Inventory 9680
Coromandel · 274 pages · 41 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Letter from the Governor-General and the Council Coromandel letters No. 1. Coromandel 3 Sept: 1771 of the 2nd of June last past resolved to require the junior merchant and secretary of police Willem Duijneveld, and the bookkeeper and trade transferer Johannes Schuneman, to investigate to what extent the claim drawn up by the mentioned cashier Haselkamp is to be credited and is well-founded. The mentioned Duijneveld and Schuneman, in compliance with what was required of them, then submitted a written report which was presented with the Coromandel Resolution of the 21st of Aug: 1769, in which one will find no studied sophistry, but the simple truth founded on the documents which they allege. That document having arrived in Batavia, the same was placed by Their High Noble Excellencies into the hands of the bookkeeper and visitor-general Abkouw Dormieux on the 6th of March 1770, in order, having examined the same, to report on his findings. Their High Noble Excellencies have conformed to the report of the bookkeeper and visitor-general, and taken a decision thereon as favorable for Haselkamp as he could ever have hoped, namely concerning the debt of the farmers amounting to 100 pagodas, item that which Looman's estate was still in arrears to the treasury, from the payment of which he is relieved, and lastly that the debt of Crucius, if there had been a shortfall from the proceeds of the latter's goods, was left to the account of van Teijlingen. The undersigned must and will also gladly accept the aforementioned decision, although, as is evident from the aforementioned cited report of Duijneveld and company, and that which will yet follow, he was of a different sentiment, and still is; When Haselkamp presented his remonstrance or petition to Your High Noble and Highly Respected Excellencies, the just-cited documents had not yet come under the discerning eye of Your High Noble and Highly Respected Excellencies, otherwise they would probably have demanded no accounting from me, since therein, and in the Coromandel Resolutions, everything is clearly and circumstantially handled that is relative to Haselkamp and all the points of grievance now raised by him, and consequently I will abide by all the aforementioned documents, and particularly by the report of Duijnevelt and Schuneman, which was approved in all respects by me and the Coromandel Government. That report, the counter-report of the bookkeeper and visitor-general along with enclosures, together with Their High Noble Excellencies' decision taken thereon, are therefore annexed hereto under letters A, B, and C, so that Your High Noble and Highly Respected Excellencies will not constantly have to open one resolution book before, and another after. The undersigned is nevertheless glad that by your High Noble and Highly Respected Excellencies' order, he has the occasion to lay open his proceedings with relation to the petty cash, the unfaithful cashier, and that which has resulted therefrom, before Your High Noble and Highly Respected Excellencies, and to await their judgment thereon. To effectuate this he will put on paper as briefly as possible a concatenation of what occurred, the truth of which can be verified by the resolutions and other documents. Immediately upon my arrival I had the main treasury audited by commissioners in the presence of the fiscal, which in the 6th of August 1765, after a practiced patience of 3½ months, the council members who were customary to audit the treasury, De Tilliet, Taz and Pietersz, in order to effect this in the presence of the Honorable fiscal Cantervisscher, who reported that according to the cashier's own statement the net remainder on that date amounted to . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Pagodas 15647. 22. 40 To which the commissioners also added the receipts on an ordinance from various persons to the amount of . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3308. 10. 50 Carried forward Pagodas 18956. 9. 10 Whereby it appeared that the cashier was responsible for a sum of Pagodas 18956. 9. 10. The cashier Haselkamp having subsequently been told by the commissioners, in accordance with the order they had, to deliver the cited amount to them, he indicated that he currently had no more cash in his possession than . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 832. 15. 25. Thus short . . . Pagodas 18123. 17. 65. Furthermore, that the surplus was outstanding with various persons, note: for his private account, as appears from a memorandum made thereof to the amount of pagodas 15965, see the mentioned report and memorandum added hereto with letters D and E. Although this will somewhat enlarge this writing, and one could suffice with adding the just-mentioned memorandum hereto as is done, that memorandum will nevertheless be verbalized here to show how far his statement differs from what he now says in his studied remonstrance. Memorandum of the outstanding debts of the secretary of police and cashier here Johannes Haselkamp, Namely: To the widow Crucius . . . Pagodas 6880. –. – Item on a private promissory note from Mr. Leembruggen . . . 1000. –. – Issued to the Honorable Mr. van Teijlingen . . . 2000. –. – Still due to me from His Honor on account of firewood and other advanced funds as star pagodas to exchange for New Nagapatnam pagodas, ordinances paid for His Honor, etc., upwards of . . . 1100. –. – As well as on account of the overpayment brought into account of Mr. Vick . . . 250. –. – Item on account of received by His Honor from 5 private persons which together to the estate of the Carried forward Pagodas 11230. –. –
Dutch transcription
misivanden gou: lar enelen n de o en e t e e Chormandels bbr. N=o 1. Chormandel 3 Sept: 1771 van den 2. ' Iunij J„o leeden verstaan om den onderkoopman en secretaris van politie wil„ lem Duijneveld, en den boekhouder en Negotie overdrager Iohannes Schune man te demandeeren om te ondersoeken in hoe verre te accrediteeren is, en gefondeert sij de geformeerde pretensie van gem: kassier Haselkamp. De gem: Duijneveld en Schuneman hebben dan ook in nakoming van het aan haa gedemandeerde gedient van een schriftelijk Ra„ port het welk overgelegt is bij Cormandelse Resolutie van den 21. ' Aug:o 1769, waar in men sal vinden geen bestudeerde redeneer kun de, maar de eenvoudige waarheijd gefun deert op de stukken die sij allegeeren. Dat papier te Batavia gekomen sijnde is het selve den 6. ' Maart 1770. door Haar Hoog Edelens gesteld in handen van den boekhouder en visitateur generaal Abkouw Dormieux om door deselve g'Exami„ en „neert 20 19 „neert sijnde, nopens hare bevinding van be„ rigt te dienen. Haar Hoog Edelens hebben sig met het Raport van den boekhouder en visitateur generaal geconformeert, en daar op een dispo„ sitie genoomen soo favorabel voor Hasel„ kamp als hij ooijt soude hebbe kunnen ver„ hoopen, namentlijk over de schuld der Land„ bouwers groot 100. pagoden, item het geen Looman sijn boedel nog aan de kas ten ag„ teren was, van welkers betaling hij is gere„ leveert, en laastelijk dat de schuld van Cru„ cius, indien 'er uijt het procedido der goede„ ren van de Laaste te kort hadde gekomen, voor reekening van van Teijlingen waaren gelaaten. Den ondergetekende moet en wil sig ook gaarn de voorsz: dispositie laaten welgevallen, schoon gelijk bij het voorsz: aangehaalde Ra„ port van Duijneveld C: S:, en het geen nog volgen sal, Consteert, dat hij van een ander sentiment 7 mi sentiment geweest, en ook nog is; Doen Haselkamp sine Remonstrantie of Request aan uw Hoog Edele Hoog Agtb barens presenteerden, waren de evengeciteer„ de documenten nog niet onder het doorsigtig oog van uw Hoog Edele Hoog Agtba rens gekomen, andersints soude deselve waar schijnlijk van mij geen verandwoording ge, vergt hebben, dewijl daar bij, en bij de Cor„ mandelse Resolutien alles klaar en omstan„ dig verhandelt is, het geen relatieff is tot Haselkamp, en alle de pointen van beswaar„ nisse door hem thans geoppert, en mits dien sal ik mij aan alle de voorsz: documenten, en bijsonderlijk aan het raport van Duijne„ velt en Schuneman, 't welk bij mij en de Cormandelse Regeering in alle opsigten ge„ approbeerd is, gedragen. Dat Raport, het Contra berigt van den ^nevens bijlagen boekhouder en visitateur generaal ^ mitsga„ ders Haar Hoog Edelens dispositie daar op c 20 op genomen, werd dierhalven hier agter gean„ nexeerd onder L=a A: B, en C, op dat uw Hoog Edele Hoog Agtb„s niet telkens genood„ saakt behoeven te syn het eene Resolutie boek voor, en het andere na opteslaan. Den ondergetekende is egter verheugd dat hij door uw Hoog Edele Hoog Agtbarens ordre, occagie heeft om sijne behandelingen met relatie tot de kleene kas, den ontrouwe kassier, en het geen daar uijt voortgevloeijt is, voor uw Hoog Edele Hoog Agtba„ rens open te leggen, en derselver oordeel daar over intewagten Ter effectueering van 't welke sal hij soo kort mogelijk een aan een schakeling van het voor„ gevallene ten papiere brengen, waar van de waarheijd getoest kan werden aan de re„ solutien en andere papieren. Al aanstonds bij mijn arrivement liet ik de groote kas door gecommitteerdens ten overstaan van den fiscaal opneemen, dewelke in . den 6.:' Aug:s 1765. na een geoeffent geduld van 3½. maanden, de Raadsleeden die gewoon waaren de kas opteneemen d' C:s De Tilliet, taz en Pietersz:, omme ten overstaan van d'E: fiscaal Cantervisscher sulx werkstellig te maaken, dewelke van raport dienden dat volgens de eijge opgave van de kassier het suijver Restant op die datum monteer den. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . P a/o 15647. 22. 40 Waar bij die gecommitteerdens nog voegden het ingekomene op een ordonnantie van diverse persoo„ Waar door bleek dat de kassier res„ ponsabel was voor een somma van P a/o 18956. 9. 10 Vervolgens door de gecommit„ teerdens ingevolge de last die sij hadden, de kassier Hasel„ kamp aangesegt sijnde om het geci„ teerde bedragen aan haar te intra„ „geeren nen ten Emporte van _ - - - - - - - - „ 3308. 10. 50 Transporteere Pag: 18956. 9. 10 42 24 P„r Transport Pag: 18956. 9. 10. „geeren, gaf hij te kennen dat hij aan Contanten thans niet meer„ der onder sig hadde dan - - - -„ 832. 15. 25. Dus te kort. . . . Pag: 18123. 17. 65. Voorts dat het surplus uijtstaande was bij diverse persoonen NB: voor sijn particuliere reekening, blijkens eene daar van opgemaakte Notitie ten Emporte van pag: 15965, vide het gem: Raport en Notitie hier bij gevoegt met Las D: en E. — Toewel het dit schriftuur wat sal elar„ geeren, en men soude kunnen volstaan met de even gemelde Notitie hier bij te voegen gelijk geschiet, sal men niet te min die Notitie al„ hier verbaliseeren ter aantooning hoe verre sij„ ne opgave differeerd met het geene hij thans bij sijn bestudeerde Remonstrantie komt te seg„ gen Notitie der uijtstaande schul„ den van den Secretaris van politie. 22 Politie en Cassier alhier hannes Haselkamp, Namentlijk Jan de weduwe Crucius. . . . Pag: 6880. –. – Item op een onderhands obligatie van de heer Leembruggen. . . - - . . . „ 1000. –. – Aan den Ed: heer van Teijlingen afgegeeven. . . . . - - - - - - - - - - - „ 2000. –. — 'T mij nog van sijn Ed: Competeerende weegens brandhout en andere afge„ geeve gelden als ster pagoden ter trouckeeren van Nieuwe Nagapat„ namse pagoden voor sijn Ed: betaalde ordonnanties &:a ruijm. - - - - - - - - - - - - „ 1100 –. – zoo meede weegens 't te veel in ree„ kening gebragte over betaalde van de heer Vick. . . . . . . . . - - - - - - - - - - „ 250. –. – Item wegens door sijn Ed: ontvan„ gene van 5. particuliere persoonen welke te samen aan den boedel van de Transporteere Pag:s 11230. –. –
English
Mr Looman were indebted, according to a note from his clerk Hasz: 175. –. –. Also from three other persons, as appears from the said note: 560. –. –. On account of auction money paid out in advance by me: 2500. –. –. Ditto due to me, as from Mr Boers, Hartman, and various other small debts, over 1500. –. –. Total: Pagodas 15965. –. –. Such a considerable shortage or deficit in the petty cash of pagodas 18123. 17. 65. sounded astonishing to my ears, and compelled me, no longer exposing the interest of the Honorable Company to the unfaithful and negligent actions of Haselkamp, to have his goods, books, charters, and papers sealed by a judicial commission, and to have him arrested in his house. Brought forward: Pagodas 11230. –. –. However, I still flattered myself, since the books were not balanced and everything, as was verbally reported to me, was in confusion in his office, that very likely an error had been committed and the debt would not be so exorbitantly large. I then ordered a further commission, which had no better success, because the commissioners Messrs De Tielliettaz and Pietersz reported that they had, as accurately as possible, traced and surveyed all the funds that had been provided to and from the petty cash since the last of August 1764 until 6 August 1765 under the responsibility of the cashier Johannes Haselkamp, and that there had to be a substantial remainder of pagodas 18983. 14. 50. which that cashier needed to account for, see Report Letter F. Furthermore, the aforesaid commissioners alleged to have discovered that there had been a failure to make certain warrants that Governor Van Teijlingen should have signed, etc., but that made no difference to the matter: there had to be pagodas 18983. 14. 50., and no more than pagodas 832. 15. 25. in cash was found with the cashier. What conception could the least passionate person form of this; could one imagine anything other than that these monies had been embezzled on purpose or sent to Europe? For I could not guess that he would take exception by claiming not to have received all the monies of Looman, and that he would want to charge the Honorable Company for a private agreement that he had made with the deceased cashier Crucius; since at the survey made nothing of this appeared. On the contrary, on the last of February 1765, more cash was shown by him to the commissioners for the petty cash than there had to be, both to settle the arrears of Looman and of Crucius. At the first survey of the petty cash, which took place by my order on 6 August 1765, the cashier Haselkamp also seems not to have had the least intention of charging the Honorable Company for cash the promissory note of Crucius, for in the list of his outstanding debts handed over by him on that day to the commissioners, he says that pagodas 6880. –. – is due to him from the widow Crucius; nor to take exception that all the funds for the satisfaction of Looman's debit to the petty cash should not be accounted for by him, for he says in the said list that there was due to him from Van Teijlingen, on account of what was received by His Honor from five private persons who together were indebted to the estate of Looman according to a note of his clerk Hasz, pagodas 175. –. –, and also from three other persons according to the said note, 560. –. –, and not to the charge of Looman or his executors, as being in conscience convinced that he had taken the accountability of those funds onto his own account, and also not being able to pretend ignorance with the least semblance of truth regarding the warrant granted by Governor Van Teijlingen on the last of August 1764, whereby Chief Administrator Leembruggen was ordered in the trade books to debit Cash under Johannes Haselkamp to Cash under Paulus Looman for a sum of 12500 pagodas, 18 fanams, and 30 cash, being as much as Looman remained indebted to the Honorable Company, and is now paid into Cash by his executors. He now pretends in his remonstrance to have been ignorant of this, but how is that possible? Under the administration of Governor Van Teijlingen, Haselkamp was everything and everything; nothing was done without Haselkamp having to know it and affix his seal to it. The executors of Looman were mostly creatures subordinated under him, being assigned to the political secretariat, and Chief Administrator Leembruggen certainly had no reason to keep the granting of that warrant secret from Haselkamp. Secondly, that debt of Looman, although initially recognized in a separate account in the trade book, nevertheless continued in the cash book under the other items for the account of Haselkamp. On the last of February 1765, when the petty cash was surveyed, all the money that had to be in the cash, including that of Looman, was shown by him to the commissioners. If it had not yet been received by him, why then, instead of making a fraudulent showing and thereby misleading the commissioners, did he not rather tell them that the monies of Looman, not yet having all been collected, he
Dutch transcription
1 23 24 de heer Looman sijn schuldig ge„ weest volgens aanteekening van desselfs schrijver Hasz: - - - - - - - - - - „ 175. –. –. Nog van drie andere persoonen blij„ 9„ kens gemelde aantekening - - - - - - - - - „ 560. –. -. Wegens door mij voor uijt betaalde vendu penningen - - - - - - - - - - - - -„ 2500. – -. d=o het mij nog Competeerende als van de heer Boers, Hartman en diverse andere kleene schulden ruijm„ 1500. –. -. Somma Pagoden 15965. -. -. Een soo Considerabele minderheijd of te kort koming op de kleene kas van pag: 18123. 17. 65. , klonk mij wonderlijk in de ooren, en nood„ saakten mij het Intrest van d' E: Comp:e niet langer aan de ontrouwe en negligente hande„ lingen van Haselkamp bloot stellende door een Iustitieele Commissie, sijne goederen, boeken, Chartres en papieren te laaten ver„ segulen, en hem in sijn huijs te doen arresteeren, P„r Transport. - Pag: 11230. –. -. egter 13 e egter flatteerden ik mij nog al, door dien de boeken niet effen stonden, en alles /:gelijk mij mondeling gerapporteerd wierd :/ in sijn Comp„s toir in Confusie was, veel ligt een abuijs begaan en de schuld soo Exorbitant groot niet weesen soude, ik ordonneerden dan eene nadere Com„ missie dewelke van geen beeter succes was, de„ wijl de gecommitteerdens d' E„s De Tielliettaz en Pietersz: rapporteerden, dat sij soo verre mogelijk Exactelijk nagegaan en opgenomen hadde alle de gelden die 't seedert ult:o Au„ 1 # gustus 1764. tot den 6. Augustus 1765. in en uijt de klijne kas sijn verstrekt onder ver„ antwoording staande van den Cassier Iohan„ nes Haselkamp, en dat'er een aansienlijk restant moest weesen van pagoden 18983. 14. 50. dewelke die Cassier diende te verantwoorden vide Raport L=a F: Wijders allegeeren voorsz: gecommitteerdens nog te hebben ontdekt dat er versuijmt was eenige ordonnantien te maken die de gouverneur Van 1 24 Van Teijlingen hadde moeten teekenen &=a dog dat gaf geen verandering aan de saak er moesten weesen pagoden 18983. 14. 50. , en daar was bij de kassier niet meer aan Contant ge„ vonden als pagoden 832. 15. 25. Wat voor een denkbeeld moest de minst ge„ passioneerde hier omtrent maken, kon men sig wel anders voorstellen als dat die penn: â dessein verduijstert, of na Europa gesonden waren, want ik konde niet raden dat hij exci„ pieeren soude de penn: van Looman net alle ontvangen te hebben, en dat hij d'E: Comp:e sou„ de willen aanreekenen een bijsondere Conventie die hij met den overleeden Cassier Crucius ge„ maakt hadde; dewijl bij de gedaane opneemen daar niets van bleek, ter Contrarie was door hem onder ult:o februarij 1765. aan de gecom„ mitteerdens tot de kleene kas meerder Contan„ ten vertoont als 'er moeste weesen, soo wel ter verEffening van het agterweesen van Looman als van Crucius. 6 G rneur Bij de eerste opneeming van de kleene kas, dewelke ter mijner ordre den 6. Augustus 1765 geschieden, schijnt de kassier Haselkamp ook geen de minste intentie gehad te hebben om d' E: Comp=ie voor Contant te willen aanree„ kenen het handschrift van Crucius, want bij de notitie van sijn uijtstaande schulden door hem ten dien dage aan de gecommitteerdens overgegeeven, segd hij, hem te Competeeren van de weduwe Crucius pag: 6880. –. —, ook niet om te Excipieeren dat alle de gelden ter voldoe„ ning van Looman sijn debet aan de kleene kas door hem niet verandwoort moeste wer„ den, want hij segt bij gem: Notitie dat hem van van Teijlingen Competeerde wegens door sijn Ed: ontvangene van vijf particuliere persoonen welke te samen aan de boedel van Looman sijn schuldig geweest volgens aanteekening van desselfs schrijver Hasz: Pag: 175. —. —. en nog van drie andere persoo„ nen blijkens gem: aanteekening „ 560. —. —. en ede 25 en niet ten laste van Looman of sijne Executeu„ ren, als in gemoede overtuijgt sijnde dat hij de verantwoording van die gelden voor sijn ree„ kening genomen hadde, en ook met geen de min„ ste schijn ingnorantie kunnende pretendeeren van de ordonnantie door den gouverneur van Teijlingen onder ult:o Augustus 1764. ver„ leent, waar bij den hoofd-administrateur Leem„ bruggen gelast wierd bij de negotie boeken te debitteeren Cassa onder Iohannes Ha„ selkamp aan Cassa onder Paulus Looman voor een somma van 12500 pagoden, 18. fa„ „nums, en 30: Casjes, sijnde soo veel als Loo„ man aan dE: Comp=e debet gebleeven, en thans door desselfs Executeurs in Cassa voldaan is; hij vijnsd nu wel bij sijn remonstrantie daar van onkundig te sijn geweest, maar hoe is dat mogelijk, Haselkamp was onder het bestier van de gouverneur van Teijlingen alles en alles, niets wierd 'er gedaan of Ha„ selkamp moest het weeten en sijn zegul er er aan hangen, de Executeurs van Looman waaren meest Creatuuren onder hem gesubor dineert, als ter secretarij van politie beschij„ den sijnde, en de hoofd-administrateur Leem„ bruggen had immers geen reeden het verleenen van die ordonnantie voor Haselkamp ver borgen te houden Ten anderen die schuld van Looman, schoon in den beginne bij een aparte reekening bij het Negotie boek bekent, liep egter bij het Cassa boek onder de andere posten voor reekening van Haselkamp voort; onder ult:o februarij 1765. , dat de kleene kas opgenoomen wierd, was door hem al het geld dat 'er bij kas moest wee„ sen, van Looman 'er onder gereekent, aan de gecommitteerdens vertoont, was het nog niet bij hem ontvangen waar om dan in plaats van een frauduleuse vertooning te doen, en daar door gecomm=s te misleijden, met veel eerder aan deselve gesegd dat de penningen van Looman nog niet alle geincasseert sijnde hij
English
he therefore maintained that the accountability for it did not yet pertain to him for the time being. And as regards the private bond granted by Crucius for the benefit of Haselkamp, I judged that it could not be forced upon the Honourable Company for cash with the least appearance of reason, for the following motives: When Haselkamp took over the petty cash from Crucius, there was a deficit, not counting the debit of Looman to the said cash, of a sum of 9658 pagodas, 4 fanums, and 48 casjes. Crucius being a nephew of the Governor van Teijlingen, and this last-mentioned having only come to know several months after the cash was taken over by Haselkamp that Crucius had handed over the cash with such a considerable deficiency, the said ruler arranged it with Haselkamp in such a manner that he would keep silent and take the cash onto his account as if everything had been properly accounted for, provided that Crucius should execute a private bond for the missing amount for the benefit of Haselkamp. Haselkamp understood very well that such dealings were a collusive intrigue between him and the Governor, which did not belong around the Company's treasury, and by which both the then Secunde of the government and head administrator, as well as the members of the Council were kept in the dark, just as he himself explains in this manner in his Request presented to Their High Noble Excellencies, annexed by him under Lit. L: "Whereupon the petitioner was ordered to have a bond executed for these missing 9658 pagodas, and to note it off-balance in the cash books, the Governor setting himself as guarantor. The petitioner was somewhat reluctant and had little or virtually no inclination to comply with that order, but the forceful repetition of that command and the threats made alongside it, coupled with the consideration that the petitioner was a subordinate servant and, having sworn obedience to his masters, was therefore bound and obligated to obey these orders, necessitated him to comply with what was ordered." Nevertheless, complaisance toward the Governor prevailed over good faith in the master's service. Indeed, the missing funds were never entered off-balance into the cash books, as Haselkamp now falsely alleges, for had van Teijlingen ordered him to do so, that command would certainly have been complied with by him, in order to cover himself as much as possible against an order which he himself did not have much liking to obey. It is certainly true that Haselkamp did not imagine at the time that obeying verbal orders from the Governor in a matter of that importance was sufficient, as he now must maintain, but he was at ease in that the Governor van Teijlingen stood surety for those funds, and that the payment would therefore follow in due course (not having been able to foresee the singular events that have since arisen), and therefore made no difficulty in accepting the private bond in question. That he understood well that such a procedure was neither sufficient nor justifiable is to be deduced even more clearly from the example he had before him, namely: when Looman came to die, the deficit in the cash was allowed to be carried forward in a separate account, and thus outside the claim or accountability of his successor Crucius. And why was the royal road not taken now as well, and the debit of Crucius also included in a separate account, or the transfer signed with a reservation that he did not want to be responsible for what his predecessor accounted for in deficiency? But no, this affair had to be so arranged in secret so as, as was remarked by the Bookkeeper and Visitor-General, not to expose the Governor's nephew. The remark of those two qualified servants is very judicious, but what follows upon it and concerns the interest of the Honourable Company misses the mark entirely, namely that in such collusions as took place here between the Governor and Haselkamp for the preservation of a third party, a subordinate servant should be obligated to obey his master and should have to govern himself accordingly. If that argument holds, then the interests of the Company are put on loose screws, and a master thereby becomes authorized to give to all servants individually, be they cashiers, warehouse masters, administrators, and all those to whom any funds or goods of the Company are entrusted, such orders as he might judge to be most advantageous for his interests or those of his family. For although it is rare that a ruler takes flight, it has nonetheless happened before, and could still happen. If subordinates can then suffice with pretending, whether truth or falsehood, that they have a deficit of so much in their cash or administration because they delivered a certain sum or goods to him or his relatives upon verbal order of the Governor, without a warrant, then
