VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9704

Coromandel · 362 pages · 39 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9704_0002 view scan ↗

English

Chormandel 10 March 1788. Register of such papers as on this day are addressed to the Illustrious High Born Prince and Lord Willem, By the grace of God Prince of Orange and Nassau, Hereditary Stadtholder, Captain and Admiral General of the free United Netherlands, etc. etc., Superior Governor-General and Superior Director of the Honourable East India Company, as well as to the Right Honourable Worshipful Gentlemen Directors in the Assembly of the Seventeen, committed to the Chamber of Zeeland, via Ceylon, by the Senior Merchant and Provisional Governor of this Coast Nicolaas Tadama, along with the Council at Palliacatta, namely: No. 1. Original general missive by the mentioned Provisional Governor and the Council directed to the Highest mentioned Prince and Lord and Your Right Honourable Worships, under today's date. 2: A sealed packet of original separate missive and other papers superscribed by and to as before. 3 A copy of the general missive directed by as aforesaid to Their High Honours the Honourable High Indian Government. 4 A copy of the register of papers to be dispatched to Batavia. Copy of the resolutions taken in the Council of Cormandel at Palliacatta, since 15 March 1786 until 19 January of this year, in 2 bundles. Palliacatta in Castle Geldria, 10 March 1788. A. Lase. E.G. Clercq. Netherlands. To the Right Honourable Worshipful Gentlemen Directors in the Assembly of the Seventeen, committed to the Chamber of Zeeland. Right Honourable Worshipful Gentlemen, While we offer our humble reports to Your Right Honourable Worships, we consider it our indispensable duty to bring to the honoured knowledge of Your Right Honourable Worships that it has pleased Almighty God, Lord of life and death, on 10 February last, to call from this governance Mr. Willem Blaaukamer, in life Governor of the Coast of Chormandel, with its jurisdiction; and furthermore that on the day aforesaid, subject to approval of Their High Honours, has succeeded the Chief Administrator Nicolaas Tadama; we pray that this choice may be favoured with the approval of Your Right Honourable Worships. § 1. Proceeding to the transaction of business, we initially note that we had the honour, on 30 July 1787 per the ship the Leviathan via Tutucorin, to receive the extract from the demand of returns for the year 1788, together with an extract from the missive of Your Right Honourable Worships of 12 December 1786. Lack of the necessary funds made our fulfillment of the entire demand impossible; solely on the demand of the year 1786 were purchased by us for the Netherlands 87 and for the Indies 366 bales, and for Anno 1787 23 bales for the Fatherland and 66 for India, which together in money amount to ƒ327057. 18. § 2. If one compares this meager collection against the demands, we must admit that it makes a very poor showing, but we flatter ourselves that Your Right Honourable Worships will be pleased to take into favourable consideration the state of the funds, out of which during those two book-years we had to make good the collection and the expenses of the Government, along with the efforts we put into work to negotiate money, as appears from our respectful letter of 27 February 1786, and the offer to the Company's merchants along this entire coast to pay one per cent per month for the capital to be advanced by them, if they could provide the Honourable Company with linens on credit. § 4. But this too failed us; only the merchants of Jaggernaikpoeram collected in Anno 1786 a noteworthy number of bales of sewn goods, amounting in money to a sum of Pagodas 15782. -. or ƒ71019. -. § 5. The prices of linens have risen considerably on this coast since the last war, so that we, subject to approval and assent of the High Indian Government at Batavia, were obliged to grant to the Jaggernaikpoeram merchants a price increase of 10 per cent on the Guinea ordinary bleached, and a 5 per cent augmentation above the old prices on the Guinea bleached Company's old sort, the 9 Caal, without which they declared they could make no collection, because foreign nations made such a heavy collection of other sorts of cloths, whereby the coarse Guinea had fallen entirely out of consideration, to prepare which now the weavers had to be put to work anew, whereby the merchants were placed under the obligation to encourage them by a higher payment. § 6. Adding furthermore the strict inspection of the linens, which took place at the collection for the Honourable Company, to which those traders also added the grievance that instead of cash payment they now had to accept unwanted articles of merchandise such as Japan copper and nails, on which they had to lose 10 per cent, whilst foreign nations come to market with cash money, and moreover in accepting the cloths are so indifferent that they accept everything as first sort; we hope that Your Right Honourable Worships will judge what we have advanced as valid, and will be pleased to favour what we have performed with your highest approval.

Dutch transcription

ƒ Chormandel 10 Maart 1788. Register van zodanige papieren als op heeden aan den Doorlugtigen Hoog Gebooren vors en Heere Willem Bij der gratie Gods Prince van orange en Nassau, Erf stad houder Capitain en Admiraal Generaal der vrije vereenigde Nederlanden, EE: EEEt op pergouverneur Generaal en op per„ bewindhebber van de Edele oost In„ dische compagnie, benevens De Hoog Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen ter vergaderinge van Zegen thienen gecommitteerd ter kamer Zeeland over ceilon werden geadresseerd door den opperkoopman en provisio„ neel gezaghebber deezer Custe Nicolaas Tadama nevens den Raad te Palliacatta„ Namentlijk At N=o 1. Origineele gemeene missive door gemelden p=l Gezaghebber en den Raad aan Hoogst welmelden vorst en Heer en Haar Hoog Edele Hoog Agtb: onderheedigen datum, ge„ rigt. — 2: Een geslooten pakket origineele Aparte mis„ sive en andere papieren door en aan als vooren gesuperscribeerd 3 Een Copia gemeene Missive door als gezegd aan Haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiasche Regee„ ring gerigt. 4 Een Copia Register der aftezendene papieren na Batavia, Copia Resolutien genomen in Raade van Corman„ del te Palliacatta, zedert den 15. Namentlijk G Maart Palliacatta In 't Casteel Peldria den 10' Maart 1788. Maart 1786. tot den 19. Ianuarij deezes Jaars, in 2. bonden. — A Lase EG Clercq. A4 1 10a Aotte 1 23 10 Attrant 102 vSlngelandt Nederland. Aan de Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren. Bewindhebberen. Ter vergadering van de seventhienen, gecommitteerd ter kamer Zeeland, Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren Ter wij onse needrige berigten, uw Hoog Edele Hoog Agtbaar „re aanbieden, houden wij het van 10a Alt 1 23 van onsen in dispensabolen pligt, ter geerde kennis van uw Hoog„ Edele Hoog agtbaare te bren„ „gen, dat het den Almagtigen God, Heer van leeven en dood, behaagd heeft op den 10: Febru„ „arij Joleeden, uijt dit bestier op teroe„ „pien, den Heer Willem Blaau„ „kamer, in leeven Gezaghebber van de kust Chormandel, met dies Resorte, mitsgaders dat ten dage voorn: op approbatie van Hun Hoog Edelheeden is gesuccedeerd den Hoofdad„ Nicolaas „ministrateur Tadama Adt Tadama; wij bidden dat dee„ „ze keuze met de aggreatie van uw Hoog Edele Hoog agt„ „baare mag worden gefaroriseerd. § I. Ter verhandeling van Zaa„ „ken overgaande, noteeren wij aanvankelijk dat wij de eer heb„ „loen gehad, op den 30 ' Iuli 1787. per het schip de Liviathan over Tutucorijn te ontfangen, het Extract uit den Eijsch van Retouren voor den Iaa„ „re 1788. neevens een Extract uijt de Missive van uw Hoog Edele E 1 23 na Hoog Edele Hoog Agtbaar van den 12: December 1786. . Debrek aan de noodige fond„ „sen, hebben ons de voldoening van den ganschen Eijsch on„ „mogelijk gemaakt, eeniglijk zijn door ons op den Eijsch van den Iaare 1786. voor Nederland ingekogt 87. en voor Indien 366. pakken, en voor Anno 1787. 23. far„ „deelen voor het Patria, en 66. voor India, welke te zaamen in gelde bedraagen §2: hebben 2. Ats hebben ƒ327057. 18. Soo men deeze geringe inzaam teegen de Eijsschen vergelijkt, moe„ „ten wij bekennen, dat het een zeer slegte vertooning maakt, dan wij vleijen ons dat uw Hoog„ „Edele Hoog Agtbaare in guns„ „tige Consideratie zullen gelie„ „ven te neemen, de staat der Fond„ „sen, uit welke wij geduurende die twee boekjaaren, den in„ „zaam, en de ongelden van het Gouvernement hebben moeten goedmaaken, mitsgaders de § 3. pogingen k 7. en te hogingen die wij in het werk gesteld hebben, om penningen te negotieeren, blijkens onse eerbiedige van den 27. febru„ „ari 1786, en den aanbod aan 's Comps kooplieden langs dee„ „ze gansche kust, om een per cento 's maands te betaalen voor hun te schietene Capitaal zoo zij de E: Maatschappij van Lijwaaten konden voor„ zien op Crediet § 4. Dan, dit is ons almeede mis„ „lukt; alleen hebben de koop„ „lieden van Jaggernaik p=r in 11 in A:o 1786. een naamwaardig getal van pakken gesaaijde goederen ingezaameld, bedraa„ „gende in gelde, een somma van Pr:o 15782. -. of ƒ ƒ71019. -. § 5 De prijzen der Lijwaaten zijn zeedert den laatsten oor„ „log ter deezer kuste zeer ge„ „steegen, zoo dat wij op appro„ „batie, en aggreatie van de Hooge Indiasche Regeering te Batavia verpligt zijn geweest aan de Iaggernauk„ „poeramsche kooplieden toe„ „te staan A4 toetestaan, een prijs verhooging van 10. pr Centos op het Guinees gem: gebl:, en 5. p„r Centos aug„ „mentatie boven de oude prij„ „zen op het guinees gebl: 's Comp:s oude zoort, de 9. Caal, zon„ „der het welke zij declareerden geen inzaam te kunnen doen, „ vreemde uit hoofde de „ Natien zulk een Zwaar inzaam van andere zoorten van doeken dieden, waar door het gro„ „ve guinees geheel buiten aan„ „merking geraakt was, om welke nu aan te reeden, de Weevers 1. C A4 weevers op nieuw aan het werk gesteld moesten worden, waar door de Kooplieden in de verplig„ „ting gebragt wierden, hun door een swaardere betaaling te ani„ „meeren. — §6. Termeegen nog de keurigheijd op de Lijwaaten, welke bij den inzaam voor de E: Comp:e plaats had, waarbij die Marchandeurs nog voegden het bezwaar, dat zij in plaats van Contante betaa„ „ling, tans ongewilde articulen van koopmanschappen als Ja„ Frans 6. in 3 2 pans kooper, en Negulen, mes„ „ten accepteeren, waarop zij 10. percentos moesten verliezen, ter„ „wijl vreemde Natien met Con„ „tante penningen ter markt koomen, en boven dien in het ac„ „cepteeren der doeken zoo in dif„ „ferent zijn, dat zij alles voor eerste zoort aanneemen; wij hoopen dat uw Hoog Edele Hoog Agtbaare het door ons geavanceerde valable zullen Oordeelen, en het door ons ver„ „rigte met hoogst desselfs goed„ „keure zullen gelieven te be„ „ gunstigen 9

NL-HaNA_1.04.02_9704_0029 view scan ↗

English

favor, all the more because we have also stipulated that those merchants, upon the improvement of times and circumstances, would collect again for the old prices. Regarding the arrears of the former government, we cannot yet provide a report to Your Right Honorable Noble Worships, as we have not yet obtained a complete accounting thereof, on which, however, diligent work is being done. 58. With respect to the main head of financial matters, we initially submit that we took the liberty in the year 1786, by our humble advisory letter of 12 May, to bring to the honored knowledge of Your Right Honorable Noble Worships our embarrassment in which we found ourselves for lack of cash, which caused us to resolve to profit from the opportunity presented to us by the offer of a sum of star Pag: 4721. – made by the English Major of Artillery William Sydenham, although the condition cited therein, to pay the same six weeks after sight, was not arranged according to the style customary in the Honorable Company. Paragraph 9. We flatter ourselves that Your Right Honorable Noble Worships, out of consideration for the circumstances in which we were placed at that time, will have approved what was performed by us, and honored that assignment with payment. Paragraph 10. With respect to the minting of rupees on Ceylon for North Coromandel, we are respectfully of the opinion that such would be completely disadvantageous for the Honorable Company, both in view of the remoteness, the passage of time, and the risk of shipment, as well as regarding the value upon expenditure; for all foreign coins are treated here as a kind of merchandise, so that depending on whether there is an abundance or scarcity of them, they rise or fall above their intrinsic value. Also, through the minting of money on Ceylon, the Honorable Company would run the risk of completely losing the right of the mint, both here and at Jaggernaikpoeram, having fallen into disuse; a vivid example of this we treat in our separate missive dated the 10th of this month, addressed to Their High Nobilities, a copy of which we have the honor to accompany among the enclosures, to which we respectfully refer. Paragraph 11. The Government of Ceylon has communicated to us through the Jaffanapatnam Ministers by their letter of 22 December past, that Your Right Honorable Noble Worships, per the ship De Vlugge Trekvogel, had sent for this coast 11 bars of gold of 20 carats, 8 1/5 grains, and 16 bars of 15 carats, weighing together 320 marcs troy; which we are now awaiting with the Company's sloop De Herstelling, which we expect daily, upon the receipt of which we shall employ the same primarily to facilitate the procurement of cloth. Paragraph 12. According to the incoming reports, the balances of the large and small cash chests, both here and at the subordinate factories, amounted to a sum of Pagodas 15216: 15 40 or f68474. 18. —, as appears from the demonstration inserted below, namely: at Palliacatta as of the end of November 1787. P: 8861. 2. 50. f39875. –. — ditto June ditto 63. 15. 60. 286. 9. —. Sadraspatnam August 1786. 3641. 9. 10. 16386. 4. -. Palicol June 1787. 744. 4: 60. 3348. 18:—. Jaggernaikpoeram July 1787. 1448. 14. 70. 6518. 15. 8. ditto ditto ditto 457. 16. 30. 2059. 11. 8. Together Pag. 15216. 15. 40. f 68474. 18. -. Wherewith, commending Your Right Honorable Noble Worships' precious persons, together with the state and prosperity of the General East India Company, to the divine protection of God Almighty, we remain with the deepest respect and high esteem, Right Honorable Noble Worshipful Gentlemen, Your Right Honorable Noble Worships' most humble and obedient servants, Anno 1788. Palliacatta In Castle Geldria the 10th of March J: D: Simons. Ms. Stoffenberg J: K: Blijbloem. M. Tadama W: Geene J: Brouwer Netherlands; To the Right Honorable Noble Worshipful Gentlemen Directors at the Assembly of the Seventeen, Committee of the Chamber of Zeeland, Right Honorable Noble Worshipful Gentlemen. I have the honor, under cover of this, to offer to Your Right Honorable Noble Worships: A copy of a separate letter from the deceased Commander Willem Blaaukamer dated 21 October 1786 addressed to Their High Nobilities, the High Indian Government at Batavia. A ditto ditto written by me to the aforesaid of today's date. A ditto ditto by me and the Council to as above, dated as this. A set of Secret Resolutions, beginning from 15 March 1786 to 14 January of this year. Wherewith I commend Your Right Honorable Noble Worships' illustrious persons, together with the interests of the Noble East India Company, to the safe keeping of God Almighty, with the declaration that I am with all respect and high esteem, Right Honorable Noble Worshipful Gentlemen, Palliacatta In Castle Geldria the 10th of March 1788. Your Right Honorable Noble Worships' most humble and obedient servant, Mr. Tadama No. 2 Batavia, To His High Nobility, The Right Honorable Great Worshipful Far-Ruling Gentleman, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Honorable Gentlemen Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. etc. Right Honorable Great Worshipful Far-Ruling Gentleman and Honorable Gentlemen. Per the ship De Castor, I have been favored with the letter which Your High Nobilities did me the honor of addressing to me separately under the 28th of April of this year, the duplicate of which has also been delivered via Ceylon.

Dutch transcription

Noo Alle 15 gunstigen, te meer wij teffens be„ „dongen hebben dat die Marchan„ „deurs bij verbeetering van tijden, en omstandigheeden weder voor de oude prijzen zouden inzaam doen.— Nopens de Agterstallen §57: van het voorig Gouvernement, kunnen wij uw Hoog Edele Hoog Agtbaare nog geen ver„ „slag doen, alzoo wij daar van nog geen volleedig reekening er„ „langt hebben, waar aan egter met vlijt gearbeijd word. 23 „ 58. Met opzigt tot het Hoofd„ „deel der Geld zaaken, avanceeren wij, aanvankelijk dat wij de vrij„ „heid gebruikten van in den Iaare 1786: bij onze needrige ad„ „vies brief van den 12:' Mei, uw Hoog Edele Hoog Agtbaare ter geëerde kennis te brengen, on„ „ze verleegentheijd, waarin wij uit gebrek aan Contanten, ver„ „seerden, het geen ons deed beslui„ „ten, om van de geleegentheid, die ons door het aanbod van een som„ „ma van ster Pag: 4721. – door den Engelsen Majoor der Arthillerij William 4. William Sijden ham gedaan wiend te profiteeren, schoon de daar bij geciteerde Conditie, om dezelve zes weeken na zigt te betaalen, niet na den stijl bij de E: Maat„ „schappij gebruikelijk, was in„ „gerigt § 9. Wij vlijen ons dat uw Hoog Edele Hoog Agtbaare, uit Consideratie der omstandigheeden, waarin wij des tijds gebragt waren, zullen hebben geapprobeerd, het door ons ver„ „rigte, mitsgaders die adsignatie met de betaaling gehonoreerd. —. „. vrij 1o„ Adl 1 23 erij § 10: Met opzigt tot het slaan van Ropijen op Ceijlon voor Noorden Chormandel, zijn wij eerbiedig van gevoelen, dat zulks gansch onvoordeelig voor de E. Comp=e zoude zijn, zoo ten aanzien van de verafgeleegentheijd, het tijds ver„ „loop, en de visico der verzending, als omtrent den valeur bij den uitgaaf; want alle vreemde mun„ „ten, worden hier als een zoort van koophandel getracteerd, zoo dat zij na dat er overvloed of schaars „heijd van is, booven hunne in„ „trinsicque waarde rijsen of dalen. Ook 1o Aits Ook zoude de E: Comp: het Regt der Munt, zoo hier als op Iaggernaikpoeram, door het slaan van geld op Ceijlon, in onbruik geraakt zijnde gevaar loopen, ganschelijk te verliesen; een leeven„ „dig voorboeld hier van behande„ „len wij bij onze aparte missive de dato 10„e deezer, aan Hun Hoog „Edelheedens gerigt; welker afschrift wij de eer hebben, deezen onder de bijlagen te doen versellen, waaraan wij ons in eerbied refereeren. — §1: De Regeering van Ceijlon huft ons an 1 23 ƒ Iaffanapat„ ons doorweegen den „namsche Ministers bij hunnen brieff van den 22. December p: be„ „deelt, dat uw Hoog Edele Hoog Agtb: per het schip De Vlugge TTrekvogel, voor deeze kust had uitgezonden 11: bhaaren goud van 20. Caraten, 8. /5. greijnen, en 16. bhaa„ „ven van 15. Paraten, weegen di te zaamen 320. mq: trois; het geen wij nu met 's Comp:s Chialoup de Her„ „stelling, die wij dagelijks te ge„ „moed zien, zijn verwagtende, bij welker ontfangst wij het zelve voornamentlijk tot faciliteering van 51 „ Portonovo - „ Bimilip=m van den Lijwaat procuure zullen doen dienen. —. § 12. Ingevolge de ingekoomene rap„ „porten, beliepen de restanten van de groote en kleene geld kapsen, zoo hier, als op de onderhoorige Facto„ „rijen, een somma van Pago den 1216: 15 40. off ƒ68414. 18. —. blijkens de hier on„ „der geinsereerde aantooning; als:. de Palliacatta onder ult:o November 1787. P: 8861. 2. 50. ƒ39875. –. — —o „ Iunij. _:o. . „ 63. 15. 60. „ 286. 9. —. „ Sadraspatnam _ „ Aug:s. . . 1786. „3641. 9. 10. „ 16386. 4. -. „ Palicol _o „ Iuni - - - - 1787. -. „ 744. 4: 60. „ 3348. 18:—. „ Iaggernaik p„r _o „ Iuli . . . . 1787. - - „1448. 14. 70. „ 6518. 15. 8. _:o „ D:o _:o . „457. 16. 30. „ 2059. 11. 8. Te samen Pag. 15216. 15. 40. ƒ 68474. 18. -. Waarmeede wij uwer Hoog Edele Hoog 51 AM 1 2 Hoog Agtb: dierbaare persoonen beneevens den staat en welvaart van de Generaale Oost„ Indische Maatschappij in de Divine protec„ „tie van God Almagtig beveelende, met de diepste eerbied, en hoogagting verblijven Hoog Edele Hoog Agtbaare Heren Uer Hoog Edele Hoog Agtb: zeer onderdanige en gehoorzame Die„ „naaren Anno 1788. Palliacatta In't Casteel Geldria den 10 e Maart : Do J D: Simons. Ms. Stoffenberg J: k B„ij bloeme. 9 M„ Tadama : W: Geene e 3 Brouwer e N. 14 1 16 14 1 23 Abtraenrt No 23 Abla 2 No. 1. No„ 2. 23 Nederland; Aan de Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren Bewindhebberen Ter vergadering van seven thienen Gecommitteerd ter kamer Zeeland, Agtbaare Hoog Edele Hoog Heeren. Ik heb de eer uw Hoog Edele Appart Hoog Hoog Agtbare onder geleyde deezes aan te bieden Een Copia apparte brief van de over„ loe den Heer Gezaghebber Willem Blaaukamer de dato 21. octo„ ber 1786. aan Hun Hoog Edel„ heeden de Hooge Indiasche Re„ geering te Batavia gerigt. Een d:o d:o door my aan als vooren geschreeven van heedigen datum Een d:o d:o door my, en den Raad aan als boven, gedagteekend als dae„ ze. Een stel Secreete Resolutien, begin„ nende van 15. Maart 1786: tot den 14. Ianuary deezes Iaars. Waar meede uw Hoog Edele Agtbare Illustre per„ Hoog soonen, nevens de belangen van de Edele 25 Edele Oost Indische Maatschappy in de veijlige hoede van God Al„ magtig beveele, onder betuijging dat ik met alle eerbied, en hoog agting ben Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren, Palleacatta In het Casteel Geldria den 10. Maart 1788 WHoog Edele C Hoog Agtbaarens Zeer onderdanige, en Gehoorzame Dienaar M„r Tadamap N n aan dea„ in de No. 2 27 Batavia, Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele groot Achtbare wyd gebiedende Heere Arnold Alting Mr Willem Gouverneur Generaal, Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlandsch Indie etc:a etc:a etc:a Hoog Edele groot Achtbare wijd Gebiedende Heere, en wel Edele Heeren. Per het schip De Castor ben ik begunstigd met de brief, die uw Hoog Edelheedens mij de eere deeden aan mij apart te rigten onder den 28. april deeses Iaars, en welkers dubbeld over Ceijlon ook is besteld geworden. Copia rinms Secreet nae Buijten

NL-HaNA_1.04.02_9704_0050 view scan ↗

English

Besides what has been reported in today's general letter concerning the unfortunate condition of my eyesight, which gave me reason to fear the worst consequences for that sensory organ, I must venture to request Your Right Nobles' further indulgence regarding the answering of Your separate missive, which I am forced to defer until the dispatch via Ceylon, as my sickly condition does not allow me to do so fully at present without detaining the ship, which would be irresponsible, especially in a roadstead like this one. After a very slow improvement of my eyes enabled me in the past month to return to work with zeal and to clear up some backlogged affairs, I was afflicted by fevers, which forced me to keep to my bed until the 16th of this month. I feel all the impression of the liveliest gratitude that Your Right Nobles' generous kindness and granted compliance make upon me, for without a great measure thereof, certain matters cannot possibly appear in a favorable light as yet. The grim prospect regarding the collection which I had to present with sorrow to Your Right Nobles in the past year would have been realized only too well, and De Castor would have had to depart for Batavia just as empty as in the previous year, with the exception of a few bales collected at Jaggernaikpoeram, had not the small relief of gold enabled me to purchase a number of bales of textiles at the last moment. In this purchase, one could not look so much to the quality of the goods, but rather to the objective of facilitating for Your Right Nobles, as much as possible, a proper though deficient provision for the Great East and Padang. We had to accept them just as they were, for although, according to the report of the commissioners whom I had sent to Madras, there were pieces among them that did not meet the sample upon which they had been bought at all, the seller would not hear of any sorting out, and there was no choice but to take everything as it was, or nothing. I had been in negotiations for a second lot of 80 bales from a native at Madras, but when it came down to the point, he hesitated, which leads me to believe that his dealing was mere boastfulness and that he was never in possession of them, since his textiles, being the very same assortments we have now purchased, were offered to him at the same prices and terms. But, Right Noble, Grand, and Respected Sirs! This purchase, and 8000 head dollars that have already had to be spent on the household, reduce the received capital and are therefore of no use for the upcoming collection, although it is true that one can spend his money only once. Even the entire surplus cannot remain destined solely for the cloth collection, but must also serve for other necessities, because not so much proceeds from sales as to cover the expenses. Since the last nutmegs left the warehouse, not a single pound of cloves has been sold, and their prices differed so much from the set rates that I have not deemed it prudent thus far to make use of the favorable authorization from Your Right Nobles, not only because of those low prices, but also in view of the no less weighty consideration that they still seem to sell in the North, just as the Chief of Halm reports to me in his latest letter of the 27th of the past month, stating that he had delivered all the remaining merchandise to the merchants on contract for the coming year. And among the remainders, according to the memorandum of the ultimate of July, there must have been over 6500 lb of pure cloves and 86000 lb of Japanese copper, so that regarding that metal, the same consideration holds me back as concerning the cloves from making use of Your Right Nobles' authorization for the present. In addition, a single collection of over 18000 lb here, after having sold almost nothing since our re-establishment, must give me reasonable hope that the trade therein will increase again. To all this must be added that in this delicate matter one can easily act too hastily, whereas there is no danger in proceeding somewhat slowly; and I take the liberty of assuring Your Right Nobles that I shall make no improper use, but rather the most prudent use, of the granted authorization, for which I humbly express my thanks. To enter into any negotiation with the Nawab of the Carnatic is at present an utter impossibility, or at least it would only waste time and expense.

