Inventory 9694
Coromandel · 218 pages · 27 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
of this city, to which they principally attributed their exodus. While, thirdly, they further requested the abolition of certain small customary fees allocated here to the Fiscal. And since we thought that by granting the aforementioned articles, whether in whole or in part, peace and good order within this city would again be restored through the return of the departed inhabitants, we saw fit to withdraw the aforementioned tax, which after all could not be introduced by force, until further orders from Your Right Noblenesses, and to alter the two other points as is described in the Secret Resolution of 14 May, to which I respectfully refer myself; while finally, in continuation of this vexing history, which has cost me endless trouble, as can be further seen from the secret Resolutions of 26 May, 16 June, and 27 July, I have the honour hereby to note that the combined departed inhabitants, after all trades and businesses both inside and outside the city had stood idle for more than three months, finally returned on 17 July, to the number of fully 10,000 people, to this city and the villages belonging under it, with the exception of the 5 Castes of the Artisans, who refused to follow the great crowd on the grounds that they had not yet been granted the privilege of being allowed to use a palanquin at their weddings, as had been promised to them at their exodus by Canjema Chittij, head of the Castes, and other heads of the inhabitants of this city, together with the liberty of being allowed to make a circuit with it through a large part of the city, as had been granted to them under the administration of the Ordinary Councillor and Governor of this coast, Pieter Haksteen (late memory). However slight such a concession may seem to the eye, it is nevertheless among the Malabars who are of a high caste a matter of great weight, over which very much agitation was made under the administration of the Noble Mr Haksteen, as the Resolutions of that time and His Right Noble's surviving Memorandum clearly demonstrate. And consequently I saw fit in the beginning not to meddle with that matter, but to postpone it until a more convenient opportunity, as the same is extensively recorded in the secret Resolution of 27 July. In the meantime, however, I did not fail to work by all possible means, underhand, to induce the five castes to a speedier return, even having them assured indirectly that satisfaction would be given to them in one way or another. But nobody wanted to hear less of it than they, subsequently making it clearly enough known, both through their conduct and words, that no matter in what poor circumstances they might find themselves with regard to their state, they nevertheless never thought of returning as long as the heads of the remaining Castes had not fulfilled their promise. And in this condition that dispute continued to run until 24 August, when the combined Castes of the artisans sent to me three persons from their midst, commissioned for that purpose, who handed to me a translated petition containing such complaints, with the reasons for their exodus, as have just been cited by me. Moreover, from this writing I also saw, with very great annoyance and no less dismay, that the Company's merchant Tieroemenij Chittij, who throughout the entire exodus had played such a prominent role in the performance, was also, alongside some other lesser heads, the principal cause of the artisans' exodus, as having enticed them to it by promising them the use of a Palanquin at their weddings, although he now refused to keep his word. And since upon this alone depended the return of the Artisans, who could absolutely no longer be spared unless one wished entirely to neglect the Company's ships and vessels, along with the important work of the mint, we decided on 28 August, on the basis of what was charged against him in the Petition of the Castes, to order the proud-spirited merchant Tieroemenij Chittij in the meeting to settle the dispute with the five Castes of the Artisans to the satisfaction of the Government within the period of eight days, or that he would otherwise be held accountable for all the detrimental consequences that might result therefrom for the Company and its subjects. Yet instead of complying with this order, the combined merchants came to me on the 3rd of this month and declared unanimously that all of them together, and therefore even less Tieroemenij Chittij alone, saw the slightest possibility of inducing all the different Castes that were found in this city, and consisted principally of the common sort of people who had nothing to lose, to grant to the five Castes of the Artisans the use of a Palanquin at their wedding feasts and the carrying around therewith of the bridegroom and bride through a larger circuit of the city than had been granted in the time of Mr Haksteen (late memory), although they for their part gladly wished to consent to it by handing to me proof thereof, ratified with their usual signatures. And since this offer was all that could be obtained from them with
Dutch transcription
14 deeser stad: waar aan zij princi„ „paal hunne uijtwijking toeschreeven Terwijl zij ten derden nog ver„ „zogten, de afschaffing van zeekere geringe kustumados den Fiskaal al„ „hier toegelagd En nadien wij meenden, dat door het toestaan, het zij in het ge„ „heel, dan wel ten deele van de voor„ „schreeve articulen, de rust en goede ordre binnen deeze Stad tweeden zou worden hersteld door de terug komst der uijtgeweeken inwooners, vonden wij goed, de voorschreeve be„ „lasting die tog met geen geweld kon worden g'introduceerd, tot nadere or„ dres van Uwe Hoog Edelheeden weeder in te trekken, en de twee an„ „dere poincten zodanig te altereeren als bij de Secreete Resolutie van den 14. Maij beschreeven staat, waar aan ik mij met Eerbied gedraage, terwijl ik eijndelijk ten vervolge van ten lijk aan¬ sten van deeze Chagrinante historie, die mij een oneijndige moeijte gekost heeft gelijk nader kan worden beoogd bij secreete Resolutien van den 26 Meij 16. Junij en 27. Julij de eere hebbe bij de „sen te noteeren, dat de gezamentlijk uijtgeweeke inwooners, nadat alle nee ringen en hanteeringen, zoo in als buijten de stad ruijm drie maanden stil gestaan hadden, eindelijk op den 17. Iulij, wel ten getalle van 10'000 menschen na deeze Stad en de daar onder behoorende dorpen te rug ge„ keerd zijn, behalven de 5. Castens der Ambagtslieden, die geweijgerd hebben den grooten hoop te volgen, uijt hoo „den men aan hun nog niet toegesta hadt het voorregt om op hunne brui loften een palenquin te mogen gebruij „ken gelijk aan hun was beloofd gewor „den bij hunne uijtwijking, door Canjema Chittij, hoofd der Castens en andere hoog den van de inwooners deeser Stad, ne vens de vrijheid om daar meede te mogen 143 moogen rondgaan door een grooten ge„ deaten van de Stad, als aan hun onder de Regeering van den heer Raad ordinair en Gouverneur deesen kuste Pieter Haksteen / L: M:/ was g'accordeerd. Hoe gering zodanig eene ven„ „gunning ook op het oog schijnen mag, is zij egter onder de Malla„ baaren die van een hoogen kasta zijn, een zaak van groot gewigt, waar over onder de Regeering van d' Edel heer Haksteen zeer veel beweeging is gemaakt geworden, zoo als de Resolutien van dien tijd en zijn wel Edelens nagelaaten Memo„ „rie duijdelijk aantoonen En dien volgende vond ik goed mij in het begin met die zaak niet te meleeren, maar het zelve tot een bekwamere geleegendheid uijt te stellen: gelijk zulx breedvoerig ge„ Comprellendeerd staat bij secreete Resolutie van den 27 Julij. ondertusschen o7 10 andan den E Ondertusschen liet ik egter niet na, om onderhands, door alle mogelijke mid„ „delen te werken, om de vijf kastens tot een Spoediger te rug komst te beweegen: laatende hun zelfs van ter zijde verzeekeren, dat aan hun, op de een of andere wijze genoe„ „gen zou gegeven worden Maar niemand wilden daar na minder hooren als zij gee„ vende vervolgens zoo door hun gedrag als woorden duijdelijk genoeg te ennen, dat in hoe slegte om„ standigheeden zij zig, met opzigt op hunnen