Inventory 9706
Coromandel · 882 pages · 129 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the date that authority was handed over. Had I been able to content myself with an indication and statement of the remnants as of ultimate February 1790, as had been decided to do before my arrival here, and for which purpose certain papers were also ordered here from the subordinate Residencies, it is possible that it would already have seen the light of day; whereas I have now been under the obligation to leave this delay and the backlogged trade work up to 1789/90 inclusive to the accountability of the former commander Tadama, expecting nonetheless to see it ready shortly, so that it may be presented to Your High Nobilities as it is, signed with the necessary reservations. But High Noble Lords! Where should I begin, and where should I end, if I were to give an exact description of all neglected duties? It appears as if people here are generally struck with the spirit of blindness, and the one, just as well as the other, has fallen into the same evil by succession or transfer, without anyone being able to give any other reason for all these irresponsible proceedings than to appeal to old bad habits, or to the negligences of others, following them without redress, and having fallen into the same indolence and slumber. §7. It is for that reason that from the very beginning I applied myself to checking these wrong notions, and, were it possible, to awaken everyone and bring about a true and substantial realization of that which is called performance of duty and dutiful obedience. Yet before one becomes accustomed to this, some time will certainly elapse; provided, in the meantime, someone, after prior exhortation, does not compel me by willful transgression or disregard of the recommendations to employ more serious measures. In the general report everything will arrange itself into a more suitable connection and better comprehension; but I believe that I have grasped what is true and necessary for redress in a sufficient outline, and have already submitted it on the day of my introduction to the Council. Enclosing herewith an extract from the resolution of 25 October last, I take the liberty, in order to avoid repetition, to refer respectfully to it, not doubting that good order will quickly be restored if only the four main points, from which the other provisions flowed, are strictly kept in view and the instructions for their compliance are accurately observed. So much is already provisionally the result of it, that the Palicol cash account for the month of November 1790 has been properly closed, illuminated, collated with the warrants, and my counter cash books for both the large and the small cash have been found to agree; and thus the cashier is finally shaken from his dream and brought to the understanding of how one must draw up and close cash accounts, as I have also ordered him to do for September and October, in order, according to the intention of the resolution for the financial year that comes under my responsibility, to be at least certain of a cash book, although I am only now getting my hands somewhat freer than at present; I will also set the person whose duty it is to draw up the specification book to work, and not think to wait for the other books that have not yet been settled, of which those for 1784/5, if I may rely on the promise made, will be sent next month, and, as I hope, in October 1791 will be followed by those of the two last or most recent financial years. Those who have taken that work upon themselves are also occupied with the business of their own department; nevertheless, they are continually urged on, and I dare assure Your High Nobilities that there will be no lack of admonitions and keeping an eye on them, in order to watch over their performances in the so-called idle time as well as in the busy time, and to make them fulfill that to which they have bound themselves. §9. The next thing that, as an old incomprehensible evil, ought to be rooted out branch and root, is that mistaken idea which people on the entire coast in general have formed regarding the fulfillment of the European and Indian Demands, whereby the trade of one year has run into the other, and recently by the ship Horssen even bales were shipped that serve for Demands as far backward as those for 1787. In my recent separate letter of 19 October, a duplicate of which accompanies this, I have already made known my reflections upon this, and how I believed it was to be deduced from it that one could make no final balance on the money advances of the actual supply year, but found oneself in that regard continually at least one year behind, and therefore not acquainted with how matters had transpired in the actual supply year; what the suppliers might have been ahead or fallen behind; in a word, that one saw oneself deprived of an actual proper settlement in that regard. I made known at the same time my intention to oppose that evil, and to bring that important matter into such form as it ought to be, in order to be able to be at ease and not wander in uncertainty as to how matters actually stood therewith. To that end I humbly request to be permitted to direct the esteemed attention of Your High Nobilities to
Dutch transcription
den datum, dat het gezag is overgegeeven, Hadde ik mij kunnen vergenoegen met eene aantooning en opgave der restanten onder ult:o february 1790 , gelyk voor mijn aankomst alhier beslooten was te doen, en ook sommige papieren ten dien fine van de subal„ terne Residentien alhier besteld wierden mogelyk dat het zelve bereeds in de wereld zoude zijn, daar ik nu in de verpligting geweest ben, om dit dilag, en het agterstallige negocie werk tot 179/90. inclusive voor verantwoording van de geweezen gezaghebber Tadama te laaten, verwachtende niet te min het zelve, eerlange gereed te zien, om, zoo als het is, met de noodige reserve geteekend, u Hoog Edelheeden aangebooden te worden. Maar Hoog Edele Heeren! waar zoude ik beginnen, en waar zoude ik eijndigen, indien ik van alle pligt verzuijmen eene naukeurige beschrijving zoude doen. Het schijnd of men hier algemeen met den geest van blindheijd ge slagen, en den een zoo wel, als de andere in het zelve quaad bij overleevering of trans„ port, vervallen is, zonder dat men wegens alle deeze onverantwoordelyke gedoentens eenige andere reeden weet te geeven, dan zig te beroepen op oude quaade gewoonten, ofte op verzuijmen 16. van 164 van anderen, zonder het redresseeren van dewelke men die navolgt, en in dezelve indolentie, en sluijmering vervallen is. §7. Het is om die reeden, dat ik van den beginne af mij hebbe toegelegt om die verkeerde denk„ beelden te stuijten, en ware het mogelijk een ieder te doen ontwaaken, en een waare en wezenlijke bezeffing te doen krijgen van het geen men plicht betrachting, en schuldige gehoorzaamheijd noemt. Edog eer men daar aan gewent raake, zal er nog wel wat tijd verloopen; zoo intusschen de een of ander na voorafgaande adhortatie door moedwwillige overtreeding of veronacht Iaming der recommandatien mij maar niet kome te noodzaaken om serieuser maatregulen in het werk te stellen. Bij het generaal verslag zal zich 18. alles schikken in een gevoegelijker Connexie en beeter verstand: maar ik geloof het waare en nodige tot redres in een genoeg zaame Tin begreepen, en ten dage van mijne voorstelling aan Raade reets opgegeeven te hebben. Een Extract uijt de resolutie van 25. October I=o leeden, hier in sluijtende sluytende, neeme ik ter vermijding van herhaaling de vrijheijd mij daar aan met eerbied te gedragen, niet twijffelende of de goede ordre zal zich schielijk herstellen indien de vier hoofd-pointen, waar uijt de andere dispositien afgevloeijt zijn, maar stiptelijk in het oog gehouden, en de voorschriften ter nakoming van dien naurkeurig geobserveert worden, zoo veel is er, bij pro„ visie het gevolg van, dat de Palleatatse kassa reekening van de maand November 1790. behoorlijk geslooten, geloo„ mineert, met de ordonnancien geconfronteerd, en mijn Contra Cassa boeken zoo van de groote, als kleene Cassa accoord bevonden, en dus den kassier eijndelijk uijt den droom geraakt, en in het begrip gebracht is hoe men kassa reekeningen moet opmaaken, en sluijten, gelijk ik hem bevoolen heb ook te doen van September en October, om, na de intensie van het besluijt van het boekIaar, dat ter mijner verant„ woording komt, ten minsten zeeker te zijn van een kassa boek, schoon ik de handen maar wat ruij„ mer als thans krijgende; den geen wiens plicht het is het specificatie boek optemaaken, ook aan het werk „ zal stellen, en niet denken te wagten na de nog niet effen gestelde andere boeken, waar van die van 178 /5 zoo 463 zoo ik staat mag maaken op gedaane belofte aanstaande maand versenden, en gelijk ik hoof in October 1791. volgen zullen van die der twee laaste of Iongste boekIaaren, De geen welke dat werk op zig hebben genomen, zijn met de beezigheeden van haar eijge departement ook geoccupeert, nochtans worden ze geduurig aange spoort, en ik durf u Hoog Edelheeden verzeke„ ren dat het niet haperen zal aan vermaningen, en het in oog houden van dezelve, om in de zoo- genaamde leedige tijd zoo wel, als de drokke agt te geeven, op haare verrigtingen, en hen te doen nakomen dat geen, waar toe zij zich hebben verbonden. §9. Het naaste dat als een oud onbegrijtelijk quaad niet wortel en tak diende uijtgeroeijt te worden, is dat verkeerd ide, het welk men zich op de gansche kust in het generaal heeft geformeert van het voldoen der Europische en Indische Eyjsschen waar door de handel van het eene in het andere Iaar is geloopen, en nu Iongst per het schip Hors„ sen zelf nog verzonden zijn, packen welke dienen dienen op Eysschen zoo veel agterwaards, als die Bij mijn Iongste apparte van den voor 1787: duplicaat van dewelke deeze verzelk, 19:e October hebbe ik reets te kennen gegeeven, het vallen van mijn reflexie daar op, en hoe ik vermeende daar uijt te moeten afleijden, dat men op de geld verstrek„ kingen van het eijgenlijke Leverancie Iaar geen facit kon maaken, maar zich daar omtrend voor het minst, geduurig een Iaar agter uijt, en over„ zulks niet bekend vond, hoedanig het zich in het eijgenlijke leverancie Iaar hadde toegedragen; wat de leveranciers mochten te vooren, of ten agte„ ren geraakt zijn, in een woord dat men zig versto„ zen zag van een eijgenlijke behoorlijke afreekening derweegen. Ik gaf tevens te kennen mijn voornee„ men om dat quaat te keer te gaan, en die aange„ legene zaak te doen brengen in een zodanige form, als ze behoorde om gerust te konnen zijn en niet te verseeren in het onseekere hoedanig het daar meede eijgentlijk mocht gelegen zijn. Tot dat eijnde verzoeke ik ootmoedig de geeerde atten„ sie van U Hoog Edelheeden te mogen leiden op
English
to diverse extracts enclosed herein from the minutes of what was resolved in the Palleakatsche political council, from 29th October to 27th November last. The necessity of the first resolution, whereby the keeping of a current account book was established, will, insofar as it is not inherently obvious from the nature of the matter itself, appear most clearly when it is brought to the point where, according to the orders given to that end, the settlements kept since 178 5/6 are once unraveled or sorted out, and a proper current account is drawn up for each delivery year, when one will have to confess with one's own pen and mouth to having served the Company in this weighty matter in a manner which I find hard to believe can either be justified or made good. This at least is certain, that the advances served least of all for the delivery, but primarily served to play into the hands of the suppliers for the ostensible reduction of can furnish, to give security for the remainder through a conscientious valuation of their goods and effects, and should these be found insufficient, by providing surety in addition, both for the remaining principal and the requested interest of 1 per cent, in order that, should it please Your High Excellencies, you might cast a benevolent reflection upon the representation to be made in that regard; the arrears of Bimilipatnam, according to the decree of 23rd November, having been ordered to be compensated in like manner. But with these dispositions, whatever the outcome thereof may be, I do not foresee the possibility of keeping the Company without loss in this matter or regarding the arrears in general. It is therefore with regard to this point that I find myself not a little concerned; indeed, if everything that can and must be understood under the name of arrears will fall to the compensation of those from whom recovery should be sought, I find myself obliged respectfully to declare that I see no way of doing so. The amount thereof exceeds the reach of everyone's fortune, even were it the case that one should come to pay for the other, as with regard to the aforesaid Jaggernaykpoeram and Bimilipatnam arrears it was established at the session of 23rd November must be done by the commanders and members who have formed the ministry since 178 5/6, and have not properly cared for them or the settlement thereof, thus also being the cause that those debts ran from one year into the next, in such manner as will more circumstantially appear to Your High Excellencies from the aforesaid extract minutes, or the resolution of 23rd November. That my difficulty is founded on reason requires no further demonstration than merely to show Your High Excellencies the amount of the principal that I understand under the name of arrears; namely: At Jaggernaykpoeram, the same amount, as of ult:o August 1789, to pagodas 16279: 6. 50. 6501. 19. 70: pagodas 22780. 12. 40. At Bimilipatnam 1790. - - 1208. 22. 60. At Palicol, old debts continue to run - - - - pagodas 20. Totaling in present arrears at these three comptoirs . . . pagodas 23989. 11. 20. Add to this the debts of the government at Nagapatnam in the year 1781, after the reduction made according to a report received on the 10th November last past - - - - - pagodas 10004. 10. 8. Item, that which is said to have been extorted by the English from the gentleman, the former governor of Vlissingen - - - - - - pagodas 22045: —. . pagodas 32049. 10. 8. Further, that which the former secretary of justice Bronsvelt, as sequester, has remained in arrears on sequestration moneys, with - - - - - - - - - - - - - - pagodas 10878. 15. —. Item, the amount of the price increases for which it was ordered to provide surety - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - pagodas 8768. 8. 56. Then the total of outstanding accounts that could fall in terms of compensation amounts to - - - - - - - - - - - - - - - - pagodas 75686. 1. 4. making in Dutch money a considerable principal of ƒ340587. 4. —. For as regards the debts of the previous government, on which, as evidenced by the extract resolution of the 10th of the just passed month of November, it was approved to request the honored further disposition of Your High Excellencies, the recovery thereof depending solely on a still uncertain regaining of Nagapatnam, and an uncertain promise of the previous ministry founded thereon, it will remain to be seen whether those persons who constitute the debtors, should one ever have the good fortune to obtain that place again, will then indeed be found there, and may not have fallen under foreign jurisdiction. And with regard to the sequestration moneys, I imagine that no one is naturally more responsible for them than those who allowed the aforementioned Bronsvelt to suffice with an unsatisfactory accounting in that regard, and furthermore permitted him to depart for Ceylon, whither notice of the aforesaid disposition was given to the Government, with a request for assistance on behalf of the Commander and Council members declared responsible, in order to see whether anything from Bronsvelt or his sureties
Dutch transcription
163 op diverse hier in geslooten Extracten uijt notulen van het geresolveerde in de palleakatsche vergadering van politie, sedert 29:e October tot 27. November I:o leeden. de noodzakelijkheijd van het eerste besluijt„ 510. waar bij is vast gesteld het houden van een ree„ kening Courant boek, zal voor zoo verre het met de natuur der zaake zelf niet overeenkomstig is, ten klaarsten blijken wanneer men het daar toe brenge, dat na de ten dien fine gestelde ordres, de zedert 178 5/6. gehoudene afreekeningh eens ontwikkeld ofte geschieft, en van ieder leverancie Iaar een behoorlijke reekening Cou rant geformeert worde, wanneer men met eijge pen, en mond zal moeten beleiden, de Com pagnie in dit gewigtige point te hebben be„ dient op een wijze, welke ik bezwaarelijk ge„ loove, of wel is te verantwoorden, of goed te maa„ Dit althans is zeeker dat de verstrek„ ken. kingen het minste tot de leverancie maar voor„ namelyk gedient hebben om de leveranciers als in de hand te werken tot het quasi verminderen van kan fourneeren voor het restant zeekerheijd te geven door eene gemoedelijke taxatie van hunne goederen, en Effecten, en die niet toereikende bevonden wordende met het stellen van Cautie daar en boven, zoo voor het restant kapitaal, als de begeerde interest van 1. pr C:o om of het u Hoog Edelheeden mogte behaa„ gen eene goedgunstige reflexie te slaan op de dier„ weegen te doene vertooning, zijnde het agterstal van Bimilipatnam, volgens arrest van 23. no„ vember in gelijker voege geordonneert te vergoeden maar met deeze dispositien, wat 'er ook het ge„ volg van zij, voorzie ik de mogelijkheijd niet, om de Compagnie in deezen ofte de Agterstallen en het generaal, te houden buijten schaade Det is dus, ten aanzien van dit point dat ik mij niet weijnig bekommert vinde immers zoo al wat onder de naam van agterstal len kan en moet worden begreepen, ter vergoeding sal komen van den geen, waar op verhaal zou moeten gezogt worden, vinde ik mij verpligt in eerbied te declareeren van daar toe geen kant te zien. Het bedragen van dien gaat boven het bereik van ieders vermogen, al ware het ook dat 114: de 8 169 315. de eene voor den anderen quame te betaalen, ge„ lyk ten aanzien der voorsz: Iaggernaykpoe„ ramsche en Bimilipatnamsche Agterstallen ter sessie van 23. November is vastgesteld te moeten geschieden door de gezaghebbers en leeden welke Zeedert 178 5/6 het ministerium uijtge maakt, en daar voor, ofte de vereevening van dien, niet na behooren gezorgst hebben, dus meede oorzaak zijnde, dat die schulden van het eene in het andere Iaar zijn geloopen Edelheeden zulks in dier voege als u Hoog zal by de voorsz: omstandiger Consteeren Extract notulen, ofte het besluijt van 23. no„ vember Dat mijne Iwaarigheijd op reede ge„ E grond is, behoeft geen verder betoog dan u Hoog Edelheeden enkel te doen zien het bedragen van het kapitaal, dat ik onder den naam van agterstallen begrijpe; teweeten De Iaggernaykpoeram beloopen dezelve dezelve onder ult:o augustus 1789 p /. 16279: 6. 50. 6501. 19. 70: pƒ 22780. 12 40. Te Bimilipatnam 1790. - - 1208. 22. 60. Te Palicol loopen aan oude schulden voort - - - - nz 20 komt aan tegenwoordige agterstal„ len op deeze drie kransooren. . . . pa/o 23989. 11. 20 Voege bij hier de schulden van het gouvernement te Nagapatnam in A:o 1781. na de, volgens een op den 10. November laastleeden ingekomen berigt, gemaakte vermindering - - - - - p a/o 10004. 10. 8. Item het geen gezegd word door de Engelschen, den heer geweezen gouver„ neur van Vlissingen afgedwongen te zijn - - - - - - —„ 22045: —. . „ 32049. 10. 8. Voorts het geen de geweeze secretaris van Iusticie Bronsvelt als sequester aan sequestratie penningen is ten ag„ teren gebleeven met - - - - - - - - - - - - - - „ 1087815. —. item het bedragen der prijs verhoogingen waar voor geordonneerd is cautie te stellen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 8768. 8. 56. Dan komt aan agterstallige Reeke„ ningen, die in termen van vergoeding zouden konnen vallen. - - - - - - - - - - - - - - - - - pag: 75686. 1. 4. uijtmaakende in nederlandsch geld een aansienlijk ka„ petaal van ƒ340587. 4. —. want wat aangaat/ de schulden van het voorig gouvernement, waar op, uijt„ wijzens Extract besluijt van den 10. der Iongst gepas„ „seerde 74 12 seerde maand November, is goedgevonden de geeerde nader dispositie van u Hoog Edelheeden te verzoeken, het recouvreeren van dien alleen af hangende van eene nog onzeekere te rug erlan„ ging van Nagapatnam, en eene daar op gefun„ deerde onzeekere belofte van het voorig ministe„ J3 rium zal het te bezien zijn, of die persoonen, wel, ke de debiteuren uijtmaaken, indien men het ge„ lut eens hebben mocht van die plaats wede„ rom te bekomen, als dan daar wel zullen te vinden, en niet geraakt mogten zijn onder vreem„ En ten aanzien der sequestracie de Iurisdictie; penningen, verbeelde ik mij dat niemant na tuurlijker wijze daar voor responsabel is, dan de geen die voorm: Bronsvelt hebben laaten volstaan niet onvoldoende reekenschap derwee, gen, en daar en boven gepermitteerd, om naar Ceijlon te mogen vertrekken, werwaards aan de Regeering kennis is gegeeven van voorsz: dispositie, met verzoek van adjude voor de responsabel verklaarde Gezachhebber en Raads„ leeden, om of er op Bronsvelt of zijn borgen iets
English
something might be recovered, in default of which he is undeniably chargeable and actionable on account of the fraudulent management of his said administration. Paragraph 16. With regard to the granted price increases or the disposition upon the report received concerning them, Your High Excellencies may see, if you please, from the extract resolution dated 22 November, namely which persons are involved therein, and who thus, according to Your High Excellencies' intention, in addition to giving further reasons for granting the aforesaid increase, have been enjoined to provide surety for it, which appears to me will hardly be able to take effect, both because probably no persons of sufficient credit will be found as sureties, and because, for the arrears, the persons, effects, property, and monthly wages of those who are to be held accountable for it, or who shall be found to have participated therein, are already declared bound and executable, although, in case of such an extremity, it seems this can only be effected or accomplished through convictions and condemnation in court; for seizing person and property belongs, I believe, under correction of Your High Excellencies' wiser judgment, rather to the judicial than to the political sphere; not to mention that, in case of legal action by one party or another, the embarrassment would be no less as to how this is to be instituted and executed by an officer of justice who is subject to recusal, and before a court of justice which in its verdicts and judicial appointments produces virtually nothing but proofs of incompetence. The payment of those increases to those to whom they were granted will, it seems to me, if not fully, for the most part be proven; but the reasons given for agreeing to the same, I do not believe will stand the test: for they are based principally on an inadmissible premise, namely the loss that the suppliers state to have suffered on the merchandise supplied, or rather sold to them, and discounted against the intake instead of money, with which the Company, in my opinion, has nothing to do, for reasons which Your High Excellencies may be pleased to observe in an attached extract rescription to Jaggernaikpoeram dated the 10th of this month. Paragraph 17. Meanwhile, besides the hardship of the case in being, through the post I have the honor to occupy, the instrument of the misfortune of so many people, it causes me no small concern to comply with Your High Excellencies' respectable orders, which increases all the more when to the aforesaid compensations is also added what will shortly appear to be the missing capital of the Orphan Chamber with interest; and it is out of conviction, and after measuring the outward appearance and means of those burdened, that I take the respectful liberty to declare once again that even if Your High Excellencies should be pleased to exempt the debts of the old government and the unaccounted sequestration monies, there still seems to be hardly any chance of mastering the other arrears and price increases. Not to mention if the loss of the Orphan Chamber, or any other item, is added thereto, for which indemnification is also required, in which, if not in all other affairs, the members of the council are so mixed up and involved that the disposition and accountability devolve almost entirely upon me alone, which, however much I discharge my duty, causes me repeated anxiety and makes me ardently long for the moment when Your High Excellencies can be informed of the actual state of affairs, in order, in proportion thereto, to be promptly provided with Your High Excellencies' special orders on how I am further to conduct myself; while in the general report everything will be placed in a more detailed light and at the same time the grounds will be presented upon which representation and discharge have been requested. Paragraph 18. What concerns the sales yields no less worrying reflection, as everything sets itself against my efforts to make them take on a better appearance. It is true, good fortune has favored me thus far in having, in the span of two months, brought more profit to the Company than the previous administration did during the entire past financial year, during which, as appears from an extract from the rough general return under the last of August 1790, no more was disposed of here at Palleakatte than for ƒ41216. 11. —, whereas that which has been disposed of in this financial year, as appears from another note attached hereto, amounts to pagodas 13212: 22. 60. or ƒ 59458. 5. –. Dutch, which nevertheless signifies nothing in proportion to what is needed and still lies unsold, consisting of 190917: 1/8. lb Japan bar copper and 52717. lb cloves, both articles which, each on its own, absolutely cannot be disposed of other than by coming somewhat closer to the market price, possibly even more
Dutch transcription