Dutch transcription

Buijten het gemelde bij de gemeene brief van heeden we„ gens de ongeluckige toestand van mijn gezigt, die mij voor de ergste gevolgen van dat zin tuijg moesten doen vreezen moet ik mij verstouten om uw Hoog Edelheedens nadere indulgencie te versoeken wegens de beantwoording van Hoog Derselver aparte missive, die ik gedwongen ben tot de beschrijving over Ceijlon te differeeren, mijne ziekelijke toestand mij niet toelatende het thans volleedig te doen zonder het schip op tehouden, dat onverantwoordelijk zoude zijn voor al op een Rheede als deeze. Na dat ik door een zeer langzaame betering van mijne oogen in de laatste maand wierd in staat gesteld om weder met ijver aan het werk te gaan en eenige agter stallige zaaken te redderen, wierd ik aangelast door koort zen, die mij genoodzaakt hebben tot den 16:e deezen het bedde te houden. Ik gevoele al den indruk van de levendigste dank baarheijd, die uwer Hoog Edelheedens Edelmoedige goed„ heijd en toegestaane inschikkelijkheijd op mij maaken, want zonder een groote mate van dezelve kunnen tot nog eenige zaaken onmogelijk in een gunstig ligt voor komen Het akelig voor uijt zigt dat ik met smerte aan uw Hoog Edelheedens in het gepasseerde Iaar moest vertoonen is m 2e vertoonen omtrend den Inzaam zoude maar al te zeer bewaarheijd zijn geweest, en De Castor weder /: buij„ ten weijnige pakken te Iaggernaijkpoeram ingezameld:/ zoo leedig na Batavia hebben moeten vertrekken, als in het voorige Iaar, zo het kleijn ontzet van goud mij niet hadde in staat gesteld om nog een aan tal packen Lijwaaten in het laatst der dagen te koopen, met welke inkoop men niet zoo zeer de deugd der zelve heeft kunnen betragten, als wel het oogmerk om uw Hoog Edelheedens zoo veel mogelijk te faciliteeren een schoon maar gebrekkige voorziening van de groote oost en Padang. Wij hebben de zelve moeten ontvangen zoo als ze waaren, want schoon en volgens berigt der gecommitteerdens, die ik na Madras hadde gezonden, stukken onder waaren, die aan het monster, op wel„ „ke men gekogt hadde geheel niet voldeeden, zoo wil„ de de verkooper van geen uijtschieten hooren, en men hadde geen keuse, dan alles zo als het was, of niets te neemen Ik hebbe een tweede parthij van 80. packen in besprek gehad van een Inlander te Madras, maar toen het op stuk van zaken aan kwam, aanzelde hij waar door ik geloove dat zijn handeling loutere groot, —. „spraak 1 dank „spraak, en hij nooijt bezitter van dezelve is geweest, wijl zijn Lywaaten de eijgenste sortementen zijnde die wij nu ingekogt hebben hem dezelve prijzen en voorwaarden aangebooden waaren Maar Hoog Edele Groot Achtbare Heeren! Deeze Inkoop, en 8000. kopdaalders, die al in de huijs„ houding besteed hebben moeten werden verminderen het ontfange Capitaal, en zijn dus van geen niet voor den toe„ komenden Inzaam, schoon het waar is, dat men zijn „geld maar eens kan besteeden. Het geheele overschot zal zelfs alleen tot de kleede inzaam niet kunnen gedestineerd blijven, maar ook tot andere behoeftens moeten dienen, wijl 'er uijt den verkoop zoo veel niet pro flueerd om de onkosten goed te maaken. zederd dat de laatste nooten uijt het pakhuijs zijn gegaan is 'er nog geen pond nagulen verkogt, en de pr 9e zen van dezelve verschilden zoo veel van de bepaalde, dat ik tot nog niet voorzigtig geoordeeld hebbe ge„ bruijk te maaken van de gunstige qualificatie van uw Hoog Edelheedens, niet alleen om die lage prijzen, maar ook uijt hoofde van de niet min gewigtige Consideratie, dat ze om de Noord nog al van de hand schijnen te gaan, gelik het opperhoofd van Halm mij bij zijn Iongste brief van den 27:e der gepasseerde 31 gepasseerde maand meld, dat alle de restant koopman„ schappen op Leverancie voor aanstaande Iaar aan de koop„ lieden hadde verstrekt. En onder de Restanten moe„ „ten volgens memorie van ult:o Iulij ruijm 6500. lb: louter Nagulen, en 86000. lb: Iapans koper geweest zijn, dus mij wegens dat mineraal dezelve Consideratie, als omtrend de Nagulen weder houde, om van uw Hoog Edelheeden qualificatie voor als nog gebruijk te maaken, buijten dat een afhaal op eens van ruijm 18000. lb: alhier, na zederd ons Retablissement bij na niets verkogt te hebben, mij een redelijke hoop moet geeven dat de vertier daar van weder toe zal neemen. Bij dit alles komt dat men in dit delicaat 8 stuk zig ligt kan overhaasten, daar 'er geen gevaar in wat langzaam te zijn gelegen is; En ik neeme de vrijheijd uw Hoog Edelheedens te versekeren, dat ik van de verleende qualificatie, voor welke ik nedrig bedanke„ geen mis, maar wel het aller voorzigtigst gebruijk zal maaken Om in eenige onderhandeling met den Nabab van Carnatica te treeden, is thans een volstrekte onmogelijk„ heijd, off ten minsten het zoude maar tijd en onkosten verstillen wijl zijn kogt per 2o

NL-HaNA_1.04.02_9704_0054 view scan ↗

English

waste to undertake one at this juncture. His Highness, now weighed down by advanced age, seems no longer to concern himself with anything, of which circumstance his beloved son Madhar Molok Bhadur has already for a considerable time availed himself in order to make himself master of affairs, and nothing is brought before the Nabab except with his approval. More than once the news has been received here from Madras that people expected at any moment to hear the news of his death. Now, as Madhaar Moluk is indeed the beloved, but not the eldest son of the Nabab, confusions will likely occur upon the demise of the old prince, which also seems to be the reason for the issuing of the prudent order of the English government that the entire garrison must take up arms at the first cannon shot, while it is said that both brothers are also quietly making their arrangements to outmaneuver one another. It is indeed said that the Nabab might seek to divide his states between these two sons, but as little reliance can be placed on such reports as one can be assured whether they would, in such a case, leave each other in peaceful possession of the portion allotted. The absolute secrecy that is presently observed in English affairs makes it impossible to guess which side the English will take between those rivals, or what orders exist in that regard. Previously, Madhaar Molok was very much courted by the English, while the eldest was, at least in public, paid little regard. This I have seen myself during my two-year residence at Madras. Under such circumstances Your High Nobilities will kindly agree that there would be nothing to accomplish; I cannot even get an answer to a letter that I already wrote on 10 August to the Nabab to confer with His Highness regarding the conduct of the Haweldhaar here, and just as little can the wakiel, whom I sent to the court concerning the Tutucorin affairs pursuant to my humble report to Your High Nobilities of 27 February last, obtain his dismissal, however much his stay there is a great burden for the Company in these straitened times. The English ministry has entirely changed, both in the principal ministers and in systematic measures. After Major General and Knight of the Bath Sir Archibald Campbell had arrived as Governor of Madras in the month of April, Lord Cornwallis arrived at Madras in August as Governor-General of Bengal, who has also already reached his government. Their power is almost absolute. The supreme military command is likewise unconditionally vested in them, Generals Sloper and Dalling, who commanded the armed forces in Bengal and on this coast and were the second persons in the Council, having been recalled home, the first with an annual pension of 1500, and the second of 1000 pounds sterling. Of the war between the Mysore prince Tipoe Sultan Bhadur and the Marhettas, conjoined with the souba Nizam Alij, I hear nothing but loose rumors that continually contradict one another. Certain it is that the first-mentioned has made himself master of Adoni, capital of the province of that name, and the former possession of the deceased prince Bazaletjeng, brother of the Nizam and of Nabab Nassarseng who fell before Pondicherry many years ago. It is impossible that this war should not give the English great umbrage, for if Tipoe is superior, they will be obliged to assist their allies, the Marhettas and the souba, which they cannot do, however, without violating their treaty with the Mysore prince, whereby I believe they promised not to grant any assistance to his enemies, and giving the French an opportunity to join Tipoe under the pretext that the English have broken the peace, which the latter meanwhile seem already to want to impute in advance to the French, who, they say, maintain troops with Tipoe Sahib, basing this accusation on the conduct of Mr. Lalle, who is said to qualify himself in his orders or patents as an officer on behalf of the King of France. If, on the contrary, the English endeavor to remain neutral in the northern war, they run the danger of seeing the peace in Bengal with the Marhettas broken. Because of the odious nature of the matter, I have deemed it more suitable to inform Your High Nobilities by this separate, rather than the general letter, of an incident that chagrins me greatly. Captain De Freyn, who had sold his private permitted trade goods here, departed with the buyer for Madras, where the weighing had to take place, for here there is no commerce. Two days thereafter, I also granted permission to the chief surgeon of the Castor, Johannes Barselius Craus, to be allowed to depart for Madras to settle some matters. But that man, abusing this leave, not only saw fit to address his Captain yonder for payment of his share in the cargo, which was promised to him within a few days, but, not content with that, to have him legally arrested. And had Captain De Freijn not been able to obtain sureties in that critical moment, he would have had to suffer the intolerable disgrace of being transferred directly to the common prison according to English laws. Yet from this he happily remained delivered by the posting of bail, after which, now being completely free, he repaired directly hither. But prior to this, these matters had appeared to me of so serious a nature and national interest that I proposed to the Council to take an interest in them. The Council being of the same opinion, the letter of the 30th went out.

Dutch transcription

verspillen weezen, er een te onderneemen in dit tijds gewrigt—. zyne Hoogheijd thans gedrukt door de hooge Iaaren, schijnt zig nergens meerder meede te bemoeijen, van welke omstan„ digheijd zijnen geliefden zoon Madhar Molok Bha„ dur zig al zederd geruijmen tijd bediend heeft om zig der zaaken meester te maaken, en niets word voor den Na„ bab gebragt, dan met zijne goedkeure. Meer als eens heeft men de tijding van Madras hier gehad dat men alle oogenblikken de tijding van zijn dood verwagte te verneemen. Daar nu Madhaar Moluk wel den geliefden, maar niet de oudste zoon van den Nabab is, zoo moeten er waarschijnlijk verwarringen bij het overlijden van den ouden vorst voorvallen, het welk dan ook de aan„ leijding schijnt te zijn tot het stellen van de voorzigtige ordre van het Engelsch gouvernement, dat het gantsche guarnisoen op de eerste Canon schoot de wapenen moet opvatten, terwijl men zegd, dat de beijde broeders ook in stilte hunne schikkingen maaken om den andere den kans afte zien. Men spreekt wel dat de Na„ bab zijne staaten onder deeze beijde zoons zoude zoeken te verdeelen, maar op zulke tijdingen is even zo weijnig staat te maaken, als men versekerd kan zijn, of zij den anderen in zo een geval in het geruste bezit van het m 33 het aanbedeelde zouden laaten. Het absolut geheim dat 'er thans in de Engelsche zaaken in agt werd genomen, maakt het onmogelijk om te gissen, welke parthij de Engelschen tusschen die mede dingers zullen neemen, of welke ordres daar omtrend leggen. Bevoorens wierd Madhaar Molok zeer by de Engelschen aangehaald, terwijl op de oudste, ten minsten in het openbaar weijnig agt gegeeven wierd. Dit hebbe ik zelfs gezien gedurende mijn twee Iaarig verblijf te Madras. - In zulke omstandigheijd zullen uw Hoog Edelheedens wel gelieven toetestemmen, dat 'er niets zoude te verrigten zijn, zelfs kan ik geen antwoord krij„ gen op een brief, die ik al den 10. Aug:s aan den Nabab schreef om zijn Hoogheijd over het gedrag van den Ha„ weldhaar alhier te onderhouden, en even min kan de wakiel, die ik wegens de Tutucorijnsche zaaken ingevolge mijn nedrig berigt aan uw Hoog Edelhee„ dens van den 27:e februarij p:l na het hof zond, afscheyd. erlangen, hoe zeer zijn verblijf aldaar een groote last voor de Comp:te in deezen bekrompen tijd is. Het Engelsch ministerie is geheel veranderd, zoo wel in de voornaamste ministers als in sischema„ Na tige sche Na dat in de maand April de generaal Masoor, en Rid„ der van het bath sir Archibald Campbell als gou„ verneur van Madras was aangeland, arriveerde in Augus„ tus te Madras Lord Cornwallis als Gouverneur Gene„ raal van Bengalen, die ook reets in zijne landvoogdije is aangekomen - Hun pouvoir is bij na absolut. Het offeerst krijgsbevel is meede onbepaald, in hen gevestigd, zijnde de generaals sloper en Dalling, die de krijgsmagt in Bengalen, en op deeze kust gecomman„ deerd hebben, en de tweede persoonen in den Raad geweest zijn, te huijs ontboden, de eerste met een Iaarlijks pensioen van 1500, en de tweede van 1000. ponden sterlings. Van den oorlog tusschen den Maisoerschen vorst Sipoe Sultan Bhadur, en de Marhettas geconjungeerd, met den souba Nizam Alij hoore ik niets, dan losse gerugten, die den anderen geduurig te„ gen spreeken. zeker is dat de Eerstgemelde zig maes„ ter heeft gemaakt van Adoni, hoofdstad van de provincie van dien naam, en de geweezene bezitting van den overledene vorst Bazaletjeng, broeder van den Aizam, en den voor Londicherij voor veele Jaaren gesneuvelden Nabab Nassarseng. Het is onmogelijk dat deeze oorlog de Engelschen geen s ee 32 33 geen groote ombrage moet verwekken, want zoo Tipoe supperieur is, zullen zij verpligt zijn om hunne bondgenoo„ ten de Marhettas, en den souba bij te springen, dat zij egter niet kunnen doen zonder hun tractaat met den Maisoerschen vorst, waar bij zij meen ik beloofd hebben zijne vijanden geen bijstand te verleenen, te scheuden, En de franschen gelegendheijd te geeven om Tipoe bij tevallen, onder voorgeeven dat de Engelschen de vreede verbrooken hebben, het geen de laatste intusschen al bij voorraad aan de franschen schijnen te willen imputeeren, die, zeggen zij troupen onderhouden bij Tipoe Sahib, groudende deeze beschuldiging op het gedrag van den heer Lalle die zig bij zijne ordres of patenten zoude qualificeeren, als een officier van wegens den koning van Vrank„ rijk. Tragten de Engelschen in tegendeel zig in de noordsche oorlog onpartijdig te houden, zoo loopen zij ge„ vaar van de vreede in Bengale met de Marhettas ge„ brooken te zien Om de hatelijkheijd der zaak hebbe ik voeglijker „geagt bij deze aparte, dan den gemeene brief uw Hoog geag Edelheedens kennis te geeven, van een geval, dat mij zeer Chagrineerd. — Capitein Capitein De Freyn die zyn particuliere gepermitteerde negotie goederen alhier verkogt had, vertrok met den kooper na Madras, waar de uijtweging geschieden moest, want hier is geene handel. Twee dagen daar na verleende ik ook aan den oppermeester van de Castor Iohannes Barselius Craus permissie om tot verevening van eenige zaaken na Madras te mogen vertrekken. Dan die man een misbruijk van dit verlof maakende, heeft niet al„ leen kunnen goedvinden zijnen Capitein ginter aan„ te spreeken om betaling van zijn aandeel in de massa„ dat hem beloofd wierd binnen wijnig dagen, maar daar meede niet te vreede, hem geregtelijk te laaten arresteeren. De Freijn in dat Chitieq oogenblik En had Capitein geen borgen kunnen krijgen, zoude hij de ondragelijke schande hebben moeten uijtwisschen, om na de Engelsche wetten direct na het algemeene gevangen huijs te werden overgebragt. Dog hier van is hij geluckig bevrijd geblee„ ven door het stellen van borgen: waar na hij nu vrank en vrij zijnde, zig direct herwaarts begaf. Dan alvoorens waaren mij die zaaken van zo een ernstige natuur en nationaal belang voorgekomen, dat ik den Raad proponeerde om zig dezelve aan te trekken. Deeze van het zelve gevoelen zijnde, zo ging de brief van den 30:e m

NL-HaNA_1.04.02_9704_0059 view scan ↗

English

delivered to the English ministry on the 30th of September, of which I have the honour to present a copy herewith to Your Right Noble Lordships under letter A; no answer to it has been obtained yet. However, head surgeon Craus, in the meantime seeing what he had started, by not only insulting his captain, but by this action violating the sovereignty of the Dutch nation in general, and in particular the Council of Justice here, in the most sensitive manner (for he never summoned his captain before that body, nor addressed him for payment), now seemed intent on extricating himself from this false step as best he could, and staying in Madras under the pretext of illness. To that end, he sent me a letter and a declaration from a French surgeon whom no one had ever heard mentioned, which declaration also accompanies this letter in copy under letter B. Against this intention, of which I had heard some whispering, I had taken care through a letter to the Lord Governor of Madras, which also accompanies this, marked letter C, in which I claimed him, and upon which his Honour, taking a fair consideration, sent the said Craus hither under the guard of some sepoys. Having returned here, he first sought to remain on grounds of illness. However (although he is genuinely indisposed), I thought I had to secure full certainty in that regard by demanding a report concerning his condition from head surgeon Meppen, who had examined him daily, who handed the same over to me as the copy thereof which I present to Your Right Noble Lordships under letter E; to which I considered myself all the more obliged in view of his post as head surgeon of the vessel. According to this report, the said Craus could not depart, and Your Right Noble Lordships would have been given dutiful notice thereof. After all this, I had to be greatly astonished yesterday morning to receive a letter from that head surgeon (which also accompanies this in copy under letter E), in which he requests me to be allowed to depart again on De Castor for Batavia, which request, after all those contradictions were produced by me at the meeting, was indeed granted to him. Had he remained here, fiscal Simons would have proceeded against him ex officio as a violator of the sovereignty of the nation and of justice. But now, one has been able to do nothing else than place him at the disposal of Your Right Noble Lordships, in order to have proceedings instituted against him in such manner as Your Lordships shall deem proper. As for the private affair between Captain De Freijn and him, Craus, it still hangs undecided before the Court at Madras. My condition obliges me humbly to beg Your Right Noble Lordships for permission to postpone the further reply until December, for I can daily keep on my feet for only a very short while without confusion of thoughts, assuring Your Right Noble Lordships that I shall make up for everything by a swift dispatch via Ceylon. After commending Your Right Noble Lordships' illustrious persons and the Company's weighty interests to the only safe protection of the Most High, I take the liberty to call myself, with dutiful awe and deep veneration, Beneath stood: Right Noble, Highly Respected, Widely Ruling Lord, and Well-born Lords! Your Right Noble Lordships' very humble and obedient servant. Was signed: W. Blaaukamer. In the margin: Palleacatta in Castle Geldria, the 21st of October 1786. Agrees: Mr. Sadamaje. Copy. Secret. Batavia. To his Right Honour! The Right Noble, Highly Respected, Widely Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and The Well-born Lords, Councillors of the Dutch Indies. Etc. Etc. Etc. Right Noble, Highly Respected, Widely Ruling Lord, Well-born Lords! Dark clouds seem to gather together again over Coromandel, but what misfortune is newly destined for us, I cannot report with certainty. Nevertheless, I find myself obliged to give notice to Your Right Noble Lordships of the rumours, true or false, that reach my ears from day to day. Recently, a rumour was spread that four or five ships had departed from Pondicherry with twelve hundred men of French troops, to take possession of Ceylon or Trincomalee in the name of the States of Holland. I nevertheless placed little faith in that rumour, although some days afterward it was confirmed in the English newspaper. But today, two of my peons arrive here, whom I had sent to Nagapatnam; and they further confirm the departure of those ships. I do not know what I shall believe of this. About fourteen days ago now, a French corvette arrived at Pondicherry that had sailed from Europe on the 10th of October of last year, whose captain, merely having come ashore and having delivered a packet of letters for the government, departed again immediately. This event makes the Madraspatnam government extremely watchful. They do not know what they shall think of it. The more so since at Pondicherry work is being done mightily on the fortifications, and they have summoned their garrison from Karikal. An act that makes everyone fear a war soon at hand, in which Sultan Tipu Sultan will possibly intervene. At least to the south, people are so anxious about his descent that most people are already preparing to flee. At Cuddalore, everything has retreated into the town, and

Dutch transcription

Bio 30:e September aan het Engelsch ministerium af, waar van ik de eere hebbe uw Hoog Edelheedens hier nevens sub La A: Copia aantebieden; Op dezelve is nog geen antwoord Erlangd. Dog oppermeester Craus inmiddens ziende, wat hij begonnen had, door niet alleen zijn Capitein te bele„ digen, maar door dit bedrijf de Hoogheijd der Hollandsche natie in 't algemeen, en bijsonder de Raad van Iustitie alhier, op de sensibelste wijze te schenden /:want hij heeft zijnen Capitein, nimmer voor dat Collegie geciteerd, of om betaling aangesprooken :/ scheen nu bedagt, om zig uijt dezen valschen pas zo goed mogelijk te redden, en onder pretext van ziekte te Madras te blijven - Hij zond mij ten dien eijnde een brief, en een verklaaring van een frans Chirurgijn, die niemand ooijt heeft hooren noemen, gaan¬ de die verklaring almeede in Copia hier nevens onder L„a B: Tegen dit desseijn, waar van ik iets hadde hooren mompelen, hadde ik zorge gedraagen door een brief aan den Heer Madras gouverneur, die deeze meede verzeld getekend L:a C:, waar bij ik hem reclameerde, en waar op zijn wel Ed: een billijke reflectie slaande, gemelden Craus herwaarts zond onder bedekking van eenige Sipaijs mit Sipaijs. Hier geretourneerd zijnde heeft hij eerst uijt hoofde van ziekte tragten te blijven. Dan /. schoon hij wezendlijk, geindis„ poseerd is :/ hebbe ik gedagt, mij daar omtrend volle zeekerheijd te moeten bezorgen door van den opperchirurgijn Meppen, die hem dagelijks gevisiteerd hadde een berigt te vorderen we„ gens zijn toestand, die mij het zelve overgaf zodanig als de Copij daar van uwer Hoog Edelheedens aanbiede sub L=a E: waar toe ik mij te meer verpligt agte uijt aanmerking van zijn post als oppermeester van den bodem Volgens dit, berigt konde gedagte Craus niet vertrekken„ en men zoude uw Hoog Edelheedens de schuldige kennis daar van gegeven hebben. Ik moest na dit alles zeer verwonderd zijn gisteren morgen een brief (: de daeze meede in Copia onder L:a E: verzeld :/ van dien oppermeester te ontfangen, waar bij hij mij verzoekt weder met De Castor na Batavia te mogen vertrekken, welk versoek hem, na dat al dat te„ genstrijdige door mij ter vergadering geproduceerd was, dan ook geaccordeerd, is. was hij hier gebleeven zo zoude den fiscaal Simons ratione officii tegen hem geprocedeerd hebben, als een schender van de hoogheijd der natie, en der Iustitie. Dog nu heeft men niets anders kunnen doen dan hem te stellen ten believen 39 believen van uwe Hoog Edelheedens om zodanig tegen hem te laaten procedeeren als Hoog Dezelve zullen vermeenen te behooren. wat de particuliere affaire tus„ schen den Capitain De Freijn en hem Craus betreft, die hangd nog onafgedaan voor het Court te Madras. Mijne toestand verpligt mij uw Hoog Edelheedens nedrig te moeten bidden om verlof van het verder antwoord tot December te mogen uijtstellen, want ik kan mij dage„ lijks nog maar een zeer kleijne wijl op de been houden, zonder verwakking van denkbeelden versekerende uw Hoog Edelheedens dat ik door een schielijke depeche over Ceijlon, alles zal vergoeden. Na aanbeveeling van uw Hoog Edelheedens Il„ lustre persoonen, en 's Comp:s gewigtige belangen in de alleen veijlige protexie des Aller hoogsten, neeme ik de vrijheijd mij met schuldig ontzag, en diepe veneratie te noemen —. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Achtbare wijd Gebie„ dende Heere, en wel Edele Heeren! Uw Hoog Edel„ heedens zeer onderdanige en Gehoorzame Dienaar /:was getekend:/ W:m Blaaukamer /:in margine:/ Palleacatta In het Castoel Gildria den 21. octo„ Accordeert ber 1786. M„r. Sadamaje Copij. Secreet. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid! Den Hoog Edele, Groot Agtbaare, wijd gebiedenden Heer M„r Willem Arnold Alting; Gouverneur Generaal, en De wel Edele Heeren, Raaden van Nederlandsch Indië. Eto: Etc: Etc: Hoog Edele, Groot Agtbaare, zwijd gebiedende Heere. wel Edele Heeren! Duijstere wolken schijnen zig weder t'zaamen te trekken over Cormandel, dog wat Ongeluk ons op nieuw beschooren is, kan ik met geen zeekerheid melden. Even wel vind ik mij verpligt uwe Hoog Edel„ heeden kennis te geven van de gerugten, waar of vals, die mij van dag tot dag ter ooren komen. Onlangs debiteerde het gerugt, dat 'er vier of vijf scheepen van Pondicherij vertrokken waren met Twaalf honderd man fransche troupen, om Ceilon, of Princo„ nomale. en nomale in bezit te neemen, uit naam van de staaten van Holland. Ik slocg egter wijnig geloof aan dat gerugt, schoon het eenige dagen naderhand, geconfirmeerd wierd, in de Engelsche Courant; Maar heeden arriveeren hier twee van mijne Pi„ ons, die ik na Nagapatnam gezonden had; en bevestigen het vertrek van die scheepen nader. Ik weet niet wat ik hier van gelooven zal. Nu omtrend veerthien dagen geleeden arri„ veerden 'er een Fransche Corwet op Pondichery; dat den 10. October a:o p„o uit Europa was gezeijld, welkers Capi„ tain alleen maar aan de wal gekoomen zijnde, en een brief pakket voor het Gouvernement afgegeeven hebbende, weder immediaat is vertrokken. Dit geval maakt het Madraspatnamsch Gouvernement ten uittersten oplettend. zij weeten niet wat zij daar van zullen denken. Te meer daar 'er op Pondicherij met magt g'arbeid word aan de fortificatien; en zij hun guarnisoen van carical op ontboden hebben. len daad die een ieder vreezen doet voor een kort op handen zijnden Oorlog. - waarin, zig mogelijk mengen zal sultan Sipo saib. Ten minsten men is om de zuid zoo, voor zijne afkomst behommerd, dat de meeste menschen zig al gereed maaken om te vlugten. op Coedeloer, is alles in de stad geweeken, en

