VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9699

Coromandel · 376 pages · 68 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9699_0001 view scan ↗

English

January 1780. Coromandel Number Per sailing vessel Copy of a letter to Batavia dated 22 January 1780. Coromandel 2nd Part Page 247 and 430: A letter from the Governor of Vlissingen in Council to the Governor General and Council dated 22 January 1780. and Colombo Receipt. Page 247 and Colombo. Batavia To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Reijnier de Klerk, Governor General, Together with The Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies, Etc., Etc., Etc.; High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord and Honorable Gentlemen. Receipt of letters. On the 20th of the previous month, December, we had the honor to receive via Cochin and Colombo your High Excellencies' most respected letters of 25 June and 14 August 1779, the first being a circular. Learned with joy: Confirmation of His High Excellency. From which we learned with very great joy of the confirmation of His High Excellency, the High Noble, Right Honorable Lord Reijnier de Klerk, in the eminent character of Governor General of the Netherlands Indies. Congratulations on this. Wherewith we congratulate His High Excellency from our hearts, wishing for a further glorious and happy administration. His presentation here occurred on 28 December 1779. And since by the aforementioned circular letter we were also instructed to present His High Excellency to the people at this main settlement on such a day as we should judge most convenient, we performed this on the 28th of December last, on such a quiet footing as desired by His High Excellency and ordered by your High Excellencies; as appears further from the separate Resolution concerning this now being sent over, which we all signed according to orders. With which we trust to have complied with the highly esteemed orders of your High Excellencies. Congratulations to the Director General and other Noble Gentlemen. In the meantime, we felicitate not only the Honorable, Right Honorable First Councillor and Director General, Mr. Arnolt Alting, on His Honor's confirmation, Page 248 Joy that all letters from here have been received by your High Excellencies. but also the Honorable, Right Honorable Lord Mr. Thomas Schippers on His Honor's transition to Councillor Ordinary, and the Honorable, Right Honorable Lord Johannes Robbert van der Burg on His Honor's election to Councillor Extraordinary of the Indies, wishing Heaven's best blessings upon them. From a secret letter written by your High Excellencies to the undersigned Governor, which was received together with the aforementioned letters, we learned with joy that all our letters written to your High Excellencies from 19 January to 4 July 1779 were well received. Remark of your High Excellencies regarding extra fine bethilles. In every way we must concur with the remark made by your High Excellencies in your aforementioned letter of 14 August 1779 regarding the extra fine Nagapatnam bethilles sent by us unrequested to Europe in the year 1777 after a Pulicat sample, as, before sending them, we should first have awaited Page 249 That shipment occurred with a good intention. the decision of the Lords Major on the parcel shipped in the year 1776. Yet we hope that your High Excellencies and the Lords Major will grant us the satisfaction of believing that this shipment occurred with a good intention, Assurance regarding such a shipment. while we assure the same that we shall never send any other linens from here to Europe than those requisitioned in the latest Demand from the Netherlands. Notice given to the secretariat regarding the dispatch of papers. We have also, with regard to the dispatch of letters and papers to Europe, ordered the secretariat clerks to strictly conduct themselves henceforth according to what Page 250 was ordered by your High Excellencies' aforementioned letter; which we therefore also trust will be observed without fail in the future. Transition to making a general report, and how such shall be done. Having noted this beforehand, we subsequently proceed, according to annual custom, to provide a general report concerning what has been performed in this Government in the Company's service during the course of the recently expired book year 1778/9, in so far as the matters that occurred therein are not already described in our humble letter of 23 October 1779, of which the duplicate is annexed hereto, in the trust that your High Excellencies will be pleased to approve our actions therein for the greatest part. Insertion of the answered extract of the letter from the Fatherland of 25 September 1778. Yet before making a beginning with the aforementioned description, we take the liberty according to orders to insert herewith the extract of the General Letter from the Fatherland dated 25 September 1778, with our respectful response placed in the margin thereof, which we hope may satisfy the wishes of their High Noble, Right Honorable Lordships and your High Excellencies; the aforementioned extract being of the following content: f 199 heavy

Dutch transcription

eke Leerin NotL ij 1780. 6 Chorm. 6: No„ P„r thuijson Copia Missive na Batavia gedateerd 22:e Januarij 1788. —. Chormandel 2e: Del Pag: 247 en 430 Een brief van den Gouverneur van Vlissingen in den Raad aan Giu in Raaden in dato 22 Januarij 1780.— en Calom ontfangst 1 247 en Calombo. Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wijdgebiedende Heere, Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal, Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands a India, Etc=a, Etc=a, Etc=a; Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heere en Heeren. Wel Edele a onpante hien van brdien Den 20. van de voorige maand De„ cember hadden wij de eere, over Co„ Thimet 's met blijdschap vernomen: —. Congratulatie daarmeede. —. se voorstelling alhier is op den 28. xber: 179. geschied. —. chim en Colombo te ontfangen uwer Hoog Edelheedens zeer geres„ pecteerde brieven van den 25. Junij en 14 Augustus 1779. Eijnde den eersten de beersiging van zijn Hog Edelhen Circulair. waar uijt wij met zeer veel blijkschap hebben vernomen de beves„ tiging van zijn Hoog Edelheijd den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Reijnier de Klerk, in Heer het eminent Caracter van Gouver„ neur Generaal van Nederlands soodanig India. waarmeede wij zijn Hoog Edelheijd van harten Congratuleeren, onder toewensching van eene verdere luijsterlijke en gelukkige Rege ring blibb: —. En dewijl ons bij den evengemeld cerent 3 6l9bb: —. Circulaire missive teffens is aangesz om zijn Hoog Edelheijd ter deeser Hoofdplaatsche den volken voor te stellen op zoodanig een dag als wij daar toe het gevoeglijksten zouden oordeelen, hebben wij dit op den 28. December laastleeden verrigt, op zoo„ danig een stillen voet als door zijn Hoog Edelheijd begeerd, en uwe Hoog Edelheedens geordonneerd subdangelsbij potentelike en daen is: gelijk zulks nader blijkt bij de daar van tans overgaande apparte Reso„ lutie, die wij alle na de ordre getee„ kend hebben. Waarmeede wij ver¬ trouwen aan de hoog geeerde ordres van uwe Hoog Edelheedens te zul„ len hebben voldaan „wij Inmiddens feliciteeren niet alleen den Weld 248 n Generaal en verdere Edele Heeren—. bijschaf dot all de beven van hier We H: Hoog Ed: ontvangen zijn. —. Lilbiate ontrmna ter boekendmn un wel Edelen Groot Agtbaaren Eersten Raad en Directeur Heer Arnolt Al„ Generaal Mr. ting met zijn wel Edeles bevestiging maar ook den Wel Edelen Groot Agt„ baaren Heer M:r Thomas Schippers met zijn Edeles overtreeding tot Raad ordinair, en den wel Edelen Groot Agtb:a Heer Iohannes Robbert van der Burg, met zijn Edeles verkiesin„ ge tot Raad Extraordinair van Indie onder toewensching van verHemels bes„ „ten zegen over deselven. — rs E Uijt een Secreeten brief, door uwe Hoog Edelheedens ge„ schreeven aan den ondergeteeken den Gouverneur die met de opgemel„ dez 5 Ersondene bethilles Eschra fijne, is billyk „de brieven te gelijk ontvangen is, ver„ namen wij met vreugden, dat alle on„ ze brieven sedert den 19. Ianuarij tot den 4. Julij 1779. aan uwe Hoog Edel„ heedens geschreeven, wel ontvangen wa¬ „ren — amagus d: Hoog d: mie Allesins moeten wij billijken de remarque door uwe Hoog Edel„ heedens, gemaakt bij haaren opgemelden missive van den 14. Augustus 1779. over de door ons in anno 1717. ongeeischt na Europa gezondene Bethilles extra fijne Na„ gapatnams na een Palleacats monster alsoo wij, voor die te zenden, eerst hadden moeten af„ ware der 249 . die versending is met een Goed oog„ merk geschied —. ling van het vervalg. —. aan de secretarij bekeendens: gegeeven, „wagten de dispositie der Heeren Majoores op de parthij in anno 1776. afgescheept. Dan wij hoopen, dat uwe Hoog Edelheedens, en de Heeren Majores ons wel die satigInj factie zullen willen doen erlangen van te gelooven, dat die versending met een goed oogmerk is geschied, terwijl Verzsekering ontrendt dengelijke ver on wij Hoog deselven verzekeren van min„ mer eenige andere lijwaaten van hier n Europa te zullen zenden, als bij den en jongsten Eijsch uijt Nederland gepetitie „neerd zijn— de en rendeflending van papieren ok hebben wij nopens het afsenden va brieven en papieren na Europa de secre tarij bediendens gelast, om zig voortaa stifstelijk te gdraagen na het gee„ „n inho slag. doord 250 vSlngelandt 7 „bij voorm: slag. 250 derten. door uwe Hoog Edelheedens missive is gelast geworden; het geen wij derhalven ook ver„ trouwen dat in het vervolg zonder fout zal worden geobserveerd — Satis, Inblijding hat het doen van Generaal ver Dit voor afgenoteerd hebbende gaan wij ver„ volgens, na jaarlijksche gewaante over tot het doen van een Generaal verslag wegens het verrigte ten deesen Gouverne„ mente in Smeesters dienst, geduurende den loop van het jongst Gexpireerde nin hoe ware sulks zalgeschie Boekjaar 177 8/9. voor zoo ver de daar in voorgevallene zaaken niet bereeds staen beschreeven bij onsen nedrigen brief van den 23 October 1719. waar van het duplicaat deesen is bij gevoegd, in vertrouwen dat uwe Hoog Edelheedens onze verrigtingen daar in, voor het grootste gedeel„ te tid prienkie van het beantwaard Patriaus Extract van den 25. 2ber: 178. —. te zullen gelieven goed te keuren. —. Dan alvoorens met de voorsz beschrijving een begin te maaken, neemen wij na de ordre de vrijheijd bij deesen te insereeren, het Ex„ „tract Patriasche Generaale mis„ sive van den 25 e September 1770 met onse eerbiedige responce daar of in margine gesteld, die wij hoopen dat aan de begeerte van Hunne Hoog Edele Hoog Agtb: en uwe Hoog brief Edelheed:s zullen mogen voldoen: zijn het gem: Extract van den volgenden inhou„ ƒ 199 Swaar

NL-HaNA_1.04.02_9699_0015 view scan ↗

English

Paragraph 199. The internal affairs on the coast of Coromandel provide this time little or no material to be treated in this our rescript. It has hitherto merely remained an expectation, which Governor van Vlissingen previously showed he had, of soon being able to settle with the Nabob Mahomet Alij the disputes over the Ceylon Pearl Fisheries, as the revolution in the Tanjore kingdom, since it was taken back from the said Nabob and the former ruler was restored to his throne, had hitherto, according to his secret missive of 15 October 1776, placed the Governor in a position unable to address himself to the Nabob concerning that dispute. It appears, therefore, that this matter could not be settled as speedily as the repeatedly mentioned Governor seems to have imagined. What negotiations the Governor has had with various persons who have the opportunity to confer with His Excellency the Nabob Machomet Alichan regarding the disputes over the Ceylon Pearl Fisheries, and on what conditions assurance had been given by the Nabob's favorites that this dispute would be settled, is described in detail in the Governor's separate letter dated 25 September 1778, written to Their High Nobilities the Noble High Indian Government at Batavia, to which we respectfully refer. Concerning the disputes that arose between the Company's servants and the Havildar on behalf of the Nabob at Palleacatta on the occasion of the importation of linens there, this is further treated in the Governor's separate letter dated 15 October 1779 written to Their High Nobilities the High Indian Government, and at the same time it was made known therein that after an investigation conducted by him it had not appeared that any fraudulent conduct had taken place by the aforesaid servants. Paragraph 200. On the other hand, it was pleasing to us to learn that, although no satisfaction had been given by the repeatedly mentioned Nabob regarding the incident at Palleacatta on the occasion of the importation of Company linens there, as mentioned in more detail in our General Missive of last year, folio 356, the Havildar nevertheless currently behaved well toward the Company, and the servants at that office were without fear that anything further would be undertaken from his side against the Company's privileges and liberties. Meanwhile, we expect that the proofs sent over to you regarding this incident will have clearly shown that no cause was given for the difficulties that arose through the conduct of the Company's own servants. The linen collection in the most recently expired trading year did not turn out as advantageously as we had expected, since in fulfilling the delivery assigned to the respective merchants, packages both for the Netherlands and the Indies are lacking, the causes of which are set down in detail in the formal reply in the margin of Their High Nobilities' requisition for the year 1779, to which we respectfully refer. Paragraph 201. With regard to the linen collection, we express our satisfaction that in fulfilling the respective demands, both for the Netherlands and the Indies, only 102 packages were lacking, while this number would certainly have been even lower had the Palleacatta office not now remained very noticeably behind in the delivery. But the cause of this having been attributed by the ministers principally to the improper measures of the former resident Johnson, we hope that through better management by his successor, this office will henceforth properly fulfill its share in the successive linen demands. Paragraph 202. In the comparison that the ministers have made between the collection of linens in the financial year 1775/6 and that of 1776/7, another gross error was committed by them, having stated that of the first-mentioned year in their letter of 17 January 1777 at 2083 packages, as the same is inserted in the missive of 15 January 1776, without noticing that the aforesaid collection, according to the postscript of the last-mentioned missive, had been increased by a further delivery from Paliakatte to 2137 packages. And with which, therefore, the delivery of the following year ought to have been compared. We very willingly acknowledge the error committed by us in our respectful letter dispatched to Your High Noble High Mightinesses on 17 January 1777, since therein the number of 2137, instead of 2083 packages that had been collected in the year 1776, ought to have been made known; for which, as well as for the erroneous statement in the aforesaid letter for the delivery of 1775/6, we most humbly request pardon, with the promise that care will be taken that such discrepancies will henceforth no longer be found in the letters, to which end an extract from this has been handed to the Honorable Head Administrator for the instruction of the commercial servants in the future. Besides the aforesaid error, we also find, in relation to the deliveries of the year 1775/6, a noticeable difference between the statement that was made thereof concerning each office separately in the aforementioned missives, as there is virtually not a single office, besides that of Palicol, equal to each other in both letters.

Dutch transcription

251 § 199. De Jnlandsche zaaken ter kuste van Cormandel leeveren dit maal wijnig of geen stof uijt om bij deeze onze rescrip„ „tie te worden verhandelt. Het is dog tot hier toe enkel gebleeven bij de ver„ „wagting, die de gouver„ „neur van Vlissingen te vooren heeft getoont te hebben van spoedig met den Nabab Ma„ „homet Alij de ver„ „schillen over de Ceij„ lonsche Paarlvisscherijen te zullen kunnen ver„ effenen, also de omwente„ Welke onderhandelingen den Gouver„ neur met diverse persoonen die geleegendheijd hebben, om zijn Excel„ lentie den Nabab Machomet Alichan wegens de verschil„ len over de Ceijlonsche Paarlvis„ schereijen te kunnen onderhouden gehad heeft, en op welke Con„ ditien dat geschil door 'S Na„ babs gunstelingen verzeekering gegeeven was, te zullen vereffe„ nen, staat breedvoerig beschree„ ven bij 's Gouverneurs apparte brief in dato 25. 3ber: 1778. aan Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia gesz: waar aan wij onseerbiedig gedraagen —. „ling 9 „ling in het Tansjoursche rijk, t zeedert het zelve gemelden Nabab weder ontnomen, en de voorige vorst op zijnen Throon hersteld was, den gou„ verneur volgens zijne se„ „creete missive van 15. oc„ „tober 1776 tot nog toe buijten staat hadtge „steld om over dat ver„ schil zig bij den Nabab te addresseeren. Het blijkt derhalven dat die zaak niet so spoedig heeft kunnen worden afgedaan, als meergem: gouverneur zig 252 schen Compagnies bediendens en den Naweldhaar van weegen den Nabab te Palleacatta, bij geleegendheijd van den invoer al„ daar van Liwaaten, is nader bij 's Gou„ verneurs apparte brief in dato 15. October 1779. aan Haar Hoog Edelheedens de Hooge Indiasche Regeering geschreeven verhandelt en teffens daar bij te kennen gegee„ ven, dat na gedaan onderzoek aan hem niet was koomen te blij„ ken, dat door voornoemde bediendens eenige frauduleuse behandeling hadde plaats gehad. — Omtrend de gereesene geschillen tus„ zig schijnt te hebben verbeeld. §200. Daarteegen was het ons aangenaam te ver„ „neemen dat Schoon door meergemelde Na„ „bab geen satisfactie was gegeeven we„ „gens het voorgeval„ „lene te Palleacatta bij gelegendheijd van den invoer aldaar van Compagnies Lij„ „waaden bij onze Gene„ „raale missive van den voorleeden jaare ƒ356: breeder vermeld, den Haweldaar egter ten aanzien 11 aanzien van de Maat„ schappij zig thans wel gedroeg, en de Bedien„ „dens ten dien Comptoi„ re buijten vrees waren dat van sijnent weegen teegen 's Comp:s voorreg „ten en vrijheeden iets verder zou worden on„ „dernomen. —. Intusschen verwagten wij dat de bewijsen die aan uE nopens dit voor val zijn overgesonden duijdelijk zullen heb„ „ben doen sien, dat tot de gereesene moeijelijk„ „heeden door het gedrag van 253 13 Den Lijwaat Insaam is in het jongst afgeloopen handeljaar zoo voordee„ lig niet uijtgevallen, als wij ver„ wagt hebben gehad, nademaal aan de voldoening van de aan de Respecti„ ve Cooplieden opgedraagene leverantie van pakken wel pak„ ken zoo voor Nederland als In„ dien komen te ontbreeken, waar van de oorzaaken breedvoerig ter neder„ gesteld zijn bij het formeel Ant„ woord in margine van Hoog der„ zelver petitie voor den Jaare 1779. waar aan ons eerbiedig refereeren. — van 'scomp:s eijge Bediendens geene aanleijding is ge„ „geeven. —. § 201: Met betrecking tot den lijwaat insaam be„ „tuijgen wij ons genoe„ „gen, dat aan de vol„ doening der respective Eijsschen zo voor Ne„ „derland als jndien maar 102. Pakken hebben ont„ „brooken, terwijl dit getal zeekerlijk nog minder geweest zoude zijn bij aldien het Comp„ „toir Palleacatta in de leverantie nu zeer mer„ „kelijk ten agteren was gebleeven 254 gebleeven. Dan de oorsaak hier van door de Minis„ „ters voornamentlijk zijn „de toegeschreeven aan de verkeerde Maat regulen van het geweesen opperho Johnson, hoopen wij, da door een beeter directie van desselfs vervange dit Comptoir haar aan„ deel in de Successive Lij„ „waad Eijschen voortaa behoorlijk zal voldoen § 202. Jn de vergelijking die de Ministers hebben gemaakt tusschen don inzaam der lijwaaden in het Boekjaar 177 ons begaan abuijs bij onse eerbiedige aan uw hoog Edele Hoog Agtb: op den 17. ' Januarij 1777. afgevaardigde Letteren, wijl daar bij het getal van 2137. in steede van 2083. pakken die in Anno 1776. ingesameld waren, hadde Wij enkomen zeer gaarne het door moels d on 15 moeten bekend gesteld gewarden zijn, waar over zoo wel, als over het abu„ sive gestelde bij voormelde brief voor leverantie van 171 5/6. op het nedrigst excuw verzoeken, met belof„ te dat men zorge zal doen draagen dat diergelijke differenten voort aan in de brieven niet meer gevonden worden, ten welken eijnde een Extract uijt dee„ se past den E: Hoofdadministra„ teur is ter hand gesteld tot narigh der Neg: bedienden voor het wervolign. en die van 177 5/6. is door hun al weeder een groff abuijs begaan, als hebben„ de die van het Eerst ge„ melde jaar bij hunne letteren van 17. Januarij 1777. gesteld op 2083: Pak„ ken, zoo als dezelve bij missive van 15. Januarij 1776. staat geinsereert som „der te letten, dat de voor„ „schreeve inzaam volgens het post Schriptum van 1: laatst gemelde missive door een nadere leverancie van Paliakatte tot 2137. pakken was vermeerdert. En waar meede derhal„ v7n 255 „ven de leverancie van het volgende jaar had moeten zijn vergeleeken. -. Behalven, het voorsz: abuijs, vinden wij ook met relatie tot de leverantien van den jaare 177 5/6. een merkelijk verschil tusschen de opgave, die daar van omtrent ider Comptoir afzonderlijk bij voornoem „de missives is gedaan, als zijnde er genoegzaam geenn ^in een Comptoir buijten dat patna ionder van Palicol in de beij willen de Brieven met elkan„ weesn deregaal. — Bij onse generaale m het rine van neemen baare Sivet

NL-HaNA_1.04.02_9699_0023 view scan ↗

English

12 That after the departure of the return ships of the two last preceding years, we have already had the displeasure of having to remark upon such carelessness in the Coromandel reports. And it is for that reason that we at present touch upon the same only lightly. Paragraph 253. Concerning the findings on the linens brought hither with the ship the Princes van Orange, referring ourselves to what was laid down in our latest demand for returns dated 16 October 1777, that after the departure of the ship De Princes van Orange in the year 1776, fully 649 packages of diverse linens remained left over in the Company's warehouses here in Nagapatnam, and that among the same there were many fine sorts, we will gladly admit to be the truth; but we must at the same time take the liberty to bring to your High Right Honourables' attention, that the greatest part of those linens, principally the fine sorts, were not brought hither before the 256 8th or the 10th of October of that year from any of the subordinate factories, not counting those that were expected from there in the following spring, and thus were brought hither after the return ship was already fully laden; whereby it was also caused that those cloths had to be retained until the following year, without that retention leaving any the least space in the hold of that vessel open, or causing any ill-stowage. We must remark with respect to the cargo of that ship: that although the same did indeed amount to fully ƒ 50000 more than that of the ship the Bodt returned in the year 1776, that cargo nevertheless remained far below the stipulating of Nine Ton. That deficiency surprises us all the more, when we observe that according to what was written in the Ministers' dispatch of 14 October, 19 after the dispatch of the returns with the aforementioned vessel, 649 packages of linens still remained left over in the Company's magazines at Nagapatnam, since one seems to be able to conclude from this that the cause whereby the cargo remained below the 9 Ton cannot be sought in any lack of goods. It is true that the Ministers in their reply to our dispatch of 29 September 1775 repeatedly make known that whenever the aforesaid stipulation of Nine Ton in the lading of the return ship was not fulfilled, 257 such must then be attributed to the defective delivery of the fine linens, and especially to the lack of fine Paleccat cloths. We cannot, however, perceive that in the case of which we now speak, such reasons took place, as it has appeared to us that 21 258 among the remaining packages there were many fine sorts. And since letting returns remain left over in the Indies when there is opportunity for their dispatch tends to nothing other than the prejudice of the Company, we will have this important point most strongly recommended to the Ministers' attention; and consequently expect that one shall henceforth ensure that the cargo of each return ship Although it would be extremely necessary that in this Government two extra vessels, above the stipulated number, were permitted to be kept for collecting and bringing hither the linens brought from the northern factories in the raw, in order to be resorted here from time to time, one has nevertheless hitherto managed with the stipulated number of eight keels, among which are two Thonijs that always remain in the north and are solely used for collecting the sown cloths of Wentapalium and bringing them from there to Jaggernaijkpatnam, so that for the rest no more than six vessels remain over for the service of Nagapatnam and the remaining factories; wherewith be brought to 9 Ton, even should one slightly exceed that amount, in case the stock of linens permitted such. Paragraph 254. Having seen from the Ministers' dispatch to you of 14 October, as well as from the report inserted in their Resolutions of 31 August, that the expenses on account of the resorting of the linens that are brought from the subordinate factories to the main office would not 259 23 all the merchandise and household necessities must be sent from here to the subordinate offices, and the linens collected from there and brought hither; and since for the transport of the aforesaid trade goods etc. vessels are successively required, even if they had no linens to bring in return, the costs for their maintenance would still be just as great; and ought to be borne by the Company in the same way, wherefore one has placed nothing of those expenses under the calculation of 3/16 per cent that was surrendered, that the resorting of the linens brought from the subordinate factories to this main office would amount to. amount to more than 5/16 per cent of the purchase amount of those resorted cloths, we gladly acknowledge that those costs are slight, in proportion to the benefit that is brought to the Company by the aforesaid resorting; and we may therefore well permit that one continues therewith on the footing currently in use. We doubt, however, whether among the costs specified in the aforesaid report