staat, ook mogten be„ vinden, zij egter nooijt dagten te rug te keeren, zoo lang de hoof„ „den van de overige Castens niet aan haare promesse hadden voldaan En in deeze omstandigheid bleef dien twist voortlopen tot den 24. Augustus: wanneer de ge„ zamentlijke Castens der ambagtslie„ den bij mij zonder drie perzoone Uijt 1 123 uijt het midden van hun daar toe gecommitteerd, die mij ter hand stel„ „den een Translaat Request, be„ „helsende zodanige klagten, met de reedenen van hunne uijtwijking, als door mij zoo even zijn aangehaald Boven dien zag ik ook uijt dit schriftuur met zeer groo„ te ergernis en geen minder ontstigting dat Compagnies Koopman Tieroe„ menij Chittij, welke geduurende de gansche uijtwijking, zulk een voorname rol in het opvoer hadt ge„ „speelt, ook neevens eenige andere min„ „dere hoofden, de voornaamste oor„ „saak van het uijtwijken den ambagts„ „lieden was, als hebbende hun daan toe uijtgelokt, door aan haar het gebruijk van een Palenquin, op hun„ na bruijloften te belooven: Schoon hij nu zijn woord niet wilde houden En nadien hier van alleen af„ „hong de terug komst der Ambagtslieden, die. „ a, ƒ. die volstrekt niet langer konden wor den gemist, ten zij men Compagnies scheepen en vaarthuijgen, met het voornamen werk van de munt in het geheel wilden verwaarloosen beslooten wij op den 28. Augustus den grootshartigen handellaar Tie„ romenij Chittij, op fundament van het geen hem wierdt te lasten van de Casten gelegd, bij het Request staande vergadering te ordonneeren, om het verschil met de vijf Casten der Ambagtslieden aftemaken, tot genoegen der Regeering binnen den tijd van agt dagen, of dat hij ander aanspreekelijk zou gehouden wor „den, voor alle de nadeelige gevol„ gen welke daar uijt voor de Com¬ „pagnie en haare onderdanen zouden kunnen resulteeren Dog in plaats van aan dit bevel te voldoen, kwamen de gesa„ „mentlijke kooplieden op den 3. deesen bij - 47 bij mij en verklaarden een paarig dat zij met hun alle, en dus nog veel Tieromenij Chittij alleen minder de minste mogelijkheijd zagen, om alle de differente Castens die zig in deese stad bevonden, en voorna„ mentlijk bestonden, uijt gemeen soort van volk, die niets te verliesen hadden, te beweegen, om aan de vijf Castens der Ambagtslieden toetestaan, het gebruijk van een Palenquin op haare bruijl ofsfeesten, en het rond„ draagen daarmeede van bruijdegom en bruijd door een grooter omtrek van de stad als ten tijde van de heer Haksteen (:L: M:) was vergund geworden, schoon zij daar in van haare zijde gaarne wilde toestemmen, door aan mij, daar van, een bewijs, met hunne gewoone handteekeningen bekragtigd ten 6 hand te stellen. En dewijl, deeze aanbieding alles was, wat men van hun met won ies het in stus Die„ Avan ten Copt eren Casten ter n en
English
could in reasonableness demand, I immediately had them sign such a document, drawn up by way of a declaration; which they willingly did. And on the basis of this declaration, on the 5. of this month, for such weighty reasons as are expressed in the Secret Resolution, it was decided in the Council of Policy to permit the five castes of the artisans the use of a palanquin at their weddings henceforth, through such a part of the city as was simultaneously designated for that purpose. We have also devised the necessary orders and commands to prevent a riot, which is certainly to be expected when they perform their ceremony for the first time. Hereupon, Right Honourable Sirs, the five castes of the artisans finally returned on the 8. of this month, wherefore I can actually first say that the rebellion has been completely settled since this day. But what a meager satisfaction for my well-meaning efforts, whereby I tried to accommodate the Company in a feasible manner regarding the excessive costs it must incur annually for the maintenance of the old and dilapidated fortifications of this city, which require a general improvement; and for which, in my opinion, no one was more suitable than the inhabitants, because they, as well as we, must be protected by them. Yet how unhappily I have succeeded in this, to my sensible sorrow, Your Right Honours have already, as I trust, learned in sufficient detail from the report made of it by me. If, however, contrary to expectation, I have not been detailed enough in anything, I hope that the Secret Resolutions now being transmitted may remedy that defect, and that Your Right Honours meanwhile will not please to deny me the satisfaction of favorably approving my conduct maintained in this matter. However, because through this revolt the honor and luster of my character, which I received directly from Your Right Honours, and the dignity of the Council have been sensibly insulted, principally by the chief mutineer Tieroemenij Chittij and some of his faction, I therefore request for us, from Your Right Honours, a just satisfaction, which I did not want to take myself nor have the Council take, so as not to be accused of hatred. And all the more do I request this, because for the Company's true interest it has become high time to somewhat curb the arrogance of such prominent knaves among the Malabars, who seem no longer able to live peacefully under the mild laws of the Company. Finally, I take the liberty, with relation to the foreign nations, dutifully to communicate to Your Right Honours that on the 2:nd of July I received news from Madras that war was declared on France by the Court of Great Britain on the 4. of March of this year, because the King of France had declared the Americans to be a free people, independent of the British throne; this weighty news having been written from England in a letter sent via Alexandria to Suez; from where the packet boat the Morgenster brought it to Madras on the 26. of June. One did not need to doubt the authenticity of this news for a moment, as it was directly confirmed by the military movements that were immediately made by both nations on this coast. Further, however, the truth of it became evident when, barely 14. days thereafter, a number of between 8. to 10000 native troops, having assembled under the name of the Nabob's troops, marched toward Pondicherry and came to surround that city from afar. To this army has since joined a part of the English military force, also said to consist of as many as 8. to 10000 men, though mostly native troops, with which General Munro, to whom the command over this combined army has been assigned, advanced before Pondicherry on the 21:st of August. Since then, it is said, that place is continually and heavily bombarded by the English, and at the same time well defended by those inside; the garrison of Pondicherry being estimated at 5000. armed men, who, it is said, consist of 1200. European military men 300. artillerymen, and 3500. sepoys and armed inhabitants. Meanwhile, in order to reinforce Pondicherry all the more, the French have abandoned nearby Karikal; which place was taken into possession by the English on the 11:th of August. Also, according to authentic news that I have received, an action at sea occurred on the 10th of August off and in sight of Cuddalore, between three English and French warships. The English fleet, five ships strong, bore down upon the French, consisting of 5. ships, which were lying at anchor off Cuddalore, and hereupon the battle began in the afternoon at two o'clock, between three ships on both sides, which fired broadsides at each other until half past four in the evening, which (as I have been informed) was terrible to behold, especially the battle between
Dutch transcription
