Inventory 9564
Bengal · 826 pages · 142 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
that have moved Your Honours thereto are so equitable and well-founded that we fully conform thereto, trusting that Your Honours will not fail to ensure that the price at which the Company delivers the opium to the society is sold in proportion to the price for which the Company is obliged to purchase the same, so that the Company alone does not remain burdened with the disadvantage resulting from the reversal of affairs in Bengal through the increased purchase prices, and the Society conversely alone enjoys the benefit of the higher selling price obtained thereon due to the supply of a smaller quantity than usual. Regarding the collection of linens, we have seen with much pleasure the efforts of the ministers, particularly of the retired Director Taillefert, to effect all possible improvements in that main branch of the Company's commerce. The members present who were under the administration of the Honourable Mr. Taillefert declare themselves very pleased to learn that their feeble efforts have had the effect of giving satisfaction to their Highly Esteemed Lords and Masters. We further praise their zeal and attentiveness to satisfy the demanded varieties in the required quantity and quality as nearly as possible, for although for some years the Bengal returns have noticeably decreased because the continual war troubles, the machinations of our competitors, and other unavoidable obstacles have not permitted the ministers to provide the required linens in the necessary quantity, we have nevertheless experienced the effect of their endeavors in the improvement of several varieties, which has also resulted in greater profits being obtained on those varieties than before. We take the liberty in this respect to refer to the answered demand for anno 1765 determined on 12 October 1763, and under the dispatches sent to Batavia on 22 August last, which will clearly demonstrate how difficult the linen collection is made for us by the continual thwartings of the English gomastas in these parts. And since, according to the ministers' letters of 10 January 1764, the supply of fabrics began to increase noticeably, we may flatter ourselves all the more with the hope that, with regard to quantity as well, our demands can be better fulfilled in the future. The present Director hopes that his unceasing zeal and attention may be found by the outcome to have had a good result; at least he assures Your Right Honourable Nobilities that he for his part does everything in his power to observe and carry out Your Honours' recommendations, both regarding the correction of assortments and the completion and increase of the collection to the best of his ability. We further trust that the present Director Vernet will follow the laudable footsteps of his predecessor, and thus also exert all his efforts to have the defects that are still found in the qualities of some varieties corrected, and by all suitable means to increase the annual collection as much as possible. No less satisfaction was given to us by the care of the said Director Taillefert to prevent the damages resulting from the advanced payments of monies when the contracted deliveries are not fulfilled, as well as, with respect to some varieties, by stipulating a penalty to engage the merchants to a complete provision of the quantity they have contracted for, which measure we also wish could be extended to other varieties. The Hugli resolution of 29 April 1763 shows with what difficulty this was put into practice regarding this one variety of goods, namely the Boerongse, which is still stipulated annually for this assortment in the conditions. Yet to extend it to other assortments, the time has not yet arrived, since one may well be content, despite so many adversities, to obtain some linen at all, and thus not to discourage the merchants by further imposing fines upon them. We
Dutch transcription
129 /417 UE daartoe hebben bewoogen, zijn zo billijk en zo gegrond, dat wij ons daarmeede volkomen. conformeeren, vertrouwende dat UE niet zullen nalaaten. te zorgen, dat de prijs, waarvoor de Compe. de Amphioen aan de secieteit afslaas, in eeven reedig heid werde verkogt, naar maate van de prijs, waarvoor de Compe genoodzaakt is dezelve in te ko„ pen, op dat niet de Maatschap. pij alleen bezwaart blyven, met het nadeel het gunt door de om- wenseling der zaaken in Den gale voortkomt, uit de verhoog¬ de- inkoopsprijsen, en de Socie lei daar tegens alleen geniete het voordeel van de hogere-ver Koopsprijs, die wegens den aanbreng van een mindere quantiteit, als naar gewoonte daar op word behaald. Betreffende de in zameling van Lijwaaten, hebben wij met veel d Kan. Salpeser ander n 1763. en an die genoegen gezien de pogingen van de Ministers, bij zonder van den afgetreden Directeur Taillefert, om in dien hoofd. sak van 'slomp„s Commercia alle mogelijke verbeteringen dezen De aanweezende Leeden die on te effectueeren; Wij landeeren bean an der het bestier van den Edel Heer Tail vervolgens ook hunne-ijver en gear ledert geweest zijn, betuigen zeer, oplettentheid, om de gevorderde de af verheugt te zijn te verneemen dat soorten, in de vereischte quan. Ba haare zwakke poogingen van-titeit en qualiteit zo na moge welk dat effect zijn geweest, van haare-lijk te voldoen, want oferschoon hoe hoog g'eerde Heeren en Meesteren zedert eenige Iaaren de Ben. door genoegen gegeven te hebben gaalsche retoeren merkelijk de zijn vermindert, door dien r dat de aanhoudende oorlog troubles, de woelingen onzer Competiteuren en andere on vermidelijke hinderpaalen de Ministers niet hebben toege¬ laten de g'eichte Lijwaaten in de benodigde quantiteit te ver„ zorgen, hebben wij egter ondervon den het effect van hunne bedrag. ling in de verbedering van ver scheide 130 scheide- soorten, het geen dan ook totgevolg heeft gehad, dat op die soorten meerder voor dee¬ len als bevoorens zijn behaalt Wij neemen de vrijheid ons ten En dewijl volgens der Ministers gen dezen opzigte te refereeren aande letteren van den 10„e Jannuarij ren beantwoorde Eisch voor A„o 1765. 1764. de leverantie der doeken gearresteert den 12.:e 8br. 1763. en on. merkelijk begon toe te neemen, derde de afgegaane advisen naar mogen wij ons des te meer vlijen quan. Batavia van den 22=e Aug„s .:o l„n met de hoop, dat ook ten aan moge welke klaarlijk zullen aantoonen zien van de quantiteit onze choon hoe difficiel ons den lijwaat inzaam eischen in 't vervolg beter sullen Den, door de continueerende Traverses. Kunnen worden voldaan. der Engelsche Gomassas in deaz. rengs gemaakt word. De presente Directeur hoopt. Wij vertrouwen voorts dat. Dat zijn onophoudelijke eever en den presenten Directeur Vernet. attensie, bij de uitkomst bevonden zal volgen het loffelijk voetspaar mogen worden van een goedge: van zijnen preedecesseur, en dus volg te wezen; ten minsten hij mede alle zijne devoiren zal verzeekert UWelEd„e Hoog Achtb: aanwenden, om de defectem in dat hij van zijn kans alles in het die als nog in de qualiteiten van ver werkt stelt om Hoog dezzelver re, sommige- soorten werden ge- commandatien, zo tot correctie vonden, te doen corrigeeren, der sorteeringen, als tot accoon en door alle convenabe mid pleseering delen ra en zer e on g. d 113 observeeren en te doen nakomen toeneemen. pleteering en vermeerdering delen de Iaarlijksche inzame„ van den inzaam na vermogente- ling zo veel mogelijk te doen. Geen mindere voldoening heeft ons gegeeven de Zorge- van. den gem. Heer Directeur Tailla fert om te verhoeden de schadens die uit de gedaane vooruit verstrek kingen van penningen cesul¬ teeren, wanneer de aangenomen Leverantien niet werden vol„ De Hoeglise resolutie van den 29=en daan, als mede om met op„ April. 1763 toondaan met wat moei sigt tot eenige sortementen te zulx omtrent dit eene soort van door het bedingen van eene goed, het Boerongse namelijk in peenaliteit, de Kooplieden te train is gebracht, en het welk nog, en gageeren tot eene complee„ Iaarlijk omtrend deze sorteering bij te verzorging van de guan de conditien bedongen word. titeit, die zij hebben- aange¬ Dog om het over andere sorte=nomen, welk middel wij mede menten te ex ten deezen is de tijd al wenschen dat ook tot andere thans niet gebooren. dewijl men soorten konde werden g'exten zig wel te vrede mag houden om deert. in weerwil van zo veele tegen kan tingen nog eens Lijwaat te bekomen en de Kooplieden dus niet te discourageeren, met hen nog boete op te leggen. Wij
English
In accordance with the orders issued by Their High Excellencies in their formal rescript, we shall have the honor of sending Your Right Worshipful Honors a detailed reply to the requisition upon the departure of the last return ships, and subsequently sending from here with the last shipping opportunity a formally answered requisition to Batavia, to the end that it may still be presented to Your Right Worshipful Honors with the late ship; wherefore we request permission to refer ourselves to these remarks and considerations. Furthermore, concerning this article, we refer ourselves to our now-departing requisition for returns, wherein Your Honors will find mentioned our remarks and considerations regarding the supplied linens in general, as well as regarding the sample varieties received in particular, pointing out the means that may serve for the further improvement of that trade. We have sent to the servants at Kassembazaar an immediate extract of this entire passage concerning silk, as well as from the requisition for returns for the year 1767, dated October 14, 1765, with orders to regulate themselves strictly according to the commands and remarks given and made in both. With regard to the procurement of silk, we have observed with displeasure how greatly the acquisition of that article decreases annually, and how little hope the causes of that decrease leave us to experience, for the present, any improvement therein and a reduction in purchase prices. Yet we can assure Your Right Worshipful Honors in advance that it is currently more than ever impossible to give the required satisfaction. We flatter ourselves, however, that when the silk is reeled in such a manner that fewer coarse strands occur, that article will yield less loss and the silk in general will better suit consumption here in this country. We therefore recommend the ministers to take care as far as possible that the reeling is done in that manner, and furthermore refer ourselves to the aforesaid requisition for returns, wherein we have discussed more broadly all that must also serve for the further information of the ministers with respect to this article. Apart from the relief of silver and coin, we have been enabled by Their High Excellencies' authorization, by secret letter of July 10, 1766, to negotiate by bill of exchange to the Netherlands 17½ tons of gold, so that thereby we have not only been able to make the customary advances to our merchants, but have even been able to assist the Kassembazaar servants with so much bar silver that from its proceeds they have already cleared the debts of their office and from the remainder will be able to pay for what will be needed for trade for this year, while the bills of exchange from Patna have likewise been honored by us in succession. Since the purchase of the aforementioned and other articles requires considerable sums of money annually, it is pleasing to us that Your Honors are ever mindful to provide this Directorate with the necessary funds, and in the confidence that Your Honors will continuously employ similar precautions, we could leave this point further untouched in this regard; however, we cannot pass without remark what Your Honors stated in your letter of October 18, 1763, alleging that for lack of bar silver Your Honors were compelled to send rupees and other minted coins to this Directorate. For although Your Honors have not received as much bar silver as Your Honors have requested from us since the year 1754/5, because we did not judge it advisable for the Company's interest to satisfy your entire monetary requisitions, considering that the cash sent from here and the proceeds of the merchandise dispatched, as well as the accepted moneys on bills of exchange, were contrary to our intention partially employed to increase the Indian capital, and that in satisfying your requisitions we observed an equal proportion in the required coin varieties, nevertheless the reduced shipment of bar silver from here does not provide sufficient proof of the sustained necessity of sending so many rupees and minted coins to this Directorate as Your Honors did. Considering, among other things, that according to the trade books the remaining bar silver as of the end of August 1759 consisted of 21440 marks, which remainder in the financial year 1759/60 was increased by the receipts from the Netherlands by 63688 marks, against which the entire shipment to Bengal in that year amounted to only 19554 marks; that furthermore, as of the end of August 1760, Your Honors had on hand 64264 marks, to which in the financial year 1760/61 a further 25296 marks were received from the Netherlands, whereas in that entire year only 16696 marks were sent to Bengal, so that after deduction of what was shipped to Coromandel a considerable remainder of 68064 marks was left over, which could have been employed with utility in Bengal. But instead, Your Honors sent to this Directorate important sums in exchanged rupees and other coins, both gold and silver, to which certainly the lack of bar silver in both the aforementioned years cannot have compelled Your Honors, but other motives must have moved Your Honors.
Dutch transcription
131 Wij zullen ingevolge ' g'ordonneer Wij gedragen ons voorts nopens. de door Haar Hoog Edelens bij defor dit artikel- aan onsen thans af meele rescriptie, d'Eere hebben UWel gaanden Eisch van retouren, waar doening Ed:e Hoog Achtb: bij het vertrekder. bij UE zullen vermeld vinden laatste retour scheepen een p. l be. onse remarques en consideratien antwoorde Eisch toe te zenden en zo op de aangebragte Lijwaaten Tailla chaders. vervolgens met de laaste scheeps in 't generaal, als omtrent den gelegenheid van hier een formeel ter preuve ontvangene soorten verstrek beantwoorde Eisch naar Batavia in 't bij zonder met aanwijzing cesul. enome. liten afgaanden einde UWel Ed„e Hoog van de middelen, die tot de Achtb: met het na schip nog te kon verdere verbetering van dien nen werden aangeboden waaraan handel zullen kunnen die„ wij dus omtrent deze marques en connen. sideratien verzoeken ons te mogen gedragen van. Wij hebben de Kassembazaarsche zorging der zijde hebben wij Bediendens van deze gansche —: ongaarne gezien hoe zeer de„ passage de zijde concerneerende, procure van dat artikel- zo mede uit den Eisch van Retouren Iaarlijk vermindert, en hoe voor den Iaare 1767. gedateerd 14„e 8br: weinig hoop de oorzaaken. exten 1765 ten eersten Extract toegezonden van die vermindering ons met last om zig stipt te reguleeren overlaaten, om daarin nog. na de beveelen en remarques welke voor eerst eenige verbetering bij een en ander gegeeven en ge-„ en vermindering der inkoops maakt zijn. prijzen te ondervinden, Ten aanzien van de ver. Dog wij Zame. doen. ge vol op„ en plee¬ en de dus. 121 Dog kunnen UWel Edele Hoog wijllatteeren ons echter, dat wan„ Achtbaare voor afverzeekeren neer de zijde zodanig werd verhas„ dat het thans meer als oort ondoen pelt, dat er minder grove letters lijk is, het vereischt genoegen te komen, dat artikel minder ver„ kunnen gevens. lies zal geven, en de zyde in het generaal beter aan het gebruik hier te lande zal voldoen; Wij recommandeeren de Ministers derhalven, zo veel mogelijk zorg a te dragen dat de verhaspelinge en indier voegen werde gedaan, en gedragen ons voorts aange. melde zisch van retouren, waar, de bij wij breeder hebben verhandelt do al het geen ook met opsigt tot dit artikel tot nadere in forma tie van de Ministers zal moe, ten strekken Builen het ontzet van zilver De Inkoop van de voorm: en en specien, zijn wij door HaarHoog andere Articulen Iaarlijks aan Edelens kwalificatie, bij secreete zienlijke sommen van Pen. brief van den 10„e Iuli 1766. instaat ningen vereischende, is het geraakt op Assignatie naar ons aangenaam, dat UE steeds. Nederland te negocieeren 17½ bedagt zijn, om deeze Directie Thon schats, zo dat we hier door, met de benodigde fondsen te niet voorzien 132 123 niet alleen de gewoone vooruit voorzien, en in vertrouwen zijn verstrekkingen, aan onze Koop de, dat UE bij continuatie gelij„ lieden hebben konnen doen; ke voorzorgen zullen gebruiken maar zelfs de Kassembazaarsche zouden wij dit poinct ten dezen bediendens met zo veel Baar, verder onaangeroert kunnen zilver assisteeren dat zij uit het laaten, dan wij mogen niet on„ provenu van dien, de schulden geremarqueert passeeren, het geen van hun Kantoor reets hebben UE bij derzelver letteren van 18=e afgelegt en van het overige dat October 1763. hebben gezegt ten 2029 „geen zullen konnen betaalen beloogen, dat UE bij gebrek van het welk tot den handel voor dit baarzilver genoodzaakt zijn Iaar zal benodigt wezen, terwijl geweest, ropijen en andere ge- de Wissels van Pattena mede munte specien na deze Directie door ons successive gehonoreert aftezenden, want alhoewel UE niet hebben ontfangen zoveel baarzilver als UE zedert den Iaa„ ze 1754/5 van ons hebben gevraagt omdat wij voor het belang van de Maatschappij niet raadzaam hebben geoordeelt te voldoen uwe geheele geldeischen in consideratie, dat de van hier af gesloken conlanten en het pro¬ duct der verzondene Koopman. schappen, als mede de geac zijn. cepteerden an has. Wij er ge aar. ma oe, en. en cepteerde penninge op assig natie, tegen onze insentie voor een gedeelte zijn g'emploijeerd tot vergrooting van het indisch capitaal, en wij in de voldoe¬ ning Uwer Eischen hebben in agt genomen een even reedige proportie in de gevorderde specien, zo leevers egter de van. hier minder gedaane verzen ding van bhaar zilver nietuis een voldoende bewijs van de gesustineerde noodzaakelijk heid om zo veele ropyen en ge¬ mande specien na deze Directie aftezenden, als UE hebben ge„ daan, geconsidereert onder an. deren dat volgens de Negotie boeken het restant bhaar zilver onder ult„o August 1759 heeft be„ staan in 21440. marken welk. restant in het boekjaar 17 39/80 door den ontvangst uit Nederland is vergroot met 63688 mq waarje„ gens de geheele verzending na Bengale 133 125 Bengale in dat Iaar maar heeft bedragen 19554 mq dat. voorts onder ult. o Aug. s 1760. bij UE. aan handen zijn geweest. 64264 mq waarbij in het boek. jaar 176 6/3. uit Nederland nog zijn ontvangen 25296 mq terwijl egter in dat geheele Iaar maar 16696 mg. na Bengale zijn ver zonden zulx dat na aftrek van het geen na Chormandelis af gescheept een aanzienlijk zes. sant is overgebleeven van 68064. mg die in Bengale met nut had. den kunnen werden geemployeert dog in welkers plaats UE. impor tante sommen in opgewisselde copijen en andere zo goude als zilvere specien na de ze Direc„ die hebben afgezonden, waar toeimmers het gebrek aan bhaar zilver in beide de voornd Iaaren UE niet kan hebben ge noodzaakt, maar andere mo. tiven UE moeten hebben be- woogen. ben /0 door and is waarje. na galen
English
moved, but which we cannot agree to have squared with the interest of the Company, unless Your Honour could supply us with further and satisfactory reasons for it, which we shall gladly await. We must furthermore also remark with respect to the sending of Ducatons to this Directorate, that if that specie is higher in exchange at Batavia than in Bengal, and the same can be transferred from that realm with profit to Batavia, it then seems reasonably presumed to be able to be expected that the Ducatons being sent from Batavia will return there again, while Your Honour yourself acknowledges that this returning to that same place would certainly be to the noticeable prejudice of the Company; But since Your Honour at the same time says that it is entirely beyond Your Honour's knowledge and suspicion that the Ducatons from Bengal would again be sent to India's headquarters, and the Ministers in this Directorate, in answering the Extract of our missive of 25 October 1762, have said nothing regarding that presumed return shipment, it will be pleasing to us, for the further elucidation of the doubt that has arisen, to be informed on what grounds it must be established that the Ducatons remain in Bengal without being transported from there to elsewhere. The Ducatons are melted down and struck here, must be refined and made into Rupees. We further hold ourselves satisfied concerning the employment that the ministers have made of the funds which they have successively received from the headquarters, for although we are reluctant to see the Company in this Directorate burdened with the payment of interest money, we nevertheless consider that the Ministers may sometimes be compelled to negotiate funds, and in that light we also view the raised capitals that were still outstanding at the end of December 1763; but which we trust will since have been paid off. Your Right Honourable will certainly already be further elucidated in this regard by the memoranda of raised and discharged capitals which are sent from here annually. The importance of the debts which the Company has outstanding at various offices, especially also in this Directorate, and the damages which it not seldom suffers upon the insolvency of the debtors, have repeatedly made us urge the necessity to have all possible attention on the collection of the debts; we therefore also see with pleasure the decisions which Your Honour took on this respect on 29 November 1762 and 11 August 1763; And although we do not wish to dispute that prudence may sometimes require not making an untimely outcry about the precarious state of the merchants, in order not to bring them into discredit and thereby even lend a hand to their ruin, it nevertheless remains utterly necessary to pay as much heed as possible to the state of the debtors, in order to be able to take sufficient measures in time for the prevention of the damages which the Company could suffer upon the insolvency of the debtors. Extreme caution is used here, and to that end we can refer to our Resolution of 26 June of the past year, by which it appears that on the contract for the year 1765 two precarious merchants were not advanced any money, but solely to keep them upright, were admitted to have a portion in the delivery from private purses and for their own risk. It has also surprised us to the utmost no less than Your Honour that on the parcels of bar silver brought into this Directorate by the ships Visvliet, Langewijk and Scholtenburg, a considerable underweight was again found, for having all reasons to keep ourselves assured that those parcels held their full weight upon receipt here in this country, we could not expect that any, let alone such a notable underweight, would be discovered on them. The difference between the finding at Houglij and at Cassembazaar also sufficiently demonstrates that it must fully have been lacking in the handling by the servants, who, although in good faith, nevertheless through ignorance or inattentiveness to accuracy in We have had extracts delivered from this entire passage regarding the weighing of the bar silver to the Honourable Head Administrator as well as the servants at Kassembazaar, in order to let the renewal of the order to weigh the same bar for bar serve for their information. And we can assure Your Right Honourable that this has constantly been continued without, however, being able to say where it has been lacking, that on the parcels mentioned in the text such extraordinary underweights were observed. The silver that was brought by the ships this year has, both here and at Kassembazaar, as far as it has already been reweighed, been found of full weight. Thus it is truly a riddle where it is lacking now and then. The High Government has also sent us the differences that occurred last year in the reweighing of