iets mogte te verhaalen zijn, bij mancquement van het welke hij, ontegen zeygelyk Calangeabel, en actionabel is wegens de frauduleuse behandeling van ged: zijne administratie. §16. Met op zigt tot de ingewilligde prijs verhoogin„ gen ofte de dispositie op het daar van ingekomen beticht, zal u Hoog Edelheeden des gelievende blijken bij Extract resolutie de dato 22: November, namelijk: welke persoonen daar in zijn betrok„ ken, en dus, na u Hoog Edelheeden intensie boven het geeven van nadere reeden voor het toe„ staan van de voorsz: verhooging, geinjungeert zijn daar voor borg te stellen, dat mij voorkomt bezwaarlijk effect te zullen konnen sorteeren zoo om dat 'er waarschijnlijk geen luijden van Crediet genoeg tot borgen zullen te vinden zyn, als om dat, voor de agterstallen de persoonen, Eeffec„ ten, goederen, en maandgelden van den geenen, die er aanspreekelijk voor zijn te houden, ofte te moe„ bevonden zullen worden meede daar in ten participeeren, bereets verbonden en Executa„ bel verklaart zijn, schoon dat, in Cas van een dusdanig uijterste niet wel dan door overtuijgingen en en Condemnatie in rechten, schijnt te effectuee„ ren, of te bewerkstelligen te zijn; wont per„ soon en goederen aantelasten, geloove ik, onder verbeetering van u Hoog Edelheeden wijzer oordeel, eer tot het Iusticieele, als het politie„ ke te behooren; om niet te zeggen dat, in Cas van gerechtelijke actie van den een of ander, de verlegendheyd niet minder zoude zijn hoe men dat zal aanleggen, en uijtvoeren laaten door een officier van Iustitie, die in de termen staat van recusatie, en bij eene rechtbank, welke in haare gewijsden en gerechtelijke bestellingen genoegzaam niet anders, dan blijken van on kundigheijd opleevert. De betaling van die verhoogingen aan den geen, welke ze toege staan zijn, komt mij voor, zoo niet volkomen meerendeels te zullen worden beweezen: maar de gegeeven reeden voor het accordeeren van dezelve, geloof ik niet dat proef houden: want men fundeert die hoofd-zakelijk op een onaanneme„ lijk stelzel, namelijk het verlies dat de Leverancien opgeeven opgeeven te hebben geleeden op de aan hen ver„ strekte, eigenlijk aan haar verkogte, en op den Inzaam, in steede van gelt gedisconteerde koopman, schappen, waar meede de Compagnie na mijn ge„ dagten niets te doen heeft om reeden, welke u Hoog Edelheeden gelieven te beoogen bij een hier nevens ge„ voegd Extract rescriptie naar Iaggernaij kpoeram onder den 10: deezer. behalven de hardig Ondertusschen baart het mij 517. heyd van het geval, van door de post welke ik de eere heb te bekleeden, het werktuijg te zijn van zoo veeler luijden ongeluk, geen geringe Iorg ter voldoening aan U Hoog Edelheeden res„ fectabele beveelen, welke te meer toeneemt, als men bij de voorsz: vergoedingen ook voegt het geen eerstdaags blyken zal het mancqueerende kapitaal te zijn van de weeskamer met de In„ teressen, en het is uijt overtuijging, en na afmee„ ting van der bezwaarden uijterlijk aanzien, en dat ik mij eerbiedig bevrijmoedige van vermogen, andermaal te declareeren, dat al waare het dat u Hoog Edelheeden de schulden van het oude gouvernement 5 gouvernement, en de onverantwoorde sequestra„ cie penningen gelieven uijtte zonderen, 'er nog bezwaarlijk kans schijnt te zijn, de andere agter„ stallen, en prijs verhoogingen meester, te worden. Men geswijge zoo het verlies van de weeskamer, of eenig ander item daar nog bij komt, waar toe ook schadeloos stelling word vereischt in welke, zoo niet in alle andere affaires de leeden van de raad zodanig gemelteert en be trokken zijn, dat de beschikking en verant woording genoegzaam alleen op mij afdaalt, het welk hoe zeer ik mij ook quijte van mijn plicht, mij meermaals ongerustheijd ver„ oorzaakt, en vierig doet verlangen na het oogenblik dat u Hoog Edelheeden geinfor„ meerd konnen zijn van den eijgenlijcke toedragt van zaaken ten eijnde na mate van dien spoedig gemunieerd te worden met u Hoog Edelheedens speciaale ordres hoe ik mij verder hebbe te gedragen, zullende bij het generaale verslag alles in een omstandiger ligt gesteld en tevens voorgedragen worden de gronden, waar op 8 op om representatie en ontheffing is verzogt gewor„ den. §18 Het geen den verkoops betreft tevert geen min der Iorgelyjke overdenking op, nadien zig alles kant tegen mijne pogingen om dezelve een beeter aan„ schou te doen verkrijgen. Het is waar, het geluk heeft mij dus verre meede geloopen van in den tijd van twee maanden, de Compagnie meer voordeel te hebben toegebragt, dan het voorig ministerie in het gepasseerde gansche boekIaar, geduurende het welke, er alhier te Palleakatte, blijkens een uijttrek zel uijt het ruw generaal rendement onder ult. o aug=s 1790. niet meer vertiert is, dan voor ƒ41216. 11. —. , daar het geen in dit boekjaar, van de hand is gegaan, blijkens een andere deeze bijgevoegde notitie, pagoden 13212: 22. 60. ofte ƒ 59458. 5. –. nederlandsch, komt te bedragen, het welk egter niets heeft te beduijden na mate van het geen 'er nodig is, en nog onverkogt legt bestaande in 190917: 1/8. lb: Iappans staat kopper en 52717. lb Nagelen, beiden articulen welke, ieder op haar selve, volstrekt niet anders dan met wat nader te komen bij den markts prijs, mogelijk nog meer
English
more can be disposed of in small quantities. My intention to introduce public sales, as was determined on 30 October, met with counter-arguments during the session of 10 November, on account of the fluctuation of the market and the continual falling of prices. I take the liberty to conduct myself with respect according to these arguments, as they are noted in an extract from the resolution of the said date, as well as to what is noted in another extract of the minutes of 18 of the said month of November, which shows that the merchants, if they had ready money to buy any quantity of importance privately, could offer no more than 80 pagodas per bhaar for the copper, and for the cloves separately only 400 pagodas per bhaar, which, as far as the first is concerned, yields an advance of no more than 189 1/4 percent, and the latter only 988 3/8 percent; as this, along with what they thought they could spend on the other types of goods that were then still unsold, appears from the last-cited extract, as well as the resolution taken then to stipulate the old or previous prices for whatever they might be inclined to accept in reduction of what had to be furnished on the contract; namely: for the spices and the Japan bar copper; but for the rest, or if both of these items can be sold separately for cash, to let those and the remainder go for the stated prices, in which regard, however, success was achieved only with respect to the copper and the spices, while the other items had to undergo such further reduction as appears more fully from the resolution of 27 November and the already cited note of what was sold. Since now, both in Your Right Honours' esteemed rescript dated 27 April and in that of 17 August of this year, many unfavourable remarks have already been made about the small turnover, so much so that Your Right Honours, having been deceived by incautious expressions and ill-considered promises, and brought to the idea that it was within reasonable terms, as appears from what is set down in paragraph 44 of the first-mentioned rescript, were pleased to waive the previously granted price reduction on the Japan bar copper, I showed myself aggrieved thereby in our meeting of 28 past, for that reason as well as the unreasoned and ill-considered satisfaction of the indents of the subordinate factories. For whereas those factories, and especially those to the northward, had to account for important arrears, which ought to have been credited and charged to them on the new trade or whatever is delivered on account thereof, they were supplied, without paying attention thereto, with the readiest means, such as cash, nutmegs, and mace, and so little of these spices was kept on hand here, and by contrast such a disproportionate quantity of copper and cloves, that I, being embarrassed thereby, declared the previous administration liable for all disadvantageous consequences thereof, such as having to descend to the ultimate limit of prices decreed on the 18th aforesaid; furthermore, at Madras, according to a note to the resolution of 23 November aforesaid, the cloves had fallen to 331. 22. 6, and the copper to 72 pagodas the bhaar, so that, in order not to let a considerable capital of f 346,899. 2. – calculated for both items if the set price of 400 for the one and 80 pagodas per bhaar for the other item could be realized lie idle without interest, and on the other hand to avoid falling into the necessity of taking up money at interest for the collection and having to pay interest, at least until the time of relief, it appears to me to be more consistent with the Company's interest, after trying all possible means and avenues, even holding an auction, which has already been advertised for 15 January next, to follow the market if necessary rather than to remain stuck with this interest-free capital without better prospects, in view of the continuing importation of European cast copper and northern refined or Swedish sheet copper, the sale of which has an uncommon influence on the prices of Japan copper, which is little or not at all preferred over European copper anymore, and which is moreover sold privately at market price and lower, as is done by private merchants from Ceylon, who more than make up for what they lose on the purchase price there by the cash which they convey to Ceylon, which, on account of the Coast pagoda being worth more there, is said to amount to as much as 50 percent, besides the profit on goods which they accept in exchange and payment and employ in addition for returns. For all which reasons, to be confirmed more fully in the outgoing general letter, I take the liberty, on both these points, namely the Japan bar copper and the cloves, if a solution must be sought for them as is now the case, to request Your Right Honours' serious consideration and definitive authorization as to how I am to conduct myself in this regard in the future. At my departure from Bengal the books were only balanced up to the month of July, and the month of August 1790 was then also only just drawing to a close, so the general yield cannot
Dutch transcription
2 meer in kleene quantiteiten van de hand te zetten zyn. Myn voorneemen om den publieken verkoop te introduceeren, gelijk den 30. October was vast ge„ steld, heeft ter sessie van den 10. November, mits het varieeren der markt, en het geduurig daalen der prijzen Contra bedenkingen opgeleevert. Ik neem de vryheijd mij aan dezelve, zoo als ze bij een Extract uijt het besluijt van gem: datum genoteert staan, met eerbied te gedraagen, als meede aan het geno„ teerde bij een ander Extract notul van den 18. der gem: maand November, waar bij blijkt dat de kooplieden, indien zij gereed geld hadden om eenige partij van belang uijt de hand te koopen, voor het koper niet meer dan 80, en de nagulen apart maar 400. pagoden per bhaar konden bieden, dat wat aangaat het eerste niet meer dan 189¼. , en het laaste maar 988 3/8. per C:t advans opleevert; zoo als dat, met het geen zij meenden voor de andere toen nog onverkogte soorten van goederen te kon nen besteeden, bij het laast geciteerde Extract komt te blijken, als meede het toen gevallen besluijt om voor het geen zij genegen mogten zijn aan 'teneemen in „ in mindering van het geen op de aanbesteeding moest worden gefourneert, te bedingen de oude ofte voor„ ge prijzen; teweeten: voor de specerijen, en het Ia„ pansche staatkoper; dog voor het overige, ofte zoo beide deeze articulen voor Contant, apart aan den man willen, die, en de overige te laaten gaan voor de opgegeevene prijzen, waar omtrent men egter niet verder gereusseert is, dan omtrend het koper, en de specerien, terwijl de andere ar„ ticulen eene sodanige verdere dimunitie hebben moeten ondergaan, als bij besluijt van den 27:e No„ vember, en de reets geciteerde notitie van het ver„ kogte breeder komt te blijken. Daar 'er nu, zoo bij u Hoog Edelheeden 119 geeerde rescriptie de dato 27. ' april, als 17. Augustus deezes Iaars, bereets veele ongunstige aanmer kingen over den geringen vertier gemaakt zijn, zo„ danig dat u Hoog Edelheeden door onvoorzig, tige uijtdrukkingen en onbedachte beloften geabu„ seert, en gebragt zijnde in het denkbeeld, als of ze in reedelijke termen verseerde, uijtwijzens het ter neder gestelde bij de 44. par: van eerst gem: res„ criptie, hebben gelieven afte zien van de te vooren 179 vooren toegestaane prijs vermindering op het Iapans staat koper, zoo hebbe ik mij daar over bezwaar getoont in onze bij een komst van den 28. passato, Om die reeden zoo wel, als de onberedeneerde, en niet wel overlegde voldoening der Eysschen van de kantooren. want daar die kantooren, en voornamentlijk die om de noord importante agterstallen hadden te verantwoorden, welke hen op den nieuwen handel, ofte het geen offe reekening van dezelve word binnen gelevert, had behooren toe- en aangereekend te zijn, heeft men zonder daar agt op te slaan, dezelve voor zien van de gereedste middelen, gelyk de kontanten, nooten, en foelij, en van deeze spe„ cerijen hier zoo weijnig aan handen gehouden, en daar en tegen een ongeproportioneerde quantiteit koper en nagelen, dat ik, daar meede verleegen, het voorige ministerium aanspreekelyk heb ver„ klaart voor alle nadeelige uijtwerkzelen der„ weegen, gelijk die van te moeten afdaalen tot het ultimatum der prijsen bij arrest van den 18. bevoorens: Eijnde te Madras de nagulen uijtwijdens aanteekening bij besluijt van 23. 9ber voormeld voormeld gedaalt tot 331. 22. 6. , en het koper tot 72. pagoden de Bhaar, zoo dat, om een aanzienlyke ka„ pitaal van ƒ346899. 2. –. gecalculeert voor beiden de articulen indien de gestelde prijs van 400. voor het eene, en 80. pagoden per bhaar voor het andere articul mogte te maaken zyn, niet renteloos te laaten leggen, en daar en tegen in de noodzakelyk„ heijd te geraaken van tot den Inhaam gelt opte„ neemen, en rente te moeten betaalen, ten minsten tot den tijd van ontzet, het mij voorkomt over een„ komstiger met 'sComp:s belang te zijn, om na beproe„ ving van alle mogelijke middelen en weegen, zelfs het houden van vendutie, welke ook tegen den 15e Ianuarij naast komende reets is uijtgeschreeven des noods liever de markt te volgen, dan met dit renteloos kapitaal te blijven zitten, zonder beeter voor uijt zigt, uijt hoofde van de Continueeren P. de aanbreng van Europasch gegooten, en noordsch gaer - of Sweets plaat koper, welkers debiet van een ongemeene influentie is op de prijzen van het Iapansch koper, het welk men weijnig of niet boven het Europisch koper meer prefe„ reert, en daar en boven in het particulier tegen markts prijs 484 prijs, en minder debiteerd, gelyk door particuliere Handelaars van Ceijlon, welke, het geen zij op de inkoops prijs aldaar komen te verliesen ruijm en breed goed maaken door de kontanten, welke zij naar Ceylon overvoeren, het welke uijt hoofde van het geen aldaar de kust pagood meerder waardig is, gezegd word, wel 50. p:rC:o te beloo„ pen, behalve de winst op goederen, die zij bij ruiling, en betaaling, aanneemen, en tot retour daar en boven emploijeeren. Om alle welke bij de aftegaane generaale brief nader te bevestitgene reeden, ik de vrij„ heijd gebruijk van op beiden deeze pointen het Iapansch staaf koper, en de nagelen namelijk indien daar meede, gelijk nu, een uijtwech ge„ Togt moet worden, uw Hoog Edelheeden Serieuse Consideracren, en bepaalde qualificatie te verzoe„ ken hoedanig mij dien aangaande, in het vervolg te gedraagen 120 Bij mijn vertrek uijt Bengale waaren de boeken maar effen tot de maand Iulij, en de maand Augustus 1790 liep toen ook noch maar ten eijnde, dus kan het generaal rende„ 521. „ment
English
ment of this book year are not yet ready: but the year before, in 1788/9, the Japanese bar copper at Hoegli yielded no more than ƒ 68. 7. 13 ½ per 100 lb., giving an advance of 145 5/16 percent on our purchase costs, which sufficiently corresponds with the present market price of Coromandel, calculating pag. 72. 22. 60 per bhaar of 480 lb. The Cloves fetched in Bengal in 1788/9 ƒ 3. 14. 10½ per lb, which amounts to pag. 398. 4 per bhaar of 480 lb; believing for my part that it is not likely that both articles will yield a higher price by auction or privately, and that Your High Nobilities, knowing that the market cannot be forced anywhere, will all the more be pleased to give your honored consent to following the same, taking into favorable consideration how the finances were situated here on the 10th of this month, of which a Statement was produced at the meeting on the said day, as I have the honor to enclose a copy thereof. According to the statement, the contracting for the homeland and India at this head office amounts to: ƒ 326234. 10. 8. — The 1/3 part that, according to the Contract made, must be furnished by the end of January next, ƒ 67997. 9. 8. The stock as of the end of November ƒ 68191. 9. 8, from which one must first find the expenses until the end of July next, calculatively reckoned at ƒ 64435. — and after deduction of which there remains no more than ƒ 3706. 9. 8 for the provision of the first term, and for the entire contracting there would be lacking ƒ 254530. 11. 8, whereas if one could dispose of the stock of copper and the cloves at the set valuation of 80 and 400 pagodas per bhaar, there would be a surplus of ƒ 92368. 10. 8. A truly too considerable difference, not counting the disadvantage both through the loss on and the payment of Interest for money that, if it can be obtained, one would have to negotiate until the time of relief in order to reap the desired fruits from the advantageous Contract, namely the prompt fulfillment of the Demands, and among them for the Netherlands up to 7 Tons, for which, according to the honored recommendations of Your High Nobilities, the necessary preparations have been made, and the suppliers are assured that it will not fail for lack of ready money, counting upon receiving the calculated sum with the first ship, which is why I cannot be emphatic enough in requesting Your High Nobilities' vigorous assistance, namely by sending that ship with money hither as early as possible. Of the difficulties that arise in the sale of the gold and the gold rupees, which absolutely cannot take place otherwise than at Madras, unless one or the other could be made palatable in reduction of the provisions according to the appraised value on the merchants' specie, detailed report will be made in the general letter, thus holding this point concerning money matters in reserve until that time, I request with regard to The purchase here briefly to state that I have succeeded in concluding the contracting Contract at this head office according to the honored desire and order of Your High Nobilities, at the old unincreased prices, whereby, as I hope, all price increases are nullified; for the servants at the subordinate offices have been ordered and instructed to follow this example without exception. The Contract itself I have the honor to offer in copy to Your High Nobilities, requesting hereupon your highly desired approval. By resolution of the 11th of this month it will in due time be inserted, and by decision of 22 November it will be found noted that on that day the Contract was held to be concluded. §24 - Regarding all the rest, of which, due to the continually slipping time and the further extraordinary paperwork, I make no particular mention in this, I respectfully request to be allowed to refer generally to the Extract decisions cited herein and others mentioned on the register of enclosures, from which it is easily discovered that the establishment of a formal Demand should be superseded until the further outcome of the aforesaid auction to be held in January next. §25 - I thus find myself, solely with regard to the affair with the merchant Van Bijland, obliged respectfully to give notice to Your High Nobilities of his arrival in loco on the first of November last, the provisional release from arrest under hand-pledge granted to him in the meeting on the 9th thereafter upon his request made solely to me by petition, and the necessity understood on the same day to fill the Jaggernaikpoeram chiefship, for which assistance has been requested from Bengal, for such reasons as can be seen more fully in a separate Extract from that decision, to which I respectfully refer for obtaining Your High Nobilities' honored approval regarding this, for which the request will be further presented in the general collective letter, believing that with this arrangement of mine I have acted according to the rule of prudence which, since there are adherents at Jaggernaikpoeram on the side of the former chiefs as well as on the side of the merchant Van Bijland, seemed to me not to tolerate that so long as everything
Dutch transcription
ment van dit boek Iaar nog niet gereed zyn: maar 'sjaars te vooren opte 1783/9. heeft het Iappans staad koper te Hoegli niet meer gerendeert dan ƒ. 68. 7. 13 ½ de 100. lb. , geevende op onse inkoops kostende een advans van 145. 5/16. pr cento, het welk genoeg zaam overeen komt met de tegenwoordige markts prijs van kormandel, als bereekenende pag. 72. 22. 60. de bhaar van 480. lb. De Nagelen hebben in Bengale in 1788/9 gegolden ƒ 3. 14. 10½. het lb:, het welk op pag: 398. 4: de bhaar van 480. lb uijt ;geloovende voor mijn aandeel dat het niet komt waarschijnlijk is dat beiden articulen per ver„ dutie of uijt de hand appart hooger prijs zul„ len afwerpen, en dat u Hoog Edelheeden, wee„ lende dat de markt nergens is te duingen, te meer haare geeerde toestemming tot het volgen van dezelve zullen gelieven te geeven, in gunstige aan„ schou neemende hoedanig het, onder den 10. deezer alhier gesteld was met de financien, waar van ten gemelde dage eene Aantooning ter vergadering is geproduceerd, zoo als ik de eere hebbe een af„ schrift daar van hier bij te voegen volgens de vertooning bedraagt de aan besteeding 122 Pro patria en India ten deezen hoofd-komptoire: 183 ƒ326234. 10. 8. — Het 1/3: gedeelten dat, volgens het gemaakt Contract, met ult:o Ianuarij aanstaande gefourneert moet zijn ƒ67997. 9. 8. De voorraad onder ult.:o november ƒ68191. 9: 8:, waar uijt men eerst moet vinden de ongelden tot ultimo Iulij aanstaande Calculatief gereekend tot ƒ 64435: — en na aftrek van dewelke 'er tot de verstrek, king van het eerste termijn niet meer over„ schiet dan ƒ3706. 9. 8. , en tot de geheele aan„ besteeding, zou komen te ontbreeken ƒ254530: 11. 8. , daar er indien men den voorraad van koper, en de nagelen tot de gestelde tax van 80. en 400 pagoden de bhaar konde quijt raaken, zoude over zijn ƒ92368. 10. 8. een te aanmerkelijk verschil waarlyk, ongereekend het nadeel zoo door het ver„ lies aan - als het betaalen van Rente voor geld, dat men, zoo het te bekomen zij, tot de tijd van ontzet zou moeten negocieeren om van het voordeelig Contract de gewenschte vrugten te kunnen plukken, teweeten de prompte voldoe„ ning van de Eijsschen, en daar onder voor Neder„ land tot 7. Ton, waar toe na de geeerde re„ Commandatien van u Hoog Edelheeden de nodige preparatien gemaakt, en de leveranciers verzekert Heeding: H toire: verzekert zijn, dat het aan geen gereed geld zal haperen, staat maakende daar toe de gecalcu„ leerde som met het eerste schip te zullen ontvan„ „gen, en waar om ik niet nadrukkelijk genoeg kan zijn, u Hoog Edelheeden kracht dadige bijstand te verzoeken door namelijk dat schip met geld zoo vroeg mogelijk herwaards te zenden. Van de moeijelykheeden welke zig op doen in den verkoop van het goud, en de goude ropijen dat volstrekt niet anders geschieden kan, als te Madras, ten waare het een of ander, na de ge„ taxeerde waarde op de specien der kooplieden, in mindering van de verstrekkingen smaakelyk te maaken, zal bij de generaale brief omstandig verslag worden gedaan, dus hier meede dit point, de geld zaaken Concerneerende, tot die tijd in reserve houdende, verzoeke ik met be„ trekking tot Den inkoop hier kortelijk ter 123 neder te mogen stellen dat het mij gelukt is het aanbesteedings Contract ten deeze hoofd„ Cantoore, te treffen na het geeerd verlangen en ofte aanschrijven van U Hoog Edelheeden tegen 85 487 tegen de oude onverhoogde prijzen, waar door, zoo ik hoop alle prijs verhoogingen te niet zijn; want de bediendens op de subalterne kantooren zijn ge„ last en aangeschreeven om dit voorbeeld zonder Exceptie te volgen. Het Contract zelve, heb ik de eere in Copij u Hoog Edelheeden aantebieden verzoekende hier op Hoog derzelver seer gede„ sidereerde approbatie. Bij resolutie van den 11. deezer zal het in der tijd geinsereert, en bij be„ sluijt van 22. November aangeteekend worden gevonden dat, ten dien dage het Contract voor geslooten is gehouden. §24 - Nopens al het overige, waar van ik mits de algaande weg mij ontslippende tijd, en het verdere Extra ordinaire schrijfwerk, in deeze geen bij zondere mentie maaken, verzoek ik eerbiedig mij generaalijk te mogen gedraagen aan de in deeze geciteerde, en andere op het register der bijlaagen vermelde Extract besluijten, waar uijt lig„ telijk is te ontdekken dat met de instelling van een formeelen Eysch dient te worden gesupercedeert tot nader uijtslag van voorsz: in Ianuarij aanstaande te houdene vendutie Ik Ik vinde dus enkel met op zigt tot de affaire met §25 den koopman van Bijland mij verplicht u Hoog Edelheeden eerbiedig kennis te geeven van zijn aan komst in loco op primo November Iongstleeden, het sub 9 daar aan, op zijn daar om bij request aan mij alleen gedaan versoek, in vergadering geaccordeert provisioneel ontslag uijt het arrest onder hand tasting, en de ten zelven dage begreepen noodza„ kelijkheijd om de Iaggernaijk poeramsche op„ perhoofdij te vervullen, waar toe uijt Bengale assistencie is verzocht, om zodanige reeden als bij een afzonderlijk Extract uijt dat besluijt breeder is te beoogen, aan het welke ik mij eerbiedig ge„ draage ter erlanging van U Hoog Edelheeden geeerde approbatie derweegen, waar toe het ver„ zoek bij de generaale gemeene brief nader zal worden voorgedraagen, vermeenende met deeze mijne beschikking te raade te zijn gegaan na de regel van voorzigtigheijd die, vermits 'er te Paggernaij kpoeram aanhangers zijn van de zijde van de geweezene opperhoofden zoo wel als aan de kant van den koopman van Bijland my toescheen niet te gedoogen om zoo lange al wat
English
what is in dispute, not having been investigated, decided, and settled, to place someone there who has any connection to the government and who does not carry the same expectation of impartiality as persons from other Company establishments, aside from the fact that apart from van Bijland himself, no one appears who possesses sufficient knowledge and capacity to properly rectify the confusion and that which has fallen into disorder, and to do so upon the foundations laid for that purpose, regarding which I may fully and with peace of mind rely on the experience of the first person chosen by me, even emphatically recommending him to the protection of Your High Nobilities to obtain a favorable reflection and confirmation. Paragraph 26. To the aforementioned van Bijland, the day after his release from arrest, I delivered the points upon which he must justify himself, as well as those matters where the burden of proof rests upon him to substantiate the various charges brought against the former Commander and Council, as well as the former heads of Iaggernaijkpoeram and others in particular. He is eagerly engaged therewith, and on the 10th of this month promised me that he would very shortly deliver a defense in three parts, the first of which would contain what must serve for the refutation or defense of what occurred here prior to his departure for Iaggernaijkpoeram in 1789, the second regarding what took place after his arrival there, and the third concerning what specifically appears against him in the papers. Paragraph 27. I have also handed him an extract of the prohibition of Your High Nobilities against any further correspondence with Your High Nobilities, and as soon as his defense and proofs arrive, I shall, according to the findings of the case, let the order of Your High Nobilities regarding the Chief Administrator van Halm serve as my rule and guide, noting in the meantime concerning him that I have deemed it necessary to delay the execution of the said order of Your High Nobilities and to let him continue his duties as Chief Administrator, partly until all that is charged against him is fully proven, and partly until security is given to the Company for the share incumbent upon him and for the reimbursement of the aforementioned arrears and the price increases, notwithstanding that I, in accordance with the previous decision regarding his subject, have for the present suspended the second-in-command van Someren, present at Iaggernaijkpoeram, from his function. He is commonly said to be the cause of the disorders committed, and especially of the intrigues that arose upon the arrival of the aforementioned van Bijland as elected head. He also does not enjoy a good reputation, and besides that, I believe that for the Honorable Company, in all administrations and posts of distinction and importance, it is better to be served by Europeans than by children born in this country. Paragraph 28. Regarding the clarification demanded of me whether the aforementioned van Halm is capable of performing the service of Chief Administrator, I find myself obliged to report what he himself confesses: namely, that he does not yet possess the requisite knowledge for it, exerting himself with the help of another to give satisfaction in his service, about which there is as yet no complaint to be made. He is thus in the same situation as several others are, namely having to have his service or trade business performed by another; his further talents do not exceed the ordinary, and he could perhaps master the art of the Company's bookkeeping if he were accustomed to the work, but since this is precisely the case with more people along with him, it is better that he employs knowledgeable help than that he be forced to put his own hand to the work, in which case I believe he would be obliged to relinquish the post. Paragraph 29. Regarding the proceedings demanded of the Fiscal against the aforementioned van Bijland, when I arrived here, I immediately inquired after the arrest decreed upon his person and property, and found that it had been granted by virtue of a separate political resolution dated 12 March of this year. On 30 September I made my declaration upon it in such a manner as will already have appeared to Your High Nobilities from my writing transmitted under 19 October. At that time I had no time to examine the legal documents further than what is noted therein, thus without knowing how the office of the Fiscal regarded the case, and what the evidence gathered by him actually comprised, it was impossible to ascertain why he did not proceed with the ordered action against van Bijland and his servant, or why he did not bring legal action against both. But since van Bijland had to be considered to be near at hand in the latter part of October, and the investigation of his case needed to be pursued according to the intention of Your High Nobilities, the Fiscal, according to the resolution of the 29th of the said month, was ordered to provide the meeting with a report in writing on the case, as it had not been legally instituted and as it appeared to him, which was done on the 10th of this month, whereupon it appeared from the statement of Fiscal Brouwer that no one other than the Fiscal himself is the cause of not making this affair a matter of justice and of not instituting an action in that regard, for which reason his conduct, as evidenced by the enclosed declaration on the contents of his report, was held by me and the Council to be inexcusable, and he himself, on account of his neglect, to the honored disposition of Your High Nobilities
