VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9719

Coromandel · 484 pages · 63 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9719_0152 view scan ↗

English

58½ the 11th of October 1785. showing the receipt that was counted into the treasury at Batavia by his proxies, amounting to 3052 23/30 ducatons, who, by express order of the Honorable Commander, measured all the measures of the island of Erican, and the villages of Mangewake and Aurewake, together with the hamlet of Canantorre, and properly confronted them against those of the Duan, it was approved and understood to note hereby that upon confrontation they found all of them in good order and had them calibrated with the customary mark of the Company and the year 85. The Bookkeeper Isaac Vrijmoet respectfully submitted by petition that by his proxies at Batavia, the third auction master Johannes Huijsinga 59 the 11th of October 1785. received Huijzinga and Attorney Willem Popkens, as appears from the First original Bill of Exchange annexed to his petition, there had been counted into the Company's general treasury in the year 1784 a sum of 5088 Rixdollars 13 stivers, or 3052 3/30 milled Ducatons, to be paid at Colombo to the order of the Petitioner; That in the month of March 1782, when he had departed for Bimilipatnam as a prisoner of war, he had remained there since, and thus did not receive the aforementioned first Bill of Exchange, as well as the second, before the recently past month of May, upon his return to Palliacatta, whereby the petitioner until now had had no opportunity to present them for payment. 60 request to claim that amount from Ceylon: That furthermore he has no proxies or any known friends at Colombo whom he could qualify to receive that capital; and therefore respectfully requests this Council to send his aforementioned first Bill of Exchange to Colombo at the first opportunity, with a request to the Government there to remit the aforementioned amount of 5088 Rixdollars 13 stivers in head-dollars or Spanish reals hither at the first occurring secure opportunity, in order to be paid out again to the petitioner here. the 11th of October 1785. 61 the 11th of October 1785. resumption of the findings of the ship the Castor's cargo. resolution to condescend therein resolution to credit the ship's officers' account for the discharged cargo. Whereupon, after deliberation, it was approved and understood to condescend to the petitioner's request, and thus to grant the requested letter of recommendation to Colombo. Having been received and resumed the findings together with the reports concerning the discharged cargo of the ship the Castor from Batavia, it was after deliberation approved and understood 1: To credit the pay accounts of the ship's officers in the customary proportions of buyout for 108 lb. Japanese Bar Copper, 200 lb. Powder Sugar, 75 lb. Candy Sugar, 62 the 11th of October 1785. requisition for 1786. 75 lb. Dutch Iron, and 18 lb. Nails, which were retained in excess of the validation granted to them upon delivery of the brought parcels, 2: But on the other hand, to debit their pay accounts again in buyout for 19½ lb. Hoop Iron, 21½ lb. Wax Candles, 12 lb. Sail Yarn, and 15¾ lb. Fresh Butter, which they accounted for too short upon delivery of the brought quantities, beyond the granted percentages. 63 the 11th of October 1785. presentation of the provisional demand to be sent to Batavia, but with which request resolution to approve the same and to send it to Batavia. resumption of the account of travel expenses incurred by the Fiscal Simons. The provisional Demand of Cash, merchandise, and provisions for the year 1786 having now been exhibited at the table of this Council by the Honorable Head Administrator: it was, after resumption, approved and understood to approve the same hereby, as well as to send it with the ship the Castor to Batavia, with a respectful urgent request to Their High Excellencies, the Honorable High Indian Government, for a complete fulfillment especially of the gold and cash petitioned therein for making the collection amounting to f 900,000. Having been received and resumed the Account of the travel expenses incurred by the Titular Merchant and Appointed Fiscal Ioan Daniel Simons during his commission to Sadras: 64 the 11th of October 1785. resolution to pay him the amount thereof. increase in wage of the reader Dossijn to f 36. promotion of the junior assistant Bloeme to absolute Assistant at f 24. it was after deliberation approved and understood to have the sum of star pagodas 302 1 3/4 stated thereon paid from the Company's treasury. Upon the request made by petition from the reader here, Ian Dossijn, and on account of the ample expiration of time, it was after deliberation approved and understood to increase his wage from f 34 to f 36, on a new contract of three years commencing on the first of this month. Likewise, on account of expiration of time, it was also understood to promote the Junior Assistant Christiaan Theodorus Bloeme, who recently came over from Nagapatnam, to 65 the 11th of October 1785. Item the soldier Erhard to Junior Assistant at f 16. admission into service of a bookbinder at f 16. Absolute Assistant, with the wage standing for it of f 24 per month, on a new three-year contract, likewise commencing on the first of this month. And to promote to Junior Assistant at f 16 per month the soldier Iohannes Philippus Erhard, who since the year 1775 has performed his service as an apprentice at the secretariat at Nagapatnam. Lastly, by reason of necessity, it was approved and understood to engage in service the person of Willem Heijman of Nagapatnam as Bookbinder, under a salary of f 16 per month, on the customary contract of three years, commencing on the first.

Dutch transcription

58½ den 11. october 1785. vntonig den rijwat, dat door zijn gemagt: 3052. 23/30. duca„ tons tte Batavia in Cassa waren geteld, die op expresse last van den Heer Gesaghebber alle de maaten van het eiland Erican, en de dorpen Mangewake en Aurewake, mitsgaders het gehugt Canantorre gemee„ ten en behoorlijk geconfronteerd hebben, tegen die van den Duan, zoo is goedge„ vonden en verstaan daar uit bij deesen te no„ 9 1 teeren, dat zij alle dezelven bij Confrontatie wel bevonden en doen ijken, hebben, met het gewoone merk van de Compagnie en het Jaartal 85. — Is door den Boekhouder Isaac Vrij„ moet, bij Requeste vererentelijk vertoond, dat door zijne gemagtigdens te Batavia, 1 Johannes den derde vendemeester ƒ Huijsinga 1 59 den 11 ' october 1785. ontvangen heeft Huijzinga en Procureur Willem Popkens blijkens de bij zijn request gevoegde Eerste origineele Assignatie, in den Jaare 1784, aldaar in Compagnies groote geld kassa geteld geworden was; eene somma van Rijksdaalders 5088: 13. – of gecartelde Ducatons 3052 3/30., om te Co„ lombo aan de ordre van den Suppliant te werden voldaan; Dat hij in de maand Maart 1782: als wanner hij eest de assignatien krijgsgevangen na Bimilipatnam ver„ trokken weezende, zig sedert daar heeft opgehouden, en dus niet voor de Jongst gepasseerde maand Mai, of bij zijne te rug komst op Palliacatta de voorschreeve eerste Assignatie, gelijk ge mede g ft 1 60 versoek om dat bedragen van meede de traede, heeft mogen ontvangen, waar door den supliant tot heeden toe geen gelegenheid gehad . had, om die ter betaaling te kunnen presentee„ ren. Dat hij boven dien geene gemagtigden of eenigat bekende vrienden op Colombo heeft, die hij tot den ontvangst van dat Capitaal zouden kun„ nen qualificeeren; en derhalven deezen Raade met eerbied verzoekt, om zijne voorschreeve primo Assignatie brieff, bij de eerste gelegenheid 9 8 na Colombo te zenden, met versoek aan de Regeering aldaar, om het voorschreeve bebraa„ gen van Rijxds 5088. 13 - in kopdaalders of an spaansche reaalen, bij de eerste voorkomende secuure geleegenheid naar herwaarts over te„ „maaken, om aan den suppliant alhier, wee„ den 11. October 1785. der „Ceilon: te vorderen 1 den 11. October 1785 ding van het schip de heeden reek: te belasten voor de te min uitgeleverde „den te kunnen werden uitgekeerd.- waar op 1 na deliberatie goedgevonden en verstaan is in besluit daar inne te Condes„ het versoek van den suppliant te Condescendeeren, en dus, de versogte voorschrijving na Colombo te verleenen, cen dleeren Ingekome en geresumeerd zijnde de bevinding resumptie van de berin„ nevens de rapporten, wegens de uitgeleverde laa„ „ding van het schip de Castor van Batavia zoo is na deliberatie goedgevonden en verstaan 1:/ De soldij-rekeninge der scheeps overhee,„ besluit om der scheepsor=„ 1 „den in de gewoone proportien uitkoops te laalading. ten Crediteeren voor Castor 108. lb Staafkooper Iapansch 200. „ Zuijker, Poeder kandij zuijker 75 lb door : 6/ andij bij 1 62 den 11. october 1785. eijsch voor 1786. — 75. lb. ijzer Hollands, en spijkers, 18„ bij uitleevering der aangebragte parthijen, op de aan hun geaccordeerde validatie over„ behouden, 2. / Dog daar en teegen derselver soldij-reke„ ningen, weder uitkoops te doen debiteeren vvoor 19½ lb. hoepijzer 21. ½ „ wax kaarsen, 12. „ Zeilgaaren, en 15¾ „ Booter vrische, door hun bij uit levering der aangebragte quan„ titeijten, boven de geaccordeerde per centos, te min verantwoord diening van den poovisiemelen Den provisioneelen Eisch van Contanten Nots. 63: Den 11. october 1785. ven en na Batavia te dog met welk versoek gedaane reijs ongelden door den fiscaal Simons —. koopmanschappen en benodigdheeden voor den Jaare 1786. door den E: Hoofd-administrateur tans ter tafel van deezen Raade zijnde geexhibeerd: zoo is na resumptie, goedgevonden besluit dezelve te approbee„ en verstaan, den zelven bij deeze te approbeeren, mitsgaders met 't schip de Castor na Batavia te zenden, met eerbiedige instantie aan Hunne Hoog Edelheden, de Edele Hooge Indiasche Regeering, om eene Compliete voldoening voor al aan A H: Ed: van het daar bij gepetitioneerde goud en de Con„ . tanten tot het doen van den inzaam ter be„ draagen van ƒ 900'000. -. zenden. Ingekome en geresumeerd zijnde, de Rekening resumptie van de nik, der der gedaane rijs ongelden door den koopman te„ tulair en geligeerd fiscaal Ioan Daniel Simons geduurende zijne Commissie na Sadras: zoo ten 64. zelve aan hem te laaten; vol„ doen. verhooging in gagie van dien„ voorleeker Dossijn tot ƒ. 36. Bloeme tot as solut Assi„ tent met ƒ 24. — besluit het bedraagen der, is na deliberatie goedgevonden en verstaan, de daar op opgebragte somme van ster pƒ. 302. 1. ¾ uit Compagnies geld Kassa te laaten vol„ doen Op het bij Requeste gedaan verzoek van O den voorleezer alhier Ian Dossijn, en mits „ is na deliberatie ruime tijds expiratie „ goedgevonden en verstaan hem van ƒ 34. tot. ƒ 36. in gagie te verhoogen, Ja op een nieuw verband van drie Iaaren ingaande primo deezer. berording van den gr astet Desgelijks is, mits tijds oppiratie, almede verstaan den Jong Assistent Christiaan Theodorus Bloeme, die onlangs van Na„ gapatnam is overgekomen te bevorderen tot den 11. october 1785. Absolut 65 den 11. October 1785. tot J:o assistent met ƒ16. boekebinder met ƒ16. Absolut Assistent, met de daar toe staande: gagie van ƒ 24. ter maand, op een nieuw drie Jaarig verband, almede ingaande pri„ 8.9 mo deezer. —. En tot Jong assistent met ƒ16. ter maand Item denr soldaat Eyhard te bevorderen, den soldaat Iohannes Philippus Erhard, die sedert den Iaare 1775. als aankweekeling op het secretarij te Nagapatnam zijnen dienst gepresteerd heeft Laastelijk is, uit hoofde van verlegenheid admissie in dienst van een goedgevonden en verstaan den persoon van Willem Heijman van Nagapatnam, voor Boekbinder, onder een besolding van ƒ16. ter maand, in dienst te neemen, op het ge„ „woon verband van drie Jaaren, ingaan de primo

NL-HaNA_1.04.02_9719_0160 view scan ↗

English

Production of a letter from Ceylon of 30 June, the appointment of Mr. Blaaukamer as President, from the first of August last, or from the day that he served here. After these matters were concluded, the Commander produced once again the letter received from Colombo with the ship De Boot from the highly esteemed Government of Ceylon, dated 30 June 1785, communicating, among other things, the provisional appointment of Mr. Willem Blaaukamer as President, and orders as to how His Honour and the Council, after the taking over of the Company's places on this coast, should conduct themselves both with regard to the administration and the employment of the servants still living, insofar as no disposition had been made thereupon at Colombo; the said letter being accompanied by the plan of restoration regarding the offices on this coast, submitted by the Right Honourable Gentlemen Falck and Van de Graaf by separate letter of 19 March 1784 to Their Right Excellencies, the Honourable High Government of the Indies, together with the revered answer of the same to those propositions, contained in the letter of 26 July of the same year. As also the letter further received from Ceylon with the aforementioned ship De Boot, dated 17 July, containing communication of the election of the well-mentioned Mr. Blaaukamer to Commander in the Coromandel Government, and of the ceased subordination of this Government to that of Ceylon. The content of all the aforementioned letters having now, on the proposition of the Commander, been taken into consideration following the guideline of the notes excerpted therefrom, in order that from the resolutions to be taken thereupon a suitable report might be formed to the High Government of the Indies of the provisional measures and arrangements made and taken by this Council with relation to the domestic and mercantile administration in the offices of the Company on this coast returned by the English outside Nagapatnam: so it is, at the express wish of the Commander, understood beforehand to thank Their Right Excellencies in the outgoing letter in his name with respect and gratitude for the honour of his appointment, while at the same time expressing on his part that he hopes, as far as his strength will permit, to fully satisfy the trust that They have been pleased to confer upon him by entrusting him with an office of so much importance and esteem. The Commander having been instructed by the aforementioned Ceylon letter dated 30 June to restore the Council of Policy immediately after the taking over of the offices, to take the oath therein, and subsequently to swear in all the members: so it is understood with regard to this item to note in the letter to Batavia that of the previous members of the Nagapatnam Council there are still living: The merchant Paul Engelbert van Halm, The titular merchant Joan Daniel Simons, and The junior merchants Martinus Stoffenberg and Fredrik Willem Bloeme; that to them, by the Commander, in conformity with the qualification so graciously granted to him, have been added: The merchant Nicolaas Sadama, and the junior merchant Willem Hendrik van Bijland, of whom the first has been appointed by the Government of Ceylon as Chief Administrator, with nomination for senior merchant, and the other as Chief and Second of Sadraspatnam, with nomination for merchant; and that by the aforementioned members, or rather those who were present here, the aforementioned Mr. Blaaukamer was on the 4th of August last received, recognized, and respected in the Council of Policy as Commander of the Coromandel Government, and the necessary reports thereof were dispatched to the subordinate factories; further citing that the swearing in of His Honour and the members has been postponed until the formulas lying at Nagapatnam shall have been received, because the formula sent over for the Commander from Ceylon was arranged as dependent on that Government, and therefore does not at all agree with that planned for a ruler of the coast. And with regard to the members still lacking to make up a complete Council, it is likewise understood to note in the outgoing letter that these will shortly be chosen by the Honourable Commander from the most capable and faithful servants, and submitted to Their Right Excellencies for approval.

Dutch transcription

66: productie eenes briefs van Ceijlon van den 30 Junij de aanstelling van den heer Blaankamer tot president, primo augustus laastleeden, of van den dag af, dat hij alhier dienst gedaan heeft. da dat deeze zaaken waren afgeloopen, pro„ duceerde de Heer Gezaghebber andermaal de met het schip de Both van Colombo ont„ vangen missive van de zeer geeerde Ceilon„ sche Regeering gedateerd 30. ' Iunij 1785. be„ gegeeven Communicatie van heb zende onder anderen Communicatie van de provisioneele aanstelling van den Heer willem Blaaukamer tot President; en ordres hoedanig zijn Ed: en den Raad zin na het overnoemen van de plaatzen der Compagnie ter deezer kuste, zoo ten aanzien van het bestier als het emploor der nog in„ weesen zijnde Dienaaren, voor zoo ver den 11. october 1785. daar 1 den 11. october 1785. N: Ed. dispositie daar op, van Ceilon van den 17. Julij. daar omtrend op Colombo niet was gedisponeerd, zig zouden hebben te gedraagen: zijnde ge„ „melde missive verzeld, van het, door de wel Edele Groot Agtb: Heeren Falck en van de Graaf bij aparte missive van den 19:' Maart 1784. aan Hunne Hoog Edelheeden, de Edele Hooge Indiasche Regeering, voorgedraagen plan, van herstel ƒ ƒ ƒ 9 omtrent de Comptoiren op deeze kust met het overgezonden plan, mit s„ gevenereerd antwoord van Hoog deselve op die propositien, vervat bij missive van den 26. Iuli deszelve Jaars. —. Zomede de met het evengemelde schip de nader ontvangene missive Both van Ceilon ontvangen missive van den 17. Iuli, behelzende Communicatie van de electie van welm: Heer Blaaukamer 2 tot 2 68 kelijkheid van dit Gouver„ nement aan dat van Ceilon„ besorigenen over den inhoud dies bedeeling van de mashan tot gezaghebber in het Chormandels Gou„ 49 vernement, en van de gecesseerde onderhoorigheid van dit Gouvernement aan dat van Ceilon. Over den inhoud van alle de voorschreeve brieven, tans, op de propositie van den Heer gezaghebber, na den lijdraad de daar uit geëxerpeerde notelen, ter besoigne getreeden zijnde, ten einde uit de daar op te neemene besluiten zou kunnen worden geformeerd. een geschikt verslag, aan de Hooge In„ diasche Regeering, van de provisioneele ere maatregelen en schikkingen door deezen 1 Raaden gemaakt en genomen, met rela„ tie tot het huis houdelijk en mercantieel be„ stier, op de door de Engelsche, buijten Me„ gapatnam te rug gegeeven Comptoiren van den 11. ' oktober 1785. de brieven, 69 den 11e October 1785. besluit de danker kente„ nisse van den heer Gezagh: aanschrijvens van Ceilon om den Raad van politie te herstellen. de Comp: te deeser kuste: zoo is, op de expresse begeerte van den Heer gezaghebber voor af ƒ verstaan, bij den afgaande brief, Hunne 1 „ Hoog Edelheeden, uit zijnen naam met eerbied en erkentenisse te bedanken, voor de eer zijner aanstelling onder betuiging teffens van zijne zijde, dat hij hoopt, voor zoo ver het zijne kragten zullen toelaaten, alle„ en onder welke verkeeke„ ƒ zins te voldoen aan het vertrouwen, dat Hoog dezelven aan hem hebben gelieven te defereeren, door hem een Charge van soo veel belang en aanzien op te draagen Bij den opgemelde Cijlonsche missive gedateerd 30. ' Iuni, den Heer Gezaghebber aangeschreeven zijnde, om direct na het over te betuigen ring 9 besluit A: H: Ed: te vertoo„ nen, wie van de voorige zee„ den nog in weezen zijn, Padama, en onder koopman van Bijland overneemen der Comptoiren den Raad van Politie te herstellen; daar in den eed afte„ leggen; en vervolgens alle de leeden te beëe„ digen: zoo is ten aansien van deeze post . verstaan bij de brief na Batavia te noteeren, dat van de voorige Leden van den 1 Nagapatnamschen Raad nog in weeken zijn, Den koopman Paul Engelbert van Halm, Den koopman titulair Ioan Daniel Simons, en De onderkooplieden Martinus Stoffenberg, en Fredrik Willem Bloeme; dat daar bij, door den Heer Gezaghebber, Conform: de - voeging daar bij van denr koopm: qualificatie zoo gratieus aan hem ver„ leend, gevoegd geworden zijn Den koopman Nicolaas Sadama, en den 11. october 1785. onder koopman 70. van ij den 11. october 1785. van den heer Blaaukamer tot Gesag hebber, Raad is uitgesteld, onderkoopman Willem Hendrik van Bijland: waar van den eersten door de Cijlonsche Regeering tot Hoofd administrateur, met voordragt tot opperkoopman, en den an„ deren tot opperhoofd en secunde van sadras„ palnam met voordragt tot koopman be„ noemd is; en dat door de voorschreeve Leden, erkenning door de Leeden 1 dan wel de geene welke hier present waren; den Heer Blaaukamer voornoemd, op den 4. augustus Jongstleden als gezaghebber van het Chormandels Gouvernement, in Raade van Politie ontvangen erkend en gerespec„ teerd geworden is, en de noodige berigten daar van afgezonden zijn na de onderhoorig„ fastorijen; onder aanhaaling wijders, dat dij Ed don zij Eed: en dens het beëedigen van zijn Ed: en de Leder uit 72. in waarom daags verkorsen worden, uitgesteld is tot men van Nagapatnam zal ontvangen hebben, de daar leggende formulieren, uit hoofde het Formulier voor den gezaghebber van Ceijlon overge„ 1 sonden, als dependent van dat Gouverne„ ment was ingerigt, en dus geensins over„ : een komt, met dat voor een gebieder van 1 de kust beraamd. — d de ovrigeleden zullen eert, En ten aanzien van de nog manquee„ vende Leden om een volkomen Raad uit te maaken, is almeede verstaan bij den 1 afgaande brief te noteeren; dat die eerst„ daags door den E: gezaghebber, uit de be„ kwaamste en getrouwste dienaaren verkoo„ sen, en Hunne Hoog Edelheeden ter appro„ batie voorgedraagen zullen worden. den 11: October 1785 Door van

NL-HaNA_1.04.02_9719_0167 view scan ↗

English

11 October 1785. Proposal made by Falck and van de Graaf in Ceylon to choose Palliacatta as a main factory. Resolution to establish the seat there, after the adoption of the proposal by their High Mightinesses. Without local knowledge of Palliacatta itself, and to demonstrate to their High Mightinesses that the proposal was only made and embraced for those reasons. It having been proposed by the Right Honorable gentlemen Falck and van de Graaf, by separate dispatch of 19 March 1784 written to the Honorable High Indian Government, that in the event Nagapatnam remained in the hands of the English, Palliacatta should be chosen as a main factory for this coast; and since the aforementioned proposal has been adopted by their High Mightinesses, it is approved and agreed to establish the seat of the main administration here. Yet with regard to Palliacatta itself, it is agreed after deliberation to demonstrate with all respect to their High Mightinesses how this Council trusts that only the lack of local knowledge could have caused the Right Honorable gentlemen Falck and van de Graaf to propose Palliacatta to their High Mightinesses, in the absence of Nagapatnam, as a chief place for this coast. And to explain that the aforesaid Gentlemen Councillors of the Indies will have attached great weight in making that proposal especially to their considerations that not only had Palliacatta been the main factory of the Company on this coast prior to the establishment of Nagapatnam, but in this most recent war it is the only one of all our possessions that was not demolished to the ground by the English. 11 October 1785. That, viewing the matter from this perspective, it was certainly plausible; but that, saving respect for the opinion of the two highly esteemed Gentlemen, one must nevertheless take the liberty to observe: Remark in this regard. That if one had had the good fortune here that the Right Honorable gentleman van de Graaf could have visited this coast in person, this Council holds it certain that his Right Honorable Strictness's choice would by no means have fallen upon Palliacatta as a main factory; but rather he would have found the two above-mentioned considerations too slight when weighed against the defects of that factory as a chief place. And resolution to demonstrate to their High Mightinesses that Palliacatta was indeed formerly the main factory, but not the most suitable place above the other places. To which end it was further agreed to demonstrate with respect that this Council is of the opinion that the former choice of Palliacatta as the main factory prior to the establishment of Nagapatnam proves rather, unless one is mistaken due to the lack of archives, that it was the first and only seat of the Company granted to it in the beginning, from where naturally all expeditions for the expansion of trade along this coast took place at that time, rather than that it is the most suitable for a main factory and preferable for that purpose above other places that are still possessed. 11 October 1785. Although there was more convenience at that time, which is now difficult to believe. That one cannot deny, however, that the situation previously offered more conveniences than now, primarily in the unloading and loading of ships and vessels, seeing that formerly the lighter vessels came within the river up to the now demolished residence of the fiscal, which is a stone's throw from the moat of the fort. Yet this has now changed to such an extent that it is difficult to believe it was ever so; further demonstrating in that respect that the mouth of the river, through which those vessels came so close, is silted up and unusable; that goods must now be unloaded onto the beach at an estimated horizontal distance of more than half an hour from the fort; Which inconveniences now present themselves. carried from there through heavy sand to the river, which is quite wide, loaded again into small boats, and then finally carried further up into the fort. That, however, no such great inconvenience was involved when Palliacatta was still a subordinate factory, where only those few goods were unloaded that were brought with sloops at different times from the chief place for its mere and almost insignificant trade; but that the inconvenience thereof makes itself felt when, at a late season, one or two ships must be unloaded, as is the case now. 11 October 1785. Which became evident during the unloading of De Both. That the ship De Both began unloading on 6 August, but despite all diligence applied could not depart before 5 September last, although all the copper brought by that vessel remained in it for Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam, and, apart from 33 packs of private linens, nothing other than ballast was shipped into it. De Castor had to remain untouched for so long. That in the meantime one was obliged to leave the ship De Castor untouched until after the departure of the aforementioned vessel. Thus too late to depart for Bengal. That this made it impossible to unload that ship early enough to depart for Bengal.