NL-HaNA_1.04.02_9704_0067 view scan ↗

English

and at Portonovo the wealthiest people have hired vessels in order to be able to flee upon the arrival of the first horseman. Our Resident Iopander has hired a jonk, in which he has secured all the goods of the Company and his own. May God grant that all these rumors may be found untrue. Otherwise things look terrible for us on the Coast. Here at the Main Factory we have not even the slightest force at hand to be able to defend ourselves; and vessels to flee in are not here. Yet, enough of this. May Heaven dispose of us according to its pleasure, but preserve Your High Excellencies from all disasters. As soon as I learn anything certain, I shall write further via Ceylon. I have the honor to be with all veneration. At the bottom stood: High Noble, Great Honorable, Widely Ruling Lord, and Well Noble Lords! Your High Excellencies' very humble and obedient servant was signed: N:s Tadama. In the margin: Palliacatta in Castle Geldria, 10 March, 1788. Mr. Tadama Agreed: No. 2 appendix Copy of Separate Letter To Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia To Batavia. To His High Excellency, The High Noble, Great Honorable, Widely Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General and The Well Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies; etc. etc. etc. High Noble, Great Honorable, Widely Ruling Lord and Well Noble Lords § 1. The building of the Mint having been completed, as well as provided with the necessary assayers' tools, we made the necessary arrangements to set the mint in operation, the Mintmaster Pieter Willem Teeke and the Assayer Fredrik Gronau having been ordered by the Lord Commander Willem Blaaukamer on 13 October to report to us which pagodas and fanums they would judge most advantageous for the Honorable Company to be struck. § 2. In consequence hereof, they reported that, in consideration of the present situation of the Company, the proximity of Madras, and the prevailing power of the English on this Coast, they were of the opinion that, in order to give the coin of the Honorable Company credit and currency, pagodas ought to be struck of the same standard as the English Star Pagodas, or of 19 carats 2 1/5 grains, as were minted there prior to the introduced reduction of the new Nagapatnam pagodas down to 18 carats 5 1/2 grains under the government of the Well Noble, Great Honorable Lord Pieter Haksteen. § 3. Since the reasons why this reduction of the value of the new pagodas was introduced—namely, to prevent their conveyance to Portonovo to be reminted there—have ceased, because the Nawab of the Carnatic, Mahomed Ali Khan, currently has pagodas struck at Portonovo nearly of the same standard as the Star coin, and nothing more convenient can be devised in matters of commerce than the introduction of a uniform coin along this entire Coast, we have, subject to the approval of Your High Excellencies, decided to have gold pagodas struck here of 19 carats 2 1/2 grains with the old stamp of Palliacatta, to be traded on the Company's books at an agio of 8 percent, at f4.10.- Dutch money. § 4. While, with regard to the silver rupees, fanums, and copper cash, we likewise concurred with the report of the aforementioned Mintmaster and Assayer, namely to strike the rupees, fanums, and cash according to old custom, so as not to be deprived, by the striking of different petty coin, of the privilege granted by the Nawab Mahomed Ali Khan to the Honorable Company by the Parwanna of 1 April 1751, containing the grant of the mint rights of rupees, fanums, and cash entirely to the Company, of which previously a 5/8 part was paid to the lord of the land. § 5. And thus we resolved to set the fanum coinage in operation again at the old fineness of 6 carats 11 1/4 grains, and to issue the same at 24 pieces for an old pagoda. § 6. But the striking of rupees we postponed, as we had not enough silver at hand for the minting thereof. § 7. Just as we also had to postpone the stamping of cash, because such a large supply of that species of money was still remaining among the money-changers here. § 8. Meanwhile, by the then Head Administrator, now provisional Commander Nicolaas Tadama, to whom the Lord Commander, on account of his severe illness, had on 4 January transferred the management of affairs, was produced a private letter written by the Governor of Madras to the Lord Commander, from the contents of which it appeared not unclearly that the Nawab of the Carnatic, possibly at the instigation of the English Government, would raise objections against the resumption of the Mint at Palliacatta. § 9. Wherefore we took into deliberation whether we, prior to the introduction of the coin, should give notice thereof to the Nawab or not. Civility on the one hand indeed seemed to require this, but we were held back therefrom again out of fear that such a letter of communication could not be framed so cautiously that it might not at times be regarded by the Nawab and his ministers as a request, whereupon we might indeed receive a refusing answer, very much to the prejudice of the eminent

Dutch transcription

43 en op Portonovo hebben de vermoogenste menschen vaar„ tuigen gehuurd, om op de komst van de eerste ruiter te kun„ „nen vlugten. Onzen Resident Iopander heeft een Joni ingehuurd, waar in hij al de goederen van de Comp:, en de zijne geborgen heeft. Dan God geeve, dat alle deze gerugten, onwaar mogen bevonden worden. Anders ziet het 'er akelig voor ons uit op de kust. Hier op het Hoofd-Comptoir hebben wij zelfs geen de minste magt aan handen om ons te kunnen defendeeren; en vaartuigen om te vlugten zijn hier niet. Dog, hier van genoeg. Den Hemel beschikke over ons na welgevallen; maar bewaare uwe Hoog Edelheeden voor alle rampen. zo dra ik iets zeekert verneem, zal ik het nader Over Ceilon schrijven. — Ik heb de eer met alle veneratie te zijn. /:Onderstond:/ Hoog Edele, groot Agtbaare, wijd Gebie„ dende Heere, en wel Edele Heeren! uw Hoog Edellee„ dens zeer onderdaanige en gehoorzaame dienaar /:was ge„ teekend:/ N:s Sadama, /:in margine:/ Palliacat„ ta in het Casteel Geldria, den 10: maart, 1788. -. M„r Sadamas accordeerd: No. 2 app. Copia apparte Missive Aan Hunne Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiasche Regeering Batavia Dze ƒ 0 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd. Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wijd gebiedende Heer M=r Willim Arnold Alting, Gouverneur Generaal en De Wel Edele Heeren Raaden van Nederland India; EtE: E /6: Ets: Hoog Edele Groot Agtbaare Wijd Gebiedende Han„ en Wel Edele Heeren § S. Hetgelouw den Munt in geweedheijd, mitsgaders van de noodige Sssaij„ „eurs gereedschappen voorzien zijnde, Apart J: naamen „naam en wij de wodrde raangementen, om de munt aan den gang te brengen, den werdende den Muntmeester Pieter Willem Teeke, en den Essaijeur. Fre„ „drik Gronau, door den Heer Gezag„ „hebber Willem Blaaukamer, /:L: P: / reeds den 13:' October gelast om ons van berigt te dienen, welke Page„ „den en fanums zij het voordeeligstron de E: Comp: zouden oordelen, om ge „slaagen te worden. —. § 2: Ingevolge hier van, hebben zij ge„ „diende, dat uit Consideratie van de teegenswoordige situatie der Maat„ schafpij 42 „schafpij de na bijheijd van Madras„ en de predomineerende magt der En„ „gelsen ter deezer kuste, zij van ge„ „voelen waaren, dat om de munt van de E: Comp: Credtiet, en Cours te doen erlangen, er pagooden dien„ „den geslaagen te worden, gelijkstan„ „dig met de Engelscho ster Pagooden of van 19. Caraten 2 /5. greijn, ge„ „lijk voor de geintroduceerde vermin„ „dering van de nieuwe Nagapat„ „namsche Pagooden tot op 18. Ca„ „raat 5½. greijn, onder de Regee„ „ring van den wel Edelen Groot Agtb: Heer Pieter Haksteen /P: P:/ P P: aldaar gemunt wierden. Dewijl nu de oorzaaken waarom §3: deeze vermindering der waarde van de nieuwe Pagooden ingevoerd is, namentlijk om voorte komen het overbrengen derzelver na Portono„ „ vo om aldaar vermunt te worden, gecesseerd zijn, wijl den Nabab van barnatica Mahomed Alichan, op Portono„ „vo tans Pagooden laatslaan, genoegzaam gelijkstandig met de sterve munt, en 'er niets gemakke „lijker in het stuk van CommerC kan 2. 49 kan worden uitgedagt, dan de in„ „troductie van een eguale munt, langs deeze gansche kust, zoo hebben wij op approbatie van uw Hoog Edelheedens beslooten alhier te laaten slaan goude Pa„ „gooden, van 19. Caraaten 2. ½: puijn met den ouden Stempel van Pal„ „liacatta, om met 8. percentos opgeld, bij 's Comp:s boeken ver„ „handelt te worden, teegen ƒ4. 10. -. Nederlandsgeld. § 4. Terwijl wij ten aanzien van de silvere Ropijen; fanumsen Kor„ pere „pere kasjes, meede instemden met het berigt van voorn: Munt„ „meester, en Essaijeur om name„ „lijk de Ropijen, fanums, en kasjes te slaan, volgens oude gewoonte, om door het slaan van ander sprokkelgeld, niet gedestineerd te worden van het voorregt door den Nabab Ma„ „homet Alichan aan de E: Maatschappij gegeeven bij Parwanna van den 1: April 1751 behelzende het schenken van de geregtigheijd der Munt, van Ropias, Fanums, en Kasjes, in in het geheel aan de Comp: waar van bevoorens. 5/8. gedeelte wierd betaald, aan den Landheer. —. §5. En dus resolveerden wij om de fanumsmunt op het oude gehal„ „te van 6: Caraat 11:¼. greijn; wee„ „der aan den gang te brengen, en de zelve uit te geeven teegens 24 stuks voor een oude Pagood —. Dan het slaan van Ropias 86. stelden wij uit, hoofde wij geen zilver genoeg, tot het munten der„ „zelver, aan handen hadde § 7. Gelijk wij mede het stempelen van kasjes moesten uitstellen, om dat 'er nog zulk een groote voorraad van die geld specie on„ „der de wisselaars alhier berusten„ „de was. — § 0 Intusschen wierd door de ded tyd zijnde Hoofdadministrateur, nu provisioneel Gezaghebber Ve„ „Colaas Tadama, aan wien den Heer Gezaghebber uit hoofde zijner swaare ziekte, op den 4. ' Ianuari de maneance van Zaa„ „kerd had opgedraagen, geprodec„ „ceerd „ceerd een particuliere brief door den Gouverneur van Madras aan de Heer gezaghebber, geschre„ „ven, uit welkers inhoud niet onduijdelijk Consteerde, dat de Nabab van Carnatica, mo„ „gelijk op instigatie van het En„ „gelsche Gouvernement, objectien zoude moveeren teegen het her„ „vatten van de Munt op Pal„ „liacatta. — § 9. Waarom wij in deliberatie naa„ „men, of wij voor het introduceen „ren, der Munt, daar van aan den Ni„ den Nabab kennis zoude geeven„ of niet. De civiliteijt scheen dit aan den eenen kant wel te vorderen, dog wij wierden daar van weeder te rug gehouden, uit bedugting dat zoodanig een brief van Commis„ „nicatie zoo voorzigtig niet kon werden ingerigt, dat dezelve bij den Nabab, en zijne Ministers zomtijds niet als een verzoek zoude kunnen worden aangement waarop wij dan wel een weijgerend antwoord zouden kunnen erlan„ „gen, zeer in prejudicie van het uitmuntend

NL-HaNA_1.04.02_9704_0085 view scan ↗

English

outstanding privilege of the mint that the Honorable Company has possessed at Palliacatta for more than a hundred years. § 10. That, moreover, such notification had already been made, though not explicitly, to the Nabab by letter of 14 July 1785, in whose reply His Highness says, among other things, thus Your Honor, that is the Honorable Company, may enjoy all the prerogatives and privileges as were formerly in use. § 11. Wherefore we unanimously resolved to proceed with the minting of pagodas on the established footing without prior notification to the Lord Nabab, but from the first minting, under cover of a friendly letter, to offer His Highness some pagodas as a sample; making known that we trusted that His Highness, as of old, would also declare these pagodas current throughout his entire realm. § 12. But a few days later, or on 14 January, the Chief Administrator notified us that Secretary Broerius Brouwer had announced to him, in the name and by order of the Lord Gezaghebber: § 13. That although His Honor, on the 4th of this month, and thus on the day that he handed over the management of affairs in the presence of all the members, had declared himself of the opinion to sell as much gold as might be necessary for the payment of debts, and provisionally to cause 2 to 3000 pagodas to be minted in order to bring the same into circulation; that His Honor, now liberated from the care of affairs, had had time to take a matter of so much consideration as the mint affair into further deliberation. § 14. That a principal difficulty had presented itself to him therein; namely, if coinage was minted, and that coin was offered to the Nabab together with the letter of communication, His Highness might sometimes leave that letter unanswered, and in the meantime give orders throughout the entire country not to accept any Palliacatta pagodas, whereby the Honorable Company would not only be most severely affronted, but would moreover still have to bear the loss of the minted gold. § 15. That the Nabab would raise some objections against the minting was evident in every respect from the private letter written by Governor Campbell to His Honor, wherefore he was of the opinion that this matter ought to be brought into further deliberation. § 16. That His Honor was now of the opinion that, before one began to mint, one should give notification of this intention to the Nabab, so that one could see whether His Highness would raise any objections, and of what nature they might be, after which, according to the circumstances of the times, one could resolve on what was necessary. § 17. There was also added by the Secretary, and by order of the Lord Gezaghebber, that the Honorable Chief Administrator had to cause the mint to stand still until such time as that matter was placed into further deliberation; and if the Council should persist in its resolution of the 5th of this month, His Honor would have his opinion recorded, and protest against all damages and affronts which the Honorable Company might in time come to suffer through this, leaving the same for the account of the takers of that resolution. § 18. Since we now remained in the firm confidence that the aforementioned resolution of 5 January was in accordance with the privileges of the Honorable Company and the initial advice of the Lord Gezaghebber, we were very surprised to learn the earnestness with which a prior communication was desired by the Lord Gezaghebber, which alone has also caused us to resolve to defer to the further advice of His Honor, with the reservation nevertheless that, if the consequences should not answer to his expectation, we could not take this for our account. Which declaration we hope will not be misconstrued. § 19. In consequence of this resolution, on 16 January it was written to the Nabab, in conformity with the intention of the Lord Gezaghebber, to which the Nabab in substance replied on 23 January that he had received the letter, containing the request to grant permission for the pagodas etcetera that were to be struck at Palliacatta to circulate in the realm; but since this had first been corresponded about with Governor Campbell, who had notified His Highness thereof, he sends the copy of his reply, from which we might understand his meaning; concluding furthermore in this manner: to begin anew with the minting of pagodas etcetera requires no haste. Although this letter does not directly forbid the minting, the Nabab nevertheless referred to his reply on this subject to Governor Campbell, in which he indeed says in plain words: I cannot give my consent thereto, and if the Gezaghebber at Palliacatta continues to persist in his intention of striking money, I shall prevent its circulation, etcetera. § 20. In the meantime, being informed that the Nabab is said to be gravely ill, we have thought it better to cause the mint to stand still than to entangle ourselves in difficulties with the Nabab. We are nevertheless not without hope that we shall attain our goal, towards which we shall apply all possible means. § 21. In

Dutch transcription

55 uitmuntend Privelegie van de Muut dat de E: Maatschappij op Pasl„ „liacatta meer dan hondert Jaa„ „ren bezeeten heeft. —. § 10. Dat daaren boven aan den Na„ „bab bereeds zoodanig een kennis geeving was geschied,/ schoon niet uit„ „drukkelijk) bij brief van den 14:' Iuli 1785. , in welker antwoord zijn Hoogheid, onder anderen zegt, dias kan uw Ed: /: dat is de E: Comp: gaudeeren van alle de voorregten en Privelegien als voor deezen in usantie zijn geweest Vorr Nota. 8„ ren, E § 11. Waarom wij unanim beslooten zonder voor afgaande kennis gee„ „ving aan den Heer Nabab met het munten van Pagoden op den ge„ „arresteerden voet voort te gaan, dog van de eerste munting onder een vriendelijk gelijde briefje zijn Hoogheid eenige pagooden, tot een monster aan te bieden; onder te ken„ „nen gaare dat wij vertrouwden dat zijn Hoogheid, gelijk van ouds ook deeze Pagooden ganbaar verklaaren zoude, door zijn gan„ „sche Rijk. —. §/12. Dan eenige daagen naderhand „. „ 57 5 of op den 14. ' Ianuari gaf den Hoofd „administrateur aan ons kennis, dat den Secretaris Broerius Brou„ „wer hem uit naam en last van den Heer Gezaghebber had aange„ „ zegel. —. § 13: Dat schoon zijn Agtbaare op den 4. ' deezer, en dus op den dag, dat hij de maneance van zaaken in presentie van alle de Leeden had overgegeeven voor zig zelven, had gedeclareerd van gevoelen te zijn, om zoo veel goud te verkoo„ „pen als benoodigt mogte zijn, tot baar „ tot betaaling der schulden en om „ bij provisie 2. â 3000: pag: te doen „munten, om dezelve aan den gang „te brengen, dat zijn Agtb: nu „ van de zorge der zaaken geliber „reerd, tijd had gehad, een zaak van zoo veel Consideratie als de muntsaffaire nader in overweeging te neemen. —. § 14. Dat hem daar bij was te vooren Zwaa„ gekoomen een voornaame „righeijd; namelijk zoo 'er gemunt wierd, en die munt te gelijk met de brief van Communicatie den Nabab. 59 Nabab wierd aangebooden, zijn Hoog„ „heijd zomtijds die brief onbeantwoord zoude kunnen laaten leggen, en in„ „tussch door het gansche Land ordre geeven om geen Palliacatsche Pagoo„ „den te ontfangen, dat de E: Comp=e daar door niet alleen op het zwaarste zoude geaffronteerd worden, maar daar en boven nog zoude moeten draagen het verlies van het vermunt goud. § 15. Dat de Nabab eenige objectien teegen het munten inbrengen Zoud, was allezins blijkbaar uit den particulieren brief door den Heer gouverneur gouverneur Campbell aan zijn Agtb: geschreeven, waarom hij van gevoelen was, dat die zaak in nader delibera„ „tie diende te worden gebragt. — § 16. Dat zijn Agtb: nu van meening w dat men, eer men begon te munten, den Nabab kennis geeven moest van dit voorneemen, op dat men zoude kun„ „nen zien, of zijn Hoogheijd eenige objea „ten zoude moveeren, en van wat ver„ „leur die zouden zijn, waarna men na tijds omstandigheeden, het noodige zoude kunnen besluiten § 17. Werdende 'er door den Secretaris, en uitlast ƒ 64 Nadien wij nu in het vastovor„ uitlast van den Heer Gezag hebber, nog bij gevoegd, dat den E: Hoofd adminis„ „trateur den munt moeste doen stil„ „staan tot tijd en wijle die zaak in nader deliberatie was gelegd; en zoo den Raad bij haar besluit van den 5: deezer mogt blijven persisteeren, zijn Agtbaare desselvs gevoelen zoude laa„ „ten aanteekenen, en protesteeren teegens alle schaade, en affronten die de E: Compagnie hier door in der tijd mogt ko„ „men te lijden, latende dezelve voor reekening van de neemens van dat besluit §18. E „trouwen trouwen verseerden, dat het vooren gewaagd besluit van den 5. Ianuari was over eenkomstig met de Privele„ „gien der E: Comp=e en het fire advies van den Heer Gezaghebber, waren wij zeer verwondert te verneemen den ernst, waarmeede door den Heer Ge„ „zaghebber begeerd wierd, eene vooraf„ „gaande Communicatie, dat ons dan ook alleen heeft doen resolveeren, ons te defereeren aan het nader advies van zijn Agtbaare, onder reserve nogtans dat, zoo de gevolgen niet mogten voldoen, aan zijne verwag„ „ting, wij zulks niet voor onze Reekening Reekening konders neemen. Wilke deCla¬ „ratie wij hoopen dat ons niet zal wor„ „den misduid. Ingevolge van dit besluit wierd, § 19: den 16: Ianuari aan den Nabab ge„ „schreeven, Conform de intentie van den Heer Gezaghebber, waarop door den Nabab op den 23:e Ianuari, in sub„ „stantie geantwoord wierd, dat hij den brief, inhoudende om permissie te ver„ „leenen dat de Pagooden &=ma die te Pae„ „liacatta stonden geslagen te worden, in het Rijk te doen roulleeren, ont„ „vangen had, dan dewijl hier over eerst eerst met den Gouverneur Campbell was gecorrespondeerd, die daar van aan zijn Hoogheijd had kennis gegeeven, hij de Copie van zijne antwoord overzend, waaruit wij zijne mee„ „ning zouden verstaan; eijndigende over„ „volgens in deeser Noegen: om met het vermunten van Pagooden &=a op nieu„ „we te beginnen, vereijscht geen haast Schoon nu deezen brief niet direct het munten interdiceerd, zoo refereerde zig den Nabab egter aan zijn antwoord over deeze materie aan de Gouverneur Eambpell, waarin bij wel met dui„ „delijke woorden zegt; Ik kan mijn Consent 6 Consent daar toe niet geeven, en zoo de gezaghebber te Palliacatta blijft volharden in zijn voorneemen van geld te slaan, zal ik dies roulleering voorkoomen, &=ma. § 20. Intusschen geinformeerd zijnde, dat de Nabab Zwaar ziek zegd, heb„ „ben wij beeter gedagt de munt te doen stil staan, dan ons te wikkelen in moeijlijkheiden met den Nabab„ wij zijn egter niet zonder hoope, dat wij ons but bereijken zullen, waartoe wij alle mogelijke midde„ „len zullen appliceeren. — §21. in

NL-HaNA_1.04.02_9704_0096 view scan ↗

English

Section 21. That the failure of our efforts to get the Mint operational must primarily be attributed to the instigation of the English Government is undeniable, in order to deprive the Company of its prerogatives. This appears even more clearly from the vexations inflicted upon the chiefs of Iaggernaikpoeram, as shown by their letter of 25 April, in which the servants make known that the Paymaster of Samerlacotsa, Floyer, had refused to pay the dues of the River of Iaggernaikpoeram; that they had complained about this to the Governor and Council of Mazulipatnam, who, without showing any regard for the lawful privilege that the Company had enjoyed without anyone's contradiction for more than half a century, sent an order to all Europeans and natives to pay no more tolls or dues to the Honourable Company. Section 22. Since the chiefs, through their valid representations, have made every effort within their power to resist that prevailing power, we have approved their conduct and written to instruct them to continue collecting the import and export dues as of old, as long as this is not prevented on the part of the English by the use of force, in which case they should refrain from demanding the tolls in order to prevent unpleasant consequences that might result therefrom, after first having formally protested against that violence to the Governor and Council of Mazulipatnam. Section 23. Meanwhile, by letter of 18 August, we gave detailed notice of this affair to the Government at Madras, demonstrating the Company's lawful right of ownership to the Iaggernaikpoeram River, or rather to that which falls into the sea between Iaggernaikpoeram and Kakinare, with a request for the maintenance of rights by dispatching the necessary orders to Mazulipatnam, to prevent such attacks on the Company's ownership of that river in the future. Section 24. To this, the Governor and Council of Madras replied in substance, in their letter of 25 August, that in examining their archives they had indeed found a Farman from the Emperor Aurangzeb, and another by his successor concerning Palliacatta, etc., but that no mention was made therein of Iaggernaikpoeram, which was then a village given by Paukerla mody Iagenaut Rauze with the intention of establishing a factory there, but that he was a renter and therefore could not alienate any part of that land. That they had also found among those papers a Cowle from a certain Rustum Chan, who for some time had been Faujdar over a part of the Circars, and another from Noordoor Cama Rauze; that all these papers suffered from a lack of sufficient and lawful deeds of grant from the Subah, whose name was not even known there, and that likewise no mention was made therein of the right to collect tolls on goods passing the river. That they had never recognized such a right and could demand the same, considering that the collection of tolls by the people of Iaggernaikpoeram was entirely unreasonable, and finally adding that they were always ready to lend a helping hand to the chiefs of Iaggernaikpoeram for the collection of lawful and equitable tolls. Section 25. By way of a reply to this letter, we thought fit to show briefly that the establishment of Iaggernaikpoeram did not take place before the year 1734, and thus long after the death of the Emperor Aurangzeb, who therefore could not grant a deed of gift, but that it was given by Rustum Chan, Nawab of the Province of Ellore and Rajahmundry, under which latter province Iaggernaikpoeram fell, and thus a deed of gift from the lawful lord, with the further remark that the rights to that river have been ours for more than half a century without anyone's contradiction; which letter is to be dispatched in the coming days. Section 26. We further wrote to the chief Paul Engelbert van Halm to exercise the utmost caution in demanding the tolls, and rather to look silently upon some infringement of the Company's lawful right than, through an unseasonable zeal that cannot be supported by this main office, to involve the Honourable Company in difficulties with the English. All of this is recorded at length in our secret resolution of 5 January of this year, annexed to the inserted considerations of the Governor. We therefore humbly urge Your High Excellencies to provide us with positive orders as to how we are to conduct ourselves henceforth in demanding the tolls on the Iaggernaikpoeram River, especially with respect to the English, who have already settled at Kakinare, since they are not only superior to all other nations on this coast, but are also masters of the Circars, to which Iaggernaikpoeram belongs. We commend Your High Excellencies and the weighty interests of the Noble Company to the almighty protection of God Almighty, and remain with the greatest respect and high esteem, Below was written: High Noble, Highly Honourable, Widely Commanding Lords and Right Noble Lords, Your High Excellencies' very humble and obedient servants. Signed: N: Padama, I: D: Simons, M:s Stoffenberg, F: W: Bloeme, P: W: Geeke, and Broerius Brouwer. In the margin: Palliacatta in Castle Geldria, 10 March Anno 1788. Agreed. A. Lase