Dutch transcription
48 wat in verschil is, niet onderzogt, gedecideert en getermineert zal zijn, iemand aldaar te plaat„ sen, welke tot het gouvernement eenige Connexie, en die verwachting van onzydigheijd niet voor zig heeft als perzoonen uijt andere Comp=s Etablisse„ menten, behalven dat 'er buijten van Bijland zelve, niemant voorkomt, kundigheijd en Capaci„ teit genoeg bezittende om de confusie, en het geen in disorder geraakt is behoorlijk, en na de daar toe gelegde fundamenten te redresseeren waar omtrend ik mij op de ervaarendheijd van de door mij verkoorene Eerste perzoon volkomen, en met gerustheijd mag verlaaten, zelf hem ter erlanging van eene goedgunstige reflexie, en beves„ tiging, nadrukkelijk in de protexie van U Hoog Edelheeden recommandeerende. §26. Aan voorm: van Bijland zijn daags na zijn ontslag uijt het arrest door mij ter hand gesteld de pointen, waar op hij zig moet verant„ woorden, zoo wel als zulken, waar van het hem incumbeert te bewijzen de onderscheijdene beschul„ digingen tot laste zoo van den heer geweezen gezag„ hebber en Raad, als de geweeze Iaggernaij Appoeramsche opperhoofden opperhoofden, en anderen in het byzonder. Hij is daar meede reverig beezig, en heeft mij den 10. deezer belooft eerst daags ter hand te zullen stellen eene verantwoor„ ding van drie verdeelingen, de eerste van dewelke zou de behelsen het geen moet dienen tot wederlegging of„ verdeediging van het gepasseerde alhier voor zijn vertrek naar Iaggernaijkpoeram in 1789, de tweede wegens het geExteerde na zijn aankomst aldaar, en de derde met betrekking tot het geen apart ten zijnen lasten bij de pa„ pieren voorkomt. 327. Van het verbod van u Hoog Edelheeden tot eenige verdere Correspondentie met Hoog Dezelve hebbe ik hem ook Extract ter hand gesteld, en zoo dra zijne verantwoording en bewijzen inkomen, zal ik na bevinding van zaaken, de ordre van u Hoog Edel, heeden ten op zigte van den Hoofd administrateur van Halm mij laaten strekken tot een regel en richtsnoer, intusschen ten zijnen opzigte noteerende dat ik geoordeeld hebbe met de Executie van gem u Hoog Edelheeden bevel te moeten verwijlen, en hem zijne be„ diening van Hoofd-administrateur laaten waarneemen, eensdeels tot dat al wat ten zijnen laste is, vol„ komen word beweezen, en ten anderen tot dat 'er voor de Compagnie zeekerheijd zal zijn gegeeven voor het 89 „ 189 het aandeel, dat hem incumbeert, en de vergoeding van voorsz agterstallen, en de prijs verhogingen niet tegenstaande ik den secunde van Someren te Iaggernaijkpoeram aanweezig, navolgens het voorig besluijt ten zijnen sujette, voor eerst buijten functie hebbe gelaaten. Hij word algemeen gezegd de oorzaak te zijn van het begaan der disordres, en in zonderheijd de brouillerien welke bij de aankomst van voorsz: van Bijland als geeligeert opperhoofd ontstaan zijn; Ook heeft hij geen goet Renommée en buijten dat geloof ik dat het voor d'E: Compagnie in alle administracien en posten van aanzien en gewigt, beeter is, bedient te worden door Europeers dan door hier te lande gebooren kinderen. Ten sujelte der van mij gevorderde Elucida„ ƒ 28. tie of voorn: van Halm in staat is om den dienst van Hoofd-administrateur waarteneemen, vinde ik mij verpligt op tegeeven, het geen Hij zelf be„ kent, van namelijk daar toe de verEijschte kundigheijd t nog niet te bezitten, bevlijtigende zig met behulfe van een ander om in zijn dienst genoegen te geeven, waar over, voor als nog niet valt te klaagen. Hij is dus in het zelve geval als 'er meer zijn van daar van namelyk zijn dienst ofte het negocie werk te moeten laaten waarneemen; zijne verdere tabenten gaan niet boven het natuurlijke, en mogelyk zou hij zig de kunst van het Comp„s boekhouden eijgen maaken, in dien tot den arbeit gewent ware, maar daar dit Juijst het geval is van meer met hem, is het beeter dat hij zig van een kundige hulf bedient, dan dat men hem noodzaake de hand zelf uijt den mou te steeken, wanneer ik geloove dat hij verpligt zou zijn de post te moeten laaten vaaren §29. wat aangaat de den fiscaal gedemandeerde procedure tegen voorsz: van Bijland, toen ik hier aanquam, hebbe ik mij direct geinformeert na het gedecerneert arrest op zijn perzoon, en goe„ deren„ en bevonden dat het zelve was verleent uijt kragte van een apart politiek besluijt de dato 12. Maart deezes Iaars, hebbe ik den 30. september mij daar op zodanig verklaart, als u Hoog Edelheeden uijt mijn sub 19:e October over„ gezonden geschrift bereeds zal zijn gebleeken Toen hadde ik geen tijd de Petro Acta in te Tien verder als daar bij genoteerd staat, dus sonder te 191 te weeten hoedanig het officie fiscaal de zaak be„ schoude, en wat de door hem ingewonnen bewijzen al behelste, viel het onmogelijk na tegaan, waarom hij met de geordonneerde actie tegen van Bijland en zijn dienaar niet is voortgegaan, ofte tegen beij„ Dan nademaal den in rechten is opgekomen . van Bijland in het laast van October moest gereekend worden na by te zijn, en het onderzoek zijner zaak na de intensie van u Hoog Edel„ heeden diende voortgeset te worden, word de fiscaal„ 6. volgens besluijt van den 29. der ged: maand gelast om van dezelve, als niet geinstitueeerd in rechten, en zoo als ze zich aan hem quam op te doen, aan de vergadering te dienen van bericht inscriptis„ dat geschied is den 10:e deezer, wanneer uijt de vertooning van den fiscaal Brouwer quam te blijken, dat niemant dan hij fiscaal zelf oorzaak is van het niet Justitieel maaken van deeze affaire, en het institueeren van actie derweegen en waarom zijn gedrag uijtwijzens het hier in leggende, declaratoir op den inhoud van zijn bericht, door mij en den Raad, voor onverant„ woordelijk gehouden, en hij zelve ter zaake van zijn verzuijm aan de geëerde dispositie van u Hoog Edelheeden
English
is left to Your Honours. §30. The report itself, along with the multitude of appendices, has already been communicated in copy to the merchant van Bijland, and it has been granted to him to inspect the appendices or to request a copy; which latter, however, can serve no other purpose than to delay his justification, which otherwise will serve as the third period of his due defense. I hope that Your Honours will deign to honour all these §31. proceedings of mine with Your respected approval, and view them with that magnanimity with which Your Honours are accustomed to act, when matters are of such an important nature, and of so much trouble and complication as these. Should I be so fortunate as to be discharged by Your Honours from the mentioned affair of van Bijland after submitting the report or account, my attention could infinitely better be fixed upon other more important points of greater interest for the Company, and nothing could please and oblige me more than such an arrangement. §32. To mention briefly how matters currently stand with the armies of Tipoe Sultan and the English roaming in the field. People here are often disquieted by reports which one day are gloomy and the next day have a different aspect again. This is certain: it attracts everyone's astonishment how the English, though they have no more than 30,000 men in the field, have until now undertaken nothing against their formidable enemy. For his part, it is not likely that he will initiate an action; for he wears down the opposing party enough by keeping them in uncertainty regarding his designs, and meanwhile driving them into expenses under which they must collapse, if it is true that these amount to a lakh of pagodas a month. Be that as it may, from Bengal, that unfortunately ruined country, the funds must be found, and it is said that the day before yesterday two ships arrived at Madras with troops and money, as well as Lord Cornwallis to take command of the army in place of his successor General Medows, who until now has held authority over it as Commander, but has achieved little glory. The reports received from Madras also state that the troops in the field are allowed no regular pay, but only daily subsistence or the batta, and that the civil servants are very strictly limited in their disbursements and European employments, as Your Honours may also observe regarding this, as well as the reports received from Nagapatnam concerning the state of affairs there and in the Tanjore region, from the news received since the day before yesterday from there and from Tranquebar, of which I take the liberty of enclosing a copy herewith. I have the honour to remain with the utmost fidelity and reverence, High Noble, Widely Commanding Sirs! Your Honours' very humble and very obedient servant, was signed: Jacob Eilbracht, in the margin: Palleakatte in Fort Geldria, the 14th of December 1790. Batavia. To the same as before. §1. Enclosing the duplicate of my respected separate letter of the 14th of December last, I now have the honour to reply fully to the contents of Your Honours' separate letters received in the past year, and particularly concerning the affair entrusted to me for investigation regarding the merchant van Byland, now finally concluded and arranged in such order that I hope Your Honours will find little difficulty in discerning who must be held guilty, and consequently regarded as having, through extreme malice and vindictiveness, sought each other's ruin, and having brought the entire Coromandel Coast, or at least the very important factory of Jaggernaijkpoeram, to the brink of ruin and into a discord and confusion that can only be calmed and restored to order with prudence and caution. With the memorandum serving as the report of my proceedings in the commission, I have recorded my opinion on all the writings submitted by van Bijland in his defense, which, with all the related 52 appendices registered at the end of the memorandum, are respectfully presented to Your Honours herewith, as well as the report and appendices of the commission dispatched to Jaggernaijkpoeram by the previous administration, consisting of the Binilipatnam Chief Philip Hendrik Heshusius and the Palikol Second Sebastiaan Matthias Schliephaken; likewise the report and appendices of the former Fiscal Brouwer; and finally a report and the appendices from the present Jaggernaijkpoeram Chiefs Casparus Leonardus Eilbracht and Pieter Emanuel van Hogendorp, who, as shown by my separate letters dispatched thither from the end of December 1790 until the 18th of February last, which also accompany this in copy, were commissioned—the Chief first alone, and thereafter, according to request and given reasons of necessity, together with the Second—to investigate thoroughly the proceedings of the first-mentioned commissioners, both in compliance with Your Honours' respected order in that regard, and on account of the vehement grievances filed concerning this by the aforesaid van Bijland, and at the same time to gather information for him, to serve and prove his complaints. To that end and
Dutch transcription
Edelheeden is overgelaaten §30. Het bericht zelve met de meenigte van bijla„ gen is bereets aan den koopman van Bijland ge„ communiceerd in Copia, en aan hem gedefereert om van de bijlaagen te neemen visie of kopeij te verzoeken; welke laaste egter niet anders kan dienen, dan om zijne verantwoording te vertraa gen, die anders zal strekken tot de derde periose van zijne verschuldigde defensie. Ik hoop dat u Hoog Edelheeden alle deeze 531. mijne verrigtingen zullen gelieve te vereeren met Hoog der zelver geeerde goedkeuring, en die beschou„ wen met die Edelmoedigheijd, als u Hoog Edelhee„ den gewoon zijn te doen, wanneer de zaaken zijn van zodanig een gewichtigen aart, en van zoo veel embarras en omslag als deeze. Mocht ik zoo geluckig zijn van na het doen van rapport of verslag van de gem: affaire niet van Bijland, door u Hoog Edelheeden daar van te worden gedechargeert, mijne attensie zoude zich op andere gewichtiger pointen s voor de Compagnie van meer belang oneindig beeter kunnen vestigen, en niets konde mij meer verheugen en verpligten, dan eene zodanige dispositie. Om §32 Om kortelyk nog te melden hoeshel thans staat met de in het veld zwervende Arimeen van Tipoe Kiltan, en de Engelschen. Men word hier dikwils ontrust met tijdingen, welke de eene dag zwaarmoedig en de andere dag weder van een andere aanschou sijn. Dit is zeeker dat het een ieders verwon„ dering na zich trekt hoe de Engelschen daar zij niet meer dan 30000. man te velden zijn; tot nu toe op haare gedugte vijand niets hebben onder nomen. Van zyn kant is het niet waarschijnlyk dat hij een actie zal beginnen; want partij mat hij genoeg af met ze wegens zijne desfeijnen te laaten in het onzeekere, en ondertusschen op kosten te saagen, waar onder zij moeten p bezwijken zoo het waar is dat die 's maands op een Lak pagoden te staan komen: wat 'er van zij uijt Bengale, dat ongeluckig geruineerd wordende Land, moeten de fondsen worden ge„ vonden, en men Tegt dat 'er eer gisteren twee schee„ pen met troepen en geld te Madras zijn gearriveert als meede Lord Cornwvallis om het bevel over het leger op zig te neemen in steede van zijn ofe„ volger generaal Meadows, welke tot nu toe daar over als Chet het gezag gevoert, dog weijnig roem behaalt an behaalt heeft. Ook luijden de van Madras ont„ vangene berichten, dat de troupen die te veld zijn, geen bezolding, maar enkel het dag gelt of de battam worden gevalideert, en dat de politieke dienaaren in haare betaalingen en Emploijen uijt Europa zeer nau bepaalt zijn, gelyk u Hoog Edelheeden zulks, als meede de van Nagapatnam ontvangene berichten wegens den toestand van zaaken aldaar, en in het Tansjoursche, gelieven te beoogen bij de zeedert eer gisteren van daar, en van Tranquebar ontvangene Nouvelles, waar van ik de vrijheijd neeme Copia hier bij te voegen. Ik heb de eere van met de uijtterste trou„ en reverentie te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele wijd gebiedende Heeren! uw Hoog Edelheeden seer nedrigen, en zeer gehoorzamen Dienaar /:was getekend:/ Iacob Eilbracht /:in margine/ Palleakatte in het fort Geldria den 14. decem„ ber 1790.. — Batavia Aan als vooren 11: - Onder bijvoeging van het dupligat mijner reverat aparte 49 apparte van den 14. december Iongstleeden, hebbe ik de eere thans volleedig te antwoorden op den inhout van uwe Hoog Edelheeden in den voorleeden Iaare ont„ vangene apparte letteren, en inzonderheijd van de mij ter onderzoek opgedragen affaire met den koopman van Byland thans finaal afgeloopen, en in die ordre gesteld, dat ik hoop u Hoog Edelheeden weijnig moeijte zullen vinden om te ontwaaren wie schuldig gehouden, en gevolgelyk in die termen moet beschout worden van door verregaande quaad-aar„ digheyd, en wraakzugt, elkander verdert ge„ zogt, en de gansche kust kormandel, immers het zeer aangeleegen kantoor Iaggernaijkpoeram gebragt te hebben, op den Rand des verderfs, en in eene twee dracht en Confusie, die niet dan met beleit en voorzichtigheijd tot bedaaren, en weder in order is te brengen. Bij de memorie dienende tot verslag van mij„ ne verrigting in de Commissie, hebbe ik mijn ook„ deel ter neder gesteld over alle de doot van Bij„ land tot zijne verdeediging ingediende geschriften, 29 welke U. Hoog Edelheeden met alle de daar toe relative; aan het einde van de memorie geregistreerde 52. Bijlaagen Bijlaagen, in deese met eerbied word aangeboden als meede het rapport, en de bijlaagen der door het voorig Ministerium naar Iaggernaijkpoeram ge„ decerneerde Commissie op het Binilipatnams opper„ hoofd Philip Hendrik Heshusius, en de Pa„ likoesche secunden Sebastiaan Matthias schliephaken, item het bericht, en de bijlagen van den geweezen fiscaal Brouwer, en eijndelijk een bericht en de bijlaagen van de tegenwoordige Iaggernaijk poeramscha opperhoofden Casparus Leonardus Eilbracht, en Pieter Emanuel van Hogendorp, welke uijtwijzens mijne sedert het laast van december 1790: tot den 18. februarij I:o leeden derwaarts afgegaane aparten, deeze in Copia meede verzellende brieven, gecommit„ teert zijn, het opperhoofd eerst alleen, en daar na volgens verzoek en gegeeve reeden van noodzaa„ kelijkheijd, met den secunden te samen om de verrichtingen van eerstgem: gecommitteerden, zoo ter voldoening aan u Hoog Edelheeden geres„ pecteerd bevel derweegen, als uijt hoofde van de hier over door voorsz: van Bijland heevig ge„ te onderzoeken, en grondig daane doleantien tevens voor hem informatie te neemen, tot slaaving Tot dat eijnde en bewijs van zijne klagten. en
English
and how I have ordered and determined that Commission, referring myself particularly with respect to those letters, in short, to the entire correspondence since their arrival there, up to the day of their received Report. By this Report it will now appear to Your High Excellencies, no less than to me, with astonishment that the proceedings in the previous Commission have no significance; that through this further investigation of matters, the conduct of the merchant van Bijland is completely exonerated; and that, just as it were on the one hand to be wished that the various improper handlings of affairs had no other cause than the aforesaid malice, one on the other hand, considering the same as a whole, must acknowledge that the said van Bijland deserved a different fate. § 4. It appears unnecessary to me to quote anything further from this report, other than to request, along with the authors thereof, discretion concerning the keeper of a certain daily journal of everything that happened at Jaggernaikpoeram since the arrival and departure of the said van Bijland, whose name appears at No. 4½ of the points of inquiry answered by him and several other persons; and what, pursuant to that and the said journal, appears remarkable regarding the cases to which all sorts of twists and ambiguous explanations were previously given to conceal the truth and to make the investigation thereof impossible, not without a great deal of suspicion of partiality by the commissioners who served in the first Commission; being accused by van Bijland of being corrupted favorites of the former Governor Padama, and on that account, in order to please him, acted not according to conscience and duty, but by extorting false testimonies and seducing and corrupting the witnesses, acted falsely, even having made themselves highly suspect of not having acted straightforwardly regarding the inventory and state of the cash funds. The first and sixteenth points of the aforesaid further report appear to yield a great deal of speculation regarding this and other matters; even causing thereby the opinion in my Memorial par. 77 etc. to lapse with regard to the rumor spread concerning certain 10000 Rupees that were allegedly promised to Mr. Padama if van Halm were to continue as chief and van Bijland were recalled again, since that rumor indeed spread to Jaggernaikpoeram, and on account of which van Bijland's servant and all others who had any part in the story thereof were mistreated to the utmost, with more other very remarkable particulars that oblige me to revoke what was maintained concerning this affair, and bring into thought that something of the kind did take place, although the fact is not proven otherwise than through the circumstances and findings of affairs during the investigation appearing with the Report, and in particular the embezzlement of certain coin leaves upon which the native mint servants are accustomed to keep their accounts, and provides the most vehement suspicions, even regarding the former second van Someren the clearest treachery, on account of the refusal to disclose the matter and keeping hidden the secret of where those coin leaves might be found; which he also boldly refused concerning those of the dabboes, which finally, hidden under the ground near a tree, were brought to light by order of the chief, and of which, see the twenty-fifth point of the report and its annex Litt. S, a provisional translation has been made, orders having already been given by me to send a portion of those leaves hither, so that, arriving in due time, they may be added to this for the greater conviction of Your High Excellencies. From this discovery of the leaves of the Dabboes, it has arisen that the minters revoked their previously given declarations as false, and declared the account of these leaves to be clear; now if this precaution of keeping account in the mint takes place with the copper, how much more then is it not true that, contrary to van Someren's protestation, this also took place with the processed silver; and how high does this man not heap his misdeeds if Your High Excellencies please to pay attention to what is described in the general letter under the last of February concerning the construction of the new warehouse and the mint, and what is now revealed by the received information, as confirming not only the truth of the statement by van Bijland that the Honorable Company was deceived herein by more than half, but according to the ingredients that were used for the construction, and what good materials cost, according to the calculation of the native bricklayer and carpenter, such a warehouse, if built privately, would cost no more than at most 1500, and the mint fully 200 pagodas. § 5. I shall enter into no further dissection of matters. Your High Excellencies will discover more than enough from the report itself to find verified that my reasons presented at the meeting of 14 January were strong enough to declare the said van Halm and van Someren guilty of an utterly irresponsible conduct, and thus, following the orders received with respect to the first-mentioned, to suspend them both from office, rank, and salary until Your High Excellencies' further honored pleasure, referring myself in that regard both to what was set down in my Memorial par. 64, as to what appears at
Dutch transcription
19 en hoedanig ik die Commissie geordonneert en bepaaldt heb mij inzonderheijd aan die brieven met eerbied ge„ dragende, kort om, aan de geheele Corres pondentie zedert hunne aankomst aldaar, tot op den dag van hun ontvangen Rapport By dit Rapport nu zal u Hoog Edelheeden niet f. minder als mij, met verbaastheijt blijken dat het ver„ richte in de voorige Commissie niets heeft te beduiden dat door dit nader onderzoek van zaaken, het ge„ drag van den koopman van Bijland volkomen 2st word veronschuldigt, en dat, gelijk het aan de eene kant ware te wenschen dat de onderscheijdene verkeerde behandelingen van zaaken geen andere oorzaak hadden dan de voorzeide quaad aartigheit, men aan de andere kant, dezelve over het geheel beschouwende moest be„ konnen, dat gemelde van Bijland een ander tot had verdient. § 4. Onnodig komt het mij voor uijt dit bericht iets na ders aantehaalen, dan met de instellars van dien discretie te verzoeken omtrend de houder van zeeker dag verhaal van alles wat 'er op Iaggernaij kpoeram gebeurt is zedert de aankomst, en het vertrek van gem: van Bijland, wiens naam zig opdoet bij 53. Al N=o 4½. van de vraag pointen door hem, en versche„ andere perzoonen beantwoord, en wat na aanleijde van dien, en het gem: verhaal aanmerkelijk voor komt nopens de gevallen, waar aan men te voor aller hande draaijen en dubbel Iinnige verklaaringen heeft gegeeven om de waarheijd te verbloemen, en het onderzoek van dien onmogelijk te maaken, niet zon der zeer veel bedenking van een zijdigheijd door de in de eerste Commissie gefungeert hebbende gecommitt teerden; door van Bijland beschuldigt wordende als gecorrumpeerde gunstelingen van den gewaek gezaghebber Iadama te zijn, en uijt dien hoofd om hem te believen, niet na gemoed en plicht ge„ handelt, maar door het apperssen van valsche getuijgenissen, en het seduceeren en Corrumpeeren der getuijgen, valschelijk gehandelt, zelfs we„ gens den opneem en staat der Cassas zig ten hoog„ sen suspect gemaakt te hebben van niet recht door zee gegaan te zijn. Het eerste en Testiende point van het voorsz: nader bericht, komt we„ gens dit een en ander zeer veel speculatien op televeren; zelfs daar door te vervallen het gevoelen bij mijn Memorie par. 77. ensz, ter Aan zien 190 aanzien van het gespargeerde wegens zekere 10000 Ropeijen, die aan den heer Padama beloofd zouden zijn, indien van Halm als opperhoofd quame te Continueeren, en van Bijland weder op ontboden wierd, nadien dat gerucht zig werkelijk te Iaggernaijkpoe„ van verspreid heeft, en om het welke van Bijlands dienaar, en alle andere, die aan het verhaal van dien eenig deel hadden, ten uijttersten zijn mishan delt geworden, met meer andere zeer aanmerkelijke bij zonderheeden die mij verpligten het gesustineerde aangaande deeze affaire te herroepen, en in het denkbeelt brengen, dat 'er iets dergelijks plaats gehad heeft, schoon het feit niet anders, als door de bij het Rapport voorkomende toedracht en bevinding van zaaken bij het ondersoek, en inhouderheijd de verduijstering van zeekere munts blaaderen, waar op de Inlandsche munt bedienden gewoon zijn haare ree„ keningen te houden, word beweezen, en de aller vehe„ menste vermoedens blijk uijtleevert, zelfs nopens den geweezen secunde van Someren de aller klaar blijke„ lykste trouloosheit, mits het niet willen openbaaren der zaak, en het verbergen houden van het geheim waar die munts bladeren zich mogten bevinden dat dat hy ook Houtmoedig geweigert heeft aangaande die der dabboes, welke eijndelijk verborgen onder de grond bij een boom, op ordre van het opperhoofd voor den dag gebragt zijn, en waar van, vide het vijf en twintigste point van het bericht, en dies bijlage L:a S: een trans„ laat gemaakt is bij provisie, zijnde 'er reets door mij ordre gestelt om een gedeelte van die blaaderen her„ waards te zenden, ten eijnde nog tijdig aankomende ter meerdere overtuijging van u Hoog Edelheeden deeze bijgevoegt te worden. Uijt deeze ontdekking der bladeren van de Dabboes is ontstaan dat de Munters haare voorige gegeevene verklaaringen als valsch herroepen, en de reekening van deeze blade„ ren voor duijdelijk verklaart hebben; geschiet nu deeze omzichtigheijd van Reekening in de munt te houden van het koper, hoe veel te meer dan is to niet waar, dat Contrarie van somerens protest tie dit ook geschiet zij van het verwerkte zilver en hoe hoog stapell deeze man zijne misdaaden niet op een als u Hoog Edelheeden gelieven te letten op het geen bij de generaale brief onder ult:o februw staat, aangaande den op bou van # beschreeven en wat dewege het nieuwe pakhuijs, en de munt nu 231 nu blijkt bij de ontvangene informatien, als bevesti„ gende niet alleen de waarheit der opgave door van Bijland dat d'E: Compagnie hier in meer dan de helft is bedrogen, maar na de ingredienten die tot den opbou gebruijkt zijn, en het geen goede materialen kosten, zou na de bereekening van de Inlandsche Hetzelaar en Timmerman zoo een pakhuijs als men het particulier op boude, niet meer dan groot 1500; en de munt ruijm 200. pagoden kosten §5. Ik sal in geen verdere uijtpluijzing, van Iaa„ ken treeden. U Hoog Edelheeden zullen uijt het bericht zelve meer dan genoeg ontdekken om be waarheijd te vinden dat mijne ter vergadering van 14. Ianuarij opgegeevene reedenen kragtig ge noeg geweest zijn om gem: van Halm en van someren schuldig te verklaaren aan een ten uijter„ ste onverantwoordelyk gedrag, en dus, na de ten opzigte van eerst gemelde ontvangene ordre, hen beiden te suspendeeren van ampt, qualiteit; en gasie tot u Hoog Edelheeden nader geeert goedvinden, refereerende mij dien aangaande zoo aan het ter nedergestelde bij mijne Memorie par: 64. , als aan het voorkomende bij
