VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9687

Coromandel · 522 pages · 75 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9687_0411 view scan ↗

English

since provisions remained just as expensive and scarce as they had been at that time, appealing for that purpose to the shared awareness that we, and everyone here, have thereof, further declaring that it was absolutely impossible for him to keep things going with 1 1/5 fanum a day, when even now with 1 1/2 fanum he had the utmost difficulty and trouble to provide the incapacitated with the necessary food suitable to their condition, without suffering great losses thereby, because the largeness of the number of the sick had not been a real motive upon which he had founded that request, but indeed the scarcity of provisions itself, as the largeness of the number of the incapacitated had only been cited by him to demonstrate thereby the trouble he had in such a meager time to procure food for so many people, with the request therefore that he might still continue with the aforementioned added increase; cited in further and more ample detail in his aforementioned petition inserted into the aforementioned resolution of the 6th instant, but whereby, although we had to credit the aforementioned alleged reasons, as everything is presently still just as expensive and scarce, we nevertheless decided not to make a disposition thereon, but to refer that request to Your Right Honorables, and to await Your Most Venerated Disposition thereon, and in the meantime to grant the aforementioned caterer no more than the ordinary boarding money of 1 1/5 fanum a day for each person; since we judge ourselves unauthorized, in a time when economy is so strongly urged, to grant any novelties that increase expenses. Concerning the Small Stamp or the Stamped Paper, the revenue received for it in the closed financial year 1773/4 amounts to Ro/a 297. 3. —. or f 1337. 2. -. according to the accounts submitted thereof, inserted into the resolution of 17 August and the 6th instant, to which we respectfully refer. Concerning the Political Council, no other change has occurred therein than that, through the advancement of the Trade Bookkeeper Hendrik Ambrosius Johnson to Provisional Head Administrator in place of the retired Senior Merchant Henricus Leembruggen, the Provisional First Warehouse Master Peraculus Mossel was again elected and introduced as a member therein; just as in the Court of Justice, also through the aforementioned discharge granted to the local Head Administrator Henricus Leembruggen, and the advancement of the Trade Bookkeeper Hendrik Ambrosius Johnson into the same, and thus also as President of the said Court, as well as through the granted dismissal therefrom to the Assayer Jacob van Tessel upon his repeated urgings to that end, on account of his continuous weak bodily constitution, as well as the appointment of the Junior Merchant Johannes Accama as Chief of Palicol, and the Bookkeeper Brouerius Brouwer as Resident of Portonovo, the Provisional First Warehouse Master Peracules Mossel, the Junior Merchant Gerrardus van Haafften, and the Bookkeepers Thomas Campie and Hieronimus Jacobus van Somneren van Vrijenesse have again been introduced as members. Concerning the respective and minor colleges, both the Orphan Chamber and the Church Council, the latter administering the diaconal Poor Capital of this town, have been ordered to submit annually a brief summary of the state of the orphan funds and the aforementioned poor money, so that from it the revenues and expenditures thereof can be perceived, and whether they have advanced or fallen behind; as in consequence thereof, having arrived at our session of the 6th instant, the balance statements thereof, namely of the former as it was on the last day of August 1772/3, because the orphan account books of the following financial year have not yet been closed, and of the second or the Poor Capital as of the last day of August 1773/4, together with that of the leper funds; it appearing from the same that the orphan funds in 1772/3 increased by an amount of Pag. 524. 17. —., originating from the larger receipts of interest than the expenditures and ordinary charges amounted to, but on the other hand the Poor Capital as well as that of the lepers decreased, the former by 250. 10. 3, and the other Pag. 35. 23. 19, because of the larger taken out.

Dutch transcription

47. 391 nadien de leevensmiddelen nog eevenduur en schaars bleeven, als te dier tijd geweest waren, beroepende sig ten dien eijnde op de meede bewustheijd, die wij, en een ider hier daarvan hebben, onder verdere ver¬ „klaring dat het hem absolut onmo¬ „gelijk was, met 1 1/5 fanum 'sdaags, het te kunnen gaande houden, als thans met 1½„ fanum selfs, de uijterste moeij¬ „te en sorge hadde, om de impotenten van het nodig, en Conform haare ge¬ „steldheijd, dienelijk voedsel te voor„ „sien, sonder daarbij groote schade te lijden, dewijl de grootheijd van het getal der sieken geen Reel motief ge¬ „weest was, waarop hij dat versoek ge¬ „fundeerd hadde, maar wel de schaars„ heijd van Leevensmiddelen selve, als weesende de Grootheijd van het getal der impotenten door hem toen maar eenelijk aangehaald, om daardoor te bestid vorg nadien Edl. „baas, van niet meer dan ord: teer geld te demonstreeren, de moeijte die hi hadde om in soo een schraale tijd soo veel Volk kost te besorgen, met versoek dierhalven dat met de „ toegevoegde voorm: „ verhooging als nog Continu „eeren mogt; Nader en Ampelder aangehaald bij sijn voorsz: Supplieg papier ter voorsz: Resolutie van den 6e: de renvoijering van het selve aan Haar Hoog „ser geinsereerd, dog waarbij, alhoe¬ „wel wij de voorsz: geallegueerde ree„ „denen accrediteeren moeste, als sijnde tans alles nog even duur en schaars, egter beslooten hebben, daarop niet te Disponeeren, maar dat versoek aan Uw Hoog Edelens aan te renvoijeeren, en Hoogst Derselver tenig Gevenereerde Dispositie daar op En toevoeging in tusshen aangedagt schapp af te wagten, en intusschen den voor¬ „melde schaffbaas niet meer als het ordinaire theer geld van 1/5 sand:s dags voor ider persoon, goed te doen; dewijl wij 415 393 papier n A:o 173 4. bedraagd blitiquen raad wij ons onbevoegd Oordeelen, in een tijd dat soo seer op de Menage werd aangedrongen, eenige nieúwig hee¬ „den tot vermeerdering der lasten intewilligen:—. metherin bonmen van esemand Kleen Zegul of 'T Gestem¬ „peld Papier belangende, bedraagd het ingekomene daar voor in het afge¬ „legd Boekjaar 177 /¾. Ro/a 297. 3. —. of ƒ 1337. 2. -. „ volgens daarvan overge¬ „legde Reecqueningen ter Resolútie van „geinsereerd. den 17: Aug: en 6:e deeser „ Waaraan wy ons met veel Eerbied gedragen. aan steling van Mopel tot lid in den Den Politiquen Raad betref„ „fende, is daarin geen andere Verande¬ „ring voorgevallen, dan dat door de op„ „treeding van den Negotie Boekhouder Hendrik Ambrosius Johnson, „Provisioneel tot Hoofd Administrateur, in plaatse van voor¬ het daag 124 ewijl vij 48. Item van Johnson tot president von Justitie daar uijt. leeden in deselve van den affgegane Opperkoopman Henricus Leembruggen, weder tot Lid in deselve Verkoren en ge¬ 416 „ introduceerd is, den p:l Eerste Pak„ „huijsmeester Peraculus Mossel„ soo als in den Raad van Justitie, meede door het voormeld verleend ontslag aan den Hoofd Administrateur al¬ „hier Henricus Leembruggen, en optreeding van den Negotie boek¬ „houder Hendrik Ambrosius & wjso jaarlij rmen Johnson, in deselve, en dus ook als President van gedagten Rade, mits¬ en ingewilligde admissie van van Tepel gaders door de ingewilligde Demissie uijt deselve, aan den Essaijeur Jacob Van Tessel, op sijne daartoe Hera¬ „tive gedane Instantien, mits sijne Continueele swacke Lichaams Con¬ mitsgaders aanstelling van 4. nieuwe „stitutie, mitsgaders aanstelling van den Onderkoopman Johannes„ Acca„ 48. 395 95 sjaarlijks een korte schets van het weesen men bapitaal over te geeven. ^ te vooren geraakt sijn. Accama, tot Opperhooffd van Palicol, en den Boekhouder Broue¬ „rius Brouwer, tot Resident van Portonovo, weeder als leeden gein¬ „troduceerd geworden zijn den p„rl „Eerste „ Pakhuijsmeester Peracules Mossel, Den onderkoopman Gerrardus van Haafften, en de Boekhouders Thomas Campie en Hieronimus Jacobus van Somneren van Vrijenesse. Us de weekamer en kerken raadis bevoolen De Respective en Mindere Collegien betreffende, is de Wees„ „kamer soo wel, als den Kerken Raad, deesen laaste als het Draconij Armen Capitaal deeser steede Administree¬ „rende, aanbevoolen, Jaarlijx een korte schets Overtegeeven van den Staat der Wesen Middelen, en het voor„ om daaruijt te ontvaaren of etnagtiens, meld Armen Geld, op dat daaruijt ontwaard kan werden, de Inkomsten en uijtgaven derselve, en of de selve te vooren, 417 als dat ook ingekomen is wat daarbij Consteerd. of ten agtern geraakt sijn, soo als in gevolge van dien, ter onser Sessie van den 6e. deeser ingekomen wee „Commissa „sende, de Staat Reecqueningen dersel sodanig „ve te weten van de eerste, als onder Ultimo August 177 2/33 geweest is, om dat de Weesboekjes van het volgende Boekjaar, nog niet geslooten sijn, en van de tweede of het Armen Capitaal van Ulto Augs: 17734:, neevens die der Lepro „sen gelden; Consteerende bij deselve, dat de Weesen middelen in 1773/3 vermeerdert sijn met een Montant van Pag„o 524. 17. —: , Oorspronkelijk uijt de meerdere ingekomene Ren¬ „ten dan de uijtgave, ende gewoone ongelden bedragen hebben, dog daar en teegen het Armen Capitaal soo wel als dat van de Leprosen, het eerste met 78 „250„ 10„ 3, en het ander p/o 35„ 23„19, ver minderd, om de wille van de meerder terken genoomen riijt

NL-HaNA_1.04.02_9687_0417 view scan ↗

English

397 Taken into consideration regarding the placement of a Political Commissioner in the Reverend Church Council. 418 expenditure than the revenues had amounted to. At our meeting of the 18th of April of this year, having come into consideration that in all governments etcetera where a permanent minister is stationed, there was also a separate permanent Political Commissioner, and that this office was always held by the second-in-command or Chief Administrator, except here at this place, where one of the elders was also regarded as such, and for that reason one of the Junior Merchants who had a seat in the Policy Council, and also in an occasional case one of the Merchants, who was rotated once every two years, had always been elected as one of the elders, which has been judged very improper, and at the same time necessary the sitting of a separate permanent Political Commissioner, and as such having a seat on behalf of 19. Administrator dismissal of Tessel election in his place of Mossel request for approval of that action the Government in the Church Council, in order to see to it that everything was resolved, undertaken and carried out in order, and nothing contrary to the commands of the authorities, the more so since the Church Council here at the same time had the care and direction of and over the Poor Capital, and that of the Lepers. Appointment thereto of the Chief Administrator We have therefore on that day resolved, following the example of the other governments, to appoint the Chief Administrator here for that purpose, and dismissal therefore from it of the elder and accordingly dismissed from it as such the Assayer Jacob van Tessel, as well as in his place alone elected as elder the Overseer of the Works Heracules Mossel, which actions we trust may be crowned with Your High 174 Ee 19. 399 419 the Arend and Sloop 't Loo. Noblenesses' venerated approval; and what is necessary to prescribe regarding that. but since we are ignorant, at least have no complete knowledge, of the matters and duties that must serve as a rule and guideline, especially relating to that which both the Political Commissioner, and the Minister in the capacity of President of the Church Council, have to observe, we therefore most humbly request Your High Noblenesses to be pleased to prescribe the same to us, so that we may be able to communicate the same to them for their observance, and they may also serve us as a guideline in case of arising disputes and estrangements. Expression of gratitude for the sending of the bark Concerning the sloops and smaller vessels, we 7009 tender in all respect herewith our humble gratitude for the favorable disposition which it has pleased Your High Noblenesses to take, upon our demonstrated embarrassment regarding vessels, in the already effected sending hither of the bark Den Arend, and Item for the promise of two more sloops the sloop 'T Loo, together with the commissioning of the construction of two more sloops at Rembang, regarding why those vessels are currently necessary which we must further testify that if ever necessity demanded to be provided with suitable and sufficient vessels, it is now, in order to have the bales and other goods transferred back and forth in a timely manner, especially with the late arrival of the ships, as one has experienced this year, and 401 420 sent to Jaggernaijkpoeram remained there due to leakage. the space of the sloops came in very handy for us to provide the return ship De Tallas with a full cargo of bales, and to give it dispatch in time. The first vessel, or the bark Den Arend, having arrived here in the latter part of August, was sent, along with the other vessels that were on hand, to Jaggernaijkpoeram to collect the bales, but did not arrive there until the 27th of September, thus twenty days after its departure from here, and while it was busy taking in the bales that were ready, and was already three-quarters fully laden, according to the writing of the Chiefs of the 15th of October last, it had to endure on the roadstead virtually a total storm from the 7th to the 12th of that month, 150. 46 were found to be wet 421 Chiefs say. so that the vessel thereby, after the loss of an anchor, became so leaky and crippled that the Chiefs, after lightening the laden bales from it, of which 46 pieces had already become wet due to the heavy seas which were constantly taken over, and the waist had thereby continually stood half full of water, conforming to the extract from the journal, of which the copy is to be found among the enclosures of this, had to send it to the river of Coringi, to repair as well as possible the defects sustained in that storm; for, they say, to enable it to transport without risk of leakage a full cargo of bales or any other goods that should be preserved for that purpose, that same

Dutch transcription

397 genoomen ovor weeging ter plaatsing van een Commissaris politicús in den Eerwaarden „„terkenraad. 418 uijtgave, dan de Inkomsten hebben geimporteerd: Ter onser bij een komste van den 18„'e April deeses Jaars, in overweeging gekomen sijnde, dat in alle Gouverne¬ „menten &a daar een Permanent Pre¬ „dikant bescheijden is, ook een appart permanent Commissarius Politicus was, en dat dat Ampt steeds bekleed wierd, door den tweede of Hoofdad¬ ministrateur, behalven hier ter plaat, „se, alwaar een der Ouderlingen tef¬ fens als soodanig is aangemerkt, is aangemerkt, en uijt dien hoovde steeds tot een der ouderlingen g'eligeerd was geworden, een van de Onderkooplieden die sessie in de Politie hadde, en ook wel bij een enkeld geval een der Kooplieden, die alle twee Jaaren eens verwisseld wierd, doog het geen voor seer oneijgen en teffens noodsakelijk geoordeeld is, de sitting van een appart perminent Commis¬ saris politicus, en als sodanig van weegens wee 19. „nistrateur „ling van Tessel verkiesing in sijn plaats van Mossel versoek om approbatie dier behandeling weegens de Regeering Sessie in den kerkenraad hadde, ten eijnde toe„ n tesien, dat alles in Ordre, en niets strijdigs teegens de beveelen vande verij heijd besloten, ondernomen en uijt ge¬ voerd wierde, te meer den kerken¬ raad alhier teffens de besorgingen direc¬ tie hadde van en over het Armen Capitaal, en dat der Leprosen¬ aanselling daartoe van den Hoofadmi, Hebben wij dierhalven ten dien dage besloten, naar het voorbeld der aan dere Gouvernementen den Hoove Administrateur alhier, daar toe of en ontslag dierhalven daartijtvanden uwe, aan te stellen, en mits dien als so¬ „danigen daaruijt ontslagen, dev Essaijeur Jacob van Tessel, mitsga¬ „ als „ders in sijn plaats alleen, den Ouden „ling verkooren den Opsiender de Werken Seracules Mossel, wel ke behandelingen wij cinsteeren n bebe eavende bekroond mag werden met UW Hoog 174 Ee 19. 399 419 geArend en Chialoup Too. Hoog Edelens Gevenereerde goed„ on het nodig dien angaande voorteschijven: keure, dan dewijl wij onkundig sijn, ten minsten geen volkomen kennisse hebben, van de saken, en pligten, die dienen moeten tot een Regel en Rigtsnoer, insonderheijd betrecking hebbende op het geene den Commissaris Politicus sowel, als den Predicant in de hoedanig¬ heijd van President van den Ker¬ „kenraad, te betragten hebben, soo versoeken wij Uw Hoog Edelens onderdanigst ons deselve te willen voorschrijven, op dat wij in staat kunnen sijn, haar deselve tot der¬ „selver Observantie meede te deelen, en ons ook dienen kunnen tot een rigtsnoer in Cas van opkomende Dispúten en verwijderingen. Venaemb betuigeng voor de Conding van de barg De Chialoupen en Minde„ „re Vaartuijgen betreffende, Leg¬ gen 7009 „lijker sijn Leggen wij in alle Eerbied bij desen af, onsen nedrige dankbaarheijd voor de Gunstige Dispositie die het uw Hoog Edelens behaagd heb„ „ben, te neemen, op onse vertoonde aan „daging verleegendheijd om vaartuijgen, in de reeds gedane sending dit heen van de Barcq Den Arend, en Atem voor de toeseging van nog twe Chialbun de Chialoup 'T Loo, mitsgaders het laten aanbouwen van nog twee Chialoupen te Rembang, waarom waarom die vartuijgen tanstenoodsaken „ trent wij verders betuijgen moe¬ „ten, dat soo 'er ooijt de noodsaake sonna Siloopen „lijkheijd vorderd, om met bequa¬ me en genoegsame Vaartuijgen voorsien te weesen, het tans is, om de packen en andere Goederen over en weeder tijdig te laten overbrengen, insonderheijd bij late aankomst den Scheepen, gelijk men dit Jaar, daar de ondervinding van heeft gehadl mits en 401 420 „dejing na Pagger: gesonden kleepen mitsleekagie daar verbleeven: en de ruijmte der Chialoupen ons wel te passe sijn gekomen, om het Retour schip De Tallas een volle Lading packen te besorgen, en in dedelrs is te afhal van ij at nackentijg te geeven: Het eerste Vaartuijg of de Barcq Den Arend in het laast van Aug:s alhier opgedagt sinde, heeft men neevens de andere aan handen geweest sijnde Vaartuijgen, naar Jaggernaijk poeram geson, „den, ter afhaal der packen, dog is niet eerder dan den 27„e 7ber: dus 2 on na 20. dagen daar geariveerd, stom 20. dagen na sijn vertrek van hier, aldaar gearriveerd, en heeft terwijl beesig was, de in gereedheijd sijnde pac¬ „ken in te neemen, en reeds Drie quart volladen was, volgens schrij¬ vens der Opperhoofden van den 15e. October. J„o. leeden, genoegsaam een finale storm van den 7: tot den 12: dier maand op de rheede moeten uijtstaan¬ invoegen esen 150. 46: nat bevonden zyn 421 „ning seggen. invoegen dat vaartuijg daar door na verlies van een Anker sodanig leck en ontramponeerd geraakte is dat de Opperhoovden deselve, nar lijfting dar uijt van de lijnet packen, marl igting van de ingeladene packen, waarvan 46. stux reeds nat ge¬ „worden waren door de swaare Zeën, welke telkens overgekreegen, en de Kuijl daar door gestadig half vol water gestaan hadde, Conform het Extract uijt het Journaal, waar van het afschrifft onder de bijlagen deses te vinden is, na de revier van het „ex Coringi hebben moeten senden, om soo goed mogelijk van de in dat onweer bekomene gebreeken te ver¬ wat de pehorden omtrent diesversele helpen, want seggen sij, om in staat te stellen, dat sonder risico, van Lec¬ „kagie een volle lading packen of enge andere goederen, die daar voor gepro¬ serveerd soude sijn, te vervoeren, da selve

