Inventory 9701
Coromandel · 668 pages · 98 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Thus, when those who had previously conducted themselves as peaceful inhabitants began to lift the cloak of hypocrisy; they had seen how easily they had obtained from us the revocation of the Edict and the reduction of the custumados of the fiscal; and thus they imagined that they would have been able to dictate terms to us in everything and had only to demand something in order to obtain it. And upon this, they came forward with their accusations against the adigaars Duijnevelt and Scheuneman, likewise against the overseer of the works Henck, as well as against some other persons with trifles, firmly imagining that they would immediately obtain a favorable decision regarding this, or just as they desired; but this not succeeding as the ringleaders of the riot had imagined, they were forced, willy-nilly, in order to maintain their prestige among the common people, to take measures to carry out their once-begun malicious project, and this consisted in supporting with cash the wild mob that had already fled, as we respectfully informed your Right Excellencies by letter of 15 January 1779, and also listed who had made themselves guilty thereof. It may well be that some Malabars imagined themselves to be wronged; for there is no nation in the world that believes that sooner than a Malabar. At least, they were pregnant with such thoughts at that time, as your Right Excellencies have rightly remarked and we have experienced from the bold propositions and requests they dared to make, for they were of such a nature that they should rather have been most severely punished than that we should have granted them. Yet we nevertheless, and principally the undersigned governor, took the gentlest course with that recalcitrant crowd, and regarding all the absconded persons undertook nothing else than to bring them to reason by pointing out their wicked and punishable conduct against their lawful authorities, which finally also had the good outcome that they allowed themselves to be persuaded and returned to this city and villages, on the condition that the undersigned Governor would generally forgive their crime and would reinstate into their private offices those who had been deprived of them by their flight and absence from this city and villages. And upon this, we not only granted a general amnesty to our inhabitants, but also restored everyone to the offices they had previously held. With which this delicate affair, which has caused us so much grief, has ended without anyone having suffered any injury on that account since. Thus, at present or since the granted pardon, we live again in the utmost rest and peace. However gently we have acted with them in everything and are inclined to act, we nevertheless believe that for a complete satisfaction for us in general, and for the late Adigaar Duijneveld in particular, the dismissal of the merchant Tieromenij Chittij from the linen trade is absolutely required, besides and apart from the compensation of damages imposed on him and the other ringleaders suffered by the farmer of the Nagapatnam import duties etc., for which favorable authorization we respectfully thank your Right Excellencies. However, since upon receipt of your common advices of 5 November 1779 we could not put either one into effect for the settlement of the aforesaid damages, because at that time too great a sum of money for the delivery of linens was outstanding among the merchants, we thought it best to suspend your authorization until we shall have closed the accounts for the collection of this year with them. Which we trust can take place in the near future. When we shall not fail to make the ringleaders previously mentioned by us compensate the Company for the aforesaid damages suffered by the farmer of the import and export duties. Against which, or rather against the complaints of the inhabitants of this city and villages, we dare to assure your Excellencies that the Adigaars Duijnevelt and Schuneman have justified themselves truthfully. The complaints brought against them having been malicious accusations without a semblance of truth. And to produce sufficient proof thereof to your Right Excellencies, we request to be allowed to take for a moment as an example the so-called reception on New Year's Day. This is paid not only to the Adigaar of the villages by the villagers, but also to the Adigaar of the city by the townspeople, and by both to the undersigned Governor. And it is a custom that is in use not only along this entire Coast, whether among the English, French, or Danes, but also in Jaffanapatnam and elsewhere in Ceylon. And it seems to have been introduced by no one else than by the natives themselves. At least, had we or any other European nations instituted that day, we would certainly have fixed it on the New Year's Day of the Christians.
Dutch transcription
Alzoo toen die geene welke zig van te vooren als vreedzaame Ingezetenen gedraa gen hadden, den mantel van schijn hijligheijd begonnen af te ligten zy hadden gezien hoe gemakkelijk zij van ons verkreegen hadden de intrekking van het Placaat, en het verminderen der custumados van den Priscus En dus verbeelden zij zig dat ze ons in alles de wet zouden hebben kunnen voorschrijven en slegts iets te vorderen hadden, om het te verkrijgen En hier op kwamen zij met haare beschuldigingen tegen de adigaars Duijne velt en Scheuneman, item tegen den opsiender der werken Henck, als meede teegen Eenige andere perzoonen met baga tellen te voorschijn, zig vastelijk voorshel„ lende dat zij daar omtrent direct een favorabele dispositie, of zoo als zij maar begeerden, zouden erlangen; Dog dit niet lukkende zoo als de bethamels van het oproer zig verbeeld hadden, moesten zy nalens volens om haar aanzien onder de 125 de gemeene man te bewaaren, middelen bij der hand neemen, om haar Eens begonne quaad „aardig project te volvoeren, en dit bestond in Eene onder steuning met Contanten aan de bereeds uijtgeweekene woeste hoop, zoo als wij uwe Hoog Edelens bij brief van den 15. Januarij 1779. reverentelijk bedeeld, en teffens opgegeven hebben, wie dat zig daar aan al schuldig gemaakt had Het kan wel gebeuren dat zig eeni„ „ge Mallebaaren verbeeld hebben veronge„ „lijkt te zijn; want er geen natie in de weereld is die dat eerder als een Mallabaar gelooft Ten minsten zij gingen op die tijd met dier„ gelijke gedagten zwanger, zoo als uwe Hoog 1 Edelheedens te regt geremarqueerd en wij onder vonden hebben, uit de stoute propositien, en verzoeken die zij hebben durven doen want die van zodanige een aart waren, dat ze eerder op het Strengst hadden moeten gecor„ rigeerd geworden zijn dan dat wij die zouden hebben toegestaan Dan we hebben des niet te min en principaal den ondergeteekende gouverneur met die baloorige menigte de Iagste weg ingeslagen hadden onder ond 9 91 ingeslagen, en omtrent alle de uijtgewee„ kene niets anders werkstellig gemaakt, dan om haar tot reeden te brengen, onder voorhouding van hun boesaardig en Straf waardig gedrag, teegens haare wettige overheeden, het geen dan eijndelijk ook van dat goed gevolg geweest is dat zij zig hebben laaten geseggen en na deese 1d stad en dorpen te rugge gekeerd zyn, 1 11 onder die mits, dat den ondergeteeken„ de Gouverneur, generaliter vergeeven zou haare misdaad, en wederom in haare par„ „ticuliere diensten zou laaten, stellen, die welke door de uijtwijking en absentee ring uijt deese, stad en dorpen daar van beroofd geworden waren En hier op hebben wij niet alleen aan onse ingeseetenen een generale amnestie verleend, maar ook een ieder hersteld, in de diensten die zij van te vooren bekleed hadden Waar meede deese delicaate affaire 131 affaire, die ons zoo veel verdriet veroorzaakt heeft, g'eyndigt is zonder dat seedert aan iemand dierweegens Eenig leet is toege„ bragt geworven Dus wij teegenwoordig off zee„ dert de verleende vergiffenis weeder in de uijterste rust en vreede leeven dog hoe zagt wij ook in alles met hun gehandeld hebben, en geneegen zyn te handelen, vermeenen wij egter, dat er tot Een volleedige Satisfactie voor ons in het generaal, en voor den overleede¬ nen Adigaar Duijneveld in het bij„ zonder, absolut verEijscht wordt de dimo„ tie van den koopman Tieromenij Chit„ tij uijt den Lijwaat handel buijten en behalven de hem, en de overige belhamels opgelegde vergoeding van schaade bij den pagter der Nagapatnamsche In komende regten V:a geleeden voor welke gunstige qualificatie wij uwe Hoog Edelheedens met Eerbied bedanken Edog wijl wij bij ontvangst van Hoogst der zelver gemeene advisen van van van den 5. November 1779: nog het een nog het ander in het werk hebben kunnen stellen tot verevening van de voorsz schaade, om reeden er toen, te groote Somme gelds op Leverantie van Lijwaaten onder de koop„ lieden uijtstonden, hebben wij best geoor¬ deelt, Hoog der zelver qualificatie zoo lang te surcheeren, tot wij de afreekenin„ „gen voor den inzaam van dit Iaar, met hun zullen geslooten hebben C Het geen wij vertrouwen, dat eerst daags zal kunnen geschieden wanneer wij niet zullen manquee ren, de voorschreeve schaade, bij den pagter van de in en uijtgaande regten ge„ leeden, aan de Compagnie te doen vergoe„ den, door de belhamels, door ons bevoo„ rens opgegeeven waar teegen of Eijgentlyk teegen de klagten van de inwooners deeser stad en dorpen, wij hoog dezelven ver zee„ keren durven, dat zig de Adigaars Duij„ nevelt en Schuneman na waarheijd verantwoord hebben Zijnde de tegen hun ingebragte Klagten O 123 klagten, kwaadaardige accusatien geweest zonder schijn van waarheijd xE En om daar van aan uwe: Hoog Edel„ heedens Een voldoenend bewijs te produceeren verzoeken wij om voor Een ogenblik tot Een voorbeeld te mogen stellen de zoo genaamde ontmoeting op nieuw Iaars dag Deese geschied niet alleen bij den Adi„ „gaar der dorpen door de Dorpelingen, maar ook bij den Adigaar der Stad door de Stee„ delingen, en door beijde bij den ondergeteekende Gouverneur En is een gewoonte die niet alleen op deese geheele Rust, het zy bij de Engelschen Franschen, off Deenen maar ook op Iafca„ napatnam en Elders op Ceijlon ingebruijk is En door niemand anders, dan door de Inlanders zelfs schijnt te weezen inge¬ voerd Ten minsten hadden wij off Eenige an„ dene Europesche natien, dien dag ingestelt we zouden hem zeekerlijk bepaald hebben op den Nieuw Jaars dag der Christenen maar quee a g voo„ goe„ teegen 3 Dreij. heijd
English
but not on that called by the Malabars Sjandipo, or the so-called day of paresse, falling on the 5th of January. From this description, your Right Honours will, as we hope, partly see the unreasonable complaints of the villagers, for they have not complained about any novelties introduced by us, but about an old custom of their own making. But to demonstrate this still further, we shall even proceed to the custumados which they bring forth on such an occasion. They say that these have served as a burden to them, but very unjustly so, for all that they offer on that occasion consists of some meager fruits of the field, such as some pisang, oranges, sugar cane, etc., besides 4 to 5 lean goats, and 20 to 25 chickens, in return for which they receive back one or another piece of linen, far exceeding the value of what they have gifted according to the custumados of the land. And that this is the pure truth we can all assure your Right Honours on our honour. Moreover, the undersigned governor assures your Right Honours that he has annually run short by 80, 100, and more Pagodas at that so-called harmful meeting for the Malabars. And of this he could, if necessary, produce the specific accounts kept by him annually thereof. How unjust, nay, what do we say, how ungrateful the aforementioned complaints of the villagers have consequently been, we leave entirely to the righteous judgment of your Right Honours. In the meantime, in order to show how unjust their complaints were, the undersigned governor directly abolished the aforementioned meeting, called Sjandipo by the Malabars, just as it has remained abolished ever since, although his Honour has already been requested several times by various good and well-intentioned inhabitants to reintroduce that custom, on the grounds that these people, driven by their superstitious notions, firmly presume that they can have no luck or blessing in their undertakings during that year if they are not allowed to meet the Lord Governor to offer him a trifle through which they may expect the blessing in their house. In the meantime, we have abolished, as much as possible, all the other abuses that occurred in former times, and we shall ensure for the future that they are not reintroduced. We have subsequently, in order to comply with your Right Honours' order, investigated with all diligence the claim of the collective painters which they have formed against the head painter or supplier of Company's chintz named Nainiyappa, but found the same to contain nothing other than an ordinary payment to him as head, for his trouble, and the risk of Company's funds which he must distribute among those common people and account for to the Company through the delivery of chintz, after which we have decided this dispute, which had been stirred up by malicious instigators, by causing the 279½ pagodas to be disbursed, which the head painter himself had acknowledged. Concerning now the boatmen's wages, regarding which your Right Honours are pleased to demand a further elucidation from us, we have the honour to report in that regard that according to an established regulation for the boatmen, no more than 4 fanams for a single and 8 fanams for a double chialeng is paid here; which thus corresponds with what was given by the undersigned governor in his annotations made on certain petitions of complaint presented to your Right Honours with his letter of the 25th of September 1778. But in addition, in the time or under the government of the Honourable Mr. Haksteen, 1 fanum for a single and 2 fanams for a double chialeng was granted to the master of equipment here for maintaining peons and canacapoles on the beach, who are very necessary there, which has been further confirmed by the present Governor as serving to prevent all kinds of disputes and irregularities that would otherwise daily occur between the merchants and the boatmen. And for which reason we request that this method, which has been in use for 15 years, may be continued. Since your Right Honours, under recommendation of caution, have been pleased to defer to us the introduction of the further proposal submitted by us, namely to be allowed to collect once a year 4 stivers or one fanum for every square rod that the houses and gardens within this city occupy, we assure the same hereby that we shall come to no decision regarding this except after the ripest deliberation, and when we shall be sufficiently assured of its good success. For we should not like to see a riot born over this for the second time, however unreasonable it would again be. For the avoidance of which we shall above all take care that, according to your Honour's desire, the aforementioned tax is made general, without excepting anyone, and thus also no Company servant or citizen. In the meantime, with regard to the remark made by your Right Honours, namely
Dutch transcription
maar niet op die den Mallabaaren Sjandipo, off de zoo genaamde dag van paresse genaamd, invallende den 5: Ja¬ bnuarij uijt deese beschrijving zullen uwe Hoog Edelheedens zoo wij hoopen ge„ deeltelijk zien de onreedelijke klagten 3 der Dorpelingen, want zij niet over Eenig nieuwigheeden door ons ingevoerd geklaag hebben, maar over Een oud gebruijk van hun eijge maakzel dog om dit nog nader aan te loo„ 76 nen zullen wij tot de Custumados die zij bij zoo een gelegendheijd op bren¬ „gen zelvs overgaan zij zeggen dat ze hun tot beswaar¬ nis gestrekt hebben, maar zeer ten onregten, want al wat zij bij die geleegen heijd aanbieden, bestaat in Eenige geringe vrugten van het veld, als wat pisang Chi¬ 2 na sappelen, zuijkerriet ensz: neevens 4. â 5. magere bokken, en 20. à 25. hoenders waar teegen zij weeder het een of ander stuk 139 50 156 stuk Lijwaat, vrij verre overtreffende de waarde van het geen zij volgens de Cus¬ tumados van het Land, geschonken hebben te rug ontvangen En dat dit de zuijvere waarheijd is kunnen wij alle op onse eer uwe Hoog C Edelheedens verzekeren, Boven dien verzekerd den ondergetee„ kende gouverneur uw Hoog Edelhee„ dens dat hij Iaarlijks bij die zoo ge„ naamde schaadelijke ontmoeting voor de Mallabaaren 8c, 100, en meer Pagooden is te kort geschooten. En hier van zou hij des noods produceeren kunnen de daar van Jaarlijks door hem gehoude specifi„ que reekeningen Hoe onbillijk Jawat zeggen wij hoe ondankbaar derhalven de voor„ schreeven klagten der dorpelingen geweest zijn laaten wij volkomen aan het regt„ vaardig oordeeld van uwe Hoog Edel„ heedens over ondertusschen heeft den ondergeteeken de gouverneur om te toonen hoe onbillijk 2 hunne @ 2 7 der ni„ hunne klagten waren direct de voorsz: ont„ moeting, bij de Mallabaaren Sjandipo ge„ naamd afgeschaft gelijk ze zeedert ook afge„ schaft gebleeven is schoon zyn Edele door ver„ scheijde goede en wel geintentioneerde inwoon¬ ders bereeds verscheijde maalen aangezogt ge worden is om die gewoonte weeder in te voeren, „ uijt hoofde die menschen door haar supersti„ tieuse denkbeelden gedreeven, vast veron„ der stellen, dat zij geen geluk off zeegen in haare verrigtingen geduurende dat Jaar kunnen hebben, zoo zij den heer gouver„ neur niet mogen ontmoeten, om hem eene geringheijd waar door zij den zeegen in haar C huijs verwagten mogen aan te bieden, ondertusschen hebben wij al de overige misbruijken, die in voorige tijden plaats gehad hebben, zoo veel als het mogelijk is afge„ schaft, en wij zullen voor het vervolg zorge dragen dat dezelve niet weeder worden ingevoerd. wij hebben vervolgens om te voldoen aan uwe Hoog Edelheedens ordre met alle ontijdig heijd onder zogt, de pretensie der gezamentlijke schilders die zij op den hoofd schilders of Leverancier van Comp:s Chitsen Naijniapa genaamd geformeerd hebben 137 hebben, dog de zelve bevonden niets anders te behelsen dan eene gewoonlyke betaling aan hem als hoofd, voor zijne moeijte, en de Risico van Comps gelden, die hij onder dat gemeene volk moet uijtsetten, en aan de Comp:e door Leverantie van Chitsen verantwoorden, waar na wij deese twist zaak, die door quaad-aardige opstokers aangeblasen was gedecideerd hebben door de 279.½ pagooden, die den hoofd- schilder zelfs geagnosseerd hadt, te doen uijtkeeren Betreffende nu de Chialengloonen, waar omtrent uwe Hoog Edelheedens van ons Eene nadere elucidatie gelieven te vorderen! we hebben daar omtrent de Eere te berigten, dat volgens een ge„ formeerd Reglement voor de Chialen„ geniers, hier niet meer als 4. fanums voor Een Enkelde en 8. fanums voor een dubbelde Chialeng betaald wordt; het geen dus over Een komt met het geen door den ondergeteekende gouverneur, is opge„ geeven; bij zijne kan tteekeningen op zeekere Klagtschriften haar ge gehad „ Zorge de aan tijdig lijke cier van meerd en r klagtschriften uwe Hoog Edelheedens bij zijnen brief van den 25: September 1778. aangebooden gesteld Maar daar en boven is ten lijden, of onder de Regeering van de Edele heer 7 Haksteen, aan den Equipagiemeester al„ S hier, voor het in diens=t houden van Pions en Cannekappels op het Strant, die daar zeer noodsaakelijk zijn toegestaan ge„ worden 1: fanum voor Een Enkelde, en 2. fanuims voor Een dubbelde Chialeng dat door den presenten Gouverneur nader bevestigd geworden is als strekkende het zelve tot voorkoming van allerlij disputen en ongereegeldheeden, die andersints dagelijks tusschen de kooplieden en de Chialenge¬ niers zouden voorvallen En waarom wij verzoeken, dat bij deese 't zeedert 15. Jaaren in gebruijk geweest zijnde met hode mag worden ge¬ Continueerd. Dewijl uwe Hoog Edelheedens, onder recommandatie van voor zigtig heijd, aan ons gedefereerd hebben gelieven te 1. 133 te laaten, de introductie van den door ons. nader geproponeerden voorslag, om nament „lijk van elke quadraat roede, die de huij sen en Thuijnen binnen deese stad koomen te beslaan, eens Jaars 4. Stuyvers off een fanum te mooge invorderen, verzeekeren wij hoog dezelve bij deezen, dat wij dier„ weegens tot geen besluijt zullen koomen als na het rijpste overleg; en wanneer wij genoegzaam van dies goed succes zullen x verzeekerd zijn want wij hier over niet gaarne, voor de tweede maal, hoe onreedelijk het ook weer weesen zou een oproer zoude zien geboren worden Ter vermijding van het welke wij voor al zorg zullen draagen, dat na Hoog derzelver begeerte, de voorschreeve belasting algemeen Gemaakt wordt zon„ der iemand, en dus ook geen Compagnies dienaar off burger uijt te zonderen Ondertusschen neemen wij met op zigt tot de door uwe Hoog Edel„ heedens gemaakte remarque nament 0 „lijk ns bij K ge¬ dens, igtig gelieven
English
that although our Resolution of the 26: March 1778 only spoke of the houses of the Moors, Malabars, etc., it was nevertheless clearly stated in our placard that this tax would apply to the houses of all the inhabitants of the city, we take the liberty hereby to note that the number of citizens who are here consists not of Europeans, but of 2 to 3 Armenians, some discharged native clerks, and for the rest of Topasses and natives, who, apart from the aforementioned Armenians, can scarcely find the livelihood for their numerous households, and thus we have excused from the aforesaid tax those people who had nothing to spare. But we shall henceforth make them contribute to it on an equal footing alongside Company servants and other inhabitants, so as to give no one any reason for discontent. We shall also not fail in due time to present Your High Nobilities, in a separate document, with a concise report of all that shall be performed by us on the basis of Your High Nobilities' honored missive of the 5: November 1779. And furthermore, after we shall have taken the aforesaid satisfaction, we shall again have a general amnesty proclaimed, and subsequently no longer tolerate that any of the inhabitants of this city or villages be molested by anyone on account of the aforesaid troubles, much less be directly or indirectly persecuted out of vengefulness. And here leaving this distressing affair, we proceed to the matters of the war. By the English private vessel the Hibernia, which departed from Pondicherry for Bencoolen, we dutifully notified Your High Nobilities by secret letter of the 29. July 1780, of which we have since sent the duplicate via Malacca, of the invasion of Hyder Ali Khan into these Carnatic lowlands, and of the plundering of Porto Novo. This occurrence and the general panic which Hyder Ali Khan had caused by his unexpected invasion, prompted us to resolve on the 28. July not only to give notice thereof as quickly as possible to the Ceylon Ministers, but also to represent to the very same the weak state of our garrison, as consisting of only 172 Europeans, 387 Native Military personnel (the Sepoys included among them) and 15 Artillerymen, with a request to support us with counsel and deed, as has since been done by missive of the 2: August; Whereby we at the same time put the two following questions to those Ministers: Firstly, we asked them whether, in these dangerous times in which we are truly entirely uncertain whether Company possessions are also targeted or not, we might indeed proceed, without special consent from Your High Nobilities, to a moderate augmentation of Native Troops, if from the further course of events we should judge the enlistment of the same to be absolutely necessary. And secondly, we asked them with how many Military personnel, Artillerymen, and Malays they could assist us if needed. To this, the Ceylon Ministers briefly replied by letter of the 19. August that the means for the defense of Nagapatnam would have to be sought on Coromandel itself. And that, since we had asked their High Honors' opinion on the matter, they had no hesitation in declaring that it appeared necessary to their Honors that we significantly increase the Company's Sepoys whom we had in possession here, etc. On the 11: September we deliberated on the contents of this letter, which was at the same time accompanied by a copy of a missive written by the Ministers to the Governor and Council of Cochin. And since we perceived all too clearly from the reply of the Ceylon Ministers and their letter to Cochin that in time of need we had not the least help to expect from there, and still less from Cochin, on the grounds that the first-mentioned Ministers had themselves demanded all their native troops from the Malabar to protect Tuticorin against an attack by Hyder's marauding bands, and the latter were not even provided with enough troops to be able to assist us, we decided—because without some augmentation of troops we would not be able with our small garrison to turn away a single foraging party of Hyder's army from the walls of this city, which in some places can very easily be scaled—to recruit a further 250 common recruits to reinforce our battalion of Sepoys, which consisted of only 279 men, and to have them immediately drilled in the use of arms by European non-commissioned officers or drillmasters, without taking a single additional native officer into service for that purpose; Which decision we trust will be completely approved by Your High Nobilities on account of the pressing reasons that compelled us to it, and are already described in our aforementioned Resolution of the 11th: September. And since we at the same time deemed it to be of the utmost necessity that we reinforce our Corps of Artillerymen, which at that time primarily consisted of only 15 men, as much as possible, we decided not only to place as many sailors from the shipyard into the artillery as could be spared, but also for the service of
Dutch transcription