Dutch transcription

12 Dat erna het vertrek van het retour„ „sives van de twee laatst voorgaande jaaren; hebben wij reeds het ongenoegen gehad van dergelijke slor„ „digheeden in de Chorman„ „delsche berigten te moe„ „ten remarqueeren. En het is daarom dat wij voor het teegenwoordige dezelve slegts met den vinger aanroeren. —. § 253. Noopens de bevin„ ding van de met het schip de Princes van orange alhier aangebrag¬ „te Lijwaaden ons gedra„ „gende aan het ter nee„ „der gestelde bij onzen jong„ schip De Princes van orange in An„ eenno 1716. wel 649. pakken diverse Lijwaaten „in 's Comp:s pakhuijsen alhier te Graga„ patnam zijn blijven overleggen, en dat ijonder deselve veel fijne zoorten zijn geweest, willen wij gaarne bekennen de waarheijd te „weesen, dog wij moeten teffens de vrijheid neemen uw Hoog Edele Hoog Agt„ baare onder het oog te brengen, dat het grootst gedeelte van die lijwaaten principaal de fijne soorten niet voor den Pagl Hent 256 8: of den 10. october van dat Jaar van eeni„ ge der onderhoorige factoreijen, ongeree„ kend nog die men van daar in 't volgende voor gaar verwagtende was, en dus, na dat het retourschip bereeds vollaaden was, alhier zijn aangebragt geworden; waar door dan ook veroorsaakt is dat die kleeden, tot het volgende Iaar hebben moeten worden aangehouden, zonder dat door die aanhouding eenige de minste plaats in 't ruijm van dien bodem open gebleeven, of eenige wan„ belading veroorzaakt is. —. „sten Eijsch van retouren gedateerd 16. october 1777. moeten wij ten aanzien der Laading van dat Schip remarqueeren: dat Schoon dezelve wel ruijm ƒ 50000 meer heeft bedraagen, dan die van het Schip de Bodt in den jaare 1776. geretourneert die la „ding egter nog vergebla ven is beneeden de bepa „ling van Neegen Jon die minderheijd bevreemt ons te meer, als wij agt ge ven, dat volgens het ge schreevene bij der Minis ters missive van 14. och bet 19 9. „ber na het afsenden der Re„ „touren met meergemelde 13odem in 'scompagnies Ma„ „guasijnen te Nagapat„ nam nog 649: Packen Lijwaaden waaren blij„ „ven overleggen, dewijl men hier uijt schijnt te mogen besluijten, dat de oorzaak waar door het Cargasoen beneeden de 9. Thon is gebleeven, niet in eenig gebrek aan„ goederen gezogt kan wor„ „den. — 'T is waar dat de Minis„ „ters bij hun antwoord op onze missive van 29. 7ber: 1755. 257 1775. bij herhaling te ken„ „nen geeven, dat zoo dik„ wijls aan de voorsz be„ paling van Neegen Ton en de belaading van het retourschip niet werd voldaan & zulks als dan aan de gebrek kige voldoening der fijne lijwaaden en insonderheijd aan het gemis van fijne Palec„ „catsche kleeden moet wor„ den toegeschreeven— wij kunnen egter niet bespeuren, dat in het ge„ „val, waar van wij than spreeken, dergelijke reede„ „nen hebben plaats gehad alsoo ons is gebleeken dat 21 258 dat onder de overgebleevene pakken veele fijne soor„ „ten zijn geweest. En vermits het laaten overleggen van retou„ ren in jndien, wanneer tot derselver afzending geleegendheijd is, niets anders strekt dan tot nadeel van de Maat„ schappij, willen wij dit aangeleegen Poinct der ministers attentie ten sterkste hebben aan be„ voolen; en verwagten dien volgende dat men voor„ „taan zal zorgen, dat de lading van elk retour„ „ schip Alschoon het ten uijttersten nodig wer„ „schip op 9. Ton gebragt werde, al zoude men zelfs dat bedraagen nog iets te boven gaan, ingeval de voorraad van lijwaa¬ „den zulx toeliet. —. § 254. uijt der Ministers zen zoude dat er in dit Gouvernement twee extra vaartuijgen, boven het bepaald ge„ missive aan UE: van den tal, ter afhaalen overbreng na herwaerts van de op de Noorder factoreijen in 14. October mitsgaders uijt den band gebragte lijwaaten ten eijnde het berigt in hunne Re„ van tijd tot tijd alhier geheroorteerdt te kunnen worden, wierden gepermitteerd solutien van den 31. Au„ om aantehouden, zoo heeft men zigeg„ ter tat nog toe beholpen, met het be„ „gustus geinsereerd gesien paalde getal van agt kieltjes waar on„ hebbende der twee Thonijs zijn die altoos om de noord verblijven en eenlijk gebruijkt dat de ongelden weegens de worden ter afhaal der gezaaijde kleeden hersorteering der Lijwaaden van Wentapalium en overbreng van daar na Iaggernaijkp=m, zoo die van de onderhoorige dat 'er voor het overige niet meer dan ses vaarthuijgen ten dienste van Factorijen ten Hoofdcomp„ Nagatpatnam en de overige fac„ toire werden aangebragt toreijen komen over te schieten; waar meere niet 259 23 meede alle de koopmanschappen en huijse„ niet meer zouden beloo„ lijke benoodigdheeden van hier na pen als 5/16. prC:o van de onderhoorige Comptoiren verzonden, en de Lijwaaten van daar afgehaald het inkoops bedraagen en herwaarts overgebragt moeten wer„ En dewijl men tot den vervoer van dier gehersorteerde doe„ den; voornoemde handelwaaren etc: succe„ ken, erkenne wij gaar„ sive vaartuijgen benoodigd, alwas „ne dat die kosten ge„ het ook dat ze in retour geen Lij„ waaten hadden overtebrengen, zo zou„ ring zijn, na mate van den de onkosten tot het onderhoud het nut dat door voorsz derzelve dog even groot weesen; en door de Comp:e inzelvervoegen dienen hersorteering de maat„ gedraagen te worden, waarom men schaffij word toegebragt; van die ongelden niets gebragt heeft onder de bereekening van 3/16. prC:os En wij mogen oversulks die avergegeeven geworden zijn, dat de wel lijden dat men daar hersorteering der Lijwaaten die van de onderhoorige factoreijen op dit meede op den thans in hoofd Comptoir worden aangebragt, gebruijk zijnden voet zoude komen te beloopen — voortvaren. —. wij twijffelen egter of onder de kosten in het voorsz: berigt gespe„ ceficeert

NL-HaNA_1.04.02_9699_0030 view scan ↗

English

specified that all the expenses are included which the Company bears on account of the resorting, considering that nothing was charged there for the maintenance of vessels, however much the necessity of keeping two of them above the fixed number is mainly based by the ministers on the use made of those vessels to transport the linens from the subordinate factories to Eragapatnam for resorting. We mention this here, not because we consider it necessary that a further calculation be made in this regard, but solely to show that if one wishes to estimate precisely the expenses falling on the resorting, then the costs of repair and otherwise, which are spent annually on such two extraordinary vessels, ought also to be charged to the resorted linens. Section 285. We have observed with pleasure that the arrears of the merchants in the financial year 1775/6 have decreased by a quite considerable sum of f 30012, those debts having amounted jointly as of ultimo August 1776 to f 86244: 16. 8. It is, however, only the suppliers of Jaggernaikpoeram and Palicol who have mainly contributed to that reduction, as not more was paid off by those of Portonovo on their debt than a small amount of f 2494, while that debt still remained large at an important sum of f 58732. -. And however much the enlargement of our annual demands proposed by the ministers, especially of blue weaves, could possibly serve towards a speedier settlement of that arrear, we nevertheless do not find this measure advisable considering the small profit that is made on the blue linens. We have, however, in our latest demand of returns already given some proof that we are not disinclined to increase the orders of such sorts as yield an ample profit, and it will be agreeable to us to be able to extend the same to the aforesaid blue sorts for the same reasons. However much one urges the chiefs of the backlogged factories towards a speedy liquidation and settlement of the merchants debts, it nevertheless delays from time to time, and takes quite a bit more time than we could have imagined, principally with regard to those of Jaggernaikpm and Palicol, on which first-named factory in 1777/8 nothing, and on Palicol only f 341. 10. 8, but on the other hand at Portonovo indeed f 3165. 28 was paid off, whereby then also as of ultimo August 1778 the general arrears only amounted to f 72518. 11. -, and as of ultimo August 1779 only came to amount to f 71342. 16. -, because during the course of the financial year 1778/9 an amount of f 1175. 13. 8 was again paid off by the Palicol traders, while those of Jagg: again have paid off nothing and the final accounts of Portonovo have not yet come in. The excessive advance payment of cash made by the former Paliacats chief Johnson to the merchants has already been restored by those traders to the Company, and consequently no damage has been suffered through this, of which Their High Nobilities the High Indian Government at Batavia have been respectfully informed by letter of the. Section 206. Although the excessive advance payment of fully P a/o 20250 made by the Paliacat chiefs to some suppliers has been left for the account of the said chiefs, we nevertheless expect that the ministers will attempt to make the merchants to whom the funds were advanced fulfill their entered engagements for deliveries. If however, contrary to hope, the Company should suffer any damage through the unqualified advance payment, we trust that such will be recovered from those who have been the cause of it. Section 207. With the sale of trade goods it turned out fairly well, as one gained in the financial year of 1775/6 a profit of f 29793:– above that of the preceding one; that profit is however still considerably below that which the sale of some years earlier rendered, and we regret that such was caused among other things because the ministers were unable to supply the factory at Sadras sufficiently with spices. We may not suspect that such originates from a deficient fulfillment on your side of the ministers' demands, since That the profit on the trade goods sold in Ao 1775/6 would have amounted to much more than f 550869. 9. - if the factory Sadraspm had been supplied with sufficient spices, we will gladly admit, but the chiefs of that factory having made an estimate before the closing of the shipping season according to annual custom of what they needed for the sales in the slack period, the quantities which they asked for were also sent to them; but, in the months of November, December, and January, when the shipping season was closed, the sales having become very abundant, they sold out everything they had in stock, and would have been able to dispose of even more, if their remaining stock had been larger, or if one could have assisted them from here at that time, since the remaining stock that lay here in the warehouses could very easily have borne it.

Dutch transcription

„cifficeert alle de ongelden zijn begreepen welke de Maatschappij om de wil„ „le der hersorteering draagt gemerkt daar bij niets werd afgebragt, voor het onderhoud van vaar„ „tuijgen hoe zeer de noodzaakelijkheijd der aanhouding van twee derselve boven het be„ paalt getal door de ministers voornament„ lijk word gegrond of het emploij dat men van die vaartuijgen maakt om de Lijwaa ten van de onderhoo„ rigel 260 25 „rige Factorijen naar Era„ gapatnam ter hersortee„ ring over te brengen—. wij haalen zulx alhier aan, niet om dat wij noo„ dig agten, dat deswee„ gen eene nadere bereeke„ ning werde gemaakt, maar eeniglijk om te doen zien dat zoo men de ongelden op de hersor„ teering vallende praesise„ lijk wil begrooten, als dan over de gehersorteer„ de Lijwaaden ook nog behooren te worden geslagen de kosten van reparatie als anderzints, die n aar„ „ die Jaarlijks aan soodanige twee Extraordinaire, vaar„ tuijgen worden besteedt. Hoe zeer men de opperhoofden der agterstal„ § 285. Met genoegen heb„ lige factoreijen tot een spoedige liqui„ ben wij ontwaart, dat datie en verevening der kooplieden schul„ de agterstallen der koop„ den aanspoort, tardeert het egter van tijd tot tijd, en neemt vrij wat meer lieden in 't Boekjaar tijd weg, dan wij ons hadden kunnen 177 5/6. met een vrij aan„ voorstellen, principaal met opzigt tot die van Jaggernaijk p=m . merkelijke som van en Palicol, of welk eerst genoemd ƒ 30012. zijn vermindert, Comptoir in 172 7/8. niets, en op Pa„ lical maar ƒ 341. 10. 8. dog daar hebbende die schulden en teegen te Portonvoo wel ƒ3165. 28. onder ult=o Aug:s 1716. afgelegd geworden is, waar door dan ook onder ult:o aug:s 1718. de Gene„ gesamentlijk bedraagen „raale agterstallen maar bedraa„ ƒ 86244: 16. 8. gen hebben ƒ72518. 11. -. , en onder Het zijn egter alleen ultimo aug=s 1779. nog maar koo„ „men te beloopen ƒ 71342. 16. -. de leveranciers van Jac door dien geduurenden den loop des gernaikpoeram en Pa„ boekjaars 177 /9. wederom door de Palicolsche handelaaren afge„ „licol, die voornamentlijk legd is geworden, een montant van tot 261 van ƒ1175. 13. 8. Terwijl die ge van Jagg: wederom niet afge„ leed hebben en van Portonovo de afreekeningen nog niet zijn ingekomen — tot die vermindering heb„ ben gecontribueert, als zijnde door die van Por„ „tonovo op hun schuld niet meer afgelegt dan een gering bedraagen van ƒ 2494. , terwijl die schuld nog is groot gebleeven een importante som van ƒ58732. . —. En hoe zeer tot een spoediger vereevening van dat agterstal mogelijk zoude kunnen dienen de door de ministers gepropo„ „neerde vergrooting onser jaarlijksche Eijschen, voor al van blaauw geweef, vinde „ 27 262 vinden wij egter dit mid„ del niet raadsaam ge„ considereert de geringe winst, welke op de blaau„ we Lijwaaden werd be„ wij hebben egter bij on„ zen jongsten Eijsch van retouren reeds eenig be„ ^ niet wijs gegeeven, dat wij ^ on„ genoegen zijn tot het ver„ meerderen der petitien van zulke zoorten die een ruijme winst afwerpen, zullende het ons aange„ naam zijn het zelfde tot voorsz: blaauwe soor„ ten, om gelijke reedenen haalt. — te 29 De excessive voor uijt verstrekking van Contanten door het geweesene Pallea„ cats opperhoofd Johnson aan de korplieden gedaan, is bereeds door die handelaaren aan de Comp:e gerestitu„ eerd, en overzulks is daar door geen schade geleeden, waar van Haar Hoog Edelheedens de Hooge Indiasche Regeering te Ba„ tavia bij brief van den eerbiedig is kennisse gegeeven. — te kunnen extendeeren. —. §206. of Schoon de exces„ sive voor uijtverstrecking van wel P a/o 20250. door de Paliacatsche opperhoof„ „den aan eenige leveranciers gedaan voor Reekening van gemelde opperhoof„ den is gelaaten verwag„ ten wij niet te min dat de Ministers zullen trag„ ten de kooplieden aan wien de Penningen zijn geschooten hunne aan„ gegaane verbintenissen ter leverancies te doen na„ komen. zoo nogthans onverhooptelijk de Maat„ „schappej 3 schappij door de ongequalifi„ ceerde vooruijt verstrecking eenige schaade mogt leij¬ den, vertrouwen wij dat zulks verhaald zal wor„ den aan de geenen, die daar van d' oorzaak zijn § 207. Met den verkoop van Handelwhaaren is het tamelijk wel uijt„ gevallen, als hebbende men in het Boekjaar van 177 7/6. een winst van ƒ29793:– boven die van het voorgaande be„ haald, die winst is eg„ geweest. — Dat de winst op de verthierde han„ delwhaaren in A:o 177 57/6. veel meer bedraagen zoude hebben, dan ƒ550869. 9. - bij aldien het m Comptoir Sadrasp=m van ge„ noegsaame specereijen was voorzien geweest, willen wij gaarne bekennen dog de apper„ hoofden van die factorije voor het sluijten der vaart volgens Jaar„ lijksche gewoonte een overslag ge„ maakt hebbende van het geene ze tot den verthier in de stille tijd noodig hadden, zoo zijn aan„ haar die quantiteijten, die ze ge„ vaagd „ter 263 31 „vraagd hebben, ook toegezonden, maar, in de maanden 9ber: Decem: en Jannuarij wanneer de vaart ge„ slooten was, den verthier zeer opulent geworden zijnde, hebben ze alles uijtverkogt wat ze in voor„ raad hadden, en zouden nog meer hebben kunnen van de hand zetten, bij aldien haar restant was grooter ge„ zijn weest, of dat men haar van hier op die tijd hadden kunnen assisteeren, wijl het restant, dat alhier in de pakhuijsen lag, het zeer gemak„ kelijk veelen konde „ter nog merkelijk benee„ den het geen den ver„ „tier van eenige jaaren vroeger heeft gerendeerd en het doet ons leet, dat zulks onder anderen ver„ oorsaakt is door dien de Ministers buijten Staet zijn geweest 't eComptoir te Sadras genoegsaem van specereijen te voor„ „zien— wij moogen niet vermoe„ den, dat zulks is her„ komstig uijt een ge„ brekkige voldoening aan UwE. zijde van der Ministers Eijschen alsoo ƒ ƒ

NL-HaNA_1.04.02_9699_0038 view scan ↗

English

264 since the stock of those articles, at least of cloves, at the Indian principal seat is abundant enough to supply the respective offices so amply that one need have no fear of scarcity, even if an extraordinary demand for those spices should arise due to unforeseen circumstances, as appears to have occurred at the aforesaid office of Sadras. 33 Of the private importation of spices at Naoer, nothing is currently heard; however, sales remain very small due to the domestic troubles. § 208. As the importation of a parcel of nutmegs and mace by foreign merchants at Naver cannot well be prevented, however much the contrary was to be desired, it is nonetheless rather agreeable that the same seems to have had little influence on the Company's sales of those spices, considering that a much larger quantity of the same was sold in 1775/6 than the previous year. And 265 And we are well pleased with your granted approval of the contract entered into with a certain native for the acceptance of a fixed quantity of spices during the period of 5 years. § 209. The sales of Japanese bar copper having amounted to fully one hundred thousand lb less in 1775/6 than in 1774/5, and no reasons having come before us concerning this in the ministers' letters, we hope that For the small sale of fully one hundred thousand pounds of Japanese bar copper in the year 1775/6 compared with the previous book-year 1774/5, no other reasons can be given than the importation of European copper, stated by us on several occasions, and the impoverished state of the inhabitants of these regions; to which inconveniences the decreased sale of the following book-year, or of 1776/7, to circa 50000 pounds compared with 1775/6, is also to be attributed, and for the present no in 35 favorable prospect regarding that article presents itself, even though the fixed selling price of 100 new Nagapatnam pagodas for a bahar of 480 lb has been reduced to as much as 47 new Nagapatnam pagodas the 480 lb, in accordance with the authorization of Their High Noble Lordships. in the following book-year this article will make a better showing. § 210. We could not pass without remark that, in satisfaction of the ministers' requisition of cash for this office, among other things a parcel of rupees has been sent instead of the bar silver requested by them to serve for mattam in the minting of fanams, for which purpose they had now destined the aforesaid rupees. Of the 62672 silver rupees imported from Batavia in the years 1775/6 and 1776/7, 38224 pieces were supplied to the mint for the making of mattam and parting silver for want of bar silver in the book-years of 1775/6 and 1776/7; the smelting of which, in comparison with bar silver, certainly turns out detrimental, but the profit obtained upon the sale of that coin species is also very slight, as appears from the return of the 24448 pieces sold from the aforesaid parcel, since no more profit was made on them than f 1494. 19. 8 or 5 7/16 percent. 266 Except, however, that the smelting of that coin species for the aforesaid purpose must turn out more detrimental than bar silver, the Company moreover also misses the profit that is otherwise obtained on the rupees upon sale. We trust therefore that in future you will have provided the ministers with the necessary bar silver, as we then, in order to enable you to do so, 37 Of the granted permission to accept three to four tons of gold annually from private individuals on bills of exchange drawn on the Netherlands, we shall make use only in case of extreme necessity, if new Nagapatnam or three-image pagodas should be offered to us for that purpose, and we both in the satisfaction of your two latest requisitions and at present, have destined a portion of the aforesaid bar silver specifically for this office. § 211. Having indicated in our letter of 3 April of this year that we would declare ourselves further on a following occasion regarding the drawing of bills of exchange from this office on the Netherlands, can come to an agreement with those who wish to furnish the money on the price of 82 Dutch stuivers for the former and 92 Dutch stuivers for the latter; but with regard to the so-called old Nagapatnam pagoda no agreement can take we now obtain occasion for this of our own accord through what was noted in the ministers' marginal answer to our letter of 29 September 1775 concerning the transport of Porto Novo pagodas by English private individuals both to China and, after having been melted into bars, to Europe. place, because that coin species is no longer present in kind here, and now only consists in a calculation of 40 Netherlands or 96 Indian stuivers; While with relation to the Porto Novo pagoda we must declare to Your High Noble and Right Honorable Worships that we have just as much reason to doubt whether that coin species will indeed be offered to us by private individuals, because of the low value for which the same could be accepted for the Company on bills of exchange drawn on the Netherlands, as we have reason to judge that we shall not be able to accept the same on bills of exchange for the account of the Company because of the poor alloy, without incurring a loss on it, to be melted down and minted again from the gold into new Nagapatnam pagodas, in order to recover from it on that basis the value which in the Netherlands Recourse probably being taken to that means solely for want of a more advantageous outlet. And

Dutch transcription

264 alsoo den voorraad dier articulen immers van Nagulen op Indiasch Hoofdplaats overvloe„ dig genoeg is om de respective Comptoiren daar van zoo ruijmte voorzien dat men geene bedugting voor Schaars„ heijd behoeve te heb„ ben, al is het dat door onvoorsiene toevallen in die specereijen een buijten gewoone aftrek mogt komen, gelijk dit ten voorschreeve Comptoire van Sadras schijnt te 33 Van den particulieren aanbreng van specereijen te Naoer, hoord men „thans niets, egter blijft den verthier door de binnenlandsche troubelen zeer gering — te hebben plaats gehad §. 208. Den aanbreng van een parthij Nooten en Toe„ lij door vreemde Trafi„ kanten te Naver niet wel te beletten zijnde, hoe zeer zulks anders was te wenschen, is het in„ middels nog al aan„ „genaam dat dezelve weij„ nig invloed schijnt te hebben gehad op 's Comp:s debiet van die spece„ rijen, gemerkt van de„ zelve een veel ruijmer quantiteijt in 177. 5/6. is ge„ sleeten dan het jaar te vooren. En 265 En laaten wij ons welge vallen uwe verleende approbatie op het met zeekeren jnlander aan„ gegaan Contract ter ac„ ceptatie van een bepae„ de quantiteijt specereij geduurende den tijd van 5: Jaaren. . —. §. 209. Den vertier van Van de geringe verthier van wel ruijm hondert duijsend ponden Japans het japansch staafko„ Staaf kooper in Anno 171 5/6. in ver„ per ruijm hondert duij„ gelijkinge van het voorige boek„ send lb: minder hebbend jaar de A:o 171 4/5. is geen andere reedenen te geeven, dan de door ons bij bedragen dan in 1714 17/5. gew verscheijdene geleegendheeden opgegee„ vene aanbreng van Europasch ko„ En ons daar van bij per, en den verarmden staat van der Ministers brieven ge de Jnwoonders deezer gewesten, aan ne reedenen zijnde voor„ welke inconvenienten den verminderde verkoop van het welgende boekjaar of van do 7 / gekoomen hoopen wij dat tot circa 50000 ponden in vergelijk van A:o 171 5/6. almeede toeteschrijven is, en voor als nog ge„ 5 /16 in te3 35 favorasoderuijtsigh omtrend dat articul komt opte doen, alschoon de bepaalde verkoops prijs van 100. n: nagap:le Pag: voor een baar van 480. in het volgend Boek:gaar lb: ingevolge qualificatie van Haar Hoog Edelheedens tot wel 47. mn: Naga„ dit artikel eene bestere ver„ p o 2. pag: de 480. lb: vermindert gewor„ tooning zal maaken. — den is. Van de van Batavia in anno 177 5/6. § 210. wij hebben niet en 177 6/7. aangebragte 62 672. Ropias sonder remarque kunnen zilvere, zijn uijt gebrek aan bhaar zilver in de boekjaaren van 17¼, en 17 7/. passeeren, dat door UE in aan de munt tot het maaken van voldoening van der Minis„ Mattam en scheij zilver ver„ strekt geworden p:s 38. 224. –. wel„ ters Eijsch van Contan„ kers versmelting in vergelijking van „ten naar dit Comptoir het bhaar zilver sekerlijk schadi„ lijk uijtkomt, dog de winst die bij onder andere gesonden is verkoop of die munt spetie be„ een parthij Ropijen in haald word, is ook zeer gering, soo als blijkt uijt het rendement der uijt plaats van het Bhaar voorm: parthij verkogte 24448. p:s zilver door hun gevraagte alsoo daar op niet meer geprofiteerd geworden is dan ƒ1494. 19. 8. of om te dienen voor Mat„ 5 7/16 percento — tam bij het munten der Fanums dan waar toe zij als nu voorn: Ro„ pijen ge„ - „ n2 G 266 „pijen hadden gedestineert Behalven dog dat de ver„ „smelting dier munt specie ten voorst eijnde schadelijker moet uijt„ „komen als het Bhaar zilver, zoo mist de maatschappij boven dien ook nog de winst, die anders op de Ropijen bij verkoop word behaeld wij vertrouwen over„ y zulks dat uE in 't vervolg de Ministers van het nodige Bhaa zilver zullen hebben voorsien gelijk wij dan om UE: daar toe in Staet 37 Van de verleende permissie om jaarlijks staat te stellen, zoo bij de voldoening uwer twee laatste Eijsschen, als tegenwoordig een ge„ deelte van het voorsz Bhaar zilver bepaal„ delijk voor dit Comp„ tdia hebben geschikt § 211 Bij onse missi„ drie a vier Tonnen gouds van particulieren ve van den 3 April dee„ opassignatie na Nederland te acceptee„ ren zullen wij niet anders dan bij de uijt„ zes jaars te kennen terste noodsakelikheijd gebruijk maaken, bij aldien ons tot dien eijnde nieuwe Na„ hebbende gegeeven, gapatnamse of driebeelvige Pagoo„ dat wij bij een volgen„ den mogten worden aangebooden, En wij 267 de gelegendheijd ons met die geene, die het geld fournee„ ren willen, omtrend de prijs van 82. nader zouden verclaren Nederlandse stuijvers voor de Eerste en 92. Nejderlandse stuijvers voor de Laaste over het trecken van kunnen overeen komen, dog met oprzigt tot de zoo genaamde oude Nagapat„ wissels van dit Comp„ namse Pagood zal geen accoord kunnen loir op Nederland, plaats kryge plaats hebben, wijl die munt spetie in natura alhier niet meer in wee„ sen is, en eenlijk thans maar in eene bereekening van 40. Never„ landse of 96. Jndiasche stuijvers, bestaat; — Terwijl wij met relatie tot de Porto„ novose Pagood uw Hoog Edele Hoog Agtb: betuijgen moeten dat wij eeven zoo veel reeden hebben om te twijffelen of die munt specie door Particulieren ons wel aangeboo„ den worden zal, om de geringe waarde waar voor deselve voor de Comp:e op assignatie na Nederland zoude kunnen worden G'accepteerd, als dat wij reeden hebben om te oordeelen, dat mij deselve om het slegt alloij voor reekening van de Comp:e op wissel niet zullen kunnen aanneemen., zonder dat daar op verlies zoude vallen, om versmolten, en van het goud wederom nieuwe Nagapatnam„ Te Pagooden. vermunt te worden, om op dien voet daar uijt wederom te vinden, de waarde welke in Neder„ krijgen wij thans hier toe van zelve aanleijdinge door het genoteerde bij der ministers marginaal antwoord op onse mis„ sive van den 29. 7ber 1775 wegens den vervoer der Portonovosche Pagoe„ den door Particuliere en„ gelsche zoo naar Chi„ na als na dat tot staa„ ven zijn versmoeten naar Europa. — Tot dat middel waar„ schijnelijk alleen re„ cours wordende genoo„ men door gebrek van in een voordeeliger uijtweg. lomd En g

