourable Company's cash remaining in his possession, notwithstanding according to law Nihil ad rem pertinebit ex qua causa quis possideat, ubi enim probavi rem meam esse, necesse habebit possessor restituere; /: It shall matter nothing in what manner someone has come by something; for as soon as I have proven that the matter in question is mine, the possessor shall be obliged to surrender the same. :/ 2nd That he has thereby deprived the Honourable Company, and still deprives it, of the use and the enjoyment of its own money. 3rd That he has caused the debtors of the Honourable Company's actual servants to hide away, and finally refused to allow them to be delivered up. 4th That by such conduct he has caused the Honourable Company fruitless costs and damage, consisting of the fruitless equipping, victualling, and sending to Mozambique of the small vessel, with the appurtenances thereof; and 5th That he has made himself greatly suspect with respect to the donated cash, since regarding this an action lies, From Surat, under date 4 January Year 1735 not only against the one who has despoiled such, but also against him by whose order someone has done such, or on whose account the spoliation occurred, or also by whose cunning policy another was despoiled of his property. So the undersigned Dutch Director and Council hereby protest ex officio, openly and expressly, in the most solemn and formal manner against the well-mentioned Lord Captain General of Mozambique and his observed conduct in this matter, reserving to the Honourable Company the right to pursue its claim against him everywhere, and to recover its suffered damage from him, in such manner as it shall find best advised, since both in civil and canon laws it holds true that quod damnum dedisse videtur, qui occasionem damni dat, quod procedit, etiamsi sit in levissima culpa /: that he is held to have caused the damage who has given occasion thereto, and that this takes place even if he had ever so little guilt :/; protesting further for all costs, damages, and interests caused to the Honourable Company by the aforesaid conduct, as well as for all profits, benefits, and revenues which the Honourable Company might otherwise have enjoyed and profited from the use of the small vessel, and since its dispatch to Mozambique, from the unlawfully withheld monies, all according to the assessment of the Honourable Company. /: below stood :/ In the Dutch Office Surat, the 28th of August Anno 1754. /: was signed :/ Js. de Roth, Jn. Drabbe, Jn. As. Meers de Pandas, Dd. Kellij, and do. Hendrik Ruperti. To 227 From Surat, under date 25 April Year 1755 To the Honourable Respected Lord Johan de Roth Director and Commander of this Directorate Honourable Respected, Commanding Lord! In accordance with Your Honourable Respected's highly respected order, the undersigned members of the Political Council, with the assistance of the Honourable Company's money-changer Narrendas Laaldas and Persian writer Navengie Goweram, whom Your Honourable Respected had the goodness to join to us, have examined de novo the books of the deceased broker Kissourdas Wenmalidas, concerning the former warehouse master Willem van der Laar, pursuant to their High Excellencies' respected letter dated 20 August, and upon confrontation of the entries found that the account which the widow of the aforesaid broker submitted in the past year, and which was then sent to Batavia, differs somewhat from the one the above-mentioned Banians have now extracted from the books, and which they assure to be in conformity therewith, the principal sum differing, however, only by 1/0n dep:s, and it appearing thereby that the said van der Laar, instead of having a claim of ro/a 4525 1/2, is still indebted for ro/a 972 1/4; and since we have translated the aforesaid accounts into Dutch, we take the liberty to attach them hereto. Wherewith, hoping to have fulfilled the commissioned task to the satisfaction of Their High Excellencies and of Your Honourable Respected, we have the honour, with

Dutch transcription

225 1755 Van Souratta onder Dato 4„' Iannuarij A„o velk en zijn volk tegenwoordig mocite te vergeefs deden, Ver„ „mits, Nk: 's konings vaartuijgen van Mosambique al verscheijde maalen de moeite genoodnen hadden van daar na toe te vaaren. Dewijl dan uit al 't geen voorsz: is, klaar genoeg komt te blijkens. 1„t Dat Welgem: Heer Capitain Generaal onder een fri„ „voor pretext heeft geweigerd 'sH: Comp:s Contanten, onder hem benistende, uit te keeren, niet tegenstaande na Regten Ner adrem pertinebit oxqua Causa /:quis:/ possideat, ubi enim probavi rem meam esse, recesse habebit possessor restituere; /: Het niets ter zaak zal doen, op hoedanig eene Wijze iemand aan iets is gekomen; want zoo draa ik bewee„ „zen hebbe dat de zaak in quiestie mijne is, zal de bezitter verpligt zijn dezelve uit te keeren. 2„ Dat hij dar door de E. Comp: gepreseerd heeft, en als nog hr„ „veert, van 't gebruijk en'tgenot van haar eijgen geld. huijk 3„e Dat hij sE: Comp:s actueele Dienaars schuldenaars heeft doen wog schuilen, en finaal gerefuseerd dezelve te laaten volgen. 4„ Dat hij door sodanig „ gedrag aan de E: Comp: vergeefsche kos„ „ten en schade heeft verorsaakt, bestaande in 't vrigteloos Exqui„ „keeren, Victualieeren en naar Mosambicque senden van den smal„ schip, met den aankleve van dien; en 5„' Dat hij sig grootelijks heeft verdagt gemaakt ten oksig „te der geschonkene Contanten vermits daar omtrent actie Consiteert, niet hbe Van Souratta onder Dato 4„' Januarij A„o 1735 selfs niet alleen tegens den geene, die sulx gespolieerd heeft, maar ook tegens hem door wuns last iemand zulx gedaan heeft, ofte van wins wegende spoelie geschied of ook door wiens listen beleid een ander van sijn goed gespolieerd is. Soo Protesteeren de ondergetekende Nederlandsche Directeur en Raad mits desen ex officie, opentlijk en Expresselijk, op de aller, solemnul„ „ste, en plegtigste wijsen tegens wel gem: heer Capitain Generaal Van Molam„ „broque, en zijn gehouden gedrag en desen, roserveerende aan de E: Comp: om haar Regt tegens hem alomme te vervolgen, en haare geledene schade op hem te verhaalen, invoegen als deselve best zal te raade worden, dewijl het soo wel in biergelijke als Canonicke Welten stand grijkt, quod damnum dedisse videtur, qui ocrasionem, dan„ „nidtat, quod procedit, etiamsi sit in levkhima Culpa /:dat hij gehouden word de schade veroorsaakt te hebben, die daar toe gelegentheijt heeft gegeven, en dat zulx plaats heeft, al had hij nog zig zoo wijnig schuld:/ protesteerende voorts van alle kosten, schade en Interessen door het voorsz: gedrag aan de E: Comp: gecruseerd, mitsg„s van ale mig„ „ten, baten en profijten, die de E: Comp: andersints van 't gebruijk van 't smalschip, en sedert deszels zending naar Manhambicque, van de onwettig vortwittig onthoudene penningen zoude hebben mogen genieten ende profiteeren, alles volgens begrooting van de E: Comp: /:onderstond:/ In 't Nederlands Comptoir Souratta Den 28„e Augustus Anno 1754. /:was getekent:/ J„s de Roth, I„n Drabbe, J„n A„s Meers de Pandas, D„d Kellij, en d„o Hendrik: Ruperti. — Aan 227 Van Souratta onder Dato 25„e April A„o 1755 Aan den E:E: Agtb:r Heer Jahan de Roth Directeur en gebieder deser Direc„ EE: Agtb: welgebiedend Heer! Ingevolge UW E: E: Agtb:r zeer grospecteerde ordre hebben de ondergeteekende leden van den Politicquen Raad met behulp, van's1: Comp„s W:sselaar Narrendas Laaldas en Persiaans schrijfer Naven„ „gie Goweram die UW E: agtb: de goedheid heeft gehad onstoeten Voogen, de Boeken van den overledenen makelaar kissourdas wenmalidas, rakende den voormaals geweesen pakhuijs meester willem van der Laar, de noto naar luijt haar hoog Edelhedens geveneverd schrijven is dato 20, aug„s g'Examineerd, en bij Confrontatie der Posten bevonden dat de reek:s die de Weduwe van voorm: make„ „saar in den voorlede Jaare heeft opgegeven, en die als toen naar Batavia is gezonden eenigzents verschillende is, van die boven gem: benjanen, thans uit de boeken hebben getrokken, en die zij verzeekeren daarmede Conform te weesen, Verschillende Egter is de Hoofd somme maar 1/0n dep:s en blijkende daar bij dat gesegde van der Laar en stede van ro/a 4525½: te pretendeeren te hebben nog ro/a 972 1/4 schuldig is, en dewijl wij de voorm: Rekeningen het ne„ „derduijts hebben overgeset zo neeme wij de Vijheijd die hier nevens te veegen. Waarmede verhoopen aan de opgedragene Commissie te vergenoeging van Hare hoog Edel„t en van UwE:E gtb: vordaan te hebben, hebben wij de Eere met E