„lijk, dat schoon onse Resolutie van den 26: Maart 1778. Eenlijk sprak van de huij sen der mooren Mallabaaren ensz 'er eg„ „ter duijdelijk bij ons placcaat gezegt wierdt dat die belasting gaan zou, over de huijsen van alle de ingeseetenen der stad, de vrijheijd bij deesen te noteeren, dat het getal, burgers, die zig alhier bevinden niet in Europeesen, maar in 2. à 3. arme„ niers, Eenige afgedankte Inlandse pen„ nisten, en voor het overige in toepasse in boorlingen bestaan welke buijten de voorm: armeniers, nauwlijks het Leevens onder houwd voor haar nombreuse huijshou¬ c dingen kunnen vinden, en dus hebben wij ca die menschen welke niets te missen hadden van die voorsz: belasting g'excuseerd. Dog wij zullen hun daar in voortaan neevens Comp:s Dienaaren en verdere ingezeete„ nen op een gelijken voet doen dragen, om aan niemand Eenige reeden van misnoe„ gen te geeven ook zullen wij niet manqueeren uwer Hoog Edelheedens in der tijd aan te bieden, een beknopt verslag, bij een apart geschrift 1lie geschrift, van al het geen door ons, op fun„ dament van Hoog der zelver g'eerde missive van den 5: november 1779. zal worden verrigt En wij zullen voorts na dat wij de voorsz Satisfactie zullen genomen hebben op nieuw een algemeen Amnestie laaten afkondigen, en vervolgens niet meer gedogen, dat niemand van de inwooners deeser Stad of Dorpen, uijt hoofde van de voorsz: Troubles door iemand gemolesteerd, veel min door wraak„ zugt direct off indirect vervolgd worde 3 En hier meede van deese verdrietige af„ faire afstappende gaan wij over tot de zaaken van den oorlog Met het Engelsche Particuliere scheep„ „je de Hibernia, die van Pondicherij na Bancoeloe vertrokken is hebben wij uwe Hoog Edelheedens bij secreeten brief van den 29. Julij 1780. waar van wij seedert het Duplicaat over Malacca gezonden hebben, schuldpligtig kennis gegeven van den inval van Haijder Alichan, in deese Carnaticasche beneede Landen, en van het uijtplunderen hui om oe¬ s en tijd napart uijtplunderen van Portonovo, Dit geval en den algemeenen Schrik„ die Haijder Alichan door zijnen onver„ wagten inval hadt verwekt, deed ons op den 28. Julij Resolveeren, om daar van niet al„ leen zoo spoedig als mogelijk was kennis te geeven aan de Ceijlonsche Ministers, maar ook aan wel dezelve te vertoonen den Zwak„ ken toestant van ons guarnisoen, als maar : bestaande in 172. Europeeschen 387. Inland„ sche Militairen (:de Sipaijs 'er onder geree kend:) en 15 Arthilleristen, met verzoek „ om ons met raaden daad te ondersteu„ nen zoo als seedert bij missive van den 2: augustus geschied is waar bij wij teffens aan die Minis¬ ters gedaan hebben de twee volgende vraagen Eerstelijk hebben wij hun gevraagt, of wij in deezen dangereusen tijd waar in wij waarlijk ten eenemaal onzeeker zijn off het ook op Comp:e bezittingen ge¬ munt is off niet, wel buijten Speciaal concent van uwe Hoog Edelheedens zouden 1 - 143 zouden mogen overgaan tot een matige aug„ mentatie van Inlandse Troupes, in dien wij uijt den verderen toedragt der zaaken, het in dienst neemen van de zelven volstackt noodzaakelijk mogten oordeelen En ten Tweeden vroegen wij de zel„ ven niet hoe veel Mititairen Arthille risten en Maleijers zij ons, des noods do wel zouden kunnen assisteeren Hier op hebben de Ceijlonsche Ministers, bij brief van den 19. augustus kortelijk geantwoord„ Dat de middelen „tot verdeediging van Nagapatnam „op Cormandel zelfs zouden moeten ge„ „zogt worden En dat wijl wij daar over haar wel Edele gevoelen afgevraagd hadden zij geen swaarigheid maakten te verklaaren dat het haar Ed: voor kwam nood zaake„ lijk te weezen, dat wij de Compagnies Sipaijs welke wij hier in bezitting hadden, aanmerkelijk vergrooten en Iz: e over den inhoud van deesen brief, die teffens verzeld was, van een Copia missive door den Minis„ vraage aagt, a ge en 8 door de Ministers aan den gouverneur en Raad van Cochim geschreeven hebben Wij op den 11: September gedelibereerd En nadien wij uijt het antwoord der Ceijlonsche Ministers, en haaren brief na Cochim, maar al te duijdelijk ontwaarden dat wij hier in tijd van nood geen de minste hulp van daar, en nog veel minder van Cochim te wagten hadden, uijt hoofde de Eerst gemelde Ministers zelfs van de Mallabaar hadden op g'eijscht alle hunne inlandsche troupes om Tutu Corijn te beschermen teegen een aanval van Haiders Roof¬ benden en de laasten zelfs van geen trou„ pes genoeg voor zien waaren om ons te kunnen bij springen, besloten wij uijt hoof„ de wy zonder Eenige augmentatie van trou„ pes met ons gering guarnisoen niet in staat zouden weesen, om een enkelde stroopen„ de parthij van Haiders Leger van de wallen deeser stad, welke op sommige plaatsen zeer gemakkelijk kunnen be„ klommen worden, af te keeren, om tot versterking 1l4 versterking van ons bataillon Sipaijs het geen maar uijt 279. koppen bestond nog 250. gemeene recruten aan te wer„ ven, en hun al aanstonds in den wapen handel te Laaten Oeffenen door Europee„ sche onder officiers off drilmeesters, zon der daar toe een enkeld' Inlandsche offi„ cier meer in dienst te neemen welk besluijt, wij vertrouwen dat door uwe Hoog Edelheedens volkomen zal worden g'approbeerd, uijt hoofde van de dringende reedenen die er ons toe genoodzaakt hebben; en bereeden beschree ven staan bij onse voorschreeve Resolutie van den 11e: September. En nadien wij teffens geoordeeld heb„ ben, het van de uijtterste noodzaakelijk„ heid te zijn, dat wij ons Corps Arthilleris„ ten, dat toen primo plan, maar bestond uijt 15. koppen, zoo veel ons mogelijk was versterklen, besloten wij niet alleen zoo veel Mattroosen van de werf bij de Ar„ thillerij te plaatschen als zouden kunnen worden gemist, maar ook ten diensten van Wij sche en f„ on„ t staat de be„ tot tot en ing
English
to hire one hundred coolies for the artillery in order to be used in transporting the ordnance as well as otherwise, as has happened since, whereby our artillery corps is now increased to 48 men. Truly a small number to defend ten bastions with in case of a siege, which we hope that God will mercifully prevent. But what shall we do; the weak condition of our garrison does not permit us to draw men from it to place with the artillery, and at our factories we know of not a single artilleryman to be found who can be spared from there. We made this known to the Ceylon Ministers by letter of 15 September, and at the same time requested them most emphatically to send us a small reinforcement of artillerymen, if it is at all possible, upon which we await an answer daily. Yet whether we receive relief or not, we nevertheless assure Your High Excellencies that if Haider Ali should attack us hostilely at the beginning of the coming spring, as he has threatened us if we will not assist him with men, muskets, bullets, cannon, gunpowder, and further ammunition, we shall defend ourselves like men of honor. In the meantime, however, we would wish that we could be assisted with two to three companies of Europeans, or with a few hundred Malays from Batavia, or else that Your High Excellencies would be pleased to authorize us to take more native troops into service if necessity required it, because with our present garrison, although already somewhat reinforced, we are not in a position to withstand a formal siege. It is true we do not know for certain whether he has his sights set on us too, but prudence nevertheless dictates that we be mindful in good time of means of defense, and consequently we hope that Your High Excellencies will be pleased not to regard the aforementioned request as premature. The war of Cochin, the incident of Portonovo, the imprisonment of our Resident Topander with the two clerks, the returning of our letter that we had written to Haider Ali Khan to effect Topander's release without giving the slightest answer to it, and above all the proposal that the servant of the undersigned Governor, named Jalappa, who had also been captured, made to us in the name of His Highness Haider Ali Khan, make us dread everything. We submit a copy thereof to Your High Excellencies herewith, and we trust that You will see from it that our fear is not entirely groundless, for without offending the English and especially the Nawab Muhammad Ali Khan in the highest degree, we cannot satisfy any of the points occurring therein, nor enter with him into an offensive and defensive alliance, as the aforementioned proposal contains. And nevertheless we shall shortly be obliged to reply to Haider Ali, who is presently master of the field. But we shall thereupon make known to His Highness in the politest terms that we cannot enter into any negotiations of that nature with His Highness without the authorization of Your High Excellencies, and that we have therefore, in order to show how willing we are to contribute everything that can earn the friendship of His Highness, sent the aforementioned proposal to Your High Excellencies, upon which we expect an answer within a few months, as we take the liberty to request herewith; it being meanwhile sufficient gained if we can only gain time with this our answer. For to enter into the proposed alliance would, according to our humble knowledge, run entirely contrary to our interest, at least so long as the English maintain the Nawab Muhammad Ali Khan. Above all this, that proposal was made to us in a very insulting manner, and would thus merit no reflection, much less any answer, were we in other circumstances. But his formidable power and our weak condition indeed oblige us to be cautious and accommodating. We shall at the same time, when we write to him again, which will happen shortly, send some small gifts along in the manner of the country, in order to see if we can thereby effect the friendship of the Nawab for the Dutch Company and the freedom of Topander along with the clerks imprisoned beside him, who we otherwise fear will pay for it with their deaths, for they are treated very harshly. Thus Topander writes to us in a letter of 9 September in very lamentable terms, and adds that they have demanded 40000 pagodas from him and the Danish Resident each for their freedom, under the threat that if they each
Dutch transcription
van de Arthillerij honderd koelies aan te neemen om bij het vervoeren van het geschut als andersints te kunnen gebruijkt wor„ den. zoo als seedert geschied is waar door nu ons Corps Arthilleristen geaugmen„ teerd is tot 48. man waarlijk Een gering getal, om er in cas van belegering waar voor wij hoopen dat godt ons genadiglijk zal verhoeden, tien bolwerken meede te defendeeren Dan wal zullen wij doen den Zwak„ „ken toestant van ons guarnisoen, laat niet toe dat wij daar volk uijt ligten om bij de Arthillerij te plaatschen, en op onse Pac„ torijen weeten wij geen enkeld Arthillerist te vinden, die daar van kan gemist worden Dit hebben wij de Ceijlonsche Minis„ ters te kennen gegeeven bij brief van den 15. September, en haar teffens op het nadrukke¬ „lijkste verzogt, om ons tog een klijne ver„ sterking van Arthillaristen toe te zenden; zoo het maar eenigsints mogelijk is. waar x op wij dagelijks antwoord verwagten Dan het zij wij ontzet krijgen off 6 niet, wij verzeekere uwe Hoog Edelheedens egter 12 47 egter, dat zoo Haider Mi, ons in het be„ gin van het aanstaande voor Jaar vijande„ lijk mogt komen te attacqueeren; zoo als hij ons gedreijgd heeft, zoo wij hem met geen volk snaphaan, koegels, kan ons kruijt en verdere ammunitie willen assisteeren, wij ons als mannen van eer verdeedigen zullen In tusschen wenschten wij egter wel, dat wij met twee à drie Compagnien Euro¬ peeschen dan wel met Eenige honderdman Maleijers van Batavia konden worden geassisteert, dan wel dat uwe Hoog Edelheedens ons geliefden te qualificeeren tot het in dienst neemen van meerder inlandsche troupes zoo het den nood ver Eijschte, wijl wij met ons teegenwoordig guarnisoen schoon reeds Eenigsins versterkt, niet in staat zijn een formeele belegering uijt te staan Het is wel waar wij weeten niet zeeker of hij het ook op ons gemunt heeft Maar de voorzigtigheijd brengd eg„ ter meede dat wij bij tijds bedagt zijn op middelen van defensie, en dien volgende hoo„ „pen wij dat uwe Hoog Edelheedens het t ak„ niet de Zwa nis„ 15. e„ Ver¬ zenden; waar eedens d het voorsz: verzoek niet als voorbaarig zul¬ len Gelieven aan te zien Den oorlog van Cochim het geval van Portonovo het gevangen houden van onsen Resident Topander, met de beijde Pennis„ ten, het te rug zenden van onsen brief, die wij om het ontslag van Iopander te bewerken aan Haider Alichan geschreeven hadden, zonder daar op het allerminste antwoord te geven; en voor al den voorslag, die den meede gevangen geweest zijnde Dienaar van den onder„ geteekende gouverneur in name Ialappa, aan E + ons, uijt naam van zijn Hoogheijd Haider Michan gedaan heeft, doen ons alles dugten. wij bieden er uwe Hoog Edelheedens bij dee„ sen een afschrift van aan; en wij vertrouwen Sp dat hoog dezelven daar uijt zullen zien, dat onse vreese, niet geheel ongegrond is C want wij kunnen zonder de Engelschen en voor al den Nabab Machomet Ali„ chan ten hoogsten te beledigen aan geen van de daar by voorkomende poincten voldoen, of ons met hem in Een op en defensive allian¬ tie, zoo als den voorschreeven voorslag bevat, in laaten 6„ 149 En evenwel zullen wij eerstdaags ver„ pligt zijn, en Haider Ali, die thans mees„ ter in het veld is, op te antwoorden. Dan wij zullen daar op zijn Hoog„ heijd in de beleefste termen te kennen geeven, dat wij ons, buijten qualificatie van uwe Hoog Edelheedens in geen onderhandelingen van die natuur met zijn Hoogheid kunnen inlaaten En dat wij derhalven om te toonen, hoe genegen wij zijn, om alles toe te brengen wat de vriendschap van zijn Hoogheijd verdienen kan, den voorschreeven voorslag uwe Hoog Edel„ heedens toegezonden hebben; waar op wij binnen Eenige maanden antwoord verwagten gelijk wij bij deezen de vrijheijd neemen te verzoeken zullende het inmiddens genoeg gewon„ nen zijn zoo wij met dit ons antwoord, maar tijd mogen winnen want om in de voorgeslage allian„ tie te treeden zou na onse geringe kennis, ten Eenemaal tegen ons belang strijden, ten minsten zoo lang de Engelschen, den Na„ bab Machomet Alichan maintineeren Boven dat en , llian„ at, bev all Ed Boven dit alles is dien voorslag, aan ons op Een zeer hoonende wijse gedaan; en E zou dus geen reflectie, veel min Eenig ant„ r. c woord verdienen, waaren wij in andere om„ vngeandt standigheeden Maar zin gedugte magt, en onzen zwakken toestand; verpligten ons wel, om voor zigtig en inschikkelijk te weezen wij zullen teffens wanneer wij hem weeder schrijven, het geen eerstdaags geschieden zal, daar bij na 's lands wijse Eenige geringe geschenken zenden om te zien off wy daar door de vriendschap van den Nabab voor de hol„ landsche Comp:e en de vrijheijd van Topander met de nevens hem gevangen Pennisten, kunnen bewerken. Die wij anders vreezen dat het met de dood bekoopen zullen; want zij zeer hart behandeld worden Dus schrijft ons Topander bij een brief van den 9. September in zeer beklagelijke termen; en melt en bij dat zij van hem, en den Deenschen Resident ijder 40000. Pagoeden voor hunne vrijheijd geEijscht hebben onder bedrijging zoo zij elk
English
each did not produce that sum within a month's time, they would then have to lose their lives in a lamentable manner, as can be seen in further detail from the letter itself, of which we hereby present a copy to Your High Noblenesses for your consideration. Thus much we have deemed necessary to impart to Your High Noblenesses regarding our condition and that of the Portonovo prisoners. As for Portonovo itself, we have received here the chest with the money of the Company, which the Resident Topander still managed to salvage along with his own, and have had it deposited into the Company's money chest according to the record in our general Resolution of 11 August last. Since then, the Sadraspatnam Second Simons, whom we sent thither along with the bookkeeper Wouter Pieters, has sent hither all the Company's linens and those of the Resident Topander that were still to be found there. Yet although we would gladly have let them remain there longer, we were nevertheless obliged to recall them by letter of 30 September, because the Second Simons informed us by letter of the 22nd of that month that a leader of a band of 3000 horsemen was about to arrive there in order to take possession of that place, as well as of Chelembron and Boneiriepatnam, in the name of the Nabab Haider Ali Khan. For on such occasions it is customary to have to present such a leader with gifts, in which we, for the interest of the Company, did not find it advisable to be the first. Thus and at present, no one remains at Portonovo except the flag keeper and two peons, to preserve the Company's right to the lodge there. Since the plundering of Portonovo, our chiefs of Sadras and Paleacatta have also been in the utmost fear of a visit from Haider Ali, especially when a part of his army had approached close to Madras; yet, so far as we know, he has nevertheless left them unmolested until now. After we, pursuant to the resolution of 28 July, gave them notice of the Portonovo incident, with instructions to secure the Company's cash, spices, linens, and other important effects in chialengen or other vessels in good time or at the slightest appearance of danger, and to send them hither, in order that, in the event of an unexpected surrender, the damage might be made as small as possible; they also gave us communication thereof, namely those of Palleacatta by secret letter of 24 July, and those of Sadras by separate letters of 25 and 31 July; whereupon we decided on 11 August merely to accept the two first-mentioned letters for communication. But whereas the Sadraspatnam servants in their last-mentioned letter not only requested further to be provided with some soldiers and artillerymen, as well as with the necessary ammunition, etc., to reinforce their weak garrison, but moreover urgently implored to be provided from here with positive orders as to how they should conduct themselves if it should please the Nabab Haider Ali Khan to send a well-trained force thither to demand the fort; we decided on 11 August, on the grounds that our own weak condition did not permit us to offer them any assistance from here, to authorize the chiefs to enlist 25 sepoys and 50 coolies to reinforce their weak garrison, in order thereby at least to enable them to turn away a hostile raiding party; which number we have since, or pursuant to the resolution of 26 August, further increased from here with 1 Sergeant 1 Corporal, and 10 Common Soldiers, with authorization to the chiefs moreover to augment their garrison with an additional 25 sepoys. While we subsequently furthermore assisted them, and the Paleacatta chiefs, with money, ammunition, and powder, as appears from our secret Resolutions of 11 August and 15 September. And since both factories have thereby been put somewhat into a state of defense, we trust that Your High Noblenesses will be pleased to approve our measures taken in this matter, as well as the means of defense that the Paliacatta chiefs have put into effect, and which are described in our secret resolution of 26 August. Yet, considering that the chiefs of Sadras, no less than those of Palleacatta, would not be in a position to withstand a formal siege, we have, in reply to the second question of the Sadraspatnam chiefs described hereinbefore, written to them that in that case we can give them no other orders than to take care in good time that first all the Company's goods that are of any importance are secured in the vessels available there, and that
Dutch transcription
151 elk die som binnen een maand tijds niet opbragten, zij dan op Een Iammerlijke wijze hun leeven zouden moeten verlie„ 7 zen, Gelijk nader bij de brief zelve te 7. zien is waar van wij uwe Hoog Edel„ 7 heedens bij deezen een Copie tot speculatie aanbieden Dus veel hebben wij noodig gecordeeld uwe Hoog Edelheedens te moeten bedee„ len noopens onsen toestant en die der Porto„ novosche gevangenen; wat nu Portonovo zelve betreft, we heb„ ben het kistje met het geld van de Compagnie, dat den Resident Sopander, met en neevens het zyne nog heeft weeten te bergen, alhier ontvangen, en in Comp:e geld kasse laaten Se„ poneeren volgens het aangeteekende bij onse e E gemeene Resolutie van den 11: Aug:s Joleeden Sedert heeft den Sadraspatnam„ Sche Secunde Simons, die wijer neevens den boekhouder Wouter Pieters na toe gezonden hebben, al de Lijwaaten van de Com„ pagnie en den Resident Topander, welke er nog te vinden waren herwaarts gezonden E Dan schoon wijer hun gaarne lan„ „ger hadden willen laaten, zyn wij egter verpligt den ge door ol„ der en, 5 2 met ee bij t heijd zij verpligt geweest hun bij brief van den 30. sep„ tember te rug te roepen, om reeden de Secunde Simons ons bij brief van den 22 van die maand melde dat aldaar een hoofd van een bende van 3000. Ruijters stond te komen d om uijt naam van den Nabab Haider Alichan, zoo wel bezit van die plaats als van Chelembron en Boneiriepat¬ nam te neemen want het bij diergelijke gelegent„ heeden een gebruijk is zoo een hoofd te moeten laaten beschenken, waar in wij, voor het belang van de Compagnie, niet E raadzaam vonden de Eerste te weezen, Dus en tans niemand meer op Por„ toncvo legt als de vlaggewagter en twee pions, om Comp:s regt op de loge aldaar te bewaren, Seedert het plunderen van Por¬ tonovo, zijn onse opperhoofden van Sa„ dras en Paleacatta ook in de uijter„ ste vreeze geweest voor Een bezoek van Haider Ali voor al toen een gedeelte van zijn arme tot kort bij Madras genaderd 1 125 genaderd was dog hij heeft hun egter voor zoo „ver wij weeten tot nog toe ongemoeijt gelaa„ Een. Na dat wij hun volgens besluijt van P den 28. Julij kennis gegeven hadden van het geval van Portonovo, onder aanschrij ring, om tog bij tijds of op den minsten schijn van gevaar, Compagnies contanten, spece„ rijen, Lijwaaten, en verdere voornaame Af„ fecten, in Chialengen off andere vaartuij„ „gen te bergen en herwaarts te zenden, ten eijnde bij een onverhoopte overgaave, de schaa„ de zoo gering te maaken als mogelijk was; gaven zij ons daar van ook Communicatie als die van Palleacatta bij Secreeten brief van den 24: Julij en die van Sadras bij aparte brieven van den 25. en 31. Iulij waar op wij op den 11: aug:s besloten de twee eerstgemelde brieven slegts voor Communicatie aan te neemen Maar wijl de Sadraspatnam„ sche bediendens bij hunnen laastgemel„ den brief niet alleen nader verzogten om tot versterking van hun zwak gar„ nisoen met Eenige militairen en Arthil¬ leristen de pat„ Or„ twee a n leristen, mitsgaders met de noodige ammu„ nitie ensz: te mogen worden voor zien, maar daar en boven nog met nadruk imploreer¬ den om van hier met positive ordres te mo„ „gen worden voor zien, hoedanig zij zig zouden hebben te gedraagen zoo het den Nabab Hai„ der Alichan eens behagen mogt een wel ge dresseerde magt derwaarts te zenden om het fort op te Eijsschen, besloten wij op den 11: aug:s uijt hoofde onzen eijgen zwakken toestant niet toeliet hun van hier eenige as¬ sistentie te bieden, de opperhoofden te quali„ ficeeren om tot versterking van hun Zwak guarnisoen 25. Sipaijs en 50. koelies in dienst e te neemen, ten eijnde hun daar door voor het minste in staat te stellen tot het afkeeren van Een vijandelijke roofbende welk getal wij sedert of volgens besluijt van den 26: aug:s nog van hier vermeer verdr hebben met 1. Sergeant 1. Corporaal, en 10. Gemeene Militairen, met qualificatie aan de opperhoofden om daar en boven haar guarnisoen nog met 25. Sipaijs te augmenteeren Terwyl wij hun, en de Pallcacat sche 6 sche opperhoofden, vervolgens daaren boven ook met geld, ammunitie en kruijt geassis„ teerd hebben; blijkens onse secreete Re„ solutien van den 11: augs en 15. Zeptemb:r En dewijl die beijde Factorijen daar door eenigsints in staat van decensie gesteld zijn, vertrouwen wij dat uwe Hoog Edelheedens, onse genome maatregelen, in deesen zoo wel zullen gelieven te appro„ beeren, als de middelen van defensie die de Paliacattasche opperhoofden in het werk gesteld hebben, En beschreeven staan bij onse secreete resolutie van den 26: Aug=s Dan gemerkt de opperhoofden van Padras zoo min als die van Palleacat„ ta, in staat zouden weesen een formeele belegering uijt te staan; hebben wij op de tweede vraag der Sadraspatnamsche opperhoofden, hier vooren beschreeven, hun aan„ geschreeven, dat wij haar in dat geval geen andere ordres kunnen geven als om bij tijds zorg te draagen dat eerst al de goe„ deren van de compagnie, die maar van S Eenig belang zijn, in de daar aan handen 7 d zijnde vaartuijgen geborgen worden en Yc dat mu„ maar cer¬ den Hai„ as„ ali ½ dienst Keeren 26: tie en te aij lcacat
English
that they subsequently, if Haider Alichan should happen to attack their fortress with so much force that they must reasonably judge to have to yield to that power, should then attempt to enter into an advantageous capitulation with that prince, arranged so far as this may take place regarding Sadras after the example of the French at Pondicherij, or otherwise, if the said prince should not desire to conclude on such a footing, then to enter into as advantageous a treaty as is possible. An order truly to which necessity has compelled us, but which we since or pursuant to our resolution of 19 August have also been obliged to dispatch to Palleacatta; God grant that it may not be necessary; although we meanwhile, both by hiring private vessels and by sending ours thither, have provided the chiefs of both those factories, who, when it comes down to it, will suffer the first blow, with the necessary means to be able to take flight in case of need with the Company's effects, of which use has already been made by the chiefs of Palleacatta to the extent that they have sent hither all the textiles on hand there, together with the spices and the Japanese bar copper, in a private thoni. Thus much concerning Sadras and Palleacatta; now as regards our northern factories: these are likewise not out of danger, if the private reports that we have received from the Iaggernaijkpoeram secunde de Ravallet and the Palicol chief van Haeften are true; they mainly contain that according to rumor, a large body of Maratha horsemen had gathered at Katck and intended to march into the Visianagaram lands, while another corps of 3,000 horses belonging to the army of Haider Alichan was standing only three korgies or 1½ miles on this side of the river Kistna, intending to cross it, for through this all the land from Bimilipatnam down to Palicol and further would be exposed to a general plundering. This having been weighed by us and at the same time having considered the weak condition in which Bimilipatnam and Iaggernaijkpoeram find themselves, as being virtually without a garrison and artillerymen, while Palicol is completely destitute of them, we have judged it necessary not only to recommend prudence to the servants of the two first-mentioned factories, but also to order them, as was done by letter of 17 September, to secure directly, at the slightest appearance of danger, all Company cash, spices, textiles, merchandise, and other principal effects into the Company's vessels at hand there, or otherwise to hire private thonies for that purpose. While we have ordered the chiefs of Palicol, as being a place that is entirely defenseless, that if the aforementioned rumors are further confirmed, they should immediately and without the slightest delay send hither directly to Narsapoer, and from there in hired thonies, all the cash, textiles, and other principal effects that they will have on hand there, in order thereby to prevent as far as possible that the Company, in an unexpected surprise attack, should suffer no, or at least no great, damage. With which orders we hope that Your High Nobilities will be pleased to be satisfied, as well as with the arrangements provisionally made by us for the defense, as far as is possible, of Nagapatnam, Palleacatta, and Sadras. Now as regards the state of Haider Alichan and the English: the weak condition in which the latter still find themselves makes the circumstances on this coast even more dangerous, especially now that Haider Alichan on 10 September last has had the good fortune totally to defeat Colonel Baillie, who was advancing from Mazulipatnam with a corps of troops of 6,000 men, among whom were at least 600 Europeans, to join the main army of General Monro, in such a manner that this entire corps, which might rightly be called the elite of the English army, has either fallen or been taken prisoner, and among the latter is the brave Colonel Baillie, together with forty-six of his officers, who, with one exception, are all wounded along with him. A blow that has affected the English to such a degree that they have immediately recalled their main army, which is estimated at 16,000 men, back to Madras.
