Inventory 9697
Coromandel · 274 pages · 33 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Amsterdam Copy of the letter from Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia by the Governor and Council of Nagapatnam dated 19 January 1779, registered: number 2 of the same date to the 17 Duplicate. Batavia To His High Excellency The High Noble, Highly Respectable, Far-Ruling Lord Reijnier De Klerk Governor-General and the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies etc. etc. etc. High Noble, Highly Respectable, Far-Ruling Lord, Noble Lords: It grieves us to the utmost that the sloop De Walvisch was not able to pursue its voyage from here to Jaggernaijkpoeram quickly enough to deliver to the ship 't Veldhoen, prior to its departure for Batavia, our humble letters of 25 September last, with the trade and other papers belonging thereto; especially because the provisional report submitted therein, principally that which is described in the Governor's separate missive, well required to be brought somewhat sooner under the eyes of Your High Excellencies, as containing matters of importance. Yet because we dispatched the aforementioned vessel quickly enough, or on 26 September, to Northern Coromandel for this purpose, we trust that Your High Excellencies will be pleased to attribute the lagging behind of the aforementioned papers not to a late dispatch, but rather to an unusually early onset of the northern monsoon, which broke through, at least by comparison with other years, half a month too early. Because of this, not only was this small vessel very heavily delayed in pursuing its voyage, but a severe storm, which overtook the aforementioned vessel on 14 October near the point of Narsapoor, contributed no less to the late arrival of the aforementioned vessel at Jaggernaikpoeram, where it nevertheless arrived, according to the servants' advices of 21 October, on the 18th of that month, and thus only one day after the departure of 't Veldhoen. This redoubles the sorrow that we feel over our papers falling behind, especially since, in dispatching the aforementioned vessel, according to examples from earlier years, we firmly counted on it completing its voyage in ten days at the latest. At least the ship 't Veldhoen, which departed from here to Jaggernaijkpoeram on 16 September, and consequently only eleven days earlier than the sloop De Walvisch, made its voyage, according to the advice given by the chiefs in a letter of the 24th following thereafter, within seven days and nights, whereas De Walvisch, due to both adverse winds and storms, took fully 24 days and nights to reach that factory. From where this small vessel, after first being repaired in the river of Coringa of the heavy leaks that it suffered on its latest voyage, is expected back one of these days. Meanwhile, the chiefs have sent hither by the thonij De Jonge Pieter our aforementioned original papers, most submissively dedicated to Your High Excellencies, which we now have the high honor, alongside this letter via Ceylon, reverently to offer to Your High Excellencies, in the hope that they may be delivered at the Indian capital so seasonably that they may still be fully attended to by Your High Excellencies before the departure of the ships hither. We trust this especially since, alongside our humble letters of 22 October, we have taken the liberty to offer to Your High Excellencies via Ceylon the duplicates of our aforementioned ordinary and secret letters of 25 September, which we firmly presume will have been brought to Batavia long before the appearance of this letter, and possibly even shortly after the arrival of 't Veldhoen. At least we sincerely wish this, as it would sensibly grieve us if this unfortunate accident might have caused any apprehension regarding us among Your High Excellencies. Meanwhile, the same is extremely sensitive for us, as we wasted not a moment of time in preparing the aforementioned letters and papers. And this we hope Your High Excellencies will be pleased gladly to believe upon our assurance, being, as we trust, sufficiently persuaded of our diligence in this matter, and consequently also most favorably acquitting us of all responsibility in that regard. On 15 October last, we had the particular good fortune to receive via Ceylon Your High Excellencies' much venerated missive of 10 August 1778. And in the same it pleased Your High Excellencies to instruct us to report amply, as well to Your High Excellencies as to the High Noble, Highly Respectable Lords Superiors in the Netherlands, at the very first opportunity: 1. What indeed was the reason for the difference discovered in the Netherlands between the alloy of the pagodas and the gold sent out for that purpose; 2. Whether gold of 15 carats was absolutely required for the minting of fanams, whereas it had been found in the Netherlands that that coin contained no more than 7 carats 10 grains; and 3. Why gold of 18 carats 5½ grains had been used here in the month of August 1775 for the minting of fanams, whereas gold of 15 carats had already been received with the ship De Both. In order to be able to fulfill the aforementioned order all the better, we have thought fit, by resolution of 15 October aforesaid, to require the Merchant and Mint Master here, Willem Duijnevelt, and the Junior Merchant and Assayer, Pieter Willem Geeke, regarding the aforementioned three
Dutch transcription
60 amsterdam Sopia Briege van Haar Hoog Edelens de Edele Hoog Indiase Regeering te Batavia door den Gouverneur en Raad van Nagapatnam in dato 19=e Januaryj 1779, Gongt: yne 2 van den zelven datum aan de 17 Duplicaat. Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal ende wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Eedt=e bet=z Eez=z Hoog Edele Groot Agtbaare wijd gebiedende Heer wel Edele Heeren: Het doet ons ten uittersten leet dat de sloep de walvisch zijne reise van hier naar Jaggernaijkpoeram niet spoedig genoeg heeft kunnen vootzetten, om aan het schip 'tvels„ hoen voor zijn vertrek na Batavia af af te geven onsze nedrige letteren van den 25. September Jongstleden, met de daar bij be hoorende Negotie en andere papieren; voor al wijl het daar bij gedaan wordende provisioneel verslag principaal dat he welk bij 's Gouverneurs aparte Missive beschreeven staat, wel vereischt hadt, wat eerder gebragt te worden onder het oog van uwe Hoog Edelhedens, als zaar ken van belang bevattende. — Dan dewijl wij hier toe het voorschre ve vaartuig spoedig genoeg of op den 26. sep tember, naar Noorder Chormandel hebben gedepecheerd, vertrouwen wy dat uwe Hoog Edelhedens het agter uit blijven van de voorschreeve papieren, niet aan eenek laate afzending, maar wel aan eene bui„ ten gewoone vroege door braake van de noor der Mousson zullen gelieven te attribueer die ten minsten bij vergelijking tegens andere andere Jaaren, een halve maand te vroeg is. doorgebrooken. — Hier door is niet alleen dit kieltje zeer sterk opgehouden in het voort zetten zijner reize maar een zwaar onweer het geen het voorschreeve vaartuig op den 14. october bij de hoek van Narcapoer heeft beloopen, heeft niet minder het zijne gecontribueerd, tot de laate aan„ komst van het voorschreeve kieltje op Jaggernaik poeram, alwaar het egter volgens der Bediendens advisen van den 21. october, op den 18. van die maand„ en dus maar een dag na het vertrek van het veldhoen is gearriveerd: het geen de smerte die wij over het agter uit Zeilen van onze papieren gevoelen verdubbeld voor al daar wij bij het depecheeren van het voorschree„ ve vaartuig volgens voorbeelden van vroeger vrrger Jaaren, vastelijk staat maakten dat het zijne reize uitterlyk in thien dagen zou volbrengen. Ten minsten het schip 't veldhoen, die op den 16. September, en gevolglijk maar elf dagen vroeger, als d sloep De walvisch van hier naar Jag„ gernaijkpoeram vertrokken is, heeft zijn ne reize, volgens het geadviseerde doorde opperhoofden bij brief van den 24. ' daar aan volgende binnen de zeven Etmaalen ge„ daan, daar de walvisch zoo door tegewi den als stormen wel 24. Etmaalen doende geweest is, om dat Comptoir te berijken. va waar dit kieltje /: na alvoorens in de rivier van Coninge hersteld te zijn vand zwaare lekkasie die hij op zijne Jongste reize gekreegen hadt :/ op den eerstdaags te rug werd verwagt. — Onder tusschen hebbende opperhoofden per per de thonij de Jonge Pieter herwaarts gezonden onze voorschreeve origineele papieren, aan uwe Hoog Edelhedens aller onderdanigst gededeceerd, die wij thans de hooge eere hebben, nevens deezen overceilon hoog de zelve reverentelijk aan te bidden in hoope dat die zoo vroeg„ tijdig op Jndiasch Hoofdplaatsche Zullen mogen worden aan gebragt dat daar over door uwe Hoog Edelhedens nog volleedig zel kunnen worden gebesoigneerd voor het verstrek der scheepen na herwaarts — Voor al vertrouwen wij dit, daar wijne„ vens onze nedrige Letteren van den 22. october, de vrijheijd hebben genomen uwe Hoog Edelhedens over Ceilon aan te bieden de duplicaaten van onze voorschreeve Gemeene en secreete brieven van den 25. September die wij vastelijk veronderstellen dat reeds lange voor paresse deezes, en mogelijk wel kort nade aankomst. aankomst van het veldhoen op Batavia zullen weezen aangebragt — Ten minsten wij wenschen dit van harten zoo het ons Tensibek zoude smerten, zoo de ongelukkig toe val eenige vreeze onzentwee„ gen bij uwe Hoog Edelhedens mogt verwen hebben. — O Ondertusschen is het zelve voor onsten uittersten gevoelig, alzoo wij tot het veroor digen van de voorschreeve brieven en pa pieren geen ogenblik tijd verzuimd. hebben En dit hoopen wij zullen uwe Hoog Edelhedens op onze verzekering gaarne gelieven te geloven, als van onze acht„ viteit in deezen, zoo wij vertrouwen genoeg suam geparsuicaedeerd zijnde, en ons die vol„ gende ook van alle verantwoording daar omtrent aller gunstigst vrij spreeken op den 15. october Jongstleeden hadden wij het bijzonder geluk over Ceijlon te recipieeren recipieeren uwer Hoog Edelhedens zeer gevenereerde Missive van den 10. Au¬ gustus 1778. — En bij den zelven behaagde het uwe Hoog Edelhedens, ons te gelasten om zoo wel aan Hoog dezelven, als aan de Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren superieuren in Nederland bij de aller eerste gelegendheid ampel te be„ rigten — §. /. wat tog de reden was van het in Nederland ontdekte verschil tus„ schen het allooi der Pagooden en het daar toe uijtgezonden Goud:— 2. /. of er tot het slaan van fanums absolut vereischt wierdt goud van 15. Carraaten! daar men in Nederland bevonden bevonden hadt dat die Munt niet meerder inhieldt als 7. Carraat 10. grijn; en 3.) waarom alhier in de maand Au„ gustustus 1775. goud van 18. Caraat 5½. grijn verbruijkt geworden was tot het slaan van fanums, daar men nog thans met het schip De Both bereeds bekomen hadt goud van 15. ' Caraat. Wij hebben om aan de voorschreeve or„ dre deste beter te kunnen voldoen bij besluijt van den 15. october voormeld goedgevonden, den Koopman en Munt„ meester alhier Willem Duijnevelt, en den onderkoopman en Essaijeur Pieter Willem Geeke te deman„ deeren, om nopens de voorschreeve drie g e
English
to serve us on three points with an ample and accurate report in scriptis. To this they complied on the 31st of December, very fully and to our complete satisfaction, on which account we take the liberty of presenting their aforementioned report herewith to Your High Excellencies, trusting that you will likewise be satisfied with the reasons adduced by them in answer to the three proposed questions. And we also hope that the Gentlemen Majors, to whom we now, pursuant to the order, present an authentic copy of the aforementioned report, will likewise be pleased to conform to the aforementioned reasons. In the meantime, according to the desire of Your High Excellencies and the High Gentlemen Superiors, we have ordered the Mintmaster Duijnevelt to note down henceforth with the mint yields not only the amount in money of the gold and other materials used for the minting of specie, but also, besides the value of the metals serving as alloy, the quantity of each of the same, along with and beside a specific demonstration of the expenses incurred during minting, which shall henceforth be promptly observed here. Having dutifully brought this beforehand to the esteemed attention of Your High Excellencies, we proceed again, according to annual custom, to give a general report of all our proceedings on this coast in the master's service during the course of the recently expired financial year 1781/2, in so far as we made no mention thereof in our aforementioned common missive of the 25th of September, in the hope that the matters that stand to be described therein may be favorably approved or kindly passed over by Your High Excellencies out of consideration that we have, as much as has been possible for us, cared for the Company's true interests. Yet before we proceed to our general description, we take the liberty herewith, according to the custom in practice, to insert the extracts sent to us from the General Fatherland Missives of the 8th and 17th of October 1777 written by the Gentlemen Majors in the Netherlands to Your High Excellencies, with our respectful reply to the same placed in the margin; with which we heartily wish that Your High Excellencies and the High Honorable and Respected Gentlemen Seventeen will be pleased to conform favorably, reading as follows: Extract from the missive written by the assembly of the Gentlemen Seventeen, in Middelburg in Zeeland to the Governor-General and the Council of the Dutch Indies in Batavia, dated 8 October 1777. § 312: Proceeding herewith to the matter of Coromandel. With surprise we have seen from the marginal reply of the ministers to our missive of the 8th of October 1774 that, with regard to the main article of this office, the collection of textiles, they maintain that the more the requisitions are reduced, the less a complete fulfillment thereof was to be expected. Experience, however, seems to contradict that assertion directly, for having examined the comparative statements of the ministers of the textiles that were successively requisitioned for the years 1771 and following up to 1774 inclusive, with that which was fulfilled on those requisitions, we think to have found proofs therein that in proportion as the requisitions were greater, the shortfall delivered on the same also amounted to more in proportion. Of this can serve as an example among others that, as the ministers themselves have shown in their missive of the tenth of January 1775, on the requisition of 1773 to the amount of 3011 packs, 93 packs less were collected than on that of 1774, sized 2650½ packs, not to repeat at present what has already been said in the heading of our last fixed requisition of returns on this subject. The ministers will therefore have to elucidate to us on what grounds they were able to regard the aforementioned assertion in the said marginal reply as a certain truth. § 313. We desire that elucidation the more because, if that which was likewise alleged should hold true, that upon the reduction of the requisitions the merchants can no longer make as much profit on the Company's delivery as before, and for that reason apply themselves to the manufacture of private textiles, it is then of little weight. Coromandel, we have, on the elucidation desired by Your High Honorable, High Respected Excellencies on what grounds we could put down our coast as a certain truth in our respectful marginal reply to the extract of Your High Honorable, High Respected, highly esteemed missive of the 8th of October 1774, that the more the requisitions of textiles are reduced, the less a complete fulfillment thereof was to be expected, no other reasons to provide than what was respectfully put down by us in our humble provisional reply to the requisition of returns for the year 1778, established 11 November 1776, to which we in so far respectfully submit ourselves, only adding hereto that all that has been successively noted by us in this regard is principally grounded upon the successive complaints of the Porto Novo and Nagapatnam merchants, of which the latter, which have been the foremost yet always also the most deficient in fulfilling the textiles entrusted to them for delivery, and that such a reduction has been the cause that in 1781/2 there were 165 packs lacking from the fulfillment of the requisition.
Dutch transcription
9 drie poincten aan ons te dienen van een ampel en naauwkeurig Rapport in scriptis Hier aan hebben zij op den 31. De¬ cember zeer omstandig en tot vol„ komen genoegen van ons voldaan, wes wegens wij de vrijheid neemen hun voorschreeve Berigt uwe HoogE„ delhedens bij deezen aan te bieden, in vertrouwen, dat Hoog dezelve al meede genoegen zullen neemen in de redenen door hun bij gebragt ter beantwoording van de drie voorgestelde vraagen, En wij hoopen ook dat de Heeren Ma„ jores, aan wien wij thans, ingevolge de ordre een Copia autenticq van het voorschreeve berigt. aanbieden, zig meede Zullen zullen gelieven te Conformeeren met de voorschreeve redenen. — Middelerwijl hebben wij na de be„ geerte van uw Hoog Edelhedens en de Heeren supericuren den Muntmeester Duijne velt gelast, om voortaan bij de Muntsrendementen te noteeren niet alleen het bedragen in gelde van het goud ende andere materiaalen, die tot het slaan van specien worden gebruijkt maar ook behalvende waarde der Metaa„ len die tot toezet dienen de quantiteit van ieder derzelven, met en benevens een specificque aantooning van de ongelden die bij de vermunting vallen het geen voortaan alhier prompt zal worden ge„ observeerd.— Dit voor af schuldpligtiglijk gebragt hebbende 11 hebbende ter geeerde kennisse van uwe Hoog Edelhedens gaan wij na Jaarlijk„ sche gewoonte weder over tot het doen van een generaal verslag van alle onsze ver„ rigtingen ter deezer kuste in 's mees„ ters dienst geduurende den loop van het Jongst geexpireerde Boekjaar 178/2 voor zoo ver wij daar van geen mentie gemaakt hebben bij on„ zen voorgewaagde gemeene Mis„ sive van den 25. 7ber, in hoope dat de zaaken, die daar bij staan beschreeven te worden door ƒ uwe Hoog Edelhedens gunsig mogen worden g'approbeerd of toe genegentlijk gepasseerd uit Con„ sideratie dat wij in alles zoo veel veel ons maar mogelijk geweest is, voor 'sCompagnies waar belan„ gen intrest gezorgd hebben. Dog eer wij tot onze Generaa„ le beschrijving overgaan neemen wij volgens het in practijk zijn de gebruijk de vrijheijd bij deesen en te insereeren, de ons toegezonden Extracten uijt de Generaale Patriasoh Missives van den 8. en 17. 8ber: 1777. door de Heeren Majores in Nederland aan uwe Hoog Edelhedens geschree„ ven met ons eerbiedig antwoord op de zelve in margine gesteld; waarmeede wij van harten wenschen dat uwe Hoog Edelhedens en de Hoog Edele Hoog Agtb: Heeren seventhienen zig gunstig zullen gelieven te Conformeeren, luidende dezelve als volgt Extract Extract uit de missive geschreeven door de vergadering der Heeren Seven„ thienen, binnen Middelburg in Zee„ land aan den gouver„ neur generaal en de Raaden van Nederlands Indien te Bata„ via in dato 8 october 1777. §: 312: Hier mee„ de overgaande tot de materie van. — Chormandel mandel. Chormandel, hebben wij op de door uw hoog Ed: hoog agtb: begeerde elucidatie op wat gron„ den wij onse Custi na dat hoe meerder, de Eijsschen van lij„ waaren vermindert worden hoe minder eene Compleete voldoening derzelver zoude te wagten weezen bij onse eerbiedige marginale beant„ woording op het Extract uwer hoog Edele hoog agtb: hoog g'eerde missive van den 8. 8ber: 1774. hebben kunnen ter needer stellen als een zekere waarheijd, hebben wij geen, andere reedenen te suspiditeeren als het geen door ons Eerbiedig ter neder gesteld is bij ons nedrig Provisioneel ant„ woord op den Eisch van re„ touwen voor den Jaare 1778. g'arresteerd 11. November 1776. waar aen wij ons in zo verre op het submitt ge„ draegen eenlijk hier nog bij volgende, dat al het geene successive voor ons ten deesen reguarde aangemerkt gewor„ den is principael gegrond is met verwordering ge„ zien uijt het mar„ ginaal antwoord der ministers op onze missive van den 8. october 1774. , dat zij met op zigt tot het Hoofd artikel van dit Comptoir den inzaam der lij„ waaten sustineeren dat hoe meer de Eis„ schen verminderd worden det te wijni„ ger een Compleete voldoe„ ning der zelve te wagten geweest. N he op is 15 opgedraegen lijwaeten—. geweest op de successive klagten der Portonovosche en Nagapatnamse Cooplieden en waar van de laaste welke voor naemste dog steeds ook het gebrekkigste geweest zien in 't voldaan van de aan haar ter Leverancie De ondervinding dog scheijkt die susto„ nudirect teegens te spreeken want na„ gegaan hebbende de Comparative ver„ toogen der ministers van de lijwaaten die voor de Jaaren 1771: en volgende tot 1774. inge„ is en dat zoodanige een vermindering oorzaak is geweest dat er in 171½. aan de voldoening van den Eisch 165. pakken hebben ontbrooken — slooten. ij slooten successivelijk zijn g'eischte met het geen op die Eisschen voldaan is, meenen wij daar in bewijzen te hebben gevonden dat na mate de Eis„ schen grooter zijn: ge„ weest, het te min ge„ leeverde op dezelve ook in evenveerdigheijd mee der heeft bedragen: Hier van Kan onder andere tot een voorbeeld dienen dat zoo als de ministers 17 ministers zelve hebben aangetoond bij hunne missive van thienden Canu„ arij 1775. op den Eissch van 1773. ten bedragen van 3011. pak„ ken 93. pakken minder zijn inge„ zameld dan op die van 1774. groot 2650½. pakken, om thans niet te herhalen het geen bij het Hoofd van onzen laatst gearres„ teerden. teerden Eisch van retouren op dit supl reeds is gesegd. — De ministers zul„ len ons derhalven mor„ ten elucideeren op wat gronden zij de voor„ schreeve Sustenu by gedagte marginale beantwoording heb ben kunnen aan„ merken als een zee„ kere waarheijd. § 313. Die Eluci„ verlangen datie wij. 19 wij te meer om dat zoo doorgaat het teffens geallegeerde dat bij het vermin„ deren der Eisschen de kooplieden zoo veel winst niet meer op 'sComp=s leverancie kun„ nen doen als bo„ vorens, en uijt dien hoofde zig begee„ ven tot het aan„ maaken van particu„ liere lijwaaten, als dan van wijnig gewigt zijnde.
