VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9703

Coromandel · 606 pages · 66 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9703_0003 view scan ↗

English

One volume Cormandel No 1 A set now for Zeeland Register of such papers as are addressed today to the Right Honorable Gentlemen Directors at Amsterdam, being commissioned to the meeting of the Seventeen at the Presidial Chamber of Amsterdam via Ceylon, by the Honorable Willem Blaaukamer, Commander of this Coast of Cormandel and its dependencies, together with the Council at Palliacatta; namely: No 1. Original general missive by the said Commander and Council to the said Right Honorable Gentlemen, of today's date. No 2. Copy of letters written by the same to Their Noble Excellencies the Supreme Government of the Indies at Batavia, under dates 15 September and 17 October 1785. No 3. Copy of a letter dispatched by and to the same under today's date. No 4. A sealed packet addressed by the same as in the heading hereof to the highly esteemed Gentlemen Major. No 5. A ditto by the Commander alone. No 6. Copy of Resolutions taken in the Council of Cormandel. No 7. Copy of the register of papers that are sent by this opportunity to Batavia, dated today. No 8. A separate return of the 3845 pieces of americans sold in the month of September of the previous year. No 9. A summary of all merchandise sold at this main settlement of Cormandel at Palliacatta, from 24 May 1785 until 6 February of this year. No 10. A return of Cormandel of disposed merchandise from 1 September of the previous year until the end of January of this year, at Palliacatta in the said five months. No 11. A small box marked Cormandel pay books for the Fatherland of the year 1784 and a half. Palliacatta, in Castle Geldria, 27 February 1786. Duplicate AV: Hasz EEG Clercq. The Netherlands. To the Right Honorable Gentlemen Directors, commissioned to the meeting of the Seventeen at the Presidial Chamber of Amsterdam. Right Honorable Gentlemen! Since it may finally be granted to us, after so many disasters that have struck the Honorable Company and its unfortunate servants, especially on this coast during the recent war, to present our humble respects directly to Your Right Honors, we take as our first subject our dutiful congratulations to Your Right Honors on the return of all Dutch establishments on Cormandel, besides the former main office of Nagapatnam; all in a deplorable condition, the fortifications and buildings belonging to the Honorable Company being demolished, except for the office of Palleacaten, chosen by the Supreme Government of the Indies as the main settlement, where the fort indeed remained standing, but nevertheless also in the most dilapidated condition, both inside and out. This new main settlement was evacuated to us on 6 July of the past year, as also took place with the factories of Sadras, Iaggernaikpoeram, Bimilipatnam, Palicol and Portonovo on various dates, pursuant to the special instruments drawn up thereof. After our restoration we were honored with Your Right Honors' highly venerated letters of 10 November and 19 December 1780, as well as 8 December 1781, together with an extract from the demand for return shipments for the Netherlands for the year 1782, determined on 10 November 1780, which demand was adopted by the Supreme Government of the Indies for this year and entrusted to our care. Proceeding to the respectful answer to the said letters, insofar as the matters discussed therein still apply after so much passage of time, we have the honor to inform Your Right Honors, with regard to the petition presented to Your Right Honors by Master Paulus Hartog, that we have notified the present warehouse master Martinus Stoffenberg and secretary Broerius Brouwer, David Vick being deceased, of the authorization of Your Right Honors to pay the funds from the estate of the late widow Du Bon into the Company's treasury, and that bills of exchange would be granted to them for such an amount as they would offer. The aforementioned Stoffenberg and Brouwer have declared that they are presently unable to do so, saying that when in the year 1779 they made known to their principal Master Paulus Hartog their impediment in transferring that money, they did have the same in hand insofar as that estate had been liquidated, but that the war that subsequently arose, the capture of Nagapatnam by the English, their transport to Madras, their stay there and in Tranquebar, the severe famine endured, and other calamities had forced them to make use of those funds, and that the general scarcity of money and their absence

Dutch transcription

Een band Cormandel No 1 A stel nu voor Zeeland Register van Zo„ „danige papieren als op heeden aan de Hoog„ Edele Hoog Achtbaa„ „re Heeren Bewindheb„ msterdam, beven ter vergadering van de Zeventhienen gecommitteerd ter Pre„ „sidiale Camer Am„ „sterdam over Ceijlon werden geaddresseerd door den WelEdelen Agtb: Heer Willem Blaaukamer gezag„ hebben deezer Custe Cormandel met den Resorte van dien, nevens den raad te Pallia„ Catta; namentlijk: Origineele Gemeene missive door welmelden Heer Gezag„ hebber en Raad aan Hoog RRegister van Zo„ „danige papieren als op heeden aan de Hoog„ Edele Hoog Achtbaa„ „re Heeren Bewindheb„ msterdam „ beven ter vergadering van de Zeventhienen gecommitteerd ter Pre„ „sidiale Camer Am„ „sterdam over Ceijlon werden geaddresseerd door den WelEdelen Agtb: Heer Willem Blaaukamer gezag„ hebben deezer Custe Cormandel met den Resorte van dien, nevens den raad te Pallia„ Catta; namentlijk: Origineele gemeene missive door welmelden Heer Gezag„ hebber en Raad aan Hoog N„o 1. Register van Zo„ „danige papieren als op heeden aan de Hoog„ Edele Hoog Achtbaa„ „re Heeren Bewindheb„ Amsterdam beven ter vergadering van de Zeventhienen gecommitteerd ter Pre„ „sidiale Camer Am„ „sterdam over Ceijlon werden geaddresseerd door den WelEdelen Agtb: Heer Willem Blaaukamer gezag„ hebber deezer Custe Cormandel met den Resorte van dien, nevens den raad te Pallia„ Catta; namentlijk: Origineele gemeene missive door welmelden Heer Gezag„ hebber en Raad aan Hoog Dt E 3. N„o 2. Copia brieven door als even aan haar Hoog Edelhee„ den de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia onder da„ „tis 15. ' 7ber: en 17. ' octo„ „„ber 1785. geschreeven. Copia brief door en aan als even onder heedigen datum afgevairdigt. „ 4. Een geslooten Pacquet door als in den hoofde deezes aan Hoog gedagte Hee„ „ren Maijores Gerigt. „ 5. Een dito door den Heer Gezagheb„ „ber alleen; „ 6. Copia Resolutien genomen in raade van Corman„ Hooggedagte Hoog„ Edele Hoog Agtb: ge„ „rigt, van heedigen datum del „ 3 N. E 9. „ 10. Een Sommarium van alle ver„ kogte Coopmansz: ter deezer Hoofdplaat„ del te Palliacatta, Zedert den 24. ' Meij 1785: tot den 6: febr: deezes Iaars; N„o 7. Copia Register der papieren die per deeze gelegent„ heijd na Batavia werden verzonden ged:t op heeden „ 8. Een aparte Rendement van de in de maand Septem„ „ber A:o p:o verkogte 3845: Stux mericanen; Een huir Rendement van Cor„ „mandel van vertierde Coopmanschappen se„ dert prmo PmSeptember A:o p:o tot ult„o Ian: deezes Iaars. —. Le N„o 11. Een kasje beschreeven Corman„ „delsche soldij boeken voor 't Patria de A: 178½:„ — Palliacatta In't Casteel Gel„ „dria den 27:' Februarij A„o 1786: Ze Palliacatta in gemelde vijf maan„ den. — Duplicant AV: Hasz EEG Clercq. n Nederland. Aan De Hoog Edele Hoog Achtbare Heeren Bewindhebberen. ter vergadering van de seventhienen gecom„ mitteerd ter presidiale kamer Amsterdam. Hoog Edele Hoog Achtbare Heeren! Daar het ons na zoo veele ramp gevallen, die de Ed: Maatschappij en haare ongelukkige dienaaren bijzonder op deeze kust in den Iongsten oorlog getroffen hebben, eijndelijk weder mag gebeuren onse nedrige advesen uw Hoog Edele Hoog Achtbarens direct aantebieden, nee„ men an„ 86 rcq. men wij tot het eerste onderwerp onse pligtmatige geluk„ wensch aan uw Hoog Edele Hoog Achtb: wegens de te rug„ „gave van alle Nederlandsche Etablissementen of Cormandel, buijten het geweezen hoofd-comptoir Nagapatnam, alle in een deplorablen toestand, zijnde de fortificatien en gebou„ wen, die aan de Ed: Comp:e behoorden, gedemolieerd, buijten het door de Edele Hooge Indiasche Regering tot een hoofdplaats verkooren Comptoir Palleacaten, alwaar het fort wel is blijven staan, dog egter ook in den bouwvalligsten toestand„ zoo in, als uijtwendig. — Deeze nieuwe hoofdplaats wierd ons op den 6.:' Iulij des gepasseerden IJaars ontruijmd, gelijk met de factorijen van Sadras, Iaggernaikpoeram, Bimilipatnam, Palicol en Portonovo op onderscheijde datums ook heeft plaats gehad; ingevolge de bijzondere actens daar van ge„ formeerd. — Na Na onse herstelling zijn wij vereerd met uw Hoog Edele Hoog Achtb:s Zeer gevenereerde Letteren van den 10. ' November en 19. ' Dec: 1780. mitsg:s 8 ' december 1781;, nevens Een Extract uijt den Eijsch van retouren voor Neder„ land, en den Iaare 1742, gearesteerd den 10:' November 1780. en welke Eijsch door de Edele Hooge Indiasche Regeering voor dit Iaar genoomen, en ons ter bezorging is opgedragen. Ter Eerbiedige beandwoording van gemelde brieven, voor zo verre de daar bij verhandelde materien, na zoo veel tijd verloop nog plaats vinden, overgaande, hebben wij ten aanzien van het Request aan uw Hoog Ed: Hoog Achtb: gepresenteerd door M:r Paulus Hartog, de eere Hoog Dezelve te berigten, dat wij den presenten pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg en secretaris Broerius Brouwer. /:zijnde David vick overleden:/ hebben aange„ kundigd de qualificatie van uw Hoog Ed: Hoog Achtb:s, om ge¬ om de gelden van de nalatenschap van wijlen de weduwe Du Bon in de kas van de Comp=e te mogen tellen, en dat men hen assignatien zoude verleenen voor zulk een be„ dragen, als zij zouden aanbieden. Van evengemelde Stoffenberg en Brouwer hebben betuijgd, thans onvermo„ gens daar toe te zijn, zeggende, dat wanneer in den Iaare 1779. aan hun principaal M:r Paulus Hartog te ken„ nen gaven hun belemmering om dat geld overtemaaken, zij het zelve voor zoo verre die nalatenschap tot liquidi„ teijt was gebragt, toen in handen hebben gehad, maar dat de zederd opgekomen oorlog, het neemen van Na„ gapatnam door de Engelschen, hunne vervoering na Madras, hun verblijf aldaar en te Tranquebaar, de uijtgestane scherpe hongerdnood en andere Calamiteiten hen hadden genoodzaakt om gebruijk van die penningen te maaken, en dat het algemeen geld gebrek, en hunne absentie :

NL-HaNA_1.04.02_9703_0017 view scan ↗

English

absence from Nagapatnam, where all their possessions and outstanding affairs are, currently makes it utterly impossible for them under present circumstances to collect any of their outstanding credits there, because of which they also found themselves unable on this occasion to make use of Your Right Honourable and High Esteemed qualification to remit some monies to Mr. Paulus Hartog by bill of exchange on the Company, but that they nevertheless intend to be able to do so this autumn or the coming spring, trusting that their principal, yielding to the aforementioned all too true reasons, will be willing to exercise patience for that long. In the past year, two Company ships have been here, namely: De Both from Ceylon, and De Castor directly from Batavia. The national warship Goes was also here. But the restitution of some of the trading posts having already taken place before the arrival of that warship, and we being well assured that this was certainly to follow with the others, about which no news could then be had because of their remoteness, it accordingly departed again on the 15th of August to rejoin the national squadron under the Commander Mr. van Braam, lying in the Bay of Trinconomale. With the aforementioned Company ships De Both and De Castor we received a substantial quantity of spices, and Japanese bar copper, besides some other merchandise, which, however, are of no great importance. We were regretfully obliged to send both ships back empty to India's headquarters: De Both via Jaggernaikpoeram, and De Castor directly from here, since we could not obtain any textiles, for which the time was also too short, even if we had had money in hand, since the assortments of the Company cannot be obtained offhand. Yet it must grieve us far more if lack of funds might this year again keep us unable to satisfy the requisition, or at least a part thereof. It is utterly impossible to make money from the merchandise, with the exception of a very few items of no great importance, whose proceeds are insufficient to satisfy domestic expenses, however frugally we calculate them, having received in total no more cash than f10,000 via the ship De Both from Ceylon in 3845 pieces of medicanen, which we sold with a small profit of f161:12 or 1½ percent, as appears from an account of proceeds sent among the appendices. We must represent to Your Right Honourable and High Esteemed with sadness that trade in the principal items of cloves and Japanese copper at the fixed prices is as good as stagnant. For that mineral, of which the stock on hand amounts to upwards of 3½ tons of buying price, there is not even any inquiry. The cloves also can find no buyers, and are on their own, at the fixed price, currently an unwanted merchandise along this coast. The few that we have still been able to sell were only taken to obtain the nutmeg and mace, which latter two items are in high demand; but the stock on hand of nutmeg and mace being very small in comparison to the cloves, it is to be foreseen that as soon as the former are sold out, the collection of the latter will cease. Being unable to depart from the fixed prices without very explicit superior authorization, and the merchandise also being able to be given out only at those prices for the collection of textiles, because the contractors, even if one could force the goods upon them at the fixed prices, would seek the lesser value twofold on the textiles, which are already no longer to be had at the prices fixed before the war, but on which a considerable increase will have to be conceded, the sales thus provide us no means for procuring return cargoes. In our requisition dispatched per De Castor, we requested the Right Honourable Indian Government to be provided with nine tons of gold and silver for the collection of textiles, and among that three tons by an early ship, while we hoped from Ceylon, pursuant to a conditional promise of the ministers, to be accommodated with money from that government, which, even if it had not been much, could at least have set the collection in motion and kept it going until the arrival of the requested relief from Batavia; but upon both these sources of support we also seem to have to give up hope, after reports, albeit private ones, recently reached us that the ships from the fatherland arrived in Ceylon without money, and in like manner two ships from Batavia in Bengal. What has already been set forth shows clearly enough that regarding the sale of merchandise we can unfortunately give no pleasant report. At this head trading post there have not yet been sold since our reestablishment any more than: 212 lb of cloves 67 ditto nutmeg 29 1/8 lb of mace 4958 7/8 lb of powdered sugar 1922 7/8 lb of ditto candy 3/8 lb of cinnamon 207 lb of iron 223 leggers of arrack api And at Jaggernaikpoeram: 1680 lb of cloves 480 lb of nutmeg lb of mace Which insignificant trade yielded: at Palleacatta f288.40.10 at Jaggernaikpoeram f9618.15 as appears from two copies of accounts of proceeds that we take the liberty of offering to Your Right Honourable and High Esteemed among the appendices. Of the Japanese bar copper nothing has yet been sold, and there was, as we already above

Dutch transcription

g absentie van Nagapatnam, alwaar alle hunne be„ zittingen, en uijtstaande zaaken zijn, het hen thans wl„ strekt onmogelijk maakt om in de tegenwoordige omstan„ den iets van kunne uijtstaande Crediten aldaar te innen, waar door zij zig dan ook buijten staat bevonden om bij deeze gelegendheijd gebruijk te maaken van uw Hoog Ed: Hoog Achtb:s qualificatie, om eenige penningen aan M:r Paulus Hartog op assignatie op de Comp:e te remittee„ ren, maar dat zij zig egter voorstellen zulks in dit na„ Iaar, of het aanstaande voor Iaar, te zullen kunnen doen, vertrouwende, dat hun principaal, aan voorschreeve al te waare redenen toegevende, wel zoo lang geduld zal willen oeffenen. — En In het voorleeden Iaar, zijn hier geweest twee Comp:s scheepen; als: De Both van Ceijlon, en De Castor direct van Batavia. Ook is hier geweest 's lands oorlog duwe ermo„ Jaare gen oorlog schip Goes. Dan de restitutie van eenige van de Comptoiren voor de komst van dat oorlog schip reets geschied, en wij wel verzekerd zijnde, dat dit met de overige, van wel„ ke men om de verafgelegenheid toen geen tijding konde hebben, gewis stond te volgen, zoo is het zelve op den 15 ' Augustus weder vertrokken, om zig bij s' Lands Esquader onder den heer Commandeur van Braam, in de Baaij Trinconomale leggende, te hervoegen. — Met bovengemelde Compagnies scheepen De Both en De Castor ontfingen wij een aanzienelijke quam„ titeijt specerijen, en Iapans staafkooper, buijten eenige andere handelwaaren, die egter van geen groot belang zijn: Beijde de scheepen zijn wij met leedweesen ver„ pligt geweest om ledig na Indias hoofdplaats te rug te zenden. De Both over Iaggernaikpoeram, en De Castor direct van hier, dewijl wij geen Lijwaaten konden krijgen. krijgen, waar toe ook de tijd te kort was, al hadden wij geld in handen gehad, nadien de sortementen van de Comp=e uijt de hand niet te krijgen zijn. Dan het moet ons veel meer grieven, als gebrek aan fondsen ons dit Iaar weder buijten staat mogten hou„ den om het g'eijschte, of ten minsten een gedeete daar van te voldoen Het is volstrekt onmogelijk om geld te maa„ ken van de koopmanschappen, Eenige weijnige articulen van geen groot belang uijtgezonderd, welkers product niet toe„ rijkende is tot voldoening aan de domistique ongelden, hoe zuijnig wij die overleggen, hebbende in het geheel geen meer contanten ontfangen, dan per het schip De Both van Ceijlon ƒ10'000. —. aan 3845. stuks medicanen, die wij met een klijn winstje van ƒ 161:12. —. of 1½. p:r C=to ver„ kogt hebben, blijkens een onder de bijlaagen overgaand ren„ dement. van ade ed, wil„ Baaij quam„ ge zijn. rug dement. — Wij moeten uw Hoog Ed: Hoog Achtb: met arn doening vertoogen, dat de handel in de voornaame articulen van Nagulen, en Iapans koper tegen de bepaalde prijzen; zoo goed als stil staat. Na dat mineraal, waar van de aanhanden zijnde partij ruijm 3½. ton uijtkoops bedraagd, is zelfs geen navrage„ De nagulen kunnen ook geen kopers vinden, en zijn op hun zelve, tegens de bepaalde prijs, thans een onge„ wilde koopmanschap langs deeze kust. De weijnige, die wij nog hebben kunnen verkoopen, werden alleen genoomen om de nooten en foelij, welke beijde laatste articulen zeer gewild zijn, magtig te worden; dan de aanhanden zijnde quan„ titeijt noten en foelij in vergelijking der Nagulen zeer gering zijnde, zoo is het te voorzien, dat zoo dra de eerste uijtver„ kogt zullen weesen, de afhaal der laatste zal ophouden. Van 43 13 Van de gefiseerde prijsen zonder zeer uijtdrukken d gef lijke hooge qualificatie niet mogende afgaan, en de handel„ whaaren ook niet dan teegen dezelve op den Insaam van ij Lijwaaten kunnende afgegeeven werden, wijl de aanneemers, zo men hen de goederen al tegen de bepaalde prijzen konde opdringen, de mindere waarde dubbeld op de Lijwaaten zou„ den zoeken, die reets niet meer tegen de voor den oorlog be„ paalde prijzen te bekoomen zijn, maar op welke men een aanmerkelijke verhoging zal moeten inwilligen, zoo geeft de verkoop ons geen middel aan de hand tot procure van retouren. Wij hebben aan de Hoog Edele Indiasche Regeering bij onse per De Castor afgeganen Eijsch verzogt om voor„ zien te mogen werden met Negen Ton aan goud en zilver tot den Inzaam van Lijwaaten, en daar onder Drie ton met een vroegschip, terwijl wij hoopten van Ceijlon inge„ volge Een Conditioneele belofte der Ministers met geld uijt dat. /3. aan„ 1 zijnde onge ge„ die n zeer quam quan¬ gering . dat gouvernement geriefd te werden, dat, al waare het niet veel geweest, ten minsten den Inzaam hadde kunnen aan den gang brengen, en dragende houden tot den aankomst van het verzogt secours van Batavia; Dan op beijde deeze bronnen van onderstand schijnen wij ook de hoop te moeten opgeeven, na dat 'er Iongst berigten /:wel is waar particu„ liere :/ bij ons zijn ingeloopen, dat de scheepen uijt het va„ derland op Ceijlon zonder geld zijn gearriveerd, en in gelij= ker voegen twee scheepen van Batavia in Bengale. Het reets geavanceerde doed genoeg zien, dat wij omtrend den verkoop van koopmanschappen tot ons Leedweesen geen aangename berigt kunnen geeven. — Op dit hoofd comptoir zijn zedert ons retablissement nog niet meer verkogt, dan 212. –. lb: Nagulen 67. –. d:o Nooten 29. 1/8. lb: Foelij oeg: 15 15 29: 1/8. lb: Foelij. 4958. 7/8. „ zuijker poeder. 1922. 7/8. „ d:o Canolij. —. 3/8. „ Canneel. 207. –. „ ijzer. 223. –. Leggers arrak apij. En op Iaggernaikpoeram. 1680. –. lb: Nagulen. 480. –. „ Nooten. —. „ Foelij. Welke niet noemenswaardige handel heeft afgeworpen, te Palleacatta - - - - - - - - - ƒ288. 40. 10. —. 3n te Iaggernaikpoeram _ _ _ _ _ _ _ _ _ „9618. 15. —. blijkens twee Copia rendementen die wij de vrijheid neemen uw„ Ed: Hoog Hoog Achtb=s onder de bijlagen aantebieden. van het Ia„ pans staafkooper is nog niets verkogt, en 'er werd, als wij boven reets. — niet aan van ten gelij¬ ge ement lij

NL-HaNA_1.04.02_9703_0024 view scan ↗

English

already mentioned were not even inquired after. However, since these articles are the principal objects of sale on this coast, it is all the more to be lamented that there is such a decline in their market, unfortunately at a time when we could have procured a good portion of linens with the proceeds. A cold dread comes over us when we cast our eyes upon this unfortunate situation, and the pernicious consequences, when through a lack of funds we shall be able to send no returns, or none worthy of the name, for Europe and the Indies, which cannot be obtained without ready money. The revenues of the Company, although making no grand showing, nevertheless make a fairly better appearance than one might have expected after such a ruinous war, if one considers the general decline of the lands, and particularly at the Southern trading posts, the depopulation caused both by the dying off of people through the endured miseries, and by the transportation of the same by Haijder Alij after having burned their dwellings. The present domains of the Company were publicly leased out to the highest bidder at the end of August of last year: at Palliakatta for po/o 770. —. per year at Sadraspatnam for 241: —. per year at Iaggernaikpoeram for 975. — . per year at Palicol for 845. —. per year The lease of Sadraspatnam makes a sad showing among these; but this formerly so flourishing trading post has, above all others, been ruined to such an extent that it is a wonder that so much has still come of it. Having been entirely abandoned by the English after the capture and demolition of the fort, it remained the prey of the predatory bands of Haijder Alichan Bhadur, who completed its total destruction, and by abducting or murdering many inhabitants, while not a few perished of hunger and misery if they did not have the good fortune to find a refuge elsewhere, turned this fine settlement into a wilderness and a hiding place for beasts of prey, which inhabited the same during the rest of the war. Some of the former inhabitants have indeed returned after the restoration of the Dutch flag, but impoverished, so that this place will take a long time to recover, and before anything can be done with profit for the Company. From some minutes of letters written before the war by the former Chief of Sadras to the Government of Nagapatnam, certain transactions have become apparent to us regarding a bill of exchange of 3500 triple pagodas drawn by Mr. Mackpherson, who is currently Governor-General in Bengal, upon Messrs. Casemayor and Oakeleij; however, due to the lack of Company papers, we could not discover whether the same was paid, although this appeared quite improbable to us, because the hostilities of the English commenced at that time. We requested some light on that affair from Mr. Oakeleij, who is still in Madras, who informed us that Mr. Mackpherson, after his arrival in person at Madras, had informed him that he had never received payment, and only a bond for that bill of exchange, to be satisfied after receiving news from the Indies that the bill had been paid; whereby it appeared to Mr. Oakeleij that no payment had ever taken place from either side. Although this also seemed very probable to us, we nevertheless resolved in our session of the 6th of this month, for the sake of completeness, to write to Mr. Mackpherson, to whom Mr. Oakeleij had referred us for further information. The lack of all archives causes us, with good reason, to fear that this first letter, which we have the honor to write to Your Right Honorable Excellencies, might involuntarily not be free from omissions, and might deviate in many respects from the usual arrangement. Should this be found to be the case, we pray Your Right Honorable Excellencies graciously to overlook such for this time, on the grounds that we have no papers at hand, neither secretarial nor commercial, which might have guided us, as the same cannot be brought over from Nagapatnam before the changing of the winds. Concluding herewith, we take the liberty to commend Your Right Honorable Excellencies and the important interests of the Honorable Company to the protection of the Almighty, and have the honor to call ourselves with due veneration, Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen, Your Right Honorable Excellencies' very humble and obedient servants, W Blaaukamer Geldria N Tadainap J: D Emons. J Brouwer 1786.

