Inventory 9680
Coromandel · 274 pages · 41 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the same might easily have happened at another place, yet in this affair it was not advisable, because that estate not only had to answer for the Company's funds, but also sequestration moneys, auction moneys, which still had to be received and accounted for, all treated and handled so confusedly that it was no one man's work to get through it, especially not for the Secretary of Justice, who at that time had to perform the office of Secretary of Policy provisionally, and thus had an abundance of work, besides the fact that he administered the left-behind estate of the deserted Governor van Teijlingen, whereby surely the one and the other could not be handled properly, and thus could not but be of disadvantageous consequences; besides and in addition to the fact that the Curators had already made a beginning with the settling of that estate, it was consequently also best that they should continue therein, whereby consequently through that appointment the most advantageous for that estate was pursued, as both of those persons had the best time to be able to apply themselves thereto, besides and in addition to the fact that the first, being Secretary of the Orphan Chamber, possessed the necessary skill in the management of such matters, and what was still the most preferable in this appointment; that the Curators were not permitted to charge commission fees, because here Company's funds had to be accounted for, which one gladly wanted to have liquidated first, without prejudice to the fact that if they could be convicted of fraud, bad or negligent handling, such fell to the charge of those who suffered, or had suffered, disadvantage under their administration, in which case they were then responsible for it, under further declaration to be made that those two Curators had taken incredible trouble in obtaining any light out of the confused state in which they had found the estate, books, and papers relating thereto, as is more fully understood in their representation inserted herebefore. That however much with a good intention that appointment was made, and the same also succeeded well, as appears further from the accounts successively submitted by the Curators, nevertheless the Honorable Council of Justice at Batavia was pleased to call them Pretense and their administration improper, undoubtedly upon instigations of that unfaithful and evil instrument, which will deviate far from the truth, and which could not be refuted because the same were unknown to this assembly, wherefore one would merely be satisfied with the demonstrated reason and necessity of that appointment, under a request to be made to Their High Honors for excuse regarding the prolixity of the representation to be made in that regard, although the Council believed it would have been sufficient enough to say that Their High Honors have already been pleased to approve and sanction the arrangements made by this Government to the indemnification of the Company. Agreed. H. Huijnevel No. 32 On this day, the 25th of May 1771. Appeared before me, Willem Duijnevelt, Junior Merchant and Secretary of the Coromandel Government, present the witnesses named below: the Honorable Fredrik Willem Bloeme van Laarwijk, Junior Merchant and Invoice-keeper, and Dirk Buijs, Bookkeeper and Paymaster here, known to me, the Secretary, and to the witnesses, who at the requisition of the Right Honorable Pieter Haksteen, Councillor Extraordinary of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel with its Dependencies, declared it to be true and truthful. That the former Secretary and Cashier Johannes Hasel, in whose confused estate they were appointed as Curators by the Right Honorable Requerent and the Honorable Council of Policy according to a resolution taken in the Council of Coromandel on the 6th of August of the year 1765, and with whom they therefore always had to speak and deal in order to become informed about his muddled affairs, has never ever addressed nor requested them together, nor either of them in particular, to inform the Right Honorable Requerent that he wished to take legal action in Madraspatnam against the fugitive Governor Christiaan van Teijlingen on account of the moneys due to him from the same, and even less had requested the attestants in their aforesaid capacity as Curators to make a proposal or instance to his Right Honor that such should happen on the Company's behalf. Which, containing the pure truth, the Honorable attestants remained ready to confirm further under solemn oath at all times whenever required. Upon the requisition of the Right Honorable Requerent, two identical exemplars hereof having been made and issued. Thus done and executed in the Castle of Nagapatnam on the date aforesaid, in the presence of Johan Joachim Hasz and Ian Obdam, clerks at the Secretariat here, as witnesses, who have signed the minute hereof together with the Honorable attestants and me, the Secretary. Witnessed by me, J Duijnevelt
Dutch transcription