English
In the margin of the 5th, being the reasons presented by the ministers regarding the small collection for 1775, which they attribute to long-lasting droughts, unrest in the country, and vexatious treatment by the English. Section 314. According to the dispatch of 15 January 1776, the last-mentioned collection amounted to no more than 2137 packs, or 311 less than were received in the previous financial year 1773/4. Whether this, however, is the exact determination of the difference is by no means certain to us, since the collection of the aforementioned financial year is stated by the ministers in the aforesaid dispatch as consisting of 2448 packs, whereas the same is known in their reports of 10 January 1775 with a quantity of 2539 1/2 packs. In our dispatch of 30 October 1776, we were obliged to remark upon a similar contradiction in the ministers' reports, not only with regard to the collection of 1772/3, but also with respect to that of 1771/2. The latter was stated in their reports of 1772 at 2596 packs, and from that was calculated the shortfall of 11 1/2 packs compared to 1770/1; but according to the writing of 1774, the aforesaid collection of 1771/2 would indeed have amounted to 2622 packs. If this latter statement were the correct one, one might have assumed that since the ministers speak once again of that collection in their frequently mentioned marginal response, they would have thereby corrected the mistake committed in the reports of 1772. However, we find on the contrary in that response the aforesaid calculation of a comparative shortfall of 11 1/2 packs repeated once again, and thereby confirmed the ministers' statement of 1772. While with regard to the discrepancy noted by Your Noble and Right Worshipful Honorable regarding the successive statements of the past collection of linens, we take the liberty of respectfully referring to the extract noted submissively by us of Your Noble and Right Worshipful Honorable's letter dated 30 October 1776, in which, as we trust, we have clearly demonstrated the origin of these differences, and which demonstration we then hope will be deemed satisfactory by Your Noble and Right Worshipful Honorable. Section 315. It grieves us, due to the lack of necessary clarity in the letters of this office, to have to occupy ourselves with these trifles, and we are no less dismayed by another proof of gross inaccuracy that the aforementioned marginal response has caused us to observe. We cannot refrain from expressing the sorrow we feel over the displeasure conveyed by Your Noble and Right Worshipful Honorable, not only regarding the lack of the necessary clarity in the letters of the office, but also that the linens dispatched from this Coast per the ship De Jonge Lieve were not found to be so improved in Europe as we had flattered ourselves in the marginal response set down to their Honorable Extract dispatch of 8 October 1774. We will gladly acknowledge our fault in both these cases, and on that account implore Your Noble and Right Worshipful Honorable for forgiveness, with the promise that regarding the first, we shall observe as much clarity as possible, and with the assurance concerning the latter that the mistaken prospect with which we flattered ourselves regarding the improvement of the linens in comparison with the previous year did not happen premeditatedly, but on the contrary with such firm confidence in the resorting of the linens devised and already introduced for that purpose, that we had no reason to doubt that an improvement in the same must follow thereupon. In the same, it is posited that the ministers flattered themselves on good grounds that the finding of the linens from this office in 1773 sent with the ship De Jonge Lieve to the Netherlands would have brought us more satisfaction than those shipped off the previous year with Alkemade, because the general resorting of the linens collected at the respective factories was not yet introduced, and yet in their answer to our dispatch of 5 October 1772 it was explicitly said that they, the ministers, hoped that one would have already perceived the effect of the aforesaid resorting in the cargo of the aforesaid vessel Alkemade. Meanwhile, the ministers have already seen from our Demand of Returns dated 15 October 1774 that also to the linens from the cargo of De Jonge Lieve [illegible]
Dutch transcription
in marginaele van het 5r„ zijnde door de mi„ nisters bij gebragte reedenen, weegens den geringen inzaam voor 1775. dien zij toeschrijven aan lang duureije droog„ tens onlusten van het land en veratoir behandelingen der En„ gelschen. — § 314. volgens de missive van 15. Ja¬ nuarij. 1776. heeft laad gemelde inzaam niet meer bedragen dan 2137 Terwijl wij omtrent het door uw hoog Edele hoog Agtb: geremar„ gureerde different in de succes„ sive gedaene opgaven van den ten, de vrijheijd neemen ons eerbiedig te gedraegen aen het door ons submis genoteerde afgeloopen in zaem van lijwae„ tract uwer hoog Edele hoog Agtb: No 1 d dat n ver Zeer. pak. zeer dem 24 zier te Eevene missive in dato „30. 8ber: 1776. waar bij ons als wij spronk dier differenten gede„ montreerd hebben en welke demonstratie wij dan hoopen dat bij uw hoog Ed: hoog Agtb: voor voldoende zal worden vertrouwen duijdelijk den oor„ aangemerkt. — pakken off 311. min„ der dan er in het voo„ rige boekjaar 177¾. zijn ingekomen:— Off egter dit de Juis„ te bepaaling zij van het verschil is bij ons gantsch niet zee„ ker aangezien den inzaam van het evengemelde boekjaar door de ministers bij voorsz: mis„ sive word opge„ geeven als bestaan hebbende in. de in 2448 pakken, daar deselve in hunne advisen van 10 Janu arij 1775. bekend staat met een quan„ titeijt van 2539. ½. pakken. — Wij hebben bij onse missive van 30. octo ber 1776. een derge„ lijke strijdigheijd in der ministers be„ rigten moeten reman„ queeren niet slegts met opzigt tot den inzaam van 23 van 177 2/3. maar ook ten aanzien van die van 177½. Laastgemelde was bij hunne adviesen van 1772. opgegeeven met 2596. pakken 1 en daar van had men bereekend de minderheid van 11½. pakken, in ver„ gelijking van 177/1 maar volgens het schrij„ ven van 1774. Zou voorsz: in Zaam van 177½. wel hebben. hebben bedragen 2622. pakken. — Indien nu deesze laat„ ste opgaave de regte was zou men hebben mogen onderstellen dat vermits de mi„ nisters bij meergemel„ de hun marginaal antwoord van dien inzaam andermaal spieken zij mits dien het bij de berigten van 1772. begaan abuijs verbeterd, zouden hebben. v het 2 25 wij kunnen niet af zijn onse hebben dog wij vin„ den in tegendeel bij dat antwoord de voorsz: bereekening van een Comparative minder„ heid van 11. ½. pakken nog maals herhaald, en daar door bevestigd. der ministers opgeeven. van 1772. § 315. Het verdriet ons wegens gebrek van de noodige klaar„ heijd in de brieven van dit Comptoir met dee„ se klijnigheeden ons te moeten smente die wij gevoelen, te betuij„ gen, over het door uw hoog Edele hoog agtb: bedeeld ongenoegen net alleen over het gebrek van de noodigeklaarheijd in de brie„ ven van het Comptoir maar ook over dat de lijwaaten per het schip de Jonge lieve van deese Cust verzonden met zoodanig verbeterd in Europa zijn be„ vonden geworden als wij ons bij het ter nedergestelde marginael antwoord op hoog der zelver Extract missive. bezig„ n missive van den 8. 8ber: 1774: wel hadden geflatteerd. — Wij willen gaar nem deese beijde gevallen onse schuld bekennen, en uijt den hoofde van uw hoog Edele hoog Agtb: om vergiffenis smeeken met belofte dat wij ten opzigte van het eerste zoo veel ons mogelijk is de meer„ de duijdelijkheijd betragten zullen en met verzeekering omtrend het laaste dat hbu„ sive voor uijt zigt, waar meede wij ons en opsigte der verbeter„ ring der lijwaaten in vergelijk van het voorige Jaar geflat„ teerd, hebben gehad met gepreme„ diteerd is geschied, maar in te„ gendeel met een zoodanig vast vertrouwen op de tot dat eijnde beraamde en bereeds ingevoerde hersorteering der lijwaaten dat wij geen reedenen hadden om te dezelve moeste daarop volgen — twijffelen, of eene verbetering in opmerken. — Bij het zelve word geposeerd, dat de mi„ nisters op goede gron„ den Zig flatteerden dat de bevinding derl waaten in 1773. van dit Comptoir met het schip woord ons heeft doen bezzig houden en wij zijn niet minder on„ stigt over een andere blijk van groove on„ naauwkeurigheijd die het voernoemde marginaal ant„ de 22 de Jonge lieve naar Nederland verzonden aan ons meerder ge„ noegen zoude hebben toegebragt dan die in het voorige Jaar met Alkemade waaren afgescheept alzoo toen de generaale herfor„ teering van de lijwaas ten op de respective factorijen in gezameld nog niet was ingevoerd en daar nog tans bij hun andwoord op onze missive van 5. october 1772. uijtdruk uijtdrukkelijk is ge„ zegd, dat zij minis„ ters hoopten dat men het effect van voorm: persorteering aan de lading van voormelde bodem Alkemade reeds zou hebben be„ speurd. Intusschen hebben de 14 de ministers uijt on„ baan zen Eisch van retour 1 74. tien gedateerd 15. october 174 die reeds gezien dat ook aand te hj k lijwaaten uit de lading van van de Ionge de heij zul 23 lieve. i Ho voor 2
English
With the respectful provisional answer to the demand for returns dated 11 November and the addendum of 23 November 1776, we hope that Your Right Honorables will be satisfied, while in the meantime we shall be vigilant and continually apply everything in our power to prevent the Company's requisitions from being either entirely unfulfilled or only defectively met through the indolence or improper conduct of the respective chiefs of the outer factories, and at the same time to ensure that a manifest improvement in the textiles may henceforth be perceived by Your Right Honorables. To this end, we continually issue the necessary admonitions and do not let the matter rest on mere threats, but properly punish by fair means those who are found guilty of negligence in accepting the textiles. As an example of this, we most respectfully cite the detailed statement in our resolution of 31 December last, from which it is evident that during the re-sorting conducted here of the textiles received and left behind after the departure of the return ship the Patriot, due to their coarse weave and texture, out of a parcel of 42 packs of ordinary bleached adraspatnam guinees of the 2nd sort, 7 packs fell to the 3rd sort; that out of a total of 262 packs of Jaggernaijkpoeram textiles, 8 packs of common raw guinees, ditto bleached ditto coarse from the second to the 3rd sort, and 3 packs of bleached guinees of the Company's ordinary sort from the 4th to the 3rd, as well as 1 pack of ditto guinees from the 2nd to the 3rd sort, and 8 packs of common raw salempores likewise fell from the 2nd to the 3rd sort; that out of the 108 packs of textiles received from Bimilipatnam, 5 packs of common raw guinees and ditto common new salempores were accepted as 3rd sort instead of 2nd sort. For all of which bales, the chiefs of those factories have been ordered to compensate the excess value charged over what was found here. Just as, besides the aforementioned textiles, upon re-sorting, 1 pack of bethilles alegias with small checks No. 712 collected at Jaggernaijkpoeram was found to be so bad in weave and color that it had to be entirely rejected and sold at public auction, upon which it incurred a loss on its purchase cost of f 149.14 or 19 7/18 per cent, which loss, together with a 25 per cent advance calculated on the entire amount of that pack, amounting together to 336.48, the Jaggernaijkpoeram chiefs were ordered to compensate. In the meantime, we hope that this conduct of ours toward obtaining sound cloths may meet with the so greatly desired approval of Your Right Honorables, our attention remaining constantly fixed so that the freedom granted to private trade gives no cause for practices contrary to the interests of the Company. With respect to the arrears of the collective Company merchants on this coast, we take the liberty to inform Your Right Honorables most respectfully of the total amount which, under the ultimate of August 1777, remained in debit to 760254, and in the book year just passed only a small amount of f 3506.13 was paid off, so that under the ultimate of August 1778 the same still amounts to f 72518.11, in which the Jaggernaijkpoeram merchants participate for f 12996.8, the Palicol merchants for f 8573.8, and the Porto Novo merchants for f 50948.15, the general debt thus remaining, as stated above, amounting to f 72518.11. This slight reduction of the arrears in the expired trading year is caused by the fact that the chiefs could not yet effect this reduction, since it had to be done out of the demanded moneys from the textiles consigned by those merchants in the past year and in that year to Batavia on recognizance, so the settlement of that balance would take place as soon as they have paid off f 1341.10.88 of the same.
Dutch transcription
29 Met het eerbiedig provisioneel ant„ lieve verscheijde ge„ breeken ontdekt zijn door ons bij voormel„ de Eisch nader aan„ geweezen— D 316: Met op zigt tot de lijwaaten in den voorleeden Jaare met het schip de Bodt aangebragt, ons gedragende aan het ter nedergestelde bij den Eisch van retouren de dato 11. Novem„ ber 1776. en de nadere woord op den eijsch van rethouren de dato 11. 9ber: en ampliatie van den 23. 9ber: 1776 hoopen wij dat uw hoog Edele hoog Agtb: genoegen zullen neemen, terwijl wij in„ misdens waakzaam zullen zijn en steeds alles wat in ons vermogen is aangewenden tot voorkoming dat door ijverloos„ heijd of verkeerde handelingen der respective opper hoofden van de buijten Comptoiren 'sComp=s pe„ titien of in 't geheel niet of slegts gebrekleig voldaen worden en tef„ fens zorge vraegen dat eene blijke, baare verbetering in de lijwaeten voortaan voor uw hoog Ed: hoog agtb: bepeurd worden mag, waar woe wij steeds de noodige admorta„ lien doen, en het bij geene bedreijgin„ gen laaten berust en maar de wel die geene door billijke middelen te staffen die zij aan onagtszaam„ heijd in de acceptatie der lijwaaten komen schuldig te maken waar van wij op het allereerbiedigst tot een voorbeeld aanhaalen het breed. Ampliatie. be„ en „ e 174. d breedvoerig ter needer gestelde bij onse resolutie van den 31. dec: Jongst ver„ weeken waar uit consteerd dat bij de alhier gedane hersorteering van de nog na het vertrek van 't retouw schip de Patriol ontvangene en alhier overgebleevene lijwaaten om der zelver graf en uijt van geweef uit een par„ thij van 42. Pakken guinees gem: hebl: adrasp=m gewees van 2. zoort 7. Pakken tot 3. foort gevallen zijn Dat uit een aantal van 262. pakk: Jaggernaijkpoeramse lijwaaten 8. pakken guinees gemeen ruw _:o gebl: d' g: caal van tweede tot 3. soort en 3. Pakken guinees gebl: sComp:s or„ de soort van 4. tot 3. mitsg=s 1. Pak d=o guinees van 2. tb 3. zoor„ ten 8. pakken salemp:s gem: ruw alij meede van 2. tot 3. zoort ge„ vallen zijn. — Dat uit de van Bimilip=m ontvan„ gene 108. packen lijwaaten 5. pakken guinees gemeen ruw en _:o salemp: gemeen nieuw in steede van voor tweede voor 3. soort aangenomen geworden zijn. — van alle welke fardeelen de meerder aangereekende dan alhier bevonden waarde de opperhoofden van die fac„ torijan ter vergoeding is opgelegt ge„ worden — soo als buijten de voorsz: lijwaaten bij hersorteering 1. pak Bathilles alegia met kleene ruijten N=o 712. te Jagg: is gezameld, soodanig slegt van gewees en kleur bevonden i dat men het zelve ten eenemaal moeten uijtschieten per vencutie laaten ver„ koopen wanneer het deselve opdies inkoops kostende verlooren heeft ƒ149. 14. of 19 7/18. p:r C:o welke verlies de Jagg: opperhoofden neevens 25. p:s C:to van de respective op„ perhoofden der buijten Comptoiren scompag„ nies petitien of in Verwagten wij voor het overige van der minis„ ters waakzaamheid dat zij steeds al wat in hun vermogen is zullen aanwenden tot voorkominge dat door ie verloosheijd of ver„ keerde handelingen 9 d dien gedateerd 23. de„ cember 1776. Ampliatie van avans. 2: _:o 11. 2 h H Com het. K dat 336 34 het geheel niet, of dat deeze onse handelwijze ter er„ „langing van deugd zaame klee„ den de soo seer te desideerene goed„ keure van uw hoog Ed: hoog Agtb: sal mogen wegdraegen — zullende onze aendagt steeds geres„ „tigd blijven dat de verleende vrij„ heijd aan den particulieren handel geen aenlijding komt te geeven stadig met de blangens van de Comp — avan bereeken op het gaens be„ draegen van dat pale ofte saamen 336. 4g ter vergoeding is opgelegd geworden intusschen hoope wij slegts gebrekkig vol„ daan worden terwijl terzelver tijd de par„ ticulieren nogotian„ ten geleegenheid vin„ den om te bekomen de lijwaaten die zij begeeren. § 317. wij vertrou„ wen dan ook dat uE: haar aandagt op dit stuk geves„ tigt zullen houden op dat door de meer„ dere vrijheijd die aan den. t brengen dat van dies geheel bedraegen het welke dezelve onder ult=o aug=s 1777. tot 760254. zijn debet gebleeven en het Jongst gepasseerde boekjaar maar is afgelegd de opperhoofden voor weder dat dies vermin„ dering als nog geen gevag konden hebben alzoo zulx geschieden moesten uijt de ge„ vraagt penningen der door die marchian„ deurs in anno passato en in dat Jaar na Ba„ tavia op recognitie geworden sijn actus du de verevening van dat agterstal zijn be„ slag zoude bevinden soo dra ze van dies ƒ1341. 10. 88. of gelegd hebben van d' eerstgeeven Ten aansien van de agterstallen der geza„ den particulieren handel is verleend geene aanleeding wor„ ginael Agtb: 1776. de gegeeven tot prac„ needer Jnmi het doo tijken strijdig met de queev N: de in de belangens der maat„ le daar Dat der schappij meer gera nog § 318. De inpal„ al ming der agter sal„ ling van de Kooplie„ J Pal den meede een zaak di ven is van aangeleegenheid uijt van hetge zijnde waar over wij van gens ƒ000k zijn zeedert eenige Jaa„ waar den ren ons bij zonder genoe„ gen hebben kun waa Terw Desel koom onzen Cadr schreve Schul niets too daags verkla Dog in mentlijke Comp: kooplieden ter deezer custe neemen wij de vrijheijd uw hoog Edele h: agtb: op het eerbiedigst ter kennisse te geworden en kleen montant van ƒ3506: 13. dus dezelve onder ult=o aug=t 1778. nog koomen te bedraegen - - - - ƒ72518. 11. — waar in de Jaggernaijk p=m voor - - - - - „ 12996. 8. „ Palicolse - - - - - - - - „ 8573. 8. ende portonovose — - - - - - - - „ 50948: 15. koomen te Participeeren blijvend dus als boovengezegd, de generaale schuld nog groot ƒ72518. 11. w Deese geringe vermindering der agter„ stallen in de afgekoopen handeljaar is ver„ oorzaakt doordien de handeljaar is Jagger„ naijkp=n mits in die te palicol maer verkoop. nen. duijde Ja reeken lieden
English
33 sale, had received the necessary information at the Indian capital, and nothing had been noted from the last word by the chiefs in their letters, about which we will shortly confer with them on the matter. Yet meanwhile we understand that what was declared concerning the Jaggernaikpur chiefs is clearly confirmed, which we took the liberty to respectfully set down regarding the described state of those merchants and in the marginal reply to the extract of your Right Honorable Worships' venerated missive of 30 October 1776. Meanwhile we very respectfully note, regarding what was remarked upon by your Right Honorable Worships concerning the differences which you consider should be preserved in the successive returns made of the general debts of the arrears of the Company's merchants, for your Right Honorable Worships' elucidation: That in the sent summary of the debts drawn up under ultimo August 1774, the merchants at the office of Jaggernaikpur, Palicol, and Sadraspatnam were still in arrears - - - ƒ 50458. –. —, namely Jaggernaikpur ƒ 34372. 6. Palicol - - - 11931. 2. 8 Sadras - - - 4154. 11. 8. That in the summary which was drawn up under ultimo August 1775, there was counted for the debts of anno 1774: 50462. 11. 8. Jaggernaikpur for ƒ 34376. 16. -. Palicol - - - 11931. 2. 8. Sadras - - - 4154. 13. — which were stated under ultimo August 1775 to be more by ƒ 4. 11. 8, which constitutes the first difference and was thus also the reason that this was found noted in our respectful missive of 15 January 1776 in comparison against the previous year, as at that time the arrears of 1774 were also taken to be - - - ƒ 50462. 11. 8. To which must be added the decrease of the Palicol debts in anno 1775 of 12850. 6. —. The same under ultimo August 1775 coming to be added - - - - ƒ 63312. 17. 8. While we, after the dispatch of our papers, having received the subsequent account of the Porto Novo merchants, wherein, according to what was noted, it is to be seen to our present utmost displeasure, as we can testify, that the combined debts of the merchants, solely excepting those of Porto Novo, as of which no report had yet arrived, under ultimo August 1775, had increased by a sum of ƒ 12850. 6., formed an improved summary and sent it to Batavia, in which the arrears of that office, after deduction of ƒ 4273. 11. 8 instead of ƒ 4273. 9, which explains a difference of two stivers and eight pennies, under ultimo August 1775 still amounted to an amount, or in total, as stands noted in the letter to Batavia of 30 April 1776 - - - - 124539. 15. —. For further elucidation of this difference it respectfully serves that for the Porto Novo debts of anno 1774 there was set down - - - ƒ 65500. 7. —, yet in that summary of August 1775 - - - - - 65500. 9. 8. Which shows the aforementioned difference of 2 stivers and eight pennies. And further that when from the aforementioned increase - - - - ƒ 12850. 6. —. the said decrease of 4273. 11. 8 had been subtracted, there would have remained no more for the increase than - - 8576. 14. 8. All of which was found demonstrated in a further corrected summary thereof that was sent to Batavia. Meanwhile, to prevent such differences, we most strongly recommend to the chiefs of the factories in arrears to ensure that such differences can no longer be found in papers, while we meanwhile humbly ask your Right Honorable Worships' pardon for the same. The sum cleared by the merchants of - - - - - - - - ƒ 61226. 17. 8, the one in the ministers' missive to you of 15 January 1776 amounts to a sum of ƒ 63312. 17. 8, which last-mentioned sum yields a small difference with the statement of the status of the debts in the previous year, as the same according to that statement ought to amount to somewhat more. § 319. But we mention this only in passing, 35 and find of more reflection what was noted in your advices to us of 30 April 1776, that the arrears of the merchants at the closing of the books of 1775 amounted in total to ƒ 124539. 15. —. In order to reconcile this with the above-mentioned, we would have to assume that in that 19 sum of ƒ 124539. 15 the debts of the Porto Novo merchants are also included; but if one sets down for the amount of those debts what the same amounted to under ultimo August 1774, being a sum of ƒ 65500. 7. —, and increases it by the above-mentioned sum of ƒ 63312. 17. 8, then one will still keep a 37 difference of ƒ 4273. 9. —. While on the other hand, in case you were able to deduce from a further writing of the ministers the amount of the Porto Novo debts under ultimo August 1775, and those debts were found to be decreased with the aforementioned sum of ƒ 4273. 9. - in comparison to the previous year, then you could not have passed on, as has now been done, the ministers' statement that the merchants' debts sub dato ultimo August 1775 had increased by ƒ 12850. 6. —, because on that basis you would very improperly have included the Porto Novo arrears in the general summary, 39 yet not in the comparison of that which the merchants' debts under ultimo August 1775 amounted to more than the year before. We shall expect the necessary elucidation from you in this regard, and meanwhile surmise that it will have been from the ministers' advices of 28 January 1776.
Dutch transcription
33 verkoop, ter indiase hoofdplaatse het noodige narigt bekoomen hedden En van de laaste woord door de opperhoofden bij hunne brieven niets toonen genoteerd waar over hij hun eerst daags op het deruist onderhouden zullen— Dog intusschen voorneemen wij dat met lat verklaerd over de Jagg: opperhoofden met on„ duijdelijk bevestigd word het geen mij van de„ schreven toestand dier handelaer en bij 't waar„ ginael antwoord op het Extract uwer h: Ed: h: Agtb: gedenereerde missive van den 30 october 1776. de vrijheijd genomen hebben eerbiedig ter needer te stellen — Jnmiddens noteeren wij zeer eerbiedig op het door uw hoog Ed: hoog Agtb: gereman„ queerde nopen de deffenieten die door h: dezelve behouden zien te consideeren in de successive gedaen opgafe der generaa„ le schulden van de agterstallen Comp: hande„ laar tot uwe hoog Ed: h: agtb: Elucidatie Dat bij de afgezondene samentrekking der schulden onder ult=o aug=s 1774. gepor„ meerd de kooplieden ten Comptoire Jag„ gemaijkp=r Palicol en sadraspatnam nog ten agteren stonden - - - ƒ50458. –. —. als Jaggernaijk p=m ƒ 34372. 6. Pllicol — - - „ 11931.2. 8 advas - - - „4154. 11. 8. Dat bij de samentrekking welke onder ult=o aug=s 1775. opge„ maakt geworden is voor de schulden van anno 1774. getel zien 50462. 11. 8. Jaa,gernaijkb=m voor ƒ34376. 16. -. Palicol - - - - „ „ 11931. 2. 8. Sadras - - - „ 74154: 13: —:— die onder ult=o aug=s 1775. meeder op gegee„ den ƒ 4. 11. 8. tot welk het eerste verschil„ uitmaakt en dus ook de oorsaek was dat van ditdeaart bevonden moeten worden in het genoteerde bij onze eerbiedige missive wij van den 15. Jan: 1776. inveropteijding te„ gens het voorige Jaar alzoo te duur tijd zo ook agterstallen van 177/4 genomen -ƒ50462. 11. 8. zijn - - - — waar bij voerde vermindering den Palicolse schulden en A:o 17 1/5 ot„ 12850. 6. —. Deselve onder ult:o aug:s 1775. gem„ koomen te adderen - - - - ƒ63312-. 17. 8. Terwijl wij nade depeche van onzen papieren suropade af„ reekening der Portonovose koop„ lieden ontvangen hebbende waar in uijt wijzens het genoteer meerderd als hebbende ƒ 12850. 6. zijn ver„ een Zomma van Augustus 1775. met men:/ onder ultimo als waar van nog geen verslag was ingeko„ alleen uijtgezonderd die van portonovo zamentlijke schul„ den der Kooplieden te zien, dat de ge„ uijterste onaangenaam ons tegenwoordig ten nen betuijgen is het eene. de. „ „ al„ „ ƒ „ eene verbeterde samentrekking gefor„ meerder na batavia gezonden hebben wanneer de agterstallen van dat Comp: na aftrek van ƒ4273. 11. 8. in„ steede van ƒ4273. 9 dat een verschil„ van twee stuij: en agt penn: uijt„ legd waaren onder ult=o aug=s 4775. nog beliepen een montant of in het geheel zooal bij brief„ na batavia vanden 30 april 1776. genoteerd staat - - - - „ 124539. 15. —. tot nadere ophelding van dit verschil diend eerbiedig dat voor de Portonosche schul„ den van anno 177¾4. gesteld zijn geword/ den - —ƒ65500: 7. —. dog die samentrekking van aug=s 1775. — - - - - „ 655009: 8: —. Dat het voorm: verschil van 2. stuxj=s en agt penn: komt aen te toonen~ en voorts dat wanneer van de voorgen: vermeerdering - - - - ƒ12850.. 6. —. de gezegde vermindering van „4273. 11. 8. afgetrokken was voorde ver„ meerdering niet meerder zoude zijn overgebleven als - —„8576:14:8. het welk alles bij een nader „daar van geformeerde ver„ beteede samentrekking die na batavia gezonden gedemonttreed gevonden is. wij sulx intuschen tot voor kooming van diergelijke differenten de opper„ hoofden der agter stallige factorij en op het kragttigste aenbeveelen om zorge„ te draegen dat diergelijke differenten niet meer en kunnen papieren gevon„ den worden, terwijl wij inmiddens agtb: ootmoedig en Exccuis vraegen— maakt de door de Cooplieden afge„ over dezelve van uw hoog Edele hoog van - - - - - - - - ƒ61226: 17. 8. de bij der ministers mis„ sive aan uE van 15. Ja„ nuarij 1776. bedragen een montant van ƒ 63312 17. 8. welke laast geno de zom een kleijn ver„ schil uijtlevert met de opgave van den staat der schulden in het voo„ rige Jaar, alzoo dezelve na die op gave gereeken iets meer zou moeten beloopen. §. 319. Dan wij haalen zulks alleen in het voorbijgaan aan. 35 aan, en vinden van meer reflexie het ge„ noteerde bij uw E: advi„ sen aan ons van 30. April 1776. dat de agterstallen der kooplieden bij het sluijten der boeken van 177 1/5. in het geheel hebben bedra„ gen ƒ 124539. 15. —. Om dit met het bo„ vengemelde te kun„ nen over een brengen zouden wij moeten onderstellen dat onder die. . 19 die zom van ƒ124539: 15. de schulden der Por„ tonovosche kooplieden mede zijn begreepen maar zoo men voor het bedragen van die schulden steld het geen derzelve om der ultimo augustus 1774. hebben beloopen zijn„ de een Zomma van ƒ 65500. 7:—. en de hier boven gemelde Zom van ƒ 63312. 17. 8 daar meede vermeer„ derd dan zal men nog blijven houden een 37 een verschil van ƒ 4273: 9. —. terwijl aan den anderen kant ingeval uE uijt een nader schrijven der ministers hebben kunnen op maaken het bedragen der por„ tonovosche schulden onder ultimo augus„ tuis 1775. , en die schul„ den bevonden zijn met de voormelde Zom van ƒ 4273: 9. -. in vergelijking van het voorige Jaar te wee„ zen. zen vermindert als dan door uE niet had kunnen worden overge¬ geeven, zoo als nag tans is gedaan der ministers opgave dat der koop„ lieden schulden sub dato ult=o Augustus 1775. met ƒ 12850: 6: — waaren vermeerdert dewijl uE: op dien voet zeer oneigen in de generaalen Ja„ mentrekking van de agterstallen der bor„ tonovosche wel zouden hebben 39 hebben meede ge„ reekkend dog niet bij de vergelijkinge van het geen der kooplie„ den schulden onder ult=o augustus 1775. meerder hebben be„ dragen, dan het Jaar te vooren. — Wij zullen hier om¬ trent van uE de no„ dige elucidatie verwag„ ten, en gissen immee„ dens dat het uijt der ministers advisen van 28. Januarij 1776. zal zijn geweest.