Dutch transcription

reets aanhaalden zelfs niet nagevraagd. — Daar egter deeze articulen de voornaame objecten van den verkoop op deezer kust zijn, zoo is het te meer te bekla„ „gen, dat in derzelver debiet zoo een verval is, ongelukkig in een tijd, dat wij met het provenu een goed gedeelte Lijwaaten hadden kunnen bezorgen. Een kille schrik bevangd ons, als wij Haroogen op deezen ongeluckigen toestand, en de pernici„ euse gevolgen, wanneer wij door gebrek van fondsen geene of geen naamwaardige retouren voor Europa en Indien zul„ len kunnen zenden, die zonder de contante penning niet zijn 24 te krijgen. — De Inkomsten van de Comp:e maaken schoon geen groote, egter vrij beter vertooning, dan men na zo een ru= ineusen oorlog hadde mogen verwagten, als men Considereerd het algemeen verval van de Landen, en voornamentlijk op de Zuijder Comptoiren, de ontvolking zoo doorht uitsteven ter 1 der menschen door de uijtgestaane Elenden, als door het vervoeren derzelve door Haijder Alij na hunne woonin„ gen verbrand te hebben. — De tegenwoordige domainen van de Comp=ie zijn onder ult:o aug:o des voorleeden Iaars in het openbaar aan de meestbiedende verpagt: te Palliakatta voor - - - - - po/o 770. —. in 't Iaar „ Sadraspatnam voor - - - - - „ 241: —. „ „ _=o „ Iaggernaikpoeram voor - - - - - - „ 975. — . „ „ _=o Palicol - - - - - - voor - - - - - „845. —. „ „ _=o De Sadraspatnamsche verpagting maakt onder deeze een droevige vertooning; dog dit voormaals zoo bloejend Comptoir is boven alle andere zodanig geruineerd, dat het te verwonderen is, dat 'er nog zoo veel van is ge„ koomen. Door de Engelschen na de inneeming en afbrake van het fortglad geabandonneerd zijnde, is het gebleeven de. ten kla„ ci„ of zijn e ru= d het sterven — de prooij van de roofbenden van Haijder Mlichan Bhadur, die voleijndigd hebben het in de grond te ruinee„ ren, en /:veele Inwoonders vervoerende, of vermoordende, terwijl niet weijnige van honger en elende omkwamen, zo zij het geluk niet hadden van elders een retraite te vin„ den:/ van dit schoon Etablissement te maaken een wil„ derins, en schuijlplaats voor verscheurend gedierte, dat dezelve geduurende derest van den oorlog bewoond heeft. Eenige der oude Jnwoonders zijn na het herstellen der Nederlandsche vlagge wel weder te rug gekoomen; maar verarmd, zoo dat deeze plaats lang werk zal hebben om zig te herstellen, en eer 'er iets met voordeel voor de Comp=te kan gedaan werden. Uijt eenige minuten van brieven door het toen„ malig opperhoofd van Sadras voor den oorlog aan de Regeering van Nagapatnam geschreeven, zijn ons gebleeken. 19 1 han het toen„ gebleeken eenige transactien wegens een wissel van 3500. Driebuldige pagoden door den heer Mackpherson die thans gouverneur generaal in Bengale is, getrokken op de Heeren Casemayor en Oakeleij, dog wij konden door gebrek aan de papieren van de Comp=e niet ontdekken, of dezel„ ve betaald was, schoon dit ons vrij onwaarschijnelijk voorkwam, om dat de hostiliteiten der Engelschen toen een aanvang namen. — Wij hebben eenig ligt in die affaire van den heer oakelij, die nog te Madras is, versogt, welke ons teeft geinformeerd, dat de heer Mackpherson na zijn Edele arivement in persoon te Madras hem berigt hadden dat zijn Ed: nimmer betaling, en alleen een obligatie voor die wissel gekreegen hadde, om voldaan te werden, na erlangd berigt uijt Indien, dat de wissel betaald was: waar door het den Heer Oakelij voorkwam, dat bleeken. er. ruinee„ rdende, ,zo te vin„ een wil„ ,dat heft. llen der zal ndel aan de ijn ons 'er nimmer eenige betaaling van wederzijde hadde plaats Schoon ons dit ook zeer waarschijnelijk gehad. voorkwam, beslooten wij egter ter onser sessie van den 6 : deezer ten overvloede aan den heer Mackscher„ son te schrijven, aan wien de heer Oakeleij ons tot na„ dere informatie hadde overgeweezen. De ontstentenis van alle archiven, doed ons met reeden schroomen, dat deeze eerste brief, die wij de eere hebben aan uw Hoog Ed: Hoog Achtb: te schrijven, tegen onzen wille mogelijk niet vrij zij van om„ missen, en in veele van de gewoone inrigting moge afwijken. Bij aldien dit zoo mogte bevonden worden, bidden wij u Hoog Ed: Hoog Achtb:r zulke gratieus voor deese keer te passeeren, uijt hoofde wij geene papieren zoo secretarieele, als van de ne„ gotie, die ons hadde mogen voorligten, aan handen hebben, kunnende dezelve van Nagap:n niet werden overgebragt voor het. - 24 de plaats het veranderen der winden: —: Hier meede eijndigende, nemen wij de vijheid u Hoog Hoog Achtb:s, en de importante belangen der Ed: Maat„ kpij in de bescherming des Allerhoogsten te beveelen, en en de eere ons met schuldige veneratie te noemen. Hoog Edele Hoog Achtbare Heeren! Uwer Hoog Edele Hoog Achtb:s zeer onderdanige, en Gehoorzame Dienaaren; W Blaaukamer Geldria N„ Tadainap V: J: D Emons. J Brouwen pher„ k den tot na„ doed ,die tb: te nom„ fwijken. uuw Hoog eeren, uijt de ne dene„ hebben, ragt voor 1786. a 'er nimmer eenige betaaling van wederzijd Schoon ons dit ook zeer waa gehad. voorkwam, beslooten wij egter ter onser 6 : deezer ten overvloede aan den heer son te schrijven, aan wien de heer Oakel dere informatie hadde overgeweezen. De ontstentenis van alle arc„ ons met reeden schroomen, dat deeze eer wij de eere hebben aan uw Hoog Ed: Hoo„ schrijven, tegen onzen wille mogelijk niet a„ missen, en in veele van de gewoone inrigting Bij aldien dit zoo mogte bevonden worden, bid Ed: Hog Achtb: zulks gratius voor dese kaart hoofde wij geene papieren zoo secretarieele, a gotie, die ons hadde mogen voorligten, aan kunnende dezelve van Nagap:n miet werden over„ het 2 I den

NL-HaNA_1.04.02_9703_0031 view scan ↗

English

21 the changing of the winds: Ending herewith, we take the liberty to commend Your Right Honorable High Mightinesses and the important interests of the Honorable Company to the protection of the Almighty, and have the honor to call ourselves with due veneration, Right Honorable High Mighty Lords! Your Right Honorable High Mightinesses' very humble and obedient servants; W Blaaukamer Talliakatta In Castle Geldria W Tadamap the 27th of February 1786. J: D: Amons. J Brounen 2 - J V Broimveld. Examined Duplicate No. 1. Copy of letters to Batavia dated 15 September and 17 October 1785 1: 23 Register of the papers sent per the ship De Both via Jaggernaikpoeram and respectfully addressed to His High Nobility, the Right Honorable High Mighty widely commanding Lord Master Willem Arnold Alting, Governor General, and the Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies Etc: Etc: Etc: at Batavia, by the Honorable Mighty Lord Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander of the Coast of Coromandel with its jurisdiction, together with the Council at Palliacatta; namely: No. 1. Original General Letter to the addressed in the heading No: 2: Copy Report from the officers of the ship de Castor, regarding raised difficulties against making the voyage to Bengal in the month of October 3. Five expense accounts of the ship de Both; to wit: 1 from Batavia, 3: from Gale, together with an account of a delivered 20-inch coir rope; and 1: from Nagapatnam 4. An expense account of the country's warship Goes, from Palliacatta, 5. Two Bills of Lading of the 33 private packages loaded in the ship de Both mentioned in the heading of this, under today's date 25 today's packages of Linens on recognition to Batavia No. 6. A Note of the aforementioned packages, with the amount of the linens, and the freight calculated thereon, annexed 3 Invoices 7. An Inventory of the ship De Both, 8. A Catalogue of the Medicines of the ship de Both. Palliacatta In Castle Geldria, the 15th of September 1785: was signed. I: I: Hasz: Honorable First Sworn Clerk. Agrees. AAase Honorable First Sworn Clerk. 27 Batavia To His High Nobility the Right Honorable High Mighty widely commanding Lord, Willem Arnold Alting, Governor General, and Lords Councillors of the Dutch Indies Etc: Etc: Etc: Right Honorable High Mighty widely commanding Lord And Honorable Lords. The event so long and cordially desired, namely the recovery of all the factories, besides Nagapatnam, which 27 To His High Nobility The Right Honorable High Mighty widely commanding Lord Willem Arnold Alting, Governor General, and The Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies Etc: Etc: Etc: Batavia Right Honorable High Mighty widely commanding Lord. And Honorable Lords. The event so long and cordially desired, namely the recovery of all the factories, besides Nagapatnam, which the Honorable Dutch Company possessed on this coast before the recently ended war, has finally dawned to all our joy, and has reached its full conclusion. The 6th of July was the memorable day on which the English handed Palliacatta over to us. And since then the other factories of the Company have been evacuated by them and restored to us. All interesting events for the Company; and upon which we take the liberty, at the first direct opportunity that presents itself to us, to congratulate Your High Nobilities from the bottom of our hearts. Yet we request to be permitted to leave it provisionally at this. In the general report of the Commission completed by us, which we hope in a few days to present to 29 to present to Your Honors, we shall give an extensive account thereof. This being primarily arranged to accompany the papers of the ship de Both, which arrived here on the 3rd of August last from Gale, with the remaining cargo of the ship Hoolwerf amounting according to Invoice to f 122897: 4:, of which we have unloaded a part here. With the remainder we have sent it on the 5th of this month to Jaggernaikpoeram, with instructions to the Chiefs to dispatch that vessel to Batavia at the latest on the 1st of the coming month of October. And we trust that they will dutifully comply with that. We have also loaded on freight in that ship for Batavia 33 packages of private linens, of which we have the honor to present the invoices to Your Honors herewith; accompanied by such papers as are listed more fully on the enclosed Register, to which we respectfully refer with regard to that ship. We furthermore have the honor to give notice to Your Honors of the arrival of the ship de Castor here on the 19th of August last. Could we, with respect to this ship, comply with Your Honors' order to send it to Bengal, it would give us a particular satisfaction. But since, on account of a lack of unloading craft 34 craft and coolies alongside other inconveniences, which we shall have the honor to detail further, it seemed to us utterly impossible to unload that vessel before the end of this month; (after which time it is too dangerous to undertake a voyage from here to Bengal;) we had to decide today, upon a report requested from and submitted by the ship's officers regarding this matter, a copy of which accompanies this, to excuse that ship from the voyage to the Ganges: Which we hope will be favorably approved by Your High Nobilities, for the valid reasons appearing in that report: although to our regret we are now obliged to ballast that vessel

Dutch transcription

21 het veranderen der winden:—: Hier meede eijndigende, nemen wij de vrijheid uw Hoog Edele Hoog Achtb:s, en de importante belangen der Ed: Maat„ schappij in de bescherming des Allerhoogsten te beveelen, en hebben de eere ons met schuldige veneratie te noemen. Hoog Edele Hoog Achtbare Heeren! Uwer Hoog Edele Hoog Achtb:s zeer onderdanige, en Gehoorzame Dienaaren; W Blaaukamer Talliakatta In het kasteel Geldria W„ Tadamap den 27:' Februarij 1786. J: D: Amons. J Brounen 2 - J V Broimveld. Nagezien .. . . . . . :. . .: ::: . - . . . „ . . .. . . . . . . Duplicaart No. 1. Copia brieven na Batavia ged.:t 15. September en 17. October 1785 „. 1: 23 Register der papieren die per het schip De Both over Iagger„ naikpoeram versonden en eerbie„ dig geaddresseerd worden aan zijn Hoog Edelheid, den Hoog Edelen Groot Agtb: wijd gebiedenden Heer M=r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, en de wel Edele Heeren Raaden van Nederlandsch Indie Etc: Etc: Elc: te Batavia, door den wel Edelen Agtb: Heer Willem Blaaukamer, Opperkoopman en Gesaghebber ter Custe Cormandel met den Resorte van dien, nevens den Raad te Palliacatta; na„ mentlijk: N. o 1. Origineele Gemeene Missive aan als in den hoofde No: 2: Copia Berigt van de overheeden van het schip de Castor, wegens geopperde Zwa righeeden tot het doen der verse na Bengale in de maand october 3. vijff stuks onkostreekeningen van het schip de Both; te weeten: 1 van Batavia, 3: „ Gale, nevens een reekening van een verstrekte vijgertouw van 20. duijm; en 1: „ Nagapatnam 4. Een onkostreekening van 'slands oorlog schip Goes, van Palliacatta, „ 5. Twee Cognoiscementen van de in het schip de Both gelaadene 33. particuliere hoofde deezes gemeld, onder heedigen datum pakken „ 25 heedigen schip schip de pakken Lijwaaten op recognitie na Batavia N:o 6. Een Notitie van voormelde pakken, met het bedragen der lijwaaten, en de daar op bereekende vragt, annex 3. Factuuren „ 7. Een Inventaris van het schip De Both, „. 8. Een Cathalogus van de Medicamenten van het schip de Both. Palliacatta In't Casteel Geldria, den 15. September 1785: /:was geteekend./ I: I: Hasz: E: G: klerk. Accordeert. AAase E: G Clercq. deZwaa e verse aand ng touw Schip de ticuliere ken 27 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd len Groot Agtbaaren wijd gebiedenden Heer, Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, en Heeren Raaden van Nederlands India Et: El: Ed: Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer En Wel Edele Heeren. De zoo lang en hartelijk gewenschte ge„ beurtenis, naamentlijk de te rug erlanging van alle de Comptoiren, buijten Nagapatnam, die 27 Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren wijd gebiedenden Heer Willem Arnold Alting, M Gouverneur Generaal, en De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Et: Ete: Ec: Hoog Edele Groot Agtbaare wijd gebeedende Heer. En Wel Edele Deeren. De zoo lang en hartelijk gewenschte ge„ beurtenis, naamentlijk de te rug erlanging van alle de Comptoiren, buijten Nagapatnam, Batavia die ƒ die de Edele Nederlandsche Compagnie, voor den Jongst geeindigden oorlog op deeze kust bezeten heeft, is eindelijk tot onzer allerblijdschap opgedaagt, en heeft zijn volkomen beslag ge„ kregen. Den 6. Juli, was de heuchelijken dag , waar op de Engelschen Palliacatta aan ons overgaven„ En sedert zijn de overige Comptoiren van de Comp=e door haar ontruimd en aan ons gerestitu„ eerd. Alle interressante evenementen voor de Maatschappij; en met welke wij bij de eerste directe gelegenheid, die ons voorkomt, de vrij„ ƒ heijd neemen, uwe Hoog Edelheden hart gron„ dig te vergelukken. Edog wij verzoeken het hier bij, provisioneel te mogen laaten. Bij het generaal verslag van de door ons volbragte Commissie, dat wij Hoog dezelven binnen wijnig dagen hoopen aan 29 aan te bieden, zullen wij daar van briedvoe„ rig verslag doen-. zijnde deezen ten prin„ cipaalen ingerigt tot gelijde der papieren van het schip de Both, dat op den 3. Augustus Jongstleden alhier gearriveerd is van Gale, met de restant laading van het schip Hoolwerf bedraagende volg=s Factuur ƒ 122897: 4:, waar van wij hier een gedeelte gelost hebben, Met het overige hebben wij het op den 5. ' van deeze maand na Jaggernaikpoeram gezonden, onder 9 aanschrijving aan de Opperhoofden om dien bodem uitterlijk, op den 1. e van de aan staande maand October na Batavia te depecheeren. En wij vertrouwen dat zij daar aan schuldpligtig zullen voldoen. Wij hebben ook in dat schip op vragt voor Batavia gron„ 2 Batavia afgelaaden 33. –. pakken particu„ lieve lijwaaten, waar van wij de eer heb„ „ben, de factuuren Hoog dezelven bij dee„ zen aan te bieden; verzeld gaande van zoodaanige papieren als breeder bekend staan op het inleggend Register, waar aan W wij ons, ten aanzien van dat schip met eerbied gedragen Wij hebben wijders de eer Hoog dezelve ken„ nisse te geven, van het arrivement van het schip de Castor alhier, op den 19e„ Augustus laastleden. konden wij met opzigt tot dit schip, aan Hoog der zelve ordre, om het na Ben„ gale te zenden, voldoen; het zou ons eene bijzondere satisfactie geven. Maar daar het ons uit hoofde van gebrek aan los„ vaartuigen 2 34 vaartuigen en koelies nevens andere in„ conveniencies, die wij de eere zullen hebben nader te detaulleeren, volstrekt onmogelijk scheen, om dien bodem voor het uit einde van deeze maand te ontlossen; (:na welke tijd het al te gevaarlijk is, om eene reise van hier na Bengale te onderneemen:/ hebben wij op een daar omtrend gerequireerd en ingediend berigt der scheeps overheden waar van de Copie deezen verzeld, op hee¬ den moeten besluijten, dat schip van de veise na Ganges te excuseere: Het geen wij hoopa, dat door uwe Hoog Edelhee„ den gunstig zal werden geapprobeerd, om de valabele redenen, bij dat berigt voorkomende: of schoon wij tot ons leet„ weesen nu verpligt zijn dien bodem ballas ticu„ ar aar

NL-HaNA_1.04.02_9703_0050 view scan ↗

English

ballast of the ship to send back to Batavia, as is to happen in the coming month of October. We have the honor, after wishing Heaven's precious blessing upon the illustrious Persons of your High Nobilities and the very wise Government thereof, with all respect and high esteem to remain, undersigned: High Noble, Right Honourable, Far-ruling Lord, and Right Noble Lords, Your High Nobilities' humble and obedient servants. Was signed: W: Blaaukamer, N: Tadama, and M: Stoffenberg. In the margin: Palliacatta in Castle Geldria, the 15th of September 1785. Agrees. Class J: P G Clercq. 33 Register of the Papers that are sent by the ship De Castor and respectfully addressed to His High Nobility, the High Noble, Right Honourable, Far-ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Noble Lords Councilors of the Dutch Indies, Etc: Etc: Etc:, at Batavia, by the Right Noble Honourable Lord Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Commander of the Coast of Coromandel with its jurisdiction, together with the Council at Palliacatta; Namely: By the Ship De Castor No. 1. Original general missive, addressed as stated in the heading of this document, bearing today's date. No. 2. Original secret missive directed to Their High Nobilities by the Lord Commander alone. No. 3. Duplicate of the letter dispatched by the ship De Both to the aforementioned Their High Nobilities, dated 15 December last. No. 4. Copy register of the papers dispatched by the aforementioned vessel, dated as above. No. 5. Copy resolutions of the Lords Commissioners, concerning the takeover of the trading offices on this Coast, from the 24th of May to the 12th of July of this year. No. 6. Copy deed of restitution of Palliacatta. No. 7. A similar deed for Portonovo. 35 No. 8. A similar one of Sadras. No. 9. A similar one of Calicol. No. 10. A similar one of Bimilipatnam. No. 11. Copy outgoing letters of the Commissioners to the English Ministry at Madras, from the 22nd of April to the 16th of August last. No. 12. Copy received letters from Madras, from the 28th of May to the 9th of July inclusive. No. 13. Copy extract from a Coromandel missive written to the chiefs of Sadraspatnam, concerning the dismissal from the Company's service of the clerk Simon Duijnevelt, dated 29 August 179[illegible]. No. 14. Original letter written by the chief mate, the surgeon, and the third mate of the ship De Both to this Council from Jaggernaikpatnam, dated 24 September of last year, containing complaints about Captain Abo, appended with 1 petition. No. 15. A small chest sewn in waxed cloth, and No. 16. Two letter packets addressed to the aforementioned Their High Nobilities, all received from Ceylon. No. 17. A letter packet from the Supreme Council at Calcutta, forwarded by the English Ministry at Madras for transmission to the highest aforementioned Their High Nobilities. No. 18. A petition from the provisional Chief Administrator here, the merchant N:s Tadama, directed to the Noble High Indies Government at Batavia. 37 No. 19. A similar one from the provisional merchant and fiscal Simons. No. 20. A similar one from the provisional merchant and storekeeper Stoffenberg. No. 21. A similar one from the provisional secretary of police Brouwer. No. 22. A similar one from the provisional first sworn clerk of police and secretary of justice Aasz:. No. 23. A similar one from the provisional pay bookkeeper Duijnevelt. No. 24. Original sounding report of the draft of the ship De Castor upon its departure from here. No. 25. Bill of lading and invoice for the charges debited and credited to the Indies capital Batavia. No. 26. Provisional requisition of money, merchandise, and further necessities for this Government in the year 1786. No. 27. Two bills of lading for the 58 bales, chests, and trunks of private linens loaded in the ship De Castor on recognition duty to Batavia. No. 28. A note of the aforementioned packages etc., with the amount of the linens and the freight calculated thereon, see 4 annexed invoices. No. 29. Two expense accounts of the ship 39 De Castor; namely: 1 from Batavia, and 1 from Palliacatta, behind which is added Extract resolution concerning the goods delivered in excess and in deficit by the ship's officers. No. 30. An inventory of the ship De Castor. Palliacatta in Castle Geldria, the 17th of October 1785. Was signed: I: I: Hasz:, First Sworn Clerk. Agrees. H: Has, First Sworn Clerk. 49 To His High Nobility, the High Noble, Right Honourable, Far-ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Right Noble Lords Councilors of the Dutch Indies, Etc: Etc: Etc: High Noble, Right Honourable, Far-ruling Lord, and Right Noble Lords. In our respectful letter of the 15th of September, sent per the ship De Both via Jaggernaikpoeram, we had the honor to give provisional notice to Your High Nobilities of the recovery of all the trading offices, except Nagapatnam, which the Noble Dutch Company possessed on this coast before the recently ended war with England. We take the liberty to attach here the duplicate of this letter, accompanied by an authentic copy of the deed of restitution by which Palliacatta was surrendered to us by the English, and all the letters exchanged between us and the Madraspatnam government during the course of our commission, which we hope has been carried out to satisfaction. The deeds of restitution by which the

Dutch transcription

ballast scheeps na Batavia te rug te zenden. zoo als in de aanstaande maand october staat te geschieden. Wij hebbe de eer, na toewensching van S Hemels dierbaaren zegen over d'illustre Persoonen van uwe Hoog Edelheeden, en Hoog der zelver wijze Regeering met alle eerbied en hoog achting te blijven /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb: wijdgebiedende Heer, en Wel Edele Heeren, Uw Hoog Edelheedens, on„ derdanige en gehoorsaame dienaaren /:was geteekend:/ W: Blaaukamer, N: Tadama en M: Stoffenberg /:in mar„ gine :/ Palliacatta in 't Casteel Gel„ dria den 15: September 1785. Accordeert. Class J: P G Clercq gt tre n blijven mar„ Gel Ge 33 Register der Papieren die per het schip De Castor ver„ zonden en eerbiedig geaddresseerd worden, aan zijn Hoog Edel„ heijd, den Hoog Edelen Groot Agt„ baaren wijdgebiedenden Heer; Mr Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, en de wel„ Edele Heeren Raaden van Ne„ derlandsch India, Etc: Etc: Etc:, te Batavia, door den WelEde„ len Agtbaaren Heer Willem Blaaukamer, opperkoop„ man en Gesaghebber ter Custe Cormandel met den Resorte van, nevens den Raad te Palliacatta; Nament„ Per het Schip De Castor lijk N:o 1. Origineele Gemune missive, aan als in den hoofde deezes gemeld, onderheedigen datum, „ 2. Origineele Secreete Missive door den Heer Gezagheb„ ber alleen aan Haar Hoog Edel„ heeden gerigt, „ 3. Duplicaat des briefs per het schip De Both aan welmelde Haar Hoog Edelheeden afgesonden, gedateerd 15. xber: pass„o Copia Register der papieren per gemelden bodem afge„ gaan, de dato als even „ 5. Copia Resolutien der Heeren Commissarissen, Con„ cerneerende den overneem der Comp„ toiren ter deezer Custe, zedert den 24. Mai tot den 12. Julij deezes Jaars, „ 4. „ 6. Copia Acte van Restitutie van Palliacatta _o Portonovo lijk: No. 8 „ 7. „ „ 35 N:o 8. Een dito van Sadras „ 9 _:o „ Calicol _o „ Bimilipatnam brieven der Commissarissen aan het Engelsch Ministerium te Madras, sedert den 22 April tot den 16. aug:s pass=o „ 12. Copia ontvangene brieven van Madras, sedert den 28. Mai tot den 9. Iulij inclusive, „ 10. „ 13. Copia Extract uijt een Cormandelsche missive aan de opperhoofden van Sa„ drasp=n geschreeven, Concer„ neerende den ontslag uit 's Comps dienst van den Scriba Simon Duijnevelt, ged:t 29. Aug:s 179. „ 14. Origineele brief door den opperstuurman, den oppermeester en derdewaak „ 11. Copia afgaande van - P. 19 afge„ Comp„ catta 2 „ 17. van het schip De Both aan dee„ zen Raade van Jaggernaikp=m geschreeven de dato 24. September J=o leeden, behelzende klagten over den Capitain Abo, annex 1. Request N=o 15. Een kasje in waxdoek benaaijd, en „ 16. Twee brief pakketten aan welmelde Haar Hoog Edelheeden gesuperscribeerd, alle van Ceilon ontfangen, Een brief pakket van den Hoogen Raad te Calcutta door het Engelsch Ministerie te Madras, ter verzending aan Hoogst gedagte Haar Hoog Edelheeden toegezonden, „ 18. Een Request van den provisioneelen Hoofd„ administrateur alhier, den koop„ man N=s Tadama aan de 37 de Edele Hooge Indiasche Re„ geering te Batavia gerigt, N=o 19. Een dito van den p=l koopman en fiscaal Si„ mons „ 20. Een dito van den p=l koopman en Pakhuijsmee„ „ster Stoffenberg, „ 21. Een dito van den p l secretaris van Politie Brouwer, „22. Een dito van den p l Eerste Geswooren klerk van Politie en secretaris van Justitie Aasz: „ 23. Een dito van den provisioneel soldij boekhou„ der Duijnevelt „ 24. Origineele Pijl Rapport van het diep gaan van het schip de Castor bij zijn vertrek van hier, „ 25. Cognoiscement factuur wegens het ten laste 2 dee„ 1 alle „ zonden koop„ N=o 26. Provisioneelen Eisch van geld, koopmanschap„ pen en verdere benodigthee„ den voor dit Gouvernement en den Jaare 1786. „ 27. Twee Cognoiscementen wegens de in het schip De Castor gelaadene 58 pak„ ken, kisten en Coffers parti„ culiere Lijwaaten op recognitie na Batavia „ 28. Een Notitie van voormelde pakken ect, met het bedraagen der Lijwaaten, en de daar op bereekenende vragt vide 4. geannexeerde factuuren- „ 29. Twee stuks onkostreekeningen van het schip en ten goede gebragte na de In„ diasche Hoofdplaatsche Bata„ via, d 39 39 de Castor; als: s: van Batavia, en Palliacatta, waar agter 1: „ gevoegd Extract Resolutie wegens de door de scheeps overheeden te over en te min uitgeleverde goederen, N:o 30. Een Inventaris van het schip De Castor. Palliacatta Jn 't Casteel Geldria den 17. ' october 1785. /:was geteekend:/ I: I: Hasz: E: G: klerk. —. Accordeert H: Has E: G: Clercq: cap„ schip i n, vragt de ove Both 49 Botl bedield, werd nader geat Aan zijn Hoog Edelheid, Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren wijd gebiedenden Heer, M=r. Willem Arnold Alting A Gouverneur Generaal, en De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Etc: Etc: Etc: Hoog Edele Groot Agtbaare wijd gebiedende Heer. En Wel Edele Deeren. de overgaen der Comptorire, met de Bij onzen eerbiedigen van den 15 Septem„ ber, per het schip De Both over Iagger„ Batavia naikp=m 9 en het Duplicaat aangebooden, van Palliacatta, zomeede de brieven na en van Madras Comptoriren naikpoeram verzonden, hadden wij de eer aan uwe Hoog Edelheeden voorloopig kennis te geven van de te rug erlanging van alle de Comptoiren, buijten Nagapatnam, die de Edele Nederlandsche Compagnie voor den Jongst geeindigden oorlog met Engeland op behalv deeze kust bezieten heeft. Het duplicaat van deezen brief neemen wij de vrijheid. hier nevens te voegen verzeld van een Copie authenticq van de acte van restitutie gelijk ook de acte van vestitutie, waar op Palliacatta aan ons is overge„ geeven door de Engelschen, en alle de brie„ en ven tusschen ons en de Madraspatnam sche regeering gewisseld, geduurende den loop van onze Commissie welke wij hoo„ pen, dat tot genoegen volvoerd is —. en de arte van restitutie der overige De Acten van restitutie waar op de