Dutch transcription
bewoogen, dog die wij niet kunnen toestemmen met het belang van de Maatschappij te hebben gequa dreert, ten ware UE ons daarvan nadere en voldoende reedenen konden suppediteeren, die wij gaaene zullen verwagten. Wij moeten wijders ook nog remarqueezen met opsigt tot de verzending van Ducatons na deze Directie, dat zo die munt. spetie te Batavia hooger in cours is als in Bengale, en dezelve uit dat rijk met voor. deel na Batavia kan werden. overgebragt, als dan met reeden sm gepresumeert schijnt te mogen: en werden, dat de van Batavia verzonden werdende Ducatons weder aldaar te zrug zullen ko men, terwijl UE. zelve er kennon„ dat die terug koming in diezelve plaats had, zeker tot merkelij he prejuditie van de Comp„e zoude wezen; Dan vermits UE levens De 134 127 De Ducatons worden hier ver mogen en geslaagen tevens zeggen dat het geheel bugten UE. Kennis en vermoedenis, dat de Ducatons van Bengale wederom na Indias hoofd plaat se zouden werden gezonden, en de Ministers in deze Directie bij de beantwoording van het Extract onzer missive van den 25e October 1762. , nopens die gepresumeerde terug zending niets hebben gezegt, zal het ons aangenaam zijn tot na deze elucidatie van d' ontstaa ne bedenking geinformeert te werden op wat gronden moet. sons in Bengale verblijven zonder van daar naar elders te werden vervoert. Wij houden ons wijders vol. daan, over het emploij dat de ministers hebben gemaakt van de gelden, die zij successi velijk van de hoofdplaats heb. ben ontvangen, wans ofschoon treeden smoeten geraffineert en tot Ropij worden vast gesteld dat de duca 10ij nog . voor erden. tavia tons en zelve elij erkel er 712 die 0 ken wij niet dan ongaarne zien, dat de Comp. e in deze Directie bezwaart werden, met de betaling van interest penninge, consideree¬ ren wij egter, dat de Ministers zom wilen genoodzaakt kunnen. zijn penningen te negotieeren en in dat ligt beschouwen wij UWel Edele Hoog Achtbaare zal mede de opgenomene Capita len zekerlijk hier omtrent reets len die onder ultimo December. nader geelucideert wezen door 1763. nog voorsloopen der de memorien van opgenomen waren; dog welke wij vertrou„ en afgelegde Capitaalen wel wen, dat zeedert zullen zijn ke Iaarlijks van hier verzonden afgelost.. worden. De importantie van de Men gebruikt hier in de„ schulden, welke de Comp=e uiterste omzigtigheid en wij kon. nen ons ten dien fine beroepen op diverse Comptoiren bij zon op onze Resolutie van den 26:e der meede in deze Directie Iuni A o pass.o waar bij blijkt dat heeft uitstaande en de scha men twee wrakke Kooplieden dens, die de zelve bij insolventie op de Aanbesteeding voor A:o 1765. der debiteuren niet zelden leijd, geen geld gekiert, maar eenlijk hebben ons te meermalen doen om hun staande te houden, ge-aandringen op de noodzaa„ admitteert heeft uit prive beurserkelijkheid, om op de in vorde en ring 115 123 in de leverantie te hebben. lijke attentie te hebben; wij zien derhalven ook met genoe¬ gen de besluijten welke UEden 29e. Novbr. 1762. en 11en. Augs 1763. op dit respect hebben ge. nomen; En schoon wij niet wil¬ len tegenspreeken, dat de voorzigtigheid zomtijds kan vereijschen, niet voorbarig een groten op het van de wrakken. staat der Kooplieden te man ken, om hen niet in discredes te brengen en daar door zelvs. de hand tot hun verderf te lee¬ nen, blijft het egter ten uiters, ten noodzaakelijk, zo veel. mogelijk agt te geven, op den staat der debiteuren, ten einde in tyde te kunnen neemen toerijkende Messures tot den verhoeding van de schadens die de Compagnie-bij insol¬ ventie der debiteuren zoude kunnen lijden. en voor eige risico een portie ring der schulden alle moge Het e eijd. n ing Wij hebben van deze gansche Het heeft ons mede niet in passager raakende het wegens minder dan UE ten uitersten van het Baarzilver den E Hoofd gesurpreneert dat op de partijen Administrateur zo wel als de bebaarzilver per de scheepen Vis H dienden te Kassembazaar Extrac, vliet, Langewijk en scholtenburg ten laaten afgeeven, ten einde in deze Directie aangebragt, bi zig de renovatie der ordre om het wederom een considerabel minwigs zelve-staaf voor slaaf te wegens is bevonden, want alle reedens v tot naricht te laaten strekken. En hebbende, om ons verzeekert en wij konnen UWel Ed:e Hoog Achibaa, te houden, dat die partyen Re bij den ontfangst hier te lande ze „ra verzeekeren dat daarmede d. steeds is gecontinueerd zonder echter, haar volkomen gewigt hebben „te Bonnen zeggen waaraan het gehouden, konden wij niet ver„ daar „gehapert hebben, dater op de in texte wagten, dat daar op eenig of „vermelde partijen zulke extraor men zwijger een zo naam dinaire minwichten ontwaard waardig minwigt zoude zijn zijn. Het zilver dat dezen Iaare ontdekd, Het verschil tusehen ren per de schepen is aangebragt, is zo. de bevinding te Houglij en te die wel hier als te Kassembazaar, voor Cassembazaar soont ook ge„ zo verre het reets nagewoogen, wig noegzaam aan, dat het moet vol tig bevonden. Dus is het waarlyken hebben gehapert, aan de be, „leede raadzel waar aan het nu en dan handeling der bediendens, die de A manqueert. De Hooge Regeering schoon in de goede trouwo, eg„ heeft ons ook de differentien dier ter door onkunde of onoples. s er voorleeden Iaar bij de naweging tenheid op de accuratesse in van
English
in the weight of the silver by the ships Scholtenburg, Welgelegen, and Schagen, should these occur both at this Main Office and at Kassembazaar, were ordered by the formal rescription of 13 July 1766 to investigate carefully and discover the causes thereof, in order to remove all suspicions that might result from it. And although, as stated, no true or other cause will ever be found concerning this beyond what has already been stated in the successive reports, which are mostly sworn under oath; we nevertheless, in order to dutifully comply with those orders, on the 26th of September last, during the meeting concerning the aforementioned letter, instructed the Head Administrator and the servants of Kassembazaar, under submission and sending of extracts, to serve in this regard beforehand with a report and to provide us with their considerations concerning it. Which reports having then arrived on the 24th of October last, we shall have the honor to transmit the same to Their High Nobilities with our first outgoing advices, and the same are respectfully offered in duplicate to Your Honorable High Mightinesses among the papers of the now repatriating ships the Oranjezaal and the Jonge Samuel, see Register No. 20 and 21. Also transmitted extract. However, since Their High Nobilities have dismissed the Assayer by the aforementioned formal rescription, we shall, if in the future any noteworthy difference in the content of the silver should again be discovered, give orders to lift some bars from that batch and cut pieces from them, which we shall present to Their High Nobilities. could have been misled by the balance and scales or weights. We therefore still recommend in the most emphatic manner the strict observation of the orders that we prescribed in our letters of 24 September 1761 and 13 October 1763 regarding the re-weighing of the silver brought from the Netherlands, while we shall take care that the balances, scales, and weights which the ministers may demand from us are dispatched to this Directorate. Meanwhile, it has given us much reassurance and pleasure that on the parcels of bar silver, some of which were brought to Batavia in the years 1760 and 1761 and the rest in 1763, no noteworthy difference has been found in the weight written on the invoices, while it was confirmed by experience what reason dictates, namely, that when upon the receipt of silver in the Netherlands each bar is weighed separately and its full weight noted, no underweight of any significance can then occur on the entire parcel. We shall therefore also continue in this country with that same manner of weighing, and understand that this shall also be followed in the Indies without deviation from our order. On the other hand, the newly arisen difficulties concerning the claimed and since also stated deficiency in the fineness of the silver brought from the parcels by the ships Scholtenburg and Langewijk appeared very unpleasant to us, and we are not at all satisfied with the conduct of the servants in that matter, who, as the ministers correctly remarked, ought to have lifted at least two or three bars from that parcel and had the required assay taken from them by the Assayer Haghadamius; so that we could have judged with sufficient certainty the true fineness of that silver, and upon finding any deficiency could have conducted the required investigation. But since this was neglected and cannot be repaired, we shall overlook that conduct for this time, in the expectation that, if contrary to presumption any noteworthy difference in the fineness should again be discovered, the servants will conduct themselves according to the orders that have been established in this respect. With regard to the sale of merchandise in this Directorate, we see with regret that the Company's trade is declining more and more, and we fear with you only too well the detrimental consequences that are to be dreaded therefrom for the Company, so as not to be affected by the little prospect of being able to promise ourselves any change for the better in this. We are, however, with you fully assured that this increasing decline in trade is not to be attributed to inattention, lack of zeal, Your Honorable High Mightinesses' favorable and generous way of thinking obliges us to the utmost
Dutch transcription
126 in het gewigt van het zilver perde- van de balance en schaalen schepen scholtenburg en Welgele of gewigten kunnen zijn mis gen en schagen, zoten dezen leyd geworden.. Hoofd Kantoore als te Kassem Wij recommandeeren der burgbazaar, zig komen op te doen halven als nog op het na„ bij de formeele rescriptie vanden drukkelijkste de striete obser„ nig 137 Iuli 1766 gelast de oorzaaken van tier van de ordres, die wij van dien nauwkeurig na te gaan bij onse letteren van 24 en en te ontdekken ten einde alle. September 1761. en 13 en Rispicien die daar uit moesten - October 1763. hebben voorge„ schreeven op het na weegen. resulteeren, weg te neemen. En alhoewel men als gezegt van het zilver, dat uijt Ne„ daaromtrent nimmer de waare derland werd aangebragt, ter of eenige andere Oorzaak ge-,wijl wij zorge zullen dragen, waar zal worden, als reets bij de dat na deze Directie werden successive Rapporten die mee afgezonden de balancen rendeels beëëdigt zijn, is opgegee„ sehaalen en gewigten wel„ te ven; hebben we echter om aan ket de ministers van ons. gen die beveelen schuldplichtig te zullen mogen vorderen. moet voldoen, op den 26. e Septbr jongst. Het heeft ons middeler wijl veel be, leeden onder de besoigne, over gerustheid en genoegen gegeven ,die de voorm: brief beslooten den Eoofd dat op de partijen baarzilver eg. Administrateur en Kassembezaar, waarvan zommige in de Taa„ oples. sche- bedienden onder afgave- en ren 1760 en 1761. en de overige toezending van Extrachte deman in 1763. ter Batavia zijn aan gs, deezen. gebragt. en is n t de en zijn e van 31 deeren, ten dien fine voor af te gebragt, geen naamwaardig te dienen van bericht en ons hun verschil in het bij de factuuren ne consideratien des wegen te sup aangeschreeven gewigt is bevon„ pediteeren. Welke berichten den, terwijl daar door bij de on dan op den 248br: jongstl„n in geko„ dervinding werd bevestigt, het men zijnde, zullen wij d' Eere- gunt de reeden dicteeren, te hebben Haar Hoog Edelens, de weeten, dat wanneer bij den zelve met onze eerste aftegane ontfangst van zilver in advisen toe te zenden, en dezel Nederland ijder staaf af zonder ve worden UWelEdele Hoog lijk werd gewogen, en desselfs Achtbaare- onder de Papieren der volle gewigt inhoud, als dan- thans repatrieerende Schepende op de geheele partij geen min Oranjazaal en de Ionge-Sama wigt van eenig belang kan- el in duplo, met respect aange vallen. Wij zullen derhalven boeden vide Register N=o. 20321. ook hier te- lande-blijven con tinueeren, met diezelve manier van van weegen, en verstaan dat zulx ook in Indien zon„ der afwijking van onze- ordre. zal werden agtervolgh. Daar tegen zijn ons zeer almede Extract toegezonden. lykheeden over het gepreten Dog dewijl Haar Hoog Edelens, deerden, en zedert ook opge- marque en ordre hebben wijde onaangenaam voorgekomen Rassembazaarsche bedienden de op nieuw ontstaane moeije van de bezijden staande re„ bij geevene. 137 133 bij de formeele-reseriptie- voor. geevene mingehalte van het ctuuren meld, den Essaijeur hebben afge-zilver uit de partijen per de bevon schaps, zo zullen wij aldien in schepen scholtenburg en het vervolg weder eenig naam Langewijk aangebragt, en waardig verschil in het gehalle wij zijn gansch niet voldaan van het zilver mogt worden over de behandelingen van ontdekt, ordre stellen om uijt de bediendens in dat stuk, die„ en die partij eenige staven telig, gelijk de ministers te regt heb„ ten, en stukjes daarvan te kap, ben geremarqueert ten mins„ pen die wij Haar Hoog Edelens een twee a drie staven uijt die partij hadden moeten ligten zullen aanbieden. en daarvan door den Edsaijeur Haghadamius de vereischte— proeve-doen neemen; op dat. wij over het waare gehalte van dat zilver met genoegzaame zekerheid hadden kunnen oor„ deelen en bij bevinding van eenig mingehalten daar op het vereischte onderzoek kunnen den, dog zulx verzuijmt, en niet te repareeren zijnde zul„ :len wij die behandeling voor deze reise passeeren, in ver wagting, dat in dien tegen. der. „vermoeden a2 dig on n lven on nier m „ dre zeer. Komen m z op en n oeije vermoeden weder eenig naam. waardig verschil in het gehal„ te mogt werden ontdekt, de be„ diendens zig zullen gedraagen. naar de ordres, die op dit respect. zijn gestelt Met opsigt tot den verkoop van Koopmanschappen in deeze Directie zien wij met lees of wesen, dat 's Comp:s handel hoe langer hoe meerder ten agteren. gaal, en wij apprehendeeren met UE maar alle zeer de na. deelige gevolgen, die daar aen voor de Maatschappij te dugten. zijn, om niet aangedaan ter ge wezen over het weinig vooruit ver zigt, om ons daar inne eenige bes verandering ten goede te Kun nen beloven. Wij zijn egter U Wel Edele Hoog Achtbaare met uE ten vollen verzeekert, de mende- vermindering in den handel, niet is toe te schrijven vol aan in attensie ijverloosheid goedgunstige en genereuse wij dat die meer en meer toene„ de van denken verplicht ons, ten uitersten of :
English
or bad management of the Ministers, but that the cause thereof is principally, if not solely, to be found in the worsening of the times and in the decline of the Company's affairs in Bengal. We also trust that the Ministers will not fail to employ all possible means to revive the languishing trade, and relying upon their zeal and fidelity, we must, as long as we await the so much desired improvement of a favorable and speedy change of times and circumstances, perceive none. And if our vigilance and bounden fidelity can contribute anything to the improvement or revival of the still languishing trade, may Your Right Honourable Lordships be assured that no trouble nor zeal will be spared to hasten the desired and still distant change of times. The usefulness and solidity of this remark is undeniable, and we also constantly direct our attention to satisfy it as well from our side as to continually remind the servants at Patna regarding this point, as was done again recently, on the occasion when they made known to us their grievances concerning the poor sale of the Quicksilver and the vermilion. This alone we hope, that this positive order may allow of an exception in so far that it may not be attributed to any recklessness if, through unforeseen accidents and change of circumstances of the times, no profit, or not as much advance as had previously been imagined, was found afterwards upon this or that merchandise on which at the time it was esteemed profit was gained and could be expected with foundation; besides that it is always good to have on hand all kinds of goods that are for the most part in demand, as well to be able to seize the least glimmer of profit, as to keep the merchants from going to market with others and thus to keep them attached to us. The Tin has since that time, or the 29th of October 1764 until the ultimo of August 1766, been sold in parcels both here and at Patna, with such advances as can be seen more fully in a separate note, drawn from the successive returns and transmitted in duplicate among the papers of the currently repatriating ships, to which we take the liberty to refer. But regarding the Kapok, it has been impossible to come off without loss. The High Government having instructed us by their letter of the 5th of June 1764 to dispose of the same, if possible, for the purchase price, and if that did not succeed, as well as one could; the same was put up for auction on the 29th of October 1764 at the sale held on that day, and the whole parcel sold with a loss of barely 21½ per cent. From our last year's advices to Their High Mightinesses, which have been sent in copy to Your Right Honourable Lordships, it will have already appeared to the High Government that the Japan bar copper brought in in the year 1764/5 was sold out of hand by the first undersigned partly at 175 and partly at 165 per cent advance, which Their High Mightinesses have been pleased to approve in the formal reply. To the adjacent question we can report that the Swedish copper cannot be employed here in the same manner as the Japan, because the natives need that metal entirely. But for that, not only is a faithful vigilance required, coupled with grounded knowledge, to make a useful employment of all occurring opportunities, but it is also above all necessary that, both in the formulating and in the fulfilling of the demands of this Directorate, it be observed with redoubled attention that no goods are requested or sent hither except those which one can expect on good grounds will find an advantageous sale there, since it is indisputable, as we have noted repeatedly and lately to you, that the dragging back and forth of unwanted goods produces nothing but loss. We shall however again have to console ourselves with the return of the parcel of 24185 lb of Coffee beans from Mauritius which, according to the Ministers' writing of the 10th of December 1763, was shipped unsolicited to this Directorate and, being entirely unsaleable, had to be sent back from there, whereby notoriously a loss was caused which would not have occurred had that parcel been brought under the returns for these lands. How it will furthermore end with the parcel of 86000 lb of Tin retained there, time will have to show, but for the present there appears little likelihood that the Ministers will be able to dispose of that parcel with profit. We can have no better expectation of the 764 bales of Cotton which you have sent to this Directorate, since according to the Ministers' latest advices those goods could not even be sold for the purchase price, but of which you surely will have had no knowledge at the time of dispatch. Concerning the reduced sale of Japan bar copper both in this Directorate and at other Company offices, and concerning the means which you judged ought to serve against it, we have explained ourselves repeatedly in previous letters, and on that occasion requested information whether Swedish copper can be employed just as the Japan copper for the uses for which the natives require it.