Dutch transcription
dat zij vervolgens zoo Haider Alichan hun fortres met zoo veel gewelt mogt komen te attacqueeren, dat zij met reeden moesten oordeelen voor die magt te moeten buk„ ken, om als dan te tragten een voordeelige Capitulatie met dien Prins aan te gaan, geschikt voor zoo ver, dit omtrent Sadras kan plaats hebben na het voorbeeld der Tran„ schen op Pondicherij, off anders, zoo ge„ melden Prins op zodanig Een voet niet zou begeeren te sluijten, dan maar zoo voordeelig een verdrag aan te gaan als mogelijk is Een ordre waarlijk waar toe ons de noodgedwongen heeft. Dog die wij sedert of volgens ons besluijt van den 19. augustus ook verpligt geweest zijn na Palcacat„ ta af te vaardigen; God geeve maar dat ze niet mag noodig weezen; schoon wij ondertusschen zoo door het in huuren van S particuliere vaartuijgen als het der„ waarts zenden van de onse, de opper„ hoofden van die beijde factorijen die tog, zoo het er op aankomt, den Eersten aan stoot zullen leijden, de noodige middelen bezorgt 167 bezorgd hebben om des noods met Comp: effecten de vlugt te kunnen neemen, waar van door de Pal„ leacatsche opperhoofden bereeds voor zoo ver gebruijk gemaakt is dat zij al de daar aan handen geweest zijnde Liwaaten nevens de specerijen en het Iapans Staaf kooper met een particuliere Thoni na herwaarts gezonden hebben Dus veel van Sadras en Palleacatta wat nu onse Noordelijke factorijen betreft. Dezelve zijn almeede niet buijten gevaar, zoo de Particu liere berigten die wij van den Iaggernaijkpoeram secunde de Ravallet en het Palicols opperhoofd van Haeften ontvangen hebben waar zijn zij behelsen hoofd zakelijk, dat volgens gerugt, er een groot lighaam Marrattijsche Ruijters te katck bij een vergaderd waren en het voornoemen hadden om in de visianagaramsche Landen te trck ken terwijl een ander Corps van 3000. paarden behoorende tot de Arme van Haider Ali¬ chans slegts drie korgies off 1½ mijlen aan deeze zijde van de rivier de Kistna stondt van meening zijnde om die over te trekken, want hier door al het land van Bimilipatnam af tot Palicol toe en verder voor een alge„ meene uijtplundering zou bloot leggen Dit door ons overwoogen en teffens gecon„ O sidereerd zijnde, den zwakken toestant waar mn in zig Bimilipatnam en Iaggernaijk p:m bevinden an 2 kom bri e gaan, dras 20 an¬ „ t zoo als de Sedert gustus cat, dat aan delen ge ten en bevinden als zijnde genoegzaam zonder quar„ nisoen en Arthilleristen, terwijl 'er Palicol ten Eenemaal van ontbloot is, zoo hebben wij het noodzaakelijk ge„ oordeelt de bediendens van de twee eerst gemelde Factorijen niet alleen de voorzig¬ tigheijd te recommandeeren, maar ook te „gelasten zo als bij brief van den 17. September geschied is om op den minsten schijn van gevaar alle comp:s Contanten, specerijen lijwaten koopman schappen en verdere voorname Effecten, direct in de daar aan handen zijnde vaartuijgen van de Comp:e te bergen offer anders particuliere c Jonies toe in te huuren Terwijl wij de opperhoofden van Pali¬ cols, als een plaats zijnde die ten Eenemaal weer loos is, gelast hebben om zoo de opgemelde ge„ rugten nader geconfirmeerd worden ten Eersten en zonder het minste uijtstel direct na 3 Narsapoer en van daar in afgehuur de Thonies herwaarts te zenden alle de Con„ tanten, lijwaaten en verdere voornaame Ef„ fecten die zij aldaar zullen aan handen hebben ten eijnde daar door voor zoo veel zulks moge„ lijk is voor te komen dat de maatschappij bij een onverwagte overrompeling, geen off immers geen groote schaade worde toegebragt Met 159 133 Met welke ordres wij hoopen dat uwe Hoog Edelheedens zoo wel genoegen zullen gelie ven te neemen, als met de schikkingen door ons bij provisie gemaakt tot verdediging voor zoo ver zulx mogelijk is van Nagapatnam Palleacatta en Sadras wat nu den staat van Haider Alichan en de Engelsche betreft. Den zwakken toestand, waar in zig de laaste tot nog toe bevinden maaken de omstandigheeden ter deeser kuste nog dangereuser voor al nu Haider Alichan op den 10. September Jongstleeden, het geluk gehadt heeft Collonel Bailli, die met een Corps troupes van 6000. man, waar onder ten minsten 600. Europeeschen waren, van Mazulipatnam in aanmarsch was, om zig bij de groote Armé van den Generaal Monro te voe„ gen, totaliter Ia zodanig te slaan, dat dit gantsche Corps, het geen men wel met regt het puijk der Engelschen Arme mogt noemen, of gesneuveld, of gevangen genomen is en onder de laaste bevind zig den braaven Collonel Baillie, neevens ses en veertig van zijne officieren, die alle, op Een na neevens hem gekwest zyn Een slag die de Engelschen zodanig getroffen heeft, dat zij direct hun groote Arme die op 16000. man gesteld wordt, na Madras te rug geroepen hebben Bij quar¬ Palicol kge¬ eer Zig„ st ko pman van Pali, al de Hen na Con„ 1 e hebben moge¬ pij immers bij Ef„ „ Weer:
English
Near which place, or not far from there, it is currently encamped. Thus Haider Ali, who with his large army stands before Arcadoe, is currently master of the field and can thus plunder, rob, and burn undisturbed. The English war fleet commanded by the Knight Edwart Hughes, strong five warships and three frigates, was here in the month of August to take in some arrack, after which the same, after a stay of nineteen days, departed again for Madras in September. Of a French war fleet, of which there was much talk here a few months ago, as far as we know nothing has yet been heard anywhere in the west of the Indies; as soon as we hear anything of it, we shall seek an opportunity to report it to Your High Nobilities at the earliest, as we then expect matters of weight. Wherewith, invoking God's precious blessing upon Your High Nobilities' illustrious persons and weighty deliberations, we take the liberty to remain with the greatest respect and highest esteem. Beneath stood: High Noble, Greatly Esteemed, Far-ruling Lord and Well-born Lords, Your High Nobilities' very humble and obedient servants. Was signed: R: van Vlissingen, P: I: Dormieux, I: E: G: Haselman, S: Mossel, P: E: V: Halm, D: D: Simons, M:s Stoffenberg, and F: W: Bloeme. In the margin: Nagapatnam, In the Castle, the 15. October 1780. Batavia. 161 Batavia To His High Nobility The High Noble, Greatly Esteemed, Far-ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Well-born Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Greatly Esteemed, Far-ruling Lord, Well-born Lords, Secret Copy Regarding the invasion of Harder Alichan into these Carnatic lowlands, and of his military operations up to the pitched battle between a part of his army and a corps of English troops, commanded by Colonel Belli on the 10. September 1780, we have given communication to Your High Nobilities as detailed as was possible for us by secret letter of the 15. October, of which we had the honour to present the duplicate respectfully to Your High Nobilities per the private bark d'Hoop; we have also on that occasion given notice to Your High Nobilities of the resolutions taken by us, both for the defense of this main station and of the trading posts Sadraspatnam and Palleacatta against an enemy attack, which we hope will be approved, as well as the orders dispatched from here, both thither and to Iaggernaijkpoeram, Palicol 163 Palicol and Bimilipatnam, in order to secure the Company's most important effects in time in case of an enemy attack. And in this confidence, proceeding to a further description of matters that have occurred since on this Coast between the warring parties, we have the honour to impart that the Nabob Haider Alichan Bahadoer on the 1. November last captured Arcadoe, the capital of the Carnatic, out of hand, but took the fort by capitulation. Having, according to the advice given by the Palleacatta Chiefs in a secret letter of the 10. November, which is inserted in our secret Resolution of the 28. of that month, granted to the Commandant Mr. Pendigras and all the Europeans under him to the number of 146 men, by capitulation, to march under an escort of 1000 of his horsemen to the camp near Madras, provided that they should not serve against him during the present war. A conduct truly on the part of Haider Alichan that deserves very much praise. At least it indicates a noble character in him, which is made even greater by his conduct maintained at the capture of Arcadoe, for on that occasion he not only forbade plundering, but also had 200 horsemen beheaded who had made themselves guilty of robbery contrary to this order. Since having also seized some small places situated close to Arcadoe, he, or actually his son Tipu Sahib, laid siege to Veloer, which is still being continued; while the English, under the orders of General Coote, with an army of 9 thousand men, both European and native troops 165 troops and 50 pieces of cannon, have taken post at the Mount, a place situated close to Madras, according to private advices written by the merchant Blaaukamer to the first signatory of this letter, intending to take a chance with Haider Ali. Thus, if the aforementioned reports agree with the true intentions of the Madras government, we expect news of a pitched battle any day now, upon the outcome of which the fate of Madras will certainly depend. And having herewith described as briefly as possible for us the state of the war between the Nabob Haider Alichan Bahadoer and the English, we proceed to a description of that which has since been performed and set in motion both by us and our respective chiefs, especially those of Sadras and Palleacatta, for
Dutch transcription
Bij welke plaats, of 'er niet van daan, zij tans gecampeerd staat, Dus Haider Ali, die met zijn groote Armé voor Arcadoe Staat, tans meester van het veld, is en dus ongestoort plunde„ ren roven en branden kan De Engelsche oorlogs vloot gecommandeert door den Ridder Edwart Hughes, Sterk vijff oorlog scheepen en drie fregathen is in de maand aug:s hier geweest om wat arrak in te neemen waar na de zelve in Septemb:r na een verblijf van negentien dagen weeder na Madras ver„ trokken is van Een fransche oorlogs vloot, waar van hier voor Eenige maanden sterk gesprooken wierdt, word voor zoo verre wij weeten, nog nergens in de west van Indien iets vernomen, zo dra wij er iets van verneemen, zullen wij occagie zoeken om het uwe Hoog Edelheedens ten Eersten te melden want wij dan zaaken van gewigt verwagten waar meede onder toebidding van gods dierba„ ren zeegen, over uw Hoog Edelheedens Ellustre per„ soonen en gewigtige Deliberatien wij de vrijheid neemen met de grootste Eerbied en de meeste hoog agting te blijven /:onderstond:/ Hoog Ed: Groot Agtb: zwijd gebiedende heere en wel Edele Heeren uwe Hoog Ed:s zeer ootmoedige en Gehoorzaame Dienaaren /was geteek:/ R: van Vlissingen, P: I: Dormieux, I: E: G: Haselman, S: Mossel, P: E: V: Halm, D: D: Si„ mons, M:s Stoffenberg, en F: W: Bloeme /:in margine:/ Nagapatn: In 't Casteel den 15. october 1780.— Batavia. 161 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Groot agtbaare wijdgebiedende Hhaer M:r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot Agtbaare wijdge„ biedende Heere, wel Edele Heeren van den inval van Harder Copia Secreet Alichan tans met de„ ans deert aan emen blijf 1 van hier rondt, m de r wan t het iets dierba„ per igled te hoog Agtb: uwe Dienaare I: E: D: Si„ argine:/ a. per„ er„ and Alichan in deeze Carnalicasche benee„ den landen, en van zijne krijgs-opperatien tot op den veldslag tusschen Een gedeelte van zijn Armee en Een Corps Engelsche troupes, gecommandeerd door den Collo„ nel Belli op den 10. September 1785. voorgevallen, hebben wij aan uwe Hoog Edelheedens zoo omstandig als ons mo„ gelijk was Communicatie gegeeven bij Secreete missive van den 15. october: waar ^ de eer hadden van wij het Duplicaat Hoog de zelven „^ Barcq d'Hoop Eerbiedig p:r d'particuliere ^ aanteieden ook hebben wij by die gelegendheyd aan uwe Hoog Edelheedens kennis gegeeven van de besluijten bij ons genomen, zoo tot defen„ sie van deeze hoofdplaats als van de Comptoiren Sadkaspatnam en Pal„ leacatta tegen Een vijandelijke aanval die wy hoopen dat zoo wel zullen wor¬ den goedgekeurd, als de van hier afge„ vaardigde ordres, zoo na derwaarts als na Iaggernaijk poeram, Palicol 1 163 Palicol en Bimilipatnam, om ingeval van Een vijandelijken aanval Compagnies voornaamste effecten bij tijds te bergen En in dit vertrouwen overgaan de tot Een verdere beschrijving van zaaken zeedert ter deezer Custe voorgevallen tusschen de oorlogende partyen hebben wij de Eere te bedeelen dat den Nabab Haider Michan Bahadoer op den 1: November Iongstleeden Arca„ doe Hoofdstad van Carnalica Sor„ menderhand, dog het fort bij Capitula tie ingenomen heeft. hebbende volgens O het geadviseerde door de Palleacat„ tasche Opperhoofden, bij secreete missi„ ve van den 10. November, die bij onze secreete Resolutie van den 28. dier maand is geinsereerd, aan den Commandant M:r Pendigras, en alle zyne onder„ hebbende Europeeschen ten getalle van 146. man, bij Capitulatie geaccordeerd, om onder Een Escorte van 1000. van zijne ruijters ben benee„ tien 0 aan wo vale Pal¬ va ol „ ruijters na het Camp bij Madras te mogen marcheeren, mits zij geduurende den presen¬ ten Oorlog niet tegen hem zouden dienen. Een gedrag waarelijk aan de zijde van Haider Alichan dat zeer veel lof ver„ diend. Ten minsten het duijd Een Edel„ moedig Caracter in hem aan Het geen nog vergroot wordt door zin gedrag bij het inneemen van Arcadoe gehouden: want hij bij die gelegendheijd niet alleen het plunderen verboden heeft, maar ook 200. ruijters, die zig teegens die zig teegens deeze ordre aanschuldig gemaakt had„ den aan Roof, heeft doen onthalzen c Seedert door hem nog Eenige klij¬ ne plaatsjes, digt bij Arcadoe geleegen S. 1 x bemagtigd zinde, heeft hij of eijgentlijk ƒ zijn zoon Sipij-Saijb het beleg voor veloer geslagen. waarmeede tot nog e toe gecontinueerd wordt; terwijl de Engelschen onder de ordres van den gene„ raal Cout, met Een Armee van 9: duijsend man, zoo Europeesche als inlandsche C. troupes 165 troupes en 50. Stukken Canon aan de groote ment, een plaats digt by Madras gele„ gen post geval hebben, volgens particu„ liere advisen van den koopman Blaau kamer aan den eersten tekenaar deezes geschreeven. voorneemens zynde om met Haider Ali een kans te wagen Dus wij zoo de voorschreeve berigten met de waare meening van de Madcas„ patnamsche Regeering over Een stemmen eerstdaags tijding van Een veldslag ver„ wagten, van welkers uijtkomst zeekerlijk het noodlot van Madras zal afhan„ gen En hier meede zoo beknopt als ons mogelijk was beschreeven hebbende, den staat van den oorlog tusschen den Na„ bab Haider Alichan Baha„ doer en de Engelschen, gaan wij over tot een beschrijving van het geen sedert, zoo door ons als onze respective opperhoof„ den, voor al die van Sadras en Pallea„ Catta verrigt en in het werk gesteld is tot n pre en. gen Klij„ leegen ttij voor n drij send gene¬ k e
English
for the preservation of the Company's possessions on this Coast. But in order to preserve a coherent chain of events in this matter as far as possible for us, we shall make a beginning by reporting to Your High Noblenesses what was answered by us to certain proposals made to us in the name of the Nabob. By our letter of 15 October we already gave prior notice to Your High Noblenesses as to how we would answer those proposals; and reported at the same time that on that occasion we would endeavor, by offering some gifts, to procure the friendship of the Nabob for the Dutch Company and the freedom of Topander. To procure both the one and the other, we wrote to him at length on 14 November last. And to effect the release of Topander, we employed not only the friendliest and most obliging terms, but also more emphatic expressions, for we simultaneously requested His Highness with earnestness to consider for merely a moment that neither Topander nor the pennists imprisoned with him could in any way be regarded as prisoners of war; seeing that a war was required beforehand for such a thing, and we had the good fortune of living in peace and friendship with His Highness. Further testifying that we, at least on our side, could declare before God that we had never given His Highness the slightest reason to treat the Company's possessions or its servants hostilely. While we furthermore, concerning the proposed defensive alliance, wrote to the said prince in substance that we were extremely sensible of the affection and esteem which His Highness had demonstrated thereby to bear toward the Dutch Company, and had not neglected for a moment to inform Your High Noblenesses thereof, from whom we expect orders with the ships of this year; which we would immediately communicate to His Highness; adding further that we, no less than any other ministers of our Company, were qualified to enter into negotiations with His Highness or any other princes on matters of that nature without the special consent of Your High Noblenesses, and that we therefore trusted that His Highness would please excuse us for so long from entering into conference with His High Self over the aforesaid proposals, for the reason that we would thereby transgress against the orders of our Company, which we were bound by oath and duty to observe sacredly. With this letter, which was concluded with the customary compliments, we dispatched the servant of the first signatory hereof, named Troelappa (being the same person who made the aforesaid proposals to us in the name of the Nabob), at the beginning of the month of December to the Nabob Haider Alichan Bahadoer, with a considerable gift to the value of 560: 15 Pagodas, wherewith we had hoped to procure the friendship of His Highness for our Company and the release of the unfortunate Topander. Whether we shall succeed regarding the first, time must reveal to us; but the second does not yet seem willing to succeed. At least we must gather as much from the letter that we received a few days ago from Troelappa. For he reports to us therein, among other things, that the Nabob demands 10,000 pagodas for the release of Topander. But as we must presently speak in further detail of what was furthermore reported by that servant, we turn aside from it for a moment to inform Your High Noblenesses of what has occurred since concerning Sadraspatnam and Palleacatta. Shortly before the departure of the ship Hoorn, the Chief of Sadraspatnam, Mr. Jacob Pieter de Neijs, by his secret letter of 15 September, informed us at length of the battle that occurred on the 9th and 10th of that month between the army of Colonel Baillie and that of Tippu Sahib, eldest son of the general Haider Alichan, communicating further the total defeat of the English. Subsequently he requested orders from us as to how he should conduct himself when the Nabob Haider Alichan, having conquered Arcot, caused himself to be proclaimed as Nabob of the Carnatic. And he asked us further what he would have to do if the Nabob came to demand the recognition monies that are paid annually in installments to the Nabob of the Carnatic for Sadraspatnam; Both questions truly of very great weight: But for the preservation of the Company's possessions on this coast, which could not well be defended against a hostile attack owing to the small force that we have at hand, especially at the respective factories, we nevertheless deemed it proper by a unanimous vote on 29 September to write to the Chief de Neijs regarding the first point, as has since been done, to have the person who might come to make the proclamation in the name of Haider Alichan of his taking possession of the Carnatic lands met with politeness, if it were a man of distinction or a leader of a troop of 2 to 3000 horsemen; and on that occasion, according to the custom of the country, to have a gift presented to him in the name of the Company of
Dutch transcription
tot behoud van Comp:s possessien ter dee„ Per Custe Dan om in deezen, voor zoo ver ons mogelijk is een aaneen schaakeling, van zaaken te bewaaren, zullen wij een begin maaken, met aan uwe Hoog Edelheedens verslag te doen van het geen door ons geantwoord is, op zeekere propositien aan ons, uijt naam van den Nabub voorgesteld. Bij onzen brief van den 15: octob:r gaven wij aan uwe Hoog Edelhee„ dens bereeds bij voorraad kennis, koe„ danig wij die voorslagen zouden be„ antwoorden; en melden teffens, dat wij bij die gelegendheijd zouden tragten om door het aanbieden van Eenige geschen„ ken, de vriendschap van den Nabab voor de Hollandsche Comp:e en de vrijheyd van Topander te bewerken O om dat dit een en ander te procurce¬ reeren, hebben wij aan hem op den 14. 9ber: Jongstleeden, in het breede geschreeven En 1 167 En ons onder anderen om het ontslag van Topander te bewerken, niet alleen van de vriendelijkste en verpligtenste termen bediend, maar ook van nadruk„ kelijker bewoordingen want wij zijn Hoogheijd teffens met empressement verzogt hebben, om slegts voor Een oogens blik te considereeren, dat nog Tepan„ der nog de met hem gevangene Pennis¬ 9 ten op eenigerlij wijse konden worden aan„ gezien voor krijgsgevangenen; gemerkt daar toe voor af een oorlog verEijscht wierdt, en wij het geluk hadden van met zijn Hoog„ heijd in vreede en vriendschap te Leeven. onder ƒ betuijging wijders dat wij ten minsten van onse zijde, voor God verklaaren konden, dat wij nooijd de minste reeden aan zijn Hoogheijd hadden gegeeven om Comp:s bezittingen of haare o Dienaaren vijandelijk te handelen Terwijl wij voorts, nopens de voorge„ slagen of defensive Alliantie, aan den gem: vorst in substantie geschreeven hebben dat ce¬ 9ber: 9 ver dat wij ten uijttersten gevoelig van de „toegenegentheijd en agting die zijn hoogheijd „daar door betoond had= de hollandsche Comp:e toe te dragen, ook geen ogenblik hadden vor zuijmd, daar van aan uwe Hoog Edelhee„ „dens kennis te geeven, van wien wij met de „scheepen van dit Jaar ordres verwagten; die p „wij zijn hoogheijd immediaat zouden bedee„ „len; onder bijvoeging verder, dat wij zoo min „als Eenige andere Ministers van onse Comp: „gequalificeerd waren om buijten speciaal Con„ „cent van uwe Hoog Edelheedens met zin Hoogheijd off Eenige andere vorsten over ƒ17 „zaaken van die natuur in onderhandeling „te treeden, en dat wij mits dien vertrouwden „dat zijn Hoogheijd ons wel zoo lang zou „gelieven te excuseeren, om met Hoog den zelven over de voorsz voorslagen in Conferentie te „treeden, om reedenen wij daar door zouden „misdoen, tegen de ordres van onse Comp:e, „welke wij volgens Eed en pligt gehouden waren hijliglijk na te komen Met 160 Met deezen brief welke met de gewoone complimenten besloten is hebben wij den Die„ naar van den Eersten tekenaar deezes in naa„ „me Troelappa, (:of den zelfden, die aan ons de voorsz: voorslagen uijt naam van den Nabab gedaan heeft:) in het begin van de maand december afgezonden aan den Nabab Hai„ der Michan Bahadoer, met een aan„ zienlijk geschenk ter waarde van Pagoden 560: 15. waar meede wij gehoopt hadden de vriendschap van zijn Hoogheyd voor onse Comp„e en het ontslag van den ongelukkigen Iopander te bewerken. off wy omtrent het eerste slagen zullen moet ons den tijd ont dekken; dog het tweede schijnt nog niet te willen lukken. Ten minsten wy moeten zulks opmaaken uijt de brief die wij voor Eenige dagen van Troelappa ontvangen hebben. want hij ons daar in onder anderen melt, dat den Nabab voor het ontslag van Jo„ pander pretendeerd 10'000. pagooden Dan wijl wij staaks nader moeten spreeken van het geen door dien dienaar wijders n waren wijders is gemeld, slappen wij daar van aff voor een ogenblik, om aan uwe Hoog Edel„ heedens kennis te Geeven van het geen van het geen er sedert omtrent Sadraspatnam en Palleacatta gebeurt is kort voor het vertrek van het schip Hoorn gaf het opperhoofd van Sadras„ patnam M:r Jacob Pieter de Neijs, bij zijnen Secreeten brief van den 15. Jber; aan ons in het breede kennis van den veld¬ slag op den 9. en 10. van die maand voor„ gevallen tusschen de Armee van den Col„ lonel Belli en die van Tepij Saijb, oudsten zoon van den veldheer Haider Alichan met Communicatie verder van de totaale, nederlaag der Engelschen vervolgens verzogt hij ons om or¬ S dres hoedanig hij zig zou hebben te ge¬ draagen, wanneer den Nabab Haider Alichan, Arcadoe overwonnen hebbende zig als Nabab van Carnatica liet 7. proclameeren. En vroeg ons voorts wat c hij zou hebben te doen zoo den Nabab kwam c kwam te vorderen de recognitie penningen die Iaarlijx in termijnen aan den Nabab van Carnalica betaald worden, voor Sa„ draspatnam; Beijde vraagen waarlijk van zeer veel gewigt: Dan wij hebben egter tot conser„ vatie van Comp:e bezittingen ter deezer kuste, die door de geringe magt, welke wij, voor al op de respective Factorijen aan handen hebben niet wel tegen een vijande„ „lijken aanval zouden kunnen worden gede„ fendeerd, op den 29. September met Eenparig„ heijd van stemmen goed gevonden het opper„ hoofd de Neijs nopens het eerste poinct aan te schrijven, zoo als sedert is geschied, om den perzoon, die uijt naam van Haider Alichan de proclamatie mogt komen te doen, van de door hem genomen possessie van de Carnalicasche Landen met beleeft heijd te laaten ontmoeten zoo het een man van aanzien of een hoofd van een bende van 2. â 3000. ruijters was; en hem bij die gele„ gendheijd, na 'slands gebruijk uijt naam van de Comp:e een geschenk te laaten aanbieden van Van or„ a
English
of some ells of red cloth, some sandalwood, and rosewater. While, with respect to the second question, we have qualified him, when the Nabob Haider Alichan might come to demand the customary annual installment and the time of payment had expired, to deliver it to him or his servants, provided that beforehand the signs of possession were set up everywhere and the proclamation had been made throughout the whole country. With which decisions we hope that Your Right Noblenesses will be pleased to be satisfied, for the weighty reasons that have moved us thereto. We have subsequently, in the beginning of the month of November, received a further secret letter from Chief de Neijs, dated 12 October, in which he gave us detailed notice of the robbery and plundering of some houses in the Company's villages of Eddeoer and Sadras on the 3rd and 6th of that month by a troop of cavalry of Haider Alichan, mentioning further that for the defense of the honor of the flag and the expulsion of that predatory rabble, he had ordered some cannon shots to be fired at them, whereby some horsemen were shot dead. We deliberated on this letter on 14 November, when we found it good completely to approve the conduct held by Chief de Neijs on that occasion, because the honor of the Dutch flag absolutely demanded of him to take reprisals when the aforesaid horsemen, although warned beforehand, were bold enough to dare to plunder in sight of the fort in the Company's village of Sadras. And we also hope that Your Right Noblenesses will be pleased to approve this conduct of his and what was further performed by him on that occasion, this all being described in more detail in his aforementioned letter of 12 October, of which the copy is transmitted herewith. The linens robbed on that occasion from the Company's merchants amounted, according to the report of Chief de Neijs, to a sum of Pag. 324 1/2. But although the said Chief in his aforementioned letter requested orders from us as to how he should handle that item, we nevertheless decided on the aforesaid 14 November to leave this damage for the account of the merchants, because those linens, although collected for the Company, had not yet been delivered and accepted, considering that, before that time, they could not be considered as linens belonging directly to the Company. Furthermore, we have received from the said Chief de Neijs two more secret letters dated 24 October and 8 November. And while in the latter letter he only communicates the capture of Arcadoe, in that of 24 October he gives a detailed description of the barbarous conduct that was maintained by the roaming horsemen of Haider Alichan in the villages in those parts, which they had utterly devastated, reporting further that, in the name and by order of the general Haider Alichan, toornams or signs of possession had been hung up in the Company's village of Arialcherij, against which he had lodged a protest. And since this was all he could do, we not only found it good on the aforesaid 14 November to approve this conduct held by him, but also, in response to the question asked in this regard with relation to Sadraspatnam, resolved to write to him and order him, as has since been done, that if they should also wish to tie up such signs of possession at Sadraspatnam, merely to have a protest lodged against it, as was done at Arealcherij, without preventing the hanging up of the aforesaid signs of possession with force, especially now that the said general has made himself master of the capital city Arcadoe. We subsequently, to his second question asked in the aforementioned letter, namely what he should do if Haider Alichan were ever to demand from him the annual lease payments of Sadraspatnam, replied to regulate himself strictly in such a case according to what we wrote to him pursuant to the resolution of 29 September by letter of 1 October. And since we have just spoken of this at length, mentioning the motives that persuaded us to it, namely weakness of power to be able to defend ourselves properly, we hope that Your Right Noblenesses will be pleased to be satisfied as well with this latter as with the former decision. Principally when your honors are pleased to consider how little respect his horsemen, who roam the country, show toward the Dutch flag. Already we have seen this with respect to Sadras; as to what now concerns Palleacatta, on 15 October last, they also made an incursion there into the Company's villages of Mangiewake, Canantorre, and Aurewake, and not only robbed and plundered everything there, but also miserably wounded many people. Just as this is all described in detail in the Chiefs' letter of 10 November, in which they at the same time gave notice of what was performed and put into work by them on that occasion for the defense (if necessary) of their fort and the recovery of the cattle and the other stolen goods from the villages. However, as the account thereof is too extensive to be able to speak of it in more detail herein, we take the liberty of referring ourselves to the said letter, which