NL-HaNA_1.04.02_9083_0238 view scan ↗

English

From Souratta under date 25 April Anno 1755 1740. 1. January 3 August 21 ditto 8 November 1740. 12 ditto to be with the utmost respect, below stood, Right Honorable Ruling Lord, lower, Your Right Honorable's very obedient and bounden servants, was signed, Jan Andreas Sweerts de Landas and Dominicus Hendrik Ruperti, in the margin, Souratta the 14th of April Anno 1755, below stood, agrees, was signed, Pieter Jan Wenkink Junior Sworn Clerk, in the margin, examined, signed, Jan Hendrik de Hartog. Mr. van der Laar to the Widow of Debit Anno 1739: 10 November for cash received from the said widow herself r o/a 400:— ditto ditto ditto ditto 181. —. ditto 2000 —. ditto that which the Honorable sworn Clerk received according to the order of the aforementioned 100. — ditto ditto ditto Persian Servant Paling ditto ditto ditto 500: — ditto ditto ditto Moorish ditto Wellie ditto ditto ditto 60: — ditto ditto ditto Persian ditto Paling ditto ditto ditto 900. — 6 Diamond stones received costing 710. — 11¼ tola gold and silver ribbon 21 5/8 8 pieces good silver coesies 175: — 10 Corgies silk patolas at ro/a 156 each is 1500. —. 1740 for 2 pieces Pindies at 20½ each is 41. —. 1 December 1¾ ditto ditto at 162½ each is 284 3/8. ditto 2 ditto ditto at 190 each is 380: — 7¾ ditto ditto at 196 each is 1472 ½ 1¼ ditto ditto 270 the Corgie 135:— 3 tola attar of roses received from the said widow at ro/a 13 is 39: — Packaging and further expenses 2. — 4 Canisters of powdered sugar received costing 144 5/8. Tin 2 maund and 5 the seer ditto ditto 5 ½ Lead 31 ditto 22½ ditto ditto 111. —: Nails 1 ditto 38½ ditto ditto 200 1/8: Diverse sorts of goods received needed in the household 89 — 35½ pieces Doti received for making a tent 69:— 13½ Corgies gunny sacks 62 ½ Daily wages of carpenters, banyans, coolies, pieces of sail yarn 44½ medicines received from said Widow 2¼ Freight charges of some vessels that fetched goods from the roads 381:— monthly wages of Peons and Servants at that time 19¾ Sum Ro/a 11476. 7/16 1741 18 January 210. 262 ½. Below stood: Dutch Office was signed Pieter Jan Wenkink sworn Sworn Clerk. to the side: for the Jan 775:— 31. 3/8. 229 From Souratta under date 25 April Anno 1755 Widow of the Broker Kisjourdendas Wanmalidas Credit Anno 1739 1 September by what was delivered to the said widow according to promissory note ro/a 3525 ½ 1740: 1 January ditto ditto ditto ditto 168 ½ 15 January ditto ditto ditto ditto 3000: —. ditto ditto according to promissory note 2760: —: 5 July ditto ditto 1000 ditto ditto ditto ditto The balance of this or that which truly belongs to the Widow 972 3/8 Sum Ro/a 11426 3/8 Souratta On 14 April Anno 1755: Lower: agrees for the examination signed Jan Pieter De Hartog. Register 4 400: — 181. —. 0 100. — 500— 60:— 900. — 500:— 41. —. 710. 21 5/8 175: — 500. –. 172½ 84 3/8. :- 62½ 5:— 39:— 2 144 3/8 1 1/8 111. — 200¾ 89 — 69. — 67 ½ 44½ 2¼ V: 19¾ 126 7/2 From Souratta The 22nd May Anno 1755 Register of such Papers as are respectfully dispatched today per the ship Giesenburg via Malacca To his High Excellency The High Noble Right Honorable Lord Jacob Mossel Governor General together with The Right Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies! This Register No 1. An Original Letter to Their High Excellencies the Lords of the High Indian Government dated the 22nd May Anno 1755. 2: A secret Letter to Their High mentioned Excellencies of the same Date 3: A Translation of a heathen letter written to his High Excellency the High Noble Right Honorable Ruling Lord Jacob Mossel Governor General of the Dutch Indies by Tulaji Angria dated the 28th April Anno 1755, annexed a Copy of the Report of the skipper Simon Root and the Lieutenant Olphert Elias 4: A Copy Report of the Skipper Willem Hoogland concerning the the desolate state of his ship's crew. — 231 From Souratta The 22nd May Anno 1755 No 5. A Copy Memorandum of the purchase and sale Prices of some Souratta Return goods Pro Patria and how much Percent on the same after the latest sale according to the memorandum of the upper merchants of the Castle of Batavia have yielded. 6. A Copy report of the skipper and equipage officer Jan Warner Falck regarding the capture of a laden Hornij with sugar by the Ceijl Cooly Pirates, dated on the ship Giesenburg the 11th May 1755. 7: A ditto Report from the Skipper Willem Hoogland to the chief mate Pieter de Bakker concerning the condition of the Honorable Company's small vessels and decked totorries. 8. A Copy Requisition of Necessities on behalf of the ship Giesenburg 9: A Findings of the discharged cargo of the aforementioned Vessel annexed, a Copy Report of the Honorable Company's brokers regarding the condition of the brought eaglewood Anno 1755. No 10 From Souratta The 22nd May Anno 1755 No 10. An Original expense account of the mentioned Vessel, annexed two 11: A Cochin expense account of the aforementioned Vessel, annexed two memoranda of delivered Necessities for the Equipage Office at Batavia. — Souratta The 22nd May Anno 1755. was signed: Dominicus Hendrik Ruperti, Secretary. — Batavia

Dutch transcription

Van Souratta onder Dato 25„e April A„o 1755 „ 1740. 1. Jannuarij „ „ „ 3. aug„s „ „ 21: _„o „ „ 8„' 9ber: „ 1740. 12„ _„o met de uitterste agting te sijn /:onderstond:/ E: E: agtb: welgebiedend Heer /:Lager:/ UW E: E: agtb: seer gehoorzame en trouwschuldiger Dena„ „ven /: was getekent:/ J„n A„s sweerl de landas en d„o h„n Ruperti, /in margine:/ Souratta den 14„' april A„o 175. /: onderstond:/ accordeert /Was getekent:/ P„s J„n Wenkink J„r E:g Clem /: in margine:/ Nage siens /:getekent:/ J„n h„k de hartog. — De Heer van der Laar aan de Wezuwe va Debet A„o 1739: 10: November aan Contant van gem: weduwe zelfs ontfangen - - - - - - r o/a 400:— _o _„o „ „ _„o „ -- - - — „ 181. —. F „-- _„o „ - - - „ 2000 —„ „ _„o 't geen de E: gesw: Clercq volgens ordre van al=t gem: ontfangen - - „ 100. — „ _„o „ „ „ Perlische Dienaar Paling „ „ „ _„o - - - „ 500: — _„o „ „ „ moorse _„o Wellie „ „ „ _„o - - - „ 60: — „ - _„o „ „ „ Ipersische _„o Paling „ „ „ _„o - - - „ 900. —„ „ 6: „ Diamante steene ontfangen kostende - - - - - - - „ 710. — „ 11¼ tholk goud en silver Lind - - - 8. stuks goeden silver Coesies - - - „ „ 210. „ —½ _„o _„o _„o „ „ 270. 't Cong: - - - - - - - - „ 135:— 3 thola Etter van roosen van gem: weduwe ontfangen â ro/a 13. is - — — „ 39: —„ Emballagie en verdere ongelden - - - - - - - - „ 4. Cann: poeder suijker ontfangen kostende - Thin 2: maen en 5 't Ceer _„o _„o - - - - - - - „ Looth 31. _„o „ 22½: „ _„o _„o - - - - - - - „ 111. —: Nagulen 1 _„o 38½ „ _„o _„o - - - - - - - „ 200 1/8: Diverse soorten van goederen ontfangen isn de huijshoudenig nodig — — — — „ 89 — „ 35½ stukken Dotij ontfangen tot het maken van een thent - - - - „ 69:— 13½ Corg:s goenij sakken „ — — — – –„ 62 ½„ Dagloonen van timmerlieden barbansen koelij stukken zijlgaren - - - „ 44½ medicijnen van gem: Weduwe ontfangen 2¼ „ Vragtgelden van Eenige Vaartuijgen die goederen van de rheede gehaalt — — - „ 381:— maand gelden „ „ Pions en Dienaars ter dier tijd - - - - - - „ 19¾ Somma - - - - Ro/a 11476. 7/16 „ 10: Corgies zijde patholen â ro/a 156: ijder is - - - - - - - „ 1500. —. „ 1740 aan 2 p„s Pindies a 20½: ijser is - - - - - - „ - „ 41. —. „ „ 1„ Jber: 1¾. _„o _„o „ „ 162½ „ „ — — „o „ „ 190: „ „ — — - - - - - „ 380 : — 7¾ _„o _„o „ „ 196. „ „ - - - - - - - „ 1472 ½ „ - - - – – – – – „ 262 ½. -- - - - „ 144 5/8. /:Onderstond:/ Nederlands Comptoir /:was getekent P„r I„n Wenkink p„l E:g: Clercq. /: terzijde/: voor't Jan „ 1741 18. Jann„ 21 5/8 „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ 17 9/8 „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ 1¼. - - „o _„o _ _ - 1 „ „ „ „ — – – – – – – „ 775:— „ _ — — — — „ 284 3/8. 5 ½ 31. 3/8. 229 Van Souratta onder dato 25„' April A„o 1755 eduwe va den Makelaar Kisjourdendas wanmalidat- Credit A„o 1739 1„ September p„r 't afgegevene aan gem: wedewe volgens handschrift - - ro/a 3525 ½ „ 1740: 1„ Iannu„ „ „ d„o „ „ _„o -- - – – – – „ 168 ½ „ „ 15„ Ianij „ „ _„o „ „ „ — — — -- - -„ 3000: —. _„o „ „ _„o volgens handschrift - - - „ 2760: —: „ „ 5„ Iulij „ „ _o _„o _o — „o- - - „ 1000 „ „ _„o „ „ „ „ „ _„o 'T saldo deeses of 't geen de Weduwe wesentlijk toekomt - - - „ 972 3/8„ Somma Ro/a 11426 3/8 Souratta Adij 14„' April Anno 1755: /:Lager:/ accordeert :voor't Nazien /:getekent I„n P„s De Hartog. — Register 4 400: — 181. —. 0 100. — 500— 60:— 900. —„ 500:— 41. —. 710. 21 5/8 175: — 500. –. „ 172½ 84 3/8. :- 62½ 5:— 39:— 2„ 144 3/8 1 1/8 111. — 200¾ 89 —„ 69. — 67 ½ 44½ 2¼ V: 19¾ 126 7/2 „ Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 Register van zodanige Papieren als'er op heden per't schip Giesenburg over Malacca eerbiediglijk versonden worden Aan zijne Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Heer. Jacob Mossel Gouverneur Generaal benevens De Wel Edele Heeren Raden van Nederlands India! Dit Register N„o 1. Een Origineel Brief aan Haare Hoog Edelhedens de Heeren der Hooge Indiasche Regeering ged„t den 22„' Maij A„o 1755. „ 2: Een serete Missive aan Haar hoog gen„t Edelhedens van denselven Datum „ 3: Een Translaat heeden sche misive gels: aan zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen Groot agtb:r Werdgebie„ „den den Heer Jacob Mossel Gouver„ „neur Generaal van Nederlands India door Tolladja Angria geda„ „teerd den 28„e april A„o 175, annex een Copij Iielaas van den schipper Simon Root en den Lieutenant olphert „ 4: En Cosij Bengt van den Schiffer Willem Hoogland nofens de Elias 231 Van Souratta Den 22„e Maij A„o 1755 N„o 5. Een Copij Memorie van de in en verkoops Prijsen van sommige souratse Retouren Pro Patria en hoevVeel P„ E„t aance deselve na de jongste verkoop volgens memorie der opperkort„ „lieden des Casteels Batavia afge„ „worpen hebben. 1 6. Een Cosi nise van den schippe en Cuijagie op sender Jan War„ „nar falck raakende het neemen van eene geladene Hornij met zuiker door de Ceijl Coelijse Rooters, ged„t in 't schip Giesenburg den 11„e maij 1711 „ 7: „ _„o Berigt van den Schipper Willem hoogland aan den offerstuurman Pieter de Bakker aangaande de gesteldheijt van 'sE: Comp:s Smalscheepen en over„ „dekte Totorrijs. „ 8. „ Copij Esch van Benordigtheeden ten behoeve van 't schip Giesenburg „ 9: „ Bevinding van de uitgeleeterde lading van gem: Boodem annex, len Copia Berigt van IE: Comp„e makelaars raakende de gesteldheijt van het aangebragt Agulhout de desolaten staat van zijn scheeps volk. — A„o 1725. „ a No„ 10 Souratta Den 2„' Maij A„o 1755 Van N„o 10. Een Origineele onkost-reekening van gedelgte Bodem, #nnex twee „ 11: „ Cochimse onkost-reekening van voorsz: Bodem, annex twee memorien Van geleverde Benordigtheden voor 't Equipagie Comptoir te Ba¬ „tavia. — Souratta Den 22„' Maij anno„ 1755. /:was getekent:/ D„o H„k Ruperti, Secretaris. — Batavia