NL-HaNA_1.04.02_9703_0063 view scan ↗

English

The other offices of the Company have been handed over to the persons appointed by us for that purpose. Their contents are practically identical to those of Palliacatta and are also enclosed herewith in copy, except for that of Iaggernaikpoeram, regarding which some difference has arisen between Mr. Hamilton, commissioner on behalf of the Madras government, and the junior merchant De Ravallet, which has thus far withheld the signing. However, we hope that this matter is already finished and that Mr. Hamilton will sign the deed of restitution as altered by us and sent over to Iaggernaikpoeram, which we will then present to Your High Excellencies on a further occasion. With the aforementioned ship De Both, we received a missive from the most esteemed Ceylon Government dated 30 June 1785, containing, among other things, communication of the provisional appointment of the first signatory of this letter as president, and orders regarding how he in the Council, after taking over the places, both with respect to the administration and the employment of the servants still in service so far as it had not been arranged at Colombo, should conduct himself according to the transmitted plan. To which end the said Government also transmitted the plan of restoration regarding the offices on this coast proposed by the Right Honorable Gentlemen Falck and van de Graaff in a separate missive of 19 March 1784 to Your High Excellencies, with the respected answer of Your High Excellencies to those proposals, under instructions to conduct ourselves accordingly, since Nagapatnam remained in the hands of the English. Furthermore, we received with the said vessel a further letter from the Ceylon Government dated 8 July last, containing communication of the election by Your High Excellencies of the first signatory of this letter as Governor in the Coromandel Government, and of the ceased subordination of this Government to Ceylon, by which latter arrangement we again enjoy the long-desired fortune of being able to report directly from here to Your High Excellencies on our actions in the service of the Company. To which we now proceed with respect. The undersigned Governor, however, takes beforehand the liberty to thank with respect and gratitude for the honor of his appointment, and hopes, as far as his strengths will permit, to fulfill dutifully in every way the confidence that Your High Excellencies have pleased to confer upon him by entrusting him with an office of so much importance and distinction. Yet in order to follow an orderly method in describing the matters, we shall, as was done in the deliberations held by us, also take herewith as a guideline for our report the aforementioned missive of the Ceylon Government of 30 June 1785, the separate letter of the Noble Gentlemen Falck and van de Graaf to Your High Excellencies dated 19 March 1784, and the answer of Your High Excellencies dated 26 July following thereafter, insofar as the matters appearing therein relate to our transactions. Of the former members of the Nagapatnam Council of Policy, there remain the merchant Paul Engelbert van Halm, the titular merchant Joan Daniel Simons, and the junior merchants Martinus Stoffenberg and Fredrik Willem Bloeme. To these, the first signatory, in accordance with the qualification so graciously granted to him by Your High Excellencies, has added the merchant Nicolaas Iadama and junior merchant Willem Hendrik van Bijland, of whom the first has been appointed by the Ceylon Government as Chief Administrator here with nomination as Senior Merchant, and the other as Chief and Second of Sadraspatnam, with nomination as Merchant. By the aforementioned members, or those who were present here, the first signatory of this letter was received, recognized, and respected in the Council of Policy on 4 August last as Governor of the Coromandel Government; and the necessary reports thereof were dispatched to the subordinate factories. However, the swearing-in of his Honor and the members has been postponed until one shall have received the forms for that purpose located at Nagapatnam, because the form for the Governor sent to us from Colombo was drafted as dependent on Ceylon, and thus does not at all correspond with that designed for a commander of the coast. As for the remaining members to make up a complete Council, these will shortly be chosen by the Honorable Governor from the most capable and faithful servants and proposed to Your High Excellencies for approval, as he now has the honor to do herewith regarding the present members. Palliacatta, on the supposition that Nagapatnam remained with the English, having been proposed by the Right Honorable Gentlemen Falck and van de Graaf in a separate missive of 19 March 1784 to Your High Excellencies as a chief office for this Coast

Dutch transcription

„ 43 eer aan en waarom. de overige Comptoiren van de Compagnie, zijn overgegeven, aan de daar toe door ons benoemde persoonen zijn genoegzaam van den eijgen inhoud als die van Palliacatta; en gaan ook nevens deezen in Copia over, be„ behalven die van Jaggerwaikp=m halven die van Iaggernaikpoeram, waaromtrend eenig verschil gereesen is tusschen den Heer Hamilton Com„ missaris van wegen de Madrasse regeering, en den onderkoopman De Ravallet, dat het teeken tot nog toe weerhouden heeft. Edog wij hoopen, dat het zelve reeds geeindigd, en door den heer Hamilton zal geteekend weezen, de door ons veranderde en na Iagger„ naikpoeram overgezonde acte van restitutie, die wij dan bij een nadere gelegenheid kenni is den dop caat d stitutie „ den hoo„ og Communicatie van den ont„ vangst van een brief van Ceilon, Ed: antwoord daar op, gelegenheid Hoog de zelve zullen aanbieden, Met het opgemelde schip De Both ont„ vingen wij een missive van de zeer geëerde Ceijlonsche Regeering gedateerd 30. Iuni 1785., behelsende onder andere Communicatie van de provisioneele aanstelling van den eersten teekenaar deezes tot president, en ordres hoedanig hij in den Raad na het overnemen der plaatsen zoo ten aanzien van het be„ Htier als het emplooi der nog in weesen zijnde Dienaaren voor zoo ver daar omtrend op Colombo niet was gedisponeerd, zig overgezonden plan, met H: H: zouden hebben te gedraagen. Ten welken eijnde gemelde Regeering teffens overzond het door de wel Edele Groot Agtb: Heeren Falck, en van de Graaff, bij aparte missive van den 19. Maart 1784: aan Uwe Hoog na lon 45 nader ontvangene brief van Ceij„ lon, Hoog Edelheden voorgedraagen plan van herstel omtrend de Comptoiren op deeze kust, met het gevenereerd antwoord van uwe Hoog Edelheden op die propositien„ onder aanschrijving, om ons daar na, wijl Nagapatnam in handen van de En„ gelschen bleef, te gedraagen. - Wijders ontvingen wij met gemelde bo„ dem een nadere brief van de Cijlon„ sche Regeering gedateerd 8. ' Iulij pas„ sato, behelzende Communicatie van de electie door uwe Hoog Edel„ heden van den eersten tekenaar deezes tot Gezaghebber in het Cor„ mandels Gouvernement; en van de ge„ cesseerden onderhoorigheijd van dit Gou„ vernement aan Ceijlon, door welke laaste Een verslag van de verrigtingen in den dienst van de Comp=e dank betuiging van den heer Gesaghebber voor zijn aan„ stelling welke brieven men tot een lij„ draad van het verslag neemt, laaste schikking wij weder het lang ge„ wenscht geluk genieten, om directelijk van hier aan uwe Hoog Edelheden verslag te mogen doen, van onze verrigtingen in den dienst van de Compagnie. Waar toe wij tans met eerbied overgaan Den ondergeteekende Gezaghebber neemt egter voor af de vrijheijd met eerbied en erken„ tenisse te bedanken voor de eer zijner aanstelling; en hoopt voor zoo ver het zijne kragten zullen toelaaten, allezinds schuldpligtig te voldoen aan het vertrouwen dat Hoog dezelven aan hem hebben gelieven te defereeren, door hem een Charge van zoo veel belang en aanzien op te draagen.. Dog om een geschikte ordre te volgen in i al wie in we het 42 in weezen, het beschrijven der zaaken, zullen wij gelijk in de door ons gehoudene besoignes gedaan is, ook bij deezen tot een lijdraad, van ons verslag neemen, den meerge„ melde Missive der Cijlonsche Re„ geering van den 30. Iuni 1785, den aparten brief van de Edele Heeren Falck en van de Graaf aan uw Hoog Edelheden gedateerd 19.' Maart 1784; en het antwoord van Uwe Hoog Edelheden in dato 26. Iuli daar aan volgende, voor zoo ver de daar bij voorkomende zaaken, tot onze verrigtingen relatie hebben. „wisal van de voorige leeden sig Van de voorige leden van den Na„ gapatnamschen Raad van Politie zijn nog in weezen den koopman Paul Engelbert egter i 3 en ter op nieuw bijgevoegd zijn, Engelbert van Halm; den koopman titulair Joan Daniel Simons, en de onderkooplieden Martinus Stof„ fenberg, en Fredrik Willem Bloeme. Bij deezen, heeft den eersten ondertekenaar, volgens de qua„ lificatie door uwe Hoog Edelheden zoo gratieus aan hem verleend, gevoegd, den koopman Nicolaas Iada„ ma en onderkoopman Willem Hendrik van Bijland, waar Vog het waar en Ceilonsche van den eersten door de Regeering tot Hoofd-administrateur alhier met voordragt tot Opper„ koopman, en den anderen tot opper„ hoofd en secunde van Sadraspat„ nam, met voordragt tot koopman, benoemd zighe erkennis 49 erkenning van den heer Ge„ zaghebber door de Leeden van den raad dog het beedigen is uijtgesteld. en waar om, Door de voorschreeve Leden, dan wel„ de geene, die hier present waren, is den eersten tekenaar deeses op den 4. Au„ gustus Jongstleden, als Gesaghebber van het Chormandels Gouvernement, in Raade van Politie ontvangen, erkend en gerespec„ teerd geworden; en daar van de noodige berigten na de onderhoorige factorijen afgezonden Dog het beëedigen van zijn E: en de Leeden is uijtgesteld, tot men, de daar van op Nagapatnam leggende formulieren zal hebben ontvangen; wijl het formulier voor den Gezaghebber, ons van Colombo toegezonden, als dependent van Ceilen was ingerigt, en dus geerzins over een komt met benoemd is dat daags verkoozen worden; Pall: tot een hoofd Comptoir geproponeerd zijnde dat voor een gebieder van de kust beraamd. de overige leeden zullen eerst„ Wat de overige Leeden, om een volkomen Raad uit te maaken, betreft! deezen zullen eerstdaags door den E: gesaghebber uit de bekwaamste en getrouwste Die„ naaren verkoosen en aan Uwe de kun Hoog Edelheden ter approbatie voorge„ 77. dragen worden; zoo als hij tans, omtrent de presente leden de eere heeft bij deesen te doen 7. Palleacatta, in suppositie dat Nagapatnam aan de Engelschen blief, door de wel Edele Groot Agtb: Heeren Falck, in van de Graaf, bij apparte missive van den 19. Maart 1784. , aan uwe Hoog Edelheden geproponeerd zijnde, tot een Hoofd Comptoir voor deeze ge Kust

NL-HaNA_1.04.02_9703_0071 view scan ↗

English

is the seat established there made knowledge, embraced coast; which proposal was also adopted by Your High Nobilities, we have, in compliance with the aforementioned venerated arrangements, also established the seat of our administration there. the proposal is without local But we respectfully request Your High Nobilities to be permitted to demonstrate how we trust that the lack of local knowledge alone could have caused the Right Honourable Gentlemen Falck and van de Graaf to decide to propose Palliacatta, in the absence of Naga, to Your High Nobilities as a principal place for this and around by Your High Nobilities. coast. Certainly much weight was added to this by High venargele on that account Your High Nobilities' considerations that not only prior to the establishment of Nagapatnam this trading post had been the principal place, but in this recent war it is the only one of all our possessions that was not demolished to the ground by the English. The matter, viewed from this perspective, was certainly plausible. But we nevertheless, saving all respect for the opinion of the aforementioned Honourable Gentlemen Councillors of the Indies, take the liberty to remark: That we firmly believe that if the Right Honourable Gentleman van de Pert 27 53 Palliacatta was formerly the principal trading post, de Graaff had been able to come and visit this coast in person, His High Nobility's choice would by no means have fallen upon Palliacatta as a principal trading post, but that His Right Honourable Nobility would on the contrary have found the two above- mentioned considerations too light, against the defects of this trading post as a principal place. That Palliacatta was the principal trading post prior to the establishment of Nagapatnam proves (if we are not mistaken due to lack of the archives) more that it was the first and only seat of the formerly had more convenience, Company that was granted to it in the beginning, and from where naturally all expeditions for the expansion of trade along the coast took place during that time, rather than that it is the most suitable for a principal trading post and therefore preferable over other places that we still possess. Nor can we deny that the situation of Palliacatta formerly had more conveniences than at present, principally in the unloading and loading of ships and vessels— for formerly the unloading vessels 55 is. . now encounter, vessels came up to the now demolished residence of the fiscal; that is, a short stone's throw from the moat of the fort. that it is hard for us to believe But this has now changed to such an extent that one can hardly believe that it was once so. which inconveniences present themselves The mouth of the river, through which those vessels came so close, is silted up and unusable; presently the goods must, at an estimated horizontal distance of more than half an hour from the fort, be unloaded onto the beach, carried from there to the river, which is quite wide, through heavy sand, loaded again into small vessels, brought across the river, and nen, 9 continuation. river, and then finally carried up into the fort—. Which causes quite some difficulties in the unloading and carrying up of the goods. 1 Yet in this, Right Honourable Gentlemen, lay no such great inconvenience when Palliacatta, being still a subordinate trading post, had unloaded there only those few goods that were brought by sloops at various times from the principal place for its almost negligible turnover. But the inconvenience thereof makes itself felt when in a late season one or two ships, just as un 5 57 it has become apparent; must remain unloaded lying. just as now, must be unloaded: at the unloading of the Both The ship De Both began unloading on the 6th of August, yet with all diligence applied, it could not depart before the 5th of September, although all the copper brought by that vessel remained in it for Iaggernaikpoeram and Bimilipatnam, and aside from 33 bales of private linens, nothing else than ballast was shipped onto it. the Castor had so long Necessarily we meanwhile had to leave the Castor lying unattended until after the departure of the Both—whereby it became impossible to unload that ship so early and to put in the necessary ballast in 6 1 to depart. report submitted by the ship's officers, shortage of coolies thus too late to Bengal, so that it, according to the order of Your High Nobilities, could be sent from here to Bengal without apprehension. The ship's officers already saw this themselves in the middle of the previous month, and therefore requested in a submitted report to be excused from that voyage; in which, for probable reasons, we have consented. Besides all the above-mentioned natural reasons for a difficult and tedious unloading, a very great inconvenience here is also the shortage of coolies; thirty persons, and no more, do we have at hand here, we m who th thus 39 stand, has jurisdiction. work, they also not under our authority who are by no means under our authority, and therefore work as they please, without them being able to be forced to do more. for one here has little juris- Because upon the least thing that does not please them, they have only to move outside our jurisdiction, that is, outside the former revetment of the castle's moat, in order to be free from all compulsion. thus they also at their pleasure This being known to them, it barely strikes eleven o'clock before they leave all work standing, and due to the heat of the sand they do not return before three o'clock; unless in the meantime, which very often happens, they are not pressed

Dutch transcription

51 is daar den Zetel gevestigd kundigheid gedaan, geamplesteerd kust; welke propositie ook door Hoog„ dezelve is geadopteerd geworden, hebben wij in voldoening der voorschreeve gevenereerde Schikkingen, daar ook den zetel van ons bewind gevestigd, de propositie is zonder locaale Maar wij verzoeken aan uwe Hoog Edelheden met eerbied te mogen vertoonen, hoe wij vertrouwen dat het missen van locaale kundig„ „ heden alleen, de wel Edele Groot Agtb: Heern Falck en van de Graaf hebben kunnen doen besluijten om Palliacatta, bij ontstentenis van Naga, aan uwe Hoog Edelheeden tot een Hoofdplaats voor deese en om werder door H: H: Edelh: Kust voor te slaan. Zekerlijk heeft hier aan veel gewigts bijgezet, Hoog ge„ venargele dies weegens Hoog derzelver Consideratien, dat niet alleen voor het etablissement van Nagapatnam, dit Comptoir de Hoofdplaats was geweest, maar in deesen Jongsten oorlog de eenigste van alle onze besittingen is, die door de Engelschen niet de fonden Comble is gedemolieerd. De zaak „uit dit oog punt beschouwd, was zekerlijk probabel. Maar wij neemen egter, behoudens de eer„ bied voor het gevoelen, van de opgemelde Ed: Heeren Raaden van Indien de vrijheid te remar„ queeren: Dat wij vast stellen, dat zoo den wel Edele Groot Agtb: Heer van de Pert 27 53 Pabl: is wel eer het hoofd„ comptoir geweest, de Graaff, deeze kust in perzoon had kunnen komen bezoeken, Hoog deszelvs keuse geenzints 8 op Palliacatta als een Hoofd„ Comptoir zoude gevallen zijn, maar dat zijn wel Edele Groot Agtb: daar en tegen de twee boven„ Consideratien zou hebben gemelde te ligt bevonden, tegen het defec„ tuause van dit Comptoir als een Hoofd-plaats Dat Palleacatta voor het eta„ bisseeren van Nagapatnam, het Hoofd Comptoir is geweest, bewijst (:zoo wij ons door gebrek aan de Archiven niet bedriegen:/ meer, dat het de eerste en eenigste Zetel van de schoen voor deezen meer gemak gehad heeft, de Maatschappij is geweest, die in den beginnen aan haar wierd ge„ accordeerd, en van waar dus na„ tuurlijk alle expeditien, ter uijt„ brijding van den handel langs de kust in dien tijd zijn geschied, dan, dat het de bekwaamste is, tot een Hoofd Comptoir en daar toe preferabel boven andere: plaatsen, die wij nog bezitten. Ook kunnen wij niet ontkennen, dat de situatie van Palliacatta„ voor deezen meer gemakkelijk„ heden had, als thans; voornaa¬ mentlijk in het lossen en laaden van scheepen en vaartuijgen— want eertijds kwaamen de los vaar 55 is. . tans opdoen, vaartuigen tot aan de nu gedemoli„ eerde wooning van den fiscaal; dat is een kleine steenworp van de gragt van het fort. dat ons bezwaarlijk te geloven Dan, dit is thans zoodanig veran„ derd, dat men bezwaarlijk kan ge„ loven, dat het eens zoo geweest is. welk inconvenienten zig De mond van de revier, door welke die vaartuigen zoo na bij kwamen, is verzand en onbruijkbaar; tans moeten de goederen, na gissing ruijm een half uur, horisontaale distantie van het fort, op het strand gelost van daar tot aan de revier, die vrij breed is, door Zwaar zand gedraagen, weeder in klijne vaartuigen geladen, over de vr„ vier en nen, 9 vervolg. vier gebragt, en dan eindelijk tot in het fort opgedraagen worden —. Dat vrij wat moeijelijkheden, in het lossen en opdraagen der goederen veroorzaakt, 1 Dan hier in Hoog Edele Heeren, was zulk een groot ongemak niet gelegen, toen Palliacatta nog een Subaltern Comptoir zijnde, daar maar wierden gelost die wijnige goederen, die van de hoofdplaats tot den bij na niets te beduijdenden vertier, van het zelve, met sloepen op differente tijden wierden aange„ bragt. Maar het inconvenient. daar van doet zig gevoelen, wanneer in een laate tijd, een of twee scheepen, gelijk on 5 57 ssen is dezelve gebleeken; ongelost moeten blijven „leggen. gelijk als nu, moeten ontlost worden: bij het ontlossen van de Both Het schip De Both begon den 6. Aug=s te ontlossen, dog met alle aangewende vlijd, heeft het niet voor den 5 Sep„ tember kunnen vertrekken, schoon al het kooper, door dien bodem aangebragt, daar in gebleven is voor Iaggernaikpoeram en Bimilipat„ nam, en buijten 33. pakken parti„ culiere lijwaaten, er niets anders dan ballast is in afgescheept. de Castor hadt zoo lan Noodwendig moesten wij intusschen de Castor onaangevoerd laaten leg„ gen tot na het vertrek van de Both - waar door het onmogelyk ge„ worden is dat schip, zoo vroegtijdig te ontlossen en de noodige ballast in 6 1 te vertrekken. ingedient berigt door die scheeps overheeden, gebrek aan Coelis dus te laat om na Bengale in te geeven, dat het volgens ordre van uwe Hoog Edelheeden, van hier, zonder bedugting na Bengale zou kunnen gezonden worden. Dit zaagen de scheeps-overheeden reeds zelve, in het midden van de voorige maand, en versogte dus bij een ingedient berigt, om van die rijze te mogen werden g'excuseerd; waar in wij om de probable motiven, hebben bewilligd Buijten alle de bovengemelde na„ tuurlijke redenen van een bezwaarlijke en talmagtige ontlossing, is hier mede een zeer groot inconvenient het ge„ brek aan Coelies dertig stuks, en 1 geen meer, hebben wij hier aanhander wij m welke di dus 39 staan, diotie heeft. werken, de ok niet onder ons gezag welke geensins onder ons gezag staan, en daarom werken, zoo als het hun gelust, zonder dat zij kunnen gedwon„ gen worden om meerder te doen. wijl men hier wijnig Juvis, want zij zig maar op het min„ ste dat hun niet aanstaat, buijten onze Jurisdictie, dat is buijten de geweeze beschoeijing van de Cas„ teels gragt, hebben te begeven, - om vrij van alle dwang te zijn. dus zij ok na welgevallen Dit hun bekend zijnde, slaat het naauwlijks elff uuren, of zij laaten alle werk staan, en komen wegens de hitte van het zand niet voor drie uuren weerom; zoo zij inmiddens, dat aldikwils gebeurt, niet geprest wor„ den

NL-HaNA_1.04.02_9703_0080 view scan ↗

English

place is to be chosen, Company's territory, by the Havildar why Pall: should not be made a capital However many inconveniences have already been respectfully demonstrated by us to your High Nobilities, these are nevertheless not the only difficulties that make Palliacatta not very eligible as a capital how far the territory of the Outside of the remote villages and a small cougang, where mostly utterly poor native Christians live, we have here not the least territory that we can indisputably claim for ourselves, other than the ground of the Fort up to the outer side of the moat. The continuation It is true that we formerly seem to have had, or at least exercised, more authority here; but this has long disappeared, and is now not to be recovered. By right we cannot prove that the front before the fort, where some Dutch houses are built that are greatly in decay, belongs to the Company. And because of this strange double jurisdiction, few days pass without the first signatory being interrupted by one dispute or another of more or less importance. what proposed Palliacatta as a capital — not have decided this. second motive why Palliacatta As regards now the second motive which seems to have moved the Right Honorable and Respected Gentlemen Falck and van de Graaff to propose Palliacatta to your High Nobilities as a capital, namely: that here was a stronghold, sufficient for the resistance that one had to offer to a native enemy; and that in this fort were warehouses and residential houses that have not been torn down, and could be repaired at less expense than elsewhere a personal inspection would We also believe we may freely suppose here that the fortifications, that a personal inspection would not have made Their Right Honorable and Respected Gentlemen decide so favorably for Paliacatta in this regard. demonstration of the defects of The fortifications are decayed, and the moat running around them, whose stone outer revetment collapsed and disappeared already many years ago, is dry and full of mud most of the year; which causes a harmful and unpleasant exhalation. One point with its berm is cracked from bottom to top, and the parapets are mostly collapsed; besides that, everything has been undermined by the English, with continuation the intention of blowing up the fortifications, had they deemed it necessary. In the year 1782, when Admiral Suffren appeared near here with the French squadron, they actually brought the powder into the mines for that purpose, in order to take effect at the slightest maneuver toward a landing. Not to mention now the general impossibility of defending a fort where the foremost houses of the town stand no further than a pistol shot away; we trust that your High Nobilities will continuation gladly grant us that the successive wars of the English and French have instructed the natives so greatly in military science, both in attacking and defending places, and further in everything relating to war, that a native enemy nowadays is very different from a similar and even mightier enemy of fifty years ago. And therefore we dare say with respect that this fort can as little be maintained against a native power as against a European one. And to this we may safely add, without in any way exaggerating the matter, and of the remaining buildings what was already said thereof in the report of the Honorable Mr. Haksteen that if we were forced in such a case to fire with any persistence and vivacity, it is much to be feared that not a single house in the fort would remain standing. Such is the poor condition of the buildings that still remain; and of which we now must say another word. They were already quite dilapidated before the last war, yes, even already at the beginning of the administration of the Extraordinary Councillor Mr. Haksteen of blessed memory. In his Honorable's report of the inspection made by him to continuation the north, dated Nagapatnam the 5th of January 1766, His Honorable and Respected expresses himself regarding the buildings as follows: The Company's buildings there are in a desperate state; the Chief's residence threatens to collapse; and it is likewise with all the warehouses, which for the greatest part are already shored up, for since the first construction, which was about the year 1615, no major repair has been made to them. If it already looked desperate for the buildings then, we found them how the packing hall, warehouses and the church were found in a rather more deplorable condition upon the return of the fort. The Packing Hall with the warehouses underneath it, and the Barracks, we found collapsed, and the remaining houses in such a condition that their collapse is to be feared any day now. The church is in such a dilapidated and threatening state that one can enter it only with terror, because of which no service can be held in it either. likewise the residential houses in the fort The number of residential houses in the fort, besides some small houses formerly presumably for the use of continuation sergeants, boatmen, and servants of those inferior ranks, built along the western inner walls of the rampart, and which are also decayed and unusable, consists of five units; previously occupied by the Chief, the Second, though he always lived in the Fiscal's house outside the fort, which as a Company building was demolished by the English, the Commander of the garrison, the Warehouse Master, and the Surgeon. Of all these, the Chief's house makes a passable appearance upon entering, but it is utterly dilapidated and dangerous to