met redelijkheijd kon vergen, liet ik hun direct, zodanig een papier, bij wijze van een verklaaring inge„ rigt, tekenen; het geen zij gewillig deeden. En op fundament van deese verklaring, is op den 5. hujus om zoo„ „danige gewigtige reedenen als bij de Secreete Resolutie g'expresseerd staan„ in Raade van politie beslooten, aan de vijf kastens der Ambagts„ lieden toetestaan, het gebruijk voorlaan van een palenquin op haare bruijloften, door zodanige een gedeelte van de Stad als daar bij 't teffens is aangeweesen Ook hebben wij de noodige on„ dres en beveelen beraamd tot sluiting van oploop, die zeekerlijk te wee„ zen is, wanneer zij hun Ceremonie voor de eerste reize zullen verrigten Hier op Hoog Edele Heeren zijn dan eijndelijk op den 8. hujus te rug gekeerd, de vijf Castens der Amtbagts„ lieden 2 lieden, weshalven, ik eijgentlijk eerst zeggen kan, dat het oproer See„ „dert deesen dag volkomen gesteld is Maar wat een geringe Sa„ tisfactie voor mijne welmeenende pogingen waar door ik getragt heb, om de Compagnie op eene faciele wijs te gemoet te koomen, in de excessive kosten die zij Iaarlijks doen moet tot onderhouding van de oude en vervalle fortificatie werken deeses Stad, die een gene„ raale milioratie requireeren; en waar toe na mijne gedagten niemand na„ „der was als de inwooners, want zoo wel als wij, er door moe„ zij, „ten beschermt worden. Dog hoe ongelukkig ik hier in, tot mijne Pensible smerte ge„ slaagd ben, hebben uwe Hoog„ „Edelheeden, gelijk ik vertrouw bereeds omstandig genoeg vernomen uijt het daar van door mij gedaan verslag. , willig deese staan„ ƒ agts„ en, op op nige daar en verslag. Heb ik egter, ergens in tegen ven„ wagting niet omstandig genoeg geweest ik hoop dat de thans overgaande Secreete Resolutien dat gebrek, ve „vullen, mogen, en dat uwe Hoog„ „Edelheedens mij ondertusschen niet zullen gelieven te weijgeren de satisfactie, van mijn gedrag in deese zaak gehouden, gunsttig„ „lijk te approbeeren Edog, wijl door dit oproen¬ de eer en luijster van mijn Caracte het geen ik van uwe Hoog Edel „heeden onmiddelijk ontvangen heb, en de waardigheid van den Raad sensibel gehoond is geworden principaal door den oppertsten mui „temaker Tieroemenij Chittij, en ec„ „nigen van zijnen aanhang, zoo versoek ik voor ons, van Uwe Hoog Edelheedens eene billijke Sal „factie, die ik nog aan mij, nog den. 451 den Raad heb willen geeven, om niet van haat beschuldigd te kun„ nen worden. En te meer versoeke ik dit, wijl het voor Compagnies ware intrest hoog tijd geworden is, den hoogmoet van zulke voornaame Snaaken onder de Mallabaaren wat te frui„ ken, die niet meer gerust schijnen te kunnen leeven, onder de zagte witten van de Maatschappij Eijndelijk neeme ik de vrij¬ „heid met relatie tot de vreemde Natien Uwe Hoog Edelheedens schuldpligtig te Communiceeren, dat ik op den 2:e Julij, van Madras tijding heb ontvangen dat door het Hof van groot brittanje op den 4. Maart deeses Iaars den oorlog is gedeclareerd geworden aan vrankrijk, uijt hoofde den koning van vrank„ rijk de Americaanen verklaard hadt voor een vrije volk, onaf„ hangkelijk ven„ geweest ande k, ver en tig r aen. ract Edel gen wor m en ui„ de en e o den A hangkelijk van de Britschen troon; zijnde dit gewigtig nieuws uijt Engeland geschreeven, in een brief die over Alexandrien na Sues gezonden is; van waar de pakket, boot de Mongen ster hem op den 26. Iunij op Madras heeft aan„ gebragt Aan de egtheid deezer tijding behoefde men geen oogen„ blikt te twijffelen alzoo die direct wierdt geconfirmeerd, door de krijgs beweegingen, welke immediaat door de beijde natien ter deesen kuste wierdt gemaakt Nader egter kwamer de waarheijd van te blijken, toen pas 14. dagen daar aan, een getal van tusschen de 8. à 10'000 man Inlandsche troupes, onder den naam van 't Nababs troupes bij een verzameld zijnde, na Vondicherij op marcheerde en die stad van verre kwamen in te sluijten. i G 153 Bij dit legen, heeft zig zee„ dert een gedeelte van de Engelsche krijgs magt gevoegd, meede zoo men zegd wel in 8. â 10000 man dog meest inlandsche Troupes, be„ staande waarmeede de Generaale Monro, die het gebied over dit vereenigd legen is opgedragen, op den 21: augustus voor Pondicherij gerukt is. Seedert, zegt men, wordt die plaats door de Engelsche bij Continuatie hevig beschoten: en teffens door die van binnen wel gedefendeerd. wordende het gar„ „nisoen van Pondicherij begroot op 5000. gewapende manschap„ „pen, die zoo men zegt zouden bestaan in 1200. koppen Europeesche Militairen 300. „ Arthilliersten, en Dipaaijs en gewapende jnwoonders In tusschen hebben de franschen om Londicherij des te 3500. meer troon; Aan¬ aan A en meer te versterken, het na bij gelee„ gen Carical verlaten; welke plaats op den 11:e Augustus is in bezit genomen door de Engelschen Ook is er op den 10' augs: volgens egte tijding die ik ont„ vlangen heb, op de hoogte en in het gezigt van Coedeloer een actie ter zee voorgevallen, tus„ schen drie Engelsche en Fransche oorlog Scheepen. De Engelsche vloot, sterk vijf Scheepen, kwam op de franse groot 5. Scheepen welke voor goedeloen ten anker laagen, af„ zakken, en hier op begon het gereg des 'snamiddags ten twee uu„ ren, tusschen drie scheepen van bijde zijden die met volle laagen op elkanderen gevuurd hebben tot s avonds ten half vijf uuren dat (:zoo men mij gemeld heeft verschrikkelijk geweest was om aan te zien, voor al het geregt tusschen
English
155 55 between the two commanders, who were positioned no further than a pistol-shot from each other. It is supposed that the English suffered the most in this battle, because they were the first to bear away and stand out to sea, whereas the French, after having cruised back and forth until six o'clock, came to anchor close under the shore and near the roadstead of Cuddalore. Since then, as far as is known to me, nothing of importance has occurred at sea. It is indeed said that the English subsequently captured a small French frigate coming from the Islands, but I cannot state this as a positive truth. However, with greater grounds of probability, I dare to report to Your High Noblenesses that [illegible] that the rumors are growing stronger from day to day regarding the descent of Hyder Ali Khan to these Lowlands. Who, it is said, intends to join with the French, and then wrest the Carnatic from the Nawab Muhammad Ali Khan. The secret correspondence that is maintained by Hyder Ali Khan with the Governor-General of the French, although Pondicherry is besieged, makes me give all the more credence to that rumor, especially since I have seen and held in my hands several letters written by Hyder Ali Khan to Monsieur Bellecombe. I would gladly have opened them in secret, to discover from them how matters actually stand, and especially because I might thereby also have learned how Hyder Ali and the French were disposed toward our Company; yet, however much importance such a discovery might have had for the Company, I nevertheless did not dare to take it upon myself to take such a step without special orders from Your High Noblenesses. For without them, I would make a grave mistake and expose myself to too much accountability if Hyder Ali Khan were ever to discover it; although I could now take as a pretext the present war with Hyder Ali on the Malabar Coast. Consequently, I very respectfully request to be furnished with Your High Noblenesses' orders and wise instructions regarding this, according to which I shall strictly behave in such cases. For a long time, we on the part of the Company remained ignorant of the declaration of war made in Europe between the two Powers. However, finally on the 14th of August at eleven o'clock in the morning, an English gentleman named Joseph Revel delivered to me a letter written by the Governor and the gentlemen of the Secret Committee at Madras, dated the 3rd prior, to me and the Council. Containing principally that the state of affairs in Europe, and the orders that they had received to act hostilely against the French, had made it necessary that they maintain a Resident at this place, for which purpose they had appointed Mr. Revel to reside in this city with our permission, on which account they also politely requested that he be assisted with everything he might need. But on the basis of Your High Noblenesses' positive orders, contained in letters of 10 July 1759, 10 June 1760, and 15 April 1761, we politely declined the acceptance of Mr. Revel by letter to the aforesaid Secret Committee dated 16 August, as Your High Noblenesses may further be pleased to see in the Secret Resolution of the 15th prior. I gave direct communication of this decision to Mr. Revel, who was staying in the meantime at Nagore, who thereupon, by letter of the 16th, [illegible] 16th, requested of me to be allowed to remain here as a private