NL-HaNA_1.04.02_9699_0045 view scan ↗

English

And it being considered by us on the one hand that if private individuals were given the opportunity to transfer their funds to Europe by drawing bills of exchange, on the basis that has been practiced for some years in Bengal with good success for the Company, they would thereby at least gain the sea risk and the loss falling upon the melting down of that coin specie, and on the other hand, that the Company also could supply a part of the gold that it needs annually on this coast for the cloth trade through the acceptance of pagodas, and thus likewise for the amount of the drawn bills gain the risk of the sea. We have subsequently let our thoughts go to the footing on which the ministers could be qualified by us for the acceptance of funds, in order subsequently to be paid out again by us upon assignment here in this country. And although no use can be made for the Company's trade of the Porto Novo pagoda, and the Company's interest requires that the circulation of that specie be checked as much as possible in order thereby to bring the Company's own coinage more and more into circulation or to keep it further current, we have nevertheless thought that that difficulty could be removed by a provision to accept only three-image, as well as old and new Nagapatnam pagodas on bills of exchange, which we do not doubt can be exchanged against Porto Novo pagodas by those who wish to transfer their money to Europe. We have consequently found it good to permit that annually three to four tons of gold be drawn upon us, to be paid after the conclusion of the autumn sale by the respective chambers. Namely: The old Nagapatnam pagoda at 89 to 90 stuivers, according as one will be able to agree with those who supply the money. The new Nagapatnam pagoda at 82 stuivers, and the three-image pagoda at 92 stuivers. If, however, one insisted that the Porto Novo pagodas might also be accepted by the Company upon assignment, this could in our opinion take place, but namely, when the Company accepted the same in order to have them reminted into Nagapatnam ones, and that on that footing the value which would be paid out in this country for the first-mentioned coin was so regulated that the Company could suffer no loss from that reminting. Since, however, no regulation can well be made by us regarding this, we leave this deferred to the ministers, in the trust that they in that case will look after the Company's best interest. § 212. Further under the main section of the farmers of the Company's domains in this city in general, and those of the tobacco and betel in

Dutch transcription

39 „land voor de nieuwe Nagapatnamse Pon En bij ons geconsider„ good zoude moeten worden uijtgekeerd. eert zijnde aan de eene want de Nieuwe Nagapatnamse Pa„ good Essaijeert 18. Carraat 5½. praijn, zijde dat wanneer die en word volgens zijne intrinsique waarde Particuliere geleegend„z gereekent tot 80. 1/3. stuijvers, daar den Portonorose Pagood volgens Een daar ovr heijd wierd gegeeven, om voor weijnige daagen geleeden getrokken op den voet, als sedert Essaij, niet meer inhoud dan 16. Carraat en 3 Greijn, En dus niet eenige jaaren in Ben¬ meer dan 70. stuijvers in 11. pen„ gale met goed suc„ ningen kan waardig gereekent worden, dat een verschil van 12. prC o. uijtmaakt cls voor de Comp:e is en wanneer deselve versmolten mitsg:s we„ 268 gepractiseert, hunne derom tot Nieuwe Nagapatnamse pagooden vermunt worden, zo zoude Penningen door het dat verlies wel loopen tot 13½. per„ trecken van wissels cento ruijm, buijten en behalven dat op het allaij van de Portonorose Pa„ naar Europa over te good weijnig staat te maaken is. —. maaken zij hier door Intusschen is het different van die munt spetie bij verwisseling tot nieuwe Na„ ten minsten zouden gapatnamse pagooden bij de sankaer uijt winnen de risico en wisselaars deeser plaats niet koo„ gen dan vom 6. tot 7. ½. p„r C:o dat der Zee en het verlies in vergelijking tegens de versmelting en bij versmelting dier p Normithe munt 39 e vermunting tot nieuwe Nagapatnam„ se pagooden, wel de helft differeerd, wel„ ke meerder verlies in tegen overstelling der particuliere verwisseling met ligt door ijmand zoude willen gedragen worden, waar en teegens de accepta„ tie van Madrasse Sterpagooden voor dE Comp:e zoo wel als voor die gee„ die, ne, welke „ munt spetie tellen, minder risico van Nadeel loopt, voor al wanneer deselve te bekoomen zijn voor 7. Engels schell: 4. pence of 7. Engel: Schill: 8. pence, bereekende nade Nederland„ se waarde 80. 2/3. of 84. 1/3. stuijvers om in Amsterdam na dewissel Coers van het Engelsch geld, voldaan te worden, zoo als ten Gouvernemente Ceijlon tot voortsetting van den Tutucorijnsche Lijwaat handel tot vel 37000 stux sterpagooden met Een goed effect plaets gehad heeft, als kunnende langs deese geheele Cust tot den handel in Lijwaaten &=a met zeer veel Ge„ wildheijd, teegens die selfde prijs wederom worden uijtgegeeven. —. Hebben wij vervolgens onse gedagten laten gaen mint Specie op dezelve vallende — en aan den anderen kant, dat ook de Maatschap„ bij een gedeelte van het goud, dat sij jaar lijks ten deezer kuste voor den Lijwaat Handel nodig heeft door de acceptatie van pa„ gooden zau kunnen fourneeren en dus mee„ de voor het bedraagen der getrockene wissels uijtwinnen de risico der Zee. —. 4 N 84 269 op wat voet de ministers door ons zouden kunnen worden gequalificeert tot het accepteeren van Penningen, om vervolgens door ons op Assignatie hier te ban„ de weder te worden uijtgekeert — En ofschoon men voor den Handel der Maat„ schappij van de Porto„ novosche Pagood geen gebruijk kan maaken, mitsgaders s Compagnies belang vordert, dat de rou„ leering der Specie zoo reeb veel mogelijk werde te„ „gen gegaan om hier door sComp:s eijge munt slag meer en meer in de wandeling te doen koomen, of ver„ der gangbaar te hou den Hebben wij egter ge„ meend dat die swa„ righeijd uyt den weg te ruijmen zou zijn door een bepaling van alleen drie beeldige„ mitsgaders oude en nieuwe Nagapat„ namse 43 270 namse Pagooden op wissel te mogen aannee„ men, die wij niet twijf„ felen of zullen door de geenen welke hunne gelden naar Europa willen overmaken te„ gen Portonovosche Pagooden kunnen worden opgewisselt. Wij hebben dien vol„ gende goedgevonden te permitteeren dat jaar„ „lijks op ons drie a vier Tonnen gouds getroc„ ken worden om na het afloopen der Nats. 12 Najaarsche verkoping bij de respective kame„ ren te werden voldaan. Te weeten De oude Nagapatnam sche Pagood met 89. a 90. stuijvers na dat men zulks met de gee„ nen die het geld four„ neeren, zal kunnen overeenkoomen. de Nieuwe Nagapat„ namsche Pagood met 82. Stuijvers en de drie beeldige Pagood met 92. stuijvers. — Indien men egter in„ Heera 271 45 „steerde ten eijnde ook de portonovosche Pa„ gooden, door de Compag„ nie op assignatie mog„ ten worden geaccep„ teerd, kon zulks on„ ses bedinkens geschieden dan namentlijk, wan„ neer de Compagnie de„ zelve aannam om ze tot Nagapatnam„ sche te doen vermin¬ ten, en op dien voet de waarde, welke voor eerst gemelde munt hier te lande zoude worden 75 de Pagters van sComp:s domijnen worden uijtgekeert, zoo„ danig wierd geregelt, dat de Comp:e bij die vermim„ ting geen schaade kom lijden dan hier omtrent door ons niet wel eenige be„ paling te maaken zijnde laaten wij zulks aan de ministers gedefereert in vertrouwen dat zij in dat geval 'sComp:s meeste intrest zullen behartigen— § 212. wijders onder het hoofd deel der con„ in deese stad in 't Generaal, en die van de Tabak en beetel in 7B van token

NL-HaNA_1.04.02_9699_0053 view scan ↗

English

272 greatly overburdened with doits, because the public pays them in nothing other than that copper coin, and they must pay their lease moneys to the Company in new Madras pagodas, so that one is indeed forced, on the one hand, to protect those people from excessive loss, and on the other hand, to maintain the leases at the amounts for which they are generally bid, to accept doits in payment of their lease moneys, as had to be done on that account in the years 1771 and 1776, without there being the slightest presumption on our part that the farmers had intended to obtain any other advantage thereby; however, one shall not proceed to do so in the future, at least as little as possible, unless greater advantages could thereby be obtained for the Company. In particular, having frequently seen that the Ministers, in order to rid themselves of the large remaining balance of copper doits which had been in their cash reserves since the year 1771, had shipped a parcel of 512,000 pieces to Batavia, and added to that a quantity of 760,000 pieces exchanged by them from the Farmer of the doits at a profit of about 7 percent, this shipment and exchange, as well as an earlier acceptance of the aforesaid copper coin at a profit of 12 percent for the Company, mentioned in the Ministers' dispatch of 28 January, have caught our attention in no small measure. The said advance of 7 and 12 percent, however, is by no means to be compared with the profit 49 273 which was obtained for the Company upon the first issue of that specie; but on the contrary, it disappears entirely when one calculates against it the risk of the sea which that coin undergoes in being sent back and forth, not to mention the interest that is lost on the capital by lying in the cash reserves for a long time. Meanwhile, we admit that sometimes, in order to maintain the currency of the doits, one should somewhat accommodate the Farmers who are overburdened with them on the Company's behalf; but since this is to be regarded as nothing other than a singular favor, and the Company is not obliged to make that exchange, it ought also to be done with more advantage than 7 to 12 percent. Moreover, no reasons have appeared to us why the one farmer, and especially that 274 54 of the duty on tobacco and betel, should be more obliged than the farmers of other duties to accept doits in payment, while the facility granted by the exchange at so small a loss to the Farmers may easily give them the opportunity to abuse it by exchanging the same with others at a higher advance than that for which they are to surrender them to the Company; which remarks we therefore expect the Ministers will take as guidance for similar cases in the future. The term of the contract concluded in the year 1776 for three years, but commenced in the year 1775, with the Vizianagaram Princes, concerning the lease of Bimilipatnam, the roadstead, and the dependent villages, having expired on 8 June 1778, one has not been able to come to an agreement with those princes to conclude a new contract from that time until now; however, as the Bimilipatnam chiefs are now ordered, pursuant to our instruction by letter of 15 November of the year just passed, to treat finally with those princes about this, we daily look forward to their agreement with their Highnesses. Section 213. The Ministers having finally received the contract concluded with the Vizianagaram Princes, whereby the district of Bimilipatnam with the roadstead and dependent villages has been ceded again in property to the Company for the term of three years for a sum of Rupees 8,331 per year, while the same contract has been ratified by the Ministers and approved by Your Honors, we also find this agreeable. And as we consider it not inadvisable that the said lease be continued on the same footing for the present, it is therefore quite unnecessary for us to declare ourselves on your proposition contained in your separate Resolution of 11 April 1774, regarding the maintenance or breaking up of the trading post at Bimilipatnam, since it is now obvious that this maintenance must indeed take place provisionally. Section 214. By the aforesaid Resolution, the withdrawal of the Company's trading post at Portonovo having also been submitted to our consideration, after We shall make use of Your Right Honorable, Highly Esteemed authorization to withdraw the Portonovo trading post and to break up from there, as soon as the indebted merchants have paid their debt, which on the last day of August 1778 still 276

Dutch transcription

272 nig overkrapt met duijten, door dien aan haar door de Gemeente niets anders dan die koopere munt betaald word, en zij aan de Comp:e haare pagt penningen opbrengen moeten, in nieuwe nagass=se pagooden dat men wel in de nood„ saakelijkheijd gebragt word, om aan de eene zijde die menschen te behoeden voor eene Excessive scha„ de; en aan de andere zijde, om de pag„ ten bij het bedragen waar voor deselve door gaans gemeijnd wor„ den, te maintineeren, duijten in betaling van haar pagt penningen te accepteeren, zoo als in A=o 1771. en 1716. uijt dien hoofde heeft moeten ge„ schieden, zonder dat 'er bij ons eenige de minste presumtie heeft kunnen plaats hebben dat sij pagters daar meede eenig ander voordeel te erlan„ gen, bedoelt hadden, egter zal men daar toe in het ver 't bijsonder worden dekwils zooda„ „tanten gesien hebbende, dat de Ministers om zig te ontdoen van het groot restant ka„ pere duijten, bij hun zeedert het jaar 1771 in cas zijnde geweest. een parthij van 512000. stuks naar Batavia hadden afgescheept en daar bij nog gevoegt een quantiteijt van 760000. Stuks door hun van den Pagter der duijten met een winst van om„ Pr C trent 7 C:o ingewis„ G „selt is ons die versending volg en 42 volg niet weeder, ten minsten zoo weijnig immers mogelijk is, overgaan, ten zij men daar meede voor de Comp:e grooter voor„ „deelen konde bevingen „ding en opwisseling, ge„ lijk meede een vroeger gedaane acceptatie van voorsz: kapere munt met een winst van 12=e p=rCo Co. voor de Comp:e vermeld bij der ministers missive van den 28. Januarij, niet wijnig in 't oog ge„ loopen Het gemelde avans prC=o dog van 7. en 12. komt geenzins in aan„ merking bij de winst ge¬ die 49 273 die op d' eerste uijtgave dier Apecie voor de Comp:e werd behaalt: maar verdwijnt in teegendeel. ten eenemaal„ wanneer men daar teegen bereekent de resico der zee, welke die munt bij over en weder sending ondergaat wij swijgen van den intrest, die door het lang in cas leggen op het capitaal ver„ loopt. —. Intusschen staan wij toe, dat somtijds tot in standhouding van de gangbaarheijd der duijten men de Pachters dite die daarmeede zijn over„ kropt, sCompagnies wee„ gen eenigsints diend te gemoet te koomen, maar dewijl dit niet anders, dan als een Singuliere gunst is aan te merken en de Compagnie tot die inwisseling niet is verpligt, behoorde dezelve dan ook met meer voordeel dan van 7. â 12. pr Cto. te geschie„ den — Booven dien zijn ons geen reedenen voorgeko¬ men waarom den eenen pagter en Speciaal die„ van 274 54 van den impost op de Ta„ bak en beetel, meer dan de pagters van andere Jmposten gehouden zou„ „de zijn duijten in be„ taaling aan te neemen terwijl de faliliteijt die men verleend door de opwisseling met een zoo gering verlies voor de Pagters, hun ligtelijk geleegenheijd kan gee„ ven, om daar van mis„ bruijk te maaken door dezelve bij andere met een hooger avans in te wisselen, dan waar voor zij die aan de Compagnie behoeren behoeve aftestaan, wel„ ke aanmerkingen wij derhalven verwagten, dat de Ministers bij soort gelijke gevallen in het toekomende zig ƒ. tot narigt zullen laa„ „ten strecken. — De tijd van het in A:o 176. § 213. de Ministers eijn„ voor drie jaaren geslooten, dog delijk ontfangen hebben„ in anno 1775. ingegaan Contract de het contract met met de visianagaramsche na Princen, weegens de pagt van de visia „ garamsche Bimilipatnam, de reheede en 275 Princen geslooten, waar de onderhoorige dorpen op den 8. Junij 1778. g'expireerd zijnde bij men opnieuws voor heeft men 't zedert die tijd tot den tijd van drie gaa„ nog toe niet met die vorsten kunnen overeenkoomen tot ren aan de Comp: in eijn het sluijten van een nieuw Contract, dog de Bimilipatnam gendom heeft afgestaan Le het 53 se opperhoofden tans ingevolge ons aanschrijvens bij brief van den 15 November des jongst ge„ passeerde jaars gelast zijnde om daar over met die prin„ cen ten finalen te handelen, zoo zien wij dagelijks hunne zig overeenkomst met Haar Hoog heedens te gemoed.— het district van Bimi„ lipatnam met de Rhee„ de en onderhoorige dor„ pen voor een somma van Ro/a 8331. sjaars, terwijl het zelve Con„ tract door de Minis„ ters geratificeert en bij UE: geapprobeert is laaten wij ons sulx meede welgevallen. En daar wij niet on„ geraaden agten, dat gem: pagt opr gelijken voet voor eerst nog werde ge„ continueerd, zoo is hier door genoegsaam onnoo„ dig dat wij ons ver„ claken 3 claren over uwe propo sitie vervat bij der„ zelver aparte Resolu„ tie van den 11. April 1714: nopens de aanhou„ ding of opbrake van het Comptoir te Bi„ „door milipatnam, alsoo in laar thans van zelve spra dat die aanhouding immers provisioneel no zal dienen te geschiede §214. Bij voorsz: solutie aan ons mee„ de in bedenking zijnde gegeeven de intrekking van 's Compagnies Comp „toir te Portonovo, na Wij zullen van Uw hoog Edele Hoog Agtb: hoog g'eere qua„ lificatie om het Comptoir Porto„ novo in te trekken, en van daar op te breeken, gebruijk„ maken zo dra de agterstal„ lige kooplieden haaren debet die onder ult:o aug 1718. nog het dat 276

NL-HaNA_1.04.02_9699_0061 view scan ↗

English

amounted to ƒ50948. 15. will have been settled, for which we spare no effort, but rather employ all possible means toward a speedy collection thereof, although our efforts in this regard are rendered more and more fruitless from year to year by the impoverished state in which the three indebted merchants find themselves, so that it is even to be feared that in the financial year of 1778/9 they will pay nothing in reduction of their debt, while one moreover lives in continual fear of making even a moderate advance of cash to those doubly insolvent merchants, as they on their part will sooner seek to increase their arrears than to decrease them. With regard to the latter, we have taken into consideration the reasons that have restrained Governor van Vlissingen from making any advances to the aforementioned merchants until the outstanding debts there should be collected, as well as those concerning Palicol in case the merchants at that office could be induced to move to Jaggernaijkpoeram, to effect the relocation as yet. And it is on the basis thereof, as well as because the revenues there exceed the expenses, that we prefer that the office at Palicol be maintained for the present in the most economical manner. However, regarding Portonovo we have fewer reservations, as according to what is noted in the memorandum of considerations of the late Ordinary Councillor Haksteen, upon which your above-mentioned Resolution was taken, this office is merely a burden to the Company, and the linens produced there can be supplied by the Nagapatnam merchants at the same prices and of no lesser quality than at Portonovo. We therefore authorize the Ministers, after the Company's debts at that office shall have been settled, to withdraw it and break camp from there. We furthermore expect that, in order to put this into effect the sooner the better, the Ministers will spare no effort toward a speedy collection of the arrears, and that care will above all be taken not to increase them through excessive or incautious advances on the delivery of linens. § 215. On the other hand, no reasons having appeared to us for abandoning the offices of Palleacatta, Sadraspatnam, and Jaggernaijkpoeram, we declare ourselves, in accordance with the proposal made thereto by you, in favor of their retention. § 216. And we shall further continue to look forward to your final disposition on what was proposed by the Ministers for the repair of the Company's lodge at Narsapoer, mentioned in our letter of 8 October 1777, § 349. § 217. In the papers received last year, there being first inserted the statement of the condition of this government for the year 177¾, it was nothing but highly displeasing to us to see therefrom that the expenses have exceeded the stipulation of the Memorandum of Retrenchment by an exorbitant sum of ƒ406201. -. And although the profits and revenues differ favorably from that Memorandum by an amount of ƒ115759, this latter sum nevertheless bears no comparison to the former. We are not inclined to enter into a detailed discussion of the general expense items, as it would otherwise clearly appear therefrom that of these only very few, and at the office of Nagapatnam hardly any, can be found that have remained below the stipulation, and this nevertheless cannot be attributed to extraordinary war expenses, since for that, in the statement of accounts, after deducting some items that come to credit, only a sum of ƒ139834. - has been entered. § 218. Meanwhile, we cannot imagine that in the financial years of which the statement is still lacking to us at present we shall find a lower amount of ordinary expenses, when we observe the condition of the Nagapatnam fortifications and the substantial costs that have already been expended on their improvement and repair and still appear to be necessary further. We have already made known our apprehension in this regard in our letter of 8 October 1777, § 346. And from reading the letters received since then, we learn with great regret that the costs both for the aforesaid repair and the construction of a new redoubt are calculated at a sum of 162493. 37. The importance, however, of that sum and the great consequence of the work make us hope that you will not have allowed the same to be taken in hand until the report and the considerations of the engineer Lowe, who was sent hither from Ceylon by your order to survey the castle and further fortifications of Nagapatnam, shall first have been properly examined and considered by knowledgeable persons, so that you may thereby have been enabled to judge the necessity of the stated improvements and repairs with all the more certainty and to decide what is necessary in that regard with greater peace of mind. At least the example of the former engineer

Dutch transcription

5 bedroeg ƒ50948. 15. zullen ver„ ewend hebben, waar toe wij geen moeijte spaaren, maar wel alle mogelijke middelen aanwenden tot een spoedige in palming derselve schoon onse pogingen dien weegens van Jaar tot jaar meer en meer vrugtelods gemaakt worden, door de aamoedige staat, waar soo in de drie debit zijnde hande„ laar zig bevinden, zoo dat Preek het Delfs te dugten staat dat ze in het boekjaar van 177 /9. niets in mindering van hunnen schuld zullen afleg„ gen, Terwijl men booven dien in een geduurige vreese verceerd om eene matige voor uijt verstrek„ king van Contanten aan die dubbeld insolvente Cooplieds te doen alsoo ze van haare zijde eerder zullen tragten haar agterstal te vermeerderen dan te verminderen hebben wij met opzig„ te tot het laatste in aanmerking genoomen de reedenen die den Gou„ verneur van vlissingen hebben weerhouden aan voormelde kooplieden eenige voorslagen tot dat de uijtstaande schul„ den aldaar zoude wee„ zen ingepalmt, mitsga„ ders dat van Palicol in„ geval de kooplieden ten dien Comptoire konden worden gedisponeert tot de verhuijsing naar Jaggernaijkpoeram 2 de 55 - de verhuijsing als nog te doen. En het is op fundament van dien, als meede wijl de inkomsten aldaar meer bedraagen dan de lasten dat wij liefst ver„ kiesen, dat het Comp„ toir te Palicol voor eerst op de menagieuste wijse werde aangehou den. dan omtrent Porto„ novo dragen wij min„ der bedenking, alsoo na het aangeteeken„ de bij de memorie van Consideratie 277 — 57 Consideratien van wij„ „len den Heer Raad ord: Haksteen, waar op boven gemelde uwe Resolutie is genoomen, dit Comptoir sleghs een last post is voor de Maatschappij en de Lijwaaden welke aldaar vallen door de Nagapatnamsche kooplieden tot dezelf„ de prijsen en van geen minder deugd, dan te Par„ tonovo kunnen worden geleeverd. — wijl - 278 wij qualificeeren derha ven de Ministers om na dat 'sComp:s Schulden ten dien Comptoiren zullen zijn verevend, het zelve in te trecken en van daar op te bree¬ ken —: wij verwagten voorts, dat om zulks hoe eeren zoo beeter werkstel„ lig te kunnen maaken de Ministers geene moeij te zullen spaaren tot een spoedige inpa„ ming der agterstallen„ en dat men voor al sor„ gen sal om dezelve niet te 59 53 59 279 te vermeerderen door ommatige off onvoor„ sigtige verstreckingen op de leverancie van lijwaaden — § 215. Daarteegen aan ons geene redenen zijnde voorgekomen, tot verlaating van de Comptoiren Pallea„ catta, Sadraspatnam en Jaggernaijkpoer am„ verklaaren wij ons inge„ volge het voorstel daar toe door UE: gedaan voor derzelver aan„ houding. — 1 216. En 1 § 216. En zullen wij„ ders blijven te ge„ moed zien uwe fi„ nale dispositie op het geproponeerde door de Ministers tot her„ stelling van sComp:s Logie te Narsapoer vermeld bij onze mis„ sive van den 8. octo„ ber 1777. ƒ 349. —. 1217. In de Papieren voorleeden jaare ontvan„ gen eerst g'insereerd zijn de het vertoog van den staat deeses gou„ via lament1 61 280 vernements over den jaare 177¾. was het ons niet dan Leer onaangenaam daaruijt te zien dat de lasten de bepaling der memorie van Menage te boven zijn gegaan met een exarbitante som„ me van ƒ406201. -. En of wel de winsten en inkomsten met die Memorie ten voordeele verschillen een mon„ tant van ƒ115759. komt egter deeze laatste som in geene vergelijking bij de Eerste. — Het lust ons niet lb te treeden in een bij„ sondere discussie der gee„ neraale Lastposten, ha seer anders daar uijt zou blijke, dat men van dezelve slegts zeer weijnige en ten Comptoire van Nag patnam er naauwlijks een kan vinden, die beneeden de bepaaling ge aan zyn gebleeven, en zulx 6 egter niet toegeschr ven kan worden aan buijten gewoone oor„ logs ongelden, dewijl daar voor bij de staat Reekening na aftrek ven 63 van eenige posten, die ten voordeele koomen alleen is opgebragt een Somma van ƒ139834. -. § 218. Intusschen De ruwe Calculatien van het geen de Extructie der nieuwe plans door den Ex mogen wij ons niet Capitain jngenieur Elias Parava„ voorstellen in de Boek„ cinie de Capelli, tot herstel„ ling der fortificatie werken geformeerd, jaaren, waar van het zouden komen te bedraagen, worden 281 vertoog ons thans nog heeden nevens de consideratien deeser regeering Haar Hoog Edelens ontbreekt een minder de Edele Hooge Indiasche Re„ beloop der ordinaire ing geering te Batavia over Ceijlon aangeboden lasten te zullen aantref„ fen, als wij gade slaan den staat der Naga„ patnamsche vesting werken en de importan„ ten kosten die tot ver„ betering en herstelling derselve derselve reeds zijn ge„ spendeert en nog verder schijnen noodig te wee„ sen. — wij hebben onze be„ dugting deswegen reeds te kennen gegeeven bij onse missive van den 8. october 1777 1 346. - En uijt de lecture van de zedert ontvangene Brieven verneemen wij heer ongaarne, dat de kosten zoo tot voorsz: herstelling, als den aanleg van een nieuw Redout op een som van 162493. 37. worden gereeken 282 65 gereekent— De importantie egter van die som, en de groote aangelegend„ heijd van het werk doen ons hoope dat UE: het zelve niet zullen hebben laa„ ten onderhanden nee„ men, dan na dat het berigt en de Considera„ tien van den ingenieua lowe, welke ter uwer order van Ceijlon her„ waards gezonden, ten eijnde het casteel en verdere Fortificatien van Nagapatnam op of te neemen door lieden des kundig alvoorens behoorlijk zullen zijn ondersogt en overwoogen op dat UE hier door mogen zin in staat gesteldt om over de noodsaakelijkheid de opgegeevene verbeetering en herstellingen des te zeekerder te oordeelen en met de meerdere gerustheijd het nod„ ge dien aangaande zullen hebben kunnen besluijten. Althans het voor„ beeld van den geweesen Jngenie

