VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9706

Coromandel · 882 pages · 129 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9706_0001 view scan ↗

English

Register of such papers as are dispatched this day via Ceylon and respectfully addressed. To the Right Honorable Gentlemen Directors, Deputies to the Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch East India Company at the Presidial Chamber of Middelburg in Zeeland. By the Honorable Iacob Eilbracht, Senior Merchant and Director of this Coromandel Coast, together with the Council at Palliakatta. Namely: No. 1. Original general missive directed by the said Honorable Director and Council to the aforementioned Right Honorable Gentlemen Seventeen, under today's date. 2. Duplicate missive by and to the above-written, under date 24 March 1791. In the chest. No. 3. A sealed packet with copy of separate resolutions beginning 28 March and ending 30 November 1791. Item copy of separate letters written to the Honorable High Indian Government under dates 30 June and 24 October 1791. 4. A sealed packet containing separate letters written by the Honorable Director alone to as aforesaid, according to register. 5. Copy of general missive written by the Honorable Director and Council to as above, under date 24 October 1791, and dispatched with the ship De Zeebouwer, annex Register of the papers dispatched therewith. Dispatched via Ceylon. The papers No. 6. Ditto ditto by and to as stated, sub dato 27 October 1791, dispatched via Madras per the private bark De Phenix, together with Register of the annexes dispatched therewith. 7. Ditto ditto by and to as above, of the date 15 Jan. 1792, dispatched via Portonovo with the private bark De Commercie, annex Register of annexes. 8. Ditto ditto by and to as stated, on the 18th of the said month of Jan. 1792, dispatched via Punto Gale per the Company's sloop De Herstelling, annex Register of the annexes dispatched therewith. In the chest. 9. Ditto ditto also by and as written above, being general report of affairs under today's date, going via Ceylon. 10. Register of the annexes dispatched therewith. 11. Two volumes or bundles copy of general resolutions taken in the Council of Coromandel at Palliakatta, namely: First volume from 7 March to the last of August 1791, annex A bundle of inserts belonging thereto, running from 13 April to 24 August 1791, lacking the inserts of 29 and the last of August, which were not completed and are to follow at a later opportunity. Second volume of resolutions beginning 1 September and ending 30 December 1791; owing to pressure of work at the end, some inserts in the resolutions of 7 Nov., 30 Nov., and 28 Dec. were not entered, which will likewise be sent in a separate bundle at a later opportunity. No. 12. Copy of report from the trade officials regarding the reduction of the Pagoda according to the Indian and Dutch evaluation. 13. Copy of memorial in the form of a protest directed by the former Jaggernaikpoeram chiefs van Halm and van Someren to the Government here; with copy of marginal reply from the present Jaggernaikpoeram chiefs Eilbracht and van Hogendorp, together with Copy of annexes according to register. 14. A bundle containing report of the examination conducted into the arrears of the previous Government at Nagapatnam. 15. From the Pay Office: A small chest sewn in gunny, lashed with rope and marked Coromandel Pay Books of the year 1790, Pro Patria. 16. Copy register of the said Pay Books, and 17. Sealed missive from the Orphan Masters of Coromandel, addressed to the Right Honorable Gentlemen Orphan Masters at Amsterdam. Palliakatta, In the castle Geldria, 18 January 1792. E. de Clercq Furthermore: 18. A sealed missive under today's date directed by as in the heading, dispatched to the then Presidial Chamber of Amsterdam alone, namely with its annexes; anno passato Obdam. 19. A ditto ditto to the Chamber of Delft. 20. Copy of missive directed to the Right Honorable Gentlemen under date the last of Jan. 1791, annex Copy register of the accompanying annexes of the accompanying papers, these directed to the Chamber of Amsterdam.

Dutch transcription

Verc XXII Maarts de Aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen. Gedeputeerde ter vergadering van Zeventienen, de Generaele Neder„ landsche oost Indische Compagnie representeerende ter Presidiale kamer Middelburg in Zeeland Door de Heer Iacob Eilbracht, opperkoopman en gesaghebber deezer kuste Cormandel nevens Den Raad te Palliakatta. Namelijk: N:o 1. Origineele gemeene missive door gemelde Heer Gezaghebber en Raad aan Hoog gedagte wel Edele Hoog Agtb: Heeren Seventienen onderheedigen datum gerigt. 2. Duplicaet missive door en aan als oven geschree„ ven onder dato 24. maart 1791. Register van sodanige Pa„ verderen als op heeden over Ceijlon verzonden en in Eerbied geaddres„ seerd werden. 1 3 in de kak No. 3. Een geslooten Pakket met Copij apporte resolu„ tien beginnende den 28. maart en Eijndigende den 30. november 1791. „tem Copij apparte Brieven aan de Edele Hooge Indiasche Regeering geschreeven in datis 30. Iunij en 24. October 1791. 4. Een geslooten Pakhet in houdende eaparte brie„ ven door den Heer gezaghebber alleen aan als vooren geschree„ ven volgens register. „ 5. Copia gemeene missive door den Heer gezagheb„ ber en Raad aan als even geschree„ ven onder dato 24. October 1791: en met het schip De Zeebou„ wer afgezonden annex Register der daar nevens afgevaerdig„ annex Register der daar bij versondend Papieren. over Ceijlon afgezonden. de de Papieren E No. 6. 8. Dito Dito door en aan als gezegt sub dato 27. october 1791. per de Particuliere Bark De Phenix over Madras verzonden. nevens Register der daar bij afgegaene bijlagen. Dito Dito door en aan als boven de dato 15 Jan: 1792: met de Particuliere Bark De Commercie over Portonovo af„ gevaerdigt. annex Register der bijlaagen. Dito dito door en aen als gezegt op den 18: van gemelde maand Ian: 1792: per 's Comp:s sloep De Herstelling over Pinto Gale afgezonden annex Register der daar neven afgegaane bijlaagen. - 10 7. in de kas. 9. Dito Dito almeede door en als voor geschre„ ven, zijnde Generaal verslag van zaaken onder heedigen datum over Ceijlon afgaande 10. Register van de daar nev:s afgezondene bijlaagen. 11. Twee deelen of Bondels Copia gemeene resolutien genomen in Raade van Corman„ del te Palliakatta; als: Eerste deel zedert 7. maant tot ultimo, au„ gustus 1791. annex Een bondel met daar toe gehoorende Insentien, loopende van 13. april tot den 24: aug:s 1791. manqueerende de Insentien van 29. en ult:o aug:s die niet klaar gekomen zijn, en bij # nader geleegenheijd staan te volgen. Twee deel resolutien beginnende Primo Sept: en Eijndigende den 30. =te Dec: 1791. zijn mits volhandigheijd ƒ ƒ op 't laaste niet in geschreeven geraakt eenige Insertien in de reso¬ lutien van 7. Nov. 30. Nov. en 28. Dec. die N:o 12. Copia berigt van de negotie bedienden nopens de reductie van de Pagood na de Indische en Nederlandsche evalu„ atie. „ 13. Copia Memorie bij forma van Protest van de ge„ „weesen Iaggernaik poeraimsche opperhoofden van Halm en van someren aan de Regeering alhier m: gerigt; met Copia marginale be„ antwoording van de presente Iag„ gernaik P=ro opper hoofden Eilbractt en van Hogendorp nevens Copia bijlaagen volgens register. — „ 14. Een bondel behelsende bericht van gedaan onder soek na de agterstallen van het k voorig Gouvernement te Nagapot„ die meede bij nader gelegen„ heijd in een afzonderlijke bondel zullen gezonden werden.— nam en 1 11. in de kas. N. 9. Dito Dito almeede door en als voor gesc ven, zijnde Generaal verslag ve zaaken onder heedigen datum over Ceijlon afgaande „ 10. Register van de daar nev:s afgezondene bijlaag„ Twee deelen of Bondels Copia gemeene resolu genomen in Raade van Corma ƒ del te Palliakatta; als: Eerste deel zedert 7. maant tot ultimo an gustus 1791. annex Een bondel met daar toe gehoorende Insertien, loopende van 13. april tot den 24: aug:s 1791. manqueerd de Insentien van 29. en ult:o aug die niet klaar gekomen zijn, en # nader geleegenheijd staan te volge Twee deel resolutien beginnende Primo sept:, en Eijndigende den 30. Dec: 1791. , zijn mits volhandigh ƒ ƒ op 't laaste niet in geschreeven geraakt eenige Insertien in de lutien van 7. Nov. 30. Nov. en 28. Dec die 1 N:o 12. Copia berigt van de negotie bedienden nopens de reductie van de Pagood na de Indische en Nederlandsche evalu„ atie. Copia Memorie bij forma van Protest van de ge„ „weesen Iaggernaik poeramsche opperhoofden van Halm en van someren aan de Regeering alhier gerigt; met Copia marginale be„ antwoording van de presente Iag„ gernaik p=ms opper hoofden Eilbracht en van Hogendorp nevens Copia bijlaagen volgens register. — „ 14. Een bondel behelsende bericht van gedaan onder soek na de agterstallen van het voorig Gouvernement te Nagapot„ die meede bij nader gelegen„ heijd in een afzonderlijke bondel zullen gezonden werden. — nam „ 13. 3 k o 5. van 't soldij Compt: onder de l. P vantigez. 7. Ss aan A. gezonden t 8. Een kasjes in goenij benaaijd, met touw gesjord„ en beschreeven Cormandelsche soldij Boeken de A:o 17 9/0. Pro Patra. „ 16. Copia Register van gemelde soldij Boeken. en Geslooten missive van weesmeester van Corman„ del, beschreeven aan de wel Edele Agtb: Heeren Weesmeesteren te Amsterdam Palliakatta In het fort Geldria den 18. Januarij 1792 Ee Clercq nog Een geslooten missive onderheedigen datum gerigt door als in den hoofde aan de des tijds presidiale kamer amsterdam alleen afgezonden. nam met dies bijlagen; anno pass:o obdam deezes r : ƒ Een dito dit aan de kaner Delfte 19. Copia missive aen H. H Edelheeden aan 2. gez: 20„ „ gericht onder dato uilt. o Jan: 1791. annex Corva Register der daermee¬ de afgaende bylaegen der nevens gaende papieren, deezes gericht aan de kamer Amsterdam 4

NL-HaNA_1.04.02_9706_0015 view scan ↗

English

Patria To the Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Directors, Deputies to the Assembly of the Seventeen representing the General Netherlands East India Company, at the presiding Chamber Middelburg in Zeeland Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Gentlemen! Paragraph 1. The last time we had the honor to write to your Right Honorable High Mightinesses was on 24 March 1791, of which letter the duplicate of this can serve as testimony to this our apology. Last year we were expecting two ships, and the Honorable High Indian Government had already designated the ship Korssen as a return vessel, but abandoned its dispatch, mainly because the 7 tons of treasure expected from the Netherlands for the provision of a return Pro Patria was not received, and the circumstances here on the coast were of such a nature that it appeared uncertain whether we would succeed in assembling an adequate cargo. The ship De Zeebouwer was therefore sent hither alone, with instructions that it would be sufficient if we met the Indian Demand and added to it whatever we might have unexpectedly managed to collect for the Netherlands. And in compliance therewith, that vessel returned to Batavia on 24 October last, leaving behind here all the collected packs from the south and some from Jaggernaikpoeream, owing to inconveniences that prevented their shipment hither, which have been communicated in detail to the aforementioned High Indian Government. For us, after having applied so much continuous care and trouble to have everything here on time, this is all the more distressing because the said ship De Zeebouwer was consequently only able to undertake the voyage with 814 packs amounting to f427583.14.- for the Netherlands and f165823.8 for the Indies, or together f593407.2.-. The remaining packs, in the quantity of 377 pieces and to the amount of f195875:9:-, will depart with our sloops from Portonovo for Gale, so that the European goods may be dispatched from there directly to the Netherlands, or the Indian goods via Batavia. The further particulars of the past collection being visible either in our aforementioned cited copy of advices to the Honorable High Indian Government, or in the answered Homeland Demand for 1791 annexed hereto, dated Amsterdam 20 November 1789, and its relevant enclosures, we take the liberty to refer further thereto; and with respect to trade for 1792, to refer to the accompanying response to the recently received extract from the head of the Demand for Returns for that year, which shows that there is little or no prospect of sending any goods Pro Patria, owing to the lack of the capital required for that purpose, and sufficient authorization—if we were able to do so—to negotiate the necessary money at interest, or to try to obtain it on bills of exchange. Meanwhile, the little we may expect shortly via Ceylon, even if there is added to it in good time what the ministers there have kept for themselves, is barely enough to settle the balance of the debts incurred for 1791, to supply what is necessary for the Indian trade, and to meet the government expenses for 1792. For with respect to sales, the circumstances remain just as disagreeable and precarious, despite the fact that, with the esteemed approval of the Honorable High Indian Government, matters have been arranged so as to reduce the price of cloves to 400 pagodas and Japanese bar copper to 80 pagodas per bahar. Difficulties arise everywhere regarding accepting either at these prices against the delivery of textiles, both because—even if the merchants are willing to balance the loss they must suffer on them against the small profit on more sought-after merchandise—it takes too long before they can turn them into money to use them successfully for deliveries, and because the machinations of others, especially with copper, undercut the Company too much to proceed without further reductions or authorization to lower requirements somewhat where higher profits are made, if necessary, and thereby keep both cloves and copper at a proportionate or steady advance, as was achieved for them in the past financial year. So far as the main office is concerned, a return of the sales stands inserted in the resolution of 10 December 1791, while the General Return as of the end of August 1791, showing a profit of f235597.9.-, is also respectfully added hereto for the esteemed consideration of your Right Honorable High Mightinesses; as will also be done with the books of that financial year as soon as they can be drawn up and closed in such form as should be done according to the existing model. Meanwhile, in the general letter now departing for Batavia, a brief statement of the General Profits and another of the Expenses and charges in 1790/91 have been inserted, with which we hope that, considering the conditions of the times and the precarious state of affairs that have been in uncommon confusion, some satisfaction may be given to our High Rulers. Paragraph 9. We say in this uncommon confusion, and thereby refer to the commission separately demanded of the first-signed by the Honorable High Indian Government to investigate the frequent accusations that were brought by Van Bijland against the previous ministry and several of the subordinate officials in the year 1790 and presented by him to Their High Mightinesses. The estimate thereof stands

Dutch transcription

Patria Aan de Wel Edele Hoog Achtbaere Heeren Bewindhebberen; Gedeputeerde ter overgadering van Teventienen de Generaele Nederlandsche oost Indische Compagnie representeerende, ter presidiale Kamer Middelburg in Zeeland Wel Edele Hoog Achtbaere, Zeer wijd Gebiedende Heeren! § I. Het laatste dat wij de eer hadden aan uw wel Edele Hoog Achtbare te schrijven was den 24. Maart 1791. , van welke brief het dupl:t deeze. 56. kan tot getuigenis strekken van deeze onze verontschuldiging. - Wij waaren ovoorleeden Jaer twee scheepen verwagtende, en de Edele Hooge Indiasche Regeering had het schip Korssen reets tot een retourbodem aangelegt, dog van dies afzending weder afgezien voornamelijk, om dat de uijt Nederland verwagte 7. ton Schats ter bezorging van een Retour Pro Patria niet 3. ontvangen, ende omstandigheeden hier ter kuste van dien aan schou waaren, dat het on„ zeeker voorquam, of wij, inde bij een bren„ ging van een genoegzaeme lading wel reus„ seeren zouden. Het schip De Zeebouwer is derhalven alleen herwaards gezonden, met aanschrijven, dat het genoeg zou zijn, zoo wij den Indischen Eijsch voldeeden, en daarbij voegden, hetgeen we, onverwagt, voor Neder„ 6 land, mogten hebben komen bij een verzame„ len. En in voldoening daeraan is dien bodem. 13 bodem den 24. october I:o leeden naar Batavia gerestourneert, hier agterlaeten dde alle de om bon„ de zuijd, en eenige te Iaggernaikpoeream van ingezamelde pakken, door in Convenienten, die de herwaards zending belet hebben, en in het breede aangemelde Hooge Indische Regee„ ring bedeelt zijn, voor ons, na zoo menigvulden rm: aangewende zorge en moeijte, om alles bij tijds te hier te doen zijn, te treffender omdat het gem: n„ schip De heebouwer, daer door, maar niet 814. –. pakken ten bedragen van ƒ427583. 14. -. voor Nederland, en ƒ165823. 8. voor Indie of te samen ƒ593407. 2. –. , de reize heeft konnen onderneemen, zullende de overgebleevene pak„ ken ten quantiteijt van 377. –. stuks, en ten ein„ porte van ƒ195875:9:—. met onze sloepen, van Portonovo naer Gale vertrekken, om de Europische vandaer naer Nederland di„ rect, of metde Indische over Batavia te warden overzonden. — 7. De overdere bijzonderheeden vanden afge„ loopen Inzaem, te zien zijnde, of bij voorsz: onze aangehaelde Copia Advisen aan de Edele Hooge Indische Regeering, of bij de tevens hiernevens gevoegde beantwoorde Patriasche Eijsch voor 1791. , gedateerd Amsterdam den 20. November 1789. , en daar toe betrekkelijk bijlaagen, gebruijken wij de vrijheid ons overi„ gens daer aan, en met opzigt tot den Handel voor 1792. , te gedragen, aan de meede overgaende beantwoording van het Iongst ontvangen Extract uijt het hoofd vanden Eijsch van Retouren voor dat Iaar, aantoonende dat 'er weinig of geen ap„ parentie is, om eenige goederen Pro Patria aftezenden, uijtgebrek aan het daer toe nodige ka„ pitael, en genoegzaeme qualificatie, om zoo wij het doen konden, het daer toe benoodigtgeld over In„ terest te negocieeren, ofte te zien op Assignacien te bemachtigen; terwijl het weijnige dat we eerst„ daags over Ceijlon hebben te verwagten, alkomt daer. 16 daer ook tijdig gevoeg bij het geen de Ministers aldaer, Com¬ er ovoorzich zelve van hebben aangehouden, ter nau„ wver nood genoeg is, om het restant van de gemaakte schulden voor 1791. afteleggen, het nodige te four„ neeren tot den Indischen Handel, en het doen rond staen der gouvernements ongelden voor 1792. Want met den Verkoop zijn de omstandigheeden nog eeven onaangenaem, en zorgelijk, onaangezien het, met g'eerd voedvinden van de Edele Hooge India„ sche Regeering daer toe gebragt is om de Nagelen tot 400. pagoden en het Iapansch Staefkapper tot 80. pagoden de bhaar, in prijs te overminderen; komende er nog allerweegen zwaarigheeden voor om het een en ander, tegen die prijzen aantenee„ men op Leverantie van Lijnwaeten, zoo om dat al willen de kooplieden het overlies dat zij daer op moeten ondergaen, balanceeren tegen het weij„ nige voordeel op meer gewilde koopmanschappen, het te lang aanhout eer zij die te gelde konnen 58. maaken. maaken, om 'er zich met goed succes, tot de Leve„ rancie van te bedienen, als om dat de woelingen van anderen, inzonderheijt met het kopper, de Compagnie te veel onderstreek doen, om, zonder nadere diminitie, of qualificatie om met het geen hooger advans geeft, des noods ook de hand wat te ligten, en daardoor, beide de Na„ gelen en het Koper, te houden op een evenreedig of gelijkstandig advans, als daar voor, in het afgeloo„ pen boekjaer is behaeld geworden; waarvan, zoo ƒ verre het Hoofdkantoor aangaat, een Rendement vanden verkoop bij Resolutie van den 10. december 1791. geinsereert staat, terwijl het Generael Rende„ ment onder ult:o Augustus 1791. , aantoonende een winst van ƒ235597. 9. –. deeze almeede, tot believende speculatie van uwel Edele Hoog Agt„ baere in eerbied word bij gevoegd, gelijk ook geschie„ den zal bij de boeken van dat boekjaer, zoo dra ze konnen geformeert, en geslooten worden, in sodanige form, als na een subsisteerende model behoort. behoort te geschieden; zijnde intusschen, bij de thans naer Batavia afgaande generaele brief een korte aantooning van de Generaele Winsten, en een andere van de Lasten en ongelden in 17 39/91. geinsereert, waarmeede wij hoopen, dat, na mate van de toestant des tijds, en den zorgelijken toedracht van, in ongemeene verwarring geweest zijnde zaaken, eenig ge„ noegen aan onze Hooge Gebiederen mag worden gegeeven. - § 9. Wij zeggen indeeze ongemeene verwarring, endoelen daer meede opde den Eerstgeteekenden door de Edele Hooge Indische Regeering apart gedemandeerde. Commissie tot onderzzoek van zoo 110. frequente accusatien; als door van Bijland, tot laste van het voorgaende Ministerium en verscheijde der mindere bedienden inden Iaere 1790. uijtgebragt, en door hem Hun Hoog Edelheeden vertoont zijn Het overslag daer van Staet

NL-HaNA_1.04.02_9706_0022 view scan ↗

English

cloaked in the mantle of concern for the Company's interest, had entirely different intentions than to be zealous and faithful in his duties; at least the excesses in his conduct toward those placed in authority over him, already displayed in 1790, and both their dropped disguises, show him to be an insupportable subject, who respects no one and, through his procedures as elected chief at Iaggernaikpoeram, has shown himself to be of such nature and disposition that he dares to risk everything, even if the most dreadful consequences were to result, instead of proceeding with that moderation and tact which alone could serve to make one believe that true and good principles resided within him, and that a proper, and not a reckless, zeal for the Company's interest was the driving force behind his thoughts and concepts. § 14 To elaborate further on this would have exceeded the boundaries of an ordinary brief report to our Lords and Masters. What concerns the ordered compensation of the Arrears, and the consequences thereof, we have detailed in the aforementioned October letter to Batavia, among other things the arrogance of the former chiefs van Halm and van Someren in protesting against us over the execution of the orders of the Honourable High Indian Government, without considering that this, in effect rebounding upon their Masters the Company, has the semblance of revolt against the state, and disobedience to the orders for an obligatory accounting and compensation of neglected and exceedingly ill-managed affairs. It is also for that reason, and on account of the remarks made upon that protest and inserted by resolution of 9 August 1791, that the aforementioned van Halm and van Someren have likewise, for further esteemed disposition of the said Honourable High Indian Government, been sent to Batavia per the ship De Zeebouwer. The protest or, in the form thereof, the Memorial presented by them and the present Iaggernaikpoeram chiefs, as well as those implicated therein, answered in the margin, we have the honour, with the Annexes cited therein, to let accompany this respectfully in authentic copy; with the request that we may otherwise respectfully refer, concerning this and our provisions in the subject case, to our aforementioned Resolution, likewise the general and secret letter to Batavia of 24 October 1791, as well as to what we report today to Their High Honours, with the transmission of the ordered Current Accounts, both with respect to those Arrears and the general final settlements of Trade for 1791. § 15. We also hope to get ready to send the Trade books of this government up to the end of August 1790 to Batavia now, those of 1788/9 having already been dispatched with a private Dutch snow named De Phenix, because we did not dare to detain the ship De Zeebouwer for a single moment longer for that and other papers, since the time spent waiting for the bales from Sadras and Porto Novo and getting ready that which had to be absolutely allocated to the Honourable High Indian Government had already advanced as far as 24 October: hoping that once the clerical work can return to its ordinary cycle, we shall at least never need to decide, for that reason, to make the ship wait a single moment for the papers, and that since sufficient measures have been devised for the book year 1788/9 to facilitate and keep the Trade work balanced, the books of that year will also be sent no later than with the ship in October 1792, and it will then become evident whether Coromandel belongs among those places that can undergo a further reduction in expenses; to which also the commission, serving to report on what was required by the said Honourable High Indian Government for the formation of a new Memorial of retrenchment, will lay the best grounds to be able to judge what is truly consistent with the Company's interest; which, because the books had been so far behind, could only have been done on loose grounds. § 16. Although this was ready on the 18th of the current month, it could not be dispatched before today, the end of January, for such urgent reasons as appear in the notice thereof to the Honourable High Indian Government under the 15th of this month and today's date, regarding which we request for this time Your Right Honourable Worships' most favorable indulgence. Palleacatta In Fort Geldria 18 January 1792. § 17. We commend Your Right Honourable Worships with the Company's precious and weighty interests to Divine protection: having the honour to subscribe ourselves with the greatest fidelity and all high esteem. Your Right Honourable Worships' very humble and very obedient servants, Sanovecbracht Jacob Sam de Raeff D Winckelmans Fk Wn Bloeme Louis Adrien de Brueijs JD Lest No. 1. Via Ceylon Patria To The Right Honourable Lords Directors, Deputed to the Assembly of Seventeen, Representing the General Dutch East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam Right Honourable Lord, Wide-Commanding Lords! At the departure of the packet boat De Expeditie on 7 October of the past year, not having had the honour to acknowledge receipt of Your Right Honourable Worships' venerated letters Duplicate.