Dutch transcription
van Eenige ellen rood laaken wat zandelhout en roozen waater Terwijl wij hem met opzigt tot de tweede vraag gequalificeerd hebben, om wanneer den Nabab Haider Alichan het gewoon Iaarlijks termijn mogt komen af te vorderen, en den tijd van betaaling ver„ streeken was, het aan hem of zijne bedien„ dens af te geeven, mits van te vooren de tekenen van possessie alomme opgezet en de proclamatie door het gansche land zou weezen geschied Met welke besluijten wij hoopen dat uwe hoog Edelheedens genoegen zullen gelieven te neemen, om de gewigtige reedenen die er ons toe bewogen hebben wij hebben vervolgens in het begin van de maand November ontvangen, eene nadere secreete missive van het opperhoofd de Neijs gedateerd den 12. October waar bij hij aan ons in het breede kennis gaf van het beroven en uijtplunderen van eenige C huijzen in Comp:se dorpen Eddeoer en Sadras op den 3. en 6: van die maand door een bende ruijters 73 ruijters van Huider Alichan onder aanhaa„ „ling wijders dat hij tot verdediging van de eer der vlag, en verdrijving van dat roof„ gespuis, er eenige Canonschooten op hadt laaten doen, waar door eenige ruijters dood geschooten waren Over deezen brief de libereerden wij den 14. November, wanneer wij goed„ vonden het gedrag door het opperhoofd de Neijs bij die gelegendheijd gehouden vol¬ komen te approbeeren, uijt hoofde de eer van de Nederlandsche vlag volstrekt van hem vorderde, represalje te neemen, toen de voorsz: ruijters, schoon van te vooren ge„ waarschouwt, stout genoeg waren, om in het gezigt van het fort in Comp:s Dorp Sadras te durven plunderen. En wi hoopen ook, dat uwe Hoog Edelheedens, dit zijn ge„ drag, en het geen door hem verder bij die ge„ legendheijd verrigt is zullen gelieven te „c approbeeren, staande dit een en ander na„ der beschreeven bij zijnen voorm brief van den 12. october, waar van de Copie bij deezen overgaat — dte an ver„ en„ d dat en eed van daas de bende ada E De lijwaaten bij die gelegendheijd van Comp:s kooplieden geroofd, hebben volgens op„ gave van het opperhoofd de Neijs bedrac„ „gen Eene Somma van Pag. 324. ½ dog schoon het gedagte opperhoofd bij zijnen evengemelden brief van ons verzogt hadt, om ordres, hoedanig hij met die post ƒ zou moeten handelen, hebben wij egter op den voorsz: 14. November beslooten deeze scha„ de voor reek: van de kooplieden te laaten, uijt hoofde die lijwaaten, schoon voor de Comp:e ingezameld, nog niet geleverd en geaccepteerd geworden waren, gemerkt de¬ zelven, voor die tijd, niet konden worden ge¬ considereerd als lijwaaten de Comp e direct toebehoorende voorts hebben wij van het gemelde opperhoofd de Neijs nog ontvangen Twee 3 Secreete brieven gedateerd den 24: october en 8. November En dewijl hij bij den laasten brief eenlijk communicatie geeft van het inne men van Arcadoe, doet hij bij die van den 24. octob:r een omstandige beschrijving van 173 van het barbaars gedrag, dat door de rond„ swervende ruijters van Haider Alichan, in de dorpen daarom streeks die zij ten eenenmaal verwoest hadden, gehouden was, onder kennis geving wijders, dat er uijt naam en last van den veldheer Haider Alichan Toornams of tekens van possessie in Comp:e Dorp Arialcherij opgehangen geworden waren, waar tegen hij hadt laaten protesteeren En dewijl dit al was wat hij doen kon, hebben wij op den voorsz 14. Novembr niet alleen goedgevonden dit zijn gehouden gedrag te approbeeren, maar ook op de dier„ wegens gedaane vraag met relatie tot Sa„ draspatnam verstaan, hem aan te schrijven, en te gelasten, zoo als sedert geschied is om zoo men ook diergelijke teekenen van possessie op Sadraspatnam zou willen aanbinden, daar tegen eenlijk maar te laaten protesteeren zoo als op Arealche„ rij geschied is zonder het ophangen van de voorsz teekenen van possessie met ge welt van s op„ bedrac¬ ter in gewelt te beletten, voor al nu gemelden veld„ heer zig van de Hoofd stad Arcadoe mees„ ter gemaakt heeft wij hebben vervolgens op zijn tweede vraag bij den opgem: missive gedaan, nament, C „lijk wat hem zou te doen staan zoo Hai„ der Alichan eens van hem kwam af te vorde„ ren de Iaarlijksche pagt penningen van Sa„ draspatnam, geantwoord om zig in zoo„ danig Een geval stiptelijk te reguleeren na het geen wij hem volgens besluijt van den 29: September bij brief van den 1:' october 0 hebben aangeschreeven En dewijl wij daar van zoo even breed„ voerig gesproken hebben, onder aanhaaling van de motiven die er ons toe hebben over„ „gehaald, naamentlijk, zwakheijd van magt om ons behoorlyk te kunnen defundeeren e hoopen wij dat uwe Hoog Edelheedens, zoo wel met dit laaste, als met het voo„ „rige besluijt genoegen zullen gelieven te neemen Principaal wanneer hoog dezelven Gelieven gag gelieven te overweegen, hoe wijnig respect zine ruijters, die het land rond swerven, de hollandsche vlag toedraagen Bereeds hebben wy dit met opzigt tot Sadras gezien wat nu Palleacatta be„ trest op den 15. october Iongstleeden, hebben „x zij daar ook een inval gedaan in Compagnies Dorpen Mangiewake, Canantorre, en Aurewake, en er niet alleen alles geroofd en geplunderd, maar 'er ook veel menschen elendig gekwest. Gelijk dit een en ander omstandig beschreeven staat, bij der opper„ F hoofden brief van den 10. November, waar bij zij teffens kennis gaven van het geen door ƒ hun bij die gelegendheijd verrigt en in het werk 3 ƒ gesteld was, tot defensie (:des noods:) van hun fort en te rug erlanging van het vee 1r G.3 en de verdere geroofde goederen uijt de Dor„ pen — Dan wijl het verhaal daar van al te wijdloopig is om er in deezen omstan„ diger van te kunnen spreeken, neemen wij de vrijheijd, ons aan den gemelden missive die d„ de „ „ a„ Zoo„ van 0 gt
English
to refer to that which is inserted into our secret resolution of the 28th of November; in the trust that the conduct of the chiefs will be as well approved by your High Noble Lordships as the purchase of a leaguer of arrack for the people for 37 star Pagodas, and this on the grounds that those people, who then had to be on the bastions virtually night and day, indeed needed some refreshment of strong liquor. After we had received word on the 28th of November of the incursion into the Company's villages at Palleacatta, we received on the last day of that month a further letter from the Sadraspatnam chief Mr. Jacob Pieter de Neijs, dated the 22nd of November; accompanied by a translation of a Persian missive written to him by the Nabab Haider Alichan Bahadoer with his answer to the same, the letter from the Nabab containing principally a two-part requisition, namely not to assist the English, with whom His Highness was at war, with any provisions or munitions of war, and to send at once a capable wakiel or envoy to His Highness, and the request of the chief De Neijs for orders as to how he should conduct himself regarding the desire of the Nabab in sending a wakiel. Concerning this, we held a meeting on the 1st of December, and on that occasion decided to authorize the chief De Neijs to send a so-called newspaper reporter, under the title of wakiel, to the Nabab Haider Alichan, with a small gift to the value of 50 to 60 Pagodas. Touching now the reasons that have moved us to this resolution: we first noted that in former times it was always a custom that such a person resided on behalf of the Company at the Court of Arcadve as long as the Nabab Machomet Alichan resided in that capital (which has now been taken by Haider Ali), and furthermore considered that by taking a contrary resolution we might possibly expose the trading posts of Sadraspatnam and Palleacatta to the utmost danger, because it was more than likely that the Nabab Haider Alichan, who is a very proud prince, would take such a refusal, however politely framed, as a slight. Both reasons that have appeared so weighty to us that we have proceeded to the aforesaid resolution; we hope that they may satisfy your High Noble Lordships, along with the further arrangements with respect to the sending of a wakiel framed by us on the aforesaid first of December. We also hope, as the chief De Neijs had to spend 24:1¼ pagodas for the maintenance of 20 horsemen who delivered the letter from the Nabab Haider Alichan, that your High Noble Lordships, considering that this expenditure could not be avoided, will kindly agree to the writing off of the aforesaid amount granted by us under extraordinary gifts. While we have furthermore recommended the said chief to observe above all caution and to observe the strictest neutrality between the warring parties. Since then, or on the 11th of December, we also received a similar letter to that just spoken of from the Nabab Haider Alichan Bahadoer; the Palleacatta chiefs have also, together with their secret letter of the 4th of December, sent hither a similar missive from the Nabab, accompanied by a second letter written to the servants by a certain prominent chief of his army named Lalla Chabelerai. Now, as we are presently speaking of Palleacatta, we shall, in order the better to preserve a coherent chain of events, first make a report to your High Noble Lordships of what was communicated by the chiefs there in their above-mentioned letter of the 4th of December and decided by us, before we proceed to the sharing of some particulars concerning Nagapatnam. And proceeding to this, we communicate to your High Noble Lordships that the Palleacatta servants, in their just-mentioned missive of the 4th of December, have given communication to us that a certain envoy of the Nabab Haider Alichan, named Faijidoe Badderoe Iama Sahib, having arrived at Palleacatta on the 20th of November last with an escort of circa 1000 horsemen, after prior friendly communication to the chiefs, took possession of the outer town without the least violence in the name of the Nabab Haider Alichan, after which the old Havildar of Mahomet Alichan immediately fled from there. Having imparted this beforehand, the chiefs further communicated to us that the said envoy, having come into the fort the following day, had delivered to them the above-mentioned two letters from the Nabab Haider Alichan and his army chief Lalla Chabeleram, at the receipt of which, or rather at the opening of the Nabab's letter, they had caused eleven cannon shots to be fired from the walls of the fort, which we hope will be as well approved by your High Noble Lordships as the further conduct observed by the chiefs toward that envoy. The two letters just spoken of contain principally: first, communication of the capture of Arcadve; second, requisition not to send any provisions, powder, or shot to Madras; and third, a request for a wakiel. The chief Tadama has answered the same in very courteous terms, as your High Noble Lordships may be pleased to see from the copies sent herewith; and consequently we have
Dutch transcription
die bij onse secreete resolutie van den 28. nov is geinsereerd, te refereeren; in vertrouwen dat het gedrag der opperhoofdens, door uwe Hoog Edelheedens zoo wel zal worden goed gekeurd als den inkoop van Een legger arrak, voor het volk tegen 37. ster Pagoden, en zulks uijt hoofde die menschen, welke toen genoegzaam nag=t en dag op de punten moesten weezen, wel Eenige verkwikking van sterken drank noodig hadden Na dat wij op den 28. November kennis gekreegen hadden van den inval in Comp:s Dorpen te Palleacatta ontvingen wij op den laasten van die maand een nade„ ren brief van het Sadraspatnams opperhoofd M:r Jacob Pieter de Neijs, gedateerd den 22. November; verzeld van een Translaat persiaansche Missive door den Nabab Haider Alichan Bahadoer aan hem geschreeven met zijn antwoord op den zelven behelzende den brief van den Nabab ten principaalen eene twee ledige requisitie, om namentlijk de Engelsche waar meede zijn Hoogheijd in oorlog was met 8 173 met geen eetwaaren of oorlogs gereedschappen Ed te assisteeren! en om ten Eersten een bekwaam wakiel of zendeling aan zijn Hoogheijd te zenden, en die van het opperhoofd De Neijs verzoek, om ordre hoedanig hij zig omtrent de begeerte van den Nabab in het zenden van een wakiel zou hebben te gedraagen Hier over hebben wij op den 1: Decem„ ber vergadering gehouden, en bij die gele„ „gendheijd beslooten om het opperhoofd de Neijs te qualificeeren tot het zenden van Een zoo genaamden Courantier; onder den naam van wakiel aan den Nabab Haider Alichan, met Een klijn geschenk ter waarde van 50. â 60. Pagooden Betreffende nu de reedenen die ons tot dit besluijt bewogen hebben! wij hebben voor Eerst aangemerkt, dat het in voorige tijden altoos een gebruijk geweest is dat zig een dier„ gelijk perzoon, van weegen de Comp:e aan het S Hof van Arcadve heeft opgehouden zoo lang den Nabab Machomet Alichan in die hoofdstad (:welke tans door Haider Ali 8. nov. uwen Uwe den gger ag goden, elke Een g ade¬ ip van een adoer A en ge Ali is ingenomen:) resideerde en voorts gecon sidereerd, dat wij mogelijk bij het neemen van Een contrarie besluijt de comptoiren Sadraspatnam en Palleacatta aan het uijterste gevaar zouden kunnen blootstellen uijt hoofde het meer dan waarschijnlijk was, dat den Nabab Haider Alichan, die een zeer hoogmoedig vorst is, zoodanig een dwijgering, hoe civiel ock ingerigt, voor klijn agting zou opneemen Beijde reedenen die ons zoo gewigtig zijn voorgekomen, dat wij tot de voorschree„ ve Resolutie zijn overgegaan, wij hoopen dat ze aan uwe Hoog Edelheedens voldoen mogen, neevens de verdere schikkingen, met opzigt tot het zenden van Een wakiel door ons op den voorsz: Eersten december beraamd ook hoopen wij wijl het opperhoofd de Neijs N: N: pC: 24:1¼ heeft moeten bekos„ tigen voor onderhoud van 20. ruijters die den brief van den Nabab Haider Ali„ chan hebben overgebragt, dat uwe Hoog Edelheedens, uijt consideratie dat die uijtgave niet heeft kunnen worden vermeijdt: zig wel zullen gelieven te Conformeeren, met de 181 de door ons verleende afschrijving van het S 6d„ voorsz bedraagen op Extra ordinaire schen„ kasien. Terwijl wij voorts het gemelde opperhoofd gerecommandeerd hebben om voor al de voorzigtigheijd te betragten en de strikste nutraliteijt tusschen de srij dende partijen te observeeren Seedert of op den 11: December, heb¬ ben wij ook een diergelijken brief, als waar van zoo even gesproken is van den Nabab Haider Alichan Bahadoer ontfangen ook hebben de Palleacatha„ sche opperhoofden, neevens hunnen Secree¬ ten brief van den 4. december, herwaarts gezonden een diergelijke missive van den Nabab, verzeld van Een tweeden brief door zeeker voornaam opperhoofd van zijn Arméé in naame Lalla Chabelerai aan de bediendens geschreeven Dan nadien wij tans van Pallea„ p 2. catta spreeken zullen wij om des te bee„ ter een aan eenschakeling van zaaken te bewaaren, eerst aan uwe Hoog Edelhec„ dens con as, dat en met door nd s„ met 1 dens verslag doen, van het geen door de opper hoofden aldaar bij haaren opgemelden brief van den 4. December gecommuniceerd en door ons besloten is, eer wij overgaan tot het bedeelen van Eenige bijzonder hee„ „den, Nagapatnam concerneerende, En hier toe overgaande Communiceeren wij uwe Hoog Edelheedens, dat de Palle„ acatasche bediendens bij haaren zoo even gemelden missive van den 4. december aan ons communicatie gegeven hebben, dat ze„ ker zendeling van den Nabab Haider Alichan, in naame Faijidoe Badderoe Iama Sahib op den 20: November Jongst leeden, met een escorte van circum Circa 1000. ruijters op Palleacatta aangekomend zijnde na voorafgaande vriendelijke Communicatie aan de opperhoofden, zonder de minste ge„ weldpleging possessie van de buijtenstad ge„ nomen heeft, uijt naam van den Nabab Haider Michan waarna den ouden Ha„ weldhaar van Mahomet Alichan, di„ rect van daar gevlugt is Dit voor af bedeeld hebben de Commu„ miceerden 183 niceerden ons de opperhoofden verder dat den gemelden zendeling 'S daags daar aan in het fort gekomen weezende, aan hun over gegeven hadt, de opgemelde twee brieven van den Nabab Haider Alichan, en zyn le„ „ger hoofd Lalla Chabeleram, bij welkers receptie of eygentlijk bij het openen van 's Na„ babs brief, zij Elf canon schooten van de wallen van het fort hadden laaten doen, het geen wij hoopen dat door uwe Hoog Edel„ Ox 1p heedens zoo wel zal worden geapprobeerd, als het verder gedrag door de opperhoof„ E den, omtrent dien zendeling gehouden De twee brieven waar van zoo even gesprooken is behelzen ten principaalen: Eerstelijk communicatie van het inneemen van AtCadoe: ten tweeden requisitie om geen randzoenen, kruijt of kogels na Madras te zenden, en ten derden verzoek om een wa„ Kiel Het opperhoofd Tadama, heeft de„ x zelven in zeer beliefde termen beantwoord, gelijk uwe Hoog Edelheedens des behaar gende gelieven te zien uijt de daar van overgaande Copien; en dienvolgende hebben wij opper den ceerd hee¬ ceeren Palle„ aan ze, mmu n 6
English
we also approved this his answer, but at the same time noted that we certainly would have wished that, following the congratulations offered to His Highness on the capture of Arcadoe, he had not added the words: All Your Highness's enemies must be defeated and destroyed, because such words in no way befit the mouth of neutrals. But since we simultaneously instructed him to be somewhat more circumspect in this regard in the future, we trust that such ill-considered steps will no longer be found in his letters. After the arrival of the aforementioned emissary, and according to what was further communicated in the chiefs' letter of 4 December, of which a copy is also transmitted herewith, the aforementioned commander of the Nabab's troops, Lalla Chabecleram, arrived at Palleacatta on 25 November. Upon his arrival at Palleacatta, the chiefs sent the Company's interpreter ahead to meet him, together with the Molla and some Peons bearing the Company's flag, and furthermore saluted him with several honorary cannon shots upon his entry into Palleacatta. We approved this not only because of the distinguished character he held, but we have also approved the deputation sent to him thereafter upon his urgent insistence (under threat of otherwise actually having the town plundered) to compliment him on his arrival at the duan, which was carried out by the clerk Beggle and the chief surgeon Jansz, because by that act the chiefs prevented just in time the general plundering of Palleacatta, which had been threatened in case of a longer refusal to send commissioners. And although, according to the servants' further reports, the aforementioned field commander Lalla Chabe Ceram, contrary to his own assurances that the Company would never be prejudiced in its ancient privileges, violated the Company's lawful privileges already the following day, not only by preventing fishing in the sea and river, but also by ordering all the Catamarans and Chialengen of Palleacatta, etc., to be brought to the duan, without since permitting them to be fetched from there or used, the servants did not oppose this in the slightest. We not only fully approved this conduct at our session of 15 December, but we moreover wrote to them that the more gentler and accommodating they behave in the future on this and other occasions, the better they will fulfill our expectation and the interest of the Company, citing further that in the present times this interest strictly required of its servants not to give the slightest cause for discord. And since the failure to send the requested vakil, which according to the servants' reports the aforementioned Palla Chabeleram had most strongly urged, might immediately give rise to this, we also decided on the aforementioned 15 December to authorize the Palleacatta chiefs to dispatch a capable native in the name of the Company to His Highness, with a gift to the value of 50 to 60 Pagodas. Which we likewise hope will be favorably approved by Your Right Excellencies in view of the critical situation in which we find ourselves, for it truly demands all accommodation. And having herewith described, as concisely as possible for us, what has occurred concerning Sadraspatnam and Palleacatta since our last secret letter, it only remains for us to note with respect to the first-mentioned factory that Chief de Neijs, having since made use of our secret orders to secure the Company's principal effects at the slightest appearance of danger, sent hither at the end of the month of October with the pantjalling de Goede Verwagting and the thonij de Johanna Maria the bales of linen, spices, and the Japanese bar copper that were in stock there. Which we have likewise approved, because the trade there has come to a dead standstill during the present wartime troubles. What now concerns the events with respect to Nagapatnam, we shall now have the honor to impart. Shortly before or just after the departure of Inlappa with our letter to the Nabab Haider Alichan Bahadoer, the first signatory hereof received a letter from the King of Tanscour and one from his minister, both dated 17 November. Which letters, especially that of the King, we found to be of a very dubious content. For after he had said by way of introduction that to his greatest astonishment he had heard indirectly that we were intending to assist Haider Alichan from here not only with gunpowder, bullets, and other ammunition goods, but also with cash, he subsequently points to the friendship that had existed between our Company and the Kingdom of Tanjore in former years, and deduces therefrom the conclusion that, since Nagapatnam is a sea port subordinate to his kingdom, we ought by right in any case to support him, but not his enemies. Subsequently coming closer to his objective, he points to his obligation to the English Company for his restoration to the throne of his ancestors, further intimating the part he accordingly took in their prosperity and adversity, saying in that respect that their adversaries had to be regarded as his own enemies. And after having said this, he continues that since the Nabab Haider Alichan, whom he merely calls Chan, is an enemy of the
Dutch transcription
wij ook, dit zijn antwoord geapprobeerd, dog daar bij teffens aangemerkt dat wij wel ge wenscht hadden, dat hij op de felicitatie aan zijn Hoogheijd gedaan weegens het innee¬ men van Arcadoe niet hadt laaten vol„ gen de woorden Alle uwe Hoogheijds vijan¬ den moeten verslagen en verdelgt worden, 1 uijt hoofde diergelijke woorden geensins voegen in den mond: van nutralen. Dan dewijl wij hem daar bij teffens gere„ commandeert hebben om daar omtrent in 't ver„ volg wat omzigtigen te zijn, vertrouwen wij dat diergelijke onbedagtzaame stappen niet meer in zijne brieven zullen gevonden worden Na de aankomst van den opgemelden zendeling, is ook volgens het verdere gecom„ municeerde, bij der opperhoofden brief van den 4. December, waar van de Copie almeede over„ gaat, op den 25. November op Palleacatta aangekomen het opgemelde hoofd over 's Na¬ babs troupes Lalla Chabecleram Bij zyne aankomst op Palleacatta, hebbende opperhoofden hem Comp: Tolk ne¬ vens den Molla en Eenige Pions met S Comp: 185 Comp:s vlag voor uijt te gemoet gezonden, en hem voorts bij het intreeden van Pallea¬ catta met eenige eere schooten gesalueerd, dat wij niet alleen om het aanzienlijk ca„ racter dat door hem wierdt bekleed geappro¬ beerd hebben; maar wij hebben ook goedge„ keurd, de sedert op zijn dringend aanhou¬ „ den (:onder bedrijging van anders de stad de facto te zullen laaten plunderen:) aan hem gedaane bezending om hem over zijn aan„ komst op den Duan te komen Complimen„ teeren die bekleed geworden is door den scriba Beggle en den Oppermeester Iansz: uijt hoofde de opperhoofden door die daad nog even tijds genoeg voorgekomen hebben de generaale plundering van Palleacatta die bij een langer wijgering om gecommit„ teerdens te zenden gedreijgt was En schoon, volgens der bediendens verdere advisen, den gemelden veldoversten Lalla Chabe Ceram, tegens zijne eijge ver„ zeekeringen aan dat de Compe in haare oude voorregten nimmer zou benadeeld worden d ver„ Na„ ta, worden bereeds den volgenden dag 's Comp:s wettige voorregten geschonden heeft, door niet alleen het vissen in de zee en revier te beletten maar ook te gelasten dat al de Cattemarauws en Chialengen van Pallea Op 2 catta ensz op den duan zouden worden ge„ bragt, zonder sedert te willen permittee„ ren dat ze van daar gehaaldt off gebruijkt mogten worden; hebben de Bediendens zig daar tegen in het minste niet verzet; welk gedrag wij ter onser sessie van den 15. December niet alleen volkomen geappro¬ beert hebben, maar we hebben hun daar en boven aangeschreeven, dat hoe zagter en toe „0 gevender zij in het vervolg bij die en an¬ dere gelegendheeden zig gedraagen zullen, hoe beeter zij zullen voldoen aan onse verwagting en het belang van de Comp:e om 3 der aanhaling verder dat dit belang in den tegenwoordigen tijd van haare Dienaa¬ ren volstrekt vorderde om de minste oor x zaak niet te Geeven tot discrepantie En nadien hier toe al aanstonds aam C2 lijding zou kunnen geven, het niet afzen„ den 187 den van den verzogten wakiel, waar op vol„ „gens der bediendens berigten, den voorm: Palla Chabeleram aller sterkst hadt aan gedrongen, hebben wij op den voorschreeven 15. decem„ ber ook beslooten, de Palleacattasche opperhoof„ den te qualificeeren om Een bekwaam Inlander uijt naam van de Comp:e aan zijn Hoogheijd aftevaardigen, met een geschenk ter waarde van 50. â 60. Pagooden Het geen wij almeede hoopen dat door uwe hoog Edelheedens gunstig zal worden geapprobeerd uijt hoofde van den cretiquen toe„ stant waar in wij ons bevinden want die waa„ relijk alle toegevendheijd verEijscht En hier meede zoo beknopt als ons mo¬ gelyk was beschreeven hebbende wat er se„ dert ons laast secreet schrijvens omtrent Sadraspatnam en Palleacatta gebeurt is, schiet ons nog maar over om met op„ zigt tot de Eerstgemelde Factorij te notee„ ren dat het opperhoofd de Neijs, sedert gebruijk gemaakt hebbende van onse Se„ creete ordres om bij den minsten schijn van gevaar Comp:s voornaamste effecten te bergen m ea ze bergen, in het Laast van de maand october met de Pantjalling de goede verwag¬ ting en de Thonij de Johanna Maria herwaarts gezonden heeft, als de lijwaat pakken, specerijen en het Japans Staaf„ kooper dat aldaar in voorraad was, het c geen wij almeede goedgekeurd hebben, uijt hoofde den vertier aldaar geduurende de tegenwoordige oorlogs troublen stok stil staat wat nu het voorgevallene met opzigt tot Nagapatnam betreft zullen wijtans de eere hebben te bedeelen Kort voor even na het vertrek van Inlappa met onsen brief aan den Nabab Haider Alichan Bahadoer, ontving den eersten teekenaar deezes een brief van den vorst van Tanscour en Een van zijnen Ml„ beschik, beijde gedateerd den 17. November. Die wij, voor al 's vorsten brief van Een zeer bedenkelijken inhoud bevonden hebben want na dat hij bij wijse van in ley¬ ding gezegt hadt tot zijn grootste ver„ wondering van ter zijden gehoort te hebben dat 183 dat wy voorneemens zouden weezen om Hai„ der Alichan van hier niet alleen met kruijt kogels en andere ammunitie goede„ ren, maar ook met Contanten te assisteeren toond hij vervolgens aan de vriendschap die en tusschen onse Comp:e en het Tansjoursche rijk in vroegere Jaaren hadt plaats gehadt, en maakt daar uijt dit besluijt op dat wijl Nagapatnam een zee plaats is on„ der zijn rijk sorteerende, wij volgens regt, in allen gevallen hem maar niet zijne Vij¬ ander moesten Secondeeren vervolgens nader tot zijn oog„ merk komende, toond hij aan, zijne ver„ pligting aan de Engelsche Comp:e voor zine herstelling op den throon zijner voorvaderen onder te kennen geving wijders van het deel dat hij dienvolgende in hunnen voor en tegenspoed nam zeggende ten dien op zigten 10 dat hunne tegen parthicen moesten worden aangemerkt als zijne eijge vijanden En na dit te hebben gezegt, vervolgd hy dat wyl den Nabab Haider Alichan welke hij slegts Chan noemd, een vijand van de ober gt op a6