Dutch transcription

plaats te kiesen is, Comp=e strikt, den, door den Haweldaar waarom Pall: tot geen hoofd„ Hoe veele inconvenienten ook door ons bereeds aan uwe Hoog Edelheeden, met eerbied zijn ver„ toond, zijn dit egter alleen de Zwaa„ righeeden niet, die Palliacatta tot een hoofdplaats niet zeer verkieselijk maaken hoe ver het territoir van de Wij hebben hier, buijten de afgelege dorpen, en een klijne Coupang, 18 daar meest dood arme inlandsche Christenen woonen, niet het minste territoir, dat wij ons in disputa„ bel kunnen toeeigenen, dan de grond van het Fort tot aan de buijten kant van de gragt. ver Het 2 61 vervolg Het is waar dat wij hier voormaals meer gezag schijnen gehad, of ten minsten geoeffend te hebben; dog dit is lang verdweeren, en nu niet weeder te recouvreeren. Met regt kunnen wij niet aantoonen, dat het front voor het fort, waar eenige Hollandsche huijzen, die grotelijks in verval zijn; gebouwd zijn, de Compagnie toekomt. En door deese wonderlijke dubbelde Jurisdictie gaan er wijnig dagen om, dat den eersten tekenaar niet word geinterrumpeerd, met het een of ander verschil van meer of min Celang. wat 2 liacalta tot een hoofdplaats voorgesteld — dit niet hebben doen besldig ten. tweede mote, waarom Pal; Wat nu betreft, het tweede motief dat de wel Edele Groot Agtb: Heeren Falck en van de Graaff, schijp nen bewoogen te hebben om Pal„ liacatta aan uwe Hoog Edel„ heden tot een hoofdplaats voor te stellen, naamentlijk: dat hier een sterkte was, toerijkende voor den tegenstand, die men aan een inlandsche vijand doen moest; en dat in dit fort pak en woonhuijzen waren, die niet afgebrooken zijn, en met minder kosten, dan elders zouden te verhelpen weezen een Personeele inspectie zou) wij gelooven ook hier omtrend vrijelijk te mogen veronderstellen, dat 63 de fortificatien, dat, dat een personeele inspectie Nun„ ne wel Edele Groot Agtb, zoo favo„ rabel niet voor Paliacatta zouden hebben doen besluijten, in dit opsigt. vertoning der gebreeken van De fortificatien zijn vervallen, en de daarom loopende gragt, wel„ kers steene buijten beschoeijing J al voor lange Iaaren is ingestort en verdweenen, is den meesten tijd van het Iaar droog en vol modder; dat een nadeelige en onaangenaame uitwaaseming ƒ veroorzaakt. De eene punt met dies barm is van onderen tot boven gescheurd, en de parapets 1 meest vervallen; buijten dat, is alles door de Engelschen ondermijnd, met 1 1 vervolg met oogmerk om de fortificatien te doen springen, zoo zij het noo„ dig geoordeeld hadden. In het Jaar 54 1782:, wanneer de Admiraal Suff„ fven zig met het frans Esqua„ der hier na bij vertoonde, bragten zij daar toe het kruijt, werkelijk in de mijnen om effect te kunnen doen op de minste manoeuwe tot een landing. Om nu niet te spreeken van de algemeene onmogelijkheid om een fort te verdedigen, daar de voorste huijzen van de stad niet verder dan een pistool schoot van afstaan; vertrouwen wij, dat uwe Hoog Edelheden ons 69 69 65 vervolg ons gaarne zullen accordeeren, dat de successive Oorlogen der En„ gelschen en franschen, de inlanders zoodanig in krijgs-kunde, zoo wel om plaatsen te attaqueeren als te defendeeren, en verder in alles wat tot den oorlog betrekkelijk is, heb„ ben onderweesen, dat een inlandsche vijand hedendaags zeer onderschijden is, van een gelijken en zelfs magtiger vijand voor vijftig Jaaren. En daarom durven wij met eerbied zeggen dat dit fort zoo min te soutineeren is tegen een inlandsche als een Euro„ pesche magt. En hier bij mogen wij, zonder de zaak eenigzints te vergrooten, met gerust„ heid en der overige gebouwen wat daar van al bij het rapport van de Ed: heer Haksteen gezegd heid voegen, dat wanneer wij in een diergelijke geval genoodzaakt waren, met eenige aanhoudentheid en viva„ citeit te schieten, het zeer te vreesen is, dat ter geen een huis in het fort zou blijven staan. zoodanig slegt is den toestand van de gebouwen, die 'er nog overig zijn; En waar van wij nu nog een woord. dienen te spreeken Dezelve waren al wrij bouwwallig voor den Jongsten oorlog Ja zelfs 8 al in het begin der Regeering van 9 den Heer Raad Extra ordinair Hat„ steen /: L:M: Bij zijn wel Ed: Rapport, van de door wel den zelven gedaane visite om i. — 62 vervolg om de noord, gedateerd Nagapatnam den 5. Januarij 1766, drukt zig zijn wel Edele Gestr: omtrend de gebouwen aldus uit Met 's komps gebouwen is het al„ daar desperaat gestelt; het opper„ hoofds wooning drijgt in te storten; en zoo is het ins ge„ lijks gelegen met alle de pak„ huijsen, die voor het grootste gedeelte reeds onderschraagd zijn, want 't zeedert den eersten Op„ bouw, dat geweest is omtrent den Jaare 1615. is ter geen Capi„ „ taale reparatie aangedaan. „ Dan zag het 'er toen reeds desperaat met de gebouwen uit, wij vonden dezelve „ „ „ hoedanig de paksaal, pak„ huien en de kerk bevonden zijn dezelve nog in een vrij de plorabeler toestant bij de te rug gave van het fort. De Pakzaal met de daar onder„ staande pakhuijzen, en de Casernen vonden wij ingestort en de overige huijzen in zoodanig een toestand, dat dies instorting eerstdaags te vreesen is. De kerk is in zulk een bouvalli¬ gen en drijgenden staat, dat men niet dan met schrik ter in kan komen, waar door 'er ook geen dienst in kan gedaan worden. zomeese de woonhuijsen in 't fort Het getal der woonhuijzen in het fort, buijten eenige maisonnette, oudtijds vermoedelijk, ten dienste van v 69 vervolg van Sergeants, bootslieden en dienaaren van die inferieurs qualiteiten, langs de wester binnen muuren van de wal gebouwd, en die ook vervallen en onbruijkbaar zijn, bestaat in vijf stuks; bevorens geoccupeerd door het opperhoofd, den secunde /:dog die altoos het fiscaals huijs buijten het fort bewoonde, dat als een Com„ pagnies gebouw door de Engelsche is gedemolieerd; / den Commandant van het guarnisoen, den Pakhuijs„ meester en den Chirurgijn. Van alle deeze maakt het opperhoofds„ huis een tamelijke vertooning bij het inkomen, dog het is vol„ strekt bouwvallig en gevaarlijk te

NL-HaNA_1.04.02_9703_0090 view scan ↗

English

continuation, to inhabit. The walls of the same, which by an extraordinary architecture are fully half again as thick as the parapets of the rampart, are, or appear strong, but the woodwork under the flat roof which has sagged to such a degree that one goes upon and underneath it with fear is so bent and cracked that, for safety's sake, one does best to move to one side whenever a salute is fired, even with as little powder charge as possible. The polished freestones with which the house was floored have been broken out by the English and transported to Madras. continuation transported. The other houses were inhabited either by English officers or by Sepoys, who kept house in such a manner as one may expect from troops in an enemy place; so that after the surrender, more than a month was needed merely to clean the houses. With all this, the foundations of the buildings and the entire ground have been undermined by perciallies a kind of large, harmful rat along the coast on this side of the river Coleroon. By the collapse of the packhouse hall, underneath which were packhouses, no more than two usable packhouses remain. The Mint was formerly inside the fort, but the place is no longer to be found. The necessary building for it could, however, be placed within the walls, were that the only inconvenience of this old Castle. Yet, in order not to weary Your High Excellencies any longer, we shall not extend this tedious account of the condition of this dilapidated fort any further, being morally well assured that when it is surveyed by a competent engineer, whom we expect here within a few days from Ceylon, the external and internal defects will be found to be so numerous that it would be spending good money after bad to attempt any major repairs upon it; for one would need to begin by demolishing by far the greatest part if one wished to make something, even if only tolerably durable, out of it, and in which case we, with submission to Your High Excellencies' wiser judgment, would find it preferable to begin something on a site where one possesses territory. Following further the plan of the Honorable Messieurs Falck of blessed memory and van de Graaff, we come to the article of the Servants. The chief offices having been disposed of by the Right Honorable, Valiant Lord van de Graaf, namely: The Chief Administration here, to the merchant Tadama; The Chief Residency of Jaggernaikpoeram, to the merchant van Halm; The office of Fiscal, to the titular merchant Simons, and The Chief Residency, Secunde, and Cashier's office of Sadras, to the junior merchant van Bijland; we have dutifully conducted ourselves according to His Honor's arrangements by immediately placing, or causing to be placed, the aforementioned persons into the actual exercise of their aforementioned offices. However, regarding the further arrangements concerning the Servants, we cannot in any way conform to the plan proposed to Your High Excellencies by the repeatedly mentioned Honorable Messieurs Falck and van de Graaf, however much reverence we have otherwise felt, and feel, for Their High Honors' superior knowledge. And thus, concerning this subject, we take the liberty respectfully to submit to Their High Honors a humble proposal, which is calculated upon the present situation of the Company's establishment, on the supposition that either Palleacatta or another factory will remain the Main Seat, and Nagapatnam will remain in the hands of the English. Which, however, would have to lapse entirely if the former Main Seat were returned to the Company. We have no local knowledge of the Government of Malacca, and the establishment of the civil and mercantile department there, and therefore we dare not presume anything other than merely to guess that the administration of this Government—where at the restored places, the business and scope of trade that were to be conducted there beforehand will in no way have diminished, once procurement and trade, under God's blessing, are properly underway again—is of greater extent than that of Malacca. Proceeding upon this supposition, and even more so upon the local knowledge of the situation here, we are humbly of the opinion that one cannot calculate the number of the Servants on this Coast, or their offices, according to the standard of Malacca; and that therefore, however much we strive to proceed in all things according to the rules of a strict frugality, the Chief Administration and the office of First Packhouse Master, however well they may match elsewhere, cannot be combined on Coromandel. The work of the former is very heavy throughout the entire year, and especially at the time when there are ships, and demands so much circumspection that, if a Chief Administrator is to perform his

Dutch transcription

vervolg, te bewoonen. De muuren van het . . zelve die, door een bijzondere bouw„ kunde ruim de helft dikker zijn, dan de borstweeringen van de wal, zijn, of schijnen sterk, dog de houtwerken onder het plat /:dat zoodanig ingezakt is, dat men 'er met vreese op = en ondergaat:/ zijn zoo geboogen en gekraakt, dat men vijligheids halven best doet, zig aan een zijde te begeven, wanneer er een salut, met zoo wijnig laading kruijt als mogelijk, gedaan word. — De arduijne gesleepe steenen met welke het huijs is bevloerd geweest, zijn door de Engelschen uitgebrooken en na Madras vervoerd „ vervolg vervoerd. De andere huijzen zijn of door Engel„ sche officieren of door Cipaaijs bewoond geweest, die huijs gehouden hebben zoodanig, als men verwagten kan van troepen in een vijandelijke plaats; zoo dat men na de overgave meer dan een maand heeft noodig gehad alleen om de huijzen te rijnigen. Bij al dit zijn de grondsla„ gen der gebouwen, en de gantsche grond ondermijnd door perciallies /:een zoort van groote schaadelijke volten langs de kust aan dee ze kant van de rivier Col„ derom. Door baar. — meer te zien. een Jngenieur wordt van sei„ lon verwagt.. twe pakhuijsen zijn maar bruijt, Door het instorten van de pakzaal, onder het welk pakhuijzen waaren, zijn 'er niet meer over als twee bruijk, baare pakhuijsen de plaats van de munt, is mit De Munt was bevorens binnen het fort, dog de plaats niet meer te vinden. Het noodige gebouw daar toe zoude egter binnen de muuren wel te plaatsen weezen, waare dat het eenige in„ convenient van dit oud Casteel. Dog om uwe Hoog Edelheden niet langer te ennuijeeren zullen wij dit te diens verhaal, van den toestand van dit vervallen fort„ niet verder extendeeren, morali„ ter wel verzekerd zijnde, dat wan„ neer het door een bekwaam inge„ nieuw 75 wat beter, dan Capitaale reparatien te doen nieur, die wij hier binnen wijnig dagen van Ceilon verwagten, werd opge„ nomen, de uit-en- inwendige gebree„ ken, zoo meenigvuldig zullen bevonden worden, dat het goed voor kwaad geld zoude besteed zijn, eenige Capitaale reparatien daar aan te willen doen; want men zoude dienen te beginnen met verre het grootste gedeelte af te bree„ ken, zoo men 'er iets, al waare het maar tamelijk bestendigs, van zoude willen maaken, en in welke geval, wij (: met submissie aan uw Hoog Edelheedens wijzer oordeel, / preferabeler zoude vinden iets te beginnen op een plaets Gouverneur begeeven. plaats waar men territoir heeft. welke dinsten door den Ceijlenschen et plan van de Edele Heeren Falck /: L M: en van de Graaff alverder volgende, komen wij aan het arti„ cul van de Dienaaren De hoofd diensten door den wel Edele Gestr: heer van de Graaf begeven zijnde, N als De Hoofd administratie alhier, aan den koopman Tadama; De opperhoofdij van Iaggernaikpoeram aan den koopman van Halm; Het ampt van fiscaal aan den koop„ . man titulair Simons, en De opperhoofdij, secundens en Cassiers dienst van Sadras aan den onder„ koopman 75 Nonconfirmeering met de ver„ den schikkingen der dienaa„ ven koopman van Bijland; hebben wij ons schuldpligtig na zijn Ede„ les schikkingen gedraagen, door de 1099 voorschreeve persoonen immediaat te stellen of te doen stellen, in de werkelijke exercitie van hunne voorschreve ampten Maar wegens de verdere schikkin„ gen omtrent de Dienaaren, kunnen wij ons allezints niet Conformeeren met het aan uwe Hoog Edel„ heden voorgestelde plan door de meergemelde Edele Heeren Falck en van de Graaf, hoe veel reve„ ventie wij anders voor Hoog derzelver meerder kundigheden hebben gevoeld, en gevoelen. En 101 voor stel dierwegens waarom de Cust van meerdere axtentie is, als Malacca En dus neemen wij omtrent dit onder„ werp de vrijheid Hoog dezelve eerbiedig voor te draagen een nedrig voorstel, dat op de presente situatie van Compagnies omslag gecalculeerd 6 is, in de onderstelling dat of Pal„ leacatta of een ander Comptoir de Hoofd-plaats en Nagapatnam in handen van de Engelschen blijven zal. Dog het geen vol„ strekt weder zou moeten ver„ vallen, indien de voorige Hoofd„ plaats wederom aan de Compag„ nie te rug gegeeven wierd. —. Wij hebben geen locaale ker„ nis van het Gouvernement van Mallacca, en den omslag van het 61 „ den hoofd administrateur kan geen pakhuijsmeester weezen, het Civiel en mercantiel departement aldaar, en daarom durven wij ons niet anders vermeetin als slegts te gissen, dat de huijshouding van dit Gouvernement, alwaar op de te rug gegeve plaatsen, de bezigheden en omslag van den handel, die ter van te vooren waren te verrigten, geen„ zins zullen verminderd zijn, wanneer inzaam en vertier onder Gods zee„ gen eens regt weder aan den gang zullen weezen, van meerder extentie is, dan die van Mallacca Op deeze veronderstelling, en nog meer op de locaale kennis van den toestant alhier voortwerkende, zijn wij nedrig van gevoelen, dat men het „ excuseering van den koopman Sadama het getal der Dienaaren op deeze kust of derzelver ampten niet nade„ peil van Mallacca kan bereekenen„ en dat daarom (: hoe zeer wij ook 99 tragten in alles na de regels van eene strikte menagie te werk te gaan:) de Hoofd administratie en den dienst van Eerste Pakhuijs„ meester hoe zeer die elders kunnen strooken, op Chormandel niet kunnen gecombineerd zijn Het werk van den eersten is zeer volhandig geduurende het geheele Jaar, en voornaamentlijk in den tijd als ter scheepen zijn, en vorderd zoo veel omzigtigheid; dat, zal een Hoofd administrateur zijn

NL-HaNA_1.04.02_9703_0099 view scan ↗

English

entrusted with the Orphan Chamber, duly perform his duties, and it being impossible to employ him in any other offices than the presidency of the Council of Justice, and by no means in the warehouses. The merchant Padama has also considered this, and thus humbly requests to be excused from it. Simons granted the presidency. The trade at Palliacatta has always been slight. As the provisional merchant Simons was appointed by the Government of Ceylon as fiscal, pay-bookkeeper, and storekeeper, which latter office has never existed on this coast, we have, in the hope that it will be judged more suitable by Your High Excellencies and thus favorably approved, entrusted him with the presidency of the Orphan Chamber, which is not mentioned in the Ceylon plan, in place of the pay-bookkeeper's office. Trade at Palleacatta, in comparison with Sadras, Jaggernaikpoeram, and Bimlipatnam, was previously of little or no importance, and will not become so by the elevation of the place to the Head Office; since the native is too accustomed to his usual trade routes, which lead to Sadras with fewer costs and detours, and will not easily abandon them as long as internal conditions remain the same. One warehouse master was already enough here. Why that office cannot be split. Thus, as long as Palleacatta remains the Head Office, it will be very well managed here with one warehouse master; all the more so if the ships arriving from Batavia deliver their goods from place to place along the coast, according to the plan of Ceylon. The office of warehouse master at this main settlement is therefore, in comparison with the trading and collecting offices on this coast, the least burdensome and, if it is to provide only a moderate livelihood for the Administrator, can hardly be split. Proposal for one warehouse master alone. Stoffenberg as warehouse master. And thus we take the liberty to propose to Your High Excellencies with all respect that, as long as Palliacatta remains the main settlement, that office be held by only one person. Appointment of the secretary. With higher approval, we have already on 4 August bestowed this upon the junior merchant and former secretary of Police, Martinus Stoffenberg, to be held by him alone, together with the offices of Trade and Toll bookkeeper, which latter small ledger was always kept here by the warehouse master. And Brouwer as Secretary, and to propose them to the Gentlemen Majors. Request to approve them and be brought forward. And in the offices of Secretary of Police and Cashier held by him, we have appointed as successor the secretary of the Orphan Chamber and Pay-bookkeeper Broerius Brouwer; all subject to the favorable approval of Your High Excellencies, for which we respectfully request. As well as to graciously grant them, following the example of their predecessors, and favorably propose them to the High Honorable and Highly Respected Gentlemen Majors, for obtaining the actual rank and salary of merchant and junior merchant respectively, as pertains to their mutual offices. We, and especially they, will be most grateful to Your High Excellencies for this great favor, and demonstrate and prove their obligation through loyalty and zeal in the service. The mint will be put into operation. The transfer of the mint to Colombo having been judged unnecessary by Your High Excellencies, and on the contrary ordered to be put into operation again at Palleacatta, we shall shortly make the necessary arrangements for this by selecting and fitting up a suitable place for that work, and hiring skilled workmen. Geeke appointed mint master and dispensier, and Graenau as Assayer. Then, since the offices of Mint Master and Assayer thereby become necessary as before, we have, subject to the approval of the same, appointed the junior merchant, former Assayer and Dispensier Pieter Willem Teeke as Mint Master, which office was vacant due to the departure of the junior merchant Accama to Europe, and as Assayer the bookkeeper Fredrik Grönah, presently stationed at Jaggernaikpoeram, as being the most qualified for that work among all the other servants on the coast. Yet with what restriction. Bloeme allowed to continue as invoice keeper. Yet, since the meager office of Mint Master at Nagapatnam was supplemented by the office of the Adigaar of the outer town, which now lapses, and Your High Excellencies in the year 1779 were pleased to grant the dispensary to the office of Assayer as a better means of subsistence, from which it was again separated according to the Ceylon plan and assigned to the second Warehouse Master; we have thought fit, subject to favorable approval, to leave this office annexed to the mint establishment, and thus also entrust it to the provisional Mint Master Geeke, yet with this simple change and restriction: to pay one-third of the income of the Dispensary to the Assayer, in order thereby somewhat to assist two offices that are in themselves unremunerative. And as invoice keeper, we have, at his request, allowed the junior merchant Fredrik Willem Bloeme to continue.

Dutch transcription

van de weeskamer opgedragen, zijn dienst na behooren waarneemen, hij onmogelijk tot eenige andere dien„ „sten, dan het Presidium van den raad van Justitie, en geen„ zins in de pakhuijsen kan wor„ den geemploijeerd. Dit heeft ook den koopman Padama gecon„ sidereerd, en verzoekt dus nedrig om daar van verschoond te mo„ gen zijn. Aan Simons het presidum Den provisioneel koopman Simons, door de Regeering van Ceilon aan„ gesteld zijnde tot fiscaal, soldij= =Boekhouder en winkelier (:welke laaste dienst op deeze kust nim„ mer heeft plaats gehad:/ hebben wij, in hoope, dat het, als ge„ voegelijker den vertier is altoos op Pall: gering geweest. —. voegelijker door uwe Hoog Edelhee„ den geoordeeld, en dus gunstig zal worden geapprobeerd, in plaatsche van het soldij-boekhouderschap, het Presidium van de weeskamer, een dat bij het plan van Ceilon niet vermeld staat, opgedraagen; Den vertier is te Pallea„ catta in Comparatie van Sadras Jaggernaik poeram en Bimi„ bevorens van wijnig lipatnam, of geen belang geweest, en zal het door de verheffing van de plaats tot het Hoofd Comptoir niet wor„ den; dewijl den inlander aan zijne gewoone handel paaden; die met minder ongelden en omwegen op sadras. Sp Splia 89 8 een Pakhuism: was hier al ge„ noeg —. waarom die dienst niet ge„ splist kan worden, Sadras abouteeren, te veel gewoon zijnde, daar van (:zoo lang de binnenlandsche omstandigheden dezelfd blijven niet ligt zal afstappen. Dus zal, zoo lang Palleacatta, het hoofd-Comptoir is, het hier zeer wel te stellen zijn met een pak„ huijsmeester; te meer zoo de van Batavia komende scheepen, vol„ gens het plan van Ceilon van plaats tot plaats langs de kust hunne goederen afgeeven Het ampt van pakhuijsmeester op deeze Hoofdplaats is dus in ver„ gelijking van de vertierende en inzaamelende Comptoiren op deeze kust, het minste van omslag en kan alleen. Stoffenberg tot pakhuijsm:r kan, zoo het een maar mediocer bestaan aan den Administrateur zal geven, bezwaarlijk gesplist worden. propositie van een pakhuijsm:s En dus neemen wij de vrijheid uwe Hoog Edelheden met alle eerbied te proponeeren, om zoo lang Sal„ liacatta de Hoofd-plaats zal zijn, dat ampt maar door een persoon te laaten waarneemen. aanstelling van den secretaris Wij hebben daarmede op hoogere ƒ goed-keure, bereeds op den 4.' Augus„ „tus gebeneficeerd den onderkoopman en geweesen secretaris van Politie Martinus Stoffenberg, om door hem alleen waargenomen te worden, te gelijk met de ampten van Negotie-en v tol en Brouwer tot Secretaris en aan de Heeren Majors voorte„ dragen, tol-boekhouder: welk laaste boekje hier altoos door den pakhuijsmeester wierd gehouden. En in de door hem bekleede ampten van Secretaris van Politie en Cassir, hebben wij doen succedeeren den se„ „cretaris van de weeskamer en Soldij Broerius Brouwer; boekhouder alles op gunstige approbatie van uwe Hoog Edelheden. waarom wij met eerbied verzoeken. –. Ge„ versoek om haar te approberen, lijk mede om hun na het voorbeeld van hunne predecesseuren, niet alleen gratieuselijk te willen begiftigen, maar ook aan de Hoog Edele Hoog Agtb: Heeren Ma„ jores, favorabel voor te draagen, ter -en gebragt worden, ter erlanging van de actueele quali„ teit en gagie van koopman en on„ derkoopman respective, als tot hunne onderlinge ampte staande. Wij, wij en inzonderheijd zullen zij, voor die hooge gunste uwe Hoog Edel„ heden zeer dankbaar zijn, en hunne verpligting, door trouwe en ijver in den dienst, nader aan den dag leggen en betoonen. de munt zal aan de gang De verplaatzing van de munt na Colombo door uwe Hoog Edelheden onnoodzaakelijk geoordeeld, en daar en teegen gelast geworden zijnde, om die op Pal„ leacatta weder aan de gang te daar toe, in brengen; zullen wij het 85 Geeke tot muntmeester en dispencier, en Graenau tot Essaijeur aan„ gesteld het kort, door het uijt kiesen en optim„ meren van een geschikte plaats voor dat werk, en het aanneemen van kundige werklieden, de noodige Schikkingen maaken Dan wijl daar door de diensten van Muntmeester en Essaijeur weder van de voorige nood-zaake„ lijkheid worden, hebben wij op approbatie van Hoog dezelven, den onderkoop„ man Geweesen Essaijeur en Dispen„ sier Pieter willem Teeke tot Muntmeester, (:welke dienst door het vertrek van den onder„ koopman Accama na Eu„ ropa, vacant was:/ en tot Es„ saijeur den tans te Iaggernaik poeram „poeram bescheijden Boekhouder fre„ drik Grönah aangesteld; als tot dat werk, onder alle de overige Dienaaren op de kust het meest bekwaam zijnde. dog met welke restrictie Dan wijl het schraale Muntmeester schap te Nagapatnam gesoula„ geerd wierd meund door den dienst van den Adigaar der buijtenstad, dat tans vervald, en uwe Hoog Edelheden in anno 1779. het dis„ pens, aan den dienst van Essaijeur, tot een betermiddel van bestaan, hebben gelieven te accordeeren; waar van het, volgens het Cijlons plan weder gesepareerd; en den tweeden Pakhuijsmeester was toe„ gevoegd 87 ƒ Bloeme als factuurhouder laa„ ten Continueeren, gevoegd; hebben wij op gunstige appro„ batie goedgevonden, deeze dienst aan den munts omslag geannexeerd te laaten, en dus den provisioneel Muntmeester Geeke almede op te dragen, met deeze eenvoudige ver„ andering en restrictie nogtans om een derde van de inkomsten van het Dispens aan den Es„ saijeur uit te keeren, ten einde hier door twee op hun zelven sterile diensten een weijnig te gemoet te koomen. En als factuurhouder hebben wij op zijn versoek laaten Conti„ nueeren den onderkoopman Fre„ drik Willem Bloeme. Het