Dutch transcription

73:— den 11. October 1785. Ceilon om Pall, tot een hoofd Comptoir te verkie„ die propositie besluit den zetel aldaar te zonder locale kundig „heid van Pall: zelve ge„ Door de wel Edele Groot Agtbaare Heeren Gedaan propossitien van Falck en van de Graaf, bij aparte mis sive van den 19. ' Maart 1784. aan de Edele . Hooge Indiasche Regeering geschreeven, ge„ ad ƒ proponeerd g zijnde, om ingevalle Na„ 7 1 gapatnam aan de Engelsche bleef, Pallia„ catta tot een Hoofd Comptoir voor deeze kust te verkiesen, zoo is, wijl de voorschreeve propositie door Hunne Hoog Edelheeden adoptie door N: N: 8: van 689 - geadopteerd is, goedgevonden en verstaan, alhier den zetel van het hoofd bewind te vestigen, istegen, Dog ten aanzien van Palliacatta zelve, is na deliberatie verstaan, aan Hun„ en Hoogst dezelve te ver„ toonen, dat die propositie ne Hoog Edelheeden met alle eerbied te ver„ toonen, hoe deezen Raade vertrouwd, dat het missen van locaale kundigheeden „zen. alleen daan is, geamplecteerd alleen de wel Edele Groot Agtbaare Heeren Falck en van de Graaf, Palliacatta aan Hoog dezelve /:bij ontstentenisse van Naga:/ tot een Hoofdplaats voor deeze kust heeft kunnen doen om welke reeden dezelve voorslaan; dat tot het doen van die propositie bij de voorschreeve Heeren Raaden van Indien, voor al veel ge„ wigt zal hebben bijgeset, Hoog derzelver een 9e bit Consideratien dat niet alleen Palliacat„ „ta voor het etablissement van Na„ gapatnam, het Hoofd Comptoir van de Compagnie ter deezer kuste geweest was, maar in desen Jongsten. oorlog de eenigste Con van alle onze bezittingen is, die door de Engelsche niet de fond-en Comble is den 11. october 1785. gedemolieerd den 11. October 1785. gedemolieerd. Dat de zaake uit dit oogpunt beschouwd, zekerlijk probabel was; Dog dat men echter /:behoudens de eerbied aan het gevoelen van Hoogstgem, twee Eda„ 1 le Heeren:/ de vrijheid neemen moet, van aan te merken, dat wanneer men hier het remarque dierweegens geluk gehad hadde, dat de wel Edele Heer van de Graaf, deeze kust in per„ zoon hadde kunnen komen besoeken, deesen Raade zig verseekerd houd, dat zijn welEdele Gestr: keuse geenzints op Palliacatta tot een hoofd Comp„ toir zoude zijn gevallen; maar wel de twee boven gem: Consideratien zoude hebben te ligt bevonden, tegen het defec„ tueuse van dat Comptoir als een hoofd„ plaats en besluit H. H: Ed: te vertoonen dat Pall: wel geweest dog niet de bequaamste boven de andere plaatsen. plaats. — Ten welken einde wijders verstaan is, eer het hoofd Comptoir is met eerbied te vertoonen, dat deesen Raaden van begrip is, dat het voormaals verkiesen van Palleacatta, voor het etablis„ seeren van Nagapatnam tot het hoofd= Comptoir meer bewijst (:zoo men zig door gebrek aan de archiven niet bedriegt :/ dat het de eerste en eenigste zetel van de maatschappij is geweest, die in den beginne aan haar wierd geaccordeerd, en van waar dus natuurlijk alle Expeditien ter uijtbreijding van den handel langs deze kust in dien tijd zijn geschied, dan dat het de bekwaamste is tot een hoofd Comp„ toir, en daar toe preferabel boven andere den 11 '. october 1785 plaatsen den 11. october 1785. mak is geweest, gelooven is, plaatsen, die men nog bezit 8 Dat men egter niet ontkennen kan, dat de schoon er toen maar ge„ situatie voor deze meer gemakkelijkheeden hadde als thans, voornamentlijk in het los„ sen en beladen van scheepen en vaartuigen, gemerkt Eertijds de Los vaartuigen binnen de revier tot aan de nu gedemolieerden wooning van den fiscaal kwamen, dat is een steenworp van de gragt van het fort„ 7 Dog dat dit thans zodanig veranderd is, dat nu beswaarlijk te bi 8 dat men bezwaarlijk kan gelooven; dat het eins v zoo geweest is: Onder vertooning wijders ten dien respecte, dat de mond der revier, door welke die vaartuigen zo na bij kwamen„ 7 1 1 verzand, en onbruijkbaar is; dat de goede„ ren tans; na gissing ruim een half uur hori„ va sontale 7 1 78 welke inconvenientien zig tans op doen, sontale distancie van het fort, op het strand moeten worden gelost, van daar tot aan de vevier, die vrij breed is, door Zwaar Zand gedragen, weeder in kleijne vaartuigen gela„ „den, en dan eindelijk verder tot in het fort opgedraagen werden. Dat evenwel hier in zulk een groot on„ gemak niet gelegen was, toen Palliacatta nog een subaltern Comptoir zijnde, daar maar wierden gelost die wijnige goederen, nge die van de hoofdplaats tot den blooten, en bij na niets beduijdenden vertier van het zelve met Chaloupen op differente tijden, 1 . wierden aangebragt; Maar dat het incon„ venient daar van zig doet gevoelen, wan„ „neer in een late tijd, een of twee scheepen, den 11. october 1785. gelijk 1 op 79 den 11 . October 1785. van de Both geblee„ ken zijn de Castor hadt zoo lang ongelost moeten Bengale te vertrek„ gelijk als nu, moeten ontlost worden Dat het schip De Both op den 6:' augustus die bij het ontlossen heeft beginnen te ontlossen, dog met alle 1 aangewende vlijt niet voor den 5. ' September 1 laastleeden heeft kunnen vertrekken, schoon al het kooper door dien bodem aangebragt daar in gebleven is voor Iaggernaikpoeram e en Bimilipatnam, en buijten 33. - Pakken „particuliere Lijwaaten 'er niets anders dan ballast is in afgescheept; 18 Dat men Intusschen verpligt is geweest het schip De Castor onaangevoerd te moeten blijven leggen laaten leggen, tot na het vertrek van even„ gemelde bodem Dat het hier door onmogelijk geworden dus te laat om na was, dat schip zoo vroegtijdig te ontlossen en 87 ge 1 „ ken 1 elvin 9

NL-HaNA_1.04.02_9719_0174 view scan ↗

English

Report submitted by those ship officers, representation of the lack of [illegible] and to supply the necessary ballast again, that according to the order of Their High Mightinesses, it could be sent from here to Bengal without apprehension. And that this having also been remarked by the ship officers, they requested, by a submitted report in the middle of the previous month, to be excused from that voyage, which, because of the plausible reasons advanced by them, had been granted to them; That, apart from the just-mentioned natural reasons of a burdensome and slow unloading, there was a very great inconvenience here in the shortage of coolies, of whom there are no more than thirty on hand. 11 October 1785. Celin 21 11 October 1785. authority, jurisdiction, thus they also at their pleasure work are. But that these, standing in no way under the authority of this Government, work as they please, without one being able to compel them to do more, seeing that at the least thing that does not suit them they merely have to take themselves outside the jurisdiction of the Company, that is, outside the former revetment of the castle moat, in order to be free from all compulsion; and that one must largely attribute to this, and to the heat of the beach, that they do not work later than eleven o'clock, and do not return before three o'clock, when sometimes another portion is pressed by the Havildar; not to mention the costs and waste that are attached to such a troublesome and slow unloading. Resolution to represent to Their High Mightinesses why Palliacatta is not to be chosen as the main seat, And since these are by no means all the difficulties that make Palliacatta very undesirable as a main seat; it is in that respect further agreed to represent to Their High Mightinesses with all respect: That apart from the outlying villages and a small coupang where mostly destitute native Christians live, the Company has not the least territory here that it can indisputably claim, other than the ground of the fort up to the outside edge of the moat. That it is true that the Company in former times seems to have had more authority here, or at 11 October 1785. least 82 132 11 October 1785. the same was proposed as a main seat, least to have exercised it, but that this has long disappeared, and cannot now be recovered again; That one cannot lawfully show that the front before the fort, where some Dutch houses that are greatly in decay have been built, belongs to the Company; And that through this strange double jurisdiction, few days pass without the commanding officer being interrupted with one or another dispute of more or less importance. Concerning now the second motive that seems principally to have moved the Right Honorable Gentlemen Falck and Van de Graaff 84 a personal inspection would not have made them decide this to propose Palliacatta to Their High Mightinesses as a Main Seat, namely: that here was a fortress, sufficient for the resistance that one would have to offer to a native enemy, and that in this fort there were warehouses and dwellings that have not been demolished and could be repaired again at less expense than elsewhere; It is, after deliberation, provisionally agreed to note in the outgoing letter to Batavia that this Council also trusts that a personal inspection would not have made their Right Honorable and Highly Esteemed Sirs decide so favorably in this regard. 11 October 1785: And 11 October 1785. of the fortifications, And furthermore, respectfully to represent in that regard representation of the defects that the fortifications of the castle are in ruins, and the surrounding moat, whose stone outer revetment collapsed and disappeared many years ago, is dry and full of mud for most of the year, which causes a harmful and unpleasant exhalation; That one bastion with its berm is cracked from bottom to top, and the parapets are mostly in ruins; that besides all this, the fort was undermined by the English with the intention of blowing up the fortifications if they had judged it necessary; that in the year 1782, when Admiral Suffren appeared nearby with the French 86 French squadron, the powder was already lying in the mines to take its effect at the slightest maneuver toward a landing. Concerning now the defense of such a fort, it is also agreed to note in the outgoing letter that, not to speak of the general impossibility of defending a fort where the foremost houses of the town stand no further than a pistol shot away, it is generally known that the successive wars of the English and French have so instructed the natives in the art of war, both in attacking and defending places, and further in 11 October 1785. everything continuation 27 11 October 1785. and that of the remaining buildings everything related to war, that a native enemy nowadays is very different from an equal, and even more powerful enemy of fifty years ago. And that this Council therefore dares to say freely that this fort can as little be maintained against a native as against a European force, the more so since it is greatly to be feared that, if in such a case one should have to fire with any continuity and vigor, not a single house would remain standing in the fort, on account of the bad condition of the buildings that still remain; regarding which it is further agreed to advance

Dutch transcription

80. Jngedient berigt door die scheepe„ overheiden, vertooning van t gebrek aan en weeder de noodige ballast in te geven„ dat het volgens de ordre van Hunne Hoog Edelheden, van hier zonder bedug„ ting na Bengale zou kunnen gezonden. worden. En dat dit door de scheeps over„ heden mede zijnde geremarqueerd, zij in het midden van de voorige maand bij een ingedient berigt, hebben versogt, om van die rijze geexcuseerd te zijn, dat hun, om de plausible motiven, door dezelve geavan„ ceerd, geaccordeerd geworden was; Dat Buijten de zoo even gem: natuurlijke reedenen van een beswaarlijke en talmag„ tige ontlossing, hier een zeer groot incon„ los venient was het gebrek aan Coelijs, waar van er niet meer dan dertig aan handen den 11. October 1785. zijn Celijn 21 den 11. october 1785. gesag staan, dictie heeft dus zij ook na welgevallen werken zijn. Dog dat deeze, als geensins onder het die ook geenzints onder ons 99 gesag deezer Regeering staande, werken soo als het hen gelust, zonder dat men hen kan dwingen, om meerder te doen, gemerkt zij zig op het minste dat hen niet aanstaat maar buijten de Iurisdictie van de Compagnie wijk men hier weijnig Janis„ dat is, buijten de geweese beschoeijing van de Casteels gragt hebben te begeeven, om vrij van alle dwang te zijn; En dat men hier aan, en aan de hitte van het strand, veel 1 al moet toeschrijven, dat zij niet laater ven dat werken dan tot elf uuren, en niet voor drie uuren weerom komen, wanneer som tijds nog een gedeelte door den Haweldhaar werd geprest: gesweege nog van de ongelden en spillagie die aan zulke een lastige en lang„ Same . besluit H: N: Ed, te vertoonen waarom pall. tot geen hoofd„ plaats te verkiesen is, same ontlossing geaccrocheerd zijn. En nadien dit geenzins alle de Zwarig„ heeden zijn die Palliacatta tot een hoofd„ plaats niet zeer verkiezelijk maken; 1 is ten dien respecte alverder verstaan, aan velvinck Hunne Hoog Edelheden met alle eerbied te vertoonen. Dat buijten de afgelegene dorpen en een kleijne Coupang daar meest dood arme inlandsche Christenen woonen; de Compagnie hier niet eC het minste territoir heeft, dat zij zig in disputabel kan toeeijgenen, dan de grond van het fort, tot aan de buijten kant van de gragt. —: Dat het waar is dat de Compagnie hier voormaals meer gezag schijnt gehad, of ten den 11. ' oktober 1785. minste 6 82 9 132 den 11. october 1785. zelve tot een hoofdplaats voorgesteld is, „minste geoeffend te hebben, maar dat dit lang verdweenen, en nu niet weder te recouvree„ ven is; Dat men met regt niet kan aantoonen, dat het front voor het fort waar eenige Hollandsche huijsen, die grootelijks in verval zijn, gebouwd zijn, de Compagnie toekomt; En dat door deeze wonderlijke dubbelde Jurisdictie er wijnige dagen om gaan, zonder dat den gezaghebber niet word geinterrum„ peerd met het een of andere geschil van min of meer belang, Betreffende nu het tweede motief, dat toude motist, waaron de„ de wel Edele Heeren Falck en van de Graaff voornamentlijk schijnt bewogen te hebben 84 een perzoneele inspectie zoude dit niet hebben doen besluij„ hebben, om Palliacatta aan Hunne Hoog Edelens tot een Hoofdplaats voor te stellen, namentlijk: dat hier een sterk te was, toerijkende voor den tegenstand die men aan een Inlandschen vijand ƒ doen moest, en dat in dit fort Pak- en woonhuijsen waaren, die niet afgebroken zijn, en met mindere kosten dan elders weder zouden te verhelpen weezen; Zoo is na deliberatie voor af verstaan bij den afgaande brief na Batavia W. aan te merken, dat deezen Raade almade vertrouwd, dat een per zoneele inspectie hun wel Edele groot Agtb: met zoo favorabel zou hebben doen besluijten in dit opsigt. —. den 11. october 1785: En ten le den 11. October 1785. van de fortificatien, En voorts ten dien opzigte reverentelijk vertooning de gebreeken te vertoonen, dat de fortificatien van het Casteel vervallen zijn, en de daarom loopende gragt, welkers steenen buijten beschoeijing al voor lange Jaaren is ingestort en verdweenen, den meester tijd van het Jaar droog en vol modder is; het geen een nadeelige en onaangename uitwazeming veroorsaakt; Dat de eene punt met dies barm van onderen tot boven gescheurd is, en de pa„ Dat buijten rapets meest vervallen; dit alles het fort door de Engelschen onder„ mijnd is, met oogmerk om de fortificatien „te doen springen, zo zij het nodig had„ den geoordeeld; Dat in 't Iaar 1782, toen de Heer admiraal Iuffren zig met het fransch 86 fransch Esquader hier na bij vertoonde, het kruijt reeds in de mijnen lag, om zijn affect te doen, op de minste manoeuwre tot een landing. Aangaande nu de defensie van zoodanig een fort, is almeede verstaan bij den af„ 1 gaanden brief aan te merken, dat om . . niet te spreeken van de algemeene onmo„ gelijkheid om een fort te verdedigen, „ daar de voorste huijzen van de stad niet verder dan een pistool schoot van af„ 8 staan, het algemeen kenbaar is, dat de successive oorlogen der Engelschen 8 en franschen, de inlanders zoodanig in de krijgskunde, zoo wel om plaatsen te attacqueeren als deffendeeren, en verder in den 11. October 1785. alles vervolg 27 den 11: october 1785. en die den ovrige gebouren alles, wat tot den oorlog betrekkelijk is, hebben onderweezen, dat een Inlandsch vijand heden daags zeer onderscheijden is van een gelijken, en zelfs magtiger vijand voor ag vijftig Iaaren. En dat deesen Raade W daarom vrijmoedig durft zeggen; dat Zig 1 dit fort zoo min te soutineeren is tegen een inlandsche als een Europeesche magt, te meer daar het zeer te vreezen is dat, wanneer men in een diergelijke geval, met eenige aanhoudentheijd en viraciteit zou moeten schieten, er geen een huis in het fort zoude blijven staan, uit hoofde van den slegten toestand van de gebouwen, die 'er nog overig zijn waaromtrend wijders verstaan is te avancieren

NL-HaNA_1.04.02_9719_0182 view scan ↗

English

in what state the packing hall, warehouses, and the church were found, state that the same were already quite dilapidated before the recent war; That upon the restitution, the packing hall with the warehouses beneath it and also the barracks were found collapsed, and the remaining houses in such a condition that their collapse is to be feared in the near future. That the church is in such a dilapidated and threatening state that one can only enter it with dread, as a result of which no services are held in it either. That the number of residential houses in the fort, besides some small houses built in former times presumably for the service of sergeants, corporals, and servants of those lower ranks along the western inner wall of the rampart, and which are also decayed and unusable, consists of only five, previously occupied by the chief, the secunde (though he always resided in the fiscal's house outside the fort, which was subsequently demolished by the English as a Company building), the commander of the garrison, the warehouse master, and the surgeon. That of these, the chief's house presents a tolerable appearance upon entering, but is nevertheless utterly dilapidated and dangerous to inhabit. That the walls of the same (which, through a peculiar architecture, are fully half as thick again as the parapet of the rampart) seem to be strong enough, but the woodwork beneath the flat roof (which has sagged to such an extent that one walks under it with fear) is so bent that for safety's sake one does best to move to one side whenever a salute is fired with as small a powder charge as possible; That the polished ashlar stones with which the house was paved have been broken out by the English and transported to Madras. That the other houses were inhabited either by English officers or by sepoys, who kept house there in such a manner as can be expected from troops in an enemy place, on account of which, after the surrender, more than a month was required merely to clean the houses. That in addition to all this, the foundations of the buildings, nay the entire ground, are undermined by bandicoots (a species of large, harmful rats along the coast on this side of the river Coleroon). That due to the collapse of the packing hall, beneath which there were warehouses, no more than two usable warehouses now remain. That the mint was formerly within this fort, but the site can no longer be found; Yet, upon carrying out an inspection, the defects will become clearly apparent: Nevertheless, space could indeed be found within the walls for the necessary building for that purpose, if this were merely the only inconvenience of this old castle. However, in order not to weary Their Right Excellencies any longer, it has been resolved not to extend this account of the state of the castle any further, being morally certain that when it is inspected by a competent engineer or other architect, the external and internal defects will be found to be so numerous that good money would be thrown after bad, to undertake any major repairs on it, seeing that one would have to begin by tearing down by far the greatest part if one wished to make anything even tolerably durable of it; and in which case, this Council maintains, though with submission to the wiser judgment of Their Right Excellencies, that it would be preferable, if one wished to undertake anything, to do so at a place where one possesses territory. Following the guidance of the plan proposed to Their Right Excellencies by the Honorable Gentlemen Falck (late of pious memory) and van de Graaff, having now reached the article of the servants, it is not only resolved beforehand to record hereby that the principal offices on this coast, according to the recommendations in the Colombo dispatch of 30 June, have been conferred by the Right Honorable, Highly Esteemed Mr. van de Graaff, namely: The chief administration upon the Merchant Sadama, The directorship of Jagannathapuram upon the Merchant van Halm, The office of fiscal upon the Titular Merchant Simons, and The directorship, secunde's, and cashier's office of Sadras upon the Junior Merchant van Bijland; but also resolved to conform to the aforesaid arrangements of His Honor by immediately placing the aforementioned persons, or causing them to be placed, into the actual exercise of their aforesaid offices. However, concerning the further arrangements with regard to the servants appearing in the aforesaid plan, wherein Malacca has been taken as an example, it has been resolved to represent to Their Right Excellencies with all respect: That this Council has no local knowledge of the government of Malacca, nor of the extent of the civil and mercantile department there, and that one therefore presumes to do nothing other than guess that the establishment of

Dutch transcription

88 hoedanig de pakzaal, pak„ huijsen en de kerck bevonden zijn, avanceeren, dat dezelve al vrij bouwvallig waren voor den Iongsten oorlog; 4 den Dat bij de te rug gave, men de Pakzaal 2 1 met de daar onderstaande pakhuijsen en . ook de Casernen ingestort, en de overige E. huijsen in zodanigen toestand vond, dat dies instorting eerstdaags te vreesen is. Dat de kerk in zoo een bouwvalligen en drijgenden toestand is, dat men niet dan met schrik er in kan komen, waar door 'er ook geen dienst in gedaan word. iten de woonrduijten in het Dat het getal der woonhuijsen in het 8 fort, buijten eenige maisonettes oudtijds 1 1 vermoedelijk ten dienste van sergeants den 11'. October 1785. bortslieden den zij ƒ for 89 den 11. October 1785. bortslieden, en dienaaren van die inferuure qualiteijten langs de wester binnen muur van 2 de wal gebouwd, en die ook vervallen, en onbruijkbaar zijn, alleen in vijf stuks be„ staat, bevoorens geoccupeerd door het opper„ hoofd, den secunde /:dog die altoos het fiscaals huijs buijten het fort bewoonde, dat vervolg 6 als een Comps gebouw door de Engelschen is gede„ 1 molieerd:/ den Commandant van het quar„ g 9 - nisoen, den pakhuijsmeester, en den Chi„ 1 rurgijn. Dat van deese het opperhoofds huijs, een tamelijke vertooning, op het in„ koomen maakt, dog egter volstrekt bou„ vallig en gevaarlijk te bewoonen is. Dat 1 de muuren van het zelve :/ die door een bij zondere bouwkunde ruijm de helft dikker zijn aan 90 zijn dan de borstwering van den wal / wel strek schijnen te zijn, dog de houtwerken onder het plat (:dat zodanig inge„ zakt is, dat men 'er met vreese open ondergaat:/ zodanig zijn geboogen, dat men vijligheidshalven best doed zig aan een zijde te begeven, wanneer 'er een salut met zo weijnig lading van krtuijt als mogelijk, gedaan word; Dat de arduijne gesleepen steenen, met welke het huijs bevloerd is geweest, door de Engelschen uitgebroken en na Madras vervoerd zijn Dat de andere huijsen of door Engel„ sche officieren of door Cipaaijs bewoond, ge„ worden zijn, die 'er huijs gehouden hebben, den 11. October 1785. zodanig C vervolg 91. den 11. october 1785. bruijkbaar is niet meer te vinden, zodanig als men verwagten kan van trou„ pen in een vijandelijke plaats, waar door men, na de overgave meer als een maand heeft nodig gehad alleen om de huijsen te reijnigen. Dat bij al dit alles de grondslagen der gebouwen, Ja de gantsche grond ondermijnd is door Perciallies /: een zoort van groote 1 schadelijke Rotten langs de kust aan deze kant van de revier Colderon 1 Dat door het instorten van de pakzaal, twe pakhuijsen zijn, maar onder het welk pakhuijsen waren, ter nu niet meer over zijn als twee bruijkbaare pakhuijsen Dat de Munt bevorens binnen dit fort de plaats van de munt was, dog de plaats niet meer te vinden; Maar . ƒ 92. bij het doen van een opneem zullen de gebreeken klaar„ lijk komen te blijken: Capitaale reparatien te doen, Maar dat egter voor het nodige gebouw daar 1. 9 toe, wel plaats zoute vinden weezen binnen de muuren, zoo dit slegts het eenige ng inconvient was van dit oud kasteel Dog om Hunne Hoog Edelens niet langer te ennuijeeren, is verstaan dit te diens ver„ haal van den toestand des Casteels niet verder te extendeeren, als mora„ liter versekerd zijnde dat wanneer het door een bekwaame Ingenieur of andere bouwkundige werd opgenomen, dat de uijt- en inwendige gebreeken zoo meenig„ vuldig zullen bevonden worden, dat het goed voor kwaad geld zoude besteed zijn, wat beter zoude weesen, dan eenige Capitale reparatien daar aan te willen doen, gemerkt men zoude dienen den 11. october 1785 te 1 den 11. October 1785. lonse Regeering begeeven zijn, te beginnen met verre het grootste gedeelte afte breeken, zo min 'er iets, al waare het maar tamelijk bestendigs van zoude willen maaken, en in welk een geval, deesen Raade sustineerd, dog met sub„ . „missie aan het wijzer gevoelen van Hunne Hoog Edelheden dat het preferabeler zoude zijn, wanneer men iets wilde be„ ginnen, dit te doen op een plaats waar ner men territoir heeft. 7. Na den lijdraad van het plan door welke dinsten door de Ceij„ de Edele Heeren Falck /. L. M: sen van de Graaff Hunne Hoog Edelheeden voor„ gesteld, tans tot aan het articul der die„ naaren genadert zijnde, zoo is niet alleen voor af „ i begeeven 94. bestuit die persoonen in de „dadelijke exercitie der zel„ ve te stellen, voor af verstaan bij deesen aan te tekenen, dat de Hoofd diensten ter deezer kuste, vol„ gens het geadviseerde bij Colombosche missive van den 30. ' Iuni door den wel Edele Groot „ Agtb: Heer van de Graaff begeeven zijn; als: De Hoofd-administratie aan den Koopman Sadama, De opperhoofdij van Iaggernaikpoeram aan den koopman van Halm„ Het ampt van fiscaal aan den koopman titulair Simons, en De opperhoofdij, secundens en Cassiers dienst van Sadras aan den onderkoopman van Bijland, maar ook geresolveerd zig na 3 de voorschreve schikkingen van zijn den 11. October 1785 Edele Geelvinck den 11. october 1785. toonen nopens de verder „schikkingen der dienaaren, der extensie is als Malacca, Edele te gedraagen, door de opgemelde per„ „ soonen immediaat te stellen of te doen stellen, in de werkelijke exercitie van Hunne voorschreeve diensten, Maar aangaande de verdere schikkin, en wat H: H: Col, te vis„ . gen ten aanzien der Dienaaren, bij het voorschreeve plan voorkomende, waar bij Mallacca tot een voorbeeld genomen is, is verstaan, aan Hunne Hoog Edel„ heden met alle eerbied te vertoonen, Dat deezen Raade geen locaale ken„ waarm de Cust van meer„ nisse heeft van het gouvernement van Mallacca, en den omslag van het Civiel en mercantil departement aldaar, en dat men zig daarom niet anders vermeet, dan te gissen; dat de huijshouding van -