English
And regarding the same, we apply all our best efforts toward a prompt liquidation of the old arrears, from which it has appeared to you that the collective arrears, since the first of September until the 23rd of November 1775, have decreased to an amount of ƒ111976; however, these advisories had not yet been received by us while drafting this. Section 320. A further collection now remains most strongly recommended to the ministers' care, and as the aforementioned increase, which showed itself in those debts as of the end of August 1775, was greatly contributed to by the ill-considered advances to the Palicol merchants, it meets with our approval that the necessary measures have been taken by the ministers to keep the Company as far as possible from loss, with the necessary supervision constantly being exercised regarding the merchants and the funds credited to them, and the chiefs who act thoughtlessly therein, or in any other way fail to observe their duty to that end, must be corrected effectively. Section 321. The Return. We hope that Your Excellencies, upon the safe arrival of the return ship De Wakkerheijd, which departed from here in the year 1777, will have observed from its considerable cargo of ƒ870248. 9. 8 that our proposition regarding the small cargo of the ship De Both, namely that it was caused by a lack of fine linens, was not unfounded, since the difference of one cargo against the other amounts to a considerable sum of ƒ103337:6:0. And this position, as we respectfully maintain, is further confirmed when one reflects that the cargo of the return ship De Patriot, which departed from here in October 1778, due to a lack of fine linens, amounts to no more than ƒ768873. 8. 1, and thus presents almost the same deficit of ƒ101375. 1. 0 in comparison to the cargo of the ship De Wakkerheijd as was respectfully demonstrated earlier regarding the cargo of the ship De Both in comparison to the cargo of the ship De Wakkerheijd. The fact that, according to the ministers' letters, this was caused by a lack of fine linens—the ship De Bodt having brought in a cargo last year of only ƒ766911:3:8, and thus considerably below the target of 9 tons of treasure—was otherwise to be regretted. Since this was also caused by a lack of fine linens, we hope on a subsequent return to see the effect of their assurances that in the future they will ensure as much as possible that this quota is better fulfilled. Section 322. However, to bring the cargo fully up to 9 tons, the ministers seem to raise difficulties, unless they are permitted, in order to save space, to load the direct return ships with 200000 lb of stones for ballast instead of 100000 lb, and in exchange to provide only a single layer, or 100000 lb, instead of a double layer, or 200000 lb, of coffee beans. We trust, therefore, that this proposition... Section 324. The authorization that you have granted to the ministers to purchase saltpeter brought in by English or private ships at up to ƒ14 per 100 lb has appeared rather excessive to us, considering that the authorization you gave to the Bengal ministers for a similar purchase was limited to ƒ12 per 100 lb; and we presently see no reason, if that saltpeter would have to be sent to Batavia, to spend so much more for it here than in Bengal. Section 325. We have noted as appropriate and prudent the interpretation given by the Governor of Vlissingen to your order to requisition in the future directly from Europe the required equipage goods and domestic necessities, which after careful deliberation one would consider necessary for a whole year, as well as all European trade goods that could be sold here with any profit, in order to be received with the ship sailing out for Bengal. He understood very well that this order could only take effect once we had approved the proposal made to us by you on that subject, but that as long as one was not informed of this, one had to proceed with sending the requisitions according to annual custom to Batavia. Section 326. At some other offices, a similar order has already been put into execution, and the matter has thereby been unsettled; it would therefore have been much better had you superseded your directives until we had made a final declaration on the proposals and premises that were to form the basis of the aforementioned orders, and without the determination of which that order can have no validity. Section 327. The officers of the ships Vreedselust and De Both having been declared innocent of the extraordinarily long voyages of those ships following a judicial inquiry instituted by the ministers, we trust that you, on your part, will also have had the documents examined that were used for the aforementioned inquiry, so that we may thereby have complete certainty that a watchful eye is kept on the conduct of the ship officers. Section 328. Among the articles that the said ship officers were short in the respective deliveries of their cargoes...
Dutch transcription
En hoog deszelve verteekenen dier ver doet wij alle onse beste pogingen aan wenden tot eene spoedige lequi„ datie der oude agter stallen — geweest, waar uit aan uE is gebleeken, dat de geszamentlijke agterstal„ len, zeedert primo zep„ tember tot den 23: Novemb ber 1775. gedaald zijn op een bedragen van ƒ111976: dan welke ad„ visen onder het Concipie¬ ren deezes bij ons nog niet zijn ontvangen § 320. Een verde„ re inpalming blijft nu der mi„ nisters Zorge ten strekste aanbevolen en 44 en daar toe het voorsz: accres 't geen onder ult=o augustus 1775. zig in die schulden heeft vertoond zeer veel hebben gecon„ tribueerd de onbe„ raade voor uijt ver„ strekkkingen aan de Palicolse kooplieden is het van onze goed„ keuring dat door de ministers de vereijsch„ te maatregelen zijn genomen, om de Com„ pagnie. pagnie zoo veel moge„ lijk buiten schade 8. te houden zullende steeds omtrend de Koo„ lieden en de gelden die aan hun worden gecrediteerd, de noo„ dige toezigt gebruijk en de opperhoofden die daar in inbezonnen te werk gaan, of op ee„ nige andere manier ten dien eijnde hun„ ne pligt niet betragten efficaciers selijk gecorri„ geerd moeten werden verte 63 § 321. Het Retour wij hoopen dat uwe hoog edele hoog agtb: bij behoude aan komst van het tin an„ no 1777. van hier vertrokken retour„ schip de wakkerheijd aan der zelver aanzzienlijke laading van ƒ870248. 9. 8. „ zullen beoogd hebben, dat het door ons geposeerde omtrend de gevinge laeding van het schip De Both naamentlijk dat het zelve veroor„ zaekt was door gebrek aen fijne lijwaaten niet ongegrond geweest is wijl het different van eene laa„ ding teegens den andere een aanw wienlijk bedraagen van ƒ103337:6. —. komt uit te maeken En welke potitie zoo als wij eer„ biedig pistineeren dat nog naeder behestigt word als men reflecteerd dat de laeding van het in october„ 1778: van hier vertrocken retoir schip de Patriot door gebreek van vijne lijwaeten niet meer som„ meert dan ƒ 768873. 8 1. en dus bij na den selvden minderheijd van ƒ101375. 1. in teegen overstel„ ling vande laeding van het schip de wakkerheijd komt met te leveren als omtrent de lading van het schip de Both in verge„ lijking van de loeding van het schip de wakkerheijd voorwaerds eerbiedig is aangetoond. — Het zelve volgens der Ministers Schrij„ ven veroorzaakt zijn de doorgebrek aan bende aangebragt van maar ƒ766911:3: 8. en dus vrij verbenee„ den de bepaaling van 9. Tonnen schats was anders te wenschen geweest. — zulks meede wel schip de Bodt in den voorleeden facre een Cargazoen heb„ fijne: die n ee„ fijne lijwaaten hoopen wij bij een volgend retour het effecte te bespeuren van hun„ ne verzeekeringen, om in het vervolg zoo veel mogelijk te zul„ len zorgen dat aan„ die bepaaling beter vol„ daan worde. § 322. om egter de lading volkome opgton te brengen schijnen de minis„ ters zwaarigheid te maken ten zij aan 12 45 aan hun werde ge„ permitteerd, om tot winnenge van ruijmte inplaats van 100'000 lb: 200000 lb: steenen tot ballast en daar teegen maar eene enkele laag of 100'000 lb: in steede van een dubbelde off . 200'000 lb: koffie boo„ nen de directe re„ tourscheepen meede. te geeven. Wij vertrouwen derhal„en ven, dat die propositie door §324 De qualiffe catie, die uE de minis„ ters hebben verleend om me de Salpeter, die door Engelsche of particu„ liere scheepen mogt worden aangebragt tot ƒ14: de 100. lb: te mo„ gen besteeden is ons vrij ruim: voorgekomen geconsidereerd de quali„ ficatie die uE aan de Bengalse ministers tot een gelijken inkoop heb ben gegeven; zig tot ƒ12. de 100. lb: bepaald. en 67 49 en wij al thans geen reeden zien om zoo die salpeeter naar Ba„ tavia zou moeten worden gezonden in dat geval voor de„ zelve alhier zoo veel meer dan op Ben„ gale te besteeden. § 325. Als gepast en voorzigtig hebben wij aangemerkt, de interpretatie, die door den Gouverneur van vlissingen is gegoe„ ven aan uw E: orderom in het het vervolg de benodi de Equipagie goede ren en huijzelijke noodwendigheeden, d men na een goed ove lag meenen zoude voor een geheel Jaar na dig te hebben mitsga„ ders alle Europeese ha delwaaren die hier met eenige winsten te debiteuren zouden zijn direct uijt Euw pa te vorderen ten een de met het voor Bengale uitkomende schapte te wor den ontvangen. — hij 5 51 Hij heeft zeer wel begreepen dat die or„ dre dan eerst effect. konde sorteeren wan„ neer wij het voorstel door UE: op dat suijet aan ons gedaan, zor„ den hebben geaggreerd dog dat zoo lange men hier van niet was geinformeerd voortge„ gaan moest worden met de Eisschen volgens Jaarlijkse gewoonte naar Batavia te zenden §326 op Sommige andere. nod 14 andere Comptoiren heeft men een soort. gelijke ordre bereeds tot Executie gelegd en„ de zaak is daar door gebragt buijten haar geheel, het zoude derhalven vrij beeter zijn geweest, dat door uw E: met derselver aanschrijvens was ge supersedeerd tot dat wi onffinaal hadden verklaard over de propositien en plaats die den grond van voorsz uar ordres moesten uitmaken en 53 en zonder het arres„ teeren van welke die order geene bestand baarheid kan hebben.. §327. De overhee„ den van de Scheepen vreedselust en de Both na een geregtelijk on„ der zoek, 't geen de Mi„ nisters hebben doen in het werk stellen on„ schuldig verklaard zijn„ de aan de buijten gewoo„ ne lange voijagien dier scheepen, vertrouwen wij dat uE ook van haaren kant zullen hebben. hebben laaten exami„ neeren de stukken waar van men tot het voorsz: onder zoek zig bediend heeft op dat wij daar door vol„ komen zeekerheid hebben dat mogen op het gedrag der schaep overheeden een wakend nog gehouden word § 328. onder de artikelen, die gemelde scheeps overheeden bij de reste„ tive uijtleeveringen haar„ ren laadingen te kort zijn.
English
have come to be found the 535 lb of Japanese bar copper from the ship Vredenlust and 162 lb of the same metal from the ship de Both, for the buyout sums of which lots the ship's officers have been debited on their accounts, we can be well pleased with these debits as having been done according to order. We believe, however, that regarding deficiencies of similar articles, one ought not to be satisfied merely with securing the necessary compensation for the Company, but that, as far as possible, it ought to be investigated from where those deficiencies take their origin, as it is not indifferent to know whether the same must sometimes be attributed to improper and punishable practices that took place at the shipment, to which one might be tempted by the great profits that are to be gained with those merchandise goods. The necessity of this latter part of our remark may appear further from that which was treated herebefore under the matter of Japan. We dare to reassure Your Right Honourables most respectfully that nothing will be neglected by us that can serve to promote good order and a proper administration, both here at this main place and at the subordinate factories of this Government, and taking the liberty to offer to the same our respectful gratitude for the favourable exoneration of the officers of the ship Alkemade regarding the payment imposed on them for 25247 pounds of pepper found to be deficient upon delivery in Europe. Paragraph 329. Not very satisfactory is the reason that the servants of Jaggernaikpoeram have given for the great wastage that, to an amount of 25247 lb, occurred here in the Netherlands on the pepper with the ship Alkemade in 1773. Indeed, that this pepper had continuously to be shifted in the ship and transshipped in a sloop is nothing unusual, and thus cannot contain the cause why the underweight on the pepper of that ship amounted to so much more than that of the ships previously returned via Jaggernaikpoeram. We therefore do not see that the ministers could have declared the aforesaid reason acceptable on good grounds, as was nevertheless done by them. However, the past being impossible to undo, we shall pass it over as a matter done, in the expectation that nothing will ever be neglected by them that can serve to promote good order and a proper administration, both at the main and the subordinate offices on this coast, the debit that was placed on the account of the officers of the ship Alkemade on account of the repeatedly mentioned underweight having been lifted again by us for reasons moving us thereto. Paragraph 330. Of no small notice have we found the sending of two newly built sloops or barks to this government, with written instructions to forward those vessels on to Ceylon in case they were not needed there. From these written instructions it undeniably appears, however, that Your Honours have been in complete uncertainty whether the said vessels could be of use to the ministers. That no request for the same had been made to Your Honours by those of Ceylon either, we believe can be concluded from the fact that the ministers, having offered the Ceylon Government another vessel that was better suited for that government than for Coromandel, the said government did not make use of the offer. It therefore appears to us doubtful in every way whether there was a sufficient reason for having those vessels built, and since in the matter of construction a good and careful deliberation is of the utmost importance for the Company, we would like to be informed by Your Honours to what end the building of the aforesaid vessels was done, and on what foundation Your Honours decided to send those vessels to this government.
Dutch transcription
53 55 zijn gekomen gevon„ den worden de 535. lb: Iapansche Staaf Ko„ per van het schip vredenlust en 162. lb: van het zelfde me„ taal uijt het schip de Both voor het uijt„ koops bedragen van welke parthijen men de scheeps overheeden op haare reekenin„ gen heeft doen belasten kunnen wij ons die belastingen als na de ordre zijnde gedaan laten welge. Oi Wij meenen egter doet men omtrent te kort komingen van soort gelijke articulen zig niet behoort te verge„ noegen met enkel aan de maatschappij te besorgen de noodige scho„ vergoeding, maar dat zoo veel doenlijk be„ hoort te worden nage„ gaan waar uit die te kort komingen haa„ ven oorspronk hebben alzoo het niet onver„ welgevallen.— Schillig. 157. 52 schilligif te weeten, of dezelve somtijds moe„ ten worden toegeschree„ ven aan verkeerde en strafwaardige prac„ tijken, die bij den afscheep hebben plaats gehad, waar toe men zou kunnen verleid weezen, door de groote winsten, dewelke met die koopmanschappen te behalen zijn- De noodzaakelijkheid van dit laaste gedeelte onzer aanmerking kun na 1/. wij durven uw hoog Edele hoog agtb: op het eerbiedigste verassureeren dat niets door ons verzuijmd zal worden dat stukken kan tot bevordering van de goedeverde en geen geschikte huijshouding zoo ter deezer hoofd plaatze als op de subalterne Tactorijen van dit cou„ vernement en neemende vrij„ heijd hoogde zelve onze eenbie„ dige dankbaar heijd te effereren voor de gunstige ontheffing dan overheeden van het schip alke„ made weegens de hun opgelec„ de betaaling van 2527. Ponden peeper in europa aan mider„ heijd bevonden aangebragt nader blijken uit he het geen hier vooren der de materie van Jo pan is verhandeld § 329. Niet zeer voldoende is de reed die de Jaggernaikpo ramse bediendens he ben gegeeven van de spillagie die groote tot een bedraagen v 25247. lb: alhier in Nederland is gevallen op de peeper met het schip ƒ Alkemade in 1773 Immers 59 Immers dat die peeper in het schip geduurig hadt moe ten verwerkt, en in een Chaloup over„ gescheept worden is niets buijten gewoon en kan dus : niet bevatten de oor„ zaak waar om het on„ derwigt op de peeper van dat schip zoo veel meer heeft bedraagen dan dat der bevoorens over Jag„ gernaikpoeram gertour„ neerde neerde scheepen Wij zien derhalven niet dat de minis„ ters de voorsz: reeden op goede gronden voor aanneemelijk hebben kunnen verklaaren zoo als nogthans door hun is gedaan. — Dan het voorleede„ ne niet te herdoen zijnde zullen wij het zelve als een gedaane Zaak pa seeren in verwagting dat. 64 dat door hun nim„ mer zal worden verzuijmd het geen strekken kan tot bevordering van de goede order en een geschikte huijshou„ ding zoo aan het hoofd als de subal„ terne Comptoiren op deeze kust zijn, de door ons om ree„ denen daar toe movee„ rende, weder op „ heeven de belasting, die ter Zaake van het meermelde onder onderwigt op de ree„ kening der overhee„ den van het schip Alkemade is gesteld geweest. — §330. van niet wij„ nig opmerking heb„ ben wij gevonden het zenden van twee nieu aangebouwde Chaloup pen off barken naar dit gouvernement met aanschrijvens om ingeval die vaar tuigen aldaar niet nodig waren ze als dan naar Ceilon voort. 63 voort te schikken Uit dit aanschrij„ vens dog blijkt ontee„ gen zeggelijk dat uE: in een volslage onzee„ kerheid zijn geweest off gemelde vaartui„ gen aan de Minis„ ters konden te pas koomen. — Dat ook door die van Ceilon om dezel„ ve bij uE geen verzoek 1a was gedaan meenen wij te kunnen beslui„ ten. ree„ uer ten daar uit dat de ministers aan de Ceilonse Regeering een ander vaartuig 't geen voor dat gou„ vernement beter dan voor Chormande geschikt was aange booden hebbende welge„ melde regeering van de aanbodt geen gebrui heeft gemaakt. Het komt ons dus alzins bedenkelijk voor of er tot het doen aantimmeren van die. 65 die vaartuijgen eene genoegzaame reeden zij geweest, en ver„ mits in het stuk van den aanbouw een goed en menaqus overleg voor de Maat„ schappij is van de uijt„ terste importantie zullen wij gaarn door UE g' informeerd wor„ den tot was einde de aantimmering van voorm: vaartuijgen is gedaan, en op wat funda„ ment uE hebben beslooten die vaartuigen naar dit gouve„ nement. d „
English
We shall annually adhere to the following directive given to us by Your Right Honourable Worships, namely to provide in future a specific indication of the true causes that have influenced the increase or decrease in expenditures in comparison with previous years, which is why we already respectfully insert herewith a demonstration of what the supplies and repairs in the most recently concluded fiscal year of anno 1777/8, in comparison with that of 1776/7, have amounted to more or less for the account of the sloops and vessels belonging to this Coast. Paragraph 331. Regarding the accounts of the repairs and supplies for the vessels belonging to this government, which in the fiscal year 1777 amounted to ƒ 23,762:12:8, or ƒ 6,970:10:8 more than in the previous year, the ministers have given no other reason than that this was caused by the general overhaul that had to be done to the vessels. But that reason being far too general, the ministers shall in future have to give a more specific indication of the true causes that have worked upon the higher or lower expenditures compared with previous years. The supplies of 1776/7 amounted to ƒ 20,339:15:8, and the repairs to ƒ 6,400:17:0, or together ƒ 26,740:12:8. 1777/8 amounted to ƒ 17,541:18:8, and the repairs to ƒ 8,003:10:8, or together ƒ 25,545:9:0. Thus in the most recent year, less: ƒ 1,195:3:8. The supplies in the fiscal year anno 1776/7 amounted to: In Ceijlon: ƒ 2,163:3:8 And here at the Coast: ƒ 18,176:12:0 Or together: ƒ 20,339:15:8. Whereas the supplies in 1777/8 amounted to: At Ceijlon: ƒ 2,163:3:8 And here at the Coast: ƒ 15,378:15:0 Or together: ƒ 17,541:18:8. Subtracting the two fiscal years from each other, the supplies of the last year are less by: ƒ 2,797:17:0. While the repairs in 1776/7 amounted to: At Ceijlon: ƒ 12:4:0 And here at the Coast: ƒ 6,388:13:0 Or together: ƒ 6,400:17:0. In the most recently concluded fiscal year, the same amounted to: In Ceijlon: ƒ 1,692:15:0 Here at the Coast: ƒ 6,310:15:8 Or in total: ƒ 8,003:10:8. Subtracting the two fiscal years from each other, the higher repairs for the most recently concluded fiscal year amount to ƒ 1,602:13:8. From which it is evident that the charges for the Company's sloops and vessels in anno 1777/8 amounted to less than in the previous fiscal year by ƒ 1,195:3:8, as shown above, and consequently this decrease is to be attributed to a lower supply of equipage goods, etcetera. We hope, meanwhile, that this foregoing detailed demonstration will satisfy the highly esteemed intentions of Your Right Honourable Worships. Paragraph 332. The ample stock of cash which was found here in 1772 having been attributed by the ministers to the reduction of the European and Indian demands for the year 1773, with the addition that they could not have counted on that when making the requisition for the year 1771, that reason appeared to us almost incomprehensible, not grasping what connection a petition for gold for 1771, which must have been made at least as early as 1770, can have with a requisition for piece goods for 1773, which was received in Chormandel at the earliest in the month of September of the year 1772, and thus about a year after the delivery of the gold by the ministers of [illegible] that a reduction in the requisition for linens for 1773 would have been the cause of the ample stock of cash that was held in these offices in 1772. We therefore continue to attribute that stock to an erroneous calculation of the necessary funds, and expect [illegible]. With regard to the article of cash, we can assure Your Right Honourable Worships that regarding the compilation of our requisitions of gold and silver, we proceed with the utmost accuracy and frugality, and since the year 1771 have asked for no more than what we absolutely needed to serve for the procurement of the required piece goods, as it may please Your Right Honourable Worships to see from the following demonstration, which we take the liberty respectfully to present below. In anno 1772, the balance over the entire Coast amounted to a considerable sum of 22½ ton, because of the size of which no more than well over 6½ ton was requested in that year, while the shipments from here to Europe, Batavia, as well as Ceijlon in anno 1771/2 had amounted to well over 17 ton. In 1772/3, the shipment amounted to 14¼ ton, the requisition to 10¼ ton. In anno 1773/4, the shipment, including that sent directly from here to the Cape, amounted to 12½ ton, the requisition to 8 ditto. In anno 1774/5, the shipment was 11¼ ton, the requisition 8 ditto. In anno 1775/6, the shipment was 10½ ton, and the requisition 7½ ditto. In anno 1776/7, the shipment was 13 1/8 ton, and the requisition 11 ditto. In anno 1777/8, the shipment was scarcely 12 ton, and the requisition 8 ditto. While in the currently running fiscal year of 1778/9, although we assisted the ministers of Ceijlon with one ton, we have requested no more in the requisition for anno 1779 than 7 ditto. We flatter ourselves that these successive petitions of ours will be considered by Your Right Honourable Worships as properly arranged, and that our conduct in this matter will be crowned with your benevolent approval.