NL-HaNA_1.04.02_9083_0243 view scan ↗

English

From Souratta, the 22nd of May, Year 1755 Her High Mightinesses' dispatch of the 8th of November, and Extract No. made secret for reasons. Batavia To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord Jacob Mossel, Governor-General, together with The Right Honorable Gentlemen Councilors of Netherlands India. High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Right Honorable Gentlemen! Your High Excellencies' venerated Dispatch dated 8th November, including the attached Extract from the Minutes of the 29th of October of the past year, which we received on the 5th of this month along with several other papers from the hands of the skipper Willem Hoogland, have by resolution of the aforementioned last date been made secret, both because they contain various matters that have already reached their conclusion, and for several other reasons prompting the first-undersigned thereto. We thank Your High Excellencies most humbly for the favorable prolongation of the laytime of the ships at this roadstead, as we were thereby enabled to provide the ship Giesenburg with a cargo of cotton, from which the foreign nations would otherwise, due to the late arrival of the said vessel, have profited once again, and that at their leisure, since the fine weather, which began with this month, has held until now, serving as a further proof of the variability and complete reversal of the monsoon, so that no firm reliance can be placed upon it as before; for this year, continuously from the month of January to the ultimate of April, a storm blew in these regions, whereby our vessels were successively in great danger, several were driven from their anchors, and the sails of some were blown from the bolt-ropes, so that the expenses for vessels will again be high this year. All our heavy hawsers and cables had already been supplied before the arrival of Giesenburg, and in order to accommodate this vessel according to instructions and not fall into embarrassment, we were forced to purchase 2 pieces of heavy coir ropes here; which obliges us to implore Your High Excellencies to order the ministers of Cochim to provide us as soon as humanly possible with good and sound coir ropes, since the Souratta ones are priced very high on the market, although one cannot deny that they are rather better than the Cochim ones. The hooker De Jonge Jacob, which we recently sent under convoy to Cindij, lay waiting with its accompanying vessels before the coast for three days and nights, without the latter, on account of the continuous storm and dull lee shore, being able to find an opportunity to reach the roadstead, or any vessel being able to come out; and since the bows of the hooker as well as of the convoy were constantly pitching under water due to the heavy winds and hollow sea, and could barely be kept afloat with pumps, the Master Pieter Bakker, along with the second mate Arij Fransz:, finally resolved to weigh anchor and, according to their instructions, sail to Ketsmandui, for which trading post we had also given him a consignment of sugar and some presents for the Raja to deliver. However, he was able to discharge only a part of his cargo there, as no more vessels wished to go out to the roadstead. The said hooker, whose convoy remained at Mandui to winter there, has since happily returned into this river, bringing with it the narrow ship Batavia, which, according to our recent respectful letter, had to remain at the said trading post due to damage sustained, and during the voyage, on account of the severe leakage, could barely be kept above water. This latter circumstance obliged the first-signed to have the said narrow ship carefully inspected by specially appointed commissioners who understand the matter, as well as the Jonge Susanna, who submitted a joint report on the matter, a copy of which is enclosed under No. 7. And since it appears from this that the first-mentioned vessel requires such heavy repairs that it will be more advantageous to demolish it, especially because, notwithstanding all the expenses to be incurred, this narrow ship at best will be able to sail for only three years, and the Jonge Susanna is likewise very frail, we find ourselves compelled to request Your High Excellencies for authorization to build two new narrow ships, which are strictly necessary if the Honorable Company does not suddenly wish to see itself destitute of the necessary vessels here. The narrow ship the Jonge Susanna recently sustained another severe blow when it, along with the two covered horijs and the galvat De Waaksaamheid, was sent to Jamboeser to collect the Amed-abaad returns, having been driven from its anchors and become so leaky from pounding that the said two

Dutch transcription

233 Van Souratta den 22„' Maij A„o 1755 Haar hoog Ed:s missive Van den 8„e 9ber: en Extract No„ om reedenen secreet Batavia ƒ Aan zijne Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen, Groot Agtbaren Wijdgebieden den Heer Jacob Mossel Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands India. Hoog Edel, Groot Agtb: wijdgebiedende Heer en wel Edele Heeren! uwer Hoog Edelhedens gevenereerde Missive de dato 8„e November, berekens het daar bij gevoegd Extract uit de gotilende ato 9: otb Notilen van den 29„e October des gepasseerden Jaars, die wij den 5„' deeser met meer andere Papieren uit handen van den schipper Willem Hoogland ontfangen hebben, sijn bij besluit van gemaake. laatstgem:t datum secrt gemaakt, zoo om dat deselve diverse zaaken behelsen etgle E — Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 En deselve bedankt voor „de prolongatie van de leg„ „tijd der scheeken, zinde de monstae hier te eenemaal omtgekeert. behelsen die reds haar beslag hebben, als om meer andere redenen den eerst ondergeteekende daar toe permoteerende. Wij bedanken uwe Hoog Edelhedens op het aller ootmoedigste voor de genstig= prolengatie van de leg-tijd der scheepen te deeser Rheede, zijnde Wij daar door in staat gestelt om het schip Giesenburg eene lading Cattoen en te geven, daar anders de Vreemde Na„ „tien, mits de laate aankomst van gem: Bodem, wederom van geprofiteerd zouden hebben, en dat wel op haar gemak, ver„ „mits het mooij weer, met deese maand begonnen tot nog toe stand gehouden heeft, dienende tot een naderblijk van de Varza„ „biliteit en 't eenemaalige om keering der Mousson, zooda„ „rig dat daar op geen Vaste staat meer, gelijk voor deesen, kan gemaakt worden, dat het deesen Jaare van de maand Janu„ „arij tot ult„o April bij Continuatie en deese gewesten een storm heeft gewaaid, waar door onse Vaartuigen successivelijk is groot gevaar geweest, verscheide van haare ankers geslagen, en de zeilen van sommigen uit de beijken gewaaid zijn, soo dat de onkosten van vaartuigen dit Jaar al wederom groot sullen weesen. Alle onze Zwaare Zoúwen en Vijgers waaren reeds voor komst van Giesenburg verstrekt, en om deesen Bodem volgens de ordre te kunnen gerieven, en niet en verlegentheijt te geraaken, is men genoodsaakt geweest 2: p„s zwaare kaijer: touwen hier in te koopen; 't geen ons verkligt uwe Hoog Edelhedens te smeeken, om de Ministers van Cochim te willen gelasten, ons zoo spoedig als waar maar imme mogelijk 235 Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 De Htaker de Jong Jacob. maar na ketsmandui „met het smalschik 33 mogelijk is van goede en deuglsaame kaijer-touwsen te voorsien, Wijlde souratse zeer hoog op stok loopen, alhoekel men ook niet kan ontkennen dat deselve vrij bieter zijn als de Cockimse De Hoeker de Jonge Jacob din wij jongst op Convoijnaar Cindij gesenden hadden, heeft 1 met zijne bijhebbende vaartuigen drie etmalen voor de Wal leggen wagten, zonder dat de laatste, wegens de geduurige storm: en Botte lager, occasie konden vinden om de Rheede te bezeilen, of dat er eenig vaartuig naar buiten kon koomen, en vermitts de Bakken van den Hoeker soo wel als van 't Convooij door de zwaare Wonden en holle zee geduurig onder Water stamp„ „ten, en naauwelijks met kompen boven konden gehouden wor„ „den, is de Gesaghebber Pieter Bakker, nekens den onderstuurman Arij Fransz:, eindelijk te rade geworden het anker te ligten, en volgens hunne Jnstructie naar moten dijben„ ketsmandui te zeilen, voor welk Comptoir Wij hem nog eene partij suijker en eenige Geschenken voor den Radja ter bestelling hadden mede gegeven. Dog hij heeft daar slegts een gedeelte van zijne lading kunnen lossen, alsoo er geen vaartuijgen meer naar de Rheede-Wilde. Gem„t Hoe„ „ker, wiens Convooij te Mandui is gebleven om aldaar te overwinteren, is zedert gelukkig binnen deese Revier geretour Batavia, 't geen heerlek „neerd, mede brengende het smalschip Batavia, 't geen volgens ons imme Van Souratta den 22„' Maij A„o 1755 „keurig g'Examineerd. en voordelight bevonden is het selve te Hloopen. mode zeer ktrak, Dus het nodige is 2: nieuw „schip, de Jarge op de Jongste togt van Jamboeser uijtge„ „staan. ons jongst eerbiedig schrijven, wegens bekomen schade ten gem„t Comptoire had moeten blijven leggen, en geduurende de reise om de sterke lekkagie, naauwelijks boven Water heeft kunnen worden gehouden. Deese laatste omstan„ wasalven deselvke naam„ digheijt heeft den eerstgeteekende verpligt, gem„t smalschi door Expresse gecommitteerdens, zig des verstaande, naaawkeurig te laaten Visiteeren, zoo wel als de Jonge Susanna dewelke daar van Rapport hebben gedaan insomptis, waar van Copia hiernevens onder N„o 7. — En vermits daar uit blijkt, dat het eerstgem„ vaartuijg zulk eene swaare reparatie ver„ „eischt, dat het voordeeliger sal weesen het zelve te sloopen, Voor al dewijl, niet tegenstaande alle te doene ongelden, dit smalschip op sijn best genoomen, nog „drie maar „ tet Jaaren sal kunnen vaaren, en de Jange susan¬ zijnde de Jong ohanna „ na almede zeer wrak is, zoo vinden wij ons genoodsaakt uwe Hoog Edelhedens om qualificatie te versoeken tot het aanmaken van twee nieuwe smalscheepen, die volstrekt smalschijten aan te brunen noodzaakelijk zijn, wil de E: Comp: zig hier niet eensklaps destituut sien van de nodige vaartuijgen. Het smal„ gevar do 's:Comps smae„ schip de Jonge Susanna heeft onlangs weder een gevoelige ktak gekreegen, wanneer het selve nevens de twee overdekte Horijs en de - Galbet, De Waak„ „saamheid naar Jamboeser was gesonden tot afhaa„ „ling der Amed-abaadse Retouren, zijnde van zijne ankers geslaagen, en door stooten soo lek geworden, dat gem„t twee