person. But according to the secret resolution of that very day, we thought it best not to declare ourselves positively on Mr. Revel's letter until we should have received a reply to our letter sent to Madras, since we assumed that from that answer we would be fully informed whether the Madras government would indeed be inclined to let someone live in this city on their behalf without holding any public character, after which we resolved to regulate ourselves. And although this does not appear from their answer, contained in a letter of the 2nd of this month, which only contains grievances against us concerning the refusal of their Resident, about which they will shortly address Your High Noblenesses, 161 we nevertheless resolved on the 15th current, upon the further request made to that end by Mr. Revel, to permit him to remain here as a private person, because this has been permitted by Your High Noblenesses. In the meantime, however, I could have wished that the orders against accepting a Resident had been sent by circular to our subordinate factories, as the chiefs of Sadras would then not have accepted Mr. Day as Resident on behalf of the English Company, as has now happened, according to what they advised by letter of 13 August. However, as this was contrary to orders, we resolved on 21 August to instruct them, while transmitting the necessary extracts, to [illegible]
Dutch transcription
155 55 tusschen de beide Commandeurs die niet verder als een pistool-schoot van elkanderen geleegen hebben Men supponeerd dat in dit gevegt de Engelschen het meest zouden geleeden hebben uijt hoof„ den zij het eerste afhielden en zee kooken, daar de franschen, nadat zij tot zes uuren over en weeder hadden gekruijst, digt onder de wal en na bij de rhee van Coedeloer ten anker kwaamen. Seedert is 'er op Zee voor zoo ver mij bekend is, niets van belang voorgevallen: men zegt wel, dat de Engelschen nader„ „hand, een kleijn frans fregat, ko„ mende van de Eilanden zoude genomen hebben, dog ik kan dit niet als een positive waarheid opgeeven. Maar met meerder grond van waarschijnlijkheijd durve ik uwe Hoog Edelheeden melden„ dat elee„ ge plaat een sche sterk ranse on af„ gereg mn¬ van aager uuren heeft om gt hen dat de gerugten van dag tot dag sterken worden van de afkomst van Haijder Alichan na deese beneeden Landen. Die zoo men zegt van meening is zig met de fransen te Conjungeeren, en dan den Nabab Machometh ali„ Chan, Carnatica afhandig te maken De geheime Corresponden¬ tie, die door Haijder Alichan, met den Gouverneur Generaal der Franschen gehouden wordt Schoon Pondicherij belegerd is, doen mij aan dat gerugt des te meer geloof geeven, vooor al seedert ik verscheijde brieven door Haijder Alichan aan Monsieu Bellecombe geschreeven, gezien en „ mijne handen gehad hebbe. Gaarne hadt ik die eens in stilte geopend, om daar uit te ontdekken hoe eijgentlijk de vork gelijk men zegt in de steel 157 steel steekt, en voor al uijt hoofde ik mogelijk daar door ook zou vernoomen hebben, hoedanig haij¬ „der ali en de franschen, tot onze Compe geintentioneerd waren, dog van hoe veel belang zulk eene ontdekking ook voor de Maat„ schappij hadt kunnen weezen, heb ik het egter niet op mij durven neemen een diergelijken Stap te doen, buijten speciale last van uwe Hoog Edelheeden want ik mij zonder dien te deen„ „lijk misgrijpen en aan te veel verantwoording zou blootstel„ len, zoo het Haijden alichan eens ontdekte; Schoon ik tans wel tot een voorwendzel zou kunnen neemen den presenten oor„ „log met Haijder ali op de Malla„ baar, en dienvolgende versoeke ik zeer eerbiediglijk om daar omtrend met Hoog derzelver ordres, en wize meer wijze onderrigtingen te mogen wor„ „den gemuniteerd, waar na ik mij in diergelijke gevallen stiptelijk zal gedraagen Lang zijn wij Compagnies weegen onkundig gebleeven, van de in Europer gedaane oorlogs declaratie tusschen de beijde Mo„ gentheeden Dog eindelijk wierd mij op den 14. augustus des 'smorgens te elf uuren door een Engelsche heer genaamd Joseph Revel, ten hand gesteld, een missive door den heer Gouverneur en de heeren van het Secreete Comitte te Ma„ „dras onder dato 3. bevoorens, aan mij en den Raad geschreeven behelsende ten principalen, dat de gesteldheid van zaaken in Eu„ ropa, en de ordres die haar Ed: ontvangen hadden om viandelijk tegen de Fransen te ageeren, het noodsakelijk gemaakt hadt, dat dat zij een Resident op deeze plaats hielden, waar toe ze de heer Revel hadden aangesteld, om met permissie van ons in deeze stad te resideeren, wesweegens zij ook vriendelijk verzogten om hem te assisteeren met al het geen hij noo„ dig zou hebben. Edag wij hebben op fundament van uw Hoog„ Edelheeden positive ordres, ver„ vat bij brieven van den 10:' Iulij 1759. 10:e Junij 1760. en 15. april 1761. het accepteeren van d' heer Revel beleefdelijk g'excuseerd, bij brief aan het voorsz: Secree„ „te Committe in dato 16. augustus; zoo als uwe Hoog Edelheeden nader gelieven te zien bij de Secreete Resolutie van den 15. bevoorens van dit besluit, gaf ik de heer Revell, die zig zoo lang te Na„ ver ophield direct Communicatie welke mij daar op bij brief van den 16 wot te ik ies van s adt, a - 16. verzogt om hier als een particulier perzoon te moogen verblijven: dog wij vonden volgens secreet be„ sluijt van dien eijgendag, best om ons op de brief van M:r Re„ vel niet eerder positief te ver„ klaaren tot wij op onzen brief na Madras rescriptie zoude erlangd hebben, nadien wij ver„ onderstelden, dat wij uijt dat antwoord volkoomen zoude worden onderrigt, of de Ma„ draspatnamsche Regeering wel geneegen zou weesen om iemand haarentweegen in deese Stad te laaten woonen, zonder het beklee„ „den van eenig publicq Caracten, waar na wij beslooten ons te reguleeren En schoon dit, uijt haar antwoord, vervat bij missive van den 2. ' deeser niet en blijkt, als eenlijk be„ „helsende doleancien tegen ons, over het wijgeren van haaren Resident, waar over zij zig eerst daags addres„ Seeren 161 seeren zullen aan uw Hoog Edelhee„ den, beslooten wij egter op den 15. Cou„ rant, op het daar toe nader gedaan versoek van M:r Revel, denzelven te permitteeren, om alhier als een pan„ ticulier perzoon te mogen verblij„ ven uijt hoofde dit door Uwe hoog Edelheeden toegestaan is. Ondertusschen had ik egter wel gewenscht dat de ordres tegen het accepteeren van een Resident Cir„ culair verzonden geweest waren, na onse onderhoorige factorijen, also de Sadraspatnamsche opperhoofden dan niet als Resi„ „dent van weegen de Engelsche Compa„ nie zoude g'accepteerd hebben de heen Daij, gelijk nu geschied is, vol¬ „gens het door hun g'adviseerde bij missive van den 13. aug:s Dog wij hebben, wijl dit tee„ „gens de ordre Streed op den 21. aug:s beslooten, hun onder toeschikking van de noodige Extracten te gelasten, om en de
English
to politely request Mr. Saij to leave their trading post again or to lay down his character, and the observance of this order we have also commanded to Palleacatta for the information of the chiefs. Furthermore, we have recommended to the respective chiefs the maintenance of the strictest neutrality between both nations, as well as upholding the honor and luster of our flag. I will also have the same observed here, and above all take care that we cannot be accused of the slightest partiality. Meanwhile, in these critical circumstances of the times, on this coast I hesitate to comply, without Your High Noblenesses' further orders, with the discharge of our Topasses and the dispatching to Ceylon of the company of Malays garrisoned here, as ordained by the general letter of 15 May; and thus I shall first await Your High Noblenesses' further orders on this matter. At the same time, I request, should the Republic unexpectedly become embroiled in the war now ignited in Europe, that a considerable reinforcement of Europeans and Malays be sent to me directly, or that orders to that effect be dispatched to Ceylon, for all our trading posts are poorly provided with men, and the garrison of Nagapatnam is too weak to assist them from here; and above all, if necessary, I request some skilled artillerymen, because we need them absolutely, as our men in case of a siege could scarcely