Inventory 9688
Coromandel · 500 pages · 91 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
50 peons have been discharged, and the Sepoy Corps has not only been reduced to the number of 435, but their usual pay has also been lowered from 35 to 33 fanums. Concerning the state of affairs on this Coast, it continues as yet in an unsettled condition. The rumor that the Marattas will come down also persists. It appears that they are indeed inclined to restore the Tanjore prince to his lost states, for which reason some fugitive courtiers, among others Warsingarauw Bhossale, the same who was here as an ambassador or envoy in the past year, as well as a prominent heathen priest from Casi, are making and applying great efforts. However, there is a lack not only of money but also of artillery to carry it into execution. Meanwhile, the prince and his family are kept under very close guard, and recently the jewels and other valuables that the women wore and that were left and found in His Highness's palace were taken away and transferred to Madraspatnam. Furthermore, in so far as the revenues and products are concerned, the lands are managed by the old Dabir or former secretary of Tanjore, and a party of associated Madraspatnam natives are applying themselves to the monopoly in grains and are keeping them at a high price, which will give no less occasion to dearness and scarcity than it has done this year. The grand projects and undertakings of Hyder Naik are spoken of with no less gravity. According to the reports, he has anew conquered many lands on the Malabar side up to the Company's boundaries, and intends to entirely subjugate the Travancore prince, whose lands he has already partly seized, so that the latter is considering means to bring his family to safety elsewhere. The brother of the prince pretender residing here, by the name of Appaija Naiker, has, as has been reported, resolved to depart secretly from here, in order subsequently to have the opportunity to reach Batavia with the ship of an Englishman, Holfort. And because this is contrary to intention, I have placed a secret watch at or around his house to observe his doings so that he does not escape, and at the same time given the necessary orders at the city gates to detain him should he wish to go outside without permission or prior notice. I very humbly request to be furnished with Your High Mightinesses' most revered orders as to how I shall conduct myself regarding him; while the aforesaid wife of the aforementioned prince pretender, together with children and servants etc., must remain here on account of the non-appearance of the ship Vreedelust. Wherewith, commending Your High Mightinesses' illustrious persons together with the state of the General Company to the providence of the Almighty, I subscribe myself with profound respect. Underneath stood, and signed as before. In the margin: Nagapatnam in the Castle, the 15th of October, Anno 1774. Batavia. To the same as before. Batavia. In pursuance of my humble promise made by my letter of the 15th of October of the past year, of which the duplicate I have the honor to present herewith to Your High Mightinesses; now proceeding to the dutiful reply to Your High Mightinesses' revered secret dispatches of 13 December 1773 and 8 June of this year, I take the liberty, with respect to Your High Mightinesses' esteemed recommendation to endeavor to obtain from the subahdar the free purchase of paddy in Tanjore both for the Ceylon and this government, to state that such is not yet necessary for the present, because by the confirmation of the old and the granting of a new parwanna our free trade in general has been confirmed, under which is also included the purchase of as much paddy and rice as is needed; all the more so since the necessity for it is not yet present. For it is certain that if one does so, the same, who nevertheless exerts all his power to extract and gather as many treasures from Tanjore as will only ever be possible, will set and keep the paddy at a certain price, and his subjects, and especially the monopolists, will regulate themselves accordingly; whereas, on the contrary, they will and must dispose of their harvested paddy as quickly as they can in the best possible manner, in order to get cash in hand to pay the landlord's contingent therefrom. Up to now not the least obstacles have occurred in that regard, although otherwise the renters, toll collectors, and other lesser officials of the subahdar in the Tanjore lands are not as manageable and complaisant regarding that which is exported and imported from the same as they formerly were under the rule of the previous possessor, as more toll and imposts are demanded and collected for everything, and trade is attended with more impediments than before; but this is as yet confined only to private individuals.
Dutch transcription
397 91 afgedankt zijn 50. pions en het Corps si„ paaijs niet alleen op het getal van 435. maar ook hun gewooone bezolding van 35. op 33. fanums gebragt is. Den staat der saaken deeser Custe betref„ fende Continueerd als nog in een Ontwijf„ felbaaren toestand, het gerugt dat de Marat„ tijf zullen afkomen, blijft ook aanhouden, soo het schijnt zijn se wel geneegen den Tansjoersen vorst in sijn verloore staaten te herstellen, en waarom eenige ontvlugte Hovelingen, onder anderen Warsingarauw Bhossale dienselv„ den die als ambassadeur of zendeling in Anno pass=o hier geweest is, zoo wel, als eenen voornaam Heijdensche Priester van Casi, veele moeijten doten en aanwenden, zog daar ontbreekt/ niet alleen geld maar ook Ar„ thillarij om het ter uijtvoer te brengen, in„ tusschen werd den Vorst en sijn Familie seer nauw bewaard, en zijn onlangs de Ju„ weelen, en andere kostbaarheeden die de vrouwen hebben aangehad en in het Paleijs van zijn Hoogheijd verbleeven en te vinden zijn geweest ontnoomen en naar Madraspatnam overge„ bragt; voorts werden de landen voor soo verre de Jnkomsten en producten aangaat, door den ouden Dabier of geweese secrettaris van Tans„ jour bestierd, en een parthij g'assosieerde Ma„ draspatnamse Jnlanders sleggen sig toe op de monopolie in de graanen, en houden de„ zelve op prijs, het geen niet minder aanleijding tot. 0 tot duurte en schaarsheijd geeven zal, als in dit Jaar gedaan heeft; Daar word van de groote pro¬ jecten en Onderneemingen van Haijder Maijk met minder gesproken, volgens de berigten heeft hij veele Landen aan de kant van de Malabaar op nieuw tot aan 's Comp. s Limiten toe geconques„ treerd, en is van voorneemens den Trevancoerde „voor wiens Landen Hij en gedeelte reeds weggenoo¬ men heeft, in het geheel te onder te brengen; des deesen op middelen bedagt is, om sijn familie elders in seekerheid te brengen, Den sig hier bevindende broeder van den prins pre„ tendent, in naame Appaija naijker heeft, soo men bij berigt heeft, voorgenomen van hier in der stil„ te te delogeeren, om vervolgens daardoor gelegent„ heid te hebben met het schip van eenen Engels„ man Holfort op Batavia te geraaken, en dewijl sulks teegens de intentie is, heb ik door geheime wagt, bij of omtrend sijn Huijs geplaatst om sijn gedoentens gade te slaan, dat hij niet ont„ snapt, en teffens aan de stadspoorten de nodi„ ge ordre gesteld, dat wanneer sonder permis„ sie of voor kennisse sig na buijten wil begeeven, hem aantehouden; Jk versoek uw Hoog„ Edelens seer nedrig met Hoogst derselver geve„ nereerde beveelen gemunieerd te wenden, hoedanig ik mij omtrent hem zal gedragen; Terwijl de soorger naamde vrouw van voorschreve prins preten¬ dent nevens, kinderen en bediendens &=a mits de nonopdaging van het schip vreedelust al„ hier moeten overblijven. waarmeede uw Hoog Edelens Illustre persoonen be„ nevens den staat van de Generaale Maatschappije in de Providentie des Allerhoogsten beveelende, mij met provunt Respect onderschrijve. /:onderstond:/ en getee„ kend als vooren /:in margine:/ Nagapatnam in't Casteel den 15. e October A=o 1774: Batavia. 92 99 Over Aan als vooren Batavia In naarvolging mijner nedrige gedaane pro„ messe bij mijne letteren van den 15=e Octo„ ber J=o leeden, waarvan het Duplicaat. de Eere hebbe, uw Hoog Edelens neevens deesen aantebieden; tans ter pligtschuldige Rescribtie treedende, op uw Hoog Edelens gere„ nereerde secreete missivens van den 13. Decem„ ber 1773. en 8. Junij deeses Jaars, neem ik de vrijheijd ten opsigte van uw Hoog Edelens g'eerde aanbeveeling, om van den souba te tragten te Obtineeren eener vrije inkoop van nelij, in het Tansjoersche soo voor het Ceijlons, als dit gouvernement ter ne„ der te stellen, dat sulx voor als nog niet noodig is, om dat door de Confirmatie van de Oude in het verleenen van een nieuwe parwanna, onsen vrijen Handel in het gene„ raal bevestigt sijnde, daaronder ook begree„ pen is, den inkoop van soo veel nelij en Ceijlon. Rijst. dit E de En els„ tee„ am nam get a Rijst, als men nodig heeft; te meer de nood„ sakelijkheijd daar toe, nog daar niet is. want het is seeker, dat soo men sulx doet, den„ selven die tog al sijn vermogen inspand, om soo veel schatten uijt Tansjoer te halen en vergaderen als Item maar immers mo¬ gelijk sal weesen, de nelij op seekere prijs stellen, en houden sal, en sijne Onderda„ nen en wel insonderheijd de monopolisten sig daarna sullen reguleeren, daar in tee„ gendeel Hun ingeoegste nelij soo spoedig als sij kunnen op de best mogelijkste wijse van de hand setten sullen, en moe¬ ten, ten eijnde Contanten in handen te krij¬ gen, om het contingent van den Land„ heer daarin op tebrengen; tot nog is daar omtrent geen de minste beletselen te voo„ ren gekoomen, schoon anders de pagters tollenaaren en andere mindere beampten van den souba in de Tansjoersche Landen niet soo handelbaar en Complaisant, om„ trent het geene uijt deselve vervoerd en ingevoerd werden, als wel eer onder de Regeering van den voorige besitter ge¬ weest sijn, als werdende voor alles meer¬ der tol en imposten gevraagd en ingevorderd, en den Handel is met meerder empeche„ menten verseld, als bevoorens, dog dit bepaald sig als nog maar omtrent het particuliere, -
English
private, regarding which the Honorable Company indeed suffers no direct disadvantage, yet the trade and plantations, both there in the country and here, diminish more and more imperceptibly, while particular persons make their profit and fortune thereby. To investigate whether one might not obtain from the souba that he would grant in lease the nearby situated village of Naoer, calculated according to the revenues which the same yields, I deem it my duty respectfully to submit to Your High Excellencies' attention that the attempts one would make in that regard will be fruitless; first of all, he will enter into no negotiation regarding this so long as he is not better and more firmly established in the conquest of Tansjoer, all the more because he has revoked and annulled all leases and grants, etc., which the dethroned prince made successively, even of the eleven villages to the Moorish temple in Naoer. Secondly, he will not be willing to agree to this on account of the English, in order to give them no cause for displeasure, since at the conquest of the principality of Tansjoer, particularly the private English traders had great expectations of having the greatest share in the possession of the principal lands and thus at Naoer, but as yet experience the contrary; at least the souba as yet makes no change in that regard, and pretends to have conquered Tansjoer solely because of the bad administration of the prince, who was indebted to him for tribute, and that he therefore had to care for the welfare of those lands, in order thereby to throw some dust in the eyes of the Marattas, until such time as he has succeeded in his aim, and will have completely corrupted that nation or the rulers thereof, who are divided into various factions, and whom the souba supports more and more through his machinations, for which he spares no money, since Tansjoer is well able to furnish him the same. Thirdly, at the time when Your High Excellencies were pleased to give that order to me by Your Highest respected missive of 13 December of the past year, Your Highest honored knowledge had not yet received the contents of the contract concluded between the souba and the Honorable Company, as is evident from the papers that accompanied the same, showing the effort made during that negotiation to move him, upon the cession or surrender of Naoer in possession, to do so to no one other than the Company; in which he was by no means willing to condescend, but only after much resistance offered to allow it to be inserted in the contract in general terms that in the places subordinate to Tansjoer no other flag should fly than that of the souba, from which it is easy to deduce what answer one is to expect upon making an application in that regard. Besides that, I maintain, with submission to Your High Excellencies' wiser judgment, if one wishes to put this into effect, one ought still to wait a little in order to learn what will come of the rumored descent of the Marattas, which still constantly continues, and also how our upcoming purchase of paddy for this garrison etc. will turn out, to wit, whether the same will meet with any obstacles; I suppose not, because the paddy cannot be kept or stored in the country, but must be sold, and thus transported away. Furthermore, I hereby repeat the expressions of gratitude made in my recent respectful letter for the favorable approval of my actions in the delicate Tansjoer affair. I pray Your High Excellencies to remain fully persuaded that in the purchase of the lands etc. now ceded back to the souba, I aimed at and had as my goal nothing other than to bring an important advantage to the Honorable Company in general, and with respect to this government in particular, and therefore availed myself of such a favorable opportunity as the deplorable and confused state of the internal affairs of Tansjoer presented, for the best and welfare of the Honorable Company, whose interest and concerns demanded of my bounden duty that I make use thereof, since it cannot be foreseen that so good an opportunity will ever present itself again, in order thereby to be able to recover what one was about to lose on account of the steadily declining trade, which now, with the conquest of Tansjoer by the souba, has virtually been dealt a fatal blow, as one actually experiences at present. But misfortune has willed that I have been disappointed in my sincere and good intentions, and true disinterested endeavor; for if one had been able to remain in possession thereof, as Your High Excellencies justly please to remark, the revenues thereof would have increased considerably, and no small luster, as I have taken the liberty in my previous letters.