NL-HaNA_1.04.02_9083_0247 view scan ↗

English

237 From Souratta, the 22nd of May, in the year 1755. due to the continuous storm in these regions. Souratta ketaren. being able the reduction and quantity of others since the contracted together. two torrijs had to take in their roofs, with the mainsail of the galbat also having blown away, and the aforementioned vessels returned here in a very dilapidated state. The aforementioned continuous storm has caused much damage and misfortune in these regions, and if the smalschip and the galbat had not had the good fortune of being able to run into the river of Jamboeser, in all likelihood nothing would have been saved of them; yet, God be praised, the Honourable Company has suffered no other disasters thereby than the loss of equipage goods. We express to Your High Nobilities our humble gratitude for the sent memorandum on the subject of the collection of the linens, and have the honour to have this accompanied by another memorandum under No. 5, demonstrating the advantages which the first undersigned, through his trouble and labour regarding the contracting of the cloths, has brought to the Honourable Company: but regarding the black narrow half Baftas, the coarse Niquanias, the Tapies de Ponnebegeljes, Tapies Resjes de Ponnebegesjes, and Tapies kankenias, the same are already collected at Amed-abaad, as well as various ones here and at Brootchia, which we are obliged to keep this year, since the contract From Souratta, the 22nd of May, in the year 1755 and the money disbursed thereon. also for the largest part already have been delivered. impossible this year to have at last. Late arrival the ship's crew of Giesenburg. was concluded according to merchant style, that is, all mixed together, and to wish to make a change therein now would cause too much prejudice to the Honourable Company, considering that to the suppliers here and at the outer offices already over nine laks in cash have been disbursed, which moneys, according to custom, have been advanced by them again to the weavers and artisans. Furthermore, the cloths delivered by them to the Honourable Company already amount to more than seven laks. Wherefore we humbly trust that Your High Nobilities' widely known equanimity and customary goodness will kindly accept and pass this, set down in accordance with the truth, just as we shall not fail on every occasion, today, where Your High Nobilities are pleased to honour us with your orders, to give proofs of our complete submission, and to obey such orders dutifully and strictly to our utmost ability. The ship Giesenburg, on account of its late departure from Faijsook on the 17th of January, could not arrive here in the roadstead before the 3rd of this month, and that in a very deplorable state, having had 36 dead during its voyage, and delivered 44 sick into our hospital, as appears from the adjoining report of the skipper Willem Hoogland 239 From Souratta, the 22nd of May, in the year 1755. surgeon here was of great service, Yet one fears soon again to have only one to remedy the weakness of the crew. Hoogland, under No. 4, of whom another 6 persons have died here, while the remainder, except for 10 men, having recovered, have been sent back on board today; we must give testimony to the chief surgeon Reijnier Bouschut that he, as in all other occasions, so especially in this one, conducted himself very attentively and vigilantly, and that in this unfortunate case a second chief surgeon served us remarkably well, since without him few sick, for lack of a surgeon's help, would have been able again in so short a time to perform their service: but how long this Direction will still be able to enjoy the services of a second chief surgeon is highly uncertain, because some medicines recently sent to General Ragoe Bandet, brother of Nanna, and prepared by the chief surgeon Johan Matthias Valck, pleased him so well that this General has already requested to be allowed to have the person who had compounded them with him, at least for a time, to which request, being made verbally, we have not yet replied, but which we shall not be able to refuse if the same is repeated. The remaining and poorly recovered crew of the vessel Giesenburg was so weak and exhausted that, if the ship had not had the good fortune of reaching this roadstead, it would have had to drift helplessly, since the crew was not

Dutch transcription

237 Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755. door de Continueele storm is deesen gewesten. souratte ketaren. kunnende de verminde, „ring en quantiteijt van ande„ dewijl de door malkan„ „ter aan besteed. twee Ttorrijs de Dakken hebben moeten inneemen, zijnde ook het groot zeijl van de Galbet weg gewaard, en de voorsz: vaartuigen en een zeer gedelabreerde staat hier gereverteerd. De meergem„t Continueele storm heeft vel schaade en ongelukken en deese Gewesten veroorsaakt, en hadden 't smalschip en de galbet heeft het geluk niet gehad van in de Rester van Jamboeser te kunnen inlooten, dan zoude er na alle schijn niets van zijn te regt gekomen; dog na heeft de E: Comp: Gode zij dank ' geene andere rampen daar door geleeden als verlies van Equipagie= goederen. — Wij betuigen uwe Hoog Edelhedens Petr btun op tomp onse nedrige dankbaarheid voor de gesondene memorie op 't stuk van den Jnsaam der Lijwaten, en hebben de eere deese te doen accompagneeren door eene andere Me„ „morie onder N„o 5. , aantomende de voordeelen, die de Eerst ondergetekende, door zijne moeite en arbeid omtrend de aanbesteding der Doeken, aan de E. Comp: heeft toegebragt: maar aangaande de Baftak zwarte smalle halve, de Niquaniassen grove, de Tapies „ de Ponnebegeljes, Tapies Resjes de Ponnebegesjes, en Tapies kankenias, deselve zijn bereeds okp Amed- abaad ingesaamd, ook diverse alhier en te Brootchia, die wij dit Jaar genoodsaakt zijn te moeten houden, dewijl de aanbesteeding Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 en de penningen daar op verstrekt. ook voor het gerotste gedeelte reeds geleverd zijn. dit Jaar onmogelijk op laats hebben. Laate aankomst 't schijps volk van gesen„ „burg. Aan besteeding volgens koopmans ztijl is geschied, dat is door malkander en waar in thans eene verandering te willen maaken te veel nadeel aan de E: Comp: zou ver„ „oorsaaken, aangesien aan de Leveranciers alhier en aan de Buiten - Comptoiren, reeds over de negen Laca Contanten zijn verstrekt, welke penningen, door haar volgens Costumade Weder in vooraad sijn gegeeven aan de Weserh en ambagts= lieden. Daar en boven bedraagen de door haar aan de E: Comp:e geleverde Doeken reeds meer als zeven laca„ Weshalven wij nedrig vertruwen dat uwer Hoog Edelh„s alom bekende Equanimiteijt en ordrinaire goedheijd dit na Waarheid ter neder gestelde goedgunstig sullen gelieven aan te neemen en te passeeren, gelijk wij in alle gelegent„ „heijt, heden, daar uwe Hoog Edelhedens ons met der„ „selver ordres gelieven te honoreeren, niet in gebreke zullen blijven, preuves van onse volkomene onderwerking te ge„ „ven, en zoodanige beveelen na ons uiterste vermogen schult„ „pligtig en stiptelijk te obedieeren. — Het schip Giesenburg heeft vermits des„ „selfs laat vertrek van Faijsook op den 17„' Januarij niet voor den 3„' deezer hier ter rheede kunnen arriveeren, en zulks en elendigen staat van in een zeer deplorable staat, hebbende geduurende zijne reise 36: dooden gehad, en 44. zieken in ons Hospitaal gelee„ „verd, blijkens het nekens gaande Berigt van den schipper Willem Hoogland 239 p Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755. „meester alhier van groote dienst is geweest, Dog men treest haast Weder, maar een te zullen om aan de zwakheijd der manschappen te remedieeren. Hoogland, sub N„o 4. waar van nog 6: persoonen hier zijn overleden, terwijl de overige, op 10. man na, hersteld zijnde, heden weder naar boord zijn gesonden; moetende Wij aan den oppermeester Reijnier Bouschut het getuigenis „geven, dat hij sig, gelijkin alle andere, zoo bijsonders in deese occagie, zeer attent en Vigilant gedragen heeft, en dat ons is Daar bij een tweede opper„ dit naar geval een Wweede oppermeester Wonderlijk wel is te stade gekoomen, dewijl sonder dien weinig zieken, bij gebrek van mees„ „ters hulpe, in zoo korten tijd weder in staat zouden zijn geraakt om hunne dienst waar te neemen: maar hoe lange deese Direc„ „tie nog van een Tweede opermeester sal kunnen qeu: gaudeeren, is ten hoogsten onseker, dewijl eenige aan den Generaal ^ houden Ragoe Bandet, Broeder van Nanna, onlangs gesondene„ en door den oppermeester Johan Matthias Valck vervaardigde medicamenten, zoo wel hebben behaagd, dat die Generaal reeds heeft laaten versoeken de Persoon die deselve gecomponeerd had, ten minsten voor een tijd lang bij zig te moogen hebben, op welk versoek, als mondeling gedaan zijnde wij als nog niet hebben geantwoord, maar 't geen wij niet zullen kunnen ontseggen, bij aldien het selve herhaald wordt. — De resteerende en quali gelonde manschap van den Bodem Giesenburg was zoo zwak en afgemat, dat indien het schip het geleek nit had gehad van deese Rheede te bereiken het zelve veddeloos zou hebben moeten drijeven, vermits de equipagie niet