Dutch transcription
wij zullen Jaarlijks agter volgende aenbewee„ gende waer en tegen de voorstrek„ king in 147 7/8 bedraegd als Beiden boekJaeren van elkan„ en hier te Custe — - - -„6388. 1. 3. — te Ceijlon — — - – ƒ12. 4. —. anno 177 /7. bedraagen heeft als ding door uw hoog Edele hoog agtb: aen ons gegeven namentlijk om in 't ver„ volg eene bepaelde aenwijzing te doen van de waere oorzaeken die op de meerdere of mindering uijt gaven en vergelijking van voorige Jaaren geweest hebben waerom wij bij deezen bereeds eene eerbiediedige demonstra„ tie komen te insereeren van het geene de verstrekking en vertimmering in het Jongst afgeloopen boekjaar van a:o 177 1/8. in vergelijking van dat van 177 /7. meerder en minder ten laste den Chialoupen en vaartuijgen ter deeser Custe 't huijs hoorende komente bedraegen De vertrekking van 177 7/½. bedraagd ƒ 2039 15. 8. Ende vertimmering - - - - - „ 6400. 17. —. ofte samen - - - ƒ26740. 12. 8. 177 7/8. bedraegd - - - - - - ƒ1754. 18. 8. ende vertimmering - „ 8063. 18. 8. of te samen - — - ƒ25545. 9. —. Dus in het Jongste Jaar minder - ƒ1195: 3. 8. De verstrekking in het boekjaar oorspronkelijke uit het vol„ of te samen ƒ 20339. 15. 8. Te Ceijlon - - - - - ƒ2163. 3. 8. of te samen de verstrekking van het laste Jaar minder - - - - - - ƒ2797. 17. —. Terwijl de vertimmering in of te samen — — ƒ6400. 17. —„ Endie ter deeser kuste - - - - „ 19572. 12. —. en hier ter Custe - - . „15378. 15. -. „ 17541. 18. 8. deren gedetracheerd komt voor te Ceijlon bedraegd van 177 1/7. ƒ 767. 3. 8. De verstrekking van Equipagie Goederen Elc: ning van de repar tien en verstrekkin gen dan de in dit go vernement 't huijs horende vaartuijgen in het boekjaar 1777 ƒ 23762: 12:8. of ƒ 6970: 10: 8: meerder hebben de bedragen dan in het voorige hebbende ministers daar van geene andere reeden gegeeven, als dat zulks veroorzaakt was door §331. De reeke nement te zenden Jn. de E 64 Jn het Jongst afgeloopen boekjaar bedraegd dezelve te Ceijlon ƒ1692. 15. hier ter Custe — - - - - - „ 6310:158: of in 't geheel - - ƒ8003. 10. 8. De twee beekjaaren valelkan„ deren gedecorteerd komt voor de meerdere vertimmering uitt Jongst afgeloopen boekjaar — - - ƒ1602: 13: 8. waar uijt Consteerd dat het belastigde, aan sCom p:s Chialoupen en vaartuij„ gen in ad:o 177 7/2 minder dan in 't voorige boekjaar bedraagd - - - - ƒ 1195:3:8: zoo als vooren aangetoond is, in over sulx deeze mindere aen een mindere, verstrek„ king van Equipagie goederen &=a te attro„ bieeren is — wij hoopen intusschen, dat deese voor enst aande nadrige demonstratie aen de hoog g'eerde intentie van uw hoog Ed: Hoog agtb: voldoen zal. — de generaale vertim„ mering die aan de vaartuijgen had moe„ ten worden gedaan, Dan die reeden veet te algemeen zijnde zullen de ministers in het vervolg een bepaal„ der aanwijzing moeten doen van de waare oorzaaken die op de meerdere off mindere uijtgaven in vergelijking van voorige Jaaren gewerkt hebben. — d en a 90 en verte. 8 Met betrekking tot het articul van Contan„ verseekeren dat wij omtrend het inrigten van onze eisschen van goud en zilver met de uitterste accuratesse en zuijnig„ heijd te werk gaen en nadien Jaare 1771. met men gevraegd hebben aan wij absolut noodig hadden, om te dienen tot den inzaem van de gevorderde, vethouwen zoo als het uwr hoog Ed: hoog agtb: behuegen zal te Consteuren uijt de ondervolgende Demonstratie, die wij de vrijheijd neemen in eerbiedig hier onder te laaten volgen. — Jn a:o 1772. bedroeg het restant over de geheele Cust een aanzienlijke somma van 22½. Thon om welkers grootheijd in dat Jaar met meer dan ruijm 6½. ton zijn gevraegd geworden terwijl de verzending van hier zoo na Euvo„ pa Batavia als Ceijlon in a:o 177½. be„ draagen hadde 17: thon ruim Jn 477 2/3, bedroeg de verzending 14¼. thon in den eijsch t - - - - - - 10¼. ton in anno 177 3/4. bedvoegde ver„ zending daer onder gereekend het van hiere direct verzonden na de Caab 12½. thon onder eijsch - . 8. –. d:o Jn anno 177 4/5. de verzending 1¼. thon onder eijsch - - - - - - 8. –. d:o Jnanno 177 /6. de verzending 10½. thon ende eijsch - - - - - - 71. —. d:o Jn anno 177 6/7. de verzending 13 1/8. thon en den eijsch - - - - - - 11. –. d:o Jnanno 177 7/18. de verzending 12 thon schaars ende Eijsch - - - - - 8: — d:o Terwijl wij in het thans loopen„ de boekjaar van 177 /9. schoon wij de ministers van Ceijlon geassisteerd hebben met een thon bij den Eijsch voor a:o 1779. niet meer gevraegd hebben dan - . 7. -. d:o Wij flatteeren ons dat deeze onse successive gedane petitien bij uw hoog Ed: hoog agtb: als magtig inge„ rigt geconsidereerd en onze behande„ ling in deesen met hoog derzelver goedkunttige goed keure bekroond ten kunnen wij uw hoog Edele hoog agt: worden zullen. - onder bijvoeging dat zij daar op bij het doen van den Eijsch voor den Jaare 1771. niet hadden kunnen ree„ kenen is ons die reeden bij na onbegrijpelijk diasche Eijsschen voor den Jaare 1773. toegeschreeven zijnde aan de vermindering der Europeesche en Jn„ voorraad van Contan„ ten welke alhier in 1772. bevonden is door de Ministers §332. De ruime voor 69 voorgekoomen, als niet vattende wat gemeenschap een peti„ tie van goud voor 1771. die ten minsten reeds in 1770. moet zijn gedaan kan hebben met een Eijsch van lijwaaten voor 1773. die op zijn vroegst in de maand September van het Jaar 1772. op Chormandel is ontvan„ gen en dus omtrent een Jaar na den aanbreng van het goud door de ministers van heijd van hun voorgeen dat een vermindering in den Eisch van lijwen ten: voor 1773. de oor„ zaak zoude zijn ge„ weest, van den ruimen voor raad van Contanten welke men in 1772. ten deezen Comptoiren heeft gehad. — Wij blijven derhalven dien voor raad als nog toeschrijven aan eene verkeerde beree„ kening van de noo„ dige gelden, en ver„ wagten 697
English
Pursuant to your High Noble, Highly Esteemed very honored approval, we shall allow the new Nagapatnam pagodas currently being minted to remain at the fineness of 18. Carraet 5½ gr: and at the same time, as far as possibility permits, be completely watchful against the transport of that coin specie elsewhere to prevent the melting down of the same into Portonovo Pagodas. We expect that the ministers, in answering our remarks, will henceforth make use of more solid reasons than was done by them in this instance, just as it would not be difficult for us to prove this further if we did not choose to let the matter rest upon the reflections made by us. § 333. We found the ministers considerations against a lowering of the fineness of the Nagapatnam pagoda more well-founded with regard to the mint and minting. We may therefore well permit that the same provisionally remain at the present fineness of 18. Carraat 5½. grain, in trust that the ministers, according to their promise, will be watchful against the transport of that coin specie elsewhere in order as much as possible to prevent the disadvantage that would be caused to the company by the melting down of those pagodas into Portonovo ones. In order to be able to supply your High Noble, Highly Esteemed, upon your desire, with sufficient elucidation concerning the differences found in Europe between the alloy of pagodas and fanams and the gold sent for that purpose from the Netherlands, as well as whether gold of 15. Caract is absolutely required for the striking of fanams, or whether gold of a lower alloy would serve for that purpose, we charged, by resolution of 25. October 1778, the answering of those points to the titular merchant and mint master here Willem Duijnevelt and the junior merchant assayer Pieter Willem Geeke, in order to serve us with their written report. Which order they dutifully fulfilled and delivered to us in assembly on 31. December last past an ample document wherein they cite: With regard to the pagodas. That since the gold required for the minting of three-figure and Nagapatnam pagodas has been sent directly from Europe to this place, nothing else has been done with it here than directly melting it down, so that it was brought to the fineness of 20. Carraat 8 5/8 grain and 18. Carraat 5½. grain, and furthermore cast into ingots and being granulated, was soon minted into the aforementioned. That for this reason they can conscientiously testify that they cannot trace or state to what the differing finenesses of 1¼. grain in the first and ¼ grain in the second mentioned, discovered and found in Europe upon or after assaying, must be attributed, unless it be to the ignorance of the smelters, the bad quality of the crucibles, charcoals, and the like, regarding which they would have the honor in the continuation of their report to make a somewhat more detailed demonstration, while in the meantime requesting to be allowed to make this consideration for their discharge, consisting in this: That the dispatch of the three-figure pagodas requested by your High Noble, Highly Esteemed was demanded from here of the Jaggernaijkp: chiefs not only because the return ship in the year of the dispatch of that coin specie was dispatched directly to Europe from that office, but also because at that time that sort of pagodas was not in stock here in the castle, since that coinage must serve only for the north, or specifically for the collection at the office of Palicol, and therefore, being minted, is immediately sent on the first occurring opportunity to Jaggernaijkp:, and that in the aforementioned dispatch to Europe a slight mistake might well have taken place, namely by sending Masulipatnam three-figure pagodas instead of Nagapatnam ones, which might very easily have happened since at Nagapatnam as well as at Masulipatnam similar pagodas are minted, serve, and have the same stamp and appearance, and circulate much more strongly in the north than the Nagapatnam ones do on this coast. § 334. Of the new Nagapatnam and three-figure pagodas as well as fanams and rupees sent to us that were minted, we had some assayed by two sworn assayers, who gave us a report thereof, of which the Chamber of Amsterdam will send a copy both to you and to the ministers of Chormandel. From that report you will see that the three-figure pagoda was found to be of the fineness of only 20 Carraat 7¼. grain, the Nagapatnam of 18. Carraat 5¼. grain, and the fanams of 7. Carraat 10. gr: in gold. These finenesses all differ more or less from the alloy of the gold that has been sent from here for some years for the striking of the pagodas, and which alloy, according to the reports of you and the ministers, we hitherto believed to be precisely equal to that of the aforementioned three-figure and Nagapatnam pagodas, while that of 15 Carraat according to your writings was required for the fanams. We can therefore not comprehend what may be the reason that the assay of the two first-mentioned coin species does not accurately correspond with the gold requested from us for that purpose, just as we furthermore do not understand why gold of 15. Carraat is deemed necessary for the striking of fanams, while the assay of that coin contains no more than 7. Carraat 10 grain. We shall therefore, according to the differences between the
Dutch transcription
23 Ingevolge uwer hoog Ed: hoog agtb: zeer geerde goedkeure zullen wij de thans gemunt wordende nieuwe nagapatnamse vegooeden laeten blijven op het gehaede wagten, dat de mi„ nisters in het beant„ woorden onzerreman„ ques zig voortaan zullen bedienen van solider reedenen als in deeze door hun is gedaan zoo als het ons niet moeij„ elijk zou zijn zulks nader te bewijzen indien wij niet ver„ Roosen bij de door ons gemaakte reflezien het te laten berusten § 333. Gegronder heb„ ben wij met op zigt 17. geev ter tot van 18. Carraet 5½ gr: en teffens zoo veel als de mogelijkheijd het maar immers toetaal waakstaam zien zoo tegen het vervoeren van die munt specie na elders tot voor koominge van het smelten derzel„ ve tot Portonovosche Pagooden. tot de munt en mun„ terijen bevonden der m nisters Consideratien te„ gen een verlaging van het gehulte der Nagapat wamsche pagod. — Wij mogen dien volgen de wel lijden dat de„ zelve bij provisie blij„ ven op het teegen woor„ dige gehalte van 18. Carraat 5½. grijn in in vertrouwen, dat de ministers volgens hun ne belofte, waakzaam zullen zijn tegen het vervoeren dier munt specie. 5 73 om den uw hoog Edelelen hoog agtb: ophoog„ derzelver begeerte, voldoende elicidatie te kunnen suppediteeren omtrent de ver„ plille die in Europa bevonden zijn, tus„ chen het allooi van pagooden en fantims rijn in het daer toe uit nederland gezonden goud mitsgaders of er tot het slaan van fanum absolut goud van 15. Caract word vereischt, dan of daar toe goud van min„ der allooi zoude komen dienen, hebben den 31. december Jongst verwaken overge„ geven hebbe een ampel schriftuur waer bij zij komen te alleguuren — Pm Met op zigt tot de pagooden. Dat het seedert het goud zoo tot de wij bij resolutie van den 25. october 1778. voldaan en aen ons in vergadering op vermunting van drie beeldige N: N: specie naar elders ten einde zoo veel doenlijk voor te koo„ men het nadeel 't geen door het versmel„ ten dier pagooden tot portonovosche aan de maatschappij zoude worden toegebragt § 334. van de aan ons gezondene nieuwe Nagapat„ namsche en drie bed„ dige pagoden mits„ gaders fanums en ropijen welke de beantwoording van die poincten opgedraagen aan den koopman tutu„ lair en munt meester alhier willem Duijnevelt en den onder koopman Es„ Aan welk bevel zij schuldplagtig amsateur Pieter willem geeke ten einde ons te dienen van haer berigt inscriptit. pagooden. ter g at„ pagooden nodig direct uit Europa na gemunt worden dienen en dezelfde stem„ hel en gedaente hebben in om de noord heeft dan het selve direct te smelten voorts tot bloekjes genoten, en gegruijst zijnde in voorsz: spoedig is vermunt geworden — Dat zij uit den hoofde nagemoede betuijgen kunnen niet te kunnen nagaen of opgeven waer aen de ver„ schillende gekatens van 1¼. grijn in de eerste en ¼ grijn in de tweede gemelde in Europa bij na of over essaij„ eering ontdekt en bevonden toe geschree„ ven moeten werden toen zijnen de onkunde dersmettens de slegtheijd der smelt kroesen houtoolen en wesmeer waeromtrent zijde eer zouden hebben in het vervolg van haer berigt wat breedvoeriger de monstratie te doen terwijl intusschen verzagten ter harer dicharge deeze be„ denking te mogen maeken hier in bestaend.— Dat de oversending van de door uw hoog Edele hoog agtb: gerequirueerde dreebeel„ dige pagooden van hier aen de Jaggernaijpp: opper hoofden gedemandeerd geworden is niet alleen omdat het retour: schip in't Jaar vande verzending dier muntspecie van dat Comptoir direct na europa is gedepacheerd geworden maek ook om dat te dier tijd die zoort van pagooden alhier in de Cadniel, in voor reed gewast zijn dewijl die munst pen: als alleen voor de noord of wel speciael voor den inzaem ten Comptoire Palicol dienen moet dier„ halven gemunt weezende ten eersten bij voorkomende gelegendheijd na Jaggernaijkp: verzonden worden en die inde voorsz: overzending na europa wel een gering abuis zoude hebben kunnen plaess gehad teweeten door in steede van Nagap=l Masulip=de drie beeddige pagooden te verzenden hetgeen zeerligt plaets zoude hebben kunnen inghad dewijl te Nagap=n tot wel als te Masulip=se gelijke soortige pagooden alhier daar meede niets anders gedaen herwaerts gesonden geworden is men grijn en 18. Cavast 5½. grijn gebragt was dat het op het gehalte van 20. Caraat 8 /5; gemunt hebben wij er eenige doen es„ saijeeren door twee beee„ digde essaijeurs, die daar van aan ons heb„ ben gegeeven een be„ rigt waar van de Kaamer Amsterdam zoo aan uE als de mi„ nisters van Chorman del een afschrift zal Zenden. Uijt dat berigt zullen uE zien dat de drie veel sterken roulleeren dan de Naga„ ter deezer kust zijn beeldige. 20 „ patnamse. 79 beeldige pagord maar is bevonden te zijn van het gehalte van 20 Carraat 7¼. grijn de Nagapatnamsche van 18. Carraat 5¼. grijn en de fanums van 7. Carraat 10. gr: aan goud— Deeste gehaltens verschillen alle min of meer met het al„ looi van het goud 't geen zeedert eenige Jaaren tot het slaan der pagooden van hier is gezonden gezonden, en welk alloos wij volgens uE en der ministers berig„ ten tot hier toe hebben gemeend dat preeci„ selijk gelijk stond met dat van voorsz: drie beeldig een Naga„ patnamsche pagoe den terwijl dat van 15 Car„ raaten na uw E: schrij„ vens vereijschte wierd voor de fanums. Wij kunnen derhal„ ven niet bevroeden wat de 29 de reeden zij dat het essaij der twee eerst„ gemelde munt specien niet Juist over een komt met het goud daartoe van ons ge„ vraagd gelijk wij al„ verder niet begrijpen waar om tot het slaan van fanums noodig wordt g'oordeelt goud van 15. Carraaten ter„ wijl het essaij dier munt niet meer inhoud dan 7. Carraaten 10 grijn is zullen derhalven na de verschillen tusschen rd het
English
must carefully investigate the found alloy of the pagodas and the gold sent for that purpose from the Netherlands, and serve us with their findings and considerations in that regard, as well as inquire whether for the minting of fanums absolute gold of 15 carats is required, or whether for that purpose gold of a lesser alloy could serve, whereof the quantity and the content accordingly must also be noted with the successive demands. § 335. We have furthermore perceived from the mint findings of the minted fanums, dated 25 August 1775, that for that specie gold of 18 carats 5½ grains was used, whereas the ministers at that time had already received the 1000 marks of gold of 15 carats which upon your special request was sent from here in 1773, and according to Your Honour's missive to us of 11 May 1775 were delivered to this Government with the ship De Both. Being ignorant of the reason why that gold was not used for the minting of the aforesaid fanums instead of that of 18 carats 5½ grains, we await further elucidation in this regard, and meanwhile recommend the ministers not to employ gold of a higher alloy for the minting of coin species than is required for that purpose, as long as they are provided with that of a lower content. § 336. Upon examination of the yields of the further minted species inserted in the ministers' letter of 16 September, it has appeared to us with regard to the Jaggernaikpoeram rupees that from a parcel of 153 bars of silver bullion 79045 rupees were minted, and that for this a sum of f 105393:6:8 is drawn out, which makes the rupee come to f 1:6:10 apiece. But since no rupees are known to us which circulate at that value anywhere in the Company's establishments, or are taken in at the books at that rate, the ministers must serve us with a report stating for what reasons the aforesaid coin has been calculated at the price of f 1.6.10. § 337. In our letters of 30 October of last year, under the subject of Ceylon, we made known our desire that for a more precise arrangement of the mint yields there should be noted with the same the amount in money of the gold and other materials used for the minting of the species. And since from the transactions concerning the differences between the assays of the pagodas and fanums and the gold worked for that purpose it is easily inferred that in the minting of that metal into the aforementioned species some alloy of silver, copper, or something else must have been added, although nothing of this is made known in the mint findings, we therefore deem it necessary that our aforesaid order to this Government not only be extended, but that besides the value of the metals serving as alloy, the quantity of each of the same also be noted in the mint yields. § 338. But in order to obtain all possible clarity in the matter of the mintings, and to know exactly the costs that were incurred, we would not find it unserviceable if Your Honour were to send to the ministers of both Ceylon and Coromandel a form or copy of a Bengal yield of minted silver bullion, in order to arrange also on that footing the accounting of the mint charges insofar as such can take place in the aforesaid Governments. § 339. The confession which the ministers say they had to make to their shame, that it was mistakenly affirmed by them that in the mint yields the number of minted pieces had always been noted, will, we hope, make them more cautious in the future regarding the positiveness of their statements. § 340. Having seen with regret last year the decrease of profits on the sold trade goods, it serves us to particular pleasure that the same in the book-year 1774/5 have again increased by a sum of f 74640: -. And although that decrease does not yet outweigh the fallen reduction of f 102465: -. in the book-year 1773/4 in comparison with the immediately preceding one, this nevertheless gives us hope that when the restored peace and quiet on this coast endures, the trade of the Company will more and more revive and the profits will thereby be increased. § 341. The ample consumption of spices, especially of cloves and nutmegs, is also very agreeable to us, and no less the increased sale of Japan camphor. We hope that the measures taken by Your Honour to prevent the private import and export of that gum at Batavia may serve to bring into the lap of the Company all the advantages it has to expect from that branch of trade upon a strict observation of your orders. But regarding the advance gained on that article on this coast, we find a notable difference between the advances of the parcels sold in 1774/5 and those brought since with the ship De Bodt, as having on the last-mentioned amounted to no more than 91¼ per cent, whereas the profit of the previous ones had still yielded 107¼ per cent, although on a much larger quantity, without any reason being given by the ministers in that regard. § 342. We shall await your disposition on the contract entered into by the ministers, subject to Your Honour's approval, with a certain native to accept annually from the Company a specified quantity of cloves, nutmegs, and mace, or as much more as he might need, provided he in return enjoys the exclusive sale of those spices in the lands of the [illegible]
Dutch transcription
het bevonden allooij der pagooden en het daartoe uijt Neder„ land gezonden goud naukeurig onder zoek moeten doen, en ons daar omtrend dienen van derzelver bevin„ ding en Consideratien mitsgaders informeeren of tot het slaan van fa„ nums absolut goud van 15. Carraat wordt ver„ eijscht, dan of daar toe dat van minder alloor zoude kunnen dienen waar van de quantiteijt en het ge„ halto. 61 81 halve als dan ook bij de successive eijsschen zal moeten worden genoteerd — §335 Wij hebben wijders uijt de munts bevindingen der geslage fanums, gedateerd 25. augustus 1775. ont„ waard dat tot die spe„ cie is gebruikt goud van 18. Carraat 5½. grijn daar nog thans de ministers te diertijd reedshadden bekoomende 1000. 64 ooij k en n fa„ van ver¬ zoude a1 1000 m: goud van d carraat welke op u speciaal verzoek in 1713. van hiergezonde en uijt wijzens uw E. missive aan ons van 11. maij 1775. met het schip De Bothnaa dit Gouvernement de Zorgd zijn onkundig uijt wat hoofde dat goud niet tot het munten van voor„ schreeve fanums in steede van dat van 101. Carvaat 5½ grijn is. 8 is gebruijkt, verwag¬ ten wij dien aangaan de nadere elucidatie en recommandeeren midlerwijl de mi„ nisters tot het slaan van munt specien geen goud van hoo„ ger alloor te emploij„ eeren, als daar toe werd vereijscht zoo lang zij van dat van een lager gehalte zijn voorzien. — § 336. Bijexamen id der. van tee naa et der Rendementen van de verdere ge„ munte specien of in„ sereerd in dermi„ nisters briev van 16. Zeptember, is ons met opzigt tot de Jagger„ naijkpoeramsche ro„ pijen gebleeken dat van een parthij van 153. staven baar zil„ ver 79045. ro/a zijn geslagen, en dat daar voor staat uijt getrokken een zom van ƒ 105393: 6:8t geen de ropie doet koo„ men 85 men op ƒ 1:6: 10. r=m het stuk - Dan vermits ons geene ropijen bekend zijn welke tot die waarde ergens op sComp:s Etablisse men„ ten rouleeren, off daar van bij de boe„ ken worden ingeno„ men zullen de ministers ons moe„ ten dienen van berigt om wat reedenen voorschree„ ve munt tot de prijs van ƒ1. 6. 10. is bereekend verte en et E 1337. Bij onse letteren van den 30: ovr„ tober des voorleeden Jaars, hebben wij on„ der de materie van Ceijlon te kennen gegeeven onze begeer„ te dat tot preecicer inrigting der munt rendementen bij de„ zelve zoude wor„ den genoteerd, het be„ draagen in gelden van het goud, en andere ma„ terialen die tot het slaan der specien worden gebruijkt En 87 En vermits uijt het verhandelde nopens de verschillen tusschen de Essaijen der pagoo„ den en fanums met het daartoe verwerkt goud ligt is op te maa„ ken dat bij de ver„ munting van dat metaal, in even gem: specien eenig toetzett van Zilver Kooper off rets anders gevoegd zal zijn schoon daar van niets bij de munts bevindingen is bekend„ gesteld. onze opr on„ van an gesteld, zoo oordeelen wij noodig dat voorsz: onze order tot dit. Gouvernement, niet alleen g'extendeerd maar dat ook behal„ ven de waarde der metaelen die tot toe„ tett dienen de quan„ titijt van ieder derzel„ ve in de munstrende„ menten genoteerd wor„ den. D 338. Dan om in het stuk der ver„ muntingen, alle om„ gelijk. 23 89 gelijke klaarheijd te erlangen, en axact te weeten de kosten welke grloopen zou„ den wij niet ondiens„ tig vinden dat uE de Ministers zoo van Ceijlon als Corman„ del deeden toekomen een formulier of af„ schrift van een Ben„ gaals Rendement van vermunt Baar zil ver ten einde ook op dien voet in te rigten de verandwoording der Munts. niet nt 1007 Munts ongelden zoo ver zulx in de voorschre ve Gouvernementen kan plaats hebben- De bekente„ § 339. nis die de Minesters zeggen tot hunne schaamte te hebben moeten doen, dat abu„ sivelijk door hun is g'ap firmeerd, dat bij de Munts Rendementen het getal der vermunte stukken altoos was ge„ noteerd geweest zal hun zo wij hoopen voor het vervolg bedagt Zaamer maaken. 94 maaken omtrend het positive hunner stellingen. — §340. In den voorleeden Jaare met leetweezen hebben„ de gezien de ver„ mindering der wins„ ten op de verkogte Handel waaren strekt het ons tot bijzonder genoegen dat dezelve in het Boek„ Jaar 177 4/5. weeder zijn toegenoomen met een somma van ƒ 74640: En aken En of schoon die ver„ mindering nog niet opweegt de gevalle min„ derheijd van ƒ102465. -. in het boeksjaar 17 7/46 vergelijking van het naast voorgaande, geeft ons zulks egter hoop, dat wanneer de herstelde rust en vreede ter die„ zer kuste standhoud den handel van de Comp: meer en meer zal op wakkeren en de winsten daar door zullen worden ver¬ grroot. — verte 24 93 § 341. De rui„ verthier van me specerijen bijzon„ der van Nagulen en nooten, is ons meede zeer aange„ naam en niet min„ derd het vermeer„ derd debit der Ja„ panse Kamfer. — Wij hoopen dat de maatreegelen die door uE zijn genoomen tot weering van den parti„ culieren in- en uijt 17 /4 6 t geeft dat n ver„ voor voor dier gomme te Batavia zullen moogen strekken om in den schoot der Maatschappij te doen koomen alle de voordeelen die zij bij een stipte ope tie uwer ordres uijt dien tak van han„ del te wagten heeft„ Maar belangende het avans 't geen op dat artikel ter deeser Custe is behaald vin„ den wij een merkelijk verschil tusschen de. D de avancen der in 177 4/5. verkogte par„ thijen die welke zee„ dert met het schip De Bodt is aange„ bragt, als hebbende op laast gemelde niet meer bedraa„ gen dan 91. ¼. p:r C:o daar de winst der voorige nog had ge„ rendeerd 107¼. p:r C:o of schoon op een veel grooter quantitijt zonder dat deswee„ gens door de ministers eenige reeden word gegeeven te te verte. §342. Wij zullen afwagten uwe Dis„ positie op het Contract door de ministers on„ der uw E: approbatie aangegaan met zeekere inlander, om Jaarlijks van de Comp: te accep¬ teeren een bepaalde quar„ titeijt nagulen nooten en foeli of zoo veel meer als hij zou mo„ gen nogid hebben mits daar en tegen genieten de den exclusiven verkoop van die specerijens in de laden het. 257
English
the district of Nagapatnam. Meanwhile, we wish that it will serve to expand the consumption of those articles, trusting that such was also the main objective the ministers had in mind. Section 343. As bar copper continues to be sold here in a generous quantity and at substantial profits, we hope that no decrease will take place in this through the supply from Ceylon, where a difference of 40 percent—by which it costs less at the last-mentioned offices than at Coromandel—can, in our view, provide a sufficient motive. Section 344. Besides the small profit of 18 3/16 percent on the arrack, we have noted the negligible advance of 5 3/4 percent on the iron, which article in the previous year still yielded a profit of 45 percent. We trust that Your Excellencies will also keep this in mind when regulating the shipment of merchandise for this office, whereas the aforementioned articles do not need to serve to fill the hold space of the ships, since sugar is currently used to greater advantage for that purpose. Section 345. Concerning the state of this office at the closing of the books of 1773/4, we cannot judge, as we have been deprived of the necessary papers up to now. Meanwhile, we cannot accept the reasons alleged by the ministers to excuse that the trade books of the said financial year were not ready at the proper time, and we therefore earnestly recommend to them to exercise greater zeal and promptness in that work in the future; while, to mention this in passing, the expenses and profits of this office that are stated in Your Excellencies' missive of 13 October 1775 are not from the financial year 1773/4, as the ministers erroneously state, but from the financial year 1772/3. Section 346. From the presentation that the statement of accounts of 1774/5 will make, we can have no favorable expectation at all, when we consider the heavy expenses that again had to be incurred for repairing the defects at the bastions of the castle; and according to the construction or improvement of the fortification works was entrusted. And since the repairs already begun have thus far taken place solely according to the plan and under the supervision of the surveyor Henk, it will be useful for the ministers to inform us of the reasons they had to place sufficient trust in the skills and experience of that man. But in any case, we believe that Your Excellencies would have acted more prudently if, before granting qualification to make a start on the necessary repairs, you had had the condition of the works surveyed by a competent engineer, and, if necessary, carried out under his supervision the improvements that would be required on them, while neighboring Ceylon probably could have enabled Your Excellencies to do so. Section 348. Meanwhile, as these and similar expense items weigh most heavily upon the Company, it becomes more and more necessary to apply with zeal all means that can serve to economize expenditures, and above all to ensure that the general overhead on this coast is made no larger than the interests of the Company absolutely require. Section 349. Furthermore, we shall await what disposition will be made by Your Excellencies regarding the proposal of the ministers to restore the Company lodge at Narsapoor, which was practically abandoned, along with the Company buildings there. According to the description given by the chief of Palicol of the situation of that place, this Narsapoor has several advantages which, as it appears to us, were previously completely unknown to the ministers. And since they, or at least the one who holds the chief command, ought to know the location of the places belonging under that jurisdiction, we judge it entirely necessary that the respective Governor and other chief commanders apply themselves to acquiring a proper knowledge regarding the establishments that are under their governance, in order to be able to judge properly the situation of those establishments. Section 350. The account for carpentry works in the financial year 1774/5 having amounted to a sum of f 20,737:16:-, or f 6,072:11:- more than that of the previous year, we shall pass it for the reasons given for it by the ministers, with the recommendation to continue to observe all possible frugality in this matter as well. Section 351. On the other hand, we have noted with pleasure the increase in the lease of the domains and the introduction of a new lease on the fishing of chanks for the term of three years to a sum of f 900:- per year, so that the combined Company rights and revenues for Nagapatnam for the year 1775 have yielded a sum of f 55,611:-, or f 2,267:5:- more than the latest lease, while those of the remaining factories have either been leased out for the same prices or also farmed out at higher prices than the previous time. Section 352. Meanwhile, we would have wished that Your Excellencies had not so quickly revoked your resolution to collect the lease payments in advance in three installments, each of four months.