Dutch transcription

§ 21. Dat de nonreusite onzer pogin„ „gen om de Munt aan de gang te brengen; wel voornamelijk moet worden geattribueerd aan de instiga „tie van het Engelsch Gouvernement is onteegen zeggelijk, om de Comp: te doen ontzetten van Haare pre„ „rogativen, dit blykt nog klaarder aan hunne vexatien de opperhoof„ „den van Iaggernaikpoeram aangedaan, blijkens hunnen brief van den 25. April, waarbij de Be„ „diendens te kennen geeven, dat den Paijmeester van Samerlacotsa Hloijer geweijgerd had, om de regten er 62 §22: der Revier van Iaggernaikpoeram te betaalen, dat zij daar over zig bij den Gouverneur en Raad van Mazu„ „lipatnam hadden beklaagd, welke zonder eenig eguard te neemen, op het wettig Prevelegie dat de Comp=e zonder iemands weederspraak ruim een halve Eeuw genooten had, ordre zond aan alle Europeesen en Inboorlingen om geene vol„ „len off geregtigheeden meer aan de E: Comp=n te betaalen. — E Nadien nu de opperhoofden door hunne vallabile vertoogen alles heb„ „ben aangewend, wat hun vermoogen was, ten was, om zig tegen die predomineerende magt te verzetten, hebben wij hun gehouden gedrag goedgekeurd, en hun aangeschreeven, om bij het heffen van de in- en uitgaande Regten als van ouds te Continueeren, zoo lang dit niet belet wierde van de Zijde der Engelsen door het pleegen van geweld, in welk geval zij zig zouden moeten onthouden van het invorderen der tollen tot preventie van onaange„ „naame gevolgen, die daar uit zou„ „den kunnen defulteeren, na alvooren teegens dat geweld in forma te heb„ „ben geprotesteerd bij den Gouverneur en 69 § 23: en Raad van Mazulipatnam Intusschen gaaren wij bij brief van den 18: ' Aug:s omstandig kennis van deeze affaire aan het Gouver„ „nement te Madras, met aantoo„ „ning van 's Comp:s wettig Regt van Eygendom op de Iaggernaikpoeram„ „se Revier, of eijgentlijk op die, wel„ „ke tuisschen Iaggernaik poeram en Kakinare in Zee valt, met ver„ „zoek om maintenue van Regt, door de noodige ordres na Mazuli„ „patnam aftevaardigen, tot weering van diergelijke attacques op 's Comp:s Eijgendom ge„ zou ou, neur Eijgendom van die rivier in het ver„ „volg. § 24. Hierop wierd door den Heer Gouverneur en Raad van Ma„ „dras, bij hunnen brief van den 25. ' Aug:s in substantie geantwoord, dat zij bij het nazien van hunne Am „chieven wel hadden gevonden, een Tirman van de Keijzer Pur„ „rang zeel, en een ander door zijn opvolger weegens Palliacatter, &=ma maar dat daar in van Iag„ „gernaikpoeram niet gemeld werd, dat toen een dorp was, gegeeven 74 gegeeven door Pankerla modij Iagenaut Rauze met oogmerk om daar een Factorie opterigten, dog dat een Pagter was, en dus geen gedeelte van dat land konde veralieneeren. — Dat zij ook onder die papieren een Caul hadden gevonden, van eene Rustum Chan die eenige tijd Faus daar was ge„ „werst over een gedeelte der Eircaan en nog een van Noordoor Cama Rauze, dat alle die papieren laboreerden aan manquemente van voldoende, en wettige vergun brie„ „ven „ven van den soubak, wel„ „kers naam 'er niet eens bekend stond, en dat almeede geen ge„ „wag daar bij gemaakt wierd van het regt om tollen te heffen, van goederen, die de rivier passee„ „ren. Dat zij nooijt een dergelijke regt hadden er kend, en kon„ „den het zelve op eijsschen, ag„ „tende dat het heffen der tolten gansch onreedelijk door die van Iaggernaikp=r geschiede, er eijnden „lijk nog bij voegende dat zij al„ „toos bereijd waaren de behulp„ Zaame 73 „zaame hand te bieden aan de opperhoofden van Iaggernaik„ „poeram tot het in palmen van regtmaatige en billijke tollen. §25. Tot een rescriptie op deeze brief vonden wij goed kortelijk te too„ „nen, dat de oprigting van Iag„ „gernaikpoeram niet geschied is, voor den Iaare 1734. en dus lan„ „ge na den dood van den Keijser Eurang Zeel, die dus geen gift„ „brief kon verleenen dan dat dezelve was gegeeven bij Rustum Chan Nabab van de Provin„ „ 6ie „bie Elloer, en Ragiemandrie„ „warom, onder welke laatste pro „vincie Iaggernaikpoeram sorteerde, en dus een giftbriev va den wettigen Heer, onder verder remarque, dat de regten van die rivier, zonder ijmands teegens praa ruim een halve Eeuw door ons een zijn, welke schrijvens eerst daags. staat afgevaardigt te worden. . § 26. Wij schreeven voorts het opper„ „hoofd Paul Engelbert van Halm aan, om in het invorderen der tol„ „ten de uitterste voorzigtigheid te gebruiken, en liever eenige in„ breuke 75 breuke op 's Comp:s wettig regt stilswijgend aante zien, dan door een ontijdigew ijver niet kan wor„ „den gesoutineerd van dit hoofd= „Comptoir, de E: Comp: en moeij„ „lijkheeden in te wikkelen met de Engelsen, het geen alles in het breede genoteerd staat, bij onze secreete resolutie van den 5. Ja„ „nuari deezes Iaars, annex de geinsereerde Consideratien van den Heer Gezaghebber wij insteeren dus uw Hoog Edelheden onderdaniglijk, om ons met positive ordres te munieeren hoeda„ „nig „nig wij ons voortaan bij het invor„ „deren der thollen op de Iaggernaik„ „poeramse Rivier zullen heb„ „ben te gedraagen, voor al met opzigt tot de Engelsen, welke zig reeds op Kakinare hebben neerge„ „zet, wijl zij niet alleen boven al„ „le andere Natien supirieur op deeze kust maar ook meesters der Circars zijn waar onder Paggernaik„ „poeram behoord. —. wij beveelen uw Hoog Edel „heedens, en de gewigtige be„ „langens den Edele Maatschappij in de alvermoogende bescherming van HE Clercq. van God Almagtig, en blijven met de meeste eerbied en hoog ag„ „ting. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijd gebiedende Heere en wel Edele Heeren. uw Hoog Edelheedens zeer onderdanige en gehoorzaame Dienaaren /:was geteekend/ N: Padama, I: D: Simons, M:s Stoffen„ „berg: f: w: Bloeme, P: w: Geeke, en Broerius Brouwer /:in margine:/ Palliacatta in het Casteel Geldria den 10:' Maart A:o 1788. —. Accordeerd. ALase 1

NL-HaNA_1.04.02_9704_0121 view scan ↗

English

Batavia. To His High Excellency The High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord: Mr. Willem Arnold Alting Governor-General, and The Honorable Councilors of the Netherlands Indies, Etc. Etc. Etc. High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord, and Honorable Gentlemen! With our respectful letter of the 15th of this month, we dutifully communicated to Your High Excellencies the passing of Mr. Willem Blaaukamer, Commander of this Coast, and the provisional succession to the administration by the Honorable Chief Administrator Nicolaas Tadama. We respectfully refer to those advices, the duplicate of which is accompanied herewith, as well as the duplicate of our respectful rescript from last October. However much we wished to render a complete report of affairs regarding what has been carried out in the service since the month of March 1786, we will nevertheless be unable to treat various items fully, because we have not yet received from Jaggernaikpoeram nor from Bimilipatnam the customary papers belonging to the general description of affairs, such as the answered Home and Indian Requisitions, and the settlements of accounts with the merchants. We must also leave unanswered several items appearing in Your High Excellencies' much-honored letter of 17 April of last year, although we dutifully promised to do so in our October letter. The worsening indisposition of Mr. Blaaukamer was the true cause of this. And passing herewith to the report itself, we have the honor to insert the Extract from the Home General Dispatch of 12 December 1786, written by the Gentlemen Directors to Your High Excellencies, and answered by us in the margin, reading as follows: Our last letter to you was of 29 April of this year. Since then, the Commissioners for the Hague Affairs have further read and considered the letters and papers received from the Indies during the past year. And now sending you our answer to the same, we must note beforehand that this answer is not as complete as we could have wished, because, owing to the staying behind of so many ships during the past year, a multitude of letters that were necessary for dealing with the various matters contained in those letters have not reached our hands. We experienced this lack especially when going through the various points that belong to the main estate of Ambon. § 372. With respect to the affairs of Coromandel, we have likewise lacked very important papers, namely the separate letters of the Ordinary and Extraordinary Councilors Falck and van de Graaff of 19 March 1784 regarding the measures that, in their view, ought to be taken upon the restoration of the Coromandel possessions, together with the reply that you issued thereto. § 373. In so far as we have been able to judge one and the other from your Resolution Affairs of 12 July 1784, it has generally seemed to us that the arrangements made rest on good grounds, and are organized according to the circumstances of times and affairs. § 374. And since you, in accordance with the conception of Gentlemen Falck and van de Graaff, have designated the office at Paleacatta as the best place for the Main Office, we will... [Margin:] When one considers the choice of Palliacatta as a main office as temporary, the Honorable Right Honorable Councilors of the Indies Falck and van de Graaff could not in the year 1784 very well propose to Your High Excellencies any other place than Palliacatta for a main office, nor could it be chosen by the same; for Fort Sadras had been blown up and the entire place ruined, and our small forts at Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam had...

Dutch transcription

79 enlijdeng 81. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wijd gebiedenden Heer: M:r Willem Amold Alling Gouverneur Generaal, en De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India, E=r Et=re Ek:r Hoog Edele Groot Agtbaare Wwijd gebiedende Heere, en Wel Edele Heeren! E Bij onzen eerbiedige van den 15:' dee„ „zer maand, gaven wij schuldplig„ „tig. 1 reeden waarom men geen volleedig verslag kan doen. 2: „tig aan Uwe Hoog Edelheeden Communicatie van het overlijden van den Heer Willem Blaau„ „kamen gezaghebber deezer kust en van de provisioneele successie van den E: Hoofd administra„ „teur Nicolaas Tadama, in het bestier wij refereeren ons met eerbied aan die adviesen, waar van het duplicaat hier nevens de eten van tin dik rat bun gaat verzeld, van het dupli„ Caat van onze eerbiedige rescrip „tie van de maand october laast „leeden. Hoe gaarne wij ook gewenscht heb „ ben 81 ven scheijden posten bij 1s: 3. H: Edelh: missive moet men onbeantwoord aaten, „ben, een volleedig verslag van zaa„ „ken te doen, van het verrigten; in den dienst sedert de maand Maart 1786. zullen wij egter verscheide pos„ „ten niet volkomen kunnen verhan„ „delen, om dat wij nog van Iagger„ „naikpoeram, nog van Bimilip=m ontvangen hebben, de gewoonelij„ „ke papieren, tot de generaale beschrij „ving van zaaken, behoorende als daar zijnde beantwoorde Patriasche en Indiasche Eisschen, en de af„ „reekeningen der kooplieden. Ook moeten wij verscheide posten bij uwe Hoog Edelheedens veel g'eerde. missive van den 17. ' April lb p:s voor komende onbeantwoord laaten, Schoon m in sote van etberantomd 4: Patriasch Extract Schoon wij het bij onzen October brief pligtiglijk beloofd hebben. De toeneemende in dispositie van den Heer Blaaukamer, is daar van de waare Oorzaak geweest. En hier meede tot het verslag zelve overgaande, hebben wij de eer bij deezen te inserveren, het Extract Patriasche generaale Mis„ sive van den 12: December 1786: door de Heeren Ma„ „jores aan uwe Hoog Edelheedens geschreeven, en door ons in magine be„ „antwoord, luidende als volgt 2 3. 3 Ons laatste schrijven aan UE: is geweest van den 29. April deezes Jaars zeedert hebben Heeren Commissarissen tot de Haagsche Besoignes nader geleezen en over„ „wogen de brieven en Papieren in den voor„ „leeden Iaare uit In„ „dia ontfangen. — En thans ons antwoord op dezelve UE: Zullen „de doen toekomen, moe„ „ten wij voor af aanmer„ „ken, dat dit antwoord niet 1. m niet zoo volleedig is, als wij zulks gewenscht hadden, door dien wee„ „gens het agter blijven van zoo veel scheepen in den voorleeden Iaare, een moe„ „nigte van brieven, welke bij de verhandeling van de verscheide Zaaken in dier brieven vervat, nodig waaren geweest, ons niet ter handen gekomen zijn. Dit gemis hebben wij voor al onder von„ den 2: 83 „den bij het nagaan der onderscheiden punten welke, tot het Hoofdboel van Ambon behooren ra § 372. Met opzigt tot de Zaa„ „ken van Cormandel, heb„ ben wij meede zoo aan„ „geleegene papieren gemist, als naamlijk de apart letteren van de Heeren Raaden ordinair Ex„ „tra ordinair Falck en van de Graaff van van den 19. Maart 1784. nopens de maatregulen, die bij herstelling van de Chormandelsche Bezittingen naar hunne gedagten dienden te wor„ „den genomen, mitsgaders het antwoord 't geen UE: daar op hebben laaten gaan. - 373. In zoo ver wij nu over het een en ander hebben kunnen Oordeelen uit Uwe Resolutoire Besoig„ „nes van den 12: Iuli 1734. 87 is het ons over het alge„ „meen voorgekoomen, dat de gemaakte Schikkin„ „gen, op goede gronden stu„ „nen, en naar de Omstan„ „digheid van tijden en zaa„ „ken ingericht zijn. § 374. En naar dien UE: over eenkomstig met het begrip van de Heeren Falck en van de Graaff het kantoor te Pallea„ „catta hebben aange„ „merkt, als voor het Hoofd kantoor de beste plaats, willen wij Wanneer men de verkiezing van Palliacatta tot een HoofdComp„ „toir, als tem porcel beschoud, kon„ „de va wel Edele groot Agtb: Heeren Raaden van Indie Falck en van de Graaff, in den Iaare 1784. niet wel een andere plaats als Palli„ „acatta aan Hunne Hoog Edelhee„ „dens voorslaan voor een Hoofd= =Comptoir, of door Hoog dezelve ver„ „koozen worden, want het forth sadras was gesprongen en de gansche plaats verwoeste onze fortjes op Iaggernaik poeram en Bimilipatnam hadden de. hoopen 84.

NL-HaNA_1.04.02_9704_0130 view scan ↗

English

also had blown up by the English, so consequently we had not a single place left on the entire coast other than Palliacatta where we could initially establish ourselves upon the restitution of our trading posts, for here we still found a fort and warehouses, however poor; we have at least managed in them until today, and all of that we would have lacked at all the other trading posts, along with the necessary dwellings for the servants, even for those of the highest rank. Yet when one considers Palliacatta as a head trading post to remain so permanently, we would respectfully be of the opinion that Sadraspatnam was much more suitable for that purpose. Castle Geldria is small and completely dilapidated. The river has altered and silted up; thus the goods that formerly, or when Palliacatta was the head trading post, were unloaded close to the castle, must now be unloaded on the beach, which is a good half hour walk from the castle, which causes quite some delay in the unloading and loading of ships and vessels: a three years' experience has shown us this. Thus, if collection and trade should once again revive in such a manner at all our trading posts that we could count on being able to dispatch annually two fully laden ships with linens, we fear that it will be very touch-and-go whether these could be unloaded and loaded here in time to be dispatched at the appointed date to Europe and Batavia. Besides these inconveniences, there are still several others that make Palliacatta not very recommendable for a head trading post in the long run, such as a lack of territory, for our territory extends no further than the moat of the fort, as a result of which all our servants live on the Nabab's land, and a dual government, which is a concoction of thousands of unpleasantries. When the head trading post was first established at Palliacatta, and as long as it subsequently remained a chief residency, all European servants of the Honorable Company were exempt from tolls on all provisions they had brought in. This privilege is now disputed with us on every occasion, and it is with great difficulty that we can still maintain it. But as we have spoken at length in our respectful letter of 17 October 1785 written to Their High Excellencies about the inconveniences against which we have to struggle here, we take the liberty to refer with all respect to our said missive, in which the substantial defects of Palliacatta in the present time are described in detail. That Sadras is much more suitable for a head trading post than Palliacatta, we maintain to be indisputable, because we hold that place in perpetual lease from the Nabab of Carnatica, and thus are complete masters. The ships and vessels also lie there much closer to the beach than at Palliacatta, and the former fort stood scarcely a stone's throw from there, whereby one could unload or load more goods there in one day than here in three days; that place is also much better situated for trade, and before the war, after Jaggernaikpoer, was the most profitable trading post the Company possessed on the coast. But however much Sadras is preferable in this respect, we would advise neither the Lords Majors nor Their High Excellencies to change the head trading post for the time being. But whenever collection and trade revive again in such a manner that we can dispatch annually 14 to 15 tons worth of linens from this coast to Europe and Batavia, we would respectfully be of the opinion that the head trading post ought to be moved to Sadras. Yet until such time one must make do, both here and elsewhere. The significant losses that the Company suffered in the recent war still weigh far too heavily to make proposals for the construction of a new fortification at Sadras, with the necessary warehouses therein for storing the Company's merchandise and linens, as would then need to happen. We would also beforehand have to arrange with the Nabab of Carnatica to grant to Sadras the right of coinage that we have here. Paragraph 375. We do the same regarding what was approved by you, in order likewise to make use at Palliacatta of the privilege of the mint to have either gold or silver species struck there, your honors having not consented to the proposal of the said ministers to relocate the Coromandel mint to Colombo. We must nonetheless hope that this choice, upon which so much will and must depend in the future, may answer the intended purpose: The mint is already completed inside the fort of Palliacatta, and the minters of Negapatnam have also arrived here; but since His Highness the Lord Nabab of Carnatica, Mahomet Alihan, has raised difficulties about declaring our coin current in his land, we have deemed it best to suspend the minting for the present. We are currently writing at length about this to Their High Excellencies in a secret letter of today's date, to which we respectfully refer. We must nevertheless still adhere to that which

Dutch transcription

de Engelschen mede laten op spron„ „gen, gevolgelijk hadden wij op de gansche kust geen enkelde plaats meer, als Palliacatta, om er ons voor eerst nier te kunnen zetten, bij de te ruggave van onse Comptoiren, want hier vonden wij nog een forten pak„ „huizen; hoe slegt ook; wij hebben er ons ten minsten tot heeden toe in beholpen, en dat alles zou ons heb„ „ben gemist op alle de overige Comp„ „toiren, neevens de noodige woonhuijzen voor de dienaaren zelfs voor die van de eerste qualiteiten Dog wanneer men Palliacatta beschouwd, als een hoofd Comptoir om het altoos te blijven, zouden wij eerbiedig van gevoelen zijn, dat 's adras„ „patnam daartoe voel geschik ter was, het Casteel Geldria is klijn, en ten eenemaal vervallen. De revier is veranderd en verland; dus de goederen, die eerst, of toen Palliacatta het Hoofd Comptoir was, digt bij het Casteel gelost, wierden, moeten nu op het strant gelost worden, dat ruim een half uur gans van het Casteel is, het geen voij wat vertraaging toebrengd en het lossen en laaden van scheepen en vaartuigen: Een drie Jaarig ondervinding heeft ons dat doen zien. Dus zoo inzaam en vertier eens weeder zoodanig opluikt op alle on„ „ze Comptoiren, dat wij reekenen konden van Jaarlijks twee vol lade schepen met Lijwaaten te zullen kunnen versenden, vreezen wij dat het 'er zeer op zal aankoomen, of die hier wel zoo vroegtijdig zullen kunnen gelosten gelan„ „den worden, dat zij op den behaalden tijd zouden kunnen worden gedepecheerd na Europa en Batavia. Buijten deese in convenienten, zijn er nog verscheijd anderen die Palliacatta niet zeer recommandabel maaken voor een hoofd hoopen dat die keus van welke in't vervolg zoo veel zal kunnen en moe„ „ten afhangen aan het oogmerk moge beantwoor„ den: — Comptoir 89 Comptoir op den duun, als gebrek van termittir, want ons grond gebied strekt zig niet verder uit, als de gragt van het fort, waar door alle onze bedienden op 't Nababs grond woonen, en een dubbelde Regeering, dat een brouwel is van duijzende on„ „aangenaamheden. Toen het Hoofd Comptoir eerst op Palliacatta op„ „gerigt wierd, en zoo lang het naderhand een opperhoofdij gebleeven is, waren alle Europeesche Dienaaren van de E: Comp: tol vrij van alle mond behoeftens, die zij lieten inbrengen. Dit voorregt werd ons tans, bij alle gelegenheden bedisputeerd, en het is met veel moeite dat wij het nog kunnen handhaven Dan wijl wij bij onse eerbiedige letteren van den 17. October 1785. aan Hunne Hoog Edelheden geschreeven, breedvoerig gesprooken hebben, over de inconvenienten waar tegen wij hier moeten worstelen, nemen wij de vrijheijd ons met alle eerbied te referreren aan onzen gemelden missive, waar in omstan„ „dig beschreeven zijn, e weezentlijke gebreeken van Palliacatta in den poestenten tijd. Dat sadras vrij geschikter voor een hoofd Comptoiris, als Palliacatta sustineeren wij te zijn indisputabel want wij die plaats in een eeuwige erf„ „pagt hebben van den Nabab van barnatica, en en dus volkomen meester zijn De scheepen en vaar„ „trijgen leggen daar ook vel digter aan het strant als te Palliacatta, en het ondafort ston 'er naauwlijks een steen werf van daar waar door men daar in eenen daag meer goederen lossen of laa„ „den kon, als hier in drie dagen, ook legd die plaats vrij beter voor den handel, en is voor den oorlog naat Iaggernaikp:r geweest het winst gevendste Comptoir, dat de Comp: bezat op kust. Edag hoe zeer ook Padras in deese preferent is zouden wij de Heeren Majores, nog Hunne Hoog Edelheeden aanraaden, om voor als nog het Hoofd Comptoir te veranderen. Dan waaneer inzaam en verthier eens weder opluikt, zoodanig dat wij Iaarlijks voor 14. â 15. ton aan Lijwaaten van dieze kust versenden kunne, na Europaen Batavia, zoude wij eerbiedig van gewoelen zijn, dat het Hoofd Comptoir na Sadras dienen verplaats te worden. Dog tot zoo lange dient men zig, zoo hier als elders, wat te behelpen. De importante verliesen die de Maatschap„ „bij geleeden heeft in den Jongsten oorlog drukken nog veel te zwaar, om propositien te doen tot het aanleggen, van een nieuwe sterkte op sadras, met de noodige pakhuijzen daar in, tot berging van 's Comp:s Koopmansz en Lijwaten, gelijk als dan zou dienen te geschieden. Ook zouden wij voor af bij den Nahab van Parnatica dica te bewerken, om het regt van de omunt dat wij hier hebben, aan Sadras te schenken § 375. - De Muntis bereeds voltonden 375. Het zelvde doen wij Om„ binnen het fort van Palliacatta, en de Munters van Nagap=m zijn hier „trent het geen door UE: is ook aangekomen; Maar wijl goedgevonden, ten einde te zijn Hoogheid den Heer Nabab van Cornatica Machomet Ali„ Palliacatta insgelijks „han, zwaarigheeden gemoveerd heeft om onze Muntgangbaar te gebruik te maaken van verklaaren in zijn land; hebben wij best geoordeeld het munten voor eerst het privilegie van de mund te staaken. om aldaar 't zij goude Wij schrijven hier over tans breed„ „voerig aan Hunne Hoog Edelheeden of zilvere specien te doen bij secreete letteren van hedigen datum waar aan wij ons eerbiedig re fereren. slaan zijnde door UE: niet bewilligd imn het voor „stel van gemelde Minis„ „ters, om de Chormandel „sche munt maar Kolom „bo te verplaatsen. Wij moeten niet te min & Ons als nog gedraagen aan het

NL-HaNA_1.04.02_9704_0133 view scan ↗

English

what we wrote on this subject in our General Letter of the past year, § 366 and following. 376. Whereas the gentlemen Falck and van de Graaff seem to have been of the opinion that the respectability of the Dutch for the present made the appointment of a Governor over Coromandel necessary; and whereas Your Honours, although having considered that you could not yet declare yourselves finally on that necessity, nevertheless decided provisionally to agree with the plan drafted by the said gentlemen for the organization of the civil department there, and according to which a Governor would again be placed at the head of affairs, we cannot conceal from Your Honours that this decision of yours has somewhat surprised us. For it appears to us that for this provisional establishment of yours, it would have been far more fitting to give the chief commander a lesser quality, and not to proceed to the elevation of the same until it should have sufficiently appeared to Your Honours that such an elevation, and consequently the increased costs that must result therefrom for the Company, were strictly necessary. The chief commander of the Company's possessions on this Coast has until now had no other quality than that of Senior Merchant and Commander. Yet we are also respectfully of the opinion that the title of Governor is absolutely required for our chief commander. The late Commander Blaaukamer was far from being discontented with the honour and trust that Your Right Excellencies and Most Respectable Sirs, together with the High Government of the Dutch Indies, had placed in him; but we maintain (if we may explain ourselves with so much liberty) that he would have been able to direct the affairs of the Honourable Company on this coast with greater vigour had the honourable office of Governor been conferred upon him. The native, accustomed to the title of a Governor, cannot form a right idea of the power and authority with which a Commander is invested; it also appears to us that we are treated neither at Madras, nor at Pondicherry or Tranquebar, with that distinction which was customary in former times when we had a Governor at the head of the administration. We therefore hope that Your Right Excellencies and Most Respectable Sirs, concurring in the opinion of the High Government of the Dutch Indies, will before long grant a Governor to Coromandel once again. 377. Furthermore, it having been noted by us that Your Honours, taking into consideration that, so far as could be gathered from the papers received by Your Honours, the remaining political servants were above suspicion of neglect of duty with respect to the surrender of the Company's possessions on this Coast to the English; and that further, more servants are found here than would be necessary according to the plan of the said Councillors; and that one could not, as was stated in your aforementioned deliberations, after so many endured disasters and losses, dismiss them or send them elsewhere without hardship; on those grounds, without yet causing the aforesaid plan to be fully executed for the present, had resolved to recommend the aforementioned gentlemen Falck and van de Graaff provisionally to appoint the servants who were on Coromandel to the posts for which they should be deemed capable, and to have the supernumerary Bookkeepers first assist in the writing offices. Thus we must also remark in this regard that Your Honours have gone too far in the application of the aforesaid grounds, as we can by no means agree that all those servants who, on the footing of the repeatedly mentioned plan, can presently be spared here, could not be placed in other locations in posts suited to their respective capacities. And whereas the state of the Company's finances imperatively demands on all accounts that the aforesaid plan, which must serve to reduce the Company's establishment and consequently achieve a saving of expenses, be completely carried out the sooner the better, we therefore order Your Honours to give further thought to means in order to satisfy this our desire in the best possible manner. We assure Your Right Excellencies and Most Respectable Sirs that, during the re-establishment of this Government, we have kept the number of servants of the civil and military departments as strictly limited as was in any way possible for this main office and the respective factories. In our letter of the 17th of October 1785, we reported thereon to Their High Excellencies, who approved most of our actions, which we hope will also be done by Your Right Excellencies and Most Respectable Sirs. After filling the respective writing offices with the necessary number of clerks, few bookkeepers or assistants were left over who could not be placed, and presently we are already short of civil servants for this main office. Yet we shall keep their number, both here and elsewhere, as strictly limited as can ever be done without detriment to the service, which we thus still recommend to your further consideration. 378. We regard the dispatch to Coromandel of the ship Hoolwerff, with a cargo to the value of f 127349. 13. —, as having taken place with the intention of restoring the Company, the sooner the better, to the enjoyment of the benefits of trade on this coast. And however much the outcome has not answered to this your intention, as that vessel from