NL-HaNA_1.04.02_9699_0073 view scan ↗

English

283 62 Engineer Duntszfeld, to whom in the year 1760 the construction of the Nagapatnam fortification works was assigned, and to whose improper management in that matter the present decay of those works is to be attributed, if not entirely, at least for the greatest part, provides anew a very unpleasant proof of the great expenses that have from time to time been spent completely uselessly on the Company's fortifications in the Indies, and consequently demands the utmost circumspection regarding the competence of the persons who are employed in matters of that nature. § 219. Proper retrenchment in the matter of repairs and provisions to ships and smaller vessels also having no small influence on the improvement According to the memorandum of retrenchment, 7 vessels are permitted for this Government, and at most eight as there are currently in existence, which are absolutely necessary to provide the offices with what is needed, and to have the linens transported from there to this head settlement. 284 means 69 of the state of this office, to which, among other things, the compliance with your recommendation to keep no more sloops and vessels here than are strictly necessary can serve as a principal means, we viewed with pleasure the order given by Your Honour to the ministers to send the bark the Arend to Batavia, as it serves Coromandel and could be spared there. It nevertheless appears to us that the principal reason why that vessel could be spared here originates from the acquisition of the two new sloops, of which mention was made in our general missive of last year 1330, and from which 71 285 subsequently becomes quite clearly evident the validity of the remark made in that letter, that Your Honour, upon dispatching those sloops, was uncertain whether the same would be of use here; while it is more than probable that if Your Honour had sent only one of those sloops, it would not have been necessary to recall the aforementioned bark the Arend to Batavia. § 220. The ministers having made an extraordinary purchase of equipment goods to the amount of Pagodas 1256 for the service of the vessels stationed here, we assume that this occurred because their requisitions for 286 83 By Their High Nobles. And since such purchases tend to the considerable burden of the Company, we expect that this will be provided for in the future. § 221. Under the head the case of the clerks in this Government having been reduced to the limit expressed in the memorandum of retrenchment, care will be taken that this limit is not exceeded for any reason, and at the same time close attention will be paid to what was recommended by Your High Nobles to reduce excessive paperwork. of the personnel, having come before us the promotion made by Your Honour of a soldier at the pen to assistant at a time when those goods were either not or only partly fulfilled by Your Honour. the number of writers was considerably greater than the limit established for it in the memorandum of retrenchment, we could as little pass this by unnoticed as acquiesce in the allegation made of the increased paperwork with which the ministers attempted to excuse the retention of that larger number of clerks. For it is certain that this paperwork could be considerably curtailed 287 75 if the ministers in their direct advices to us avoided all unnecessary repetitions of such points as are dealt with in their letters to Your Honour, and of which letters we receive the copies. This ought therefore to be recommended to them, as well as to all other ministers whom it may concern, care needing above all also to be taken that, not as presently happens quite often, one and the same matter is related almost equally detailed in the common and separate letters; on that basis we assume that of the number of writers, both here and at other offices, some may yet be spared, and thus also in this respect further retrenchment will be to be observed. 288 § 222. The title and rank of merchant granted by Your Honour to the Assay Master Willem Duijnevelt, for which post only the capacity of junior merchant is designated, being contrary to the established orders, we could also immediately disapprove that promotion in rank. Yet considering that the same took place as a reward for already proven, and encouragement for further faithful services, we will let the same pass for this time, nevertheless with the prohibition in the future to grant any servants a higher title or rank than is respectively determined for the posts they occupy. Should Your Honour however think that any servant for special reasons deserves a higher title or rank

Dutch transcription

283 62 Ingenieur Duntsz„ „feld, aan welken in den jaare 1760. den aanleg der Nagafjat„ namsche vesting wer„ ken was ofgedraagen, en aan wiens verkeer„ de behandeling in dat stuk het teegenwoor„ „dige verval dier wer„ hen zoo niet geheel ten minste voor het groot„ ste gedeelte is te wijten levert op nieuw een zeer onaangenaam bewijs uijt van de groote kosten, die aan sCompagnies Fortifica„ „tiens „tien in Jndien van tijd tot tijd geheel nutte„ loos zijn gespendeert, en vordert mits dien de uijtterste omsigtig„ heijd nopens de be„ kwaamheijd der Persoo„ nen, die in zaaken van die aart werden g'emploijeert. — § 219. Een behoor„ lijke menagie in stuk der Reparatien en verstrekkingen aan scheepen en minder vaartuijgen meede van geen geringen in„ vloed zijnde op de ver„ Bij de memorie van menagie worden voor dit Gouvernement toegestaan 7. vaarthuijgen, en op zijn hoogst agt zoo als er thans in weesen zijn, die men absolut nodig heeft om de Comptoiren van het nodige te voorsien, en de Lijwaaten van daar na deese hoofd plaats te doen overbrengen. —. 284. betekend 69 beetering van den staet van dit Comptoir waar toe onder anderen als een voornaam middel kan dienen de nakoo„ ming uwer Recomman„ datie om niet meer chia„ „loupen en vaartuijgen als volstrekt noodsaa„ kelijk zyn alhier aan te houden beschouw„ den wij met genoe„ gen de door uE aan de ministers gegee„ ven last om den bark den Arend als voor Chormandel te dien gaande, en al daar ge„ mits „mist kunnende worden naar Batavia te Een den Het komt ons nog thans voor dat de principaale reeden, waar door dat vaartuijg al„ hier te missen is geweest haaren oorsprang heeft uijt het bekoomen van de twee nieuwe Chialou„ pen, van welke bi onse generaale mis„ sive des voorleeden Jaars 1330. is ge„ sprooken, en waer uijt 71 285 uijt vervolgens vrij„ klaar blijkt de ge„ grondheijd van de bij dien brief gemaek„ te remarque dat UE C bij het afzenden van die chialoupen on„ „zeeker zijn geweest, of dezelve alhier zou„ den kunnen te pas koomen; terwijl het meer dan waarschijne„ lijk is dat zoo uE maar een van die Chialoupen hadden gesonden het niet „noodig zoude zijn ge geweest gemelde Bark den Arend naar Batavia te ont„ bieden § 220. De Minis„ ters een Extraordi„ naire inkoop van Equipagie goede„ ren hebbende ge„ daan tot een bedraa„ gen van Pagooden het 1256. ten dienste der alhier bescheijden vaartuijgen onderstel len wij dat sulks ge„ schied is uyt hoofden hunne petitien van de 286 ƒ 83 Door Haar Hoog Edelheedens En nadien soodanige inkoopen strecken tot merkelijke beswaar van de Maatschappij ver„ wagten wij, dat daar in voor het toekomen„ de zal voorzien weezen. § 221: Onder het hoofd„ het geval der Pennisten ten desen gouver„ deel der Dienaaren ons der nemente geredroxeerd zijnde, tot op de bepaaling bij de memorie van mena„ zijnde voorgekoomen gie g'Expresseerd, zoo zal men zorge de door UE: gedaane draagen dat die bepaaling om geene ree„ den, word te bovengegaan, en teffens bevordering van een Vol„ nauwkeurig agt slaan, op het door daat aan de Pen tot uw Hoog Edele Hoog Agtb: aanbevoolene tot vermindering van het Adsistend op een tijd dat overtallig schrijff werk die goederen door UE of niet of slegts ten deele voldaan zijn gewor„ den. — het het getal scribente mer„ „kelijk grooter was dan de daar voor gemaakte bepaaling bij de Memo„ rie van Minagie, heb„ ben wij zulks also min ongemerkt kunnen voor bij stappen als berusten in de gedaane allegatie van het meerdere schrijf werk waarmeede de Ministers de aanhou„ „ding van dat meer„ der getal Pennisten traa ten te verschoonen. — Immers is het Zee„ ker dat dit schrijf„ werk merkelijk te be„ „ korten 287 75 „korten zoude zijn wanneer de Ministers in hunne directe ad„ visen aan ons allen onnodige herhalin„ gen vermijden van zulke poincten die bij Hunne brieven aan uE: verhandeld wor„ den, en van welke brieven wij de af„ schriften ontfangen Dit behoort derhal„ ven hun te worden gerecommandeert, zoo wel als alle an„ dere Ministers die het zelve kan aan gaand gaan, moetende voor al ook gesorgt wor„ den, dat niet zoo als thans vrij dikwils plaats heeft een en dezelve zaak bij de gemeene en aparte brie„ ven genoegzaam even omstandig verhaalt werde; op dien voet neemen wij, dat van het getal der scri„ benten zo hier als of andere Comp:e nog wel eenige zullen kunnen worden gemist, en dus ook in dit opzigt nog verdere menagie te be„ tragt 2887 „tragten zal zijn. De door uE § 222. verleende Titul en rang van koopman aan den Muntmeester Willem Duijnevelt, tot welke post maar staat de qualiteijt van onderkoopman met de vastgestelde ordres strij„ dig zijnde zouden wij ook die verhoo„ „ging van rang dade„ lijk kunnen inprobee„ ken. Dan considereerende, dat het het selve is geschied ter beloning van reeds beweesene, en aanmoe¬ diging van verdere ge „trouwe diensten, zullen wij het zelve voor deeze reijze passeeren met interdictie nog„ thans om in 't vervolg aan eenige Dienaaren hooger Titil off rang toetestaan, als voor de Posten, die zij bekle den respectivelijk zijn bepaalt. Meenen uE egter, dat eenig sienaar om bijzondere reede„ nen en hooger Titel of Ram heeft

NL-HaNA_1.04.02_9699_0085 view scan ↗

English

The 198 firelocks that were sent from here to Batavia in the year 1776 on the ship De Wakkerheijd under the name of bastard firelocks, were received here from Batavia in the year 1757 on the ship Radermacher among a larger consignment of fully 278 pieces, and invoiced under the designation of bastard firelocks, without it appearing to us for what reason or cause that peculiar name was given to those weapons at that time, but we leave Your Honour full liberty to propose such a person to us for that purpose. Section 223. Lastly, we must briefly mention that, since the 198 pieces of firelocks shipped on the ship De Wakkerheijd to the capital were called bastards in the ministers' letter of 14 October, and that designation is unknown to us, they will therefore have to report what is understood by that expression. Section 307. Having finally arrived at the capital, Batavia, we will, in dealing with this matter, as far as the nature of the business permits, follow the thread of your successive dispatches of 25 October, 15 November, the last day of December 1716, and 21 January 1717. We have then in the first place taken into consideration, etc. Section 349. The points concerning trade and operations there, arising from the reply to our dispatch of 10 April 1773, having also come to an end here, we will now make brief mention of those relating to the direct navigation and trade between the Netherlands and the Western Offices of the Company. Section 350. We agree with Your Honour that, for the reasons adduced and contained in your notes on the memorandum sent from here concerning that direct navigation, many of the changes proposed therein regarding the current destination of the ships from the Netherlands to the Indies and back are not feasible, or at least inadvisable, which is why we will make no special mention of them here. Yet, since Your Honour appears to consider advantageous the sending of a second ship annually from here to Bengal, and that the gold and silver required there ought to be shipped at the same time with both ships presently destined directly for Coromandel, this is currently a subject of our deliberations, and we will convey our final decision regarding this to Your Honour at the next opportunity. Section 351. Although we have also believed to find several very plausible reasons for dispatching such a direct shipment to Coromandel, it has nevertheless seemed best to us, before proceeding to it, to wait and see whether the collection of textiles on that coast will increase to such an extent that there is well-founded hope of dispatching two ships at the usual time from that government laden with suitable cargoes to the Netherlands, and being able to sell them there with sufficient profits. In the month of October 1718, the requisition for European necessities was presented from here to Your Right Honourable for the first time on the return ship De Patriot, which we hope will be found arranged in accordance with Your Honour's intentions. Section 352. However, although by abandoning the dispatch of ships directly to Coromandel, Surat, and Malabar, the plan to send along the goods needed by those offices from Europe has lapsed, and there is also no convenient opportunity to do so for the latter two with the Ceylon ships departing from here, we nevertheless judge that the aforesaid offices could be supplied with those goods more promptly than at present if the ministers there were to make the annual requests for European necessities directly from the Netherlands, and likewise send the requisitions to us at the usual time together with their papers for the homeland, in order to avoid a detour via Batavia. And finding no reasons why this could not and should not be done to the greatest benefit of the Company, Your Honour must instruct those ministers to make the aforesaid dispatch in that manner in the future, while the forwarding of goods for the offices via Batavia will nevertheless remain in effect. And herewith considering the aforesaid extract of the dispatch from the homeland to be answered, we proceed, under the favourable interpretation of Your Honours, to: The article of Ships and Vessels, under which we present to Your Honours in the first place the annual report of our Master Attendant, received at our session of 15 December, concerning the vessels assigned to this coast. Consisting of six pieces, namely two barks, two sloops, one pantjalling, and one thony, or, with the two thonies in Northern Coromandel, in eight keels, together making up the number of 203 specified in the memorandum of administration.

Dutch transcription

79 De 198. Snaphaanen die in anno 1776. van hier met het schip de wakkerheijd onder dier tijd aan die geweeren gegeeven geworden heeft gemexiteerd, dan laaten wij aan UE: volkomen vrij„ heijd om den soodanigen ten dien eijnde aan ons te moogen voordragen —. § 223. Laastelijk moeten wij nog met een woord aanhaalen, dat vermits de met het schip de wakkerheijd naar de Hoofd plaats afgescheepte 198. p:s snap„ haanen bij der ministers brief van 14: 8ber: worden ge„ noemt Bastaarden, en die be„ naming ons onbekent is, zij derhalven zullen moeten berigten wat door die uijt„ drucking word verstaan. —. de naam van snaphaanen bast aarden na Batavia hebben afgesonden, zijn in den jaare 1757. met het schip Ra„ dermacher onder een meerder parthij van wel 278. Stux alhier van Batavia ont„ fangen en bij factuure aangeschreeven met de benaming van snaphaanen Bastaarden, wwelke zonder dat aan ons gebleeken is, om „ reeden of om wat oorsaak die singuliere naam te 1307. is. 289 § 307. Eijndelijk genaderd zijnde tot de Hoofdplaats Batavia zullen wij in de verhandeling deeser materie zoo veel de aard der zaaken het toelaat, volgens den draad uwer successive missives van 25. October 15 November, ult:o December 1716. en 21. Januarij 1717. Wij hebben dan in de Eerste plaats in overweging ge„ nomen &=a §349. De Poincten, ra„ „kende den handel en omme„ slag aldaar voort gevloeijt uijt het antwoord op onse missive van 10. April. 1773 Slvient 81 290 1773. hier meede ten eijnde geloopen zijnde, zullen wij nu nog kortelijk melding doen, van die welke betrecking heb„ ben tot den directen vaart en Handel tusschen Nee„ derland en de Westersche Comptoiren van de Maat„ schaffij— § 350. Wij zijn dan met UE van begrip, dat om de bij gebragte reedenen vervat in dezelver aanteekeningen op de memorie, die Nopens dien directen vaart van hier was gesonden, veele der daar bij voorgeslaagen ver veranderingen in de thans plaats hebbende destina„ tie der Scheepen uijt er derland naar Jndien en te rug niet uijtvoer„ lijk of ten minsten on„ geraaden zijn, waarom wij daar van alhier gee„ ne Speciale melding zullen doen. Ian nadien UE: als voordelig schijnen aantemerken het Zen„ den van een tweede schip jaarlijks van hier na Bengale, en dat tef fens met beijde de schie Eer 83 291 thans „pen voor die directe gedesti„ neerd naar Cormandel zou behooren te worden afgescheept het aldaar benodigde goud en zilver is zulks thans een onder„ werp van onse deliberatien en wij zullen ons finaal besluijt hier omtrend UE bij een eerst volgende ge„ legendheijd doen toeko„ men. —. § 351: of Schoon wij nu ook voor het doen van soodanige besending direct na Chormandel hebben gemeend verscheij„ de zeer aanneemelijke ree„ denor ina„ A Ne oer„ rom aa ier d n als Zen¬ Schip Schee „denen te vinden is ons egter best voorgekoomen alvoo„ rens daar toe te treeden af te wagten of den in„ saam van Lijwaaden ter dier kuste zoodanig zal toeneemen, dat er zig ge„ gronde hoop op doet om twee scheepen ter ge„ wooner tijd uijt dat gou„ vernement met een Conve„ nabel Cargoesen bela„ den naar Nederland te depecheeren en dezelve aldaar met toerijkende winsten te kunnen omset„ ten. §352: 85 292 In de maand October 1718 heeft men van hier voor de Eerste maal Uw hoog Edele Hoog Agtbare met het retours schip de Patriot aangebooden den Eijsch van Euc„ ropasche benodigtheeden, die wij hoopen dat navolgens Hoog derselver intentie zal ingerigt bevonden weezen— § 352. Dan hoe zeer door aftezien van het uijt zenden van scheepen direct naar Chormandel Souratten en Mallabaar vervallen is het plan om de goederen, welke die Comp„ toiren uijt Europa behoe„ ven, daar meede aftestee„ ken, en er ook geen gevoege„ lijke geleegendheijd is om zulx naar de twee laastge„ melde te doen met de van hier vertrekkende Ceijlon„ sche scheepen, oordeelen wij egter dat de voorsz Comptoiren met die goe„ deren spoediger zouden kunnen - kunnen worden gerieft als thans, wanneer de minis„ ters aldaar de jaarlijk„ sche petitien van Euro peesche benodigdheeden, direct uijt Neder„ land deeden, mitsg:s tot dat eijnde de Eijs„ schen ter gewooner tijd neevens hunne Papieren voor het vaderland aan ons afsonden om daarme Ba„ de een omweg over tavia te vermijden, En geene reedenen vin„ dende, waarom het zelve niet zoude kunnen en ter meesten 87 293 en vaartuijgen —. meesten nutte van de Comp:e behooren te worden gedaan moeten UE die ministers gelasten de voorsz: afzending in het vervolg alsoo te doen, zul„ lende niet te min de versending der goederen voor de Comptoiren over Batavia blijven stand grippen — g voegan os het ak: om verhapen En hiermeede het voorschreeve Extract Patriasche missive voor beantwoord houdende, gaan wij onder gunstige welduijding van uwe Hoog Edelheedens over tot Hot weegens die aanhanden zynde waar tenge gesteldheijd. — Aanbideng vm hek varlijk opn Het articul van Scheepen en Vaartuigen, waar onder wij uwe Hoog Edelheedens in de eerste plaatsche aanbieden, het ter onser sessie van den 15. December ingekoomen jaarlijks Rapport van on„ d sen Equipagiemeester weegens de ter deeser Custe bescheijden vaartuij„ „gen— Specificatie dir kieltjus derselven Bestaande dezelven, in zes stuks, naamentlijk twee barken twee sloe„ pen, een pantjalling en een Thonij, of met de twee thonies op Noor„ der Chormandel, in agt kieltjes, te zamen uijtmakende het getal 203 bij de memorie van Menage be„ de ver Thalk

NL-HaNA_1.04.02_9699_0095 view scan ↗

English

Request permission to build two new tonies. The repair of the vessels amounts to ƒ 2032:13 more than last year. stipulated; of which the first six mentioned, according to the aforesaid report, are still firm and strong, but the last two are old and worn out, so that we shall not have service from them much longer. And consequently we request Your High Nobilities, pursuant to the resolution taken on the aforesaid 15 December, to authorize us for the purchase or construction of two new tonies, in such manner as they may be obtained for the lowest price. For repairing and equipping the aforesaid vessels, we have And hope that such will be passed. as shown by the accompanying expense accounts, during the course of the recently expired financial year, had to defray a sum of ƒ 28378:2. Which, compared to the year 1775/6, when those expenses amounted to only 25545:9, shows an increase of ƒ 2032:13. Although the aforesaid accounts have risen somewhat higher than we had expected, we nevertheless trust that they will be favorably passed for write-off, because this increase was partly caused by the making of a new new tent cheling, on which was spent ƒ 903.17.8. and partly by the excessive repairs that had to be done in the past year at Jaggernaijkpoeram on the sloop 't Zoo, as the same, compared to the previous financial year, amounted to an increase of 2050.5.-. Making for the two aforementioned items, which one may well call extraordinary, a sum of 3754.2.8. And this we hope all the more, since, besides the aforesaid two items, there would have been spent ƒ 521:9:8 less on the maintenance of the vessels on this coast in the recently expired year than in the preceding year; as appears more clearly when one simply subtracts the excess spent on those vessels in this year compared to the previous year, amounting as aforesaid to ƒ 2832:13, from that which the aforesaid two items amount to; since the same directly shows a lesser expenditure of ƒ 521.9.8. How the aforesaid vessels were employed in the service of the Company during the course of the last trading year, we have already had the honor to describe in detail in our humble letter of 23 October last, to which we therefore refer in that respect. Noting, however, in continuation, that the bark de Eendragt has not yet appeared here, which begins to make us reasonably very apprehensive for that little vessel. Statement that the bark d'Eendraght has not yet arrived. In our October letter, we The weighty question of the Gentlemen Directors; what was reported regarding the fear of a shortage of sufficient linens. dutifully gave notice of the weighty question put to us by the Gentlemen Directors, regarding the annual loading and dispatching of two ships to Europe. And we reported at the same time that the general fear in which we were, that we would not be able to collect enough linens annually to be able to fully load two ships therewith, had made us resolve to first obtain the advice thereon from Questions posed to the respective resident heads. the respective resident heads on this coast. Pursuant to this resolution, we have also, by circular missive of 31 October last, put this weighty question to the aforesaid servants: whether they would see any possibility, if the European demands were to be increased to twice as much as at present, to collect the cloths required thereby for the month of November either in whole, or to what extent, without however causing any disadvantage Answer received thereon from the following offices. disadvantage to the Indian demand! To which question we recently received their advices, which we take the liberty of presenting to Your High Nobilities in copy herewith. Your High Nobilities will observe therefrom along with us: 1. That the Sadraspatnam and Paliacatte resident heads raise weighty difficulties against it, and hereby declare almost finally that they see no possibility at all of satisfying a doubled demand for Europe so early. 2. That the Jaggernaikpoeram resident heads, in order to be able to fulfill the aforesaid requirement, request two more tonies to facilitate the retrieval of the sewn cloths from the bay of Nisampatnam. 3. That those of Palicol, on the contrary, consider the fulfillment of a doubled demand very easy, and 4. That those of Bimilipatnam only required a greater number of merchants for that purpose. What was remarked upon deliberation concerning those answers. What regarding Jaggernaijkpoeram and Bimilipatnam. We subsequently deliberated on the various contents of the aforesaid advices on the 6th of this month, whereupon it was principally remarked: That although one should once follow