Dutch transcription
92 het district van Na„ gapatnam. — Intusschen wen„ schen wij dat het zelve zal strekken tot uijtbreiding van den sleet dier artike„ len vertrouwende dat zulks ook is ge„ weest het hoofd-oog„ merk 't geen de mi„ nisters zig daar in hebben voorgesteld — § 343 Het staaf„ kooper steeds in een ruime quantitijt en 25 len ere lij ks cep„ d e quar„ ten mits de oopd 97 en met aanzien lijke winsten alh wordende verkogt hoopen wij dat da in geen verminde„ ring zal vatten door den aan voer van Ceilon waart een verschil van 40. p:r C:o 't geen heb zelve ten laaste g melden Comptoiren minder kost dangh Cormandel, onzes bedunkens, een ge noegzaam motiev Kan: 49 kan uijtleeveren: — §344 Behal„ vende geringe winst van 18. 3/16. p:r C:o op de arrak, hebben wij geremarqueerd het niet noemens waar„ dig avans van 5¾. p:r C:o op het ijzer welk artikel in het voori„ ge Jaar nog heeft gegee„ ven een winst van 45 p:r C=t Wij vertrouwen, dat UE hier op meede het ook zullen vestigen bij. ien 1 dat gt de„ 1 van het bij het reguleeren der verzending van Coop„ manschappen voor dit Comptoir terwijl voor„ melde artikelen niet behoeven te dienen tot vulling van de ruim te der scheepen alzoo de Zuijker thans niet meerder voordeel daar toe word gebruijkt - § 345. Over den staat van dit Comp„ toir bij het sluijten der boeken van ¼ kunnen 177¾ wij niet oordeelen alzoo 104 en der Coop¬ Comp voor„ niet ntot rusim allo niet daar er d alzoo wij tot hier toe van de noodige papieren zijn ver„ stooken. Inmiddels hebben wij geen genoegen mogen neemen met de reedenen door de ministers g'allegeerd ter verschooning, dat de negotie boeken van het gemelde boekjaar ter behoorlijk tijd niet in gereedheid zijn geweest, en wij willen. t — den lijten 2 en elen zoo; willen hun der„ halven wel ernstig gerecommandeerd heb ben voortaan om„ trent dat werk meer der iever en voort„ vaarentheijd te doen gebruijken terwijl om dit in het voorbi gaan aan te haalen de lasten en winsten van dit Comptoir die bij uw E: missive van 13. 8ber: 1775. worden opgeegeeven niet zijn van het boekjaar 178¾ zoo als de ministers abesivelijk 103 abusivelijk meld maar van het boekjaar 177 2/3. §346. van de ver„ tooning, die de staat reekening van 177 4/5. zal maken kunnen wij gantsch geen voordeelige ver„ wagting hebben als wij agt geeven op de zwaare Kosten die weeder moesten worden besteld tot her„ stelling der gebreeken aan de punten van 't kasteel; en volgens de. en 4 den aanleg of verbe„ tering der Fortifica werken was toegter„ e trouwd En vermits de reeds begonne reparatien voo als nog alleen geschiede na het planen onder op zigt van den land„ meeter Henk zal het dienstig zijn, dat de ministers ons infor„ meeren van de reede„ nen die zij hebben ge had om in de kundeg heeden en ervarenis van dien man een genog„ Zaam 402 zaam vertrouwen te stellen dog in allen geval meenen wij dat uE voorzigtiger zouden hebben ge„ daan wanneer de„ zelve alvoorens qua„ lificatie te verlee„ nan om met de noodige reparatien een aanvang te ma„ ken door een bequaam Jngenieur de gesteld„ heijd der werken had„ den doen opneemen en des noods onder zijn op. erb der a op: op Ligt verrigten de verbeeteringen die aan dezelven zou„ den worden vereischt terwijl het naburig Ceilon uE daar toe waarscheijnelijk zou„ den hebben kunnen in staal stellen— § 348. ondertus„ schen wijl weeze en zoortgelijken last„ posten de Maatschap„ pij ten streksten druk ken word het meeren meer noodzaakelijk alle: 28ƒ 109 alle middelen die tot bezuijniging der uijtgaaven kun„ nen strekken met iever aan te wenden en om voor al den omslag ter deezer kus„ te niet grooter te doen zijn dan de be„ langens der Maatschap„ pij absobut vorderen. §349. Voorts zul„ len wij afwagten hoe„ danig door uE zal wer„ den gedisponeerd op de propositie der minis„ 28 ters. ters, om 'scomp=s logie te narsapoer die ge„ noegzaam was ver„ laten; met de aldaar zijnde Comp=s gebou„ wen, te herstellen. — Volgens de beschrij„ ving, die door het Pa„ licols opperhoofd van de ligging dier plaats is gegeeven heeft dit Narzapoer verschijde voordee„ len die na het ons voorkomt, aan de ministers te vooren geheel„ 114 onbekend zijn. geweest. — En vermits dezel„ ve often minsten de geen die het hoofd„ gebied in handen heeft het locate van de plaatzen, onder dat gebied sorteeren„ de behoort te weeten oordeelen wij alsints. noodzaakelijk dat de resp: Gouverneur en verdere opper„ gebieders zig toeleg„ gen op het ver„ krijgen. ogie ver„ krijgen van een be„ hoorlijke kennis, no„ pens de Etablissemen„ ten, die onder hunne regeering zijn ten eijnde over de aange„ leegenheid van die etablissementen na vereisch te kunnen oordeelen. § 350. De reeken ning van Timme¬ ragien in het boek„ Jaar 177 /5. een Zom„ ma van ƒ 20737:16:- off ƒ 6072: 11. — meerder hebbende 29 143 hebbende bedraagen dan die van het voo„ rige Jaar, zullen wij het zelve om de door de ministers daar van gegeevene reedenen passeeren onder Recomman„ datie van meede in dit stuk steeds al„ le mogelijke mena„ gie te betragten — §351. Daarteegen hebben wij met genoe„ gen vernoomen het accres in de verpag„ tihg. 6 a en e Gelvinck ting der Domainen en de invoering van een nieuwe pagt op het vissen van Chian„ cossen voor den tijd van drie Jaaren tot een Zomma van ƒ900. –. sjaars zulks de ge„ zamentlijke Comp:s geregtigheeden en inkomsten over Na„ gapatnam voor den Jaare 1775 hebben geram deerd een zomma van ƒ 55611. off ƒ 2267: 5. —. meer dan de Jongste verpagting ter„ wijl. 145 wijl die van de ove„ rige factorijen off voor ri9e dezelve prijzen afge„ staan off meede tot hooger prijzen ge„ meind zijn, dan de voorgaande rijs. — §352. Intusschen hadden wij wel ge„ wenscht dat uE niet zoo spoedig hadden ingetrokken derzelver besluit om de pagt penningen in drie termijnen ieder van vier maanden in advans en n ge„ 3
English
to make an advance payment. For although certain difficulties were raised against this from this Government, one nevertheless did not need to, nor should one have, attached such great weight to those difficulties that it was left entirely untried whether one might overcome them in time, while it cannot be unknown to you how, already with regard to this same advance payment, experience has shown that what seemed impossible in the beginning was nevertheless later found to be very well practicable. Paragraph 353. Furthermore, we are satisfied with the information that the ministers have now provided regarding the causes of the sudden change between the years 1771 and 1772 in this Government with respect to the doits, and by which change it was brought about that the lease on the exchange and resale of that coin—having previously come to naught through the all too great surplus itself—was once again put into motion and continually maintained now that one could relieve oneself of the superfluous doits, as all of this was shown with good reasons by the ministers in their marginal reply to our letter of 8 October 1774. Paragraph 354. With respect to taking on lease Bimilipatnam and its subordinate villages from the Vizianagaram Princes, we still await the ministers' further reports as to whether the contract—believed to have already been signed and sealed by those princes—has finally been delivered to them, which contract the chiefs there, according to the separate letters from Governor van Vlissingen, had found opportunity to conclude with the princes on very advantageous terms. According to the writing of the said governor, the full conclusion of this matter would presently depend solely upon the exchange of the previous contract, the return of which by the chiefs to the princes seems to have been refused without reason; but it is meanwhile strange, and by no means free of imprudence, that although the draft contract had not yet been properly ratified by the ministers, the Bimilipatnam chiefs nevertheless saw fit to pay in advance to them the 24,993 Rupees, for which sum the aforesaid village, with its dependencies, would be taken on lease for the period of three years if the contract went through. For although that disbursement was made by the servants subject to the further approval of the ministers, it was nevertheless self-evident that demanding back those moneys, if the aforesaid approval did not follow, could give rise to difficulties with the princes. We therefore also find that the ministers proceeded quite precipitately in granting their ratification without making any remark concerning the advance payment already made by the chiefs—a ratification which we judge ought at least to have been suspended until the ministers had received the elucidation demanded from the chiefs on various points relating to the contract and mentioned in the Governor's separate letter of 16 September 1775, while, as far as we can gather from his later letter of 15 January, one seems subsequently to have abandoned the further investigation of those points. It is true that the ministers, when they noticed that the signing and sealing of the contract encountered difficulties, left the advance payment to the charge of the chiefs, but this very fact proves the imprudence of that advance payment, and consequently also that the ministers hastened too much the ratification of what had been done in this matter by the servants. Paragraph 355. Furthermore, we wish to see followed by a good outcome the favorable expectation that Governor van Vlissingen seems to have of soon being able to settle to the satisfaction of the Company the disputes over the Ceylon pearl fisheries with the Nabob Mahomet Alij, to which end he thought that the impending change in the political system on this coast would make that Nabob considerably more manageable. Paragraph 356. We must also still await what result will come of the further representations that the Governor intended to make to the Nabob concerning the far-reaching hostilities committed by his Havildar against the Company's servants at Palleacatta on account of refused toll payment for textiles brought there from Wentepalium for the Company's account. Meanwhile, we fully agree with what the ministers presented to those servants regarding their conduct in this matter, being likewise of the opinion that they would have done better to complain directly to the Nabob when their representations concerning the Company's right at Palleacatta to a toll-free import and export of its goods bore no fruit with his Havildar, because the matter probably would not then have reached the extreme to which it has now been brought by undertaking the unloading of the textiles notwithstanding that the Havildar opposed it with force. We especially also approve that the ministers have from the Palleacatta servants
Dutch transcription
advans te doen beta„ len. — Want off wel daar tee„ gen meede uijt dit Gouvernement deeze en geene zwaarighee„ den zijn ingebragt had men nogthans aan die zwaarigheeden niet zoo sterk behoeven nog ook behooren te tillen dat zelfs geheel onbeproeft wierd ge„ laten, off men ze door den tijd te boven zou kunnen koomen terwijl uE met onbekend Kan: 10 142 kan zijn hoe reeds met opzigt tot deezze zelvde voor uijtbetaling, de ondervinding heeft doen zien dat het geen in den beginne onmogelijk scheen naderhand egter be„ vanden is zeer wel uijtvoerelijk te wee„ zen. D353. Voorts nee„ men wij genoegen met de informatien die de ministers als nu hebben wi Jan hebben gegeeven, no pens de oorzaaken de subiete verandering tusschen den Jaare 17„ en 1772. ten deeze Goud vernemente met op zig tot de duijten heeft plaat gehad en door welke verandering te weeg is gebragt dat de pagt op het inwisselen, en weeder verkoopen van die munt door de al te grooten over vloeden zelve, voor heen te niet geloopen zijnde nu men van de: 149 de overtollige duiten zig weeder kon ontlas„ ten, opnieuws in trein gebragt was en steeds in stand gehouden wierd zoo als het een en ander door de ministers met goede reedenen is aan„ getrouwd; bij hun marginaale antwoord op onse missive van 8. october 1774. D 354. Met opzigt tot het in pagt neemen van Bi„ milipatnam en dies on„ der hoorige. 120 n9a 171 ou 4 311 derhoorige dorpen van de visianagaramsche Princen, blijven wij als nog te gemoet zien der ministers nadere berigten off eindelijk hun ter hand. zij gesteld het door die vorsten zoo men meent reeds geteekend en ge„ zeegeld Contract 't geen de opperhoofden aldaar volgens de aparte brie„ ven van den Gouver„ neur van vlissingen gelegenheijd hadden ge„ vonden, op zeer voor„ deelige. 121 Conditien deelige met de vorsten te sluiten. Na het schrijven. van gemelde gouver„ 2 neur zou het vol„ beslag dee„ koomen ter zaake thans alleen maar hape„ ren aan de uitwis„ seling van het voori„ ge Contract, waar van de te rug gaave door de opperhoofden buijten ree„ den aan de Princen scheijnt te. van 4 t ge„ ge¬ 2gl een daar aldaar en ge„ 94 — te zijn geweigerd me het is onder tusschen vreemd, en van on voorzigtigheijd gant¬ niet vrij te spreek dat of schoon het Cor ceppt Contract door de ministersters no„ niet behoorlijk was ratificeerd, de Bimili patnamsche opperhoo den egter hebben hur nen goedvinden aan de een reeds voor uit te be len de 24993. Ropijen gens welke zom het ve schreve dorp, met die onder onderhoorigheeden, voor den tijd van drie Jaaren, in dien het Contract door„ ging zou worden in pagt genomen want of wel die afgave door de bediendens was gedaan, op de nadere approbatie der mi„ nisters spraak het nog thans van zelve dat het te rug vor„ deren van die pen„ ningen, zoo voorsz: approbatie niet volgde tot moeijelijkheeden met de princen aanlie„ ding me cher n on het Cor no 1 er hus van de te be 1 in ver die nd 423 ding kon geeven. — Wij vinden derhalven ook dat de ministers vrij wat preecipitan te werk zijn gegaan met het verleenen van hunne ratifice tie zonder het maake van eenige remanque over de bereeds ge„ daane voor uitbe„ taling door de op„ perhoofden, een ra„ tificatie die wij oordee len, dat ten minsten zoo lang had behoo„ ven: 37 75 125 ren te worden opge„ houden, tot dat de ministers hadden ont„ vangen de van de op„ perhoofden gevorderde Elucidatie op deeze en geene poincten tot het Contract betrek„ kelijk en bij sGou„ verneurs aparte mis„ sive van den 16. Zep„ tember 1775. vermeld terwijl zoo veel wij uijt zijne laatere van den 15. Januarij kun„ nen opmaaken, men het verder 34 u verder onderzoek dien poincten in het ver„ volg scheijnt te hebben laaten vaaren. — Til waar, dat de mi„ nisters toen zig be„ merkten, dat de tee„ kening en Zeegeling van het Contract Zeve righeeden ontmoetten„ de voor uijt betaaling ten laste der opperhoof„ den hebben gelaaten, maar even dit bewijs het onvoorzigtige van die voor uijtbetaaling, en mits. 427 mits dien ook, dat de ministers de ratifica„ tie van het geen door de bediendens in deeze was gedaan te zeer hebben verhaalt. — §355. Voorts wer„ schen wij door een goede uijtkomst ag„ tervolgt te zien de gunstige verwagting die de Gouverneur van vlissingen scheijn te hebben, van spoedig met den Nabab Ma„ homet Alij ten genoegen. dier en 9 genoegen van de Maat„ schappij te zullen kunnen vereffenen de verschillen over de Ceilonse paarl- vosschen rijen waar toe hij meen„ de dat de in tel zijnde verandering in het politicq sustema ter deezer kuste dien Na„ bab vrij wat handel baaren zau maaken §356. Wij moeten meede als nog afwag ten, van wat gevolg zullen weezen de na„ dere. 129 dere representatie die de Gouverneur voorneemens was aan den Nabab te doen over de verre„ gaande hostititijten door desselfs Hawel„ daar, teegen 's comp:s bediendens te Pal„ leacatta gepleegdt ter zaake van geweigerde Thot betaaling voor„ lijwaaten aldaar van wen„ tepalium voor reeke„ ning van de Comp: aan„ gebragt. Inmidels conformee¬ ren Maat„ maen„ end het n ven wij ons volkoomen met het geen de mi„ nisters aan die bedien„ dens hebben voorgehol„ den, nopens hun gedra in deeze insgelijks van begrijp zijnde dat de„ zelve beeter zouden heb„ ben gedaan van direct bij den Nabab te kla„ gen toe hunne vertoo„ gen over 'sComp: regt te Palleacatta tot een tholl vrij en in en uijt voer haaren goedenen bij zijnen Ha„ weldaar van geen vreuigt. 31 34 vreugt waaren de„ wijl de zaak waar„ schijnelijk, dan niet tot dat uijterste zou zijn gekomen waar in deselve als nu is ge„ bragt door het onder„ neemen van de ont„ scheeping der bij waa„ ten onaangezien den haweldaar zig daar teegen met geweld verzette Wij Keliren in Con„ derheijd ook goed dat de Ministers van de Palleacatse bediendens heb„ ben rect
English
sworn certificates have been demanded that all the packs that were imported by them duty-free during this period belonged to the Company and not to private individuals, and furthermore, if there were also any private linens on the vessel that had brought them for which duty had to be paid, that the servants then had to state distinctly and specifically the number of those packs, their marks, their value, the persons to whom they belonged, as well as the duty that was immediately paid for them. Just as we expect that the servants, in compliance with what has been required, will have sent no other declarations than those they were able to make with a clear conscience, so we hope that in these declarations no evidence will appear of fraudulent trade that has been conducted by private individuals under the name, account, and to the considerable detriment of the Company. Paragraph 357. With regard to the servants, having already declared ourselves in the past year concerning the dismissal granted by the Ministers on their own authority to the Chief Administrator van Leembrugge, and conforming ourselves with what your Honor on this subject has presented to the Ministers in general and to the Governor of Vlissingen in particular, as earnestly as appropriately, we cannot furthermore pass over without mention the request made by the Ministers in their dispatch of 16 September 1775 for a good and capable teacher, but that the Minister Albertus Lieftink, who departed from Ceylon via this Coast to Batavia, might not be called for this purpose. As reason for this extraordinary request they have alleged that the said Minister did not seem very suitable to be a teacher in a congregation whose public worship was so often attended by foreign nations. But not knowing what was aimed at by them with this description, the ministers will have to explain themselves further in that regard. Paragraph 358. Being unable to involve ourselves in the disputes and extreme discords that have arisen between the presiding member of the Council of Justice, the merchant Ambrosius Johnson, and the other members of that body, since various documents relating thereto have not been received by us, we must leave this matter, which has been brought at your disposal by the Ministers, deferred to the same. And we trust that your Honor, after an impartial investigation of the complaints of the Council of Justice on the one hand and the objections of the said Johnson on the other hand, will have made such provisions therein as shall be deemed to be proper according to equity. 359. The deceased secunde at Jaggernaikpoenam, Jan Dimon, being short on the petty cash and warehouses a sum of f 19110: 2: 0, counting also some goods that were accounted for there without money, we expect that the Company will be kept harmless in this regard. Further Extract as above, dated 17 October 1777. Referring to our General Dispatch containing our answer to the letters from all the offices of the Indies, drafted by the Lord Commissioners in The Hague, as well as to our Demand for Returns from the Indies dated the 16th of this month, drawn up by the Lord Commissioners in Amsterdam and subsequently resumed and adopted in our assembly and dispatched alongside this, we furthermore convey to you the orders and resolutions that we have seen fit to frame and adopt in this assembly so that your Honor may conduct yourself accordingly. From your dispatch of 25 October 1776 we have seen that the Commissioners appointed in that year for the branding of the permitted baggage of those repatriating, pursuant to our letter dated 29 September 1775, have already been instructed, as should henceforth be done annually, that it had to be recorded on the branding certificates with what goods in general the chests are filled, and not to brand any chests before it should be stated in writing by the owners what was found in them. This year, however, branding certificates have been shown to the Amsterdam Chamber on which, according to the report of that Chamber, such a notation was not made, and since some of those chests were filled with Cape wine, it has thus not been possible to discover which goods were transported in them to the Cape. We have therefore deemed it necessary to give notice of this omission to your Honor herewith, so that you may make the necessary provisions regarding it, while we also specifically desire that the aforesaid notation shall be made not only on the branding certificates but also on the branding rolls, it being at the same time necessary to order the ministers at those offices from which ships are sent directly hither to have the aforesaid designation of what goods the chests are filled with in general recorded on the branding rolls as well as on the branding certificates. Meanwhile, your said disposition to have the contents of the permitted chests stated in writing by the owners has seemed very questionable to us. For we must not presume that your intention would have been to leave the Commissioners for branding the authority, without inspection of the chests, to content themselves with respect to their contents solely with the written statement of the senders and, conforming thereto,
Dutch transcription
ben gevorderdt b'eedigde Tertificatien dat al de pakken die staande dit voordal door hun Tot vrij zijn binnen gevoerd de Comp: en geene particu lieven hebben toebehoord mitsgaders wanneer in het vaarthuijg 't geen dezelve had aange„ bragt insgelijks waa„ ren geweest eenige pan„ ticuliere lijwaaten waar voor thol moest worden betaald, dat zij bediendens als dan distinct en specifica moesten. 29 13 33 moesten opgeeven het getal dier pakken der zelver werken haare waarde de perzoonen aan wien zij behoorden, als meede de thol, die daar voor dadelijk was betaald — Gelijk wij verwag„ ten dat door de be„ diendens ter voldoe„ ning van dit gere quireerde, geene an„ dere verklaaringen zullen zijn overgezon„ den. 29 den dan die zij met een goed geweeten heb„ ben kunnen afleggen zoo heepen wij dat in dit verklaringen geene bewijzen zullen voor koomen van frap duleusen handel, die opnaam reekening en tot merkelijke schra„ de van de Compagnie door particulieren is gedreeven §357. Met op„ zigt tot de die„ naaren ons reeds in den voorleeden Jaare 35 13 Jaare hebbende verklaard over het door de Ministers eijgener authoritijt verleend ontslag aan den Hoofadministra„ teur van Leembrug„ ge en ons Conformee„ rende met het geen uE op dit sujet de Ministers in't alge„ meen en den Gouver„ neur van Vlissingen in het bijzonder zoo erstig als gepast hebben voorgehouden kun„ nen n nen wij voorts niet onaangeroerd voor bij gaan, het verzoek door de Ministers bij kun„ ne missive van 16. sep„ tember 1775. gedaan om een goed en bequaam leeraar, dog dat daartoe niet beroepen mogt worden; de van Ceilon over deeze Cust naar Batavia vertrokken Predikant Alber¬ this Lieflink Tot reeden van dit zoo buijten gewoon verzoek. 35 437 verzoek hebben zij g' allegeerd dat gem: Predikant niet zeer geschikt scheen Leevaar te om een weezen in een gemeen„ te welker publicque gods dienst zoo dik„ wils door vreemde na„ tien wierd bijge„ woond. Dog niet weeten„ de waar op door hun met deeze be„ schrijving is gedoeld zul„ ten de ministers zig de Sweege. desweege nader moeten verklaaren §358. ons niet kun nende inlaaten in de verschillen en verre¬ gaande on eenigheeden die tusschen het voor„ zittend lid in den Raad van Justitie den koopman Am„ brosius Johnson en de verdere leeden van dat Collegie zijn ont„ staan alzoo verscheijd stukken daar toe be„ trekkelijk bij ons e zijn. G 39 139 zijn ontvangen moe„ ten wij deeze zaak die door de Ministers ter uwer dispositie is gebragt aan de zelve gedefereerd laaten En wij vertrouwen dat uE na een on„ partijdig onderzoek van de klagten des Raads van Justitie ter eenre ende be„ swaarens van ge„ melde Johnson ten andere zijnde daar in zoodanige voor zie„ ninge. 36 ninge zullen hebben gedaan als na billijk„ heijd geoordeeld zal wee„ zen te behooren. — 359. Den overlee„ F den secunde te Jagger„ naijkpoenam Jan Di mon, op de kleene kas en pakhuijzen te kort zijnde gekoomen een Zomma van ƒ 19110: 2: o gereekend nog eenige goe„ deren die derwaards zom der geld zom waar en aan gereekend verwagten wijde de Comp:e desweegens buijten schade zal zijn gehouden Nader Wilgen Nader Extract als boven in dato 17. october 1777. Ons gedragende aan onze Generaale Mis, sive houdende ons ant„ woord op de brieven van alle de Compoiren van Jndien Doorhee„ ren Commissarissen in shage ontworpen gelijk mede aan onzen Eisch van Rethouren uit Jndien gedateerd den 16. deezer door Heeren Com„ missarissen te Amsterdam in„ gesteld en vervolgens in onsze. wee„ onze vergadering gere„ sumeerd en gearres„ teerd en nevens deeze af„ gaander zoo laaten wij dt voorts toekomen de or„ dres en Resolutien, die wij hebben goed gedagt in deeze vergadering te stellen en te neemen ten einde uE zig daar en zoude gedraagen. — Uit uur Missive van 25. october 1776. hebben wij gezien, dat de in dat Jaar benoemde Gecommitteerden stot het 143 het branden van de gepermitteerde bagagie der repatrieerende in„ gevolge ons aan schrij„ vens de dato 29. septem„ ber 1775. reeds zijn ge„ last, zoo als in 't ver„ volg Jaarlijks zou ge„ schieden dat op de brand„ brieven moest worden aangeteekend met we„ ke goederen in genere de kisten zijn gevuld, en geene kisten te branden voor dat door de Eigenaars schriftelijk zou weezen op„ gegeven, wat in dezelve wierd gevonden Dit 677 Dit Jaar zijn egter aan de Kamer Amsterdam brand brieven vertoond waar op volgens het rapport van die kamer zoodanig een aanteekening niet is gedaan, en daar eenige van die kisten gevuld zijn geweest met kaab„ sch wijn, heeft men dus niet kunnen ontdek„ ken welke goederen in dezelve naar de Caab zijn vervoerd. — E Wij hebben derhalve noodig. 2 £ 145 noodig geoordeeld van dit verzuim uE bij deezen kennis te geven ten einde dezelve daar omtrend de noodige voor Zienin„ ge zouden kunnen doen terwijl wij speci„ aal mede begeeren dat de voorsz: aante„ kening niet slegts bij de brand brieven maar ook bij de brand vollen zal op„ schieden zullende het teffens noodzakelijk zijn, de ministers op die Comp„s toiren. 677 toiren, van waarschee„ pen direct herwaarts gezonden worden, te gelas¬ ten de voorsz: de sig natia met welke goederen de kisten in geneve zijn gevuld zoo wel op de brandvollen als brand„ brieven te doen aan„ teekenen. Jnmiddels is E ons zeer bedenkelijk voorgekomen gemelde uw dispositie om den inhoud der ge„ permitteerde kisten door „ 147 door de eigenaars. schriftelijk te doen opgeeven. — Wij mogen dog niet onder stellen dat uwe intentie zoude zijn geweest de Gecommit„ teerdens tot het bran„ den de faculteit te laa„ ten, om zonder vi„ fetatie van de kis„ ten zig nopens der„ zelver inhoude al„ leen te vergenoegen met de schriftelij„ ke opgave der ver„ zenders en dien Con„ form