Dutch transcription
784 94. particuliere, waaromtrent de E: Comp:e wel direct geen nadeel heeft, egter de neerin„ gen en Hlanteeringen soo wel daar te lande, als hier, hoe langs hoe meer on„ gevoelig affneemt, terwijl bijsondere per„ soonen er hun voordeel en fortuijn bij maken. Om te onderlasten, off men van den souba niet soude kunnen verkrij„ gen, dat Hij het na bij geleegen dorp Naoer in pagt wilde afstaan, ge„ calculeerd na de revenuen die het„ selve komt optewerpen, agt ik mij ver„ schuldigd uw Hoog Edelens eerbiedig onder het oog te brengen, dat de ten„ tames die men daaromtrent soude doen, vrugteloos sullen zijn voor eerst sal hij dienaangaande sig in geen Onderhan„ deling inlaten, soo lang hij niet beter en vaster in het Tansjoers Conquest gevestigt is, temeer hij alle pagten, en gifften etc: die den gedetroneerden vorst successive heeft gedaan, selfs van de Elff Dorpen, aan de Moorsche Tem„ pel in Naoer, ingetrocken en vernie„ tigt heeft. Ten Tweeden sal hij daar toe 1 peche„ dit het 4 „treeden toe niet willen„ om de wille der Engel„ schen, ten eijnde haar geen redenen van misnoegen te geeven, nadien sij bij de over¬ meestering van het Tansjoers vorstendom„ voornamentlijk de particuliere Engel„ sche traffiquanten wel groote gedag„ ten hebben gemaakt, het grootstel del in de besitting der voornaamste Landen en dus te Naoer te sullen hebben, dog als nog het Contrarie ondervinden, ten minsten den souba maakt als nog geen verandering daar omtrent, en geeft voor„ Tansjoter eenelijk Overmeesterd te heb¬ ben / om de quade Directie van den vorst, als aan hem tribut verschuldigt. sijnde, dierhalven voor het welsijn dien landen jongen moeste, om daar door soo wat sand, in de Oogen der Marattijs te werpen, tot tijd en wijle hij in sijn oogmerk g'reuteerd, en die natie off de bestierders derselve, dewelke in di„ verse factien verdeeld sijn, en die den souba door sijn kuijperijen, waar toe hij geen geld ontsiet, als Tansjoer genoeg in staat sijnde, het selve hem te fourneeren, meer en meer ondersteund, ten eenemaal gecorrumpeerd sal hebben. Ten 403 Ten derden is ten tijde wanneer uw Hoog Edelens behaagd hebben die ordre bij Hoogst derselver gevenereerde missive van den 13. e December anno pass=o aan mij te geeven, ter Hoogst Dersel„ ver g'eerde kennisse nog niet gekoomen, van den inhoud van het Contract dat tusschen den souba en de E: Comp=e gesloo„ ten is, alsoo bij de papieren die het selve hebben verseld, blijkt, de moeijte die men bij die onderhandeling aangewend heeft, om Hem te beweegen, bij den affstand off overgave van Naoer in possessie„ 1 sulx aan niemand, dan aan de Comp: te doen, dog waarin Hij in geene dee„ le heeft willen Condescendeeren, maar eenelijk na veel tegenstrubbelingen aangebooden heeft, in 't Contract in generale termen te sullen laten invloeijen, dat in de Onder Tans„ Joer sorteerende plaatsen geen ander vlag, dan die van den souba soude waaijen, waar uijt ligt op temaken is, wat andwoord men bij een te doene aansoek dienaangaande te wagten heeft; buijten dat, sustineer ik, met onderwerping aan uw Hoog Edelens Hoog wijser Oordeel, indien men sulx in het werk. Engel„ van over„ dom ten de te Lan deel een vo te d ul dier rsoo ijs in sijn d, bben. digt. werk wil stellen, daarmeede nog wat ge¬ wagt moet werden, om te ervaren, wat van de gerugte affkomst der Marattijs, die nog al gestadig blijft Continueeren, werden, en hoe ook loonse aanstaande inkoop van nelij voor dit Guarnisoen etc=a affloopen sal, te weeten, off desel„ ve eenige traversen bejeegend, ik stelle van Ween, dewijl de nelij, niet in het Land kan gehouden off opgesla„ gen, maar verkogt, dus affgevoerd moet werden. Voorts herhaal ik bij deesen mijne „Jongste eerbiedige Letteren afgelegde dank betuijging voor de goedgunstige appro„ batie mijner verrigting in de neteli„ ge Tansjoerse affaire; Ik bidde uw Hoog Edelens sig ten vollen gepersuadeerd te willen houden, dat bij den koop der nu weder aan den Souba gecedeerde Landen etc:a niet anders gebuteerd, en ten doel gehad hebbe dan de E: Compe in het Generaal, en ten opsigte van dit Gouvernement in het bijsonder; een important voordeel toe tebrengen, en daaromme mij, van soo een favorabel geleegendheijd 96 485 geleegendheijd, als de deplorabele en ver„ waerden toestand van de inwendige staat van Tansjoer, sig aangebooden heeft, be„ diend, ten beste en welsijn van de E: Maatschappij, wiens intrest en belan„ gens van mijn verschuldigde pligt vorderde, mij daar van te nutte te ma¬ ken, dewijl niet te voorsien is, dat Ooijt soo een goede Occagie sig weder sal komen op te doen, ten eijnde daar door te konnen vinden, het geen men mits de meer en meer affneemende Stan„ del, die nu bij de Overmeestering van Tansjoer door den Souba genoegsaam den bodem is ingeslagen, stondt te ver„ liesen, gelijk men sulks als nu ook werkelijk komt te Ondervinden, dog het ongeluk heeft gewild, dat ik in mijne soo sinceere als goede Jntentie, en waare ongeinteresseerde betrag„ ting te Leur ben gesteld, want, in„ dien men in dies possessie hadde kunnen blijven, gelijk uw Hoog„ Edelens billijk gelieven te remar„ queeren, de Revenuen derselve mer„ kelijk soude sijn toegenoomen, en geen geringe Luijster, gelijk ik bij mijne voorige brieven, de vrijheijd genomen hebbe.
English
to note, have contributed to the advantages of this Government, for which the leasing of those lands immediately upon their purchase already gave great hope. Regarding the principal that the Honourable Company paid to the Prince of Tansjoer for those lands, and which the Souba undertook by the contract to reimburse, I have the pleasure respectfully to inform Your High Excellencies that the same has already been collected, and they are currently busy settling and liquidating the interest account; and thus the Honourable Company has suffered no loss in that respect. As soon as the account is fully liquidated, I shall have the honour to present Your High Excellencies with a specific account of that as well as of the interest paid on the advanced principal. With regard to the remarks which Your High Excellencies were pleased to make, both concerning the agreed, though not proceeded with, acceptance of the provisional and conditional deeds of purchase of the lands, and regarding the granting of deeds of purchase of different prices, and the payment of lesser sums on those of Kiewaloer and Tripondij than their contents came to dictate, may I be favorably permitted respectfully to submit for Your High Excellencies' consideration how confused matters already were at that time at the Court of Tansjoer, due to the division among the principal courtiers who sought to ruin one another. Especially those who stood in favor with the Prince and meant well by His Highness ran the greatest danger, who were made odious both within and outside the country, and therefore all their actions were decried as sinister and treacherous. Yet none of those who helped absorb the great revenues of the country was able or came forward to assist their Prince in his dire circumstance into which he had unexpectedly fallen. But the Prince, being in distress for money, had no other resource left to him than first to proceed to the pawning of jewels and lands, and later, when pressed even closer by a greater lack of ready cash, to the actual sale of the latter, since he could no longer count or rely upon any money loans. So that the aforesaid divisions gave rise to deeds of purchase of different amounts of sums, because one maintained it this way and another thus, and on that occasion everyone, in well-meaning toward his Prince though in appearance, wished to distinguish himself by bargaining for as much money for that forced sale of lands as would ever have been possible, so that the envoys, in their negotiations over it, could make use of it and employ it in such manner as would best accord with the greatest interest and with the distress in which the Prince found himself. And His Highness, being as it were surrounded by many secret enemies, and finding himself already betrayed by them, had to put up with everything, and had to show deference to those rebellious courtiers in that terrible circumstance in which he found himself, and allow them to proceed in their arbitrary sentiments and actions regarding the drawing up of the aforesaid deeds of purchase of diverse prices, for fear of being entirely betrayed, as his circumstances at that time did not permit him to oppose it; just as all this subsequently became known. And it is those same courtiers who made that purchase suspect to the Souba or his son, and produced all kinds of fabrications, as well as gave cause for the writing of that fictitious letter, and thereby sought to instill fear in me and the Council, who had been brought under suspicion with him through the aforesaid false reports. Yet the purity of our conscience in the handling of that entire affair has delivered us from the snares they sought to lay for us, just as was most evidently demonstrated afterwards by the agreement with the Young Nabob, in that he undertook to reimburse the money paid for those lands and the recognitions, which he would not have done had he been able to find even the slightest reason to reinforce and assert the suspicion instilled in him to our disadvantage; for which, if his suspicion had been grounded in truth, nothing was lacking, as the First Ministers of the Prince were not only already in his power at that time, but some even to this day, and notably the Dabhier, are in his service. And this latter, as well as the imprisoned First Minister and his two sons, having been the greatest antagonists of the Prince and of the courtiers who adhered to him, His Highness therefore negotiated and directed most all matters without them. However, the reasons for granting those mutually differing deeds of purchase cannot be unknown to the Dabhier in particular, as he wrote and sealed them with his own hand, although I am quite willing to suppose and believe that
Dutch transcription
hebbe, aantemerken, hebben bijgeset, aan de voordeelen van dit Gouvernement, waar toe de verpagting dier Landen onmiddelijk op dies koop geschied, reeds groote Hoope gaff; Ten opsigte van het Capitaal dat de E: Comp=e voor die landen aan den vorst van Tansjoer betaald, en den souba bij het Contract aangenoomen heeft te restitueeren heb ik het genoegen uw Hoog Edelens eerbiedig te bedeelen; dat het selve reeds geincasseerd, en men tans beesig is, de reecquening van den Jntrest affte doen en te liquideeren; En dus de E: Comp„e daar„ omtrent geen schade geleeden heeft; Jk sal soodra de Reecquening ten vollen geliquideert is daarvan sooo wel, als van de betaalde Rhenten op het verschote„ ne Capitaal, de Eere hebben uw Hoog Edelens een specifique reecquening aante„ bieden. Met betrecking tot de remarques, die het uw HoogEdelens behaagd hebben te maaken, soo nopens de besloo¬ tene, dog geen voortgang gehad hebbende acceptatie van de provisioneele en Condi„ tioneele koopbrieven der Landen, als weegens het verleenen van koopbrieven van differente prijsen, en het betalen van 97. 482 98. van mindergelden op die van Kiewaloer en Tripondij, dan de inhouden derselve qua„ men te dicteeren, sij mij gunstiglijk gepermitteerd, uw Hooog Edelens eer„ biedig in Consideratie te geeven, hoe verward de saken te dier tijd bereeds aan het Hoff van Tansjoer geweest sijn, door de verdeeldheijd van de voornaam„ ste Hovelingen die malkanderen sog„ ten te bederven, insonderheijd Liepen de geene het grootste gevaar, die bij den vorst welstond, en het met sijn Hoog„ heijd welmeenden, dewelke soo bin¬ nen, als buijten 's Lands hatelijk gemaakt, en daarom al haar gedoen„ tens voor sinister en Ontrouw uijt„ gekreeten wierden, dog niemand van de geene, die de groote inkom„ sten van het Land hebben helpen ab„ sorbeeren was in staat off deed sig op, om hunnen vorst in sijn na¬ re omstandigheijd waarin Hij op het onverhoedste geraakt was, te Htulpe te koomen, dog den vorst in verleegendheijd om geld weesende; was voor Item geen ander resource Over over, dan eerst tot de verpanding van Juwe„ len en Landen, en naderhand, wanneer door groter gebrek aan Contanten, nog meer in het nauw geraakte, tot de dadelijke ver„ koop deser laaste overtegaan, dewijl op geen geldleeningen meer Cijfferen nog staat maaken konde, invoegen voorsz: ver¬ deeldheeden, aanleijding gegeeven hebben tot koopbrieven van differente grootheijd der sommen, alsoo den eene het soo, en den andere het dus sustineerde, en bij die geleegendheijd een ider in welmee nendheijd omtrent sijn vorst dog in schijp heeft willen uijtmunten, om soo veel geld voor die genoodsaakte verkoop van Landen te bedingen, als maar immer mogelijk soude zijn geweest, ten eijnde de sendelingen in derselver onderhande ling daarover, 'er zig sodanig van be„ dienen, en gebruijk maken konden, als met het meeste Jntrest en met de verleegendheijd, waar in den vorst sig bevond, over een koo„ men soude, en sijn Hoogheijd als van veele Heijmelijke Vijanden om¬ ringt weesende, en van deselve sig reeds verraden vindende, alles heeft moeten. 489 moeten laaten welgevallen, en die weeder„ streevige Hovelingen, in die akelige om„ standigheijd, waarin Hij was, heeft moe„ ten ontsien, en haar in derselver wille„ keurige sentimenten en gedoentens, Om„ trent het inrigten van voorsz: koop„ brieven van verscheijdentlijke prijsen la„ ten begaan, uijt vreese van niet ten eenemaal verraden te werden, en sijn omstande als toen niet toeliet sig daar teegens te versetten; gelijk al het selve naderhand is bekend geworden, en die selvde Stovelingen sijn het, die den souba off sijnen soon, die koop suspect gemaakt., en allerhande verdigtselen voortgebragt hebben, mitsgaders aan„ leijding gegeeven tot het schrijven van die gefingeerde brieff, en daar door gesogt heeft mij en den Raad die door de voorsz: valsche Rappor„ ten bij Hem in verdenking gebragt waren, vreese aante Jagen, dog de suijverheijd onser gemoed in de behan„ deling van die gansche affaire; heeft ons bevrijd van de Lagen, die men ons sogte te leggen, gelijk sulx nader„ hand, door de Contractatie met den Jongen. 9 Jongen Nabab ten evidentsten gebleeken is, door dien Hij aangenoomen heeft, om 't voor die Landen en de Recognitien uijtgegeven gelden te restitueeren, het geen Hij niet soude gedaan hebben, indien Hij maar de minste reeden hadde kunnen vinden, om de Iem ingeboesemde Juspitie ten onsen nadeele kragt bij tesetten, en te doen gelden; waartoe soo sijne verden„ king in waarheijd bestonden, niets ont„ brooken heeft, alsoo de Eerste minis„ ters van den vorst, niet alleen bereeds te dier tijd in sijne magt waren, maar ook selvs eenige tot dato deeses, en wel voornamentlijk den Dabhier, in zijn dienst sijn, en deese laaste soo wel als den gevangen eerste ministers en sijne twee Zoonen, de grootste antha„ gonisten geweest van den vorst, en de Htem aangehangen hebbende Hovelin¬ gen wesende, dierhalven heeft sijn Hoogheijd meest alle saken buijten haar verhandeld en gedirigeerd; dog egt ter kan den Dabhier insonderheijd niet onbekend weesen, de reedenen van de ver¬ leening van die van den anderen diffe¬ reerende koopbrieven, als selvs eijgen¬ handig geschreeven, en geseegeld hebbende, schooon ik wel stellen en geloven wil, dat