defend two or three points. With which taking the liberty to commend Your High Noblenesses' precious persons, together with the Company's weighty interests, to the divine protection of God, while I have the high honor to remain with the utmost veneration, was undersigned as before, signed R. van Vlissingen, in the margin Nagapatnam in the Castle, 25 September 1778, lower, Postscript: Besides the accompanying copies of petitions of the evacuated inhabitants, with the answer given by me thereto placed in the margin, there will on a following occasion be presented for the consideration of Your High Noblenesses the written justifications which have been delivered to me by some accused persons in their defense upon my requisition made to them. Batavia. To His High Nobleness, the High Noble, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord Reinier de Klerk, Governor-General, together with the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, and Honorable Lords. Together with Your High Noblenesses' extract secret resolution, copy secret, of 9 September 1777, I also had the honor to receive the considerations of the present Lord Governor-General on the present state of defense in the Indies, concerning which Your High Noblenesses please to require my humble reflections regarding the defense of the post entrusted to me. How weighty such a subject is for someone who has not been instructed in the art of war from his youth, and thus cannot reason so fundamentally, either through reflection or experience, as would be required in such an important matter. Nevertheless, so far as my local knowledge and meager abilities extend, I shall endeavor to satisfy Your High Noblenesses' intention in this weighty matter. Regarding the general plan of defense that was to be presented by the respective governors, as far as it concerned each in his own jurisdiction, Your High Noblenesses have above all required that the aforesaid description should consist of the following five points: A. The condition of the terrain, and the defense suited thereto in case of attack. B. The strength of militia, artillery, vessels, seamen, burghers, and natives. C. The reinforcement that could be counted upon in different monsoons. D. The means to be timely informed, and E. What capitulation should be stipulated upon surrender, which God forbid. And to this I shall now endeavor to reply as far as is possible for me. Regarding the first point, A: The condition of the terrain around Nagapatnam is not very suitable for preventing the enemy from approaching this town by occupying the approaches, as this can be undertaken from several sides at once, unless we had such a formidable force that we could place five or six strong detachments, reinforced with some small field pieces, on the borders. And consequently we would have to await the enemy before the walls of Nagapatnam, which is why, instead of giving a formal topography, I shall respectfully present to Your High Noblenesses the situation of this town. The perimeter of the outer town consists on the land side of an area of 912 Rhineland rods, calculated from the point Lijden to the bastion Hollandia. Within this perimeter the town has nine bastions, namely Enkhuijsen, Den Haag, Orange, Purmerent, Groeningen, Geldria, Zeeland, and Hollandia. But the condition of these fortification works is in general so poor and dilapidated that they are wholly incapable of any defense, principally against a European force. From the point Lijden to the bastion Purmerent, which is virtually
Dutch transcription
om de heer Saij, op eene beleefde wijse te versoeken van hun Comptoir weeder te verlaaten of zijn Caracten aftelen „gen, en de observantie deesen ordre, heb „ben wij ook naar Palleacatta gelast tot narigt van de opper„ hoofden Voorts hebben wij de res¬ pective opperhoofden het onder„ houden van de stipste neutra¬ liteijt tusschen de beijde Natien gerecommandeerd, gelijk meede het ophouden van de eer en luijster van onse vlag. Ik zal het een en ander alhier ook wel doen obsen¬ „veeren, en voor al zorg draagen, dat men ons van de minste Een„ zijdigheijd niet beschuldigen kan ondertusschen maak ik in deese fritiquen toestand van tijd, ter deeser kuste zwarigheid om zonder uw Hoog Edelheedens na„ „dere ordre te voldoen, aan de bij gemeene missive van den den 15 Maij g'ordonneerde afdanking van et 163 van onse toepassen, en wegzending na Ceijlon van de alhier garnsoen houdende Compagnie Maleijers, en ere dus zal ik hier op eerst uwer Hoog„ Edelheeden nadere beveelen afwag„ ten. Die ik teffens versoeke, zoo de Republicq onverhoopt in den thans ontstoken oorlog in Europa mogt weezen ingewikkeld, van mij di„ „rect een aansienlijk Secours van Europaesen en Maleijers toetezen„ den, of daar toe ordre te Expedi„ eeren na Ceijlon, want alle onse factorijen stegt van volk voor„ sien zijn, en het Nagapatnams Garnisoen, te Zwakis om hun daar uijt te assisteeren, en voor al ven„ soek ik zoo het nood is, om eenige bekwaame Arthilleristen, want wij die absolut noodig hebben, wijl de onse in Cas van beleegering nauwlijks twee, of drie punten zou„ den kunnen defendeeren. Waarmeede wijse w der „ en„ Waarmeede de vrijheid neemen Uue Hoog Edelheedens dierbaare Per zoo„ „nen, neevens Compagnies gewigtige belangens te recommandeeren in de divine protectie Godes, terwijl ik de hooge eere hebben met de allen¬ uytterste veneratie te blijven /:onder„ „stond:/ als vooren /:geteekend:/ R: van vlissingen /in margine:/ Nagapatnam in't Casteel den 25. Septtember 1778 /:lager:/ P: S: Buij„ ten de deesen versellende Copia Requesten der uitgeweekene In„ woonders, met het door mij daar opgegevene andwoord in margine gesteld, zullen bij een volgende geleegendheid ten Speculatie van uw Hoog Edelheedens, Hoog de„ selve nog aangebooden worden de schriftelijke verantwoordin„ gen, die door Eenige beschuldigde persoonen op mijn gedaan requi¬ sit ter haarer verdeediging aan mij overgegeeven zijn. BBatavia Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Groot Agtbaare Wijl Gebiedende Heere Reinier De Klerk, Gouverneur Generaal, Beneevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India. Hoog Edele Groot Agtbaare Wijd Gebiedende Heere, en Wel Edele Heeren Neevens Uwe Hoog Edelhee¬ „dens Extract Secreete Resolutie Copia Secreet van Uwe den¬ ria 3 163 September 1777. , heb ik van den 9:e ook de Eere gehad te recipieeren de Consideratien van den presenten heen Gouverneur Generaal, over Staat van de„ den teegenwoordigen „fensie in Indien waar omtrend Hoog Edelheedens Uwe mijne needrige bedenkingen gelieven te requireeren aangaande de defen„ sie van den mij aanbetrouwden post. Hoe gewigtig zulk een onder „werp is, voor iemand die niet van den Deugd af aan, in de krijgskun „de is onderweezen, en dus nog door bespiegeling, of ondervinding, zoo fundamenteel redeneeren kan, als wel in zulk een gewigtige zaak diende. We zal ik egter voor diende te weezen zoo ver mijne locale kennis, en ge„ „ringe vermogens strekken, trag„ „ten in dit gewigtig stuk aan de intentie van Uwe Hoog Edel„ heedens te voldoen Hoog Edelhee„ uwe dens hebben nopens het Generaal Plan van defensie, dat door de Respective Gouverneurs diende te worden voorgedraagen, voor zoo ven dit een ieder in den haare betrof, voor al gerequireerd, dat de voorschreeve beschrijving bestaan zou in de volgende vijf poincten. De landgesteldheijd, en daar A. na geschikte defensie in Cas van attacque. B. ik ten en der van un gs B. De magt van Militie, An„ „ „thillerij, vaartuijgen, zeeva„ rende, Burgers, end Inlanders. Het secours daar in diffe„ „rente moussons opgereekend kon worden. De middelen om tijdig ver„ „wittigd te zijn, en E. wat Caputulatie zoude behooren bedongen te worden bij overgaave (:dat God verhoede:) En hier aan zal ik nu tragten voor zoo ver mij mogelijk is te beantwoorden. wat het eerste poinct be„ „treft D. A C. 163 A Nagapatnam niet zeen geschikt, om de vijand door het bezetten der toegangen het naderen na deese stad te beletten, alzoo dit van verscheijde kanten teffens kan won„ den ondernomen, ten zij wij zoo„ „danig een formidabele magt had„ den, dat wij vijf â zes Sterke detachementen, met eenige kleijne veld stukjes versterkt, plaat„ zen konden op de Limiten Engevolgelijk zouden wij den vijand dienen aftewagten voor de muuren van Nagapatnam, waar om ik in plaatse van een formeele Landbeschrijving te doen, aan uwe Hoog Edelheedens met Eerbied zal voorstellen de Situatie deesen Is de landgesteldheijd rondsom Stad An kon ver„ ude den ten Stad Den omtrek den buijten Stad bestaat aan de Landzijde een ter rijn van 912. Rijnlandsche roeden, gereekend van de Punt Lijden tot aan het Bastion Hollan„ In deesen omtrek heeft „dia toe. de stad neegen Bastions, als Enk huijsen, den Haag, Orange„ Purmerent, Groenin¬ Dchurste, gen, Geldria, Zeeland, en Holland Dog de Situatie deesen fortificatie werken, zijn in het Generaal zoo slegt en vervallen, dat zij in het geheel incapabel zijn tot eenige defensie, principaal teegen een Euro„ „peesche magt. Van de Punt Lijden, tot aan Purmerent, het geen het bastion genoegsaam B