Dutch transcription
138 135 of quaade directie van den Ministers, maar dat de oor„ zaak daarvan voornamen. lijk, zo niet alleen te vinden zy in de verergering der tijden en in de veragtering van 's Comp. s zaaken in Bengale Wij vertrouwen ook dat den zn in dien tot de verbeetering of op beuring van den nog al- Ministers niet zullen verzuij. quijnende handel onze vigilan men alle mogelijke midde„ tie en schuldige trouw iets kan len in het werk te stellen, om contribueeren gelieven U Wel Ed. e den quijnenden handel- op te Hoog Achb: verzekert te zijne beuren, en ons op hunne ijver dat 'er geen moeijte nog ijver ge-entrouw verlasende, moeten gten spaart zal worden om de zo lang wij de zo zeer gewenschte verbe„ gewenschte en nog verre afzijn, tering van eene gunstige en verandering van tijden haasste spoedige verandering der tij„ den en omstandigheden nige bespeuren afwagten Dog daartoe werd niet al De nuttigheid en soliditeit leen vereischt eene trouwher. dezer aanmerking is onweder spreekelijk, en wij vestigen ook tige vigilantie gepaart met sleeds onze aandacht om daar gegronde Kennis, om van al. aan zo wel van onze zijde te le voorkomende gelegenhee„ voldoen als de bediendens te den eennuttig gebruikte Pattena maaken leet. hoe en na. ris in. den. en heid Pattena bij continuatie het nodige maaken, maar het is ook voor 20 omtrent dispoint te herinneren alnodig, dat zo wel in het for gelijk nog jongst, bij gelegenheid, meeren als in het voldoen der dat zij ons over den slegten aftrek Eischen van deze Directie met van het Ruik en de vermillioen verdubbelde attentie werde ge„ hunne bezwaarnis te kennen ga„ let, dat geene goederen werde gevraagt of dezwaards werden ven, bij reileratie geschied is. gezonden, als de geene die men Dit alleen hoopen wij dat de op goede gronden kan verwagten ze positive- ordre in zo verre aldaar een voordeelig de bies te- zijn uitzondering kan veelen, zullen vinden, dewijl ontegen dat het aan geen roekeloosheid zeggelijk is, gelijk wij te meer w mag worden toegeschreeven, bij maalen, en UE laast hebben ge aldien door onvoorziene toeval, aangemerkt, dat het over en der ten en verandering van tijds weder sleepen van ongewilde goederen niet dan schade komt omstandigheeden, op deze of te geeven. Wij zullen ons egter geene Koopmanschappen waar op ten tijde dat men die asch al weder moeten getroosen, te, voordeel behaald en met zon de terug zending van de partij dament verwacht kon worden, van 24185 lb Coffijboonen m na dato geen ofr zo veel advans van Mauribius die volgens acht niet gevonden wierd, als men zig der Ministers schrijvens van bevoorens had voorgestelt, buijten 10„e xbr 1763 ongeeischt na de- dat het altoos goed is, aller hande ze Directie is afgescheepten be waaren, die 't meesten tijd, gewilt die als ten eenemaal inven zijn dibel . 137 zijn, aan handen te hebben, zo dibel weder van daar te zug heeft rom het minste-flikker van voor moeten werden gezonden waar =deel te kunnen waarneemen, als door notoirlijk werd veroorzaakt om de Kooplieden aftehouden bij een schaade, die niet zoude zijn anderen te markt te gaan enze gevallen, indien die partij was „dus aan ons verknogt te houden gebragt onder de retouren voor deze landen Het Thin is zedert die tyd, ofte Hoedanig het voorts met de den 29=e 8br. 1764. tot ult„o Aug:s 1766, aldaar aangehouden parthij zo hier als te Pattena, bij partijen Thin van 86000 lb eindelijk verkocht, met zodanige advan zal afloopen, zal de tyd moe„ ces als bij eene aparte Nositien, ten leeren dog daar schijnt im„ uit de successive Rendementen-mers voor eerst weinig apparen: getrokken, en onder de papierensie te zijn, dat de Ministers der thans repatrieerende schepen die partij met voordeel— in duplo overgaande, breeder zullen kunnen van de te zien is waaraan wij de vrij, handzetten. heid gebruiken ons te refecee„ men om Dog van de Kapokis heton. geene betere verwag„ mogelijk geweest omer schadeloos-ling kunnen wij hebben afte komen. De Hooge Regeering van de 764 balen Catoen g'eerde ons bij haare letderen van den 5„e die UE na deze Directie Iuni 1764. aangeschreeven heb, hebben gezonden alzo vol„ bende, dezelve des doenlijk voor gens der Ministers laaste het. advijsen de den agten n er n en ren n en P het inkoops kostende, en dat advijsen die waaren zelfs niet en niet lukkende, zo goed men voor het inkoops Kostende ge konde van de hand te zetten; is konde werden verkogt, dog de dezelve den 29:e 8br: 1764. bij de waarvan UE ten tijde der l va ten dien dage gehoudene ven. verzending zeekerlijk geen h dulie opgeveilt en de gansche kennis zullen hebben me ve partij verkocht met een verlies gehad. van 21½ pro Cento schaars Bij onse voorjaarige advisen aan. 2. Haar Hoog Edelens, welke U WelEd:e Hoog debies van Iapans slaag no 2 Achtb:, in Copia zijn toegezonden zal Koper zo in deeze Direc d' Hoog dezelve bereeds gebleeken zijn hier als op andere Komp in in dat het in A„o 176 4/5 aangebragte Ia. toiren, en over de midde per a pans slaaf Koper, door den Eerste len die UE oordeeldens der te ondergetekende gedeeltelijk met daar tegen te zullen die on 175 en gedeeltelijk met 165 prC:t advansnen, hebben wij ons bij g. uit de hand verkocht is, en het wel voorige brieven een e wke Haar Hoog Edelheedens bij de en andermaal g'expli te formeele- rescriptie hebben gelieceert en bij die gelegen R heid in formatie- gevraag d.ven te- approbeeren. va ofr het Zweedsegaal als het Op de nevenstaande vraag N2 n konnen wij berichten dat het Iapans Koper kan werden b. Zweeds Koper alhier niet op die g'emploijeert tot de gebraad de wijs kan g'emploijeert worden, ken waartoe de inlands ein w als het Iapans, dewijl de inlanders dat met aal nodig hebben Over het verminderde en het he
English
mixing the Swedish with the Japanese and thus making a composition of it, although the latter is always preferred by them and the former is not so uncommonly sought after. Nevertheless, if Your Right Honourable worships thought it well, a test might indeed be made with a small third parcel; although it would notoriously cause a reduction in the price of the Japanese copper if the import of the other were to meet with any success; besides which, no fixed price can be counted upon for the same, since foreign nations bring it in now in large and then again in small parcels. The last parcel was sold here at public auction on the 29th of October 1764 for 41:9:6 florins light money per 100 lb, which yielded an advance of well over 185 3/4 percent. Herewith was also continued and thereupon our remark has also fallen under this Directorate, for if the Swedish copper is in use of equal quality to the Japanese, one would, with the continued supply of the former sort, have to set the selling price of the Japanese in proportion to that for which the second was disposed of. Whether Bengal is the best market for the sale of pepper does not appear from the ministers' advices to be beyond all doubt, on which account we completely approve that you the ministers have ordered in this Directorate to send with the return ships to the Netherlands all the pepper that could not be sold there for up to 50 florins the 100 lb. We are furthermore well pleased with the order the ministers have established, that what is recorded in the public auctions for copper shall also be taken as such, and we especially approve their decision with respect to the parcel of 100100 lb of old Persian copperware, which they had neglected to report at the previous sale, while we are not at all pleased with the frivolous and even reprehensible excuses with which the Head Administrator Isinck, the Merchant Lafond, and the Junior Merchant de Wys have attempted to excuse their negligence. In order to contribute everything possible on our part to reduce the oppressive burdens, we have, on the consideration proposed to us by the High Government in the formal Rescript, whether the conveyance of opium and saltpetre could not take place somewhat less expensively than in the years 1764 and 1764/5, because the account of charges on Patna returns in the last-mentioned book year had amounted to 59533:10 florins or 19565:5:8 florins more than in the previous one and indeed 36382:10 florins higher than in the year 1761/2, resolved upon the departure of vessels to Patna to order the officers or subordinates who shall escort the same, as well as to write to the servants at Cossimbazar and Patna for their guidance, that henceforth nothing may be handed over to any guard post, but if the vessels in the Moorsheedabad Brook or above Cossimbazar should be detained for this or that expenditure, the one who has authority over the same shall then be obliged to inform the servants to whom he finds himself nearest, in order to effect the release free of cost and damage according to the sanad recently granted by the Nawab, while those of Patna are recommended duly to pre-warn the officers or others of this upon their departure from above. And we heartily wish that these our devised and already implemented measures may have the intended effect and also the good fortune of meeting with Your Right Honourable worships' approval. The disadvantageous showing of the balance sheet of this office in 1761/2 due to a notable decline in comparison with the previous closing, we have also regarded with regret; but since that decline arises from the lesser profits achieved, the cause of which is to be attributed neither to neglect nor to bad management, and that against this the burdens have amounted to a handsome sum less than in the previous year, we must endure this decline of this office, however unpleasant it may be, in the hope that times may soon change for the better. We have furthermore read with much pleasure the considerations of the Ordinary Councillor van Riemsdijk concerning the means that might yet serve to improve the decayed state of this Directorate; and have seen with no less satisfaction the willingness of the ministers to put into execution immediately with good deliberation that which
Dutch transcription
140 133 het zweeds met het Iapans ver. en daar op is ook onder deze mengen en 'er dus een composi Directie onze remarque ge= tie van maken schoon het vallen, want indien het zweeds laaste altoos bij hen geprefe„ Koper in het gebruik is van geen reert en het eerste zo buitenge, eguale deugd als het Iapans. bben , meen niet gezogt word. Nochtans zoude men bij de aanhouden zouer indien U Wel Ed„e Hoog Achtb: de aanvoer van het eerste het goed vonden met een klijn zoort de verkoops prijs van het derde partijtje wel eens een proefge Japans moeten stellen in nomen konnen worden; hoewel even reedigheid met die waar ag het notoir eene vermindering voor het zweede werd van de in de prijs van het Iapansko „ hand gezet. . per zou veroorzaaken bij aldien dde den in voer van het andere eenige opgang hadde; buiten en die behalven dat'er op geen vaste prijo van het zelve is te ree„ kenen, dewijl de vreemde Nadien het dan eens in groote bij en dan weder bij kleine partijen aanbrengen. De laaste partij is hier ver„ of Bengale de beste marks. kocht bij publieke vendutie wel is voor den verkoop van van den 29e 8br: 1764. voor Peper; schijns uit der Minis„ he werden ƒ 41:9: 6. r=m de 100 lb, dat een ters advijsen niet te zijn buij„ gebra advans uitmaakte van 185¾ pC=o ten alle bedenking, alwaar omme wij volkomen appro. beeren dat UE de Ministers lando ruim. in niet 9 hebben Hier bij werd ook geconsinueerd in deeze Directie hebben ge¬ last met de retour Scheepen na Nederland te zenden al¬ de Peper, die aldaar tot geen ƒ 50 d' 100 lb konde werden verkogpt: Wij laaten ons wijders wel gevallen de ordre die de Minis ters hebben gestelt, dat in de v publicque vendatien voor Ko„ n per te boekstaat ook daar voor in zal werden gehouden, en appri ges beeren in het bijzonder hunne v dispositie met opzicht sesde„ partij van 100100 lb oude per„ siaanse Koperwerken, die bij de voorgaande verkooping ver zuijmt waren op te geeven, so wijl wij gants niet zijn gestigt over de frivoole, en zelvs repre chabele uitvlugten, waar mede de Hoofd Adminiss leur Isinck, de Koopman 12 Lafond, en de Onder Koopm te de Wys hebben getragt hunne ag te da loosheitse verschoonen. De 141 141 De nadeelige Vertooning om alles wat mogelijk is van onze kant tot vermindering der der staat Reekening van drukkende lasten bij te bren, dit Comptoir in 176½ door gen, hebben wij op de door de een merkelijke veragtering den verkogt. Hooge Regeering, bij de formee, in comparatie van het rswel. le Rescriptie, ons voorgev. voorige- slot, hebben wij ook stelde consideratie, of den aan met leedwezen beschouwt, voer van Afioen en salpeter dan nadien die veragte„ voor Vd¬ niet wat min Vestbaarder als ring voorkomt uit de min daarvoor in A o 1764 en 176 4/5 zou konnen deze- behaalde- winsten en april geschieden dewijl de reekening waarvan de oorzaak nog hunne van ongelden op Pattenasche, aan verzuim, nog aan de. retouren in het laast gem: boek quaade- directie- is toe per„ jaar ƒ59533„10 of ƒ 19565„5„8, te schrijven, en dat daar bij de meer als in het voorige en wel tegens de- lasten een fraije ver. ƒ36382.„ 10. hoger als in A. o 176½. som minder als in het voo„ n10 had beloopen, geresolveert, bij zige Jaar hebben bedragen tigh het vertrek van vaartuigen moeten wij die veragte repri naar Pattena, de officieren ring van dit Comptoir waar of mindere die dezelve zullen hoe onaangenaam die- komen te escorteeren, te ordon, ook zij; ons getroosten, in neeren mitsgaders de bediend. s hoop dat de tijden spoe- koopm te Kassembazaar en Pattenedig ten goede mogen ver eag ter nazicht aanteschrijven anderen. dat voortaan aan geen in den de Minis ss to't geen eene ge. n nal n lv eene wagtplaats iets zal mogen worden afgegeeven, maar zo de vaartuijgen in de Morsiasche- Spruit of boven Kassem bazaar, om deze of geene spendatien mogten worden aange„ houden als dan de geene die het gezag over dezelve heeft ver plicht zal zijn, de bediendens waar bij hij zig het naas t bevond daarvan Kennis te geven, om volgens de onlangs door den Nawab verleende senned, de largatie Kost - en schadeloos te bewerken terwijl die van Pattena gerecommandeert zijn, om de Officieren of andere, bij hun vertrek van bovens„ mede hier van behoorlijk te preadverteeren. En wij wenschen van harten dat deze onze beraamde en bereets in het werk gestelde messures het bedoelde effect en levens het gelukmo„ gen hebben van U Wel Ed„e Hoog Achtb: approbatie te zijn. Wij hebben voorts met veel had genoegen geleezen de conside„ Pa ratien van de Raad Ordina, den ris van Riemsdijk over de 400 middelen, die nog zouden kan„ te nen dienen tot verbetering van den vervallen staat dezer Directie; En hebben met geen ov minder voldoening gezien de bereidwilligheid der minis b ters om met goed overleg ter vo stond werkstellig te maaken den 10
English
the means which they deemed could be fruitfully practiced to achieve the intended purpose, and which we may reasonably expect will contribute somewhat to the reduction of the burdens of this Directorate, while we shall furthermore await your disposition on the considerations which the Ministers, not without reason, have made concerning the means proposed in the said memorandum to counter the excesses taking place in the reporting of boat freights and coolie wages, since it is only too true that in these times the oath does not carry equal weight with all people. Their High Indulgences, by the formal rescript of the 14th of August 1765, have ordered this Ministry that, instead of what was provisionally granted the year before for coolie wages, namely, for the Warehouse Masters at Hoeglisoo, the First in the Cloth Hall 400 and the Warehouse Master at Kassembazaar also 400 Rupees per month, they shall cause those same officials to submit each month a specific account of their true expenditures and to have the same sworn once a year with this clause: that what they have charged for incidental expenses was truly spent, and that in that respect they have acted in such manner as they would have been able to do in their own affairs, while enjoying the previously granted five per cent, and that payment might also proceed thereafter. And which arrangement would likewise apply to the Master of Equipage, who in like manner had to take the oath for the reported boat freights, vessels, etc., likewise enjoying the usual five per cent. Whereafter one now regulates oneself, and pursuant to which henceforth yearly by the end of August the required oath will be duly administered. Under the section of ships and vessels we have found nothing to remark, and we are satisfied with the disposition of the Ministers regarding the dispatch of the return ships, considering that for lack of sufficient cargo they have not been able to send more ships in return to us, however gladly we would otherwise have seen this. And although according to the Ministers' letters to us of the 10th of January 1764, upon the departure of the ship Vlissingen so many linens were still received daily that easily a good cargo could have been made ready by mid-February, and the lying over of those goods is certainly disadvantageous, they have nonetheless acted most prudently in not deviating from the order fixing the latest time when the return ships may depart, since we, without having obtained further and better information in this regard, must still maintain that the determined time is the most suitable for the departure of those ships, and we therefore also prefer to endure the disadvantage arising from the holding over of those goods rather than to expose such richly laden vessels as the Bengal return ships ought to be, and indeed have been for the past 2 to 3 years, to the danger to which they are subjected upon a later departure from the Ganges on their voyage to the Cape of Good Hope, of which among others the ships Pademaker and Sloterdijk presumably serve as a further yet painful proof. For this reason, during the consultation held concerning the papers received this year from the main settlement, namely on the 26th of December last, we also had to decide to bring to the attention of Their High Indulgences the absolute impossibility of dispatching five return ships at the appointed time. For even if by an opulent delivery of linens, which for the present still appears distant, so many goods should come in that one could give five ships a complete cargo, it would nevertheless hardly be feasible to dispatch a fifth ship before the end of January or in the beginning of February, since the English, who are now absolute masters, themselves see no chance of dispatching their last ships before February and even in the beginning of March; and that solely because the last goods often still arrive around the time established as the ordinary departure day of our ships. However much the fine of 2 months' pay to which the Pilot Cadaij was sentenced also appeared to us to be a slight correction for his misconduct in comparison with the detrimental consequences resulting therefrom for the Company, and in consideration
Dutch transcription
142 143 de middelen die zij oordeelden ter bereiking van het bedoelde oogmerk met vrugt gepracti¬ seert te kunnen werden, en die wij met reeden mogen verwag. ten nog al iets te zullen con tribueeren tot vermindering vande lasten dezer Directie Haar HoogEdelens hebben bij terwijl wij voorts zullen af. de formeele rescriptie van den wagten UE dispositie op de be„ 14e. Augs. 1765 dit Ministerie den Ringen, die de Ministers geordonneert, om in stede van niet zonder grond hebben ge„ het geen men 's Iaars bevoorens maakt over de middelen die provisioneel voor Coelij loonen bij gedagte memorie- zijn voor. veel had toegelegt, te weeten, voor de geslagen, om tegen te gaan onside. Pakhuijs meesters te Hoeglisoo, de excessen die in het op bren„ dina, den Eersten in de Kleedezaal gen der barkvragten en Coelij de. 400 - en den Pakhuijs meester loonen plaats hebben, alzo. den kan te Kassembazaar ook 400 Ro„ maar altewaar is, dat de Eed. ering pijen 's maands door diezelve in deze tijden bij alle lieden „eens aat dezer bediendens „ in de maand te doen niet even zwaar weegt„ geen. overgeven een specifikereekening zien van haare waare uitgaaven en dezelve eens 's Iaars te laten mino beëdigen met deze Clausule dat het door hen opgebrachte ter voor de ongelden waarlijk uitgegeven is, en dat zij daar omtrent in leg aaken diervoegen hem e en chen. werk 12mo. in w de diervoegen zijn de werk gegaan, als zij in haare eige zaaken zonden„ hebben konnen doen, onder het genot der hen bevoorens toege, staane vijf ten hondert en dat de voldoening daarna, ook voort gang zou mogen neemen. En welke schikking mede plaats zou vinden omtrent den Equipagemeester, die op gelijke wijs voor de opgebragte barcq vragten vaartuigen etc=a den Eed. moest presteeren, ins gelijk onder genot der gewoone vijff „ ook pro Cento. Waarna men zig dan „ reguleert, en in gevolge van het welke voort aan 's Iaarlijx onder ultimo Augustus den gere. quireerden Eed behoorlyk zal worden afgelegt. Onder het hoofdeel van schee 00 pen en vaartuigen hebben wij niets te remarqueeren gevon„ den, en wij laaten ons welge vallen de dispositie van de„ Ministers op de depeche-der Scheepen retour, considereeren lij de dat zij bij gebrek van genoeg vijf zaame lading niet vermogens pa zijn geweest meerder scheepen brev in retour aan ons te zenden op hoe gaarnen, wij zulx ook an„ ders zouden gezien hebben, En ag al hoewel volgens der Ministers letderen e 2 10 143 145 letteren aan ons van den 10e. Iannuarij 1764. bij het vertrek van het Schip Vlissingen dage. lijk nog zo veele Lijwaaten wierden ontvangen, dat ge¬ makkelijk een goed Carguasoen tegen medio Februari in gereed heid zoude hebben kunnen wer¬ den gebragt, en het blijven leg. gen van die goederen zekerlijk om deeze reeden hebben wij nadeelig is, hebben zij egter voor van schee ook onder de gehoudene besoigne zigtigst gehandelt niet afte over de in dit Iaar van de hoofd wijken van de ordre waarbij gevon, plaats ontvangene papieren bepaalt is de tijd, wanneer de re„ ofte den 26:e xbr: jongstleeden tour scheepen uiterlijk zullen welgen wel moeten besluiten Haar Hoog mogen vertrekken, dewijl wij van de der. Edelens, de volstrekte onmoge. zonder dezen aangaande„ lijkheid in het verzenden van nadeel en betere informatien ezeeren genoeg vijf retour scheepen op den be. te hebben bekomen als nog moe„ mogens paalden tyd onder hetoogte, ten vast stellen, dat die bepaal„ heepen brengen. Wantzo er door een de tijd de geschiktste is voor= opulenten aanbreng van Lij. het vertrek dier scheepen, en den ook an. waaten, dat voor eerst nog ver wij derhalven ons ookliever bben, En afscheind, alzo veel goed ins willen getroosten het nadeel. ministers mogt komen, dat men vijf sche, dat uit het overleggen van die ch ben wij pen goederen en o 00 voors. laats s ff ge van gere. en. zouden deren pen een compleese-Lading kon goederen ontstaat, aan zulke ingeven, zou het echter niet rijk geladene bodems als de wel doenlijk zijn een vijfde schip Bengaalssche retour scheepen d. eer als in het laast van Iannuari behooren te zijn, en zedert 2a3. of in het begin van Februari, af Jaaren ook met 'er daad zijn ge„ te vaardigen, dewijl de Engel weest, te doen loopen het gevaar. schen die thans volstrekt meester waar aan dezelve bij een later zijn zelve geen kans zien hunne vertrek uit de ganges op hunne laaste schepen eer als in Februarireize na Cabo de goede Hoop en zelfs in het begin van maart zijn bloot gestelt, en waarvan te depecheeren; en dat alleen door onder ander de scheepen Pa gdien de laatste goederen tegende de maker en sloterdijk presum „tijd, dat de ordinaire vertrekdag tivelijk tot een nader dog smer g van onze schepen is vastgestelt, telijk bewijs verstrekkend. veeltijds nog binnen komend. Hoe zeer de boete van 2. maanden gaga, waar in den Loots. Cadaij is verweesen me„ de aan ons is voorgekomen te zijn een geringe correctie wegens zijn wangedrag in vergelijking van de nadeeli„ ge gevolgen die daaruit voor de maatschappij zijn tie geresulteerd en in aan mer king 11 9
English
144 1447 acknowledgment of the necessity of keeping the pilots to their duty, we shall nevertheless acquiesce in that disposition, as Director Taillardert has given too many proofs of his particular attention to matters of such importance for us not to rest assured that he has handled this case with that same attention. Upon examination of the report of the delivered cargoes, we noticed with surprise the deficit of 104 fathoms on 6 heavy cables and 30 fathoms on 5 pieces of rigging, brought here from there by the ship Oosterbeek, and we would have wished that the ministers had stated the finding of the weight of those cables, so that we could have investigated with greater effect here in this country whether that found deficit in length is to be attributed to an abusive declaration or to some other cause; and in the future, if contrary to expectation any noteworthy deficit in the length of the cables should again be discovered, the weight thereof must also be given. Extracts of this, and of Her High Mightinesses' respected letter of 29 July last, whereby the same is also positively ordered for the future, have been handed to the Chief Administrator and the Master of Equippage, the first as incumbent with drawing up the findings of the delivered cargoes, and the other as Administrator of the equippage goods; in order to serve as instruction conforming to our aforementioned resolution of 26 September, and the case thus existing of heavy cables, to cut off one fathom and then weigh it, and calculate the weight of the entire cable based thereon, in which manner all kinds of ropes will also be dealt with in the future that cannot be weighed in any other way or entirely. We are further willing to concede that thefts from the cargoes between the shore and shipboard can hardly be prevented entirely, because of the frequent opportunities that seem to present themselves for committing the same, 145 1243 yet since, according to the ministers' advices, it is certain that the carelessness and not seldom the misconduct of the Company's servants who are employed to bring the goods on board are often the causes that those thefts can be committed, it is utterly necessary that this be provided against with redoubled vigilance, that the commanders of the vessels who might have made themselves guilty of drunkenness or other excesses be strictly punished on that account, regardless of whether at that time no thefts of Company goods might have been committed. In case of necessity, this order will be strictly observed. Among the treatment of native affairs, we have seen with much regret the vexations, extortions, and further difficulties that the Company has once again had to undergo in its trade, and to which it remains continuously exposed by reason of the state of affairs in that realm. We nevertheless take complete satisfaction in the direction that the ministers have maintained in the handling of the matters that have occurred, and we recommend that the present Director follow that course to the best of his ability, while for the rest we must leave it to Your Honour's and the ministers' prudence and care to make useful use of the opportunities that might sometimes present themselves for the restoration of our rights and privileges, since we cannot foresee the cases that might arise, and we therefore cannot give any positive order concerning them. And regarding the adjacent recommendation, we take the liberty to refer to our secret letter dispatched on 22 August 1766 to Batavia, in which are extensively described the ways and means that the Director has employed, partly with success, for a restoration of affairs concerning the trade of the Company in general and its prerogatives and privileges in particular. 146 151 Considering the occurrence with the French and English nations as previously communicated, and adhering to what we stated in our general rescript of 10 October of last year regarding the inspection of Company ships by the English to discover whether any subjects of His Britannic Majesty are found therein, we cannot refrain from expressing on this occasion our satisfaction with the resolute conduct of the chief mate of the ship Scholtenburg, Andries Laurens, and of the master of the ship Visvlies, Jacob Box, in the encounters they respectively had with the officers of some English ships; against which, however, we have seen not without displeasure the cowardly submission of the captain of the ship Lekkerlast, Adriaan de Graaf, to the pleasure of the English, which we therefore also reject with indignation, fully approving the representations made regarding that case by Director Taillardert to the English Commander Tinker. We trust meanwhile that upon our complaints to His Britannic Majesty about such treatment, such orders will be given to the officers of His Majesty's ships that the Company's ships will henceforth be exempt from all such encounters, flattering ourselves at the same time that by the resolute Since the departure of said Commander Tinker no King's ships having appeared in the Ganges, no harassment has been suffered in the inspection of those of the Company.