English
that not all the cash paid here was received in Tanjore, or came to the knowledge of the courtiers, regarding the actual magnitude of the sums remitted thither, since the emissaries did not send them all at once, but in parts incognito, and no further remittance was made before and until they were informed and assured that the first remittance had been brought to safety and received by the prince himself. Although this proceeded so hesitantly that in the meantime the siege began, and thereby some amounts of it may possibly have remained behind, yet the prince will well know what orders he gave to his aforesaid trusted emissaries in that regard, and how much he actually received. By which withheld knowledge the other courtiers had no true awareness, either of what was performed regarding the sale of those lands and the purchase money bargained for and paid for them, or of the amount actually remitted thereof, which gave rise to all sorts of guesses being made, as always happens on all such occasions, from the magnitude of the deeds of sale and the smallness of the money received, according to the knowledge they had or could have had of it, although they were subsequently better convinced of it. I pray Your High Noble Lordships to view this digression of mine with a favorable eye; the duty to demonstrate to Your High Noble Lordships the groundlessness of the suspicion has compelled me thereto, while I assure Your High Noble Lordships in the most humble manner that the considerations which Your High Noble Lordships have been pleased to make regarding that whole affair, and the orders flowing therefrom for the future, shall serve me for guidance; meanwhile offering Your High Noble Lordships my very deep gratitude hereby for the praise which the same have been pleased to deem me worthy of concerning the leasing of the aforesaid newly purchased lands. Furthermore, I shall likewise punctually observe the prescribed exact neutrality towards the Maratha, Nizam Ali, Hyder Naik, and Mahomed Ali Khan, as well as the dethroned prince of Tanjore, thus not meddling in the least with the affairs of the contending parties, as also what Your High Noble Lordships have further been pleased to prescribe with regard to the triumphant party, though one has hitherto been brought to that necessity by the default of the Maratha, who is also not to be expected this year, owing to the discord and division among the family of the Great Prince of the same. Concerning what was remarked regarding the small number of soldiers who were in Nagore and had to retire from there upon the approach of the Nabob's army and that of the English, I take the liberty respectfully to show Your High Noble Lordships that that garrison was not placed there to repel the young Nabob upon his marching into that village, but was detached thither already before, or in the month of July, when that place was taken in pledge, and since or after the surrender of Tanjore that detachment was reinforced solely to protect the same, as well as the inhabitants of the places lying around there belonging to the Company, as much as possible from the depredations of the thieves, Collerys, and other coolie ruffians roaming around there at that time, indeed even in sight of this city, who came down in heaps from Tanjore and Tiruvarur, both armed and unarmed, to plunder, and from which our villages had to suffer much, as many of them, being overtaken and apprehended, were punished and, after the cessation of the troubles, were driven back outside the limits of the Company. The aforesaid troops stationed at Nagore had orders that whenever the Nabob's army might happen to approach that place, to withdraw in good order after delivering the protest, as was done; and one would never have been compelled to that retreat if the English army on that occasion had not joined with that of the Nabob, and without that, the Nabob would also not have invaded those new lands. I would also have wished from my heart that I had not been compelled to offer so considerable a gift of 15000 Pagodas, but I experienced more than too much that without making that expenditure, no ground was to be gained; thus, whether I wanted to or not, I had to proceed to that in order to bribe the ill-intentioned courtiers, the more so as this was intimated to me underhand, just as immediately after the granting of the request in that regard, the broken-off negotiation was not only resumed at once, but also took another turn, and the young Nabob became much more tractable, so far that an agreement was reached four to five days thereafter; and that I, in my respectful advices of last year, made it known that that necessary expenditure could be found from the interest money that had already been paid by the prince of Tanjore and was still to be discharged by the Soubah, was done only on the premise that if the principal on which the interest was calculated and to be received had not been disbursed, but had remained lying in the Company's treasury, since it was not so greatly needed for trade at that time, the Honorable Company would also have obtained no profit or advantage from it; and thus that interest to be calculated could be regarded as a real advantage for the Honorable Company; being stipulated and included in and under that expenditure made
Dutch transcription
444 100 dat alle de Contanten, die men hier betaald heeft, niet in Tansjoer ontfangen, off ter kennisse van de Hovelingen gekoo„ men sijn, van de weesentlijke grootheijd der ginter bestelde sommen, nadien de sendelingen deselve niet te eener„ klaps, maar bij gedeeltens in Cognito affgesonden hebben, en geen nadere over„ making geschied is, voor en al eer be„ rigt en verseekerd waren, dat het eerst affgesondene in securiteijt gebragt en bij den vorst selve ontfangen was, hoe wel dit ging soo schoorvoetende in sijn werk, dat intusschen het beleg aan„ vang genoomen heeft, en daar door mogelijk wel eenige montanten daar van agtergebleeven sijn, dog den vorst sal evenwel wel wee„ ten, wat Ordre Hij aan sijne voorm: vertrouwde sendelingen dien aan„ gaande gegeven, en hoe veel Hij weesendlijk ontfangen heeft, door welke Onthoude kennisse dan ook de Overige Hovelingen geen reg„ te bewustheijd, nog van het geen er Omtrent den verkoop dier Landen„ en en daar voor bedongene en betaalde koop penningen, verrigt is, nog van het wee„ sentlijk daarvan Overgemaakt bedraa„ gen, gehad hebbende, het selve aan„ lijding gegeeven heeft allerhande gis„ singen, gelijk sulx altoos bij al sulke geleegendheeden geschied, te maken, uijt de groottheijd van de koopbrieven, en de geringheijd van het ontfangen geld, na de kennisse die sij er van hadden, off konde hebben hoewel sij naderhand er beeter van Overtuijgd sijn geworden. Ik bidde uw Hoog Edelens deese mijne uijtweijding met een gunstig oog te willen beschouwen, de pligt om uw Hoog Edelens de Ongegrond„ heijd van de verdenking aantetoonen, heeft mij daar toe genoodsaakt, terwijl Uw Hoog Edelens op 't oot„ moedigste verseekere, de Consideratien die uw HoogEdelens omtrent die gansche affaire hebben gelieven te maken en de beveelen daar uijt voor het vervolg voortgevloeijd; mij tot na„ rigt sal laten dienen; inmiddels uw 101 uw Hoog Edelens mijne seer diepe dank„ baarheijd bij deese afflegge, voor de lou„ ange die Hoogst Deselve mij waar„ dig hebben gelieven te Oordeelen, Over de verpagting der voorsz: nieuw gekog„ te Landen. Voorts sal ik inselvervoegen punctueel observeeren, de voorgeschreevene exacte neutraliteijt, omtrent den Maratter, Nisamallij, Haijdernaijk en Ma„ hometh allichan, neevens den ontthroonden vorst van Tansjoer, dus in het minst niet mesleeren, met de affaires van de twistende parthijen, als meede het geen uw Hoog Edelens alverder hebben gelieven voorteschrijven, met betrecking tot de triumpheeren„ de parthij, dog men is tot nog in die noofdsakelijkheijd gebragt gewor„ den, door het agterblijven van den Ma„ ratter, die men deesen Jaare meede niet te wagten heeft, door de on„ eenigheijd en verdeeldheijd onder de familie van den Groot vorst derselve Ten belange van het geremarqueer„ de nopens de geringheijd van de krijgers die in Naoer geweest zijn. zijn, en bij de aannadering van s nababs Leeger en dat der Engelsen, sig van daan hebben moeten retireeren, neem ik de vrijheijd uw Hoog Edelens eer„ biedig te vertoonen, dat die besetting daar niet gelegd is, om den Jongen na„ bab bij het inwucken in dat doorp te repouseeren, maar reeds te voo¬ ren off in de maand Julij, toen die plaats in pand is genomen, naar der„ waards gedetacheerd is, en 't seedert off na den Overgang van Tansjoer, heeft men dat detachement versterkt eenelijk om deselve soo wel, als de bewooners van de daar om herleggende plaatsen van de Comp: soo veel mogelijk te be„ veijligen voor de stroperijen van de te dier tijd rondsom her, Ja selvs tot in het gesigt deser stad swerven„ de Dieven, Caleros en andere Koelij geboefftens, die uijt het Tansjoer„ sche en Triwaloerse bij hoopen soo gewapend, als ongewapend affkwamen, te plunderen, en waar van onse Dorpen veel hebben moeten lijden, gelijk veele van deselve, agterhaald en opgevat wee„ sende, gestraft, en na 't Cesseeren der troubelen. 102 6 4143 troubelen weeder buijten de Limiten van de Comp„e gejaagd zijn, de voorsz: te Naoer geplaatste manschappen heb„ ben ordre gehad, dat wanneer het Lee„ ger van den Nabab, die plaats mog„ te komen te naderen, , na het overgeeven van het Protest in goe„ de ordre aftetrecken, gelijk geschied is; en nimmer soude men tot die retirade genoodsaakt sijn geweest, in„ dien het Engels Leeger sig bij die geleegendheijd bij dat van den na„ bab niet gevoegd) hadde, en sonder dat soude den nabab ook die nieuwe Lan„ den niet geinvadeerd hebben. — Ik had ook van herten gewenscht, dat tot het offereeren van soo een aan„ Pa sienelijk geschenk van 15000. Ps%o, niet genoodsaakt was geweest, dog ik ondervond meer dan te veel, dat son„ der die Spendatie te doen, geen veld te winnen was, dus moest ik, off wilde of niet, daar toe Overgaan, om de qualijk geintentioneerde Hove„ lingen om te kopen, te meer men sulks mij onder de hand heeft doen te kennen geeven, gelijk inmediaat na 103 na de inwilliging van het aanzoek dien„ aangaande, de affgebroke Onderhande„ ling niet alleen ten eersten herdat wier„ de, maar ook een ander keer nam, en den Jongen nabab, veel Handel„ baarder wierd, in soo verre dat vier a: vijff dagen daarna tot een accoord gekoomen is; en dat ik bij mijne voorjarige eerbiedige advijsten bekend hebbe gestelt, als dat die genood„ saakte uijtgave gevonden konde wer„ den uijt de Jntrest penningen, die bereeds door den vorst van Tansjoer betaald waren, en nog door den sou¬ ba stonden voldaan te werden, is al„ leen bij voorstelling geschied, dat wan„ neer het Capitaal, waar op de rhenten bereekend, en ontfangen stonden te werden niet uijtgegeeven, maar in 's komp„s Cas„ sa leggen gebleeven was, alsoo men het selve te dier tijd soo seer tot den Handel niet benodigende, de E: Comp: daarmeede ook 'er geen winst off voor„ deel op behaald soude hebben; en dus die te bereekene intresten als een reël voordeel voor de E: Comp„e aangemerkt konde werden; Bij en onder die geda„ ne spendatie bedongen en begreepen sijnde
English