English
had become of the English, in all fairness we ought to show him and his allies, namely the English, all help and assistance, considering not only that we depended on him, but were also his good friends, after which he, pointing out that we were in no way obliged to assist Haider Ali with bullets or powder and so forth, ends his letter with a kind of threat of war in case we acted contrary to his opinion. Concerning this letter and that of the Prime Minister, which was of virtually the same content, we deliberated with all attention on 28 November. Yet, since we had never intended to show any assistance of that nature to Haider Ali, we immediately held the contents of that letter to be suspect, the more so because the first signatory of this letter had been informed that it was written at the instigation of the English. And therefore we resolved, upon the proposal of the undersigned Governor, to answer the aforesaid letters only briefly by: 1.) assuring the prince of Tansjour and his Prime Minister that everything that had been reported to them concerning the aid of powder, bullets, ammunition, goods, and cash money that was supposedly to be sent from here to the Nabab Haider Alichan contained an absolute falsehood; and 2.) adding thereto that during the present conditions of war we would behave not only according to all fairness and justice, but also accountably before our superiors, without expressing ourselves in any way regarding the further contents of those letters. This having since been carried out by the undersigned Governor in very polite terms, we trust that Your Right Excellencies will be pleased to be satisfied with this decision of ours, in consideration of the reasons that moved us thereto. They are the following: The undersigned Governor had, as we have reported above, been informed that that letter from the prince of Tansjour had been written at the instigation of the English, and therefore we supposed that they thereby possibly sought to discover whether we would indeed observe neutrality during the present war, or that they otherwise, through the aforesaid letter of the prince as lord of the land, sought to instill some fear in us. Moreover, we were also fearful of declaring ourselves more frankly in the said letter, out of concern that the English might thereby at times seek to play us one trick or another, whether by setting the prince of Tansjour or indeed the Nabab Haider Alichan against us; seeing that we considered, on the one hand, that a declaration that we would conduct ourselves according to the circumstance of the time with respect to Haider Alichan would infuriate the prince of Tansjour and could give the British an opportunity to thwart the Company in one way or another in its present possessions and trade, principally at this capital; while we remarked, on the other hand, that upon a declaration that we would show no assistance of whatever kind to Haider Ali, the prince of Tansjour, or his ministers, or indeed the English might make a detrimental use of that letter by informing Haeder Alichan of it, through sending a copy or otherwise. And what a desired means would this not have been in the hands of the English to shift the power of Haider Alichan partly from their neck onto ours, since that general, receiving such a letter in hand, would only too early discover what answer he had to expect from Your Right Excellencies to the proposals of Irlajpa. Which was happily prevented by this, without having had any detrimental consequences from the side of Tansjour. At least, we have until now received no further writing from the said prince or from his Prime Minister regarding this matter. However, on the other hand, we received, as we have already had the honor to report above, on 11 December last a letter from the Nabab Haider Alichan Bahadoer, dated 9 November 1780. Containing, like those written by His Highness to Sadras and Palleacatta, mainly the following: 1.) communication of the capture of Arcadoe on 1 November; 2.) demand that during the present war between him and the English, no powder, bullets, nor any other goods be sent to Madras, under threat of sending his army hither in the contrary case; and 3.) request to dispatch as soon as possible a good and capable wakil or envoy to His Highness. Concerning this letter we subsequently deliberated on 15 December, on which occasion we noted regarding the first two points that, without violating the neutrality observed here between the Nabab Haider Alichan and the English, we, firstly, in answer to the two aforesaid points, might well congratulate His Highness on the capture of Arcadoe, expressing joy and wishing glory, fame, and honor upon his arms, since such a congratulation could be regarded as nothing other than a polite compliment to which we were obligated in view of the reverence owed to letters from princes; while, secondly, we judged that, without violating neutrality, we could and might give His Highness the strongest assurances that during the present war between His Highness and the English, neither powder, nor bullets, nor artillery from here
Dutch transcription
de Engelsche geworden was, wij na alle bil„ lijkheijd hem in zijne bondgenooten naa„ mentlijk de Engelschen alle hulp en adjude bewijzen moesten, uijt aanmerking niet alleen dat wij van hem dependeerden maar ook zijne goede vrienden waren waarna hij onder aantooning dat wij geen zins gehouden waren Haider Ali te assisteeren met kogels off kruijs en sz: zijn brief met een soort van oorlogs bedrijging in cas wij contrarie zyn meening handelden eijndigt over deezen brief en die van den Al„ beschik die genoegzaam van den eijgen in houd was hebben wij op den 28: Novembr met allen aandagt gedelibereerd Dan wijl wij nimmer van gedagten geweest zijn, om Eenige assistentie van die natuur aan Haider Ali te bewijzen, heb„ ben wij direct den inhoud van dien brief suspect gehouden, te meer wijl den eersten teekenaar deezes geinformeerd geworden was, dat die op instigatie van de Engel„ schen was geschreeven 6n 128 En derhalven besloten wij op propositie van den ondergeteekende gouverneur om de voorsz: brieven slegts kortelijk te beantwoorden door 1. ) Den vorst van Tansjour en zijnen Albeschik te ver„ zekeren dat al het geen men aan haar hadt berigt van het Secours van Kruijt, Kogels ammunitie goederen en Contanten die van hier aan den Nabab Haider Alichan p zouden gezonden worden eene volstrekte onwaarheijd bevatten, En 'er ten 2) bij te voegen; dat wij geduurende de presente oorlogs omstandigheeden niet alleen naar alle billijkheijd en regtvaardigheijd, maar ons ook verantwoordelijk voor onse superi„ : euren zouden gedraagen, zonder ons over den verderen inhoud van die brieven Eenig„ zins uijttelaaten Dit sedert door den ondergetee„ kende Gouverneur in zeer beleefde termen verrigt zijnde, vertrouwen wij dat uwe Hoog Edelheedens met dit ons besluijt genoegen zullen gelieven te neemen uijt aanmerking 3 bil„ adjude maar en 8 aanmerking van de reedenen die er ons toe bewoo„ „gen hebben. ze zijn de volgende. Den onder„ geteekende Gouverneur was gelik wij hier boven hebben gemeld, geinformeerd, dat dien brief van den vorst van Tansjour, geschree¬ ven was op instigatie der Engelschen, en derhalven supponeerden wij dat zij daar door mogelijk zogten te ontdekken of wij geduurende den presenten oorlog wel de neutraliteijt in agt zouden neemen off dat zij anders, door den voorsz: brief van den vorst als landheer, ons Eenige vrees zogten aan te saagen Boven dien waren wij ook bevreest om ons bij den gemelden brief rondborstiger te verklaaren, uijt bedugting dat de En„ „gelschen zomtijds daar door tragten zou„ den ons de een off andere part te speelen, het zij door den vorst van Tansjour dan wel den Nabab Haider Ali¬ chan tegen ons op te zetten; gemerkt wij aan de Eene zijde considereerden dat bij eene verklaaring dat wij ons na geleegend heijd des tijds met opzigt tot Haider Alichan 193 103 Alichan zouden gedragen, dit den vorst van Tansjour in het harnas Jaagen en den Britten gelegendheid zou kunnen geven om de Comp:e op de een off andere wijse in haare presente bezittingen en handel, prin¬ cipaal ter deezer hoofdplaatsche, te tra„ verseeren; terwijl wij aan den anderen kant remarqueerden, dat bij een verklaring, dat wij geen assistentie hoe ook genaamd aan Haider Ali zouden bewijzen den vorst van Tansjour, off zine Ministers dan wel de Engelschen een nadeelig gebruijk van dien brief zouden kunnen maaken, door daar van aan Haeder Alichan, door toe zending van copie als andersins kennis te geeven. En wat een gewenscht middel zou dit dan niet in de handen van de Engelschen geweest zijn, om de magt van Haider Alichan gedeeltelijk van haaren hals op den onzen te schuijven, nademaal dien veldheer, zoo„ danig een brief in handen krijgende maar al te vroeg ontdekken zou wat antwoord hij van uwe Hoog Edelheedens te wagten hadt op de propositien van Irlajpa Dat bewoo¬ hier ce„ o Dat hier door gelukkig voorgekomen is zonder Eenige nadeelige gevolgen van 7 de zyde van Tansjour gehadt te hebben Ten minsten wy hebben tot nog toe van den gemelden vorst off van zijnen Al„ beschik daar omtrent, geen nader schrijven ontvangen Maar daar en tegen hebben wij zoo als wij bereeds de eer gehadt hebben hier boven te melden; op den 11: December Jongstleeden ontvangen een brief van den Nabab Hai„ der Alichan Bahadoer gedateerd 9. No„ vember 1780. Behelzende, zoo als die welke door zijn Hoogheijd na Sadras en Pallea„ catta geschreeven zijn, hoofd zakelijk het volgende als 1:) Communicatie van het innee„ nen van Arcadoe op den 1: November; 2:) vordering om geduurende den presenten oor log tusschen hem en de Engelschen, geen kruijt kogels nog Eenige andere goederen na ma¬ dras te zenden onder bedrijging om bij het teegendeel zijn leeger herwaarts te zullen zenden en 3.) verzoek om ten spoedigsten een goed en bekwaam wakiel of zendeling aan 185 aan zijn Hoogheijd af te vaardigen over deezen brief hebben wij ver„ volgens op den 15. december gedelibereerd, wanneer we omtrent de twee eerste poinc„ ten aanmerkten, dat we zonder te mis¬ doen, tegen de nutraliteijt, die alhier rus schen den Nabab Haider Alichan ende Engelschen werdt geobserveert, wij voor eerst in antwoord op de twee voorschreeven poinc¬ ten, zin Hoogheijd wel zouden mogen feliciteeren met het inneemen van Arcadoe, onder betuijging van blydschap en 3 toewensching van glorie, roem en eer over zijne wapenen uijt hoofde zulk een felicitatie nergens anders voor, kon gehouden worden, als voor Een wel levend compliment, waar toe wij verpligt waren, uijt hoofde van de reverentie die men aan brieven van vorsten schuldig is: terwijl wij ten tweeden oordeel„ den, dat wij zonder tegen de nutraliteijt te misdoen aan zyn Hoogheijd de kragtig„ ste ver zekeringen zouden kunnen en mogen geeven, dat er geduurende den presenten oor„ „log tusschen zijn Hoogheijd en de Engel„ schen van hier nog kruijt, nog kogels, nog geschut ben
English
ordnance, nor any other ammunition of war or military weapons would be transported to Madras or any other place of the English Company on this coast; and this because the Company was not obligated to provide such assistance, even if it were requested, and the private transport of such goods, if indeed there were anyone here who traded in them, would nevertheless have to be prevented. And accordingly, on the aforesaid 15 December, we also resolved to answer the aforementioned two points on such a footing. While with respect to provisions, which the Nabob seems to indicate by the words "nor any other goods", we thought proper to make no mention of them whatsoever in the outgoing letter, because sending them to Madras, as long as that place is not actually under siege, could hardly be prevented without offending against neutrality, since such a prohibition could be regarded by the English as partial. After taking the aforesaid two resolutions, we entered into a conference concerning the third point of the Nabob's letter, namely concerning His Highness's request to send him a competent envoy as soon as possible. Yet because the undersigned Governor on that occasion presented two copy letters written by Messieurs de Suffren, head of the French, and Rousseau, lieutenant in the service of the Nabob Haidar Ali Khan, to the Chief of Sadraspatnam De Neijs, from which it appears clearly enough that the Nabob does not expect a native envoy, but rather a servant of standing from here; so we have, both for that reason and in consideration that the Governor and Council of Tranquebar had already resolved to dispatch their Secretary to the Nabob, also resolved to dispatch two members from our midst, namely the titular Merchant Joan Daniel Simons and the Junior Merchant Johannes Accama, as commissioners on behalf of this Government to the Court of the Nabob Haidar Ali Khan, in order to learn what proposals His Highness will have to present to us. Which resolution we hope, as well as the two previous ones, will be approved by Your High Excellencies, considering that the interest of the Company requires of us to give him not the least reason for displeasure. That would certainly happen if we were to send one or more natives instead of the said commissioners, while the Government of Tranquebar dispatched their Secretary to him. For he would regard such an act as contempt with respect to him and as arrogance with respect to us, which could not fail to breed bad blood. Pursuant to the aforementioned resolutions, the letter of the Nabob having since been answered with a request to transmit the necessary letters of safe-conduct for the aforesaid commissioners, we expect them daily; whereupon, if matters do not change in the meantime, we will send them directly to Arcot, in order to learn what His Highness will have to present. On which occasion we shall at the same time instruct them to insist emphatically, yet in a friendly manner, upon the release of Jopander and the clerks Wulick and Herft imprisoned with him. However much we endeavor here to observe the strictest neutrality between the warring powers; and however much evidence we have also given of this during the presence here in the month of August of the English fleet under the command of Admiral Edward Hughes; and however much we have continually endeavored to convince the English of our sincerity through daily tokens of friendship and helpfulness, the mere receipt of the aforementioned letter from the Nabob Haidar Ali Khan has nevertheless aroused unfavorable suspicions with the Chief on behalf of the English Company at Nagore, Mr. John Huddleston. Barely had he received word—though by whom is unknown to us—that we had received a letter from Haidar Ali and had thereupon resolved to dispatch commissioners to him, or he at once saw fit to write a letter to us, wherein on behalf of the English Company and the Secret Committee of Fort St. George at Madras, he put several questions to us, both with respect to that letter and with relation to the resolutions taken thereupon. As Your High Excellencies may be pleased to see further from our Secret Resolution of 20 December, into which his letter is inserted. Deliberating upon this, we understood well that we were not obligated to answer that letter, because we need not disclose our correspondence with native princes to anyone except to Your High Excellencies; but we noted at the same time that such a refusal
Dutch transcription
geschut, nog Eenige andere ammunitie van 0 oorlog off krijgsgeweer na madras of beni„ „ge andere plaats van de Engelsche Comp:e ter deezer kuste, zou werden vervoerd; en zulks uijt hoofde de Comp: tot het bewijsen van Een diergelijke assistentie, zoo er om verzogt wierdt niet verpligt was, en den particulieren vervoer van diergelijke goede„ ren, zoo hier al iemand was die er in ne¬ gotieerden, tog zou moeten worden belet En dienvolgende hebben we ook op den voorsz: 15. december beslooten, de opgem twee poincten op zodanig een voet te beant„ woorden Terwijl wij met opzigt tot provisi„ en, die den Nabab door de woorden nog Eenige andere goederen, schijnd te willen aan duijden, goedgevonden hebben, daar van in het minste geen gewag te maaken bij den afgaanden brief, uijt hoofde het verzen„ den van de zelven na Madras, zoo lang die plaats niet werkelijk belegerd is, niet wel zou kunnen worden belet, zonder te„ „gen de nutraliteijt te misdoen uijt hoofde zodanig een verbod door de Engelsche voor partijdig 9 137 partijdig zou kunnen worden aangemerkt Na het neemen van de voorsz twee besluijten traden wij in Conferentie over het derde poinct van 's Nababs brief, na„ mentlijk over het verzoek van zin Hoog heid, om hem ten Eersten een bekwaam zendeling toe te zenden Dan wijl den ondergeteekende gouver„ neur bij die gelegendheijd overleij twee Copie brieven door de heeren de Suijmoren hoofd der Franschen en Rousseau Luijtenant in dienst van den Nabab Haider Alichan aan het opperhoofd van Sadras„ „patnam de Neijs geschreeven, waar uijt niet onduijdelijk blijkt, dat den Nabab geen inlandsch zendeling, maar wel een bedien„ den van aanzien van hier verwagt; zoo hebben wij zoo daarom, als uijt aanmer„ king dat den heer Gouverneur en raad van Tranquebaar bereeds besloten hadden haa„ ren Secretaris aan den Nabab afte vaar„ digen, ook beslooten, twee Leeden uijt het midden van ons, namentlijk den koopman titulair Ioan daniel Simons en den onder Koopman onderkoopman Iohannes Accama, als gecommitteerden van weegen deeze Regeering na het Hof van den Nabab Haider Alichan afte vaardigen om te verneemen wat propositien zijn Hoogheijd aan ons ƒ zal hebben voor te stellen welk besluijt wij hoopen, dat zoo wel als de twee voorige door uwe Hoog Edelheedens, zal werden geapprobeerd uijt aanmer„ king het belang van de Comp:e van ons vorderd, om e aan hem geen de minste reeden van misnoegen te ge„ 79 ven— Dat zekerlijk geschieden zou zoo wij in plaats van de gemelde gecommitteerdens een of meer inlanders zouden, terwijl de Regeering van Tranquebaar haaren Secretaris aan hem afvaardigden want hij zodanig een daad voor min agting ten aanzien van hem en voor groots„ d. G hartigheijd met betrekking tot ons, beschou„ f Sp wen zou: dat niet zou kunnen na laaten kwaat bloet te zetten Ingevolge de voorschreeve besluijten, den brief van den Nabab sedert beant„ woord zijnde met verzoek om voor de voorsz hei Geelvinck 125 voorsz. gecommitteerdens, de noodige brieven van vrijgeleijde over te zenden; verwagten wij die dagelijks; wanneer we, zoo de zaaken inmiddens niet van gedaan te veranderen, haar direct na Arcadoe zullen afzenden, om te verneemen wat zijn Hoogheijd zal hebben voor te draagen: Bij welke gelegendheijd wij haar teffens zullen gelasten om met nadruk dog op eene vriendelijke wijze, te insteeren op het ontslag van Jopander en de met hem gevangen pen„ nisten wulick en Herft Hoe zeer wij hier ook tragten de„ Stipste nutraliteijt te observeeren tusschen de oorlogende Mogendheeden; en hoe zeer wij hier van ook blijken gegeeven hebben bij het aanweezen alhier in d' maand Augustus van de Engelsche vloot, onder de ordre van den Admiraal Edward Hugussa hoe zeer wij door dagelijksche bewijzen van vriendschap en gediens„ tigheijd steeds getragt hebben de Engelschen „3 van onse opregtheijd te overtuijgen, heeft egter den eenvoudigen ontvangst van den opgem missive van den Nabab Haider Alichan, nadeelige zo zoo oog mer„ om te ge¬ „ na deelige presumtien verwekt bij het opperhoofd van weegen de Engelsche Comp:e te Nacer den heer John Hudleston„ Naauwlijks hadt hij dog door wie is ons onbekend, tijding gekreegen dat wij een brief van Huider Ali ontvangen en daar op besloten hadden, om gecommitteerdens aan hem af te zenden, off hij vond aanstonds goed aan ons Een brief te schrijven, waar bij hij uijt naam van de Engelsche Comp:e en het secreet committe van het fort I:s George te madras, aan ons verscheijde vraagen deed, zoo met opzigt tot dien missive als met relatie tot de besluij¬ ten daar op genomen. Gelijk uwe Hoog Edelheedens nader gelieven te zien bij onse secreete Resolutie van den 20 December waar bij zynen brief is geinsereerd wij hier over delibereerende begreepen wel dat wij niet verpligt waren op dien brief te antwoorden, uijt hoofde wij van onse Cor„ respondentien met Jnlandsche vorsten aan niemand opening hoeven te geeven, als aan uwe Hoog Edelheedens dan wij merkten teffens aan dat zodanig Een wijg ring
English
in the present case could not fail to arouse detrimental suspicions among the English, and that it was therefore better, especially since the Nabab's letter and the decisions taken upon it by us contained nothing that needed to be kept secret, to give disclosure of it for this once to the aforesaid Chief of the English at Naoer, in order thereby to remove all reasons for suspicion from the Government of Madraspatnam, as to whether we might sometimes have decided something to the detriment of their Company. And in accordance with these considerations, we subsequently deemed it proper to answer in the affirmative the question posed by the said Chief as to whether we had recently received a letter from the Nabab Haider Alichan; but at the same time to mention that it was an absolute untruth that, as was advanced by him, we were demanded therein to recognize him as Nabab of Carnatica, as well as to prepare ammunition and war supplies for his service: but that, on the contrary, the only thing the said general had demanded of us consisted of a request not to assist his enemies during the present war and to send an emissary from here to him. This having subsequently been communicated to him, we added, in accordance with the further decisions of that day, that we, having resolved upon this matter, would soon send one or two members from our council (though not in the capacity of Ambassadors, as had wrongly been reported to him) but indeed as deputies from here to Haider Alichan, in order to learn what matters His Highness might have to propose. And although we might herewith have considered the letter of Mr. Hudleston fully answered, we nevertheless thought it good, in order to remove all doubt from both the Government of Madras and him, to assure him moreover that during the present war between the warring parties we would observe the strictest neutrality until such time as our superiors might come to order otherwise. And since this has since been done by letter of 21 December, we trust that Your High Excellencies will be pleased to be satisfied with this our answer, as well as with that which we gave to his letter of 18 December containing a reclamation of some Sepoys who were said to have deserted from Naoer to here; although we politely declined this urgent request of his, because we were not obliged to grant that request either by cartel or custom, and moreover it was not known to us that we had enlisted any English Sepoys: as appears further from our Secret Resolution of 20 December, to which we respectfully refer. However much we might conclude from the letter written to us by the Nabab Haider Alichan, and from his conduct maintained thus far regarding our trading posts of Sadraspatnam and Palleacatta, where since the invasion of which we have spoken above no hostilities have occurred, that he has not thus far aimed against the Company's possessions on this coast; we were nevertheless warned by a certain letter from the merchant Blaaukamer written on 31 October 1780 to the undersigned Governor, to arm ourselves and especially to put this capital place into a state of defense. A certain English gentleman, he says (who had expressed to him having much affection for our nation), had made this known to him in a special visit which he paid him for that purpose, pointing out further that in his opinion there would be no readier means for this than the summoning of sufficient troops from elsewhere, and the digging of a moat around the outer city. And since with this warning fully agrees that which a certain French officer in the army of Haider Alichan by the name of Rousseau, whom we all know, had conveyed to Captain-Commandant Gijsbertus Zegelaar through the mouth of a peon of the latter, who was in the army to inquire after some news of Topander, we have begun to defer somewhat more credence to the first news; for the said peon, in the name of the aforesaid French officer, not only warned Captain Zegelaar no longer to stay at night in his garden (standing outside the China gate) or to leave any goods in it, but moreover advised him to send his precious furniture elsewhere, for the reason that the Nabab Haider Alichan was little to be trusted. Furthermore, the said peon added to it in the name of Mr. Rousseau that his master had to inform his good friends of this, and that it would be very good, indeed necessary, to have the moats of the outer city deepened, in order to make them unfordable for the cavalry. This important warning having been made known by Captain Zegelaar to the undersigned Governor, we conferred about it and about what had been advised by the merchant Blaaukamer on 11 December. And since according to the aforesaid warnings, which deserve all the more credence because they are from two distinct persons, this city does not seem to be out of danger of being attacked by a corps of troops of Haider Alichan, we found it necessary to put ourselves into a better posture of defense, and consequently we resolved on 11 December: Firstly, to have the moat of the outer city from the point Hollandia up to Dieursteede deepened three feet deep.