Dutch transcription
144 1447 king van de noodzaakelijkheid om de lootsen tot hun pligt te houden, zullen wij echter in dier dispositie berusten, ter wijl de Heer Directeur Tailla dert te veel blijken heeft gege¬ ven van zijne bij zondera at. tentie op zaaken van dat aanbelang, om ons niet gerast te stellen dat hij ook dit geval met die zelve attentie heef be. handels. Bij examen van het rap. port van de uitgeleeverde La„ dingen hebben wij met be¬ vreemding gezien de te kors Koming van 104 vadems op 6 zwaare touwen en 30 vadems op 5 stukken want, met het Schip Oosterbeek van hier aan Hier van en uit Haar Hoog gebracht, en wij hadden wel van den 29. e Iuli E: a: waarbij hadden opgegeeven de bevin„ zulx voor het vervolg mede posi. ding van het gewigt dier touwen tie geordonneert word zijnden E. ten einde wij met meerder Edelens gerespecteerde Missive gewenscht dat de Ministers Hoofd effect zulke als den heep er 2a3. inge aar. ter. nne. van Paa. sum mer g en. 2. den me. deeli. zijn mer ing 2 19 en Hoofd Administrateur en Equo effect hier te lande hadden kan„ pagemeester Extracten ter hand nen nagaan of die bevonden gesteld, de eerste als incambee, minderheid der lengte aan een e rende het opmaken der Bevin abasive opgaaven, dan wel aan „dingen van de uitgeleeverde La eenige andere oorzaake toe „dingen en de andere als Admi te schryven zij, zullende in 't ver nistrateur van de Equipager volg wanneer tegen verwagting goederen; ten einde conform weder eenige naamwaardige ons voorm: besluit van den minderheid in de lengte der 2 b. o 7br. zig het geordonneerde ter touwen mogt werden ontdekt, naricht te laaten strekken, en het gewigt van dezelve ook het geval zo exsteerende van de moeten worden opgegeeven zwaare Touwen een vadem af te kappen en dan te wegen en dan het gewigt van het gansche Touw. daar op te bereekenen in welker voegen dan in den aanstaan„ de ook gehandelt zal werden met alle soorten van Touwen, die op geen andere-wijs, of geheel zijn na te weegen Wij willen voorts wel toestem¬ men, dat de dieveryen aan de ladingen tuschen de wal en Scheepsboord, beswaarlijk in het geheel te beletten zijn, om de veelvuldige geleegenheeden die tot het pleegen van dezelve schijnen 2 Kel acht 145 1243 acht neemen schijnen te zijn, dan dewijl ech¬ ter volgens der Ministers advisen zeeker is, dat de onagtsaamheid, en niet zelden het quaad gedrag van 's Comp„s dienaaren die tot het brengen aan boord van den goederen werden gebruikt veel tijds de oorzaaken zijn, dat die dieverijen kunnen werden- ge¬ pleegt, is het ten uittersten nodig dat daar tegen met verdubbelde Men zal in cas van noodzaa, waakzaamheid werde voorzien, kelijkheid, deze ordre stipt in dat de gezaghebbers op de vaartui„ gen welke zig aandronken„ schap of andere buiten spoorig heeden mogten hebben schuldig gemaakt derwegens met rigueur weeden gestraft, onaangezien ook ter dier tijd geene dieveryen aan 's Comps goederen mogte„ zijn gepleegt. onder de verhandeling der Inlandsche zaaken hebben. wij met veel leed wezen gezien, de vexatien extorsien, en verdere moeijelijkheeden moeijelijkheeden, die de Maal schappij in haaren handel al. weeder heeft moeten ondergaan: en waar aan zij uit hoofde van den toestand der zaaken in dat rijk bij continuatie blijft bloot gestelt. Wij neemen niet te min En omtrend de nevenstaande. recommandatie neemen wij de volkomen genoegen in de di g vryheid ons te refereeren aan onze rectie, welke de ministers in op den 22. e Aug. s 1766 naar Bata. de behandeling der voorgekomen e vier afgegaane secreete missive, zaaken hebben gehouden en waar bij breedvoerig beschreeven staat recommandeeren den praesen„ g de middelen en wegen, die de ten Directeur, dat voetspoor „Directeur, gedeeltelijk met succes, naar vermogen te volgen, ter e in het werk heeft gesteld, tot eene wijl wij voor het overige aan „herstelling van zaaken, den han UE. en der Ministers prudensie „del van de Maatschappij in het en zorge moeten overlaten t generaal en haare voorrechtend om van de geleegenheeden, e en privilegien in het bijzondere die zig somwijlen mogten aan bieden tot herstelling onzer rech„ „concerneerende. ten en voorrechten een nuttig gebruijk te maaken, nademaal. wij niet kunnen voorzien de gevallen, die zouden kunnen exsteeren 146 151 exsteeren, en wij derhalven daar omtrend ook geene positive ordre kunnen geeven. Het voorgevallene met de Fransche en Engelsche Natien voor bedeelde houdende en ons gedraagende aan het guns wij bij onze generaale rescriptie— van 10„e 8br: des voorleeden Iaars hebben gezegt nopens de visita tie van 's Comp s Scheepen door. de Engelschen ter ontdekding of daarinne eenige onderda. nen van zijne Groot britf an¬ nische Majesteit worden gevon den, mogen wij niet afzijn ook bij deze gelegenheid ons genoegen te betuigen over het cordaal ge= drag van den opperstuurman van 't Schip Scholtenburg An dries Laurens en van den Schip per van het Schip Visvlies Jacob. Box in de ontmoeding die zij respectivelijk hebben gehad met de Officieren van eenige In gelsche in men sen ter. an ie rech¬ en gelsche Scheepen, dog waarte¬ gen wij niet zonder misnoegen hebben gezien de lafhartige onderwerping van den Capt tain van het schip Lekker last, Adriaan de Graaf aan het welbehagen der Engelschen het gunt wij dierhalven ook met verontwaardiging afkeu¬ zen, volkomen approbeerende de verloogen, die de Directeur Taillegert over dat geval aan den Engelschen Commandeur Tinker heeft gedaan; Wij ver¬ zeedert het vertrek van gem: Com„trouwen intuschen dat op onse „mandeur Tinker geen Konings Klagten aan zijn Groot Bris scheepen in de Ganges verschee tannische Majesteit over nen zijnde, heeft men ook geen diergelijke behandelingen zo„ overlast in het visiteeren van danige ordres aan de officie die van de Compagnie geleeden ren van zijne Majesteits sche„ pen zullen werden gegeven dat 's Comp„s scheepen in 't ver volg voor al zulke ons moetin„ gen zullen zijn bevrijd, ons. een teffens flatteerende, dat door de cordaaten
English
cordial and prudent execution of the established orders for the prevention of all violence, the commanders of the English Company ships will be restrained from causing any further nuisance or violence to the ships of the Dutch Company. We further hope that the repeated and emphatic recommendations which the Directors of the English East India Company recently made again in their aforementioned letter to their ministers in Bengal will have such a good effect that between the ministers and the servants of the two Companies, a good and at the same time fair understanding may take place and be preserved, which is so highly necessary for the interest of both Companies as well as for the general interest, and is also most earnestly wished for by us; so that subsequently the unfounded notions may also be removed which several officers of His Britannic Majesty's ships have had, and which seem already to have been believed far too long by their subordinates and others, of an impending breach of the peace between this Republic and the Kingdom of Great Britain, since there is not the slightest reason to expect such a misfortune, as His Britannic Majesty has on the contrary recently given the most powerful assurances of his continuous friendship and goodwill for this State, and of His Majesty's immutable intention to prevent and forestall the Dutch Company being injured or in any way curtailed in its acquired privileges by the subjects of His said Majesty. Your Right Honourable Lordships may rest assured that on our part we observe everything that can be in any way serviceable to a close friendship and harmony; namely, by using all possible indulgence toward the English gentlemen, without however tolerating that the Company be curtailed in its prerogatives, which is now an absolute necessity in its superiority. We wish that the close unity between both powers may remain permanently advantageous in the long run. Having hereby dealt with the principal matters contained in the ministers' advices and your replies, we shall further note briefly on what has appeared to us in those letters, that among the judicial matters we have seen with very great displeasure the reproachable and irresponsible negligence of the Fiscal Immens in the conduct and prosecution of criminal procedures. And we commend the care of the Extraordinary Councillor and Director Taillefert to urge that officer by an immediate correction to the performance of his official duty. We have furthermore learned with no less displeasure of the numerous proofs of slovenliness and inattention which have crept into this Directorship from time to time and, despite the continuous vigilance of Director Taillefert, could not yet be completely eradicated. We also find, to our regret, it only too well confirmed that orders which are not made penal in this Directorship are very quickly thrown behind the back; and being fully convinced of the necessity of opposing this to the best of our ability, it has been particularly pleasing to us that Director Taillefert has also considered the means by which good order can be restored and maintained, the execution of which we most emphatically recommend to the present chief commander. The Director, being constantly on his guard against all disorders in the administration, hopes that everything will soon be on a good footing and thus give Your Right Honourable Lordships cause for satisfaction. However gladly we would also have seen that the repair and annual maintenance of the Company's buildings could have been contracted out, we shall nevertheless have to abandon this, since the reasons given by the ministers why that contracting out could not be done are so satisfactory that we shall not insist on it any further. The complaints which the ministers made in their letter of 10 December 1763 regarding the smaller number and the poorer condition of the military men who were sent to this Directorship by the Governor and the Council on the Coast of Coromandel will have given you no less displeasure than to us, and you will undoubtedly have resolved upon what is necessary in that regard. The further or second memorandum which the Extraordinary Councillor Taillefert handed over to his successor before his departure from this Directorship we have read with particularly great pleasure, and have found in it, no less than in His Honour's previous memorandum, so many convincing proofs of the thorough knowledge which His Honour has acquired of the constitution of this Directorship, and of His Honour's untiring zeal and application to effect the necessary improvements therein, that we regret more and more that in the critical circumstances... It is certain that this Directorship has lost a great minister in the Noble Lord Taillefert.
Dutch transcription
147 153 cordaale en voorzigtige- excecusie van de gestelde ordres tot afweering van alle geweld de overheeden van de Engelsche Compagnies Scheepen zullen werden weder houden de scheepen van de Ne„ derlandsche Maasschappij voort aan eenige overlast of geweld aan te doen. Wij verhoopen voorts dat de herhaalde en nadrukke„ lijke recommandatien, die den Directeuren van de En. gelsche Oost Indische Compe. nalaast bij haar bovengem: Missive weder hebben gedaan, aan haare Ministers in Ben„ gele zullen zijn van die goede uitwerking, dat tuschen de UWelEdele Hoog Achtbaare Ministers en de bedienden van gelieven zig verzeekert te houden de twee Compagnien mogen dat wij van onze kant alles ob stand grijpen en geconserveert serveeren wat tot eene nauwkeurige blyven de goede dog teffens bil„ vriendschap en harmonij maar, lijke verstand houding, die voor„ eenigzins kan dienstig wezen; te 't belang van beide Compagnien weeten zo de deur e Sche¬ en ver tin voor het algemeen belang alsoos weeten met alle mogelijke toe-zo hoog nodig is, en meede door gevendheid voor de Heeren Engel. ons ten aller ernstigste werd, ge„ schen te gebruiken, zonder nogtans wenscht, op dat vervolgens ook te dulden dat de maatschappij mogen werden weggenomen in haare prerogatieven verkort de ongegronde denkbeelden, die werden het welk thans in haare verscheide Officieren van zijn superiorideis volstreke noodzaa. groot Britbannische Majesteits Scheepen hebben gehad en die kelijk is door haare onderhoorige em anderen reeds maar alte lang geloveert schijnen te zijn ge, weest, van een aanstaande vree, de breuk tuschen deeze republijk en het rijk van groot brittan, nien nademaaler geen de minste reedenen zijn, om een diergelijke ongeval te verwagten als hebbende zijn groot brittan¬ nische Majesteet in teegendeel. nog laast de aller kragtigste verzeekeringen gedaan van. schap en welmeenentheid voor deezen staat en van hoogst des¬ selfs onveranderlijk voornee„ heeden op den duur bestendigen zijne aan houdende vriend Wijwenschen dat de nauwe- Eendracht tuschen beide mogend. voordeelig mag wezen. men 148 155 men om te beletten, en voorte komen, dat de Nederlandsche Maatschappij door de onder daanen van hoogstgedagte zijne Majesteit werde bena. deelt of in haar verkreegen voor„ regten eenigsints werde verkort. Hiermeede hebbende afge„ handelt de voornaamste Zaa¬ Ben in der Ministers advijsen en uwe rescriptien vervat, zul„ len wij op het gunt ons in dien brieven verder is voorgekomen. nog kortelijk noteeren, dat wij onder de Iustitieele zaaken met zeer veel misnoegen heb. ben gezien de reprochabele en onverantwoordlijke nala„ tigheid van den Fiskaal Im mens in de behandeling en het voortzetten der crimineele proceduren. En wij landeeren. de zorge van den Heer Raad Extraord:s en Directeur Taille fert, om dien officier door een dadelijke de er ook die door lijk Aan, en Aan. deel. b an d voor 9 rnee n des¬ dadelijke correctie op te wek. ken tot de betragting van zijn amplen pligt Wij hebben voorts met geen minder ongenoegen Kennisse bekomen van de veelvuldige blijken van de slordigheid en onagtsaamheid, die in deese Directie van tijd tot tyd is in gesloopen, en in weerwil van. de geduurige waakzaamheid van den Directeur Taillefert nog niet geheel heeft kunnen. De Directeur tegen alle disor. worden uijtgeroeijt. Wij bevinden dres in de huijshouding steeds op ook tot ons leedwesen maar hoede zijnde, hoopt dat alles bin al te zeer bewaarheid, dat den nen kerte op een goede voet zal ordres, die niet poenaal werden gemaakt in deeze Directie zijn en dus u Wel Edele Hoog Achtbaare reeden van verge, zeer schielijk agter de bank worden geworpen, en ten vol¬ noeging zal geven len overtuijgd zijnde van de nooodzaakelijkheid om zulx naar vermogen tegen te gaan, is het ons bij zonder aan. genaam geweest dat de Directeur 129 Directeur Taillefert meede bedagt. is geweest op de middelen, waar door de goede ordre herstels en be„ houden kan werden en waarvan wij de execusie den presenten hoofd gebieder op het nadrukke„ lijkste aanbeveelen. Hoegaarne wij ook zouden hebben gezien, dat de reparatie en het Iaarlijks onderhoud van 's Comps gebouwen hadden kun. nen werden aanbesteed, zullen wij echter daarvan moeten afzien, alzo de reedenen die de ministers hebben gegeven. waar om die aan besleeding niet heeft kunnen werden gedaan, zo voldoende zijn, dat wij daar op niet verder zullen in steeren! De Klagten welke de Minis„ ters bij hunne brief van 10:e de„ cember 1763 hebben gedaan over het mindergetal en de slegter constitutie van de Militairen, die door den gouverneur en den va m . tgeen. n nisse ige van. heid fert nen. n e M evi vinden naar ae den erden. vol¬ de zulx n aan. teur 157 den Raad ter Kuste Kormandel. na deze Directie zijn afgezon den, zullen UE niet minder als ons ongen hebben gegeven, en UE zullen ongetwijfelt daar. op het nodige hebben geresolveert zijne De nadere of tweede Memo,ma rie, die de Heer Raad Extra ordi pag nair Taillefert voor zijn ver„ tedo trek uit deze Direcsie aan zijn het successeur heeft overgegeeven. de hebben wij met bij zond'er veel. genoegen geleezen, en daarin pr niet minder als in de voorige om memorie van zijn Edele weder„ zi gevonden zo veele doorslaan, do de blijken van de grondige Kennisse die zyn Ed. e heeft ver d Kreegen van de Constitutie Die dezer Directie, en van zijn Ed. onvermoeijde ijver en applica¬ tre, om de noodige verbeetering Het is zeker dat deze Directie daar in te bewerken, dat wij aan den Edelen Heer Taillefert ons meer en meerbeklagen een groot minister komste ons dat in de crifique omstandig beeren heeden
English
100 150 honored gentlemen, but the first undersigned, following the praiseworthy footsteps of such a commendable Minister, hopes that your Honorable and Highly Esteemed Sirs will find his measures, which were put into effect in the aforementioned Memorial in order to keep the Company's business in Bengal going, in due time, if not in such an extensive measure of favorable thoughts, then at least somewhat proportional thereto, in order to do him justice by being assured again that he has made every effort that can be expected of a faithful and zealous servant according to the circumstances of the time. The necessary orders have already been given for this, and Chief Bacheracht, in dutiful obedience thereof, has agreed to pay the demanded interest, requesting, however, that his sensible grief over this burden pressing so heavily upon him might be presented to Your Honorable and Highly Esteemed Sirs, the High Government, for the purpose of favorable recommendation; which we could not refuse his Honor, and consequently shall take effect with our first outgoing advices. circumstances in which the interests of the Company at this factory continue to be involved, the Company must now dispense with the immediate and direct assistance of so faithful and experienced a minister; but having to establish to our heartfelt regret that his Honor has not been capable of continuing longer in the chief management of this Directorate, there remains for us all the firm confidence that his Honor will not cease, alongside you, to cooperate to promote the important interests of the Company in this Directorate according to his capacity; and as we remain assured that you will not have neglected to take into serious consideration the proposals and means that appear in the aforementioned Memorial for reaching that intended purpose, we shall await with longing the resolutions that you will have taken regarding that, in order to express ourselves further about it in the future. Lastly, having still remarked under the Article of the Servants and that which has any relation thereto that you have granted the Patna Chief Bacheracht permission to be allowed to satisfy with the annual payment of a fifth part of his share in the compensation for the stolen Sicca rupees, we are willing to be satisfied with this your disposition, provided that on the sum that has been imposed on him for compensation, insofar as he has not paid it immediately, he will have to pay the interest of 4½ per cent annually, just as we ordered in a similar case in our letters of the 10th of 8ber of the previous year. Underneath stood: Agrees. Was signed: Augustinus van Son. Further 151 161 The High Government having likewise communicated this to us in its respected Letters of the 29th of July of this year, we shall not fail to regulate ourselves accordingly on occurring occasions. This circular recommendation will be observed, although such seldom or never happens in Bengal. Further Extract from and to as before of the 4th of October 1765 concerning the matter of Ceylon. We further conform with your dispositions regarding the assessments and exemptions made, and consequently also approve your repeated orders to place the deficits, which might be found on the cargoes of the ships beyond the permitted write-offs, to the account of the ship's officers, and to send the evidence that the mentioned officers might produce for their accountability to you for further disposition; but we at the same time order the Ministers both of this Government and of the other factories from where the ships depart directly for the Netherlands, that when the Ministers, upon finding such deficits, shall judge that the ship's officers should be exempted from the assessment imposed on them, and these depart directly hither, then to communicate the reasons serving thereto to us, and to send the necessary evidence hither, so that we may be able to judge the assessments and dispose thereof according to findings. Further Extract from as before concerning the matter of Malacca. The supply of gunpowder and ammunition goods to the Native has also appeared to us to be a matter of much concern, and we are still of the opinion that one ought to be as sparing in that regard as is in any way possible. 152 163 In order to prevent all smuggling in the linen trade, the Fiscal is continually urged as necessary, and the adjacent Extract has also been handed to him for his information. Further Extract from as before concerning the matter of Batavia. We have furthermore seen with pleasure that you have now reserved the trade in linens for the Company alone, and we do not doubt that when the commerce is directed with the required attention and skill, the Company will gain good advantages from it; we therefore also expect that you will keep a close eye on the management of that trade; and since that branch of commerce will henceforth be of very great importance, we on our part shall not fail to pay attention to it either.
Dutch transcription
100 150 beeren, maar de Eerst ondergesee heeden, waarin de belangens van kende het loffelijk voetspoor de Maatschappij ten deezen Comp. van zo een roemwaardig Mi„toire blijven verseeren, de maat: nister volgende, hoops dat schappijthans moet missen de daar UWel Edele Hoog Achtbaare- dadelijke en immediaad te hul„ zijne in het werk gestelden pe van een so getrouw als ervaa„ solveert Memo, maatregulen om het d' Elom„ een minister dog tot ons harte ordij pagnie in Bengale gaande- lijk leedweezen moetende vast ver„ te doen houden, in der tijd, is stellen, dat zijn Ed:s niet vermo„ nzijn het niet in zulk een uitgebree, gens is geweest in 't hoofd bestier de maat van gunstige gedagten, van deeze Directie langer te con„ ten minsten wel eenigzints getinueeren, blijft ons allen over„ daarin proportioneers zullen vinden, 't vas t vertrouwen dat zijn Ed e om hem het recht te doen, van niet zal ophouden nevens UE. weder zig verzeekert te houden, dat mede te werken, om de impor„ door hem alles is aangewend tante belangens van de maal wat men natijds omstandighe, schap py in deeze Directie naar den van een trouw en ijverig vermogen te bevorderen; En de Dienaar Kan verwachten- wil wij ons verzeekert houden, dat UE niet zullen hebben verzuijmt in ernstige overweeging te neemen de consideratien en Middelen die ter berijking van dat bedoel¬ de oogmerk in de voornoemde Memorie voorkomen, zullen ven. rige veel del. on en laan, ver tie Ed s den wij met verlangen te gemoed zien de besluiten die UE daarom„ trend zullen hebben genomen, ten einde ons daarover in 't ver¬ volg nader te verklaaren. Onder het Artikel der Die naaren en het geen daartoe eeni„ gerelatie heeft laastelijk nog hebbende geremarqueert dat UE aan het Patnas Opperhoofd Bacherachthebben g'ac„ cordeert om te mogen volstaan met de betaaling Iaarlijk van een vijfde gedeelte van zijn aandeel in de ver goeding van de gestoolen Sicca ropijen Hier toe is bereeds de nodige orde ge. willen wij met deze uwe dispositie wel stelt en het Opperhoofd Bacheracht genoegen neemen, mits dat hij vande heeft in schuldige obedientie van dien somme, die hem ter vergoeding is op„ aangenomen de geeischte renie te be. gelegd, in zo verre hij de zelve niet ter taalen, met verzoek echter dat zijne stond heeft voldaan, Iaarlijx zal heb, gevoelige smerte over deze hem zo zeelen ben te betaalen de interest van 4½ pC=to ^waar drukkende last, ten fine van favorabel eeven als wij zulx in een gelijk standig voorschrijvens aan UWel Ed:e Hoog Agtb: geval bij onze letteren van den 10=e de Hooge Regeering mogt worden voor. 862. des voorleeden Iaars hebben geor„ gedragen, het welk wij zijn E. niet hebben donneert /:onderstond:/ Accordeert kunnen weigeren en mits dien bij onze /:was geteekend:/ Augustinus van eerste aftegaane advisen gevolg staatse son. neemen. Nader 151 161 Wij conformeeren onz wij De Hooge Regeering ons dit mede, bij haare gerespec. ders met UE dispositien nopens nde teerde Letteren van den 29=en de- gedaane belastingen en as Jult dezes Iaars aangeschree ontheffingen, en approbee, ven hebbende, zullen wij niet een dien volgende- meede e. manqueeren ons daarna bij voor. UE. herhaalde ordres, om de komende gelegenheid te regulee„ de minderheeden, die boven de gepermitteerde afschrijvin gen op de Ladingen der Schee¬ pen zoude mogen werden bevonden te doen stellen op reekening van de Scheeps Over¬ heeden en de bewijzen, die ge¬ mel de overheeden ter hunner. verantwoording zoude mogen produceeren, aan UE toe te zenden tot nadere dispositie, dan wij gelasten teffens de Ministers zo van dit Gouver„ nement, als van de andere een ac. Nader Extract van en aan als vooren van den 4e. October 1765 raakende de materie van. Ceilon. Comptoiren zien eeni. 22 pien ie wel vande op. ter heb, z n dig r. van ng Comptoiren van waar de resoue Scheepensdaeet na Neder„ land vertrekken, om wan neer de Ministers bij bevin¬ ding van zodanige minder heden zullen oordeelen dat de Scheepsoverheeden van de hun opgeleede belasting zouden behooren te werden direct ontheeft, en deze herwaards vertrekken, als dan de reedenen daar toe dienende aan ons. te bedeelen, en de nodige be den wijzen herwaards te zenden, ten einde wij in staat mogen 1 zijn over de belastingen ten van oordeelen en daar op na bevin hand ding te disponeeren. Nader Extract uit als vooren rakende de materie van Malacca Deze circulaire recomman. De verstrekking van buskuid datie zal in achtgenomen wer, en ammonitie goederen aan den, schoon zulx zelden of nooit den Inlander is ons alsoos voor in Bengale gebeurd gekomen 152 163 gekomen te zijn een zaak van veel bedenking en wij zijn als nog van begrip dat men daar omtrent zo 'spaar zaam behoort te zijn, als ee„ nigsints mogelyk is Nader Extract uit als voo„ ren zaakende de Materie. van Batavia- Wij hebben voorts met genoe om alle sluykerijen in den Lijwaathandelte prevenigen gezien, dat UE den handel eeren, word de Fiscaal, bij con, in Lijwaaten tans voor de tinuatie, het nodige geadhor Comp„e alleen hebben gereserveert teert en is ook tot zijn naricht en wij twijfelen niet, of wanneer bevin van het nevenst: Extract ter de Commercie met de vereischte attentie en Kundigheid werde ge derigeert, de Maatschappij daar bij goede voordeelen zal doen, wij verwagten dienvolgende ook dat die op het bestier van dien handel een nauwkeurig oog zullen houden; En vermits die tak van Commercie voor't aan dal zyn van zeer veel aangelegen heid zullen wij ook van onze zijde niet verzuimen daar op agtte gevens. hand gesteld. Nader nen ons. be- den, en ooren alacca Bruid voor o
English
You will further find, upon examination of our aforesaid demand, that in the returns received this year, various striking proofs have once again appeared of the abuse made, to the considerable prejudice of the Company, of the permission granted by the regulation of 9 September 1750 to repatriating servants, and especially to those of the seafaring trade, to bring along linens, to such an extent that once again among the goods of private individuals various sorts of linens were found which we had requested but not received, and against which, on the contrary, some linens have been sent to us that do not even deserve the name of the sort for which they were billed. Further extract from the aforesaid, dated 21 October 1765. During our previously mentioned committee on the Batavia papers, we resolved to have this entire extract delivered to the Fiscal, and as far as the filling of the sea officers' chests is concerned, an extract thereof delivered to the Commissioners for the branding of permitted chests, in order that both regulate themselves accordingly and take care that no further complaints may ever arise concerning this matter; several extracts having moreover been placed in the hands of the Fiscal, to have them published and affixed on the return ships, which shall also be observed annually here at the reading of the papers ordinarily published prior to the departure of the return ships. We would therefore delay no longer in making the necessary provisions against it; but flattering ourselves that the employees will finally understand that if they continue in that same manner, we shall be obliged to deprive them entirely of the opportunity to commit these abuses, and that they will be moved by that consideration to take care in the future that we are no longer given such well-founded reasons for displeasure, we shall, in that confidence and in that reasonable expectation, pass over for this voyage the transgressions committed up to now, but under this emphatic warning that if in the future we again encounter similar transgressions among the returns from Bengal, Ceylon, or any other places, we shall then without further delay proceed to such means as we shall judge sufficient to prevent immediately the abuses committed of the permission granted by us, to such considerable prejudice of the Company, and against which we have hitherto made so many representations and recommendations in vain. But besides the transgressions mentioned above and detailed more broadly in our aforesaid demand, we find that continually other abuses also occur, and in particular that although the importation of linens is permitted by the aforesaid regulation solely for the benefit of repatriating servants, and especially for the benefit of the seafaring trade, there are nevertheless several among the latter who do not have the use of it. We refer hereby to the sea officers, since experience over many years has shown that these people are never, or indeed very rarely, able to have the chests permitted to them filled for their own account with such sorts of goods as have been brought to this country for some years, primarily from the Directorate of Bengal, which has caused these officers to hand over their chests for a mere trifle, or for a song as the saying goes, to such servants of the Company in whose favor the concession by the regulation was certainly not made, and who by that means have found the opportunity to make of that concession the abuses about which we have complained so many times, and which the said sea officers could not have committed. And since that abuse of the concession granted by us not only tends to the considerable detriment of the Company, but also deprives the said sea officers of the benefits intended for them by the thought regulation, we have willed to delay no longer in providing against it in the future, to which end we have provisionally approved and understood, with respect to the importation of linens from the Directorate of Bengal, that whenever after receipt of this any sea officers, among whom we include: the Boatswain, the Boatswain's Mate, the Cook, the Steward, the Gunner, the Master Sailmaker, the Boatswain's Mate, the Boatswain's Mate, shall be inclined, prior to their departure from Bengal, to fill the chests permitted to them with linens, they shall not be permitted to do so other than from the Company's warehouses. Also, several sea officers, to the same end as in the text, addressed themselves to the Director, and upon the answer given that there was no piece goods to be spared at the Company, showed by request to him and the Council that they would have to suffer considerable damage if they had to transport their chests empty. That to this end, the said officers shall have to address themselves in time to the Director, who upon their request shall issue the necessary orders that their chests are filled.