being, that the Young Nabab would have to desist from all his unreasonable pretensions, no further claim has been made on the valuables secured under private individuals in this city belonging to particular persons of the Tanjoer principality and the Heathen Temples, the greatest part of which have successively been transported from here and conveyed to safety inland. Furthermore, whenever the souba or someone on his behalf makes any further request concerning the pearl fisheries on the island of Ceijlon, I shall neglect nothing to arrive at a settlement, in conformity with the proposal made by His Right Honourable the Lord Governor-General in His Excellency's missive of 26 July 1771, for which indeed some hope presents itself; nevertheless, I pray Your Right Honours for further information, in case the souba does not wish to accept that proposal and consequently no agreement can be reached, as to what further propositions Your Right Honours then see fit may be made to the souba; while I offer Your Right Honours my most humble gratitude for the trust which Your Honours have pleased to place in me in that regard, with the sincere assurance that according to oath and duty I shall attend to the Company's true interest; if only I may be so fortunate as to succeed in my efforts in that regard as desired, and to afford Your Right Honours the pleasure of seeing that matter, which has lasted so long and caused so much correspondence and deliberation, cleared out of the way. In the same manner I discharge my humble obligation for the favourable approval of the appointment of officers made by me, having strictly observed Your Honours' venerated order not to send any more officers to Ceijlon than have arrived from there, while all others are to be sent up to Batavia without distinction, further respectfully referring myself regarding this to the general letter now departing; just as the peons who had been in extra service have also been discharged at once, and for the ordinary no more have been retained than the highly necessary required number of 156 pieces. The saukaar Nellabheraam Parwadij, as well as the Company's Brahmin here, likewise express to Your Right Honours their deepest humble gratitude for the benevolence shown to them. From the general letter now departing, Your Right Honours will observe that one has been brought under the necessity of removing the chief Pfeiffer as well as the secunde Brouwer from Bimilipatnam, on account of the disagreements and disputes that have arisen between the two of them to such an extent that their longer stay there has been deemed nothing but very detrimental to the Company's interests, since thereby all negotiations with the princes over a new lease of Bimilipatnam etc., as well as the liquidation of the overdue lease monies, have repeatedly been frustrated, just as the princes themselves have complained more than once about both their conduct and manner of dealing, in the letters written both to me and to the present chief Vrijmoet. This latter has, immediately upon his arrival at Bimilipatnam, taken much trouble to obtain that lease, and after much mutual correspondence brought it so far that the Princes are resolved to cede the villages of Bimilipatnam, Commerpalium and Nagamaijpalium, along with the mouth of the river, to the Honourable Company for 3 years, at Rops 8331 per year, and to add thereto the salt pans for Rops 2700, or together Rops 11031, but under the condition that those lease monies should have to be paid annually in cash in advance; and that, moreover, upon entering into the contract, a sum of 50000 Rops should be lent to the princes at ½ per cent interest per month, to be refunded together with the interest accrued thereon at the end of the three-year lease, but the princes not being capable thereof, the Honourable Company should then have to keep the aforementioned villages etc. in lease for so long until that debt would be settled with the aforementioned contracted lease monies; but since, according to a demonstration drawn up and appended hereto for Your Right Honours' honoured consideration, it will take and require a full 13 years to recover the aforementioned 50000 Rops to be advanced on loan; I have therefore finally rejected those unacceptable propositions, and written to the princes that one could never enter into such a contract, and consequently the chief Vrijmoet has also been ordered not to proceed with that contracting, if the princes could not be moved to more advantageous or acceptable conditions; and in the meantime the matter so
Dutch transcription
414 7 sijnde, dat den Jongen Nabab van alle sijne onreedelijke pretentien soude moe¬ ten affsien, is 'er geen verder reclame geschied van de in deese stad onder de particuliere gesecureerde kostelijkheeden aan bijsondere persoonen van het Jans„ joers vorstendom, en de Heijdensche Tempels Competeerende, waar van het grootste gedeelte successive van hier vervoerd en Landwaards in veijlig„ heijd Overgebragt Sijn. wijders wanneer den souba, of sijnentweegen eenig nader aansoek werd gedaan omtrent de paarl„ visscherijen ten eijlande Ceijlon, sal ik niets versuijmen, om tot een vergelijk te komen, Conform den voorstel door sijn Hoog Edelheijd den Heere Gouverneur Generaal bij Hoogst Desselvs missive van den 26: Julij 1771. gedaan, waar toe sig wel eenig hoope opdoet, des niet te min bidde uw Hoog Edelens om een nadere Jnformatie, dat bij al„ dien den souba sig die voorstel niet niet wilde laten welgevallen, en oversulx tot geen accoord komen kan, welke nadere propositien uw HoogEdelens dan goed„ vinden, den souba sal mogen voorstel„ len; Terwijl uw Hoog Edelens mijne on„ derdanigste dankbaarheijd offereere voor het vertrouwen, dat Hoogst Deselve daaromtrent in mij hebben gelieven te stel„ len, onder sinceere verseekering dat volgens Eed en pligt 's Comp=s ware interest beharti„ gen sal; soo ik maar soo geluckig mag weesen, in mijne Pogingen daar omtrent naar wensch te reuseeren, en uw Hoog Edelens dat genoegen toetebrengen, om die saak, dewelke soo lang geduurt, en soo veel schrijvens en Overweegingen veroor„ saakt heeft, uijt den weg Geruimt te sien. Jnselvervoegen leg ik mijne nedrige verpligting aff, voor de gunstige appro„ batie van de door mij gedaane aanstel„ ling van officieren, hebbende stipt geob„ serveert Hoogst Derselver gevenereer„ de Ordre om geen meer Officieren naar Ceijlon te senden, als van daar overge„ koomen sijn, Terwijl alle andere sonder onderscheijd naar Batavia staan op„ gesonden te werden, mij voorts deesen aangaande. 104 449 105 aangaande eerbiedig gedragende, aan de tans affgaande gemeene brieff; soo als ook ten eersten gecasseerd sijn, de extra in dienst geweest sijnde pions, en voor Ordinair men niet meer aangehouden heeft dan het hoognoodsakelijk benodigend ge„ tal van 156. stux. Den saukaar Nellabheraam Par„ wadij soo wel, als 's komp„s Bramine alhier, betuijgen mede uw Hoog Ede„ lens hun diepst onderdanige dank„ baarheijd, voor de goedertierendheijd aan hun beweesen. — Bij de tans affgaande gemeene brief sullen uw Hoog Edelens beschouwen dat men in de noodsakelijkheijd ge„ bragt is, om het opperhoovd Pfeiffer den secunde Brouwer als soo wel bimilipon vanaar te ligten, uijt hoorde van de Oneenigheeden en verschillen tus„ schen hun beijde geresen in soo ver„ re, dat hun langer verblijff aldaar, niet dan seer nadeelig voor 's komp:s belangen geoordeeld is, alsoo daar door alle onderhandelingen met de prin„ sen Over een nieuwe pagt neeming van van Bimilipatnam etc: so wel- als de liquideering van de agterstallige pagtpen„ ningen telkens te leur gesteld sijn, gelijk de prinsen selve ooer hun beijden gedrag en handelwijse, een en ander„ maal geklaagd hebben, bij de brieven soo wel aan mijt, als aan het present opper„ hoofd vrijmoet geschreeven; Deesen laasten heeft al aanstonds naar sijn komst te Bimilipatnam sig veel moeijte gegeven, om die pagt te ver„ krijgen, en na veel over en weder schrij„ vens soo verre gebragt, dat de Prinsen ge„ resolveerd sijn, de dorpen Bimilipat„ nam, Commerpalium en Nagamaij palium nevens de mond van de Revier aan de E: Compe voor 3. Jaaren afftestaan, tegens Rop=s 8331. 's Jaars en daar bij nog willen voegen de sout¬ pannen voor Rop=s 2700. of te saa„ men Rop„s 11031. -, dog onder Conde tie, dat die pagtpenningen Jaar lijx in Contant voor uijt soude mo ten werden betaald; en aan de prin sen boven dien, bij het aangaan van het Contract teegens . ½. p„r Cento intrest S maands. 721 106 's maands ter Leen gegeeven werden, een somma van 50000. Rop=s, om met de daarop verloopene renten bij het eijndi„ gen van de driejarige pagt weder te werden gerestitueerd, maar de prin„ sen daar toe niet in staat sijnde, de E: Comp„e dan voormelde Dorpen &; soo lange in pagt soude moeten houden, tot dat dien debet, met de voorm: ge„ contracteerde pagtpenn: verevend soude weesen, dan aangesien naar luijd eener geformeerde, en tot g'eerde specula„ tie van uw Hoog Edelens deesen bij gevoegde Demonstratie wel 13. Jaren aanlopen en nodig weesen sullen, om de voorsz: ter leen te verschietene 50006. . rop:s weder ingepalmt te krij„ gen; soo heb ik die onaanneemelijke propositien finaal van de hand ge„ weesen, en die prinsen aangeschreeven, dat men nimmer tot sulk een Contract tree„ den konde, en dierhalven ook het opper„ hoofd vrijmoet gelast is, om met die Contractatie niet voorttegaan, soo de prinsen tot geen voordeeliger off aan„ neemelijker Conditien te beweegen mogte sijn; en intusschen de saak soo
English
to delay as much as possible until it could be seen which side the princes would lean towards; all the more so since Your Right Honourables' intention is to abandon Bimilipatnam in due course, it being considered unnecessary for the Honourable Company. Moreover, the princes, or rather their Duan Jenpenne Jagoenadoe Rasoe, are attempting to enforce their old claim against the two merchants currently engaged in trade, Wissiappa sitana and Daatjerij Coermana, regarding their obligation to contribute a gift of 5000 ropijen a year to the princes, as can be seen from the translation of a letter written by the prince Sitaramarasoe to the resident Vrijmoet dated 6 8ber of last year. This moved the said resident, even though those contractors had stood ahead by f1377. 10. 8. when taking over the transfer from the residency, nevertheless to make no advance disbursement to them other than merely 500 pa/o on the delivery of the betilles; partly because the princes intended to take possession of their persons in a sinister manner in order thus to constrain those traders to payment, for which it would truly have been the right time as soon as they had received money on the delivery of piece goods, and partly because it was already late in the season to make any further advance of importance to them. This matter having been deliberated at the joint Resolution of 22 9ber of last year on the occasion when the affairs of the trading stations were dealt with, and it not being doubted that those contractors, who took upon themselves the debt of the former resident Bronsveld almost of their own accord, will have liquidated their account before the end of August of this year, the proposal of the said resident, which was urged by him with much empressement, to exclude those traders from commerce and to select as new merchants others who had offered themselves for that purpose and had also promised to pay the remaining debit of Bronsveld, was finally declined, since from such frivolous offers little or no good is seldom to be expected in the long run, especially concerning matters to which they had not the slightest relation; moreover, the princes, by means of vexations and other impediments in the country regarding their trade, could just as easily extort such an obligation from these new merchants as they did from the aforesaid two traders. I also express my humble gratitude to Your Right Honourables for the adjustment made in the sale price of Japanese bar copper, both on the Malabar Coast and in Bengal, and I dare state with certainty that, at the present sale price here on the Coast, 4 to 5 hundred thousand pounds a year, yes sometimes more, will be salable, provided that the sales are not interrupted by large imports from Colombo with private vessels, as has taken place this year by a private import of as much as 435 cases, or 54375 pounds, which was sold at Naoer and elsewhere for lower prices than the merchant Tieroemenij Chittij contracted with the Company per bhaar. He has complained about this several times, and the money changer likewise submitted his grievance about the large import of spices from that island, which were also sold at the aforementioned seaside place for a lower price than the private individuals here must pay to the Honourable Company; which I considered it my duty to bring to Your Right Honourables' knowledge, in order to make such provision therein as Your Right Honourables shall find to square best with the interest of the Honourable Company. The instruction noted, that no claim made by an English or French officer lying anchored with his bottom in our roads concerning soldiers or sailors can be valid, I shall likewise observe with dutiful compliance, and furthermore await from Your Right Honourables' kindness the promised copies of the treaties and alliances in that regard. Furthermore, I most humbly pray Your Right Honourables to be furnished with Your Right Honourables' reiterated orders as to how one must act in the event it should happen again that the return ship, as occurred this year with the Pallas, appeared here so late that it cannot be sent to the north, but must be fully laden here and dispatched from these roads, and this cannot happen strictly before or on 15 October, until which time ships are permitted to stay here in the roads according to regulations; whether due to a lack of packages that are expected from the north for a full lading, or because such a vessel, being already fully laden, must wait for the closing of the invoices and the preparation of the remaining papers; whether in such a case the ship may remain until the 20th of the month of October, provided no squalls or storms are to be foreseen.