Dutch transcription

bekleed met den mantel van zucht voor 's Comp:s belang, geheel andere inzichten gehad hebben, dan om ieverig en getrou te zijn in zijne plig¬ ten, altans de uijtspoorigheeden in zijn gedrag te„ gen den geen die in Hoogheid over hem gesteld wa„ ren, reets betoont in 1790. , ende Beeders afgelegde vermomming, doen hem kennen, als een in„ snportabel subject, dat niemant ontziet en met zijne procedures als geEligeert opperhooft op Iaggernaikpoeram getoont heeft van dien aart en imborst te zijn, dat hij alles op haeren en snaeren durft stellen, al zoude 'er ook de schroo„ melijkste gevolgen uijt voorkomen, in steede van te werk tegaen met die bezadigtheijt, en dat belert, het welk allien konde dienen om de doen gelooven„ dat 'er waare en goede principien bij hem huijsvesten„ en dat een behoorlijke, en geen onbezuisde iever voor 'sComp:s belang de drijf veer was van zijne denkbeelden en concepten. § 14 Hier over verder uijt te werden zoude te buijten gegaen. 23 gegaan zijn de paalen van een gewoon kort be„ richt aan onze Heeren en Meesters. Het geen de geordonneerde vergoeding der Agterstallen, ende „gevolgen van dien aangaet, hebben wij bij voor„ melde October brief naar Batavia omstandig voor„ gedragen, onder anderen de overmeetelheijt van de geweezene opperhoofden van Halm, en van So„ meren om, over de uijtvoering der ordres van de Edele Hooge Indische Regeering, tegen ons te pro„ testeeren, zonder te bedenken dat dit, in Effecte of haere Meesters dE Compagnie terug stuitende, het zweemszel heeft van Revolke tegenden staet, en disobedientie aan de ordres tot eene verschul„ digde verantwoording en vergoeding van over„ onachtzaemde, en ten uitersten qualijk behan„ delde zaaken. Het is ook daerom en uijthoofde van de opdat protest gevallene, en bij resolutie vanden 9. aug:s 1791. geinsereerde aenmerkingen, dat voorm: van Halm en van Someren, meede, ter verdere geeerde dispositie van welmelde Edelen Hoge Indische Regeering. Regiering, per het schip De Zeebouwer naar Batavia zijn verzonden. Het protest ofte de bij forme vandien, door hen gepresenteerde, en de tegenwoordige Iaggernaikpoeramsche opperhoofden; als meede daar in betrokken, in margine beantwoorde Memorie hebben wij de eere, met de daer bij aangehaelde Bijlagen„ deeze eerbiedig in copia autenticq te laeten verzellen; met verzoek, om ons overigens daeraen„ en wegens onze beschikkingen in cas subject, aen onze voormelde Resolutie, item gemeene en se„ creete brief naar Batavia vanden 24. october 1791: eerbiediglijk temogen gedragen, als ook aan het geene wij onderheeden, zoo met opzicht van die Agterstallen, als de generaele afreekeningen des Handels voor 1791. , aan Hun Hoog Edel„ heeden, met overzending van de geordon„ neerde Reekeningen Courant, Komen te berichten § 15. Ook hoopen wij gereed te geraaken om de Negocie. 23 Negocie boeken deezes gouvernements tot ultimo aug:s 1790. nu naer Batavia te verzenden, zijnde die van 178 /9 reets afgezonden met een parti„ culiere Hollandsche snauw genaemt De Phenix, omdat wij het schip De Zee„ bouwer, daarom, en andere papieren, geen oogenblik langer dorsten ophouden, daar de tijd, met nade pakken van Sadras en Porto Novo te wagten en gereed te krijgen hetgeen de Edele Hooge Indische Regeering volstrekt bedeelt moest worden, reets 3oo verre als tot 24. october was ingeschooten: hoopende dat als het schrijfwerk eens weder in zijn or„ dinaire cirkel kan geraaken, we altans om die reeden nimmer zullen behoeven te beslui„ ten; om het schip een enkel oogenblik na de papieren te doen wachten, en dat overmits 'er, voor het boekjaer 17 8/9. genoegzaeme mesures, tot fa„ ciliteering en effenhouding van het Negocie werk„ beraemt zijn, de boeken van dat Iaar, ook niet laaten. laater als met het schip in october 1792. zul„ len worden overzonden, en als dan zal komen te blijken, of Kormandel onder die plaatsen be„ hoort, welke een meerdere Reductie konnen ondergaen inde ongelden; waartoe ook de com„ missie, om te dienen van bericht op het gere„ quireerde door welmelde Edele Hooge Indi„ sche Regeering, tot het formeeren van een nieuwe Memorie van menage, de beste gron„ e den zal leggen, om te konnen oordeelen, wat wezenlijk met 'sComp:s belang overeenkomstig is; dat, wijl de boeken, zoo verre ten ag„ teren geweest zijn, niet dan op losse gronden zou hebben konnen geschieden. - § 66. Hoewel deeze onder den 18. Courant gereed geweest is, heeft dezelve niet eerder als heeden ult:o Januarij konnen worden verzonden, om zodanige dringende reedenen als voorkomen bij het daer van geadverseerde aen de Edele Hooge Indische Regeering onder den 15. hujus en heedigen datum, waaromtrent wij voor ditmael uwel Edele Hoog Agt: aller goedgunstigste in schikkelijkheit verzoeken. — Wij. 27 Palleacatta Int fort Geldria den 18. Ian: 1792. §17. Hij beveelen uwel Edele Hoog Achtbaerheedens met 'sComp:s dierbaere en Gewichtige belangen inde Divine protexie: de eere hebbende ons met de meeste trouw en alle hoogagting te onderschrijven. — Uw wel Edele Hoog Achtbarens zeer onderdanige en zeer Gehoorzame Dienaaren, Sanovecbracht Jacob Sam de Raeff D Winckelmans Fk W„n Bloeme. Wel Edele Hoog Achtb: Heer Wijd Gebiedende Heeren! Louis Adrien de Brueijs J: D: Lest No. 1. Over Ceilon Patria Aan De Wel Edele Hoog Achtbaere Heeren, Bewindhebberen: Gedeputeerd ter vergadering van Zeeven„ thienen, de Generaele Nederlandsche Oost- Indische Compagnie Representeerende ter Presidiale Kamer Amsterdam Wel Edele Hoog Achtbaere Heer Wij d Gebiedende Heeren! d Bij vertrek van de paket boot De Expe„ ditie onder den 7. october ao passato niets de eere gehad hebbende te erkennen de ontvangst van uwe wel Edele Hoog Achtb: gevenereerde Ltteren Duplicaat. de. 9 51.

NL-HaNA_1.04.02_9706_0030 view scan ↗

English

how matters stand with it, as already appears to have happened in paragraph 13 of the letter addressed to Your Right Honorable on 16 March Anno passato. And since that must also cause a proper accounting of affairs, for each year in itself, we dare flatter ourselves that those arrangements will also be favored with the much desired approval of Your Right Honorable. We also enclose herewith the provisional response to the Fatherland Demand for 1791 dated Amsterdam the 20 November 1789, showing how the allocation to satisfy the same by each office has been arranged. We therefore find nothing more to add here except that, apart from the chief residency of Iaggernaikpoeram to the North, and those of Sadras and Porto-Novo to the South, there is no doubt whether the procurement everywhere will take place at the old, unincreased prices. We await at any moment, however, news from Iaggernaikpoeram that the folk there have also settled the concluding of the contract according to wish; regarding which, the disorder and other illicit doings that arose in anno passato—in an omitted handover of the office, amidst a then existing, most vehement disagreement and utmost confusion, to the then elected, subsequently arrested, and currently still suspended chief resident van Bijland, who is present here—the fermenting minds of the factions, which are devoted to one or the other party, keep matters in such uncertainty and make them of such worrisome appearance, as was not only treated in detail in our repeatedly mentioned general letter, but since communicated from there by letter of the present chief residents Casparus Leonardus Eilbracht and Pieter Emanuel van Hogendorp dated the 20 of the past month and answered by us on the 8 of this month, and in such manner as Your Right Honorable may be pleased to observe from the extracts annexed hereto from the received and dispatched letters; being persuaded that, both there and here, nothing will be left untried to effect a proper reform to the best advantage of the Honorable Company, and regarding which no other obstacles are so considerable and intriguing as the animosity of one faction against the other and the secret encouragements and instigations to feed the bitterness, so that it requires a very extraordinary purification to be secure against such dangerous and ruinous enterprises and plots. The reason that the offices to the south have not yet concluded contracts is solely and only the inconvenience of the war of Tipoe Sultan with the English. But since the din of war is moving away from here, and the English, with all their might, have marched to the Mysore country to lay the net for the said Tipoe, it is to be hoped that they may succeed therein, in order to see an end once and for all to disturbances and movements that have nothing but the most harmful influence on the progress of the Company's affairs. At least we have hope that at Sadras and Portonovo the work of trade will be able to begin again as soon as any reliable reports arrive that, for the present, one does not have to fear on this side for the disasters and consequences of the war. Meanwhile, it were to be wished that in such worrisome circumstances we did not fluctuate with our finances. Because the vent of cloves and Japanese bar copper, with no other articles appearing practicable, as has already been very circumstantially demonstrated to the Honorable High Indian Government under the ultimate of January of the past year and even more extensively shown in our aforementioned general letter of the ultimate of February, we are in no small anxiety as to how we shall make good the remainder, both with what we still have to supply for the contracting for 1791, and the sustaining of the necessary expenses until the time of relief; living in the hope that the projected 7 tons in satisfaction of the Demand may shortly be the result of our hoped-for expectation, and if the 6 tons requested in addition are added thereto, it appears that we will be able to dispatch the projected or expected return ship in due time with a considerable cargo, and at the same time take the necessary measures for the trade for 1792. For the rest, we append below, as usual, a brief demonstration of the sale of merchandise in 1789/90, extracted from the General Rendement accompanying this. Brief

Dutch transcription

hoedanig hetdaar meede is gelegen, zoo als reets blijkt geschiet te zijn bij par: 13. der sub 16. maart Anno passato aan uwelEdele Hoog Achtbaere gerichte Letteren. — En vermits dat tevens moet veroorzaeken eene behoorlijke verantwoording van zaeken, van ieder Iaer op zich zelve, zoo durven we ons flatteeren dat die schikkingen ook met de zeer gedesidereerde approbatie van uwelEdele Hoog Achtbaere begunstigt zullen worden. — Wij voegen tevens hier bij de provisioneele beantwoording van den Patriaschen Eijsch voor 1791. gedateert Amsterdam den 20. November 1789. aantoonende hoedanig de ver„ deeling ter voldoening van dezelve door ieder Kantoor, is ingericht. Wij vinden dus hier niet meer bij te voegen dan dat, buijten de opper„ 7 hoofdij Iaggernaikpoeram om de Noort, en die van Sadras en Porto-Novo om de Zuijd. 85. 3 zuijd, er geen twijfel aen is, of de bezorging zal ig overal geschieden tegen de oude onverhoogde prij„ zen. Wij overwachten echter van Iaggernaik„ poeram alle momenten tijding dat het Fiok aldaar met het sluiten van het Contrach meede: na den wensch geschikt heeft, dan waer omtrent, de in a:o passato ontstaene disonder en andere ongeoorloofde gedoenten, bij eene toen bestaende doch met de heerigste oneenig„ heid ende aller uiterste confusie, agterwegen gebleven over antwoording van het kantoor aen het toen geeligeert daer na gearresteert, en actueel nog buiten functie, thans alhier aanweezig opperhoofd van Bijland, de fer„ menteerende gemoederen der factien, welke de een of andere Partij zijn toegedaen, de zae„ ken in die onzeekerheid houden en van zulken zorgelijken aan schou maeken, als niet alleen bij meerm: onze generaele brief omstandig: omstandig overhandelt, maer zeedert van daer C bij brieve der tegenwoordige opperhoofden Cas„ parus Leonardus Eilbracht en Pieter Emanuel van Hogen„ dorp de dato 20. der gepasseerde maand bedeelt en door ons op den 8. deezer beant„ woort is, en diervoege als uwel Edele Hoog Achtb: datsijde hier neven gevoegde Extracten uit het aangekomen en afge„ gaen schrijven gelieven te beoogen: zich gepersuadeert houdende dat 'er, zoo aldaer als hier, niets onbezocht zal worden gelae„ ten om een behoorlijke reforme, ten meeste beste van de E: Maetschappij, uitte werken en waar omtrend geene andere hindeningen zoo aenmerkelijk en intregant zijn dan de anomositeit vanden eene tegen de andere factie ende heimelijke aenmoedigingen en instigatien om de verbittering voedzel te geeven dus. dus ze eene zeer Extraordinaire purificatie nodig heeft omzeeker te zijn, tegen zulke ge„ vaerlijke en verdervelijke onderneemingen en aan slagen: — De reeden dat de kantooren om de zuid noch geen contracten hebben geslooten, is enkel en alleen de ongelegenheit des oorlogs van Tipoe sultan met de Engelschen. Dan overmits het krijgsgedruis zich van hier verwijdert, ende Engelschen, met alhaer macht, naer het Maisoersche Gerukt zijn, om gem: Tipoe de net te stellen, is het behoopen, dat zij daarin mogen reusseeren, om een mael een einde te zien aen onlusten en beweegingen die niet dan de aller schadelijkste invloed hebben op den voortgang van sComp:s zaeken. Althans wij hebben hoop dat te Sadras en Portonovo het werk des Handels weder een aanvang zal konnen neemen zoo dra er maar eenige 86. zeekere. zeekere narichten komen, dat men deeze kant nit, voor de rampen en gevolgen des oorlogs, voor eerst niet heeft te vreezen. — Ondertusschen ware het te wenschen dat we in zulke zorgelijke omstandigheeden niet fluctueerden met onze financien want. Den vertier van Nagelen en Ia„ pansch staefkoper, zonder andere ar„ ticulen in practicabel voorkomende, gelijk dat bereets zeer omstandig aan de Edele Hooge Indische Regeering onder ult:o Ianuarij E:o leeden en noch breedvoeriger vertoond is, bij onze voormelde generaele brief van ult:o februarij, zijn we in geen kleene bekommering hoe we het overder goet zullen maeken, zoo met hetgeen we nog moeten fourneeren tot de Aanbesteeding voor 1791. als het door rond staen der nodige ongelden tot den tijd van ontzet: leevende inhoop, dat de geprojecteerde 7. 7. Ton= 7. Pon ter voldoening van den Eijsch eer lange vn het gevolg mag zijn van onze hoop in over„ wachting en zoo de daer en boven gevraegde 6. Ton:, daer worden bijgevoegt, laets zich aanzien, dat wij het geprojecteerde of te verwachten Retourschip op zijn tijd, met een aanzienelijke Lading zullen konnen verzenden, en tevens de nodige maetregelen in het werk stellen tot den Handel voor 1792. — 3 G We laaten overigens :„ hier onder als na gewoonte volgen een kort vertoog ver„ toog van den verkoop van koop„ manschappen in 17 83/90. getroc„ ken uijt het deeze meede accom„ pagneerent Generael Rende„ ment. — 58. Korte

NL-HaNA_1.04.02_9706_0036 view scan ↗

English

Short demonstration of the profits on the sale of trade goods, etc., in the financial year 1789/90: f 169413. 2. 8 or Pagodas 37647. 8. 59, and in the year 1788/89: f 208908. 12. - or Pagodas 46424. 3. 16; thus now less f 39495. 9. 8 or Pagodas 8776. 18. 37, as follows, namely: Year 1788/89 | Year 1789/90 Profit | Loss | Profit | Loss | More | Less Palleakatta: f 61950. -. - | f -. -. - | f 2021. 8. 8 | f 128. 12. - | f -. -. - | f 4057. 3. 8 Sadraspatnam: f 8169. 3. - | f -. -. - | f 9021. 19. 8 | f -. -. - | f 852. 16. 8 | f -. -. - Portonovo: f 2802. 7. - | f -. -. - | f 25831. 13. - | f -. -. - | f 23029. 6. - | f -. -. - Iaggernaikpoeram: f 11024. 11. - | f -. -. - | f 33885. 3. 8 | f -. -. - | f -. -. - | f 26356. 7. 8 Palicol: f 5649. 17. - | f -. -. - | f 13804. 6. - | f -. -. - | f 8154. 9. - | f -. -. - Bimilipatnam: f 31649. 8. 8 | f -. -. - | f 28140. 19. 8 | f -. -. - | f -. -. - | f 3508. 9. - Nagapatnam: f 2236. 6. 8 | f -. -. - | f -. -. - | f -. -. - | f -. -. - | f 2236. 6. 8 Together: f 26918. -. - | f -. -. - | f 8270. 10. - | f 128. 12. - | f 32036. 1. - | f 71532. 6. 8 Or the loss from the gain: f -. -. - | f -. -. - | f 128. 12. - | f -. -. - | f -. -. - | f -. -. - Remains: f 26918. -. - | f -. -. - | f 2576. 18. - | f -. -. - | f 32036. 1. - | f 258. 6. 8 From which is deducted 5 per cent commission on sales: f 13790. 1. - | f -. -. - | f 13163. 15. 8 | f -. -. - | f -. -. - | f 626. 5. 8 Balance for Net Profits: f 208908. 12. - | f -. -. - | f 169413. 2. 8 | f -. -. - | f 32036. 1. - | f 71532. 1. - The lesser being deducted from the greater: f 169413. 2. 8 It thus appears that in the expired financial year 1789/90 less profit was made: f 39495. 9. 8 Agrees: f 39495. 9. 8 - f 32036. 11. 8 Short demonstration of gold traded in the financial years 1789/90 and 1788/89, as follows: Accounted | Sold | Gained | Lost | Per Cent Year 1789/90: 1117. 1. 7 1/2 marks, 82. 19. 1, 256 to 8 bars of gold by weight: f 31604. -. - | f 3614. 19. 8 | f 8750. 1. - | f -. -. - | 6 1/2 per cent 1512 1/2 pieces of Batavian gold Rupees: f 30250. -. - | f 29437. -. 8 | f -. -. - | f 812. 19. 8 | 2 1/16 per cent 287 pieces of Persian gold Rupees: f 4592. -. - | f 4904. 1. 8 | f 312. 1. 8 | f -. -. - | 6 1/16 per cent The gold traded in the year 1789/90 amounts together to: f 35089. 1. 8 | f 719. 1. 8 | f 1013. 9. 8 | f 812. 9. 8 Deduct the loss from the gain: f 812. 19. 8 And in the year 1788/89: 806. 4. 1 3/4 marks, 5. 1. 6/10 bars of gold by weight: f 4756. 3. - | f 2598. 4. - | f 140. 10. - | f -. -. - | 5 per cent Thus this year, or in the year 1789/90, more: f 038. 18. 1 | f 9. 19. 8 | f -. -. - | 7 1/2 per cent f 20200. 10. - | 5 3/4 per cent Paragraph 9. And after which also follows a demonstration of the gold disposed of in the aforesaid financial year. The general letter will show that the demonstration of each on its own appeared to be better than combining the one with the other, as the profit on merchandise belongs for a certain period to the status and expenditure of the Coast, whereas that on gold and silver is doubtful whether it accrues to the revenues of the Government and should not properly be carried over to the general account. Paragraph 10. Regarding the arrears and settlements as of the ultimate of August 1790, so much matter appears in the aforementioned general letter to demonstrate how the matter stands with their origin, the compensation imposed on that account, and at the same time with the ordered security bond for the price increases introduced in 1785/88 and the reasons thereof, that if we were to make further mention of it here, we would have to state the very same that has been described there in great detail; just as matters stand with the article concerning the domains or their revenues. Paragraph 11. Wherefore, respectfully conforming ourselves thereto, we also conclude here, humbly requesting that the transactions contained in the aforementioned general letter may be regarded as foundations provisionally laid for a general reform and improvement of affairs, in order to afford Your Right Honourable Worships, as we zealously wish and strive for, greater satisfaction than the general administration has had hitherto; although the race is not to the swift, nor the battle to the strong, where the outcome of all intentions and endeavours depends upon a hidden power and blessing, and wherein we leave the Company's precious interests recommended with the utmost diligence. We have the honour to remain, with all due fidelity and deepest respect, Right Honourable, Most Highly Ruling Sirs, Your Right Honourable Worships' most humble, most obedient servants, Jacob Eilbracht Jacob Samuel Raits D. Windelmans Fk. Dk. Bloeme A. A. Gast D. E. van Mittendorp Palleakatta In Fort Geldria The 24th of March Anno 1791. Examined. Register of such papers as are on this day respectfully addressed via Ceylon to the Right Honourable Lords Directors, in the Assembly of the Seventeen, commissioned to the presiding Chamber of Amsterdam, by the Senior Merchant and Authority, the Lord Jacob Eilbracht, together with the Council at Palleakatta, namely: Number 1. Original general missive sent under today's date by the said Lord Authority and Council to the Highly Esteemed, Right Honourable Lords Directors. Number 2.

Dutch transcription

Korte Demonstratie vande winsten op den vertier van Handelwhaaren Etc: in het boekjaer 17 3/90. ƒ 169413. 2. 8. pa/s 37647. 8. 59. en in a:o 178 2/9. ƒ208908. 12. -. of pag: 46424. 3. 16. dus nu minder ƒ 39495. 9. 8. of Pag: 8776. 18. 37. gelijk als volgt; teweeten: 89 A:o 17 A:o 173/90. 9/90. A:o 178 8/9. winst overlies Winst verlies Meerder Minder Palleakatta - - - - - - ƒ61950. - . -. ƒ —. –. –. ƒ 2021. 8. 8. ƒ 128. 12. —. ƒ —. –. –. ƒ4057. 3. 8. Sadraspatnam - - - - - „ 8169. 3. –. „ –. –. –. „ 9021. 19. 8. „ —. –. –. „ 852. 16. 8. „ —. –. –. Portonovo - - - - - - „ 2802. 7. –. „ —. –. –. „ 25831. 13. –. „ —. –. –. „ 23029. 6. –. „ —. –. –. Iaggernaikpoeram „ 11024. 11. –. „ —. –. –. „ 33885. 3. 8. „ —. –. –. „ —. –. –. „ 26356. 7. 8. Palicol . - - - - - - - „ 5649. 17. –. „ —. –. –. „ 13804. 6. –. „ —. –. –. „ 8154. 9. –. „ —. –. –. Bimilipatnam - - - -„ 31649. 8. 8. „ —. –. – . „ 28140. 19. 8. „ —. –. –. „ —. –. –. „ 3508. 9. —. Nagapatnam – – - - „ 2236. 6. 8. „ —. –. –. „ —. –. –. „ —. –. –. „ —. –. –. „ 2236. 6. 8. Tesamen . - ƒ269.13. —. ƒ — . –. –.ƒ 8270.10. . ƒ 28. 12. ƒ2036. 1. . ƒ2158. 6. 8. of het verloorene van het „gewonne - - - - - - - - - „ —. -. -. „ —. -. - - „ 128. 12. -. „ —. –. –. „ —. –. –. „ —. –. —. Blijft . - - - ƒ269. 18. —. ƒ —. —. — ƒ2576: 18. —. ƒ —: : —. —. ƒ2036. 1. . ƒ258. 6. 8. waar van aftuekke 5. per„ bento provisie op 't uijt„ koops - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 13790. 1. –. „ —. –. –. „ 13 163. 15. 8. „ —. –. – „ —. –. –. „ 626. 5. 8. Rist voord Zuijvere Winsten. . . ƒ 208908. 12. —. ƒ —. –. – ƒ 69413. 2. 8. ƒ —. –. – ƒ32036. 1. . ƒ 71532. 1. —. Het mindere van het meerdere afgetrocken zijnde _ - - - - - „ 169413. 2. 8. - - - - - - - - - zooblijkt dat in het afgelegde boekjaer 17 39/90. minder geprofiteerd is - - - - - - - - - - ƒ39495. 9. 8. Accordeerd. - - - - - ƒ39495. 9. 8. -„ 32036. 11. 8 59. 6 - 9 Mgff: Mg t2=e 175 1117. 1. 7. ½. 82. 19: 1. 256 „â 8. staaven Goud bij Mgttn:s Maff: Korte Aantooning van vernego„ 8 89 tieerde Goud inde Boekjaer 179/90: en 178 /9. Als: prcto aangereek:t verkogt gewonnen verlooren P„r C„to A:o 178/90. gewigt - - - - - ƒ31604. . . ƒ3614:19 8 ƒ8750:1:- ƒ —. -. - . 6: ½ r=:m 1512: 1/½. p:s Ropias Goude Bataviase. . „ 30250. —. . „ 294137. —. 8. „ —. —. — „ 812.19. 8. 2. 1/16. 287. —. „ Ropias Goude Persiaanse „ 4592. –. –. „ 4904. 1. 8. „ 312. 1. 8. „ —. —. —. 6. 1/16. De in A:o 17 39/90. over negotieerde Goud, Ensttellen tesaemen. - - - - . ƒ35089. 1. 8 ƒ719. 1.8 ƒ1013. 9. 8 ƒ 812. 9. 8. Af het overloorene van het Gewonne „ - - - - - - - - - - - - „ 812. 19. 8. En in A. o 178 /9. 806. 4. 1. ¾. 5. 1. /6 /10. steiven Goud bij Gewijt 4756. 3. . „ 2598. 4. „ 140. 10. . —. —. — 5. —. Des deezen Iaa„ re of in a:o 17 28/90. meerder - - - - - - ƒ 038: 18. 1 . . ƒ 9.19. 8. — . . 7:½. ƒ20200. 10. - . - - - - - - 5. ¾. §9. En waar agter tevens volgt een Aan„ tooning van het in voorsz: boekjaer verdebiteerd Gout. — Zullende. der 8. . 8. 8. 11. 8 1ch zullende de Generaele brief uitwijzen, dat de overtooning van ieder op zich zelfs, is voorgekomen beeter te zijn, dan het eene gevoegt bij het andere; als zijnde de Winst op de koopmanschappen, een zeeker stonds tot den staet en omslag van de kust behoo„ rende, maar die op Goud en zilvere twijffe„ lachtig of wel tot de inkomsten van het Gouvernement komen, en niet eigenlijk tot het Generael overgebracht moeten wor„ den. Nopens de Agterstallen ende 5 40. afreekeningen onder ult:o Augustus 1790, komt bij de voormelde Generaele brief, zoo veel stoffe voor, ter betooning hoedaenig het metde oorsprong van dien, de derwegen opgelegde vergoeding en tevens is geleegen, met de geordonneerde bautiestelling voor de in 178 5/8. ingevoerde prijs verhoogingen en de. 41 de reedenen van dien, dat we, met daer van indeeze nader mentie te maeken, even het zelve zouden moeten zeggen als aldaer zeer wijdloopig is beschreeven; hoedaenig het ook is gelegen met het articul raekende de. — ch § 11. Domeinen ofte de Inkomsten vandien: weshalven we met eerbiet ons daar aan gedragende, hier meede afbreeken: ootmoe„ dig verzoekende dat de verrigtingen bij voorm: Gene„ rale brief vervat, mogen worden aangemerkt als, bij provisie, gelegde fundamenten tot een algemeene Reforme en verbeetering van zaeken, ten einde uwwel Edele Hoog Achtbaere gelijk we ieverig wenschen en betrachten een meerder genoegen toete bren„ „gen, als tot hier het Generael besteer gehad heeft schoon den Loop niet is der snellen, noch den sreijd der helden, waer de uijtkomst van alle veroogingen en verrigtingen, afhangelijk zijn van Een verborgen kracht en zegen in. 11. en waarin wij sComp:s dierbaere belangen, methutsomees te empressement, bevoolen laeten. - Wij hebben d'eere van met alle verschuldigde trou en het die ps: ontzach te verblijven. — Wel Edele Hoog Achtbaere Zeer Wijdgebiedende Heeren. Uwer wel Edele Hoog Achtbaarheeden zeer onderdanigen zeer Gehoorzaeme diena Jacob uelbrucht Jacob Samvi Raits D Windelmans „ Fk D„k Bloeme Palleakatta In 't Fort Geldria Den 24. Maart A:A: ast A:o 1791. D E: Van Mtgendorp Nagezien 43 Register van soodanige Papieren als opheeden. Aan de welEdele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen; ter overgadering van seventiene„ Gecommitteerd ter presidiale kamer Amsterdam. Over Ceijlon Eerbiedig werden Geaddtresseerd door den opperkoopman en Gezaghebber, Den Heer Jacob Eilbracht 1. Nevens Den Raed te Palleakatta Teweeten: N=o 1. Origineele Gemeene missive door gemelde Heer Gezaghebber en Raed aan Hoog gedagte welEdele Hoog Achtbaare Heeren Bewind„ hubberen onderheedigen datum gericht No. 2.