English
in the report of the further Commission the 14th point, namely that through the event during the rendering of accountability of the office to the merchant van Bijland, and particularly the violent proceedings against the merchants or the suppliers of white linens, the prosperity of Iaggernaijkpoeram has been sacrificed, and the minds of the natives have become so embittered against one another and agitated that there is hardly any hope that reconciliation will take place now or ever; the Mazulipatnam gang, the faction of the former chiefs van Halm and van Someren, being bound to one another as they say never to let go of their rope, which to the detriment of the Company's interest will long show its bitter consequences, unless Your Excellencies, placing trust in mine and my brother's actions, would be pleased to give favorable reflection to the remedy that I take the liberty to submit with the utmost respect for Your Excellencies' consideration, namely to purge the entire Coromandel coast as much as possible of all those who have had a share in the former administration of affairs here, and to summon all of them to Batavia for further accountability, with the exception of the warehouse keeper De Raeff, the old invoice keeper Bloeme, and Secretary Hasd, since these three appear to me not to be nearly as strictly accountable for what occurred in this matter as the former commander Tadama, van Halm, Brouwer, van Someren, and De Ravallet, who certainly are to be regarded as people who must further justify their conduct in order to be held innocent, even though van Halm also attempts to excuse himself in a Justificatory Memoir accompanying this, which still signifies so little at present that I hardly believe whether that defense can merit any attention; at least this is certain that without a striking and somewhat intimidating disposition, my trouble toward redress will be in vain, for my best efforts, as will appear from the further public letter of today, are undermined and frustrated by illicit machinations and correspondence that are capable of ruining everything and plunging me into difficulties, for which, if my proposal should not be approved, I request to be held unaccountable for all detrimental consequences; for the same remark that appears in the separate letter of the 5th of this month, received alongside the report of the present chiefs, namely that if one had wished to observe the strictest rules of impartiality in the Commission decreed upon the previous commissioners, all parties should have cleared the area after the arrival of the commissioners and been summoned to Palleakatte, whereas on the contrary the one remained under arrest and the other completely free, indeed even continuing for a considerable time of 7 to 8 months in the direction of affairs, I deem to be fully applicable to the culprits on Coromandel in general, and particularly if more investigations and inquiries must take place, as each has his following in order to evade or delay, if not to keep secret, one thing or another, whereas when there is clear space and no opportunity for unpermitted deliberations and other illicit views and distractions, and it appears to be serious to prevent and close that, the truth will come to light infinitely faster and better than now, when people have the opportunity to reach an understanding with one another, to instruct, and on the other hand to instigate what they think is necessary to fool the investigator and lead him by the nose, to which alone I attribute the concealment of one thing or another that ought to be known, although there has been no lack of seriousness and untiring zeal to get at the truth, as my actions and the measures already put to work show only too clearly; serving in regard to van Bijland to note that if he were to remain here and be employed, nothing else can be foreseen from that than a new fermentation of minds generally embittered against him, including merchants and others, who, because singular prognostications are already occurring in his favor, have declared that they would rather seek a safe haven elsewhere than remain in a place where he obtains any standing, and in regard to which Iaggernaijkpoeram at least deserves consideration, notwithstanding that the chiefs are disinterested enough, if not to acknowledge, to sufficiently show that he was treated unjustly, and consequently held out of his post in unreasonableness by those remarkable resolutions of 17 February and 12 March 1790, regarding which the disposition of Your Excellencies in his respect will have to show what redress he has to expect for the injustice done to him then, the deprivation of honor and good name. 16. regarding what would be points of grievance of the community at Palicol, according to the statement by the Honorable van Bijland in one of his petitions, I have waited for further information from Iaggernaykpoeram or some foundation other than the maintained partisan presentation by the said van Bijland. But regarding this, such considerable complaints having been sent to me on the 21st of this month, specifically against the second Schliephaken, I considered myself obliged to give notice thereof to the meeting on the 28th following, and according to the resolution of that date, orders were given for the immediate arrest of the servants of the said second, named Lingerasoe, and another named Atsjana, who
Dutch transcription
bij het Rapport van de nadere Commissie het 14. perint, namelijk dat door de gebeurtenis bij de te doene verant„ woording van het kantoor aan den koopman van Bijland, en inzonderheijd de violente procedure te„ gen de kooplieden ofte de Leveranciers van witte Lij waaten, de welvaart van Iaggernaij kpoeram gesachi„ fieert is geworden, en de gemoederen van den Inlander zodanig tegen elkander verbittert en gaande geraakt zijn, dat 'er bezwaarlijk eenige hoop tot reconciliatie nu ofte ooijt plaats zal vinden; zijnde de Mazu„ lipatnamsche ploeg /: de factie der voorige opperhoof„ den van Halm, en van Someren :/ zoo men zegt aan den anderen verbonden om nooijt haar streng te laa„ het welk tot nadeel van 's Comp=s belang ten vaaken nog lang haare bittere gevolgen zal vertoonen ten ware u Hoog Edelheeden, betrouwen stellende op mijne, en mijn broeders verrigtingen, een goed„ gunstige reflexie gelieve te slaan op het middel dat ik de vrijheijd neeme met de uyterste Eerbied aan U Hoog Edelheeden in bedenken te geeven, van namelyk de geheele kust kormandel zoo veel mo„ gelijk te zuijveren van alle die aan het voorig be„ Hier van zaaken hebben deel gehad, en alle dezelve ter 203 ter nadere verantwoording te ontblieden naar Batavia, uijtgezondert den pakhuijsmeester De Raeff, den ouden factuur houder Bloeme, en Secretaris Hasd: wijl deeze drie mij voor komen, wegens het gepas„ seerde in deezen zoo volstrekt niet verantwoordelyk te zyn, als de geweeze gezachhebber Tadama, van Halm, Brouwer, van Someren, en De Ravallet, die gewisselyk zijn aantemerken als lieden die haar „ moeten gedrag nader dienen goet te maaken om onschuldig te konnen worden gehouden, schoon ook van Halm sig bij een Iustificatoire Memorie, deeze verzellende, tracht te verontschuldigen, dat nog thans zoo weijnig heeft te beduijden, dat ik bezwaarlik geloove of die verantwoording eenige opmerking kan verdienen: althans dit is zeeker dat zonder een eclattante, en eenige schrik verwekkende dispositie mijn moeyte tot redres te vergeefsch zal zijn, want mijne beste pogingen, gelijk bij de nadere publieke brief van „heeden zal blyken, worden ondermeint, en te leur ge„ stelt door ongeoorloofde konkelarij, en Correspondentie die in staat zijn alles te verijdelen, en mij in ongelegen„ heeden te dompelen, waar van ik, indien mijn voor„ stel niet gegouteert mogt worden, verzoeke - onaanspraekelijk onaanspreekelyk te mogen worden gehouden voor alle nadee„ lige gevolgen; want dezelve remarcque die bij de ne„ vens het bericht der tegenwoordige opperhoofden ontvan„ gene aparte brief van den 5. deezer voorkomt, namelyk dat bij aldien men in de op de voorige gecommitteerden gedecerneerde Commissie de stricste regelen van een zij„ digheijd had willen observeeren, partijen dan allen na de aankomst der gecommitteerde plaats hadden behooren te ruijmen, en naar Palleakatte ontboden te worden, daar in tegendeel de eene in arrest, en de andere vrij en vrank Ia selfs een geruijme tijd van 7. â 8. maanden in de directie van zaaken zyn blijven vertoeven, vermeene ik volkomen van applica„ tie te zyn ten aanzien der schuldigen op Kormandel in het generaal, en inzonderheijd indien 'er meer onderzoekingen, en navorschingen geschieden moeten als hebbende ieder zijn aanhang om het een of ander zoo niet te doen te eludeeren ofte te traineeren, secreteeren, daar wanneer 'er ruijm baan, en geen ge„ ƒ legenheijd is tot ongepermitteerde deliberacien en andere ongeoorloofde inzichten en afleijdingen, en dat het blijkt ernst te zijn om dat te verhinderen, en te sluijten, de waarheijd oneijndig schielijker en beeter 205 beeter aan den dag zal komen, als nu, dat men gelegen„ heijd heeft malkander te verstaan te instriueeren, en aan de andere kant te instigeeren wat men meent nodig te zijn om den onderzoeker wijs te maaken, en aan de neus te hangen, waar aan ik alleen toe„ schrijve het verzwijgen van het een of ander dat ge weeten diende te worden, schoon het aan geen serieusi„ teit en onvermoeijde iever gehapert heeft om agter de waarheijd te komen, dat mijne verrichtingen, en bereets te werk gestelde maatregelen maar al te klaar uijtwijzen: dienende ten aanzien van van Poiland te noteeren dat in dien hij hier mogt blijven, en geEmploijeert worden, daar uijt niet an„ ders is te voorzien, dan een nieuwe gisting van tegen hem algemeen verbitterde gemoederen, tot kooplieden en andere inclusive, die, wijl 'er reets in zijn faveur zonderlinge proguosticatien geschieden, zich hebben uijtgelaaten, van liever elders een goet heen komen te zoeken, dan te verblijven op een plaats, alwaar hij eenig aanzien verkrijgt, en waar omtrend Iag„ gernaijkpoeram althans aanmerking verdient, niet tegenstaande de opperhoofden belangeloos ge„ noeg zijn om zoo niet te erkennen genoegzaam te toonen dat hij onrechtvaardiglijk behandelt, en ge„ volgelijk in onreedelijkheijd uijt zijn post is gehouden door die remarcquabele resolutien van 17. februarij en 12. Maart 1790, waar omtrent de dispositie van U. Hoog Edelheeden ten zijnen op Tichten zal moeten uijtwijzen, wat redres hij wegens het hem toen aangedaan ongelijk, berooving van eer en goede naam heeft te verwachten 16. wegens het geen te Palicol pointen van bezwaar zouden zijn der gemeenten, na de opgave door den E: van Bijland bij een van zijne addressen, hebbe ik gewacht na nadere informatie van Iagger„ naykpoeram ofte eenig ander fundament, dan de gesustineerde partijdige voordracht door gem: van Bijland. Dan hier omtrend op den 21. deezer mij zynde toegezonden zodanige aanmerkelijke klachten, speciaal tegen den secunde Schliepha„ ken, hebbe ik mij verpligt geoordeelt daar van kennis te geeven aan de vergadering op den 28 daar aan, zijnde volgens besluijt van dien datum or„ dre gesteld tot het onmiddelijk in arrest neemen van de bedienden van gem: secunden in naame Linge„ rasoe, en nog een andere Atsjana genaamt die
English
who vex and molest the congregation, with the prior knowledge and permission of Schliephaken, who appears to govern Palikol; and he, Schliephaken himself, has been summoned hither, in order to cause no inconvenience to the investigation of matters to be conducted, and after the receipt of the report, to account for himself here. Section 7. The second new point of accusation is that which relates to what occurred during that sorrowful storm and inundation in the year 1787, whereby the Company has already suffered such a heavy loss that it would be punishable in the highest degree if such acts of treachery should have been committed as mentioned in one of the extract resolutions in the separate bundle belonging to the separate commission dated 27 November of the past year, after which, pursuant to the resolution of that date, orders were given to conduct the most meticulous investigation, which, however, as appears from a note to the further separate resolution of 31 December 1790, had already ended fruitlessly, and regarding which the further commission, as shown by a copy of the provisional report recently received from the present chiefs, as yet produces nothing that gives cause for the devising of further measures, but rather to await what the result will be of sending the original Telugu letter to Jaggernaikpoeram to see whether the writer can also be discovered by the handwriting, which is currently being investigated, doubting very much whether the former commissioners, to whom such an unsigned writing was handed over, acted properly in having it publicly burned at their own discretion, as appears from the documents received from the further commission. Section 8. Having hereby, as I hope, satisfactorily answered the contents of the separate letters of 11 May, 2 July, and 17 August concerning my separate commission, I still have the honor to reply to a further letter of the last-mentioned date addressed to the former Commander Tadama and myself. Referring beforehand to the enclosed address of the said Tadama in reply to the extracts delivered into his hands from the said letter, as finding nothing therein that requires further elaboration in this matter, because concerning the paid-off bonds demanded back from Samier Sultan, I myself have written to him, as shown by the enclosed copy of correspondence, and have received from his Honor the enclosed packet marked A to his correspondents at Batavia, who have been ordered by him anew to deliver the said bonds, properly receipted, to Your High Mightinesses. I could have already sent that packet under the date of the last of January with the ordinary Company letter that departed then, but since that letter, having been sent by sea on a catamaran to Nagapatnam, could be burdened as little as possible with any other than the most necessary enclosures, this is the reason that the dispatch has been delayed until now, which Your High Mightinesses may kindly please to overlook. Section 10. I testify to Your High Mightinesses, on everything that is dear to me, that I have not yet had time to examine, inspect, and consider any other matters than those of which the general ordinary and secret report, as well as this my separate report, presently make mention, and consequently also not concerning the reflection occurring in paragraphs 9 and 10 regarding the sense and meaning of the Company's firmans in respect of capital crimes, therefore also humbly requesting Your High Mightinesses' most favorable consideration regarding the postponement of my findings and elucidation in that matter on account of my other occupations. Section 11. The sent extract from a letter of Lord Cornwallis to His High Mightiness the Governor-General dated 5 March of the past year will, in accordance with Your High Mightinesses' esteemed pleasure, serve me as dutiful information, although our situation and distant proximity to Pondicherry do not permit us to learn little else of the French than what is generally already public, and consequently better known to the English than to us. Their precaution in placing an army between Madras and Cuddalore may be of infinitely better effect, and if their enterprises against Tipu Sultan succeed further as well as the fortune of war recently was on the 22nd of this month, namely in taking the strong fortress of Bangalore by storm, then there generally appears to remain little further difficulty for the said Tipu, because besides the fact that the Bombay army under General Abercromby had at that time approached to a distance of three days' journey from Seringapatam, the heroes who captured Bangalore, or a part thereof, will surely see to it that they are also present at the works in order to share in the glory at the subjugation of this capital city of Tipu; for regarding the prize money, it is said that the generals jointly renounced their share therein in favor of the remaining conquerors, and at the capture of Bangalore, General Medows placed himself first in the breach with his regiment, and the taking possession thereof is attributed to him. The further circumstances of this epoch appear more fully from a translation, made in the best possible manner, of the Madras Courier that came out extraordinary the day before yesterday. I have the honor to remain with the greatest respect, High Noble, widely ruling Lords, Your High Mightinesses' very humble and very obedient servant, was signed, Jacob
Dutch transcription
207 die de gemeente, met voor kennes en toelaating van schliep„ haken, welke Palikol schijnt te bestieren, rexeeren en molesten aandoen, en hij schliephaken zelfs is herwaards ontboden, om aan het te doene onderzoek van zaaken geen ongelegenheet toetebrengen, en na het inkomen van bericht, zich alhier te verantwoorden § 7. Het tweede nieuwe point van accusatie, is het geen zijn betrekking heeft tot het gepasseerde bij die droevige storm en watervloet in Anno 1787. , waar bij dE: Compagnie zoo een zwaar verlies reets heeft geleeden dat het ten hoogsten strafbaar zoude zyn, indien 'er zulke trouboosheeden gepleegt mogten zijn als het geen vermelt staat bij een der Extract resolu„ tien in de aparte bondel gehoorende bij de aparte Commissie de dato 27. November Anno pass:o, waar na ingevolge besluyt van dien datum, gelast is een aller naukeurigste onderzoek te doen, dog dat blijkens aantekening ter nadere aparte resolutie van 31. December 1790. bereets vruchteloos was afgeloo pen, en waar omtrend de nadere Commissie, uijtwij„ Iens Copij van het Iongst ontvangen provisioneel be„ richt van de tegenwoordige opperhoofden, voor als noch niets opleevert dat aanleiding geeft tot het beraamen beraamen van nadere mesures, maar aftewachten wat het gevolg zal zijn van het zenden der originee„ le Tertiefsche brief naar Iaggernaijkpoeram om te zien of door het schrift de schrijver ook is te ont„ dekken, waar na thans onderzoek word gedaan twijffelende zeer of de voormalige gecommitteerden aan wien dergelyk een ongetekende geschrift is over„ gegeeven geworden, wel hebben gedaan, om dat of eijge goed dunken openlyk te laaten verbranden, gelyk bij de ontvangene stukken van de nadere Commissie komt te blijken. § 8. Hier meede, zoo ik hoope, ten genoegen beant„ woord hebbende aan den inhoud der apparte brieven van den 11. Meij, 2. Iulij, en 17. Aug=s raakende mijne aparte Commissie, heb ik noch de eere te antwoor„ den op een nadere van laast gemelde datum aan den geweesen gezaghebber Tadama, en mij ge„ Voor af mij refereerende aan het hier nevens ge„ voegt Adres van gem: Tadama in antwoord op de aan zijn E: uijt gem: brief ter hand gestelde Extracten, als vindende daar niets bij dat in deeze meerdere uijtbreijding recht. 9 209 uijtbreijding verEijscht, want over de van Samier sultan te rug begeerde afbetaalde obligatien, hebbe ik, uijtwijzens de hier in geslootene Copia Correspon„ dentie, hem zelve geschreeven, en van zyn E: ontvan„ gen het hier in geslooten paket L. a A. aan zijne Correspondenten te Batavia, welke door hem op nieuw, zyn gelast de gemelde obligacien, behoorlyk gequiteert aan u Hoog Edelheeden overteleveren. Ik zoude dat paket bereets hebben konnen zenden onder ultimo Ianuarij met de toen afgegaane gemeene Comp=s brief, maar vermits ik die, als met een kattemarau ter Zee naar Nagapatnam gezonden, zoo min mo„ gelijk kon bezwaaren met eenige andere als de noodzaakelijkste bijlaagen, is dit de reeden dat de afzending tot nu toe getraineert heeft, het welk u Hoog Edelheeden goedgunstig gelieven te pas„ seeren. § 10. Ik betuijge u Hoog Edelheeden op alles wat mij dierbaar is, nog geen tijd gehad te hebben om eenige andere zaaken nategaan, inte zien, en te overweegen als waar van thans het generaal gemeen en secreet item dit mijn apart verslag mentie maaken, en gevolge„ lijk ook niet over de bij par: 9. en 10. voorkomen de bedenking bedenking wegens de zin, en meering van 'sComp=s firmans in opzigt der lyf straffelyke misdaaden U Hoog Edelheeden derwegen mits myne andere occupatien over de opschorting van mijne bevinding en Elucidatie dien aangaande de gunstigste Considera„ tie meede ootmoedig verzoekende. §11. Het gezonden Extract uijt een brief van Lord Corn„ walles aan Zyne Hoog Edelheyd den Heere Gouverneur Generaal in dato 5. Maart Ao p:o zal, navolgens U geeerd welbehagen mij tot schuldig„ Hoog Edelheeden naricht strekken, schoon onze situasie en verre afstand van Pondicherij niet toelaat van de franschen weijnig anders te verneemen, dan het geen doorgaan reets publicq, en de Engelschen gevolge lyk beeter als ons bekend is. Haere voorzorg met het plaatzen van een arme tusschen Madras en Coedeloer, kan van oneijndig beter effect zijn, en succedeeren haare onderneemingen tegen Sipoe sultan verder zoo wel, als nu Iongst ofte den 22. deezer het krijgs geluk is geweest van namelyjk de sterke Vesting Bangelor stormender hand in te neemen, dan schijnd er verder voor gem: Tipoe in 249 in het algemeen weijnig zwaarigheijd meer over te blij„ ven want behalven dat de bombaijsche Arme onder generaal Albercambe te dier tijd of een afstand van drie dag reisens seringe patnam genadert was, de Helden die Bangeloor ingenoomen hebben, of een gedeelte van dien zullen wel maaken dat zy ook bij de werken zijn om bij het overmeesteren dee„ zer Hoofd-stad van Tipoe, meede in de glorie te deelen, want nopens de prijs monnij, zegt men dat de generaals gezamentlijk zouden af„ stand hebben gedaan van haar aandeel daar in aan de Overige Overwinnaars, en bij het inneemen van Bangeloor heeft generaal Meadows zig met zijn Regiment het eerst in de bresse gestelt en de bezitneeming van dien word hem toege„ schreeven. De verdere omstandigheeden van deeze Epoque komen bij eene best mogelijk gemaakte vertaaling van de eer gisteren Extra ordinair uijtgekomen Madrasse Courier, breeder te blijken. Ik heb de eere met de meeste eerbied te ver„ 1 blijven /:onderstond/ Hoog Ed: wijd gebiedende Hee„ ren, Uwer Hoog Edelheeden zeer Onderdanige en ƒ zeer Gehoorzame dienaar /:was getekend:/ Jacob
English
Iacob Eilbracht in the margin Palleakalle the 31. March 1791. lower P. S. The documents relating to van Bijland's affair are all Original, thus also the last ones that were received from Iaggernaijkpoeram, but those concerning the investigation of what occurred during the flood in 1787 are authentic Copies, and the pieces of Linens mentioned in the documents are retained here for the present, because according to private information received, the matter seems to be likely to cause more commotion than was first thought. Batavia To as Before Paragraph 1. In dutiful fulfillment of my promise in my humble latest of the 24th of the past month, I have the honor presently to reply to the separate letter dated 3 May 1791 received from Your High Excellencies by the ship De Zeebouwer. Paragraph 2. From Your High Excellencies' remark that the shipment of 935 bales by the ship Horssen in anno passato is in no way sufficient to supply the deficiency of the previous year, it appearing as if Your High Excellencies, after the conclusion of the collection of each year, were continually expecting the fulfillment of that which remained unfulfilled on the previously dispatched Demand; I thus take the liberty to represent that what was lacking on the respective Demands for Anno 1790 could not be remedied at all by the Contracting on those for 1791, partly because the fulfillment of each year in itself presents trouble enough, and on the other hand because in the latest Contracting, consideration was mainly given to the implementation of the resolution favorably approved by Your High Excellencies under paragraph 13 to consider the expired Demands as fulfilled, and to let that which comes in after that on the same toward the liquidation of accounts serve, as far as it can serve, in reduction of the new Demands, as also appears from the dispatched general letter of the 24 October last past with the subordinate offices, about which various objections arose, and concerning some, regarding which it could not be arranged otherwise this time, dispositions were made in order, to accommodate a long-followed custom, and especially because it could be consistent with a certain qualification of Your High Excellencies granted in the year 1788, to accept that which was found unable to serve for the Demands for 1791, and to let it serve toward the further fulfillment of the Demands of the previous year, which I, as well for this as for the previously cited reason, hoped that Your High Excellencies will be pleased to confirm with their favorable approval, as also that, in order to show the fulfillment of each year distinctly by itself, and no longer to confuse the one with the other, henceforth that which is shipped on the previous year's Demands will be accounted for separately, as was done with that which was shipped by the aforementioned ship De Zeebouwer. Regarding what was shipped in anno passato by the ship Horssen, I had no other direction than solely the demonstration that that shipment consisted of 935 bales, of which, as was indicated in the general report under ultimo February 1791, and the Summary sent over alongside the answered European and Indian Demands for 1790, no more than 267 on the one, and 247 on the other requisition, or for both 514 bales, are to be counted for, and in fulfillment of, the same. How the collection for 1791 turned out will follow in this letter at the place where it seems more fitting than here. Paragraph 3. Concerning the right of the mint here at Palleakatta mentioned in paragraph 3, it was shown in the reply to the Extracts from the Homeland of Anno 1789 paragraphs 279 and 280, inserted into the aforesaid general letter of ultimo February, how little Effect one had to hope for from any Address in that regard to the English government at Madras. At a secret Conference in August last past on the occasion of a visit and Ceremony with one of the sons of the Lord Nawab Mahommed Alichan, the second in rank, and the third by birth, named Seif ul Molk Bhadur, the middle brother being deceased, the best opportunity presented itself to me to speak about it. For that prince, as he told me he had orders from his father and has also written after that date to show our Company his goodwill, and the injustice with which he, on the contrary, was treated by the said English government, concerning which he was prosecuting a lawsuit with that Company in England, thereby placed words in my mouth, as it were, to complain about the wrong done to our Company by depriving Her of the right of coinage here at Palleakatta, and the impropriety that seemed to reside in the levying of Tolls, regarding which I represented to him how very much he would oblige me by effecting the fair and lawful redress with his Lord father. He told me that he would gladly be of service to me in this, and even thought he might predict some good success to me in that regard, at least as soon as the dispute with the English government concerning the restitution of the lands and the placing in possession of the same shall be decided or terminated; that for the present I had nothing else to do than to write letters to his father and eldest brother, as partial successor to the realm, and to make known in the most concise terms the wrong of which I requested restitution, referring myself to him, Seif ul Molk, to state orally what I intended, as he judged the time had not yet arrived to put much of it on paper as long as there were still disputes concerning the retrocession and accounting of Carnatica to his Lord Father or eldest brother, Umdat ul-Umara, that is the first of the realm, undertaking to communicate these to me to be given to our Company.