Dutch transcription
soo veel mogelijk dralende te houden tot dat men gesien soude hebben, na welke sijde de Prinsen soude komen overtehel„ len; temeer uw HoogEdelens intentie is, om in der tijd Bimilipatnam, als onnoodig voor de E: Komp=e geagt werdende, te verlaten, boven dien trag„ ten de Prinsen off wel hunnen Duan„ Jenpenne Jagoenadoe Rasoe, hun oude pretentie op de beijde thans in den handel sijnde kooplieden Wissiappa sitana, en Daatjerij Coermana, wegens hun verbintenisse van 5000. ropijen 's Jaars aan de Prinsten tot geschenk te sullen Contribueeren, te doen gelden, gelijk dat te sien is, bij het translaat eener brief door den prince Sitaramarasoe aan het opperhoofd vrijmoet in dato 6. 8ber: J=o leeden geschreeven, het geen gemelde opperhoofd bewogen heeft, dat of schoon die marchiandeurs bij het overneemen van het transport van de opperhoordij„ ƒ1377. 10. 8. te vooren hadden gestaan, nog„ tans geen vooruijt verstrecking aan Haar te doen, dan alleen van 500. pa/o op Leverantie van de betilles, eensdeels om dat de prinsen voorneemens wa„ ren, sig sinisterlijk van haar meester 15 412 3/107 te maken, ten eijnde die handelaars al„ dus tot de betaaling te Constringeeren, waar toe het wesentlijk de Regte tijd was ge„ weest, soo dra se geld op Leverantie van Lijwaaten, gekreegen hadden, en ten ande„ ren om dat hets reeds laat in den tijd was, om eenige nadere verstrecking van aangeleegendheijd aan deselve te doen, over desse affaire ter gemeene Resolutie van den 22=e 9ber: J=o leeden, bij geleegendheijd dat over de saken van de Comptoiren gebesoigneerd is, gedelibereerd sijnde, en niet getwijffeld werdende, off die mar„ chiandeurs, welke de schuld van het„ geweesen opperhoofd Bronsveld bij na uijt eijge beweeging op sig genoomen hebben, haar reecq: onder ultimo Aug=s deses Jaars, sullen hebben geliquideerd, is de propositie van gemeld opperhoovd, die door hem met veel Empressement aangedrongen is. om die handelaars uijt den handel te Secludeeren, en andere, die sig daartoe aangebooden en ook belooft hadden, het restant debet van Bronsveld te betalen, tot nieuwe kooplieden te verkie„ geworden sen, finaal gedeclineerd nadien van dusdanige ligtvaardige presentatien. 15 presentatien selden, off nooijt veel goeds op den duur te wagten is, insonderheijd omtrent saken, daarse geen de min„ ste relatie toe hadden, boven dien de prinsen deese nieuwe kooplieden door vexatien en andere Empechementen in het land omtrent haren Handel, al soo wel een sodanige verbinte„ nisse affdwingen kunnen, als sij d' voorsz: twee handelaars gedaan hebben. Ook betuijg ik uw Hoog Ede„ lens mijne Ootmoedige dankbaar„ heijd, voor de gemaakte schicking in de verkoops pris van het staaff„ koper Japans soo op de Mallabaar„ Couratta als Bengale, en ik durff vaststellen, dat voor de presente verkoops prijs hier ter Cus„ te 4: a: 5. maal honderd duijsend ponden 's Jaars, Ja somwijlen meer te verdebiteeren sal weesen, bij aldien het debiet niet door groo„ te aanvoer van Colombo met par„ ticuliere vaartuijgen geinterrum„ peerd werd, gelijk deesen Jaare heeft plaats. 108 425 plaats gehad, door een particulieren aan„ breng van wel 435. kisten, off 54375:- ponden die op naoer en elders voor min„ dere prijsen verkogt is geworden, dan den Coopman Tieroemenij Chittij met de Compe. voor de bhaar gecontracteerd heeft; Hij heeft daarover diverse reij„ sen gedoleerd, soo meede den saraff sijn be„ swaarnisse ingebragt over den groften aan„ breng van specerijen van dat Eijland, die alsmeede voor een mindere prijs ter voor„ noemde Zeeplaats, dan de particulieren alhier aan de E: komp=e betalen moe„ ten, verkogt werden; het geen van mijn pligt geagt hebbe, uw Hoog Edelens ter kennisse te brengen, om daar in sooda„ nige voorsiening te doen, als Hoogst Deselve bevinden sullen met het mees„ te Jntrest van de E: Maatschappije te quadreeren. Het genoteerde dat geen Reclame door een Engels, nog frans Officier, met sijn Blodem op onse rheede ge„ ankerd leggende, van soldaten off ma¬ troosen gedaan werdende, gelden, kan, sal ik inselvervoegen in schul„ dige Observantie houden, en voorts van uw Hoog Edelens goedheijd blij„ ven te gemoed sien, de gepromitteerde Copijen groo„ t 109 Copijen der Tractaten en verbonden dier„ weegens. Voorts bidde uw Hoog Edelens onder„ danigst met Hoogst Derselver gere„ nereerde beveelen gemunieerd te werden, hoedanig sal moeten werden, gehan„ deld, ingevalle het weder gebeuren mog„ te, dat het Retourschip, gelijk deesen Jare met de Pallas geschied is, soo laat alhier opdaagde, dat het niet na de noord kan gesonden, maar al„ hier vollaaden en uijt dese Rheede gedepecheerd moet werden, en sulx niet bepaaldelijk voor, off op den 15. October, tot wanneer off welken tijd de scheepen na de ordre alhier ter rheede mogen vertoeven geschie„ den kan, het sij door manquement aan packent die ter vollading van de noord verwagt werden; dan wel dat een sodanigen kiel bereeds vol„ laden weesende, na het sluijten der factuuren, en het in gereedheijd brengen der Overige papieren wagten moet, off dan in sodanigen geval het schip tot den 20:' van de maand Octofer, bij aldien geen onweer vlagen of storm„ buijen te voorsien zijn, sal moogen aanhouden.
English
detain, or indeed let it sail on to Trincomalee on that appointed day of 15 October, either to be fully laden with the bales that will be sent thither from here with the sloops, or to wait there until the papers belonging to the ship and cargo, having been prepared, shall be delivered there. Wherewith, commending Your High Noblenesses' Illustrious Persons as well as the state of the General Company to the providence of the Almighty, I subscribe myself with profound respect. Below stood: High Noble, Great Honourable, Wide-ruling Lords and Right Honourable Gentlemen, Your High Noblenesses' Humble and Obedient Servant. Was signed: R. v. Vlissingen. In the margin: Nagapatnam in the Castle, 30 December 1774. Agreed. Helssingen 429 Saturday, 12 February 1774. In the morning at eight o'clock Meeting of the Council of Policy, Present: The Honourable Chief Administrator Henricus Leembruggen, and Second Warehouse Master Joan Daniel Simons; The Lord Governor presented to the assembly that until today he had looked out in vain for the arrival of Jenpenne Jagoenadoe Rasoe, Duan of the Visianagaram Princes Visia- and Tjittaramarasoe, who, according to writings from the Bimilipatnam chiefs and the desire of those princes, having settled their affairs with the English at Madraspatnam, was to come here in order to negotiate further and contract regarding the leasing of Bimilipatnam and its dependencies here; although His Honour testified that from all circumstances it appeared quite clearly that nothing would come of that crossing hither, because, remaining at Madraspatnam, he made not the least movement to undertake the journey hither, and possibly could not and would not be able to depart from there before and until the English were satisfied concerning their desire or the dispute that had arisen between them and the aforesaid Princes, which might take some time because of the turbulent state of the times in which this southern part of this coast found itself; besides and except that, even though the said Duan might come over hither, nothing could be accomplished with him if he would not desist from the draft or decision, or alter the same, with respect to the conditions upon which the lease would have to take place, especially with regard to the stipulated loan of money in the sum of 100000 Rupees, namely, that there should not be deducted therefrom the contracted lease moneys of 18198 Rupees per year, but that these should be paid in advance each time, and the aforesaid moneys to be lent, the time limited for their repayment having expired, the principal with its interest would be returned by the soukar Wannamalidaas, under this express condition that those rulers, needing money, would have to be assisted anew with a loan of an equal amount, as is extensively mentioned in a writing handed over by the servant Moetoe Anandapoele, so that the Honourable Company must ever be and remain under the obligation to have an amount of 100000 Rupees in stock there for the convenience of those rulers, not even regarding the absurd conditions particularly relating to the said Duan, namely that he should be gifted with a sum of 1000 pagodas for his services rendered in this matter, and moreover be granted a share in the delivery of linens for the Honourable Company; all of which having been taken into deliberation by His Honour, all the same appeared entirely unacceptable, for advancing money on loan and then also paying the lease moneys in advance annually was regarded as an unheard-of absurdity, as had been shown by the Lord Governor in a letter dispatched by His Honour to the said Duan on that subject, which was also submitted by His said Honour, and it being further remarked that as long as the Princes or their aforesaid self-seeking Duan, who pursues his own interest, did not desist from their sentiments, or grant some changes in their aforesaid absurd proposals, one would never arrive at a proper accommodation concerning this; but nevertheless, in order not to let the matter rest here, but to pursue everything that may be useful and tend to the Company's welfare, it was unanimously approved and agreed to have the chiefs directly demonstrate to the aforesaid Princes the unacceptability of the proposals made by their Duan and the impossibility of arriving at an agreement upon them, and for that reason to propose to the said Princes the inclination of the Honourable Company to lease only the village of Bimilipatnam alongside the villages of Nagamaijapalium and Koemarapalium, in which the Company's bleaching grounds are situated, as well as the mouth of the river, for such an amount as the chiefs shall maintain can be given for it, in order to make the loss that would have to be suffered on it more bearable, which was then unanimously resolved to leave deferred to those officials, and all the more so because, according to what was written in their letter of 16 October of the past year, they have suggested and proposed the aforesaid separate leasing as the most beneficial and least harmful means; and alongside that, to qualify them, upon a desired success in and regarding that lease, to promise the Princes such a sum of money on loan at ½ percent interest per month as they could best agree upon with them and
Dutch transcription
„24 aanhouden, dan wel het selve op dien bepaal„ den dag van den 15. October naar Prin„ konomale te laaten voortseijlen, het zij om met de packen, die van hier met de Chialoupen naar derwaards ge„ sonden sullen worden, nog te woorden, volladen, dan wel aldaar te ver„ toeven, tot dat de papieren tot schip en lading gehoorende, in gereedheijd gebragt sijnde, ginter sullen wee„ sen besteld. Waarmeede uw Hoog Edelens Illustre Persoonen benevens den staat der Generaale Maatschappij in de providentie des Aller„ hoogsten beveelende, mij met profunt respect. onderschrijve /:onderstond:) Hoog„ Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende n„ Heere, en welEdele Heeren uw Hoog¬ Edelens Ootmoedige en Gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ R: v: vlis„ singen. /:in margine:/ Nagapatnam in 't Casteel den 30=' December 1774: Ee Accordeerd. „ 2„ Helssingen 5 „1. 429 Saturdag den 12: ' februarij 1774. 'smorgens ten agt uuren Vergadering van Politie, Demplis Den E. Hoofd administrateur Henri¬ cus Leembruggen, en Tweede Pakhuijsmeester Joan Den Daniel Simons; Den Heer Gouverneur vertoonde de ver„ gadering, dat tot heeden vrugteloos uijt„ gesien hadde naar de komst van Jenpen¬ ne Jagoenadoe Rasoe, Duan van de Visianagaramse Prinsen Visia - en Tjittaramarasoe, die volgens schrij„ vens der bimilipatnamse opperhoof„ den en begeerte dier prinsen, derselver zaaken met de Engelschen te Madras„ patnam gereguleerd hebbende, dit heen stond te komen, om over het in pagt neemen van Bimilipatnam en Apart dies e dies onderhoorigheeden alhier nader te handelen en Contracteeren; hoewel sijn Edele betuijgde, dat uijt allen omstan¬ de niet duijster quam te blijken, dat van die overkomst na herwaards niets werden soude, dewijl hij te Madraspat nam zig onthoudende, geen de minste moe vementen maakte, de reijse dit heen te onderneemen, en mogelijk van daar niet konde, nog soude konnen vertrek„ ken, voor en al eer de Engelschen omtrend derselver begeerte of gereesen disput tusschen haar en de Prinsen voormeld, te vreede gesteld soude weesen, het geen „wat nog wel „ soude konnen aanlopen, om de wille van de onrustige tijds gesteld tenisse waarin dit zuijder gedeelte deeser kiste verseerde, buijten en behalven dat schoon gedagte Duan al herwaards. overkomen mogte, niets met denselven uijtgevoerd soude konnen werden, in„ dien hij van het Concept of besluijt niet F 434 niet desisteeren, of het selve veranderen wilde, ten opsigte van de Conditien waar op de verpagting soude moeten geschieden, insonderheijd met betrekking tot de bedongene geldleening ter somma van 100000. Ropijen, namentlijk, dat daar van niet gedecourteerd soude moeten werden, de gekontracteerde pagtpen„ ningen van 18198. ropijen sjaars, maar deselve telkens vooruijt betaald, en de voorsz: te leenene penningen, de tijd tot dies aflegging gelimiteerd, verstree„ ken weesende, het Capitaal met dies intrest door den soukaan wannama„ lidaas soude werden gerestitueerd, on„ der dit Expres beding, dat die vorsten geld benodigende, op nieuw met een gelijke montant ter leen soude moeten werden geadsisteerd, breedvoerig ver„ meld staande bij een door den dienaar Moetoe Anandapoele overgegeeven geschrift, invoegen D' E. Comp. e steeds in die in de verpligting weesen en blijven moet om aldaar een montant van 100000. Ro„ pijen in voorraad te hebben, tot gerief van die Regenten, ongeagt nog de onge„ rijmde Conditien op gedagte Duan in het bijzonder betrekkelijk, nament„ lijk dat met een somma van 1000. pa„ gooden voor sijne officien in deese zaak aangewend, begiftigt, en boven dien een portie in de leverantie van lijwaaten voor DE: Comp. e toegevoegd soude wer„ den; Alle het welke door sijn Edele in deliberatie gelegd weesende, so is, alle deselve gants onaanneemelijk te vooren gekomen, want geld ter leen te verschieten, en dan nog teffens Jaarlijks de pagtpenningen voor uijt te betaa„ len, wierd voor een ongehoorde absur„ diteijt aangemerkt, gelijk sulks door den Heer Gouverneur bij een door sijn Edele aan gedagte Duan over dat sujct afgevairdigde brieff, die door welmelde sijn Edele teffens wierd overgelegd, aange„ toond 2. 