Dutch transcription
7. 6 21 26 hij mits dien sustineerde de verantwoording van deselve hem voor als nog niet te Compe„ teeren. En wat aanbelangd de onderhandse obliga„ tie door Crucius ten behoeven van Hasel„ kamp verleent, oordeelden ik, dat met geen de minste schijn van reedenen, d'E: Comp=e voor Contant konde werden opgedrongen, om de vol„ gende motiven Doen Haselkamp van Crucius de kleene kas overnam, quam daar bij te kort, ongereekent het debet van Loo„ man aan gem: kas, eene somma van 9658. pagoden, 4. fanums, en 48 Casjes, Crucius een Neef van de gouverneur van Feij„ lingen sijnde, en dese laast gem: eenige maanden na dat door Haselkamp de Cas overgenomen was, eerst te weeten geko„ men sijnde, dat Crucius met soo een Consi„ der able minderheijd de kas overgegeeven hadde, schikte gem: gebieder het met Ha„ selkamp sodanig dat hij swijgen, en de kas kas voor sijn reekening neemen soude, als of alles na behooren verantwoort was, mits dat Crucius voor het manqueerende een onderhandse obligatie ten behoeven van Haselkamp soude moeten passeeren, sta„ selkamp begreep wel dat sodanige ge„ doentens een konkelwerk tusschen hem en de gouverneur was, het welk omtrent 'sComp=s kassa niet behoorden, en waar door soo wel de doenmalige secunde van 't gouverne„ ment en hoofd-administrateur, als de zee„ den van den Raad wierden blind gehouden gelijk hij sig daar omtrent selfs bij sijn Request aan Haar Hoog Edelens gepre„ senteert door hem g'annexeert onder L:a L: in deser voegen Expliceerd „ Waar op hij vertoonder gelast wierd van „dese te kort komende 9658. pagoden een „obligatie te laaten passeeren, en die bij de „Cassa binnens lijns te noteeren, stellende „hij gouverneur sig tot borg; Den vertoon„ „der 83 27 „der was wel wat traag en hadde wijnig of „genoegsaam geen inclinatie tot de voldoe„ „ning van die ordre, dog de force repeteering „ van dat bevel en de dreigementen daar ne„ „vens gedaan, gepaard van de overweeging, dat „ hij vertoonder een subalterne dienaar, en „aan sijn gebieders gehoorsaamheijd geswoo„ „ren hebbende, oversulx gehouden en ver„ „pligt was deese ordres te obedieeren, ne„ „cessiteerden hem het geordonneerde na te „komen Des niet te min de Complaisance voor den gouverneur prevaleerde boven de goede trouw, in 'smeesters dienst, selfs hebben de te kort gekomene penningen nooijt binnen„ slijns bij de Cas geloopen, gelijk Hasel„ kamp nu valschelijk allegeert, want was het dat van Teijlingen hem sulx geordon„ neerd hadde, soude dat bevel door hem wel sijn nagekomen, om sig soo veel mogelijk te dekken tegens een ordre daar hij selfs niet veel. veel sin in hadde te obedieeren. Het is wel seeker dat Haselkamp sig doenmaals niet heeft g'imagineerd dat het pareeren van mondelinge ordres van de gou„ verneur in een saak van die importantie voldoende was, gelijk hij nu wel moet susti„ neeren, maar hij heeft sig daar in gerust dat de gouverneur van Teijlingen voor die penningen instond, en mits dien de be taling ook wel soude volgen /: niet hebbende kunnen voorsien de sonderlinge gebeurte„ nisse die 't seedert opgekomen sijn: ( en daar om geen difficulteit gemaakt, de bewuste onderhandse obligatie te accepteeren. Dat hij wel begreep dat sodanig een be handeling niet voldoende nog verandwoor„ delijk was, is nog nader aftelijden uijt het Exempel dat hij voor sig hadde, namentlijk doen Looman quam te sterven heeft men het geen 'er aan de kas te kort was, bij een aparte reekening laaten voortlopen, en dus 25 dus buijten aansprake of verandwoording van sijn opvolger Crucius, en waar om nu ook niet de koninglijke weg ingeslagen, en het debet van Crucius meede bij een aparte reekening ingenoomen, of het transport met een Exceptie geteekend dat hij niet responsa„ bel wilde sijn, voor het geen sijn anteces„ seur te min verandwoorde. Maar neen dit werkje moest sodanig doorstoken werden, om, gelijk door de boek„ houder en visitateur Generaal aangemerkt werd, des gouverneurs Neef niet ten toon te stellen, de remarcque van die twee gequali„ ficeerde dienaaren is seer Iudicieux, maar het geen daar op volgt en het intrest van d' E: Comp=e raakt, is den bal geheel mis ge„ slagen, namentlijk dat sodanige konkela„ rijen, als hier omtrent de gouverneur en Haselkamp tot behoud van een derde plaats heeft gehad, een subaltern dienaar verpligt soude sijn, sijn gebieder te gehoor„ „samen 28 „samen, en sig daar na soude moeten reguleeren Als dat argument doorgaat dan wer„ den de belangens van de Maatschappij of losse schroeven gesteld, en een gebieder raakt daar door bevoegt om alle dienaaren afson derlijk, 't sij Cassiers, pakhuijsmeesters, ad„ ministrateurs en alle die eenige gelden of goe„ deren van de Comp=ie sijn toebetrouwt, sodanige ordres te geeven, als hij mogte oordeelen voor sijne belangens, of die van sijn familje hem het avantagieuste te sijn. Want schoon het seldsaam is dat een ge„ bieder de vlugt neemt, is het egter meer g'Exteert, en souw nog kunnen gebeuren wanneer dan de subalterne kunnen vol„ staan, met voor te geeven 't sij waarheijd of onwaarheijd, dat sij soo veel op haar kas of administratie te kort koomen, om dat sij een seekere somma, of goederen, op mondelinge ordre van de gouverneur, sonder ordonnan„ tie, aan hem of de sijne hebben afgegeeven, dan
English
then the interest of the Company is always exposed to the utmost danger. The undersigned governor understood it at that time entirely differently, and is still of the opinion that Haselkamp, having taken over the petty cash from the previous cashier Crucius for the entire sum of up to pag: 17317. 7. 70., and having signed for it without any exception, was also accountable for it, and that therefore with reason and fairness the payment of those moneys was demanded from him. That the private bond which he accepted for the deficit, whether willingly or upon persuasion by Governor van Teijlingen, was a private transaction between him and Crucius, not releasing him from accountability, and that consequently that private document could not be presented as cash to supplement that which was lacking in the cash funds, but that Haselkamp had to seek his recourse against the one whom he trusted and from whom he had taken a private bond, namely from Crucius or his heirs. The contents of the said manuscript in itself show that it was not executed to serve as a supplement for what was lacking in the cash funds, being of the following content: I, the undersigned, Francois Crucius, hereby acknowledge to be truly and lawfully indebted to and on behalf of the honorable Iohannes Haselkamp in a sum of 9658, say nine thousand, six hundred and fifty-eight old pagodas, arising from lawfully borrowed and counted money, renouncing therefore the exception of uncounted money, I, the undersigned, promising to discharge and pay half of the aforementioned amounts in mid-January and the other half in mid-February to the aforementioned Mr. Haselkamp, or else the lawful holder of this document, binding hereto my person and goods and everything according to law. Nagapatnam, the 20th of December, A:o 1763. signed: F:s Crucius. Below stood: The 10th of January 1765 received hereon 3000, say three thousand new Nagapatnam pagodas. From which it appears that the cause of debt was not specified to be moneys that were lacking in the cash funds, but rather for lawfully borrowed and counted money. Haselkamp, who was Secretary of Justice for many years, could not be ignorant of the fact that such a designation of the cause of the debt denoted nothing other than a private transaction, and thus could have no relation to that which was lacking in the Company's petty cash; the contracting parties were not even mentioned as being former and present cashiers. Haselkamp further alleges that Governor van Teijlingen had stood surety for that bond; van Teijlingen, in his letter written from Madras to Haselkamp, denies this, saying: "However, the allegation that I interposed myself as surety for that which Your Honor is still entitled to receive from the widow Crucius to the amount of pag: 6880, is a very erroneous proposition, etc." The commissioners De Fillietaz and Pietersz declare that the absconded Governor van Teijlingen had ordered them to accept the said bond into the accounts as actual cash, see Coromandel Resolution of the 13th of August 1765. The latter is the most plausible, because van Teijlingen is speaking in his own cause, and therefore one is inclined to believe that van Teijlingen interposed himself as surety for the fulfillment of that private bond, just as he has also already paid 3000 pagodas on it, although he alleges in the just-mentioned letter that it was not as surety, but out of his own pocket, so that the widow Crucius would not be prosecuted by Haselkamp. But that suretyship does not concern the Company; that was a private, mysterious agreement between van Teijlingen and Haselkamp, and if the latter did not obtain his payment from Crucius or his heirs, he could hold van Teijlingen to the fulfillment of his oral promise; however, all that was outside the concern of the Company's interest; Haselkamp was the one who had to account for the cash funds. In retrospect it appears that, although the surety van Teijlingen took flight, nevertheless the private bond chargeable to Crucius was paid out of the real and personal property, as well as actions and credits of the widow, all of which were publicly sold and collected; and thus one might say that there was surely no difficulty regarding what Haselkamp owed to the cash funds in relation to the debit of Crucius; but that is far from the case; the fear of default was great, because the father of the widow Crucius, the merchant Bonk, still owed a sum of approximately 4000 rix-dollars on two notarial bonds dated the 8th of October 1753 and the 13th of July 1754 to the repatriated Director-General Hooreman. The real and personal property, likewise actions and credits, having served to satisfy the private bond of Crucius, originated from Bonk, who passed away on the 15th of June 1763, and into whose possession Crucius
Dutch transcription
Hden dan is het intrest van de Comp=e althoos aan het uijterste gevaar g'Exponeert. Den ondergeteekende gouverneur heeft het doenmaals geheel anders begreepen, en is ook als nog van Concept. Dat Haselkamp de kleine kas van de voorige Cassier Crucius overgenomen, voor de geheele somma tot pag: 17317. 7. 70. en daar voor sonder eenige Exceptie geteekent hebbende, deselve ook ter sijner verandwoording was, en dat dus met reeden en billijkheijd de vol„ doening van die penningen van hem gevor„ dert wierden Dat de onderhandse obligatie die hij voor het te kort gekomene, 't sij de bon gre„ of op persuasie van de gouverneur van Teijlingen g'accepteert heeft; een particulie„ re handeling was, tusschen hem en Crucius, hem niet libereerende van de verandwoor„ ding, en dat mits dien die onderhandse acte, niet als Contant gepresenteert konde werden 29 werden tot supplement van het geen er op de Cas te kort kwam, maar dat Hasel„ kamp sijn guarand moest soeken op de geene die hij gefieert, en van wien een onderhandse obligatie genomen hadde, namentlijk van crucius ofte Erfgenamen Den inhoude van gem: handschrift op sig selfs, toont aan dat deselve niet gepasseert is om te doen dienen tot suplement van het geen 'er op de Cas te kort quam, sijnde van de volgende inhoude. Ik ondergetekende francois Crucius „ bekenne bij deesen wel en deugdelijk schul„ dig te sijn aan en ten behoeven van d' E: Iohannes Haselkamp eene somma van 9658 segge Negen Duijsent, ses hondert agt en vijftig oude pagoden, spruij „tende ter saake van deugdelijke geleende en „ aangetelde penningen, Renuncieerende der halven van de Exceptie van onaangetelde penningen, beloovende ik ondergetekende de 8 2 „de helft van voormelde bedragen in medio „ Ianuarij en de andere medio februarij te „sullen afleggen en betaalen, aan voormel„ „de heer Haselkamp, dan wel den wettigen „houder deeses, verbindende hier onder mijn persoon en goederen en alles na regten; Na„ „ gapatnam Den 20:' December A:o 1763. /:geteekend:/ F„s Crucius /:onderstond:/ Den 10. ' Januarij 1765. hier op ontfangen 3000. seg„ „ge Drie Duijsend Nieuwe Nagapatnam„ „se pagoden Blijkende daar uijt dat de Causa debiti niet gespecificeerd werd te sijn gelden die er op de Cas te kort quamen, maar wel over deugdelijke geleende en aangetelde pennin„ gen; Haselkamp die veele Iaaren secreta„ ris van Iustitie geweest is, konde niet ingno„ rant sijn dat sodanig een benoeming van de oorsaak van de schuld, niet anders als een particuliere handeling denoteerde, en dus geen relatie konde hebben tot het geen er bij 39 „ 'sComp:s 30 'sComp=s kleene kas te kort quam, selfs wer„ den de Contractanten niet eens genoemt gewee„ sene en presente Cassiers te sijn. Haselkamp allegeert wijders dat de gouverneur van Teijlingen voor die obligatie was borg gebleeven, van Teijlingen bij sijne missive van Madras aan Hasel„ kamp geschreeven ontkent sulx, seggende Dog het g'allegeerde dat ik mij voor het „geene uw Ed: van de weduwe Crucius nog „sijt Competeerende ten bedrage van pag: 6880. „ als borge soude g'interponeert, is een seer „abusive stelling &:a De gecommitteerdens De Fillietta3 en Pietersz: verklaaren dat den geaufugee de gouverneur van Teijlingen haar geor„ donneerd hadde gem: obligatie in Reekening als reëële Contanten te accepteeren, vide Corman„ delse Resolutie van den 13. ' Augustus 1765. Het laatste is het aanneemelijkste want van Teijlingen spreekt in sijn eijgen saak en 31 en mits dien wil men gelooven dat van Seij„ lingen voor de voldoening van die onder„ handse obligatie sig als borg heeft g'inter„ poneert, gelijk hij daar op ook reets pagoden 3000. betaald heeft, hoewel hij bij evengem: mis„ sive allegeert niet als borg, maar uijt sijn eijgen sak, op dat de weduwe Crucius door Haselkamp niet vervolgd soude werden; maar die borgtogt raakt de Comp=e niet, dat was een particuliere misterieuse Conven„ tie tusschen van Teijlingen en Haselkamp, en dese laatste sijn betaaling niet erlangen, de van Crucius of sijne Erfgename, konde van Teijlingen tot het nakoomen van sijne mondelinge belofte aanspreeken, egter was dat alles buijten bemoeijenisse van sComp:s intrest, Haselkamp was de geene die de kas verandwoorden moest. Van agteren blijkt het, dat schoon de borg van Teijlingen de vlugt genoomen heeft, egter de onderhandse obligatie ten laste 31 laste van Crucius uijt de vaste en losse goe„ deren, mitsgaders actien en Crediten van de weduwe, dewelke alle publicq verkogt en ge„ incasseert sijn, betaalt is geworden, en dus souw men kunnen seggen, voor het geen Ha„ selkamp aan de kas schuldig was, met betrecking tot het debet van Crucius was immers geen swarigheijd; dog dat is 'er verre van daan, de bedugting van wan be„ taling was groot, dewijl de vader van de weduwe Crucius den koopman Bonk op twee secretariale obligatien de datis 8. ' oc„ tober 1753. en 13. ' Julij 1754. aan den gerepa„ trieerden heer Directeur generaal Hoore„ man nog eene somma van p: m: 4000. Rijxdaalders schuldig was. De vaste en losse goederen, item actien en Crediten gedient hebbende tot voldoening van de onderhandse obligatie van Crucius waaren afkomstig van Bonk overleeden den 15. ' Iunij 1763. , en in welkers possessie Crucius
English
22 3 Crucius, and subsequently the widow, had presented herself as the sole surviving daughter of Bonk. Now the question here would be whether, from the estate of Bonk devolved upon his daughter, the private bond executed by Crucius under date of 20 December 1763 for the benefit of Haselkamp would take precedence, or rather the secretarial bonds granted by Bonk himself for the benefit of Mr. Horeman. If all those mortgage deeds had been granted by Crucius, then they would also have had to be paid out of his property, and out of that which had fallen to him and his wife by inheritance, in which case, as could take place under the jurisdiction of the Honourable Company, the Honourable Company has precedence over all other creditors, were it not that a private bond had been executed for it by Crucius; for 32 for now, in my opinion, the Honourable Company had no other recourse than upon the estate of Haselkamp, and the latter, alongside other creditors who might exist, upon the estate of Crucius. The undersigned will not take the trouble to further substantiate the above question, since it does not matter how it is understood, because the case here is situated differently, namely in this manner: Bonk is a debtor of Mr. Hooreman; that debtor happens to die, and his daughter puts herself in possession of the deceased estate; her husband, the former cashier Crucius, has executed a private bond for the benefit of Haselkamp, and that debt is paid out of the proceeds of the estate of Bonk, while the gentleman creditor of Bonk or his attorneys remain silent and do not oppose that 3 2 payment. The undersigned has maintained, and still maintains, that no inheritance took place before and until the debts of the deceased were cleared; that consequently Mr. Hooreman held preference on the estate of Bonk over Haselkamp and all creditors of Crucius. The matter then being so constituted, as it truly is, caused the undersigned to firmly establish that there was nothing to recover for the benefit of Haselkamp out of the moneys proceeds from the goods of the deceased Bonk, and that consequently the arrears of the cash had to be found from the effects of Haselkamp himself. If one further regards the memorandum of Haselkamp's outstanding debts, delivered by him to the commissioners, it appears therefrom that out of the Company's funds 33 he had given on loan to Mr. Eembruggen on a private bond: Pagodas 1000. –. –. That out of those same funds of the Company which were entrusted to him, he had paid to Van Teijlingen, a man to whose debit he later comes forward with such an exorbitant account: 2000. –. – That he also out of the Company's funds on account of auction moneys for [illegible] had paid out: 2500. –. –. That he also out of that same source had done service to his good friends with a sum of: 1500. –. –. Total: Pagodas 7000. –. – or together: 31500. —. —. Which acts alone convict him of 11. 10. 27 34 infidelity, and render him punishable, even if those funds might later come in, as they were received in the course of time, but which one could not foresee at that time. After the attachment made on the person and goods of Haselkamp, matters remained in the same state until the 31st of August following; in the meantime I had urged the sureties of Haselkamp, being the military Captain Bonte and the chief surgeon Esscher, to go round to all the qualified servants at this place and inquire whether Haselkamp could not be saved by a collection, toward which I for my share was willing to furnish a handsome penny, but the man had made himself so hated under the administration of Van Teijlingen that nobody was willing to advance a penny to save him. It It was on the last-mentioned date that Haselkamp addressed himself to me by petition, and thereby requested that I would please suggest some means to him to save him, since he declared that through deception and good faith in the absconded Governor Van Teijlingen he was unable to satisfy the Honourable Company; see the aforesaid petition annexed hereto under Letter G. I had given Haselkamp abundant time to save himself had there been any means for it; I had tried by a collection to prevent his ruin, and any other means to save him was unknown to me; therefore I deemed myself obliged to present the aforesaid petition to the council of policy, where it was resolved, since Haselkamp remained unable to satisfy the Honourable Company, which he himself confessed, to deliver him into the hands of the fiscal of this 11. principal place, Cantervisscher, in order to perform his office and duty against that faithless subject. If ever a case was constituted to be treated by the fiscal office, it was this one, where a cashier contrary to oath and duty, in a reckless manner, used the Company's funds entrusted to him as his own, to such an extent that he would not have been able to pay the servants their ordinary board money for the month of August 1765, had he not made use of dishonest means, namely to borrow money from various persons, notwithstanding he well knew he could not restore that money to them, as they are also still destitute of satisfaction. A cashier who, upon the inspection, had to show that the funds of the Company entrusted to him were all properly present, on the contrary had no more cash in hand than 35
Dutch transcription
22 3 Crucius en vervolgens de weduwe, sig als eeni„ ge nagelatene dogter van Bonk gesteld hadde. Nu souw hier het queritur sijn, of uijt den boedel van Bonk, overgegaan op sijn dogter, preferent soude weesen de onderhand„ se obligatie door Crucius de dato 20. ' De„ cember 1763. , ten behoeven van Haselkamp gepasseert, dan wel de secretariale obligatien ten behoeven van de heer Horeman door Bonk selfs verleent. Indien alle die verbandschriften door Crucius waaren verleent, dan moesten deselve ook betaalt werden uijt sijne besit„ ting, en uijt het geene hem en sijn vrouw per Erffenisse was aanbestorven, wanneer als onder het resort van d' E: Comp=ie soude kunnen plaats vinden, dat d' E: Comp=ie preferentie heeft boven alle andere Crediteu„ ren, was het dat 'er geen onderhandse obli„ gatie door Crucius voor was gepasseert, want 32 want nu had d'E: Comp=ie mijns bedunkens geen andere resource als op den boedel van Haselkamp, en deese laatste nevens andere Crediteuren die 'er mogte sijn, op den boedel van Crucius. Den ondergetekende sal sig niet verlee„ digen bovenstaande questi verder te adstru„ eeren, dewijl het 'er niet op aan komt hoe„ danig het ook begreepen werd. Nadien het geval hier anders geleegen is, en wel in deser voegen Bonk is een debiteur van de heer Hoo„ reman, dien debiteur komt te overlijden en sijn dogter steld sig in possessie van den nagelaten boedel, haar man de gewee„ sene Kassier Crucius heeft een onderhandse obligatie gepasseert ten behoeven van Ha„ selkamp, en die schuld werd uijt het pro„ cedido van den boedel van Bonk betaalt, terwijl den heer Crediteur van Bonk of wel sijne gemagtigdens stil sitten, en sig tegens die 3 2 die betaling niet opposeeren. Den ondergetekende heeft gesustineerd, en ook als nog, dat geen Erffenisse plaats hadde voor en al eer de schulden van den overledene gesuijvert waaren, dat mits dien de heer Hooreman preferent was op den boedel van Bonk boven Haselkamp en alle Crediteuren van Crucius. De zaak dan sodanig geconstitueert sijnde gelijk deselve waarlijk is, deed den onderge„ teekende wel vast stellen dat 'er ten behoe„ ven van Haselkamp uijt de penningen geproflueert uijt de goederen van den over„ ledene Bonk niets te recouvreeren was, en dat mits dien het agterweesen van de Cas gevonden moest werden uijt de Effecten van Haselkamp selfs. Reguardeert men wijders de Notitie van Haselkamp sijn uijtstaande schulden door hem aan gecommitteerdens overgegee„ ven, soo blijkt daar bij dat hij van Comp=s gelden 33 gelden aan d' heer eembruggen op een onder„ handse obligatie ter leen hadde ge geeven. . . . . . . . . . . . . - Pag: 1000. –. –. Dat hij uijt die selfde gelden van de Comp=ie, dewelke hem waaren aanbetrouwt aan van Teijlingen, een man tot wiens lasten hij naderhand met een soo Exorbitante Reekening te voorschijn komt, hadde af„ Dat hij ook uijt 'sComp:s gelden wegens vendu penningen voor Dat hij ook uijt die selfde bronader sijne goede vrienden dienst hadde gedaan met een uijt betaald hadde _ _ - - - - - - - - - - „ 2500. –. –. Somma van - - - - - - - - - - - - - „ 1500. –. Pag: 7000. - off Te Samen 31500. —. —. Welke gedoentens alleen, hem overtuijge gegeeven - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2000. –. – van 11. 10. 27 34 van infidelliteijt, en hem strafbaar maaken, al was het ook dat die gelden naderhand mog te inkoomen, gelijk deselve in 't vervolg van tijd ontfangen sijn, dog 't welk men doen„ maals niet konde voorsien. Na het gedaan arrest op den persoon en goederen van Haselkamp, bleeven de zaaken in de selfde omstandigheeden tot den 31. ' Augustus daar aan, intusschen had ik de borgen van Haselkamp, sijn„ de den Capitain militair Bonte, en de opper„ chirurgijn Esscher aangeset om bij alle de gequalificeerde dienaaren te deser plaat„ se rond te gaan, en te ondersoeken of Ha„ selkamp door geen Collecte te redden was, waar omtrent ik voor mijn aandeel al een fraaije stuijver wilde fourneeren maar de man had sig onder het bestier van van Teijlingen soo gehaat gemaakt, dat niemant om hem te redden, een stuij„ ver wilde schieten Het „ Het was op laast gem: datum dat Hasel„ kamp sig per request aan mij addresseerde, en daar bij versogt dat ik hem dog een mid del aan de hand wilde geeven om hem te red„ den, dewijl hij betuijgde door mislijding en goed vertrouwen op den geaufugeerde gou„ verneur van Teijlingen buijten staat te sijn dE: Comp=e te satisfaceeren vide voorsz: Request hier annex onder L:a G: Ik had Haselkamp overvloedig tijd gegeeven om sig te redden was 'er mid„ del op geweest, Ik had getragt door een Collecte sijn ruine voortekomen, en een an„ der middel om hem te sauveeren was bij mij onbekent, dierhalven oordeelden ik ver pligt te sijn het voorsz: Request aan de vergadering van politie te vertoonen, al„ waar geresolveerd wierd om Haselkamp dewijl hij buijten staat bleef d'E: Comp=e te satisfaceeren, N: het welk hij selfs advouc de, te stellen in handen van den fiscaal deeser 11. deeser hoofdplaatse Cantervisscher, om tegens dat ontrouwe subject sijn ampt en pligt te betragten. Was 'er ooijt een saak geconstitueert om door het officie fiscaal getracteert te wer„ den, soo was het deesen, alwaar een Cassier teegens eed en pligt 'sComp=s gelden hem toever„ trouwt op een onbesonne wijse als eijgen ge„ bruijkt in soo verre dat hij niet in staat sou„ de geweest sijn om voor de maand Augustus 1765, de dienaaren haar ordinaire kostgeld te betaalen, indien hij sig niet van malhonnette middelen bedient hadde, namentlijk om van deese en geene geld ter leen te neemen, niet te„ genstaande hij wel wist haar dat geld niet te kunnen restitueeren, gelijk sij ook als nog van voldoening gedestitueert sijn. Een kassier dewelke bij den opneem vertoo„ nen moest dat de gelden van de Comp=ie hem toevertrouwt, 'er alle na behooren waaren, ter Contrarie niet meer Contanten in Cas hadde als. al: 35