Dutch transcription

89 versoek twee nieuwe Thonis te morogen aanbouwen. 294 de vertimmering der vaantuijgen bedraagd ƒ 2032: 13. meen als a=o passato—. paald; waar van de ses eerst gemelde blij kens het voorschreeve Rapport nog hegt en sterk, dog de twee laaste oud en afgevaaren zijn, zoo dat wij daar van niet Lang meer dienst zullen hebben— En dienvolgende verzoeken wij uwe Hoog Edelheeden volgens besluijt op den voorschreeven 15. December genomen, om ons te qualificeeren tot den inkoop of aanbouw van twee nieuwe tonies, zoo als die, voor de minste prijs zullen te bekoomen weezen. — Tot het reppareeren en equipeeren der voorschreeve vaartuijgen, hebben wijd e Voope dat sulks zal worden gepasseerd plaats heeft. —. wij blijkens overgaande onkostreekenin„ gen, geduurende den loop van het jongst geexpireerde Boekjaar, moeten bekostigen eene somma van. . ƒ28378:2. dat bij vergelijking teegens anno 177 5/8. wanneer die ongelden maar bedroegen. . „ 25545:9 — eene meerderheijd aantoond Jan Schoon de voorschreeve reekeningen, eenigzins hooger ge„ reesen zijn als wij hadden verwagt, vertrouwen wij egter dat die gunstig ter afschrijving zullen worden ge„ passeerd, uijt hoofde deeze meer„ Aombonin vaar uijt de minderheijd der heijd, gedeeltelijk is veroor„ zaakt door het aanmaken van een van. . . . . . . . . . . . . . ƒ 2032:13. — nieuwe 91 295 nieuwe Tent Chialeng waar aan be„ -ƒ 903. 17. 8. en gedeeltelijk door de exces„ sive vertimmering die er in anno Passato op Jagger„ naijkpoeram aan de sloep 't Zoo heeft moeten geschie„ den, als hebbende deselve, bij vergelijking teegens het voorige Boekjaar meer„ der bedraagen „ 2050. 5. -. uijtmaakende voor de twee opgemelde posten die men wel extraordinair noemen mag kostigd is. . . . . -- „ 3754. 2. 8- 5 6 En zulks hoopen wij te meer, dewijl, buijten de voorsz: twee . - het omplijden voorsz kieltjes is be„ twee posten, er in het jongst geexpireerde jaar, voor het onderhoud der vaartuijgen ter deeser kuste minder, als in anno voorgangen zou bekostigd zijn ƒ 521:9:8: gelijk nader blijkt wanneer men het meerder bekostigde aan die kieltjes in dit als in het voorige jaar be„ draagende als gezegt ƒ2832: 13. — sligts substraheerd van het geen de voorsz twee posten rendeeren; nadien het zelve direct eene min„ dere uijtgave aantoond van ƒ 521. 98. Hoedanig de voorschreeve vaar¬ dees. tuigen 9 93 mts sebald—. Betuijging over dat de bank d' Een„ draght nog nieh afgevragd is. —. 296 tuigen, geduurende den loop van het jongste handeljaar, in den dienst van de Maatschappij geemploijeerd zijn, hebben wij bereeds de eere gehad omstandig te beschrijven, bij onzen nedrigen brief van den 23.=e Octo„ ber laastleeden, waar aan wij ons derhalven ten dien respecte ge„ draagen Noteerende egter nog ten ver„ volge dat de bark de Eendragt, tot nog toe alhier niet is koomen opdaagen, het geen ons met reeden zeer bedugt voor dat kieltje begint te maaken — Bijonzen October brief, hebben wijl - de gewigtige vraage der heeren Majoo„ het gemelde daar bij weeg:s de wreese voor gebrek aan genoegsaame Lijwaaten. vs wege belading van 2. schapen pligtschuldig kennisse gegeeven van de gewigtige vraage door de Heeren Majores aan ons gedaan, wegens het belaaden en depechee„ ren jaarlijks van twee Scheepen na Europa. — Aot heden ij obe: hier men wij aan uwe Hoog Edelheedens En wij mel den teffens, dat de Generaale vreese waar in wij ver„ seerden, dat wij jaarlijks geen lijwaaten genoeg zouden kun„ nen inzamelen om daar meede twee scheepen te kunnen vol„ laaden, ons hadt doen resol„ veeren, om daar op alvoorens in te winnen het advies van deE „ 93 Gedant woagen ermngens aan de rispee„ twe opperhoolden de respective opperhoofden ter dee„ zer kuste Ingevolge van dit besluijt hebben wij dan ook bij circulair missive van den 31=e October Jongstleeden aan de voorschreeve Bediendens gedaan deese gewigtige vraage! of zij geen kans zou„ den zien wanneer de Europasche Eijsschen nog eens zoo veel als thans vergroot wierden, om de daar bij gevorderde doeken voor de maand November in het geheel, dan wel voor hoe ver in te zamelen zonder egter eenig d nadeele 297 Bekoomen antwoord daar op van de onden volgende Comptoiren vn r sen leten nadeel toe te brengen aan den Jndiaschen Eijsch! — Op welke vraag, wij onlangs derzelver advisen ontvangen hebben; die wij de vrijheijd neemen uwe Hoog Edelhee„ dens neevens deezen in Copie aan te bieden, Sullende Hoog dezelven daar uijt nevens ons beoogen — Dat de Sadraspatnam sche en Palleacattasche op„ perhoofden daar teegen gewig„ tige zwaarigheeden inbrengen en 97 van Palirs en hier door bij na finaal ver„ klaaren, dat zij in het geheel geen kans zien, om een verdub„ belden Eijsch voor Europa zoo vroegtijdig te voldoen — de Jagemaijseperen 2. ) Dat de Jaggernaikpoeram„ sche opperhoofden, om aan het voorsz: requisit te kunnen vol„ „nog doen „ twee tonies verzoeken tot faciliteering van den afhaal der gezaaijde kleeden uijt de bogt van Nisampatnam: 3) Dat die van Palicol, het voldoen van eenen verdubbelden Eijsch daar enteegen weder zeer ligt n gs ee aan wat men bij deliberatie over die„ antwoorden geremarqueerd heeft. —. 298 Wat omtrend Jaggernaijk p=m on Bimilipn. . —. J ligt stellen, en —. 1: ven Brnissfenen 4. / Dat die van Bimilipatnam daar toe eenlijk een meerder getal van kooplieden requi„ keerden. Wij hebben vervolgens over den verschillende inhoud der voorsz: adviesen op den 6. dee„ zer gedelibereerd, wanneer daar omtrent ten principaa„ len geremarqueerd is, Dat Schoon men al 1 eenst volgen

NL-HaNA_1.04.02_9699_0105 view scan ↗

English

Furthermore regarding Palicol and Paleacatta. Even if one could trust with complete confidence that the Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam merchants would be capable annually of collecting a double demand for Europe before the month of November, without causing prejudice to the Indian demand, one could by no means expect this of Palicol, however easily this has been presented by the chiefs; seeing that this year alone they have delivered 168 bales too few on both petitions. Likewise regarding Sadras and Paleacatta. That the chiefs of Sadras and Paleacatta have fully and frankly declared that they see no possibility of satisfying a doubled demand so early. Likewise concerning Portonovo. That regarding Portonovo, the annual deliveries sufficiently demonstrated that they were completely incapable of satisfying that requirement. Finally also concerning Nagapatnam itself. And that regarding Nagapatnam, not the least reliance could be placed on the careless conduct of the merchants to dare calculate on a doubled collection; especially since experience has now taught once again that on the past demands for the year 1779 they delivered 206 bales too few. What conclusion had to be drawn from the aforesaid reflections. To answer the Lords Majores to the question. And since, from the aforesaid reflections, it had to be concluded with very good reason that dispatching two fully laden ships, each of 140 or one of 140 and one of 150 feet, from here to Europe between the months of October and January would entail quite some difficulty, we resolved, on the first-mentioned question of the Lords Majores, whether Their High Mightinesses could expect with sufficient reason that when Their demands were arranged for the loading of two ships, each of 148 feet, or one of 150 and one of 140 feet, so many goods would have been received thereon at the usual time that both vessels could undertake the voyage to the fatherland on the day currently appointed, to answer with respect, and with the submission of the opinions of the chiefs, that so many weighty difficulties present themselves against this that we do not have enough liberty to advise for or against the aforesaid matter; as well as that we consequently deemed it best to present our aforesaid reflections to Their High Mightinesses, with a respectful request to take such a resolution thereon as Their High Mightinesses shall judge necessary and proper for the best of the Company, further mentioning that already in the year 1775, on a similar question posed by Your High Nobilities, we demonstrated the impossibility of receiving in that short time as many linens as are needed for the loading of two ships, since one must assume at least 25 to 2600 bales for that purpose. Reason why the first question was answered in this manner. Chance to send away two fully laden ships to Europe once every 2 years. This, High Noble and Most Honorable Lords, we deemed necessary to answer to the first-mentioned question, by reason of the uncertainty in which we find ourselves as to whether we could ever fully satisfy the aforesaid requirement, especially in the critical times in which we live; which has likewise increased our difficulties. Yet with all this, we do see a chance to dispatch from here to Europe once every two years, between the 15th of October and mid-February, two fully laden ships, namely one of 140 and one of 150 feet, provided that the demands are doubled annually. To make a proposal thereof to the Lords Majores. With which addition regarding the answering of the second question. And therefore we shall respectfully propose this to the Lords Principals in the letter now departing, with the addition, in answer to Their second question, that although no ship can remain in these roads from the month of October to the month of January without considerable danger, this inconvenience causes not the least difficulty in dispatching a second ship in the latter part of the month of January or mid-February, because we can send such a vessel, with its lower cargo, from here to Trinconomale around mid-October, from where it can reappear in these roads in the latter part of December without any danger, when we will always still have time enough left to dispatch it from here as early as the Ceylon and Bengal ships of the second consignment are sent from there to Europe. Answered homeland and Indian demands. 487 packs for India. This being all that has occurred to us under this article of Consideration, we proceed to that of the Purchase, under which entry we have the honor to present to Your High Nobilities, according to annual custom, the answered Homeland and Indian Demands regarding the past year.

Dutch transcription

101 99 Item ombrend Palicol. leacatta. —. eens met volkomen gerustheijd kon vertrouwen dat de Jagger„ naikpoeramsche en Bimilipat„ namsche kooplieden jaarlyks zou„ den in staat wezen, om voor de maand November eenen dubbel„ den Eijsch voor Europa in te za„ melen, zonder nadeel toe te bren„ gen aan den Indiaschen Eijsch men dit geenzins van Palicol kon verwagten, hoe ligt dit ook door de opperhoofden is gesteld; ge„ merkt zij van dit jaar alleen 168. fardeelen op de beijde petitien we min geleverd hebben. —. zomes omtend Sadrssrn en ala Dat de opperhoofden van Sa„ dras en Palleacatta genoeg„ Zaan Coomeede Portonova betrof„ stonde eindelijk ook belangende Naga„ patuam velfs. —. 299 „zaam volmondig verklaard heb„ ben, van er geen mogelijkheid toe te zien, om eenen verdubbel„ den Eijsch zoo vroeg te voldoen Dat wat Portonovo aan„ ging, de Jaarlijksche leveran„ tien genoegzaam aantoonde, dat zij volstrekt niet in staat wa„ ren aan dat requisit te vol„ doen. En dat wat Nagapatnam betrof, er op het nonchalant gedrag der kooplieden geen de minste staat te maaken was, om op eenen verdubbelden in„ Zaame aan - aa at men deeren ma itwoorden 101 ak uijt voorsz: bedenkingen t Grond moest worden apge„ aakt. — eeren majoores op de voraag te ntwoorden— „zaam te durven Cijferen; voor al daar de ondervinding nu al we„ der leerde, dat zij op de afge„ „ „loopen Eijsschen voor den Jaare 1779. te min geleverd hadden 206. fandeelen . . —. En nadien, uijt de voorschree„ E ve bedenkingen, met zeer veel gronds moest worden opgemaakt, dat het depecheeren van twee vollaade schee„ „ van 140 en een pen ieder van 140. of een „ van 150. voeten, van hier na Europa tus„ schen de maanden October en Ja„ nuarij al vrij wat zwaarigheijd dat men beslooten heeft aan de zoude inhebben, besloten wij op de eerstgemelde vraag der Heeren Majores, of Hoogdezelven met ge zouden kunnen genoegzaamen grond verwagten dat wanneer Haare Eysschen waren ingerigt ter be„ laading van twee scheepen ieder van 148. voet, dan wel een van 150. en een van 140. voet, daarop ter gewoonen tijd zoo veel goederen zouden zijn ontvangen, dat die beijde bodems op den thans bepaalden dag de reijse na het vaderland zouden kunnen onderneemen, met eerbied, en onder aanbieding van de advisen der op„ perhoofden, te antwoorden, dat zig daar teegen zoo veel gewigtige Zwa righeeden of doen, dat wij geen vrij„ heijd genoeg hebben, om de voor„ Schoee 300 — 403 schreeve zaak af of aan te raaden; mits„ gaders dat wij dienvolgende best geoor„ deelt hebben onze voorsz bedenkingen, Hoog dezelve voor te draagen, met eer„ biedige instantie om daar op zooda„ nig eene resolutie te neemen, als Hoog dezelve, ten besten van de Maatschap„ pij noodig zullen oordeelen te behoo„ ren, onder aanhaaling wijders, dat wij bereeds in anno 1775. , op een dierge„ lijke vraag door uw Hoog Edelhee„ dens gedaan, de onmogelijkheijd aan„ getoond hebben, om in die korten tijd zoo veel Lijwaaten in te krij„ gen als men tot het belaaden van twee scheepen noodig heeft, wijl men daar toe ten minsten stel„ len moet, 25. â 2600. fardeelen. Dit Reeden waarom soodanig oper de eerste waag g'antwoord is kans, om alle 2 Jaaren een sower scheepen volladen na Europa wegte zenden. — 7 Dit Hoog Edele Groot Agtbare Heeren, hebben, wij noodsaakelijk ge„ oordeeld op de eerstgemelde vraage te antwoorden, uijt hoofde van de onzeekerheid waar in wij zijn, of wij ooijt aan het voorsz requisit vol„ komen zouden kunnen voldoen. voor al in den Critiquen tijd die wij be„ leven; dat almeede onze zwaarig„ heeden vermeerderd heeft. — Dan met dit alles zien wij wel kans, om alle twee jaaren eens, twee vollaaden scheepen, naament„ lijk een van 140. en een van 150. voeten tusschen den 15. October tot medio Februarij van hier na Eu„ met welke wrind de tre ropa: en te doen aan dehe 301 105 aan de heeren Majores trind de teee de vordag. ropa te bedecheren, mits de Eysschen jaarlijks verdubbeld worden — en te doen proesite dar van En derhalven zullen wij dit bij den tans afgaanden brief, de Heeren Principaa„ met wilke bij voegig daarom: len met eerbied proponeeren, onder bijvoeging ter beantwoording van Hoog derselver twee de vraag, dat schoon geen schip van de maand October tot de maand Januarij, buij„ ten merkelijk gevaar ter deeser rheede kan vertoeven, dit inconvenient geen de minste zwaarigheijd maakt in het depecheeren van een tweede Schip in het laast van de maand Januarij of medio Februarij uijt hoofde wij zoodanig een bodem, met zijne onderlaag, omtrent medio October van hier na Trinconomale kunnen zenden, van waar die in het laast van december zonder eenig gwaard Brantwoorde patriase en Indiase Eijsschen 487. Colken voor India gevaar wederom ter deeser rheede kan ver„ schijnen, wanneer wij altoos nog tijds genoeg zullen overhebben, om hem zoo vroeg tijdig van hier te depecheeren als de Ceijlonsche en Bengaalsche scheepen van de tweede bezending van daar na Europa gezonden wor„ den Dit het alles weesende wat ons onder dit articul van Considera„ tie is voorgekoomen, gaan mij over tot dat van den Inkoop onder welke post, wij de eere hebben uwe Hoog Edelhee„ dens volgens jaarlijks gebruijk aan te bieden de beantwoorde Patriasche en Indiasche Eijsschen wegens den afgeloo„ Sen enaf cifte van afratis

NL-HaNA_1.04.02_9699_0113 view scan ↗

English

receipt of Portonovo. for India have remained unfulfilled. collection of linens on this coast and settlements of the merchants etc. in the year 1779 accompanied by the accounts of the merchants; with the exception however of the Portonovo papers of which we have received nothing until now; which therefore for the present puts us unable to give a formal report of the collection there, and consequently we shall regarding that factory for the present only take those packs which have been substantially fulfilled from there, on both petitions of the past trading year: 488 packs for Europe and 2 for India. By the first-mentioned documents, and the surrender of the fulfilled Portonovo packs, we have once again noticed with sorrow that in the most recently concluded trading year, on the Patria and Indian demands, which combined together amounted to 3457 packs, or 1941 pro Patria and 1516 for India, on this coast there was fulfilled only a quantity of 2537 packages of diverse cloths, namely 1453 for Europe and 1084 for India, from which it appears that on both petitions a very considerable number of fully 920 packs remained unfulfilled, being 488 for the Netherlands and 432 for the Indian household. Yet when we compare the collection of this year and the previous year with each other, it is established however that recently 15 packs more have been collected, as can be further examined in the following specification, namely: The delivery for the year 1779, for the year 1778, More, Less Nagapatnam: packs 605, 736, —, 131 Portonovo: packs 46, 221, —, 175 Sadraspatnam: packs 344, 295, 49, — Palleacatta: packs 129, 97, 32, — Jaggernaijkpatnam: packs 456, 299, 157, — Bimilipatnam: packs 307, 261, 46, — Palicol: packs 650, 613, 37, — Or together packs: 2537, 2522, 321, 306 from which it appears that when the lesser is subtracted from the greater, there results for the greater delivery in this year compared to the previous year a number of 15 packs. Agrees. 15. Which slight excess we hope will nevertheless give some satisfaction to Your High Nobilities. Concerning now the reasons for the aforementioned considerable non-fulfillment of both demands to the amount of fully 920 bales. The Nagapatnam merchants, who of the 881 packages assigned to them for delivery fulfilled only 605 packs and consequently delivered 276 bales too few, of which 147 for Europe and 129 for India, have upon express inquiry by the undersigned Governor brought forward nothing else in their excuse than that to them, upon entering into the contract, the entire amount of the demands allocated to them had not immediately been advanced in cash. A pretext as frivolous as it is ill-considered, since it has never yet been in practice here to advance the entire amount at once to the merchants upon concluding the contracts. And thus it appears to us that they have merely invented this evasion to bring forward at least something in excuse of their nonchalant conduct. At least we assure Your High Nobilities that they have never lacked money for the continuation of the collection, and had they shown more vigilance therein, we would have granted them larger advances; but to do this all at once, as they seem to desire, would be an act so imprudent that it could never be justified, because their credit is not established enough to entrust to them such a considerable sum as their share in both demands sometimes amounts to. On both petitions assigned to Sadraspatnam for delivery in the recently concluded trading year, amounting to 564 bales, a considerable number of 214 packs have likewise remained unfulfilled, among which 187 pro Patria, and 27 for India. The servants, speaking of the incomplete fulfillment of the petitions in the demand of returns answered by them, attribute this for the greatest part to the vexations of the English gentlemen, who do not hesitate to make our trade there difficult through all possible obstacles, whether directly or indirectly: as further proof of which they advance that they had not only forbidden the weavers to deliver any cloths to us, but had also torn and broken their looms, as well as beaten and chased away the merchants' kannekappels. Concerning the Palleacatta collection, the chiefs have accounted for the incomplete fulfillment.

Dutch transcription

102 cipte van Postonovo. 302 voor India zijn onvoldaan gebliven pen inzaam van Lijwaaten ter deeser kuste en afrakningen der Coostlieden &x in anno 1779. verzeld van de afreekeningen der kooplieden; met uijtsondering egter vande Postondoosche papieren waar van wij tot nog toe niets ontvangen hebben; dat ons derhalven voor als nog buijten staat steld om van den inzaam aldaer een formeel verslag te doen, en dien volgende zullen wij met betrekking van dat Comp„ toir voor het tegenswoordige maar alleen neemen, die pakken welke merkelijk van daar voldaan zijn, op de beijde Petitien van het afge„ loope handeljaar 488. pakken voor Eunogsa en 2 d:stijs de Eerst gemelde Documenten, en de overgave van de voldaane portonorosche pakken, hebben wij wederom met smerten ontwaard, dat er in het gangst afgeloopen Handeljaar, op de Patria„ siche en Indiasche Eijsschen, die met elkanderen groot der in gesameld dan anno pass:o groot geweekt zijn 3457. pak: of 1941. Pro Patria en 1516. voor jndien, ter deeser kuste maar zijn voldaan geworden een quantiteijt van 2537. fardeelen diverse doeken, nament„ lijk 1453. voor Eardpa en 1004. voor jndien, waar uijt blijkt dat er op de beijde petikien zijn onvoldaan gebleeven een zeer aanzienlijk getal van wel 920. pakken, als 408. voor Neden geven van Nogtans zijn er 5: paken min , land en 432. voor de jndiasche huijshouding. Dan wanneer wij den inzaam van dit on het voorige Iaar te gons elkanderen vor gelijken Consteerd egter, dat er jongst meerder zijn in„ gesameld, 15. pakks. zo als nader kan worden nagegaan bij de volgende specificatie Namentlijk De leverancie de leveren: v=r. ao 17 /9 vr a wrise Meerder Minder pakk: 605. 736 —. 131 - - - - „ 46. 221. —. 175 „ Sadras pm. - - - - - „ 344. 295 49. —. „ Palleacatta. - - - - - - - - - „129. 97. 32. — „ Jaggernaijkp=m.. - - - - „ 456. 299. 157. — 37. —. 46. —. „ 307. 261 of te zamen pakk: 2537. 2522. 321. 306 waar uijt blijkt, dat wanneer het mindere van meerdere is afgetrokken „ 2522. . 306. 'er voor de meerdere leverancie in dit gaar, als in A:o p:s komt een getal= „ Portonovo - - - - - „ Bimilipatnam - - - - - - - se Nagapatnam - - - „ Palicol - - - - - - - - - - - - - - - „ 650 613. van - - - - - - - - - - - - - - Pakken 15. Accordart 15 —: beiden welke welke - . . 109 geeven van die minder lijwaaten. 303 welke geringe meerderheijd wij hoo„ pen, dat nog al eenig genoegen aan uwe Hoog Edelheedens geeven zal. —. heden welke den wags:t Castiel Betreffende nu de reedenen van de voorsz: Considerable non voldoening op de beijde Eijsschen tenimportante van wel 920. baalen. De Nagapatnamsche Kooplieden, die op de aan hun ter leverancie opgedraagen 88. 1. fardee„ len, maar 605: pakken voldaan en gevolgelijk te min geleverd heb„ ben 276. baalen waar van 147. voor Europa en 129 voor Indien, hebben op de expresse afvraage van den ondergeteekende Gouverneur, niets anders genoeg geld ontvangen hadden is vr„ vol. en uit gedagt. -. anders ten hunner verschooning, wer„ ten bij te brengen, dan dat aan haar bij het aangaan van het Contract niet ten eersten in Contant was ver„ strekt geworden, het geheel be„ draagen der hun toegedeelde Eisschen haar voorgeen dat sij miet vog Een voorgeeven zoo frivool als onbe„ „zonnen, wijl het nog nimmer al„ hier in practelijk geweest is, om aan de kooplieden bij het sluij ten der Contracten, het gansch be„ draagen daar van in eens voor uijt te verstrekken, En dus komt het ons voor, dat sij deeze uijtvlugt eenlyk maar bedagt hebben, om tog iets bij te brengen ter verschooning van gedrag. hun nonchalant Ten in So 304 114 indien men al het geld aan, stands verstrekten. 304 Ten minsten wij verzeekeren uwe Hoog Edeheedens dat het hun nooijt aan geld ontbrooken heeft, tot voortzetting van den inzaam, en had„ den zij daar in meerder gerigileerd, wij zouden hun grootere verstrek„ men zouw moorlijtig doen „ kingen geaccordeerd hebben dan om dit op eenmaal te doen, gelijk zij schijnen te begeeren, zou een daad weezen, zoo onvoorzigtig, dat die nimmer zou kunnen worden verantwoord, uijt hoofde hun crediet niet genoeg is gevestigt om aan haar sulk een aanzienlij„ ke som, als somtijds dersel„ ver aandeel in de beijde Eijsschen bed en 28. pakken voor India temin geleeverd. zeeden dier mindere leverantie bedraagd, te fieeren. te Sadras hij 17 / pak:/ epatil p de beijde Petitien in het jongst afgeloopen handeljaar sadraspat„ nam ter leverancie toegedeeld, groot 564. baalen, zijn almeede onvoldaan gebleeven een aanzienlijk ge„ tal van 214. pakken, waar onder 187. pro Patria, en 27:' voor Indien. „verdere hoofden De Bediendens, bij den door haar beantwoorden Eijsch van retou„ ren, over de incompleete vol„ doening der petitien spreekende schrijven die voor het grootste ge„ deelte toe aan de vexatien der Heeren Engelschen, die zig min „patria niet 143 hoofden daar omtrend. te Palliakatta zijn 24. pakken wa „patria en 15. pakken voor India te min geleverd. —. niet ontsien, door alle mogelijke hindernissen het zij direct dan wel indirect onzen handel aldaar verder avaneering dier ofen difficiel te maaken: waar van zij verder tot bewijs avanceeren dat zij niet alleen de weevers hadden verboden, om geen doe„ ken aan ons te leeveren, maar ook hunne weefgetouwen ge„ scheurt en gebrooken, mitsga„ ders de kannekappels der koop„ lieden geslagen en weggejaagt hebben. Den Palleacattaschen in„ zaam Concerneerende, hebben de opperhoofden de inCompleete vol„ Overig groot