NL-HaNA_1.04.02_9703_0108 view scan ↗

English

Duijnvelt appointed Pay Office Bookkeeper The office of Pay Office Bookkeeper, and the attached post of Curator ad lites, having been assigned to the Fiscal according to the plan of the aforementioned Noble Gentlemen, and the Presidency of the Orphan Chamber having been left unassigned therein, which according to this our humble proposal is now attached to the latter, or the Fiscalate, the Pay Office therefore remains vacant due to the promotion of Pay Office Bookkeeper Brouwer to Secretary of Policy. This post requires, especially now with the payment of the arrears of monthly wages and the examination of everyone's account, a man of knowledge and attentiveness, whom the first signatory of this attests to have met in the required degree in no one else than the former Bookkeeper and scribe of Sadras, Simon Duijnevelt. This servant, trained for the service of the Company since the year 1743, was, as appears from the Extract of the Coromandel dispatch of 29 August 1779 written to the Chiefs of Sadraspatnam which accompanies this with all respect, permitted at his request due to indisposition to leave the service while retaining his rank, but with his salary struck off. Reasons why. He tried to recover his health in the vicinity of Sadras, but in vain, until a complete change of climate was advised to him by the physicians, which caused him to depart for Jaggernaikpoeram, with the effect that his health was indeed completely restored, but also with the consequence that he shared there in the general disaster that befell this coast in the year 1781. Now, a few days ago, this old and capable servant addressed himself to us by petition, requesting readmission into the service in his former capacity, and the enjoyment of Junior Merchant's board money, previously enjoyed by him. Upon which request, and especially upon the favorable testimony given of his knowledge and ability by the first signatory of this, under whom he was stationed at Sadras, we have decided, subject to the favorable approval of Your High Nobles, not only to readmit the said Duijnevelt into the Company's service, but also to appoint him Pay Office Bookkeeper, Curator ad lites, and Secretary of the Orphan Chamber, having no more capable servant at hand here for that purpose; and thus we hope that this appointment will also be approved by Your High Nobles. Request for approval. The Chiefs and Seconds to be continued. Furthermore, we take the liberty, so far as this pertains to the article of the Servants, to respectfully note herewith that the former Chiefs of Bimilipatnam, namely Junior Merchant Vrijmoet and Bookkeeper Dormieux; likewise those of Palicol, namely Junior Merchant van Haeften and Bookkeeper De Jan, alongside the former Second of Jaggernaikpoeram, de Ravallet, and the former Resident of Portonovo, Topander, have been continued by us in their former posts; regarding the latter, we shall speak further in due course about the temporary necessity of maintaining that Residency. Schliephaken appointed Trade Transferer. As this post is also currently vacant due to the death of Trade Transferer Nieboer, we have appointed to it Assistant Sebastiaan Matthias Schliephaken, under promotion to Bookkeeper, with the addition of the Junior Merchant's board money and emoluments attached to that office. The Commissioners shall be continued. We have allowed the ordinary Commissioners in the warehouses and the mint who are still alive to continue; and in place of the deceased, we have appointed others from among the bookkeepers; which we also hope will be regarded as well done. Demonstration regarding the subordinate staff. To be employed. Why not to keep apprentices. However, with regard to the subordinate staff at the respective writing offices, we respectfully take the liberty to show Your High Nobles that it appears to us more plausible and at the same time more economical to keep 8 permanent scribes in service, both Bookkeepers and Assistants, instead of adding 4 apprentices to the 4 permanent clerks at the Secretariat (and let this also be said regarding the other offices), as the plan advises and for whom a fixed allowance in money would be granted to the Secretary: for suppose at the utmost that the 4 clerks who are preferred over the 4 apprentices were all Assistants at 24 guilders. Then the Company pays to each of them monthly, both in salary and board money, 5 old pagodas, 8 fanams, 32 cash, for which price we see no chance, at a place so close to Madras, and where the Company's servants are now much more known than ever before the war, of obtaining clerks who can write even a little. Continuation. Also (and this is the greatest difficulty), the Secretary, or the head of any other office, would always run the risk that when a lad had made himself somewhat capable so that service could henceforth be derived from him, such an apprentice could engage himself at one or another private office with the English at Madras or elsewhere, where up to 30 and 40 pagodas a month is paid for a writer or an attendant in a shop, and even more for

Dutch transcription

Duijnvelt tot soldij boek„ houder aangesteld Het ampt van soldij boekhouder, en het daar aan geaccrocheerde van Curator adlites, volgens het plan van opgemelde Edele Heeren, aan den fiscaal toegevoegd, en het Pre„ sidium van de wees-kamer daar bij onbegeven gelaaten zijnde, dat volgens deeze onze nederige propositie, nu aan het laaste, of het fiscalaat gehegt is, zoo blijft het soldij Comptoir door de optreeding van den soldij boek„ houder Brouwer tot secre„ taris van Politie vacant —. Deeze post vereischt, voornaa„ mentlijk nu, bij de afbetaaling van de agterstallige maand„ gelden 13 13 gelden en het nagaan van een ieders reekening een man van kunde en oplettentheid, die den eersten tekenaar deeses betuigd bij niemand in die vereischte graad ontmoet te heb„ ben dan bij den geweesen boekhouder en scriba van Sadras Simon Duijnevelt. Deeze Dienaar Ze„ dert den Jaare 1743. tot den dienst van de Compagnie gevormd, is blij„ kens Extract Chormandelsche missive van den 29. ' Aug=s 1779 aan de opperhoofden van Sadraspatnam geschreeven het geen deeze in eerbied verzeld, mits indispositie op zijn verzoek gepermitteerd, zig behou„ dens rang, dog met afgeschreeve gagie dog reedenen waarom gagie uit den dienst te begeeven. Hij heeft getragt in de nabuurschap NNy van Sadras zijne gesondheid te recouvreeren, maar vergeefs, tot dat hem eene geheele verandering van Climaat door de Artzen wierd aan„ geraaden, dat hem na Jaggernaik„ poeram deed vertrekken, met dat effect, dat zijne gezondheid wel Compleet hersteld is, maar ook met dit gevolg dat hij aldaar deelden in den algemeenen ramp deeze kust in anno 1781: overgeko„ men —. Deezen ouden en kundigen dienaar nu, heeft zig voor wijnig dagen bij requeste aan ons geaddresseerd, ver 9R 99 1 verzoekende re admissie in den dienst op zijn voorige qualiteit, en genot van onderkoops. kostgeld, door hem bevorens genoten Op welk verzoek, en voor al op het favorabel getuigenis door den eersten teekenaar deeses, onder wien hij op Sadras bescheiden geweest is, van zijne kunde en bekwaamheid gegeven, hebben wij niet alleen op gunstige approbatie van uwe Hoog Edelheden be„ sloten, gemelde Duijnevelt in Com„ pagnies dienst te readmitteeren, maar ook aan te stellen tot soldij boekhouder, Curator adlites, en secretaris van de weeskamer, als daar versoek om zijn approbatie de opperh: en secundens blijven continueeren. daar toe geen bekwamer dienaar hier aan handen hebbende; en dus hooper wij dat deese aanstelling ook door uwe Hoog Edelheeden zal worden goed-gekeurd.—, ze Vervolgens neemen wij nog de vrij„ heid voor zoo ver dit tot het arti„ cul der Dienaaren behoord bij deezen reverentelijk te noteeren, dat de voorige opperhoofden van Bi„ milipatnam, naamentlijk den onderkoopman Vrijmoet en Dormieux; des ge„ Boekhouder lijks die van Palicol als den onderkoopman van Haeften, en Boekhouder De Jan, nevens de voorige secunde van Jaggernaik„ poeram ƒ ger aangesteld, poeram, de Ravallet, en den zomele den Rresident te Portouw, geweezen Risident van Portonovo Iopander, door ons zijn geconti„ nueerd, in hunne voorige posten zullende ten aanzien van deze laasten, door ons in het vervolg nader gesprooken werden over de temporeele noodzaakelijkheid van de aanhouding van die Residentie- schliphakenr tot negoti vndra„ Door het overlijden van den Nego„ tie-overdrager Nieboer deeze dienst tans ook vaceerende, hebben wij daar toe aangesteld, den As„ sistent Sebastiaan Matthias Schliephaken, onder bevordering tot Boekhouder, en toevoeging van de op dien dienst staande onder de Gecommitteerdens zullen blijven Continueeren, demonstratie ten opzigte van de Serppoosten. onderkoopmans kostgeld en emolumenten De ordinaire Gecommitteerdens in de pakhuijzen en de munt, welke nog inweezen zijn, hebben wij laaten Continueeren; en in plaatse van de overleedene andere uit de boekhou„ ders benoemd; het geen wij ook hoopen dat voor welgedaan zal werden aangezien Dog ten opzigten van de suppoosten op de respective schrijf Comptoiren „ neemen wij met eerbied de vrijheid, uwe Hoog Edelheden te vertonen, dat het ons probabeler en te ge„ lijk menagieuser voorkomt om in stede van ter secretarij, (: en dit zij ook omtrend de overige Comptoiren gezegd 95 te emploijeeren, gezegt:) bij de 4. vaste Pennisten, nog 4. aankweekelingen te voegen (:zoo als het plan aanraad, en voor welke aan den secretaris een vast tantum in geld zou worden toegelegd. /ƒ 8. vast in dienst zijnde scribenten zoo Boekhouders als Assistenten waarom geen aankwakelingen te houden: want men stelle ten ruimsten dat de 4. Pennisten die men voor de 4. aankweekelingen Prefereerd alle Assistenten van ƒ24. waren. Dan betaald de Comp=e aan ieder van hun Smaandelijks, zoo aan gagie als kostgeld oude p/ 5. 8. 32. voor welke prijs, wij geen kans zien, op een plaats zoo na bij Madras, en waar sComp:s bedienden, nu vrij meer ren „ vervolg meer bekend zijn dan ooit voor den oor„ log, Pennisten te krijgen die maar iets kunnen schrijven. Ook zouc en dit is de grootste zwaarigheid:/ den secretaris, of baas van eenig ander Comptoir altoos gevaar loopen, dat wanneer zig een borst eenigzins bekwaam hadt gemaakt, om voortaan van hem dienst te kunnen trekken, zoo„ danig een aankweekeling zig zou kunnen engageeren op het een of ander particulier Comptoir bij de Engelschen op Madras of elders daar tot 30 en 40 pagoden 'smaands voor een schrijver of oppasser in een winkel betaald word, en nog meer voor schrij

NL-HaNA_1.04.02_9703_0117 view scan ↗

English

arrangement made in the writing offices for a bookkeeper. That the writing work here would be very much delayed and fall behind, especially if such private employees (for they consider themselves nothing else, nor are they anything else) should take it into their heads to leave at the departure of the ships, or at the making of the General Report, when most of the writing work in the offices was performed. This having been considered by us, and at the same time taking into account the great economy that was thereby striven for, we have, in the hope that Your High Nobilities will be pleased to agree to this arrangement of ours until their further orders, placed at the Secretariat: as First Sworn Clerk of Police, who is at the same time Secretary of Justice. And to this we have appointed the bookkeeper and sworn clerk Ioan Joachim Hasz, Hasz appointed as First Clerk, and why, to whom, on his demonstrated willingness to depart as Agent to the army of the Nabob Haider Ali, the succession to that post was promised by the previous administration by secret Resolution of 4 September 1781. And we do so all the more because the former First Sworn Clerk and Secretary of Justice, the Bookkeeper Johannes Abraham Bronsveld, at the time of the restoration of the coast (when we immediately needed a First Clerk here), was still in Colombo, and it was very uncertain, at least not known to us, whether or not he would come over and aspire to that post. And therefore we also hope that the said Hasz, who gives very great satisfaction in the performance of his duties, may be favorably confirmed by Your High Nobilities in the post assigned to him. 2 Sworn Clerks, of whom one is assigned to the First Signatory of this letter, namely the bookkeeper Dormieux, who at the same time performs the duties of Sworn Translator, to which he had already been chosen by the previous Government, and 8 permanent Clerks, both bookkeepers and assistants. At the Trade Office: 1 Trade transferor, 2 Checkers, with 10 Clerks, both Bookkeepers and Assistants; and At the Pay Office: 1 pay transferor, with 4 Clerks, in the same manner as at the other offices; alongside also 2 Clerks to attend to various daily commissions, for which those who are permanently assigned to the offices cannot always be available without causing hindrance to the writing work in hand, all the more because such extraordinary commissions generally occur during the busiest or shipping season. In the meantime, we shall place these two at the Secretariat (where the number of hands has been taken somewhat sparingly) for the performance of the daily incidental extra work. Furthermore, on account of absolute necessity, we have taken into service: 1 Bookbinder, and 2 journeymen. admission of 1 bookbinder and 2 journeymen. who shall be specific unpackers. However, specific unpackers can in our opinion be dispensed with; and we shall, as before, have that duty performed here by junior merchants out of employment (200 florins who are there) or Bookkeepers, among whom we shall have the benefit of the gratuity distributed in equal portions. These being the arrangements that we have judged truly necessary to make among the Civil Servants, we hope, although they differ somewhat from the transmitted plan, that they will nevertheless be favorably approved by Your High Nobilities, especially because thereby, in our opinion, better compliance will be given to your noble intentions not to cast off unfortunate servants totally ruined by the war; for the Ceylon plan provided too few servants for that purpose. Regarding the Military that ought to be garrisoned here, we maintain (though with the most respectful submission to Your High Nobilities' wiser judgment) that a couple of companies of sepoys, whether each under a European officer or under their own officers, provided however that they stand absolutely under the European Commandant of this Garrison—to which we have appointed Captain Lieutenant Winkelman, who arrived here from Ceylon on the ship De Both, with the addition as adjutant of the ensign who remained here on the coast, Emanuel Treurniet, who recently came over from Nagapatnam—would be just as useful here as a company of European soldiers and a company of sepoys, because Europeans, in case of an attack in a fort like this in its present condition, can be of no use for defense, as one is forced to surrender such a fortress at the first summons. Whereby directly this greater disadvantage would arise for the Company: that it would not only lose a company of Europeans who could have been of more service elsewhere, but would sometimes also be obliged to pay for their maintenance as prisoners of war, for which one has nothing to fear regarding sepoys. And so we shall in due time, upon approval of Your High Nobilities, proceed to taking into service 2 Companies of Sepoys, each of 100 men under their own officers, but with a European Drillmaster, who may be a sergeant or corporal, for a garrison for Palleacatta. Presently we have only 1 sergeant, 2 corporals, and 30 privates in service, but we shall

Dutch transcription

97 gemaakte schikking op de schrijf Comptoiren. voor een boekhouder. Dat hier het schrijfwerk zeer ver„ traag en agter uit zetten zou; voor al, wanneer zulke particuliere be„ diendens (:want zij zig met an„ ders aanmerken, of ook niet anders zijn:) het eens konde goedvinden, bij het vertrek der scheepen, of bij het doen van het Generaal verslag, wan„ neer het meeste schrijfwerk op de Comptoiren werd verrigt, heen te gaan Dit door ons overwogen, en teffens ingezien zijnde, de veëele menage die 'er door werd betragt, heb„ ben wij in hoope dat uwe Hoog Edel Hasz, tot Eerste Clercq S. aangesteld, en waarom„ Edelheden deeze onze schikking zullen gelieven te agrieeren, tot hoog derzelver nadere ordre, op het Secretarij geplaatst; als Eerste Geswoore Clercq van Politie, die teffens Secretaris van Justitie is. En hier toe hebben wij aange„ steld den boekhouder en Gesworen klerk Ioan Joachim Nasz die op zijne betoonde gewil„ ligheid, om als Agent na het leger van den Nabab Hai„ der Ali te vertrekken, door het voorige Ministerie de survi„ vance tot die dienst is toe„ gezegt bij secreete Resolutie van den 4. September 1781. En zulks vor 99 vervolg zulks doede wij nog te meer, wijl den voorigen Eerste Geswooren. klerk en secretaris van Justitie, den Boekhouder Johannes Abra¬ ham Bronsveld, zig bij het herstellen van de kust, (:wanneer wij hier immediaat een Eerster klerk noodig hadden:/ nog op Colombo bevond, en het zeer onszeker, ten minsten ons niet bekend was, of hij al of niet zou overkomen, en na die dienst aspireeren. En derhalven hoopen wij ook, dat gemelde Hasz:, die zeer veel genoegen geeft in het waarneemen van zijn dienst, door Uwe Hoog Edel Edelheeden goedgunstiglijk in den hem opgedragen post mag worden bevestigd 2. Peswoore Clercquen; waar van een bij den Eersten tekenaar deeses bescheiden is, naamentlijk den boekhouder Dormieux die teffens den dienst van Gesworen transla„ teur, waar toe hij reeds bij de voorige Regeering was verkoosen, waarneemt, en 8. permanente Pennisten, zoo boek„ houders als Assistenten. Op Het Negotie Comptoir 1 Negotie overdrager, 2. Nareekenaar, met 10. Pennisten, zoo Boekhouders als Assistenten; en vervolg op 104 Op 't Soldij Comptoir sien nodig. 1. zoldij overdraager, met 4. Pennisten, invoegen als bij de andere Comptoiren; nevens nog twee pennisten in Commis„ 2: Pennisten, tot het waarneemen van diverse dagelyksche Commis„ sien, waar toe niet altoos, die welke vast op de Comptoiren be„ scheiden zijn, kunnen vaceeren, Zonder belet toe te brengen, aan het onderhanden hebbend schrijf„ werk, te meer wijl dier gelijke buijten gewoone Commissie, door gaans in de drukste of scheeps„ tijd voorvallen. Intusschen zullen wij deeze twee op het Secretarij (: alwaar het getal der n den sla n als 2„ gezellen. wie expresse afpakkers zul„ len weesen der borsten wat zuinig genomen is:/ plaatzen; tot verrigting van het dagelijks voorvallend bij werk. — admisse van 1. bakbinder, en Nog hebben wij om de wille van dies absolute noodzaakelijkheid in dienst genomen I. Boekbinder, en 2. gezellen: Dog expresse afpakkers kunnen onses eragtens worden gemist; en zullen, wij die dienst gelijk bevorens, alhier laaten verrigten, door onder„ kooplieden buijten emplooi, ƒ:200 die ter zijn/ of Boekhouders, onder wien wij het voordeel in het douceur in eguale portien zullen laaten verdeelen Dit hoop affr 103 hoope dat deeze schikkingen ge„ approbeerd zullen worden Dit de schikkingen zijnde, die wij waarlijk noodzaakelijk geoordeeld hebben, onder de Civiele Bedienden te moeten maaken, hoopen wij, schoon ze eenigzins van het overgezonde plan verschillen, dat ze echter door uwe Hoog Edelheden gunstig zullen worden geappro„ beerd, voor al wijl daar door na onze gedagten beeter aan Hoog derzelver Edelmoedige denkbeel„ „den, om geen ongelukkige en door den Oorlog totaal geruineerde Dienaaren te verstooten, zal werden voldaan: want het Cijlons plan daar toe te wijnig dienaars stelde. Nopenb a 2. Compagnier sipaijs waren hier dienstige als Europeeschen aangestel, en een vaandrig tot ondermajor Nopens de Militie die alhier zou die„ nen in guarnisoen te leggen, Sustinee„ ven wij, (: dog met de eerbiedigste sub„ missie aan uw Hoog Edelheedens wijzer oordeel dat een paar Compagnien sipaars, het zij elk onder een Euro„ peesch officier, dan wel onder hunne eige officieren; mits egter absolut staande onder den Europeschen Commandant van dit Guarnisoen, winkelman als Commandant waar toe wij den Capitain Luitenant winkelman, die met het schip de Both van Ceilon alhier gear„ riveerd is hebben aangesteld /:on„ der bijvoeging als ondermajoor van den alhier ter kuste verbleven vaandrig Emanuel Tregroor, die 1 105 vervolg die onlangs van Nagapatnam is over„ gekomen:) hier alzoo dienstig zouden zijn, als een Compagnie Europesche Militairen en een Compagnie Sipaais, uit hoofde de Europeesen in Cas van attacque, in een fort als dit, zoo„ danig als thans gesteld is, van geen nut tot defentie kunnen zijn, alzoo men, een diergelijke vesting ge„ noodzaakt is op de eerste Som„ matie over te geven. waar door direct dit meerder nadeel voor de Maatschappij zou werden gebooren, dat zij niet alleen een Compagnie Europeesen die elders van meer dienst zouden heb„ ben kunnen weesen verloor„ maar in dienst aangenomen worden, hoe veel Sipais tans in dienst zijn, maar somtijds nog verpligt zou zijn, om hun onderhoud als krijgs„ gevangen te betaalen: waar voor men omtrent sipaais niets te vreesen heeft. — twe Compagnin Sipais zullen En dus zullen wij in der tijd op approbatie van uwe Hoog Edel„ heden overgaan tot het in dienst neemen van 2 Compagnies Sipaaijs, ieder van 100: man onder hunne eige officieren, dog met een Europeesch Drilmeester, dat een sergeant of Corporaal kan zijn; voor een quar„ nisoen voor Palleacatta Iegenwoordig hebben wij maar 1 sergiant, 2. Corporaals, en 30. gemeene in dienst, maar wij zullen er en

NL-HaNA_1.04.02_9703_0127 view scan ↗

English

appointed: to recruit 100 more of them shortly if possible, for the very same pay for which the previous ones were taken into service, that is for 72 Madras small silver fanums each Sepoy per month, which works out cheaper here than giving them lower wages and providing paddy, whether that grain is purchased here (when it would turn out even more disadvantageous) or whether one calculated the purchase price of the rice that might be brought from Batavia. Nuwer appointed Head of the Artillery. Following the plan regarding the Artillerymen, we have appointed Lieutenant Willem Hendrik Nuwer, who returned from the north, as Head of the Artillery, and instead of a Bombardier, who is not available here, we have assigned to him the Extraordinary Fireworker Coenraad Corner, sent hither from Ceylon, to whom we shall in due course add the agreed 2 Gunners, and as many assistants as we shall deem necessary for serving the ordnance: for the present, matters can well be managed here with 8 or 10, because in this old Castle, Artillerymen are only necessary for firing Salutes. Yet, as this cannot yet be done without danger from the cannon left behind by the English, request for 24 small pieces of ordnance. we humbly request Your High Nobilities to send us, upon a suitable shipping opportunity, 24 small pieces of cannon of 4 to 6 lb caliber, with their full mountings and some matching ammunition suited thereto, in case it should sometimes be necessary. The armory has been entrusted to Winkelman. The supervision and management of the armory we have, according to the order of Your High Nobilities, entrusted to Captain Lieutenant Winkelman. Hartman shall be summoned. And we shall shortly write to the former titular skipper and Master of Equipage Hartman to come over hither as soon as possible, in order to perform his duties here. A Boatswain is stationed on the beach. We need a Boatswain here on the beach, and therefore, subject to Your High Nobilities' approval, we have stationed one there, in order to keep watch over the unloading vessels that sail with goods to or from on board ship. Retention of some craftsmen. The Master Cooper from Nagapatnam Templijn was recently sent back from Jaffanapatnam, and is shortly to be followed by the ship's carpenter Willem Eijsbrands Bleeker, and thus we shall retain these craftsmen, who are truly necessary here, alongside the Sailmaker Franciscus Paling who is shortly to come over from Nagapatnam, in reliance upon Your High Nobilities' favorable consent. Hope that these arrangements may be found satisfactory. And herewith we hope to have made the necessary arrangements concerning the Servants of the Main Office, and to have presented to Your High Nobilities, as detailed as possible, the reasons which have more than once obliged us to deviate from the plan sent to us. We hope that they may be found satisfactory. Answer to the arrangements concerning the outer Offices. A clerk is not enough at an outer Office. Proceeding to answer the arrangements concerning the Servants at our remaining Factories appearing in the aforementioned plan, we initially take the liberty to point out in this regard that the proposed arrangement to place at each of them only a Chief and a Second with a single clerk cannot well be reconciled with the activities that are to be performed at those places, of which we shall name only the principal ones. Reasons why. At the trading Offices such as Iaggernaikpoeram, Bimilipatnam and Sadras, there must be permanent Commissioners in the Warehouses; and during the handling of the collection, which continues for most of the whole year and must often be attended to simultaneously with other duties, hands are constantly lacking; whereby one repeatedly falls into the necessity of employing, in addition to the clerks who were previously at the outer Offices, continuation the reader, and sometimes even the Surgeon, however much the work that had to be assigned to them was outside their sphere. These are ordinary duties. But when a ship arrives, one is in the greatest embarrassment—Unloading, Loading, weighing out to the merchant when he comes for goods, sorting, measuring, packing. All of this then comes at the same time. If we now add to this the clerical work, both secretarial and concerning Trade, the rounds made by the writers at certain times of the year among the painters, washers, and dyers, the attending to Commissions that occasionally arise, not to mention the work of the mint at Iaggernaikpoeram, Your High Nobilities will, as we trust, easily agree that it is impossible to manage with no more than a single clerk at those Offices. A scribe is absolutely necessary, as is also a boatswain at the 3 aforementioned factories. A scribe is besides that an employee of the utmost necessity at such a factory, for the notarial and other instruments that are executed there, and can therefore also not be dispensed with. Besides this, there is at Sadras, Iaggernaut Pr