English
as pag: 832: 15: 25: notwithstanding that there ought to have been pag: 18983: 14: 50:. How those proceedings were initiated, completed, and terminated, both in the first instance and in case of appeal, concerns the Court of Justice, yet I cannot omit to remark here that the Advocate Fiscal of India, regarding a sentence extremely prejudicial to the Nagapatnam Council of Justice, and concerning a subject such as Haselkamp who, besides the aforementioned charges against him, also did not shrink from insulting his superiors in the bloodiest manner, as appears from the trial, did not even deem it necessary to proceed to revision. One might let the matter rest with the above, it having been abundantly demonstrated how the undersigned found the petty cash and the orders that were established to preserve the Honorable Company from damage as much as possible, but 11. 4 but since the former cashier Haselkamp in his said Remonstrance has distorted the events according to his imagination and as best suited his shop, and has alleged many untruths, this necessitates me to refute the one and the other. The introduction of that Remonstrance or Request, serving the guilty just as well as the innocent, and placed at the head of that little writing by the lawyer solely to move the hearts of your High Nobles, Honorable Sirs, and to engage the passions in his favor, which by way of surprise may well succeed; but when one has time for reflection, and even more so when the true and the false are demonstrated through solid reasons and convincing proofs, then all those enchanting artifices of the Orator disappear; wherefore I shall pass by that introduction. 36 37 bond. For when the Company's petty cash was transferred to Haselkamp in the presence of the commissioners De Filliettaz and Pietersz., which took place on ult:o July 1763., not a single word was mentioned on that occasion of the bond that Crucius was said to have granted to Haselkamp on account of the deficit in the cash of Pagodas 9658., see the declaration of the said commissioners and its annexes marked L:a H: on the contrary, Haselkamp signed as received for the entire sum that truly ought to be there, without making the slightest Exception, up to pagodas 17317. 7. 10., as shown by the said transfer marked L:a I: Nor did that private bond as of ult:o July 1763. exist in the world yet, as appears from the same annexed hereto marked L:a K, that it was only granted and signed on 20 December 1763. This 13 That which follows is likewise far from the truth; namely, "That the commissioners, when in the Year 1764 the cash was again inventoried by them, approved and praised, etc., the state of the cash as it was constituted with the debt of Looman and the bond of Crucius, and the partial redemptions of the debt of Looman, as also with the debt of Crucius as it was represented by the bond, and income and expenditures as they were recorded in the book;" for the commissioners De Filliettaz and Pietersz. testify in their annexed declaration that in November 1764, for the first time, a written order was issued to them to inventory the Company's petty cash, which ought to have been done already ultimo February, and it being customary on that occasion to lay open the remaining cash before the commissioners, it was only then 38 that for the very first time they learned anything of the said bond of Crucius, through the communication made to them by Governor van Teylingen, with orders to consider that bond as cash, since His Honour stood surety for its satisfaction; therefore they could not have the least suspicion regarding the discharge of these funds. They then proceeded to Haselkamp, who showed in cash pag: 15046. 6. 20. together with the aforementioned bond of Crucius amounting to pag: 9658., which two amounts formed exactly the actual remaining balance of the Company's petty cash of pagodas 24704. 6. 20, to which being now added the monies disbursed on memorandum, also to be seen in the actual inventory, to the amount of pa/o 22395. 2. 60, these two amounts total pag: 47098. 9. and thus Haselkamp's inventory amounted to Pagodas 1793: 5. 10. more than the Company's Cash 13 a 7 book; in which no more than pag: 45305. 3. 70. was required as a remaining balance. Thus they remained persuaded that at that time Haselkamp amply accounted for the Company's monies, and among which latter sum it must principally be reflected upon that there was carried forward the pag: 12500. 18. 30. or f 60004. 17. 8. of Cashier Looman, which by virtue of an order by the governor and chief administrator ult:o August 1764 had been transferred to Haselkamp, as having been paid into the Company's Cash by the Executors. Since it is proven by all Cash books that these monies of Looman have continually been carried forward therein, and Haselkamp never made any difficulty in signing for them, both in those books and in his inventories, without ever having mentioned the non-receipt of those monies, that, if he
Dutch transcription
als pag: 832: 15: 25: niet tegenstaande dat er pag: 18983: 14: 50: moesten weesen. Hoedanig die proceduren g'entameerd vol„ dongen en getermineerd sijn, soo ter eerster instantie, als in cas de appel, raakt de Iusti„ tie, egter kan ik niet voor bij alhier te re„ marqueeren dat den advocaat fiscaal van India, van een sententie, den Nagapat„ namse Raad van Iustitie, ten uijtersten ledeerende, en omtrent een subject als Ha„ selkamp die buijten het voorsz: ten sijnen lasten, sig ook niet ontsien heeft sijn ge„ bieders op het sanglanste te injurieeren, blijkende bij het proces, niet eens nodig g'oor deelt heeft, in revisie te koomen. Men soude het bij het bovenstaande wel kunnen laaten berusten, als ten overvloede gedemonstreert sijnde hoedanig den onderge„ tekende de kleene geldkas heeft bevonden en de ordres die 'er gesteld sijn om soo veel mogelijk d'E: Comp=e voor schade te bevrijden maar 11. 4 maar dewijl den geweesen kassier Hasel„ kamp bij sijne gem: Remonstrantie het voorgevallene na sijn fantasie, en sodanig het best in sijn kraam te passe kwam, heeft verdraaijt, en veel onwaarheeden g'allegeert, soo noodsaakt mij sulx het een en ander te refuteeren. De inlyding van die Remonstrantie of Request soo wel dienende voor schuldige als onschuldige, en eenlijk door den Regtsgeleer„ de aan het hoofd van dat schriftuurtje ge„ plaast, om het gemoed van uw Hoog Edele Hoog Agtbarens te beweegen, en de herts„ togten ten sijnen voordeele in te neemen, dat als bij verrassing ook wel gelukt, maar wanneer men tijd heeft van reflectie, en nog te meer als door solide reedenen en overtuijgende bewijsen, het waare en het valsche werd aangetoont, dan verdwijnen alle die betooverende kunstgreepen van den Reedenaar, mits dien sal ik die introduc„ „tie 36 37 obligatie. Want doen aan Haselkamp ten over„ staan van de gecommitteerdens De Filliet„ taz en Pietersz. sComp=s kleene geld kas ge„ transporteerd wierd, het welk geweest is onder ult:o Iulij 1763. , is 'er bij die gelegend„ heijd geen enkeld woord gerept van de obli„ gatie die Crucius uijt hoofde der te kort kooming bij de kas aan Haselkamp van Pagoden 9658. soude hebben verleent, vide ^ en dies bijlagen met L=a H: declaratoir van gem: gecommitteerdens ^ ter contrarie heeft Haselkamp voor de ge heele somma die er waarlijk moest sijn als ontfangen geteekent sonder eenige de minste Exceptie te maaken tot pagoden 17317. 7. 10. uijtwijsens gem: transport L=a I: Ook is die onderhandse obligatie onder ult:o Iulij 1763. nog niet in de wereld geweest, blijkende bij deselve hier annex L=a K dat deselve eerst den 20. ' December 1763. ver„ leent en geteekent is. Dit 13 Het geen 'er op volgt is almeede verre besij„ den de waarheijd; namentlijk „ Dat de ge„ „committeerdens wanneer in den Iaare 1764. de „kas door haar weder opgenomen wierd, de „staat van de kas soo als die met de schuld van „Looman en de obligatie van Crucius, en de „gedeeltelijke aflossingen van de schuld van „ Looman, als meede met de schuld van Cru„ „cius soo als die door de obligatie gerepresen„ „teert wierd; en inkoomen en uijtgaven soo als „die op het boek bekent stonden; geconstitueerd „ was, geapprobeerd en gelaudeerd &:a; want de gecommitteerdens De Filliettaz en Pietersz: betuijgen bij haar annex declara„ de toir dat in November 1764. voor „ eerste maal een schriftelijke ordonnantie op haar ver„ leent was om 'sComp=s kleene kassa optenee„ men, dat bereets ultimo februarij hadde behooren te geschieden, en bij die gelegendheijd gebruijkelijk sijnde, de restant Contanten aan de gecommitteerdens open te leggen, het toen 38 toen eerst geweest is, dat zij voor de aller eerste keer, van gem: obligatie van Crucius iets te verstaan kreegen, door de Communicatie die de gouverneur van Teijlingen haar deed, met ordres die obligatie als Contanten aan temerken, wijl sijn Ed: voor de voldoeninge in stond, dierhalve konde zij geene de minste suspietie hebben, aan de acquitteering dee„ ser gelden; sij vervoegde sig dan bij Ha„ selkamp die aan Contant verthoonden pag: 15046. 6. 20. benevens de obligatie voor„ noemd van Crucius groot pag: 9658. welke beijde bedragen net het in weesen restant van 'sComp=s kleene kas formeerde van pa„ goden 24704. 6. 20, waar bij nu gevoegt de per memorie verstrekte penningen, al mee„ de vide de in weesen sijnde opneem te sien, ten montant van pa/o 22395. 2. 60, soo som„ meere deese beijde bedraage pag: 47098. 9. en dus bedroeg Haselkamps opneem Pago„ den 1793: 5. 10. meerder dan 'sComp=s Cassa boek 13 a 7 boek; waar bij aan Restant niet meerder ver„ Eijscht wierd dan pag: 45305. 3. 70. dus bleeven zij gepersuadeerd, dat in die tijd Hasel„ kamp 'sComp=s gelden ruijm verantwoorden, en onder welke laatste somma principaal gereflecteert dient te werden, dat daar bij voortliepen de pag: 12500. 18. 30. of ƒ 60004. 17. 8. van Cassier Looman, die uijt kragte eener ordonnantie door den heer gouverneur en hoofd-administrateur ult. o Augustus 1764. op Haselkamp waaren overgeschree„ ven, als in Comp=s Cassa door de Executeu ren betaald sijnde. Wijl het geprouveert werd bij alle Cassa boeken, dat deese penningen van Looman steeds daar bij voortgelopen hebben, en Ha„ selkamp nooijt geene swaarigheijd gemaakt heeft, soo wel bij die boeken, als desselfs opneemen, daar voor te teekenen, sonder ooijt te hebben mentie gemaakt, van de non ontvangst dier penningen, dat, soo hij
English
he indeed had grounds to reclaim anything of the moneys of Looman, he surely would have done so just as well when they conducted the inventory on the 28. November 1764., as he put into effect with the pag: 9658. –. of Crucius, and at the inventory he showed her, as has been clearly demonstrated beforehand, that the existing cash on hand and the moneys advanced per memorie amounted to pag: 1793. 5. 10. more than what the Company's petty cash book required. Thus stood the state of the cash, says Haselkamp in his remonstrance, when on the 6. August 1765. by order of the new and recently arrived Governor Haksteen the cash was again inventoried and examined by the same commissioners appointed thereto, De Filliettaz and Pietersz:, ostensibly in the presence of the Fiscal etc. But he studiously forgets to mention that the petty cash was inventoried once more, and indeed in February 1765. by order of van Teijlingen by the commissioners De Filliettaz and Pietersz. Then Haselkamp showed to them all the cash that was supposed to be in the cash reserves, not only what Looman had fallen short in the cash, but also the deficit of Crucius, without at that time showing the granted private promissory note as cash and validating it; he did not even mention that private promissory note at that time, and consequently the commissioners were reassured, having no reason to suspect Haselkamp, since he showed them all the cash that was supposed to be there, without distinction, and made no mention of any unpaid moneys on account of Looman, or of the promissory note of Crucius, letting the matter rest with confidence upon the report that was made thereof at that time. the demonstration of cash had given cause for the making of a false report; whose duty it would have been, upon my arrival, to make a full disclosure concerning the petty cash, and not to wait therewith until the 30th of July, two months after the flight of van Teijlingen, when the ultimate word had to come out, and he could no longer conceal his deceits. It was then on the 30th of July, when the commissioners together with the Fiscal already stood prepared to conduct the inventory of the petty cash at the house of Haselkamp, that this cashier came to me and gave to understand that he was for the present unable to account for the balance that was running in the cash, since he was owed up to Pagodas 11579. 15. 60. from the former and fled Governor Christiaan van Teijlingen, and from the estate of Crucius, who had been Cashier before him, and also had some other outstanding affairs; but in case I would be pleased to grant another eight days' respite, that he would then provide an accurate accounting of the cash, and what was in arrears; the requested eight days were then still granted to him in abundance, without the least effect; the foregoing is described in detail in the Coromandel Resolution of the 6. August 1765. It was only then that I received a disclosure of how matters stood with the petty cash, and of the considerable capital that was lacking in it; if Haselkamp had made such a confession at once, many things might not have happened; at least there would have been means to save him, if he truly had been owed so much money from van Teijlingen, which he, through his silence, makes very suspect. Through that silence he heaped one fraud upon the other, and finally deceived himself. Let one further consider how this can be reconciled with the prudence that a Cashier ought especially to possess, when he, maintaining that he had a claim on van Teijlingen of 11579 pagodas, yet over and above that gives up 2000. pagodas to him on account of the proceeds rendered by his furniture etc. sold at public auction. Ought he not to have retained those moneys in reduction of what was due to him, and must it not have given him pause for thought that van Teijlingen, being his debtor, demanded the proceeds of the auction, whereby he manifestly gave to understand that he maintained he was not a debtor of Haselkamp? If it were that Haselkamp had raised difficulties about refusing that money to his former master, that could have been remedied immediately by making a clean confession regarding the state of the cash, when it depended on me to establish the necessary orders therein. That was now not possible for me, because I knew nothing of it, since the Company's papers demonstrated to me that at the inventory of February the cash shown amply agreed with the balances, and that the one whose department it was, and who had the greatest interest in it, sought to cover it up; how impudently does this former cashier now dare to shift his malicious actions onto another, and to place the damage resulting from a fraud premeditated and executed by him onto the account of a third party, whereas all disadvantages would have been prevented if he had come forward with the truth in due time. But no, he remained silent, and sought to mislead his master just as he had done to the commissioners. The
Dutch transcription
39 hij immers fondement daar toe hadde gehad, iets van de gelden van Looman te repetee„ ren, hij seeker sulks al soo wel soude gedaan hebben, toen zij de opneem den 28. Novem„ ber 1764. deeden, gelijk hij werkstelde met de pag: 9658. –. van Crucius, en bij den opneem vertoonde hij haar gelijk voor af duijdelijk is gedemonstreerd, dat de in weesen sijnde Contanten, en de per memorie verstrekte gel„ den pag: 1793. 5. 10. meerder bedroeg dan het geen 'sComp=s kleene Cassa boek requireerde. Dus stont het met den staat der kasse, segt „Haselkamp bij zijn remonstrantie, wan„ „neer op den 6. Augustus 1765. op ordre „ van den nieuwen en onlangs g'arriveerde „ gouverneur Haksteen de kas wederom „wierd opgenoomen, en g'Examineerd door De Tilliet „ deselve daar toe gecommitteerde „taz en Pietersz: ten overstaan quasi van „ de fiscaal &. a Maar hij vergeet studieuslijk te mel„ „den 13 A 13 4 „den dat de kleene kas nog eens, en dat wel in februarij 1765. ter ordre van van Teij„ lingen door de gecommitteerdens De Filliet„ taz en Pietersz. was opgenomen. Doen heeft Haselkamp aan haar ver„ toont alle de Contanten die 'er bij de cas moes„ ten weesen, niet alleen het geen Looman bij de Cas was te kort gekomen, maar ook het deficieerende van Crucius sonder te dier tijd, de verleende onderhandse obligatie als Con„ tant te vertoonen, en te doen gelden, hij heeft doenmaals van die onderhandse obligatie niet eens gerept, en gevolglijk waren de ge„ committeerdens gerust, geen reeden hebbende Haselkamp te suspecteeren, dewijl hij haar alle de Contanten die 'er moesten weesen, sonder onderschijd vertoonden, en van geen onbetaal„ de penningen voor reekening van Looman, of van de obligatie van Crucius eenig mel„ ding maakten, laatende het met vertrouwen berusten bij het Raport dat te dier tijd, daar van 43 e - 41 „tooning van Contanten, oorsaak gegeeven had„ de tot het doen van een valsch raport, diens pligt was het geweest, bij mijn aankomst opening van saaken omtrent de kleene kas te geeven, maar niet daar meede te wagten tot den 30. ' Iulij twee maanden na de aufu„ gie van van Teijlingen doen het hoogste woord 'er uijt moest, en hij sijn fourberien niet langer konde verbergen; het was dan of den 30. ' Iulij doen de gecommitteerdens ne„ vens de fiscaal reets klaar stonden om ten huijse van Haselkamp den opneem van de kleene kas te doen, dat die kassier bij mij quam en te kennen gaf dat hij voor als nog buijten staat was om het restant dat bij de kas liep te kunnen verantwoorden, dewijl hij tot Pagoden 11579. 15. 60. van den geweesene en g'aufugeerde gouverneur Christiaan van Teijlingen, en van den boedel van Crucius de voor hem Cassier geweest was, moest hebben ook nog eenige andere uijtstaande zaaken hadde 15 14 51 53 hadde, maar ingevalle nog agt dagen respijt geliefde te verleenen, dat als dan een accura„ te aantooning van de Cas, en het geen 'er per restant was, soude doen, de versogte agt da„ gen wierden hem dan nog al ten overvloede vergund, sonder de minste uijtwerking; het voorenstaande is omstandig beschreeven bij Cormandelse Resolutie van den 6. Augus„ tus 1765. Het was doen eerst dat ik opening van saa„ ken kreeg hoedanig het met de kleene, kas ge„ steld stond, en van het Considerabel Capitaal dat 'er aan mankeerden, indien Hasel„ kamp ten eersten dusdanig een Confessie had„ de gedaan, soude 'er mogelijk veele saaken niet gebeurt sijn, ten minsten 'er was middel geweest om hem te redden, indien hij waar„ lijk soo veel geld van van Teijlingen had„ de moeten hebben, het geen hij door sijn swij„ gen, seer doet suspecteeren Door dat swijgen heeft hij het eene bedrog op op het ander gehoopt, en eijndelijk sig selfs be droogen. Men beschouwe nog al eens verder hoe dat het met de voorsigtigheijd die een Cassier voor al behoort te hebben, over een te brengen is, daar hij, sustineerende een pretensie op van Teijlingen te hebben van 11579 pagoden, nog daar en boven 2000. pagoden aan hem afgeeft„ wegens het procedido. van sijn per vendutie gerendeerde meubelen &:a Behoorden hij die penningen niet inge houden te hebben in mindering van het geen hem Competeerde, en moest het niet bij hem spe„ culatie baaren dat van Teijlingen sijn debiteur sijnde, het provenu van de vendu op Eijschte, waar door hij manifest te kennen gaf dat hij sustineerde geen debiteur van Haselkamp te sijn Was het dat Haselkamp al swarig heijd hadde gemaakt om sijn geweesen gebie der dat geld te wijgeren, was daar aan„ „stonds 42 57 2 „stonds in geremedieert met een suijvere Confessie nopens de staat der Cassa te doen, 6 wanneer het van mij dependeerde om de no„ dige ordere daar in te stellen Dat mij nu niet mogelijk was, om dat 'er niets van wist, dewijl 'sComp:s papieren mij demonstreerde dat bij den opneem van febru„ arij de vertoonde Contanten met de restanten ruijm accordeerde, en dat de geene van wiens departement het was, en 'er het meeste belang bij had, de pot sogt te dempen, hoe onbeschaamt derft nu deese gewesene kassier sijne malitieuse handelingen nog op een ander te schuijven, en de schade geredundeert uijt een bedrog door hem gepremediteert en uijtgevoert, op reekening van een derde te stellen, daar alle nadeelen verhoed waren geworden, indien hij te regter tijd voor de waarheijd was uijtgekomen. Maar neen, hij sweeg, en sogt sijn gebieder soo wel te mislijden als hij de gecommitteer„ dens gedaan hadde. Den
English
The Remonstrant continues: on that basis, then, he was attacked, etc. Action was taken against him as was proper, and, as can be demonstrated from the aforesaid and from what will yet follow, it is fully justifiable to each and every person. For with a Cashier who had made misleading presentations of the Company's treasury, who instead of 18956 pagodas could produce only 832, and who, at one and the same time, comes forward with three different balance sheets, see the declaration of the commissioners, with such a subject there was nothing else to be done than to let the fiscal officer carry out his office and duty against him. In this matter, people did not act prematurely, as if eager for his ruin; on the contrary, everything was first attempted to save him, even by means of a collection, but in vain. The few friends he had here, even those of his family, found no expedient to be able to save him. One must be of as malicious a nature as the Remonstrant to suspect the curators who were appointed over his estate of having done everything to prevent the sufficiency of his estate toward satisfying the Company. On the contrary, those men, being the secretary of the Orphan Chamber Buijs, and invoice clerk Bloeme, both of good name and reputation, and who had the most time to be able to attend to it, applied everything that could serve to benefit his estate, consulting with Haselkamp while he was present here. The public auction of his effects had to take place, but not by forced and reluctant sale, rather according to custom, after prior sounding of the gong, by which the sale was made known to everyone. The Coromandel Resolution of 2 May 1768, annexed hereto under Litera M, will demonstrate in detail to Your High Noblenesses and High Mightinesses the reasons that moved the Government here to appoint curators over the estate of Haselkamp, the grounds why that subject was placed in the hands of the officer, as well as the conduct of the curators, and what difficulties they had to overcome in salvaging that disordered estate. The Remonstrant now maintains that his estate was sufficient to satisfy his debt to the Treasury, contrary to the petition cited here earlier, in which he himself confesses to being unable to satisfy the Company, and requests of me to devise a means to prevent his ruin. How matters stood with the state of Haselkamp's estate has been very amply demonstrated by the commissioners Duijnevelt and Schuneman in the aforementioned and annexed report. Notwithstanding the clear demonstration that the Remonstrant's estate was far from sufficient for settlement, and which was furthermore known to him himself, Haselkamp nevertheless had the audacity to demand from the Honorable Company an important sum of 15714 pagodas 8 fanums and 41 kasjes or 75428 guilders 18 stuivers 3/8 Dutch, just as if those moneys actually belonged to him, and he had fallen short of nothing in his Cash, not to speak of so considerable a sum. Regarding now the sixth point contained in Haselkamp's remonstrance, namely that the overly great indulgence of Governor Haksteen had favored the evasion of van Teijlingen: That article has been abundantly refuted in my secret letters to Their High Noblenesses, the Honorable High Indian Government, dated 30 August 1768, as well as in duplicate sent to Your High Noblenesses and High Mightinesses via Ceylon in December of the said year, to which I refer, having no doubt that they will have been satisfied with the reasons alleged there. On the contrary, it is Haselkamp whose great indulgence toward van Teijlingen is the sole cause of all this confusion. The six questions that he poses among others in his remonstrance, calling them simple questions, shall nevertheless be answered here, although superfluous and unnecessary. 1. It was up to me, and not to Haselkamp, to trace, investigate, redress, and set in order all things. 2. The undersigned did not need to be informed by the commissioners of the state of the petty cash, since it was sufficient for me to read the report of that last inspection, in which the commissioners state that the cash produced corresponded amply with the remaining balances, not knowing that the aforesaid report was false through the deceit of Haselkamp. 3. It was my duty to make Governor van Teijlingen account for the manner in which the said van Teijlingen had caused the petty cash to pass from the administration of Looman to the administration of Crucius, and from the latter to that of Haselkamp; but since I could see nothing in the Company's papers other than that everything was satisfactorily accounted for, I could demand no accounting in that regard unless Haselkamp had first told me that he had deceived the commissioners, and that considerable entries of the petty cash still had to be accounted for by van Teijlingen. Had I then failed to attend to that, it would have been just that the accountability for it belonged to me. Article 4 is in the same state as Article 3. 5. I had no knowledge either of the furnishing of firewood or of anything else without an authorization; if Haselkamp had judged that recovering payment from van Teijlingen for his arbitrary supply of firewood was necessary, he ought to have given me notice of it. The 6th article has been answered by the preceding. That this indulgence of Haselkamp toward van Teijlingen continued, even
Dutch transcription