NL-HaNA_1.04.02_9706_0044 view scan ↗

English

No 2 Triplicate closed missive through and written as just mentioned under date 7 October last, the original sent with the packet boat De Expeditie and duplicate per the ship Horssen. A closed packet with copy of separate resolutions, and letter through and superscribed to as just mentioned. Copy of general letter through as aforesaid to Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia under date 26 September 1790, sent with the country's frigates De Zephier and Havik. ditto 5. Copy of general letter through and as just mentioned under date 21 October, dispatched directly thereafter per Horssen to the same High Government. Annex Register of the papers sent therewith. No 6. 45 No 6. Copy of general letter through and as stated under the last of January last, sent via Ceylon. Copy of general letter through and as aforesaid written under date the last of February. Annex. Register of the papers going therewith. 8. Two volumes or bundles of copies of general resolutions taken in the Council of Coromandel at Paliacatte; namely: First volume from 11 March to 27 September 1790, and Second volume beginning 6 December following thereafter to the date of this, the last of February. Annex Register to both volumes in a separate volume. No 9. 7 No 9. Bundle containing report of investigation made into the arrears of the former government at Nagapatnam with its annexes. 10. Answered Homeland pay extract dated Amsterdam 30 October 1789. 11. An original answered demand of 1790. Annex General summary of this main settlement, Paliacatte, and Extract missive written by the resident of Sadraspatnam to the Coromandel Government under date 19 December 1790. 12. Copy of answered demands of the subordinate stations of the year 1790; namely: 112 stations of the year 1790; namely: 1. ditto of Sadraspatnam along with the summary 1. ditto of Palicol 1. ditto of Jaggernaikpoer along with ditto 1. ditto of Bimlipatnam along with ditto No 13. Original provisional answered demand for 1791 from Paliacatte. 14. A small chest with Coromandel pay books etc. of the book year 1788/9 for the Homeland. 15. Copy register of the said pay books. Paliacatte in Fort Geldria, 24 March 1791. Further under No 16. Copy of general missive from the Honorable Commander and Council here written to Their High Excellencies the Noble High Indian Government under the last of March of this year. Annex Register. A separate packet from the Honorable Commander addressed to Their High and Highly Esteemed Excellencies. 17. ditto ditto No 2. Copy of secret missive to Their High Mightinesses for Zeeland. 49 Batavia To His High Excellency, The Most Noble Highly Esteemed Lord Willem Arnold Alting, Governor General, along with The Honorable Gentlemen Councillors of the Dutch Indies. High Noble Far-Ruling Lords. Hardly had our general reports of the last of February and March, with a proper account of the separate commission of the first-signed to investigate the cases that occurred in the past year concerning Master van Byland, been dispatched to Your High Excellencies, or his restless character was stirred up anew and turned into such extravagance that we consider ourselves obliged at this otherwise unusual time, by a Danish vessel via Malacca, to inform Your High Excellencies how he, pursuant to resolution of 12 May last, was placed in the hands of the Fiscal and proceedings against him have now been instituted before the Council of Justice. For taking this course, the nearest available according to the orders and laws, the principal consideration is the insolent opposition to our resolution of 29 April last, passed upon a written document submitted on that day by the first-signed, containing the reasons that gave occasion to what was resolved, 54 resolved, and which we have the honor briefly to present herein. The separate commission of Your High Excellencies of last year assigned to the first-signed, strictly limited to the documents appended thereto or to points appearing in the honored general response of 27 April 1790, he has adhered thereto with all possible care, without going beyond or above it. Van Byland on the other hand, as is evident from various parts of his defenses, instead of merely defending those points and supporting them with evidence, as was specifically required, has piled one accusation upon the other, so that the strength of his arguments consists chiefly in bringing to light new facts, without verifying and substantiating the previous ones except only in part, and the rest in such a manner as will hopefully have already appeared to Your High Excellencies from the documents sent over. At least the first-signed, considering himself not authorized to go further regarding such particular cases, and especially not to enter into an investigation of what occurred during the surrender of Nagapatnam in the year 1781 to the English, since the points relating to the debts of the then government were already concluded, Van Byland did not lack in inventing and communicating other irregularities. 53 He spoke of plots, called those traitors who held secret meetings, undermined the Company's interests and the meticulous proceedings of the first-signed, and, in those secret assemblies, with the Company's interpreter, sought to instruct and instigate the merchants or suppliers to be deficient in their deliveries and to cause the expected ship or ships to return empty. The plotters were the General Commander Tadama, likewise the former and current council members Van Walm, Simons, Brouwer, and De Raet; holding meetings three times a week, and the rumor was spread therewith that Tadama would soon become Governor again.

Dutch transcription

N=o 2 Triplicaat geslooten missive door en als even ge„ schreeven in dato 7. 8ber Ad:o p:o 't origineel afgezonden met de Pacquet Boot de Expeditie en Duplicaat per 't schip Horssen Pakket met Copia apparte Een geslooten Resolutien, en brieve door en aan als even gesuperscribeerd. Copia Gemeene Brief door als vooren aan Haer Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiasche Regeering te Ba„ tavia onder dato 26. 7ber 1790. met „slands Fregatten De Sephier en Havik afgezonden. - do „ 5. Copia Gemeene door en als eeven onder dato 21. 8ber daer aan percktorssen aan Hoog dezelve afgevaardigd. — Annex Register der daarmeede afgesondene papieren. - No 6. 6 45 N=o 6. Copie Gemeene brief door en als gezegt onder ult:o Ianuarij Iongstleeden over beijlon versonden. — Copia Gemeene brief door en als vooren onder datum uet:o februarij geschreeven Annex. Register der daer meede afgaende Papieren. - „ 8. Twee Deelen of Bondels Copia Gemeene Resolutien Genomen in Raede van Cormandel te Palliakatta; als: 1. Eerste deel zedert den 11. maart tot 27. ber: 1790. , en ch Tweede deel beginnende 6. December daer aan volgende tot dato deezes uot: febr: Annex Register: op beide deelen in Een apparte band. — No. 9.6 7 N=o 9. Bondel behelzende Bericht van Gedaen on„ der zoek nade Agterstallen van het voorig Gouvernement te Nagapatnam met dies bij laagen Beantwoorde Patriasche soldij Extract 10. gedatteerd Amsterdam 30. 8ber 1789. — 11. Een origineele beantwoorde Eijsch van 1790 Annex Generaele Samentrekking vandeeze Hoofdplaats Palliakatte en Extract missive door het Sa„ draspatnams opperhoofd aan de bormandelsche Regeering geschreeven in dato 19. Dec:r 1790. Copia D Beantwoorde Eijs„ schen der snbalterne „ 12: Cantooren. „ 112 Cantooren d' Ao 1790. ; Als: 1. dito van Sadrasp:m nevens 'T samentrekking 1. „ „ Palicol 1. „ „ Iaggernaik p:r „ „ _:o 1. „ „ Bimilip:m „ „ N=o 13. Origineele Provisioneele beantwoorde Eijsch voor 1791: van Palleakatta. „ 14. Een kasje met Cormandelsche Boldijbeke etc: van 't Boekjaer 178 6/9. voort Patria „ 15: Copia Register van gemelde Soldij-Boeken Palleakatta In't FortGeldria den 24. Maart A:o 1741. Nader sub N=o 16. - - - - - - . Copia gemeene missive van den Heer Gezaghebber en Raed alhier aan Haar Hoog Edelh: de Edele Hooge Indiasche regeering geschr: onder ult:o maart deezes Jaers Annex Register. —. Een Apart Pakket vanden welEd: agtb: Heer Gezaghebber aan Hoog Ged: melEd: Hog Agtb: gericht d: „ do _:o „ 17. - - - No 2. Copia Secreete missive aen H. N: Edelheeden voor Zeeland, 49 Batavia Aan zyn Hoog Edelheijd. ƒ Den Hoog Edelen Groot Achtbaeren Heer Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Negens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlandsch India Hoog Edele Wijdgebiedende Heeren. Nauwelyks waaren onze Generaele bee richten van ultimo februarij en Maart met een behoorlyk verslag der aparte Commissie van den Eerst ondergetee kenden tot ondersoek van de in anno passato geExteerde gevallen met Van Mts: van Bijland aan U Hoog Edelheeden afgevaardigt, of zyn onvustig Caracter raakte op nieuw gaande en sloeg over tot die Extraragantie dat we ons ver plicht achten op deeze anders ongewoone tyd met een Deensch Vaartuijg Over Malacca, w Hoog Edelheeden kennis te geven, hoe hij volgens besluijt van den 12 Meij Joleeden in Fiscaals handen gesteld en tans proces teegen hem geentameerd is bij de ƒ Raad van Justitie. Tot het inslaen van deesen weg, de naaste die volgens de Ordres en wetten openstond komt hoofd zaakelijk in alenmer„ king de brutaele oppositie teegen ons besluijt van 29. April J:l: gevallen op een ten dien dage door den eerst gezeekenden in„ gediend schriftuur, vervatten de de reedenen die, tot het ge resolveerde 54 resolveerde aanleiding gaven en welke we de Eere hebben korte lyk in deesen te vertoonen De aparte Commissie van w Hoog Edelheeden van Ao p:o op den eerst geteekenden bepaald aan stukken daar neven gevoegt, of tot pointen voorkomende be„ de g'eerde Gemeene rescriptie van 27. april 1790, heeft hij zich met alle mogelyke zorgestuldig heid daar an gehouden zonder daar buijten ofte boven te gaan. Van Byland daar en teegen gelijk biij onderscheijdene parta gien van zijne verantwoordin„ gen komt te blijken, in steede van die poirten enkel te ver deedigen en met bewijzen te staven, gelyk speciaal was Gerequireert, heeft de eene beschuldiging gestapeld op den Zoo dat de kragt van anderen zijne Argumenten voornaeme en lyk lyk leeslaat in het lig brengen van nieuwe feiten, zonder de voorige als maar gedeeltelyk, ende Overige, zoodanige te verifiee„ „ren en te staven als bij de over gesonden stukken U Hoog Edelheeden verhoopentlijk reets zal zijn Gebleeken. Altans de eerstgeteekende zich niet gequalificeert agten „de om ten aanzien van zulke bijzondere gevallen verder te gaan, en voor al niet te tree„ den in een onderzoek van het Gelxteerde bij de overgave van Nagapatnam in A„o 1781 aan de Engelschen, vermitt de poorten betrekkelyk tot de schulden van het toemaelig Gouvernement reets haar be slag hadden, manqueerde het van Bijland niet aan het inventeeren en commu„ niceeren van andere onge regeltheeden 53 regeltheeden. Wij sprak van Com„ plotten, noemde de zoodanige verraeders die Geheime lij een komsten hielden, scompagnies belangen en de zorglijke ver rigtingen van den eerstgetee henden ondermeijnden en, in die geheime vergaderingen, met sComp:s tolk, de kooplieden ofte de Leveranciers zochten te in„ strueeren en te insligeeren om Gebreknig te zijn in haare Leve rancie en het te verwachten schip of scheepen leedig te rug te doen heeren. —. De Complotteurt waaren de Heer Geneeele Gezachhebber Tactama, item de geweezene en actueele raadsleeden van Walm, Simons, Brouwer en de Raet; houdende driemaal sweeks vergadering, en men ver„ spreide daar bij het gerucht dat Padama eerlang weeder Gouvernr 2

NL-HaNA_1.04.02_9706_0062 view scan ↗

English

Governor Louw. Moreover, according to Van Bijland, he was a dishonorable rogue who was guilty of a forged signature, and who had managed to bribe the secretary Wast for 1000 pagodas in order to smuggle away accounts of 10,000 pagodas to the debit of his brother-in-law, one of the former Nagapatnam merchants, and to defraud the Company; in a word, Right Honorable Sirs, appalling matters which were intended for nothing other than to bring the first signatory into despair, so as to dispose of his Councilors, namely Simons, De Reeff, and Hasz, upon Van Bijland's assertion, who, while still having a seat, were to be deprived of their dignities, to weaken the assembly, and by such an evilly conceived means to pave the way for himself to that which was indirectly aspired to by him through other channels, namely the office of Head Administrator. But apart from the fact that all these horrors had no other existence than in the restless mind of the aforesaid Van Bijland, since from the one as little as from the other any proof or evidence of truth was given regarding the matter, so that touching upon it appeared extremely dangerous and harmful, the first signatory continually admonished Van Bijland not to proceed so thoughtlessly, and rather to sacrifice one thing or another of his thirst for revenge generously to oblivion, and to hide the secret in his bosom, than to give credence to something that, to a sensible man, did not even deserve notice. This, Right Honorable Sirs, the first signatory testifies solemnly and sacredly before an omniscient God to be true and veritable, and this he swears once more by drafting and signing this document before Your Right Honorable illustrious assembly. Had Van Bijland now seen fit to make use of this recommendation, which showed friendship and served mostly for his own peace, one might probably have awaited with tranquility the esteemed pleasure of Your Right Honors upon the various proposals, and specifically of the matters concerning the separate Commission; but Van Bijland, whether by running too swiftly upon the power of his imagination, or because his nature and disposition do not permit him to be peaceful, or that a boundless lust for power drives him to incomprehensible extremes, has done everything except lend an ear to this. If Your Right Honors deign to grant your respected attention to the aforesaid document of the first signatory produced at the meeting of 29 April, you will find the particulars of what is said here in general terms principally described therein, and all the relevant circumstances verified by the further documents. At Erikan, a nearby village that is leased annually, a pleasant countryside where Van Bijland was permitted to go and amuse himself for a few days after the dispatch of the papers, this new storm first broke loose. Here in this place, instead of breathing fresh air and good sentiments, he feeds his restless spirit anew by daring to trouble the first signatory, and to make the other necessary activities extremely unpleasant and impossible. He does not, as they say, come straight to the point; on the contrary, he seems here to have become more than usually fertile in devising and employing means to achieve his actual goal. Not succeeding in an invitation extended to the first signatory to come over there on account of the pleasantness of the climate and harvest, he uses other means, not with noble and sincere, but with dishonorable and mutinous intentions. For how else is one to regard his scheme to bring the wife of the first signatory into an utter state of anxiety concerning her husband or his advanced age, based on a danger imagined by him? What is the intention of impressing that danger so strongly upon her heart that she, upon the persuasion of Van Bijland, according to his dictation in secret, addresses herself concerning this to the brother of the first signatory, the Jaggernaikpoeram Chief? And what else, than to cause dissension and confusion, if not worse disasters, incites Van Bijland to encourage, in a letter accompanying hers, the said Jaggernaikpoeram Chief to leave his post and come to inspect the dangerous condition in which the first signatory was alleged to find himself, and the provision that was required with respect to the Government! What else than to promote and execute this revolting intention drives Van Bijland to the baseness of presenting the constitution and ailments of the first signatory in the most ridiculous manner to a Frenchman, the then Jaggernaikpoeram Surgeon Hogé, and to commission him to speak with the Chief about it and urge him to depart, on account of the precariousness of the state of the Government

Dutch transcription

Gouverneur Lou worden. &comps zalk daar en boven was bij hem Van Bijland een eer vergeeten schelm, die schuldig was aan een glalsche handteekening en die den secretaris Wast voor 1000 pagooten had weeten te corrumpeeren, om reekeningen van 10'000 pagooden tot lasten van zijn Zwager, een der ge weesen Nagapatnamsche kooplieden, weg te mottelen, en de Compagnie te ontvreemden in een woord, Hoog Edele Heeren ystelyke zaeken die met ane„ ders bedoelden dan den eerst geteekenden te brengen in eene vertwesteling, om, op van Bijlands zeggen af, te dispo„ neeren over zijne Raadtluij„ den /: te weeten Simons, de Reeff en Hasz:) als nog sessie hebbende, deselve te beroren van haere waardigheeden, de ver 6 vergadering te verzwakken, en door zulk een boos bedacht mid„ del zichden weg te baenen tot het geene langs andere wee„ gen, indirectelyk door hem ge ambieert werd, den dienst van Hoofd Administrateur na melijk. Maar behalven dat alle deese Gruwelen geen ander bestaan hadden in het on„ vustig gemaedl van voorsz: van Bijland, immers van het eene zoo min als het andere, ter zaeke, eenige preuve, of lee wijs van waarheid gegeven wierd, zulx het aanroeren daar van ten uyttersten gevaarlyk en ledenhe, lyk voor quame, vermaende de Eerstgeteekende van Bijland ge„ duurig, om zoo onbedacht niet te werke te gaan, en liever van zijn wraeklucht het een of ander Edel, moediglyk aan de vergeetenheijt op te offeren, en het Geheim in zijn boelem te verbergen, aan ge loot. 35 loot te geven, aan iets dat voor een verstandig man, zelfs geen aanmerking verdiende. Dit Hoog Edele Heeren, betuygt de eerst geteekende heijliglyk en plechtiglyk voor een Alweetend God, waar en waaragtig te zijn en dit besweert hij door in stelling en onderteekening deeses nogmaals voor U Hoog Edelheeden illustre vergadering. stad nu van Bijland kunnen Goedvonden zich te bedienen van deeze vriendschaps blijkende en het meest tot zijn eige rust strekkende recommandatie zoude men waarscheijnelijk met trun„ quiltiteit hebben mogen afwagten het geëert welbehaagen van U Hoog Edelheeden op de onderschei„ dene voordrachten, en speciaal der zacken raakende de aparte Commissie: waar van Bijland het 57 het zij met te sterke vaert loopen op zijne verbeeldings kragt, het zy dat zijn aart en naturel niet toe laat van Vreedzaam te zijn, of dat een sporreloose Heerschzucht hem tot onbegrijpelyke uytterstens vervoert, heeft alles gedaen, be halven hier aan het oor te leenen. U Hoog Eddelheeden het voorsz: ter vergadering van 29 April ge produceerd geschrift van den Eerst geteekenden, met Haare gerespec„ teerde aandacht gelievende te verwaardigen, zullen de bijzon„ derheeden van het geene alhier in algemeene termen gezegt is, daar bij hoofd zaakelyk beschree ven, en alle de daar toe betrek„ nelyke omstandig heeden met de verdere stukken leewaarheid vinden. —. Op Erikan, een hier digt de Geleegen dorp, dat Iaarlyks ver pacht word, een aangenaeme land streek, alwaar van Bijland na de„ depeche depeche der papieren, gepermit„ teerd was, zich, voor eenige dagen wat te gaan verlustigen, ik deese nieuwe storm, het Eerst losge¬ ten brooken. Hier ter plaatze, in steed van frisse lucht en Goede Centi„ menten in te ademen, geeft hy zijn rustelooze Geest, op nieuw voedzel, met zich te verstouten van den Eerstgeteekenden te ver„ moeijelyken, en de andere nood„ zaakelyker beezigheiden ten uijt tersten onaangenaam en onmoge„ lyke te maaken. Hij valt wel gelyk men Legt, niet direct met de deur in het huijs: in teegen „deel hier scheijnt hij meer dan Gewoon vruchtbaar geraakt te zijn in het verlennen en te baat neemen van middelen om zijn eigenlyk oogmerk te be„ reiken. Nhet slagende in eene den eerst geteekenden, weegens de 59 de bevalligheid van het Cliemaet en oost, gedaene nodiging om eens derwaards over te komen, bediend hij zich van andere wegen niet met brave en oprechte, maar met Eerelooze en opvoerige oog merken. Want hoe is anders aan te merken zijn toeleg om des Eerstgeteekende& huysvrouw om trend haar man of zijn leeftier te brengen in een aller angstigste denkbeeld van een door hem ge immageneert gevaar. wat is het in Licht om haar dat Gevaarzoo sterk op het hart te drukken, dat zij, op persuatie van Ven Byland, na zijn dictarre in het Geheim zich derweegen aderesteert aan des Eerstgezeekendes Broeder het Zaggernaikpaeramseh Opperhroofd en wat anders, dan om oneenig„ heid en Confusie, zoo niet erger onheilen te veroorzaaken, zet van Bijland aan, om met haar Schoon schoon lij een andere brief, het ge„ meld Iaggemaikpaeramsch opper hoofd aan te moedigen om sijn post te verlaeten en in spectie te koo„ men neemen van den Gevaarlyken toestand, waar in den Eerst geke„ kende zich als het waere bevond, en de voorsiening die 'er vereischt wierd met opzicht tot het Gou„ vernement! wat anders dan om dit revolteerent inlicht te bevorderen en door te zeken, drijft van Byland tot de laagheit om des eerst geteekendet Constitu„ tie en ongemakken op de bespotte lykste wijze aan een Franschman, den toemaligen zaggernaik poe„ ramschen Chirurgijn Hogé voor te draegen, en deeze de Commissie„ te geven om het opperhoofd daar Over te onderhouden en aan te zet„ ƒ „ten van zich, om de Hachelyk„ heid der staat van het Gouverne ment

NL-HaNA_1.04.02_9706_0069 view scan ↗

English

to betake himself hither as soon as possible. All this was conceived and executed by him at Erikan; which the first signatory could not possibly have known when he gave notice to the Council on 29 April of the addresses directed to him, regarding which it is even highly speculative that on the very date of 18 April, when he threw off the mask, the letter was also drafted which he had the first signatory's wife write to his brother, and which he at the same time dispatched separately to the first signatory. This so audacious a step and most dangerous attempt, as well as the further preparations for the execution of such unlawful, wicked, and villainous designs toward the usurpation of authority, seem to have appeared powerful enough to van Byland to present to the eyes of the first signatory, as if with the pen of friendship and well-meaning, the dangerous whirlpool in which he found himself, should he not listen to his admonitions and threats. Your High Nobilities, being present here to judge this, will certainly be astonished at these insane excesses, and will not consider it indifferent with us how van Byland previously, in January, already threatened the first signatory with a time that would be born, in which he, as Regent, would be able to look after the Company's interests without fear, when the first signatory would lament not having taken his advice, since by the letter of 18 April it again amounts to the very same thing. In it, he first settles some reflections on the commission to Palikol, and then continues: "I also know that the truth may not well be spoken and that I have to fear your displeasure, but all this cannot hold me back, for I know that the time will come that you will say: 'Byland was after all my sincere, disinterested friend; had I only followed his advice.' In short, then, things are currently going no better at the head office than at the subordinate offices, which persecute you according to law and justice. All this is without Your Honour's knowledge, and yet Your Right Honourable remains answerable for the consequences. The Interpreter and De Bruijn surround you, and they both are the most dangerous subjects to be found under the sun; they dominate Your Right Honourable to such an extent that no one can approach you. All kinds of injustice are committed and settled beforehand in a manner that cries out to God. What will be the consequences of this? Did I not already warn Your Right Honourable in the beginning? But without being heard! Yea, even without an inquiry as to whether my statements were well-founded, yes or no? I dare almost say that that scoundrel of an Interpreter has bewitched you, while I have told Your Right Honourable and wish to prove that he is an infamous villain and not to be trusted. What access he had with Padama! If Blaaukamer had remained alive, he would have been driven away like a rogue, and now he has more power and authority than Your Right Honourable yourself. To touch upon his infamous conduct would require sheets of paper. And why should I do it, for the time being? It would not remain a secret from the Interpreter, and he would have time to settle or obscure most matters, etc. In God's name, see through your own eyes; where is the realm that is prosperous where the ministers hold the rule? What avails all the writing and friction? To govern is the mandate; to exercise law and justice is your affair. Dark clouds hang over your administration; believe me, it is still time to take the advice of a well-meaning friend; to perceive that superficially; what do I care? I bear no responsibility; what I do now, I can keep in my heart alone and bide my time, when I myself can do what I currently advise Your Right Honourable. Once again: what danger does Your Right Honourable run in examining my statements and accusations? If I do not prove everything proposed, then I am not worthy of being called an honest man. Do not do it for my sake; do it for your own praise, fame, and good name, and to prevent very harmful, ruinous consequences." This manner of writing, compared with the intentions of van Byland, allows everything to be deduced from it, except for such a confidential friendship as that upon which he sees fit to pride himself and by which he wishes to justify this conduct of his. For whereas his entire aim here extends to bringing the Company's Interpreter under suspicion and tripping him up, the circumstances already cited demonstrate even more clearly the design of a false friendship. He finds the first signatory surrounded by traitors and enemies, ergo they must be put out of the way. He gladly wants to be Chief Administrator, and no invention seemed so acceptable to him as to measure out the danger of those enemies at great length, and for that purpose even to resort to such impermissible means as are described hereinbefore. Not content that, on account of the danger to which the Government under the first signatory's administration finds itself exposed, he had the alarm bell rung at Jaggarnaikpooram, the first signatory himself had to be unsettled about this in one way or another and directly alarmed by van Byland. Dark clouds hang over his head, and there is no one but van Byland who can make him understand this. To that end he flatters, admonishes, and threatens; for what he does now, namely to be so busy making the danger noticed, he can keep in his heart, and in the meantime bide his time to do that which he now desires of the first signatory, namely to dismiss the Interpreter and to believe that the Councillors are