Dutch transcription
onder onze hier voorwaards ver UE zullen voorts bij examen, melde- besoigne over de Bataviase van onse hier voor gemelde Eisch papieren, hebben wij geresolveert bevinden dat bij het resour inde„ ditgansche Extract, aan den Tis zen Iaare ontfangen alweder caal en voor zo verre het vullen zijn voorgekomen diverse der Kisten van de Deks Officieren door slaande blijken van het betreft, aan Gecommitteerdens tot misbruik dat tot merkelyke helbranden van de gepermitteer prejudicie van de Comp„e werd de Kisten, een uittrekzel uit het gemaakt van de permissie die zelve te laaten afgeeven; ten bij het reglement van den 9=en einde de eene en andere zig daar September 1750. aan de repar¬ na reguleere en zorge dragen trieerende Dienaaren en voor dat over dit onderwerp nemmer al aan die van de zeevaard is weder eenige klachten mogen verleend, tot het mede brengen. voorvallen; zijnde den Focaal van Lijwaaten, in zo verre, dat boven dien ook eenige uittrekzels al weder onder de goederen van ter hand gesteld, om dezelve op de particulieren werden gevonden; retour schepen te laaten publicce diverse soorten van Lijwaaten ren en affigeeren; en het welke die wij hadden gevraagt dogniet ook Iaarlix alhier zal geobser, ontfangen, en waarjegens in veert worden, bij de aflezing der teegendeel aan ons zijn gezon„ papieren, die tegen het vertrek den zommige Lijwaaten, die Nader Extract uit als vooren in dato 21=e October 1765. der zelfs 153 163 publiceert worden. van de Soort, waar voor zij werden gedebiteert. Wij zouden derhalven ook niet langer uitstellen om daar tegens de nodige voorzieninge te doen, dog ons felatteerende, dat de be„ diendens eindelijk zullen begrij¬ pen, dat indien zij op dien zel¬ ve voet blijven voortgaan, wij genoodzaakt zullen zijn, hun in 't geheel te beneemen de ge¬ legenheid tot het pleegen van die Misbruiken, en dat zij door die Consideratie zullen worden bewoogen, in het vervolg zorg te dragen, dat ons dus danige gegronde reedenen van mis noegen niet meer werden ge¬ geeven, zullen wij in dat ver¬ trouwen, en in die billijke ver wagting nog voor deeze reise passeeren, de tot hier toe gepleeg. de uitslappen, dog onder deze nadrukkelijke waarschuwing, der Retour schepen ordinairge, zelfs niet verdienen de naam dat vooren 65 men, Eisch rd die an en. dat van den ten ies n zon¬ die zelfs do wa dat indien wij in het vervolg on, der de retouren van Bengale Ceijlon, of eenige andere plaat¬ zen diergelijke uitslappen we„ der ontmoeten, wij als dan zon„ der verder wissel zullen overgaan. tot zodanige middelen, als wij zullen oordeelen toerijkende te zijn, om dadelijk te beletten de misbruijken die van de door ons verleende permissie tot zo merkelijke praejudicie van de Compe. werden begaan en waar jegens wij tot hier toe zo veele representatien en recommanda¬ dien vrugteloos hebben gedaan. Maar behalven de hier boven gem: en bij onse voorssz: Eisch breeder gedetailleerde uitslappen ondervinden wij, dat bij consinua¬ kie ook nog andere misbruiken plaats hebben en in 't bijzonder dat of wel de aanbreng van Lij„ waaten bij het voorsz: reglement is toegestaan alleen ten voor¬ deelen 154 167 deele van repatrieerende Die„ naaren en voornamentlijk ten behoeve van de Zeevaart egter onder deze laatste verschei den zijn, die daarvan het gene niet hebben. Wijdoelen hiermede op de deks officieren, dewijl alsedert. veele Iaaren de ondervinding heeft doen zien, dat die Luyden nooit of immers zeer zelden ver mogen zijn, om de aan haar ge permitteerde Kisten voor haar eijge reekening te doen vullen met sodanige Portementen, als daar in seedert eenige Iaaren voornamentlijk uit de Directie van Bengale hier te lande zijn aangebracht, het geen ver oorzaakt heeft, dat die officieren hunne Kisten voor een Leur of. den Seur (:gelijk men zegt:/ heb, ben overgelasen aan zodanige bediendens van de Maatschap„ pij, den welkers faveure de Con cessie aan. wij. e letten l door 10t zo van de waar veelen anda aam. ven ch pen nsinaa. ucken zo onder Zij. eele cessie bij het reglement zekerlijk niet was gedaan, en welke door dat middel gelegenheid hebben, gevonden, om van die concessie te maaken de misbruijken, waar over wij ons zo veel vuldige meelen hebben beklaagt, en die de gemelde dek officieren niet zouden hebben kunnen be„ gaan: En vermits dat misberijk van de door ons verleende con. cessie niet alleen strekt tot mer„ kelijk nadeel van de Maatschap„ pij, maar dat ook gemelde Deks Officieren daar door worden verstooken van de voordeelen. die wij hun bij het gedagte regle¬ ment hebben toegedagt, hebben. wij niet langer willen uitstellen om daar tegen in het vervolg. te voorzien, ten welken eijnde wij met op zichte tot den aan breng van Lijwaaten uit den Directie van Bengale provi¬ sioneel hebben goedgevonden h en verstaan 155 162 en verstaan, dat wanneer na den ontfangst dezer eenige deks officieren waaronder wij begrijpen de Bootsman „ schieman „ Kok Bottelier „ Constabel Opperzeilemaker Bootsmansmaal schiemans maat „ genegen zullen zijn voor hun vertrek uit Bengalen de aan hun gepermitteerde kisten te vullen met Lywaaden, zij zulks niet anders zullen mogen doen, dan uit 's Compagnies Maguazijnen.. Dat ten dien einde de ge¬ Ook hebben zig verscheide Dexof. ficieren, ten fine als in den test, bij den melde Officieren zig in tijds Directeur geaddresseert, en op het Een gegeven antwoord, dat'er geen zullen moeten addresseeren bond goed bij de Compagnie-temissen aan den Directeur, die op hun was bij Request aan hem en de Raad verzoek de noodige ordres zal. vertoond, dat zij considerable schade stellen, dat derzelver Kisten zouden moeten lijden, bij aldien zij hunne Kisten ledig vervoeren moes„ vonden. ten werden k door sie k n. n inde aan den is provi¬ staan „
English
and could not employ their money, with the request that they might be permitted a free purchase of needed goods. Deliberating upon this in the session of 24 October, we, in consideration that there was truly no more chintz in stock than was needed to satisfy the Demand, and that since those people could turn either to foreign nations or to other private persons, it would be notoriously hard to deprive them of the advantage that otherwise awaited them, resolved to grant the petitioners' request, and consequently to permit all deck officers to acquire their needed chintz elsewhere; yet with this restriction, that Sichterman's saaijen and Percikken might not be included therein, because it was complained in the Demand for the Year 1765 dated 18 October 1763 that those brought by the seafarers had been sold considerably more profitably than those of the Company, and regarding which the commissioners for the branding of the chests were ordered to take the necessary precautions. We hope that this resolution of ours may have the good fortune to be approved by Your Right Honourable, since thereby the intended purpose was not acted against, namely by limiting the petitioners to chintz, and therefore no excesses are to be feared regarding the remaining assortments, nor is the Company in any way disadvantaged thereby, since one cannot assume that people who are not provided with cash will address themselves to it, because of the heavy charges that in such a case must be calculated upon it. Nevertheless, the order regarding this shall, if the stock in the cloth hall allows it, be completely observed and this permission will then be revoked again. Regarding the order concerning the calculation of the percentages mentioned in the text and the care of invoices, the required instructions have also been recommended to the invoice keeper for observance, by delivery of an extract. were filled with chintz goods that shall be available in the Company's warehouses, and this with regard to those who pay for the aforesaid linens in cash at the price for which those linens were purchased by the Company, with the addition only of the Hooghly and other charges with which those linens must be burdened, of which subsequently a proper invoice will have to be drawn up and sent to us in copy alongside the long invoices of the ships' cargoes, or separately; and upon the safe arrival of the ships, the linens with which the aforesaid chests shall have been filled shall be sold by the Company in accordance with the regulation of 9 September 1750, and the proceeds thereof, after deduction of the recognition money pursuant to the aforesaid regulation, shall be paid out to the holders of the brand-brieven. But in case those officers or any of them should not be provided with ready money, and yet should desire to make use of our aforesaid concession, such shall also be granted to them, and consequently their chests shall likewise be filled from the Company's warehouses in the manner mentioned. Yet since it would not be reasonable that in such a case the Company should make the advance of money and bear the risk of the outward and homeward voyage without being held harmless in that regard, we have further determined that whenever the chests of the aforementioned deck officers shall be filled from the Company's warehouses without being paid for in cash, those goods shall then, besides the purchase prices, aforesaid Hooghly and other charges, be burdened further with 10 percent for the advance of the Company's money for upwards of two years, as well as with 12 percent for the risk of the sea for the outward and homeward voyage. That furthermore the invoices which, according to the order mentioned hereinabove, will have to be drawn up for the goods that have in this manner passed into private ownership, shall not be handed over to the seafarers, but shall be annexed to the long invoices of the cargoes of the ships, or sent directly to us separately alongside the brand-brieven, in order that after the completed sale of those goods, the proceeds thereof, after deduction of the purchase prices and that with which the said goods shall further be burdened pursuant to the prescribed order, as well as of the recognition money, shall be paid out to those in whose name the brand-brieven are lying, conformable to the regulation of 9 September 1750, and thus in the same manner as has been done from that time until now with the arrived linens. We must further report for your information that we have seen fit to reserve the trade in Nankeen linen in this country solely for the Company, and consequently to prohibit the importation of those cloths to all and everyone on pain of confiscation, of which you will therefore also have to give the necessary notice; and since we have already fully approved your resolution of 22 November 1763 and 13 April 1764, whereby you prohibited the importation of private linens to all and everyone, and we hold ourselves assured that you will establish the requisite order so that the said prohibition will be complied with, we cannot expect that among the Batavian returns there shall be found such lapses as among those of Bengal.
Dutch transcription
ten en haare penningen niet emploijee werden gevuld met bonde goederen, teg gaan konden met verzoek, dat men over zult die in Comp. Maguazijnen voor aan hen een vrijen inkoop van benodig bij het handen zullen zijn, en zulks met de goederen permitteeren wilde tedug Hier over ter sessie van den 24. e Octob: opsigt tot de geene, die de voorsz: bij een delibereerende, hebben wij uit aan mer king dat er waarlijk geen meerbons Lijwaaten in contant betaalen goed in voorraad was, als tot voldoen. tot de prijs waar voor die Lywaa„ wel zig ning van den Eisch moest dienen, ten bij de Comp„e zijn ingekogt en dat daar die Luijden, het zij bij de de vreemde Natien, dan wel bij an met bijvoeging alleen van de g dere particuliere persoonen te recht Hoeglische en andere- ongelden konnende raaken, het notoir hart zou zijn hun te priveeren van het voordeel waar mede die Lijwaaten moe„ dat hen anders te wagten stond, geze ten worden beswaart waarvan solveert het verzoek der supplianten te accordeeren, en mits dien alle Der vervolgens een behoorlijke fac„ officieren te permitteeren hunne duur zal moeten worden opge¬ benodigtheid van bont goed, elders op maaks en in Copia nevens de te doen; nochtans en met deze ee„ lange Factuuren van de La„ strictie dat daar onder niet begreepen mogten zijn sichter mans zaaijen dingen der scheepen of wel en Percikken dewijl, daar over bij den afzonderlijk aan ons werden Eisch voor A„o 1765. gedateerd den 18. e 8br: 1763. , gedoleert is, dat die welke toegezonden; zullende bij be„ de zeevaarende hadden medegebragt houden aankomst der scheepen vrij voordeeliger, als die van de Comp. e verkocht waaren, en waar omtrentde de Lywaaden waarmede de- gecommitt„s tot het branden der Vilsten, voorsz: kisten zullen zijn ge„ gelast zijn, de nodige precautie te vult ingevolge het reglement gebruiken. Wij hoopen dat dit ons besluit van 9. e Septbr. 1750. bij de Komp. e het geluk mag hebben, door U Wel Ed:se worden verkogt, en het provenu Hoog Agtb: geapprobeert te worden, aangezien daar door in zo verre niet van dien, na aftrek van de excesse serve tegen recognitie niet N ond zul en ing ken v 20 156 tegen het bedoelde oog merk is aange recognitie penninge conforme gaan, met namelijk de supplianten het voorsz: reglement, aan de„ bij het bont goed te bepaalen en 'er dus geen excessen omtrent de overige sorteeringen houders der brand brieven wer„ te dugten zijn nog de Compagnie daar den uitgekeerd. maar in gevalle bij eenigzints benadeelt is, dewijl men niet voor onderstellen kan, dat Luijden die Officieren ofte eenige van taalen „ zyn welke van geen Consanten voorzien hun niet voorzien mogen zyne Liwaa„ zig aan haar addresseeren zullen, om van gereede penningen, en de zwaare ongelden die 'er in zo een geval op bereekent moeten worden. egter zoude verlangen van on„ nde Nochtans zal de ordre hier omtrent se voorsz: Concessie mede gebruik gelden indien de voorraad in de kleeden zaal zulx toelaat, volkomen nagekomen te maken, zal zulks ook aan= en deze permissie als dan weder hun werden toegestaan, en zullen dien volgende hunne Kisten in voegen gemeld mede uit 's Comp. s Maguazijnen- werden gevald Dan dewijl niet redelyk zou„ uit en 'thuis reize zoude dragen zonder deswegens schadeloos se werden gehouden, hebben wij al verder vastgestelt, dat wanneer de Kisten- der bovengemelde kende het bereekenen der in textu de zijn dat in zodanige geval vermelde procentos, en hebben de Maasschappij de vooruilver zorgen van Factuuren, is den Tac strekking van penningen zou„ tuurhouder, onder afgave van - den doen en de risico van de ingetrokken worden. kogt Nopens het geordonneerde raa Extract mede het nodige ter ob„ servantie aanbevoolen. deKs n, voor k3 met voorsz: oe, van n ben. pen ge ent me Kompe. ovena de tie n deks officieren uit 's Compagnies Maguazijnen zullen werden gevuld, zonder dat die in contant werden betaald, die goederen als dan behalven de inkoops prijzen, voorsz. Houglijsche en andere ongel, den nog zullen worden be¬ last met 10 proct. voor het ver¬ schol van 'sComps. pennin¬ ge van zuim twee Jaaren als mede met 12 prcto voor. de risico van de Zee voor de uit en 't huis zeiver. Dat wijders de Taclaaren, die van de in dier voegen in particulieren eijgendom over gegaana goederen, na de hier boven gemelde ordre zullen moeten worden op¬ gemaakt, niet aan de zee„ vaarende overgegeeven maar geannexeerd zullen worden aan de lange Facta¬ ren van de Ladingen der Scheepen 107 Scheepen., dan wel afzon¬ derlijk nevens de brandbrie vens, direct aan ons wer„ den overgezonden, ten einde na de gedaane ver koop dier goederen he# provenu van dezelve na aftrek van de Inkoops prijzen, en het gunt waar¬ mede de gemelde goederen ingevolge de voorschreeven ordre- verder zullen zijn be„ last, als mede van de recog. nitie penningen werden. uitgekeerd aan die geenem ten wiens name de brand brieven zijn leggende con form het reglement van den 9en. September 1750 en dus op dezelve wijsen, als ze„ ders die tijd tot nú soe van. de aangekome- Lijwaaden is gedaan geworden Wij moeten wijders tot uw nazicht melden dan 10ij pag nies ver. „ voor voor ##aren in de. llen actu, pen wij hebben goed gevonden den handel in nankings linnen hier te lande alleen voor de Compagnie-de re serveeren., en mits dien den aanbreng dier doeken aan alle en een iegelijk op poene. van confiscatie- ter verbie¬ den, waar van UE dierhal ven ook de - nodige- adversen„ tie- Zullen moeten doen; En reg vermits wij bereijds volkomen hebben goed gekeurt Uw besluit van 22e. 9br 1763. en 13e. april 1764. waarbij UE aan alle en een iege¬ lijk hebben g'interdiceert den aanbreng van particuliere Lywaten, en wij ons verzekerd. houden, dat UE de vereischte ordre zullen stellen, dat het gend: ver bod werde agtervolgt, kunnen wij niet verwagten dat onder de Bataviasche- retouren zullen worden gevonden, zodanige uit. slappen, als ons onder die van Bengale
English
158 Bengal and Ceylon, we also consider it as yet unnecessary to establish any orders in that regard with respect to the Batavia returns. An extract hereof and a copy of the list have also been delivered to the Fiscal, so that upon the arrival of the ships coming here directly from the Netherlands, he may regulate himself accordingly. The Act of Braeijs as Merchant, transmitted to us by Their High Nobles, we have forwarded to Kassembazar, with instructions to have him take the ordinary oath of purgation prior to lawfully obtaining this status; which having taken place, said Brueis has requested that his humble gratitude be presented both to Your Honorable High Mightinesses and to Their High Nobles. Just as the Junior Merchant de Meier has also expressed his gratitude for his promotion, and promised to do everything to make himself fully worthy of this favor. The Junior Merchant Herklots having also expressed his gratitude for his advancement, we cannot refrain from assuring Your Honorable High Mightinesses thereof in his name. Agrees with the draft response resumed and approved in the Council of Policy. Hoegli, the last day of October 1766. Jan Tenkame Barits We have furthermore, with regard to the sailors and certain other persons departing from here on the outward-bound ships, taken into consideration that in their sea chests there are repeatedly discovered various goods which, pursuant to the regulations, had to be removed from the aforementioned chests. And whereas the shipment of these small goods, when done in a modest quantity, would not tend to the prejudice of the Company, we have for that reason authorized the respective Chambers to allow, whenever a small quantity of the goods specified on the attached list might be found in the chests of the sailors, assistant shipwrights, assistant sailmakers, head coopers, and under coopers, the same to remain therein and to permit their shipment to the Indies. Just as we have furthermore, at your instance by letters to us of 20 October and the last day of December 1764, seen fit to grant to Pieter Brueis, Secunde at Kassembazaar, the status and salary pertaining to the aforementioned office according to the regulation of 31 July 1753. We have furthermore, upon your further proposal made, granted to Jacob Nicasius de Meier, designated commissioner at Houglij, the status and salary of Junior Merchant pertaining to the aforementioned office. Furthermore, we have seen fit to appoint as Junior Merchants with the usual salaries and emoluments: Gregorius Herklots, Clerk to the Director in Bengal. 21 No. 41 Copy Batavian Missive of 20 March 1766. For Europe Receipt of letter with annexes 169 Per the ship IJsselmonde Batavia To His High Nobility The High Noble, Right Honorable Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General on behalf of the High State of the United Netherlands and its General East India Company, together with The Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Far-Ruling Lords Not until 29 January were we honored with Your High Nobilities' esteemed letter of 25 October of last year, together with the accompanying papers. We shall not fail to observe the orders and commands contained therein as obliged, and, so that this may also be observed separately, have caused the necessary copies and extracts to be delivered to those whom it concerns, with a recommendation for a prompt compliance. When the last dispatched ships made it outside Intending to answer such points of the aforementioned letter as require a reply under the different main headings where it will best fit, we shall only note beforehand that the ships Blijswijk, Schagen, and Welgelegen, according to the writing of the authorities, safely reached the open sea on 17 January; thus we hope that our humble letter of the 11th of the same month, addressed to Your High Nobilities by the last-mentioned vessel, will already have been properly delivered long ago; adding however, for greater peace of mind, the duplicate thereof herewith, as well as the triplicate of that of 1 April of this year. Insertion of the answered Homeland extracts But before proceeding to give Your High Nobilities an account of our administration insofar as this has not already been done in our aforementioned advisories, we shall insert here the extracts of the letters from the Honorable High Mighty Lords Masters to Your High Nobilities and our answers in the margin thereof. Extract from the General Missive written by the Noble High Mighty Gentlemen Seventeen in the Homeland to Their High Nobilities the Governor-General and Councillors of India at Batavia, dated Amsterdam, 10 October 1764.