43 Den Remonstrant vervolgt; op dien „grond dan valt men hem te lijven &. a Men heeft teegens hem g'ageert als het behoorde, en dat uijt het voorsz:, en het geen nog volgen sal, aantoonlijk is, bij alle en een ijgelijk verandwoordelijk te sijn. Want met een Cassier die mislijdende ver„ tooningen gedaan hadde van 'sComp=s kas, die in plaats van 18956. pagoden maar 832. konde vertoonen, en die, in een en deselfde tijd met drie differente opneemen te voorschijn komt, vide het declaratoir van gecommitteerdens, met soo een subject was niet anders te beginnen, als de fiscaal tegens hem sijn ampt en pligt te laaten be„ tragten. Men heeft hier in niet prematuur, als Ieukerig na sijn bederf te werk gegaan, in tegendeel is eerst alles besogt om hem te redden selfs bij weege van een Collecte, maar te ver„ geefs, de wijnige vrienden die hij hier hadde, selfs 7 selfs die van sijn familje vonden geen Expe„ dient om hem te kunnen sauveeren. Men moet van een soo malitieus natu„ rel sijn, als den Remonstrant, om de Ciera„ toren die over sijn boedel gesteld waaren te verdenken, dat sij alles aan soude wenden om de toerijking uijt sijn boedel tot voldoe„ ning van de Comp=e, te prevenieeren. Ter Contrarie hebben die menschen, sijnde de secretaris van de weeskamer Buijs, en factuurhouder Bloeme, beijde ter goeder naam en faam staande, en dewelke de meeste tijd hadden, te kunnen vaceeren, alles aan„ gewent wat tot bevoordeeling van sijn boedel konde dienen, geduurende Haselkamps aanweesen alhier met hem Communicatief gaande. De vendutie sijner Effecte moeste geschieden, maar niet bij geforceerde en onwillige ver„ koopinge, maar na stijle, na voorgaande bekkenslag, waar bij aan een ijder de ver„ „ kooping „kooping wierd bekent gemaakt. De Cormandelse Resolutie van den 2:' Meij 1768: onder L=a M: hier g'an nexeert, sullen uw Hoog Edele Hoog Agtbarens omstandig aantoonen de reedenen dewelke de Regeering alhier gepermoveert heeft om Curatoren in den boedel van Ha„ selkamp te stellen, de beweeg gronden waarom dat subject in handen van den officier is gesteld, mitsgaders de handel wij se van de Curatoren, en wat moeijlijkheeden in het redden van die verwarde boedel sij hebben moeten te boven komen. Den Remonstrant sustineert als nu dat sijn boedel sufficient was tot voldoening van sijn debet aan de Cas; Contrarie het hier voo„ ken aangehaalde Request, waar bij selfs ad voueerd onvermogende te sijn de Comp=e te sa¬ tisfaceeren en van mijn versoekt een middel te willen uijt denken om sijn ruine voor te komen. Hoedanig 44 63 Doedanig het met den staat van Ha„ selkamp sijn boedel geleegen is, hebben de gecommitteerdens Duijnevelt en Schu„ neman seer ampel gedemonstreert bij het in deesen gem: en bij gevoegt berigt Niet tegenstaande de duijdelijke aantoo„ ning dat den Remonstrant sijn boedel ter voldoening in verre na niet was sufficiee„ rende, en het geen hem ook ten overvloede selfs bekent was, heeft Haselkamp nog„ thans de assurantie van d' E: Comp:e te vorde„ ren een Emportante somma van 15714. pago„ „ den 8. fanums en 41. kasjes of ƒ75428. 18. stuij„ 3„ vers hollands eeven als of die penningen hem reëël toebehoorde, en hij bij sijn Cassa niets, men swijge een soo Considerable somma, te kort gekoomen was. Belangende nu het sesde point vervat in Haselkamp sijn remonstrantie, teweeten dat de al te groote Complaisance van de gouverneur Haksteen het evadeeren van van ee - 45 van Teijlingen gefavoriseerd hadde. Dat articul is overvloedig gerefuteert bij mijne secreete Letteren aan Haar Hoog Ede„ lens De Edele Hooge Indiase Regeering. de dato 30. ' Augustus 1768, mitsgaders in duplo in December van het gem: Iaar aan uw Hoog Edel Hoog Agtb:s over Ceijlon ge„ sonden, waar aan mij refereeren, niet twijffe„ lende of Hoogst Deselve sullen met de Ree„ denen aldaar g'allegeerd genoegen genoomen hebben. In tegendeel is het Haselkamp, wiens groo„ te Complaisance voor van Teijlingen, de eenige oorsaak van alle deese verwarring is. De ses vragen die hij bij sijn remonstran„ tie onder anderen doet, deselve noemende een voudige vragen, sal men alhier schoon ten overvloede en onnodig, nogthans eens beant„ woorden 1. Het heeft aan mij en niet aan Haselkamp gestaan om alle dingen nategaan, te onder„ „soeken 16. 61 „soeken, te redresseeren, en in ordre te stellen. 2. Den ondergetekende hadde niet nodig van de gecommitteerdens geinformeerd te werden van de staat der kleene kas, dewijl het genoeg doende was voor mij om het raport van die Laatste opneem te leesen, waar bij de ge„ committeerdens poseeren dat de vertoonde Contanten met de restanten ruijm accordeer„ den, niet weetende dat voorsz: Raport door het bedrog van Haselkamp valsch was. 3. Was het mijn pligt om de gouverneur van Teijlingen reekenschap te doen gee„ ven van de wijse op welke deselve van Teij„ lingen, de kleene kas had doen overgaan van de administratie van Looman op de admi„ nistratie van Crucius en van deesen op die van Haselkamp; maar dewijl ik bij 'sComp=s papieren niet anders konde sien, of alles was na genoegen verantwoort, konde ik daar omtrent geen reekenschap vorde„ ren, of Haselkamp moest mij eerst gesegd 57 46 gesegd hebben dat hij de gecommitteerdens had„ de geabuseert, en dat 'er nog aansienlijke pos„ ten van de kleene kas door van Teijlingen verantwoord moesten werden, indien ik dan ingebreeke was gebleeven mij daar aan te laa¬ ten geleegen leggen, dan was het billijk dat de verandwoording daar van mij Competeer„ de Met art: 4. is het geleegen als Art: 3. 5. Ik heb nog van het fourneeren van brand„ hout, nog van iets anders, sonder ordonnantie eenige kennis gehad, indien Haselkamp ge„ oordeelt hadde dat het recouvreeren van betaling, wegens sijn willekeurige verstrek„ king van brandhout, aan van Teijlingen noodig was geweest, dan behoorde hij mij er kennis van gegeeven te hebben. Het 6:e art: is door de voorige beant„ woord. Dat die Complaisance van Haselkamp voor van Teylingen gecontinueert heeft, selfs
English
even after his flight, as appears from the letter of van Teijlingen to Haselkamp dated 8 July 1765 from Madras, from which it can be gathered that by the letter of Haselkamp to which that of 8 July serves as an answer, he, van Teijlingen, had not even sent an account of what was owed to him, even when Haselkamp was already in irons, he did not hesitate to say, governor Haksteen is a scoundrel etcetera, but van Teijlingen is an honest man, see the criminal trial. I therefore very gladly defer to the judgment of everyone whether my complaisance, or that of Haselkamp toward van Teijlingen, caused that considerable deficit in the petty cash. Now there remains the refutation against the seventh point, which accusation, if found to be the truth, would bring upon me the contempt of everyone, and cause me to be regarded to be regarded as an unconscionable man, who through his passions and partiality sought to ruin his fellow man. The words that Haselkamp uses in the most insolent manner to bring everyone into that belief, will be incorporated here verbatim for further clarification of the matter. He says then That the evil intent which people had to ruin the petitioner is fully brought to light by the refusal made to him to be allowed to take action against governor van Teijlingen at Madraspatnam, whereas it was granted to the warehouse master Severin; the petitioner, however much convinced that the debt of van Teijlingen according to the principles of law could not be recovered from him, thought that since it was deemed fit to charge it to his account, he should at least be free be free in any case to use a means to secure the Honorable Company as much as possible. He therefore requests permission from the government to be allowed to take action against governor van Teijlingen at Madraspatnam, whither the said governor had retired; instead of this being readily granted to him, he was arrested etcetera. No one who reads the above account of the remonstrant can indeed think otherwise than that what he alleges is the truth, and yet there is not a single word of the truth in it. Never has he been refused permission to take action against governor van Teijlingen, nor did he ever request it; how then could the refusal have taken place? Let all the Coromandel Resolutions be examined, not a single iota of such a request will be found, will be found, and consequently neither of a refusal. If ever such a request had been made by him, would he have failed to request an extract or copy of that request with the ruling made upon it, just as he did with all documents when he departed on appeal to Batavia which he judged could be of use to him in that capital, see the Coromandel Resolution dated 31 August 1767; a paper so important he could not possibly have forgotten. And even if that had been neglected by him, would he have omitted to make mention of so extremely harsh a treatment as that refusal consisted of, in his extensive petition presented to the High Indian Government at Batavia, which then also would not have failed to demand reasons and accountability from the Coromandel government accountability for such a declining ruling. But no, he first devised this fine invention in Europe; the great distance gave him somewhat more boldness to place some untruths into the hands of the Lords and Masters with impunity. Now regarding the affair of the warehouse master Severin, the situation with that is as follows: that employee had, from 4 September 1761 until the end of February 1765, delivered successively to governor van Teijlingen upon his verbal order (as he said) various consumption and other goods specified in the Coromandel Resolution of 2 July 1765, totaling to the amount of old Pagodas 1125. 1. - ; it appeared to the meeting to be careless conduct on the part of Severin, that he, who annually had to account for and balance the Company's assets, had not demanded nor settled with van Teijlingen regarding what was missing, and therefore it was resolved to impose upon him the reimbursement of that amount, and to have it paid into the Company's treasury, but to leave him the liberty to seek his recourse against the person of van Teijlingen, in such manner as he believed was due to him. And since Severin obeyed that decision by paying the money into the treasury, what reason would there then have been to incarcerate Severin? Here indeed not the least comparison can be made between this warehouse master and the unfaithful cashier Haselkamp, and therefore the jurist could well have mustered Cicero and Ulpianus here, along with all the doctors of law with which he needlessly makes his remonstrance boast, for the comprehension of the matter in question requires solely a sound and impartial judgment. Severin having complied with the ruling
Dutch transcription
selfs na sijn aufugie, blijkt bij de brief van van Teijlingen aan Haselkamp de dato 8. ' Iulij 1765. van Madras, bij dewelke op„ te neemen is dat bij de brief van Hasel„ kamp waar van die van den 8. ' Iulij tot andwoort dient, hij van Teijlingen nog niet eens een Reekening gesonden hadde van het geen hem Competeerde, selfs doen Haselkamp reets in de boeijen was, ontsag hij sig niet te seggen, de gouverneur Haksteen is een Canalje &:a, maar van Teijlingen is een Eerlijk man vide het Crimineel proces. Differeere mits dien seer gaarn aan het oordeel van een ijgelijk of de Complaisance van mijn, of die van Haselkamp voor van Teijlingen, die Considerable te kort kooming bij de kleene kas heeft veroorsaakt. Nu resteert 'er nog de wederlegging te gens het sevende point, welke accusatie de waarheijd bevonden werdende, mij de veragting van een ijgelijk op den hals soude halen, en doen aanmerken. 47 aanmerken als een inconcientieus man, die door sijne driften en partialiteit sijn even naasten tragte te bederven De woorden die Haselkamp op de alder assurantste wijse gebruijkt om een ijge„ lijk in dat begrip te brengen, sal men tot meerder opheldering van de saak hier woorde lijk laaten invloeijen. Zij segd dan Dat het boos opset dat men gehad heeft om „den supp:t te bederven, ten vollen aan den dag „legt, is de weijgering welke men aan hem „gedaan heeft om tegens den gouverneur van „Teijlingen te Madraspatnam te mogen „ageeren, daar men het aan de pakhuijsmees„ „ter severin heeft g'accordeerd gehad, de „supp:t hoe seer geconvinceert dat de schuld van „ van Teijlingen, na de gronden van het „regt niet van hem gerepeteerd konde werden, „dagt dat dewijl men goed vond om hem dien „ ten laste te leggen, het hem ten minsten vrij moest 6 „moest staan om in alle gevalle, een middel te „gebruijken om d'E: Comp=e soo veel mogelijk „ te secureeren Sij versoekt derhalven aan het gouverne„ „ment permissie om tegens den gouverneur „ van Teijlingen te Madraspatnam „waar heenen den gem: gouverneur sig gere„ „tireerd had, te mogen ageeren, in plaats dat „sulks hem gereedelijk soude werden geaccor„ „deert, werd hij gearresteert &:a Niemant, die het bovenstaande verhaal van den Remonstrant leest, kan immers an„ ders denken, of het geen hij allegeert is de waar heijd, en egter is 'er geen enkeld woord van de waarheijd. No Nooijt heeft men hem geweijgert om tegens den gouverneur van Teijlingen te mogen ageeren, hij heeft het ook nooijt versogt, hoe kon dan het refus plaats hebben, laat alle de Cormandelse Resolutien nagegaan wer„ den, geen Tota sal men van sodanig versoek vinden 48 vinden, en gevolgelijk ook niet van een weij„ gering. was 'er ooijt sodanig een versoek door hem gedaan, souw hij niet ingebreeken gebleeven sijn, Extract of Copij van dat versoek met de daar op genomene dispositie te versoeken, gelijk hij doen in appel na batavia vertrok„ van alle documenten gedaan heeft, die hij oordeelde hem op dien hoofdplaats van - nut te kunnen sijn, vide Cormandelse re„ solutie de dato 31. ' Augustus 1767, een soo aangeleegen papier kon hij met geen moge lijkheijd vergeeten hebben. En was dat al eens door hem versuijmt; sou„ de door hem niet g'omitteert weesen, van een soo ten uijtersten harde behandeling als waar in die weijgering bestond, bij sijn ampel Request te Batavia aan de Hooge Indiase Regee„ ring gepresenteert, mentie te maaken, de„ welke dan ook niet gemankeert soude hebben, het Cormandels gouvernement reeden en verantwoording Geevinck verandwoording te vorderen van een sodanige declineerende dispositie. Maar neen, hij heeft deese fraaije vond eerst uijtgedagt in Europa, de verre afgelegend„ ƒ heijd, gaf hem wat meerder hardiesse om strafloos de Heeren en Meesters eenige onwaar„ heeden in de hand te stoppen. Belangende nu de affaire van de pakhuijs„ meester Severin, daar is het dusdanig meede geleegen, die bediende had 't seedert den 4. ' 7ber: 1761. tot ult:o februarij 1765. aan de gouverneur van Teijlingen op sijn mondelinge ordre (:soo hij seijde :/ successive afgegeeven verscheijde Con„ sumptie en andere goederen gespecificeert bij Cormandelse Resolutie van den 2. ' Iulij 1765, te samen ten Emporte van oude Pagoden 1125. 1. - het quam de vergadering voor, te weesen een slordige behandeling van Severin, dat hij, die Iaarlijks 'sComp=s Effecten moest verand„ woorden en verEffenen, ook omtrent het geen 'er te kort was, niet van van Teijlin„ „gen 49 „gen gevordert, en met hem geliquideert hadde, en dierhalven wierd er geresolveerd, hem de vergoeding van dat bedragen opteleggen, en in 'sComp:s Cassa te doen betaalen, dog aan hem de vrijheijd te laaten om desselfs regres op den persoon van van Teijlingen te soeken, soda nig als vermeenden hem te Competeeren En dewijl severin aan dat besluijt obedieer„ de, met de penningen in Cas te betaalen, wat reeden soude er dan geweest sijn om severin te incarceeren, hier valt immers geen de minste Comparatie te maaken tusschen dese pakhuijsmeester en den ontrouwe kassier Haselkamp, en dierhalven had den regts„ geleerde, Cicero en Ulpianus hier omtrent wel kunnen uijtmonsteren, nevens alle de D: D: daar hij nodeloos sijn Remonstran„ tie meede doet pronken, want tot bevatting van de saak in questi, gehoord eenlijk een gesond en onpartijdig oordeel. Severin aan de dispositie voldaan hebbende
English
having appointed proxies in Madras, summoned van Teylingen to court there. Haselkamp was not prevented from being able or allowed to do the same, had he deemed his claim legitimate and provable, and even if he had not wished to do so through a direct power of attorney in his name, which nevertheless is prevented to no one, even though under accusation, why did he not provide the curators with the means to do so, but no, he gave notice neither to the government nor to the curators that such was his intention, see attestation marked Lit. N No. 1. He was never cut off from any opportunity to correspond with van Teylingen in Madras about his affairs; it even appears from the letter of van Teylingen dated 15 August 1765, submitted by Haselkamp alongside his Remonstrance, that the latter, besides the letter sent by Catjemarauw, also had dispatched his faithful servant to him; why then would the way have been cut off for him to compel van Teylingen to payment; on the contrary, it would have been eagerly granted to him, had he made even the slightest disclosure thereof, for the interest of the Company was promoted thereby, if there was an instance of success, and that has in everything been the only consideration of the undersigned, without his actions ever having been governed by any passions. The substance of Haselkamp's Remonstrance presented to Your Right Honorable Noble Respects having been refuted by the foregoing, his mendacious insinuations, his deceits to mislead the commissioners at the inspection of the petty cash, and his willful concealment of the truth, by which all confusions and his criminal detention were caused, having been clearly shown in the sunlight, as well as demonstrated on the basis of the submitted documents how matters stood with the petty cash at the latest inspection of 30 August 1765, item the means to which recourse had to be taken in order to liquidate the deficit, I shall therewith lay down the pen, and rest in the equitable judgment of Your Right Honorable Noble Respects. While I remain with the greatest respect and high esteem, Right Honorable, Noble, Wise, Provident, and most Generous Sirs! Your Right Honorable Noble Respects' humble and faithful servant, Nagapatnam, In the Castle, 30 August Anno 1771. D. Falck. Register of such papers as belong to the writing of the undersigned, Ordinary Councillor of the Dutch Indies and Governor of Coromandel, serving to refute a Remonstrance or request presented by the former Nagapatnam Cashier Johannes Haselkamp to the Right Honorable Noble Respectable gentlemen, the Representative of his Serene Highness and the Directors of the Chartered Dutch East India Company at the Chamber of Amsterdam; Namely: The aforementioned writing itself. Lit. A: Copy of the Report of the Secretary of Policy Willem Duijnevelt and the Bookkeeper Johannes Schuneman under date 15 August 1769, submitted and entered under the resolution of the 21st thereafter, together with the documents belonging thereto, according to the register formed thereof from Lit. A to F. Lit. B: Counter-report of the Examiner and Bookkeeper General at Batavia, dated 27 April 1770, together with the annexes relative thereto, see the separate register made thereof from Lit. A to Lit. E. Lit. C: Extract from the general resolutions of the Castle Batavia, dated 22 May Anno 1770, containing the disposition of their High Mightinesses taken upon the aforementioned report of the Examiner and Bookkeeper General. Lit. D: Copy of the Report of the Political Councillors de Filliettaz and Pietersz, dated 6 August 1765, concerning the inspection of the Company's petty cash made by them in the presence of the Fiscal of this capital, under administration of Haselkamp, according to which, of the pagodas 18956. 9. 10 that should have been present in the cash, no more was found than pagodas 832. 15. 25. Lit. E: Copy of the Note handed by Haselkamp on that occasion to the said commissioners, of the moneys outstanding under various persons for his private account, to the amount of pagodas 15965. -. -. Lit. F: Copy of the Report of those same commissioners, dated the 14th thereafter, of their findings regarding the checking and inspecting of all the moneys that had been disbursed from the Company's cash by Haselkamp since the last of August anno 1764 until 6 August aforementioned. Lit. G: Copy of the request presented by Haselkamp to the undersigned Governor, and mentioned under the resolution of 31 August 1765, to provide him with a means to save him from his ruin. Lit. H: Copy of the Declaration submitted by the aforementioned Councillors de Filliettaz and Pietersz under the resolution of 10 June of this year, to show how matters stood with various inspections which they made with Haselkamp as cashier, with the annexes relative thereto according to the separate register from No. 1 to 11. Lit. J: Copy of the Transfer of the Company's petty cash, by Crucius to Haselkamp, dated the last of July 1763, in proof that the latter signed for the remainder of pagodas 17317. 7. 10 as having been received in cash by him. Lit. K: Copy of a private bond granted by Crucius to Haselkamp under date 20 December 1763, for the sum of florins 9658, of which, however, 3500 pagodas have since been paid. Lit. L: Copy of the inspection of the Company's petty cash by the aforesaid de Filliettaz and Pietersz.
Dutch transcription
18 2 hebbende, steld gemagtigdens aan te Ma„ dras, en laat van Teylingen aldaar dagvaarden. Haselkamp is niet belet het selfde te kunnen of mogen doen, indien hij sijn preten„ sie wettig en bewijsbaar hadde g'oordeelt, en indien hij al door geen directe procuratie uijt sijn naam het hadde willen doen, dat nogthans aan niemand belet werd, schoon sub reatu, waar om de Curatoren de midde„ len niet aan de hand gegeeven om sulx te doen, maar neen hij heeft nog aan het gou„ vernement, nog aan de Curatoren te kennen gegeeven dat sulks sijn intentie was, vide attestatie met La N N. t Nooijt is hem eenige occagie gecoupeert, om met van Teijlingen over sijne affaires te Madras te Correspondeeren, selfs blijkt het bij de brief van van Teijlingen de dato 15. Aug:s 1765. door Haselkamp nevens Re„ monstrantie overgelegt, dat de laastgem: behalven de gesondene brief per Catjemarauw, ook 50 ook sijn getrouwe dienaar aan hem gede pecheerd hadde, waarom souw hem dan de weg afgesneeden sijn om van Teijlingen tot betaling te Constringeeren, het was hem ter contrarie greetig ingewilligd, had hij daar van maar de minste opening gedaan want het Intrest van de Compagnie wierd daar door bevordert, als de instantie van succes was, en dat is in alles des ondergetee„ kendens eenige betragting geweest, sonder dat sijne handelingen ooijt door eenige passien sijn beheerst. Het sakelijke van Haselkamp sijne, Remonstrantie aan uw Hoog Edele Hoog Agtbarens gepresenteert, door het vooren„ staande wederlegt, sijne Leugenagtige insi„ mulatien, sijne fourberien om de gecommit„ teerdens tot het opneemen van de kleene kas te mislijden, en sijne moedwillige ge„ heim houding van de waarheijd, waar door alle Confusien en sijne Crimineele detensie veroorsaakt 72 Nagapatnam In 't Casteel Den 30:' augustus veroorsaakt is, sonne klaar aangetoont, mits„ gaders op fundament van de overgelegde stuk„ ken gedemonstreert sijnde, hoedanig het met de kleene kas bij de Iongste opneem van den 30. ' Augustus 1765 gesteld was, item de middelen waar toe recours genomen heeft moeten werden, om het te kort gekomene te liquideeren, sal ik daar meede de pen„ ne nederleggen, en mij gerusten in het Equitabel oordeel van uw Hoog Edele Hoog Agtbarens. Terwijl met de meeste eerbied en hoog agting verblijve. — Hoog Edele Hoog Agtbare Wijse voorsienige, en seer Ge„ „nereuse Heeren! UW Hoog Edele Hoog Agtbarens 9 ootmoedige, en Getrouwe dienaar„ Ao. 1771. D Fak E Register, van soodanige papie ren als gehoorende sijn tot het schriftuur van den ondergeteekende Raad ordinair van Nederlands Jndie, en Cormandels gouverneur dienende tot wederlegging van een door den geweesen Nagapat„ nams Cassier Johannes Hasel„ namp aan de hoog Edele hoog agtbaare heeren den Represen„ tant van sijn doorlugtige hoogheijd en de Bewindhebberen van de g octroijeerde Nederlandsche oost Jndische Comp=e ter kamer van vynen overgegeven Remonstran„ tie of request; Namentlijk Het voormelde schriftuur selve L=a A: Copia Rapport van den secretaris van politie Willem Duijnevelt, en den Negoli overdrager Johannes Schuneman sub dato 15. ' aug=s 1769. overgegeven en ter resolutie van den 21. ' daar aan ingediend, neevens de stucken daar La B: Contra berigt van den visitateur en boekhou„ der generaal te Batavia de dato 27. April 170n eevens de bijlagen daartoe betreckelijk, vide het daar van gemaakt apart register van L=a A: tot L:a E: C: Extract uijt de generaale resolutien des Casteels Batavia de dato 22. ' Meij ao 1770. behelsende de dispositie van haar hoog Edelens op het voorm: berigt, van den visitateur en boekhouder generaal genoomen Copia Rapport van de politicque Raadsleeden de„ Filliettaz: en Pietersz: de dato 6. ' aug=s 1765. , weegens de door haar ten overstaan van den fis„ caal deeser hoofdplaatse, gedane opneem van 'sComp=s kleene geld Cassa, onder administratie van Heeselkamp, volgens het welke er van plo 18956. 9. 10. die bij de daar toe gehoorende volgens het daar van geformeerd, register ƒ van L=ra A: tot F: F: ƒ cas „ D „ 9 75 A: L=ra C: Copia Notitie door Haselkamp bij die gelegent„ heijd, aan gedagte gecommit„ teerdens g'intrageerd, van de onder diverse persoonen voor sijn particuliere reecq: uijtstaande penn: ten bedragen van pa/lo 15965. —. Copia Rapport van die selfde gecommitteerdens de dato 14:' daaraan, van haare bevinding, noopens het nagaaan en opneemen van alle de gelden die door Haselkamp seedert zil„ timo aug:s anno 1764. tot den 6: aug=s voormeld uijt 'sComp=s Cassa verstrekt waaren. Copia request door Haselkamp aan den onderge„ 2 teekende gouverneur gepresenteerd, en ter resolutie van den 31. ' augus„ tus 1765. vermeld, om hem een mid„ del aan de hand te geeven, om hem van sijn ruine te bevrijden. Copia Declaratoir door voorm: Raadsleeden de cas in weesen moesten sijn niet meer beronden sijn Rolo 832. 15. 25. filliettaz F: „ La J: filliettaz: en Pietersz: ter resolutie van den 10 ' Junij deeses Jaars ingediend, ter aantoning hoe ƒ het geleegen geweest is, met diverse opneemen, die sij bij haselkamp als cassier gedaan hebben, an„ net de bijlagen daar toe rela„ tiet volgens apart register van No. 1. tot 11. Copia Transport van 'sComp. s kleene geld cassa, door Crucius aan Haselkamp geda„ teerd ultimo Julij 1763. tot bewijs dat den laasten voor het restant van pa/o 17317. 7. 10. als Contant bij hem ontfangen geteekend heeft K. Copia onderhandse obligatie door Crucius aan haselkamp in dato 20. ' decem„ ber: 1763. verleend, ter somma van Flo 9658. , dog waar van 't zeedert 3500. pagooden betaald 2: Copia opneem van 'sComp=s kleene geld cassa„ door voorsz de Filleettaz: en Pietersz zijn.