English
to frame their declaration concerning what was found in the aforesaid chests. Indeed, in the nature of things, it goes without saying that your provision would not then be deemed sufficient to prevent unlawful practices; and we therefore trust that the commissioners for the branding will always be held to sign no brand-rolls or brand-letters except after the opening and proper inspection of the chests has been performed. Having herewith, as we respectfully hope, fully answered the aforesaid Extracts from the Fatherland to the satisfaction of Your Right Noblenesses, we proceed to: The article of sloops and vessels, under which, regarding their employment in the past year 1778, for the sake of brevity we respectfully refer to our outgoing letters to our respective factories, from which Your Right Noblenesses, if you please, will fully see how we have used the aforesaid craft throughout the entire year, both for the transport of cash, merchandise, and provisions to, as well as for the collection of the ready returns from, the Northern and Southern Offices. Furthermore, at the onset of the bad monsoon, we sent the barks the Eendragt and the Liefde to Jaffanapatnam to winter there, of which we expect the first to return shortly, and the other as soon as it shall have been repaired, for which the necessary materials have been sent thither from here. We have had the sloop 't Loo repaired of its defects in the river Coringe, wherefore this vessel is to return shortly with a cargo of Northern cloths. But the pantjalling the Goede Verwagting and the mhonij the Johanna Maria have been brought into the river here to winter and at the same time to be repaired of their defects. And since, upon inspection of the aforesaid vessels, various major defects were discovered therein, we decided on November 21st last, based on a report submitted regarding this by the Master of Equipage Jacob Hartman cum suis, to authorize him to repair the aforesaid craft, and also to make a new tentsling in place of the one that is entirely worn out and unfit, the necessary materials and labor costs for this amounting, according to a specific calculation inserted in the aforesaid Resolution, to ƒ 4541:12:8 at purchase cost to the Company, or fully 600 guilders less than they would otherwise have amounted to had we authorized him to purchase the timber which was lacking at the Equipage yard. Instead of proceeding to do so, we found it more serviceable to the interest of the Company to have the timber lacking there supplied from the timber yard, as has since been done. However, since he at the same time indicated that, for making the necessary tarpaulins for the service of the vessels stationed here and the Equipage yard, he needed 12 rolls of Dutch sailcloth as well as two old cable-ropes for picking oakum for the caulking of the sloops; considering that the demand for sailcloth for this current financial year could by no means be completely met from Batavia, and that of the two cable-ropes sent hither this year the greatest part was used for picking oakum for the return ship the Patriot, we have likewise permitted him the purchase of the aforesaid necessities at 9 pagodas per roll of sailcloth and 23 pagodas for the two old cable-ropes; and we therefore hope that Your Right Noblenesses will be pleased favorably to pass this purchase as well as the aforesaid authorization to repair the mentioned vessels, etc., on account of the absolute necessity for which we decided upon both matters. Since the boat of the ship 't Veldhoen retained here has, both by the officers of the said vessel and by the commissioned boatmen, been judged not only aged, decayed, and rotted, but even entirely unfit to be employed any longer in the service of the Company, because its repair would cost more than the aforesaid boat would be worth upon its refitting, we have had the same sold at public auction for the most it would fetch, according to the resolution of November 27th, when, after deduction of the auction fees, it still brought in 19 pagodas, 22 fanams, 64 cash. And herewith we proceed to the principal article of: The Linen Trade, under which, according to our promise made by letter of September 25th, we ought immediately to serve Your Right Noblenesses with a formal description of the contracts newly concluded both here and at the respective factories for the harvest of this year. But since we have as yet only contracted on December 31st last with our merchants and the Palliacatte chiefs with theirs in regard to the supply for this year, we must postpone the report thereof concerning
Dutch transcription
form hunne verklaa„ ring omtrent het geen in voorm: kisten werd gevonden in te rigten. Immers spreekt het volgens den aart der zaaken van zelve dat uwe voor ziening als dan niet toerijken„ de zoukunen werden geoordeeld tot weering van ongeoorloofde prac„ tijcquen; en wij vertrou„ wen der halven dat de gecomm: tot het bran„ den steeds daar toe zullen worden gehouden om geen brandvollen off brandbrie¬ ven te teekenen dan na 38 149 na gedane opening en behoorlijke inspectie der kisten. — Hier meede gelijk wij met Eerbied hoopen tot genoegen van uwe HoogE„ delhedens volkomen beantwoord hebben„ de de voormelde Patriasche Extracten gaan wij over tot. Het articul van sloepen en vaartui„ gen, waar onder wij ons ten aanzien van het emplooi derzelven in het afgeloo„ pen Jaar 1778. kortheids halven reve„ rentelijk gedraagen aan onze afgaane brieven na onze respective Factorijen waar uit Hoog dezelven des gelieven„ de, volkomen zullen zien hoedanig wij de voorschreeve kieltjes geduu„ rende het gansche Jaar gebruijkt heb„ ben zoo tot den over voer van Contanten koopmanschappen en provisien na als tot tot afhaaling der gereede retouren van de Noordelijke en Zuijdelijke Comptoiren Voorts hebben wij bij het doorbreekend van de kwaade Mousson, de barken de Eendragt en de Liefde na Jaffanas„ patnam gezonden om er te overwin„ teren waar van wij de eerste eerstdaags te rug verwagten en de andere zoo dra„ hij zal vertimmerd weezen waar toe de noodige Mariaalen van hier na, derwaarts zij gezonden. — De sloep 't Loo hebben wij in de rivier Coringe laaten voorzien van zijne gebreeken, wes wegens dit vaar„ tuig eerst daags staat te rug te kee„ ven met een laading Noordsche doeken Dog de Pantjalling de Goede ver„ wagting en de Mhonij de Johanna Maria zijn alhier in de revier gehaald om te overwinte ven En teffens van derselver gebreeken hersteld te worden. — En 151. En nadien bij visitatie van de voor„ schreeve vaartuigen daar aan diver„ se Capitaale defecten zijn ontdekt hebben wij op een daar van inge„ diend Rapport van den Equipage meester Jacob Hartman C: S: op den 21. November Jongstleden besloten hem tot het herstellen van de voorschree„ ve kieltjes, en teffens tot het aan maaken van een nieuw Tentsling in steede van de ten eene maal af„ gevaarene en onbekwaame dito te qualificeeren zullende de daar toe benoodigde materiaalen en arbeids loonen, volgens een specifique Calcula„ tie bij de voorschreeve Resolutie gein„ sereerd de Maatschappij te staan komen op ƒ 4541. 12:8: inkoops of ruim 600 guldens minder dan zij anders zouden bedraagen hebben, zoo wij hem hadden. n hadden gequalificeerd tot het inkoopen van de daar toe bij de Equipagie werf te min aan handen zijnde houtwerken. De in steede van daartoe overte gaan vonden wij het voor het belang der Maatschap„ bij dienstiger, de aldaar manqueerende houtwerken van de timmerwerf te laaten verstrekken za als sedert geschied is, Maar dewijl hij teffens te kennen gaff dat hij tot aanmaken van de noodige presennings ten diensten van de alhier bescheiden vaartuigen en de Equipagie werf noodig hadt 12. rollen Zijldoek Hollandsch gelijk meede twee oude Ca„ bestouwen tot het plukken van werk voor het Calfaaten der sloepen; hebben wij uit Consideratie dat den Eisch van Zeildoek voor dit loopend Boekjaar op verre na niet Compleet heeft kunnen worden voldaan van Batavia ende van dit Jaar herwaards gezonden twee kabeltouwen voor het grootste gedeelte zijn verbruijt geworden. 39 11 1 55 geworden tot het plukken van werk voor het retourschip de Patriot hem almee„ de gepermitteerd het inkoopen van de voorschreeve noodwendigheden tegens 9. - pag: voor de vol zeildoek en 23. pag: voor de twee oude kabeltouwen en dier halven hoopen wij dat uwe Hoog Edel„ hedens deezen inkoop zoo wel, als de voor„ schreeve qualificatie tot het repareeren der gemelde vaartuigen ensz: gunstig zullen gelieven te passeeren uit hoofde van de volstrekte noodzaakelijkheid waarom wij tot het een en ander besloo„ ten hebben. — Alzoo de alhier aangehoudene Booth van het schip 't veld hoen zoo door de officieren van gemelden bodem als door te Gecommitteerde Bootslieden, niet alleen verouderd vermamd en vergaan, maar in zelfs ten eenemaal onbekwaam geoor„ 21 deeld is om langer in den dienst vande Comp: te kunnen worden geemploijeerd uit hoofde dies reparatie meerder zoude bedraa„ gen gen als de voorschreeve booth bij zijne vertimmering zou waardig weezen h ben wij den zelven volgens besluijt van den 27. November bij publique vendutie voor het gedende laaten verkoopen wan neer hij nog naaftrek der vendu ongelden zug vergehaald heeft P a/o 19: 22: 64. — En hier meede gaan wij over tot het pr cipaale articul van Den Lijwaat Handel, een onder wij volgens onze beloften bij brief van den 25: september gedaan uwe Hoog Edelhedens al aanstonds dienden op te wagten met een formeele beschri ving van de zoo hier, als op de respe tive Factorijen op nieuw geslotene Con„ tracten voor den inzaam van dit Jaa Dog nadien wij nog maar alleen op den 31. December Jongstleeden met onze kooplieden en de Palliacatte opper hoofden met de haaren gecontracteerd hebb met op zigt tot de Leverancie voor dit Jaar moeten wij het verslag daar van omtrent
English
regarding the other factories to postpone to a further opportunity, which we hope will be favorably passed by Your High Noblenesses out of consideration for the adversities with which our collection, especially to the south, has had to struggle. And we request this all the more because the respective chiefs have earnestly assured us that they will contract within a few days, for which we daily expect the Porto Novo merchants along with the Resident. Meanwhile, regarding the contracts concluded by us for the delivery of the Homeland and Indian requisitions for this year, we note that we had to conclude them at the previous year's prices, as the merchants could not be moved to any price reduction. Yet, however much they insisted on a more substantial advance of money, out of consideration for the war between England and France, we did not allow to be advanced to them on the delivery of cloths any more than 17500 Pagodas, namely 15000 Pagodas to the joint merchants who signed the general contract, and 2500 Pagodas in addition to Ramalinga Poele on the delivery of the separate contract concluded with him regarding the Cuddalore and Sadraspatnam cloth, which we partly assigned to him because he appears to have a better opportunity than any of the others to obtain it. However, before being able to conclude the aforementioned contract, upon the lamentable plea of our merchants, we were obliged to accept in cash 2000 Pagodas which they had enjoyed in excess on deliveries, whereby they maintained a balanced account with the Company. And although we allowed this payment into the treasury without imposing upon them, as was done in the past year, the payment of any percentage in addition, we nevertheless hope that Your High Noblenesses will please grant a favorable indulgence regarding this because of the weighty reasons that moved us thereto, of which we shall presently supply a full report to Your High Noblenesses during the description of the collection. Also, because of the weighty difficulties brought forward by the chief of Sadraspatnam, the merchant Willem Blaaukamer, in a letter of 29 September against the timely closing of the merchants' accounts, we thought proper by resolution of 27 November to permit the aforementioned merchants for this time—in view of the extreme vexations they encountered in the past year when making their collection, of which we shall speak further presently—to balance their accounts by paying cash into the treasury, on which matter we likewise request a favorable disposition, since there was no possibility in the world other than this way to keep Sadras out of debt and to obtain the papers required for the completed collection. As all of this is circumstantially described in our aforesaid resolution of 27 November, to which we respectfully refer for the aforesaid purpose, we note that we believe we may attribute the settlement of the Sadraspatnam arrears solely to this decision, for we therein, without paying any heed to the reasons of the chiefs, in accordance with the order strictly demanded the balancing of the merchants' accounts. This had such a fortunate effect that they were finally, contrary to the expectations of the chiefs, liquidated with cash. And by this we have also been enabled to most respectfully offer to Your High Noblenesses herewith, as we have the honor to do, the answered requisitions of the completed collection throughout all of Coromandel for the year 1778, along with the final accounts of the merchants. From the first-mentioned papers, Your High Noblenesses, along with us, will observe with regret that in the trade year recently expired, on the respective Homeland and Indian requisitions on this coast, which totaled 3061 packs, namely 1731 for the Homeland and 1330 for India, no more than 2522 packages were fulfilled, of which 1485 were for Europe and 1037 for the Indian regions. Thus, toward the complete fulfillment of the respective requisitions, a very substantial quantity of no less than 539 bales remained unfulfilled, namely 246 for the Netherlands and 293 for India. Which truly grieves us very perceptibly, as we had expected a rather more favorable linen procurement. Yet we hope that the reasons given both by our merchants and by those of the respective factories for the non-fulfillment of the aforementioned requisitions will appear to Your High Noblenesses.
Dutch transcription
155 omtrend de andere Factorijen tot eene nadere gelegenheid verschuijven het geen wij hoopen dat door uw Hoog Edelhe„ dens gunstig zal worden gepasseerd uit Consideratie van de tegenspoeden waar meede onzen inzaam voor al om de zuid heeft te worstelen gehadt En dit verzoeken wij nog te meer wijl de respective opperhoofden ons serieuselijk verzekerd hebben om binnen wijne„ ge dagen te contracteeren waar toe wij„ .de Portonovosche kooplieden nevens den Residend dagelijks te gemoet zien Ondertusschen noteeren wij ten aanzien van de door ons gesloten Contracten we„ gens de leverancie der Patriasche en Jndiasche Petitien voor dit Jaar dat wij dezelve voor de voorjaarige prijzen. hebben moeten sluijten wijl de kooplie, 28 den tot geen prijs vermindering te be„ weegen geweest zijn.— Dog wij hebben, hoe zeer zij ook op een var aanzienlijker geld verstrekking hebben, aangedrongen, uit Consideratie van den oorlog tusschen Engeland en vrankrijk 3 2r aan. aan hun niet meer op leverancie van doeken voor uijt laaten verstrekken als 17500. Pagooden name lijk 15000 Pagoden van de Gezamentlijke koop„ lieden die het Generaal Contranct geteekend hebben en 2500 Pagoden daar en boven aan Ramalinga Poele op leverancie van het met hem gesloten appart Contract, wegenhet Coedeloers en sadraspatnams gewees het geen wij aan hem voor een gedeelte hebben opge„ draagen, uit hoofde hij betere gelegendheid als een der andere schijnt te hebben, om het te bekomen. — Dan alvoorens de voorschreeve Contracta„ tie te kunnen sluijten, zijn wij op de la„ mentabele beede van onze kooplieden ge„ noodzaakt geweest 2000. Pagjoden r=m die zijle veel op leverancie genoten hadden in kasse te accepteeren; waar door zij met de Compag„ nie eene effe rekeening behouden hebben. - En schoon wij deeze in kassetelling hebben toegestaan zonder hun, gelijk in anno passa„ to is geschied, de voldoening van eenige per„ centos daar en boven op te leggen, hoopen wij egter, dat uwe Hoog Edelhedens hier omtrend eene. 157 eene gunstige inschikkelijkheijd zullen ge„ lieven plaats te geven om de gewigtige rede„ nen, die ons daar toe hebben bewogen, en waar van wij zoo aanstonds bij de beschrijving van den Jnzaam aan uwe Hoog Edelhe„ dens een volkomen verslag suppediteeren zullen Ook hebben wij om de gewigtige zwaa„ righeeden door het opperhoofd van sadras„ patnam den koopman willem Blaau„ kamer bij missive van den 29. Septem„ ber ingebragt, tegen het tijdig afsluijten van de rekeningen der kooplieden bij be„ sluijt van den 27. November goedgevonden de voorschreeve Marchiandeurs, uit hoofde van de verregaande vexatien die zij in het Jongst gepasseerde Jaar hebben ontmoet bij het doen van haaren Jnzaam dog waar van wij straks nader spreeken zullen:/ voor deeze reize te permitteeren om hunne rekeningen door in Casse telling van Contanten te verevenen waar op wij almede eene gunstige dispositie verzoe„ ken, uit hoofde er buijten deeszen weg geen mogelink„ heijd. a„ heijd ter weereld was om Cadras buijten schul„ den te houden ende papieren tot den afge„ loopen inzaam noodig magtig te worden.— Soo als dit een en ander omstandig. be„ schreeven staat bij onze voorgewaagde Resolutie van den 27. November, waar aan wij ons ten voorschreven einde met eerbied refereerende noteeren dat wij aan dit besluijt alleen het verevenen van de sadraspatnamsche agterstallen vermeenen te mogen toeschrijven want wij daar bij zonder eenige agt te geven op de redenen der opperhoofden, ingevolge de ordre volstrekt begeerd hebben, het verevenen van den koop„ lieden rekeningen Het geen van zulk een gelukkig effect geweest is dat die eindelijk tegens de verwagting der opperhoofden aan door Contanten zijn geliquideerd geworden. — En hier door zijn wij dan ook in staat gesteld uwe Hoog Edelhedens bij deezen aller eerbie„ digst aan te kunnen bieden, gelijk wy de eere hebben te doen, de beantwoorde Eisschen van den afgeloopen inzaam overgansch Chormanda voor den Jaare 1778. navens de afrekeningen van de h lieden. 59 15 159 lieden uit de Eerst gemelde Papieren zullen uwe Hoog Edelhedens nevens ons met leetwe„ zen beschouwen dater in het Jongst geer„ pireerde Handel Jaar op de respective Pa„ triasche in Jndiasche Eisschen ter deezer kuste die te zamen groot zijn geweest 3061. Pakken als 1731. voor't Patria en 1330. voor Jndia niet meerder zijn vol„ daan geworden als 2522. fardeelen, en daar van 1485. –. voor Europa, en 1037. -. voor de Jndiasche gewesten dus er aan de Com„ pleete voldoening van de respective peti„ tien onvoldaan zijn gebleeven een zeer aanzienlijke quantiteit van wel 539. baalen als 246. voor Nederland en 293. voor Jndia Het geen ons waarelijk zeer gevoeligs ment alzoo wij een vrij voordeeligere Lijwaat procuure verwagt hadden Dog de re„ denen, die zoo door onze kooplieden als die van de respective Tactorijen gegeven zijn van de noorvoldoening der voorschreeve Petitien hoopen wij dat aan uwe Hoog Edelhe„ dens. E
English
these may appear sufficient. Yet before we make mention here, we take, according to annual custom, the liberty to insert herewith a compendious comparison between the collection of 1778 and that of the year before, from which Your High Nobilities, as we trust, will still behold with some satisfaction that, however poorly the latest linen procurement may have succeeded, nevertheless only 67 packs of linen less were collected than the year before, namely: The delivery for 1777/8. The delivery for 1776/7. More. Less. At Nagapatnam: Packs 736. 827. —. 91. Portonovo: Packs 221. 235. —. 14. Sadraspatnam: Packs 295. 241. 54. —. Palliacatta: Packs 97. 99. —. 2. Palicol: Packs 299. 337. —. 38. Jaggernaijkpoeram: Packs 613. 531. 82. —. Bimilipatnam: Packs 261. 319. —. 58. Thus together: Packs 2522. 2589. 136. 203. The lesser being deducted from the greater collected: 2522. 136. Thus for the lesser delivery in this year compared to anno passato comes to: Packs 67. Agrees. 67. What the reasons are for the incomplete fulfillment of the demands in the recently ended trading year, we shall now have the honor to demonstrate to Your High Nobilities. The Nagapatnam merchants, who of the 1001 packs assigned to them for delivery have fulfilled only 736 bales and thus delivered 265 packs less, namely 107 for the Fatherland and 158 for India, attribute this non-fulfillment partly to the occupation by the English of the sea town of Naver and the collective districts situated around this city and subordinate villages, as the aforementioned change upon the surrender of those lands to the English Company, which took place at the beginning of the recently ended year, had for some time caused a complete standstill in the collection, seeing that the weavers in the villages ceded to the English Company were, at the beginning of the altered form of government, scrupulous about weaving for the Dutch Company out of fear of their new masters, which however has since ceased; and partly to the war that subsequently broke out between the English and French, because of which no linens could be brought from the weaving villages, as the country had become so disturbed by troops marching back and forth that all trades and dealings had come to a standstill, to the ruin of the collection, seeing that the best time of the year had thereby elapsed. To which, in addition, in the autumn there followed not only heavy downpours and floods of rivers, whereby the cloths lying ready in the country could not be brought in, but also far-reaching disputes among the weavers in the Oedearpaleum district, which had been no less detrimental to the intake. And since the aforementioned detrimental inconveniences, of whose authenticity we are fully assured and which one might justly call a concurrence of unfortunate circumstances, caused the non-fulfillment of the aforementioned 265 packs, we not only hope that Your High Nobilities will absolve us in this matter of neglect of duty, but also that Your High Nobilities will for that reason be all the more pleased to allow the permitted cashing to our merchants of the surplus received on delivery without increase, as otherwise such an arrangement could not well go through. Concerning Portonovo, the merchants have completely fulfilled the delivery of 221 packs assigned to them. Yet Sadras, on the other hand, has fallen short 134 bales on the delivery of 419 packs allotted to that office, namely 99 for Europe and 35 for India. Which by the chiefs, both in their formally answered demand and in various letters, was attributed to nothing other than the far-reaching vexations of the English, of which we shall set down the principal points herewith. They say, among other things, that in their respectful response to the demand of 1777 they had still harbored some hope that the vexations of the English in the weaving villages, about which their merchants complained so much then, would cease as soon as the then confused government of the English at Madraspatnam should again be brought onto a regulated footing, but that this had since happened without their hope in that regard having been met in any way; on the contrary, that it was so far from it that they had never had more cause for complaint than now. After having let this precede in general, the chiefs go into further detail and state candidly that formerly they had at least received some satisfaction from the Madraspatnam government, but now no longer. That the English in former years had indeed made proposals for dividing the weaving looms that could not be accepted by the Company.