Dutch transcription

64 mend. ten spoedigsten herwaards te begeeven. Det al„ les is door hem bedacht en uitgevoerd te Erikan; dat de Eerstgeteekende Onmogelyk kon weeten toen hij den 29„e April aan Raade kemeir gaf van de addressen direct aan hem, dan waar Omtrend zelfs zeer speculatie is, dat op den zee„ ven datum van 18 April, dat hij het maskers afwierp, ook is opgesteld de brief die hij des eerst geteekendes huisvrouw aan zyn broeder heeft doen schryven, en hij, terzelver tyd apart aan. den Eerstgeteekende heeft afgevandigt. Deeze zoo vermeetele stap en allergevaer„ lykste tentamen, zoo wel als de verdere, prepa ratien ter uitvoering van zulke onweltige, booze en snoode aanslaegen tot Usurpatie van het gezach, schynen van Byland krachtig ge„ noeg voorgekomen te zijn om den Eerstgete„ kenden, als ware het met de pen van vriend schap en welmeenentheid, zelfs voor oogen te stellen, in welken gevoerlyken draeijkolk hy zich bevond, indien hij geen gehoor gaf aen zyne vermaeningen en Dreigementen. 1 U Hoog Edelheeden, hier overstaende te Oordeelen, zullen zeeker verstelt zyn, over deze uitzinnige buiten spoorigheiden met ons niet als onverschillig aanmerken, hoe van Byland in January bevoorens, den Eerstgeteekenden reets gedreigt heeft, met een tyd die gebooren zon worden, dat Hy als Regent 'sComps belang zonder schroom zou konnen behartigen, wan neer de Eerstgeteekende zich zoude beklaegen van zyn raed niet aangenomen te hebben, dewyl het by de Brief van 18 April, daer we„ derom genoegzaem op uitkomt. Hy han„ „delt daar by eerst af, eenige reflexien over de ƒ Commissie naar Palikol; en vervolgd dan „Ook weet ik dat de waarheid niet wel gezegd „ zyn en dat ik te vreesen heb U ongenoegen maar dit alles kan mij niet wederhouden, want ik weet dat de tyd zal komen, dat U zeggen zal: Byland was toch mijn oprechte ongeinteresseerde vriend; had ik toch zyn raad „ opgevolgd: kort om dan, het gaat op het Hoofd kan 63 kantoor tans niet beter toe als op de buiten kan„ „tooren die uw vervolgt na rechten gerechtigheid. „Dit is alles buiten UEdele weeten, en evenwel blyft uEdele Gestrenge aanspreekelyk voor de „gevolgen. — De Tolk en De Bruijn Omrin„ „gen U, en zij beiden zyn de gevaelykste voor „werpen die er onder de zou zyn te vinden zy „Overheerschen UEdele Gestrenge zodaenig, dat „niemand by u naderen kan. Allerly on „gerechtigheid worden gepleegt en voorgeed af „gemaakt, op eene Godschreeuwende wyze. wat zullen de gevolgen daar van zijn? Hebbe ik „niet reets in den beginne UEd Gestrenge ge waarschoud? maar zonder gehoor! Ia zelfs zonder onderzoek of myne gezegdens ge¬ gront waeren Ja of Neen? Ik duif haast zeg¬ „gen dat U die Canaille van een Tolk betoo vert heeft, terwyl ik UEdele Gestrenge geregt heb en bewyzen wil, dat hy een in faeme schurr „en niet te betrouwen is. wat ingang had hy „by Padama ! Als Blaaukamer in het laven was gebleeven, zoude hij als een schelm¬ zijn zyn weg gejaagt, en nu heeft hy meer maert en autoriteit als Uwel Edele Gestr: zelfs: zyn „infaeme handelwize aen te roeren, zoude vellen papier vereisschen. En waarom zon ik het, voor als noch, doen? Het zou geen geheim „blyven voor den Tolk, en hij zou tijd hebben de meerte zaeken af te maeken ofte verduysteren „ensz en Gods naam, ziet door w eige Oogen; waar is het Ryk dat gelukkig is, daar de Ministers het bestier hebben? wat help at het schryven en vryven? Regeeren is de boodschap Recht en gerechtigheid te Oeffenen is U zaeke zwarte wolken, hangen over u bestier; geloo „my het is noch tyd de raad aan te neemen „van een wel meenend vriend; Oppervlak hig dat in te zien; wat kan het mij scheelen Ik heb geen verantwoording; wat ik nu doe, kan ik alleen in myn haid bewaeren en wachten mijn tyd af, wanneer ik zelfs dat kan doen, wat ik u Edele Gestr: tans aanraad. Noch 63 Noch eens: wat gevaer loopt u Edele Gestr: „myne geregdens en beschuldigingen te onder„ zoeken. Als ik met bewijs al het voorge „stelde, zoo ben ik niet waert een eerlyk man. genoemt te worden. Doet het niet om mynent wille, doet het voor weige lof, roem en goede „naem, en tot voorkomen van zeer schaede „lijke ruineuse gevolgen Deeze manier van schryven vergeteeken tegen de inzichten van van Byland, is daer uit alles afte neemen, behalven eene zoo ver„ trouwde vriendschap als waar op hij goedvind zich te beroemen en dit zyn gedoente te willen weltigen. want daar zijn gansche Ooging ik zich alhier uitstrekt, om sComps Tolk in verdenken te brengen en de voet te ligten, zoo toonen de reets aangehaalde omstandigheeden noch klaerder aan het dessein van eene val sche vriendschap. Hlyvind de Eerst geteken de Omzingt van Verraden en Vyanden, ergo die moeten uit den weg. Hy wil gaerne Hoofd Administrateur zyn, en geen inventie scheen hem hem zoo aanneemelyk, als het gevaer van die vyanden breed te doen uit meeten, en daar toe zelfs zulke ongepermitteerde middelen te baat te neemen als hier voor beschreeven staen: Niet genoeg dat hij wegens het gevaar, waer aan het Gouvernement onder des eerstgetee kendens bestier zich geexponeerd vind, op sag gemaik poeram de alaim klok had lieten laiden, de Eerstgetekende zelve moest daer over, op de eene of andere wyze onthuid en door van Byland direct ontrust worden. Donkere wolken hangen over zyn hoofd en niemand iser als van Byland die hem dat kan doen begrypen. Tot dat emnde vleit, vermaent en dreigt hy: wakt wat hy nu doet, te weeten zoo in de weers te zyn om het gevaer te doen opmerken, kan hij in zyn hart bewaeren, en intusschen zyn tyd afwac ten om dat geen te doen, wat hy nu begeert van den Eerst geteekenden, te weeten den Toek af te zellen, ende te gelooven dat de Raadslieden ver

NL-HaNA_1.04.02_9706_0075 view scan ↗

English

are traitors, that he is the only honest, capable man, and the very person who should have the credit and claims for himself that Kormandel was restored by him. This could be proved from more than one of his writings, even as it clearly appeared in his threatening letter sent to Paggernaerpoeram to the brother of the first undersigned, the chief. Everything that opposes this grand delusion, and everything that stands in the way of van Byland as an obstacle to his pride and lust for dominance, is enmity: for he has no other enemies than those who thwart his well-meaning efforts and zealous endeavors for the Company's interests. To face these men and bravely oppose them is the true, untiring zeal of van Byland, just as the first undersigned himself had to experience in the most insolent manner. For finding no satisfaction, either in the answer given to his aforementioned letter, which is found inserted in the extract resolution of 29 April, or in the decision made on the same day upon the proposal of the first undersigned to have his denunciations investigated judicially, and consequently to demand in the first place a judicial declaration from him, this van Byland has gone from bad to worse because of this, and has fallen into such extravagance as Your High Excellencies will find verbatim recorded in the resolution of 12 May according to the extract annexed hereto, detailing the offensive particulars, together with the decision taken thereon, both to respectfully inform Your High Excellencies via Malacca of this hateful matter and the dreadful consequences thereof, and to have van Byland prosecuted and sued by the former Fiscal on account of his unbearable and offensive conduct, which having already been put into effect, we shall await the outcome thereof; meanwhile humbly requesting Your High Excellencies to give serious consideration to the enclosures accompanying this letter, some more and others less, but in general all pointing out in the most convincing manner that a dangerous subject like this van Byland deserves nothing other than the utmost contempt and indignation, always, as we hope, to our rightful satisfaction, a final forfeiture of any favorable consideration from Your High Excellencies, and that he, through Your High Excellencies' definitive and wise disposition, under a crushing sense of the ruin so willfully brought upon himself, may come to that penitent confession of not being worthy to be called a servant of the Company. But hardened and obstinate minds rarely come to repentance or remorse, and van Byland is too arrogant to expect anything else from him than an absolute desire to place himself in the right and others in the wrong. Before the court here he has refused to appear, and has made use of the most offensive and insulting expressions to decline or challenge the Council, not on valid and lawful grounds, but on that adopted principle that he, here on Kormandel, needs to stand trial before no one; that he, being the restorer of Kormandel, considers the Council incompetent to judge what is charged against him, since all the members are either rogues or his enemies, or not worthy of being recognized by him in their office, and thus of him being judged by them. The lawsuit, being at the stage of the last default and to see the intendit submitted, will be sent over according to order along with the sentence to be rendered, thereby bringing the relevant remarks in all their details under the attention of Your High Excellencies, and Your High Excellencies will at the same time perceive what was already remarked in the beginning of this, namely the machination of van Byland to seek the strength of defense in a succession and accumulation of new accusations, instead of answering for the accusations against him, regarding which it is enough to ignore them and hold the evidence for false, since nothing is true or acceptable except what he states. For if his witnesses do not know it, then he knows it, and that is enough. And on these weak grounds he seems to flatter himself that he will be admissible in submitting a memorial to Your High Excellencies; and because he says so, or because suspect or bribed rogues help turn his head, to shipwreck the honor and good name of others if possible, he declares somewhere that he expects no other decision from Your High Excellencies. But besides the fact that his refusal is strongly against him here, first to give disclosure of all suspicious matters, and subsequently in not wishing to stand trial before his competent judge of first instance in such a case, without prejudice to his right of appeal, which he has now also forfeited, we therefore deem no other proof of his confession of guilt necessary than what was recorded in the resolution of the 15th of this month, wherein he, having first frightened the wife of the first undersigned by intending to make use of the aforementioned letters so deceitfully extorted from her, upon her expressing her astonishment to him in that regard, clearly shows that all his brutality has no other goal than to intimidate, and if possible to bring the first undersigned to that baseness of submitting to his shameful treatment, and either to cause him to abandon the

Dutch transcription

67 verraeders zyn, dat hy de eenige berlyke, kun„ dige Man, en de eigenlyke persoon is die de een moet hebben en zich toeeigent dat kor„ mandel door hem is herstelt geworden. — Dit zou uit meer dan eene van zyne schrif ten te bewyzen zyn, zoo het zelfs met bleek by zyn brandbrief naer Paggernaer poeram„ aan des Eerst geteekende Broeders het opperhoofd geschreeven. Al wat zich tegen deeze groote verbeelding aen kant, en al wat van Byland in den weg voorkomt, als hindelyk aan zyn trotsheid en heer sucht, is vyandschap: want andere vyanden heeft hy niet, dan die zyne welmeenende poogingen en ievenige betrachtingen voor sComp:s belangen dwars boomen. Deeze Onder de Oogen te zien en moe dig te keer te gaen is de eigenlyke onvermoei de iever van van Byland, gelyk d'eerstge„ teekende zelfs op de aller insolentste wyze heeft moeten gevoelen. want geen smaak heb bende konnen vinden, zoo min in het op zijn voor voormelde brief gepart Antwoord dat by Extrac Resolutie van 29 April word geinsereerd ge¬ vonden, als het ten evengemelde dage, op des Eert geteeken de se proponitie gevallen besluit om zyne aangeevingen Justitieet te laaten Onderzoeken, gevolgelijk hem in de eerste plaets een Iudicieel declaratoirs af te vorderen, is hy van Bayland hier om van quaad tot erger overgeslaegen en tot die uitspoorigheid vervallen als waar van U Hoog Edelheeden de grievende byzonderheeden ter Resolutie van den 12 Meij na het daar van hier by gevoegt Extract woor delyk genoteert zullen vinden, met het daer op gevallen besluit, zoo om ue Hoog Edelheiden van dit haetelyk geval en de ter duchtene gevol gen van dien, over Mallacca eerbiedig kennis te geeven, als om van Byland, wegens zyn on„ vardraegelijk en aanstootelyk gedoente, door den Expiscaal te laeten Calangeeren en actioneere, het welk bereets gevolg genomen hebbende, zullen we den uitslag van dien afwachts: in middels 69 middels U Hoog Edelheedens Ooknoedig verzoeken de om een serieuse reflexie op de in deeze overgaen de bylaegen, de eene meer en de andere minders, doch in het generaal aller overtuigenst aan„ „wyzende dat een gevaerlyk supcet als deeze van Byland niet anders verdient dan de uitterste verachting en verontwaerdiging, immer zoo wij hoopen, tot onse rechmactige satisfacte, eene finale verbeuring van eenig gunstige, Consideratie van u Hoog Edelhee„ den, en dat hij door Hoog dezelver uiteyndige wyze dispositie, onder een drukkend gevoel van het zich zoo moedwillig op den hals gehaalt verder, mag komen tot die boet vaerdige bekentenis van niet waardig te zyn een Compagnies dienaar genaamt te worden. Maar verhaide en verstokte gemoe deren komen zelden tot inkeer of beron,en van Byland is te hoogmoedig om ooek iets anders van hem te verwachten dan zich vol. volstrekt in het geluk en anderen in het on gelyk te willen stellen. Voor den Rechter alhier heeft hy geweigert te Compareeren, en zich bedient van de grievenste en belee digenste uitdrukkingen om de Raad te declineeren ofte te recuseeren, net op ge weligde en g'oorlofte gronden, maar op die aangenomen principie, dat hij, hier op Kormandel voor niemant behoeft te recht te staen; dat hy, zynde de Herstelter van Kormandel, de Raad onbevoegt is over het geen men hem ten laste legt te dor¬ deelen, dewyl alle de Leeden of schelmen of zyne vyanden, of niet waerd zijn van door Hem in haer Ampt erkent, en hy dus door haer beoordeelt te worden. Het Proces, staen de op het termijn van het laeste defauct en om Intendith te zien overleggen, zal met het vonnis dat te vallen staet, na de ordre worden overgezonden en U Hoog Edelheeden daar uit de Lesive remarcque, in alle haere bij zonder 74 zonder heeden onder het oog gebracht en Hoog Dezelve daar iit tevens gewaar worden, het geen in den beginne dezes bereets opgemerkt is namelyk de magine van van Byland om de kracht van verdeediging te zoeken in een aen een schaekeling en op een stapeling van nieuwe beschuldigingen, in steede van zich op de accusatie tegen hem te verant„ woorden waar omtrend genoegte zyn die te negeeren en de bewyzen voor vaesit te hou„ „den, dewyl er niets waer of aenneemelyk is, dan het geen hy opgeefs. want weeten zyn getuigen het niet, dan weet hij het, en dat is genoeg. En op deeze zwakke gronden schynd hy zich te flatteeren admissibel te zullen zyn, met het indienen van een Me morie by U Hoog Edelheeden; en om dat hij het zegt, of dat suspecte, of omgekochte schelmen, hem het hooft op de hol helpen, met d' Eeren goede naam van anderen ware het mogelyk te doen schip breuk lyden ver verklaart hy ergens, geen ander te dies aan by U Hoog Edelheeden te verwachten. Maer behoeven dat hem hier in sterk tegen zyn de weigering, eerst om opening van alle ver dachte zaeken te geeven, en vervolgens van niet te recht te willen staan, by zyn Competente Rechter ter eerster instancie, in zoo een geval„ behoudens zyn recht van Appel, dat hij nu ook verbeurt, zoo vermeenen we geen ander beweis nodig te hebben van zyn schulden bekentenis als het aangeteekende ter resolu„ tie van den 15 Deezer alwaar hy, des Eerst geteekendes huisvrouw eerst hebbende ver„ vaert gemaakt met zich te willen bedie¬ nen van de voorsz: haer, zoo slinks afge„ perste brieven, op haere aan hem te kennen gegeeven verwondering der wegen, deidelyk laet blyken, dat al zyn brutaliteit niet anders ten doel heeft dan om te bullebakken, en ware het mogelyk den Eerst getekenden te brengen tot die laagheid van zich zyne smoedelyke bejeegenin gen te laaten welgevallen, en ofte doen zig van de ver.

NL-HaNA_1.04.02_9706_0081 view scan ↗

English

prosecution in court. For he says in that note: This is merely a mock fight to frighten your husband. I swear before God's presence that I do not have a single letter of yours anymore. They have all been burned, believe me as an honorable man; only tell your husband that I sent you that paper (namely, a copy of the first citation) with a letter requesting permission to produce your letters in court, and then he will fear compromising you, and will not pursue the matter. Furthermore, you do not yet need to show my letter, only recount its contents, and if you see an opportunity to mediate the matter, then show him what danger he is entering into. And since he shows himself to be fearful in this manner, his letter to the Fiscal De Brueys, also inserted with the extract from our Resolution of the 15th of this month, cannot be understood in any other sense; for both are calculated to intimidate and to cause the instituted proceedings to fail through this contrived invention. We do not find it necessary to say more to convince Your High Noble Lordships that van Byland feels himself guilty. We shall therefore not explain ourselves further regarding his irresponsible conduct, but trusting that so many sensitive insults, which have been inflicted upon us in general and upon the first signatory in particular in the most grievous manner, can produce nothing other than the most equitable displeasure and the most rightful protection of Your High Noble Lordships against an intolerable person such as the frequently mentioned van Byland, we conclude with the most respectful assurance of that fidelity and high esteem with which we have the honor to remain. Below stood: High Noble Far-Ruling Lords; lower down: Your High Noble Lordships' very humble and very obedient servants; was signed: Jacob Eilbracht, Jacob Sam. de Raeff, P. J. Winckelmans, J. W. Bloeme, L. A. De Brueys, J. S. Hasz; in the margin stood: Palliacatta in Fort Geldria, the 30th of June 1791. Agreed, Coddam, First Clerk. Copy of a secret dispatch to the Noble Lordships for Zeeland. Per the ship De Zeebouwer, Batavia. To His High Nobility, the High Noble, Great and Honorable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Far-Ruling Lords. In order to treat the substance as briefly as possible from the bundle accompanying this with several important separate or secret Resolutions, from the 28th of March to the 29th of August last, so that the ship De Zeebouwer need not wait any longer on the drafting and copying thereof than appears to have been determined at the end of our general letter, we request, with relation to that sent to Malacca and Ceylon, we cannot doubt that it will already have been delivered to Your High Noble Lordships long before the presentation of this; thus we have deemed it unnecessary to prepare further copies thereof, believing that it can be left to rest upon that duplicate dispatch, the latter of which has already been safely delivered to Ceylon, all the more because the trial itself, with the condemned person, is now being sent. We therefore take in hand the commission decreed to Palikol. Although from the opening of matters and the details presented to the meeting by the first signatory on the 28th of March it was already to be inferred who the instigator of this agitation was and what the motive was for such complaints as appear to have been made there by the Palikol congregation, especially since the discovered instigator was even engaged to promote what was intended, the matter nevertheless appeared to cause too much agitation already not to pay regard to the grievances, which were drawn up emphatically enough and which were also addressed to the one who, as was well noticed though could not be proven, moved and handled all this in such a way so as to keep that agitation, once begun, going in its full extent according to forged notions, and to distract attention from all substantial and more necessary duties. The principal persons targeted were the Brahmin Lingerasoe and another native servant by the name of Attjena, whose persons and property we caused to be seized, while we summoned the Palikol second, Schliephaken, about whom complaints were made no less violently, to come hither, so as not to be an obstacle by his presence to the investigation that was to take place in this matter, and after its conclusion to answer for himself here; ordering him to come hither three days after the receipt of our orders, with suspension of salary and emoluments, and to have thirty pagodas from the Company's treasury disbursed to him for the travel expenses, and at the risk of the losing party, in compliance with which he arrived here on the 27th of April. It then took a full month before the multitude of complaint documents, as they had been sent to Jaggernaikpoeram and are annexed to this sealed in a separate cover, were translated, and it was not until the 29th of April that the first signatory could bring this affair fully before the meeting. On that date, as in a brief summary, a memorandum drawn from the multitude of the said complaint documents was submitted to serve as a basis for the investigation that, in

Dutch transcription

73 3 vervolging in Rechten. want zigt hij bij dat briefje Dit is maer een spiegel gevegt om „uw man bang te maken. Ik betuig voor „Gods teegenwoordigheit geene eene brief meer van uw te hebben. zy zyn alle verbrand, geloof my als een berlyk man, zegt alleen aan uw man dat ik uw dat papier (te wee „ten Copia van de eerste Cetatie :/ toegezonden „heb met een brief om permissie te hebben „van Uw brieven in rechten te produceeren, dan zal hy vreezen van uw te compromit „teeren, en zal de zaak niet voortzetten. Overi „gens hoeft uw mijn brief nog niet te vertoo„ „nen, alleen den inhoud te vertellen, en als uw „kans ziet de zaak te bemiddelen, toont dan in wat gevaar hy zig begeeft. - en daar hy op die wys zich bevreest toont, valt ook in geen ander zin op te neemen zyn brief aan den Fiscaal De Brueys meede by het Extract uit onze Resolutie van den 15 deezer g'insereert. want beiden zyn geschikt om te intimideeren en de aangelegde proceduren, door deeze bedachte inventie te niet te doen loopen Meer vinden wy niet nodig om U Hoog Edelheeden te overtuigen dat van Byland zich schuldig gevoelt. wy zullen ons dus niet breeder over zyn onverantwoordelyk gedrag expliceeren, maar vertrouwende dat zoo veele gevoelige beleedigingen als ons in het algesmeen, en den Eerstgeteekenden in het byzonder op de grievenste wyze toege bracht zijn, niet anders kunnen uitwerken, dan't aller billykst ongenoegen en de aller rechtmaetigste bescherming van u Hoog Edelheeden teegen een onverdraegelyke per„ sonaadje als veelmelde van Eyland, zoo besluiten wij met de Eerbiedigste verzeekering van die trou en hoog achting waar mede wij de eene hebben te verblyven=onderstond= Hoog Edele wyd gebieden de Heeren: lager uw Hoog Edelheedens zeer Ootmoedige en zeer gehoorzaeme Dienberg= was get= Iacob Eilbracht. . . .. , Iacob Sam. de Raeff, P: I: winckelmans. ƒ w Bloeme. L: A: De Brueijs I S Hasz: ter zyde stond: Palliacatta in t fort Heldria den 30 30 Iunij 1791: Accordeerd Coddam E: e: Clerck. 75 Copia Secreete missive aan H: N: Edelheeden voor Zeeland P„r het schip De Zeebouwer Batavia Aan zyn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaeren Heer Mr Willem Arnold Alting, Gouverneur Generael Nevens De wel Edele Heeren Raeden van Nederlandsch India Hoog Edele wijdgebiedende Heeren. Om uit de nevens deeze overgaende bendel met verscheide gewichtige aparte of secreete Resolutien, zedert den 28. Maert tot den 29. Augustus Jo leeden het zaakelijke, zoo kort doenelijk te ver verhandelen, dat om, de instelling en ag„ schrijving van dien het schip De Zeebou over niet langer behoeft te wachten, als bij het slot van onze gemeene brief blijkt vast gestelt te zijn, zoo ver„ zoeken ws, met relatie tot de Ma„ lakka en Ceilon verzonden, mogen wij niet twijffelen of zal bereets lange voor paresse deezes, aen U Hoog Edel¬ herden besteld zijn gevorden; dus wij onnodig geacht hebben daer van verdere afschriften te vervairdigen; vermeerende het bij die dubbelde depeche, waer van de laaste reets wel te Ceilon bevorgt is, te konnen laeten berusten, te meer het Proces zelve, met den Gecondem„ neerde thans, word verzonden. wij neemen derhalven ter hand de naar Palikol gedecerneerde Commisses, Aor 29 Hoewel reets uit de op den 28 Maert door den Eerstgeteekenden aen verga„ dering gedaene opening van zaeken en bij-gebrachte by zonderheiden was afte„ neemen wie de berokkenaer van dee„ ze beweeging en het bewesgrad was van zulke klachten, als aldaer blij¬ ken door de Palicolsche gemeente ge„ daer te zijn, in zonderheit daer den ont„ dekten Aanlegger, zelfs in den arm werd genomen tot bevordering van het geen men bedoelde, quam de zaek echter voor, reets te veel beweeging te ver„ wekken om geen regart te slaen op de nadrukkelijk genoeg in gestelde doleancien, welke ook gericht waren aen den geen die men wel merkte, dog niet kon bewijsen, dat dit alles zo„ danig derwegen en behandelde om die be bevoerte, welke eens aengevangen was, in haer volle uitgestrektheit, na gesmeede ides, aen de gang te houden en de aer„ dacht afte trekken van alle wezenly¬ ke en noodzaekelijker verrichtingen. De voornaemste waer op het was ge„ munt, waren de Bramineese Lingera, soe, en een ander Inlandsche bediende in naeme Attjena, wier persoonen en goederen we lieten arresteeren, terwijl we den Palikolsche secunde schliep„ haken, waer over niet minder heevig ge voleert wierd herwaerds ontboden, om aen het onderzoek dat, ter zaeke stond te geschieden, door zijne presentie, niet hinderlijk te zijn en na het afloopen van dien, zich alhier te verantwoorden; hem beveelende om, drie dagen na de ontvangst onzer ordres, herwaerts te komen 84 komen met stilstand van gasie en Emo„ lumenten, mitsgaders voor de ongelden van de reis, en op kosten van ongelijk, dertig pagoden uit Comp. s Cassa aen hem te laaten afgeeven, in voldoening aen het welke hij alhier den 27. April is aengekomen. Het liep vervolgens wel een maend aen„ eer de meenigte van klachtschriften, zoo als ze naer Jaggernaikpoeram verzon„ den geweest zijn in een apart Couvert ver„ zegelt deeze bijgevoegt, getranslateerd raekte, en het was niet dan voor den 29 April dat de Eerst geteekende dee„ ze affaire volleedig konde brengen voor de vergadering: Op dien datum, is als in een kort bestek, uit de menigte van gemelde klachtschrif„ ten overgelegt een Memorie em te dienen tot een bazis van het onderzoek dat, in.