NL-HaNA_1.04.02_9687_0423 view scan ↗

English

1750. examined and no neglect of duty found therein, would have to be repaired considerably, for which they, even if we were to grant them authorization, would be unable, due to a lack of the necessary timber. Arrival finally of the sloop Het Loo. The sloop Het Loo has also, after an adverse voyage, arrived first on 17 September for the second time at Tuticorin, anchored on 16 October following at Sadraspatnam, and finally arrived here on the 24th of the last-mentioned month. Of the account concerning this long voyage. The account of the voyage of that small vessel of nearly 4 months, submitted by the second mate Jan van Oostveen, was examined by the equipment overseer here against the journal kept on that vessel, but not the least neglect of duty or incompetence could be detected therein, according to the terms of our resolution of 22 November, in which the report submitted thereof and the extract journal are inserted. That vessel, because of the shallowness of the river here, has been brought into that of Nagoor with the permission of the regent there to winter, in order to thus have one of the large sloops close at hand; while the sloops De Papegaaij and De Walvisch, having transported a portion of the men of the Ceylon detachment to Jaffanapatnam and Trincomalee, are wintering there, just as to that end the pantjalling De Goede Verwagting and the thonys De Johanna Maria and De Oranjespruit are lying in the river here. Sale of the hulls of the sloops Dorothea and Poeijoer, and why. And although regarding the proposed sale of the worn-out sloops the Anthonia Dorothea and the Poeijoer, no mention was made or authorization granted for their sale in Your Right Nobilities' revered missive of 8 June, yet nevertheless assuming that to be included in the already completed dispatch of the aforesaid two vessels, and the promise of two others, we have on that account, and because those unfit vessels, remaining lying longer in the river, would become more and more rotted from below and would thereby run the risk of being dashed to pieces by the strong outflow of the water from the river, resolved at our session of 22 September last to sell only the hulls of the same by public auction to be broken up, which having taken place, the first sloop yielded Pagodas 325 and the second Pagodas 215, or together Pagodas 540 or f 2430. But retaining the masts and the further rigging of sails, ropes, etc., both of those vessels and of the sloop De Nagtegaal, to be used in the service of the Honorable Company in so far as they are employable, as according to the reports received concerning that and the condition thereof, such decisions were taken regarding them at our further meeting of the 6th of this month, as Your Right Nobilities are requested to consider therewith, as also the most necessary repairs that were ordered to be done to the sloop Het Loo and the aforesaid further vessels lying here in the river. As also of the sloop Nagtegaal wrecked in the Kayts, what the same has fetched, and what was needed for its refloating. In the meantime, the sloop De Nagtegaal, wrecked in the river of Kayts, after all efforts exerted to refloat and save that vessel proved fruitless according to the Jaffanapatnam reports, was sold by public auction, but did not fetch more than Rixdollars 125. But on the other hand, the expenses incurred by the resident of Kayts for the benefit of that small vessel amount to Rds 246:21½, which, according to the resolution at the session of 22 November, were ordered to be paid here from the Company's treasury. And we further append hereto the copy of the journal regarding what occurred and was performed concerning this, kept by the commander Jan Hansz and submitted upon his return here, and which served at our meeting of 10 September last. Desertion to Karikal of 5 soldiers; reclamation of the same; the refusal thereof, and on what grounds. Under the article of The Foreign Nations, we consider ourselves obliged to bring to Your Right Nobilities' notice that on 3 May last, five soldiers named Gabriel Brunou of Turenne, Tobias Rijke of Mannheim, Philip Rijke of Schoondijke, George Trougod Loser of Etern, and Baltus Everlijn of Alsem, having deserted from this garrison and proceeded to Karikal, the same were reclaimed in accordance with the cartel from the commandant there, Monsieur Hocquart; but he has refused to extradite them, on the grounds that all those persons were not only French, but also

Dutch transcription

1750. 403 „examineerd en geen pligt versuijm daarin bevonden selve vrij wat soude moeten werden vertimmerd, waar toe sij, soo wij al haar 'er qualificatie toegeven mog¬ „ten buijten staat soude sijn, mits gebrek aan de nodige Hoútwerken. „ondargin eijndelijk van de Chialoup Hloo. De Chialoup 'T Loo is meede naar een teegenspoedige reijse, eerst den 17'. 7ber: voor de tweede maal te Tutuko¬ rijn, den 16e October daar aan te Sadraspatnam ter houw gekomen, en eijndelijk den 24e: der laastgemel¬ „de maand alhier gearriveerd; van het verhaal weegens dis lange reijse is ge„ Het verhaal van de Reijse van dat Kieltje van bijna 4. maanden door den Onderstuurman Jan van Oost¬ veen, overgegeven, is door den Equi¬ pagie opsiender alhier teegens het Journaal op dat Vaartuijg gehouden; gexamineerd; dog men heeft geen het minste pligt versuijm of onkunde daar in kunnen ontwaren, na luijd onser „ na trinconomale gesonden. rivier gehaalt. Dorothea en Poeijoer, en waarom onser Resolutie van den 22e: Novb waarbij het daar van overgegeven Rapport en het Extract Journaal Aomdat vartuig inde zaerse wvir getagt geinsereerd sijn, sijnde dat vaartuij mits de ondiepte van de Revier al hier, binnen die van Naoer, met toestemming van den Regent al„ „daar, ter overwintering gebragt, om alsoo een der groote Chialoupen na bij aan de hand te hebben; terwijl ende Chicloupen de Papegaijen Walvrisch de Papegaaij en De Walvisch een gedeelte van het Volk van het Ceijlons Detachement naar Jaffa¬ „napatnam en Trinkonomale overgevoerd hebbende, aldaar over zoo mede de de Pantjallingenthouijs ende winteren, soo als ten dien eijnde in de Revier alhier leggen, de pant„ „jalling De Goede Verwagting en de Thonijs De Johanna Maria en De Orange spruijt. verkoop van de rompen der chialouren En of Schoon omtrent de voorgedragene verkop 422 405 Verkoop van de afgevarene Chia¬ „loupen de Anthonia Dorothea en de Poeijoer, bij uw Hoog Edelens Gevenereerde Missive van den 8e. Junij geen Mentie gemaakt, of qualificatie verleend is tot dies verkoop, dog egter veronderstelden sulx te includeeren in de reeds gedane sending van voorsz: twee Vaartuijgen, en toesegging van nog twee anderen; soo hebben wij uijt dien hoovde, en om de wille die onbequame Vaartuijgen nog langer in de Revier blijvende leggen, meer en meer van onderen verrot raken en daarbij gevaar souden lopen bij de sterke afwatering van het water uijt de Revier aanstucken te stoo¬ ten, ter onser sessie van den 22e. 7ber J„o leeden, beslooten, alleen de Rom„ „nen derselve per publicque Ven„ „dutie te verkoopen, om gesloopt te Not Srnone ar op 51. waarom. soo te werden, gelijk geschied sijnde, de Chialoup Eerste Pao 325.-:-„ en de tweede Pa/o. 215 — —. of te samen R/o 540. –. –. ƒ 2430. -. -. gerendeerd hebben; dog „dog aanhouding van de mastin eer en de Masten en het verder tuijg van seijlen, touwen eta, soo wel van die vaar¬ „tuijgen, als de Chialoup De Nagte„ „gaal aangehouden, om in den dien g Chornel van de E: Comp:, voor soo verre em¬ En wa „ploijabel sijn gebruijkt te werden, gelijk op de daarvan, en de gesteld¬ „heijd derselve, ingekomene Rapporten ter onser nader Sitting van den 6: deeser maand sodanige besluijten daarom¬ „trent genomen zijn, als Uw Hoog Edelens gebeeden werden daar bij tewil, bijg „len beschouwen, als meede de hoognood„ „sakelijke verhelpingen, die men aan de Chialoup 'TLoo, en de voorsz: verdere in de Revier alhier leggende vaartuij¬ gen heeft laten doen. In 423 407 Soo meede van de in de Caits verongeluckte Chialoup Nagtegaal nare deselve geonderd heeft En was tot dies ligting behoftigt is 424 Intusschen is de in de revier van Caits verongelukte Chialoup de Nagtegaal, na dien volgens De Iaffanapatnamse berigten, alle aangewende moeijte tot ligting en behoud van dat Vaartuijg vrugte¬ „loos is geweest, per públicque Ven¬ „dutie verkogt, dog heeft niet meer opgeworpen dan Rijxd: 125. — dog daar en teegen bedragen de on¬ „gelden door den Resident van baits ten behoeve van dat kieltje gedaan Rd„s 246. 21:½, die men alhier na het geresolveerde, ter sessie van den 22e: November uijt 's Comp:s Kassa heeft wil bij voeging van een Extract sournaal dierweegen doen tellen, en wij voegen voorts desen bij, het afschrifft van het Jour¬ naal weegens het voorgevallene en verrigte daaromtrent door den Ge¬ „saghebber Jan Hansz gehouden, en bij zijn terug komst alhier over ge de noed Desertie na Parcal van 5 Soldaaten reclame derselve gegeven, mitsgaders ter onser Sitting van den 10e September J„o leeden ge¬ „diend heeft. — Onder het Articul van De Vremde Natien, ag „ten wij ons verpligt uw Hoog Edelen ter kennisse te brengen, dat op den 3e. Meij j„o leeden, Vijf soldaaten in name Gabriel Brunoú van Turenne, Tobias Rijke van Manheijm, Phi¬ lip Rijke van Schoondijk, George Trougod Loser van Etern, en Bal¬ tus Everlijn van Alsem, uijt dit onder Gúarnisoen gedeserteerd, en sig naar Carcal begeeven hebbende, deselve in gevolge het Cartel- van den bom, „mandant aldaar Monsr. Hocquart de wijering dar te nog ves sonmen gereclameerd sijn; dog denselven heeft gewijgerd deselve te Extradeeren, op fondament dat alle die persoo¬ „nen niet alleen francen waren, maar ook 1

NL-HaNA_1.04.02_9687_0429 view scan ↗

English

Complaint thereabout to Pondicherij with which demonstration and protestation that also most of them had served in the armies of the French, according to his letter of the 4th of that month, the undersigned Governor, finding that nothing could be accomplished with the said Hocquart regarding the extradition of those runaways, immediately addressed himself thereabout by letter of the following 7th directly to the Governor of Pondicherij, Mr. Law, and complained about the arbitrary conduct of Hocquart, demonstrating the groundlessness of the contention of that Carcal Commandant, with the declaration that if His Honour or his nation would no longer or not better bind themselves to and comply with the Cartel made for mutual peace, as had been done in several cases, and would again do in the present case, one would also be placed, and come to be placed, under the necessity of acting in the same manner, and then means would not be lacking to justify our conduct; but thereupon His Honour replied by his letter of the 14th of the said month of May, that those five deserters had not arrived there or at Pondicherij, and with respect to the conduct of Mr. Hocquart maintained in relation to those defectors, nothing had come before him or been written to him that had any report or reference to the contents of the letter received by him, but that he would nevertheless write to or order Hocquart strictly to adhere to the Cartel, appearing further from the aforesaid letters exchanged back and forth, inserted in the Resolution of the 8th of June last, where it also remained according to what was noted in that Resolution, and one also had to let the matter rest there, since it was perceived that nothing would come of that surrender, because those defectors had meanwhile been sent elsewhere from Carcal, or else had been made to depart from there under connivance. Concerning the Moorish and Heathen Government, there is nothing worthy of Your High Excellencies' attention to communicate, except that the Right-hand Castes at Palliacatta, having for some time been dissatisfied with the treatment by the Havildar there in favor of those of the Left-hand Caste, having finally fallen into revolt, all, even down to the least coolie and boatman, withdrew from there, to such an extent that through that departure the Chiefs were unable to obtain the necessary boats to unload the sloop Papegaaij, and were forced to requisition two similar unloading vessels from the Sadraspatnam servants, which they also obtained, and wishing to make use of them, they were prevented from doing so in the name and on behalf of the departed people by the threat that if they proceeded therewith, they would leave the town completely and forever, at the same time holding the Chiefs responsible for all consequences; the prejudice that could have been caused by such a resolve of those people to the interests of the Honourable Company forced the Chiefs to suspend the unloading of that sloop until they found an opportunity to perform this without fear of any bad consequence, which also some time later was arranged in such a manner that under connivance those two boats were used, and the necessary coolies were assigned to the unloading; but under that express condition that immediately after the dispatch of the sloop, both those boats would be sent back to Sadraspatnam, as indeed happened. The Chiefs, rightfully apprehensive that this departure will have an adverse influence on the collection of the revenue, as thereby indeed all activities concerning it were brought to a standstill, have had all the evil consequences thereof urged upon the Havildar with all emphasis, and at the same time held him responsible for the prejudice that could arise therefrom with respect to the Company's interests, under the threat that if he did not settle that matter amicably, they would address themselves both to us and to the Subah and his Regent at Arcador; his promises thereupon were indeed satisfactory, but the consequence or the outcome thereof did not answer expectations, and his mission to those departed peoples had an unfavorable outcome, because all his actions were accompanied by crafty designs, and his actual intention tended to nothing other than to remove those of the Right-hand Castes further and further from an equitable satisfaction, by granting privileges to the Chettis that were as much contrary to reason as contrary to the customs that had always existed there between the mutual Castes, and whereby all means of pacification were frustrated, so that

Dutch transcription

doliantie daarover na Pondicherij onder welke aantooning en betuijging ook de meeste derselve, in de Armeën der Franschen gediend hadden, vol„ „gens sijn brief van den 4: diermaand, den ondergeteekende Gouverneur, on„ „dervindende bij gedagte Hocquart, omtrent de Extraditie dier wegloo¬ „pers niets te sullen úijt werken, heeft sig daar over ten Eersten bij brieve van den 7e: daar aan, direct geadres¬ „seerd aan den Heer Pondicherijsen Gouverneur Law, en over de wille¬ „keurige gedoente van Hoequarti, gedoleerd, onder aantooning van de ongefundeerdheijd van de sustenu van dien Carcalsen Commandant, „indien met betuijging dat sijn Edele of sijn natie, sig niet meer, of beeter binden 425 en naarkomen wilde, aan, en van het tot wedersijds gerustheijd gemaakt Cartel, gelijk in verscheijde gevallen gedaan heeft soo„ 00 maar ƒ wat in antwoord daar op gediend is gedaan hadde, en op nieuw in Cas subject koomen te doen, men dan ook in die noodsakelijkheijd gebragt was, en komen soude, om in selver wijse te handelen, en dan geen mid¬ „delen ontbreeken soude, om onse gedoente te regt vaardigen; Dog daarop diende sijn Edele bij sijne brief van den 14e: der gemelde bruft maand Meij, dat die Vijf Deser„ „teurs aldaar of te Pondicherij¬ niet aangekomen waaren, en ten Opsigte van het gedrag van d' Heer Hocguard, met relatie tot die overlopers gehouden, hem niets te vooren gekomen, of geschree¬ „ven was, dat eenig Rapport of be¬ „trecking hadde, aan den inhoud uijtwijk van de bij hem ontfangene brief, dog dat hij des niet te min aan PMliar Hoo„ 52. 411. berusting van het selve daarby Palliacatta. 426 v Hocquard, schrijven of hem Or¬ „donneeren soude, sig stiptelijk aan het Cartel te houden, nader blijkende bij de voorsz: over en weeder gewisselde brieven, ter Resolutie van den 8e. Junij J„o leeden, geinse¬ reerd, waar bij het ook na het aan¬ „geteekende bij die Resolutie ge„ „bleeven is, en men ook het daar bij heeft moeten laten berusten, vermits men bespeurd heeft, dat van die overgave niets werden sou¬ „de, door dien die overlopers intus„ „sen van Carcal elders versonden sijn, dan wel oogluijkende van daar hebben doen vertrecken. Omtrent oud ijtrijting vande egtetende e el de Moor en Heijdensche Regeering, valt niets UW Hoog Edelens attentie waardig te ief, „noodsaakt geworden. te bedeelen, dan dat de Regterhandse Castens te Palliacatta, 't zeedert eenigen tijd misnoegd geweest sijnde, over de behandeling van den Hawel „daar in faveur die der Linkerhand Casta, sij eijndelijk tot opstand ge „raakt weesende, allen, selvs tot de minste Koelij en slengenier van waarte de perhoorden daar door singen, daar geweeken, in sooverre dat de Opperhoovden door die uijtwijking de nodige slengen niet hebben de onng konnen bemagtigen, om de Sloep Papegaaij te ontlossen, in de noo „heijd sakelijk „ geweest sijn, twee soor gelijke los vaartuijgen van de Sadraspatnamse Bediendens te reqúireeren, gelijk se deselve ook bekomen, en daarvan gebruijk willende maken, wierden se uijt naam en van weegen de uijtgewel „kene daar in belet, door de bedra „ging 41 8 427 „ging, dat wanneer daarmede voort„ gevaren wierd, de stad ten eene, „maal en voor altoos verlaten soude, teffens de Opperhoovden voor alle de gevolgen verandwoor¬ „delijk stellende; Het nadeel dat door soodanig besluijt van die menschen, voor de belangens van de E: Comp: soude hebben konnen veroorsaakt worden, heeft de Opperhoovden genoodsaakt de ontlossing van die sloep op te„ schorten, tot dat sij geleegendheijd hebben gekreegen, sulx sonder be¬ „dugting voor eenig quaad gevolg te verrigten, het geen ook eenige tijd daarna sodanig geschikt is, dat onder oogluijking die twee slengen gebruijkt, en de nodige Koelijs tot de ontlossing toe gevoegd sijn; dog onder dat expres beding, dat onmid„ delijk kin nde vervolg 53 en waarvoor deselve bedugt waaren. den Haweldaar voor alle nadeelige gevolgen en onder welke bedrijging „delijk na de Depeche van de Sloep, on beijde die slengen naar Sadraspat„ „nam te rug gesonden soude werden, gelijk ook geschied is. De Opper„ hoorden met reeden bedugt dat de„ „se uijtwijking een nadeelig invloed op den Insaam hebben sal, gelijk daar door ook werkelijk alle de verrigtingen daar omtrent tot verandwoordelijk stelling door haar, van stilstand is gebragt, hebben Je den Haweldaar met alle nadruk alle de quade gevolgen van deselve la„ ten voorhouden, en hem teffens verandwoordelijk gesteld, voor het nadeel, dat daaruijt ten opsigte van 's Komp: belangens: soude kon„ „nen voortkomen, onder bedreij¬ „ging dat wanneer hij die saak niet in der minne quam te schicken, sij dan sig soowel aan ons, als aan den souba en sijnen Regent te Atrcador soude 53. 415 onvoordeelig uijtslag van sijne beloften 428 soude Addresseeren; Sijne belofften daarop waren wel voldoende, dog het gevolg of de úijtkomst daarvan beandwoorde de verwagting niet, en sijne besending aan die uijt ge„ „weekene Volkeren, hadde een onvoor¬ „deeligen uijtslag, om dat alle sij„ „ne behandelingen met listige oog„ „merken verseld gaande, en sijne eijgentlijke bedoeling nergens an¬ „ders toe strekten, dan die van de Regterhands Castens; meer en meer van een billijke voldoening te ver¬ „wijderen, door aan de Chittijs voor„ „regten in te willigen, die soo seer teegens de Reedens, als teegens de gewoontens sijne, die aldaar altoos tusschen de Onderlinge Castens, plaats hadden gehad, strijdig waren, en waar door alle middelen van be„ „vreediging verijdeld wierden, in¬ voegen