Dutch transcription
158 Bengale en Ceilon zijn voorgekomen oordeelen wij ook voor als nog onno dig, met opzigte tot de Bataviasche retouren ten dien opzigte eenige. ordre te stellen Hier van is almede Extracten. Wij hebben al verder met opzichte ene Copia van de Lijst aan den Fiscaal- tot de van hier vertrekkende Mattro afgegeeven, om zig bij arrivement- zen en eenige andere persoonen, op vande alhier uit Nederland daect de uitgaande- schepen bescheiden in en aan komende-scheepen, daar na te- aanmerking genomen, dat in derzel„ ver planie Kisten te meermalen zijn reguleeren. ontdens deze en geene goederen, die ingevolge het reglement uit de voorsz: Kisten hebben moeten worden geligt, En vermits de verzending van die goedertjes, wanneer die in een malige quantiteit werd ge¬ daan niet zoude strekken tot proe¬ juditie van de Maatschappij, hebben wij uit dien hoofden de respective Kameren gequali ficeert, om wanneer in de Kis„ ten van de Mattroosen, onder scheepstimmerlieden onder zeile makers, opper en Onderkuijpers mogte werden bie luit 1764. ge ordre ver nd: werden gevonden een kleine quaa titeit van de goederen op de hier nevens gevoegde-lijste gespecifi¬ ceert dezelve als dan, daarin te laa¬ ten verblijven en dier versending na Indien te permitteeren.. De Acte van Braeijs als Koopman. zo als wij al verder ter Uwer door Haar Hoog Edelens ons toegezonden zijn in stantie bij brieven aan ons van de, hebben wij die na Kassembaz: voortge- 20:e 8br: en ult=o Decbr: 1764. hebben schikt, met last om hem voor de wettige goedgevonden te accordeeren aan verkrijging van deze qualiteit te doen. Pieter Brueis secunde- te presteeren den ordinairen Eed van purga assembazaar de qualiteiten het welk dangevolg genomen hebbende gage- die volgens het reglement heeft gem: Brucis laten verzoeken dat zijne onderdanige verplichting zo aan van den 31. e Juli 1753 tot den voor UWel Ed„e Hoog Achtb: als Haar Hoog Edel.:s schreeve bediening is staande mogt worden voorgedragen. Wij hebben voorts op uwe verderen zo als ook de onderkoopman de Meier mede zijne erkenten is voor deze zijne gedane voordragt aan Jacob Nica„ bevordering betuigd en beloofd heeft, al. sius de Meier orde gecommitteerde les te zullen aan wenden om zig deze te Houglij geaccordeert de qualiteis weldaad volkomen waardig te maken. en gage van Onderkoopman tot voorsz: bediening staande. De onderkoopman Her klots mede Voorts hebben wij goedgevonden tot. zijne dankbaarheid voor zijn avancement Onderkooplieden met de gewonegagen betuigt hebbende, konnen wij ook niet af weezen U Wel Ed. e Hoog Achtb: zulx uit en emolumenten aan te stellen zijn naame te verzeekeren. Gregorius Herklots, Clerq bij den Accordeert met de conceptbeande. woording in Raade van Polite geresumeer Directeur in Bengale en g'approbeert. Hoegli ult„o 8br: 1766. Jan Tenkame Barits ine quaa d gesp in telaa¬ ding er ons van hebben. naan ten seisen mens en voor anden verderen Nica. mitteerde qualiteit ntot den 101 negagen ellen. bijden e specifi¬ hier 2i No. 41 Copia Bataviasche Missive van den 20„e Maart 1766. Voor uropa ontvangst brief met 169 Pr het schip IJsselmonde ontvangst van een bataviase brief met de bylaagen Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Actbaren Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generael van weegens den H staat der ver eenigde Nederlanden is En haare algemeen Oost Indische Comp„e„ benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Irotid Hoog Edele Wijdgebiedende Heeren Niet eerder dan den 29„e Ianuarij, hebben wij ons vereert gevonden, met uwer Hoog Ed„e G'eerde Letteren van die„ 25„e October a: p: nevens de daar bij gehoorende papieren, wij zullen niet in gebreeke blijven, de ordres en beveelen welke dezelve behelsen, na gehoudenis te observeeren, en hebben, op dat zulx ook afzonderlijk worde in agt genoomen, de nodige afschriften en uittreksels, aen de geene, die ze aangaan, laten afgeeven met recommandatie tot eene wanneer de Laestgedepe„ „cheerde scheepen buiten geraekt zijn Patriasche Extracten eene prompte nakooming. voorneemes zijnde om zodanige pointen van voorm: big welke rescriptie vereisschen, te beantwoorden, onder de diffenci hoofddeelen, waar zulx het beste zal te pas koomen; zullen me eenlijk voor af nooteeren, dat de Scheepen blijswijk, schagen„ Welgelegen, volgens het schrijven der overheeden, den 17e Jan behouden zijn in zee geraakt; dus wij hoope hebben, dat onze een„ „biedige van den 11„e der zelfde maend, met Laetst gen: bodem„ aen U Hoog Ed„s gaddresseert, reeds voor Lange behoorlijk zal zijn besteld;, voegende echter tot meerder gerustheid, daer van het Duplicaet hier nevens, zo wel als t' triplikaet van die m„ den 1„e Apl a: j: Dog alvoorens over te gaen om uH Hoog Ed:s verslag onzer Cris„ Inlassing der beantwoorden tingen te geeven in zo verre zulx niet reeds, bij onze voors. advisen is gedaen; zo zullen we hier insereeren de extracter der brieven van de wel Ed„e Hoog Achtb: Heeren Majores aen usHemp en onze antwoorden in magine van dezelve Extract uit de Generaale Mesive geschreeven door de Edele Hoog Acht Heeren 17=men in het Patria aen ha Hoog Edelheedens den Gouverneur G „neraal en Raaden van Jndia tot b „ria gedateerd Amsterdam den 10e october Ber
English
170 Bengal October 1764 containing the matter of. However much we had flattered ourselves from time to time that the bad state of the Company's affairs in this Directorship would finally have changed for the better, and that subsequently the obstructions and difficulties which the Company has now experienced in its trade for years on end would also have ceased, we nevertheless find to our particular regret that, notwithstanding all endeavors applied to address this to date, not the least improvement has been able to be effected: yea, that affairs have rather taken on a worse appearance. Yet however disadvantageous the state of this Directorship appears, and of however little fruit the endeavors applied for the recovery of that decline may have been, we nevertheless do not wish to refrain from praising the care and zeal with which your Honor and the ministers have sought to bring about that so highly necessary improvement, were it possible. And conforming ourselves together in general with the orders you have established regarding what has occurred in this Directorship and the disposition of the ministers, we shall note herein, with respect to various matters that are of particular consideration and therefore require some rescript from our side, and firstly with respect to the collection of opium and saltpeter, that we have seen with very much sorrow that through the continuous acts of violence of the English, not only has the purchase price of opium considerably increased, but also that the natives become averse to cultivating and bringing in those products, so that the English themselves, notwithstanding their coercive measures, have not been able to obtain by far such large quantities thereof as previously. It is therefore of the utmost necessity for the interest as On the contrary, the recall of all the English private merchants has not only caused the price to drop considerably, but even afforded our servants at Patna the opportunity to satisfy the demand of 1000 chests. One has at present and for some time had no reason to complain about acts of violence in the opium trade. 171 181 well of the one as of the other Company that this be provided for the sooner the better, and it pains us that the means which the Director Taillefert and the other ministers, along with the Patna servants, have employed in order to make those acts of violence and obstructions cease have been of virtually no effect. We have indeed on our part made repeated representations regarding this, and we shall not fail to insist thereon, but however much His Great Britannic Majesty has declared time and again upon the remonstrances made on behalf of their High Mightinesses regarding the aforementioned matter that he would not permit the Dutch Company to be prejudiced in its possessions or acquired privileges by the English Company, and we hold ourselves assured that such is also the true intention of His said Majesty, we can nevertheless promise ourselves little effect from our representations so long as we are not provided by the ministers in Bengal with such evidence with which we can irrefragably prove our rightful complaints; since the servants of the English Company not only unabashedly deny the accusations brought against them, however well-founded those accusations and however world-renowned their acts of violence may be, but that they themselves do not shrink from accusing the servants of the Dutch Company as if they had intended to prejudice the English Company in the saltpeter. We therefore recommend the ministers not to leave unexamined to provide us with sufficient evidence of those continuous acts of violence and obstructions of the English in order that the necessary use thereof may be made here. All the evidence that could be obtained with any possibility has already been offered to your Right Honorable Worships in the year 1763 with the ships Scholtenburg and Visvliet in separate bundles. We hope that the same will have been found sufficient to justify the complaints made, as will appear from the exchanged separate Patna letters which are also in those bundles.
Dutch transcription
170 ge Bengale October 1764 vervattende de matteerie van. Hoe zeer wij ons van tijd tot tijd hadden geflatteerd; dat de slegte gesteldheid, van S'Comp„s zaaken in deeze Directie eindelijk ten goede zou zijn verandert, en dat vervolgens ook zoude zijn gecesseert de traverses en moeijelijkheeden, welke de Comp„e nu Jaaren et„ agter een in haaren handel heeft ontwmat„ ondervinden wij echter tot ons bijzonder Leed„ „weezen, dat niet tegenstaende alle aenge„rg„ dres tot „wende devoiren tot nog toe geene de min„ „ste verbeetering heeft kunnen werden geëf: „fectueerd: Ja dat veel eer de zaaken van erger aenschouw zijn geworden Dog hoe nadeelig ook de staet van deeze Directie voorkomt, en van hoe „wijnig vrugt ook moogen zijn geweest de aengewende devoiren tot herstelling van dat verval; willen wij echter niet afzijn te Laudeeren de zorgen ijver, waarmeede UE en de ministers hebben getragt, die te zo hoognoodige verbeetering, waare het mogelijk te weege te brengen. En /2 In tegendeel, het op ontbot, van alle de Engelsche vrijkooplieden, heeft niet maar zelfs onze bedienden te Eisch van 1000 kisten te voldoen Men heeft thans en zedert eenige En onsteffens in't Generael Conformeerende met de ordres uE omtrend het voor gevallen in deeze Directie en de dispositie der mi„ „nisters hebben gested zullen wij ten op„ „zigten van deeze en geene zaaken, die van eene bijzondere consideratie zijn, en over zulx eenige rescripte van on¬ „zentweegen vereisschen ten deezen noteeren en wel eerstelijk met opzigt tot de inzameling van amphioen en salpeeter dat we met zeer veel Leetwer Patna gelegenheid gegeeven den geweldenarijen der Engelschen niet alleen de inkoops prijse van de an phioen merkelijk is verhoogt, maar ovk dat de inlanders afkeerig werden, die producten te verzorgen en aen te brengen zo dat de Engelschen zelfs onaengezt haare dwangmiddelen, daar van op verre na zo groote quantiteiten niet do voor heen hebben kunnen machtig worden; het is over zulx van de uiterste noodzakelijkheid, voor het interest, zo alleen de prijs, merkelijk doen dalen, hebben gezien dat door de aenhoudende tijd, geen reeden om over geweldenarijen in den Amphioenhandel te klaagen Wel 171 181 wel van de eene als de andere Comp„e dat daar in hoe eerder hoe beeter voor„ „zien, en het smerd ons dat de middelen die de Heer Directeur Taillefert en de verdere menisters benevens de Patte¬ „nase bediend„s hebben in 't werk gestelt, ten einde die geweldenarijen en belemmt„ „ringen te doen ophouden genoegzaam van geen Effect zijn geweest. Wij hebben wel aen onze zijde, derweegen gedaen herlaelde representatien, en wij zul„ len niet na laaten daar op aen te drin„ „gen, maar hoe zeer ook zijn groot bri„ „tanische majestijt een en andermael heeft gedeclareerd op de vertoogen, welke ter zaake gemeld, weegens haar hoogm: zijn gedaen, dat hij wiet zoude toelaten, dat de nederlandsche Comp„e in haare bezittingen of verkreegen voor rechten door de Engelsche Comp„e wierd bena¬ „deelten wij ons verzeekert houden, dat z zulx ook de waare intentie van hoogst gedagte zijne Majestijt is, kun die „nen „nen wij onsechter van onzen representatien bon weinig effect belooven, zo lang wij door 1762 menisters - in bengale niet werden na mo te „sien met zodanige bewijzen, waar meed wij onze rechtmaatige klagten on„ „weederspreekelijk kunnen betogen„ dewijl de bed„s van de Engelsche Comp: „di niet alleen onbeschroomt ontkennen de de beschuldingen die teegens haar wer daar veel in gebragt, hoe gegrond die beschuld „ „gingen en hoe wareldkundig hunn „ geweldenarijen ook zijn. maar dat en zij zelve zig niet ontzien, de bed„s van de Nederlande: Compe. te beschuldig als of die voorneemens waaren ge „weest de Engelsche Comp„e in de Sal„ „ben „peeter te benadeelen. „ren Wij recommandeeren over zulxd „biede Alle de bewijzen die met met eenige 7 9br: mogelijkhed, heef kunnen machtig worden ministers niet onbezogt te laaten; 19„e zijn uwe Ed„le Hoog Achtb„r reeds in A„o 1763 met om ons te verzorgen voldoende bewijzen staen de scheepen Scholtenburg en visvliet, in reede aparte bondels, aangebooden. Wij hopen van die aenhoudende geweldenav Engel dat dezelve voldoende zullen zijn bevonden, van om de gedaane klagten te rechtvaardigen; en traverses der Engelschen ten einde begro zullende uit de gewisselde aparte daar van alhier het noodige gebruik zijn „patenase brieven die almeede in die bondels e ter
English
bundles are to be found, as also shown by the separate letter of the Director and Head Administrator of 22 December 1762, the means that had to be employed to obtain those proofs. May it also be permitted to us in this regard to remark that, even presupposing that one could still obtain any proofs of sufficient strength to serve the proposed end, it would nonetheless, under the present circumstances, be completely ill-advised to make any commotion about it, without which the same could not be obtained anyway. One would perhaps thereby cause an animosity, which seems entirely to have made way for mutual harmony and obligingness, to bubble up again; and the interests of the Company would run the danger of suffering through it, as they could make it. And although from the separate letters of the Director and Head Administrator of 25 August and 22 December 1762 it is to be inferred that those required pieces of evidence will be difficult to obtain so long as the English ministers continue to follow such a political system as they have proposed for themselves, and they at the same time shall retain the influence which they still seem to have over the Native, we nevertheless trust that the ministers will not let themselves be deterred by this, but on the contrary will endeavor with redoubled zeal to obtain those proofs. We approve, meanwhile, of the conduct which the ministers have maintained up to now in order to obtain the required saltpeter and opium. Since we are also of the opinion that all indirect purchase of those products, and especially of the opium, must have harmful consequences, we wish that the ministers had been able to purchase a sufficient quantity of both those items directly. We furthermore pass over the fact that the ministers, at their request, have lent the Company's refining kettles to the English; for although that delivery did not answer to the purpose of the ministers, and the conduct of the English does not deserve any accommodation on our part, we nevertheless are content with that action of the ministers, as having been done with good intentions. Passing herewith to the treatment of some further points occurring in the ministers' successive letters and your rescripts, we can also approve that the ministers, regarding the difficulties raised by the pilots concerning bringing the ships drawing more than 17 to 18 feet past the Haaze Spruit or especially through the Jenne Gad, had ordered the said pilots to sound those places from time to time and to moor the ships that might draw too deep at Hlingeli, in order to be partially unloaded there, as it is highly pleasing to us that the ministers use all attentiveness and precaution to secure the Company's ships against disasters and dangers as far as possible. The direct purchase of saltpeter we have up to now considered ill-advised to attempt, for such reasons as are stated in our respectful letter to your Honorable Grand Esteemed of 7 November and our secret resolutions of 19 October 1764 and 29 January 1765. Also one has no reason to complain about this item, since the English gentlemen estimated the quantity they had intended for us in it at 28579 maons, of which 26990 maons have been delivered to our use. It is, however, not the first time that the pilots have come forward with that difficulty. They even, on that account, presented a request to the High Indies Government some years ago and subsequently requested that no heavier ships than 136 to 140 feet might be sent thither; nevertheless, the English in the year 1759, with warships drawing much deeper than 18 feet, came right up before their factory. The pilots continue almost annually with raising difficulties about bringing in ships that draw somewhat deeper than 17 to 18 feet; they even presented a request about this to the High Indies Government last year, and subsequently, in their report regarding the laying of the buoy, again expressed their fear about the shallowness of the river below the Haaze Spruit, claiming not to dare to risk bringing the Company's heavy ships over it before the same were unloaded to a depth of 16 to 17 feet, the ship Welgelegen [illegible]
Dutch transcription
172 183 gevaar loopen om er door te lijden bondels zijn te vinden, alsmeede het apart schr:le kunnen maaken. ven van den Directz en Hoofdad„s van de 22 decmb:r En Schoon uit de apparte brieven van 1762 blijken, de middelen, die men heeft moeten in 't werk stellen, om die bewijzen den Directeur en hoofd adminstrateur te bekoomen. 't zij ons ook vergunt ten deezen van den 25e Augustus en 22 decembr. 1762 opzigten aen te merken, dat eens voor„ „ondersteld zijnde dat men nog eenige bewij is afteneemen, dat die benodigde bewijs „zen van genogzamen kragt, om tot he voor„ „gesteldeijnde te kunnen dienen, konde bekestukken bezwaarlijk te bekoomen zullen het egter, in de tegenwoordige tijds omstan„ „digheeden, ten eenemaalen ongeraaden zyn, zo lang de Engelsche menisters zul„ zoude weezen, eenig beweging, /:zonder welke en blijven volgen het politique sijs tema„ de zelve, tog niet zoude te verkrijgen zijn:/ daar om te maaken, men zoude hier door het geen zij zig hebben voorgesteld, en veellicht, eene animositeit, welke ten eene„ zi teffens zullen blijven behouden de „maal schijnt plaets gemaekt te hebben, voor eene onderlinge harmonie en ge„ invloed dien zij als nog schijnen te hebben „dienstigheid, weeder doen op borrelen; en de belangen van de Comp„e zouden op den Jnlander, zo vertrouwen wij egter dat de ministers zig daar door niet zullen Laten afschrikken, maar in tegendeel met verdubbelden ijver zullen tragten De directe inkoop van salpeeter heb die bewijzen machtig te worden. Wij beuwe tot nog toe ongeraden geagtte entene approbeeren in tusschen de behande¬ „ren, om zodanige reedenen als bij onze eer„ „biedige, aan uwel Ed„e Hoog Achtb: van den „ling die de ministers tot hier toe hebben 7 9br: en onse secrete besluiten van den gehouden om te bekoomen de benodig„ 19„e 8br: 1764 en den 29„e Ianuarij 1765 vermeld staen. ook heeft men over dit Artikel gee„ de Salpeeter en amphioen dan de„ „reeden van klaagen, dewijl de heeren nary Engelschen de quantiteit die ze ons daer „wijl wij meede van begrip zijn, dat alle inde van hadden toe gedagt, op 28579 maons indirecte inkoop van die producten begroot hebben, waar van ons 26990 maons bruik zijn afgegeven; en voor al van de amphioen van Scha¬ „delyken tie yde ƒ „delijke gevolgen moet zijn, wenschen wij dat de ministers in staet zullen zijn geweest een genoegzame quanti¬ teid van die bij de artikulen Directin te koopen. Wij passeeren voorts dat de minis„ ters aen de Engelschen op hun verzoek hebben geleend sComp„s raffineer keetels want of wel die afgave niet heeft beantwoord aen het oogmerk van de ministers en het gedrag den Engel„ „schen geene gerieffelijkheid van on„ „zentweegen verdient laaten wij egter die behandeling der menisters„ als met een goet oogmerk gedaen zijnde, ons wel gevallen. Hier meede overgaende ter Cerhandeling van eenig verdere poincten, in der ministers sch successive brieven en uE rescriptien bij der voorkoomende kunnen wij meede wavree van approbeeren, dat de ministers op voorg de gemaekte zwaarigheeden dera bien riep Lootzen om de scheepen die per„ gaende pra 173 185 gande als 17 â 18 voet en voorbij de haaze spruit of voornamenlijk door het Jenne gad te brengen, ged:e Lootzen gelast hadden, die plaetzen van tijd tot tijd te pijlen en de scheepen die te diep mogten gaan op Hlingeli te Ctuien, om aldaar gedeeltelijk ont„ „lost te worden, nadien het ons ten hoogsten welgevallig is dat de mi„ „nisters alle oplettentheid en voorzorg¬ gebruiken om 's Comp„s scheepen voor rampen en gevaren na vermoogen te beveiligen. De Lootzen houden genoegzaam Jaar lij let is echter de eerste rijze niet ' aan met het opperen van zwaarigheeden, dat de Lootzen met die zwaarigheid over het binnen brengen van scheepen, die eenigzints dieper gaen als 17a 18 voeten zijn opgekoomen zij hebben zelve uit nigzelfs hebben zij, daar over in 't voorleede Jaar, een request aen de hooge indi tien hoofde voor eenige Jaaren sche regering gepraesenteerd en vervolgens verzogt dat geen zwaarder scheepen tien bij hun rapport, weegens het leggen der tonne boeijer, alweder hunne als van 136 â 140. voeten derwaerds eede we vreeze te kennen gegeven over de ondiepte van de revier beneden de haare ppr nogten werden gezonden, niet te op voorgeevende niet te durven waager, min zijn de Engelschen in A„o 1759 en der zwaare sComp„s scheepen daer over te brengen, voor dat dezelve, tot op de met oorlog scheepen veel dieper als. er „ riepte van 16 a 17 voeten ontlaaden vaaren, het schip welgegegen Tuistza 18 voeten gaende, tot voor hunne Logie N te de
English