Dutch transcription

18 aangesteld: er eerstdaags nog 100 bij aanneemen zoo mogelijk, voor de eige besol„ ding waar voor de voorige in dienst genomen zijn, dat is voor 72. Madrasse kleene zilvere fanums ieder Cipaaij in de maand, dat hier goed-kooper uitkomt dan hun minder gagie te geven en neli te verstrekken, het zij dat graan, hier worde ingekogt (:wanneer het nog nadeliger zou uitkomen:/ of dat men den uit„ koops-prijs bereekende, van de rijst die van Batavia mogt worden aangebragt. Nuwer tot hoofd van daarthellen Het plan ten aanzien der Arthiel sch met hoe veel arthillere sten men hier wil stellen kan, Arthilleristen volgende, hebben wij den van de noord te rug gekomen Lieu„ tenant Willem Hendrik Nuwer aangesteld tot Hoofd van de Arthillerij, en in stede van een Bombardies die hier niet aan handen is, hem en hem een vuurwrker toegeroid toegevoegd den van Ceilon herwaards gezonden Extra-ordinair vuurwerkek Coenraad Corner, waar bij wij in der tijd de geaccordeerde 2 Cannoniers zullen voegen, en zoo veel handlan„ gers, als wij ter bediening van het geschut noodig zullen oordeelen: want het hier voor eerst wel met 8 of 10. zal te stellen zijn: uit hoof„ den in dit oud Casteel, de Arthil„ levisten eenelijk noodig zijn tot het 18 187 109 Cornons etc, de wapenkamer is aan winkel„ man opgedragen Hartman zal opgeroepen wor„ den. het doen van Salut Schooten. Dan wijl dit nog niet zonder gevaar geschieden kan, uit het door de Engelsche agtergelaaten Canon, verzoek om 24. keleen stukken verzoeken wij uwe Hoog Edel„ heden onderdaaniglijk om ons bij voorkomende scheeps gelegenheid 24. klijne stukken Canon van 4. â 6. lb Caliber, met hun volle montuure en eenig daar toe passend scherp toe te zenden, of het zomtijds noodzake„ lijk was. Het opzigt en bestier over de wapen„ kamer, hebben wij na de ordre van uwe Hoog Edelheden, den Capitain Lieutenant winkelman opgedragen. En wij zullen eerstdaags den Schipper geplaats aanhouding van eenige ambajt„ Den Geweezen lieden, schipper tit=s en Equipagie meester Hart„ „man aanschrijven van ten spoedig„ sten herwaarts over te koomen, om zijn dienst, alhier te kunnen waar„ neemen. Een bootswa is aan strand wij hebben hier een Bootsman aan het strand noodig, en dus, op uw Hoog Edelhedens approbatie 'er een geplaatst, om agt te kunnen geven, op de los vaartuigen die met goederen van of na Boord vaaren. Baskuijper van „ Templijn Nagapatnam „ is onlangs van Jaffenapatnam te rug gezonden, en staat eerstdaags gevolgd te worden door den scheepstimmerman Willem e 111 voldoende mogen bevonden worden, Willem Eijsbrands Bleeker, en dus zullen wij die ambagtslieden, die hier waarlijk noodzaakelijk zijn, nevens den Zeilmaker Franciscus Paling welke eerstdaags van Na„ gapatnam staat over te komen, in vertrouwen op uw Hoog Edel„ hedens gunstige toestemming alhier aanhouden. hoope dat deeze schikkingen En hiermeede hoopen wij, omtrent de Dienaaren van het Hoofd„ Comptoir, de noodige schikkin„ gen gemaakt, en aan uwe Hoog Edelheden, zoo omstandig mo„ gelijk, voorgesteld te hebben, de re„ - - denen, die ons meer dan eens hebben. verpligt van het ons toe Aart ƒ antwoordop de schikkinger omtrend de buijten Comptoiren een pennist is niet genoeg op een buijten Comptoir toegesonde plan af te wijken. wij hoopen, dat ze voldoende mogen bevonden worden. Terwijl wij overgaan ter beantwoor„ ding van de schikkingen om„ trent de Dienaaren, op onze overige Factorijen, bij het meer„ gemelde plan, voorkomende Hier omtrent neemen wij dan aanvangkelijk de vrijheid te vertoo„ nen, dat de voorgedraage schik„ king, om op ieder van dezelven „maar een opperhoofd, en een secunde met een enkeld pennist te leggen, niet welis over een te brengen met welke op die de beezigheeden plaatzen 6 re 113 geëdenen waarom plaatsen te verrigten zijn, en waar van wij maar de hoofd-zakelijke zullen opnoemen. Op de handel drijvende Comploiren als Iaggernaikpoeram; Bimilipatram en Sadras, dienen permanen te Gecommitteerdens in de Pakhuijsen te zijn; en bij den omslag van den inzaam, die meest het geheele Jaar doorstaat, en veeltijds te ge„ lijk met andere bezigheeden moet waargenomen worden, ontbreekt men gestaadig handen; waar door men telkens in de nood zakelijkheid vervald, om bij de pennisten die bevoorens op de buijten Comptoiren waren, nog en eer„ vervolg nog den voorleezer te emploijeeren en somtijds zelfs den Chirurgijn hoe zeer het werk dat men hen - moest opdraagen buijten hunnen Ciroul was: Dit zijn gewoone beezigheden. Maar wanneer er een schip is, is men in de meeste verlegentheid- Lossen, Laaden, uitwegen aan den koop man, wanneer hij om goederen komt, sorteeren; meeten afpak„ ken. Dit alles komt dan ge„ lijk. voegen wij nu hier bij het schrijfwerk zoo secretarieel als van de Negotie, het rond„ gaan door de schrijvers, op zee„ kere tijden van het Jaar bij de gelijk lijk 115 een scriba is absolut nood zaa„ kelijk gelijk ook een bootsman op neven„ gem: 3. factorijen. de schilders, wassers en verwers, het waarneemen van Zomtyds voorvallende Commissien; gezweege nog het werk van de munt te Jag„ gernaikpoeram, zoo zullen uwe Hoog Edelheden, zoo wij vertrouwen ligtelijk toestemmen, dat het op die Comptoiren met geen een pen„ nist te stellen is. — Een scriba, is buijten dat een be„ dienden van de uijtterste nood„ zaakelijkheid, op zoodanig eer factorij, om de notarieele en andere instrumenten, die 'er woorden gepas„ seerd; en kan dus ook niet worden gemist. Boven dien is er op Sadras, Jag„ gernaut Pr g

NL-HaNA_1.04.02_9703_0136 view scan ↗

English

Leaving the servants at the offices as they have been. Jagarnaikpoeram and Bimilipatnam necessarily need a boatswain, in order to pay attention and take care during the receipt or shipping of goods, at the unloading or loading of ships and vessels, and also to be able to supervise the many or few ropes, anchors, and other equipment goods that serve to be kept in stock at an office where ships arrive; for it is very improper that these be kept under the second. And since the work at the outer offices, when trade and collection get underway again, will not decrease, but rather increase in the beginning or before everything is in its usual course again; we have resolved, subject to the further approval of your High Excellencies, to leave the servants at the outer offices as they were before the war. Especially since it is all the same to the Honorable Company where it pays the wages and allowances, and the usefulness of the servants, whom your High Excellencies' philanthropy does not permit to cast off after so many endured disasters, is much greater at the outer factories than if they were walking about here to drop in on the writing offices. Draft of the plan regarding the European servants, which has been drawn up according to the best knowledge. And herewith, we submit our plan regarding the European servants with all respect to the more enlightened judgment of your High Excellencies. We have drawn it up according to our best knowledge and with deliberation, keeping our eyes constantly fixed on the present state of the coast and the so highly necessary management. If the Company should regain Nagapatnam, we are respectfully of the opinion that everything regarding the civil administration should adopt the former or nearly former arrangements. Following the thread of the plan drawn up by the highly mentioned Honorable and Most Worshipful Gentlemen Falck (of blessed memory) and van de Graaff, their High arrangements regarding the profits and losses at the outer offices appear to us to consist in this: that the chief and the second must share in both, according to the proportion of two-thirds for the chief, and one-third for the second. Which arrangement we shall distribute to the respective factories one of these days, with orders to obey it dutifully. The dismantling of Portonovo would be a precarious matter. Nagapatnam has altered the trade system. The demand for 1786 must be distributed. But with regard to Portonovo, we request the liberty to be permitted to respectfully demonstrate that the dismantling of that residency is now a very precarious matter, however much it might previously have been very well dispensed with, and indeed for the very reasons your High Excellencies have pleased to advance. The loss of Nagapatnam has greatly altered the system of trade here on the coast. The linen collection that was previously done from Nagapatnam (from which place alone for the year 1786 a total of 770 packs was requested), especially blue linens, must be shifted and assigned to the remaining offices. Without assigning a good portion to Portonovo, this demand can never be fulfilled, for whereas previously, when everything was in its usual train, the offices could almost never complete the demands assigned to them, one cannot expect them to be better able to fulfill them in the beginning with such a considerable increase. In particular, without the intervention of Portonovo, the Company will remain very poorly supplied with blue linens, since it is an absolute impossibility that these can be collected and dyed at Sadraspatnam, the only place left for the delivery of the same, where previously it was not seldom deficient in fulfilling the demands of those cloths assigned to that office for its own share. Beyond all this, the closer the place where the Nagapatnam assortments will have to be delivered is situated to the weaving places where they were previously made, the more convenient it is. Thus, if that former main place does not return to the Company, we are respectfully of the opinion that Portonovo should become one of the most important linen places; where, instead of one, two residents or, as your High Excellencies might please to find good, a chief and a second with the necessary clerks, should be stationed. Nomination of Scheuneman as first, and Sopander as second resident. And in such a case, we would know no one to propose to your High Excellencies more capable than the bookkeeper and former Adigaar of the villages, Johannes Scheuneman. A man, we may say, thoroughly seasoned in the service of the Company, especially in the linen trade, to function there as first, and the present provisional Resident Iopander as second. One could then lure the Nagapatnam merchants there. Their old debts should be written off. It is certain that the merchants of Portonovo were previously bad payers and suppliers. But whether this might not be improved by appointing other merchants, and luring the best of Nagapatnam into the trade, is a matter worthy of trial. Against this draft, the old debts do not (in our opinion) obstruct.

Dutch transcription

laating der dienaaren op de Comp„ toiren zo als ze geweest zijn. gernaikpoeram en Bimilipatnam. noodwendig een Bootsman noodig; om agt te kunnen geven en zorg te dragen, bij den ontvangst, of afscheeping van goederen, bij ontlossing of be„ laading van scheepen en vaartuigen, en om teffens opzigt te kunnen hebben, over de veel of wijnige touwen ankers, en andere Equipagie goederen die op een Comptoir, daar scheepen komen, tot verstrekking dienen in voorraad te zijn; want het Zeer oneigen is, dat die onder den secunde bewaard worden En daar nu het werk op de buij„ ten Comptoiren, wanneer vertier en inzaam weeder aan de gang raaken„ niet ve 112 vervolg niet verminderen, maar, eerder in den beginne of eer alles weder in den gewoonen Coers is, vermeerderen zal; hebben wij tot nader goedvinden van uwe Hoog Edelheden beslooten, de Dienaaren op de buijten Comptoiren te laaten, zoo als die voor den oorlog geweest zijn. voor al daar het der E„ Maatschappij om het even is, waar zij de gagien en kostgelden betaald, en het nut der Dienaaren, die de mensch„ lievendheid van uwe Hoog Edelheden niet toelaat, na zoo E veel uitgestaane rampen te ver„ stooten, op de buijten factorijen veel meer is; dan dat die hier liepen om touwer„ ken, intwerp van het plan omtrend de Europeesche dienaaren, die na de biste kennisse inge„ rigt is. — om op de schrijf Comptoiren in te vallen En hiermede, onderwerpen wij ons plan, omtrend de Europesche Die„ naaren met alle eerbied aan het meer verligte oordeel van uw Hoog Edelheden. Wij hebben het zelve ingerigt na onze beste kinnis en met overleg, ons oog steeds ge„ vestigd houdende op den presenten toestand van de kust en de zoo hoog noodige menaga„ Dan wanneer de Maatschappij, Na„ gapatnam weder te rug mogt krijgen, zijn wij met eerbied van gedagten, dat alles omtrend het Civiele, de voorige of bij nade voorige gedaan te diend aan te neemen. Den 119 nopens de baster en schaden gemaakte schikkingen bij het la Den draad van het plan door. de Hoog gem: Edele Groot Agtb: Heeren Falck /: L: M:/ en van de Graaff ontworpen, volgende, komt ons voor Hoog derzelver schek„ kingen omtrend de baaten en schaadens op de buijten Comptoiren; hier in bestaande, dat het opper„ hoofd en den secunde in beide moeten deel neemen, na de proportie van twee- derde voor 1 het opperhoofd, en een derde voor den secúnde. welke Schikking wij eerstdaags na de respective factorijen zullen bedeelen, met last, daar aan pligtmaatig te obedieeren, Dog vallen Na¬ een bedenkelijke zaak weszen, den handel gealteveerd, Den Eisch voor 1786; dient ver„ deel te worden, de opbraake van Potonwo zon Dog ten opligte van Portonovo, verzoeken wij de vrijheid met eer„ bied te moogen vertoonen, dat de opbraake van die residentie, tans een zeer bedenkelijke zaak is, hoe vte zeer, die bevoorens, en wel om de eige redenen die uwe Hoog Bdel„ heden hebben gelieven te avancee„ ven, zeer wel waare te mmissen Nagap: heeft het Sijstema van geweest. Het verlies van Na„ gapatnam heeft het Sijstema van den handel hier ter kusten zeer gealtereerd. De lijwaat in zaam die bevorens van Nagapatnam wierd gedaan (: van welke plaats alleen voor het Jaar 1786. , een ge„ tal van 770. pakken gevraagd zijn, Zin dien 21 bij 21 121 zijne Contribueeren, bij zonders blaauwe lijwaaten. diend verlegd en aan de overige Comp„ 6 toiren toegedeeld te worden. zonder een goede portie aan Portonovo toe Van zou Portonovo het te deelen, zal dien eisch nimmer kunnen worden voldaan, want daar bevoorens, toen alles in zijn gewoo„ nen trein was, de Comptoiren bij ƒ „na nimmer, de hun aanbedeelde Eisschen konde Complerteeren, zoo kan men niet verwagten, dat die in den beginnen beeter zul„ len te voldoen zijn met zulk een aanzienlijke vermeerdering. Bijzonder zal de Compagnie zonder de tusschen komt van Portonovo zeer slegt voldaan blijven van blaauwe lijwaaten, wijl ie vervolf wijl het een absolute onmogelijk„ heid is, dat die te sadraspat„ nam, de eenige plaats, die tot de leverancie derzelve overschiet, kun„ nen ingezameld en geverwd worden, daar bevorens niet zelden te kort schoot aan de voldoening van de eisschen dier doeken, aan dat Comptoir voor zijn eijgen aandeel opgedraagen. Buijten ƒ dit alles, hoe nader de plaats, waar de Nagapatnamsche sortementen zullen moeten gele„ verd worden, gelegen is aan de weefplaatzen, daar die bevoorens aangemaakt wierden, hoe Conve„ nabeler het is. Dus, zoo die oude hoofd 423 lijwaatplaats worden, wanneer dan ook een opperhoofd en een secuinde diende te weezen, aanwijsing van scheuneman tot eerste; hoofdplaats niet aan de Comp=e te rug komt, zijn wij met eerbied Portonovo zal een importante van gevoelen, dat Portonovo een van de importants te lijwaat„ plaatsen diend te worden; alwaar in stede van een, twee residenten of zoo als uwe Hoog Edelheden zouden gelieven goed te vinden een opperhoofd en secunde met de noo„ Pennisten, zouden dienen dige geplaatst te worden En in zoodanig een geval zou„ den wij niemand weeten aan uwe Hoog Edelheden voor te dragen, Capabeler als den boekhouder en geweezen Adigaar der dorpen Johannes Scheuneman. Een man oude en Sopander tot tweede Resi„ denten lieden daar konnen lokken, haare oude schulden dienden afgeschreeven te worden, man mogen wij zeggen, door kneed in den dienst van de Compagnie, voor al in den lijwaat handel, om daar als Eersten en den presenten provisioneelen Resident Iopander als tweede te fungeeren men zou dan de Nagap: koop„ zeker is 't dat de kooplieden van Portonovo bevorens slegte betaal„ ders en leveranciers waren. Dog of dit niet te verbeteren zou weezen, door andere kooplieden aan te stel„ len, en de beste van Nagapat„ nam in den handel te lokken, is een zaak der beproeving waardig.— Tegen dit ontwerp Ob steeren (:onses bedunkens:/ niet de oude schulden 8

NL-HaNA_1.04.02_9703_0145 view scan ↗

English

residents would be able to judge the debts, for these will certainly have to be written off as entirely desperate, or whether they will have to remain running on the books as such burdens; whether that Residency is dissolved or not, especially if the former happens, because it will then be entirely impossible to recover anything from them. When best regarding the two residents. But we will be able to judge about this and other matters with better reason, especially whether a second resident will need to be stationed, when we deliberate about the distribution of the cloths that have been demanded from Nagapatnam, and if we should then find that the allocation of a considerable portion of those piece goods must fall to Portonovo, such that, with what has been demanded from that place itself in those Requisitions, it amounts to a number of 322 bales, exceeding the management of one Resident and two clerks, we will, subject to the approval of Your High Nobles, appoint the said Scheuneman as First Resident, and let Jopander continue as Second; adding to them one or two more Assistants as we shall deem necessary. Warehouse and house rent must necessarily be paid at Paliacatta. Thus much concerning Portonovo, about which it is generally maintained here that, through the loss of Nagapatnam, it must either become a prominent establishment or be dissolved. Because all fortifications and buildings of the Company at all the trading posts, except for the pitiful remnant of the so-called fort at Palleacatta, have been demolished by the English, and the dilapidated houses in the last-mentioned stronghold, according to the mournful condition detailed hereinbefore, do not even allow shelter to a very small portion of the servants who are stationed here, and absolutely none at any other trading post, it becomes, as remarked in the aforementioned plan, necessary and far preferable to pay house and warehouse rent on this coast above any construction of consequence, especially as long as the times remain so unstable and uncertain. Only at Portonovo was the same paid. Before the war, the Company paid no house or warehouse rents here on the coast, except at Portonovo, and to some officers of the garrison at Nagapatnam. How much the same amounted to. At Portonovo this amounted in house rents to pagodas 7 for the resident, and pagodas 2 to 3 for the clerks, and 10 for warehouse rent. At Nagapatnam there were officers who drew pagodas 3 each, and others who drew 36 fanums, as far as one can go by recollection in the absence of papers. But that cannot be calculated upon now. But that calculation cannot be reckoned upon at all at present. In the former headquarters, there were plenty of houses due to long, peaceful possession, and people were content to be able to let them for a low price. Because everything is very expensive. Everything has become expensive here on the coast, so that not even a coolie will serve anymore for what was previously customary. It is likewise the case with the houses and warehouses; there is a scarcity of everything. Every owner of a house either occupies it himself or, if he relinquishes it, he charges a rent which he previously, when people were not in distress, could not have thought of. Thus, for the price for which one previously rented a decent house, one cannot get a hut now. Few European houses at Paliacatta. Here at Salliacatta there are, as can be understood, few houses to be inhabited by Europeans. Some of them are occupied, or are about to be, by the owners when they return from their places of retreat. Some are completely dilapidated, and there is not one that does not have some defect. The proprietors, having to make heavier or lighter repairs, calculate the rent accordingly, which is also influenced not a little by the knowledge of the embarrassment in which the Company finds itself for the shelter of its servants and goods. The house rent cannot yet be determined. We cannot therefore, and because all servants from Nagapatnam and elsewhere have not yet arrived here, determine for the present with any certainty how much house rent should be provided to each servant according to his respective quality, but we nevertheless assure Your High Nobles that this will be done with the most sparing hand. Regarding what the plan says of the vessels. Having arrived at the subject of the vessels that should be kept on this coast for the transport of goods, we are humbly of the opinion, along with Your High Nobles and the aforementioned Governors, that thonys of various sizes, on which one could place European or native rigging as required by service, are preferable to two-masted barks and large single-masted sloops; because they can more easily be laid up in the rivers, which according to reports receive less water in their mouths from time to time, and certainly do not entail as much maintenance as large vessels. Three thonys would have been too few. But regarding the too small number of three pieces, we must represent that this is too few. How many vessels previously. Before, or prior to the misfortune that befell this coast, there were: 2 two-masted barks, 2 sloops, 1 pantjalling, and 3 thonys. Two thonys are necessary for the North. Two of the latter belonged permanently at Jaggernaikpoeram, and only made a voyage to the south in the spring, when they were sent thither again to be employed

Dutch transcription

125 loopen, Residenten zou konnen oordeelen, schulden, want die zekerlijk als aller desperaads zullen dienen afgeschreeven te werden; of als zoo„ of bij de boeken lasten voort„danig bij de boeken zullen moeten blijven voortlopen; het zij die Residentie werd opgebrooken of niet, principaal zoo het eerste gebeurd want ter dan met geen mogelijkheid iets van hun zal te recouvreeren zijn wanneer best omtrend de twee Dan wij zullen over dit een en ander, principaal, of 'er een tweede resident zal dienen geplaatst te worden, met meerder grond kunnen oordee„ len, wanneer wij delibereeren zullen over de repartitie van de doeken, die van Nagapatnam gevorderd en van , 1 vervolg gevorderd zijn; en zoo wij dan mogten ondervinden, dat de toedeeling van een aanzienlijke gedeelte van die Portonovo te beurt lijwaaten moet vallen, zoodanig dat het met het geen bij die Eisschen zelfs van die plaats gevorderd is, tot een aantal van 322. Pakken, boven de beheering van een Resi„ dent en twee Pennisten moet gaan den gemelden Scheuneman op approbatie van uwe Hoog Edel„ heden aanstellen tot Eersten Re„ Jopander sident, en laaten als Tweede Continueeren; onder toe„ voeging aan dezelven van nog een of twee Assistenten na wij nodig zullen 127 pak en huishuur moet op Pall, noodzaaklijk betaald worden, zullen oordeelen. Dus veel van Por„ tonovo waar omtrent men, hier in het algemeen sustineerd, dat door het verlies van Nagapat„ nam, of een voornaam Etablis„ sement of opgebrooken moet worden. fortificatien en Dewijl alle gebouwen van de Compagnie, op alle de Comptoiren, buijten het erbarmelijk overschot van het zoo genaamde fort te Pallea„ catta, door de Engelschen ge„ sloopt zijn, en de vervalle hui„ zen in de laastgemelde sterkte volgens den hier vooren gedetail„ leerden gaan te Portonovo alleen, wierd de„ zelve betaald, leerden lugulren toestant, zelfs geen lijfberging toelaat aan een zeer klijn gedeelte van de dienaa„ ven die hier bescheiden zijn, en in het geheel geene, op eenig ander Comptoir, zoo werd, gelijk bij het meergemelde plan is geremarqueerd het betaalen van huis en pak„ huijshuur ter deeser kuste noodzaken lijk, en verre preferabel, boven alle naamwaardige aanbouwing voor al zoo lang de tijden, nog zoo onstantvastig en onzeeker„ zijn voor den oorlog betaalde de Comp=e hier ter kuste geen huijs of pakhuijs huuren, dan te Por„ tmovo 129 ven te Nagapatnam hoe veel dezelve beliepen Cijfferen, tonova; en aan eenige offeciers van en huijshur aan eenige officie, het guarnisoen te Nagapatnam. Op Portonovo beliep dit aan huijshuuren op pa ƒ 7. —. voor den resident, en pa/ 2: â 3. voor de pennisten, en 10: voor pakhuijs„ huur . Te Nagapatnam waren officiers die ieder pa/o 3. — en andere die 36. fanums trokken. zoo men op herdenking bij het missen van papieren kan aan„ gaan. dog tan was daar op niet Dan op deeze Reekening is tans in het geheel niet te Cij„ feven. op de geweese Hoofd-plaats, waren door een langduurige pai„ sable 23 a meed 2 ake¬ sable possessie, huijzen genoeg, en „men was vergenoegd, die voor een laagen prijs te kunnen verhuuren om dat alles zeer duur is, Alles is hier ter kusten verduurd zoo dat zelfs geen Coeli meer diend voor het geen bevorens gebruijkelijk was. Dus is het ook met de huijsen en pakhuij zen gelegen, van alles is gebrek Ider eigenaar van een huis be„ woond het of zelfs, of wanneer hij er van afstaat, rekend hij een huur, om welke hij bevorens toen men niet verlegen was, niet zou hebben kunnen denken Dus is voor de prijs, voor welke men bevorens een tamelijk 134 en ropeesche huijsen, tamelijk huijsje huurde, nu geen op sall zijn wijnig eu „ kus te krijgen. Hier te Sal„ 1 liacatta zijn gelijk te begrijpen is, wijnige huisen, om door Euro„ peezen bewoond te worden. zom„ mige daar van worden geoc„ cupeerd, of staan het te worden, van de eigenaars wanneer zij van de plaatsen hunner vetracte te rug koomen —. Eenige zijn gantsch vervallen, en geen een daar niet iets aan deficieerd De bezitters dus moetende Zwaare of ligtere reparatien doen, reekenen de huurpennin„ gen daar na, waar op teffens niet weijnig influeerd de kennis van 6 en Bi het 2a de huijshuur kan nog niet bepaald worden, van de verlegentheid, waar in de Comp: is, tot berging van haare dienaaren en goederen; Wij kunnen daarom, en om dat alle Dienaaren van Naga„ patnam en van elders hier nog niet gearriveerd zijn, voor als nog met geen zekerheid bepaalen, hoe veel huijshuur aan ieder dienaar, na zijn respective qualiteit, dient te worden verstrekt, maar wij verzekeren Uwe Hoog„ Edelheden, des niet te min dat zulks met de allerspaar„ zaamste hand zal geschieden. Ter t4 433 speekt, wat het plan van de vartenge Ter materie gekomen zijnde van de vaartuijgen, die op deeze kust zouden dienen gehou„ den te werden tot het vervoeren van goederen, zijn wij met uwe Hoog Edelheeden en Hoogstmeer gemelde heeren Gouverneurs nedrig van oordeel, dat thonijs van verschillende groote, en in welke men na vereisch van diensten een Europeesch of inlandsch tuig konde plaatzen, preferabeler zijn dan twee mast barken en groot een mast sloe„ pen; dewijl zij gemakkelijker in de revieren, die volgens berigt van tijd tot tijd minder water in de monden krijgen, kunnen werden dat zijn drie tonijs te wijnig geweest zijn Zaakelijk, werden opgelegd, en zekerlijk zoo veel onderhoud als groote vaartui„ gen niet na zig sleepen Dog omtrend het al te gering getal van drie stuks, moeten wij repre„ senteeren, dat zulks te weijnig is hoe veel vaartuigen bevooren Bevoorens of voor de disgratie deeze kust, overkomen, waren er 2. Twee mast barke 2. sloepen, 1. Pantjalling, en 3. Thones —. Twee der laaste 2 tonijs zijn vm de nood wod„ hoorde permanant op Iaggernaik„ poeram thuis; en deede alleen in het voorjaar een togt om de zuijd; wanneer weeder derwaarts wierden gezonden, om g'emploieerd