2. 33 toond was geworden, en teffens alverder geremarqueerd zijnde, dat so lange de Prinsen of derselver voormelde baatzugtige, en sijn eijgen intrest betragtende Duan, van derselver sentimenten niet quamen te de„ sisteeren, dan wel eenige veranderingen in hunne voorsz: ongerijmde voorslagen inwilligen, men nimmer dan dien aan„ gaande tot een welvoegelijk accommo„ dement geraken zoude, dog om egter hier bij niet te laaten berusten, maar alles te betragten, wat dienelijk zy en strekken kan tot 'sComp. s welzijn, een„ parig goedgevonden en verstaan, door de opperhoofden direct de Prinsen voormd, de onaanneemelijkheijd te laaten ver„ toonen, van de door derselver Duan ge„ daane voorslagen, en de onmogelijkheijd om daar op tot een akkoord te komen, en uijt dien hoofde gedagte Prinsen voortestellen de genegendheijd der E: Comp. om alleen het Dorp Bimilipatnam nevens de Dorpen Nagamaijapalium en koemarapalium, /:waarin 's Compagn:s bleekerijen geleegen zijn:/ mitsgaders de mond van de Revier in pagt teneemen, voor zodanig een montant, als de op„ perhoofden sustineeren zullen, daar voor te zullen konnen werden gegeven, om de schade, so 'er op geleeden soude moeten werden, dragelijker temaken, het geen dan unanim besloten wierd aan die bediendens gedefereerd te laa„ ten, en wel te meer om dat zij, volgens het geschreevene bij derselver Lette„ ren van den 16. . October de anno pass. o de voorsz: afsonderlijke in pagtneeming voor het heijlsaamste en min schade„ lijkste middel aan de hand gegeeven: en voorgesteld hebben, en daar nevens haar te qualificeeren, bij een gewensch„ te reusite in- en omtrend die pagtnee„ ming, de Prinsen sodanigen, somma gelds ter leen tegens ½. p. r C. o intrest 'smaands toeteseggen, als sij best met deselve soude konnen overeenkomen en
English
475 and stipulate, to the end that it be deducted annually from the lease money to be contracted, and upon the expiration of the limited lease years, the remaining principal and the accrued interest be fully paid off and liquidated, exactly and in such manner as was found mentioned in the servants' aforementioned letter of 16 October 1773, with further orders to be sent, to employ all their power at once for the obtaining of the same, as well as to report at once to this Council concerning its outcome or the likelihood there is for its procurement. Thus Done and Decreed In the Castle at Nagapatnam, date as above: /:was signed:/ R. van Vlissingen, J. E. G. Haselman, M.s Koning, W. A. Johnson, J. Appengh, J. b van Tessel, W. Duijnevelt, and Monday 25 April 1774. In the morning at seven o'clock. Council of Policy Absent The Fiscal Marthinus Koning, due to indisposition The Lord Governor informed the Members of the receipt of a letter from the Bimilipatnam chiefs, under date of 29 March last directed to this Council, principally conveying that on the 16th of that month a brahmin of the princes Visia- and Sjittaramarasoe, named Goudala Sjettaramadoe, had arrived there with a letter from the second aforementioned prince, of the day before, with verbal orders to that brahmin to take over Bimilipatnam and its dependencies, because from the letter from the Lord Governor to the Duan Jenpenne Jagoenadoe Rasoe staying at Madraspatnam it had become apparent that they could not, or could not be seen to, come to an agreement, so in accordance with the sanad granted recently or on 4 October of last year for the prolongation of the Bimilipatnam lease for one more year, they had to desist from the same; That they, the chiefs, regardless of this demand, pursuant to the order of this Council contained in their separate missive of 12 February last, which had happened to be brought to them at that very moment when they were in conference about this with that brahmin, had done everything possible and attempted to arrive at a new negotiation, and thus, in conformity with what was recommended, had shown those princes by further correspondence the impossibility of being able to come to an agreement on such footing as had been proposed by the aforementioned Duan, but indeed that they were inclined to take in lease Bimilipatnam together with the villages of Nagamaijapalium and Commerpalium, as well as the mouth of the river, against reasonable conditions; and at the same time had attempted to win over the aforementioned brahmin in favor of the Company's interests by an entertainment and regaling as friendly as it was polite, as had been promised by him upon his departure that he would employ everything in his power to move the princes to a new accommodation, and thus to preserve the friendship subsisting between them and the Honorable Company; but instead of a desired outcome of those attempts, with which they had flattered themselves, the Prince Sjittaramarasoe had given to know in a letter upon the proposition made to him in that regard, that because he currently had no need for money and moreover being completely disinclined to surrender the territory of Bimilipatnam in lease to the Honorable Company, with further mention that one should not flatter oneself with the slightest hope of coming to any accommodation in that regard, as that lease would not be surrendered again to the Honorable Company, even if their Honors wished to gift him one lakh of rupees annually, and that they had to that end made known their intention and firmly taken decision in that respect, thus considering themselves completely authorized to take possession of the lands even before the end of the currently running lease year, but that this was only delayed out of consideration that the chiefs, being subordinates, should not be subjected to any accountability in that regard, wherefore he would still exercise patience for two months, so that they, the servants, might meanwhile be able to request and obtain the necessary orders of this Council, under further announcement that after the expiration of that time they would make Bimilipatnam and its dependencies absolutely independent, and thus have the toornams or signs of possession placed; and that therefore the matters had to be maturely considered and acted upon in such a manner that thereby the ancient good harmony remained subsisting unblemished; the chiefs further saying that from all of this it became most evidently apparent that there was not the slightest likelihood of coming to a new agreement, but that after the expiration of the lease year under ultimate May next they would be forced to surrender Bimilipatnam and its dependencies, if they do not otherwise wish to be subject to, or face, acts of violence, which those rulers will certainly commit upon refusal, and which could turn out to be highly detrimental to the Honorable Company, as still
Dutch transcription
475 en bedingen, ten eijnde Jaarlijks met de te contracteerene pagtpenningen gede„ courteerd, en bij het aflopen van de ge„ limiteerde pagt Jaaren, het restant Capitaal en de verloope Intressen ten vol¬ len afbetaald en geliquideerd te werden, even en indiervoegen als bij der be„ diendens voormelde brief van den 16. e Oc„ tober 1773. vermeld wierd gevonden, met verder aftesendene Last, ter obtenue derselve al hun vermogens ten eersten in het werk te stellen, mitsgaders van dies uijtslag of apparentie die er is tot dies optenu, ten eersten aan deese Regee„ ring verslag te doen. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel tot Nagapatnam, dato voorsz: /:was geteekend:/ R. van vlissingen. . . . . . . . . . . , J. E. G. Haselman, M.s Koning, W. A. Johnson, J. Appengh, J. b van Tessel, W. Duijnevelt, en Maandag Maandag den 25. April 1774. smorgens te seven uuren. Vergadering van Politie Dempto Den fiskaal Marthinus Koning, mits indispositie Den Heer Gouverneur gaf de Leden kennisse van den ontfangst eener brief van de Bimilipatnamse opperhoofden, onder dato 29. e Maart Jongstleeden aan deese Regeering gerigt, ten principalen betelsende, dat den 16. ' dier maand al„ daar was komen ofdagen een bramine van de prinsen Visia= en sjittarama„ rasoe, in name Goudala sjettarama„ doe met een brief van den tweeden gem. prins, van 'sdaags bevoorens, niet mon„ delinge ordre aan die bramine om Bi„ milipatnam en dies onderhoorigheeden overteneemen, dewijl uijt de brief door den Heer Gouverneur aan den zig te Madraspatnam onthoudende Duan Jen penne 3. 3. 43 7 jenpenne jagoenadoe Rasoe was ko„ men te blijken, dat men tot geen accoord konde of spiede konnen komen, dus in navolging van de Jongst of op den 4e. Octob: anno passado verleende sanadoe tot de pro longatie van de bimulipatnamse pagt voor nog een Jaar van deselve moeste gedesisteerd werden; Dat zij opperhoof¬ den ongeagt deese opeijssching, ingevolge de ordre deeser Regeering, vervat bij der„ selver aparte missive van den 12. e febr: jongstleeden, die gevallig haar toegebragt was geworden op dat selfde ogenblik dat zij met dien bramine daar over in conferentie waren, alles aangewend en getragt hadden om tot een nieuwe onderhandeling te geraken, en dus, Con„ form het aanbevoolene die prinsen bij nadere briefwisseling de onmogelijkheijd hadden vertoond, dat op dien voet als door den voorm. Duan was voorgesteld, tot een accoord te kunnen komen, maar wel dat men genegen was Bimilipatnam nevens 37 nevens de Dorpen Nagamaijapalium en Commerpalium, mitsgaders de mond van de revier tegens reedelijke voor„ waardens in pagt te neemen; en tef„ fens getragt hadden, den voornoemde bramine door so vriendelijke als be„ leefde onthaaling en regaleering, ten faveure van 'sComp. s belangen overte„ halen, so als door den selven bij desselfs vertrek beloofd was geworden dat alles wat in sijn vermogen was, aanwenden zoude, om de prinsen tot een nieuw ac„ conodement te beweegen, en dus de vriendschap tusschen haar en D'E: Comp. e subsisteerende, te conserveeren, dog in steede van een gewenscht uitslag van die po„ gingen, waarmeede zij zig gevleijd had„ den, den Prins sjittaramarasoe op de aan hem dienaangaande gedane propositie bij een brief te kennen hadde gegeven, dat vermits tans geen geld nodig hadde en buijten dien volstrekt ongeneegen weesende, om het territoir van Bimili„ patnam e 439 patnam aan D' E. Comp. e in pagt aftestaan, met wijder melding dat men met geen de minste hoope vlijen moeste, van tot eenig acconiodement dierwegens te zullen ko„ men, alsoo die pagt niet weeder aan d' E. Comp. e afgestaan soude werden, al wilde haar Edele Jaarliks een Lak Ropijen aan hem schenken, en dat zij ten dien eijnde hun voorneemen en vast genomen besluijt daaromtrend hadde laten te kennen geven, sig dus volkomen bevoegd oordeelden de Landen selfs voor het uijteijnde van het tans loopende pagt Jaar in besit teneemen, dog dat zulks alleen gedelaijeerd wierd, uijt Consideratie de opperhoofden subalter„ ne zijnde, aan geen verantwoording dien aangaande subject te doen zijn, over„ sulks nog twee maanden gedeild soude oeffenen, op dat zij bediendens intus„ schen met de nodige ordres deeser Regee¬ ring soude konnen versoeken en erlan„ gen, onder wijder aankundiging, dat na na het expireeren van die tijd Bimili„ patnam en dies onderhoorige absolut onafhankelijk maken, en dus de toor„ „nams of teekenen van possessie doen stellen souden; en dat dierhalven de zaaken rijpelijk overwogen en sodanig gehandeld moeste werden, dat daar door de aloude goede harmonie ongekreukt bleef subsisteeren; seg„ gende wijders de opperhoofden, dat uijt al het selve ten evidensten quam te blijken, dat 'er geen de minste ap„ parentie was, om tot een nieuw accoord te komen, maar dat zij na de Expira„ tie van het pagtjaar onder Ult. o meij naastkomende, genoodsaakt weesen soude Bimilipatnam en dies onder„ hoorigheeden aftestaan, so lij anders aan geen geweldenarijen, die die regen„ ten bij weijgering seekerlijk pleegen zul„ len, onderworpen of deselve te gemoed sien willen, en ten hoogsten nadeelig voor DE: Comp. e soude konnen uijtvallen, alsoo nog 4.