NL-HaNA_1.04.02_9083_0250 view scan ↗

English

From Surat, the 22nd of May Anno 1755 The men liberated from the Angria were placed on that vessel. Fresh provisions and fresh water were also immediately delivered on board. Having all the old water dumped out. The illness of the crew is attributed. The Master of Equipage sent on board to unload and load the ship. Having sent a laden hori at night without convoy from on board. no longer would have been in a position to steer the ship or even bring an anchor before the bow. This sad condition has compelled us, contrary to the resolution mentioned in the P.S. of our respectful last letter, to place 30 men of the crew recently liberated from the Angria, who had thoroughly refreshed themselves, on the said vessel, since we in our session of the 2nd of May had readmitted all the petty officers and common seamen into the service of the Honorable Company. Furthermore, the first signatory immediately sent the necessary fresh provisions and fresh water on board, and also had all the remaining water poured out and the casks brought ashore so that they might all be filled with fresh water, as it is presumed regarding the sickness that the bad water, taken on with great haste at Malacca and Cochin, caused this contagious disease, which according to the physicians consists of a scorbutic dropsy. Because the captain was also stricken by it, the captain and Master of Equipage Jan Warnar Falck was sent on board to unload and load that vessel. On which occasion an incident occurred which we cannot pass over without bringing to the notice of Your High Excellencies. The said Master of Equipage namely had the imprudence, on the night of the 10th to the 11th of this month, to let a hired private hori, laden with 293 canns of sugar, From Surat, the 22nd of May Anno 1755 The same was taken by the rovers. Which case is left to the decision of Your High Excellencies. Because he, though contrary to order, acted out of zeal for the service. Necessity of two more war galbats. powder and candy, proceed to the shore without convoy, which on its passage was encountered by the Sultanpur rovers, and after some defense was captured by them and dragged to their nest, despite the efforts made the following morning to overtake them, as Your High Excellencies may please to see more fully from the report annexed under No. 6, which the said Master of Equipage gave thereof in writing to the first signatory. In order not to display any precipitancy in a matter of that nature, we did not wish to impose on him the compensation for this loss, but have left this rather to the favorable decision of Your High Excellencies, considering that while it is true that he acted contrary to the fixed and permanent order, according to which it is strictly forbidden to send any vessel from on board by night, as he also promises in his written report never to do so again; but we must at the same time observe that the desire to unload the ship expeditiously, and consequently his zeal for the Honorable Company's service, undoubtedly caused him to commit this mistake. Wherefore we take the liberty to implore Your High Excellencies' usual benevolence on his behalf in this case. We also make use of this occasion to submit to Your High Excellencies the urgent necessity of

Dutch transcription

Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 Heeft men de verloste van den angria op dien Bodem: geplaatst. ook aanstonds verversing en versch water aan boord be„ „sorgt. laatende al het oude waater der scheekelingen Wordt geartibieerd. de Equipagiemeester naar boord gesonden om het schip te lossen te laden. Een geladen, horrij snagts gesonden hebbende. niet wanr meer instaad zou geweest zijn het schip te regeeren of maar een anker voor de boeg te brengen. Deese droevige gesteldheid heeft ons genoodsaakt, tegens het besluit gemen „tioneerd is het P: S: van onse eerbiedige laatste, 30: man van de Jongst van den Angria Verloste Manschappen, die wel uitgeverscht waren, op gem„t Bodem te plaatsen, alsoo Wijen onse sessie van den 2: Maij alle de Dekt officieren en ge„ „meenen in den dienst van de E: Comp: Weder hadden aangenomen Voorts heeft de Eerstgetekende aanstonds de nodige Ververssing en versch waater naar boord gesonden, ook al 't resteerende Water doen uitstorten en de leggers aan de wal doen brengen om alle met versch water gevuld te worden, dewijl het zeer als waar aan de ziekte presumptief is, dat het slegte water, met veel haalt op malacca en Cochim ontfangen, deese Contagieuse ziekte, bestaande volgens het zeggen der geneeskundigen, in een sor„ „buticque Waterzugt, veroorsaakt heeft. — Vermits de schipper ook daar van geattacqueerd was, is de schipper en Exaipagimeester Jan Warnar Falck naar boord gesonden om dien Bodem te lossen en te laden. Bij welke gelegentheid een geval is gebeurd, 't geen wij niet voor bij kannen ter kennisse van Uwe Hoog Edelhedens sonder Contorij van boord te brengen. Gem:te Equipagiemeester heeft namentlijk de onvoorsigtigheijd gehad, snagts van den 10„e op den 1„ deser„ eene gehuurde particuliere Horrij, geladen met 293: Cann: zuijker„ soo uijtsloten. - 241 Van Souratta Den 22„e Maij A„o 1755 Is deselve door de Rooters genomen. welk gesal terdecisie van Haare Hoog Edelhedens Wordt gelaten. Vermitt hij wel tegens maar uit ijser voor den dienst. Noodsakelijkheijd van nog twee oorlogh galbets, Poeder als Candij sonder Convorij naar de wal te ten gaan, die en haare passagie door de Cultanpoerse „sers gerencontreerd, en na eenige defensie door het „oomen en en hun nest gesleept is, niet tegenstaande de woorden 's anderen morgens aangewend om ze te agterhaalen, ik uwe Hoog Edelhedens breedsboriger gelieven sien uit het sub N„o 6: g'annexeerd berigt, 't geen r gem„t Equipagiemeester daar van aan den Eerstge„ ende schriftelijk gedaan heeft. Wij hebben, om geene cipitantie en eene zaak van die natuur te betomen, de vergoeding van dit verlens niet willen opleggen, maar zulks er ter favorabele decitie van Uwe Hoog Edelhedens gelaaten, gesien het wel waar is, dat hij tegens de vaste en permanente ve gepecreerd heeft, volgens het welke strict verboden is, bij de ordre heeft gehandelt, „t eenig vaartuig van boord te senden, gelijk hij ook bij zijn „k: Berigt belooft, zulks nooit meer te zullen doen; maar wij „ten teffens remarqueeren, dat de begeerte om het schip oedig te lossen, en bij gevolg zijn ijder Voor 's E: Comp:s dienst, hem der twijffel dese misslag, heeft doen begaan, Weshalven wij „ de Vrijheijd neemen Uwer Hoog Edelhedens ge„ „me Goedertievenheid in dit Cas voor hem te implo„ ren. Wij bedienen ons ook van deeze gelegentheijd, Uw Hoog Edelhedens de hooge noodsakelijkheid onder Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 Heeft men de verloste van den angria op dien Bodem: geplaatst. ook aanstonds verkersing en versch water aen boord be„ „sogt. laatende al het ouder waater uijtstoten. der scheekelingen Wordt geartibieerd. de Equipagiemeester naar boord gesonden om het schip te lossen te laden. Een geladen horrij snagts sonder Convorij van doord gesonden hebbende. niet wt meer in staad zou geweest zijn het schip te regeeren of maar een anker voor de boeg te brengen. Deese droes gesteldheid heeft ons genoodsaakt, tegens het besluit ge„ „tioneerd is het P: S: van onse eerbiedige laatste, 30: ma„ van de Jongst van den Angria Verloste Manschap die Wel uitgeverscht waren, op gem„t Bodem te plaatsen, al Wijen onse sessie van den 2 Maij alle de Deks officieren en g „meenen in den dienst van de E: Comp: weder hadden aangenoor Voorts heeft de Eerstgetekende aanstonds de nodige Verver„ en Versch Waater naar boord gesonden, ook al 't resteerende Water doen uitstorten en de leggers aan de wal doen breng om alle met versch water gevuld te worden, dewijl het De als waar aan de ziekte presumptief is, dat het slegte water, met veel haalt op malacca en Cochim ontfangen, deeze Contagieuse Zie„ bestaande volgens het zeggen der geneeskandigen, in een sch „buticque Waterzugt, veroorsaakt heeft. — Vermits de schipper ook daar van geattacqueerd is de schipper en Exquipagimeester Jan Warnar Falcr naar boord gesonden om dien Bodem te lossen en te lade Bij welke gelegentheid een geval is gebeurd, 't geen wij niet voor bij kunnen ter kennisse van Uwe Hoog Edelhedd te brengen. Gem:te Equipagtemeester heeft namentlijk onvoorsigtigheijd gehad, snagts van den 18„e op den 11.' de eene gehuurde particuliere Horrij, geladen met 293: Cann:s zuijd soo