NL-HaNA_1.04.02_9699_0120 view scan ↗

English

partly attributed the fulfillment of the demands, which together amounted to 168 bales, but on which 39 packages were short delivered, namely 24 for Europe and 15 for the Indies, partly to the consequences of the known war troubles in that region, because thereby not only provisions but also the price of cotton and yarn had become very expensive, and partly to the increasing poverty of the inhabitants, through which the merchants over there had to proceed very cautiously in advancing money to the weavers, which had greatly delayed the collection. At Pagi, 2 bales on the European and 58 ditto on the Indian demand remained unfulfilled. But although on the Jaggernaijkpoeram demands for the Fatherland and India, which together amounted to 710 bales, fully 60 packages, namely 2 for the Netherlands and 58 for the Indian establishment, have remained unfulfilled, it has nevertheless not pleased the chiefs, no matter how emphatically this was ordered to them in the past year, to provide the least reason for this, either in the answered demands or in their letters. Thus we are until now completely ignorant of the cause to which we must attribute the incomplete fulfillment of the orders assigned to them for delivery. But concerning this we shall shortly examine them seriously again, with orders to report as yet the true reasons thereof, which we subsequently hope to have the honor to impart to Your Right Excellencies on a further occasion. At Palicol, the demands remained short by 8 for the Fatherland and 160 for India, for lack of cash. On the other hand, however, the Palicol chiefs have seen fit to attribute the incomplete fulfillment of the petitions assigned to them, which together amounted to 624 bales, but on which 168 packages remained unfulfilled, namely 8 for the Fatherland and 160 for the Indies, to a shortage of cash, on the grounds that the sloop De Walvisch, with which we—apart from what had previously been sent thither—had also forwarded to them 7594 three-figure pagodas, had fallen away instead of passing by Jaggernaijkpoeram or Bimilipatnam, through which that money was brought there only in the late part of September. Upon how little ground this pretext of the chiefs rests, Your Right Excellencies along with us will directly perceive, if Your Honors merely please to remark that such a large shortfall could not have been caused by the lack of 7594 three-figure pagodas, but rather by the slow delivery of the merchants, in which things must have faltered quite early in the year. At least, if it was not lacking in the zeal of those merchants, we might with very good right presume that careless handling had taken place on the part of the chiefs; since they could have prevented the shortage of cash alleged by them, by demanding from Jaggernaijkpoeram as many new Nagapatnam pagodas as they needed, where the remainder was so large that one could have given them double. It is true that the new Nagapatnam pagoda is not as popular there as the three-figure one, but that the loss which the merchants would suffer on it would be as great as is stated by the chiefs, we can scarcely believe, on the grounds that this specie of money is a popular coin at Jaggernaijkpoeram, a place lying close to Palicol. And therefore we shall shortly, rejecting the aforementioned reasons brought forward by the chiefs for the incomplete fulfillment of their demands, express to them our displeasure thereat, with serious recommendations to take somewhat better care for the collection in this year, unless they wish to bring down upon themselves the dissatisfaction of the Gentlemen Masters and Your Right Excellencies. We shall also not less emphatically hold the servants of Sadras, Palleacatta, and Jaggernaijkpoeram, together with our merchants, to their duty in this principal article, in order to give greater satisfaction to the Gentlemen Masters and Your Right Excellencies than has hitherto been possible, which truly grieves us from the bottom of our hearts. Meanwhile, according to custom, we take the liberty, in continuation of this report, to demonstrate in the following specification of what the demanded, fulfilled, dispatched, and remaining piece-goods of the latest procurement consisted, namely:

Dutch transcription

gedeltelijk taefbrijven. . 305 doening der Eijsschen, die te zaa„ men groot geweest zijn 168. pak„ ken, dog waar op te min gele„ verd is 39. –. fardeelen, als 24. voor Europa, en 15. voor In„ dien, gedeeltelijk toegeschreeven, waar aan die oppehoofden sulk aan de gevolgen van de bewuste oorlogs troebelen om dien oort alsoo daar door niet alleen de levensmiddelen, maar ook de prijs van het kattoen en gaaren, Leer duur geworden was, en gedeelte„ ƒ lijk aan de toenemende armoede der ingezetenen, waar door de kooplieden ginder zeer omzigtig hadden moeten te werk gaan n 115 te Pagi: zijn 2. pakken op de Europase en 58. d. o Indiase Eijsch onvold aan gebleeven. -. behaagd te guven. -. in het vooruijtverstrekken van geld aan de weevers, het geen den inzaam zeer vertragd hadt Dog schoon 'er op de Jag„ gernaijkpoeramsche Eijsschen Pro Patria et Jndia, die te za„ men groot geweest zijn. 710. -. pakken wel 60. fardeelen, na„ mentlijk. 2. – voor Nederland, en 58. voor de Indische huijs„ houding, zijn onvoldaan ge„ dog di offerhoofd heben gen ruw bleeven, heeft het de opper„ hoofdens egter nog niet behaage hoe nadrukkelijk hun dit ook in anno passato is gelast daar van 306 daar over eenslig onderhouden. van de minste reeden te suppedi„ nog bij de beantwoorde teeren Eijsschen nog haare brieven: dus wij tot nog toe volstrekt on„ kundig zijn van de oorsaak, waar aan wij de incompleete voldoe„ ning der hun ter leverantie op„ gedraage pektien moeten toeschrij„ men zal haar hinhalven bustcragven, dan hier over zullen wij hun eerstdaags weder ernstiglijk onderhouden, met last om als nog de waare reden daar van te melden, die wij vervolgens hoopen bij eene nadere gelegend„ heijd de eere te hebben Uwe Hoog Edelheedens te bedee„ len. Dank ebre 112 t sati zij de esten oe 10 van indir moredaan geleven. ebrek van contanten. - Dan daarenteegen hebben de Pa„ licolsche opperhoofden kunnen goedvinden, de incompleete vol„ doening der hun op gedraagen Petitien, die te zamen groot geweest zijn 624. –. pakken, dog waar op onvoldaan zijn geblee„ ven 168. fardeelen; namentlijk 8. pro Patria en 160= voor In„ de opferhoofdnschrijven sulk sedaan dien, toe te schrijven aan man„ „gel van Contanten, uijt hoofde de Sloep de walvisch, waar„ meede wij hun /: behalven het geen bevoorens derwaarts was gezonden:/ nog hebben laaten toekomen 7594. drie beeldige Tagorot dat voorgeven stuurd. -. Pagooden, in steede van over sag gernaijkpoeram of Bimilipat„ „ nam vervallen was; waar door die gelden daar eerst in het laast van September waren aangebragt. antonig gehaning meet dan op hoe wijnig gronds dit voorgeeven der opperhoofden steurd zullen uwe Hoog Edelhee„ dens nevens ons direct beoogen wanneer Hoog dezelven slegt gelieven te remarqueeren, dat zulk eene groote minderheid niet heeft veroorsaakt kun„ nen worden door het gemis NonP m dat 119 gemankeerd heeft zal sulks aan de onagtsaamheid der apperh: maeten werde toe geschreeven. -. want het gebrek aan Contant en konden sij voorgekomen hebben. - - van 7594: drie beeldige Pagooden maar wel door de traage leverancie der kooplieden; waar aan het al vroeg in het jaar moet geha„ sokhet mit aanderboshierijven „ perd hebben. Ten minsten zoo het niet heeft gemanqueerd aan den iver van die Marchan„ deurs, zouden wij met zeer veel regt mogen veronderstel„ len dat er eene onagtsaame behandeling van de zijde der opperhoofden hadt plaats ge„ hadt; wijl zij, het door hun voor gewend gebrek aan Con„ tanten hadden kunnen voorko„ men, door zoo veel nieuwe Na„ gapatname 307 zoo wel als de 3. bueld: gewilt zijn. gapatnamsche Pagooden van Jag gernaikpoeram te eijsschen als zij noodig hadden; alwaar het Ei restant zoo groot geweest is, dat men haar wel dubbeldt kon ge„ schoon de N: vagap: pagj: addaar mithieft hebben. wel is waar dat de Nieuwe Nagapatnamsche Pagood daar niet zoo wel is ge„ wilt: als de driebeeldige, maar dat de schade die de kooplieden daar op zoude lijden, zoo groot zou weezen, als door de opperhoof„ den gesteld wordt; kunnen wij naauw„ lijks geloven, uijt hoofde deeze geld specie op Jaggernaijk„ poeram, een plaats, kort bij Pa„ licol leggende, een gewilde Mun min ige 121 en disweegen aanschrijven met de no„ ige recommandatie daar omtrend. munte is wehoofden en Cooplieden aan de plegt inhouen. ow al un buskaag eogeaen En derhalven zullen wij eerstd aags met verwerping van de voorsz reeden door de opperhoofden bij„ gebragt, voor de incompleete vol„ doening huner Eijsschen ons onge¬ noegen daar over aan hun betuij„ gen, onder Serieuse recommanda„ tie om in dit jaar wat beter zorg voor den inzaam te draagen; ten wa¬ re zij zig anders het misnoegen der Heeren Majoores en Uwer Hoog Edelheedens op den hals wilden boonen de Padras faluaata ijhaalen. ook zullen wij de bedien„ dens van Sadras, Palleacat¬ ta en Jaggernaijkp=m, nevens onze kooplieden niet minder na„ drukke en verzondenen Lijwaat pakken. „schen in dit voornaam articul der Heeren Majoores en uwe Hoog Edelheedens meerder genoegen toe te brengen, als tot nog toe heeft kunnen geschieden: het geen ons waarlijk van harten leet doet¬ sinfiete den Eiste ved aan Middelerwijl maatigen wij ons na gewoonte de vrijheijd aan, om ten vervolge van dit verslag, bij de volgende Specificatie aan te toonen, waar in de geeijschte, vol¬ daane versondene en over geblee¬ ven Lijwaaten van de Jongste procuure bestaan hebben: No¬ mentlijk. - vor t Scher

NL-HaNA_1.04.02_9699_0129 view scan ↗

English

309 For the Homeland, Year 177/¾. Demand Fulfilled Remaining Sent Ab 200 lb 200 lb 200d p:s 7. —. Cotton Yarn p:s 2000 ps 100 „s 1000 „ 25. Bethilles Ternatanes in assortment „ 2000 „ 1000 „ 200 „ Bethilles Otizaals „ 800 „ 700 „ 100 „ Bethilles thin bleached „ 800 „ 800 „ —. „ 10 „ — Bethilles Fine broad „ 1000. „ 400 „ 100 „ 11. Bethilles Fine Narrow . „ 400 „ 200 „ —. „ 9. Bethilles coarse broad „ 400 „ —. „ —. 4. Bethilles coarse narrow . - „ 200 „ 200 „ 200. „ —. Bethilles with flowers „ 800 „ 800 „ 800 „ - Bethilles without flowers „ 400 „ 400 „ 200 - „ 4. Moeris fine Pulicat length 27 and width 2 c:s „ 800 „ 800 „ 700 „ Handkerchiefs superfine of 1¼ C=o . „ 2000 „ 2000 „ 2000 „ Rumals Sesterganty . „ 700 „ 700 „ 600 „ Rumals de Esta in assortment „ 12000 „ 10700 „ 10300 „ Rumals Checked Indian sort ditto „ 3000 „ 2100 „ 1800 „ Coast handkerchiefs ordinary of 1 C=a „ 1000 „ 1000 „ 1000 „ Bethilles Allegias „ 1600 „ 1500 „ 1500 „ Bethilles Callawaphoe „ 2000 „ 1800 „ 1700 „ 6. Bethilles Serganty „ 2400 „ 2300 „ 2200 „ 5. Chelas from the Coast checked „ 3000 „ 2900 „ 2100 „ 11. Salempores fine bleached . „ 2000 „ 2000 „ 2000 „ - 1 Salempores medium sort or of 18 Punjams Carried forward Packages: 209. 125 Brought forward Salempores common bleached p:s 2000 p:s 920 p:s 200 „ 154. Salempores common unbleached „ 3000 „ 2160 „ 2160 „ Salempores dark blue „ 1000 „ 1040 „ 26 Baftas Broad Bleached „ 1000 160. „ 160 „ Baftas Dark Blue „ 400: „ 400: „ 160 „ Guineas fine bleached „ 4600 „ 4600 „ 3600 „ Guineas Old Company's sort „ 1500 „ 1320 „ 1300 „ Guineas Common bleached „ 29000 „ 22040 „ 11200 „ 787 Guineas common unbleached „ 4200. „ 2600 „ 1200 „ Tape dark blue „ 2000 „ 2000 „ 120 „ 106. Guineas pale Blue „ — „ — „ — „ Chintz in Assortments „ 1000 „ 1000 „ 1000 „ 4. Chintz and Handkerchiefs „ 108. „ 100 „ 100 „ Guineas medium sort of 9 Covids „ 3600 „ 3520 „ 3520 „ 1530. For Batavia Baftas Common bleached - . „ 23. „ —. — 3. Dungarees bleached, with red headings „ 10 „ - 10 „ 4: „ 7. Guineas common bleached „ 400 „ 269 „ 139. „ 208. Guineas common unbleached 25 „ 15 „ 15 „ 16. Percalles common bleached 25 „ 7 „ 5 „ 15 Salempores Common unbleached 25 „ 15. „ 15. „ Carried forward 209. Counted Packages 310 Brought forward Demand Fulfilled Remaining Sent Salempores dark blue „ 50. „ 48 „ 44 „ 7. Salempores Common Bleached 25 „ 15 „ 15 „ 14 Uniform Coats and Trousers p„s 700 „ 2 „ 2 „ 4 Uniform coats and trousers „ 800 „ 3 „ — „ 3 Blankets cotton-padded Large Packages 50 „ 50 „ — „ 50 Blankets Cotton-padded Small „ 50 50 „ — „ 50 Upon the Extra Demand Cambays fine Pulicat of 12 Covids „ 50 „ 25 „ 5 „ 22 Cambays Pulicat of 6 ditto 10 „ 9 „ 8 „ 6 Cambays unbleached red of 16 ditto 20 „ 16 „ 13 „ 7. Handkerchiefs fine Pulicat „ 2 „ 2 „ — „ 2 Rumals checked fine Indian 1¼ C=a „ 5 „ 5 „ 5 „ 3. Sailcloth red „ 15 „ 12 „ 3 „ 9 Gingham Governor's four-thread „ 10 „ 10 „ — „ 10 Chelas Checked Pulicat „ 2 „ 2 „ 2 „ — Table guineas „ 5 „ 5 „ 2 „ 7. Chintz and fine painted „ 6 „ 6 „ - „ 6 Chintz gilded and silvered ps 80 „ 80 „ 1 „ 2 „ Guineas Extra fine . „ 20. „ 20 „ — „ 1. Counted packages 458. Guineas Common Bleached 8 „ 7 „ 1 „ 11 For Japan Guineas Superfine 8. Gingham Baffas Chelas ordinary 5. Gingham baffas Chelas fine improved „ 4 „ — „ — „ Gingham baffas Chelas Extra fine „ 2 „ 2 „ 2 „ — As a present Baffas Chelas Extra fine with small dots 1. „ — Baffas Chelas Ordinary 171 Gingham Fine 3. Gingham Yarn-checked very fine and small-checked „ 40 „ 40 „ —. „ — 1. Guineas dark blue „ 2. „ 2 „ —. „ 2. Sailcloth Common unbleached „ 3. „ 3. „ — „ 3. Upon the Extra Demand Guineas fine Bleached „ 6 „ 5 „ 5 „ 9. Baffas Chelas improved for trial „ 100 „ 100 „ 1. „ —. Chintz fine painted with small flowers p:s 40 „ 40 „ 1. „ 1. Dungarees Bleached with red headings „ 4 „ 2 „ — „ 3. Moeris dark blue of 14 Covids „ 4 „ 1 „ 1 „ 12 Moeris dark blue of 18 Covids „ 2 „ 2 „ — „ 12 „ — „ 1 Blankets cotton-padded small . „ 2 „ 2 „ —. „ 2. Salempores dark blue . „ 6 „ 6 „ — „ Percalles dark blue . „ 2 „ —. „ —. „ Cambays fine of 8 Covids . „ 30 „ — „ —. „ — Chelas checked fine . „ 40 „ —: „ —: „ — Guineas common bleached . „ 20 „ 15 „ — „ Counted packages 70 For Amboina Baftas dark Blue p„s 1500. „ 400 „ 6 „ 20. Salempores common bleached 600 „ 600 „ 3 „ 8. Percalles common bleached „ 600 „ 600 „ 2 „ 8. Upon the Extra Demand Guineas fine Bleached . . . „ 40 „ 40 „ 1 „ — Handkerchiefs of 1¼ Covids . „ 20 „ 20 „ 1. „ — Rumals checked „ 60 „ 60 „ 1. „ —. As a present Guineas Fine Bleached „ 1 „ 1 „ 1. „ — Counted Packages 38.

Dutch transcription

309 Voor t Patria A„o 177/¾. 7. —. Ab 200 lb 200 lb 200d p:s Cattoene Gaaren. . . . . . . . p:s 2000ps 100 „s 1000„ 25. Bethilles Ternatawes in Zoort. Bethilles Otizaals. . . . „ 2000„ 1000„ 200„ Bethilles yle gebleekte „ 800„ 700 „ 100 „ „ 800„ 800„ —. „ 10„— Bethilles Fijne breede Bethilles Fijne Smalle. . . . . . „ 1000. „ 400 „ 100 „ 11. Bethilles groove breede . „ 400 „ 200„ —. „ 9. Bethilles groove smalle. . . . . . „ 400 „ —. „ —. 4. „met . - „ 200 „ 200 „ 200. „ —. Bethilles „ bloemen „ 800„ 800„ 800„- Bethilles sonder bloemen Moeris fijne Palleacats l:a 27 en b:t 2 c:s „ 400 „ 400 „ 200 - „ 4. Neusdoeken supra fijne de 1¼ C=o „ 800 „ 800„ 700 „ . „ 2000 „ 2000 „ 2000 „ Roemaals Sestergantij . . Remaals de Esta in Zoort - - - - - „ 700 „ 700„ 600 „ Roemaals Geruijte Indiase zoort d„o „ 12000„ 10700„ 10300„ Kust neusdoeken ordinair d 1 C=a. . . „ 3000 „ 2100„ 1800 „ Bethilles Allegias . . . . . . „ 1000 „ 1000 „ 1000 „ „ 1600 „ 1500 „ 1500 „ Bethilles Callawaphoe ter „ 2000 „ 1800 „ 1700 „ 6. Bethilles Sergantij Chelassen van de Cust geruijte. - - „ 2400 „ 2300„ 2200 „ 5. „ 3000„ 2900 „ 2100 „ 11. Salemp:s fijn gebleekt. Salemp:s middelzoort of van 18 . „2000„ 2000„ 2000„ -1 Poenjangs - - Transporteere Pakk: 209. 125 Eisch: voldaan overblyven versonden leggen : „ . . . . . . - „ Patub Per Transport Salempoeris gemeen gebleekt. Salempoeris gemeen ruw. . . . Salempoeris bruijn blaauw Baftas Breede Gebleekte Baftas Bruijn Blaauw. . . — Guinees fin gebleekt. Guinees Oude Comp:s zoort Guinees Gemeen gebleekt Guinees gemeen kum. . . . Tunnes bruijn blaauw Guinees bleek Blaauw. Chitsen in Zoorten - - - Chits en Neusdoeken. . Guinoes middelzoort van 9. Caal. . . . „ 3600 „ 3520„ 3520„ Ph t pr p:r Voor Batavia - . „ 23. „ —. — 3. Baffas Gemeen gebleekt 7. Iongrijsen gebleekt, met roode hoofden - - - „ 10„ - 10 „ 4: „ „ 400 „ 269„ 139. „ 208. guinees gem: gebleekt 25 „ 15 „ 15 „ 16. G Chinees gemeen ruw 15 25„ 7„ 5„ Parsallen gemeen gebleekt. 25 „ 15. „ 15. „ Salemp: Gemeen ruw me m 25 pakk: Transporteere eld Pakken p:s 2000 p:s 920 p:s 200 „ 154. „ 3000 „ 2160 „ 2160 „ „ 1000 „ 1040 „ 26 „ 1000 160. „ 160 „ „ 400: „ 400: „ 160 „ „ 4600 „ 4600„ 3600 „ „ 1500 „ 1320 „ 1300 „ „ 29000„ 22040 „ 11200„ 787 „ 4200. „ 2600 „ 1200„ „ 2000„ 2000 „ 120 „ 106. „—„—„—„ „ 1000 „ 1000„ 1000 „ 4. „ 108. „ 100„ 100„ 1530. Eijsch voldaan overblyven versan bleggen „ den 209. - .. -- - . - . . 310 P:r Transport. Salempoeris bruijn blaauw Salempoeris Gemeen Gebleekt. Manteerings Rocken en Broeken. - Monteerings rocken en broeken - - Zeekens gecattoeneerde Groote Deekens Gecattoeneerde Kleene Op den Extra Eijsch Cambaijen fijne Palleacats van 12. Cob:s Cambaijen „ Palliacats „ 6 _:o Cambaijen Neusdoeken fijne Palleacats. - Roemaals geruijte gn: diat. ¼. C=a. Teijldoek roode: - - - - - - - - - Gingam Gouverneurs vier draads. - Chelassen Geruijte Palleacatt - Taffel guinees Chits en fijne geschilderde. chitsen vergulde en versilverde--- Guinees Extra fijn. . . . . . . . „ ruwe roode „ 16 _:o. . . „ 50 „ 25„ 5„ 22 10„9„8„6 7. 20„ 16„ 13„ „ 2„ 2„ —„ 2 „ 5„ 5„ 5„ 3. „ 15„ 12„ 3„ 9 „ 10„ 10„ —„ 10 „ 2„ 2„ 2„— - - „ 5„ 5„ 2„ 7. „ 6„6„-„ 6 ps 80„ 80„ 1„ 2„ . „ 20. „ 20„ —„ 1. eld. . . . pakken. 458. Eijsch voldaan overbijen nersan„ lespen de vt pr Jk p:r pass:o 255. „ 50. „ 48 „ 44 „ 7. 25 „ 15 „ 15„ 14 p„s 700„ 2 „ 2 „ 4 „ 800„ 3„ —„ 3 Pakk. 50 „ 50„ —„ 50 „ 50 50„ —„ 50 2 -- . . . . - - - . . . . Guinees Gemeen Gebleekt. . . . Voor Japan Guinees Safpra fijn Gingam Saffa Chelas ordinair-- Pingam taffa Chelas fijne verbeterde Gingam baffa Chelas Extra fijne Tot geschenk Saffa Chelas Extra fijne met kl: blakjes - - - - - = Iaffa Chelas Ordinair. .. . Gingam Evene - . . . . Gingam Gaarne geruijte heele fijn en kleijn geruijte . „ 40„ Voor Amboina Baftas bruijn Blaauw Salemp:s gemeen gebleekt Parcallen gem: gebleekt Op de Extra Eijsch Juinees fijn Geblh Roemals geruijte. Totgeschenk E guinees Fyngebleekt. Saffa Chelas verbeekerde ter preuve - - - - - - „ 100„ 100„ 1. „ —. Chitsen fijne geschilderde met kleene bloemen - - - - - p:s 40„ 40„ 1. „ 1. Dongrijsen Gebleekt met roode hoofden - - - - - - - - - „ 4„ 2„ — „ 3. Moeris bruijn blaauw de 14 Co - - - - - - - - - - - - „ 4„ 1„ 1„ Moeris bruijn blaauw „ 18 „. . . . . . . . „ 2„ 2„—„ Deekens gecattoeneerde kleene. . . . . . . . . . . „ 2„ 2„ —. „ 2. Salemp:s bruijn blaauw. . . . . . . „ 6„ 6„—„ Parcallen bruijn blaauw. . . . . . . „ 2„ —. „ —. „ Cambaijen fijne van 8 Cob:s. . . . . . . . . „ 30„—„ —. „— Chelassen geruijte fijne. . . . . . . . . . . „ 40„ —:„—:1— guinees gem: gebleekt. . . . . . . . . . . . . . . . . „ 20„ 15„—„ Teld pakken 70 . . . „ 40„ 40„ 1„— Neusdoeken „ van 1¼ @. . . . . . . . „ 20 „ 20„ 1. „— „ 60„ 60„ 1. „—. „ 170„—.„—.„—. -- „ 40„ 40„ —. „ 1. 40„ —. „ — Feld Pakken 38. vt 8„ 7„ 1„ 11 8. 5. „ 4„ —„ —.„ „ 2„ 2„ 2„ — 1. „ — 171 3. 1. guinees br: blauw - . . . . - - - - - - . . „ 2. „ 2 „ —. „ 2. Zeyjldoek Janeen ruw . . - - - - - - - - - - „ 3. „ 3. „ —„ 3. „ 6„ 5„ 5„ 9. 12„ 12„ — „ 1 p„s 1500. „ 400„ 6 „ 20. 600„ 600„ 3„ 8. - - „ 600„ 600„ 2„ 8. „ Ja - - - - - p:r 1. p:r — . p:r Eysch voldaan overblyven leggen leggen de—. Op den Extra Eijsch voor; - - „ - - ... 7 -- - . . . . „ . . . „ 1. „ 1. „ „