NL-HaNA_1.04.02_9706_0102 view scan ↗

English

That memorandum in this matter was about to take place. The memorandum was inserted there, or by the Resolution of 29 April, and it was then resolved to allow the Commission to proceed, just as it had previously been determined and commissioned during the session of the 12th to the Jaggernaikpoeram Chief Eilbracht, with the addition of the First Sworn Clerk of our Secretariat, Jan Obdam, who on 30 April undertook the voyage from here to Jaggernaikpoeram aboard the sloop De Verstelling and arrived there with the said Eilbracht on 17 May. As now appears among other things from the aforementioned Resolution of 29 April, the order to the said Eilbracht was that, in taking over the authority during the Commission, he should for the time being leave the cash, effects, and goods of the Company under the accountability of the Palikol Chief van Naesten, and leave the collection and the remaining work of the office under his care; and how he was to conduct himself regarding the demanding of an accounting from van Haeften, both to clear himself of what was charged against him concerning the granting of too much freedom to the schliephaken, and that he had only observed the orders for arresting the aforementioned natives pro forma and had arrogated to himself the liberty of releasing them on bail and granting them the opportunity to commit misdeeds and injustices anew; likewise thereafter, and without waiting for the institution of a report, to serve us in anticipation with his advice and considerations as to whether the Palikol office required any further disposition for its administration, or whether the Chief van Haeften could, with the satisfaction of the community, be left in authority until further orders. As this, we say, appears from the aforementioned Resolution of 29 April and the further preliminary deliberations and orders to be seen in that of 7 March, there appears at length in the subsequent one of the 30th of the last-mentioned month the contents of two letters from the aforementioned commissioned Chief, dated the 19th and 21st of the said month, serving both to communicate his arrival there and the finding of the matter, namely the malicious design of a party of common people—which appears recorded in all its details in the Resolution—stemming from a conceived hatred against the field Brahmins, the aforementioned Lingarasoe namely, being arranged so as to let the Chief depend on them, and not them on the Chief; at least, that the Chief van Haeften could quietly continue in the chiefship, indeed that he, Eilbracht, doubted whether a more suitable person could be found for it; so that, in order not to let the Company's business suffer, he would return to his appointed post in the coming week, recommending peace to the discontented and handing authority back to van Haeften, with such further precautions as seem unnecessary to transcribe further in this, since the continuation or what was communicated in the other letter constitutes the main substance of the case, namely an accidentally discovered formal conspiracy among that savage crowd of agriculturalists against the service if they were not given their way, and to which they had bound themselves so solemnly and firmly that one needed to seek no further cause for the disorder that had given rise to a commotion, which had firmly strengthened them in their rebellious ideas and led them to suspect that they had already won the field with their complaints, which, meanwhile, were nothing other than a premeditated design. All of which we accepted as a provisional report, and since the further reasons for shortening the Commission, etc., appeared utmost satisfactory, we have conformed thereto and remain in anticipation of what the final outcome would yield. For the sake of brevity, we request merely to note here the date of the Resolution of 15 June, from which, according to further previously given information, it appears that the flaring up of the flame of discontent at Palicol was attributable to little else than the encounter that one Raaij Borra Raijapa had with van Bijland last year in October when passing by Palikol, to which later on one Welde Goela Ramapa came to join, under the leadership of which two the community, for the sake of a trifle, had lapsed into excess and riot; wherefore the commissioned Chief Eilbracht, considering that the cited conspiracy would be sufficient to believe that, had it been known, the Commission would have been entirely omitted, and in order to treat all this in a written report, had undertaken the return journey to his office, and had sent the First Clerk Obdam back to Palikol to assist the Chief as long as the office remained destitute of a second. The report of the entire Commission served first at the meeting of 7 July, when the final disposition concerning it had to remain suspended, because of a further complaint received shortly before the receipt of the report from the aforementioned Welde Walie Ramapa, with which there also arrived an intercepted letter to van Bijland, serving as proof that the Palikol rabble did not cease corresponding with him about the matter in question, and even informing him what the outcome was of the demanded investigation, while declaring to have written such a letter to the first-signed as well, which, however, was not received, possibly having fallen into wrong hands, and further shows how van Bijland's suspended power has inspired all influence and trust in those people, and [they acted] more according to his advice and discretion than according to [illegible]

Dutch transcription

Die Mo„ in deeze, stont te geschieden. morie is aldaer ofte bij rResolutie van 29. April geinsereert, en als toen geresolveerd om de Commissie te laeten voortgaen, zoo als dezelve ter sessie van een 12. bevoorens was vastgestelt en gede„ mandiert aen het Iaggernaik poeraams opperhoofd Eilbracht, met bijvoeging van den Eersten Gezwooren klerk onzer secretarije Jan obdam, die den 30. April van hier per de sloep De Verstelling de reiss naer Jaggernaikpoeram heeft aengenomen en met gemelden bil„ bracht den 17. meij aldaer is aenge„ komen. Gelijk nu, uitwijzers meerm: Re„ solutie van 29 April onder anderen blijkt de ordre aen gem: Eilbracht, om, in het overneemen van het Gezach, geduurende de Commissie de kontanten effer 83 83 Compt, voor effecten en goederen van de eerst te laeten ter verantwoording van het Palikolsch opperhoofd van Naesten, en onder zijn zorg te laaten voortgaen den In Raem en het overige werk van het kantoor, en hoedanig zich wegens het afvorderen van verantwoording van van Haeften hadde te gedraegen, zoo om zich te zuiveren van het geen hem we„ gens toelating van te veel vrijheit aen schliephaken werd ten lasten ge„ legt, als dat hij de ordres tot het arresteeren van voormelde Inlanders maer pro forma zoude geobserveerten zich zelve aengemaligt hebben de vrijheit om ze, onder borgtogt te lageeren en gelegenheit te geeven van, op nieuw wan bedrijven en ongerechtigheiden aen te rechten, item om daer na, en zonder te wachten na de instelling van een Rap„ port port, bij anticipatie ons te dienen van zijn advies en Consideratien of het kan„ tor Palikol, eenige nadere dispositie ter bestiering vereischt dan wel, of met genoegen van de Gemeente het opper„ hooft van Haeften, tot nader ordre in het gezach kon gelaeten worden gelijk dit zeggen we blijkt ter voormelde Resolutie van 29 April en de verdere prealable besoignes en ordres te zien te zijn, bij die van den 7 Maert komt bij de daer op volgende, van den 30: der last¬ gew: maend, in het breede voor, den in„ hout van twee brieven van het vooren„ Gecommitteerde opperhoofd de datis 19 en 21. ƒ van gedagte maend, dienende zoo tot Com„ municatie van zijn aenkomst aldaer als bevinding der zaeke, namelijk het boos„ aerdig op zet van een partij gemeen volk, dat in alle zijne by zonverheeden ter 85 ter Resolutie geverbaliseert blijkt, wit hoofde van een opgevatte haet tegen der veld bramineis, voormelden Linga¬ rasoe nawelyk, daer toe aengelegt te zijn, om het opperhoofd van hen, en hun niet van het opperhoofd te laeten afhar„ gen: althans, dat het opperhoofd van Haeften gerust in de opperhoofdij kon Continueeren, Ja dat hij Eilbracht, twyffelde of er wel een geschik ter per„ zoor voor zoude te krijgen zijn; zulks s Corp=s beezig leeder niet te hij om doen lijden, in de aenstaende week we„ der naer zijn bescheiden post zoude gaen, de misnoegden de vreede verom„ mandeerende en aen van Haesten het gezach ander overgeeven, met zodanige verdere precautien als onnodig voorkomende in deezen verder over te schrijven, nadier het vervolg ofte het gecommuniceerde bij bij de andere brief de hoofd zaek van het geval uitmaekt, namelijk eene ge„ vallig untdekte farmeele Conspiratie onder dat woest volk van Landbouwers tegen den dienst, indiens hen hunre zin niet werd gegeeven, en waer toe zij zich zoo solemneel en krachtig hadden ver„ bonden, dat men geen verdere oorzaek behoefde te zoeken van de disorder, die aenleiding had gegeeven tot eene Commotie welke hen, in hunne oproe¬ rige denkbeelden krachtig gestyft en in het vermoeden gebracht had, dat zij het veld reets gewonnen hadden met hunne klachten, die, ondertusschen niet anders waren, van een bevoert op„ zet. welk een en ander wij aennamen als eer provisineel verslag, en ver„ mits de verderen tot bekorting van de Commissie 87 Commissie, ens, ten uittersten voldoende voorquamen, hebben wij ons daermeede ge„ conformeert, en blijven te gemoet zien, wat den finalen uitslag zoude ople„ veren. wij verzoeken ter bekorting, hier en„ kel aen te stippen, de datum der Reso„ lutie van 15. Iuni, waer bij tot nader vonr afgegeeven naricht blijkt, dat het uitslaen der vlamme van en te vrieden„ heit te Palicol, aen niet veel anders was toe te schrijven, dan de ontmorting die eenen Raaij Borra Raijapa, voorleeden Jaer in october met van Bij„ land, in het voor bij trekken van Palikol gehad heeft, waer bij zich, nader hand, had komen te voegen eene welde Goela Ramapa, onder aenvoe„ ning van welke twee, de Gesmeente, om de 4 de wille van een mits, tot buiten spoorig„ heit en opvoer, was overgeslagen; wes zal„ ve het gecommitteerd opperhooft Eil„ bracht, Considereerende dat de aenge„ haelde Conspiratie genoeg ware om te vermeenen dat, indien die bekent ware gevoest, de Commissie geheellyk zoude zijn achterwegen gebleeven, en om dit, een en ander bij schriftelyk Rapport te ver„ handelen, de te rug reis naer zijn kantoor had ondernomen, en naer Pa„ likol wederom gezonden had den Eersten klerk Obdam tot assistertie van het Opperhoofd zoo langsr het kan„ toor ontbloot bleef van der securden. Het Rapport van de gansche Commissie heeft gedient, het eerst ter vergade„ ving van den 7. Iulij, wanneer de fina„ le dispositie daer over moest uitge„ steld blijven, im de wille van eene, kint 89 kort voor de ontvangst van het Rap„ port, ingekomene nadere klachte van den voormelden Welde walie Ramapa, waer bij tevens quam een onderschep te brief aen van Bijland, dienende ten bevijse dat het Palikolsch Ge„ meen niet op hielt met hem over de zaek in questi te Correspontleeren, en zelfs te adverteeren wat den uit„ slag geweest is van het gedemandeer„ de onderzoek, onder betuiging van zodanig een brief ook aen den Eerst„ geteekenden te hebben geschreeven, die echter niet ontvangen; mogelijk in verkeerde handen gevallenst, en nader doet blijken hoe van Bij„ lands gesistineerd pouvair dat volk alle influentie en vertrouwen heeft ingeboezent, en meer na zijn advies en goed dunken, als na effectifge„ - e e leden

NL-HaNA_1.04.02_9706_0110 view scan ↗

English

members to act unequally, for, as the report sufficiently demonstrated, the combustion could not be attributed to anything other than a deliberate conspiracy and a condemnable encouragement of the same, although against this also arose the consideration that this conspiracy, planned in 1790, and the revolt caused by the peasants as a consequence thereof, also seemed partly due to a presumed right of ownership of the lands, instead of merely to 7/8 parts of the crop that each piece of land yielded to the cultivator, bringing about in us a doubt whether those ignorant people were indeed capable of explaining their true meaning, and whether they, had one asked them by virtue of what right they felt authorized to alienate or hypothecate the land entrusted to them, would know how to distinguish the product of the land, namely by admitting that the one is the Company's property, and that the other, or their share therein, if necessary, may be consumed and disposed of after rendering an account. Which, along with further reasons recorded in the resolution why it seemed to have erupted into a revolt, as well as that if the aforesaid Weloewalie Ramapa, according to his letter of complaint, might have been demanded by the Palikol chief to alter his kept records of the crop, the matter was again placed in the former uncertainty, at least as far as concerns the quantity of the crop. For which reason we, before disposing of the report, presented these considerations to the Jaggernaikpoeram chief Eilbracht, and not knowing whether Weloewali Ramappa had been heard on these further complaints or given the opportunity to make them there, as his petition to us would then merit no consideration, whereas on the contrary, it would be necessary to summon him, Ramapa, together with the field Brahmin Lingerasoe of Palikol, to Jaggernaukpoeran, both with their accounts, to have them examined and confronted there to see whether there was any discrepancy in them, where it lay, and from what it originated; whereto we also wrote to Chief van Haeften that which is found further described in the matter of the frequently mentioned resolution of 7 July. The aforesaid Weloerali Ramapa, calling himself Mirasidar of Palikol and surroundings in his aforesaid letter of complaint, has, according to the records, by decree of 15 August last, first had that title disputed, and secondly, Chief Eilbracht of Jaggernaikpoeram demonstrated to us how the entire dispute consisted of nothing other than that the cultivators of some lands, being unable to fulfill their obligations, hypothecated or alienated their lands in parts, whereby the soundness of all the considerations alleged thereto held sway, the general suspicions under which ministers and servants had fallen prevailed too strongly to let the matter rest here, and we therefore gave orders to let the hearing and investigation proceed, in such manner as we request may, if necessary, be reviewed in the aforesaid old resolution. Meanwhile, as the final resolution of 29 August concerning this Palikol commission extensively details, that hearing had taken place with Lingavasoe, who had testified to knowing of no discrepancy in the records kept by him and Welve Walie Ramapa, who, having also appeared at Jaggernarkpoeram with the olas as they had been demanded by the Palikol chief in our name until after his arrival, was also heard and examined, with the result that he, after a declaration made thereof, acknowledged those olas as his own, and that they, as well as all records ever kept by him, had always agreed with those of Lingerasoe; to be certain thereof, those mutual notes were constantly confronted against each other, and consequently his statement, in the third point of his letter of complaint inserted in the resolution of 7 July regarding the demanded alteration in his, did not correspond with the truth. Thus, according to the remark of Chief Eilbracht, the matter turned out exactly as he had stated in his previous letter, namely an inward conviction of him, Welve Walie Ramapa, that he, together with the farmers, had not acted well, so that to make this more clearly apparent, after executing the declaration, in the presence of two witnesses and the Company's interpreter, he had humbly confessed his error to the chief by placing his hand on his mouth, and had most earnestly requested him to write to Chief van Haeften to forgive him his committed faults in this regard, and to request that he might continue in his service, which, on account of his sincere repentance, was granted and also performed, and was now also implored of us on his behalf, considering that the acknowledgement of having erred was the first step toward improvement; wherewith he, the chief, hoped that the Palikol differences could be definitively decided by us, as we also immediately proceeded thereto by taking such a disposition on the report inserted in the aforesaid resolution of 29 August as will appear very circumstantial to Your High Noble, and with which we hope that this affair, handled to Your High satisfaction, may be considered settled, since we have not only completely restored all who suffered in any way thereby in their honor, office, and rank, such as the second-in-command Schliephaken, but have also released the arrested persons and ordered

Dutch transcription

leeden ongelijk te handelen, want, gelyk het Rapport genoeg acntoond de Com„ burste kon men niet anders, dan aen een opzettelijke samen Zweering en eene Con„ dewinabele aenmoediging van dezelve attoibueeren schoon ook daer teegen over„ quam de bedenking dat die Conspiratie aengelegt in 1790. en de, ingevolge van dien„ door de Boeren gemaekte opstant, ook halve oorspreng scheen verschuldigt te zijn aen een vermeert recht van Eigendom op de Landers, in steede van maer gp 7/8. gedeelte van het gewasch vat ieder stuk grond den Cultiveerder op„ leverde, in ons te weege brengende eers twijffeling of dat dom volk wel in staet was haer eigenlyke meening te expliceeren en of zij, indien met haar hadde gewaagt, tut Hoofde van welk rcht 94 recht zij zich geautoriseerd veerkende om het haer aenvertroude Land te ver„ vreemden ofte verhijpotekeeren, het pro„ duct van het Land wil zouden wee„ ten te onderscheiden, met namelijk toe te staen dat het eene Comp:s eigendom is, en dat het andere ofte haer aen„ deel daerin, des noods, beteert en daer over, na het doen van reeken„ schap, gedisponeert kan worden. Het welke met verdere ter resolutie aen„ geteekende reedenen waerom het tot een opstant schein uitgeborsten te zijn als meede, dat zoo voorn, we„ loe walie Ramapa, na volgens zyn klacht schrift door het Salikolsch opperhoofd mocht gevergt zijn het ver„ anderen van zyne gehoudene annota„ cien van het gewasch, de zaek wider d weederen stelde in de voorige en zeekerheit, immers voor zoo verre aengaet de quar„ titeit van het gewasch. Waerom wij, alvoorens op het Rapport te disponee„ ven, het Jaggernaikpoeransch apper„ hoofd Eilbracht deeze Considera„ tien voorhielden, en niet weetende of Wiloe wali Ramappa, op deeze nadere klachter gehoort of gelegenheit gegeeven was die ginter te doen, wijl zijn addres aen ons als dan geen re„ flezie zoude verdienen, daar in tegen„ deel, nodig ware om hem Ramapa nevens den veld bramines Lingera soe Palikol te ontbieden naer Jag„ van gernaukpoeran, beiden met hunne Reekeningen, om die, aldaer te laeten onderzoeken en Confronteeren of ter eenig verschil was in de zelve, waer dat in bestont 43 93 bestont, en waer uit zulks zyn oorspring hadde, waer toe ne het opperhooft van Haeften meede dat geene aenschree„ ven, dat ter zaeke, verder bij Re„ solutie van 7. Juli meermelt, werd beschreeven gevonden. Voormelde weloe rali Ramapa bij voorsz: zijn klacht schrift zich noe„ mende Mira Zidaer van Palikolen kontera, is hem; uitwijzens aentee„ kening, by arrest van 15. ' Augustus J=o leeden, voor eerst dien titul betwist, en ten anderen ons door het Jaggernaik„ poeramsch opperhoofd Eilbracht ver„ toort, hoe het geheele disput in niet anders bestort, dan dat de Bebou„ wers van Sommige Landerijen, niet in staet zijnde aen hunne verplichting te voldoen hunne Landen, bij gedeeltens, verlijpotikeerdin, ofte veralienende waer doen gedgrondheit van alle de daar toe gealle„ geerde Consideratien overtwigt hielden, de algemeene verdenkingen waer onder Mi„ wisters en bedienden geraekt waren, pre„ valeerdens te sterk om het hier bij te laeten berusten, en wi gaven derhal„ ven ordre om het verhoor en onderzoek te laeten voortgaen, in diervoegen als we verzoeken dat het, des nodig, mag worden nagedoen by voormelde onde Resolutie. Ondertusschen was, gelijk de uiteindige Resolutie van 29 Augustus over deeze Salikolsche Commissie in het breede uitryst, dat verhoor geschoet met Linga„ vasoe die betuigd had van geen verschil te westen in de gehoudene aenteekening van hen en Welve Walie, Rdmapa, die meede te Jaggernarkpoeram verschee„ nen zijnde met de Olaes, zoo als ze het 6 9 97 het Palikolsche opperhoofd, uit on ze naem waren afgeeischt kot na zijn komst, ook gehoord en g'examineert was, met dat gevolg, dat hij, na een daer van ver„ leert Declaratoir, die olahs voor de zijne erkent, en dat die zoo wel, als alle aengeteekeningen, door hem immer gehouden, altoos met die van Lingera„ soe geaccordeert hadden om daar van verzeekerd te zijn, waren die onderlinge annotacien, steeds tegen elkanderen geconfronteert en gevolgelyk stende zijn opgave, bij het derde point van zijn klact schrift, geinsereert ter Resolutie van 7. Iulij, wegens de gevergde veran„ dering in de zijne, niet met de waer„ heet over een. Het quam dus, na de aenmerking van het opperhoofd Eil„ bracht met de zaek even zoo uit, als hij bij zijn voorig schrijven had opge„ geev 6 geeven, namelijk een inwendige overtwe„ ging van hen Welve walie Ramapa¬ dat hij met de landbouwers te saemen, niet wel had gehardelt, zulks hij m dat te klaerder te doen doorstraeten, na het passeeren van het Declaratoor, in presentie van twee getuigen, en sComp tolk, hem opperhooft, zijne mistasting door het legger van de hand op de mond„ vermoediglyk bekent en verzocht had en, op het krachtigst, aen het Opper„ hoofd van Naesten, te willen schrij„ ven, van hem zijne begaere foutten in deezen te willen vergeeven, en te ver„ zoeken en in zijn dienst te mogen Conti„ mereren, het welk hem, uit hoofde van zijn oprecht bevon, geaccordeert en ook vol„ bracht was, en als nu ook voor hem van ons geimploreerd wierd, onder aenmerking dat 99 dat de erkenning van gedraelt te hebben de eerste stap was tot beeterschap; waermeede hij opperhoofd verhoopte dat de Salikotsche differenten, door ons ten diffinctive zouden konnen worden be„ slist, gelijk we daer ook terstond toe traeden met zoodanig, een dispositie op het bij voormelde Resolutie van 29. Augustus geinsereert Rapport te nee„ men, als U Hoog Edelheeden aldaer, zeer omstandig zal komen te blijken, en waermeede wij hoopen dat die affaire, tot Hoog Derzelver genoegen behandelt, voor afgedaen mag worden gehouden, dewijl wij alle, die daer door eenig zints heb„ ben geleeden, niet alleen in haar Eer, ampt en qualiteit, gelyk den secunde schliep„ haken volkomen hersteld, maer de ge„ arresteerden gelargeerd en geordonneert, heb„ bi

NL-HaNA_1.04.02_9706_0118 view scan ↗

English

the restitution of all their seized goods, with such an advertisement for the information of the community, for now and in the future, as was drawn up according to the resolution, a copy of which is respectfully attached hereto; and finally, with the condemnation of van Bijland in all the expenses incurred by us and paid from the treasury, which have been duly charged to his account. Regarding the Jaggernaikpoeram commission of the past year having had to be postponed until April, and the deliberations on the report that the former commissioners Hethusius and Schliephaken dedicated to us under the date of 16 November 1790, the reasons for which were broadly stated by the first signatory, as well as why the said report, if not judged with the concurrence of the Council, ought at least to be recorded by resolution, wherein it came to differ from a later separate report by the present chiefs, such as: 1. The shortage of the cash balances at Jaggernaikpoeram, regarding which the declaration by van Bijland was confirmed contrary to the first report. 2. Concerning the new Jaggernaikpoeram warehouse, of which nothing is found mentioned in the first report. 3. Concerning the much-rumored alteration of the dabbois, found to be true in its full extent, and brought to light in its entire context through the discovered mint olas, of which also nothing was found mentioned in the first report. 4. The taking of unauthorized percentages upon the delivery of goods from the Company's warehouses, which in the second report is admitted as an old, established custom, but is entirely denied in the first report. 5. The giving and taking of presents or gifts, by the merchants or others being benefited, is noted in the latest report as being equivalent to what in Bengal is called nuzzerana, customary among the Orientals, without the first report deciding on the matter. 6. The mingling of the merchants' accounts with private matters was, contrary to what was mentioned in the first report, indisputable; and the Jaggernaikpoeram company of merchants was treated most unfairly in that regard, and for the union of this with the Mazulipatnam one, also contrary to what was alleged in the first report, not the least violence was used. 7. The demanding and accepting of costumado moneys from the merchants is confirmed in the latest report and contradicted in the first. 8. The arrest of the Jaggernaikpoeram merchants; in the first report this is set down in the mildest sense, and in the second it is shown to have been very unjust, unlawful, and violent, and to have occurred for the furtherance of irresponsible practices, to which the entire prosperity of the factory was sacrificed, without hope of true reconciliation, against which the Mazulipatnam company had bound themselves to one another most strongly. In these enumerated points we find, as noted, a difference between the one report and the other, without it appearing necessary to do more in that regard than to keep that record and await what Your High Excellencies may be pleased to decide yourselves concerning both; but the remaining points of the second report, although mostly relating to new accusations by van Bijland, were of a more immediate concern to us. It appearing thereby that the notorious Tiruvingalam enriched himself from the Company's copper intended for provisions, namely that instead of bartering it for rice and foisting it on the weavers up to and including the poor bleachers at the dearest rate, while from the copper counterfeit daboes were struck for him, and the rice was destined on behalf of Mr. Blaaukamer to be distributed gratis to the community after the sad calamity of the flood in 1787, we have therefore authorized the Jaggernaikpoeram chiefs, if Tiruvingalam might be caught, to compel him at the very least to return their money to the poor bleachers, even if it were with the reservation of his recourse against his former master van Halm, who should not have tolerated this, if he was not himself benefited by it. What was charged by van Bijland against the former commissioners Hethusius and Schliephaken concerning the extorting of affidavits and the mistreatment of some of the witnesses having more or less taken place, among others the minters, who retracted their former testimony, and a certain shroff and Brahmins who had to endure extraordinarily much without the simple case according to their statement having been able to give cause for it, as is more fully described in the resolution, with the further reasons why one may hold it probable that an offer such as 10000 rupees to remove van Bijland from his post could have been made, rather than that such would have been invented by a single person to the detriment of six others, instead of, as it now appeared, having reported the same as nothing other than a rumor to his master; yet this was left by us for what it is, and judged that the disposition of Your High Excellencies on the reports and attachments already sent in that regard will best serve the purpose. But concerning the further objections that arose in the second report, such as whether the aforesaid 10000 rupees were paid out of the silver that was sent to Jaggernaikpoeram in February 1790 by the sloop the Zeerob, as well as those to the number of seven distinct points