Dutch transcription
dezs voldoende zullen mogen voorkomen Dog een wij hier gewag maaken neemen wijna Jaarelijksche gewoonte de vrijheid bij deezen te insereeren, een Compendieuse Com„ paratie tusschen den inzaam van 1778. en die van sjaars te vooren, waar uijt uwe Hoog Edelhedens zoo wij vertrouwen nog wel met eenig genoegen beschouwen zullen dat hoe slegt de Jongste lijwaat procuure ook mag geslaagd weezen er egter maar 67. pakk lijwaaten minder zijn ingezameld als sjaars te vooren Naamentlijk. — De leverancie Delecerancie Meerder Minder voor 177 7/8. voor 177 /7. 827. —. 91. Te Nagapatnam - - - - _ Pakken 736. Portonovo - _ _ _ - - - - „ 221. 235. —. 14. Sadraspatnam _ _ _ _ _ _ _ _ „ 295. 241. 54. —. Palliacatta - _ - _ _ - - - - „ 97. 99. —. 2. Palicol _ _ _ _ _ _ - - - - - - „ 299. 337. —. 38. Jaggernaijkpoeram - - - - „ 613. 531. 82. —. Bimilipatnam - - - - - - „ 261. 319. —. 58. Duste zamen Pakken 2522. 2589. 136. 203. Het minder van het meerder in —. 2522. —. 136. gezamelde zijnde gedatraheerd Soo komt voor de mandere Leverancie in dit Jaar als in anno passato - - - - Pakken — 67. Nacorderd wat. 67. „ „ „ „ 164 Wat nu de redenen zijn van de incompleete vol„ doening der Eisschen in het Jongst afgeloopen Handeljaar, zullen wij thans de eere hebben uwe Hoog Edelhedens te vertoonen. — De Nagapatnamsche kooplieden, die van de hun ter Leverancie opgedraagen 1001. pakken maar 736. –baaten voldaan en dus 265. fardee„ len als 107. pro Patria en 158: voor Jndia te mingeleverd hebben schrijven deeze non vol„ doening toe gedeeltelijk aan het in bezet nee„ men door de Engelschen van de Zeeplaats Naver, en de gezamentlijke districten rondsom deezze stad en onderhoorige Dorpen gelegen alzoo, de voorschreeve verandering bij de over„ gaave van die landen aande Engelsche Com„ „pagnie, het geen in het begin van het Jongst geeindigd Jaar gebeurd is voor eenigen tijd een geheelen stilstand in den inzaam ver oorzaakt hadt gemerkt de weevers in de Dor„ pen aan de Engelsche Compagnie afgeslaan in het begin der veranderde Regeering s form: scrupules waren; om door de Hollandsche Compagnie te weeven uit vreeze voor hunne nieuwe meesters, dog het geen sedert gecesseerd is 1 en is en gedeeltelijk aan dan daar op uijtgelan ten oorlog tusschen de Engelsche en Franschen waar door geen lijwaaten van de weefdorpen hadden kunnen worden aangevoerd, alszoo het land door d'overen weer marcheerende troupes, zodanig ontrust geworden was det alle neeringen en hanteeringen hadden stil gestaan tot ruien van den inzaam gemerkt daar door den besten tijd van het Jaar was ver„ loopen geworden. Waarop ten overvloede in het na Jaar niet alleen gevolgd waren zwaare stort-regens en overstromingen van rivieren waar door de in het Land gereed leggende doeken niet hadden kunnen worden aangevoerd maar ook verre gaande verschillen onder de wevers in het oedearpaleums district, die niet minder nadeeling geweest waren woorden inlo En nadien de voorschreeve nadeelige in Conven enten van welkers egtheid wij volkomen ver„ zekerd zijn, en die men met regt een zamenloop van ongelukkige omstandigheeden zoud mo„ gen noemen der non voldoening van de voorstheen verte: 163 265. –. fardeelen veroorzaakt hebben, ver„ hoopen wij niet alleen dat uwe Hoog Edel„ hedens ons in deezen van pligt verzuim zullen vrijkennen maar ook dat Hoog de„ zelve uit dien hoofde deste eerder zullen gelieven te passeeren de gepermitteerde in kassetelling aan onze kooplieden van het te veel genotene op Leverancie zonder ver„ hooging, alzoo buiten dien zoodanig eene dispositie, niet wel zou zuknen doorgaan Portonovo Concerneerende hebben de kooplieden de hun op gedragen Le„ verantie van 221. fardeelen Compleet voldaan Dog Sadras daar en tegen is op de dat Comptoir toegedeelte Leverancie van 419. –. C Pakken te kortgekomen 134. -. baalen, als 99. voor Europa en 25: voor Jndie Het geen door de opperhoofden zoo bij den door hun formeel beantwoorden Eisch als bij diverse brieven, nergens anders aan werdt toegeschree„ ven, als aan de verre gaande veratien der Engelschen waar van wij bij deezen het voornaamste zullen ter nederstellen— sij Bij zeggen onder anderen dat zij bij haare een biedige beantwoording op den Eijsch van 177 nog eenige hoope hadden gekorsterd dat de daars boomerijen der Engelschen in de weef dorpen waar over hunne kooplieden toen zoo zeer klaagden Cesseeren zouden zoodra de toenmalige verwarde regeering van de En„ gelse te Madraspatnam weder zou gebragt weezen op een gereguleerden voet dog dat dit sectert was geschied zonder dat daar omtrend eenigzins aan haare hoope was voldaan geworden ter Contrarie dat het er daaren te„ gen zoo verre van daar was dat zij nimmer meerder reeden van klagten als thans gehadt Na dit in het algemeen te hebben hadden. laaten voor afgaan komen de opperhoofden na der en verklaaren rondborstig dat zij eertijds ten minsten nog eenige satisfactie gekregen hadden van de Madraspatnamsche Regee„ Dat de Engelsche ring dog thans niet meer. in vroeger Jaaren, wel voorslaagen gedaan hadden van het verdeelen der weef getouwen die niet door de Compagnie hadden kunnen worden:
English
be accepted, as serving too much to the prejudice of their privileges, yet that they had never exposed themselves so far as they recently had done, by publicly disturbing the collection of the Company, by detaining the linens which had been woven for the Company, especially in the weaving districts of Manambadie and Cempakum, beating their brokers, and extorting from them written bonds on behalf of the English Company, whereby they had to bind themselves not to advance any money or yarn to the weavers in the two aforementioned principal weaving districts for the account of the Dutch Company, on a fine of 120. Pagodas, as all this is described at large in the joint and separate letters of the resident chiefs dated 9: and 29. September and 17. November last. Concerning the aforementioned exorbitant conduct of the English or their servants, the chief Blaaukamer has, by letters of the 20. August and 26. September, strongly complained to the Madraspatnam Governor Rumbold, demonstrating the indisputable right which our Company has always had to make collections in the aforementioned weaving districts of Manambadie and Chepakur on an equal footing with and alongside the English Company. But his representations, though they are so well-founded that one must be wilfully blind not to see from them the right of our Company, have hitherto been able to produce nothing good; what do we say, good? according to the writing of the resident chiefs, it is so far from that, that Governor Rumbold has not even deigned to answer a single point of the chief's lawful complaints; nay, what is more, it appears to us, as well as to the resident chiefs, that this gentleman intends, on the authority of a declaration made by two Malabars, destitute of all requisites, henceforth to prevent our collection in the two aforementioned Paijekots or weaving regions, and to limit it solely to 23. weaving looms in three neighbouring weaving villages; at least His Honour has finally gone so far as to reject all further negotiation on the subject with the resident chiefs. Such an unheard-of procedure could consequently not fail to give a poor outcome to the collection at Sadras; at least the servants attribute, and as it seems to us with very great justice, the poor outcome of the linen procurement to this, and we trust that your High Nobilities will likewise consider their aforementioned reasons to be legitimate. Yet, as it would be of too detrimental consequence for the Company if we were to let this matter rest there, we shall resume the broken thread of the servants' negotiations with the Madraspatnam Government in the most emphatic manner, as soon as the chief Blaaukamer shall have executed with the Nabob Mahomet Alicham the commission entrusted to him by the Ceylon Government for the settlement of the Tutucorin disputes; but until then we must, for reasons of state, suspend this matter in order to get the Tutucorin differences out of the way. Regarding the deficient collection at Palleacatta, where out of the quantity of 127. bales assigned to that office upon distribution of the respective demands, 30. bales too few have been collected, namely 24. Pro Patria and 6. for India, it is advanced by the resident chiefs for their discharge that, however much they have exerted themselves to procure a complete fulfillment of the demands, their efforts thereto have nevertheless been fruitless through the thwartings of the Havildar or Regent there, under whose immediate authority the obstinate weavers and other craftsmen stood. A reason, truly, which we dare to submit to your High Nobilities as sufficient, since we are completely convinced of the malicious character of the Havildar, who, since his unjust complaints against the chief Tadama made to the Nabob, leaves nothing untried to chagrin the servant. And consequently, we also hope that the reasons adduced by the resident chiefs concerning the non-fulfillment of the demands may be taken into favourable consideration by your High Nobilities. The Palicol merchants having completely delivered the supply of 299. –. bales assigned to them, namely 182. Pro Patria and 117. for India, we have not encountered the slightest reason for complaint in the demands answered by the resident chiefs. But whereas they have, during the course of the recently expired trading year, complained several times of a lack of cash, we request your High Nobilities to note how unfounded their grievances have been, since from the complete fulfillment of both petitions it is as clear as midday that they have never lacked money to provide the merchants sufficiently therewith for the continuation of the collection. At Jaggernaijkpoeram, out of the supply of 733. bales assigned to that office, 120. bales remained unfulfilled, namely 14. for the Netherlands and 106. for India, without the resident chiefs having taken the trouble, in the demands answered by them, to cite the slightest reason for this non-fulfillment, although in our opinion it is considerable enough for that purpose. Yet, whereas we shall discuss this with them seriously one of these days, we note subsequently with pleasure that the Bimilipatnam resident chiefs have completely fulfilled the supply of 261. packages assigned to them, namely 130. Pro Patria and 131. for India. And whereas we have herewith imparted to your High Nobilities, as circumstantially as has yet been possible, the true reasons and causes to which we, alongside the resident chiefs of Sadras and Palliacatta, the
Dutch transcription
12 167 worden aangenomen, als te zeer tot prejudicie van haare voorregten strekkende dog dat zij zig nooit zoo verre hadden bloot gegeven als zij Jongst gedaan hadden, door den in„ zaam van de Maatschappij publicq te stooven met de lijwaaten, die voor de Compagnie voor al in de weef districten Manambadie en Cempakum geweven waren aan te hou„ den haare Maakelaars te slaan, en hun ver„ bandschriften ten behoeven van de Engelsche Compagnie af te vergen, waar bij zij zig ver„ binden moesten, om aan de wevers in de twee gemelde voornaame weef districten geen geld of gaaren voorreekening van de Hol„ landsche Compagnie te vertrekken, op eene boe„ te van 120. Pagoden, gelijk dit een en ander in het breede beschreeven staat bij der op„ perhoofden gemeene en aparte brieven van den9: en 29. September en 17. November Jongst„ leden. Over de voorschreeve exorbitante handelin„ ge van de Engelschen of haare Bediendens heeft het opperhoofd Blaaukamer bij brieven van een gen Regee¬ Pin van den 20. augustus en 26. september met nadruk geklaagd bij den Madraspatnam Gouverneur Rumbold, onder aantooning va het onbetuist baar regt het geen onze Compag„ nie altoos heeft gehadt om in de opgemeld weef districten Manambadie en Chepakur op een equalen voet met en benevens de Em gelsche Compagnie inzaam te mogen doen Dog zijne vertoogen, schoon die zoo gefu deerd zijn, dat men al willens blind moet weezen, om daar uit het regt van onze Maatschappij niet te zien, hebben tot na toe niets ten goede kunnen uitwerken wat zeggen wij ten goede het is er vol„ gens het schrijven van de opperhoofden zoo verre van daan dat den heer Gouver„ neur Rumbold: zig niet eens verwaar digd heeft, een enkeld poinct van 'Topper„ hoofds regtmatige klagten te beantwoorden sal wat meer is het scheijnd ons nevens de opperhoofden toe dat dien heer van meer ning is om ons op het gezag van een van alle 167 alle requisiten ontbloote verklaaring, door twee Mallabaaren gepasseerd voortaan den inzaam in de twee voormelde Paijekots of weer Contrijen te beletten, en die al„ leen te bepaalen tot 23. weefgetrouwen in drie nabuurige weef dorpen; Ten minsten ƒ zijn Ed: is eindelijk zoo verregegaan van alle verdere onderhandeling daar over met de opperhoofden van de hand te wijzen — Zoodanig een ongehoorde handeling heeft dienvolgende niet kunnen missen een sleg„ ten uitslag aan den inzaam op Sadras te geven ten minsten de Bediendens schrijven daar aan, en zoo het ons toeschijnt met zeer veel regt, den slegten uitslag der lijwaat procuure toe en wij vertrouwen, dat uwe hoog Edelhedens hunne voorschreve redenen meede voor regtmatig zullen houden. Dan wijl het voor de Maatschappij van al te nadeelige gevolgen weezen zou zoo wij deeze zaak daar bij lieten blijven zullen wij den afgebrooken draad van der Bedien„ dens onderhandelingen met de Madraspat„ namsche Regeering op de nadrukkelijkste wijze. wijzse hervatten, zoo drae het opperhoofd belan kamer bij den Nabab Mahomet Mlicham zal hebben uijt gevoerd, de hem door de Ceilon„ sche Regeering op de gedraagene Commissie ter verevening der Tutucorijnsche ver„ schillen; Dog tot zoo lang moeten wij daar mede uit redenen van staat super„ cedeeren, om de Tutucorijnsche differen„ ten uit de waereld te krijgen. „opens den gebrekkingen inzaam de Palleacatta, alwaar op de quantiteijt van 127. Pakken, dat Comptoir bij ver„ deeling van de respective Eisschen toege„ deeld te min ingezaameld zijn 30. Pak„ ken als 24. Pro Patria en 6. voor Jn„ die wordt door de opperhoofden tot der zelver decharge geavanceerd, dat hoe zeer zij zig ook behlijtigd hebben om eene Compleete voldoening der Eisschen te procureeren hunne pogingen daar toe egter vrugteloos geweest zijn door de dwarsboomerijen van den Haweldaar of, Regent aldaar, onder wiens onmiddelijk gezag de stijfhoofdige weevers en andere ambagtslieden 43 169 ambagtslieden stonden, Eene reden waarlijk die wij uwe Hoog Edelhedens als voldoende durven voordraagen alzoo wij volkomen over„ tuijgd zijn van het kwaadaardig Caracter van den Haweldhaar die sedert zijne onbillijke klagten over het opperhoofd Tadama bij den Nabab gedaan, niets onbeproefd laat om den Bediende te Chagrineeren - En gevolgelijk hoopen wij ook dat der opperhoofden bij ge„ bragte redenen nopens de non voldoening der Eisschen, bij uwe Hoog Edelhedens, zullen mogen worden genoomen in een gunstige Consi„ deratie Door de Palicolsche kooplieden de hun opgedraagen Leverancie van 299. –. Pakken als 182. Pro Patria en 117. voor Jndie Compleet voldaan, geworden zijnde hebben wij bij der opperhoofden beantwoorden Eisch, ook geen de minste redenen van klagten ontmoet Dan dewijl zij geduurende den loop van het Jongst g'expireerde handel Jaar, diverse maalen geklaagd hebben, overgebrek aan Contanten ver„ zoeken wij uwe Hoog Edelhedens te remarquee„ ven, hoe ongefundeerd hunne doleantien geweest zijn alsoo uit de Compleete voldoening van de beijde petitien middag klaar Consteerd dat het heen hun nimmer aan geld ontbrooken heeft, om de kooplieden daar van tot voortzetting van den inzaam voldoende te voorzien Te Jaggernaijkpoeram zijn op de dat Comptoir toegedeelde Leverancie van 733. Pakken onvoldaan gebleeven 120. pak„ ken als 14. voor Nederland en 106. voor sno zonder dat de opperhoofden bij de door hun beantwoorde Eisschen zig eens de moeite hebben willen geven de minste reden aan te haalen voor deeze non voldoening schoon die, ons bedunkens, daar toe aanmer ke„ lijk genoeg is — Dan dewijl wij hun hier over eerstdaags serieuselijk zullen onderhouden noteeren wij ten vervolge met genoegen dat de Bi„ milipatnamsche opperhoofden de hun toe„ gedeelde leverancie van 261. fardeelen als 130. Pro Patria en 131. voor Jndia Com„ pleet voldaan hebben. — En dewijl wij hier mede aan uwe Hoog„ Edelhedens zoo omstandig als nog mogen lijk is geweest, bedeeld hebben de waar redenen en oorzaaken waar aan wij nevens de opperhoofden van Cadvas en Palliacatta de.