NL-HaNA_1.04.02_9703_0155 view scan ↗

English

...to be sufficient to be used for the transport of the gathered goods from the bay of Nisampatnam. Since the collection will have to take its former route, the employment of those two vessels (on which no Europeans, but natives are placed) for the north remains of the same necessity. Thus, one thony, which would then still remain over, is not sufficient for Portonovo, Sadras, and Bimilipatnam, whither, upon the least opulent sale or collection, trade goods will continually have to be sent from here, or linens collected. Before we see what progress trade will make at the outer factories, we hesitate with good reason to specify the necessary number (besides the two northern thonys); And thus we request Your Excellencies to leave the arrangements regarding this deferred to us, provisionally or subject to your further approval. We shall make the most strict use of that authorization, and consult nothing but high necessity and the Company's true interest. And this we shall also observe regarding the keeping in permanent service, or dismissing at the end of the sailing season, the native sailors assigned to the vessels; the former having previously been practiced here with those vessels that wintered at Jaggernaikpatnam or Jaffanapatnam, but the crew of the thonys was discharged. There being no place here where vessels are built, and due to the absence of the Master of the Equippage (to whose department this properly belongs), as well as for lack of all papers, being unable to ascertain what the most recently built thonys have cost, we are for the present unable to state, according to the honored requisition of Your Excellencies, what those vessels would cost; yet this we hope to have the honor to do on a later occasion. Meanwhile, we shall, upon Your approval, proceed to the construction of three thonys, namely two for the north, and one other; and thus shortly require from the chiefs of Jaggernaikpatnam, where they can probably be built cheapest, an estimated statement of their costs; namely two with ordinary thony rigging, and one with European rigging, if those skilled do not deem it more serviceable that all such vessels should be provided with the rigging customary to them. Regarding trade: this certainly had to be commenced with the ordinary wares. With these we are also reasonably provided by the ships De Both and De Castor. But we must say to our deep regret that the same have no sale; yet more of this shortly. Following the thread of the Ceylon plan and Your Excellencies' answer further, we must wholeheartedly declare that nothing more useful and prudent could be proposed than to leave no large remnants of goods, whether merchandise or returns, much less of money, at the subordinate factories. The only means to prevent that is to transport them to the main factory, although we have shown, as we respectfully think, demonstrably here before in the description of the fort of Paliacatte, that no money, and especially no goods which for lack of space would have to be stored outside of it in rented warehouses, beyond control or even sight of that fortress, or in erected sheds, would be any safer or more protectable here than elsewhere; whereby, only in case of a rupture, the difference would consist in this: that the loss at the main factory would be greater, and less at the other factories. Yet for this transport, vessels are necessary, and own vessels are the most preferable; for the possibility of being able to rent them for that purpose in case of need is too uncertain to rely upon. As regards the transport of cash over the land route, when it is safe: we take the liberty to remark respectfully on that matter that such remittances of money would, at times and in cases where one was informed of any danger early enough, only be practicable from Sadras on account of the proximity. From the factories situated to the north, such transfer would be all too dangerous because of the distance of the road and the heavy rivers; whereby one often cannot know whether the roads are safe or not, since disputes can arise between the petty rulers, which are always accompanied by robberies, and of which one never hears when one is not interested therein; and thus we find ourselves sooner obliged to advise against, rather than recommend, such transports. The more so because of the heavy expenses that one would have to defray for the necessary escorts. Yet what further concerns the freedom of the Chiefs of the outer factories...

Dutch transcription

135 „ met teerijken, te worden tot den overbreng der gezaaide goederen uit de bogt van Nisam„ patnam - -. Daar den inzaam haar voorige route zal moeten neemen blijft het emplooi van die twee vaar„ tuigen (:op welke geen Europee„ sen maar inlanders geplaats worden:/ om de noord van de eige noodzakelijkheid dus zou mer en tomij met Een tonie, die dus nog zou over„ schieten, is niet toerijkende, voor Portonovo, Padras en Bimili„ patnam, waar na toe men bij den minsten opulenten vertier of inzaam, geduurig van hier handel¬ whaaren zal moeten zenden, of laand 1 lijwaaten is. atie aik„ de de opgegeeven worden. versoek om die schikking aan deezen Raadt over te laaten, lijwaaten laaten afhaalen. het getal der zelve kan nog niet Dan voor wij zien wat opgang den handel op de buijten Comptoiren zal hebben, maaken wij met rede zwaarigheid, het noodige getal /:buiten de twee noordsche thonijs:/ bepaaldelijk op te geven; En dus verzoeken wij uw Hoog„ Edelen om provisioneel, of op„ Hoog derzelver nadere approbatie de schikkingen daar omtrent, aan ons gedefereerd te laaten. wij zullen van die qualificatie het bepaalst gebruik maaken; en niets Consulteeren als de hooge nood„ zakelijkheid, en Compagnies waar belang de m delen En 137 hoedanig men dan met de Jn„ landsche zeevaarende zal han„ het kostende van nieuwe thonijs zal nader opgegeeven worden, En dit zullen wij mede observeeren, omtrent het vast in dienst houden, of met het einde van den vaar„ baaren tijd demitteeren, van de op de vaartuigen bescheidene inlandsche Zeevarende - zijnde het eerste hier bevoorens gepractiseerd met die vaartuigen, welke te Jaggernaikp=m of Jaffenapatnam overwinterden; dog het volk van de thonies af„ gedankt. Hier geen plaats zijnde waar H men vaartuigen timmerd, en door absentie van den Equipagiemeester /: van wiens departement zulks ei„ gentlijk is:) als meede bij gebrek van alle papieren buijten staat zijnde gang delen, aanbouwen, zijnde om na te kunnen gaan, wat de Jongst aangebouwde thonies gekost hebben! zoo zijn wij voor als nog buijten staat om volgens het geëerd requisit van Uwe Hoog Edelheeden op te geven, wat die vaartuigen zouden komen te kosten, dog dit hoopen wij de eer te hebben bij een nadere geleger„ heid te doen. men zal egter 3 stuks Eerten Intusschen zuullen wij, op Hoog derzelver approbatie overgaan, tot den aanbouw van drie thonies„ als twee voor de noord, en een ar„ „dire; en dus eerstdaags van de opperhoofden van Jaggernaikp=r alwaar die denkelijk het goed v noop ruim man dog zij 9 439 manschappen, dog zij hebben geen aftrck koops te kunnen werden aangebouwd, requireeren een Caloulative opgave van dies kostende; naamelijk twee met een gewoon thonijs, en een met een Europeesche tuig; zoo des kun„ dige niet dienstiger oordeelen, dat alle diergelijke vaartuigen, met de daar aan gewoone tuigagie die„ nen voorzien te worden. — muimn voor ziening van kom De Handel betreffende. die moest zekerlijk met de gewoone waaren begonnen worden. van dee„ ze zijn wij ook tamelijk voorzien met de scheepen de Both en de Castor. Maar moeten tot ons Ziels leetweesen zeggen, dat dezelve waarom geen groote restanten: op de buijten Comptoiren te laaten. toir, dezelve geen aftrek hebben, dog hier van Straks nader Den draad van het plan van Ceilon, en het antwoord van uwe Hoog Edelheden al verder volgende moeten wij volmondig betuigen, dat niets nuttiger en voorzigti„ 8 ger kon voorgesteld worden, dan geen groote restanten van goederen het zij koopmanschappen of retouren, veel min van geld, op de onderhoorige Comptoiren te laaten. onweerbaare maar wel op het huofd Comp„ Het eenigste middel om dat voor te komen, is die te transporteeren na het Hoofd Comptoir, schoon wij hier vooren bij de beschrijving van ƒ het Palleacats fort, zoo wij„ ƒ reverent vervol 144 vervolg reverentelijk denken, bewijsbaar aangetoond hebben, dat geen gelden, voor al geen goederen, die door gebrek van plaats buijten het zelve in gehuurde pakhuijsen, buij„ ten bedwang of zelfs gesigt van die sterkte, of in opgeslaage lootzen zouden moeten geburgen worden, alhier meerder vijlig, of meer te beschermen zouden zijn, dan el„ ders; waar door alleen bij ruptuure het verschil hier in zou bestaan„ dat het verlies op het hoofd Comptoir grooter en minder was op de an„ dere factorijen. Dog tot deeze transporteeren zijn, noodig vaar„ tuigen en eigene het verkieselijkste; want hier gti„ teeren is gevaarlijk afraading der zelve want de mogelijkheid om die daar toe in Cas van nood te kunnen huuren, is te onseker om daar op staat te maken held over land te transpo, Dat belangd het overbrengen van Contanten over den landweg, wan„ neer die vijlig is. ? neemen wij de vrijheid daar omtrend eerbiedig aan temerken, dat zulke remises van geld, zomtijds en in gevallen; men vroegtijdig genoeg van eenig gevaar onderrigt was, maar alleen zouden practicabel zijn van Sa„ dras om de nabyheid —. Van de om de woord gelegen Comp„ toiren, zou zulk overdraagen, 8 al vrij 443 prijzen te mogen verkoopen; ael te gevaarlijk zijn om de verheid van de weg, en de zwaare rivieren; waar door men meenigwerf niet kan westen of de weegen al of niet vijlig zijn, wijl er twisten tusschen de klijne regenten kunnen ontstaan, die altoos met roverijen verzeld zijn, en van welke men nimmer hoord wanneer men 'er niet bij geinteresseerd is; En dus vinden wij ons eerder verpligt, diergelijke transporten af, als aantraaden. Te meer nog, om de zwaare ongelden die men aan de noodige scortes zou moeten bekostigen de vijted om de goederns voor bepana Dog wat wijders de vrijheid betreft, aan de Hoofden der Buijten„ Comp van 1

NL-HaNA_1.04.02_9703_0164 view scan ↗

English

would not be well to introduce, leaving the offices to sell the goods at fixed prices, provided they are collected at the main office. Concerning this, we must declare frankly that this plan is so utterly impossible on this coast, that we need not even propose it to any merchant. Even at Sadras, which is situated closest to here, we would not be able to make such an agreement with a merchant when selling at the Company's fixed prices; much less with those of Bimilipatnam, Jaggernaikpoeram, and Palicol. A merchant here rarely takes anything on delivery, and never for cash money, unless he knows a market for it beforehand: to the north, to Golconda and other commercial places situated nearby; and at Sadras to Canjewerom and Lallepette, which are also both market places, but which have also suffered greatly from the late war of Haider Ali in the Carnatic. If one furthermore considers what insupportable burdens, whether by land or by sea, those goods would incur above the fixed prices, which the buyer would not always be able to collect when he needed them, apart from the risk of the sea, at the expense of the buyer, which fixed prices themselves cannot presently be obtained for cloves and copper, one must believe, and we trust that Your Excellencies will also credit this, that such a trade can never be set in motion here: and thus an insurmountable difficulty lies against this on this coast. We are fully convinced that the example of a Governor, or of anyone who, under whatever name, exercises authority, greatly influences the conduct of the other servants of all ranks who are subordinate thereto, and that it therefore matters greatly whether or not such a person is a man of integrity. Time, we hope, will reveal this more clearly regarding the first signatory and all of us: for the present, nothing remains for us but assurances of our own good conduct and will to serve the Company faithfully, as befits men of honor. And we hope that the remaining servants on this coast, whether at this main office or at the outer offices, will also possess too much honor and ambition to make themselves guilty of malversations. And to this end, the means of subsistence so graciously granted by Your Excellencies to the servants on this coast must certainly provide even more encouragement, consisting of 5 per cent on sales and 3 on the purchase cost of the linens for India that upon examination shall be found sound and satisfactory; as well as 5 per cent of the linens that will yield 50 per cent net profit in the Netherlands. For all of which proofs of favor, we most humbly thank Your Excellencies; with the assurance that we shall immediately bring into observance across all the offices on this coast the taking of the ordained annual oath of purge, according to the form received from Ceylon. But concerning the distribution of that gratuity, the same does not at all conform to the constitution of this coast, as the honorable proposers certainly believed due to a lack of local knowledge; which we take the liberty respectfully to demonstrate further. Palleacatta was previously not a noteworthy commercial place in comparison with the other offices situated by the sea; and the moral impossibility that it can ever become such, as soon as Sadras merely begins to revive again, we have respectfully shown herebefore. From this it now follows that, by the arrangement made, a commander will have little more income than a head of an outer office. Let it be assumed according to a rough calculation, or rather for example, that Sadras, Jaggernaikpoeram, and Bimilipatnam each turn over 100000 guilders in merchandise; then each head will enjoy 2500 guilders in gratuity thereon, and the Governor for three seconds' portions 3750 guilders, which, even though calculated at the most favorable rate, is all too disproportionate to the distance of the various ranks and the heavy expenses that a commander, under whatever title, must inevitably incur to maintain the respect that must necessarily be credited to his character, and which too far exceeds that of a subordinate head for the slight difference in income to match it. Not to mention the greater responsibility and cares that rest upon the shoulders of a Governor. If we may now furthermore suppose, as can easily happen due to circumstances, that one or another outer office succeeds in purchases and sales above others, the Governor's share from all the offices together will be considerably less than that of the head of such a factory. With respect to the Chief Administrator, the situation is even much more cramped. Enjoying no benefit from the purchases or sales at the outer offices, his income is far too narrow to subsist according to his rank. And the shares of the fiscal and secretary amount to almost nothing at this office. Although destitute of all books and papers, we nevertheless know from private notes that Palleacatta, in the 5 most recent years before the war, only turned over in merchandise:

Dutch transcription

zou niet wel in tevoeren weezen, Comptoiren te laaten, om de goederen tegen bepaalde prijzen te verkoopen, mits die op het Hoofd Comptoir werde afge„ haald! hier omtrent moeten wij vol„ mondig verklaaren, dat dit plan zoo volstrekt onmogelijk op deeze kuste is, dat wij het aan geen koop„ 8 man behoeven voor te stellen. wij zouden zelfs op Sadras, dat hier het naast bij gelegen is, wan„ neer men tegen Compagnies bepaalde B prijzen verkoopt, zulk een over een„ komst met een koopman niet kun„ nen maaken; veel min met die van Bimilipatnam, Jaggernaikpoeram, en Palicol, Een koopman neemt hier zelden iets op leverancie, (:en nimmer 47 145 erderen waar om nimmer tegen Contant geld:) of hij weet bevoorens een uitweg daarmeede; om de noord, na Golconda, en andere daar bij gelegen handelplaatzen; en te Sadras na Canjewer om en Lallepette, dat ook beide mark„ plaatsen zijn, dog die door den laasten oorlog van Haider Ali in Carnatica almeede veel geleden hebben. Als men nu nog Nagaat welke insupportable lasten, het zij over land of over zee die goederen (:welke den kooper nog niet altoos zou kunnen afhaalen, wanneer hij ze nodig had:/ buijten de resico van de zee, ten lasten van den kooper zoude ar M un van overtuiging vande influeering van het gedrag van een ge„ bieder boven de andere, zoude ondergaan, boven de bepaalde prijzen; die zelve tans voor de nagelen, en het kooper niet te krij„ gen zijn, zoo moet men, en wij vertrouwen dat dit ook zullen accrediteeren, uwe Hoog Edel„ heden gelooven dat zulk een handel hier nimmer, zal kunnen werden in train gebragt: En dus is hier tegen een onverwinnelijke zwaarigheid op deeze kust ge„ legen. wij zijn volkomen overtuigd, dat het voorbeeld van een Gouverneur; of iemand die, onder welken naam ook het gezag voerd, veel influ„ eerd op het gedrag der andere Die„ naar en 6. gedrag anl 1 te doene verseekering van het gedrag van deezen Raade, en met welke hoope, naaren van alle vangen, die daar aan gesubordineerd zijn, en dat het daar om veel verschild of zoodanig een al of niet een man van intregriteit is. — De tijd hoopen wij, zal dit om„ trend den eersten teekenaar en ons alle nader aan den dag leggen: voor het tegenwoordigen schiet aan ons niet anders over dan verzekeringen, van „goed ons eijge„ gedrag en wil, om de Maatschappij getrouw, gelijk „ het mannen van eer betaamd te dienen. En wij hoopen, dat de overige dienaaren ter deeser kuste, het zij op dit Hoofd= van het middel van bestaan zal haar meer aanmoedi„ dan wel op de buiten Comptoiren ook te veel eer en ambitie bezitten zullen, om zig aan malversatien schuldig te maaken. —. En hier toe moet zekerlijk te 6 meer aanmoediging geven het middel van bestaan, door uwe Hoog Edelheeden zoo gratiens aan de Dienaaren ter deezer kuste toegelegd, van 5 p„r Cento op den verkoop; en 3–. op het inkoops- kostende der lijwaaten voor Jndia de strockt die bij examinatie deugzaam en voldoende zullen bevonden wor¬ den; gelijk mede 5. ten honderd van de lijwaaten die in Neder„ land 50. p=r Cent zuijvere winst titer zullen gen, bank b 149 42 dank betuiging daar voor„ strockt niet nade Consti„ tuter van de Cust, zullen afwerpen. Voor alle welke bewijzen van goed-gunstigheid, wij uwe Hoog Edelheden aller onderdanigst bedanken; onder verzekering dat wij immediaat over alle de Comptoiren op deeze kust in obser„ vantie zullen brengen, het doen van den geordonneerden Jaarlijkschen eed van purge, volgens het van Ceilon ontvangen formelier; de Oierdeling van het donerue Maar betreffende de verdeeling van dat douceur, het zelve strookt in geenen deelen moet de Consti„ tutie op deeze kust, zoo als de Edele Heeren voorstellers, zeker„ lijk, door gebrek aan loiaale Mennis ook 208 t dewronstratie en vemargise he duswefe, kennis hebben gemeend; en het geen wij de vrijheid neemen nader met eerbied aan te toonen. Palleacatta was bevorens geen naamwaardige handelplaats in vergelijking der andere aan zee gelege Comptoiren; en de moreel onmogelijkheid, dat het ooit zoodanig worden kan, zoo dra Sadras maar weder begind op te luiken, hebben wij hier vooren met eerbied aan„ getoond. Hier uit nu, volgd, dat door de gemaakte schik„ king een gebieder wijnig meer inkomen zal hebben als een op. en 2 e 151 opperhoofd van een buijten Comptoir: Men stelle eens volgens een ruwe Calou„ latie, of liever bij voorbeeld, dat Sadras, Jaggernaikpoeram en Bimilipatnam elk voor ƒ 100000 — aan koopmanschappen omzette; dan zal ieder opperhoofd in het douceur daar op genieten ƒ 2500. –. en de Gouverneur voor drie secundens portien ƒ 3750. —. , dat, schoon op het favorabelst gecalculeerd, al te disproportioneel is, met de distancie van de onderscheide vangen, en zwaare onkosten, die een gebieder onder welke benaaming onvermijdelijk doen moet, tot ma„ intenue vande agting, die aan zijn Caractir ns vervolg vervolg Caracter noodwendig moet geaccrotiteer zijn, en welke te veel te boven gaat, 2 die van een subaltern opperhoofd, dan dat het gering verschil in het inkoomen daarmede zoude gelijk staan. Gezweege nog van de meerdere verantwoording, en zorgen die op de schouderen van een Gouverneur rusten Mogen wij nu hier bij nog ver„ onderstellen, dat, gelijk door omstandigheeden gemakkelijk kan gebeuren :/ het een of ander buijten Comptoir, in den in-en verkoop bo„ ven anderen slaagd, zoo zal des Gouverneurs aandeel van alle de Comptoiren te zaamen, vrij minder zijn vervol 153 gervolg zijn, dan dat van het opperhoofd van zoodanige factorij. . Ten opzigten van den Hoofd ad„ ministratie, is het nog veel be„ krompener gesteld. Geen voordeel van den in- of verkoop op de buij„ ten Comptoiren genietende, is zijn inkomen veel te smal om na zijn rang te bestaan. En de aandeelen van den fiscaal en secretaris, loopen bij na tot niets op dit Comptoir.- Schoon destitut van alle boeken en papieren, weeten wij echter uit particuliere aanteekeningen dat Palleacatta in de 5. Jongste Jaaren, voor den oorlog maar aan koopmanschappen heeft omgezet. vrte eer van

NL-HaNA_1.04.02_9703_0174 view scan ↗

English

ƒ 135030:14:8, and thus on average each year ƒ 27006. 3. or to make it a round sum ƒ 27000.–; upon which the gratuity of 5 percent amounts to ƒ 1350.– or pag. 300.–, in which the Governor would share for pag. ƒ 150.–. The Head Administrator – 75.–. The Fiscal – 37.½. The Secretary – 18.¾. The Packers – 18.¾. Summing together – pag. 300.–. A subsistence of no importance for any of the officials just mentioned. And a ruler is thus benefited with only pag. 150 above a chief of an outer factory. We have confined ourselves here solely to sales, because no reliance can be placed on the proceeds of collection; but however that may turn out, the distribution of the gratuity upon it remains in the same proportion. Satisfying ourselves with bringing these few remarks to the attention of Your High Nobles, we respectfully leave to Your wisdom the consideration of whether a plan of subsistence might not be introduced on this coast, more in accordance with each person's rank and the state which he must inevitably maintain and display according to the same. Concerning the native servants is disagreeable. The difference with the proposal demonstrated. Necessity of the same. It is a very disagreeable matter to have to differ on so many points with the draft of the most mentioned Gentlemen Governors of Ceylon; but this unpleasantness is again unavoidable in what now follows, namely: to have all native servants, except a couple of peons and a native secretary with the Governor, paid by him and the chiefs of the outer factories. Under this are thus included all native servants of all designations, such as head, sub-head, and ordinary peons, cannecapels in the different departments, etc. One has only to open the specification books at this entry to see at a single glance that the monthly pay, to keep merely to the main factory, of those servants at Nagapatnam was more than the entire gratuity of the Governor on sales and collection combined can amount to here in a year. It is certain that the loss of that place and the establishment of a new main settlement allows, due to the difference in locality, a considerable reduction in this, but suppose it were half or larger, it would be hard to pay, out of the largest part of what was allocated as a means of subsistence and is barely sufficient for that, the servants who are used purely in the Company's service and without whom it cannot be kept going. This will probably have the result that the chiefs, out of frugality and in order to disburse less, will not maintain the most necessary people, whereby the Company's service is much retarded, which can never be checked. Resolution to make a calculation regarding this. To be offered through native means. Which will be further presented to Your High Nobles. Through the change of the main factory, many expenses that were peculiar to one place and improper to another have essentially been curtailed; but the outer factories have remained the same in that respect. And for these and the above reasons, subject to the favorable approval of Your High Nobles, we have resolved, as soon as we shall obtain the necessary papers for it, or otherwise by calculation, to draw up with the greatest economy a plan of the native servants whom we shall judge to be absolutely necessary in the Company's service, both at the main and the outer factories, to be paid by Your Honors. We hope to offer the same for the disposal of Your High Nobles on a later occasion. In the meantime, however, in hope of a favorable approval, we shall have those expenses entered in the monthly expense accounts. Small alterations can be carried out. Small alterations, such as those which we must perform here for the present, can and will therefore also be carried out by native craftsmen according to the desire of Your High Nobles. But when constructions of greater importance must be undertaken, European craftsmen cannot be dispensed with here; for one would be very mistaken under the present circumstances in assuming that it is not difficult to obtain the necessary workmen in the places where trade is conducted. Scarcity of craftsmen. Their wage increased. Nothing is more difficult, especially in a place so close to Madras as this one. We ourselves cannot find enough craftsmen together merely to repair the houses in the fort to such an extent that one can first move into them. Since the retrocession of Paleacatte on 6 July, it has not yet been possible to bring it that far with the house of the commander alone. Nor are enough hands found here to meet the demand of the ship's officers for the necessary caulkers, nor even to assist with the nailing of the copper chests. Besides this, everything since our destruction on this coast has altered to such an extent that even those who have knowledge of it must be astonished. Everyone whose service is required has almost turned into a tyrant. And it is no longer than a few days ago that the few workmen who are still here bluntly declared that they would seek work elsewhere if their wage was not increased by 1/8 fanum per day, which wage was already above the standard of former customs. Happily