English
neither the dilapidated state of the fort, nor the weak condition of the garrison there, permitted in the least to offer any resistance of consequence; requesting to be strengthened with the positive orders of this Government as to how they should conduct themselves in that regard, and especially if this Government should be pleased to condescend to the surrender of those lands, whether it would then not be useful and necessary, for the interests of the Honorable Company in the future, and in order to make the Princes change their minds all the sooner and induce them to a new accommodation, that this surrender should take place with all the formalities and civil treatment and reception of whomever the Princes might send to take over those lands, while handing over a document drawn up by way of a Protest, whereby it was declared in the name and on behalf of the Honorable Company that, in accordance with the desire of those Regents, it did indeed for the present renounce the leasing of those lands for the year 1774/5, but thereby by no means understood to waive the right which the Honorable Company, according to the last article of the old contract, held above all others, whosoever it might be, much less any privileges which belonged to it and its honorable merchants, servants, and other persons falling under the Company's flag by virtue of the ancient privileges, along with a protest at the same time against all actions that might in time be undertaken against this by those Princes or their Regents whom they might appoint in that district as overseers, Divans, or Havildars, under a further emphatic declaration on the part of the Honorable Company that such would be taken as sufficient motive and reason to break the ancient friendship and to secure those lands by force of arms, the righteous administration of which the Honorable Company was inclined to lease from the Princes in the most generous and equitable manner, to the advantage of the Princes, yet without suffering loss itself. Or else, in case this Government should not deem such a protest necessary or advisable, and thus might disapprove of it, in order not to irritate the Princes and drive them to arms to commit acts of hostility, that then, so that they, the officials, might have the necessary knowledge of the old privileges and custom, as well as the manner of form of government when the lands were directly under the Princes, there might be sent to them all such papers as had any relation thereto and might be found at this Main Settlement, especially from the old times before the invasion of the Marathas, when the village of Bimilipatnam was under the Prince, and also under the Serlasker or Nawab of Sikkakol, as nothing thereof could be found there. However, if it should be the pleasure of this Government not to consent to the surrender of Bimilipatnam, but to think fit to retain it and to counter force with force—which they nevertheless did not hope for in view of the harmful consequences to be foreseen from it—that then a competent person for the completion of the fort, together with such a reinforcement of militia and artillerymen, might be sent, in order to be able to maintain that affair with honor and emphasis, since it did not seem obscure that the competitors, also having a hand in this matter, it was easily to be suspected that, upon an unexpected estrangement occurring, they will, although covertly, nevertheless bring effective assistance to those Princes, against which nothing could be accomplished with the small force. All of which then, and especially the Prince's disinclination to lease or transfer Bimilipatnam etc. anew to the Honorable Company, having been deliberated upon with all attention, and it being reflected upon that from the conduct maintained by those Princes in and around the negotiations entered into time and again regarding the aforementioned lease, their unwillingness thereto could have been perceived for a long time, for which reason they had caused such conditions to be proposed and presented, especially concerning the loan of money, which could in no way be accepted, since they first offered that lease for three years at 18220 Rupees per year, on condition that the same should be discounted or deducted annually from the 100,000 Rupees to be lent to them, and the three years having expired, then that which would still be owing on balance of the aforementioned advanced or lent capital should be completely paid off, together with the interest accrued thereon, with yet some other restrictions, more fully mentioned in the separate resolution of this Council of 20 August 1773; but afterwards that the aforementioned 18220 Rupees should not be deducted from the 100,000 Rupees to be lent in the manner aforementioned, but paid annually in advance for the lease to the Princes, and the aforesaid 100,000 Rupees to be advanced on loan should remain outstanding, to be repaid upon the first demand, or when the time limited for its discharge has expired, together with the
Dutch transcription
444 nog de bouwvallige situatie van het fort, nog den swakken toestand van het Guar„ nisoen aldaar, in het minst niet permit¬ teerde, om eenig teegenweer van conse„ quentie te bieden; versoekende met de positive ordre deeser Regeering gesterkt te werden, hoedanig zij zig daaromtrend zoude moeten gedragen, en wel insonder„ heijd wanneer deese Regeering behagen mogte in de overgave dier Landen te Condescendeeren, of het dan voor de be„ langens van D'E: Comp.: in den volgtijd, en om de Prinsen des te eerder van ge„ „dagten te doen veranderen en tot een nieuw acconvodement te beweegen, niet nuttig en nodig weezen soude, dat die overgave geschiedede met alle de for„ maliteijten en Civile bejegening en ontmoeting van den geene, die de Prinsen tot den overneem dier Landen afsenden mogte, onder het ter hand stellen van een papier bi wijse van Protest ingerigt, waar 4. voor alsoo waar bij uijt naame en van wegen de Edele Comp. e verklaard wierd, dat zij vol„ gens de begeerte dier Regenten wel voor het tegenswoordige afsag van de in pagt neeming dier Landen voor den Jaare 177 4/5. , dog daar bij geen„ sints verstond afstand te doen van het Regt, het geen haar Edele, volgens het laaste articul van het oude Contract boven alle andere, wie het ook zijn mogte, was hebbende, veel min van eenige voorregten, welke haar en haar Edele kooplieden, dienaaren en andere onder 'sComp. s vlag sorteerende persoo„ nen, uijt hoofde van de aloude privi„ Competeerde, met protestatie legien teffens tegens alle gedoentens, welke door die vorsten of hunne Regenten, die in dat district als opsigters, Die¬ ans of haweldaars soude komen te stellen, daar tegens in der tijd onderno¬ men werden mogen, onder eene verdere na= 443 nadrukkelijke verklaring aan de sijde der E. Comp: e sulks tot een genoeg„ saam motiev en reeden soude wer¬ den opgenomen, om de aloude vriend„ schap te verbreeken, en sig door „magt van wapenen te verseekeren van die Landen, welkers regtvaar„ dige beheering haar Edele op de Edel„ moedigste en billijkste wijse, ten voor¬ deele van de Vorsten, dog egter sonder selfs schade te lijden geneegen was, van de Prinsen in pagt te neemen. Dan wel dat ingevalle deese Regee¬ ring een diergelijke protest niet nodig of raadsaam oordeelen, en dus het selve afkeuren mogte, ten eijnde de Prinsen niet te irriteeren, en tot het pleegen van feijtelijkheeden in het harnas te Jagen, als dan haar, op dat zij bedien¬ dens de nodige kennisse hebben mogten van de oude voorregten en usantie, mits„ gaders manier van Regeerings form, wanneer dere wanneer de Landen direct onder de Prin¬ sen waren, haar toegesonden mogte werden, alle sodanige papieren als daar toe eenige relatie hadde, en te deser Hoofdplaatse te vinden mogte weesen, specialijk van de oude lijden voor de in„ rasie der Marattijs, wanneer het Dorp Bimilipatnam onder den Prins, en ook wel onder den serlaskeer of Nabab van sikkakol gestaan hadde, also daar van aldaar niets te vinden waren. Dog wanneer het welbehaagen deser Regeering wesen mogte, om in de overgave van bimilipatnam niet te bewilligen, maar goedvinden het selve aantehouden en geweld met ge„ weld te keer te doen gaan, het geen zij egter uijt hoofde van de daar uijt te voorsiene schadelijke gevolgen niet verhoopten, als dan een bequaam per¬ soon tot de volbouwing van het fort, nevens sodanig een versterking van Mi„ litie en Arthillaristen gesonden mogen werden, ten eijnde die affaire met Eere en nadruk te konnen soutineeren, nadien het 5. 5. 443 het niet duijster voorkwam dat de Com„ petiteuren meede de hand in deese zaak hebbende, ligtelijk te vermoeden was, dat zij bij een onverhoopte voorteval„ lene verwijderinge die Prinsen hoewel bedektelijk egter kragtdadige bijstand toebrengen zullen, waar tegens men met de geringe magt niets soude kon„ nen uijtvoeren. Over al het welke dan, en inson„ derheijd over des Prinsens ongenegend„ heijd, om bimilipatnam &. a op nieuw aan D' E. Comp. e in pagt te geeven of overtelaten, met allen aandagt gedeli„ bereerd weesende, en daarbij gereflec„ teerd dat uijt het gehouden gedrag dier Princen in= en omtrend de een en andermaal g'entameerde onderhande„ ling, ten belange van de voormelde pagtneminge, al lange hadde konnen bespeurd werden derselver onwilligheijd daar toe, daarom sodanige Conditien insonderheijd omtrend de geld leening hadde laten voorstellen en proponeeren, die en die in geenen deel hebben konnen werden geaccepteerd, alsoo eerst die pagt voor drie Jaaren hebben overgelaten tegens 18220. Ropijen sjaars, onder Conditie dat deselve Jaarlijks gedecourteerd of inge„ houden, soude werden, van de aan haar te Leenene 100'000. Ropijen, en de drie Jaaren verloopen zijnde, dan in het geheel af„ gelegd soude werden, het geen van het voormeld uijtgeschotene of geleende Capi¬ taal per restant nog debet zoude wee„ sen, nevens den Intrest daarop verloopen, met nog eenige andere restrictien, bree„ der vermeld bij aparte resolutie deeser tafel van den 20. e aug. o 1773. , dog na„ derhand dat de voormelde 18220. Rop: niet van de te leevene 100'000. Ropijen, invoegen voormeld ingehouden, maar Jaarlijks voor de pagt aan de prinsen voor¬ uijt betaald werden, en de voorsz: ter Leen te verschietene 10'0'000. Ropijen staan blijven soude, om bij de eerste opeijssching, of de tijd tot dies aflegging gelimiteerd, verstreeken zijnde, nevens de
English
the accrued interest would be paid off, provided that the Honourable Company, in case the princes should again require money and make a request for it, would have to advance an equal amount anew or in that same manner, without first writing about this to this Government and requesting and obtaining its qualification for it; and that furthermore the Duan Jenpenne Jagoenada Rasoe, above the 1000 pagodas for expenses, would have to participate for a third in the Insaam; all of which is found to be dealt with more closely and circumstantially in the separate Resolution passed on that account on 12 February of this year, from which not only, but especially from what was communicated by the chiefs in their aforesaid letter of 29 March last, the disinclination of those princes to the cession of that lease became most evidently apparent; and furthermore it having been observed that the granted reduction of 2000 rupees seems only to have occurred, and to have been brought about by the aforesaid Duan, in the hope of having a share in the Insaam, and that the money loan would take place on such footing and conditions as had been regulated and agreed upon by him with the servant Moetoe; and furthermore it having been brought into deliberation that everyone, being master of his own land, could act according to his own discretion as he judged best, so that the Princes could not be forced to cede a lease which had not always, but accidentally for some years past, come to the Honourable Company, especially since no coercion could take place in an affair where one could not agree on the conditions upon which the same was to proceed, all the more because in the contract of 1768 it was expressly stipulated and agreed that if one of both contracting parties was not inclined to continue with the cession or taking over of the aforesaid lease, it would then have the full freedom to renounce it; for which reasons as well as the other motives cited and set down herefore, it was unanimously approved and understood to renounce that lease finally, and thus to make no further attempts to obtain or prolong the same, and consequently to order the chiefs to return and hand over that lease—which has constantly been an apple of discord between the chiefs, and many have found their ruin in it, while the Honourable Company has always been the victim of the affair and thus the suffering party—with the same solemnities as were observed at the taking over, in case such should be necessary, but otherwise not, provided care is taken that the lease moneys still outstanding or to be collected come in properly; to which end the Princes, or those to whom the administration of the aforesaid lands to be ceded would be entrusted, are to provide the required security for it, and in addition, as was practicable to observe on such occasions, to keep a neat and accurate record and settlement of account of what the retiring possessor or lessee ought to have outstanding on the land, both on account of the sowing of his time and remaining debts etc., and thus, everything having been brought into proper order and transferred, to await how the princes would conduct themselves there regarding the seat and trade of the Honourable Company; as far as this Government was concerned and could foresee, it had no apprehension of any disadvantageous attempts, since the return of those leased lands brought about not the slightest change in the seat and toll-free trade in the lands of the Princes, as the same was founded upon the anciently obtained prerogatives, first from the Golconda kings and afterwards from the Mogol Emperors, just as this had served as a foundation for the lease contract entered into and concluded with the Princes in the year 1768, whereby all those privileges being renewed, those regents had confirmed them; which was understood to be briefly stated to the servants upon their requisition made in that regard, that the same consisted of: That all natives might trade freely with the Honourable Company; That the regents had to help collect the debts; That the Company's dependents are exempt from paying poll taxes, as well as freedom from the duty on permanent laborers; That no road and boy-moneys would be collected; That the Company's merchants and servants would be free from all exactions; That no boat or ferry money would be paid; furthermore, toll-free status everywhere in the country; And that deserters would be returned and delivered up; That if anyone of the Company's servants should quarrel over an account, it would be settled with the approval of the Chief, but legal cases would go before the Kazi or spiritual judge; And furthermore to promise the chiefs that the Regalia would be examined more closely here, and if anything further or more special should be found therein relating to Bimilipatnam, it would be sent to them by the next opportunity. It was furthermore resolved to still