NL-HaNA_1.04.02_9687_0436 view scan ↗

English

in such manner that the Chiefs found themselves compelled to complain about him both to the Souba and to his Regent at Arcadoe, titled Raasja Bierbel Bahadoer, and to repeat this several times, until finally one Gopaal Rauw was sent from Arcadoe to investigate the matter and to pacify the departed inhabitants. Upon his arrival, he indeed made some show of earnestness, which however has since from time to time diminished, and thus, like the Haweldaar who, as it appeared, knew how to win him over to his interests, kept the matter lingering, in the expectation that the departed inhabitants, unable to make good the expenses any longer, would return of their own accord. So that the Chiefs, experiencing that with a longer delay in the settlement of these disputes, greater damage and disadvantage was about to arise for the Company, as all the Jlengeniers, with the consent of their Chiefs, had already departed for Madras and were daily followed by other people and laborers, so that within a short time one would be deprived of the most necessary inhabitants for the continuation of the Company's trade, gave us a further and more detailed report thereof, sending along copies of the letters written by them to the Souba and the Arcadoe Regent, as well as by the Chiefs of the departed castes to those officials. The undersigned Governor thereupon, having already addressed the Souba on occasions that had previously presented themselves to him, demonstrated in a letter the perfidious conduct of the Haweldaar as well as that of His Highness's envoy from Arcadoe, and at the same time brought to his attention the disasters that were bound to result from this if His Highness did not cause that matter, or his given order for the decision of the dispute, to be executed with greater emphasis and earnestness, in which the interest of His Highness as well as that of the Honorable Company was so greatly concerned. This had the desired result that the departed inhabitants, having been satisfied, were finally led into the city on the 16th of July last with the customary ceremonies, whereupon, everything being properly restored to its old footing, the trade that had stood still during these difficult disputes was set in motion again. Under the Article of Salaries, we have the honor respectfully to show to Your High Nobilities that at the session of the 22nd of November, it was demonstrated to us by the second surgeon Oltman Ther, presently stationed at Jaggernaijkpoeram, that according to his salary account closed under date of the ultimate of July 1772 in the ship De Jonkvrouwe Cornelia Jacoba, he had remained indebted under that date for f 117.15.11, but that according to a further account of December of that same year, which was said to have been closed in the ship De Bovenkerkerpolder, to which he was never assigned, he was charged in the ship's book of the ship Den Tempel as having been entered in debit for f 161.15.11, so that upon the closing of this latter account under date of the ultimate of August 1773, when he remained here from the ship Den Tempel, he was supposedly still in debit for f 7.15.11, whereas under that date he should have been in credit for f 36.4.5, as further appears below: According to the account of the ultimate of July 1772, he remained in debit for f 117.15.11, since which time his salary stood still due to the loss of the ship De Jonkvrouw Cornelia Jacoba, but under date of the first of February 1773, when he was placed on the ship Den Tempel, had resumed its course, so that from that day until the ultimate of August of that same year, being seven months, earned by him at f 22 per month, is f 154.-.-. Consequently, in the closed salary account in the ship Den Tempel, instead of being in debit for f 7.15.11, he should have been in credit for f 36.4.5. On that day we decided to give respectful notice thereof to Your High Nobilities, and to request the Very Same, as is most humbly done hereby, that this may be favorably redressed at the Indian Headquarters, to which end we take the liberty of accompanying this with the three salary accounts relating thereto. Regarding the Emeriti, the Titular Merchant and former Adigaar and Mint Master Cornelis Pietersz expresses his deeply obliged gratitude to Your High Nobilities for the high favor which the Very Same have been pleased to show him in granting the customary retirement salary, retaining the title and rank of Merchant, as in the same manner the Bombardier Barend Hendrik Jungprink and Cannonier express their humble gratitude.

Dutch transcription

„voegen de Opperhoovden sig genoodt¬ saakt vonden, over hem soowel bij den Souba, als sijnen Regent te Ar¬ „cadoe, geintituleerd Raasja Bier„ „bel Bahadoer te klagen, en sulx een en andermaal te herhalen, tot dat eijndelijk eenen Gopaal Rauw uijt Arcadoe gesonden is, om on¬ „dersoek na de saak te doen, en de uijt geweekene inwoonders te be¬ vreedigen, deesen heeft met sijn aankomst wel eenige vertooning van Ernst gemaakt, dog die 't see¬ dert van tijd tot tijd verslaauwt is, en dus gelijk den Haweldaar die hem soo het scheen, in sijn belan¬ gen heeft weeten over te halen, de saak dralende gehouden, in die verwagting dat de úijtgeweekene onvermogend, om de ongelden lan¬ ger goed te maken, wel van selvs te 417 429 te rug komen sullen, soo dat de Opperhoovden ondervindende dat bij een langer traineering van de assopiatie dier geschillen, daaruijt grooter schade en nadeel voor de Compt stond geboren te werden, alsoo al¬ „le de Jlengeniers met bewilliging van derselver Hoovden reeds naar Madras vertrocken waren, en dagelijx van andere Menschen en arbeijds lieden gevolgd wierden, oversulks men binnen korten, van de noodsakelijkste Inwoonders tot voort setting van 's Comp: Handel beroofd soude raken, deeden ons daarvan een nader en breedvoeriger verslag, onder toesending van de af¬ „schriften der Brieven door haar aan den souba en den Arcadoe¬ „sen Regent, mitsgaders door de Hoofden der uijt geweekene Castens, aan d t„ aan die Bediendens geschreeven; den ondergeteekende Gouverneur heeft daarop, die reeds daarover bij ge¬ „leegendheeden, dewelke hem te voo¬ „ren gekomen waren, den souba on¬ „derhouden had, bij een brief de on„ trouwe Handelwijse van den Ha¬ „weldaar soo wel, als sijn Hoogheids afgesondene uijt Arcadoe vertoond, „verder en teffens de onheijlen die daaruijt¬ wat door stondt voort te vloeijen, onder het oog Copn gebragt, indien sijn Hoogheijd die saak, of sijn gegeven bevel ter beslissing van de questie, niet met meerder nadruk en Ernst liet ter Executie brengen, Waar aan het Intrest van sijn Hoogheijd soowel¬ als dat der E: Comp: soo seer gelee¬ „gen lag, het geen van dat gewenscht gevolg is geweest, dat die uijt gewee¬ kene 44 9 430 wat door een tweede meester te Saggern: popens zijn koldij reeq: gedenonftreerts „kene bevreedigt weesende, den 16e Julij j„n leeden, eijndelijk met de ge„ woonewelijke plegtigheeden, binnen de Stad ingeleijd sijn, waarop alles nar behooren, en op den ouden voet her¬ steld weesende, de geduurende dese moeijelijke geschillen stil gestaan hebbende Handel weder aan de gang gebragt is. Onder het Articul der Zoldijen, hebben wij de Eere L Uw Hoog Edelens Eerbiedig te vertoonen, dat ter sessie van den 22„e 9ber, ons door den tans op Jag„ „gernaijkpoeram geplaatste tweede Meester Oltman Ther¬ gedemonstreerd sijnde, als dat hij bij soldijreecquening onder dato ulti=o Julij 1772, in het Schip de Ionk„ „vrouwe Cornelia Jacoba afge¬ „sloten, het scht wee¬ „sloten, onder dien Datum schuldig gebleeven was ƒ 117„15„11, dog dat hij volgens eene nadere reecq: van den December van dat selvde Jaar, die in het Schip de Bovenkerkerpolder waarop hij nooijt bescheijden is ge¬ weest, afgesloten soude weesen, bij het Scheeps Boek van het Schip den Tem pel belast wierd als te quaad aange bragt f 161„15"11„, invoegen hij bij het slúijten van deese laatste reec¬ „quening onder dato Ultimo Aug=s 1773. , wanneer hij van het Schip den Tempel alhier is verbleeven, nog te quaad gestaan soude moeten hebben ƒ 7„15„ 11„, daar hij onder die dag„ teekening te vooren hadde moeten staan ƒ 36„4„ 5„, soo als hieronder nader komt te blijken: Volgens Reecquening van Ultimo Julij 1772, is hij te quaad ge„ „blee„ 424 ƒ 117„15„11„ 431 versoek om redres dier wegens gebleeven . 't zeedert welke tijd sijn Gagie mits het verlies van het Schip de Jonkvrouw Cornelia Jacoba stil gestaan, dog onder dato primo februarij 1773„ wan¬ „neer hij op het Schip Den Tempel geplaatst is gewor„ „den, weeder Cours genomen hadde, soo dat 't seedert dien dag tot ultimo Augs van dat selvde Jaar, sijnde seven Maanden, bij hem â f 22„ per maand verdient, is. . . . . f 154„-„-„ Oversúlks bij de afgeslotene soldij reecq: in het schip den Tempel, in steede van f7,15„11„ te quaad te sijn, te vooren heeft moeten staan. . . . . f 36„4„5„ ten dien dage besloten hebben Uw Hoog Edelens daar van eerbiedig kennisse te 55 verselikg der halven van ged:s zoldij reecq: Pietrsk, voor sin toe geveede rest agie te geeven, en Hoogst Deselve te versoeken Gelijk bij deesen onderdanigst geschied, ver dat súlx ter Indiasche Hoovdplaatse Gunstiglijk geredresseerd mag werden, ten welken eijnde wij de Vrijheijd nee¬ men, de drie soldij reecqueningen daar Observant aan sCom toe relatie hebbende, deesen te doen ver¬ „sellen: dank betuijgeng door den gemen dagiger De Emeriti, daarvan betuijgd den Titulair Coopman en geweese Adigaar en Muntmeester Cornelis Pietersz, UW: Hoog Edelens, sijne diepverpligte dankbaarheijd voor de Hooge Gúnst, die Hoogst¬ Deselve hem hebben gelieven te betoo„ om nen, in het toevoegen van de gewoone Rust Gagie, behoudens titúl en rang soo medeen benmionier en denberder van Coopman, soo als in selver voe¬ „gen Haare nedrige dankbaarheijd af „leggen, den Bombardier Barend Hendrik Jungprink, en Eanno¬ dank nier

NL-HaNA_1.04.02_9687_0443 view scan ↗

English

55. 423. Request to grant that continuation to the Company's servants. Errors in the promotion of the servants. Lodewijk de Marthinus, and pray most humbly that the enjoyment of the same may be continued further, thus having approached herewith the main part of the servants, we promise Your High Nobilities most submissively to keep in dutiful observance the order given not to attach any new titles to the servants of this Coast, but to confine ourselves to that which has been approved and established in that regard; Thank offering for the relief of the father. Meanwhile we offer Your High Nobilities our humble obligation for the favorable remission of the compensation of f 1353.- imposed in the past year, or that part of the discovered errors in the promotion of the servants, contrary to the Regulation, under the humble assurance that we will henceforth adhere strictly to it, as well as to the further provisions made on that subject; Under which assurance for their promotions, both from here and Ceylon, and under which promises. Expression of thanks by Zeegelaar and Duijnevelt. Just as in the same manner Captain Gijsbertus Zeegelaar and Secretary Willem Duijnevelt express their deep gratitude, the former for his obtained increase in salary, and the other for his appointment as Adigaar and Mint Master, as well as the collective officers belonging to this garrison and the corps of Ceylon auxiliary troops, for their promotion, and they promise most solemnly that the favors so remarkably shown to them will continually spur them on to all zeal and vigilance in the observance of their bounden duty, so as not only to merit fully this favor shown to them, but also the further benevolence of Your High Nobilities, As also by the collective officers. 433. Desertion of Ensign van Wulffen. but from which benevolence Werner Sigfried van Wulffen, who was promoted to Ensign, has not been able to profit, as he, fully a month before the receipt here of Your High Nobilities' resolution, most unexpectedly absented himself from here and went missing, without it having been possible to learn or trace where he has ended up; Thank offering also by the promoted Eastern officers. Also thanking most humbly the senior and junior officers among the Eastern military for the precious favor shown to them in their promotion. Necessity of making a redress between the Bimlipatnam chiefs. The discrepancies between the Bimlipatnam Chief Jasper Theodorus Pfeiffer and his Second Isaak Brouwer, of which some mention has already been made in the separate letter of the Governor directed to Your High Nobilities under date of the last of December of the past year, have since, regardless of the friendly admonitions toward peacefulness repeatedly made to them in private by the Governor, sometimes accompanied by threats, risen so high that nothing else was to be expected from them, or could be brought about by them, than detrimental consequences for the interests of the Honorable Company, 434. 56. 427. and for which the accountability could in time come to rebound upon us, if it were not provided for in time, since we not only understood, but also firmly established that the affairs of the Honorable Company could not possibly be well directed by two minds so greatly embittered against one another, because it became evident to the utmost, from the letters sent back and forth privately to the Governor, accompanied by a multitude of annexes attached even to the point of disgust, which, being brought in and reviewed at our meeting of the 11th of April of this year, served as the basis for the decision made in that regard, what effect the discords of those two servants have already had on the disposition of the Vizianagaram princes, and what was further to be expected from that for the Honorable Company, as those regents were made entirely unmanageable for embracing the equitable propositions and proposals that were made to them regarding the lease of Bimlipatnam and its dependencies, whether for the whole or with some exception, so that we, judging the making of redress at that factory to be unavoidable, not only so as not to embroil affairs there any further, but also to prevent said princes from meddling and interfering more and more with the auctioning of the seized estate of the renter Ananda Poele, being a brother of the chief servant of Chief Pfeiffer, named Moetoe Ananda Poele, and of the first-mentioned's partner Watiaar Sadiappa Modelij, which according to the order from here had to be sold in order to recover as much as possible of the arrears of rent therefrom, but the suspension of which was urged by the princes under promise or offer to send some thousands of rupees in reduction thereof, which nevertheless did not appear, besides a multitude of other circumstances.

Dutch transcription

55. 423 versoek om die Continuatie aan sComp:s bediendens toe te voegen A00 „ erreuren, in 't verbeeteren der Dienaaren „nier Lodeweijk de Marthinus, en bidden ootmoedigst, dat het ge¬ 432 „ not derselve alverder mag werden ge¬ „continueerd, dus hiermeede gena„ „derd weesende tot het Hoovddeel deoranti de doter on genineuwe ituen Der Dienaren, beloven wij Uw Hoog Edelens onderdanigst in schuldige Observantie te sul¬ „len houden, het aan bevolene om geene nieuwe titúlature aan de bediendens te deeser Kuste toe te voegen, maar sig bepalen, aan het geen ten dien opsigte geapprobeerd en Vast gesteld is; dankoffet vorde ontheffing van t' pader Intusschen offereeren wij Uw Hoog Edelens onse nedrige ver„ „pligting voor de Gunstige ont¬ heffing van de in Anno passabo opgelegde vergoeding van f 1353„- of het 't gedeelte van de ontdekte Erreuren in de verbeetering der Die daar ver st st voone no¬ 11 E F onder welke verseekering voor hunne bevorderingen soo van hier als bijlon. en onderwelke beloften Dienaren, tegens het Reglement onder nedrige verseekering dat Wij ons voortaan daaraan soo wel¬ als de nadere gemaekte bepalingen op dat stuk stipt sullen houden; dank betuijging door egelaren Duijnevet Soo als in selver voegen hunne diepe de Erkentenisse betuijgen den Capi¬ „tain Gijsbertus Zeegelaar, en den Secretaris Willem Duijnevelt, den Eerste voor sijne geobtineerde verhooging in Gagie, en den anderen voor sijne aanstel¬ ling tot Adigaar en Muntmees¬ soomeede door de gesamentlijke officeren, „ ter, als meede de gesamentlijke Officieren tot dit Guarnisoen, en het Corp Ceijlonse Hulptroupen gehoorende, voor hun bevordering, en sij beloven op het solemneel ste Offic dat de Gunsten aan haar soo sonder¬ „ling beweesen, hun steeds aanspoo¬ ren sullen tot alle iever en Vigilantie dank 433 in 425 Desertie van den Vendrig van Wulfsen officieren in het betragten van hun verschul¬ „digde pligt, om alsoo niet alleen dit aan haar beweesen faveur, maar ook de verdere benevolentie van UW: h Hoog Edelens volleedig te meritee„ ren, dog van welke Goedertierend¬ „heijd niet heeft mogen profitee„ „ren den tot Vendrig bevorder„ „den Werner Sigfried van Wulffen, alsoo denselven wel ruijm een Maand voor den ont¬ e „fangst alhier van Uw: Hoog Edelens Dispositie, op het onver¬ wagtste sig van hier geabsenteerd en te soek gemaakt heeft, sonder dat men heeft kunnen verneemen nog na spooren, waar hij belend dan k opert mede doo de bevoerde bsede is; Bedankende mede op het ne¬ „drigste, de Opper en onder Officieren onder de Oostersche militairen voor de Dierbare Tunste in hunne bevor¬ „dering tie in noodsakelijkht tat het maken een redres tusschen de Himilip=se opperhoorden. dering aan hún beweesen. De discrepantien tusschen het Bimilipatnams Opperhoovd Jasper Theodorús Pfeiffer, en sijnen Secúnde Isaak Brouwer, waarvan reeds eenige mentie gemaakt is geworden bij de ap¬ parte brief van den Gouverneur aan UW: Hoog Edelens onder dato Ultimo December des gepas¬ seerden Jaars gerigt, sijn 't seedert ongeagt de aan hun door den Gou¬ verneur te diverse malen in het particuliair vriendelijk gedane vermaningen tot Vreedelievend¬ „heijd, somtijds verseld van dreij¬ „gementen, soo hoog gereesen, dat daaruijt niet anders te verwagten waren, of deselve te weeg brengen konden, dan nadeelige gevolgen voor de belangens van de E: Comp:, vervolg 434 en 56. 56. 427 en waar van de verandwoording in der tijd op ons soude konnen ko¬ „men te redundeeren, indien daar in bij tijds niet quamen te voorsien, nadien Wij niet alleen begreepen, maar ook vast stelden dat de sa¬ „ken van de E: Comp: onmogelijk wel gedirigeerd konden werden, door twee teegens den anderen soo seer verbitterde gemoederen, dewijl reeds uijt de over en wee¬ „der in het particulier geson„ „dene brieven aan den Gouver¬ neur, verseld van een meenigte tot walgens toe bijgevoegde bijla¬ gen, dewelke ter onser bij een kom¬ ste van den 11e„ April deses Jaars, binnen gebragt, geresumeerd wee¬ „sende, gediend hebben, tot den Grondslag van het dierweegens ge„ „vallen besluijt, ten evidensten quam vervolg. en 435 quam te blijken, van wat uijtwer¬ „king, de oneenigheeden van die beijde bediendens reeds op het ge„ „moed van de Visianagaramse prinçen gehad hebben, en wat daar uijt verder voor de E: Comp: te wagten stond, alsoo die regen¬ „ten ten eenemaal onhandelbaar waren gemaakt, tot het Amplec¬ teeren van de billijke voorstellin¬ gen en voorslagen die aan hun weegens de pagt van Bimili¬ „patnam, en dies onderhoorig„ „heeden, het sij voor het geheel, dan wel met eenige uijtsondering, ge „daan sijn, invoegen wij het maken van redresse op die factorij onver¬ „mijdelijk oordeelende, niet al„ „leen om de saken aldaar niet ver„ der te brouilleeren, maar ook voor te komen dat gem: prinsen niet Cnlg 429 niet meer en meer sig quamen te mesleeren, en bemoeijen met de venduceering van de gearresteer„ „de besitting van den pagter Anan„ „da Poele, sijnde een Broeder van den Hoovddienaar van het Opperhoord Pfeiffer, in name Moetoe Ananda Poele, en des Eerst gemeldens portionaris Watiaar Sadiappa Modelij, dewelke volgens de Ordre van hier verkogt moeste werden, om de Agterstallige pagt penningen daar uijt soo veel mogelijk te recouvreeren, dog door de Princen op de opschorting der„ „selve aangedrongen wierden, onder belofte of aanbieding eeni„ „ge duijsende Ropijen in minde„ ving derselve te sullen senden, die egter niet te voorschijn quamen, buijten een meenigte andere omstan¬ „dig vervolg et