English
vlingeandt covers virtually 1/3 part of the entire circumference, the city is naturally the strongest, because an enemy, on account of the swampy ground, cannot approach, and thus can advance upon the city with difficulty. Yet from Purmerent to Hollandia the ground is high, and consists of very heavy, hard land, in which an enemy, within a few days, could very easily approach up to the walls of the city, since no glacis whatever is known here: and furthermore the moat around the city is fordable everywhere, there being in the deepest places barely 2 to 3 feet of water in it. If one now wished to make this city defensible against a European power, not only should all the aforesaid fortification works be raised firm and strong, but besides it would still be of the utmost necessity that, for the reinforcement and covering of the principal walls, a glacis were laid before them, and for the covering of the curtains, which are over 50 Rhenish rods, and thus far too extensive, a ravelin were placed before each of them. Moreover, the situation from the point Hollandia up to the sea beach is a completely open plain, where one could very easily march up with a battalion of 300 men in front in order of battle, since beyond the single wall of the aforementioned bastion Hollandia, which is fully 10 1/2 Rhenish rods long and lies completely open, there is still up to the sea a terrain of 85 rods against which the outer city, upon the approach of the enemy, has not the least defense; thus if a European power, in case of an attack, wished to march in from that side, we, as the situation presently is, would find it impossible to prevent it. Wherefore I deem it of the very utmost necessity that on that plain up to close to the sea beach a kind of line be drawn, with zigzags, in the middle of which, for greater defense, a ravelin ought to be placed in order to be able to prevent the approach of the enemies right and left; otherwise, in case of an attack, it will be impossible to repulse the enemy from that side. However, the just-mentioned line, as little as the ravelin, would need to be raised of stone: both could be made of earth, provided it were furnished on the outer side with a row of good palisades for greater reinforcement. Besides all this, it would also be of the utmost necessity that one threw up a good battery for some heavy pieces of cannon at the place where the old match-cloth harbor now stands, as the city on that side or from the seaside lies completely open, without a single piece of cannon being placed between a distance of 304 Rhenish rods, or the length from the point Hollandia up to Amsterdam, for the covering of the mouth of the river and the raking of the roadstead, which could be perfectly effected by this single battery, which ought to be a so-called water battery. Having spoken thus far of the outer city, I proceed to the inner city. Herein, along the river, lie two very good points named Amsterdam and Mosselenburg, which not only serve greatly for the covering of the inner city and the castle, but they would also be of the utmost necessity in case an enemy, being on the other side of the river, wished to cross it, since such can be greatly prevented from the aforesaid points. Yet to make the inner city still firmer on that side, it was necessary that between the point Mosselenburg and the bastion Leijden another good ravelin were placed, since the two aforesaid points, which lie 134 Rhenish rods from one another, cannot well rake or defend one another, which is a great defect in a fortress. And herein consist, in my opinion, the principal defects in the Nagapatnam fortification works, which one must first remedy if one wishes to defend the city against a European power with hope of good success. But this having been properly performed, and in full satisfaction of the second question proposed under Lit. B, there would be needed for the defense of the outer city, which in my opinion consists of a considerable terrain, ten thousand men, besides the artillery, and among these there ought to be at least two thousand Europeans and one thousand Malays, since the latter on occurring occasions, whether in making sorties or otherwise, would be able to render extraordinarily great service, on account of the fear that almost all other European nations seem to have conceived of them. Undoubtedly one will say at first glance that the aforesaid number of 10,000 heads is taken somewhat amply. Yet when one considers that we would daily need 2,500 men for manning all the posts, and that one must besides that assign 1,000 men as a troop of reserve to be used in all emergencies, there will at best be enough people for two reliefs, which is absolutely required in a siege; in which a soldier out of the three nights at least
Dutch transcription
vlingeandt genoegzaam 1/3. gedeelte van den ganschen omtrek zal beslaan, is de Stad uijt de natuur wel het sterkste, door dien en een vijand, uijt hoofden van den moerassigen grond niet ap„ „procheeren, en dus bezwaarlijk de stad naderen kan. Dog van Purmerent tot aant Hollandia is de grond hoog, en bestaat in een zeer zwaar hard Land, waar in een vijand, binnen wijnig dagen zeen fa„ ciel zou kunnen approcheeren tot voor de muuren van de Stad, nadien hier in het geheel geen glassie bekend is: en bovendien is de gragt rendsom de stad over al waat„ baar, zijnde er op de diepste plaat„ sen pas 2. â 3. voet waten in: Wanneer men nu deese Stad, diffensief S stad den, an tie ge ro„ ur Aan 3 3 diffensief wilde maaken voor een Eu„ „ropasche magt, diende niet alleen alle de voorschreeve Fortificatie werken hegt en sterk te worden opgehaald, maar boven dien zou het nog van de uijtterste noodsaa„ „kelijkheid weezen, dat tot verster„ „king en bedekking van de Capitaale muuren, 'er een glassie voor gelegd wierdt, en tot dekking den Gordij„ „nen, die over de 50: Rijnlandsche roeden, en dus al te uijtgestrekt zijn, voor ieder van dezelve een Rava„ lijn geplaatst wierdt. Bovendien is de Titua„ E Punt hollandia tie, van de af tot aan het zee Strant toe een volkome open vlakte, daar „men zeer gemakkelijk met een battal„ lion van 300. man in't frond in ordre 1 ordre de Battaille zou kunnen opmarcheeren, nadien buijten de en kelde muur van het gemelde Bas„ „tion Hollandia, die Ruijm 10:½. Rijnlandsche roeden lang is, en volkomen open legt, 'er nog tot aan de zee een terrijn van 85. roe„ den is waar teegen de Buijten Stad, in het naderen van den vijand geen de minste defensie heeft, dus zoo een Europeesche magt, in Cas van attaque van die zijde wilde in marcheenen, wij, zoo als de situatie teegenswoordig is, het onmogelijk zou kunnen beletten Weshalven ik het, van de aller„ uijtterste noodzaakelijkheid oordeele, dat op die vlakte tot digt aan het Zeestrand toe een soort van Linie getrokken wordt, met Zege zaagen Cu aa¬ taale sche t zijn, ava¬ titua¬ toe aan al„ zege zaagen in welkers midden, tot meerder defensie een ravelijn diende geplaast te worden om het aannaderen den vijanden regt en lings te kunnen beletten kan „ders zal in Cas van attacque den vijand onmogelijk van die kant kunnen worden gerepous „seerd. Egter behoefde de even ge„ Linie, zo min als het Ra melde vellijn van Steen te worden opgehaald: beide zou het van aarde kunnen