Dutch transcription

91 het geen wij op dit stuk bij onzen Generaalen brief van den verleeden Iaar § 366: en volgende hebben geschreeven. Falck en van de Graaff van begrip schijnen te zijn geweest, dat het fatsoen der Nederlanders voor het tegenwoordige de aan„ „stelling van een Gouver„ „neur Over Chormandel noodzaakelijk maakte En bij UE:, of Schoon De Hoofdgebieder van's Comp:s be„ 376. Vermits nu de Heeren „zittigen ter deezer Custe, heeft tot nog toe geen andere qualiteijt als die van op„ „per koopman en gezaghebber. Dog wij zijn meede eerbiedig van gevoelen dat den titul van gouverneur abso„ „lut vereijscht word voor onzen hoofd= gebieder. Den overleeden Heer Gezag„ „hebber Blaaukamer was verre af van niet Contant te zijn met de eer en 't vertrouwen dat Uwe Hoog Edele Hoog Agtb: met en nevens de Hooge Regeering van Nederlandsche Jndie, in hem heb„ „ben gesteld; Maar wij sustinee„ „ren /:als wij ons met zoo veel vrijheijd mogen Expliceeren:/ dat hij met meerder vigeur de zaa„ ken gemeend in zaaken van de E: Comp: ter dezer kuste zou„ hebben kunnen bestieren, wanneer hem het eere ampt van gouverneur was opgedragen geweest; Den inlander aan den titul van een gouverneur gewoon, kan zig geen regt ide inde formeeren van de magt, en het gezag waar„ „meede een gezaghebber bekleed it, ook komt, het ons voor, dat wij nog of Ma„ „dras, nog op Ponde Cherij of Tranquebaar met die distinctie behandeld worden, als wel voor deesen plagt te geschieden toen wij een gouverneur aan het hoofd van het bewind hadden en daarom hoopen wij, dat uwe Hoog Edele Hoog Agt: instemmende in het gevoelen vande Hooge Regeering van Nederlandsch Indie, eerlang weeder aan Chorman„ „del een gouverneur zullen schenken, gemeend hebbende zig over die noodzaakelijkheijd nog niet finaal te kunnen verklaaren, echter besloo„ „ten is, zig provisioneel te vereenigen met het plan„ door gemelde Heeren voor de inrigting van het Civiele departement, aldaar ont„ „worpen, en volgens 't wel„ „ke aan 't hoofd van zaaken weeder een Gouverneur zoude gesteld worden, kunnen wij voor UE: niet verbergen, dat dit Uw besluijt om eenigzints verwondert heeft alzoo ƒ alzoo het ons toeschijnt dat voor deese Uwe pro„ „visioneele bestelling het veel gepasten zoude zijn, ge„ „weest aan den Hoofdgebie„ „der eene mindere qualiteijt te geeven, en tot de verhoo„ „ging van dezelve niet eer over te gaan, dan na dat UE: voldoende gebleeken zou zijn dat zulk eene verhooging, en mids diende meerdere kosten welke daar uit voor de Maatschap„ „pij zouden moeten voort„ „vloeijen, volstrekt nood„ Zaakelijk E E 377. Voorts bij ons gelet zijnde Wij assureeren uw Hoog Edele Hoog Agtb: dat wij bij de herstelling dat UE: in overweeging van dit Gouvernement het getal der Bedien„ „dens van het Civiel en Militaire neemende, dat voor zoo ver de partement zoo naauw behaald uit de bij UE: ontfan„ hebben, als maar eenigzins mogelijk geweest is, voor dit hoofd Comptoir „gene papieren kon worden en de Respective Factorijen Bij on„ „zen brief van den 17. October 1785. opgemaakt, de nog overig hebben wij daar van verslag gedaan aan Hunne Hoog Edelheeden, zijnde politieke Dienaaren die de meeste van onze verrigtin„ buijten verdenking va „gen hebben goedgekeurd, het geen wij ook hoopen dat door Uwe Hoog„ „len van pligt versuim„ „ Edele Hoog Agtb: geschieden zal. Na het vervullen van de ten opsigte der overgave respective schrijf Comptoiren met het noodige getal pennisten, scho„ van Compagnies be „ten 'er wijnig boekhouders of assis„ „tihten over, die niet geplaats „zittingen ter deezer Ca „zaakelijk waaren, 't geen wij dus Uwe nadere Overweeging als nog aanbeveelen. —. konden. te 9 93 konden worden, en tans komen wij al Civile bediendens te kort voor dit hoofd Comptoir. Dog vrij zullen hun getal zoo hier als elders; zoo naauw beplaat ^ laaten als immer zonder benadielig van den dienst kan geschieden. —. te aan de Engelschen, en dat ver alhier nog meerdere be„ „diendens gevonden worden, dan er volgens het silan van gemelde Raaden Zou„ „den noodig zijn. — Dat men dezelve, zoo als bij voormelde Uwe Besoignes gezegd, na Zo veele uijt gestaane rampen en verliezen niet zonder hardheid zoude kunnen verstooten, of na elders. verzenden Op die gronden hadden verstaan, om zondert voor voor zeide plan voor als nog volleedig ter nit vor te doen brengen, voornoem „de heeren Falck en van de Graaff aan te beveelen om de dienaaren die op Cormandel waaren bij provisie aantestelden in de posten, waar toe de„ „zelve zouden worden ge„ „oordeeld bekwaam, en de overtollege Boekhouders, voor eerst op de schrijf„ „kantooren te doen in„ „vallen. —. Zoo moeten wij ook hier 97 hier omtrend aanmer„ „ken, dat UE: in de toe„ „passing van de voor„ „zeide gronden te vergegaan zijn, alzoo wij geenzints kunnen toestemmen dat alle die Bediendens, welke men op den voet van het meer gemelde plan hier thans kan missen niet op andere plaatsen zouden kunnen gesteld worden in posten naar hunne onderscheidene be„ „kwaamheeden geschikt. En vermist de staat van Compagnies Compagnies Fenancien al„ „lenthalve gebied, dat het voorzeide plan 't geen tot vermindering van Com„ „pagnies omslag, en mits dien eene uitspaaring van kosten dienen moet, hoe zeer zoo beter volkome tot stand gebragt wor„ „de, zoo gelasten wij UE: om nader opmiddelen be„ „dagt te zijn, ten einde aan dit ons verlangen op de bestmoogelijke wijze te voldoen. De afzending naar 378. Cormandel 1 99 Cormandel van het schip Hoolwerff met een kargasoon ter waarde van . . - ƒ127349. 13. —. merken wij aan als ge„ „schied te weezen met een oogmerk om de Maat„ „schappij hoe eer zoo bee„ „ter te herstellen in't ge„ „not der voordeelen van den Handel ter deezer kuste. En hoe zeer de uit„ „komst aan dit uw oogmerk niet heeft be„ „antwoord elzo die bodem uit aar - ƒ

NL-HaNA_1.04.02_9704_0142 view scan ↗

English

because all Company possessions on the Coast of Chormandel upon its arrival were still in the hands of the English, it will have had to be sent to Gale or Kolombo pursuant to the letter of instruction from the Ceilonese Ministers, we will nevertheless gladly acquiesce in your arrangements in this regard, since the disappointment thereof 101 379. thereof depended upon causes entirely beyond the reach of your power; while we hope that a good use will have been made on Ceilon of the aforementioned Ship and its Cargo. The replies which were given by the remaining Servants to the Extracts sent to them by Your Honour: Due to the lack of all papers which could have served for any clarification, the remaining Members of the Nagapatnam Council have not been able to answer the Extracts from the general letters of the Years 1780 and 1781 as fully as they would have wished, which they deeply regret. Yet Extracts Yet they hope that the unfavorable situation in which they then found themselves may obtain forgiveness for them from Your Right Honourable Respected Sirs; while they and we all assure Your Right Honourable Respected Sirs that we are exerting our utmost efforts to acquire from time to time greater knowledge and insight into the service. Extracts from our general letters of the Years 1780 and 1788 we have generally found quite meager, yet being able to attribute this to the long passage of time, we shall content ourselves for the present with recommending to those Servants the required zeal to attend to the posts entrusted to them as is proper, and above all to strive 103 the Extract from the Fatherland Missive of the Year 1780, ask Your Right Honourable Respected Sirs very humbly for forgiveness if the 288th paragraph of the aforementioned Extract may not have been well understood by them. By resolution of 10 April 1752, Their Right Honourables determined, for all time or at least until further disposition, the selling price of cloves at one hundred heavy stuivers the pound, which caused them to think that Dutch money was also meant thereby. The more so because since that time the pound of cloves here on the coast has always been sold and is still sold we urge all the more as we take into consideration their answer to what was written in the first-mentioned letter of ours § 288 concerning the statement of the Ministers that the Cloves on this coast were sold for 100 stuivers Dutch The respectful replies to § 380. This latter we must to acquire the necessary knowledge in the service. for money for one old Nagapatnam pagoda, two fanums and twenty cash, which in Dutch money amounts to 98 stuivers and 7 penningen, and thus does not differ more from their statement than ƒ -. 1. 9., for which price of 98 stuivers and 7 penn: Dutch money the aforementioned cloves are also entered and accounted for in our Trade books. money, inasmuch as they state therein that the retail price of the Cloves on this coast was set by the High Government in the Year 1752 at 100 Stuivers the pound and that no reduction had since been made therein, this answer thus demonstrating most clearly that they did not at all understand that the aforementioned price of 100 Stuivers was consequently to be understood in Indian 105 and not in Dutch money, as they had nevertheless stated in their letter of 25 September 1778 cited in our aforementioned missive. 381. Their answer to the 237th paragraph of the General letter of the Year 1781, namely that it is a general custom among the Natives on this coast to call the chiefs It cannot well be proven with complete certainty whether the chief of Palliacatta is toll-free or not when he ships piece goods or other merchandise for his private account, as was done by the chief Tadama in the Year 1778. Yet all the chiefs who have ever been at Palliacatta have arrogated that right to themselves chiefs of the outer offices Captain by excellence, likewise sufficiently shows that they have not grasped the ground of the doubt raised by us in that paragraph, which was not in general whether the captain of Palliacatta might send goods without toll, but in particular whether he might do so regarding goods which he and founded the same upon a certain Cowle granted by the lord David Chan on 13 October 1781, whereby he orders that the people sent anywhere with any goods by the Palliacat chief be allowed to pass toll-free and unhindered; of this privilege, from which all previous chiefs had profited, the chief Tadama and the secunde Schoffier also made use in the said Year 1778 with the shipment of 14 packs of piece goods to Madras for their account, about which the amildar complained to the Nabob, as if they had thereby defrauded the toll. The chief Tadama answered to that complaint, and with this the matter remained as it was due to the war that has since arisen. But had the chief Padama he

Dutch transcription

uit hoofde dat alle Com „pagnies bezittingen ter kuste van Chorman„ „del, bij deszelfs aan„ „komst nog in handen der Engelschen waaren„ naar Gale of Kolombo ingevolge van het aan„ „schrijven der Ceilon„ „sche Ministers, zal hebben moeten gezonden werden, willen wij nog„ „tans gaarne in uwe schikkingen ten dien opzigte berusten, ver„ „mids de te leurstelling derzelve 101 379. derzelve van oorzaaken afgehangen heeft ten eene„ „maal boven het bereik van Uw vermoogen; terwijl wij hoopen, dat er op Ceilon van 't voormelde Schip, en des„ „zelfs Laading een goed gebruijkte maaken zal zijn geweest De antwoorden welke door de overge„ „bleevene Dienaaren, zijn gegeeven op de aan hun door UE: gezonden Door genis van alle papieren welk tot eenige opheldering zouden hebben kunnen dienen, hebbende overgeblee„ „vene Leden van den Nagapatnam„ „schen Raad niet zoo veelleedig als zij wel gewenscht hadden kunnen beantwoorden de Extracten uijt de ge„ „neraale brieven van de Jaaren 1780. en 1781. dat hun van horten leet doet. Dog Extracten E Dog zij hoope, dat de ongunstige Ci„ „tucatie, waarin zij zig toen bevon„ „den, overschooning voor hun ver„ „werven mag bij uwe Hoog Edele Hoog Agtb: terwijl zij en wij alle uwe Hoog Edele Hoog Agtb: verzekeren, dat wij onze uijtterste pogingen aanwenden, om van tijd tot tijd meerder ken„ „nis en door zigt te verkrijgen in den dienst. Extracten uit onze ge„ „neraale brieven van de Iaaren 1780: en 1788. heb„ „ben wij over 't algemeen vrij Schraal gevonden, dan zulks aan het lang verloop van tijd mo„ „gende toeschrijven, zul„ „len wij ons voor het tegenwoordige vergenoe„ „gen met die Bedienden aan te beveelen, den ver„ „eischten iever om de hun toebetrouwde posten, zoo waarteneemen als het behoord, en voor alte tragten 103 het Extract Patriasche Missive van den Iaare 1780. vraage Uwe Hoog Edele Hoog Agtb: zeer needrig om verschoning zoo door hun niet wel mogt beriepen weezen, de 288. para graaf van het voorschreeve Extract. —. Bij besluijt van den 10: April 1752. hebben Hunne Hoog Edelheden, vooraltoos, of ten minsten tot nadere dispositie toe, den verkoops prijs der garioffel nagulen bepaald, op een honderd zwaare sturens het pond het geen haar heeft, doen denken dat doormeede Nederlands geld gemeend wierd. Te meer, daar sedert die tijd het pond garioffel nagelen hier ter kuste altoos verkogt is en nog verkogt word wij te meer aandringen als door ons in aan„ „merking genomen word hun antwoord op het ge„ „schreevene bij eerstge„ „melde onze brief § 288. over der Ministeren op„ „gave dat de Nagulen ter deezer kuste verkogt wierden tegen 100. stur„ „vers Nederlandsch De eerbiedige beantwoordens van § 380. Dit laatste moeten „krijgen. tragten om in dien: dienst de noodige kunde te ver„ voor geld voor een oude Nagapatnamsch pagood, twee fanums en twintig kasjes, het geen in Nederlands gelds uijtmaakt 98. stuijvers en 7. penningen, en dus niet meer met haar opgaaf differeerd als ƒ—. 1. 9. voor welke prijs van 98. stuijvers en 7. penn: Neder„ „lands geld het Ab:o garioffel na„ „gelem ook bij onze Nagotie boe„ „ken ingenomen en verantwoord. word geld, naar dien zij daar bij zeggen, dat de uijtkoop prijs der Nagulen op deeze kust in den Iaa„ „re 1752: door de Hooge Regeering gesteld was op 100. Stuijver 't pond en dat men daar in Zee „dert geene verlaaging had gemaakt, doende over zulks dit antwoord ten klaars ten zien, dat zij in't geheel niet begreepen hebben dat mits-dien de voorschreeve prijs van 100: Stuivers van In„ disch e 105 disch en niet van Neder„ „landsch geld te verstaan was, zoo als zij nogthans bij hunnen brief van den 25:' September 1778: bij voormelde onze missive aangehaald hadden gesegd. O 381. Hun antwoord op den Hoet kan niet wel met volko„ „me zekerheid beweezen worden 237. para graaf van de of het opperhoofd van Palliacat„ „ta. tot vrij is niet, wanneer hij Generaalen brief van voor zijne particuliere rekening Lijwaaten of andere goederen af„ den Iaare 1781. dat het „scheept, zoo als door het op„ naamlijk bij den Inlan„ „perhoofd Tadama in den Iaare 1778. gedaan is. . „der ter deezer kuste een Dog alle de opperhoofden die im„ „mer op Palliacatta geweest algemeen gebruijk is, de zijn hebben zig dat regt aange„ matigd opperhoofden „matigd en het zelve gefundeerd op zekere Caul door den heer David Chan op den 13. Octo„ „ber 1781. verleende waarbij hij ordonneerd om het volk, dat door 't Palliacats opperhoofd ergens met eenig goed gezonden word tot vrij en onverhinderd te laaten passeeren, van dit priviligie, waar van alle voorige opper„ „hoofden hadden gegidreerd, maakten het opperhoofd To„ „dama en den secunde schoffier ook gebruik in gemelden Jaare 17 7/8. met het afscheepen van 14. pakken lijwaaten na Ma„ „dras voor hunne reekening waar over den hameld haar geklaagd heeft aan den Nabab, als hadden zij daar door den tol ge„ fraudeerd. —. Het opperhoofd Tadama heeft zig op die klagt ver„ „antwoord, en hier bij is de zaak door den sedert opgekomen oorlog gebleeven. — Maar hadt het opperhoofd opperhoofden van de buij„ „ten kantooren bij uitne„ „mentheid kapitain te noe„ „men, toond meede genoeg„ „zaam aan, dat zij niet gevat hebben den grond van de bedenkelijkheid bij die paragraat door ons geopperd, welke niet was in het algemeen of de kapitain van Pallia„ „catta goederen zonder tot mogt verzenden, maar in 't bijzonder of hij zulks mogt doen omtrent goederen, die Padama hij ƒ

NL-HaNA_1.04.02_9704_0149 view scan ↗

English

102 he had not shipped in his official capacity, but for his private account. Tadama, by his aforesaid defense, placed the matter in a better light. We trust that Your High Excellencies and the High Government at Batavia would have viewed it from another point of view. The questionable 14 packs of textiles sent to Madras by the resident Sadama and the second-in-command Schoffier to be sold there were actually rejects of Company textiles, which they had retained for the security of the Company and of themselves until after the fulfillment of the Demands. Had the merchants of Palliacatta had money to pay in cash upon entering into the new contract of the year 1779 for that which they had delivered in shortfall on the most recently expired Demands, the residents would immediately have returned to them all their rejects. But as this was lacking, they were obliged to send them to Madras for their account to be sold, in order to balance from those proceeds the merchants' accounts with the Company, as has since occurred. This, the provisional commander Nicolaas Tadama, at that time resident, declares to have been the true state of the matter, and thus trusts that Your High Excellencies and Their High Excellencies will now judge less unfavorably regarding this; because it would have been hard for him and the second-in-command Schoffier to have had to pay customs duties for textiles collected for the Honorable Company but rejected by them because they were unacceptable goods. The more so because all his predecessors, as far as he had been able to ascertain, had never paid any customs duties to the Duan, whether for provisions or for private trade, on these cloths; moreover, in a certain sense they could be considered as textiles of the Company that were sent to Madras by him and the second-in-command Schoffier, not in hope of profit, but to satisfy from their proceeds the arrears of the merchants for that year, and thus, viewed from that side, to be exempted from the payment of all customs duties. Apart from Nagapatnam, which was ceded to England at the latest peace, we have found it of too much note for us to pass over in silence what the ministers have reported in answer to the 382nd paragraph of the general letter of the year 1780 regarding the tax on houses, dwellings, or gardens there, further mentioning that, namely, such a tax, provided it were made general, could indeed be introduced, or otherwise, instead of the same, a certain poll tax as is paid at Madras and Palicol. Indeed, especially this latter gives us occasion, pursuant to what we have already done on previous occasions, to make known to you once more our desire that, the sooner the better, measures be devised by you for the collection of such financial means as will be feasible without notable grievance to servants and inhabitants. And we do not doubt that such ministers and officials, who by the proximity of the places of their residence are in a position to know accurately what takes place in this regard with other nations, and especially with the English, will make good arrangements toward this so weighty end. The Company has possessed no single trading post on the coast where, above the leases that are levied there, any new tax could have been introduced with hope of success, because they are all small places in which only a few wealthy people live. And these 109 are ordinarily the merchants of the Company. At least here at Palliacatta, no poll tax or tax on houses can ever be introduced, since the city belongs to the Lord Nabob of Carnatica and not to us. It is true that at Sadras and Palicol the Company levied a small poll tax before the war, which was gathered by way of a collection. In the year 1737/820 it amounted at Sadras to Pagodas 106: 21: and at Palicol to ƒ 160. 8. -. After the war, that collection could no longer take place at Sadraspatnam, because the few inhabitants who narrowly escaped the sword and famine are destitutely poor people who rather need support. At Palicol the collection has indeed been reintroduced, but for the year 1785/6 has yielded no more than Pagodas 35. 15. 1/2. And because Jaggernaikpoeram and Palicol were both so ruined in the terrible storm of May 20th last that the inhabitants will have years of work to recover, we would not yet dare to make proposals to Their High Excellencies to introduce the least new tax anywhere. But we expect a favorable change therein in time. Meanwhile, we shall have ourselves accurately informed what kinds of taxes the French have introduced at Pondicherry and the English at Madras, in order to be able to give notice thereof in due course to the High Government; because we truly long very much to contribute, also from our side, something toward the improvement of the financial state of the Noble Company. 141 grievance for servants and inhabitants. And we do not doubt that such ministers and officials, who by the proximity of the places of their residence are in a position to know accurately what takes place in this regard with other nations, and especially with the English, will make good arrangements toward this so weighty end.

Dutch transcription

102 hij niet in zijne quali„ „teijt maar voor zijne particuliere reekening had„ „doen afscheepen. Tadama bij zijne voorsz: verantwoording de zaak in een beeter dag„ „ligt geplaats wij vertrouwen dat uwe Hoog Edele Hoog Agtb: ende Hooge Regeering op Batavia die uit ander oog punt zouden beschoud hebben De questieuse 14. pakken lijwaaten door het opperhoofd Sadama en den secunde Schoffier na Madras gezonden, om aldaar verkogt te worden, waaren werkelijk uijtschotten van Comp: Lijwaaten, die zij tot securiteijt van de Comp: en haar zelve aangehouden hadden, tot na het afloopen van de Eisschen, hadden de Pallia„ „cattasche Marchandeurs geld gehad om bij het aangaan der nieuwe Contractatie van den Jaare 1779. —. in Contant te voldoen, het geen zij op de Iongst afgeloopen Eisschen te min geleeverd had„ „den; De Opperhoofden zouden haar immediaat terug gegeeven heb„ daar „ben alle hunne uitschotten. Maar in dit nu haperden, waaren zij verpligt die voor hunne rekening na Madras te zenden om verkogt te worden, ten einde uit dat provenu der kooplieden Reekeningen met de Comp: te verevenen, gelijk sedert geschied is Dit verklaard den provisioneele gezaghebber Nicolaas Tadama toen ter tijd opperhoofd, de waare toedragt geweest te zijn van de zaak, en vertrouwd dus dat uwe Hoog Edele Hoog Agtb: en Hunne Hoog Edelheden daar over tans min ongunstig zullen oordeelen want - ƒ want het hem en den secunde schoffier hard zou hebben gevallen tot te moeten betaalen voor lijwaaten voor de E: Comp: ingeza„ „meld dog door hun afgekeurd, wijl het onacceptabel goed was. Te meer daar alle zijne predecesseeren, voor zoo ver hij had kunnen verneemen, nimmer eenigen tot aan den Duan betaald hadden, het zij voor provisien, dan wel particuliere negotie, in deeze doeken„ daaren boven in een zeekeren zin, konden geconsidereerd worden als Lijwaaten van de Comp:, die door hem en den secunde schof „fier na Madras gezonden zijn, niet op hoop van winst maar om uit derzelver provenu te voldoende agterstallen van de kooplieden voor dat Jaar, en dus van die zijde beschouwd van het betaalen van alle tot vrijwaren. — Buiten Nagapat 382: Van te veel opmerking „nam dat aan Engeland is ge„ hebben wij gevonden „staan bij de Iongste vreede, dan dat het zelve door heeft de Compagnie geen een Comptoir op de kust bezee„ ons met stilswijgen „ten, waar boven de pagten die 'er geheven worden, eenige zoude kunnen worden nieuwe belasting zou hebben kunnen worden geintroduceerd, voor bij gegaan, het geen met hoop van succes, want het de Ministers hebben alle klijne plaatsjes zijn, waar in slegts eenige wijnige vermo„ gemeld in antwoord o „gende lieden woonen. En deeze zijn het 109 zijn ordinair de kooplieden van„ de Compagnie, Ten minsten hier op Palliacaitta kan nimmer eenig hoofdgeld of belasting op de huizen, worden ingevoerd alzo de stad den Heer Nabab van Carnatica, en niet ons toekomt. Hat is waar op Sadrasen Pa„ „licol heeft de Compagnie een gering hoofdgeld geheeven voor den Oorlog, het geen bij wijze van Collecte wierd ingezameld. Jnan„ „no 17 37/820: bedroeg het op Sadras Pr:o 106: 21: en op Palicol. ƒ 160. 8. -. Na den oorlog heeft die Collecte geen plaats meer kunnen hebben op sa„ „draspatnam, want de wijnige ingezeetenen die het Zwaarden den honger snood nog ontkomen zijn, zijn dood armelieden die eerder ondersteuning behoeven. op Pali„ „bol is de Collecte wel weder geintre„ „duceerd, dog heeft voor A:o 178 5/6. niet meer gerendeerd als P: J:o 35. 15. ½. , En wijl Paggernaikpoeram en Palicol beide in den ontzache„ „lijken storm van den 20: mai het ter nedergestelde bij de 309. st paragraaf van de generaalen brief van den Iaare 1780. wegens de belasting op de hui„ „zen, wooningen of thui„ „nen aldaar, breeder vermeld dat naamlijk eene diergelijke belasting, mids algemeen gemaakt wordende, nog wel inte„ „voeren zoude zijn of anders in plaats van het zelve Zeeker Hoofd „geld zoo als op Ma„ „drasen Palicol laastleeden word 9 laastleeden zoodanig geruineerd zijn, dat de ingezetenen Iaaren lang zullen werk, hebben om tot verhaal te komen, zouden wij voor als nog geen propositien dur„ „ven doen aan Hunne Hoog Edel„ „heeden om de minste nieuwe belasting ergens in te voeren. Maar wij verwagten van de tijd daar in een gunstige veran„ „dering Intusschen zullen wij ons naaukeurig informeeren laaten, wat zoorten van belas„ „ting de fransche op pondeche„ „rij en de Engelsche op Madras ingevoerd hebben, om daar van in der tijd kennis te kunnen geven aan de Hooge Regee„ „ring: want wij waarlijk, zeer verlangen, om meede van onze zeijde iets toete brengen, tot ver„ „beetering van het financen wee„ „zen van de Edele Maatschap„ word betaald. Immers geeft in zonder„ „heid dit laatste ons aanleiding, om inge„ „volge van het geen wij reeds bij voorige ge„ „leegenheeden hebben gedaan, UE: nog maak ons verlangen te ken„ „nen gegeeven, dat hoe eer zoo beeter door UE. maatregelen beraamd werden tot invordringe van zodanige midde„ „len van Financie, als welke zonder merkelijk bezwaa„ „pij - 141 bezwaar voor Dienaa„ „ren en Ingezeetenen tot stond te brengen zullen zijn En wij twijffelen niet of zulke Ministers en Be„ „diendens, die door de nabijheid der plaatsen van hun verblijf in't ge„ „val zijn van naauw„ „keurig te kunnen wee„ „ten, wat hier omtrent Natien en bij andere inzonderheid bij de En„ „gelschen plaats heeft, zullen tot dit zoo ge„ „wigtig einde goede schik„ „kingen