Dutch transcription

ben de restitutie van alle haere aenge„ slagen goederen, met zoodanig een adver„ tentie tot naricht van de gemeente, voor nu en in het toekemende, als na het be„ sluit ingericht, deeze eerbiedig in Copie bij gevoegt is geworden en eindelyk met Con„ dernatie van van Bijland in alle de hier ons gemaekte en uit Cassa betaelde kosten, welke hen behoorlyk op reeke¬ mag zijn gesteld geworden. Over de Jaggernaikpoeramsche Commissie van A:o passato, tot in April hebbende moeten worden uitgestelt en ze besoigne over het Rapport dat de geweezene Gecommitteerden Hethusi„ us en schliephaken aen ons hebben gedediceert de dato 16. November 1790. en waer van de reeden, door den Eerstgeteekende, Zoo 101 zoo wel in het breide is opgegeeven, als die waerom het gemeld Rapport, zoo niet met Concurentie van Raede beoordeelt, ten minsten bij Resolutie aengetee„ kent diende te worden, waermeede het met een later apart bericht van de tegenwoordige opperhoofden quam te ver„ schillen gelyks:) Het demeenen van de geld Cassas te Jaggernaukpoecam, waeromtrent de aengeeving door van Bijland is bewaerheit Contrarie het eerste Rapport. 2/ wegens het Jaggernaik poeramsche nieuwe Pak¬ huis waervan bij het eerste Rapport niets word gementioneerd gevonden. 3/ we„ gens de zoo veel gerugt gemaakt heb„ bende verandering der Dabbois, in zijn volle uitgestrektheit waar bevonden, en door de ontdekte Munts olahs in zijn gantsche samenhang aen den dag geko„ men, waer van bij het eerste Rapport mee de niets word vermelt gevenden 4. Het neemen van ingequalificeerde prCentos bij afleevering van goederen uit Comp=s Pakhuisen, dat bij het tweede bericht, als een oude bejaerde usantie toege„ stent, doch geheellyk ontkent word bij het eerste Rapport: 5. Het geeven en neemen van gaven of giften, door de koop„ weder of andere gebenificeert wordende, merkt men bij het laeste bericht aen als gelyk standig met het geen men in Bengale noemt Nesseranach on„ der de Oosterlingen gebruikelyk, zonder dat het eerste bericht derwegen deci„ deert. 6. / Het vermingen van den kop„ lieden reekeningen met particuliere Dae„ ken was, Contrarie het gementioneerde bij het eerste Raport, niet tegen te spre„ 6 103 ken, en de Jaggerwaikpoeramsche ploeg kooplieden was, daer omtrent, het on„ „vedelykst behandelt, en tot de veree„ niging van deeze met de Mazu„ lipatnamsche, was almeede Contrarie het geallegeerde bij het eerste Raport, gen het minste gewelt gebruikt. 7 Het afvorderen en aenneemen van Cos„ tumado gelden van de kooplieden word bij het laeste bericht bewaerheit, en bij het eerste tegen gesprooken d. shet arre Heeren der Jaggernaikpauansche kooplieden; word bij het eerste Rapart in den zachtsten zin ter nedergestelt, en bij het tweede getomt zeer onvecst, mactig en violent, mitsgs ter bevorde„ ring van onverantantwoordelijk bedrij„ ven geschiet te zijn, waer aen de gartsche Welvaert van het Cartoir is ge gesacrificeert geworden, zonder hoop van waare reconviliatie waer teegende Ma„ Zulipatnamsche ploeg zich aen el kan„ der ten sterksten had verbinden. In deeze opgetelde pointen vinders wij, als genoteert, verschil van het erne bericht met het andere, zonder dat, daer omtrent noodig voorquam, meer te doen dan die Notitie te houden en afte wachten wat U Hoog Edel„ heeden behaegen zouder omtrent een en ander, zelve te disponeeren: maer de overige pointen van het tweede bericht, schon meest betrekkelyk tot nieuwe accusatien, door van Bijland, waren voor ons, van eene meerdere onmiddelyke bedenking. By het zelve dan blijkende, dat de famouse Prinengalans zich aen 1mCs 403 'sComp=s koper geschikt tot de verstrek„ kingen verrijkt heeft met namelyk dat, in steede van dien te verruelen tigen Rijst en die de gewieters, tot de arme bleekers inclusive, ten duur„ sten aen te smeeren; terwijl van het koper, valsche Daboes voor hem zijn geslagen, en de Rijst, van wegen den Heer Blaukamer gedestineert is geweest, in ze, na het droevig ongeval der watervlout in 1707. , voor niet, aen de Gemeente uit te deelen, zoo hebben wij de Jaggernaik poe„ vamsche opperhoofden gequalificeert om in dien Suwengalam mochte te knippen zijn, voor het minste te ver„ pliesten in de arme bleekers haar geld wederom te geeven, al waere het ook, net behout van zijn regresip zijn ge„ haden weezen meester van Halm, die dit niet had moeten gedogen, zoo hij er zelfs niet door is geberificeert geworden. Ait door van Byland den geweesen gecommitteerden Hethuscus en schliepha ken ten laste gelegde wegens het af„ persson van getuig schriften en het mis„ handelen van simmige der getuigen, min of meer plaets gehad hebbende, onder anderen de Munters, die haer voorig getuigens hebben herroepen en Lee„ „kere Sacaf en Braminees die extra veel hadden moeten uitstaen, zander dat het eenvoudig geval na haere opgave daar toe aenleiding heeft konnen geeven, gelyk dat in standiger by de Resolutie is beschreeven, met de verder waerem, men waerschijnelyk mag houden dat er een aenbod als 10000 Ripyn 104 Ropijen om van Bijland uit zijn post te lichten kan gedaen zyn, dan dat zulks door een enkel persoon, tot lasten van Zes anderen zoude geinventeerd zijn, in steede van, zoo als het nu voorquam het zelve, niet anders als een gericht, aan zijn Meester te hebben opgegeeven, Zoo is dit echter door ons gelaeten voor het geen het is, en geoordeeld dat de dispositie van u Hoog Edelheeden, op de reets verzondene berichten en bijlaegen derwegen best zal den dee„ ven. Maer nopens de verdere bij het tweede Rapport voorgekomen bedenkingen als waren de voorsz. 10000 Rgs vol„ daar uit het zilver dat in febr 1790. per de sloep de Zeerob naer Jaggerraik„ poeram is verzonder, gelyk die ten ge„ talle van zeven onderscheidene pointen

NL-HaNA_1.04.02_9706_0126 view scan ↗

English

were laid down by resolution of 29 April; and regarding which the most substantial matters are to be decided by the superior judgment of Your High Nobilities, we have resolved—after considering what appears concerning the apparently lost olahas or mint annotations of the processed silver, or the suspicion falling upon the former Secunde van Someren and his servant of not having acted in good faith therewith, which is made more probable by the concealed and discovered olahs of the copper accounts—to take van Someren into custody (the keeping watch over whom had already been ordered and decreed by general resolution of 13 April on account of the sealed warehouse), together with his aforementioned servant: the former by house arrest, and the other in such a manner as found practical and sufficient for the Incomer, until they state where those olahs have gone, since their statements and excuses in that regard merited no consideration; item to have van Someren sent hither as a civil arrestee, so that upon arriving here he might stay in the fort until Your High Nobilities should dispose of him; finally, to send an extract and copy from the report and the documents cited therein to Jaggernaikpoeram to serve as grounds for arrest and for him to answer properly to the observations made therein regarding the rendement of 11 March 1790, both concerning the reporting therein of 90 bars, of which only 40 or 45 were brought into the mint and processed into rupees, as well as the drawing up of that rendement, his serving in the mint and in the warehouses even until the arrival of the present chiefs, notwithstanding he had already been suspended from office on 20 February beforehand. Van Someren arrived here on 19 June per the sloop de Herstelling and, pursuant to the general resolution of that date, upon the offer of two citizens deemed acceptable, was left at liberty in person, provided he does not go beyond what is considered the Company's limits. His defense, which stands inserted into the resolution of 20 July, was found unacceptable and for such reasons as the first signatory has submitted in writing and further observed, avowed, and likewise recorded as the opinion of us all in the said resolution; pursuant to which the former chiefs van Halm and van Someren were declared to be under civil arrest, and it was simultaneously resolved to have them furnish sworn security not to go beyond the Company's limits, but to present themselves for clearance and accounting from the suspicion resting against them of not having acted in this matter as they were bound by oath and duty, as well as to appear and answer in court or out of court, wherever they might be required for that purpose; furthermore, to have delivered in extract or copy to the fiscal's office everything concerning those suspect suppliers Dewarpa Kamaija and Sjekka Wenketa Ramaya (whose names were employed in this as if they were the recipients of the silver here in question) communicated by the letters of anno passato by van Halm and van Someren as well as the former commissioners, deliberated upon by resolutions thereon, and answered to the one and the other, with orders to summon van Halm and van Someren before the Council of Justice to answer, and if found actionable on account of committed fraud or embezzlement of the Company's money and goods, to challenge and prosecute them in that regard as is customary according to style: the actual state of affairs regarding the deliveries made in March 1790 at Jaggernaikpoeram being described in an extract inserted into the resolution from the daily register kept at that time and presented to Chief Eilbracht by the Company's interpreter, who has the original thereof in his keeping and would always affirm the truth of the said extract. Of the declarations belonging to van Someren's defense, which were also attached in copy in so far as they pertain to the said affair, we have had two engrossments delivered pro fisco, in order that, after they have been verified, they might be sent hither in the same manner as soon as possible together with the said daily narrative, alongside the further deemed necessary sworn or verified attestations of all former and present mint servants, especially the Daroga concerning the olahs, how things proceed therewith in the mint, whether they were not employed for the processed silver just as for the copper, adding thereto everything that should further be found necessary. Finally, it appears from the said resolution of 20 July how van Halm, after the notification of the aforesaid decision, opposed it on behalf of both, and what scandalous expressions they addressed to the first signatory upon the representation and statement that 52 bars of silver had been stolen from the Company, as has already been treated in paragraph 170 of our general letter. Furthermore, that the sworn security was duly furnished by him, the verified and further required notes from Jaggernaikpoeram having been received, among others the attestation of the mint's Daroga that olahs or notes on leaves were kept of the silver as well as the copper, and that van Someren's servant was accustomed to do so on paper as well, whereby it is proven that such notes existed but, just like those of the copper, were embezzled, which documents have been handed to the fiscal to make use of as was noted by separate resolution of 29 August. The

Dutch transcription

bij Resolutie van 29. April zijn ter neder gestelt; en waer omtrent de aenwer ka„ lijkste, door het superieur oordeel van U: Hoog Edelheeden staen te worden beslist, zijn wij, na overweeging van ht geen wegens de apparent zoek gemaakte olahas of Munts annotatien van het verwerkte zilver voorkomt ofte de suspitie op den geweezen Secunde van sameren en zijn bediende, van daermeede niet ter goeder trouwe te hebben gehar„ dilt, dat door de verschuijlen en ont„ dekte olahs der reekeningen van het koper, meer waerschijnelyk word gemaekt te raede geworden om van Someren, het in het oog houden van dewelke, volgens gemeen besluit van 13 April, im de wille van het opgekonde Pakhuis reets ge„ arresteerd, en aengeschreeven was, nevens voor 109 voormelde zijn bediende te neemen in verzeekering, der eersten door huis arnst, en den anderen op die wyjze als voor Ein komer uitvoerlyk en toeveikend te zijn, tot dat zy zeggen waer die vlas„ zyn gebleeven, wijl hunne opgaven en ver„ schooningen dien aengaende geen reflexie verdiende, item in van Simeren als een Civiel arrstant herwaerts te laaten zenden, om hier konende zijn verblyf in het fort te houden, tot dat U Hoog Edel„ heeden over hem zouden disponeeren, ein„ delyk om uit het bericht en de daer toe geciteerde stukken Extract en Copij te zenden naer Jaggernaikpoerar om te die nen voor reeden van arrest en on zich op de daer bij voorkomende aenmerkingen wegens het Rendement van u ld. o Maert 1790. behoorlyk te verantwoorden zoo no„ pens het daer bij bekent stellen van go 90. staven, daer in maer 40. ofte 45. in de Murt gebracht en tot Ropijen verwerk zijn, als het opmaeken van dat Ren„ dement, het fungeeren in de Munt en in de Pakhuisen, zelfs tot de konst tegenwoordige opperhoofden, niet teegen„ staende hij den 20. febr: bevorens reets buiten functie was gestelt geworden. Someren is, per de sloep de van Hersteeling op den 19. Juni alhier aengekomen en volgens gemeen be„ sluit van dien datum op aenbeeding van twee aenneemelijk geoorbeelde Borger voor zijn persoon op vrije voesten gelaaten mits zich niet begeert bui„ ten het geen men inhoud voor 'sComps Limiten zijn verantwoording, welke geir sereert staet bij Resolutie van den 20. Julij, is onaerneemelyk bevinder en 444 om zodanige reeden als de Eerstgetie„ kende schriftelyk heeft opgegeeven en verder geremankeert geavourert en almeede als onzer aller gevoelen aengeteekend staet bij gemelde Resolutie na luid van welke de geweezene opper¬ houfden van Halm en van Semeren zijn verklaert geworden te zijn onder Ci„ viel arrest, en tevens gearresteerd word hen te doen stellen Cautie Juratoir van zich niet te zullen begeeven buiten sComp=s limieten, maer zich te zullen stellen ter purge en verantwoording van de tegen hen subsisteerende sus„ pioie van in deezen niet gehaadelt te hebben als zij na Eed en plicht zijn ver„ schuldigt geweest, mitsgaders in Rechten, of daer buiten, te zullen Compareeren en zoch verantwoorden, waer ook, ten dien fine 107 fins mochten worden gerequireert; voorts om van alles wat aengaende die sus„ perte Leverancies Dewarpa Kamaija in sjekka wenket Ramaya (wier nae man, in deeze zyn g'emploijaert als waren zij de genieters van het alhier in queste zijnde selver, bij de brieven van Anno pass:o , door van Halm en van Samerer zoowel als de geweesen Ge„ committeerden bedeelt bij Resolutien daar over gedelibereert, en aen den eenen en anderen geantwoord is, in Extract of Copij te laeten afgeeven aen het officie fiscael met last en van Halw en van Simeren voor de Raed van Justitie te stellen ter verantwoording en bevinding actienabel te zijn, ter zaeke van gepleegde frande of ontveen„ ding van sComp:s gelt en goet dezelve „derwegen te Calangeeren en artioneeren als na 107 113 na stijle gebruikelyk is: staende den eigerlijken toedracht van zaeken we„ gens de in Maert 1790. te Jaggernaik„ poeran gedaene verstrekkingen beschree„ ven bij een ter Resolutie geinsereert uit„ trekzel uiternt Dagregister, in die tijd gehouden, en aen het Opperhoofd Eil„ bracht opgegeeven door 's Comps tolk die het origineel van dien onder zijn be„ waering heeft en de waerheit van het zelve Extract altoos zon affir„ meeren. Wy hebben van de tot van Somerens verantwoording behoorende, die zo tevense in Copia bijgevoegde verklaeringen, voor zoo verre ze de gemelde affaire aen„ gaen, twee grossen laaten afgeeven pro fisco, om na, dat die gerecolleert zon„ den zijn, met het gem: Dag verhael, in zelvervoege ten spoedigsten herwaerds gezonden te worden nevens de verder nodig bevondene beeedigde ofte gerecolleerde Attestatien van alle de geweezene in tegenwoordige Munts bedienden, voor„ naemelijk den Daroga nopens de olahs, hoe het daer meede in de Munt toegaet, of ze van het verwerk te zil„ ver niet even als die van het koper g'emploijeert wierden, met alles wat bevonden zon worden verder nodig te zijn, daar bij te voegen. Eindelyk blykt bij gemelde Resolutie van 20. Iuli, hoedanig van Halm, na de aenkendiging van het voorsz: besluit zich, voor beiden daer teegen ge„ kant, en welke schandelyke expressie zij den Eerstgeteekenden, op het vertomen en zeggen dat de Comp: 52 staven Zilver ontstoolen zijn, hebben toegevorgt, gelijk part 445 part: 170. bij onse gemeene brief reets verhandelt is. voorts dat de Cautie Juratoor door Een behoorlijk gepresteert is geworden, zijnde de gerecoleerde en verder gerequireerde Notas van Jagger¬ naiksveram ontvangen, onder anderen de Attestatie van de Munts Daroga dat er van het zilver zoo wel als het koper olas of aenteekeningen op bladen zijn gehouden en dat van Simerens bediende gewoon was en zulks ook op papier te doen, waer voor dan is bewee„ zen, dat 'er zulke aenteekeningen geweest doch even als die van het koper, verduistert geworden zijn, welke stukken den fiscael zyn ter hand ge„ stelt om er zich van te bedienen zoo als bij aparte Resolutie van 29. Aug„ is genoteerd geworden. Den

NL-HaNA_1.04.02_9706_0134 view scan ↗

English

As a provisional result of the inquest demanded by the fiscal, if necessary, action, it is stated in paragraph 270 among the Judicial Matters treated in the general letter, with that of the investigation into the fraud that, according to the accusation by van Bijland in 1787, occurred during that distressing storm and flood, of which the final report regarding the investigation at Jagganaikpuram was recorded by Resolution of 29 April, and on which day the fiscal was ordered to perform his office and duty against van Halm and De Raval, the principal indications in this matter appearing to be the suspicious conduct of the said van Halm, both in wheedling out of the chief of the bleachers the wash or account books of the bleached linens, and in loading a vessel with bales that were shipped out of his house and subsequently transported to Coringa, while the tearing of the selvages of the linens also gives rise to speculation and reflection. We would leave this matter at that, were it not that legitimate complaints have been brought to us concerning so many base tricks used to stir up unrest and to sow the seeds of discord. In this regard, primary consideration may well be given to a certain petition of the wily Triwengalam, inserted in a separate Resolution of 29 April, as if he were excusing himself without yet being accused of the point concerning which his petition reads. It was therefore something else that this villain intended, for along with this quasi-petition, which was contained in an envelope with an English address directed to the first signatory, there was found another letter, likewise sealed and visibly in the same handwriting, directed to the suspended Chief Administrator van Halm, which, since this appeared suspicious after the general resolution of 28 March, was opened by the first signatory and found to be a letter from the same Triwengalam to the servant of van Halm, dated 8 April, just like the petition addressed to us. The translation of that letter is also inserted in the aforementioned Resolution. Should Your Right Excellencies deign to grant this translation your esteemed attention, you will immediately perceive that the name of the servant is used merely pro forma, but the intent or content of the letter, according to the public address, is clearly meant for his master. For, Right Honorable Sirs, even if it were true that some witnesses examined regarding the aforesaid matter of the flood were arrested and subjected to much torment in the choultry, civil place of custody, that affair has no bearing on the servant, but rather on his master, whose conduct, for reasons stated in the Resolution, is by no means above suspicion; whose servant Triwengalam the first signatory had already on 23 April ordered to be arrested with his accomplices, if possible, and sent hither, because more than sufficient reasons presented themselves for this, even if there were no others at hand than this one so clearly showing that he, Triwengalam, acts as a spy for van Halm, meddling in stirring up trouble and contriving lies for his master, possibly to make use of them in due course as truths and justifications regarding himself. Furthermore, reflection upon these vile dealings and the base designs hidden beneath them caused all further considerations to cease with regard to the persons to be implicated in this espionage. Triwengalam himself pointed them out in that distinct letter; van Someren is thereby shown to meddle in their affairs, even to the extent of buying linens and delivering them to the Company in deduction of the mixed accounts, if van Halm provided the money owed for that purpose. The Resident of Jagganaikpuram complained emphatically about the dangers and snares with which he saw himself surrounded, and which were such that they could scarcely be detected. The first signatory judged with him that the juncture and their mutual employment on Coromandel were critical in the highest degree, and believed that one should at least purge Jagganaikpuram of all those who could be ascertained to be of van Halm's faction, and thus dangerous to the interests of the Honorable Company. We therefore resolved and wrote to Jagganaikpuram to have sent hither, besides the aforesaid former second van Someren, also his son the former Assistant Pieter Willem van Someren and all those belonging to him, so that for the present they may reside nowhere else along this coast but at this main station, for which, besides what has already been cited, the reasons that prompted this are further noted in the resolution. In order further to convince Your Right Excellencies of the truth of what has been alleged concerning this impermissible intrigue, we take the liberty of annexing hereto the originals of the aforesaid two letter addresses, to demonstrate that the handwriting of both not only corresponds perfectly, but that the seals of both also agree with each other. Whatever the intention of van Halm may have been in having the Company's affairs at Jagganaikpuram spied upon, which did not concern him in the least, we respectfully leave to the esteemed judgment of Your Right Excellencies, who, examining and considering the coherence and connection of everything that occurred and was done, will, as we may trust, do us the justice of acknowledging that it all was rather calculated to meet him in his oppressive circumstances

Dutch transcription

Ten provisioneelen uitslag van de den fiscael gedemandeerde enqueste des noods, actie, staet bij par: 270. onder de Justitieele Daeker bij de gemeene brief verhandelt, met die van het onderzoek na het fraudulense dat, volgens be„ schuldiging door van Bijland in 1787. bij die droevige ston en water vlaet, ge„ passeert zin zijn, waer van het uit„ eindige bericht nopens het onderzoek op Jaggerneukpoeram bij Resolutie April is ingeschreeven, en ten van 29. welker dage de fiscael gelast is ge¬ worden tegen van Halm en De Raval„ tot zijn ampt en plicht te betrachten, blijkende de voornaemste indicien in dee„ Den te zijn, de verdachte behandeling van gem: van Halm zoo met de kannekapel der bleekers de vlat, of vee„ ke 111 142 keningen van de gebleekte lijvaeten af„ handig te maeken, als het belaeden van een vaetuig met pakken, die uit„ zijn huijs, daer in afgescheept, en vervol„ gens naer Coringa vervoet zijn, tewijl het scheuren der zoomen van de Lijwae„ ten ook spiculatie, en overdenking komt op te leeveren. we zouden die zaek hier bij laeten be„ rusten ware het niet dat ons rechtmaetige klachten worden gegeeven over zoo veele sligte streeken als er gebruijkt zijn om inrust te verwekken en het raed van meenigheit te zaaijen. Hier omtrent kant wel eerstelyk in aenmerking zee„ ker Request van den afgerechte Tri„ wengalam bij aparte Resolutien van 29. April geinsereert, quasi zich veront„ schuldigde, zinder, voor als nog be„ schuldigt schuldigt te zijn met het point waer over zijn Request voorleest, Het was derhalve iets anders dat dien fielt bedoelde wart, nevens dit quasicee„ quest, dat in een enveloppe met een Engelsch Addres, aen den eerstgetee„ kenden was gericht, bevind zich een andere even eens verzegelde en ken„ baer met het zelve schrift, aen den ge„ suspendeerden Hoofd administrateur van Halm gerichte brief, welke vermits dit suspect voorquam na het gemeen besluit van den 28 Maart door den Eerstgeteekenden werd geopent en be„ vonden te zijn een brief van den zelven Triwengalam aen den Dienaer van van Halm gedateert 8 April, even als het aen ons geaddresseerd Request. Het translaet van die brief staet meede 119 bij opgemelde Resolutie geinsereert. U Hoog Edelheedens dit translaet met haere geeerde aendacht gelievende te verwaerdigen, zullen onmiddelyk ont„ waren dat de naem van de Dienaer maer proforma gebruikt doch de meening of inhoud van de brief na het publieke opschrift, wel duidelyk is aen zijn meester, want Hoog Edele Heeren, indien het al waer mocht zijn, dat eenige tot het voorsz. geval van de watervloet gehoorde getuigen in de sjanderij Ciriel gyzel plaets, gearres„ teert en veele termenter aengedaen wa„ ven, zoo heeft die affaire geen betrek„ king tot den Dienaer, maer wel tot zijn Neer, wiert Conducte, om reeden als bij Resolutie, gansch niet is buiten suspicie wiens bediende Iriwingalam, de 12 de Eerstgeteekende, op den 23 April reets hadde geordonneert em met zin Complieren, des mogelyk, gearresteert en herwaerts gezonden, te worden, wyl daer toe, meer dan te meenigvuldige reedenen zich op„ deeder, al waren er geen andere voor handen dan deeze zoo klaer blykende dat hij Triwengalam als spier ageert voor van Halm, zich bemoeijende on quaed te brouwen en leugenen uit te den„ ken, voor zijn meester mogelyk om 'er zich in der tyd van te bedienen, als waerheiden en ingerechtigheeden ten zijnen opzichte. De overweeging verder van dit snood gedoente en de daer inder verborgens slegte des seinen deeden ook ophouden voor de in alle verdere Consideratien deeze verspieding te betrekkene per 12 121 perzoonen. Triwengalam zelve wees ze bij die onderscheide brief aen van someren word daer bij aengetoond zich te bemoeijen met haere zaeken zelfs om Lijwaeten te koopen en, in mindering der vermengde reekeningen, aen de Comp: te leveren, zoo van Nalm daer toe het verschuldigde gelt bezorgde. Het opperhoofd van Jaggernaik poe„ vam klaegde nadrukkelyk over de gevaeren en lagen waer van zoch onringt zag, en dat zodanige, als genoegzaem niet waren te ontdek„ ken. De Eerst geteekende oordeelde met hem, het tyd stip en haer beider emploij op Kormandel, ten hoogsten Criticq, en vermeende, dat men voor het minst Jaggernaikpoeran diende te zuiveren van allen die men na ken kon gaen van Halms gezind, dus ge„ waerlyk voor het belang van de E: Comp: te zijn. Wij beslooten derhalven en schreeven naer Jaggernaikpoeram om, buiten voor„ melde geweeze seunde van semeren, ook herwaerts te laeten komen zijn zoor de geweele Assistent Pieter Wil„ lem van Someren en alle die tot hem behooren, om zich voor eerst, alhier ter kuste, nergens anders; als te deezen Hoofd plaets te mogen op houden, en waer toe buiten het reets geciteerde, de daer toe gemoveerde reedenen nader by het besluit zijn aangeteekend. Om U Hoog Edelheeden verder van de waerheit van het geallegeerde we„ gens deeze ongepermitteerde konke lang te overtuigen, neemen wa de vrijheit de voorsz 423 voorsz: twee brief addressen in origina„ lihier nevens te voegen, ter aentooning dat het schrift van beider niet alleen volmaekt over een kort, maer dat de zegels van beder, meede met elkan„ der accordeeren. wat het inzicht van van Halm„ geweest zij tot het laeten bespro„ neeren van sComp=s zaeken op Jag„ gernaikpoeram hem in het minst met aengaende, laeten wij eerbiedig over aen het geeerd oordeel van U Hoog Edel„ heeden, die den samen hang en Conrcgie van alles wat er gepasseert en ver„ richt is, nagaende en overweegende, ons, zoo wij mogen vertrouwen, het recht zullen doen van te erkennen, dat, het een en ander, meer is geschikt geweest om hem in zijn drukkende onstandigheeden te ge„ moet