NL-HaNA_1.04.02_9083_0253 view scan ↗

English

241 From Souratta, the 22nd of May, Year 1755 and the same was taken by the Pirates, which case is left to the decision of Your High Mightinesses, inasmuch as he acted contrary to orders, but out of zeal for the service. Necessity of two more war galbats, to let both powder and sugar candy go to the shore without convoy, which during her passage was encountered by the Sultanpore Pirates, and after some defense was taken by them and dragged into their den, notwithstanding the boats dispatched the next morning to overtake them, as Your High Mightinesses may please to see in more detail from the annexed report sub No 6, which the often-mentioned Equipment Master has made in writing to the first subscriber. In order to avoid precipitance in a matter of this nature, we did not wish to impose upon him the compensation for this loss, but have rather left this to the favorable decision of Your High Mightinesses; for while it is true that he acted against the standing and permanent orders, according to which it is strictly forbidden to send any vessel from the ship at night, and he also promises in his aforesaid report never to do so again, we must at the same time remark that the desire to unload the ship expeditiously, and consequently his zeal for the Honorable Company's service, undoubtedly caused him to commit this mistake. For this reason we also take the liberty to implore Your High Mightinesses' customary clemency on his behalf in this case. We also avail ourselves of this opportunity to bring to the attention of Your High Mightinesses the urgent necessity, From Souratta, the 22nd of May, Year 1755 resulting from the expansion of the trade, with the request to be permitted to build them. The convoy from Jamboeser recently attacked. resulting from the expansion of the trade, to build two more war galbats like the Waaksaamheijd for the protection of the Honorable Company's shipping and trade here. It frequently happens, namely, that loading or unloading takes place here in the roadstead while the Honorable Company's vessels are either out on convoy duty or fetching returns from the subordinate factories, which with the further expansion of trade inevitably becomes increasingly unavoidable. We take good care in such cases always to keep at least one well-armed vessel to protect the roadstead during the day and to secure the unloading vessels, just as in the aforesaid case the war galbat the Sultanporese Coelij served that purpose, while the hooker De Jonge Jacob, as stated above, was on convoy to Sindij, the small vessel Batavia lay at Katsmandui, and the Jonge Susanna, together with the two decked horris and the galbat the Waaksaamheijd, were on the expedition to Jamboeser. But the daily increasing and bolder Sultanporese or Cooly Pirates compel us to beseech Your High Mightinesses that we may be permitted to construct two more large war galbats, since otherwise it will no longer be possible, with the little force we have, to repel this scum; seeing that they recently dared to attack the returning convoy from Jamboeser, not far from the 243 From Souratta, the 22nd of May, Year 1755 And some freed men of Angria pursued into the Roadstead. State of affairs with Angria. The freed chief surgeon of the barque Zakkadra placed on Giesenburg. Sourat roadstead, and engaged in battle with one of the loaded Company horris as well as with the war galbat the Waaksaamheijd, though they were forced to sheer off. It also came very close to them capturing anew skipper Simon Boot, who arrived here on the 17th instant from Angria, together with Lieutenant Olphett Elias, chief surgeon Johan Christiaan Braune, and an attendant, because a Cooly galbat, swarming with men, chased the Siddis vessel in which the aforementioned freed men were sent hither from Denda Rajapoer right into the roadstead; and these men have only their fast-sailing vessel to thank for escaping the danger. As to the state of affairs with Tooladje Angria at the time of the departure of the aforesaid four persons with relation to the Honorable Company, we humbly refer in that regard to the two accompanying documents sub No 3. While making mention of this, we must further state on the subject of the freed men that, owing to the aforesaid wretched condition of the ship's crew of Giesenburg, of whom the second and third surgeons have likewise died and the chief surgeon is not yet entirely recovered, as well as the lack of under-surgeons in this Directorate, which we have experienced since

Dutch transcription

241 Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 es deselke doorde Rooters genomen. welk gesal ter dicisie van Haare Hoog Edelhedens Wordt gelaten. Vermits hij wel tegens maar uit ijser voor den dien st. Noodsakelijkheijd van nog twee oorlogh galbets, soo Poeder als Candij sonder Convoorij naar de wal te laaten gaan, die en haare passagie door de Cultanpoerse Rovers gerencontreerd, en na eenige defensie door het genoomen en in hun nest gesleept is, niet tegenstaande „de de „ booden 'sanderen morgens aangewend om ze te agterhaalen, gelijk uwe Hoog Edelhedens breedvoeniger gelieven te sien uit het sab N„o 6: g'annexeerd berigt, 't geen meergem„t Equipagiemeester daar van aan den Eerstge„ „tekende schriftelijk gedaan heeft. Wij hebben, om geene precipitantie en eene zaak van die natuur te betomen„ hem de vergoeding van dit verlien niet willen opleggen, maar zulks lievenr ter favorabele devitie van uwe Hoog-Edelhedens gelaaten, aangesien het wel waar is, dat hij tegens de vaste en permanente ordre gepecreerd heeft, volgens het welke strict verboden is, bij de ordre heeft gehandelt, nagt eenig vaartuig van bood te senden, gelijk hij ook bij zijn voorsz: Berigt belooft, zulks nooit meer te zullen doen; maar wij moeten teffens remarqueeren, dat de begeerte om het schik spoedig te lossen, en bij gevolg zijn ijver Voor 's E: Comp:s dienst, hem sonder twijffel dese misslag heeft doen begaan, Weshalven wij ook de vrijheijd neemen Uwer Hoog Edelhedens ge„ „woone Goedertierenheid in dit Cas voor hem te implo„ „reeren. — Wij bedienen ons ook van deeze gelegentheijd, om uw Hoog Edelhedens de hooge noodsakelijkheid onder Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 resulteerende uijt de uitbreijding van ten kandel met versoek die te mo„ „gen aantimmeren. jongst het Consoij van Jam„ „boerse aangedaan. onder 't oog te brengen, die er is, om nog twee oorlogs gal„ „bets, gelijk de Waaksaamheijd, tot beveiling van '11: Comp:s vaart en Negotie alhier, aan te timmeren. Het gebeurt na„ „melijk ditwijls, dat hier ter rheede gelost of geladen wordt, terwijl 'sE: Comp:s vaartuijgen, het zij op Convooij uijt zijn, of om Retouren van de Buiten- Comptoiren te haalen 't geen bij verdere uitreijding van den Handel noodwendig hoe langer hoe meer onvermijdelijk wordt. Wij dragen Wel zorge om in zodanig geval altoos ten minste een wel gewasend vaartuijg aan te houden, om de rheede overdag te de„ „knussen, en de los-vaartuijgen te beverligen, gelijk ook en het voorsz: geval de oorlogs Galbet de Sultan, „hoerse Coelij tot dat gebruijk gedient heeft, terwijl de Hoeker de Ionge Iacob, gelijk boven gesegd is, op Convorij naar sindij was, het smalschip Batavia te ketsmandui lag, en de Jonge Susanna benevens de twee overdikte Horrijs en de Galbet de Waaksaamheijd op de Togt naar Jamboeser Waren maar de dagelijks aangroeijende en stuiter wordende sult aen„ „poerse of koelijsche Rovers nordsaaken ons UWe Hoog Edelhedens te smreeken, dat ons gepermitteerd moge worden nog twee groote oorlogs Galbets aan te maaken, dewijl Hebbende de zookws nog 't anders langer onmogelijk zal zijn, met de weinige magt die Wij hebben, dit hoof- gespuijs te keeren; aangesien zij nog jongst het van Tamboeser wederkeerend, Convorij, niet verve van de Souratse, 243 Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 En eenige verlosten van den Angna tot op de Rheede vervolga. gestellheijt der zaaken bij den aengua„ De verloste oppermeester Van de Barrij Zakkatra op giesenbrrg geplaats. souratse Rheede hebben dusven aandoen, en met een der geladene Comp:s Ftorrijs zo wel als met de oorlogs galdet de Waaksaamheijt slaags geweest, dog ge„ „noodsaakt geworden zijn af te houden, Het heeft ook weinig gescheeld, of zij zouden den op den 17„' deeser hier van den Angria gearriveerde schipper Simon: Boot, benevens den Lieutenant Olphett Elias, oppermeester Johan Christiaan Braune en een oppasser, weder op nieuw tot gevangene gemaakt hebben, vermits een koelijs Galbet, krielende van Volk, het Lidijs Vaartuig, waar mede gem:t verkosten van Denda Rajapoer herwaarts gesonden zijn, tot op de Rheede heeft nagejaagd, en deeze hebben het alleen aan hun Welbezeild vaartuijg te dan„ „ken dat zij het gevaar ontzaakt zijn. Hoedanig de zaaken bij Tollaadje Angria, ten tijde van het vertrek der voorsz: Vier persoonen, met relatie tot de E: Comp: gesteld waaren, daar omtrent refereeren wij ons eerbiediglijk aan de twee nevensgaande Documenten Lub N„o 3: Terwijl wij hier van gewag: maaken, moeten Wij op„ het sujet der verlosten nog melden, dat de voorsz: naare gesteltheid van 't scheepstolk van Giesenburg, Waar van de Wweede en Derde Meester mede zijn overleeden, en de oppermeester nog niet t' eenemaal hersteld is, mitsgaders het gebrek van ondermeesters in deeze Directie, waar aan wij zedert a

NL-HaNA_1.04.02_9083_0256 view scan ↗

English

From Souratta, the 22nd of May, in the Year 1755 in order, along with two other ransomed men, via Malacca, the ransomed master and 2 lieutenants will follow to Your Right Excellencies, put to the pen, in order to be trained as an interpreter of the native language, having long suffered from ailments, has compelled us to place the aforementioned chief surgeon Braune of Mulhausen, newly ransomed from slavery, upon the said vessel to give assistance, though no further than Malacca, to go to Batavia. We having at the same time requested the Ministry there to send him, along with the Cadet Samuel Constantijn Saffijn and the maimed boatswain's mate Jan Toonbergen, both of Amsterdam, to Batavia by the very first opportunity. The master Root, who has remained here, together with the Lieutenants Holm and Vias, are to follow with the first ships in the coming month of December, and in accordance with our resolution of the 2nd of this month, to cross over to be at the disposal of Your Right Excellencies, as we have not dared to take it upon ourselves to reinstate those officers, even as the deck officers and common hands, at their former wages. A ransomed apprentice, Meanwhile, subject to the favorable approval of Your Right Excellencies, we have put the also ransomed apprentice Thomais Felix, of Middelburg, to the pen, since during his imprisonment with the Angria he has learned to speak and understand the heathen tongue fluently, the first undersigned having provided him a master to learn to read and write that language as well, because here, which is no less to be wondered at than to be lamented, not one among all the European servants Page 245 From Souratta, the 22nd of May, in the Year 1755 for which one must of necessity have someone here, and for which this youth has a good disposition, Moorish seafarers, and from the widows of those fallen in battle and deceased, is found who can read and write the said language; whereas, under these circumstances, where one seeks more and more to expand the trade of the Honorable Company, such persons are in the highest degree necessary, since otherwise one must always see through the eyes of the natives and speak through their mouths. If Your Right Excellencies please to approve this trainee for us, as we humbly request, he will in the future be able to do very good service to the Honorable Company in these lands, not only with regard to the heathen, but even also the Persian and Moorish languages, as an extraordinary aptitude for the Oriental languages is perceived in this youth. Demand of the ransomed Moorish seafarers, Before we step away from this matter, we must respectfully inform Your Right Excellencies that, besides the European servants, 17 Moorish seafarers have also been ransomed from the Angria, being the remainder of those who were on board the ships Wimmenum and Vreede. These people demand not only their wages in arrears up to the day they arrived back in Souratta, but the widows of those fallen in battle and deceased claim the same benefit. And since this case is without precedent, we request Your Right Excellencies' honored orders in this regard, as we are troubled by it almost daily, and the lodge is constantly surrounded by wives and children Page 175 From Souratta, the 22nd of May, in the Year 1755 Concerning the unloaded cargo of the ship Giesenburg, disposed of according to order, for the eaglewood found, the shipmasters were charged, poor condition of the canassers, of the merchandise, surrounded, who make a dreadful clamor, so that one can hardly step outside the gate without being surrounded and held up by a crowd of the rabble. Concerning the unloaded cargo of the ship Giesenburg, a copy of the findings goes herewith under No. 9, with an annexed report regarding the condition of the eaglewood. We have disposed of the underweight in accordance with the orders and the latest regulations; but since eaglewood is not found in the latter, in order to commit no error in the validation, we deemed it necessary to leave this item to the disposition of Your Right Excellencies, and meanwhile have charged the ship's commanders on account especially for the shortage of the 4 piculs. The condition of the canassers is, just as in the past year, so bad that we had to employ 1100 bags to bring the most damaged ashore, as they could hardly be transported without causing them to break, which causes a considerable spillage. The purchase price of sugar has increased instead of decreased, namely that of the powdered sugar by 14 lt. and that of candy by 7½ stivers per 100 lb; but these prices, exorbitant though they are, bear no comparison to that of the elephant tusks, which for us reached the unheard-of price of ƒ 231: 13: per hundredweight. The exorbitant prices,