25 selve veel ligt op een ander plaats hadde konnen geschieden, dog in deese affaire niet raadsaam was, om dat dien boedel niet alleen respondeeren moeste voor Compagnies gelden, maar ook sequestra„ tiepenningen, vendugelden, die nog ontfangen en ook verantwoord moe„ sten werden, alles zoo confuus ge„ tracteerd en behandelt, dat het geen een mans werk was, om er door te komen voor al niet de secretaris van Justitie, die doenmaals het ampt van secretaris van Politie p:l moeste waarneemen, en dus werk in overvloed hadde, be„ halven dat hij de nagelatene boedel van den gedeserteerden Gouverneur van Teijlingen administreerde, waardoor seekerlijk het een en ander niet na behooren behandelt konde werden, en dus niet als van nadeelige gevolgen konde weesen; buijten en behalven dat de Curatoren reeds een begin gemaakt hebbende met het redderen van dien boedel, het mits„ dien ook best was, dat deselve daar„ inne maar bleeven Continueeren, gevolgelijk door die aanstelling het avantagieuste voor dien boedel betragt was, als beijde die persoonen, het best tijd hadden, om zig daar toe te kunnen kunnen verleedigen, buijten en behalven dat den Eersten, Secretaris van de weeskamer zijnde, in de maneance van diergelijke saken de nodige kun„ digheid possideerde, en het geen nog het preferabelste in deese aanstelling was; dat de Curatoren geen provisie penningen vermogten te bereekenen, om dat hier 'sComp:s gelden te ver„ antwoorden waren, die men gaarn eerst wilde geliquideerd hebben, on„ verminderd dat deselve van fraude, quade of negligente behandelingen overtuijgd kunnende werden, zulx de geene incumbeerde, die bij haare administratie nadeel heeft, of geleeden hadden, als wanneer dan daar over responsabel waren, onder verdere te doene betuijging, dat die beijde Curatoren een ongelooflijke moeijte gehad hadden in het bekomen van eenig ligt uijt de verwarde staat, waar„ inne zij den boedel, boeken en pa„ pieren daar toe relatief, gevonden hadden, nader gecomprehendeerd staande bij derselver hier vooren geinsereerde Demonstratie. Dat hoe seer met een goed oogmerk die aanstelling geschied, en het selve ook wel gesuccedeerd is, nader blijkende bij F 257 bij de door de Curatoren successive ingediende Reekeningen, nogtans den Agtb: Raad van Justitie te Ba„ tavia deselve Pretense en haare ad„ ministratie oneygentlijk geliefde te noemen, ongetwijffeld op siggilatien van dat ontrouw en quaad instrument, die verre van de waarheijd afwijkende zullen zijn, en dewelke men niet refuteeren konde, om dat deselve deese vergadering onbekend waren, dierhalven zig maar vergenoegen zoude, met de aangetoonde reeden en noodsakelijkheijd van die aan„ stelling, onder te doene versoek om excius aan Haar Hoog Edelens over de wijdloopigheid der dierwegens te doene demonstratie, schoon den Raad vermeende voldoende genoeg te zullen zijn geweest, te zeggen, dat Haar Hoog Edelens de genomene arrangementen deeser Regeering tot de domagement van de Compagnie reeds hebben gelieven te approbeeren en goed te keuren. Accordeerd. H Huijnevel F. ta alven nde ke : — CS 24 No. 32 Srermen Op Huijden den 25. Meij 1771. Compareerden voor mij Willem Duijnevelt onder Coopman en secretaris van het Cormandels gouvernement, present de natemeldene getuijgen: D' E:s Fredrik Willem Bloeme van Laarwijk, ondercoopman en factuur„ „houder, en Dirk Buijs Boek- en Soldijhouder alhier, mij secretaris en de getuijgen bekend, dewelke ter Re„ quisitie van den Wel Edelen Gestr: Heer Pieter staksteen, Raad Extra ordinair van Nederlands India, mitsg. s Gouverneur en Directeur deeser Custe Cor„ „mandel, met den Resorte van dien, verklaarde waar en waaragtig te weesen. Dat den geweesen secretaris en Cassier Iohannes Haselk, in wiens verwarde boedel sij volgens besluijt, genomen in Raade van Cormandel op den 6:' Aug. s anno 1765. , door den wel Edelen Gestrengen Heer requirant, en den E: Agtb: Raad van politie, tot Curatoren aangesteld sijn, en met wien ze dus altoos te spreeken en te doen gehad hebben, om uijt sijn gebrouilleerde saken kloek te worden, haar nog tesaamen, nog een van haar in't bijson„ der nooijt of ooijt aangesproken, nog versogt heeft, om den Wel Edelen Gestrengen Heer Requirant kennisse te geeven, dat hij den geaufugeerden gou„ verneur Christiaan van Teijlingen wee= La E: N 6 weegens de penningen die hem van denselven Compa „teerden, op Madraspatnam geregtelijk aansp ken wilde, en nog veel minder de attestanten in hun voorsz: qualiteijt van Curatoren versogt hadden, om sijn wel Edele gestrenge propositie, of instant „tie te doen, dat sulx sComp:s weegen geschieden soude 'T welk de E. s attestanten als de zuijvere waar„ „heijd behelsende, bereijd bleeven, ten allen tijde de gerequireerd werdende, met solemneele Eede nader gestand te doen. zijnde op het requisit van den wel Edelen Gest„ Heer Requirant hier van gemaakt en afgegeeven twee eensluijdende grossen Aldus Gedaan en Gepasseerd In't Casteel Tot Nagapatnam dato voorsz: ter presentie van Iohan Joachim Hasz: en Ian Obdam, Clercquen ter secretarije alhier als getuijgen; die de minute deen ses, neevens de E:s attestanten en mij secretaris hebben onderteekand Welk Getuygd J Truijnevell De ƒ 660 Ne 0