NL-HaNA_1.04.02_9719_0190 view scan ↗

English

can be warehouse master of the Government on this coast, where, in the places that have been restored, the business and scope of trade that were previously conducted there have by no means diminished; when collection and distribution, with God's blessing, are once properly under way again, it is of greater extent than that of Malacca. That working upon this assumption, and even more so upon the local knowledge of the situation here, it is humbly judged that one cannot calculate the number of servants or their offices according to the standard of Malacca. And that one must therefore initially testify that however well the Chief Administration the 11 October 1785 and the office of a First Warehouse Master might correspond elsewhere, such does not bear the same aspect on the Coromandel Coast. That the work of the former is so constant throughout the entire year, and particularly during the time when ships are present, and demands so much circumspection, that if he is to perform that duty properly, he will be unable to attend to any other than the presidency of the Council of Justice, and thus cannot attend at the warehouses at all; and furthermore that for this consideration the Honorable Chief Administrator Sadama has also renounced it, and humbly requests Their High Mightinesses to be excused therefrom. The provisional Merchant Simons having been appointed by the Government of Ceylon as Fiscal, Pay Bookkeeper, and Shopkeeper (which latter office has never existed on this coast), it was not only resolved to humbly propose to Their High Mightinesses whether, instead of the pay bookkeeper's office, the presidency of the Orphan Chamber, which is not mentioned in the Ceylon plan, could not more suitably be assigned to the Fiscal, but also to provisionally invest the Fiscal Simons therewith in the hope of their High Approval. After taking the aforementioned resolution, it was further remarked by the Governor the 11 October 1785, in continuation, that the turnover at Palleacatta has previously been of no importance in comparison to Sadras, Jaggernaikpoeram, and Bimilipatnam, and cannot become so through the elevation of the place to the chief factory, since the native is too accustomed to his usual trade routes, which lead to Sadras with fewer expenses and detours, and will not easily abandon them as long as the inland circumstances remain the same. That therefore, as long as Palleacatta is the chief factory, it will be very manageable here with one warehouse master, the more so if the ships arriving from Batavia, according to the Ceylon plan, deliver their goods from place to place along the coast. That consequently the office of Warehouse Master at this chief place, in comparison to the distributing and collecting factories on this coast, entails the least scope, and since it will provide only a mediocre livelihood to the administrator, it can hardly be divided; along with a proposal to concurrently propose to Their High Mightinesses to have that duty performed by only one person for as long as Palleacatta remains the chief place. And this having been unanimously resolved the 11 October 1785, it was further agreed to mention in the outgoing letter that, subject to higher approval, the Junior Merchant and former Secretary of Police Martinus Stoffenberg has already been beneficed therewith on the 4 August last, to be performed by him alone, simultaneously with the offices of Trade and Toll Bookkeeper; since this latter ledger has always been kept here by the warehouse master. Subsequently, upon the proposal of the Governor, it was likewise agreed to nominate and appoint, provisionally or subject to the favorable approbation of Their High Mightinesses, as Secretary of Police and Cashier here, in place of the aforementioned Stoffenberg, the Pay Bookkeeper and former Secretary of the Orphan Chamber at Nagapatnam, Broerius Brouwer; with a respectful entreaty to Their High Mightinesses, however, following the example of their predecessors, not only to graciously confer these upon them, but also to favorably recommend them to the Lords Majors for obtaining the actual rank and salary of Merchant and Junior Merchant respectively, as pertains to their respective offices. Their High Mightinesses having not only disapproved the transfer the 11 October 1785 of the mint to Colombo, but on the contrary having also ordered it to be put into operation again at Palliacatta as of old; it was reflected thereupon by the Governor that the offices of Mint Master and Assayer here have thereby once again become a necessity as before, and it was consequently proposed to appoint as Mint Master the Junior Merchant and former Assayer and Dispenser at Nagapatnam, Pieter Willem Teeke, and as Assayer the Bookkeeper Fredrik Gronau, currently stationed at Jaggernaikpoeram, as being the most qualified for that work among all the remaining servants on this coast. Whereupon

Dutch transcription

96 pakhuijsm: weesen kan, van het Gouvernement te deezer kuste, alwaar op de te rug gegevene plaatsen, de besig„ heeden, en omslag van den handel, die er van te vooren waaren te verrigten, geenzints vermindert zijn; wanneer in„ ƒ zaam en vertier onder Godes zeegen ƒ eens regt weder aan den gang zullen weezen, van meerder Extentie is, dan die van Mallacca. Dat men op deeze onderstelling, en nog meer op de locale kennis van den toestand alhier werkende, nedrig oordeelt, dat min het ge„ tal der dienaaren of derselver ampten niet na den peil van Mallacca kan bereeke„ on der hofd adinmittateur gemen. En dat men dus aanvangkelijk betuijgen betuyjgen 1 moet, dat hoe zeer de Hoofd administratie, den 11: october 1785. en 97: den 11. October 1785. hoofd adm: Sadama, en den dienst van Een Eerste pakhuijsmeester elders kunnen strooken, zulks op Cor„ mandel niet den zelfden aanschouw heeft. Dat het werk van den eersten zoo volhan„ dig is geduurende het geheel Iaar, en voorna„ „mentlijk in de tijd als 'er scheepen zijn, en zoo veel omzigtigheid vordert, dat, sal hij dien hij onmo„ dienst na behoren waarneemen, gelijk tot eenige andere, dan het presidium ƒ van den Raad van Iustitie, en dus geheel niet in de pakhuijsen zal kunnen „vaceeren; mitsgaders dat om deeze Conside,„ rousering derzelve door de C „ratie dE: Hoofd-administrateur Iadama 'er dan ook van afgesien heeft, en Haar Hoog Edelheden needrig versoekt om er van verschoond te mogen zijn Den aan - adm 98 de wierskamer aan den fis„ „caal Simons op te draggen, remarque nof den geringen ver„ tien op Tale. besluit het pesiduer van Den p=l koopman Simons door de Regeering van Ceijlon aangesteld zijnde tot fiscaal, soldij boekhouder, en winkelier, /: welke 7: laaste dienst op deeze kust nimmer heeft plaats gehad :/ is niet alleen verstaan Hunne Hoog Edelens mneedrig vor stel„ len, of in steede van den soldij-boekhou„ ders dienst aan den fiscaal, niet gevoeglij„ glij„ ker zoude kunnen worden opgedraagen ƒ het presidiam van de weeskamer, dat bij het plan van Ceijlon niet vermeld staat C maar ook, om daarmeede in hoope van Hoog derselver aggreatie den fiscaal Simons provisioneel te bekleeden Na het neemen van het evengemelde besluit is door den Heer Tezaghebber den 11. October 1785. ten 99 den 11. October 1785. genoeg wiesen, ten vervolge geremarqueerd, dat den vertier te Palleacatta in Comparatie van Sadras, Jaggernaikpoeram en Bi„ milipatnam bevoorens van geen belang geweest is, en het doorde vorheffing van de plaats tot het hoofd Comptoir niet worden kan, nadien den inlander aan zijn gewoone handel paden, die met minder ongelden en omweegen op Sadras abou„ teeren, te veel gewoon zijnde, daar van 1 soo lang de binnen landsche omstandighee„ den deselfde blijven, niet ligt zal af„ stappen. Dat dus zoo lang Palleacatta het een pakhuijsm: zoude is hoofd Comptoir is, het hier zeer wel zal te stellen zijn, met een pakhuijsmeester, te „meer ing 100 gesplist kan worden, meer zoo de van Batavia komende scheepen volgens het plan van Ceilon van plaats tot plaats langs de kust hunne goederen afgeeven naarm egter die dierst mit Dat dienvolgende het ampt van Pak huijs„ meester op deese hoofdplaats, in verge„ lijking van de vertierende; en inzaamelen de Comptoiren ter deezer kuste; het minste van omslag is, en zo het een maar me„ diocer bestaan aan de administrateur zal geeven beswaarlijk kan worden gesplist„ porpesiten van ee pakhuijsen met voorstel teffens om Hunne Hoog Edel„ heeden te proponeeren om die dienst soo lang Palleacatta de hoofd plaats zal zijn, maar door Een persoon te willen laa„ . ten waarneemen. En hier toe unaniemiter „ den 11. october 1785. beslooten 8 me 1 alleen, 101. den 11. October 1785. berg daar toe aan te stel„ boekh: Brouwer beslooten zijnde, is wijders verstaan bij besluit den ses, stoffen 9 den afgaanden brief aan te haalen, dat 1 men daarmeede op hoogere goedkeure be„ 1 reeds op den 4. augustus Iongstleden gebenificeerd heeft, den onderkoopman en ƒ Marti„ geweeze secretaris van Politie nus Stoffenberg, om door denselven al„ leen waargenomen te werden, te gelijk met de ampten van Negotie en tolboek„ houder; uit hoofde dit laaste boekje hier altoos door den pakhuijsmeester gehouden is. Vervolgens is op de propositie van den en in zijn plaats den soldij„ Heer Gezaghebber almede verstaan in plaat„ sche van gemelden Stoffenberg, provisioneel of op gunstige approbatie van Hunne Hoog een 102. aan H: H: Edelh. ordre om de munt aan de gang te brengen, Hoog Edelheeden, tot Secretaris van . Politie en Cassier alhier, te nomineeren en aan te stellen den soldij-boekhouder en 69 geweese secretaris van de weeskamer te Nagapatnam Broerius Brouwer: met omet welk versoek egter eerbiedige instantie aan Hunne Hoog„ Edelheden, om hun na het voorbeeld van Hunne predecesseuren niet alleen gratieu„ selijk te willen begiftigen, maar ook aan de Heeren Majores favorabel voor de draa„ gen ter erlanging van de actueele quali„ teit en gagie van koopman en onder koop„ J.G man respective, als tot hunne onderlinge ampten staande. Door Hunne Hoog Edelheedens niet alleen geimprobeerd zijnde het verplaatzen den 11. october 1785. van gar 103. — den 11. october 1785. „propositie om den Essaijeur Geeka tot muntmeester aan te stellen van de munt na kolombo maar daarin tegen ook gelast om die te Palliacatta weder gelijk van ouds aan den gang te bren„ 8 gen; zoo is, hier omtrend door den heer Ge„ zaghebber gereflecteerd, dat daar door de diensten van Muntmeester en Essaijeur alhier weder van de voorige noodsakelijk„ heijd geworden zijn, en dienvolgende gepropo„ 2 neerd, om den onderkoopman en geweezen Essaijeur en dispencier te Nagapatnam Pieter Willem Teeke tot Muntmeester, en tot Essaijeur, den thans te Jaggernaik, en Gounaus tot Esagienrs W poeram bescheijden boekhouder Fredrik Tronau, als tot dat werk onder alle de overige dienaaren op deese kust het meest bekwaam zijnde aan te stellen. waar

NL-HaNA_1.04.02_9719_0198 view scan ↗

English

to conform; whereupon, after deliberation, it was approved and resolved to conform to the aforesaid proposition, and thus to appoint the junior merchant and former dispenser at Nagapatnam Pieter Willem Teeke as mint master, and the bookkeeper Fredrik Tronau as assayer, subject to the favorable approval of the Noble High Indian Government. Subsequently, taking into consideration that the meager mint mastership at Nagapatnam was relieved by the office of adigar of the outer city, which has now lapsed, and that Their High Nobles in the year 1779 were pleased to grant the dispensation to the office of assayer for a better livelihood: it is; because this Council has resolved to appoint only one warehouse master here instead of two (as the Ceylon plan stipulates), approved and resolved to leave the office of dispenser, which according to that plan was assigned to the second warehouse master, henceforth, or until further disposition by Their High Nobles, annexed to the mint establishment, and thus also to assign it to the provisional mint master Geeke, yet with this restriction nevertheless to pay out annually one-third of the revenues of the dispensary to the assayer, to permit the invoice keeper Bloeme to continue upon his request, whereby the salary bookkeeper fell vacant. in order thus somewhat to assist two offices that are sterile in themselves. Furthermore, upon his request made to that end, it was approved and resolved to permit the junior merchant Fredrik Willem Bloeme to continue as invoice keeper. Representation that the office of the scriba of Sadras Duijnevelt thereto, Furthermore, it was represented by the Gentleman Commander that the office of salary bookkeeper, and that of curator ad lites attached thereto, according to the plan of the aforementioned Noble Gentlemen Falck and van de Graaff was assigned to the fiscal, and the presidency of the orphan chamber passed over; which, according to the resolution taken here before by this meeting, is attached to the latter or the fiscalship, by the advancement of the salary bookkeeper Brouwer to secretary, the offices of salary bookkeeper and secretary of the orphan chamber have become vacant. Nomination of that former That this post, especially now during the payment of the arrears of monthly wages and the examination of everyone's account, required a man of skill and attentiveness; that His Honor had to attest to having found these in the required degree in no one other than in the former bookkeeper and sworn scriba of Sadras, Simon Duijnevelt; That this servant, trained for the service of the Company since the year 1743, as appears from the extract of the Coromandel missive of the 29th of August 1779 written to the chiefs of Sadraspatnam, by virtue of a disposition upon his request had been permitted, while retaining his rank but with discontinued pay, to leave the service. That the said Duijnevelt had attempted to recover his health in the neighborhood of Sadras, but in vain; That thereupon a complete change of climate was advised to him by the physicians, which caused him to depart for Jaggernaikpoeram, with the effect that his health was indeed completely restored, but also with this result, that he shared there in the general calamity that befell this coast in the year 1781; request of the same to be readmitted into Company service, That this has prevented him until now from presenting himself to be readmitted into service in his former capacity, with his previously enjoyed junior merchant's board money, as he now does by a supplication, which His Honor simultaneously produced at the table of this Council. After reading the aforesaid request, it was continued by the Gentleman Commander that the said Duijnevelt, during the time that His Honor had been chief of Sadras, had been under his direction and had given complete proof of his competence and skill, with the further proposition, subject to the favorable approval of Their High Nobles, resolution to appoint Duijnevelt as salary bookkeeper, and to inform Their High Nobles that the Resident Topander shall remain continuing. not only to readmit him into service again for his former capacity, but also to appoint him as salary bookkeeper, curator ad lites, and secretary of the orphan chamber: whereupon after deliberation it was resolved to conform entirely to the aforesaid proposition (which is hereby converted into a Resolution), and thus not only to take the said Duijnevelt into service, but also to appoint him as salary bookkeeper, curator ad lites, and secretary of the orphan chamber. Subsequently, so far as it pertains to the article of Servants, it was resolved hereby, and in the outgoing letter to Batavia, solely to note that and why, they will provisionally allow the bookkeeper Librecht Cornelis Topander to continue as Resident at Portonovo; while it was furthermore resolved, under the article of Portonovo itself, to deliberate further on the temporary necessity of maintaining that residency. appointment of the assistant Schliephaken as trade balance keeper Through the decease of the trade balance keeper Nieboer, it was furthermore resolved, subject to approval as before, to appoint thereto the assistant Sebastiaan Mattheus Schliephaken, under promotion of the same to bookkeeper at ƒ 30 and the addition of the junior merchant's board money and emoluments attached to that office.

Dutch transcription

104: Conformeeren; dog onder welke mits besluit zig daarmeede te waar op na deliberatie goed gevonden en ver„ staan is, zig met de voorschreeve pro„ positie te Conformeeren, en dus den onder„ koopman en geweesen dispencier te Na„ ƒ gapatnam Pieter Willem Teeke P tot muntmeester, en den boekhouder Fredrik Tronau tot Essaijeur op gunstige approbatie van de Edele Hooge Indiasche Regeering aan te stellen. — Vervolgens in Consideratie gekoomen zijn„ ƒ de, dat het schaale muntmeesterschap te Nagapatnam gesoulageerd wierd, door den dienst van adigaar der buijten„ stad, die thans vervald, en dat Haar Hoog Edelheedens in Ao 1779 de dispens den 11 . october 1785. aan 105 den 11. October 1785. aan den dienst van Essaijeur tot een beter be„ staan hebben gelieven te accordeeren: zoo is; 7 uit hoofden, deezen Raade besloten heeft, „ in steede van twee (:gelijk het Ceilons plan steld:/ hier maar een pakhuismeester 1 aan te stellen, goedgevonden en verstaan den dienst, van dispencier, die volgens ƒ dat plan den tweeden pakhuijsmeester was toegevoegd, voortaan, of tot nadere a ƒ dispositie van Hunne Hoog Edelhee„ den aan den munts omslag geannexeerd te laaten, en die dus den provisioneel muntmeester Geeke almede op te draagen, dog met deeze restrictie nogtans om Iaarlijks een derde van de Jnkomsten van het Dispens aan den Essaijeur uit te kee„ - ven ver vervolg 106 den facturh: bloems op zijn versoek te laaten Continu„ eeren, van soldij boekhr varant geraakt is. ren, ten eijnde dus twee op hun zelve sterile diensten een wijnig te gemoed te komen wijders is op zijn daar toe gedaan 7 verzoek, goedgevonden en verstaan als factuurhouder te laaten Continueeren, den Fredrik Willem Bloe¬ onderkoopman me. Vertonding dat de dient) Voorts is door den Heer Gezaghebber vertoond, dat het ampt van soldij boek„ houder, en het daar aan geaccrocheerde van Curator adlites, volgens het plan van Hoogstgemelde Edele Heeren Falck en van de Graaff aan den fiscaal toegevoegd, en het presidium van weeskamer overgeslagen zijnde; het geen volgens het hier vooren genomen den 11. october 1785. besluit 107. den 11. ' october 1785. scriba van Sadras Duij„ nevelt, daar toe, besluit deezer vergadering aan het laaste of het fiscalaat is gehegt, door de optreeding van den soldij-boekhouder Brouwer tot secretaris, de ampten van soldij boekhouder en secretaris van de weeskamer, zijn ko„ men te vaceeren Dat deeze post voornamentlijk nu bij de voordragt van dien gew: afbetaling van de agterstallige maand„ 609 6 gelden, en het, nagaan van een ieders ree„ kening een man van kunde en oplettend„ . heijd vereischte; Dat zijn Ed: betuigen moest, die bij niemand in die vereijschte graad ontmoet te hebben, dan bij den ge„ weesene boekhouder en geswooren scriba van Sadras, Simon Duijnevelt; Dat deeze dienaar zeedert den Jaare 1743. tot ƒ 108. tot den dienst van de Comp: gevormd, blijkens Extract Cormandelsche missive van den 29:' Aug: 179. aan de opperhoofden van Sadrasp=r geschreeven, mits in dispositie op zijn verzoek gepermitteerd geworden was, zig behoudens rang, dog met afgeschreeve ga„ gie uijt dienst te begeeven. Dat gemelde Duijnevelt getragt had in de nabuurschap van Sadras zijn gezondheijd te recou„ „vreeren, maar vergeefs; Dat hem daar op een geheele verandering van Climaat door de artzen is aangeraaden het geen hem na Iaggernaikpoeram deet ver„ trekken, met dat effect dat zijn ge„ sondheid wel Compleet hersteld, maar ook met dit gevolg, dat hij aldaar deelde in den algemeene ramp dese kust in den 11. October 1785. Ao. 1781 vervolg 109. den 11. october 1785 weeder in sComps dienst ge„ readmitteerd te worden, A:o 1781. overgekomen; Dat hem dit tot nu versoek van denzelven om belet heeft zig te komen presenteeren om 9 in zijn voorige qualiteit, met zijn bevoorens genootene onder koopmans kostgeld in dienst gere admitteerd te werden, gelijk hij tans v 29 daet bij een supplicq het geen zijn Ed:s teffens 1 1 ter taffel van deezen Raade produceerde. Na het leezen van het voorschreeve Request, is, door den Heer Gezaghebber 9 vervolgd, dat gemelde Duijnevelt geduu„ rende den tijd dat zijn Ed: opperhoofd van Sadras was geweest, onder zijn bestier ge„ 1 staan en volkome blijken van zijn be„ kwaamheid en kundigheid gegeven heeft, met propositie verder om hem op gunstige approbatie van Hunne Hoog Edelheden, niet Noog 110 besluit Duijnevelt tot soldij boekh:r aan te stellen, en H: H: Ed te besleeken, dat den Resident Sexander zal blijven Continua niet alleen weederom voor zijn voorige qua„ liteijd in dienst te readmitteeren, maar ook aan te stellen tot soldij-boekhou„ 1 der, Curator ad lites, en secretaris van de weeskamer: waarop na deliberatie verstaan is, zig met de voorschreeve propositie (:die bij deezen in een Re„ solutie werd geconverteerd:/ volkomen te Conformeeren, en dus gemelde Duijne„ velt niet alleen in dienst te neemen, maar ook aan te stellen tot soldij-boek„ houder, Curator adlites en secretaris van de weeskamer. — Vervolgens is voor zoo verre het behoord tot het articul der Dienaaren, verstaan bij deezen, en den afgaande brief na den 11: October 1785. Batavia den 24. october 1785. „tent schliephaken tot negotie overdrager Batavia, Eeniglijk te noteeren dat 97 men als Resident op Portonovo provisioneel zal laaten Continueeren den boekhouder Librecht en waarom, Cornelis Topander; Terwijl voorts ver„ staan is, onder het articul van Portonovo zelve, nader te delibereeren over detem porcele noodzakelijkheid van de aanhouding van dien Residentie; Door het overlijden van den Negotie aanstelling van den asses„ overdrager Nieboer, is wijders, op appro„ batie als vooren, verstaan, daar toe aan te stellen den assistent Sebastiaan Mat„ theus Schliephaken, onder bevordering van denselven tot boekhouder met ƒ 30 en 101 . toevoeging van de tot die dienst staande onder koopsmans kostgeld en Emolumenten: van 6 .

NL-HaNA_1.04.02_9719_0206 view scan ↗

English

112 To allow commissioners in the warehouses to continue, and to appoint the bookkeeper Vrijmoet as second commissioner; item, to likewise allow the commissioners in the mint to continue; what has been resolved to represent to Their High Nobilities regarding the subordinate staff. Resolution: Philippus Jacobus Dormieux, Bookkeeper. As of the ordinary commissioners in the warehouses at Nagapatnam there is still present the bookkeeper Philippus Jacobus Dormieux, it is accordingly resolved to let him continue as such here, and in place of the deceased Saalfelt, to appoint Isaac Vrijmoet, Bookkeeper, as second commissioner. Furthermore, to let the bookkeepers Jan Willem Luijken and Pieter Jacobus Pietersz, who were commissioned therein at Nagapatnam, continue in the mint. Yet with regard to the subordinate staff 113 11 October 1785 can employ apprentices. And why one does not desire apprentices. at the respective clerical offices, for which the plan proposes permanent clerks and apprentices, which latter would be paid privately by the secretary; it has after deliberation been resolved to represent to Their High Nobilities with all respect that it appears to this Council more probable and at the same time more economical, instead of adding 4 apprentices to the 4 permanent clerks at the secretariat, and let this also be said concerning the other offices, to keep 8 scribes permanently in service, both bookkeepers and assistants; presenting further in support of this opinion that even if one assumes at the utmost that the 4 clerks whom one prefers over as many apprentices were all assistants of f 24, the Company would still pay to each of them only 114 Pagodas 5: 8: 32, for which price there is no chance at present on this coast, and above all at a place so close to Madras, as Palleacatta is, and where the Company's servants are now rather better known than before the war, to obtain clerks who can write even slightly well. That besides this, an even greater difficulty exists against placing such clerks in the offices: namely, that the secretary or head of any other office would always run the risk that once a lad 115 11 October 1785 continuation. continuation. had made himself somewhat capable so that one might henceforth have service from him, such an apprentice would engage himself in one or another private office with the English, where up to 30 and 40 pagodas a month is given for a writer or attendant in a shop, and even more for a bookkeeper, which would greatly delay and set back the clerical work, especially if such private servants, for they consider themselves no different and are also no different, should choose to depart at the departure of the ships, or at the making of the general report, when most clerical work at the offices is performed. Resolution to make an arrangement in the clerical offices. And it is therefore, upon consideration of this and that, principally of the real economy aimed at thereby, in the hope that Their High Nobilities will be pleased to agree to this arrangement, approved and resolved, until further orders from the same, to place at the secretariat: 1 First Sworn Clerk of Police, who is at the same time Secretary of Justice, 2 Sworn Clerks, of whom one shall be assigned to the Governor: namely, the bookkeeper and translator Abraham Dormieux, and 8 Permanent clerks, both Bookkeepers 116 11 October 1785 and Assistants. 117 11 October 1785 Two clerks are needed for the daily commissions. At the Trade Office: 1 Trade transferor, 1 Re-examiner, with 10 Permanent clerks, both bookkeepers and assistants. At the Pay Office: 1 Pay transferor, with 4 Permanent clerks, in the same manner as at the other offices; besides another 2 Clerks for attending to various daily commissions, to which those who are permanently assigned to the offices, where they find work enough, cannot always attend without hindrance to their work in hand, the more so because such extraordinary commissions usually occur during the busiest or shipping season. 118 Admission of a bookbinder and 2 journeymen into service, and who shall be express unpackers. And it has finally been resolved to place these two clerks at the secretariat, where the number has been taken somewhat too frugally, for the execution of the daily incidental work. On account of its absolute necessity, there having been taken into service here: 1 Bookbinder, and 2 Journeymen; it has been resolved to likewise make mention thereof in the outgoing letter. The appointment of express unpackers having been judged unnecessary here, it has 119 11 October 1785 Hope that these arrangements will be approved by Their High Nobilities. been resolved to have this work performed here again, as before, by under-merchants out of employment, if such are at hand here, and qualified Bookkeepers; among whom it is also resolved to have the share of the gratuity assigned to the unpackers under the Ceylon plan divided in equal portions. These being the arrangements that this Council has judged truly necessary to make among the civil servants, it has, although they differ somewhat from the transmitted plan, nevertheless been resolved to express in the outgoing letter the hope of this Government for a favorable approval, on the grounds that this arrangement better corresponds