Dutch transcription
Iacob Eilbracht /:in margine:/ Palleakalle den 31. Maart 1791. /:lager:/ P: S: De stukken betrekkelyk tot van Bijlands affaire zijn alle Origineel, dus ook de laaste die van Iaggernaijkpoeram ontvangen zijn „maar die raakende het onderzoek van het gepasseerde bij de watervloet in 1787. zijn Copij authenticq, en de soomen van Lijwaaten bij de stukken vermelt, voor eerst alhier aangehouden, om dat volgens ontvangen particulier naricht, de zaak meer beweeging schijnt te zullen maaken, als eerst gedacht is. — Batavia Aan als Vooren §1. Ter schuldpligtige voldoening aan mijne belofte bij nedrige Iongste van den 24. der gepasseerde maand, hebbe ik de eere thans te antwoorden op de per het schip De Zeebouwer van u Hoog Edelheeden ontvangene aparte missive gedagtee„ kend den 3:e Meij 1791. § 2. . Uijt de aanmerking van U Hoog Edelheeden dat de verzending van 935. pakken per het schip FCorssen 243 2 Norssen in anno passato geen zints toereikt om het gebrekkige van het voorige Iaar te supplee„ ken het zig laatende aanzien, als waaren U Hoog Edelheeden, na het afloopen der Inzaamen van ieder Iaar, steeds verwagtende de vol„ doening van het geen, op den, te vooren afgezon„ den Eijsch, onvoldaan is gebleeven; zoo neem ik de vrijheijt te vertoonen dat het ontbrakene op de respective Eysschen voor Anno 1790. door de Aanbesteeding, op die voor 1791. , niets is te remedieeren geweest, „ eens deels om dat de vol„ doening van ieder Iaar op zig zelve moeijte genoeg opleevert, en ten anderen om dat bij de Iongste Aanbasteeding, voornamelijk in aanmerking is gekomen de invoering van het sub par: 13. door u Hoog Edelheeden goed„ gunstig geapprobeert besluijt om de afge„ loopen Eyschen voor voldaan te houden, en het geen daar na op dezelve tot liquidatie der ree„ keningen inkomt, zoo verre het dienen kan te laaten strekken den strekken in mindering van de nieuwe Eysschen, gelyk ook uijtwijzens de afgegaane gemeene brief van om de 24. October Iongstleeden met de kantooren Voort, daar over, onderscheijdene bedenkingen ont„ staan, en omtrent sommige, waar omtrent het ditmaal, niet anders was te schikken, disposi„ tien gevallen zijn om, ter te gemoet koming van eene lange gevolgde gewoonte, en speciaal om dat het kon bestaan met zeekere qualificatie van u Hoog Edelheeden, verleent in den Iaare 1788. , het geen bevonden is op de Eijsschen voor 1791. niet te konnen dienen, aanteneemen, en strekken te laaten ter verdere voldoening der Eijsschen van het voorige Iaar, het welk ik zoo om deeze als de voor aangehaalde reeden, hoofde dat UE Hoog Edelheeden met haare genegene approbatie zullen gelieven te bevestigen, als meede dat, om de voldoening van ieder Iaar op zig zelve dis„ tinct te vertoonen, en het eene niet meer te ver„ warren met het andere, voortaan het geen op de voorIaarige Eijschen word verzonden, appart zal worden 45 2 worden aangereekent, gelijk geschiet is met het ver„ Pondene per het voormelde schip De Zeebouwer, Over het verzondene in a:o passato per het schip Hors„ sen, hebbe ik geen andere directie gehad dan alleen de vertooning dat die verzending bestont in 935. pakken, waar van, gelijk bij het generaal verslag onder ult=o februarij 1791. , en de nevens de beant, woorde Europische en Indische Eijsschen voor 1790. overgezonden Samentrekking, is aangeweezen voor, en in voldoening van dezelve, niet meer dan 267. op de eene, en 247. op de andere petitie, ofte voor beiden 514. pakken zijn te reekenen Hoedanig het met den Inzaam voor 1791. is af„ geloopen, zal bij deeze volgen ter plaatse, al„ waar het beeter als alhier schijnt te voegen §3. Over het recht van de munt hier te palleakat„ ta par: 3. aangehaalt is, bij de ter vvoorsz: ge„ neraale missive van ultimo februarij geinsereerde beantwoording der Patriasche Extracten van Ao 1789 par: 279, en 280. getoont, hoe weijnig Effect men had te hoopen van eenig Addres derweegen aan aan het Engelsch gouvernement te Madras, Bij eene geheine Conferentie in Augustus laastleeden ter gelegenheijd van een bezoek en Ceremonieel niet „een der zoons van den Heer Nawab Mahommed Alichan, de tweede in rang, en de derde van geboorte „de genaamt Seif ul Molk Bhadur, zijn de middelste broeder overleden, is wij de beste gelegenheijd voorge„ komen, om daar over te spreeken. want die vorst zoo als hij mij zeide van zijn vader ordre te hebben en na dato ook geschreeven heeft, om onze Com„ pagnie te doen blijken zijne genegenheijd, en de onrechtmatigheijd, waar meede hy, daar en teegen Engelsch gou„ behandelt wierd, door het gemelde vernement, waar over hij met die Compagnie in Engeland liet procedeeren, gaf mij, hier door als van zelf, in de mond, om te doleeren over het onge„ lijk onze Compagnie aangedaan, met Haer te berooven van het recht der vermunting hier te Palleakatta, en de wanschikkelijkheijd die er scheen te resideeren in het heffen der Tollen, waar omtrent ik hem vertoonde hoe zeer hij mij zoude 47 24 zoude verpligten van bij zijn Heer vader te bewerken het billijk, en regtenatig redres. Hij zeijde mij, hier in mij gaarne van dienst te willen zijn, en meende zelfs daar omtrent mij eenig goet succes te mogen voorspellen, immers zoo dra het different met het Engelsch gouvernement wegens de weder overgave der landen en het stellen in bezit van dezelve gedecideert ofte getermineert zal zijn, dat ik voor eerst niet an„ ders had te doen, dan aan zijn vader en oudste broeder, als gedeeltelyjke rijks opvolger, brieven te schrijven, en in de beknopste termen te kennen te geeven het ongelijk, waar van ik herstelling verzogt, mij beroepende op hem seif uE Holk, om mondeling voor te dragen wat ik meende als oordeelende de tijd nog niet gebooren te zijn, om daar van veel op het papier te stellen zoo lange er nog geschillen waaren over de weder af„ stand, en verantwoording van Carnatica aan zijn Heer Vader of oudste broeder omdit ul= om„ rak, dat is de eerste des rijks, aanneemende mij die meede te deelen om aan onze Compagnie te worden
English
made known. The ceremonial of this visit, which, as it is usually costly, I have tried to avoid as best as possible, is recorded in the separate resolution of 9 August last, with the insertion of the correspondence concerning it, from which it appears that, without giving offense, I was obliged to comply with the wishes of that prince and the recommendation made of him by his aforementioned eldest brother. I have the honor herewith to present to Your High Nobilities a copy of the translation of a letter dated 14 August 1791, written to me in pencil by the aforementioned Nawab Seif Ul Moek Bhadur in his own hand in Persian, serving mainly to accompany an English memorandum, a copy and translation of which is also enclosed herewith, from which it appears how, after an examination of matters, the English Company was found, instead of being able to claim twenty-one lakh pagodas from His Excellency the Lord Nawab Machomette Alichan, on the contrary, on balance, still has to account to the country for fifteen lakh pagodas. The request in that regard is to send this account to Europe. I do not know why, but I deemed it my duty to present the same to Your High Nobilities, in order to act in that regard according to Your High Nobilities' respectable pleasure, hoping that the conduct maintained by me in this matter, as well as the petitions prepared by me and completed on 21 August dispatched to the old Nawab, and his aforementioned eldest son, as well as the aforementioned Lord Seif ul Moek Bhadur, of which I have the honor to enclose translation copies herewith, will enjoy the good fortune of being crowned with Your High Nobilities' honored approval, while the copy reply from the last-mentioned prince dated 25 September last shows the reason why no opportunity had yet presented itself to negotiate upon my representations, and which will also probably be postponed until a determination can be reached concerning the aforementioned significantly differing account and desire for compensation, which will depend greatly upon the outcome of the war with Pipoe Sultan, who, as the aforementioned Prince assured me, devastated the country and weakened Sipoe no less, being considered by the Court of the Carnatic as a usurper and rebel. It is also for that reason that I believe I should not expend any effort on further solicitations, but await a more suitable opportunity to pursue what has once been begun and, as I hope, bring it to a desired conclusion, to which the singular request to see and speak with me, and the outward satisfaction shown with my treatment, promises me more than I might otherwise, or had I begun from my side, presume to imagine; and if Your High Nobilities, seeing from the documents inserted in the Resolution of 9 August how Moorish Princes and Grandees are usually concerned with gifts, without which few matters of importance can be accomplished, would please provide me with some curiosities, besides 1 to 2 pieces of fine velvets and cloths, it might be that these would bring minds all the sooner to the advancement of affairs; all the more since, after the delivery of what I could offer, it was expressly asked why no cloth had been added thereto according to custom. Section 4. The very favorable and exceedingly obliging declaration of Your High Nobilities under paragraph 4 makes me hope for everything that I may ever expect in recompense for so much heavy labor, care, and trouble for the promotion of the Company's interests, recommending myself, nonetheless, once again in the humblest and most earnest manner to Your High Nobilities' gracious and favorable consideration of my actions, and Your High Nobilities' powerful protection against all wrong interpretations concerning my arrangements from whatever side they might arise, as having nothing in view but my duty to fulfill, in all sincerity and to the best of my knowledge, the purpose of my election to an administration of so many extraordinary particulars and important commissions. Section 5. As the matters noted in the 5th, 6th, and 7th paragraphs of the aforementioned honored letter of Your High Nobilities seem to me to require no special reply, I declare, regarding what is required in section 8, not to know, if I were obliged to declare to which slow or unzealous servants the neglects noted by me in anno passato are to be imputed, whom I should name first; therefore, requesting a favorable excuse in that regard, I hope for a good result from the reform in paragraph 9, once people first become accustomed to it, and put it out of their heads that this or that unsatisfactory performance, even though such, had been the custom. Section 6. I humbly beg Your High Nobilities' excuse for the oversight that on my first dispatched separate
Dutch transcription
worden bekent gemaakt. Het Teremonieel van deeze visite, welke ik als doorgaans kostbaar, zoo goed doenelijk heb trachten te ontwijken; staat ter aparte resolutie van den 9:e augustus J„o leeden aangetee„ kend met insertie van de Correspondentie daar over„ waar uijt blijkt dat ik zonder aanstoot te geeven, verpligt geweest ben, dien vorst, en de aanbevee„ ling van Denzelven door gemelde zijn oudste broeder te willen te zijn. Ik heb de eer U Hoog Edelhee„ den hier nevens aantebieden Copia der vertaaling aan een brief in dato 14. Augustus 1791. , door voormelde Nawab Seif Ul Moek Bhadur met pot loot, eijgenhandig in het persiaansch hoofd-zaakelijk dienende aan mij geschreeven ten geleijde van een Engelsch Memorandum, wel„ kers Copia, en vertaaling deeze meede verzelt, waa bij blijkt hoe, na onderzoek van zaaken, de Engelsche Compagnie bevonden is, in steede van Een en twintig lak pagoden te konnen pretendeeren van zijn Excel lentie den Heer Nawab Machomette Alichan in tegendeel, per saldo, aan het land, nog vijftien lap pagoden 249 pagoden moet verantwoorden. Het verzoek daar F omtrend, luijdt, om deeze reekening naar Europa te zenden. Ik weet niet waarom, maar doordee„ le het mijn plicht te zijn u Hoog Edelheeden dezelve aantebieden om daar omtrent na Hoog Derselver respectabel goedvinden te handelen, hoopen„ de dat mijn in deezen gehouden gedrag, als meede de door mij nader afgevaardigde, en op den 21. Au„ gustus gereed geraakte Arzies aan den ouden 57 Nawab, en gem: zijn oudste Toon, item voormelde Heer Seif ul Moek Bhadur, waar van ik de eer heb Copia vertaalingen deeze meede bij tevoegen, het geluk zullen genieten van bekroond te worden met uw Hoog Edelheeden g'eëerde approbatie, toonen„ de Copia antwoord van laast gemelde vorst in dato 25:e September I„o leeden, de reeden aan, waarom sig nog geene gelegenheijd tot onderhandeling over mijne instancien hadde opgedaan, en die waar schij„ nelijk ook wel verschooven zal worden, tot dat over de voorsz: aanmerkelijk verschillende reekening en begeerte van vergoeding, het tot eene determinatie kan aa kan komen, dat veel zal afhangen van den uijtslag van den oorlog met Pipoe Sultan, welke, gelyk de voorsz: Vorst mij verzeekerde het Land ver„ melde, en Sipoe niet minder verzwakte, door het Hof van Carnatica als een usurpateur en Rebel geconsidereerd wordende. Het is ook daarom„ dat ik vermeene met nadere sollicitatien, geene ver„ moeijte te moeten aanwenden, maar be„ geëfsche quaamer gelegendheijd te overbeijden om het geen eens begonnen is te vervolgen, en gelyk ik hoop tot een gewenscht eijnde te brengen, waar toe de singuliere aanzoeking om mij te zien, en te spreeken; en het uijterlijk betoond genoegen van mijne behande„ ling mij meer belooft, als ik anders, of ware ik van mijne kant begonnen, vermeene mij te mogen voorstellen; en indien U Hoog Edelheeden uijt de bij Resolutie van 9:e Augustus geinsereer„ de stukken zullende ontwaaren, hoe het met de Moorsche Vorsten en Grooten doorgaans is te doen, om geschenken, zonder welke weijnige zaaken van belang zijn te verrigten, mij met de een of andere fvaarigheeden 221 5 buijten 1 â 2. stukken fijne fluwee„ fraaijigheeden, len en lakenen geliefde te voorzien, mogelijk dat die de gemoederen des te eerder tot bevordering van zaaken brengen zouden; te meer na de afgave van het geen ik konde aanbieden, wel Expres ge„ vraagt is waarom daar geen Laken, volgens ge„ bruijk gevoegt was geworden. §4. De zeer goedgunstige, mij ten uijtersten verplig„ tende verklaaring van u Hoog Edelheeden sub par: 4. , doet mij alles verhoopen wat ik immer tot vergelding van zoo veel zwaare arbeid, zorg en kommer ter bevordering van 'sComp=s belang moge verwagten, Recommandeerende mij, niet te min, nogmaals op de nedrigste en kragtigste e wijze, in u Hoog Edelheeden gracieuse en goed„ gunstige beschouwing mijner verrichtingen, en Hoog Derzelver magtige protexie tegen alle ver„ keerde interpretacien, nopens mijne beschikkin„ gen van wat kant die ook mogten opkomen, als niet dan mijn pligt voor oogen houdende om aan het oogmerk mijner verkiezing tot een bewind van zoo zoo veele Extra ordinaire byzonderheeden en em„ portante bestellingen in alle ofregtheijt, na beste kennisse te beantwoorden. § 5. Het genoteerde bij de 5. 6. en 7. far: avan voor„ melde u Hoog Edelheeden geeerde missive na het mij toeschijnt, geen speciaale rescriptie ver„ Eysschende, betuijge ik aangaande het gerequireerde bij § 8. niet te weeten, indien ik zou moeten verklaaren aan welke traage of ieverloose Die„ naaren de door mij in anno passato, genoteerde ƒ verzuijmen te imputeeren zijn, wien ik het eerst op zoude noemen; derhalven dien aan„ gaande eene goedgunstige verschooning ver zoe„ kende, hoope ik op een goet gevolg van de re„ forme par: 9. , wanneer men zig eerst daar aan gewenne, en uijt het hooft kome te stellen dat deeze of geene onvoldoende verrichting, althoon„ dusdanig, het gebruijk geweest is. § 6. Ik verzoek u Hoog Edelheeden ootmoedig Ex cus over het verzuijm dat op mijne eerste afgegaane aparte
English
separate original letter, it was forgotten in the copying to insert paragraphs, which I shall dutifully observe henceforth: meanwhile hoping that the general report of affairs already made will have further convinced Your Right Honourables of my exerted efforts to unravel the multitude of confused matters and bring them under such main heads as they properly belong to, so I hereby further express my humble obligation for the satisfaction already shown in this regard under paragraph 11, with the respectful assurance of proper care for the observance of the arrangements made, and especially once the course of affairs has settled into its usual center, that the clerical work will cause infinitely less trouble. Paragraph 7. Meanwhile, it grieves me that despite my ceaseless admonitions and daily personal supervision over the clerical work, it has not been possible to bring the trade books any further than up to the book year 1788/9 so as to dispatch them on this occasion by the snow De Phenix, as too much was lacking to detain the ship De Zeebouwer a moment longer for it, as was already shown in the further general letter of 27 October last. Paragraph 8. In the next general report of affairs for 1791, I hope to bring satisfactorily before the eyes of Your Right Honourables the result of the resolution cited in paragraph 13 to consider the expired demands as settled; and to have that which is delivered too late serve towards and in deduction of the new demand, the keeping of a current account book, and generally to present to Your Right Honourables the collection of each year, as it should be, on its own and not confused, what has been accepted and dispatched on the demand of a preceding year, and what on that of the current year, respectfully believing, subject to wiser correction, that a settled preliminary disclosure of affairs (see paragraph 14), far from causing prejudice to the collection for the year on which the contracting must take place, provides a highly necessary and reliable foundation as to how one ought to arrange matters in that respect, as will appear from the recently dispatched general letter and still more clearly when I may have the fortune to present to Your Right Honourables the arrangements concerning the contracting for 1792. Paragraph 9. In the aforementioned October letter dispatched by the ship De Zeebouwer, and previously under the ultimo of February 1791, the arrangement with regard to the distribution of the compensation for the Jaggernaijkpoeram arrears (paragraph 15) was shown in detail, and that the former seconds van Someren and De Ravallet have been charged therein in proportion to the time they served in the said office, while the result of the desired indemnification has also been described very amply in the October letter. Paragraph 10. Regarding the duty further urged upon me (paragraph 16) to exert my best efforts, notwithstanding my previously submitted objection, to provide for the indemnification of arrears and other items of compensation, I dare assure Your Right Honourables that it will not be lacking: but what I have to expect if, in the execution of the respected orders of Your Right Honourables, I should have to be exposed to such shameful insults as have already occurred to me, without being maintained by the higher authority of Your Right Honourables in that which I deemed necessary to take in hand so as not to let it be offended, and to assert myself in the station entrusted to me by Your Right Honourables, I need not analyze in the least. Your Right Honourables finding that I have done nothing other than what I was obliged to do in obedience to and execution of Your Highest's special orders and the general orders of the Company, will surely make the assailants and opponents of both feel what the consequence is of such reckless actions. Paragraph 11. What, meanwhile, was to be expected from the supposition in paragraph 17, that the original debtors of the arrears in the north will be able to pay a good part thereof, was stated at length both under the ultimo of February and on 25 October 1791 in the general advices, to which, to avoid repetitions, I most humbly request to be permitted to refer, respectfully testifying to Your Right Honourables that I would not know how I could have arranged it otherwise than has been done, in order to comply with the orders given successively for the compensation of damages, and so specifically repeated in the venerated general rescripts of Your Right Honourables of 27 April and 17 August 1790, so that, had I occupied myself longer with others than those declared accountable for that purpose by Your Right Honourables, it would have been very difficult to justify my conduct or remain free of accountability, and for that reason I very humbly pray Your Right Honourables not to take it amiss that, although I literally strive to carry out the commands of Your Right Honourables to the best of my ability, I once again testify to seeing no prospect of generally securing the Company from damage. Time, I fear, will show this all too clearly, consequently it is my duty rather to give no hope than to make a promise of a good outcome of the dutiful efforts I am to exert. Paragraph 12. Of the state of debts concerning the Government of 1781 mentioned in paragraph 18, a report was also made under the ultimo of February 1791, and the favorable disposition of Your Right Honourables was requested in paragraph 165 of the general letter of that date. Awaiting hereupon the honored approval of Your Right Honourables, I shall meanwhile not fail
Dutch transcription
223 aparte origineele brief, bij het afkopieeren vergeeten is paragraaphe te stellen, het welk ik, voortaan, schuldpligtig zal observeeren: middelerwijl hoo„ pende dat het reets gedaan gemeen verslag van zaaken uw Hoog Edelheeden nader zal hebben overtuygt van myne aangewende devoiren om de meenigte van verwarde zaaken te ontwik„ kelen, en te brengen onder zulke hoofd-deelen als ze eijgenlijk behooren, zoo betuijge ik mits deeze al verder mijne nedrige verpligting voor het sub par: 11. reets betoonde genoegen derwee„ gen, onder eerbiedige verzeekering van een behoor„ lijke zorg voor de nakoming der gemaakte schik„ kingen, en voor al wanneer den loop van zaaken eens in het gewoone Contrum zal geraakt zijn dat het schrijfwerk een oneijndig minderen omslag kome te geeven § 7. Ondertusschen doet het mij leed dat het ongeagt mijne onophoudelijke vermaningen en dagelijksche personeele toezicht over het schrijfwerk, met de Ne„ gocie boeken niet verder als tot het boek Iaar 178 1788/9 g 178/9 heeft konnen gebragt worden om dezelve te deezer gelegenheijd, per de Inau De Phemx te verzenden, aangezien 'er te veel aan ontbrak om het schip De Zeebouwer er een oogenblik langer om optehouden, gelijk bij het nader geween schrijven van den 27: October J„o leeden reets is ver toont geworden Bij het naaste generaal verslag van zaaken 58. voor 1791. hoop ik U Hoog Edelheeden na genoegen onder het oog te brengen wat het gevolg is van het par„ 13. aangehaalde besluijt om de afgeloopen Eyschen voor voldaan te houden; en het geen te laat word ingeleevert te laaten dienen op - en in mindering van den nieuwen Eijsch, het houden van een reeke„ ning Courant boek, en generaalijk om den ven„ zaam van ieder Iaar, gelijk het behoort, op zig zes„ en niet verwart U Hoog Edelheeden te vertoonen, wat er op den Eysh van een voorgaand, en wat er of die van het loopende Iaar is aangenoomen en verzonden, onder wijzer Correctie, met eerbied ver„ meenende dat eene /:vide pak: 14. : / vast gestelde voor 225 voor afgaande opening van zaaken, verre van aan„ den Inzaam voor het Iaar, waar op de Aanbe„ steeding geschieden moet prijuditie te veroorzaa„ ken, een hoogst nodig en zeeker fundament toebrengt hoedanig men het daar omtrent dient te schikken gelijk uijt de Iongst afgegaane gemeene brief en nog nader zal blijken, als ik het geluk kan heb„ ben u Hoog Edelheeden voortedragen de schik„ kingen nopens de aanbesteeding voor 1792. Bij de gemelde per het schip De Heebouwer afgegaane October brief, en te vooren onder ult:o februarij 1791. , is omstandig vertoond de schikking in op zigt der verdeeling van de vergoe„ ding. van het Iaggernaij kpoeramsche Agterstal /: par: 15. : / en dat de geweezene secunden van Someren en De Ravallet daar in belast zijn na rato van de tijd, dat ze gefuingeert hebben in gemelde bediening, terwijl het gevolg van de begeerde schaadeloos stelling al meede bij de October brief zeer ampel is beschreeven Aan de mij /. par: 16. :/ nader voorgehouden 9. ƒ 10. pligt pligt om mijne beste pogingen aantewenden om om„ aangezien mijne te vooren opgegeevene bezwaar„ nis te Iorgen voor het dedommagement van Agter„ stallen en andere posten van vergoeding, durve ik u Hoog Edelheeden verzeekeren dat het niet zal mancqueeren: maar wat ik te wagten heb, zoo ik, in de uijtvoering van u Hoog Edelheeden gerespecteerde ordres, zou moeten bloot staan, aan zulke smaadelijke bezegenin„ gen, als mij reets zijn voorgekomen, sonder door het Hooger gezag van U Hoog Edelheeden te werden gemaintineert in het geen ik vermeert hebbe ter hant te moeten neemen om dat niet te laaten beleedigen, en mij zelve te doen gelden in de stant die mij door U Hoog Edelheeden is toevertrouwd, behoeve ik in het minste niet te gaan ontleeden. U Hoog Edelheeden bevindende dat ik niet anders heb gedaan, als het geen ik schuldig was te doen ter gehoorza, ming, en uijtvoering van Hoogst Derzelver speciaale, en de generaale ordres van de Compagnie zullen 227 zullen de aanranders, en tegen standers van het een en ander, gewisselijk doen gevoelen wat het ge„ volg is van zulke roekeloos heeden §11. wat ondertusschen ware te verwagten van de onderstelling par„ 17. , dat de origineele debiteuren der Agterstallen om de noort, die is, een voor goed gedeelte zullen konnen betaalen zoo onder ult:o februarij, als den 25. October 1791. bij de gemeene advisen, in 't breede opge„ geeven, waar aan ik ter vermeiding van herhaalingen verzoeke mij onderdanigst te mogen gedragen, en u Hoog Edelheeden eerbiedigst betuijgende niet te weeten hoe ik het anders zou hebben konnen schikken, als geschiet is, om te voldoen aan de ordres, die successive tot vergoeding van schaaden, gegeeven, en zoo speciaal herhaalt zijn, bij u Hoog Edelheeden gevenereerde gemeene rescriptien van 27. e April en 17. Augustus 1790. , dat, hadde ik mij langer opgehouden met anderen, als door u Hoog Edelheeden en Edelheeden, ten dien eynde, aanspreekelijk ver„ klaart zijn, het zeer bezwaarlijk zoude vallen, om mijn gedrag te regtwaardigen, ofte buijten verantwoording te blyven, en om die reeden bidde ik u Hoog Edelheeden Teer ootmoedig, mij niet qualijk te willen neemen, dat ik, schoon letterlijk de beveelen van u Hoog Edelheeden na best vor„ mogen tragte uijttevoeren, nogmaals betuijge geen kans te zien om de Compagnie generalyk, voorschaade te bevrijden. De tijd vreeze ik zal dit, nader, al terwel uijtwijzen, gevolgelijk liever geen hoop te geeven, als be„ is het mijn pligt lofte te doen van eene goede uytslag mijner aantewen„ dene verschuldigde pogingen. § 12. Van de staat der schulden raakende het Gouver„ nement van 1781. vermelt 5 18. , is meede verslag gedaan onder ult:o februarij 1791. , en u Hoog Edel„ heeden goedgunstige dispositie verkogt bij par 165. der generaale gemeene brief van dien datum Hier op U Hoog Edelheeden geeert goed vinden te gemoed ziende, zal ik middlelerwijl niet mancquees van