Dutch transcription
442 de verloope rhenten afgelegd te werden, mits dat d' E. Comp e de prinsen weder geld benodigende, en daarom versoek doende, op nieuw of op die selfde wijse een gelijke montant soude moeten ver„ schieten, sonder daar over eerst aan deese Regeering te schrijven, en derselver quali¬ ficatie daar toe te versoeken en erlan„ gen, en dat wijders den Duar jenpen¬ ne Jagoenada Rasoe, boven de 1000. pagorden tot spendatie, voor een derde in den Insaam soude moeten partici¬ peeren, alles nader en omstandiger ver„ handeld werdende gevonden, bij de dierwe„ gens gevallene aparte Resolutie van den 12e febr: deeses jaars, waar uijt niet al„ leen, maar insonderheijd uijt het be„ deelde door de opperhoofden bij derselver voorsz: Letteren van den 29. e Maart jongstleeden, ten evidensten kwam te blijken de ongenegendheijd dier prinsen tot den afstand van die pagt; En wij„ ders nog aangemerkt zijnde, dat de ingewilligde Diminutie van 2000. rop. s alleen alleen schijnd geschied te zijn, en door den Duan voormeld bewerkt te weesen, op hoop van deel in den Jnsaam te zullen hebben, en de geldleening ge„ schieden soude, op dien voet en Con„ ditien als door hem met den dienaar Moetoe gereguleerd en overeengekomen was; En widers in deliberatie ge„ bragt weesende, dat een ieder mee„ ster van sijn Land weesende, na eijgen goeddunken handelen konde, wat hij best oordeelde, invoegen de Prinsen niet gedwongen konde werden tot den afstand van een pagt, die niet altoos, maar t' sedert eenige jaaren toevallig aan D: E: Comp. e gekomen was, incon„ derheijd dat geen dwang plaats kon„ de hebben, in een affaire, daar men over de Conditien, waarop deselve voortgang hebben soude, niet eens konde werden, te meer bij het Con„ tract van 1768. wel Expresselijk be„ dongen en overeengekomen was, dat een 6 449 een van beijde der Contracteerende par„ thy en niet geinclineerd weesende, bij den afstand of overneem van de voorsz. pagt te continueeren, als dan de volle vrij„ heijd hebben soude, daar van aftesien om welk reedenen so wel; als de Azeri„ ge hier vooren aangehaalde en ter neder gestelde motiven dan eenparig goed„ gevonden en verstaan is, van die pagt maar finaal aftesien, en dus ter ver„ krijging of pro longatie derselve geen. nadere tentume te doen, en mits dien de opperhoofden te ordonneeren die pagt, die steeds tot een twist appel tusschen de Opperhoofden geweest is, en veele 'er hun ruine aan hebben ge„ vonden, mitsgaders D' E. Comp. 'er al„ toos de deese van het geval, oversulks de lijdende parthij is geweest, met die selfde solemniteijten, als bij den over„ neem geobserveerd waren, ingevalle sulks noodsakelijk weesen mogte, dog anders niet te rug en overtegeeven, mits sorge„ dragende, a dragende, dat de pagtpenningen die nog uijtstaande zijn, of ingepalmd moe„ ste werden, rigtig inkomen; ten wel„ ken eijnde door de Prinsen, of de geene aan wien de beheering van de voorsz: aftestaane Landen aanbetrouwt soude werden, de vereijschte securiteijt daar voor te doen besorgen, en daarnevens gelijk bij diergelijke gelegendheeden practicabel was te betragten, een nette en accuraate aanteekening en afreekening te hebben, van het geen den afgaande besitter of pagter, so wegens het gesaaij van sijn tijd, als restant schulden &a. op het Land uijtstaande hebben moeste, en dus alles in een ge„ schikte ordre gebragt en overgetrans„ porteerd zijnde, afte wagten hoedanig de prinsen omtrend den seet en han„ del van d' E. Comp. e aldaar sig soude komen te gedragen, voor so verre deese Regeering betrof en voorsien konde, hadde deselve geene bedugting voor eenige 451 eenige nadeelige tentames, nadien de te rug gave dier gepagte Landen, geen de minste verandering te weeg bragteden in den seet en tolvrijen handel in der Prinsen Landen, als deselve geves„ tigd zijnde op de aloude verkreege prerogativen, eerst van de Golkon„ dase koningen, en daarna van de Mogolsche Keijzers, gelijk sulks tot Een grond slag gediend hadde van het pagt Contract in den Jaare 1768. met de Prinsen aangegaan en geslo„ ten, waar bij alle die voorregten gere noveerd weesende, die Regenten deselve geconfirmeerd hadden, die verstaan wierd, de bediendens op derselver dier„ wegens gedaan requisit, in het kort op te geeven, dat deselve bestonden: Dat alle Jnlanders met D' E. Comp. e vrij han„ delen mogten: Dat de Regenten de schul¬ den moesten helpen invorderen: Dat 's Comp. Dependenten vrij zijn van het betaalen van hoofdgelden: soomeede vrijheijd vrijheijd van de geregtigheyd van vaste arbeijdslieden: Dat geen weg= en booijs gelden ingevorderd soude wer„ den: Dat 'sComp. s kooplieden en be„ diendens vrij van alle opdrang soude zijn: Dat geen schuijt of veergeld betaald soude werden: voorts thol„ vrijheijd allerweegen te Lande: En deserteurs te rug en overgeleverd sou„ de werden: Dat iemand van 's Comp. s bediendens over reekening krakee„ lende, met het goedvinden van het Opperhoofd soude werden afgemaakt, dog regtsaaken voor den kagie of Geestelijke Regter; En wijders de opperhoofden toeteseggen, dat men de Regalias alhier nader soude laten nagaan, en daar bij nader of iets speciaalder gevonden werdende, betrekking hebbende tot Bimili„ patnam, men deselve haar per naaste gelegendheijd zoude doen toekomen. Werdende voorts besloten haar nog te F
English
to order that necessary care be taken regarding the possessions of both the present and former renters, in so far as they are indebted to the Honorable Company, for the indemnification of Her Nobility; and further that the brother of the servant Moeto Ananda poele should not be permitted to depart with the chief Pfeiffer to Palikol, but, having liquidated his arrears regarding the lease moneys, should immediately, without making any excuses, be sent over here; while the newly appointed chief Vrijmoet should simultaneously and especially be ordered to use all care and attention for the collection of the aforesaid outstanding lease moneys, and to that end have all security provided by the outgoing chiefs, since it was decided to leave whatever was lacking, or should come to be lacking, for their own account and responsibility. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid; signed as before, except M. s Koning. Agreed, H. Duynevelt Sec. Demonstration of what unusual course of dealing the Company would commit itself to in furnishing 50000. Ropias to the Bimilipatnam Princes according to the communicated proposal by letter of 7 October 1774. The principal will consist of: 50000. -. -. Rop:s The lease will be contracted for three years, and that for Rop:s 8331. -, the interest of ½ percent per month having to be charged by the princes on the 50000. Rop:s, as: For the year 1774/5, assuming that this will be the first lease year, the interest amounts to: 3000. -. - Total: 53000. -. -. Rap:s For the second lease year, or 1775/6: 3180. -. - Total: 56180. -. - Rop:s For the third lease year, or 1776/7: 3360. -. - Thus, after the expiration of the three-year lease term, the Princes will be indebted: 59540. -. - Rop s Which will have to be reduced annually with the aforementioned lease amount of 8331. -. rop:s in the following manner: The first year after the contracted lease term will then be 1777/8, of which the interest amounts to: 3564. -. - Total: 63104. -. - Rop=s From which deduct the lease of the first year to the amount of: 8331. -. - Remainder: 54773. -. - Rop:s Add for interest of the second year, or 1778/9: 3276. -. - Total: 58049. -. - Rop=s To be carried forward Carried forward: 58049. -. - Rop=s Deduct the lease amount to: 8331. -. - Remainder: 49718. -. - Rop:s Add for interest of the third year, or 1779/80: 2976. -. - Total: 52694. -. - Rops Deduct the lease amount to: 8331. -. - Remainder: 44363. -. - Rop:s Add for interest of the fourth year, or 1780/1: 2652. -. - Total: 47015. -. - Rop=s Deduct the lease to: 8331. -. - Remainder: 38684. -. - Ropp:s Add for interest of the fifth year, or 1781/2: 2316. -. - Total: 41000. -. - Ropp:s Deduct the lease to: 8331. -. - Remainder: 32669. -. - Rop:s Add for interest of the sixth year, or 1782/3: 1956. -. - Total: 34625. -. - Ropp:s Deduct the lease to: 8331. -. - Remainder: 26294. -. - Rop:s Add for interest of the seventh year, or 1783/4: 1572. -. - Total: 27866. -. - Rop:s Deduct the lease to: 8331. -. - Remainder: 19535. -. - Rap: Add for interest of the eighth year, or 1784/5: 1164. -. - Total: 20699. -. - Rop:s Deduct for the lease to: 8331. -. - Remainder: 12368. -. - Rop:s To be carried forward Carried forward: 12368. -. - Rop:s Add for interest of the ninth year, or 1785/6: 732. -. - Total: 13100. -. - Rop:s Deduct for the lease, or: 8331. -. - Remainder: 4769. -. - Rop:s Add for interest of the tenth year, or 1786/7: 276. -. - Total: 5045. -. - Rop:s Which amount can be liquidated with the lease of the tenth year after the three-year contract. From which it is evident that the Company would be obligated for 13 years to lease Bimilipatnam and the mouth of the river, along with the villages Commerpalium and Nagamaijapalium, or to retain them in payment of the advanced money.
Dutch transcription
435 te gelasten, voor de besittingen so wel van de presente, als geweese pagters voor so verre die aan D' E: Comp:e schuldig zijn, de nodige sorge te dragen, ter schadeloos stelling van haar Edele; En wijders dat den broeder van den dienaar Moeto Ananda poele niet gepermitteerd soude moeten werden, met het opperhoofd Pfeiffer naar Palikol te vertrekken, maar sijn agterstal wegens de pagtpennin¬ gen geliquideerd hebbende, ten eersten sonder eenige uijtvlugten te maaken, dit heen soude moeten werden overge Terwijl het nieuw aangesteld op„ souden; perhoofd vrijmoet teffens wel specia¬ lijk gelast zoude werden, alle zorge en attentie te gebruijken, voor de inko¬ ming van de voorsz: agterstallige pagt„ gelden, en ten dien eijnde door de af„ opperhoofden alle securiteijt gaande te doen stellen, alsoo al het geen daar aan kwam, of soude komen te ontbreeken aakt, li„ nog ontbreeken, besloten wierd, voor dersel„ ver Rekening en verantwoording te laaten. Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel) tot Nagapatnam dato voorsz: /:geteekend:/ als vooren /: Excepto/ M. s Koning Accordeerd H. Duynevelt Pec 453 Demonstratie aan welke ongewoone handelwijse de Comp=e zig zoude verbinden bij het verstrekken van 50000. Ropias aan de bimilipatnamse Prinsen volgens bedeeld project bij brief van den 7. ' october 1774. Het Capitaal zal bestaan in - - - - - - Rop:s 50000 -. -. De pagt zal gecontracteerd worden voor drie Jaaren, en dat voor Rop:s 8331. , zullende de cto. 's maands door de prinsen Intrest van ½. p=r op de 50000. Rop:s moeten worden gerekent; als: voor anno 177 8/5. , verondersteld zijnde, dat dit het eerste pagt Iaar weesen zal, bedraagt de In„ Teld. - - - - Rap:s 53000. -. -. Voor het tweede pagt Iaar, of 177 5/6. - - - - - - „ 3180. –. — Teld - - - - - Rop:s 56180. –. - trest - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Voor het derde pagt Iaar of 177 6/7. - - - - - - - „ 3360. –. — Dus zullen de Prinsen na het aflopen van de drie Iaarige pagt tijd debet zijn - - - - - - Rop s 59540. –. – Dat 's Iaarlijks zal moeten vermindert worden met de voorengemelde pagt schat van rop:s 8331. –. in volgender maniere Het eerste Iaar na de gecontracteerde pagt tijd zal dan zijn 177 7/8, waar van den Intrest be„ 3564. —. „ 63104. -. - Feld.- - Rop=s Waar van aftrekken de pagt van het eerste Iaar 8331. -. - tot - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - --„ Rest. . . - Rop:s 54773. —. — bij voor Intrest van het tweede Iaar of „17 9/6 3276. - -. nit Teld.- - - - Rop=s 58049. -. – Die Transporteere draagt - - – - – - – – – – – – – – – – — 3000. -. P=r Transport - . . . - Rop=s 58049. — Af de pagt schat tot - - - - - - - - - - - - -i 8331. -. Rest. Rop:s 49718. — bij voor Intrest van het derde Iaar off 177 7/80 - - - - „ 2976. - om 526 Feld- - Rops af de pagt schat tot - - - - - - - - - - - - - - - - m Rest Rop:s: 443 bij voor Intrest van het vierde Iaar of 178/4. - - - „ 265 Teld. - Rop=s 47015. -. af de pagt tot - - - - - - - - - - - - - - - - - 8331. -. mins Rest. - Ropp:s 38684. -. bij voor Intrest van het vijfde Iaar of 178½2. - - - - - „ 2316. –. m Teld - - - Ropp:s 41000: —: Af de pagt tot - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 8331. -. mi Rest. . . . Rop:s 32669 —. bij voor Intrest van het selde Iaar of 178 2/3 - - - - - „ 1956. —. mi Teld.- - - - Ropp:s 34625. -. — af de pagt tot - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 8331. –. – Rest. . . Rop:s 26294. -. bij voor Intrest van het sevende Iaar of 178¾. - „ 1572. -. - Teld - - - - Rop:s 27866 -. - of de pagt tot - - - - - - - - - - - - – – – - „ 8331. -. - Rest. . . . Rap: 19535. - . bij voor Intrest van het agtste Iaar of 178 1/5: —. „ 1164. —. Teld. Rop:s 20699 -. af voor de pagt tot - - - - - - - - -- 8331. —. m Rest. . . . . Rop:s 12368. -. - Die Transporteere 457 P„r Transport - - - - - - - Rop:s 12368. —. bij voor Intrest van het Negende Iaar of 178 7/6 - - - - 732. — Teld- - - Rop:s 13100. -. af voor de pagt of - - - - - - - - - - - - - „ 8331. —. — Rest Rop:s 4769 —. bij voor ontrest van het Thiende Iaar of 1785 5/7. - - 276. -. . Teld Rop:s 5045. –. -. welk bedragen met de pagt van het Thiende Iaar, Ti na het drie Iaarig Contract geliquideerd worden kan waar uijt Consteerd dat de Comp=e 13. Iaaren verbon„ den zoude weesen bimilipatnam, en de mond der ri„ vier nevens de doopen Commerpalium en Naga„ maija palium in pagt of aan te moeten houden in betaling van het verschoten geld.