Dutch transcription

112 gecomm:s in de pakh: te laa„ ten Continueeren en den boekh: vrijmoet tot tweede gecomm: aan te stellen, Item de gecomm: in de Smint meede te laaten Continuen, wat beslooten is N: H Ed: te vertoonen nopens de sup„ poosten, besteutem P: J: Dormieu alds an de ordinair gecommitteerden in de Pakhuijsen te Nagapatnam nog in weezen zijnde den boekhouder Phi„ lippus Jacobus Dormieux: zoo is verstaan hem als zoodanig alhier te laaten Continueeren, en in plaatsche van den overleedene saalfelt, tot twee de gecommitteerde aan te stellen den Isaac vrijmoet. Boekhouder Voorts in de munt laaten Continuee„ ven de op Nagapatnam daar in ge„ committeerd geweest zijnde boekhou„ ders Ian Willem Luijken, en Pieter Jacobus Pietersz. Dog ten aanzien van de suppoosten den 11 '. october 113. den 11. october 1785. kelingen emploijeeren kan, op de respective schrijf Comptoiren, waar voor het plan; vaste pennisten en aankweekelingen (:welke laaste door den secretaris particulier zouden worden betaald:/ steld; is na delibera„ tie verstaan aan Hunne Hoog Edelheeden met allen eerbied te vertoonen, dat het deezen Raade probabeler en te gelijk menagieuser voorkomt om in steede van ter secretarij, en dit zij ook omtrend de andere Comptoiren gezegt, bij de 4. vaste Pennisten nog 4. aan„ kweekelingen te voegen, 8 vast in dienst zijn„ de scribenten zoo boekhouders als assis„ tenten te houden; onder vertooning verder en waarom men geen aangebe„ tot adstructie van dit gevoelen, dat wan„ neer men ten ruimste stelle, Dat de 4. pennisten die men voor zoo veel aan„ kweelingen 114. kweekelingen presereerd, alle assistenten van ƒ 24. waaren, de Comp:e dan nog maar aan een ieder van hun betaalen zou . Pagooden 5: 8: 32. voor welke prijser geen kans is om thans op deeze kust, en voor al op een plaats, zoo na bij Madras „ (: als Palleacatta is, en waar 'sComp=s bediendens nu vrij meer bekend zijn als voor den oorlog:/ pennisten, die maar rlog: iets kunnen schrijven te krijgen. Dat buijten dit 'er nog een grooter Zwa„ righeid erteerd tegen het plaatzen van diergelijke pennisten op de Comptoiren: namentlijk, dat de secretaris of Baas 9 1 van eenig ander Comptoir althoos gevaar zou loopen, dat wanneer zig een borst den 11: October 1785 eenig vervolg 12 den 11. October 1785. eenigzints bekwaam hadden gemaakt, om voortaan dienst van hem te hebben, zo„ danig Een aankwekeling zig en gageeren en zou op 't een of ander Particulier Comp„ toir bij de Engelschen, daar tot 30 en 40. pagooden 'smaands voor Een schrijver of oppasser in een winkel, en nog meer vervolg voor een Boekhouder gegeven word, het 1 welk het schrijfwerk zeer vertraagen ^ zou en agter uit zetten voor al wanneer zul„ ke particuliere bediendens /: want zij zig niet anders aanmerken en ook niet an„ ders zijn:/ het eens konde goedvinden bij het vertrek der scheepen, of bij het doen van het generaal verslag, wanneer het mees„ te schrijfwerk op de Comptoiren werd verrigt, heer bestuil tot het maaken eener schikking op de schrijfComp„ toiren heen te gaan: En is daarom uit overweeging van dit een en ander /. principaal van de reëele menage die daar door betragt werd:/ in hoope dat Hunne Hoog Edelheeden deeze schikkinge zullen gelieven te agreëe„ ven, goedgevonden en verstaan, tot nader ordre van Hoog dezelve op het secretarij te plaatzen; 1. Eerste Geswoore Clercq van Potitie die tef„ van fens secretaris van Iustitie is, 2. Geswoore Clercquen waar van een bij den heer gesaghebber zal bescheiden wezen: naa„ mentlijk den boekhouder en Translateur Abraham Dormieux, en 8 Termanente pennisten zoo Boekhouders den 11. October 1785 als als 116 117. den 11. October 1785. dagelijkse Commissien nodig, als assistenten. — Op het Negotie Comptoir. 1. Negotie overdrager, ove 1. Navekenaar, met 10: Permanente pennisten, zoo boekhou„ ders, als assistenten Op het Zoldij Comptoir. 1: soldij overdrager, met 4. Permanente pennisten, in voegen als bij de andere Comptoiren; nevens nog 2. Pennisten tot het waarneemen van diverse twee pennisten zijn tot de dagelijksche Commissien, waar toe die, wel„ ƒ ke vast op de Comptoiren, daar zij arbeid genoeg vinden, bescheijden zijn, niet altoos 1 kunnen vaceeren, zonder belet in hun onder handen hebbend werk, te meer, wijl dier 118 admissie van een boekbinder„ en 2. gesellen in dienst en wie expresse afpakkens zullen weesen, diergelijke buijten gewoone Commissien door„ E gaans in de drukste of scheepe tijd voor„ 1 vallen. En is eijndelijk nog verstaan deeze twee pennisten ter secretarij, alwaar het getal wat al te zuijnig genomen is, te plaat„ zen, tot verrigting van het dagelijks voor„ vallend bij werk. — Om de wille van dies absolute nood„ zaakelijk alhier in dienst genomen zijnde 1. Boekebinder, en 2. gezellen: zoo is verstaan daar van al„ meede gewag te maaken bij den afgaande brieff Het aanstellen van expresse afpak„ 6 kers, alhier onnoodig geoordeeld zijnde, is den 11. October 1785. verstaan 8 1 1 1 149 den 11. october 1785. kingen door N. N: Ed. zullen geapprobeerd wor„ verstaan dit werk gelijk bevoorens, alhier weeder te laaten verrigten, door onder„ kooplieden buijten emploor, zoo die hier aan handen zijn, en gequalificeerde Boek„ C houders; onder wien almeede verstaan is, het aandeel van het douceur, bij het Cei„ lons plan, de afpakkers toegelegd, in eguaale portien te laaten verdeelen. Dit de schikkingen zijnde, die deezen hoope dat deeze schijk„ Raade waarlijk noodzaakelijk geoordeeld den heeft, onder de Civile bedienden te moeten maa„ ken; zoo is, schoon die eenigzins met het overgezonde plan verschillen, egter verstaan bij den afgaanden brief te betuigen, de hoope 1 8 8 deezer Regeering op een gunstige approbatie, winstig uit hoofde deeze schikking beter over een„ semd „

NL-HaNA_1.04.02_9719_0214 view scan ↗

English

120. to present regarding the militia agrees with the magnanimous sentiment of Their High Excellencies not to abandon any un- fortunate servants totally ruined by the war; more than the plan of Ceilon, for that allocates too few servants for the purpose. — and subsequently, concerning the militia that ought to be garrisoned here, it is resolved to present to Their High Excellencies, with all respect and submission to Their wiser judgment, that this Council maintains that a couple of companies of sepoys, whether each under a European of- ficer, or under their own officers, provided, however, they are absolutely subordinate to the Eu- ropean Commandant of the garrison 11 October 1785. here 121. 11 October 1785. to which Captain Lieutenant Winkelman, who re- turned on the ship De Both, is understood to be appointed, would be just as serviceable here as one company of European soldiers and one company of sepoys; because the Europeans in case of an attack on a fort like this, conditioned as it presently is, can be of no use for defense, as one is forced to surrender such a fortress upon the first summons, whereby even greater disadvantage for the Company would immediately arise, in that it would not only lose a company of Europeans who could have been of more service elsewhere, but sometimes might still 122. be obliged to pay for their maintenance as prisoners of war, which is not to be feared with regard to the sepoys. — Furthermore, it is understood not only to mention in the outgoing letter to Batavia that in due time, upon High approval, one will proceed to recruit two companies of sepoys, each calculated at 100 men, under their own officers, but with a European drillmaster, who may be a sergeant or corporal, for a permanent gar- rison for Palleacatta, but also to note in that respect that at present one has only 30 men in service, though shortly another 100 men will be recruited, 123. 11 October 1785. if possible for the same pay for which the previous ones were taken into service, that is for 72 small Madras silver Fanams to each sepoy per month, and this because it proves cheaper here than giving them less wages and providing nelly, whether one must purchase that grain here, when the calculation would turn out even more disadvantageous, or whether one calculates the purchase price of the rice that might be brought from Batavia. — That one would add here the necessary drummers and fifers, a garrison clerk, gunsmith, and whatever else was urgently necessary, following strict frugality. 124. 11 October 1785. Following the plan regarding the artillerymen, it is also, subject to the favorable approval of Their High Excellencies, approved and resolved to appoint Lieutenant Willem Hendrik Nuwer, who has returned from the north, as head of the artillery, and instead of a bombardier who is not at hand here, to attach to him the extraordinary fireworker Coenraad Corner, sent hither from Ceilon; whereby it is further resolved, in due time, or as soon as they will be at hand here, to add the granted 2 gunners with as many assistants as will be deemed necessary for the operation of the artillery. — And 125. 11 October 1785. it is resolved regarding that point to note briefly in the outgoing letter that for the present one will manage here with 8 or 10 assistants, because in this old castle the artillerymen are only necessary for firing salutes. And since this cannot yet be done without danger using the cannon left behind by the English, it is further resolved to request Their High Excellencies most humbly to send hither, by available shipping opportunities, 24 small pieces of cannon of 4 to 6 lb caliber with their full mountings and some matching ammunition, should it sometimes be necessary. 126. The supervision and management of the armory having already been assigned to Captain Lieutenant Winkelman by order of Their High Excellencies, it is resolved with respect to the titular skipper and former equipment master Hartman to write to him shortly to come over at once, in order to perform his service as equipment master here. Furthermore, it is resolved in the outgoing provisional requisition to request Their High Excellencies to send hither a certain number of seafarers, both for the service of the vessels and to work as the necessity of affairs and circumstances may require. 11 October 1785.

Dutch transcription

120. te vertoonen nopens de militie stemd met het Edelmoedig gevoelen van Hunne Hoog Edelheeden om geen onge„ lukkige en door den oorlog totaal gerui„ neerde dienaaren te verstooten; dan het plan van Ceilon, want dat daar toe te wijnig dienaars steld. — dert beslotends Not otdil en vervolgens is, nopens de militie, die alhier zou dienen in guarnisoen te leggen, ver„ 99 staan aan Hunne Hoog Edelheden (:met alle eerbied, en submissie aan Hoog derselver wijzer gevoelen:) te vertoonen, dat deesen Raade sustineerd dat een paar Compagnies sipais het zij elk onder Een Europesch of„ ficier, dan wel onder hunne eige offecieren mits egter absolut staande onder den Eu„ ropeeschen Commandant van het garnisoen den 11. October 1785. waar alhier Com 121. den 11. october 1785. kelman aangesteld (:waar toe den per het schip De Both geve„ den Capt: Rijternt win„ ƒ tourneerden Capitain Luitenant winkelman 1 1 verstaan is aan te stellen:) hier alzoo dienstig zouden zijn, als Een Comp: Euro„ pesche militairen en Een Comp=e Sipaijs; uit hoofde de Europesen in Cas van attac„ que in een fort, als dit, zodanig als het 1 tans gesteld is; van geen nut tot defensie kunnen zijn, alsoo men een diergelijke vesting genoodzaakt is, om op de eerste sommatie over te geeven, en waar door dat 1 meerder nadeel voor de Comp. e al aan„ . . stonds zou gebooren worden dat zij niet 8 alleen een Comp:s Europeschen die elders van meer dienst zouden hebben kunne weezen, verloor; maar somtijds nog ver 122. e twe Compagnien Lijpa eis 2d len in dienst aangenomen wor„ dog onder welke mits„ hoe veel sipaijs er tans in verpligt zou zijn om hun onderhoud, als krijgsgevangen te betaalen, dat omtrend de sipaaijs niet te vreesen is. — Voorts is niet alleen verstaan bij den afgaanden brief na Batavia 18 aan te haalen, dat men in der tijd, op Hooge approbatie zal overgaan tot het in dienst neemen van twee Compagnien sipaaijs ieder op 100 man gerekend, onder hun eijge offeciers, dog met een Euro„ peesch drilmeester, die sergeant of Cor„ poraal kan zijn, voor een vast quar„ nisoen voor Palleacatta, maar ook ten dien respecte te noteeren, dat men tegenwoordig nog maar 30 man in dienst heeft, dog ter eerstdaags nog 100. den 11. October 1785. man den dienst zijn. 123. den 11: October 1785: cto: zullen en bij gevoegd wor„ „man bij zal aanneemen, zoo mogelijk voor de eige besolding waar voor de voorige in en voor hoe veel smaands„ „ Mad: Silvere Jans. dienst genomen zijn, dat is voor 72. – kleine,„ aan „ ieder Sipaaij in de maand, en zulks uit 1 C hoofde dat zulks hier goedkoper uitkomt, dan hen minder gagie te geeven, en nelij te verstrecken, het zij men dat graan hier 6 moet in koopen /: wanneer de Reekening nog veel nadeliger soude uijtkomen:/ of het sij men den uitkoops Prijs van de Rijst die van Batavia mogt wer„ den aangebragt, Reekend —. Dat men hier zoude bijvoegen de nodige de nodige tamboord en peijpen tamboers en pijpers, Een guarnisoen schrij„ ver, geweer schoonmaker, en wat verders hoog noodig was na Een strikte zuijnigheid. . Art „ bij den 124. den 11. october 1785. Nuimer tot hoofd van de Ar„ thilling aan te stellen, nevens de nodige arthilleristen toe te voegen, bestuit m den Luijtenant Het plan ten aanzien van de Arthilleristen volgende, pis almeede op gunstige appro„ batie van Hunne Hoog Edelheeden, goedgevonden en verstaan den van de noord d te rug gekomen Luitenant Willem 7. Hendrik Nuwer aan te stellen tot hoofd van de Arthillerij, en in steede niet van een Bombardier die hier „ aan handen in hem den nauw: Cormn is hem toe te voegen den van Ceilon her„ waards gesonden Extra ordinair vuurwer„ ker Coenraad Corner; waar bij wij„ ders verstaan is, in der tijd, of 2oo dra zij hier zullen aan handen zijn te voegen de geaccordeerde 2. Cannoniers met soo veel handlangers als ter bediening van het geschut noodig zullen geoordeeld worden. - En 1 125 den 11. October 1785. met hoe veel arthillerester het hier te stellen zoude. „weesen, P om 24. klijne stukken En is omtrend dat poinct verstaan bij den afgaanden brief kortelijk te noteeren, dat het hier voor eerst met 8. off 10. Handlan„ gers wel zal te stellen zijn, uit hoofden in dit oud Casteel de artelleristen eenelijk noodig zijn tot het doen van salut schoo„ ten En nadien dit nog niet zonder ge„ A: A: E:s: te versoeken vaar geschieden kan uit het door de En„ gelsche agtergelaaten Canon, is wijders ver„ staan hunne hoog Edelheeden aller onder„ danigst te versoeken, om bij voorkomende scheeps gelegenheeden 24. klijne stukken heeden h Canon van 4 â: 6: lb Caliber met hun volle montuure en eenig daar toepassend scherp herwaards te zenden, of het somtijds nood„ „ zaakelijk mogt zijn. . Het Canonsete 126. den wapeskom is aan dien Capt: luit: winkelman op„ gedragen en Hartman zal eerstedaag opgeroepen worden; besluit H: H: Eodl: te mn:) zoeken om eenige zeevaa„ Het op zigt en bestier over de wapenkamer bereeds na de ordre van Hunne Hoog Edelheeden den Capitein Luitenant winkelman opgedraagen zijnde, is ten op sigte van den schipper titulair en geweesen Equipagie meester Hartman verstaan, hem eerstdaags aan te schrijven om ten eersten over te komen, om zijnen dienst van Equipagie meester alhier te kunnen waarneemen voorts is verstaan bij den afgaande provisioneelen eijsch Hunne Hoog Edel„ heeden te versoeken om een zeeker getal van zeevaarende herwaards te zenden, zoo ten diensten van de vaartuigen als om na vereijsch van zaaken, en omstandigheeden den 11. october 1785 work rende

NL-HaNA_1.04.02_9719_0221 view scan ↗

English

11 October 1785 Stationing of a boatswain ashore. Retention of 3 European artisans to find work. In order to be able to supervise the lighter vessels that sail to or from on board with goods, a boatswain on the beach here is of the utmost necessity. Subject to the approval of the High Government of the Indies, it is agreed to station Adrianus van Odijk, the former boatswain at Sadras, as boatswain here. Likewise, upon favorable consent as above, and because of its absolute necessity, it is agreed to retain here the former master cooper of Nagapatnam, Godliep Templijn, who was sent over from Jaffanapatnam; Master carpenter Willem Eijbrantsz. Bleeker, who is expected here in the next few days, along with the former sailmaker of Nagapatnam, Frans Paling. And having hereby made the necessary arrangements concerning the servants of the Head Office, citing the reasons which have more than once obliged this Council to deviate from the plan received from Ceylon; it is furthermore agreed, with regard to the servants at the subordinate offices, to submit with all respect to Their High Noble Lordships 11 October 1785. To represent that the proposed arrangement to place at each of them only a chief, a second-in-command, and a single clerk is not well reconciled with the duties to be performed at those places, adding further that this Council thus finds itself obliged to enumerate the main ones, in the hope that Their High Noble Lordships will then easily agree that one cannot manage with only one clerk at the subordinate offices. That, to proceed with this, one must respectfully inform Their High Noble Lordships that at the trading offices there must be permanent commissioners in the warehouses and during the turnover of the collection, which continues almost throughout the entire year and must often be attended to simultaneously with other duties. That because of this, before the war, there was a constant shortage of hands at the offices, whereby the chiefs were repeatedly obliged to employ the reader alongside the clerks who were then still assigned to the subordinate offices, and sometimes even the surgeon, however much the work they had to assign them fell outside their scope. That these are still only ordinary duties, but 11 October 1785. when there is a ship, one is in the greatest perplexity at those factories: seeing that unloading, loading, weighing out to the merchant when he comes for goods, sorting, measuring, and packing then all coincide, aside from the clerical work, both secretarial and commercial, visiting the painters, washers, and dyers at certain times, the occasional commissions, and the work of the mint at Jaggernaikpoeram. That, in addition, a scriba would be a servant of the utmost necessity at a factory in order to pass notarial and other instruments, and thus cannot be spared there either. That, above all this, a boatswain is indispensable at Sadras, Jaggernaikpoeram, and Bimilipatnam to keep watch and take care during the receipt or shipping of goods, during the unloading or loading of ships and vessels, and to simultaneously supervise the large or small quantities of ropes, anchors, and other equipment goods, etc., which must be kept in stock for supply at an office visited by ships, seeing that it is very improper for these to be kept under the second-in-command. And since the work at the subordinate offices, when trade and collection get underway again, will not decrease, but rather increase in the beginning or before everything is back in its usual course; it is, upon the proposal of the Governor, approved and resolved, for the present or as long as the further pleasure of Their High Noble Lordships is obtained, to leave the servants at the subordinate offices as they were before the war, especially since it makes no difference to the Honorable Company where it pays the wages and board allowances. And the usefulness of the servants, whom the philanthropy and generosity of Their High Noble Lordships do not permit to be cast off after so many endured misfortunes, is much greater at the subordinate factories than their idling about here to drop into the writing offices. And herewith submitting the plan regarding the European servants to the more enlightened judgment of Their High Noble Lordships, it is only agreed to add in the outgoing letter that it has been arranged according to the best knowledge and deliberation of this Council, as in forming it, the Council has continually kept its eye fixed on the present condition of the Coast and the so highly 11 October 1785.

Dutch transcription

127. den 11. October 1785 plaatzing van een boots„ „man aan strand, Aanhouding van 3. eu opeije„ ambagtslieden„ werk te vinden Om het opsigt te kunnen hebben over de losvaartuigen, die met goederen van ƒ off na Boort vaaren, een bootsman, aan 1 het strant alhier ten hoogsten nood„ no 1 zaakelijk zijn, is verstaan op appro¬ batie van de Hooge Indiasche Re„ geering, alhier als Bootsman te plaatsen a den geweesen Bootsman te Sadras Adri„ anus van Odijk. — Desgelijks is op gunstige toe„ 1 stemming als even, en uit hoofde van 1 dies absolute noodzaakelijkheid, ver„ staan alhier aan te houden den van Jaf„ 1 fanapatnam overgezondene, geweesen ƒ baas kuijper van Nagapatnam Podliep Templijn Na 6 128 voldande mogen bevonden te vertoonen, nopens de schik„ kingen op de buijten Comptoiren, Templijn; Den eerstdaags hier verwagt werdende baas Timmerman Willem Eijbrantsz: Bleeker nevens den geweesen Zijlmaaker van Nagapatnam Frans Paling. en hooge dagt dezen schikkigen On hiermeede omtrend de Dienaaren van Het Hoofd Comptoir, de noodige schikkingen gemaakt zijnde, onder aan„ haaling van de redenen die deezen Raade meer dan eens hebben ver„ pligt van het van Ceilon bekomen wat beslooten is A. A E: plan af te wijken; is wijders ten aan„ sien van de dienaaren op de buijten„ Comptoiren verstaan, aan Hunne Hoog Edelheedens met alle Eerbied den 11. October 1785. te worden, 129: den 11. october 1785. te vertoonen, dat de voorgedrage schikking„ om op ieder derzelve maar een opperhoofd, en secunde met Een Enkeld pennist te leggen te begen niet wel is overeen te brengen, met de bezig„ heeden, welke op die Plaatsen te verrigten zijn, onder bij voeging verder dat deezen Raa„ Po de zig dus genecessiteerd vind daar van vervolg„ de Hoofdzaakelijkste op te noemen, en zulks ƒ in hoope, dat Hunne Hoog Edelheden dan ligtelijk zullen toestemmen dat het op de buijten Comptoiren met geen een per„ nist te stellen is. Dat, om hier toe overtegaan, men Hoog„ deselven met eerbied moet te kennen geeven. Dat 'er op de handel drijvende Comptoiren permonente gecommitteerdens dienen te zijn 130 zijn in de pakhuijzen, en bij den omslag van den insaam, die meest het geheele Jaar doorstaat, en dikmaals te gelijk met andere bezigheeden moet waarge„ nomen werden, dat men hier door voor den oorlog op de Comptoiren gestadig Corrp gebrek aan handen gehad heeft, waar 1 1 door de opperhoofden telkens in de nood„ zakelijkheid geweest zijn om bij de pen„ nisten, die toen nog op de buijten Comptoiren bescheiden waaren, den voor„ leezer te Emploijeeren, en zelfs zomtijds mploij 5 wel den Chirurgijn hoe zeer het werk CVr . dat men hen moest opdragen, buijten hunne Cirkel was. Dat dit nog maar gewoone bezigheeden zijn, maar Den 11. October 1785. wanneer vvervolg 131. den 11. October 1785. zaakelijk weezen wanneer der Een schip is, dat men dan op die factorijen in de meeste verlegentheid is: gemerkt dan lossen laden, uijtweegen ƒ aan den koopman, wanneer hij om goe„ deren komt, sorteeren, meeten en afpak„ ken; alles te gelijk komt, behalven nog het schrijfwerk 2oo secretarieel als van de Negotie, het vondgaan op zekere tij„ den bij de schilders„ wassers en verwers„ de voorvallende Commissien mitsgaders het werk van de munt te Jaggernaik„ poeram. Dat boven dien Een scriba een bediende een somba zoude in rood„ van de uijtterste noodzakelijkheid is, op Een factorij om de notarieele, en an„ dere Instrumenten te passeeren. En dus daar 132 gelijk ook een bootsman op ieder der nevens gem: 3. Comp„ daar ook niet kan worden gemist: Dat boven dit alles op Sadras, Jagger„ naikpoeram en Bimilipatnam noot„ wendig een Bootsman noodig is, om 9 agt te kunnen geeven en zorg te draagen, bij den ontvangst of afscheeping van goe„ 1 9 - 1 deren, bij ontlossing of belaading van ng 8 scheepen en vaartuigen, en om teffens op„ zigt te kunnen hebben over de veel of weijnige touwen, ankers, en andere Equipagie goederen &r=na, die op een Comp„ toir, daar scheepen komen, tot verstrek„ king dienen in voorraad te zijn, gemerkt 9 het zeer oneigen is dat die onder den se„ eer 8 cunde bewaard worden En daar nu het werk op de buij„ den 11. October 1785. ten toiren 133. den 11e': october 1785. buijten Comptoiren te laaten zo als te bevooren ge„ weest zijn, „ten Comptoiren, wanneer de vertier en den Insaam weder aan den gang raaken, an9 niet verminderen, maar eerder in den begin„ ne, of eer alles weeder in den gewoonen 1 ƒ Cours is vermeerderen zal; zoo is op de besluit de dienaaren, op de propositie van den Heer gesaghebber, goed gevonden en verstaan, voor eerst of zoo lang men daar op het nader goed„ vinden van Hunne Hoog Edelheden zal hebben erlangd, de dienaaren op de buijten Comptoiren te laaten zoo als die voor den oorlog geweest zijn, voor al daar het de E: Maatschappij om het even is, waar zij de gagien en kostgelden be„ de taald, en het nut der dienaaren, die de Menschlievend, en Edelmoedigheid van Hunne „ enge 134. onderwerping aan het oordeel van N H: Ed: omtrend de Europeese dienaaren, de gemaakte schikkingen is na de beste kennisse ingerigt Hunne Hoog Edelheedens niet toelaa„ ten, na zoo veele uijtgestaane rampen te verstooten, op de buijten factorijen veel meer is, dan dat die hier liepen om op de schrijf Comptoiren in te vallen. En hiermeede, het plan omtrent de Eu„ ropesche Dienaaren, onderwerpende, aan het meerder verligt oordeel van Hunne Hoog Edelheeden, is nog maar alleen verstaan, bij den afgaanden brief ter bij te voegen dat het zelve is in„ 7 1 gerigt na de beste kennis van deezen ste Raade en met overleg: alzoo die in het formeeren van het zelve steeds het oog gevestigd gehouden heeft op den presente toestand van de kust, en de zoo hoog den 11. october 1785. nodige 1 3