NL-HaNA_1.04.02_9706_0142 view scan ↗

English

must come to, than to assist him in greater embarrassment, as will not fail to make the complaint when it comes to the point of matter before Your High Honours. The reason Pieter Willem van Someren mentioned to us regarding his summons hither we have answered in such a manner as Your High Honours, judging such to be necessary, may be pleased to observe from an accompanying extract of our resolution of 22 September, when we deliberated on that insolent undertaking and on what was presented thereunto. From Jaggernaikpoeram, the chiefs testify by letter of 18 June, treated in a separate resolution of 20 July, how they had not even wondered at the tricks of Triwengalam in distributing a bunch of gathered lies to his master, the aforementioned van Halm namely, because they regarded the same as a brilliant trait of the writer's character and the prominent part he had in the Jaggernaikpoeram events, judging all hearts by his own; after demonstrating the impossibility of execution both of the order granted under 23 April by the first-signed and affirmed by us to see to catching him in the trap, and the uselessness of such an investigation concerning his invented accusations, as we previously prescribed, following thereupon their opinion that his allegations could only be refuted by this one question: what use, what designs, what advantage could people coming from outside possibly have, to stir up opportunity by violent means out of a confused event now four years ago, in order, if possible, to make happy people whom they had never seen; far be from them, they say, such wicked thoughts! And that they hitherto were not infected with that baseness of those who took advantage of the inventors of this mean accusation in order to revenge themselves on those who had never offended them. We have approved these considerations and countermanded some commission and some money ordered out of superfluous prudence, in order, if necessary, to openly expose a number of spies and evil rumor-mongers, since not the slightest credit was directly given to the frivolous accusation and, as the chiefs very well observe, the inquisitorial formality, presupposing a kind of uncertainty, would precisely serve the purpose of the accuser. Therefore, also after consideration of the attempt fruitlessly employed by the chiefs to get Triwengalam into their power through a claim from the English government at Mazulipatnam, and of which the correspondence with his counter-addresses are inserted in the aforementioned separate resolution of 20 July, we decided to make no further movement over that with that nation, but regarding that false debt of Dewarpa Kamaija and Sjekka Venket Ramaija, persisting in our general resolution of 7 May before letting the gentlemen at Mazulipatnam be thanked for their faint offer to secure our right, if one could find it good to lay open before them everything that was to the charge of Triwengalam, which we have judged to belong better to the department of our own bench of justice. Herewith we are through with the affairs concerning those fierce movements over that unfortunate Jaggernaikpoeram. We can be much shorter with that which now still remains to report, and firstly the dealings with the foreign nations; to see whether anything might be worked out for redress of the recurring infraction of our right on the Jaggernaikpoeram river, the difficulties of which were stirred up by Triwengalam, as is to be gathered both from his uncalled-for defense in that aforementioned petition inserted in the separate resolution of 29 August, and that which recently occurred in our general resolution of 7 July, the first-signed addressed himself, as it were in private, to the Governor officiating at Madras, Sir Charles Oakeley, in such manner as the letter inserted in the resolution of 30 May comes to show. However, just as that address was thus privately framed to avoid all public movement over this unfavorable appearing affair, the result thereof was nevertheless not at all in accordance with the expectation; for the Governor, instead of answering it in the same manner or as in private, took at once, not at all friendly, recourse to the decision of the government in 1787 and the subsequent approval of his masters and principals in London. The answer of His Honour and the Council to the first-signed's address, dated in Fort St. George the 8th, as it is inserted in the resolution of 21 June 1791, plainly tells us of all right to the river Cakinada, as they are pleased to call it, because it had been so decided by the Gentlemen Directors of the English Company. The letter from the government dated 26 August 1787 had been left unanswered here. The former Director Blaenkamer, as appears from an ample document inserted in the secret resolution of 5 January 1778 concerning his findings on the right to the Jaggernaikpoeram river, had declared himself in alternative terms, conceding on the one hand the weakness of that right, and asserting on the other hand the necessity of continuing to maintain it on the footing as it had always been possessed. The resolution had indeed been taken to do that, but it was omitted.

Dutch transcription

mort te komen dan hem in grioter ongele„ genheit te helpen „ gelyk niet manques„ ven zal, de klachte uit te maeken, wanneer het bij U Hoog Edelheeden tot stuk van zaeken staet te komen, De reeder die Pieter willem van someren ons gewaegt heeft van zijn ont„ bod herwaarts hebben we zoodanig beant„ woord als u Hoog Edelheeden, zulks nodig ovreeelende, gelieven te beoogen bij een deeze verzellende Extract uit onze Resolutie van 22. september, wan„ neer we over die brutale onderneeming gedelibereert, en op het daer toe ge„ presenteert hebben. van Jaggernankpoeram betuigen de opperhoofden bij brieve van 18 Iuny, ver„ handeld bij aparte Resolutie van 20. Julij, hoe zij zich niet eens hadden ver 137 425 verhandelt bij aparte Resolutie van 20. Iulij, hoe zij zich niet eens had„ der verwondert over de streeken van Tri„ wergelam in het bedeelen van een partij opgeraepte leugens aen zijn meester voorm: van Halm namelyk, want dat zy het zelve aenmerkten als een schitterende straat van het Ca„ racter des schrijvers en het voornaeme deel, dat hi had in de Iaggernaik„ poeramsche gebeurtenissen, reekende alle harten bij zijn eigen; na vertooning van de onmogelykheit der uitvoerig zoo van de sub 23. April door den eerstge„ teekende verleende en door ons geaffirmeer„ de ordre om hem in de knip te zien te krijgen, als de nutteloosheit van zoda„ nig een onderzoek omtrent zijn gein„ venteerde beschuldigingen, als wij te vers voorschreeven, daer op volgen laatende hare haere meening dat zyne aengeevingen al leen wederligt konde worden door dee„ ze eene vraeg: wat nut, wat inzich„ ten, wat voordeel konnen van buiten ingekomen menschen tog hebben, en uit een verworste gebeurtenis, nu vier Jaaren ge¬ leeden, door geweldige middelen gele„ genheit op te schommelen, ten einde, des mogelyk, en gelukkig te maaken men schen die zij nooit gezien hadden verre van haer zeggen ze zulke snoode gedachten! en dat zij tot noch toe, niet besmet waeren met die laeg„ heit van zul welke de uitvonders van deeze gemeens accutatie te baet naemen om zich te revengeeven van haer die Een, nimmer hadden belea„ digt. wij hebben deeze Consideratien bij val gegeven 417 gegeeven en gecontramandeert eenige Com„ missie en kel geld gelast uit eene over„ bodige voorzichtigheit, om, des noods, een veel verspieders en slegte geruchtmaekers, openlijk ten toon te stellen, wijl aen de frivole acorfatie direct geen het minste geloofis geslagen en„ gelyk de opperhoofden zeer wel aenmerken, de inquisitoire plech„ tigheid, een zoort van onzeekerheit onder„ stellende, Juist beantwoorden zoude aen het oogmerk van den aengeever. Wij hebben daerom ook na overweging van de door de operhoofden vrugteloos te werk gestelde betrachting om Iuwer„ galam door veclame van de Engelsche Regeering te Mazulipatnam in haare macht te krijgen en waer van de Corres„ pondentie met zijne Contra adressen, bij voormelde aparte. Resolutie van 20. Ju¬ lij s 14 lij geinsereert staen, beslooten daer over geen verdere beweeging bij die Natie te laeten maeken, maer nopens die val„ sche schut van Dewarpa Kamaija en Sjekka werket Ramaija persistee„ vende bij ons gemeen besluit van den 7 Mei bevoorens de Heeren te Mazu„ lipatnam laeten bedanken voor haar flauws aenbieding om ons recht te willen besorgen, in dien men konde goed vinden, alles wat er was tot laste van Tieroewengalam voor haer open te leggen, dat we geoordeelt hebben beter te be„ hooren tot het departement van onze eige Rechter bank. Hiermeede zijn we door de zaeken raekende die herige beweegingen over dat ongelukkig Jaggernaikpoeram we kon„ nen veel koster zijn met het geen nu noch 129 noch valt te berichten en eerstelyk het ver„ handelde met de vreemde Nacien; om te zien of 'er iets mocht zijn uit te werken tot redres van de op nieuw voor„ komende infractie van ons recht op de Jaggerraikpoeramsche soevier, waer van de morijelijkheeden door Triwengalaen zijn gaende gemaakt, gelyk dat is afte„ neemen, zoo uit zijne ongevergde verdee„ diging by dat voormeld Requist geinteert bij apart besluit van 29 Augustus als het geen voorkort bij ons gemeen besluit van den 7. Iuly, heeft de Eerstgetee„ kende als waers het, in het parti„ culier, zich daer aen geaddresseert aen den te Madras fungeerende Heer Gou„ verneur Sir Charles Oakelij, in dier voe„ ge als de ter Resolutie van den 30 Mei geen geinsereerde brief komt uit te wyzen. Maergelijk dat Aedres dus apart was ingericht ter verteiding van alde oerlyke beweeging over deeze ongunstig voor komende affaire, zoo was het gevolg daer van echter geheel niet overeen konstig met de verwachting. want, de Heer Gouverneur, in steede van die even eens, ofte als in het particulier te beantwoorden; nam gantsch niet vriendelyk, terstont recours tot da„ cisie van het Gouvernement in 1787. en de daer op gevolgde goet keuring van zijne Her„ ven Principaalen te Zonder. Het antwoord van zyn Edele en de Raed op des Eerst geteekendes addres, ge„ dateerd in het fort S=t George den 8. 1gelyk het is geinsereert bij besluit van den 21. Juni 1791. ent zegt ons vond uit alle recht op de Revier Cakinada zoo als zij die gelieven 31 43 gelieven te noemen, om dat het zodanig was beslist door de Heeren Directeuren van de Engelsche Comp: —. De brief van het Gouvernement de dato 26. Aug„s 1787. had men alhier onbeantwoord gelasten. De Heer geweezen Gezachhebber Blaenkamer, hadde zich, uitwijzens een ampel schrif„ tuur geinsereert bij secret besluit van den 5. Januarij 17078. nopens zijn bevin„ ding van het recht op de Jaggernaik„ poeramsche revier verklaat in alterna„ tive termen, stemmende aen de eene kant toe de zwakheit van dat vecht, en beweerende aen de andere kant de nood zackelijkheit en het te moeten blijven maintineeren op dien voet als men het steeds had bezanten. Het besluit was ook wel genomen om dat te doen, maer het is agter wegen ge„ laeten

NL-HaNA_1.04.02_9706_0150 view scan ↗

English

charges for reasons that appear nowhere. Thus it was difficult for someone like the first undersigned how to act herein. All that could be done was to devise the best reasons to demonstrate that the error of leaving unanswered their opinion of 1787 could by no means prejudice the Company in its lawful right, but ought to be considered as still in statu, without, however, expatiating too broadly with a Government that, alongside its Principals, being a party, is thus not competent, without the concurrence of the opposing party, to render a decisive judgment, [or to] expose the weak grounds upon which one can and may defend oneself. We hope that this may have been well hit upon to Your Right Noble Honours' satisfaction in our answer that was dispatched to Madras and is also inserted in the aforesaid Resolution of 21 June. But to describe that Right in order to be able to have the same reclaimed by our Lords and Masters requires more time and quiet opportunity than the multitude of restless matters has hitherto or for the first time allowed the first undersigned to find; the heaviest must weigh the heaviest and precedence must be given to the multitude of commissions regarding the confused household and the compensations not yet received. For the medicines supplied and board provided to some English patients who, having to travel to Madras from the North as well as elsewhere, remained lying hereabouts on the public road due to illness, and were therefore housed and recovered or deceased in our Hospital, the account of the costs, according to the statement by the chief surgeon Meppen, was sent to Madras and paid, as appears more fully by the insertion of what is necessary in this regard in the Resolution of 20 July. With the French, apart from the correspondence appearing in the Resolution of 30 May regarding the detention of our chests with papers at Karikal in the beginning of April, item the reclamation and refusal of the former Jaggernaikpoeram second De Ravallet, we have had no other matters to attend to; for the communication of the alteration of their flag by the Monsieur Pondicherry Commandant De Fresne by letter of 15 August of this year, we have, pursuant to the request of that Gentleman, communicated to all our subordinates, namely that the white of the flag is distinguished by a square compartment that is divided by three perpendicular stripes, being the National Colours, of which the one nearest to the staff is red, and the following white and blue. The Danes, by letter dated Tranquebar 7 and inserted in the Resolution of 20 July 1791, have made known to us the action and claim which the Danish Asiatic Company had against one of its subordinates named Pieter Bøttger, and, by virtue of the documents attached thereto, made a request not to grant him any protection if he should come to request it, but on the contrary to detain him, and to give notice thereof to Their Honours for further disposal. And since from the copy of the deed of 15 January 1790 annexed thereto, granted, signed, and sworn by the said Bøttger, the renunciation of all right of protection fully appears, not only that, but also a declaration that on account of his debt he will seek it from no Power in Europe as well as in India, we found no difficulty in granting the request made to us, as our answer inserted in the said Resolution shows. Indigenous matters. In the Resolution of 9 August last, it is recorded the necessity into which the first undersigned was brought regarding a certain ceremony with the third son of the Nawab, named Saif-ul-Mulk Bahadur, who, due to indisposition, travelling through the open field somewhat for a change of air with the permission of his lord and father, both through his eldest brother and apparent successor of the old Nawab Umdat-ul-Umara Bahadur, as well as by his own message, let it be known that this occurred primarily to make acquaintance and to speak with the first undersigned about something special, the eldest brother demanding the honours and other signs of servility, which in a letter inserted in the Resolution was answered in such a manner that with what the first undersigned gave to know to Lord Saif-ul-Mulk Bahadur himself, and in writing in polite terms enough, that he would rather be excused from these visits than to accede thereto; and as that among other things also happened upon the representation of not being provided with what was required to regale His Highness, the prince was polite enough to let it be known that he was not so much concerned with presents as to see and speak with the first undersigned, so that those visits, not being avoidable, had to take place, at the expense of some presents given to that prince mentioned in the Resolution, costing at purchase price f 328. 1. 8, as shown by the Memorandum annexed hereto, which will be included in the General gift account, but which we provisionally request that Your Right Noble Honours may be pleased to pass as favourably as the sight-gift that had to be presented to the same in addition thereto, amounting to 25 Gold Persian Ducats and 12 Silver Rupees. For the rest, regarding what was transacted at these visits, we refer to what is recorded in the aforesaid Resolution of 9 April, and that which the first undersigned will have to report to Your Right Noble Honours separately at the next opportunity, as there was no time remaining to answer the last received letter or to write more than to give assurance of the respect, loyalty, and high esteem wherewith

Dutch transcription

lasten om reeden die nergens komt te blyken. Dus viel het beswaerlijk voor iemand als den Eerstgeteekenden hoedanig hier in nu te handelen. Al wat er op te doen viel was uit te denken de beste reeden ter vertooning dat het erveur der in beantwoord laeting van Haard opince van 1787. de Comp. geenzints konde pre„ Judiceeren in haer wettig reeht, maer behoorde geconsivereert te worden als noch in statu, zonder echter zeer breet Gouvernement, dat, uit te wijder met een nevens Haere Principaelen, Partij, dus niet bevoegt is, zonder Concurentie van de tegenpartij een beslissende uitspraek te doen leggen de zwakke gronden waer op men zich kan en mag verdeedigen. wij hoopen dat dit na u Hoog Edel„ heeden genoegen wel getraffen mag zijn bij ons Antwoord dat naer Madras af„ gevaar 433 133 gevaerdigt en meede geinsereert is bij voorm: Resolutie van 21. Iuni - Maer om dat Recht te beschrijven ten einde het zelve te konnen laeten reclamee„ ven door als Heeren en Meesters, ver„ eischt meer tyd en stille gelegenheit, als de meenigte van onrustige zaeken den Eerstgeteekenden tot noch toe, ofte voor eerste heeft konnen uitvinden, zal het zwaarste het zwaerst weegen en voor moeten gaen de meenigte van bestel„ lingen met betrekking tot de verwarde Huishouding en noch niet gevondene ver„ goedingen; voor de verstrekte medicamenten en gegeeven kost aen eenige Engelsche patien ten welke van de Noort als an„ der zints, naer Madras moetende, door ziekte hier onstreeks op de public„ ke weg leggen blijvende, en daerom in ons ons Hapitael gehuisvest en herstelt ofte overleeden zyn, is de reekening van het kostende, na de opgave door den opper„ chirurgijn Meppen, naar Madras gezonden en betaalt, gelijk door in„ sertie van het nodige derwegen bij Re„ solutie van 20. Iuli breeder komt te blijken. MMet de Franschen hebben we buiten de ter Resolutie van den 30. Meij voorkomende Correspondentie over het opzouden van onze kassen met papieren op karikal in het begin van April, item het reclameeren en refu„ seeren van den geweezen Jaggernaik„ poeramsche secunde De Ravallet, geene andere zaeken gehad te verrich„ ten, want de Communicatie der verande„ ring van Haere vlag door den Heer Per 13 33 Pendicherijs Commandant De Fresne bij brieve van 15 Aug„s deezes Jaers, hebben wij navolgens verzoek van dien Heer aen albize onder horriger mee„ de gedeelt, namelijk dat het wit der vlag zich distingende met een vierkant vak, dat verdeelt is door drie op en neder gaende streepen; zynde de Nationaele Couleuren. Der wil„ ke het naest aen de stok is, is rood, en de volgende wit en blauw. De Deenen hebben ons bij brieve gedateerd Frankebanden 7. en geinse„ veert bij Resolutie van den 20. July 1791. bekent gemaekt de actie en prietentie welke de Deensche Asiatische Comp had op een van haer onder hoorigen ge„ naemt Pieter Battger, en uit krachte van de daerneven gevoegde stukken, verzoek gedaen van den zel„ op ven geen protexie te verleezen indien hij die mocht komen te verzoeken, maer in teegendeel hem aen te houden, en ter nadere dispositie Haer Ed=s daer van kennisse te geeven. En vermits uit de daer neven gezinden Copia Acte op den 15 Januarij 1790. door gemelde Battger verleint, geteekent en bezworren, vol„ komen blijkt de afstand van alle Recht van protexie niet alleen, maar eene verklaering van daarom, uit hoofde van zyn schult van geene Mogentheid in Europa zoo wel als in Indie te zullen vragen, zoo hebben wij geen zwaerigheit gevonden in het ons gedaen verzoek te bewilligen, gelyk ons ant„ woord by gemelde Resolutie geinse„ veert komt uit te wijzen. Inlandsche zaeken. Bij 137 Bij Resolutie van den 9. Augs Jol, staat aengeteekend de noodzaakelyk„ heit waer in de Eerstgeteekende ge„ bracht is geworden tot zeeker Cerems„ nied met den derden zom van den Na„ bab, in naeme Seif UE Molk Bha„ dier, die wegens onpasselykheit, tot verandering van Lucht met verlof van zyn Heer vader het open veld wat door„ trekkende, zoo door zyn oudste Broe„ der en apparente opvolger van den ouden Nabab om dat ul omrah Bhadur, als zyn eige bortschap liet weeten hoe dat voornaemelyk geschiede om kennis te maeken, en den Eerstgeteekenden voor iets byzonders te spreeken, vor„ derende de oueste broeder de henneurs en andere teekenen van gedienstigheit, bij een brief de ter Resolutie geinsereert zoo„ darig danig beantwoord is dat met het geen de Eerstgeteekende aen den Heer Seif Ail Molk Bladur zelfs, en byj schoo ven in beleefde termen genoeg te ken„ nen gaf van liever van deeze beBoe¬ ken te willen g'exonseert zijn, als dan toe te treeden; en gelyk dat onder ande„ ven ook is geschiet op vertooning van niet voorzien te zijn van het geen er vereisch werd om zijn Hoogheid te regaleeren, was de vorst beleeft genoeg van te laeten weeten hoe het hem met zoo zeer te doen was om geschenken als wel om den Eerstgeteekenden te zien en te spreeken, zulks die bezoeken niet te weder„ legger zijnde hebben moeten gevolg neemen, ten kosten van eenige ter Re„ solutie vermelde aen dien vorst afge„ geevene Geschenker kostende in koops ƒ 328. 1. 8 139 ƒ 328. 1. 8. uitwijzens Memoris deeze bijgevoegt, welke by de Generaele schen„ kadje reekening zal worden ingetrokken doch die wij, bij provisie verzoeken dat U Hoog Edelheeden zoo wel goedgunstig„ lyk gelieven te passeeren als het zicht gift dat boven dien, ten bedragen van 25 Goude Persiaensche Ducaten en 12. zilvere Ropijen aen Den zelver gepre„ senteert heeft moeder koorden. wi gedraegen ons overigens wegens het ver„ handelde bij deeze visites aen het opgeteekende ter voorsz: Resolutie van 9. April, en het geen de Eerstgeteekende een de zal hebben U: Hoog Edelheeden apart te berichten bij naeste gelegent„ 6 heet, als zijnde ter geen tijd overig tot het „ aparte beantwoorden van de Jongst ontvangene boi of te meer te schrijven van verzeekering te doen van de eerbied, treu en hoogachting, waer

NL-HaNA_1.04.02_9706_0158 view scan ↗

English

with which we have the honor to remain, was signed, Right Honorable Far-ruling Sirs, Your Right Honors' humble and very obedient servants, signed, Jacob Eilbracht, J. C. de Raef, F. I. Winkelmans, J. W. Bloeme, and I. J. Nasz. In the margin: Palliacatta in Fort Geldria, the 24 October 1791. Agreed, E. E. Clercq, Jn. Obdam. 145 Batavia To His Honor The Right Honorable Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Honorable Gentlemen Councillors of Dutch India. Right Honorable Far-ruling Sirs. I have the fortune of finding myself particularly honored with Your Right Honors' separate letters addressed to me under the dates 11 May and 2 July of this year, along with the annexes according to the register, except for documents numbers 6, 8, and 9, which are noted in bundle number 4 belonging to the second letter as being sent separately in the original; but which as yet have not been received by me, so that the copies will provisionally serve for my information. I lack the ability, Right Honorable Sirs, to give Your Right Honors, with that emphasis which I would wish and which truly ought to be done, an impression of my sensibility and respectful gratitude for the confidence which Your Right Honors have been pleased to place in me by choosing me for the supreme command over the Coromandel Coast, as successor to Mr. Nicolaas Sadama, particularly since, having always been employed in Bengal from my youth onwards, I genuinely feel the weight of the task imposed upon me in a place where Your Right Honors will readily admit that a more than ordinary effort and reform is required to revive the Company's important trade through a profitable collection of linens and the avoidance of the burdens that have risen so high through the successive granted price increases, and to make her stay here on the Coast bearable through the increase of profits and the reduction of oppressive burdens. Matters, Right Honorable Sirs, for which, for someone who knows the local circumstances through and through, after everything floats clearly before his eyes and the comprehension of what requires redress has become easy, time and deliberation are required, and all the more so for another who enters entirely as a stranger from outside, knowing no one, even having to trust and distrust the elucidations he can obtain as matters stand, and having to proceed according to the judgment that Heaven has given him and that which, after testing everything against sound reason, he finds proper and justifiable. In such a disposition I humbly request that Your Right Honors may be pleased to be persuaded that I, according to bounden duty, shall employ my modest abilities and leave nothing unattempted toward the true and actual advancement of the Company's interests, concerning which it grieves me on this occasion not to be able to show Your Right Honors, in a well-connected order and relation of matters, how it has been planned by me, during the deliberations which have been held almost daily from 28 September to 5 October regarding Your Right Honors' respected collective letters, to restore good order and along that way achieve the goal and the intention of Your Right Honors through the favor that has been shown to me by exception. Provisionally, the address delivered at my introduction into the Council on 24 September last, and inserted into the resolution of that date, might convince Your Right Honors of my intention and aim. Paragraph 4. Now if I may have the fortune of giving satisfaction to Your Right Honors with my endeavors to be applied, and that I can make matters take another profitable turn, as I heartily strive and long for, then I hope and pray Your Right Honors will remember me more and more for good, and, considering the importance of the government of this coast, still being regarded as a government, grant me the favor of honoring me with the rank of Governor, just as this came into consideration regarding the Commandery of Malabar with respect to its rulers, although I meanwhile express my humble obligation for the title of Senior Merchant, and the favorable recommendation for the absolute rank and salary to the Lords and Masters. To the command of Your Right Honors with respect to the Merchant Paul Engelbert van Halm, provisionally continued in the service of Head Administrator, I shall not fail to comply upon further opportunity, and to report sincerely to Your Right Honors concerning my own findings and thoughts what shall appear to me to be appropriate, and consequently not make use now of testimonies that may be erroneous and possibly partisan. Meanwhile, as the collective letter from the Council indicates, he has been summoned hither from Jaggernaykpoeram to assume his office, and thus to see whether matters will succeed with him. But as far as it appears to me superficially from the papers, the said Van Halm will remain continually involved in the vexatious disputes with the elected Chief of Jaggernaykpoeram, the Merchant Van Bijland, whose political arrest granted on 12 March last has appeared to me to be entirely out of order and informal.