Having arrived at Calcutta at that time, and our Company having had more than one ship of 150 feet in the Ganges, we were brought into no small embarrassment by that unexpected difficulty, as the season did not allow that ship to be unloaded at Kisserijen with the usual vessels, and all our sloops were outside to watch for the expected ships. But as the Master Attendant Zuidland believed the pilots' pretenses to be untrue, we sought to devise a means so as not to expose the ship to any danger, and yet not too easily defer to the perhaps groundless pretenses of the pilots. We therefore resolved on 29 July 1765 to commission our Master Attendant together with the skipper Turriaan Moolensteen, assisted by two pilots, to survey the fairway below the Haaze Spruit, and, finding the raised difficulties groundless, to have the ship brought up without delay, but in the contrary case, to have it moored at Kasserijen until it could best be unloaded so far as to make it pass over the shallow without danger. From that resolution the desired effect was also seen, as Welgelegen, without being unloaded, was happily brought up before Doltha. We well know that at some times there is more and at other times less water in the river, but those times can be taken into account, and one should conclude from the cited examples that the difficulty which the pilots have made against bringing up ships that draw deeper than 17 to 18 feet is not as insurmountable as they wish to make it appear; and since it cannot be foreseen into what circumstances we might get, and it is therefore highly necessary that we be properly informed concerning the condition of the Ganges and its depth or shallowness, so that we may know which ships we in case of need Regarding the condition of the Ganges, we have already had the honor to send your Right Honorable a precise and detailed report from our Master Attendant the pilots via the ships Blijswijk and Schagen, which is now again going over to Batavia, though the continual shifting of the shoals is so considerable that therein not only every year, but often in two or three months, uncommon change is perceived. The pilot Cornelis Kadaij is the adjacent, condemned on 31 December 1762 to a fine of two months' wages. need could with peace of mind send to the Ganges, the ministers will have to send us a report upon which we may rely. We further note as a proof of the ministers' attention their adopted resolution to place the pilot Kadaij under arrest upon his arrival at Hooghly, and to have the fiscal investigate where the said pilot had stayed from 25 November to the first of December and why he subsequently, having been warned by the skipper of the ship Duinisveld, had not immediately proceeded on board the ship De Vrouwe Cornelia Hillegonda, which had also arrived and stayed in the roads of Balasore until 7 December, in the confidence that the ministers will not have neglected, upon finding any neglect of duty, to correct the said pilot as required in order to stimulate him and others of the Company's pilots to better observe the post demanded of them, and subsequently to prevent the commanders of the Company's ships, upon their appearance before the river, from having to make use of English pilots as the skipper of the aforementioned ship Duinisveld had to do at the cost of an excessive sum of 700 rupees. In this connection we cannot omit to observe that the ship officers, often without waiting until they have arrived at the place where our pilot sloops usually lie, or take on English pilots; to prevent which in the future as much as possible, we resolved on 17 September 1765 to have the 600 rupees that had to be paid to the English pilot for bringing in the ship Cattendijke reimbursed by the skipper Leenaert van der Linden, as he had taken over that pilot before having reached the Balasore roads, where at the same time two of our pilot sloops were waiting for the arriving ships, and subsequently refused to take over one of our pilots who offered to bring the ship in, in which case one could still have sufficed with half of the agreed pilotage; another such case having existed about a year before with the ship De Vrouwe Cornelia Hillegonda. The bonus that is granted to the pilots for bringing in the ships is issued for all, without distinction of what character or how deep they draw. On this occasion having further reflected that according to your secret dispatch from the Director and Head Administrator of 5 August 1755 a bonus of 100 guilders is granted to the Company's pilots for bringing in and an equal sum for bringing out a ship, and not having been able to our satisfaction
Dutch transcription
op die tijd gearriveerd zijnde, wierte Calcatta gekomen, en onze Comp:s heer „den wij, door die onverwagte zwaarigheid, niet wijnig in verlegenheid gebragt, alzo meer als een scheepen van 150 voeten het Jaar gelijde niet toe Liet, dat schip in de Ganges gehat wij weeten wel dat te Kisserijen met de gewoone vaartui„ „gen te ontlossen, en onze sloepen alle in zommige tijden meer en andere buiten waaren, om op de verwagt wordende scheepen te passen. dan alzo de Equi minder waater in de rivier is, dog pagemeest„r Zuidland, vermeende het die tijden kunnen in Acht genomen voorgeeven der Lootzen onwaar te zijn, zo tragten wij een middel uit te denke werden, en men zoude uit de aengehael„ om het schip niet aen eenig gevaar te ex„ „poneeren, en egter ook niet te ligt de „ de voorbeelden, moeten besluiten „fereeren aen de misschien ongegronde dat de zwaarigheid die de Lootzen voorgeevens der Lootzen wij beslooten dan op den 29e Juli 1765 onzen Equi hebben gemaekt tegen het opbre„ „pagemeester nevens den schipper Turri„ „ welke „aen moolensteen te Commit=n, om geassigen van scheepen dia dieper als „steert van twee Lootzen, het vaarwater 7 â 18 voeten treeden, zo onoverkoe„ beneden de haaze spruit op te neemen, en de voorgebragte zwaarigheeden „melijk niet is, als zij die willen ongegrond vindende, het schip zonder uitstel te laaten opvoeren, dog in condtoen voor koomen; en dewijl niet „trarie geval, het zelve te kasserijen is te voorzien in wat omstandig„ te laaten vertuien, tot dat men 't best mo„ „gelijk, zo verre zouden ontlost hebben, heeden wij zouden kunnen om het zelve, zonder gevaar, over de ondiepte te „ doen passeeren. van die Geraaken, en het derhalven „ kunnen besluit heeft men ook het gewenschte ten hoogsten noodzakelijk is, dat Effect gezien alzo welgelegen, zonder ontlost te worden, gelukkig tot voor wij nopens de Constitutie van de Doltha gebragt is Weegens de constitutie van de gan „ ganges en deszelfs diepte of on„ „ges hebben wij reeds de eere gehat uwelEd„e diepte behoorlijk onder regt zijn Hoog Achtb„r een accuraet en omstandig berigt van onzen Equipagemeester ten einde wij kunnen weeten de Lootzen te laaten toekoomen p„r de scheepen blijswijk en schage, wwelke scheepm mij in cas van 'twelk nood 174 187 „speurt word. nevenstaende, op den 31„e december 1762 gecondemneerd in een boete van twee maenden gage. 't welk thans weeder naer batavia over gaet, heen dog het gedurig verloopen der droogten noot wij met gerustheid na de gan„ is zo Conciderabel dat daer in niet alleen alle Iaaren, maar veeltijds in twee of drie„gls zouden kunnen zenden, zullen „ moeten maenden, ongemeene verandering be„ de ministers ons daar van doen toe koomen een bericht waar De Loots Cornelis Kadaij is of het op wij ons moogen verlaaten wij merke wijders aen als een blijk van der ministers attentie, hun genomen, besluit om den Loots kadaij, bij zijn komst te Hloegen in arrest te neemen, en door den fiscael te laaten on„ derzoeken, waar de gemelde Loots zig had op gehouden, van den 25e November tot den eersten Decem¬ „ber en waar om hij vervolgens ge„ „waarschud zijnde door den Schippro van 't Schip Duinisveld, zig niet ter eerste begeven hadde aen boord van 't meede gearriveerde en tot den 7„e december ter rheede van bellazoor vertoeft hebbende Schip de Vrouwe Cornelia Hille¬ „gonda, in vertrouwen, dat de ministers niet zullen hebben me„ nagelaten nagelaten, bij bevinding van eenig pligt verzuim den gem: Loots naar vereischte Corrigeeren ten einde hem en andere van sComp„s Lootze„ „laten aen te merken, dat de scheeps over op te wekken tot beeter waarneemen „heeden, veelmaels zonder te wagten, tot van de aen hun gedemandeerde ze gekomen zijn, ter plaetze daer onze Lootssloepen gewoonlijk leggen, of geen post en vervolgens te praevenieeren, „om engelsche Lootzen over te neemen, dat de overheeden van sComp„s sche„ :om 't welk, zo veel mogelijk in 't vervolgte „beletten, hebben we op den 17„e september pen zig bij hunne verscheining voor 1765 beslooten, om de 600 rop„n die men aen de Engelsche Loots voor 't bin de rivier niet behoeven te bedienen „brengen van 't schip Cattendijke hat moeten betalen te laten remboursee van Engelsche Lootzen gelijk de door den schipper Leenaert van der Linden, alzo hij die Loots had Schipper van het hier vooren overgenomen alvorens de bella zoor gemelde schip duinisveld heeft „sche reede bezijld te hebben alwaer moeten doen ten koste van een ter zelver tijd, twee onzer Loots„ van „ 700: rop sloepen op de aenkomende Scheeprexsessive somma ^ bij deeze gelegen„ „wagte den, en vervolgens wijgerde „ een onzer Lootzen die zig aenbood „heid nader zijnd gerefletteert, dat „om het schip binnen te brengen, over te neemen, wanneer men nog mevolgens UE secreete missive van de helfte van het bedonge Lootsgeld, den Directr. en Hoofd adm„t van den zoude hebben konnen volstaen, heb„ „bende nog een diergelijk geval, omtr„e 5„e Aug„s 1755 aen 's Comp„s Lootzen een Jaar te vooren met 't schip de Vrouwe tot een douceur ƒ 100:-: - voor het in Cornelia hillegonda gexteerd. en een gelijke somma voor het uit Het douceur dat de Lootzen Voor het binne brengen der scheepen, is „toe gelegt word afgegeven voor alle, zon „ brengen van een schip, is toegelegt, „der onderscheid, van wat Caracter of hoe en niet tot ons genoegen hebbende diep dat ze treeden. Hier omtrend kunnen we niet na„ kunnen 59
English
1756 183 to be able to ascertain whether that gratuity was thus given indiscriminately for all Company ships without any distinction of what character they are, and whether they draw more or less water, the ministers will elucidate to us in this regard. The reasons which the ministers have given in their separate letter of 25 August, why they could not have seen fit to accept the proposal first made privately by the Governor of Calcutta to Director Taillefert, and subsequently explained more fully by the English Master Attendant, to lay the buoy barrels jointly in the roads of Balasore, are of such weight that we also gladly wish to conform to them. It is therefore also with our approval that they have declined the proposal made, and on the contrary resolved to have the aforesaid buoy barrels laid, just as previously, by the Company's pilots. Your disposition to have the amount of the shortages of rupees found to be counterfeit among the delivered parcels with various ships reimbursed by those who failed to send over the bags in which they were received, is all the more approved by us because we experience to our sorrow that several servants in this Directorate are not to be kept to their duty other than by means of greater pressure and exhortation. The granting of ƒ 1300 to the Storekeeper instead of the previously permitted ƒ 1200 for keeping permanent peons in service on the vessels, we will gladly pass, in the hope that the Company will thereby be less exposed to the frequent thefts that were previously committed on its goods on those vessels, for if that objective is not achieved, and the Company is thus not freed from those damages inflicted upon it by those committed thefts, that annual expenditure of ƒ 1300 would be of not the least benefit and would only serve to further burden the Company. Concerning the sale of merchandise, we have seen not without displeasure the poor success of the auction held on 29 March and 1 December 1762, although one might have expected a better outcome from it on account of the reduced prices of various articles as well as of the condition that was published in the announcement notice of the first auction, namely that of all the assortments of which anything, even if it were only a single head, was sold, nothing would be disposed of on the Company's behalf, whether publicly or by private treaty, except only the damaged goods, before the end of October, in order to encourage the buyers all the more thereby. But since the increase in the sale of the Company's goods depends greatly on a better state of affairs and internal peace, we must therefore continue to hope for better times and meanwhile are pleased that the ministers, to prevent exceptions, had decided to notify in the sales conditions that no complaints regarding the defectiveness of the goods would be considered after their removal from the warehouses. And just as they had proceeded to make such a decision upon the complaint made about the adulteration of a parcel of Japanese copper, we likewise saw with pleasure that those complaints, upon investigation, were found to be groundless, and that the same had to be regarded rather as pretexts to be released from the purchase made. It has meanwhile also somewhat surprised us that upon cutting through some bars, some difference with regard to the color was discovered between them, which difference, however, we cannot attribute to sea water, as we cannot suspect that it would have penetrated so far into the copper that on that account the copper inside would have become less shiny than other bars. The authorization granted to sell the Japanese bar copper by private treaty had the result that the stock of that mineral was sold in the year 1764 with 164½ percent advance and that received in the year 1765 with 168 percent advance, whereas the advance obtained on the copper at that time had been 183½ percent. We further experience with regret that the sale of Japanese copper is diminishing from time to time, not only in this Directorate, but also at other offices of the West, and since the cause of this, at least with relation to this empire, seems to have to be attributed to the considerable importation of Swedish copper by the English, we cannot therefore disapprove of your granted authorization to reduce the sales price of the said mineral somewhat if a larger sale could thereby be brought about. This has also been a clerical error, as the advance on the aforesaid copper at the auction of 1 December stated as 900 percent in the separate missive of Director and the Chief Administrator dated 22 December 1762 we have had to note as a clerical error. Passing over in this instance the determination which you have made regarding the selling price of the Japanese camphor, we refer ourselves with regard to the article of tin and the reduced price thereof to what we have noted above under the matter of Palembang concerning that subject, and we further conform, with relation to the old Persian copper works and the loss that happens to fall thereon upon sale in this Directorate, to what was stated in that regard in our letter of 24 September 1767. Regarding the sale of gold and silver, as well as the minting, no special remarks having occurred to us, and the proceedings of the ministers in this matter having been well arranged.
Dutch transcription
1756 183 kunnen nagaen, of dat douceur zo„ werd gegeven in distinctie voor allae Scheepen van de Compe zonder ie onderscheid van wat Carcter die zijn, en of die meer of min diep¬ treeden, zullen de ministers ons ' dien aengaende Elucideeren: on De reeden welke de ministerss bij hunne aparte Letteren van den 25„e Aug„o hebben gegeven, waar om zij niet hadden kunnen goedvinde¬ te amplecteeren het voorstel eerst door den Guverneur van Calcatta, in het particulier aen den Direc„ teur Taillefert gedaen, en vervolgens breeder verklaerd door den Engel, in „schen Equipa gemeester om geza„ „mentlijk de tonne beijen op de rheede van bellazoor te Leggen, t¬ zijn van dat gewigt, dat wij ons daer meede gaerne willen Conformeeren ze Het is derhalven ook van onze goede „keuring, dat zij die gedaene voor an voorslag hebben gedeclineert, en in tegendeel beslooten, de voors: tonne boeijen, even als bevoorens door s Comp„s Lootzen te laaten Leggen UE dispositie, om het bedrag„ der te korten valsch bevondene ropijen, onder de aengebragte pa„ „tijen, met diverse scheepen te doen vergoeden, door de geene die verzuimd zoude hebben de zaa¬ over te zenden waar in dezelve zij ontvangen, is te meer van onze goed keuring, om dat wij tot ons Leedwee ondervinden dat verscheide dienaar in deeze Directie niet als door mi „delen van meerder klemn aan a hortatie tot hun plicht zijn te h den. Het toeleggen van ƒ 1300: aen den Pakhuismeest„r in steede van d bevorens toegestaene ƒ 1200. voor ho in dienst houden van vaste pions op de vaartuigen willen wij m Vel passeeren, in hoope dat de Compt daar 176 191 daar door minder zal zin geëxpo¬ „neert aen de frequente dieverijen, die te vooren aen haare goederen op die vaartuigen zijn gepleegt want zo dat oogmerk niet werd berijkt, en de Comp„e dus niet werde beraijd van die schadens welke haar door die gepleegde dieverijen werden toegebragt, zouden die Jaarlijkse uitgaave van ƒ1800:—:- van geen de minste vrugt zijn en maar alleen tot meerder bezwaar van de Compagnie verstrekken betreffende den verkoop van koop„ „manschappen hebben wij niet aan ongaerne gezien het slegd succes van de gehoudene Vendutie op den 29„e Maart en Pm. Decembr 1762 Schoon men daar van een beetere uit¬ „slag hadden mogen verwagten uit hoofde van de verminderde prijze van verscheide articulen als meede van de Conditidie bij het billet van uitz uitschrijving van de eerste vendu¬ „tie was gepubliceert, namentlij dat van alle de sortementen, waar van iets al was het maar een kopje verkogt wierd, voor ult:o oer „tober niets van s Comp„s weegen, h zij publiek of uit de hand/ uit ge¬ „zondert alleen de beschaadigden zoude werden afgestaen, ten ijnde daar door de koopers te meer ae te moedigen, dan vermits de 8 debit van vermeerdering van 's Comp„s goede„ „ren grootelijx afhangt van een beetere gesteldheid van zaaken, en de binne Landsche rusterma „ten wij over zulx op beetere tijden blijven hoopen en laten ons in tusschen welgevallen, dat de ministers ter voorkooming van Exceptien hadden beslooten bij de verkoop Conditien te adverteeren dat op geene klagten van de ondeugd der goederen na de afha„ „lingg 177 133 „ling derzelve uit de pakhuizen, enig„ reflectie zouden worden geslaagen en gelijk zij tot het neemen van zodanig besluit waaren getreeden op de gedane klagte over de vervals„ „sching van een partij Japans kooper, zo zagen wij te gelijk met genoegen, dat die klagten bij onderzoek, on„ gegrond waaren bevonden, en dat de zelve veel een moesten werden gehouden voor protexter, om van de gedane koop ontslaagen te werden, het heeft in middels ons meede eeniger maak gesurpreneert, dat bij het doorslaen van Sommige Staaven, tusschen de¬ „zelve eenig verschil ten aenzien van de Coleur is ontdekt aan welk (schil wijechter niet kunnen toe schrijven aen het zee waater als niet kunnende vermoeden, dat het zelve zo verre in het kooper zoude zijn door gedrongen, dat uit dien hoofde het kooper van binnen minder glanding, als De gegeve qualificatie om het Japans staafkooper, uit de hand te verkoopen is van „nerael in A„o 1764 verkogt is met 16 4=½ pC„o advans en het in A„o 1765 ontvangene met 168 pC„s schaars „ advans dier tijas op het kooper behaeld is, geweest 183½ pC„o r=m 2 als andere staven zoude zijn ge¬ „worden. Wij ondervinden wijders met Leet„ kooper niet alleen in deeze Direc¬ „tie, maar ook op andere Comptoiren van de west van tijd tot tijd vermindert, en vermits de oorzaake van dien immers met relatie tot dit rijk Schijnd te moeten worden geattribueer aen de Considerabele aenbreng van het sweedsch koper door de En„ „gelschen, kunnende wij over zulks nie misprijzen uE gegevene qualificatie„ om de verkoops prijs van het ged„e mine„ „rael eeniger maate te verminderen indien daar door een ruime de„ „bet zoude kunnen worden te weege gebracht. Dit ir ook een schrijf fout geweest, alzo het Dog de opgave van de behaeld ead„ „vance op het roos: kooper tot 900 pC„o „ de op vendutie van den 1e december bij de aparte missive van den dat gevolg geweest dat de voorraad van dat mij weezen; dat het Debit van 't Japansen Directeur 178 195 133 Directeur en den Hoofd Aministr. de dato 22 december 1762 vermeld hebben wij als een schrijf foute moeten aen¬ „merken. De bepaling welke uE Hebben gemaekt op de verkoopsprijs van de Japanse Camphur ten deezen passeerende, refereeren wij ons met opzigt tot het artikel van 't Thin en de verminderde prijs van 't zelve, aen het geen wij hier vooren, onder de Moete„ „rie Palembang, over dat onderwerp hebben genoteert en gedraagen ons wyders met relatie tot de oude persiaensche kooper werken, en het verlies dat daer op bij verkoop in deeze Directie komt te vallen aen het vermelde dienaengaende bij ons letteren van den 24„e September 1767. Omtrend den verkoop van Gouden; zilver, alsmeede de vermunting e„ bij ons geene bijzondere remarques ge„ „vallen zijnde en de behandelingen der ministers in deezen welgeschikt hebben
English
having found according to the circumstances of the times, we shall pass over them, and with regard to that article only note that from the yields of the sold new Ducats in the Years 1759 and 60 at Hoeglij and at Cassembazaar it sufficiently appears that with regard to that selling price of that minted specie the claimed experience is not so general as the ministers state positively in answering the Extract of our Letter of the 24th September 1761; but however it may stand with the sale of that minted specie, this is in any case beyond dispute, that bar silver proves most advantageous, wherefore we also trust that Your Honor will supply this Directorate with it in preference to minted Species. the discovered difference upon confrontation of 179 137 were found to agree both here and at Cassembazaar. of the mark weights which are used in this Directorate against those kept in the main Treasury at the Principal Place, also having been able to be one of the causes of the successive deficits found, we trust that this has since been remedied; serving further for Your Honor's information that we have duly Received the required accounts of the manner in which the weighing of the silver was done both at the Principal Place and in the Directorate of Bengal, and that we shall make such use thereof as we believe can best serve to achieve our purpose, while we shall furthermore await the report of the finding of the parcel that was dispatched from here last Year to this Directorate with the ship Schoonzicht, and to which we have added the balance scales and the weight with which that parcel was weighed out to the skipper of the said vessel; we shall also at the First opportunity send to the ministers the requested small balances and scales with The weight of the adjacent Parcels It is extremely pleasant to us that our performances may have obtained Your Right Honorable's approval, and we live in hope that the measures that were subsequently put into effect to make mainly the Linen trade succeed better will convince Your Right Honorable that the occurring difficulties with the sets of small weights belonging thereto, and have special care given to the packing thereof, in order to prevent as much as possible that during the voyage any defects are caused to those balances, as we have seen with Regret from the ministers' Letter of the 8th January 1763 that the fine balance received per Oosterbeek and sent to Cassembazaar was found somewhat defective and not of the required accuracy. Regarding the collection of Linens, silk and silk fabrics, we refer again to our currently outgoing Demand of returns, containing our Consideration of the prices and the condition of the recently received Linens, and what further Concerns the trade in those articles: We do not want to fail, however, to express our satisfaction in this regard over the diligence and attention with which 180 130 133 will not deter us, but rather encourage us to Double our zeal to overcome the same. In the embarrassment in which we certainly would have found ourselves again this Year, the authorization to accept on bills of exchange whatever might be offered to us has come in very useful, and fortune has served us better in that regard than we had dared hope; since, by the large sums that were paid into the Company's treasury by various English Gentlemen, we have not only been enabled to make the advance disbursements on the contracting, but also to assist the subordinate factories, which otherwise would not have been feasible. with which the ministers in this Directorate, particularly the Councilor Extraordinary and Director Taillefert, have continuously sought to overcome the obstacles and difficulties they have encountered; we also approve their adopted resolution to grant to the merchants, after the completed Delivery, a Surplus of seven or nine percent, in the hope that this will meet expectations, and that the ministers, through these and other means, will be able to fulfill our currently outgoing Demand in quality and quantity. We accordingly also expect that Your Honor will, to that end, provide the ministers in time with the required funds, since the embarrassment in which they were placed, mainly through the long delay of the Ships Duinisveld and the Vrouwe Cornelia Hillegonda, cannot but be extremely Damaging to the interests of the Company. Under the subject of Sumatra's west coast, we have already explained ourselves regarding the dispatching of those two vessels, and we shall therefore only add in this regard that since Your Honor had not only excused the ten tons of bar silver requested in your Demand of the Year 1761, but had also not demanded that article in Your Honor's subsequent Demand, and we had already dispatched the largest part of the first-mentioned ten tons, we for that reason shipped no bar silver per Oosterbeek, having not been able to suspect, much less
Dutch transcription