NL-HaNA_1.04.02_9719_0229 view scan ↗

English

135 11 October 1785. The Ceylon plan regarding the profits and losses and necessary management; but that if the Company recovers Nagapatnam, one is of the opinion that everything regarding the civil establishment should be restored to the former, or nearly the former arrangement, to resume service. Following the thread of the plan drafted by the aforementioned Gentlemen Falck of blessed memory and Van de Graaff, with respect to the arrangement regarding the profits and losses at the outer offices, in which according to that plan both the head and the second must participate, in the proportion of two-thirds for the head and one-third for the second: this arrangement was approved and resolved to be distributed to the respective factories, with orders to comply with it dutifully. 136 That the abandonment of Portonovo is a critical matter, the system of trade having been altered. The retention of Portonovo having been judged unnecessary by Their High Mightinesses, it was resolved after deliberation to represent to Their High Mightinesses with all respect: That the abandonment of that residency is at present a very critical matter, however much it might previously have been very well spared, and indeed for the very reasons that Their High Mightinesses have been pleased to advance; considering that the loss of Nagapatnam has greatly altered the system of trade here on the coast; 137 11 October 1785. That the textile collection which was previously done at Nagapatnam (and from which place alone a quantity of 770 bales has been demanded for the year 1786) ought to be diverted and distributed among the remaining offices; that the demand for 1786 ought to be distributed, and then Portonovo would contribute its share; that without allocating a good portion thereof to Portonovo, that demand will never be able to be met, because previously, when everything was in its ordinary course, the offices could almost never complete the demands assigned to them; one cannot expect that these would now in the beginning be better met with such a considerable increase. 138 Particularly blue textiles. That in particular the Company, without the intervention of Portonovo, will remain very poorly supplied with blue textiles, since it is an absolute impossibility that these can be collected and dyed at Sadraspatnam, the only place which then still remains for the delivery thereof, because previously they not seldom fell short there in meeting the demands for those cloths assigned to that office for its own share. That, besides all this, it is an absolute truth that the closer the place where the Nagapatnam assortments are to be delivered is situated to 139 11 October 1785. Portonovo will become an important textile place, and then a head and second ought to be placed there. Designation of Scheuneman as first and Topander as second resident. the weaving places where they were previously manufactured, the more convenient it is; and that therefore, if Nagapatnam is not returned to the Company, this Council is most respectfully of the opinion that Portonovo cannot be abandoned, but on the contrary ought to become one of the most important textile places for the Company, where instead of one resident, two, or as at other offices (as Their High Mightinesses shall be pleased to approve) a head and second ought to be placed, with the necessary clerks. And in such a case, it was resolved to further represent to Their High Mightinesses that this Council would know of no one to propose to Their High Mightinesses more capable 140 than the bookkeeper and former adigar of the villages, Johannes Scheuneman, a man thoroughly experienced in the service of the Company in general, and particularly in the textile trade, to serve there as first, and the present resident Topander to serve as second. The Nagapatnam merchants could then be enticed. Subsequently, discourse having arisen concerning the Portonovo merchants themselves, who it cannot be denied were previously bad payers and poor suppliers, who have remained indebted to the Company for a considerable amount: it was resolved, in order to remove this objection, to mention in the outgoing letter that this might well be improved 141 11 October 1785. The old debts must be written off, or else left on the books. When one would best be able to judge concerning the two residents. by appointing other merchants, or enticing the best from Nagapatnam to Portonovo; at least, that against the proposed plan to make Portonovo a principal gathering place for textiles, the old debts of the former Portonovo merchants can by no means stand in the way, because these ought to be written off completely, or at best must remain running on the books as utterly desperate, especially if that residency is abandoned, because then it will be utterly impossible to recover anything from them. But since this Council will be able to judge on this matter with more grounds when one

Dutch transcription

135 den 11. October 1785. het Ceilons plan nopens de baten en schaden noodige menage; Dog dat der Maatschappij„ Nagapatnam te rug krijgende men W van gevoelen is, dat alles omtrend het Civile, de voorige, of bij na de voorige 8 gedaan te, weeder dienst aan te neemen. De draad van het plan door de Hoog,„emaarte schikking bij gemelde Heeren Falck /:L: M. / en van de Graaff ontworpen, volgende, is ten aan„ aff sien van de schikking omtrend de baaten en schaadens op de buijten Comptoiren, waar in volgens dat Plan het opperhoofd, en de secunde beijde moeten deel neemen, na de proportie van twee derde voor het opperhoofd, en Een derde voor den Se„ cunde: goedgevonden en verslaan deeze schik„ king 136 dat de opbraake van Porto„ novo een bedenkelijke zaak is, van den handel, gealtereerd, king na de respective factorijen te bedeelen, met last om daar aan pligtmatig te voldoen bestlut : N Ed: te edelen De aanhouding van Portonovo door Hunne Hoog Edelheden; onnoodig geoor„ deeld zijnde, is na deliberatie verstaan, daar omtrent aan Hoog dezelve met alle eerbied te vertoonen: Dat de opbraake van die residentie thans een zeer be„ denkelijke zaak is, hoe zeer die 1 bevoorens, en wel om de eijge reedenen, die Hun Hoog Ed: hebben gelieven te avanceeren, zeer wel waare te mis„ Nagap„: hreft hit siptemnassen geweest: gemerkt het verlies van 1 Nagapatnam het Sijsthema van den handel hier ter kuste zeer geal„ den 11'. october 1785 tereerd 137. den 11. october 1785. dienen verdeeld te worden, dan Zouda Portonovo het zijne Contribueeren; tereerd heeft; Dat den Lijwaat insaam, die bevoorens. den Eijsch voor 1736 zoude te Nagapatnam wierd gedaan (:en van welke plaats alleen voor het Jaar 1786 een getal van 770. - pakken gevraagd zijn:) diend verlegt, en aan de overige 9 Comptoiren toegedeeld te werden; Dat zonder een goede portie daar van Portonovo toe te deelen, dien Eijsch nimmer zal kunnen werden voldaan, wat dat men, daar bevoorens, toen alles in zijne gewoone trein was; de Comptoiren bij na nimmer de hun aanbe„ deelde Eijsschen konden Completeren; men niet verwagten kan, dat die nu„ in den beginne, beter zouden te voldoen zijn len 138 zijn, met zulk een aanzienlijke vermeerde„ bijsonders blaauw lijwaatering. Dat in het bij zonder de Comp: zonder tusschen komst van Portonovo zeer slegt zal voldaan blijven van blaauwe lijwaa„ ten, wijl het een absolute onmogelijkheid is, dat die te sadraspatnam de eenige plaats, die tot de leverantie derzelve dan nog overschiet, kunnen ingesaameld en geverfd worden, wijl men daar bevorens niet zel„ den te kort schoot aan de voldoening van de eijsschen dier doeken, aan dat Comptoir voor zijn eijgen aandeel opgedragen. Dat, buijten dit alles, het een absolute waarheid is, dat hoe nader de plaats„ waar de Nagapatnamsche sortementen . zullen geleverd werden; geleegen is aan den 11. october 1785. de 139 den 11. october 1785. tante lijwaat plaats wor„ hoofd en secunde dienen neman tot Eerste de weefplaatsen, daar die bevoorens aangemaakt wierden, hoe Convenabeler het is; En dat dies Portonovo zal een inpor„ zo Nagapatnam niet weder aan de Comp: te rug gegeven word, deezen Raade eer bie„ 1 digst van gevoelen is, dat Portonovo, niet 1 kan worden opgebrooken, maar daar en te„ gen diend te werden, een van de importantste lijwaatplaatsen voor de Comp:, alwaar inste, en dan zoude er een opper„ de van een Resident, 'er twee, of gelijk op an„ 77 dere Comptoiren (:zoo als Hun Hoog Ed„s 8: „te zulks zullen gelieven goed„ vinden :/ Een opper„ hoofd, en secunde zou dienen geplaatst te werden, met de noodige pennisten 8 En in zoodanig een geval, is verstaan, al aanwijsing van scheu„ 1719 ƒ verder aan Hunne Hoog Edelheeden te ver„ „toonen, dat deezen Raade niemant weeten zou 1 den te weesen, 140 er dan konnen gelokt zou aan Hoog ddezelve voor te draagen Capa„ beler als den boekhouder en geweesen adigaar„ der dorpen Johannes Scheuneman, een man„ door kneed in den dienst van de Comp: in 't al„ gemeen, en bijsonder in den lijwaat handel, om en Topanden tet twee Resent aldaar als Eerste, en den presenten pr Resident Topander als tweede te fungeeren. 1 de Nagap. koopliuden zaude Vervolgens discours gevallen zijnde over de Portonovosche kooplieden zelve, die men niet ontkennen kan, dat bevoorens kwaa„ de betaalders en slegte Leveranciers ge„ weest zijn; welke nog een aanzienlijke mon„ tant aan de Maatschappij schuldig zijn ge„ bleeven: zoo is tot wegruijming van deeze teegenwerping verstaan, bij den afgaanden brief aan te haalen, dat dit mogelijk wel zou den 11. october 1785. weezen 141. den 11. October 1785. schreeven moeten worden de twee Residenten; zoude konnen oordeelen, weezen te verbeeteren door andere kooplieden aan te stellen, of de beste van Naga na 2 Portonovo te lokken; ten minsten, dat te„ gen het woorschrieve ontwix om Portonero tot een voornaame Zamelplaats van liwaa„ ten te maaken, geenzins kunnen obsteeren de in de oude schulden afge„ 3 oude schulden van de voorige Portonovo„ 5 1 „sche kooplieden uit hoofden deeze glad af„ No ƒ geschreeven dienen te werden, of op zijn best . als aller disperaatst bij de boeken moeten dan wel by de boeken: laaten blijven loopen, vooral zoo die residentie word opgebrooken, want er dan met geen ƒ : mogelijkheid iets van hun zal te recouvree„ ren zijn Dan wijl deezen Raade hier over met meer wanneer men best ontrend grond zal kunnen oordeelen, wanneer men over 1 voortloopen,

NL-HaNA_1.04.02_9719_0236 view scan ↗

English

142 deliberates on the distribution of the cloths demanded from Nagapatnam, it is agreed to suspend the disposition regarding that station for the time being, and likewise to inform Their High Noble Excellencies of this, further providing that if this Council should find that the allocation of a considerable portion of those linens must fall to Portonovo, such that, together with what was demanded by the requirements themselves from that place, it would reach an amount of 322 packs, exceeding the management of a resident with two clerks, one shall, subject to high approval, appoint as First Resident the aforementioned 11 October 1785. to appoint continued 143. 11 October 1785. rent at Palliacatta necessarily had to be paid Bookkeeper Schuneman, adding another one or two assistants as shall be deemed necessary. Subsequently, it was remarked by the Governor that, since all fortifications and buildings of the Company at the stations, apart from the miserable remnant of the so-called fort at Palliacatta, have been demolished, and the dilapidated houses within the latter mentioned—according to the dismal condition detailed herebefore—do not even offer shelter to a very small portion of the Company's servants stationed here, and none at all at any other station, it and that warehouse and house rent 144. 11 October 1785. at Portonovo the same was formerly paid and at Nagapatnam house rent to some officers, How much the same amounted to, to calculate becomes necessary to pay house and warehouse rent on this coast, and this is far preferable to any construction worthy of the name, although before the war the Company paid no house or warehouse rent on this coast except at Portonovo, and to some officers of the garrison at Nagapatnam. That at Portonovo the house rent amounted to pagodas 7 for the resident and 2 to 3 for the clerks, and 10 for warehouse rent. That at Nagapatnam there had been officers who each drew 3 pagodas and others who drew 36 fanams, as far as can be recollected in the absence of the papers, but now this could not be relied upon. But that on this account 1 145 11 October 1785. one could now not calculate at all, seeing that at the former capital, through a long-lasting peaceful possession, there were enough houses, and people had been satisfied to be able to rent them out at a low price. But that everything on this coast had become more expensive, so that not even a coolie would serve any longer for what was formerly customary; that this was also the case with the houses and warehouses, of which there was a shortage everywhere; that every owner of a house either occupied it himself or, when he parted with it, now calculated a rent which he previously, when one was not in distress, would not have been able to think of, whereby it happened that because everything is very expensive, 1 146 11 October 1785. at Palliacatta there are few European houses that now, for the price for which one previously rented a tolerable small house, not a hovel was to be had; That here at Palleacatta, as can be understood, there are few houses to be occupied by Europeans. That some of them are already occupied, or are about to be so by the owners, when they shall return from the places of their retreat. That some are completely dilapidated, and there is not one in which something is not deficient. That the owners, having to make heavier or lighter repairs, will also calculate the rent accordingly, which is also influenced in no small degree by the 147 11 October 1785. cannot be determined, resolves to assure Their High Noble Excellencies to be very frugal in that regard knowledge of the distress in which the Company finds itself regarding houses for the sheltering of its servants and goods. And finally that for that reason, and also because all the servants from Nagapatnam and from elsewhere have not yet arrived here, one cannot as yet determine with any certainty how much house rent must be granted to each servant according to his respective rank; with the proposal at the same time to mention provisionally the aforementioned difficulties in the outgoing letter to Their High Noble Excellencies; And this having been resolved, it is likewise agreed to assure the same that when this Council shall determine the house rent for the the house rent can not yet 148 regarding what the plan for the vessels states, respective servants on this coast, this shall be done with the most sparing hand. The matter having come up of the vessels that should be kept on this coast for the transport of goods, it is agreed to testify in the outgoing letter that one is humbly of the opinion with Their High Noble Excellencies and the aforementioned Gentlemen Governors that thonijs—of various sizes, and on which one could place a European or native crew as the service requires—are preferable on this coast to two-masted barks and large 11 October 1785. a 149 11 October 1785. to show that 3 thonijs are too few for this Coast how many vessels there had been formerly, single-masted sloops; because they can more easily be laid up in the rivers (which, according to report, from time to time have less water at their mouths), and certainly do not entail as much maintenance as larger vessels. But concerning the all too small number of three pieces, it is agreed to demonstrate with respect that this is too few, citing further in this regard that Formerly, or before the misfortune that befell this coast, one had on hand here: 2 Two-masted barks, 2 Sloops, 1 Pantjalling, and 3 Thonijs. That two of the latter were permanently resolved to inform Their High Noble Excellencies that it is necessary 2 thonijs are necessarily needed for the north

Dutch transcription

142 over de repartitie van de doeken; die van Nagapatnam gevorderd zijn; deli„ beveeren zal, is verstaan de dispositie over dat Comptoir zoo lang te surcheeren, en hier van almeede aan Hunne Hoog„ Edelheeden Communicatie te geven, onder„ bedeeling wijders dat zoo deesen Raade 1 . ondervinden mogt dat de toedeeling van een aanzienelijk gedeelte van die Lijwaaten aan Portonovo te beurd moet vallen, zodanig, dat het, met het geene bij de Eijsschen zelfs, van de plaats gevorderd is, tot een aantal van 322: pak„ ken, boven de beheering van een resident met twee pennisten mogt gaan, men op hooge approbatie tot Eerste Resident be„ den 11. October 1785. noemen vervolg 143. den 11. October 1785. huur op Pall: nood zaake„ lijk diende betaald te wor„ „noemen en aanstellen zal, den opgemelden Boekhouder Schuneman, onder toevoe„ ging van nog een of twee assistenten na men 29 noodig zal oordeelen: Vervolgens wierd door den Heer Gezagheb„ venargen dat pak en huijs„ ber geremarqueerd, dat, nademaal alle for„ dan tificatien en gebouwen van de Comp: op de 6 ƒ n Comptoiren, buijten het Erbarmlijk overschot 1 n van het zoo genaamd fort te Palliacatta gesloopt zijn, en de vervallen huijzen binnen - het laast gem: /: volgens den hier vooren gede„ 1 „tailleerden lugulren toestand :/ zelfs geen lijfberging presenteeren aan een zeer klijn 7 gedeelte van 'sComp:s alhier bescheijden dienaa„ ven, en in 't geheel geene op eenig ander Comptoir, het ; — 6 79 6 144. den 11. October 1785. te Portonovo wierd de zelve be„ voorens: betaald en te Nag: huijshuwr aan eenige officieren, Hoe veel dezelve beliepen, te Cijfferen het betalen van huijs en pakhuijs huur ter deeser kuste noodzakelijk word, en verre preferabel is, boven alle naamwaar„ dige aanbouwing, schoon de Comp=e voor den 29 oorlog hier ter kuste geene huijs of pakhuijs 8 huur betaalde, dan te Portonovo, en aan eenige officiers van het guarnisoen te Nagapatnam Dat te Portonovo de huijshuur be„ liep pag: 7. voor den resident en 2 â 3. voor de pennisten, en 10. voor pakhuijs„ huur. Dat te Nagapatnam officiers geweest waren, die ieder pC 3. en andere die 36 fanums trokken, zoo men op her„ ƒ denking bij ontstentenis der papieren kan dog tans was daar op niet aangaan. Dog dat op deeze Reeke„ ning 1 145 den 11. october 1785. „ning thans in 't geheel niet te Cijfferen was, gemerkt op de geweese hoofdplaats door een lang duurige paisible possessie, huijzen ge„ lang di noeg waren, en men daar vergenoegd geweest . was die voor een lage prijs te kunnen ver„ 1 huuren: Dog dat alles hier ter kuste ver„ om dat alles zeer duur is, duurd was; zoo dat zelfs geen Coelij meer diende voor het geen bevorens ge„ bruijkelijk was; Dat het dus ook met de huijsen en pakhuijzen gelegen was; waar van men over al gebrek hadt; Dat ider eijgenaar van een huijs, het off zelfs bewoonde off, wanneer hij er van afstaat, tans een huur berekend om welke hij bevoorens, toen men niet verleegen was niet zoude hebben kunnen denken, waar door het toekwam, dat 1 14 den 11. October 1785. op Pall, zijn wijnig eur op ee„ sche kuijsen dat tans voor de prijs, voor welke men bevoorens een tamelijke huijsje huurde, geen kuff te krijgen was; 3 Dat hier te Palleacatta gelijk te ƒ begrijpen is, weijnige huijsen zijn, om door Europeesen bewoond te worden. Dat . zommige daar van reeds zijn geoccupeerd, of het staan te worden door de Eijgenaars, W wanneer zij van de plaatsen hunner re„ traite zullen te rug komen. Dat eenige 1 gantsch vervallen zijn, en ter geen een is, daar niet iets aan deficieerd. - ƒ Dat de bezitters dus zwaare off lig„ tere reparatien moetende doen, zij ook de huurpenningen daar na zullen rekenen, waar op teffens ook niet weijnig influeerd de 147 den 11. October 1785. niet bepaald worden, besluit H: H: Edl: te ver„ zeekeren daar omtrend zeer. spaarzaam te zullen wee„ de kennis van de verlegendheid waar in de Comp: is om huijzen tot berging van haare dienaaren en goederen. En eijndelijk dat men daarom, en ook de huijshuur kan nog om dat alle dienaaren van Nagapatnam, 7 en van elders, hier nog niet zijn aangeko„ men, voor als nog met geen zekerheid be„ 2 paalen kan, hoe veel huijshuur aan ieder dienaar na zijn respective qualiteit moet ƒ werden toegelegd: met propositie teffens zwaarigheeden om van de voorschreeve provisioneel te gewaagen, bij den afgaanden brief aan Hunne Hoog Edelheden; 8 En hier toe beslooten zijnde, is teffens ver„ 1 staan Hoogdezelve te verzeekeren dat wanneer deeze Raade de huijshuur voor de resper geen 1 sen 148 wat het plan van de vaar„ tuigen spreekt, respective dienaaren ter deezer kuste bepaalen zulks met de aller spaarzaamste zal hand zal geschieden er materie gekomen zijnde van de vaar„ tuijgen, die op deeze kust zouden dienen gehouden te werden, tot het vervoer van goe„ deren, zoo is verstaan bij den afgaande 9 9 1 brief, te betuigen, dat men met Haar Hoog Edelheedens, en Hooggemelde Heeren Gouverneurs nedrig van gevoelen is, dat thonijs /: van verschillende groote, en in welke men na vereijsch van diensten een Europeesch of inlandsch tuijg zou kun„ „nen plaatsen :/ ter deezer kuste prefera„ bel zijn voor twee mast barken, en groote den 11. October 1785. een D 149 den 11. October 1785 toonen dat 3. thonijs te wij„ nig zijn voor deeze Cust hoe viel vaartuigen en bevoorens geweest waren, zaakelijk een mast sloepen; uit hoofde zij gemak„ kelijker in de revieren (: die volgens berigt van tijd tot tijd in de monden minder 1 1 water krijgen:) kunnen werden opgelegd, en sekerlijk zoo veel onderhoud, als grootere vaartuigen, niet na zig sleepen. Dog om „ besluit N: H Ed, te ver„ 1 trent het al te gering getal van drie stuks, is verstaan met eerbied te vertoonen, dat zulks te weijnig is, onder aanhaaling ver„ ling der ten deezen respecte dat ƒ Bevoorens, off voor de disgracie deeze kust overgekomen, men hier aan handen had 2: Twee mast barken, 2. Sloepen, 1. Pantjalling, en 3. Thonijs. . Dat twee van de laaste per „ 2. tonijs zijn om de noord rood manent ner

NL-HaNA_1.04.02_9719_0244 view scan ↗

English

150 thus one would not be able to manage with one toni, which permanently belonged at Jaggernaikpoeram, and only made a trip to the south in the spring with returns; whereupon they were immediately sent back, in order to be employed for the conveyance of the cloths from the bay of Nisampatnam. That, as the collection must take its former course, the employment of those two vessels on which no Europeans, but natives are placed to the north remains of absolute necessity. That one toni, which will then still be left over, is not sufficient for Portonovo, Sadras and Bimilipatnam, to where 11 October 1785. 144 11 October 1785. at the slightest brisk trade or collection, vessels will continually have to be sent from here, for the conveyance of merchandise, or to fetch piece goods. Yet that however certain it may be that one toni is too few, this Council nevertheless has difficulty positively stating the required number before it shall have seen what progress the trade at the outer stations will make. And that it thus respectfully requests Their High Mightinesses to leave the arrangement thereof deferred to it; with the promise to make the most definite use of that authorization, and to consult nothing but urgent necessity, paired with the Company's true interest. 152. Likewise, it has been resolved to assure Their Honors that this will also be kept in view with respect to keeping the native sailors assigned to the vessels permanently in service, or dismissing them at the end of the navigable season; mentioning in this regard that the former was previously practiced with those vessels that winter at Jaggernaikpoeram and Jaffanapatnam; but that the crews of the tonis were discharged. There being no place here where vessels are built, and due to the absence of the Master of Equipage to whose department such actually belongs as well as for lack of any papers, it cannot be verified by this Council what the most recently built tonis cost, 11 October 1785. 153. 11 October 1785. so it has been resolved, in answer to the honored requisition of Their High Mightinesses, to state that one is for the present unable to state what those vessels would come to cost, but that one hopes to be able to do so on a following occasion. Yet, since it is meanwhile of the highest necessity to proceed to the construction of the approved three tonis, being two for the north, and one other: so it has been resolved shortly to request from the chiefs of 154. Jaggernaikpoeram, where they can probably be built most cheaply, a calculated estimate of their cost; namely: of two tonis with ordinary toni rigging, and one with a European rig, unless experts might deem it more useful that all such vessels should be provided with their customary rigging. Concerning the trade, it has beforehand been resolved to note briefly in the outgoing letter regarding that matter that it must certainly be begun with the usual wares; that one has also been fairly provided therewith 11 October 1785. 155 11 October 1785. by the ships De Both and De Castor, yet that one must nevertheless state with heartfelt regret that the same have no sale. Now, following further the thread of the plan of Ceylon and Their High Mightinesses' answer thereto, it has been resolved to declare that certainly nothing more useful could be proposed than to leave no large remainders of goods, whether merchandise or returns, much less of money, at the subordinate, indefensible stations. And that the only means to prevent that is to transport them to the Main Station; but that this Council 156 believes to have demonstrably enough shown in the description of the fort of Palleacatte that no funds, and especially no returns, which due to lack of space outside the same would have to be stored in rented warehouses beyond the control or even sight of that fortress, or in erected sheds, would be any safer or better protected here at the Main Station than elsewhere, and that therefore, in case of any rupture, the difference would consist in this, that the loss at the Main Station would be greater, and less at the other factories. Yet that for these transports vessels are also necessary, and our own are the most preferable; for the possibility of being able to hire them for that purpose in case of need is too uncertain to rely upon. 11 October 1785. 157. 11 October 1785. However, with regard to the ordered conveyance of cash by the land route whenever it is safe, it has been resolved respectfully to observe that such a remittance of money might sometimes, and in case one were informed of any danger early enough, still be practicable from Sadras because of the proximity; but not from the stations situated to the north, because such carriage would be far too dangerous on account of the distance of the road, and the heavy rivers through which one must pass.