English
77 Pietersz:, under the last of February 1765, as proof that all the cash was physically shown at that time, and no mention was made of any bond. Letter M. Extract from the resolutions taken in the Council of Coromandel on 2 May 1768, containing the reasons for the appointment of Bloeme and Buijs as administrators in the estate of Johannes Haselkamp, item why the said Haselkamp was handed over to the officer, and the trouble which the said administrators had concerning his entangled estate. N: Attestation of the aforesaid Buijs and Bloeme, dated 22 May last, as proof that Haselkamp never at any time addressed nor requested either of them together, nor each or one of them in particular, to inform the undersigned Governor that he wished to address the absconded Governor Christiaan van Teijlingen at Madraspatnam concerning the moneys which the same owed him, and much less to make a proposal or demand that such should happen on the Company's behalf. Nagapatnam, 30 August Anno 1771. Letter A. To the Right Honorable, Valiant Sir, Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel with its jurisdiction, together with the Council, at Nagapatnam. Right Honorable, Valiant Sir and Gentlemen, Having been ordered by Your Right Honorable Valiance pursuant to the resolution taken at the session of 2 June last to investigate, and to furnish Your Right Honorable Valiance with what is necessary, regarding how far the submitted request and the claim formed by the former Secretary and Cashier here, Johannes Haselkamp, in a petition presented by him to Their High Mightinesses the Honorable High Indies Government at Batavia, for the recovery of rixdollars 22796: 20: -, which were charged to his account and said to have been paid from his assets by the administrators appointed to his estate, is to be credited and well-founded; we have the honor to serve Your Right Honorable Valiance in all respect with a report of our proceedings in this matter. And in order to do this in order, and as far as possible for us in the most comprehensible manner, we reiterate his aforesaid submitted request that the said amount of rixdollars 22596. 20. - be refunded to him, which the deceased Merchant, Trade Bookkeeper, and First Warehouse Master Anthony Bonk, the deceased Cashiers Jan Martensz, Paulus Looman, and Francois Crucius, along with some farmers of the Company's domains of this city, had left as bad debts, but which, as said before, were paid out of his assets, attaching thereto as proof thereof the current account closed by the said administrators under date of 22 August 1767, and states that the first, second, third, and fourth entries mentioned on the debit side of that account, to the sum of pagodas 913. 76. 70, were wrongly paid from the vendue moneys of the widow Crucius for the account of her deceased father Anthony Bonk, and expounds at length upon the invalidity of that payment, because, he says, he had already accounted for those vendue moneys in his cash book, and thus had taken them in reduction of the debit of Francois Crucius to the petty cash. Yet, to refute that statement, and to bring the matter in the clearest manner and according to the truth into the light and before the eyes of Your Right Honorable Valiance, it must first be noted here in passing that Haselkamp signed the transfer of the petty cash from his predecessor Crucius without making the slightest exception—which was subsequently conceded by him—see the copy of the transfer under Letter F accompanying this, annexed to the order of transfer dated 1 August 1763; thus it is indisputable that he became and remained wholly accountable for the debit of the said Crucius, as being a debt that he physically took over and, on top of that, provided and secured for himself with a bond directly made out to him, without any, even the slightest, consideration in this regard being in his favor. Just as little is the further assertion made by him, namely that he, in the capacity of vendue master, by order of his superior, having sold various goods of the deceased Crucius, had taken the proceeds thereof, as a consequence of the order received from his supreme commander, to the credit of Crucius, or rather of his debit to the Honorable Company, adding thereto for greater emphasis that those moneys were thus accounted for, on the grounds that a vendue master was, after all, immediately liable for the vendue moneys after the sale. For how far this departs from the truth can very easily be derived from that very vendue roll of the aforesaid sold goods, held on 24 May 1765 and continued on the 25th and 26th of that month, wherein it is mentioned that the sale was held and took place at the request and for the account of the widow Crucius; thus it was her moneys that arose from it, and it can even less be reconciled with the truth that those moneys could have been taken and accounted for by order of the superior to the credit of Crucius's debit, for van Teijlingen was already out of authority when those goods were sold, thus some three days before his flight, and he could still less have received that order from the present Lord Governor, because the true condition of the cash was not yet known to His Honor, quite apart from the fact that those moneys were only due to come in after 2 to 3, and sometimes more, months, as the difficulty one has here regarding the collection of vendue moneys is very common and thus not an unknown matter; but the most important of all is that Haselkamp cannot show by any paper that he had the proceeds of the aforesaid auctioned
Dutch transcription
77 „ Pietersz: , onder ultimo febr: 1765. , tot bewijs, dat toen alle de contanten reël verthoond zijn, en van geen obligatie mentie ge„ maakt is. L=a M. Extract uijt de resolutien genoomen in Raade van Cormandel op den 2. ' Meij 1768. behelsende de reedenen, der aan„ „ stelling van Bloeme en Buijs tot Curatoren in de boedel van Johannes Haselkamp, item waarom gedagte Hadelkamp aan den officier overgegeven is, en de moeijte welke gedagte cu„ retoren, omtrent sijn verwarde boedel gehad hebben N: Attestatie van voormelde Buijs en Bloeme, de dato 22. ' Meij Jongstleeden, tot be„ wijs dat Haselkamp, nog haar beijde te samen, nog ider of een van haar in't bijsonder, nooijt of ooijt aangesprooken nog versogt heeft, om aan den ondergeteekende gouverneur kennisse te geeven, dat hij den g'aufugeerde gouver„ neur Christiaan van Teijlin„ neur gen, weegens de penningen, welke denselven hem schuldig was, op Madraspatnam aan spreeken wilde, en nog veel minder om propositie of instantie te doen; dat zul x 'sComp=s weegen geschie„ den zoude. oppe Nagapatnam Den 30 Augustus Ao 1771. arseer d La A. Aan den Wel Edelen gestr: Heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, mitsga„ ders Gouverneur en Direc¬ teur deeser Kuste Corman¬ del met den resorte van die# Nevens den raad Tot Nagapatnam Wel Edele gestrengen Heer, en Heeren Door Uwel Edele gestrengen ingevolge genomen besluit ter sessie van den 2. Junij J=o leeden gelast zynde te ondersoeken, en UWel Edele gestrenge het nodige te suppeditee„ ren, hoe verre te accrediteeren is, en gesondeerd zij, het aangelegd verzoek, en de geformeerde pretentie door den geweesen Secretaris en Cassier alhier Johannes Haselkamp, bij een door hem aan Haar Hoog Edelens de Edele Edele Hooge Jndiase regeering te Batavia gepre„ senteerd request, ter te rug erlanging van rixd=s 22796: 20: - die hem op reekening ge¬ steld, en door de in zynen boedel aangestelde Curatoren uyt zijne middelen betaald zoude weesen; hebben wij de Eere van onse verrig„ ting daar omtrend uwel Edele gestrenge in alle Eerbied te dienen van Berigt. En om zulx in ordre, en soo veel ons moge„ lyk zij op de verstaan baarste wyse te doen, herhalen Wij desselfs voormeld aangelegd Versoek dat aan hem gerestitueerd Werde het gesegd bedragen van rijxd=s 22596. 20. — dewelke den overleedene Coopman, Negotie boekhouder en Eerste pakhuysmeester an„ thony Bonk, de aflyvige Cassiers Jan martensz Paulus Looman, en Fran„ cois Cricius, beneevens eenige pragters van 's Comp=s Domeijnen deeser steede, te quaad waren gebleeven, dog gelyk voorsegd, uijt sijne middelen betaald zyn geworden, voegende ten bewijse van dien, daar bij de reekening Cou„ rant door gemelde Curatoren onder dato 22. aug=s 1767 geslooten, en segd, dat de Eerste„ tweede 6 tweede, derde en vierde post ter debet zijde van die reeckening vermeld, ter somma van pa 913. 76. 70. ten onregten uyt de Vendupenningen van de Weduwe Crucius Voor reekening van haaren overleedene vader Anthony Bonk betaald zyn, en breyd zig in het breede uyt, over de onbevoegdheyd dier betaling, dewyl zegd hij die vendugelden bereeds bij sijn Cassa boek verantwoord, en dus in mindering van het De„ bet van Francois Crucius aan de Kleene Cassa ingenomen had. Dog tot wederlegging van dat gesegde, en om de zaak op het duydelykste en naar waarheijd in het ligt, en onder het oog van UWel Edele gestrenge te brengen, diend hier voor af in het voorbij gaan genoteerd te wer„ den, dat Haselkamp het transport van de kleene Cassa van sijn antecesseur Criciuli sonder eenige de minste exceptie te maken het geen door hem in het vervolg werd gecon„ sesseerd:/ heeft geteekend, vi de Copia trans„ Aport sub L=ra F deesen accompagneerende annex ordonnantie van overschryving de dato p=rmo aug=s 1763 dus is het onbetwistbaan, dat hij hij voor het Debet van gedagte Crucius in het geheel redevabel is geworden, in bleef, als zynde een schuld, die hij reël overgenomen en daar boven sig voorsien en gedekt heeft, met een obligatie direct op hem luijdende, sonder dat eenig het minst reguard dien„ aangaande in sijn faveur komt gelyk ook niet, het verder geadvanceerde door hem, als dat hij in qualiteijt van Ven„ dumeester op ordre van sijn gebieder di„ verse goederen van den overleedene Cruciu verkogt hebbende, het provenu daar van als een gevolg van het bekomene bevel van sijne oppergebieder, ingenomen had, ten voor„ deele van Crucius, of eygentlyk van desselfs Debet aan D'E: Comp=e er tot meerder Klem bij voegende, dat die gelden dus ver„ and woord waaren, uyt hoofde een vendumee„ ster tog inmediaat na den verkoop voor de Vendurpenningen aanspreekelyk Was. Want hoe seer sulx van de Waarheijd af¬ Wijkt, is seer ligt te deriseeren uyt die ven„ dit rol selve der voorm: verkogte goederen, gehouden op den 24. meij 1765 en vervolg op op den 25. en 20. dier maand, waar bij gemeld werd, dat den verkoop gehouden en geschied was, op Versoek, en Voor reekening van de Weduwe Crucius, dus waren het haare penningen, die er van voortgekomen zyn, en het kan nog minder met de waarheijd over eengebragt wer„ den, dat die gelden ter ordre van den gebieder ter Voordeele van Crucius de bet hadde kon„ nen ingenomen, en verantwoord werden, want van Teijlingen was reeds uyt het gesag doen die goederen verkogt zijn, dus een dag of drie voor sijn ausuge, en hy kon nog min„ der dat bevel van den presenten Heer Gou„ verneur ontfangen hebben, uyt hoofde zyn Edele de Wesentlyke gesteldheid van de Cas nog niet bekend was, buijten en be„ halven die penningen eerst na 2. a 3, en som„ tijds meer maanden stonden in tekomen, al¬ soo het seer Vulgair en dus geen onbekende zaak is, de moeyte die men hier heeft omtrend het inpalmen van vendupenningen, dog het voornaamste van allen is, dat Hasel„ kamp bij geen papier aantoonen kan, dat hij het provenue der voormelde gevenduceer„ de 3
English
received the goods on account of or in reduction of Crucius's debit and accounted for them to the Honorable Company, for the vendue roll, which is neither signed nor closed by him, mentions nothing of it, much less can he produce an order from the commander qualifying him to receive that money, seeing that nothing may be traded, received, or paid out at the cash desks without an order having previously been granted by the Governor. That receipt could also not have been done by him then, because he was arrested shortly afterward, or two months and several days after the held vendue, when the cash book and specification book had even been in arrears for several months. The same ought to have appeared—if the receipt and accounting of those funds had taken place as is claimed—on the promissory note chargeable to Crucius that rested under Haselkamp, or else in the long pocket-book that the cashier keeps for his speculation and accounting, the balance of which, with the exception of the funds running as memorandums, must always agree with the cash book of the Honorable Company; but neither the one nor the other, because those funds were first collected by the curators and brought to the credit of Haselkamp's account. Let us assume for a moment that those funds had been received without the slightest deduction to the benefit of Crucius's debit to Haselkamp; then the aforesaid four items, about which Haselkamp complains that they were properly paid out of his resources, should nevertheless have had to be satisfied out of the amount received since then from a bill of exchange dated 10 December 1767 amounting to ƒ 6938. 11. —, transferred here from the estate of the Right Honorable Baron van Eck of Colombo for the benefit of Bonk's heir, the aforesaid widow Crucius, and disbursed here to the curators solely with the deduction of the percentage premium, as having been remitted in new pagodas, as well as transferred again by them into the Company's main cash treasury in reduction of Haselkamp's debit to the petty cash. Thus, it was indeed the same from which of those two amounts—either from the vendue or else from the bill of exchange—the aforesaid 4 items of pagodas 913. 16. 70 were deducted, as both were funds that came directly out of Bonk's estate and, upon his death, devolved upon his daughter and sole heir ab intestato; for otherwise, no resources were known here locally, either of Crucius or of his surviving widow, other than those she inherited from Bonk. Consequently, the same was and remained the closest source from which the Honorable Company could and had to be paid and indemnified on account of various assessments that presented themselves to the charge of Bonk after his decease; for it is incontestable that he who acts as heir must also satisfy the debts of the deceased. In continuation of this, we shall now demonstrate which items those are that had to be recovered from Bonk in the aforesaid manner, namely: The first item amounts to pagodas 60. 15. 40, and has its source in the payment imputed to the named Bonk for 12 metal weights, in conformity with the resolution of this government of 2 July 1765, of which the extract is appended hereto under Letter G, on the grounds that those weights had already been lost a long time ago, namely when Bonk was second warehouse keeper, and for that reason were acknowledged in the transfer by the second warehouse keeper Lovenaar to his replacement de Bordes, dated 8 January 1761, under the accountability of Bonk, who at that time was first warehouse keeper and, as such, also signed that transfer for co-accountability; see appendix Letter H. Carried forward pagodas 60. 15. 40. The second item of pagodas 413. 18. 30 arose from the well-known compensation imposed by Their High Mightinesses, in conformity with their revered resolution of 30 August 1764 under Letter I, on account of the reduced yield of 38 3/4 percent on various accepted and dispatched unrequisitioned linens, a number of 166 packages and amounting to ƒ 47683. 14. 8, which by invoice of account dated Batavia 24 September 1764, see Letter K, was debited here to be reimbursed into the treasury by the governor and council; thus Bonk, for his share, had to participate in the aforementioned amount, because they are cloths that were dispatched with the ships De Vrouwe Geertruyda, Nieuwe Nieuwerkerk, and Borsselen in the year 1763, the year in which he passed away, as can be seen in the cash book of August 1765; thus that amount could be paid out of no other funds than out of the vendue money of the heir of Bonk, of which, however, the year thereafter, upon the demonstration made from here, 13 3/4 percent was credited back, and thus, according to a further distribution made thereof in conformity with the decisions of 5 and 12 June 1766, see appendices Letter L, as well as the cash book of June and page 395 of the journal of 1766, pagodas 297. 7. 60 were disbursed again. Consequently, there was by the heir... Carried forward pagodas 474. 9. 70.
Dutch transcription
de goederen voor reekening of in mindering Van Crucius Debet ingenomen, en aan D'E. Comp: verantwoord heeft, want de Ven„ durol die door hem niet eens geteekend, nog afgeslooten is, meld er niets van veel minder een ordonnantie van den gebieder die hem tot de inneeming van dat geld, qualificeerd produceeren kan, gemerkt niets bij de geld Cassas verhandeld, ingenomen of uytgegeeven mag werden, sonder voor af een ordonnantie van den Heer Gouverneur verleend te wee„ sen, Die inneeming konde toen door hem ook niet geschied zijn, vermits hij kort daar op, of twee maanden en eenige dagen na die gehoudene vendutie in arrest geraakt Wanneer het Cassa en specificatie boek selfs eenige maanden ten agteren geweest is, dito zoude, indien de inneeming en verant„ woording van die penningen, gelijk voorge„ geeven werd plaats gehad hadde, bij de obliga tie ten laste van Crucius onder Haselkamp berust hebbende, dan wel bij het lange boek„ je dat den Cassier ter zijner speculatie en Verantwoording houd, welkers restant, uit„ D genomen genomen de per memorie lopende gelden, altoos met het Cassa boek der E: Comp:e accordeeren moet, hebben moeten blijken; maar nog het een, nog het ander, dewyl die penningen eerst door de Curatoren zijn ingevorderd en ten goede van Haselkampo reekening gebragt men steld eens dat die penningen sonder eenige de minste afkorting ten voordeele Van Crucius debet aan Haselkamp Wa„ ren ingenomen, dan zoude de voorsz. Vier posten, Waar over Haselkamp doleerd dat oreygentlyk uyt sijne middelen betaald soude syn, log hebben moeten voldaan zyn geworden, uijt het sedert ingekomen bedra„ gen eener Wissel gedateerd 10. December 1767. ten importe van ƒ 6938. 11. —. uijt den boedel van den Wel Edelen gestrengen Heer Baron van Eck van Colombo dit heen ten behoeve van Bonk sijn Erfgenaame de Voorsz: Weduwe Crucius overgemaakt en alhier aan de Curatoren, alleen met de afkorting van het p„r Cento opgeld, als zynde in nieuwe pagooden overgemaakt uytgekeerd, mitsgaders door haar weder in 's Comp=s 's Comp=s groote geld Cassa in mindering van Ha„ selkampo Debit aan de kleene Cassa, overge„ bragt, dus Was het immers het selfde, van Wel„ ke dier beijde bedragens, of van de vendutie dan Wel van de Wissel, de voorsz: 4 posten Van pagooden 913. 16. 70. Wierden gedecourteerd als beyde gelden zijnde, direct uyt Bonk sijn boedel voortgekomen en mits zijn over„ lyden op sijn Dogter en eenigste Erfgenaame ab intestato gedevolveerd, want anders zyn er geen middelen nog van Crucius, nog van zijn nagelatene weduwe hier ter plaatse be„ kend geweest, dan die zij van Bonk graft heeft, gevolgelyk was en bleef dezelve dan ook de naaste, waar uyt de E. Comp=e konde en moeste betaald en schadeloos gesteld wer„ den, wegens diverse belastingen, die na de aflyvigheyd van Bonk ten synen lasten sig hebben opgedaan; want het is incontestabel dat die sig als erfgenaam gedraagt ook de schu den van den overleedene moet voldoen Ten vervolge deeses zullen wij nu aantoo„ nen, welke posten die zijn, die invoegen voorsz ten lasten van Bonk hebben moeten behaal Werden, 7 8 werden; te weeten: De Eerste post importeerd. / 60. 15. 40. En heeft sin source uit de genoem„ de Bonk geimpuleerde betaa„ ling van 12 p=s metale gewigten Conform resolutie deeser regee„ ring van den 2. ' Julij 1765: Waar van het Extract deesen onder Lra G. bijgevoegd is, op Conda„ ment die gewigten al voor langen tijd, en wel, wanneer Bonk tweede Pakhuysmeester was te zoek zyn gebragt ge„ worden, en daarom bij het trams„ port door den tweede pakhuijs„ meester Lovenaar aan sijn ver„ vanger de Bordes, de dato 8„ Januarij 1761. onder verand„ Woording van Bonk, die te dier tyd Eerste pakhuys mees„ ter was, en als sodanig dat transport voor de meede ver„ ook antwoording, geteekend heeft bekend zyn gesteld geworden Vide Transporteere pa/o 60: 15. 40. Vide bijlaag L=t H De tweede post van. . . . p a/o 413. 18. 30. is voort gesprooten uyt de beken„ de opgelegde vergoeding door Haar Hoog Edelens, Conform Hoogst derselver gevenereerde Resolutie van den 30: aug=s 1764. sub Lra I. ; Wegens het minder rendement van 383/. ¾ p=r Cento op diverse aangeno„ mene en versonden e ong eysch„ te lywaaten, Een getalle van 166. packen en importeeren„ de ƒ47683. 74. 8. dat bij factuur van aanreekening ged:t Ba„ tavia 24. 7ber. 1764. Vide L=ra K. . , dit heen ten laste gebragt is, om door den gouverneur en raad in Casssa gerembour„ seerd te Werden, dus Bonk Voor sijn aandeel het voorm: bedragen daar in heeft moe„ ter participeeren, dewijl 't doeken zyn, die met de schee„ „pen Transporteere pa/o 474. 9. 70 P=r Transport p„r 60. 15. 40 8 P=r Transport per/o 474. 9. 70. Pen De Vrouwe Geertruyda, Nieuwe Nieuwerkerk, en Borsselen in anno 1763. het Jaar waar in hij overleeden is, versonden waren, te sien bij het Cassaboek van aug=s 1765. , dus konde dat bedragen uyt geen andere gelden dan uijt de Ver„ du penn: van de Erfgenaame van Bonk betaald werden, dog Waar van weder of het Jaar daar aan op de van hier gedane Demonstratie 13¾ ten hon„ derd gevalideerd is, en dus heeft men volgens eene daar van gemaakte nadere verdeeling Conform de besluyten van den 5. en 12 Junij 1766, Vide bijlagen L=ra L.. , soo meede het Cassa boek van Junij en Pagina 395. van het Journaal 1766. Weder uytgekeerd pa„ 297. 7. 60. over zulx is door de Erfge„ Transporteere pa/o 474. 9. 70.
English
Heirs of Bonk in that assessment no more than paid at Pagodas 176. 10. 50, and she again counted the aforesaid disbursed sum among others to the Curators, and by the same credited to Haselkamp in the account of the last of April 1768, see Letter M. The third entry of 317. -. - is the loss incurred on the cost of the buyout of a quantity of 47280 lb of old Persian copperwork, which, upon the transfer made by Bonk as second warehouse master, were left for his account to his successor Fredrik Jan Lovenaar on account of the dispute arisen between them both concerning its transfer carried forward Pagodas 791. 9. 70. Per transport Pagodas 474. 9. 70. Per transport Pagodas 791. 9. 70. taking over, and thus they remained lying until the year 1765, when, upon the venerated order of the High Indias Government contained in their most respected missive of 10 March of the said year, according to the extract accompanying this under Letter N, stating that all the merchandise that had been lying in remainder for long years should be sold for the current value, and whatever failed to fetch below the stipulated percentages should be compensated by the warehouse masters, as pursuant to the resolution of this Government resulting therefrom of 2 July of the said year, see Letter d, that copperwork having been realized into money on 25 September following, carried forward Pagodas 791. 9. 70. Per transport Pagodas 791. 9. 70, it was approved, according to the separate return received thereof Letter RR, to have the loss thereon, by a later resolution of this Government of 25 October 1765 under Letter B, paid by the Heirs of Bonk. And whereas the aforesaid copperworks, as said before, remained for the account of Bonk, and he alone also had the accountability for it, in accordance with the convention between him and his former second warehouse master Lovenaar, the Head Administrator of that time and the following could do nothing regarding it before and until the entire lot had been weighed out, whether upon dispatch or sale, etc. Now regarding the fourth entry of 122. 7. -, the same likewise originates from a compensation imposed by the Noble High Indian Government on the former Governor and the members of the Political Council; not only on account of the lesser value of 60 percent of the 480 pieces of Cambay raw reds sold at Batavia by auction, sent from here in the year 1759 by the ship De Eendragt, but also the lesser thread counts, length, and width of various linens found upon remeasurement at the said Indian capital than had been invoiced, all delivered by the merchants here, sent likewise from here in anno 1763 by the ships Borsselen, Sloterdijk, and Kievitsheuvel, which, according to invoices of 4 February, 31 May, and 18 June 1764 under Letter q, was charged to him, to be paid by its collectors, but placed by the former Governor van Teijlingen and the second David Coenraad Vick to the account of the merchants, but afterwards, pursuant to the resolution in the Council of Cormandel on 30 July 1765 under Letter K, the account of those traders was relieved of it again, pursuant to the ordinance of the last of the same month and page 183 of the Journal, the aforesaid share of Bonk, which was paid by his daughter out of her father's money, according to a receipt Letter S, having consisted of the following, namely: On account of the lesser value of 60 percent of the Cambays mentioned hereinbefore, Pagodas 10. 5. 20, and the lesser thread counts, length, and width, 112. 1. 60, together as above, Pagodas 122. 7. -. Thus the aforesaid four treated entries amount, as said, to 913. 16. 70, on which, however, as noted previously, has been refunded 267. 7. 60, wherefore these four entries to the charge of Bonk amount to only Pagodas 646. 9. 10. From all of which it is then very clearly evident what the real source was of the assessments that fell to Bonk, and consequently had to be paid out of his estate of which his daughter had possession, all the more so since all those compensations were settled after his death, and particularly the positive order that payment should be made by the governor and council was first given in the year 1765 by the venerated missive of the High Indias Government of 10 March; regarding which it should further be noted that when all the resolutions cited hereinbefore were taken in the Council of Cormandel, Haselkamp was still a member of the council, and served the assembly as secretary until 3 August of that year, consequently drafting the resolutions thereof; it was surely his duty then to give notice that the auction proceeds of the Widow Crucius had been accounted for with him, so the pretense that he was innocent in that regard, or ignorant of it, and that those monies were paid without ever hearing him, and that out of his own funds, is merely feigned, and thus all his objections and representations in that regard fall away, and proceeding upon which he attempted to obtain monies that do not belong to him. Regarding the tenth entry of the debit side of that account, or the 400 pagodas paid out of his estate, we refer ourselves
Dutch transcription
Erfgenaame van Bonk in die belasting niet meer be„ taald aan Pagooden 176. 10. 50. en het voorm: uytgekeerde montant heeft zij weeder on„ der meerdere aan de Curato„ ren geteld, en door deselve Ha„ Telkamp ten goede gebragt bij de reecquening van ultimo April 1768. Vide Lra Mr. De derde post van . . . . „ 317. —. — is het gevallene verlies op het uytkoops kostende van een quantiteyt van 47280. lb: oud koper werken persi„ aans, die bij het doen van transport door Bonk als twee de pakhuijsmeester, aan sijn successeur Fredrik Jan Lovenaar voor sijn reek: gelaten sijn uyt hoofde van het disput tussen haar beij„ de ontstaan, wegens dies, Transporteere pa „ 791. 9. 70. P=r Transport p a/o 474. 9. 70 over 4 4 1 4 P=r Transport pa/o 797. 9. 70. overneem, en dus zijn deselve blijven leggen tot in den Jaa„ re 1765, Wanneer op de geve„ nereerde ordre van Haar Hoog Edelens vervat bij Hoogst derselver g'agte missive van den 181 maart des gemeld„ den Jaars, volgens het Extract deesen onder Lra N. . Ver„ sellende, inhoudende dat alle de sedert tange Jaaren per res„ tant geleegen hebbende Coopman„ schappen voor het geldende Verkogt sullen werden, en al wat benee„ den de bepaalde percentos qua„ men te halen door de pakhuys meester & Vergoed zoude moeten Werden, gelyk Conform het daar uyt voortgevloeyt besluyt deeser Regeering van den 2. Julij des gem: Jaars vide Lre d die kopen„ Werken op den 25' september daar aan ten gelde gemaakt zinde Transporteere pr„o 791. 9. 70. 31 P=r Transport pa„ 791. 9. 70 zynde volg=s daar van ingekome„ ne apart rendement L=ra R R het verloorene daar op bij laten besluyt deeser Regeering van den 25. 8ber 1765 sub Lra. B goedgevonden is, door de Erfge„ naame van Bonk te doen beta„ len. En dewijl voormelde ko„ Perwerken gelyk Voorsegd, Voor reekening van Bonk hebben geleegen, en ook 'er alleen de verantwoording van gehad heeft, Conform de Conventie tussen hem en synen geweesen tweede pakhuysmeester Love„ naar, soo heeft den Hoofd ad„ ministrateur van die tijd en de volgende, daar omtrend niets konnen verrigten voor en al eer de gantsche parthij het zij bij versending of ver„ koop etc uijtgewogen was ge„ Worden, belangende nu de Vier„ Transporteere pa/o 791. 9. 70. de ln 63 13 3 P=r Transport p. 791. 9. 70. Vierde post Van . . . 122. 7. —. deselve is almeede voortkomstig uyt een door de Edele Hooge Jn„ diase regeering op gelegde ver„ goeding van den geweesen Gou„ verneur en de reeden van den Politicquen raad; niet alleen we gens de mindere waarde van 60. p„sr Cento van de to Batavia per vendutie verkogte 480. p=s Cambayen ruwe roode, in den Jaare 1759. per het schip De Eendragt van hier versonden, maar ook de ter gemelde Jn„ diase Hoofdplaatse bij namee„ ting minder bevondene dan aangeschreevene Calen, lengte en breete van diverse lijwaaten, alle door de Cooplieden alhier geleverd, in anno 1763. per de scheepen Bonsselen, sloter„ dijk en Kievitsheuvel meede van hier versonden, het Welk bij Transporteere p a/o 913. 16. 70 „ P=r Transport p„a 913. 16. 70 bij factuuren van den 4. febr: 31 Mai en 18. Junij 1764. onder Let„ tera. q: Vermeld, dit hem aan„ gereekend, ter voldoening door dies Insaamelaars, dog door den geweesen Gouverneur van Teijlingen en den secunde Da„ Vid Coenraad Vick op reecq: der kooplieden gesteld, maar naderhand ingevolge het ge„ resolveerde in raade van Cor„ mandel op den 30. Julij 1765. sub L=ra K. . de reekening dier handelaars daar voor weder ontheft is, Conform ordonnan„ tie van ult=o dier selve maand en pagina 183. van het Jour„ naal, hebbende het voormelde aandeel van Bonk dat door syn Dogter uyt haar vaders gelden betaald is, na luyd eenen quitantie L=ra S. bestaan in het volgende te Weeten Weegens Transporteere pr 913. 16. 70 5 5 92 13 P=r Transport p a/o 973. 16. 70. Wegens de mindere waarde van 60 Pr Cento van de hier vooren Vermelde Cambaijen p a/o 10. 5. 20. en de mindere Calen, lengte en breete. . . „ 172. 7. 60. te samen als boven pa„ 122. 7. —. bedraagende dus de voorm: de Vier Verhandelde posten gelyk gesigd„ 913. 16. 70 dog waar op gelyk Voorwaarts genoteert staat gerestitueerd „ 297. 7. 6. 0. over sulx emporteerd dese vier posten ten lasten van Bonk maar. . . . . . . . . p a/o 646. 9. 10. Uyjt allen het welke dan seer duydelyk Con„ steerd, de wesentlyke source van de belastingen die bonk te beurt gevallen zyn, en gevolgelyk uijt zyn boedel waar van desselfs Dogter de pos„ sessie hadde, hebben moeten betaald werden te meer alle die vergoedingen na sijn overlij¬ den gereguleerd zyn, en wel insonderheyd de positive ordre dat door den gouverneur en raad betaald zoude moeten werden, eerst in den Jaare sijn. .. 1765. . 1765. bij Haar Hoog Edelens gevenereerde missive van den 10 ' maart gegeeven is; waar omtrend nog te remarqueeren valt dat wanneer alle de hier vooren aangehaalde besluyten in Raade van Cormandel genomen zyjn, Hasel¬ kamp nog lid van den raad geweest is, en tot den 3. ' aug=s van dat Jaar als secretaris de Vergadering bediend, gevolgelijk de resolutien daar van geconcipieerd heeft, immers was toen sijn pligt geweest, om kennisse te gee„ ten, dat de Vendupenningen van de Weduw Crucius bij hem verantwoord waren oversulk is het voorgeeven dat hij daar omtrent in„ nocent, of daar van Jgnorant was, en sonder hem eens te hooren die gelden betaald waar en dat nog wel uyt zyne middelen, maar gesingeerd, en vervalt dus alle zyne tegen„ Werpingen en Demonstratien dienaangaa„ de, en daar op voortgaande getragt heeft, magtig te werden, penningen die hem Competeeren Betreffende de thiende post van de bet zyde dier reekening, of de uyt zijn boe„ des betaalde 400. pagooden, refereeren wij ons
English
87 we refer with much respect to the resolutions passed regarding this matter by the Government here on the 28th of February and the 27th of March 1766, both accompanying this in extract under Letter I, by which the reasons may be clearly traced which served as the basis for the last takeover of the cash the resolution, to Haselkamp as being the, without making the slightest exception, regarding the pagodas 150 running among several pro memoria in the name of the farmers, nor making any investigation regarding this, whether there is indeed an ordinance or any other proof thereof; all the more because that entry has been known for many years, or since the cashiership of the Cashier Jan Martensz. until the last of January 1760 under Cashier Paulus Looman with only 50 pagodas, yet from the last-mentioned time onward has been increased by 500 pagodas, without it being possible to establish the cause thereof, nor was there anyone who could provide any light or elucidation on it, much less Haselkamp himself, who on the orders of this Government 6 Government was expressly questioned and interviewed about this by the First Clerk, but was not in a position to give any information regarding this, as was found discussed at length in the aforesaid Resolution of the 27th of March, consequently his position falls away that, without being heard, thus without his knowledge, the payment thereof was imputed to him; indeed, he cannot be ignorant of the fact that anyone who receives something must also look to what he takes over in order to always be in a position to render an accounting again, for one certainly knows very well that an administrator in the Company's service, however slight his accountability may be, may not take over, receive, or deliver anything without being provided with an ordinance. Thus he can blame no one other than his own negligence and good faith, that he had to pay that money. Concerning his further grievance that 7500 pagodas were paid out of his furniture, mentioned at the 13th, 28th, in 37 entries of the aforesaid Account, by virtue of which he demonstrates at length the deficit 6 69 by Cashier Paulus Looman of Pagodas 12500. 13. 30. upon his decease, and by Crucius upon the transfer of the cash to him, Haselkamp, of Pagodas 658, and elaborates further upon the increase thereby of his Debit to the Cash up to pagodas 2150. 18. 30, with the demonstration that that had been the fountainhead of his arrest and ruin, and reserving his recourse against the ministry here, alleging furthermore that neither Crucius nor he having signed for the aforesaid deficit of pagodas 12500. 13. 30, they were also not liable for it, much less ought they to have been debited for it in a covert manner in the Trade books; Furthermore, that for Looman's debit he had received no more than pagodas 30008. 23. 28, and had also accounted for it, as had been proven at the trial, thus for the still missing pagodas 2497. 19. 4. he had been wrongly debited, and that furthermore it was no better situated with the debit of Crucius, citing what had occurred and been enacted with respect to the bond granted by Crucius to him, confusing 53 thus confusing the debt of Looman and the debit of Crucius with one another, but in order to have a correct idea and understanding thereof, it will be necessary to demonstrate each on its own.— The debt of Paulus Looman amounted, according to the inventory of the 22nd of April 1762 lettered U, serving at the same time as the transfer from the testamentary Executors in his estate to the newly appointed Cashier Francois Crucius, to a sum of pagodas 12250. 58. 60, for the settlement of which Debit the following monies appear to have been employed, according to a small unsigned note written by the clerk of the absconded Governor Christiaan van Teylingen, named Philipus Franciscus Hasz, as well as delivered to Haselkamp and produced by Haselkamp at the trial, namely: Campie . . . Pagodas 3929. —. — Vich . . . . 4500. —. — Carried forward pagodas 8429. —. — 14 Carried forward 8429. —. — Vendue monies 2594. —. — The Servant 508. —. — 11523. —. — Saraf . . . . . . . 179. —. — 300. —. — 85. —. — Persian writers 30. —. — Coenjang wigmaker 30. —. — Heynst . . . . 5. —. — Naymoetoe 30. —. — Jollivet . . . . 100. —. — 175. —. — 560. —. — Together . . . . . pagodas 12258. —. — From which it is then not unclear that, that debt of Looman having been settled, the transfer of the same in the books to the account of Haselkamp will have followed thereupon, in conformity with what is dealt with on page 194 of the Journal of the year 1763/4, ergo not without his prior knowledge, for it is certain that that note together with the largest part of the monies will have been handed to him, in order to collect the missing amount to supplement that sum from the persons mentioned therein, or otherwise he would have had no need of that note and it would also not have been in his custody, and if he did not receive all the monies mentioned thereon, he can blame no one other than himself; he who was already debited for it should also have been vigilant to master the monies listed for him / thus through his silence no exceptions remained, such as he produced at the trial, that of those monies a sum of pagodas 1669. 18. 31, and now in the petition presented to Their Right Honorables pagodas 2497. 79. 4, came to be missing, which, if carelessness and inattention had not taken place regarding this, would immediately have been discovered at the next inventory of the Cash, which followed upon the aforementioned transfer of Looman's Debit, namely under the last of February 1765, as then the great difference of the must absolutely have been perceived.