NL-HaNA_1.04.02_9687_0450 view scan ↗

English

circumstances with which that matter was accompanied, as well as the partial conduct of both those servants in respect thereof, the Chief having desired that the offered money should be accepted by the Princes, to which end he had the sale of those seized royals suspended; whilst on the contrary the Secunde maintained that it ought to be proceeded with, in order to comply with the Order, besides various other mutual chicaneries and hairsplittings, we have therefore on the aforementioned day of 11 April last, taking all the same into consideration, and also considering that with a longer stay of both those servants, their dissension will throw matters there into even greater confusion and bring them into an irremediable state, since through their factionalism, which indeed mainly took its origin from the Chief's protection of the renters against the means used and put into effect by the Secunde to advance the collection of the lease moneys, for which he was also judged accountable, although he too in many respects went rather too far regarding the obedience he owed to his Chief in all reasonable matters, having on various occasions allowed himself to be so carried away by passion that his conduct, and the conditions resulting therefrom, have largely served to vilify the authority of the Chief, resolved to have the Chief Pjeiffer and the Palicol Chief Dirk Vrijmoet exchange their chiefships with one another, but to have the Secunde Brouwer come hither, and appointed as his replacement the Trade Transporter here, Johannes Schuneman; but the latter having been appointed on 8 June following, due to the death of the Adigaar of the Villages here, Nicolaas Campie, which occurred shortly thereafter, the Warehouse Master of Palliacatta, Johannes Marcus Dormieux, was appointed Secunde of Bimilipatnam, and we had him replaced in turn by the Writer there, George Francois Jacques De Ravallet, and also as Trade Transporter here, in place of Schuneman, the Bookkeeper Petrus van Groll. The Senior Merchant and Head Administrator Henricus Leembruggen, having been for the most part sickly during his presence here on the Coast, and thus constantly subject to various bodily corruptions, to such an extent that the more he advanced in years, the more aches and pains they caused him to feel and endure, and which furthermore, through the resulting inconveniences and other troubles that daily increase more and more with his advancing years, have weakened him from time to time to such a degree that, not only thereby, but also by the distressing circumstances in which he now sees himself most unexpectedly plunged regarding his own and domestic affairs due to the death of his third wife, and the vexations that the service he held itself occasionally caused him, no longer being able to endure nor overcome them, he was brought to the utmost necessity, so as not to neglect the same, as well as to look after his own well-being and that of his remaining nine motherless children, to request his dismissal from the same, and to that end, at the session of the 6th of this month, by an ample writing inserted into the Resolution of that day, made known the compelling reasons that moved him thereto, citing the motives by which he was forced to address himself directly to us to obtain his request, as the condition in which he was, and indeed truly found himself, could neither suffer nor permit so long a delay as to first turn to Your Right Honourables in that regard and await the favourable approval of Your High Mightinesses' clemency, unless he wished to expose to the risk that both the management of his service, as well as the administration of his own affairs and the care of the children, both the latter of which now rested on him alone through the death of his aforementioned wife, should not be entirely neglected and fall into ruin, as in the short time between the aforementioned death that befell him so bitterly and this resolution he had taken, he had already to his regret had to experience more than too much, besides

Dutch transcription

57. „digheeden, waarmeede die saek ver„ „seld gong, als ook de partiale han„ „delwijse dier beijde bediendens daar omtrent, als hebbende het Opper¬ „hoofd gewild, dat het aangebode„ ne Geld door de Princen geaccep¬ „teerd soude werden, ten welken eijnde den verkoop dier gearresteer¬ „de reël heeft laten opschorten; terwijl vervolg den secunde daar en teegen susti¬ „neerde, dat met deselve voort„ gegaan moeste werden, om aan de Ordre te voldoen, buijten meer andere Chikanes en Hairklo¬ verijen over en weeder, soo heb¬ ben wij ten voormelde dage van den 11e April j„o leeden, alle het selve in overweeging neemende, en teffens geconsidereerd sijnde, dat bij een langer verblijf dier beijde bediendens door hunne Dis vervolg 436 57. 481 Dissentie de saken aldaar nog meer in de Warhelpen, en in een onherstelbaren staat brengen súl¬ len, daar het reeds door hun par¬ thijschappen, die wel voor nament¬ lijk haren Oorspronk genomen heb¬ „ben, uijt de protectie van de pag¬ ters door het Opperhoovd, teegens de gebrúijkte en in het werk gestelde middelen door den Secunde, om de in Casseering van de Pagt pen¬ ningen, waarvoor hij mede re¬ devabel geoordeeld was, te bevor¬ deren, hoewel denselven mede in veele opsigten sig vrij verre te buijten gegaan is, in=en omtrent de Obédientie, die hij aan sijn Opperhoovd in alle billijke saken verschuldigt was, nadien in diverse geleegentheeden sodanig door drift heeft laten vervoeren, dat ver¬ vervolg i Faliol. dog ligting van den secunde Brouwer die naderhand tot adigaar der dorpen aangesteld en door den Palliacassen pakhuijs meester ver„ „vangen is 437 dat sijn gedrag, en gedaentens daar uijt voortgekomen, grotelijx ge¬ strekt hebben tot vilissen die van inwiens het gesagh van het Opperhoofd, verwiseling van het operhoor tegens dat an besloten het Opperhoofd Pjeif„ per, en het Palicols Opperhoovd Dirk Vrijmoet, teegens den anderen van de Opperhoordijen te doen verwisselen, dog den se¬ e „cúnde Broúwer, herwards te adminis sijner laten overkomen, en tot sijn ver¬ benoemingin sin plaat van schurerman „ vanger benoemd den Negotie overdrager alhier Johannes Schuneman, dog den selven door het kort daarop gevolgd overlijden van den Adigaarden Dorpen alhier Nicolaas Cam¬ „pie, op den 8=e Junij daaraan, daartoe aangesteld weesende, is den Pakhuijsmeester van Pallia¬ „catta Johannes Marcus Dor. 433 in wiens platse weer de aelet beneemd gedemonstreerde onmogelijkheyd door den hoord„ administrateur, tot het langer waarneemen sijner diensten, en waarom Dormieux, tot Secunde van Bimilipatnam aangesteld, en hem weder hebben laten ver¬ vangen door den Scriba aldaar George Francois Iacques De Ravallet, erstelin anvan ol ot egtie venden mitsgaders tot Negotie Overdra„ „ger alhier, in steede van Schune, „man, den Boekhouder Petrus van Groll. Den Opperkoopman en Hoovd= Administrateur Henricus Leem¬ bruggen, geduurende sijn aanwee¬ sen hier ter Euste, meesten tijds Sie, „kelijk, en dus gestadig aan ver„ scheijde Lichams Corruptien onder worpen geweest sijnde, dermaten dat deselve hoemeer in Jaaren be¬ „gon toete neemen, hoe meer smerte en pijnen hem deeden gevoelen en ondergaan, en die hem wijders door de daaruijt telkens voort vloeij¬ ende aar an 58 „ende ongemacken, en andere in¬ Convenienten, die met sijn op¬ klimmende Jaaren, dagelijks meer en meer toeneemen, van tijd tot tijd sodanig verswakt hebben, dat hij daar door niet alleen, maar ook de verdrietige Omstandigheeden, waarin hy met betrecking tot sijn eijge en Huijs houdelijke saken, door het Sterffgeval van sijn derde huijs¬ „vrouw, tans op het onverwagt¬ „ste gedompeld siet, en de ver„ „drietelijkheeden, die hem sijne bekleedende dienst selve nuen dan veroorsaakte, niet langer kunnende uijtstaan, nog te bo¬ ven komen, in de uijtterste nood¬ sakelijkheijd gebragt is geworden soo vervolg en 178. 438 435 en uijtstel heeft kunnen leijden soo om deselve niet te verwaarlosen, als om sijn eijgen Welsijn, en die van sijne nog overgebleevene negen Moe¬ derloose kinderen, te betragten, sijn Demissie uijt deselve te versoeken, on versak om sijn ontslag, en waarom ul heeft ten dien eijnde ter sessie van den 6„e deeser maand, bij een Ampel geschrift, bij de Resolutie vandien dag geinsereerd, te kennen gegeven, de drang reedenen die hem daar toe bewoogen hebben, met aanha¬ „ling van de Motiven, door de„ „welke gedwongen wierd, ter er¬ „langing van sijn versoek sig direct aan ons te addresseeren, alsoo den staat waarin hij was, en ook sig werkelijk bevond, soo lang geen uijt stel veelen konde nog permitteeren wilde, om sig eerst dier„ vervolg dier weegens, tot uw: Hoog Edelens min te wenden, en het Gunstig Goedvin „den van Hoogst Derselver goe¬ „dertierendheijd af te wagten, ten waare hij aan het geval ex ponee¬ „ren wilde, dat soo wel de Mane¬ „ance van sijn dienst, als de be„ heering van sijn eijge saken, en de sorge over de Kinderen, welke beijde laaste door het overleijden van sijn voormelde Huijsvroúw, als nu op hem alleen berustende, niet ten eenemaal verwaarloost wier „den, en in het voedsand geraak„ „te, gelijk hij in de korte tusschen tijd van het voorm: voor hem soo bitter overgekomen Sterfgeval, en deese sijne genomene Resolutie tot sijn Leedweesen, reeds meer dan te veel hadde moeten ondervinden, buij„

NL-HaNA_1.04.02_9687_0457 view scan ↗

English

and in which expectation, apart from and besides the fact that he held himself most humbly all too assured of Your High Nobilities' renowned philanthropy and magnanimity to dare doubt in the least that Your High Nobilities would not be pleased to accept that, through the repeatedly mentioned fatal accident that has befallen him and his children, he came to seek his rest and the best for his children, the more so since he had the honor to serve the Honorable Company for more than 32 years in various important functions, and among these more than three times his term as Senior Merchant, and on the foundation of all those cited reasons, has requested so earnestly and persistently to be discharged from his services which were held by him, and to be permitted to depart for Colombo, on the grounds that this place was not only much healthier and more advantageous to subsist in, just as he had there also more than once regained his former health from illnesses from which he could not have been restored in other places through the application of various remedies, but also at the same time was a place better provided than this one with good teachers and other means besides, for the complete attainment of the true objective and end pursued by him for the education and instruction of the children, with yet other pressing reasons alleged more broadly in that document; And whereas everything brought forward by the said Leembruggen consists of much truth, and it is not unknown to all of us how he has constantly spent the time in poor health since his presence at this place, and has several times been so gravely ill that, humanly speaking, there was almost no hope of recovery, which, added to his advancing years, notoriously must have caused a weak constitution of the body and other discomforts, just as from time to time one has actually been able to perceive and observe that his strength and physical constitution declined more and more, so that we cannot do otherwise than to credit that, on the aforesaid grounds, he is incapable of further properly fulfilling and observing the offices he holds, as he himself moreover judged himself incapable thereof, and especially when it was also taken into equitable consideration that, due to the truly so fatal bereavement for him and his children, the care of and over them having fallen upon him alone, his duty requires him to care most and above all for their welfare and advancement, alongside other sorrowful circumstances resulting for him from that death, which must depress even further a person who is already in a weak and debilitated state. Thus, upon his repeated emphatic application made on the foundation of many other pressing reasons, at our aforesaid session of the 6th of this month, we have discharged him from the Main Administration and the Presidency of the Honorable Court of Justice here, and whatever is further annexed thereto, with the suspension of salary, board money, and further emoluments, from the day that he shall make proper transfer and handover of the one and the other, and at the same time, on the grounds of the applications made with very great eagerness in the aforesaid request as well as repeated verbally in our aforesaid meeting, provisionally permitted him to depart for a time to Colombo, in order to make and take the necessary arrangements in advance for his forthcoming residence there, and in the meantime to await what Your High Nobilities shall be pleased to approve in this regard; while we, together with the said Leembruggen, on account of the necessity contained therein for him and his family, hope from Your High Nobilities' benevolence, which is accustomed always to have mercy upon all who need help and solace, that

Dutch transcription

439 2 43 en in welke verwagting buijten en behalven dat sig onderda¬ „nigst al te seer verseekerd hielde van Uw: Hoog Edelens beroemde Mensch„ Lievendheijd en Edelmoedigheijd, dan dat hy in het minst durfte dubiteeren, dat Hoogst Deselve geen genoegen soude gelieven te neemen, dat hij door het meermaals aangehaeld hem en sijne Kinderen overgeko¬ „men fataal ongeval, sijne ruste en het beste sijner Kinderen quam te soeken, te meer nadien hij de Eere „gehad „hadde ruijm 32. Iaren de E: Comp: in verscheijde aangeleegene functien, en daar onder ruijm drie maal sijn verband als Opperkoopman te Dienen, en op fondament van alle die aangehaalde reedenen, soo ernstig als aanhoudend ver„ „sogt heeft, Hem uijt sijne diensten die 437 en waarom die door hem bekleed wierde te ont¬ en pemisse omn aar Colomb te vertreken. „ slaan, en te permitteeren, om Vverleen „a naar Colombo te mogen vertrec¬ „ken, uijt hoofde die plaats niet alleen Vrij gesonder, en voor deeli¬ „ger was, om te kunnen bestaan, soo als hij aldaar ook meer dan eens tot sijn voorige gesondheijd geraakt was, van siektens, waarvan hij op andere plaatsen, door applicatie van diverse middelen niet hadde konnen werden hersteld, maar ook teffens een plaats beeter dan deese van goede Meesters en andere middelen meer, voorsien was, ter volkomen bereijking van het ware Oogmerk en eijnde, die door hem betragt wierde, tot Educatie en Instruceren van de Kinderen, met nog andere drangreedenen meer, bij 69. 4t00 439 wat hoofde bij dat schrifftuur in het breeder erleend wev:s ontslag van dien selven en uijt geallegueerd; En dewijl alhet bij gebragte door gedagte Leembruggen in veele Waarheijd bestaat, en ons alle niet onbekendt is, hoedanig denselven 't seedert sijn aanwee¬ „sen te deeser plaatse, de tijd steeds suckelende heeft door gebragt, en verscheijde maalen soo swaar siek is geweest, dat 'er Menschelijker wijse, bij na geen hoop van opkomstschen, het welk gevoegd bij sijn opklim¬ „mende Iaaren, notoir een swacke gesteldheijd des Lichams, en meer andere ongemacken hebben moeten veroor¬ saken, soo als men van tijd tot tijd # konnen werkelijk heeft ^ bemerken en bespeu¬ ren, dat sijne kragten en Lichams gesteldheijd hoe langs hoe meer afnamen, invoegen wij niet anders. doen vervolg 441 doen kunnen dan te accrediteeren dat hij uijt hoofde voorsz: buijten staat is, om sijne bekleedende Ampten verder naar vereijsch waar te neemen, en gade slaen gelijk hij selfs boven dien sig daar toe buijten staat Oordeelde, en wel insonderheijd wanneer dan bij teffens in billijke Consideratie ge¬ „noomen wierd, dat door het waar „lijk soo fataal sterffgeval voor hem en sijne kinderen de sorge van en over deselve, op hem alleen met gevallen sijnde, sijn pligt vereijsch derselver welstand en bevorde¬ „ring het meest en boven al te sorgen, neevens meer andere droe¬ „vige omstandigheeden, uijt dat afsterven voor hem geresulteerdt, en per¬ te ver die een Mensch dewelke reeds in een 8 441 te verbrecken. een swacke en Debilen staat is, nog meerder moeten ter needer drucken. Soo hebben wij op desselfs bij her¬ „haling nadruckelijke en op fundament van veel andere drang reedenen gedane Instantie, ter voormelde onse Sitting van den 6e: deeser Maand, denselven van de Hoovd Administratie en het Presiden't schap van den agt, baaren Raad van Justitie alhier, en het geen 'er verder aan annex met stilftan van Sagie en Enolumenten is, ontslagen, met stilstand van Gagie, kostgeld en verdere Emo¬ „lumenten, met den dag dat hij behoorlijk Transport en overdragt van het een en ander sal komen d, in perisie on bijnroise var bonen te doen, en aan hem teffens uijt hoov¬ „de van de soo bij voormeld Requeste met vervolg 441 doen kunnen dan te accrediteeren dat hij uijt hoofde voorsz: buijten staat is, om sijne bekleedende Ampten verder naar vereijsch waar te neemen, en gade slaen gelijk hij selfs boven dien sig daar toe buijten staat Oordeelde, en wel insonderheijd wanneer dan bij teffens in billijke Consideratie ge¬ „noomen wierd, dat door het waar „lijk soo fataal sterffgeval voor hem en sijne kinderen de sorge van en over deselve, op hem alleen gevallen sijnde, sijn pligt vereijsch derselver welstand en bevorde¬ „ring het meest en boven al te sorgen, neevens meer andere droe¬ „vige omstandigheeden, uijt dat afsterven voor hem geresulteerdt, en permiss te vertree die een Mensch dewelke reeds in met stilfs een d. 441 te vertrecken. een swacke en Debilen staat is, nog meerder moeten ter needer drucken. Soo hebben wij op desselfs bij her¬ „haling nadruckelijke en op fundament van veel andere drang reedenen gedane Instantie, ter voormelde onse Sitting van den 6e: deeser Maand, denselven van de Hoovd Administratie en het Presidentschap van den agt, baaren Raad van Justitie alhier, en het geen 'er verder aan annex met silftand van Sagie en Crnolumenten is, ontslagen, met stilstand van Gagie, kostgeld en verdere Emo¬ „lumenten, met den dag dat hij behoorlijk Transport en overdragt van het een en ander sal komen en permisie om bij novrsie naar belomde te doen, en aan hem teffens uijt hoov¬ „de van de soo bij voormeld Request met 60. en waarom 442 met seer veel Empressement gedane, als mondeling in onse voorsz: bij een¬ „komste herhaalde Instantien, by provisie toegestaan; voor een tijd naar kolombo te vertrecken, ten eijnde bij anticipatie de nodige schil„ „king en arrangementen te ma¬ ken en te neemen, tot desselfs aanstaande verblijff aldaar; en intusschen af te wagten het geen uw: Hoog Edelens behagen sul„ len ten deesen opsigte goed te vin¬ versek on goedkeure dierwegens „ den; Terwijl wij, neevens gedagte Leembruggen, om de wille van de noodsakelijkheijd die voor hem en de sijne daar in opgeslooten legd, verhoopen, van Uw: Hoog Edelens Goedertierendheijd, die gewoon is, pondie sig altoos over alle, die hulpe en sou¬ „laas nodig hebben, te ontfermen, het