NL-HaNA_1.04.02_9704_0154 view scan ↗

English

considerations may suggest, which remains most emphatically recommended to your and their serious consideration. 383. Finally, we agree with what your honors caused the Ceylon ministers to put before the servants at this office concerning the creditors and debtors of the former government, as well as what some servants still believe they have to claim, as we shall find an opportunity under the following main section to elaborate further on the matter of the accountability of the Company's servants who were stationed on Choromandel at the time of the surrender of its possessions. The accounts of the creditors of the former government are gradually being paid off here, and those of the debtors, who are almost all merchants, are currently being investigated carefully; as soon as that inquiry is completed, we shall see to securing as much of it as will possibly be feasible. But in this regard the utmost caution will need to be observed, since they all reside in Nagapatnam and thus fall under the jurisdiction of the Madraspatnam government, which, as it seems, is not very favorably disposed toward ours. We hope that this our respectful response may satisfy the expectations of our high superiors in the Netherlands and at Batavia better than the previous ones, for we consider it principally our honor to be able to give them every satisfaction in the service. Ships and vessels: The hull of the Gurab de Hoop sold for 400 Rupees. Ships and vessels currently offer not the least matter for description, save only that the irreparable hull of the Gurab de Hoop was sold by the Jaggernaikpoeram chiefs for 400 Rupees, and that they retained its mast for a flagpole. Section 5. The collection of linens. Collection and purchase of linens in the years 1786 and 1787. From the day of the re-establishment of our offices on the coast, we have been equally active with regard to the purchase in promoting the procurement of linen, for upon this the flourish and prosperity of this once so important government has always been founded. If the outcome has nevertheless not met the expectations of your high honors, we trust that we shall be held blameless. Fruitless efforts made to obtain money on bills of exchange, and to induce the merchants to deliver linens on credit, done in the year 1786. As far as our meager funds permitted, we made purchases or collections based on the demands sent to us for the years 1786 and 1787. We could accomplish no more, for all our efforts to obtain money on bills of exchange turned out fruitless, as did those which we used in the past year to send circular letters to the chiefs of our respective factories, encouraging the Company's merchants to deliver linens on credit; for no one could be moved to do so, although we offered to pay one percent interest per month on the capital they would advance for the Company; except for the Jaggernaikpoeram merchants, who in the year 1786 bought on their own credit for the Company a considerable quantity of procured goods. Demonstration of the collected and purchased linens in 1787; insertion of its report. As far as we have been able to deduce from the letters and other papers received here, on the respective demands for the Netherlands and the Indies for the year 1786, there were collected on this coast, or bought outside the demand from private individuals, 87 packs for the Netherlands and 366 packs for the Indies; for the year 1787, 213 bales pro Patria and 66 for the Indies, which together in money amounted to ƒ327057:18, as is further evidenced by the report which, for greater clarification, we take the liberty to insert herewith. The more so because it also sets forth the number of dispatched and remaining cloths, both here and at our subordinate offices. The report reads as follows: Please turn over.

Dutch transcription

„kingen kunnen aan hand geeven 't welk derhalven Uwe en hun „ne ernstige overweeging op het aller nadrukke„ „lijkst blijft aanbevolen 383: Laastelijk vereenigen omg ons met het geen UE: door de Peilonsche Ministers de Bediendens ter deezen kantoore hebben doen voorhouden, raakende de Crediteuren en de„ „biteuren van het voorij Gouvernement, mitsga„ De reekening van de Pre„ „diteuren van het voorig gouver„ „nement, worden hier Successive afbetaald, en die der debiteuren het geen meest alle kooplieden zijn, worden tans naaukeurig on„ „der zogt, zoo dra dat onderzoek zal weezen afgeloopen, zullen wij zien daar van zoo veel in te palmen als maar mogelijk zal zijn, Maar hier omtrent zal de uijtterste voorzigtig„ „heijd dienen in agt genomen te worden, wijl ze alle op Na„ „gapatnam woonen, en dus staan onder „ders 1 113 „ onder de Judicatuure van het Ma„ „draspatnams Gouvernement, dat het onse zoo het schijnt niet zeer toegeneegen is. —. „ders het geen kom„ „mige Dienaarens nog meenen te vor„ „deren te hebben, zullende wij onder 't volgend Hoofd„ „deel gelegenheyd vinden, om ons op het stuk der ver„ „antwoording van Compagnies Die„ „naaren, welke ten tijde van de Over„ „gave haarer bezit„ „tingen op Chor„ mandel hoope dat deeze responsen beter mogen voldaan, dan de voorige Sche „mandel bescheiden zijn geweest nader uittelaaten Wij hoope dat deeze onze eer„ de voor „biedige response, beter dan de voorige voldoen moge„ aan de verwagting van on„ „ze hooge superieuren in Nederland en op Bata„ „via, want wij daar in voor„ „namentlijk onze eer stellen van Hoog dezelve genoe„ gen te kunnen geeven in den dienst 85. ƒ 145 den socheen en vaertijnen de romp van de Goerabde Hoopis verklegt voor. - - - Rop:s „zaam dan Lijwaaten voor t7 3½: Scheepen en Vaartuigen, leverd tans geen de minste stof van beschrijving op dan alleen, dat de irrepera„ „ble romp van de Goerab de Hoop door de Iagger „naikpoeramsche oppper„ „hoofden verkogt geworden is voor 400. -. Ropijen, en dat zijde mast daar van, aan„ „gehouden hebben voor een vlaggestok. —. versen van den gean nskonfofin Van den dag af, van het ve„ „tablissement §5. Het hoofddeel van ƒ „tablissement onzer Comptoire op de kust, zijn wij met opzigt hd d Inkoop, ievenig 56 werkzaam geweest, om de Lijwaat procure voort te zet„ „ten, want hier van heeft al„ „toos gedefundeerd den bloeien welvaart van dit wel eer zoo gewigtig Gouvernement, Heeft de uitkomst egter niet aan de verwagting van uwe Hoog „ Edelheden voldaan; wij ver„ „trouwen dat wij onschuldig zullen gehouden worden. Wij hebben voor zoo ver het onze 7 „ten op Credit te leveren, onze geringe fondzen toelie„ „ten, inkoop of inzaam gedaan, op de ons toegezonde Eisschen voor de Iaaren 1786. en 1787. Meerder konden wij niet over„ „rigten, want alle onze pogin„ „gen om geld op assignatien te be„ „komen, vrugteloos afgeloopen. vrugtbovs gedaan pogingen on zijn aan zijn, gelijk meede die, waar van wij in anno passato gebruijk maakten, om de opperhoofden van onze respective Factorijen Circulair aan te schryven, Com„ „pagnies kooplieden te animeeren om lijwaaten op Credit te leveren, want daartoe niemand te beweegen geweest is, schoon wij aangeboden hebben een percent gedaan, in do 1786. —. demonstratie van de ingezamelde 7. en ingekogte Lijnaaten in 1787 insertie van dies overtoog. de agemaskp Coopleden hebben di alen prcent 's maands interest te betaalen van he Capitaal, het geen zij voor de Comp zouden opschieten; behalven de Jaggernauke p=sen koplie„ den, die in A:o 1786. op hun eige Credit voor de Comp hebben ingekogt, een aanzienlijke quantiteit gehaaide goederen. Voor zoo veel wij uit de hier ontvangene brieven en andere papieren, hebben kunnen opmaken, zijn op de respective Eisschen voor Nederlanden Jndie voor het Jaar 1786. ter deezer kuste ingezameld, of buiten den eisch, bij particuliere ingekogt, als voor reder land 87. en voor Jndie. 366: pakken voor A:o 1737. 2. 3. -. fardeelen pro Patrica, en 66. voor Jndie, die te zamen in gelde bedragen hebben ƒ327057:18. zoo als nader Consteerd bij het vertoog het geen wij tot meerder opheldering, de vrijheid neemen bij deezen te inseroe„ „ven Te meer, wijl daar bij ook bekend gesteld, zijn het getal der verzondene en overgeblevene doeken, zoo hier als op onze onderhorige Comptoiren. Het vertoogluid als volgd.—. verte

NL-HaNA_1.04.02_9704_0162 view scan ↗

English

Statement of the demands of 1786 and 1787 for Palliacatta, Sadraspatnam, Portonovo, Nagapatnam, Palicol, Iaggernaikpoeram, and Bimilipatnam, for the Homeland, India, and combined, showing the demands, the fulfilled shipments sent to Batavia, and the packages remaining unfulfilled or acquired outside the demands. According to demands dated Amsterdam the 10th of November 1780 and the 23rd of November 1785, and Batavia the 21st of June 1785 and the 29th of April 1786: Demanded: for Homeland 133, India 133, together 266 packages for 1786; for Homeland 215, India 133, together 348 packages for 1787; total 650 for Homeland, 120 for India, and corresponding distributions across Sadraspatnam, Nagapatnam, Portonovo, Palicol, Iaggernaikpoeram, and Bimilipatnam, amounting in total to 4001, 75, 13, 2918, 26, 1425, 3691, 53, 1576, and 3107. Whereupon fulfilled and dispatched from here to Batavia per the ships Castor and De Valk, namely: For 1786 and 1787, for the Homeland and India: Roemaals Sesterganti of 1 ell: 2 packages for Homeland, 2 for India. Roemaals checkered Indian sort of 1 1/4 ell: 3 packages. Moeris fine bleached: 2 for Homeland, 2 for India, 3 for 1787. Chelas fine red checkered: 6 packages for Homeland, 10 for India. Cambays fine diverse: 20 packages for India. Gingham taffachelas extra fine: 1 package. Guinea cloth dark blue from Portonovo: 5 packages, 4, 6, 10, 7, 39, 46. Gilded chintz: 1 package. Guinea cloth fine bleached: 9 packages. Guinea cloth common bleached: 25, 18, 16, 21 packages. Roemaals checkered of 1 1/4 ell: 10 packages. Blankets cotton padded: 50 packages. Guinea cloth bleached Company's old sort: 27 packages for Homeland, 11 for India. Guinea cloth common bleached: 70 packages. Guinea cloth common unbleached: 1 package. Thus remained unfulfilled: 129 packages for Homeland, 127 for India, together 256 for 1786; 208 for Homeland, 94 for India, together 302 for 1787; 450, 120, and running distributions across Sadraspatnam 70, 274, 464, 738, Nagapatnam 120, 202, 32, 190, Portonovo 136, 326, 387, 295, 682, Palicol 24, 326, 550, 279, 179, 458, Iaggernaikpoeram 183, 161, 350, 460, 248, 708, and Bimilipatnam 270, 227, 497, 166, 90, 256, 159, 102, 26, totaling 2191 for Homeland, 1261 for India, together 3452, and 1508, 1506, 3024. Against which, outside the aforesaid demands, there have been purchased here and dispatched per the aforementioned vessels: Palliacatta linens: Moeris fine bleached, length 18 and breadth 2 1/2 cobidos: 4 packages. Handkerchiefs fine red of 1 3/4 ell: 5 packages. Chelas checkered diverse, length 16 and breadth 2 cobidos: 2 packages. Cambays fine red of 8 and 6 cobidos: 3 packages. Roemaals checkered large of 1 1/4 ell: 2 packages, making 16 packages. Nagapatnam linens: Moeris dark blue: 6 packages. Handkerchiefs diverse of 1 1/4 ell: 1 package, making 7 packages. Portonovo linens: Guinea cloth dark blue: 7 packages. Northern linens: Guinea cloth bleached of 20, 18, 16, and 14 punjams: 154 packages. Roemaals or handkerchiefs red checkered: 8 packages, making 162 packages. In total dispatched outside the demands: 192 packages. Remaining detained here, namely: From Bimilipatnam at the bleachery: Bethilles unbleached with flowers for the Homeland, year 1786: 2 packages. Bethilles unbleached without flowers: 10 packages, making 12 packages. Because of bad weather and the roughness of the sea, the following packages could not be shipped in the vessel De Valk and thus have remained detained here, namely: Cambays fine diverse from Palliacatta for Ternate on the demand of 1787: 1 package. Guinea cloth dark blue from Portonovo: 5 packages. Blankets cotton padded large from Iaggernaikpoeram, namely: For Batavia on the demand of 1786: 2 packages. For Cape of Good Hope on the demand of 1786: 1 package, making 3 packages, totaling 9 packages. From Iaggernaikpoeram, sold here at auction, the wet and rotted cotton-padded blankets on the demand of 1786, namely: Small: 7 packages. Large: 4 packages, making 11 packages. Guinea cloth fine bleached: 2 packages. Further for India: 19, 57, 76 packages. Summary for the years 1786 and 1787, of the demanded, fulfilled, and sent to Batavia packages of linens, with the addition of how many bales were collected and dispatched here outside the demands, etc., namely: Against the demanded 6798, a very small number of 322 packages was received and dispatched; likewise the aforesaid demands have been kept unanswered in order to answer them in the future according to desire upon their completion. Palliacatta, in Castle Geldria, the 15th of January, year 1788. The lack of the necessary funds was the cause of the defective collection. When this representation is compared against the demands, it must certainly make a very meager showing. But we hope, indeed expect from the equity of your High Excellencies, that your High Excellencies will look favorably upon the state of the funds which we had in hand during those two financial years, both for carrying out the collection and for covering the expenses of this Government, and then we flatter ourselves that we shall be honored with a favorable approval.

Dutch transcription

N van Palliacatta. op de Eysschen van op de 1786. 1787. -. 1786. V:t Matria, Jndia zamen Patr: Ind: 't zamptak: Ind: t Zam Volgens Eijsschen ged=t Amsterdam den 10. Nov: 1780. en 23. ' Nov: 1785, Battavia den 21:=se Iuni 1785. en 29.=sen april 1786. geeischt. - - - p=ken 133. –. 133. –. 266. —. 215. - 133. -. 348. „. 650. 120. Waarop voldaan en per de scheepen de Castor, en de valck van hier na Batavia verzenden; Als. —. „1786. 1787. 1 part Ind: part Ind: Roemaals Sesterganti de 1: Ell: - - - rak 2. —: 2. –. Roemaals geruijtt Ind: zoort de 1:¼ Ell: - - - - - „ - — 3. —. Moeris fijn gebleekt. . . . . . . . . . . . „ 2. —. 2. 3. Chelassen fijne roode geruijte. . . . . . - - - . „ —. 6. —. 10. Cambaijen fijne diverse. - - - - - - - - - „ —. — —. 20. gingam taffa Chelas Estra fijne - - - - - - - - „ -. —. —. 1. Guinees bruijn blaauw van Portonovo - - - - - „ -. - -. 5. „ 4. - 6. -. 10. - 7. -. 39. -. 46. - Vergulde Chitsen - - - - - - - - - - - - - „ —. 1. —. —. —. —. guinees fijn gebleekt. . . . . . . . Pak. 9. –. –. –. guinees gemeen gebleekt Roemaals geruite de 1.¼. Ell: - - - - - - - - „ 10. —. —. —. Deekens gekattoeneerde - - - - - - - - - - - „ —. 50. —. — — .. . . . . Pak. 25. 18. 16. 21. Guinees fijn gebleekt - - - . guinees gebleekt 's comp:s oude zoort - - - - - „ 27. 11. —. —. guinees gemeen gebleekt - - - - - - - - - „—. 70. —. —. guinees gemeen Ruw. . .. - - - - – „ –. 1. – –. „ Des onvoldaan Gebleeven. . . . . . . . . Pakk: 129. „ 127. „ 256„ 208. - „ 94. - 302. 450. 120 Waaren tegen buiten de voorsz Eijsschen alhier zijn Jngekogt en p:r voorm: de bodems verzonden als. Palliacatse Lijwaaten. Moeris fijn gebleekt lang 18. en br 2. ½: Cob:s - - - - - - - Pak 4. –. Neusdoeken fijne Roode de 1. ¾. Ell. . - - . . - - - - - - - „ 5. - Chelassen geruite diverse Lang 16. en br:t 2: Cob:s. . - - - - - - - „ 2. -. Cambaijen fijne Roode de 8. en 6. Cob:s - - - - - - - - „. 3. Roemaals geruite groote de 1.¼. Ell. - - - - - - - - - - „ 2: ƒ 16. —. Nagapatnamse Lijwaaten. ƒ Moeris bruijn blaauw- Neusdoeken diverse de 1¼. ell:. . . . . . . . . . . . „ 1. „ 7. —. Portonovose Lijwaaten —. Guinees bruin blaauw - - - - - - - - - - - - - „ —. „ 7. Noordse Lijwaaten: Guinees gebleekt van 20. , 18. 16. en 14. poenjangs. . - - - - Pak: 154. –. Roemaals of Neusdoeken Roode geruite - - - - - - - - - „ 8„162.— In 't Geheel buiten de Eijsschen verzonden - - - - - pakken 192. Alhier blijven overleggen, Te weeten: van Bimilipatnam ter bleek. Bethilles Ruw met bloemen Jjer:'/ Patria A:o 1786. . -. Pak 2: —. Bethilles Ruw zonder bloemen I= - - - - - -„ 10. p12. - Door quaad weder en onstuimigheid der zeede volgende pakken in 't schip de valk niet hebbende, konnen afscheepen, zoo zijn dezelve alhier blijven overleggen, als. Cambaijen fijne diverse van Palliak: v:n Tern: op den Eijsch van 1787. p=s 1. –. Guinees bruijn blaauw van Portonooo - - - „ „ „ „ —. „ 5. Deekens gecattoeneerde groote van Iaggern:, als. voor Batavia op den Eijsch van 1786. - - - - - Pak 2. -. „ Cabo de Goede Hoop op den Eijsch van 1786. - - – – - „ 1. –„ 3. –„ 9. „ 21. — Van Paggern: alhier per vendutie verkogt, de nat gewordene en verrottene deekens gekattoe„ „neerde op den Eijsch van 1786. Te weeten: kleene - - Vertoogder voor de Iaaren 1786., en 1787. zoo voor Patria, als India geersch„ vol Guinees fijn gebleekt. . . . . . . . - - - - - Pak: 2:–. - - - - - . - - „—. 7. —. —. Groote - - - - - - - - - - - - - - - . . . - - - - - . . „ 4. —. Dewijl op de Jeik Pak. 3. —. : .. 1 : - - - - - - - - - - „ 4. „ 7. — Pallia Sadraspatnam Nagapatnam. op de Eijsschen van 1787. 1787. 1786. Jan pak dn: 1 Lam: patr: Ind: t Zam: patr: Ind: 1 Lam: patr: Ind: 1 Zam: patr: Ind: t zam, patr: Ind: VLam: pak: Ind: Kam: par: Ind: a: am: pat: Ind: t Zam: pato: Ind: 1: Zan: patr: Ind: t Lam: patr: Ind: / zam: patr: India 'tsamen patria India, te zamen 34.8. 650. 20. 70. 274. 464. 738„ 120. 202„ 32 „ 19. 136. 326. 387 295. 68. — 24. 326. 550. 279. 100. 459. 188. 167. 350. 479. 305. 784. 270„ 227 497 210.— 19 — 4001. 75— 13. 2918. —26 — 1425 „ 3691 — 53. —. 1576. 3107. Palicol Paggernaikpoeram Bimilipatnam In't 52. 15 .152. 16. 21. 37. . 75. — 164. 239. 23. 60. 83. 450. 120. — 70. 274- 464„ 738. „ 120„ 202„ 32. 190. „ 136. 326„ 387„295„ 682„ 24. 326„ 550.„ 279„ 179„ 458„ 183„ 161„ 350. 460 „ 248. 708. „ 270„ 227„ 497. 166„ 90. 256„ 159. 102. —26. — 2191 —. 1261. 3452. 1508. „ 1506. 3024. Portonovo. op de Eisschen van geeischen voldaane- en naar Batavia verzondene Lijwaat Pakken; met bijvoeging hoe veel fardeelen buijten de Eijsschen alhier zijn ingezameld, en verzonden, Ensz: Namentlijk. op de Geischte 6798, een zeer gering getal van 322. pakken is ingekomen en verzonden, zoo zijn ook de voors=z Eijsschen onbeantwoord gehouden, om in't vervolg na wensch van dies Complet veorig de e nabeot an Palliacatta In't Casteel Geldria Den 15. Ianuarij A:o 1788. - 1786. - 1786. op de Eisschen van 1707. 1786. op de Eisschen van 1787. E op de Eijsschen van op de Eijsschen van 1736. - 1787. 1786. „ 1787. -- op de Eijsschen, van 1786. - Teheel. 1787. „ 19. -. 57. -. 76. - –. –. . – -. . —. . „ antwoorden, 123 gebrek aan de nodige fondsen, is om 8 „zaak van de gebrekkig inzaam geweest- Wanneer dit vertoog vergeleken word tegen de Eisschen, moet het zekerlijk eene zeer maagere vertoo„ „ning maaken. Maar wij hoopen Ia verwagten van de equiteid, van uwe Hoog Edelheeden, dat Hoog de„ „zelve gunstig zullen nederzien op den staat der fondsen, welke wij geduurende die twee Boekjaaren aan handen hadden; zoo tot het doen van den inzaam als tot goedmaaking der ongelden van dit Gouvernement, en dan flattee„ „ren wij ons vereerd te zullen wor„ „den met een gunstige goedkeu„ ring

NL-HaNA_1.04.02_9704_0166 view scan ↗

English

and the linens have become very expensive since the war. Difficulties there regarding the collection. Jaggernaikpoeram. The price of linens has risen greatly on this coast since the war. Your Right Excellencies will find the fullest evidence of this cited in the letters of the chiefs and our Resolutions. The Jaggernaikpoeram chiefs already complained in their letter of 3 April 1786 that, for lack of cash, they could not get the collection underway, because the merchants not only refused to accept merchandise, but moreover demanded a notable augmentation of 10 percent above the price that the Company had paid there the last time. Adding to give greater weight to the request that this price increase was mostly to be attributed to the large collection of the foreign nations, with the addition that for the coarse guinees, which had fallen completely out of collection, and in order to produce which the weavers had to be put back to work anew, the merchants would have to pay much more. What was expected regarding the demanded augmentation by the merchants there. And as we could neither dispute the general rise in the price of linens nor the reasons adduced for it, we resolved on 9 September 1786 to answer that point to the effect that, although what was adduced rested on reason, it had nevertheless been expected that they might have induced the merchants to a partial satisfaction of the demands, and that provisionally some trade wares would have been accepted, especially if they had humored them with a promise to present their request for a price increase to us. Although one would have to resolve to that. The chiefs have not been able to succeed in making a collection on credit there. For we saw at that time that we would ultimately have to resolve to that, as it also seems to have been understood on the part of the merchants in the contracting of the year 1787. At least the chiefs, serving in answer to our circular letter of 15 April last, say, among other things, [illegible] that the request made to us was granted, but if this should unexpectedly not be so, that they were all ruined, as they were not able to deliver such cloths at those prices because of the dearness of the kapok, to which was added the reckless collection of private individuals who, looking at neither width nor length, accepted everything; whereas they had to deliver linens of proper length and width, which upon sorting were mostly accepted as second and third sort, while the sorting into second or third sort had no place with private individuals, but everything was accepted as first sort; that moreover the Honorable Company, for the first, second, and third sort of bleached common Guinees taken together, paid no more than N: N: P: 81:1/4, whereas the private individuals, whose linens were narrower, shorter, and worse, paid N: N: P: 82:4, and that not in merchandise as was done by us, upon which 10 percent was presently lost, but in cash. Wherefore they earnestly requested the chiefs to present their interests to us in the most favorable manner to prevent their ruin. The merchandise they had received still lay unsold. The late Governor accurately informed himself of the sentiments of the chiefs and the merchants concerning the state of affairs regarding the trade at Jaggernaikpoeram, and assured us that the merchandise received from the Company in anno passato for the delivery of linens still actually lay in part in the merchants' warehouses and was thus a useless capital. How recklessly the private individuals conduct their collection there. Also, the thoroughly experienced merchant in the trade on this coast, Arreton Carrapat, when he came from the North last year, laid open not only to Mr. Blaaukamer but to all of us the reckless manner in which the private individuals collect linens there, paying more for them than the Company and thereby spoiling the market in an irresponsible way, making the workmen insolent and intractable, and at the same time declared that we must not hope for any linens without granting a considerable price increase, because we would always see ourselves forestalled by others who walk about with cash and are more than reckless in accepting cloths, considering that the Company mostly paid in presently unwanted merchandise, made more strictly defined contracts, and was more difficult in the acceptance, taking even by indulgence [illegible] for second sort, whereas private individuals accepted linens of 18 poenjangs which they paid for as 23. Business held regarding the request of the merchants there. Concerning the aforementioned request of the merchants and the weighty reasons they adduce for it, we deliberated on 17 January, and following the previous advice of Governor Blaaukamer, resolved, subject to the favorable approval of Your Right Excellencies, which we hereby respectfully implore, to grant to the merchants of the white linens a price increase of 10 percent on the bleached common guinees, and of 5 percent on the old sort Company guinees: under this condition, however, that they [illegible] those prices