NL-HaNA_1.04.02_9699_0133 view scan ↗

English

311 Guinea cloth, Common Bleached. . . . . pairs Guinea cloth, dark blue - - - - - - - - Salempores, Common Bleached. . . . . . Salempores, dark blue Percalles, common bleached.. Percalles, dark blue... Mooris, dark blue, fine - On the Extra Demand Guinea cloth, fine bleached For Timor Salempores, dark blue Blankets, large cotton - - On the Extra Demand Salempores, Red large Rumals, Pelicat red of 1. Corge: - Ginghams, Underpants, Checkered and Striped Gingham, Saffa Challas. . Handkerchiefs, Blue Checkered, large Gingham, red, fine, four-thread - - - - - 20 —½- - - - ¼ Corge. . . . . . . . . . . 1. 40 40 1 Counted - - - - - - - - - - packs 8. —. . . . . . . . Packs: 20. 20 . . . 20—„—„— 1. 1— 1. 1– 1. — 3 pairs - pairs pairs 6 pairs 1 —. packs 16. — Counted - 2 . . . 1.„—„—„ 15 pieces 10 pieces 7. pieces 2 2. —. 4 7 4 —. — 7 4 4. Demand fulfilled remaining sent. to lie For Banda for e 124 - - 1. — —. — 1. —. — — 2 2 —. 1. - . . 6 2 Baftas, dark blue Pangrins with red headings - - - - - - Guinea cloth, Common Bleached Guinea cloth, dark blue Mooris, dark blue, Common. 5 4 1 Percalles, fine bleached Blankets, Cotton, Coast, Large. . 2 2 —: 2 Mooris, dark blue, fine. . . . . 4 2 2 Mooris, Common Bleached . . . . . . – 6 6 4 4 Percalles, Common Bleached. . . . . . 2 —. —. — Salempores, Common Bleached. . . . . . 2 — —. — Salempores, Dark Blue - . . . . 30 22 8 33 stockings, cotton, men's. - - - - - - 1. 1: — For Ternate e the Extra Demand Bettillas, Dark Blue Bettillas, Ternatan Guinea cloth, fine bleached: Bettillas, common Bleached. . . . 3 3 —. 3 Carried forward.. 3 packs 114 8 5 1 . . 2 — — — . - - - 4 —. —. pieces 8 pairs 2 pairs 8. pairs 2 —. 2 2 70 25 19 6. 20 18: Demand fulfilled remaining sent to lie - 1 4 11 3 8 312 Brought Forward Guinea cloth Gingham, Bed ticking Salempores, fine bleached sailcloth, fine bleached Challas, Checkered checkered Large Rumals Salempores, Red For Makassar . . pieces 15 pieces 15 pieces 1 pairs 5 Common Bleached Guinea cloth Bleached English sort. . 1. 1. 1. Guinea cloth, Common 1. 1. —. 1. Blankets Cotton, Small On the Extra Demand Gingham Penasse 1. — Counted. . - - - Packs: 8. Gingham, Pelicat and Striped, red . 3 3 3 1. For Padang Guinea cloth Common Bleached Common Bleached Guinea cloth, dark blue Carried forward - - - - - - - packs 49. 22 Corge pairs 60 pieces 301 pieces 2 pairs 177. 25 25 —9. 16 16 - 40 40. 40. ½ —— Counted N 14. pairs 2 pairs - pairs 3 3 3 2. 2 2 2. —. 3 . packs 122. 1 — . . - 1. 1 — 4. 1 — 3 —. —. — Demand fulfilled remaining sent to lie 34 13 pairs 1. Brought forward Salempores, dark blue Percalles, Dark blue - - - - - - - Mooris, Dark Blue. On the Extra Demand Guinea cloth, fine bleached. Palicat Handkerchiefs, fine, Red Pelicat Paulo Chinco For Guinea cloth, common Bleached. Guinea cloth, Common Unbleached.. Dark Blue Guinea cloth Percalles, dark blue For Ayer Bangis Guinea cloth Common Bleached . - - Guinea cloth, dark blue 16 pieces 10: packs 9 pairs . 10 packs Carried forward packs 34. 30 pairs pieces 15 pairs 15 pieces 3. 18. 8. 2 6. 25 25 5 20. 8 2 Counted - - - - - - - - packs 29 1. 2 Counted. . . . . . . . packs: 66. 2. 10 packs 10 pairs 6 pairs 4. pairs 4. 4 4 3. Packs 49: Demand fulfilled remaining sent. to lie 2. 2. 5 5 5 5 - . . - 313 Counted. . . . 1. 1. pairs pairs 34. Brought forward Salempores, Common Bleached. . . . . . pairs 3. packs 3. pieces pieces 3. Salempores, dark Blue. . . . . . 2 4 — 6. Percalles, Dark Blue - - - - - - 3 3 3 - Mooris, Dark blue 2 2 2 Counted - - - - - packs 44. — For Semarang on the Extra Demand Sailcloth, bleached... Sailcloth, Red For Cape of Good Hope Guinea cloth, Common Bleached. pieces 1000 pairs pieces — Guinea cloth, Dark Blue 40 40 1. Bunting, Red 100 100 — Bunting, white 100 —. —. Carried forward Packs 1. packs 1 pairs 2 overleaf 1. pieces 1. Demand fulfilled remaining sent to lie. 133 1. Bunting, Blue Cambays, Red. .. Bolangs Blankets, large cotton - - - - - 480 400 — 13- Blankets, ditto small - - - 80 80 Counted - - - 1330: pairs the First addition 458 ditto second ditto 38 ditto third ditto 70 ditto fourth ditto 16 ditto fifth ditto 8 ditto sixth ditto 122 ditto seventh ditto 8. ditto eighth ditto 61. ditto Ninth ditto 29 ditto tenth ditto 44 ditto Eleventh ditto 1 ditto twelfth ditto 16. ditto Thirteenth ditto 2401 packs Diverse Linens 101: ditto on previous years' Demands sent in this year, of 2502. pieces Which are carried forward Packs 16 pairs 100 100 1: — 640 640 4. — 480 480 3. —. - 2 Demand fulfilled remaining sent to lie —. Brought forward Which Gingham Jag Pap No - 314 2502. packs which varieties were not Demanded this year, Namely packs for Batavia; to wit 89. packs 11. packs Guinea cloth, fine bleached; being packs from Nagapatnam —. 9. ditto 2. Jaggernaikpoeram 8. packs Guinea cloth Bleached, Company's old Sort, of these pairs from Jaggernaikpoeram Palicol 4 from Bimlipatnam 34. packs Guinea cloth, Dark Blue; of these 16. pieces from Nagapatnam 18 from Porto Novo packs Baftas, Dark Blue; being —. 3 packs from Nagapatnam 2. Porto Novo packs Percalles, Dark Blue, To wit: 2: packs from Nagapatnam Porto Novo 2. 10. packs Gingham, Penasse, Common, from Nagapatnam 2502: 89 and 74. packs Which are carried forward Brought forward

Dutch transcription

311 Guinees Gemeen Gebleekt. . . . . p=r Guinees bruijn blaauw - - - - - - - - „ Salempoeris Gemeen Gebleekt. . . . . . „ Sal:mpoeris bruijn blaauw Parcallen gemeen gebleekt.. Parcallen bruijn blaauw... Moeris bruijn blaauw fijne - Op den Extra Eijsch Guinees fijn gebleekt Voor Timor Salemp bruijn blaauw Deekens gecattoeneerde Groote- - Op den Extra Eijsch Salempoeres Roode groote Roemaals Peruijke „ rooden van 1. C=a: - „ Singams Onderbroeks Geruijte en Gestreep„ Jingam Saffa Chelas. . Neusdoeken Blaauw Geruijte groote de Singam roode fijne vier draands - - - - - „ 20 „ —½- - - - ¼ C:to. . . . . . . . . . . 1. 40 „ 40„ 1„ Teld - - - - - - - - - - pakken 8. —. . . . . . . . P: 20. „ 20„ . . . „ 20„—„—„— 1. „ 1„— 1. „ 1– 1. „ — 3 p=r - pr p:r 6 p:r 1„ —. „ pakken 16. — Zeld - 2 . . . „ 1.„—„—„ 15 p=a 10 ps 7. p t 2 „ 2. „ —. „ 4 7 4„ —. „ —„ 7 „ 4„ 4. „ Eijsch voldaan overblyven versonden. leggen Voor Banda voor e 124 - - „ „ 1. „ —„ —. „ — 1. „ —. „ —„ — 2 „ 2 „ —. 1. „ - . . „te. 1. 6 2 Baftas bruyn blaauw Pangrijsen met roode hoofden - - - - - - Guinees Gemoen Gebleekt Guinees bruijn blaauw Moeris bruijn blaauw Gemeene. „ 5„ 4 „ 1„ Parcallen fijn gebleekt „ Peekens Gecattoneerde Cust Groote. . „ 2 „ 2 „ —: „ 2 Moeris bruijn blaauw fijne. . . . . „ 4„ 2 „ 2„ Moeris Pemeen Gebleekt . . . . . . – „ 6„ 6„ 4„ 4 Parcallen Gemein Gebleekt. . . . . . „ 2„ —. „—. „— Salemp:s Gemeen Gebleekt. . . . . . „ 2„ —„ —. „— Salem p:s Bruijn Blaauw - . . . . „ 30„ 22„ 8„ 33 kousen kattoene mans. - - - - - - „ 1. „ 1: „ —„ Voor Ternaten e den Extra Eijsch Bethilles Bruijn Blaauw Bethilles Ternatanes Guinees fijn gebleekt: Bethilles gemaen Gebleekt. . . . „ 3„ 3„ —. „ 3 Transporteere.. 3„ pakken 114 ƒ: 8„ 5„ 1„ . . „ 2„ —„ —„— . - - - „ 4„ —. „ —. „ „ p=s 8 pr. 2 pr 8. pr 2 „ —. „ 2 2 „ 70„ 25„ 19„ 6. „ „ 20 „ 18:„ En chs, woldaan overlijen vop leggen .. - 1 „ 4 11 „ „ 3„ 8 312 Pr Transport Guinees Tingam Beddetijk Salemp:s fijn gebleekt zeijldoek fijn gebleekt Chelassen Geruijte beruijte Groote Roemaals Salemp:s Roode Voor Macasser . . p:s 15 p:t 15 p=t 1 p:r 5 Gemeen Gebleeke Guinees Gebleekt Eng:s zoort. . „ 1. „ 1. „ 1. „ Guinees Gemeen „ 1. „ 1. „ —. „ I. Deekens Gecattoeneerde Kleene Op den Extracter Eijsch Gingam Lenasse 1. „ — Teld. . - - - Pakk: 8. Gingam Peruijke en Gestreepde roode . „ 3„ 3„ 3„ 1. Voor Padang Guinees Gemeen Gebleekt Gemeen Gebleekt Guinees bruijn blaauw Transporteere - - - - - - - pakken 49. 22 Cr p:ro 60 p:s 301 p:s 2 p:r 177. „ 25 „ 25 „ —9. „ 16 16 - „ 40 „ 40. „ 40. ½ —— Veld N 14. r pr 2 p:r - p:r 3 „ 3 „ 3 „ 2. „ 2 „ 2 „ 2. „ —. 3„ . pakken 122. 1 „— . . - „ 1. „ 1 „ —„ 4. 1„—„ „ 3„ —. „ —. „— Eisch voldaan overblijven verson„ den leggen 34 13 „ „ p:r „ 1. „ Transport Salempoeris bruijn blaauw Parcallen Bruijn blaauw - - - - - - - „ Moeris Bruijn Blaauw. Op den Extra Eijssch Guinees fijn gebleekt. ƒ Pal„ Neusdoeken fijne Roode leacatse Paulo Chinco Voor Guinees gemeen Gebleekt. Guinees Gemeen Ruw.. Bruijn Blaauw Guinees Parcallen bruijn blaauw Door Adjerhadja Suinees Gemeen Gebleekt . - - Guinees bruijn Blaauw Jk 16 p=s 10: ktr 9 :r ƒ . „ 10 „ pk Transporteere pakken 34. 30 p:r p:s 15 pbr 15 p:s 3. „ 18. „ 8. „ 2„ 6. „ 25„ 25„ 5„ 20. 8„ 2„ eld - - - - - - - - pakken 29 1. „ 2i Teld. . . . . . . . pak: 66. 2. 10 k=t 10 p:r 6 p:r 4. p:rs 4. „ 4 „ 4 „ 3. Pakken 49: Eijsch vols aan overbliven ver ne. zeggen „ . „ „ 2. 2. 5„ 5„ 5„ 5 „ - . . - 313 Teld. . . . 1. „ 1. „ pr pr 34. tt Transport fr Salemp:s Gemeen Gebleekt. . . . . . p„r 3. p„rk 3. p„s p:s 3. Salemp:s bruijn Blaauw. . . . . . „ 2„ 4„ —„ 6. Parcallen Bruijn. Blaauw - - - - - - „ 3„3„3„- Moeris Bruijn blauw 2„ 2„2 eld - - - - - pakken 44. — ƒ „ Voor Samarang op den Extra Eijsch Zeijldoek gebleekte... Zeijldoek Roode oor Cabo de Goede Hoop Guinees Gemeen Gebleekt. r ƒr5 vers p s. 1000 pr p:s — Guinees Bruijn Blaauw 40„ 40„ 1. „ Vlaggedoek Roode „ 100„ 100„ —„ vlaggedoek wit „ 100„ —. „ —.„ Transporteer Pakken inTin 1. ppakken 1 p:r 2 verso 1. ps 1. Eidsch wildaan verblijven versonden leggen. 133 1. vlagge doek Blaauwe Cambaijen Rie Roode. .. Bolangs C Deekens gecattoeneerde groote - - - - - „ 480„ 400 „ — „ 13- Deekens _:o kleene - - - „ 80„ 80 Teld - - - 1330:. p:r de Eerste additie 458 „ „ tweede d:o d o 38 „ „ derde d:o 70 „ „ vierde 16 „ „ vijfde d:o 8 „ „ sesde d:o 122 „„ sevende d:o 8. „ „ agtste d:o 61. „ „ Negende d:o 29 „ „ thiende d:o do 44 „ „ Elfde 1 „ „ twaalfde d:o 16. „ „ Dertiende d:o 2401 pakken Diverge Lijwaaten 101: d:o op voorjaarige Eijsschen in dit jaar versonden, van 2502. p=s Die Transporteere Pakken 16 &t p:r JK „ 100 „ 100 „ 1: „— „ 640 „ 640 „ 4. „ — „ 480 „ 480 „ 3. „ —. - 2 Eysch voldaan overblijven verson„ leggen den —. Transport Welke Ging Jag Pap No - 314 kr 2502. p=k welke rebitementen dit jaar geen Eijsch gedaan is, Naametlijk p=ken voor Batavia; te weeten 89. v kon 11. p=ken Guinees fijn gebleekt; als Aken pk van Nagapatnam —. 9. m d:o 2. Jaggernaijk p=m 8. p=ken Guinees Gebleekt sComp:s oude Poort, van dese p:r van Jaggernaijkpoeram Palicol 4 „ „ Bimilipatnam 34. pken Guinees Bruijn Blaauw; hier van 16. p:s van Nagapatnam 18 „ „ Portonood Jken Baftas Bruijn Blaauw; als —. 3 pakken van Nagapatnam 2. Portonovo p=kmn Parcallen Bruijn Blaauw, Te weeten: 2: pken en van Nagapatnam Portonovo 2. „ 10. p=k Gingam Penasse Gemeene van Nagapatnam 2502: 89 en 74. pakken Die Transporteere Transport „

NL-HaNA_1.04.02_9699_0140 view scan ↗

English

Brought forward 89 and 74 packages 12 ditto Gingams Drengams from Nagapatnam Cambays fine Paleacats of the 4 obids from Palleacatta, Stockings cotton from Sadraspatnam Aparareys fine painted from Nagapatnam Shirts Men's from Nagapatnam packages Gingams Drengams from Nagapatnam for Amboina For Ternate; namely 1 piece Guineas Ordinary Bleached Company's old sort from Palicol Mooris fine bleached from Nagapatnam 5 packages pieces Guineas Bleached with Red Heads for Paislochinco; namely package from Jaggernaikpoeram Palicol 1 package Baftas brown blue from Sadraspatnam for Adsechadja For Diverse Linens for Ceylon sent thither with diverse vessels 2530 packages in total Ray skins Cleaned for Japan Year 1779 2502 2 28 40 315 13 137 Short demonstration of the general consignment in anno 1779. While we finally, for further clarification of the latest collection, insert herewith a short demonstration of the General consignment from this coast in Anno 1779 both to the Netherlands and for the Indies; To wit Made directly from these Coasts to the Netherlands were sent namely: Per the ship De Held Woltemade For the Chamber Amsterdam packages 954 Zeeland packages 476 With the Held Woltemade Packages 1430 Per the ship De Pallas to Batavia packages 1000 Together Pro Patria packages 1530 With the aforementioned vessel are sent to the Cape of Good Hope packages 16 Per the ship De Pallas to Batavia 956 And with diverse vessels to Colombo 28 1000 Comes for the Consignment packages 2530 Which I carry forward. 2502 253 Brought forward 2530 From which deducted those remaining on previous years' Demands, of which were sent this year; namely from Nagapatnam packages 469 Portonovo 216 Sadraspatnam 244 Palliakatta 99 Jaggernaikpoeram 206 Palicol 134 Bimilipatnam 145 1513 Remainder for the consignment of this Year packages 1017 On this Coast there remain lying over again on the Respective Demands a number of No. 1846 From which deducted those remaining on the Demands of 1777, 1778: 326 Remainder for this Year 1779, which being added to the consignment, with 1520 Comes for the Collection of this Year pieces 2537 1846 2502 1846 Packages remain lying over on the Respective Demands here at the Coast, namely: 1520 packages on the collection of this Year; to wit 139 packages At Nagapatnam 30 Portonovo 172 Sadraspatnam 96 Palleacatta 425 Jaggernaikpoeram 351 Palicol 307 Bimilipatnam 1520 Packages as above 326 on the Demands of 1777 and 1778, namely: 11 packages Nagapatnam 37 Portonovo 179 Jaggernaikpoeram 45 Palicol 54 Bimilipatnam 326 Packages as before 1846 Packages together Further Formal demonstration of the General consignment in anno 1779 Furthermore, we let follow hereunder a formal Demonstration of what the General consignment from this coast in the recently expired Year 1779 has consisted of, both of the remaining packages collected on previous years' Demands, and of those procured on the latest petitions, showing at the same time the difference between the receipts in this and the year before; in order that this may also serve for their High Mightinesses' further elucidation: this statement comprising the following. This Year collected More Less than Anno Passato At Nagapatnam the consignment in anno passato amounted to packages 296 to which added the remainders of that year 440 Counts for the collection of the past Year packages 736 this year were dispatched from there packages 935 minus those sent this year from the remainders of previous years' Demands 469 Remainder packages 466 To which added the remainders in this year 139 Counts for the Collection of the Current Year 605 Consequently this year less packages 131 Carry forward Brought forward At Portonovo the consignment in anno passato was packages 17 To which the remainders of that year 204 Comes for the collection of Because the papers of that Office have not yet arrived, only the sent and remaining packages are taken. past year packages 221 the dispatched in this year amounts to packages 232 From which deducted those sent on previous Demands 216 Remainder packages 16 add the remaining of that Office 30 ditto Counts for the Collection 46 Therefore counts less 175 At Sadraspatnam the consignment in Anno passato was packages 59 to which added remaining on the Demand in Anno passato 236 Together past Year packages 295 this Year dispatched from there packages 416 minus the remainders from previous years' Demands 244 The Remainder 172 to which added those remaining on this Demand 172 Together for the collection of this year 344 Consequently this year more 49 Carry forward packages 49 packages 306 This Year collected More Less than Anno Passato 2502 131

Dutch transcription

P=r Transport 89 en 74. pakken 12. d. o Gingam Drengam van Nagapatnam Cambaijen fijne Palleacats de 4. obid:s van Palleacatta, Kousen kattoene van Sadraspatnam Aparareijen fijne geschilderde van Nagapatnam Hembden Mans van Nagapatnam pakken Tingam Drengam van Nagap=m voor Amboina Voor Ternaten; als p„s 1 Guinees Gemeen Gebleekt sComp:s oude soort van Palicol Moeris sijn gebleekt van Nagapatnam Akken 5. p=s Guinees Gebleekt met Roode Hoofden voor Pais„ lochinco; als p:k van Jaggerneijkpoer am „ Palicol 1. pak Baftas bruijn bl: van Sadrasp:n voor adsechadja p:r Piverse Lijwaaten voor Ceijlon met diverse vaartuijgen derwaards versonden 2530. pakken in 't geheel Roggevellen Schoongemaakte voor Japon „ Terwijl ge aor 173 2502. 2. „ „ 28. 40. „ 315 13 137 kort aantooning van de generande verkending in anno 1o9.. Terwijl wij eijndelijk nog tot meerder op heldering van den jong„ sten inzaam bij dee„ zen insereeren een kor¬ te aanwijsing van der Generaale ver¬ zending van deese kust in Anno 1779. zoo na Neder„ land als voor In„ dien; Te weeten Ler temade zijn van dese Custen direct na Nederlands ersonden als:. Per 't schip De Held Wol¬ Voor de Kamer Amsterdam. . ft. 954. 8 Zeeland. . . „ 476. Met de Helt Woldem ade Ptlen. 1430. Per 't schip De Pallas na Batavia. . . . . . „ 1000. -. Te Saamen Pro Patria. . . . p:ls 1530. Met Voormelde Bethour bo¬ „dem zijn nade Caabo de Goede Hoof versonden. p„ken 16. –. Oen het schip De Pallas na Batavia „ 956. –. En met diverse vaartuigen na Kolombo.- 28. - „ 1000. Komt voor de Versending. p. a 2530. - . Die Transporteere. 2502 . 253 316 Pr. Transport 2530.„ Waar van afgetrooken de op voor Jaari„ „ge Eijsschen overgebleevene waar van in dit Jaar gesonden zijn; als. van Nagapatnam. pkt 469 Pottonovo. . Sadraspatnam. 244. Palliakatta. - 99. „ Jaggernaikpoeram . „. 206. Palicol „ 134. Bimilipatnam 145. . . „ „ 1513. Rest voor de versending van dit Jaar. - . . p:l 1017. Io deeser Custe blijven op de Respective Eijsschen weder overleggen een aantal van N=o 1846. Waar van afgetrocken de overblijvende op de Eijsschen van 1777. 1778. . 326. „ Rest voor dit Jaar 1719. die tot de versending G'addeert zijnde, met.. „ 1520. Komt voor den Insaam deeses Jaars p:s 2537. G 216. 1846. : d 2502 1846. Pakken blijven op de Respective Eisschen alhier ter Custe overleggen als. 1520. pakken op den insaame van dit Jaar; teweeten 139. pke Te Nagapahnam 30. -. Portonovo 172. Sadraspatnam 96. -. „ „ Palleacatta 425. . . „ „ Jaggernaikpoeram 351. -. „ „ Palicol 307. —. „ „ Bimilifatnam 1520. - Packen als boven 326. op de Eijschen van 1007. en 1088. als: ten 11. pak: Nagapatnam 37. „ Postonovo 179. Jaggernaik poeram 45. Palicol 54. Bimilipatnam „ 326. Pakken als vooren. 1846. Packen te Samen Voort 317 444 verzending in anno 1719 FFormele antooning der Geuirande Voorts laaten wij hier onder volgen een formeele Aan„ kooning waar in de Generaale verzending van deese kust in het Jongst gecepireerde Jaar 179. bestaan heeft zoo van de overgeblee¬ vene pakken op voorjaarige Eijsschen in gezameld, als van die opjongste petitien geprocureerd, onder vertooning teffens van het verschil tusschen het ingekomen in dit en het gaar tevooren: ten eijnde dit almeede dienen mag tot Hoog derselver nadere eluci„ dakie: behelsende bit ofsftel het volgende. Desen Jaare Meerder Minder ingezameld dan Anno Passato se Nagappatnam belief de ver„ sending in anno passato - - - - - p:k 296. waar bij geteld de overgebleevene van dat jaar. - „ 440. Teld voor den insaam van A:o vergangen fs 736 dit gaar zijn van daar afgestoken. . . . . p:ks 935. af de versondene in dit jaar van de overgebleevene van voorjaarige Eijsschen. . . . . „ 469„ Rest. . . . . . . p=ko 466. Waar bij geteld de overgeblevene in dit jaar 139. Teld voor den Insaam van A:o Courentij. . . „ 605. Bij gevolg dit gaar minder - - - - - - - - - - p:r — p:t 131: Transporteere ie P:r Transport Portonovo was de versending in anno passato - - - p:k Waar bij de overblijvende van dat paar - - - - „ - 204 —. Komt voor den insaam van Om reeden de papieren van dat Comptoir nog niet zijn ingekoomen zoo werden alleen de versondene en overblijffende pakken genomen. —. vergangen jaar. . . . . . - - p:s 221. –. het afgestookene in dit gaar bedraagd . . pk 232. -. Waar van afgetrokken de versondene op voorige Eijsschen „2: „ Rest. . . . . . . P:k 16. voege bij de Nagap:n ve blijvende van dat Comp=s 3 d=o Teld voor den Insaam. . . . . „ 46:— p p:r 175. Oversulks telle minder.... Te Sadrasp:m is in Anno passato de versin„ ding geweest. . . . . . . p:k 59. ƒ waar bij geaddeerd in Anno passato op den Eijssch overgebleeven - - - - - - „ 236. Tesaamen A:o vergangen. . . . . . . p:s 295. –. Ik dit Jaar van daar afgestooken - - - p:s 416. af de overgebleevene van voorjaarige Eijsschen „ 244. DeRicske. . . r. 172. waar bij geaddeert de op deesen Eijsch overblivende „ 72. Te saamen voor den insaam van dit jaar - - - „ 344. Bij gevolg dit gaat meerder „ 49. Transporteere pak 49 p=rs 306— ingesameld dan Meerder minder Anno Passato 2502 17. —. Desen Jaare 131. - . . . -