NL-HaNA_1.04.02_9687_0465 view scan ↗

English

submitting his petition to that end, that he may graciously obtain the same, the more so because we most humbly trust that Your Right Honourables will be pleased to take into favorable and equitable consideration his long years of service and the satisfaction given in the important employments which he had the honour to hold with the Honourable Company, which we therefore also request herewith with great respect, and that consequently the applications of the said Leembruggen, as they stand, may be benevolently granted and agreed to; just as he, in the accompanying petition in particular, most humbly implores the same of Your Right Honourables, and that consequently our resolution taken in his regard may be favorably approved, as we also respectfully request concerning our conduct in this matter. And whereas thereby the post of Head Administrator, along with what further belongs to it, has become vacant, we have chosen and appointed provisionally thereto, subject to Your Right Honourables' highly esteemed approval, the Merchant, Trade Bookkeeper, and First Warehouse Keeper Hendrik Ambrosius Johnson, and furthermore, upon his request made both by petition and verbally, allowed him to retain for the time being and until further disposition by Your Right Honourables the keeping of the trade books of this Government, on account of his declaration that, having for some time applied himself diligently to their management and tried to make himself as skilled as possible in that matter, he had not only found great satisfaction therein, but would therefore also not like to see himself deprived of it before he was fully perfected therein, judging it to be one of the principal points to serve the Lords and Masters, and principally the employment to which he was provisionally appointed by us, though however without consequence for another Head Administrator who might have no inclination for it. While in his place as First Warehouse Keeper has been appointed the Junior Merchant and Overseer of Works Peracules Mossel, and he in turn replaced as such by the Junior Merchant and Resident of Portonovo Nicolaas Tadama, in whose place as Resident we have transferred the Bookkeeper Brouerius Brouwer, yet all, as aforementioned, subject to Your Right Honourables' favorable approval; which we request with great respect both in that regard and with respect to the resulting minor changes among the lesser servants, and we most humbly recommend with all earnestness the aforesaid appointed persons, as all meriting Your Right Honourables' precious favour, to Your Highest Benevolence; as we also do in like manner for the appointed Junior Merchant Johannes Accama, towards obtaining his confirmation as Chief of Palicol, to which we appointed him on the 22nd of November last, in place of the Junior Merchant Jasper Theodorus Pfeiffer who passed away before on the 18th of August, to which end his petition and those of the aforementioned appointed persons have the honour to accompany this. Furthermore, we take the liberty respectfully to offer to Your Right Honourables alongside this the following petitions; namely: One from the Reverend Minister Parel Willem Gebhard, tending to His Reverence's repeated application to be favoured with the customary salary and emoluments of an Ordinary Batavia Minister, regarding which we take the further liberty of adding our submissive prayer to obtain a favorable apostil thereon, for the relief and solace of His Reverence in his pressing need, which already oppresses him more than too much due to the ever-increasing scarcity and dearness in everything, and under the burden of which he would entirely succumb, if Your Right Honourables' customary benevolence and renowned equity did not flatter him with the hope of being relieved and supported therein. One from the Merchant and Fiscal of this Head Place Martinus Koning, humbly applying to be permitted to step up as Head Administrator here. One from the Junior Merchant and Second Warehouse Keeper Joan Daniel Simons, soliciting for the Trade Bookkeeper- and the First Warehouse Keepership here. One from the Titular Ensign and Land Surveyor Adam Godlieb Henk, tending to an application that, provided the requested and provisionally obtained livelihood

Dutch transcription

60. 4213 enbieding ijn requeste ten dien eijnde het selve wel Gratieuselijk te sullen verwerven, te meer dewijl onder¬ „danigst vertrouwen, dat Uw. Hoog Edelens sijne lange Jaa„ „rige Diensten en het gegeven genoegen, in de aangeleegene Emploijen, welke hij de Eere gehad hadde, bij de E: Comp: te bekleeden, wel in een gunstige en Equitable overweeging sullen gelieven te neemen, het geen wij „bij „deesen dan ook met seer veel Eer„ „bied versoeken, en dat mits„ dien de Instantien van gedagte Leembruggen soo als deselve leggen, goedertierendlijk mogen werden toegestaen en geaccordeerdt; Gelijk denselven bij het neevens gaan¬ „de Request in het bijsonder, het selve van uw: Hoog Edelens onder aanstelling van Johnson tot Hoofd admi¬ „nistrateur dela. behoudens de Negotie boeken Onderdanigst afsmeekt, en dienvol¬ gens ons genomen besluijt ten sij¬ „nen Reguarde favorabelijk mag werden Geapprobeerd, Soo als wij meede omtrent onse behandeling dienaangaande Eerbiedig doen. En dewijl daar door den Dienst van Hoovd Administrateur, met het geene 'er veerder toegehoord, is komen te Vaceeren, hebben wij daartoe bij Provisie op UW: Hoog Edelens Hoog te Eevene Approbatie verkoren en aangesteld, den Koop „man, Negotie Boekhouder en Eerste Pakhuijsmeester Hendrik Ambrosius Johnson, en daar benevens op sijn soo bij Request, als mondeling gedaan versoek, het Houden van de Negotie boeken deeses Gouvernements voor eerst, en 443 tot 44 5 on waarom tot nader Dispositie van Uw: Hoog Edelens laten behouden, uijt hoor¬ „de van sijne gedane betuijging, dat sig 't seedert eenigen tijd omtrent het manieeren derselve, seer be¬ „vlijtigd en getragt hebbende, hem in dat stuk soo veel mogelijk be¬ quam te maaken, daarin niet al¬ leen een groot vergenoeging gevon¬ „den hadde, maar sig oversulx daarvan ook niet gaarne verstoo¬ „ken soude willen sien, voor en al eer daarinne ten vollen geper¬ fectioneerd was, als een der voor„ „naamste poincten Oordeelende, om den dienst der Heeren en Meesters, en principaal het Emploij, waar toe hij door ons p:l benoemd was, dog egter sonder Consequentie voor een Ander Hoovd Administrateur, die vol vol¬ rste vervanging van hem als pakhuijsmeester door mossel Resident Tadama. ondenselven door den boekhouder Brouwer versoek tot derselver approbatie die 'er geen inclinatie toe hebben mog¬ „te Terwijl in sijn plaats als Eerste Pakhuijs meester aangesteld is, den Onderkoopman en opsien¬ „der der werken Peracules Mos¬ Hem die weder door den Portonovos „sel, en als sodanig vervangen door den Onderkoopman en Resi¬ Nicolaas Tadama, „dent van Portonovo „ in wiens plaatse wij als Resident hebben laten overgaan, den boekhouder Broúeriús Broúwer, dog alles gelijk voorsegd, op UW: Hoog: Edelens Gunstige approbatie; Het geen wij daar omtrent soo wel, als ten opsigte van de daar uijt voortgevloeijde geringer ver¬ „anderingen onder de mindere Dienaren, met seer veel Eerbied als mee asteeren versoeken, ende voorsz: aangestelde prk Per„ 444 447 pverhoovd Accama ter overige geadvanceerdens. als meede van den predicant Gebhard, nteerende om verhooging van gagie. Persoonen, als alle UW: Hoog Edelens dierbare Gunste Meri„ teerende, op het nedrigste in Hoogst Derselver Benevolentie met alle empressement aanbevee¬ f soo neede voor het aangesteld op: Een; soo als wij inselver voegen doen, den Onderkoopman Jo¬ „hannes Accama, ter erlanging sijner bevestiging als Opperhoofd van Palicol, waar toe wij hem op den 22e: November jongstleeden hebben aangesteld, in steede van den op den 18e: Augustus bevorens Overleedene Onderkoopman Jas¬ onbeding van sijn Requeste, endie n per Theodorus Pfeiffer, ten wel¬ ken eijnde sijn Request, en die der voorm: aangestelde persoonen, de Eere hebben desen te doen versellen. Voorts neemen wij de Vrijheijd UW: 1 mog„ 445 uw: Hoog Edelens neevens deesen Eerbiedig aan te bieden, de ondervol „gende versoek Schrifften; als: Een van den Eerw: Predicant Pa „rel Willem Gebhard, tendeerende sijn Eerwaardens andermalige In¬ stantie, om met de gewoone Gagie on Emolumenten van een Ordinair Batavias Leeraar begunstigt te werden, waaromtrent wij de naa „drige vryheid neemen onse submissi Beede bij te voegen, ter erlanging van imo een Gúnstig Appostil op deselve, tot te gemoet koming en soulaas van sijn Eerw: in sijn dringende noaddrie tigheijd, dewelke hem door de meer en meer toeneemende schaarsheijd en duur te in alles, hem reeds meer dan te veel druckt, en onder den last derselve ten eenemaal soude schap adr be doo 4619 administratie schap. heis en Henk om cond middel van bestaan „moeten „beswijken, in dien uw: Hoog Ede„ lens Gewoone goedertierendheijd, en beroemde Equiteijt, hem niet met „te de hoope doet Vleijen, daar in sullen werden te gemoed gekomen en opgebeurd. e en en fiscal insteerd om die Hoofd Een van den koopman en fiscaal deeser Hoovdplaatse Martinus Koning, nedrig insteerende, om als Hoofd Administrateur alhier te mogen optreeden. vatimns om he eerste ak huijsmeester Een van den Onder koopman en tweede pakhuijsmeester Joan Daniel Simons, soliciteerende om het Negotie Boekhouder= en het eerste pakhuijsmeesterschap alhier. „tot een Een van den Vendrig titulair en Land¬ „meeter Adam Godlieb Henk, tendeerende Instantie, om mits het versogt, en bij provisie verkreege. ont en isse meer ma

NL-HaNA_1.04.02_9687_0472 view scan ↗

English

Departure of the Paliacatte Chief Surgeon De Jager via Ceylon, and why. Discharge of the aforementioned Leembruggen, to be favored with a post as a means of livelihood. The Paliacatte Chief Surgeon Jan de Jager, having upon his request, on account of the expiration of his term, been discharged from it and permitted to depart for Batavia, but this not having been able to take place due to the delay of the ship Vreedelieft, has upon his further insistence been allowed to proceed from here to Colombo, in order to obtain further transport to the Indian headquarters with one of the ships departing from there. Likewise of the mate Oostveen. Also the Second Mate Johannes van Oostveen, who brought the sloop 'T Zoo here. Sending of the papers. Despite the numerous repeated orders and iterative exhortations, most of the Chiefs of the subordinate offices still continue in their negligence and slowness in the timely sending over of the papers, and especially the ordinary documents of the last six months, or of the last day of August, as well as those which relate to the completed gathering and trade in merchandise, together with the state of the merchants' debts, notwithstanding that by renewal several times the transmission of the same, as well as the trade books, was determined to be at the latest the 30th of October, yet they repeatedly send the same off equally late, so that, through what this carelessness causes, through these delays we are virtually yearly in the situation of not being able to render a proper report of matters concerning the gathering and other important items of the Company's trade as required, but must repeatedly let the same depart in an imperfect state. Yet, in order to avoid such this voyage as much as possible, and not to importune Your Right Honourables as well as the Lords and Masters in the Fatherland every time with imperfect and disagreeable reports in that regard, which occur in that manner, so to speak, in bits and pieces, it has been thought fit to defer this until at the latest the 8th or 10th of the coming month of January; the more so as the missing papers from Paliacatta, from where since the 6th of September of the past year we had had no writing nor any news, this dispatch being practically closed, have finally been received; yet not to hold this back for that reason, but to send ahead beforehand, as is being done today, to Colombo to obtain further conveyance, all the secretarial papers that are in readiness and can depart, in order to be followed, as aforementioned, by the trade papers and our further respectful report belonging to the same. Meanwhile we cannot conceal the feeling of our justifiable grief over this, especially when that nonchalance is at the same time accompanied by such indifference as has taken place, especially regarding that of the Paliacatta Second Hendrik Scoffier, who has had the audacity in his private letter of the 24th of November of the past year to the Governor, while putting forward a multitude of futile excuses and apologies, to state that, owing to the long-lasting illness of the Bookkeeper Joan David van Derwaard, the books could not get ready before coming February, just as if one were obliged to be satisfied with that. We have therefore, on account of that irregularity, at our session of the 6th of this month provisionally condemned him to a fine of three months' wages for the benefit of the Deaconry poor here; and as well as having reproached him and the Chief Dormieux, over whose indifference in this matter we likewise could not wonder enough, in emphatic terms, and his duty having been pointed out to him in case of negligence or dereliction of duty regarding the Company's service by the Second or anyone among the other servants assigned under him, together with holding him accountable for all that was to flow therefrom, reserving our further decision over that condemnable conduct, he has been ordered to see to it that the books and papers are brought to us at the earliest. Furthermore, with respect to the other factories, we shall after the departure of this dispatch examine further to what extent their servants have departed from their bounden duty and obligations. And meanwhile concluding this herewith, we commend Your Right Honourables' illustrious persons, together with the state of the General Company, to the provident care of the Almighty, and subscribe ourselves with profound respect. Underneath stood: Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lords and Honourable Lords, Your Right Honourables' humble and obedient servants. Was signed: R: van Vlissingen, Hs. Leembruggen, H: A: Johnson, I: E: G: Haselman, M: Koning, S:s Mossel, I: Appengh, J:b van Tessel, Wm Duijnevelt and I: D: Simons. In the margin: In the Castle Nagapatnam, the 30th of December 1774. Agrees: J Naucquet De Van E Clercq with the original of the aforementioned letter for Zeeland.

Dutch transcription

vertreck van den Palliacatse Opper„ meester de Jager over Ceijlon, en waarom 446 ontslag van gedagte Leembruggen met een dienst tot een middel van bestaan begúnstigt te werden. Den Palliacatsen Oppermeester Jan de Jager, op sijn gedaan ver¬ soek, mits tijds Expiratie daar van ontslagen en gepermitteerd sijnde, naar Batavia te vertrec„ „ken, dog door het agter blijven van het schip Vreedelieft sulk niet hebbende konnen geschieden, is op sijn nader gedane Instantie toe¬ „gestaan, van hier naar Colom „bo over te gaan, om met een der van daar vertreckende Scheepen, verder Transport naar de India „sche Hoovdplaatse te erlangen Item van den stuurman Ooftreen, Soo meede den Onderstuurman Johannes van Oostveen, die d sloep 'T Zoo alhier gebragt heeft. On¬ 20 62. 451 senden der papieren litig er beienten in het ijdg Ingeagt de meenigvuldige herhaalde beveelen en Iterative adhortatien, blijven de meeste der Opperhoovden van de onderhoorige Comptoiren, nog al Continueeren bij derselver negligentie en traagheijd in het tijdig oversenden van de papieren, en wel insonder¬ „heijd de ordinaire documenten van de laaste ses Maanden, of van Ultimo Augustus, als meede die, de„ welke tot den afgelopen Insaam en Vertier van Handelwharen, mitsgaders den staat der Cooplieden schulden betrecking hebben, niet tee¬ genstaande diverse malen bij Reno¬ ratie tot de oversending derselve soowel, als de Negotie boeken, uijtter¬ „lijk den 30:e October bepaald is, nog„ tans deselve telkens eeven laat ko¬ men af te senden, in voegen wij, door wat die agteloosheijd veroorsaakt. die talmerijen genoegsaam Iaarlijx in van Reijse voorte komen en hoedanig 447 in het geval sijn, dat geen verslag van saken den Insaam en andere voor „name Articulen van 'sComp: ka „betreffende, „del „ naar vereijsch kunnen doen maar hetselve telkens gebreckig me dog gebruijkte precautie zulx vordesen ten laten afgaan, dog om sulx egter van dese reijse soo veel mogelijk te vermijden, en Uw Hoog Edelens soowel, als de Heeren en Meesters in het Vaderland, telkens met geen gebreckige en onaangenaame berigten dien aangaande, die op die wijse, om soo te spreeken bij stucken en broeken geschied, niet te Impor¬ „tuneeren, heeft men goedgedagt daarmeede uijtterlijk tot den 8e of 10e. van de aanstaande Maand Janu „arij te supercedeeren (: te meer de gemanqueert hebbende papieren van „latse Palliacatta van waar 't seedert den. 458 betuijging van verdriet over d aan„ „houdende agte oosheijd „latse secunde scoffier den 6e 7ber J=o leeden geen schrijvens nog eenig berigt hebben gehad, desen genoegsaam afgesloten weesende, eijn¬ „delijk ontfangen zijn; dog deesen daar„ „om niet op te houden, maar met alle de Secretarieele papieren die in gereed¬ „heid sijn, en afgaan kunnen, naar Colombo ter erlanging van verdere Addresse, gelijk heeden geschied, voor af te senden; om gelijk voorsegd van de Negotie papieren, en ons nader eerbiedig verslag tot deselve gehooren¬ „de, gevolgd te werden; Wij kunnen intusschen niet ontreijnsen het gevoel van ons regtmatig verdriet daar over, insonderheijd als die non Chalance teffens verseld gaat van dusdanige onverschilligheijd, als sulx plaats heeft insonderheijd over die bij den Pallia„ gevonden bij den Palliacatsen secun„ „de Hendrik Scoffier, die de ver„ meteldheijd heeft gehad bij sijn particuliere Schrij„ slag van n van boete van 2Im. gagie voor de Armen Dormieux, over sijn pligt versuijm in deesen Schrijvens van den 24e: November Je leeden, aan den Gouverneur, onder het bij brengen van een meenigte nie¬ tige úijt vlúgten en verschooningen te bedeelen, dat mits de langduuri¬ „ge siekte van den Boekhouder Joan David van Derwaard de boeken 448 niet voor februarij aanstaande in gereedheijd geraken konde, even, mits of men verpligt was, daarmeede sig „moeten meede fieten te vreede houden; wij Condemnatie van denselven in een hebben hem oversulx over die ongere„ woet geldheijd, ter onser Sessie van den 6e: deeser bij provisie gecondemneerd, in een Boete van drie Maanden Gagie, ten behoeve van de Diaconij Armen¬ en Reproche aan het opperhoovd alhier; en denselven soowel, als het Opperhoova Dormieux, overwiens onverschilligheijd in deesen meede niet genoeg hebben kunnen verwonderen, en denselven dierhalven in nadruc¬ „gens staa kelyke 63 455 „gens. staat te geschieden. kelijke termen gereprocheerd, en sijn sijn pligt aangeweesen is, in geval van nalatigheijd of pligt versuijm, omtrent 's Comps: Dienst van den secunde of iemand der andere onder hem bescheij¬ „dene bediendens, mitsgaders lating voor sijn reecq: van al het geen dat daaruijt stond voort te vloeijen, met reservatie onser nader Dispositie over die Condemnable en mitsgaders afgesondene last durwee Handel wijse, gelast, te sorgen, dat de Boeken en Papieren ons ten eersten toe¬ gebragt werden; sullende wijders ten gere, wet omtrent de andere factorijen opsigte van de andere Factorijen naar het afgaan deeses, nader onder¬ „soeken, in hoe verre de bediendens der„ „selve, van haare verschuldigde pligt en gehoudenisse afgeweeken sijn. En deesen in tusschen hiermeede be¬ sluijtende, beveelen wij Uw Hoog Edelens Illustre Persoonen, beneevens den Staat der Generale Maatschappij in de Providente Hoede des Aller„ 63. Jo ig ke 419 Allerhoogten, en onderschrijven ons met procunt Respect /:Onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Wijd Gebiedende Heere en Wel Edele Heeren, Uw Hoog Edelheedens, onderdanige en Gehoorsame Dienaaren /:was geteekend:) R: van Vlissingen, Hs. Leembruggen, H: A: Johnson, I: E: G: Haselman, M: Koning, S:s Mossel, I: Appengh, J„b van Tessel, Wm Duijnevelt en I: D: Simons /:in Margine:/ In't Cassteel Nagapatnam den 30e December 1774. Accordeerd J Naucquet De Van E Clercq met d orig: gem. missive voor Zeeland.