Dutch transcription

waermeede wij de eers hebben te verblij„ ven (:onderstond/ Hoog Edele wydgebie„ derde Heeren, U Hoog Edelheeden onderdanige en zeer gehoorzame dienas„ ver /:get: / Iacob Eilbracht - - - - . I. C: de Raef, F:k: I winkelmans, J: W: Bloeme; en I. J: Nasz. (:in margire:/ Palliacatta in het fort Geldria den 24. October 1791. Accordeerd EE Clercq Jn. obdam 145 Batavia Aan Zijn Edelheijdt Den Hoog Edelen Groot Achtbaren Heer M„r Willem Arnold Alting, Gouverneur Generaal, Nevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlandsch India. Hoog Edele wijd gebiedende Heeren. 7 : Ik heb het geluk van mij bij zonder ver„ eerd te vinden met uwer Hoog Edelheeden Apart Copia m apart apart aan mij gerichte brieven in datis 11 Mei en 2:e Iuli deezes Iaars met de bijlaagen vol„ „gens Register, uijtgenomen de stukken N: 6 8. en 9. die in de bondel N:o 4. behoorende tot de tweede brief, genoteert staan, dat appast in originali worden overgezonden; doch voor 7. als noch bij mij niet ontvangen zijn, zoo dat de kopijen mij bij provisie tot naricht zullen strekken. Het ontbreekt mij aan bequaamheijd Hoof Edele Heeren, om uw Hoog Edelheeden met die nadruk, als ik het wenschte te doen en wel behoorde te geschieden, een ide te gee„ ven van mijne gevoeligheid, en eerbiedige dankbaarheijd voor het vertrouwen dat u Hoog Edelheeden op mij hebben gelieven te stellen met mij te verkiezen tot het opperbest over de kust kormandel, als opvolger 12. van 143 van den heer Nicolaas Sadama, in zonder„ heijt daar ik altoos van der Jeugt af in Ben„ gale geemploijeert, in alle wezenlijkheit ge„ voele het gewicht der taak mij opgelegt, op een plaats alwaar u Hoog Edelheeden, wel zullen gelieven te avoueeren dat een meer dan ge„ woon effort en reformatie word vereischt om 'sComp:s gewichtigen Handel door een voordee„ lige Inzaam van Lijwaaten, en vermeiding van de zoo hoog gereezene bezwaeren door de successive geaccordeerde prijs verhoogingen te doen herleeven, en door vermeerdering der winsten en vermindering der drukkende Las„ ten, Haaren Teet, hier ter kuste dragelijk te maaken. Zaaken Hoog Edele Heeren. waar toe voor iemand, het plaatzelijke door en door kennende, na dat alles hem klaar voor oogen zweeft, en het begrip van het geen Redres 2 Redies vereischt, gemakkelijk is geworden, tijd en overleg werd vereischt, en des te meer voor een ander, die ten eenemaal vreemt, van buijten inkomt, niemant kennende, zelfs zoo als de zaaken staan, de Elucidatien die hij krijgen kan, moet betrouwen, en mistrouwen, en te werk gaan na het oordeel, dat de Ae„ mel hem gegeeven heeft, en het geen hij, na alle aan de gezonde Reeden getoetst te hebben, bevind oorbaar, en verantwoordelijk te zin 13 In dusdanig een Tin verzoek ik ootmoe„ dig dat U Hoog Edelheeden gelieven gespek„ suadeert te zijn, dat ik, volgens schuldige plicht, myne geringe vermogens te werk zal stellen, en niets onbezocht laaten ter waer en wezenlijk bevordering van 's Comp=s belang, waar omtrent het mij smert u Hoog Edelheeden te deezer occasie in een wel aan een 145 een geschakelde order en verbant van zaaken niet te konnen doen zien, hoe het, bij de be„ soignes die, sedert 28. september tot 5. october „genoeg zaam dagelijks, over u Hoog Edelheeden gerespecteerde gemeene Brieven gehouden zijn door mij is aangelegt, om de goede order te herstellen, en langs dien weg te bereiken het doelwit, en de intensie van U Hoog Edel„ heeden, door de gunst, die mij, bij uijtnemen„ heit is beweezen. Bij provisie zoude de Reeden voering bij myne introductie in Raede op den 24:e September I=o leeden gedaan, en bij resolutie van dien datum geinsereert staande, u Hoog Edelheeden van mijne meening en toeleg kunnen overtuijgen. §4. Indien ik nu het geluk mag hebben van U Hoog Edelheeden genoegen te geeven met mijne aantewendene devoiren, en dat ik de zaaken, gelyk ik hartelyk trachte, en verlange een andere voordeelige voordeelige keer kan doen neemen; dan hoope en bidde ik u Hoog Edelheeden, mij meer en meer ten goede te gedenken, en overwegende de im„ portance van het bestier deezer kust, noch als een gouvernement beschout wordende, mij het faveur te bewijzen van mij te honoreeren met de qualiteit van Gouverneur, zoo als dit wegens het Commandement Mallabaar ten aanzien van dies Bestierders in aanmerking gekomen is, schoon ik intusschen mijne ne„ drige verplichting betuijge voor den titul van opperkoopman, en gunstige voordracht tot de absolute qualiteit en gasie aan de Heeren en Meesters. Aan het bevel van U Hoog Edelheeden 15 met opzicht tot den, bij provisie, in den dienst van Hoofd-administrateur gecontinueerenden koopman Paul Engelbert van Halm, zal ik„ bij nadere gelegenheit niet mancqueeren te voldoen 142 voldoen, en wegens mijn eige bevinding en gedachte u Hoog Edelheeden oprechtelyk te berichten het geen mij voor zal komen te behooren; en mij gevolgelijk, nu, niet bedienen van getuijgenis„ sen die abusif en mogelijk partijdig kunnen, zijn. Hij is intusschen, gelijk de gemeene brief van de Raad uijtwijst van Iaggernaijk, poeram herwaards ontboden om zijn bedie„ ning te aanvaarden, en dus te zien of het met hem lukken wil. Maar 3oo verre het mij oppervlakkig uijt de papieren voorkomt, zal gem: van Halm, geduurig betrokken blyven in de fa„ cheuse verschillen met het g'eëligeert opper„ hoofd van Iaggernaykpoeram den koopman van Bijland, wiens op den 12. Maart I:o leeden politiek verlaend Arrest mij is voor„ gekomen geheel buijten den haak en informeel 16. te A e

NL-HaNA_1.04.02_9706_0176 view scan ↗

English

to be. To prove this, I respectfully request permission to refer to my statement made in Council on 30 September, according to which, in conformity with my proposal, the aforesaid van Bijland is also to come hither. I have the honor to enclose herewith a copy of that document. 17. After his arrival I shall immediately make a beginning with hearing him, and regarding the various accusations against the departing Governor Tadama and the Council, as well as against some of the heads of the subordinate factories and others, demanding from him the promised proofs, and hearing again in response those against whom they are, or might appear; and thus, bringing all this into context as quickly as possible, render a full report thereof to Your Right Excellencies, and continue to look forward to Your Right Excellencies' honored approval thereon. The small packet with Dabboeses, sealed and marked as known on the Register of Papers of 6 July, under No. 21, I have duly received. 18. It would have been pleasing to me if on this occasion I could have supplied Your Right Excellencies with a greater and clearer light on matters than it has hitherto been possible to investigate or discover, especially regarding the increases in price and the arrears on the procurement of linens. Both are attributed to the shortage of money and the loss suffered by the suppliers on merchandise furnished to them instead of cash; but I rather think, as far as the arrears are concerned, that they have arisen from no other causes than an apparent settlement, and in reality by letting the trade run from one year into the other, without regarding the expired requisitions themselves as fulfilled; and thus, if a late delivery takes place, so that goods arrive or remain left over at or after the dispatch of the last consignments, not applying the same, as ought to be according to the general Homeland and Indian orders, in reduction of the new requisitions, but going along also accepting and shipping them against the previous, already expired requisitions; and that, very apparently, on advances that have been made on the new requisition, or at least as it is termed, on the new procurement; which notoriously must always produce arrears, which ultimately could never be settled or made good other than by whoever is incautious enough to make himself, as the last, accountable for them; and this is most probably the reason that at Iaggernaijkpoeram the debts, instead of decreasing, appear to have increased as of the end of August 1789 to pagodas 16278. 16 3/8. §9. Recently a verbose representation was received from there concerning this, to demonstrate that trade cannot be directed otherwise, and that the arrears would indeed soon be diminished if the advances of money could be more ample. The paperwork with which I had to occupy myself for a considerable time in order to inform myself how everything ought to be organized did not permit handling this letter from Iaggernaijkpoeram and other yet unanswered letters. The settlement from Bimilipatnam and other offices is also being awaited, in order then to have all this together and deal with it jointly in one session, just as that will be the first work after the dispatch of the ship Horssen, when I shall also communicate my aforesaid thoughts to the Council, and, if they agree with me therein, have such orders sent to all the subordinate factories as I believe will once and for all set a limit against the aforesaid erroneous practices and as if by itself end the possibility of making an abuse of merchandise or cash which one believes serves for the actual new trade, and which afterwards, or in the outcome of affairs, appear only or principally to serve to remedy or supply the deficiency of the old trade, although it all passes as the new requisition or procurement. §10. It is also my intention to see whether public sale, just as in Bengal, cannot be introduced here, and thereby perceive what there really is to the complaints that the merchandise is priced too high, and on that account to make a true report of matters to Your Right Excellencies; and I intend not only to try this here, but also to have a trial of it made at the other offices, which however cannot be before the favorable monsoon in December or January next, hoping that this intention of mine, and especially if it may have good success, will be honored with Your Right Excellencies' most desired approval. Meanwhile I have the honor to remain with the highest esteem, Right Honorable, Widely Commanding Sirs! Your Right Excellencies' very humble and very obedient servant, signed, Iacob Eilbracht. In margin: Palleakatta, 19 October 1790. Batavia To the same as before. 11. Amid the difficulties confronting me more than commonly, and the resulting doubt whether I shall be able, in accordance with my eager wish and effort, to render the general report by the 15th or at the latest the 20th of the coming month of January, I deem it my bounden duty

Dutch transcription

te zijn. Om dit te bewijzen, verzoek ik eer„ biedig mij te mogen refereeren aan mijne op den 30. September in Raede gedaane verklaaring, na dewelke, Conform mijn voorstel, voorsz: van Bijland ook herwaards staat te komen. van dat geschrift, heb ik de eere een Copij bij deeze in te sluijten Na zijn aankomst zal ik ten eersten 17. een begin maaken om hem te hooren, en wegens de onderscheidene accusatien zoo tot laste van den Heer afgaande gezaghebber Tadama en de Raed, als van sommige der opperhoofden van de onderhoorige factorijen en anderen hem de beloofde bewijzen afvorderende, en den geene, tegen wien ze zijn, ofte te voor„ schijn mochten komen, daar op weder hoorende en dus, zoo spoedig mogelijk dit alles bren„ gende in verband, u Hoog Edelheeden daar van een volleedig verslag doen, en Hoog Der Zelver 149 Derzelver geeerd goedvinden daar op blijven te gemoet zien. Het pakje met Dabboesen; verzegelt en op het Register der Papieren van den 6. Iulij, sub N:o 21. bekent gestelt hebbe ik behoorlyk ontvangen. 18 Het zoude mij aangenaam geweest zijn, in„ dien ik u Hoog Edelheeden te deezer ge„ legenheid een meerder, en klaarder licht van zaaken konde suppediteeren, dan het moge„ lijk geweest is tot nu toe uijt te vorsschen of te ontdekken, inzonderheit met de ver„ hoogingen van prijs, en de Agterstallen op den Inzaam van Lijnwaaten. Beiden attri„ bueert men ze aan het gebrek van geld, en het door de Leveranciers geleeden verlies op koopmanschappen, die hen verstrekt zijn, in steede van kontanten: maar ik denk eer dat wat de Agterstallen aangaat, die uijt geen andere oorzaaken zijn ontstaan, dan door een een afreekening in schijn, en in wezenlijkheijd mits het doen loopen der handel van het eene in het andere Iaar; zonder de afgeloopen Eijsschen zelf als voldaan aantemerken, en dus indien er eene laate Leverantie plaats heeft, zoo dat 'er goederen bij, of na de afzending der laaste partijen, inkomen ofte blijven overleg„ gen, dezelve, gelijk volgens de generaale Patriasche en Indische ordres behoorde, niet te doen strekken in mindering van de nieuwe, maar gaande weg ook aanneemt en verzend op de voorige reets afgeloopen Eisschen; en dat, zeer oogenschijnlijk of verstrekkingen, die op den nieuwen Eisch immers zoo als het de naam draagt op den nieuwen InBaam gedaan zijn; het welk no„ toir altoos Agterstallen moet opleeveren, die eindelijk nooit anders zouden te ver„ eevenen, of te vergoeden zijn, dan door die onvoorzichtig 152 onvoorzichtig genoeg is, zich, als de laatste, daar voor verantwoordelijk te maaken, en dit is allerwaarschijnlykst de reeden dat te Iaggernaijkpoeram de schulden in steede van te verminderen, onder ult:o Augustus 1789 blijken vermeerdert te zijn tot pago„ den 16278. 16 3/8. §9. Hier over is deezer dagen van daar een 8241. wijdlaftig vertoog ingekomen om te betoo„ „gen dat den Handel niet anders kan worden gederigeert, en dat de Agterstallen wel Gou„ de worden gedimunieert indien de geld verstrekkingen ruimer konden vallen, Het schrijfwerk, waar meede ik mij, om te onder„ rechten hoe het een en ander diend te worden ingestelt, een geruijme tijd heb moeten bee„ zig houden heeft niet toegelaaten, over deeze Brief brief van Paggernaijkpoeram, en andere noch onbeantwoorde brieven te besoigneeren. Ook word er gewacht naar de afreekening van Bimilipatnam, en andere kantooren, om dan dit alles bij malkander te hebben, en te samen in eene besoigne te verhandelen, gelijk dat het eerste werk zal zijn na de depeche van het schip Horssen, wanneer ik de Raed, voorsz: mijne gedachten meede zal deelen, en daar in met mij toestemmende sodanige ordres naar alle de onderhoorige Factorijen laaten afgaan, als ik vermeen, dat, voor althoos, een pael zal stellen tegen het voorsz: erroneuse gedoente en als van zelf doen ophouden de mogelijkheit een misbruik te maaken van koopmanschap„ fen ofte kontanten, die men gelooft te strek„ ken tot den eigenlijken nieuwen Handel, en van 153 van agteren, of by uijtkomst van zaeken, blyken alleen of voornamentlyk te dienen om het gebrekkige van den ouden handel te remedieeren, of te suppleeren, schoon het alles doorgaat of den nieuwe Eijsch of inzaem Ook is myn voorneemen om te zien of 310. den publieken verkoop, even als in Bengale, alhier niet kan worden geintrodaceert, en daar door te ontwaaren wat 'er wezentlyk zij van de klachten dat de koopmanschappe te hoog in prijs staan, en om derweegen u Hoog Edelheeden een waar verslag van zaaken te doen, en ik denk zulks niet alleen hier te probeeren, maar op de andere kantoo„ ren er ook een proef van te laaten neemen, het welk echter niet eer zijn kan, dan met de goede mousson in december ofte Ianuarij naast komende, hoopende dat deeze mijne intentie intentie, en voor al zoo ze een goed succes mag hebben, vereerd zal worden met U Hoog Edel„ heeden zeer gedesidereerde approbatie. Inmiddels heb ik de eere met de meeste hoog agting te verblijven /:onderstond/ Hoog Edele wijd gebiedende Heeren! Uwer Hoog Edelheeden Zeer nedrigen, en zeer gehoorzamen Dienaar /:wat gete„ kend :/ Iacob Eilbracht /:in margine:/ Palleakatta den 19. October 1790 Batavia Aan als vooren 11. In de mij, meer dan gemeen, voorkomende zwaarigheeden, en daar uijt resulteerende twyffeling of ik wel in staat zal geraaken, om na myn reverige wensch en betrachting, onder den 15:e ofte uyterlyk den 20: van de aanstaande maand Ianuary het generaal verslag te doen, vermeene ik het van mijne schuldige pligt

NL-HaNA_1.04.02_9706_0183 view scan ↗

English

duty to respectfully bring to Your High Noble Honours' attention in this separate letter of mine everything that appears to me of such nature and weight that it may serve, if necessary at the usual time of the business concerning Coromandel, as preliminary advice on the precarious state in which the Company's affairs presently find themselves here; and not to leave Your High Noble Honours ignorant of the most principal aspects thereof, as well as to excuse myself on that account, and to prevent all unfavourable thoughts regarding this accidental delay; respectfully trusting in the known equity of Your High Noble Honours to look with gracious regard and consideration upon what sorrow, worry, trouble, and extraordinary labour has descended upon me since the date that I accepted authority and applied myself, were it possible all at once, to generally give Your High Noble Honours that satisfaction of complying with Your most respectable orders and a multitude of extraordinary dispositions. §2. From the contents of the Resolutions since 25 October, the day I assumed authority, not to mention the preceding ones, it will most clearly appear to Your High Noble Honours, if it please you, what effort I have expended towards achieving the aforementioned desired end, and how all of them, the one more than the other, are of an uncommon nature and extent, not of words, but of the weightiest matters, as the consequence of the orders given by Your High Noble Honours in the latest general letters, and the commission assigned to me separately. Before I proceed with the continuation of what I propose to treat, I have the honour to acknowledge beforehand the receipt of Your High Noble Honours' much esteemed further general, secret, and separate letters dated 17 August of this year, brought here on the evening of 26 October, and opened in council the following morning. It is unnecessary to expatiate upon the sluggish and disorderly manner of administration which I have experienced to be prevalent here throughout the entire coast of Coromandel; and Your High Noble Honours have shown such justifiable displeasure regarding several subjects concerning this, that it would be superfluous to enumerate and point out all the particulars thereof here. The principal difficulty, or the failure to balance the trade books, and the disasters which are to be feared therefrom, I sought to remedy immediately upon my arrival here; for, not only were the trade books themselves not balanced any further than up to 1786/7, the cash books, specification books, and other necessary documents are missing, and this because—instead of closing the cash account in due form every month as is done in Bengal, that is to say in such order that one simply copies them out one after the other, and then immediately possesses a cash book—people here have rested content with drawing up a statement of accounts only once every three months, both for the subordinate residencies and for this main office, and presenting it to the council, after which, and the warrants granted, a cash account was first formed at the very time that the trade books were being drawn up, whereas this, alongside other supporting papers of the trade journal, ought to be the basis upon which the trade bookkeeper must guide himself to draw up the journal, and not for the cashiers to arrange their cash account according to the journal; besides also the bad maxim that people had adopted and accepted everywhere in Coromandel of entering all expenses, charges, and other documents relating to the books, whether they originated before or after ultimo August, under the latter date, and consequently holding up the books for that reason, and not closing them even if they had to wait and remain lying idle for six months and longer afterwards, from which irregularity has also resulted the impossibility of investigating and discovering any matters whatsoever with true certainty and peace of mind, whether the books and accounts of the subordinate residencies, which are on hand here at the main office up to 1788/9, and those of 1789/90 are not yet all ready, except Bimilipatnam, from where the same were recently received; whether all the books, I say, correspond and agree with those of the main office, of which the year 1787/8 is now about to be closed, or how matters stand with the true and actual state of the advances and incurred arrears, since, without paying attention or making a distinction between the delivery year and the book year, these have always been so bent, distorted, and calculated that they have also been brought under the entries of ultimo August, although the delivery year begins with primo October and ends with ultimo September. §5. To this confusion and improper handling of affairs must also be attributed the failure to complete the general transfer or the

Dutch transcription

155 plicht te zijn u Hoog Edelheeden bij deeze myne apparte eerbiedig onder het oog te brengen, al wat mij voorkomt van dien aart, en dat gewicht te zijn, dat het des noods op de gewoone tijd der besoigne over kormandel mag verstrekken tot prealabel advies van de zorgelijke toestand, waar in 'sComp=s zaaken zich te deezer uure alhier bevinden, en om u Hoog Edelheeden niet onkundig te laaten van het voornaamste van dien, item om mij derweegen tevens te ver„ ontschuldigen, en alle ongunstige gedagten we„ gens dit toevallig dilaij te prevenieeren; met eerbied vertrouwende op de bekende equiteit van u Hoog Edelheeden om in gracieuse aanmerking en Consideratie te zien komen welke kommer, Iorg; moeijte, en Extra or„ dinaire arbeid op mij is afgedaalt, sedert den datum dat ik het gezach aanvaard, en mij bevlijtigd hebbe om, ware het mogelyk in oon een reis u Hoog Edelheeden generaalijk dat genoegen te geeven van te beantwoorden aan Hoogst Hoogst Derzelver respectabele beveelen, en een meenigte van Extra ordinaire dispositien §2 Uijt den inhoud der Resolutien, zedert 25. oc„ tober, den dag dat ik het gezag hebbe aangevaart om niet te spreeken van de voorgaande, zal het U Hoog Edelheeden des behagende ten klaar„ sten blijken, welke devoir ik hebbe aangewend ter bereiking van het voorsz: gewenscht eijnde, en hoe alle dezelve de een meer, als de andere zijn van een ongemeenen aart, en uijtbreiding niet van woorden, maar van de allergewichtig ste zaaken, als het gevolg van de door u Hoog Edelheeden bij de Iongste gemeene brieven gestelde ordrer, en de mij apart opgedragene Com„ missie. Daneer ik voortga met het vervolgen van het geen ik mij voorstelle te verhandelen heb ik de eere voor af te erkennen de ontvangst van uwe Hoog Edelheeden zeer geeerde nadere gemeene, secreete en aparte brieven sub 17. Aug=o deezes Iaars, alhier aangebragt den 26. october 13. 'S avonds 's avonds, en 's daags daar aan 'smorgens in verga„ dering geopent. Onmoodig is het uijt te weiden over de traage 84. en slordige wijze van huijshouden, welke ik hebbe ondervonden dat alhier over de gansche kust kormandel plaats heeft; en u Hoog Edel„ heeden hebben daar over bij verscheijdene onder„ werpen zoo veel rechtmalige misnoegen betoont, dat het overtollig zoude zijn alle de bijzonder: heeden daar van alhier opte tellen, en aantewijzen De Hoofd-Iwaarigheijd, ofte het niet effen stellen der negocie boeken, en de onheelen, welke daar uijt te duchten zijn, hebbe ik bij mijn aankomst al„ hier onmiddelijk trachten te remedieeren; want, niet alleen dat de negocie boeken zelve niet ver„ der effen waaren, dan tot 178 6/7. , de kassa boeken, specificatie boeken, en andere noodza„ kelijke stukken mancqueeren, en zulks door dien men - zich in steede van gelyk het in Bengale geschied alle maanden de kassa reekening in forma te sluijten, dat is te zeggen in die ordre dat men ze maar agter elkander afschrijft, en dan terstond een kassa boek heeft, alhier heeft gerust gerust gesteld met alle drie maanden maar eens zoo van de onderhoorige residencien, als van dit hoofd -kantoor, eene staat reekening optemaaken, en in vergadering te dienen, na dewelke, en de verleende ordenancien, ter zelver tijd dat de Ne„ godie boeken worden opgemaakt, eerst een kas„ sa reekening geformeerd wierd, daar deeze buijten andere bij papieren van het negocie: Journaal de bazes dient te zijn, waar na de negocie boekhou„ der zich moet richten om het Iournaal optemaa„ ken, en niet de kassiers om na het Iournaal hunne kassa reekening interichten, behalven. nog de quaade maxime, die men te Korman„ del over al had gerecipieerd en aangenomen om alle ongelden, aanreekeningen, en andere tot de boeken betrekkelijke stukken het zij die exteer„ den voor of na ultimo Augustus te brengen onder laast gemelde datum, en gevolgelijk de boeken daar om op te houden, en niet te sluijten al waare het ook dat ze zes maanden, en langer daar na moesten wachten, en leggen blijven, uijt welke inregulariteijt ook is geresulteerd de onmogelijkheijd om 159 om eenige zaaken, hoe genaamt met waare zeeker„ heijd, en gerustheijd na te gaan, en te ontdek, ken, of de boeken en reekeningen van de onder„ hoorige residentien, welke tot 178 8/9 hier ten hoofd kantoor aan handen, en die van 1729/90 nog alle niet gereed zijn, uijtgenomen Bimilipat„ nam, van waar dezelve nu onlangs zijn ont„ vangen; of alle de boeken zegge ik, met die van het hoofd-kantoor, waar van het Iaar 178 7/8. nu staat geslooten te worden, overeenkomen en accordeeren, ofte hoe het geleegen is met den waaren en weezenlijke toedragt der verstrekkin„ gen, en ontstaane agterstallen, nadien men die zonder agt te geeven, of onderscheil te maa„ ken tusschen het leverancie- en het boekIaar, al, thoos zoo geplooijt, gewrongen en bereekent heeft, dat dezelve ook al onder de posten van ultimo Augustus zijn gebragt geworden, schoon het leverancie Iaar begint met primo October, en eijndigt met ultimo september. §5. Ook is aan deeze Confasie, en oneige be„ handeling van zaaken te attribueeren, het niet gereed raaken van het generaal Transport of den

next →