English
174 must attribute the incomplete fulfillment of the demands for the year 1778, we hope that the same may be considered satisfactory. Meanwhile, with regard to the collection for this year, we give your High Excellencies our assurance that we shall direct our utmost attention to it, to the end of making it succeed, both here and at the respective factories, as well as will be possible in the uncertain condition of the times we are presently experiencing. Meanwhile, however, in continuation of the began report of the concluded collection, we take according to custom the liberty to demonstrate in the following specification of what sorts the demanded, fulfilled, dispatched, and remaining linens of the prescribed procurement have consisted, as Insertion Yet of what the general shipment from this coast actually consisted in this year, both of the remaining packages collected on demands of previous years, and of what was procured in the same, with the difference between what was received in this and the preceding year, your High Excellencies will, as we trust, find fully demonstrated in the following exposition. Insertion Furthermore, we still take the liberty, for the further elucidation of your High Excellencies, to insert herewith a short statement of the general shipment from this coast in this year, both to the Netherlands and for the Indies, namely Insertion Of the Sadraspatnam merchants, Moetaijen Moddeliaar and Baal Chittij recently passed away, in whose place we shall shortly nominate another merchant, in order thereby to bring the number of Sadraspatnam merchants back to the set three individuals, wherewith we, upon the qualification obtained thereto from your High Excellencies, shall make a trial of the collection at Sadras in this year. Also at Palicol, Company merchant Bangar Narsaija passed away, in whose place we, upon the favorable recommendation of the chiefs, on 27 November last appointed as merchant his son Nava Narasweloe; but we decided at the same time on that occasion to let the number of Palicol merchants die out to 6 individuals, trusting that through this small number the collection there will be continued with more zeal and success than through the so many who still have a share in the collection at present. And therefore we hope that this arrangement of ours, which is grounded on the same premise for which we decided in the year 1777 with regard to Sadras and Jaggernaikpoeram, will also be approved by your High Excellencies, the more so because we hope thereby to enjoy within a few years the advantage of being rid of several precarious merchants, for which otherwise, because of the tiresome petitions that are constantly made thereto both from the side of the chiefs and the merchants, there is little prospect. To remove the difficulties brought forward by the Jaggernaikpoeram chiefs by letter of 27 June against the retention of rejected goods for shipment hither in order to be sold further for the merchants' account, without their accounts being permitted to be credited for them beforehand, as mistakenly used to happen there, we resolved on 27 November to rescind the prescribed order, in view of the fact that it had only been given to prevent all intrigues that could later be practiced with the rejected goods, since this can easily be prevented by the resorting that takes place here; and therefore the chiefs were authorized by us by letter of 1 December last to return in the future to all merchants who stand even with the Company or who have refunded to the treasury the money they had enjoyed in excess, all rejected goods held from them, in order to be able to sell them publicly, where and to whom they wish. However, we have at the same time recommended to them to be mindful that the delinquent merchants, or those who cannot clear their accounts with cash, do not do so with rejected goods, with the further intimation that in such a case we had resolved to leave the outstanding amount of those merchants for their account, with assignment to their guarantor to be able to recover it on the rejected cloths. And consequently, we also hope that your High Excellencies will favorably deign to agree to the prescribed concession. After the departure of the return ship De Patriot, the linens from the respective factories remaining here were resorted at the Cloth Hall. Of that resorting, a specific note, drawn up by the junior merchant and invoice keeper Frederik Willem Bloeme, was presented on 31 December in the Council of Coromandel, from which it appeared to us: That from a parcel of 42 packages of ordinary bleached Guinea cloth, Sadraspatnam weave, 7 packages fell from 2nd to 3rd sort. That from a quantity of 262 packages of Jaggernaikpoeram linens, 3 packages of ordinary unbleached Guinea cloth, 2 ditto bleached Guinea cloth, the 9 Kaal, from second to third, 2 ditto bleached Guinea cloth, old sort, from first to third, 1 ditto Guinea cloth from second to third, and 8 ditto ordinary unbleached Salempores also fell from second to third sort. And that likewise of 108 packages
Dutch transcription
174 de incompleete voldoening der Eijsschen voor den Jaare 1778. moeten toeschrijven hoopen wij dat de zelve voor voldoende zullen mogen worden aangezien, Terwijl wij met betrekking tot den inzaam voor dit Jaar uwe Hoog Edelhedens op onze een verzeekering dat wij daarop onzen uijt„ tersten aandagt zullen vestigen ten zijnde die, zoo hier, als op de respective Factorijen zoo wel te doen slaagen als het in den on„ zekeren toestand des tijds die wij thans beleeven zal mogelijk weezen. — Jnmiddens egter neemen wij, ten vervolge van het begonnen verslag des afgeloopen in„ zaams na gewoonte de vrijheid bij de onder„ volgende specificatie aan te toonen in wel„ ke fortementen de g'eischte, voldaane, ver„ zondene, en overblijvende lijwaaten van de voorschreven procuure bestaan hebben als Intsertie Dog waaren eigentlijk bestaan heeft de ge„ neraale verzending van deeze kust in dit Jaar zo van de overgebleevene Pakken op voor„ Jaarige Eisschen ingezameld als van het ge„ procureerde in het zelve met het verschil tusschen het ingekomene in dit en het voorgaan„ de g de zullen uwe Hoog Edelhedens zoo wij ver„ trouwen volleedig vinden gedemonstreed bij de ondervolgende aantooning. Insertie voorts neemen wij nog de vrijheijd tot meerder elucidatie van uwe Hoog Edelhe„ dens bij deesen te inseeren een korte aanwij„ zing van de Generaale verzending van dee„ ze kust in dit Jaar zoo na Nederland als voor Jndie te weeten— Intertie Van de Sadraspatnamsche koop„ lieden zijn onlangs overleeden Moetaijen Moddeliaar en Baal Chittij in welkers plaatsche wij eerstdaags een ander koopman nomineeren zullen, om daar door het getal der Sadraspatnamsche Marchandeurs we„ der op de bepaalde drie stux te brengen waar„ meede wij op de daar toe erlangde qualifi„ catie van uwe Hoog Edelhedens in dit Jaar een proef van den inzaam op sadras zullen neemen. — ook is op Palicol overleden Compagnies koopman Bangar Narsaija in wiens plaatsche wij op den favorabelen voordragt der opper„ hoofden op den 27. November Jongstleeden tot koopman hebben aangesteld zijnen zoon Nava. - 89 1 Nara sweloe dog wij besloten teffens bij die gelegendheid om het getal der Palis„ colsche kooplieden op 6: stux te laaten uitsterven in vertrouwen dat door dit gering getal den inzaam aldaar met meerder ieven in succes zal worden voort„ gezet, als door de zoo veele als er thans nog deel in den inzaam hebben. En derhalven hoopen wij dat deeze onze schikking, die op de eige veronderstelling gegrond is, waar om wijer in anno. 1777. met op zigt tot sadras en Jaggernaik„ poeram toe besloten ook door uuwe Hoog Edel„ hedens zal worden geapprobeerd te meer nog wijl wij hier door binnen weinige Jaaren het voordeel hoopen te genieten om van verscheide wrakke kooplieden ont„ slagen te worden waar toe anders om de lastige aanzoeken, die daar toe steeds zoo van de zijde der opperhoofden als kooplieden gedaan worden weinig apparentie is- Tot wegneeming van de zwaarigheeden door de Jaggernaikpoeramsche op per„ hoofden bij brief van den 27. Junij ingebragt tegens het aanhouden der uijtscholten ter ver„ zending herwaarts om voorder kooplieden re„ kening verkogt te worden zonder dat daar voor. ver„ bij dee„ he 173 voor derzelver rekeningen van te vooren me gen worden gecrediteerd gelijk aldaar verkeer delijk plagt te geschieden hebben wij op den 27. november besloten van de voorschre ve ordre te resilieeren uit hoofde die alle gegeven was om alle Ronkelaarijen die na„ derhand met de uitschotten zouden kunnen worden gepractiseerd voorte komen, dewijl dit door de hersortatie, die hier geschied gema kelijk kan worden belet, en der halven zijn de opperhoofden door ons bij brief van den 1. December J:o leed=n gequalificeerd geworde om voortaan aan alle kooplieden, die met de Compagnie effen staan of die het doorhu te veel genoten geld in Casse gerestitueerd hebben te rugte geven alle de van hun de gehouden uitschotten, om die publicq te kunnen verkoopen, waar en aan wien zij will Dog wij hebben hun teffens gerecomman„ deerd, om bdagt te weezen, dat de agter„ tallige kooplieden, of de zoodanige die hu ne rekeningen niet door Contanten ver nen kunnen, het niet doen door uit„ schotten, onder te kenne geving verder dat wij in zoodanig een geval besloten hadden het agterstallig montant van die Marcha deurs voorhaare rekening te taaten met overwijzing van haar garant te kunnen verhaald 475 verhaalen op de uijtgeschotten doeken Endien„ volgende hoopen wij ook, dat uwe Hoog Edel„ hedens in de voorschreeve Condescendense gunstig zullen gelieven toe te stemmen — „va het vertrek van het retourschip de Patriot, zijn de alhier overgeblevene lijwaaten van de respective Factorijen ter Kleede Zaale geherzorteerd. — van die herfortatie is op den 31. Decem„ ber in raade van Chormandel geproduceerd een specifique notitie, door den onderkoop„ man en Factuurhouder Frederik willem Bloeme opgemaakt, waar uijt ons is gebleeken. Dat uit een partij van 42. pakken Guinees gemeen gebleekt Sadraspatnams geweef 7. Pakken van 2. e tot 3. e zoort ge„ vallen zijn. — Dat uit een quantiteijt van 262. pak: Jag„ gernaijkpoeramkhe lijwaaten 3. pakken guinees gemeen ruwen 2. d:o guinees gebl: de 9. Kaal van Tweede tot derde 2. d:o Guin=s Gebl: oude soort van eerste tot derde 1. d:o Guin=s van tweede tot derde en _o 8. d:o Salempoeris gemeen ruw almede van tweede tot derde soort gevallen zijn En dat desgelijks van 108. Pakken verte ver keer me de zij wilde a
English
Bimilipatnam Linens 5 packages of Guinea cloth, common, raw 11 ditto salempores, common, raw, instead of second, were accepted only as 3rd sort. And since the careless acceptance of cloths cannot be prevented by mere reproaches, we have thought fit, in order to promote the so very much recommended improvement in the procurement of linens, to charge the respective chiefs for compensation of the value of the aforementioned linens charged in excess of what was found here, in the hope and expectation that they will be stimulated by this our disposition to greater attention in this important matter. Besides the aforementioned linens, one package of Bethilles Alejaes with small checks from Jaggernaijkpoeram was, upon re-examination, found to be of such poor weave and colour that it had to be cast out and sold at public auction as being completely unacceptable. And because the acceptance of such poor linens is utterly improper, we likewise resolved on the aforementioned 31 December to charge the chiefs for compensation of the loss incurred at auction on the purchase cost of the said package, amounting to ƒ149. 14. —, along with an additional 25 per cent calculated on the value of the entire package as charged hither, which, with the aforementioned sum of ƒ149. 14. —, makes an amount of ƒ336. 19., as a fitting penalty for their inexcusable inattention. Upon a further requisition for the Indies for the year 1778, the following linens were requested from the factory of Palicol, namely: For Padang: 30 small packages of Guinea cloth, common, bleached, length 50 and width 1¼ @ 2nd and 3rd sort, and 30 ditto Guinea cloth, common, raw, length and width as above. For Paulo Chinco: 30 packages of Guinea cloth, common, bleached, length and width as above, with red headings, and 5 ditto Guinea cloth, length and width as above, and also For Adjerhadja: 6 packages of Guinea cloth, common, bleached, length and width as above. And in the distribution of the aforementioned requisition made here, the said packages were also allocated according to order to Palicol; but in drawing up the extracts from the aforementioned requisition for each factory, the repeatedly mentioned linens were erroneously assigned for delivery to Jaggernaijkpoeram; whereon, as appears from the formal answered requisition now being dispatched, there have already been delivered from there by the ship 't Veldhoen packages 15 which, with those remaining at the aforementioned factory, packages 20 come to make packages 35; and consequently, on the aforementioned delivery, which in total amounted to 101, there still remain undelivered packages 66, which we will assign to the factory of Palicol in the coming days, so that they may yet be delivered this year, in order thereby to rectify as much as possible the aforementioned error, which was only discovered upon the drafting of the formal answered requisition. However, in the meantime, the Honourable Chief Administrator Dormieur, on account of the aforementioned error committed by his clerk, humbly requests pardon. Apart from what has been treated above under this article, no further matters of importance regarding the linen trade present themselves to be communicated to Your High Nobilities, wherefore we most humbly request the very same to proceed with us to the Arrears. Under this chapter, we first have the honour to present to Your High Nobilities, among the appendices hereto, a general summary of all the debts of the merchants on this Coast in the financial year 1777/8. Upon reviewing the same, we noted with regret that the merchants on this Coast collectively in the most recently expired financial year reduced their debts by only ƒ3566. 13. —, to which decrease The Porto Novo merchants contributed ƒ3165. 2. 8, but the Palicol merchants contributed only ƒ341. 10. 8; yet however small this reduction may be, the general arrears on this Coast, which at the end of August 1777 still amounted to ƒ76025. 4. —, have thereby in the most recently expired financial year been brought to ƒ72518. 11. —, in which Porto Novo participates with ƒ50948. 15. —, Palicol with ƒ8573. 8. —, and Jaggernaijkpoeram with ƒ12996. 8. —, which sums being added together make up once again for the general debts the aforementioned amount of ƒ72518. 11. —. Had the Jaggernaijkpoeram merchants, whose debts balance with those of the past year, fulfilled our expectations, we might have boasted of a greater decrease. But it appears to us that little or no effort is made in that regard by the chiefs; at least, in their letter of 19 November they express themselves about it in such a way that this reduction could not yet have taken place, since, according to the favourable licence obtained for that purpose, the same had to be made from the recognition fees on the goods sent to Batavia by their merchants both this year and in the past year. And although this, taken strictly according to the law, is literally true, we will nevertheless reproach them in the coming days for such a feeble way of acting, writing to them that they would have answered our expectations much better had they applied their minds to a noteworthy reduction instead of just indifferently letting it rest as it was, since one could, after all, always, as soon as the credits expected from Batavia were received, return to the merchants.
Dutch transcription
Bimilipatnamsche Lijwaaten 5. pakk: Guinees gemeen ruw 11. _:o salempoeris gemeen ruw in steede van tweede slegts voor 3=e soort aan„ genomen geworden waren — On nadien het onverschillig accepteeren van doeken door gem reprochesscheijt te kunnen worden voorgekomen hebben wij tot bevordering van de zoo zeer gere„ commandeerd wordende verbetering in de lijwaat procuure goed gevonden, de meer„ der aangereekende dan alhier bevonde waarde van de voorschreeve lijwaaten de respective opperhoofden ter vergoeding op te leggen in hoope en verwagting dat zij door deeze onze dispositie tot meerder atten„ tie in dit voornaame stuk zullen worden opgewekt. — Behalven de voorschreeve lijwaaten is een Pak Bethilles Alegiassen met kleine ruiten van Jaggernaijkpoeram bij hercor„ tatie zoodanig slegt van geweef en Couleur bevonden, dat men het heeft moeten doen uit schieten en pervendutie verkoopen als ten eene maal in acceptabel zijnde En door dien het accepteeren van zoodanige slegte lijwaaten ner„ gens na gelijkend besloten wij almede op den voorschreeve 31. december om het gevallen ver„ lies per vendutie op het inkoops kostende van het. 45 het gemelde pak bedraagende ƒ149. 14. —. met nog 25. p:r Cent daar en boven, op het herwaarts aangereekend bedragen van het gansche Pak bereekende met de voorgewaagde somma van ƒ149. 14. -. een mon„ tantje van ƒ 336. 19. de opperhoofden ter vergoe„ ding op te leggen als Eene gepaste penaliteit voor haare onverschoonbaare in attentie Bij een naderen Eisch voor Indie van den Jaare 1778. , zijn van het Comptoir Palicol gevraagd geworden de volgende Lijwaaten als Padang Voor 30. paksk: Guinees gemeen gebleekt lang 50. en breed 1¼ @ 2=de en 3. =de soort en 30. _:o Guinees gemeen ruw lang, en breed als even Voor Paulo Chinco. 30. Pakken guinees gemeen gebleekt lang en breed als vooren met roode hoofden en 5. do Guinees lang en breed als even mitsgaders Voor Adjerhad Ja 6. pakken guinees gemeen gebleekt lang en breed als boven. — En bij de alhier gemaakte verdeeling van den voorschreeven Eisch zijnde opgemelde pak„ ken na de ordre Palicol ook toegedeeld maar bij het uittrekken van de Extracten uit voorschreeven Eisch voor elk Comptoir wier„ den de meergemelde lijwaaten abusivelijk te 6 477 - Jaggernaijk poeram ter leverantie opge„ draagen; waar op blijkens den nu afgaan den formeele beantwoorden Eisch bereeds me het schip 't veldhoen van daar zijn voldaan geworden - Die met de ten voorschreeve Comptoire overgebleeven - - - komen uijt te maaken pakk: 35. engevolgelijk zijn er op de voorschree„ ve leverancie, die in het geheel - - - „ 101. Bedroeg nog onvoldaan gebleeven Pat: 66. welke wij eerst daags het Comptoir Palicol zullen toedeelen, om nog van dit Jaar geleverd te kunnen worden, ten einde daar door het voorschreeve abuis het geen bij het opmaaken van den formeelen beantwoor„ den Eisch eerst is ontdekt geworden, zoo veel ons mogelijk zij te redresseeren Dog in middens verzoekt den E: Hoofd„ administrateur Dormieur wegens het voorschreeve abuis door zijn schrif„ ver bedreven, nedrig om verschooning Behalven het hier voor verhandelde onder dit articul komen ons ten aan„ zien van den lijwaat handel geen zaaken van belang meer voor om aan uwe HoogE„ delhedens bedeeld te worden des wij hoogst deselve nedrigst verzoeken om met ons over te stappen — .. . - pakk 20. „ Tot: — —- — 7. Agterstallen Tot de onder dit Hoofdeel hebben wij in de eerste plaatsche de eer uwe Hoog Edelhedens ee„ onder de bijlaagen, deezes aan te bieden een Generaale samentrekking van alle de schulden der kooplieden ter deezer Rus„ te in het Boekjaar 178 7/8. Wij hebben bij resumptie van de zelve daar uijt met leetwezen gezien; dat de ge„ zamentlijke kooplieden ter deezer kuste in het Jongst geexpireerde boekjaar hunne schulden maar met ƒ 3566: 13. —. vermin„ derd hebben tot welke diminutie De Portonovosche Kooplieden nog ƒ3165. 2. 8. - dog De Palicolsche segts - - - - - „ 341. 10. 8. gecontribueerd hebben dog hoegering die„ ze vermindering ook wezen mag zoo zijn egter daar door de generaale agterstal„ len ter deezer Custe die onder ult=o au„ gustus 1777. nog groot waren - - - - „ 76025. 4. —. Jn het Jongst geexpireerde boekjaar ge„ bragt geworden op - - - - - - - ƒ72518. 11. — Waar in Jaggernaijkpoeram met - - - - - „82996. 8. -. komen te participeeren, welke sommes te zamen geaddeerd weezende weder voor de generaale schulden komen uit te maaken het opgemelde bedraagen van ƒ72518. 11. - Palicol – - „ - - - - - - Portonovo met - - - - - - - ƒ50948. 15. - - - „ 8573. 8. en Hadden ge„ 28 aa 179 Hadden de Jaggernaijkpoeramsche kooplieden welkers schulden met die van anno passato balanceeren, aan onse verwaa„ ting voldaan wij zouden op eene meerdere Dog hiet komt diminutie mogen roemen. ons voor dat daar omtrend door de opper„ hoofden weinig of in het geheel geen werk gemaakt wordt ten minsten bij hunnen brief van den 19. November laaten zij zig daar over dusdanig uit dat die vermindering als nog geen plaats hadt kunnen hebben wijl de zelve volgens de daar toe erlang de gunstige licentie geschieden moest uit de recognietie penningen van de doorhaa„ ve Marchandeurs, zoo in dit Jaar als in anno pass=o na Batavia gezonden goederen. — En schoon dit stricto Jure genoomen letterlijk waar is zullen wij hun egter over zodanig een flaauwe manier van han„ delen eerst dags reprocheeren, onder aan„ schrijving, dat zij vrij beter aan onze ver„ wagting zouden b'antwoord hebben zoo zij op peene naamwaardige vermindering wa„ ven bedagt geweest als het zoo maar onver„ schillig bij het oude te laaten berusten nadien men immers altoos zoo dra de van Batavia verwagt wordende ten goede brengingen wier„ den ontvangen, aan de kooplieden weder te rug.
English
could give what would remain of it after the settlement of their debts. And herewith we hope that Your High Noblenesses will be pleased to content yourselves for this time with the aforementioned slight reduction of the merchants' arrears, considering that the said reduction took place only at Palicol and Portonovo, of which most debtors are completely impoverished people who, having to live with their entire families on the profits from their modest collections, can only pay off a small sum annually from their surplus profit. At least we trust that Your High Noblenesses are fully persuaded of our zeal and attentiveness in this matter. And of this we hope to give striking proof from time to time, in order that, by taking serious resolutions, we may at last procure the so long-wished-for general settlement. Indeed, we shall certainly take care that the offices of Sadraspatnam, Palliacatta, and Bimilipatnam, which have now been placed on an even footing, remain free of debts, together with and alongside the Nagapatnam merchants. Although we cannot boast much about the good outcome of the sale of merchandise in the most recently expired trade year, it nevertheless succeeded considerably better than we had expected. From the general summary accompanying this in all deference of the parcels disposed of on this coast during the course of the book-year 1777/8, Your High Noblenesses will, as we trust, still see with some pleasure that the general profits amounted to ƒ430438. 16. 8, whereby, compared to anno passato, when the profits yielded ƒ346045. 18. 8, there was gained more in the most recently expired trade year ƒ84392. 18, as Your High Noblenesses will be pleased to observe below in the following short demonstration: This Year Anno 1767. Anno 1777/8. More. Less. at Nagapatnam ƒ32231. 10. —. ƒ72791. 13. 8. ƒ40560. 3. 8. ƒ—. —. —. at Sadraspatnam 105577. 7. —. 89790. 15. 8. —. —. —. 15786. 11. 8. at Palliacatta 20098. 8. 8. 10881. 15. —. —. —. —. 9216. 13. 8. at Bimilipatnam 28326. 9. —. 100000. —. —. 71678. 11. —. —. —. —. at Jaggernaijkpoeram 15807. 9. 8. 15882. 10. 8. —. —. —. 2988. 19. —. Portonovo 1740. 14. 8. 1892. —. —. 151. 7. 8. —. —. —. Total ƒ346045. 18. 8. ƒ430438. 16. 8. ƒ112390. 2. 8. ƒ27992. 4. —. The lesser being deducted from the greater, it thus appears that in the most recent trade year, as stated, there was gained more ƒ84392. 18. —. These increased profits are solely to be attributed to the greater advantages obtained at Bimilipatnam on a larger quantity of Japanese bar copper sold, the demand for which, since the reduced price from 100 to 97 New Nagapatnam Pagodas for the bhaar of 480 lb, has increased to such an extent that from the aforementioned slight reduction we may promise ourselves a considerable advantage in the future, although this has not yet had the desired effect at Jaggernaijkpoeram. Aside from this greater advantage obtained at Bimilipatnam, and the profits that fell here on the areca and camphor sold, the advances in the most recently expired book-year would have amounted to ƒ27991. 4. — less than the year before, as ƒ15786. 11. 8 less was gained at Sadraspatnam, ƒ9216. 13. 8 at Palliacatta, and ƒ2988. 19. — at Jaggernaijkpoeram. The Sadraspatnam chiefs, in their letter of 14 July, attribute the poor outcome of trade partly to the ignited war between England and France, whereby they say that the merchants were already made cautious, all the more since the troops of the English and the Nabab had come into actual motion, as all the pack animals that transported the merchandise were pressed by them everywhere for the supply of provisions and other necessary things for the service of the fortresses and the army; and partly also to the large importation of Japanese bar copper and spices at Madras, of which importation the servants not only say they have been informed, but they also report to us that the Japanese bar copper was sold at Madras at new pagodas 93: 9: 26 for the bhaar or star pagodas 86½. And because this differs greatly from the price that the Company demands for this mineral, it is, as the chiefs rightly remark, very natural that no merchant, who always goes to that market where he can succeed for the lowest price, will come to seek the aforementioned goods from them as long as he can obtain them cheaper elsewhere. Of the price of the spices, it is stated by them only in general terms that they are sold cheaper at Madras than they can give theirs, yet remarking that this importation made no less an encroachment on their spice trade than the
Dutch transcription
184 dig kongeven het geen er van dezelve na het verevenen haarer schulden zou overschieten En hier mede hoopen wij zullen uwer Hoog Edelhedens zig voor deeze reize gelieven te vergenoegen met de voorschree„ ve geringe vermindering van der Koop„ lieden agterstallen uit aanmerking de gemelde diminutie alleen plaats gehadt heeft op Palicol en Portonovo, waar van de meeste debiteuren dood arme lieden zijn die van de winsten uit hunnen ge„ ringen inzaam met hunne gansche fa„ milie moetende leeven Jaarlijks maar een gering sommetje van hunne overwinst kunnen afleggen. — Ten minsten wij vertrouwen dat Hoog dezelve van onzen ijver en gelettendheijd in deezen volkomen gepersuadeerd zijn. — En hier van hoopen wij van tijd tot tijd door slaande blijken te geven ten einde door het neemen van de ernstige Resolu„ tien, eens de zoo lang gewenschte generaele verevening te procureeren. Immers, wij zullen wel zorgdraa„ gen, dat de thans op een effen voet gebrag„ te Comptoiren van sadraspatnam Palliacatta en Bimilipatnam met en Nevens de Nagapatnamsche kooplieden kooplieden buijten schulden blijven. — Schoon wij Juist niet veel kunnen roemen op den goeden uitslag van den verthier van koopmanschappen in het Jongst geexpi„ veerde handel Jaar is de zelve egter vrij betar geslaagd als wij verwagd hebben. — uit het deezen in alle eerbied verzel„ lend generaal sommarium der van de hand gezette partijen ter deezer kuste geduurende den loop van het Boekjaar 177 7/8. zullen uwe Hoog Edelhedens, zoo wij vertrouwen, nog wel met eenig genoegen zien dat de generaale winsten bedragen hebben ƒ430438. 16. 8. waardoor wij verge„ lijking tegens anno pass:o toen de winsten, ƒ346045. 18. 8. rendeerden, in het Jongst geer„ pireerde handel Jaar meerder is gewonnen geworden ƒ 84392. 18. gelijk uwe Hoog Edel„ hedens det gelievende neder zullen beschouwen bij de hier onder volgende korte Demonstratie Dit Jaar A:o 1767. A:o 17 7/8. Meerder Minder te Nagapatnam _ _ - - - - _ ƒ32231. 10. —. ƒ72791. 13. 8. ƒ 40560. 3. 8 ƒ —. —. –. „ Sadraspatnam - - - - - 105577. 7. -. „ 89790. 15. 8 „ —„ —. — „ 15786. 11. 8. „ Palliacatta — — – – — — — — 20098. 8. 8. „ 10881. 15. – „ —. –. –„ 9216. 13. 8. „ Bimilipaenam - - - - - 28326. 9. -. „ 100000. –. –. „ 71678. 11. –. „ —. —. —. „ Jaggernaijkpoeram - - - - - 15807. 9. 8. „15882. 10. 8„ —. —. —„ 2988. 19. —. Portonovo - - - - - - - - 1740. 14. 8. „ 1892. –. –. „ 151. 7. 8. „ —. —. —. Veld - - ƒ346045. 18. 8. ƒ 430438. 16. 8. ƒ11235. 2. — ƒ 27992. 4. -. het minder van het meeder gede„ corteerd zijnde - - - - - zoo blijkt dat in het Jongste handel„ Jaar als gezegd meerdergewonnen is - - - - - „8439: 18:— ƒ892. 18: —: „ 23160: 120 924. — Deese. 183 Deeze meerdere winsten zijn alleen toe te schrijven aan de grootere voordeelen die te Bi„ milipatnam zijn behaald op een meerder ver„ thierde quantiteit Japansch staafkooper, waar van den aftrek sedert den verminderden prijs van 100. tot 97. – Nieuwe Nagapatnam sche Pagooden voor de bhaar van 480. lb: soodanig is toe genomen, dat wij ons van de voorschreeve geringe vermindering in het vervolg een aanmerkelijk voordeel mogen beloven, schoon zulks, op Jagger naijkpoeram tot nog toe het gewenschte effect niet gehadt heeft. — en Behalven dit meerder voordeel op Bimili„ patnam behaald, en de winsten die alhier ge„ vallen zijn op de vertierde arreek en kamfer zouden de avancen in het Jongst geexpireerde Boekjaar ƒ 27991: 4:—. minder bedragen heb„ ben als 'sjaars te vooren, alzoo er op sadras„ patnam ƒ15786. 11: 8. - op Palliacatta ƒ 9216: 13. 8. en op Jaggernaijkpoeram ƒ2988:19. —. minder is gewonnen geworden. — De Sadraspatnamsche opperhoofden schri„ ven den slegten uitslag van den handel bij hun„ nen brieff van den 14. Julij gedeeltelijk toe aan den ontstoken oorlog tusschen Engeland en vrankrijk, waar door zij zeggen, dat de han„ delaaren reeds omzigtig wierden gemaakt te meer sedert de troupen van de Engelsen en men an 13. 8. 19. —. 92. 4. —. en den Nabab in werkelijke beweeging geraakt waren, alzzoo door hun alle de last beesten, die de koopwaaren vervoerden, al omme wierden ge„ prest, tot den aanbreng van levens middelen en andere noodige zaaken, ten diensten van de vestingen en het leger engedeeltelijk ook aan den grooten aanbreng van Japansche staaf„ koper en specerijen op Madras van welkers aanbreng de Bediendens niet alleen zeggen berigt te zijn, maar zij melden ons ook dat het staafkooper Japansch op Madras is verkogt geworden tegens nieuwe pag: 93: 9: 26: voor de bhaar of ster pag: 86½. En door dien dit veel verschild met de prijs die de Compagnie voor dit mineraal bedingd, zoo is het, gelijk de opperhoofden te regt aanmerken, zeer na„ tuurlijk, dat geen Handelaar, die zig altoos na die markt begeeft daar bij voor de mins„ te prijs kan te regt raaken, de voorschree„ ve goederen bij hun zal komen zoeken, zoolang hij ze ergens anders beter koop krijgen kan= Van den prijs der specerijen wordt door hun maar in generaale termen gezegt, dat zij op Madras goed kooper worden verkogt, dan zij de haare kunnen geven, dog egter daar bijgen„ marqueerd, dat dien aan voer geen minder in„ bruik deed op haaren specerijehandel, dan het