NL-HaNA_1.04.02_9687_0491 view scan ↗

English

4 Netherlands To the Illustrious High Born Prince and Lord, Willem By the Grace of God, Prince of Orange and Nassauw, Hereditary Stadtholder, Hereditary Captain, and Admiral General of the United Netherlands &tca: &tca: &tca:, as Superior Governor General, and Chief Director of the Honorable East India Company As well as The Right Honorable High Worshipful Lords Directors Committee of the Assembly of the Seventeen within Middelburg in Zeeland Illustrious High Born Prince and Lord; and Right Honorable, High Worshipful Lords! Although the bearer of this, the ship De Pallas, assigned by Their Right Honors the Honorable High Indies Government at Batavia as a return ship over this Coast, was dispatched early, or in the beginning of June this way, it, however, after an arduous voyage of three months and one day, due to contrary wind and current, as well as calms, did not appear here earlier than the 9th of September last; The long absence of that vessel as well as the vessel Vreedelust, assigned as a contra-ship for this Coast, which, according to the report that was received thereof, should have departed Batavia in July, but to this day has not appeared, made us fear not without reason for their too late arrival at this place, and consequently, out of consideration of this as well as the approaching turn of the Northern, or the bad Monsoon, made us decide on the 17th of August last, not to send both vessels upon arrival to the subordinate factories, but to detain them, and from here directly to dispatch them back to the Netherlands and Batavia, since by then it was already becoming too late to discharge them here of what was brought along from Batavia, and being laden with the bales on hand, to depart for the aforementioned factories, in order to be further laden over there, as according to the determination made by the well-mentioned Their Right Honors, the ships must depart from Jaggernaijkpoeram at the latest on the 25th of September, and according to the standing order established once and for all, no ships may remain or linger to the North after the 30th of that month, much less is it to be undertaken, nor risked, to detain those vessels until then in that region, on account of the sudden squalls and storms which one must expect there quite unexpectedly; And although the aforementioned resolution was already taken on that day, we nevertheless suspended the execution thereof for some days, to see whether the bearer of this might still appear, and there might be a likelihood to make her undertake the voyage to the Netherlands from Jaggernaijkpoeram, as in previous years, but not appearing by the last of that month, we resolved, following the result of our aforementioned Resolution, to send all our sloops and vessels to Jaggernaijkpoeram, in order to bring hither the bales of linen ready over there for Europe, which according to the latest reports already amounted to a number of between 500 and 600 bales, besides those which in the meantime were to be delivered by the merchants, and had to come from the bleacheries, which alongside the supply that we had on hand here to the number of between 7 to 800 bales, came to constitute a quantity, ample and sufficient for the full lading of the aforementioned return ship, besides the bales that were to be added from here as well as the factories of Palliacatta, Sadraspatnam, and Portonovo; Which has had that wished-for result, that those vessels having returned in time, we have the singular pleasure to let the bearer of this turn its prow from here to the Fatherland, with a number of 1284 bales of various cloths and Linens, to the amount of a sum of ƒ842097. 3. — according to the invoices, which we have the honor to offer to Your Right Honorable High Worshipfuls in all respect along with this, according to which they consist of the following quantities and assortments; namely For the Chamber Amsterdam 24. pack: Guinees common raw.. ƒ 8761. 4. 8 23. „ ditto fine bleached. . „ 14905. 11. — 1 „ ditto bleached of 9 Caal. . . . . „ 540. 9. -. 28. „ ditto ditto according to the Sadraspatnam sample. „ 12199. 5. 8. 72. „ ditto dark blue. . . . . „ 40730. 10 8. 2. „ ditto pale ditto. . . . . „ 1049. 16. 8. 12. „ salempores common raw. . . . . . „ 3691 17. — 5. „ ditto fine bleached. . . . . . „ 3125 9. –. 20. „ ditto common ditto. . . . . „ 7168. 5. - 21 „ ditto ditto ditto. . . . . . „ 6878. 19. — 11. „ ditto dark blue. . . . . „ 5200. 7. 8. 4. „ Baftas common bleached. . . . . . „ 1436. 7. -. 1. „ ditto dark blue. . . . . „ 476. 8. 8. 6. „ Chelassen checked various. . . . „ 4627. 13. 8. 1. „ Handkerchiefs Superfine of Palliacatta „ 1735. 7. -. 12. „ Rumals sestergantij ditto „ 14384. 10. -. 1 „ ditto d'Esta. . . „ 1123. 9. -. 21 „ ditto checked Indian sort. . . „ 19071. 17. 8. 40. „ ditto ditto ditto Cuddalore ditto. „ 18728. 4. -. 114. „ ditto common bleached. . . . . „ 46252. 7. —. 419. — packages and chests carried forward with ƒ212167. 18. -.

Dutch transcription

4 Nederland Aan den Doorlugtigen Hoog Ggebooren Vorst en Heere, Willem Bij de Gratie Gods, Prince van Orange en Nassauw, Erfstadhouder, Erf Capitain, en Admiraal Generaal der Vereenigde Nederlanden &tca: Her: Htcra:, als Opper Gou¬ verneur Generaal, en Opper-Bewindheb„ ber van de Edele Oost Indisch Maatschappij Benevens De Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen ter Vergadering van de Seeventhienen Gecommitteerd binnen Middelburg in Doorlugtig Hoog Gebooren Vorst en Heere; en Hoog Edele, Hoog Agtbaare Heeren! Alschoon brenger deeses het schip Zeeland De De Pallas Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia tot een retourschip over deese Custe aangelegd, vroegtijdig, off in het begin van Iunij dit heen gede„ pecheerd hebben, is het selve, egter naar een Suchelende reijse van drie maan„ den en een dag, door teegen wind en stroom, mitsgaders stiltens, niet eer„ der, dan den 9. ' September J=o leeden alhier opgedaagd; Het lang weg blij„ ven van dien Kiel soo wel als den tot een Contra-schip deeser Custe aan„ gelegden Bodem Vreedelust, die volgens het berigt, dat daarvan in„ gelopen is; in Iulij van Batavia vertrocken Soude weesen, dog tot heeden niet komt opdagen, heeft ons niet sonder grond bedugt doen sijn, voor derselver te laate arrive te dee„ ser plaatse en dienvolgens uijt over„ weeging derselve soo wel als de aanna„ derende 459 derende Rentering van de Noorder, off de quade Mousson, den 17. ' Augustus lestleeden doen besluijten, die beijde kielen bij aankomst, niet naar de onderhoorige factorijen, te senden, maar aan te houden, en van hier direct- na Nederland en Batavia terug te depecheeren, nadien toen al te laat beyon te werden, om deselve al hier, van het meede te brengene van Batavia ontlost, en met de aan han„ den sijnde packen beladen weesende, naar de voorsz: factorijen te vertrec¬ ken, ten eijnde ginter verder te werden beladen, alsoo volgens de be paling bij welmelde Haar Hoog Edelens gemaakt, de scheepen uijtter„ lijk den 25. ' september van Seeggernaijk poeram vertrecken moeten, en naar luijd van de eens voor al gestelde ordre geen scheepen na den 30' dier maand, om de Noord blijven off vertoeden de n vertoeven mogen, veel min te onder staan, nog te wagen is, om die kielen tot soo lange om dien oird aan te„ houden, uijt hoofde van de schie„ lijke Stormbuijen, en onweer, welke men daar op het onverwagtst te wagten heeft; En schoon het voormeld besluijt reeds ten dien dage genomen is ge„ weest, hebben wij egter de Executie derselve nog wel eenige dagen opge„ schort, om te ervaren, off brenger deeses nog opdagen, en apparentie weesen mogte, deselve, gelijk de voorgaande Jaren van Jaggernaijkp„n, de reijse naar Nederland te doen onderneemen, dog den laasten dier maand nog niet ten voorschijn komende, resolveerden wij, ingevolge het re„ sultaat onser voorsz: Resolutie, alle onse Chialoupen en vaartuijgen naar Jaggernaijkpoeram te Senden, om de ginter in gereedheijd weesende lij„ waat 461 waatpacken voor Europa, die reeds volgens de Jongste berigten een aan„ tal van tusschen de 500. en 600. pac„ ken uijtmaakte, buijten de geene, die door de Cooplieden intusschen stonden geleeverd te werden, en van de blee„ kerijen komen moesten, herwaards over te brengen, dewelke neevens den voorraad, die wij alhier ten getalle van tusschen 7. à 800. fardeelen aan handen hadden, een quantiteijt quan uijt te macken, genoegsaam en voldoende tot de vollading van het voorsz: retour schip, behalven de packen, die soo wel van hier, als de factorijen Palliacatta, Sadraspatnam en Portonovo, 'er stonden bij te ko„ men; Het welk van dat gewenscht gevolg is geweest, dat die vaartuijgen tijdig te rug gekeerd sijnde, wij het sonderling genoegen hebben, brenger deeses, van hier den Steeven naar het Vadterland 24. pack: Guinees gemeen ruw.. _. o fijn gebleekt. . _. o gebleekt d' 9. Caal. . . . . „ 540. 9. -. Vaderland te laten wenden, met een aantal van 1284. farteelen diverse kleeden en Lijwaten, ten emporte van een montant van ƒ842097. 3. — naar luijd van de factuuren, die wij de Eere hebben; uw Hoog Edele Hoog Agtbaare in alle Eerbied, nevens deesen aantebieden, volgens dewelke deselve bestaan in de ondervolgende quantiteijten en sortementen; als Voor de Kamer Amsterdam ƒ 8761. 4. 8 23. „ „ 14905. 11. — 1 „ 28. „ _. o _. o naar het Sadrasp:s monster. „ 12199. 5. 8. 72. „ _. o bruijn blauw. . . . . „ 40730. 10 8. 2. „ _. o bleek. _o. . - . „ 1049. 16. 8. 12. „ salemp:s gem: ruw. . . . . . „ 3691 17. — _:o fijn gebleekt. . . . . . „ 3125 9. –. 5. „ 20. „ _:o gem: _o. . . . . „ 7168. 5. - 21 „ _:o _o _o. . . . . . „ 6878. 19. — 11. „ _:o bruijn blauw. . . - „ 5200. 7. 8. 4. „ Baftas gem: gebleekt. . . . . . „ 1436. 7. -. 1. „ _:o bruijn blauw. . . -„ 476. 8. 8. 6. „ Chelassen geruijte diverse. . . . „ 4627. 13. 8. 1. „ Neusdoeken Suprafijne van Balliac: „ 1735. 7. -. 12. „ Roemaals sestergantij „ _o „ 14384. 10. -. 1 „ _:o d'Esta. . . „ 1123. 9. -. 21 „ _:o geruijte Jndiase soort. . . „ 19071. 17. 8. 419. — p:s en krsten die Transporteere met 40. „ _. o „ „ „ Coedeloers _ o. „ 18728. 4. -. 114. „ _. o gemeen gebleekt. . . . . „ 46252. 7. —. ƒ212167. 18. -. - . .

NL-HaNA_1.04.02_9687_0497 view scan ↗

English

463 Carried forward with... ƒ 212167. 18. — 1 ƒ ƒ 419. —. packs and chests 5. ditto Bethilles Cestergantij . . . . 5396. 8. 8 6. ditto ditto Callawaphoe . 1 ditto ditto Allegias . 8. ditto ditto Otisaals bleached . . . . ƒ 5195. 2. 8. 1 chest ditto extra fine . . . . . . ƒ 2134. 9. —. 5. ditto ditto fine broad from Palliacatta . . ƒ 10053. 1. —. 1 pack ditto ditto ditto bleached from Nagapatnam . — ƒ 1097. 8. 8 2. chests ditto ditto bleached from Palliacatta . . . ƒ 4021. 4. 8 5. packs ditto ditto broad bleached from Nagapatnam . ƒ 5487. 2. 8. 1. chest ditto ditto small ditto from Palliacatta . . . ƒ 2010. 12. —. 1 pack ditto ditto ditto ditto from Nagapatnam . ƒ 587. 4. —. 3. ditto ditto coarse broad bleached ditto . . ƒ 2283. 19. 8. 1 chest ditto superfine bleached from Palliacatta . ƒ 1603. 13. —. 9. packs ditto Ternatanes bleached . . . . ƒ 5035. 9. 8. 9. ditto ditto thin 4799. 19. —. 7. ditto ditto bleached without flowers, Bimiligapatnam . ƒ 5554. 6. 8. 2. chests Chintz fine from Sadraspatnam . . . . ƒ 3547. 3. —. 19 ditto ditto from ditto Nagapatnam . . . . ƒ 20542. 6. 8 9. packs Guinees common unbleached . . . . . . ƒ 3466. 1. —. 12. ditto ditto fine bleached . . . . . . . ƒ 7796. 6. —. 18 ditto ditto bleached the 9. Caal . . . . . . 9681. 6. —. 17 ditto ditto ditto the Company's old sort . . . ƒ 4932. 1. —. 9. ditto ditto bleached after the Cuddalore sample ƒ 4198. 1. —. 33. ditto ditto common bleached . . . . . . ƒ 11679. 11. — 1. ditto Salempores common unbleached . . . . . . ƒ 382. 11. —. 18. ditto ditto fine bleached . . 8. ditto ditto bleached the 18. poentjangs . . ƒ 4441. 5. —. 17 ditto ditto common ditto . . 4 ditto fine red handkerchiefs - - 10. 8 12. 8 15. 8 4. — /16 ditto rumals Sestergantij - - - - - - - - 65. ditto ditto checked various - - - - - 9. —. 21 ditto Guinees common bleached Ca - - - - - - - 4 9. —. 4. ditto Salempores ditto bleached - - - ro 1824 20. ditto 792 8 3. ditto - 87 - 700 1/5 2 11- 2. ditto - - 1845 13. ditto bleached - - 4565 1. ditto 18 1. ditto 56 8. ditto 1. ditto 984 1 2 21. ditto 21 /192 11. ditto F:8 Callawaphoe - - - 2. ditto ditto Allegias - - 8 200000. ditto Coffee beans 1000 lb. river or baern deenen . . . ƒ 75 115 ƒ 8. — 15 6 — - 18. — i — 19 11 2/5. 18. — ƒ 59970. 17 3/10. 19. — ƒ 741. —. 8. For the Chamber of Zeeland Guinees common unbleached ƒ 3964. 2. —. ditto fine bleached - - - - - ƒ 7819. —. 8 ditto bleached the 9. Caal 517. 5. 8 - is ditto ditto after the Sadraspatnam sample . . ƒ 5679. 13. —. ditto ditto Cuddalore ditto . . ƒ 19359. 9. —. - 913. — Packs and Chests Carried forward with . . . . ƒ 27339. 10. — ƒ 581890. —. 8. 8. 8 48 2. 8 13. —. ditto checked various - - - - - - - - - ƒ 9. 834. 17. —. Chelas checked various - - - - - - - - - - ƒ 5/14. 13995. 12 9- - - ƒ 11177. —. 8. 51106 the Company's old sort - - - - - - - ƒ ƒ 73/10 ƒ 6252. 9. —. 1. 123 1. ditto 12. ditto 13 ditto 521178. 3 [illegible] - - - ƒ 17868 85 1 8 90 5791 ditto . . . ƒ . . ditto - 20 ditto from Nagapatnam . 11 ditto ditto Indian Sort . . ƒ 3172. 11. —. - - ƒ 8649. 8. —. 913. —. packs and chests 57. ditto Guinees common bleached . . 35. ditto ditto dark blue 1 ditto ditto light ditto 6. ditto Salempores common unbleached . 3. ditto ditto fine bleached . . . 20. ditto ditto common ditto - 6. ditto ditto dark blue 2. ditto Baftas common bleached . 1. ditto ditto dark blue . 3. ditto Chelas checked various from Palliacatta . . ƒ 2408. 4. 8 1. ditto handkerchiefs superfine from ditto ditto 6. ditto rumals Sestergantij 12. ditto ditto checked Indian sort . . 3. ditto Bethilles Sestergantij . . 2. ditto ditto Callawaphoe . 1 ditto ditto Allegias . 4. ditto ditto Otisaals bleached . . . 7. chests ditto fine broad ditto . 1. pack ditto ditto narrow ditto 1. ditto ditto coarse broad ditto . 4. packs ditto Ternatanes ditto 6. ditto ditto thin - 3. ditto 2. chests Chintz fine from Sadraspatnam . 8. ditto ditto Nagapatnam . . - 3. packs Guinees common unbleached ditto fine bleached . - ditto bleached the 9. Caal . ditto common bleached . . . 9 ditto Salempores fine ditto . 19 ditto ditto bleached, the 18. poentjangs . . 5. ditto ditto common bleached . . 2. ditto Chelas checked various fine red handkerchiefs . 8. ditto rumals Sestergantij . . 1. ditto ditto d'Esta . . 31 ditto ditto checked various . 2. ditto ditto ordinary . 1. ditto Guinees common unbleached 10 ditto ditto fine bleached . . 2. ditto ditto bleached the 9. Caal . . 2. ditto 2. ditto Salempores fine 2. ditto ditto bleached the 8. poentjangs . . . . ƒ 952. 19. 8 1 ditto Baftas common ditto . 2. ditto Rumals Sestergantij . . 4. ditto ditto checked various - 1 ditto ditto ordinary . 10. ditto Bethilles Sestergantij 6. ditto ditto Callawaphoe ditto Allegias . 1. chest ditto Superfine bleached from Palliacatta . ƒ 1426. 15. —. 4 ditto ditto bleached without flowers . . . ƒ 2380. 8. 8 9. ditto ditto common bleached . . . . . ƒ 3076. 5. 8. ditto ditto the Company's old sort . . . ƒ 952. 4. 8 5 ditto ditto common bleached . . . . . ƒ 1581. 8. 8 6. ditto ditto ditto after the Cuddalore sample . ƒ 3107. 8. 8 1284. —. Packs and chests amount together to . ƒ 260207. 2. 8. ƒ 842097. 3. —. 738. 9. —. 761. 6. 8 2238. —. —. - . ƒ 328. 13. 8 - . ƒ 2249. 3. —. 476. 9. —. 503. 12. —. 587. 4. —. 8979. 12. 8 ƒ 1053. 19. 8 1160. 10. —. 2154. 3. 8 1. — 5548. 10. — 884. 6. — ƒ 6539. 16. 8 ƒ 3108. 4. 8 760. 4. —. 2164. - ƒ 351. 19. 8 ƒ 2783. —. —. ƒ 10597. 10. —. 5245. 15. 8. - - ƒ 2895. 17. 8 ƒ 24357. 11. 8 - - - ƒ 1180. 19. 8 ƒ - ƒ 7112. 15. 8 - - - ƒ 3171. 15. —. ƒ 11334. 14. —. - - ƒ 3258. 13. 8 - - ƒ 482. 9. —. - - - ƒ 964. 18. —. - - ƒ 9966. 8. —. - ƒ 5622. 3. 8. 760. 3 ƒ 6886. 1. 8. - ƒ 3547. 3. —. ƒ 1094. 14. —. - - - - ƒ 3072. 11. —. ƒ 1886. 4. 8. - - ƒ 3828. 2. 8. 2 1. —. Carried forward with . - ƒ 27339. 10. — ƒ 581890. —. 8. - - - - ƒ 23148. 5. 8. ditto 7. ditto 41. ditto 15. ditto 10 ditto 1 ditto ditto ƒ 1905. 8. 8. 517. 19. —. ƒ 19722. 11