Dutch transcription
201 ring in het presente geval niet zou kunnen na„ laaten nadeelige suspicien te verwekken bij de Engelschen, en dat het derhalven, voor alwijl 'snababs brief, en de besluijten daar op door ons genomen niets inhielden dat behoef„ den te worden gesecreteerd, beter was daar van voor deeze keer opening te geeven aan het voorsz: opperhoofd der Engelschen te Naoer, ten eijnde daar door aan de Madraspatnam„ sche Regeering alle redenen van verdenking, off wij zomtijds iets ten nadeele van haare Comp:e mogten besloten hebben te beneemen En conform deeze bedenkingen von„ den wij vervolgens goed, de vraag door het gemelde opperhoofd gedaan, of wij onlangs een brief ontvangen hadden van den Nabab Haider Alichan affirmatief te beantwoor„ den; dog daar bij teffens aan te haalen dat het eene volstrekte onwaarheijd was, dat daar bij, gelijk door hem geavanceerd was, van ons zou gevorderd weezen om hem voor Nabab van Carnatica te Erkennen, mitsgaders om ammunitie en oorlogs behoeftens tot zijnen dienst ingereedheijd te brengen: dan dat daar en goed i uijt waar pen gree n en tegen het Eenigste wat gemelden veldheer van ons gevorderd hadt, bestond in Een ver„ zoek om zijne vijanden geduurende den pre¬ 7 senten oorlog niet te assisteeren en hem van hier een zendeling toe te zenden Dit hem vervolgens gecommuniceerd E zijnde hebben wij Conform de verdere besluij ten van dien dag en bij gevoegd; dat wij tot dit een en ander besloten hebbende en eerst„ daags Een off Twee Leeden uijt onsen raad (:dog niet in het Caracter van Ambassa„ deurs zoo als men aan hem ten onregten gemeldt hadt:) maar wel als gecommit¬ teerdens van hier na Haider Alichan zouden worden afgezonden, om te verneemen wat zaaken zijn Hoogheid zou hebben voor te stellen En schoon wij hier meede den brief van de heer Hudleston voor volkomen beant¬ woord hadden kunnen houden, vonden wij egter nog goed, zoo om de regeering van Ma„ dras als hem alle twijfeling te beneemen, van hem daar en boven nog te verzekeren dat wij geduurende den presenten oorlog tusschen 205 tusschen de oorlogende partijen de stipste nutraliteijt zouden observeeren tot zoo lang het onse supperieuren anders mogten komen te ordonneeren En dewijl dit een en ander sedert geschied is bij brief van den 21 December, „vertrouwen wij dat uwe Hoog Edel„ heedens met dit ons antwoord zoo wel genoegen zullen gelieven te neemen als met dat het geen wij gegeeven hebben op zijnen brief van den 18. december behel„ zende reclame van Eenige Sipaaijs die van Faoer na herwaarts zouden gedeserteerd zijn; schoon wij deeze zijne instantie beleef„ delijk van de hand geweezen hebben, want wij tot het inwilligen van dat verzoek nog volgens Cartel nog gebruijk verpligt waren, en ons boven dien niet bekend was, dat wij Eenige Engelsche Sipaijs hadden aange„ nomen: zo als dit nader blijkt bij onse Secree„ „te Resolutie van den 20: December; waar aan wij ons met Eerbied refereeren Hoe zeer wij ook uijt den brief door den Nabab Haider Alichan aan ons geschreeven e„ van eerd geschreeven, en uijt zijn gedrag, tot nog toe om„ trent onse Comptoiren Sadraspatnam en Palleacatta gehouden, alwaar sederd den en val waarvan wij hier boven gesprooken hebben, geene vijandelijkheeden gebeurt zijn, zouden mogen opmaaken, dat hij het tot nog toe niet tegen Comp:s bezittingen ter dee„ ser kuste gemunt hadt; zijn wij egter door zeke„ ren brief van den koopman Blaaukamer op den 31. october 1780. aan den ondergetee„ kende Gouverneur geschreeven, gewaarschuwt geworden om ons te wapenen en voornament „lijk deese Hoofdplaats in staat van tegen ƒ weer te brengen zeker Engelsch Heer zegt hij (:die aan hem betuijgd hadt veel har te„ lijkheijd voor onse natie te hebben:) hadt hem dit te kennen gegeeven in Een expres bezoek dat hij hem ten dien eijnde gaf on„ der vertoning verder dat daar toe na zijne gedagten geen gereeder middel zou weezen 1 als het ontbieden van genoegzame troupes van elders, en het delven van Een gragt om de buijten stad En nadien met deeze waarschuwing volkomen, 12 12 Geelvin 403 volkomen over een stemd, die welke zeker frans officier in het leger van Haider Alichan in naame Rousseau welke Comman wij alle kennen, aan den Capitain dant Gijsbertus Zegelaar heeft laaten doen, door den mond van Een pion van den laaste, welke in het leger was om na eenige tijding van Topander te verneemen, hebben wij aan de eerste tijding wat meer der ge„ loof beginnen te defereeren want gemelden Pion heeft uijt naam van den voorsz: Fran„ schen officier, niet alleen den Capitain Ze„ gelaar gewaarschouwt, om zig des nagts niet meer in zijnen tuijn (:bruijten de poort China staande:) te onthouden off 'er eenige goederen in te laaten, maar hem boven dien nog aangeraaden om zijne preticuse meu„ belen naar elders te verzenden, om reeden den Nabab Haider Alichan wijnig te vertrouwen was voorts heeft gemelden Lion er uijt naam van d' heer Rousseau nog bij ge„ voegd, dat zijn Heer hier van zijn goede vrienden a om„ ken e„ t ent en vrienden moest verwittigen, en dat het zeer goed Ia noodzaakelijk weezen zou om de gragten van de buijten stad uijt te laaten diepen, ten eijnde die onwaadbaar te maaken voor de Cavallerij van deeze gewigtige waar schouwing door den Capitain Zegelaar kennis gegee„ ven zijnde aan den ondergeteekende gou„ verneur hebben wij daar over en over het ge„ adviseerden door den koopman Blaauka„ mer geconfereerd op den 11: December En nadien volgens de voorsz: waar¬ schuwingen, die om dat ze van twee bij„ zondere perzoonen zijn, des te meer geloof verdienen deeze stad niet buiten gevaar schijnt te zijn om door een Corps troupes van Haider Alichan geattaqueerd te worden, vonden wij het noodsaakelijk ons in een beter postuur van defensie te stellen en dien volgende, resolveerden wij op den 11. December. S. , om de gragt van de buijten Stad van de Punt Hollandia af tot Dieur„ steede toe, drie voeten diep uijt te laaten diepen
English
deepen 2. to have the earthen parapets of the bastions Bervoerent, Duurstede, and Orange, which were so decayed that the artillery stood entirely exposed, repaired as soon as possible by erecting new earthen parapets covered with green sods. 3. to place a wooden gate on the bridge of the China Gate, in order to protect that gate against an attack by night or unseasonable hours. 4. to have the line and earthen battery on the sea side constructed in the year 1773, which has since decayed, erected again, and subsequently to place there a good number of sepoys alongside some artillerymen with 6 metal cannon pieces of 4 lb balls, in order to be able to protect the city from an unexpected attack from that side; and 5. to enlist, over and above the 250 sepoys already taken into service, another 171 men, in order thereby to bring that corps to 700 men, who are strictly necessary to garrison the most indispensable posts. And since all this has since been executed or put into operation, we trust that Your High Excellencies will be pleased to agree with our aforesaid resolutions, in consideration of the necessity in which we find ourselves to put ourselves into a state of defense. Since or after the taking of the aforesaid resolutions, we received news here from Tranquebar that on the 15th of that month some troops of Haider Ali Khan had fallen upon a village called Tierocoe die, situated scarcely an hour's distance above that place, and had burned everything there. And since one had to deduce with good reason from this that his marauding bands were descending more and more toward the southern places, the undersigned Governor, having considered this, judged it necessary, in order not to be surprised by such a troop whether by day or night, to draw up a certain order according to which everyone would have to conduct themselves in case of an alarm. With which order, which served at our session of 20 December, we hope that Your High Excellencies will also be pleased to agree. We also hope that the arming of our Company's clerks and burghers, together with the further arrangements concerning the aforesaid Company made by us on the aforementioned 20 December, will also merit the approval of Your High Excellencies, as well as the made distribution of the artillerymen across the respective bastions of the city, and the planting of boundary flags on our villages, for reasons more fully stated in our aforesaid resolution of 20 December, to which we take the liberty of referring. After the undersigned Governor had ordered an exact inventory of the entire able-bodied force to be found here, we saw, from a specific note thereof delivered at our meeting of 20 December, that in time of need we could bring into arms no more men, whether whites or blacks, burgher or soldier, than 1406 men. Yet because that force is somewhat too weak properly to cover the walls of the outer city of Nagapatnam in the event of an enemy attack, especially since the curtains between the bastions are far too long to be defended by the bastions alone, we have, in confidence of a favorable approval, resolved to increase the corps of sepoys to 1000 men; provided that the last granted increase of 300 men be revoked as soon as the fear of the arrival of the troops of Haider Ali Khan in these southern regions shall have vanished. In which posture of defense we shall remain until we shall have received an answer from Your High Excellencies to our humble secret letters of 29 July and 15 October 1780, which we look forward to with the utmost longing. We have mentioned briefly above the receipt of a letter from Troelappa, servant of the first signatory of this letter, dispatched by us with a letter and some gifts to the Nawab Haider Ali Khan. After the said servant had informed the undersigned Governor of his arrival at Arcot, and of the handing over of the Company's letter and the gifts to His Highness Haider Ali Khan, which seem to have been received with affection, he further relates that after the handing over of the gifts, the Nawab had directly asked him whether his letter had already been received at Nagapatnam, and whether the commissioners requested therein had already departed, from which we are all the more confirmed in the thoughts we had already formed, that Haider Ali expects from here not natives, but indeed two commissioned European servants of the Company. Furthermore, the said servant requests in the name of His Highness that as soon as French ships might arrive here, that prince be directly informed thereof, and further says that the said prince had threatened that if we should proceed to assist the English from Nagapatnam, Porto Novo, Sadraspatnam, or Pulicat with a small piece of straw—these are his own words—or grant them shelter, we would have to undergo much. A threat truly that causes us no small concern. For if we assist the English from here with arrack and other provisions, we run the danger of being hostilely attacked by Haider Ali Khan. And if we prevent the same, it is likely that we shall very soon become embroiled with the English. In
Dutch transcription
87 2 diepen 2. ) om de aarde borst weeringen 6 van de Punten Bervoerent Duurstede en orange (:die zodanig vervallen waaren, dat'er het geschut ten Eenemaal bloot„ stond:) ten Eersten te laaten herstellen, door het ophaalen van nieuwe aarde borst weeringen met groene zoo den gedekt. 3. , om op de brug van de Poort China, een houte hek te plaatsen, om die poort voor Een aanval bij nagt of ontijden te dekken. 4. , om de in Anno 1773. opgehaalde Linie en aarde batterij aan de Zeehand (welke sedert vervallen is:) weeder te lae¬ ten ophaalen, en er vervolgens Een goed ge„ tal Sipaaijs nevens Eenige artilleris ten met 6. stukjes metaal kanon van 4: lb. bals te plaatsen, ten eijnde de stad van die kant voor Een onverwagten aanval te kun„ nen dekken; en 5. om boven de bereeds in dienst geno„ men 250. Sipaaijs, nog 171. koppen in dienst te neemen, om daar door dat Corps op 700. koppen h u 8 koppen te kunnen brengen, die 'er tot het be„ zetten van de hoognoodzakelykste pos„ ten volstrekt noodig zijn En nadien dit een en ander sedert uijtgevoerd of in het werk gesteld is ver„ trouwen wij, dat uwe Hoog Edelheedens zig met onse voorsz: besluijten, wel zullen gelieven te Conformeeren; uijt aanmerking van de noodzaakelijkheijd waar in wij zijn om ons in staat van defensie te stellen sedert off na het neemen van de voor¬ schreeve besluijten, ontvingen wij hier tij„ e ding van Tranquebaar dat er op den 15. van die maand eenige troupes van Hai„ der Michan in Een dorp Tierocoe die genaamd, pas een uurgaans boven die plaats gelegen gevallen waren en 'er alles verbrand hadden En nadien men hier uijt met grond moest opmaaken dat zijne roofbendens meer en meer na de zuijdelijke plaatzen kwamen afzakken, heeft den ondergeteeken„ de gouverneur (:dit overwogen hebbende:) noodzaakelijk geoordeeld, om niet door zodanigen 283 zodanigen troep het zij bij dagt of nagt over„ vallen te worden, zekere ordre op te stellen waarna zig een ieder in Cas van Alarm zou hebben te gedraagen Met welke ordre die ter onzer sessie van den 20. December gediend heeft, wij hoopen dat uwe Hoog Edelheedens zig ook zullen gelieven te conformeeren ook hoopen wij dat het wapenen van onse Comps Pennisten en burgers, mits„ gaders de verdere schikkingen omtrent de voorsz: Comp:e door ons gemaakt op den voor gewaagden 20. december, almeede de approba„ tie van uwe Hoog Edelheedens verdienen 4 zal, gelijk meede de gedaane verdeeling x van de Arthilleristen, op de Respecti„ ve printen van de stad, en het planten van Limiet-vlaggetjes op onse Dorpen, om reedenen bij onse voorsz: resolutie van den 20. decem„ ber breeder vermeld; waar aan wij de vrij„ heijd neemen ons te gedragen Na dat den ondergeteekende gou„ verneur naauwkeurig hadt laaten opnee„ men de gansche weerbaare magt die al„ hier te vinden was, hebben wij, uijt een daar van or „ d on s van ter onzer bij Een komste van den 20: decom„ ber ingekome specifique notitie gezien dat wij in tijd van nood, niet meer manschappen het zij blanken of Zwarten, Burger off c soldaat, in de wapenen zouden kunnen brengen als. 1406. – man Dan wijl die magt wat te Zwak is om de wallen der Nagapatnamse buij ten Stad bij een vijandelijken aanval be„ hoorlijk te kunnen dekken, voor al daar de gordijnen tusschen de bastions al te lang zijn om van de bolwerken alleen gedefen„ r deerd te kunnen worden hebben mij in vertrouwen van Een gunstige approbatie besloten, om het corps Sipaijs tot 1000 man te augmenteeren: mits de laaste ge E accordeerde vermeerdering van 300. koppen zoo dra weer worde ingetrokken als de vrees voor de komst der troupen van Haider Alichan, naar deeze zuij„ delijke contrijen zal verdweenen weezen In welk postuur van defensie wij zul¬ len blijven, tot mij antwoord van uwe Hoog Edelheedens zullen ontvangen hebben 281 hebben, op onse nedrige Secreete brieven van den 29. Iulij en 15. octob:r 1780. die wij met het uijterste verlangen te gemoet zien We hebben hier boven met een enkeld woord gemeld van den ontvangst van Een brief van Troelappa, Dienaar van den eersten teekenaar deezes, door ons met Een brief en Eenige ge„ schenken aan den Nabab Haider Ali„ chan afgezonden Na dat gemelden Dienaar aan den ondergeteekende gouverneur kennis gegeven hadt van zijn aankomst op Arcadoe, en van het overgeven van Comp. brief en de geschenken aan zijn Hoogheyd Haider Alichan, die met toegenegend heijd schijnen ontvangen te zijn haald hij vervolgens aan dat na het overgeven van de geschenken, den Nabab hem direct hadt gevraagd of zijnen brief op Nagapatnam al ontvangen was, en of de daar bij gevraagde gecommitteerden al vertrokken waren, waar uijt wij des te meer worden bevestigt in de gedagten die wij reeds geformeerd hadden, dat Haider Ali van hier geen inlanders maar lang : zul„ gen maar wel twee gecommitteerde Europesche Dienaaren van de Comp:e verwagt vervolgens verzoekt den gemelden Dienaar uijt naam van zijn Hoogheijd, om zoo dra hier fransche scheepen mogten aan„ komen, om er dien vorst direct kennis van te geeven, en zegt wijders dat gemelden vorst gedreygt hadt bij aldien wij mogten overgaan om van Nagapatnam, Portonovo Ja„ draspatnam, off Paleacatta, de Engel„ schen met Een klijn stukje stroo dit zijn 7 zijne eijge woorden te assisteeren, off hun lijf berging te verleenen wij veel zouden moe„ „ten ondergaan Een bedrijging waarlijk die ons vrij wat bedenking baart want assisteeren wij de Engelschen van hier met arrak en andere leevens mid„ delen, zoo lopen wij gevaar van door Hai„ der Alichan vijandelijk geattaqueerd te werden En beletten wij het zelven, zoo staat het geschaapen, dat wij eerst daags met 75. de Engelschen zullen gebroutleerd raaken In
English
In both of which cases, our factories Sadras and Palleacatta immediately lie in turn to be overwhelmed. Thus we truly do not know what stands for us to do or leave undone in this matter. The more so, because we, or properly speaking the undersigned governor, through a private letter written by merchant Blaaukamer, who is presently at Sadras, to his Honour, has obtained information that the English at Madras are said to have received news from Europe that in the month of June or July 1780, the Parliament of England is said to have declared with unanimous votes all the treaties existing between that crown and our Republic to be null and of no value. Above all because it is furthermore added thereto that it was rumored at Madras that the government there was said to have obtained orders from Europe to immediately take possession of Sadras and Palleacatta upon the receipt of that news. It is indeed true that the English currently have no opportunity for that, since Haider Ali is everywhere so closely on their heels that they can achieve little outside of their strongholds. Yet if it should happen nevertheless that another pitched battle were risked by the English against Haider Ali, as it is said will happen one of these days, and they remained victorious, those places would lie exposed to their violence, of which we trust they would make direct use, if they only thought they had the slightest reason to do so. Then, because we shall try to take as much care for this, as far as it shall depend on us, as will agree with our own safety and the Company's interest, we request your High Honours, with as much emphasis as the weight of the matter demands, to furnish us as quickly as possible with positive orders on how we and our chiefs shall conduct ourselves with respect to the demand of Haider Ali Khan not to assist the English with anything. Wherewith, after having wished Heaven's most salutary blessings upon your High Honours' precious persons and weighty deliberations, we give ourselves the honor to remain with profound respect, Below stood: High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lords and Right Noble Lords. Lower: Your High Honours' humble and very obedient servants. Was signed: R: van Vlissingen, P: I: Dormieux, I: E: G: Hazelman, S: Mossel, P: E: van Halm, I: D: Simons, M:s Stoffenberg, F: W: Bloemi, and I:s Accana. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, the 27th of January 1781. Agreed, R. v. Vlissingen Patria, To His Most Serene Highness and the Highborn Prince and Lord, Willem, by the Grace of God, Prince of Orange and Nassau, Hereditary Stadtholder, Captain, and Admiral General of the United Netherlands, etc., etc., and etc., Supreme Governor General and Supreme Director of the Noble East India Company, Together with The High Noble, Right Honorable Lords Directors commissioned to the Meeting of Seventeen for the Chamber Zeeland. Serene Highborn Prince and Lord, High Noble Right Honorable Lords, The opportunity having presented itself again to offer the Company's papers, according to custom via Ceylon, to your Serene Highness and High Noble Right Honorable Lords, I may be permitted to enclose herein not only the copies of the separate letters written by me and the Council on the 29th of July and 15th of October 1780, as well as on the 27th of this month, to Their High Honours, the Noble High Indian Government at Batavia, but also copies of secret missives which I alone had the honor to dispatch to the Same on the 15th of October of the past year and under today's date; to which, in order not to burden your Serene Highness's and High Noble Right Honorable worthy attention with a duplicate narrative, I take the humble liberty to refer with the utmost veneration. I have the high honor most earnestly to recommend your Serene Highness and your High Noble Right Honorable Lords, together with the state of the Company's weighty interests, into the protection of the Almighty, as well as myself into Their Same high-powerful favor and protection; with sincere testimony that it shall at all times serve as an extraordinary happiness to me to be allowed to call myself with the utmost respect and profound deference, Serene Highborn Prince and Lord, High Noble Right Honorable Lords, Your Serene Highness's and High Noble Right Honorable Lords' Humble and faithful servant, J: Vlissingen Nagapatnam, in the Castle of your Serene Highness and your High Noble Right Honorable Lords, the 27th of January 1781. No: 3. Duplicate Letter of the 4th of December 1780. Sent by the ship the Triton. Zeeland No. 4 Duplicate To the Serene Highborn Prince and Lord Willem, by the Grace of God, Prince of Orange and Nassau, Hereditary Stadtholder, Captain, and Admiral General of the United Netherlands, etc., etc., and etc., Supreme Governor General and Supreme Director of the Noble East India Company. Together with The Right Honorable Lords Directors commissioned to the Meeting of Seventeen for the Chamber Zeeland. Serene Highborn Prince and Lord, High Noble Right Honorable Lords, The ship mentioned in the margin having been designated by Their High Honours as a return vessel,
Dutch transcription