English
to seek all possible light in that obscure matter concerning the estate of the former Governor of Vlissingen, paragraph 11, and to endeavor to carry out that which Your High Excellencies please to recommend to me regarding the arrears to the estate; and regarding which my first task shall be to see to obtaining from those merchants, or their heirs, of whom Schuneman says in his report dated 5 March 1784 that their debit entries have been settled with the said estate, or that they have remitted their arrears to Batavia to the attorneys of the said Lord of Vlissingen, the accounts themselves, and the proof from which it appears that one thing and another has occurred; yet the investigation of matters with Schuneman appears difficult if not impossible, partly on account of his absence, living at Tranquebar, and partly because his illness and advanced age will constantly serve as a pretext to excuse himself from coming over here. Paragraph 13. Regarding the deficient sequestration funds, paragraph 26, deliberations were held in the meeting of 29 October last past on certain distinct petitions and enclosures received in two installments from the esteemed Government of Ceylon, submitted at Colombo by the arrested bookkeeper and former sequestrator Bronsvelt. But since nothing is found therein that can serve for the immediate satisfaction of those funds, and on the other hand that affair has been judged to be no longer political but judicial, as the respected disposition of Your High Excellencies on the respectful representation of the past year shows; thus, after noting the objections raised on that matter on that day, it was resolved to have the transferor of trade draw up a demonstration of those who, by virtue of the resolution of 18 November 1790, must share in the indemnification, which on that day was understood to have to be made by those who constituted the ministry of Coromandel in the year 1786. This has not yet been complied with, but upon investigation it appears that no sureties were provided by Bronsvelt as sequestrator; at least, no protocols from the time he held that office are to be found at the secretariat. Paragraph 14. Meanwhile, I must not conceal from Your High Excellencies the difficulty which I foresee with regard to this indemnification of the sequestration funds: most of those who I believe will have to share in it are either deceased, absent, or insolvent. To seek such recovery from sureties whom they provided for what they might have fallen short in their own duties, I believe, with Your High Excellencies' kind indulgence, to be impracticable; so that, in my opinion, no recovery is to be sought from the sureties of the late Mr. Blaaukamer, the deceased Head Administrator Stoffenberg, the former fiscal Brouwer, and others. Even if those still present fall short, whether by way of exceptions, delay, and pretended or actual insolvency, it would for that same reason be difficult to make demands upon their sureties for the indemnification of sequestration money; the principals themselves will not easily be brought to it. The only thing that seems fundamental is the supposition that the securities ordered by Your High Excellencies in the past year can also be made applicable to this deficient administration of the insolvent sequestrator, insofar as the former ministry is bound jointly and severally, one for the other; although, notwithstanding this, the indemnification may become subject to objections which, according to my humble insight, cannot be cleared out of the way except by having the one upon whom the lot then falls to pay, in case of opposition or delay, prosecuted, condemned, or acquitted at law, since these are not indemnifications concerning the Company any further than to ensure that through defective officials like the sequestrator, such persons as are interested therein suffer no harm. Your High Excellencies' answer, to be expected shortly, to the representation in paragraph 169 of the aforesaid general letter of the last of February 1791, will probably deliver me from the embarrassment which is the sole cause of my taking the liberty to trouble Your High Excellencies with these my respectful considerations, humbly requesting that you be pleased to consider the same as being grounded upon that rule of prudence which naturally teaches every person that he must, with all possibility, guard and protect himself against damage or disadvantageous consequences which, from negligence or lack of representation, also devolve upon such persons who neglect their duty, or believe they are observing it, for better or worse, by proceeding upon their own notions. Although
Dutch transcription
229 van in die duystere zaak, betreffende den boedel van den Heer geweezen gouverneur van Vlissingen /. par: 11. / alle mogelike licht te zoeken, en dat geen tragten uijttevoeren, dat u Hoog Edelheeden mij wegens het agterstal aan den boedel, gelieven aan te beveelen, en waar omtrent mijn eerste werk zal zijn, om van die kooplieden, ofte haare Erfgenaamen, welk schuneman bij zijn bericht de dato 5 Maart 1784. zegt, dat hunne debet posten met gemelde boedel vereevent, ofte haar agterweezen geremitteerd zouden hebben naar Batavia aan de gemagtigden van gemelde Heer van Vlissingen, te zien te bemagtigen de Ree„ 33 keningen zelve, en het bewijs, waar uijt Consteert dat het een en ander geschiet zij, dog het onder Toek van zaaken met schuneman komt be„ Zwaarlijk zoo niet onmogelijk voor, eensdeels 4 uijt hoofde van zijn absentie, woonende te Pranquebar, en ten anderen om dat zijn ziekte en hooge ouderdom steeds zal strekken tot een voorwendzel 6. d datum den mancquees voorwendzel om zig te Excuseeren van eens herwanrd te komen. § 13. Het betrekkeng tot de kort komende sequestra„ cie penningen §26. , is ter vergadering van den 29 October I„o leeden gedelibereert over zeekere in twee keeren, van de geeerde Ceijlonsche Regeering ontvangen onderscheijden addressen en bij laagen te kolombo ingediend door den gearresteerden boekhouder en geweezen sequester Bronsvelt. Dan nadien daar bij niets is bevonden, dat dienen kan tot dadelyke voldoening van die gel„ den, en aan de andere kant die affaire geoor„ deelt is niet meer politicq maar Justitieel te zijn, gelijk de gerespecteerde dispositie van U Hoog Edelheeden op het eerbiedig vertoonde in Anno pass:o uijtwijst; zoo is, na het optee„ kenen van de zaar op gevallene bedenkingen ten dien dage, beslooten, door den negocie overdrager te laaten formeeren een Aantooning van den geen, die uijt hoofde van het besluijt van 34 23 van 18:e November 1790. moeten deelen in de vergoe„ ding, welke ten dien dage begreepen is te moeten geschieden door den geen, welke in A:o 1786 het Ministerium van kormandel hebben uijtge„ maakt Hier aan is nog niet voldaan, maar bij navorsching komt te blijken dat door Bronsvelt, als sequester, geen borgen gestelt, immers van die tijd, dat hij dat ampt bekleed„ de geen protocollen ter secretarije te vinden zyn § 14. Ondertusschen mag ik ook hier in voor uw Hoog Edelheeden niet verbergen, de Iwaarigheijd welke ik voor zie met betrekking tot deeze ver„ goeding der sequestracie penningen; De meesten van den geene die ik geloof dat daar in zullen moeten deelen, zijn, of aflijvig, absent, of on„ vermogend. Van sodanige verhaal te zoeken op borgen, die zij hebben gestelt voor het geen zij in haar eijge diensten mogten zij te kort B3 gekomen, geloove ik onder gunstige welduyden van U Hoog Edelheeden in practicabel te zyn zulks er na mijn gedagten geen verhaal is te zoeken zoeken op de borgen van wijlen de Heer Blaau„ kamer, den overleeden Hoofd-administrateur Stoffenberg, den geweezen fiscaal Brouwer en anderen. Zelfs zoo de nog aanweezige te kort schieten, het zij bij weege van Exceptien, dilaij, en voorgewend of wezendlijk onvermogen soo zoude het om die zelve reeden bezwaarlijk val„ len, haare borgen voor de vergoeding van sequestra cie gelt, aantespreeken, de principaalen zelve zullen niet gemakkelijk daar toe te brengen zyn Het eenige dat fundamenteel schijnt te zijn, is de onderstelling dat de in Anno passato, door U Hoog Edelheeden geordonneerde Cautien, ook be„ trekkelyk zyn te maaken tot deeze te kort ko„ mende administracie van den insolventen sequesten bij zoo verre het geweesen Ministerium, in so„ lidum, den een voor den ander is verbonden, schoon des onaangezien de schadeloos stelling subject kan raaken aan bedenkingen, welke na mijn gering door Tigt, niet anders uijt den weg te ruijmen zijn dan den geen, waar op het lot dan valt van 233 van te moeten betaalen in Cas van oppositie ofte dilaij in rechten te laaten actioneeren, Condem„ neeren, ofte absolveeren, nadien het geen ver goedingen zijn de Compagnie verder Concerneerende, als te zorgen dat door gebrekkige offecianten gelijk de sequester, zulken, als de daar bij geinteresseer„ den, geen schaade komen te lijden. u Hoog Edelhee„ den eerlang te verwagten antwoord op de instancie bij far: 169: van de voormelde generaale brief van ult:o februarij 179. , zal mij waarschijnelyjk redden uijt de verlegenheijt, welke alleen oorzaak is, dat ik mij bevrymoedige u Hoog Edelheeden met deeze mijne eerbiedige Consideratien te vermoeijelijken, oot„ moedig verzoekende dezelve te willen beschouwen als gegront te zijn op die regel van voorzigtigheijt welk ieder wensch natuurlijk leert, dat hij zig zelve, met alle mogelijkheijt moet hoeden en dekken voor schaade of nadeelige gevolgen die uijt nalatigheijt of gebrek aan vertooning ook devolveeren op zodanigen, als haare pligt verzuijmen, ofte vermeenen die te betragten, met goet of quaat, door tegean op haare denkbeelden Schoon
English
although they must frequently come to constitute the ruin or preservation of their fellow human beings. Section 15. Your High Nobilities will also hereby, according to my humble trust, find somewhat clarified my opinion or conception regarding those cases in which it appeared to me that, in recovering damages, whether in the first instance or by way of execution, proceedings ought to have been conducted judicially rather than politically, which according to paragraph 22 of Your High Nobilities' esteemed separate letter appeared completely mistaken, but concerning which it serves as a discharge, as was shown before the receipt of this Your High Nobilities' declaration in the month of July 1791, that this humble scruple did not arise so much with regard to imposed assessments and compensations for damages by those who directly concern them, such as the former chiefs of Jaggernaykpoeram regarding the arrears that arose there, but merely regarding those who, in an indirect manner, the former administration, and then not so much the governors or former commanding officer, but the council members, are implicated therein because, without the necessary provision, the arrears have run from one year into the other, regarding which the members of the Council, under wiser correction from Your High Nobilities, seem to me not to be so condemnable, having voted on such propositions and proposals as seemed judged to be sufficient to prevent the Honorable Company from suffering any disadvantage in this matter. In the meantime, I very humbly beg Your High Nobilities' pardon for the error into which I have fallen by expressing myself on this matter in the aforementioned general letter, paragraph 191, under the assurance that I will conduct myself strictly according to the instruction already contained in Your High Nobilities' separate letter for my guidance as well as the further orders that will flow from the aforesaid proposal, which only resulted from concern and scrupulousness in so many delicate and no less intricate subjects, which constitute the sole motive for having detained Your High Nobilities with my disapproved reflections, which I respectfully request may be taken and viewed in the best light. Section 16. Up to this hour, it nowhere appears, and I do not believe, that the price increase granted in 1788 cited under paragraph 23 is to be attributed to any bad faith or an accepted system, as is right regarding Bijland, but originates from the notion that the merchants ought to be compensated for the loss that they came to suffer on the excessively high-priced merchandise. A notion that has taken such deep root that it, as our latest October letter paragraph 103 shows, cost so much trouble to disabuse the chiefs of Bimilipatnam of such erroneous notions, as if they, ostensibly for the promotion of sales, were entitled to make collections according to customs that had become habitual and the stock of merchandise, and not according to the respective demands; from that description, and in more detail from what was further set down in the Resolutions, it is most clearly proven that the sale was never considered as a matter in itself, but always as a consequence of the collection, wholly dependent thereon, and having such a strong influence on it that one cannot justify those price increases other than primarily as compensation for damages suffered by the trade, vice versa, insofar as one believes to have paid too dearly for the merchandise provided, as is indeed true, and to have delivered the collected linens too cheaply. Section 17. If Your High Nobilities, for my peace of mind, will continuously be pleased to view the task imposed on me from such a perspective as paragraph 24, I dare flatter myself that this favorable conception, and Your High Nobilities' effectual maintenance and protection, will very soon give birth to the desired moment of seeing everything brought into good order and on a good footing, and at the same time seeing put into execution the orders given successively for the compensation of damages, insofar as the latter can possibly be carried out. Section 18. Of the outcome of the sales during the past financial year 1790/1791, the due presentation will, as usual, be made in the final general report, and then, upon confrontation of the one return against the other, the difference in the advance or otherwise will be examined, with the addition of the reasons to which it must be attributed. Section 19. Meanwhile, I thank Your High Nobilities most humbly for the favorable price reduction of cloves and Japanese plate copper mentioned in paragraph 26, assuring that there will be no lack of my good will and endeavor to sell the spices altogether at the best prices, but the impossibility in that regard gradually becomes more and more apparent, so that, without following the declining market price of foreigners with the cloves and the copper, see paragraph 27, there is, especially regarding the latter, no longer any prospect for sales. This is
Dutch transcription
schoon ze meenigmaal de ruine of het behoud van haar meede mensch moeten komen uijt te maaken § 15. Ook zullen u Hoog Edelheeden hier door, na mijn nedrig vertrouwen, eenigzints opgekeldert vin den mijne meening of begrip, in welke gevallen het mij is toegescheenen, dat, bij verhaal van schaade het sij ter eerster instancie, ofte bij wege van ht Executie eer Justicieel als politicq diende te worden geprocedeert, dat volgens par: 22. van U Hoog Edelheeden geeerde apparte brief, geheel abusif is voorgekomen, dan waar omtrent tot decharge „gelijk voor de ontvangst van deeze uwer dient Hoog Edelheeden verklaaring, in de maand Iulij 1791. is gebleeken, dat die onderdanige bedenking niet zoo zeer ontstaan is omtrent opgelegde belastingen en vergoedingen van schaade; door den geen, die Ie direct aangaan, gelijk de geweezene opperhoof„ den van Iaggernaykpoeram het aldaar ontstaane Agterstal, maar enkel aangaande zodanigen, als op een indirecte wijze, geweeze Ministerium, en dan nog wel zoo zeer niet de gouverneurs ofte geweezen gezaghebber, maar de Raadsleeden, daar bij worden ingewikkelt 284 ingewikkelt, om dat, zonder de nodige voorziening de Agterstallen van het eene Iaar, in het andere zijn geloopen, dan waar omtrent de leeden van de Raed, onder wij zer Correctie van u Hoog Edelheeden mij toeschijnen zoo Condemnabel niet te zyn, als gevoteert hebbende op zodanige propositien en voordrachten als geoordeelt schijnen te zijn te konnen toerijken om te beletten, dat hier in, bij d'E: Compagnie geen nadeel werd geleeden. Ik verzoek middelerwijl U Hoog Edelheeden zeer ootmoedig Excus van het quaat daar ik in vervallen ben van mij hier over bij de voorm: gemeene brief par: 191. meede te hebben uijtgelaaten, onder verseekering dat ik mij stiptelijk gedragen zal zoo na de nu bij U Hoog Edelheeden apparte ter mijner naricht, reets vervatte onderregting als de verdere ordre, welke uijt de voorsz: voordragt staat aftevloeijen, en alleen geresulteert is uijt bekommering en scruppuleusheijt in zoo veele delicate, en niet min intricate onderwerpen, die het eenige mott uijt„ maaken van U Hoog Edelheeden, met mijne af„ gekeurde reflexien te hebben opgehouden, het welk ik eerbiedig eerbiedin verzoeke, dat in de beste zin opgenomen, en beschout mag worden Tot deezer Uure blykt het nergens, en ik geloove ƒ 16. niet dat de sub par: 23.' aangehaalde prijs verkoo ging, toegestaan in 1788. , aan eenige quaade trou„ ofte een gerecipieert seistema, gelijk van Bij„ land Tegt is toeteschrijven, maar herkomstig is uijt het begrip, dat de kooplieden behoorde te ge„ moed gekomen te worden in de schaade, die zij op de Excessif duur betaalde koopmanschappen quamen te lijden„ Een begrip, dat zoo diep wortal heeft geschooten dat het, gelijk onse Iongste October brief par 103. aantoont, hoe veel moeijte gekost heeft om de opperhoofden van Bimilipat„ nam te regt te brengen van zulke erroneuse denk„ beelden, als of zij, quasi ter bevordering van ver„ tier, geregtigt waaren inzaamen te doen na in trein geraakte usantien, en den voorraad van koopmanschappen, en niet na de respective Eijsschen, uijt die beschrijving, en omstandiger uijt het ter nader gestelde bij de Resolutien, word ten klaarsten beweezen - 237 beweezen dat den verthier nooijt als een zaak op zig zelfs, maar steeds geconsitereert is, als een sequeele van den Inzaam, ten eenemaal daar van de pen„ deerende, en zoo sterk daar op influeerende, dat men die prijs verhoogingen niet anders kan wet„ tigen, dan hoofd zakelijk op te gemoet koming van schaade door den handel, vise versa, geleeden, in zoo verre dat men meent de verstrekte koop„ manschappen /:gelijk waaragtig is :/ te duur be„ taalt, en de ingezamelde Lijwaaten, te goed koop geleevert te hebben §17. Aes U Hoog Edelheeden de taet die mij is opgelegt, ter mijner gerustheijt geduurig gelieven te beschouwen uijt een zodanig gezicht punt, als 1 24. durve ik mij vleijen dat dit toegenegen begrip, en U Hoog Edelheeden kragtdadige maintenue en protexie, zeer haast zal doen gebooren worden het te wenschen tijd stip van alles in goede ordre op een goede Moet gebragt, en tevens ter Executie gestelt te zien de beveelen, tot vergoeding van schaade, successive gegeeven, in zoo verre de laaste met nomen, geloove onet mogelijkheijt ter uijtvoer te brengen te zyn. § 18„ van den uijtslag van den verkoop, geduurende 17/91. Zal, na gewoonte 17 het verstreeken boek Iaar bij het laatste generaale verslag, de verschuldigde tvertooning gedaan, en als dan bij Confrontatie tegen het andere nagegaan van het eene Rendement worden het verschil, in het advans of het een of ander, met bijvoeging der reeden waar aan dat moet worden toegeschreeven § 19. Inmiddels bedanke ik U Hoog Edelheeden wel zeer ootmoedig voor de bij par: 26. gementio„ neerde gunstige prijs vermindering der Negelen en het Iapansch Haafkoper, verzeekerende dat het aan mijn goede wil en betrachting om de specerijen met elkander tegen de beste pryzen te verkooppen, niet zal haperen, maar het onmogelijke daarn om trent, openbaart zig allengskens, hoe langer hoe meer, zoo dat, zonder de vide par: 27. afdaalende markts prijs die vreemden met de nagelen en het koper te volgen 'er voor al omtrent het laatste, Dit geene apparentie meer is tot den vertier . word
English
is affirmed on all sides, and it is for that reason that I have once again taken the liberty, in the recently dispatched general letter, to request a further price reduction, and to show what prospect there appears to be of inflicting damage on the foreign copper trade, if one would be pleased to content oneself with that which keeps them satisfied, it speaking for itself that when, according to what appears in paragraph 28, the copper at Batavia can be sold for 42 Rixdaalders the Pikol cash money, and that this can take place to such an extensive quantity that the sum required annually for Kormandel can be supplied, this means appears infinitely better than the transport of copper subject to so many commotions and inconveniences, and especially if it is necessary to continue with previous maxims, and it might not be found more advisable to adapt therein to the times, since these cannot in any way be improved by any customs, however praiseworthy and good. § 20. It is therefore to be hoped that it will not have to go to this extreme, and that Your High Right Noblenesses, considering that when this happens or is found strictly necessary, Kormandel will be ruined, will be able to devise some preventive measure against such a danger, in accordance with your infinitely better insight into matters. For if the requisitioning of copper and cloves falls away, the same naturally applies to nutmegs and mace; consequently, the profits on other articles cannot possibly make good the expenses of the government. Whereas on the contrary, if regarding both the first articles, the cloves and the copper, Your High Right Noblenesses could come to the decision to grant, if not publicly, secret authorization for lowering the prices, if necessary to those of the market, and even if this were only provisionally regarding the copper alone, it appears that in proportion to the improvement of the circumstances of the times, the improvement of the state, and consequently the preservation of the government, can also be effected, and by considering matters more economically along the way, not only to make it subsist on the profits, but to have more left over than has been feasible under the condition of having to adhere to these and those prices! With the cloves that path remains open, namely that, if necessary, the difference between the set price and the public market price could be remedied by setting as much, or somewhat less, for the nutmegs and mace. But with the copper, the only and ultimate measure, possibly of two evils the better, is the embracing of the necessity of the further price reduction, through which one might very well be placed in a position to vend 300000 lb, slightly more or less annually; of the profit that is estimated to be made annually upon the sale of such a quantity and 15000 lb of cloves, I have, merely for speculation, had the enclosed calculation made, set against the disadvantage that is to be calculated on the remittance of such a capital in cash. This profit, so necessary to make the government subsist in a bad time like the present, being still attainable, will, if circumstances change for the better, rather increase than decrease, for it cannot become more unfortunate than at present, and the fate of commerce will mainly depend on the outcome of the ruinous war with Tippo, who being subjugated, as it is stated must happen cost what it may, can cause matters to take a completely different turn, and pave the way to a more extensive trade. § 21. In the statement of finances sent over in anno passato, vide packet 30, it was stated that if the then existing stock of Cloves and copper could be vended at the then desired price of 400 and 80 pagodas the bahar respectively, there would then, far from money falling short for the procurement, still remain a considerable sum. But the outcome has shown the contrary: the suppliers, at the first term of the delivery, still accepted both Cloves and copper at the old high prices, because that which had to be added to it in ready money was found by granting a bill of exchange via the North; but at the second term, when notwithstanding the successfully achieved money negotiation, barely half of what was needed in cash was to be found, I was obliged to let them enjoy the reduced price, and nevertheless, they refused in August, when the last delivery had to be furnished, to accept more copper and cloves from me, both because it was then too late to seek an outlet for it, and because they suffered too much loss with the said reduced price compared to the public market price and the charges which they must pay on account of transport to Madras, and export and import here and there. This loss is cited in the general report of the ultimate of February 1781, and the calculation of the transport and other charges is entered in the resolution of 18 November 1790.