Dutch transcription

463 Pr Transp:t met. . . ƒ212167. 18. — 1 ƒ ƒ 419. —. p=ksen n kisten 5. „ Bethilles Cestergantij. . . . 5396. 8. 8 _:o Callawaphoe- . 6. „ _:o Allegias. 1 „ . _:o Otisaals gebleekt. . .. 8. „ „ 5195. 2: 8. 1 kist _:o extra fijne. . . . . . „ 2134. 9. -. _. o fijne breede van Palliacatta. . „ 10053. 1. -. 5. „ 1 pak. _o _o _o gebleekte van Nagap:m. - „ 1097. 8. 8 2. kisten _:o _„o gebleekte van Palliac:. . . „ 4021. 4 8 5. pak: _. o _o breete gebleekte van Nagap. m. „ 5487. 2. 8. 1. kist. _o _o small _o „ Palliac:. . . „ 2010. 12. -. 1 pak. _o do d:o _o „ Nagap m. „ 587. 4. -. _o groove breede gebleekte dito. . „ 2283„ 19 8. 3. „ 1 kist _„o Supra fijne gebleekte van Palliac „ 1603. . 13. —. 9. pack _:o ternatanes gebleekte. . . . „ 5035„ 9: 8. 9. „ _o ijle 4799. 19. -. _o gebleekte sonder bloemen, Bimilig:s„ 7. „ 5554„ 6. 8. 2. kist. Chitsen fijne van Sadrasp:m. . . . . „ 3547. 3. —. 19 _„o _o „ „ Nagap:n. . . . . „ 20542: 6. 8 9. pak: Guinees gemeen ruw. . . . . . „ 3466. 1. —„ _:o fijn gebleekt. . . . . . . „ 12. „ 7796. 6. —„ _:o gebleekt d 9. Caal. . . . . . 18 „ 9681: 6. —. _. o _:o 'sComp:s oude Coort. . . „ 4932. 1. —. 17 „ _o gebleekt naar 't Coedeloers monster „ 4198: 1: —. 9. „. 33: „ _:o gem: gebleekt. . . . . . „ 11679: 11: — 1. „ Salempoeris gem: ruw. . . . . . „ 382. 11. —. 18. „ _:o fijn gebleekt. . _ o gebleekt d' 18. poentjangs. . „ 4441: 5. —. 8. „ _:o - 17 „ gem: _o. . 4 „ 10 8 neusdoeken fijne roode - - 12. 8 /16 „ roemaals sestergantij - - - - - - - - 15. 8 _„o geruijte diverse - - - - - 4. — - 65: „ 9. —. 21 „ nees giebl gekeekt Ca - - - - - - - 4 9. —. 4. „ salemo d zijnen gebleekt. - - - ro 1824 20. „ 792 8 3. „ - 87 - 700 1/5 2 11- 2. „ - - 1845 13. „ gebleekt - - 4565 1. „ 18 1. „ 56 8. „ 1. „ 984 1 2 21. „ 21 /192 11. „ F:8 Calla waphoe - - - 2. „ _:o allegias - - 8 200000. „ Coffijbonen 1000 lb. rivier of baern deenen. . . „ 75 115 ƒ 8:- 15 6 — - 18. — i —: 19 11 2/5. 18. —: „ 59970. 17 3/10. 19. –. „ 741. –. 8. Voor de Kamer Zeeland Guinees gemeen ruw ƒ 3964. 2. -. _:o fijn gebleekt. - - - - - „ 7819. —. 8 _:o gebleekt d' 9. Caal. 517. 5. 8 - is .„ . _o _:o naar 't Sadrasp: monster. . „ 5679. 13. —. „ „ Coedeloers. _. o. . . „ 19359. 9. —. - 913. - Packen en Kisten Transp:e met. . . . ƒ 27339. 10. — ƒ581890. —. 8. 8. 8 48 2:8 13. —. De geruijte diverse - - - - - - - - - „ 9. 834. 17. -. Chelassen geruijte diverse - - - - - - - - - - „ 5/14. 13995. 12 9- - - „ 11177. —. 8. 51106 's Comp:s oude soort - - - - - - - „ „ 73/10 „ 6252. 9. -. 1. 123 1. „ 12. „ 13 „ 521178. 3 een e wij ns nde dam — — - - „ -- -- - „ - -- — -- . - — - „ - -: - - -- — - „ „ „ „ — - „ - - - - „ 17868 „ 85 : : „ 1 „ . 8 . 90 5791 „ „ _. o . . . . „ . . : _o - 20 „ 11 „ „ Nagap:m.„ —:o Indiase Soort. . „ 3172. 11. —. - - „ 8649. 8. —. 913. —. p=ken en kisten 57. „ Guinees gemeen gebleekt. . _:o bruijn blauw 35. „ _„o bleek _o 1 6. „ Salemp:s gemeen ruw. 3. „ _:o fijn gebleekt. . . _:o gemeen _o - 20. „ _:o bruijn blauw 6. „ 2. „ Baftas gemeen gebleekt. 1. „ _:o bruijn blauw. 3. „ Chelassen geruijte diverse van Palliacatta. . „ 2408. 4. 8 1. „ neusdoeken supra fijne „ _. o „ 6. „ roemaals Sestergantij _ o geruijte Indiase soort.. 12. „ 3: „ Bethilles Sestergantij. . 2. „ _:o Callawaphoe . 1 „ _:o allegias. _:o Otisaals gebleekte. . . 4. „ 7. kist: _„o fijne breede _o. 1. pak. _:o _:o smale _. o 1. „ _:o grove breede _o. 4. pack: _:o Ternalanes _o 6. „ _:o ijle- 3. „ 2. Rist: Chitsen fijne van Sadraspm. „ Nagapatnam. . 8. „ - _o 3. pak: Guinees gemeen ruw _:o fijn gebleekt. - _:o gebleekt d' 9. Caal. _:o gemeen gebleekt. . . 9 „ Salemp:s fijno _o. _:o gebleekt, d' 18. pentjangs. . 19 „ _:o gemeen gebleekt. . 5. „ Chelassen geruijte diverse 2. „ neusdoeken fijne roode. 8. „ roemaals sestergantij. . _:o d' Esta. . 1. „ _:o geruijte diverse. 31„ 2: „ _:o ordinair. 1. „ Guinees gemeen ruw 10 „ _:o fijn gebleekt. . 2. „ _:o gebleekt d' 9. Caal. . 2. „ 2: „ Salemp:s fijn 2: „ _:o gebleekt d' 8. poentjangs. . . . „ 952. 19: 8 1 „ Baftas gemeen _o. 2. „ Roemaals sestergantij. . 4. „ _:o geruijte diverse - _o 1 „ ordinair. 10. „ Bethilles sestergantij 6: „ _:o Callawaphoe _:o allegias. 1. kist _:o Supra fijne gebleekte van Palliacatta. „ 1426. 15. —. „ _:o gebleekte sonder bloemen. . . „ 2380. 8. 8 4 „ 9. „ _:o gemeen gebleekt. . . . . „ 3076. 5. 8. _:o _:o 'sComp:s oude soort. . . „ 952. 4. 8 5 „ _:o gemeen gebleekt. . . . . „ 1581. 8. 8 _:o _:o naar 't Coedeloers monster. „ 3107. 8: 8 . 6. „ 1284. -. Packen en kisten monteeren te samen. „260207. 2: 8. ƒ 842097. 3. -. 738. 9. —. 6 8 761 2238. —.. —. - . „ 328. 13. 8 - . „ 2249. 3. —. 476. 9. -. 503. 12. —. 587. 4. —. 8979. 12: 8 „ 1053 19. 8 1160. 10. –. 2154. 3: 8 1. -: 5548. 10: — 884. 6. — „ 6539 16: 8 „ 3108. 4. 8 760. 4. —. 2164. -„ 351: 19. 8 „ 2783. —. —. „ 10597. 10. —. 5245. 15. 8. - - „ 2895. 17. 8 „ 24357: 11: 8 - - - .„ 1180 19 8 „ - „ 7112. 15. 8 - - - „ 3171. 15. —. „ 11334. 14. -. - - „ 3258. 13. 8 - - „ 482. 9. —. - - - „ 964. 18. —. - - „ 9966. 8. -. - „ 5622. 3. 8. 760. 3 „ 6886. 1. 8. - „ 3547. 3. -. „ 1094. 14. -. - - - - „ 3072. 11. —. „ 1886. 4 8. - -„ 3828. 2: 8. 2 1. —. P:r Transp:t met . - ƒ27339. 10. — ƒ581890. —. 8. - - - - „ 23148. 5. 8. .. . . . - . . - - . „ „ - „ - „ „ . .. „ - . - . . . . - „ „ „ „ - . .. . . „ . - - . _. o . .. - . . - „ ƒ . „. . . . . 11 „ 1905. 8. 8. 517. 19. —. „ 19722. .„ .. . . _„o 7. „ 41. „ 15. „ 10 „ 1 „

NL-HaNA_1.04.02_9687_0499 view scan ↗

English

We furthermore flatter ourselves with the hope that this our altered arrangement, made out of necessity regarding the dispatch of that vessel directly from here, will be favorably approved by Your Right Noble High Mightinesses as well as Their Right Nobilities in Batavia, on account of the reasons that have compelled us thereto; since it was an absolute impossibility to discharge the same in less than eighteen days and to provide it properly with what is needed. Accordingly, the bearer of this, due to his late arrival here, which, as aforementioned, was not before 9 September, could also not have sailed for Jaggernaijkpoeram earlier than the 27th thereafter, and thus only three days would remain of the time limited by the permanent or positive order for the departure or dispatch of the ships from the North, but five days past the time ultimately determined by the Noble High Indian Government for the departure of the return ship from Jaggernaijkpoeram. Consequently, it was deemed best and most advisable to proceed with the detention of the ship here, where the ships may remain until 15 October, and the dispatched sloops and vessels, if it turns out at all prosperously, can meanwhile come down before the wind (since it ordinarily turns around that time) with the bales; to which course, as being more justifiable, we have been willing and able to proceed with greater tranquility than to hazard an uncertain outcome. Meanwhile, we have had the high honor to receive Your Right Noble High Mightinesses' very venerable letters of 20 October and 18 November 1773, sent in duplicate per the ships 'T Veldhoen and Zuijdbeveland via Ceylon. To the extracts obtained among the enclosures thereof, taken from Your Right Noble High Mightinesses' respected general letters under dates of 15 and 20 October of the past year, addressed to the Noble High Indian Government at Batavia, we shall dutifully set down our respectful reply in the margin, and further, in order to follow the order, incorporate the same into the next writings to depart for Ceylon to the highest-mentioned Their Right Nobilities. Furthermore, the received requisition for returns has immediately been distributed everywhere for procurement, while the remarks contained therein shall serve us, as well as the Chiefs of the subordinate factories, for dutiful observance and guidance in the proceedings regarding this; just as, already in compliance with the honored mandate, there has been disbursed here to Jan Willem Luijken that which was received on his behalf into the Company's Treasury at the Amsterdam Chamber. On the occasion that Your Right Noble High Mightinesses, in the requisition for returns from the Indies for 1773, were pleased to express Your highest dissatisfaction regarding the poor condition of the dyed or red goods in general and in particular concerning the Bethilles allegias, Callawaphoe, and Sestergantij, the Jaggernaijkpoeram Chiefs were earnestly taken to task thereover, under the transmission of the samples sent over by Your Right Noble High Mightinesses to demonstrate the found poorness of those cloths in contrast to those that are imported by the English, and at the same time being ordered to inquire accurately, not only after the assortments being collected by that nation, but also after the prices that were paid by them, and if it were possible, also to send us three pieces of their collection, alongside as many equal pieces that were produced and procured by our merchants. The servants, pursuant to this requisition, sent over half a piece of each, both English and Dutch assortment, of which we, in pursuance of the venerable order of Their Right Nobilities at Batavia, take the humble liberty to offer half, or a quarter piece of each, in a separate small chest under the custody of the Skipper of the bearer of this, to Your Right Noble High Mightinesses, together with the report of the specially appointed Commissioners, who have accurately confronted and examined the same, as well as measured, counted the threads, and compared the prices against each other, according to which the English Bethilles, Sestergantij, and Allegias are 2 to 4 poentjangs finer than those of the Honorable Company, but the Callawaphoe equal to those of the British; as for further clarification thereof, we shall let the specification of the report flow in below; namely: The English Bethilles sestergantij described as long 18 and broad 2 1/8 covids of 21 to 22 poentjangs, is found here to contain only, long 17½ and broad 2 covids ample, but the poentjangs exact, for which the British pay for the whole piece ro/a 2. 8. 70 ƒ 10. 13: 4½, or the bale of 100 whole pieces R a/o 236. 3:40 ƒ16:8. 2. Those of the Company collected at Jaggernaijkpoeram, described as long 16 and broad 2 covids, 18 poentjangs, but found long 16¾, broad 2 covids, and 18 poentjangs ample, the whole piece costs p a/o 2. - 2 1/5 . 1. 4 1/5. Thus the bale of 100 whole pieces 201. 10. -. 906: 7. 8. Thus the English assortment costing more per cent 35: 1: 10 ƒ160 -:1 ƒ 17 7/8. The English bethilles Allegia described as long 18 and broad 2 1/8 covids of 20 poentjangs, is found only 17¼ covids long, and ample 2 covids broad, and 19 poentjangs, a whole piece costs