213 In beijde welke gevallen, onse Factorijen Sadras en Palleacatta, al aanstonds aan de beurt leggen om over rompeld te kunnen worden Dus wij waarlijk niet en weeten wat ons in deezen te doen of te laaten staat Te meer, wijl wij of Eijgentlijk den on„ der geteekende gouverneur bij een particulie„ ren brief, door den Koopman Blaaukamer die tans op Sadras is aan zijn Edele ge„ schreeven, narigt erlangd heeft dat de Engel„ schen op Maeras tijding uijt Europa zou„ 6 den ontvangen hebben, dat in de maand Junij off Julij 1780. , het Parlement van Engeland met unanime stemmen zou hebben verklaard alle de Tractaaten tusschen die kroon en onse Republicq existeerende, voor nul en van geener waarde voor al wijl daar bij nog gevoegd is, dat men op Madras debiteerden, dat de Regeering aldaar ordre uijt Europa zou bekomen hebben, om op den ontvangst van die tijding zig aan„ stonds meester te maaken van Sadras en Palleacatta. Het is wel waar, dat de Engelschen daar 2 s aan 1 k daar toe tans geen gelegendheijd hebben, alzoo Haider Ali haar over al zoo naauw op de hielen, zit dat zij buijten haare vastighee den wijnig kunnen uijtvoeren dog zoo het even wel eens gebeurde, dat door de Engelschen nog een veldslag tegen Huider Ali gewaagd wierdt, zoo als gezegt wordt dat eerst daag zal geschieden, en zij overwinnaars bleven zouden die plaatsen voor haar gewelt bloot leggen, waar van wij vertrouwen, dat zij di¬ rect gebruijk zouden maaken, zoo zij maar meenden, er de minste reeden toe te hebben Dan wijl wij daar voor, voor zoo ver het van ons dependeeren zal zooveel zorg zullen zien te dragen, als met onse eyge vijligheijd in Compagnies belang zal over éen stemmen, verzoeken wij uwe Hoog Edelheedens met zoo veel nadruk als het gewigt der zaak verEyscht, om ons zoo spoedig als maar mogelijk is met positive ordres te munieeren, hoe wij ons, en onse opperhoofden zig gedraagen zul„ len, met opzigt tot den Eijsch van Haider Alichan, om de Engelschen nergens meede adsisteeren Waar 213 waar meede na 's Hemels Heilreijk„ ste zegeningen gewenscht te hebben, over uwe Hoog Edelheedens dierbaare per„ soonen en gewigtige Deliberatien wij ons de Eere geven met diep ontzag te blijven /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agt„ baare wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren. /lager:/ uwe Hoog 1 Edelheedens ootmoedige en zeer Gehoor„ saame Dienaaren /:was geteekend:/ R: van vlissingen P: I: Dormicux: I: E: G: Hazelman, S: Mossel, P: E: van Halm, I: D: Simons, M:s Stoffen„ berg, F: W: Bloemi, en I:s Acca„ „na, /:in margine:/ Nagapatnam In 't Casteel den 27:' Januarij 1781. Accordeerd B v: Alssingen zoo ge C l. 217 45 Patria, Aan sijn Doorlugtigste Hoogheijd, en Den Hoog gebooren Vorst, en Heere, Willem Bij de gratie gods Prince van Orange en Nas„ Sauw, Erfstadhouder, Capitain, en Admiraal Generaal der verEenigde Nederlanden etc:a etc:a &tc:a opper gouverneur Generaal en opper bewindhebber van de Edele oost Indische Maatscha ij, Benevens De Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van Seventhienen gecom„ mitteerd ter kamer Zeeland, Voorlugtige Hoog gebooren vorst en Heere, Hoog Edele Hoog Agtbare Geeren„ De gelegendheijd zig weder opgedaan Secreet hebbende hebbende om 's Comp„s papieren, volgens gewoonte over Ceijlon aan uwe Door„ lugtige Hoogheijd, en Hoog Edele Hoog Agtbare aantebieden, zoo zij mij ge oorloofd hier in te sluijten, niet alleen de afschriften van de apparte Letteren, die door mij en den Raad op den 29. ' Julij en 15. ' October 1780, mitsg=s op den 27.' deeser aan Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia geschreeven zijn, maar ook Copia secreete missives, welke ik alleenig de eere hadde op den 15. ' October anno pass:o, en onder heedigen datum aan Hoogst Deselve aftevaardigen waar aan ik de nedrige vrijheijd neem¬ om uwe Doorlugtige Hoogheijd, en Hoog 218 Hoog Edele Hoog Agtbare waardige attentie met een dubbeld verhaal niet te vermoeijelijken, mij met de uijterste vene„ ratie te gedragen. Ik heb de hooge eere uw Doorlugtige Hoogheijd en uw Hoog Edele Hoog Agtbare nevens den Staat van 'S Compagnies Zwaarwigtige belangens in de bescherming des Allerhoogsten, mitsgaders mij in Hoogst Derselver veel„ vermogende gunst en protexie of het kragtigst aan tebeveelen; onder sinceere betuijging dat mij ten allen tijde tot een sonder baare geluk strekken zal, mij met de uijtter„ ste Eerbied, en diep ontsag te mogen noemen noemen Doorlugtige Hoog ge„ booren Vorst en Heere, Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren, Nagapatnam In het Casteel van Uw Doorlugtige Hoogheijd en uw Hoog Edele Hoog Agtbare den 27. ' Januarij Ot Doorlugtige 1781. Hoogheijd, en Hoog Edele Hoog Agtbarens Ootmoedige en getrouwe No. Zienaar, J: Vlessingen 221 No: 3. voor Duplicaat Briev van den 4=e xber 1780. P:r het schip de Triton afgezonden Zeeland gG g Vrouwe 77 No. 4 O 283 Duplicaat caal verlugtigen Hoog Gebooren Vorsten Heere Willem, der gratie Gods, Prince van orange, en ssauw Erf staahouder Capitain, en Admiraal Ge„ „aal der vereenigde Nederlanden &a & a &=ra 's oppergouverneur Generaal, en opperbewind heb¬ van de Edele oost= Indische Maatschappij. Beneevens Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen ter ver„ dering van seeventhienen, Gecommitteerd ter P Camer Zeeland— oorlugtig Hoog Gebooren vorst en Heere. Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren. „t in margine gemelde schip door Hunne Hoog elheedens geprojecteerd zijnde, tot een retour„ bodem No 4
English
383 Duplicate Netherlands To the Illustrious High-Born Prince and Lord! Willem, By the grace of God, Prince of Orange and Nassau, Hereditary Stadtholder, Captain and Admiral General of the United Netherlands, etc., etc., etc., as Supreme Governor General and Supreme Director of the Noble East India Company. Together with The Noble, Highly Esteemed Gentlemen Directors of the Assembly of Seventeen, Commissioned to the Chamber of Zeeland. Illustrious High-Born Prince and Lord. Right Noble, Highly Esteemed Gentlemen. Per the Triton. The ship mentioned in the margin having been projected by their Right Honors as a return vessel No. 4 that we, pursuant to the esteemed order of the Right Noble Gentlemen Directors aforesaid, have removed from the said vessel 35 military personnel, or, except for ten, all those who were on board. Their Right Honors have sent to us, along with their esteemed dispatch of 30 April 1780, an extract of the homeland dispatch of 23 April 1719, accompanied by an extract from the resolutions of the Assembly of the Gentlemen Seventeen, adopted in Amsterdam on 12 April prior; and we shall, as usual, answer the first in the margin when rendering our forthcoming general report in the month of January; and send a copy of the other to Jaggernaikpoeram so that there, on board the bearer of this, it may be published for the information of the ship's 227 officers. In the meantime, we present to Your Right Noble High Mightinesses among the enclosures to this our requisition for equipment goods and further necessities for the year 1782, with humble petition that you be pleased to have the same fully supplied with the outgoing Bengal ships. It would be agreeable to us if we could add here, as we are otherwise accustomed to do yearly: our autumn reports to Batavia; however, the late arrival of the ship Hoorn, which only arrived here on the 1st of this month, and the departure of the bearer of this shortly to follow thereupon, have rendered us unable to have our aforementioned reports ready so early; so that we shall only be able to present them to those High Authorities in the month of January. And until then we also request permission to postpone rendering any report regarding the collection or the trade, because, prior to the arrival of all the papers pertaining thereto, we cannot speak with full certainty of the one or the other. In the meantime, however, we fear with very good reason that both the collection and the trade of this year will make no favorable appearance. At least the invasion of the general Haider Alichan into these lower Carnatic lands causes us to be not without great apprehension regarding this; and no wonder, since his bands of plunderers overrun and lay waste to the entire country from Portonovo all the way to Madras. 283 Madras. As a result of which, not only have all trades and businesses in the aforementioned regions come to a complete standstill since the end of the month of July, but most of the inhabitants in the countryside have fled to Madraspatnam, Pulicat, or Sadras, in order, by abandoning their property, at least to save their lives; which has caused a great deal of inconvenience, particularly in the two last-mentioned places, especially because our chiefs there are very apprehensive that they might sometimes suffer the same fate that has befallen Portonovo. Which place was, on 22 July last, overwhelmed and plundered by a detachment of cavalry, estimated at 4 to 5000 men strong, belonging to the army of the aforementioned Nawab Haider Haider Alichan, together with our lodge and that of the Danes. However, how great the damage is that the Company has suffered thereby, we cannot yet determine. Yet we fear that it will be considerable, because we have received private news that the goods stolen from our lodge were allegedly loaded upon seventeen camels. With these, and with the goods stolen from the Danish lodge and those of the prominent inhabitants, they withdrew that same evening, around nine o'clock, back toward the remaining part of their detachment, which was then encamped just past Wannarpalium (a village situated just outside Portonovo), carrying off as prisoners our Resident Topander, together with the clerks Wullick and Herft, the Danish 231 Resident Harrop, and several natives; after they had first set fire to several houses, including those of two Company merchants. What has now further become of the aforementioned prisoners, we have not, as of yet, learned anything with certainty. However, since we demanded their release by dispatch of 8 August last on the grounds that they, as servants of the Dutch Company, could by no means be considered to be subjects of the Nawab Mahomet Alichan, against whose lands Haider Ali is actually aiming, we expect news from them within a few days. And we hope, from the reply that Haider Ali will give to this our letter, to discover further what designs he has framed with regard to the Company's possessions.
Dutch transcription
383 Puplicaat Nederland Aan Den Doorlugtigen Hoog Gebooren Vorsten Heere! Willem, Bij der gratie Gods, Prince van orange, en Nassauw Erf stadhouder Capitain, en Admiraal Ge„ neraal der vereenigde Nederlanden &a &ca &a. als oppergouverneur Generaal, en opperbewind heb¬ ber van de Edele oost=-Indische Maatschappij. Beneevens De Edele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen ter ver„ gadering van Seeventhienen, Gecommitteerd ter Kamer Zeeland Doorlugtig Hoog Gebooren vorst en Heere. Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren. P=r de Friton Het in margine gemelde schip door Hunne Hoog Edelheedens geprojecteerd zijnde, tot een retour„ bodem No 4 „der, dat wij ingevolge het geeerde aanschrij „ven, van de Hoog Edele Heeren Bewind„ hebberen voornoemd, van gemelden bodem geligt hebben 35. Stuks militairen, of op tien na, al de geene die zig aan boord be„ vanden hebben. Hunne Hoog Edelheedens hebben ons nevens Hoog derzelver geeerde missive van den 30. April 1780. toegezonden, een Extract Patriasche missive van den 23. April 1719. , verzeld van een Ef„ tract uijt de Resolutien van de vergadering der Heeren Zeventhienen, genoomen binnen Amsterdam op den 12. April bevoorens: En wij zullen na gewoonte het eerste in margine beantwoorden bij het doen van ons aanstaande generaal verslag in de man Januarij; en een Exemplaar van het anders na Jaggernaikpberam zenden om aldaar, aan boord van brenger deezes, tot narigt b scheeps 227 scheeps der overheeden te kunnen worden gepubliceerd. Inmiddens bieden wij uwe Hoog Edele Hoog Agtbaare onder de bij„ laagen deezes aan onzen Eijsch van Equi¬ pagie goederen en verdere benoodigdheeden voor den Jaare 1782. , met nedrige mn„ stantie, om denzelven Compleet te wil„ len laaten voldoen, met de uijtkomende Bengaalsche Scheepen. Aangenaam zou het ons weezen, zoo wij hier konden bijvoegen, gelijk wij anders Jaarlijks gewoon zijn te doen:) onze najaarsche advijsen na Batavia; Dan de laate aankomst van het schip Hoorn, die eerst op den 1e deezer alhier is gearriveerd en het kort daar op te volgen vertrek van brenger deezes, heb„ „ben ons buijten staat gesteld, onze voor„ schreeve advisen, zoo vroegtijdig in gereed„ reid „heid te brengen; dus wij die Hoogdenlen eerst zullen kunnen aanbieden in de maand Januarij En tot zoo lange verzoeken wij ook verlof te mogen uijtstellen, het doen van eenig verslag nopens den inzaam, of den handel, uijt hoofde wij, voor het inko„ men van alle de daar toe behoorende pa„ pieren, met geen volkome zekerheid van het een of ander spreeken kunnen. Inmiddens egter vreesen wij met zeer veel reede, dat zoo wel den inzaam als den han„ del van dit Jaar, geen favorable vertoo„ „ning maaken zal. Ten minsten den inval van den veld„ heer Haider Alichan in deeze Carnatica„ sche beneeden landen, doet ons hier voor miet regt bedugt zijn; En geen wonder wijl zijne roofbendens, het gansche land van Portonovo af tot Madras. 283 Madras toe afloopen en verwesten. waar door niet alleen, sedert het laast van de maand Iulij, alle neeringen en handteeringen, in de voors=z Conterijen stak stil gestaan heb„ ben, maar de meeste opgezetenen ten platten lande, zijn na Madraspatnam, Pallea„ catta of Sadras gevlugt; om met ver„ laating van hun goed ten minsten hun le„ ven te redden:— Dat, vooral, op de twee laastgemelde plaatschen vrij wat ongelegendheid verwekt heeft, vooral wijl onze opperhoofden aldaar zeer bedugt zijn, dat hun somteids treffen zal het eijge tot dat Portonovo is te beurt gevallen. welke plaats op den 22. Iulij Jongst„ „leeden, door een detachement Cavallareij, sterk na gissing 4. â 5000. man, behoorende tot de Armee van den opgemelden Nabab Haider. der as Naider Alichan overrompeld en uijtgeplun„ „derd geworden is, nevens onze Loge, en die van de Deenen, Dan hoe groot de Schaade is, die de Maatschappij daar bij geleeden heeft, kun„ „nen wij nog niet bepaalen. — Maar wij vreezen egter dat ze aan„ merkelijk weezen zal, uijt hoofde wij van particuliere tijding bekomen hebben dat de uijt onze Loge geroofde goederen zouden gelaaden geweest zijn op zeeventhien kameelen. Hier meede en met de geroofde goederen uijt de Deensche Loge, en die van de voornaam„ ste ingezetenen zijn zij nog dien eijgen aaond Circa neegen uuren na het overig gedeelte van hun detachement, dat toen even voor bij wannarpalium (een dorp pas buiten Pon„ tonovo geleegen) gecampeerd lag, te rug getrokken, onzen Resident Topander, nevens de Pennisten Wullick en Herft; den Pien„ schen 231 schen Resident Harrop, en verscheijde inlam„ „ders gevangkelijk meede voerende; na dat zij voor af verscheijde huijzen en daar onder die van twee Comp:s kooplieden hadden in den brand gestoken. Wat er nu verder van de voorsz Te„ „vangenen geworden is, hier van hebben wij tot nog toe, niets met zekerheijt vernomen. Dan wijl wij hun bij missive van den 8=e. Aug=s Jongstleeden gereclameerd hebben op funda„ ment dat zij als Dienaaren van de Holland„ sche Compagnie geenzins konden worden gecon„ sidereert te zijn onderdaanen van den Nabab mahomet Alichan, op wiens landen het Naider Ali eijgentlijk gemunt heeft, ver„ wagten wij binnen wijnig dagen van hun narigt= E En wij hoopen, uijt het antwoord, dat Hai„ der Ali, op dit ons schrijven geven zal, nader te ondekken, wat hij voor voornemens ge„ smeet heeft, met opzigt tot Compagnies be„ Zittings Een
English
possessions on this coast. Meanwhile, the incident at Portonovo has taught us to be prudent, and we have most earnestly recommended the same to the chiefs of Palleacatta and Sadraspatnam, which places would certainly suffer the first blow, with instructions to secure in time, if necessary, all the Company's money, along with the merchandise and other prominent assets, in the vessels which we have ordered them to keep ready for that purpose, in order that, in the unexpected event of a surrender of their post, which God forbid, the damage may be made as slight as possible. This much we have deemed necessary to report to your Right Honorable Worships concerning the invasion made by Haider Ali into these Carnatic lowlands. What consequences it will have, time must teach us. Should it, contrary to expectations, be aimed at us as well, we are resolved, as far as our small power will permit, to defend ourselves well, upon which your Right Honorable Worships can safely rely. We have properly disposed of the delivered cargo of the bearer of this dispatch; and, at the request of the skipper and the chief surgeon of the said vessel, we have had supplied for the service of that ship the necessary equipment goods and medicines, which we hope your Right Honorable Worships will be pleased to approve. Likewise, we have had the said vessel properly inspected, fitted out, and caulked, both inside and outside the hull; And subsequently had loaded into her 1278 packs of various linens, collected upon this and the previous year's requisitions for the homeland, amounting together with the dunnage to f 690921. 11. -; with which we now dispatch her, in accordance with the standing and recently renewed orders of Their High Mightinesses, under our cover letters to Jaggernaikpoeram, in order to be able to turn her prow toward Europe from there on the 8th of October next or on the appointed date with a full cargo of linen packs; as we firmly trust will happen, on the grounds that enough packs are on hand there. In loading the said vessel, we have again caused to be observed here the recently received order on the distribution of the linens, allotting 2/3 of each sort to the Amsterdam Chamber and 1/3 to the Zeeland Chamber (for which both chambers this ship is consigned by Their High Mightinesses); and have caused the packs for the first-named chamber to be marked with the letter A, and those for the other with the letter Z. We have also instructed the Jaggernaikpoeram chiefs to observe this as well there in the further loading of the said vessel; which we trust will continue her voyage from there to the beloved fatherland with a very considerable cargo. Out of a total of 72 packs of various rumals from Jaggernaikpoeram collected on the requisition of the past year, we have been able to accept upon re-sorting here only 26 packs, which have been loaded among the return cargo of the bearer of this dispatch. The remaining 46 packs, which were inspected here piece by piece, we found to be so poor in color and loose of weave that they could in no way be accepted. And consequently, we resolved on the 8th of July last to have the aforesaid 46 packs of rejected cloth sold here at public auction for the prevailing price, in order to dispose further thereof after receipt of the proceeds. This having since occurred, we have seen from the return of proceeds submitted thereof at our session of the 26th of July that upon the purchase cost of the aforesaid 46 packs of rumals a very substantial sum of f 14063:8:8 was lost, calculating barely 44 1/4 percent; Which loss we have provisionally deemed fit to have made good for 2/3 part by the retired chief Baans and for 1/3 part by the retired second-in-command De Neijs; while for the rest we have left the formal decision on this matter to the pleasure of Their High Mightinesses, to whom we shall write in detail about this in the month of October next, also demonstrating the utility of re-sorting, without which the aforesaid 46 packs of defective linens would certainly have been sent to the Netherlands as good returns. The merchant and former fiscal of this principal place, Martinus Koning, having in the past year favorably obtained from Their High Mightinesses his discharge to the Netherlands, with preservation of rank, pay, and baggage, we have now permitted him to depart thither with the bearer of this dispatch, together with his four children, named Martinus Koning, Pieter Koning, Johana Everharda Koning, and Anna Petronella Koning, without payment of any passage or board money for the same, and that in conformity with the license obtained for that purpose from Their High Mightinesses by their highly esteemed missive of the 27th of April 1719. Likewise, at the request of her father, but subject to payment of the established passage and board money, we have granted the young daughter of the Sadraspatnam chief De Neijs, named Alletta Wilhelmina, aged 3 1/2 years, passage on the above-mentioned vessel to the Cape, for the purpose of receiving a good education. Besides the aforesaid passengers, we have also discharged to the Netherlands with the bearer of this dispatch, with preservation of their currently earned pay, the following persons, namely: The bombardier Jochem Turs, The gunners Gerrit Janse Ligthart and Nicolaas vander Boom, along with the soldiers Claas Hendrik Venleman, Carsten Timmerman, Jan Douwe, Jurgen Johannes, Jacobus Rinout, and Martinus Siboet, on the grounds that, all having properly served out their contracted time, they were disinclined to enter into a new contract. Because
Dutch transcription