Dutch transcription

Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 om nevens nog twee an„ „dere Verloste over malacca zullende de verloste schipperen 2. lieutenants van Uwe hoog Edelhedens Volgen. aan de kenne getrok„ „ken. „om als tolk van de Jnlandsche taal en aange„ „kteekt te worden: zedert lang laboreeren, ons genoodsaakt heeft bovengenoemden nieuwelings uit de slavernij verlosten oppermeester Braune van mulhausen op gem„t Bodem tot assistentie te plaatsen, dog niet verder als tot Malacca, hebbende wij naar Batava te gaan. te gelijk aan 't Ministerie aldaar versogt, densel„ „ven, benevens den Cadet Samuel Constan„ „lijn saffijn, en den verminkten Bootsmansmaat Jan Toonbergen, beide van Amsterdam, met de Eerste occasie de beste, naar Batavia te zenden. De hier gebleven schipper Root, mitsgaders de Licutenants Holm en Vias, staan met de Eerste scheepen in de aanstaan„ „de maand December te volgen, en Conform ons Be„ inderender ter despobitia, sluit van den 2„de deeser, ter dispositie van Uwe Hoog Edelhedens over te koomen, also wij niet op ons hebben durven heemen, die officieren, een als de Dekt officieren en ge„ Een verkoten hooflopen, meenen, met hunne voorige Gagie te herstellen. Jn„ „tusschen hebben wij den mede verlosten Hooploo„ „per Thomais Felix, van Middelburg onder gun„ „tige approbatie van Uwe Hoog Edelhedens aan de Penne getrokken, dewijl deselve, geduurende zijne gevange„ „ris bij den Angria, de Heijdensche Taal vaardig heeft leeven spreeken en verstaan, hebbende de Eerst onder„ „geteekende heen Een meester besorgd, om die taal ook te leeven lee„ „sen en schrijven, vermilt alhier, 't geen niet minder te verwonde„ „ren als te beklagen is, onderalle Europeesche Dienaren niet een Word 245 Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 Van Waar toe men hier noodsa„ „kelijk imant moet hebben. en Waar toe deele Jonge¬ aling goede dispositie heeft. „sche Zevaarend. en van de Wiuewen der ge„ „ sneuvelde en overledenen. word gesonden die gem„t zal kan leesen en schrijven; terwijl egter in deese Conjunctueren, daar men den Handel van de E. Comp: meeren meer zoekt uijt te beiden, diergelijke suljecten ten hoogsten noodsaakelijk zijn, dewijl men anders altoos door de oogen der Inlanders moet zien, en door hunne „mond spreeken. Jndien uwe Hoog Edelhedens ons deesen aanqueekeling gelieven te accordeeren, gelijk Wij daarom nedrig versoeken, zal deselve in 't vervolg de E: Comp: seer goede diensten in deese landen kunnen doen, niet alleen omtrent de Heidensche, maar ook zelfs de Persiaan „sche es moorsche Taalen, vermits bij dien Jongeling eene bijsendere dispositie tot de oostersche Taalen bespeurd wordt. Eer stij van hit Articul afstapen, moeten wij ue Hoog Eesch der vetske wor„ Edelhedens in Eerbied berigten, dat benevens de Europeesche Dienaren, ook 17: Moorsche Zeevarende van den Angria verlost zijn, zijnde het overschot van de geene die zig op de scheepen de Wimmenum en de Vreede= bevonden. Deze Menschen eisschen niet alleen hunne te goed hebbende Gagie tot den dag dat zij wider in Souratta zijn gekomen, maar de weduwen der gesneuvelde en overledene pretendeeren, het selve beneficie: En dewijl dit geval „sonder voorbeeld is, soo versoeken wij uwer Hoog Edelhe„ „den geerde ordres daar omtrent, alsoo wij genoegsaam dagelijks daar om lastig worden gevallen, en de Logie bestendig van Wijven en kinderen omringd 175 Van Souratta den 22„' Maij A„o 1755 op de uitgeleverde lading van 't schip giesenburg. is na de ordre gedis„ „poneerd. „vonden aguilhout zij de ver„ „kearan belast. slegte gesteltheijd der Carnassers. der Coopmansz: onringd is, die een verlarlijk geschruwt maaken, dotelven bij na niet buiten de koort kan gaan, zonder van eene partij graauw omtingden opgehouden te worden. Aangaande de uitgeleverde lading van 't schip Giesenburg, daar van gaat de Bevonding in Copia hier nevens onder N„o 9. met een g'arnexeerd Berigt nopens de gesteltheid van 't Agulhout. Wijkeb„ „ben omtrent de onderwigten gedisponeerd in gevolge de ordres en het Jongst Reglement; maar vermits het agul„ „hout bij dit laatste niet wordt gevonden, hebben wij om geen naaror it tekent den mitslag te begaan, in 't Valideerens, gemeend dit articul aan uwer Hoog Edelhedens dispotitie te moeten overlaaten, en intusschen de scheeps overheeden vooral het te kort komende van de 4. Lonten op reekening belast. De ge„ „steldheijt der Cannassers is, een als in 't voorleeden Jaar, zoo slegt, dat wij 1100: zakken hebben moeten emploijeeren, om de ge„ „brekkigsten aan de Wal te brengen, kunnende men deselve naauwe, „lijks vervoeren, zonder ze te doen breeken, 't welk eene Conside„ de Exobitante prijsen „ vable spillagie veroorsaakt. De inkoops prijs der suiker is vermeerdert is stede van te verminderen, te weeten die van de Ponden, Poeder, met 14: lt: en die van de Candij met 7½: stvers de 100: lb: dog dese prijsen, hoe exorbitant deselve ook zijn, komen niet in vergelijking met die der Eliphants „zanden, die ons voor een nooit gehoorde prijs van ƒ 231: 13: het Cento „

NL-HaNA_1.04.02_9083_0259 view scan ↗

English

247 Surat, the 22nd of May, in the year 1755 From which, due to the shortness of time, etc., could not be disposed of. Loaded with cotton for China. An assistant sent hither from Malacca. account could be charged, and thus more than ƒ 100 more expensive than those sent to us from Malacca, from where we have also received tin and benzoin, as well as from Cochin some quicksilver and areca. The shortness of time, and the multitude of sugar recently brought from Bengal, all of which still lies unsold, is the reason that the merchants have to date offered us no acceptable prices for one thing or the other, to which the high purchase price and the poor quality of the Cochin-China goods contribute very much, so that, to our regret, we are forced to await more favorable times. In the meantime, we have discharged again onto the aforementioned vessel, 25 lasts of the best white wheat for Malacca, and 795 bales of cotton, weighing 280677 lb at 130 rupees or ƒ 195:—: - per Surat candy, for China. Before we conclude this, we are further obliged to report that the Malacca ministry has sent to us with the ship Giesenburg the assistant Nicolaas Hermanus de Windt, in order to be employed here. Wherewith we wish this vessel a speedy and prosperous voyage; and furthermore recommending all the master's interests, together with the precious persons of your From Surat, the 22nd of May, in the year 1755 Your Right Excellencies to the merciful protection of the Almighty, we have the honor to remain, with all imaginable respect and deep reverence; underneath stood: Right Noble, Grand Honorable, Wide-Ruling Lord and Well-Noble Lords! Lower: Your Right Excellencies' humble and dutiful servants; was signed: Ian de Roth, Jan Drabbe, Ian Anthony Sweers de Pandras, Daniel Kellij, ditto Hendrik Ruperti, and Hans van Ebbenhorst; in the margin: Surat, the 22nd of May, in the year 1755: Translation 249 From Surat, dated the 22nd of May, in the year 1755 Translation of a heathen letter written by Tollagie Angria to His Right Excellency, the Right Noble, Grand Honorable, Wide-Ruling Lord Jacob Mossel, Governor-General of Netherlands India, dated the 20th of April, in the year 1755. After the titles. Having paid my polite compliments, and being in good health, it is my hope that this will enjoy the honor of finding Your Right Excellency in that desired state, whilst nothing will be more pleasant to me than to hear that, and I will find myself no greater honored than with some of Your Right Excellency's friendly letters. The ship's friends have been given their dismissal by me; From Surat, dated the 22nd of May, in the year 1755 I hope that God will have brought them safely to the place of their desire, and I do not doubt that such will have already come to the ears of Your Right Excellency. The skipper and 3 more persons, who have remained here, have likewise obtained their dismissal, and are crossing over with this in order to be accepted into the service of Your Right Excellency again. I have proposed everything to the aforementioned skipper, who will make a verbal report thereof to Your Right Excellency, as I took into consideration a good friendship, and I wish that what the aforementioned gentleman shall propose to Your Right Excellency may be of good effect. Your Right Excellency, having well considered all this, will please honor me with your answer, so that I can govern myself accordingly. Underneath stood: For the translation according to the statement of the Honorable Company's native warehouse clerk Cassiram, was signed: Pieter Ian Wenkink, Paul Ezechiel Clercq. Lower: Agrees, was signed: Pieter Ian Wenkink, Jan Ezechiel Clercq. Skipper Simon Boodt relates that upon his departure from Inserk, Tollagie Angria himself 251 From Surat, dated the 22nd of May, in the year 1755 himself declared to him and Lieutenant Elias, 1. That he wished to surrender himself entirely to the Company, with all that he possessed, and for the security thereof to cede to it a certain castle lying on the water's edge below Inserk, or such other place as the Company itself should wish to choose, in order to act therewith as its own. When the aforementioned skipper afterwards arrived with his company at Bettingerij, a strong sea-place of the Angria, he found there the supreme commander or general of the land and sea forces, named Roederajie Deloop, who asked him whether the king had made peace with the Company! Whereupon he answered that he did not know on what footing matters stood in that regard, since no disclosure of the negotiation had been made to him. The aforementioned general asking further whether the king had not told him anything. Which we answered with yes, and subsequently related all the above to the general. Having heard this with attention, he said: You people know how fickle and changeable the king is, wanting one thing today, and another tomorrow; but assuming that he would later wish to deviate from the intention which he declared to you, or retract his word, then I promise and swear to you that I will carry it out, whether he likes it or not, as I have From Surat, dated the 22nd of May, in the year 1755. the power to do so in my hands, and you people may freely assure your master of such. Was signed: Simon Boodt and Otto Elias. Lower: Agrees, was signed: Pieter Ian Wenkink, Ezechiel Batavia To His Right Excellency, The Right Noble, Grand Honorable, Wide-Ruling Lord Jacob Mossel, Governor-General, together with The Well-Noble Lords Councillors of Netherlands India! Right Noble, Grand Honorable, Wide-Ruling Lord and Well-Noble Lords! This evening at around 18 hours, 2 prisoners were brought to us, namely Corporal Arend Weijnman of