Dutch transcription

en de zijmantn zijn zeder den onm 9 „log zeer verduurd. moeijlijk eden daar ontrent 10. Iaggermaik p:rn ontmoed. „ring. - De prijs der lijwaaten, is see„ „dert den oorlog ter deezer kuste zeer gereezen Hier van zullen uwe Hoog Edelheden de volko„ „menste bewijzen geciteerd vinden bij de brieven der opperhoofden en onze Resolutien De Iaggernaikpoeram„ „sche opperhoofden klaag den reede bij hunne brief van den 3. April 1786. , dat zij mitsgebrek van Contanten, den inzaam niet konden aan den gang brengen, wijl 125 vervorlg wijl de kooplieden, niet alleen geen koopmanschappen accep„ „teeren wilde, maar daar en boven nog een notable augmentatie vorderde van 10. percent, boven den prijs, die de Compagnie al„ „daar de laastemaal betaald had. zeggende tot meerder aandrang van ii't verzoek, dat die prijs ver„ „hooging, veel al toeteschrijven was aan den grooten inzaam Natien, onder bij„ der vreemde „voeging dat voor het grove qui„ „nees dat ten eenemaal buijten den inzaam geraakt was, en om het welk aantemaaken de 11. wat men nopens de gevorderde augmen„ „tatie door de Coopl: aldaar, hadt vervragt. de wevers op nieuw weder aan het werk moesten gebragt worden, de kooplieden nog veel meer zou„ „den moeten betaalen. En wijl wij de algemeene stijge„ „ring van den prijs der Lijwaaten, nog de daar voor bij gebragte re„ „denen, konde tegenspreeken, besloo„ „ten wij op den 9:' September 1786, die post dusdaanig te beantwoor„ „de, dat Schoon het daar voor bij„ „gebragte op rede steunde, men egt verwagt hadt, dat zij de koop„ „lieden zouden hebben kunnen bewegen, tot eene gedeeltelijk vol„ „doening der Eisschen, en dat daar Op v 127 schoon ome daartoe melzon 12. moeten resolveeren de opperhoofde obben mit 13. konnen slagen, om een inzaam op Creditle daer. op provisioneel eenig handel waa„ „ven zouden geaccepteerd geworden zijn, voornaamentlijk zoo zij hun gepraaid hadden, met belofte van hun verzoek om prijs verhoging ons te zullen voordraagen. Want wij toen ter tijd, als zagen dat wij daar toe eindelijk zouden moe„ „ten resolveeren, zoo als het ook van de zijde der kooplieden schijnt begreepen te zijn, bij de Contractatie van den Jaare 1787. —. Ten minsten de opperhoofden in antwoord dienende op ons Circulaire schrijven van den 15: April Iongstleden zeggen, onder ande„ ven „ 56 bas Contrahu„ haar ingelrgte besmargeff in aan ons gedaan, toegestaan was, dog zoo dit onverhoopt zodanig niet en was, dat zij dan alle ge„ „ruineerd waren, alzoo zij niet in staat waren zulke doeken tegen die prijzen te leeveren, om de duurte van het Capok, waar bij nog kwan de onbezonnen inzaam van particulieren, die na geen breete of lang- te ziende, alles accepteer„ „den; daar zij Lijwaaten moesten le„ „veren van behoorlijke lengte en breete, welke dan bij sortatie nog meest voor tweed - en derde soort geaccepteerd wierden, daar het maaken van tweede of derde soort bij particuliere 431 vorortg paerticulieren, geen plaats had, maan alles geaccepteerd wierd voor eerste soort, dat daaren boven de E: Comp: voor de eerste, tweede en derde soort Guinees gemeen gebleekt, door den anderen geslagen, niet meer betaal„ „den als N: N: P: :o 81:1/: daar de par„ „ticulieren welkers lijwaaten smalder korten en slegter wa„ „ren N: N: P: J:o 82:4. betaalden, en dat niet in Coopmanschappen zoo als door ons geschiede, en waar op tans 10. p„r Cent verlooren wierd, maar in Contant geld. waarom zij de opperhoofden ernstig ver„ „sogten, hunne belangens aan ons E E de Copmans z: de zijn d: prs ontvangen hadden, lagen onog onverkogt; ons op het favorabelste voor te dra „gen, tot prexentie van haaren ondergang. Den overledene Heer Gezagheb „ber heeft zig in de-sentent van de opperhoofden en de kooplieden naaukeurig geinformeerd na den staat der zaaken, den handel op Iaggernaikpoeram betreffende, en ons verzekerd, dat de koopmanschappen in Anno passato van de Comp=e ontvan„ „gen op leverancie van lijwaaten nog werkelijk voor een gedeelte in der kooplieden pakhuijzen lagen„ en dus een nutteloos Capitail was„ Ook 13 33 hoe onbe suisd de particuleren haaren inzaam aldaar doen, Ook heeft den door en door„ „kundigen koopman in den han„ „del op deeze kust Arreton Carra„ „pat, wanneer hij voorlede Iaar van de Noord kwam, niet alleen voor den Heer Blaaukamer maar voor ons alle opengelegd de on„ besuide manier, waar op de parti„ „culiere aldaar Lijwaaten in zaa„ „melen, die zij duurder als de Comp: betaald en daar door op eene onver„ „antwoordelijke wijse de market be„ „durven, en het werk- volk brutaal en onhandelbaar maakten, maar teffens verklaard, dat wij op geen lijwaaten moesten hoopen, zonder „ eene G „wilde Coopmansz: betaald, §. 16 gehoudene besoigne over: het overzoek der Coopl: aldaar. eene aanzienlijke prijs verhooging toe testaan, uit hoofden wij ons altoos zouden voorgekomen zien door anderen, die met Contant geld vondloopen, en meer als facu Ia onbezonnen in het accepteeren daard E Comtin tijendel ontong„n van doeken zijn, gemerkt de Comp meest al, miet 'tans ongewilde koop „manschappen betaalde, naauw be„ „paalder Contracten maakte, en dif„ „ficielder was in de accaptatie: neemen „de zelfs, bij gratie geenderde voor tweede Soort, daar particuliere aan„ „naamen Lijwaaten van 18. –. poenjangs die zij voor 23: betaalde. —. dog Over het voorschreeve versoek van 131 lijwaaten, dez onder welke mits„ K de van de kooplieden en de gewigtige redenen die zij daar voor bij bren„ „gen hebben, wij op den 17: Ianuarij gebesoigneerd, mitsgaders op het preadries van den Heer gezaghebber Blaaukamer beslooten, om op gunstige approbatie van Uwe hoog Edelheden, waar om wij bij deezen met eerbied imploreeren aan de kooplieden van de witte ngstan pij voeginge man gen lijwaaten toetestaan, een prijs ver„ „hooging van 10: p:rCent op het qui„ „nees gemeen gebleekt, en van 5. percent op het guinees Compag„ „niet oude soort: Onder deeze voor„ „waarde nogtans, dat zij die prijzen

NL-HaNA_1.04.02_9704_0176 view scan ↗

English

...made delivery of... on fine goods, prices will decrease again as soon as circumstances improve, whereupon we have recommended the chiefs to be attentive. The company of suppliers of the red cloths, in order to demonstrate their affection for the Honorable Company, have since the year 1781 made collections of fine goods from their private purses for the Company, of which there have been delivered by them into the Company's warehouses at Jaggernaikpoeram for an amount of 132 What those suppliers have desired in that regard of Pagodas 15782:-, whereupon, as appears from the chiefs' letter of the 21st of January of the past year, they have requested to be allowed to charge the interest of one percent per month from the time that they had disbursed that money until the day of payment, and that there might also thus be reimbursed to them the coolie wages to an amount of Madras Pagodas 212: 12., paid by them for the transport of the aforementioned goods out of the bay of Wittepalum over the land-road to Jaggernaikpoeram, since the same since those linens before the war were always collected with the Company's vessels. We have considered both of these requests to be very reasonable, and thus also on the aforementioned 17th of January decided to authorize the chiefs to make the payment of the one and the other. We hope that Your Right Nobilities will also be pleased to approve this resolution, which is entirely reasonable and, moreover, grounded upon our circular letter of the 139 and why all the more. Estimate of the difficult 21. collection at Bimilipatnam. the 15th of April 1787; especially since § 19. we have hope that they will allow themselves to be persuaded to receive the amount due to them in merchandise. § 20. Against which they have made various objections, according to the advices of the chiefs of the 19th of August last. The Bimilipatnam chiefs have also had to struggle with very many difficulties Continuation difficulties before they could bring the collection there back under way, on account of the large purchases that have been made there for the account of private English, French, and Danish merchants, because particularly the French there purchased for cash payment whatever they could find on the looms, without looking to quality, length, or width; for this had to make the collection for our Company very difficult, because the chiefs, on the other hand, 141 had nothing to offer except merchandise. Nevertheless, they have succeeded on the 28th of March 1786 and the ultimate of June 1787 in contracting upon the requisitions of those years for the prices paid in the year 1781, whereupon the merchants have already delivered a considerable quantity. How much cloths, we cannot accurately determine, because we still lack the settlements for 1787, but we trust that the amount of the merchandise furnished to them The merchants of that office 23. show to this day their affection. 24. What has been granted to accommodate the Jaggernaikpoeram merchants. furnished, will be completely fulfilled in sound cloths. Upright and well-meaning merchants, such as those of Bimilipatnam prove until now to be, deserve all encouragement from our side, especially now, because upon the opening of navigation we shall once again be able to send nothing else thither but unwanted merchandise in fulfillment of the Indian requisition for this year. This we have, 143 will be approved. in our held consultation concerning that office on the 17th of January last, also considered, and therefore resolved to agree to the proposed request of the merchants, to be allowed to let 7 packs of fine guinees and 9 bales of Company's guinees, old sort, delivered in excess of the requisition for the year 1787, serve to complete the requisition for the year 1786, provided that number does not exceed what was demanded of it in the requisitions sent over: which arrangement, although aforementioned and Bimilipatnam. § 25. Why no contract could be made here and at the other factories for 1786. although contrary to the order, we hope that Your Right Nobilities will likewise be pleased to approve, for the reasons that we have adduced for it; this much, with respect to the collection of linens at both the aforementioned offices. We, on the other hand, for lack of money and sufficient merchandise, have not been able to make any contract of linens here for the year 1786; for that same reason, it was also impossible 145 contract made of 30 packs. Doubt whether one will succeed better this year. § 26. at the offices of Sadras, Palicol, and Portonovo. But in the past year we made a small contract here of only 30 packs of linens, which have as yet been only partially delivered; although we granted to the supplier an augmentation of 3 percent on the prices paid here before the war, and moreover had also paid half of the delivery in cash. Whether we shall succeed better this year, through lack of necessary funds. is doubtful; our funds consist for the present in currently unwanted merchandise, and are moreover far from sufficient to make the collection general over all our factories, as we would gladly wish to do; for we can very well understand how hard it must have fallen upon the chiefs of Sadras and Palicol, as well as the Resident of Portonovo, to have been able to make no collection until now, for lack of funds.

Dutch transcription

gedan lenerent op rdto / aan gezaaide goederen, prijzen weder verminderen zullen, zoo dra de omstandigheden verbe„ „teren, waarop wij de opperhoofden gerecommandeerd hebben attentte zijn Het gezelschap der leveranciers van de roode doeken, hebben on hunne zugt voor de E: Comp: te betoonen, sedert den Jaare 1781 uit hunne prive beurzen inzaam voor de Compagnie gedaan van gezaaide goederen, waar van door hun in Compagnies pakhuise op Iaggernaikpoeram gele„ „verd zijn, voor een bedraagen van 132 wat die levoranciens dierwegens wvenseigt hebben, van Pr:o15782:- waarop zij blij„ „kens der opperhoofden brief van den 21: Januarij A:o p:o ver„ „zogt hebben, den interest van een pr Cent 'smaands te mogen berekenen, van den tijd dat zij dat geld verschooten had„ „den, tot den dag der betaaling toe, en dat dus meede aan hun mogt worden vergoed de koeli„ „loonen tot een bedraagen van M: D: P: r: 212: 12. , door haar be„ „taald voor transport der voor„ „schreeven goederen uijt de bogt van wintepalum over den lan„ „weg na Iaggernaikpoeram alzoo gedaan aor dangins 1 18 hhet zelve. „inna, alzoo die lywaaten voor den Oorlog altoos afgehaald wier„ „den met Compagnies vaartui„ „gen. Wij hebben beide deeze ver„ „zoeken voor zeer billijk aan„ „gezien, en dus almeede op den voorschreeven 17: Ianuarij be„ „slooten, de opperhoofden tot de afbetaaling van het een hoop van H: F: Eulhapprobatie re en ander te qualificeeren. Wij hoopen dat uwe Hoog Edel „heden in dit besluijt dat allezins billijk, en daar en boven gegrond is, op ons Circulair aanschrijven van en den 139 en waarom te meer. Overslag van den ondeijelijke 21. inzaam te Bimilipatnam den 15. April 1787. mede zullen ge„ § 19 „ lieven goed te keuren; voor al daar wij hoope hebben dat zij zig zullen laaten beweegen, om het hun Competeerend bedraagen in koopmanschappen te ont„ „vangen. § 20. Waartegen zij verscheide Zwaa„ „righeden gemaakt hebben vol„ „gens der opperhoofden advi„ „sen van den 19. augustus laast„ „leeden. - De Bimilipatnamsche opperhoofden hebben meede te worstelen gehad met zeer veel Deel Vervolg veel zwaarigheden, eer zij den inzaam aldaar, weder konde aan den gang brengen, om den grooten inkoop die daargeschied is, voor reekening van narticu„ „liere Engelsche, Fransche en Deensche Negotianten, wijl de voornaamentlijk de Fran„ „sche aldaar voor Contante betaaling ingekogten, wat ze maar op de werff getouwen von „den, zonder na deugd, leng te of breete te zien, want dit den inzaam voor onze Compag„ „nie zeer moeijelijke maaken moest, wijl de opperhoofden daarentegen 141 1 daaren tegen niets aan te bieden als koopmanschappen. den zienta ten getots 2 Even wel is het hun gelukt op den 28. Maart 1786. in Ult=o Iunij 1787. aanbesteding te doen op de petitien van die Iaaren voor de prijzen in anno 1781. be„ „taald, waarop de marchandeurs bereeds een aanzienlijke quan„ „geleeverd hebben, Hloe veel kun„ nen. „titeijt derken, wij niet naau„ „keurig bepaalen, wijl ons nog manqueeren de afreekeningen voor 1787. maar wij vertrouwen dat het bedraagen van de koop„ „manschappen die aan hun verstrekt H de Cooplieden van dat Comptoan 23. bestonen als nag aar ijnighijd 24. wat men tot gemoed koming der Iaggernp: Cooplieden heeft geaccordeerd, verstrekt geworden zijn, Com„ „pleet zullen voldaan zijn in deugdzaame doeken. — 7 Overige en wel meenende koop¬ „lieden, zoo als die van Bimi„ „lipatnam betoonen tot nog toe te zijn, verdienen alle aanmoe„ „diging van onze zijde, voornoe„ „mentlijk nu, want wij bij het opengaan van de vaart alwe„ „der niets anders na derwaarts zullen kunnen zenden, als on„ „gewilde koopmanschappen in voldoening van den Indischen Eisch voor dit Iaar. Dit heb„ „ben hooft 143 zullen werden goed gekeurd, „bensowij, bij onze gehoude besorg„ „ne over dat Comptoir op den 17. Ianuarij Iongstleden mede geconsidereerd, en daarom be„ „sloten in het voorgedraagen verzoek der kooplieden te accor„ „deeren, om 7. - Pakken guinees fijn en 9. –. baalen guinees Comp: oude soort, op den eisch voor anno 1787. te veel geleverd, te mogen doen dienen tot Comple„ „tering van den Eisch voor an„ „no 1786. zoo dat getal niet sur„ „monteerd, wat daar van gevor„ „derd is bij de overgezonde Eis„ hofde dat den schiking den As as schen: Welke schikking, Schoon 21 ggem: en Bimilipatham § 25 Waarom men hieren op de overige factorijen geen star damn hadt Wonnendom voor 1706. Schoonstrijdig met de ordre wi hoopen dat uwe Hoog Edelhee „den almede zullen gelieven goedte keuren, om de redenen die wij daar voor hebben bij afhandiling vanden ijnatn ank an gebragt; Dus veel, met op„ „zigt tot den inzaam van Zij„ „waaten op beide de voormelde Comptoiren. — Wij hebben daar en tegen uit gebrek van geld en genoegzaa„ „me koopmanschappen, al„ „hier geen aanbesteding van lijwaaten kunnen doen, voor den Iaare 1786. ook was dit om die eige rede, ook ondeen„ „lijk 145 „ding gedaan van 30. pakken. „wyjtseling of men van dit Jaar„ § 26. varinne beter slagen zal, „lijk op de Comptoiren Padrag, d: : heftmen ien sigjken an tst Palicol en Portonovo. Dog in het gepasseerde Jaar hebben wij hier een klijne aanbesteeding gedaan van slegts 30: pakken Lijwaaten, die nog maar ge„ „deeltelijk voldaan geworden zijn; schoon wij aan den Le„ „verancier een augmentatie van 3. percent, op de prijzen, alhier voor den Oorlog betaald, geaccordeerd, en daaren boven nog de helft van de leverancie in Contant voldaan hadden Van Of wij van dit Jaar beeter slaagen ƒ 11 E „ door gehoek aan nodige ondsen, slaagen zullen, is twijffelagt onze fondsen bestaan voor als nog in thans ongewilde koopmanschappen, en zijn bo„ „ven dien in verre na niet toe„ „rijkende om den inzaam al „gemeen te maaken over alle onze Factorijen; zoo als wij gaarne wenschte te doen, want wij kunnen zeer wel nagaan hoe hard het de opperhoofden van Sadra en Palicol, mits„ „gaders den Resident van Portonovo moet gevallen heb„ „ben tot nog toe geen inzaam te kunnen doen uit gebrek van van

NL-HaNA_1.04.02_9704_0187 view scan ↗

English

Fear that the merchants, weavers and washers will alienate from us. Demands of India sent to the factories. Paragraph 27. of funds, and how detrimental this must also be to the interest of the Company, is very easy to trace; for if this shortage lasts longer, it must entirely alienate the merchants, the weavers and washers from us, whereby it is to be feared that they will depart to other places in order to find their livelihood. The Extract Demands of returns for India for this year we have sent to the respective factories to be contracted, if it is possible for the old prices. Demand for the Homeland withheld and why. Report of the suffered damage in the storm at Iaggernaikpoeram. Paragraph 28. But regarding the Demand for the Homeland, we have judged it best not to send any Extracts, as long as we do not have the means at hand to be able to push through the collection, seeing that the prestige of the Company would be declined too much among the native population by a vain contracting. In the dreadful storm of 20 and 21 May, the Company at Iaggernaikpoeram has suffered a heavy loss, especially in its linens: for 37 bales were washed away and all the others became thoroughly wet; of that which was lost in great quantity, both in linens and merchandise, we have had a distinct statement drawn up, which goes over among the appendices of this; from which we have seen with regret that this loss alone has amounted to f 30710. 14. 8. or with the cost of the Gurab de Hoop to f 11733: 2. 8. f 42443: 17. -. which one may truly well call important. Fear that this will not yet be all. Because one has no favorable opinion of the cotton blankets sent to Batavia. Paragraph 30. And we fear that this will not yet be all, for we have not yet received any reports on how it turned out with the linens that had to be rewashed again: for which we are apprehensive. At least we have no favorable opinion of the cotton blankets that were brought here with the sloop de Fortuna in anno [illegible] and of those with the Valk from here. Paragraph 31. Of 31 bales which were opened and inspected here from that parcel, 280 blankets were found suffocated and rotten, because the gunny of the bales that lay in the bottom tier was found rotten, caused by poor stowage; and therefore we fear with reason for those that were sent with the ship de Valk. Damage to be compensated. On 5 January served the report submitted on that matter, whereupon we resolved to have the aforesaid 280 pieces of blankets sold by public auction for the current value, and to have the loss that was to fall on the half, being 14 pieces of large and 14 pieces of small blankets, which had become spoiled by the careless stowage, compensated by the owner of that vessel with 25 percent advance; as well as to charge one piece found missing in bale No. 160 to Iaggernaikpoeram, to be compensated by the packers. Yet the chiefs acquitted of the damage fallen on the remaining blankets, and such subject to approval of Your Right Excellencies. Paragraph 33. But regarding the remaining 145 pieces of small and 160 pieces of large blankets, which we presume were sent in such condition from Iaggernaikpoeram, there came into our consideration that which was made known by the chiefs, specially with respect to the blankets, in their letter of 19 July, concerning the possibility that the salinity contracted in the storm and inundation of 20 May might well have drawn into the cotton, and after repacking could cause rotting, for which they could just as little as the packers be held accountable; and therefore we resolved, both for that reason and because it is undeniably true that goods once soaked through with salt water can never be dried so well that, especially when they are packed one upon the other, they would not break out again, to provisionally or subject to the favorable approval of Your Right Excellencies acquit the Iaggernaikpoeram chiefs of all responsibility in that regard; which resolution we hope that Your Right Excellencies will please to approve favorably, for it would fall too hard on the servants, who have suffered such heavy losses in their private capacity, to still have to compensate the damage or decay that was afterwards discovered on Company goods, because this is to be held for nothing other than notorious consequences of that misfortune. Report of the great decline in the sale of trade goods in anno 1785/6 and 1786/7. Insertion of a short demonstration of the same. Paragraph 34. Lack of sought-after merchandise on the one hand, and impoverishment on the other hand of all inhabitants across the entire coast, are in our humble opinion the two fundamental causes of the great decline in the sale of trade goods across all Coromandel, and thus we hope that Your Right Excellencies will comfort yourselves with the small profits that we have obtained on the sales of anno 1785/6 and 1786/7. Demonstration of the profits on the sold goods. In the first-mentioned financial year, as far as we can gather from the trade papers at hand here, there was gained on the sold merchandise across the entire coast f 180777. 15. - and in anno 1786/7 f 115145. -. or in both financial years together f 295922. 15. -, as can be seen further in the following short demonstration, which we take the liberty, for greater elucidation,

Dutch transcription

142 1 „Vreeze dat de koopl:, mavens en wasschers van ons overvreemden zullen Reijschen ven ndia gjnegten 27 27 na de Comploiren verzonden, van fondsen, en hoe nadeelig dit meede weezen moet voor het be„ „lang van de Compagnies, is zeer ligt na te gaan; want zoo dit gebrek langer duurt moet het de kooplieden, de weevers en wasschers ten eenemaal van ons vervreemden, waar door het te vreezen is, dat zij na an„ „dere plaatzen vertrekken zul„ „len, om hun bestaan te vinden De Extract Eisschen van retouren voor Jndie en dit Jaar hebben wij na de respective Factorijen afgezonden om aanbesteed E den dies voort Patria riet„ en waarom, verslag van de geleedene scha „de in de storm op Iaggernaik p=r 29 aanbesteed te worden, is het mog „lijk voor de oude prijzen. § 28. Dog van den Eisch pro Patria hebben wij best geoordeeld, geen Extrac„ „ten aftezenden, zoo lang wij het ver„ „mogen niet aan handen hebben, om den inzaam te kunnen door zetten, gemaakt het aanzien van de Mtaat„ „schappij, door eene vergeefsche aanbe„ „steeding te zeer gedeclineerd word. bij den inlander. —. In den ontzaggelijken storm van den 20: en 21: Mai heeft de Compagnie op Iaggernaik poeram een 49 14 hoer gotdat Rentes ont in tetand: een zwaar verlies geleeden, voor al in haare Lijwaaten: wanter 37. -. pakken van weggespoelden al de andere door en door nat geworden geworden zijn; van het geen veeel verlooren geraakt is, zoo aan lij„ „waaten als koopmanschappen hebben wij eene disticte op gaave laaten formeeren, die onder de bijlaagen deezes overgaat; waar uit wij met leetweezen hebben ge„ „zien, dat dit verlies alleen bedraa„ ƒ 30710. 14. 8. „gen heeft. of met het kostende van de Goerab de Hoop tot - - - - -„ 11733: 2. 8. ƒ42443:17. -. het geen men waarlijk wel in„ wel portant - vreeze dat dit nog niet het al zal weesen. 30 om dat men geen Carronble gedan hen heeft, van de gecattoeneerde deekens; „tavids verzonden zijn, hortant noemen mag En wij vrea dat dit, het nog niet al zal weezen want wij hebben nog geen rap„ „porten ontvangen, hoe het alge„ „loopen is met de Lijwaaten, die weder hebben moeten herwasschen worden: waar voor wij bedugt zijn. Ten minsten wij hebben geen fa„ „dut „vorable gedagten van de gekat„ „toeneerde deekens, die met het sloepje de Fortuna in anno f=o en van den welke met de alckaa van alhier aangebragt zijn. — §31: Van 31 pakk:s welke uit die partij al„ „hier geopend en bezigtigd zijn, „ 280 om 51 15 15 „ d Ht„ atensaijn en en 32. dato verdaen doen vergoeden, omrede de goenie van de pakken die in de onderste laag laagen, ver„ „rot bevonden was, veroorzaakt door een slegte stuwasie, zijn ver„ „stikt en verrot bevonden 280. dee„ „kens, en daarom vreezen wij met rede, voor die welke met het schip de valck verzonden zijn. Op den 5. Januarij dienden van het daarom overgegeven rapport, waarop wij beslootende voorsz: 280: stuks dekens per publicque vendutie voor het geldende te laa„ „ten verkoopen, en het verlies dat en het verbispenge de balven stond te vallen op 14. p:s groote en dog de oppert: wijgespoorken 33. van de schade op de overige deekens gevallen en 14. p:s klijne deekens, welke door de zorgeloose stuwazie bedurven geraakt waaren, door den eigenaar van dat vaartuig te laaten vergo „den met 25. percent advans; mits„ „gaders een stuk in het pak N o 160. te min bevonden Iagger naik„ „poerams aan te reekenen, om door de afpakkers vergoed te worden: Maar omtrent de overige 145. p=s kleine en 160: p:s groote dee„ „kent, welke wij veronderstellen, dat zoodanig van Iagger„ „naikkoeram afgezonden zijn, is bij ons in Consideratie geko„ men 153 Noorlig men, het geen door de opperhoofden, speciaal met opzigt tot de Com„ „baarsen te kennen gegeeven is, bij hunnen brief van den 19. Iulij aangaande de mogelijkheijd, dat de /:in den Storm en overstrooming van den 20: Mai:/ gecontracteerde ziltigheid, wel mogelijk in de kapor kon getrokken zijn, en nade her„ „pakking verrotting veroorzaaken kan, waar voor zij even zo min als de afpakkers verantwoordelijk konden gehouden worden, en derhalven be„ sloten wij zoo om die rede, als om dat het onlockenbaar waar is, dat goederen eenmaal door weekt van zout water, nimmer zoo wel kunnen gedooogd gedroogd worden, dat zij voor al als ze op den anderen gepakt zijn, niet weder zoude uitslaan, de Jagger naikpoe„ en zulke appobatie an H: A Ed: 2: wamsche opperhoofden provisioneel of op gunstige approbatie van uwe Hoog Edelheden van alle verantwoor„ „ding daaromtrent vrij te spreeken, welk besluijt wij hoopen dat uwe Hoog Edelheden gunstig zullen gelieven te approbeeren, want het de bedienden die in hun particulier zul„ „ lb: 17 „ke zwaare verliezen geleden, hebben, te hard zou vallen, nog te moeten ver„ „goeden de schaade of het bederf dat naderhand aan Compagnies goederen werdt ontdekt, want dit voor niet anders te houden is, als voor notoirgevolgen in van 155 eversla van het mont verval g 34. in den verkoop der handelin have d 178: en 1780 insertie van een korte demonstratie dezlv van dat ongeval. Gebrek van gewilde koopmanschappen aan de eene zijde, en verarreming aan den anderen kant van alle inwooners over de gansche kust, zijn na on„ „zegeringe gedagte de twee fundamenteele oorzaake„ van het groot verval in den Verkoop van handelwaaren over gans Chormandel, en dus hoopen wij dat uwe Hoog Edel heden zig getwoo „ten zullen de geringe winsten die wij op den ver„ „tier van A:o 17857/6. en 1786/7: behaald hebben AMa toningde omistenop de n In het eerst gemelde boekjaar, is voor zo ver wij uijt de hier aan handen zijnde negotie papieren kunnen, over opmaaken de gansche kust op de verkogte koop„ „manschappen gewonnen ƒ180777. 15. - en in Ab: 175 /. ƒ115145. –. of in de beide boekjaaren te samen ƒ29592:15: gelijk nader te zien is bij de ondervolgende korte de„ „monstratie, die wij de vrijheijd neemen, ter meerder elucidatie N