Dutch transcription

150 dus zoude men met een zonij niet konnen toerijken, manent te Jaggernaikpoeram thuijshoor„ de, en alleen in het voorjaar een togtje na de zuijd deeden met retouren; wan„ na ƒ 1 neer ze aanstonds wierden te rug ge„ te zonden, om g'emploijeerd te werden tot den overbreng, der doeken uit de bogt van ƒ Nisampatnam. Dat, daar de inzaam haar voorige vooste zal moeten neemen, het emploij van die twee vaartuigen /:op welke geen Europee„ sen, maar inlanders geplaatst worden:/ om de noord van de eijge nood-zakelijk„ heid blijft. Dat een tonij, die 'er dan nog zal overschie„ lonij ten niet toerijkende is voor Portonovo„ Sadras en Bimilipatnam, waar na toe den 11: october 1785. bij 144 den 11. October 1785. nog niet opgegeeven worden, versoek om die schikking aan deezen Raade over te bij den minsten opulenten vertier of inzaam„ van hier geduurig vaartuigen zullen dienen gezonden te worden, ter overbreng van handel„ whaaren; of om lijwaaten af te haalen. Dog dat hoe zeker het ook zij, dat een to„ het getal derzelve konde to nie te wijnig is, deezen Raade egter zwaa„ righeid maakt, het noodige getal bepaalde„ lijk op te geeven; voor dezelve zal hebben . „gezien wat opgang den handel op de buij„ ten Comptoiren maaken zal. En dat zij zij dus Hunne Hoog Edelheeden met eerbied verzoekt, de schikking daar van aan haar 2 gedefereerd te laaten; met belofte om van met „die qualificatie het bepaaldste gebruijk te e maaken, en niets te consulteeren, als de Hooge noodzaakelijkheijd, gepaard met sComps waar laaten, 152. hoedanig men dan met de Jnlandsche zeevaarende zoude handelen, dat naa het kostende den nieuwe thenijs nog niet opgee„ van kan waar belang. Desgelijks is verstaan Hoog dezelve te verze„ keren, dat dit almeede zal werden in het oog gehouden, met opzigt tot het vast in dienst houden, off met het eijnde van den vaarbaaren tijd demitteeren, van de op de vaartuijgen bescheidene Inlandsche zee„ varende; onder aanhaaling ten deezen opzigte, dat het eerste bevoorens is ge„ practiseerd met die vaartuigen, welke te Jaggernaikpoeram en Jaffanapal„ nam overwinteren; dog dat de man„ schappen der thonijs wierden afgedankt. 1 besluit H: H Ed: te betuigen) Hier geen plaats zijnde waar men vaartuigen timmerd en door absentie van den Equipagie opsigter /: van wiens den 11. october 1785. de partement. 153. den 11. October 1785. laaten aanbouwen, departement zulks eijgentlijk is:/ als meede bij gebrek van alle papieren door deezen Raade niet kunnende werden nagegaan, „ wat de Jongst aangeboude thonijs gekost hebben, zoo is verstaan in antwoord op het geeerd requisit van Hunne Hoog„ Edelheden te betuigen, dat min voor als 9 ƒ nog buijten staat is op te geven; wat die vaartuigen zouden komen te kosten, dog dat men hoopt dit bij een volgende gelegenheid te zullen kunnen doen. Dan wijl het onderstusschen van de hoogste egter zoude men 3. stuks noodzaakelijkheid is, tot den aanbouw der geaccordeerde drie thonijs, als twee voor de noord, en Een andere over te gaan: zoo is verstaan eerstdaags van de opperhoofden van 1 ƒ 1 154. Ruijme voorziening van Cop Coopmansz: van Jaggernaik poeram, alwaar die denke„ lijk het goed-koopst zullen kunnen wer„ den aangebouwd, te requireeren een Calcula„ tive opgave van dies kostende; naamentlijk: van twee tonies met een gewoon thonijs, en een met een Europeesch tuig, ten zij des kundige dienstiger mogten oordeelen, dat liger alle diergelijke vaartuigen met de daar aan gewoone tuijgagie dienden te worden voor zien De Handel betreffende, is voor af ver„ „kortelijk staan daar omtrent bij den afgaanden brief„ 7 77 te noteeren, dat die zekerlijk met de gewoone wharen moet begonnen werden; dat men daar van ook tamelijk voor zien den 11. October 1785. geworkens S 155 den 11. October 1785. reedenen te vertoonen, waarom geen groote restan„ ten op de Comptoiren kunnen gelaaten worden, geworden is met de scheepen De Both, en De Castor, dog dat men egter met ziels„ dog zij hebben geen aftuk„ laetweezen zeggen moet, dat dezelve, geen aftrek hebben. Thans al verder den draad van het plan bsluit N: H. Ed. de ƒ van Ceilon en Hun Hoog Ed: antwoord . daar op, volgende is verstaan te betuigen dat er zekerlijk niets nuttiger voorge„ steld kon worden, dan geen groote res„ tanten van goederen, het zij koopmanschap„ pen off retouren, veel min van geld op de off onderhoorige onweerbaare Comptoiren te laaten. En dat het eenigste middel om dat voorte„ komen is, die te transporteeren na het Hoofd Comptoir; Dog dat deezen Raade 6 vermeend 156 6 vermeend bij de beschrijving van het Pal„ leacats fort bewijsbaar genoeg aange„ 9 toond te hebben, dat geene gelden, en voor al geene retouren, die door gebrek aan plaats buijten het zelve, in gehuurde pakhuijsen, buijten bedwang off zelfs gezigt van die sterkte, off in opgeslage lootzen zouden moeten geburgen worden, maar wel op het HoofdComptin alhier meerder veijlig, off beeter te bescher„ ver Vrijlig men zouden zijn, dan elders, en dat daar„ om bij eenige rupture het verschil hier in zoude bestaan dat het verlies op het hoofd Comptoir grooter, en minder was op de andere factorijen Dog dat tot deeze transporten ook vaartuigen nodig zijn, en eigene het den 11. October 1785. ver — 2 157. den 11. October 1785. en dat geld over land te trans„ porteeren gevaarlijk was, komen af te raaden verkieselijkste; want de mogelijkheid om die in Cas van noot daar toe te kunnen huuren, al te onseeker is om daar op staat te maaken Dog ten belange van de geordonneerde overbrenging van Contanten over den land„ weg wanneer die veijlig is, is verstaan met eerbied aan te merken dat zulk een vemise van geld, zomtijds, en ingevalle men van vroegtijdig genoeg van eenig gevaar berigt was, nog wel van Padras om de na bijheid practicabel zou zijn; dog welke inconvenienten dezelve niet van de om noord gelegen Comptoiren, uit hoofde zulk overdraagen al te ge„ vaarlijk zou weesen, om de verheijd van de weg, en de zwaare revieren, waar door men 1

NL-HaNA_1.04.02_9719_0252 view scan ↗

English

158 11 October 1785. Regarding the freedom to sell the goods at fixed prices, one often cannot know whether the roads are safe or not; that besides this, disputes can arise between the petty regents, which are always accompanied by robberies, and of which one never hears if one is not interested in them; not to mention the heavy expenses that one would have to defray for the necessary escorts, and that thus all this combined serves to advise against carrying out such transports. Yet, concerning the proposition appearing in the plan to leave freedom to the heads of the outer offices to sell the goods at fixed prices, 159 11 October 1785. provided that they were collected at the main office; it was agreed to respectfully submit that this plan is so utterly impossible to introduce on this coast, that it cannot be proposed to any merchant. And why: that even when one sells at the Company's fixed prices, at Sadras, which is situated nearest by, one would not be able to make such an agreement with any merchant, much less with those of Bimilipatnam, Jaggernaikpoeram, and Palicol. That a merchant here seldom takes anything on delivery /:and never for cash money:/ unless he previously knows an outlet for it to the north towards Golconda, and other 160 11 October 1785. trading places situated nearby, and at Sadras towards Canjewarom and Lalepette, which are also market places; but which have also suffered much through the last war of Haider Ali in the Carnatic. And that, if one now also considers what insupportable burdens, whether by land or by sea, those goods /:which the buyer would not always be able to collect when he had need of them:/ would undergo, besides the risk at the buyer's expense, above the fixed prices, which themselves currently cannot be obtained for the nagulen and the copper; the Council trusts that Their High Mightinesses will also be of the opinion 161 that such a trade can never be put into motion here on the coast. Upon the reflection of Their High Mightinesses that the example of a governor, or someone who, under whatever name, exercises authority, greatly influences the conduct of the other servants of all ranks who are subordinate to him, and that it therefore matters greatly whether such a person is or is not a man of integrity, it was agreed to reply that the Council is completely convinced of this, and hopes that time will reveal this more clearly with respect to the Lord Commander and the members; 11 October 1785. 162 11 October 1785. for the present, nothing remains for them other than to be able to give assurances of their own good conduct and will, to serve the company faithfully and as befits men of honour. While regarding the other servants, it was agreed to mention how this Government hopes that all of them will also possess too much honour and ambition to make themselves guilty of malversations. And as this must certainly be all the more encouraged by the means of livelihood so graciously allocated by Their High Mightinesses to the servants on this coast, namely of 5 per cent on the sale, 3 per cent of the purchase cost of the linens for India that upon examination shall be found sound and satisfactory; 163 11 October 1785. together with another 5 per cent of the linens that shall yield 50 per cent net profit in the Netherlands: it was agreed to thank Their High Mightinesses most submissively for this proof of benevolence, under the promise that the order to perform the annual oath of purgation will be dutifully complied with here according to the form received from Ceylon. But regarding the distribution of that gratuity made on Ceylon, it was agreed to represent to Their High Mightinesses with all respect that the same does not correspond so well with the situation on this coast, as the noble gentlemen who proposed it have imagined solely through an obvious lack of local knowledge; That Palleacatta was previously not a notable trading place in comparison with the other offices situated on the sea, and one trusts to have already demonstrated above the utter impossibility that it could ever become such, as soon as 11 October 1785. 164 Sadras begins to revive again. That from this it follows that through the arrangement made, a commander will have little more income than a chief of an outer office; That to demonstrate this more clearly, this Council takes the liberty to show that if, by rough calculation, or rather for example, Sadras, Jaggernaikpoeram, and Bimilipatnam each turn over ƒ 100,000 in merchandise, each chief will enjoy ƒ 2,500 in gratuity thereon, and the Governor, for 3 second-in-command portions, ƒ 3,750: which, although calculated at the most favourable rate, is far too disproportionate to the distance of the different ranks. 11 October 1785.

Dutch transcription

158 den 11. October 1785. nopens de vrijheld t het ver„ koopen der goederen voor be„ paalde mijder men meenig werf niet kan weeten of de weegen al of niet veijlig zijn; Dat boven dit zijn„ 329 ƒ er twisten tusschen de klijne regenten kun„ nen ontstaan, die altoos met roverijen verseld zijn, en van welke men nimmer hoord, als men 'er niet bij geinteresseerd is: gezweegen nog van de zwaare ongelden, die men aan de noodige Escortes, zou moeten bekostigen, en dat dus dit een ƒ 1 en ander, het doen van diergelijke transporten, komt af te raaden. Dog aangaande de propositie bij het plan voorkomende om aan de hoof„ den der buijten Comptoiren vrijheid te laaten, om de goederen tegen bepaalde prijsen 159 den 11. october 1785. weesen, prijsen te verkoopen, mits die op het hoofd= Comptoir wierden afgehaald; is verstaan met zoude miet wel in tevoeren eerbied te vertoonen dat dit plan zoo volstrekt onmogelijk op deese kust is in 9 te voeren, dat het aan geen koopman is voor te slaan. Dat men zelfs, wanneer en waarom men tegen sComps bepaalde prijzen. ver„ 1 koopt, te sadras, dat het naast bij is R by gelegen, zodanig een, over eenkomst met n9 geen koopman zou kunnen maaken, veel min met die van Bimilipatnam, Jag„ gernaikpoeram en Palicol. Dat een koopman hier zelden iets op leverantie neemt /:en nimmer tegen Contant geld:/ of E 9 - hij weet bevoorens een uitweg daarmeede om de noord na Golconda, en andere daar d 1 160 den 11. october 1785. daar na bij gelegen handel plaatsen, en te sadras na Canje warom, en Lalepette, dat ook bij de maktplaatzen zijn; dog die door den laaste oorlog van Haider Ali in Carnatica almeede veel geleeden hebben. En dat; als men nu nog na„ gaat, welke insupportable lasten, het zij overland, of over zee, die goederen /:wel„ ke de kooper, niet altoos zoude kun„ nen afhaalen, wanneer hij te nodig hij „ 1 hadde:/ buijten de resico, ten laste van den kooper, zouden ondergaan, boven de bepaalde prijzen, die zelve thans voor de nagulen, en het kooper niet te krijgen zijn; de Raad vertrouwd, dat i Hunne Hoog Edelheden mede van gevoelen vervolg 161 eering van het gedrag van een gebieder boven de andere gevoelen zullen zijn, dat zulk een han„ del hier ter kuste, nimmer zal kunnen in trein gebragt werden. Op de bedinking van Hunne Hoog Edel„ mat N: H: ontend de inshe„ heden dat het voorbeeld van een gouver, te betuigen en 1 neur„ off iemand die, onder welke naam ook, het gezag voerd, veel influeerd op het 9 gedrag der andere dienaaren van alle van„ „gen, die daar aan gesubordineerd zijn, en dat het daarom veel verschild of zoda„ nig een, al of niet een man van intre„ ƒ griteit is, is verstaan te antwoorden dat de Raad daar van volkomen over„ tuigd is, en hoopt, dat de tijd dit met en met welke hoope nog„ opzigt tot den Heer Gezaghebber en deleeden den 11. october 1785. nader tans 162. den 11. october 1785 Het middel van bestaan zoude een ieder meer aanmoe„ nader aan den dag zal leggen; uit hoofde 3 haar voor het tegenwoordige niet anders overschiet dan versekeringe te kunnen geeven van hun eijge goed gedrag en wil, 9ge om de maatschappij getrouw en gelijk het mannen van eer betaamd te die„ nen Terwijl omtrent de overige Dienaaren verstaan is, aan te haalen, hoe deeze Regeering hoopt, dat alle dezelve ook te veeleer en ambitie zullen bezitten . om zig aan malversatien schuldig te maaken En wijl hier toe zekerlijk te meer aan„ moediging geeven moet, het middel van bestaan, door Hun: Hoog Ed: zoo gratieus digen, 2 163 den 11. October 1785. gratieuselijk toegelegd aan de dienaaren ter deg deezer kuste, naamentlijk van 5 ten hon„ derd op den verkoop, 3. ten hondert van het inkoops kostende der Lijwaaten voor Jndia, die bij Examinatie deugdzaam, en voldoende zullen bevonden worden; mitsgaders nog 5 ten hondert van de lijwaaten die in Nederland 50 p„r Cents zuijvere winst zullen afwerpen: zoo dank betuiging daar voor„ ƒ is verstaan Hunne Hoog Ed: zeer on„ 1 aan derdanig te bedanken voor dit bewijs van goed gunstigheid onder belofte, dat men hier schuldpligtig zal doen nakomen de or„ dre van den Jaarlijkschen Eed. van purge„ volgens het van Ceijlon ontfangen for„ mulier te presteren. Maar 164 de verdeeling van het dou„ ceur strookkte niet na de Constitutie van de Cust demonstratie en vernarque dierwegens, Maar omtrend de op Ceilon gemaakte verdeeling van dat douceur is ver„ staan, aan Hunne Hoog Edelheden met alle Eerbied te representeeren, dat dezelve niet zoo zeer strookt met de Constitutie op deeze kust, als de Edele Heeren voorstellers daar van alleen, 1 door een notoire ontbering van het lo„ cale, zig hebben voorgesteld; Dat Palleacatta bevoorens geen 1 naamwaardige handelplaats ge„ . weest is, in vergelijking der andere aan zee gelege Comptoiren, en min hier vooren vertrouwt reeds te hebben aangetoond de monle onmogelijkheid, dat het zelve ooijt zoodanig kan worden, 2oo dra den 11 October 1785. Sadras dan 165 Sadras weder begind op te luijken Dat hier uet volgd, dat door de gemaakte schikking een gebieder weijnig meer in„ koomen zal hebben, als een opperhoofd van een buijten Comptoir; Dat om dit nader aan te toonen, deezen Raade de vrijheijd neemt te vertoonen, dat zoo bij ruwe Calculatie, of liever bij voorbeeld Sadras, Jaggernaikpoeram„ en Bimilipatnam elk voor ƒ 100'000 aan koopmanschappen om zetten, ieder opperhoofd in het doucur daar op genieten zal ƒ 2500, en de Gouverneur; voor 3 secundens por„ 1 tien ƒ 3750: dat, schoon op het favora„ 1 belst gecalculeerd, al te disproportioneel is, met de distancie van de onderschijde vervolg vangen den 11. October 1785.

NL-HaNA_1.04.02_9719_0260 view scan ↗

English

166 the 11th October 1785. continuation rank, and the heavy expenses which a ruler, under whatever denomination, must inevitably incur for the maintenance of the respect that must necessarily be attached to his character; and which far exceeds that of a subordinate chief, so that the prescribed slight difference in income would by no means be equivalent to it: to say nothing of the greater responsibility and care resting upon the shoulders of a Governor. And that if one may assume here that, as can easily happen through circumstances, one or other out-factory should succeed above others in purchases and sales: the 11th October 1785. the Governor's share from all factories together will be considerably less than that of the chief of such a factory. That with regard to the Chief Administrator, according to this division, it is situated even much more narrowly, considering that he, enjoying no benefit from the purchases or sales at the out-factories, has an income far too small to subsist on in any way according to his rank, and that the shares of the fiscal and secretary at this factory amount to almost nothing. That although destitute of all books and papers, one nevertheless knows from private notes 168 the 11th October 1785 that Palleacatta in the 5 most recent years has only turned over ƒ 135030: 14: 8 in merchandise, and thus on average ƒ 27006: 3: - in each year, or to make it a round sum ƒ 27000, on which the gratuity of 5 per cent amounts to ƒ 1350: or Pag: 300; That herein the Governor would share for - - Pag: 150. –. – the Chief Administrator - - - 75. –. – the Secretary - - - - - - - - 37. ½. – the Fiscal - - - - - - - - - 37. ½. – the packers - - - - - - - - 18. ¾. – or together - Pag: 300. –. – that this would be a subsistence of no importance for any of the aforementioned officials, 169 the 11th October 1785. and whereby a ruler is only benefited with Pag: 150 above a chief of one of the out-factories; That one confines oneself in this demonstration solely to the sales, because no calculation can be made on the yield of the collection; but however that may turn out, the division of the gratuity on it remains in the same proportion; And that one thus respectfully leaves to Their High Excellencies' wisdom the consideration of whether a plan of subsistence might not be introduced on this coast more in accordance with everyone's rank, and the status which he must inevitably uphold and maintain according to the same. 170 the 11th October 1785. Declaration that the difference regarding the proposal concerning the native servants was disagreeable, Demonstration of their necessity, Concerning the arrangement proposed in the Ceylon plan, that all native servants, except for a few interpreters and a native secretary to the Governor, had to be maintained at the expense of those by whom they were kept, it was remarked by the Honourable Commander that this thus includes all native servants of all denominations, such as head, subordinate, and common peons, conycoplys in the different departments, etc., whereof, according to the specification books, the monthly pay at Nagapatnam amounted to more than the entire gratuity of the Governor on sales and collection together can amount to in a year; That it is certain that the loss of that, and the establishing of a new headquarters, due to the difference of the locality, permits a considerable reduction in this, but even when putting it at half, it would still fall hard on a chief ruler or a chief to pay, out of the largest part of what was allocated to them as a means of subsistence, and which is barely sufficient for that purpose, the servants who are used solely in the Company's service, and without whom it cannot be kept going. Proposition to make a calculation concerning it, and to offer the same to Their High Excellencies, small repairs will be done by natives. That this will probably have the consequence that the chiefs, out of frugality and in order to disburse less, will not maintain the urgently needed people, whereby the Company's service will be greatly retarded. And finally that by the change of head factory, many expenses that were proper to the one place and improper to the other are indeed curtailed; but that the out-factories have remained the same in that respect. Proposing, for the above reasons, to draw up a plan shortly, or as soon as the necessary papers are to hand, or else according to calculation, with the greatest economy, of the native servants which will be deemed strictly necessary to have in the service of the Company both at the head and the out-factories, in order to offer the same to Their High Excellencies for approval at the first opportunity, but meanwhile, pending further disposition of the same, to have the expenses entered in the monthly expense account of the head and the out-factories, with which it is understood to comply. In regard to the repairs remarked upon by Their High Excellencies

Dutch transcription

166 den 11. October 1785. vervolg vangen, en de zwaare onkosten, die een gebieder, onder welke benaaminge, onver„ 1 mijdelijk moet doen tot maintenue van de agting, die aan zijn Caracter nood„ wendig moet geaccrocheerd zijn; en wal„ 9 2 ke te veel te bovengaat, die van een subalterne opperhoofd, dan dat het voor„ schreeve gering verschil, in het inkomen daar meede zoude gelijk staan: gezweegen nog van de meerdere verantwoording en zorge, die op de schouderen van een Gou„ 1 verneur rusten. En dat zoo men hier bij veronderstellen mag, dat /:gelijk door omstandigheeden gelijk ƒ gemakkelijk kan gebeuren:/ het een of ander buijten Comptoir, in den in-en ver„ koop . den 11. october 1785. koop: boven anderen slaagt, des Gouverneurs aandeel, van alle Comptoiren te zamen vrij minder weezen zal, dan dat van het opperhoofd, van soodanige factorije an Dat het ten opsigte van den Hoofd„ administrateur na deeze verdeeling 1 vervolg nog veel bekrompener gesteld is, gemerkt 1 dezelve geen voordeel van den in of ver„ 8 koop op de buijten Comptoiren genietende, zijn inkomen veel te smal is, om daar van eenigzins na zijn vang te bestaan, en dat de aandeelen van den fiscaal en 1 secretaris op dit Comptoir bij na op niets Comp uitloopen Dat schoon destitut van alle boeken en papieren, men egter uit particuliere aantee 168 den 11e. october 1785 aanteekeningen weet, dat Palleacatta in de 5. Jongste Jaaren maar aan koop„ manschappen heeft omgeset ƒ 135030: 14:8:, ƒ „ „ en dus in ieder Jaar door den anderen ƒ27006:3—: of om de Som rond te maaken 1 - ƒ27000 op welke, het douceur van 5 ten hondert bedraagt ƒ 1350: of Pag: 300; Dat hier in den Gouverneur zou deelen voor - - p/:o 150. –. – de Hoofdadministrateur ƒ de Secretaris de afpakkers - - - - „ de fiscaal - - - - - -„ 75. – -. 37. ½. —. 37. 18. ¾ —. 18. ¾. — of te zamen - Pag„ 300. —. dat dit een bestaan zou weesen, voor geen der evengemelde amptenaar van eenig belang 6 vervolg ƒ ƒ 1 „ „ ƒ „ „ - - - „ „ - 169 den 11. October 1785. belang, en waar bij een gebieder maar met pr ƒ. 150 gebeneficeerd is boven een opperhoofd van een der buijten Comptoiren; Dat men zig bij deeze demonstratie alleen bepaald tot den vertier, dewijl ter op het pro„ duct van den inzaam geen Calculatie te „ maaken is; maar dat hoe die ook uijt„ 3 . vervolg valle, de verdeeling van het douceur daar op, in dezelfde proportie blijft; En dat men dus aan Hun Hoog Edelheedens wijs„ heid eerbiedig laat de overweeging, of op deeze kust niet een plan van be„ staan was te introduceeren, meer over„ een komstig met ieders rang, en den 9 staat die hij volgens dezelve onver„ mijdelijk moet ophouden en voeren. omtrend 170 den 11. october 1785. betuiging, dat het verschil nopens het voorstel wegens de Jul: bediendens, onaange„ naam was, aantooning van derzelver nood zaakelijk heid, Omtrent de schikking bij het Ceijl onsch plan„ voorgesteld, dat alle inlandsche Dienaa„ ƒ ven buijten een paar tolken, en een Jn„ Jn landsche secretaris bij den Gouverneur moesten komen, ten lasten van de zulke door wien te wierden gehouden, is door den Heer Gezaghebber gesimarqueerd, dat 1 hier onder dus begreepen zijn alle in„ landsche bediendens van alle bena„ „mingen, als hoofd, onderhoofd, en ge„ meene pions, Cannecappels in de dif„ ferente departementen &=ra waar van blijkens de specificatie boeken de maandelijksche besolding op Naga„ patnam meer bedroeg, aan het ge„ heele douceur van den Gouverneur op vertier ƒ ingeand den 11. october 1785. vertier en Inzaam te gelijk in een Jaar. kan bedraagen; 1 Dat het zeeker is, dat het missen van die, en het Etablisseeren van een nieuwe hoofdplaats, door verschil van het locaale een sterke, reductie hier in toelaat, dog wanneer men die op de ƒ helft stelt het evenwel een hoofd gebie„ der of een opperhoofd hart zoude vallen, 1 ƒ om met het grootste gedeelte van het geen hen tot een middel van bestaan was toegevoegd, en het geen daar toe „ pas sufficieëerd, de bediendens, die lou„ ƒ ter in sComps dienst gebruijkt, en zonder welke die niet aan de gang kan gehou„ den werden, te besoldigen. vervolg Dat 1 1 propositie om daar omtrend een Calculatie te maaken, Dat dit waarschijnlijk ten gevolge zal hebben, dat de opperhoofden, uijt zuijnig„ heid, en om te minder te debourceeren, het hoog noodig volk niet zullen onder„ houden, waar door sComps dienst veeel veragterd werden zal. En eijndelijk dat door de verandering van hoofd Comptoir er weezentlijk veele ongelden, die op de eine plaats eige waa„ ven en op de andere oneijgen zijn, wer„ neig den besnoeid; maar dat de buijten= Comptoiren in dien opsigte het zelfde ge„ bleeven zijn Proponeerende om bovenstaande reedenen om eerstdaags of zoo dra men de noo„ dige papieren zal aan handen hebben, of den 11. October 1785. anders p 8oo ngen den 11. October 1785. en dezelve H: H. Ed: aan te klijne vertimmeringen zul„ len door Inlanders geschie„ anders na Calculatie, met de meeste menage een plan te ontwerpen van de inlandsche bediendens welke men zal noodig oordeelen zoo op het Hoofd als de buijten Comptoiren in den dienst van de Comp:e volstrekt noodig te hebben, om het zelve bij de eerste gelegenheijt eeg gen 1 Hunne Hoog Edelheden ter approba„ tie aan te bieden, dog intusschen tot nader dispositie van Hoog de zelve de ongelden bij de maandelijksche onkost„ reekening van het hoofd, en de buijten Comptoiren te laaten opbrengen, waar„ meede verstaan is, sig te Conformeeren. Den aanzien der vertimmeringen, door Hunne Hoog Edelheden gere„ marqueerd bieden, den.