Dutch transcription

247 Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 Van die men door de kortheijt, des tijds &:a niet heeft kan„ „nen van de hand setten. met Cattoen voor China ge„ „laten. Een adsistent van na„ „lacca herwaarts gesonden. Conto konden worden aangereekent, en dus ruim ƒ 100: duurser: als die ons van Malcceca gezonden zijn, van Waarwij ook Thin en Benzuin, mitsg„s van Cochim eenig quikzilver en Areccq ontfangen hebben. De kortheijt des tijds, en de menigte suiker jongst van Bengalen aange„ „bragt, die alle nog onverkogt legt, is oorsaak dat de kork„ „lieden ons tot heden geene aannemelijke prijsen voor het een en ander gebooden hebben, waartoe de duure inkoop en de slegt„ „heid der Cochim- Chinase Goederen zeer Veel Contribueeren, dus wij, tot ons leedweesen genoodsaakt zijn favorabel der tijden af te wagten. Ondertusschen hebben wij en gem„t Bodeme zijnen gen: Boen Weder Weder afgeladen 25: Lasten beste Witte Tarwe, voor Malacca, en 795: balen Cattoen, Weegende 280677: lb tegens Rop„ 130: of ƒ 195:—: -. de souratse Candijl, voor China. Se voorens Wij deeke eendigen, Verden Wijns verpligt nog te melden, dat het malax Ministerie ons met het schip Giesenburg toe gesonden heeft den adsistent Nicolaas Hermanus de Windt, om alhier g'em„ „plooijeerd te werden. — Waarmede Wij deesen boodem een spoedige en rampsrije-verse toewenschen; en Voorts alle 's meesters belangen, benevens de dierbaare Persoonen van uwe Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755 uwe Hoog Edelhedens in de goedertie„ „rene Bescherming des almogende bevalende, hub„ „ben Wij de eere met alle bedenkelijke Eerbied en dief ontsag te blijven; /:onderstond:/ Hoog Edel, groot Agtbaar, Wijd gebiedende Heer en wel Edele Heeren! /:Lager:/ Uwer Hoog Edelheedens onderdanige en Trouw„ „schuldige Dienaaren, /:was getekent:/ Ian de Roth, J„n Drabbe, I„n A„o sweers de Pandas, D„l kellij, - - - - - - - - - -„ d„o Hendrik Rliperti, en H„s van Ebbenkorst, /:in margine:/ Souratta Den 22 Maij anno 1755: Translaat 249 Van Souratta onder Dato 22:' Maij A„o 1755 Translaat Heijden, „sche Missive door Tollagie Angria geschreven aan zijn Hoog Edelheid, den Hoog Edele Groot agtbaare Wijdgebiedende Heere Jacob Mossel Gouverneur Generaal Van Ne„ „derlands Jndia in dato 20„ April Anno 1755 Na de Certitulen. Na mijn beleefde Groetenes afgelegt te hebben, en ik in goede gezondheid zijnde, zo is mijn hoope dat deeze de Eere zal genieten, van UW Hoog Edelheid in die gewenschte staat aan te treffen, terwijl mij niets aangenaamer zal zijn als dat te verneemen, en ik mij niet grooter vereert zal vinden als met eenige uwer Hoog Edelheids vrindelijke Letteren. De scheeps Vrinde zijn door mij haar afscheid gegeeven Van Souratta onder dato 22„' Maij A„o 1755 gegeven, Ik hoop dat God haar behouden ter plaatse haarer begeerte zal hebben gebragt, en ik twijffel niet of zulx zal reets ter ooren van UW Hoog Edelheid gekoomen zijn, de schipper en nog 3: Persomnen, die alhier gebleeven zijn, hebben almede haar afscheid er„ „langt, en gaan per deesen over om weder in dienst van UW Hoog Edelheid aangenoomen te werden. Gem: schipper heb ik alles voortgedragen, die UW hoog Edelheid, daar mondeling vor„ „slag van zal doen, wijl ik in Consideratie nam een goede Vrendschap en ik wensch dat het geene wen gem: Heer UW Hoog Edelheid zal propineeren van goed Effect mag zijn. — Uw Hoog Edelheid dit alles wel overwogen hebbende, zal mij met deszelfs antwoord gelieven te honoreeren, op dat ik mij daar na regulee„ „ren kan, /:onderstond:/ voor de translatie navol„ „gens opgave van 's1: Comp:s Jnlands Pakhuijs„ In „schrijfer Cassiram, /:was getekent:/ P„r J„n wenkink, P„l Eg: Clerca /:lager:/ accordeert /:Was getekent:/ P„r I„n Wenkink, J„l E:ig: Clercq= Schipper Simon Boodt Verhaalt, dat bij zijn vertrek van Inserk, Tohaadja Angua zelve 251 Van Souratta onder Dato 22„' Maij A„o 1755 zelve aan hem en den Lieutenant Elias Verklaard heeft, 1. Dat hij zig t'eenemaal aan de Comp: wilde overgeven, met al 't geen hij bezat, en tot verzeekerdheid van dien aan haar inruimen zeeker Casteel leggende aan de Waterkant beneden Inserok, of zoodanige andere plaats als de Comp: zelve zou willen Verkiezen, om daar mede te kan„ „delen als eigen. Wanneer gem: schipper naderhand met zijn gezelschap op Bettingerij, een sterke zeeplaats van den Angria kwam, tondt hij aldaar den opferste Bevelhebber of Generaal van de Land en Zeer magt, genaamt Roederajie Deloop, die hem vroeg, of de koning Vreede met de Comp: gemaakt hadde! Waar op hij andwoorde niet te weeten op wat voet de zaaken daar omtrent ston„ „den, vermits hem geene opening van de onderhande„ „ling gedaan was, Vragende gem: Generaal al Verder, of de koning hem dan niets gezegd hadde. 't Welk wij met Ja beantwoorde, en vervolgens al 't bovenstaande aan den Ge„ „neraal verhaalde. Deese zulks met attentie aangehoord hebben, „de, seide: Gijlieden wat weet hij hoe Wisseltuurig en veran„ „derlijk den koning is, willende heden eene zaak, en morgen eene andere; maar gesteld dat hij van het voorneemen 't geen hij u verklaard heeft, in 't ver„ „tolg weder wilde afwijken, of zijn woord retracteeren, dan belove en Zweere ik u, dat ik het zal werk„ „stellig maaken, het zij hem lief of leed, hebbende ik daar toe ƒ aal Van Souratta onder Dato 22„' Maij A„o 1755. toe de magt in handen, en gij lieden kund zulks vrijelijk aan uwen Meester verzeekeren. /:was gete„ „kert:/ C:n Root en O:t Elias, /: Lager: / accor „deert /: was getekent:/ P„s J„s Wenkink „ Eigken Batavia Aan zijn Hoog Edelheijt Den Hoog Edele Groot agtbaare Wijdgebiedende Heere Jacob Mossel Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands India! Hoog Edele Groot Agtb: wijdgebiedende Heer en Wel Edele Heeren! Heeden avond tegens 18: uuren wierden ons opgebragt 2: Prossens, namentlijk den Corporaal arind Weijnman van

NL-HaNA_1.04.02_9083_0265 view scan ↗

English

253 From Souratta, 22 May Ao 1755. van Oostgravendijk, and soldier Fredrik Corneles Munnik of Hamburg, who have already been gone for five days, and since the officers of the ship Giesenburg have received their dispatch today, and we having no jurisdiction here, we therefore send them to the Batavian Headquarters, at the disposal of Your High Excellencies. Wherewith we remain with the utmost respect, was written below: High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Well-Noble Lords, lower down: Your High Excellencies' humble and loyal servants, was signed: J.r de Roth, J.n Anthonij Meers de Candas, D.k Kellij, and R.k van Ebbenhorst, in the margin: Souratta, 22 May Ao 1755. Checked J Bollebeek 6

Dutch transcription

253 Van Souratta Den 22„' Maij A„o 1755. — van oostgravendijk, en soldaat Fredrik Corne„ „les Munnik van Hamburg, die bereets vijff dagen zijn weg geweest, en vermits de overheeden van 't schip giesenburg heden haar depeche erlangt, en Wij alhier geen Iurisdictie hebbende, zo zenden wij deselve naar de Bataviasche Hoofdplaats, ter dispositie uwer Hoog Edelheedens. — Waarmede wij met het uijterste ontsag verblijv /:onderstond:/ Hoog Edel Groot agtbaar Wijdge„ „biedend Heer en Wel Edele Heeren /:lagir:/ uW Hoog Edelheedens onderdanige en Trouwschuldige Dienaaren, /:Was getekent:/ J„r de Roth, - - - _ _„ J„n Anthonij Meers de Candas, D„k Kellij, en R„k van Ebbenhorst, /:ien margine:/ Souratta Den 22:' Maij A„o 1755:— Nagesien J Bollebeek - 6

← previous