NL-HaNA_1.04.02_9704_0196 view scan ↗

English

elucidation of Your High Nobilities to insert herewith. Anno 1785/6. At Palliacatta. - -. Sadraspatnam. . . . . - ƒ 15202: 9. 8. Portonovo. ƒ 24808. 9. - Iaggernaikpoeram. Anno 1786/7. At Palliacatta. 1706: 7. -. Sadraspatnam- Portonovo - - Iaggernaikpoeram. - - ƒ 32184:15.- Bimilipatnam - - - - ƒ 56445:9: — ƒ 15145. - or In total ƒ 295912: 15. ƒ 52186. 5. 8. 352. 2. 8. ƒ 77518. 15. 8. Bimilipatnam - - - - - ƒ 35518. 2. — ƒ 180777:15.:-. We 157 § 236 Complaints made about the scarcity of nutmegs and mace. - Sale made of 588 lb of worm-eaten nutmegs. 38: Item of arrack brought per De Valk in the past year. We have complained in all our letters about the great scarcity that existed on this coast of nutmegs and mace; we shall now cite the most vivid proof thereof. On the 3rd of July 1786, we sold at Company's price all the worm-eaten nutmegs that we had on hand here and that had been garbled out of the sold parcels, to a quantity of 588 lb; which sale, although contrary to orders, we hope Your High Nobilities will be pleased to approve, since the Company has derived an unexpected small profit from it of ƒ 1653. 15. -. The arrack that was brought here with the ship De Valck in the past year, we have, pursuant to the resolution of the 20th of November, 39 The sugars and copper remain yet unsold. Which hope one nevertheless has in that regard, through the supply of nutmegs and mace. sold to the Master of Equipage at Madras, Mr. John Hall, for 26 star pagodas per leaguer, or with an advance of 28 3/8 percent, which was the highest bid that had yet been offered. However, the sugar and the Japanese bar copper remain yet unsold in the warehouses. We have also, up to now, been able to dispose of no or few cloves. But with all this, we hope that the trade of this year will lift its head a little, especially if we might be so fortunate as to still be provided in good time with an ample and sufficient quantity of nutmegs and mace. Upon this everything would depend. 159 § 40. § 41: Wherewith the second of Bimilipatnam gives at least the greatest hope in his letter of the 26th of September 1787; and thus we flattered ourselves with that agreeable expectation of being able to show a considerably larger display of profits at the close of the currently running trading year. Meanwhile, according to yearly custom, we take the liberty to demonstrate in the following general summaries what the weighed-out and sold parcels in the two most recently elapsed trading years, both here and at the subordinate factories, have consisted of, namely: 215 General summary of the sold merchandise, with an indication of their cost prices, selling prices, and achieved advances. From the Main Cash Treasury Gold by weight. 539 lb 5 [illegible] 216 mg weight in gold by weight at 68 bars from the parcel brought per the ship De Castor from Batavia in the year 1786. Cash 3845 pieces of Mexican reals from the parcel brought per the ship De Both from Galle in the year 1785. 8000 Spanish head-pieces from the parcel brought per the ship De Castor in the year 1786. From the Trade Warehouses. European Merchandise: 37 [illegible] Hoop iron 1 chest with medicines Fine Spices: 221 lb mace 20522 3/6 lb clove spices 5074 1/2 lb nutmegs 3/8 lb cinnamon 1582 lb Dutch iron 26 lb Dutch nails 14 3/4 lb yellow sheet copper Indian Trade Goods: 151328 7/8 lb Japanese bar copper, of which: 69134 1/8 lb brought by the Honorable Company to Batavia 82194 1/2 lb purchased from the Japanese Chief 1922 7/8 lb candy sugar from the Provision Warehouse 303 leaguers or 117564 cans of arrack api, namely: 223 leaguers or 86524 cans brought in the year 1785 80 leaguers or 31040 cans brought in the year 1786 per the ship De Castor 54140 lb Batavian rice 4958 7/8 lb powdered sugar 23666 7/18 lb spelter 1059 lb Satsuma camphor 2 bundles of binding rattans at 5 percent commission for Your High Nobilities' High Indian Government, favorably granted to the Governor and Second, as well as to the Chiefs of the Offices, upon the trade of Palliacatta in the Castle

Dutch transcription

elucidatie van uwe Hoog Edelheeden bij deezen te insereeren. Anno 1785/6. Te Palliacatta. - -. Sadraspatnam. . . . . - „ 15202: 9. 8. Portonovo. „Iaggernaikpoeram. Anno 1786/7. „24808. 9. - Te Palliacatta. 1706: 7. -. „ Sadraspatnam- „ Portonovo - - „ Iaggernaikpoeram. - - „ 32184:15.- Bimilipatnam - - - - „ 56445:9: —„15145. - - of In't geheel ƒ295912: 15. ƒ52186. 5. 8. 352. 2. 8. „ 77518. 15. 8. Bimilipatnam - - - - - „ 35518. 2. — ƒ180777:15.:-. dek Wij noot nooten 157 § 236 dekrer gedaan kelagten ve e otg bordj aan morten en foelij. - gedaane ven kor ovan 6080n b. d 37. vermijterde nooten. 38: item van arrak per de Valk in a: p:s vangebragt:. Wij hebben bi alle onze brieven geklaagd, over het groot gebrek dat er op deeze kust, was, van nooten musschaaten en foelij wij zullen er tans van Citeeren het aller levendigs te bewijs„ Op: den 3: Julij 1786, hebben wij vor Com„ „pagnies prijs verkogt alle de vermijterde= nooten, die wij hier aan handen hadden, en uit de verkogte partijen gegarbuleerd waren„ tot een quantiteit van 588: lb:, welke ver„ „koop, schoonstrijdig met de ordre, wij hoo„ „pen dat uwe Hoog Edelheden zullen ge„ „lieven goed te keuren; wijl 'er de Compagnie een onverwagt voordeeltje op behaald heeft. van ƒ1653. 15. -. De arrak die met het schip de valck in anno passato alhier aangebragt is, hebben wij volgens besluit van den 20 din de Zuikeren het kopen 39 leggen nog onverkogt. „let. welke hoope men egter daaromtrond heeft, door het gerief van noten en Joulij 20: November verkogt aan den Equipagimees„ „ter te Madras M=r John Hall voor 26. ster pagoden de Legger, of met een arans van 28: 3/8. prCent, het geen het hoogst: bod was dat nog was geboden. Dog de zuiker, en het Iapansch staaf kooper, legt nog onverkogt in de Pakhui„ en an wijnijagule von dehanden„n zen. Ook hebben wij tot nog toe geen of weijnig nagelen kunnen van de hand zetten. Maar met dit alles, hoopen wij dat den handel van dit Jaar, het hoofd een wijnig zal op beuren, vooral zoo wij zoo gelukkig mogten zijn, van nog tijdig te kunnen worden voor zien van een genoegzaame toerijkende quantiteijt nooten en foelij Hier van zou alles dependeeren Ten E waar 59 159 8 40. lipatnambij otk rleijd. -. §41: waarmede den secunde van Bnni, Den minsten den Secunde van Bimili„ „patnam geeft daarom trend de Grootste hoop bij zijnen brief van den 26: Sep: 1737. en dus streeken wij ons met die aange„ „naame verwagting van een vrij aan„ „zienlijker vertooning van winsten te zullen kunnen geeven bij het eindigen van het tans loopend handeljaar Ondertusschen neemen wij na Iaar„ „lijksche gewoonte de vrijheid bij de on„ „dervolgende generaale Sommariums aan te toonen, waar in de uitgewogen en verkogte partijen in de twe Iongst afgeloope handeljaaren, zoo hier als op de onderhoorige Factorijen bestaan hebben, naamentlijk Generaale E al Saan 215 Generaal Sommarium der verkogte Coopmanschappen aanwijsing van derselver kostende, verkoops Prijsen in behaalde advan Uit de Groote Geld Cassa Goud bij gewigt. 539. – 5. 216. mg: w: Aan goud bij gewigt â 68. staaven uijt de Parthij P:r 't schip de Castor: 2 in lb: 1786. van Batavia aangebragt mij Contanten 3845. – stuks Mejic aanen uit de parthij p:r 't schip De Both van gale Aangebragt in A:o 1785. stx: 8000. –. _:o spaans Aan kopstukken uit de parthij per 't schip de Castor in a:o 1786. aangeboegd„ Uit de Negotie Pakhuijsen. Europasche Coopmansz: 37:1:- „ Hoep ijzer - - -- 1. —. kist met medicamenten.. Fijne Specerijen. — „ 221:-: lb: foelij of macis - - - - - 20522 3/6. — „ Garioffel nagulen - - - - 5074.½. „ Nooten muschaaten - - - - - 3/8. „ Canneel - 1582. —: lb: ijzer Hollands - - - - - - - - - - - - - - - - - - lb: 26. . „ spijkers phollands - - - - - - - - - - - - - - - - - 14.¾. „ Plat kooper geel - - - - - - - - - - - - - - - - - Indiasche Handelwhaaren. 151328. 7/8. lb: Staaf kooper Iapans hier van. 69134:1/8. lb:s door de E: Comp: te batavia Aangebragt - - - - - - - - - lb: 82194. ½. „ „ „ „ „ van 't Iapans opperhoofd Ingekogt - - - - - - - „ 1922. 7/8. „ Candij zuijker 5: j„ Provisie Maguazijn J Uyl =Legg:s of 117564. kannen Aracq Apij, te weeten . - - - - Leggers. 223. – Legg:s of 86524. kann: in a:o 1785. aangebragt 80. –. „ „ 31040. _:o „ „ 1786. p:r t schip De Castor Aangebragt - - - - - „ 303. 54140: —. lb: Rijst Bataviasa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - lb 541 4958: 7/8. „ Poeder zuijker - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 4 23666: 7/18. lb: spiauks - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ 1059. - „ Campher satsuma - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2. -. bossen bind Rottings - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - bossen â 5. - „ Percento provisie voor Haar Hoog Edelheedens te hooge Indiase regeering bij gouverneur en secunde als ook aan den opperhoofden der Comptoiren gunstiglijk op den verthir van Palliacama In't Casteel - - - - - - - - - - - - - „ - . . . . . . - - - - - - „ . . . . . . . . . . lb: – – – - – – – – – – „ ---- – – - 1 - . . . . - - - - - kist - - --- -. „ E 2 2 2 -

NL-HaNA_1.04.02_9704_0201 view scan ↗

English

164 goods, which during the financial year 1785/6 were turned over here on the Coast of Coromandel, with pieces 539. -5216. — 3845. -. -. — – – 8000. –. „ — – –– 207. -. - —– 26. —. —. 14. ¾. - 4958: 7/8. -. ƒ922: 7/8. advances both per cent and in total, namely: — the Pallia- cat: Sadras Poor- , and Hagger Bine per purchase selling advances haik depart- costing price of per cent in profits pat- Abriek- nam 400 - din poezam namako of the whole the whole the year, of the whole. —— ƒ175258. 13. — ƒ 178190: 8. 8. - - 10000: 2. 8. „10161. 12. - „ 1. ½. -. 161. 9. 8 - - 21600. –. –. „ 21818. 4. 8. „ 1. -. - 218. 4. 8. 120. 9. 8. - lb. 1375. -. -. 165. 6. „ 285. 15. 8. 72. 7/8. „ 24. 3. —. 61. 1/16. „ —- 151: —. — 39 10. 8. 63. 13. 8. „ 2. 11. 8. 3. 5. 8. 5. 17. -. 87. 3/16 „ -- 6. 18. -. 10: 5. -. 17. 3. -. 67. 3/8. „ - - - - – - – – - – - - 197. 17:8. 346. 5. 8. 75. -. „ 148. 8. -. -. -. 10. —. lb 12. -. —. 112. 15. - 13479. —. 1095. 1/16. „1234. 14. - 191. –. lb: 8. –. – -. 9278: 3/1. „ 3699.¼. -. 7205. 2:8:101808. 12. -. 1301. 7/8. -. 93803. 9. 8. 539 4. ¼„ 2150. ½. -. 2896: ¼. „ 841. ½: - —-„ 969. -. -. 967. ¾- 993. 19. 8. 15960. 11. 8. 1505. 1/16. - 14966. 12. -. /8. — — – – – – – – – – – – – - 2. 5. 8. 1887. 1/16. - 2. 3. 8. - - . -„44640. -. - 25232. 3. 8: 58505. 13. 8. 131. 3/16. 33273. 10. -. — . -. - - —. -. - — —. . 82194. ½. —. —. —. - 34675. 16. -. 71855. 19. 8. 107. 3/16. 37180. 3. 8. 12. —. —. —. — — —. —. 20125. 3/8. 3529. -. - 5548. 2. 8. 7387. 5. 8. 33. -. „ 1839. 3. - —. — - —. —. — 377. 5. 8. 767. 15. 8. 103. ½. 390. 10. -. - - - - 1059. -. - – - - - - - — - - 399. —. 8. 836. 16 -. 109. 13/16. 437. 15. 8. - - - - - - - - - - - - 263. 5. 8. 468. 14. -. 108. 13/16. 205. 8. 8. . bundles Sum - - - - ƒ312969. 12. ƒ508672. 9. - - - - - ƒ195702. 17. -. Government by their Highest Esteemed secret missive of 26 June 1784 to the Remainder for The Honourable Company - - - ƒ493747: 7: - - - - - - - ƒ180777. 15. -. Geldria, last of August Anno 1786. — turnover of merchandise granted - - - ƒ298502. 4. - - - - - - - - - - - -„14925. 2 -. - - - - „14925. 2. -. 18024. – lb 6470. 1/8. lb —. –. –. 80. – - - — - – - — - — - - - — — - 7694. 17. 8. 11520. -. - 223: —: - — - - - — - - - — - - - - - -. 22165. 13: 8. 2609: -. - 17. 7/16. 3925. 6. 8. lb 54140 – - – - - – – — – – — – - — – - 1625. 14. - 2030. 5. -. 2. - - - _. - - - _ - - _ - - — – - —. 14. 8. 1. 2. 8. 54. —. —. 8. -. 49½. 3825. 2. 8. 97. 7/16. 1004. 11. -. 5:¾. ƒ 2931: 15. 8. 220. –. -. 1a 215. -- -- -- -- -- -- --- -———--- - - -- 1. –. - l: -- -- . -. -. –. - . 12838. -. 4560. – 94886 „ 2 bee Summary of all the sold merchandise at this main the papers entered and traded from there, in and during the course of this now costing, selling, prices and achieved advances, namely: Palliacat Sadras- from the large cash treasury. ta. patnam gold by weight. - brought mark weight 256. 5. 5. at 19. bars from the lot per the ship the Castor from Batavia in 1786: mark weight 256. 5. 5. - - - - - - 1787. brought „ „ 28. 7. 3. 16. ¼. - - - - -- Valk „ „ 287. 3. 6. ¼ 39. Cash. 1260. –. pieces Spanish in head-pieces from the lot per the ship the Castor 1788. brought pieces „ 1260. – . – . - - - - - - ƒ into from the trade warehouses. European Merchandise. 27. 8. ½. lb: iron Dutch - - - - - - - - - - lb: 278. ½. —. 12. –. „ sheet lead - - - - - - - 1. –. chest with medicines, - - - - - - - fine spices. 10390. 39/16. lb: clove nails - - - - - 157 „ mace or macis - - - - 3. 3/16. -. Indian Products. „ 98804. -. lb bar copper Japanese - - - - - - - - - lb: 17588. - - -. 1072. —. 27.¾ „ 72. – „ Camphor Satsuma or Japanese - - - - „ 12838. –. –. —. „ „ sugar powder - - - 394. - „ hoop iron - - - - - - - - - - „ 394. 84. ½. „ nails Dutch - - - - - - - - - - 84.½. pepper black- - - - - - - - - - „ 4560. —. —. —. —. Spelter - - - - - - - - - „ 72. –. –. —. –. Further sheet copper yellow - - - - - - - - - - - „ 27. ¾. —. —. —. —-„94886. - - —. –. - - - lb: —. –. –. 245. —. 5 per cent Provision by their High Nobilities the High Indian Government at Highest the 26 June 1784 to the Governor, and Second, as well as to the Chiefs of the Offices merchandise granted on ƒ158950. 10. 8. - - - - - - – Palliacat In Castle Geldria - _:o „ „ „ 1 . . . . . . 12. —. .. . - „ —. –. –. 1. .. - - - 3. 3/16. —. — - V — - - „ .

Dutch transcription

164 ppen, welke geduurende het boekjaar 178 5/6. hier ter Custe Cormandel zijn omgeset, met p:s 539. -5216. — 3845. -. -. — – – 8000. –. „ — – –– 207. -. - —– 26. —. —. 14. ¾. - 4958: 7/8. -. ƒ922: 7/8. advancen zoo ten hondert als In 't geheel Namentlijk. — de Pallia„ bat: Sadras Poor„ , en Hagger Bine p: Inkoops: uitkoops Jdvancen haik departe kostende„ prijs van ten hond: in winsten pat„ Abriek„ nam 400 - din poezam namako van't geheel 't geheel 't Jaar, van 't geheel. —— ƒ175258. 13. — ƒ 178190: 8. 8. - - 10000: 2. 8. „10161. 12. - „ 1. ½. -. 161. 9. 8 - - 21600. –. –. „ 21818. 4. 8. „ 1. -. - 218. 4. 8. 120. 9. 8. - lb. 1375. -. -. 165. 6. „ 285. 15. 8. 72. 7/8. „ 24. 3. —. 61. 1/16. „ —- 151: —. — 39 10. 8. 63. 13. 8. „ 2. 11. 8. 3. 5. 8. 5. 17. -. 87. 3/16 „ -- 6. 18. -. 10: 5. -. 17. 3. -. 67. 3/8. „ - - - - – - – – - – - - 197. 17:8. 346. 5. 8. 75. -. „ 148. 8. -. -. -. 10. —. lb 12. -. —. 112. 15. - 13479. —. 1095. 1/16. „1234. 14. - 191. –. lb: 8. –. – -. 9278: 3/1. „ 3699.¼. -. 7205. 2:8:101808. 12. -. 1301. 7/8. -. 93803. 9. 8. 539 4. ¼„ 2150. ½. -. 2896: ¼. „ 841. ½: - —-„ 969. -. -. 967. ¾- 993. 19. 8. 15960. 11. 8. 1505. 1/16. - 14966. 12. -. /8. — — – – – – – – – – – – – - 2. 5. 8. 1887. 1/16. - 2. 3. 8. - - . -„44640. -. - 25232. 3. 8: 58505. 13. 8. 131. 3/16. 33273. 10. -. — . -. - - —. -. - — —. . 82194. ½. —. —. —. - 34675. 16. -. 71855. 19. 8. 107. 3/16. 37180. 3. 8. 12. —. —. —. — — —. —. 20125. 3/8. 3529. -. - 5548. 2. 8. 7387. 5. 8. 33. -. „ 1839. 3. - —. — - —. —. — 377. 5. 8. 767. 15. 8. 103. ½. 390. 10. -. - - - - 1059. -. - – - - - - - — - - 399. —. 8. 836. 16 -. 109. 13/16. 437. 15. 8. - - - - - - - - - - - - 263. 5. 8. 468. 14. -. 108. 13/16. 205. 8. 8. . bossen Somma - - - - ƒ312969. 12. ƒ508672. 9. - - - - - ƒ195702. 17. -. geering bij hoogst derselver g'eerde secreete missive van den 26. Junij 1784. aan den Rest voor D: E: Compagnie - - - ƒ493747: 7: - - - - - - - ƒ180777. 15. -. Teldria, Ultimo Augustus A:o 1786. — verthir van Koopmansz: toegelegd - - - ƒ298502. 4. - - - - - - - - - - - -„14925. 2 -. - - - - „14925. 2. -. 18024. – lb 6470. 1/8. lb —. –. –. 80. – - - — - – - — - — - - - — — - 7694. 17. 8. 11520. -. - 223: —: - — - - - — - - - — - - - - - -. 22165. 13: 8. 2609: -. - 17. 7/16. 3925. 6. 8. lb 54140 – - – - - – – — – – — – - — – - 1625. 14. - 2030. 5. -. 2. - - - _. - - - _ - - _ - - — – - —. 14. 8. 1. 2. 8. 54. —. —. 8. -. 49½. 3825. 2. 8. 97. 7/16. 1004. 11. -. 5:¾. ƒ 2931: 15. 8. 220. –. -. 1a 215. -- -- -- -- -- -- --- -———--- - - -- 1. –. - l: -- -- . -. -. –. - . 12838. -. 4560. – 94886 „ 2 bee Sommarium van alle de verkogte Coopmanschappen te deeser hoofd de papieren van daar ingekomen en verhantelt zijn, in en onder den loop vn dit nu kostende, verkoops, prijsen en behaalde Advancen, namentlijk: Palliakat„ Sadras„ uijt de grootte geld Cassa. ta. patnam goud bij gewig. - „ aangebragt mg: W:o 256. 5. 5. â 19. staaven uit de parthij per 't schip de Castor van batavia in 1786: migt:o 256. 5. 5. - - - - - - „ 1787. aangebraf „ „ 28. 7. 3. 16. ¼. - - - - -- „ „ „ „ valk „ „ „ 287. 3. 6. ¼ 39. Contanten. 1260. –. stuks spaans Aan kopstukken uit de parthij p:r 't schip de Casto 1788. aangebragt stuks „ 1260. – . – . - - - - - - ƒ ins uijt de negotie pakhuijse. Europasche Coopmanschappen. 27. 8. ½. lb: ijzer hollands - - - - - - - - - - lb: 278. ½. —. 12. –. „ Plut Lood - - - - - - - 1. –. kist met medicamenten, - - - - - - - fijne specerijen. 10390. 39/16. lb: sarrioffel Nagulen - - - - - 157 „ foelij of macis - - - - 3. 3/16. -. Indiasche Productem. „ 98804. -. lb staaf kooper Iapans - - - - - - - - - lb: 17588. - - -. 1072. —. 27.¾ „ 72. – „ Eampher Satsumase of Iapanse - - - - „ 12838. –. –. —. „ „ zuijker poeder - - - 394. - „ Hoepijzer - - - - - - - - - - „ 394. 84. ½. „ spijkers Hollands - - - - - - - - - - 84.½. peeper Swart- - - - - - - - - - „ 4560. —. —. —. —. Spiauter - - - - - - - - - „ 72. –. –. —. –. Ver¬ plaat kooper geel - - - - - - - - - - - „ 27. ¾. —. —. —. —-„94886. - - —. –. - - - lb: —. –. –. 245. —. 5. p„r Cento Provisie door haar Hoog Edelheedens de hooge Jndiasche Rbegering bijhogst den 26. Julij 1784. aan den gouverneur, en secunde, als ook aan den opperhoofden der Comptoir „schappen toegelegd op ƒ158950. 10. 8. - - - - - - – Palliacanta In't Casteel Celdria - _:o „ „ „ 1 . . . . . . 12. —. .. . - „ —. –. –. 1. .. - - - 3. 3/16. —. — - V — - - „ .

next →