NL-HaNA_1.04.02_9719_0268 view scan ↗

English

by Europeans, it having been noted that His Excellency would gladly see this performed by native craftsmen, it has been resolved to answer respectfully that the small carpentries that must initially be carried out here can indeed be performed by native workmen, but when building works of greater importance must be undertaken, European craftsmen could not be dispensed with here, as under present circumstances one would be greatly mistaken in the assumption that it is not difficult on 11 October 1785 175. 11 October 1785. On the lack of craftsmen. to obtain the necessary workmen in the places where trade is conducted; that nothing is more difficult, especially in a place situated so close to Madras as this one; that this Council speaks from experience in this matter, and thus can assure Their High Noble Excellencies that one cannot obtain enough craftsmen here together merely to repair the houses in the fort to such an extent that one can first move into them; and that since the restitution of Palleacatta on 6 July, one has not yet been able to bring it that far with the house of the Commander alone; seeing that 176. 11 October 1785. their wages increased, one does not find enough hands to meet the demand of the ship officers for the necessary caulkers, nay, not even to serve in nailing the copper chests. That besides this, since our destruction on this coast, everything has been so altered that those who have knowledge of it must even be astonished; seeing that everyone whose service is desired has almost turned into a tyrant; and finally that it is not more than just a few days ago that the few workmen one still has here frankly declared 177. 11 October 1785. will move away, as they already declared at Sadras, that they would seek work elsewhere if their wages were not increased by 1/8 fanum per day, which wages had already risen above the standard of former customs; yet it had to be conceded, for by this means one has fortunately still retained them, at least until such time as they receive no temptation to move to Madras for higher wages, where all workmen, of whatever craft, are always welcome. And since this applies not only to the properly so-called craftsmen, but also to chialingeniers, painters, weavers, washers, etc.; it has, for further corroboration of the distressed state in which one currently finds oneself on this coast, been approved and resolved to quote in the outgoing letter the communication made by the Sadraspatnam Chief Van Bijland by letter of 18 September last, namely that those people threatened to leave if they were not helped with trade and with advances. Next, with regard to the proposal to grant the warehouse master a fixed sum for handling the goods, and likewise to the equipage master for the discharging and loading of 11 October 1785. 1749. 11 October 1785. the Malabar, Surat, or Coromandel discharging and loading under supervision ships, in so far as this could not be done by the Company's vessels, and also to introduce this at the outer stations, it was resolved after deliberation to represent respectfully to Their High Noble Excellencies that this cannot well be initiated here in the manner practiced in Cochin and Surat; that one is indeed completely unacquainted with the local conditions of the Malabar, but Surat having currently no outer stations to which goods are sent, this already makes a wide difference in the treatment between the latter directorate and this Government. That the situation on this coast, of the places with regard to the discharging and loading, and the times at which these must sometimes take place, would make the introduction of a fixed quantum not a little difficult; that more impediments, which one does not now foresee but which would probably present themselves in the future, might oppose it; that thereby such a plan would be subject to constant representations from those who would be charged with the handling of goods and the discharging or loading of ships; that such representations generally give occasion to increases and alterations, which are not always advantageous for the Company. That this Council currently having no guidance from any papers to draw up anything by calculation that could lead to such a fixed determination, one takes the liberty to submit humbly for the consideration of Their High Noble Excellencies whether it would not be more advisable to leave the handling of goods and the discharging and loading of vessels on this coast on the old footing, under the strict supervision of the Chief Administrator, by whom after all in the first instance all accounts of coolie wages, etc., are inspected. Upon the granted permission of Their

Dutch transcription

174 door Europeesen, marqueerd zijnde, dat Hoog de zelve Pn„ gaarne zoude zien dat dit door landsche ambagtslieden kon worden 1 verrigt, zoo is verstaan daar op met eerbied te antwoorden, dat de klijne vertimmeringen, die men hier voor eerst zal moeten doen, wel zul„ len te verrigten zijn met Inlandsche dog van grooter aanbelang werklieden, dog wanneer ter aan„ bouwingen van grooter belang moeten werden ondernomen, hier geene Eu„ ropeesche ambagtslieden zouden kunnen worden gemist, wijl men zig in de presente tijds omstandig„ heeden zeer zoude misgissen in de onderstelling dat het niet difficiel den 11. october 1785. zij 175. den 11. October 1785. van het gebrek aan ambagts„ lieden. zij, de noodige werklieden op de plaatzen daar handel gedreeven werd, te krijgen: Dat niets moeijelijker is, voornamentlijk te doen verzekering in een plaats zoo na bij Madras .. gelegen, gelijk deese: Dat deezen Raade daar van bij ondervinding spreeken, en dus Hunne Hoog Edelheden ver„ zekeren kan, dat men hier zoo veele ambagtslieden niet bij den anderen 9 kan krijgen, om de huijsen in het fort 18 maar zoo verre te repareeren, dat men er eerst kan intrekken; En dat ze„ gedaane doluing den Eesen„ dert de te rug gave van Palleacat„ ta op den 6. Julij, men het zoo verre nog niet heeft kunnen brengen met het huijs van den gezaghebber alleen: gemerkt 176 den 11. October 1785. haaren loot verhoogd, „gemerkt men geen handen genoeg vind om te voldoen aan den eijsch van de scheeps„ overheeden om de nodige Calfaters, Ja zelfs niet om bij het spijkeren der koo„ per kistjes te kunnen dienen Dat buijten dit, alles zedert onse dis„ tructie op deeze kust, zodanig geal„ tereerd is, dat die geene die ter kennis 1 van hebben, zelfs moeten verbaast welkers staan; uit hoofde ider, dienst men verlangd, bij na in een dwingeland veranderd is; En eijndelijk dat het nog niet lan„ ger dan maar wijnige dagen gele„ den is, dat de weijnige werklie„ 1 den, die men hier nog heeft, rondborstig verklaarden 177. den 11. october 1785. „verhuijsen zullen, gelijk zij te sadras reeds verklaarden, dat zij elders werk zouden zoe„ ken, zoo men hun loon geen 1/8. fanum perdag verhoogde, welk loon reeds bo„ ven den peijl van voorige gebruijken ge„ stegen was; dog egter moest worden in „ weese dat ze anderzints 1 gewilligt; want men hun daar door nog gelukkig behouden heeft, ten minsten tot zoo lang zij geen temptacie krij„ „ gen om voor hoogere loon na Madras te verhuijzen, daar alle werklieden, van welk ambagt ook, altoos welk om zijn ƒ En nadien dit niet alleen plaats 6 heeft, omtrend eijgentlijk zo genaamde 1 ambagtslieden maar ook omtrent Chialingeniers, schilders, weevers was„ schers &=ra: Zoo is tot meer der staving, aarmeede hadden gedreijgd, van 9 178 pagiemeesters vastgeld toete„ voegen, zoude niet te enta„ meeren weezen, van den verleegen toestand, waar in men thans ter deezer kuste verseerd, goed ge„ vonden en verstaan bij den afgaanden brief 9 W aanhaaling te doen van het gecommu„ niceerde door het Sadraspatnams opper„ hoofd van Bijland bij brief van den 18' september Jongstleden namentlijk dat 8 die menschen drijgden heen te gaan, zoo zij niet geholpen wierden aan vertier en inzaam aan den peshuijten in bej Vervolgens is ten opzigte van het voorstel om aan den pakhuijsmeester voor het be„ handelen der goederen een vast geld toe te leggen, en zomeede aan den Equipagie„ meester voor het lossen, en laaden der den 11' october 1785. scheepen 1749 den 11. October 1785. de Mallabaar, Souratta of Cormandel lossen en laaden onder toezigt scheepen; voor zoo verre dit door sComp:s vaartuigen niet geschieden kon, mitsgaders om zulks meede op de buijten Comptoiren in te voeren, na deliberatie verstaan, aan Hunne Hoog Edelheeden met eerbied te vertoonen, dat zulks hier niet wel is te entameeren, zoo als het te verschel daar omntand, met Couchim en souratta gepractiseerd word; ƒ dat men wel voolstrekt onkundig is, van het locaale van de Mallabaar, maar dat daar souratta thans geen buijten Comptoiren heeft, werwaards goederen. gesonden werden, dit reeds een wijd verschil maakt in de behandeling tusschen de laastgemelde directie en dit Gouvernement. Dat de situatie, op deeze kust tedaene propositie om het van ƒ 5. toezigt 180 den 11: october 1785. van den hoofdadmionstrateur van de plaatzen in aanzien van de lossing en belaading, en de tijden op welke die som„ tijds moeten geschieden, de introductie van . een vast tantum niet wijnig difficiel 9 zouden maaken; Dat meer belemmerin„ gen, die min nu niet voorziet, maar die zig waarschijnlijk in het vervolg zouden 1 voordoen, daar tegen zouden kunnen zijn; dat daar door een diergelijke plan onder„ . heevig zoude weezen aan geduurige ƒ representatien van de geene, die de be„ handeling der goederen en het lossen 7 „ of belaaden van scheepen zoude in„ cumbeeren; dat diergelijke vertooningen . al meest aanlijding geeven tot verhoo„ dling 1 gingen en alteratien, die niet althoos voor te laaten 11 den 11. October 1785. betaalen, voor de Compagnie voordeelig zijn Comp zijn Dat deezen Raade tans geen voorligting heb„ . bende uit eenige papieren, om Calculative iets te ontwerpen, dat tot zoo een vaste bepaling zoude kunnen leiden; men de vrijheid neemt Hunne Hoog Ed: nedrig in overweegingtegeeven; of het niet probabeler ƒ waare het behandelen der goederen, en het . lossen en belaaden der vaartuigen ter deezer 1 kuste te laaten op den ouden voet, onder de scherpe toezigt van den Hoofdadmi„ nistrateur door wien tog in de eerste plaats alle reekeningen van koeliloonen ensz: worden nagezien: Op de verleende toestemming van Hun en de nandeem in ged te ne 1

NL-HaNA_1.04.02_9719_0276 view scan ↗

English

182 the 11th October 1785. Their High Excellencies, regarding paying the rations to the servants in money henceforth, it is agreed to make a reasonable arrangement in this respect shortly, or as soon as the necessary papers are at hand, so that it may be presented to Their High Excellencies for approval. But with regard to the Arrack for various servants, and Rice or Paddy for the Military and Sepoys, it is agreed most respectfully to submit for Their High Excellencies' consideration whether under present circumstances it would not be more advantageous to issue these articles also in money, and not in kind. 183 the 11th October 1785. Further demonstrating that according to the establishment that initially seems required to be set up on the Coast, the European soldiers fall outside it, and 200 sepoys with their officers cannot constitute an object of significance. That being assumed, that their consumption would amount to 200,000 lb Paddy or 100,000 lb Rice, it will turn out to be considerably more expensive if, in the absence of the latter, one must purchase the former here to provide it, where it is generally not cheap, than a payment in money calculated reasonably and firmly fixed thereupon. That the 184 the 11th October 1785. same almost applies when one calculates the purchase price of the rice that might be brought from Batavia, and one thus takes the liberty to clarify this further by a small demonstrative calculation in both cases. Firstly The Company pays to a Sepoy per month pC 1. ½. or ƒ6. 15. 1. parra or 40 lb rice costs estimated . . . ƒ1. 13. 4. thus together . . . ƒ8. 8. 4. The Sepoys taken into service here have been engaged without further allowances for 36 large Madras fanams, which circulate only here, whereby is gained on each man ƒ1. 10. 4. and amount to . . . ƒ6. 18. 185 the 11th October 1785. Secondly The pay of a sepoy amounts as above to ƒ6. 15. The rice recently brought by the Castor and sold at ƒ1. 10. the parra or 40 lb makes . . . ƒ1. 10. Amounting together to . . . ƒ8. 5. A sepoy now receives no more than ƒ6. 18. Whereby this also turns out more advantageous for the Company by -- ƒ1. 7. --. And that consequently, according to the first calculation, the Company will actually save per year in the establishment, on 200 common Sepoys alone, their officers not counted, a rather considerable sum of ƒ3630., 186 the 11th October 1785. and according to the second ƒ3240: -- which small profit it is trusted well merits the trial whether one might not henceforth, at least at this present main station, recruit and maintain the sepoys on that footing. And since arrack has no fixed price, but the times that it costs over 28 pagodas are not very frequent: it is considered in that regard that one might with all reasonableness on the part of the Company and the consumers of that drink propose to provide it to the Servants permanently in money, and not in kind, at the average price of 20 and 28 pagodas, that is at 24 pagodas the leaguer. 187. the 11th October 1785. And this having been unanimously resolved, it is further agreed on this matter to remark that once all issues of rations are fixed in money instead of provisions, certainly not only much will be saved in the work of the dispensary and spillages, but also in clerical work, and no more complaints about the quality of the goods will be heard, and that it, at least here in Palleacatta, will initially save the Company the permanent rent of a paddy or rice warehouse, for which there is none in the fort. 188 the 11th October 1785. This having concluded the third point, namely the plan drafted by the aforementioned Right Honourable Gentlemen Falck, of blessed memory, and van de Graaff, and the Considerations of Their High Excellencies passed thereon: it is finally agreed to declare once more that this Council had indeed wished that it had needed to differ less from that draft; but that one nevertheless lives in the humble expectation that Their High Excellencies will also take into favorable and equitable consideration the knowledge of the local conditions of the Coast in general, and of the 189 the 11th October 1785. present circumstances, although one must indeed profess to be very far from the notion that the aforesaid resolutions and proposals could not be improved upon. That, lacking all papers that hitherto lie at Nagapatnam, but which shall shortly be retrieved from there, one has based oneself on the assumption that Palleacatta, or if that place is rejected because of the numerous inconveniences, another of the remaining Offices will be the Main Station, since if Nagapatnam is regained the greater part of these arrangements would naturally lapse. While

Dutch transcription

182 den 11. October 1785. „ne Hoog Edelheden, om voortaan de rantzoenen aan de dienaaren in geld te betaalen, is verstaan, daar omtrent eerstdaags, of zoodra men de noodige 9 3 papieren zal aan handen hebben, een reedelijke schikking te maaken om Hunne Hoog Edelheden ter appro„ tatie te kunnen worden aangeboden. zomeede danak m eij of ijt Dog ten opsigte van de Arrak voor differente dienaaren, en Rijst off ne„ d 1 1 lij voor de Militairen en Sipaais is ver„ zij . staan Hunne Hoog Ed: alle eerbie„ 1 1 ƒ digst in bedenking te geeven, of het in P de presente toestand niet voordeeliger waare ook deeze articulen in geld, en ƒ niet in natura af te geeven. onder 183 den 11: October 1785. aan 200: sipaais zoude bedraagen, voor de Comp: weesen als Onder vertooning wijders dat volgens de hoevelde gerstukking volgens de huijshouding, die voor eerst op de kust schijnt geëtablisseerd te moeten worden, de Europesche militairen er buijten vallen mitsgaders 200. sipais met hunne officieren geen object van aanbelang kun„ nen uitmaaken. Dat gesteld zijnde, dat derzelver genot geld zoude profeijte lijker 20'0000. lb Nelij off 100000 lb Rijst zou 8 komen te bedraagen, het vrij duurder zal uitkomen, wanneer men bij ontstente„ 1 nis van de laatste, de Eerste alhier, daar de zelve doorgaans niet goed koop valt, ter verstrekking zal moeten inkoopen, 9 ƒ dan een na reden gecalculeerde en daar op 9 vast gefigeerde betaling in geld. Dat graanen het 1 1 5 184 den 11. October 1785. het zelve bij na plaats heeft, wanneer mende uitkoops prijs van de rijst, die van Batavia mogt werden aangebragt berekend, en men dus de vrij„ heid neemt dit door een klijne Calculative demonstratie dierwigens aantooning in beijde gevallen, nader op te helderen. Eerstelijk 5 De komp=e betaald aan een Sipaij des maands pC 1. ½. ƒ6. 5. De hier in dienst genomene Sipais heeft men aangenomen zonder verder ge„ not, voor 36. groote Madrase fanums, die hier maar alleen roulleeren, waar door op ieder man uitgewonnen word ƒ 1. 10. 4. en uitmaken. . . . . . - - - - - „ 6. 18. dus te Zamen . . . ƒ 8. 8. 4. 1. parra of 40 lb rijst kost na gissing. - - - - „ 1. 13. 4. of Ten 1. 1 180 185 daar bij zoude profiteeren, Ten tweeden De gagie van een sipaij bedraagd als vo„ ren De rijst, Jongst per de Castor aange„ bragt, en verkogt tegen ƒ 1. 10. de par„ 1 ra of de 40 lb maakt . . . „1. 10. Bedragende te Zamen . . ƒ 8. 5. Een sipaij wind tans niet meer als „ 6. 18. Waar door dit ook voor de Comp: --ƒ 1. 7. —. voordeeliger uitkomt.- En dat dienvolgende, volgens de eerste Cal„ hoe weel Htaan Ed: dan culative berekening de komp: alleen op 200. gemeene Sipais /. hunne officierin ongerekend:/ Sjaars werkelijk in de J huishouding zal uitwinnen, Een tame„ lijk aanzienlijk bedragen van ƒ 3630., ƒ 6. 15: den 11. October 1785. em - - - 186 tegens hoe veel de legge„ arak gereekend, in geld te be„ en volgens de tweede ƒ 3240: — welk winstje men vertrouwt wel te meriteeren de beproeving, of men niet voor het ver„ volg, ten minsten op deeze presente hoofd„ 8 plaats, de sipais op dien voet zal ƒ kunnen aanwerven en houden. En nadien de arrak geen bepaalde Vn prijs heeft, maar de tijden, dat die 7 boven de 28: pagooden geld, niet zeer ƒ menigvuldig zijn: zoo is daar omtrent 9 geconsidereerd, dat men met alle rede„ lijkheid van de zijde der Comp: en der genieters van die drank zoude mogen voorslaan, om die volgens de middel prijs van pagooden 20 en 28. , dat is tegen den 11. October 1785. 24 pan taalen, g 24 187. den 11. October 1785. king veel uit winnen een pakhuijs„ 24. pagoden de legger permanent ook in geld, P en niet in natura aan de Dienaaren te verstrekken - En hier toe unanimiter remarque dat deeze schikt„ besloten zijnde, is ten vervolge van dee„ ze materie nog verstaan aan te merken, . dat wanneer dus alle verstreckingen van n 1 randcoenen eens in geld, in steede van in provisien, zouden vastgesteld zijn; daar y 9 door zekerlijk niet alleen veel; in het werk van het dispens en de spillagien, pellagien 2 ƒ maar ook in het schrijfwerk zou uit„ gewonnen, en ook geen klagten meer over . 1 de deugd van het goed gehoord werden, en dat het, ten minsten, hier te Palleacatta, ter minsten te Pall„ - voor eerst, voor de Comp: zou uit winnen 1 de permanente huur van een nilij of rijst pak 1 zoude 1 1 verwagting eene gunstige aanmerking dier wegens, pakhuijs, voor welke in het fort geen is af handeling van hit Certius hier meede afgehandeld zijnde het plan door meergemelde wel Ed: Groot Agtb: Heeren 9 Falck /:L: G:/ en van de Graaff ontworpen en de Consideratien van Hun Hoog Ed„s daar op gevalle: zoo is tot slot verstaan wogmaals te be„ tuigen, dat deezen Raade wel gewinscht hadde dat zij van dat ontwerp minder hadde behoeven te verschillen; Dan dat men egter leeft in de nedrige verwagting, dat bij Hun Hoog Ed: in 1 dit geval ook in gunstige en billijke aanmerking zal komen, de kennis van het plaatselijk van de kust in het algemeen, en der den 11. october 1785. tegen plan 189 den 11. October 1785. gen meest fundeerden, tegenwoordige omstandigheeden schoon men. ƒ egter betuigen moet, zeer verre af te zijn van het denkbeild, dat de voorschreeve beslui„ 100 ten en voorstellen niet verbeterd zouden kunnen worden. Dat men ontbloot van alle papieren, die waar op die schikkin„ tot nog toe op Nagapatnam leggen, dog eerstdaags van daar zullen worden . afgehaald, zig gefundeerd heeft op de onder„ stelling dat Palleacatta, of zoo die ing plaats om de menigvuldige inconvenienten „ ƒ word afgekeurd een ander der overgeblevene Comptoiren de Hoofdplaats zij gemerkt 1 „men Nagapatnam te rug krijgende het te 1g grootste gedeelte deezer schikkingen van zelfs zouden moeten vervallen Terwijl cht der J

NL-HaNA_1.04.02_9719_0284 view scan ↗

English

The Council of Justice, While in the meantime it has also been agreed to assure Their High Noble Excellencies that in drafting the aforementioned resolutions and proposals, nothing else was kept in view but apparent necessity, paired with the utmost frugality; and that both of these shall also always remain the primary object of all actions and proposals of this Council. Pursuant to the order of Their High Noble Excellencies, by letter to Ceilon dated 6 February 1784, it has been approved and agreed to re-establish the Council of Justice here shortly, or as soon as 11 October 1785. 11 October 1785. shortly to be established, one shall have at hand the persons who ought to take session therein according to their rank, or such persons who may in any way be deemed to possess the ability for so delicate an office, considering that no one can be co-opted here from the burgher state, because such Burgher citizens are not to be found here. Likewise it is agreed to act regarding the other Colleges that were formerly at Nagapatnam, in so far as that can take place here. To the Nagapatnam servants still at Nagapatnam, some have crossed over; but the greatest part still remaining there, apparently because they could not ready themselves for their departure so quickly as to depart from there finally before the beginning of the bad monsoon, it has been noted, having deliberated upon this, that sufficient time has now been given to them to be able to do this with the forthcoming breaking of the good monsoon. It is therefore approved and agreed shortly to write to the junior merchant and invoice keeper Fredrik Willem Bloeme, as the only member of the former Nagapatnam Council still remaining there, 11 October 1785. to instruct all the servants of all ranks and departments who still find themselves at Nagapatnam (with the exception, however, of the Minister Johannes Theodoris van de werth, to whose own choice it shall be left whether or not to cross over, and this on account of the permission obtained from Their High Noble Excellencies to repatriate), in the name and by order of this Council, person by person, whether they intend to cross over hither with the breaking of the forthcoming good monsoon, or not! With further orders to the said Bloeme, when asking the aforementioned question, emphatically to announce to all the servants who are still there, 11 October 1785. that the wages of such persons who may not be inclined to cross over hither shall be written off as of the end of this month, and they shall be considered as discharged from the service; but that on the other hand, the wages of such persons who show themselves willing to cross over shall continue to run without interruption on the pay books of this government, to be paid out to them upon their arrival. And so that no mistakes may occur herein, it is also agreed to send to the said Bloeme a distinct list of all the servants of the various departments who, according to the Coromandel pay books, must still be at Nagapatnam, 11 October 1785. with orders distinctly to note next to the name of each servant whether he declared to him that he wishes to cross over hither at the breaking of the good monsoon, or not; and furthermore to instruct him to send the said list over hither at the latest by the end of the month of November, in order thereby to enable this Council to dispose finally regarding the unwilling, if any such are indeed found; for notwithstanding the humane considerations of Their High Noble Excellencies not to cast off old Servants, this Council nevertheless firmly supposes that among them cannot be included such persons who by their own choice remain domiciled in an establishment now belonging to a foreign Power. Likewise it is agreed shortly, or as soon as the necessary papers shall be at hand here, according to the esteemed communication of the Ceilon Ministers, to have carefully examined by a Committee to be expressly appointed several outstanding accounts on this coast, as well as, 11 October 1785. the Nagapatnam orphan chamber and Diaconate chest, alongside the claims of the Governor of this Government, and those of the merchant Simons, the junior merchant Geeke, and the Bookkeeper Hasz for sundry outlays; and to let serve as a basis for this investigation, with respect to the last four mentioned accounts, that which was written about it to Ceilon by Their High Noble Excellencies in the secret missive of 10 June 1783, which was forwarded hither from there. Likewise it is agreed as soon as one the papers