Dutch transcription
239 word allerweegen geaffirmeert, en het is daar om dat ik andermaal, de vrijheijd gebruijkt hebbe, bij de Iongst afgegaan gemeene brief, een nadere prijs vermindering te verzoeken, en te vertoonen welke apparentie 'er schijnt te zijn om den vreemden 1. koper handel afbreuk te doen, indien men sig ge„ lieve te vergenoegen met het geen, waar meede zij zig te vreeden houden van selfs spreekende dat wanneer na het voorkomende bij Jar: 28. het koper te Batavia kan worden verkogt tegen 42. Rixdaalders het Pikol kontant gelt, en dat zulks kan geschieden tot die uijtgestrekte quan„ titeijt, dat de voor kormandel benodigde som 's jaarlyks kan worden gesuppleert, dit middel oneijndig beter voorkomt, als de aan zoo veel commotien en ongeleegenheeden. onder hee„ vigen vervoer van koper, en voor al, in dien het noodzaakelijk is te continueeren bij voorige maxi„ mes, en niet raadzamer mogt worden bevonden, zig daar in te schikken na de tijden, wijl die, door geene gewoontens hoe prijzelijk en goed ook in eenige maniere zyn te verbeeteren § 20 § 20. Het is daarom te hoopen dat het, tot dit uijterste niet zal behoeven over te slaan, en dat U Hoog Edel„ heeden, considereerende dat wanneer dit geschiet of volstrekt nodig word bevonden, kormandel te niet gaat eenige behoed middel voor zoo een gevaar „na haare oneijndige beeter door zigt van zaaken zullen weeten uijttedenken. want vervalt het petitie neeren van kopper en nagelen, zoo spreekt dat ook van zelfs met de nooten en de foelij, gevolge„ de lyk konnen de winsten op andere articulen lonsten van het gouvernement onmogelijk goet maa„ ken. Daar in tegendeel, indien aangaande beijden de eerste articulen, de nagelen en het koper, U Hoog Edelheeden konden treeden tot het besluijt om, zoo niet publiek, geheimne qua„ lificatie te verleenen tot het afdaalen der prijzen, des noods, tot die der markt, en waare dit dan ook maar, bij provisie alleen omtrent het kooper, het zig laat aanzien dat na mate van verbeetering van omstanden des tyds, ook de verbeetering der staat, en gevolgelyk het behout van het gouvernement is uijtewerken, en 244 en door het algaande weg zuyniger te overleggen het zelve van de winsten niet alleen te doen be„ staan, maar meerder overgaaken, dan mits de bepaling van bij deeze en geene prijsen te moeten blyven, het doenlijk geweest is! Met de nage„ hen blyft dien weg open, dat des noods, het diffe„ rent der bespaalde met de publieke markts prijs sou konnen worden geremedieert, door zoo veel, ofte wat minder te stellen voor de nooten en foelij. maar met het koper is het eenige en uijtterste, mogelijk van twee quaade nog de beste, het amplecteeren van de noodzaakelijkheijt der verdere prijs vermindering, waar door men veel ligt, in staat geraakte tot een debiet van 300000 lb: iets meerder ofte minder 's jaars van de winst die bij vertier van zoo een quantiteijt en 15000. lb: nagelen gesteld word 'sjaars te maaken te zijn, hebbe ik, enkel tot speculatie laaten maaken de hier in geslooten bereekening, # 00 met tegen overstelling van het nadeel dat te beeijf„ feren is, op de overmaacking van zoo een kapitaal in terste etitio in Contanten. Deeze winst zoo noodig om het gouvernemmd te doen bestaan in een slegte tijd, als de tegenwoordige nog meede te neemen zynde, zal, zoo de omstandigheeden ten goede veranderen, eer toe als afneemen, want onge„ lukkiger als tegenwoordig kan het niet worden, en het tot des koophandels zal voornamelijk afhangen van den uytslag der verdervelijke oorlog met Iippoe„ die te ondergebragt wordende, gelijk men op geeft dat, het koste wat het wil moet geschieden, de zaaken een gansch andere keer konnen doen nee„ men, en den weg tot een ruijmer handel baanen § 21. Bij de in anno pass:o, vide pak: 30. overgezondene staat der financien is gesteld, dat indien den toenmaligen voorraad van Nagelen en koopper mogte te verdebiteeren zyn, tegen de toen begeerde prijs van 400. en 80. pagoden de baer respec„ tive, er dan verre van gelt te kort te schieten tot den Inzaam, nog een merkwaardige som Maar den uijtslag heeft zoude overblijven : De leverantiers hebben het tegendeel getoont : bij het eerste termijn der verstrekking, beiden Nr„ „gelen 243 „gelen en koper nog aangenoomen tegen de oude hooge pryzen, om dat het geen er in gereed geld by gevoegd moest worden, door het verleenen van een wissel om de Noort, word gevonden maar tot het tweede termijn wanneer er ongeagt de geluckiglijk geslaagde gelt negociatie, maar nauwelijks de helft van het nodige, in Contant was te vinden, was ik verpligt van de afgedaalde prijs haar te laaten gaudeeren, en des onaangezien, weijgerden ze mij in Augustus toen de laaste verstrekking gefourneert moest worden, meer koper en nagelen aanteneemen, zoo om dat het toen te laat was er uijtweg meede te zoeken als om dat zij te veel schaade leeden, bij de gem: afgedaalde met de publieke marks prijs en de ongelden die zij wegens Transport naar Madras, en vooruijt -en invoer alhier, en aldaar betaalen moeten. Deeze schaade is by het generaal verslag van ult:o february 1781. aangehaald, en de bereekening van de Transport en andere ongelden staat bij resolutie van den 18. November 1790. ingeschreeven 122. ment n
English
Section 22. With much regret I see from paragraph 31 of Your High Excellencies' separate letter how, regarding the fulfillment of the Homeland Demand for 1791 and the 7 tons of treasure calculated for that purpose by the Lords and Masters, I had fallen into a misconception, as if that gold was to be expected from Batavia. I assure Your High Excellencies on everything that is dear to me that from what was set down in the paragraph of the honored joint rescript of the date 17 August of the past year, I could form no other idea, the more so as it was not apparent how the 700000 guilders noted there were to be expected here, Your High Excellencies being pleased to add that on the basis of that calculation a return ship to Kormandel would be planned in the coming year 1791, with special instructions to make such preparations in time for the collection of the return cargo that the purpose could be achieved. To this was added an encouraging promise that there would be no lack of money, gold being the first and foremost thing that could and should operate upon the minds of the suppliers; and had fortune favored us to such an extent that we might have received 7 tons of treasure from Ceylon in March or April, I dare assure Your High Excellencies that the European and Indian demands, as far as this main office is concerned, would have been completely fulfilled from the North, unforeseen accidents excepted, and also better fulfilled from the South; whereas now, notwithstanding the money negotiation in May and June, because the second installment of the advance could not be fully furnished, and ultimately nothing could be supplied other than what could be provided in the month of August from the arrival by the ship De Zeebouwer, matters could not be brought further than to a quantity of 951 bales, which alone are to be counted toward the demands for 1791; of which, however, only 690 could be dispatched. Section 23. Although Your High Excellencies had reason, see paragraph 32 of the separate letter, to assume that no collection of importance would take place, and with very wise deliberation have again been pleased to refrain from sending a return ship, for which Horssen had already been planned, I nevertheless hope that, in proportion to the conceded unfavorable circumstances of the time, this outcome of affairs may have the fortune to give Your High Excellencies, as the first endeavor of a newcomer, some satisfaction. That 261 bales have had to remain behind, and among them virtually the entire collection from the South, Your High Excellencies, according to your customary fairness, will impute to me as little as the fact that the collection there could not be set in motion earlier than in May and June, chiefly through the aforementioned money negotiation, which certainly deserves some consideration regarding the otherwise late dispatch of the goods, which, because of the bad and stormy weather that arose in the meantime, turned out better than it appeared at the beginning; while the adverse second return voyage of the sloop De Herstelling from the North, and its too late arrival here to make a third trip with good success, although it was nevertheless attempted, is also the cause that 99 bales remained at Iaggernaijkpoeram and 5 at Palikol, as will be more fully shown in the general report of the completed trade, in so far as this has not already been done recently; had these unfortunate accidents not occurred, the ship De Zeebouwer, which was detained until 24 October chiefly for the sake of the aforementioned considerable quantity of bales, and set sail from the roads here the following day with fine good weather and the most excellent opportunity of a fresh northwest wind, would have carried a quantity of 1071 bales, as appears from a brief summary of what was dispatched and what remained as balance, as: Dispatched: 495 bales for Europe, 195 bales for India, together 690. Balances: 87 bales for Europe, 70 bales for India, 104 beyond, together 261. Together: 582 bales for Europe, 265 bales for India, 104 beyond, together 951. On the demands of 1790: 20 bales for Europe, 17 bales for India, together 37. Beyond and outside the demands: 44 bales for Europe, 32 bales for India, together 76. Of Portonovo incomplete: 7 bales for Europe, together 7. Total: 653 bales for Europe, 314 bales for India, 104 beyond, together 1071. Section 24. The aforementioned remaining bales will, according to the resolution of the 7th of this month, be sent to Gale by mid-January next at the latest. I hope that by that time the sloops De Herstelling and De Zeerob, which are to be repaired at Portonovo, can be put in a condition for the conveyance thereof; for, after Your High Excellencies' authorization for that dispatch, and because the number is too considerable, it appeared inadvisable to me to let the said bales lie over and employ them for the new demands, the more so as, according to the written report given to me by our master of equipage, mid-January is the best sailing season to Ceylon, and with any favorable opportunity the voyage is speedily completed, at the latest in 8 to 10 days, when these bales will still arrive in time enough for the European ones to be dispatched by the return ships, and otherwise with those for India in February to Batavia; it depending specifically, with the bales from the North, whether both sloops or only one of the two should be employed for the transport, for had suitable vessels been obtainable in the latter part of September or in the beginning of October, the Iaggernaijkpoeram bales, amounting to a number of at least 99, could have been here before the departure of the ship; but for that purpose all trouble taken there and at Bimilipatnam was in vain, because the dhoney and botel-cargo masters betake themselves around that time to the Mud Bay north of Bimilipatnam for the winter, and navigation to the south with the same is not
Dutch transcription
§ 22. Met veel leedweezen, zie ik bij par: 31. van voorm: u Hoog Edelheeden apparte missive; hoe ik wegens de voldoening der Patriasche Eysch voor 1791. , en de daar toe gecalculeerde 7. thon schats door de Heeren en Meesters, in een verkeert begrip ware vervallen, als of dat gout, van Batavia was te verwagten. Ik betuijge u Hoog Edelheeden op alles wat mij dierbaar is, uijt het ter neder gestelde bij Ps: van de geeerde gemeene res„ cripetie de dato 17. augustus Anno pass:o, geen ander ide te hebben konnen formeeren, te meer zonder blyk hoedanig de aldaar genoteerde ƒ700000. alhier waaren te verwagten, u Hoog Edelheeden er gelieven bij te voegen dat uijt hoofde van die Calculatie in het aanstaande Iaar 1791. een retourschip naar Kormandel sou worden geprojecteert, met speciaale last, om ter ver„ Hameling. van het retour in tijds, zulke preparatien te maaken dat aan het oogmerk konde voldaan worden. Hier toe was eene aanmoedigende belofte dat het aan geen gelt Goud het eerste, en voornaamste dat of raperen het 245 het gemoed der Leveranciers konde en moeste warken, en hadde het geluk ons zodanig meede geloopen, dat we in Maart of April 7. Ton schats van Ceylon hadden mogen ontvangen zoo durve ik u Hoog Edelheeden verzekeren dat de Europische en Indische Eijsschen, voor zoo verte dit Hoofd kantoor aangaat, en van de Noort, onvoorziene ongevallen uijtgezon„ dert geheel en van de Zuijd ook beeter vol„ daan zouden zijn geworden; daar het nu onaangezien de geld negociatie in Meij om dat het tweede termijn der ver„ en Iunij strekking niet ten vollen, en op het laaste, niet anders heeft konnen gefourneert worden, dan het geen in de maand Augustus uijt den aan„ breng per het schip De Teebouwer kon wor„ den verstrekt, niet verder is te brengen ge„ weest, als tot een quantiteijt van 951. pakken, welke alleen tot de Eysschen voor 1791. zijn te reekenen; dog waar van 'er maar 690. hebben konnen verzonden worden §23. Hoewel nu u Hoog Edelheeden reeden hadden van 000 heeden 1 van, vide pak: 32. des apparte brief te veronderstellen dat'er geene inzaam van belang zoude geschieden, en met een seer wijs overleg weder hebben gelieven aftezien van het zenden van een retour schip waar toe Horssen reets was geprojecteerd ge„ weest, hoope ik egter dat na mate van de toe„ „gestemde ongunstige omstandigheeden des tiyds, deezen uijtslag van zaaken, het geluk mag heb„ ben u Hoog Edelheeden als het beginsel van een nieuweling, eenig genoegen te geeven. Dat er 261. pakken hebben moeten overblyven, en daar onder genoegzaam de gansche Inzaam van de Zuijdt, zullen U Hoog Edelheeden na haare gewoone bellijkheijt, mij zoo min impr„ teeren als dat den Inzaam aldaar niet eer als in Meij en Iunij, voornamelijk door de voorsz: ged negociatie heeft konnen aan den gang gebragt worden het welk zeeker eenige Consideratie verdient no„ pens de anders te laat uijtgevallen afzending der goederen dat om het onderwijl opgekomen trac des en stormagtig weer beeter is uijtgevallen, dan 't sig in den beginne liet aanzien, terwijl de tegenspoedige 28 tegendspoedige tweede te rug reijs van de sloep De Herstelling van de Noort, en dies te laate aankomst alhier om, met goed gevolg, schoon het egter is gepro„ beert, een derde togt te doen meede de oorzaak is dat 99: pakken te Iaggernaijkpoeram, en 5 te Palikol zyn verbleeven, gelijk dat bij het gemeen verslag van den afgeloopen handel in zoo verre het nu Iongst niet reets is geschiet nader voldoende vertoond zal worden; waaren deeze ongeluckige toevallen niet ontstaan, het schip De Zeebouwer, dat voornamelijk om de wille van voorsz: aanzienlyke quantiteijt pakken tot den 24. October aangehouden, en 's daags daar aan met schoon goet wier, en de aller kostelijkste gelegenheijt van frisse N: W: wind hier van de rheede onder zeil gegaan is, zoude een quantiteijt van 1071. packen vervoert hebben, gelijk blijkt bij een korte samentrekking van het verzondene, en per restant geblevene, als Verzonden Pdken 495 p:s 195. p:s –. p:t 690. verzonden - - - — „ 870 „ 70 - „ 108. - . 261. restanten- P=ro 502. ƒ 65 . 1 4. . 1. Te Zamen op de Eysschen van 1790: - „ 20. 17. - —. -. 37. „ 44. 32. —. – 76. boven en buijten de Eijssche van Porlonovo onvoltallige — - „ 7. . —. — 7. Totaal - - P:s 6 ƒ 32 ƒ 4 ƒ 171. § 24: — De gemelde overgebleven pakken zullen vol„ gens besluijt van den 7. deezer naar gale worden gezonden, uijterlijk medio Ianuarij aanstaande Ik hoope dat tegen die tijd de sloepen De Her„ stelling en De Ieerob te Portonovo staande gerepareert te worden tot den overvoer van dien zullen in staat te brengen zyn; want, na de qualificatie van u Hoog Edelheeden tot die verzending, en om dat het getal te aanzienelyk is quam het mij ongeraaden voor, de gemelde pakken te laaten overleggen, en te emploijeeren op den nieuwe Eyjschen, te meer, na het mij gegeeven 1 Euraopa, V:r India V: bijen te zamen schriftelijk 249 schriftelijk rapport van onze Equipagiemeester, medio Ianuarij de beste zeijl tijd is naar Ceijlon, en bij eenige voordeelige gelegenheijt, de reis spoedig, uijter„ vi lijk in 8 â 10. dagen is afteleggen, wanneer deeze pakken nog tijdig genoeg aankomen om de Europi„ sche per de retourscheepen, en anders met die voor India in februarij naar Batavia verzonden te worden: zullende het met de pakken van de noort, speciaal afhangen, of de sloepen bei„ den, ofte maar een van beiden tot den overbreng dienen te worden geEmploijeert, want ware 'er bequaame vaartuijg te bekomen geweest in het laast van September, of in het begin van October, zoo zouden de Iaggernaijkpoeramsche pakken ten minsten een getal van 99: uijtmakende voor het vertrek van het schip hebben konnen hier zijn: dog daar toe is aldaar, en te Bimilipatnam alle aangewende moeyte te vergeefsch geweest, om dat de Toni en boskof voerders, zig om die tijd ter overwintering be„ geeven naar de Modderbaaij benoorden bimili patnam, en de vaart om de zuijd met dezelve, niet
English
opens rather in the latter part of December, or even not until January, depending on how the monsoon then declares itself and brings workable weather. Paragraph 25. Your High Nobilities, according to paragraph 34 of the aforementioned separate letter, desiring to be informed and pleased to ask me the reasons why the advance provision on the Homeland Requisition for 1791 was furnished in cash, and that for the Indies was to be done partly in merchandise, will, as I hope, easily be able to deduce from what has already been cited and more broadly demonstrated in the general report, that this was done because the suppliers could not be persuaded on any other terms to undertake such a specially recommended supply and preparation of a return shipment for the Homeland; and since the capital projected for this was always expected by me with cheerful hope from the Indian Headquarters, it appeared to me that this condition or request ought to be granted in order the sooner to achieve the objective of dispatching a well-laden return ship, and not to cast doubt upon a condition which I firmly imagined I would be able to fulfill, whether the money were sent from Ceylon in March or April, or whether, as I imagined, one of the two ships could have been dispatched earlier than usual with that sum from Batavia. Paragraph 26. The shipment sent per the ship De Teebouwer amounts to ƒ591441. 4. –. To this end, in order to satisfy the collections on the Requisitions for 1791, there was negotiated at interest ƒ141120. –. –, and repaid ƒ123981. 3. 8., so that the borrowed capital running in 1791, besides the old Nagapattinam debt, amounts to ƒ66870. –. –. For the repayment of this, and of what must further be borrowed to satisfy the Indian Requisition for 1792, I implore Your High Nobilities with the greatest emphasis to enable me by any possibility; the capital required for the said Indian Requisition for 1792 amounting to ƒ50354. 16. 8., as shown by the attached brief Demonstration of the financial requirement for that year, as drawn up on the 28th of October 1791, presented to the council the following day, and it was then decided to authorize me to raise a provisional loan thereon of 20 to 25000 pagodas, which to this hour has not succeeded, the house of Pelling and De Fries in Company at Madras having invested their money in other funds, and apparently nothing is to be expected from Phamier Sultan, because I see no chance of selling the arrack and thereby paying off, as I had intended, wholly or in part his sum of 9000 pagodas borrowed for six months, to which end I shall nevertheless make every effort, even if I had to let the arrack go for 25 pagodas per leaguer, the highest that has been offered for it thus far, because Madras is glutted with that beverage and French brandy, with which some proceed on their way as far as Bangalore, is preferred above all else, although it is so expensive that a bottle costs 1 pagoda, for which other beverages transported thither are also sold, which in large casks such as leaguers is utterly impossible. Of the borrowed, repaid, and still outstanding capital, I have, for clearer demonstration, had three such memoranda drawn up, which I take the liberty of attaching hereto for the esteemed consideration of Your High Nobilities. The actual existing shortage of money, since all that is still on hand consists of the imported ducats and gold rupees which have been melted into bars and are needed for daily expenses, may long keep me in difficulty regarding the conclusion of the contract for the new tender. For according to the contents of a petition already handed to us, but not yet served at the assembly, from the Pulicat merchants, they not only insist on being provided three-fourths in cash and only one-fourth in merchandise in two installments because it otherwise drags on too long and they indeed have trouble collecting the linens, but what is most precarious of all, they declare that they cannot accept the cloves higher than 340 to 350, and the copper for no more than 60 pagodas per bhaar. I do my best to depict this inconvenience to them as vividly as I can, but they say flatly that if I can obtain higher prices, I should just try to sell the spices and the copper to others, and give them ready money for the collection, knowing full well how difficult that would be for me and how long it would take before I was properly set right. Nevertheless, I assure Your High Nobilities that I will observe my duty and, above all, not go beyond the prices recently set by Your High Nobilities, although I know I cannot manage for that, unless my considerations, that by yielding somewhat regarding the one, the difficulties concerning the other would be removed, already touched upon in paragraph 20 hereof, appear permissible in order to act in such a manner. Paragraph 28. I hope that by mid-January next or sooner I may be in a position to give Your High Nobilities a more favorable report, and to say with greater certainty what will or will not be possible toward fulfilling the aforementioned Indian Requisition for 1792. The Homeland Requisition for that year
Dutch transcription
met eer oppengaat, als in het laast van December souwijl maar eerst in Ianuarij, na mate dat de mousson zig als dan declareert en handzaam weer aanbrengt. §25. U Hoog Edelheeden, volgens § 34. der meerm aparte brief, begeerende geinformeert te zyn en van mij reeden gelieven te vraagen, waarom de voor uijt verstrekking op den Patriaschen Eysch voor 1791. in Contant gefourneert, en die voor Indië, voor een gedeelte in koopmanschap, pen gedaan zoude worden, zullen uijt het reets aangehaalde, en bij het gemaen verslag breeder vertoonde, gelijk ik hoope, ligtelijk konnen of„ maaken, dat dit geschiet is om dat de leveran„ ciers op geen andere voorwaarden te persuadeeren waaren tot eene zoo speciaal aanbevoolen leve rancie en gereedmaaking van een retour Pro Patria; En dewyjl het daar toe geprojecteerde kappi„ taal, door mij althoos met een blijde hoof, van In„ diasch Hoofdplaats is te gemoet gezien, quam mij voor, dat die Conditie ofte begeerte behoorde te worden ingewilligt om het oogmerk ter afzending van 254 van een wel belaaden retourschip, des te eerder te bereijken, en niet twyffel agtig te maaken aan eene Conditie, die ik mij, hemels vast, voorstel„ de te zullen konnen nakomen, het zij dan dat het geld in Maart ofte April van Ceylon ware gezonden, ofte dat, gelijk ik mij verbeeld, een van de twee scheepen met die som van Bata„ via vroeger als ordinair hadde konnen worden verhonden § 26. Het verzondene per het schip De Teebouwer bedraagt ƒ591441. 4. –. , Hier toe is ter voldoening van het ingezamelde op de Eysschen voor 1791. op interest genegocreert ƒ141120. –. –. , en weder afgelegt ƒ123981. 3. 8. , dus 'er aan opgenomen kapitaalen in 1791. buijten de oude Nagapat„ namsche schuld voort loopt ƒ66870. –. . ter af„ legging van het welke, en het geen om den Indi„ schen Eijsch voor 1792. te voldoen, verder moet worden opgenomen, ik u Hoog Edelheeden met de meeste nadruk imploreere, mij bij eenige mogelijkheijt in staat te willen stellen; bedra„ gende het kapitaal dat tot gemelde Indische Eijsch Eysch voor 1792. word gerequiteert ƒ 50354. 16. 8. uijtwijzens de hier nevens leggende korte Aantooning van de geld benodigtheijt voor dat Iaar, zoo als die onder den 28: October 1791. opgemaakt,'s daags daar aan ter vergadering overgelegt, en toen be slooten is mij te qualificeeren, om, daar op eene negociatie, bij provisie van 20. â 25000 vrgoden te doen, welke tot deezer uure net gereusseert is, hebbende het huijs te Madras van Pelling en De Fries in Compagnie haar geld besteed in andere fondsen, en van Phamier sultan is apparent niets te verwag„ ten, om dat ik geen kans zie de Arak te verkoopen, en daar uijt gelijk ik meende zyne voor ses maanden, geleende som van 9000. pagoden geheel, of ten deele, afte doen, waar toe ik egter alle devoir zal aanwenden, alware het ook dat ik de Arak moest laa„ ten gaan voor 25. pagoden de Legger, het hoog ste, dat 'er tot nu toe voor is gebooden, wijl Madras ofgesropt is van die drank en 12. 53 25 127. en de fransche brandewij, waar meede sommige zig zoo ver als naar Bangeloor op weg ver„ voegen, boven alles word geprefereert, schoon Te zoo duur is, dat de boteille op 1. pagoot te staan komt, waar voor andere derwaarts vervoert wordende dranken meede verkogt worden, dat in groote fusten, gelijk leggers volstrekt ondoenlijk vaet. van de opge„ nomene, afgelegde en nog voortloopende kapitaalen, hebbe ik, ter duijdelijker vertoo„ ning laaten opmaaken zodanige drie me„ morien, als ik ter geeerde believende specu„ latie van u Hoog Edelheeden de vrij heijd neeme deeze by tevoegen De werkelyke subsisteerende onge„ legenheijd aan gelt /:wijl al wat 'er nog aan handen is, bestaande uijt de aangebragte Du„ caten, en goude Ropijen die tot staaven gesmolten, en nodig zijn voor de dagelyksche uijtgaven s 1 uitgaven :/ kan mij lange in verlegenheijd lar„ ten tot het sluijten van het Contract voor de nieuwe aanbesteeding. Want na den inhoud van een reets wij overhandigt, dog ter verga„ dering nog niet gedient Request van de Pallea„ katsche kooplieden, insisteeren zij niet alleen om ¾. aan kontanten, en maar ¼. aan koop„ manschappen te verstrecken in twee termijnen om dat het anders te lang aanhout, en zij wel moeijte hebben om de leijwaaten te verzaamelen, maar dat het bedenkelijkste van allen is, de Nagelen verklaaren ze niet hooger dan tot 340. â 350. , en het koper voor niet meer dan tot 60. pagoden de bhaar te kon„ nen aanneemen. Ik doe mijn best haar deeze ongelegenheijt zoo leevendig afteschilderen, als het mij mogelijk is: maar ze zeggen ront uijt dat ik, hooger prijzen konnende obtineeren de specerijen, en het kopper, maar aan anderen moet zien te verkoopen, en geeven haar gereed gelt gelt tot den inzaam, wel weetende hoe bezwaar, lijk mij dat vallen, en hoe lange het aanloopen zoude eer ik, behoorlijk te regt geraakte. Nog tans. ver zeekere ik u Hoog Edelheeden, dat ik mijn plicht betrachten, en voor al niet gaan zal buijten de Iongst door U Hoog Edelheeden bepaalde prijzen, schoon ik weet van daar voor niet te recht te konnen geraaken, ten zij mijne bedenkingen dat, door wat toe te geeven, nopens het eene, de zwaarigheeden omtrent het andere, worde uijt de weg geruijmt bij par: 20 in deeze reets aangeroert, geoor„ looft voorkomt, om dusdanig te mogen handelen § 28. Ik hoop dat ik met Medio Ianuarij aan„ staande ofte eerder in staat mag geraaken U Hoog Edelheeden voordeeliger verslag te konnen doen, en met meerder zeekerheijt te mogen zeggen wat 'er al of niet mogelijk zal zijn ter voldoening van voorsz Indische Eysch voor 1792. De Patriasche voor dat Iaar -