gemaakt worden, mits het tot meerder versterking aan de buijten kant wierd vooor„ zien van een rij goede Pallisaden Behalven dit alles zou het ook ten uijttersten noodzake lijk weezen, dat men ter plaatse daar 3 143 Sel„ daar tans het oude Luntje doekhaven, staat een goede batterij op wierp, voor eenige zwaare stucken kanon, also de Stad van die zijde of van de zeekant ten eenemaal openlegt, zonder dat er tusschen een distantie van 304. Rijnlandse roeden, of de lengte van de Zunt Hollandia af, tot Amsterdam toe, een enkeld aan stuk kanon geplaatst is tot be„ dekking van de mond der rivier en bestrijking van de rheede, het geen door deese enkelde Batterij, dat een zoogenaamd water pas zou dienen te weezen, volko¬ men kon worden g'effectueerd. Dus ver van de Buijtenstad gesprooken hebbende, gaa ik over tot de Binnenstad. Hier in leggen langs de Revier, twee en, ijn gt Jan us„ ge¬ Ka den ke tse twee zeer goede punten Amsterdam en Mosselenburg genaamd, die niet alleen grootelijks dienen tot bedek„ van de binnen Stad en „king het Casteel, maar zij zouden ook van de uijtterste noodsakelijk heid weezen, bij aldien een vijand aan de overkant der rivier zijnde, dezelve wilde passeeren, wijl zulx van de voorschreeve punten groote„ „lijks kan worden belet. Dog om de binnenstad van die zijde nog vasten te maaken, was het noodig dat 'er tusschen de Tunt Mossselenburg en het bastion Leijden, nog een goed Ravellijn ge„ plaast wierd, alzo de twee voor„ schreeve punten die 134. Rijnlandse roeden van elkanderen leggen, den een den anderen niet wel kunnen bestrijken of defendeeren, dat een groot defect in een vesting is. En ggelvigelan 1 En hier in bestaan mijns bedin„ kens, de voornaamste defecten, in de Nagapatnamsche vesting wer„ ken, die men eerst dient te voor„ zien, wil men de stad met hoop van een goed Succes, teegens een Europeesche magt defendeeren. Maar dit, behoorlijk ver„ „rigt weezende, zoude en ten vol„ vraag La. B. doening aan de tweede „ onder voorngesteld, tot defensie van de stad, die een Considerabel buijten bestaat na mijn gedagten terrijn weezen Tien Duijsend noodig man, behalven de Arthillerij, en hier onder dienden ten minsten twee duijsend Europeeschen en Een duij„ send Maleijers te zijn, wijl de laaste bij voorvallende occassien, het zij bij het doen van uijtvallen als andersints, bijzonden veel dienst zoude dam ni be dk ook ijand zijnde, zulx groote„ van die was w ion ge„ „ groot zoude kunnen doen, uijt hoofde van de vreeze, die meest alle an¬ „dere Europeesche Natien voor haar Schijnen te hebben opge¬ vat. 1 Hogelijk zal men in den eersten opslag zeggen dat het voor schreeve getal van 10000 koppen wat ruijm genomen is. Dog wan„ neer men Considereerd dat wij dagelijks tot het bezetten van alle de posten zouden noodig hebben 2500. man, dat men boven dien nog stellen moet 1000. man tot een troep de reserve bij alle voor¬ vallen gebruijk te kunnen worden zal 'er op zijn best volk genoeg weezen voor twee aflossingen, het geen in een beleegering absolut verEijscht word; waar in een Sol„ dtaat van de drie Nagten, ten minsten E
English
75 1 11 at least two ought to be off duty. Moreover, a garrison in a siege becomes weaker from day to day, whether by sick, wounded, or dead, so that the service becomes heavier from day to day; for which reason the militia that shall serve for defense ought not to be taken too scantily, if one does not wish, through lack of men for the defense of the necessary posts, to see the city pass over to the enemy. Artillerymen would indeed be needed to the number of three to four hundred men. Thus quite a number of men would still be lacking to put us in a proper state of defense, as our entire force consists of only 1011 men, namely: 142 European soldiers 672 Native soldiers 33 Artillerymen 114 Seafarers, and 50 Burghers Besides this force, we still have six vessels on hand here. As for the natives, or the Moors and Malabars, we would not be able to rely on them in the least in case of a siege, since they all run away as soon as anything happens that looks like any preparations for war, as we experienced in the year 1773. Concerning the relief upon which we could reckon in different monsoons: we can expect no relief of troops from anywhere else than from Ceylon, and this only in the southern monsoon, or from the beginning of March to mid-October, when the bad or northern monsoon begins here; since in that time no vessel can come hither from Ceylon except with much difficulty, struggling, and danger. Regarding the means to be timely informed in all occurrences: for this it is absolutely necessary that in times of war, or when we have reason to expect it, we always keep 2 to 3 good, well-sailing vessels on hand here, which in the northern or bad monsoon could lie anchored in the outer roads, in order to be able, if necessary, to be sent directly to Ceylon, or even, if extreme necessity required it, to Batavia, either directly or through the Strait of Malacca, as the monsoon permitted. For to send news from here by the overland route as far as the Bay of Tondi and from there through the Strait of Pamban to Ceylon, or to receive it from there in the bad monsoon, is indeed feasible, though not very easy; except if we should get into any difficulties or go to war with the English, then as matters now stand, such would be utterly impracticable, on account of their completely surrounding us from the land side ever since they have been in possession of the Kingdom of Tanjore. Thus, as I have already remarked above, keeping vessels on hand would in this case always be the surest and safest way, which I would also always prefer to use. But as for the question what capitulation ought to be stipulated here upon surrender, which God forbid, I respectfully request permission to pass over this point in silence, as I do not find myself in a position to determine anything about this a priori, since in negotiating a capitulation various circumstances may come into consideration that can tremendously change the appearance of the matter. Also, in capitulating, it differs infinitely whether a fortress has been brought to such an extreme that it can absolutely defend itself no longer, or not; as a humane general will rather grant somewhat more favorable terms to the besieged than sacrifice his people to an empty glory, which a cruel nature might not resolve to do. And herein, Right Honorable, Highly Respected Gentlemen, consist my humble considerations on the proposed points, so far as this concerns the defense of Nagapatnam, whereby I hope that I may have in some measure satisfied Your Honors' intention toward forming a general plan of defense for the Indies. Concerning the recognition signals for arriving ships, I respectfully propose that henceforth, upon the arrival of a ship, such signals may be made as are noted on the accompanying list, and to change them monthly, yet in such a manner that every six months the very same recognition flags will fly again that flew six months before, namely: in January and July, in February and August, etc., the same signal flags; for which, if they are approved by Your Honors, I promptly request authorization via Ceylon, or otherwise such other orders as Your Honors shall be pleased to determine on this subject, according to which I shall strictly conduct myself henceforth as soon as a ship comes in sight. Meanwhile, I wish with all my heart that we may enjoy a desired peace for many years to come, while I further take the liberty to call myself, with the utmost veneration, Underneath was written: Right Honorable, Highly Respected, Widely Ruling Gentlemen, and Honorable Gentlemen, Your Honors' humble and obedient servant. Was signed: R. van Vlissingen. In the margin: Nagapatnam, In the Castle, 25 September 1778. List of such secret signals as are proposed with all respect by the undersigned Governor to Your Honors, to be hoisted and flown from the flagstaff of the Castle henceforth as soon as a ship comes in sight here, until its flag shall have been recognized. In the months: January and July 1: upon getting sight of a ship, a half red and blue flag shall be hoisted from the flagstaff of the Castle.