Dutch transcription

190 Den Raad van Justitie, Terwijl ondertusschen nog verstaan is Hunne Hoog Edelheden te verze„ keren, dat men bij het ontwerpen der voor„ schreeve resolutien en voorstellen niet anders voor oogen heeft gehad, dat de schijn„ baare noodsaakelijkheid, gepaard en de . meeste zuijnigheid; En dat deeze beijde 291 ook altoos zullen blijven het eerste object van alle de handelingen en voor„ stellingen, van deezen raate. Ingevolge de ordre van Hunne Hoog„ Edelheeden, bij brief na Ceilon van den 6. februarij 1784. is goedgevonden en ver„ staan den Raad van Iustitie alhier eerstdaags of zoo dra te herstellen als den 11. October 1785. men 141 den 11. October 1785. eerstdags opgeregt worden, men de persoonen, die daar in volgens hunnen rang sessie dienen te neemen, of de zoodanige die eeniger maaten mogen gecenseerd. wor„ 9 der bekwaamheid tot zoo een tedere post . te besitten, hier aan handen hebben zal, gemerkt uit den burger staat hier nie„ mand kan worden geassumeerd, uit hoofden diergelijke Burgers hier niet te vinden zijn Desgelijks is verstaan omtrent de erde andere Collegin zullen andere Collegies, die bevorens op Na„ gapatnam waren, te handelen; voor soo ver dat hier kan: plaats hebben. Aan de Nagapatnamsche Die „ venaguing dat den mest naarin 9 dag die 192: den 11. October 1785. nat beslooten is, omtrend haar aan Bloeme te schrij„ dienaaren zig nog op Nagap na aren eenige overgekomen; dog het grootste gedeelte daar nog gebleeven zijnde, apparent om dat zij zig tot hun vertrek zoo schielijk niet hebben kunnen gereed maa„ ken, om voor het begin der kwaade mous„ son van daar finaal op te breeken, zoo is hier over gedelibereerd zijnde, aangemerkt; zin dat hun daar toe nu tijds genoeg gegee„ gge ven is, om dit met de aanstaande door„ braake van de goede mousson te kun„ 1 nen doen, en derhalven goedgevonden en verstaan den onderkoopman en factuur houder Fredrik Willem Bloeme, als het eenigste al daar ƒ nog verbleeven lid van den voorigen 9 Nagapatnamschen Raad, eerstdaags aan bevinden, „ven 1 den 11. October 1785. den predikant „aan te schrijven, om alle de dienaaren van alle vangen en departementen welke sig nog te Nagapatnam bevinden (:met met uitsonderig gten wan uitzonderinge egter van den Predicant Jo„ vlingelandt hannes Theodoris van de werth, aan wiens eige verkiesing men het zal overlaaten om al of niet over te komen, en zulks uit hoofde, van de van Hunne Hoog Edelheden geobtineerde permis„ sie om te mogen repatrieeren:) uit naam en last van deezen Raade hoofd voor hoofd af te vraagen, of zij voorneemens sijn om met de doorbrake van de aanstaande goede mousson herwaarts over te komen! of niet! met verderen last, aan ge„ melde Bloeme om bij het doen der voor 194. den 11. October 1785. toesending van een lijst dier persoonen, voorschreeve vraage, alle de dienaaren die aldaar nog in weeen zijn, met nadruk aan te kundigen, dat de gage van de dat de gage zodanige die niet genegen mogten zijn, 1 na herwaards over te komen, sal worden aar 1 afgeschreeven, onder ultimo deezer maand 1 en sij geconsidereerd als uit den dienst ontslagen; dog dat daar en teegen de gage der zoodanige die zig berijdwillig toonen om over te koomen, sonder interrumptie . zal blijven voortlopen bij de soldij boeken van dit gouvernement, om aan hun, bij hunne overkomst te worden aftebaald. En op dat hier in geene abuisen sou„ den plaats hebben is almeede verstaan gemelde Bloeme toesenden een distincte Lyst booren . 198 den 11. october 1785. Lijst van alle de dienaaren, der onderscheijde departementen, welke sig volgens de Chormandelsche soldij-boeken, nog op Nagapatnam moeten bevinden, met last, om naast den naam van ieder en met welke last Dienaar, distinct te noteeren, of hij aan 8 hem verklaard heeft, bij de doorbraa„ ke der goede mousson na herwaarts te willen overkomen of niet, en verder aanschrijgen, om gemelde Lijst, uitterlijk tegen het uit einde van de maand November herwaards over te zenden ten einde daar door deesen Raade in staat te stellen om omtrent de onwil„ lige, soo die er werkelijk mogten : gevonden worden, ten finaalen te . . Kunren 1 openstaande verkepingen op deeze Cust; kunnen disponeeren; want dat niet tegenstaande de menschlievende Con„ sideratien van Hunne Hoog Edel„ heden om geen oude Dienaaren te verstooten deeze Raad egter vast verondersteld, dat daar onder niet kun„ nen begreepen worden, de zoodanige, . die uit eige verkiesing blijven domi„ cileeren in een etablissement, tans behoorende aan een vreemde Mogenheid bestuit om eerst daags de Desgelijks is verstaan eerstdaags 1 of zoo dra de noodige papieren al„ hier aan handen Sullen zijn, vol„ gens het g'eerd aanschrijven der Cei„ 1 lonsche Ministers, diverse, openstaande reekeningen op deese kust, gelijk meede, den 11. October 1785. 177 den 11. October 1785. en de prek, van nevensgem: persoonen te laaten onder„ taalen te de Nagap:„ de Nagapatnamsche weeskamer en Dia,„ de waskamer en diacnijs conij kas, nevens de pretensien van den Heer Gesaghebber deeses Gouvernements, en die van den koopman Simons, den onder„ koopman Geeke, en den Boekhouder Hasz„ voor lieger ongelden, door een expres te benoe„ 1 mene Commissie, naaukeurig te laaten ondersoeken, en tot een basis van dit onderzoek, ten aanzien van de vierlaaste gemelde reekeningen te laaten strekken, het aangeschreevene daar over na Ceilon, . door Hunne Hoog Edelheden bij 2 Secrete missive van den 10. Iunij 1783. die van daar herwaarts overgezonden is. Cassa„ Insgelijks is verstaan zoo dra men de sten de geregolieerde Capi„ papieren zoeken, 1

NL-HaNA_1.04.02_9719_0292 view scan ↗

English

198 the 11th of October 1785. and to pay out the wages etc. to the Company's servants, papers will be received into hand, to have a most precise investigation conducted into the considerable capitals negotiated by the former Political Council at Nagapatnam shortly before the surrender of the city, and for which debentures have since been granted by them, also in making repayment strictly to keep in view the stipulations determined by Their High Excellencies, with everything further that has been written concerning this, by secret missive of the 10th of September 1784. The wages, board money and further emoluments, so favorably granted by Their High Excellencies to all the remaining Servants on this coast, from the day that they no longer enjoyed maintenance from the English, it is agreed to satisfy shortly, or as soon as everyone's account shall have been properly drawn up, and one shall be provided with cash through the disposal of merchandise. In compliance with the honored order of Their High Excellencies to us for the payment, written by secret missive of the 10th of February 1784 to Ceylon, to allow the present Lord Governor of this coast, and the junior merchant De Ravallet, as former Chief and Second of Jaggernarkpoeram, the wages of the former Jaggernakpoeram chiefs to be paid, 200 the 11th of October 1785. to grant some allowance on account of the fact that, as prisoners of war of the English, they had not enjoyed the least subsidies since the time that their wages had been stopped, having been instructed by the said Ceylon government in their latest letter hither of the 30th of June 1785, to allow their accounts to run their course again from the day that they last enjoyed their pay, and at the same time to have all their previously enjoyed emoluments reimbursed to them since they had had to go without this: thus, upon request of the Lord Governor to grant a known amount, concerning what has been written from Ceylon about this, it has been resolved, 201. the 11th of October 1785. to represent regarding this in the outgoing letter to Their High Excellencies on his behalf that the enjoyment of his emoluments, which as Chief roughly amounted per year to merely Pagodas 106 above his wage, is altogether too meager to have been able to subsist thereon in accordance with his character during those disastrous times; with the request therefore to favorably grant to him, and to the Second De Ravallet proportionally, above their wage and those emoluments, and for the time that they were prisoners of war, a more sufficient yearly sum, in order thereby to assist them somewhat in the heavy expenses that 202. they have necessarily had to incur for their honest subsistence; Although this Council, through the supply of merchandise and some cash with the ships the Both and the Castor, has been placed sufficiently in a position to be able to satisfy the arrears in wages and debts in accordance with the honored instruction of the Ceylon Ministers: it has nevertheless been resolved to mention regarding this in the outgoing letter to Batavia that one must declare with the most grievous regret the apprehension one has that that merchandise brought will give no means to that end; 203 the 11th of October 1785. and will be even much less able to serve for the continuation of the procurement, because nothing worth mentioning has been able to be sold here since the importation of this merchandise, showing further that all that has been turned over consists of: 151 1/4 lb cloves 45 1/2 lb nutmegs 15 3/8 lb mace 7/8 lb cinnamon 4646 lb sugar 192 lb iron 18800 lb rice And mentioning further, that for the rest there is just as little demand, 204. as if there were no goods on hand here, and that on that account one has already been in the utmost embarrassment for cash for the administration. That the procurement cannot be commenced at all without cash, which is not on hand here and cannot be obtained from sales. That there is not even an appearance that one will be able to advance trade wares against the delivery of piece goods, because this may not take place except at the fixed prices; together with the further addition that, since those are not to be obtained now, it is indeed as notorious as it is natural, 205 the 11th of October 1785. that the merchants, if they should even want to take spices and copper, would calculate their loss on those wares into the piece goods that they deliver, And since these have already become so very expensive that even with ample advances in cash one will have to grant some increase, the same would come to cost far too high for the Company to yield a profit in the Netherlands or the Indies that would be worth the trouble, expenses and risk. And that thus the only hope that this Council has of being able to make a beginning therewith rests on the promises of the Ceylon ministry, which hope one nevertheless has.

Dutch transcription

198 den 11. october 1785. en de gagien etc: aan 'sComp:s dienaaren doen uijtkeeren, papieren zal aan handen krijgen, een aller„ naaukeurigste ondersoek te laaten doen na de aanzienlijke Capitaalen door den geweesen Raad van Politie te Naga„ patnam kort voor de overgave van de stad genegotieerd, en waar voor sedert 1 door hun obligatien verleend zijn, mits„ gaders bij afbetaaling strictelijk in Nro ely 9.8 . het oog te houden de bepaalingen door Hunne Hoog Edelheedens gestipuleerd, ƒ met al het geen daar omtrend verder aangeschreeven is, bij secreete missive van den 10. September 1784. De gagien, kostgelden en verdere emo„ lumenten, door Hunne Hoog Edelhe„ den 1 123 den 11. October 1785. de gagien van de geweeze, Iagg: opperhoofden te laa„ „den sor gunstig toegelegd; aan alle de nog overgebleeven Dienaaren ter deezer kuste, van den dag af dat zij geen onderhoud meer„ genooten hebben van de Engelschen, is ver„ staan eerstdaags off zoodra een ieders rekening behoorlijk sal weesen opgemaakt ƒ en men door vertier van koopmanschappen van Contanten zal voorsien sijn, te vol„ doen. In voldoening aan het geëerd aan,„ order haaren Hog Ed: ons schrijven van Hunne Hoog Edelheeden bij ten uijtkeeren, secreete missive van den 10: febr: 1784. na Ceijlon, om aan den presenten Heer Gesaghebber deeser kuste, en den onderkoop„ man De Ravallet, als Geweesen opper„ hoofd 5 2 : 200 den 11. October 1785. hoofd en secunde van Jaggernarkpoeram, Jag eenige toelaag te accordeeren uit hoofde zij als krijgs gevangenen van de Engelschen 1 geen de minste subsidien genooten hadden 8 seedert den tijd dat hunne gage stil ge„ n staan had, door gemelde Ceijlonsche 9 regeering bij Hunnen Iongsten brief na herwaards van den 30. Junij 1785 1 aangeschreeven zijnde, om derzelver reeke„ ningen weeder te laaten Cours neemen van urs Cours den dag af, dat sij hunne besolding laast genooten hadden, en aan Hun teffens te laaten. vergoeden alle Hunne bevoorens genootene emolumenten sedert dat sij versoek om haar een toeij dit hadden moeten missen: zoo is, op verzoek van den Heer Gesaghebber wat daar omtrent van Ceilon verstaan is aangeschreeven - te leggen kender montant toe te leggen, 201. den 11: october 1785. verstaan, hier omtrend bij den afgaanden brief aan Hunne Hoog Edelheeden uit zijnen naam te representeeren, dat, het genot sijner emolumenten, die als opperhoofd - sjaars grosso modo maar bedraagen hebben Pag: 106, boven zijne gage, al te gag sober is, om daar voor na sijn Caracter in die rampspoedige tijden te hebben 1 kunnen bestaan; met versoek derhalven om hem, en den secunde de Ravallet na rato, boven hunne gage en die emo„ 2 lumenten, goedgunstiglijk en voor den tijd dat sij krijgsgevangenen geweest zijn, een 19. 9 Iaarlijks tantum meer toerijkende, toe en waaren, te leggen, om hun daar door eenig zints te gemoet te komen in de swaare ongelden die 202. mel beslooten is H H: Ed: te betuigen omtrend de aan„ „die zij voor hun eerlijk bestaan noodwen„ dig hebben moeten doen; Schoon deezen Raade, door den aan„ breng van koopmanschappen en eenige Contanten met de scheepen de Both en de Castor, genoegzaam in staat ge„ steld is om volgens het geëerd aan„ schrijven der Ceilonsche Ministers te kunnen voldoen, de agterstallige ga„ gien en schulden: zoo is egter ver„ staan, daaromtrend bij den afgaande brief na Batavia aan te haalen, dat men met het grievenstleed weesen betuigen moet, de bedugting die men heeft dat d die koopmanschappen daar toe geen middel„ den 11. October 1785. aan gebragte Coopman z: 208 den 11. October 1785. „ende Coopmansz: aan de hand sullen geeven; en nog veel . minder sullen kunnen dienen tot voort„ zetting van den insaam uit hoofde hier zeedert den aanbreng deeser koop„ 3 manschappen nog niets naamwaardigs heeft kunnen werden verkogt, onder vertooning verder dat al het omgesette hoedel en sedert van vir„ bestaat in. 151. ¼ lb nagulen 45. ½ „ nooten foelij 15 3/8 Canneel: — 7/8 „ 4646 „ Suijker. 192. „ ijzer, rijst. — 18800 „ „ En aanhaaling wijders, dat na de vest wijnig nawige an de reste even - kogt zijn . . 204. den Jnsaam staat daar door ten eenemaal stil„ non apparentie om handel wharen op leverantie van lijw: te verstrekken, even zoo wijnig na vraag is, als of hier geen 6 9 9 geen goederen aan handen waaren, en men ge ƒ daar om reets in de uijtterste verleegend„ heijd geweest is, om contanten voor de huijshouding. Dat den inzaam in 't geheel niet kan begonnen worden; sonder Contanten, die hier niet aan handen zijn en uit den verkoop niet sijn te haa„ len Dat het selfs niet apparent is dat men handelwhaaren op leverantie van lijwaa„ ten sal kunnen voor uit verstrekken, uit hoofde dit niet geschieden mag als, teegen de gefigeerde prijsen; mitsgaders 5 bijvoeging verder, dat daar die nu niet te behaalen zijn, het immers soo natoir den 11. october 1785. als 1 205 den 11. october 1785. op de belofte van Ceilon als natuurlijk is, dat de kooplieden soo sij al sprecerijen en kooper wilden neemen, hun verlies op die whaaren, souden beree„ kenen op de lijwaaten die sij leverden, En nadien die reets soo seer verduurt zijn, dat men zelfs bij ruime verstrek„ „king in Contant eenige verhooging sal eenige 1 . dienen in te willigen, deselve voor de. 1 maatschappij veel te hoog zoude komen te staan, om een voordeel, dat der moeste onkosten en risico waard soude zijn, in Nederland of India af te werpen. En dat dus de eenigste hoop die deesen welke hoope men egter Raade heeft van daar meede een be„ „gen te zullen kunnen maaken, be„ rust in de beloften van het Ceilons ministerie .. . ƒ . heeft,

NL-HaNA_1.04.02_9719_0300 view scan ↗

English

Nagapatnam has lost, to entrust the same to Bloeme and Scheuneman, ministry to provide this coast with more cash, according to the proportion brought to the islands from elsewhere. How much the Company at each. Since surely, as the Ceylon ministers note, it is of great importance to the Company to have the knowledge of how much it lost in the handover of Nagapatnam to the English, and that it should know the same as soon as possible, it was resolved and agreed after deliberation to commission the junior merchant and invoice keeper Fredrik Willem Bloeme, who is still at Nagapatnam on 11 October 1785, 11 October 1785. together with the bookkeeper and former adigaar of the villages Johannes Scheuneman, who is therefore permitted by this to go back to Nagapatnam, where all the remaining papers and books necessary for that investigation have remained until now, with orders to them to continue and balance the Nagapatnam trade books there as far as possible, in order subsequently to draw up therefrom as accurate an account of damages as possible of what the Company actually lost in the surrender of Nagapatnam. And summing the remaining of the Company's creditors. And since in preparing those books they will also be best able to investigate various accounts of the Company's creditors, not in this Resolution, but specifically stated in the Ceylon letter of 30 June, it was also agreed, while handing over the relevant papers insofar as they are on hand here, to entrust this investigation to them, at least insofar as it can serve for further elucidation of the final settlement that will take place here, with the recommendation to be especially attentive to the state of the Orphan Chamber 11 October 1785. half of what was collected at Batavia etcetera is allocated to Coromandel, remitted from Ceylon, Orphan Chamber and Deaconry fund. From the considerable amount of Rd:s 15701: 26. collected at Batavia, Bantam, Cheribon, and Samarang for the persons impoverished by the war on this coast, at Trinconomale and Tutucorijn, half, or rd=s 7850: 37. -, having been allocated by the Ceylon ministry to Nagapatnam, and of which sum how much has already been remitted from Ceylon to the missionary Perike and the Nagapatnam church council is Rd:s 2750: so, because the remaining amount of Rd:s 5100. 37. is now credited pro memoria from Ceylon hither, entered as pro memoria, 11 October 1785. resolved to make the distribution thereof conscientiously and to thank Their Right Honourables for it. it was approved and agreed to distribute the same shortly, in good conscience, among the Company's servants and inhabitants on all the offices of the Company on this coast who were impoverished by the war; and meanwhile, in the letter now being dispatched, to thank Their Right Honourables most heartily in the name of all those unfortunate people for the aforesaid considerable assistance, testifying that they owe it solely to the paternal care of Their Right Honourables. Thus Done and Decreed in Castle Geldria at Paliacatta on the date aforesaid: /:was signed:/ W: Blaankamer, N: Tadama and M: Stoffenberg /:Except:/ I: D: Simons. —. Monday letter prepared to Their Right Honourables. Monday 17 October 1785. in the forenoon at 10 o'clock. Meeting of Policy. All present. In accordance with the tenor of the committee held on the 11th of this month regarding the restoration of the Company's offices on this coast, prepared by order and under the higher supervision of the Governor, and presented today at the table of this council for resumption, being a general description of the provisional arrangements and decisions made and taken in that regard by this Council, most respectfully dedicated to 17 October 1785 Castor to Batavia. Their Right Honourables the Noble High Indian Government at Batavia; it was, after reading the said letter, not only approved and agreed to conform completely to its contents, but also to sign it during the meeting, so that it can be sent to Batavia with the ship de Castor. Thus Done and Decreed in Castle Geldria at Palliacatta on the date aforesaid: /:was signed:/ as before. Friday To send. commission of the Governor, by His Honour to take the oath. Friday 4 November 1785. in the forenoon at 10 o'clock. Meeting of Policy. All present. After the prayer, the Governor Willem Blaaukamer presented at the table of this Council the Commission granted by Their Right Honourables, the Noble High Indian Government at Batavia on 29 April of this year to His Honour as Governor in the Coromandel Government; further giving notice of His Honour's demonstrated willingness, that His Honour was now prepared to take the oath in that capacity into the hands of

Dutch transcription

gapatnam verlooren heeft daar van aan Bloeme en schil„ neman op te dragen, „ministerie om deese kust met meerder Contanten te zullen voorsien, naar maate die daar ten eijlanden van elders 1 sullen worden aangebragt „hoe veel de Comp: bij ea„ Daar seekerlijk gelijk de Ceilonsche ministers aanmerken, der maatschappij grootelijks geleegen is, aan de kennis, hoe veel zij bij het overgaan van Na„ 1 8 gapatnam aan de Engelschen verlooren heeft, en dat zij het zelve soo spoe„ 1 is beslooten het onderzokdig mogelijk weete: zoo is na delibe„ ratie goedgevonden en verstaan tot het doen van dit ondersoek te Committee„ ven den onderkoopman en factuurhou„ der Fredrik Willem Bloeme, welke zig nog te Nagapatnam den 11. October 1785. bevind 206 6 207. den 11. October 1785. „bevind, naeven den boekhouder en geweesen adigaar der dorpen Johannes Scheune„ man, die derhalven bij deezen gepermit„ 1 teerd word om weeder te rug na Naga„ patnam te gaan, alwaar alle overge„ „bleeve papieren en boeken tot dat on„ dersoek noodig tot nog toe verbleeven vervolg„ „ zijn, met last aan de zelve om aldaar de Nagapatnamsche Negotie boeken voor soo ver als mogelijk is te vervol„ 9 . 1 gen en effen te stellen, ten einde daar net vervolgens zoo naauw keurig mo„ gelijk een schaade reekening op te ma„ ing ken van het geen de maatschappij reëel verlooren heeft, bij de overgave van Nagapatnam. En ƒ 1 208 zomende de rest: der pradig„ „teuren van de Comp: En nadien zij onder het opmaaken van die boeken ook het best in staat sullen zijn ondersoek te doen na ver„ scheide bij deeze Resolutie, dog in den Ceilonschen brief van den 30. Iunij specificq opgegeve reekeningen, der Cre„ diteuren van de Compagnie, is almeede verstaan onder ter hand stelling van de daar toe lijdende papieren voor zoo ver die hier aan handen sijn, dit onder„ Syn soek ten minsten voor soo veel als sal kunnen dienen, tot meerder elu„ cidatie van het finaale dat hier ge„ 8. schieden sal, hun ook op te draagen, onder recommandatie om voor al ook attent te zijn op den staat van de den 11. October 1785. weeskamer 29 den 11. October 1785. de helfte van het gecolled„ teerde te Batavia etc: is Cormandel toegedeeld„ van Ceilon overgemaakt is, „weeskamer en diaconij Cas. Van het aansienlijk montant van Rd:s 15701: 26. op Batavia, Bantam, Cheribon, en Samarang gecollecteerd voor de door den oorlog veramde persoo„ nen op deeze kust, te Trinconomale en Tutucorijn, door het Ceilon ministerie Nagapatnam de helft of rd=s 7850: 37. -. toegedeeld zijnde, en van welke som be„ hoe veel, daar van reeds reeds van Ceilon aan den misionaris Perike en den Nagapatnamschen kerkenraad overgemaakt geworden is Rd:s 2750: zoo is wijl het overig bedraa„de rst is pr memorie gen of Rd:s 5100. 37. tans per memorie van Ceilon herwaards ten goeden gebragt is, „ aangereekend, goed 6 g 210. den 11. October 1785. besluit de uitdeeling der zelve na gemoede te doen geschieden en H: A: Ed: daar voor te bedanken goedgevonden en verstaan daar van eerstdaags na gemoede uitdeeling te doen onder deeling 1 de door den oorlog verarnd sComp:s dienaa„ ven en ingeseetenen op alle de Comptoiren van de Compagnie ter deeser kuste; en ondertusschen bij den tans afgaanden brief Hunne Hoog Edelheeden 9 hartgrondig te bedanken uit naam van alle die ongelukkigen voor de voorsz. rg aansienlijke assistentie, onder betuiging dat zij die alleen aan de vaderlijke sorge van Hoog deselve te danken hebben. Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Casteel Geldria te Paliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ W: Blaankamer, N. Tadama en M: Stoffenberg /: Excepto:/ I. D. Simons. —. Maandag 1 reedheid gebragte brief aan V: H: Ed: Maandag den 17=e October 1785. 's voormiddags om 10 uuren„ Politie Vergadering van Alle present. Donform den teneur, der op den 11. ' deeser resumptie van een inge„ maand, gehoudene besoigne, over de herstelling der Comptoiren van de Compagnie ter dee„ 6 zer kuste, op ordre en onder het hooger opsigt van van den Heer Gesaghebber in gereedheid gebragt, en heeden ter tafel van deezen raade ter rumptie overgelegd ƒ zijnde, een generaale beschrijving van de provisioneele schikkinge en besluiten daar omtrent door deezen Raade gemaakt en G . 212 den 17. october 1785 Castor na Batavia te en genomen, aller eerbiedigst gedidiceerd, aan„ 8 9 Hunne Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia : 8 9 besluit de zeher per: de zoo is, na lictuln van den gemelde missive„ p niet alleen goedgevonden en verstaan zig Zig met dies inhoud volkomen te Confermee„ . ven, maar hem ook staande vergadering te tekenen, om met het schip de Castor na Batavia gezonden te kunnen worden Aldus Gedaan Ge arresteerd In't Casteel Geldria te Sal„ liacatta Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren. Vrijdag Zenden. 1i missie van den heer Gesag„ door zijn Ed: om den Eed Vrijdag Den 4 November 1785. 's voormiddags te 10. uuren Vergadering van Politie Alle present. Na het doen van het Gebed is door den Heer veirlegging van de Com„ Gezaghebber Willem Blaaukamer, ter Tafel van deezen Raade overgelegd, de Commissie, ƒ door Hunne Hoog Edelheden, de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia op den 29 April dezes Jaaers aan zijn Ed: als gesaghebber, in het Gouvernement Chormandel verleend; onder te betuigde bereijdwilligheid van kenne geeving verder, dat zijn Ed: tans bereijd was, in die qualiteit in handen van G 9 hebbe „ te doen bevrijd

← previousnext →