zittingen ter deeser kuste. Ondertusschen heeft het geval van Portonovo ons geleerd voorzigtig te zijn en dit hebben wij ook de opperhoofden van Palleacatta en Sadraspatnam, welke plaatschen zekerlijk den eersten aanstoot zou den lijden, op het allevernstigste gerecomma deert onder aanschrijving om des noods, al het geld van de Comp:, neevens de koopman schappen, en de verdere voornaame effecten, bij teijds te bergen in de vaartuijgen die wij hun daar toe gelast hebben aantehouden ten eijnde, bij een onverhoopte overgaave van hun Comptoir, dat God verhoede, de scha„ de zoo gering te maaken als mogelijk zij. Dus veel hebben wij noodzaake lijk geoordeelt uwe Hoog Edele Hoog Agtbaare te moeten melden van den in„ val door Haider Ali gedaan in deeze Carna 233 Carnaticasche beneden landen. Wat geval„ gen dezelve hebben zal, moet den tijd ons leeven. — Dan zoo het onverhoopt ook op ons mogt gemunt weezen, zijn wij Gerezol„ veerd, voor zoo ver het onze geringe magt zal toelaaten, ons wel te defendeeren. waar op uwe Hoog Edele Hoog Agtb: zig gerustelijk kunnen verlaaten. —. Op de uijtgeleeverde laading van brenger deezes hebben wij na behooren gedisponeerd; mitsgaders op verzoek van den schipper en den oppermeester van gedagten boodem, ten dien„ ste van dat schip laaten verstrekken de benoodigde equipagie goederen en medicamen„ ten; het geen wij hoopen dat uwe Hoog Edele Hoog Agtb: zullen gelieven goet te keuren. — Desgelijks hebben wij gemelden bodem zoo wel binnen als buijten boord na behooren laaten: laaten voorzien en Calfaaten; En hem vervolgens laaten ingeven 1278. pakken diverse Lijwaaten, op deezen en voor„ jaarige Eisschen Pro Patria ingezame te zamen met de onderlaag bedraagende ƒ690921. 11. -. waarmeede wij hen tans, in gera„ „ge de daar toe leggende en Jongst weder Gere„ „noveerde ordres van Hunne Hoog Edelhee„ dens, onder onze geleijde letteren na Jagger„ naikpoeram depecheeren om van daar, op de 8. October aanstaande of den bepaalden zul„ „dag met een volle laading lywaatpak„ „ken den steven na Europa te kunnen wenden; zoo als wij vastelijk vertrouwen dat geschieden zal, uijt hoofde daar toe ^ aan ginder Pakken genoeg ^ handen zijn. — Bij het belaaden van gemelden bo„ dem, hebben wij hier wederom doen obser„ veeren, de Jongst gerecipieerde ordre op de ver 236 verdeeling der lijwaaten met van elke soort /3. de kamer Amsterdam en 1/3. de kamer Zeeland, /: voor welke beijde kamers, dit schip door Hunne Hoog Edelheedens geconsig„ neerd is:) toe te deelen; en de pakken voor de eerstgem: kamer met de letter A:; en die voor de andere met de letter 3: doen merken Ook hebben wij de Jaggernaikj oeramsche opperhoofden aangeschreeven om dit een en ander ginder meede te observeeren bij het verder be„ laaden van gemelden bodem; die wij vertrou„ wen dat met een zeer aan zzienlijk Carguasoen zijne reijse van daar na het lieve vaderland zal voortzetten. Uijt een getal van 72. pakken roemaals diverse van Jaggernaikpoeram op den Eijsch van Anno passato ingezameld, hebben wij bij her Cortatie alhier slegts kunnen Accepteeren 26. pakken die onder de retouren van brenger deezes zijn afgelaaden. — s De overige 46. pakken, die alhier van stuk tot stuk zyn nagezien, bevonden wij zoo slegt van kleur en eijl van ge„ weef te weezen dat die in geenen deelen houden worden geaccepteerd. — En dienvolgende beslooten wij op den 8. Julij Jongstleeden om de voorsz: 46. pak„ ken uijtgeschote doeken alhier per publicque vendutie voor het geldende te laaten verkoopen, om er na het inkomen van dies Rendement na„ der op te kunnen disponeeren. — Dit zeedert geschied zijnde hebben wij uijt het daar van ter onzer sessie van den 26. Iulij ingediend Rendement gezien dat op het inkoops kostende van de voorschreeve 46. pakken roemaals verlooren geworden was een zeer important bedraagen van ƒ14063:8:8: berekenende 44¼. percent schaars; Welk verlies wij bij Proviesie goed gevonde hebben 237 hebben, door het afgegaan opperhoofd Baans voor 2/3. en door den afgegaanen Secunde De Neijs voor 1/3. gedeelte ten doen vergoeden; Terwijl wij voor het overige de formeele dispositie op dit stuk overgelaaten hebben aan het welbehaagen van Hunne Hoog Edelheedens, die wij daar over breedvoerig schrijven zullen in de maand October Aanstaande; onder vertooning teffens van het nut der hercortatie; buijten het welke de voorsz: 46. pakken ondeugende Lijwaaten, Zeker„ lijk voor goede retouren na Nederland zoude ge„ zonden zijn; ~ Den koopman en geweesen Fiscaal deezer hoofdplaatsche Martinus Koning in A:o pass=o van Hunne Hoog Edelheedens gunstelijk geas„ tineerd hebbende hakbome desselfs verlossing na Nederland, met behoud van qualiteit gage, en bagagie; hebben wij tans gepermitteerd met bren„ vonder hebben. 1 ger deeses derwaarts te mooge vertrekken, nevens zijne vier kinderen, in naamen Martinus Koning, Pieter Koning, Iohana Everharda Koning, en Anna Petronella Koning, zonder betaaling van eenig Transport of kost„ geld voor dezelve, en zulk Conform de daartoe verkreege licentie van Hunne Hoog Ede„ heedens, bij zeer geeerde missive van den 27. April 1719. — Des gelijks hebben wij aan het dog„ tortje van het Sadraspatnams opperhoofd de Neijs, Alletta Wilhelmina genaamd, ous 32 Jaar, op verzoek van haaren vader dog on„ der betaaling van het daartoe staande transport on kostgeld, met den opgemelden bodem passagie na de Caab verleent, ter erlanging van eene goede Peducatie. — Behalven de voorsz Passagiers hebben wij 1 238 wij nog met brenger deezes, met behoud van hunne tans winnende gage na Nederland verlost de volgende persoonen namentlijk Den Bombardier Jochem Turs De Camneniers Gerrit Janse Ligthart, en Nicolaas vander boom neevens de soldaaten Claas Hendrik Venleman Carsten Timmerman, Jan Douwe, Jurgen Iohannes, Jacobus Rinout, en Martinus Siboet, uijt hoofde zij alle hunnen verbonden tijd behoorlijk hebbende uijtgediend, tot het aangaan van een nieuw verband ongenegen waaren Dewijl neve ens ebben La ij
English
Since the second mate of the bearer of this, Andries Christiaan Stuur, is unable through illness to undertake the further voyage, we have, upon the favorable recommendation of the skipper, appointed in his place as second mate his senior third watch Jacobus Hermanus De Later, and furthermore made such promotion among the remaining officers as appears in more detail from the accompanying extract from our Resolutions of 19. Aug:s last; to which, in order to avoid prolixity, we respectfully refer. Apart from this little, no matters having occurred to us that ought to be reported herein, we take the liberty for the remainder, besides the papers placed in the skipper's hands for his guidance, to offer further to your Right Honorable Worships according to yearly custom: A catalogue of the medicines provided at Batavia to the bearer of this, of which that consumed on the voyage hither has been properly deducted here. A declaration from the skipper Godlieb Mulder concerning what was furnished to the said vessel for the homeward voyage, and Invoice of the piece goods collected both here and at the other factories of the Company on this coast, upon these and previous years' demands, as well as laden in the bearer; the same consisting, along with the dunnage, of the following piece goods and merchandise, namely: For Amsterdam 794. packs to be carried forward . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 375257. 16. —. 13. packs bethilles orizaals bleached . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 7767. 8. 8. 1. pack bethilles bleached with flowers . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 1062. 7. —. 14. packs chelassen checked diverse . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 8784. 10. 8. 4. packs handkerchiefs superfine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 5504. 6. —. 3. packs ditto ordinary red . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 1602. 13. 8. 12. packs roomaals sestergantij . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 12929. 9. —. 4. packs ditto d' Esta . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 4329. 14. —. 40. packs ditto checked diverse . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 33599. 9. 8. ditto fine broad bleached . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 5430. —. 8. 16. packs salempores common unbleached . . . . . . . . . . . . . . . . „ 5043. 10. 8. 9. packs ditto bleached of 18. poetjangs . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 4420. 3. —. 115. packs ditto common bleached . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 39284. 3. —. 49. packs ditto fine bleached . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 30389. 2. 8. 41. packs ditto bleached of 9: Caal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 21964. 1. 8. 15. packs ditto ditto Company's old assortment . . . . . . . . . . . . . „ 7800. 2. —. 2. packs ditto brown blue . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 952. 17. —. 1. pack moeries fine white . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 1583. 5. 8. 361. packs ditto common bleached . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 140612. 10. —. 19. packs ditto brown blue . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 11301. 4. —. 18. packs ditto fine bleached . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 10849. 16. 8. 10. packs ditto brown blue . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 4961. 6. 8. 2. packs baftas woven bleached . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 738. 9. —. 40. packs Guineas common unbleached . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 14342. 6. 8. 794. packs brought forward . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 37257: 6 — — 5. packs bethilles fine Swalle bleached . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 2907. 8. —. 2. packs ditto coarse broad . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 1522. 13. —. 4. packs ditto ijlas bleached Indian assortment . . . . . . . . . . . . „ 2108. 4. —. 1. pack ditto Ternatanes according to a pattern sample . . . . . . „ 275: 16. —. 17. packs ditto bleached . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 9579. 14. —. 10. packs ditto sistergantij . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 9801. 7. 8. 8. packs ditto Callawapoe . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 7356. 3. —. 4. packs ditto allegia . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 3040. 16. —. 3. packs chintzes fine painted . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 7742. 2. —. 5. packs cotton yarn fine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 4509. 14. 8. 853. packs diverse piece goods and cotton yarn amount to . . . ƒ 426501. 14. —. 200000 lb: pepper black . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 27532. 1. 8. 100000 lb: coffee beans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 9567. 12. —. 30000 lb: sappanwood Bima . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 769. 9. —. 200000 lb: or 3 7/3. troughs river or ballast stones . . . . . . . . „ 441. 3. —. 100957. lb: caliatour wood . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 3871. 7: — ƒ 468763. 11. 8. For Zeeland 21. packs Guineas common unbleached . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 7804. 2. —. 24. packs ditto fine bleached . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 15363. —. —. 20. packs ditto bleached of 9. Caal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 10778. 14. 8. 10. packs ditto ditto Company's old assortment . . . . . . . . . . . . „ 5158. 1. —. 180. packs ditto common bleached . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 70645. 12. —. 10. packs ditto brown blue . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 5996. 6. 8. 265. packs to be carried forward . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 15737: 16 — ƒ 6763. 1. 8
Dutch transcription
Deweijl den ondersturman von brengen deeses An„ dries Christiaan Stuur door ziekte buijten staat is, tot het doen der verdere reijze, heb„ ben wij op den favorablen voordragt van den schipper in zijne plaatsche tot onderstuurman aangesteld, zijnen oudsten Verdewaak Jacobus Hermanus De Later, en voorts onder de overige officieren zin danig eene bevordering gedaan, als uijt het nevens gaande Pƒ t E Extract uijt onze Resolutien van den 19. Aug:s Laastleeden naden blijkt; waar aan wij ons, ter vermijding van lang wijlige heeden reverentelijk gedraagen. Buijten dit wijnige ons geen zaaken voorgekoomen zijnde welke in deesen dienden te worden gemeld, neemen wij voor het von de vryheid, om behalven de Papieren den schipper tot zijn nanigt verhond gesteld, uw Hoog Edele Hoog Agtb: na Jaarlijksche ge„ woonte nog aan te bieden. — 6 Een cattalogus van de medicamenten op batavia aan brenger deezes verstokt; waar van het verbruijtete op de herwaarts reijze alhier behoolijk gesluppe Een verklaaring van den schipper Jodlieb Mulder, wegens het verstrekte aan gemelden bodem voor de thuijs reijze, en Factuur van de lijwaaten, zoo hier als op de overige factorijen vande Comp: ter deezer kuste, op deeze en voorijaarige Eijsschen ingeze 7 meld: is. — 41 26 Voor Amsterdam meld, mitsgader inbronger ers afgelaad; bestande bezelven met de on„ derlaag in de volgende lijwaaten en goederen; als:— 1:„ 794. pakken Die Transporteere. . . - - - - - ƒ 375257. 16. —. ingezo meld: 13. „ bethilles otizaals Gebl:. . . . - - . . „ 7767. 8. 8. 1. „ Bethilles gebl: met bloemen. . - -. . „ 1062. 7. —. 14. „ Chelassen geruijte diverse - - - - - - - „ 8784. 10. 8. 4. „ neusdoeken supra fijne - - - - - - - - - „ 5504. 6. —. 3. „ d:o ordinaire roode. - - - - - - - - - „ 1602. 13. 8: 12. „ Roomaals sestergantij. . . . . . . . „12929. 9. —. 4. „ d:o d' Esta - - - - - - - . . „ 4329. 14. —. 40. „ d:o geruijte diverse. . . . . . . . „ 33599. 9. 8. _:o fijn breede gebleekte - - - - - - - „ 5430. —. 8. 16. „ salemp:s Gem: ruw - . . . . . . - „ 5043. 10. 8. 9. „ d:o gblt: de 18. poetjangs - - - . . . „ 4420. 3. —. 115. „ d:o gem: gebl: . . . . . . . „ 39284. 3. —. 49. „ d:o Pijn gebleekt - - - - - - „ 30389. 2. 8. 41. „ d:o gebl: de 9: Caal. . . . . . . „ 21964. 1. 8. 15. „ d:o d:o sComp:s oude zoort - - - - - - „ 7800. 2. —. 2. „ A. o br: bl:. . . . - - - - - „ 952. 17. -. 1. „ moeries fijn witte - - - - - - - - „ 1583. 5. 8. 361. „ d:o gemeen gebl:. . . . . . . . . „ 140612. 10. — 19. „ d:o bruijn blaauw - - - - - - - „ 11301. 4. –. 18. „ d:o fijn gebl:. . . . . . . „ 10849. 16. 8. 10. „ d:o Br:. fl:. . . . . . . . . „ 4961. 6. 8. 2. „ Baftas gew: gebl:. . . . . . . . . „ 738. 9. —. zijnde 40. Pakken Guinees Gemeen Ruw. . . . . . . ƒ14342. 6. 8. vijf! n an bus zoo„ de nader en wijlig het ovor voor gt Waselan aan 1 01 2 1 ƒ 37257: 6—— 794. pakken. P„r Transport 5. –. „ Bethilles fijne Swalle gebl:. . . . . . „ 2907. 8. –. 2. -. „ d:o groove breede. . . . . . . . „ 1522. 13. —. 4. -. „ d:o ijlas gebl: Indiase zoort. . . . „ 2108. 4. –. 1. –. „ d:o Ternatanes gesz: na een Palt: mand„ 275: 16. —. d:o gebl:. . . . . . . . „ 9579. 14. -. 17. – „ d:o „ 9801. 7. 8. 10. – „ d:o Sistergantij - - - - - - 8: -. „ d:o Callawap hoe - - - - - - „ 7356. 3. —. . - „ 3040. 16. –. 4. „ d„o Allegia - - - - - 3. –. „ Rhitsen fijne geschilderde - - - - - - - „ 7742. 2. —. 5. -. „ Cattoene gaaren fijne - - - „4509. 14. 8. mi 853. Pakken diverse Lijwaaten en Callone Jaren bedrager. ƒ 426501. 14. —. lb: Peeper Swarte - - - - - - - - „ 27532. 1. 8. 200000 Coffij boonen - - - - - - - - - - „ 9567. 12. —. 100'000. „ Sappanhout bimas - - - - - - - - „ 769. 9. —. 30000. den en „ of 3 7/3. bakken revier of ballast steener. - - - „ 441. 3. —. 200000 100957. - „ Calliatourhout - - - - - - - - - - „ 3871. 7: — ƒ468763. 11. 8. voor Zeeland 21. pakken. Guineer gem: tuwr 24. „ „ fijn gebl:. . . - - -. . „ 15363. —. —. 20. „ „ gebll: d' g. Caal. . . . . . . „ 10778. 14. 8. „ „ sComp:s oude zoort - - - - - - „ 5158. 1. —. 10. 180. „ 1 10. „ 265. pakken Die Transporteere . . . . . . . ƒ 15737: 16 —ƒ6763. 1. 8 - - -ƒ 7804. 2. —. „ gem: gebt:. . . . - - - - - „ 70645. 12. —. „ Br: Bl:. . . . . . . . „ 5996. 6. 8.
English
No 1 common bleached broad blue 1 baftas, common bleached 2 broad blue 1 ditto Ternate striped, after a Palembang sample: 2755. 16. — 222157. 19. 8 5 ditto Otizaals, bleached 425 packages together for Zeeland 3 2 chintzes, fine painted: 5161. 8. — 3 ditto, fine broad: 3292. 5. 8 1 ditto, coarse broad: 818. 8. 8 3 ditto, Sesterganti: 5065. 19. — 4 ditto, Callewaphoe: 3678. 2. — 2 ditto, ordinary red: 1365. 7. — 6 rumals, Sesterganti: 7737. 12. — 2 ditto, d'Esta: 2561. 2. — 18 ditto, Peruijte: 15404. 10. — 1 betilles, bleached with flowers: 1062. 7. — 3 ditto narrow: 1761. 11. 8 2 ditto ile: 1064. 7. 8 7 ditto ditto, bleached: 4269. 14. 8 2 ditto, allegias: 1520. 8. — 6 chelassen, checked: 3872. 13. 8 51 3 handkerchiefs, super fine: 4343. 16. — 10 2 cotton yarns: 1931. 7. 8 1 moorees, fine white: 1583. 5. 8 10 fine bleached of 18 punjams 7 salempores, gummy raw: 2214. 6. 8 17790. —. — 952. 17. — 3181. 13. 8 5110. 10. 8 1497. 14. — 369. 4. 8 6053. 16. 8 265 packages carried forward: ƒ115737. 16. — ƒ468763. 11. 8 243 Sum: ƒ690921. 11. — Wherewith, after having commended your High Honorable, Highly Esteemed, illustrious persons, together with the state and prosperity of the Company, to the precious protection of God Almighty, we have the high honor to remain with the utmost respect and the deepest deference, Illustrious, High Born Prince and Lord, High Honorable, Highly Esteemed Lords. Nagapatnam In the Castle, the 4th of September 1788. Your Illustrious Highness's and Your Honorable High Esteemed Lords' most humble and dutiful servants, W. v. Vlissingen J. D. Mituise J. Baselman Hossel J. v. d. Bloeme A. v. Halm Aucama M. Stoffenberg J. D. Simons 245 Netherlands Duplicate. To the High Honorable, Highly Esteemed Lords Directors in the Assembly of the Seventeen, representing the General Chartered Dutch East India Company, at the Chamber Zeeland. High Honorable, Highly Esteemed Ruling Lords. In compliance with the esteemed orders of the Honorable, Valiant Government of this Coromandel Government, I have the particular honor today to dispatch from here for repatriation the vessel mentioned in the margin, Per the ship The Triton. To the High Honorable, Highly Esteemed Lords, carrying No. 4 carrying one third of the packages of linen cloth which she has taken on board here for Your High Honorable, Highly Esteemed Chamber of Zeeland, consisting of: 58 packages of diverse linen cloths amounting to ƒ44826. 17. 8, further specified in the invoice and its summary, which I have the high honor respectfully to present herewith to Your High Honorable, Highly Esteemed Lords. Commending this precious vessel to Heaven's guidance, I end with the deepest deference. High Honorable, Highly Esteemed Ruling Lords, Your High Honors' most humble and very obedient servant, G. J. J. de Kavallet Jaggernaikpuram the 8th of October 1780. Coromandel Letter from Copy Their High Honors To Hoorn at Batavia, sent per the ship under date of the 15th of October for Zeeland No. 5. Copy 247 Per the ship Hoorn to Batavia No. 1. Register of such letters, resolutions, and other papers as are offered today in respect to His High Honor, the High Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Reynier de Klerk, Governor-General, and the Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc., per the ship Hoorn, by the Honorable, Valiant Lord Reynier van Vlissingen, Governor and Director of this Coromandel Coast, together with the Council at Nagapatnam, consisting of: 1. Original general missive addressed today to Their aforesaid High Honors by the Lord Governor and Council. 2. Further original general missive to and from the same, also of today's date. 3. A packet of secret missives and resolutions to Their aforementioned High Honors.
Dutch transcription
No 1 „ „ gem: gebl:. . . . .. „ br: bl:. . .. 1. –. „ baftas gem: gebl: . . . . - . 2. -. „ „ br: bl:. . . . . - - - - 1. –. „ _:o Ternatanes gestreepte na een Pall: monster - - - - „ 2755. 16. —. „222157. 19. 8. 5. —. „ _„o otizaals gebl:. . . . .. 425. - pakken te zaamen voor Zeeland. 3. –. „ 2. –. „ Chitsen fijne geschilderde - - - - - - - - - „ 5161. 8. —. 3. –. „ _:o fijne breede „. . - - - - - - - - - „ 3292. 5. 8. 1. -. „ _:o groove breede „ - - - - - - - - - - - „ 818. 8. 8. 3. –. „ _:o Sester gantij. . . . . . . . . . . . . . „ 5065. 19. —. 4. –. „ _:o Callewaphoe - - - - - - - - - - - - - - „ 3678. 2. —. 2. –. „ _ o ordinaire roode - - - - - - - - - - - - - - „ 1365. 7. —. 6. –. „ Roemaals sestergantij. . . . . . . . . . . . . . . „ 7737. 12. —. 2. -. „ _:o d'Esta. - - - - - - - - - - - - - - „ 2561. 2. —. 18. –. „ _„o Peruijte - _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ 15404. 10. —. 1. –. „ Bethilles gebl: met bloemen - - - - - - - - - -. . . „ 1062. 7. —. 3. –. „ _:o „ smalle „ . . . . . . . . . . . . „ 1761. 11. 8. 2. –. „ _:o ile. . . . „. . . . . . . - - . . . . „ 1064. 7. 8. 7. –. „ _:o _:o gebleekte. . . . . . . . . . . . „ 4269. 14. 8. 2. –. „ _:o allegia - - - . . . . . . - - - -. . - „ 1520. 8. —. 6. –. „ Chelassen geruijte - - - - - - - - - - - - „ 3872. 13. 8. 51. –. „ 3. –. „ Neusdoeken Supra fijne . . - - - - - - - - - - „ 4343. 16. —. 10. –. „ 2- „ Cattoene gaaren - - - - - - - - - - - - - „ 1931. 7. 8. 1. –. „ moerissen fijne witte - - - - - - - - - - - - - - „ 1583. 5. 8. 10. -. „ „ fijn gebl: . . .. de 18. poentjangs. 7. –. „ Salemp:s gom: ruw. . . . . . - - - - - - - - . . „ 2214. 6. 8. - - - - „ 17790. —. —. - - - „ 952. 17. —. - - - „ 3181. 13. 8. - - - - - „ 5110. 10. 8. - - - - - - „ 1497. 14. —. - - - - - - „ 369. 4. 8. - - - - - - - - „ 6053. 16. 8. 265. Pakken P=r Transport - - - - - ƒ115737. 16. — ƒ468763. 11. 8. 243 Somma - - - - - - - - - - - - ƒ690921: 11. — Waarmeede wij ons de hooge eere geve, na uwer Hoog Edele Hoog Agtbaare illustre Perzoonen neevens den staat en welvaart van de Compagnie in de dierbaare protextie van God Almagtig te hebben gerecommandeert, met de uijter„ . . . 763. 11.8. 763 „ste „ste eerbied en het diepst ontrag te blijven, en Doorlugtig Hoog Gebooren Vorst en Heere Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren. Nagapatnam In 't Casteel den 4=e September 1788. Uw Doorlugtig Hoog Gebooren en Uwhem Edele Hoog Agtb: onderdanigste en Trouw schuldigst Dienaaren Wv: Lessingenr J: D: Mituise JBaselman Hossel J: V D„n bloeme. A:V: Halm Aucama M: Stoffenberg vergi J: D: Limons E 21 m 1 _o 245 Nederland Duplicaat. De Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren. Bewindhebberen Ter vergadering van XVII. Representeerende, de generaale Nederlandsche geoctroijeerde oost Indische Compagnie ter kamer. Reeland. v Hoog Edele Hoog Agtbaare Gebiedende Heeren. Ter voldoening aan de G'Eerde beveelen der wel Edele Gestrenge Regeering deeses Cormandelse Gouverne„ „ments, heb ik de sonderlinge Eere op heeden van hier te doen repatrieeren de in margine gemelde Bodem, Per het schip De Triton. Aan de Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren voerende No. 4 voerende Een derde der lijwaat pakken dewelke hij alhier heeft ingekreegen voor uw Hoog Edele Hoog Agtbaares ka„ „mer Zeeland bestaande in, 58. Pakken dieverse Lijwaaten ten bedraagen van ƒ44826. 17. 8: breeder gespecificeert bij de Factuur en dies samentrekking die de hooge Eere hebbe uw Hoog Edele Hoog Agtbaares in deese reverente „lijk aantebieden. — Deese dierbaare Bodem Hemels gelijde a „beveelende, eijndige met het diepste ontzag. Hoog Edele Hoog Agtbaare Gebiedende Heeren Uw Hoog Edelheedens Aller onderdanigste en zeer gehoorsaamste dienaar. G:J: J: de Kavallet Iaggernaijkpoeram den 8. october 1780. ka„ hier n r a Cormandel Briev van Copia Haar Hoog Edelens Aan Hoorn te Batavia per het schip onder dato 15„e October Afgezonden Zeeland No. 5. voor Copia 247 Register van zoodanige Brieven„ Resolutien, en andere papieren, als op heeden aan zijn Hoog-Edelheijd, Den hoog Edelen Groot Agt„ baaren, Wijdgebiedenden Heerel Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal, en de Wel Edele D' Heeren Raaden van Nederlands India &=a &=a &=r per het schip Hoorn in Eerbied Werden aange„ booden, door den Wel Ed: Gestr: Heer Reijnier Van Vlissingen, Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel, neevens den Raad te Nagapatnam, bestaande in ineele Gemeene missive aan hoog welmelde Haar Hoog Edelens door den heer Gouver„ naer en Raad of heeden t gerigt werdende idere origineele gemeene Missive aan en van als even, meede van heedigen datum, Pakket Secreete Missives en Resolutien aan Hooggedagte Haar hoog Edelhee„ dens Copia 247 Por het schip Hoorn na Batavia N:o 1. Register van Zoodanige Brieven„ G Resolutien, en andere papieren, als op heeden aan zijn Hoog-Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Agt„ baaren, Wijdgebiedenden Heerel Reijnierse Klerk Gouverneur Generaal, en de Wel Edele D. Heeren Raaden van Nederlands India &=a &=a &=a per het schip Hoorn in Eerbied Werden aange„ booden, door den Wel Ed: Gestr: Heer Reijnier Van Vlissingen, Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel, neevens den Raad te Nagapatnam, bestaande in Origineele Gemeene missive aan hoog welmelde Haar Hoog Edelens door den heer Gouver„ naer en Raad of heeden gerigt werdende Nadere origineele gemeene Missive aan en van als even, meede van heedigen datum, Een Pakket secreete Missives en Resolutien aan Hooggedagte Haar hoog Edelhee„ dens 2. 3.