Dutch transcription
87 ons met veel Eerbied aan het dien aangaande gevallene besluijten bij de Regeering alhier Van den 28; febr. en 27. Maart 1766. beijde in Extract deesen onder Lra I. versellende Waar bij duydelik nategaan zijn de reedenen Welke gediena hebben tot den grondslag van Laaste overnoemen van de as de Resolutie, om Haselkamp als der zynde, zonder eenige de minste exceptie te maken, omtrend de onder meerdere per memorie op de naam van de Landbouwers loopende pagooden 150, nog dienaangaande eenige recherge te doen, of er wel een ordon„ nantie dan wel eenig ander bewys van is; te meer die post van lange Jaaren af, of sedert het Cassierschap van den Cassier Jan Martensz. tot ult=o Januarij 1760. onder den Cassier Paulus Looman met maar 50. pagooden bekend gestaan heeft, dog van laast gemelde tijd af met 500. pag: Ver„ meerderd is, sonder dat men de oorsaak daar van heeft konnen voorgronden, nog iemand was, die ter eenig ligt of elucidatie van heeft kunnen geeven, veel minder Ha„ silkamp selve, die daar over op ordre deesen regeering 6 Regeering door den Eerste Clercq expres afge„ vraagd en onderhouden, dog niet in slaat ge„ weest is, eenige informatie dien aangaande te geeven gelyk bij voorsz Resolutie van den 27.:' maart in het breede verhandeld, werd gevon„ den, gevolgelijk vervalt zyjne positie dat hem sonder verhoord te werden, dus buijten sijn wee„ ten, de betaaling daar van geimputeerd is; hij kan immers niet ignoreeren, dat iemand die iets ontfangt ook toesien moet wat hij overneem om altoos in staat te kunnen zin, weder ver„ antwoording te doen, want men weet immer seer wel, dat een administrateur in 's Comp:s dienst, hoe gering sijn verantwoording ook is, niets overneemen, ontfangen of afgeeven mag zonder van een ordonnantie voorsien te weesen. dus kan hij niemand anders, dan sin eijgen versuijm en het goed vertrouwen, wisten, dat hij dat geld heeft moeten betaalen Concerneerende zin verdere doleantie over dat uijt zyne meubelen 7500 pagoo der betaald waaren, bij de 13. 28, in 37. posten van de voorsz Reekening vermeld, welkend wee„ gen hij in het breede aantoond de te kort koming door 6 69 door den Cassier Paulus Looman van Pagoo„ den 12500. 13. 30. bij desselfs overlijden, en door Cruciuls bij transporteering van de kas aan hem Haselkamp van Pap g 658. en breyd zig verder uijt, over de vermeerdering daar door Van zijn Debet aan de Cas tot pa/o 2150. 18. 30 met aantooning dat dat de bronader geweest was van sijn arrest, en ruine, en reserveering van zijn regres op het ministerium alhier alle„ gueerende voorts, dat nog Crucius, nog hij voor de voorsz: te kort gekomen p ao 12500. 13. 30. geteekend hebbende, daar voor ook niet aan„ spreekelyk waren, veel min op een bedekte manier bij de Negotie boeken daar voor hadde moeten belast werden; Wijders dat hij voor Loomans debet niet meer dan p a/o 30008. 23:28 ontfangen, en die ook verantwoord had, gelyk zulx ten processe beweesen was, dus voor de nog ontbreekende pa/o 2497. 19. 4. ten onreg„ ten was belast geworden, en dat voorts met de belasting van Crucius niet beter ge„ leegen was, met aanhaling van het geen ten opsigte van de verleende obligatie door Cru„ cius aan hem, voorgevallen, en gexteerd was, mesleerende 53 mesleerende dus de schuld van Looman en het debet van Crucius onder malkan„ deren, dog om daar een regt Jde en begrip van te hebben, sal het noodsaakelijk sijn, ieder op sig zelve aantetoonen.— De schuld van Paulus Looman bedroeg Volgens den opreem van den 22. ' april 1762 geletterd U. . . , dienende teffens tot trans„ port van de testamentaire Executeurs in syn boedel aan den Nieuw aangestelden Cassier Francois Crucius, een somma van pa/o 12250. 58. 60. tot vereffening van Welken Debet schynt g'employjeert te weesen, de ondervolgende penningen bij een kleen ongeteekende en door den schryver van den geaufugeerden Gouverneur Chris„ tiaan van Teylingen, in name Philipus Franciscus Hasz: geschreevene, mits„ gaders aan Haselkamp geintrageerde Notitie bekend staande en door Hasel„ kamp ter processe geproduceerd te Weeten: Campie. . . P a/o 3929. — — Vich. . . . „ 4500. —. —. Transporteere pa ƒ 8429. —. /0 14 P=r Transport„ 8429: — Vendupenningen „ 2594. —:— Den Dienaar „ 508. —. —„ 11523. —. —. Saraf. . . . . . . „ 179. —.— „ 300. —. 85. —. —. Persiaans schrijvers p 30. —. Coenjang pruij„ kemaker - - - - „ 30. —. Heynst. . . . . „ 5. —. Naymoetoe „ 30. —. Jollivet. . . . „ 100. —. —. „175. -. po/a 12258. —. —. Te samen. . . .. Waar uijt dan niet duyster blijkt, dat die schul van Looman Vereffend zijnde, daar op de overschreijving van het selve bij de boeken op reekening van Haselkamp gevolg sal genomen hebben, Conform het verhandelde op pa„ao 194. Van het Journaal Van anno 1763/ 4 ergo niet buyten zyn voorkennisse, want het is zeeker dat dat briefje nevens het grootste gedeelte der penningen hem ter handen sal gesteld weesen, om het man, queerende tot supplement aan die somma 560 —. van - van de daar bij vermelde persoonen in te palmen of anders had hij met dat briefje niet nodig gehad en soude ook onder syn berusting niet geweest zyn, en heeft hij alle de daar op vermeld staande gelden niet ingekregen, het selve kan hij niemand anders, dan zig zelfs wijlen; hij die er reeds voor belast was, moeste ook gevigileerd hebben, om van de hem opgegeevene penningen meester te werden / dus bleef door syn stilswijgen geen exceptien meer over, soo als hij ten processe voortgebragt heeft, dat van die penningen hem nog een somma van pa/o 1669. 18. 31. en nu bij het aan Haar Hoog Edelens gepresenteerd request pa/o 2497. 79. 4. quamen te ontbreeken het geen indien sorgeloosheid en inattentie daar omtrend geen plaats gehad hadde, ten eersten ont„ dekt zoude zin geweest, bij de eerstvol„ gende opneem van de Cas, welke op de Voormelde overschryving van Loomans Debet, gevolgd is, te weeten onder ult=o Fie„ bruarij 1765 alsoo dan absolut moest ont„ waard geworden zyn het groot different van het
English
103 the balance of the cash book, in the moneys that were under his custody; yet it seems that he was unable to perceive the true extent thereof, as they were dispersed far and wide, and without any notation, regarding what was truly still lacking, from where, and from whom the same was still to be collected; for otherwise it is impossible that they would not have been vigilant to get it in as best as possible, unless neglect and malice were not the substantial cause thereof, and resulting therefrom irregular dealings that took place concerning said shortages, consequently all the damages arising therefrom had to redound upon him, being the person from whom an accounting would be demanded. Upon examining the actual state of Looman's debit to the treasury, many errors presented themselves in the inventory of April 22, 1762, already cited here before under Letter U, because as well among the moneys carried pro memoria as 104 in actual cash found, there were many considerable entries where new pagodas were substituted for old pagodas, as appears from two receipts granted to the executors of Looman and here included under Letter V; for in the inventory there stands carried over, both in moneys carried pro memoria and cash, conform to the order of transfer from Lan qq. on the Head Administrator under date of the end of April 1762 granted, together . . . p a/o 15555. 22. 20. and according to the receipts there were only handed over . . . 15117. 17. 30. thus received too much . . . p a/o 438. 4. 70. From which again must be deducted the 20th penny or the sovereign's duty of Anno 1763/4 for which Looman was indeed debited, but only under Crucius in the financial year 1762/3 was received from Haselkamp as Secretary of Justice . . . 405. 1. 20. Thus still too much . . . p a/o 33. 3. 50. the same making up the difference of agio on 500 pagodas to the Captain Merchant formerly in our service, the French Company, advanced pro memoria in advance, 105 and in the financial year 1762/3 after pagodas 248 of the journal among several entries corrected, vide redress ordinance of the end of August 1763, appended hereto under Letter I. We have therefore, in order to have a clear account of Looman's debit and the settlement thereof, had to reject the transfer by the executors, and draw up two other accounts, the one from the ordinances and the cash book, and the other from the journal or the commercial ledger, appended hereto under Letter X, according to both of which it appears that Looman's debit to the treasury actually amounted to . . . p a/o 12378. 13. —. The paid and received moneys which have served in reduction of that debit, amounting according to a statement drawn up by us to . . . 10986. 19. 77 which being subtracted, thus 106 it appears that Looman is still indebted to the petty cash . . . p a/o 1391. 17. 3 And in order to demonstrate this further, we provide below another demonstration, drawn from the note cited here before, since upon examination we find that the entries mentioned therein did not come in as stated therein; to wit: In the first entry stands Campie p a/o 3929. 8. 10 yet according to the receipt granted to the executors, vide Letter Z, Haselkamp has only received 3500 new or old . . . p a/o 3240. 17. 62 Less therefore . . . p a/o 688. 6. 10 Vick stands with . . . p a/o 4500. —. — yet they are only old . . . 4250. —. — . . . 250. —. — The Jendu moneys are stated with . . . p a/o 2594. —. — yet the same amount to only . . . 2403. 6. 3 . . . 190. 17. 27 Carried over . . . p a/o 1128. 23. 45 107 Brought forward . . . p a/o 1128. 23. 45 The auction moneys of Looman's servant . . . p a/o 500. —. — yet amounting to only . . . 486. 12. 60 . . . 13. 11. 20 The further entries mentioned in that note amount to, except the 85 pagodas, apparently those which were paid by the Pulicat Chief Dormieux long afterwards, or only in November 1766, to the appointed curators of the estate of Looman, being the First Clerk De Jan and the Translator Obdam, vide their account Letter Ss, thus not received by Haselkamp . . . p a/o 654. 7. 32 and the same make only old . . . 606. 6. 58 . . . 48. 10. 54 Together less . . . p a/o 1190. 21. 39 To which added the aforementioned p a/o 81. —. — and the greater debit of Looman than what was stated for it in the transfer . . . 119. 19. 44 . . . 200. 19. 44 All which entries then show that Looman still remained in default to the cash . . . p a/o 1391. 17. 3 108 Consequently not finally settled, and in the transfer of that arrear to the cashier Haselkamp an error was made by taking the 12258 new pagodas for old, this giving around the 8 per cent agio a considerable difference of p a/o 908, which added to the 429 pagodas acknowledged in the entry of Campie more than he paid to Haselkamp, and through various other small entries makes up the aforementioned difference of p a/o 1391. 17. 3, which can be attributed to nothing other than the inattention of practically all those who had a hand in the estate of the deceased cashier Paulus Looman, and especially the cashier Haselkamp, when he was ordered to collect the amounts stated in that note for the liquidation of the cash, among others also the p a/o 560 and p a/o 175, together making pagodas 735. —. —, which he says he did not receive, yet those people, being the natives Wierapp Poele, Coenjang wigmaker, the Saraf
Dutch transcription
103 het restant van het Cassaboek, in de onder hem geweest zynde penningen; dog het schijnt dat hij de Wesentlyke grootheyd derselve, als wyd en zijd, en zonder eenige aan teekening ver„ spreijd zijnde, niet heeft konnen ontwaren, het geen nog waarlyk manqueerende, van Waar, en van wie het selve nog moeste in„ komen; want anders is het onmogelyk dat men niet soude gevigileerd hebben, om het binnen best te krijgen, soo maar verwaar„ loosing en agterbosheyd niet de Wesentlijke oorsaak van is, en daar uit voortgevloeyjde irreguliere behandelingen die omtrend gem te kort komingen plaats gehad hebben, ge„ volgelijk moest alle de schaden daar van Voortkomende op hem redundeeren, als de geene zinde, van wien de verandwoording gevraagd soude werden. Bij het ondersoeken van de Wesentlijke gesteldheijd van het Debit van Looman aan de Cas, deeden sig veele abuijsen op in den opneem van den 22. april 1762. hier Vooren reeds onder L=ra U. aangehaald, wyl soo wel onder de per memorie loopende gelden als r als in weesen bevondene Contanten veel aan sienelijke posten zig bevonden waar nieuwe voor oude pag: gesteld zin, blijkens twee quit ties aan de Executeurs van Looman Verleend en deesen onder Lra. V. . Vervellende; want bij den opneem staat getransporteerd soo aan per memorie loopende gelden als Contanten Conform ord: van overschrijking Lan qq: op de Hoofd administrateur in dato ultimo april 172 Verleend te saamen. . . p a/o 15555. 22. 20. en volgens de quitantien zyn maar overgegeeven geworden „ 15117. 17. 30. dus te veel ontfangen. p a/o 438. 4. 70. Waar van weder gedetraheerd moet werden den 20 penn: of 's heeren geregtigheijd van A=o 176 6/4 Waar voor looman Wel gedebiteerd, dog eerst bij Crucius in het boekjaar 1762 3 van Haselkamp als secrets Van de Justitie ontfangen is. „ 405. 1. 20. Dus nog te veel. . . . p a/o 33. 3. 50. makende het selve het different uijt van opgeld op 500. pag: aan de Capitain march Comp 105 dant van de wel Eer in onsen dienst geweest zijnde Comp=e francen per memorie voor uyt verstrekt en in het boekjaar 176 2/3 op na Pag:ts 248. van het Journaal onder meerdere posten geredresseerd vide redres ordonnantie Van ultimo augustus 1763. deesen onder Lra 1. . . bijgevoegd. Wij hebben dierhalven om een nette reeke„ ning van Loomans Debet en de verevening derselve te hebben, het transport door de„ Executeurs moeten verwerpen, en twee andere reekeningen formeeren, de eene uijt de ordonnantien en het Cassa boek, en de andere uyt het Journaal of het Negotie boek deesen onder Lr x. . bijgevoegd vol„ gens welke beijde blijkt dat Loomans Deser aan de Cas Wesentlyk geimporteerd heeft heeft. . . . . . pa/o 12378. 13. —. de betaalde en ingekomene penningen die in mindering van dat de bet hebben gediend, bedragende volgens eene door ons geformeerde aanthooning „ 2 dewelke gesubstraheerd zijnde, soo Dra i.. . .. „ 10986. 19. 77 soo blykt dat Looman nog aan de kleene Cassa debet is. . pa/o 1391. 17. 3 En om zulx nader aantetoonen laten Wij hier onder een ander Demonstratie volgen, uyt het hier voorwaards aangehaald briefje getrocken, alsoo Wij bij examinatie bevinden dat de daar bij vermelde posten sodanig niet ingekomen zijn, als daar bij opgegeeven is; te Weeten: bij de Eerste post staat Campie pa/o 3929. dog volgens quitantie aan de Executeurs verleend Vide Lra Z. . . heeft Haselkamp maar ontfangen 3500. Nieuwe of oude met Des minder Vick staat met de Jendupenningen staan ver„ p a/o 2594. —. — dog dezelve bedragen maar . . „ 2403. 6. 3 „ 190. 17. 27 dog het zin maar oude. . . . . . . „ 4250. —. – „ 250. —. — meld met Transporteere p„/o 1128: 23: 45 p a/o 4500. –. —. „ 3240. 17. 62 pa/o 608. 6. 10 8 . - 1 8 10. — P=r Transport pa/o 1120. 23. 45 De vendagelden van Loomans die„ naar. . . . . . . . . . . p a/o 500. –. –. dog te monteeren maar. . . . „ 486. 12. 60. „ 13. 11: 20 De verdere posten bij dat briefje ver„ meld, bedragen /:excepto de 85. Pagoo„ den, apparent die, de door het pal„ liacats opperhoofd Dormieux lange daar na, of eerst in 9ber: 1766. bij de aangestelde Curatoren in den boe„ del van Looman, zynde de Eerste Clercq De Ian en den Translateur obdam, Vide derselver reek: L=ra Ss. dus niet bij Haselkamp ontfan„ gen. . . . . . . . . pa/so 654. 7. 32. en deselve maken maar oude „ 606: 6:58: 48. 10. 54 „ Te samen minder. . . . . . . . p/ 4390. 21. 39. Waar bij geteld de voorschreeve pa/o 81. –. –. en den meerderen debet van Looman, dan daar voor bij het Transport is gesteld. . . „ 119. 19: 44:„ „ 200. 19. 44 alle welke posten dan aantoonen dat looman nog aan de Caste quaad gebleeven is. . . . . p a/o 1391. 17. 3 overzulx 6.10 over zulx niet finaal vereffent, en men heeft sig bij de overschryving van dat agterstal op den Cassier Haselkamp geabuseerd met de 12258. Nieuw pagooden voor oude te neemen geeven, de dits omtrend het 8. p=r Cento opgeld, een Con„ siderabel Verschil van pa/o 908. , die gevoegd by de bij de Post van Campie meerder bekend gestelde 429. pagoosen, dan hij aan Hasel, Kamp betaald heeft, en door diverse ande„ re klynen posten het voormeld verschil van pa/o 6391. 17. 3: uijtmaakt het geen aan niets anders g'imputeerd kan werden, dan aan de inattentie van genoegsaam van alle die, die de handen gehad hebben in den boedel van den overleedene Cassien Paulus Looman, en Wel insonderheid den Cassier Haselkamp, toen hem aanbevoolen was, de bij dat briefje opgegeevene montan„ ten intevorderen; tot liquidatie van de Cas. onder anderen ook de pa/o 560. en p a/o 175 tesamen uijtmakende pagooden 735. –. —. die hij segd niet ontfangen te hebben, dog die menschen, zynde de Jnlanders Wier app Poele, Coenjang paruykemaker, den Saraf
English
Saraf Arnassalam and the Canne Cappel of the cashier Wienaygom, mentioned among others in the demonstration drawn up by us, unanimously declare that they have paid their debit to Governor van Teylingen, as do also the Persian writer and Lieutenant Heynsz; consequently it was indeed the duty of Haselkamp to inquire into this and to notify the governor of the non-receipt of those missing monies, who would then certainly have assisted him therein, as it could not be unknown to Haselkamp that he was liable for the debit of Looman by the transfer thereof; for why else should he take over the money from Looman's executors against a receipt and retain the auction proceeds in his possession, were it not that all these same funds were projected for the liquidation of the Cash and also served and were employed for that purpose; and supposing that these monies or some of them had remained unpaid to him, then it was indeed his own carelessness because he made no further effort to collect the same, as has become apparent regarding the monies that had been in the hands of the executors of Looman, since he received 429 pagodas less from them than was stated to him by the former Governor van Teylingen in that note, the more so because these monies, or rather pagodas 433. 9. 7, had remained under the custody of the executors and were also handed over by them to the curators appointed later, or in the year 1766, which, together with the monies subsequently received from the credits of Looman, amounting together to pagodas 1103. 3. 49, having subsequently been distributed to the creditors of Looman, are no longer monies belonging to Looman. That negligence concerning everything, and in particular concerning the entire affair of the estate of Looman with respect to the settlement of the Cash, took place is indisputable, and serves as one of the proofs thereof a certain entry of 320 pagodas, being the proceeds of one of the houses of Looman, sold on 6 November 1762 among other goods, and to the former servant of van Teylingen named Wienaijgom, under the surety of the natives Waijlinada Chittij and Ogondaaljia Poele, but since then, as can be seen in the auction roll, transferred to the name of the fellow native Moetoe Kistna Condappa Naijker, which auction proceeds Haselkamp, among other things in his lawsuit papers, says he likewise did not receive; but to whom must the non-arrival of these monies now be imputed, other than to himself, since he had enough time for this from 6 November 1762, or the day of the auction, until August 1765, when he was placed under arrest, thus having let it drag on for nearly three full years without securing that money or employing coercive measures to compel the buyer to make payment; for he himself indeed admits that an auctioneer immediately after the held auction remains responsible for the auction proceeds, how much more then for these monies, which were designated to him in part to serve for the satisfaction of Looman's left behind and to him Haselkamp transferred debt to the Cash; and had Haselkamp been watchful for this in time, that man, before he became insolvent, would well have been capable, or his patron and benefactor the aforementioned executed servant of van Teylingen would have provided him with the means to furnish that money, so that the curators Bloeme and Buys would not have been obliged, on account of his inability, to have that house subsequently auctioned anew upon a judicial sentence, and it then yielded no more than pagodas 165½, which together with an amount of pagodas 95½ on account of other received auction proceeds which the same had owed, amounting together to pagodas 261, was taken in for the benefit of Haselkamp, while the deficit, or the lesser yield of that house, being pagodas 154½, according to the political resolution of 20 January 1768, see Letter AA, the aforementioned sureties, who would otherwise have had to pay that missing amount, were, for the sake of the clandestine transfer of the same to the name of Moetoe Kistna Condappa Naijken without their prior knowledge, for whom they had not remained sureties, nor as such would have bound themselves for him, as mentioned in detail in that resolution, acquitted from the payment. That Haselkamp was ignorant concerning the debit of Looman, the liquidation thereof, and the transfer of the same to him can in no way be assumed, much less be given credit to, for he had that memorandum in his possession, which was delivered to him in order to regulate himself thereby in the collection of the monies stated therein for the settlement of Looman's debt, which was also included under the remainder of the Cash book, and has he the full payment of the same
Dutch transcription
109 Saraf arnassalam, en den Canne Cappel van den Cassier Wienaygom, onder ande„ ren bij de door ons geformeerde aantooning vermeld, verklaren eenparig hun Debet aan den Gouverneur van Teylingen betaald te hebben, soo als ook doen, den persiaans schrijver en den Luijtenant Heynsz, gevol„ gelyk was het immers de pligt van Hasel„ kamp om daar na sig te informeeren en den a gouverneur kennisse te geeven, van de non ontfangst dier ontbreekende gelden, die hem dan wel daar aan geholpen zoude heb„ ben, alsoo het Haselkamp niet onbekend e konde weesen, dat hij voor het debet van Looman door de overschriving derselve aanspreekelijk was, want wat behoefde hij anders het geld van Loomans Executeurs u„ op quitantie over teneemen en de vendupenn:t onder zig te houden, was het niet dat alle de selve fondsen waren, tot liquidatie van de Cas geprojecteerd, en ook daar toe gediend en g'emploijeerd; En gesteld zijnde dat die gel„ den off eenige derselve hem onbetaald waren gebleeven, zoo was het immers zulx zijn eijge sloffigheyd stoffigheyd om dat hij geen meer werk ten in Casselring derselve gemaakt heeft, soo als zulx gebleeken is, omtrend de onder de Execu„ teuren van Looman geweest zinde pennin„ gen, nadien 429. pagooden minder van deselve ontfangen heeft, dan door den ge„ deesen gouverneur van Teijlingen hem bij dat briefje is opgegeeven geworden, te meer die penningen of wel eyjgentlik pa/o 433. 9. 7 deel onder de Executeurs haare berusting geweest, en door haar ook aan de naderhand off in den Jare 1766. aangestelde Curatoren overgegeeven zijn dewelke met de toedent bij gekomene gelden uyt de Crediten van Looman, te samen pao 1103. 3. 49. impor„ teerende, vervolgens aan de Crediteuren van Looman afgegeeven weesende, geen penningen meer zijn, Looman toebehoo„ rende Dat slordigheijd omtrend alles en in het bijsonder omtrend de gansche affaire van den boedel van Looman opsigtelijk de vereffening van de Cas betreffende, plaats gehad heeft, is onweederspreekelyk, en strekt 111 strekt tot een der bewijsen daar van sekere Post van 320. pag. of het provenu van een der huy„ sen Van Looman, onder dato 6. ' 9ber: 1762. onder meerdere goederen verkogt, en bij den geweesen Dienaar van van Teylingen in naame Wie„ naijgom, onder borgtogt van de Jnlanders Waijlinada Chittij en ogondaaljia Poele dog sedert gelijk bij de vendu rol te sien is, op de naam van den meede Jnlander moeloe kistna Condappa naijker overgeschreeven, welke Vendupenningen Haselkamp onder ande„ ren bij sijn proces papieren zegt, meede niet ontfangen te hebben; dog aan wie moet nu de noninkoming dier penningen gim„ pitteerd werden, anders dan aan hem selve also daar tijd genoeg toe gehad hadde van den 6. ' November 1762. of den dag der ver„ dutie, tot aug=s 1765. wanneer bij in arrest geraakt is, dus bij na drie volle Jaaren heeft laten voortslieren sonder dat geld inte pal„ men, of Constrainte middelen bij den hand te sneemen, om den koper tot de voldoening te Constringeeren, want hij bekend immers selfs, dat een vendumeester ten eersten na de na de gehoudene vendutie voor de vendupen„ ningen verantwoordelijk blijft, hoe veel te meer dan voor deese gelden, die hem voor een gedeelte aangeweesen zijn, om te doen dienen tot voldoening van Loomans nage„ laten en op hem Haselkamp overgeschree¬ „en had Haselkamp gene schuld aan de Cas en bij tids voor gevi„ gileerd soude die man, eer dat insolvent geraakt was, wel in staat geweest zijn, of sin patroon en weldoender den voorm: gexecuteerden dienaar van van Teylingen hem Welmiddelen aan de hand gegeeven hebben om dat geld op te brengen, gevolgelyk hadden de Curatoren Bloeme, en Buys, niet verpligt behoeven te weesen mits on„ vermogen van denselven om dat huijs na„ derhand op een Justitieele vonnis op nieuw te laten op veijlen, en toen niet meer geren„ deerd heeft, dan pa„o 165½ 65½. , die nevens een montant van pa/o 95½ wegens andere inge„ komene vindepenningen welke den selven Debet geweest was te samen pa/o 261. uijtma„ =kende, ten voordeele van Hasilkamp ingeno„ men is, ter wijl het manqueerende, of het minder 12 13 minder gerendeerde van dat huijs, sijnde pa„ §54½. Volgens Politicq besluyt van den 20. Januarij 1768. Vide Lra A. A. , de voormelde borgen, die anders dat ontbreekende mon„ tant soude hebben moeten betaalen, dog om de Wille van de Clandestine overschrij„ 50. ving van het selve op de naam van moetoe Kistna Condappa Naijken, buijten dersel„ ver voorkennisse voor wien zij geen borgen gebleeven waren, nog als sodanig ook sig voor hem verbonden soude hebben, breedvoerig bij die resolutie vermeld, van de betaaling vrygekend zin Dat Haselkamp sig omtrend het Debet van Looman, dies liquideering, en overschrij„ ving derselve op hem signorant is geweest, kan geensints verondersteld, veel min er geloof aan gedefereert werden, want hij had die Notitie onder hem, en die hem geintrageerd, is, om sig daar na te reguleeren, in de insor„ dering van de daar bij opgegeevene pennin„ gen tot gereffening van Loomans schuld, die onder het restant van het Cassa boek meede begreepen was, en heeft hij de rolle betaling derselve
English