hebbende gevonden naer de tijdsom¬ „standigheeden, zullen wij dezelve passeeren, en ten aenzien van dat ar„ „tikel alleen aenmerken, dat uit de rendementen van de verkogte nieuwe Ducaten in de Jaaren 1759 en 60 te Hoeglij en te Cassembazaar genoegsa„ blijkt, dat ten aenzien van die noverkoops prijs van die munt specie de gepreten„ „deerde ondervinding zo gene rael niet is, als de ministers bij de beant„ „woording van het Extract onzer Letter„ van den 24e. September 1761 wij posi¬ „tiflijk zeggen; maar hoe het ook met den verkoop van die gemunte specie mooge zijn geleegen, dit is in alle gevalle buiten teegenspraek, dat bahaar zilver het voordeeligs duid„ komt waar omme wij dan ook vertrou„ „wen dat UE deeze Directie daer meede preferabel booven gemun„ „te Specien, zullen voorzien. het ontdecte verschil bij confrontatie van 179 137 „koomen accoord bevonden zo wel hier als te Cassem„ „bazaar. van de marck gewig ten welk in deeze Directie zijn getruikt tegen die in de groote Geldkamer aen de Hoofdplaets berusten, almeede hebbend kunnen zijn eene der oorzaaken van de succes¬ „sive bevondene minderheeden, vertrouwen wij dat daer aen zeedert zal zijn geremedieerd dienende wijders tot uE informatie, dat wij wel hebben Ontvangen, de gerequireerde bezigten van de manier, waar op de afweeging van het zilver„ Zo ter Hoofdplaets, als in de Directie van Ben¬ „gaele is gedaen en dat wij daer van zodanig gebruik zullen maaken, als wij vermeenen ter berijking van ons oogmerk bestte kunne„ dienen, terwijl wij voorts zullen afwagten Het gewigt van de nevenstaende Partijes wos het rapport van de bevinding der partij, die van hier in 't voorleede Jaar na deeze Direc¬ „tie is verzonden met 't schip Schoonzicht, en waer nevens wij hebben gevoegt de balancen schaalen en het gewigt; waermeede die partij aen de schipper van gem: bodem is toe gewoogen, ook zullen wij bij de Eerste ge„ „legenheid, aen de ministers toezenden de verzogte kleine balancen en schaelen met Het is ons ten uitersten aengenaem dat onse hebben moogen behaelen, en wij leeven in hoope met de daar toe behoorende stellen klein„ steld gestel te doen gewicht, en op dies afpakking een bijze„over tui onsnie „dere acht doen geeven, ten einde zo veel om onz moogelijk te praefenieeren dat geduurend, Verdu de reize geene defecten aen die balan„ „cen werden toe gebragt, als hebbende me„ met Leetweezen uit der ministers Letter„ van den 8„e Januarij 1763 gezien dat de p„r Oosterbeek ontvangene en naar Cassembazaar gezondene fijne balans, eenigsints de fecticus en niet van de ver „eischte accuratesse is bevonden. Ten reguarde van de inzaemeling van Lijwaaten, zijde en zijde stoffen refereeren wij ons weeder tot onzen: thans afgaende Eisch van retouren, vervattende onze dez Consideratie over de prijzen en de be„ de „vinding van de Jongst ontvangene vorden men Lijwaeten, en het geen den handel in gedien door die artikelen verder Concerneert: Engel niet Wij willen Echter niet afzijn ook strekt de bin verichtinge, uwer wel Ed„le Hoog Achtb=r goedkeuring ten deeze reguarde ons genoegen te be„ „ders dat de middelen, die vervolgens in 't werk zijn „ tuigen, over de vlijten de attentie waer gesteld.— meede : 180 130 133 te doen reusseeren uwel Ed„e Hoog Achtb„e zullen ons niet afschrikken maer veel eer aenmoedige„ om onzen eever tot overkoming van dezelve te Verdubbelen In de verlegenheid waar in we ons zeekerlijk we„ geteld om voornamelijk den Lijwaet handel betermeede de ministers in deeze Directie z overtuigen, dat de voorkoomende moeijelijkheeden in het bijzonder de Heer Raed Extra gr ord„r en Directeur Taillefert, bij con„ tinuatie hebben getragt te boven te koomen de traverses en moeijelijkhee„ „den, welk zij hebben ontmoet, wij Laeten Ons ook welgevallen hun genomen besluit om aen de kooplieden na de volbrachte Leverantie toe te staen een Surplus van zeeven of neegen percento in hoope dat zulks aen de verwagting zal voldoen, en dat de ministers door die en andere middelen, in staet zullen zijn om onzen thans afgaende Eisch in quali„ „teit en quantiteit te voldoen. Wij verwagten dien volgende ook dat „derom dit Jaar, zouden bevonden hebben is ons de qualificatie om al wat ons aengebooden magt UE tot dat einde de ministers in tijds n worden op wisselste accepteeren, wel te stade geko„ „men en het gelujk heeft ons daar omtrend beete zullen voorzien van de benodigde el in gedient dan wij hadden durven hoopen; also wij dewijl de verlegentheid, waer in de door de groote sommen die door verscheide Engelsche Heeren in Comp„e kas zijn betaeld zelve zijn gebracht voornamentlijk door 8. strekkingen op de aenbesteedinge te doen maer ook het Lang agterblijven van de Scheep„ ook 5. Duinisveld en de Vrouwe Cornelia te be„ e Hillegonda, niet als ten uitersten niet alleen in staet zijn geraekt de vooruit ver„ de binnen kantooren te assisteeren 't welkan „ders niet doenlijk zoude geweest zijn. klei Schadelyk —. e waer Schadelijk voor de belangens van de Comp kan zijn. Wij hebben onder de materie van Sumatras west kust ons bereeds gexpliceert over het depecheeren van die twee bodems en wij zúlle derhalven ten deezen daer nog mae bij voegen dat vermits uE niet alleen hadden gexcuceerdde tien tonnen bhaarzilver bij uwen Eisch van den Jaar re 1761 gevraegt maar ook van dat artikel bij UE volgende Eisch niet had¬ „den gevorderd en wij be„ „reeds het grootste gedeelte van de eerst gemelde tien tonnen tonnen ha „den verzonden wij om die ree„ „den geen bhaar zilver per Oosterbeek hebben afgescheept niet hebbende kunnen vermoeden veel min
English
less foreseen the embarrassment in which the ministers have been, and to which, to our regret, that change made in your submitted requisition has also contributed. The conduct of the Patna servants with respect to the 8 pieces of velvet which they have had under their direction since the year 1751, and were finally found to be practically entirely spoiled, doubly deserved the correction that Your Honours have imposed on them on that account; and we might with all fairness have the Company compensated for the benefits that those velvets could have provided upon a timely sale or other disposition, and of which the Company is now deprived through the demanding, shipping to this factory, and the useless retention of those manufactures there, the more so because it is indisputable that if, in formulating the requisition of necessities for this Directorate, due attention had been given to the remainders found at the subordinate factories in order to regulate the new requisitions thereafter as is proper, one would have perceived long ago that those 8 pieces of velvet remained unsaleable at Patna, and would also have provided for it long ago; it is therefore also those and similar negligences in the handling of the Company's goods, of which to our regret only too many instances have occurred, that have obliged us from time to time to moderate your requisitions; but which we hope will henceforth be prevented through the greater attention which for some time, to our particular satisfaction, has been given to that important part of the Company's interests. Having stated in our letter of 29 September of last year that we would look forward to the effect of your established order regarding the withdrawal from Dacca and Futtua if the retention thereof was not absolutely necessary; and having since examined the reasons adduced by the ministers to demonstrate the utility and necessity of letting a post-holder remain in Dacca and retaining the lodge at Futtua, we can well conform to the authorizations that Your Honours have granted to the ministers to that end; in the hope that, upon a favorable turn of affairs, and as soon as the interest of the Company requires placing a resident in Dacca, a man will be chosen for it who possesses the necessary qualifications to let the Company enjoy the advantages that may then be expected from it. Regarding the improved state of this Directorate, with respect to the reduced expenses and increased profits in the book-year 1761, we express our satisfaction, trusting that the ministers, in continuation, will endeavor to answer Your Highly Esteemed intentions as much as possible, to secure the heavily pressing burdens by reducing them as much as possible. It grieves us meanwhile that the Company, besides so many other inconveniences, still remains exposed to various extortions and exactions of money, while the Moors use all kinds of pretexts for that purpose, without seeming to be concerned in any degree with the validity of the representations made against them, it being furthermore easily deduced from the payment of the peshkash, for the delivery of which the Patna servants had to be authorized, how little reliance can be placed on the maintenance of the contract on the part of the Moors. We furthermore praise the conduct that Director Taillefert has maintained with respect to the English. For although prudence and the interest of the Company in the present circumstances necessarily require avoiding all disturbances with the same as much as is ever possible, the Company's privileges must nevertheless not be neglected, but on the contrary maintained with discretion according to ability. Concerning the reflections submitted to Your Honours by the ministers, whether the English actually had some information regarding various secret resolutions, we must leave undecided; yet it has, to our regret, appeared only too clearly on multiple occasions that in Batavia there has been no lack of people who have exerted all their power to discover Your Honours' most secret resolutions and to make use thereof to the disadvantage of the Company. Holding the occurrences with the other foreign nations as communicated, and especially approving the conduct of the ministers with respect to the Danes, we note that there have duly come to our hand the memorials prepared by Director Taillefert, both regarding the disturbances that arose in the year 1759 between the servants of the Dutch Company and in reply to the complaints brought by the Directors of the French against the Dutch Company, both of which have given us much satisfaction and of which we shall make the necessary use in due time. The manufacture of gunpowder having already for some time been stopped by order of the High Government of the Indies, that prohibition was recently repeated by resolution taken in the Council of the Indies on 15 August 1765; and however advisable it may be to avoid everything that could give any grounded suspicion to the Moors, who oftentimes take occasion from the slightest things, we have nevertheless not been able to approve the resolution that the ministers took, after the rainy season, to have some gunpowder made, and we are of the opinion that it could well have been continued, even if it were only on such a footing that it is ill-advised, through such matters, to give any suspicion, or to expose the Company to difficulties at present with the English and Moors.
Dutch transcription
181 201 „min voorzien de verlegentheid waar in de ministers zijn geweest, en waar toe tot ons leedweezen die gemaekte verschikking in uwen gedaane Eische almeede heeft gecontribueerd. De behandeling van de patenase bed„s met opzigt tot de 8 p„s fluweelen welke zij zeedert den Jaare 1751 onder hun„ „ne directie hebben gehad, en eindelijk genoegzaam geheel bevorven zijn bevonden heeft dubbelt vediend de correctie die uE hen desweegens hebben opgelegt; en wij zouden met alle billijkheid aen de Compe mogen doen vergoeden de voordeelen welke die fluweelen bij een tijdige verkoop of andere dispocitie hadden kunnen geeven en waar van de Comp:e door het opgeëscht, ver„ „zenden naar dit Comptoir, en het aldaer nutteloos aenhouden van die manu„ „factuuren, als nu is verstooken, te meer„ 0 wijl onweederspreekelijk is, dat indien bij het formeeren van den Eisch van benodigtheeden voor deeze Directie de de Compe G G de behoorlijke attentie was gegeven op de restanten welke op de onder„ „hoorige Comptoiren werde gevon„ „den om daer na gelijk het behoort de nieuwe Eisschen te reguleeren, men voor Lange al zoude hebben ont¬ „waard, dat die 8 p„s fluweelen te patna in vendibel bleeven Leggen, ook al lange zoun hebben voorzien, het zijn dan ook die een zoort gelijke onagtzaamheeden in de behandeling van sComp:s goederen, en waar van tot ons leetweezen maar al te veel blijken zijn voor gekoomen, die ons van tijd tot tijd hebben genoodzaakt uwe Eisschen te moetereeren; dog die wij verhoopen, dat door de meerdere attentie, welke zedert eenigen tijd tot ons bijzonder genoegen is gu „geeven op dat importante gedeelte n sComp„s belangens, in 't vervolg zullen werden gepravenieert. Bij onze mesive van den 29e. Sept des voorleeden Jaars gezegd hebbende dat wij het effect van uwe gestelde orde ten 182 203 ten opchigte van 't intrekken vant Dee„ „ca en fettua indien dezelver aenhou¬ „ding niet absolut nodig was, zouden te ge„ „moed zien; en zedert door ons g'examineert zijnde reedenen welke de ministers heb„ „ben bij gebragt ten getooge van 't nut en de noodzaakelijkheid, om een posthouder in decca te Laten blijven en de Logie te fettua aen te houden, kunnen wij ons wel conformeeren met de qualificatien welke uE de ministers ten dien einde hebben verleent; in hoope, dat bij een gunstige omkeer van zaaken, en zo haast het belang van de Comp„s vordert een residend in Decca te plaetzen daer toe zal worden verkoosen een man die de nodige vereischtens be„ „zit om de Comp„e te doen genieten de voor„ „deelen welke als dan, daer van verwagt kunnen werden. Over den verbeeter den Staat deezer Direc¬ tie, ten opzigte van de verminderde Lasten en vermeerderde winsten in't bekjaar 176/ betuigen wij ons genoegen, vertrouwende, dat „van Hoog Achtb: intentie zo veel moogelijk beantwoorden zullen beveijtigen, om de zwaar drukk¬ „de Lasten zo veel moogelijk te reduceeren. Het Smert ons in tusschen dat de Compa behalve zo veel andere inconvenienten, als nog blijft bloot gesteld aen diverse vo„ „torsien en geld afpersingen, terwijl de mooren zig ten dien einde bedienen van alderhande praetexten, zonder dat zij zig aen de gegrondheid van d daer teegen gedaane vertoogen eniger maate schijnen te stooren, zijnde het wijders uit de betaling van 't Peeskes tot welker afgave de patnasche bed„s hebben moeten werden gequalificeer gemakkelijk af te lijden, hoe wijnig staet er is te maaken op het onder„ „houden van 't contract aen de zijd der mooren. Wij Lauwdeeren wijders het ge„ „dragdat de Directeur Tailleferd, ten aenzien van de Engelsche. heeft gehouden Want Schoon de voorzigtigheid en heb wij zullen hier omtrend trachten aen uwermel dat de ministers, zig bij Continuatie belang 183 205 belang van de Comp„e in de praesente omsta„ „digheeden, noodwendig vordert alle onluste„ met dezelve zo veel maar immers mogelijk is, te vermijden moeten echter s Comp„s voorreg„ „ten niet verwaarloost, maar in teegendeel met bescheidentheid naer vermoogen gemaentineerd werden. Op de bedenkingen welke door de mi„ „nisters aen uE zijn voorgesteld, dat de Engelschen eenige informatie zouden hebben gehad van diverse secreete be¬ „sluiten, in der daet zijn gegrond geweest moeten wij ongedecideert laaten, dog dit is, tot ons leedweezen, te meermaalen maer al te klaer gebleeken, dat 't te batavia niet heeft ontbrooken aen luiden die al hun vermoogen hebben in 't werk ge„ „steld, om uE aller gehijmste besluiten te ontstekken en daer van ten nadeele van de Comp:e gebruik te maaken Het voorgevallene met de verdere vreemde Natien voor bedeeld houdende en in't bijzonder approbeerende het gedrag van de Ministers „genwoordig met de Engelschen, en mooren moejelijkheeden bloot te stellen waer toe de „nen geeven menisters met opzicht tot de Deenen, noten „ren wij leder, dat ons wel ter handgekom zijn, de memorien door den Heer Direc Taillefert geformeerd, zo weegens de on„ „staane onlusten in den Jaare 1759 tu „schen de bed„s van de Nederlandsche Comp„e als ter beantwoording, van de klachten door de Directeuren van Fransche tegen de Nederlandsche Con¬ ingebragt welke een en ander ons veel genoegen hebben gegeven en waar wij tot zijner tijd het nodige gebruik zullen maaken Het aenmaaken van buskruit reets zeederd Hoezeer het ook raadzaam z eenige tijd op bevel van de Hooge Indasche regering gestaekt zijnde, is dat vrbot Jongs weder alles te eviteeren wat aen de Mooren herhaald bij resolutie genomen in Raade van Indie op den 15„e Aug„s 1765 en wij zijn te, nige gegronde argwaan zoude kunne geringste dingen veettijds aenlyding, hun „ nisters hebben genoomen, om na reegentijd wat buskruit te Laaten aenmaaken en wij zijn van oord dat daar meede wel zoude moor werden gecontirueerd al was 't maar op een voet dat 't ongeraaden is, door diergeij geeven, hebben wij egter niet kunne zaaken, eenige argwaan te geeven, of zig aen is approbeeren het besluit dat de m sComp=s
English
to preserve the Company's rights and not to disaccustom the Moors from them, the more so because we can easily understand that, as Director Taillefert has noted with respect to the point of one's own administration of justice, renouncing a privilege could easily have harmful consequences and could frequently be drawn as an inconsistency in regard to others. The repeated embezzlements which, to our particular consternation, were committed against the Company's treasury and thus remained concealed for so long, absolutely demanding that all possible precautions be used against them, we wish to hope that the orders which Director Taillefert has established regarding the inspection of the treasury will fulfill the intended purpose in the future, at the same time recommending that you indemnify the Company as much as possible for the past. The 7th. Hasselaer. Expenses on the sailing and rowing vessels in the year 1765. Passing over the Ministers' dispositions regarding household matters and your decisions taken thereon, we shall only note in respect of this article that we were pleased to see your attentiveness to making it possible to compensate the Company for the damages which it not infrequently happens to suffer upon the insolvency of its servants, and for which it was in the highest degree necessary that provision be made the sooner the better. Congratulations to the Noble Lord Hasselaer. And since it has appeared to us from an extract of the letter of the Right Honorable Lords dated 25 October 1764 concerning the appointment of the Noble Lord Mr. Pieter Kornelis Hasselaer to Extraordinary Councillor of the Indies, we neither can nor wish to refrain from most respectfully congratulating His Honor on this. For the favorable passing of the expenses incurred in the repair of the sailing and rowing vessels belonging here, in the year 1762/3, we express our obligations to Your Right Honorables. In the financial year 1764/5, the sum of ƒ40914:8:8 was spent on the repair of those vessels, being ƒ3365:11:8 less than the previous financial year, though still ƒ12314:3:8 more than was stipulated for it. The memorandum which was drawn up thereof by the Master of Equipage Lucas Zuidland, we passed at the session of the 10th of this month, subject to Your Right Honorables' desired approval. Decision to purchase some required equipment goods. Regarding the raising of the buoy barrels. Of the pilots in the inner passage for ships. Furthermore, upon the representation made by the aforesaid Master of Equipage regarding the necessity of various ropeyard and equipment goods, both to fulfill certain demands and for the repair of the sloops, we authorized him on 23 July to purchase the items at the lowest prices; as also occurred pursuant to the decision of 19 April with 5 barrels of tar and ten iron wheel hawsers, also needed for the sailing vessels, while at the same time, because the aforesaid Zuidland declared that the coir ropes received from Ceylon were too thin to entrust the sloops to them with peace of mind, we approved having them re-laid from three into two; it was also further approved on 1 December last, likewise because of demonstrated necessity, to have some more ropeyard goods purchased. The disposition on the report concerning the raising of the buoy barrels was submitted on 26 June of the past year, in which it was seen that, by the breaking of the chains, all the cannon had been lost; thus, since there were no more unserviceable cannon on hand, it was approved to use for this the large stones which were sent hither for that purpose, furthermore to have the chain, of which in total only 413 lb was salvaged, made anew, as well as to write off what was lost to the expense of ships. Repeated difficulty bringing in deep-draft ships, etc. The buoy barrels were subsequently laid again in the proper places, but the stones are too light to make the buoy barrels stay before them, and report thereof was received at the session of 29 July, when one...
Dutch transcription
184 207 s Comp„s recht te conserveeren, en de moore„ daar van niet te ontwennen, te meer om dat wij Ligtelijk kunnen begrijpen„ dat gelijk de Directeur Taillefert met opzigten tot het poinct van eige rechtsoeffening, heeft aengemerkt, het afzien van een priveligie ligt zoud kunnen zijn van Schadelijke gevolgen, en veeltijds ten reguarde van andere inconsequentie werden getrokken De Herhaelde diverijen welk to onze bijzondere ontstigting aen sComp:s kas„ „sa gepleegden dus sange verborgen zijn gebleeven absolut Ceisserende dat daar teegen alle moogelijke preautien „ ver„ werden gebruikt willen wij^ hoopen dat de ordres welke de Directeur Taille „fert heeft gesteld op 't nazien van de kau„ „sa, aen het bedoelde oogmerk, in 't toe„ „koomende zullen voldoen, UE teffens recommandeerende om weegen het voorleedene de Comp„e zo veel mooge¬ „ te doen „lijk schadeloos ^ stellen Den 7e Hasselaer ongelde aen de zeil en „roeij vaartuigen in A„o 17675. Der Ministers dispocitien nopens de huizelijke zaaken uE daer op ge¬ noomen besluiten, passeerende zullen wij ten aenzien van dit artikke es alleen noteeren dat wij niet gemg gen hebben gezien uE attentie om aen de Comp„e te kunnen doen vergoeden de schaaden die zij niet zelden kom te leiden bij in solventie van haar het dienaeren en waar in ten hoogste noodzaakelijk was, dat hoe eerder hoe beeter wierd voorzien. filictatie vande Edele Heere En dewijl ons bij een Extract uit veelm:e hunner Wel Ed:e He Achtb„r missive van den 25„e Octob„r 1764. is gebleeken, de is wegen ne benoeming van den Edelen Heer M„r Pieter Kornelis Haselaum tot Extraordinair Raad van Indie, zo kunnen nog willen wij niet afzijn, zijn wel Ed„s daar meede eerbiedigte congratuleer Voor het gunstig passeeren van de gedaane ongelden bij reparatie van de hier thuis hoorende zijl en roei vaar„ „tuigen, in A„o 1762/3 betuigen wij u Hoog Ed„s ons verpligtingen E 't boekjaar 176 4/5 is tot herstelling dier vaartuigen bekostigd der breng ƒ40914:8:8. zijnde ƒ 3365:11: 8. minder als het voorige boek pescheep echter nog ƒ12314:3:8. meer, als daar voor is bepaeld. de mem he en welke 185 203 kel lesluitot het inkoopen an eenige benodigde gene Equipage goederen wegens het ligten der ton„ ine boeijen der Lootzen in het binne„ boek pad scheepen. welke daar van door den Equipa gem„r Lucas Zuidland is geformeerd hebben we ter sessie van den 10: deezer op uwe Hoog Ed:s gewenschte goedkeure gepasseerd. Voorts hebben we op de gedane vertooning door voorm: Equipagem,„r wegens de benodigthei, a vrscheide baan en Equipage Goederen zo tet voldoening van Sommige Eisschen, als tot de reparatie van de sloepen, hem op den 23en Juli ge¬ „qualificeerd om het een en ander ten minste prijzen in te koopen; zo als vol„ „gens het beslut van den 19„e April ook geschied is, met 5taaten Teer, en tien ijzeren wiel trossen almeede voor de zeil vaartuigen benodigt, wanneer reteffen„ an het verklen van kaijer touren a dien meerm: Zuidland verklaerde dat die van Ceijlon ontvangene kaijer„ „touwen te dun waaren, om de sloepen er niet gerustheid aan te kunnen vertrou„ „wen hebben goedgevonden, de zelve van drie tot twee te laaten verslaan, ook is nader of op den 1„e decemb: Jongstl: almeede om de vrtoonde benodigtheid goed„ gevonden, nog eenige baar goederen te laaten opkoopen. de dispoeitie op het rapport voor'ts is op den 26„e Junij a: p: ingedient het rapport, weegens het lig„ „ten van de tonneboeijen, waar bij gezien zijnde, dat door het breeken van de kettings, alle de kanonswaaren verlooren geraekt, zo is, alzo men geen onbequaem kanon meer aan handen had, goedgevonden, daar toe de grote steenen E welke ten dien einde zijn herwaards gezonden te gebruiken voorts de ketting waar van in 't geheel maar 413 Eb geborgen was nieuw te laaten aenmaaken, mit¬ „gaders het verloorene op onkosten van scheepen afschrijven. herhaelde kwaariheid De tonneboeijen zijn volgens weeder op de behoorlijke plaetzen gelegd, dog de brengen der diepgaende steenen zijn te ligtom de tonne boeijen daar voor te doen blijven leggen, en daar van het berigt ingekoomen, ter sessie van den 29„en Julij, wanneer men op zullen om goeden enz: elan ig