NL-HaNA_1.04.02_9699_0147 view scan ↗

English

Brought forward 49 packs 306 pieces. At Palliacatta the consignment last year was 10. To which added the remainder of that year 87. Together for the collection of anno passato pagodas 97. This year were sent from there packs 132. From which subtract the remainder of the previous year's demands and sent in that Rest packs 33. On this demand there remain stored again pagodas 96. Makes for the collection for this year 129 Thus this year more 32. At Palicol the consignment in anno passato was pieces 169. To which added the remainder of that year 130. Makes for the collection of anno passato pieces 294. This year were sent from there packs 239 Less the remainder of the annual demands 134. Rest pieces 105. To which added the remainder of this year 351. Together for the collection of this year 456. Thus this year more 143 Carried forward packs 230 pieces 106. Brought forward At Jaggernaijkpatnam the consignment in anno passato was number 393. To which added the remainder of anno passato 220. Makes for the collection of that year pieces 613. This year were dispatched from there packs 431. From which deducted the remainder on previous year's demands and sent in this year 206. Rest packs 225. Add on the other hand again the remainder in this year on this demand 425. Makes for the collection of the present year 650. Wherefore this year more 37. At Bimilipatnam the consignment in anno past was packs 95. To which added the remainder of that year 166. Together for the collection of last year 261. This year were dispatched from there the remainders on previous year's demands packs 145. At the said factory there remain stored again on this demand 307. Consequently this year more 46. Together packs 321 pieces 306. The lesser collected deducted from the greater procured Then it appears that the collection this year is greater than anno passato by a number of packs 230 pieces 306. Thus much concerning the recently concluded collection, with which we hope to give satisfaction. As regards now the demands for this year, after the member of this assembly, the junior merchant and invoice keeper Bloemen, had informed us of the balancing of the accounts of the Nagapatnam merchants concerning the recent collection, we contracted out the cloths assigned to us for delivery under the Fatherland and Indian demands for the year 1780, amounting together to 645 packs, on the 24th of December last to the aforesaid merchants for fulfillment at the recently paid prices, since we could not induce them to the slightest price reduction, because through the severe drought that we had in the recently ended year most cotton trees on this coast were scorched or died, which caused the price of yarn to rise higher than ordinary. And therefore we hope that this contracting may be approved by Your High Nobilities. Likewise, the Sadraspatnam chiefs on the 31st of December last contracted out the deliveries assigned to them for the Netherlands and the Indies in this year to the merchants for procurement at the recently paid prices, which we hope will also be approved. From the other factories we have not yet received the contracts; but we expect them shortly, as well as the Porto Novo merchants, with whom we shall contract as soon as possible after closing their accounts, so as to be able to give a full report of all this on a further occasion to Your High Nobilities. When on the 25th of March last we approved the Palicol linen contract for the year 1719, the price stipulated therein for the Guinea extra fine caught our eye, as for a pack of the same was set pagodas 520, although according to the invoice of the 31st of July 1718 it had cost no more than pagodas 490. And therefore we ordered the employees to supply us with sufficient reasons for this disadvantageous contract. This they did by their letter of the 31st of July, from which it appeared to us that that contracting contained nothing disadvantageous, having only been done to induce the merchants, who ordinarily have the fraudulent habit of delivering inferior goods than agreed upon, to supply better quality wares; since always upon the sorting of those cloths those prices were again reduced. And although we will readily admit that this manner of obtaining good wares is of a completely new and particular invention, we have nevertheless with this justification [illegible]

Dutch transcription

219 Deson Snari Transport 49 p:r 306. Te Palliacatta is de versending verleeden jaare geweest 10. — Waar bij geteld de over gebleevene van dat jaar - - „ 87: — tesaamen voor de insaam van Ao p.:o . . . . pa/o 97. —. deesen Jaare zyn van daar versonden. . . p:k 132. waar van Subtraheere de overgebleevene van de voorjarige Eijschen en in dat versondene en DJi Rest. p:r 33. Op desen Eijsch blijven weder overleggen. - - - - ƒ 96. —. komt voor den insaam voor dit jaar - - - „ - - . . . „ 129 dus dit jaar meerder Te Palical is in anno pass=o de versending ps 169. geweest waar bij geteld de overgebleevene van dat gaar „ 130. — komt voor den Insaam van Ao pas=o. . . . . . p:s 294. dit Jaar syn van daar versonden. . . p:k 239 — af d' overgebleevene van jaarige Eijsschen 134. — Rest. . . . . . . Pt. 105. Waarbij g'addeerd de overgebleevene van dit jaar „ 35 Tesaamen door den Insaam van dit jaar - - - - - - - - - „ 456. Dus desen jaare meerder... Transporteere Partkt: 23 p=to 106. „ 32. meerder minder ingezameld dan anno Passato 143 Jaare minder dan ato 131 1. ft ƒ 57„— O Transport Te Jaggernaijkp=m is de versending in Nr. 393. anno passato geweest. - waar bij geteld de overgeblevene van A:o passo. . . . „ 220. Komt voor den insaam van dat Jaar - - - p„s 613. deesen Jaare zyn van daar afgestoken. . . . . p:k 431. – Waarom gedetracheerd de op voorjaarige Eij„ un schen overgebleven en in dit gaar versonden. - „ Rest. . . Pak 225. voege daar en teegen weder hij de in dit jaar of desen Eijsch komt voor den insaam van 't Pre„ sente Jaar - - - - - - - - - „ 650. oversulx dit jaar meerder. . . . „ „ Bimilip:m was de versending in A. o vergangen - - - p:r 95. waar bij geteld de over gebleevene van dat gaar - „ 166. Tesamen voor den insaam =r verleeden Jaar - - - „ 261„ desen Jaare zyn van daarafgestooken de op roor„ jaarige Eysschen overgebleeven. . . . . p:k 145 Ten gem: Comptoire blijven op desen Eijsch weder overleggen - - - - „ 307. ƒ Bij gevolg dit jaar meerder - - - - - - - - - - „ 46. — Te Saamen - - - - - - - - pakken 321. p=r 306. Het minder gezamelde van het meerder geprocureerd afgetokk overgebleeven. . - - - - - „ 425. 37. -. met Dan komt te blijken dat den insaam dit jaar merder is dan H:o ber:s 15. een getal van. . . . . - - - - - - Tak: „ 306„ —. - pakk: 230: p:ts 306. Meerder Minder ingezameld dan Anno Passato. Desen Jaare Dus . 35 319 147 den ouden voet aande Cooplieds ter leve„ rantie opgedraagn. de Eeshitenoorden Jan 170. ij ij Dus veel, omtrent den jongst af„ geloopen inzaam, waarmeede wij hoopen genoegen te geven. — Dat nu de Pektien voor dit jaar betrefen. wij hebben na dat het Lid deezer vergadering den on„ derkoopman en Factuurhouder Bloemen, aan ons kennis ge„ geeven hadt, van het ver„ evenen der Reekeningen van de Nagapatnamsche kooplieden, weegens den jongsten inzaam, de ons ter leverancie opgedraa„ ge doeken bij de Patriasche en Indiasche Eijsschen voor den jaare 1780. , te zaamen bedra„ genbede dering te beweegen enaaren. gende 045. pakken, op den 24. „ cember jongstleeden, aan de von„ schreeve Marchandeurs ter vol„ doening opgedraagen, voor de jongh kimmet de Cor: tot gen wrij vanin betaalde Prijzen, wijl wij hun tot geen de minste prijs ver„ 1 mindering hebben kunnen be„ weegen; dewijl door de swaar droogte die wij in het jongst g„ 3 eijndigde jaar gehadt hebben de meeste kattoen bomen ter deezer kuste geschroeid of gestor„ ven zijn, het geen de prijs van het gaaren hooger, dan ordi„ nair heeft doen rijsen. En der„ halven Te hal 187 op e ouden vat geschid. 320 halven hoopen wij dat deese Con„ tractatie door uwe Hoog Edelhee„ dens mag worden geapprobeerd. te sedens inde andscittign nede Tes gelijks hebben de Sadras„ palnamsche opperhoofden, op den 31. December laastleeden de hun toegedeelde leverancien voor Nederland en In die in dit jaar aan de kooplieden ter bezorging opgedraagen voor de jongst betaalde prij„ sen: het geen wij hoopen dat ook zal worden goedge keurd. - Van Comptoir in de port on ovos Cooplieden Entdaags te gemoet om daarna. over sag te kiunnen don. —. in 'toog gloopesprij van op 30. vor den pak guin:s Extra fijne bij Malicoes contranct gesteld. —. men zit de Contrate vande andre van de andere Comptoiren hebben wij de Contracten tot nog toe niet ontvangen; maar wij zien die eertdaags te gemoed, benevens de Portonovosche Hooplie„ den, met wien wij na het sluij„ ten hunner afreekeningen, zoo dra mogelijk zullen Contrac„ teeren; om dus van dit een en ander bij eene nadere gelegend„ heid een volleedig verslag te kunnen doen aan Uwe Hoog Edelheedens. Wanneer wij op den 25. Maart Jongst Zeede bevorder omtrend 3 36 149 321 Gevorderde en bekomen blucidatie daar omtrend van daarr. —. „leeden approbeerde het Palicolsche lijwaat Contract voor den Iaare 1719. liep ons in het oog den daar bij be„ dongen prijs voor het guinees extra fijn wijl voor het Pak van het zelve gesteld was pag: 520. Schoon het volgens Factuur van den 31. Iulij 1718. niet meergekost hadt als Pa/o 490. — En derhalven gelasten wij de Be„ diendens om van deese nadeelige contractatie aan ons voldoende redenen te suppediteeren. — Dit hebben zij gedaan bij haa¬ ren brief van den 31. Iulij, waar uijt aan ons gebleeken is dat die 8 36 beeden waarom men met die gegeeve Elucidatie genoegen genoomen heeft. — in 't oog die aanbesteeding niets nadeelig inhadt, als alleen maar gesch zijnde, om de kooplieden, die op dinair de bedriegelijke gewoonte hebben van verlegter goed aan te brengen als men bedingd, dat door deugdzaamer waren te doede vensw leveren; nadien altoos bij hetv 463. 1 sorteeren van die doeken die prijsen, weder verminderd ge worden waren.— En Schoon wij wel wil bekennen dat deese manier deugdzaam goed te bekomen van een gans nieuwe en part culiere inventie is hebben m egter met deeze verantero ding pak„ Contr.

NL-HaNA_1.04.02_9699_0155 view scan ↗

English

also on account of the high contracting of 8 packaging Cambaijen fine for Pagodas 463. 1. 26. content was taken, because we know how careful the chiefs need to be if they do not wish to be deceived by the merchants. Likewise the Palleacatta servants, on our instruction by letter of the 26th of April, regarding the discrepancy discovered here between the Linen Contracts of the years 1778 and 1779 about the entry of the Cambaijen fine of 6 Cobidos, of which the bale in the first-mentioned Contract was contracted for Pagodas 277. 20, and in the other for Pagodas 462. 1. 26, have reported by their letter of the 19th of June for elucidation that this discrepancy is caused by an erroneous entry of 600 instead of 360 pieces per bale in the first-mentioned Contract, since the bale thereof was only determined at 600 pieces in the recently expired Indian Demand, and that this increase had then also caused the discrepancy discovered here between those two contractings. A reason which we have deemed satisfactory, yet nevertheless with this remark that in such papers no errors of that nature ought to reside. The five painters who, according to our resolution of the 15th of December, were arrested for spoiling two corges of the Company's chintzes which they had undertaken to paint, have for this time been pardoned at the request of Company's merchant Patavi Rama Naijker and released from their arrest under this special condition to deliver to the Company two other corges of good chintzes instead of the spoiled ones within the space of two months, for which the mentioned merchant has remained surety. Which we trust will also for this time be passed by Your High Nobilities, however little they may deserve this grace. Even worse, it truly pains us that we must report it, has the sale or market of merchandise turned out than we expected. We had, it is true, during the course of the recently expired trading year little reason to hope for a favorable market, but yet we always flattered ourselves that the profits made therein would equalize with those of the previous Book Year. Your High Nobilities will, from the accompanying General Summary, perceive with regret together and alongside us that, the aforesaid lesser profits having been subtracted, there appears, as said, for the lesser profits of the year 1778/9 f 108096. 13. As far as the actual cause of the lesser profit at this Chief Factory is concerned, it takes its origin from the reduced market for Japanese copper in bars. For although here in the year 1777/8 likewise no Japanese copper in bars was sold, nevertheless at the Rendement of that year there was entered as sold the 50,000 lb delivered in the year 1776/7 to the Company's merchant Tieromenij Chittij, which consequently had to increase the profit account of the Book Year 1777/8 by that much, whereas this year no more than 19200 lb of that mineral was carried over as sold at the Rendement. Portonovo not being a Factory where the Company conducts trade, the profits made there in the past year on 3125 lb of Japanese copper in bars, which we delivered to the Resident at his express request, must be regarded as accidental; and thus there are no other reasons to give for the recent loss of profit than that, no merchandise having been demanded by the Resident, nothing was sent thither either. But we have wondered greatly that the Jaggernaikpoelo chiefs, neither at the general Rendement of the merchandise sold there, nor in any of their letters, have given any of the slightest reasons to which we must attribute the considerable decay of trade there. They only request in their letter of the 9th of June the cash demanded in the past year for making the new collection on the grounds that trade there decreased more and more, without mentioning the reason thereof with a single word.

Dutch transcription

15„ vens weeg:s de hooge aanbestelling van 8 inpak Cambaijn fijn voor p„r 463. 1. 26. -. „ding genoegen genomen; om dat wij weeten hoe voorzigtig de opperhoofden dienen te weezen„ willen zij niet door de kooplie„ den bedroogen worden 7 de na Pallat: gedan an ktijg Des gelijks hebben de Pallea„ cattasche Bedienden op ons aanschrijf ven bij brief van den 26: April, wegens het alhier ontdekte diff„ ferent tusschen de Lywaat Con„ tracten van den jaare 1778 en 1719. omtrent de post van de Cambaij„ „en fijne de 6. Cobidos, waar van het pak bij het eerst ge„ melde Contract voor Pa/o 277. 20, en bij het andere voor pag: 462. 1. 26. was 322 hooge prij veroorsaakt was. - . was aanbesteed geworden, bij hunne brief van den 19. Iunij, tot elucidatie gemeld. sheldig dioperhooden houdamiga Dat dit different veroorzaakt is door een abusive invulling van 600 in steede van 360. p:s p„r pak bij het eerstgemelde Contract; alzoo het pak daar van maar. alleen bij den jongst afgeloopen Indiaschen Eijsch op 600 p:s was bepaald geworden, mits„ gaders dat deeze meerder„ heijd dan ook veroorzaakt hadt het alhier ontdekte different tusschen die twee woerdandehouding daar maen aan besteedingen. Een reede die sack wij 153 gearristeerde schilders zijn of ver„ soek van Een Coopman weder ontslagen. wij voor voldoende gehouden heb„ ben, dog egter onder deese aan„ merking dat in diergelijke papieren geen fouten van die natuur dienden te residee„ „ren. De vijf schilders, die vol„ gens ons besluijt van den 15. December Gearresteerd gewor„ den zijn om het bederven van twee Corsjes Compag„ nies Chitsen, die zij aange„ nomen hadden om te schil„ deren, zijn voor deese reijse op versoek van Compagnies koop„ man Patavi Rama Naij„ ker gepardonneerd en uijt hunde - 323 gem: Coopman uijt hond. gevelle als myn wel verwagt hadden. voldaende. onder spinalnbeingen borgtogf ven hun arrest ontslagen geworden onder dit speciaal beding om binnen den tijd van twee maar den insteede van de bedurv„ twee andere Corsjes goede chit„ sen aan de Compagnie te leve„ ven, waar voor den gemelden kom man borg gebleeven is. Het geen wij vertrouwen, dat ook voor deese reijze door Uwe Hoog Edelheedens zal worden ge„ passeerd, hoe wijnig zij ook deese gratie verdienen mogen den verkoop of verthier is perter is Nog slegter, het doet ons waarlijk leet dat wij het melden moeten! is den ver„ Nto Kooff hoo vergelijk 155 „ving van ƒ108096. 13. aantoond in „koop, of vertier van koopmanschap„ pen uijtgevallen, als wij ver„ wagt hebben wij hebben, wel is waar geduurende den loop van het jongst geexpireerde handeljaar wijnig reeden, ge„ hadt, om op een favorablen ver„ thier te hoopen; maar eg„ ter flatteerden wij ons nog altoos, dat de winsten daar in behaald met die van het voorige Boekjaar zouden equa„ liseeren. dauij arsterkning en ansten an Uwe Hoog Edelheedens, zullen vargtik van amopass. . . . uijt het neevens gaande Generaal Sommarium, met en neevens ons met leetweesen beoogen dat er, op de 325 voldeeni staafkoper is de eijgendlijk oorsaak dier winst dewing. -. En waarom.. de voorsz: mindere winsten gesubstraheerd weezende komt gelijk gezegt voor de mindere winsten van A:o 174 3/9. - - - . . . ƒ108096: 13: den minder verthien van het Japaand vat de eijgentlijke oorzaak van d mindere winst ter deeser Hoofdv sche betreft, zij heeft haar oor„ spronk uijt den verminderden, ver tier van het Iapans staafkoopper„ 1779. — den ver Cant afschoon alhier in anno 177 7/8. almeede geen japans saafkooper is vertierd geworden zoo zijn evenwel bij het Rend ment van dat jaar als verkog opgebragt de in anno 177 6/7. a kooper Compt G 20 valling kooper in a: passo te portonou is ton„ valling. Compagnies. koopman Tierome„ nij Chittij, afgegeve 50'000 lb: het geen gevolgelijk de winst„ „reekening van het Boekjaar 177 7/8. zoo veel moest doen vermeer deren, daar van dit jaar niet meer als 19200: lb: van dat mineraal als verkogt bij het Rendement zijn overgebragt — den verses van 31: : tap ortonovo geen Comptoir zijnde, waer de Comp: handel drijft, moeten de winsten in anno pass:o aldaar behaald op 3125. –. lb: staafkapper japansche het geen wij aan den Resident op zin expres verzoek hebben afge„ geven, als toevallig worden aange„ merkt: en dus zijn er geen andere reedenen, voor de jongste winstder„ vinge 326 No diendens geen reeden van den vervalde handel aldaar meer en meer altre„ voldande ving te geven, dan dat er door den Resi den't geen koopmansz: g'eijscht zijnde er ook niets na toe gezonden is. verwondering verdet de Jagp: be, Maar wij hebben ons zeer verwonderd hande als aan hbengaen. dat de Jaggernaikp=lo opperhoofden, no men bij het generaal Rendement die aldaa geringe verkogte handelwaaren, nog bij een van haare brieven, eenige de minste redenen gegeeven hebben, waar a wij het considerabel verval van de handel aldaar moeten toeschrijv hun verzake om Centanten om dat en Eenlijk versoeken zij bij Haaren brief van den 9. ' Iuni om de anno passato gevorderde Contan„ ten tot het doen van den nieu„ wen inzaam uijt hoofde den „handel „ meerenj meer afnam zonder eop Bin „aldaar „ met een enkeld woord de reeden daar van aan te haalen waar repra daar Dat d hoo men. -. E 327

NL-HaNA_1.04.02_9699_0163 view scan ↗

English

159 small profits of only f 729. 3. 8. reproach. - - . to what the lesser profits were attributed there. Which had, however, been absolutely necessary in order to make good a loss of profit of f 97353: 7. -. for which, so it seems to us, rather weighty reasons ought to appear. —. they shall be answered and ... But we shall, while expressing our dissatisfaction over the small profits of only f 57729. 3. 8. obtained there, emphatically reproach the Servants for their far- reaching negligence in not even mentioning, in making their General report, with a single word to what such a considerable decline in trade there between the one and the other financial year must be attributed, with further orders to do this yet at the very first opportunity at Bimlipatam by the chiefs ... The Bimlipatnam chiefs write, on the contrary, in their letter of 6 November, there 327 it is hoped that Your Right Honourables will take satisfaction in the reasons given by them. -. trade. -. attributing the lesser profits obtained there, up to f 12635: 3: 3:, to the restless condition in which that region has been during the course of the latest trade year; as the sales there had consequently had to stand still for several months. In which reason we not only hope that Your Right Honourables, alongside us, will be pleased to take satisfaction, but we also trust that the causes given by us for the lesser sales at Nagapatnam will satisfy Your Right Honourables. Promise to promote the trade. We shall meanwhile leave nothing untried that may serve to promote the trade, which, along with the collection, forms the only two branches of the Company's essential interest on this coast; in order, were it possible, to bring the same back to its old flourish. 328 164 peace will be able to contribute much thereto. small profits on the sales will be consoled. ... of the sold merchandise To this, first of all, peace between the native princes and the English would contribute much; but when we shall experience that happy time once again is a question that time alone must resolve. At least, up to now we cannot see that it begins to look like it in any way. And therefore we hope that, however disadvantageous the latest has turned out here, and however sad our prospect is for a better success of trade in this year, your Right Honourables will be pleased to console yourselves with the lesser profits being obtained, on account of the troubled times we live in. presentation of the General Summary Meanwhile, according to annual custom, we take the liberty to show in the following General Summary what the weighed out and sold parcels in the latest expired trade year have consisted of; namely

Dutch transcription

159 eringe winsten van maar ƒ 729. 3. 8. repracheer. - - . waar aan de mindere winsten daar werden toegeschreven. Dat egter wel volestrekt noodsaakelijk geweest was, om eene winstderving van ƒ97353: 7. -. goed te maaken, waar voor zoo het ons toeschijnt al vrij gewigtige redenen dienen te plijken. —. men zal hun detweren en averd. Dan wij zullen, onder, betuijging van ons ongenoegen over de geringe winsten tot maer ƒ 57729. 3. 8. aldaar behaald de Bediendens met nadrukreprocheeren, over hunne verre gaande onagtsaamheijd, om niet eens bij het doen van hun Generaal verslag met een enkeld woord te melden, waar aan, zulk een aanmerkelijk verval in den handel aldaar tusschen het een en ander boekjaar moet worden toegeschreeven, onder aanschryving verder van dit als nog te doen bij de allereerste geleegendheijd op Bimilip=m doorde oppenb: d„o Bimilipatnamsche opperhoofden, schrijven daaren teegen bij haaren brief van den 6. 9ber: de aldaer 327 men hoop dat H: HoogEd: met de door hun gegevene rerden zullen genoegen neemen. -. handel. -. de ginder behaald mindere winsten tot wel ƒ12635: 3: 3: toe aan de onrustige gesteldheid, waarin dat gewest geduurende den loop van het jongste han¬ deljaar geweest is; alsoo den verthier de daar door verscheijde maanden hadt ma m ten stilstaan In welke reden wij niet alleen hoopenda uwe Hoog Edelheedens nevens ons ge„ noegen zullen gelieven te neemen, Menkoop op ook dien maar wij vertrouwen ook dat de dooro zullen opgegeve oorzaaken voor den minderen m vertier te Nagapn. Hoog dezelve Zull voldoen. gering Belofte tot bevordering van den Wij zullen inmiddens niets onbeproeft los aanbod den ten, wat tot bevordering van den han„ del, die met den inzaam, de twee eenigst takken van Comp:s wezentlijk belang te ins den deese - voldoen 328 164 de vrude zal daar toe veel kun„ nen Contribueeren. gering de winste op den verthien zullen getraatten. cims der verkagte Coopmantz: deeser huste uijtmaakt dienen kan; om ware het mogelijk deselve weder in haar ouden fleur te brengen. Hier toe zou vooreerst veel Contribueeren vreede tusschen de inlandsche vorsten ende Engelschen: maar wanneer wij dien gelukkigen tijd eens weer beleeven zullen is een vraag die te tijd alleen zal dienen op te lossen. Ten minsten wij kunnen begint tot nog toe niet zien dat het daarna eenigzins„ te gelijken Men kooft dat H: Hoogd: zaes n dierhalven hoopen wij dat hoe nadeelig ook den jongsten ook dien gewust egter daar med en hier is uijtgevallen, en hoe droevig ook ons vooruijtzigt is, op een beker reuissit van den handel in dit jaar, dat uwe oog Edelheed: zig de behaald wordende geringere voordeelen zullen gelieven te getroosten, om den behoefden tijd die wij beleven aanbod de Generaale Sommari Inmiddens neemen wij na jaarlijksche gewoonte de vrij„ heijd bij het ondervolgend Genneraal Sommarium te ver¬ toonen, waar in de uijtgewoge en verkogte partijen in het Jong:s g'expireerde handeljaar bestaan hebben; namentlijk

next →