could not effectuate the same, he ought, through timely notification thereof at the proper place, principally upon the change of the Chief Administration, to have prevented the misfortune into which he has since fallen; which would have been a far more commendable conduct than now, after having allowed himself to be burdened through unheard-of silence, to complain that he had not received or obtained all the funds assigned to him. Far less cause for complaint remains for him because he signed each time, and that too monthly, for the balance of the Cash Book, not to mention the successive inventories taken once every six months, on which occasions he must at least have noticed that matters were not properly ordered with the funds under his accountability. Therefore, whichever way one turns or twists the matter, Haselkamp is, and remains, in all respects responsible for the Cash of Looman. Touching now upon the Cash under Francois Crucius, when transferring the same to Haselkamp, if one is to proceed according to the statement of account and the transfer dated Ultimo July 1763, marked F, he remained indebted for nothing, at least it does not appear therefrom, although it is otherwise very well known that the same also had to account to the Cash for a considerable sum of pa/o 9658. 4. 48. But the Honorable Company had nothing to settle in that regard with Crucius or his estate, since through the receipt of a private promissory note therefor, and the signing by Haselkamp of the transfer without making any exception concerning it or making any mention thereof, that debt immediately and directly passed over to Haselkamp, whereby the same became a Debtor of the Honorable Company. Consequently, he was the one who had to account for the entire balance of the Cash without lacking a single doit, and also accordingly had to produce the funds; therefore, the aforementioned promissory note cannot be taken into consideration, which was only granted on 20 December 1763, nearly five months after the cash was transferred; besides, this being an agreement between him and his predecessor Crucius, which existed with the prior knowledge and consent of Governor van Teijlingen, if the latter might have had knowledge of that deficit at the time of the transfer of the Cash. Crucius then, according to what is noted at that transfer, had to account in New pagodas and fanums for pa/o 17317. 7. 70; but according to a paper exhibited in the proceedings by Haselkamp, he brought in only pa 7533: 9: 62: to wit, pa/o 6508. 9. 62 in diverse gold species, and pa so 1025. in doits, as appears in more detail below: to wit, given to Mr. Haselkamp pa/o 6500. –. – to Shroff New - - . . . . 7000. —. —. to his Honor's Servant New - - . - 500. —. —. 3 bundles of fanums . . . . . 150. —: —. in the hands of the Shroff . . . . 650. —. —. Carried forward pa/o 8800: —. —. Brought forward pa/o 8800. –. —. Against this, paid by Mr. Haselkamp for my account . . 2291. 14. 18. Remains p/s 6508. 9. 62. I must pay to His Honor . . . . pa/o 17391: 14. 30: From which deducting the previous 6508. 9. 62, I must still pay . . . . 10683. 4. 48. hereof in Doits . . 1025. —. — pa/o 9658. 4. 48. For which, as he says, he took a promissory note by order of the Governor, and upon the promise made to him that the Governor would stand surety for that debt, signed the transfer without making any exception, although he did not comply with the order to let the amount of that promissory note run in the margins of the Cash, or procrastinated with it; for which he certainly will have had his particular reasons, whether not to expose and irritate the Governor for the sake of his nephew, or indeed the trust that he placed in the promises made to him. But had he wished to act with prudence in this matter, and properly look after his own interest, he should not have delayed a single moment to observe that order. Yet how far this pretext of Haselkamp, to let the amount of the promissory note run in the margins, is to be credited, We gladly leave to the discerning judgment of Your Honorable and Worshipful Sirs; and very good reasons present themselves to doubt whether he was indeed provided with such an order, principally when one reflects upon the time that elapsed between the transfer and the granting of the promissory note. But be that as it may, one cannot however deny that Haselkamp has once again hazarded himself too much and subjected himself to unheard-of negligence, the more so if Crucius had happened to pass away 5½ to 6 months earlier than occurred. For the rest, it is still a good thing that this debt, according to a note submitted by the Curators, inserted into the resolution of 2 May 1768, and accompanying this under Letter B. B., has been satisfied down to an amount of Pagodas 1437. 15. 60, and which can also be paid off out of Rop=s 5278 3/4 which are due to the deceased Bonk on account of a certain negotiation out of the estate of the late Right Honorable Sir Ceylon's Governor van Eck, and the remittance of the same is to take place according to the venerated order of Their High Mightinesses from there. Then, since all the proceeds from and for Haselkamp, and the counted amount of 1000 pagodas by his sureties by virtue of the decision of the Coromandel Government of 12 August 1766, see Letter D D, was not sufficient to fully liquidate his deficit, the missing portion, being pa s 4200 according to Their High Mightinesses' secret order to the Governor, dealt with by resolution of this Government of 5 and 20 September 1766, see Letter
Dutch transcription
10 derselve niet konnen effectueeren, moest door een tijdige kennisse geeving daar van ter plaatse daar het behoord, principaal bij de verandering van het Hoofdbestier voorge„ komen hebben, het ongeval waar in seedert geraakt was, het geen een veel prijselijker gedrag geweest zoude zyn, dan nu na dat zig door ongehoorde stils wijgendheid had„ de laten belasten te doleeren, dat de hem aangeweesene penningen niet alle ontfan„ gen of ingekreegen had; veel minder reedene van klagten blyven voor hem over om dat telkens en dat wel maandelyx voor het res„ tant van het Cassaboek geteekend heeft, ongereekend nog de successive opneemingen om de ses maanden eens geschied bij welke geleegendheeden ten minsten moesten ont„ waard hebben dat met de penningen onder syn verandwoording niet zigtig gesteld was dierhalven hoe men de zaak keerd ofte Hend, HaselKamp in alles voor de Cas van Looman respondabel is, en blijft Betreffende nu de Cas onder Francois Crucias, denselven is bij het overdragen derselve 19 derselve aan Haselkamp, als men na de staat reekening en het transport gedateerd Ultimo Julij 1763. geletterd F: - te werk sal gaan, niets debet gebleeven, ten mins„ ten het blikt 'er niet bij, schoon het an„ ders seer bekend is, dat denselven meede een aansienelyke somma van pa/o 9658. 4. 48. aan de Cas heeft moeten verantwoorden, dog D E Compagnie heeft daar omtrent met Crucius off syn boedel niets te demes„ leeren gehad, alsoo door het ontfangen van een onderhands obligatie daar voor, en het onderteekenen door Haselkamp van het transport sonder eenige exceptie dien aan„ gaande nog daar bij eenige mentie van te maken die schuld inmediaat en direct aan Haselkamp overgegaan is, dies den„ selven een Debiteur van D' E. Compe wierd, oversulx was hij die geene, die het gansche restant van de Cas sonder er een duyt aan te ontbreeken verantwoorden, en ook dienvolgens aanwijsing van de per„ ningen doen moest, kunnende dierhalven in geen remarque genomen werden, voorsz obligatie obligatie die eerst den 20 December 1763. dito bij na vijf maanden na dat de kas overgedra„ gen. was, verleend geworden is; boven dien een Conventie synde tussen hem en zijn antecesseur Crucius met Voorkennisse en toestemming van den Gouverneur van Teijlingen gesubsisteerd hebbende, soo den laastgenoemde ten tyde van de overdragt van de Cassa kennisse van die te kort koming mogte hebben gehad; Cau„ cius moest dan, na het genoteerde bij dat transport, in Nieuwe pagooden en Canum verantwoorden p a/o 17317. 7. 70; dog heeft Con„ form een door Haselkamp ten processe ger„ hibeerd papiertje maar geintrageerd pa„ 7533: 9: 62: te Heelen pa/o 6508. 9. 62 aan diver„ se goude spetien, en pa„so 1025. aan duyten soo als hier onder naderblijkt: als aan den Heer Haselkamp gegeeven p a/o 6500. –. – „ Saraf Nieuwe - - . . . . „ 7000. —. —. „ sijn Ed: Dienaar Nieuwe - - . - „ 500. —. —. _: 3 bondels fanums. . . . . 150. —: —. in handen van den Saraf . . . . „ 650. —. —. Transporteerd pa/o 8800: —. —. Hier —. 7 1st P=r Transport pa/o 8800. –. —. Hier tegens door de Heer Ha„ selkamp voor mijn reekening . . „ 2291. 14- 18 Resteerd p/s 6508. 9. 62. Jk moet aan zin Ed: beta„ len. . . . . pa/o 17391: 1430: Waar van het zoo„ rige detraheere „ 6508. 9. 62 moet ik nog be„ taalen. . . . „ 10683. 4. 48. hier van aan Duyten. . „ 1025. —. — pa/o 9658. 4. 48. Waar van soo hij zegd, op ordre van den Gouverneur een obligatie genomen, en op Van de aan hem gedaane belofte dat voor die schuld zoude instaan het transport sonder eenige exceptie te maken geteekend, dag vven wel de ordre om het bedragen van die obliga„t tie bij de Cassa binnens lyns te laten voortlopen a niet nagekomen of daarmede getraineerd had; waar toe hij sekerlijk zine bijsondere reedenen gehad sal hebben, het zij om den betaald. . . . .. gouverneur - 11 Gouverneur om de Wille van zyn Neef niet ten soon te stellen, en irreteeren, dan wel het ver„ trouwen dat hij in de aan hem gedane belof„ ten gesteld heeft, dog had hij hier omtrend met pruedentie willen handelen, en syn eygen intrest na behooren bahartigen dan moest hij geen oogenblik versuijmd hebben om die ordre te observeeren, dog hoe verre dit Voorgeeven van Haselkamp om het bedragen van de obligatie binnen Plyns te laten voort„ loopen, te accrediteeren is, laaten Wij gaarne aan het doorsigtig oordeel van uwel Edele Gestrek ge over en daar doen sig heel reedenen op om te twijffelen of hij wel met soo een ordre gemunieerd geweest is, Principaal als men roflecteerd, de tijd die 'er verloopen is, tussen het transport en het verleenen van de obli„ gatie dog het zij daar meede geleegen zoo als het wil, men kan egter niet ontkennen dat Haselkamp alweeder sig selve te veel gehasardeerd en aan ongehoorde sloffigheid subject gemaakt heeft, te meer wanneer 5½: a 6. maanden vroeger dan geschied Cruelus 5 is, was komen aflyvig te werden, zynde voor het ƒ 11 113 het overige nog al een goede zaak, dat die schuld Conform een door de Curatoren overgegeevene Notitie, ter resolutie van den 2 ' Meij 1768 gein„ sereerd, en deesen teffens onder Lra B. B. Ver„ sellende, tot op een montant van Pagooden 1437. 15. 60. na voldaan is, en die meede afbe„ taald kan werden uijt Rop=s 52783/ die den 4 overleedene Bonk wegens zekere negotiatie uyt den boedel van wijlen den Wel Edelen gestr: Heer Ceijlons gouverneur van Eck Competeerd, en de overmaking derselve na de gevenereerde ordre van Haar Hoog Edelens van daar staat te geschieden. Dan aangesien alle het ingekomene van een Voor Haselkamp, en het getelde montant van 1000. pagooden door syne borgen uijt kragte van het besluyt der Cormandelse regeering van den 12. aug=s 1766. Vide L=ra D D. niet suffi„ cieerende geweest is, om zijne te kort koming ten vollen te liquideeren oversulx het man„ queerende, zynde pa s 4200. na luyd. van Haar Hoog Edelens secreete ordre aan den Heer gouverneur bij resolutie deeser regeering van den 5. en 20 Zeptember 1766. Verhandeld, Vide Lra
English
Letter C C has been supplemented from the estate of the former Governor Van Teijlingen, so the aforesaid amount of Rop:s 5278. 3/¾, as well as that which is still certain to be collected from Haselkamp himself according to a note submitted by the Curators, see Letter EE, also incorporated into the aforesaid resolution of 21 May 1768, to an amount of pa/s 1356. 2. 74, subject to the wiser judgment of Your Right Honorable, should in our opinion go and serve to the benefit of the guarantors and the estate of the said Governor Van Teijlingen, since both, as aforesaid, contributed to supplement what was lacking in Haselkamp's debit; an amount of pas 5200 all the more because the aforesaid former Governor Van Teylingen, through various charges, is currently already a debtor to the Honorable Company for an amount of ƒ 62303. 12. 8 Dutch money, for which pa/. 647:14. 70 can also serve, under a second bill of exchange dated 28 June 1768, which will be dealt with in more detail below. After being remitted to Batavia to the petitioner, being the surplus amount that was held by the Curators at that time, after Haselkamp's debt to the Honorable Company was settled. The item of Crucius's Debit having thus been dealt with, and coming to the last, or rather the 19th, 20th, 21st, and 22nd debit entries of the account, being the paid amount of pa/s 2584. 12. 77 for the account of the four farmers, regarding which matter Your Right Honorable may be pleased to know that Haselkamp, in his capacity as vendue master, by order of the former Governor Van Teijlingen, having sold some houses and further properties of some of the farmers because of their inability to pay the farm duties, and having also collected some monies from them, it could not be verified whether this had been credited to them or not, due to the lack of a proper account and explanation; therefore, by decision of this government of 27 March 1766, see Letter F F, the members of this assembly, the Trade Bookkeeper De Filliettas and the Adigar of this outer city, Pietersz, were commissioned to carry out an exact investigation into this. Consequently, at the session of 2 June thereafter, the extract of which accompanies this under Letter G G, they submitted a detailed report of their actions and findings, showing how Haselkamp handled the proceeds of those sold properties, and that the monies counted into the treasury by the Receiver Hoflager were funds brought directly in cash to him by the farmers in reduction of their arrears, thus not including the money from the vendue of the goods sold by Haselkamp, etc.; therefore demonstrating what the farmers had to claim from Haselkamp, and the reconciliation of their claims with the vendue book was dealt with very extensively in that resolution, to which we, so as not to prolong this, refer with all due respect, where Your Right Honorable, if you please, will find set down the reasons and motives why Haselkamp was held accountable for the entire amount of the sale of those properties after he was amply interrogated regarding the one and the other, and not condemned without a hearing, so that the same was transferred into the Company's treasury to the credit of those farmers from his estate, which he had enriched with it as if it were his own; for although he says that those monies were deducted upon the orders of the Receiver Hoflager, he cannot, however, prove this; as vendue master, he should have noted the settlement thereof in the vendue book, informed the farmers thereof, and provided himself with receipts to cover himself with, all the more because these are monies that were paid into the treasury by a second person, namely the receiver, for the account of a third, namely the farmers. Regarding the notes to which Haselkamp appeals for his discharge, the Curators declare in good conscience not to have found them in his estate, and it is otherwise very improbable that those monies, as Haselkamp alleges, could have been deducted upon the orders of the receiver and paid into the treasury; for we find the received vendue proceeds, except those of the widow Crucius, according to the latest account of the Curators of 22 August 1767, submitted by Haselkamp alongside his petition, appropriated to the amount of C. C. pa/s 3743. —, whereas private individuals, according to their submitted claims regarding outstanding vendue monies, in the note of private debts charged to Haselkamp, do not amount to more than pa/s 673. 16. 62, which, having been deducted therefrom, leaves over from the received vendue monies pa/s 3069. 23. 18, among which the vendue monies of the farmers are certainly also located, not even counting the monies from the vendues that he himself successively received from the messenger prior to his detention, so that, due to the absence of any annotations or proper vendue roll, etc., that could cast any light on which monies were indeed
Dutch transcription
L=a C C uijt de nagelaatene penningen van den geweesen Gouverneur Van Teijlingen gesupleerd is, soo sal het voorm. bedragen van Rop:s 5278. 3/¾. en het geene van Ha„ selkamp selve nog secuur staat inte komen door de Curatoren bij een notitie vide Lra EE. almeede ter voorsz: resolutie van den 21. meij 1768. ingelift, op gegeeven, tot een montant van pa/s 1356. 2. 74. met onder wer ping aan het Wijser gevoelen uwer Wel Edele gestrenge, onses bedunkens moeten komen, en dienen ten faveure van de borgen, en den boedel van gedagte gouverneur van Teijlingen vermits die beyde gelyk voorsegt tot supplement van het ontbreekende aan Haselkamps Debet gecontribueerd hebben; een montant van pas 5200 te meer den voor„ melden geweesen Gouverneur van Teylingen door diverse belastingen tans reeds een debi„ teur van D' E. Compe is voor een bedragen van ƒ 62303. 12. 8. Neds geld waar toe ook sullen kunnen dienen pa/. 647:14. 70. bij een tweede Wissel in dato 28 Junij. 1768 waar van in het vervolg nog nader werd verhandeld Naar 124 Naar Batavia aan den requester overgemaakt zynde het meerder bedragen, dat op die tid onder de Curatoren berust heeft, na dat Haselkompe schuld aan de E: Compe Geref„ fend Was. Hier meede dus het articul van Crucius Debet afgehandelt en genadert zynde tot de Hier laaste off de 79. 20. 21. en 22. Debet posten van de reekening zynde het betaalde montant van pa/o 2584. 12. 77. Voor reekening van de vier pagters, ten Wel„ ken belange uwel Edele Gestrenge gelieve te weeten dat Haselkamp in qualiteyt als tendumeester op ordre van den geweesen Gouverneur van Teijlingen eenige huijsen en verdere besittingen van eenige der pagters mits derselver onvermogen tot het opbrengen van de pagtgelden verkogt, en ook eenige pen„ ningen van deselve ingevorderd hebbende, niet heeft konnen nagegaan werden of zulx haar ten goede gebragt waren dan niet, door ontstentenis van een behoorlijke reekening en elucidatie, dierhalven bij besluyt deeser regeering van den 27: maart 1766. Vide Lra P. F. 12 F: F. de Leeden deeser vergadering den Ne„ gotie boekhouder De Filliettas en den adi„ gaar deeser buytenstad pietersz: gecommit„ teerd zijn, daar na exact ondersoek te doen, die daar op ter sitting van den 2. Junij daar aan, waar van het Extract deesen sub Lra G. G: accompagneerd een ampel rapport van derselver verrigting en bevinding gediend hebben, waar bij blykt, hoedanig Haselkam¬ met het provinu dier verkogte besittingen gehandelt heeft, en dat de penningen door den ontfanger Hoflager in Cassa geteld, gelden geweest zijn, door de pagters direct aan denselven in mindering van hun agterstal in Contant opgebragt, dus daar onder niet begreepen Was, het geld uijt de Vendutie van de door Hasel„ kamp verkogte goederen etc: met aantooning dierhalven wat de pagtens van Haselkamp te pretendeeren hadde, en accordeering van derselver pretentien met het venduboek seer Wydlichtig bij die resolutie verhandeld waar aan Wij, om deesen niet te verlengen met heel Eerbiea refereeren, waar bij uwel Edele Gestrenge des gelieven, de ter neder gesteld zul„ len 12 72 13 len Vinden, de reedenen en motisen Waar op Haselkamp verant woordelijk is gehouden voor het gansche bedragen van den verkoop dier besitting na dat hij nopens het een en ander ampel was geinttrageerd en niet sonder te hooren veroordeeld dus het selve uyt syn boedel die hij daar meede als sijn eijge bevoordeeld had, ten goede dier pagters in 's Comp=s Cassa overgebragt is; want schoon hij zegt dat die gelden bij de ordonnantien van den ontfan„ ger Hoflager ingetrocken waren, kan hij zulxs egter niet bewijsen hij moest als vendu„ meester de voldoening derselve bij het Venduboek gonoleerd, en er de pagtens kennisse van geeven, mitsg=s sig van quitantien voorsien hebben, om sig daar meede te decken, te meer dewjl het pen„ ningen zyn; die door een tweede persoon na„ mentlijk den ontfangen, voor reekening van een derde, te weeten de pagters in Cassa wierden betaald de Notitien waar op Ha„ selkamp zig ter zyner de charge dienaan„ gaande beroept, betuijgen de Curatoren in gemoede in sijn boedel niet gevonden te hebben, en het is voor het overige seer onwaar„ schynelyk schynelyk dat die gelden gelyk Haselkamp voorgeeft, bij de ordonnantien van den ont„ fanger in getrocken konde, en in Cassa be„ taald geworden zijn; want wij bevinden de ingekomene vendupenningen, behal„ ten die van de weduwe Crucius, door de Curatoren volgs derselver Jongste reecq: van den 22. aug=s 1767 door Haselkamp nevens syn request overgegeeven in gepalmt te im„ portant, als bedragende C. C. pa/o 3743. —, da de particulieren volgens hun opgegeeven Pretentien wegens te voorenstaande vendu„ penningen, bij de Notitie van de particulie„ re schulden ten laste van Havelkamp, niet meer bedragen dan p a/o 673. 16. 62. die daar van gedetraheerd zynde, nog aan ingekomen rendupenningen over blijven pagoo den 30 7o, Waar onder sig zekerlyk de Vindupenningen van de pagters meede bevinden, ongereekend nog de gelden van de Vendutien die hij selfs u Voor sin Detentie successive van den boode heeft ontfangen, soo dat door ontstentenisse Van eenige annotatien, of ordentelijke vendurot ekc die eenig ligt kunnen geeven welke gelden al
English
already, and which have again not been received, one has the utmost difficulty to investigate everything with that accuracy as it ought to be done. What was paid then out of his estate for the benefit of the renters by virtue of the resolution of the 27th of June 1766, consists of the following, namely: From the renter Oetandiappa Moddeliaan along with his guarantors, on account of the movable and immovable property sold by auctions of the 13th of January, 23rd of February, and 10th of March 1764: pagodas 126.—, f 62. 26 Against received rent monies pocketed by Haselkamp for the benefit of the renter: 64.—.— Pagodas 1324.—. 1622. 26 Counted. The fanams reduced at 24 pieces per pagoda: 67:14:26 Together from the renter Oetandiapa Moddeliaar and his guarantors counted into cash, and entered into the books for the benefit of that renter: pagodas 1395:14:26. The movable and immovable property sold from the renter Mapoele Moetoe Chittij by auction of the 10th of May 1764 amounts to pagodas 1340. f 1039. 39. Brought forward: pagodas 340. fanams 1039:39, pagodas 1391. 14. 26. Carried forward: pagodas 340 : 139 29 : 9:4 26 From this must be deducted that which was paid out of those monies in reduction of his arrears of rent monies for the years 1762/3 and 1763/4 on account of the rent of the 34 villages, namely: For the year 1762/3: pagodas 520.—.—. For 1763/4: pagodas 260.—.—. Together paid out of the auction proceeds: pagodas 780.—.—. After which deduction this renter is still entitled to: pagodas 560: fanams 1039. 39. The fanams reduced as before: 43. 7. 39. Consequently counted into cash on his account; and his account credited for it with: 603. 7. 39. The proceeds of the property sold from the renter Moeniapa Poele, and his guarantors Moetappa Poele, Aloetoewengadassalam, and Kistna Poele, Carried forward: pagodas 1994. 27. 65. Carried forward: f 1994. 21. 65 property sold amounts to pagodas 421. fanams 17. 54. The fanams import: 46. 13. 54. Counted: pagodas 467. 13. 54. Add thereto the tolls pocketed by Haselkamp on account of this renter, being the pardaus 192. 40. or: 80.—. 40. Together: pagodas 547. 14. 14. Whereof in the Company's treasury, in reduction of his arrears, has been paid to the Honorable Company: 546. 14. 74. Then auctioned lands of the renter Waddemalladappa Poele amount to pagodas 250. 32. 12. From which must be deducted that which has already been taken in by Haselkamp in reduction of the rent monies of the year 1763/4: 208. 8.—. Remainder: pagodas 42. 24. 12. Carried forward: pagodas 2541. 17. 79. Carried forward: pagodas 2547. 17. 79. Which have been counted into cash by the curators in reduction of the arrears of rent monies of this renter: 43.—. 12. Together as mentioned above: f 2584. 12. 11. From all of which, upon an exact examination and investigation, it cannot be found that those monies were paid doubly, for nowhere does the same appear; on the contrary, Haselkamp confesses during the trial to the question put to him regarding this by the Fiscal under date of 19th of November 1765 on article 35: That the auction book, owing to the numerous engagements, had indeed been behind for some months or since December last, but that he had always paid what was due to everyone, and with respect to the renters, that the frequently mentioned former Governor van Teijlingen had ordered him, the interrogated, to keep the monies from the sold immovable property under his custody all for so long until all should have come in together, in order thus to be able to be counted into cash all at once by an ordinance. Which statements also for the most part concord with what was produced in the evidence by the renters, only that Haselkamp says he fell behind with the auction rolls from December 1764 onward, whereas the auctions of the renters' goods and possessions were partly held on the 13th of January, 23rd of February, and 10th of March 1764, thus left unsettled for almost one and a half years; furthermore, contradicting his aforesaid statements upon a further interrogation made to him regarding this on the 18th of April 1766, by testifying that all the monies received from the auctions of the renters were drawn by the ordinance of the receiver, without bringing forward any other acceptable proofs; thus those monies were duly and rightfully paid out of his estate, for that the effects of the renters were sold by him appears from the auction roll, but that that he paid or accounted for those proceeds either to the renters or to others is evident nowhere, neither by a note under the auction roll, nor by receipts as it ought to be, nor by an ordinance of the Governor to transfer those monies into the treasury, and thus everything that Haselkamp writes concerning it is mere saying without proof, it being known what credence is given to that, and especially in an administrator or cashier of the Company's monies. The affair of the renters having herewith been dealt with as briefly as possible, it still remains to demonstrate to your Right Honorable what said Haselkamp, upon the taking of the inventory of the cash that was under his responsibility and the transfer thereof, see Letter HH, to the provisionally appointed Cashier Dirk Vrymoet, substantially remained indebted to the Honorable Company, having to that end drawn up an accurate account from the Cash and Trade book, which we have the honor to submit to your Right Honorable under Letter J.