Dutch transcription

465 Wij vleijen ons voorts met de hoope dat deese onse uijt noodsakelijkheijd gemaakte en veranderde schicking omtrent de depeche van dien kiel van hier direct, door uw Hoog Ede„ le Hoog Agtbaare soo wel „ als haar Hoog Edelens te Batavia, goed„ gunstiglijk sal werden goedgekeurd, uijt hoofde van de reedenen, die ons daartoe gedrongen hebben, na„ dien het van een absolute onmoge„ lijkheijd was, deselve in minder dan agtthien dagen te ontlossen en van het nodige naar behooren te voor„ sien; oversulx brenger deeses door sijne laate aankomst alhier, dat ge„ 1„ lijk voormeld, niet voor den 9' Sep„ tember geweest is, dan ook niet eer„ der dan den 27. ' daaraan naar Iaggernaijkpoeram hadde konnen steevenen, en alsoo nog maar drie dagen soude overblijven van den bij 890. —. 8. 7 28 97. 3. —. bij de permanente off positive ordre gelimiteerden tijd, tot vertreck off depeche der scheepen van de Noord dog Vijf dagen over de tijd, door de Edele Hooge Indiasche Regeering tot vertrek van het retour-schip van Jaggernaijk poeram uijtterlijk bepaald, invoegen men het beste en raadsaam„ ste geoordeeld heeft, tot de aanhou„ ding van het schip alhier overte„ gaan, daar de scheepen tot den 15' October vertoeven mogen, en de afge„ sondene Chialoupen en vaartuijgen, als maar eenigsints voorspoedig uijt„ valt, het intusschen voor de wind /:de„ wijl deselve ordinair teegens die tijd kenterd :/ met de packen afkomen kun„ nen, waartoe wij, als verantwoorde„ lijker sijnde, met meerder tranqui„ liteijt hebben willen en kunnen tree„ den, dan aan een wisselvallige uijt„ slag te hasardeeren: —. Intusschen 446 Intusschen hebben wij de Hooge Eere gehad, te recipieeren uw Hoog Edele Hoog Agtbaarheedens seer gevenereerde Missivens van den 20. ' October en 18:' November 1773. per de scheepen 'T Veldhoen en Zuijd¬ beveland over Ceijlon in duplo afge„ sonden; de onder de bijlagen dersel„ ve bekomene Extracten uijt ouw Hoog Edele Hoog Agtbaarheeders gerespecteerde generale Missivens onder datis 15'. en 20' October des des gepasseerden Jaars, aan de Edele Hooge Indiase Regeering te Batavia gerigt; sullen wij schuldpligtig in mar„ gine ons eerbiedig antwoord ter neder stellen, en het selve voorts om de ordre op te volgen, inlijven bij de eerst over Ceijlon aff te gaan schrijvens aan Hoogst gedagte Haar Hoog Edelens; sijnde wijders de ontfangene Eijsch van re„ touren ten eersten allerweegen ter besor¬ ging ordre de van l aam hou„ afge„ ui„ tree„ uijt„ - schen, ging toegedeeld, terwijl de remar„ ques daarbij vervat, ons soo wel, als de Opperhoofden der Subalterne fac„ torijen sullen laten dienen tot schul¬ dige observantie en rigtsnoer in de verrigtingen daaromtrent; soo als reeds in nakoming van het g'eerd - mandaat aan Jan Willem Luij„ ken, alhier uijtgekeerd is, het geen ten sijnen behoeve in 'sComp:s Cassa ter Kamer Amsterdam is ontfangen. Bij geleegendheijd, dat ouw Hoog Edele Hoog Agtbaarheedens, bij den Eijsch van retouren uijt Indien voor 1773. Hoogst Derselver ongenoegen hebben gelieven te be„ tuijgen, over de slegte Constitutie van het bond off rood Goed in het generaal en in het bijsonder over de Bethilles allegias, Calla„ waphoe en Sestergantij, de Jagger„ naijkpoeramse Opperhoofden daar over over, onder toeschicking van de door uw Hoog Edele, Hoog Agtbaarhee„ dens ter overtuijging van de bevon„ dene slegtheijd dier doeken, in teegen stelling van die, dewelke door de Engelsen worden aangevoerd, overge¬ „ sondene monsters, met ernst onder¬ houden, en teffens gelast weesende, nauwkeurig te informeeren, niet alleen na de Sortementen door die Natie ingesameld werdende, maar ook na de prijsen, die door haar wierden betaald, en soo het moge„ lijk was, ons teffens te doen toe„ komen, drie stucken van derselver insameling, neevens soo veel gelijke stucken, die door onse Cooplieden wierden aangemaakt en besorgd, hebben de bediendens ingevolge van dit requisit van ider soo Engelsche als hollandsche sorteering, een hal„ ve stuk overgesonden, waarvan wij in ma ar fac sa tfangen. ns er ger„ daar 1e7 in opvolging van de gevenereerde ordre van Haar Hoog Edelens te Batavia, de nedrige vrijheijd neemen de helft, off een quart stuk van ieder in een apart Kasje onder de bewa„ ring van den Schipper van brenger deses uw Hoog Edele Hoog Agt„ baarheedens aan te bieden, nevens het rapport van de expresse Gecom„ mitteerdens, die deselve nauwkeurig geconfronteerd en g'examineerd, mits¬ gaders gemeeten, de Draaden geteld, en de prijsen teegens den anderen vergeleeken hebben, volgens het wel„ ke de Engelsche Bethilles, Sestergan„ tij en Allegias, 2. tot 4. poentjangs fijnder sijn, dan die van de E. Comp:e dog de Callawaphoe gelykstandig met die der Britten; gelijk tot nader opheldering van dien, de Specificatie van het rapport hier onder sullen laten invloeijen; te weeten: De . p /o 35: 1: 10 ƒ160 -:1 ƒ 17 7/8 r:m De Engelse Bethilles sestergantij beschreeven lang 18. en breet 21/8. Cob:s van 21 â 22. poentjangs, is alhier bevonden maar in te houden, lang 17½. en breet 2. Cob:s ruijm, dog de poentjangs net, waar voor de Britten betalen voor het heele stuk. . . . ro/a 2. 8. 70 ƒ 10. 13: 4½. off het pak van 100: heele R a/o 236. 3:40 ƒ16:8. 2. Die van de Comp: te Jaggern: ingesameld, beschreeven lang 16. en breet 2. Cob:s, 18 poentjangs, dog bevon„ den lang 16¾. breet 2. Cob:s en 18. poentjangs ruijm, kost het heele stuk. . p a/o 2. - 2 1/5 . 1. 4 1/5 Dus het pak van 100. heele . - . „ 201. 10. -. „ 906: 7. 8 Kostende alsoo de Engelse sorteering meerder De Engelsche bethilles Allegia beschreeven lang 18. en breet 2 1/8. Cob:s de 20 poentjangs, is maar bevonden 17¼ Cob:s lang, en ruijm 2. Cob:s breet, en 19. poentjangs kost een heele stucken... . stucken. „meerder p:r Cent de te men neeme ieder mits„ „ gan¬ angs Compe: dig met d catie

NL-HaNA_1.04.02_9687_0506 view scan ↗

English

Per Cent: Pagodas 2. 15 1/16 f 9:18: 3 3/8. piece. more or a pack of 100 pieces Pagodas 220. 6. 4. f 991: 2:11. However, that of the Honourable Company is only 17 cubits long and 2 cubits wide and contains 18 punjams, costs the piece Pagodas 1:15 1/16 f 7. 4. 1. 1/16 Consequently a pack of 100 pieces Pagodas 161. 2. 40 f 724. 19: 6. The betilles Callawaphoe English sorting was written down to contain 18 cubits long, 2 1/8 cubits wide, and 20 punjams; but was only found to be 16 7/8 cubits long and fully 2 cubits wide as well as fully 19 punjams, for which was to be paid for the whole piece Pagodas 2: 4: 68 1/8 f 9:18: 3: 3/8. or the pack of 100 similar pieces Pagodas 220. 6: 4 f 991:2:11. And the Company's sorting was found to be 16 long, 2 cubits wide, and 19 instead of the written 18 punjams, and costs the whole piece Pagodas 1:20:15 f 8. 5: 11 5/8 or the pack of 100 pieces Pagodas 184:3:30 f 828:12:10. So that the English sorting costs more Pagodas 36:25 1/4 f 162:10: 1 19 3/16 per cent Thus also more Pagodas 59: 3: 44 f 266:3:8 f 36 1/16 per cent From which 78 36 1/16 per cent From which Your High Noble High Worships may kindly be pleased to observe that although the aforementioned two English sortings of sestergantij and allegias are in fineness somewhat better, or contain more punjams than those of the Company, yet the difference in that respect as well as with regard to the lengths cannot be considered so great that it is or can be the cause of and for such a great difference in the prices that are paid for them by the British, amounting on the sestergantij to 17 5/8, the allegias 36 1/16, and the Callawaphoe 19 9/16 per cent, more expensive than ours cost, whereas the quality, as said before, is nevertheless sufficiently proportionate; The English always pay more money for their linens than the Cent: 19 3/16 per cent the Honourable Company is customary to spend for theirs, and to which one is also somewhat bound, since one cannot proceed to any noticeable increase or alteration without prior special order and authorization; While they, on the contrary, according to the experience that one has had thereof on various occasions, do not proceed so strictly, but pay as much as the merchants can bargain for it; We hope that Your High Noble High Worships will take satisfaction in the aforesaid demonstration, and will interpret our expatiation in this matter favorably; While the Same are most humbly requested to remain persuaded that our endeavour is always directed towards towards bringing in this principal article of the Company's welfare complete contentment to Your High Noble High Worships; to that end we let no opportunity pass to spur the Chiefs as well as the merchants by serious exhortations and emphatic admonitions to their duty and obligation. Upon arrival of the bearer of this here, the greatest part of the crew was sick, therefore one had to have all of the same to the number of 46 men transferred to the Hospital, in which 22 persons still remain lying, whom we have replaced here again as well as possible, both by soldiers converted into sailors, and from the seamen stationed on shore, for which the 40 sailors came in very handy for us, whom we, out of precaution, took from the ship De Bovenkerkerpolder destined for Bengal, which with healthy crew and only six deaths on the voyage arrived here on the 29th of July last, because of the report that had been received that on Batavia there was a great shortage of seamen, and from which we foresaw that upon the arrival of the ships one could sometimes get into an embarrassment in that respect, which draft was proceeded to so much the sooner because thereby no inconvenience was brought to the aforementioned ship De Bovenkerkerpolder, as it was, on its departure from here to the Ganges, still manned with fully 100 common sailors. Among Among the sick who remained here are also the Third Mate Lodewijk Kalen, the Boatswain Jan Godfried Nels, the Cooper Johan Lodewijk Gerlag, the Steward's Mate Reijnier Simman, and the Quartermaster Marcus Roeloffse; Therefore, upon the demonstrated necessity by the skipper in that regard, we have filled those vacant places in this manner, namely: As Third Mate, the Quartermaster Jan Eekman, who has sailed as Commander on the vessels belonging here; as Boatswain, the Boatswain's Mate, bearer of this, Carel Henske; as Boatswain's Mate, the Boatswain's Mate Christiaan Tijsen, who remained here from the ship De Bovenkerkerpolder due to illness; as Boatswain's Mate, in place of Henske who was promoted to Boatswain, the Coxswain's Mate Andries Malm; and again as Coxswain's Mate and Quartermaster the sailors sailors Hendrik Rieberg and Pieter Leli, and further as Cooper the soldier Frans Westerbrink; They are all sailing over with closed accounts, except this last one, who, although having had to be taken from the militia for lack of others, nevertheless understands his trade well, yet his formal closed Pay account could not be sent over, because he, belonging at Jaffnapatnam and having come over here among the recently received succour from there, remained here, and we have not yet received his closed Pay account from there. Furthermore, we have, with the pleasure of Your High Noble High Worships, upon the request made thereto, transport with the bearer of this to the Netherlands

Dutch transcription

P:r Cent: ra/o 2. 15 1/1 9:18 3 3/2. stuk. meerder off een pak van 100. p:s . Ro/o 220. 6. 4. ƒ 991: 2:11: Dog die van d' E. Comp: is maar lang 17. en breet 2. Cob:s en houd in, 18 poentjangs kost het p. s - pa/o 1:1 5 1/ ƒ 7. 4. 1. 1/18 Over sulx een pak van 100. stucken. . - . . . . . „ 161. 2. 40„ 724. 19: 6: De bethilles Callawaphoe Engelsche sorteering werd aangeschreeven inte houden 18. Cob:s lang, 2 1/8 Cob:s breet, en 20. poentjangs; dog is maar be„ vonden 16 7/8. Cob:s lang en ruijm 2. Cob:s breet mitsgaders 19. poentjangs ruijm, waar voor te be„ talen voor het heele stuk. . R a/o 2:4: 68 1/ 9:18: 3: 3/8. off het pak van 100. gelijke stucken. . . . . . . Ro/o 220. 6: 4 ƒ 991:2:11. En Comp:s sorteering is bevon„ den lang 16:, breet 2. Cob:s en 19. in steede van de aangeschree„ vene 18. poentjangs en kost het heele stukszo 120:15 ƒ 8. 5: 11 5/8 off het pak van 100. p:s. . „ 184:3:30„ 828:12:10. Jnvoegen de Engelse sorteering meerder kost Pa/o 36:254„ 162:10 1:„ 19 3/16 R=m Dus ook meerder - - - - - - . P a/o 59: 3: 44 ƒ 266:3:8 ƒ 36 1/16 r:m waaruijt 78 36 1/16 r:m Waaruijt ouw Hoog Edele Hoog Agtbaarheedens gunstiglijk gelieven te beschouwen, dat schoon de voorsz: twee Engelsche sorteeringen van sester¬ gantij en allegias in de fijnte eenig sints beter sijn, off meerder poent„ jangs inhouden dan de van de Comp:e egter het onderscheijd daar omtrent soo wel, als ten opsigte van de lengtens, soo groot niet aange„ merkt kan werden, dat deselve oorsaak is off geeven kan van, en tot soo een groot verschil van de prijsen, die 'er door de Britten voor werden betaald, als maakende op de sestergantij 17 5/8. , de allegias 36 1/16. en de Callawaphoe 19 9/16. ten honderd, duurder, dan de onse kos„ ten, daar het evenwel de deugd, gelijk voorsegd, genoegsaam evenree„se dig is; De Engelsen betalen altoos meer geld voor haare lijwaten, dan de Cent: 93/16 R=m de E. Comp:e gewoon is voor de haare te besteeden, En waar aan men ook eenigsints gebonden is, nadien tot geen merkelijke verhooging off verandering treeden kan sonder voor affgaande speciale ordre en qua¬ lificatie; Terwijl Sij daar en teegen na de ondervinding, die men 'er bij diverse geleegendheeden van heeft gehad, soo bepaaldelijk niet te werk gaan, maar soo veel be„ talen, als de Cooplieden 'er maar voor bedingen kunnen; — Wij hoopen, dat uw Hoog Ede„ le Hoog Agtbaarheedens in de voorschreeve Demonstratie genoegen neemen, en onse uijtweijding daar¬ omtrent ten goeden duijden Sul¬ len; Terwijl Hoogst Deselve ge„ beeden werden, sig gepersuadeert te willen houden, dat onse betrag„ ting altoos daar heenen gerigt is, om om in dit voornaam Articul van 's Comp:s wel sijn ouw Hoog Edele Hoog Agtbaarheedens het volkomen Contentement toe te brengen; Wijla¬ ten dien eijnde geen geleegendheijd voorbij gaan, om de Opperhoofden soo wel als de Cooplieden door ernsti„ ge adhortatien en nadruckelijke vermaningen, tot hun pligt en ver„ bintenisse aan te Spooren. — Bij arrive van brenger deeses alhier was het grootste gedeelte van het volk Siek, dierhalven heeft men al het selve ten getalle van 46. man in het Hospitaal moeten laten overbrengen, waar in nog 22. persoonen blijven over„ leggen, dewelke men alhier weder soo goed mogelijk, soo uijt de mili„ tairen tot mattroosen gechangeerd, als van de aan de wal bescheij„ dene zeevarende, gesuppleerd heeft, waar aare waartoe ons wel te steede sijn geko„ men, de 40. mattroosen, die wij uijt voorcor„ ge van het naar Bengale gedestineerd schip De Bovenkerkerpolder, dat met gesond volk en maar ses Dooden op de reijse heeft gehad, op den 29:' Julij J=o leeden alhier opgedaagd is, geligt hebben, uijt hoofde van het berigt, dat men heeft gehad, als dat op Batavia groot gebrek aan zee varende was, en daaruijt voorsagen dat men bij arrive der scheepen som¬ wijlen daaromtrent in eene belemme¬ ring soude konnen geraken, tot welke ligting soo veel te eerder ge„ treeden is, om dat daar door, het voormeld schip De Bovenkerker„ polder geen ongeleegendheijd is toege„ bragt geworden, als sijnde op sijn vertrek van hier naar de Ganges, nog met ruijm 100. gemeene mattroo„ sen bemand geweest. —n Onder Onder de Sieken alhier verbleeven, bevinden sig mede den Derdewaak Lo„ dewijk Kalen, den Bootsman Jan God„ fried Nels, den Kuijper Johan Lodewijk Gerlag, den Botteliers-maat Reijnier Simman, en den quartiermeester Marcus Roeloffse; Dierhalven hebben wij op de vertoonde noodsakelijkheijd door den schipper dien aangaande, die vaceerende plaatsen in deeser voegen vervuld, als: Tot Derdewaak den op de alhier thuijs hoorende vaartuijgen als Gesaghebber gevaren hebbende quartiermeester Jan Eekman; tot Bootsman, den Bootsmans maat opbrenger deses Carel Henske; tot schieman, den van het schip De Boven„ Kerkerpolder mits Siekte alhier verblee„ vene Bootsmansmaat Christiaan Tijsen tot Bootsmansmaat, in steede van tot Bootsman bevorderde Henske, den schie„ mansmaat Andries Malm en weder tot schiemansmaat en quartiermeester de mat„ Trosen ko troosen Hendrik Rieberg en Pieter Leli, en wijders tot Kuijper den sol„ daat Frans Westerbrink; Sij varen alle met afgeslootene Reecqueningen over, behalven deesen laasten, die schoon bij gebrek van andere, uijt de militie heeft moeten genomen werden, egter sijn ambagt wel ver¬ staat, dog sijn formeele afgeslotene Soldij- reecquening niet oversenden kunnen, om dat denselven te Jaff¬ napatnam 't huijs hoorend, en onder het onlangs bekomene secours van daar dit heen overgekomen weesen„ de, alhier verbleeven is, en sijne afgeslootene Soldij-reecq: van daar nog niet bekomen hebben. — Voorts hebben wij met believen van cuw Hoog Edele Hoog Agtbaarheedens, op het daar toe gedaan versoek met brenger deeses naar Nederland Trans„ port

NL-HaNA_1.04.02_9687_0513 view scan ↗

English

passage granted to the young man Henricus Johannes Penning, the transport and board having been determined according to the order, counted into the cash desk here at rds 190:—:—: — While we furthermore present to your High Noble, High Honorable Lordships along with this a small chest of papers, dedicated to your High Noble, High Honorable Lordships by the Director and Council of Bengal, and sent to this Coast with one of their sloops for further forwarding. We furthermore commend your High Noble, High Honorable Lordships' Illustrious Persons, along with the state of the General Company, to the Gracious protection of the Most High, and remain with deeply indebted In the Castle Nagapatnam the 15th October 1774. Your Serene Highness's and your High Noble High Honorable Lordships' Humble and faithfully indebted Servants Hlessingen W Leembrugger E D Daselmann Mr Koning HD Johnson JV Lessel W Luyjnevek PD Simons. Serene High Born Prince and Lord; and High Noble, High Honorable Lords! indebted Respect; above No: 2:

Dutch transcription

port verleend, aan den Ionge„ ling Henricus Johannes Penning, sijnde het Transport en Kostgeld na de ordre bepaald, al„ hier in Cassa geteld met rd„s 190:—:—: — Terwijl uw Hoog Edele Hoog Agtbaarheedens neevens deesen nog aanbieden een kasje met Papieren, door den Direc„ teur en Raad van Bengale, aan uw Hoog Edele Hoog Agtbaar heedens gedediceerd, en ter verdere voortschicking met een hunner Chialoupen, naar deese Custe ge„ sonden. Wij beveelen voorts uuw Hoog Edele, Hoog Agtbaarheedens Illustre Persoonen, beneevens den staat der Generale Maatschappij in de Genadige bescherminge des Aller„ ƒ hoogsten en verblijven met diep ver„ schuldigd Jn 't Casteel den 15. d October Nagapatnam 1774. uw Doorlugtige Hoog heijds, en uw Hoog Edele Hoog Agtbaarheedens Onderdanige en tjouw¬ schuldige Dinaaren Hlessingen ee W Leembrugger E D„ Daselmann M=r Koning HoD: Johnson JV Lessel W Luyjnevek Doorlugtige Hog Gebooren Vorst en Heere; en Hoog Edele, Hoog Agtbaare Heeren! schuldigd Respect; P: D Simons. boove n No: 2:

← previous