Dutch transcription

2 vervolg ƒ135030:14:8. , en dus in ieder Jaar door den anderen ƒ 27006. 3. of omde som rond te maaken ƒ 27000. –; op welke het douceur van 5 ten hon„ dert bedraagd ƒ1350. – of pag. 300. - waar in de Gouverneur zoude dee„ len voor - - - - - - p ƒ. 150. —. De Hoofd-administrateur - „ 75 —. De fiscaal - - - - - - - „ 37. ½. De Secretaris „ 18. ¾. - De afpakkers -- - - „ 18. ¾. Sommeerende te zamen - - pr/o 300. – Een bestaan voor geen van de Zoo even gemelde amptenaaren van eenig belang. En wordende een gebieder dus maar met p / 150. gebenificeerd boven een opperhoofd van 2 155 45 van een buijten Comptoir. wij hebben ons hier alleen tot den vertier bepaald, wijl op het product van den inzaam geen staat te maaken is; dog hoe die ook uit„ valle, zoo blijft de verdeeling van het douceur daar op in dezelfde proportie. Met deeze wijnige remarques onder het oog van uwe Hoog Edelheeden te brengen ons ver„ genoegende, laaten wij in Hoog„ derzelver wijsheid eerbiedig, de overweeging, of op deeze kust niet een plan van bestaen was te introduceeren, meer over een komstig „ met ieders vang en den staat die vervlg nopens de Jul, bediendens, is onaangenaam. —. die hij volgens de zelve onvermijde„ lijk moet ophouden en voeren. Het verschil mit het vorstel Het is een zeer onaangenaame aantoo zaak in zoo veel articuls te moe zaakely ten verschillen met het ontwerp van de Hoogstgemelde Heeren Cei„ lons Gouverneurs; maar dit des„ agrement is weder onvermijdelijk in het geen nu volgd; naamentlijk: om alle inlandsche Dienaaren (:buij„ ten een paar tokken en een in„ landsch secretaris bij den Gou„ verneur:/ door denzelven ende opper„ hoofden der buijten Comptoiren te doen betaalen: Hier onder zijn: dus begreepen alle inlandsche bediendens van 157 zaakelijkheid, van alle benaamingen, als Hoofd, onder„ hoofd, en gemeene Pions, Canne cappels in de differente departementen en s: aantooning van der zelver nood„ Men heeft alleen de specificatie boeken op dit articul op te slaan, om met een opslag van het oog te zien dat de maandelijksche beol„ ding ( om maar bij het Hoofd„ Comptoir te blijven:/ van die bedien„ den te Nagapatnam meer was, dat het geheel douceur van den gouverneur, op vertier en inzaam te gelijk, alhier in een Jaar kan be„ draagen Het is zeker dat het missen van die, en het etablisseeren van een nieuwe Hoofdplaats, door verschil verschil van het locaale, een sterke reductie hier in toelaat, maar men stelle die op de helft of grooter, zoo zoude het hart zijn om met het grootste gedeelte van het geen tot een middel van bestaan werdt toe„ gelegd, en daar toe pas sufficieerd de bedienden die louter in 's Comps dienst gebruijkt, en zonder welke die niet aan den gang kan gehou besluijt den worden te besoldigen. Dit zal waarschijnlijk ten ge„ volge hebben, dat de opperhoofden uit Zuinigheid en om te minder te debourseeren, het hoog noodige volk niet zullen onderhouden waar door 'sComps dienst veeel ver„ agterd enlvu ^zij i9 13 159 besluijt, om daar omtrend een calculatie te maaken, agterd werd, het welk nimmer is na te gaan. Door de veranderingen van Hoofd Comptoir, werden weezentlijke veele ongelden, die op de eene plaats eigen waren, en op de andere oeigen zijn, besnoeid: maar de buijten Comp„ toiren zijn in dien opzigten het zelve gebleven. En om deeze en de bovenstaande redenen hebben wij op gunstige approbatie van uwe Hoog Edel„ heden beslooten, om zoo dra wij daar toe de noodige papieren zullen aanhanden krijgen, of anders na Calculatie, met de meeste menage een plan te ont aangeboden worden, door inl anders geschieden, ontwerpen, van de inlandsche bediendens; welke wij zullen oordeelen, zoo op het hoofd, als de buijten Comptoiren, in den dienst van de Compagnie vol„ strekt noodig te hebben om door haar Ed: besoldigd te werden. —. die nader aan H: N: Ed: zae wij hoopen het zelve, bij een nadere gelegenheid uwer Hoog Edelhee„ den ter dispositie aan te bieden vervolg Dog zullen intusschen in hoope van een gunstige Approbatie, die ongelden bij de maandelijkscha onkostreekeningen laaten op bron„ gen. klijn vertenoweingen zale Klijne vertimmeringen, gelijk die, welke wij hier voor eerst moeten verrigten 161 vervolg verrigten, kunnen, en zullen dus ook na de begeerte van uwe Hoog„ Edelheeden door inlandsche Am„ bagtslieden werden verrigt. Dog wanneer ter aanbouwingen van grooter belang moeten ondernomen wor„ den kunnen daar toe, geene Europeesche ambagtslieden al„ hier werden gemist: Want men zoude zig in de presente tijds omstandigheeden zeer mis„ gissen, in de onderstelling, dat het niet difficiel zij, de noodige werklieden, op de plaatsen daar handel gedreven wordt, te krijgen Niets s dens; gebrek aan ambagtslieden, Niets is moijelijker, voornamentlijk op een plaats zoo na bij Madras als deezen. wij kunnen zelven zoo veele ambagtslieden niet bij den anderen vinden, om de huisen in het fort maar zoo verre te re„ pareeren, dat men er eerst kan intrekken. sedert de te rug gan van Palleacatta op den 6. Juli„ heeft men het nog zoo ver niet kunnen brengen met het huis van den gezaghebber alleen. ook vind min hier geen handen genoeg om te voldoen aan den eisch der scheeps overheeden om de noodige Calfaaters, en zelfs niet om bij het spijkeren der haa koopers 63 163 163 Voleering derzelve haaren loor verhoogd kooper kistjes te dienen. Buijten dit, is alles sedert onze destruc„ tie op deeze kust zoodanig gealtereerd, dat die geene die 'er kennis van hebben zelfs moeten verbaast staan. Ider, welkers dienst men verlangd is bij na in een dwingeland veranderd. En 't is niet langer dan voor wijnige dagen, dat de wijnige werklieden, die ter nog zijn, rond„ borstig verklaarden dat zij el„ ders werk zouden zoeken, zoo men hun loon geen 1/8 fa„ núm per dag verhoogde, welk loon reeds boven den peijl van voorige gebruijken was. Geluk¬ kig 6, tlijk. as

NL-HaNA_1.04.02_9703_0184 view scan ↗

English

people will decamp, fortunate that they gave warning, and did not, according to the custom of this coast, leave without speaking a word: because we thus still had the opportunity to retain them by adding those /8. fanums; at least for so long as they receive no temptation to move to Madras for higher wages, where all craftsmen of whatever trade are always welcome. Fear that the other workers will decamp. And this applies not only to actual so-called craftsmen, but we are also always in danger regarding armorers, painters, weavers, washers, etc. Threatened therewith. At Sadras they have already, etc., been seen to decamp. It already appears from a letter from the Sadraspatnam resident van Bijland of the 18th of September of the past year that those people had threatened to leave if they were not helped to business and income; wherefore we have sent him from here some Japanese bar copper and spices, although we foresee that both will initially proceed there just as hesitantly as here and elsewhere. Fixed money to the warehouses. The proposal to allocate fixed money to the warehouse masters for handling goods, is not to be broached. Regarding the proposal to allocate a fixed sum of money to the warehouse masters for the handling of goods, as well as to the equipage master for the unloading and loading of ships, insofar as this could not be done by the Company's vessels, and to introduce this also at the outer stations, we must also take the liberty to inform Your Excellencies that such is not well to be broached here, as it is practiced in Cochin and Surat. Difference in this regard with Malabar, Surat and Coromandel. We are entirely unacquainted with the local circumstances of Malabar; but as Surat currently has no outer stations whither goods are sent, this already makes a wide difference in handling between the last-mentioned directorate and this Government. The situation on this coast of the places, in regard to unloading and loading, and the times at which these must sometimes take place, would make the introduction of a fixed sum not a little difficult. More impediments which are not now foreseen but would likely present themselves could stand against it, whereby such a plan would be subject to continual representations from those who would be charged with the handling of goods and the unloading or loading of ships, and which representations almost always give rise to increases and alterations that are not always advantageous to the Company. Proposition to leave the unloading and loading under the supervision of the head administrator. As we now also have no information from any papers to design something calculatively that could lead to such a fixed determination, we humbly submit to Your Excellencies' wise consideration whether it would not be more probable to leave the handling of goods and the unloading and loading of vessels on the old footing, under the strict supervision of the Head Administrator, by whom after all in the first place all accounts of coolie wages etc. are checked. To pay the rations in money. We are likewise humbly of the opinion that nothing better could be introduced than a reasonable arrangement to have the rations of the servants paid in money. This arrangement we shall formulate and offer to Your Excellencies as soon as we have the necessary papers at hand. Likewise the arrack, rice or paddy. But with respect to the arrack for various servants, and rice or paddy for the military or sepoys, we take the liberty to submit to Your Excellencies' consideration whether in the present state it would not be more advantageous to issue these articles also in money and not in kind. How much the allowance for 200 sepoys would amount to if those grains were paid in money would be more profitable. According to the household that for now appears to have to be established on the coast, the military are excluded, and 200 sepoys with their officers do not constitute an object of importance. Let their allowance be set at 200,000 lb of paddy or 100,000 lb of rice. If we now, in the absence of the latter, were forced to purchase the former here to provide the allowance, where it is always expensive, that provision in kind will cost much more than a payment in money carefully calculated and firmly fixed thereupon. Nearly the same applies when one calculates the purchase price of the rice that might be brought from Batavia. A small calculative demonstration in both cases, we trust, will further demonstrate this. Firstly: The Company pays to a sepoy per month 4 5/8 florins or ƒ 6. 15. — A parra or 40 lb of rice, by estimate „ 1. 13. 4 Total: ƒ 8. 8. 4. The sepoys already taken into service have been engaged (without any further allowance) for 36 large Madras fanums, which alone circulate here and amount to ƒ 6. 18. —, whereby on each man is saved ƒ 1. 10. 4. Secondly: The pay of a sepoy as above: ƒ 6. 15 — The rice recently brought by the Castor and sold at ƒ 1. 10 — per parra, or 40 lb, amounts to: „ 1. 10. — Total: ƒ 8. 5 — A sepoy now earning: „ 6. 18. — Thus this also turns out more advantageous for the Company, to the amount of: ƒ 1. 7. —. How much the Company would then profit. And thus, according to the first calculative calculation, the Company will annually actually save in the household on 200 sepoys alone (their officers not counted) a fairly considerable amount of ƒ 3630. —, and according to the second „ 3240. —, which

Dutch transcription

lieden de Campeeren zullen, kig, dat zij het waarschuwden, en niet volgens gewoonte deezer kuste, weggingen, zonder een woord te spreeken: want wij dus nog gelegenheid hadden om hun door het toevoegen van die /8. fanum te behouden; ten minsten tot zoo lange zij geen temptatie krijgen om voor hooger loon na Madras te verhuijzen, daar alle ambagts„ lieden van welk ambagt ook, altoos welkom zijn. vreese dat de overige werke, En dit heeft niet alleen plaats omtrent eigentlijk zoo genaamde vastij Eq ambagtslieden, maar wij zijn nit ook altoos in gevaar om Chiler„ geniers, schilders, wevers, wassers enz: 165 daarmeede gedreijgd, Equipagiem: toe te voegen, is niet te entameeren, „sadras hebben ze reeds ensz: te zien de Campeeren. Reeds blijkt bij een brief van het sadras„ patnams opperhoofd van Bijland van den 18. 7ber: J:o l„, dat die men„ schen hadden gedreijgd heen te gaan, zoo zij niet geholpen wierden aan vertier en inzaam; waarom wij hem van hier, wat Iapans Staaf„ koper en specerijen hebben toe„ gezonden, schoon wij voorzien, dat beide in den beginnen daar even schoorvoetende als hier en elders zullen voortgaan. vast geld aan den pakhuijsen Aangaande het voorstel, om aan de Pakhuijsmeesters voor het behandelen der goederen een vast geld toe te leggen, zoomeede aan den oord 09 2oo as verschil daar omtrend met de Mal„ labaar, souratta en Cormandel, den Equipagie meester voor het lossen en laaden der scheepen, voor zoo ver dit door sCompagnies vaartuigen niet kon geschieden, en dit mede op de buijten Comptoiren in te voeren, moeten wij almede de vrijheid neemen aan uwe Hoog Edelheden te verlomen, dat zulks hier niet wel is te en„ tameeren, zoo als het te Cochim en Souratta gepractiseerd wordt. wij zijn volstrekt onkundig van het locale van de Malla„ baar; maar daar Souratta tans geen buijten Comptoiren heeft werwaard goederen gezonden worden, zoo maat dit reeds een wijd verschil in de behandeling, tusschen de laast gemelk„ directie vervolg 167 vervolg, directie en dit Gouvernement. De situatie op deeze kust van de plaat„ zen, in aanzien van de lossing en belaading, en de tijden op welke die somtijds zouden moeten geschie„ den, zouden de introductie van een vast tantum niet wijnig difficie maaken. Meer belemmeringen die men nu niet voorziet maar zig waarschijnlijk zouden voordoen, kunnen daar tegen zijn, waar door een diergelijk plan onderhevig zou weezen aan geduurige repre„ sentatien van de geene, die de behandeling der goederen en het lossen of belaaden van scheepen zoude in„ cumbeeren, en welke vertooningen al aarde e„ den onder toezigt van den hoofd administrateur te laaten, al meest aanlijding geven tot verho„ gingen en alteratien, die niet al„ de toos voor de Compagnie voordeelig zijn Daar wij nu ook geen voorligtig hebben uit eenige papieren, om Calou„ lative iets te ontwerpen, dat tot zoo een vaste bepaaling zoude propositie om het lossen en laa „ kunnen lijden, geven wij nedrig in uw Hoog Edelhedens wijze over„ weging, of het niet probabeler waare o 6 het behandelen der goederen en het lossen en belaaden der vaartuigen te laaten op den ouden voet, onder het scherpe-toezigt van den Hoofd„ administrateur, door wien tog in de eerste plaats alle reek: van von koelij 6 169 de rantovemmn in geld te betaalen koelijloonen ensz: werden nagezien. Wij zijn mede nederig van ge„ voelen, dat 'er niets beter kon ingevoerd worden, dan een redelijke schikkking om de randooenen der die„ naaren in geld te laaten voldoen. Deeze schikking zullen wij formeeren en uwe Hoog Edelheeden aanbieden, zoo dra wij daar toe de noodige papieren aan handen hebben. zoonede de arak, rijst of ane Maar ten opzigte van de arrack voor differente dienaaren, en rijst of neli voor de militairen of Sipaaijs, neemen wij de vrij„ heid Hoog dezelven in bedenking te geven, of het in de presente toe„ stand niet voordeliger ware, ook deeze ver waare fd„ 200 Sipais zou bedragen, als die graane deeze articulen in geld en niet in na„ tura afte geven. hoe val de verstrekkeng dan Volgens de huijshouding die voor eerst op de kust schijnt geëtablis„ seert te moeten werden, vallen er de militairen buiten, en 200. Sipaais met hunne officieren maaken geen object van aanbe„ lange. Men stelle der zilver genot op 200000 lb neli of 100000 lb rijst. zoo wij nu bij ontstentenis van de laaste, genoodzaakt wa„ ven de eerste, alhier, daar die altijd duur is, ter verstrekking geld zoude profijtelijker weezen in te koopen, zal die verstrek„ king in natuura veel duurder komen „een te staan, dan „ na vedle gecalculeerde en 171 Deminsterten dier vregens en daar op vast gefixeerde betaaling in geld. Het zelve heeft bij na plaats wanneer men de uitkoops- prijs van de rijst, die van Batavia mogt worden aangebragt berekind Een klijne Calculative aantooning in beide gevallen, vertrouwen wij, zal dit nader aantoonen. Eerstelijk De Compagnie betaald aan een Sipaaij des f4 5 ½ of ƒ 6. 15. — maands Een parra off 40. lb rijst na gissing „ 1. 13. 4 ƒ 8. 8. 4. De reeds in dienst genoome Cipaaijs heeft men aangenomen /:zonder eenig verder genot / voor 36. groote Ma„ drasp=e fanums, die hier maar alleen rouilleeren en uitmaaken - - - „ 6. 18. waar door op ieder man worde uijtgewonnen - - - - - ƒ 1. 10. 4. na¬ ba„ profiteeren, Ten Tweeden De Gagie van een Sipaaij als even ƒ 6. 15 — De rijst Jongst p=r de Castor aan„ gebragt en verkogt tegen ƒ 1. 10 —. de parra, of de 40 lb maakt. „ 1. 10. ƒ 8. 5 — Een Cipaaij tans winnende - „ 6. 18. —. zoo komt dit ook voor de Compagnie voordeeliger uit tot g ƒ 1. 7. —. hoe veel de Comp: dan zoude En dus zal volgens de eerste Calculative berekening de Comp=e alleen op 200. Sipaais /: hunne officieren ongerekend / sjaars werke„ lijk in de huishouding uitwinnen een tamelijk aanzienlijk bedraagen van ƒ3630. — en volgens de tweede „ 3240. welke 34

NL-HaNA_1.04.02_9703_0193 view scan ↗

English

against what price the leaguer of arrack is calculated to be paid in money, which small profit indeed merits the trial of whether, for the future, at least at this Chief Settlement, the sepoys could be recruited and maintained on this footing. The English give (as far as we know) such payment to theirs. Arrack indeed has no fixed price, but the times that it was above 28 pagodas are not so frequent that one might not, with all reasonableness on the part of the Company and of the consumers of that drink, propose to allow it to be permanently provided in money and not in kind, according to the average price of 20 and 28 pagodas, that is at 24 pagodas per leaguer. If, therefore, all provisions of rations were once fixed in money instead of in provisions themselves, there would certainly be saved thereby not only in the work of the dispensary and the warehouses, but also in the clerical work, and no more complaints about the quality of the goods would be heard. Here at Palliacatta it would first of all save for the Company the permanent rent of a paddy or rice warehouse, for which there is none in the fort. Yet we shall make a further arrangement concerning all this, which we shall have the honour to present to Your High Excellencies for approval on a future occasion. With this we have dealt with the plan drafted by the aforementioned Right Honourable Gentlemen Falck (of blessed memory) and Van de Graaff, and the considerations of Your High Excellencies on the same. We declare once again that we would have wished that we had needed to differ less with that design. Yet we live in the humble expectation that with Your High Excellencies in this case, the knowledge of the local conditions of the coast in general and the present circumstances will also come into favourable and equitable consideration; although we are nevertheless very far from the notion that these our respectful representations could not be improved upon. Devoid of all papers, which until now remain at Nagapatnam but will be retrieved shortly, we have based the same solely on the assumption that Palleacatta will serve as the Chief Settlement, or, if that place is rejected because of the numerous inconveniences, another of the remaining factories; for should we get Nagapatnam back, as has been put forward by us several times, the greatest part of these arrangements must naturally lapse. Nor have we had anything else in view in drafting these our humble propositions than apparent necessity, paired with the utmost frugality; and these shall also always remain the first object of all our actions and proposals. We shall shortly, according to the orders of Your High Excellencies that were written to us from Ceylon, restore the Council of Justice here, or as soon as one has at hand the persons who ought to take a seat therein according to their rank, or such who must be deemed to possess any competence for such a delicate post. For from the burgher class no one can be co-opted here, because such burghers are not to be found here. And the same shall also be done with the other Colleges that were previously at Nagapatnam, insofar as that can take place here. Of the Nagapatnam servants, some have come over; but the greatest part has remained there still, apparently because they could not prepare themselves so quickly for their departure to break up from there finally before the beginning of the bad monsoon. But as they have now been given enough time to be able to do this with the upcoming arrival of the good monsoon, we have resolved shortly to write to the junior merchant and invoice keeper Fredrik Willem Bloeme, as the only member of the former Nagapatnam Council still remaining there, to ask from all the servants of all ranks and departments who are still at Nagapatnam (with the exception, however, of the Minister Johannes Theodoris van de Werth, to whose choice we shall leave it whether or not to come over; and this by virtue of the permission obtained from Your High Excellencies to be allowed to repatriate) in our name, person by person, whether he intends to come over hither with the arrival of the good monsoon! To which end we shall at the same time order the said Bloeme, upon putting the prescribed question, to announce with emphasis to all the servants who are still present there that the pay of such who might not be inclined to come over hither will be written off as of the ultimate of this month, and they will be considered as dismissed from the service; but that, on the other hand, the pay of such who are prepared

Dutch transcription

34 4 173 tegens hoe veel de legger avak gereekend, in geld te betaalen, welke winstje wel meriteerd de beproeving, of men niet voor het vervolg ten minsten op deeze Hoofdplaats de Sipaais, op deezen voet zal kunnen aanwerven en houden De Engelschen geeven (:zoo wij niet beter wete:/ zoodanige betaaling, aan de hunne De awak heeft wel geen bepaalde prijs, maar de tijden dat die boven de 28 pagoden gel:, zijn niet zoo menigvuldig, dat men niet met alle redelijkheid van de zijde van de Comp: en der genieters van die drank, zoude mogen voorslaan, om die volgens de middel prijs van 20. en 28 pajoden, dat is tegen 24 pag per huis permanent in geld en niet in na„ tuura te mogen laten verstrekken wanneer dus alle verstrekkin„ ƒ gen van randcoenen eens in geld 8. in stede van in provisien zelfs waren vastgesteld; zou daar door zekerlijk niet alleen inh werk van het dispens en de spie„ lagien, maar ook in het schrijf werk uitgewonnen en ook geen klagten over de deugd van het goed meer gehoord worden. te Palli ten minsten een pak„ Hier te Palliacatta zou het voor eerst voor de Comp: e uit win„ nen, de permanente huur van een neli of rijst pakhuis, voor welke er geen in het fort is ver a Dan aann tig 36 15 4 schikking zal gemaakt worden. afhandeling van het plan van Ceilon verwagting van een gunstige aanmerking dierwegens.; na hoewel daar omtrend ein nadere Dan wij zullen omtrent dit alles een nadere schikking maaken die wij de eer zullen hebben bij een nadere gelegentheid Uwe Hoog Edelheden ter approbatie aan te bieden. Hiermeede hebben wij afgehandelt het plan door meergemelde wel„ Edele Groot Agtb: Heeren Falck /:L:M:/ en van de Graaff ontworpen, en de consideratien van uwe Hoog Edelheden op het zelve. wij betuigen nogmaals dat wij wel hadden gewenscht, dat wij met dat ontwerp minder hadden behoeven te verschillen. Dan wij leven in de nedrige ver ke in„ wi 35 verwagling dat bij uwe Hoog 9„ Edelheden in dit geval, ook in een gunstige en billijke aanmer„ king zal komen, de kennis van het plaatzelijke van de kust in het algemeen, en de tegenwoor„ dige omstandigheden; Schoon wij egter zeer verre afzijn van het denkbeeld, dat deeze onze eerbiedige voorstellingen, niet verbeterd zouden kunnen werden. ontbloot van alle papieren, die tot nog toe op Nagapatnam leggen, dog eerstdaags zullen werden afgehaald, hebben wij dezelve alleen gefundeerd op de ver„ onderstelling dat Palleacatta vervolg 69 fun deeren, of zoo die plaats om de menig„ vuldige inconvenienten werd af„ gekeurd, een ander der overgeblevene ƒ Comptoiren de Hoofdplaats zij 2 want mogten wij Nagapatnam te rug krijgen, gelijk door ons meermaals geavanceerd is, zoo moeten het grootste gedeelte deezer schikkingen van zelfs vervallen. daar op die schikkingen mist ook hebben wij bij het ontwerpen van deeze onze nedrige pro„ positien niet anders voor oogen gehad dan de schijnbaare nood zaa„ kelijkheid, gepaard met de meeste zuijnigheid; en deeze zullen ook altoos blijven het eerste object van die Den Raad van Justitie van alle onze handelingen en voor„ en stellen Wij zullen eerstdaags na de ordres van uwe Hoog Edelheden, die ons van Ceilon zijn aangeschreven, den Raad van Justitie alhier herstellen, of zoo dra men de persoonen, die daar in volgens hunnen vang sessie dieren te neemen, of de zoodaanige, die eeni„ ger moeten mogen gecenseerd worden bekwaamheid, tot zoo een tedere post te bezitten, hier aan handen heeft. want uit den burger staat kan hier niemand geassumeerd worden, uit hoofden diergelijke Burgers hier niet te vinden zijn En 6 79 4 voor„ eerstdags hersteld worden, g. De meeste dienaaren zijn nog op Nagapatnam. wat beslooten is omtrend haarl: aan Bloeme te Schrijven en de anden Collegien, zullen En het zelve zal mede geschieden met de andere Collegies, die bevorens op Nagapatnam waren, voor zoo ver dat hier kan plaats vinden. van de Nagapatnamsche Dienaaren zijn eenige overgekomen; maar het grootste gedeelte is daar nog gebleven: apparent om dat zij zig tot hun vertrek zoo schielijk niet konden gereed maaken, om voor het begin der kwaalle mousson van daar finaal op te breeken. Dan wijl hun nu tijd genoeg gegeven is, om dit met de aanstaande doorbraake van de goede mous des ord van 200 66 met uitzondering egter van den Predikant, mousson te kunnen doen, hebben wij besloten den onderkoopman en factuurhouder Fredrik Willem Bloeme, als het eenigste aldaar nog verbleve lid van den voorigen Nagapatnamschen Raad, eerst„ daags aan te schrijven, om alle de dienaaren van alle vangen en de„ partement welke zig nog te Na„ gapatnam bevinden (:met uitzon„ dering egter van den Predicant Johannes Theodoris van de werth, aan wiens verkiesing wij het zullen overlaaten om al of niet over te komen; en zulks uit hoofde, van de van uwe Hoog Edelheeden geobtineerde permissie om te mogen repatrieeren 96 84 484 repatrieeren) uit onzen naam hoofd voor Hoofd af te vraagen, of hij voor„ nemens is, om met de doorbraake van de goede mousson herwaarts over te komen! ten welken einde wij gemelde Bloeme teffens zullen gelasten, om bij het doen der voor„ schreeve vraage, alle de dienaaren die aldaar nog in weezen zijn, met nadruk aan te kundigen dat de gage van de zoodaanige die niet genegen„ mogten zijn na herwaarts over te komen zal worden afgeschreeven, onder ult=o deezer maand, en zij geconsidereerd als uit den dienst ontslaagen; dog dat daar en teegen de gagie der zoodaanige die zig bergd daar volg

next →