Dutch transcription
123 al, en welke weder niet ontfangen zijn, men de 1. uijtterste moeijte heeft om alles met die accura„ tesse nategaan, als het wel behoorde, Het betaal„ „de dan uijt zijn boedel ten behoeve van de pag„ ters uijt kragte van de resolutie van den 27. Junij 1766. bestaan in het volgende als. van den pagter oetandiappa moddeliaan benevens zyn borgen, wegens de per Vendutien Van den 13e. Januarij 23e februarij en 10 . Maart 1764. Verkogte losse en vaste goederen p„s 126.—. ƒ 62. 26 Jegens ontfangene pagt pennin„ gen door Haselkamp ingepalmt ten behoeve van den pagter. . ..„ 64. —. —. p a/o 1324. —. 1622. 26. Teld. De fanums gereduceerd tegens 24 stux p=r pagood. . . . . . . . . 67:14:26 te samen van den pagter oetandiapa„ moddeliaar en desselfs bongen in Cas„ sa geted, en ten voordeele van dien Pagter bij de boeken ingenomen. p a„o 1395:14: 26. De van den pagter mapoele moetoe Chittij per Ven„ dutie van den 40:' meij 1764. verkogte losse en vaste goederen bedraagd Pagooden 1340. f. 1039. 39. Transp:r p„s 340. f=s 1039:39. pra/o 1391. 14. 26 13 P=r Transport p„s 340 : 139 29 :9:4 26 hier van moet werden afgetrocken, het geene uijt die gelden in af„ korting van syne agterstallige Pagtpenningen voor de Jaa„ 63 ren 176 9/3. en 176 6/4. Wegens de Pagt van de 34. dorpen is Voldaan als: Voor A=o 176 3/6. pa/o 520. —. –. „ 176 ¾. „ 260. –. –. Te samen uijt de Vendu penn: betaald. . . . . . . . p a/o 780. –. –. Naar Welkers aftrek„ dan deesen pagter nog Competeerd. . . . p a/o 560: f=s 1939. 89. de fanums geredu„ ceerd als Vooren „ 43. 7. 39. over zulx voor sijn reekening in Cassa geteld; en zyn reekening daar voor gecrediteerd met. . . . . „ 603. 7. 39 Het provenu der van den Pagter Moeniapa Poele, en sijn borgen Moetappa Poele, Al oetoewenga„ dassalam en kistna Poele verkog„ te Transporteere pa/o 1994. 27. 65 127 Pr Transport ƒ 1994. 21. 65 te goederen bedragen p„/o 421. ƒ s 17. 54 de Jan=s importeere „ 46. 13. 54. Teld p a/467. 13. 54. voege daar bij de door Haselkamp inge palm„ de Thollen voor reeke¬ ning van deesen pagten, zyn de Pard=s 192. 40. of. „ 80. —. 40 Te samen. pa/o 547. 14. 14. Waar van in 'sComps Cassain min„ dering van sijn agterstat aan d'E. Compte. betaald is dan gevenduceerde Landerijen van den pagter Waddemalldappa Poele bedragen p a/o 250. 32. 12 Waar van gedetra„ keerd moet werden, het geen bereeds door Haselkamp in min„ dering van de pagt„ Penningen van anno 1763/4 is ingenomen, 208. 8. — Rest pa/o 42. 24. 72 Transporteere. . . . . p a/o 2541. 17. 79. - „ 546. 14. 74. 13 26 Die P=r Transport pa/o 2547. 17. 79 Die in mindering van de agter„ stallige pagtpenningen van dee„ sen pagter door de Curatoren in Cassa geteld zin. . . . . . . „ 43. —. 12. te samen gelijk boven vermedr„s ƒ 2584. 12. 11. Uijt allen het welke bij een exact ondersoek en navorsing niet vinden kunnen dat die gelden dubbeld betaald zijn, want nergens komt het selve te blyken; ter Contrarie bekend Haselkamp, by het proces op de aan hem deesen aangaande ge„ dane vrage door den Fiscaal in dato 19. ' Novem„ ber 1765 op art: 35. Dat het venduboek mits de veelvuldige beesigheeden wel eenige maanden of sedert December Jongstleeden ten agteren had gestaan dog dat altoos aan een ieder het Competeerende hadde betaald, en met opsigt tot de pagters dat den meermelden gewee„ sen Gouverneur van Teijlingen hem geinter„ rogeerde geordonneerd hadde om de gelden van de verkogte vaste goederen, alle zoo lan„ ge onder hem te houden tot dat alle tegelyk zoude 129 12 zoude weesen ingekomen, om dus bij een ordon„ nantie to eenen klaps in Cassa geteld te konnen Werden. welke gesegdens ook voor het meeste gedeelte Con„ cordeerd met het geproduceerde in het getuijgde door den pagters, alleenlyk dat Haselkamp segd met de Vendurollen van December 1764. af ten agteren geraakt te weesen, daar de Vendutien van de pagters haare goederen en besittingen voor een gedeelte den 33. Ja„ nuarij, 23. ' februarij en 10.: Maart 1764. ge„ houden zijn, dus bij na anderhalve Jaar onvereffend gelaten Contradiceerende voorts syn voormelde gesegdens bij een nadere hem dier wegens gedane afvraging van den 18. april 1766. met te betuijgen dat alle de van de venduties ingekomene penningen van de pagters bij de ordonnantie van den ontfanger ingetrocken waren, sonder eenige andere aanneemelijke bewijsen bij te brengen dus syn die penn: wel en ten regten uyt sin boedel betaald want dat de effecten van de pagters door hem ver„ kogt sijn, blijkt bij de venaurolle, maar dat 14 dat hij die procedidos off aan de pagters off aan andere voldaan off verandwoort heeft Consteerd nergens, nog bij een aantekening onder de verdit rol nog bij quitantien gelik dat behoorde, nog bij een ordonn: van den Heer Gouverneur om die gelden in Cassa over te brengen, en dus is alles sComp=s het geen Haselkamp daar overschrijft een„ lyk seggen sonder bewys, bekend synde wat gelooff daar aan gedefereerd werd en voor„ namendlyk in een administrateur off Cassier van 's Comp=s gelden. Hier meede de affaire van de pagters soo kort mogelyk afgehandelt zynde, blyft als nog over, uwel Edele Gestr aan te toonen wat gedagte Haselkamp bij den opneem van de onder sijn verantwoording geweest zinde Cassa, en transport derselve, vide Lra. H H aan den Prointerim aangestelden Cassier Dirk Vrymoet, Wesentlijk aan D E Comple is debet gebleeven, hebbende ten dien eijnde een nauwkeurige reekening uyt het Cassa en Negotie boek geformeerd, die wij de Eer hebben uwel Edele Gestrenge sud Lra„ J 7
English
to present J: J., according to which he remained indebted to the Hon. Company for a voyage of p a/o 17411. 13. 70. and if one wishes to include therein the deficit accounted for Loomans's arrears, although the failure of its receipt was caused solely by the neglect of Haselkamp, being 1391. 17. 3. then Haselkamp's debit would still amount to p a/o 16019. 20. 7 from which is again deducted the remaining debit of the deceased Crucius, although the same voyage remains for the account of Haselkamp, and is only placed here in order to demonstrate how much Haselkamp came up short besides that, said remaining debt then amounting to 6880. —. — so that Haselkamp's shortfall would then still effectively amount to the considerable sum of p a/o 9139: 20. 7 Thus entirely overthrowing the assertion made by him that it has never yet been shown that he owed a single duit to the Hon. Company, nor has he ever been condemned to the payment of any deficit, thereby clearly showing that he made use of untruths, and thereby attempted to give Their High Nobilities an entirely different impression than was consistent with the true state of the matter. For further clarification and in compliance with what was recommended, we further present to Your Right Honourable, under Letter K. K., another separate account drawn up to show to what extent his shortfall in cash has been settled from his own means and outstanding credits, to wit: The proceeds from the sale of his goods and collected debts amount to p a/o 5856. 20. 31 To which is added that which was credited: 377. 2. —. Carried forward: p a/o 6233. 22. 31. Brought forward: p a/o 6233. 22: 31. The amount of his wages due to him: 248. 10. 40. Total from his means and credits: p a/o 6482. 8. 71. Add to this the amount paid by the Curators for the account of the Widow Crucius in reduction of her husband's debit: 5462. 8. 20. and the balance Haselkamp still remained debit: 5467. 19. 79. Thus making together the sum of his debit: p a/o 17452. 13. 70. It appearing from this that Haselkamp's estate was far from sufficient to liquidate his debit to the Hon. Company in full, so that one has been forced, for the full settlement of the aforementioned remaining debit balance, according to an account likewise annexed hereto under Letter L. L., to employ the following funds; namely: The amount counted out by the Curators from the collected vendue moneys: The amount paid from the estate of the former Governor van Teijlingen according to the resolution of the Coromandel Government dated 20 7ber: 1766. See annex hereto Letter C. C.: 4200. —. —. The amount counted out by the sureties for Haselkamp's service, the Captain Commandant and Head of the militia Hartwich Bonte and the repatriated Head Surgeon of this Castle David George Esscher, conform resolution of 12 Augs. 1766. sub Letter D. D.: 1000. —. —. Total: p. a/o 5355: 7. 79: Consequently Haselkamp still remains debit p a/o 172. 12. —. or the amount of his wages earned for the financial years 1747/8. and 1748/9: Conform 2 copies of pay accounts among others in the Trade books here credited to his account, Carried forward: p a/o 5355. 7. 79. Brought forward: p a/o 5355. 7. 79 credited to his account, but now, upon the report of the Head of the General Pay Office at Batavia that the original accounts were already sent to Europe in proper form in the year 1749 for receipt there, must be written back again, and for that reason the aforementioned amount will have to be supplemented from the moneys to be collected by the Curators, with: 112: 12. —. at which time the aforementioned balance of account Letter K: K. will then be completed: p a/o 5467. 19. 79. Concerning the item of the payment made from the estate of Van Teijlingen, we must still note here that shortly before his absence from here, Haselkamp handed over to him, in payment or rather in reduction, as they imagine, of the vendue moneys of the goods already sold and still to be sold by him, a sum of 2000 new Nagapatnam pagodas or old: pa/o 1051. 20. 36. and that notwithstanding he claims to have such a considerable claim of pa/o 37579. 35. 60. on van Teijlingen; however, those vendued goods, which were again credited to Haselkamp in the current account of the Curators, amount to only: 7656. 76. 64. thus Haselkamp would still come up short: pa/o 395. 3. 55. Haselkamp declaring that he furnished the aforementioned vendue moneys from the funds of the Hon. Company, which not only is not permitted, but also serves as new proof of negligence, that he handed over more than his vendue roll amounts to; however, in case it should please Your Right Honourable, upon receipt of moneys in favor of Haselkamp, to have the same transferred to the credit of the 4200 pagodas employed from Van Teijlingen's estate, then the aforementioned overpaid amount of pa/o 395. 3. 55. could be deducted, or also validated, from the aforementioned furnished 4200 pagodas, in which case Haselkamp would then run in debit to Van Teijlingen's estate for no more than Pagodas 4004. 20. 25. The debit of Haselkamp to the petty cash, and to what extent the same has been diminished from his own means and collected credits, and what moneys were furthermore taken and employed toward its full liquidation, as well as what he currently still remains debit per balance, having been shown from the aforementioned accounts Letter K. K. and L. L. as clearly as was possible, we now proceed to demonstrate what moneys etc. by
Dutch transcription
14 131 J: J. aan tebieden, volgens de welke den selven reis aan de E. Compagnie Debet gebleeven is - . . - p a/o 17411. 13. 70. en soo men daar onder begrij„ per Wil, het te kort verantwoor„ de voor Loomans agterstal, schoon dies noninkoming alleen door Versuijm van Haselkamp ge„ causeerd is, zinde. . . . . . „ 1391. 17. 3. 2 zoo zoude egter Haselkamp=s debet dan nog importeeren. pa/o 16019. 20. 7 van dewelk weder detra heere het restant debet van den overlee„ dene Crucius, hoe wel het selve reis voor reekening van Hasel„ kamp blijft, en hier eenelik gesteld werd, ten eijnde aan„ te toonen hoe veel Haselkamp buyten dien te kort gekomen is, bedragende dan gedagte res„ tant schuld. . . . . . . . „ 6880. —. — zoo dat Haselkamps te kort koming dan nog reel soude importeeren een aanseenelyk somma van. . . . . p a/o 9139: 20. 7 verval„ Vervallende dus ten eenemaal om verre het geposeerde door hem, dat men nog nimmer heeft aangetoond, dat hij een duyt aan de E Comp=e te quaad is gebleeven, nog nooijt gecondemneerd is, tot de betaaling van eenige te„ kort koming toonende daar meede klaar aan, dat hij sig van onwaarheeden bediend, en daar door gedragt heeft Haar Hoog Edelens een geeheel ander denkbeeld te geeven, dan met de Waare gesteldheid der zaake geleegen Was. „ en in Naarkoming Tot verdere opkeldering „ van het aanbevolene bieden wij Uwel Edele Gestrenge onder Laa K. K. alverder aan, nog een geformeerde apparte reekening ter aanthooning in hoe ver„ te zijn te kort koming bij Cassa uijt sijn eyge middelen en uijtstaande Crediten vereffen is, te Weeten Het geproclueerde uijt den verkoop zyner goederen en ingepalmde schuden importeeren. . . . p a/o 5856. 20. 31 Waar bij addeere het ten goede gebragte Transporteere pa/o 6233. 22. 31. „ 377. 2. —. het 123 133 P=r Transport pa/o 6233. 22: 31. het bedragen zyner te goed hebben de gagie. . . . . . . . . . . . „ 248. 10. 40. „ te samen uit syne middelen en pa/o 6482. 8. 71. Crediten voege daar bij het betaalde door de Curasoren voor reekening Van de Weduwe Crucius in mindering van haar mans Debet, 5462. 8. 20. en per saldo bleef Haselkamp nog. debet. . . . . . . . „ 5467. 19. 79. 467. 79 uytmakende dus te samen de Somma van syn debet p a/o 17452. 13. 70. blijkende hier uijt dat Hasel„ kamps besitting in verre na niet toerikende geweest is, om zijn debet ten vollen aan d' E. Comp=e te liqui„ deeren, in voegen men genoodsaakt geweest is, tot de volle verevening van het voormeld te quaad gebleevene zaldo, na luijd eener deesen vlmeede onder L=ra L. L: bij gevoegde reeke„ ning te emploijeeren de ondervolgende gel„ den; als: Het getelde door de Curatoren uyt de ingepalm„ de E de Verdupenn: Het betaalde uit den boedel van den geweesen Gouverneur van Teijlingen volgens besluyt der Cormandelse regeering de da„ to 20. 7ber: 1766. Vide bijlaag deeses Lra C. C. . . . . . „ 4200. —. —. Het getelde door de borgen voor Haselkamps dienst, den Capi„ tain Commandant en Hoofd der militie Hartwich Bon„ te en den gerepatrieerden opperChirurgijn deeses Casteels David George Esscher Con„ Corm besluijt van den 12. Augs. 1766. sub Lra. D. D. „ 1000. —. — Telo. p. a/o 5355: 7. 79: oversulk blijft Haselkamp nog Debet p a/o 172. 12. —. of het bedragen sijner te goed gemaak„ te gagie van de boekjaaren 1747/8. en 17489: Conform 2 Copia zoldij reekeningen onder meer„ dere bij de Negotie boeken alhier ten a/a 355. 7. 79. Transporteere p a/o 5355. 7. 79 . - ƒ 15 12 33 P„r Transport per„ 535. 7. 79 ten goede zynen reekening inge„ nomen, dog als nu op het be„ rigt van het opperhoofd over het generaal zoldij Comptoir te Batavia, dat de originee„ le reekeningen bereeds in den Jaare 1749. in behoorlijke for„ ma na Europa ter ontfang aldaar overgesonden zijn, we„ der zullen moeten werden te rug geschreeven, en uyt dien hoofde het voorm: bedragen uijt de intepalmene pennin„ gen door de Curatoren zul„ len moeten werden gesupleerd . - - - - - . „ 112: 12. —. met. . als wanneer dan sal komen te accompleteeren, het voorm: saldo der reecq sra k: k. p a/o 5467. 39. 79. Ten belange van de post van het betaalde uyt den boedel van Van Teijlingen moeten Wij hier nog noteeren, dat Haselkamp aan denselven kort voor desselfs absenteering van van hier tot afbetaling of wel mindering zoo sij sig verbeelden van de vendupenningen van de door hem reeds verkogte en nog te verkopene goederen afgegeeven heeft, een somma van 2000 nieuwe Nagapatnamse pagooden of oude. . . . . . . . . . pa/o 1051. 20. 36. en dat niet tegenstaande hij een soo Considerable pretensie van pa/o 37579. 35. 60. op van Tijlingen sustineeren te hebben dog die gevenduceerde goederen dewelke Haselkamp weder ter goede gebragt zyn bij de reekening Courant van de Curatoren, bedragen maar . „7656. 76. 64. des zoude Hasel kamp nog te kort komen. . . . . pa/o 195. 3. 55. Verklarende Haselkamp Voor„ melde vendlspenn: uyt de gel„ den van de E. Comp=e verstrekt te hebben, dat niet alleen niet geschieden mag, maar ook tot een nieuwe blyk van sloffigheyd strekt, dat hij 137 hij meerder afgegeeven heeft, dan zyn vendurol bedraagd, dog ingevalle uwel Edele Gestr: be„ hagen mogte bij inkoming van penningen ten faveure van Haselkamp deselve te laten overschriven ten goede Gande uijt van Teijlin„ gen zin boedel g'employjeerde 4200: pag: zo GS zoude voorsz: te veel betaalde montant van pa/o 395. 3. 55. kunnen afgehouden, of ook wel gevalideerd werden, uyjt de voorm: gefourneerde 4200. pagooden als wanneer dan Haselkamp aan van Teylingen zyn boedel voor niet meer Debet zoude loopen als Pagooden 4004. 20. 25. Het debet van Haselkamp aan de kleene Cas, en hoe verre het selve uijt zyn eyge middelen en ingevorderde Crediten gediminueerd is, en welke penningen Wijders tot dies volle liquidatie genomen en g'employjeerd zijn, mitsg=s wat denselven tans nog per zaldo Debet blyft, uijt vooren„ geciteerde reekeningen L=ra pK en LL: soo klaar als maar mogelyk is geweest aangeweesen zijnde, zoo treeden wij over te demonstreeren wat voor Penningen etc: 72 door