English
so that, even if it were to arrive in December, the prospect of undertaking anything based upon it due to lack of money appears so improbable that it seems unnecessary to touch upon anything further regarding that matter. As for what concerns the displeasure expressed in Your High Noble Lordships' esteemed separate letter, paragraph 36, regarding the immediate appointment and request from Bengal of the ministers of the current Jaggernaijkpoeram chief, Casparus Leonardus Eilbracht, on that account I am stricken to my very soul. That Your High Noble Lordships are pleased to consider this as having been done in haste, just as if there were danger in delay, and to give so unfounded as well as improper a poor opinion of all Coromandel servants, grieves me even more. Your High Noble Lordships having since been informed of infinitely more omissions and negligences than I could then report, and especially of such questionable discoveries and investigations, in which, according to the separate letter dated 11 May 1790, the principal servants were involved, may it please you favorably to grant me a hearing in my obligated defense. By the aforementioned letter, it pleased Your High Noble Lordships seriously to recommend to me to investigate accurately the charges brought by van Byland, then chief of Jaggernaijkpoeram, against the administration, both to the charge of the then commanding officer Mr. Tadama, the elected Chief Administrator van Halm, at that time also at Jaggernaijkpoeram, as well as the other servants, and to elucidate to Your High Noble Lordships truthfully and with appropriate resolve how matters stand therewith. This commission was, by further separate letters from Your High Noble Lordships dated 2 July 1790, extended to several fraudulent actions in the Company's service, charged against the aforementioned Mr. Tadama, the Council members, and others by the aforementioned van Byland, with orders to investigate everything strictly and exactly, as well as to deliver a full report and account regarding all my findings. Indeed, according to Your High Noble Lordships' respected rescript to Mr. Tadama and myself dated 17 August 1790, particular scrutiny had to be given to the report of the commission which had been appointed by the previous administration to investigate matters at Jaggernaijkpoeram. What else could I do, given the nature and circumstances of the matters themselves as well as those of the commission entrusted to me, than in the first place let my thoughts turn to someone who could be of real service to me in these delicate affairs and serve as assistance? Everything I saw around me was implicated in the affair by one accusation or another, or by some other connection. Thus necessity, far more than any other motive, compelled me to have recourse to the administration of Bengal, and provisionally to request their approval of the choice that I found myself conscientiously obliged to make: namely, in such a tangled situation and amidst so many critical particulars, to fix my attention for assistance and help upon my brother, both because of the bond of nature and on account of his known competence and insight into affairs. Far be it from me to appraise the candor and good faith of any of the Coromandel servants below their value; but in this case, the difficulties presented themselves too numerously and too peculiarly for me to take any other course without reproach, blame, or suspicion. Van Halm was, as stated, suspended from function at Jaggernaijkpoeram, and provisionally retained by Your High Noble Lordships in the service of Chief Administrator. Van Byland was the main party and under arrest. Van Someren shared in all the points that I was requested to investigate, and especially in the counterfeiting of the dabboes, on account of the management of affairs at the mint. The commissioned investigators of the Jaggernaijkpoeram dispute were themselves suspect to Your High Noble Lordships, and were fiercely accused in this matter, also by van Byland, and after investigation into their conduct were found not entirely blameless. At Jaggernaijkpoeram, matters could not be left as the situation presented itself. It was necessary to provide for the management of the factory and what relates thereto, especially the new trade to be commenced for 1791; and for that purpose the commissioners Neshusius and Schliephaken also needed to be at their designated posts. Therefore, whereto take recourse? All the Council members, some more and others less, were implicated in the accusations by van Byland. By selecting any of the other Coromandel servants—of whom I could conceive none without deranging the matter in principle and throwing it into confusion, or stripping other offices and again being at a loss to fill these—the required outcome would not have yielded what Your High Noble Lordships desired to know, and probably nothing else would have arisen from it than a considerably long delay and no resolution, possibly an even more mysterious and questionable presentation of affairs, as in retrospect appears to have happened through the aforementioned commissioners, not out of unfaithfulness
Dutch transcription
zoo dat, al Iaar, is nog niet ontvangen quam Ie ook in December het voor uijtzigt om daar op uijt gebrek aan gelt, iets te on„ derneemen zoo onwaarschijnelijk voor„ komt, dat het niet nodig schijnt te zijn iets verder daar omtrent aanteroeren Wat nu nog aangaat het bij voormelde u Hoog ƒ29. Edelheeden geeerde apparte brief § 36. voorkomen, de ongenoegen over het daadelyk aanstellen en verzoeken uijt Bengale van de Minis„ tiers van het tegenwoordig Jaggernaij & poe„ ramsch opperhoofd Casparus Leonar„ dus Eilbracht daar over, ben ik tot in mijn Tiel getroffen. Dat U Hoog Edelheeden dit gelieven aantemerken, als geschiet te zijn, bij verhaasting, even als of 'er gevaar was in de uytstelling en om zoo ongegront als om„ gepast een slegt ide van alle kormandel„ sche Dienaaren te geeven, bedroeft mij nog meer. U Hoog Edelheeden zeedert geinfor meert van oneijndig meer verzuijmen, en nalatig„ „heeden 13. 13. 257 § 30. heeden, als ik toen kon ofgeeven en in zonder„ heijd van zulke bedenkelyke ontdekkingen en onder zoekingen, waar in volgens apart schrijven de dato 11. Meij 1790. de voor„ naamst der Dienaaren betrokken waaren gelieven mij goedgunstiglijk gehoor te verlee„ nen in mijne verschuldigde defensie Bij evengemelde brief behaagt het u Hoog Edelheeden mij serieus te recommandeeren, de door van Byland, toen opperhoofd van Iaggernaij 2 poeram, tegen het ministerium. zoo tot laste van ingebragte beschuldigingen, den heer toenmaligen gezaghebber Tadama den geëligeerden Hoofd-administrateur van „ nog Halm, te dier tijd ook te Zaggernaijkpoe„ 3 ram, als de verdere dienaaren, naukeurig te ondersoeken, en u Hoog Edelheeden na waar„ heijd, en met een gepaste Cordaatheijt te eluci„ deeren, hoedanig het daar meede geleegen is. Dee„ De Commissie, word bij nadere aparte letteren van van u Hoog Edelheeden de dato 2. Iulij 1790 geExtendeert tot verscheijden frauduleuse be„ handelingen in 'sComp:s dienst, gemelde Heer Ta„ dama, de Raadsleeden, en anderen ten lasten gelegt, door voorsz: van Byland, met last om alles strict en Exact te ondersoeken, mits„ gaders nopens mijne bevinding van het een en ander een volleedig berigt en verslag te doen zelfs moest, volgens u Hoog Edelheeden gerespecteerde rescriptie aan de Heer Iadama en mij de dato 17. Augustus 1790. in het bij zonder naukeurig worden onder Togt, het rapport van de Commissie welke tot ondersoek van zaaken te Iaggernaijkpoeram door het voorig Ministerium was benoemt geworden § 31. Wat konde ik nu, na den aart en toedragt der zaaken zelve, als die der mij ogedragen Commissie anders doen, dan in de eerste plaat Mijne mijne gedagten te laaten gaan, over den een of ander, die mij in deeze netelige affaires van eenige wezenlijke dienst zijn konde, en strec„ ken tot assistencie. Al wat ik rontom mij Tag, was in de zaak door de eene of andere beschuldiging, of andere Connexie gemelleert. Dus dwong mij veel eer de noodzakelijkheijd, als eenig ander motif om mijn toevlugt te neemen tot het ministerium van Bengale, en bij provisie, haare goedkeuring te verzoeken van de keuze, die ik mij gemoedelijk verpligt vond te doen van namelijk in zoo een verwarde omsleeg, en in zoo meenigvuldige Criticque bij zonderheeden tot assistencie en hulp my„ aandagt te vestigen op mijn broeder, zoo om de band der natuur, als wegens zijne be„ kende kundigheijd en door zigt van zaaken. verre van mij, om het Candeur en de goede trou van iemand der Kormandelsche bedien„ den te taxeeren beneeden haere waarde: maar in deezen, deeden de Zwaarigheeden zig te meenigvuldig en en te eijgen aartiglijk aan ni op, dan dat ik sonder reproche, verwijt of verdenking eenige andere weg konde inslaan. Van Halm was als gezegt te Paggernay kpoeram buijten functie, en door u Hoog Edelheeden, bij provisie, gelaaten in den dienst van Hoofd-administrateur. van Byland hoofd partij, en in arrest. van Someren deelde in alle de pointen die mij ge„ demandeert waaren te onderzoeken, en in zonderheijd in de vervalsching der dabboes, wegens de directie van Zaaken in de munt. De gecommitteerde onderzoekers van het Iagger„ naijkpoeramsche different waaren zelfs bij u Hoog Edelheeden suspect, en zijn ter Zaake, ook door van Bijland, ten heevigsten aangeklaagt mitsgaders na onderzoek in haar gedrag met ten eenemaal onschuldig bevonden. Op Iag„ gernaijkpoeram kon het zodanig als het geval sig op deet niet worden gelaaten. Het was nodig te voorzien in de maneance van het kan„ took, en het geen daar toe relatie heeft, in zonder heijt 14 268 „heijt de aan tevangene nieuwen handel voor 1791. en daar toe diende de gecommitteerden Neshu„ sius en schliephaken ook te zijn op haare bescheijden posten. Derhalven, waar toe recours genoomen? Alle de raadsleeden de eene meer, en de andere minder, waaren betrok„ ken in de accusatien door van Bijland. Bij verkiezing van eenige der verdere kormandelsche bedienden, hoedanige ik geene konde bedenken sonder de zaak, ten principaale derangeeren en buijten haer zelve te brengen, ofte ontblooting van andere kantooren en wederom verleegen te staan met vervulling van deeze, ware er van het gedemandeerde dat niet geworden, het geen U Hoog Edelheeden begeerde te weeten en waarschijnelijk niet anders uijt voort ge„ sprooten, dan een Considerabele lange verwij„ ling en geen afdoening mogelyk nog miste„ rieuser en bedenkelijker voordragt van Iaa„ ken, als van agteren, blijkt geschiet te zyn door opgemelde gecommitteerden, niet uijt ontrou „
English
faithlessness or to act wrongly with intent, but thoughtless, ignorant compliance or accommodation, thus with no hope or prospect of remedying and redressing matters properly, in order to prevent such dangerous and fateful circumstances as those to which the aforementioned office of Iaggernaijkpoeram has been exposed, with danger of its total ruin. For this purpose, Right Honourable Gentlemen, I judged that I ought to look out for someone possessing more experience than has hitherto occurred to me, respectfully said without wishing to disadvantage anyone, in any of the Coromandel servants, and it is on that foundation that I proposed to the council the provisional election and appointment of my aforementioned brother, in case such were agreed to by the ministers in Bengal, whom we also requested to spare another junior merchant to be added as provisional second. For all of which reasons I pray Your High Honours to hold me beyond the suspicion of an improper disrespect, and that this otherwise unusual step is to be attributed to necessity and to the promotion of affairs to the best of my knowledge, and to nothing else; graciously forgiving me if I, completely without bad intention or desire to do wrong, but truly in the trust that I was doing well, have given Your High Honours cause for displeasure. For passing the appointment of my aforementioned brother as chief at Iaggernaijkpoeram and confirming him in that post, I express my most respectful gratitude to Your High Honours; likewise humbly requesting Your High Honours' favourable approval of the junior merchant Pieter Emanuel van Hogendorp as Resident at Portonovo pending Your High Honours' esteemed further pleasure. His petition to that end was recently sent by the ship De Zeebouwer, and after his appointment, the bookkeeper Philippus Jacobus Dormieux, residing at Nagapatnam, also addressed me regarding that residency, which I take the liberty to communicate as well, and that my provisional choice fell on the aforementioned van Hogendorp because he, having arrived from Bengal not without much expense, would wander idle here, and being left without employment, would increase the number of unemployed junior merchants to three. The neglect of the judicial proceedings against van Teijland, noted in Section 39 of Your High Honours' aforementioned separate letter, was, to my slight knowledge, not to be remedied, by reason of the separate commission granted to me for the investigation of matters, which had to prevail above all else, when the matter had not been made unshakeable, and I did not dare take it upon myself to propose something that could be understood as having been undertaken against the sense and meaning of the Commission, besides which the documents obtained for recrimination appeared to be informal, and both they and the conduct of the fiscal officer appeared to be objectionable and reproachable. Because of this, by instituting a judicial action, infinitely more difficulties and informalities would have arisen than by the path that I, to the best of my understanding, have taken; besides which, if judicial action must be taken against one person or another, this could take place with infinitely more skill and peace of mind for the parties at India's capital place than here, with people who are naturally inexperienced in such matters and consequently utterly at a loss. Meanwhile, without it being possible to await Your High Honours' respectable decision on the outcome of affairs, van Teijland, as was already communicated to Your High Honours under the date of 30 June of this year, has proceeded to that extreme that we had to have him prosecuted in court: firstly, because of his refusal to comply with the resolution of 29 April, previously demanded of him, to appear before a separate judicial commission to state all the crimes that he believed he could allege and prove, indirectly, against me as well; secondly, because by refusing to comply with this, he fell into the category of a calumniator and disturber of the peace; and thirdly, because he gave free rein to his passions to the extent of assailing me with disrespect, disobedience, and contempt; besides which it can be demonstrated and verified clearly enough from the documents that he sought to undermine my authority by rendering it illusory and making secret attempts to encroach upon it; so that no other course was to be taken to refute him than to have him sued, and to provide the opportunity for him to decline or recuse the Council of Justice, could he do so on good grounds. For merely allowing him to go on, continually stirring up trouble and declaring whomever he pleases to be rogues, traitors, or perjurers, could not possibly be tolerated without fear of more disadvantageous consequences. The trial was initiated against him in the ordinary manner, but he did not appear, and thus he brought forward no lawful reasons, as he ought to have done in the first instance, either against the judge or against the action brought against him, but, speaking vaguely and fighting the wind, he fulminated and divulged that if he became Ruler or commander, he would certainly see to it that he obtained justice. By this non-appearance he has neglected his pseudo-sustained right, and on the foundation thereof, and upon the condemnation that followed by default, I take the liberty, having been grossly insulted by him and assaulted in my entrusted public character, to beseech Your High Honours with the greatest respect that if he addresses himself to Your High Honours or a higher court, through the intervening sovereign power of Your High Honours and for the maintenance of
Dutch transcription
ontrou of om overzettelijk verkeert te handelen maar onbedagte, onkundige toegeeven - of in„ schikkelijkheijt, dus met geen hoop ofte voor uijt zigt om de zaaken, na behooren te remedieeren en te redresseeren, ter voorkoming van zulke dangereuse en noodlottige omstandigheeden als waar aan het voorsz: kantoor Iaggernaijk„ poeram, met gevaar van dies totaale ondergang is geexponeert geweest. Hier toe oordeelde ik Hoog Edele Heeren! te moeten omzien na iemand bezittende meer der ervaarendheijt, als mij tot nog toe /in eerbied gezegt zonder iemant te willen be„ nadeelen :/ in geene der kormandelsche Dienaaren is voorgekomen, en het is, op fundament van dien, dat ik aan de vergadering voorstelde de provisioneele verkiesing en aanstelling van voorsz: myn broeder, ingeval zulks werd geaccor„ deert door de ministers in Bengale, aan wien men tevens verzogt om er nog een onderkoopman te missen zijnde tot provisioneele secunde bij te voegen. Om alle welke reeden ik u Hoog Edelheed bidde 263 bidde mij te houden buijten het vermoeden van eene onbehoorlijke onEerbiedigheijt en dat deeze anders ongewoone uijtstap, aan nood en, ter bevordering van zaaken na beste kennisse, en aan niets anders, is toeteschrijven; vergeevende mij gracieuslijk indien ik, volstrekt met geen quaat inzicht, ofte om te willen misdoen, maar werkelijk in vertrouwen dat ik wel deed, u Hoog Edelheeden misnoegen hebbe gegeeven Voor het passeeren der aanstelling van gem: mijn„ broeder als opperhoofd te Iaggernaijkpoeram en het bevestigen van dezelve in die post, betuijge ik u Hoog Edelheeden mijne eerbiedigste dank„ baarheijt; levens ootmoedig verzoekende u Hoog Edelheeden goedgunstige approbatie van den onderkoopman Pieter Emanuel van Ho„ gendorp als Resident te Portonovo tot u Hoog Edelheeden geeert nader goedvinden. zijn Request ten dien eijnde is Iongst per het schip De Zeebouwer verzonden, en na zijn aanstelling, heeft zig om die residentie ook aan mij geaddresseert den te Nagapatnam resideerende boekhouder §32. Philippus Philippus Jacobus Dormieux, het welk ik de vryheijd neeme tevens te Communiceeren, en dat mijne provisio„ neele keuse op gemelde van Hogendorp is ge„ vallen, om dat hij uijt Bengale niet zonder veele onkosten, aangekomen, hier zoude leedig loo„ pen, en buijten bediening gelaaten zijnde, het getal der onderkooplieden buyten emploij tot drie ver„ meerderde. Het verzuijm der Iustitieele procedure §33 tegen van TEijland, aangemerkt bij § 39 van voormelde U Hoog Edelheeden affarte letteren, ware, na mijn geringe kennisse niet te remedieeren, uijt hoofde van de op mij verleende apparte Com„ missie tot ondersoek van zaaken die, boven alles moest prevaleeren, toen de zaak niet was bankvast gemaakt, en ik niet of om mij dorst neemen om voor te stellen, dat het begreepen zou konnen worden als aangegaan te zijn tegen de zin en de meening der Commissie, behalven nog 13. 13. nog dat de, tot recrimenatie ingewonnen stuk„ ken bleeken informeel, en zoo wel als het gedrag van het off: fiscaal recusabel, en reprochabel te zijn, Hier door zoude 'er door het institueeren van Justutieele actie oneijndig meer moeijelijk„ heeden, en informaliteiten ontstaan zijn, dan door den weg, die ik, na myn best begrip, hebbe ingeslagen; buijten dat zoo er tegen den een of ander Justicieel geageert moet worden, dit met oneijndig meer kundigheyt en gerustheyd van partijen kon geschieden op Indiasch Hoofdplaat„ ze, als, alhier met Lieden in zulke zaaken, na„ tuurlijk onbedreeven, en gevolgelyk ten uijtersten verleegen § 34. Ondertusschen, zonder dat ove den uijtslag van zaaken, U Hoog Edelheeden respectabele decisie heeft konnen worden afgewagt, is het, gelijk onder den 30. Iunij, deezes Iaars, bereets aan U Hoog Edelheeden bedeelt is, niet van Bijland overge„ slagen tot dat uijterste, dat men hem, in Rech„ ten heeft moeten laaten vervolgen, voor eerst, wegens weijgering ter voldoening aan het besluijt van den 29. April bevoorens gedemandeerde, om om te Compareeren voor eene apparte Justiteele Com„ missie tot het opgeeven van alle Crimens, welke hij vermeende, indtirect, ook tegen mij te konnen allegeeren en probeeren, ten anderen, om dat hij door te weygeren van hier aan te voldoen, verviel in de termen van een Calummateur en Phut„ en ten derde om dat hij zijn drif„ verstoorder ten ook zoo verre den teugel heeft willen vreren om mij met dis respect, dis obedientie en veragting aan te randen, behalven dat, uijt de stukken klaar genoeg is te demonstreeren, en te verifi„ eeren, dat hij mijn gezach heeft zoeken te on„ dermijnen, door het illusoir te maaken, en heiwelijke aan slaagen tot inbreuk op het zelve te doen; zulks 'er geen andere weg, ter zyner beleugeling was in te slaan, dan hem te laaten actioneeren, en gelegenheijt te procureeren, om de Raad van Iustitie /:konde hij het op goede gronden doen:/ te declineeren, ofte te recuseeren Want hem maar te laaten voortgaan, met ge duurig brouillerie te verwekken, al wie hij goet vind, voor schelmen, verraaders of meineetigen uijttemaaken 263 „uijtdemaaken, kon, zonder beduckting van nadee„ liger gevolgen, onmogelijk getoloreert worden. Het proces is, ordinario modo, tegen hem geenta„ meert, dog hij is niet gecompareert, en hij heeft dus, gelijk ter eerster instancie had behooren te doen, geene wettige reeden ingebragt, zoo tegen den Rechter, als de tegen hem aangelegde actie, maar in vago, en als in de wind schermende, gefulmineert en gedivulgeert dat hij Regent, ofte gebieder wordende, zig wel recht zou weeten te bezorgen. Door deeze non comparitien heeft hij zijn guasi gesustineert recht verwaarloost, en op funda„ ment van dien en daar op, bij contumacie gevolgde Condemnatie, bevrijmoedige ik mij van, als door hem grofvelyk beleedigt, en in mijn aanvertrout publiek Caracter aangerand, u Hoog Edelheeden met de meeste eer„ bied te smeeken, dat hij, zich wendende ofte Hoogere Rechter tot U Hoog Edelheeden door de tusschen komende souveraine macht van u Hoog Edelheeden, en tot maintien van