Dutch transcription
75 1 11 minsten twee vrij dient te weezen. Boven dien word een Garnisoen, in een beleg van dag tot dag zwak„ ken het zij door zieken, gebles„ seerden, of dooden, dus de dienst van dag tot dag zwaarder wordt, waar om de militie die tot defensie zal dienen, niet al te bekrompen dient genomen te worden, wil men niet door gebrek aan volk, tot defensie van de noodige posten, de stad aan den vijand (zien overgaan Arthilleristen zouden er wel noodig weesen drie â vier honderd koppen, Dus 'er nog vrij wat volk zou manqueeren, om ons in een behoorlijken staat van defensie te stellen, alzoo onze gansche magt maar bestaat in 1011. - koppen; als. 142. Europeesche Militairen 672. Jnlandse- 33. arthilleristen zeevaarende, en. 114. 50. Burgers Behalven ƒ e an¬ opge in het voor en W alle van„ en v word o eg den ƒ s lu te Behalven deese magt, hebben wij hier nog aan handen ses vaar„ tuijgen. Wat de inlanders of de Mhoo„ ren en Mallabaaren betreft, wij zouden op hun, in Cas van beleg geen de minste staat kunnen maaken, wijl zij alle zodra in iets gebeurt dat na eenige oorlogs preparatien gelijkent, wegloopen, gelijk wij in het Iaar 1773. onder„ „vonden hebben. Aangaande het Secours waar op wij in differente moussons zoude kunnen reekenen. Wij kunnen nergens anders van daan, eenig ontzet van Militairen verwagten, als van Ceij„ lon, en dit nog maan in de zuijder mousson, of van het begin van maart tot medio october wanneer de quaade of noorder mousson alhier begind: alsoo in C. 1 . 181 in die tijd geen vaarthuijg van Ceijlon herwaarts kan komen, als met veel moeijte sukkelen, en gevaar ƒ Wat de middelen betreft om bij alle voorvallen tijdig verwittigd te zijn, Hier toe is volstrektelijk noodig, dat wij hier in oorlogs„ tijden, of wanneer wij die te wee„ ken hebben, altoos 2. â 3. goede wel bezeijlde vaarthuijgen aan handen houden, die in de Noorden of quaade Mousson op de Buijten Rheede konde geankerd leggen, om als het noodig was direct, na Ceijlon of ook zelfs indien het de uijtterste noodsaake„ „lijkheijd requireerde na Batavia gezonden te kunnen worden het zij direct, of door Straat Malacca, na dat de mousson dit permitteer„ „den, want om van hier over de Landweg tot in de bogt van Iondi en van daar door het naauw van Pambe hebben va aan¬ M hoo„ in logs pen, onder¬ waar zoude gens der maart quaade alsoo a D. Sambe in de kwaade mousson tijding na Ceijlon te zenden of van daar te ontvangen, is wel, dog niet zeen gemakkelijk doenbaar: behalven wanneer wij eenige histories mog„ „ten krijgen of in oorlog geraaken met de Engelschen, dan zou zulx zoo als de zaaken tans staan volstrekt ondoenbaar weezen, uijt hoofde zij ons, seedert zij het rijk van Tansjour in bezit„ „ting hebben, van de Land zijde ten eenemaal omringen Dus ge„ „lijk ik bereeds hien boven gere„ marqueerd hebbe, het aanhouden van vaartuijgen in deezen, altoos de Secuurste en vijligste weg weezen zoude, waar van ik mij ook altoos het liefste zou bedienen. Maar wat de vraag betreft E wat. 183 wat Capitulatie alhier wel zouden dienen bedongen te worden bij over„ „gaave (:dat God verhoede:/ versoek ik Eerbiedig verlof, om dit point met stilswijgen te mogen passeeren, alzo ik mij niet in staat bevinde, om daar omtrend â priori iets te bepaalen, nadien bij het bedingen van een Capitulatie verscheijde omstandigheeden kunnen in Consideratie koomen die de zaak geweldig, van gedaante kan doen ver„ danderen. Ook differeert het bij het Capituleeren oneijndig of een vesting zodanig op het uijtterste is gebragt, dat zij, zig absolut niet langen kan defendeeren, dan niet! alzoo een menschlievend Generaal lieven wat voordeeliger voorwaardens aan de belegerde zal toestaan, dan zijn volk aan een iedele Glorie op„ „offeren; waar toe een wreed aardmo„ gelijk din een gelijk niet besluijten zou En hier in Hoog Edele Groot Agtbaare Heeren, bestaan mijne nee„ „drige Consideratien op de voorgestel„ „de pointen, voor zoo ver zulks de defensie van Nagapatnam betreft. waar meede ik hoope dat ik aan Hoog derzelver intentie tot het formeeren van een Generaal plan van defensie voor Indien eenig„ zins mag hebben voldaan Wat de Teinen van verken„ „ning voor aankoomende Schee„ „pen betreft, proponeer ik eerbiediglijk om voortaan bij aankomst van een schip zodanige Seinen te mogen laten doen, als op de nee„ vens gaande Lijst genoteerd staan„ en deselve maandelijks te verande„ ren, dog zodanig dat hier alle zes maanden weeder de eige vlagge van elvink 103 van verkenning waaijen zullen, die er zes maanden van te vooren ge„ „waaijd hebben, namentlijk: in Ia„ nuarij, en Iulij, in februarij, en # Augustus, ensz:, de eige sein vlaggen: waar toe ik, zoo ze door uwe Hoog Edelheedens worden goed ge„ „keurd ten eersten qualificatie verzoek over Ceijlon of anders zodanige andere ordres als Hoog dezelve op dit stuk zullen gelieven te be„ paalen, waar na ik mij voortaan stiptelijk gedraagen zal, zoodra er een: schip in het gezigt komt Ondertusschen wensche ik van, harten dat wij nog lange Iaa„ ren van eene gewenschte vreede zullen mogen gaudeeren, terwijl ik wijders de vrijheid neeme mij met de uijtterste veneratie te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijd Gebiedende Heer„ en . en Wel Edele Heeren, Uw Hoog Edel„ heedens ootmoedige en Gehoor„ Saame Dienaar /was geteekend:/ R: van Vlissingen /:in margine:/ Nagapatnam In't Casteel den 25:e: September 1778. —. Agcasseerd J: Vissingen 187 Lijst van zodanige Decreete sijnen, als door den ondergeteekende Gou„ verneúr aan hunne Hoog¬ „ Edelheedens, met alle Eerbied worden gepro„ „poneerd, om voortaan zoo dra 'er een schip in het Gezigt komt al„ „hier te laaten opheijschen en waaijen, tot zijn vlag, zal verkend weesen In de maanden. Januarij en Iulij 1; zal men; een schip in het gezigt knijgende van de Btok van het vlagge Casteel, een halve roode en blaauwe vlaglaaten heizen. 1.
English
hoist, the red above and the blue below, and from the China pagoda a ditto flag, with the blue above and the red below. In February, and August 1st, the above-mentioned flag shall fly from the Castle, the blue above and the red below, and from the pagoda the red above and the blue below. In March, and September, from the flagpole a red flag and from the pagoda a white flag. 4. In April, and October from the flagpole a blue flag, from the pagoda a white flag. 3. 3 2. 3. In May, and November, from the flagpole a white and red flag, with the red above, and the white below. And from the pagoda a blue flag. In June, and December from the flagpole a blue and white flag, the blue above and the white below, and from the pagoda a red flag. each time, as the flag of the Castle is raised, a shot being fired. Nagapatnam in the Castle the 25th September 1778. was signed R: van vlissingen Recorded W: Vlissingen E
Dutch transcription
heizen, 't Rood boven en het blaau onder, en van de pagood China een dito vlag, met het blaauw boven en het Rood onder In Februarij, en Augustus 1:' zal van het Casteel de boven gemelde vlag waaijen het blaauw boven en het rood sonden, en van de pagood het rood boven en het blaauw onder. In Maart, en September, van de vlagge stok een Roode en van de Pa¬ good een witte vlag. 4. In April, en October van de vlagge Stok een blaauwe van de pagood een witte 3. 3 2. 3. Maij, en In November, van de vlagge stok een witte en roode, met het rood boven, en het wit onder En van de pagood een blaauwe. In Junij, en December van de vlaggestok een blaauwe en witte vlag, het blaauw boven en het wit onder, en van de pagood een roode vlag. wordende telkens, de vlag van het Casteel opgaande, een Schoot gedaan. Nagapatnam jn't Casteel den 25' 7ber 1778. /:wast geteekend:/ R: van vlissingen Regordeerd W: Nissingen E